Inloggen
Zoek in kronieken
Aanwezige jaargangen:
Start - 0 - 189 - 191 - 1813 - 1814 - 1815 - 1816 - 1817 - 1818 - 1819 - 1820 - 1821 - 1822 - 1823 - 1824 - 1825 - 1826 - 1827 - 1828 - 1829 - 1830 - 1831 - 1832 - 1833 - 1834 - 1835 - 1836 - 1837 - 1838 - 1839 - 1840 - 1841 - 1842 - 1843 - 1844 - 1845 - 1846 - 1847 - 1848 - 1849 - 1850 - 1851 - 1852 - 1853 - 1854 - 1855 - 1856 - 1857 - 1858 - 1859 - 1860 - 1861 - 1862 - 1863 - 1864 - 1865 - 1866 - 1867 - 1868 - 1869 - 1870 - 1871 - 1872 - 1873 - 1874 - 1875 - 1876 - 1877 - 1878 - 1879 - 1880 - 1881 - 1882 - 1883 - 1884 - 1885 - 1886 - 1887 - 1888 - 1889 - 1890 - 1891 - 1892 - 1893 - 1894 - 1895 - 1896 - 1897 - 1898 - 1899 - 1900 - 1901 - 1902 - 1903 - 1904 - 1905 - 1906 - 1907 - 1908 - 1909 - 1910 - 1911 - 1912 - 1913 - 1914 - 1915 - 1916 - 1917 - 1918 - 1919 - 1950 - 1995 - 2019 - 2020


Bevat   Exact
 

Kronieken uit 1919


02 januari 1919


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepvaartbeweging.
Gedurende 1918 zijn de Nieuwe Waterweg binnengekomen 1.268 schepen, waaronder 952 stoomschepen, 172 zeilschepen, 3 zeelichters, 44 vreemde sleepboten, 57 bijleggers, 38 marinevaartuigen, 2 stuks baggermaterialen, tegen 1.571 in 1917.
Vertrokken zijn 951 stoomschepen, 251 zeilschepen, 61 zeelichters, hoofdzakelijk Belgisch materiaal, 58 vreemde sleepboten, 40 marinevaartuigen, 145 diverse proefstomers, enz., totaal 1.506 schepen, tegen 1.785 in 1917. De vissersvloot is hieronder niet begrepen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Gedurende het jaar 1918 zijn tot heden te Amsterdam aangekomen 375 schepen, metende 742.456 m3 bruto tegen 699 schepen met bruto inhoud van 2.040.062 m3 in 1917.
Tegenover 1917 valt er dus een vermindering te constateren van 324 schepen en van een bruto inhoud van 1.297.606 m3.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Te Zaandam kwamen in 1918 in de zeehaven binnen 18 zeeschepen (9 stoom- en 9 zeilschepen), alle onder Nederlandse vlag, waarvan 13 met gezaagd hout 3 met balken, 1 met talkpoeder en 1 ledig.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Gedurende 1918 kwamen te Vlaardingen 3 stoomschepen met een bruto inhoud van 4.118 m3 en 22 zeilschepen met 22.113 m3 bruto.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Te Hellevoetsluis zijn in 1918 aangekomen ? (opm: niet leesbaar) stoomschepen, met 6.645 m3 en vertrokken 3 stoomschepen, met 5.469 m3.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Te Schiedam zijn in 1918 aangekomen 2 stoom- en 18 zeilschepen en 33 loggers, tegen 30 stoom- en 5 zeilschepen en 21 loggers in 1917.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

In 1918 zijn te IJmuiden binnengekomen 207 stoomschepen, .51 schoeners en 17 kofschepen met 756.964 m3 bruto en vertrokken van daar 215 stoomschepen, 40 schoeners en 4 kofschepen met 773.725 m3 bruto.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Hamburg, 31 december. De (opm: Nederlandse) motorschoener CARLITO (Zie Avondblad 30 dec.) heeft het anker gelicht en zette onbeschadigd de reis voort.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Hamburg, 31 december. De Nederlandse motorschoener REBECCA, in ballast, is de 27e december nabij Moss gestrand. Er is nog geen verbinding verkregen met het land. Voor de bemanning bestaat geen gevaar.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

IJmuiden, 1 januari. Door de rederij van de sleepboot KATWIJK is voor NLG 80.000 beslag gelegd op de vrachtlogger ZEELAND. (Zie Avondblad 30 dec.)


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Hoek van Holland, 2 januari. De tjalk DRIE GEZUSTERS, geladen met stenen en liggende aan de steiger van de Maatschappij Vianda, had noodseinen gehesen, waarop het onderzoekingsvaartuig HUSUM in de zuidwesterstorm ter assistentie vertrok. Het kreeg verbinding met de tjalk en bracht deze behouden in de Berghaven. De scheepsboot van de tjalk ging verloren.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 31 december. Het Belgische gedeelte van het kanaal Gent —Terneuzen tussen Port Arthur en Zelzate is voor de scheepvaart geopend. De schepen mogen echter voorlopig alleen overdag varen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 31 december. Zaterdag werd met goed gevolg van een van de hellingen van de N.V. Scheepsbouwwerf en Machinefabriek De Klop te Sliedrecht, te water gelaten het vrachtstoomschip Bouwnummer 131, bestemd voor Hollandse rekening en gebouwd met certificaat hoogste klasse British Corporation for the Survey and Registry of Shipping, Certificaat Scheepvaartinspectie en Houtvaart certificaat. Het schip voldoet tevens aan de voorschriften van de Stuwadoorswet. Afmetingen zijn: Lengte 56 m., breedte 8,85 m., hol op hoofddek in de zijde 4,40 m., hol op raised-quarterdeck in de zijde 5,47 m., deadweight capacity circa 1.100 ton. In het schip wordt geplaatst een triple-expansie stoommachine met oppervlak condensatie, sterk plm. 550 ipk, waarbij twee stoomketels met een V.O. van plm. 180 m2 en 13 kg stoomdruk. Verder wordt het schip voorzien van de nodige ballastpompen, stoom-ankerwinch, twee zwaar geconstrueerde 3 tons stoomlaadlieren, stoomstuurmachine op de brug, alsmede stoomkaapstander en extra handstuurinrichting op het achterdek. Het schip is voorzien van twee grote luikhoofden voor het gemakkelijk laden en lossen en door bijzondere constructie van zo goed als geen steunen in het laadruim voorzien, wat mede een groot voordeel is. De hutten voor de kapitein en officieren bevinden zich midscheeps, de hutten voor machinisten alsmede een extra messroom achterin, worden alle voorzien van stoomverwarming. Een ruime keuken, pantry en badkamer is mede aanwezig. Het verblijf voor de matrozen en stokers bevindt zich in afzonderlijke afdelingen onder de bak. De verdere inrichting en bouw voldoet geheel aan alle eisen, die aan een goed en degelijk afgewerkt schip kunnen worden gesteld. Het schip, machine en ketels en alle hulpwerktuigen, als stoomlaadlieren, stoom-ankerwinch, stoomkaapstand, ketelvoeding en ballastpompen, enz. zijn in de werkplaatsen van de N.V. De Klop vervaardigd.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Maassluis, 30 december. Het stoomschip TEXELSTROOM is hedenmiddag 3.40 uur door de sleepboten LAUWERZEE en BLANKENBURG de Nieuwe Waterweg binnengesleept en opgesleept naar Wilton's werf te Rotterdam.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Delfzijl, 30 december. De Nederlandse tjalk ZWERVER, met hout van Noorwegen naar Rotterdam, is 27 dezer op de Noordwestplaat, onder het eiland Rottum, gestrand. Door een hoogtijwater is het schip over de plaat heen geslagen en in vlot water ten anker gekomen. Het schip maakte veel water, doch bleef op de lading hout drijven, waarom de bemanning aan boord bleef. Op 28 dezer 's avonds begon het weer slechter te worden en heeft de bemanning in eigen boot het schip verlaten en is op het eiland Rottum geland. In de nacht is door stormweer de ankerketting gebroken, het schip weer over de plaat geschoven en onbemand de Noordzee in gedreven. Sedert heeft men niets meer van het schip vernomen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 29 december. De Nederlandse motorlogger ZEELAND, gisteren van hier naar Fowey vertrokken, kreeg op zee een defect aan de motor. Het schip geraakte aan lager wal en verloor twee ankers met kettingen. Het werd door de sleepboot KATWIJK naar hier teruggebracht.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Kopenhagen, 24 december. Volgens bericht uit Dragör is de Nederlandse kotter JOHANNA, van Duitsland komend, 12 dezer ten zuiden van die plaats gestrand. Sedert is het schip zover weggezonken, dat de zeeën er overheen breken. Zeilen, lopend want en een deel van de lading werden geborgen en naar hier gebracht.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Schepenongevallen. In 1918 werd wederom herhaaldelijk onze vloot getroffen door ongevallen. Het eerste slachtoffer van de oorlog ter zee was de FOLMINA, die om kolen uitgevaren naar Engeland, in konvooi, getorpedeerd werd. Acht man kwamen bij deze gebeurtenis om het leven. Het stoomschip MERWEDE met kolen, op weg van Leith naar Rotterdam, liep op een mijn of werd getorpedeerd. Het Engelse stoomschip AMSTERDAM zonk op 27 februari van Leith naar Rotterdam, de Hollandse bemanning keerde in goede welstand terug. Het Nederlandse stoomschip HEENVLIET werd op 28 februari getorpedeerd. Het Reliefschip FRIDLAND werd getorpedeerd en zonk. Zes man verdronken. Het Nederlandse stoomschip LEONORA, dat door de Engelse regering in beslag genomen was, is getorpedeerd en gezonken. Het Reliefschip EOLE, op weg van New York naar Rotterdam, liep bij Doggersbank-Noord op een mijn en zonk. Het hospitaalschip KONINGIN REGENTES werd op 6 juni getorpedeerd en zonk. Zeven mensen kwamen daarbij om. Het stoomschip OOSTERDIJK zonk bij een aanvaring in de Middellandse Zee. Dit was één van de op 18 maart in beslag genomen schepen. Ook de TEXEL trof dit lot. Het Reliefschip MINISTER DE SMET DE NAAYER zonk, na op een mijn te zijn gelopen, 12 man verdronken. Het Reliefschip FLANDRES trof hetzelfde lot. De bemanning werd gered. De motor MEEUW werd op 21 april door een Duits vliegtuig onder de Engelse kust tot zinken gebracht Geen slachtoffers waren hier te betreuren. Het stoomschip HOLLANDIA I werd op 30 april naar Swinemünde opgebracht, evenals later het stoomschip MEGREZ, het stoomschip ZEEBURG, het zeilschip MARIA JACOBA, het motorschip JANTJE. Het stoomschip ALCOR strandde half juni op de Amerikaanse kust, Ook dit was een van de gerequireerde schepen, gelijk het stoomschip KIELDRECHT, dat op een mijn liep en zonk. Het stoomschip BERNISSE liep op 7 november, varende van Sundsvall naar Rotterdam, op een mijn en zonk.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Zeelieden. De gevaren waarin door de duikbootoorlog de zeeën bedreigd werden, gaven aanleiding tot looneisen van de zeelieden en een weigering bij de Steenkolen- en Scheepvaart Maatschappij om, te varen. Een bemiddelingsvoorstel kwam tot stand, waarbij 40% toeslag en een reis premie van NLG 20 werd toegestaan.


03 januari 1919


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Hoek van Holland, 2 januari. De tjalk DRIE GEZUSTERS, geladen met stenen en liggende aan de steiger van de Maatschappij Vianda, had noodseinen gehesen, waarop het onderzoekingsvaartuig HUSUM in de ZW storm ter assistentie vertrok. Het kreeg verbinding met de tjalk en bracht deze behouden in de Berghaven. De scheepsboot van de tjalk ging verloren.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Rotterdam, 2 januari. Het Nederlandse schip WOUTER, van Oxelösund naar Rotterdam, is met belangrijke schade te Marstrand binnengelopen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Maassluis, 31 december. Volgens door de Nieuwe Berging Maatschappij ontvangen bericht is de tjalk ZWERVER (zie Avondblad 31 dec.) te Emden binnengekomen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Java-China-Japan Lijn.
Naar N.I.P.A. te Amsterdam verneemt, zal het stoomschip TJITAROEM, van de Java-China- Japan Lijn, dat in maart 1918 door de Geallieerden in beslag werd genomen, zo spoedig mogelijk aan de Maatschappij worden teruggegeven. Aanvankelijk zou het schip te Londen worden opgeleverd, waartegen de directie van de Java-China-Japan Lijn echter bezwaar maakte, mede in verband met de toestand van de kolenvoorziening daar te lande. Thans werd bericht ontvangen dat het schip te Hongkong, waar het ook in beslag werd genomen, zal worden opgeleverd. Omtrent de overige gerequireerde schepen werd nog niets bericht. Omtrent de nieuwbouw van de Java-China-Japan Lijn verneemt N.I.P.A. dat een schip groot ca. 7.500 ton, is besteld bij de Nederlandsche Scheepsbouw Maatschappij, terwijl een ander, van hetzelfde type, nog besteld zal worden.
Liquide middelen zijn in ruime mate aanwezig, zodat het gerucht betreffende een nieuwe emissie dan ook ten stelligste kan worden tegengesproken.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Het stoomschip MEDAN van de Rotterdamsche Lloyd zal in het eind van deze week met passagiers via Suez naar Oost-Indië vertrekken.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. Op 31 december heeft de Raad voor de Scheepvaart de navolgende uitspraak gedaan:
Betreffende de stranding van stoomschip MARS is de Raad van oordeel, dat het Haaks vuurschip is aangezien voor Terschellingerbank vuurschip. Dit laatste was trouwens op 29 november waarschijnlijk reeds vervangen door een boei, althans in het Bericht aan Zeevarenden van 30 november, No. 219/1673, staat vermeld, dat het Terschellingerbank vuurschip was weggenomen en in de plaats daarvan een boei gelegd, iets, dat de kapitein van de MARS natuurlijk nog niet kon weten. Wanneer men teruggaande van de plaats, waar de MARS voor de Nieuwe Waterweg ankerde, de gestuurde koersen op de kaart afzet, komt men ook bij Haaks vuurschip en niet bij de vroegere ligplaats van Terschellingerbank vuurschip. De tweede boei, welke gezien is, voordat het vuurschip bereikt werd, moet de boei zijn geweest, welke Terschellingerbank vuurschip heeft vervangen. Het oorspronkelijk wantrouwen in het zonsbestek van 28 november was derhalve gegrond en blijkbaar was het gegist bestek van die dag juister. Het is intussen een fout geweest, dat men niet op het vuurschip is toe gevaren om het nader te verkennen en het is een nalatigheid van de kapitein, dat deze dit niet onmiddellijk heeft gedaan toen de stuurman hem meldde, dat Terschellingerbank vuurschip in zicht was, vooral met het oog op het verschil, dat de vorige dag was bemerkt tussen het gegist en het zonsbestek. Had de kapitein het vuurschip verkend, dan was het ongeval niet voorgekomen, zodat dit door diens nalatigheid is veroorzaakt. Te dier zake straft de Raad hem met een berisping.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. Op 31 december heeft de Raad voor de Scheepvaart de navolgende uitspraak gedaan:
Betreffende het met man en muis vergaan van het stoomschip ENERGIE neemt de Raad op grond van de ten dienste staande gegevens aan, dat de ENERGIE op of na 3 november is vergaan en dat alle 17 opvarenden daarbij het leven hebben verloren. De oorzaak kan niet met zekerheid worden vastgesteld, doch de Raad acht het niet onwaarschijnlijk, dat deze
verband houdt met de oorlogsomstandigheden. (opm: zie ook RN 070419).


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. Op 31 december heeft de Raad voor de Scheepvaart de navolgende uitspraak gedaan:
Omtrent de aanvaring van het stoomschip FRISIA met een patrouillevaartuig is de Raad van oordeel, dat de oorzaak van het ongeval aan de mist is te wijten en dat de kapitein van de FRISIA juist heeft gemanoeuvreerd; hem treft geen enkele blaam.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

De gerequireerde schepen
Er zijn nu bereids verschillende schepen, die tot de begin 1918 gerequireerde tonnage behoren, door de Geassocieerden vrijgegeven. Bovendien zijn de z.g. half-vrije schepen, waarover wij nog onlangs schreven, geheel ter beschikking gesteld van de Nederlandse eigenaars.
Men zal intussen goed doen, deze gelukkige gang van zaken niet als basis voor al te optimistische verwachtingen te bezigen. De Geassocieerden zullen onze schepen geen dag langer houden dan zij het nodig achten; de huur, 35 shilling per maand per ton, (overeenkomende met die op een grondslag van NLG 500 per ton aanbouw, voor welke exorbitante prijs thans wel niet meer gecontracteerd zal worden) is zó hoog, dat daarin reeds voldoende waarborg ligt voor en spoedige teruggave. Maar er is alle reden te verwachten, dat de Geassocieerden voorlopig onze tonnage nog zee goed gebruiken kunnen, en daar het agreement Nederland verplicht, geen besprekingen over teruggave te openen alvorens de overeenkomst beëindigd is, kan er ook geen sprake zijn van aandrang onzerzijds. Mogelijk is, dat Amerika, waar met koortsachtige snelheid gebouwd wordt, binnen afzienbare tijd inderdaad een enigszins aanzienlijke tonnage vrijgeeft (wat nu is losgelaten, is après-tout van niet overwegende betekenis) maar Engeland zal voorlopig, zeker het eerste half jaar 1919, geen belangrijke hoeveelheid scheepsruimte kunnen afstaan. Dat thans schepen naar Nederland zijn teruggezonden, zal wel in hoofdzaak het gevolg zijn van het kolengebrek. Waar niet alle vaartuigen bunkeren kunnen, was het blijkbaar gewenst, de dure Nederlandse ruimte (die ook, wanneer ze niet vaart, 35 shilling kost) prijs te geven. Aan een reconstructie van onze handelsvloot moet men vooralsnog maar niet denken.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepvaartbeweging. In het jaar 1918 zijn te Delfzijl ingeklaard 367 zeeschepen met netto 792.619 m3 netto en uitgeklaard 342 zeeschepen met 648.974 m3 netto.
Ingeklaard werden 184 rivierschepen met 172.901 n.t. en uitgeklaard 247 met 325.817 n.t.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepvaartbeweging. (Verbeterd). In het afgelopen jaar zijn de Nieuwe Waterweg binnengekomen 1.273 schepen met een inhoud van 1.269.106 netto reg. ton, tegen 1.570 schepen met 1.337.897 netto reg. ton in 1917.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Hamburg, 2 januari. De Nederlandse motorschoener CARLITO is met schade aan het stuurgerei te Frederikshavn binnengelopen om te repareren.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

IJmuiden, 2 januari. De vrachtlogger GEVAERTS VAN SIMONSHAVEN, kapt. De Graaf, met haring van Bergen naar Scheveningen bestemd, is heden hier binnengelopen met gebroken gaffel en defecte pompen. Het schip kon door de storm de haven van Scheveningen niet bereiken. Van de deklading vaten haring ging niets verloren.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Hamburg, 2 januari. De motorschoener MERWESTEIN, van Rotterdam, laatst van Nieuwediep, met stukgoed naar Gotenburg bestemd, is 28 december met diverse schade boven de waterlijn ten gevolge van slecht weer te Strömstad binnengelopen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Amsterdam, 3 januari. Volgens alhier ontvangen particulier bericht is de Nederlandse vrachtlogger SCANDINAVIË I, van Rotterdam naar Limhamn bestemd, op de kust van Helgoland gestrand. De bemanning is aldaar geland.
Later bericht: de SCANDINAVIË I is totaal wrak geslagen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 2 januari. Door de op de helling van de Nederlandsche Grofsmederij te Leiden nieuw gebouwde zelf stomende baggermolen ARDJOENO werd hier in de Buitenhaven proef gebaggerd. Het vaartuig is bestemd voor Nederlands-Indië en zal derwaarts vertrekken met de zelf stomende baggermolen SUMATRA, welke reeds gedurende drie jaren gereed ligt om naar de bestemming in zee te steken.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Hamburg, 31 december. De motorschoener CARLITO, die bij Skagen in nood verkeerde, heeft het anker gelicht en de reis naar Amsterdam onbeschadigd voortgezet.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Hamburg, 1 januari. De Nederlandse drie-mast schoener REBECCA, in ballast van Egersund naar Christiania, is 27 december in de nabijheid van Moss gestrand. Het schip heeft nog geen verbinding met de wal. De bemanning bevindt zich niet in gevaar.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Voor IJmuiden dreef dinsdag een groot aantal mijnen, naar men kon tellen14. Daar ze gevaar opleverden, ging de loodsboot niet buitengaats. Door de sterke zuidenwind dreven de mijnen naar het noorden, met het gevolg dat vele op het strand kwamen. Benoorden en bezuiden Egmond liggen er reeds verscheidene. Een mijn is gesprongen, echter zonder schade te veroorzaken. Daar de kustwachten zijn opgeheven, liggen de mijnen onbewaakt aan het strand.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Bij het Departement van Buitenlandse Zaken is bericht ontvangen, dat de schoener GABRIËL uit Rotterdam, bij Skudesnaes vergaan is. De bemanning, bestaande uit zes man, is gered.


04 januari 1919


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Het stoomschip MAASLAND van de Koninklijke Hollandsche Lloyd is te IJmuiden aangekomen met 5.700 ton meel.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Schadevergoeding stoomschip GAMMA.
Het Prijzenhof te Hamburg deed gisteren verdere uitspraak in de zaak van het Nederlandse stoomschip GAMMA, dat indertijd tot zinken werd gebracht en waarvoor in de zitting van 18 maart 1918 aan de rederij 1.018.800 Mark schadevergoeding werd toegekend. Verdere vorderingen werden toen afgewezen. Het Opperprijzenhof verklaarde echter enige van deze eisen gegrond en wees de zaak naar het Hamburgse Prijzenhof terug, dat thans aan de rederij, de Vrachtvaart Maatschappij Bothnia te Amsterdam, nog NLG 100.198 en NLG 5.000 toewees.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Weltevreden, 24 december. Het stoomschip HOUTMAN (zie Avondblad 19 dec.) is te Soerabaja aangekomen. Het zal dokken voor nader onderzoek.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Hamburg, 3 januari. De motorschoener REBECCA (zie Avondblad 2 jan.) staat in slechts twee voet water. Aan boord bevinden zich kisten gloeilampen; overigens 120 ton ballast. Met de lossing werd een aanvang gemaakt.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Bij de directie van de vrachtlogger SCANDINAVIË I is telegrafisch uit Hull bericht ontvangen, dat de bemanning daar is geland. Omtrent schip en lading is niets met zekerheid bekend. De lading bestond uit hoepels. De SCANDINAVIË I is 21 december van Rotterdam naar Limhamn in Zweden vertrokken. De SCANDINAVIË I is 110 bruto ton groot en werd in 1911 gebouwd.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Vertrek van de Russen. Morgen, zaterdag, zal een begin worden gemaakt met het inschepen van de hier ter stede vertoevende Russische krijgsgevangenen, die naar Danzig zullen worden gebracht. Voor het transport zullen worden gebruikt de schepen WARTBURG, SANTA FÉ en ALMERIA. De schepen zullen de inter-geallieerde vlag voeren — wit-blauw-wit — en begeleid worden door Franse kruisers.


05 januari 1919


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Onze scheepsbouw.
Naar de N.R.C. verneemt, zullen de Rotterdamsche Droogdok Maatschappij, Wilton’s Machinefabriek, beiden te Rotterdam en de Scheepsbouwwerf aan de Nieuwe Waterweg te Schiedam, elk 20 Engelse stoomschepen ter reparatie krijgen. Deze zestig schepen brengen zelf het voor de herstellingen nodige materiaal mee. Verder wordt met deze maatschappijen overleg gepleegd over de bouw van nieuwe Engelse stoomschepen. Ook het daarvoor benodigde materiaal zal van Engeland worden aangevoerd.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Het vervoer over de Schelde.
Het Ministerie van Buitenlandse Zaken deelt het volgende mee:
De Britse regering heeft, in aansluiting aan haar verzoek om voorraden, bestemd voor de bezettingstroepen in Duitsland, onder andere over de Schelde te mogen vervoeren, alsnog de wens te kennen gegeven van genoemde rivier tevens gebruik te maken voor het vervoer van naar hun haardsteden terugkerende te demobiliseren troepen.
De Regering heeft hierop geantwoord, dat het haar aangenaam is het vervoer voor dit doel toe te staan, op voorwaarde, dat, gelet op de bijzondere omstandigheden, hierdoor geen precedent wordt geschapen, dat het vervoer onder handelsvlag geschiedt en geen munitie omvat; dat alleen de officieren wapens zullen mogen dragen en dat vooraf van elk transport mededeling aan de Nederlandse autoriteiten wordt gedaan.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Aanvoer van olie. De Maasbode verneemt, dat de Nederlandse tankboot ROTTERDAM, 25 december van Philadelphia naar Rotterdam is vertrokken met ongeveer 6.000 ton petroleum. Dit schip kan ongeveer half januari hier verwacht worden. De Engelse tankboot MELANIA wordt 7 à 8 januari te Rotterdam verwacht met ongeveer 8.000 ton gasolie.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. De Raad voor de Scheepvaart houdt woensdag a.s. te 1.30 uur nm. een openbare zitting ten onderzoek van:
1e. naar het stranden bezuiden Kaap Kullen (kust van Zweden) op 22 oktober jl. van het stoomschip ANTON VAN DRIEL, rederij N.V. Maatschappij Stoomschip Anton van Driel, gezagvoerder T. ter Wiel, beiden te Rotterdam;
2e. Naar het door een mijnontploffing getroffen worden en dientengevolge zinken op 17 november jl. van het stoomschip MERCEDES, waarbij drie opvarenden om het leven kwamen. Rederij Zeevaart Mij. Mercedes, directeur Van der Eb & Dresselhuys, gezagvoerder C. Wielema, beiden te Rotterdam.


06 januari 1919


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Hamburg, 5 januari. De Nederlandse vrachtkotter JOHANNES FRANCISCUS (zie Avondblad 28 dec.) is wrak geworden. De pogingen tot bergen zijn opgegeven.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepvaartbeweging. Gedurende het jaar 1918 zijn te Harlingen aangekomen 18 stoom- en 3 zeilschepen, met totaal 20.859 m3.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Reparatie van Engelse schepen.
Behalve de zestig schepen van de Engelse koopvaardijvloot die ter reparatie naar Rotterdam zullen komen, zullen ook Engelse koopvaarders naar Amsterdam opvaren om hier op de etablissementen van de Nederlandsche Scheepsbouw Maatschappij te worden hersteld. Het daarvoor benodigde materiaal zal van Engeland worden aangevoerd.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

De Nederlandsche Groote Scheepvaart in 1918.
De Nederlandse scheepvaart ondervond in de loop van 1918, meer zelfs nog dan in de drie vorige oorlogsjaren, de invloed van de Europese oorlog. Met recht mag het laatste jaar als het meest sombere van de gehele oorlogsperiode staan aangetekend. Was de scheepvaart op Nederland in 1917 reeds aanmerkelijk ingekrompen, in 1918 liepen de cijfers van de in- en uitklaringen nog veel verder terug. Het scheepvaartverkeer met het buitenland heeft gedurende verscheidene maanden van het jaar zelfs zo goed als stil gestaan. De haven van Delfzijl beleefde echter een ongekende bloei door houtaanvoeren per Duitse schepen.
In de aanvang van het jaar lag een groot deel van de Nederlandse koopvaardijvloot nog vastgehouden in Amerikaanse havens als gevolg van de langdurige onderhandelingen tussen de Amerikaanse en de Nederlandse regering in zake de verhuring van die schepen, aan welke onderhandelingen maar geen einde wilde komen. Op 22 januari werd een overeenkomst getekend, waarbij bepaald werd dat de schepen niet naar de oorlogszone zouden worden gezonden. In ruil voor het afstaan van de scheepsruimte zou Nederland aanvoeren verkrijgen van levensmiddelen en andere benodigdheden om het in staat te stellen handel en bedrijf voort te zetten. Enkele schepen zouden voor de Belgische Reliefcommissie worden bevracht; enige van Indië naar Nederland onderweg en in Amerikaanse havens liggende, zouden de reis kunnen voortzetten. Door deze overeenkomst zou tevens een einde komen aan het reeds zo langdurige stilliggen van de door de Nederlandse regering gecharterde schepen, hetwelk van de Nederlandse schatkist op ca. NLG 700.000 per week kwam te staan. Hierop volgde echter de bedreiging van Duitsland alle Nederlandse rederijen op de “Zwarte lijst” te zullen plaatsen, hetgeen tot gevolg zou hebben dat de uitgaande scheepvaart van Nederland door gebrek aan bunkerkolen stil zou moeten worden gelegd, tenzij uit Engeland kolen zouden kunnen worden betrokken. Op 1 febr. kwam de mededeling dat niettemin de Nederlandse schepen van de vordering door de Regering waren ontheven, zodat deze schepen ingevolge de met de Ver. Staten getroffen voorlopige beschikking zouden kunnen gaan varen voor korte reizen met een maximum-duurtijd van 90 dagen. Inmiddels was einde januari de vaart op Scandinavië stilgelegd ten gevolge van de weigering van de centrale mogendheden om de N.O.T. als neutrale instelling te erkennen. Slechts schepen van minder dan 500 ton konden uitvaren. Eerst na moeilijke onderhandelingen met genoemde mogendheden gelukte het, de .N.O.T. voor deze als neutrale handelsinstelling te doen erkennen, zodat het verbod van uitvaren naar Scandinavië op 11 maart kon worden ingetrokken. Op 13 maart kwam de mededeling van de Geassocieerden dat deze wensten terug te komen op haar toezegging dat de Nederlandse schepen niet In de z.g. gevaarlijke zone zouden behoeven te varen. In antwoord op de mededeling van de Nederlandse Regering, houdende de uiterste voorwaarden waarop deze bereid zou zijn aan de Nederlandse schepen vergunning te geven voor de Geassocieerden naar de gevaarlijke zone te varen, werden op 21 maart alle in geassocieerde havens liggende Nederlandse schepen in beslag genomen. Voor gebruik en eventueel verlies zou volledige schadeloosstelling worden betaald. De Nederlandse zeelieden die, daartoe de wens te kennen zouden geven, zouden zo spoedig mogelijk naar Nederland worden overgebracht. De schepen zouden door het Departement van Marine van de Ver. Staten of de Shipping Board worden bemand, uitgerust en in de vaart gebracht.
Wij behoeven hier niet in het uitvoerige terug te komen op de aanvankelijke verontwaardiging hier te lande over deze eigenmachtige beschikking van de Geassocieerden, die hun daad steunden op het z.g. ‘angarie-recht’, dat reeds lang als verouderd werd geacht. Op 3 april werd bericht ontvangen van de regering van de Ver. Staten, dat Nederlandse schepen, derwaarts van Nederland onderweg, bij aankomst in Nederland niet zouden worden overgenomen. Bovendien werd een aantal schepen, in Brits-Indische havens in beslag genomen, weer vrijgegeven. De door de Geassocieerde mogendheden in Engeland, de Engelse bezittingen in Europa, de Ver. Staten, Brits-Indië, China, Australië en Afrika gerequireerde ruimte bedroeg, volgens de ons ter beschikking staande gegevens, niet minder dan 142 stoomschepen met een inhoud van 511.660 bruto ton, waarvan in:
- De Ver. Staten 93 stoomschepen met 364.772 br. ton;
- Eng. Indië, China, Australië en Afrika 18 stoomschepen met 99.258 br. ton;
- Gr. Brittannië en de Britse bezittingen in Europa 31 stoomschepen met 47.630 br. ton.
Hierbij dienen nog gevoegd te worden 12 stoomschepen met 72.840 br. ton (incl. het nieuwe stoomschip JUSTICIA, ex STATENDAM, dat nog niet in de Nederlandse vloot ingeschreven was), welke schepen reeds vroeger door de Engelse regering in beslag waren genomen op grond dat daarbij Engelse financiële belangen waren betrokken. Totaal derhalve 154 stoomschepen met 584.500 br. ton.
Deze daad van de Geassocieerden gaf de Duitse regering aanleiding met alle scherpte op te treden tegenover het overgebleven, nog onder haar bereik zijnde gedeelte van de Nederlandse vloot, zulks om te voorkomen dat nog meer scheepsruimte in handen van de vijanden zou vallen. Het gevolg was dat zij aan haar bestaande ‘Prisenordnung’ de bepaling toevoegde (art. 55c.) dat „voortaan elk neutraal schip geacht zou worden in het belang van de vijandelijke oorlogvoering in de vaart te zijn gebracht — voor zover de omstandigheden dit niet zouden logenstraffen — wanneer de staat, welks vlag het schip zou voeren, met een vijandelijke staat een overeenkomst zou hebben aangegaan omtrent het afstaan van scheepsruimte, of wanneer het overgrote deel van de handelsvloot van die neutrale staat voor de vijand zou varen”. Deze laatste bepaling deed voor de Nederlandse scheepvaart de deur dicht. Immers, de in Indische wateren vertoevende of van daar op omliggende gewesten en Amerika in de vaart zijnde vrije ruimte vertegenwoordigde 140 stoomschepen met 402.564 bruto ton. De rest, 244 schepen met ruim 469.000 br. ton, bleef nog in direct Nederlands gebruik. De Duitse regering verklaarde daarbij dat de op dat ogenblik in Nederlandse havens stilliggende, dus niet in exploitatie zijnde tonnenmaat door haar niet werd meegerekend als behorend tot de varende vloot. Van dit standpunt bezien was op dat ogenblik werkelijk het overgrote deel van de Nederlandse vloot voor aan Duitsland vijandige mogendheden varend. In verband met deze beslissing verbood de Nederlandse regering met ingang van 21 mei het uitvaren uit Nederlandse havens voor alle Nederlandse schepen, behalve voor zeil- en kustvissersvaartuigen. De Duitse regering verklaarde zich echter bereid aan uit te varen Nederlandse schepen een vrijgeleide te verschaffen, waardoor bij voorbaat een veilige vaart zou worden gewaarborgd. Dat het van de Duitse regering ernst was met haar bedreiging bleek maar al te duidelijk uit het vanaf 27 april opbrengen van een aantal op de Oostzee aangetroffen Nederlandse schepen, die nog niet van een vrijgeleide waren voorzien. Deze werden echter na kortere of langere tijd weer vrijgelaten.
In de eerste plaats werden met de Duitse regering onderhandelingen geopend betreffende waarborgen voor veilige vaart van de uit Amerika te verwachten graanschepen. Duitsland werd bereid gevonden om aan elk schip dat een Nederlandse haven zou verlaten een geleibrief uit te reiken, mits het geen contrabande zou vervoeren, geen vijandelijke onderdanen aan boord zou hebben en tevens daarvoor in de plaats een gelijkwaardig schip uit Amerika zou vertrekken. De uitzending van schepen was des te meer nodig, daar de Amerikaanse regering er op aandrong dat de 100.000 ton graan zou worden gehaald die door de Verenigde Staten en Argentinië aan Nederland beloofd was, onder garantie dat de schepen noch vastgehouden, noch opgehouden zouden worden. Op 4 juni konden twee stoomschepen uit Nederland vertrekken, waartegenover twee graanschepen uit Amerika de reis naar Nederland aanvaardden. Zoals bekend, konden de graanaanvoeren door de nimmer eindigende moeilijkheden bij de wederzijdse onderhandelingen slechts op zeer beperkte schaal plaats hebben. Hier verdient tevens in herinnering te worden gebracht het uitvaren van het bekende Nederlands-Indische konvooi, dat eind september te Tandjong Priok aankwam. De stilte in de scheepvaart in die dagen wordt verklaard door het feit, dat van 10 t/m 26 mei te IJmuiden geen enkel schip binnenkwam noch van daar naar zee vertrok, hetgeen sinds het uitbreken van de oorlog in zulk een periode nog niet had plaats gehad. Op 18 juni waren de onderhandelingen tussen de Nederlandse en de Duitse regering zover gevorderd, dat waarborgen zouden worden verkregen voor een vrije scheepvaart van Nederland op Scandinavië door uitreiking van vrijgeleiden. Zowel de reders als de afladers en de ontvangers van de ladingen hadden zich daarvoor aan tal van bezwaren en tijdrovende bepalingen te onderwerpen. De Zweedse ladingen konden aan de N.O.T. worden geconsigneerd. Het werd echter 13 augustus alvorens de overeenkomst tussen de Duitse en de Nederlandse regering was getekend. Op 16 augustus voeren de eerste schepen uit. Aan 50.000 ton scheepsruimte zou worden toegestaan onder vrijgeleide te vertrekken. Nieuwe permissies zouden echter niet worden gegeven alvorens een zelfde tonnenmaat in Nederlandse havens, zou zijn teruggekeerd. Echter, nog voordat genoemde ruimte was uitgevaren werd de uitreiking van vrijgeleiden stopgezet in verband met het laten vertrekken naar Engeland van een z.g. geclausuleerd d.i. van Duits materiaal gebouwd schip. Het werd 17 oktober alvorens de moeilijkheden in zake verdere verstrekking van vrijgeleiden waren opgelost en daarmee de vaart op Scandinavië kon worden hervat. Op 8 november werd zelfs officieel meegedeeld, dat de Duitse regering bereid was bevonden aan 100.000 ton scheepsruimte vrijgeleiden te verstrekken. Dit is echter niet meer nodig geweest. De op 11 november tot stand gekomen wapenstilstand maakte alle vrijgeleiden overbodig. De vrijheid van de neutrale scheepvaart was bij het verdrag gewaarborgd. De grote scheepvaart maakte zich al spoedig gereed tot hervatting van de geregelde diensten op Oost- en West-Indië en Zuid-Amerika.
De Amerikaanse regering blijft nog de controle behouden over de neutrale scheepvaart, zodat evenveel Nederlandse schepen uit Nederlandse havens moeten vertrekken als beladen Amerika gaan verlaten. Enige schepen werden daartoe door de Nederlandse regering gevorderd.
Op 5 december vertrok het eerste schip uit Nederland naar Java via het Suezkanaal.
In de Nederlandse scheepvaart heerst echter nog onveranderlijke doodse stilte. Vrijgeleiden vervielen, maar het daarvoor in de plaats getreden uitblijven van bunkerkolen uit Duitsland vormt grotere beletselen voor uitvaren dan ooit in de oorlogsperiode werden opgeworpen. In plaats van een verwachte opleving is de economische toestand van Nederland op het ogenblik donkerder dan gedurende de vier veelbewogen jaren het geval zal zijn geweest. Met groot verlangen wordt thans uitgezien naar de tijd dat de Amerikaanse kolen hier kunnen worden aangevoerd, de leveringen uit Engeland vlotter van stapel zullen lopen en verdere pogingen tot verbetering door de Regering kans van slagen zullen hebben. In tegenstelling met de Nederlandse werd de toestand van de Nederlands-Indische scheepvaart bijzonder bevredigend. Op de na 21 maart door de Geassocieerden gegeven verzekering dat geen verdere Nederlandse schepen in beslag zouden worden genomen, werd de vaart van Nederlands-Indië op China en Japan medio april hervat. De hervatting van de diensten op de Brits-Indische havens had iets later plaats. Aan de gouverneur-generaal van Nederlands-Indië werd d.d. 2 mei geseind, dat de vaart van Nederlands-Indië op Amerika weer kon worden aangevangen. Afgesneden als de Nederlands-Indische regering geruime tijd was van elke verbinding met het moederland, is zij voor het behoud van de economische welstand van de koloniën genoodzaakt geworden zelfstandig op te treden. Wegens de moeilijkheden die ontstonden om uit omliggende gewesten levensmiddelen enz. ingevoerd te krijgen, werd door de Nederlands-Indische regering een ruilpolitiek ingevoerd, bedoelende om aan Nederlands-Indië tegenover de goederen die het zou uitvoeren een evenredige invoer te verzekeren. Overtuigd dat het buitenland niet minder verlegen was om Indische producten dan Indië om allerlei buitenlandse artikelen werden tegenover de uitvoerverboden van andere landen ook in Indië uitvoerverboden uitgevaardigd, gepaard gaande met speciale uitvoervergunningen naar de landen of hun koloniën waaruit weer artikelen konden worden betrokken waaraan in Nederlands-Indië behoefte bestond. Deze politiek was niet alleen gunstig voor de Indische handel maar tevens voor de Nederlandse scheepvaart, die op deze wijze geregeld van uit- en thuisladingen verzekerd kon zijn. De handel op Amerika en Japan alsmede Australië breidde zich buitengewoon uit. Op verzoek van de Amerikaanse regering wordt door de boten in dienst van de Java- Pacific Lijn Manilla aangedaan.
De Duitse duikbootoorlog heeft ook gedurende het afgelopen jaar zware slagen toegebracht aan de Nederlandse koopvaardijvloot. Nagenoeg alle verliezen waren het gevolg van torpedering of het lopen op mijnen. Sedert het begin van de oorlog zijn 111 Nederlandse stoomschepen, motorboten en motorschoeners met totaal 294.332 br. ton ten gevolge van molest verloren gegaan. Hierbij kunnen nog gevoegd worden enige schepen, die uitbleven, waarschijnlijk eveneens door oorzaken in verband staande met de oorlog. Van de gerequireerde stoomschepen zijn 13 met 68.557 br. ton door torpedering en andere oorzaken gezonken. Het laat zich verklaren, dat door het langdurige stilliggen van de schepen tal van rederijen in 1918 heel wat minder gunstige bedrijfsresultaten zullen hebben verkregen dan in de drie vorige jaren. Het best waren die rederijen er aan toe, wier schepen door de Regering waren gevorderd of in gedwongen dienst van de Geassocieerden voeren. Wij geven hier een overzicht van de dividenden, door onderstaande rederijen uitgekeerd over de drie vorige jaren (in procenten):
1917 1916 1915
Holland-Amerika Lijn 25 55 50
Holland-Gulf Stoomvaart Mij. 20 40 10
Java-China-Japan Lijn 20 9 7
Koninklijke Hollandsche Lloyd 10 25 12
Kon. Nederlandsche Stoomboot Mij. 10 20 15
Kon. Paketvaart Maatschappij 15 12 10
Kon. West.-Indische Maildienst 10 12 12
Maatschappij Houtvaart 50 50 100
Maatschappij Zeevaart 30 50 50
Van Nievelt, Goudriaan & Co’s Stoomvaart Mij. 50 100 100
Rotterdamsche Lloyd 15 15 10
Solleveld, v.d. Meer & V. Hattum’s Stoomv. Mij. 50 100 100
Stoomvaart Mij. Hillegersberg 25 50 140
Stoomvaart Mij. De Maas 50 100 75
Stoomvaart Mij. Nederland 20 15 10
Stoomvaart Mij. Oostzee 30 60 60
Stoomvaart Mij. Triton 50 100 40
Vrachtvaart Mij. Bothnia 0 50 60
Wm. H. Müller & Co’s Alg. Scheepvaart Mij. 6 15 10
Zuid-Nederlandsche Stoomvaart Mij. 9 40 20
De Nederlandse scheepsbouw geraakte in de loop van het jaar, voor zover geen materiaal uit andere landen dan uit Duitsland kon worden betrokken, meer en meer tot stilstand. Sommige werven, die nog behoorlijk van materiaal voorzien waren, konden de werkzaamheden behoorlijk voortzetten. Toen in november jl. het uitvoerverbod van scheepsmateriaal werd opgeheven bestond er goede hoop dat weldra weer voldoende voorraden zouden worden aangevoerd voor alle werven, daar na de totstandkoming van de wapenstilstand de “zwarte lijsten” werden opgeheven.
Gedurende het afgelopen jaar worden, evenals in de vorige oorlogsjaren, tal van nieuwe rederijen opgericht, die merendeels in het bezit zijn van kleine schepen. Voorts hadden in verschillende rederijen wijzigingen plaats. Plaatsruimte verhindert ons ditmaal deze in bijzonderheden te bespreken.
Toegevoegd werden in 1913 aan de Nederlandse koopvaardijvloot door aanbouw 61 stoomschepen en 27 motorschoeners, met een inhoud van 113.878 br. ton, waarvan voor: s.s. m.sch. br. ton
Amsterdam .... 17 9 45.260
Rotterdam .... 44 18 68.618
Daarentegen verminderde de vloot met 30 stoomschepen en 5 motorschoeners, metende 55.288 bruto ton, waarvan voor:
s.s. m.sch. br. ton
Amsterdam .... 8 — 19.015
Rotterdam .... 20 5 37.156
‘s-Gravenhage .... 1 — 147
Vlissingen .... 1 — 1.970
Hiervan werd één stoomschip naar het buitenland verkocht. De gehele Nederlandse koopvaardijvloot telde ultimo december 1918 - 517 stoomschepen (incl. motorboten) en 33 motorschoeners, metende totaal 1.424.164 br. ton, waarvan thuis behoren te:
s.s. m.sch. br. ton
Amsterdam .... 268 14 704.488
Rotterdam .... 224 19 674.849
‘s-Gravenhage .... 20 — 37.997
Vlissingen .... 3 — 6.105
Groningen .... 2 — 725
De zes in Nederlands-Indië geïnterneerde Duitse schepen, in de Nederlandse vloot overgebracht, ter vervanging van de op 22 februari 1917 bij Falmouth getorpedeerde zes Nederlandse schepen, zijn hierbij niet inbegrepen.
Ultimo december 1918 waren, voor zover gerapporteerd, voor de Nederlandse vloot in aanbouw en in aanbouw gegeven 99 stoomschepen en 12 motorschoeners, met een inhoud van ca. 360.000, en wel voor:
s.s. m.sch. br. ton
Amsterdam .... 28 — 118.000
Rotterdam .... 39 1 124.000
Vlissingen .... 3 — 8.600
Sliedrecht .... 1 — 500
div. Ned. rederijen .... 33 11 110.000
Voor het ogenblik bestaat in handels- en scheepvaartkringen slechts belangstelling voor de toekomst. De resultaten van de economische conferentie te Londen betreffende de werelddistributie, waarbij Nederland betrokken is niet alleen als consument maar tevens als leverancier, door verstrekking van producten uit Nederlands-Indië, worden hier te lande met groot verlangen tegemoet gezien. De Nederlandse scheepvaart zal mede haar deel moeten bijdragen voor het tot stand komen van een behoorlijke distribuering van de beschikbare artikelen over verschillende landen. Moge het vredesjaar 1919 het teken geven voor nieuwe opbouw en bloei.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Amsterdam, 3 januari. Volgens particulier bericht zal een contract gesloten worden om de lading vis van het bij Stavanger gestrande Nederlandse schip GABRIELLE te bergen op de basis van „no cure no pay''.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Hamburg, 3 januari. De Nederlandse tjalk VOORWAARTS (opm: ex. ONDERNEMING) kapt. Salomons, met hout van Helsingborg naar Rotterdam, heeft in het Kattegat zeilen en een anker verloren. Het schip is te Frederikshavn aangekomen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Hamburg, 3 januari. De Nederlandse motorschoener CARLITO is met schade aan het stuurtoestel voor reparatie in Frederikshavn aangekomen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Elseneur, 21 december. Het Nederlandse stoomschip LILIAN SPLIETHOFF van Söderhamn naar Amsterdam met hout, is hier in lekkende toestand aangekomen. Het schip moet worden onderzocht.


07 januari 1919


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Stoomboot Maatschappij Hilligersberg.
De Twentsche Bank bericht, dat op 14 januari te hare kantoren te Amsterdam, Rotterdam,
's-Gravenhage en Utrecht, ten kantore van Kortenaerbank te 's-Gravenhage, de Haarlemsche Bankvereeniging te Haarlem en haar bijkantoren, van de Groninger Bank te Groningen en haar bijkantoren, van de heer B.W. Blijdenstein Jr. te Enschede en van de heren Ledeboer & Co. te Almelo, de inschrijving wordt opengesteld op 540 aandelen elk groot NLG 1.000 Stoomboot Mij. Hillegersberg aan toonder, voor het eerst delende in het dividend over het boekjaar 1 januari—31 december 1919, tot de koers van 210 %, met recht van voorkeur voor de tegenwoordige aandeelhouders, in dier voege, dat NLG 1.000 oud-aandeel recht geeft op NLG 1.000 nieuw-aandeel.
Aan de toelichting van het prospectus ontlenen wij het volgende: De Maatschappij heeft op het ogenblik een geplaatst en volgestort kapitaal van NLG 540.000. Na de binnenkort plaats hebbende voltooiing van een stoomschip van ongeveer 3.200 ton draagvermogen, dat ongeveer NLG 1.200.000 kost, zal de Maatschappij in het bezit zijn van 3 stoomschepen, tezamen 11.450 ton, waarvan de boekwaarde op NLG 798.500 komt, d.i. gemiddeld nog geen NLG 69 per ton draagvermogen. De winsten over 1918 zijn nog niet geheel te overzien, doch het staat wel nu reeds vast, dat na zeer ruime reservering voor afschrijving een zeer bevredigend dividend zal kunnen worden uitgekeerd, belangrijk hoger dan dat, hetwelk over 1917 (25%) tot uitkering kwam. Ter uitbreiding van ons materiaal en teneinde de geldmiddelen van onze Maatschappij nog meer te versterken, wensen wij over te gaan tot deze uitgifte. Het ligt in de bedoeling, om het agio op deze uitgifte aan te wenden tot afschrijving op de stoomschepen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 6 januari. Uit Noorwegen wordt o.a. geschreven, dat ruim 75.000 ton in Nederland gebouwd zullen worden voor Noorwegen, maar dat wegens de moeilijkheden, door de Nederlandse autoriteiten aan de uitvoering van de contracten in de weg gelegd, Noorse reders niet spoedig weer order orders in Nederland zullen plaatsen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 6 januari. Het stoomschip NAUTILUS, op reis van Rotterdam naar Kristiania, hier binnengelopen wegens gebrek aan kolen, heeft gisteren de reis voortgezet.


08 januari 1919


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

IJmuiden, 7 januari. Het Nederlandse stoomschip WESTERSCHELDE, van Skutskär hier aangekomen, heeft ongeveer 25 standaard van de deklast hout verloren.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Voor de vrijgelaten schepen.
Met de gisteravond van IJmuiden naar Swansea en Londen vertrokken stoomschepen COMMEWIJNE en MAASSTROOM vertrokken drie bemanningen naar Engeland om een gelijk aantal door de geallieerden vrijgelaten Nederlandsche stoomschepen in ontvangst te nemen en naar Nederland over te brengen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Hendrik-Ido-Ambacht, 6 januari. Van de werf van de firma Jonker & Stans alhier is te water gelaten de zeegaande sleepboot werfnummer 140. De machine en ketel worden vervaardigd aan de N.V. Machinefabriek Bolnes te Bolnes.


09 januari 1919


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Nederland en de crisis. De neutrale schepen in Amerikaanse dienst.
Reuter seint uit Washington: Er zullen 357 schepen, toebehorende aan neutrale landen, o.a. Nederland en Scandinavië, die door de Shipping Board waren gecharterd, worden vrijgegeven zodra de bestaande contracten zijn afgelopen, hetgeen over het algemeen over 7 à 8 maanden het geval is. Er wordt een speciale regeling overwogen voor de Nederlandse schepen, die het vorig voorjaar voor oorlogsdoeleinden in beslag werden genomen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Zweeds schip vergaan.
Blijkens telegrafisch bericht bij het Ministerie van Buitenlandse Zaken ontvangen van de Nederlandse consul te Emden, is het Zweedse zeilschip POLSTERN, op reis van IJmuiden naar Delfzijl, bij Borkum vergaan.
De Nederlandse bemanning, bestaande uit Joh. Gerardus Jesse, wonende Linnaeusstraat 33, Nic. Telghuis, Van Swindenstraat 45, Chr. Roelfs, Mariniersplein 16. Hazneres (?) Richter, Tasmanstraat 25, Thed. Gerard Willem Boon, 2e Hugo de Grootstraat 4, allen te Amsterdam, zijn gered en allen te Emden aangekomen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 8 januari. Het stoomschip LILIAN SPLIETHOFF arriveerde 8 januari van Söderhamn te Amsterdam met hout.


10 januari 1919


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

N.V. Amsterdamsche Vrachtvaart Maatschappij.
De heren H.M. Hansen en D.C. Meiners hebben als directeuren ontslag genomen. Als directeur is benoemd de firma Ph. van Ommeren te Rotterdam.
Tot commissarissen zijn benoemd de heren H.M. Hansen en D.C. Meiners. Daar geen voldoend aantal stemgerechtigde aandeelhouders aanwezig was, is statutenwijziging verdaagd tot de vergadering van 21 januari.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Amsterdam, 9 januari. Volgens alhier ontvangen particulier bericht werd van de lading vis van de vrachtlogger GABRIELLE (zie Avondblad 30 dec.) 70 ton geborgen, die zal worden verkocht.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Emden, 3 januari. De tjalk ZWERVER (zie Avondblad 2 jan.) werd hier onder eigen zeil binnengebracht door een deel van de bemanning van de loods-schoener KNOOK, die het schip op de Rottumerplaat had aangetroffen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Maassluis, 9 januari. Aangekomen BEIJERLAND stoomschip van Liverpool, via Londen met stoomschip DIRKSLAND van Londen op sleeptouw.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Stoomschip INSULINDE. Naar wij vernemen zal het stoomschip INSULINDE zaterdag 18 januari van Rotterdam naar Nederlands-Indië vertrekken.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van de N.V. Machinefabriek en Scheepswerf van P. Smit Jr. te Rotterdam is gisteren met goed gevolg te water gelaten de 1.000 ton zeevrachtboot werfnummer 300, in aanbouw voor eigen rekening.
De afmetingen zijn: Lengte 55 meter, breedte op het grootspant 8,48 m., holte van vlak tot voordek, in de zijde 4,50 m. Het schip wordt gebouwd volgens de voorschriften van de Eng. Lloyd en volgens de Nederlandse Schepenwet.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Londen, 24 december. Van het Russische stoomschip GAGARA, dat met een lading van 500 standards hout van Rusland naar Kopenhagen was vertrokken, heeft men sedert de afvaart niets meer vernomen, zodat men het ergste vreest. De GAGARA, ex. Zandbergen ex. Bacchus, is groot 3.145 bruto en 1.984 netto ton, werd in 1902 gebouwd en behoort aan de West Russian S.S. Co. te Petrograd.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Het stoomschip PATROCLUS van de Nederlandsche Stoomvaart Maatschappij Oceaan, dat door Engeland in beslag genomen was, is van Londen hier aangekomen om voor Java te laden.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Aan het mailverslag van de Gouverneur van Curaçao over het tweede kwartaal van 1918 ontlenen wij, dat op Curaçao twee aldaar gebouwde schoeners werden te water gelaten, groot resp. 219 m3 en 466 m3. De eerste was voor buitenlandse rekening gebouwd.


11 januari 1919


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Ketelontploffing op een torpedoboot.
Naar wij vernemen heeft hedenochtend aan boord van de torpedoboot G 14, die in de haven van Vlissingen ligt, een ketelontploffing plaats gehad. Twee man worden vermist.
Er werden in het geheel vier opvarenden gewond, waarvan een ernstig. Er worden nog twee opvarenden vermist, die dus vermoedelijk zijn omgekomen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Maassluis, 11 januari. Het Nederlandse stoomschip VECHT is halverwege de Noorderpier aan de grond gevaren, doch hedenmorgen met assistentie van de sleepboot BLANKENBURG weer vlot gekomen. Het stoomschip heeft de reis voortgezet.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

De vaart op Oost-Indië. Naar wij vernemen zal het passagiersschip PRINS DER NEDERLANDEN, van de Stoomvaart Mij. Nederland, vermoedelijk 1 februari van Amsterdam naar Nederlands-Indië vertrekken.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 10 januari. Het stoomschip BEIJERLAND is gisteravond met het stoomschip DIRKSLAND op sleeptouw hier aangekomen. De BEIJERLAND kwam van Liverpool doch heeft in Londen de DIRKSLAND op sleeptouw genomen. De DIRKSLAND vertrok 23 september vorig jaar van Rotterdam naar Londen, liep toen op een mijn, doch werd met schade te Yarmouth binnengesleept.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Amsterdam, 9 januari. Volgens alhier ontvangen particulier bericht zijn van de lading vis van het bij Skudesnaes gestrande Nederlandse schip GABRIELLE 70 ton geborgen, die verkocht zullen worden.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Amsterdam, 9 januari. De Nederlandse stoomschepen AMOR, OBERON en ORION vertrokken heden van hier naar Barry om steenkolen te laden voor Gibraltar; vandaar zullen deze schepen naar Zuid Amerika vertrekken om graan te laden voor de Nederlandse Regering.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Londen, 9 januari. De Nederlandse schoener REGINA, van Rotterdam naar Bordeaux, is met schade aan de zeilen te Brest aangekomen.


12 januari 1919


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Ketelontploffing in een torpedoboot. Gisterenavond werd ons uit Vlissingen gemeld dat de lijken van de beide vermiste stokers van de G 14, Nellen en Blaas, nog niet gevonden waren. De boot, die eerst aan de werf De Schelde werd gelegd, zou dien avond nog in het droogdok gebracht worden om daar te worden leeggepompt. Dan zal blijken of de lijken in het onder water staande ruim zijn. Voor de gewonden, wier aantal vijf bedraagt, was spoedig medische hulp aanwezig. Zij werden naar het St. Josephziekenhuis gebracht; hun toestand is niet levensgevaarlijk.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Nederlandse scheepsbouw in 1918.
In het afgelopen jaar werden, voor zover onze gegevens strekken, van de gezamenlijke Nederlandse scheepswerven voor binnen- en buitenlandse rekening te water gelaten voor de zeevaart (handelsvaart) 68 stoomschepen en 20 motorschoeners, metende totaal ca. 125.000 bruto register ton, tegen 87 stoomschepen en 28 motorschoeners met 167.000 bruto register ton in 1917.
Aan het einde van 1918 waren op de Nederlandse werven voor binnen- en buitenlandse rekening in aanbouw of in aanbouw gegeven voor de zeevaart (handelsvaart) 153 stoomschepen en 24 motorschoeners met ca. 440.000 bruto reg. ton, tegen 119 stoomschepen en 21 motorschoeners met ca. 220.000 bruto reg. ton aan het einde van 1917. Van deze nieuwe schepen waren o.a. in opdracht of in aanbouw bij:
- Nederlandsche Scheepsbouw Mij, Amsterdam, 8 stoomschepen met ca. 54.000 ton;
- Verschure & Co's Scheepswerf en Machinefabriek, Amsterdam, 2 s.s. met ca. 4.000 ton;
- Mij voor Scheeps- en Werktuigbouw Fijenoord, Rotterdam, 5 s.s. met ca. 26.825 ton;
- Burgerhout's Machinefabriek en Scheepswerf, Rotterdam, 8 s.s. met ca. 34.800 ton;
- Werf Gusto, Schiedam, 4 stoomschepen met ca. 25.000 ton;
- Rotterdamsche Droogdok Mij., Rotterdam, 9 stoomschepen met ca. 36.000 ton;
- Bonn & Mees, Rotterdam, 2 stoomschepen met ca. 14.500 ton;
- Rijkée & Co., Rotterdam, 2 stoomschepen met ca. 8.400 ton;
- Boele's Scheepswerven en Machinefabriek, Bolnes, 6 stoomschepen met ca. 13.830 ton;
- Werf Dordrecht, Dordrecht, 7 stoomschepen met ca. 25.649 ton;
- Kon. Maatschappij De Schelde, Vlissingen, 5 stoomschepen met ca. 25.870 ton;
- Lobitsche Scheepsb. Mij. v/h Gebr. Bodewes, Lobith, 3 stoomschepen met ca. 11.300 ton;
- Werf Conrad, Haarlem 3 stoomschepen met ca. 15.250 ton;
- Scheepsbouwwerf Nieuwe Waterweg, Schiedam, 3 stoomschepen met ca. 12.000 ton;
- Gebr. Pot, Bolnes, 3 stoomschepen met ca. 8500 ton;
- J. & K. Smit's Scheepswerven, Kinderdijk, 5 stoomschepen met ca. 14.000 t.;
- Scheepsbouwwerf Baanhoek, Sliedrecht, 4 stoomschepen met ca. 7.600 ton;
- A. Vuyk & Zn., Capelle a/d IJssel, 3 stoomschepen met ca. 9.000 ton;
- Van der Giessen & Zn., Kralingen, 3 stoomschepen met ca. 7.830 ton.


13 januari 1919


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Ketelontploffing in een torpedoboot.
Nadat de torpedoboot G 14 in het droogdok was opgenomen en het water was uitgepompt werden de lijken van de vermiste stokers W.H. Nillen en L. Blaas tussen de verwrongen delen van de boot gevonden. Een hunner had op drie plaatsen het been gebroken, de tweede moet waarschijnlijk door verdrinking het leven hebben verloren. De toestand van de gewonden, die zijn opgenomen in het verpleeghuis te Middelburg, is naar omstandigheden redelijk.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Ramsgate, 4 januari. Het Nederlandse zeilschip ENGELINA, met glas van Maassluis naar Havre, is hier binnengelopen met verlies van zwaard en schade aan de zeilen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Barcelona, 7 januari. Het stoomschip KELBERGEN, van Genua naar Hampton Road, is hier aangekomen met verbogen krukas en beschadigd thrustblok. De schade wordt hier gerepareerd.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

IJmuiden, 13 januari. De vrachtlogger KORNELIS, van Kjöge naar Rotterdam, is met lekkage, dek schade en gebrek aan proviand door de stoomtrawler MARIE ANNA KLEIN (IJM-330) alhier binnengesleept.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Londen, 7 januari. Het Nederlandse stoomschip ROSSUM heeft 27 december, op reis van Gibraltar met palmpitten naar Marseille, door aanvaring met een onbekend gebleven schip diverse schade bekomen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Hamburg, 10 januari. De Nederlandse tjalk REHOBOTH, van Kopenhagen naar Porsgrund bestemd, is met verlies van roer door de sleepboot BIEN te Elseneur binnengesleept. Het schip had in de Sont met zwaar stormweer te kampen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De demobilisatie van de Duitse vloot
Londen, 11 januari. Het nieuwe Duitse slagschip BADEN, waarvan de uitlevering door de admiraliteit was geëist in plaats van de MACKENSEN, die nog niet voltooid is, is behoorlijk uitgeleverd te Scapa Flow. De commissie van de geallieerden, die een onderzoek heeft ingesteld in de Duitse havens bericht, dat de demobilisatie van de Duitse vloot bevredigend opschiet, hoewel de toestand tot allerlei moeilijkheden aanleiding geeft. De wijze waarop de Duitse oorlogsschepen door de bemanningen zijn verwaarloosd na de revolutie op de vloot, zou alleen al ten gevolge hebben gehad, dat de schepen, die in Duitsland zijn gebleven totaal onstrijdvaardig zijn geworden, maar de commissie heeft ze nog weerlozer gemaakt door te eisen, dat de kanonnen, de munitie en andere uitrustingsstukken werden verwijderd. Die zijn nu opgeslagen onder toezicht van de geallieerden. Te Kiel, te Wilhelmshaven en in andere grote havens is de demobilisatie zo goed als afgelopen. Van de 170 niet voltooide duikboten, die in Duitsland zijn aangetroffen, zijn verreweg de meeste niets meer dan geraamten. Van de 60 voltooide duikboten zullen er 16 de 12e januari uit Duitsland vertrekken, om te worden uitgeleverd aan de Engelse vloot.


14 januari 1919


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Aanvoer van petroleum.
Het Nederlandse stoomschip AMERICAN is 3 januari van New York vertrokken naar Rotterdam met ongeveer 4.000 ton petroleum.
Onderweg zijn nog de ROTTERDAM met 6.000 ton en de MINA BREA met 4.000 ton, totaal dus 14.000 ton, terwijl het stoomschip NEW YORK, dat ongeveer 8.000 ton kan laden, zich op weg naar Amerika bevindt.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Het stoomschip AMSTELDIJK van de Holland Amerika Lijn is gistermiddag van Norfolk voorgaats van de Nieuwe Waterweg aangekomen met 7.500 ton kolen.
Smeerolie. Het stoomschip VLISSINGEN is te Vlaardingen aangekomen met 875 vaten smeerolie uit Engeland.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Uit de Staatscourant. Bij Koninklijk Besluit zijn van 1 januari 1919 tot 1 januari 1921 benoemd in de Raad voor de Scheepvaart:
Tot voorzitter: mr. A.J. Cnoop Koopmans, Amsterdam; tot plv. voorz. mr. G. Kirberger, raadsheer in het gerechtshof, Amsterdam; tot secr.: mr. H.B. Tjeenk Willink, adv. en proc., Amsterdam; tot plv. secr.: mr. C. Henny, adv., Amsterdam;
tot vaste leden: W. Allirol, gep. kapt. t. z., ‘s-Gravenhage en L. Roosenburg, oud.-lt. ter zee 2e kl., directeur van de filiaal inr. van het Kon. Ned. Meteor. Inst., Amsterdam; D.H. Hinlopen, oud-gezagvoerder, oud-insp. v.d. Kon. Ned. Stoomboot Mij., Bussum, en C.L.B. Kotting, oud-gezagvoerder, Gem. Havenmeester, Amsterdam;
tot plaatsvervangers v.d. vaste leden: H. de Booy; gep. luit. t. z. 1e kl., Amsterdam, en R. Posthumus Meyjes, oud-luit. t z. 1e. kl., Soesterberg; W. Bakker, dir. v.d. Gem. Havendienst, ‘s-Gravenhage; J.S. Brouwer, insp. v. de Stoomvaart Mij. Rotterdamsche Lloyd, Rotterdam, en D. Hubert, oud. gezagvoerder, ‘s-Gravenhage;
tot buitengewone leden: als schipper v.d. Gr. Vaart, P. de Boer, oud. gezagvoerder v.d. Stoomvaart Mij. Rotterdamsche Lloyd, ‘s-Gravenhage; als schipper van de Kleine Vaart, Jan Mooi, Groningen; als schipper v.d. zeevisserij G.Z. Jol, ’s-Gravenhage; P.J. Prins, walschipper en dir. van de Zeevisscherij Mij. Praxis, IJmuiden; als werktuigkundige W. Fenenga, gedel. lid v.h. best. van de Amsterdamsche Droogdok Mij., Amsterdam; als elektrotechnicus G.J. Kniphorst, res.-kap., belast met de radio-centr. en censuurdienst, Utrecht; als scheepsbouwkundige v.d. gr. vaart J.T.J. de Bruyn Kops, scheepsbouwkundige ing., Epe; als scheepsbouwkundige van de kleine vaart, P.H. Bos, lid van de fa. Gebrs. Bos, scheepsbouwmeester, Groningen; als scheepsbouwkundige v.d. zeevisserij, J. Verwey, scheepsbouwkundige, Rotterdam; als mach., R.C. Weidenaar, techn. insp. bij de Stoomvaart Mij. Rott. Lloyd, Rotterdam;
tot plaatsvervangers v.d. buitengewone leden: als reder van de grote vaart, Z.W.C. Dekkers, lid van de fa. Erhardt en Dekkers, Rotterdam; als schipper v.d. grote vaart, A. Smits, oud-gezagv. v.d. Kon. Paketvaart Mij., ‘s-Gravenhage: als reder v.d. zeevisserij, A. Hoogendijk Jzn., Vlaardingen; als werktuigk. H. van Helden, hoofd-insp. v.d. Holland Amerika Lijn, Rotterdam; als elektro-techn. A.J. Roelofsz, hoofding. bij de fa. Siemens en Halske, ‘s-Gravenhage; als scheepsbouwkundige v.d. gr. vaart, M.A. Cornelissen, scheepsbouwkundig ing., Amsterdam; als scheepsbouwkundige v.d. kleine vaart, F. Smit Jzn., lid van de fa. E.J. Smit en Zn., Hoogezand, en J.Th. Wilmink, Groningen; als scheepsbouwkundige v.d. zeevisserij, D. Taat, Katwijk aan Zee.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

De Raad voor de Scheepvaart stelde een onderzoek in naar het op een mijn lopen op 24 september 1918 van het stoomschip DIRKSLAND waarbij de stoker om het leven is gekomen. Het schip behoorde toe aan de Nederlandsche Lloyd te Rotterdam.
De gezagvoerder De Bruin uit Rotterdam, als getuige gehoord, verklaarde in de avond van de 23e september van Rotterdam vertrokken te zijn met bestemming voor Dover. De gehele nacht was getuige op de brug gebleven. Des morgens om 7.55, toen het schip zich op 12 mijl ten Z.O. van een Engels vuurschip bevond, voelde hij een hevige schok. Een ontploffing had plaats; getuige zag een waterzuil opstijgen. Hij veronderstelde, dat het schip op een mijn gestoten was.
Er ontstond geen paniek aan boord. In de machinekamer was een lek geslagen en de zich daar bevindende stoker vond hierdoor de dood.
De bemanning ging, nadat de ontploffing plaats had, in de boten en bleef nog enige uren aan stuurboordzijde liggen. Door een zware regenbui verloor de uit 12 koppen bestaande bemanning het schip uit het oog en zeilde men in de richting naar de Hollandse kust. Zij werden na 30 uren zeilen door de Scheveningse logger SCH-387 opgenomen en aan land gebracht.
Het getroffen schip werd eerst naar Engeland gesleept en later naar ons land overgebracht om daar gerepareerd te worden.
De eerste stuurman verklaarde nog, dat hij direct nadat het ongeval plaats had, met een boot naar de Engelse kust is gegaan, om daar redding te zoeken. Men constateerde daar, dat het schip midden in een mijnenveld lag. Van Engelse zijde werd het getroffen schip toen naar Engeland gesleept. De Raad zal later uitspraak doen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Loggers en vrachtvaart. IJmuiden, 13 januari. De vier vrachtloggers ARGO I, II, III en IV van de Scheepvaart Mij. ‘Argo’ te Vlaardingen zijn onderhands aangekocht door de Bataafsche Visscherij Mij. te IJmuiden, met het doel deze schepen wederom voor de haringvisserij te doen inrichten. De visserij schijnt dus meer rendabel te zijn dan de vrachtvaart.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

IJmuiden, 12 januari. De motorschoener RIEK, van Rotterdam naar Bergen, wegens gebrek aan olie als zeilschip vertrokken, is wegens onbestuurbaarheid hier binnen gelopen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

IJmuiden, 13 januari. Men maakt zich in scheepvaartkringen zeer ongerust over het lange uitblijven van het Nederlands zeilschip (opm: kof) TRIJNTJE, dat van Helsingborg naar Amsterdam bestemd is en 28 december van Thyborøn (Denemarken) vertrok.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Verkochte schepen. Nieuwediep, 10 januari. De sleepboten ATLAS, SIMSON en TITAN van de Sleepdienst Gebr. Zur Mühlen te Nieuwediep en IJmuiden, zijn verkocht aan de rederij de Internationale Sleepdienst te Rotterdam.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Rotterdam, 13 januari. De motorschoener REBECCA (zie Avondblad 4 jan.) zal te Moss repareren.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van de N.V. Scheepswerven v/h H.H. Bodewes te Millingen is te water gelaten de stalen stoomdrifter DERIKA, gebouwd voor rekening van de rederij Osendorp te IJmuiden. De afmetingen zijn 37 x 6,60 x 3,50 m.


15 januari 1919


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart. De Raad heeft gisteren een onderzoek ingesteld betreffende het op een mijn lopen op 24 september jl. van het stoomschip DIRKSLAND van de Nederlandsche Lloyd te Rotterdam, waarbij de stoker het leven verloor.
Kapitein De Bruin verklaarde in de nacht van 23 op 24 september voortdurend op de brug te hebben gestaan. In de avond van 23 september was Rotterdam verlaten. ’s Morgens tegen 8 uur voelden getuigen een hevige schok. Het schip was toen 12 mijl ZO van een Engels vuurschip. Getuige hoorde een ontploffing en zag een waterzuil. Hij meende, dat het schip op een mijn was gestoten. In de machinekamer was een lek geslagen en de daar aanwezige stoker heeft daarbij het leven verloren. Na de ontploffing ging de bemanning ordelijk in de boten, men bleef enige tijd bij het schip, doch dreef daarvan af door een zware regenbui. Na 30 uur varen werden de schipbreukelingen door een logger opgenomen. De 1e stuurman deelde mee, dat hij, direct na het ongeval met een boot naar de Engelse kust was gegaan om hulp te zoeken. Het bleek dat het schip in een mijnenveld lag. Het is later naar Engeland gesleept ter reparatie. De Raad zal later uitspraak doen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Steenkolen uit Amerika. Het stoomschip JASON is gisterenavond te IJmuiden binnengekomen met een lading steenkolen uit Norfolk.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Het tankstoomschip IRIS, gebouwd aan de werf van de firma Gebroeders Pot te Bolnes, voor rekening van de Petroleum Maatschappij La Corona te ’s-Gravenhage, heeft met gunstig gevolg op de Noordzee proef gestoomd (opm: op 13 januari). De hoofdafmetingen van het schip zijn: 326'-10" x 48'-6" x 27’-0". De machine en ketelinstallatie werd geleverd door de Rotterdamsche Droogdok Maatschappij. Het schip, gebouwd onder speciaal toezicht van Eng. Lloyd en Scheepvaartinspectie heeft een deadweight van 5.148 ton op 22'-7" diepgang en bereikte in beladen toestand een snelheid van ruim 11 knopen. Het ontwikkelde vermogen van de machine was ruim 2.200 ipk. De stoomketels zijn ingericht voor het stoken met olie brandstof zowel als met kolen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Wm.H. Müller & Co’s Batavier-Lijn. Rotterdam – Londen.
Hervatting van de Passagiersdienst voorlopig met het stoomschip BATAVIER IV.
Eerste afvaart zaterdag 18 januari a.s.
Passageprijs Rotterdam – Tilbury of omgekeerd NLG 60.
Nadere inlichtingen verstrekt: Batavierlijn, Willemsplein 3, Rotterdam.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 14 januari. Hr.Ms. DE ZEVEN PROVINCIËN onder bevel van kapitein ter zee Van der Wal heeft op de thuisreis naar Nederland Honolulu verlaten.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Door onderhandse uitgifte van 164 aandelen is het geplaatst en volgestort kapitaal van de N.V. Scheepsexploitatie Maatschappij Navis, gevestigd te Sliedrecht, gestegen tot NLG 500.000.


16 januari 1919


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepvaart concurrentie in het Verre Oosten.
In Noord-Celebes, de Tominibocht en de Sangir- en Talaud eilanden, schrijft de Java Bode is thans reeds sedert enige maanden een zware concurrentiestrijd begonnen tussen de Nippon Yusen Kaiska, Osaka Shosen Kaisha, Java-China-Japan Lijn en Koninklijke Paketvaart Mij. Vroeger werd de van bovengenoemde gewesten afkomstige lading voor China en Japan per Paketvaart stomer naar Makasser en Javahaven verscheept alwaar de producten werden overgeladen in de J.C.J.L. boten. Nu in de laatste tijd echter de beide Japanse lijnen Menado en Gorontalo aandoen, is de Java-China-Japan Lijn wel verplicht beide havens eveneens aan te lopen, waarvan de primitieve haveninrichtingen voor grote schepen heel wat bezwaren opleveren. In de toekomst zullen de Hollandse maatschappijen scherp moeten concurreren, willen zij het leeuwendeel van het vervoer in handen houden. De Osaka Kaisha heeft dan ook het plan, zodra de tijden wat gunstiger zullen zijn, om op meerdere voordelige lijnen van de Paketvaart, boten te plaatsen.
Niet alleen in de lokale vaart in de Indische wateren zal deze Japanse maatschappij een geduchte concurrent worden, doch ook voor het traject Indië-Holland, want thans heeft zij in Japan acht grote mail- tevens vrachtschepen op stapel van een 8.000 à 10.000 ton laadvermogen, welke, zodra de oorlog afgelopen zal zijn, een geregelde maandelijkse verbinding zullen onderhouden tussen Japan en Holland via Java en Londen of Southampton. De vraag is thans hoe de handel zich tegenover deze nieuwe lijn zal stellen. O.i. zijn de handelingen van de Stoomvaart Maatschappij Nederland en Rotterdamsche Lloyd gedurende de afgelopen oorlogsjaren niet van dien aard geweest, dat veel dankbaarheid en steun van de handel verwacht kan worden. Beide Hollandse maatschappijen hebben, toen zij het rijk alleen hadden, de gemoederen hier lelijk verbitterd.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Hamburg, 15 januari. De Nederlandse schoener JACOBA, van Rotterdam met hoepels naar Limhamn, is 11 dezer te Skagen binnengelopen, na bij Doggersbank zeer slecht weer te hebben doorstaan. De kapitein is overboord geslagen en verdronken. (opm: kapt. G. Drenth)


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Naar men verneemt, zal aan de algemene vergadering van aandeelhouders der N.V. Scheepswerf De Maas te Rotterdam worden voorgesteld om deze N.V. te combineren met de Internationale Betonscheepsbouwmaatschappij.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Delfzijl, 13 januari. Zaterdag is hier van Emden binnengekomen het tjalkschip VRIENDSCHAP van de rederij W. Rubertus. Dit schip was 23 maart 1918 op de reis van Kopenhagen naar Amsterdam, toen het volgens de verklaring van de kapitein reeds ter hoogte van Terschelling was, door de Duitsers aangehouden en naar Borkum opgebracht. Het is thans door het Prijsgerecht te Hamburg vrijgelaten.


17 januari 1919


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Tampa, 23 december 1918. De Nederlandse schoenerbrik HOOGEZAND I, met een lading mangaanerts van Santiago naar Key West, is op 8 dezer (= 8 december 1918) bij Kaap San Antonio gestrand en totaal wrak. Kapitein Wyrdeman en de overige opvarenden zijn gered. Het schip was van D.H. Botje te Groningen, mat 230 ton bruto en 198 ton netto en was gebouwd in 1895.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rome, 17 januari. Naar de Giornale d’Italia uit Palermo verneemt, is het Franse stoomschip CHAPROI (opm: moet zijn CHAOUIA, naam verminkt in telegram), met 650 passagiers, meest Grieken, Serviërs en Russen, aan boord, op weg naar Piraeus, in de Straat van Messina op een mijn gelopen. 150 opvarenden zijn gered; men vreest dat er 500 zijn verdronken.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepvaart Mij. Holland-Friesland.
In een hedenmiddag gehouden buitengewone algemene vergadering van aandeelhouders in de Scheepvaart Maatschappij Holland-Friesland werd na langdurige discussie, vooral door het comité van actie waarvan als woordvoerder optrad de heer S. van Messel, met 317 tegen 77 stemmen de statutenwijziging aangenomen. Daarna had een algemene vergadering plaats welke was uitgeschreven door een groep van aandeelhouders, vertegenwoordigende meer dan ¼ van het maatschappelijk kapitaal. Als voorlopige commissarissen van de nieuw op te richten maatschappij werden benoemd de heren J.F. Huttinga, H.A. Vosman, H. Landstra, E. Komter, S. Tulp Szn. en J.H. Berghuis, allen te Leeuwarden. Tevens werden de andere voorstellen aangenomen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Stoomvaart Maatschappij Leonora.
Blijkens het jaarverslag was alleen het stoomschip AGNETA, zij het zeer ongeregeld, in de vaart. Het maakte drie reizen naar de Oostzee en terug en werd op de tweede reis voor Swinemünde opgebracht en een maand vastgehouden. Niettemin is het resultaat niet onbevredigend. De exploitatie gaf een voordelig saldo van NLG 72.607, waarbij aan het assurantiefonds een bedrag van NLG 49.685 kan worden toegevoegd. Na aftrek van onkosten en intrest, NLG 17.400 afschrijving op het stoomschip, dotatie van het surveyfonds met NLG 10.000 en van de buitengewone reserve met NLG 24.420, blijkt dat een saldo ter verdeling overblijft dat met het onverdeeld saldo vorig jaar de uitbetaling van 34% dividend mogelijk maakt. Aan de buitengewone reserve kon bovendien worden toegevoegd een bedrag van NLG 84.360, wegens restitutie van te veel betaalde oorlogswinst-belasting. Deze buitengewone reserve, die aldus steeg tot NLG 165.000 zal nog verdere verbetering ondergaan na afwikkeling van de ‘Leonora kwestie’.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

IJmuiden, 17 januari. Het beslag op de vrachtlogger ZEELAND (zie Avondblad 2 jan.) is opgeheven.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Vlissingen, 16 januari. De Nederlandse drie-mast schoener LIBERIA wordt op de werf van de Koninklijke Maatschappij ‘De Schelde’ alhier van nieuwe masten voorzien.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Amsterdam. 15 januari. Het stoomschip FRISIA, van de Kon. Hollandsche Lloyd, is gisteren van hier naar Cardiff vertrokken om aldaar te bunkeren. Daarna komt het schip naar Amsterdam terug in lading naar Zuid Amerika.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Kopenhagen, 7 januari. Het door de tjalk REHOBOTH verloren roer is door vissers geborgen en eveneens naar Elseneur gebracht. schip zal, na gerepareerd te hebben, de reis voortzetten.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 17 januari. Gisteren is alhier op de Eems met het nieuwe stoomschip ALBLASSERWAARD proef gestoomd. Het schip is gebouwd op de werf van Gebr. van Diepen te Waterhuizen. De compound machine van 400 pk is geleverd door de fabriek Fulton te Martenshoek. Het is groot 764 m3 netto en behoort te Sliedrecht thuis. Reder is de heer Navis. De proeftocht is goed geslaagd.


18 januari 1919


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Messina, 17 januari 1919. Het Franse stoomschip CHAOUIA is op 40 mijl ten Noorden van Kaap Peloro op een drijvende mijn gelopen en gezonken. Van de 690 passagiers en leden van de bemanning zijn slechts 230 personen gered. De CHAOUIA werd in 1896 te Vlissingen gebouwd en was eigendom van de Cie. de Navigation Paquet te Marseille. (opm: ex-KONINGIN WILHELMINA – S.M.N.)


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Tampa, 23 december. Het Nederlandse schoenerschip HOOGEZAND I, met mangaanerts van Santiago naar Key West, is 8 dezer bij Kaap San Antonio gestrand en totaal verloren. Alle opvarenden zijn gered.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Londen, 15 januari. Het Nederlandse schip SEMPER SPERA, naar Hull bestemd, is te Grimsby binnengebracht na bij Spurn Head aan de grond te hebben gezeten.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Christiania, 28 december. Het door een Duitse onderzeeër in brand geschoten en daarna te Christiania (opm: Oslo) binnengesleepte Nederland schoenerschip ZWAANTJE CORNELIA (zie Avondbl. 3 aug. 1918) is aldaar in publieke veiling verkocht.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Poole, 9 januari. De motorschoener ZWALUW, van Southampton naar Poole bestemd, is in de Bournemouth Baai gestrand. De opvarenden zijn hier geland.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Mijnengevaar. In een algemene mededeling voor de scheepvaart, opgenomen in een “Bericht aan Zeevarenden", wordt gezagvoerders van schepen er op attent gemaakt, dat er een groot aantal mijnen gezonken is, zonder te zijn gesprongen. De mogelijkheid bestaat, dat sommige van deze mijnen op de bodem van de zee liggende, nog gevaarlijk zijn. Gezagvoerders moeten er zorg voor dragen, indien enigszins mogelijk, minstens 6 voet water onder de kiel te houden in de nabijheid van ondiepten of in de vaarwaters naar havens, waar gedurende de oorlog met mijnen gewerkt is.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Het bij Gebr. Van Diepen te Waterhuizen nieuw gebouwde stoomschip ALBLASSERWAARD heeft op de Eems proef gestoomd en in alle opzichten aan de gestelde eisen voldaan. (opm: zie ook NNO 170119)


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Stoomvaart Maatschappij Zeeland.
De Stoomvaart Maatschappij Zeeland is voornemens de dienst woensdag a.s. met het stoomschip ZEELAND te hervatten Het ligt in de bedoeling ‘s woensdags en zondags van Vlissingen te varen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Arbeidsvoorwaarden voor zeelieden.
De zeeliedenvereniging Eendracht te Rotterdam bericht ons, dat de bemanning van het stoomschip Rotterdam van de Holland Amerika Lijn geweigerd heeft te monsteren, voordat ze weet hoe de loonraad lonen en arbeidsvoorwaarden heeft vastgesteld. De vereniging heeft daarop aan de Scheepvaartvereniging verzocht zo spoedig mogelijk de loonraad samen te roepen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Mijnen. In de maand december 1918 zijn op de Nederlandse kust aangetroffen 218 mijnen, waarvan 203 Engelse, 12 Duitse en 3 van onbekende oorsprong.
Sedert het begin van de oorlog bedroeg het totaal aangetroffen mijnen 6.010, en wel 4.981 Engelse, 81 Franse, 431 Duitse en 517 van onbekende oorsprong.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Het monsteren voor de ROTTERDAM.
Men meldt ons uit Rotterdam: Door het bestuur van de Scheepvaart Vereniging is aan de organisaties in het havenbedrijf. Medegedeeld, dat een reeds vroeger aangevraagde conferentie niet zal kunnen doorgaan, alvorens de monstering aan boord van het stoomschip ROTTERDAM inmiddels op de gedurende de laatste maanden gebruikelijke wijze, wat betreft de terugwerkende kracht, voortgang heeft gehad. Het betreft hier een bijeenkomst in klein comité, waarin getracht zou worden een brug te vinden tussen de redersvoorstellen en de eisen van de organisaties, in de zitting van de loonraad ter sprake gekomen. De bemanning van de ROTTERDAM is ruim 300 man sterk.
Dek-, machine- en civiele dienst hebben geweigerd de monsterrol te tekenen. De leden van de bemanning, aangesloten bij de Centrale Bond, hebben zich in dezen solidair verklaard met die van de bij de federatie aangesloten zeemansverenigingen. Gezien het standpunt waarop de scheepvaartvereniging zich gesteld heeft tegenover de actie die op touw gezet is, terwijl de onderhandelingen in de loonraad nog lang niet ten einde zijn, ligt in deze beweging de kiem voor een conflict, dat de verstandhouding in de twee grote havens grotelijks zou kunnen schaden. De spontane weigering van de equipage van de ROTTERDAM brengt de onderhandelingen, waarbij loon en arbeidsvoorwaarden van 20.000 man betrokken zijn, in gevaar.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Verkorte arbeidstijd.
De directie van de Koninklijke Maatschappij ‘De Schelde’ heeft ter kennis van haar werklieden gebracht, dat met ingang van een nader te bepalen datum de normale werktijd wordt teruggebracht van 60 op 50 uur per week. Tegelijkertijd zullen de uurlonen met 20% worden verhoogd.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Hamburg, 17 januari. De Nederlandse schoener-aak VRIJHEID, van Nordmaling met hout naar Kolding, is eind december met schade boven de waterlijn te Faxe binnengelopen, waar de nodige reparatie plaats had. Na de geloste lading weer te hebben ingenomen werd de reis 14 dezer voortgezet.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Onze Oost. Het Soerabayaasch Handelsblad deelt mee, dat de Ned.-Indische scheepswerf te Grissee, die in handen van de N.V. Machinefabriek de Volharding is overgegaan, wordt uitgebreid met twee hellingen, welke uitbreiding dringend nodig werd geacht. Er waren reeds bestellingen ingekomen voor 4 schepen, w.o. 2 voor de vaart in de Indische archipel, elk van minder dan 1.000 ton en gedreven door een stoommachine van 550 paardenkrachten. Eerlang werden door de werf uit Amerika 4 complete motoren installaties verwacht voor ook op de werf te bouwen schepen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 16 januari. Op de door de stoomtrawler M.A. KLEIN (IJM-330) binnengesleepte vrachtlogger KORNELIS is heden beslag gelegd voor een hulploon van NLG 20.000.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 17 januari. Het beslag op de vrachtlogger ZEELAND is opgeheven.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Millingen, 17 januari. De van de werf van de firma Bodewes te water gelaten stoomdrifter DERIKA XV wordt naar Rotterdam gesleept om in de machinefabriek van de firma Lohuis en Co. van een 325 ipk motor-installatie voorzien te worden.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Moss, 10 januari. Het einde december in het Moss-kanaal gestrande Nederlandse zeilschip REBECCA is door de bergingsboten NEPTUN en ULABRAND vlot gebracht en in het dok te Moss gebracht. De schade is, naar men gelooft, niet groot. De berging ging met grote moeilijkheden gepaard, daar het vaartuig soms geheel droog stond. (opm: zie ook RN 060319)


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Kristiania, 9 januari. Verschillende reders uit Bergen hebben zeelieden naar Rotterdam gezonden ten einde de in Nederland gebouwde en vrijgegeven Noorse schepen te halen. Ondertussen heerst er in Nederland zo’n grote kolen schaarste, dat het twijfelachtig is, of men voldoende bunkerkolen voor de reis kan krijgen.


19 januari 1919


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Vrijlating van schepen.
Washington, 18 januari. De Shipping Board verklaart dat alle gerequireerde Amerikaanse schepen, behalve enkele die voor verdere oorlogsdienst nodig zijn, onmiddellijk aan de reders zullen worden teruggegeven zodra de tegenwoordige reizen zijn afgelopen en ze in Amerikaanse havens weer zijn aangekomen. De Board schat dat 548 schepen met 1.219.000 ton d.g. hierbij betrokken zijn. Over de buitenlandse schepen kan eerst worden beslist als de voorzitter van de Board, Hurley te Washington is teruggekeerd. Intussen zullen de schepen worden gebruikt voor het transport van levensmiddelen en andere niet commerciële diensten. Zij zullen elk op zich zelf en niet in klassen worden teruggegeven. De Board stelt voor de vrijlating geen voorwaarden wat betreft de beschikking door de reders over de schepen, maar wel zijn de reders verplicht de vrachtprijzen door de Board vastgesteld, te handhaven.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

De door Engeland in beslag genomen schepen.
Het Ministerie van Buitenlandse Zaken deelt ons het volgende mee: Blijkens een telegram van Hr.Ms. gezant te Londen, zijn de volgende schepen indertijd door de Britse regering in beslag genomen, thans vrij gelaten: de PATROCLUS te Duinkerken, de ANTENOR te Liverpool, de Noordwijk te West-Hartlepool. Voorts neemt de Britse regering maatregelen tot vrijlating van de BOEKELO te Londen, de DANAE te Leith, de LOOSDRECHT en de YSTROOM te Londen, de NOORD-HOLLAND te Leith, de MERCATOR te Middlesbro, de FRIESLAND en de HENGELO te Hull en de MARS te Londen. Bovendien zullen worden vrijgelaten op de tijden, hieronder genoemd:
half januari, de SCHOTLAND te Hull, de VLIESTROOM te Londen, de SCHELDESTROOM te Hull, de TELEUS te Londen, de UBBERGEN in het Kanaal van Bristol;
eind januari, de OOSTERLAND te Hull, de TANTALUS in een haven van het Ver. Koninkrijk, de LOMBOK in een haven van het Ver. Koninkrijk, de HOOGLAND te Londen, de VENUS te Liverpool, de GAASTERLAND te Hull, de MADIOEN in een haven van het Ver. Koninkrijk, de PROFESSOR BUYS te Hull, de DELFSHAVEN nog niet bekend;
25 januari, de WAAL te Sunderland; gedurende januari de BOEROE in het Kanaal van Bristol;
de tweede helft van januari, de KAMBANGAN in een haven van het Ver. Koninkrijk; begin februari, de SCHIELAND te Londen;
midden februari, de YILDUM in een haven van het Ver. Koninkrijk en de MAASHAVEN te Londen;
tweede helft van februari de SINT PHILIPSLAND te Londen;
in de loop van februari de ROSSUM in het Kanaal van Bristol;
eind februari de SINT ANNALAND te Londen, de 's JACOB, de ROCHUSSEN, de VAN HEEMSKERK, de PIJNACKER HORDIJK allen te Singapore, de VAN WAERWIJCK te Hongkong;
in maart of april de TJITAROEM te Hongkong. De SUMATRA zal eveneens worden vrijgelaten. Hieromtrent zijn geen andere gegevens bekend.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. De Raad heeft gisteren een onderzoek ingesteld naar het lek worden en dientengevolge zinken in de nabijheid van Überstadt aan de Noorse kust op 8 november 1918 van het stoomschip SIDNEY, bij welke ramp zes van de opvarenden zijn omgekomen. Rederij is de Hollandsche Vrachtvaart Mij., directeur de heer H. van Krieken te Rotterdam. Als eerste getuige werd in deze zaak gehoord de heer A. Boer, meesterknecht-scheepsbouwer van de werf, die het schip had gebouwd. Aan hem werden technische bijzonderheden gevraagd over de bouw van het vaartuig. Het bleek, dat het schip als treiler was ontworpen, doch als vrachtschip is gebouwd zonder dat aan het ontwerp iets werd veranderd, behalve dat het vijf meter langer is geworden dan het oorspronkelijke plan. Die vijf meter waren er eenvoudig tussen gezet, zonder dat de dikteplaten veranderd zijn. Er was geen extra versterking aangebracht. De inspecteur voor de scheepvaart wees er op, dat het schip geen extra versterking nodig had, omdat het gebouwd was volgens de voorschriften van de Germanischer Lloyd, die extra versterking voorschreef bij lengte van 1 op 12 of meer en bij dit schip was de lengte slechts 1 op 11. Verder bleek, dat de luiken wel groot waren, doch niet de maximum maten hadden overschreden. Daarna werd gehoord de gezagvoerder de heer F. van der Made. Deze deelde mee, dat het schip beladen was met haring. De schipper kreeg tijdens de vaart bericht van de roerganger, dat het schip water maakte. De kapitein ging in de machinekamer kijken en zag, dat het water in de bunkers stroomde. Het schip was toen reeds zinkende. De bemanning ging in de boten, doch een deel van de opvarenden weigerde mee te gaan, waarschijnlijk omdat zij het in de boten te gevaarlijk vonden. Het was omstreeks drie uur in de nacht, toen het schip zonk, nog in het zicht van de kust. De mannen in de boten werden later opgepikt. Het vaartuig, verklaarde nog de kapitein, was goed stuurbaar en luisterde volkomen naar het roer. Hij wist niet met zekerheid te verklaren, hoe het water in het schip was gekomen; hij meende, dat het niet door de bunkerdeksels kon zijn binnengestroomd. Nog werden in deze zaak twee getuigen gehoord.


20 januari 1919


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

IJmuiden, 20 Januari. Het Zweedse stoomschip GUNLÖG, hetwelk sedert zestien maanden te IJmuiden en later te Amsterdam heeft opgelegen, daar het voor de Nederlandse Regering nog enige verplichte reizen moest maken als zijnde een in Nederland nieuw gebouwd schip, is thans ter beschikking van de rederij gesteld. Het stoomschip vertrok gisteren van IJmuiden naar Oskarshamn (Zweden) met een volle, uit Duitsland aangevoerde lading cokes.


21 januari 1919


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Plannen van Wilton's Machinefabriek en Scheepswerf.
De heer A.T. de Groot, hoofdingenieur-directeur van de Rijkswaterstaat is een verlof van drie jaren verleend. Dit verlof houdt verband, naar de N.R.C. meedeelt, met de aankoop, enige jaren geleden, door de N.V. Wilton's Machinefabriek en Scheepswerf van terreinen ter oppervlakte van plm. 70 h.a., gelegen tussen Vlaardingen en Schiedam, voor de aanleg van scheepsbouwwerven tot het maken en herstellen van schepen. Hij zal optreden als adviseur voor het bouwen van de nieuwe inrichtingen, waarheen de N.V. voornemens is haar bedrijf mettertijd over te brengen. De schepen zullen er niet op hellingen gebouwd worden, maar in vaste dokken, af te sluiten met schipdeuren. Men zal aanvangen met de bouw van één dok; dat tegelijkertijd voor 2 schepen van 200 meter lengte (d.i. een schip van een grootte tussen de ROTTERDAM en de NIEUW AMSTERDAM in) zal kunnen dienen en ook voor 8 kleine schepen van 100 meter lengte, een soort standaardschepen, zou men kunnen zeggen. Als deze nieuwe methode van bouwen van schepen, uitgevonden bij Wilton, voldoet, ligt het in de bedoeling eenzelfde dok te bouwen voor schepen van 300 meter lengte (d.w.z. voor groter schepen dan de bekende VATERLAND van de Hamburg Amerika Lijn). Men krijgt op deze wijze een voorstelling van de reusachtige werken, welke in het plan liggen. Verder zou er een groot drijvend droogdok komen voor het opnemen van schepen van 40.000 ton (de STATENDAM mat plm. 32.000 ton.
Wanneer de scheepswerf met bijbehorende werken gereed is, zal zij een groter oppervlakte beslaan dan enige werf in Europa, groter dus ook dan die van Harland & Wolff te Belfast, waar o.a. de STATENDAM en de ROTTERDAM op stapel zijn gezet.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Het stoomschip ROTTERDAM. In een zaterdagavond gehouden bijeenkomst van de bemanning van het stoomschip ROTTERDAM is besloten, ten einde de besprekingen in de Loonraad niet in de weg te staan, dat de equipage zich gistermorgen zou aanmelden om te monsteren. De directie van de H. A. L. heeft beloofd geen rancune-maatregelen te zullen nemen. Enkele kleine eisen van het personeel zijn ingewilligd, terwijl een loonsverhoging met gemiddeld 80 tot 100% in uitzicht is gesteld. Gisteren is met het monsteren een aanvang gemaakt, terwijl de conferentie tussen de besturende organisaties en dat van de Scheepvaartvereniging ter voortzetting van de besprekingen over de lonen in het havenbedrijf in de middag zou plaats hebben.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Hamburg, 20 januari. Het Nederlandse zeilschip ARGO II, met duigen van Rotterdam naar Limhamn bestemd, is op de rede van Gilleleje (Denemarken) aangekomen met schade aan zeilen en verlies van een gedeelte van de deklast. Na in het zeil te hebben voorzien, zal het schip de reis voortzetten.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Rotterdam, 20 januari. Volgens door de rederij ontvangen telegram is de bij Skudesnes opm: Skudesneshamn, Noorwegen ?) gestrande vrachtlogger GABRIELLE (zie Avondblad 9 dezer) door de bergingsmaatschappij gelicht, doch zijn bij het verslepen tijdens stormweer en zware zeeën de trossen gebroken en is het schip in 30 vadem water gezonken. Het schip is thans totaal verloren. Van de lading kan ook verder niets geborgen worden.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Nantes, 15 januari. Het stoomschip HOOGLAND is met verlies van schroef door Franse patrouillevaartuigen te St. Nazaire binnengesleept.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Hamburg, 20 januari. Het Nederlandse stoomschip JOHANNA (zie Ochtendblad 28 nov.) is 16 dezer te Frederikshavn in het droogdok gebracht, na lossing van de lading.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Grimsby, 15 januari. Het zeilschip SEMPER SPERA (zie Avondblad 14 dezer) werd met verlies van anker en ketting hier binnengebracht door de sleepboot LYNX en een reddingboot. De bergers hebben beslag op het schip gelegd.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Londen, 18 januari. Het Nederlandse stoomschip MARKELO, van Rochester naar de Tyne, is aldaar aangekomen met schade aan het achterschip door aanvaring.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Rotterdam – Amsterdam – New York. Het eerste klasse Nederlandse motorschip KRALINGEN zal o.o.v. vanaf circa 23 dezer voor New York laden. Inlichtingen omtrent vracht etc. verstrekken de agenten Soetermeer, Fekkes & Co., Rotterdam.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Volgens Fairplay heeft de Scheepsbouwwerf Nieuwe Waterweg onlangs opdrachten gekregen voor de bouw van de volgende stoomschepen:
Twee stoomschepen van 8.600 ton dw. voor de Koninklijke Paketvaart Mij,
een stoomschip van 12.000 ton voor de Holland Amerika Lijn,
twee stoomschepen van 11.000 en een van 8.000 voor Van Nievelt, Goudriaan & Co.
De prijs van deze boten, waarvoor de stalen platen in Engeland gekocht zijn, zou neerkomen op ca. GBP 30 per ton en men denkt, dat de aflevering zal plaats hebben voor het einde van dit jaar.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

De Raad voor de Scheepvaart stelde gisteren een onderzoek in naar het stranden bezuiden Kaap Bullen (kust van Zweden) op 22 oktober 1918 van het stoomschip ANTON VAN DRIEL. De kapitein verklaarde, dat het schip op 18 oktober van het vorig jaar in ballast van Rotterdam naar Hernösand was vertrokken. In de avond van 21 oktober was het schip het grote vuur van Anholt gepasseerd en om half 12 bevond het zich op circa 13 mijl van dit vuur. Om 12 uur ging de kapitein naar beneden en werd hij door twee officieren, die op het dek bleven, vervangen. Om 3 uur had de stuurman hem gewaarschuwd en meegedeeld geen vuren gezien te hebben.
Daarover verwonderde de kapitein zich niet, omdat in verband met de buitengewone omstandigheden vele lichten niet brandden. De lichten op de Deense kust geven slechts halve kracht. Om half vier had hij nog het bestek geraadpleegd, doch intussen strandde het schip. Op de verschillende tot hem gerichte vragen antwoordde de kapitein nog, dat hij volle vaart had gehouden, omdat het schip stroom tegen had. Hij had dan ook geen ogenblik aan enig gevaar gedacht. Een vijftal getuigen, dat hierna gehoord werd, legde ongeveer gelijkluidende verklaringen af. De inspecteur voor de scheepvaart, de heer Bouwman, kon zich niet met de verklaring van de kapitein verenigen, als zou deze ramp veroorzaakt zijn door stroommisleiding. Juist waar het de kapitein bekend was, dat de vuren niet brandden, had hij de kusten meer moeten verkennen. Spreker was van mening, dat hier grote schade was veroorzaakt, welke niet nodig was geweest, indien de kapitein maar niet met volle kracht naar de Zweedse kust had gestoomd. Tenslotte adviseerde hij de kapitein voorlopig te schorsen. De verdediger, mr. G. Seret, riep de clementie in van de Raad. Daar het binnenkort uitvaren van de kapitein afhangt van een eventuele gunstige uitspraak, vroeg pleiter nog heden een officieuze uitspraak te doen. Naar wij vernemen heeft de Raad voor de Scheepvaart aan het verzoek van de verdediger voldaan — en officieus uitspraak doende — volstaan met het geven van een berisping.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De INSULINDE. In de nacht van zaterdag op zondag is het stoomschip INSULINDE van de Rotterdamsche Lloyd, gezagvoerder F. Bakker, naar Indië vertrokken. Behalve een detachement aanvullingstroepen vervoert de INSULINDE 293 passagiers.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Volgens te Vlaardingen ontvangen bericht is de 41-jarige H. Groen, aldaar woonachtig, opvarende van de vrachtlogger ARGO II, kapitein J. Groeneveld, 31 december naar Limhamn (Zweden) vertrokken, in het Skagerrak over boord geslagen en verdronken. De ongelukkige laat een vrouw en 9 kinderen achter.


22 januari 1919


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Redders beloond. Ter zake van de hulp, verleend op 7 oktober 1918 aan het Nederlandse tjalkschip ZWERVER is aan de Deense luitenant ter zee 2e klasse J.L. Nörgaard, commandant van de Deense torpedoboot SÖLÖVEN, vanwege de Nederlandse Regering een gouden horloge, voorzien van een toepasselijk inschrift toegekend. Verder vernemen wij, dat de rederij van bedoeld tjalkschip, de N.V. Scheepvaart Mij. Piet Heyn te Rotterdam, voor de bemanning van de Deense boot een belangrijke som heeft beschikbaar gesteld.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Barcelona, 7 januari. Volgens de kapitein van het stoomschip KELBERGEN zal de reparatie van dat stoomschip enige tijd duren. De as moet uitgenomen en recht gemaakt worden.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Hamburg, 20 januari. Het gestrande Nederlandse zeilschip JOHANNES FRANCISCUS ligt in 2,70 meter water, de masten en een deel van het schip zijn boven water zichtbaar. In de nabijheid is een wrakboei met 2 groene vlaggen uitgelegd.


23 januari 1919


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Een Nederlands schip gestrand.
Het Nederlandse vaartuig VIER GEBROEDERS, komende van Londen met 110 ton hars is op de kust van Le Tréport (opm: Frankrijk) gestrand. Pogingen om het vlot te krijgen zijn mislukt.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

's-Gravenhage, 22 januari. Volgens ontvangen draadloos telegram passeerde de zeesleepboot GELDERLAND van Bureau Wijsmuller's Zeesleepvaart Maatschappij met drie onderlossers op sleeptouw, van Rotterdam naar Gotenburg bestemd, maandagavond 9.30 uur het vuurschip Doggersbank-Noord, Alles wel.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

IJmuiden, 22 januari. De heden naar Londen vertrokken vrachtlogger NACHTEGAAL is later met lichte schade aan de tuigage uit zee teruggekeerd.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Koninklijke Maatschappij ‘De Schelde’.
In de heden gehouden buitengewone aandeelhoudersvergadering werd de voorgestelde statutenwijziging met algemene stemmen aangenomen, alsmede een voorstel tot goedkeuring van het sluiten van een contract met de op te richten N.V. Nationaal Bezit van aandelen van de Kon. Maatschappij ‘De Schelde’. De heer Jos. van Raalte heeft het voornemen te kennen gegeven om in de loop van dit jaar ontslag als directeur te verzoeken. In verband hiermee is met ingang van 1 mei tot directeur benoemd de heer H.C. Wesseling c.i., onderdirecteur van de gemeentewerken te Rotterdam.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. Gisteren stelde de Raad een onderzoek in naar het tegen de klippen slaan en zinken op 9 november 1918 bij het binnenkomen van de Christianiafjord van het motorzeilschip JACOB, rederij Vrachtvaart Mij. Neerlandia, gezagvoerder J. de Voogd, beiden te Rotterdam. De gezagvoerder verklaarde ter zitting, dat zijn schip was een motorzeilschip, ingericht als drie-mast schoener. Het schip was in Holland in dok geweest om het schroefraam te vullen. Er was onvoldoende olie aan boord; op zee is de motor niet gebruikt. De 8e november om 10 uur kwam het schip voor Christianiafjord. De JACOB was weinig bestuurbaar, de gezagvoerder wilde een loods aan boord nemen; de wind kwam uit het zuidwesten en het was buiig weer. Er was geen loods beschikbaar, daar de loodsboot niet kon uitvaren wegens gesignaleerde drijvende mijnen. De oorzaak van de ramp schreef hij toe aan de weinige manoeuvreerbaarheid van het schip. In deze zaak werden, behalve de kapitein, nog drie getuigen gehoord. Uitspraak volgt later.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. De Raad deed uitspraak betreffende de ontploffing, waardoor het stoomschip DIRKSLAND getroffen is. De oorzaak van de ramp is, gelijk uit het gehouden onderzoek blijkt, een mijnontploffing. Uit alles is gebleken, dat kapitein, stuurman en verdere bemanning hun plicht hebben gedaan; het schip is niet verlaten voordat de omstandigheden daartoe noopten.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 22 januari. De motor-vrachtlogger ZEELAND, welke met verlies van beide ankers naar hier terugkeerde, heeft gisteren de reis naar Fowey voortgezet.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 22 januari. Doordat in de haven van Rotterdam enige onderdelen van de motor van de hier binnengelopen schoener RIEK waren ontvreemd, moest het vaartuig als zeilschip de reis naar Bergen ondernemen. Het liep echter als onbestuurbaar hier binnen, hetgeen nu verholpen zal worden door het aanbrengen van nieuwe onderdelen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 22 januari. De Nederlandse vrachtlogger VIER BROEDERS, komende van Londen met 110 ton hars is op de kust van Le Tréport gestrand. Pogingen om het vaartuig vlot te krijgen zijn mislukt.


24 januari 1919


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Sunderland, 18 januari. Het stoomschip MARKELO (zie Avondblad 21 dezer) is in aanvaring geweest met het stoomschip WIGHT, dat hier heden is aangekomen met zware schade aan de boeg en de voorpiek vol water.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Gravesend, 20 januari. Het Nederlandsche motorschip PRINCENHAGE VI is alhier aangekomen van Rotterdam met defecte motor.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Philadelphia. 3 januari. Het stoomschip TJISONDARI, naar hier bestemd, is op de rivier ter hoogte van Fort Delaware aan de grond geraakt. Vier sleepboten hebben tevergeefs getrokken.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Gravesend, 18 januari. Het van Rotterdam komende stoomschip VLISSINGEN passeerde hier hedenmorgen met schade aan de bakboord verschansing, zijnde bij de Knock John boei in aanvaring geweest met het naar Leith bestemde stoomschip AURICULA, dat de reis heeft voortgezet.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

’s-Gravenhage, 24 januari. De zeesleepboot GELDERLAND, 18 dezer met 3 onderlossers op sleeptouw van Rotterdam naar Gotenburg vertrokken, arriveerde hedenmorgen ter plaatse van bestemming. Alles wel.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 23 januari. Hr.Ms. ZEVEN PROVINCIËN, onder bevel van de kapitein ter zee L.P.W. van der Wal is te San Francisco aangekomen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 23 januari. Het gestrande schip VIER BROEDERS (zie vorig No.) is 99 bruto en 80 netto ton groot, en behoort te Scheveningen thuis.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 23 januari. De dienst Rotterdam -Londen van The Genera! Steam Navigation Company Ltd., zal voorlopig worden onderhouden met eerste klasse Nederlandse motorschoeners van de Zeevaart Maatschappij Groningen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 22 januari. De heden naar Londen vertrokken vrachtlogger NACHTEGAAL is later met lichte schade aan de tuigage uit zee teruggekeerd.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Bergen, 11 januari. Uit een door de kapitein van het Nederlandse zeilschip SCHIEDAM voor het ‘Seegericht’ afgelegde verklaring blijkt, dat het schip 28 december met een lading stukgoederen en 3.500 bundels hoepels als deklading, van Rotterdam was vertrokken. De 31e december, toen het schip in de haven van Moster ten anker lag, moest de hulp van een motorboot ingeroepen worden, omdat het ankerspil door overbelasting was gebroken. Met het lichten van het anker was men de gehele dag bezig en moest daarvoor 200 Kronen betaald worden. De SCHIEDAM arriveerde 7 januari te Bergen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Londen, 16 januari. Naar aanleiding van een onderzoek betreffende de Nederlandse tjalk AGIENA, welk vaartuig op 11 juli 1917 met een lading glas van Rotterdam naar Havre was vertrokken, doch dat de volgende dag door een Duits vliegtuig aangehouden en later naar Zeebrugge opgebracht werd, wordt thans uit Antwerpen gemeld, dat een Nederlandse tjalk genaamd AGIENA, op 27 december te Brugge lag.
Blijkens een acte van verkoop, gedateerd 5 okt. 1918 bekrachtigd door een officier van het Duitse prijzenhof, moet het vaartuig thans eigendom zijn van de N.V. Nederlandsche Gist- en Spiritusfabriek. Naar verluidt, was het vaartuig, voordat het verkocht werd, onder charter voor de thans als eigenaresse genoemde firma, en werd het sedert 4 jan. 1918 gebruikt voor het vervoer van alcohol van Brugge naar Brussel en van gerst in omgekeerde richting. Blijkbaar was het vaartuig door de Duitse regering verbeurd verklaard. Aangaande de oorspronkelijke lading glas heeft men geen spoor gevonden.


25 januari 1919


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Steenkool uit Engeland.
Het Ministerie van Buitenlandse Zaken deelt ons het navolgende mee: Blijkens bericht van Hr.Ms. gezantschap te Londen heeft de Britse regering meegedeeld, dat zij tot einde februari bereid is de uitvoer naar Nederland toe te staan van zestigduizend ton steenkool, nl. 10.000 ton van uit Methil, benevens 35.000 ton steenkool en 15.000 ton gaskool van uit de Tyne.
In de hoeveelheden is begrepen de bunkerkool welke aan Nederlandse schepen zal worden verstrekt.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

De NOORDAM en de TABANAN.
Blijkens een Aneta-telegram is de NOORDAM verleden week vrijdagmiddag te Gibraltar aangekomen, doch kon zij ‘s avonds geen kolen innemen. Wegens de Engelse zaterdag was dit ook de volgende dag onmogelijk, evenmin als zondag. Het schip vertrok maandagochtend. De TABANAN behoefde niet te bunkeren en vertrok dus zaterdagavond, onmiddellijk na een onbetekenend ongeval, veroorzaakt doordat, ten gevolge van de harde wind, de NOORDAM driftig was geworden en in de richting van de TABANAN ging. Beide schepen stootten tweemaal licht tegen elkaar. De NOORDAM werd niet beschadigd. Zoals wij reeds meldden is de TABANAN gisteren te Falmouth aangekomen en wordt de NOORDAM daar heden verwacht.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Hamburg, 24 januari. De Nederlandse tjalk REHOBOTH, met schade te Elseneur binnengesleept (zie RN 130119), heeft na reparatie de reis naar Porsgrund voortgezet. Volgens een thans ontvangen bericht, is het schip nu te Frederikshavn binnengelopen als noodhaven.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 23 januari. Men maakt zich ongerust over het motorschip CATO van de firma van Seeuwen en Spronk alhier dat 2 december van Rotterdam en 22 december (opm: 1918) van IJmuiden naar Christiania vertrok en waarvan sedert niets meer is gehoord. Het vaartuig is 208 ton groot en werd in 1918 gebouwd.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 23 januari. Het op de kust van Le Tréport gestrande schip VIER BROEDERS (zie vorig No.) is wrak geworden.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 24 januari. De vrachtlogger NACHTEGAAL is heden weer naar Londen vertrokken.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Gravesend, 20 januari. De Nederlandse motorschoener PRINCENHAGE VI, van Rotterdam naar West-Indië bestemd, is met defecte machine in Higham bocht ten anker gekomen.


26 januari 1919


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Nederland en de Crisis. Onze schepen van Amerika terug.
De Minister van Buitenlandse Zaken heeft door tussenkomst van de Amerikaanse gezant de mededeling ontvangen, dat de regering van de Verenigde Staten met de belanghebbende rederijen terstond onderhandelingen wenst te openen nopens de teruggave van de indertijd door deze regering in beslag genomen schepen. De teruggave van deze schepen zal onvoorwaardelijk zijn. Over het verder gebruik van de schepen, bestemd voor de repatriëring van troepen, zullen evenwel met de rederijen speciale onderhandelingen worden gevoerd.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. De Raad voor de Scheepvaart houdt dinsdag te 1.30 uur nm. zitting, tot onderzoek naar de aanvaring, op 24 december jl. tussen het stoomschip ALEXANDERPOLDER, rederij N.V. Alg. Ned. Scheepvaart Mij., C. Goslinga, gezagvoerder, beiden te Rotterdam en het Deense stoomschip DANEBOD, op de Nieuwe Rotterdamse Waterweg.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

De haven te Vlissingen
In de vergadering van de Kamer van Koophandel te Vlissingen werd vrijdagavond besloten aan de Tweede Kamer een adres te zenden, waarin er op wordt aangedrongen ten spoedigste het wetsontwerp tot uitbreiding van de haven in behandeling te nemen, omdat gebleken is dat thans te weinig plaats beschikbaar is. De Marine heeft om meer ruimte verzocht en daardoor is de ruimte voor de koopvaardijschepen te klein.


27 januari 1919


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Stoomvaart Maatschappij Zeeland.
Te beginnen met de afvaart van Vlissingen op vrijdag 31 januari a.s., zal de dagdienst van de Stoomvaart Mij. Zeeland naar Engeland voorlopig alleen voor passagiers en op kleine schaal worden hervat. Onvoorziene omstandigheden voorbehouden, zal iedere maandag, woensdag en vrijdag de postboot ZEELAND 's morgens bij het aanbreken van de dag van Vlissingen vertrekken en ongeveer 5 uur nm. te Gravesend aankomen. Van Gravesend zal de boot vertrekken iedere dinsdag, donderdag en zaterdag te 5 uur vm. en te Vlissingen aankomen ongeveer 3.30 uur nm. Door deze regeling zal aansluiting verkregen kunnen worden met de trein, die te 4.48 u. van Vlissingen vertrekt, zodat arriverende passagiers nog dezelfde dag zullen kunnen doorreizen naar Roosendaal, Dordrecht, Rotterdam, Den Haag, 's-Hertogenbosch, Maastricht via Eindhoven en Weert, Amsterdam.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Het vrijlaten van schepen door Amerika.
Naar Reuter gisteren uit Washington seinde, zijn opnieuw veertien stoomschepen, die voor oorlogsgebruik waren gevorderd, aan de koopvaardijvaart teruggegeven. Onder die schepen zijn vier Nederlandse, twee Deense en drie Japanse. Zeven van die vaartuigen zijn aangewezen voor de vaart op Zuid-Amerika, drie voor de Trans-Atlantische vaart.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Tjalk op een mijn gelopen. De Nederlandsche zeetjalk VOORWAARTS, met hout naar Wormerveer bestemd, is op een mijn gelopen en verloren gegaan. Drie opvarenden werden gered door de stoombeuger VOORUIT uit Vlaardingen. Onze berichtgever te IJmuiden had een onderhoud met de geredden en vernam het volgende: De VOORWAARTS werd gevoerd door en was het eigendom van kapitein R. Houtstra uit Groningen. De tjalk had in Sundsvall gezaagd en ongezaagd hout ingenomen voor de firma Konijnenburg & Zonen te Wormerveer. Na het vertrek van de Deense haven Thyboron stiet men dinsdag 21 dezer ‘s morgens te ongeveer half negen op 56°-04’ NB en 05°-33’ OL eensklaps op een mijn, waardoor het voorschip van het achterschip afbrak en verloren ging. Gelukkig bleef het achterschip nog een ogenblik drijven zodat de opvarenden even gelegenheid hadden van de deklading een vlot samen te stellen, ternauwernood" hiermee gereed gekomen, moest men hierop vluchten, daar het achterschip ook wegzonk, waarbij de scheepsboot verloren ging. Men zat nu met vier man op een vlot, zonder eten of drinken. Een koolraap, die langs het vlot dreef, werd opgevist en maakte het enige voedsel uit, dat de mensen gedurende ruim vijftig uur kregen. De kok stierf aan uitputting. Men wilde het lijk echter niet van het vlot afdoen, in de hoop dat men alsnog spoedig zou worden opgemerkt. Donderdagmiddag eindelijk daagde redding op; de stoombeuger VOORUIT, schipper J. Goedknegt. Dat men het de schipbreukelingen aan boord van het vissersvaartuig gemakkelijk maakte, laat zich denken. Alleen had men bezwaar het lijk van de kok mee te nemen, daar men nog enige dagen moest vissen. Besloten werd dus, het lijk met zeemanseer aan de golven toe te vertrouwen. Hedenmorgen kwam de beuger te IJmuiden binnen, waar de zeelieden een onderkomen vonden in het Koning Willemshuis en waar bij de Marineautoriteiten de eerste verklaring werd afgelegd. Gered zijn: kapt. R. Houtstra, stuurman S. Bakker en de matroos J. Langerak. Overleden is de kok P. van Es uit Schiedam.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Graan. Het stoomschip HECTOR, van de Koninklijke Nederlandsche Stoomboot Mij., gisteren van Galveston te Amsterdam aangekomen, heeft 4.200 ton graan meegebracht.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Hamburg, 20 januari. Het wrak van de Nederlandse vrachtkotter JOHANNES FRANCISCUS (zie Avondbl. 6 dezer) zal deze week te Dragör publiek worden verkocht. De bergingsstomer HERTHA is met het geborgen ruwijzer te Kopenhagen aangekomen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepswerf ‘De Maas’.
In de op 24 januari gehouden algemene vergadering van aandeelhouders van de N.V. Scheepswerf ‘De Maas’, gevestigd te Slikkerveer, is met algemene stemmen besloten een fusie aan te gaan met de te Rotterdam gevestigde N.V. Internationale Gewapend-beton Scheepsbouw Mij. Te dien einde, werd tot liquidatie van de N.V. ‘De Maas’ besloten Op tussen partijen overeengekomen voorwaarden worden de aandeelhouders van ‘De Maas’ in staat gesteld hun aandelen om te ruilen tegen aandelen van de Betonmaatschappij, die nu voortaan zal heten N.V. Internationale Stalen en Gewapend-beton Scheepsbouw Maatschappij ‘De Maas’ waarvan commissarissen zijn de heren: G.L.M. van Es, voorzitter; mr. J.G. Schürmann, H. Haas, Jos. de Poorter, R. Schelling, M. Feuer en Chs. Stulemeyer, secretaris. Ten gevolge van deze fusie zal de N.V. Internationale Stalen en Gewapendbeton Scheepsbouw Maatschappij ‘De Maas’ een geplaatst maatschappelijk kapitaal hebben van een miljoen gulden.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 25 januari. Het Nederlandse aakschip MAGRIETHA uit Groningen is voor 49.000 Kronen verkocht aan C. Engelmann Hansen te Kopenhagen. (opm: in 1905 gebouwd, 96 bruto ton groot)


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Amsterdam, 25 januari. De Koninklijke West-Indische Maildienst alhier is voornemens, tegen 6 februari het stoomschip STUYVESANT naar West-Indië te laten vertrekken.
De Koninklijke Nederlandsche Stoomboot Mij. zal begin van de volgende maand met het stoomschip IRENE de vaart van Amsterdam naar Spanje en met het stoomschip URANUS die naar Italië heropenen, terwijl het stoomschip MEDEA in het laatst van februari uit Amsterdam naar Griekenland en Turkije zal vertrekken.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Delfzijl, 23 januari. Het bij de scheepsbouwers E.J. Smit & Zoon te Hoogezand nieuw gebouwde stoomschip GUY is alhier aangekomen. Het vaartuig, groot 795 reg. ton bruto, is gekocht door de reder Hugo Person te Landskrona (Zweden). Met een lading ten doorvoer bestemde steenkolen zal het schip van hier vertrekken.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Hamburg, 24 januari. De Nederlandse tjalk REHOBOTH, met schade te Elseneur binnengesleept, heeft na reparatie de reis naar Porsgrund voortgezet. Volgens een thans ontvangen bericht is het schip nu te Frederikshavn binnengelopen als noodhaven.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Philadelphia, 3 januari. Het stoomschip TJISONDARI is 30 december op weg naar hier, ongeveer 1 mijl zuid van Fort Delaware, aan de grond geraakt. De sleepboten JUNO, ARABIAN, MADOR, SAMOSET en een patrouillevaartuig hebben vergeefs getracht het stoomschip vlot te slepen.


28 januari 1919


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Barry, 24 januari. Het Nederlandse stoomschip KAMBANGAN is met schade aan de ketels hier op de rede gesleept door het Engelse stoomschip ORCHIS. Sleepboten werden ter assistentie gezonden. Het stoomschip zet de reis naar Cardiff voort.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Alesund, 16 januari. Het Nederlandse schip OSWI is met schade aan het tuig en een verbrijzelde boot van Rotterdam alhier aangekomen. Het heeft slecht weer doorstaan.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Maassluis, 27 januari. De Nederlandse motorschoener ACHTERDIEP, 24 dezer naar Port Madoc vertrokken, is gisterenavond wegens defecte motor uit zee teruggekeerd.


29 januari 1919


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart. De Raad voor de Scheepvaart heeft gisteren uitspraak gedaan betreffende de stranding van het stoomschip GRAAF ADOLF.
De Raad is van oordeel, dat de oorzaak van de eerste stranding, en waarschijnlijk ook van de tweede, moet worden toegeschreven aan de stroom, welke ter plaatse tussen de banken lopende is, en aan het slechte zicht. De kapitein heeft bij het manoeuvreren de vereiste voorzichtigheid in het oog gehouden. Waar in deze is gebleken, dat de log, na het vertrek uit Sundsvall, onvoldoende werkte en er geen reserve log voorhanden was, merkt de Raad op — al houdt het ongeval hiermee geen verband — dat het aanbeveling verdiend, steeds meer dan een log aan boord te hebben.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart. Vervolgens deed de Raad uitspraak betreffende de stranding van het stoomschip ANTON VAN DRIEL. De Raad is van oordeel, dat de oorzaak van het ongeval is te wijten aan onvoorzichtig varen door de kapitein. Na om ongeveer half twaalf het vuur van Anholt te hebben gepeild, wist de kapitein, dat hij met de vaart van 8 mijl, welke hij liep, al had hij tegenstroom, tegen 3 uur het vuur van Lysogrund moest zien. Toen dit niet in het oog kwam, had zulks hem reeds tot voorzichtigheid moeten aanmanen, waar hij immers een betrekkelijk nauwe doorgang als de Sont moest opzoeken. En er was temeer aanleiding voor voorzichtigheid, omdat het de kapitein bekend was, dat de lichten op de Zweedse kust niet brandden en dat de Deense wegens gebrek aan brandstof, naar de kapitein zelf zei, niet zo helder als gewoonlijk. De kaptein had dus langzaam moeten stomen, hij had moeten trachten het vuur van Nakke Hoved te vinden, desnoods de dag moeten afwachten. Zijn blind vertrouwen, dat hij ten gevolge van de tegenstroom zich nog op enige afstand van de ingang van de Sont bevond, was misplaatst. Ter zake van genoemde nalatigheid straft de Raad de gezagvoerder met een berisping.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. De Raad stelde gisteren een onderzoek in naar de aanvaring op 24 december jl. tussen het stoomschip ALEXANDERPOLDER, rederij N.V. Alg. Nederlandsche Scheepvaart Mij. te Rotterdam, gezagvoerder C. Goslinga aldaar en het Deense stoomschip DANEBOD (opm: geb. 1890 / 1.664 brt.), op de Nieuwe Rotterdamse Waterweg.
Kapitein Goslinga, als eerste getuige gehoord, verklaarde dat de ALEXANDERPOLDER uit Engeland binnenvarende was. Reeds op de Thames was gebleken, dat het met pik geladen schip op deze zijn eerste reis minder goed te besturen viel.
Bij het binnenkomen van de Nieuwe Waterweg was het goed weer. Er stond een zware ebstroom. De DANEBOD, aanzienlijk groter dan de ALEXANDERPOLDER, kwam na het Hollandse stoomschip binnen, doch had dit vrij spoedig achterhaald. Enige tijd voeren de beide schepen naast elkaar. Men merkte dat de DANEBOD voorbij wilde stomen en hield daarom op de Noordwal aan. Bij paal elf had de aanvaring plaats. De schepen waren toen een vijftig meter van elkaar af. De ALEXANDERPOLDER week naar stuurboord uit en schoor vrijwel dwars over, waardoor de DANEBOD ongeveer midscheeps door de zijboeg van het andere schip werd geraakt. Een andere verklaring, dan dat het roer op een bepaald ogenblik niet gehoorzaamde, weet getuige voor deze plotselinge afwijking niet te geven.
De schade aan de ALEXANDERPOLDER veroorzaakt, was niet onbeduidend. Er zijn enige spanten gebroken en een paar platen werden ingedrukt. Signalen heeft getuige niet gehoord. Hij wist echter, dat de DANEBOD voorbij wilde stomen. De loods J. van Hartingsveld, te Maassluis aan boord van de ALEXANDERPOLDER gekomen, verklaarde, dat de stroom op de plaats van de aanvaring vrij moeilijk is. Oorspronkelijk was de DANEBOD 50 meter achter. Getuige heeft de indruk gekregen, dat de ALEXANDERPOLDER buitengaats minder goed stuurde. In de Nieuwe Waterweg zelf had getuige daarover echter niet te klagen.
De loods van de DANEBOD, L.A. van Drummelen, verklaarde dat hij er, in verband met de eb, geen bezwaar in had gezien de ALEXANDERPOLDER voorbij te varen; dus zorgde hij er voor langzamerhand dwarszij van het Nederlandse stoomschip te komen. Op het ogenblik van de aanvaring schatte getuige de afstand tussen de beide vaartuigen op ongeveer 80 meter. De ALEXANDERPOLDER kwam toen plotseling uit de noord aanschieten. Getuige gaf onmiddellijk stuurboord roer, maar de aanvaring was toen reeds onvermijdelijk.
Uitspraak in deze zaak volgt later.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Kopenhagen, 11 januari. Het Nederlandse tjalkschip FOLKERDINA is van Halmstad te Odense aangekomen met schade aan de reling.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Nieuwediep, 28 januari. De motorschoener STEENWIJKERDIEP, met stukgoed van Rotterdam naar Kopenhagen bestemd, is hedennacht in het Westgat bij Nieuwediep gestrand. Twee Marine-sleepbootjes verlenen assistentie. Het schip zit niet gevaarlijk.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Nieuwediep, 28 januari. De motorschoener STEENWIJKERDIEP is hedenmiddag door de sleepboot WITTE ZEE vlot gebracht en alhier binnengesleept.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van de firma Wed. J. van Aller te Hasselt is te water gelaten het stoomschip PRINCENHAGE IV, in aanbouw voor de Stoomvaart Mij. Princenhage te Rotterdam. Het stoomschip, gebouwd onder speciaal toezicht van de Germ. Lloyd en de Scheepvaartinspectie, is van het raised-quarterdeck type. De afmetingen zijn: Lengte 52,50 m., breedte 8,48 M., holte 4,25 m., het draagvermogen is plm. 825 ton. De machines zullen geleverd worden door de N.V. Noord-Nederlandsche Machinefabriek te Winschoten en ca. 425 ipk kunnen ontwikkelen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Verkochte schepen. De te Groningen thuis behorende aak MAGRIETHA, in 1905 gebouwd, 96 bruto ton groot, is voor 49.000 Kronen naar Kopenhagen verkocht.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Londen, 22 januari. Het stoomschip SCHELDESTROOM, in ballast van Fécamp naar Hull, was 15 dezer ter rede van Yarmouth in aanvaring met het stoomschip MARGERISON, waarbij twee platen van de SCHELDESTROOM beschadigd werden.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Nieuwediep, 28 januari. Hedenmorgen 7 uur is een twee-mast vaartuig gestrand binnenzijde Noorderhaaks in WNW richting van vuurtoren Kijkduin, vermoedelijk een schoenerschip.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Het stoomschip TABANAN van de Rotterdamsche Lloyd, dat de reis van Batavia naar Rotterdam door het Suezkanaal heeft gemaakt, is vanmiddag om 10 min. voor twee de Nieuwe Waterweg binnengekomen en werd tegen 4 uur hier verwacht. De lading bestaat uit 300 ton kapok, 600 ton rijst, 50 ton gambir, 55 ton koffie en ruim 10.000 kisten thee. Er zijn een kleine 150 passagiers aan boord.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 28 januari. Alhier is aangekomen het op de werf van de heren E.J. Smit & Zn. te Hoogezand nieuw gebouwde stoomschip FORLAND. Het schip is groot 763 bruto reg. ton en is gebouwd voor rekening van Hugo Person te Landskrona (Zweden). Het zal van hier vertrekken met de daarvoor bestemde steenkolen of cokes.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Verlaging van de scheepsvrachten! De stoomvaartmaatschappijen, welke van Nederlands-Indië op Nederland varen, hebben de vrachten van Java naar Nederland met 30% verlaagd.


30 januari 1919


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Maassluis, 29 januari. Het hedenavond binnengekomen Nederlandse stoomschip SIRRAH rapporteert hedenmiddag te 12 uur onder de Engelse kust een brandend stoomschip te zijn gepasseerd, waarschijnlijk de MANUEL NOBEL, van Antwerpen naar Philadelphia vertrokken. Oorlogsschepen verleenden assistentie.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Rotterdam, 29 januari. Het Nederlandse schip PRIMA, kapt. Boerma, is met verlies van anker en ketting, benevens enige andere schade van Oporto te Bordeaux aangekomen..


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Amsterdam, 29 januari. Volgens alhier ontvangen particulier bericht is de zeillogger ZEUS, van Amsterdam naar Kopenhagen, met averij te Skagen binnengelopen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Londen, 27 januari. Het Nederlandse stoomschip AMBON is van Norfolk te Philadelphia aangekomen met schade, zijnde tijdens mist in aanvaring geweest met een Amerikaans stoomschip, dat ook schade bekwam.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Gotenburg, 25 januari. De Nederlandse motorschoener GANZEDIEP is hier van Rotterdam aangekomen met verlies van beide ankers. Het schip werd binnengesleept.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Londen, 25 januari. Volgens bericht uit Gibraltar, in antwoord op een desbetreffende vraag, is het stoomschip OPHIR (zie avondblad 19 dec.) nadat het uitgebrand was, aan de grond gezet om te voorkomen dat het in diep water zou zinken. Gouvernementsduikers zijn vermoedelijk thans bezig de gaten in de bodem van het schip dicht te maken.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Panama, 26 januari. Het stoomschip ZUIDERDIJK heeft in het kanaal op een bank gestoten en maakt veel water.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de scheepswerf van de firma H. Boot & Zonen te Vrijenban, is met goed gevolg te water gelaten een stalen motorschoener, met een laadvermogen van plm. 200 ton, gebouwd voor eigen rekening en bestemd voor de algemene vrachtvaart. Het schip werd gebouwd onder Germanischer Lloyd en Scheepvaartinspectie. De afmetingen zijn 26 x 6,40 x 2,80 meter.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 29 januari. De motorschoener PRINCENHAGE VI, van Rotterdam naar de Bahama’s Eilanden, vertrok 27 januari van Gravesend, na de machineschade te hebben hersteld.


31 januari 1919


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

De torpedoboot G 14, aan boord waarvan op 11 januari een ongeluk plaats had door het springen van de ketel, waarbij twee personen het leven verloren, is thans zo ver gerepareerd, dat zijn vanuit het droogdok te Vlissingen naar de werf van de Koninklijke Maatschappij ‘De Schelde’ kan worden overgebracht, waar met de herstelling zal worden voortgegaan.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Hamburg, 30 januari. De Nederlandse tjalk DINA JOHANNA, kapt. Tattje, is 20 dezer van Rotterdam te Bergen aangekomen met verlies van het grootste deel van de deklast hoepels, benevens verscheidene zeilen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Rotterdam, 30 januari. Het motorschip PRINCENHAGE VI ligt met motorschade te Gravesend.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Gisteren liep met goed gevolg te water van de Scheepswerf Jonker & Stans te Hendrik-Ido-Ambacht het stalen casco van de zeesleepboot JACOB VAN HEEMSKERCK, in aanbouw voor de N.V. Bureau Wijsmuller, Scheepvaart-, Transport- & Zeesleepvaart Maatschappij te 's-Gravenhage. De voornaamste afmetingen van deze boot zijn: lengte over alles 40,60 m., lengte tussen de loodlijnen 38,50 m., breedte op grootspant 7,35 m., holte 3,85 m., bunkerruimte omstreeks 250 ton. De boot wordt o.a. uitgerust met elektrisch licht, benevens een zoeklicht-installatie en tevens voorzien van een 1½ à 2 K.W. draadloze telegrafie inrichting. De boot wordt toegevoegd aan de vloot van de N.V. Bureau Wijsmuller, die alsdan zal bestaan uit zeesleepboten JACOB VAN HEEMSKERCK, van 900 ipk en de ZEELAND, DRENTE, LIMBURG en GELDERLAND, allen van 800 ipk. Voorts zijn nog in aanbouw de zeesleepboot WILLEM BARENDSZ, zusterschip van de JACOB VAN HEEMSKERCK en twee vrachtstoomschepen van ruim 900 ton dw., de JAN VAN BRAKEL en JAN VAN GALEN, welke allen binnen 3 maanden zullen worden opgeleverd.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de scheepsbouwwerf van de firma A. Vuyk & Zonen te Capelle a/d IJssel is met gunstig gevolg te water gelaten het stalen stoomschip TROMPENBERG, gebouwd voor rekening van de Stoomboot Maatschappij Hillegersberg te Amsterdam. Het stoomschip heeft een draagvermogen van ca. 3.200 ton bij een lengte van 280’-0”, een breedte van 40’-0” en een holte van 21’-4”. Het werd gebouwd voor de algemene vrachtvaart, volgens de voorschriften van Lloyds Register, naar de hoogste klasse. De machines zullen een kracht kunnen ontwikkelen van 1.000 ipk.
Op de nu open gekomen ruimte zal zo spoedig mogelijk de kiel gelegd worden van een stoomschip van ca. 6.000 ton, voor rekening van de Stoomvaart Maatschappij Oostzee te Amsterdam.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Men maakt zich te Delfzijl zeer ongerust over het lot van de bemanning van het schip TRIJNTJE, kapt. Hendrik van Wijk, reder de heer J. Dallinga te Delfzijl, met een lading pijpaarde uit Engeland naar Rotterdam vertrokken. Het schip had reeds lang op de plaats van bestemming moeten zijn, zodat het ergste wordt gevreesd. (opm: zie ook AH 140119, schip kwam van Denemarken bestemd voor Amsterdam).


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De Standaard-schepen. Gedurende de oorlog regende het telegrammen, waarin melding werd gemaakt van die reusachtige aanbouw op Amerikaanse en Engelse werven van z.g. ‘Standaard’-schepen. De bouw van deze schepen werd aanzienlijk bespoedigd, omdat ze alle werden vervaardigd in eenzelfde type, het ‘Standaard’ type. Waardoor op grote schaal de verschillende onderdelen konden worden vervaardigd, welke dan op de werven slechts in elkaar behoefden te worden gezet. In fabelachtig korte tijd liepen deze schepen van stapel, en ook hiermee hadden de Amerikanen spoedig het record op hun naam. Maar het spreekt als vanzelf, dat door deze haast de schepen niet konden worden ingericht naar de tegenwoordige eisen aan een eerste klasse stoomschip gesteld, o.m. werd het tankruim voor waterballast wegens de enorme arbeidsbesparing eenvoudig bij de bouw uitgeschakeld. Toen de oorlog woedde, was een eerste vereiste: Schepen bouwen, en werd op geen kapitalen gezien. Thans nu de gewone toestanden allengs terugkeren, komt de concurrentie weer een woordje meespreken, en wat blijkt nu? De schepen, voorzien van een tankruim voor waterballast, hebben een aanzienlijke voorsprong op hun tankloze collega's. Aan de eerste categorie toch kost de ballast, water, niets, terwijl de tankloze schepen aanzienlijke kosten moeten dragen voor de aanschaf van ballast; afbraak, zand, etc., waarvoor NLG 3 à NLG 5 per ton gevraagd wordt. Een standaardschip van Amerikaanse oorsprong, dat een dezer dagen onze haven in ballast verliet, nam dan ook voor enige duizenden guldens van dat goedje mee, tot grote vreugde van handelaars in afbraak, maar tot grote schade van de rederij. Op den duur zal dus dit type schepen de strijd tegen het tank-type moeten verliezen en het is dus geen wonder, dat en in Amerika en in Engeland er engros handel wordt gedreven in .... hout-loze schepen. In Engeland gingen alzo op één dag maar liefst 150 schepen tegelijk in andere handen over en hoopt de nieuwe eigenaar reder, deze schepen althans voor de eenvoudige kustvaart, voorlopig productief te kunnen maken.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Amsterdam, 29 januari. De zeillogger ZEUS, van Rotterdam naar Kopenhagen bestemd, is, volgens hier ter stede ontvangen bericht, met averij te Skagen binnengelopen. Er woedde aldaar een sneeuwstorm.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Philadelphia, 20 januari. Het reeds gemelde stoomschip AMBON was tijdens mist in aanvaring met het Amerikaanse stoomschip BANTU. Beide schepen werden beschadigd.


01 februari 1919


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Maassluis, 31 januari. Het Nederlandse stoomschip ANDYK, van Newport News, is nabij de Poortershaven aan de grond gevaren.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Nieuwediep, 31 januari. De motorschoener STEENWIJKERDIEP (zie Ochtendblad 29 jan.) is heden binnendoor naar Amsterdam vertrokken om te dokken.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Prijzengerecht te Hamburg.
Gisteren heeft het Prijsgerecht te Hamburg uitspraak gedaan in de zaak van het Nederlandse stoomschip GELDERLAND, dat op reis van Engeland met kolen naar Nederland, naar Zeebrugge opbracht en later aldaar tot zinken werd gebracht. In eerste verhandeling waren de eisen van de rederij afgewezen. Het Opperprijzenhof erkende ze echter als billijk en verwees de zaak weer naar het Prijsgerecht te Hamburg, dat thans een schadevergoeding toekende van Mark 197.437 met inbegrip van 4% rente. De kosten van het geding komen ten laste van het Duitse rijk.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Mijnen in de Noordzee.
Volgens authentieke inlichtingen van het Franse zeekaartenarchief en van de Deense mijnenveegeskaders, bevindt zich in de Noordzee een groot mijnenveld, dat zich uitstrekt van Noorwegen tot de Orkney eilanden en bestaat uit duizenden en duizenden mijnen, in 1917 gelegd. Op enkele plaatsen is het 10 tot 15 Deense mijlen breed. Op het ogenblik is dat mijnenveld een onoverwinnelijke hinderpaal voor de zeevaart. Het kan slechts worden gepasseerd langs de Noorse kust. Het vaarwater tussen Schotland en de Orkney eilanden is ook geheel door mijnen versperd. Vaartuigen welke door Het Kanaal willen gaan, kunnen of door de open vaargeul in de Noordzee gaan of van Mary Island de Engelse oostkust volgen tot Het Kanaal. Ook daar ligt het overigens nog vol mijnen, maar de Engelse mijnenvegers werken er met grote energie aan. Ook in het middelste gedeelte van de Noordzee loeren allerhande gevaren op de scheepvaart. Het zal vermoedelijk vele jaren duren, eer de Noordzee een geheel vrij vaarwater wordt.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Rotterdamsche Scheepshypotheekbank.
De directie van de Rotterdamsche Scheepshypotheekbank te Rotterdam, stelt de inschrijving open op: NLG 500.000 aandelen, groot NLG 1.000, waar op te storten 10 procent van het nominaal bedrag. De aandelen worden uitgegeven tot de koers van 130 procent, berekend over het tegen afgifte van de aandelen te storten bedrag, zodat de storting van 10 procent per aandeel met NLG 130 moet worden voldaan. De aandelen delen in de gehele winst van de bank over het boekjaar 1919. Aandeelhouders genieten persoonlijk recht van voorkeur in dier voege, dat zij voor elke vier aandelen voorkeursrecht op één nieuw aandeel kunnen doen gelden. De inschrijving moet plaats hebben uiterlijk op 15 februari 1919 ten kantore van de Bank. De toewijzing geschiedt binnen drie weken na sluiting van de inschrijving. De storting op de toegewezen aandelen moet geschieden uiterlijk op 15 maart 1919. Aan de toelichting van het prospectus ontlenen wij het volgende:
De toeneming van de in omloop zijnde pandbrieven van de bank maakt het noodzakelijk tot uitbreiding van het geplaatst aandelenkapitaal over te gaan. In oktober 1917 was het maatschappelijk kapitaal gebracht op NLG 2.500.000 waarvan NLG 2.000.000 geplaatst was. Thans wordt overgegaan tot plaatsing van de overblijvende NLG 500.000 aandelen. Aan pandbrieven werd in 1918 geplaatst voor een bedrag van NLG 2.822.500 en ingekocht NLG 729.600, zodat het saldo van de uitstaande pandbrieven in dit jaar met een bedrag van NLG 2.092.900 vermeerderde. Aan geldleningen werd gedurende dit jaar een bedrag van NLG 4.152.200 uitgezet. Zoals uit het hieronder staande overzicht blijkt heeft de bank zich, niettegenstaande de wereldoorlog, voorspoedig ontwikkeld. In de laatste tijd kwamen verschillende goede aanvragen om hypotheek op Nederlandse schepen bij ons in. Ten einde aan deze aanvragen te kunnen voldoen is zij in november van het vorige jaar tot de uitgifte van 5½% pandbrieven overgegaan. De in omloop zijnde pandbrieven bedroegen eind 1918 NLG 10.013.600, de gesloten leningen NLG 13.705.351, ontvangen aflossingen NLG 3.878.145, uitstaande leningen NLG 9.827.206. Nadat reserves tot een bedrag van NLG 69.949 waren gekweekt, kon aan aandeelhouders over 1915 5%, over 1916 7% en over 1917 8% worden uitgekeerd. De resultaten over 1918 doen verwachten, dat na ruime reservering een hoger dividend zal kunnen worden uitgekeerd. Ter beschikking van aandeelhouders komt thans 50% van de overwinst. Het ligt in de bedoeling het op deze uitgifte verkregen agio, na aftrek van de kosten, aan te wenden ter versterking van het reservefonds van de bank.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Het vrachtstoomschip ARNHEM, gebouwd op de werf 's Lands Welvaren, te Vlaardingen, voor de firma P.W. Louwman te Rotterdam, heeft op de Nieuwe Waterweg proef gestoomd. In verband met het getij werd gevaren met een snelheid van 8 à 9 mijl per uur. De afmetingen van het schip zijn: Lengte 40 meter, breedte 7 meter, holte 3,40 meter.
De hoofdmachine installatie van het triple-expansie systeem werd geleverd door de Machinefabriek Jaffa te Utrecht. Het schip werd gebouwd volgens voorschriften van Germ. Lloyd, Bureau Veritas en de Nederlandse Scheepvaartinspectie.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

De Raad voor de Scheepvaart deed gisteren uitspraak betreffende het lek slaan en zinken van het motorzeilschip JACOB. Naar het oordeel van de Raad hebben verschillende omstandigheden deze ramp veroorzaakt.
In de eerste plaats werkte daartoe mee de oorlogstoestand. Immers dientengevolge kwamen de loodsen niet uit en had de JACOB een volstrekt onvoldoende hoeveelheid olie aan boord. Was toch deze laatste voldoende geweest, dan was bij het binnengaan van de fjord natuurlijk de motor aangezet en had men met het schip zonder moeite de vereiste manoeuvres kunnen maken. Het is begrijpelijk, dat de kapitein de motor niet heeft laten werken, daar hij de aanwezige olie voor het gebruik van de machine in de havens nodig had, terwijl aanvulling van de voorraad in Noorwegen uitgesloten was.
In de tweede plaats heeft het slechte weer en de hevige bui hun invloed bij het ongeluk doen gevoelen; indien deze laatste niet was opgestoken, had men niet zoveel zeil behoeven in te nemen en was het wellicht gelukt het schip tijdig rond te krijgen.
In de derde plaats kan ook de minder goede manoeuvreerbaarheid van het schip de ramp mede ten gevolge hebben gehad. Reeds op zee liet deze, naar kapitein en stuurman verzekerden, te wensen over en was het uiterst moeilijk het schip over stag te krijgen. Hiervoor was een reden aanwezig. Gelijk toch de Raad reeds vroeger heeft opgemerkt (o.a. bij de HARLINGEN en bij de CARPE DIEM, uitspraken Raad voor de Scheepvaart Nederlandsche Staatscourant 1918, Nos. 86 en 87) en gelijk mede volgt uit een uitspraak in beroep van de Voorzitter van de Raad (beroep A. Pannevis, uitspraken in beroep Ned. Staatsc. 1918, No. 7) moet een zeilschip en ook een motorzeilschip, dat niet scherp van bouw is, voorzien zijn van: Hetzij een behoorlijke midden kiel, hetzij kimkielen van voldoende breedte en ter juiste plaatse aangebracht.
Een midden kiel van 135 mm. hoogte was voor een schip als de JACOB te gering, al had het een lichting op het grootspant van 20 cm. – de midden kiel had in dit geval zeker 300 mm. hoog moeten wezen – de kimkielen hadden breder en op de juiste plaats aangebracht moeten worden, wilden zij ter vervanging van een middenkiel dienst kunnen doen. Ook het roer van de JACOB was niet breed genoeg, de breedte had voor dit schip ten minste 1,10 m. moeten bedragen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Maassluis, 1 februari. De pogingen om het stoomschip ANDYK (zie ochtendblad) vlot te slepen bleven vannacht vruchteloos.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 31 januari. Gistermiddag is met goed gevolg van de helling van de Scheepswerf De Liesbosch te Jutfaas te water gelaten een betonnen sleepschip groot 500 ton, van de N.V. Internationale Staal- en Beton Scheepsbouw Mij.
Het is het eerste betonnen schip van deze afmeting dat in ons land gebouwd werd.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 31 januari. Van de scheepswerf van de firma H. Boot & Zonen te Vrijenban werd met goed gevolg te water gelaten de stalen motorschoener Werfnummer 316, met een laadvermogen van plm. 200 ton, gebouwd voor eigen rekening en bestemd voor de algemene vrachtvaart. Het schip werd gebouwd onder Germanischer Lloyd en Scheepvaartinspectie. De afmetingen zijn 26 x 6,40 x 2,80 meter. (opm: is de VRIJENBAN II, te water op 29 januari, zie DMB 300119)


02 februari 1919


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

De dienst van de ‘Zeeland’ hervat.
Na ongeveer twee jaar is gisteren weer een mailboot uit Engeland aangekomen. De ZEELAND meerde te ruim zes uur aan de ponten met 17 passagiers waaronder enige kinderen. Met de scherpe controle van de passen en van de bagage was geruime tijd gemoeid. De passagiers moesten hier overnachten en kunnen eerst heden 9.25 uur vertrekken.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Londen, 31 januari. Het Nederlandse stoomschip HOOGKARSPEL, met pek naar Antwerpen bestemd, heeft beneden Gravesend door aanvaring schade aan bakboord en lichte lekkage bekomen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Maassluis, 1 februari. Het stoomschip ANDYK is hedenmiddag te 2 u. 20 met rijzend water en met assistentie van de sleepboten POOLZEE, LAUWERZEE, URSUS en COLUMBUS vlot gekomen en naar Rotterdam opgevaren.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Openbare schepenveiling op dinsdag 11 februari a.s. in de veilingzaal der Groote Koopmansbeurs te Rotterdam:
stalen zeetjalk ALPHA, 155 ton deadweight, gebouwd in 1896, klasse Germanischer Lloyd, grote kustvaart, 23,75 x 5,31 x 2,30 meter.
stalen zeetjalk BETA, 125 ton deadweight, gebouwd in 1892, klasse Germanischer Lloyd, kleine kustvaart, 24,38 x 494 x 2,07 meter.
Nadere inlichtingen verstrekt Jacq. Pierot Jr., makelaar in schepen, Witte Huis, Rotterdam.


03 februari 1919


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

De Raad van de Scheepvaart houdt woensdag 5 februari te 2 uur nam. een openbare zitting tot onderzoek naar:
a. Het stranden en wrak slaan op de klippen bij Drogden (Zweden) op 11 december jl. van het zeilschip JOHANNES FRANCISCUS, rederij A. Jordens Jr., Rotterdam;
gezagvoerder J. Poldervaart te Vlaardingen;
b. Het in het Skagerrak verlaten door de bemanning en vermoedelijk vergaan van het zeilschip SCANDINAVIË I op 27 december jl., rederij N.V. Reederij ‘Scandinavië’, Rotterdam; gezagvoerder Th. van Zwieten te Vlaardingen;
c. Het vermoedelijk met man en muis vergaan op de Noordzee op of na 22 dec. jl. van het stoomvissersvaartuig PAX (IJM-416), rederij N.V. Visscherij Mij. ‘Batavia’, IJmuiden.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Nederland en de crisis. Onze schepen.
Reuter verneemt uit Washington, dat zeven-en-tachtig Nederlandse schepen, door de Verenigde Staten overgenomen, onvoorwaardelijk zullen teruggegeven worden zodra zij in een Amerikaanse haven aankomen.
De restricties voor export betreffende gerst, mais, rogge, haver, bonen, erwten, suiker, broodgranen, zemelen, veevoeder (met zemelen vermengd meel), katoenzaadolie worden ingetrokken. Onderhandelingen worden geopend met de Nederlandse, Deense, Zweedse en Noorse regeringen over de beschikbaarstelling van nog vierhonderdduizend ton mais.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

De gerekwireerde schepen.
Het stoomschip YSTROOM, van de Hollandsche Stoomboot Mij. te Amsterdam, hetwelk geruime tijd voor de Britse regering heeft gevaren, doordat het was gerekwireerd, is thans vrijgegeven en gisteren met een lading stukgoed uit Londen te Amsterdam aangekomen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Steenkool uit Amerika. Het stoomschip FARMSUM van de Stoomvaart Mij. Oostzee is van Baltimore te Amsterdam aangekomen met 3.500 ton steenkolen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Het stoomschip OSCAR, gebouwd op de werf van de firma De Haan & Oerlemans te Heusden, voor rekening van Rederiaktiebolaget Amaryllis, te Helsingborg, heeft met goed gevolg proef gestoomd in de Nieuwe Waterweg, waarbij een snelheid werd verkregen van ruim 9 mijl. Schip en machines zijn gebouwd volgens de hoogste klasse van Bureau Veritas en de Zweedse Schepenwet. De afmetingen zijn: Lengte 215', hoogte 34’-4", holte 15’-6". Het schip is voorzien van een triple-expansie machine welke ca. 550 ipk ontwikkelt.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Philadelphia, 30 januari.. Op het stoomschip AMBON (zie Avondblad 31 jan.) dat in aanvaring was met het stoomschip BANTU, werd beslag gelegd voor $ 240.000. Voor enige reparatie aan de AMBON werd contract gemaakt voor $ 1.700.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Londen, 1 februari. Het Nederlandse stoomschip DEUCALION, van Piraeus naar Boston, is te Malta in aanvaring geweest en bekwam daarbij schade over dek. (opm: zie AH 070219)


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Maassluis, 1 Februari. De sleepboot POOLZEE is bij het vlot slepen van het stoomschip ANDIJK (zie vorig Avondblad) in aanvaring gekomen met de dukdalf, die geheel werd omgevaren. De sleepboot kreeg daarbij lekkage beneden de waterlijn, en moest naar Rotterdam opstomen om te dokken. De gasketel en verdere onderdelen van de dukdalf zijn door de sleepboot ARGONAUT opgevist en aan de Rijkswaterstaat afgedragen.


04 februari 1919


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Het nieuwe stoomschip TJILEBOET van de Java-China-Japan Lijn vertrok gistermiddag van Amsterdam naar Hampton Roads om steenkolen te halen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

De door Engeland gerequireerde SCHOKLAND van de Scheepvaart & Steenkolen Maatschappij is vrijgelaten en gisteren van Newcastle te Rotterdam aangekomen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Verkochte schepen. De koftjalk METEOOR, van de rederij W. Rubertus te Groningen, sedert 27 februari 1917 te Teignmouth vastgehouden, is aan een Belgische firma verkocht.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. De aanvankelijk voor Noorse rekening onder de namen NAN en NUBBEN op de scheepswerf van Joh. Berg te Delfzijl nieuw gebouwde stoomschepen MOORDRECHT en SCHERPENDRECHT, hebben proef gestoomd op de Eems. De schepen, die thans behoren aan de rederij Van Ommeren te Rotterdam, zijn groot resp. 489 en 493 register ton bruto en elk is voorzien van een compound machine van 400 ipk, eveneens door genoemde scheepswerf geleverd.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Philadelphia, 3 januari. Het stoomschip TJISONDARI (zie Avondblad 23 jan.) is vlot gesleept en hier aangekomen, ogenschijnlijk onbeschadigd.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Noordzeekanaal. De ijsbrekers HOOFDINGENIEUR DIRKS en IJSBREKER II zijn op het Noordzeekanaal bezig het vaarwater ijsvrij te maken, teneinde een stremming van de scheepvaart en van het pontverkeer nabij Velsen tegen te gaan. Door spuien wordt veel ijs door de sluizen van IJmuiden naar buiten geloosd.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Baggermolens ARDJOENO, HERCULES en stoomschip SOERABAIA.
De voor rekening van het Departement van Koloniën bij de Koninklijke Nederlandsche Grofsmederij te Leiden gebouwde zelf stomende baggermolen ARDJOENO zal deze maand naar Tandjong-Priok vertrekken. Het transport zal worden uitgevoerd door Bureau Wijsmuller's Scheepvaart-, Transport- & Zeesleepvaart Maatschappij te 's-Gravenhage, welke tegelijkertijd zal uitzenden de baggermolen HERCULES, gesleept door haar zeesleepboot ZEELAND, voor rekening van de heer H.F. de Groot te Gorinchem, en het stoomschip SOERABAIA voor rekening van de Nederlandsch-Indische Steenkolen Handel Mij. te Amsterdam. Het ligt in de bedoeling van de uitvoerders van dit belangrijke transport, om de vier schepen de reis naar Nederlands-Indië in konvooi te laten doen, indien de toestemming tot uitvaren van de Nederlandse Regering tijdig genoeg zal kunnen worden verkregen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Sleepvaart- en bergingsmateriaal. Men bericht ons, dat door Bureau Wijsmuller's Scheepvaart-, Transport- en Zeesleepvaart Maatschappij te 's-Gravenhage al het sleepvaart- en bergingsmateriaal van de firma Zur Mühlen is aangekocht. In deze koop zijn begrepen de bergingssleepboten CYCLOP en ASSISTENT, de bergingsblazer DOLFIJN, benevens de zich te Nieuwediep bevindende kantoorgebouwen en magazijnen met algehele voorraad bergingsmaterialen, als ketels, elektrische en stoompompen, ankers, kettingen, zelflozende reddingsvlot, duikertoestellen, enz., enz.
Het ligt in de bedoeling van het Bureau Wijsmuller de sinds het uitbreken van de oorlog door de firma Zur Mühlen te Nieuwediep gestaakte particuliere bergingsdiensten weer op te vatten, waartoe reeds deze week de CYCLOP, ASSISTENT en DOLFIJN aldaar in station zullen worden gelegd en voortdurend gereed en onder stoom gehouden, om op het eerste bericht van stranding of hulpverzoek naar buiten te kunnen gaan.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Havanna, 9 januari. De Nederlandse schoener ZEELANDIA, in ballast van Vera Cruz naar de Caribbean, is op de Colorades riffen gestrand en totaal verloren.


05 februari 1919


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

's-Gravenhage, 4 februari. Volgens van de Nederlandse consul te Havre ontvangen bericht, is het Nederlandse schip ALFA, kapt. Kampf, 25 januari van Rotterdam aldaar aangekomen, met verlies van 72 kisten van de deklast en schade aan het tuig.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

IJmuiden, 4 februari. Het beslag op de vrachtlogger KORNELIS (zie ochtendblad 17 jan.) is na borgstelling opgeheven.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Red Star Lijn. Philadelphia, 4 februari. Na een stilstand van bijna vijf jaar, zal de vrachtdienst van de Red Star Lijn tussen Philadelphia en Antwerpen de 20e februari hervat worden met de afvaart van het nieuwe Belgische stoomschip AOZIER. Het plan is een 14-daagse vrachtdienst te onderhouden. De passagiersdienst zal in het voorjaar hervat worden.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Vrijgegeven Nederlandsche schepen.
De door Amerika gerequireerde Nederlandse schepen, welke, blijkens een Reuter bericht, onvoorwaardelijk vrij worden gegeven, meten tezamen 363.332 ton en behoren tot de volgende rederijen: Dordtsche Stoomvaart Mij.: WOUDRICHEM (4.015 ton);
Mij. Houtvaart: IJSSEL (1.295); Erhardt & Dekkers: RANDWIJK (2.401), RIJSWIJK (1.673) WINTERSWIJK (3.205); Java-China-Japan Lijn: TJIKEMBANG (8.013), TJISONDARI (8.039); Holland-Amerika Lijn: AMSTELDIJK (6.435), BEUKELSDIJK (6.801), GORREDIJK (6.466), MAARTENSDIJK (6.482), RIJNDAM (12.572), SCHIEDIJK (7.000), SOESTDIJK (6.445), SOMMELSDIJK (6.291), VEENDIJK (6.874), WAALDIJK (4.995), WESTERDIJK (8.261), IJSSELDJJK (7.140), ZUIDERDIJK (5.208); Wm. Ruys & Co.: WIERINGEN (3.026); Stoomvaart Mij. Oostzee; LEERSUM (3.685); Kon. Holl. Lloyd: DRECHTERLAND (3.935), GOOILAND (3.886), RIJNLAND (5.421), ZEELANDIA (7.995); Ned.-Indische Tank Stoomboot Mij.: JUNO (2.345); Mij. N.-Brabant: NOORD-BRABANT (2.332); Van Uden: JOBSHAVEN (3.529), SASSENHEIM (2.150), VEERHAVEN (3.003), WAALHAVEN (3.551), IJSELHAVEN (3.580); Stoomvaart-Mij. Triton: AMELAND (3.512), TEXEL (3.210); Hollandsche Alg. Atl. Scheepvaart Mij.: BIESBOSCH (605); A.C. Lensen: CORNELIS (2.434), ELISABETH (1.770), MAGDALENA (2.173); Stoomv. Mij. Kralingen: KRALINGEN (1.380); Stoomvaart Mij. Hillegersberg: LARENBERG (3.265); Mij. Zeevaart; THEMISTO (3.494); Solleveld v.d. Meer- en Van Hattum: NOORDDIJK (3.241), OOSTDIJK (3.051), RIJNDIJK (3.557); Kon. Nederlandsche Stoomboot Mij.: ADONIS (1.704), AGAMEMNON (1.904), BACCHUS (2.555), CLIO (2.927), HERCULES (2.288), JASON (3.209), JUNO (1.755), MERCURIUS (2.868), NEPTUNUS (1.580), PLUTO (1.156), POLLUX (2.886), TRITON (1.883), VESTA (1.835); Stoomvaart Mij. Nederland: BALI (6.695), BATJAN (6.232), BORNEO (6.550), CELEBES (5.518), KAMBANGAN (5.462), KONINGIN DER NEDERLANDEN (8.176), ROEPAT (7.499), RONDO (7.549); Kon. West-Indische Maildienst: JAN VAN NASSAU (3.330), NICKERIE (2.462), PRINS DER NEDERLANDEN (2.164), PRINS FRED. HENDRIK (2.164), PRINS WILLEM I (2.221); Van Nievelt, Goudriaan & Co.: DRIEBERGEN (1.884), ALIOTH (2.070), ALKAID (3.028), BELLATRIX (3.552), DUBHE (3.233), MERAK (3.024), MIRACH (6.290), MIZAR (1.969), PROCYON (3.566), THUBAN (3.566); Ph. van Ommeren: BARENDRECHT (3.704), MIJDRECHT (3.475); Rotterdamsche Lloyd: SAMARINDA (6.625), TERNATE (5.909); Stoomvaart Mij. De Maas: SLIEDRECHT (3.056), WIELDRECHT (3.560).


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Hamburg, 4 februari. De Nederlandse tjalk ARENDINA, schipper Ploeger, van Rotterdam met ca. 17.000 bundels hoepels, waarvan de helft aan dek verladen, naar de Samnangerfjord, heeft 8 januari tijdens zwaar stormweer de gehele deklast verloren en schade bekomen aan tuig en zeilen. De bemanning heeft te Bergen verklaring afgelegd.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Hamburg, 4 februari. De Nederlandse vrachtlogger LICHTSTRAAL, van Kopenhagen naar Rotterdam, is tijdens zwaar stormweer in de Bocht van Kjöge gestrand. De opvarenden werden door onderzeeboten te Kjöge geland. De schipper is gekwetst.


06 februari 1919


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Gravesend, 31 januari. Het stoomschip HOOGKARSPEL is bij het vertrek naar Antwerpen in aanvaring geraakt met het van Fécamp alhier aangekomen en geankerd liggende Engels stoomschip EDDIE. De HOOGKARSPEL bekwam schade aan bakboord in het machineruim en lichte lekkage. De EDDIE bleef ogenschijnlijk onbeschadigd.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Sluiting Portugese havens.
Naar aanleiding van de troebelen in het noorden van Portugal, heeft de Portugese regering besloten na 29 januari jl. de havens in die streek van Aveiro tot Caminho te sluiten. De vreemde schepen die er liggen, kunnen vertrekken op voorwaarde van visitatie door de Portugese oorlogsbodems, die de kust bewaken.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Washington, 3 februari. De Shipping board heeft een verdere verlaging in de scheepvaartvrachten aangekondigd, ten einde aan de buitenlandse mededinging het hoofd te bieden. De vrachtprijzen naar Rotterdam, Antwerpen, Havre en Bordeaux zijn verlaagd tot USD 1,25 per 100 pond of 65 cents per kubieke voet. De vrachtprijs voor katoen naar Rotterdam en Antwerpen blijft USD 30 per ton van 2.240 pond.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. De Raad deed gisteren uitspraak betreffende het zinken van het stoomschip SIDNEY. De Raad is van oordeel, dat de oorzaak van de ramp een gevolg is van het binnendringen van water, van buiten af in de kolenbunkers, waaruit het, naar de getuigen verklaarden, in de machinekamer stroomde. Hoe het water in de kolenbunkers gedrongen is, valt niet met zekerheid te zeggen. De Raad acht het niet aannemelijk, dat de massa water door de bunkerdeksels naar de bunkers zou zijn gekomen; hoewel de mogelijkheid bestaat, dat deze deksels enigszins hebben gelekt, kan deze omstandigheid toch nooit een massa water in de bunkers brengen, daar het gedraaide deksels in een gedraaide ring zijn. Vermoedelijk zullen — nu zich ter plaatse geen verbindingen door spuipijpen bevinden — gezien het zwaar geladen voorschip, bij de woelige zee, spanningen in de buitenhuid zijn ontstaan, waardoor huidstrip of klinknagels zich hebben begeven; het generale langsverband van het schip versterkt dit vermoeden. Voor deze veronderstelling is te meer aanleiding, waar het schip als bovengemeld oorspronkelijk is getekend en bedoeld als een trawler en toen bij de bouw als vrachtschip zonder meerdere versterking 5 meter is verlengd. Het zeer groot laadhoofd ter lengte van ruim 8 meter moet de sterkte van het schip hebben benadeeld. Ten slotte merkt de Raad nog op, dat het ongewenst is wanneer, als bij de bunkergaten, een ijzeren deksel in een ijzeren ring geschroefd moet worden een verpakking van lampenkatoen aan te brengen; door het schroeven toch, wordt het katoen vaak opgestroopt en dientengevolge de mogelijkheid van lekken juist vergroot. Het beste is de schroef flink van vet te voorzien en vervolgens krachtig dicht te draaien.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. De Raad stelde een onderzoek in naar het stranden en wrak slaan op de klippen bij Drogden (Zweden) op 11 december jl. van het zeilschip JOHANNES FRANCISCUS, rederij A. Jordens, Rotterdam.
De gezagvoerder J. Poldervaart te Vlaardingen, als eerste getuige gehoord, verklaarde, dat de JOHANNES FRANCISCUS, 60 ton netto, met een lading ijzer en hout op weg was van Nordköbben naar Rotterdam. Omdat het tegen donker liep, was er bij vertrek uit Nordköbben geen loods te krijgen. Het was slecht weer, harde bries, slecht zicht en tamelijk onstuimige zee. De Nederlandse en de Deense consul te Nordköbben hadden getuige verklaard, dat in de stand van de lichten geen verandering was gekomen. Bij het varen bleek die echter wel het geval te zijn. Daardoor heeft de koersberekening gefaald en sloeg het schip na een half uur op de klippen. Manoeuvreren mocht niet baten, zodat tenslotte attentieseinen werden gegeven, waarop een marine-boot te hulp kwam en de mannen van het schip haalde, daar een langer verblijf noodlottig voor hun leven had kunnen worden. Het schip is dan ook later doormidden gebroken. Een gedeelte van de lading kon door een bergingsmaatschappij gered worden. Nadat nog een tweede getuige was gehoord, werd het onderzoek in deze zaak gesloten. Uitspraak volgt later.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. De Raad stelde een onderzoek in naar het in het Skagerrak verlaten door de bemanning en het vermoedelijk vergaan van het zeilschip SCANDINAVIË I op 27 december jl., eigendom van de N.V. Reederij ‘Scandinavië’, Rotterdam.
De gezagvoerder Th. van Zwieten te Vlaardingen verklaarde, dat zich aan boord zes man bevonden. Het schip was een omgebouwde logger. De lading bestond uit hoepels. Op 26 december kreeg men het vuur van Hamsholm (opm: is Hanstholm) in zicht op O. ten Z. Het weer was toen nog vrij goed. ‘s Nachts werd het vuur van Hanstholm dwars gepeild, om vier uur in de ochtend had men het ZW. Terstond werden alle maatregelen genomen door de veranderde situatie nodig geworden. Het weer werd echter steeds slechter. Het begon te sneeuwen, de zee werd hemelhoog en men kon geen hand voor ogen zien. Om vijf uur scheurde de fok, om zeven uur ‘s morgens het grootzeil. Het weer was ontzettend, de barometer daalde steeds. Reserve-zeilen, die werden aangeslagen, sloegen weg. Een stoomschip, dat in de nabijheid vertoefde, wilde het schip niet naar de haven slepen, maar wel de bemanning overnemen. Dat aanbod is toen, gezien de slechte staat waarin de SCANDINAVIË I zich bevond, aanvaard. Van het schip zelf heeft getuige niets meer vernomen, hoewel hij door draadloos te seinen getracht heeft van de toestand op de hoogte te komen. Een tweede getuige verklaarde in gelijken geest. Het onderzoek werd daarop gesloten. Uitspraak volgt later.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Londen, 31 januari. Het stoomschip MAINDY COURT, met tarwe en haver van Baltimore naar Hull bestemd, is 13 dezer ter rede van Deal in aanvaring geweest met het van Rotterdam naar Havre bestemde Nederlandse stoomschip MACEDONIA, waardoor van de MAINDY COURT enige platen verbogen werden. De MACEDONIA is sedert weer van Havre te Rotterdam aangekomen. Red.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Holland-Gulf Stoomvaart Mij.
Naar wij vernemen, heeft de Holland-Gulf Stoomvaart Mij. gisteren twee schepen verkocht: De LAURA, groot 1.600 ton en de MARIA, groot 3.200 ton, voor tezamen NLG 2,5 miljoen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Vlaardingen, 5 februari. Volgens alhier ontvangen bericht is het schip LICHTSTRAAL (zie vorig avondblad) weer vlot gekomen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Londen, 29 januari. Het Nederlandse stoomschip FAUNA met stukgoed van Amsterdam naar Hull, heeft schade veroorzaakt aan de Widdern Pier, alsmede aan de havenmuur van het King George Dock. Het schip bekwam slechts geringe schade.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Invoer. Het stoomschip ZIJLDIJK van de Holland Amerika Lijn is van Birkenhead te Rotterdam aangekomen met materialen voor de door genoemde rederij te bouwen stoomschepen. Zoals bekend, heeft de Engelse regering aan de Holland Amerika Lijn levering toegestaan van 60.000 ton scheepsbouwmateriaal als gedeeltelijke vergoeding voor de ten gevolge van torpedering gezonken STATENDAM.


07 februari 1919


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Dundee, 1 februari. Door de stoomtrawler AMBASSADOR is op zee opgepikt en naar binnengebracht een zwaar beschadigde barge. Het schip droeg geen naam op boeg of spiegel, maar het luik was gemerkt CORNELIUS Rotterdam.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Malta, 29 januari. Het stoomschip DEUCALION (zie avondblad 3 febr.) werd gisteren, geankerd liggende, aangevaren door het uitgaande Engelse stoomschip ISMALIA, dat geen averij bekwam.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Grimsby, 18 januari. De Nederlandse tjalk SEMPER SPERA wordt hier gerepareerd.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 6 februari. De hier thuis behorende tjalk ALBATROS, 86 bruto en 70 netto ton groot, in 1901 gebouwd is verkocht aan Lohman Hvid te Aarhus.


08 februari 1919


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Sic transit. Indertijd hebben wij verteld van het oude fregat ADOLF VAN NASSAU, dat jarenlang aan de haven te Nieuwediep dienst heeft gedaan als wachtschip. Top het op zekere dag, door de hevige stormen, die het beukten, ondermijnd, verhaald werd naar de vreedzamer wateren binnen ’s Rijkswerf te Willemsoord. Aldaar heeft het een poosje dienst gedaan als depotschip voor landmacht troepen, doch op zekere nacht is het lek geslagen en gezonken. Het werd, niet zonder moeite, leeggepompt, maar zijn dagen waren na dit incident geteld. Na onderhandelingen tussen het Rijk en de gemeente Helder is het oude wachtschip thans aan laatstgenoemde verkocht. Dat wil zeggen het hout, en wel … om als brandstof te worden gedistribueerd aan de bevolking. In de vergadering van donderdagavond besloot de Raad op de door de Minister van Marine gestelde voorwaarden in te gaan (de gemeente mag geen winst maken en moet eventuele tekorten bijpassen) en zo zal reeds spoedig met de sloping worden aangevangen. Sic transit …


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Londen, 4 februari. Het Nederlandse stoomschip BOEKELO werd 30 januari ter hoogte van Nicholson's werf aangevaren door een lichter, die zich op sleeptouw bevond, waardoor het roer zwaar werd beschadigd.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Dieppe, 3 februari. Het Nederlandse zeilschip VIER BROEDERS (zie avondblad 23 jan.) is vlot gebracht en te Le Tréport binnengekomen. Van de lading waren tevoren 50 ton op de kust geland.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Ongevallenwet voor zeelieden.
Het Comité voor opneming van zeelieden in de Ongevallenwet, heeft de Minister van Arbeid het onderstaande telegram gezonden: Nadat in augustus 1918 door een adres aan H.M. de Koningin opnieuw aandacht was gevestigd op de noodzakelijkheid van wettelijke voorziening tegen de gevolgen van ongevallen voor zeelieden ter koopvaardij en visserij werd ons Comité in oktober door U Exc. audiëntie verleend ter bespreking van deze zaak. Daar kreeg ons Comité de indruk, dat de ongevallenverzekering voor zeelieden niet alleen uw belangstelling had, doch wettelijke maatregelen daaromtrent spoedig tegemoet gezien konden worden. Intussen is daarvan officieel niets gebleken. Waar het koopvaardijbedrijf vrij volledig, en het vissersbedrijf gedeeltelijk is hervat, terwijl verwacht mag worden, dat verdere uitbreiding daarvan zal plaats vinden, veroorlooft ons Comité zich thans U. Exc. met klem te verzoeken, de opneming van de zeelieden in de Ongevallenwet tot stand te brengen op korte termijn. Door eenvoudige wijziging van de Oorlogs-zeeongevallenwet acht ons Comité dit mogelijk. Het belang van duizenden zeelieden maakt deze zaak van dringende betekenis.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Rotterdam, 7 februari. Volgens alhier ontvangen telegram is het Nederlandse schip AMSTERDAM, van Hommelvik herwaarts, 5 dezer met verlies van deklast, achtermast, zeilen en reddingsboot te Aalesund binnengelopen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 6 februari. De hier op reis van Rotterdam naar Bergen binnengekomen motorschoener RIEK is hedenmiddag naar de bestemmingsplaats vertrokken.


09 februari 1919


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

De PRINS DER NEDERLANDEN.
Het passagiersschip PRINS DER NEDERLANDEN van de Stoomvaart Mij. Nederland, is gistermiddag van hier naar Batavia vertrokken. Geruime tijd voor de afvaart heerste aan de Javakade en omgeving een sedert lang niet gekende drukte en bedrijvigheid, daar na 8 september 1917, toen de GROTIUS onze haven verliet, geen passagiersschip van de Nederland naar Oost-Indië vertrok. Thans heeft de PRINS DER NEDERLANDEN, na van april 1916 opgelegen te hebben, de passagiersvaart Amsterdam - Java heropend. Aan boord bevinden zich ongeveer 300 passagiers en 192 man equipage.


10 februari 1919


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Onze correspondent te Soerabaja seint, dat aan boord van de torpedobootjager PANTER een ontploffing plaats had van een stoompijp. Een inlander is gedood, een inlandse sergeant zwaar gewond.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Poole, 4 februari. De motorschoener ZWALUW (zie ochtendblad 18 jan.) is hier binnengebracht. De zwaar beschadigde bodem is voorlopig gerepareerd. Aangezien er hier geen gelegenheid daartoe is, gaat het schip naar Southampton, om afdoende te repareren.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. De Raad voor de Scheepvaart houdt Woensdag a.s. te 2 uur nm., een openbare zitting tot onderzoek naar het vermoedelijk met man en muis vergaan:
1. Op of na 22 december op de reis van IJmuiden naar Christiania van het motorzeilschip CATO. Rederij: firma Van Leeuwen en Spronk te Rotterdam;
2. op of na 13 november op de reis van Flekkefjord naar Rotterdam van het motorzeilschip BERTHA. Rederij: Vrachtvaart Mij. Neerlandia te Rotterdam.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Van der Eb en Dresselhuys.
De directie van de rederij van der Eb & Dresselhuys te Rotterdam deelt ons officieel mee, dat het in een van de andere bladen vermelde bericht als zou zij het grootste deel van de tonnage aan een Zwitserse combinatie hebben verkocht, absoluut onjuist is. Er is geen schip verkocht en hoewel de directie er steeds op uit is haar vloot te verkopen, bestaan er geen vastomlijnde plannen dienaangaande.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Londen, 7 februari. Op 14 december is de Venezolaanse sleepboot DON ALBERTO, toen deze met de met 295 ton vloeibare brandstof geladen Nederlandse lichter ORANJESTAD de baai van Maracaibo wilde passeren, gezonken. De ORANJESTAD is later aan de grond gedreven. Aangezien er geen behoorlijk bergingsmateriaal beschikbaar is zijn beide vaartuigen vermoedelijk totaal verloren.


11 februari 1919


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Gerequireerde schepen.
Volgens een N.I.P.A.-telegram uit Weltevreden d.d. 29 januari, zullen de te Hongkong in beslag genomen stoomschepen TJIBODAS en TJITAROEM van de Java-China-Japan Lijn, worden vrijgegeven.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Hamburg, 7 februari. Het schip LICHTSTRAAL (zie Avondblad 6 febr.) werd vlot gebracht door de bergingsstomer HERTHA. Ogenschijnlijk bekwam het geen schade.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Londen, 9 februari. De Nederlandse tjalk REINETTE heeft 14 mijl ten oosten van Cromer op een onder water drijvend voorwerp gestoten en is gezonken. De opvarenden zijn te Cromer geland.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Poole, 4 februari. De motorschoener ZWALUW is 2 dezer vlot gebracht. De scheepsbodem is zwaar beschadigd en voorlopig gerepareerd. Het schip zal naar Southampton gaan om aldaar afdoende gerepareerd te worden, aangezien hier geen helling of dok beschikbaar is.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Te Bergen aangekomen op 31 januari de ALBATROS, kapt. Drent, van Höganäs.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Het Nederlandse zeilschip REINETTE op weg van Yarmouth naar Hull is 14 mijl ten oosten van Cromer op een onder water drijvend voorwerp gestoten en gezonken. De opvarenden zijn te Cromer geland. De REINETTE was een tjalk van 94 bruto en 74 netto ton, is in 1893 gebouwd en behoorde aan J. & W. Haak te Rotterdam


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Volgens een particulier bericht uit Christiansand (opm: Kristiansand) is de Nederlandse schoener RIEK van Rotterdam, laatst van IJmuiden, naar Bergen, met een lading hoepels, 9 februari op 10 mijl van Lindesnaes op een mijn gelopen en gezonken. De opvarenden zijn gered en te Christiansand (opm: Kristiansand) geland. De RIEK was een motorschoener in 1917 gebouwd, 186 bruto en 142 netto ton groot en behoorde aan de heer A.N. den Ouden te Bolnes.


12 februari 1919


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Vlissingen, 11 februari. Het stoomschip HOOGKARSPEL is van Antwerpen alhier aangekomen om enige reparaties te ondergaan.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Londen, 11 februari. De motorschoener OOSTERDIEP is van Rotterdam te Sandnessjoen aangekomen. Het schip heeft op strand gezeten.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

IJmuiden, 11 februari. De motorschoener STEENWIJKERDIEP, gisteren van hier naar Kopenhagen vertrokken, is heden uit zee teruggekeerd wegens onbestuurbaarheid van het schip.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 10 februari. De motorschoener STEENWIJKERDIEP welke enige dagen geleden op reis van Rotterdam naar Kopenhagen bij Nieuwediep strandde, is na te Amsterdam de schade te hebben hersteld, heden van hier naar de bestemmingshaven vertrokken.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Maassluis, 10 februari. De zaterdag van hier naar Christiania vertrokken motorschoener NIEUWE MAAS is gisteren met defecte motor alhier uit zee teruggekeerd.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Hamburg, 7 februari. De schade aan het Nederlandse schip ALBATROS, dat met averij aan zeilen en tuig te Bergen aankwam, is door het Seegericht geschat op 4.825 Kronen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Bergen, 2 februari. De schade aan de Nederlandse kof ARENDINA is door het Seegericht alhier vastgesteld op 2.283 Kronen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Kopenhagen, 6 februari. Een scheepsverklaring is afgelegd, dat het op 29 november 1918 met mais van New York naar Rotterdam vertrokken stoomschip HARALD op 6 december, tijdens orkaanachtige storm, meerdere schade had belopen, onder meer waren trappen, hekken, de stuurboordreddingboot en een reddingvlot vernield. Presennings en schalklatten werden vernield, waardoor water in de laadruimen drong. Door het zware werken van het stoomschip brak de hoofdleibuis, waardoor de machine zacht aan moest werken. Falmouth heeft men aangelopen en aldaar is de nodige reparatie verricht. Later is nog opgemerkt, dat zich enige klinknagels in de bodem onder de machinekamer hadden begeven. De reis heeft een maand geduurd. (opm: de ex. Nederlandse HARALD ?)


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Bilbao, 30 januari. Terwijl het stoomschip AVILES gisteren de rivier afvoer, brak er een staaldraad, waardoor het anker van het erts ladende stoomschip SLIKKERVEER werd meegesleept. Daarop braken ook de vertuiingen van de SLIKKERVEER, welk stoomschip daardoor op drift raakte, meenemende een sleepboot welke zich tussen de AVILES en de SLIKKERVEER bevond. De sleepboot beliep enige schade. Door toedoen van het stoomschip AVILES brak er ook een staaldraad van het Griekse stoomschip MANOUSSIS.


13 februari 1919


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Londen, 12 februari. De Nederlandse motorschoener RIEK, van Rotterdam naar Bergen, is nabij Ryvinfen gezonken. De bemanning is te Christiansund (opm: Kristiansand) geland. Volgens rapport van de kapitein heeft het schip vermoedelijk op een mijn gestoten.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

IJmuiden, 13 februari. Namens een aantal vletterlieden uit Nieuwediep is voor een vordering van dertigduizend gulden als bergloon beslag gelegd op de hier binnengelopen motorschoener STEENWIJKERDIEP (Zie vorig ochtendblad.).


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Aangekochte schepen. De firma Ph. van Ommeren te Rotterdam, heeft van de werf Conrad te Haarlem een stoomschip aangekocht van 2.200 ton, dat onder de naam ZWIJNDRECHT in de vaart zal worden gebracht.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Naamloze vennootschappen. Staats Courant No. 36.
Wijnne en Barends' Cargadoors en Agentuur Kantoren, Delfzijl. Kapitaal NLG 100.000, geplaatst en volgestort. Ged. commissaris S. Barends, Delfzijl; directeur W.F. Oosterheert, Groningen, G. Meijer, Farmsum en B.Z. Barends, Delfzijl.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

De staking bij Wilton.
In een dinsdag gehouden vergadering is besloten, dat de R.K. metaalbewerkersbond en de landelijke federatie de leiding van de staking bij Wilton op zich zullen nemen. Van de zijde van de organisatie deelt men ons mee, dat er kans bestaat, dat de staking zich uitbreidt. De firma Wilton moet te kennen hebben gegeven, dat ze ketelmakers en kokers zal zetten aan het werk van de stakende klinkers, aanhouders en nageljongens. Bij voortduring van de staking zou de firma zich tevens genoodzaakt zien een 150 man van haar personeel te ontslaan. (opm: zie ook AH 230219)


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

De Raad voor de Scheepvaart deed gisteren uitspraak betreffende de aanvaring van het stoomschip DANEBOD door het stoomschip ALEXANDERPOLDER in het vaarwater van de Nieuwe Waterweg.
De Raad is van oordeel, dat de oorzaak van het ongeval is te wijten aan de stroom. Al was de loods op de ALEXANDERPOLDER bekend met de stroom ter plaatse waar de aanvaring gebeurde, had men aan boord van dit schip niet vooruit kunnen weten, dat de stroom het vaartuig dermate uit zijn richting zou brengen. Toch ware het omzichtiger geweest, indien de ALEXANDERPOLDER zijn vaart geminderd had en had gezorgd, dat de DANEBOD vóór de kromming volledig gebruik had kunnen maken van de gegeven gelegenheid om voorbij te varen. Aan boord van de DANEBOD is niet het sein gegeven, voorgeschreven bij artikel 27, alinea 6, van het Binnen-aanvaringsreglement; dit is af te keuren. Invloed op het ongeval heeft deze nalatigheid niet gehad, want aan boord van de ALEXANDERPOLDER begreep men, dat de DANEBOD voorbij wilde gaan en had men daartoe zelfs uit eigen beweging de noord wal genomen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. De Raad stelde vervolgens een onderzoek in naar het vermoedelijk met man en muis vergaan op of na 22 december op de reis van IJmuiden naar Christiania van het motorzeilschip CATO, rederij firma Van Leeuwen en Spronk te Rotterdam. De heer Spronk, een van de directeuren van de rederij, als getuige gehoord, verklaarde dat de bemanning van de CATO uit acht personen bestond.
Het schip was in het vorig jaar gebouwd en maakte zijn tweede reis. Bij zijn terugkeer van de eerste reis had de gezagvoerder, die inmiddels door een andere kapitein was vervangen, er over geklaagd dat het schip soms minder goed bestuurbaar was. Het is toen opnieuw onder handen genomen. Beladen met stukgoederen en zand in ballast vertrok de CATO op weg naar Christiania. De 22e december verliet het schip de haven van IJmuiden en sindsdien heeft de rederij niets meer vernomen. Tekeningen en verdere bescheiden werden de Raad overgelegd, die in deze zaak later uitspraak zal doen, alsook in die van het motorzeilschip BERTHA, rederij Vrachtvaart Mij. Neerlandia te Rotterdam, welk vaartuig op of na 13 november op de reis van Flekkefjord naar Rotterdam eveneens met man en muis vergaan schijnt te zijn.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Namsos (Noorwegen), 11 februari. De motorschoener OOSTERDIEP, van Rotterdam naar Florö met een lading hoepels en reeds 24 dagen onderweg wegens zwaar weer, is uit zijn koers geraakt en bij Flae-a op de rotsen gelopen. Het schip is later met assistentie vlot gekomen en lek te Sandnessjoen, tussen Namsos en Bodö binnen gesleept. (De OOSTERDIEP Is een nieuwe motorschoener van 400 bruto ton en behoort aan de Hollandsche Vrachtvaart Mij. te Rotterdam).


14 februari 1919


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Handels Mij. en Technisch Scheepvaartbureau Navis.
In de buitengewone algemene vergadering van aandeelhouders van de Handels Mij. en Technisch Scheepvaartbureau Navis te Groningen is tot vijfde commissaris benoemd de heer H.W. Bodewes te Martenshoek. Meegedeeld werd, dat het bedrag aan volgestort kapitaal het half miljoen aanmerkelijk heeft overschreden. In verband hiermee zal officiële beursnotering worden aangevraagd.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Cromer, 9 februari. De gezonken tjalk REINETTE was van Rotterdam naar Hull bestemd met 100 ton gezouten vis. De bemanning, 4 personen, vertrekt hedenavond naar Yarmouth.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 13 februari. Op de te IJmuiden teruggekeerde motorschoener STEENWIJKERDIEP, kapt. Datema, rederij Hollandsche Vrachtvaart Mij. alhier, is voor dertigduizend gulden beslag gelegd namens een groep vletterlieden te Den Helder, die de schoener hulp hebben verleend bij een stranding in de Haaksgronden op 28 januari laatstleden.


15 februari 1919


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

IJmuiden, 14 februari. Na borgstelling is het beslag gelegd op de motorschoener STEENWIJKERDIEP (Zie ochtendblad 13 febr.) opgeheven.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

New York, 25 januari. Het stoomschip WINTERSWIJK is bij Bay Ridge aan de grond geraakt, doch gisteren met assistentie van de sleepboot CLARENCE P. HOWLAND weer vlot gekomen. (De WINTERSWIJK vertrok 28 jan. van New York en 31 jan. van Norfolk naar Barbados).


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Londen, 12 februari. Van het stoomschip HARLINGEN, 8 januari van Rotterdam en 25 januari van Falmouth vertrokken naar Alexandrië, is sedert geen bericht ontvangen. Het schip is tot 10% aan de herverzekeringsmarkt gebracht.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Delfzijl, Het Oostenrijkse stoomschip GARDENIA, dat tijdens de oorlog enkele reizen naar hier deed met hout en ook thans hier ligt, zal aan Engeland uitgeleverd worden. Het schip vertrekt eerst naar Rotterdam om daar in het droogdok te worden opgenomen.


17 februari 1919


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Santos, 10 februari. Het Nederlandse stoomschip WESTERDIJK is hier in het kanaal op moddergrond vast geraakt, doch kwam drie uur later met assistentie van een sleepboot, ogenschijnlijk zonder schade, weer vlot. Voor de verleende sleepboothulp werd GBP 300 geëist.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Vlissingen, 14 februari. Het stoomschip HOOGKARSPEL is in het dok alhier opgenomen om gerepareerd te worden.


Krant:

 DMB - De Maasbode

(Zitting van 15 Februari). De Raad voor de Scheepvaart stelde heden een onderzoek in naar het aan de grond lopen nabij Egmond aan Zee op 28 januari van het stoomschip NOORDSTROOM van de Hollandsche Stoomboot Maatschappij te Amsterdam. De kapitein als getuige gehoord, verklaarde dat hij uit Newcastle kwam, geladen met steenkool. Het weer was heiig en de zee woelig. Hem was bekend, dat de boei van Egmond kon gedoofd zijn. 's Middags werd gelood 12 vaam. Men is toen volle vaart op de kust ingelopen nadat men even een schillen licht had gezien. Het werd gedaan omdat men tot 8 vaam kon doorstomen. Het licht werd onttrokken door sneeuwbuien. Plotseling liep men vast maar slechts enkele minuten. Toen de machine achteruit sloeg was het schip ook weer los. Zonder schade is het schip te IJmuiden binnengelopen De 1e stuurman H. Ebers bevestigt de verklaringen van de kapitein. Alleen heeft hij het licht niet gezien. De inspecteur van de scheepvaart meende dat hier niet de nodige voorzichtigheid is betracht. Hij noemt het zeer onverantwoordelijk dat met volle kracht is doorgevaren. Er had voortdurend gelood moeten worden. Tot de goede zeemanschap behoort ook het schip veilig te voeren. De kapitein meende dat toen hij 11 vaam peilde gerust 3½ mijl op de kust kon toelopen. De Raad zal later uitspraak doen.


Krant:

 DMB - De Maasbode

Uitspraak van de Raad voor de Scheepvaart betreffende het stranden en vergaan van het zeilschip JOHANNES FRANCISCUS. Naar het oordeel van de Raad vindt de ramp haar oorzaak in de misgissing van de schipper die ten onrechte meende, dat die boei, vanwaar hij zijn koers stelde op de plaats lag van Drogden vuurschip. Kennelijk was deze boei die welke nabij de NW-lijke hoek van het oostelijke in de Sont aangebrachte mijnenveld (ZO van Drogden vuurschip) lag en welke vermeld is in het Bericht aan Zeevarenden van 21 november 1918 no. 212/1615; van deze plaats N½O opgaande, moest de JOHANNES FRANCISCUS onvermijdelijk stranden. De schipper had beter gedaan niet in de nacht met slecht zicht het Drogden kanaal in te varen; hij had tevoren toen hij goede verkenning had, voor anker moeten gaan en de dag afwachten vooral omdat zijn mening dat de lichtboei op de plaats van Drogden vuurschip lag op niets steunde en de omstandigheid dat hij het licht van Dragör niet in het oog kreeg tot voorzichtigheid had moeien manen. Rederij de firma A. Jordens Jr. te Rotterdam; gezagvoerder J. Poldervaart te Vlaardingen.


Krant:

 DMB - De Maasbode

Uitspraak van de Raad voor de Scheepvaart betreffende het vergaan van het zeilschip SCANDINAVIË I. De Raad is van oordeel dat de oorzaak van de ramp is te wijten aan de storm waardoor de zeilen van de SCANDINAVIË I scheurden en verloren gingen, zodat het schip vrijwel hulpeloos was. Het is niet gebleken dat de bemanning het vaartuig te vroeg heeft verlaten. Intussen had de schipper beter gedaan na Hanstholm te zijn gepasseerd, niet dadelijk koers in de richting van Skagen te zetten al was de wind op dat ogenblik ZW, men behoort meer noord te houden in de richting van de Noorse kust en dan het Skagerrak in te gaan, daar men anders gevaar loopt gelijk het onderhavige geval weer bewijst, in de Jammerbocht op de kust te komen indien de wind naar het noorden uitschiet. Rederij: N.V. Reederij Scandinavië te Rotterdam; gezagvoerder Th. van Zwieten te Vlaardingen.


18 februari 1919


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Maassluis, 17 Februari. Het van Philadelphia binnengekomen stoomschip ALPHARD is tijdens dikke mist bij Vlaardingen aan de grond gevaren.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Maassluis, 17 februari. Het van New York komende Nederlandse tankstoomschip NEW-YORK is hedenmiddag tijdens dikke mist nabij de Vergulde Hand tussen Maassluis en Vlaardingen aan de grond gevaren. Het stoomschip dat zwaar beladen is (het heeft 8.000 ton petroleum aan boord) zal door de sleepboten SCHELDE, MAAS, ATLAS, MARS en ARION van de Internationale Sleepdienst Mij. worden geassisteerd om vlot te komen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Staking van marconisten.
In een te Rotterdam gehouden vergadering van marconisten ter koopvaardij is besloten niet meer aan te monsteren, alvorens een beslissing is ingekomen van de Belgische Marconi Mij. en de Nederlandse Mij. Radio-Holland, in zake haar voorstellen omtrent salarisverhoging, welke drie weken geleden gesteld zijn.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Op de heden gehouden algemene vergadering van aandeelhouders van de Scheepsbouw Maatschappij Nieuwe Waterweg werd de balans en winst- en verliesrekening over het afgelopen boekjaar goedgekeurd, terwijl het winstcijfer nagenoeg geheel voor afschrijving werd bestemd. Voorts werden de voorstellen tot statutenwijziging onveranderd goedgekeurd.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Kristiansand, 13 februari. De 7 opvarenden van de op een mijn gelopen motorschoener RIEK werden hier geland door het te Vestra Gab gestationeerde loodsvaartuig. Toen de opvarenden het vaartuig verlieten dreef dit nog op de lading hoepels.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 17 februari. Hr.Ms. ZEVEN PROVINCIËN, onder bevel van de kapitein ter zee Van der Wal, op de thuisreis naar Nederland, is te Panama aangekomen.


19 februari 1919


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

De ZEVEN PROVINCIËN. Hr.Ms. ZEVEN PROVINCIËN zal vermoedelijk 1 maart a.s. te New York aankomen. In verband hiermee wordt ondersteld dat het schip in de laatste week van maart in Nederland zal aankomen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Maassluis, 18 februari. De stoomschepen ALPHARD en NEW YORK (zie Ochtendblad 18 febr.) zijn vlot gesleept en opgestoomd naar Rotterdam.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Aangespoelde mijnen.
In de maand januari zijn hier te lande aangespoeld 133 mijnen, waarvan 121 Engelse, 10 Duitse en 2 van onbekende oorsprong. Het totaal van de sinds het begin van de oor-
log aangespoelde mijnen is hierdoor gestegen tot 6.143, van welke 5.102 Engelse, 81 Franse, 441 Duitse en 519 van onbekende oorsprong.


20 februari 1919


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Boston, 14 februari. Het met suiker geladen Nederlandse stoomschip SASSENHEIM (in beslag genomen door de Amerikaanse regering) komende van Cuba, is op de Nantucket Bank vast gevaren. Assistentie vertrok derwaarts.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Delfzijl, 19 februari. Het nieuw gebouwde stoomschip FORLAND is hier in de haven in aanvaring geweest met het papier beladen lichterschip CORNELIA, dat lekkage bekwam beneden de waterlijn. De lading wordt gelost.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Penzance, 13 februari. De Nederlandse schoener TROMP, van Bordeaux naar Rotterdam, is hier binnengelopen met lekkage en dekschade.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. De Raad voor de Scheepvaart deed in zijn zitting van gisteren uitspraak betreffende het met man en muis vergaan van het motorzeilschip BERTHA. Aangenomen moet worden volgens oordeel van de Raad dat de BERTHA met man en muis is vergaan. Welke de oorzaak van het ongeval is, valt niet te zeggen; niet onmogelijk is, dat het schip op een mijn is gestoten. Naar de tekeningen te oordelen, was de BERTHA over het algemeen een goed motorzeilschip, al was het in verhouding tot de lengte wat smal en dientengevolge minder stabiel. Die verhouding toch was 5,32 : 1 terwijl de normale verhouding 4,50 : 1 is. Ook de hoogte van de midden kiel, 180 mm., had eigenlijk 250 à 300 mm. moeten wezen. Het roer was niet breed genoeg, de breedte had voor dit schip ten minste 1,20 meter moeten bedragen, in welk geval de roerkoning uiteraard dikker en het stuur gerei sterker behoorde te zijn. Het is echter allerminst gebleken, dat één of ander aanleiding tot de ramp heeft gegeven.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. De Raad deed in zijn zitting van gisteren uitspraak betreffende het met man en muis vergaan van het motorzeilschip CATO. Ook in deze nam de Raad aan dat de CATO met man en muis is vergaan. Welke de oorzaak van het ongeval is, valt niet te zeggen. Er heeft op 23 en 24 december 1918 een vrij hevige storm op de Noordzee gewoed; het is echter niet onmogelijk, dat het schip op een mijn is gestoten. Naar de tekeningen te oordelen, was de CATO over het algemeen een goed motorzeilschip. Alleen het roer, dat 1 meter breed was, behoorde breder te zijn geweest, namelijk tenminste 1,20 meter, in verband waarmee dan ook de roerkoning dikker en het stuurgerei sterker had moeten wezen. Het is echter geenszins gebleken, dat deze omstandigheid tot de ramp aanleiding heeft gegeven.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

De sleepboot DON ALBERTO is met de tanklichter ORANJESTAD, komende van Maracaibo met een lading ruwe olie voor de Curaçaose Petroleum Maatschappij, in de Golf van Maracaibo ten gevolge van zwaar weer gezonken. (zie ook RN 100219)


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 18 februari. De van Rotterdam in ballast naar Kristiania bestemde Nederlandse schoener ZEEHOND, is heden hier wegens tegenwind als bijligger binnengelopen. Het vaartuig is binnen de pieren voor anker gegaan om bij enigszins betere gelegenheid weer zee te kiezen.


21 februari 1919


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Bergen, 12 februari. Het alhier van Rotterdam aangekomen Nederlandse schoenerschip JOHANNES CORNELIS heeft met zware storm te kampen gehad en daardoor 154 bundels hoepels van de deklast verloren.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De gezonken tjalk REINETTE.
De Daily Chronicle schrijft d.d. 16 februari nader over het vergaan van de REINETTE: Midden in de nacht landden te Cromer vier Nederlandse zeelieden na het zinken van hun schip, een tjalk, REINETTE genaamd. Het vaartuig was afkomstig van Rotterdam en op weg naar Hull met een lading vis. Zaterdagavond te halfacht sloeg het schip lek, 20 mijlen van Cromer af. Een uur later zonk het. De vier mannen, die aan boord waren namen plaats in een kleine open boot en staken nu en dan vuurpijlen af, toen hun vier uur later een stoomschip passeerde, maar ze werden niet opgemerkt. Na een lange moeilijke tocht in het donker en in bitter koud weer kwamen zij hedenmorgen hier aan. Ze sliepen hier in een open tent op de pier. Toen ze later in staat waren de weg in de stad te zoeken, heeft men hun voedsel en een aangenamer verblijfplaats verstrekt.


22 februari 1919


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Engelse herstellingswerken te Zeebrugge.
Brussel, 21 februari. De Engelse marine heeft bezit genomen van de haven van Zeebrugge ten einde daar belangrijke werken uit te voeren. Zij zal o.a. de drie schepen lichten, welke aan de ingang tot zinken zijn gebracht om deze te versperren. Ook het havenhoofd en het kanaal zullen zij herstellen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Amsterdam, 21 februari. De Nederlandse motorschoener ACHTERDIEP is gisteren van Rotterdam te Port Madoc aangekomen met verlies van zeilen en een schroefblad. Bij het binnenkomen was het schip aan de grond geraakt, doch spoedig weer vlot gekomen. Ogenschijnlijk bekwam het geen schade.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Drontheim, 10 februari. De motorschoener OOSTERDIEP (zie Avondblad 12 febr.) heeft enige lekkage en de deklast verloren. Na enige reparatie kon het schip naar Flori worden gesleept, of, indien hier de nodige olie kan worden verkregen, op eigen kracht derwaarts vertrekken.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Scheepstijdingen. Rotterdam, 21 februari.
Het motorschip NIEUWE MAAS is 20 februari in de voormiddag van Rotterdam te Christiania aangekomen.
De motor HARLINGEN, van Rotterdam naar Alexandrië, vertrok 13 febr. van Gibraltar.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 21 februari. De Nederlandse tjalk ANNA, 84 bruto en 42 netto ton, te Ulrum thuis behorende, is verkocht aan Jens Christensen te Aarhus. Het schip is verdoopt in GRAVELINGEN.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 21 februari. De Nederlandse schoeneraak RES NOVA, in 1908 gebouwd, 139 bruto en 114 netto ton groot en te Groningen thuis behorende. is verkocht aan J. Damkler Petersen te Kolding.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 21 februari. Het Nederlandse zeilschip HERMIA is verkocht aan A.C. Rasmussen te Svendborg.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 21 februari. Het in Nederland gebouwde stoomschip KONGSGAARD, 4.000 ton, is verkocht aan de Vestlandske Lloyd te Stavanger.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 20 februari. De binnen de pieren voor anker liggende schoener ZEEHOND, kapt. W. v.d. Veen, heeft de reis naar Christiania voortgezet.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 20 februari. De stoomschepen TEXELSTROOM en OCEAN, resp. van Swansea en Philadelphia hier aangekomen, hebben door zwaar stormweer schade over dek en aan de sloepen geleden.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Nieuwediep, 20 februari. De motorboot BRANDARIS, van Rotterdam naar Kopenhagen, is hier wegens gebrek aan olie binnengekomen.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Donderdag is door de hoofdbesturen van verenigingen Onze Vloot en Het Nederlandsch Zeewezen de gedenkplaat aangeboden aan de directie van de Holland Amerika Lijn, die op het stoomschip NIEUW AMSTERDAM een plaats heeft gevonden ter blijvende herinnering aan de moed. het beleid, en de opoffering van de Nederlandse zeelieden, die ons land tijdens de oorlog voor hongersnood bewaard hebben. De heer H.M. van Bemmelen, voorzitter van Onze Vloot, heeft de gedenkplaat met een redevoering aan de directie van de N.A.S.M. overgedragen, welke op haar beurt de verzekering gaf, dat als eenmaal de NIEUW AMSTERDAM uit de vaart mocht gaan, de plaat op een nieuw schip van haar vloot een plaats zal vinden.


23 februari 1919


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

De staking bij Wilton.
De staking bij Wilton te Rotterdam is geëindigd, vrijdagmorgen hebben de stakers, hoewel ze in een vergadering bij geheime stemming met 66 tegen 22 stemmen hadden besloten de staking door te zetten, zich voor het grootste deel weer aangemeld. 28 man hadden daarna hun houding nog af laten hangen van het advies van de organisaties en waren niet ten kantore van de werf verschenen. Van deze 28 zijn er heden nog 14 aangenomen. Van hen die zich zelf hebben aangemeld, heeft de directie er plus minus 40 niet meer tot het werk toegelaten, zodat er ruim 50 slachtoffers zijn. De arbeid is op de oude voorwaarden hervat.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. De Raad deed gisteren uitspraak inzake het aan de grond lopen van het stoomschip NOORDSTROOM. De Raad is van oordeel, dat de oorzaak van het ongeval is gelegen in een daad van de kapitein; deze toch heeft niet met de vereiste voorzichtigheid gevaren. Zonder enige reden denkende verder van de kust verwijderd te zijn dan hij werkelijk was, heeft de kapitein, met volle kracht varende, een koers genomen, waarmee hij op de kust instuurde. Toch had de loding van 11 vaam hem moeten waarschuwen, dat hij zich op een plaats kon bevinden, gelijk hij zich dan ook inderdaad bevond, vanwaar hij spoedig in ondiep water zou geraken. Het is voor de kapitein geen verontschuldiging, dat hij meende ongeveer 2 mijl te kunnen zien en dat hij veronderstelde, dat het licht, dat hij zag, de boei dwars van Bergen was. Het is slechte zeemanschap, afgaande op meningen en veronderstellingen te varen, gelijk de kapitein deed, in plaats van met grote behoedzaamheid en herhaaldelijk lodende de kust, welke men wil verkennen, te naderen. Ware het laatste geschied, het ongeval was niet gebeurd.
De kapitein behoort voor zijn daad disciplinair te worden gestraft; in aanmerking nemende, dat de kapitein nog over weinig ervaring beschikte, wil de Raad een lichte straf opleggen en straft mitsdien de kapitein door het uitspreken van een berisping. Ten slotte wordt nog opgemerkt, dat het journaal onvoldoende was bijgehouden, daar alleen de stuurkoersen waren ingevuld.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Openbare schepenveiling op dinsdag 4 maart a.s., te 2½ ure, in de veilingzaal van de Groote Koopmansbeurs te Rotterdam, van:
stoomvrachtlogger JOHANNA ADRIANA, laadvermogen 165/170 ton, 28,72 x 6,39 x 3,08 meter, gebouwd in 1906, machine 100 pk.
vrachtlogger AMSTERDAM, laadvermogen 170 ton, gebouwd in 1904, 24,60 x 6,99 meter.
vrachtlogger MAASLAND, laadvermogen circa 155 ton, gebouwd in 1903, 26,30 x 6,50 x 3,02 meter.
sleepboot GIER, 170 IPK, 20,00 x 4,26 x 2,00 meter, compoundmachine, ketel 33 m2 verwarm. opp., 6,3 atm. stoomdruk. Dit vaartuig is tevens uitgerust voor de visvangst.
sleepboot STAALDUIN, 170 ipk, 21,20 x 5,25 x 2,33 meter, compoundmachine, ketel 57 m2 verwarm. opp., 5 atm. stoomdruk.
Nadere inlichtingen verstrekt Jacq. Pierot Jr., makelaar in schepen, Witte Huis, Rotterdam.


24 februari 1919


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. De bij de firma E.J. Smit & Zoon te Hoogezand gebouwde vrachtboten GUY en TORLAND hebben dezer dagen met goed gevolg op de Eems bij Delfzijl proef gestoomd. Het zijn zusterschepen, type ‘welldeck’ met een laadvermogen van 1.100 ton. De boten zijn gebouwd volgens de hoogste klasse Lloyd's, terwijl machines en ketels eveneens bij de firma Smit werden vervaardigd. De schepen zijn bestemd voor de rederij Hugo Persson te Landskrona, waarheen ze zijn vertrokken.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Aan de scheepswerf van de fa. Wortelboer & Co. te Westerbroek is met goed gevolg te water gelaten (opm: 22 febr.) een 4-mast motorschoener groot ruim 900 ton, voor eigen rekening. Het schip wordt voorzien van een 4-cilinder middeldruk Kromhoutmotor van 180 pk en het is gebouwd onder hoogste klasse Germ. Lloyd. (zie ook AH 220419 – in de vaart als BOVENKARSPEL).


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

IJmuiden, 24 februari. Heden is van hier naar New York vertrokken de motorschoener KRALINGEN.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Delfzijl. 22 februari. Het hier binnengekomen schip ZWERVER is vol water en drijft op de lading hout. Zoals indertijd vermeld, heeft het schip in december jl. bij Rottumeroog op strand gezeten en werd het door een Duits marinevaartuig vlot gesleept en naar Emden opgebracht.


25 februari 1919


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. De bij de Koninklijke Nederlandsche Grofsmederij te Leiden voor Nederlands-Indië nieuw gebouwde stoomhopper ARDJOENO keerde heden na een welgeslaagde proeftocht van de Noordzee terug en stoomde naar Amsterdam terug om verder door het Bureau Wijsmuller voor de reis naar Indië te worden uitgerust.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Kopenhagen, 13 februari. Het Nederlandse schip HOOP OP ZEGEN is op de reis van Odense met kolen naar Kastrup, bij Fejö in het ijs vastgeraakt, doch met assistentie weer vrij gekomen en te Fejö binnengebracht.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

IJmuiden, 24 februari. De motorvrachtlogger NACHTEGAAL, van Londen met zout naar Tuborg bestemd, welke hier als bijlegger binnenliep, geraakte bij het inkomen tussen de pieren aan de grond. Met assistentie van een sleepboot VISCHPLOEG van de sleepdienst IJmuiden werd het schip vlot getrokken en hier binnengebracht.


26 februari 1919


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Vlissingen, 25 februari. De tjalk JACOBUS ADRIANA is alhier gestrand. De positie van het schip is verre van gunstig. Met hoog water zal getracht worden de tjalk vlot te slepen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Door kapt. H. Hempel te Burg i. D. is te Martenshoek aangekocht een aldaar in aanbouw zijnde ijzeren galjas van 130 ton. Het schip zal MARGARETHA worden genaamd en te Hamburg thuis behoren.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Door de scheepswerf van de firma Wortelboer & Co. te Farmsum is afgeleverd het voor Zweedse rekening nieuw gebouwde stoomschip SWANHOLM, groot 1.050 m3 netto. De machine van 600 ipk werd geleverd door de N.V. v/h H.J. Koopman te Dordrecht.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Delfzijl, 23 februari. Het alhier binnengesleepte 2-mast koftjalkschip ZWERVER (zie vorig avondbl.) zal hier gelost en gerepareerd worden.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Amsterdam, dinsdag 25 februari. Van der Eb & Dresselhuys' Scheepvaart Maatschappij.
De directie deelt aan het F. W. v. d. F. het volgende mee: In verband met het steeds stijgen van de scheepsexploitatiekosten, welke relatief op kleinere tonnage het meest drukken, achtte de directie het reeds lang gewenst het grootste gedeelte van haar kleinere tonnage te verkopen. Door een samenloop van gunstige omstandigheden is zij er nu in geslaagd haar kleinere tonnage voor een goede prijs van de hand te doen en te vervangen door grotere tonnage w.o. een stoomschip van circa 3.300 ton draagvermogen, welke haar circa NLG 200 per ton minder kost dan de verkoopprijs van de kleinere schepen, terwijl tevens werd bedongen, dat deze schepen nog gedurende enige jaren onder haar directie en vlag blijven.
Door afschrijving van de uit deze transactie voortvloeiende baten, kan de directie de boekwaarde van haar schepen, sinds de aanvang, met circa NLG 175 per ton verminderen, niettegenstaande de totaal-tonnage van 5.000 ton draagvermogen tot ongeveer 8.000 ton draagvermogen is gestegen.
Ondanks deze belangrijke afschrijving kan niettemin over het afgelopen boekjaar, na aftrek van tantièmes, belasting enz., een dividend van ca. 10 à 11% worden verwacht. Tenslotte is de directie er nog in geslaagd een overeenkomst te sluiten met een buitenlandse maatschappij, waardoor zij nog 4 stoomschepen, tezamen metende 10.000 ton draagvermogen, onder haar beheer en vlag krijgt, zodat zij in totaal beschikt over de volgende ruimte:
Een stoomschip groot 3.300 ton draagvermogen.
Een stoomschip groot 3.200 ton draagvermogen.
Twee stoomschepen groot 2.200 ton draagvermogen.
Een stoomschip groot 1.800 ton draagvermogen.
Een stoomschip groot 1.600 ton draagvermogen.
Drie stoomschepen groot 700 ton draagvermogen.
Twee stoomschip groot 600 ton draagvermogen.
Twee stoomschip groot 500 ton draagvermogen.
Een stoomschip groot 230 ton draagvermogen.
Dus in totaal 14 stoomschepen metende ruim 18.000 ton draagvermogen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Queenstown, 23 februari. Het in ballast van Cardiff naar New York bestemde Nederlandse stoomschip BOEROE is alhier met defecte hogedruk cilinder binnengelopen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Maassluis, 26 februari. De motorschoener KRALINGEN, van Amsterdam naar New York bestemd, is met defecte motor alhier binnengelopen. (opm: op 28 februari weer van Maassluis vertrokken naar New York).


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Panama, 27 januari. Het stoomschip ZUIDERDIJK, dat 1½ mijl van Miraflores sluizen tegen de kanaaloever stootte, kreeg lekkage in voorruim en voorpiek. De gaten werden door een duiker gestopt. Voorts zijn er verscheidene spanten verbogen en is het nodig, dat het stoomschip lading lost en gedokt wordt om te repareren. De ZUIDERDIJK arriveerde 15 februari te Guayaquil.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Kristiansand, 20 februari. De Nederlandse stalen schoener ROTTERDAM (155 bruto ton) ligt hier in reparatie en wordt voor 80.000 Kronen te koop aangeboden.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Delfzijl, 25 februari. Het alhier binnengesleepte 2-mast koftjalk-schip ZWERVER, drijvende op de lading gezaagd hout, zal hier gelost en op de scheepswerf van de firma Wilhelm Hemsoth gerepareerd worden.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 24 februari. De motorschoener OOSTERSCHELDE, van Rotterdam naar Christiania bestemd, wegens defecte motor hier binnengelopen, zette heden de onderbroken reis wederom voort.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Maandagmiddag heeft de Duitse onderzeeboot UB-6, die geruimen tijd hier te lande geïnterneerd lag en door Duitsland nog aan Engeland moest worden uitgeleverd, Nieuwediep verlaten, om door twee sleepboten naar Harwich te worden gesleept.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Advertentie. Oproep Harmannes Mulder – VELOX – vergaan in 1915.
In den jare 1900 en negentien den twee en twintig Februari ten verzoeke van Harm Mulder zonder beroep, wonende te Groningen, ten dezen domicilie kiezende ten kantore van de procureur Mr. J.G. Holthuis te Groningen, die door eiser tot procureur gesteld wordt en als zodanig voor hem zal accuperen, heb ik Garrelt Christiaan Nanninga, deurwaarder bij de Arrondissementsrechtbank van en wonende te Groningen
Aan Harmannus Mulder, schipper, laatst gedomicilieerd te Groningen, doch thans afwezig, mijn exploit doende door aanplakking van een afschrift dezes en van na te melden stukken aan de voorname deur van de vergaderplaats dezer Rechtbank en aan het huis van de gemeente Groningen, terwijl gelijke afschriften door mij deurwaarder zijn overgegeven aan Edelachtbaren Heer Officier van Justitie bij gemelde Rechtbank door mij het origineel van dit exploit met „gezien" is getekend terwijl eindelijk dit exploit zal worden geplaatst in de Provinciale Groninger Courant en het Nieuwsblad van het Noorden Betekend: een extract van de minuten berustende ter Griffie van de Arrondissements-Rechtbank te Groningen d.d. 10 januari 1919, houdende verlof om de gedaagde ten derde male bij een openbare dagvaarding op te roepen. Voorts heb ik deurwaarder exploit doende als boven de gerequireerde
Voor de derde maal gedagvaard: Om op vrijdag den dertigsten Mei aanstaande des voormiddags om tien uur te verschijnen ter terechtzitting van de Arrondissements-Rechtbank van Groningen, alsdan en aldaar zitting houdende in het gewone lokaal harer terechtzittingen in het Paleis van Justitie aan de Oude Boteringestraat ten einde: Aangezien gedaagde de eerste Februari 1900 en vijftien met de schoener „VELOX" van Engeland is vertrokken met bestemming naar Oporto, zonder orde op zijne zaken te hebben gesteld of volmacht tot de waarneming daarvan te hebben gegeven;
Aangezien sedert noch van genoemde „VELOX" noch van de opvarenden, waaronder gedaagde enig bericht is ingekomen, waaruit van diens aanwezen of overlijden blijkt, zodat gerust mag worden aangenomen dat genoemde „VELOX" met man en muis is vergaan. Aangezien er alzo sedert zijn vertrek meer dan drie jaar zijn verstreken en er dus termen bestaan om ten aanzien van gedaagde rechtsvermoeden van overlijden uit te spreken. Mitsdien ten aangewezen dage in persoon of door iemand van zijnentwege van zijn aanwezen te doen blijken bij gebreke waarvan door de eiser na het vervullen van de in deze voorgeschreven formaliteiten zal worden geconcludeerd, dat bij vonnis worde verklaard, dat er ten aanzien van den gedaagde rechtsvermoeden van overlijden bestaat en dat gedaagde zal worden veroordeeld in de kosten van het geding. De kosten dezes zijn buiten die van procureur NLG 17,70. (getekend) G.C. Nanninga. Deurw.
Gezien De Officier van Justitie te Groningen (get.) Hofstede.
Geregistreerd te Groningen de vier en twintigste Februari 1900 en negentien deel 127 folio 26 recto vak 2 twee bladen geen renvooi. Ontvangen voor recht een gulden vijftig cent. NLG 1,50. De Ontvanger (getekend) Brants Voor afschrift conform G.C. Nanninga. deurwaarder.


27 februari 1919


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 27 februari 1919. Op de Lek heeft de proefvaart plaatsgehad van het voor de visserij ingerichte stoomschip G. ZORGDRAGER, RO-64, gebouwd op de Scheepswerf & Machinefabriek Nimmerrust te Lekkerkerk voor rekening van de firma F. & G. de Meyer alhier (opm: = Rotterdam) (opm: een sleepboot-trawler)


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. De te Raamsdonkveer nieuw gebouwde motorschoener LIBEA, groot 600 ton, heeft 25 dezer op de rede van Vlissingen een welgeslaagde proeftocht gehouden, waarbij een behouden vaarsnelheid werd verkregen van 7,6 mijl. Het schip gaat, naar men verneemt, varen voor de Houthandel v/h G. Alberts Lzn. & Co. te Middelburg en vertrok gisteren van Vlissingen naar Demerara om aldaar een lading hout in te nemen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Delfzijl, 25 februari. Op de koftjalk ZWERVER (zie vorig Avondblad) werd namens de firma Lehnkering & Co. te Emden beslag gelegd.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Vlissingen, 25 februari. De mailboot ZEELAND, die sinds 31 januari de dienst tussen Vlissingen en Gravesend onderhoudt, wordt vrijdag a.s. vervangen door het stoomschip PRINS HENDRIK.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 26 februari. De Nederlandse tjalk ALBATROS is verkocht aan C. Lolk, te Svendborg. De ALBATROS is een koftjalk, 131 bruto en 106 netto ton groot, in 1913 gebouwd en behoorde aan G. Drent te Groningen.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Hoek van Holland, 27 februari. Het binnengekomen stoomschip ALEXANDERPOLDER is hier geankerd met een zieke bemanning. Er heerst schurft aan boord.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 26 februari. Alhier ligt zeilklaar de nieuwe drie-mast motorschoener CORNELIA, kapt. Dost. Dit schip is gebouwd op de werf van de heer Smit te Foxhol en is groot 803 m3 netto. Het vertrekt van hier in ballast naar Mumbles (Engeland) om aldaar te laden voor Algiers. Het behoort thuis te Rotterdam.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Gisteren is alhier aangekomen de nieuwe drie-mast motorschoener MARGARETHA, kapt. Klugkist, groot 652 m3 netto. Dit schip is gebouwd op de werf van de heer Van Diepen te Waterhuizen. Het behoort thuis te Rotterdam aan de vrachtvaart Mij. Neerlandia. (opm: Op 1 maart vertrokken voor eerste reis naar Swansea).


28 februari 1919


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 27 februari 1919. Men vermeldt uit Delfzijl, dat aldaar zeilklaar liggen de nieuwgebouwde motorschoeners MARGARETHA en CORNELIA, gebouwd voor de Vrachtvaart Maatschappij Neerlandia. De MARGARETHA is gebouwd door de Gebr. Van Diepen en is uitgerust met een 130 pk Steywal-motor en de CORNELIA is gebouwd door de Gebr. Smit te Foxhol en heeft een Kromhout motor van 130 pk.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Ernstige aanvaring met een duikboot.
De aanvaring, welke tussen de binnenkomende zeiltrawllogger SCH-219 (DIRK) en de Nederlandse onderzeeboot II binnen de pieren van IJmuiden heeft plaats gehad, blijkt van ernstige aard te zijn geweest.
Waarschijnlijk heeft de duikboot vóór de logger, welke gesleept werd, willen overgaan, hetgeen echter door de vaart van laatstgenoemd vaartuig niet gelukte. De duikboot kwam met zulk een kracht tegen de houten logger, dat deze in de steven bleef steken. Om zinken te voorkomen, werden beide vaartuigen nabij de Zuiderstrekdammen aan de grond gezet.
Nog steeds zit de duikboot in het voorschip van de logger bekneld. De zeesleepboot DRENTE van het Bureau Wijsmuller, welke in Rijksdienst staat, is gisteren met een drijvende bok te IJmuiden gearriveerd. Met deze bok zal getracht worden de duikboot uit de logger te verwijderen. De logger heeft een groot gat in de voorsteven.
Persoonlijke ongevallen kwamen niet voor.
Onderzeeboot O 2 en de DIRK (SCH-219) (collectie onbekend)


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Holland Amerika Lijn.
De heren R. Mees & Zoonen en de Rotterdamsche Bankvereeniging te Rotterdam en de Amsterdamsche Bank te Amsterdam berichten dat de inschrijving op NLG 5.000.000 gewone aandelen van de N.V. Gemeenschappelijk Eigendom van Aandeelen Holland-Amerika Lijn is opengesteld op 6 maart, tot de koers van 327%, op hun kantoren. De storting moet plaats hebben op 19 maart a.s.
Aan de toelichting tot het prospectus ontlenen wij het volgende: Het is nog niet mogelijk thans reeds definitieve cijfers te geven van de uitkomsten over het boekjaar 1918.
De directie van de Holland Amerika Lijn vertrouwt echter, een dividend van 40% over dat boekjaar te kunnen voorstellen.
De vloot bestaat thans uit 4 passagiersschepen en 19 vrachtschepen, met gezamenlijk ruim 235.000 ton draagvermogen, die op de balans per 31 december 1918 waarschijnlijk zullen voorkomen met een boekwaarde van minder dan NLG 7 per ton draagvermogen. Van de vloot zijn 8 schepen (7 vrachtschepen en 1 passagiersschip) nog in gebruik bij de geallieerden, terwijl bovendien 4 vrachtschepen varen tussen Nederlands-Indië en Amerika en de verbinding tussen Nederland en de Verenigde Staten door 3 passagiersschepen en 6 vrachtschepen wordt onderhouden. Het stoomschip OOSTERDIJK, onder Amerika rekwisitie, ging ten gevolge van een aanvaring verloren. Volledige vergoeding zal hiervoor echter gegeven worden.
Aan de vaste goederen, lichters en tenders is een bedrag van ruim NLG 5.100.000 ten koste gelegd, terwijl daarop in de loop van de jaren circa NLG 4.900.000 werd afgeschreven. Behalve deze ruime afschrijvingen op de activa van de vennootschap, die stellig voor een niet onbelangrijk deel als een stille reserve mogen worden beschouwd, heeft de Holland Amerika Lijn diverse reserves gemaakt, waarvan het totaal per 31 december 1918 waarschijnlijk een som van NLG 23.000.000 zal overschrijden.
De Holland Amerika Lijn heeft, ter gedeeltelijke vervanging van het stoomschip STATENDAM, dat verloren ging, de hand gelegd op een grote voorraad scheepsbouwmateriaal en is daardoor in staat gesteld uitvoering te geven aan een uitgebreid program voor vlootbouw. Behalve een uit bovengenoemde materiaalvoorraad ta construeren circa twaalftal moderne vrachtschepen en de volgens het jongste jaarverslag reeds in aanbouw zijnde schepen, omvat dit program ook de bouw van een groot passagiersschip. Ofschoon de Holland Amerika Lijn over belangrijke geldmiddelen beschikt, stelt de uitvoering van boven bedoeld program van vlootbouw zulke hoge eisen, dat zij aanleiding heeft gevonden over te gaan tot uitgifte van het restant van haar geautoriseerd aandelenkapitaal ad NLG 29.000.000, zijnde NLG 5.000.000 aandelen, die ingebracht worden in de N.V. Gemeenschappelijk Eigendom. Deze aandelen delen ten volle in de winst over het boekjaar 1919. Ingevolge boven genoemde inbreng gaat de N.V. Gemeenschappelijk Eigendom thans over tot uitgifte van 10.000 nieuwe aandelen à NLG 500 elk, luidende aan toonder en ten volle delende in de winst over het boekjaar 1919. Het geplaatste gewone aandelenkapitaal zal daardoor worden verhoogd tot NLG 12.565.000. Aan de houders van de niet in het bezit van Gemeenschappelijk Eigendom zijnde 14.870 aandelen Holland Amerika Lijn en aan de houders van de reeds uitstaande 15.130 aandelen Gemeenschappelijk Eigendom wordt bij de inschrijving een recht van voorkeur toegekend in dier voege dat 3 van deze stukken recht geven op toewijzing van 1 aandeel tot de koers van 327%.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. De Raad stelde gistermiddag een onderzoek in naar het stranden op 14 oktober jl. op de Finse kust van het motorzeilschip CARLITO, rederij: Transatlantische Handelsvereeniging te Amsterdam. Als eerste getuige werd de gezagvoerder P. Hendriks, wonende te Kielwindeweer gehoord, die als zijn mening te kennen gaf, dat het schip eigenlijk te rank was, vandaar dat slecht met de zeilen gemanoeuvreerd kon worden. Ook het sturen, althans zonder motor, liet te wensen over. De reis van Rotterdam naar Helsingfors (opm: Helsinki) ging aanvankelijk voorspoedig. Op 13 oktober, men had toen Kopenhagen reeds achter de rug, kwam de mist opzetten. In de ochtend werd 60 vaam water gelood. De koers was NO. ‘s Middags werd de motor bijgezet, eerst volle kracht, later langzamer. Er werden mistseinen gegeven en men volgde de koers op Helsingfors, waar men tegen de morgen hoopte te zijn. ‘s Nachts om half twee liep het schip vast. Een half uur tevoren was 32 vaam gelood. Ten gevolge van de storm sloeg het schip 24 uur later weer af. De voorpiek bleek toen te lekken. Overigens liep het vaartuig weinig schade op. Het werd naar de plaats van bestemming gesleept. Nadat nog een getuige, de bootsman, was gehoord, werd het onderzoek in deze zaak gesloten. Uitspraak volgt later.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. De Raad stelde een onderzoek in naar het stranden bij Högenas (Zweedse kust) op 15 januari jl. van het stoomschip IJSSEL, rederij N.V. Maatschappij Houtvaart te Rotterdam. Als eerste getuige werd de gezagvoerder W. Kimmerer te Rotterdam gehoord. Hem werd meegedeeld, dat het onderzoek in deze ook zal lopen over de vraag of het gebeurde te wijten is aan een daad of nalatigheid zijnerzijds. Getuige deelde mee, dat zich 21 man aan boord bevonden. De IJSSEL was de 11e januari met vrij goed weer met een lading gedroogde groenten uit Schiedam vertrokken. De laatste verkenning was het Oost-Indisch värvuurschip. Van de grote vuren, die men anders aan de Zweedse kust vindt, was niets te zien, vandaar dat geen kruispeiling kon worden genomen. In de avond van de stranding was de koers WZW, golvende zee. ‘s Nachts te een uur werd zuid 16 gr. oost naar de Deense kust gestuurd. Te 01.30 uur stootte het schip. Het kwam in de ochtend weer vlot en kon de reis vervolgen. De tweede stuurman W. Sutherland had tijdens het vastlopen de wacht met de kapitein. Hij verklaarde, evenals de eerste getuige, dat men kort voor de stranding een rood licht had gezien, waarvan de herkomst niet vastgesteld kon worden. De machinist Visser verklaarde, dat ten gevolge van de slechte kolen de machine veel trager werkte dan onder normale omstandigheden. Nadat nog een tweetal andere getuigen gehoord waren, werd het onderzoek gesloten. Uitspraak volgt later.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Vlissingen, 28 februari. Heden passeerden alhier het stoomschip MIES, van Middlesbro naar Antwerpen, en het stoomschip MILLY van Antwerpen naar Londen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Queenstown, 24 februari. Het Nederlandse stoomschip BOEROE (reeds eerder gemeld) vertrok naar Passage West om te repareren.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Hoek van Holland, 27 februari. Het Nederlandse stoomschip ALEXANDERPOLDER, van Gotenburg naar Bristol, is heden de Waterweg binnengelopen om enige zieken (schurftlijders) onder de bemanning te ontschepen en zal, na aanmonstering van andere personen, de reis voortzetten.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 27 februari. Heden is van hier vertrokken in ballast en bestemd voor Kings Lynn het nieuwe stoomschip NEDERLAND, (kapt. Weltevreden). Dit schip is gebouwd op de werf van de heren Botje en Ensing te Groningen en is groot 308 ton bruto. Het schip behoort thuis te Rotterdam


01 maart 1919


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

’s-Gravenhage, 28 februari. Volgens ontvangen draadloos bericht dreef de motorschoener BRANDARIS, van Rotterdam naar Kopenhagen bestemd, met defecte motor nabij het vuurschip Doggersbank Zuid en werd sleepboothulp gevraagd. Onmiddellijk vertrok de bergingssleepboot CYCLOP van Bureau Wijsmuller’s Zeesleepvaart Maatschappij van Nieuwediep en vond het schip op enige mijlen afstand van het vuurschip. Het werd op sleeptouw genomen en hedenmorgen te Nieuwediep binnengebracht. In de afgelopen week was de BRANDARIS bij het aanlopen van Nieuwediep op het Oostrif van Fort Harssens gestrand en door de CYCLOP vlot gebracht.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

IJmuiden, 28 februari. De logger SCH-219 en de onderzeeboot No.2 zijn gelicht. De logger is in de Zandhaven aan de grond gezet, de onderzeeboot bleek onbeschadigd te zijn.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Delfzijl, 28 februari. Het van Gefle hier aangekomen schip MARGARETHA heeft aan grond gezeten en daarbij ongeveer 10 standaard van de deklast hout verloren.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Delfzijl, 28 februari. Het nieuwe stoomschip NEDERLAND, gebouwd op de werf van de firma Botje, Ensing te Groningen, heden van Delfzijl naar Kings Lynn vertrokken, is groot 308 bruto register ton en behoort aan de N.V. tot Exploitatie van Stoom- en Andere Vaartuigen te Rotterdam. Het heeft een machine van 250 ipk. (opm: kapt. A. Weltevreden).


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Londen, 27 februari. De Nederlandse motorschoener STEENWIJKERDIEP, met dakpannen van Rotterdam naar Kopenhagen, is bij Aberdeen gestrand. De opvarenden zijn gered. De vooruitzichten op berging zijn gunstig.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Londen, 27 februari. Het Nederlandse stoomschip ZEELAND, van hier naar Vlissingen bestemd, heeft 19 dezer door aanvaring met het Nore vuurschip schade aan 2 boten gekregen.


03 maart 1919


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Van de werf van Gebr. G.& H. Bodewes te Martenshoek is te water gelaten de stalen drie-mast motorschoener NAVIS II, groot 625 ton, voor rekening van de N.V. Handelsmaatschappij & Technisch Scheepvaart Bureau Navis te Groningen. Het schip is gebouwd volgens hoogste klasse Bureau Veritas en Scheepvaartinspectie Atlantische vaart en wordt voorzien van een 4-cilinder Kromhout ruw-olie motor van 140 pk.
De kiel werd gelegd voor een dergelijk schip voor eigen rekening. (opm: volgens NNO te water op 1 maart)


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Hoek van Holland, 3 maart. Het Nederlandse stoomschip MARSDIEP is nabij het vuurschip Maas met verlies van schroef door de sleepboot URSUS aangetroffen en hier binnengebracht.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 1 maart. Alhier ligt gereed om in ballast te vertrekken naar Noorwegen het nieuwe stoomschip GERADE, kapt. Eliassen. Dit schip dat gebouwd is op de werf van de firma Berg te Farmsum is groot 700 ton bruto. Het vaart onder Noorse vlag en behoort thuis te Skien (Noorwegen). (opm: opgeleverd door Scheepswerf Johs. Berg & Co., Farmsum, Delfzijl aan A/S Merkur (C.B. Nielsen, manager), Skien, Noorwegen als GRADO - MTCB).


04 maart 1919


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Te Delfzijl ligt tot vertrek gereed het voor een rederij te Skien op de werf van Bunn & Berg te Farmsum nieuwgebouwde stoomschip GRADO, groot 700 bruto registerton. (opm: zie NNO 030319)


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Londen, 26 februari. De Nederlandse motorschoener IJMUIDEN, van Amsterdam komend, is op sleeptouw met defecte motor te Gravesend aangekomen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Het op de scheepswerf van de firma J.Th. Wilmink & Co. te Groningen gebouwde vrachtstoomschip HOLENDRECHT heeft op de Eems met goed gevolg proef gestoomd (opm: op 3 maart).
Het schip is groot 575 ton deadweight en gebouwd onder toezicht van Bureau Veritas en de Nederlandse Scheepvaartinspectie. Het is voorzien van een triple-expansie stoommachine van 350 ipk, vervaardigd aan de machinefabriek van de firma D.H. Landeweer te Martenshoek. (opm: de HOLENDRECHT vertrok op 6 maart op haar eerste reis van Delfzijl naar Newcastle).


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Te Rotterdam werd heden in veiling verkocht door de makelaar Jacq. Pierot Jr. de zich in beschadigde staat bevindende sleepboot STAALDUIN, 170 ipk, voor NLG 4.350 aan de heer W. Hoebee te Dordrecht.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Batavia, (geen datum). In een uitspraak van de Raad van Tucht voor de Scheepvaart inzake het vergaan van het stoomschip BROMO als kolenhulp op 29 juli van het vorige jaar wordt verklaard, dat het schip dwarsscheeps niet sterk genoeg was voor de lading, dat de gezagvoerder Poelman echter geen blaam kon treffen, doch dat de directie van de Koninklijke Paketvaart Maatschappij niet zo veel had mogen overlaten aan een jonge gezagvoerder.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Vlissingen, 4 maart. Het Nederlandse stoomschip GRONINGEN, naar West Hartlepool bestemd, is wegens machineschade hier ter rede geankerd.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Londen, 4 maart. De motorschoener STEENWIJKERDIEP is vlot en te Aberdeen binnengekomen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Brand in het stoomschip IMPORT.
Vanmorgen om 9 uur is de brandweer gealarmeerd voor brand in het in de Spoorweghaven liggend stoomschip IMPORT van de Rotterdam—Londen Stoomvaart Maatschappij, kantoor Calandstraat 49. Spuit 38 was met de brandmeester. de heer D. Kenninck, spoedig ter plaatse, gevolgd door de spuiten 37, 39, 40 en 50. Onder leiding van de hoofdman, de heer W.A. Keeman, werd aan boord een onderzoek ingesteld en in overleg met personeel van de Maatschappij besloten allereerst een gedeelte van de kostbare lading —bestaande uit ± 1.500 kisten of 450 ton spek, thee, tabak, plantenvezels, lood etc. — te lossen. Daarna werden achtereenvolgens 6 slangen van de spuiten 36, 37 en 39 in werking gesteld om de brand, die in hoofdzaak in het spek, de thee en de tabak woedde, te blussen. De spuiten 40 en 50 werden in reserve afgepakt, doch behoefden geen hulp te verlenen. Tegen 1 uur was het gevaar voor verdere uitbreiding geweken, waarna begonnen werd het aanwezige brandweer materieel te doen inrukken. Om 2 uur was alles ingerukt en bleef personeel van de afdeling brandblusmiddelen, dat met de reservewagen aanwezig was, ter bewaking achter. Vermoedelijk is de brand ontstaan, doordat gloeiende sintels, in het ketelruim tegen een ijzeren schot opgestapeld, dit schot hebben doorgebrand en zo de lading hebben doen ontbranden.


05 maart 1919


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Ten aanzien van de zeven ruilschepen in Indië verneemt men, dat nog steeds onderhandelingen gaande zijn om van de Geallieerden de uitdrukkelijke toezegging te verkrijgen, dat zij die schepen zullen doorlaten en ook van bunkerkolen voorzien, met andere woorden de overdracht onder Nederlandse vlag zullen erkennen. (opm: de zeven schepen door Duitsland aan Nederland overgedragen ter compensatie van de zeven Nederlandse schepen, ten onrechte bij Falmouth door een Duitse onderzeeboot tot zinken gebracht)


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

IJmuiden, 4 maart. Heden is van hier naar Tandjong Priok vertrokken de stoomkolenlichter SOERABAJA.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Hamburg, 4 maart. Het Zeegerecht te Bergen heeft uitspraak gedaan inzake de eis van bergloon, ingesteld door de Noorse bergingsmaatschappij contra de reders en eigenaars van de lading van het stoomschip PARKHAVEN voor de in juni 1917 bij de stranding aan de Noorse kust verleende hulp. Het Zeegerecht kende een bedrag toe van 350.000 kronen met 5% rente vanaf 14 juni 1917.
Zoals bekend is de PARKHAVEN in oktober van hetzelfde jaar onder de Engelse kust door een Duitse onderzeeër getorpedeerd. Het stoomschip behoorde aan de firma Gebr. Van Uden te Rotterdam.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Marine. Openbare Verkoping bij de directie van de Marinewerf te Willemsoord, op dinsdag de 18e maart 1919, des voormiddags te 11 uur, van het afgevoerde pantserschip KORTENAER.
De verkoopvoorwaarden liggen ter lezing bij het Departement van Marine te ’s-Gravenhage, bij de directie van de Marinewerf te Willemsoord, het Marine-Etablissement te Amsterdam, alsmede bij de Provinciale besturen en ter secretarieën van de gemeenten Rotterdam en Dordrecht.
Voor zover de voorraad strekt, zijn die voorwaarden gratis te verkrijgen ter Griffie van ’s Rijkswerf te Willemsoord.
De inschrijvingen op gezegelde biljetten van 50 cent recht, door een inschrijver ondertekend en op duidelijke wijze bevattende den naam en de woonplaats van de inschrijver, zomede de geboden som in letterschrift, moeten vóór het uur van de verkoping franco bezorgd zijn in de bus, geplaatst in het Directiegebouw van ‘s Rijkswerf te Willemsoord.
De waarborgsom moet worden gestort uiterlijk des namiddags te 4 uur op de dag de verkoopdag voorafgaande.
De KORTENAER kan door gegadigden bezichtigd worden gedurende de zes werkdagen, onmiddellijk de verkoopdag voorafgaande, des voormiddags van 10-12 uur en des namiddags van 2-4 uur. Zij melden zich daartoe aan ten burele van de Chef der Afdeling Industrie van ’s Rijkswerf.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Hamburg, 2 maart. Wrakstukken van het 12 december nabij Soendre Roare gestrande Nederlandse schip JOHANNES FRANCISCUS drijven bij Ungroen op strand. De lading ijzer is inmiddels geborgen.


06 maart 1919


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Frederikshavn, 27 februari. Het van Vlaardingen naar Kopenhagen en Arendal bestemde loggerschip MARTINA is met verlies van ankers en kettingen alhier binnengelopen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Hoek van Holland, 5 maart. Het door de Amerikaanse regering vrijgegeven Nederlandse tankstoomschip WIELDRECHT ligt met machineschade voor de Waterweg. Sleepboten zijn bij het schip.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

IJmuiden, 5 maart. Wegens een defect aan de motor moest de gezagvoerder van het motorschip WILHELMINA, van Gotenburg naar Rotterdam bestemd, voorgaats van hier de hulp van een tweetal sleepboten van de Sleepdienst IJmuiden inroepen. Deze sleepten het schip behouden binnen. Na reparatie van de schade vertrekt het weer buitenom naar Rotterdam.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Londen, 5 maart. De Nederlandse motorschoener MARGARETHA, van Delfzijl naar Swansea, is met defecte motor te Great Yarmouth binnengelopen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Hoek van Holland, 6 maart. Het stoomschip WIELDRECHT is hedenmorgen, geassisteerd door sleepboten, de Nieuwe Waterweg binnengekomen en naar Rotterdam opgestoomd. Het schip kwam van New York.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Van de werf van Gebr. Folker te Sliedrecht, is te water gelaten (opm: op 5 maart) het vrachtstoomschip JAN VAN BRAKEL, groot 900 ton, voor rekening van Bureau Wijsmuller te ’s-Gravenhage. De machines worden geplaatst door de machinefabriek N.V. v/h Van Capelle te Bolnes.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Het op de werf van de firma Gebr. Boot, te Leiderdorp, voor de Hollandsche Vrachtvaart Maatschappij te Rotterdam nieuw gebouwde stoomschip POELDIEP heeft op de reis van Amsterdam naar IJmuiden en verder naar Rotterdam proef gestoomd, waarbij een vaarsnelheid werd bereikt van 9½ mijl. Schip en machines hebben uitstekend voldaan.
De afmetingen van het schip zijn: 164 x 25,6 x 12,10 voet. Het heeft een laadvermogen van 650 ton dw. en is geklasseerd onder hoogste klasse Bureau Veritas. De machine- en ketelinstallatie werd geleverd door de Koninklijke Nederlandsche Grofsmederij te Leiden.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Op een van de Kerstdagen kwam de Nederlandse schoener REBECCA tijdens zwaar stormweer de haven binnenzetten en voer tegen het badhuis, hetwelk aanzienlijke schade bekwam. De rederij heeft nu de schade ten bedrage van 2.500 Kronen betaald.


07 maart 1919


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Hamburg, 5 maart. Het in oktober van Rotterdam naar Gotland vertrokken Nederlandse schip EGBERDINA heeft in december een zware orkaan doorstaan en moest toen met belangrijke averij te Nynäshamn binnenlopen. Na reparatie zette het schip de 14e januari de en waardoor het schip ter reparatie te Kopenhagen moest binnenlopen. Aldaar is een scheepsverklaring afgelegd.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Hamburg, 7 maart. De vrachtlogger LICHTSTRAAL, met stenen van Koege (opm: is Køge) naar Rotterdam, is 3 dezer bij Asaa (opm: Denemarken) gestrand. Het bergingsvaartuig I.P. THORSON vertrok van Frederikshaven naar de strandingsplaats. Het schip is echter intussen met eigen kracht vlot gekomen en de 4e maart lek te Frederikshavn aangekomen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw, De N.V. Lobithsche Scheepsbouwmaatschappij v/h Gebr. Bodewes te Lobith heeft met de N.V. Furness’ Scheepvaart Maatschappij een contract afgesloten voor de bouw van een stoomschip, groot ongeveer 7.300 ton deadweight. De afmetingen zijn 370 x 50 x 30 voet. De aanvoer van het benodigde materiaal voor dit stoomschip is verzekerd.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Met goed gevolg is van de werf van de firma De Groot & Van Vliet te Slikkerveer te water gelaten de stalen zeesleepboot ATLANTIC. De afmetingen zijn: Lang 38 m., breed 7 m. en hol 4 m. Het schip is gebouwd volgens hoogste klasse Bureau Veritas met de speciale ijsbrekersklasse. De te plaatsen machine zal 750 ipk kunnen ontwikkelen. Het schip wordt voorzien van een stoomdynamo en draadloze telegrafie.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Nieuwe Waterweg – vertrokken, 6 maart - motorschip HOLLANDSCH DIEP naar Gotenburg.
(opm.: dit is het stoomschip H.D. gebouwd in 1918)


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 6 maart. Het stalen vrachtloggerschip WILHELMINA, kapt. P. v.d. Zwan van de N.V. Vrachtvaart Maatschappij Wilhelmina te Vlaardingen, 20 februari van Hull vertrokken met een lading kolen, arriveerde 23 febr. te Calais. Alles wel.


08 maart 1919


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Het stoomschip ACHILLES van de Koninklijke Nederlandsche Stoomboot Maatschappij, dat bij het uitbreken van de oorlog in de haven van Smyrna vertoefde en door de Turkse regering in beslag werd genomen toen deze de zijde van de Centralen koos, is gisteravond (opm: 7 maart) na een afwezigheid van ruim vier jaren in de haven van IJmuiden teruggekeerd.


10 maart 1919


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Londen, 8 maart. Het Nederlands motorschip HOLLANDSCH DIEP van Rotterdam naar Hangö, is met beschadigd roer te Stockholm binnengelopen. (opm.: dit is het stoomschip H.D. geb. in 1918)


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Gibraltar, 24 februari. Het stoomschip OPHIR is vlot gebracht en ligt thans in de Admiraliteitshaven gemeerd, alwaar het, naar verluidt, verdere voorlopige reparaties zal ondergaan. (Het gerequireerde stoomschip OPHIR geraakte op 7 december 1918 te Gibraltar in brand).


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Hamburg, 7 maart. Het Nederlandse motorschip DOLPHYN, met stenen van Kjöge naar Rotterdam, is 4 dezer wegens storm te Frederikshavn als noodhaven binnengelopen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Kopenhagen, 3 maart. Kapitein Bosma van het Nederlandse zeilschip EGBERDINA, van Rotterdam naar Gotland, heeft hier heden een scheepsverklaring afgelegd. Het schip vertrok in oktober van Rotterdam naar Finland met een lading voor het grootste deel bestaande uit groenten. Zwaar stormweer noodzaakte de kapitein naar Limfjord te gaan. In december trof het schip een orkaan met sneeuwbuien. Met zware schade kwam de EGBERDINA te Nynaeshamn aan, waarvan het op 14 januari na de schade hersteld te hebben vertrok. Op weg naar Slite op Gotland ontmoette het schip opnieuw storm, waardoor de kluiverboom werd beschadigd, de kajuit vol water liep, enz. Het keerde daarom naar Nynaeshamn terug en verliet deze haven opnieuw op 14 februari met bestemming naar hier, alwaar de schade afdoende zal hersteld worden.


11 maart 1919


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

St. Michaels, 24 februari. Het Nederlandse stoomschip NOORD, van Rotterdam naar Hampton Roads, is gisteren hier binnengelopen met roerschade.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Vineyard Haven, 21 februari. Het stoomschip SASSENHEIM is ogenschijnlijk onbeschadigd vlot- en hier binnengebracht. De geloste 600 ton suiker zal worden herscheept, waarna de reis naar Boston zal worden voortgezet.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

De in 1918 gebouwde Nederlandse motorschoener NICOLAAS WITSEN I, groot 148 bruto en 100 netto ton, is verkocht aan Hvid & Evensens Rederi te Aarhus. Het wordt onder de naam MOLBOEN in de vaart gebracht.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Londen, 10 maart. Het Nederlandse schip ARENDINA is met gescheurde zeilen te Fredrikshald aangekomen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

IJmuiden, 11 maart. Heden is hier aangekomen van Liverpool het stoomschip OEDENRODE.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Frederikshavn, 2 maart. Het van Rotterdam naar Kopenhagen en Lillesand bestemde schoenerschip NORA is hier (opm: op 28 febr.) binnengelopen met verlies van anker en ketting.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Hamburg, 10 maart. De schade van de Nederlandse koftjalk NORMA, dat in december laatstleden op de reis van Rotterdam naar Bergen bij Huisvaer op strand heeft gezeten, is door het Zeegerecht te Bergen op 24.877 Kronen vastgesteld. De waarde van het schip in zijn beschadigde toestand is op 45.000 Kronen begroot.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 10 maart. Hr.Ms. ZEVEN PROVINCIËN, op de thuisreis, arriveerde 2 maart te New York en zal 11 maart de reis voortzetten.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 8 maart. De met stukgoed en ballast van Kopenhagen naar Rotterdam bestemde zeetjalk VIER GEBROEDERS, kapt. S. van Zanten, is wegens tegenwind alhier binnengelopen. Bij gunstige wind zal het schip de reis vermoedelijk buitenom voortzetten.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Londen, 8 maart. Het Nederlandse stoomschip NOORD (Mij. Zeevaart) van Rotterdam naar Hampton Roads, arriveerde 23 februari te St. Michaels met beschadigd roer.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Hamburg, 8 maart. Het Nederlandse zeilschip MARIA ELISABETH, van Haugesund naar Lillesand bestemd, is wegens storm en om geneeskundige hulp voor een van de opvarenden, 3 dezer te Egersund binnengelopen. De MARIA ELISABETH was ongeveer een dertigtal mijnen gepasseerd.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Sunderland, 4 maart. De Nederlandse motorboot MERWESTEIN, met mijnstutten van Gotenburg alhier aangekomen, heeft tijdens slecht weer een reddingboot met tuigage verloren. Davits en steunsels werden verbogen en een winchrem brak.


12 maart 1919


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Hamburg, 11 maart. Het motorschip HOLLANDSCH DIEP (zie avondblad 10 maart) had 7 dezer het roer verloren. Na eerst in de Schären voor anker te zijn gegaan werd het ‘s avonds te Stockholm binnengebracht. (opm.: dit is het stoomschip H.D. geb. in 1918)


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Hollandsche Stoomboot Maatschappij.
Aan het verslag over het boekjaar 1918 ontlenen wij het volgende:
Het jaar 1918 is voor de Maatschappij een zeer bewogen jaar geweest.
Meldden wij in het vorige jaar, dat het ons gelukt was een samengaan van belangen met andere ondernemingen te bereiken, thans kunnen wij berichten, dat door het verkrijgen van alle aandelen in die ondernemingen de nieuw gebouwde stoomschepen BERKELSTROOM, WAALSTROOM en DRECHTSTROOM ons geheel toebehoren.
Op 31 december waren nog in aanbouw de AMSTELSTROOM en GOUWESTROOM.
Na aflevering zal de Maatschappij de beschikking hebben over 14 schepen met ongeveer 24.000 ton draagvermogen.
Op de laatste dag van het jaar werd van de Britse regering bericht ontvangen van haar voornemen de opgevorderde schepen terug te geven; aan dit voornemen wordt uitvoering gegeven.
Gedurende het gehele jaar behield de Maatschappij het vaste personeel aan de wal en van de schepen in haar dienst.
Het saldo van de exploitatierekening geeft een cijfer van NLG 1.414.042.
De reserve voor nieuwe aanbouw wordt versterkt met NLG 127.912, welke uit het reservefonds genomen zijn. Wordt het voorstel tot winstverdeling goedgekeurd dan zal het reservefonds weer de volle statutaire 25% van het uitgegeven kapitaal bereikt hebben.
Aan de reserve voor diverse belangen werd een bedrag van NLG 83.072 toegevoegd.
Na afschrijving en reservering voor ongevallen blijft dan een saldo van NLG 1.090.757 als volgt te verdelen:
Dividend- en tantième belasting NLG 66.927, 5% dividend aan preferente aandelen NLG 1.300, 5% dividend aan gewone aandelen NLG 200.000, 10% extra dividend aan gewone aandelen NLG 400.000, reservefonds volgens art. 9 van de statuten NLG 200.000, uitkeringen volgens art. 9 van de statuten NLG 200.000 en saldo op nieuwe rekening NLG 22.529. Zoals uit de balans blijkt is de financiële positie van de Maatschappij opnieuw krachtig versterkt.
Op de balans per 31 december 1918 komen voor aan de debetzijde:
Onuitgegeven gewone aandelen NLG 2.000.000 (als v.j.), onuitgegeven pref. aandelen NLG 24.000 (als v.j.), pref. aandelen in portefeuille NLG 1.000 (als v.j.), obligaties in portefeuille NLG 13.000 (NLG 19.000), stoomschepen NLG 4.284.000 (NLG 1.325.000), idem in aanbouw NLG 1.041,629 (NLG 392.708), inventaris NLG 10.000 (NLG 16.000), etablissementen NLG 145.000 (NLG 155.000), kas en kassiers NLG 466.810 (NLG 932.047), belegd reservefonds NLG 335.285 (NLG 149.498), deposito en effecten NLG 712.652 (NLG 871.282), diverse debiteuren NLG 1.270.797 (NLG 1.147.939), lopende assurantiën NLG 22.987 (NLG 31.913), magazijngoederen NLG 71.493 (NLG 68.058) en deelname in andere ondernemingen (NLG 2.936.996) en aan de creditzijde:
Gewone aandelen NLG 6.000.000 (als v.j.), pref. aandelen NLG 50.000 (als v.j.), reservefonds NLG 806.500 (NLG 756.500), reserve voor nieuwe aanbouw NLG 1.925.912 (NLG 1.798.000), reserve voor diverse belangen NLG 133.431 (NLG 125.059), 5% obligatielening NLG 30.000 (NLG 45.000), crediteuren NLG 351.565 (NLG 231.012) en winst- en verliesrekening NLG 1.090.757 (NLG 1.054.816).
Winst- en verliesrekening. Credit: saldo vorige rekening NLG 13.537 (NLG 10.208), buitengewone ontvangsten NLG 11.110 (NLG 25.570), interestrekening NLG 35.549 (NLG 72.464), agio uitgegeven aandelen – (NLG 896.189) en exploitatierekening NLG 1.414.042 (NLG 1.179.205).
Debet: afschrijvingen NLG 298.000 (NLG 127.021), reserve voor ongevallen NLG 1.800 (als v.j.), reserve voor diverse belangen NLG 83.072 (--), reserve voor nieuwbouw – NLG 1.000.000), saldo NLG 1.090.757 (NLG 1.054.816).


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Te Delfzijl ligt gereed om in ballast te vertrekken naar Cádiz het nieuwe drie-mast motorschoenerschip VLISSINGEN, gebouwd op de werf van de heer Mulder te Foxhol en groot 358 bruto ton. De motor van 130 ipk is geleverd door de heer Steyaard te Rotterdam. Het schip behoort aan de Zeevaart-Maatschappij Groningen en is het grootste te Groningen thuis behorend.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 11 maart. De tjalk REHOBOTH, van kapt. J. De Jonge te Groningen. 84 ton groot en in 1903 gebouwd, wordt met man en muis als verloren beschouwd. Het schip arriveerde 13 februari van Groningen te Frederikshavn, vertrok van daar naar Porsgrund, maar heeft de bestemming niet bereikt.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 11 maart. De stoomschepen HELDER, OEDENRODE en BREDERODE, van de Hollandsche Stoomboot Maatschappij te Amsterdam worden respectievelijk herdoopt in DRECHTSTROOM, WAALSTROOM en BERKELSTROOM.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Kristiania, 8 maart. De te Vlaardingen thuis behorende motor ADRI, op reis van Drontheim naar Philadelphia in ballast, is met defecte motor te Nikten (bij Namsos) binnengesleept. Het schip zal waarschijnlijk te Drontheim repareren.


13 maart 1919


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Een Nederlands schip vergaan.
Een Reuterbericht uit Londen meldt: Het stoomschip MADIOEN ontmoette gisteren het Nederlandse stoomschip PRINSENGRACHT in zinkende toestand. De MADIOEN seinde om hulp naar het Engelse oorlogsschip CENTAUR.
De bemanning is gered en ongedeerd. De PRINSENGRACHT werd daarna door de CENTAUR tot zinken gebracht, daar zij gevaarlijk dreef voor de scheepvaart.
(De PRINSENGRACHT was een kleine boot van 334 ton, in 1918 te water gelaten en toebehorende aan de N.V. Amsterdamsche Vrachtvaart Maatschappij, Amsterdam. Red. H.)


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Port Natal, 1 maart. Het stoomschip INTOMBI is heden van hier naar Europa vertrokken met een deel van de lading tabak, gelost uit het op 2 september 1917 alhier binnengelopen Nederlandse schip NEST.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Londen, 12 maart. Het Nederlandse zeilschip MATHILDE LOUISE, van Shields naar Rotterdam, is met lekkage en onder assistentie te Scarborough binnengelopen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Londen, 12 maart. De Nederlandse motorschoener IJMUIDEN, van Rotterdam naar Londen, is met defecte motor onder assistentie te Great Yarmouth binnengekomen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Maassluis, 13 maart. Het stoomschip EIGEN HULP II is hier heden aangekomen, komende van Baltimore.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 12 maart. Zaterdag is van de betonwerf van de N.V. Jouret & Speltinckx te Krimpen a/d Lek het eerste betonschip LUCIE met bestemming Dendermonde vertrokken. Dit vaartuig hetwelk een lengte heeft van 40 meter en een breedte van 5 meter, heeft een laadvermogen van 314 ton. Het geheel aan alle gestelde eisen voldoende schip is zeer praktisch ingericht Op deze eerste tocht wordt een lading woningen, eveneens op die werf pasklaar van beton gemaakt, vervoerd.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 12 maart. Hr.Ms. DE ZEVEN PROVINCIËN onder bevel van de kapitein ter zee De Wal, is van New York vertrokken ter voortzetting van de thuisreis naar Nederland, waar zij tegen 27 maart wordt verwacht.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Amsterdam, 11 maart. Volgens Fairplay is het Nederlandse stoomschip LAURA, groot 1.159 bruto en 674 netto ton, gebouwd in 1916 en eigendom van de Holland Gulf Stoomvaart Mij. te Rotterdam, voor NLG 2.500.000 aan een nieuwe Nederlandse firma verkocht.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Stookolie in plaats van steenkolen.
Op de terreinen van de Koninklijke Petroleum Mij. aan de Waalhaven zijn en worden met spoed een aantal tanks opgesteld, waarin een grote hoeveelheid dikke olie zal worden bewaard, uit Amerika aangevoerd en tot stookmateriaal van schepen bestemd.
De schepen kunnen daartoe aan de steigers aan de noordelijke oever van de Waalhaven meren en daar de olie innemen. Nu de steenkolen ontzaglijk duur en bijna niet te krijgen zijn is deze aanvoer van stookmateriaal voor onze scheepvaart van groot belang. Reeds zijn op tal van schepen de roosters veranderd, omdat men die schepen met olie wil laten varen. Olie heeft het voordeel dat ze geen vonken verwekt, dus op schepen met ontbrandbaar materiaal boven steenkolen is te verkiezen en bovendien, zodra de stokers hun taak verstaan, ook weinig rook ontwikkelt. De stookolie wordt over de vuren gesproeid. Zodra er stoom is gemaakt, kan de stoker verder gemakkelijk zijn werk regelen. Hij kan dan naar verkiezing in de zuig- en pompinstallaties lucht, olie of stoom laten dringen. Luchttoevoer maakt de vlam helderder, stoomtoevoer langer, olietoevoer krachtiger. Op deze wijze kan zelfs nog beter dan met kolen de warmte ontwikkeling worden geleid.


14 maart 1919


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Nederlandsch schip op een mijn gelopen. Volgens van de Nederlandse consul te Thisted bij de rederij ontvangen telegram, is de Nederlandse 3-mast motorschoener HOLLANDSCH DIEP, met ijzer van Hendrik-Ido-Ambacht naar Gotenburg bestemd, zondag jl. op een mijn gelopen en gezonken. Van de bemanning is alleen de matroos Dodde te Agger (Denemarken) geland.
De HOLLANDSCH DIEP behoorde aan de Hollandsche Algemeene Atlantische Scheepvaart Maatschappij te Rotterdam. Zij was 330 bruto ton groot en in 1917 gebouwd.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Maassluis, 13 maart. Heden is van hier naar Hull vertrokken het stoomschip GROENLO (opm: de KINHEIM was toen dus al verkocht en verdoopt)


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Nes, Ameland, 13 maart. Het ex-Oostenrijkse stoomschip ARAD, in ballast van Delfzijl naar Rotterdam, is beoosten Terschelling op een mijn gelopen. Een sloep met 8 man, de kapitein en 1 dode, is op Ameland geland. Van de overige equipage is niets bekend.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Maassluis, 13 maart. Volgens bij de Nieuwe Berging Maatschappij ingekomen bericht is de ARAD bij paal 22 op Terschelling tegen het strand gelopen. Het voorschip ligt onder water. De bemanning is voor de helft verongelukt. De op Ameland gelande kapitein moet zwaar gekneusd zijn.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Schip op een mijn gelopen. Men seint ons van Terschelling: De motorreddingboot BRANDARIS redde tien man van het op een mijn gelopen Oostenrijkse stoomschip ARAD, van Delfzijl in ballast naar Rotterdam. Vijf man en de stewardess zijn bij het in de sloepen gaan verdronken.
De loods Plukker van Maassluis, bevindt zich onder de geredden.
Onze correspondent op Ameland seinde om half tien: Het stoomschip ARAD is nog drijvende. Sleepboten zijn aanwezig.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Vrachtlogger gezonken. De vrachtlogger EOLUS, kapt. Bonninga, van Rotterdam met hoepels naar Hull bestemd, is op de Noordzee lek gesprongen en hedenmorgen te half elf in 9½ vadem diepte gezonken. De opvarenden redden zich in de scheepsboot en werden opgepikt door de sleepboottrawler MARIE CORNELIE (IJM-264). Zij werden te IJmuiden aangebracht.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Terschelling, 14 maart. Door de motorreddingboot BRANDARIS zijn nog 10 man van het een mijn gelopen stoomschip ARAD (zie ochtendblad) gered. Vijf man en de stewardess zijn verdronken. Het schip is nog drijvende. Sleepboten zijn aanwezig.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Rotterdam, 14 maart. De Nederlandse drie-mast schoener HOLLANDSCH DIEP, van Hendrik-Ido-Ambacht met ijzer naar Gotenburg bestemd, is volgens bij de Hollandsche Algemeene Atlantische Scheepvaartmaatschappij ontvangen telegram, op een mijn gelopen en gezonken. Van de bemanning is alleen de matroos Dodde te Agger (Denemarken) geland.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Rotterdam, 14 maart. Volgens alhier ontvangen particulier bericht zou het schip NEST (zie vorig avondblad) na herstel van de stormschade 1 maart met de lading tabak naar Falmouth v.o. vertrekken.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Delfzijl, 13 maart. De in ballast naar Cádiz bestemde motorschoener VLISSINGEN is met verlies van een schroefblad uit zee teruggekeerd. (opm: kapt. Schreiber).


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Groningen, 12 maart. De tjalk REHOBOTH, kapt. Jong uit Groningen, omtrent welks lot men zich ongerust maakte, is gisteren te Bremerhaven aangekomen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 12 maart. De van Londen met saltcake naar Tuborg Denemarken) bestemde motorvrachtlogger NACHTEGAAL, welke drie weken geleden na stranding hier als bijligger binnenviel, zette heden de onderbroken reis voort.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Het gewezen Hongaarse stoomschip ARAD, varende onder geallieerde vlag, van Delfzijl in ballast naar Rotterdam, bestemd om aldaar uitgeleverd te worden aan de Engelse regering, is West van Ameland op een mijn gelopen. Een sloep met 9 personen is op Ameland geland. De geredden zijn: Frans Sorlini, kapitein uit Fiume, Jorge Zenck uit Stettin, A. Christiaans, F. Uffers, A. v.d. Beek, J. Buitendam, J. de Winter, Louw Buitenrust, uit Delfzijl, G. Terborg uit Farmsum. De Oostenrijkse matroos is dood van de omgeslagen sloep gehaald; ook de kapitein is uit zee opgevist. Vermoedelijk zijn de anderen verdronken.


15 maart 1919


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Terschelling, 14 maart. Het op een mijn gelopen stoomschip ARAD staat vol water en wordt als verloren beschouwd. Van de naar hier teruggekeerde sleepboten is enig volk ter bewaking op het wrak achtergelaten.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Nieuwediep, 14 maart. Het stoomschip ARAD (zie vorig avondblad) is wrak geworden. De waterdichte schotten hebben zich begeven. De sleepboot CYCLOP is hier teruggekeerd.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Onze berichtgever te IJmuiden vernam nog de volgende bijzonderheden omtrent het verongelukken van de vrachtlogger AEOLUS:
Het schip was in Raamsdonkveer met ballast en hoepels beladen met bestemming naar Hull. In de nacht van woensdag op donderdag was het schip door het ruwe weer en de hoge zee lek gesprongen. De bemanning trachtte nog de Engelse kust te bereiken doch slaagde daarin door tegenwind niet. Daarom liet men het schip naar de Nederlandse wal lopen met de bedoeling het in een haven te brengen of in het uiterste geval op strand te zetten. Gistermorgen passeerde op enige afstand een stoomschip, dat de noodseinen schijnbaar niet opmerkte. Om half elf werd het schip geheel onbestuurbaar, zodat men het uit lijfsbehoud moest verlaten. Kort daarop zonk het rechtstandig in de diepte weg.
Na slechts heel kort in de boot te hebben gezeten, werden de schipbreukelingen opgepikt door de uitvarende sleepboottrawler MARIE CORNELIE, die onmiddellijk naar IJmuiden terugkeerde om het aan land te zetten.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Motorschoener HOLLANDSCH DIEP.
Volgens ontvangen telegrafisch bericht van de Nederlandse consul te Thisted is de 3-mast motorschoener Hollandsch Diep van de H.A.A.S. te Rotterdam, onderweg met een lading ijzer van Hendrik-Ido-Ambacht naar Gotenburg, afgelopen zondag op een mijn gelopen en gezonken. Van de bemanning is alleen de matroos Bodde te Agger in Denemarken geland. Onder de 10 opvarenden, merendeels wonende te Groningen. Hoogezand, Veendam, Amsterdam en Assen, bevond zich de motordrijver Ligtvoet, Watergeusstraat alhier. Gezagvoerder was kapitein Klaas Bonninga uit Groningen.


16 maart 1919


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

De ruilschepen. De positie van de vaartuigen, die Duitsland aan Nederlandse rederijen heeft afgestaan in ruil voor de schepen door een Duitse duikboot bij Falmouth getorpedeerd, is nog steeds onzeker. De Geassocieerden weigeren nog immer de overdracht van de vlag te erkennen. Er zijn thans opnieuw te Londen stappen gedaan, in verband met de regeling ten aanzien van de afstand van de Duitse koopvaardijvloot aan de Geassocieerden om de mogelijkheid te openen, dat deze schepen onder Nederlandse vlag in de vaart komen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Delfzijl, 14 maart. Te Delfzijl ligt voor vertrek gereed voor een reis naar Nederlands-Indië en terug de nieuw gebouwde drie-mast motorschoener WEESPERKARSPEL.
Het schip, groot 885 m3 netto, gebouwd op de werf van Gebr. Bodewes te Martenshoek, onder hoogste klasse Bureau Veritas Atlantische vaart en Scheepvaartinspectie, voor rekening van de Maatschappij tot Exploitatie van Vaartuigen te Amsterdam. Het werd voorzien van een 4-cilinder Steyaard motor van 180 ipk.


17 maart 1919


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Lands End, 12 maart. Volgens ontvangen draadloos bericht kan het stoomschip MADIOEN morgen te Barry Roads worden verwacht met negen man van de equipage van het stoomschip PRINSENGRACHT. De kapitein en vijf man bevinden zich aan boord van het oorlogsschip CENTAUR.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Maassluis, 17 maart. De stoomlichter SOERABAJA, van Amsterdam naar Tandjong Priok, is hier binnengelopen met defecte machine.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Dungeness, 12 maart. Het Nederlandse stoomschip ZWIJNDRECHT, van Amsterdam naar Manchester, passeerde hier om de west, seinende bij Deal een anker te hebben verloren.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Het op de werf van de N.V. Boele’s Scheepswerven & Machinefabriek te Bolnes voor de Koninklijke Nederlandsche Stoomboot Maatschappij nieuwgebouwde stoomschip ARIADNE heeft vrijdag jl. (opm: 14 maart) proef gestoomd en daarbij in alle opzichten voldaan.
Het schip is een schutdekvrachtboot, lang 270 voet, breed 36.6 voet en hol tot schutdek 23 voet, met een draagvermogen van ruim 1.800 ton. De machine-installatie van circa 900 ipk, ingericht voor oververhitte stoom en met geforceerde trek, is eveneens door bovengenoemde vennootschap vervaardigd.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 14 maart. Da Nederlandse vrachtlogger AEOLUS, kapt. Bonninga, van Rotterdam met ballast en hoepels naar Hull bestemd, is in de Noordzee lek geslagen en hedenmorgen om half elf op 14 mijlen NW van IJmuiden in 9½ vadem water gezonken. De vijf opvarenden redden zich in de scheepsboot en werden opgepikt door de sleepboottrawler MARIE CORNELIA die intussen te IJmuiden is aangekomen. De AEOLUS was een vrachtlogger van 75 bruto en 58 netto ton en behoorde aan F.W.B. Baron Sloet tot Everlo te Hilversum.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Havre, 7 maart. De Nederlandse 3-mast schoener HOLLANDIA, met rum van Martinique alhier binnen, sloeg op de rede liggende op drift, doch werd door een sleepboot in het Barredok gebracht.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 15 maart. Het Engelse stoomschip TAYCRAIG is vrijdag te West Hartlepool aangekomen met de overlevenden van het door Amerika gerequireerde Nederlandse stoomschip IJSELHAVEN, dat in de Noordzee op een mijn is gelopen en gezonken. Geland werden 35 man alsmede een overledene. Negen personen zijn bij de ramp omgekomen. De IJSELHAVEN behoorde aan de Maatschappij IJselhaven (directie Gebr. van Uden) te Rotterdam, was 3.558 bruto en 2.174 netto ton groot en werd in 1916 bij de Rotterdamsche Droogdok Maatschappij gebouwd. Het schip was 19 februari van Baltimore naar Kopenhagen vertrokken met een lading levensmiddelen. Er bevonden zich geen Nederlanders aan boord.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 15 maart. De rederij Falken in Svendborg heeft de Nederlandse tjalk NEDERLAND aangekocht.


18 maart 1919


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Maassluis, 17 maart. Heden is hier aangekomen wegens motorschade de WEESPERKARSPEL, van Delfzijl naar Poeloe Penang.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Schepenveiling te Rotterdam. In veiling werden verkocht door de makelaar Jacq. Pierot Jr.:
de stalen zeetjalk ALPHA, groot 155 ton, voor NLG. 16.000.
de stalen stoomvrachtlogger JOHANNA ADRIANA, laadvermogen 165 à 170 ton: voor NLG 55.000.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

De Stoomvaart Maatschappij De Maas te Rotterdam zal een slotdividend van 25% uitkeren, ook op de in oktober 1918 uitgegeven nieuwe aandelen. Het te voren alleen op de oude aandelen betaalde interim-dividend heeft 50% bedragen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Terschelling, 17 maart. De Nieuwe Berging Maatschappij te Maassluis is belast met de berging van het inter-geallieerde stoomschip ARAD. De bergingsvaartuigen HAAI, STIER en URSUS zijn gisteren hier aangekomen, en men heeft de ARAD reeds nagenoeg leeg kunnen pompen. Meer bergingsmateriaal is onderweg. Het schip zit thans bij paal 20 op het vaste strand in 3 vaam water. Het achterschip is onbeschadigd. (zie ochtendblad 15 maart.)


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Maassluis, 17 maart. De met motorschade binnengekomen motorschoener WEESPERKARSPEL is naar Rotterdam opgevaren.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Baltimore, 12 maart. Het door Amerika gerequireerde Nederlandse stoomschip ELISABETH van de rederij A.C. Lensen te Terneuzen, is op Bodie Island gestrand.
17 maart. De ELISABETH wordt gelost.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 17 maart. Het nieuw gebouwde motorschoenerschip VLISSINGEN (kapt. Schreiten) van hier 10 maart vertrokken naar Cádiz is teruggekeerd, wegens onnauwkeurigheid van het kompas. Het zal hier opnieuw gekompasseerd worden.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Het stoomschip ZEUS van de Koninklijke Nederlandsche Stoomvaart Mij. is zondag van Valencia (Spanje) te Amsterdam aangekomen met een volle lading sinaasappelen. Dit is de eerste volle lading rechtstreeks vanuit Spanje te Amsterdam aangevoerd.


19 maart 1919


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

A.C. Lensen’s Stoomvaart Maatschappij te Rotterdam. Met het onverdeeld saldo in 1916 geeft de exploitatierekening een bedrag van NLG 609.811 aan. Hiervan gaat NLG 50.000 op afschrijvingsrekening over, terwijl NLG 180.000 wordt gereserveerd voor belastingen. Uit het restant wordt betaald NLG 36.538 aan het statutair reservefonds, NLG 91.346 aan tantièmes en 100% dividend.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Zuid-Nederlandsche Stoomvaart Maatschappij te Rotterdam. De gemaakte winst met het stoomschip van de Maatschappij is NLG 379,765. Hiervan wordt NLG 70.000 gebezigd voor afschrijving op het stoomschip, NLG 18.226 voor het statutaire reservefonds gestort, NLG 120.000 voor belasting gereserveerd, NLG 45.566 aan tantièmes betaald, terwijl aandeelhouders een dividend van 80% ontvangen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Vlaardingen, 19 maart. Volgens bij de rederij, de firma Betz en Van Heyst, ontvangen bericht, is de vrachtlogger PALLAS van Rotterdam met glas naar Havre bestemd, bij Calais gestrand en daarna gezonken. De opvarenden werden gered.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Stockholm, 7 maart. Het Nederlandse stoomschip PRINCENHAGE I, van Newcastle hier aangekomen, heeft in de Stockholmer Scheren door het ijs de boeg beschadigd en lekkage belopen in de voorpiek. Na lossing zal het schip naar een werf worden verhaald om te repareren.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepvaart Maatschappij Flandria te Rotterdam.
Het jaarverslag meldt, dat van het maatschappelijk kapitaal hetwelk bij de oprichting in december 1918 een miljoen bedroeg tot 31 december 1918 NLG 313.000 werd geplaatst en volgestort. De maatschappij kwam in het bezit van de stalen zeilschepen FLEVO I tot en met 3 en 5 tot en met 10, benevens het stalen stoomschip FLEVO 4, bergende ruim 1.500 ton deadweight, waarvan de koopprijs NLG 480.000 bedroeg. Hiervan werd de FLEVO 10 op haar eerste reis van Rotterdam naar Londen getorpedeerd. De waarde werd door assuradeuren vergoed. De stoomboot FLEVO 4, strandde op zijn tweede reis aan de ingang van de Gironde en het nog niet gelukt het schip te bergen. De FLEVO 7 is verkocht tot hogere prijs dan daarvoor werd betaald. De schepen hebben een groot deel van het jaar moeten opliggen, eerst ten gevolge van het uitvoerverbod. Daarna omdat geen Geleitscheine voor Scandinavië waren te krijgen aangezien de vennootschap op de Duitse zwarte lijst was geplaatst. De afgesloten charters moesten daardoor geannuleerd worden en de reeds beladen schepen weer ontlost. De hoge kosten aan het stilliggen verbonden, konden uit de gemaakte winst, gedurende het korte vaartperiode behaald, worden bestreden. Het voordelig saldo wordt op nieuwe rekening overgebracht. Na de wapenstilstand zijn alle schepen opnieuw bevracht en weer uitgevaren.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Maassluis, 18 maart. Heden is hier aangekomen het stoomschip EIGEN HULP VI, komende van Grangemouth.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

IJmuiden, 19 maart. De van Fredrikshald naar Haarlem gepasseerde zeetjalk BETSY, kapt. Swierts, heeft door storm ongeveer de halve deklast hout verloren.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Gisteravond is het Nederlandse stoomschip RIJNSTROOM hetwelk uitgaande was, tegen een van de ebdeuren van de nieuwe sluis te IJmuiden gelopen, waardoor deze zwaar beschadigd werd. De scheepvaart door de nieuwe sluis zal gedurende enige dagen gestremd zijn. Het verkeer wordt tijdelijk door de oude sluizen geleid. De schade aan de deur toegebracht, zal waarschijnlijk verscheidene duizenden guldens bedragen.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Een zeeramp.
Een van de opvarenden van het stoomschip ARAD, aan boord waarvan naar men weet de vorige week in de Noordzee een ontploffing plaats had, heeft over de ramp het volgende aan de Eemsbode meegedeeld: Woensdagmiddag vertrokken we van Delfzijl en gingen 's avonds bij Borkum ten anker.
Nadat we de volgende morgen de Duitse loods hadden afgezet, ging de reis verder en waren we om twaalf uur ten noorden van Terschelling. Hoewel 't regende, konden we de kust en de branding goed zien, zodat we naar gissing niet meer dan een mijl of drie uit de wal waren. Terwijl we nog aan tafel zaten te eten — 't was even over twaalf — kwam er plotseling een geweldige ontploffing onder het grote ruim, waarvan die luiken hoog in de lucht werden geslingerd. Al spoedig helde het schip naar voren en kreeg slagzij, zodat het scheen alsof het zou zinken, waarom men naar de boten snelde. De stuurboordboot kwam met 8 man goed te water, doch minder goed liep het af met die van bakboord. Ook hierin zaten 8 personen, doch bij het laten zakken kwam ze onder de buis. waardoor het condensatiewater geloosd wordt - de machine draaide nog met volle kracht door - en was al spoedig half vol water. Door de zwaarte brak de haak van de voorste takel, de boot schoot al kantelend voorover en allen geraakten te water. De kapitein gelukte het de bootsmast te grijpen, een van de Oostenrijkse stokers hield zich drijvende op een riem. terwijl E. Bos en J. de Vries zich vastklemden aan het touw van de takels, zodat ze met grote vaart (de boot liep ongeveer 8 mijl) door 't water gesleept werden. J. Kopper en E. Buitendam, beiden van Delfzijl, de stewardess en de andere Oostenrijkse stoker verdronken echter jammerlijk. De kapitein en de stoker werden later door de inzittenden van de stuurboordboot opgepikt, doch de stoker stierf later. Om half vier ongeveer kwam deze boot op Ameland aan. De stoomboot ging intussen met volle vaart door, zodat Bos en De Vries in een hachelijke positie waren. Het gelukte Bos en daarna ook de Vries in de boot te komen, die aan één takel, half boven, met de kop in het water meesleepte. Met grote moeite werden ze na ongeveer drie kwartier aan boord getrokken. De heer K. Oosting, 1e stuurman, was na het vertrek van de kapitein op zijn post gebleven en had dadelijk het commando genomen. Hij bleef op de brug en vroeg de lui, die nog aan boord waren, of ze naar beneden wilden gaan om te stoken, omdat naar zijn oordeel het schip zou blijven drijven en men het op het strand kon laten lopen. Het bleek dat alleen het grote ruim en het bunkerruim vol water waren en de drie andere ruimen nog droog. Vier man gingen naar beneden en vonden daar de 2e machinist, een Oostenrijker, kalm zijn sigaretje rokende, met de machine bezig, die gelukkig niets geleden had. Er werd opgestookt en koers gezet naar land, wat slecht genoeg ging, daar het roer bijna geheel boven het water uitstak en de boot een slagzij had van ongeveer 40 graden. Bovendien liep er een hoge zee. Toch gelukte het onder de wal te komen en op vier vaam water liet men het anker vallen bij Terschelling. Het was toen half vijf en nog goed licht, maar toch bleven de noodvlag, fluiten en andere seinen naar het scheen onopgemerkt door de eilanders. Eindelijk, tegen halfacht kwam de reddingsboot langszij en kwamen allen behouden van boord, De gewonde matroos K. van Schijndel, die juist op het ogenblik van de ontploffing het roer genomen had en wiens been zwaar gekneusd werd, moest worden gedragen. Later kwam men op Terschelling aan en vernam daar, dat men vanaf Ameland getelegrafeerd had omtrent de ramp. Had men dat niet gedaan, dan had de bemanning zeker de hele nacht aan boord moeten blijven. Op het eiland werd men uitstekend ontvangen en was spoedig de doorgestane ellende vergeten. Men bleef er de vrijdag over, vertrok zaterdag met de boot naar Harlingen en kwam te Delfzijl in de middag aan. De gehele bemanning was vol lef over het kloek en beleidvol optreden van de 1e stuurman, de heer K. Oosting. Voor een officier, die in ogenblikken van gevaar op zijn post blijft en door zijn vastberadenheid ook anderen aanspoort om hun plicht te doen, is een woord van hulde volkomen op zijn plaats.


20 maart 1919


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

IJmuiden, 19 maart. De Nederlandse koftjalk VIER GEBROEDERS, kapt. Van Zanten, op reis van Kopenhagen naar Rotterdam 8 dezer hier als bijlegger binnengekomen, heeft de lading ijzer gelost en zal naar een werf te Zaandam vertrekken om enige reparatie te ondergaan. (opm: zie ook RN 110319)


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Dieppe, 12 maart. Het te Le Tréport binnengebrachte Nederlandse schip VIER BROEDERS (zie ochtendblad 8 februari) is in de beschadigde staat verkocht voor FFR 7.500.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Londen, 18 maart. De Nederlandse motorschoener BIENTJE, van Amsterdam naar Fowey, is met defecte motor te Dover binnengebracht.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

N.V. Stoomvaart Maatschappij ‘De Maas’ te Rotterdam.
In aansluiting aan het reeds gemelde dividend ontlenen wij aan het verslag over 1918, uit te brengen in de aandeelhoudersvergadering op 22 maart, het volgende:
De vloot van de Maatschappij bestaat thans uit 11 schepen met 32.900 ton draagvermogen. Sedert 1 januari 1919 zijn in de vaart gekomen nog vier schepen met 4.140 ton draagvermogen, terwijl in aanbouw is het stoomschip DUIVENDRECHT, met 2.000 ton draagvermogen, dat over enige weken wordt afgeleverd.
Plannen tot verdere uitbreiding hebben wij wel, doch bij de onzekerheid van de loop van de prijzen, hebben wij nog geen ingrijpende beslissingen genomen. Wij kunnen ons niet onttrekken aan de gedachte dat de schepen goedkoper zullen worden en zien onder deze omstandigheden er tegen op ons tot aanbouw te verbinden, alvorens wij het gevoel hebben, dat het juiste ogenblik daartoe schijnt gekomen. Intussen hebben wij door het deelnemen in het kapitaal van de N.V. Burgerhout’s Machinefabriek en Scheepswerf de gelegenheid verkregen om de verlangde schepen van alle door ons benodigde afmetingen in aanbouw te doen nemen.
In verband met een en ander werd besloten de kasmiddelen te versterken en het bedrag van het uitstaande kapitaal te vergroten. Dienovereenkomstig werden in oktober ll. uitgegeven 2.448 certificaten, elk groot NLG 500, tegen de koers van 250%, doch buitendien als bonus uit de assurantiereserve aan de aandeelhouders een bedrag van NLG 1.628.000, uitgekeerd in de vorm van nieuwe aandelen of certificaten. De aanleiding daartoe was gelegen in de omstandigheid, dat zover de schepen toen in de vaart waren, deze door de Entente tegen elk verlies waren verzekerd, zodat er geen aanleiding meer bestond de gemaakte assurantiereserve in haar volle omvang te laten voortbestaan.
Van het agio op de nieuw uitgegeven aandelen is een reserve tot afschrijving op nieuwbouw gevormd.
Aangezien De Maas op haar eigen naam nog slechts 4 schepen bezit, en van de verdere schepen houdster is van nagenoeg alle aandelen in hun vennootschap, heeft de balans van De Maas slechts formeel administratieve waarde en geeft geen juist inzicht in de toestand van het bedrijf.
Daarom hebben wij gemeend, in navolging van de wijze, als in ons prospectus bij de uitgifte van nieuwe aandelen in oktober ll. toegepast, een balans en winst- en verliesrekening te moeten overleggen, welke het resultaat zowel van ‘De Maas’, als van haar dochtermaatschappijen omvat.
Volgens deze winst- en verliesrekening bedraagt het netto winstcijfer, na afschrijving op enkele schepen en reservering van NLG 240.000 op koersverschil op effecten en aandelen in andere ondernemingen NLG 1.954.317, waarvan voorgesteld wordt een bedrag van NLG 90.000 aan het reservefonds toe te voegen, waardoor dit na overboeking van een reeds vroeger gemaakte ketelreserve à NLG 10.000 met NLG 2.000.000 op de balans voorkomt.
Het dan overblijvende saldo bedraagt NLG 1.864.317, latende, na aftrek van dividendbelasting en tantièmes, een bedrag van NLG 1.316.754 voor uitdeling aan aandeelhouders.
Daarvan werd in oktober een interim-dividend uitgekeerd ten bedrage van NLG 408.000 en wordt voorgesteld om, na bijvoeging van het onverdeeld saldo van verleden jaar, bedragende NLG 33.543 alsnog als slotdividend, waarin ook de nieuwe aandelen zullen delen, uit te keren NLG 918.000 zijnde NLG 250 per aandeel van NLG 1.000.
Er blijft dan een onverdeeld saldo voor aandeelhouders van NG 24.297.
Ten slotte nog een enkel woord omtrent de vraag die thans telkens gesteld wordt: wat wel de toekomst voor de Nederlandse scheepvaartondernemingen zal zijn? Te beantwoorden is die echter zeer moeilijk, zegt de directie, de firma Phs. van Ommeren, omdat er zo veel factoren aanwezig zijn, die zowel ten goede als ten kwade kunnen leiden. Wat ons betreft, zijn op het ogenblik al onze kleinere schepen in lonend emplooi en hopen wij ook voor de waarschijnlijk spoedig vrij komende tankboten, goede vrachten te kunnen afsluiten. Doch wij menen buitendien, dat de laatste jaren voldoende hebben aangetoond, dat de wereld zonder geregeld scheepvaartverkeer niet kan bestaan en dan mag toch ook wel worden aangenomen dat ondanks wisselende tijden van voorspoed en tegenspoed, scheepvaartondernemingen, die op solide basis gevestigd zijn, die met op lage waarde te boek staand materiaal werken (zoals bij onze Maatschappij het geval is), alle tijden door elkaar gerekend, op bevredigende resultaten zullen kunnen wijzen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Het stoomschip MADIOEN van de Rotterdamsche Lloyd, door Amerika in beslag genomen, neemt te Newport 8.000 ton salpeter in voor Rotterdam en wordt 21 maart te Rotterdam verwacht. Het schip zal na lossing weer aan de rederij worden teruggegeven.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Het Nederlandse stoomschip MIRACH van de firma Van Nievelt, Goudriaan& Co. te Rotterdam, is 13 maart te Kopenhagen aangekomen. De MIRACH is het eerste van de 87 door Amerika gerequireerde schepen dat wordt teruggegeven. Het is nog niet bekend, of de oplevering te Kopenhagen of te Rotterdam zal plaats hebben.


21 maart 1919


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. De Raad voor de Scheepvaart stelde gisteren een onderzoek in betreffende het herhaaldelijk defect, ontstaan aan de generatoren van de motor van het motorschip BRANDARIS op 26 februari 1919, ten gevolge waarvan het schip naar een haven moest worden gesleept. De Raad hoorde verschillende opvarenden als getuigen en zal later uitspraak doen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. De Raad deed gisteren uitspraak betreffende de stranding van het stoomschip IJSSEL. De Raad is van oordeel, dat de IJSSEL op 15 januari, op de Zweedse kust bij Höganas is gestrand, omdat het schip door de sterke stroom uit de koers is geraakt en zich voorlijker moet hebben bevonden dan waar men meende te zijn. Hoewel de stroom ter plaatse onregelmatig is en afhankelijk van in de omgeving heersende invloeden, kan deze toch niet zo sterk geweest zijn om zulke aanzienlijke koersafwijking te veroorzaken. De IJSSEL moet dus meer vaart hebben gelopen dan men aan boord vermoedde en daardoor dichter bij de kust zijn geweest dan men meende. Uit het onderzoek is gebleken dat de kapitein wegens deze misgissing geen blaam kan treffen en dat hij alles heeft gedaan wat hij in de gegeven omstandigheden doen moest. De stranding is dus geenszins door een daad of nalatigheid van kapitein Kimmerer veroorzaakt. De verklaring van de matroos Van Eekeren berust naar 's Raads mening op fantasie of op een dwaling in het meedelen van hetgeen hij, hoogstwaarschijnlijk na de stranding, heeft gezien.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. De Raad deed gisteren uitspraak betreffende het stranden van het motorzeilschip CARLITO. De Raad is van oordeel, dat de stranding van de CARLITO moet worden toegeschreven aan een samenloop van omstandigheden. Wegens het slechte zicht kon men geen verkenning krijgen; waarschijnlijk heeft het schip wat meer vaart gelopen dan waarop men rekende, terwijl ook de stroom de CARLITO uit de koers zal hebben gezet. Eindelijk zal tot het ongeval ook hebben bijgedragen de onbetrouwbaarheid van het kompas, dat daar ter plaatse geneigd is afwijking te vertonen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Naar wij van de Koninklijke Nederlandsche Stoomboot Maatschappij en de Koninklijke West-Indische Maildienst vernemen, is door deze maatschappijen van de zijde van Amerika bericht ontvangen dat de volgende destijds gerequireerde schepen aan de maatschappijen teruggegeven zullen worden:
POLLUX, medio maart te New York; TITAN, medio april te New York; VESTA, medio april te New York; BACCHUS, einde april te New York; NEPTUNUS, einde april te New York; PLUTO, einde april te New Orleans; PRINS WILLEM I, einde maart te New York; PRINS FREDERIK HENDRIK, einde april te New York.
Van de 15 door Amerika gerekwireerde schepen zullen aan de rederijen binnenkort dus 8 schepen terug geleverd worden.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

West-Hartlepool, 17 maart. De Nederlandse schoener JOHANNES CORNELIS, van Bergen hier aangekomen, heeft schade aan tuig en zeilen en een deel van de deklast mijnstutten verloren.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Havre, 13 maart. De Nederlandse motorschoener KRALINGEN, van Rotterdam naar New York, is hier binnengelopen met schade aan tuig en ankerspil. De nodige reparatie zal hier plaats hebben.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Londen, 20 maart. De Nederlandse motorschoener MARGARETHA, van Rotterdam naar Swansea, is bij Dungeness gestrand, doch kwam zonder assistentie weer vlot en zette de reis voort.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Londen, 20 maart. Het Nederlandse schip SEMPER SPERA is nabij Whitburn (Durham) gestrand en zal vermoedelijk totaal verloren zijn. Volk gered.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Londen, 18 maart. Het van Calais naar Newcastle bestemde schip WILHELMINA is met gescheurde zeilen te Hull binnengelopen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Het door de Rotterdamsche Droogdok Maatschappij voor de Stoomvaart Maatschappij Triton te Rotterdam nieuw gebouwde stoomschip WALCHEREN heeft gisteren proef gestoomd en daarbij in alle opzichten aan de gestelde eisen voldaan. Het stoomschip heeft een draagvermogen van 6.300 ton en de volgende afmetingen: lengte 359 voet, breedte 50 voet, holte 24,6 voet. De machinecapaciteit bedraagt 1.450 ipk.
Als bijzonderheid kan worden vermeld, dat ná de stoomschepen MARKEN en KEDIRI dit reeds het derde stoomschip is dat in dit jaar door de Rotterdamsche Droogdok Maatschappij aan de firma Wm. Ruys & Zonen werd afgeleverd.
Al deze schepen zijn van de nieuwste verbeteringen voorzien, als elektrisch licht, een inrichting voor draadloze telegrafie, speciale condensatie-inrichting voor de lieren, terwijl de verblijven voor de bemanning geheel modern zijn ingericht.
Bij de inrichting van de machinekamer is gerekend op het bijplaatsen van een inrichting voor het stoken met olie, welke na de eerste reis zal worden aangebracht.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Rotterdam, 20 maart. Het Nederlandse zeilschip FLEVO VIII, op reis van Christiansund naar Hull, is te Haugesund met stormschade binnengelopen. Het schip zal, na hersteld te zijn, eind van deze maand de reis voortzetten.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Te Harlingen is van Newcastle binnen gekomen het Nederlandse stoomschip SCHEVENINGEN met 350 ton soda. Dit is de eerste zeeboot die te Harlingen weer goederen uit het buitenland aanbrengt sedert het begin van 1917. toen de vaart op Harlingen wegens de oorlogstoestand werd stop gezet. Verwacht mag worden, dat de haven nu spoedig weer in bloei zal toenemen. De diepte in en voor de haven is reeds weer op 5 meter teruggebracht.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Rotterdam, 20 maart. De motorschoener HARLINGEN is 13 maart van Rotterdam te Alexandrië aangekomen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Amsterdam, 20 maart. De Koninklijke Nederlandsche Stoomboot Mij. zal een stoomvaartdienst openen van Amsterdam naar Finland. Als eerste schip zal het stoomschip IRIS aan het eind van deze maand naar Abö vertrekken.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Londen, 20 maart. De van Rotterdam en Harwich naar Newport bestemde motorschoener PRINCENHAGE V heeft 7 maart ter hoogte van Dungeness een defect aan de motor en de schaarbeweging gekregen. Thans is het schip te Portsmouth binnen gelopen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Kingston, Jamaica, 2 maart. De Hollandse schoener DREADNOUGHT, op reis van Puerto-Columbia naar Manzanillo, heeft op het zuidwestelijk eiland van Morant Caya schipbreuk geleden. De bemanning en passagiers, ten getale van 23 personen, zijn aan wal gebracht. De stuurman en drie man van de bemanning arriveerden deze morgen te Kingston en berichtten dat het schip geheel aan stukken geslagen was en dat de schipbreukelingen zonder voedsel waren. Assistentie is er heen gezonden.


22 maart 1919


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Rotterdam, 21 maart. Uit Terschelling wordt geseind, dat het stoomschip ARAD is gebroken. Het voorschip zit onder water. Van het achterschip kan nog iets worden geborgen. De losse goederen zijn reeds geborgen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Naar wij vernemen zal aan de jaarvergadering van aandeelhouders van de Stoomboot Maatschappij Hillegersberg op 8 april a.s. worden voorgesteld over het afgelopen boekjaar een dividend uit te keren van 50% (vorig jaar 25%).


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Londen, 21 maart. De Nederlandse motorschoener EUROPA, van Amsterdam naar Wisbech, is bij North Skegness-pier gestrand. De bemanning bleef aan boord.


23 maart 1919


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Londen, 22 maart. Het tijdens stormweer op de North Skegness-pier geslagen schip EUROPA is gebroken. De bemanning werd gered. De aan de pier toegebrachte schade wordt op GBP 4.000 begroot.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Koninklijke Nederlandsche Stoomboot Maatschappij.
Aan het verslag over 1918 ontlenen wij het volgende: Onze stoomschepen ADONIS, BACCHUS, CLIO, HERCULES, MERCURIUS, NEPTUNUS, PLUTO, POLLUX, POSEIDON, TRITON en VESTA, die zich op de 21e maart in Amerikaanse wateren bevonden, werden in beslag genomen en tijdelijk onder Amerikaanse vlag gebracht.
Onze stoomschepen AGAMEMNON, DANAE, RHEA, THALIA, TELLUS en VENUS, welke met aan de N.O.T. geconsigneerde ladingen van Spanje naar Nederland onderweg maandenlang te Gibraltar waren vastgehouden, ondergingen hetzelfde lot en werden door de Britse autoriteiten overgenomen. Gedurende hun vaart onder Engelse vlag gingen door molest verloren de RHEA en de THALIA, twee voor onze lijndiensten bij uitstek geschikte schepen, die in 1917 waren gebouwd, terwijl de POSEIDON onder Amerikaanse vlag, ten gevolge van een aanvaring verongelukte.
Met het te onzer beschikking gebleven deel van de vloot konden wij een aantal houtreizen naar Zweden volbrengen, in het najaar met twee schepen reizen van en naar Noord-Amerika maken, terwijl twee van onze schepen in die dienst van de Koninklijke West-Indische Maildienst tussen de Verenigde Staten en West-Indië bleven varen. Met uitzondering van de vaart op Kopenhagen, moesten wij onze lijndiensten staken.
Aan het einde van het jaar konden wij met onze kleinere schepen onze geregelde lijnen op Bordeaux, Portugal, Spanje, Italië en Griekenland hervatten. Wij openden een geregelde verbinding tussen Amsterdam en Gotenburg. Een belangrijk gedeelte van onze tonnage moet echter nog gebruikt worden voor de aanvoer van graan en kolen van Amerika.
In de loop van het jaar werden ons opgeleverd de stoomschepen ALMELO groot 11.400 ton, IRENE groot 1.850 ton, MEROPE groot 1.850 ton, ORESTES groot 4.350 ton, ULYSSES groot 4.410 ton en bestelden wij de navolgende schepen ASTREA groot 2.200 ton, CARNA groot 2.200 ton, ARES groot 4.200 ton, BREDA groot 8.600 ton, BRIELLE groot 8.600 ton.
De eisen aan onze pensioenreserve gesteld, noopten ons hieraan NLG 1.000.000 toe te voegen.
Blijkens winst- en verliesrekening bedroeg het saldo vorig jaar NLG 14.617, exploitatierekening NLG 6.322.632 (vorig jaar 2.605.866), dividend Koninklijke West-Indische Maildienst (plus terug storting tantième Koninklijke West-Indische Maildienst) NLG 500.926 (406.576), terug storting tantième directie en commissarissen over kapitaalvermeerdering NLG 160.714, interestrekening NLG 705.063 (594.488), agiowinst NLG 4.475.971, reserve voor molest 3.500.000, liquidatierekening stoomschepen NLG 1.931.174 (2.496.035).
Totaal van de winsten NLG 17.721.598 (12.316.918). Betaald werden aan tantièmes personeel NLG 616.900, koersverlies op effecten en valuta NLG 923.595, assurantie eigen risico (zee en molest) NLG 51.416, saldo bruto winst NLG 16.129.686, afschrijvingen NLG 1.741.977 (1.606.821), saldo netto winst NLG 14.387.708 (10.009.154), te verdelen: Reserve voor diverse belangen NLG 5.000.000, reserve voor assurantie eigen risico NLG 1.000.000, reserve voor afschrijvingen op schepen NLG 1.761.000, reserve voor huizenbouw overzijde IJ NLG 600.000, reserve voor pensioenen NLG 1.000.000, reserve voor belastingen NLG 1.132.160. Het dividend bedraagt totaal 15% (10%) NLG 2.000.000. Tantièmes NLG 857.142. Saldo op nieuwe rekening NLG 35.405.
Op de balans staan de stoomschepen te boek voor NLG 11.434.013 (6.619.016), stoomschepen in aanbouw NLG 4.346.214 (6.063.210), Nederlands Schatkistpapier NLG 14.500.000 (14.905.000), effecten NLG 7.808.875 (7.847.357), kas NLG 2.451.960 (1.690.738).


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Koninklijke West-Indische Maildienst. Aan het verslag over 1918 ontlenen wij het volgende:
De inbeslagneming door de Amerikaanse regering trof niet alleen ons vrachtschip JAN VAN NASSAU, maar strekte zich ook uit tot onze passagiersschepen PRINS WILLEM I, PRINS DER NEDERLANDEN, PRINS FREDERIK HENDRIK en NICKERIE. Slechts de ORANJE NASSAU en de COMMEWIJNE, bleven te onzer beschikking over. Na langdurige onderhandelingen slaagden wij erin eerstgenoemd schip, tezamen met de in onze dienst varende VULCANUS en JUNO van de Koninklijke Nederlandsche Stoomboot Maatschappij, weer in de geregelde vaart tussen West-Indië en New York te brengen. De verbinding met het moederland bleef echter verbroken, zodat de COMMEWIJNE na haar thuiskomst in november 1917 werkeloos moest blijven liggen. De 7e januari van dit jaar hervatten wij met de COMMEWIJNE, de 6e februari gevolgd door de STUYVESANT, onze geregelde dienst op West-Indië.
Verliezen van schepen hadden wij niet te betreuren.
In verband met de stijging van gages en lonen zien wij ons genoodzaakt de pensioenreserve voorlopig tot NLG 600.000 op te voeren.
Van onze nieuwe mailschepen werd ons de STUYVESANT in december opgeleverd, terwijl wij, nu er uitzicht bestaat op de levering van achterstallig scheepsbouwmateriaal, de oplevering van de VAN RENSSELAER en de CRIJNSSEN in de loop van dit jaar verwachten.
Blijkens de winst- en verliesrekening, bedroeg het saldo vorig jaar NLG 14.716, exploitatierekening NLG 1.955.603 (1.871.720), interestrekening NLG 55.948 (101.065), assurantie eigen risico (zee en molest) NLG 60.018 (531.203), reserve voor belastingen NLG 243.960, reserve voor molest NLG 500.000. Totale winst NLG 2.838.246 (3.566.003). Betaald werd aan tantièmes personeel NLG 208.350, koersverlies op effecten en valuta NLG 393.202 (99.369), afschrijvingen op de stoom- en lichterschepen NLG 242.146 (237.568), afschrijvingen op de overige eigendommen NLG 45.297 reserve voor diverse belangen NLG 700.000 (1.800.000), reserve voor assurantie eigen risico NLG 500.000 (onv.), reserve voor pensioenen NLG 111.000. Saldo zuivere winst NLG 638.250 (530.156), te verdelen: reservefonds NLG 89.090, tantièmes NLG 111.363, terwijl 12 procent (v.j. 10 procent) dividend wordt uitgekeerd.
Op de balans staan de stoomschepen te boek met NLG 3.125.000 (1.440.000), idem in aanbouw NLG 2.175.209 (1.587.577), kas NLG 3.248.700 (3.437.129).


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Woensdag 26 maart a.s. te 2 uur nm., openbare zitting van de Raad voor de Scheepvaart tot onderzoek naar:
Het stranden op 1 december 1918 bezuiden Kaap la Hogue van het zeilschip REX, waardoor het schip is wrak geworden. Rederij: Gebr. J. en W. Haak, te Rotterdam, gezagvoerder R. de Heer, te Maassluis.
Het stranden op 4 december 1918 nabij Villingbäk (kust van Seeland) van het zeilschip EDORA. Gezagvoerder A.J. Edens, te Rotterdam.


24 maart 1919


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Stoomboot Maatschappij Hilligersberg.
Blijkens de ter visie liggende winst- en verliesrekening over 1918 bedroeg het saldo Anno Passato NLG 6.113, ontvangen werd aan interest NLG 19.207 (v.j. 25.035), per exploitatie NLG 910.815 (206.034). Totaal NLG 936.136 (290.254). Betaald werd aan onkosten NLG 22.784 (9.765), koersverlies effecten NLG 2.516 (8.440), zodat de winst bedroeg NLG 910.834 (272.048), te verdelen als volgt: afschrijving NLG 355.000, reserve oorlogswinstbelasting NLG 165.000, dividend 50% (v.j. 25%), directe NLG 24.859, commissarissen NLG 24.527, oprichters NLG 32.698, reserve door diversen en tantième belasting NLG 31.494, saldo NLG 7.252.
Op de balans komen o.a. de volgende posten voor:
Activa: stoomschepen NLG 440.000 (v.j. 500.000), kassiers NLG 424,212 (126.398), kassa NLG 1.443 (10.203), effecten NLG 228.401 (276.898), prol. NLG 375.000 (360.000), diverse debiteuren NLG 112.859 (16.925), stoomschepen in aanbouw NLG 712.026 (-).
Passiva: kapitaal NLG 540.000 (onv.), reserve nieuwbouw NLG 841.500 (841.500), winst NLG 910.837 (272.048).


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Rotterdam, 22 maart. Volgens bij de rederij ontvangen telegram is het barkschip NEST, van Soerabaja naar Rotterdam bestemd, de 22e maart St. Helena gepasseerd.


25 maart 1919


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Gotenburg, 19 maart. Het van Gefle naar Delfzijl bestemde schip MARGARETHA heeft aan de grond gezeten en moest een deel van de lading hout werpen om vlot te komen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Naar wij vernemen zal over het afgelopen jaar door de Maatschappij Zeevaart een dividend van 45% worden uitgekeerd (vorig jaar 30%).


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Hellevoetsluis, 24 maart. De gisteren van hier naar Gotenburg vertrokken motorschoener AUGUST MARIE is heden uit zee op de rede teruggekeerd met defecte motor.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Hamburg, 24 maart. De Nederlandse tjalk DINA JOHANNA geraakte op 17 maart in gevaarlijke toestand tussen de klippen nabij Kvitsøy. De bemanning wilde reeds het schip verlaten, toen het aan loodsen uit Kvitsøy gelukte het schip vrij te maken en te Stavanger binnen te brengen. (opm: Kvitsøy is een eilandje voor de kust van Stavanger).


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Londen, 25 maart. De Nederlandse motorkotter MARIA, met een lading oud ijzer, van Odense naar Stavanger bestemd, is bij Laesø op strand geraakt, maar met assistentie weer vlot gekomen en te Frederikshavn binnengesleept. Van de lading moest 20 ton worden geworpen. Het schip is dicht gebleven.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Londen, 24 maart. Het Nederlands zeilschip VOORWAARTS van Rotterdam naar Limhamn is te Grimsby binnengesleept. Het schip heeft de mast en takels verloren.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 24 maart. Alhier ligt zeilklaar het nieuw gebouwde motorkotterschip SIEKA IV, kapt. R. Brinkman. Dit is gebouwd op de werf van de heer W. Mulder te Stadskanaal is groot 147 ton bruto. De motor is een Kromhout van 45 pk. Het vertrekt van hier binnendoor naar Harlingen om aldaar dakpannen te laden voor Kopenhagen.


26 maart 1919


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Hamburg, 25 maart. De te Vlaardingen thuis behorende logger ZEUS, geladen met stenen en kleiaarde, is van Helsingborg in Tannarrevik bij Bergen aangekomen met schade aan de zeilen, veroorzaakt door stormweer. De lading is onbeschadigd.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

De REMBRANDT van de Stoomvaart Maatschappij Nederland is gisteren met 40 dagen reis van Batavia te Amsterdam aangekomen. De REMBRANDT vertrok de 13e februari uit Batavia. Dit is het eerste schip, dat toestemming had om door het Suezkanaal te varen. In de nacht had deze bijzondere gebeurtenis plaats. Het schip ontmoette daar de NEW-SEALAND, welke naar Australië ging. In Gibraltar mochten de passagiers aan wal gaan, ook al weer een feit van bijzondere betekenis, daar dit tijdens de oorlog tot dusver nog niemand was toegestaan. In Falmouth moesten de passagiers evenwel als naar gewoonte aan boord blijven, alwaar de scheepspapieren onderzocht werden. Zowel in Gibraltar als in Falmouth bleef het schip drie dagen. Men zou overigens geen oponthoud hebben gehad indien niet de hulp was ingeroepen voor de opneming van een aantal schipbreukelingen van het stoomschip PRINSENGRACHT, dat in de Golf van Biscaye bij hevig stormweer is vergaan. De gehele bemanning werd gered en een gedeelte daarvan werd door het door de Engelse regering geconfisqueerde Nederlandse stoomschip MADIOEN opgepikt en naar Gibraltar gebracht, terwijl de kapitein, de hoofdmachinist, de tweede stuurman en drie matrozen op de REMBRANDT werden opgenomen. Algemeen werd door de passagiers het optreden van de Engelse autoriteiten, waarvan men de meest welwillende behandeling ondervond, geroemd. Onder de passagiers bevonden zich o.a. de oud-legercommandant van Indië, luitenant-generaal De Greve en het oud-lid van de Raad van Indië, de heer Liefrinck. De REMBRANDT heeft o.m. 14.000 balen koffie en 7.000 kisten thee aangevoerd. Het eerstvolgende stoomschip, dat van Java wordt verwacht, is de KAWI van de Rotterdamsche Lloyd. Dit schip brengt eveneens passagiers en verschillende koopmansgoederen mee en kan ongeveer 3 april te Rotterdam aankomen.


27 maart 1919


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. De Raad stelde gisteren een onderzoek in naar het stranden op 1 december jl. bezuiden Kaap la Hoque van het zeilschip REX.
Rederij Gebr. J. en W. Haak te Rotterdam.
De gezagvoerder R. de Heer te Maassluis, werd in deze als getuige gehoord. Hem was meegedeeld, dat het onderzoek in deze zaak ook zou lopen over de vraag in hoeverre het gebeurde te wijten is aan een daad of nalatigheid zijnerzijds. Getuige, deelde mee, een diploma voor de visserij te hebben. Hij voer met dispensatie als schipper op de REX. De lading bestond hoofdzakelijk uit kisten lucifers. Op de dag van de stranding vertrok men ‘s ochtends te 8 uur uit Havre naar Bordeaux, koers WNW, wind ZO. Tegen tien uur werd het dik van mist. Verkenning van land was onmogelijk, schepen worden niet gezien. Tot 's avonds kwart voor zeven bleef getuige aan dek, toen nam de stuurman de wacht over, terwijl de gezagvoerder ging eten. De mistsignalen door hem gegeven, werden niet beantwoord. Te zeven uur liep het schip vast op een steengrond. De pogingen om het los te krijgen bleken te vergeefs. Het schip maakte water en is dan ook tenslotte wrak geworden. Met de boot zijn eerst de matrozen en later ook getuige aan de wal gegaan. De lading kon geborgen worden. Tijdens de mist is niet gelood. Getuige wijt het gebeurde aan stroommisleiding. Van de overige opgeroepen getuigen bleek niemand verschenen te zijn. De Raad zal later in deze zaak uitspraak doen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. De Raad deed gisteren uitspraak betreffende het lek worden van de generatoren aan boord van het motorschip BRANDARIS.
De Raad is van oordeel, dat de lekkage van de generatoren op de BRANDARIS is ontstaan doordat deze oververhit zijn geworden ten gevolge van niet voldoende watertoevoer in de ruimte tussen de mantels. Het machinekamerpersoneel heeft de watertoevoer door middel van de kranen niet goed geregeld en er geen voldoende toezicht op gehouden waardoor het watergebrek is ontstaan. De Raad kan niet vaststellen dat deze scheepsramp aan een daad of nalatigheid van de eerste machinist te wijten is, immers hij voer met een personeel dat voor zijn taak totaal niet berekend was en generlei verstand had van het werk dat zij moesten doen. Men kan van de eerste machinist niet vergen, dat hij ten allen tijde in de machinekamer aanwezig is en zelf alle werkzaamheden verricht. Hij moet er op kunnen vertrouwen dat zijn orders behoorlijk worden uitgevoerd. De Raad acht dan ook geen termen aanwezig een tuchtmaatregel op hem toe te passen. De Raad trekt uit de scheepsramp de conclusie dat het noodzakelijk is dat op motorschepen geschoold personeel de motoren bedient, dat toezicht daarop nodig is en dat het aanbeveling verdient, in deze materie zo spoedig mogelijk te voorzien.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Passages (opm: wellicht Pasajes de San Pedro, Noordwest Spanje), 15 maart. De Nederlandse motorlogger ZEELAND is met stormschade van Fowey alhier aangekomen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Gisteren is van de werf van de N.V. Lobithsche Scheepsbouw Maatschappij v/h Gebr. Bodewes te Lobith met goed gevolg te water gelaten het stoomschip BERENICE, groot 1.830 ton, 250’ x 36’-6” x 23’, gebouwd voor rekening van de Koninklijke Nederlandsche Stoomboot Maatschappij te Amsterdam. Voor dezelfde rederij zijn nog in opdracht de boten ASTREA en CARNA groot elk 260’ x 39’ x 24’-6”. Voorts is nog in opdracht voor de N.V. Furness Scheepvaart en Agentuur Maatschappij te Rotterdam een stoomschip van plusminus 7.300 ton met afmetingen 370’ x 50’ x 29’. Met de bouw van deze drie stoomschepen kan direct een begin gemaakt worden, aangezien materiaallevering verzekerd is.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Gisteren werd van de N.V. Werf De Noord te Alblasserdam met goed gevolg te water gelaten het stalen stoomschip genaamd MONT ROSE, gebouwd voor de Van der Eb & Dresselhuys Scheepvaart Maatschappij te Rotterdam. Het stoomschip, groot ongeveer 2.000 ton dw., is gebouwd onder toezicht van Det Norske Veritas, en volgens de eisen van de Nederlandse Scheepvaartinspectie. Op vrijgekomen helling zal thans de kiel worden gelegd voor een stoomschip, groot ongeveer 10.000 ton dw., hetwelk voor Nederlandse rekening gebouwd zal worden.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Gisteren werd van de werf van J. Meyer’s Scheepsbouw Maatschappij te Zaltbommel met gunstig gevolg voor Rotterdamse rekening het stoomschip STAD ZAANDAM, groot ongeveer 3.200 ton dw. te water gelaten. De hoofdafmetingen van dit volgens het welldeck-type gebouwde stoomschip met bak, brug en campagne, zijn lang 85,02 m, breed 12,49 m en hol 6,48 m. Het is gebouwd volgens de hoogste klasse Germanischer Lloyd + 100 A 4 en Nederlandse Scheepvaartinspectie.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Van de werf van de firma U. Zwolsman & Zn. te Workum is met goed gevolg te water gelaten (opm: t.w. op 25 maart) het stoomschip WIELINGEN, in aanbouw voor de Hollandsche Algemeene Atlantische Scheepvaartmaatschappij te Amsterdam. Het draagvermogen is ongeveer 450 ton.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Antwerpen, 15 maart. Het Nederlandse stoomschip VREDE, met gemengde lading van Havre alhier binnen, rapporteert kort na het passeren van Duinkerken aan de grond gestoten te hebben.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Baltimore, 20 maart. Het gestrande Nederlandse stoomschip ELISABETH is vlot gekomen.
(zie ook RN 180319)


Krant:

 TEL - De Telegraaf

Amsterdam, 26 maart. Het stranden van de EDORA.
Raad voor de Scheepvaart. Door de Raad werd een onderzoek ingesteld naar het stranden op 4 december 1918 nabij Villlngbäk (kust van Seeland) van het zeilschip EDORA. Gehoord werd allereerst de gezagvoerder A.J. Edens uit Rotterdam. Deze verklaarde, dat het zijn eerste reis met een zeilschip was geweest. Het schip was uit Rotterdam vertrokken met een lading uien en marmelade. Het doel van de reis was Kopenhagen. Gedurende de vaart was het mistig. Op 4 december was het schip 's morgens omstreeks 4 uur, zonder dat daarvan iets bemerkt was, vastgelopen op de kust nabij Villingsbäk. Het was later evenwel weer zelf los gekomen. Gedurende de reis was niet gelood geworden. Uitspraak volgt later.


28 maart 1919


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

IJmuiden, 27 maart. De motorschoener OSCAR, kapt. Boerma, gisteren van hier naar Swansea vertrokken, keerde heden met defecte machine uit zee terug.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Londen, 27 maart. Het Nederlandse zeilschip PALLAS, kapt. Van Emden, van Rotterdam
naar Havre bestemd, is bij Calais gestrand. Het schip is totaal verloren.

AH 280319
Naar wij vernemen zal aan de algemene vergadering van Solleveld, Van der Meer & Van Hattum’s Stoomvaart Maatschappij worden voorgesteld het dividend over het afgelopen jaar te bepalen op 50% (evenals vorig jaar).


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

In de heden gehouden vergadering van aandeelhouders in de Hollandsche Vrachtvaart Maatschappij te Rotterdam werden balans en winst- en verliesrekening goedgekeurd, welke laatste sluit met een verliessaldo van NLG 50.700, dat op de nieuwe rekening is overgebracht.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Gravesend, 25 maart. De Nederlandse drie-mast schoener ALIDA, kapt. Hendriks, van Rotterdam naar Cuba bestemd, is alhier aangekomen op sleeptouw van de sleepboot LION. In het Duke of Edinburgh-kanaal gingen stuurboordanker en ketting verloren. Het schip is aan de boeien gemeerd.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Een Rotterdamse schoener gestrand.
Blijkens een bericht uit Engelse bladen is de 20e maart, omstreeks 4 uur in de morgen, een kleine Nederlandse schoener, op reis van Grimsby naar de Tyne, geladen met meel, gestrand een weinig ten noorden van Whitburn Steel. Het schip werd op de klippen gedreven, dicht bij de kust, zodat de bemanning, uit 5 koppen bestaande, in staat was aan land te springen. De mensen vonden hun weg naar het Grey Horse Hotel te Whitburn, waar zij liefdevol werden opgenomen. De kustwacht, in dit district gestationeerd, bracht hen in aanraking met de Shipwrecked Mariners Society (vereniging tot hulp aan schipbreukelingen), die in overleg trad met de Nederlandse consul, mr. Pyhlson en deze trof de nodige schikkingen voor hun verpleging, totdat zij naar hun vaderland gezonden kunnen worden. Het schip behoorde in Rotterdam thuis, had een Nederlandse bemanning en stond onder bevel van kapt. C. Baans. Toen het schip strandde was het rijzend tij en er stond een sterke stroom, zodat het ver op dreef. Waarschijnlijk zal het schip geheel verloren gaan, doordat de hoge zeeën beletten het met een sleepboot te naderen. Pogingen zouden worden aangewend om een deel van de lading althans te bergen en er wordt niet aan getwijfeld of men zal daarin slagen, mits de zee kalm is. Het schip is de schoener SEMPER SPERA en meet 180 ton. Kapitein Baans, alhier woonachtig aan de Nieuwe Zaagmolenstraat 24b schrijft ons nog uit Whitburn, dat zijn schip tegen de rotsen is geslagen, in stormweer met verlies van zeilen, boom en gaffel. Het grootzeil werd door de storm stuk geslagen en het schip was niet meer bestuurbaar. Thans is het wrak vol gaten. De gezagvoerder heeft een half uur moeten zwemmen, eer hij het land bereiken kon en ligt thans dientengevolge ziek.


29 maart 1919


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

IJmuiden, 28 maart. De sleepboottrawler JACOB CORNELIS uit IJmuiden is gisteren tussen Egmond en Wijk aan Zee in 9 vaam water gezonken en totaal verloren.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Hamburg, 28 maart. Het stoomschip JOHANNA – zie ons avondblad van 28 november 1918 – heeft na volbrachte reparatie de 25e dezer het droogdok te Frederikshavn verlaten.
Met het herschepen van de lading is begonnen. Dit werk zal 5 weken duren.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

IJmuiden, 28 maart. De 26e dezer met een lading strokarton van hier naar Londen vertrokken motorschoener JANTJE, kapt. Arbeider, keerde hedenmiddag wegens zwaar stormweer uit zee terug. Door overslaande zeeën was de kajuit half vol water geslagen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van de N.V. Werf Vooruit te Enkhuizen is met goed gevolg te water gelaten het stoomschip BOSCHPOLDER, gebouwd voor rekening van de Algemeene Nederlandsche Scheepvaartmaatschappij te Rotterdam. Het stoomschip is gebouwd volgens het raised quarterdeck type en heeft een draagvermogen van 760 ton. De bouw geschiedde volgens hoogste klasse Norske Veritas naar de voorschriften en onder toezicht van de Nederlandse Scheepvaartinspectie. De machines (450 ipk.) worden geleverd door de firma De Man & Te Veldhuis te Dordrecht. (opm: bouwnr. 125)


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Montevideo, 14 maart. Het Nederlandse stoomschip FRISIA is in aanvaring geweest met het stoomschip JOHN D. ROCKEFELLER. Beide schepen, welke lichte schade bekwamen, hebben de reis voortgezet.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Bahia, 17 maart. Het Nederlandse stoomschip BELLATRIX is gestrand, maar onbeschadigd weer vlot gekomen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rouen, 20 maart. het alhier in de haven liggende Nederlandse stoomschip SCHIELAND is de hogedruk cilinder gebarsten en de bovenkant van de cilinder gescheurd.


30 maart 1919


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Het door de Amerikaanse regering gerequireerde stoomschip OOSTDIJK, met meel van Philadelphia naar Kopenhagen bestemd, is in de Noordzee op een mijn gelopen. Het stoomschip is met een lek in de voorpiek op de rede van Nieuwediep aangekomen. Het water kan met pompen worden bijgehouden.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Nieuwediep, 29 maart. Heden is alhier aangekomen en op de rede geankerd het door de Amerikaanse regering gerequireerde stoomschip OOSTDIJK, dat in de Noordzee op een mijn was gelopen. Het schip wacht hier op orders, daar het niet voldoende bestuurbaar is om naar Amsterdam op te stomen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Gisteren is op de werf van de Rotterdamsche Droogdok Maatschappij te water gelaten het stoomschip HAGNO, in aanbouw voor de Maatschappij Zeevaart te Rotterdam. Het schip is ingericht voor de algemene vrachtvaart, heeft een laadvermogen van 6.200 ton, is gebouwd onder toezicht van Bureau Veritas, en zal door de Rotterdamsche Droogdok Maatschappij worden voorzien van een machine- en ketelinstallatie, waarmee een snelheid van 10 mijl zal bereikt worden.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Van Delfzijl is vertrokken het op de werf van Gebr. Bos te Groningen voor de Zeevaart Maatschappij Groningen aldaar nieuw gebouwde stoomschip ROTTERDAM, groot 280 bruto ton. Het werd gebouwd onder hoogste klasse Bureau Veritas. De machines van 225 ipk werden geleverd door de firma Botje & Ensing te Groningen. (opm: de ROTTERDAM was op 28 maart van Delfzijl naar Londen vertrokken, kapt. J. Spanjer).


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Aan het verslag over 1918 (eerste boekjaar) van de Hollandsche Vrachtvaart Maatschappij te Rotterdam, uitgebracht in de aandeelhoudersvergadering van 27 maart, ontlenen wij het volgende:
Hebben wij in ons prospectus bij de introductie ter beurze van een beperkt aantal aandelen de verwachting uitgesproken, dat onze Maatschappij een goede toekomst tegemoet zou gaan, het spijt ons te moeten meedelen, dat althans ons eerste boekjaar daarvan nog geenszins een sprekend beeld vormt.
De moeilijkheden, waarin wij door de oorlogstoestand steeds meer en meer werden gewikkeld, waren immers juist in 1918 van dien aard, dat de uitoefening van de vrachtvaart voortdurend ernstiger werd belemmerd en is het ons, trots alle inspanning, niet mogen gelukken de beschikbare tonnage productief te maken.
De vaart op Scandinavië heeft voor het grootste gedeelte van 1918 stilgelegen.
Daar de vloot onder Duitse clausules gebouwd was en werd, mocht aan het uitoefenen van de vrachtvaart op de Geallieerde landen niet worden gedacht. Ook is door de steeds scherper wordende restricties van Duitsland wat betreft de uitvoer van ijzer en staal de afbouw van onze vloot ernstig vertraagd. Eerst tegen het einde van het jaar kwam er een kleine ontspanning.
Ook voor rampen bleven wij niet gespaard. Het stoomschip SIDNEY is in de maand december vergaan. Dit schip was op de Amsterdamsche Beurspolis verzekerd voor NLG 200.000, doch is een belangrijk gedeelte van de schadepenningen, t.w. NLG 121.000 nog niet binnengekomen.
Het stoomschip MILLY vertrok de 8e maart 1918 van Amsterdam naar Gotenburg met een lading tabak voor het Zweedse Staatsmonopolie, doch werd de 11e maart d.a.v. door Duitse zeestrijdkrachten naar Kiel resp. Swinemünde opgebracht en aldaar gedurende zeven maanden vastgehouden, zonder enige aan ons bekende grond. Daar deze zaak nooit voor het Prisenhof is gebracht, hebben wij door bemiddeling van onze Regering een vordering voor tijdverlies en onkosten ingediend tot een bedrag van 136.200 NLG. Hoewel wij in deze op de krachtige steun van onze regering rekenen, hebben wij gemeend deze vordering slechts pro memorie in onze balans te moeten opnemen.
Hier tegenover staat, dat de weinige reizen, die konden worden gemaakt, bevredigende resultaten opleverden. Immers is het saldo ‘reizenrekening’ ad NLG 159.710 op onze verlies- en winstrekening het resultaat van een slechts korte activiteit. De post ‘stilliggen’ ad NLG 91.969 NLG illustreert echter ten duidelijkste, hoe zwaar wij door de verscherpte oorlogstoestand werden getroffen.
In het nieuwe boekjaar 1919 werd de motor- en zeilvloot tegen ca. kostprijs verkocht.
Wel is waar hebben wij de kopers een lening moeten verstrekken van NLG 460.000, doch achten wij verliezen hierop buitengesloten. Aan contanten kwam NLG 720.000 NLG binnen.
Ook het stoomschip EMMA is in het nieuwe boekjaar tegen kostprijs verkocht, uit overweging, dat dit kleine type stoomschip niet gunstig is te exploiteren.
Nadat alle contracten in 1919 zullen zijn uitgevoerd, zal de Maatschappij de beschikking hebben over ca. 7.300 ton stoomdraagvermogen, met een boekwaarde van NLG 3.868.000, alzo NLG 520 per ton.
Voor het stoomschip HOLLANDSCH DIEP werd een z.g. After-War-Charter afgesloten voor twee achtereenvolgende reizen van Santos naar Rotterdam op zeer gunstige vrachtcondities.
Behalve het stoomschip HOLLANDSCH DIEP werden de schepen ieder afzonderlijk – om zuiver commerciële redenen – in een naamloze vennootschap ingebracht, waarbij de Maatschappij als Holding Company optreedt, hoewel de exploitatie geheel en uitsluitend voor rekening van onze Maatschappij wordt uitgeoefend.
Enkele hypotheken werden op voordelige voorwaarden tot een bedrag van pro resto NLG 685.000 NLG genomen, terwijl het in onze bedoeling ligt de nog te betalen sommen op bouwcontracten mede uit hypotheek te verkrijgen. Onder crediteuren ad NLG 1.627.131 zijn op de balans opgevoerd de lopende schulden, de nog te verrekenen hypotheekgelden stoomschip SIDNEY ad NLG 100.000, de bankschuld en de nog te betalen termijnen aan de scheepsbouwmeesters van schepen, welke reeds in een naamloze vennootschap zijn ingebracht.
De Rotterdamse Kings Lynn verbinding, waartoe wij het besluit hebben genomen, waaraan een min of meer geregelde dienst Londen – Antwerpen zal worden toegevoegd, zal naar wij stellig verwachten, ons een blijvend en bevredigend emplooi verzekeren. Onze stoomschepen van kleiner type zijn daarvoor uitstekend geschikt.
Wat de verdere toekomst betreft, al blijven wij met vertrouwen een gunstige ontwikkeling van handel en nijverheid tegemoet zien, wij geloven goed te doen, gezien de tijdsomstandigheden, welke zich bij de dag wijzigen, ons van het uitspreken van bepaalde verwachtingen te onthouden.


31 maart 1919


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepvaartmaatschappij Piet Hein te Rotterdam.
Het verslag over het eerste boekjaar uitgebracht vermeldt, dat de maatschappij in het begin van het jaar aankocht de schepen HORIZON, REMKE, ANNY, STERNE, ZWERVER, ALBERDINA en ESPÉRANCE met een gezamenlijke tonnage van 1.460 ton.
De maatschappij werd hoofdzakelijk opgericht door van de oorlogstoestand te profiteren, wat niet is gelukt. Nu zijn de vooruitzichten geheel gewijzigd. De winst- en verliesrekening geeft een bruto winst aan van NLG 36.020, waarvan voor onkosten NLG 14.725 moet worden afgetrokken. Van het restant wordt NLG 16.999 voor afschrijving op de schepen gebezigd, terwijl NLG 9.594 op nieuwe rekening worden overgebracht. De balans wijst voor de schepen ALBERDINA, ZWERVER, ESPÉRANCE, HORIZON en ANNY een boekwaarde aan van NLG 268.500.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Amsterdam, 30 maart. Heden is van hier naar Londen vertrokken de motorschoener MOLBOEN, ex. NICOLAAS WITSEN.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

IJmuiden, 31 maart. Heden is hier binnengekomen het stoomschip OOSTDIJK, van Philadelphia, laatst van Nieuwediep. (opm: gesleept door de CYCLOOP). De schade zal in Amsterdam worden hersteld.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Aan de werf van de N.V. Lobithsche Scheepsbouwmaatschappij te Lobith, is opdracht verstrekt door de N.V. Furness Scheepsvaart- en Agentuurmaatschappij te Rotterdam, tot de bouw van een stoomschip van 7.300 ton met afmetingen van 370’ x 50’ x 29’.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Het op de werf van Gebr. Coops te Hoogezand voor de Vrachtvaart Maatschappij Neerlandia te Rotterdam nieuw gebouwde stoomschip OVERVEEN heeft op de Eems een goed geslaagde proeftocht gehouden.
Het stoomschip heeft een deadweight-capaciteit van 450 ton; de afmetingen zijn 38 x 7 x 3½ meter. De compound machine van 250 ipk werd geleverd door de firma Botje, Ensing & Co. te Groningen. Het stoomschip werd gebouwd volgens hoogste klasse en onder toezicht van de Germanischer Lloyd en de Nederlandse Scheepvaartinspectie.
Aan dezelfde rederij zullen binnenkort nog twee stoomschepen van hetzelfde type worden afgeleverd; voorts zijn nog twee stoomschepen van resp. 4.200 (?) en 1.000 ton dw. in aanbouw.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Londen, 29 maart. Het stoomschip AMSTERDAM, van Dordrecht naar Londen, is met schade aan de ketel en verlies van anker en kettingen te Harwich binnengesleept. De stoker is gedood.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Nieuwediep, 31 maart. De van Rotterdam naar Kopenhagen bestemde motorschoener BRANDARIS is hier gisteren wederom met motorschade binnengesleept door de CYCLOOP. (zie ochtendblad 1 maart.)


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Londen, 28 maart. De motorschoener EUROPA (zie ochtendblad 23 maart) is vlot en te Grimsby binnengebracht.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Vlissingen, 31 maart. Het Nederlandse stoomschip MILLY, van Antwerpen naar Londen, is met een defect aan de machine alhier uit zee teruggekeerd.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Calais, 24 maart. Van de lading vensterglas per het op 17 dezer gestrande schip PALLAS (zie avondblad 28 maart) werden 124 kisten geborgen en hier aangebracht.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

IJmuiden, 31 maart. Het stoomschip OOSTDIJK is, begeleid door de sleepboot CYCLOP, van Nieuwediep alhier aangekomen en wordt naar Amsterdam opgesleept.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Van de scheepswerf N.V. Lobithsche Scheepsbouw Mij. v/h Gebr. Bodewes, is met goed gevolg te water gelaten (opm: op wo. 26 mrt) het stoomschip BERENICE, groot 2.300 ton, gebouwd voor rekening van de Koninklijke Nederlandsche Stoomboot Mij te Amsterdam. Machine en ketel zullen er te Alblasserdam in worden geplaatst.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De Nederlandse tjalk SOLI DEO GLORIA is voor 36.000 Kronen verkocht aan Viggo Söht te Svendborg in Denemarken. Het schip is 78 bruto en 61 netto ton groot, in 1896 te Martenshoek gebouwd en behoorde aan kapt. Schothorst te Zuidbroek.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De motorschepen JOHANNA, kapt. Wijnstok en EMMA, kapt. Stienstra, vertrokken in ballast van Delfzijl naar Boston Linc. om aardappelen te laden voor hier. Beide zijn nieuwgebouwde motorschoeners, behorende aan de Vrachtvaartmaatschappij Neerlandia alhier. Ze zijn voorzien van Steywal-motoren, sterk 130 ipk.
De JOHANNA, groot 691 kubieke meter netto, werd gebouwd op de werf van Gebr. Van Diepen te Waterhuizen, volgens hoogste klasse Germanische Lloyd en de EMMA, groot 694 m3 netto, werd volgens hoogste klasse Veritas gebouwd op de werf van de firma Wilmink te Gideon.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

’s-Gravenhage, 29 maart. Het ligt in de bedoeling dat Hr.Ms. ZEVEN PROVINCIËN de Engelse haven Plymouth zal aandoen tot het ontvangen van nadere instructies omtrent de te volgen route en tot het eventueel bijladen van kolen.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Invoer. Het stoomschip DARDANUS van de Nederlandse Stoomvaart Maatschappij Oceaan, zaterdag te Amsterdam van Java aangekomen, is het eerste Nederlandse stoomschip dat wederom de uitreis, zowel als de thuisreis via de gewone route naar Nederlands- Indië, dit is door het Suezkanaal, gemaakt heeft. Aangezien de gehele rondreis met inbegrip van een vertoef van circa zes weken in Indië, binnen den tijd van vier maanden is volbracht kan met recht worden gezegd, dat ook in het scheepvaartbedrijf meer en meer normale toestanden terugkeren Het stoomschip DARDANUS heeft een lading koloniale producten aangebracht o.a. 12.000 kisten thee, 2000 ton tapioca. 12.000 balen koffie, enz.


01 april 1919


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Amsterdam, 31 maart. Het stoomschip OOSTDIJK (opm: nog onder Amerikaanse vlag) is heden hier aangekomen, met meel van Philadelphia, laatst van Nieuwediep.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Hamburg, 28 maart. De Nederlandse logger VRACHTZOEKER, met stukgoed van Rotterdam naar Arhus bestemd, is 27 dezer voor noodhaven te Frederikshavn binnengelopen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

’s-Gravenhage, 31 maart. Bij het Departement van Marine is bericht ontvangen dat de ZEVEN PROVINCIËN zaterdagavond Plymouth verlaten heeft. Verwacht wordt dat het schip dinsdag 1 april ongeveer tussen 7 en 8 uur 's morgens te Nieuwediep zal aankomen.


02 april 1919


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Aan het verslag over het boekjaar van de N.V. Houthandel v/h. William Pont te Zaandam ontlenen wij het volgende:
Onder deelname in andere ondernemingen paraisseert nog het bedrag van NLG 400.000, zijnde het aandelenkapitaal van de niet ontbonden N.V. Vrachtvaart-Maatschappij Edam. Deze maatschappij heeft een ongeveer gelijk bedrag bij ons uitgezet, welk bedrag onder deposito’s voorkomt. (opm: alleen scheepvaart-gerelateerde passage opgenomen)


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Naar wij vernemen, zal op de jaarlijkse algemene vergadering van de Stoomvaart Maatschappij Oostzee een dividend worden voorgesteld van 50%. (vorig jaar 30%).


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Het voor de Belgische firma Breys & Gylsen op de werf De Klop, te Sliedrecht, nieuw gebouwde stoomschip HASTEYE, groot ca. 1.100 ton, heeft op de Maas met goed gevolg proef gestoomd. De behouden vaarsnelheid bedroeg ongeveer 10 mijl.
(opm: naam van schip moet zijn = HASTIER – zie ook Het Schip 1919 – blz. 88, dit schip is op haar eerste reis van Antwerpen naar Barcelona vergaan).


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

De voor eigen rekening op de scheepswerf van de firma W.F. Stoel & Zoon, te Alkmaar, nieuw gebouwde, met een Kromhoutmotor uitgeruste stalen schoener NICOLAAS WITSEN I werd verkocht aan de rederij Hvid & Evensen te Aarhus, en vertrok onder Deense vlag met de naam MOLBOEN in ballast van Amsterdam naar Londen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Bergen, 13 maart. De met houtpulp geladen, te Rotterdam thuis bohorende schoener JANTINA FENNEGINA bevond zich in de morgen van 5 maart in de buurt van Arolden in gevaar. Toen het Noorse stoomschip GUDVANGEN, met passagiers en stukgoed van Bergen naar Förde bestemd, de noodsignalen van het Nederlandse schip bemerkte, stoomde het ter assistentie. Het bleek dat de JANTINA FENNEGINA slechts 4 meter van een ondiepte af, ten anker lag. De stuurman en 10 schepelingen van de GUDVANGEN gingen aan boord om een sleeptros vast te maken en de ankers met resp. 70 en 60 vadem ketting op te hieuwen Daar het ankerspil in slechte staat verkeerde ging er veel lijd met het hieuwen van de ankers verloren. Ongeveer 11 uur voormiddag, men bevond zich toen in een lijn Stagesjoer - Raue-vuur, pakte een van de ankers ten gevolge waarvan de sleeptros brak. De GUDVANGEN bleef echter in de nabijheid en maakte later weer een tros vast. Tegen 1 uur waren de ankers eindelijk binnenboord en ongeveer half drie werd de schoener veilig bij Askevold ten anker gebracht. Voordat de GUDVANGEN met de werkzaamheden begon was men overeengekomen het bergloon door het Seegericht te Bergen te doen bepalen. Heden werd deze zaak voor het Seegericht behandeld.
18 maart. De GUDVANGEN eist een bergloon van 20.000 Kronen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

’s-Gravenhage, 1 april. Hr.Ms. ZEVEN PROVINCIËN is hedenmorgen omstreeks 8 uur van Nederlands-Indië te Nieuwediep aangekomen. Aan boord alles wel.


03 april 1919


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Vlissingen, 2 april. Het stoomschip MILLY is in het droogdok opgenomen en zal door de Koninklijke Maatschappij De Schelde van een nieuwe schroef worden voorzien.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

De een-mast zeetjalk MEMENTO MORI van de reder K. Eeftingh te Gasselternijveen is onderhands verkocht aan de rederij Gebr. Höglund te Kalmar (Zweden).


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

De N.V. Lobitsche Scheepsbouwmaatschappij v/h Gebr. Bodewes, te Lobith, heeft met de N.V. Furness Scheepvaart- en Agentuur- Mij. te Rotterdam, een contract afgesloten voor de bouw van een tweede stoomschip van 7.300 ton, ook voor dit stoomschip is de aanvoer van het benodigde materiaal verzekerd.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Van de werf van de firma Wortelboer & Co. te Westerhoek, is op 1 april te Delfzijl aangekomen de voor de Vrachtvaart Maatschappij Neerlandia, te Rotterdam, nieuw gebouwde motorschoener HETTIE, groot ca. 700 ton, voorzien van een door de firma Brons & Co. te Appingedam geleverde motor van 175 ipk. Het schip zal een lading ijzererts innemen naar Engeland.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

De helling voor de CELEBES. Naar aanleiding van de mededeling van de Minister van Marine ad interim bij de behandeling van de Marinebegroting in de Tweede Kamer heeft hedenochtend een bespreking plaats gehad tussen het Departement van Marine en de directies van de maatschappij Fijenoord en de Holland Amerika Lijn, teneinde de helling bestemd voor Hr.Ms. Kruiser CELEBES in gebruik te doen nemen voor de bouw van een schip van de Holland Amerika Lijn, waarvoor de materialen reeds hier te lande aanwezig zijn.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Stoomvaart Maatschappij Oostzee. Blijkens de balans per ult. december 1918 komen voor aan de debetzijde: Stoomschepen van de Maatschappij (aanschafwaarde NLG 2.810.634, afschrijving tot op 31 dec.1917 NLG 1.867.736) NLG 942.897 (v.j. NLG 1.152.897), stoomschepen in aanbouw NLG 520.665 (NLG 193.462), kassa NLG 2.024 (NLG 10.000), […] NLG 1.248.550 (NLG 796.046), effectenrente lening NLG 1.740.719 (NLG 2.125.640), belegd reservefonds NLG 41.140 (NLG 43.385), deposito u/g NLG 1.500.000 (NLG 700.000), prol u/g NLG 718.000 (NLG 700.000), wissels in portefeuille NLG 1.633.465 (NLG 32.709), renterekening nog te vorderen NLG 17.609 (NLG 4.163), debiteuren NLG 46.705 (NLG 118.001), vooruitbetaalde Jaarpremie-assurantie NLG 68.008 (NLG 105.627), lopende reizen NLG 282.752 (NLG 906.879) en survey – (NLG 21.654) en aan de creditzijde: aandelenkapitaal NLG 5.000.000 (aandelen in portefeuille NLG 3.000.000); NLG 2.000.000 (als v.j.), obligatoire lening 1e serie NLG 72.000 (NLG 106.000), id. 2e serie NLG 106.000 (NLG 138.000), uitgelote obligaties NLG 67.000 (NLG 63.500), coupons NLG 5.602 (NLG 6.963) reservefonds NLG 45.991 (NLG 47.831), reserve voor nieuwbouw NLG 3.568.428 (NLG 3.568.428), reserve voor O.W. belasting NLG 72.540 (-), onkosten nog te betalen NLG 10.500 (NLG 3.500), crediteuren NLG 290.481 (NLG 281.347), reserve koersverschil effecten NLG – (NLG 22.540), en winst NLG 2.523.995 (NLG 673.298).
Blijkens de winst- en verliesrekening werd ontvangen uit de exploitatie NLG 2.418.981 (NLG 663.264), makende met de interest ad NLG 163.185 (NLG 41.402) en het saldo Ao. Po. ad NLG 8.352 (NLG 6.435), tezamen NLG 2.590.518 (NLG 711.102).
Daarvan gaat af voor onkosten NLG 59.352 (NLG 29.107) en koersverschil NLG 7.170 (NLG 8.697), latende een winstsaldo van NLG 2.523.995 (NLG 673.298), te verdelen als volgt: afschrijvingen stoomschepen NLG 600.000 (NLG 210.000). reserve voor O.W. belasting NLG 490.000 NLG 50.000), 50% dividend NLG 1.000.000 (v.j. 30% of NLG 30.000), tantièmes NLG 211.939 (NLG 58.333), oprichtersbewijzen NLG 90.832 (NLG 25.000), dividend- en tantième belasting NLG 117.894 (v.j. inkomstenbelasting NLG 21.612) en saldo op nieuwe rekening NLG 13.329 (NLG 8.352).


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

N.V. Lobithsche Scheepsbouw Maatschappij. Naar ons wordt medegedeeld, heeft de N.V. Lobithsche Scheepsbouw Maatschappij v/h Gebr. Bodewes. gevestigd te Lobith, met de N.V. Furness Scheepvaart- en Agentuurmaatschappij, te Rotterdam, een contract heeft afgesloten voor een tweede stoomschip van 7.300 ton. De aanvoer van het benodigde materiaal is wederom verzekerd.
De N.V. Lobithsche Scheepsbouw Maatschappij heeft thans in opdracht twee vrachtschepen van 2.250 ton voor de Koninklijke Nederlandse Stoomvaart Maatschappij en twee stoomschepen van 7.300 ton voor de Furness Scheepvaart- en Agentuurmaatschappij.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Hr.Ms. TROMP. Bepaald is, dat het pantserschip TROMP op 1 mei te Willemsoord wordt in dienst gesteld en het bevel opgedragen aan de kapt.-luit. ter zee K.F. Sluys.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. De Raad voor de Scheepvaart houdt vrijdag a.s., 1.30 uur nm., openbare zitting tot onderzoek naar de op 26 febr. 1919 plaats gehad hebbende aanvaring nabij IJmuiden tussen het gesleept wordende zeilvissersvaartuig DIRK (SCH- 219) en de onderzeeboot O. 2. Reder van de SCH-219: H. Dirkzwager te 's-Gravenhage; schipper: P. van der Zwan te Scheveningen.
Daarna onderzoek naar het op 16 maart 1919 stranden nabij Calais van het zeilschip PALLAS. Rederij:, Visscherij Mij. Olympus; gezagvoerder M. Zwaans, beiden te Vlaardingen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Londen, 1 april. De Nederlandse schoener LIBELLE, met stukgoed van Rotterdam naar Malmö, is met lekkage te Frederikshaven binnengesleept. (opm: zie ook AH 220419)


04 april 1919


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Vanuit IJmuiden vertrok gisteren voor de eerste reis naar Rønneby de in Haarlem met ijzer beladen stalen motorschoener SIEKA III weke voor eigen rekening gebouwd werd op de werf van de heer W. Mulder te Stadskanaal. Het schip is uitgerust met een Kromhoutmotor van 45 pk en wordt gevoerd door kapt. W. Boll.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Het op de werf Conrad te Zaandam voor de Hollandsche Algemeene Atlantische Scheepvaartmaatschappij te Rotterdam nieuw gebouwde stoomschip NIEUWE MAAS is gisteren van IJmuiden naar de Noordzee vertrokken tot het houden van een proeftocht. Indien deze slaagt zal het schip rechtstreeks de reis naar Noord Amerika voortzetten. Dit stoomschip is het eerste op bovengenoemde werf gebouwde koopvaardijschip.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Rosario, 31 maart. Het Nederlandse stoomschip WESTERDIJK heeft lekkage in de ballasttank. 350 ton mais zal naar het tussendek worden overgebracht om de oorzaak van de lekkage te onderzoeken.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 2 april. De met motorschade uit zee terug gekeerde motorschoener OSCAR, kapt. Boerma, is na herstel van de schade heden opnieuw naar Swansea in zee gegaan.


05 april 1919


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

De proeftocht van het voor rekening van de Hollandsche Algemeene Atlantische Scheepvaartmaatschappij te Rotterdam op de werf Conrad te Haarlem nieuw gebouwde stoomschip NIEUWE MAAS had een alleszins gunstig verloop. Een traject van 39 mijl, met 7 mijl tegenstroom, werd afgelegd in ca. 3,5 uur. Het stoomschip heeft op een zomerdiepgang van 6,80 meter een draagvermogen van 6.000 ton. De machine installatie van 1.600 pk werd geleverd door de firma Gebr. Stork & Co. te Hengelo. Voor verdere bijzonderheden verwijzen wij naar ons Avondblad van 20 november jl. Direct na afloop van de proefvaart vertrok de NIEUWE MAAS naar Hampton Roads, via Falmouth v.o.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

In de Visschershaven te IJmuiden zijn aangekomen ten einde voor de haringvisserij te worden uitgerust de op de werf De Dageraad van de firma W. Boot te Woubrugge voor rekening van de heer J. Visser Hzn. te IJmuiden nieuw gebouwde stalen loggers VISCHJAN IV (IJM-160) en VISCHJAN V (IJM-214), welke met Deense Alpha-motoren van 45 pk zijn uitgerust.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

De in Nieuwendam liggende een-mast koftjalk ENERGIE van de heer K. Houwerzijl te Delfzijl is onderhands aan een rederij te Svendborg (Denemarken) verkocht. Het schip zal binnen enkele weken met een lading dakpannen van Rotterdam naar de bestemmingshaven afzeilen. (opm: nieuwe eigenaar de heer Ömand te Svendborg)


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 4 april. Het tijdens de oorlog op de werf van Tecklenborg te Geestemünde gebouwde stoomschip ISIS (14.000 brt) van de Kosmoslijn, heeft dinsdag zijn proeftocht gedaan. De Weser Zeitung meldt, dat dit schip is verkocht naar Nederland ter vervanging van een tot zinken gebracht stoomschip.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart. De Raad voor de Scheepvaart heeft gisteren uitspraak gedaan betreffende de stranding van het zeilschip REX.
De Raad is van oordeel dat de REX is gestrand, doordat men een koers heeft gestuurd, welke te dicht onder de wal liep. De kapitein, onbekend met de stromingen langs de Franse kust, meende deze koers te kunnen behouden, toen het dik van mist werd en hij generlei verkenningen meer had. De Raad schrijft de stranding toe aan nalatigheid van de kapitein, die, toen het dik van mist werd, er niet aan gedacht heeft het ruimer te nemen, en loden niet meer nodig vond. Zijn onbekendheid met de navigatie op de Franse kust had hem tot bijzondere voorzichtigheid moeten aansporen, doch hij heeft alles nagelaten, wat hij had moeten doen om zijn standpunt zoveel mogelijk te controleren en heeft daardoor de stranding veroorzaakt. Daarom straft de Raad de schipper van de REX door hem de bevoegdheid te ontnemen als schipper te varen, voor de tijd van 3 maanden. Hoewel deze ramp niet door de ongeschiktheid van de kapitein is veroorzaakt, is de Raad van oordeel, dat bij het verlenen van dispensatie er zoveel mogelijk tegen gewaakt behoort te worden, dat deze wordt verleend aan schippers, die wegens hun gebrek aan kennis en ervaring feitelijk ongeschikt zijn op onbekende trajecten als het varen tussen Franse havens in Het Kanaal het commando uit te oefenen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart. Gisteren heeft de Raad het stranden van het zeilschip PALLAS op 10 maart bij Calais behandeld. De gezagvoerder M. Zwaans deelde mee, dat het schip een omgebouwde vrachtlogger was. Hij had vroeger als stuurman ter visserij gevaren. Als schipper had hij nooit gevaren. Van de stromingen in Het Kanaal wist hij niets af. Zeilaanwijzingen kende hij niet. Het schip was met een lading glas op weg van Rotterdam naar Havre. Op zijn kaart stonden niet alle vuurschepen. Hij is maar „dwars door Het Kanaal heen gegaan". Toen hij bij Dover was, stuurde hij op de Franse kust. Plotseling liep het schip vast. De bemanning verliet het schip in d boot en ging naar de wal. Later zag hij het schip nog even terug, die geheel onder water was. De bemanning reisde naar hier. Nog enige getuigen werden gehoord. Later volgt de uitspraak.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart. De Raad voor de Scheepvaart heeft gisteren uitspraak gedaan betreffende de stranding van het schoenerschip EDORA.
De Raad is van oordeel, dat de EDORA bij Villingebaek op de noordkust van Seeland is vastgelopen, doordat het schip door de stroom uit de koers is geraakt, tijdens mist en windstilte. De kapitein is in deze nalatig geweest, immers hij had door geregeld te loden zijn standplaats kunnen en moeten controleren en daardoor het ongeval kunnen voorkomen. Een verontschuldiging voor de kapitein acht de Raad, dat hij wegens de ondervinding de vorige dag opgedaan mocht rekenen op een noordelijke stroom en zich dus nog ver uit de wal kon wanen, waar hij in werkelijkheid door een zuidgaande stroom op is gezet. Het lood is echter een middel om de plaats te bepalen, welk geen gezagvoerder mag verzuimen toe te passen. Daarom straft de Raad de schipper van de EDORA door het uitspreken van een berisping.


06 april 1919


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

De op de werf van de firma C. Appelo te Zwartsluis voor de N.V. Zeesleepboot Warda te Rotterdam nieuw gebouwde zeesleepboot WARDA heeft vrijdag jl. (opm: 4 april) proef gestoomd en heeft daarbij in alle opzichten aan de gestelde eisen voldaan. De machines van 350 ipk werden geleverd door de firma Straatman te Dordrecht.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Te Delfzijl ligt gereed voor vertrek naar de Tyne om aldaar voor Algiers te laden de op de werf van de firma Wortelboer te Westerbroek voor de Vrachtvaart Maatschappij Neerlandia te Rotterdam nieuw gebouwde motorschoener ALBERTHA, groot 446 ton bruto. De motor van 180 ipk werd geleverd door de firma Brons & Co. te Appingedam.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Holland Amerika Lijn. Aan het verslag over het jaar 1918 ontlenen wij het volgende:
De president-directeur jhr. Otto Reuchlin heeft zijn voornemen te kennen gegeven wegens zijn leeftijd met ingang van 1 mei a.s. eervol ontslag te vragen als directeur van de Maatschappij. Hoe zeer de voortvarendheid, waardoor ook in de laatste jaren zijn bedrijfsleiding zich is blijven kenmerken, zijn besluit vooralsnog niet had doen verwachten, zal zijn beweegreden moeten geëerbiedigd worden. Van de oprichting van de Vennootschap af directeur, heeft jhr. Reuchlin het bedrijf mee geleid.
In overleg met de beide andere directeuren hebben commissarissen de heer J. Rypperda Wierdsma verzocht het presidiaat van de directie te aanvaarden; deze heeft zich daartoe bereid verklaard. Voordracht voor directeur te benoemen de heer H. van Helden, tot nog toe procuratiehouder van de Maatschappij.
De Duitse schepen, aangewezen ter vervanging van de getorpedeerde NOORDERDIJK en ZAANDIJK, werden ons in Nederlands-Indië afgeleverd.
Met uitzondering van de vaart tussen Noord Amerika en Java, die tijdelijk onderbroken, in de nazomer hervat kon worden, bleef ons vrachtvervoer vrijwel beperkt tot één richting, die, ter voorziening in de behoefte van ons land. Het vervoer van uitgaande goederen was als natuurlijk gevolg van de beperkende maatregelen uiterst gering. Ook werd nog een reis volbracht ten behoeve van het Belgische Steun-Comité.
Uit de aard van de zaak kon onder die omstandigheden nauwelijks sprake zijn van enig passagiersvervoer van betekenis; het bepaalde zich in hoofdzaak tot militairen en ambtenaren (gouvernements-passagiers) naar en van Nederlands-Indië die, bij gebreke van een directe gelegenheid, genoodzaakt waren de weg over de Verenigde Staten te kiezen en zelfs dit vervoer ondervond door de van Amerikaanse zijde ingevoerde pasregeling zodanige belemmering, dat, van de voor zekere afvaart geboekte passagiers, vaak meer dan de helft moest achterblijven. Tenslotte werd voor het rechtstreeks vervoer naar Nederlands-Indië ons stoomschip NOORDAM aangewezen; het maakte de reis daarheen in konvooi, via de Kaap de Goede Hoop en keerde door het Suezkanaal terug.
Het stoomschip OOSTERDIJK ging begin juli, in de Atlantische Oceaan, door aanvaring verloren.
Een tweede ernstiger verlies trof ons door de torpedering van de STATENDAM, die eind juli in de nabijheid van de Ierse kust verloren ging. Het gelukte ons met de Britse regering een overeenkomst te treffen, waarbij als gedeeltelijke vergoeding voor dit verlies 60.000 ton materiaal voor scheepsbouw ter onzer beschikking werd gesteld. Deze overeenkomst stelt ons in staat uitvoering te geven aan een uitgebreid bouwplan.
In het afgelopen jaar konden door onze passagiers- en vrachtschepen op verschillende havens slechts dertien reizen worden gemaakt, waarvan drie rondreizen van New York naar Java, terwijl ook een tweetal tussenreizen vanuit Java naar China en Japan werden gemaakt.
Met het vooruitzicht op een levendig bedrijf in de naaste toekomst en in het bezit van een vloot, die laag te boek staat, zou bijzondere voorzieningen gevoeglijk achterwege kunnen blijven, ware het niet, dat de hoge prijzen van nagenoeg alle materialen en de fenomenale stijging van het arbeidsloon, de kostprijs van de te bouwen schepen zodanig omhoog zullen drijven, dat wij tot behoud van onze positie, ook in tijden van reactie, die niet zullen uitblijven en waarvan op vrachtgebied de voortekenen zich reeds doen gevoelen, menen onze tot nu toe gevolgde politiek van ruimte afschrijvingen en reserves niet te mogen prijsgeven.
Voorgesteld wordt de gezamenlijke afschrijvingen te bepalen op NLG 5.310.594, het fonds ten behoeve van het personeel te doteren met NLG 100.000, NLG 3.200.000 te reserveren voor diverse belangen en O.W. belasting, voor nieuwbouw NLG 2.500.000, benevens NLG 1.500.000 aan het extra reservefonds toe te voegen. Het daarna overblijvende saldo stelt ons in staat een dividend van 40% (v.j. 25%) uit te keren.
In het hiervoor ontvouwde bouwplan is later nog opgenomen de bouw van een groot passagiersschip.
Blijkens de winst- en verliesrekening bedroeg het saldo van Ao. Po. NLG 44.217, exploitatierekening NLG 19.981.603 (v.j. NLG 8.812.501) , interest rekening NLG 940.379 (NLG 987.453), contante waarde ongevallenwet NLG 2.295. Totaal NLG 20.968.498 (NLG 9.963.078) verdeeld als boven.
Op de balans komen de volgende posten voor: Materiaal NLG 9.440.015 (NLG 12.160,15), vaste goederen en etablissementen NLG 200.003 (NLG 400.002), geldmiddelen NLG 27.262.488 (NLG 2.820.720), vooruitbetaalde jaarpremies NLG 397.067 (NLG 406.358), uitrusting lopende reizen NLG 1.066.763 (NLG 3.283.576), diverse debiteuren NLG 17.491.628 (NLG 9.039.867), totaal NLG 55.857.965 (NLG 45.386.229).
Passiva: Kapitaal NLG 15.000.000 (onv.), Ketel en reparatiefonds NLG 1.200.000 (onv.), Assurantiefonds 4.604.651,56 (NLG 2.276.554), Fonds voor periodieke survey NLG 1.200.000 (onv.), Fonds ten behoeve van het personeel NLG 1.020.672,90 (NLG 950.460), Extra reserve NLG 7.500.000 (NLG 6.000.000), Agio res. NLG 5.387.590,60 (onv.), Rerserve voor nieuwbouw NLG 3.073.547,91 (NLG 573.547), Contante waarde voor blijvende rente Ongevallenwet NLG 218.829, reserve voor diverse belangen en Oorlogswinstbelasting NLG 3.971.749 (NLG 1.066.079), diverse crediteuren NLG 6.135.756 (NLG 5.058.258), dividend 1918 en belasting NLG 6.521.143, Winst- en verliesrekening NLG 24.022.
Blijkens de winst- en verliesrekening over 1918 bedroeg het te ontvangen dividend NLG 3.026.000, interest van deposito NLG 5.000. Totaal NLG 3.031.000. Uitdeling 15130 aandelen à NLG 200 per gewoon aandeel NLG 3.026.000, 5 aandelen à NLG 1.000 per preferent aandeel NLG 5.000.
De balans vermeldt aandelen Holland Amerika Lijn NLG 20.591.260, Gelden à deposito NLG 125.000, te ontvangen dividend van Holland Amerika Lijn NLG 3.026.000, Debiteuren NLG 29.025.
Passiva: Kap. NLG 7.565, Agio op aandelen NLG 13.026.260, Preferent aandelenkapitaal NLG 125.000, dividend 1918, gewone aandelen NLG 3.026.000, dividend 1918, pref. aandelen NLG 5.000, dividend 1917, nog onbetaald, NLG 21.000, dividend 1916, nog onbetaald NLG 3.025.


07 april 1919


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Vlissingen, 7 april. De Nederlandse motorschoener MERWESTEIN, van Boulogne naar Grangemouth, is hier binnengelopen om van een nieuwe motor te worden voorzien.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Londen, 6 april. De Nederlandse tankboot SULTAN VAN KOETEI is te Nagasaki aangekomen met gebroken stuurgerei. De reparatie zal ongeveer 10 dagen vorderen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Grimsby, 1 april. De lading van het Nederlandse schip VOORWAARTS (zie ochtendblad 25 maart) is gelost. Men vreest dat het schip als totaal verloren moet worden beschouwd.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Maassluis, 7 april. Het stoomschip WALCHEREN, 30 maart van hier naar Buenos Aires en 3 april van Hull vertrokken, is met machineschade alhier binnengelopen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Rosario, 2 april. Het stoomschip WESTERDIJK (zie avondblad 4 dezer) heeft voorlopig gerepareerd en de reis voortgezet.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rosario, 31 maart. Het stoomschip LEERSUM geraakte op de rivier aan de grond doch kwam weer vlot. Het stoomschip is onderzocht en zeewaardig verklaard. Het stoomschip had geen schade.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Hamburg, 2 april. De schoener LIBELLE (reeds gemeld) had enige dagen bij Skagen geankerd gelegen en werd 29 maart door de bergingsstomer EXPRESS te Frederikshavn binnengesleept, Het schip, dat ook een boot verloren heelt,1 zal te Frederikshavn dokken.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 5 april. Van het Nederlandse stoomschip ENERGIE, dat 3 november 1918 van Haugesund naar Rotterdam is vertrokken en sedert wordt vermist, zijn bij Hisken wrakgoederen aangespoeld,


08 april 1919


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Vlissingen, 7 april. De motorschoener MERWESTEIN is gisteren, zonder loods binnenkomend, door de sterke stroom op de oostberm gelopen, doch kwam met assistentie van de mijnenlegger HYDRA met een klein gat in de voorsteven weer vlot.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Solleveld, Van der Meer en Van Hattum’s Stoomvaart Maatschappij.
Uit Rotterdam wordt ons geseind: Aan het heden verschenen jaarverslag ontlenen wij, dat de Maatschappij om verzekerd te zijn van voldoende hellingen met het oog op de uitbreiding van de vloot, heeft deelgenomen in het kapitaal van Burgerhout’s Machinefabriek en Scheepswerf. Met deze werf is gecontracteerd voor vier stoomschepen van 6.200 ton elk, terwijl naast de twee schepen bij de werf Gusto te Schiedam in aanbouw, daar nog twee schepen worden besteld. De contracten, reeds gemaakt met de Rotterdamsche Droogdok Maatschappij voor levering van twee stoomschepen zijn zodanig gewijzigd dat van deze werf thans maar één stoomschip verkregen zal worden, begin 1920 af te leveren. Tot einde december werd op bestelde stoomschepen NLG 1.127.017 betaald, welk bedrag is afgeboekt van het fonds voor afschrijving op stoomschepen in aanbouw. Met inbegrip van NLG 247.614 onverdeeld saldo vorig jaar en een post intrest van NLG 245.279 bedraagt de bruto winst NLG 2.746.824 (v.j. NLG 1.740.758). Hiervan blijft na aftrek van onkosten, koersverschil op effecten, wachtgeldregeling personeel, een afschrijving van NLG 200.000 op stoomschepen en toevoeging aan de reserve van NLG 592.470, een saldo van NLG 1.488.688 (v.j. NLG 110.848) over, waaruit als reeds gemeld een dividend van 50% (evenals v.j.) wordt betaald.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

De Nieuwe Soerabayasche Courant meldt, dat het flottieljevaartuig SIBOGA tot mijnenlegger is omgebouwd, zodat nu eindelijk de marine in Indië over zulk een vaartuig beschikt. Tevoren deed het flottieljevaartuig ASAHAN maar als zodanig dienst.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 7 april. Gisteren is van hier vertrokken, gesleept door de sleepboot JAC. FRATER met bestemming naar Dordrecht, het nieuwe stoomschip SOLHOLM gebouwd op de werf van de firma Wortelboer & Co. alhier. Het schip is groot 922 m3 netto en behoort aan de rederij Reiersen en Matland A.G. te Haugesund (Noorwegen). Te Dordrecht zal het worden voorzien van machine en ketels.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 7 april. Alhier ligt zeilklaar het nieuwe drie-mast motorschoenerschip ALBERTHA, kapt. J. Buisman. Dit schip is gebouwd op de werf van de firma Wortelboer te Westerbroek, is groot 444 ton bruto en onder hoogste klasse Germanischer Lloyd gebouwd. De motor van 180 pk is geleverd door de heer Brons te Appingedam. Van hier vertrekt het in ballast naar Algiers. (opm: Eigenaar Vrachtvaart Maatschappij Neerlandia te Rotterdam).


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Hoogezand, 8 april. Het voor eigen rekening op de werf van de heer G.J. van der Werff gebouwde twee-mast zeilschip is verkocht naar Denemarken, onder kapitein Adolf Kirk van Struer, de eigenaar van dit schip HAABET, thans daarheen vertrokken. (Call sign: NWTB)


09 april 1919


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Stoomboot Maatschappij Hillegersberg.
Op de heden alhier gehouden jaarlijkse vergadering werden de balans en de winst- en verliesrekening over 1918 goedgekeurd en werd het dividend vastgesteld op 50%.
Aan het jaarverslag ontlenen wij het volgende: De bereikte gunstige resultaten komen eigenlijk geheel op rekening van het stoomschip LARENBERG. Het stoomschip TROMPENBERG hoopt men tegen 1 mei a.s. opgeleverd te krijgen.
De exploitatie gaf een voordeling saldo van NLG 910.815 en de winst- en verliesrekening wijst, na aftrek van alle exploitatie- en beheerkosten, een zuiver winstcijfer aan van NLG 910.834.
Besloten is op de aanschaffingswaarde van de stoomschepen af te schrijven NLG 355.000, waardoor de boekwaarde van de stoomschepen komt op circa NLG 34,50 per ton draagvermogen zwaar gewicht, waarbij het nieuwe stoomschip TROMPENBERG dan reeds is inbegrepen.
Na reservering van NLG 165.000 voor de oorlogswinstbelasting en overbrenging op nieuwe rekening van een saldo van NLG 7.254 blijft over NLG 383.580 ter verdeling volgens Art. 15 van de Statuten.
Wat nu de vooruitzichten voor het lopende jaar betreft, zo acht de directie die alleszins bevredigend. De directie twijfelt er voorts niet aan of in de eerste toekomst zal de scheepsvaart lonend emplooi kunnen vinden. De voorraden in Europa zijn geheel uitgeput en moeten aangevuld worden en er is overal dringend behoefte aan grondstoffen, zodat er voor de scheepvaart veel te doen zal zijn. Wel zullen de te bedingen vrachtcijfers niet meer zo hoog zijn als gedurende de oorlog het geval was, doch zijn wij van mening, dat een regelmatige normale uitoefening van het bedrijf veel beter is dan de abnormale toestand, waarin wij gedurende de oorlogsjaren geleefd hebben.
Het bestuur heeft het plan om, zodra zich een gunstige gelegenheid voordoet, de vloot met nog een flink stoomschip te vermeerderen. Voor de balans verwijzen wij naar het Avondblad van 24 maart.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Rotterdam, 8 april. Het stoomschip HOLLANDIA I, van de N.V. Scheepvaart Maatschappij Hollandia, 18 maart van Rotterdam naar Noorwegen vertrokken, werd 22 maart door Duitse zeestrijdkrachten naar Swinemünde opgebracht. Volgens door de rederij ontvangen telegram in het schip thans met de lading door het prijsgerecht te Kiel vrijgegeven.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Delfzijl, 8 april. Het begin vorig jaar door een Duits oorlogsschip naar Wilhelmshaven opgebrachte Nederlandse schip JOHANNA, kapt. De Vries, is vrijgelaten en hier aangekomen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Swansea, 3 april. Alhier is aangebracht een scheepsboot, gemerkt LAMMEGIENA – Groningen, welke de 1e dezer onder de Franse kust was opgepikt.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 8 april. Het Nederlandse stoomschip TILBURG, dat in december van hier naar Swansea was vertrokken om kolen te halen, maar omdat het op de Engelse zwarte lijst stond, aldaar werd vastgehouden, is nu vrijgegeven. Het schip zal heden of morgen van Swansea naar een Franse haven vertrekken met een lading kolen.


10 april 1919


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. De Raad voor de Scheepvaart stelde heden een onderzoek in naar het op 11 maart jl. lek springen van het stoomschip PRINSENGRACHT, ten gevolge waarvan het schip in zinkende toestand is verlaten. De PRINSENGRACHT was het eigendom van de N.V. Amsterdamsche Vrachtvaart Maatschappij, als gezagvoerder fungeerde C. Boer te Rotterdam.
De kapitein, als enige getuige gehoord, verklaarde, dat de PRINSENGRACHT een nieuw schip was, bestemd voor Barcelona. De lading bestond uit fijne smidskolen die in Engeland geladen werden.
In de Golf van Biscaye, waar de scheepsramp plaats vond, was het slecht weer met een zware storm uit het ZW. De 10e maart, ‘s avonds om acht uur, stond in het bakboordruim 14, in het stuurboordruim 4 duim water.
Voortdurend werden de pompen bijgezet, maar het baatte niet veel. De volgende ochtend werd het schip door een slagzee op zij geworden. Door de lading te verwerken, kon men het schip weer recht krijgen, doch het zonk steeds dieper. In het voorste gedeelte van het schip bleek een lek te zijn geslagen, waardoor het water door de platen spoot.
Het weer werd steeds slechter. Tot ’s morgens tien uur kon men het nog volhouden, toen echter kwam er een zware stortzee, waardoor het gehele stuurboord gedeelte van het schip onder water stond. De machine bleef goed, al kwam er natuurlijk ook water in de machinekamer. Ten slotte was de toestand van dien aard, dat men niet langer aan boord kon blijven. Bij het uitzetten van de boten sloeg de stuurboordsloep stuk. Met de bakboordboot werden negen man naar de MADIOEN gebracht, die op dat ogenblik in de nabijheid koerste. De PRINSENGRACHT bevond zich toen reeds in zinkende staat. De overblijvende zes man, waaronder getuige, werden door de Engelse kruiser CENTAUR afgehaald, die het zinkende vaartuig door een paar schoten naar de kelder hielp.
De andere getuigen legden verklaringen in gelijke geest af. Uitspraak in deze zaak volgt later.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. De Raad heeft uitspraak gedaan betreffende de stranding van het zeilschip PALLAS.
De Raad is van oordeel, dat de PALLAS is gestrand doordat de schipper verkeerde koersen heeft gestuurd, welke hem gebracht hebben op de plaats waar het schip is vastgelopen.
Deze stranding is veroorzaakt door de ongeschiktheid van de schipper, die blijk heeft gegeven onbekend te zijn met de eisen van de navigatie op de vrachtvaart. Deze schipper moge in staat zijn op vissersschepen dienst te doen in hem bekende wateren, hij is ongeschikt als gezagvoerder op te treden op schepen van de koopvaardijvloot.
Daarom verklaart de Raad, gezien Artikel 36 van de Schepenwet, de schipper van de PALLAS onbevoegd om als schipper dienst te doen op een schip, als bedoeld bij artikel 2 van de Schepenwet, met uitzondering van schepen voor het uitoefenen van de visserij bestemd en gebezigd.

AH 100419
Londen, 8 april. Het Nederlandse stoomschip MARSDIEP heeft te Kings Lynn bij het verlaten van het dok een staaldraad in de schroef gekregen. Men tracht thans deze weer te klaren.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Naar wij vernemen, maakt men zich ernstig bezorgd over het Nederlandse stoomschip AMSTEL van de firma P.A. van Es & Co. te Rotterdam, dat reeds vijf dagen over tijd is, van Gotenburg naar Rotterdam. Aan boord bevinden zich twee passagiers.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 9 april. De heer V. Henckel te Kallundborg heeft het door hem aangekochte in Nederland nieuw gebouwde stoomschip PHOENIX voor 620.000 Kronen aan de Falken Scheepvaart Mij. te Svendborg verkocht.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 9 april. Heden is alhier aangekomen het Nederlandse schoenerschip JOHANNA, kapt. De Vries, van Christiania, bestemd voor Rotterdam. Dit schip is in de laatste helft van januari 1918 van Christiania vertrokken en de 4e februari 1918 door een Duits oorlogsschip naar Wilhelmshaven opgebracht. Van het schip zijn zeilen en veel touwwerk gestolen. Het behoort thuis te Groningen .


11 april 1919


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart. De Raad heeft gisteren een onderzoek ingesteld naar de stranding van het zielschip HOOGEZAND I op 8 december, nabij Kaap San Antonio (Cuba). Reder was D. Botje te Groningen; gezagvoerder R. Wyrdeman.
Deze deelde mee, dat het schip een schoenerbrik was, bemand met 6 koppen. De lading bestond uit mineralen. Het vaartuig vertrok van La Guyara naar Key West (Florida) langs Kaap San Antonio. De gezagvoerder, aan wie was meegedeeld, dat de zaak ook zou gaan over de vraag, of hij schuld aan de ramp heeft, was onbekend met de stromingen in de Straat Yacatan. Hij had geen zeilaanwijzingen aan boord, wel een kaart van Cuba. Op 8 december 12 uur kwam Kaap San Antonio in zicht. De wind wat NO. Hij stuurde tot half drie zo dicht mogelijk onder de kust, vrezende, anders te veel uit de koers van Key-West te komen. Om 3 uur liep het schip vast op een mijl afstand van de wal. De toren van San Antonio was te zien. Even later liep het schip vast. Na enige dagen daar gezeten te hebben, verliet de bemanning het vaartuig, dat vol water liep en stuk sloeg. Een matroos schreef de stranding toe aan de stroom, die naar de wal liep. De Inspecteur voor de Scheepvaart, de heer Mellema, zei dat de gezagvoerder een eervolle zeemansloopbaan achter de rug had. Hij had echter thans letterlijk alles verzuimd, wat bij een goede navigatie behoorde. Hij had blijkbaar niet op het kompas gestuurd. Al was het een verzachtende omstandigheid, dat de schipper door het verlies van het schip, waarin hij deelhebber was, ook reeds zwaar gestraft was, toch meende de inspecteur, dat een maatregel van tucht tegen de gezagvoerder nodig was.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. De Raad deed uitspraak betreffende de aanvaring van het zeilvissersvaartuig DIRK (SCH-219) met de duikboot O. 2. De Raad is van oordeel, dat de aanvaring tussen de DIRK (SCH-219) en de duikboot O. 2 is veroorzaakt doordat de sleepboot GLORIA de voorgeschreven lichten niet voerde en de commandant van de duikboot dientengevolge de positie van de hem tegemoet varende schepen niet kon verkennen en niet kon weten dat achter de sleepboot zich een gesleept wordend vaartuig bevond. Doordat men op de sleepboot de tros losgooide is de DIRK, door de werking van de stroom naar bakboord geschoren en was de aanvaring niet te vermijden. Wanneer de sleepboot de tros niet had losgegooid en vaart had behouden, zou de aanvaring hoogstwaarschijnlijk zijn voorkomen. Daar de sleepboot GLORIA niet valt onder de bepalingen van de Schepenwet, vermag de Raad tegen de schipper van dat vaartuig, door wiens verzuim de aanvaring is veroorzaakt, geen maatregelen te nemen. Uit deze scheepsramp blijkt wederom hoe roekeloos het is zonder de voorgeschreven lichten te varen. Het heeft voorts 's-Raads aandacht getrokken dat ook de duikboot de voorgeschreven lichten niet voerde, immers het toplicht brandde niet. Met de oorzaak van de scheepsramp staat dit verzuim echter in geen verband.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Rotterdam, 10 april. Het Nederlandse stoomschip NOORD, de 7e dezer, op reis van hier naar Hampton Roads, te Bermuda aangekomen, heeft aldaar binnengesleept de met pitch-pine beladen Spaanse schoener COMPEADOR (opm: mogelijk COMPRADOR). De gesleepte afstand bedroeg 400 mijl.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Omtrent het reeds geseinde ongeluk aan boord van de torpedobootjager PANTER deelt de Java Bode het volgende mee:
Na enige tijd buiten dienst te zijn geweest, werd een onderzoek gehouden naar de dichtheid van de pakkingen en de asbestkopergaas afsluiting van de deksels van het mangat en naar het stellen van de veiligheid. Op de stookplaats bevonden zich twee Europese opzieners, een inlandse sergeant-machinedrijver en een inlandse werkman. Plotseling hoorde men een zware knal en onmiddellijk daarop was de stookplaats met stoom gevuld. Bij het horen van de knal zette de hoofdopziener van het stoomwezen onmiddellijk het veiligheidsapparaat in werking en een krachtig watergordijn tussen ketel en mensen voorkwam een groot onheil.
Geen van de bedreigde mannen bekwam noemenswaardige brandwonden. De inlandse sergeant-machinedrijver, die later naar boven kwam, werd licht aan de hand gewend. Hoe de inlandse werkman aan zijn einde is gekomen, is nog niet kunnen worden uitgemaakt. Hij had een zware schedelfractuur, doch volgens de dokter is dit niet uitsluitend de doodsoorzaak, maar moet dit grotendeels worden geweten aan de onmenselijke angst waarmee men was vervuld. Gebleken is, dat een gedeelte van de pakking van een afsluitdeksel was weggeslagen, zodat de stoom als razend een uitweg naar buiten vond. Vermoedelijk heeft dit deksel niet centrisch gezeten.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Hamburg, 11 april. De Nederlandse motorschoener MARIA heeft de 7e dezer, na volbrachte reparatie de reis naar Stavanger voortgezet.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Sunderland, 7 april. Het Nederlandse schip SEMPER SPERA is vlot en in de river Wear binnengebracht, alwaar het op een veilige plaats aan de grond is gezet. De lading meel was reeds te Whitburn geland.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Gravesend, 7 april. De lichter VENTURA van Rochester is hedenmorgen in aanvaring geweest met het Nederlandse stoomschip TABANAN, dat bij Tilbury voor anker lag. De lichter heeft schade aan stuurboord boven de waterlijn en werd door de sleepboot SUN V vrij gesleept. De TABANAN is ogenschijnlijk onbeschadigd.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Londen, 9 april. Het stoomschip MARSDIEP heeft het dok te Kings Lynn verlaten nadat de tros uit de schroef was verwijderd. (opm: zie ook AH 100419)


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Swansea, 3 april. De opgepikte scheepsboot (zie AH 090419) is vermoedelijk afkomstig van het Nederlandse zeilschip TROMP, ex. LAMMEGIENA, dat op reis van Bordeaux naar Rotterdam te Plymouth is binnengelopen na-zwaar stormweer te hebben doorstaan.


12 april 1919


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Rotterdamsche Droogdok Maatschappij.
Aan het verslag 1918 ontlenen wij het volgende: Daar in de eerste maanden nagenoeg geen grondstoffen meer werden ingevoerd, kwam de nieuwbouw vrijwel tot stilstand en werd dan ook gedurende 1918 geen enkel schip of machine installatie afgeleverd, terwijl slechts een schip werd te water gelaten.
De reeds in juli in het werk gestelde pogingen tot het verkrijgen van materiaal uit Engeland werden, zodra door het sluiten van de wapenstilstand en de vredesvooruitzichten de levering mogelijk werd, met succes bekroond, waardoor de nieuwbouw op het einde van het jaar met kracht kon worden hervat.
Bij het einde van het jaar waren onder handen dertien stoomschepen en zestien machine installaties, resp. met totaal 83.350 ton laadvermogen en 27.550 ipk machinecapaciteit.
In 1918 werd van onze dokken gebruik gemaakt door 66 schepen, metende 126.826 bruto register ton met 316 dokdagen. Zondagen, nacht en rivierwerk als gewoonlijk buiten rekening gelaten.
In 1918 werden met de Gemeente succesvolle onderhandelingen gevoerd over aankoop van terrein, benodigd om de voorgenomen uitbreidingsplannen te verwezenlijken en zullen wij weldra de beschikking hebben over een oeverlengte van nagenoeg 1.000 meter.
In de loop van het jaar werd een tijdelijke overeenkomst aangegaan met de N.V. Wilton’s Machinefabriek en Scheepswerf, teneinde te trachten een gemeenschappelijke belangensfeer te scheppen.
Aangezien wij echter in de veronderstelling waren, dat de tijdsomstandigheden voor een dergelijk samengaan verschillende bezwaren konden opleveren, werd deze overeenkomst per 31 december 1918 weer door ons opgezegd.
Volgens de verlies- en winstrekening bedraagt het voor afschrijving en uitkering aan te wenden bedrag NLG 848.715.
Het volgens de vorige balans gereserveerde bedrag van NLG 50.000 werd ten gevolge van de oorlogstoestand verbruikt.
Wij vermenen, dat dit jaar kan worden volstaan met een afschrijving van NLG 377.657, in totaal. De te verdelen winst bedraagt dan NLG 471.058.
Hiervan voor Fonds Belangen Personeel NLG 65.000 en voor gratificaties NLG 15.000 beschikbaar te stellen, waarna aan aandeelhouders kan worden uitgekeerd 10% dividend en aan houders van oprichtingsbewijzen NLG 181 per bewijs, terwijl een saldo van NLG 8.239 op nieuwe rekening overgaat.
Blijkens de winst- en verliesrekening 1918 bedroeg de winst op orders NLG 859.232 (v.j. NLG 1.247.801), ontvangen interest NLG 39.671 (NLG 47.142). Totaal 898.904 (NLG 1.294.944). Betaald werd aan erfpacht NLG 19.099 (13.899), effecten nadelige koersverschillen NLG 31.088 (221), voordelig saldo NLG 848.715 (NLG 705.892).
Op de balans staan de gebouwen en vaste gereedschappen te boek voor NLG 805.000, kas en kassiers NLG 1.250.804 (2.799.541).


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Maatschappijen stoomschip KATWIJK, NOORDWIJK, RIJSWIJK, BRUNSWIJK, RANDWIJK en WINTERSWIJK.
Aan het verslag over 1918 ontlenen wij het volgende:
Het jaar 1918 kenmerkte zich door grote verschillen wat betreft de bereikte resultaten, die bijna uitsluitend van toevallige omstandigheden het gevolg waren, zoals bekend, werden op 21 maart 1918 de zich in Amerika bevindende schepen door de Amerikaanse regering in beslag genomen, en betrof deze maatregel onze stoomschepen RANDWIJK, RIJSWIJK en WINTERSWIJK. Ten gevolge van de ruime vergoeding van 35 Shillings per ton per maand die wij daarvoor ontvangen, vertonen de balansen van deze drie schepen een zeer gunstig beeld, en daar zij ook nu nog onder Amerikaanse vlag varen, zullen de inkomsten als gevolg van de inbeslagname ook op de resultaten van dit jaar van invloed zijn. Vermoedelijk echter zullen de drie boten ons binnenkort worden terug geleverd.
Wanneer onze vijf schepen in een maatschappij verenigd waren geweest, zou de vergoeding voor de in Amerika in beslag genomen schepen meer dan voldoende geweest zijn om het verlies van de beide anderen te dekken, en daar wij voornemens zijn binnen korte tijd voorstellen te doen tot een reorganisatie waardoor een belangengemeenschap van de gezamenlijke aandeelhouders in de verschillende vennootschappen zal worden bereikt, hebben wij gemeend de bovengemelde opvatting nu reeds in toepassing te moeten brengen, en niettegenstaande de stoomschepen NOORDWIJK en BRUNSWIJK met verlies afsluiten, aan aandeelhouders uit de zo ruime reserve 10% dividend uit te keren, het dividend voor de stoomschepen RANDWIJK, RIJSWIJK en WINTERSWIJK op 60% stellende. De Maatschappij stoomschip KATWIJK kan uit de gekweekte rente 6% dividend uitkeren.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Londen, 11 april. Het Nederlandse stoomschip VECHT is te Bahia Blanca tegen de pier gevaren, die beschadigd werd, terwijl van het stoomschip de schroefbladen werden gebroken. (opm: het schip had een reserveschroef aan boord).


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De AMSTEL vergaan?
Hier in Rotterdam maakt men zich ernstig ongerust over het Nederlandse stoomschip AMSTEL van de firma P. A. Van Es en Co., van Gotenburg naar Rotterdam, met een lading zinkerts, dat reeds sedert dinsdag als tijding-loos werd gemeld en thans 6 dagen over tijd is. De bemanning bestaat uit 20 koppen, allen Rotterdammers en aan boord bevinden zich als passagiers de toneelspeelster Enny Vrede en mr. Vlielander Hein, die kort geleden in Noorwegen in het huwelijk zijn getreden. De AMSTEL meet 816 ton bruto en 375 netto; het schip werd in 1917 gebouwd.


13 april 1919


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Londen, 12 april. Het van Duinkerken komende Nederlandse stoomschip GRONINGEN is in de St. Margaret’s Bay gestrand. Assistentie is aanwezig.
Later bericht: Het Nederlandse stoomschip GRONINGEN is met assistentie vlot gekomen. Ogenschijnlijk heeft het schip geen schade. Het zette de reis naar Boston, Lincs. voort.


14 april 1919


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Te Vlaardingen maakt men zich ongerust over het vrachtloggerschip WIBO van de firma Van der Windt & Bolderhey. Het schip vertrok de 18e maart van Grimstad naar Hull, doch is daar tot heden niet aangekomen. De zes opvarenden zijn allen te Vlaardingen woonachtig.


15 april 1919


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Van der Eb & Dresselhuys’ Scheepvaart Maatschappij te Rotterdam.
Aan het verslag over 1918, uit te brengen in de aandeelhoudersvergadering op 22 april, ontlenen wij het volgende: Gedeeltelijk door inbreng bij de oprichting en verder door aankopen en door een fusie kwam de Maatschappij in het bezit van de overgrote meerderheid van de aandelen in enige scheepvaartmaatschappijen.
De aan de maatschappijen toebehorende schepen zijn in de in het verslag afgedrukte opgaaf van de vloot opgenomen.
De hierboven bedoelde fusie werd aangegaan met de N.V. Rotterdamsche Algemeene Scheepvaart Maatschappij op 23 september jl.
Ten gevolge daarvan werd het merendeel van haar aandelen ingewisseld tegen aandelen in onze Maatschappij onder bijbetaling van een agio.
De vloot bestond op 31 december 1918 uit tien stoomschepen en één zuiggas-motorboot, metende samen circa 9.620 ton dw., waarvan opdien datum één stoomschip van 3.300 ton en één van 600 ton in aanbouw waren.
Wij verloren het stoomschip MERCEDES van 1.050 ton. De averijpenningen, welke inmiddels werden uitgekeerd, zullen worden gebruikt ter gedeeltelijke bestrijding van de bouwkosten van het schip, dat de MERCEDES moet vervangen, zijnde het zojuist genoemde stoomschip van 3.300 ton.
Dit stoomschip, waarvoor de materialen bij de bestelling compleet aanwezig waren, werd op zeer voordelige voorwaarden gecontracteerd en wordt reeds begin augustus opgeleverd. Het zal worden ingericht voor her stoken met olie en voorzien worden van draadloze telegrafie. Het stoomschip MERCATOR werd in een Engelse haven liggende, door de Britse regering gerekwireerd. De vergoeding daarvoor werd tot eind december 1918 geregeld ontvangen.
Het stoomschip LEERDAM werd gedwongen enige reizen te doen voor de Franse regering, doch werd in 1918 weer vrijgegeven.
Door de bekende maatregelen van de oorlogvoerende mogendheden heeft onze vloot een groot gedeelte van het afgelopen jaar moeten stilliggen en is daarin eerst laat in het najaar verbetering gekomen.
Het laat zich hierdoor verklaren, dat de financiële resultaten van ons eerste boekjaar niet zo gunstig zijn geweest, als deze zich bij de oprichting van onze Maatschappij lieten aanzien.
Hoewel feitelijk niet meer tot het verslagjaar behorende, menen wij nog mededeling te moeten doen van de belangrijkste voorvallen voor onze maatschappij in het jaar 1919.
Een grote overeenkomst werd gesloten met een grote neutrale buitenlandse onderneming, waarbij deze ons aandelenbezit in een viertal kleine schepen op voor ons allerzins gunstige voorwaarden overneemt, terwijl de schepen toch onder onze directie blijven varen. Tevens werden vier grotere schepen, tezamen metende circa 10.000 ton dw. onder onze directie gebracht, bij de exploitatie van welke de Maatschappij zeer belangrijk geïnteresseerd is.
Ten gevolge van deze transactie kon de boekwaarde van onze vloot tot circa NLG 330 ton worden verminderd.
Verder ging in de aanvang van het nieuwe jaar ons zuiggas-motorschip WAGENINGEN verloren.
Het stoomschip MERCATOR werd in maart jl. door de Britse regering teruggegeven.
Tenslotte kunnen we hier nog aan toevoegen, dat sinds januari 1919 al onze schepen geregeld in de vaart zijn geweest, tegen zeer lonende vrachten, zodat de in het nieuwe jaar tot nu toe behaalde resultaten alleszins bevredigend zijn te noemen.
De netto winst bedraagt NLG 358.094.
Voorgesteld wordt NLG 41.311 te storten in een fonds voor diverse belangen en een dividend over het eerste boekjaar uit te keren van 10 procent.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Vrachtlogger WIBO verongelukt?
Te Vlaardingen maakt men zich ernstig ongerust over het vrachtloggerschip WIBO van de firma Van der Windt en Bolderheij, aldaar. Het schip was 18 maart van Grimstad naar Hull vertrokken, doch is tot heden daar niet aangekomen. De namen van de opvarenden zijn: Joh. Broek, kapitein, gehuwd, geen kinderen; L. Schenk, stuurman, gehuwd, 3 kinderen; C Starrenburg, matroos, ongehuwd; A. de Ligt, matroos, ongehuwd, zwager van de kapitein; G. Broek, lichtmatroos, broer van de kapitein; J. Poot, kok. Allen zijn te Vlaardingen woonachtig.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Londen, 12 april. Het van Duinkerken komende Nederlandse stoomschip GRONINGEN is in de St. Margaret baai gestrand. Assistentie is aanwezig.
Volgens nadere berichten is het stoomschip GRONINGEN ogenschijnlijk onbeschadigd met assistentie vlot gekomen en heeft de reis naar Boston (Linc.) voortgezet.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Het stoomschip AMSTEL van de firma P.A. van Es & Co. te Rotterdam, 2 april van Gotenburg vertrokken, wordt als verloren beschouwd; althans het wordt niet meer in de herverzekering opgenomen. Het schip was voor NLG 600.000 verzekerd, voor de helft op de Rotterdamse, voor de helft op de Amsterdamse beurs.


16 april 1919


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Rotterdam, 15 april. Volgens een door de directeur J. Salomons van de Zeevrachtvaart Maatschappij Dolfijn alhier ontvangen telegram is de vrachtlogger PRIMUS op een bank gelopen en totaal verloren gegaan. De bemanning is te St. Valery geland. (opm: vertrok 5 april op reis van Newcastle naar Le Tréport).


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Rotterdam, 15 april. Scheepsbouw. De voor rekening van de rederij M.B. Osendorp te IJmuiden op de scheepswerf voorheen H.H. Bodewes te Millingen nieuw gebouwde stalen stoomtrawler DERIKA XV (IJM-272) arriveerde gisteren in de Vissershaven te IJmuiden om verder voor de visserij te worden gereed gemaakt.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Stoomvaart Maatschappij Oostzee.
In aansluiting aan de reeds gepubliceerde balans en winst- en verliesrekening ontlenen wij aan het verslag over 1918 nog het volgende: Wij ontvingen van de Amerikaanse, resp. Engelse regering ruime vergoedingen voor de rekwisitie van de schepen. Op het ogenblik dat wij dit schrijven, is de ROSSUM wederom aan ons terug geleverd en worden er onderhandelingen gevoerd over het teruggeven van de BUSSUM en de LEERSUM doch tot dusverre weten wij nog niet, wanneer dit zal plaats vinden. Het stoomschip HEELSUM bleef geregeld in de vaart tussen Argentinië en Engeland tegen lonende vrachten. Wij konden er echter niet in slagen dit schip naar Nederland te bevrachten, aangezien de Engelse regering ons steeds als voorwaarde stelde voor het verkrijgen van de benodigde bunkerkolen, dat wij op Engeland terug zouden komen.
Onze overige schepen lagen geruime tijd stil. Eind augustus kregen wij eindelijk vergunning enige reizen van de Oostzee te doen, waarbij wij konden profiteren van de daar vandaan te verkrijgen goede vrachten; vervolgens maakte de FARMSUM een reis naar Noord Amerika, welke reis echter pas in 1919 afliep.
De bouw van ons nieuw stoomschip OOTMARSUM schiet tot onze spijt slecht op. De oorzaak ligt in de aanvoer van materialen, welke geruime tijd geheel stil gestaan heeft; eerst in de laatste maanden komt er enige verbetering. Het is echter onmogelijk te zeggen, wanneer dit schip ons opgeleverd zal worden.
Over de afwerking van het stoomschip WINSUM, hetwelk in Antwerpen in bouw was juist vóór het uitbreken van de oorlog, zijn wij in onderhandeling getreden met de bouwmeesters. Zij hebben ons meegedeeld, dat zij het plan hebben de boot af te bouwen, doch aangezien ook daar door de oorlogstoestand geheel andere verhoudingen in het leven geroepen zijn, zullen wij ons met hen moeten verstaan over de nu te betalen prijs.
In het begin van december besloot het bestuur over te gaan tot het in aanbouw geven van nog twee stoomschepen van hetzelfde type als de OOTMARSUM en wel wederom bij de firma A. Vuyk & Zonen te Capelle aan de IJssel, terwijl de machine en ketels geleverd zullen worden door de Koninklijke Maatschappij De Schelde. De oplevering van deze schepen hopen wij in de eerste helft van het volgende jaar te krijgen, doch alles zal afhangen van de aanvoer van materialen.
Onze exploitatie gaf een voordelig saldo van NLG 2.418.981 en de winst- en verliesrekening wijst, na aftrek van alle exploitatie- en beheerkosten, alsmede van de afschrijving een zuiver winstcijfer aan van NLG 1.923.995.
De raad van commissarissen stelde vast om op de waarde van onze stoomschepen af te schrijven een bedrag van NLG 600.000. Na reservering van een bedrag van NLG 490.000 voor de oorlogswinstbelasting en na overbrenging op nieuwe rekening van een saldo van NLG 13.329 blijft over een bedrag van NLG 1.420.756 ter verdeling.
Hieruit wordt aan aandeelhouders een dividend van 50 procent uitgekeerd, waarna er nog NLG 117.894 overblijft, hetwelk voor dividend- en tantième belasting moet worden gereserveerd.
Wat nu de vooruitzichten voor het jaar 1919 betreft, zo hebben wij goede moed, dat deze bevredigend zullen zijn. Gedurende de eerste maanden van dit jaar zijn drie van onze schepen nog varende voor de Amerikaanse resp. Engelse regering, terwijl alle andere schepen sedertdien in de vaart zijn gebracht voor de Nederlandse regering tot het aanbrengen van graan en andere producten. De daarvoor toegekende vrachten zijn wel lager dan in de oorlogsjaren het geval was, doch laten ons nog een matige winst. Wij hopen echter, dat wij binnen niet al te lange tijd ons bedrijf weder geheel vrij zullen kunnen uitoefenen, zij het dan ook onder geheel gewijzigde omstandigheden, vergeleken met die van vóór de oorlog, doch wij twijfelen er niet aan of voor de scheepvaart zal in de eerste tijd genoeg en lonend emplooi te verkrijgen zijn.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Blijkens acte, op 11 april 1919 voor notaris G. Vlug te Rotterdam verleden, is opgericht de commanditaire vennootschap onder de firma Scheepvaartkantoor J.J. Hoogewerff & Co. te Rotterdam. Zij heeft ten doel de uitoefening der bedrijven van reder, cargadoor, scheepsbevrachter en expediteur. De heer Jacobus Jan Hoogewerff, koopman te Rotterdam, en tekent de firma onder de titel van directeur. (opm: zeer sterk bekort)


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Vlissingen, 16 april. Het Nederlandse stoomschip HARLINGEN is hier aangekomen voor ketel-inspectie en reparatie.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Op de werf van de firma Gebr. Kooiman te Zwijndrecht is de kiel gelegd voor een zelfstuwend bergingsvaartuig. Het wordt gebouwd volgens voorschriften van de Nederlandse Scheepvaartinspectie en voorzien van een centrifugaalpomp, zandzuiger en hijsinrichting. De machine-installatie wordt geleverd door de firma Penn & Bauduin te Dordrecht.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Te Delfzijl is aangekomen de op de werf van de heer O. Smit te Stadskanaal voor eigen rekening gebouwde twee-mast motorschoener AFINA MARCHINA (opm: is AFIENA MARCHIENA, kapt. E. Bossema), groot 283 kubieke meter netto. Het schip werd gebouwd volgens hoogste klasse Veritas en voorzien van een Steyaard-motor van 15 (opm: 45) ipk.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Boston, 24 maart. Het Nederlandse stoomschip JAN VAN NASSAU, de 22e dezer hier aangekomen om meel te laden voor de Food Administration, heeft lekkage in het voorschip en moet droogdokken voor onderzoek.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Bahia Blanca, 10 april. De gezamenlijke schade aan het stoomschip VECHT, alsmede aan de pier toegebracht, bedraagt circa GBP 800.


17 april 1919


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Londen, 16 april. Het Nederlandse stoomschip DELTA (Vrachtvaart Maatschappij Bothnia), met graan en meel van Philadelphia naar Amsterdam bestemd, is in de Duins geankerd liggende, aangevaren door het Engelse stoomschip MOTTISFONT, op reis van St. John N.B. naar Londen. De DELTA bekwam zware schade aan de bakboordboeg en lekkage in ruim no.1. Het schip ligt geankerd in ondiep water. De MOTTISFONT, waarvan de schade niet bekend is, zette de reis voort.
Later bericht, Dover, 16 april. De DELTA ligt thans in de National Harbour. Volgens rapport van de surveyor is de schade aan de bakboordboeg belangrijk. Deze zal zover worden hersteld, dat het schip de reis naar Amsterdam zal kunnen voortzetten.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Londen, 16 april. Het van Rotterdam te Baltimore aangekomen Nederlandse stoomschip EIGEN HULP II heeft machineschade.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Hamburg, 16 april. De Nederlandse motorschoener STEENWIJKERDIEP – zie ons avondblad van 4 maart – is van Aberdeen te Kopenhagen aangekomen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 16 april. De motor WAGENINGEN, welke 7 januari van Rotterdam naar Christiania vertrok, wordt sedert vermist.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Londen, 12 april. De Nederlandse vrachtlogger TERTIUS, op weg van de Tyne naar Calais met kolen, is de 7e dezer op de Tyne in aanvaring geweest met een stoomtrawler en heeft dientengevolge de kluiverboom gebroken.


18 april 1919


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

De firma P.A. van Es & Co. te Rotterdam, reders van het sinds 2 april vermiste stoomschip AMSTEL, berichten uit Zweden telegrafisch de mededeling ontvangen te hebben, dat op 5 april bij Korshavn Marstrand twee reddingsboeien, benevens enig wrakhout, alles gemerkt AMSTEL, is aangespoeld, waardoor alle hoop op een behouden aankomst van de opvarenden is opgegeven.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

De N.V. Rotterdamsche Scheepvaart Maatschappij heeft gisteren het dividend vastgesteld op 5 procent.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Boulogne, 14 april. Van de lading kolen van de vrachtlogger PRIMUS kan waarschijnlijk een gedeelte worden geborgen.


19 april 1919


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart. De Raad voor de scheepvaart te Amsterdam heeft heden een onderzoek ingesteld naar het ongeval op 18 maart 1919 te IJmuiden, waarbij het stoomschip RIJNSTROOM van de Hollandsche Stoomboot Maatschappij in botsing is gekomen met de grote sluisdeur, ten gevolge waarvan deze belangrijk is beschadigd.
De gezagvoerder van de RIJNSTROOM, d» heer Plasschaert, verklaarde op 18 maart ongeveer 8 uur ‘s avonds van Amsterdam naar Hull te zijn vertrokken. Het schip was beladen, achter 14’-4” en voor 13’-3”. De telegraaf staat op het schip dwarsscheeps; voor het seinen ‘vooruit’ moet de handle van de telegraaf naar bakboord, voor het seinen ‘achteruit’ naar stuurboord worden gezet. De telegraaf werkte goed. Het schip was door de grootste sluisdeuren en moest aan de noordzijde meren. De loods stond toevallig voor de telegraaf, getuige aan stuurboord. Toen de sluiswachter ‘achteruit’ riep, greep de loods naar de telegraaf; getuige heeft er op dat ogenblik niet aan getwijfeld of de loods de goede beweging maakte, n.l. volle kracht achteruit. Het was echter te donker om dit te kunnen onderscheiden. Toen het schip vooruit bleef lopen en men dit van de sluis ook riep, heeft getuige de loods nogmaals naar de telegraaf zien grijpen; daarna heeft hij zelf de handle gegrepen en meteen gemerkt, dat deze vooruit wees. Getuige heeft de handle onmiddellijk op volle kracht achteruit gezet, maar het was te laat; de botsing, waardoor de eb-sluisdeur ernstig beschadigd is, was niet meer te voorkomen. Er was geen licht bij de telegraaf. Getuige was tijdens de oorlog gewend om zonder lichten te varen.
Een van de leden merkte op, dat men tegenwoordig op weinig schepen een telegraaftoestel vindt, dat zo ingericht is als op de RIJNSTROOM. Het lid vroeg, of het wel volkomen verantwoordelijk was om bij zulk een toestel iemand te laten staan, die niet gewoon was er mee te werken. De kapitein antwoordde, dat hij altijd zelf de telegraaf hanteert, als hij op de brug staat. Er was wel een leiding voor elektrisch licht bij de telegraaf, maar het daarvoor bestemde lampje was niet aan boord. De telegraaf was niet op ‘stand by’ gezet. De binnenloods R. verklaarde meermalen de RIJNSTROOM geloodst te hebben. Hij was met de telegraaf op de hoogte en meent zeker haar goed te hebben gezet, dus op ‘achteruit’. De kapitein heeft onmiddellijk gezegd, dat het jammer was, dat de telegraaf op ‘vooruit’ stond. Als er licht bij het toestel was geweest, had getuige er waarschijnlijk toch niet naar gekeken, omdat hij de behandeling er van kende. Hij heeft ook bij het doorvaren door de Hembrug de telegraaf behandeld.
De eerste machinist J.S. Wegenaar verklaart, dat hij voor het ongeval juist naar beneden was gegaan. Het eerste sein, dat de telegraaf gaf, toen hij beneden was gekomen, was ‘langzaam vooruit’. Daarop volgde kort na elkaar de seinen ‘stop’, ‘volle kracht vooruit'. Getuige zei tot de donkeyman, dat hij er niets van begreep, want toen hij omlaag ging, was het schip in de sluis. ,,Als ze maar geen ongelukken maken, zei daarop de donkeyman. Het gebeurde weleens, dat de telegraaf op de brug haakt; dan moet men haar terughalen en daarna opnieuw nazetten. Toen nog eens en dringend volle kracht vooruit werd geseind, heeft getuige volle stoom gegeven. Het volgende ogenblik wees de wijzer plotseling volle kracht achteruit. Onmiddellijk heeft getuige dat commando uitgevoerd. ,,Piet houd je vast” heeft hij toen tot de donkeyman geroepen, want zij hebben zich vergist. De schok van de aanvaring is echter niet hevig geweest.
De Inspecteur gaf als zijn mening te kennen, dat het geval te wijten is aan een zeer gevaarlijke vergissing van de loods, maar dat in het algemeen de behandeling van de telegraaf ook niet aan de loods moet worden overgelaten. De uitspraak in deze zaak volgt later.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Hamburg, 18 april. Volgens bericht uit Skagen is aldaar door de Deense inspectieboot DIANA aangebracht een beschadigde reddingsboei, blijkbaar afkomstig van de Nederlandse motortjalk FREDERIK.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Kopenhagen, 13 april. De Nederlandse motorschoener STEENWIJKERDIEP, alhier aangekomen, heeft voor de haven van Aberdeen verscheidene dagen aan de grond gezeten. Na te zijn vlot- en aldaar te zijn binnengebracht, heeft het schip enige voorlopige reparaties ondergaan.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de scheepvaart. De Raad deed uitspraak betreffende het vermist worden van het zeilschip TRIJNTJE.
Op grond van de ten dienste staande gegevens neemt de Raad aan, dat de één-mast tjalk TRIJNTJE op de Noordzee is vergaan en dat alle 4 opvarenden daarbij het leven hebben verloren. Of de TRIJNTJE ten gevolge van stormweer is gebleven, dan wel het slachtoffer is geworden van een mijnontploffing, vermag de Raad bij gebrek aan nadere gegevens niet vast te stellen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de scheepvaart. Voorts deed de Raad uitspraak betreffende het vermist worden van het zeilschip ZEESTER, het motorschip WAGENINGEN en het stoomvissersvaartuig THOR (IJM-164).
Op grond van de ten dienste staande gegevens neemt de Raad aan, dat het zeilschip ZEESTER, het motorschip WAGENINGEN en het stoomvissersvaartuig THOR (IJM-164) op de Noordzee zijn vergaan en dat alle opvarenden daarbij het leven hebben verloren.
Bij gebrek aan nadere gegevens vermag de Raad niet met zekerheid vast te stellen of de schepen ten gevolge van stormweer zijn gebleven dan wel of de schepen het slachtoffer zijn geworden van een mijnontploffing.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de scheepvaart. De Raad deed uitspraak van het vergaan van de PRINSENGRACHT.
De oorzaak van het vergaan van de PRINSENGRACHT ligt, naar ’s Raads mening, in het duister. Het schip was, volgens de tekeningen en de verkregen inlichtingen omtrent de bouw, goed gebouwd en geheel berekend voor de vaart, waarin het werd gebezigd, ook bij het slechte weer waardoor het is belopen. De lekkage, welke men gevonden heeft, was betrekkelijk klein en is bovendien gedicht. Het is, op grond van het op de bouw gehouden toezicht, niet aan te nemen, dat in een andere gedeelte van het schip zich meerdere lekkage heeft voorgedaan.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de scheepvaart. Ten slotte deed de Raad uitspraak betreffende het stranden van de schoener-aak (opm: is een 3-mast schoener) HOOGEZAND I.
De Raad is van oordeel, dat de stranding van de HOOGEZAND I moet worden toegeschreven aan verkeerde navigatie van de kapitein, die bij het ronden van Kaap San Antonio niet de nodige voorzichtigheid heeft betracht en zonder noodzaak te dicht onder de wal koers heeft gezet. Hij heeft daarbij niet genoeg aandacht aan de koers gewijd en verzuimd zich zorgvuldig ten opzichte van de wal te verkennen en zijn plaats te bepalen.
Hoewel de kapitein door het verloren gaan van zijn schip persoonlijk groot financieel verlies geleden heeft, meent de Raad dat wegens zijn verzuim, waardoor hij de bemanning aan grote gevaren heeft blootgesteld, een tuchtmaatregel op hem moet worden toegepast, en daarom straft de Raad de schipper van de HOOGEZAND I, door hem de bevoegdheid te ontnemen als schipper te varen op een schip, bedoeld bij artikel 2 van de Schepenwet, voor de tijd van zeven dagen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Vrachtvaartmaatschappij Neerlandia te Rotterdam.
Aan het verslag over 1918 ontlenen wij het volgende: Ons bedrijf had in 1918 meer dan ooit onder de oorlogsbelemmeringen te lijden. Wij hadden slechts weinig gelegenheid van de vrachtenmarkt te profiteren. De weinige reizen, die gedaan werden, hebben goede resultaten opgeleverd. Door de hoge kosten, die door het lange stilliggen van de vloot werden veroorzaakt en renteverlies, worden echter de behaalde winsten weer grotendeels geabsorbeerd.
Alle in aanbouw zijnde motorschoeners, op twee na, kwamen in de loop van 1918 gereed. Van de in aanbouw zijnde 5 stoomboten is er tot nu toe een afgeleverd; twee volgende zullen denkelijk einde van deze of begin volgend maand gereed zijn, terwijl door de gebrekkige materiaallevering de bouw van de twee andere boten, daaronder die van ca. 4.200 ton, zeer vertraagd werd, zodat niet op tijd kon worden afgeleverd. Volgens mededeling van de bouwer is het benodigde materiaal onderweg en gedeeltelijk gearriveerd, zodat aan een spoedige aflevering niets meer in weg staat.
Met goedkeuring van commissarissen werden in 1918 de volgende hypothecaire leningen aangegaan: NLG 180.000 op de HERMANOS, ROZETTA en JOHANNA, NLG 185.000 op de HELENA, ADRIANA EN MARIA, NLG 350.000 op de HETTIE, ALBERTA, CORNELIA en FRIEDA. Deze gelden zijn gebruikt tot afbetaling van de afgeleverde vaartuigen en voor verdere termijnbetalingen op de aanbouw zijnde schepen. Op de vroeger gesloten leningen zijn, afgezien van de halfjaarlijkse aflossingen, door het teloorgaan van schepen reeds belangrijke afbetalingen gedaan.
Zoals reeds in het vorig jaarverslag vermeld, worden krachtens overeenkomst tussen de ‘Neerlandia’ en de dochtermaatschappijen alle winsten en verliezen van de dochtermaatschappijen door de Neerlandia overgenomen en paraisseert het overschot van NLG 21.534 in de winst- en verliesrekening van de Neerlandia.
Volgens de winst- en verliesrekening van de Neerlandia blijft er over het boekjaar 1918 een winst van NLG 503; het uit 1917 overgenomen verlies van NLG 11.736 wordt daardoor op NLG 11.232 verminderd, hetwelk wordt voorgesteld op de agio reserve af te schrijven.
Eveneens stellen wij voor, de op de balansen van de dochtermaatschappijen paraisserende hypotheekkosten van NLG 34.890 op de in 1917 en 1918 hypotheken, alsmede de nog in 1918 betaalde registratierechten etc. (oprichtingskosten) van NLG 12.741 op de agioreserve over te dragen. De agioreserve zal daarna een saldo van NLG 222.623 aanwijzen, hetwelk wij evenals over 1917 niet op het uitkeren van dividend menen te mogen aanwenden. Ofschoon eigenlijk het lopende boekjaar betreffende, wensen wij volledigheidshalve reeds thans te vermelden, dat wij niet met goedkeuring van commissarissen de motorschoener REBECCA, na verkregen uitvoervergunning onzer regering tot een prijs overeenkomstig de aanschaffingsprijs hebben verkocht. Het schip werd in de vorige maand betaald en afgeleverd. Omtrent de verkoop van enige andere motorschoeners wordt onderhandeld.
Onze vennootschap heeft thans de beschikking over: 16 motorschoeners, tezamen 8.110 ton laadvermogen, 5 stoomboten tezamen 6.590 ton laadvermogen.
Daar wij sedert het in kracht treden van de wapenstilstand voor onze vloot een ruimer veld hebben, wordt door onze schepen thans de vaart tussen Nederland, Scandinavië, Groot-Brittannië, Frankrijk en het zuiden uitgeoefend. De omstandigheden op het gebied van handel en scheepvaart worden allengs beter; het herstel van de normale toestand zal zonder twijfel een druk vervoer met zich brengen en al wensen wij ons bij de zich steeds wijzigende omstandigheden niet aan voorspellingen ten opzichte van de vooruitzichten voor het lopende boekjaar te wagen, zo kan ons de toekomst, waar wij ondanks de vermelde ongunstige omstandigheden in 1918 een batig saldo konden behalen en thans spoedig onze gehele vloot, ook de stoomboten, in exploitatie zal zijn, niet anders dan hoopvol stemmen.
De belemmeringen in het verkrijgen van stookolie voor de motorschoeners is geheel verdwenen en de olielevering laat thans niets meer te wensen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 17 april. De baggermolen HERCULES, gesleept door de sleepboot ZEELAND, op weg naar Tandjong Priok, arriveerde 13 april te Port-Said.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Alexandrië, 10 april. Het door Engeland gerequireerde Nederlandse stoomschip SUMATRA (Stoomvaart Mij. Nederland) is bij Great Pass aan de grond geraakt, maar later door drie gouvernementssleepboten vlot gebracht. De machines kunnen niet werken, omdat enkele stoompijpen weg zijn. De lading kolen wordt nu gelost. Men vreest dat het schip uitgebreide bodemschade heeft, omdat alle tanks vol water zijn en het machineruim zwaar lekt. De pompen kunnen het indringende water meester blijven. (opm: zie ook RN 090519)


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Hamburg, 16 april. De Nederlandse motorschoener STEENWIJKERDIEP, welke op reis van Rotterdam naar Kopenhagen op 27 februari bij Aberdeen strandde, doch later vlot en te Aberdeen binnengebracht, heeft aldaar voorlopig gerepareerd en is thans te Kopenhagen aangekomen.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

De Raad voor de Scheepvaart te Amsterdam heeft uitspraak gedaan inzake het stranden van de schoener HOOGEZAND I, rederij D. Botje te Groningen, gezagvoerder Wyrdeman uit Delfzijl. De Raad was van oordeel dat de stranding toegeschreven moet worden aan verkeerde navigatie van de kapitein en dat een tuchtmaatregel op hem moet worden toegepast, door hem te ontnemen de bevoegdheid tot varen als schipper op schepen bedoeld bij art. 2 van de Schepenwet voor de tijd van 7 dagen.


20 april 1919


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Het stoomschip LIFLAND, gebouwd op de werf van de firma De Haan & Oerlemans te Heusden voor rekening van de heer A.N. Petersen, managing owner van Det Dansk-Franske Dampskibsselskab te Kopenhagen, heeft gisteren met goed gevolg op de Nieuwe Waterweg proef gestoomd.
Schip en machines zijn gebouwd volgens de hoogste klasse van Bureau Veritas en de Deense Schepenwet. De lengte in l.l. bedraagt 215’-0”, breedte 34’-4” en holte 15’-6”. Het schip is voorzien van triple-expansie machine, welke circa 600 ipk ontwikkelt, geleverd door de Machinefabriek C.A. Kuypers te Rotterdam. Op de proeftocht werd een snelheid verkregen van ruim 9½ mijl.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Naar wij vernemen, zal het enige punt van behandeling voor de vergadering van de Vrachtvaart Maatschappij Bothnia van de 2e mei zijn de overdracht van het bestuur. Als directie zal worden voorgesteld de firma C. Goudriaan & Co.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

IJmuiden, 19 april. Het stoomschip DELTA, heden alhier aangekomen, bekwam door de aanvaring met het stoomschip MOTTISFONT een groot gat in de bakboordboeg, hetwelk te Dover voorlopig werd gedicht.


22 april 1919


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Volgens een radiobericht uit Washington heeft de Shipping Board van de Emergency Fleet Corp. de volgende vrachtprijzen vastgesteld voor kolenvrachten van de Noord-Atlantische havens van de Verenigde Staten naar Antwerpen/Rotterdam USD 22,15, Gotenburg USD 26,15, Kopenhagen USD 27,00 per ton, bij gegarandeerd lossen van 1.000 ton per dag.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

In the Times protesteert iemand uit rederskringen tegen het plan van de overdracht van de JOHANN HEINRICH BURCHARD en de WILLIAM O’SWALD van de Hamburg-Amerika lijn aan een Nederlandse maatschappij. Hij herinnert aan de vroegere verklaring van de regering, dat de overdracht niet zou worden erkend. De overdracht zou zijns inziens een verraad zijn jegens de belangen van de Geallieerden. (opm: twee grote passagiersschepen, die in 1920 toch aan de Koninklijke Hollandsche Lloyd werden overgedragen als LIMBURGIA en BRABANTIA)


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Naar wij vernemen is de definitieve overeenkomst met de Verenigde Staten betreffende de teruggaaf van onze gerequireerde schepen nog steeds niet tot stand gekomen, aangezien de Amerikaanse gedelegeerde, met wie de definitieve onderhandelingen moeten plaats hebben, nog niet te Londen is aangekomen. Zodra bericht van zijn komst zal zijn ontvangen, zullen de afgevaardigden van de Nederlandsche Reedersvereeniging, de heren Hudig en Gips, tot het afsluiten van de overeenkomst naar Londen vertrekken.
De teruggaaf van de CELEBES en de SAMARINDA, alsmede van enkele andere schepen, welke hier te lande worden verwacht, staat buiten deze overeenkomst. Het betreft hier schepen voor de Indische vaart, waaraan bij de betrokken rederijen dringend behoefte bestaat, zodat hieromtrent door de betrokken rederijen een afzonderlijke regeling met Amerika is getroffen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Londen, 22 april. Het Nederlandse stoomschip DJEMBER, van Java naar New York, de 18e dezer te Port Natal aangekomen, heeft een schroefblad verloren. Duikers zullen een nieuw blad aanzetten.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Hamburg, 21 april. Op het stoomschip JOHANNA (zie ochtendblad 29 maart), dat na volbrachte reparatie de reis van Frederikshaven naar Rotterdam zou voortzetten, werd door bergers beslag gelegd, aan wie in eerste instantie 175.000 Kr. werd toegezegd. Dezen namen echter met dit bedrag geen genoegen en kwamen bij het Viborger gerecht in hoger beroep.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Hamburg, 21 april. Het Nederlandse schip LIBELLE (zie ochtendblad 2 april) heeft na volbrachte reparatie 18 dezer de reis van Frederikshaven naar Christiania voortgezet.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Vlissingen, 19 april. De motorschoener MERWESTEIN (zie ochtendblad 8 april) is heden na volbrachte reparatie naar Grangemouth vertrokken.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Verkochte schepen. Een op de werf van de firma Wortelboer & Co. te Westerbroek, nieuw gebouwde vier-mast schoener is verkocht aan de heer B. Bernhard, te Amsterdam. Het schip wordt in de vaart gebracht onder de naam BOVENKARSPEL.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

De bark EMILIA, die 27 februari ll. van Bonaire naar Curaçao vertrok, wordt nog altijd vermist. Er schijnt gegronde reden aanwezig te zijn om aan te nemen, dat het schip vergaan is. De bemanning bestond uit 3 koppen, terwijl er zich 6 passagiers mede ingescheept hadden, waaronder een man, een vrouw en vier kinderen, schreef de Curaçaosche Courant. Reeds was een lijk aangespoeld, dat, naar verondersteld, van een van de passagiers van de EMILIA was; ook verschillende voorwerpen, die van een schipbreuk afkomstig schenen te zijn o.a. houtskool, een kledingstuk en wrakhout, zijn aangespoeld.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Amsterdam, 22 april. Naar aanleiding van het ons uit Hamburg geseinde bericht, dat te Skagen een beschadigde reddingboei van de Nederlandse motortjalk FREDERIK (zie ochtendblad 19 dezer) zou zijn aangebracht, wordt ons meegedeeld, dat de Nederlandse motortjalk FREDRIK thans te Antwerpen ligt en er geen ander onder Nederlandse vlag varend schip FREDRIK of FREDERIK bestaat, zodat genoemd bericht onjuist moet zijn.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

IJmuiden, 20 april. Hedennacht is de van Delfzijl naar Cardiff bestemde drie-mast motorschoener HETTIE, kapt. Liberg, hier binnengelopen wegens gebrek aan motorolie en stormschade.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

IJmuiden, 20 april. De van Lissabon naar Amsterdam gepasseerde motorschoener VLAARDINGEN rapporteert in de Golf van Biscaye zeer zwaar weer te hebben doorstaan, waardoor een kompas wegsloeg, de zeilboom brak en verder enige schade werd geleden.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Het Nieuws van den Dag voor Nederlandsch Indië meldde, dat het nieuwe, te Soerabaja gebouwde motorschip TYDEMAN, niet achteruit kan varen. De machine wil niet achteruit slaan. (opm: een schip van de Gouvernements-Marine)


23 april 1919


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

IJmuiden, 22 april. Het nieuwe stoomschip OVERVEEN van de Vrachtvaart-Maatschappij Neerlandia, de 19e dezer van Delfzijl naar Yarmouth vertrokken, is hedenmiddag met machineschade hier binnengekomen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

N.V. Furness Scheepvaart en Agentuur Maatschappij. In de jaarlijkse algemene vergadering van de N.V. Furness Scheepvaart- en Agentuur Maatschappij werden de jaarstukken over het afgelopen boekjaar goedgekeurd, de nettowinst, na ruime afschrijvingen, vastgesteld op NLG 913.364 en ingevolge voorstel van het bestuur besloten tot uitkering van het gebruikelijk geworden dividend van 5% op de preferente zowel als op de gewone aandelen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Te Delfzijl ligt tot vertrek gereed de op de werf van Gebr. G. & H. Bodewes, te Martenshoek, voor de Vrachtvaart Maatschappij Neerlandia te Rotterdam, nieuw gebouwde drie-mast motorschoener HERMANOS, groot 337 bruto ton. Het schip werd gebouwd volgens hoogste klasse Germanischer Lloyd en voorzien van een Kromhoutmotor van 130 ipk. Het vertrekt van Kings Lynn naar New York. (opm: kapt. H. Bok)


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Amsterdam, 22 april. Omstreeks 13 december 1918 is de Nederlandse kotter JOHANNES FRANCISCUS, rederij A. Jordens Jr. te Rotterdam, op reis van Norrköping naar Rotterdam, in de nabijheid van Kopenhagen gestrand. De schipper sloot een bergingscontract met Svitzers Bergings Mij., waarbij het bergloon op de halve waarde van de lading bepaald werd. Het vaartuig ging verloren doch de lading werd geborgen en op een waarde van 24.000 Kronen getaxeerd. De bergingsmaatschappij eiste toen een hoger bergloon, bewerende dat de pogingen tot berging van het schip 25.000 Kronen gekost hadden. Volgens een telegram uit Kopenhagen werd die eis donderdag door het Seegerecht afgewezen en bepaald dat de rederij het oorspronkelijk gecontracteerde bergloon, zijnde 12.000 Kronen moet betalen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Hamburg, 21 april. Op het stoomschip JOHANNA, dat na volbrachte reparatie de reis van Frederikshavn naar Rotterdam zou voortzetten, werd door bergers beslag gelegd, aan wie in de eerste instantie 175.000 Kronen werd toegezegd. Dezen namen echter met dit bedrag geen genoegen en gingen bij het Viborger gerecht in hoger beroep.


24 april 1919


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Wilton’s Machinefabriek en Scheepswerf te Rotterdam.
Aan het verslag over 1918 ontlenen wij het volgende: Een proef van samenwerking van de Vennootschap met de Rotterdamsche Droogdok Maatschappij heeft niet tot blijvende verbinding van de twee Vennootschappen geleid.
Er kan vóórdat de aanvoer van kolen op veel ruimer schaal geschiedt dat nu het geval is, nog geen sprake zijn van een goede gang van zaken.
Het reserve-instituut voor de arbeiders, in 1917 ingesteld, kan nog steeds niet opgeheven worden en vordert grote uitgaven.
Het financiële resultaat werd in hoofdzaak bereikt door de verkoop van enige schepen, welke voor eigen rekening hebben gebouwd. Het reparatiebedrijf toch nam, ten gevolge van de omstandigheden, geregeld in omvang af. Sedert november is daarin een verbetering ingetreden, doordat de beperkende bepalingen, door de oorlogvoerende mogendheden ingesteld, zijn opgeheven, en wij nu weer Engelse, Amerikaanse, Duitse, kortom schepen van alle nationaliteiten, naast de Nederlandse schepen, repareren. Het dokbedrijf verminderde eveneens als gevolg van de bovenbedoelde beperkende bepalingen, doch ook hierin is sedert november een verbetering te constateren.
Op het nieuwe terrein onder Schiedam werd de haven voltooid en werden de werkzaamheden voor een bouwdok voortgezet, nu het mogelijk is geworden de nodige materialen te verkrijgen.
Het overschot van de bedrijfsrekening bedraagt NLG 3.184.205. Hieruit zijn allereerst te bestrijden de debet-saldi van de rekeningen: Algemene onkosten, interest, salarissen van directie en personeel, erfpacht en bijdrage voor de Vereeniging van werklieden van Wilton’s Machinefabriek en Scheepswerf en Ziekenfonds ad NLG 442.444, bij onderverdeeld saldo 1917 NLG 1.746.863, zodat er dus een beschikbare winst is van NLG 4.488.625.
Voorgesteld wordt om, nadat uit dit bedrag de uitgaven zullen zijn bestreden, voortvloeiende uit het besluit van de algemene vergadering van 27 april 1918, ten bedrage van NLG 1.772.062, uit het saldo van NLG 2.716.562 voor afschrijving op de daarvoor in aanmerking komende rekeningen te bestemmen NLG 521.026, waarna ter verdeling overblijft NLG 2.195.535.
De directie stelt voor als volgt daarmee te handelen: Nadat de rekening ‘Reserve voor diverse verplichtingen’ ten gevolge van afschrijving op de rekening ‘Havens op Terrein onder Schiedam’ ad NLG 805.640 en afschrijving van de rekening ‘Wachtgelden’ NLG 113.265 met NLG 918.906 verminderd zal zijn, die rekening weer te brengen op NLG 2.000.000 door bijschrijving van NLG 918.906; te betalen dividendbelasting NLG 8.480, uit te keren als 1e dividend ad 5% NLG 62.500, tantièmes voor directie en commissarissen NLG 443.105, uit te keren als superdividend ad 2½% NLG 31.250 en het restant ad NLG 731.294.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Maatschappij voor Scheeps- en Werktuigbouw Fijenoord.
Aan het verslag over 1918 ontlenen wij het volgende: De aanvoer van grondstoffen en van onderdelen benodigd voor het bedrijf was in het afgelopen jaar geheel onvoldoende, zodat een normale voortgang van werkzaamheden niet kon plaats vinden. Slechts tot uiterst hoge prijzen en op zeer onvoordelige voorwaarden kon nog materiaal worden aangeschaft. Toch waren wij verplicht hiertoe over te gaan, ten einde ons bedrijf aan de gang te houden. Ook stegen de bedrijfskosten voortdurend ten gevolge van de prijsstijging van alle benodigdheden, de schaarste aan steenkolen en de bezwaren aan het stoken van bruinkolen verbonden.
Behalve de duurtetoeslag aan onze ambtenaren en werklieden moesten salarissen en lonen worden verhoogd, de werktijden worden ingekort en het aantal werklieden, dat opgenomen werd in de arbeidsreserve, voortdurend worden uitgebreid. Meer dan 500 werklieden werden in deze reserve opgenomen.
De Java-China-Japan Lijn hechtte er grote waarde aan, dat aan het stoomschip TJILEBOET zo krachtig mogelijk gewerkt zou worden. Trots alle moeilijkheden zijn wij er in geslaagd dit schip in het afgelopen jaar tot aflevering te brengen. De grote extrakosten hieraan verbonden nam de Java-China-Japan Lijn geheel voor haar rekening. Ook van de Rotterdamsche Lloyd, de Koninklijke West-Indische Maildienst en de Stoomvaart Maatschappij Nederland ontvingen wij de krachtigste steun en de meest welwillende medewerking, waardoor aan onze Maatschappij grote verliezen gespaard bleven.
Het totaal gemis aan scheepsmateriaal, benodigd voor de aanbouw van de door de Regering ons opgedragen kruiser CELEBES, veroorzaakte ons veel oponthoud en schade, en noodzaakte ons een groot gedeelte van onze werklieden in de arbeidersreserve te brengen. Wij vertrouwen, dat de Regering bereid zal zijn een juiste regeling met onze Maatschappij te treffen tot opheffing van de daardoor ontstane bezwaren.
De bovengenoemde omstandigheden hadden ten gevolge, dat op het niet ongunstige creditsaldo van de algemene bedrijfsrekening door de crisisuitgaven geheel beslag gelegd werd, zodat ons tot ons leedwezen over 1918 geen dividend uitgekeerd zal kunnen worden. (vorig jaar 7%)
De toekomst laat zich hoopvoller aanzien. De nieuwe contracten gesloten met de Stoomvaart Maatschappij Nederland, de Rotterdamsche Lloyd, de Koninklijke Paketvaart-Maatschappij en de Nederlandse Regering voor zover het opnemingsvaartuig EILERTS DE HAAN betreft zullen in regiebouw worden uitgevoerd met vastgestelde winstregeling. Voor het jaar 1919 zijn wij dus ruimschoots van opdrachten voorzien, terwijl ons risico zeer beperkt is.
In 1918 werden afgeleverd: vrachtstoomschip TJILEBOET aan de Java-China-Japan Lijn, vrachtstoomschip TEXELSTROOM aan de Hollandsche Stoomboot Maatschappij.
Op de balans per 1 januari 1919 komen o.a. voor, onder activa: Ongeplaatste aandelen NLG 1.000.000 (als vorig jaar), terreinen NLG 1.090.289 (vorig jaar NLG 1.089.689), gebouwen en hellingen NLG 89.866 (vorig jaar NLG 104.366), werktuigen NLG 195.435 (NLG 207.061), gereedschappen, vaartuigen, meubilair NLG 148.887 (NLG 152.842), magazijnen NLG 1.383.288 (NLG 1.457.348), werken onderhanden NLG 8.562.725 (NLG 7.652.210), kassa en wissels NLG 68.411 (NLG 56.448), effecten NLG 417.029 (NLG 638.554), diverse debiteuren NLG 782.767 (NLG 326.081), gegeven voorschotten op lopende opdrachten NLG 689.400 (NLG -).
Onder passiva: aandelenkapitaal NLG 3.000.000 (als vorig jaar), 4½% obligatielening 1908 NLG 550.000 (NLG 575.000), vernieuwing- en reservefonds NLG 465.595 (NLG 560.200); reserve bedrijfskapitaal NLG 425.000 (NLG 425.000); diverse crediteuren NLG 497.773 (NLG 1.266.673); kassier NLG 21.063 (NLG 650.389); ontvangen voorschotten op lopende opdrachten NLG 1.822.842 (NLG 6.773.051); betaling op werken onderhanden NLG 7.373.315 (NLG -).
De debetzijde van de winst- en verliesrekening vermeldt o.a.: Interest NLG 150.505 (NLG 70.563); algemene onkosten NLG 117.435 (NLG 144.737); crisisuitgaven NLG 344.288 (NLG 159.929); creditzijde: Algemene bedrijfsrekening NLG 610.534 (NLG 566.266); verlies NLG 6.245 (vorig jaar winst NLG 231.263).


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Norfolk, 28 maart. Het stoomschip ELISABETH gaat te Newport News in het dok voor survey. Het stoomschip heeft lekkage gehad, men vermoedt dat enige platen zijn losgeraakt.


25 april 1919


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Van de scheepswerf van de firma Gebr. Jonker te Kinderdijk is met goed gevolg te water gelaten het stalen stoomschip ELVIER, gebouwd voor rekening van de Lloyd Royal Belge te Antwerpen. Het draagvermogen op Veritas zomervrijboord bedraagt ongeveer 1.000 ton. Het schip, van het raised-quarterdeck type, is gebouwd onder speciaal toezicht van Bureau Veritas. De machine-installatie, sterk 600 ipk, wordt geleverd door de N.V. Machinefabriek Bolnes te Bolnes.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Londen, 24 april. Het Nederlandse schip LIBELLE, van Rotterdam, arriveerde te Malmö met diverse schaden en met verlies van de gehele deklast.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

IJmuiden, 24 april. Het stoomschip OVERVEEN heeft, na de schade te hebben hersteld, heden de reis naar Yarmouth voortgezet.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Op het ogenblik doet zich een ernstig gebrek aan scheepsvrachten in Zweden gevoelen, waardoor de schepen wekenlang onbeladen in de Zweedse havens liggen te wachten. Het Nederlandse stoomschip AGNETA ligt reeds tien weken en het motorschip WILHELMINA reeds vier weken werkeloos in de haven van Gotenburg.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Amsterdam, 25 april. Van Delfzijl is naar Londen vertrokken de op de werf van Gebr. Pattje te Waterhuizen voor de N.V. Hollandsche Algemeene Atlantische Scheepvaart-Maatschappij te Amsterdam nieuw gebouwde drie-mast motorschoener KRAMMER, groot 336 bruto ton. Het schip werd gebouwd onder hoogste klasse Bureau Veritas en voorzien van een Kromhoutmotor van 130 ipk.


26 april 1919


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 25 April. Van Delfzijl is naar Londen vertrokken de op de werf van Gebr. Pattje te Waterhuizen, voor de N.V. Hollandsche Algemeene Atlantische Scheepvaart Maatschappij te Amsterdam nieuw gebouwde 3-mast motorschoener KRAMMER, groot 336 bruto ton.
Het schip werd gebouwd onder hoogste klasse Bureau Veritas en voorzien van een Kromhout motor van 130 ipk.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Het wachtschip VAN GALEN te Hellevoetsluis is sedert de 15e dezer uit de sterkte van Hr.Ms. zeemacht afgevoerd en bestemd voor sloping.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Van de werf van de firma J. Smit & Zn. te Foxhol is te water gelaten een voor eigen rekening gebouwde drie-mast schoener, groot 600 ton deadweight, welke voorzien zal worden van een Kromhout-motor van 130 ipk.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Van de werf van de N.V. Van der Kuy & Van der Ree’s Machinefabriek en Scheepswerf, Werf Maasdijk, te Schiedam is te water gelaten het voor de Hollandsche Vrachtvaart Maatschappij, te Rotterdam, nieuw gebouwde stoomschip DAMSTERDIEP, met een laadvermogen van ca. 1.100 ton. De afmetingen zijn: Lengte 180 voet, breedte 28 voet, holte 14,6 voet. Het schip werd gebouwd onder hoogste klasse Bureau Veritas.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Van de werf van de firma E.J. Smit en Zoon te Westerbroek, is te water gelaten het stalen stoomschip TORGOT in aanbouw voor de firma Hugo Persson en Co. te Landskrona. Het schip zal een draagvermogen hebben van 1.300 ton en voortbewogen worden door een triple-expansie machine voor 600 ipk, die het schip een snelheid zal geven van 9½ knoop.
De stoom zal geleverd worden door 2 stoomketels van 100 vierkante meter verwarmend oppervlak ieder, bij een stoomdruk van 13 kg. Machines en ketels werden eveneens door de firma Smit geleverd. In dit jaar werden reeds 2 stoomschepen aan genoemde firma geleverd en worden eerstdaags nog twee andere voor haar in aanbouw gebracht met een draagvermogen van plusminus 1.500 ton.


27 april 1919


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Koninklijke Nederlandsche Stoomboot Maatschappij.
Van een van de hellingen van de Rotterdamsche Droogdok Maatschappij werd gistermiddag omstreeks 2 uur het stoomschip ALKMAAR, in aanbouw voor de Koninklijke Nederlandsche Stoomboot Maatschappij, alhier, met gunstig gevolg te water gelaten.
Het schip met de hoofdafmetingen van: Lengte 440 voet, breedte 62 voet 6 duim, holte 40 voet 6 duim, van het shelterdecktype, met ijsbrekervoorsteven en kruiserachtersteven, is gebouwd volgens de hoogste klasse en onder speciaal toezicht van Bureau Veritas.
Was de RONDO van de Stoomvaart Maatschappij Nederland te Amsterdam, thans in beslag genomen door de Amerikaanse regering, eveneens op voornoemde werf gebouwd, met 450 voet lengte het langste, de ALKMAAR is met zijn 16.500 ton waterverplaatsing het grootste schip, dat tot op heden te Rotterdam en omgeving werd gebouwd, en het overtreft, wat breedte aangaat, alle, tot op heden in Nederland gebouwde handelsschepen.
Het schip is over de volle lengte voorzien van een dubbele bodem en wordt door 7 waterdichte schotten in 8 afdelingen verdeeld, namelijk voor- en achterpiek, 5 ruimen, benevens machinekamer en ketelruim.
Speciale aandacht is gewijd aan de inrichtingen om het schip snel te laden en te lossen, waartoe rondom de 5 grote luikhoofden niet minder dan 22 stoomlaadlieren, elk met een hefvermogen van 5.000 kg, zijn geplaatst, die alle tegelijk kunnen werken op de 22 laadbomen van de 4 hoofd- en 12 laadmasten.
De grote breedte van het schip laat toe, dat de salonverblijven voor kapitein, stuurlieden en machinisten, kombuis, messrooms, badinrichtingen enz. ruim en gerieflijk konden worden ingericht, en trots dit blijft er nog voldoende ruimte onder de brug beschikbaar om hutten te bouwen voor 10 passagiers.
Het sturen van het schip geschiedt door een direct op het roerkwadrant geplaatste stoomstuurmachine, die vanaf de brug door middel van een telemotor bediend wordt.
Voor het reddingwezen is in zeer voldoende mate gezorgd en de inrichting voor de draadloze telegrafie verhoogt de veilige vaart van het schip.
De machine-installatie van ruim 4.000 ipk, eveneens door de Rotterdamsche Droogdok Maatschappij vervaardigd, bestaat uit een triple-expansie machine met cilinders van 800 x 1.280 x 2.100 mm diameter, bij 1.400 mm slag. Deze machine zal het schip een vaarsnelheid van 12¼ mijl geven.
De stoom wordt geleverd door 5 stoomketels van 4,70 m en 3,70 m lengte, met een stoomdruk van 180 lbs. De ketels, voorzien van oververhitters en geforceerde trek, kunnen zowel met kolen als olie gestookt worden.
De capaciteit van zij- en reservebunkers voor het bergen van kolen bedraagt 3.350 ton, terwijl de zijbunkers, dubbele bodem- en piektanks ingericht zijn voor het meevoeren van 1.800 ton vloeibare brandstof.
In de machinekamer zullen verder worden opgesteld de hulpwerktuigen, zoals bij een moderne installatie gebruikelijk is, als: Hoofd- en hulpcondensatie-inrichtingen, oliefilters, olievoorwarmers-inrichting enz. enz.
Op de vrijgekomen helling wordt onmiddellijk de kiel gelegd voor een stoomschip van ongeveer dezelfde grootte voor de Stoomvaart Maatschappij Nederland alhier.


28 april 1919


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Maassluis, 28 april. Volgens ontvangen draadloos bericht verkeert het Nederlandse stoomschip ALKAID, varende onder Amerikaanse vlag, in nood, twee mijlen van Orfordness met defecte machine. Het stoomschip is van zijn ankers afgeslagen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Lowestoft, 22 april. De Nederlandse motorschoener MERWESTEIN is met lichte motorschade op de rede alhier gebracht. De gezagvoerder deelde mee, dat de bemanning bezig was met de reparatie en dat daarna de reis zou worden voortgezet.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 25 april. De van Rotterdam naar Drammen bestemde met hoepels geladen koftjalk ALPHA, kapt. Kamps, is heden hier binnengelopen wegens voortdurende tegenwind.


29 april 1919


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Van de werf van A. de Jong te Vlaardingen is te water gelaten het stalen loggerschip HARMONIE, gebouwd voor de Zeevisscherij Maatschappij Harmonie te Scheveningen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Vlissingen, 28 april. Het Nederlandse stoomschip FEDUCIA, heden alhier binnendoor van Papendrecht aangekomen, heeft het stuurboordanker verloren.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Naar ons uit Hamburg wordt geseind, werd de Deense kruiser IVAR HVIDTFELDT, gebouwd in 1883, voor 263.000 kronen voor Nederlandse rekening aangekocht.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Naar ons uit Gotenburg wordt gemeld, is de motorschoener REBECCA van de Vrachtvaart Maatschappij Neerlandia te Rotterdam aan een Zweedse firma verkocht.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Nationale Stoomvaart Maatschappij.
Blijkens het verslag over het tweede boekjaar van de Nationale Stoomvaart Maatschappij, werd het stoomschip HEENVLIET in februari van het afgelopen jaar getorpedeerd, waarbij helaas 7 man van de equipage het leven lieten. Na overname van de stoomschepen van de dochtermaatschappij, bestaat de vloot thans uit 3 stoomschepen, tezamen 2.750 ton draagvermogen. Het stoomschip POORTVLIET ex. ZERAAF werd gedurende het afgelopen jaar 7 maanden opgehouden ingevolge de Duitse maatregelen voor de vaart op Scandinavië en het uitvaartverbod van de Nederlandse Regering. De stoomschepen HOOGVLIET ex. ZEEHOND en GEERVLIET, ex. MILLINGEN mochten wegens de daarop rustende materiaal clausules, niet op Engeland varen en konden eerst tegen het einde van het jaar in gebruik genomen worden, zodat in werkelijkheid de schepen meer in de haven vertoefd hebben dan op zee. Het verschil tussen boekwaarde en ontvangen assurantiepenningen van het getorpedeerde stoomschip HEENVLIET à NLG 52.438,46 werd op de stoomschepen afgeschreven. De winst- en verliesrekening sluit met een totaal van NLG 30.910,99 en een netto winst van NLG 25.803,65, die de directie voorstelt, behoudens een op nieuwe rekening over te dragen saldo ad NLG 337,36, geheel voor afschrijvingen te bestemmen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Nederlandsch Amerikaansche Stoomvaart Maatschappij.
Hedenmiddag hebben, onder voorzitterschap van de heer W. Westerman aandeelhouders van de N.A.S.M. in het Notarishuis vergaderd. Aanwezig waren 21 aan deelhouders, 109 aandelen vertegenwoordigend. Het jaarverslag, in het Nieuwsblad afgedrukt, werd voor kennisgeving aangenomen en het dividend op 40% vastgesteld. (Vorig jaar 25%). Tot commissaris, in de plaats van wijlen de heer J.V. Wierdsma werd gekozen de heer A.G. Kröller te 's-Gravenhage met 103 stemmen. De voorzitter, alvorens over te gaan tot het doen benoemen van een directeur, brengt hulde aan de grote verdiensten van de afgetreden president-directeur jhr. Otto Reuchlin. Hij zal dit kort doen in overeenstemming ook met de bekende bescheidenheid van de heer Reuchlin. Spreker herinnert eraan dat jhr. Reuchlin één van de oprichters van de H.A.L. was, samen met dr. A. Plate en dat hij ruim 46 jaren zijn krachten aan de Maatschappij heeft gegeven. Er zijn moeilijke jaren geweest en het moet een buitengewone voldoening voor de heer Reuchlin zijn, dat hij de Maatschappij thans in bloei verlaat. Naast de heer Wierdsma heeft hij daartoe zeer krachtig bijgedragen en mede tot de wereldreputatie van deze onderneming. Van 1892 vertegenwoordigde hij de Maatschappij op de buitenlandse conferenties, die tot de belangwekkende Pool contracten leidden. Onze lijn en de Nederlandse scheepvaartondernemingen mochten op zulk een vertegenwoordiger in het buitenland trots zijn. Uit naam van commissarissen en aandeelhouders dankt de heer Westerman de heer Reuchlin voor de diensten de Maatschappij bewezen. (Applaus). De heer Reuchlin dankte voor deze woorden. Het leed van het scheiden wordt vergoed door de zekerheid, dat hij de Maatschappij in bloei en in grote innerlijke kracht verlaat. Hij beval zich in de herinnering van de heren aan. Tot directeur werd dan benoemd de heer H. van Helden met algemene stemmen. Een van de aandeelhouders, dr. Mulder heeft in een uitvoerig betoog zijn bezwaren tegen het bouwen van een nieuw groot schip van het type van de ‘Statendam’ uiteengezet. Hij vreest minder toeristen verkeer en wijst op de onzekerheid in de algemene toestand, die een uitgave van 30 miljoen zeker niet motiveren. Aandeelhouders zijn volstrekt niet trots op de kans dat zij een van de mooiste en grootste schepen in bezit hebben zal. De bestaande vloot, versterkt met nieuwe vrachtschepen, is groot genoeg om aan elke concurrentie het hoofd te bieden.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Amsterdam, 28 april. Het stoomschip JAN VAN NASSAU, van de Kon. West-Indische Maildienst, dat thans nog voor de Amerikaanse regering vaart, zal in de volgende maand worden teruggegeven. Het schip wordt een dezer dagen van Boston te Kopenhagen verwacht; van daar komt het naar Amsterdam om te laden voor West-Indië.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Een koninklijke onderscheiding.
Hare Majesteit de Koningin heeft de Eremedaille voor Voortvarendheid en Vernuft in zilver, verbonden aan de Huisorde van Oranje, verleend aan de heer J.M. Visser, chef-machinist van het stoomschip SITOEBONDO van de Stoomvaart Maatschappij Rotterdamsche Lloyd. Toen het stoomschip SITOEBONDO, dat dezer dagen voor het eerst sedert verscheidene jaren in het vaderland is teruggekomen, in de winter van 1917 op weg was van San Francisco naar Yokohama, was als gevolg van verschillende omstandigheden een zeer ernstig tekort aan steenkolen ontstaan. Het ernstig onheil, dat hierdoor het schip bedreigde, werd voorkomen door de heer Visser, die met eigen hulpmiddelen op doeltreffende wijze de vuren van de stoomketels wist in te richten voor het gebruik van vloeibare brandstof, welke zich als lading aan boord bevond, hetgeen op dat tijdstip als zeer bezwaarlijk werd geoordeeld door verschillende autoriteiten op scheepvaartgebied, toen hierop de aandacht was gevestigd in verband met de grote moeilijkheden tot het bekomen van de nodige bunkerkolen voor de scheepvaart. Door Harer Majesteit’ s adjudant, de luitenant-ter-zee der 1e klasse Ten Broecke Hoekstra, werd deze bijzondere onderscheiding hedenmiddag aan boord van het stoomschip SITOEBONDO aan de heer Visser uitgereikt.


30 april 1919


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

De Raad voor de Scheepvaart houdt vrijdag a.s. (opm: 2 mei) te 01.30 uur een openbare zitting tot onderzoek van het stranden en wrak slaan nabij Tréport van het zeilschip PRIMUS, reder J. Salomons te Rotterdam, schipper J.Ph. Groeneveld te Vlaardingen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Londen, 29 april. De Nederlandse motorschoener HETTIE, van Delfzijl naar Cardiff, is te Harwich binnengesleept met gebroken windas en verlies van ankers en kettingen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Naar wij vernemen heeft Van Nievelt, Goudriaan & Co’s Stoomvaart Maatschappij te Rotterdam aan Van der Kuy & Van der Ree’s Scheepswerf aldaar, de bouw opgedragen van twee stoomschepen, elk van 7.500 ton deadweight.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Naar de Zeepost verneemt, zal aan de algemene vergadering van de N.V. Houtvaart worden voorgesteld over het afgelopen boekjaar een dividend uit te keren van 10% (vorig jaar 50%).


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Door de heer C. Wagenborg te Delfzijl is te Berlijn aangekocht de passagiers- en vrachtboot TEGEL, waarmee de vroegere dienst Delfzijl – Emden zal worden hervat.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Malmö, 24 april. Het Nederlandse zeilschip LIBELLE, 22 oktober van Rotterdam vertrokken, is na met schade in een Noorse en Deense haven te zijn binnengelopen, hier met verlies van de gehele deklast, ongeveer 1.500 bundels hoepels, aangekomen. De reis heeft dus ongeveer 6 maanden geduurd.


01 mei 1919


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Londen, 30 april. Het stoomschip FRISIA, met kolen van Swansea naar Lissabon, is in de Whitesand Bay (Cornwall) gezonken. De bemanning is gered. De FRISIA was een stoomschip van circa 650 ton, toebehorende aan de rederij Hammerstein te Rotterdam.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Het kleine Nederlandse stoomschip FRISIA, 28 april van Swansea naar Lissabon vertrokken, is volgens een te Rotterdam ontvangen telegram gezonken. De oorzaak is niet bekend. Alle opvarenden zijn gered.
De FRISIA was 396 bruto en 197 netto ton groot, in 1918 gebouwd en behoorde aan de Scheepvaart Maatschappij Frisia (directie T. Jager) te Rotterdam.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Bij de N.V. Scheepswerven v/h Gebr. G. & H. Bodewes te Martenshoek is met goed gevolg te water gelaten het stalen vrachtstoomschip ZEELANDER, bouwnummer 630, groot 850 ton. Het schip is gebouwd voor rekening van de Lloyd Royal Belge S.A. te Antwerpen en wordt voorzien van een triple machine installatie van 400 ipk. Het geheel is gebouwd onder hoogste klasse Bureau Veritas, Atlantische vaart.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Londen, 30 april. De Nederlandse motorschoener BETSY, van Newcastle met kolen naar Algiers, is met verlies van zeilen en defecte motor te Harwich binnengesleept.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Hamburg, 30 april. De Nederlandse vrachtlogger VIRGINIA VAN DIJCK, op 9 april van Maassluis te Bergen aangekomen, was lek gesprongen en had drie voet water in het ruim. Van de lading werden 40 bundels hoepels over boord geslagen en zijn 200 dakpannen gebroken.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Gisteren werd met goed gevolg de proeftocht gehouden van de voor de N.V. Bureau Wijsmuller, Scheepvaart-, Transport- & Zeesleepvaart Maatschappij nieuw gebouwde zeesleepboot JACOB VAN HEEMSKERCK, waarvan de afmetingen zijn 40,60 m. breed over dek, 38,50 m. tussen de loodlijnen, 7,30 m. breed en 3,85 m. holte. Afmetingen machinecilinders: 16 x 26 x 42 met 24 duim slag en een ketel van 205 vierkante meter verwarmend oppervlak. Het schip werd gebouwd door de firma Jonker & Stans te Hendrik-Ido-Ambacht, terwijl de machine- en ketelinstallatie geleverd werden door N.V. Machinefabriek Bolnes; de ketel gebouwd door de Maatschappij De Schelde. De boot is verder voorzien van elektrisch licht, draadloze telegrafie-installatie en is uitgerust met een sterk zoeklicht, geplaatst op de hut voor de draadloze telegrafie. De JACOB VAN HEEMSKERCK vertrekt einde van deze week voor haar eerste reis naar New York, om vandaar twee Franse schepen in één sleep naar Marseille te slepen.
Van oude bestellingen zijn thans nog voor Bureau Wijsmuller in aanbouw het zusterschip van de JACOB VAN HEEMSKERCK, genaamd WILLEM BARENDSZ, de sleepboten LUIGI en SUZANNA, elk 500 ipk, benevens de vrachtstoomschepen JAN VAN BRAKEL en JAN VAN GALEN, die binnenkort in de vaart zullen worden gebracht.
In de afgelopen 10 dagen werd nog door Bureau Wijsmuller met verschillende Nederlandse scheepwerven en machinefabrieken gecontracteerd voor de levering van: Een vrachtstoomschip van 3.200 ton, hetwelk ingericht wordt voor het stoken van steenkolen zowel als stookolie en verder met elektrisch licht en draadloze telegrafie; voorts een vrachtstoomschip van 2.500 ton; twee zeesleepboten met afmetingen 44 x 8,25 x 4,30, elk met een machine van omstreeks 900 ipk, en een zeesleepboot, type LIMBURG, thans nog gerekwireerd door de Engelse regering, met afmetingen 35 x 7,80 x 4 m., met een machine van omstreeks 700 ipk.
Ten slotte werd nog door Bureau Wijsmuller een bij de firma J. & A. van der Schuyt in aanbouw zijnde zeesleepboot van 600 ipk aangekocht, welke over omstreeks 4 weken gereed zal zijn, benevens een van de grootste zeeslepers van een van de andere Nederlandse zeesleepvaart-maatschappijen.
Over het in aanbouw geven van een 6.000 en een 10.000 ton stoomschip wordt nog onderhandeld.
(opm: de JACOB VAN HEEMSKERCK is de 5e mei voor de eerste reis van Maassluis naar New York vertrokken).


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Stoomvaart Maatschappij Nederland.
Aan het verslag over 1918 ontlenen wij het volgende:
Ondanks de gevaarlijke reizen, welke de schepen zonder uitzondering gemaakt hebben, bleef de Maatschappij voor verliezen gespaard.
In het einde van 1918 ontvingen wij van Engelse zijde het aanbod om de door dit land gerekwireerde vrachtschepen binnen niet te lange tijd terug te geven. Wij hebben dit aanbod gaarne aanvaard; onze stoomschepen BOEROE en LOMBOK zijn sindsdien onder Nederlandse vlag teruggebracht, terwijl de stoomschepen KAMBANGAN en SUMATRA vermoedelijk in de maand mei weer onder ons beheer zullen komen. Voor de teruggave van de vrachtschepen, die door Amerika in beslag genomen werden, zijn eveneens onderhandelingen sinds korte tijd gaande.
Tot ons leedwezen is er nog geen sprake van spoedige terug levering van de twee mailschepen PRINSES JULIANA en KONINGIN DER NEDERLANDEN. Nu het gebrek aan ruimte voor passagiers, zowel hier te lande als in Nederlands-Indië, zo grote afmetingen heeft aangenomen, is het gemis van deze beide voor onze dienst zo geschikte mailschepen dubbel onaangenaam.
Onze diensten buiten Europa hebben niet in dezelfde mate als in het jaarverslag uitvoerig wordt geschetst, de invloed van de oorlogstoestand ondervonden. Gedurende circa twee maanden, van 21 maart tot begin mei 1918, hebben echter ook deze diensten geheel stil gelegen, omdat de regering van Nederlands-Indië naar aanleiding van de rekwisitie, geen vergunning tot uitvaren gaf, zolang geen bevredigende verklaringen van geassocieerde zijde ontvangen waren, dat herhaling van het gebeurde in het vervolg buitengesloten zou zijn.
De dienst met vrachtschepen tussen Java en New York vond gedurende de overige maanden van het jaar geregeld voortgang. Ook in het verslagjaar was het aanbod van lading aan beide zijden voldoende om alle beschikbare ruimte te vullen.
Aan het vervoer op de Java-Pacific Lijn werd door ons aanvankelijk met 1, later met 3 schepen deelgenomen. Op dit traject was, met name tegen het einde van het verslagjaar, het aanbod van lading van San Francisco uit meer bevredigend dan in omgekeerde richting.
Ten gevolge van de rekwisitie van onze mailschepen PRINSES JULIANA en KONINGIN DER NEDERLANDEN werd het aantal mailschepen van onze Maatschappij, waarmee de Java-Pacific Maildienst onderhouden werd, tot 4 verminderd. Met deze schepen werden 11 rondreizen gemaakt. Wij hadden daarbij niet over gebrek aan lading te klagen. Het passagiersverkeer ontwikkelde zich ten gevolge van de verbetering in de verbinding tussen Nederland en New York in de richting van San Francisco naar Java; in omgekeerde richting bleef het van weinig belang, daar het overgrote deel van het Indische publiek betere tijden afwachtte alvorens met verlof te gaan.
Het aantal schepen, dat op de Java-Bengalen Lijn emplooi vindt, onderging geen wijziging. Dit jaar ontbraken de Engelse schepen, zodat hoofdzakelijk Hollandse schepen de geregelde afladers op Java in staat stelden naar Engels-Indië te verschepen. Ten einde aan de grote vraag naar ruimte op dit traject en in het verdere verkeer tussen de Indische Archipel tegemoet te komen, hebben wij buiten de schepen van de Java-Bengalen Lijn nog 5 schepen ter beschikking van onze agenten in Indië gesteld.
De bate op de reizen van de stoomschepen bedraagt NLG 50.800.751, interestrekening NLG 1.944.978, assurantie eigen risico NLG 248.935 en saldo vorige rekening NLG 4.969, zodat de creditzijde van de winst- en verliesrekening stijgt tot NLG 53.029.635.
Aan de debetzijde werd gebracht; afschrijvingen op stoomschepen NLG 8.261.399, op etablissementen Amsterdam NLG 50.000, op etablissementen Indië NLG 50.000, effecten NLG 50.000, machinedelen in magazijn NLG 2.250, uitkeringen ingevolge Ongevallenwet NLG 28.588, premies ingevolge de oorlogszeeongevallenwet 1915 NLG 22.258, tantièmes personeel NLG 2.130.000, steun- en wachtgelden voor aan wal zijnde equipages en havenarbeiders NLG 962.838, reserve voor sociale belangen NLG 500.000, reserve voor pensioenregeling scheepsofficieren en ambtenaren NLG 1.100.000, reserve woningbouw voor personeel NLG 600.000, kosten van opleggen van de stoomschepen NLG 819.971, buitenlandse belastingen NLG 1.833.219, reserve voor diverse belangen (oorlogswinstbelasting in Nederland en andere landen) NLG 13.000.000, reserve voor bouwkosten stoomschip JOHAN DE WITT NLG 1.000.000, reserve voor bouwkosten vrachtschepen NLG 13.000.000, reparatie rekening NLG 173.119.
Voorgesteld wordt een dividend van 30% uit te keren.
De kostprijs van de stoomschepen is NLG 48.502.356. Hierop werd tot ultimo december 1918 afgeschreven NLG 32.077.356, zodat de schepen thans op de balans voorkomen met NLG 16.425.000.
De in aanbouw zijnde schepen, waaronder ook gerekend worden de op 31 december 1918 reeds afgeleverde stoomschepen BATOE en BENGKALIS (waarvan de bouwrekening nog niet kon worden afgesloten) komen op de balans voor met NLG 5.632.865.
De stoomschepen BATOE en BENGKALIS die ons in 1917 reeds waren afgeleverd, zijn in dit verslagjaar hun eerste reizen begonnen en hebben ten volle aan de gekoesterde verwachtingen voldaan.
De bouw van het mailschip JOHAN DE WITT maakte weer enige vorderingen. Wij verwachten dat dit schip eerstdaags te water zal lopen en ons begin 1920 kan worden afgeleverd. Behalve de twee in het vorig verslag vermelde stoomschepen in aanbouw bij de Nederlandsche Scheepsbouw Maatschappij en bij de Rotterdamsche Droogdok Maatschappij werden nog in aanbouw gegeven bij de maatschappij Fijenoord een vrachtschip groot 6.600 ton, bij de Nederlandsche Scheepsbouw Maatschappij en bij de werf Conrad ieder een dergelijk vrachtschip.
Voorts werden door ons in Engeland besteld drie vrachtschepen à 6.600 ton bij de Lithgows Ltd. te Glasgow en drie vrachtschepen ieder groot 9.250 ton bij de Forth Shipbuilding & Engineering Comp. te Londen.
De prijzen, die wij voor deze schepen zullen moeten betalen zijn zeer hoog. Met het oog hierop hebben wij dan ook onze reserve voor bouwkosten belangrijk moeten versterken, ten einde na aflevering van deze schepen de balanswaarde daarvan enigszins op normale hoogte te kunnen brengen.
Kapitaal. Geplaatst zijn NLG 20.000.000 aandelen, alzo NLG 1.000.000 meer dan op 31 december 1917.
Wij hebben n.l. in oktober 1918 de nog ongeplaatste NLG 1.000.000 aandelen van onze 6e serie aan de Nederlandsche Scheepvaart Unie verkocht tot de koers van plusminus 239%.
Het agio na aftrek van registratierechten en druklonen bedraagt NLG 1.332.596. Dit bedrag werd toegevoegd aan de ‘rekening van afschrijving’.
Reservefonds, Dit bedroeg op 1 januari 1918 NLG 2.618.073. Door goedkeuring van de balans is het gecrediteerd met 10% van de overwinst NLG 844.461 en op nieuwe rekening overgebracht met NLG 3.462.534.
Reparatierekening. Ten laste van deze rekening boekten wij enige belangrijke vernieuwingen aan onze stoomschepen tot een bedrag van NLG 173.110. Wij boekten dit bedrag weer per winst- en verliesrekening op dit hoofd, waardoor de reparatierekening weer met NLG 1.000.000 op onze balans voorkomt.
Assurantie eigen risico. De premies, in 1918 geboekt, bedroegen NLG 400.565. Vorig jaar gereserveerd schaden NLG 638.560. De in 1918 bepaalde schaden en reserves voor schaden bedroegen NLG 790.190. Als winst boekten wij NLG 248.935. De op de balans nog openstaande NLG 502.410 zijn getaxeerde, doch nog niet vereffende schaden.
Reserve voor schade belangen. Het blijkt, dat uit deze hoofde telken jare zeer vele extra uitgaven gevorderd worden, die wij niet onder de gewone exploitatiekosten kunnen opvoeren.
Met het oog hierop hebben wij, door NLG 500.000 ter zijde te leggen, een begin gemaakt met hiervoor een reserve te creëren.
Op de balans per 31 december 1918 komen de volgende posten voor: Debet: stoomschepen NLG 16.425.000 (vorig jaar NLG 23.110.000); stoomschepen in aanbouw NLG 5.632.865 (NLG 4.278.640), kassa en kassier NLG 2.746.691 (NLG 2.639.041), gelden op prolongatie NLG 970.000 (NLG 800.000), gelden à deposito NLG 12.500.000 (NLG 2.500.000), schatkistpapier NLG 43.404.051 (NLG 19.977.973), effectenrekening NLG 6.119.599 (NLG 5.616.635), belegd ondersteuningsfonds NLG 1.745.575 (NLG 1.271.225), diverse debiteuren NLG 37.985.734 (NLG 22.376.321), huizen en erven (oude kantoren) NLG 150.000 (als vorig jaar), etablissementen Amsterdam en Nederlands Indië NLG 2.022.145 (NLG 1.654.494), reisonkosten lopende reizen NLG 1.201.031 (NLG 2.183.847), vooruitbetaalde jaarpremies NLG 922.848 (NLG 1.152.477), magazijnrekening NLG 995.698 (NLG 1.039.175).
Credit. kapitaal NLG 20.000.000 (NLG 19.000.000), 4% obligatierekening 1907 NLG 1.353.000 (NLG 1.424.000); 4% obligatie lening 1911 NLG 1.621.000 (NLG 1.682.000); 4% obligatie rekening 1912 NLG 3.364.000 (NLG 3.480.000); reservefonds NLG 3.462.534 (NLG 2.618.073); assurantiereserve NLG 3.300.000 (als vorig jaar); rekening van afschrijving NLG 4.832.596 (NLG 3.500.000); reparatierekening NLG 1.000.000 (als vorig jaar); liquidatierekening van de stoomschepen NLG 1.475.097 (NLG 1.475.697); reserve bouwkosten stoomschepen NLG 22.400.000 (NLG 8.400.000); reserve oorlogsmolest NLG 5.302.800 (NLG 4.588.350); reserve voor div. bel. NLG 19.899.350 (NLG 11.627.320); assurantie eigen risico NLG 502.410 (NLG 638.560); ondersteuningsfonds personeel NLG 2.109.353 (NLG 1.707.822); reserve voor pensioenregeling NLG 1.942.006 (NLG 814.930); reserve woningbouw voor personeel NLG 1.100.000 (NLG 500.000); reserve voor sociale belangen NLG 500.000 (-); reserves voor blijvende onderstand (ongevallenwet) NLG 49.545 (NLG 41.206); tantièmes personeel NLG 2.130.000; vracht- en passagegelden lopende reizen NLG 4.776.882 (NLG 3.301.910); onopgev. dividend NLG 30.787 (NLG 19.322); idem obligaties en coupons NLG 15.920 (NLG 17.920); interestrekening NLG 21.126 (NLG 21.953); diverse crediteuren NLG 24.852.012 (NLG 15.705.973); spaargelden personeel NLG 290.443 (NLG 240.421); rekening en uitdeling NLG 6.000.000 (NLG 3.800.000); dividendbelasting NLG 489.000 (NLG 200.000); winst- en verliesrekening NLG 1.374 (NLG 4.969).
Winst- en verliesrekening: Credit. Saldo vor. rek. NLG 4.969 (NLG 49.573); reizen van de stoomschepen voor het voordelig saldo in het afgelopen jaar NLG 50.830.751 (NLG 22.827.967); assurantie eigen risico NLG 248.935 (NLG 239.355); interestrekening NLG 1.944.978 (NLG 1.069.603). Totaal NLG 53.029.635 (NLG 24.186.499).
Debet. Afschrijvingen op: stoomschepen NLG 8.261.399 (NLG 6.450.032); etablissementen Amsterdam en Nederlands-Indië NLG 100.000 (NLG 150.000); effecten NLG 50.000 (als vorig jaar) ; machinedelen in magazijn NLG 2.250 (NLG 1.614); ongevallenverzekering NLG 28.588 (NLG 26.742); premies oorlogszeeongevallenwet NLG 22.258 (NLG 29.097); tantièmes voor het personeel NLG 2.130.000 (NLG 170.000); extra dotatie ondersteuningsfonds personeel NLG -; steun- en wachtgelden NLG 962.838; reserve sociale belangen NLG 500.000; reserve voor pensioenregeling NLG 1.100.000 (NLG 50.000); reserve woningbouw voor personeel NLG 600.000 (-); kosten van opleggen van de stoomschepen NLG 819.971 (-); buitenlandse belastingen NLG 1.833.219 (-); reserve diverse belangen NLG 13.000.000 (NLG 6.000.000); reserve bouwkosten stoomschepen NLG 1.000.000 (NLG 700.000); idem vrachtschepen NLG 13.000.000 (NLG 3.000.000); reparatierekening NLG 173.119 (NLG 519.427); assurantierekening NLG – (NLG 1.000.000); saldo winst NLG 9.445.989 (NLG 5.334.615).
Te verdelen als volgt: dividend 30% NLG 6.000.000 (20% NLG 3.800.000); reservefonds, ondersteuningsfonds en tantièmes NLG 2.955.615 (NLG 1.534.614); dividendbelasting NLG 489.000 (NLG 200.000); saldo op nieuwe rekening NLG 1.374 (NLG 4.969).


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 30 april. Het Nederlandse stoomschip LAUWERZEE, in 1917 gebouwd, 741 bruto en 326 netto ton groot, van W. van Driel’s Stoomboot- en Transportondernemingen te Rotterdam is naar België verkocht en herdoopt in MONT ST. CLAIR.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Amsterdam, 30 April. Naar wij vernemen opent de Hollandsche Stoomboot Mij. naast haar bestaande diensten een geregelde 14-daagse dienst tussen Amsterdam en Liverpool. Het eerste schip zal 7 mei a.s. uit Amsterdam vertrekken.


02 mei 1919


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Van de werf van de Nederlandsche Scheepsbouw Maatschappij is hedenmiddag te water gelaten het dubbelschroef passagiers- en mailstoomschip JOHAN DE WITT, gebouwd voor de Stoomvaart Maatschappij Nederland.
De hoofdafmetingen van het schip zijn: Lengte tussen loodlijnen 482’-0”, breedte op buitenkant spanten 59’-0”, holte tot kuildek 30’-0””, toegeladen diepgang 23’-0”, deplacement bij die diepgang (in tonnen van 1.016 kg) 13.300 ton. Op een gemiddelde diepgang van 23’-0” zal het schip een snelheid hebben van 15 knopen.
Het schip is geheel van staal gebouwd volgens de hoogste klasse van Lloyds Register 100 A.1., volgens de voorschriften van het Internationaal Verdrag voor de beveiliging van Menschenlevens op Zee en die van de Nederlandse Schepenwet. Een dubbele bodem, die bijna over de gehele lengte van het schip doorloopt, namelijk van voor- tot achterpiekschot, is verdeeld in 20 afzonderlijke tanks, welke bergruimte aanbieden voor het meevoeren van drink- en voedingswater en waterballast, of vloeibare brandstof.
Er zijn 10 waterdichte dwarsschotten welke alle, behalve de twee middelste, doorlopen tot het opperdek, en die het schip dus verdelen in 11 waterdichte afdelingen. De in deze schotten aanwezige waterdichte deuren kunnen op mechanische wijze gesloten worden vanaf het brugdek.
Als uiterlijke merkwaardigheid aan het schip valt op de kruiserachtersteven, waarmee gepaard gaat dat het roer, een zogenaamd balansroer, enigszins anders is dan bij de tot nu toe gebruikelijke achtersteven.
Het schip zal kunnen vervoeren: 165 passagiers 1e klasse in 95 hutten en 4 luxe hutten; 128 passagiers 2e klasse in 50 hutten; 36 passagiers 3e klasse in 12 hutten, 42 passagiers 4e klasse in één verblijf.
De bunkers en de dubbele bodemtanks onder de beide ketelruimen en ruim III zijn geschikt tot meevoeren van petroleumresidu als vloeibare brandstof, de permanente bunkers zijn tevens bedoeld voor het bergen van kolen.
Over de lengte van de beide ketelruimen is het schip voorzien van een dubbele huid, lopende tot aan het tussendek.
De gehele machine- en ketelinstallatie zal worden geleverd door de Nederlandsche Fabriek van Werktuigen en Spoorwegmaterieel, alhier en gebouwd naar plannen en onder toezicht van de heer S.G. Visker, hoofdingenieur van de Stoomvaart Maatschappij Nederland.
Wat de passagiersinrichtingen betreft, deze zullen uit diverse eet-, rook- en muzieksalons bestaan, waarvan de inrichting zal worden verzorgd door de heer C.A. Lion Cachet.
Het gehele schip is gebouwd volgens de plannen en onder het toezicht van de heer M.A. Cornelissen, scheepsbouwkundig ingenieur te Amsterdam.
De plechtigheid van het te water laten en dopen van het schip werd geleid door mevrouw M.S. Oderwald-Groenewoudt, echtgenote van een van de directeuren van de Stoomvaart Maatschappij Nederland.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Heden heeft de Raad voor de Scheepvaart uitspraak gedaan betreffende de aanvaring van het stoomschip RIJNSTROOM met een sluisdeur te IJmuiden.
De Raad is van oordeel, dat de oorzaak van de ramp is gelegen in de omstandigheid, dat de loods, in plaats van de kruk van telegraaf naar stuurboord te brengen, dus op ‘achteruit’, haar heeft gebracht naar bakboord, dus op ‘vooruit’. De Raad merkt nog op, dat de loodsen overeenkomstig hun instructie zich behoren te onthouden van het bedienen van de telegraaf, dit moet geschieden door degene, die de wacht heeft, in het onderhavige geval had de kapitein het moeten doen. Het is verder niet wenselijk, dat de telegraaf, gelijk bij de RIJNSTROOM het geval was, dwarsscheeps staat, vergissingen kunnen dan allicht voorkomen; indien de telegraaf langsscheeps staat, zijn deze vrijwel uitgesloten. Naar de Raad is gebleken, is naar aanleiding van dit ongeval de telegraaf reeds langsscheeps geplaatst. De telegraaf dient eindelijk verlicht te wezen, het daartoe bestemde lampje ontbrak ten onrechte op de RIJNSTROOM.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

In de heden gehouden buitengewone aandeelhoudersvergadering van de N.V. Vrachtvaart Maatschappij Bothnia werden tot commissarissen benoemd de heren F.J. Bergendahl, Mr. Dr. J.B. Kan, Mr. M. Slingenberg en T.H. Veenstra, terwijl tot directrice werd benoemd de firma C. Goudriaan & Co.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

IJmuiden, 1 mei. De Nederlandse schoener WILHELMINA, kapt. Gorter, van Gotenburg naar Poole, als bijlegger hier binnengekomen, heeft stormschade.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Amsterdam, 1 mei. Met het stoomschip VLIESTROOM, 28 april van Amsterdam vertrokken, heeft de Hollandsche Stoomboot Mij. alhier, een geregelde wekelijkse dienst op Frankrijk geopend. Voortaan zal iedere zaterdag een stoomschip van Amsterdam vertrekken.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Hamburg, 20 april. De te Rotterdam thuis behorende vrachtlogger REGINA, met 3.000 bundels hoepels en 60 ton dakpannen van Maassluis naar Noorwegen, is met lekkage en drie voet water in het ruim te Bergen aangekomen. Veertig bundels hoepels zijn verloren gegaan.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Martenshoek, 29 april. Heden is bij de N.V. Scheepswerven v/h Gebr. G. & H. Bodewes, alhier, met goed gevolg te water gelaten het stalen vrachtstoomschip ZEELANDIER, bouwnummer 630, groot 850 ton. Het schip is voor rekening van de Lloyd Royal Belge Société Anonieme te Antwerpen en wordt voorzien van een triple machine installatie van 400 ipk. Het geheel is gebouwd onder hoogste klasse Bureau Veritas Atlantische vaart.


03 mei 1919


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Het stoomschip HOLLAND vergaan? Het stoomschip HOLLAND van de N.V. Algemeene Rotterdamsche Overzee Scheepvaartmaatschappij, Cargadoors van Muyden & Co., alhier, en varende tussen Rotterdam en Bordeaux, is vermoedelijk een ongeluk overkomen. Sedert vertrek van Rotterdam op dinsdag 15 april jl. is niet meer van het schip vernomen. Opvarenden zijn: A. Lagendijk, kapitein; H.L. Sital Persad, stuurman; N. van Vlier, 1e machinist; P. Smit, 2e machinist; E. Hanekamp, bootsman; J. Kiesewetter, A. Groeneweg en M. Hendriksen, allen lichtmatroos; J. IJzerman, donkeyman; E. Maas, stoker; J.A. den Haasert, kok, allen van Rotterdam, behalve P. Smit van Den Helder. (Het stoomschip HOLLAND groot 225 en netto 117 reg. ton werd in 1917 gebouwd.)


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Londen, 2 mei. De Nederlandse motorschoener OVERVEEN, van Rotterdam naar Wisbech bestemd, is te Great Yarmouth aangekomen met beschadigde zeilen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

De firma Van Muyden & Co. te Rotterdam, bericht dat het stoomschip HOLLAND van de N.V. Algemeene Rotterdamsche Overzee Scheepvaart Maatschappij, aldaar, varend tussen Rotterdam en Bordeaux, vermoedelijk een ongeval is overkomen.
Sedert het vertrek van Rotterdam op 15 april jl. werd niets meer van het schip vernomen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

N.V. Van der Kuy & Van der Ree’s Machinefabriek en Scheepswerf.
Marx & Co’s Bank, Rotterdam en ’s-Gravenhage en Kerkhoven & Co. Amsterdam, berichten, dat zij op 9 mei a.s. van ‘s morgens 9 uur tot ‘s namiddags 4 uur inschrijvingen aannemen op NLG 1.000.000 gewone aandelen à NLG 500 elk in de N.V. Van der Kuy & Van der Ree’s Machinefabriek en Scheepswerf te Rotterdam tot de koers van 120%.
De aandelen delen ten volle in het dividend over het lopende op 1 maart jl. aangevangen boekjaar 1919. Houders van gewone aandelen genieten recht van voorkeur en wel in dier voege, dat elk gewoon aandeel recht van voorkeur kan doen gelden op 1 nieuw gewoon aandeel. De betaling van de toegewezen aandelen moet geschieden op 15 mei a.s. ten kantore van inschrijving.
Aan de toelichting van het prospectus ontlenen wij het volgende:
Het geplaatst maatschappelijk kapitaal werd geleidelijk tot NLG 2 miljoen verhoogd, terwijl in de 14 mei a.s. te houden algemene vergadering van aandeelhouders andermaal een uitbreiding van het maatschappelijk kapitaal is aan de orde gesteld.
De cijfers van de in de vier laatste jaren afgeleverd werken bedroegen in ronde cijfers over 1915/16 NLG 320.000, in 1916/17 NLG 750.000, in 1917/18 NLG 1.369.000 en stegen over het op 28 februari 1919 geëindigde boekjaar tot NLG 1.602.000.
Over de 4 laatste boekjaren, daaronder mede het thans afgesloten boekjaar inbegrepen, werd achtereenvolgens 12%, 15%, 15% en 15% aan de houders van gewone aandelen uitgekeerd. De preferente aandelen genoten in de bestaande verhouding telkenmale 8¼%.
De fabrieksgebouwen, machinerieën en gereedschappen, waarvoor in totaal NLG 1.594.935 werd besteed, staan thans na afschrijving van circa NLG 337.000, met NLG 1.257.472 te boek. Bovendien werd een statutaire reserve ten bedrage van NLG 86.875 gevormd.
De op het van de gemeente Schiedam ter grootte van ca. 2 H.A. – met gelegenheid ter uitbreiding van tot 5 H.A. – in erfpacht verkregen terrein, gestichte fabriek en scheepshelling, ruimte biedende voor de bouw van drie schepen tot een grootte variërend van 4.000 tot 12.000 ton, kwam in het vorig boekjaar gereed. Na uitvoering van verschillende kleinere orders wordt eerstdaags de kiel gelegd van een vrachtstoomschip ter grootte van 7.500 ton.
In verband met de gestadige uitbreiding van het bedrijf is het wenselijk tot versterking van de bedrijfsmiddelen over te gaan. De bovengenoemde voorstellen omvatten de uitbreiding van het maatschappelijke kapitaal met NLG 3 miljoen, waarvan aanvankelijk, onder voorbehoud van de te verkrijgen goedkeuring op deze voorstellen, NLG 1 miljoen gewone aandelen ter inschrijving worden aangeboden.
Het netto agio dezer uitgifte zal aan de reserverekening worden toegevoegd.
De vennootschap is in staat ten gevolge van belangrijke voorraden materiaal geregeld voort te werken.
Op de balans per 28 februari komen o.a. de volgende posten voor:
Activa. Materiaalvoorraden en onderhanden werken NLG 2.592.333 (NLG 1.690.760); belegd reservefonds NLG 60.289 (NLG 24.000); debiteuren NLG 195.858 (NLG 338.745).
Passiva. Gewoon aandelenkapitaal NLG 1.000.000 (NLG 500.000); preferent aandelenkapitaal NLG 1.000.000 (NLG 500.000); reservefonds NLG 86.875 (NLG 24.592); crediteuren NLG 1.673.144 (NLG 1.371.461); winstsaldo NLG 345.434 (NLG 209.619)
Blijkens de winst- en verliesrekening bedraagt de winst exploitatie NLG 734.860 (NLG 484.812).
De bedrijfsonkosten bedroegen NLG 65.531 (NLG 48.041); algemene onkosten NLG 104.403 (NLG 82.572), huur en erfpacht NLG 12.774 (NLG 6.829 ); interest NLG 83.958 (NLG 53.731); afschrijvingen NLG 122.758 (NLG 86.890); winstsaldo NLG 345.434 (NLG 209.619).


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Ventnor, 28 april. De Nederlandse vrachtlogger PROEFNEMING I is hier gepasseerd met verlies van grootzeil en enige lekkage door slecht weer. Assistentie werd niet verlangd.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Grimsby, 30 april. De Nederlandse vrachtlogger HOOP EN VERWACHTING van Hull naar Amble, is gisteren alhier binnengekomen voor reparatie van zeilen en enige andere schade.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Harwich, 28 april. Het stoomschip ALKAID (zie avondblad 28 april) is hier binnengekomen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 1 mei. Het door de Amerikaanse regering gerekwireerde stoomschip HERCULES van de Kon. Nederlandsche Stoomboot Mij. te Amsterdam, dat onder de naam CANTON heeft gevaren, is heden alhier aangekomen. Het wordt weer aan de voornoemde K.N.S.M. overgedragen.


Krant:

 NVC - Nieuwe Vlaardingsche Courant

Voor de vrachtvaart.
De zeillogger TWEE GEBROEDERS (KW-159), van de heer H.G. Lammens te Katwijk aan Zee is als vrachtvaarder ingericht. Het schip heet thans SEMAPHORE en ligt te IJmuiden gereed voor het vertrek naar Newcastle. Kapitein is J. Berkhout te Vlaardingen.


04 mei 1919


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

IJmuiden, 3 mei. De motorkotter JANTJE, kapt. Arbeider, met een lading vet van Londen naar Aarhus bestemd, is heden als bijlegger hier binnengelopen wegens ziekte van een van de opvarenden. Onder de Engelse kust was het schip door storm overvallen, waardoor enige vaten van de deklading over boord gingen. Ook beliep het enige schade aan de zeilen.


05 mei 1919


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

In een heden gehouden buitengewone algemene vergadering van aandeelhouders in Solleveld, Van der Meer & Van Hattem’s Stoomvaart Maatschappij is een staturenwijziging goedgekeurd, waarbij onder andere het statutaire aandelenkapitaal van NLG 2.000.000 op NLG 10.000.000 wordt vergroot. Het ligt niet in de bedoeling vooralsnog nieuw kapitaal uit te geven.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Amsterdam, 5 mei. Het indertijd door de Amerikaanse regering gerequireerde stoomschip JAN VAN NASSAU van de Koninklijke West-Indische Maildienst is heden alhier teruggekeerd om na reparatie weder aan genoemde Maatschappij te worden afgeleverd.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Stoomvaart Maatschappij Nederlandsche Lloyd.
Aan het verslag over het boekjaar 1918 ontlenen wij het volgende:
Het stoomschip GELDERLAND, liggende te Zeebrugge, werd in eerste instantie door het Duitse prijsgerecht verbeurd verklaard, doch in hoger beroep op 11 november 1918 vrijgesproken. Bij de ontruiming van Zeebrugge hebben de Duitsers het echter wenselijk gevonden dit schip eerst nog te laten zinken. Wij zullen trachten het schip te doen lichten en terug te bekomen.
Het stoomschip DIRKSLAND liep 24 september 1918 op een mijn en werd met schade te Great Yarmouth binnengesleept. Deze boot is, na voorlopige reparatie begin 1919 van Londen naar hier gekomen, waarna de definitieve reparaties in de loop van de maand april werden beëindigd.
De winst, ná afschrijving op de stoomschepen à 6% bedraagt NLG 75.535 (101.824), waarbij komt het saldo van het vorig jaar ad NLG 4.935 is totaal NLG 80.471 (NLG 211.285), te verdelen als volgt: 5% dividend aan aandeelhouders (evenals vorig jaar) NLG 62.500 10% aan het reservefonds NLG 2.553, 20% tantièmes aan directie en commissarissen NLG 5.107, dividendbelasting NLG 5.656, onverdeeld saldo op de nieuwe rekening voor te dragen NLG 4.654. Op de balans staan de stoomschepen te boek voor NLG 422.000 (NLG 454.700).


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Sennen Cove (Cornwall), 29 april. Het reeds gemelde Rotterdamse stoomschip FRISIA zonk hedennamiddag 5.15 uur op een halve mijl noord van Aire Point (Whitesand Bay) in zes vaam water. De Sennen-reddingsboot heeft de scheepsboot van de FRISIA, waarin de bemanning (14 personen) zat, naar de kust gesleept. De wind was NNO, kracht 6 tot 8, stijve bries tot stormachtig.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Raad voor de Scheepvaart. De Raad heeft een onderzoek ingesteld naar het stranden en wrak slaan nabij Le Tréport op 12 april jl. van het zeilschip PRIMUS van Van der Eb & Dresselhuijs te Rotterdam. De schipper verklaart, dat hij bekend was met de stromingen in de nabijheid van Le Tréport. Op de dag van het ongeval was de lucht dik en woei een krachtige bries. Toen het weer enigszins opklaarde, zag hij om 7 uur 's morgens plotseling de kust en Le Tréport. Hij keerde terug, maar koos later, toen de lucht weer dreigend werd, koers naar de kust. Dit was blijkbaar verkeerd - het was mistig geworden - want het schip liep vast. Kort daar op begon de zee al tegen het schip te slaan. Hij heeft het nog enige tijd aangezien en verliet toen met de bemanning het reeds zinkende schip. Hij had geen tijd meer alle papieren te redden. De volgende morgen ging hij met de strandvonder naar het schip kijken. Er was niets meer dan een stuk wrak te zien. Van het schip, noch lading, is iets gered kunnen worden.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

De HOLLAND vergaan ?
Aan het stoomschip HOLLAND van de N.V. Algemeene Rotterdamsche Overzee Scheepvaart Mij., cargadoors Van Muyden & Co. te Rotterdam, over welks lot men zich reeds enkele dagen ongerust maakte, is vermoedelijk op de reis tussen Rotterdam en Bordeaux een ongeval overkomen. Sedert het vertrek van Rotterdam, op dinsdag 15 april jl., is niets meer van het schip vernomen.
Opvarenden zijn: A. Lagendijk, kapitein; H.L. Sital Persad, stuurman; N. van Vliet, 1e machinist; P. Smit, 2e machinist; E. Hanekamp, bootsman; J. Kiesewetter, lichtmatroos; A. Groeneweg, lichtmatroos; M. Hendrikson, lichtmatroos; J. IJzerman, donkeyman: E. Maas, stoker; J.A. den Haasert, kok; allen van Rotterdam, behalve P. Smit van Den Helder.
Het schip is totaal zonder merkteken, alleen draagt het zijn naam in kleine letters aan de voorplecht. Wel is 23 april door Lloyds een zeilschip HOLLAND bij Southend gesignaleerd, maar een zeilschip van die naam bestaat niet.
De directie heeft getracht allerwegen telegrafische inlichtingen in te winnen omtrent het lot van de HOLLAND, doch zonder resultaat. De HOLLAND werd in 1917 gebouwd en meet bruto 225 ton, netto 117 ton.


06 mei 1919


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

IJmuiden, 5 mei. Het door de Verenigde Staten opgevorderde en onder Amerikaanse vlag varende stoomschip OOSTDIJK van de Rederij Solleveld, Van der Meer & Van Hattum, dat in de Noordzee op een mijn liep en zwaar beschadigd naar Amsterdam kwam, heeft na lossing van de graanlading de schade voorlopig hersteld. Het vertrok gisterenmiddag naar Rotterdam om daar afdoende te repareren en dan aan de rederij te worden teruggegeven.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Grimsby, 1 mei. De schoener VOORWAARTS is in publieke veiling voor GBP 1.000 verkocht. Ook de lading hoepels werd geveild.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

De koftjalk ENERGIE, kapt./reder K. Houwerzijl, is onderhands naar Svendborg verkocht. (opm: zie AH 050419)


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Koninklijke Hollandsche Lloyd.
Aan het verslag over 1918 ontlenen wij het volgende:
Wezen wij er in vorig jaarverslag reeds op, dat met de mogelijkheid van teleurstellingen ook in 1918 rekening zou moeten worden gehouden, deze vrees is niet ongegrond gebleken. In onze dienst op Zuid-Amerika konden slechts 5 rondreizen worden volbracht, waarvan 2 met passagiers- en 3 met vrachtschepen (tegen totaal 13 in 1917, 50 in 1916 en 68 in 1915). In dit opzicht was dus het afgelopen boekjaar voor onze Maatschappij wel het ongunstigste van alle oorlogsjaren. Het stoomschip HOLLANDIA maakte b.v. een rondreis van 304 dagen (tegen 63 dagen in normale tijden) en het vrachtschip KENNEMERLAND een rondreis, waarmee in gewone tijden ten hoogste ca. 100 dagen gemoeid zouden zijn geweest, doch die nu 406 dagen duurde. Het stoomschip FRISIA lag 319, het stoomschip MAASLAND 331 dagen hier in de haven, zulks als gevolg van een wijziging in de toepassing van de Duitse Prisenordnung na de inbeslagneming van een gedeelte van de Nederlandse vloot door de Geallieerden, welke wijziging het uitvaren van Nederlandse schepen tijdelijk vrijwel onmogelijk maakte. Afgezien van de financiële gevolgen, illustreert een en ander tot welk een hoogst oneconomisch gebruik van de beschikbare tonnage in een tijdperk van nijpend gebrek aan scheepsruimte, de maatregelen van de verschillende regeringen speciaal voor onze maatschappij, die door haar schepen geen reizen in een vrije vaart kon laten volbrengen, hebben geleid.
De lange reisduur van het stoomschip KENNEMERLAND was mede een gevolg van een volstrekt ongegrond gebleken verdenking van de bemanning van dat stoomschip bij gelegenheid van gevecht tussen vijandelijke schepen bij St. Vincent, welk eiland door de KENNEMERLAND voor het innemen van bunkerkolen moest worden aangedaan.
Gelukkig heeft het sluiten van de wapenstilstand, zoals te verwachten was, ook op de bewegingen van onze vloot een gunstige invloed geoefend, al komt deze verbetering aan de resultaten van het afgelopen jaar niet meer ten goede. Aan het gedwongen stilliggen, waartoe onze schepen de laatste jaren telkens en telkens gedurende lange tijdvakken gedoemd zijn geweest en dat voor ons Maatschappij enorme kosten met zich heeft gebracht, is thans – naar wij hopen voorgoed – een einde gekomen.
Onze stoomschepen ZEELANDIA, GOOILAND, RIJNLAND, ZAANLAND en DRECHTERLAND werden op 20 maart van het verslagjaar door de Verenigde Staten in gebruik genomen. De daarvoor betaalde vergoeding is voldoende om de rechtstreeks aan de dag getreden nadelige gevolgen van de hierboven genoemde belemmeringen enigszins goed te maken.
Van de laatstgenoemde schepen ging het stoomschip ZAANLAND op 13 mei 1918 door aanvaring verloren. De daarvoor te ontvangen geldelijke vergoeding zal ons vermoedelijk binnenkort geworden.
De overige genoemde schepen zullen ons geleidelijk worden terug geleverd.
Het stoomschip GELRIA bleef ook gedurende het gehele jaar 1918 opgelegd. De gewijzigde omstandigheden hebben het echter mogelijk gemaakt het schip op 12 maart jl. weer te onttrekken aan de rust, waartoe het sedert mei 1916 was gedwongen.
De onderhandelingen tussen de Nederlandse en Duitse regeringen over de vervanging van de in 1917 getorpedeerde schepen EEMLAND en GAASTERLAND leidden tot deze oplossing, dat de Nederlandse Regering, tegen overgave van de door ons ontvangen assurantiepenningen, de in Nederlands-Indië liggende voormalige Duitse schepen LINDEN en CASTELL PELESCH te onzer beschikking stelde.
Wij zullen deze schepen onder de namen EEMLAND en GAASTERLAND in de vaart brengen.
De langzame voortgang van de onderhandelingen tussen de regeringen over de erkenning van de vlag van deze schepen gedurende de oorlog is oorzaak, dat zij tot dusverre nog niet uit Nederlands-Indië konden vertrekken. Tenzij alsnog een oplossing voor een eerder gebruik gevonden wordt, zullen zij vermoedelijk tot het tot stand komen van de vrede daar moeten blijven liggen.
Wij achten thans het tijdstip gekomen mededeling te doen van de aankoop in juni 1916 van twee op Duitse werven in aanbouw zijnde passagiersschepen, elk groot 19.800 bruto register tonnen, die wij ons voorstellen, na het sluiten van de vrede, onder de namen LIMBURGIA en BRABANTIA in de vaart te brengen.
Het eerste van deze schepen is nagenoeg voltooid, het laatstgenoemde zal over enige maanden voor de vaart gereed kunnen zijn.
Voorts bestelden wij bij de firma Barclay, Curle & Cy. Ltd., te Glasgow een vrachtschip met 11.700 tonnen draagvermogen en bij de firma Swan, Hunter & Wigham Richardson, Ltd., te Wallsend een soortgelijk schip van 12.500 tonnen. Deze schepen, waaraan onderscheidenlijk de namen SALLAND en AMSTELLAND zullen worden gegeven, worden ook ingericht voor het vervoer van vlees en andere artikelen, die in bevroren of gekoelde toestand moeten worden vervoerd.
Wij stellen ons voor nu ook spoedig gevolg te geven aan ons reeds vroeger aangekondigd voornemen de haven van Rotterdam ook rechtstreeks te bedienen.
Nu de vrede nabij schijnt, zal naar wij vertrouwen de internationale commissie, die zal worden belast met het onderzoek naar de aansprakelijkheid voor de vernietiging in 1916 van ons stoomschip TUBANTIA, haar taak spoedig ter hand kunnen nemen.
De exploitatierekening sluit met inbegrip van de van de Staat ontvangen gelden en na aftrek van het nadelig saldo van de koersverschillen op valuta’s en effecten ad NLG 156.487 met een voordelig saldo van NLG 3.051.836.
Na toevoeging daaraan van het onverdeeld saldo anno passato groot NLG 21.667 en van het voordelig saldo van de interestrekening ad NLG 327.397 is een bedrag van NLG 3.400.901 beschikbaar.
Wij stellen voor hieraan de volgende bestemming te geven: Afschrijving op stoomschepen, lichters, tenders, kantoorgebouwen en etablissementen NLG 1.105.342, toevoeging aan het bij art. 28 van de statuten bedoelde reservefonds NLG 226.888 rente aan de Staat over tot 31 december 1917 ontvangen voorschotten NLG 4.000, uitkering aan de Staat uit de overwinst, volgens art. 8 van de overeenkomst NLG 125.000, dividend op basis van 10% over NLG 15.000.000 NLG 1.500.000, uitkeringen volgens art. 28 van de Statuten NLG 290.750, na aftrek van tantième-belasting NLG 267.053, dividend- en tantième-belasting NLG 145.946 en het saldo groot NLG 26.670 op nieuwe rekening over te brengen.
De totale obligatieschuld is per 31 december 1918 tot NLG 6.003.000 verminderd.
De statutaire reserve bereikt met de voorgestelde toevoeging een totaal van NLG
1.340.518. Reserve voor diverse belangen.
Voor de vervanging van de stoomschepen EEMLAND en GAASTERLAND werd aan deze reserve een bedrag van NLG 1.735.700 onttrokken, dat in het vorig jaar uit dien hoofde daaraan werd toegevoegd. Uit deze reserve werd verder bestreden de oorlogswinstbelasting over 1916 ten bedrage van NLG 1.357.890, terwijl er weer aan kon worden toegevoegd een bedrag van NLG 464.580, als restitutie van teveel betaalde oorlogswinstbelasting over 1915. Zij bedraagt ten slotte NLG 6.799.001.
Het nadelig saldo van de Assurantie Eigen Risico Rekening beliep NLG 50.302, welk bedrag uit het Assurantiefonds werd bestreden. Dit fonds bedraagt thans NLG 627.825.
Fonds tot ondersteuning van het personeel. Dit fonds steeg door rentevermeerdering, na betaling van verschillende ondersteuningen tot NLG 1.077.066.
De zeer belangrijke bedragen, vereist voor steun aan dat gedeelte van ons personeel, dat door de abnormale omstandigheden tot werkloosheid werd gedwongen, werden evenals het vorige jaar ten laste van de exploitatierekening gebracht. Deze steun strekte zich ook uit tot een groot aantal niet tot ons vaste personeel behorende havenarbeiders.
Aflossing van Rijksvoorschotten. De in het afgelopen boekjaar ingevolge de overeenkomst met de Staat der Nederlanden van deze ontvangen gelden ad NLG 125.000 worden, evenals met alle vroeger genoten voorschotten reeds is geschied, weer uit de overwinst terugbetaald.
Op de balans per 31 december komen o.a. de volgende cijfers voor:
Activa: ongeplaatste aandelen NLG 15.000.000 (als vorig jaar), materieel: stoomschepen NLG 6.917.692, stoomschepen in aanbouw NLG 675.530, tenders en lichters, afschrijving tot op heden NLG 16 (vorig jaar schepen, tenders enz. NLG 7.351.314), kantoorgebouwen en etablissementen NLG 2.047.083 (NLG 758.263), magazijnrekening NLG 1.006.728 (636.350), assurantiepremies NLG 178.533 (NLG 63.299), debiteuren NLG 5.916.464 (NLG 1.817.561), lopende reizen NLG 972.070 (NLG 2.732.800), kassa en kassiers NLG 12.591.059 (NLG 15.803.334), effecten NLG 3.445.725 (NLG 7.539.252), belegd ondersteuningsfonds NLG 1.077.066 (NLG 1.061.292), belegd spaarfonds NLG 94.863 (NLG 47.720).
Passiva: aandelenkapitaal NLG 30.000.000 (als vorig jaar), 4½% obligaties NLG 6.003.000 (NLG 6.231.000), uitgelote obligaties NLG 54.000 (NLG 52.000), coupons NLG 136.282 (NLG 141.367), onopgevraagde coupons NLG 19.547 (NLH 10.905), reservefonds NLG 1.340.518 (NLG 949.554), reserve diverse belangen NLG 6.799.001 (NLG 9.428.011), assurantiefonds NLG 627.825 (NLG 678.128), fonds tot ondersteuning van het personeel NLG 1.077.066 (NLG 1.061.292), spaarfonds personeel NLG 94.863 (NLG 47.720), reparatiefonds NLG 1.000.000 (als vorig jaar), reserve ongevallenverzekering NLG 197.533 (NLG 133.645), crediteuren NLG 462.277 (NLG 491.111). Lopende reizen NLG 42.250 (NLG 390.786), dividend NLG 1.500.000 (als vorig jaar), belasting NLG 145.946 (vorig jaar rijksink.bel. NLG 99.750), rente aan de staat NLG 4.000 (NLG 21.341), aflossing aan de Staat NLG 125.000 (NLG 200.000), tantièmes NLG 267.053 (NLG 188.833), saldo NLG 26.670 (NLG 21.667).
Winst- en verliesrekening. Credit: saldo A.P. NLG 21.667 (NLG 11.908), exploitatierekening NLG 3.051.836 (NLG 2.493.392), interestrekening NLG 327.397 (NLG 297.416), totaal NLG 3.400.901 (NLG 2.802.716).
Debet: afschrijvingen NLG 1.105.342 (NLG 1.140.300), saldo winst NLG 2.295.559 (NLG 2.195.666), dividend 10% (als vorig jaar).


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Penzance, 30 april. Het stoomschip FRISIA is gezonken, nadat het de 28e dezer op 10 mijlen ten westen van Trevose Head tijdens zwaar stormweer slagzij had gekregen, die vervolgens nog gestadig toenam. Het voornemen om het schip in de Whitesand Bay aan de grond te zetten, kon ten gevolge van gebrek aan stoom niet worden ten uitvoer gebracht. Het schip zonk twee minuten, nadat de bemanning het in de boot had verlaten.


07 mei 1919


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Penzance, 30 april. Het meergemelde Nederlandse stoomschip FRISIA, met kolen van Swansea naar Lissabon, kreeg in de nacht van 18 april, op 10 mijl ten westen van Trevose Head, ten gevolge van hoge zee, zware slagzij. Het schip lag 45 graden over, met de bakboordreling onder water. Er werd besloten het schip in de Whitesand-baai aan de grond te zetten, maar wegens de zware slagzij was het machinekamerpersoneel genoodzaakt de machinekamer te verlaten, en daar er geen stoom gehouden kon worden, kon de wal niet bereikt worden. Er werd toen zo dicht mogelijk onder de wal gestuurd en men liet het anker vallen op ongeveer 2 scheepslengten ten westen van Aire Point. De opvarenden verlieten het schip, dat twee minuten later omsloeg en zonk. in de boot.


08 mei 1919


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Antwerpen, 29 april. De Nederlandse vrachtlogger VIJF GEZUSTERS, van Fowey met porseleinaarde, is 25 dezer, hier geankerd liggend, in aanvaring geraakt met de gesleept wordende schoener ROBERT J. DALE, van Santos, en bekwam daarbij vrij ernstige schade aan de boeg, brak de ankerketting en geraakte op drift, doch werd door een sleepboot geassisteerd.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Van de werf van de Maatschappij voor Scheeps- en Werktuigbouw Fijenoord te Rotterdam werd gisteren het voor de Rotterdamsche Lloyd in aanbouw zijnde vrachtstoomschip DJAMBI met goed gevolg te water gelaten.
Het schip wordt gebouwd volgens klasse + I 3/3 L. 1.1 van Bureau Veritas en onder toezicht van dit bureau. Lengte, breedte en holte zijn respectievelijk 444’, 54’-0ʺ en 36’-11½ʺ, terwijl bij een diepgang van 27’-7½ʺ de waterverplaatsing ongeveer 15.000 ton bedraagt.
Het schip zal uitgerust worden met een door de Maatschappij Fijenoord te vervaardigen hoge en lage druk turbine-installatie naar het Zoelly-systeem met tandradoverbrenging, een vermogen ontwikkelend van 3.300 apk, welke aan het schip een vaarsnelheid zal moeten geven van 12 mijl.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Naar wij vernemen, zal aan aandeelhouders in de Stoomvaart Maatschappij Triton te Rotterdam worden voorgesteld het dividend over het afgelopen boekjaar te bepalen op 75 procent.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Naar wij vernemen, bedraagt de winst van de Stoomvaart Maatschappij Noordzee over het afgelopen boekjaar NLG 544.228 (vorig jaar NLG 1.034.345), waaruit op de gewone aandelen een dividend van 8% (vorig jaar 20%) kan worden uitgekeerd.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 7 mei. Hr.Ms. pantserschip ZEELAND vertrok op 7 mei in de voormiddag van Vlissingen naar West-Indië.


09 mei 1919


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

N.V. Houtvaart te Rotterdam.
Aan het verslag over 1918 ontlenen wij het volgende:
Rekening houdende met de reeds gedane en voorgestelde afschrijvingen en met het vernieuwingsfonds groot NLG 2.263.000 bedraagt de boekwaarde van de stoomschepen thans NLG 143 per ton laadvermogen.
Exploitatie. Ten gevolge van de grote onzekerheid ontstaan enerzijds door de maritieme maatregelen van Duitsland, anderzijds door de tegenmaatregelen van de Entente-mogendheden waren de resultaten van de exploitatie teleurstellend, aangezien nagenoeg onze gehele vloot gedurende het grootste deel van het verslagjaar werkeloos in Nederlandse havens moest blijven liggen.
De winst van de exploitatierekening na aftrek van hypotheekrente en alle onkosten bedraagt NLG 621.686. In overleg met commissarissen bestemden wij NLG 350.131 voor afschrijving op onze vloot. Hierna blijft over een bedrag van NLG 271.555, ter verdeling volgens art. 12 van de statuten, waardoor het mogelijk wordt aan aandeelhouders een dividend uit te keren van 10 procent.
Over de vooruitzichten voor het lopende jaar onthouden wij ons liever van voorspellingen. Wel mogen wij constateren, dat de resultaten van de eerste maanden van het nieuwe jaar zeer tevredenstellend zijn geweest, aangezien al onze boten in de vaart waren tegen lonende vrachten. Een uitzondering hierop maken slechts de door de Nederlandse regering voorgestelde vrachten van Noord-Amerika, welke te enenmale onvoldoende zijn en nauwelijks de kosten dekken. Hierover worden echter nog onderhandelingen gevoerd, welke naar wij hopen zullen leiden tot toekenning van een meer billijke vergoeding aan de reders van de voor deze vaart opgevorderde schepen. (opm: zie ook RN 100519)


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Van de scheepswerf Nicolaas Witsen, firma W.F. Stoel & Zoon te Alkmaar, is met goed gevolg te water gelaten een stalen twee-mast motorschoener, lang 97 voet, breed 21 voet, hol 9,2 voet. Het schip is gebouwd onder Germanischer Lloyd, klasse A.K./4 grote kustvaart.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Van een van de hellingen van de N.V. Scheepswerf Dordrecht, te Dordrecht, werd gisteren met goed gevolg te water gelaten het casco van het stalen vrachtstoomschip STAD ARNHEM. De hoofdafmetingen van dit onder toezicht en voor de hoogste klasse van de Germanischer Lloyd gebouwde schip zijn: 340’ x 49’-9” x 27’-9”. Het draagvermogen is ruim 6.000 ton.
Het schip is gebouwd met een doorlopend stalen hoofddek, benevens brug-, bak- en campagnedek. Voor waterballast dient een over de gehele scheepslengte doorlopende dubbele bodem, als ook de voor- en achterpiek, terwijl ook de gehele ruimte onder het campagnedek als ballasttank gebruikt kan worden.
Voor het snelle laden en lossen zijn aangebracht 4 grote luiken van 31’-3” x 24’ op het opperdek en een luikhoofd van 16’ x 24’ op het brugdek.
In het schip zullen worden geplaatst 2 hoofdketels, elk van 240 vierkante meter V.O. en 1 kleinere van 120 vierkante meter V.O., die de stoom leveren voor de triple expansie machine van circa 1.850 ipk, benevens voor de verschillende hulpwerktuigen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Stoomvaart Maatschappij Noordzee.
Op de ter visie liggende balans komen de volgende posten voor:
Activa: aandelen in portefeuille NLG 925.000 (vorig jaar onv.), stoomschepen NLG 2.145.000 (NLG 1.360.000), kas en bankiers NLG 63.422 (146.948), assurantierekening NLG 25.587 (56.873), debiteuren NLG 104.272 (640.803), belegd reservefonds NLG 207.767 (9.705), effecten NLG 229.719 (-), inventaris NLG 2.930 (5.607), magazijnvoorraad NLG 7.101 (9.559), interest te vorderen NLG 4.563 (-), vooruit betaalde exploitatie kosten 1919 NLG 7.128 (-), prol. u/g NLG 965.000 (1.600.000).
Passiva: aandelen kapitaal gewone aandelen NLG 2.500.000 (onv.), pref. NLG 50.000 (onv.), reservefonds NLG 214.874 (10.327), extra reserve voor nieuwbouw NLG 1.151.062 (-), reserve diverse belangen NLG ..9.928 (opm: eerste twee cijfers onleesbaar) (-), assurantie eigen risico NLG 45.230 (14.580), onafgehaalde dividenden NLG 2.070 (70), saldo winst NLG 544.228 (2.185.407).
Blijkens de winst- en verliesrekening bedroeg het onverdeeld saldo 1917 NLG 306, exploitatie stoomschepen NLG 531.108 (1.050.866), interest NLG 37.652 (2.561). Betaald werd aan algemene onkosten NLG 24.838 (19.201), zodat het saldo winst NLG 544.228 (1.034.345) bedraagt, waaruit zoals reeds gemeld 8% (20%) dividend kan worden uitgekeerd.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Delfzijl, 7 mei. Alhier wacht op orders de nieuwe 3-mast motorschoener ROZETTA, groot 1.013 bruto en 750 netto m3, seinletters PRLV. Het schip dat gevoerd wordt door kapt. H. Schuur behoort aan de Vrachtvaart Mij. Neerlandia te Rotterdam.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Alexandrië, 28 april. Met de reparaties aan het stoomschip SUMATRA, dat aan de grond heeft gezeten, zullen ongeveer 4 maanden gemoeid zijn. (opm: zie ook RN 190419)


10 mei 1919


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

N.V. Wm. Müller & Co’s Algemeene Scheepvaart Maatschappij.
Aan het jaarverslag van de N.V. Wm. Müller & Co’s Algemeene Scheepvaart Maatschappij te Rotterdam over 1918 ontlenen wij:
De verlevendiging van de scheepvaart, ten gevolge van de wapenstilstand kwam te laat om nog van noemenswaardige invloed te zijn op de resultaten van het bedrijf, dat ten gevolge van de omstandigheden tot eind november heeft stilgelegen.
Het stoomschip ADMIRAAL DE RUIJTER bevond zich op het einde van het jaar nog steeds in de Zwarte Zee. De Russische regering heeft sedert midden oktober het schip niet meer in gebruik; het is sindsdien weer te onzer beschikking gesteld. Daar de Dardanellen steeds gesloten bleven en buitendien het zenden van een equipage zowel over land als over zee onmogelijk bleek, waren wij nog niet in staat het schip weer in bezit te nemen.
Bij het opmaken van dit verslag waren deze bezwaren echter opgeheven en werd dientengevolge door ons een bemanning uitgezonden.
Onze vordering op de Russische regering hebben wij in handen gesteld van een speciale agent en wij dienen af te wachten, of deze er in zal slagen de ons verschuldigde gelden te innen.
De dienst op Londen lag gedurende het 1e, 2e en 3e kwartaal geheel stil. Na het sluiten van de wapenstilstand werd de dienst onmiddellijk hervat, en wel met het stoomschip CALEDONIA, daar met het oog op de geringe hoeveelheid lading, zowel van als naar Londen, het onnodig bleek meer tonnage in de vaart te brengen. De stoomschepen BATAVIER III en IV werden eind november, evenals het stoomschip BATAVIER VI, hetwelk inmiddels voor het vervoer van passagiers was ingericht, aan de Franse regering verhuurd voor het vervoer van Franse vluchtelingen van Rotterdam naar Dieppe. Zodra de huur afloopt, worden deze boten weder geleidelijk in de Londen-vaart gebracht.
Het stoomschip CALEDONIA liep in het begin van het jaar, terwijl het een lading kolen voor de Nederlandse regering vervoerde, op een mijn, doch kon, alhoewel in zwaar beschadigde toestand, onder eigen stoom de Waterweg binnenlopen. De schade, die zeer aanzienlijk bleek te zijn, werd ons door de Regering vergoed. Dit stoomschip was tot het in de Londenvaart werd gebracht, evenals het stoomschip IBERIA door de moeilijkheden, aan de scheepvaart in de weg gelegd, tot werkeloosheid gedwongen.
De dienst op Bordeaux lag gedurende het gehele jaar stil. In het midden van december verhuurden wij het stoomschip BATAVIER I eveneens aan de Franse regering voor het vervoer van vluchtelingen. Na afloop van de huur wordt dit stoomschip wederom in de Bordeauxvaart gebracht.
Uit de aard der zaak vonden ook in 1918 geen afvaarten naar Aberdeen en Middlesbrough, Hamburg en Noord Spanje plaats.
Onze dienst op Luik werd, alhoewel de schepen met langdurig oponthoud hadden te kampen, geregeld onderhouden. Het resultaat was echter, mede ten gevolge van het geheel ontbreken van lading naar België, verre van lonend.
De resultaten van onze deelneming bij derden waren bevredigend.
In de aanvang van 1919 werden twee nieuwe passagiersschepen voor onze Londen-lijn hier te lande besteld.
Op de balans per 1 januari komen o.a. de volgende posten voor. Activa: Eigen vaartuigen en deelneming bij derden NLG 4.235.000 (vorig jaar NLG 3.800.000), bedrijfsoverschotten en uitkeringen NLG 95.000 (55.000), beschikbare geldmiddelen NLG 3.958.255 (4.293.380), debiteuren N:LG 676.612 (NLG 851.739), deposito NLG 547.502 (als vorig jaar), belegd reservefonds NLG 805.040 (NLG 816.106), rente belegd reservefonds NLG 8.236 (NLG 3.995), rente (nog te ontvangen) NLG 5.480 (NLG 18.977), bedrijfsrekening 1919 NLG 135.637 (85.966).
Passiva: Maatschappelijk kapitaal NLG 4.000.000 (als vorig jaar), obligaties NLG 1.189.000 (NLG 1.259.000), bouwfonds NLG 3.000.000 (als vorig jaar), reservefonds NLG 900.000 (NLG 875.000), buitengewoon reservefonds NLG 200.000 (als vorig jaar), assurantiefonds NLG 550.000 (525.000), rente (nog te betalen) NLG 13.376 (NLG 14.163), aandeelhouders 6% NLG 240.000 (als vorig jaar), rijksinkomstenbelasting NLG 13.632 (NLG 9.642), winst en verlies, onverdeeld saldo NLG 348.211 (NLG 339.345).
Winst en verliesrekening. Credit: onverdeeld winstsaldo NLG 339.345 (NLG 425.469), bedrijfsoverschotten, uitkeringen, enz. NLG 500.588 (NLG 214.549), rente NLG 101.004 (NLG 159.551), totaal NLG 940.938.
Debet: Onkosten NLG 27.151 (NLG 14.479), aandeel omslag oorlogszeeongevallen NLG 17.517 (NLG 4.554), afschrijving op bezittingen NLG 182.248 (NLG 144.190), koersverschil op effecten NLG 35.000 (-), reservefonds NLG 57.969 (NLG 23.684), buitengewoon reservefonds NLG 29.878 (NLG 20.961), assurantiefonds NLG 2.966 (NLG 2.811), dividend 6% NLG 240.000 (als vorig jaar), onverdeeld winstsaldo NLG 348.211 (NLG 339.345).


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Dinsdag 6 mei jl. had te Rotterdam de algemene vergadering van aandeelhouders plaats van de N.V. Scheepsbouwwerf en Machinefabriek De Klop, gevestigd te Sliedrecht. Door de directie werd meegedeeld dat een combinatie van verscheidene heren de aandelen van de vennootschap, welke sinds december 1918 in bezit waren van de N.V. W.J. Kalis Wzn. & Co’s Baggermaatschappij te Den Haag heeft overgenomen tegen een zeer aannemelijke prijs, zodat dus de N.V. W.J. Kalis & Co’s Baggermaatschappij generlei belangen meer in de vennootschap heeft.
Verder deelde de directie mee dat zij er in was geslaagd zich van de meerderheid van de aandelen in de nieuw opgerichte Scheepsbouwwerf & Machinefabriek Kerkerak te Sliedrecht, grenzende aan het terrein N.V. De Klop, te verzekeren. Voorgesteld werd om beide scheepwerven onder de naam van Scheepsbouwwerf & Machinefabriek De Klop voort te zetten en tot liquidatie van de N.V. Kerkerak over te gaan, waartoe met algemene stemmen werd besloten. In verband met de plaats gevonden fusie werd voorgesteld het kapitaal van de N.V. De Klop op 2 miljoen gulden te brengen, verdeeld in 1.500.000 gulden gewone aandelen en 500.000 cumulatief preferente winstaandelen en de daarvoor nodige statutenwijziging aan te vragen.
Als commissarissen werden benoemd A. van Noordenne, A.A. Hofman, Joh. Kraaijeveld, E. van Noordenne, L. van Splunder, H.W. van Aardenne, IJ.J. de Jong, terwijl als directeur op blijft treden de heer H. van Seventer te Sliedrecht.
De grootte van de zeer gunstig gelegen terreinen aan de Merwede bedraagt circa 7 H.A. met een oeverlente van circa 400 meter en een diepte variërende van 165-175 m., waarop de nodige gebouwen met werktuigen aanwezig zijn, geschikt om schepen te bouwen tot 8.000 ton alsmede machinefabriek en ketelmakerij voor het bouwen van machine-installaties tot circa 2.500 ipk.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Hamburg, 9 mei. Na een borgstelling van 400.000 Kronen heeft het stoomschip JOHANNA de 6e dezer de reis van Frederikshavn naar Rotterdam kunnen voortzetten. De kosten van de reparatie bedroegen 500.000 Kronen en die van het lossen en weer innemen van de houtlading 70.000 Kronen. (opm: de JOHANNA is de 9e mei te Rotterdam aangekomen)


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Londen, 3 mei. Het stoomschip WATERWEG, groot 102 bruto ton, in 1916 op de werf van De Groot & Van Vliet te Slikkerveer gebouwd, eigendom van W.J. Kalis Wzn. & Co's Bagger Mij., is verkocht aan A.K. Fernström te Karlshamn en herdoopt in HOLGER.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 8 mei. Het stoomschip DELTA, dat nabij Dover in aanvaring is geweest met het Britse stoomschip MOTTISFONT vertrok hedenmiddag in ballast van hier naar Rotterdam teneinde aldaar bij de Rotterdamsche Droogdok Mij. te worden gerepareerd. Zoals vroeger gemeld beliep het schip zware schade aan de boeg. (opm: zie ook AH 170419 en AH 200419)


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 9 mei. De Nederlandse tjalk HOOP OP ZEGEN is voor 60.000 Kr. verkocht aan de rederij Inge te Rudköbing en wordt onder de naam INGE in de vaart gebracht. De HOOP OP ZEGEN is 135 bruto en 110 netto ton groot, in 1909 gebouwd en behoorde aan kapt. J. Slump te Delfzijl. (opm: deze verkoop is waarschijnlijk niet doorgegaan)


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Uit het verslag van de N.V. Houtvaart over het 9e boekjaar blijkt, dat de vloot op 31 december 1918 bestond uit 6 stoomschepen, metende tezamen 17.100 ton. Gedurende het grootste deel van het verslagjaar moest deze vloot werkeloos in Nederlandse havens blijven liggen. Slechts het stoomschip WAAL werd in maart 1918 door de Engelse regering te Sunderland gerekwireerd tegen zeer bevredigende vergoeding. In het geheel volbrachten de stoomschepen VECHT en RIJN, elk twee en de stoomschepen NOORD en ZAAN elk een reis in ballast naar de Oostzee en terug met gezaagd hout. Deze reizen lieten tamelijk bevredigende winsten over, welke echter nauwelijks opwogen tegen de hoge onkosten, veroorzaakt door het lange stilliggen.
De winst van de exploitatierekening na aftrek van hypotheekrente en alle onkosten bedraagt NLG 621.686,47. Daarvan wordt NLG 350.131,10 afgeschreven op de vloot en van de overblijvende NLG271.555,37 een dividend uitgekeerd van 10%, terwijl als onverdeeld saldo NLG 3.222,04 op nieuwe rekening wordt overgebracht.


12 mei 1919


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Na welgeslaagde proeftocht is vrijdag jl. (opm. 9 mei) van Delfzijl met oud ijzer naar Llanelly vertrokken de op de werf van Gebr. Bodewes te Martenshoek voor de N.V. Kwiek te Hoogezand nieuw gebouwde motorschoener KWIEK, groot 640 kub. meter netto en gebouwd onder hoogste klasse Veritas. Het schip werd voorzien van een Steyaard-motor van 90 ipk.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Londen, 11 mei. Volgens telegram uit Kaapstad heeft het Nederlandse stoomschip MEDAN, van Batavia naar Rotterdam, zwaar weer doorstaan, waardoor water is doorgedrongen naar ruim I. Volgens rapport is de daarin geladen kopra beschadigd.
Volgens van de rederij ontvangen bericht is de MEDAN de 6e dezer te Kaapstad uit zee teruggekeerd.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Londen, 7 mei. De Nederlandse vrachtlogger MENTOR, van Hull met pek naar Antwerpen, is de 3e dezer tegen de sluis van het Humberdok gevaren en bekwam daarbij lekkage.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 10 mei. Het Nederlandse stoomschip ZUIDERZEE is naar België verkocht en herdoopt in MEUSE. De ZUIDERZEE is 741 bruto en 326 netto ton groot, in 1916 gebouwd en behoorde aan de Mij. Zuiderzee, Directie W. van Driel’s Transport- en Stoomboot Onderneming te Rotterdam.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Amsterdam, 9 mei. Het van Santa Fé aangekomen stoomschip OBERON rapporteert, in de Duins voor anker liggend, te zijn aangevaren door een Noors stoomschip, waardoor lichte schade aan het voorschip belopen werd.


13 mei 1919


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Londen, 12 mei. De sleepboot BALTIC met de lichter HANNY op sleeptouw van Dordrecht naar Blyth, is te Lowestoft binnengelopen, daar de lichter een weinig water maakte. (opm: dit zal de Nederlandse zeesleepboot BALTIC zijn)


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 10 mei. De op reis van Londen naar Aarhus wegens ziekte van de stuurman hier binnengelopen motorkotter JANTJE vertrok heden naar de bestemmingshaven. Als kapitein is tegelijkertijd opgetreden de reder J. Koopman uit Groningen.


14 mei 1919


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Kaapstad, 8 mei. Van het voorschip van het stoomschip MEDAN zijn twee ventilators weggeslagen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Montevideo, 6 mei. De Engelse schoener LEWIS BROTHERS is in aanvaring geweest met het Nederlandse stoomschip MONT BLANC. De schoener verloor de boegspriet terwijl de boeg beschadigd werd.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Harwich, 6 Mei. Het Amerikaanse stoomschip ALKAID (gerekwireerd) van Kopenhagen naar het Ver. Koninkrijk, ankerde op 27 april wegens storm ½ mijl ten zuiden van het Outer Gabbard vuurschip. Later werd het schip driftig en de volgende morgen, ter hoogte van Shipwash brak de ankerketting. Omdat de machines niet wilden werken, werd draadloos assistentie gevraagd welke door een oorlogsschip verleend werd. Later brak de tros en kon het stoomschip Harwich nog onder eigen stoom bereiken. Bij het langszij komen om de sleeptros vast te maken, kwam het oorlogsschip in aanvaring met de ALKAID, waarvan verschillende platen aan stuurboordboeg ingedrukt werden.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Het geschenk van Zuid-Afrika aan Nederland.
Het stoomschip BOETON van de Stoomvaart Maatschappij Nederland, 6 mei jl. van Durban vertrokken tot voortzetting van de reis van Nederlands-Indië naar Nederland, heeft te Durban 827 ton mais geladen, welke een geschenk zijn van de Zuid-Afrikaanse bevolking aan de bevolking van Nederland. De Stoomvaart Maatschappij Nederland heeft aangeboden deze mais gratis van Zuid-Afrika naar Nederland te vervoeren.


15 mei 1919


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Stoomvaart Maatschappij Triton.
Men seint ons uit Rotterdam: Het jaarverslag deelt mee, dat het door Amerika rekwireerde stoomschip TEXEL werd getorpedeerd, doch door de Amerikaanse regering zal vergoed worden. Tegenover de Nederlandse Regering heeft de Maatschappij zich verbonden dit schip door een ander te vervangen. Het stoomschip AMELAND was het gehele jaar in dienst van Amerika, doch onderhandelingen over de terug levering zijn thans aanhangig. Het stoomschip TERSCHELLING lag tot 19 november vol bemand werkloos in de haven. De kosten werden op de exploitatierekening afgeboekt. Het stoomschip WALCHEREN werd op het einde van het jaar opgeleverd; de bouwkosten zullen de contractprijs met circa 60 procent overschrijden. Met inbegrip van het saldo interest en onverdeeld saldo 1919 wijst de winst- en verliesrekening een voordelig saldo van NLG 1.080.198 (vorig jaar 807.957) aan. In mindering hiervan komen onkosten NLG 13.351 (8.180), te weinig betaalde O.W. belasting 1916 NLG 55.110, koersverlies op effecten NLG 25.706 (15.304), zodat overblijft 986.031 (784.473). Hiervan wordt NLG 316.959 (220.500) bestemd voor afschrijving op de stoomschepen, NLG 96.317 voor dotatie ketelfonds en 180.000 voor reserve diverse belangen. Uit het restant wordt de dividendbelasting gekweten, de tantièmes betaald en een dividend van 75 (50) procent uitgekeerd, waarna 27.076 als dividend saldo op nieuw rekening overgaat.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Het door Amerika opgevorderde stoomschip GOOILAND arriveerde hedenmorgen onder Amerikaanse vlag van Hangö in de haven van Amsterdam, ten einde aan de Koninklijke Hollandsche Lloyd te worden afgeleverd.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Londen, 14 mei. Het Nederlandse stoomschip NOORD, van Newport News naar Rotterdam, passeerde Brixham, signalerende schade te hebben aan het stuurgerei. Het zette de reis voort.


16 mei 1919


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Het jaarverslag van de Algemeene Scheepvaart Maatschappij te Rotterdam deelt mee, dat geen wijziging is gekomen in de positie van de Maatschappij. De directie achtte het bestellen van nieuwe schepen tegen steeds stijgende prijzen en met een geheel onbekende tijd tot aflevering te riskant. De Nederlandse Regering verlengde de termijn binnen welke met de beschikbare middelen tot aanbouw of aankoop van nieuwe tonnage moet worden overgegaan, met een jaar, dus tot 5 maart 1920. Uit de gekweekte interest kan een dividend van 5½% aan aandeelhouders worden uitgekeerd.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Lowestoft, 12 mei. De lichter HANNY, op sleeptouw van de sleepboot BALTIC, van Blyth met kolen naar Havre bestemd, beide te Dordrecht thuis behorend, is 10 dezer alhier binnengekomen met enige lekkage. De schade is hersteld, en de reis zal 14 dezer worden voortgezet.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Harwich, 13 mei. De motorschoener HETTIE (zie ochtendblad 30 april) is heden, gesleept wordend, van hier naar Londen vertrokken.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Hamburg, 15 mei. De Nederlandse sleepboot THAMES is 13 dezer van Rotterdam te Kopenhagen aangekomen en het voor afbraak naar Nederland verkochte pantserschip IVAR HVITFELDT derwaarts te slepen. (opm: juiste naam is IVER HVITFELDT – 74,02 x 15,12 x 5,60 m.)


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Gravesend, 13 mei. Het Nederlandse stoomschip WILHELMINAPOLDER, van Halmstad naar het Surrey Commercial Dock bestemd, passeerde hier met zware slagzij over bakboord.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Van de werf van de firma J.Th. Wilmink & Co. te Groningen is te water gelaten een voor eigen rekening onder hoogste klasse Bureau Veritas, grote kustvaart, gebouwd stalen vrachtstoomschip, waarvan de afmetingen zijn: Lengte 47 m, breedte 7,96 m, holte 3,95 m. Het wordt voorzien van een triple-expansie machine van ca. 350 ipk en een ketel met een verwarmend oppervlak van 120 vierkante meter, te leveren door de firma D.H. Landeweer & Zn. te Martenshoek.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Amsterdam, 14 mei. Het stoomschip BUSSUM van de Stoomvaart Mij. Oostzee, kwam heden onder Amerikaanse vlag in ballast uit Finland alhier binnen. Na enige herstellingen te hebben ondergaan, wordt dit stoomschip wederom aan de rederij terug gegeven.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 16 mei. De BERNISSE en de ELVE.
Gisteren, zo verneemt het Hbld. Uit Londen, werd voor het Prijzenhof door lord Sterndale de
De zaak behandeld van de Nederlandse schepen BERNISSE en ELVE die behoorden aan Van Es & Co. te Rotterdam. Deze schepen keerden in mei 1917 langs de noordelijke route uit Afrika terug met een lading olienoten voor de Calvé fabrieken te Delft. De 20e mei werden zij door een Britse kruiser aangehouden en werden de papieren onderzocht. Ofschoon alle papieren volkomen in orde waren, kregen de schepen bevel naar Kirkwall te gaan voor nader onderzoek. De kapiteins protesteerden, daar dit bevel de schepen dwong de gevaarlijke zone van de Duitse onderzeeërs binnen te varen. Daarna werden de schepen door een Duitse onderzeeër aangevallen; de ELVE zonk, de BERNISSE kon naar Kirkwall gesleept worden door Britse treilers; het schip werd gerepareerd en kon later naar Rotterdam terugkeren. De Nederlandse Regering eiste schadevergoeding, omdat de schade was veroorzaakt door de aanhouding door een Britse kruiser. De Engelse regering weigerde en verklaarde daarbij, dat de aanhouding volkomen wettelijk was geweest.
De Kroon was vertegenwoordigd door de ‘attorney general’ en de ‘sollicitor general’, Nederland door Sir Earl Richard Kings counsel en mr. Roosegaarde Bisschop.
Het proces werd bijgewoond door de heer W. Vlielander Hein, lid van de firma Van Es & Co. en prof. Struycken. Getuigen waren Menno Gnodde en Jan Zoethout, kapiteins van de BERNISSE en de ELVE, die meedeelden wat er gebeurd was, zonder hulp van een tolk. Zij verklaarden, dat de Britse officier, die aan boord kwam, alle papieren in orde bevond, doch dat hij daaronder een groen certificaat miste, dat de kapiteins nooit gekregen hadden. De officier rapporteerde aan de commandant van de kruiser, die bevel gaf naar Kirkwall te varen. Advocaat Richard zei dat het opzenden van deze schepen onwettig was, omdat er niet de minste reden tot argwaan inzake de ladingen bestond. Bovendien hadden deze kleine schepen op zee onderzocht kunnen worden, zonder ze naar een haven te zenden.
De ‘sollicitor-general’ had als getuigen gedagvaard de zeeofficieren, die de schepen naar Kirkwall zonden. Zij verklaarden, dat zij vergunning zouden hebben gegeven de reis naar Nederland voort te zetten als het groene certificaat niet ontbroken had.
De heer Richard voerde aan, dat groene certificaten alleen werden gegeven, als de schepen een Britse haven hadden aangedaan. Deze kapiteins konden dus zulk een certificaat niet hebben gehad. De ‘sollicitor-general’ zei, dat het zenden van de schepen naar Kirkwall ongetwijfeld noodzakelijk was, omdat er reden voor enige argwaan was en voorts, dat geen schadevergoeding kon worden geëist, daar de aangerichte schade niet de schuld was van Britse zijde. De loop van het geding gaf de indruk, dat de zaak voor Nederland sterk staat. Doch een uitspraak is nog niet gedaan. (opm: zie ook AH 250719)


17 mei 1919


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Vlissingen, 16 mei. De motorlogger JAN SCHIPPERS is van Antwerpen hier aangekomen voor motorreparatie.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Hamburg, 16 mei. De Nederlandse motorschoener SIEKA IV, beladen met stukgoederen, heeft 13 dezer bij het vertrek van Kopenhagen zware machineschade belopen en is naar de werf van Burmeister & Wain gesleept om te repareren.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. De drie-mast motorschoener CARY, gebouwd op de werf De Amer te Geertruidenberg, voor de Scheepvaart Maatschappij Poseidon te Rotterdam, heeft op de Maas een goed geslaagde proeftocht gehouden. Het schip, gebouwd volgens hoogste klasse Germ. Lloyd, heeft een laadvermogen van 600 ton, en werd voorzien van een motor van 130 ipk, geleverd door de firma Van der Capelle te Bolnes.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 15 mei. Het stoomschip ANTENOR, van de Stoomvaart Mij. Oceaan, zal door de Britse regering worden vrijgegeven. De bemanning is met het stoomschip LINGESTROOM naar Engeland vertrokken.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Vermiste schepen. Van het Belgische stoomschip HASTIER van Antwerpen naar Barcelona en 14 april van Torbay vertrokken, heeft men sedert niets vernomen. Het wordt als met man en muis verloren beschouwd. De HASTIER was een nieuw stoomschip, te Sliedrecht gebouwd en deed zijn eerste reis. Reders zijn de Lloyd Royale Belge (Directie Brys & Gylsen) te Antwerpen.


18 mei 1919


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

In de heden gehouden buitengewone algemene vergadering van aandeelhouders van de Zeevaart-Maatschappij Baltica te Rotterdam werd het voorstel tot statutenwijziging goedgekeurd. Het maatschappelijk kapitaal werd van NLG 150.000 tot NLG 500.000 verhoogd.


19 mei 1919


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

De directie van de Holland-Gulf Stoomvaart Maatschappij te Rotterdam, wijst er in haar verslag over 1918 op, dat de Maatschappij nog meer dan in het vorige jaar belemmerd werd in de geregelde vaart. De schepen hebben dan ook slechts zeer weinig reizen gemaakt. Het stoomschip MARIA heeft 230 dagen, het stoomschip LAURA 190, het stoomschip ALWINA 250 en het motorschip WILHELMINA 90 dagen stilgelegen. De reizen werden onder gevaarlijke omstandigheden volbracht; zoals wij in het vorige verslag reeds hebben meegedeeld, werd het stoomschip FOLMINA door een Duitse duikboot getorpedeerd. De waarde van dit schip is gerestitueerd; de Maatschappij heeft gecontracteerd voor de bouw van een schip van dezelfde afmetingen om de FOLMINA te remplaceren.
Het stoomschip HERMINA is nog steeds in de vaart voor Engeland. Het proces over dit schip is in de eerste instantie door de Maatschappij verloren, doch de directie hoopt, dat het appèl te haren gunste zal uitvallen.
De zaak van het stoomschip MARIA blijft in gedachten, en de directie komt, naar zij in het verslag meedeelt van tijd tot tijd erop terug bij onze Regering.
Inclusief saldo ao. po. ad. NLG 3.440, bedraagt de bruto winst NLG 465.474 (v.j. NLG 732.732), waarvan NLG 264.039 (NLG 520.078) op exploitatie van de schepen, NLG 110.183 (NLG 172.507) op assurantierekening en NLG 87.801 (NLG 38.614) saldo interest- en dividendrekening.
Na aftrek van NLG 17.058 (NLG 13.620) inkosten NLG 81.912 (10.623) afschrijving schaden, NLG 2.779 mindere opbrengst bij verkoop 4½ pct. Nederland, NLG 58.980 (NLG 72.900) rekening van afschrijvingen, NLG 40.540 (NLG 300.000) reserve voor diverse belangen, resteert een saldo winst van NLG 24.197 (NLG 280.486) waarvan 20 pct. dividend (als v.j.) wordt uitgekeerd, terwijl, na uitkering van tantièmes, een onverdeeld saldo van NLG 973 naar nieuwe rekening overgaat.
De schepen staan voor NLG 474.700 (NLG 732.700) te boek, deelneming bij derden staat met NLG 421.865 (NLG 389.335), voorschot Nederlandsche Vrachtvaart Maatschappij met NLG 75.000 (NLG 125.000), id. Stoomvaart Maatschappij Leonora met NLG 250.000 (nihil), beschikbare middelen met NLG 1.668.957 (NLG 820.908) en debiteuren met NLG 130.339 (NLG 163.235) vermeld. Van de passiva noemen we: Aandelenkapitaal NLG 1.000.000 (onv.); assurantie rekening NLG 600.000 (onv.); crediteuren NLG 2.770 (NLG 17.114); reserve voor de nieuwbouw NLG 673.217 (nihil); id. voor diverse belangen NLG 409.000 (NLG 300.000).


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Londen, 18 mei. De motorlogger HANDEL EN ZEEVAART is bij Saltcar gestrand, doch later met assistentie weer vlot- en te Hartlepool binnengekomen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Gravesend, 15 mei. De motorschoener HETTIE is naar het Forentain-droogdok gebracht.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Te Delfzijl ligt tot vertrek gereed de voor een rederij te Nakskov (Denemarken) op de werf van J. Smit te Vierverlaten onder hoogste klasse Germanischer Lloyd nieuw gebouwde motorschoener RIGMOR, groot 199 netto registerton. Het schip is voorzien van een Steyaard-motor van 125 ipk. (opm: kapt. A. Stahr)


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Het stoomschip WITTE ZEE van de N.V. W. van Driel’s Stoomboot Maatschappij te Rotterdam is naar België verkocht en herdoopt in SAMBRE.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Antwerpen, 10 mei. De Nederlandse schoener MARS, kapt. Fenenga, met wijn van Bordeaux alhier aangekomen, rapporteert tijdens slecht weer schade aan voor- en grote mast te hebben geleden en ankers en kettingen verloren te hebben. Gedurende een storm was het schip ten anker gekomen maar op drift gegaan en werd door een sleepboot naar Harwich geassisteerd. Toen op 3 mei de reis werd voortgezet, raakte het aan de grond, doch kwam weer vlot.


20 mei 1919


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

New York, 15 mei. Het Nederlandse stoomschip RONDO, de 13e dezer naar Falmouth vertrokken, keert met machineschade naar hier terug.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Londen, 20 mei. Het schip VOLKERAK is te Portsmouth binnengesleept in brandende toestand en door de bemanning verlaten. Het vuur is sedert geblust. Omtrent het lot van de bemanning is niets bekend. De VOLKERAK is een motorschoener van 336 bruto ton, toebehorende aan de Hollandsche Algemeene Atlantische Scheepvaartmaatschappij. Het schip was van Gent naar Nantes bestemd.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Rotterdam, 20 mei. Volgens bij de rederij ontvangen telegram zijn de opvarenden van de motorschoener VOLKERAK door een Spaans stoomschip opgepikt en te Deal aan wal gezet.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Het voor rekening van het Bureau Wijsmuller te ’s-Gravenhage op de werf van Gebr. Volker A.Fzn. te Sliedrecht gebouwde vrachtstoomschip JAN VAN BRAKEL is gisteren na een welgeslaagde proeftocht, waarbij een behouden vaart van circa 10½ mijl werd verkregen, aan voornoemd Bureau afgeleverd. Het schip is van staal gebouwd volgens Bureau Veritas + 1. 3/3 G.1.1 en meet (opm: ??) 923 ton deadweight. Op dezelfde werf is nog in aanbouw het stoomschip JAN VAN GALEN, eveneens voor rekening van Bureau Wijsmuller.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 19 mei. Hr.Ms. ZEELAND onder commando van kapitein-luitenant ter zee B. Schreuders, is op de uitreis naar West-Indië te Ponta Delgada aangekomen. Het was de bedoeling dat het jl. vrijdag 16 dezer weer vandaar zou vertrekken. Aan boord was alles wel.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Het stoomschip OOSTDIJK van Solleveld, Van der Meer & Van Hattum’s Stoomvaart Mij., dat sedert enige tijd voor rekening van de Amerikaanse regering in het dok van Wilton ter herstelling was opgenomen — het was beschadigd door het lopen op een mijn — zal 7 juni hersteld aan de rederij worden opgeleverd.


21 mei 1919


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Maassluis, 19 mei. Heden arriveerde in de Nieuwe Waterweg de Nederlandse sleepboot THAMES van Kopenhagen, met de sloper IVAR HVITFELDT op sleeptouw.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Stoomvaart Maatschappij Noordzee te Amsterdam. Aan het verslag over 1918 ontlenen wij het volgende: Eerst begin juli verkregen wij een vergunning tot uitvaren, die ons in staat stelde de vaart op Engeland te hervatten.
In de loop van het jaar slaagden wij er in alle aandelen van de Maatschappij Stoomschip Kinheim in ons bezit te krijgen, waardoor wij eigenaars werden van het nieuw gebouwde stoomschip van die naam, dat in januari 1919 door ons in GROENLO werd verdoopt.
Op 20 december ontvingen wij van het Britse Ministery of Shipping bericht, dat het stoomschip BOEKELO ons ten spoedigste zou worden terug geleverd en op 2 januari kregen wij een soortgelijke mededeling omtrent ons stoomschip HENGELO. De terug levering heeft inmiddels op 29 januari resp. 8 maart 1919 plaats gehad.
De reizen leverden met inbegrip van de huur door de Britse regering betaald, een exploitatiewinst op van NLG 531.108.
De totale winst bedraagt NLG 544.228. Uitgekeerd wordt 5% op de pref. en 8% op de gewone aandelen.
De vier stoomschepen staan op 1 januari 1919 te boek met NLG 1.893.000 of gemiddeld NLG 379 per ton dw., omgerekend de reserve voor aankoop en aanbouw groot NLG 1.151.062, die nog onaangeroerd is gelaten. Het reservefonds bedroeg op 1 januari 1919 NLG 244.874.
Een gedeelte van de huur, die wij van de Britse regering voor de BOEKELO en HENGELO ontvingen, werd door ons in overleg met commissarissen belegd in Engelse schatkistbiljetten welke bedragen op de balans voorkomen onder het hoofd effecten.
Voor de balans en de winst- en verliesrekening verwijzen wij naar het Avondblad van 9 mei.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Grimsby, 16 mei. De na stranding alhier binnengebrachte Nederlandse motorschoener EUROPA is gerepareerd en verkocht. (opm: zie AH 310319).


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Queenstown, 18 mei. Het van Barry naar New York bestemde stoomschip PHECDA is met defecte machine alhier binnengelopen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De motorschoener VOLKERAK is verlaten en in brand staande te Portsmouth binnen gesleept. Het vuur is sedert geblust. Van de bemanning is niets bekend. De VOLKERAK vertrok 2 mei van Gent naar Frankrijk en passeerde 8 mei Vlissingen. Het schip is 337 ton bruto, 241 ton netto groot en werd in 1917 gebouwd. De bemanning bestond uit 10 koppen.
Volgens een door de rederij, de Holl. Alg. Atl. Scheepvaart Mij., ontvangen telegram brak op de hoogte van St. Catherine's Point in de machinekamer van de VOLKERAK brand uit. Het was onmogelijk het vuur te blussen. De bemanning werd door een Spaans stoomschip opgepikt en te Deal geland.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Baltimore, 15 mei. Het stoomschip AGAMEMNON is bij de ingang van de Chesapeake in aanvaring geweest met een kleine Amerikaanse schoener waardoor de schoener schade leed. De AGAMEMNON zette de reis voort. (opm: zie ook AH 110919)


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Bayonne, 13 mei. De Engelse schoener SKELL, geladen met 237 ton tarwe, is in de mond van de Adour rivier gestrand en als totaal verlies te beschouwen. De SKELL ex. GERHARD, ex. SELINA JOHANNA was een ijzeren en stalen schoener, 180 bruto en 160 netto ton groot, in 1894 bij Gebr. Verstockt te Martenshoek gebouwd en behoorde aan Davis & Stephens te Hull.


22 mei 1919


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

In de heden gehouden vergadering van aandeelhouders in de Zeevaart Maatschappij Groningen werd het jaarverslag uitgebracht over het tweede boekjaar. Volgens de balans is op schepen betaald NLG 984.195. De exploitatie van de MARS gaf een voordelig saldo van NLG 9.491. De winst- en verliesrekening sluit met een winstsaldo van NLG 5.502, met welk bedrag het verliessaldo over 1917 ad NLG 4.515 wordt afgeschreven, zodat NLG 916 op de nieuwe rekening kan worden overgeschreven.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Het in 1917 gebouwde stoomschip LAUWERZEE van W. van Driel’s Stoomboot- en Transportonderneming te Rotterdam is naar België verkocht en herdoopt in MONT ST. CLAIR.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Het stoomschip DEUCALION van de Koninklijke Nederlandsche Stoomboot Maatschappij lag bij het uitbreken van de oorlog in de haven van Smyrna en kon die haven, doordat Turkije de zijde van de Centralen had gekozen, niet meer verlaten. Later werd het door de Turkse regering in beslag genomen, doch tenslotte, dank zij de bemoeiingen van onze gezant in Konstantinopel, weer ter beschikking van de rederij gesteld. Het stoomschip vertrok toen naar New York, van waar het gisteren in de haven van Amsterdam terugkeerde na een afwezigheid van bijna vijf jaren.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 21 mei. Van Meijer’s Scheepsbouwerij te Leeuwen (Maas en Waal) is te water gelaten een stalen zeevrachtboot groot 1.100 ton en is de kiel gelegd voor een dergelijk vaartuig van 2.500 ton.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Het mijnengevaar!
Kapitein J. van Zelm, van de vrachtlogger VRACHTZOEKER, van de rederij N.V. Zeevrachtvaart Maatschappij Zuid-Hol land te Vlaardingen, directie J. v. Belkum & H. de Groot, rapporteert, dat hij op 55°-32' NB en 05°-22' OL, 2 verankerde mijnen gepasseerd is, waarvan één onder het schip doorging. Vlak hierop zag men de tweede mijn, die men eveneens rakelings voorbij ging. Daar deze mijn hoger lag, had men bij het er overheen varen ongetwijfeld in de lucht gevlogen. Voor eigen veiligheid ging toen de bemanning in de scheepsboot en stelde een onderzoek in of er nog meer mijnen waren te zien. Dit bleek niet het geval te zijn, waarna men weer aan boord ging en de reis voortzette. Dat de bemanning angstige ogenblikken heeft meegemaakt, kan men begrijpen!


23 mei 1919


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Van de werf van de Gebr. Van der Windt te Vlaardingen is te water gelaten het stoomschip NEREUS, gebouwd voor de Maatschappij Nereus te Rotterdam, directeur A. Jordens Jr. Het schip is groot 500 ton deadweight. De hoofdafmetingen zijn lengte 40, breedte 7 en holte 3,40 meter.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

IJmuiden, 23 mei. De van Haarlem naar Swansea bestemde motorschoener HELDER wordt hier opgehouden wegens een defect aan de motor. Het schip heeft op het Spaarne aan de grond gezeten, doch kon na lossing van een deel van de lading met sleepboothulp worden vlot gebracht.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 22 mei. Van de scheepswerf Nicolaas Witsen, firma W.F. Stoel & Zoon te Alkmaar, is met goed gevolg te water gelaten een stalen motorjacht, lang 52 voet, breed 8½ voet. De boot is gebouwd van staal en voorzien van een 40 pk motor.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Londen, 20 mei. Het in 1914 te Rotterdam (Fijenoord) gebouwde stoomschip PIJNACKER HORDIJK, dat in eigendom aan de Shipping Controller was overgegaan, is naar Nederland verkocht. Het was te Londen in de registers ingeschreven, groot bruto 2.982 en netto 1.810 ton.


24 mei 1919


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Het door de Verenigde Staten opgevorderde stoomschip BALI van de Stoomvaart Maatschappij Nederland is hedenmorgen onder Amerikaanse vlag in ballast van Hamburg te IJmuiden aangekomen ten einde in Amsterdam te dokken en aan de rederij te worden afgeleverd.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Het jaarverslag van de Rotterdamsche Lloyd meldt, dat nagenoeg het gehele jaar de verbinding met Nederlands-Indië alleen mogelijk was via New York en San Francisco. Eerst na de wapenstilstand kon de hervatting van de rechtstreekse vaart worden overwogen, doch door gebrek aan kolen moest deze nog geruime tijd op zich doen wachten. De directie stelt alles in het werk om de geregelde mail en vrachtdienst naar Nederlands-Indië en terug zo spoedig mogelijk geheel te hervatten. Zolang echter de Nederlandse Regering voortgaat een deel van de vloot op te vorderen voor de aanvoer van voedingsmiddelen en kolen uit andere landen zal het geregeld verkeer met Nederlands-Indië daaronder in sterke mate blijven lijden. De vrachten via en naar Indië, ook via Amerika, heeft de directie sterk verlaagd, ondanks de hoge cijfers die thans Java herwaarts aan outsiders worden betaald. Het verslag herinnert voorts aan het uitzenden van de TABANAN als hulpkruiser, als gevolg van een overeenkomst met de Nederlandse Marine, welke echter op haar verzoek weer verbroken werd kort na aankomst van het schip in Indië. De SINDORO vervoerde onder de Rode Kruisvlag 10.431 slachtoffers van de oorlog.
Wat de vloot betreft wordt meegedeeld, dat op Nederlandse werven vier grote vrachtschepen in opdracht zijn gegeven. De Lloyd kocht zelf in de aanvang van het jaar 20.000 ton scheepsbouwmateriaal in het buitenland tegen belangrijk lagere prijs dan de thans geldende. De exploitatierekening laat een voordelig saldo van NLG 25.159.893 (v.j. 19.065.382), waarbij dan nog worden toegevoegd aan interest NLG 1.187.150 (NLG 682.066). Aan voordelig saldo assurantie rekening NLG 62.563 ( - ), aan saldo vorig jaar NLG 787. In totaal is de bruto winst dus NLG 26.410.384 (NLG 19.762.459) Hiervan wordt gebezigd voor afschrijving op de stoomschepen NLG 7.295.237 (NLG 3.265.141), terwijl geheel worden afgeschreven de kosten van de opleggende stoomschepen NLG 1.453.762 en de onderstand aan werkelozen en gemobiliseerden NLG 536.579. Uit het restant wordt dan NLG 5.100.000 (NLG 350.000) genomen tot versterking van de rekening nieuwe aanbouw in verband met de hogere kosten van de scheepsbouw. Deze rekening komt hierdoor op 12 miljoen. Verder wordt gestort in het reserve fonds NLG 1.376.048 (NLG 2.000.000) waardoor dit met inbegrip in het agio betaald op de in september door de Scheepvaart Unie overgenomen tienduizend nieuwe aandelen eveneens tot 12 miljoen wordt opgevoerd. Voor reserve diverse belangen wordt uitgetrokken 4½ miljoen waardoor deze post op de balans met NLG 12.811.020 kan paraisseren, terwijl eindelijk voor uitbreiding etablissementen NLG 400.000 wordt gereserveerd. Uit het restant kan een dividend van 25% (v.j. 15%) worden uitgekeerd.


25 mei 1919


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Londen, 24 mei. Volgens telegram uit Port Said heeft de aldaar aangekomen Nederlandse motorschoener HARLINGEN schade aan de machine en aan de zeilen, terwijl ook de deklast beschadigd is.


26 mei 1919


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

De motor-gaffelschoener SIEKA II uit Amsterdam is verkocht aan het Scheepvaartkantoor Van Hoogewerf & Co. te Rotterdam, en met een lading oud ijzer van Haarlem naar Llanelly vertrokken onder de naam THALATTA II.


27 mei 1919


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Het zeilschip NEST, van Soerabaja naar Rotterdam, vertrok de 25e dezer van Falmouth, gesleept door de sleepboot LAUWERZEE.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Rotterdam, 26 mei. Het stoomschip AMELAND, verleden jaar door Amerika gerekwireerd en thans te Liverpool liggende, zal na lossing naar Rotterdam vertrekken, alwaar het aan de rederij, de Stoomvaart Maatschappij Triton, zal worden teruggegeven.


28 mei 1919


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. De uitspraak betreffende het vermist worden van het zeilschip WIBO luidde, dat de Raad aanneemt, dat de vrachtlogger WIBO op of na 18 maart 1919 op de Noordzee is vergaan, en dat alle zes opvarenden daarbij het leven hebben verloren. Of de WIBO ten gevolge van een zee evenement is gebleven, dan wel het slachtoffer van een mijnontploffing is geworden, vermag de Raad niet vast te stellen. (opm: de roepletters zijn QCDG).


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Heden werd van de werf van de Nederlandsche Scheepsbouw Maatschappij met goed gevolg te water gelaten het stalen vracht- en passagiersstoomschip VAN RENSSELAER, in aanbouw voor de Koninklijke West-Indische Maildienst te Amsterdam. De hoofdafmetingen zijn: Lengte tussen de loodlijnen 342’-0’’, grootste breedte 37’-6’’, holte tot opperdek 26’-9’’, displacement bij een gemiddelde diepgang van 20’-6’’, 6.650 ton (à 1.016 kg.) Het schip is gebouwd volgens de voorschriften van de hoogste klasse van Bureau Veritas, en tevens volgens ‘Het Internationale verdrag voor beveiliging van Mensenlevens op Zee’ en heeft kampanje-, brug-, bak-, promenade- en sloependek. Voor het behandelen van de lading zijn aanwezig vier laadruimen en dienen acht stoomlieren. Het biedt ruimte voor 50 eerste klasse en twintig tweede klasse passagiers.
Zes grote reddingsboten bieden voldoende ruimte om in geval van nood alle opvarenden te kunnen opnemen. Het schip is voorzien van een inrichting voor draadloze telegrafie; verder bevindt zich op het sloependek een motorinstallatie voor noodverlichting.
De voortbeweging geschiedt door een triple-expansie stoommachine van 2.415 ipk, die het schip een snelheid zal geven van twaalf knopen per uur. Stoom wordt geleverd door drie Schotse ketels, elk met drie vuren. De kolenbunkers kunnen ingericht worden voor het meevoeren van vloeibare brandstof. De gehele machine-installatie wordt vervaardigd door de Nederlandsche Fabriek van Werktuigen- en Spoorwegmaterieel te Amsterdam.
Het schip wordt geheel elektrisch verlicht, welk werk wordt uitgevoerd door de firma Groeneveld van de Poll Co., te Amsterdam.
De versiering van de passagiersverblijven zal worden uitgevoerd gedeeltelijk door de firma Mutters & Zn., te ’s-Gravenhage en gedeeltelijk door de werf zelf. Het schip is gebouwd naar de plannen en onder toezicht van de heer M.A. Cornelissen, scheepsbouwkundige ingenieur te Amsterdam, de machines worden gebouwd onder toezicht van de heer J.A. Lambrechtsen, werktuigkundig ingenieur van de Koninklijke West-Indische Maildienst.
Het te water laten geschiedde door mevrouw A. Hudig-Rotgans, echtgenote van de directeur van de Koninklijke West-Indische Maildienst, en had een vlot verloop.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Port-Said, 19 mei. Van de lading van de motorschoener HARLINGEN zijn 70 kisten lucifers en 16 balen zaklinnen beschadigd.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Te Delfzijl ligt tot vertrek gereed de nieuwe drie-mast motorschoener RAP, gebouwd op de werf van de N.V. Scheepswerven v/h Gebr. G. & H. Bodewes te Martenshoek, groot 500 ton en voorzien van een hulpmotor. Het is een zusterschip van het aan dezelfde rederij toebehorende motorschip KWIEK, dat onlangs van Delfzijl vertrok.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 27 mei. De sleepboot ZEELAND, van Rotterdam naar Tandjong Priok met de baggermolen HERCULES, arriveerde 22 mei te Colombo.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Vlissingen, 26 mei. Van maandag 9 juni af zullen de mailboten van de Mij. Zeeland in plaats van naar Gravesend naar Folkestone varen, waardoor de reis zeer aanmerkelijk wordt bekort. De boten zullen dan reeds ’s morgens ongeveer elf uur uit Engeland hier aankomen; op de reis naar Engeland komt men reeds ’s middags kwart voor drie te Londen aan. De dienst blijft voorlopig bepaald op drie reizen per week in beide richtingen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Groningen, 24 mei. Van de Scheepswerf Noordster aan het Noord-Willemskanaal van de Handels Mij. Technisch Bureau Navis alhier, is met goed gevolg te water gelaten de stalen vrachtboot, bouwnummer 51, groot 500 ton dw. In het schip wordt geplaatst een triple-expansie machine van circa 275 ipk, waarna het aan de betreffende rederij te Amsterdam zal worden afgeleverd.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 27 mei. Het te Rotterdam thuis behorende zeilschip WILHELMINA, eigenaar de heer B. Vonk, is door aankoop overgegaan aan de heer M. Vellinga. Het schip zal voortaan varen onder de naam EGBERDIENA en thuis behorend te Groningen.


30 mei 1919


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Steywal Motorenfabriek.
In de hedenmiddag gehouden vergadering van aandeelhouders van de N.V. Steywal Motorenfabriek zijn jaarverslag, balans en winst- en verliesrekening goedgekeurd. De heer J.H. Wilton werd als commissaris herkozen. Het dividend werd vastgesteld op 8% voor de gewone en 6,2% voor de cumulatief preferente aandelen.
Uit het jaarverslag blijkt, dat de beschikbare winst NLG 108.329,25 bedraagt. De balans sluit op NLG 1.183.973,53, de winst en verliesrekening op NLG 144.870,85. De omzet in 1918 bedroeg een aantal motoren van een effectieve capaciteit van 2.360 pk, terwijl de onuitgevoerde orders voor een gedeelte de fabricatie van 1919 dekken. Hoe langer hoe meer bleek dat de oude fabriek (Overschie) te klein werd zodat de noodzakelijkheid voor een nieuwe fabriek, geheel modern ingericht, zich dringend liet voelen. In samenwerking met een andere industriële onderneming hier ter stede mocht het gelukken een gunstig gelegen terrein voor de te bouwen nieuwe fabriek in het bezit te krijgen, nl. een gedeelte van het eiland Van Brienenoord, gelegen in de Maas onder de gemeente Rotterdam, nabij IJsselmonde. De grootte van het terrein, bestemd voor onze nieuwe fabriek, bedraagt 3,5 ha. De werkzaamheden voor de bouw hebben reeds een aanvang genomen.


31 mei 1919


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. Maandag 2 juni a.s., te 2 uur nm., houdt de Raad voor de Scheepvaart zitting voor onderzoek naar het stranden tijdens stormweer nabij Skegness (Engeland) op 20 maart 1919 van het motorzeilschip EUROPA. Reder: kapt. Bertus Bernhard te Amsterdam; gezagvoerder S. Ploeger te Groningen.
Daarna onderzoek naar het aan de grond lopen bezuiden Laes (Kattegat) op 21 maart 1919 van het motorzeilschip MARIA. Reder: C. van der Toorn Jr. te Scheveningen; gezagvoerder: S. Pronk te 's-Gravenhage.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 30 mei. De motorschoener AUGUSTE MARIE, van de rederij Aug. Borremans te Rotterdam, thans op reis van Hull naar Nakskov (Den.) is aan de aldaar gevestigde rederij Sven Nielsen verkocht. Na aankomst van het schip in deze haven wordt het onder Deense vlag gebracht.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

’s-Gravenhage, 28 mei. De nieuwe Nederlandse zeesleepboot JACOB VAN HEEMSKERCK, 5 dezer van Rotterdam en de 10e d.a.v. van Barry Dock naar New York vertrokken, is 24 dezer aldaar aangekomen. Alles wel. Van New York vertrekt de HEEMSKERCK met twee Franse schepen op sleeptouw naar Marseille.


01 juni 1919


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

In de heden gehouden algemene vergadering van aandeelhouders van de Algemeene Nederlandsche Scheepvaart Maatschappij te Rotterdam werd de balans en de winst- en verliesrekening goedgekeurd en het saldo van NLG 84.372,83 bestemd voor afschrijving op oprichtingskosten en schepen.
In de vergadering deelde de directie nog mee, dat de schepen, die eerst in januari van dit jaar geregeld in de vaart zijn gekomen, volgens een op 1 mei opgemaakte balans gunstige resultaten bereikt hadden, zodat, aangenomen dat men op deze basis blijft varen, over het lopende jaar na belangrijke afschrijvingen een behoorlijk dividend kan worden verdiend.
Aan het verslag over 1918 ontlenen wij het volgende:
De stoomschepen WILHELMINAPOLDER (eigendom van de Stoomvaart Maatschappij Westpolder) en ALEXANDERPOLDER waren in 1918 geleverd, terwijl het stoomschip ORANJEPOLDER eerst in januari 1919 opgeleverd werd.
Wij kunnen tot onze voldoening constateren dat deze schepen in de exploitatie voldoen.
Het vierde stoomschip, de BOSCHPOLDER, had uiterlijk 31 december 1918 geleverd moeten zijn, doch is nog steeds niet gereed.
De exploitatie gedurende het boekjaar 1918 heeft dus vrijwel geheel stilgestaan, daar slechts in het einde van het jaar enkele kolenreizen voor de Regering gemaakt mochten worden.
Wij zullen in staat zijn, zonder hypotheek of bankkrediet het stoomschip BOSCHPOLDER uit eigen kasmiddelen te voldoen. De schepen ORANJEPOLDER en BOSCHPOLDER kunnen dan onbezwaard blijven.
Blijkens de winst- en verliesrekening leverde de exploitatie NLG 5.753, agio op aandelen NLG 78.619 tezamen NLG 84.372, welk bedrag voor afschrijvingen wordt aangewend. (opm.: een gedeelte van dit bericht is gepubliceerd in het AH van 2 juni 1919, de beide berichten zijn door ons samengevoegd)


02 juni 1919


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepvaart Maatschappij Oranje Nassau te Rotterdam.
Aan het verslag over 1918 ontlenen wij het volgende: Afgeleverd werden GRAAF LODEWIJK (ca. 1.800 ton) in februari 1918, GRAAF HENDRIK (ca. 1.000 ton) in maart 1918 en GRAAF ADOLF (ca. 1.800 ton) in april 1918. Hoewel het, zoals vanzelf spreekt, in onze bedoeling lag, deze schepen onmiddellijk in de vaart te brengen, werden wij in de verwachtingen teleurgesteld, aangezien wij gedwongen waren de schepen te laten stilliggen. Toen er eindelijk een vorm gevonden werd (n.l. het toestaan van vrijgeleide door de Duitse Admiraliteit), waardoor de vaart op Scandinavië mogelijk werd en de Nederlandse Regering ook weer bunkerkolen ter dispositie stelde, kon eindelijk op 19 oktober 1918 ons stoomschip GRAAF LODEWIJK de eerste reis naar de Oostzee ondernemen. Daarna volgde op de 24e oktober het stoomschip GRAAF HENDRIK met een reis naar Noorwegen, terwijl ons stoomschip GRAAF ADOLF op 13 november zijn eerste reis naar Sundsvall maakte. Op deze reis beliep genoemd stoomschip buiten eigen schuld enige averij, die echter geheel door assurantie gedekt werd. Voorts hebben in hetzelfde jaar onze stoomschepen GRAAF LODEWIJK en GRAAF HENDRIK beide nog een reis kunnen maken naar Newcastle on Tyne voor rekening van de Nederlandse Regering. Wij hebben dus onze schepen in 1918 slechts kunnen exploiteren gedurende ongeveer de laatste twee maanden van dat jaar.
De resultaten, gedurende de eerste vier maanden van het thans lopende jaar bereikt, zijn zeer bevredigend en het doet ons genoegen te kunnen meedelen, dat de schepen in alle opzichten aan de verwachtingen beantwoorden en blijk hebben gegeven handig en rendabel te zijn. Onze twee grootste schepen zijn momenteel bevracht voor een reis naar Zuid-Amerika.
Wij delen verder nog mee, dat in augustus van het afgelopen jaar een buitenlandse rederij met ons in onderhandeling trad, teneinde zich financieel bij onze Maatschappij te interesseren. Het in verband hiermee getekende contract is echter door genoemde rederij niet nageleefd, zodat deze transactie niet tot stand is gekomen. Wij stelden haar voor het niet nagekomen van haar contractuele verplichtingen in gebreke en zullen vermoedelijk door arbitrage ons geschil zien beslechten.
Het voordelig saldo, zijnde NLG 7.197 is geheel op de rekening oprichtingskosten afgeschreven. De exploitatierekening leverde, na aftrek van NLG 46.838 kosten voor stilliggen, NLG 31.633. De onkosten bedroegen NLG 16.924, de interest NLG 7.511. Op de balans staan de stoomschepen te boek voor NLG 2.845.600.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Londen, 1 juni. Het op 12 december van het vorige jaar aan de monding van de Gironde gestrande Nederlandse stoomscheepje FLEVO IV – zie ons avondblad van 13 december – is (opm: op 28 mei) vlot gebracht en gisteren te Bordeaux aangekomen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Londen, 1 juni. Het Nederlandse schip TRIO, van Hull naar Boulogne bestemd, is met assistentie te Lowestoft binnengekomen. Het schip heeft op strand gezeten maar maakt geen water.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Nieuwe schepen. Van Delfzijl is vrijdag (opm: 30 mei) vertrokken het nieuwe drie-mast motor-schoenerschip FRIEDA kapt. Mulder, met bestemming naar Hull. Het schip, gebouwd op de werf van Gebr. Fikkers te Martenshoek, is groot 520 m3 netto. De motor is een Kromhout van 2 cilinder, 124 ipk. De FRIEDA is onder hoogste klasse Germ. Lloyd gebouwd voor rekening van de N.V. Vrachtvaart Mij. Neerlandia te Rotterdam.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Verkochte schepen. Het Nederlands stoomschip EIGEN HULP VI, van de N.V. Stoomvaart Maatschappij Excelsior te Rotterdam, groot bruto 512, netto 282 ton gebouwd in 1918, is naar België verkocht.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Maassluis, 1 juni. Heden vertrok uit de Nieuwe Waterweg naar Newcastle het stoomschip IRENE PRY, ex. EIGEN HULP VI.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Hamburg, 31 mei. Het in november van het vorig jaar bij Öland gezonken Nederlandse stoomschip BERNISSE zal thans door de bergingsmaatschappij Neptun gelicht worden. De bergingsstomers NEPTUN en DIANA zijn reeds uitgegaan om met de bergingswerkzaamheden te beginnen. De BERNISSE is minder beschadigd dan aanvankelijk werd gedacht. Of het zinken van het stoomschip door een mijn is veroorzaakt, is nog niet uitgemaakt. Het lichten zal door middel van pontons ondernomen worden.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Hamburg, 30 mei. De Nederlandse drie-mast schoener JACOB, in november bij Fuglehuk in 15 tot 20 vaam water gezonken, is door de bergingsstomers ULABRAND en NAP achter de Gass Eilanden in veiligheid gebracht. Het schip zit nog onder water, doch men hoopt het spoedig geheel boven water te kunnen brengen. (opm: zie ook AH 040619)


03 juni 1919


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

De Raad voor de Scheepvaart is van oordeel, dat de stranding van de PRIMUS is veroorzaakt door stroomverleiding, in verband met slecht zicht door mist. De schipper, die geen zeilaanwijzingen aan boord had, was onbekend met het daarin gegeven voorschrift dat ben, teneinde Le Tréport aan te doen, komende van om de noord met westelijke wind en vloed, drie à vier mijl boven de haven op Criel (opm: Criel-sur-Mer) koers moet zetten.
Met de door hem gestuurde koersen is hij, door de vloedstroom, juist zoveel (drie à vier mijl) beneden Le Tréport gekomen als hij, wanneer hij de aanwijzingen had gekend en gevolgd, hoger had moeten zijn. Hieruit is evenwel gebleken dat er goed koers gestuurd is, al was die koers in het gegeven geval te laag. Had men langer om de N ten W gelegen en daarna wat Westelijker dan ZW gestuurd dan zou de stranding uiteraard voorkomen zijn. De Raad kan de schipper echter niet verwijten dat hij voeling met de wal heeft gezocht, nu zijn bestemming Le Tréport was.
Wanneer de invloed van de stroom ter plaatse niet zo groot was geweest (én uit onbekendheid heeft de schipper daarmee geen rekening gehouden), dan waren zijn manoeuvres goed geweest, temeer daar het lood gaande werd gehouden. De Raad acht mitsdien geen termen aanwezig een maatregel van tucht op de schipper toe te passen wegens zijn daad of nalatigheid.
Uit het onderzoek is de Raad voorts niet gebleken, dat de ramp door ongeschiktheid van de schipper is veroorzaakt. Hij heeft getoond een goed zeeman te zijn in staat een schip te voeren, voor zover zijn kennis gaat. Door zijn gebrek aan algemene ontwikkeling is deze man, die jarenlang op de visserij heeft gevaren, echter niet in staat in een vreemde taal gestelde zeilaanwijzingen te raadplegen – welke hij, waarschijnlijk daarom, ook niet aan boord had – of zich op andere wijze van de plaatselijke toestanden op de hoogte te stellen. Het zal wenselijk zijn bij het verlenen van dispensatie erop te letten, dat deze slechts wordt verleend voor zulke vaart, waarvoor zeilaanwijzingen in een voor de schipper verstaanbare taal bestaan.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Het Nederlandse stoomschip MARAS, op reis van Curaçao naar Antwerpen, passeerde de 31e mei Falmouth.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Maassluis, 3 juni. Heden kwam van de Noordzee de Nieuwe Waterweg binnen het stoomschip TOSARI, na een welgeslaagde proeftocht.


Krant:

 TEL - De Telegraaf

Raad voor de scheepvaart. Het onderzoek, dat door de Raad werd ingesteld, liep over een stranding, tijdens stormweer nabij Skegness (Engeland) op 20 maart, van het motorzeilschip EUROPA. Reder is B. Bernhard te Amsterdam. De gezagvoerder, S. P., te Groningen, verklaarde, dat aan boord Was een 2-cilinder motor van 25 pk. Er werd in ballast met 60 ton uitgevaren. Het aanzetten van de motor ging bezwaarlijk, daar de luchtketel lek was. Yarmouth werd binnengelopen en omdat er tegenwind was en omdat smeerolie moest worden ingenomen. In de namiddag van 20 maart, toen het schip weer op zee was, werd het weer slechter. Om 8 uur werd een gasboei gepasseerd en om 10 uur werden de ankers uitgeworpen. Zij krabden evenwel en het schip ging stotend over een klein bankje, waar de ankers tenslotte hielden. De volgende dag stak de wind weer op en wederom krabden de ankers. Het ging niet aan de zware motor aan te zetten, daar luchtdruk en koolzuur absoluut ontbraken en de gloeikoppen niet zo spoedig warm te krijgen waren. Om 8 uur dreef het schip op het land en sloeg tenslotte tegen de pier, waar het vaartuig vrij ernstige schade opliep. (opm: zie ook AH 070619)


04 juni 1919


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Londen, 3 juni. Het Nederlands stoomschip HARLINGEN, van Middlesbro, is in de Noordzee op een mijn gelopen en gezonken. De bemanning werd door een stoomdrifter aan de Tyne geland. (opm: zie ook AH 070619)


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Hamburg, 2 juni. De Nederlandse schoener JACOB (Zie Avondblad 31 mei) is met de ponton, waarmee het schip zou worden gelicht, in dieper water gezonken. De berging van de schoener alsmede van de ponton is opgegeven. Het verlies van de bergingsmaatschappij bedraagt meer dan 100.000 Kronen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 3 juni. Blijkens hier te lande ontvangen bericht is Hr.Ms. ZEELAND te Curaçao aangekomen. Alles was wel aan boord.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 3 juni. Het schip FLEVO IV, (zie AH 020619) was geabandonneerd, zodat het niet meer aan de rederij Flandria behoort.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 3 juni. Voor het eerst vertrok vanuit IJmuiden naar zee de voor rekening van de Vrachtvaart Mij. Neerlandia te Rotterdam op de werf Fulton te Martenshoek gebouwde stalen motorschoener ROZETTA. Het schip is uitgerust met een Steywal-motor van 130 paardenkrachten en geladen met oud ijzer voor Swansea.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Vlissingen, 2 juni. De Nederlandse drie-mast schoener LIBEA is met een lading greenhoutbalken, bestemd voor de N.V. Houthandel v/h G. Alberts Lzn. & Co. te Middelburg, van Demerara vertrokken.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Shanghai, 18 april. Op 4 april is in de haven van Hongkong brand uitgebroken in ruim 2 van het stoomschip VAN WAERWIJCK. Het vuur werd spoedig geblust; de schade is gering.


05 juni 1919


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Londen, 4 juni. Het gezonken stoomschip HARLINGEN was van Stockton naar Denemarken bestemd.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Londen, 4 juni. De Nederlandse motorschoener JOHANNA, van Rotterdam naar New York, is te Madeira aangekomen met motorschade alsmede schade aan tuig en zeilen. De reparaties hebben aldaar plaats.


06 juni 1919


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Een scheepsramp – Zeven man verdronken.
De logger ALMA – IJM 249 heeft gistermiddag te IJmuiden aangebracht de schipbreukeling Harm Wijnholt van Delfzijl, enige overgeblevene van de gehele equipage van de motorschoener AUGUST MARIE.
De motorschoener AUGUST MARIE, voorheen eigendom van de rederij August Borremans te Rotterdam, was verkocht aan de rederij S. Nielsen te Nakskoer en was daarheen op reis met een lading kolen van Blyth in Engeland. Door onbekend gebleven oorzaak is de schoener dinsdagmorgen jl. lek gesprongen; de machinekamer stroomde vol water; terwijl de bemanning bezig was de scheepsboot uit te zetten, kapseisde de schoener en gingen twee van de opvarenden mee in zee en verdronken. De zes overigen, onder wie kapt. Chr. Boer van Groningen, wisten zich in de scheepsboot te redden. Te kwart voor zes zonk de schoener op ongeveer 55°-10’N en 01°-05’O. Kort daarna sloeg door de ruwe zee de scheepsboot met de zes mannen om en verdwenen vijf van hen in de diepte. Harm Wijnholt alleen kon zich redden op de omgeslagen boot en werd na enkele uren drijven opgenomen door de logger ALMA.
De schoener voer met een Hollandse bemanning uit de provincie Groningen. De AUGUST MARIE was in 1918 gebouwd en had nog slechts drie reizen gedaan.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Heusden, 5 juni. Van de werf van de firma De Haan & Oerlemans te Heusden werd gisteren met goed gevolg te water gelaten het stalen schroefstoomschip MARKERSDAL, gebouwd voor rekening van de rederij A. Andersen te Rodby. De afmetingen van het schip zijn lengte 215 voet, breedte 34 voet 4 duim en holte 15 voet 6 duim. Het heeft een laadvermogen van circa 1.600 ton en werd gebouwd onder de hoogste klasse Bureau Veritas en Deense schepenwet. Het schip wordt voorzien van een triple-expansie machine van 600 ipk.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Te Delfzijl ligt voor vertrek gereed het nieuw gebouwde Nederlandse schoenerschip BOVENKARSPEL. Het schip behoort aan de Scheepvaart Maatschappij Europa te Amsterdam en is gebouwd op de werf van de firma Wortelboer & Co. te Westerbroek. Het is voorzien van een Kromhout-motor van 180 ipk en wordt geladen met ijzeraarde voor Engeland. (opm: het schip vertrok 15 juni, kapt. B. Teijes).


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Van de N.V. Scheepsbouwwerven v/h P. & A. Ruitenberg te Waspik is met goed gevolg een stalen motorschoener, groot 400 ton, te water gelaten. De hoofdafmetingen van dit onder hoogste klasse Germanischer Lloyd te bouwen schip zijn: Lang 36 breed 7,48 en hol 3,38 meter. Een motor, sterk 130 ipk zal in dit schip, dat voor eigen rekening in aanbouw is, worden geplaatst.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Van Delfzijl is vertrokken de nieuwe twee-mast motorschoener HELENA, kapt. Bakker, in ballast naar Hull bestemd. Het schip meet 421 m3 en is gebouwd op de werf van de heer Grol te Veendam voor rekening van de Maatschappij Neerlandia te Rotterdam. Het is voorzien van een Kromhout-motor van 90 ipk.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

De logger ALMA (IJM-249) bracht donderdagmiddag te IJmuiden aan de schipbreukeling Harm Wijnholt van Delfzijl, enig overgeblevene van de gehele equipage van de motorschoener AUGUST MARIE. Het schip, voorheen eigendom van de rederij August Borremans te Rotterdam, was verkocht aan de rederij S. Nielsen te Nakskoer en was daarheen op reis met een lading kolen van Blyth in Engeland Door onbekend gebleven oorzaak is de schoener lek gesprongen en stroomde de machinekamer vol water. Terwijl de bemanning bezig was de scheepsboot uit te zetten, kapseisde de schoener en gingen twee van de opvarenden mee te zee en verdronken. De zes overigen, waaronder kapitein Chr. Boer uit Groningen, wisten zich in de scheepsboot te redden. Te kwart voor zes zonk de schoener op ongeveer 55°-10’ NB en 01°-05’ OL. Kort daarna sloeg door de ruwe zee de scheepsboot met zes mannen om. Harm Wijnholt alleen kon zich redden op de omgeslagen boot en werd na enkele uren drijven opgenomen door de logger ALMA.
Er zijn zeven van de opvarenden bij deze scheepsramp omgekomen. De AUGUST MARIE was in 1918 gebouwd en had nog slechts drie reizen gedaan.
Aan bovenstaand verhaal, dat van H. Wijnholt is, kan nog het volgende, dat enigszins afwijkt van het andere relaas, worden toegevoegd. Het schip vertrok 2 juni. De daaraan volgende nacht, omstreeks twee uur, werd ontdekt dat het schip op onverklaarbare wijze water maakte. Dadelijk werden de pompen in het werk gesteld, doch de pogingen om het schip lens te krijgen, mislukten. Daarom werden noodseinen gegeven, teneinde de aandacht te trekken van voorbijvarende schepen. Tegen kwart vóór vier in de morgen werd de toestand zo, dat men, na gehouden scheepsraad, besloot de schoener te verlaten. Nauwelijks was men bezig om de boot uit te zetten, of het schip viel en schijnt daarbij de boot te hebben geraakt, waardoor de vijf inzittenden te water vielen. Slechts aan Wijnholt gelukte het op de omgekeerde boot te komen. Drie van de opvarenden zonken onmiddellijk in de diepte weg. De kapitein slaagde er in nog een plank beet te grijpen. Hierop zittende werd hij circa 2 uur later nog drijvende gezien door de zeilharinglogger ALMA uit IJmuiden, schipper Pieter Roos uit Marken. Deze bracht de logger dadelijk over stag, toen hij de schipbreukeling opmerkte, teneinde hem uit het water op te pikken. Helaas was deze manoeuvre overbodig, want de kapitein was inmiddels in de diepte verdwenen, toen men op de plaats kwam, waar hij het laatst gezien was. Gelukkiger was men met de redding van de anderen schipbreukeling. Deze werd overgenomen en meegenomen naar IJmuiden, waar hij door de zorgen van de Waterschout van nieuwe kleding werd voorzien, waarna hij naar Rotterdam vertrok.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Londen, 4 juni. Het stoomschip OPHIR, vroeger van de Rotterdamsche Lloyd, dat eind november 1918 in de haven van Gibraltar in brand geraakte en zwaar beschadigd werd, zal door de U.S. Shipping Board bij inschrijving worden verkocht. (opm: zie ook AH 151219)


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Lowestoft, 31 mei. De Nederlandse schoener TRIO, met kolen van Hull naar Boulogne, heeft afgelopen nacht op Holm Sands aan de grond gezeten en kwam later met assistentie van een sleepboot hier in de haven. Er was geen contract gemaakt. Het schip maakt geen water.


07 juni 1919


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. Uitspraken. Betreffende de stranding van het motorzeilschip EUROPA. De Raad is van oordeel, dat de stranding van de EUROPA moet worden toegeschreven aan het niet houden van de ankers, waardoor het vaartuig op drift is geraakt en gestrand. Wellicht had men dit kunnen voorkomen, wanneer de motor weer op gang was gebracht tot steun van de ankers. Ook had men door het geven van noodseinen wellicht nog tijdig hulp kunnen verkrijgen. De kaptein, niet wetende dat het ter plaatse slechte ankergrond was, heeft te veel vertrouwd op zijn ankers.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. Betreffende het aan de grond lopen van het motorzeilschip MARIA. De Raad is van oordeel, dat de stranding van de MARIA moet worden toegeschreven aan een samenloop van omstandigheden. Daar de kompassen onbetrouwbaar gebleken waren stuurde men zoveel mogelijk op de lichten van de bakens. Daar men een, volgens de verklaringen, niet zeer duidelijke kaart aan boord had, leverde het controleren van de koers bezwaren op, terwijl men eindelijk door niet begrepen aanwijzingen van een visser, in de war is gebracht, het op een stenen dam staande baken van Sindre Rönner voor het lichtschip van Laesörende heeft aangezien en zo door het sturen van een verkeerde koers aan de grond is gelopen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. Gistermiddag heeft de Raad voor de Scheepvaart voorts een onderzoek ingesteld naar het scheefvallen en zinken van het stoomschip FRISIA, op 29 april (rederij N.V. Scheepvaart Maatschappij Frisia, gezagvoerder A.J. Edens). De tweede stuurman P.W. van Savoyen, deelde mee, dat de FRISIA te Swansea antraciet had geladen uit een kolentip in de twee ruimen. Er was toezicht bij het laden. De lading werd goed verwerkt en de luiken werden gesloten. Op 28 april verliet de FRISIA Swansea. Het schip lag op zijn merk. Toen het buiten kwam lag het recht op de zee. Er stond een stijve bries. De koers was naar Landsend. De bestemming was Lissabon. Langzamerhand werd het weer slechter. Er kwam meer zee en water over het dek; het water kon nog verwerkt worden. Plotseling kreeg de FRISIA op onverklaarbare wijze een zijslag. Het water op het dek bleef staan. De reling was gelijk met het water. Het schip wilde niet opkomen. De lading was niet overgegaan, naar het gebleken was. De slagzij was naar bakboord; de lading werd gedeeltelijk overgewerkt naar stuurboord. Toen het schip weer wat meer recht kwam te liggen, werd de reis weer vervolgd. Even later ontstond weer slagzij. De verschansing lag soms onder water. Er kwamen zeeën over. De machines werkten nog ‘full speed’. Iemand kwam get. roepen, zeggende: ,,Ik geloof, dat wij naar beneden gaan”. De koers was nu naar de wal, die nog een paar mijl verwijderd was, ’t Was de bedoeling van de kapitein van het schip het schip op de wal te zetten. Men kon echter de wal niet meer bereiken, daar er hoe langer hoe meer water over kwam en dit tenslotte in de machinekamer terecht kwam. De vuren werden gedoofd. De FRISIA viel meer en meer scheef. De bemanning, 14 koppen, ging in twee boten. Ternauwernood waren deze van het schip afgestoken, of de FRISIA verdween in de golven. Met de reddingsboot zijn de schipbreukelingen naar Ferone gebracht. A. de Man, eerste machinist, deelde mee, dat z.i. de zijslag veroorzaakt is door het water, dat over het dek kwam. Zolang het mogelijk was, is er gepompt. Het schip bleef toen lens. Buitenboordwater is niet door de lensgaten naar binnen gekomen. Tenslotte is gehoord de tweede machinist B. van Engelsdorp-Castelaars. Later volgt uitspraak.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. Vervolgens heeft de Raad voor de Scheepvaart een onderzoek ingesteld naar de ramp, overkomen aan het stoomschip AMSTEL, dat op of na 2 april vergaan is. Het schip behoorde aan de rederij P.A. van Es en Co. te Rotterdam. Aan boord bevonden zich als passagiers de heer en mevrouw Vlielander Hein (Enny Vrede). De AMSTEL is 2 april van Gotenburg naar Rotterdam vertrokken. De lading bestond uit zinkerts. Op 5 april spoelde op de kust bij Kashaven (opm: Korshavn) wrakhout aan. Ook is een reddingsboei gevonden. Tussen 2 en 5 april moet de AMSTEL vergaan zijn. Volgens berichten was het die dagen mooi weer. Het schip was in zeewaardige staat. Later volgt uitspraak.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Groningen, 5 juni. Het bericht aangaande het zinken van het stoomschip HARLINGEN had betrekking op de motorschoener HARLINGEN van de Zeevaart Maatschappij Groningen, de 31e mei van Middlesbro naar Kallundborg vertrokken.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 6 juni. De aan de Intern. Sleepdienst Mij. te Rotterdam toebehorende zeesleepboot HUMBER, plm. 1.500 ipk en THAMES plm. 1.200 ipk, vertrokken hedenochtend 11 uur in opdracht van de Anglo Saxon Petroleum Comp. te Londen uit de Nieuwe Waterweg naar Malta, ten einde het aan genoemde Mij. toebehorende en aldaar liggende beschadigde tankstoomschip STROMBUS van daar naar Las Palmas te slepen. Van Las Palmas vertrekt de sleepboot HUMBER naar New Foundland ten einde een houtvlot van plm. 1.500 std. van daar naar Engeland te slepen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 6 juni. Op de rivier de Eems heeft met goed gevolg proef gestoomd het op de scheepswerf van de Firma Joh. Berg & Co. te Delfzijl nieuw gebouwde stalen schroefstoomschip JOLLY ANGELA, groot 832,88 m3 netto, voor rekening van een firma te Londen.


08 juni 1919


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. De Raad voor de Scheepvaart houdt woensdag 11 juni te 1½ uur namiddag openbare zitting tot onderzoek:
1. Naar het door een mijnontploffing getroffen worden en dientengevolge zinken op 9 maart van het motorzeilschip HOLLANDSCH DIEP, waarbij 9 leden van de bemanning het leven verloren. Rederij: Firma Spliethoff, Haas & Co. te Amsterdam;
2. Naar de aanvaring op 7 december tussen het zeilschip OSWI en het zeilvissersvaartuig JAN (MA-125) op de Noordzee. Rederij van de OSWI: Firma A. Jordens te Rotterdam, gezagvoerder: L. van der Hoeven te Vlaardingen. Rederij van de MA 125: N. Haasnoot; schipper A, Jol beiden te Maassluis;
3. Naar het zinken op 9 mei 1919 van het zeilschip ALBATROS. Rederij: N.V. Rivier Maatschappij Susanna; gezagvoerder: K.E. Zeven, beiden te Rotterdam.
4. Naar het vermoedelijk met man en muis vergaan van het stoomschip HOLLAND, op reis van Rotterdam naar Bordeaux via Gravesend. Reder: C.P.J. van Muyden te Rotterdam.


10 juni 1919


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Batavia, 23 mei. Het stoomschip VAN DEN BOSCH van de Koninklijke Paketvaart Maatschappij is voor Belawan op een modderbank aan de grond geraakt. Er is geen gevaar.


11 juni 1919


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Hamburg, 10 juni. Het Nederlandse stoomschip PRINCENHAGE III, van Vlissingen te Kopenhagen aangekomen, heeft in stormweer een deel van de deklast verloren, terwijl de stuurboordreddingsboot lek geslagen en andere lichte schade belopen werd. Het stoomschip is de 10e dezer van Kopenhagen naar Karlskrona vertrokken.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Lowestoft, 5 juni. De meer gemelde Nederlandse schoener TRIO is heden, na gerepareerd te hebben, van hier naar Boulogne vertrokken.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Het kanaal van Gent naar Terneuzen.
Het opruimingswerk, nodig om het kanaal in België weer bevaarbaar te maken heeft 126 werkdagen geduurd. In het geheel heeft men een gewicht van 8.700.000 kg aan metaalstukken en brokken metselwerk van de verschillende opgeblazen bruggen moeten lichten. Dit gewicht is als volgt te verdelen. Aan metaal is gelicht, een gewicht van 3.800.000 kg, vier sleepboten, die tot zinken gebracht waren tot een gewicht van 3.200.000 kg, metselwerk van brughoofden en pijlers, die vernield waren 1.330.000 kg, overblijfselen van metselstenen 370.000 kg. Men heeft bij het lichtingswerk gebruik gemaakt van vier drijvende kranen, die respectievelijk in staat waren 140.000, 80.000, 45.000 en 30.000 kg te lichten. De grootste lasten, welke gelicht zijn, waren de overblijfselen van twee sleepboten, een 235.000 kg, de ander 215.000 kg wegende. Deze bevinden zich thans op de oever van het kanaal tussen Terdonck en Zelzate, voorts een partij van brugresten van staal, die 160.000 kg zwaar waren.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Mislukt bergingswerk – grote schade.
Uit Tönsberg wordt van 30 mei geschreven: In de nacht van zaterdag op zondag gelukte het aan de bergingsstomers ULABRAND en NAP de in november bij Fuglehuk in 20 vaam diep water gezonken Nederlandse motorschoener JACOB zo ver te lichten, dat het onder water aan de ponton hangende, naar een plaats kon worden gesleept, waar hij minder aan het stormachtige weer was blootgesteld. Trots de ruwe zee gelukte het de schoener dwars van Gaasö aan de grond te zetten, waar men zou trachten het vaartuig geheel te lichten. Nadat de ponton, waar het schip aan hing, leeg gepompt was, werd de JACOB nog een eind verder aan de grond gezet. Toen nu de ponton weer vol water werd gepompt en bijna zijn grootste diepte en daarmee de geringste lichtkracht bereikt had, gleed de schoener van de grond af en trok het vaartuig, niettegenstaande de langszij liggende bergingsstomers ULABRAND en NAP met volle kracht pompten, met zich in de diepte.
Mensenlevens zijn niet te beklagen, maar de bergingsmaatschappij heeft een verlies van meer dan 100.000 Kronen te dragen, daar het kostbare bergingsmateriaal met de ponton verloren is gegaan. Beide vaartuigen liggen in zulk diep water, dat de kans op berging gelijk nul is. De JACOB, een motorschoener van 550 ton, welke in 1917 werd gebouwd, was aan de Amsterdamse beurs voor 250.000 Kronen verzekerd


12 juni 1919


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De Raad voor de Scheepvaart heeft gisteren behandeld de zaak van de ramp, overkomen op 9 maart jl. aan het motorzeilschip HOLLANDSCH DIEP. Dit schip is door een mijn getroffen en gezonken, waardoor 9 leden van de bemanning het leven hebben verloren. Uit het getuigenverhoor bleek, dat het ongeval op de hoogte van Doggersbank is gebeurd. De motor bracht het schip vooruit, omdat er te weinig wind was om te zeilen. Een matroos was de enige van de 10 opvarenden, die er het leven afbracht; deze werd als getuige door de Raad gehoord. De HOLLANDSCH DIEP liep met het voorschip op een mijn, waardoor ze bakboordzijde getroffen werd en het schip dadelijk uit elkaar geslagen is. In het voorschip was één man geweest, wie hij niet meer had teruggezien. De beide boten die aan boord waren had men nog gestreken, doch het zinkende schip zoog hen mee, waardoor ze kantelden. Getuige was nog een half uur in de buurt gebleven doch had geen van de opvarenden, die in de boten waren gegaan, teruggezien. Hij was er ten slotte in geslaagd, de stuurboordboot te kantelen (een kunststukje heeft deze man in open zee alleen volbracht, door beide boten te keren, doch de bakboordboot bleek onbruikbaar). In de stuurman boot had hij tenslotte de Deense kust bereikt.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart. De Raad behandelde gisteren de op 7 december 1918 voorgekomen aanvaring tussen het zeilschip OSWI, van de firma A. Jordens te Rotterdam en het zeilvissersvaartuig JAN (MA-125), van H. Haasnoot te Maassluis.
Het onderzoek liep over de vraag, of de aanvaring te wijten is aan een daad of nalatigheid van de gezagvoerder van de OSWI, L. v.d. H.
Deze verklaarde, buiten ede gehoord, dat de OSWI, die op reis was van Amsterdam naar Rotterdam, op de Noordzee met de MA-125 in aanvaring was gekomen. Hij zag twee streken dwars in het NNW een rood licht. Na 1½ streek afgelegd te hebben, meende hij voor de tegenligger over te kunnen gaan. Aan boord van de logger riep men: ,,Volhouden”, wat de OSWI echter onmogelijk was. Met kracht voeren beide schepen op elkaar in, waardoor schade ontstond. De schipper legde er de nadruk op, dat hij steeds het rode vuur heeft gezien. Enige raadsleden gaven als hun mening te kennen, dat dit onmogelijk is. De schipper van de MA-125 verklaarde, dat hij ZO voor lag. Aan bakboord zag hij op 3½ streek een groen vuur. Tot even voor de aanvaring heeft getuige koers behouden. Aan boord van de MA-125 meende men dat de OSWI achterom zou gaan. De MA-125 had schade aan het tuig. De uitspraak volgt later.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart. De Raad heeft gisteren een onderzoek ingesteld inzake het zinken, na het ontstaan van lekkage, van het zeilschip ALBATROS. Rederij van de ALBATROS was de N.V. Riviermaatschappij Susanna.
De kapitein K.E. Zeven verklaarde, dat de ALBATROS een tjalk was van 70 reg. ton. Er was een vergunning om met dit scheepje op de Engelse oostkust te varen. Het schip, hetwelk een lading in had voor Christiania, was bij het vertrek uit Londen zeewaardig. De bemanning bestond uit vier personen. Getuige had voor de te volgen route instructies, welke hij gevolgd heeft, zolang het weer zulks toeliet Het weer is echter steeds slechter geworden, zodat getuige de steven gewend heeft om in de Firth of Forth voor anker te gaan. Toen is echter het stuurboordzwaard bij de kop afgebroken; het zwaard bleef toen los hangen, maar men slaagde er niet in, het kwijt te raken. Hevig sloeg het telkens tegen de wand van het schip, en toen het eindelijk gelukt was, het zwaard kwijt te raken, bleek er een gat in het schip geslagen te zijn. Spoedig begon het schip dan ook zoveel water te maken, dat de pompen het niet meer konden bijhouden. Spoedig nadat de bemanning het schip verlaten heeft, is dit gezonken. Een Duits schip heeft de schipbreukelingen opgepikt. De stuurman en een matroos verklaarden ongeveer gelijkluidend. De Raad zal later uitspraak doen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

De Nederlandse gerequireerde schepen. Onze Rotterdamse correspondent seint:
Dat de Geassocieerde regeringen thans spoed betrachten bij het teruggeven van de gerequireerde Nederlandse schepen kan wel hieruit blijken, dat Van Nievelt Goudriaan & Co’s Stoomvaart Maatschappij thans reeds, op de stoomschepen DUBHE en PROCYON na, nagenoeg al haar schepen terug heeft. In de afgelopen weken werden de YILDUM, ALIOTH, MIZAR, ALKAID, THUBAN en MIRACH teruggegeven, terwijl dezer dagen ook de PHECDA en BELLATRIX worden verwacht.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Het Nederlandse stoomschip JAN VAN BRAKEL, van Hellevoetsluis naar Butonferry (opm: is Briton Ferry), passeerde de 7e dezer Lizard.


13 juni 1919


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Van de scheepswerf Rijn en Maas te Woensel is met goed gevolg van stapel gelopen het stoomschip MARKERSDAL, bestemd voor een rederij te Rödbyhavn (Denemarken). De afmetingen zijn 215 voet lengte, 34 voet breedte en 15 voet diepte, terwijl het laadvermogen ongeveer 1.600 ton bedraagt. (opm: op 11 juni t.w.)


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 12 juni. De heden van hier naar Marseille vertrokken nieuwe zeesleepboot WILLEM BARENDTSZ, op de werf van de firma Jonker & Stans te Hendrik-Ido-Ambacht gebouwd voor rekening van de N.V. Bureau Wijsmuller Scheepvaart, Transport- en Zeesleepvaartmaatschappij te ’s-Gravenhage, is naar Frankrijk verkocht.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 12 juni. De Nederlandse motorschoener ANNIE is verkocht aan R.P. Lohmann Hviid te Aarhus en verdoopt in ROLSE. De ANNIE is 170 bruto en 122 netto ton groot, in 1918 gebouwd en behoorde aan A.E. Mulder te Stadskanaal.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 12 juni. Kapitein C. Kirk te Aalborg heeft twee in Nederland pas gebouwde schoeners aangekocht. Zij zullen onder de namen INGE en ALFRED in de vaart komen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 12 juni. De nieuwe stoomsleepboot NAVIS III heeft op de Eems proef gestoomd. Dit schip is gebouwd op de werf van Gebr. Bodewes te Martenshoek. De machine van 300 ipk is geleverd door de fabriek Fulton te Hoogezand en behoort aan de eigenaren Gebr. Bodewes te Martenshoek. (opm: Dit is onjuist, de eigenaar is de N.V. Handelmaatschappij en Technisch Scheepvaart-Bureau Navis te Groningen, zie ook AH 150719)


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

‘s-Gravenhage, 12 juni. Hr.Ms. TROMP, die de 9e dezer te Gibraltar aankwam is de 11e dezer ter voortzetting van de reis naar Nederlands-Indië, vandaar weer vertrokken.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 13 juni. In de Binnenhaven is men druk bezig vanwege de Steenkolen Handelsvereeniging met het slopen van het daartoe aangekochte Deense oorlogsschip IVER HVITFJELDT.


14 juni 1919


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Het voor de Vrachtvaart Maatschappij Neerlandia te Rotterdam op de werf van Gebr. Fikkers te Muntendam nieuw gebouwde stoomschip HELENAVEEN heeft op de Eems een goed geslaagde proeftocht gehouden, waarop een vaarsnelheid werd verkregen van ruim 7 mijl.
Het is gebouwd onder speciaal toezicht en hoogste klasse Germanischer Lloyd grote kustvaart, benevens volgens de Scheepvaartinspectie en Stuwadoorswet, voorzien van een certificaat houtvaart en groot 420 ton dw. De hoofdafmetingen zijn 36,50 x 6,85 x 3,50 meter.
De machines van het compoundsysteem met oppervlakte condensatie, geleverd en vervaardigd door de C.V. Scheeps- en Machinefabriek v/h Botje Ensing & Co. te Groningen, ontwikkelen ca. 230 ipk.
Het stoomschip zal reeds in de volgende week in de vaart worden gebracht en vertrekt voor de eerste reis naar Engeland.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Raad voor de scheepvaart. De Raad heeft 11 juni een onderzoek ingesteld naar het vergaan op of na 15 april 1919 van het stoomschip HOLLAND, op reis van Rotterdam naar Bordeaux. Rederij is C.P.J. van Muijden te Rotterdam.
Uit de gegevens, die de Raad ten dienste staan, mag afgeleid worden dat het schip met man en muis ten gevolge van onbekende oorzaak is gezonken. De uitspraak volgt later.


15 juni 1919


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de scheepvaart. De Raad heeft gisteren uitspraak gedaan betreffende de aanvaring tussen het zeilschip OSWI en het zeilvissersvaartuig JAN (MA-125).
De Raad is van oordeel, dat de aanvaring is veroorzaakt doordat de OSWI niet is uitgeweken. De OSWI lag over stuurboord bij de wind, de JAN over bakboord bij de wind. De OSWI moest volgens de regelen ter voorkoming van aanvaringen, uitwijken en moest daarbij zoveel mogelijk vermijden voor het andere vaartuig over te lopen. Dit heeft ze niet gedaan, ze heeft koers en vaart behouden en er blijkbaar op gerekend, dat de MA-125 wel zou afhouden. Wegens deze nalatigheid straft de Raad de schipper van de OSWI door het uitspreken van een berisping.
Dat de schipper van de MA-125 nog getracht heeft door het roer aan lij te leggen, de aanvaring te voorkomen, acht de Raad zeer begrijpelijk. Hij heeft door deze manoeuvre de aanvaring niet veroorzaakt, doch door mee te werken, gelijk zijn plicht was, een maatregel genomen, welke ter voorkoming van de aanvaring kon bijdragen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de scheepvaart. De Raad heeft gisteren een onderzoek ingesteld betreffende
het aan de grond lopen op de Goodwin Sands van het stoomschip GRONINGEN op 11 april. Het schip behoort aan de rederij Gebr. Van Uden te Rotterdam, gezagvoerder was J.A. Koningstein te Helder.
Het onderzoek liep mede over de vraag of het ongeval is te wijten aan een fout van de gezagvoerder. Deze deelde mee, dat hij tijdens het ongeval niet op de brug was. De tweede stuurman had de wacht. De kapitein had de tweede stuurman order gegeven NW ten W te sturen, doch deze had eigenmachtig de koers veranderd. De gezagvoerder deelde verder mee, dat het mistig en buiig weer was. Toen de kapitein weer boven kwam, zag hij plotseling land vooruit. Hij gooide de telegraaf achteruit, doch het was te laat. Het schip liep vast en is twaalf uur later door een sleepboot los gemaakt. Getuige had geen mistseinen gehoord en de stuurman had niet gewaarschuwd, dat hij iets had gehoord. Op de mistseinen wordt trouwens niet steeds gelet, omdat deze doorlopend, ook bij helder weer worden gegeven.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Het stoomschip BERENICE gebouwd op de werk van de N.V. Lobithsche Scheepsbouw Maatschappij v/h Gebr. Bodewes te Lobith, voor de Koninklijke Nederlandsche Stoomboot Maatschappij alhier, heeft donderdag jl. (opm: 12 juni) op het Haringvliet met goed gevolg proef gestoomd. De ketels en machines werden geleverd door de Alblasserdamsche Machinefabriek te Alblasserdam.


16 juni 1919


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Marine. Openbare verkoping bij enkele inschrijving bij ’s Rijks Werf te Hellevoetsluis op woensdag 25 juni 1919 van de brik CASTOR. Bedoelde brik, liggende op ’s Rijks werf te Hellevoetsluis kan door gegadigden bezichtigd worden de zes werkdagen voorafgaande aan de verkoopdag des voormiddags van 9-12 uren, en des namiddags van 2-4 uren: ‘s zaterdags alleen in de voormiddag.
Gegadigden moeten zich daartoe aanmelden ten burele van de chef van de afdeling op ’s Rijks werf te Hellevoetsluis.
De inschrijvingsbiljetten op gezegeld papier van NLG 0,50 gesteld en eigenhandig ondertekend en op duidelijke wijze bevattende naam en woonplaats van de inschrijver, zomede de geboden som in letterschrift moeten uiterlijk op de dag van de verkoping voor 11 ½ uur bij ’s Rijks werf (bureel Griffie) zijn ingeleverd.
De verkoopvoorwaarden liggen ter lezing bij het Departement van Marine, ter Griffie bij ’s Rijks werven te Willemsoord en Hellevoetsluis en het Marine-Etablissement te Amsterdam, van de provinciale besturen, uitgezonderd dat van Zuid-Holland, alsmede ter secretarie van de gemeente besturen van Rotterdam en Dordrecht en zijn zolang de voorraad strekt ad NLG 0,15 verkrijgbaar ter Griffie van de Rijks Werf te Hellevoetsluis.
Het vaartuig is geschikt om na vertimmering als schoener in de vaart te worden gebracht.


17 juni 1919


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Nieuwediep, 17 juni. Gisteravond is in de Noordergronden gestrand de Nederlandse motorschoener OVERVEEN, van Antwerpen naar Zweden bestemd. Met hoog water is het schip afgesleept door de kusttrawler SALVAGE. De schoener heeft onbeschadigd de reis vervolgd.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Het stoomschip EIGEN HULP II, groot 5.515 ton dw., gebouwd voor eigen rekening door Wilton’s Machinefabriek & Scheepswerf te Rotterdam, is door bemiddeling van Maritiem Kantoor W.H. Mellema & Co. te Amsterdam verkocht aan de Stoomvaart Maatschappij Noordzee te Amsterdam.


18 juni 1919


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

IJmuiden, 17 juni. De nieuwe vier-mast motorschoener BOVENKARSPEL, voor de eerste reis met een lading ijzergrond van Delfzijl naar Londen bestemd, liep hedenmiddag hier binnen met defecte motor.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Het voor rekening van de Hollandsche Stoomboot Maatschappij, alhier, nieuw gebouwde stoomschip GOUWESTROOM is de 17e dezer na een welgeslaagde proeftocht op de Noordzee van Rotterdam te IJmuiden aangekomen. Het stoomschip was reeds bij binnenkomst aldaar door de rederij overgenomen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Van de N.V. Scheepsbouwwerf De Merwede, v/h Van Vliet & Co. te Hardinxveld is met zeer goed gevolg te water gelaten het stalen schroefstoomschip No.129, genaamd BEGONIA, voor Zweedse rekening. De afmetingen van dit stoomschip zijn 180’-0” x 28’-0” x 14’-6”. Het is gebouwd onder klasse Engelse Lloyd 100 A.1 en volgens het raised-quarterdeck type.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 17 juni. De motorschoener WEESPERKARSPEL, van Delfzijl naar Padang, passeerde 9 juni Perim.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 17 juni. Hr.Ms. KONINGIN REGENTES onder bevel van kapitein-ter-zee Fock, is op de thuisreis van Nederlands-Indië, te Colombo aangekomen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 17 juni. De sleepboten ZWARTE ZEE en WITTE ZEE (firma L. Smit & Co.) zijn 13 dezer van Bordeaux vertrokken met het grote Italiaanse stoomschip LA GASCOGNE (7.100 ton) op sleeptouw, met bestemming naar Genua. De LA GASCOGNE zal te Genua worden gesloopt.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Brussel, 10 juni. Aan boord van het vermiste Belgische stoomschip SYRIE waren 17 Nederlanders. Op het Belgische stoomschip HASTIER, dat zijn eerste reis deed van Antwerpen naar Barcelona en eveneens spoorloos verdwenen is, bevonden zich 4 Nederlanders.


19 juni 1919


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Delfzijl, 18 juni. De motorschoener RAP, met oud ijzer naar Llanelly bestemd, verloor bij het vertrek een schroefblad. Het schip ligt thans op de rede. (opm: kapt. S. Ploeger)


20 juni 1919


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. De Raad voor de Scheepvaart houdt morgen, zaterdag, te 11 uur vm., een openbare zitting tot onderzoek naar de mijnontploffing, waardoor het stoomschip JOHANNA op 21 nov. 1918 nabij Skagen werd getroffen, waardoor het schip belangrijk werd beschadigd en twee opvarenden werden gedood. Rederij: Firma Jos. de Poorter; gezagvoerder: J. Bosma, beiden te Rotterdam.
Maandag 23 Juni te 1.30 uur nm., onderzoek:
Naar het omslaan en zinken, nadat door lekkage de motorkamer volliep, van het motorzeilschip AUGUST MARIE op 3 juni, bij welke ramp de bemanning op één lid na omkwam. Rederij: N.V. Motorzeilschip August Marie, dir. A. Borremans te Rotterdam.


21 juni 1919


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Londen, 20 juni. Het Nederlandse motorschip BETSY is bij het vertrek van Harwich op rotsgrond gelopen. Na vlot te zijn gekomen is het met lekkage te Harwich binnengebracht.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Naar men ons meedeelt, is de gisteren (opm: 20 juni van IJmuiden) van Amsterdam naar Buenos Aires vertrokken motorschoener CARLITO van de Scheepvaart Maatschappij Amsterdam alhier aan een Zuid-Amerikaanse rederij verkocht. (opm: zie ook RN 280619)


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

De Raad voor de Scheepvaart stelde heden een onderzoek in naar de mijnontploffing, waardoor het stoomschip JOHANNA op 21 november jl. nabij Skagen werd getroffen, bij welke gelegenheid het schip belangrijke schade opliep en twee opvarenden gedood werden.
De JOHANNA is het eigendom van de firma Jos. de Poorter, gezagvoerder J. Bosma, beiden te Rotterdam.
Als eerste getuige werd de gezagvoerder gehoord. Hij verklaarde, dat de JOHANNA op 6 november Hernösand verlaten had met een lading hout, bestemd voor Rotterdam.
Aan boord bevonden zich 22 leden van de bemanning en 12 passagiers, schipbreukelingen van een vergaan schip. Toen de ontploffing plaats had, bevond getuige zich in de kajuit. Hij gevoelde op een gegeven ogenblik een zware schok, die hem omver wierp. Het schot van de kajuit bleek gebarsten en van allen kant stroomde het water binnen.
Getuige begaf zich onmiddellijk naar boven. De bakboord boot was reeds uitgelaten, doch met de stuurboord boot ondervond men aanvankelijk moeilijkheden. Ten slotte kwamen echter allen in de boten en toen bleek, dat er drie man vermist werden. Getuige begaf zich dadelijk weer met zijn boot naar het schip. Twee passagiers gingen aan boord. Zij riepen in het logies, maar kregen geen gehoor. Men bleef eerst nog in de buurt van het schip en zette na een half uur koers naar Skagen.
Op de vraag van de waarnemende voorzitter prof.mr. B.M. Taverne of er geen aanleiding was geweest om weer aan boord te gaan en het schip naar Skagen te brengen, verklaarde getuige, dat de bemanning zulks niet wilde.
Te Skagen heeft getuige moeite gedaan om een vaartuig op te diepen, dat hen naar het schip terug kon brengen. Na veel moeite is dat gelukt. Enige leden van de bemanning vergezelden hem op die tocht.
Op de JOHANNA gekomen, bleek het achterschip 15 voet water te bevatten. Enige jutters waren reeds bezig de Hollandse vlag neer te halen. Getuige belette dit. Diezelfde jutters hadden de vermiste stoker Van Hulst nog levend aan boord gevonden en hem op hun vaartuig gebracht. Met eigen kracht heeft men ten slotte de JOHANNA over Skagen naar Frederikshaven gebracht.
De oorzaak van de ramp meent getuige te moeten wijten aan het feit, dat hij in een mijnenveld geraakt is.
De door de Deense vissers opgepikte stoker verklaarde de gezagvoerder, aanvankelijk bewusteloos tussen het hout te hebben gelegen.
Op de pertinente vraag van een van de leden waarom getuige het schip had verlaten, zonder eraan te denken, dat er eventueel mensenlevens te redden waren, verklaarde de gezagvoerder, dat de angst hem daartoe had gedreven. De beide andere vermisten zijn later in het schip gevonden. Het ene lijk vertoonde zware wonden, het andere werd uit het water gehaald. De tweede stuurman, J. Roos, werd door de schok van de brug naar het benedendek geworpen. Toen hij van de schrik enigszins bekomen was, spoedde hij zich naar de boot. Het schip had slagzij aan bakboord. Men vreesde, dat het schip door de slagzeeën zou omslaan. Getuige had zich tenslotte wel weer aan boord willen begeven, doch de anderen bleken daar tegen te zijn.
De tweede machinist bevond zich tijdens de ramp in de machinekamer. Alles rammelde dooreen. Getuige heeft dadelijk de machine gestopt, is even blijven wachten en heeft zich toen naar dek begeven. De meeste leden van de bemanning bleken reeds in de boten te zitten. Veel animo om naar het schip terug te keren was er niet, bepaalde protesten tegen een eventuele terugkeer werden evenwel niet vernomen. Nadat nog een matroos als getuige was gehoord, werd het onderzoek in deze zaak gesloten. Uitspraak volgt later.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

In de heden gehouden vergadering van aandeelhouders van de Stoomvaart Maatschappij
Zeeland, Koninklijke Nederlandsche Postvaart, werd het verslag over het boekjaar 1918 uitgebracht, waaraan het volgende is ontleend:
Wegens het voortduren van de oorlogstoestand was het ook in dit jaar niet mogelijk de geregelde dienst te hervatten, zodat de directie zich moest bepalen tot het vervoer van Engelse en Duitse krijgsgevangenen, welk vervoer met de stoomschepen KONINGIN REGENTES en ZEELAND van Rotterdam naar Boston a/Wash vice-versa plaats vond op grond van het in het vorig jaarverslag vermelde contract, dat door bemiddeling van het Ministerie van Buitenlandse Zaken met de Engelse en Duitse regeringen werd gesloten. Beide regeringen hadden de vrije vaart tussen Rotterdam en Boston gegarandeerd. Desniettegenstaande ging de 6e juli de KONINGIN REGENTES verloren. Volgens de uitspraak van de Raad voor de Scheepvaart is dit schip getorpedeerd. Door deze ramp had de Maatschappij ook het verlies van 7 leden van de equipage te betreuren, van wie de meesten de Maatschappij gedurende een aanzienlijk aantal jaren met ijver en toewijding hebben gediend. Directie en commissarissen brengen in het verslag hulde aan hun nagedachtenis. In verband met deze ramp werd de bouw van een derde schip aan de Koninklijke Maatschappij De Schelde opgedragen en werd de overeenkomstig het contract aan de Maatschappij uitgekeerde vergoeding voor het verlies van het schip, na aftrek van de boekwaarde en diverse onkosten, NLG 1.203.448 bedragende, op het hoofd van rekening stoomschepen in aanbouw afgeschreven.
Wegens gebrek aan de nodige materialen kon de aanbouw van de bestelde schepen nog steeds niet met de gewenste spoed worden voortgezet.
De exploitatiekosten over 1918 konden aanzienlijk verminderen, doordat de gages, de voeding, de prijs van steenkolen enz., voor de ten behoeve van het krijgsgevangenenvervoer varende schepen ten laste van de daarbij betrokken regeringen kwamen, terwijl de overige schepen waren opgelegd.
De inkomsten bestonden, behalve uit de vergoeding die de Maatschappij krachtens het met de Staat der Nederlanden gesloten postcontract genoot, uit de baten, die het krijgsgevangenenvervoer opleverde. Deze baten ad NLG 137.808 stelden de directie in staat een gedeelte daarvan te bestemmen voor afschrijving op verschillende eigendommen van de Maatschappij en de winst- en verliesrekening af te sluiten met een voordelig saldo van NLG 158, dat op nieuwe rekening is overgebracht.
Daar het met de Staat der Nederlanden voor tien jaar gesloten postcontract de 30e september 1918 afliep, werd een nieuwe overeenkomst, ingaande oktober 1918, voorlopig voor de tijd van 15 maanden aangegaan.
De vloot van de Maatschappij bestond op 31december 1918 uit de volgende stoomschepen: ZEELAND, groot 4.682 m3 met 4.500 pk.; PRINS HENDRIK, groot 5.508 m3 met 9.000 pk.; ORANJE NASSAU, groot 8.171 m3, met 10.000 pk., en drie stoomschepen in aanbouw.
Van de 3% obligatielening 1886 werden in juli 1918 116 obligaties uitgeloot, zodat in omloop bleef een bedrag van NLG 1.214.000, terwijl van de 4% lening 1912, in 1918 niets werd afgelost en hiervan nog NLG 300.000 verschuldigd bleef. Het ketelfonds steeg tot NLG 568.107. Het reservefonds vermeerderde met een bedrag van NLG 43.065 wegens gekweekte rente, zodat dit fonds op 31 december 1918 bedroeg NLG 998.299. De bruto-opbrengsten beliepen in 1918 NLG 602.555 (vorig jaar NLG 717.189), de exploitatiekosten NLG 553.541 (vorig jaar NLG 767.818). De brievenmalen brachten op NLG 441.593 (vorig jaar NLG 447.709). Voor het vervoer van 7.733 krijgsgevangenen werd ontvangen NLG 137.808 en in 1917 voor 1.972 reizigers NLG 263.842.
In 1917 was het nadelig verschil tussen ontvangsten en exploitatiekosten NLG 50.629 en waren de kosten 107,059 procent van de ontvangsten, nu is er een voordelig verschil van NLG 49.013 en is het percentage 91,865.
Bij het voordelig saldo over 1917 ad NLG 1.705 en dat van de interestrekening ad NLG 12.532, totaal samen NLG 63.251. Hiervan gaat af waardevermindering van effecten NLG 32.883, nadelig saldo van de havendienst NLG 2.209, zodat er een voordelig saldo van NLG 28.158 overblijft, waarvan NLG 28.000 (vorig jaar -) op de stoomschepen wordt afgeschreven en NLG 158 op nieuwe rekening wordt gebracht. Onder de exploitatiekosten is begrepen een bedrag van NLG 50.000, als bijdrage aan het zelfstandig pensioenfonds van het personeel.
De winst- en verliesrekening geeft de volgende cijfers: debetzijde: Effecten NLG 32.883 (-); havendienst NLG 2.209,(-); stoomschepen NLG 28.000 (-); saldo NLG 158 (1.705); creditzijde: saldo anno passato NLG 1.705 (-); interestrekening NLG 12.582 (52.334); exploitatierekening NLG 49.013 (-).
De balans meldt aan activa: kassa en kassiers NLG 135.770 (92.501); deposito NLG 1.761.000 (1.916.000); materialen in de werkplaats NLG 35.096; magazijn NLG 36.395; steenkolen NLG 3.945 (vorig jaar magazijn, kolen etc. NLG 163.299); effecten NLG 344.966 (466.297); drukwerken NLG 3.208 (-); wissels NLG 1.802 (-); gedeponeerde waarden NLG 11.080 (12.080); belegd ketelfonds NLG 460.378 (480.190); belegd reservefonds NLG 18.000 (als vorig jaar); stoomschepen NLG 381.000 (419.000); stoomschepen in aanbouw NLG 156.723 (461.317); Koninklijke Maatschappij ‘De Schelde’ NLG 55.041 (568.116); diverse debiteuren NLG 1.465.729 (768.200).
En aan passiva: Kapitaal NLG 2.020.500 (als vorig jaar); 3% geldlening NLG 1.214.000 (1.330.000); 4% geldlening NLG 300.000 (als vorig jaar); ketelfonds NLG 568.107 (541.897); reservefonds NLG 998.299 (955.234); vernieuwingsfonds havendienst NLG 11.134 (als vorig jaar); borgstellingen NLG 13.080 (14.080); te betalen coupons NLG 18.465 (20.400); te betalen vergoeding voor opheffing van de preferentie van de aandelen serie B (onopgevraagd bedrag) NLG 9.700 (als vorig jaar); dividend 1912/14 NLG 1.577 (1.702); uitgelote obligaties van de geldlening 1886 NLG 9.000 (7.000); onverdeeld saldo 1914 NLG 2.901 (als vorig jaar); diverse crediteuren NLG 303.229 (198.242); winst- en verlies NLG 158 (1.705).


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

De firma Lippmann, Rosenthal & Co. en de Incasso-Bank berichten dat de inschrijving op NLG 900.000 gewone aandelen van de N.V. Stoomvaart Maatschappij Noordzee, ten volle delende in de winst over het boekjaar 1919 tot de koers van 130 procent op 26 juni 1919, uitsluitend voor de aandeelhouders zal zijn opengesteld te hunnen kantore alhier, alsmede bij de diverse filialen van de Incasso-Bank.
Het bezit van NLG 7.000 oude aandelen zal recht geven op toewijzing van NLG 4.000 nieuwe aandelen.
Ten einde aandeelhouders, die minder dan NLG 7.000 oude aandelen bezitten, in staat te stellen aan de inschrijving deel te nemen, is verder bepaald, dat het bezit van: NLG 6.000 oude aandelen recht van toewijzing zal geven op NLG 3.000 nieuwe aandelen, NLG 4.000 oude aandelen recht van toewijzing zal geven op NLG 2.000 nieuwe aandelen, NLG 2.000 oude aandelen recht van toewijzing zal geven op NLG 1.000 nieuw aandeel.
De betaling van de toegewezen aandelen moet plaats vinden op 4 juli 1919.
Aan de toelichting van het prospectus ontlenen wij:
Na verscheidene onderhandelingen zijn wij er thans in geslaagd het in 1917 door de N.V. Wilton’s Scheepswerf & Machinefabriek te Rotterdam naar de hoogste klasse van Lloyds gebouwde stoomschip EIGEN HULP II, groot bruto 3.150, netto 1.940 register ton, met een laadvermogen van circa 5.500 ton dw. aan te kopen voor een prijs, die in verhouding tot de tegenwoordige materiaal- en bouwprijzen als niet te hoog mag worden beschouwd. Dit schip bevindt zich thans te Newport News om een lading te halen voor de Nederlandse Regering en zal na lossing en inspectie te Rotterdam door ons worden overgenomen om verder onder de naam van RUURLO door ons te worden geëxploiteerd.
Daar wij thans drie stoomschepen voor de kustvaart, één voor de Oostzee, Witte Zee en Middellandse Zee en één voor de oceaanvaart bezitten, zijn wij niet van een enkele bepaalde vaart afhankelijk, maar kunnen wij van de fluctuaties in allerlei markten profiteren.
De gedurende de eerste vijf maanden van dit jaar door ons behaalde resultaten zijn bevredigend en overtreffen die van het tijdvak van 1918, terwijl wij voor onze stoomschepen bij voortduring lonend emplooi kunnen vinden.
Gelijk uit onze balans per 31 december 1918 blijkt, hebben wij een bouwfonds beschikbaar van NLG 1.151.062. Daar dit bedrag evenwel niet voldoende is tot betaling van de koopsom, hebben directie en commissarissen besloten tot uitgifte van de nog in portefeuille zijnde 925 gewone aandelen, waarvan 25 stuks onderhands werden geplaatst.
(Voor het jaarverslag 1918 zie ons ochtendblad van 21 mei).


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Londen, 20 juni. Het van Rotterdam komende Nederlandse stoomschip HOLENDRECHT is beneden Gravesend in aanvaring geweest en heeft schade bekomen aan het achterschip.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Door de makelaar Arie Schippers te Rotterdam zijn de volgende schepen naar het buitenland verkocht:
naar Engeland de stoomschepen FEDUCIA, groot 240 ton bruto en 102 ton netto; TINE, groot 300 ton bruto en 159 ton netto; MIES, groot 240 ton bruto en 102 ton netto; WILLY, groot 222 ton bruto en 86 ton netto; HICKLETON, gebouwd in 1919 op de scheepswerf van de heren P. & A. Ruytenberg te Raamsdonkveer, groot 530 ton bruto en 205 ton netto;
naar Frankrijk: motorschip SLOCHTERDIEP, groot 268 ton bruto en de sleepboot KLAZINA, sterk 120 ipk;
naar Denemarken: motorschoener ZWOLSCHEDIEP, groot 288 ton bruto;
naar Italië: motorschoener GANZEDIEP, groot 267 ton bruto;
naar Griekenland: motorschoener STEENWIJKERDIEP, groot 267 ton.


23 juni 1919


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

IJmuiden, 22 juni. De Nederlandse motorschoener BOVENKARSPEL, naar Londen bestemd, heeft uitgaande tegen de zuidpier gestoten en is met water in de voorpiek weer binnengesleept voor onderzoek en reparatie.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Londen, 22 juni. Volgens telegram uit Dakar is de Nederlandse motorschoener SAN ANTONIO, van Lissabon komende, in het dok geplaatst voor reparatie in het machineruim en aan de schroef.


24 juni 1919


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Aan de Curaçaosche Courant van 16 en 23 mei ontlenen wij het volgende bericht:
Van de werven van de firma S.E.L. Maduro & Sons is te water gelaten de onder leiding van de scheepsbouwmeester Jules Hellmund gebouwde drie-mast schoener PIONEER. Het schip, metende 1.000 ton, is het grootste, op Curaçao gebouwd.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

IJmuiden, 23 juni. De met lekkage naar hier teruggekeerde vier-mast motorschoener BOVENKARSPEL is naar Amsterdam vertrokken om in het dok ter bezichtiging en eventuele herstelling van de schade te worden opgenomen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Gravesend, 20 juni. Het Nederlandse stoomschip HOLENDRECHT was in aanvaring met het van de Tyne komende stoomschip LUCIENT, dat ogenschijnlijk geen schade bekwam.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Londen, 23 juni. De Nederlandse motorschoener OOSTERSCHELDE, van Halmstad naar Londen, passeerde gisteren Gravesend, gesleept wordende wegens defecte machine.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

De stalen klipper EDORA van kapitein en reder P. Zuidema te Groningen is onderhands verkocht aan een nieuwe rederij te Rotterdam en onder bevel van kapt. H. Blauw van Zaandam naar Kopenhagen vertrokken.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de scheepvaart. Gisteren deed de Raad uitspraak betreffende het scheefvallen en dientengevolge zinken van het stoomschip FRISIA. De Raad is van oordeel, dat de FRISIA is gezonken doordat het schip zulk een zware slagzij heeft gekregen, dat water, dat niet meer kon weglopen door de openingen in het schip, is gedrongen waardoor tenslotte het schip is gekanteld en gezonken. De Raad vermag niet met zekerheid vast te stellen door welke oorzaak deze slagzij is ontstaan. Dat de slagzij en het zinken van het schip een gevolg zouden zijn van de omstandigheid dat water aan dek is blijven staan, acht de Raad niet aannemelijk.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

De Koninklijke Petroleum Maatschappij in 1918.
Aan het heden verschenen jaarverslag van de ‘Koninklijke’ ontlenen wij het volgende:
Ook in ons bedrijf is na het einde van de oorlog nog veel te herstellen, terwijl tevens veel ter hand moet worden genomen, wat de oorlog ons verhinderd heeft tot ontwikkeling te brengen. Ondanks de verliezen, welke onze vloot door mijnen en onderzeeboten heeft geleden, zijn wij door verschillende maatregelen er in geslaagd te bereiken, dat de totale tonnenmaat thans bij het einde van 1918 niet minder bedraagt dan bij het begin van de oorlog. De verliezen door duikboten aan de tankvloot van de wereld toegebracht zouden nog veel ernstiger gevolgen hebben gehad, indien niet door het gebruik van de dubbele bodems van vele vrachtboten voor het vervoer van vloeibare brandstof ten dele aan het tekort aan scheepsruimte was tegemoet gekomen.
Wat onze raffinaderijen en tankinstallaties betreft, deze hebben, uitgezonderd die in Rusland en Roemenië, niet noemenswaardig door de oorlogstoestand geleden. Dankzij de gezonde financiële positie, waarin onze Maatschappijen verkeren, en haar ruime kasmiddelen, zijn wij in staat geweest onze fabrieken en opslagplaatsen uit te breiden, niettegenstaande daaraan door de hoge prijzen van alle materialen buitengewoon hoge kosten verbonden waren. Alle voorbereidende maatregelen zijn reeds genomen om, zodra de toestand wat meer normaal zal zijn geworden en snelle oplevering van materialen mogelijk is, ons bedrijf nog verder uit te breiden. In het bijzonder zijn wij thans op vele plaatsen bezig bunkerinstallaties op te richten, teneinde deze als stations voor ons steeds toenemend bedrijf in vloeibare brandstof te gebruiken. De betekenis van vloeibare brandstof (liquid fuel) voor de voorziening van de wereld is nog veel groter geworden dan wij voorzien — en wij mogen er wel bijvoegen — dan wij in het belang van de scheepvaart en industrie gewenst hadden. Men schijnt wel eens te menen, dat de prijzen van liquid fuel — en ook van andere petroleumproducten — hoog gehouden worden ten gevolge van het feit, dat de productie zich in te weinig handen bevindt, m.a.w. dat de grote producenten de prijzen alleen ten eigen bate hoog houden. Daargelaten echter dat de grote petroleumcombinaties zich niet aaneen gesloten hebben en elkaar nog steeds concurrentie aan doen, zodat van een monopolie geen sprake kan zijn, is het vooral de grote vraag naar petroleumproducten in verhouding tot de productie daarvan, die het onmogelijk maakt de prijzen te verlagen tot een peil dat alle aanvragers tevreden zoude kunnen stellen. Wanneer men nagaat, dat, volgens schatting, in Engeland gedurende het jaar 1919 ongeveer 70.000.000 ton steenkool minder zal worden geproduceerd dan in het aan de oorlog voorafgaand jaar 1913; dat belangrijke kolenvelden in Frankrijk vernield zijn; dat Duitsland, afgescheiden van de kolenvelden haar ontvallen, ten gevolge van werkstakingen en allerlei oorzaken veel minder produceert dan vroeger, dan kan men zich een denkbeeld vormen van het enorm grote tekort aan brandstof waarvoor de wereld thans staat. Dit tekort betekent niet alleen ongerief en zelfs ellende bijna voor elk huisgezin, doch ook —en dit is misschien wel het meest bedenkelijke — een tekort aan arbeidsvermogen juist in een tijdperk waarin de wereld voor reconstructie en productie meer arbeidsvermogen behoeft dan ooit te voren.
In deze inderdaad zorgwekkende toestand wendt men als van zelf het oog naar de vloeibare brandstof, die op vele plaatsen van de wereld, in grotere of kleinere hoeveelheden, hetzij nagenoeg direct bruikbaar, hetzij eerst na destillatie van benzine en lampolie, verkregen wordt. Wanneer men echter nagaat, dat de totale productie van de wereld aan vloeibare brandstof op niet veel meer dan 40.000.000 ton kan worden geschat, waarvan verreweg het grootste gedeelte reeds vóór het intreden van het tekort aan steenkool plaatsing vond en dat het tekort aan steenkool voor het jaar 1919 zeker ver over de 100.000.000 ton zal bedragen, dan wordt het duidelijk dat voorziening in het tekort aan steenkool door gebruik van vloeibare brandstof slechts in geringe mate mogelijk is.
Doch ook afgezien van de beschikbare hoeveelheid levert het vervoer van vloeibare brandstof naar streken die haar aanvoer van overzee moeten ontvangen, grote moeilijkheden op. Een voorbeeld kan dit nader toelichten. Het totale verbruik aan steenkolen in Nederland bedroeg vóór de oorlog ongeveer 10.000.000 ton per jaar, waarvan ongeveer 7.000.000 ton uit Duitsland placht te worden aangevoerd. Rekening houdend met de omstandigheid dat de productie in Nederland, met inbegrip van de op de brandstofwaarde van steenkolen omgerekende bruinkoolproductie, thans op ongeveer 4 miljoen ton kan worden gesteld, dan blijft, op de verbruiksbasis van vóór de oorlog, in Nederland een tekort van 6 miljoen ton, dat door invoer van elders zou moeten worden gedekt. Nemen wij aan dat, ter gedeeltelijke voorziening in het tekort, b.v. 1 miljoen ton liquid fuel moet worden aangevoerd uit Mexico, dat wel ongeveer het naastbij zijnde land is, waar vloeibare brandstof voor export naar Nederland beschikbaar is, dan dient men er zich rekenschap van te geven, dat een tankstomer niet meer dan 6 reizen per jaar van Mexico naar Nederland kan maken. Neemt men het meest gangbare type, een tankboot, die ongeveer 7.000 ton kan laden, dan zouden reeds 24 dergelijke boten voortdurend in beslag moeten worden genomen alleen om die 1 miljoen ton van Mexico naar Nederland te brengen. Daardoor echter zou het vervoer van benzine, kerosine en andere producten ten zeerste worden belemmerd en zou b.v. de productie in Nederlands-Indië en elders wegens onmogelijkheid van afvoer van de producten voor een belangrijk deel moeten worden stop gezet. Het behoeft geen betoog, dat een zodanige voorziening van Nederland dan ook, tenzij er zeer veel meer tankschepen ter beschikking kwamen — wat met het oog op de toestand van de scheepvaart-industrie voorlopig niet wel mogelijk is — niet dan tegen ontzettend hoge kosten en met benadeling van velerlei gewichtige belangen mogelijk zou zijn. Dit neemt echter niet weg, dat voor een gedeelte in de behoefte aan vloeibare brandstof ter aanvulling van het tekort aan steenkolen in Nederland zou kunnen worden voorzien, mits belanghebbenden zich tijdig tot ons wenden.
Wij vrezen, dat men in Nederland, het ernstige van de toestand niet inziende, te veel een afwachtende houding aanneemt en dat wanneer, als de nood hoger gestegen is en men zich tot ons komt wenden, wij in een toestand zullen zijn gekomen van geen enkele ton vloeibare brandstof meer beschikbaar te hebben.
Wij doen al het mogelijke om de productie van liquid fuel te vergroten. De in het ingetreden jaar tot stand gekomen deelneming in een van de grootste olieproducerende maatschappijen in Mexico, de Mexican Eagle Company en de daardoor verkregen samenwerking tussen die maatschappij en onze Mexicaanse maatschappij ‘La Corona’ zal, hopen wij, aan de intensieve en doelmatige productie in dat land ten goede komen.
De waarde van de vloeibare brandstof brengt mee, dat zij voornamelijk behoort te worden toegepast voor die doeleinden waar de meest dringende behoefte daaraan bestaat en dan volgt daaruit dat de brandstof technisch op de meest zuinige wijze zou moeten worden gebruikt. Wanneer vloeibare brandstof wordt gebruikt ter vervanging van steenkolen onder stoomketels, dan kan men aannemen, dat één ton liquid fuel ongeveer 1½ ton, in zeer gunstige omstandigheden nagenoeg 2 ton, steenkool kan vervangen. Wordt echter vloeibare brandstof gebruikt in motoren (inwendige verbrandingsmotoren) zoals Dieselmotoren, dan kan één ton liquid fuel 6 à 8 ton steenkool vervangen. Er zal daarom op den duur dan ook naar moeten worden gestreefd, overal en zoveel enigszins mogelijk, de vloeibare brandstof niet door middel van stoomopwekking doch door direct gebruik in motoren in arbeidsvermogen om te zetten.
De grote vraag naar benzine tijdens de oorlog heeft geleid tot pogingen om door vermenging van benzine met andere producten de beschikbare hoeveelheid te vergroten. Hieraan zijn echter voor de gebruikers, naar in het verslag uiteen wordt gezet, verschillende bezwaren verbonden. De ‘Koninklijke’ is tot een dergelijke vermenging nog niet overgegaan. De voorraden, die op het ogenblik aanwezig zijn, of door de oorlogstoestand nog niet aan de markt konden worden gebracht, zijn zeer belangrijk en wanneer ook de productie in de landen, die thans nog van het wereldverkeer zijn afgesloten, weer beschikbaar komt, zal aan de toenemende vraag naar benzine wel kunnen worden voldaan. Mocht evenwel een eventueel tekort nopen toch een dergelijke vermenging toe te passen, dan zal het artikel onder een speciaal merk aan de markt worden gebracht, zodat verbruikers met de genoemde bezwaren kunnen rekening houden. Het aandelenbezit in De Bataafsche Petroleum Mij. werd in 1918 vermeerderd met NLG 42.000.000 nominaal, door haar a pari uitgegeven. Eveneens vermeerderde het aandelenbezit in ‘The Shell Transport & Trading Co. Ltd.’ met GBP 362.799, doordat deze maatschappij in 1918 aan haar aandeelhouders bonusaandelen uitkeerde, in die verhouding, dat ieder bezitter van 5 oude aandelen 3 nieuwe aandelen kosteloos ontving. Het bezit in aandelen van de ‘Astra Romana’ komt thans in de balans voor met Lei. 4.623.900, waartegen de ‘Claim op Lei 513.600 nieuwe aandelen Astra Romana’ daaruit verdwenen is. Het aandelenbezit in andere maatschappijen is gedurende 1918 niet vergroot.
Nederlands-Indië.
In het afgelopen jaar werden 4 vergunningen tot het doen van mijnbouwkundige opsporingen verleend. Op 31 december 1918 waren nog 18 concessieaanvragen in behandeling; 11 concessies werden in 1918 verleend. De moeilijkheden betreffende aanvoer van materialen en de stijging van de onkosten van het bedrijf bleven ook in dit verslagjaar aanhouden; echter trad, wat aanvoer van materialen betreft, tegen het einde van 1918 belangrijke verbetering in. Verscheidene nieuwe werken kwamen gereed, o.a. woningen voor Europeanen en inlanders; een smalspoorbaan in Noord-Palembang; een destilleer-inrichting voor ruwe olie op Ceram; terwijl voorts belangrijke werkzaamheden werden verricht op de boorterreinen Louise en Tarakan voor het tegengaan van aardverschuivingen.
Productie. De productie van de terreinen in Ned.-Indië bedroeg in:
1917 1918
Zuid-Sumatra 266.050 ton 283.651 ton
Noord-Sumatra 317.334 ton 194.417 ton
Borneo 869.123 ton 999.174 ton
Java 232.636 ton 225.879 ton
Ceram 2.248 ton 3.554 ton
Totaal ... 1.687.391 ton 1.706.675 ton
De productie van Noord-Sumatra onderging een vermindering door het geheel ophouden van de productie van een put op het boorterrein Pangkalan Soesoe, waaruit een totale productie van ongeveer 230.000 ton ruwe olie was verkregen. De werkzaamheden, ten doel hebbende dit terrein verder naar olieproductie te onderzoeken, worden voortgezet. In het eind van het verslagjaar werden zowel op onze terreinen te Borneo als Palembang enige goede putten aangeboord, waaraan de vermeerdering van de productie van die complexen gedeeltelijk is toe te schrijven, terwijl voor de vermeerdering van Borneo ruwe olie ook heeft meegewerkt de omstandigheid, dat de moeilijkheden van verscheping grotendeels uit de weg zijn geruimd, waardoor, de tijdelijke beperking van de productie opgeheven kon worden.
Personeel. Het personeel, werkzaam in Indië, bestond op 31 december 1918 uit 1.000 Europeanen en 21.196 inlanders en Chinezen, ongerekend het werkvolk in dienst bij aannemers.
Opslagruimte.
Deze bedroeg op 31 december 1918, waarvan op Noord-Sumatra 156.000 ton; Zuid-Sumatra 129.000 ton; Borneo (exclusief Tarakan) 371.900 ton; Tarakan 105.400 ton; Java (Tjepoe) 60.200 ton; Java (Wonokromo) 13.400 ton; totaal 835.900 ton, tegen in 1917 totaal 786.900 ton. De werkzaamheden op het eiland Ceram werden geregeld voortgezet. De oliewinning werd ten gevolge van de oorlogstoestand belemmerd.
Serawak.
De productie, nog steeds uitsluitend verkregen van het Miri-veld, bedroeg in 1918 71.366 ton, tegen 76.738 ton in 1917. De vermindering in productie is uitsluitend te wijten aan de omstandigheid dat men, wegens gebrek aan scheepsruimte tot afvoer, genoopt werd de productie in te krimpen. Om dezelfde reden kon een reeds opgemaakt plan tot intensiever boring niet tot uitwerking komen. Een uitbreiding van de raffinaderij kwam gereed en een proefdestillatie gaf goede uitslag. De tweede 8-duims onderzeese leiding tot verscheping van de producten te Lutong kwam gereed.
Egypte.
De productie ging weer belangrijk vooruit. Zij bedroeg in 1918 277.300 ton, tegen 134.500 in 1917 en 54.800 ton in 1916. Zij werd hoofdzakelijk verkregen van het Hurghada-terrein. Om aan de steeds toenemende vraag naar de verschillende producten in Egypte te voldoen, werd de opslagruimte aan de raffinaderij te Suez belangrijk uitgebreid. Een tweede topping-plant tot afdistilleren van de lichte delen is in aanbouw.
Rusland.
Ons bedrijf in Rusland stond in het afgelopen jaar sterk onder de invloed van de binnenlandse toestanden in dat land. Zowel het Baku- als het Grozny-gebied zijn gedurende enige tijd onder Bolsjewistisch bestuur geweest, waarvan onze maatschappijen groot nadeel ondervonden hebben. Hoge belastingen en schattingen moesten worden opgebracht, terwijl tenslotte bij decreet van 20 juni 1918 het gehele oliebedrijf tot nationaal eigendom verklaard werd. Ook heeft Baku nog enige tijd onder Turks bestuur gestaan. In november is deze streek echter door de Engelsen bezet, waardoor wij toen weer de beschikking over onze bezittingen aldaar hebben verkregen. In Grozny heeft de overheersing van de Bolsjewiki tot februari 1919 geduurd. Van verwoestingen hebben onze bezittingen te Baku het minst geleden. De terreinen zijn intact gebleven; slechts enkele reservoirs en andere installaties te Baku zijn door brand vernield. Op onze terreinen te Grozny is evenwel meer schade aangericht en wel voornamelijk op de oostelijke, de Bielik/Chermoieff terreinen, waar alle bovengrondse installaties door brand vernield en enige spuiters in brand gestoken zijn.
Ten gevolge van bovengenoemde oorzaken is de productie sterk achteruitgegaan. Voor Grozny staan ons geen betrouwbare jaarcijfers ten dienste; het bedrijf heeft daar een groot gedeelte van het jaar volkomen stil gelegen. In Baku werd steeds geproduceerd, ofschoon in beperkte mate. Voor zover bekend, bedroeg de productie van onze maatschappijen aldaar in 11 maanden van 1918 411.476 ton, tegen 689.311 ton in het jaar 1917. Aangaande het Ural-gebied staan ons geen gegevens ter beschikking. Zowel te Baku als te Grozny bevinden zich grote hoeveelheden ruwe olie en producten, daar vervoer zo goed als niet heeft plaats gehad. Tegen het einde van het jaar is te Baku enige verbetering ingetreden, daar toen het transport per pijpleiding naar Batoum weer ter hand is genomen. Wij veronderstellen, dat thans in Grozny ook spoedig meer verlevendiging in zaken zal komen, mede door verbetering van transport. De thans in Rusland geldende prijzen zijn zeer hoog, n.l. 4 à 5 Roebel per poed ruwe olie, tegen 40 Kopek per poed vóór de oorlog. Bij de beoordeling van deze verkoopprijs dient echter de enorme duurte van alles in Rusland, zowel als de hoge arbeidslonen en de grote depreciatie van de Roebel in aanmerking te worden genomen. Over de financiële resultaten van onze maatschappijen in 1918 kunnen wij geen gegevens verschaffen. Wij zullen trachten het bedrijf zo spoedig doenlijk weer op gang te brengen door de boringen te hervatten (waartoe de nodige materialen zullen worden uitgezonden) en de nodige afzet voor onze verschillende producten te zoeken.
Roemenië.
Op verzoek van de Roemeense regering is door ons een volledig uitgewerkte schade rekening voor alle door ons geleden oorlogsschade bij haar ingediend. Deze claim bevat dus zowel de aangerichte verwoestingen, als de gerequireerde producten en materialen. De in ons vorig verslag genoemde voorlopige claim werd volgens de inmiddels ontvangen juistere gegevens, overeenkomstig de bij de Roemeense regering ingediende vordering, door een definitieve rekening vervangen. Betaling op deze schaderekeningen had tot heden niet plaats. Wat betreft de op de terreinen aangerichte verwoesting zij vermeld, dat met de herstellingen van de vernagelde boorgaten bevredigende voortgang gemaakt is. De werkzaamheden op de terreinen zijn zo energiek mogelijk ter hand genomen. Enige nieuwe boringen zijn productief geworden. Op het einde van het jaar bedroeg de productie gemiddeld 585 ton per dag.
Ofschoon feitelijk niet tot dit verslag behorend kan hieraan worden toegevoegd, dat eind maart 1919 de dagelijkse productie weer tot 750 à 800 ton was opgevoerd, terwijl men de verwachting koestert, dat dit cijfer hoger zal worden, wanneer enige thans in boring zijnde putten productief worden. Wegens de moeilijkheid van vervoer en de onmogelijkheid van uitvoer, liep de voorraad ruwe olie en producten sterk op, hetgeen met het oog op de beperkte opslagruimte grote bezwaren geeft; de bestaande leidingen werken slechts gedeeltelijk, terwijl aan tankboten, tankwagens en spoorwegmaterieel een groot tekort bestaat. Verwerking heeft dit jaar nog niet plaats gehad. De fabriek te Ploesti is gedeeltelijk, en voor zover dit met het bestaande materialengebrek mogelijk was, hersteld. Half januari 1919 werd met een gedeeltelijke verwerking begonnen.
Noord-Amerika. Mid-Continent.
De Roxana Petroleum Maatschappij breidde haar bezit aan terreinen in 1918 wederom belangrijk uit. Vooral in Noord-Texas, waar de ontginning van de nieuwe olievelden een grote vlucht nam, kocht de Roxana veel terrein voor exploratie aan. Daartegenover gaf zij enkele vroeger aangekochte terreinen aan hun vorige eigenaren terug, omdat de vooruitzichten voor de exploitatie niet gunstig waren. In de nieuw geëxploreerde terreinen verkreeg de Roxana geen productie, behalve in Covington, waar tot op heden 9 putten zijn geboord, waarvan dagelijks een productie van ongeveer 150 vaten buitengewoon lichte olie wordt verkregen. De Roxana bezit 320 acres in dit district en zet de ontginning van het terrein voort. De exploitatie bleef in hoofdzaak beperkt tot de producerende terreinen in Oklahoma. Bovendien werden enige partijen olie van anderen gekocht.
In 1918 werden in totaal 3.261.000 vaten olie geproduceerd, tegen 3.410.000 in 1917 en 4.684.000 in 1916. Op het Yaleterrein werd in het begin van het verslagjaar een gascompressor-installatie opgericht ter bereiding van benzine uit het aldaar geproduceerde gas. De pijpleiding van Healdton naar Cushing (134 mijl) werkte in het verslagjaar bevredigend. De verpompingscapaciteit werd van 8.000 tot 12.000 vaten per dag uitgebreid. Totaal werd in 1918 een hoeveelheid van 2.581.000 vaten door deze leiding verpompt.
De in het algemeen met succes ondernomen olieontginningen in Noord-Texas zijn voor deze pijpleiding van belang met het oog op verpomping van olie voor rekening van derden.
De in 1917 aangevangen bouw van de pijpleiding van Cushing naar St. Louis (lengte 426 mijl) werd in 1918 voltooid. In september van dat jaar kon de leiding in bedrijf worden genomen. De doorvoer capaciteit bedraagt 24.000 vaten per dag. Behalve onze eigen productie werden gedurende de maanden dat de pijpleiding in bedrijf was 1.021.500 vaten van Cushing naar St. Louis voor rekening van anderen verpompt. Het verslagjaar gaf voor het tankwagenbedrijf van de Roxana zeer bevredigende resultaten. Door het algemeen gebrek aan dit middel van transport in de Verenigde Staten, heeft de Roxana met haar tankwagenpark (circa 700 tankwagens) belangrijke voordelen behaald.
De nieuwe raffinaderij te St. Louis kwam in september 1918 in bedrijf. De nominale capaciteit bedraagt 12.000 vaten per dag. In 1918 werden in totaal 557.600 vaten olie verwerkt.
Door het in bedrijf komen van deze nieuwe meer in het centrum van de markt liggende fabriek, werd de installatie te Cushing gesloten en zullen de daar aanwezige apparaten en machines elders voor de belangen van de combinatie worden gebruikt. De totale opslagruimte van de Roxana voor olie en producten bedraagt 2.837.000 vaten.
In verband met de sinds de oprichting van de maatschappij toegenomen waarde van de bezittingen, die sedert belangrijk zijn uitgebreid, zijn plannen in voorbereiding tot uitbreiding van het maatschappelijk kapitaal. Het bedrijf van de Roxana heeft in 1918 mede de invloed ondergaan van de oorlogsomstandigheden.
Californië.
De Shell Co. of California ging in 1918 voort nieuwe exploratie-terreinen te verwerven, waaronder enige in het bekende Montebello-district. Enige van die exploratie-terreinen werden gedurende het verslagjaar verlaten, aangezien zij niet aan de gestelde verwachtingen voldeden. De vooruitzichten van de Ventura-exploratieterreinen schijnen nu wat gunstiger te zijn dan enige tijd geleden. Zoals in het vorig verslag reeds meegedeeld werd, is op deze laatste terreinen een viertal putten in boring. Enige oliehoudende zandlagen van minder belang werden reeds gepasseerd. Er wordt getracht een diepere oliehorizon te bereiken. De productie, welke tot nog toe uitsluitend van de Coalinga-terreinen verkregen werd, bedroeg (in vaten) gedurende: 1918 6.789.170 tegen 6.357.000 in 1917, 4.809.000 in 1916 en 3.187.000 in 1915.
De pijpleiding, ter lengte van 170 mijlen, welke de Coalinga-terreinen met de raffinaderij te Martinez verbindt, vervoerde gedurende het vorig jaar 7.663.862 vaten tegen 6.399.900 vaten in 1917 en 5.266.550 vaten in 1916.
Aan de raffinaderij te Martinez werden verschillende verbeteringen aangebracht. De nominale capaciteit bedroeg aan het einde van het verslagjaar 24.000 vaten per dag. De bijbehorende smeeroliefabriek werd uitgebreid en de capaciteit van 80.000 op 110.000 vaten per maand gebracht.
De gehele tankvloot van de Shell Co. of California, met een totale capaciteit van 25.500 ton, heeft gedurende 1918 voor de regering van de Verenigde Staten gevaren.
In overeenstemming met de eisen van ons bedrijf ging een gedeelte van de tankruimte in andere handen over. De Shell Co. of California beschikt thans nog voor haar exploitatie over een opslagruimte van 3.810.000 vaten, ongeacht de opslagruimte van de verkoop organisatie. Niettegenstaande de belemmerende invloed van de oorlog ontwikkelde zich het bedrijf in Californië naar wens en mogen wij met tevredenheid terugzien op de resultaten in het afgelopen jaar verkregen.
Mexico.
In het einde van dit verslagjaar zijn onderhandelingen aangevangen die hebben geleid tot verkrijging van samenwerking met de ‘Compania de Petroleo El Aguila’ (de Mexican Eagle) die vele terreinen, uitgebreide vervoer en verwerkingsinstallaties in Mexico, alsmede een verkooporganisatie met vloot van tankstomers voor haar afgewerkte producten heeft. Gedurende dit verslagjaar werden verschillende nieuwe exploratieterreinen met een gezamenlijke oppervlakte van 186 ha verkregen. Put Topila 14 produceerde hij een onlangs genomen proef met een kleine opening van de afsluiter 8.000 vaten of ongeveer 1.145 kub. meter per etmaal. De voortgezette exploraties in San José de las Rusias, waarmee geen gunstig resultaat werd verkregen, zullen waarschijnlijk — met het oog op de toekomstige hoge belasting op olieterreinen —- ten gevolge hebben dat een belangrijk gedeelte hiervan zal worden teruggegeven. Op de andere terreinen van de Corona en op die van de Tampico Panuco Petroleum Maatschappij werd met het geologisch onderzoek voortgegaan. De productie van onze terreinen in Mexico bedroeg over het afgelopen jaar 336.200 vaten, tegen 737.000 vaten in 1917. Gedurende 1918 moest de productie nog terug gehouden worden, omdat nog geen voldoende scheepsgelegenheid voor afzet beschikbaar was. Begin 1919 werd die toestand beter en kon de uitvoer van ruwe olie vermeerderd worden.
De ruwe olievoorraad bedroeg op 31 december 1918 1.283.800 vaten, waarbij geen rekening is gehouden met de in aarden reservoirs opgeslagen olie, daar deze hoeveelheid van de voorraad werd afgeschreven. De totale opslagcapaciteit in stalen tanks bedroeg op 31 december 1918 1.585.100 vaten.
De 10" pijpleiding van Panuco naar Chijol, die een capaciteit heeft van 20.000 vaten per dag, is onlangs in gebruik kunnen worden genomen.
Gedurende 1918 werden door de Corona in het binnenland 26.165 vaten ruwe olie verkocht en geleverd. De politieke toestand is nog van dien aard, dat van een ongestoorde uitoefening van het bedrijf geen sprake is. Overvallen op onze kampen van gewapende benden gaan vaak gepaard met plunderingen en persoonlijke molestaties. De belasting op uitgevoerde petroleum en haar producten, welke naar een vastgestelde waarde geheven wordt, werd in dit verslagjaar niet gewijzigd en bleef op 10% voor ruwe olie, gas- en stookolie, op 3 en 6% voor derivaten gesteld. De belastbare waarde werd voor de ruwe olie, evenals voor haar derivaten, echter enige malen verhoogd. Die van kerosine en van gasolie werden het meest opgevoerd, welke handelwijze tot gevolg zal hebben dat de oprichting van fabrieken in Mexico ter verwerking van ruwproduct wordt tegengewerkt.
Curaçao.
De raffinaderij van de Curaçaosche Petroleum Maatschappij werd 23 mei 1918 in gebruik gesteld. Slechts geringe hoeveelheden Venezolaanse olie konden in het afgelopen jaar worden verwerkt. De hoge prijzen van sleepboten en lichters verhinderden nog steeds om de vloot voor het transport van olie uit Venezuela op voldoende capaciteit te brengen. Venezuela.
Het geologisch onderzoek van onze concessies wordt nog steeds voortgezet. Ook in Oost Venezuela worden exploratieboringen aangezet. De exploitatie bepaalde zich tot het Mene Grandeterrein. De totale productie over het jaar 1918 bedroeg 57.203 ton. Ten gevolge van de transportmoeilijkheden naar Curaçao werd hoofdzakelijk geproduceerd om in de behoeften aan olieproducten van Venezuela te voorzien. De olie werd in de raffinaderij te San Lorenzo verwerkt op benzine, kerosine en vloeibare brandstof. Ofschoon met de invoer van blikplaten grote moeilijkheden werden ondervonden kon de blikkenfabriek te San Lorenzo echter steeds in de behoefte voorzien. Tevens werden voor Curaçao de benodigde blikken aangemaakt. Ook dit jaar werd het grootste deel van de consumptie in Venezuela door de verkoop van onze producten gedekt.
Vloot en vrachten.
Onze gecombineerde maatschappijen verloren door aanvallen van onderzeeboten tijdens de oorlog 12 schepen, met een totale inhoud van 75.059 ton.
Voorts werden door mijnen of torpedo's nog 9 andere van onze grote schepen beschadigd, waarvan een zelfs twee keer getorpedeerd werd. Deze schepen echter konden gedurende de oorlog worden gerepareerd, zodat zij op één uitzondering na weer in de vaart zijn.
Een twaalftal nieuwe schepen werd gedurende de oorlog gebouwd, waarvan drie in Amerika, vijf in Nederland, twee in Engeland, en twee gedeeltelijk in Engeland, gedeeltelijk in Nederland. Van deze schepen werd de in Nederland gebouwde IRIS eerst op 18 januari 1919 voltooid. Door aankoop werden verkregen negen schepen. De slotsom van de genoemde verliezen, aanbouwingen en aankopen is dat de vloot van de gezamenlijke maatschappijen die in het begin van de oorlog een totaal draagvermogen had van 255.965 ton thans een draagvermogen van 263.746 ton vertegenwoordigt.
Bijna alle getorpedeerde schepen waren buiten ons eigen assurantiefonds verzekerd, doch het assurantiebedrag is niet voldoende om hiervoor nieuwe schepen te kunnen laten bouwen, daar de bouwkosten tegenwoordig 3½ maal zo groot zijn als vóór de oorlog. Wat betreft de vrachten, daarover is weinig te zeggen, aangezien vergelijkingen zeer moeilijk zijn te maken, daar de verschillende gouvernementen beslag hadden gelegd op de beschikbare tankboten, of wel die boten voor bepaalde door die gouvernementen vastgestelde vrachten moesten varen. In het algemeen kan men zeggen, waar vergelijking mogelijk was, dat vrachten voor general cargo, voor gelijke trajecten, verscheidene malen hoger waren dan die voor olievervoer in bulk. Zo kunnen wij er op wijzen, dat wij b.v. voor het vervoer van paraffine van Nederlands-Indië naar Europese havens vrachten betaald hebben, die varieerden tussen NLG 500 en NLG 1.000 per ton, terwijl terzelfder tijd voor olie in bulk niet meer dan NLG 120 vracht werd betaald.
Prijzen.
De prijzen in het afgelopen jaar waren in het algemeen genomen hoger dan die van de vorige jaren, waartegenover stond, dat ook de productiekosten overal belangrijk gestegen waren. Over het algemeen zijn in de landen van productie on-se prijzen niet noemenswaardig vermeerderd. Voor zover zij aldaar toch verhoogd werden was zulks het gevolg van het duurder worden van emballage en binnenlands transport. In andere landen hield natuurlijk de stijging min of meer gelijke tred met de verhoging van scheepsvrachten. Assurantie.
In de aanvang van het boekjaar bedroeg het assurantiefonds met inbegrip van het fonds tot dekking van oorlogsrisico NLG 38.200.000. In de loop van 1918 boekten wij aan brand- en zeeschaden een bedrag van plm. NLG 1.431.100, terwijl, wat de oorlogsrisico's betreft, de schaden, dank zij onze herverzekeringen, slechts plm. 609.500 bedroegen, alzo tezamen plm. NLG 2.040.600. Ook gedurende het afgelopen jaar werd het risico weer belangrijk uitgebreid, waardoor het verzekerde bedrag op 31 december 1918 NLG 570.000.000 bedroeg. In verband hiermee werd het gehele premieoverschot door ons naar het assurantiefonds overgebracht, waardoor dit fonds op ultimo december 1918 rond NLG 49.000.000 bedroeg.
Voorzieningsfonds van de verbonden petroleum maatschappijen.
Het aantal leden van dit fonds bedroeg op 31 december 1918 ca. 4.900. Over 1918 stortten de leden ca. NLG 1.110.000 en de maatschappijen ca. NLG 2.440.000, zodat de creditsaldi bij het fonds op het einde van het verslagjaar rond NLG 17.279.000 bedroegen, welk bedrag afzonderlijk is belegd.
Uitkomsten van het bedrijf.
De financiële. resultaten zijn over het afgelopen jaar, alles bij elkaar genomen, zeer bevredigend. Wel zal de Anglo-Saxon Petroleum Cy., die over 1917 een dividend heeft uitgekeerd van GBP 860.000, over 1918 slechts GBP 450.000 kunnen uitkeren, terwijl de Asiatic Petroleum Cy., die over 1917 op haar gewone aandelen GBP 1.000.000 uitkeerde, over 1918 GBP 800.000 uitkeert. Daartegen keert de Bataafsche Petroleum Maatschappij, die over 1917 NLG 43.000.000 uitkeerde, gelijkstaande met 305/7% over haar kapitaal van NLG 140.000.000, thans over 1918 NLG 90.000.000 uit, gelijkstaande met bijna 43% over haar in 1918 tot NLG 210.000.000 vergroot kapitaal. De zoveel grotere uitkering door de B.P.M. houdt eensdeels verband met de omstandigheid, dat over 1917 belangrijker afschrijvingen op ons Russisch bezit noodzakelijk waren en is anderzijds een gevolg van het feit dat naast de opbrengst van de Indische producten, ook belangrijke inkomsten uit andere hoofde haar ten goede kwamen. Ook dit jaar konden, in verband met de tijdsomstandigheden en de daaruit voortvloeiende, gebrekkige postverbinding de balansen van de Anglo-Saxon Petroleum Cy. en ook die van de Asiatic Petroleum Cy. nog niet worden afgesloten, zodat ook thans de in onze balans opgenomen winstcijfers uit dien hoofde op taxaties berusten. Het gehele winstcijfer van onze Maatschappij over het verslagjaar bedraagt NLG 72.190.311 (v.j. NLG 44.373.569; 1916 NLG 32.629.925).
Dit winstcijfer laat een uitkering toe van 4% op de preferente aandelen, 4½% op de prioriteitsaandelen en 40% op de gewone aandelen, waarvan reeds 15% als interim-dividend is uitgekeerd. Daarna blijft een saldo van NLG 1.146.230 over. De directie stelt voor, dit bedrag op nieuwe rekening over te brengen.
(Voor de balans en winst- en verliesrekening verwijzen wij naar ons avondblad van 16 Juni.) Aan de toelichting tot de balans ontlenen wij, dat de aandelen ‘Astra Romana’ thans à pari op de balans voorkomen, evenals die in The Shell Company of California en Roxana Petroleum Company. Het verschil tussen de pari- en boekwaarde werd op de betreffende rekening overgeboekt.
Kas en kassiers ad NLG 65,03 (v.j. 36,18) miljoen vertegenwoordigt het op 31 dec. 1918 uitstaande bedrag op deposito en prolongatie, beleggingen in schatkistwissels en het saldo in kas en bij bankiers.
Debiteuren ad. NLG 77,62 (v.j. 73,64) miljoen vertegenwoordigen vorderingen per ulto. december 1918 wegens saldi en dividenden op aandelen in andere Maatschappijen, benevens het nog openstaande bedrag, hetgeen aandeelhouders, die door de abnormale tijdsomstandigheden verhinderd waren, op tijd aan de emissies deel te nemen, nog niet gestort hebben.
Op de reserve volgens art. 4 van de statuten werd geboekt de uitgifte van de NLG 42.763.600 bonusaandelen. Deze had plaats uit het agio, uit vroegere emissies gekweekt en op deze rekening geboekt. Bovendien werd deze rekening belast voor de kosten van de emissie van oktober jl., zij paraisseert thans op de balans met NLG 30,93 miljoen.
Blijkens de toelichting op de winst- en verliesrekening werd op debet 3½%, 4 % en 4½% obligaties Nederland een verlies geleden van NLG 392.599.
Administratie- en andere onkosten.
Voor salarissen, algemene onkosten, commissie op uitbetaling dividenden, contributies, donaties, rechtskundige adviezen, porti, telegram- en telefoonkosten, reis- en verblijfkosten, kantoorhuur, enz. NLG 203.548,63.
Contractuele verplichtingen.
In het debet van de winst- en verliesrekening paraisseert een post van NLG 23,82 (v.j. NLG 4,67) miljoen. Deze verplichtingen zijn een uitvloeisel van de in 1917 tot stand gekomen wijzigingen in de statuten van de Bataafsche Petroleum Mij. en The Anglo-Saxon Petroleum Cy. Ltd., waarbij een gewijzigde winstverdeling in het leven werd geroepen zonder dat daardoor verandering werd gebracht in het totaal winstaandeel van de ‘Koninklijke’.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Bataafsche Petroleum Mij.
Op de balans van de Bataafsche Petroleum Mij. opgenomen in het jaarverslag van de Koninklijke komen voor onder activa: Eigendommen en rechten NLG 130.227.204 (NLG 123.937), aandelen: Geconsolideerde Hollandsche Petroleum Compagnie NLG 5.317.001 (NLG 5.317.001). Dordtsche Petroleum Maatschappij NLG 31.650.000 (NLG 31.650.000), Nederlandsch-Indische Industrie- en Handel Mij. NLG 20.000.0000 (als v.j.), Nederlandsch-Indische Tankstoomboot Mij. NLG 10.000.000 (als v.j.), aandelen in de Petroleum Mij. La Corona NLG 20.000.000 (als v.j.), Curaçaosche Petroleum Mij. NLG 4.000.000 (als v.j.), belangen bij Russische Maatschappijen NLG 56.805.424 (NLG 53.006.456), obligaties Nederland NLG 54.390 (NLG 57.015), Kantoorgebouw NLG 1.821.158 (NLG 1.768.821), kantoormeubilair NLG 180.174, (NLG 161.810), kassa en kassiers NLG 43.895.721 (NLG 149.986), debiteuren NLG 122,305.126 (NLG 101.309.583), goederen, zeilende, en in voorraad NLG 10.708.832 (NLG 7.967.111), voorraad producten NLG 11.340.501 (NLG 8.400.218), Ind. administratie NLG 21.087.497 (NLG 19.824.011), interim-dividend NLG 70.000.000 (NLG 40.000.000).
Passiva. Aandelenkapitaal NLG 210.000.000 (NLG 140.000.000), 5 pct. obligatielening NLG 17.000.000 (NLG 18.000.000), voorschot op geconsign. producten NLG 9.283.106 (NLG 8.705.147), crediteuren NLG 48.676.360 (NLG 56.681.452), assurantiefonds Eigen Risico: gewone assurantie NLG 36.500.000 (NLG 27.200.000), oorlogs-(molest-) risico-assurantie NLG 12.500.000 (NLG 11.000.000), reserve voor te betalen cijns, belastingen en uitkeringen personeel NLG 12.818.532 (NLG 8.701.498), afschrijvingsrekening 1907 t/m '18 NLG 92.995.750 (NLG 86.533.003), reserve voor verliezen op Russische belangen, koersverliezen, etc. NLG 59.000.000 (NLG 47.500.000), div. NLG 90.000.000 (NLG 43.000.000). Saldo winst op nieuwe rekening NLG 620.281 (NLG 228.122).


25 juni 1919


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Een twee-mast motorschoener, gebouwd op de werf van Van Goor & Spiekman te Zwartsluis, is verkocht aan de Caribbean Petroleum Co. te Caracas (Venezuela) en zal varen onder de naam MISOA. Het schip heeft de volgende afmetingen: 31,40 x 6,99 x 3,20 meter en is voorzien van een 2-cil. 90 pk Kromhoutmotor.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Gerequireerde schepen. Het stoomschip PROCYON, groot bruto 3.565 ton, is door de Amerikaanse regering aan de firma Van Nievelt, Goudriaan & Co. te Rotterdam, teruggegeven en hier aangekomen. Van de vloot van deze firma vaart nu alleen nog het stoomschip DUBHE, groot 3.232 ton, voor de Amerikaanse regering. Van de firma Solleveld, Van der Meer & Van Hattum is ook nog maar een schip afwezig, n.l. de RIJNDIJK, welke sedert 4 mei te Bordeaux ligt in verband met de staking van de stuwadoors aldaar. De teruggave van de RIJNDIJK is reeds geschied.


26 juni 1919


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Van Delfzijl is gisteren met een lading papier naar Londen (opm: op 24 juni) vertrokken de op de werf van Gebr. Mulder te Foxhol voor de Vrachtvaart Maatschappij Neerlandia te Rotterdam nieuw gebouwde drie-mast motorschoener CLARA, gevoerd door kapt. N.H. Wijnstok. Het schip, groot 789 kubieke meter netto werd gebouwd onder hoogste klasse Bureau Veritas en voorzien van een Kromhoutmotor van 130 ipk.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Te Delfzijl ligt tot vertrek naar Antwerpen gereed de op de werf van Gebr. Bodewes, te Pannerden, voor rekening van een rederij te Stockholm nieuw gebouwde drie-mast motorschoener VELOX, groot 248 kubieke meter, en voorzien van een Steywal-motor.
(opm: kapt. E.M. Mellen)


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Aan het Etablissement Fijenoord is gisterenmiddag het voor het Departement van Marine in aanbouw zijnde opnemingsvaartuig voor de hydrografische dienst EILERTS DE HAAN met goed gevolg te water gelaten. De gebruikelijke ceremonie werd daarbij verricht door een dochtertje van de heer J. van der Struyf, hoofdingenieur van de Marine.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Harwich, 20 juni. De Nederlandse motorboot BETSY is bij het verlaten van de haven tijdens laag water op de west rotsen gelopen, doch later met hoogtij vlot gekomen en daarna door de stoomreddingsboot van de rotsen vrij gesleept. Er was een overeenkomst getroffen voor GBP 50. Het schip maakt water in de midden-tank.
21 juni. Het motorschip BETSY is door duikers onderzocht. De beide ballasttanks zijn lek. Het schip heeft geen water in de ruimen.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Raad voor de Scheepvaart. De Raad voor de Scheepvaart heeft een onderzoek ingesteld naar het omslaan en zinken van het motorzeilschip AUGUST MARIE, op 3 juni jl., waarbij de bemanning totaal 8 koppen, op één lid na, het leven verloor. Door lekkage liep de machinekamer vol en zonk het schip, nadat het omgeslagen was.
Rederij is de N.V. August Marie, directeur A. Borremans te Rotterdam.
Het vaartuig werd verkocht aan een firma in Denemarken, maar was nog niet overgeschreven. Tijdens de overtocht was het risico dus nog voor de Hollandse eigenaar. Het werd in 1918 gekocht voor een prijs van NLG 140 à 150.000. Het werd aan de Deense firma verkocht voor NLG 140.000, terwijl de verzekering NLG 136.500 bedroeg.
Voorlezing werd gedaan van een brief, die de gezagvoerder, die het schip zou overbrengen, aan de directeur had geschreven. Hierin werd o.a. verklaard dat het achterdek ‘zo lek als een mandje was’. De verkoop werd goedgekeurd door de Schepenuitvoer-commissie.
De laatst overlevende matroos H.M. (opm.: is Harm Wijnholt) vertelde, dat de kapitein ‘s morgens om twee uur order gaf de pompen klaar te maken, daar er water in de machinekamer stond.
Het ruim was, toen de pompen werden aangezet, droog. Uit de machinekamer werd veel water gehaald, maar de pompen konden het niet bijhouden. De bries, werd sterker en de gezagvoerder gaf order een van de boten klaar te maken. Toen men deze had uitgezet, sloeg het schip om. De reddingboot sloeg ook om, omdat de masten de boot omtrokken of de verschansing erop terecht kwam.
Getuige deed een zwemvest om en trok zijn laarzen uit. Hij bracht de gezagvoerder een zwemvest, maar deze kon het niet aan krijgen en hield zich boven water op een
plank. De kapitein, die naast getuige dreef, zei nog: „Hadden wij de boot maar eerder uit-
gezet!” en „Is er geen schip in zicht?”
Getuige klom toen op de omgeslagen reddingsboot, die kwam aandrijven.
Toen dreef de gezagvoerder nog op de plank. Daarna heeft hij niets meer van hem, noch van de anderen gezien. Het omslaan was, volgens getuige misschien het gevolg van het overgaan van de lading kolen. Getuige werd tenslotte opgepikt door een logger, nadat hij twee uren op de omgeslagen boot had gezeten. De logger bleef nog vier en een half uur in de omtrek kruisen, maar van de bemanning werd niets meer gezien.
De Raad zal in deze zaak later uitspraak doen.


27 juni 1919


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart. De Raad voor de scheepvaart heeft gisteren uitspraak gedaan betreffende het vermist worden van het stoomschip HOLLAND.
De Raad is van oordeel, dat de HOLLAND op de reis van Rotterdam naar Gravesend, den 15e april aangevangen, is gezonken, bij welke ramp alle opvarenden het leven hebben verloren. Bij gebrek aan alle gegevens vermag de Raad de oorzaak van deze ramp niet vast te stellen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart. De Raad voor de scheepvaart heeft gisteren uitspraak gedaan betreffende de ontploffing, waardoor het stoomschip JOHANNA is getrolfen.
Op grond van de ten dienste staande gegevens is de Raad van oordeel, dat de scheepsramp is veroorzaakt door de ontploffing van een mijn. Het is de Raad niet gebleken, dat aan de kapitein enige fout in de navigatie is te wijten. Hij heeft de route genomen, welke hij ook op de uitreis heeft gevolgd. In het bijzonder is niet gebleken, dat de kapitein geen rekening zou hebben gehouden met het Bericht aan Zeevarenden No. 148/1155 d.d. 28 augustus 1918, waarbij voor mijnengevaar in het noordelijk gedeelte van het Kattegat is gewaarschuwd. Berichten Van na 16 oktober 1918 — het schip was 18 oktober 1918 uit Rotterdam vertrokken — waren niet aan boord. De Baad vindt echter in hetgeen na de ontploffing is geschied aanleiding tot het maken van enkele opmerkingen.
Het komt de Raad begrijpelijk voor, dat er, onmiddellijk na de ontploffing, aan board een paniek heerste en dat de opvarenden zich hebben gehaast om zich in de boten te begeven. Ook het klaar houden van het schip is alleszins te verdedigen. Immers, zowel voor zinken, maar in elk geval voor kapseizen van het schip, was de vrees gerechtvaardigd. Het schip had ongeveer 15 voet deklading en een slagzij, welke door de getuigen op 22° is geschat. Waar men echter, voor het vertrek naar Skagen, ongeveer een half uur doende is geweest en trouwens al heel spoedig bleek, dat de JOHANNA drijvende bleef, daar moet het verwondering wekken, dat het schip geheel aan zijn lot werd overgelaten. De kapitein zegt wel aan B.B. sloep order te hebben gegeven om bij het schip te blijven, maar het is hem toch heel spoedig gebleken, dat die sloep zich haastte om de S.B. sloep te volgen. Ook al zou terugkeer van de gehele bemanning gevaarlijk zijn geacht, dan nog had, met het oog op de vermissing van drie leden van de bemanning, een meer intensiever poging in het werk moeten zijn gesteld om de vermisten op te sporen. Het moge voorts al verklaarbaar zijn, dat het eerste onderzoek — gedaan op een ogenblik dat wellicht voor onmiddellijk omslaan of zinken nog werd gevreesd — zeer oppervlakkig was, in elk geval bestond daarna alle aanleiding om het onderzoek, en dan op grondige wijze, te herhalen alvorens de reis naar Skagen werd ondernomen.
In het bijzonder is de Raad van oordeel, dat ten deze van de kapitein Bosma weinig leiding is uitgegaan. Hij zegt door overmacht te zijn verhinderd om naar boord terug te keren, daar de bemanning van zijn sloep — vooral de schipbreukelingen van de BERNISSE — zulks weigerde, doch het wil de Raad voorkomen, dat hier van de kapitein een meer energiek optreden had mogen worden verwacht. Ook de andere door de Raad gehoorde getuigen hebben zich over de in de sloepen heersende geest uitgelaten. Door een van hen werd de toestand als volgt geschilderd: De een zei niets, de ander zei flauwtjes, dat hij wel naar boord wilde, weer een ander zei, dat hij weigerde te blijven, veel animo om naar boord te gaan was er niet.
Naar het oordeel van de Raad had de kapitein onder deze omstandigheden zijn gezag meer behoren te doen gelden en de twijfelachtigen moeten bezielen met een flinke geest. Eventueel had hij degenen, die pertinent weigerden om bij het schip te blijven, in een sloep kunnen verzamelen. Het weer was daarvoor geen beletsel. Hij had dan zelf bij het schip kunnen blijven en het onderzoek naar de vermisten kunnen herhalen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de scheepvaart. De Raad deed uitspraak betreffende het zinken van het zeilschip ALBATROS. De Raad is van oordeel, dat het zinken van de ALBATROS moet worden toegeschreven aan lekkage, welke door het slaan van het afgebroken zwaard tegen de zijde van het schip, is ontstaan en waardoor zoveel water in het schip kwam, dat de pompen het niet konden bijhouden. Dientengevolge is het schip gezonken. Het is de Raad uit het onderzoek niet gebleken, dat deze ramp door een daad of nalatigheid van de schipper is veroorzaakt. Deze had evenwel met de voorziening van het zwaard wel betere voorzorgsmaatregelen mogen nemen. Toen de haak gebroken was had hij op andere wijze moeten zorgen dat het zwaard in de rust kwam te staan, waardoor de kans om af te breken geringer zou zijn geworden. De zwaarden leveren aan deze schepen steeds enig gevaar op voor breken en zij behoren dus steeds zo zorgvuldig mogelijk voorzlen te worden, vooral wanneer zij bij het zeilen niet gebruikt worden.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de scheepvaart. De Raad deed uitspraak betreffende het vermist worden van het stoomschip AMSTEL. Op grond van de ten dienst staande gegevens neemt de Raad aan, dat de AMSTEL op of na 3 april is vergaan en dat alle 20 opvarenden daarbij het leven hebben verloren. De oorzaak vermag de Raad niet met zekerheid vast te stellen, doch nu uit de weerberichten van die dagen niet van ongunstige weersgesteldheid blijkt, acht de Raad het niet onwaarschijnlijk, dat de AMSTEL door een mijnontploffing is getroffen en dientengevolge gezonken.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

IJmuiden, 26 juni. Het uitgaande stoomschip PRINCENHAGE IV is in het Noordzeekanaal met een sleep zandbakken in aanvaring gekomen. Het stoomschip is met lichte averij aan de voorsteven naar Amsterdam teruggekeerd.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Yarmouth, 24 juni. De Nederlandse schoener FLEVO III, van Caen naar de Tyne, is met verlies van bakboordanker en 15 à 20 vaam ketting benevens schade aan het ankerspil door de sleepboot YARE alhier in de haven gebracht.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Portsmouth, 24 juni. De motorschoener VOLKERAK is, gesleept wordend, naar Southampton vertrokken om aldaar te repareren.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 26 juni. Hr.Ms. pantserschip KONINGIN REGENTES, dat zich onder bevel van kapitein ter zee C. Fock op de thuisreis naar Nederland bevindt, is blijkens bij het Departement van Marine ontvangen bericht, 18 dezer van Colombo vertrokken.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 26 juni. Zaterdag heeft het Prijzenhof te Hamburg inzake de KONINGIN REGENTES en de PRINS HENDRIK aan eisers hogere bedragen van schadeloosstelling toegekend. Inzake de op de KONINGIN REGENTES in beslaggenomen geldswaardige papieren is nog geen definitief besluit genomen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 26 juni. Het stoomschip HOOGLAND, van Rotterdam naar Leith bestemd, heeft hier binnengesleept de Zweedse bark ZAMONA, welke op reis was van Hernösand naar Valencia met gezaagd hout.
Het schip heeft de fokkemast en bezaansmast geheel en de grote mast gedeeltelijk verloren, bovendien stormschade aan dek en water in het ruim. Het schip is 6 mijl NW van Haaks door het stoomschip HOOGLAND aangetroffen en naar hier gesleept.
Later bericht. De HOOGLAND heeft de reis voortgezet.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 26 juni. Het stoomschip TJILEBOET van de Java-China-Japan Lijn, welk stoomschip twee reizen voor de Nederlandse Regering naar New York heeft gedaan, vertrok van hier via New York en San Francisco naar Indië om in de Indische wateren in dienst te worden gesteld.


Krant:

 TEL - De Telegraaf

Ontploffing aan boord van de FAUNA.
Amsterdam, 23 juni. De Raad voor de Scheepvaart stelde heden een onderzoek in naar de ontploffing van de hulpcondensor aan boord van het stoomschip FAUNA van de Koninklijke Nederlandsche Stoomboot Mij. op 24 januari. De gezagvoerder als getuige gehoord verklaarde, dat de gesprongen condensor gemist kon worden, en het gemis voor de navigatie geen gevaar opleverde. De ontploffing gebeurde 's nacht om halfeen, toen men voor Humber voor anker lag.
De eerste machinist verklaarde dat de hulpcondensor alleen dienst deed als men niet voer, om de hulpwerktuigen te bedienen. Deze getuige gaf enkele technische inlichtingen, waaruit o.a. bleek, dat een deksel weggeslagen was, en dat er een oude breuk was die men tevoren nooit ontdekt had. Door de ontploffing zijn enkele pijpen afgescheurd en elektrische lampen gebroken. De tweede machinist die de wacht had op het ogenblik van het ongeluk, kan geen verklaring van de ontploffing geven. Alle kranen stonden goed. Noch de eerste, noch de tweede machinist hebben na het ongeluk gevoeld of de gesprongen condensor warm was. De Raad zal later uitspraak doen.


Krant:

 TEL - De Telegraaf

Raad voor de Scheepvaart. De motorschoener HOLLANDSCH DIEP.
Uit het onderzoek is de Raad gebleken, dat de motorschoener HOLLANDSCH DIEP op 3 maart ten gevolge van de ontploffing van een mijn tegen het schip is gezonken. Van de equipage van 10 man hebben 9 het leven verloren, terwijl de matroos N. Dodde zich met veel tegenwoordigheid van geest heeft weten te redden.


28 juni 1919


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Hamburg, 27 juni. De Nederlandse tjalk EBENHAEZER, eigenaar kapt. Dories te Groningen, werd in mei 1916 naar Marstal verkocht voor 18.000 Kronen, onder voorwaarde, dat uitvoervergunning zou worden verkregen van de Nederlandse Regering. Deze vergunning werd niet verleend. Hierop werd door de koper een actie tot schadevergoeding ingesteld tot een bedrag van 57.500 Kronen, benevens de kosten, terwijl op het schip te Aarhus beslag werd gelegd. Het Seegericht aldaar heeft thans bovengenoemde vordering afgewezen, met opheffing van het beslag.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Londen, 27 juni. De Nederlandse sleepboot B.34 (opm: mogelijk de AB.34) is met averij te Nakskov aangekomen en moet repareren.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 27 juni. Het bericht betreffende de verkoop van de motorschoener CARLITO van de Scheepvaart Mij. Amsterdam is abusief geweest.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Gisteren is te IJmuiden binnengesleept de Zweedse bark ZAMONA, die in de nacht van 21 op 22 juni in de Kielerbocht op een onder water drijvend wrak gestoten is.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Yarmouth, 24 juni. De schoener FLEVO VIII, van Caen naar de Tyne, is met assistentie van de sleepboot VARE hier in de haven gekomen. Het schip heeft bakboordsanker en 15 tot 20 vaam ketting verloren; het ankerspil is beschadigd.


29 juni 1919


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Maassluis, 28 juni. De stoomschepen JOLLY ESMOND en JOLLY FRANK, van Hellevoetsluis naar Londen, zijn wegens slecht weer uit zee in de Nieuwe Waterweg binnengekomen. (opm: zie AH 210619, twee van de aldaar genoemde stoomschepen).


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Met goed gevolg is van de werf van de scheepsbouwmeester H. Kroeze te Hoogezand te water gelaten een schoener-aak, groot 180 ton, voor rekening van de heer D. Kirk te Aalborg (Denemarken).


30 juni 1919


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Het stoomschip GROTIUS van de Stoomvaart Maatschappij Nederland, hedenmorgen te 09.46 uur van Batavia te IJmuiden aangekomen, is door de storm in de Buitenhaven uit het roer gelopen en ligt thans met de steven zeewaarts. Het zal nog wel enige uren duren voordat het schip slaags is gebracht en naar Amsterdam kan opstomen.
Later bericht: de GROTIUS lag te 17.00 uur in de sluis te IJmuiden.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Het tjalkschip EGBERDINA, vroeger bevaren door kapt. Bosma, thuis behorende te Groningen, is verkocht aan de heren W. Rubertus en A.E. Tattje te Groningen. Het is thans genaamd ALFA en zal bevaren worden door kapt. Tattje.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Londen, 28 juni. De Nederlandse tjalk NOORDSTER, van Antwerpen naar Saxkjöbing (opm: is Sakskøbing - Denemarken), is met beschadigd roer te Frederikshavn aangekomen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Van de werf van de N.V. Van der Kuy & Van der Ree’s Machinefabriek en Scheepswerf te Rotterdam is te water gelaten een zeesleepboot, waarvan de hoofdafmetingen zijn: Lengte tussen de loodlijnen 28,50 meter, breedte 6,50 meter m.l.d., diepte 3,35 meter m.l.d., lengte over alles 30,50 meter. De triple-expansie machine heeft de volgende afmetingen: 330 x 520 x 890, met een slag van 530. Het schip is geheel elektrisch verlicht en gebouwd volgens klasse Bureau Veritas, 1.g 3/3 1.1.
Direct daarna werd de kiel gelegd voor een motor-zeesleepboot voor buitenlandse rekening, met een 420 à 450 pk direct omkeerbaar oliemotor.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 27 juni. Het stoomschip PRINCENHAGE IV, dat gisteren van hier naar Amsterdam terugkeerde wegens schade, belopen door aanvaring met een zandbak, heeft deze schade hersteld en is hedenavond naar zee vertrokken.


01 juli 1919


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

De vrachtlogger ARGO I, thuis behorende te Vlaardingen, door de Bataafsche Visscherij Maatschappij te IJmuiden aangekocht, wordt nu weer geheel als vissersvaartuig gereed gemaakt en steekt dezer dagen als zodanig in zee onder de naam ARGO I (IJM-351).


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Londen, 30 juni. Het Nederlandse stoomschip KAPELLE, van Melilla met ijzererts naar West Hartlepool, is te Ferrol binnengelopen met gebroken roer.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Londen, 30 juni. De Nederlandse tjalk JANTJE, kapt. Meulman, naar Kjerteminde bestemd, is te Gravesend teruggekeerd met schade aan bakboordboeg, zijnde in aanvaring geweest.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

IJmuiden, 30 juni. Het naar de Oostzee bestemde stoomschip ALWINA wordt in de Binnenhaven alhier opgehouden wegens slechte kolen, ten gevolge waarvan geen stoom kan worden gehouden. Het plan is nu een deel van de kolen door betere te vervangen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Naar wij vernemen, zal door de Raad van Bestuur van de Koninklijke Paketvaart Maatschappij in de aanstaande algemene vergadering van aandeelhouders worden voorgesteld over het jaar 1918 een dividend van 17% (vorig jaar 15%) uit te keren.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Harwich, 27 juni. Het motorschip BETSY is door duikers onderzocht. Het schip maakt geen water. De bodem is slechts op twee plaatsen enigszins gedeukt.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Londen, 1 juli. Het Nederlandse stoomschip WILHELMINAPOLDER, van Kotka, is te Grimsby tegen de dokdeuren gevaren, die daardoor beschadigd werden. Het schip bekwam averij aan voorsteven en reling.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Nederlandsche Scheepvaart Unie.
Naar wij vernemen zal door de directie van de Nederlandsche Scheepvaart Unie in de algemene vergadering aan aandeelhouders worden voorgesteld een dividend over 1918 van 24½% (v.j. 17,3%) uit te keren.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De ondertekening van het vredesverdrag.
In het paleis te Versailles, waar 48 jaar geleden de dageraad van het Duitse keizerrijk aanbrak, heeft het zaterdag 28 juni in dezelfde zaal en aan dezelfde tafel zijn diepe val moeten erkennen. Een andere treffende samenloop van omstandigheden was, dat dit juist moest geschieden op de dag, dat vijf jaar geleden aartshertog Frans Ferdinand te Sarajewo werd vermoord, welk voorval de aanleiding was tot de wereldoorlog.
De ondertekening zelf heeft met de grootste eenvoud plaats gehad.


02 juli 1919


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Aan het verslag van de N.V. Hollandsche Algemeene Atlantische Scheepvaartmaatschappij te Amsterdam over het (eerste) boekjaar 1918 ontlenen wij het volgende:
Van een enigszins normale uitoefening van ons bedrijf was geen sprake, enerzijds door de maatregelen van de oorlogvoerende mogendheden, anderzijds door de beperkende bepalingen van onze Regering. Wij waren gedwongen tot bijna aan het einde van 1918 met onze schepen werkeloos in de haven te blijven.
Met enkele van onze schepen gelukte het ons in de 3e helft van 1918 nog enige zeer lonende reizen te maken, doch het resultaat van deze reizen is slechts gedeeltelijk aan het afgelopen boekjaar ten goede gekomen, omdat de afwikkeling voor verreweg het grootste gedeelte in 1919 plaats vond.
Voor het stoomschip BIESBOSCH werd ons door de Amerikaanse regering een zeer behoorlijke vergoeding betaald. Dit stoomschip is bij het uitbrengen van dit verslag nog niet aan ons terug geleverd, zodat de vergoeding daarvoor nog steeds doorgaat.
Met het stoomschip MACEDONIA maakten wij in het afgelopen jaar verschillende reizen met Franse vluchtelingen en krijgsgevangenen. De vergoeding voor deze reizen is nog niet definitief vastgesteld en zal hierover binnenkort een arbitrale uitspraak gegeven worden. Meermalen bestond er uitzicht dit ‘passagiersschip’ met een ruime winst te verkopen, doch verschillende moeilijkheden, verband houdende met de oorlogstoestand en het verwisselen van de vlag, hebben de verkoop belet.
Inmiddels werd toestemming tot verkoop naar het buitenland door de Nederlandse regering verleend en zijn ernstige onderhandelingen daarover thans gaande, die gegronde verwachting wekken, dat eerlang een gunstige verkoop tot stand zal kunnen komen.
Alhoewel niet tot dit verslag behorende, delen wij volledigheidshalve mee, dat wij sedert de oprichting van de Maatschappij in de vaart hebben: gereed ca. 21.450 ton dw., terwijl zich in aanbouw bevonden zes stoomschepen van 5.200 tot 450 ton dw., totaal circa 36.450 ton dw.
Voor zover de schepen gereed zijn, hebben wij deze tot lonende cijfers in de vaart en nu de beperkende bepalingen grotendeels zijn opgeheven, kan het bedrijf zich gunstig ontplooien. De tot nu toe bereikte resultaten zijn alleszins bevredigend, zodat wij de toekomst dan ook met vertrouwen tegemoet gaan.
Toelichting op enige posten van de verkorte winst- en verliesrekening en balans.
Exploitatiewinst NLG 1.213.940. Dit bedrag vertegenwoordigt: 1. De zuivere winst van de bevaren vrachten en ontvangen huren; 2. Een post voor rente en vergoeding voor te late oplevering van enige schepen, alles na aftrek van alle onkosten, salarissen enz.
Afschrijving oprichtingskosten NLG 95.234. Wij hebben gemeend te moeten voorstellen de totale oprichtingskosten uit de winst af te schrijven.
Dividend NLG 800.000. De winst stelt ons in staat aan de algemene vergadering van aandeelhouders voor te stellen een eerste dividend van 8% uit te keren.
Tantièmes NLG 103.741. Van dit bedrag zal de tantième-belasting worden ingehouden.
Winstbewijzen NLG 23.750. Op de winstbewijzen kan NLG 9,50 per stuk worden uitgekeerd.
Dividendbelasting NLG 67.131. Hierin is de belasting over de uitkering op de winstbewijzen begrepen, waarmee de uitkering op de winstbewijzen is verminderd.
Passagiersschip MACEDONIA NLG 4.000.000. De onderhandelingen over de verkoop van dit schip zijn nog gaande, uiteraard zal de eventuele verkoopprijs belangrijk hoger zijn dan de boekwaarde. Tegenover de Nederlandse regering hebben wij ons verplicht bij verkoop vrachtruimte van gelijke tonnenmaat te substitueren. Wij vertrouwen, dat wij een belangrijk avans aan de winst van 1919 kunnen toevoegen.
Vrachtschepen NLG 8.010.000. Dit bedrag heeft betrekking op 18 nieuwe schepen met 30.350 ton draagvermogen en komt dus neer op NLG 263 per ton. In aanmerking genomen dat de boekwaarde bij de oprichting NLG 383 per ton bedroeg en in de loop van het eerste boekjaar reeds tot NLG 263 per ton kon worden teruggebracht, is zeker verdere afschrijving in dit boekjaar overbodig. Zoals in het verslag wordt gespecificeerd, zijn van de 18 schepen 6 nog in aanbouw. De volle kostprijs van deze 6 schepen is in de balanspost begrepen.
Kas- en personenrekeningen NLG 1.625.959. Deze post vertegenwoordigt het voordelig saldo van onze vlottende middelen en verplichtingen op 31 december 1918, met uitzondering van Bankiers NLG 2.627.679, zijnde het saldo, ons verstrekt ter voldoening van de bouwkosten van onze vloot. In het nieuwe jaar is deze schuld geheel door scheepsverband op drie schepen gedekt.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Van de werf van de B.V. Machinefabriek en Scheepswerf P. Smit Jr. te Rotterdam is te water gelaten een zeevrachtstoomschip van 1.000 ton dw. met afmetingen van 75 x 8,48 x 5,70 m.
Het schip dat gebouwd wordt volgens de hoogste eisen van de Engelse Lloyd en volgens de Nederlandse Schepenwet, wordt voorzien van een triple-expansie machine met een cilinderdiameter van 420 x 690 x 1.100 mm en een slag van 750 mm, terwijl de stoom geleverd wordt door een ketel van het Schotse type met oververhitter. Voor de hulpwerktuigen bevindt zich een donkey-ketel aan boord.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

In de heden gehouden jaarlijkse algemene vergadering van aandeelhouders van de N.V. IJselwerf, Scheepsbouwmaatschappij en Machinefabriek te Utrecht, werd de balans en verlies- en winstrekening over het boekjaar 1918 goedgekeurd en het dividend vastgesteld op 9%.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 1 juli. Met goed gevolg is van de werf van de scheepsbouwmeester H. Kroeze, te Hoogezand, te water gelaten een schoener-aak, groot 100 ton, voor rekening van de heer D. Hirk te Aalborg (Denemarken).


03 juli 1919


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Londen, 2 juli. Volgens telegram uit Great Yarmouth zijn de Nederlandse zeilloggers FLEVO I en FLEVO II op Middlescroby Sands gestrand. Assistentie is er bij.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Londen, 2 juli. Het Nederlandse stoomschip HARLINGEN, naar Dieppe bestemd, is met overgeworpen lading te Port Talbot uit zee teruggekeerd.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Het stoomschip CURAÇAO, behorende aan het Bureau Wijsmuller te ´s-Gravenhage, gebouwd in 1899, is naar Frankrijk verkocht.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Te Harlingen is bericht ontvangen, dat de stoomboot STANFRIES IV, kapt. W. de Jong, op weg van Rotterdam naar daar dinsdagmiddag nabij Workum is gestrand. De bemanning zou er met de reddingboot afgehaald zijn.
Een ander bericht luidt, dat de passagiers er afgehaald zijn, doch dat de bemanning aan boord gebleven is.
De LEEUWARDEN II van dezelfde Maatschappij en enkele andere boten hebben getracht de boot te bereiken, doch konden er niet bijkomen. Door het hoge water is de boot zo hoog opgeslagen, dat wel geheel gelost zal moeten worden, om ze vlot te krijgen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Gisteren heeft de Raad voor de Scheepvaart uitspraak gedaan betreffende de ontploffing aan boord van het stoomschip FAUNA.
De Raad vermag de oorzaak van de ontploffing van de hulpcondensor op de FAUNA niet met zekerheid vast te stellen. Zij kan ontstaan zijn door oververhitting ten gevolge van watergebrek, of wel door te veel druk, veroorzaakt door het niet voldoende afvloeien van het water naar de filterbak. De afgelegde verklaringen hebben echter omtrent de oorzaak niet voldoende licht gegeven. De ontdekte breuk, aangenomen dat die er geweest is, kan de oorzaak niet geweest zijn, daar zij ter lengte van 15 cm niet groot genoeg was om een stuk ter lengte van ongeveer 2 meter te doen wegslaan. Onverklaarbaar is ook de plotselinge tegenstand in de condensor, waardoor de dynamo langzamerhand is gaan lopen. Daar beide machinisten op verschillende vragen naar de toestand na de ontploffing het antwoord moesten schuldig blijven, met name naar de stand van de afsluiters en het heet zijn van de wand van de condensor, concludeert de Raad, dat het onderzoek aan boord onmiddellijk na de ontploffing niet volledig is geweest.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

De Raad voor de Scheepvaart heeft heden een onderzoek ingesteld naar de stranding op de Razende Bol op 27 januari jl., en b. naar de stranding bij Aberdeen op 26 februari jl. van het motorzeilschip STEENWIJKERDIEP van de rederij Hollandsche Vrachtvaart Maatschappij te Rotterdam. Gezagvoerder was H. Datema.
Het onderzoek liep ook over de vraag of de strandingen waren te wijten aan de gezagvoerder. Uit diens verklaringen bleek, dat het schip beide keren op weg was naar Kopenhagen. De eerste maal was het schip vastgelopen, daar het ten gevolge van de mist in een verkeerde koers was geraakt. Het heeft één nacht vastgezeten en is door een sleepboot los gemaakt.
Het tweede ongeluk weet de gezagvoerder aan het zware stormweer. Observatie was niet mogelijk, zodat het bestek moest worden gegist. Het schip werd ver afgedreven van de Noorse kust en zodoende was een landing daar niet mogelijk. Daar echter niet lang meer in zee kon worden gebleven, omdat er geen behoorlijk drinkwater was, besloot de gezagvoerder naar De Engelse kust te stevenen. Daar wilde hij ankeren in de buurt van Aberdeen. De ankerspil draaide echter niet, zodat ankeren onmogelijk werd. Intussen liep het schip vast.
De schipper deelde nog mee, dat het schip wel een motor had, doch dat deze niet te gebruiken was, omdat er geen olie en geen machinist was meegegeven.
Uit het verdere verhoor bleek, dat de stuurman niet voor zijn taak was berekend.
De Raad zal later uitspraak doen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Gravesend, 30 juni. De Nederlandse tjalk JANTJE was de 28e dezer nabij Thames Haven in aanvaring met de geankerd liggende barge NAVAHOE, die geen schade bekwam. (opm: zie AH 010719)


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Koninklijke Paketvaart Maatschappij.
Blijkens de ter visie liggende winst- en verliesrekening over 1918 bedraagt de brutowinst incl. gekweekte rente enz. NLG 18.852.000 (vorig jaar 19.176.285), terwijl de netto winst NLG 5.752.726 (vorig jaar 4.251.890) bedraagt.
De onderhandelingen met de Nederlandse Regering tot het verkrijgen van een wijziging in de bestaande overeenkomst, werden aan het einde van het verslagjaar weer hervat, zonder evenwel tot dusver een positief resultaat te bereiken.
Ofschoon de brutowinst over 1918 nagenoeg gelijk is aan die van vorig jaar, wordt met het oog op de buitengewone hoge belastingen en de algehele onzekerheid aangaande de toekomstige ontwikkeling van de industrie, een dividend voorgesteld van 10% (vorig jaar 16%). Het overschot, ten bedrage van NLG 179.311, is te verdelen als volgt: 4% preferent dividend; Mark 36 superdividend op elk aandeel; Mark 36 uitkering op elk winstaandeel. Op nieuwe rekening over te brengen NLG 7.678.
De winst- en verliesrekening over 1918 vermeldt de volgende baten: saldo Anno Passato NLG 9.897, huur en pacht NLG 13.451, diverse ontvangsten en renten NLG 96.024, opbrengst van de verkoop van kolen, transporten enz., na aftrek van het winstaandeel van de Nederlandse Regering NLG 664.981. Totaal NLG 784.354. Daartegenover hebben de algemene onkosten bedragen NLG 44.496, de belastingen NLG 5.545 en de afschrijvingen en reserves NLG 555.000. Als zuivere winst blijft over NLG 179.311.


04 juli 1919


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Koninklijke Paketvaart Maatschappij.
Aan het verslag over 1918 ontlenen wij het volgende:
In het vorige verslag is reeds melding gemaakt van het feit, dat ons in 1918 zes stoomschepen, in de vorm van een dwanghuur, werden ontnomen. Thans zijn die schepen, op één na, weer in ons bezit. Het zesde, de TASMAN, ging door oorlogsgeweld te gronde.
Op grond van de overeengekomen voorwaarden, hebben wij van de Britse regering vervanging door een gelijk schip geëist.
De vernieuwing en aanvulling van de vloot hebben wij gemeend niet langer te mogen uitstellen. Acht stoomschepen van verschillende grootte zijn thans op Nederlandse werven in aanbouw. Ondanks de vermindering van onze vloot door de rekwisitie werden de overeenkomsten met de Regering nagekomen. Waar diensten moesten worden gestaakt of ingekrompen, werd gehandeld in overleg met en onder goedkeuring van de Regering.
De ontwikkeling van ons bedrijf in de Archipel was wederom zeer bevredigend, hoewel verschillende omstandigheden belemmerend werkten, als: de gedwongen staking van het doorvoerverkeer naar Nederland, de concurrentie, die zich dáár nestelde, waar wij tijdelijk het veld moesten ruimen, en de influenza-epidemie, die gelukkig weinig slachtoffers vorderde.
Aan het suikervervoer van Java naar Brits-Indië, Hongkong en Japan werd ook door ons deelgenomen.
Op Australië hadden slechts 7 rondreizen plaats, tegen 12 in 1917.
Het verlies van de vroegere jaren, waarin het rijk een deel heeft gedragen, werd geheel ingehaald.
De vaart op Siam werd belangrijk uitgebreid wegens de sluiting van de rijsthaven Rangoon.
De dienst van Singapore op China moest worden ingetrokken door het in beslagnemen van het op die lijn varende schip, terwijl ook de Deli-Swatov Lijn door gebrek aan tonnenmaat tijdelijk niet kon worden bevaren.
De 16e serie van de aandelen van onze Vennootschap, groot één miljoen gulden nominaal, werd geplaatst door verkoop aan de Nederlandsche Scheepvaart Unie.
Het voordelig saldo van ‘Reizen der Stoomschepen’ bedroeg in 1918 NLG 17.981.387.
De afschrijving op de vloot stelden wij op NLG 2.104.996 en die op de Etablissementen op NLG 502.014.
De balanspost ‘Schepen in aanbouw’ à NLG 1.057.899 vertegenwoordigt in hoofdzaak de boekwaarde van ons stoomschip TASMAN op het ogenblik dat dit schip verloren ging, welke wij overbrachten op het nieuwe schip, dat ons door de Britse regering daarvoor moet worden in de plaats gegeven.
De in 1918 geboekte premies wegens het lopen van eigen risico op de vloot bedroegen NLG 453.665. Aan schaden werd geboekt NLG 291.488 waarvoor in 1917 werd gereserveerd NLG 253.335. Op de balans per 31 december 1918 moet NLG 289.434 voor onafgedane schaden worden gereserveerd. Het voordelig saldo van de rekening Assurantie Eigen Risico bedraagt alzo NLG 126.079; dit bedrag komt ten bate van de winst- en verliesrekening.
Het molestrisico op onze vloot werd door onszelf gedragen en de premies ad NLG 1.119.851 op de rekening ‘In eigen risico geboekte molestpremies’ bijgeboekt, waarna deze rekening een bedrag aanwees van NLG 5.237.333. Door de gewijzigde omstandigheden bestaat voor het handhaven van deze rekening thans geen aanleiding meer en werd van deze reserve overgeboekt NLG 2.500.000 op de reserve voor buitengewone kosten van aanbouw, NLG 711.825 op de rekening van afschrijving en NLG 2.025.508 op het Reparatiefonds.
Het agio, bij de plaatsing onzer aandelen 16e Serie bedongen, na aftrek van alle onkosten NLG 1.288.174 overlatende, werd overgeboekt op de rekening van afschrijving.
Evenals in het vorige jaar werden rekeningen Assurantiereserverekening, Reserve voor buitengewone kosten van aanbouw, Rekening van afschrijving en Reparatiefonds goedgeschreven met respectievelijk NLG 400.000, NLG 3.500.000, NLG 1.000.000 en NLG 1.000.000. Dientengevolge bedraagt de Assurantiereserverekening thans NLG 3.428.258 en de Reserve voor buitengewone kosten van aanbouw, inclusief de hiervoor genoemde NLG 2.500.000, NLG 12.000.000, terwijl de rekening van afschrijving, met inbegrip van de hiervoor vermelde bedragen van NLG 711.825 en NLG 1.288.174 een bedrag aanwijst van NLG 5.230.000 en het Reparatiefonds, rekening houdende met het bovengenoemde bedrag van NLG 2.025.508 gestegen is tot NLG 4.025.508.
In verband met het intensief gebruik gedurende de laatste jaren van onze schepen gemaakt, als gevolg waarvan de kosten van onderhoud en herstelling in de eerstkomende jaren vermoedelijk niet onbelangrijk zullen stijgen, werd het Reparatiefonds als boven aangegeven versterkt, teneinde, indien gewenst, daaruit te kunnen putten.
De waardering van onze beleggingsfondsen geschiedde naar de beurskoers op 31 december 1918.
Voor diverse verplichtingen werd NLG 4.572.878 gereserveerd, in hoofdzaak ter bestrijding van diverse belastingen; met de op 31 december 1918 nog te betalen oorlogswinstbelasting over 1917, komt deze rekening voor met een bedrag van NLG 10.195.277.
In de loop van 1918 werd aan het personeel de gelegenheid geopend om op gunstige voorwaarden gelden bij onze Vennootschap op girorekening te storten; op het einde van het jaar gaf deze rekening een bedrag aan van NLG 3.190.649.
Wij stellen thans voor een uitdeling van 17 procent op het 31 december 1918 geplaatste kapitaal van NLG 20.000.000 en per winstaandeel NLG 503,35.
Balans per 31 december 1918. Debet: ongeplaatste aandelen NLG 5.000.000 (vorig jaar NLG 6.000.000), vloot van de Maatschappij NLG 20.948.050 (NLG 24.099.300), stoomschepen in aanbouw NLG 1.057.899 (-), etablissementen in Indië NLG 3.925.313 (NLG 3.046.204), kassa en kassiers NLG 11.228.369 (NLG 6.641.655), prolongaties NLG 899 (-), deposito’s NLG 22.389.186 (NLG 10.628.177), effectenrekening NLG 14.133.342 (NLG 12.486.827), magazijnvoorraad NLG 3,537,232 (NLG 3.458.121), brandstoffenvoorraad NLG 630.869 (NLG 556.202), diverse debiteuren NLG 6.318.001 (NLG 4.089.952), Nederlands-Indisch gouvernement NLG 2.705.104 (NLG 1.798.843), agentschappen van de Maatschappij NLG 363.217 (NLG 1.123.761).
Credit: kapitaal NLG 25.000.000 (als vorig jaar), obligaties NLG 5.887.000 (NLG 6.153.000), vervallende obligatiecoupons NLG 117.740 (NLG 123.000), nog niet opgekomen obligaties, enz. NLG 43.347 (NLG 27.374), assurantie eigen risico, reserve voor onafgedane schaden NLG 289.434 (NLG 253.335), diverse crediteuren NLG 11.275.283 (NLG 7.405,180), pensioenfonds NLG 2.594.244 (NLG 2.313.883), deelhebbers spaarfonds NLG 1.578.570 (NLG 1.363.974), reserve voor uitkeringen aan deelhebbers spaarfonds NLG 1.481.674 (NLG 1.271.153), girorekening personeel 3.190.649 (-), premierekening stuurlieden NLG 287.323 (NLG 330.730), assurantie reserverekening NLG 3.428.258 (NLG 3.028.258), reserverekening volgens art. 27 van de statuten NLG 2.000.000 (NLG 1.900.000), rekening van afschrijving NLG 5.320.000 (NLG 2.320.000), reserve voor buitengewone kosten van aanbouw NLG 12.000.000 (NLG 6.000.000), reparatiefonds NLG 4.025.508 (NLG 1.000.000), reserve voor koersverschil op effecten NLG 200.000 (als vorig jaar), reserve voor diverse verplichtingen inzake oorlogswinstbelasting enz. NLG 10.195.277 (NLG 7.623.954), uitdeling aan aandeelhouders NLG 3.415.909 (NLG 2.850.000), uitdeling bewijzen van winstaandeel NLG 805.366 (NLG 621.858), in eigen risico gel. molestpremies – (NLG 4.117.482).
Winst- en verliesrekening over 1918. Saldo Anno Passato NLG 2.799 (NLG 2.138), reizen van de stoomschepen: voor het voordeling saldo van het afgelopen jaar NLG 17.981.387 (NLG 18.584.452), assurantie eigen risico NLG 126.079 (NLG 282.756), en interest NLG 784.818 (NLG 305.938), totaal NLG 18.895.084 (NLG 19.176.285).


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Nederlandsche Scheepvaart Unie.
Aan het verslag over 1918 ontlenen wij het volgende:
In 1918 werden van de drie stoomvaartmaatschappijen de navolgende nominale bedragen aandelen overgenomen: Van de Stoomvaart Maatschappij Nederland NLG 1.000.000, van de Stoomvaart Maatschappij Rotterdamsche Lloyd NLG 5.000.000, van de Koninklijke Paketvaart Maatschappij NLG 1.000.000 met recht op het volle dividend over 1918, waartegen door ons een nominaal bedrag van NLG 7.000.000 gewone aandelen van onze vennootschap, met voorkeur voor de houders van gewone aandelen, werd uitgegeven, welke aandelen eveneens recht op het volle dividend over 1918 werd toegekend.
Door de hiervoor vermelde overneming van aandelen in de drie stoomvaartmaatschappijen steeg ons aandelenbezit per 31 december 1918 tot NLG 12.824.000 nominaal in de Stoomvaart Maatschappij Rotterdamsche Lloyd en tot NLG 11.824.000 nominaal in ieder van de Naamloze Vennootschappen Stoomvaart Maatschappij Nederland en Koninklijke Paketvaart Maatschappij.
Een bedrag van NLG 36.472.000 nominaal geplaatste gewone aandelen komt op de balans per 31 december 1918 voor.
Het ligt in de bedoeling de gelegenheid tot ruil weer open te stellen na de betaalbaarstelling van dividend no. 15 van de gewone aandelen.
Het op de uitgifte van gewone aandelen bedongen agio werd aangewend voor afschrijving op ons bezit van aandelen in de drie stoomvaartmaatschappijen, waardoor deze waarden weer à pari op de balans zijn gebracht.
De op de balans onder de activa opgenomen te ontvangen dividenden zijn de navolgende: Dividenden over NLG 11.824.000 nominaal aandelen in de Stoomvaart Maatschappij Nederland, over 1918, betaalbaar gesteld à 30% NLG 3.547.200; dividenden over NLG 12.824.000 nominaal aandelen in de Stoomvaart Maatschappij Rotterdamsche Lloyd, over 1918, betaalbaar gesteld à 25% NLG 3.206.000; dividend over NLG 11.824.000 nominaal aandelen in de Koninklijke Paketvaart Maatschappij, over 1918, betaalbaar te stellen, na goedkeuring door de d.d. 17 juli 1919 te houden algemene vergadering van die maatschappij, à 17% NLG 2.010.080. Totaal NLG 8.763.280 welk bedrag op de winst- en verliesrekening als bate is verantwoord.
Verder komt op de winst- en verliesrekening onder de baten voor de bijdrage van de drie stoomvaartmaatschappijen, tot het verlenen waarvan deze zich hebben verbonden, tot een maximum van NLG 150.000.
Bovendien hebben de drie stoomvaartmaatschappijen ons vergoed de diverse in 1918 gemaakte kosten ad NLG 447.752.
Onder voorbehoud, dat de d.d. 17 juli a.s. te houden algemene vergadering van de Koninklijke Paketvaart Maatschappij het door de Raad van Bestuur van deze maatschappij over 1918 voorgestelde dividend zal goedkeuren, stellen wij thans voor een uitdeling van 4% op het geplaatste preferente kapitaal en van 24½% op het per 31 december 1918 geplaatste gewone kapitaal.
Balans per 31 december 1918. Debet: gewone aandelen in portefeuille NLG 13.528.00 (NLG 20.528.000), ongeplaatste preferente aandelen NLG 100.000 (als vorig jaar), aandelen in stoomvaartmaatschappijen NLG 36.472.000 (NLG 29.472.000), debiteuren NLG 159.833 (NLG 200.000), deposito’s NLG 150.000 (als vorig jaar), kassiers NLG 49.630 (NLG 13.465), te ontvangen dividenden over 1918 NLG 8.763.280 (NLG 4.962.000). Credit: o.a. gewoon aandelen kapitaal NLG 50.000.000 (als vorig jaar), preferent aandelen kapitaal NLG 250.000 (als vorig jaar), rekening van uitdeling aan gewone aandeelhouders NLG 8.935.640 (NLG 5.098.656), rekening van uitdeling aan preferente aandeelhouders NLG 6.000 (als vorig jaar). Winst- en verliesrekening over het boekjaar 1918. Credit: onverdeeld winstsaldo NLG 23.481 (NLG 10.137), te ontvangen dividenden over 1918 NLG 8.763.280 (NLG 4.962.000), interest van deposito’s NLG 6.000 (als vorig jaar), maximum bijdrage van de drie maatschappijen NLG 150.000 (als vorig jaar). Totaal NLG 8.942.761 (NLG 5.128.137). Debet: winstsaldo NLG 8.941.610 (NLG 5.128.137), waarvan diverse preferente aandelen weer 4% en de gewone aandelen NLG 8.935.640 of 24½% (vorig jaar NLG 5.098.656 of 17,3%).


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Rotterdam, 3 juli. Volgens mededeling van de rederij kan het bericht aangaande de stranding van de vrachtloggers FLEVO I en FLEVO II geen betrekking hebben op eerstgenoemd schip, daar dit binnendoor van hier naar Antwerpen is vertrokken. De FLEVO II, FLEVO III en FLEVO VI zijn de 28e juni, de FLEVO VIII de 1e dezer van hier naar Yarmouth vertrokken.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Londen, 3 juli. Het bericht aangaande de stranding van het schip FLEVO I had betrekking op de FLEVO IX. Zowel dit schip als de FLEVO II zijn met assistentie vlot gekomen en te Yarmouth binnengebracht.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

’s-Gravenhage, 3 juli. Alhier is bericht ontvangen dat Hr.Ms. TROMP, op weg naar Indië onder bevel van kapitein ter zee Sluys, de 23e juni is vertrokken van Port Said.


05 juli 1919


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Rotterdam, 4 juli. Het Nederlandse stoomschip BERNISSE wordt door de Neptun bergingsmaatschappij gelicht. Het schip, dat veel gaten in de romp heeft, is reeds met pontons gedeeltelijk gelicht en bij gunstig weer hopen bergers het volgende week te Oscarshamn (opm: is Oskarshamn – Zweden) binnen te brengen. (opm: zie RN 081118)


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Met goed gevolg is van de Scheepswerf Gideon van J. Koster Hzn. te Groningen te water gelaten (opm: op 2 juli) een stalen motorschoener van circa 375 ton deadweight. Het schip is gebouwd onder hoogste klasse Atlantische vaart Bureau Veritas en Nederlandse Scheepvaartinspectie en wordt voorzien van een Kromhout-motor. De bouw geschiedt voor eigen rekening.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Java-China-Japan Lijn.
Aan het jaarverslag over 1918 ontlenen wij het volgende:
De vrachtenmarkt was gedurende het gehele jaar hoog, hetgeen zich afspiegelt in de verkregen financiële resultaten; de huur van de gerekwireerde schepen droeg daartoe ook niet onbelangrijk bij.
De vaart op de Java-Pacific Lijn werd, na de reeds in ons vorig jaarverslag vermelde beslaglegging op onze stoomschepen TJIKEMBANG en TJISONDARI te Manilla, in mei met de ingekrompen vloot hervat, doch de uitvaardiging van ‘restricted import lists’ door de Verenigde Staten en de uitvoerbeperkingen zowel van de zijde van de Nederlands-Indische als van die van de Amerikaanse regering, hadden ten gevolge, dat de schepen een tijdlang onvoldoende lading bekwamen, temeer daar ettelijke mailschepen van de Stoomvaart Maatschappij Nederland en van de Rotterdamsche Lloyd ook tussen Nederlands-Indië en San Francisco voeren. Suiker van Java naar Vancouver vormde een welkome bijlading. Toen echter na het sluiten van de wapenstilstand de Amerikaanse regering uitvoervergunningen in ruime mate ging afgeven, bleek het onmogelijk de intussen te San Francisco opgehoopte lading met de gewenste spoed te vervoeren, maar ook deze moeilijkheid werd na enige tijd overwonnen en thans gaat het vervoer in beide richtingen zijn geregelde gang.
De vooruitzichten voor de naaste toekomst zijn onzeker, enerzijds in verband met zich via Singapore ontwikkelende concurrentie met buitenlandse lijnen, anderzijds ook ten gevolge van de verhoging van spoorvrachten in Amerika van en naar San Francisco, waardoor voor menig gebied in dat land New York de aangewezen in- en uitvoerhaven wordt. Ook zijn de vrachten op de Pacific in de laatste tijd gevoelig gedaald.
De tonnage, die ons na de rekwisitie, ook van de TJIBODAS en TJITAROEM, overbleef voor de vaart op China en Japan was niet voldoende om in het levendige verkeer te voorzien. De Koninklijke Paketvaart Maatschappij, de Stoomvaart maatschappij Nederland en de Rotterdamsche Lloyd bevoeren in 1918 deze trajecten als tussenemplooi en droegen zodoende er toe bij de dreigende opeenhoping van lading vice-versa te verminderen, terwijl de Japanse scheepvaart zich sterk uitbreidde.
De financiële uitkomsten van onze vaart op China en Japan en ook op de andere lijnen komen meer en meer onder de invloed van de hogere bedrijfskosten.
Wij hebben gedurende 1918 NLG 918.353,61 premie molestrisico’s ten laste van de exploitatierekening gebracht, welk bedrag wij wegens het uitblijven van schaden kunnen reserveren.
Wij droegen aan de Nederlandse Scheepsbouw Maatschappij te Amsterdam de bouw op van twee stoomschepen, speciaal bestemd voor de Java-Amerika vaart.
Met het oog op de behoefte aan verdere nieuwe tonnage en de nog steeds hoge prijs van de benodigde grondstoffen, is het wenselijk de beschikking te hebben over een ruim bedrag aan vlottende middelen, zodat wij het noodzakelijk achten de ‘Reserve voor nieuwe aanbouw’ te brengen van NLG 3.500.000 op NLG 7.000.000 en tevens de ‘Reserve voor diverse belangen’ te verhogen met NLG 7.000.000.
De ‘Reserve voor diverse belangen’ bedroeg NLG 4.091.120. Wij betaalden hiervan aan oorlogswinstbelasting over 1917 NLG 2.429.760, zodat overbleef NLG 1.661.360. De voorgestelde toevoeging à NLG 7.000.000 zal de reserve opvoeren tot NLG 8.661.360. Wij begroten, dat van deze reserve ruim NLG 4.000.000 voor oorlogswinstbelasting over het boekjaar 1918 zal benodigd zijn.
Onze ruime kasmiddelen gaven aanleiding te besluiten, de nog uitstaande obligaties ad NLG 515.000 met 1 juli 1919 à pari af te lossen.
Blijkens de winst- en verlies rekening bedroeg het saldo anno passato NLG 421; interest NLG 856.316 (vorig jaar NLG 533.442); exploitatie NLG 14.608.682 (NLG 9.878.881).
Totaal NLG 15.465.420 (10.412.670).
Bestemd wordt voor: Afschrijving op de stoomschepen NLG 1.119.661 (632.839); idem op bezittingen in Azië NLG 351.932 (34.169); idem op magazijnvoorraad NLG 3.899 (4.361); idem op effecten NLG 100.634 (3.650); koersverlies op effecten NLG 40.588 (-); reserve voor diverse belangen NLG 7.000.000 (2.610.000); reserve voor nieuwe aanbouw van stoomschepen NLG 3.500.000 (2.000.000); winstsaldo ter verdeling NLG 3.348.705 (4.077.088). Te verdelen als volgt: dividend 30% (20%) NLG 1.800.000, reservefonds NLG 302.425, uitkeringen enz. volgens artikel 21 van de statuten incl. Tantième-belasting NLG 1.088.732, dividendbelasting NLG 146.700, onverdeeld dividend NLG 10.848.
De balans vermeldt o.a. de volgende posten.
Activa: Stoomschepen NLG 6.430.832 (5.726.128), stoomschepen in aanbouw NLG 615 (1.285.792), magazijngoederen te Hongkong NLG 65.996 (71.345), bezittingen in Azië NLG 5, kantoormeubilair te Amsterdam en in Azië, NLG 2, kassa en kassier te Amsterdam NLG 3.440.414 (2.653.260), gelden uitgezet op prolongatie, deposito enz. NLG 30.917.199 (20.583.901), diverse debiteuren NLG 1.121.267 (446.271), assurantierekening, voor over 1919 betaalde jaarpremies NLG 61.984 (40.837), effectenrekening NLG 730.695 (535.130). Totaal NLG 42.769.013 (31.342.675). Passiva: kapitaal NLG 6.000.000 (onveranderd), 4% obligatielening anno 1903 NLG 515.000 (562.000), deelhebbers spaarfonds NLG 130.358 (105.947), pensioenfonds NLG 839.956 (804.763), koersverschillen NLG 41.000, verlies op charters NLG 150.000 (onveranderd), diverse belangen NLG 8.661.360 (4.091.120), nieuwe aanbouw van stoomschepen NLG 7.000.000 (3.500.000), reserve in eigen risico geboekte molestpremies NLG 1.918.353 (1.000.000), reparatiefonds NLG 800.000 (onveranderd), assurantie reserverekening NLG 710.576 (588.832), assurantie reserverekening NLG 710.576 (588.832), assurantie eigen risico (reserve voor onafgedane schaden) NLG 7.086 (9.971), liquidatierekening stoomschepen NLG 166.462 (onveranderd), hoofdagentschap te Hongkong NLG 957.161 (1.830.999), diverse crediteuren NLG 12.280.994 (7.462.336), rekening van uitdeling NLG 1.800.000 (--), reservefonds NLG 564.155 (84.996), dividendbelasting NLG 146.700 (--).


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Zeebrieven. Volgens een vergelijkende staat, voorkomende in de Staats-Courant van gisteren, werden in de eerste helft van 1919 voor de eerste maal Nederlandse zeebrieven uitgereikt aan 62 schepen met een netto inhoud van 37.591,13 ton, waaronder 36 stoomschepen met 32.696,28 n.t., alle gebouwd op binnenlandse werven; tegen 114 schepen met 38.247,67 n.t., waaronder 42 stoomschepen met 29.937,52 n.t. in dezelfde periode van het vorige jaar. Hiervan waren 2 stoomschepen en 1 zeilschip met 1.222,06 n.t. in het buitenland gebouwd.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

’s-Gravenhage, 4 juli. Hr.Ms. pantserschip KONINGIN REGENTES dat zich onder bevel van de kapitein ter zee Fock op de thuisreis bevindt, is 29 juni te Aden aangekomen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 4 juli. De motorvrachtlogger HANDEL EN ZEEVAART van de rederij N. Parlevliet Lzn. te Katwijk, arriveerde gisteren in ballast buitenom van Rotterdam in de haven van IJmuiden, teneinde aldaar wederom tot vissersvaartuig te worden omgebouwd.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De Nieuwe Afrikaansche Handels-Vennootschap.
Uit het verslag over het 39e boekjaar van de Nieuwe Afrikaansche Handels Vennootschap blijkt, dat de winst- en verliesrekening, sluitende met een totaal van NLG 277.131,41 en een winstsaldo van NLG 92.365,47, in staat stelt het dividend voor te stellen op 4%. Omtrent de toestand van de onderneming in Afrika ontlenen wij aan het verslag het volgende: De vaartuigen, in aantal verminderd met het oudste stoomscheepje op de Bovenrivier (Congo) hetwelk van de hand werd gedaan, komen met NLG 110.000 op de balans voor tegen NLG130.000 in het voorgaande jaar. Alle herstellingen en vernieuwingen aan de overblijvende 7 stoomschoepjes en 39 lichters, zeilvaartuigen en sloepen werden afgeschreven. Hetzelfde was het geval met alle herstellingen en nieuwe aanbouw van factorijen. terwijl bovendien de waarde van het aanwezige van NLG 170.000 werd teruggebracht op NLG 160.000. De onderneming werd hiertoe in staat gesteld door de verkoop van enig voor haar waardeloos terrein, waaruit na de afschrijvingen nog een bate van NLG 5.724,21 overbleef, opgenomen in het krediet van de winst- en verliesrekening. De producten in voorraad waren de op 31 oktober ll. in Europa aanwezige of zich daarheen onderweg bevindende. Voor zoverre sindsdien verkocht, zijn zij aangenomen op de gerealiseerde waarde; de onverkochte, hoofdzakelijk bestaande in gomelastiek, zijn getaxeerd op een waarde, welke de directie voorkomt, de mogelijkheid van verliezen buiten te sluiten. (opm: zie ook RN 220719)


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Brand op stoomschip MAARTENSDIJK.
Gisteravond kwart voor negen werd de brandweer gealarmeerd voor brand aan boord van het stoomschip MAARTENSDIJK van de Holland Amerika Lijn, liggende in het dok van Wilton’s Machinefabriek en Scheepswerf aan de Westkousdijk. Bij aankomst van spuit 36 aan de hoofdingang van de fabriek werd evenwel de brand meester, de heer W.J.H. Scholten, de toegang geweigerd. Ook toen de hoofdman, de heer Jac. Bakker verscheen, bleek er nog geen verandering van consigne gegeven te zijn, ook hem werd de toegang niet verleend. De drijvende stoombrandspuit HAVENDIENST III was aanwezig. De brand is vermoedelijk ontstaan, doordat bij het wegbranden van oude klinknagels vonken in aanraking waren gekomen met bussen verf in het verfmagazijn, waardoor in dit magazijn brand ontstond. Behalve dit brandde ook het stuurhuis gedeeltelijk uit. Aan de blussing werd deelgenomen door de particuliere sleepboten COMPANY, WILLEM en WILHELMINADOK.


06 juli 1919


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

De stalen schoener GEERTJE van de rederij Gebr. Mühring te IJmuiden, is onderhands aan een rederij in Bordeaux verkocht en herdoopt in HENRY.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Great Yarmouth, 2 juli. De zeilloggers FLEVO II en FLEVO VI (niet IX, zoals gemeld), werden vlot gebracht resp. door de sleepboten YARE en GEORGE JENSON en alhier in de haven gesleept.


07 juli 1919


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 5 juli. De koftjalk EBENHAEZER van de reder S. Salomons Hzn. te Gasselternijveen is onderhands verkocht aan de reder P. Westers te Groningen. Het schip zal nu bevaren worden door kapt. Fr. Kappen uit Delfzijl en ligt thans te IJmuiden gereed tot vertrek naar Kopenhagen.


08 juli 1919


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Hr.Ms. BUFFEL is van Hellevoetsluis naar Vlissingen overgebracht, teneinde daar als wachtschip dienst te doen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. Woensdag 9 juli a.s., ‘s namiddags 1.30 uur, onderzoek naar het defect aan de motor op 17 juni 1919 en het tegen de Zuidpier van IJmuiden drijven op 21 juni d.a.v. van het motorzeilschip BOVENKARSPEL. Rederij N.V. Maatschappij Europa; gezagvoerder H. Feyes te Schiermonnikoog.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Londen, 4 juli. (Lloyds) Het Nederlandse stoomschip HEERENGRACHT is, de rivier Theems afvarende, aan de grond geraakt, doch zal waarschijnlijk met volgend getij weer vlot komen. (De HEERENGRACHT arriveerde 5 dezer van Londen te Rotterdam. Red.)


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

's-Gravenhage, 7 juli. Volgens alhier ontvangen draadloze berichten, is Harer Majesteits TROMP, op weg naar Oost-Indië, 3 juli te Aden aangekomen, is op 1 juli de KONINGIN REGENTES, op de thuisreis, van Aden vertrokken en is de ZEELAND, die een oefeningstocht naar West-Indië maakte, 4 juli te Curaçao (Willemstad) aangekomen.


09 juli 1919


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Londen, 9 juli. De Nederlandse motorschoener HETTIE, de 7e dezer van Harwich naar Algiers vertrokken, is met motorschade uit zee teruggekeerd. (opm: zie AH 100719)


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Londen, 8 juli. De Nederlandse motorschoener WEESPERKARSPEL, de 3e dezer van Delfzijl te Sabang aangekomen, heeft gebroken schroef.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 8 juli. Alhier Is heden aangekomen het nieuwe drie-mast motorschoenerschip NAVIS II. Dit schip is gebouwd op de werf van Gebr. Bodewes te Martenshoek en heeft een laadvermogen van 660 ton. Het zal hier oud ijzer laden voor Engeland. (opm: zie AH 030319)


10 juli 1919


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Brand op een scheepswerf te Bolnes. Gisterenavond is brand uitgebroken op Boele’s Scheepswerven te Bolnes in twee houten stellingen. Naar te Rotterdam wordt meegedeeld zou de houten kiel van een zeeschip, vermoedelijk voor de Paketvaart bestemd, die reeds gereed was, in vlammen zijn opgegaan, terwijl een tweede kiel, die nog in de spanten staat, mede door het vuur zou zijn aangetast. Drijvende stoomspuiten uit Rotterdam zijn ter assistentie naar Bolnes vertrokken.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Londen, 9 juli. De Nederlandse motorschoener BETSY, de 7e dezer van Harwich naar Algiers vertrokken, is met motorschade uit zee teruggekeerd. Niet de HETTIE, zoals gisteren werd vermeld.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Halmstad, 30 juni. De tjalk MUTATIO, van Emden met kolen naar Gotenburg, is door het Zweedse stoomschip FENRIS bij Niddingen aangetroffen met gebroken roer en hier binnengebracht.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 5 juli. Van de motorschoener VRIJENBAN I, die 13 juni van hier naar Llanelly vertrok, is sedert niets gehoord.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 8 juli. De vrachtlogger KORNELIS, welke enige tijd geleden met stormschade hier werd binnengesleept, heeft de lading vuurstenen te Amsterdam gelost en de belopen averij gerepareerd. Het schip kwam heden van Amsterdam hier terug om bij gunstige gelegenheid naar de Tyne uit te zeilen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Londen, 8 juli. Het te Sabang aangekomen motorschip WEESPERKARSPEL heeft de schroef gebroken.


Krant:

 DMB - De Maasbode

Raad voor de Scheepvaart. Gisteren deed de Raad uitspraak inzake de strandingen van het motorzeilschip STEENWIJKERDIEP. De Raad is van oordeel, dat de stranding op 27 januari 1919 van de STEENWIJKERDIEP op de Razende Bol is veroorzaakt door de nalatigheid van de kapitein. De Raad straft deze door hem de bevoegdheid te ontnemen als schipper te varen op een schip, als bedoeld bij artikel 2 van de Schepenwet, voor de tijd van zes maanden.


Krant:

 DMB - De Maasbode

Raad voor de Scheepvaart. Daarna stelde de Raad een onderzoek in naar het defect aan de motor op de 17e juni 1919 en het tegen de Zuidpier van IJmuiden drijven op 21 juni d.a.v. van het motorzeilschip BOVENKARSPEL, rederij N.V. Maatschappij Europa te Amsterdam, gezagvoerder H. Feyes te Schiermonnikoog.
De kapitein verklaarde dat men Delfzijl verlaten had met een lading ijzerzand aan boord met bestemming voor Londen. Het was mooi weer en een kalme zee. Bij Ameland had de motor voor het eerst geweigerd, deze was toen gerepareerd door de machinist. Bij het Haaks vuurschip was de motor wederom gaan weigeren. De machinist had toen meegedeeld dat hij geen koelwater kon krijgen en ook geen kans zag om de motor te repareren. Men was toen naar IJmuiden gezeild, daar was de machinist van boord gegaan. Een monteur had de motor onderzocht en hersteld. Men was toen weer uitgevaren, tussen de pieren was wederom een defect aan de motor ontstaan en het schip was tegen de Zuidpier geslagen. Later was het vaartuig weer naar binnen gesleept. Vervolgens werd de monteur J.W. de Boer gehoord. Deze deelde de Raad mee, dat hij zelf meegeholpen had om de motor te vervaardigen. Later was hij als 1ste machinist aan boord van de BOVENKARSPEL gekomen. Voor het vertrek van het schip uit Delfzijl was er eerst proefgedraaid. Alles werkte toen uitstekend. Toen het schip op 16 juni in volle zee was, werd door hem een verstopping geconstateerd in de pakking van de kop van de eerste cilinder, deze verstopping was toen door hem hersteld. De volgende dag om 4 uur 's morgens was de eerste cilinder en daarna de drie overige cilinders warm gevonden, ook de koelwaterpomp werkte niet meer. Wederom was de motor gerepareerd, de 1ste machinist had aan den tweede machinist, die de wacht had overgenomen, evenwel opdracht gegeven, toen de motor om kwart voor zeven weer aangezet was, thans halve kracht te varen. Juist was De B. in zijn hut gekomen, toen hij hoorde dat de motor stootte. Bij nader onderzoek was gebleken, dat het defect van dien aard was, dat hij geen kans zag bij gebrek aan voldoende gereedschap de motor te herstellen. Volgens zijn mening is het mogelijk, dat zich een vuiltje in de smeerolie heeft bevonden, welke een verstopping veroorzaakt kan hebben. Er was daarna naar IJmuiden gezeild, waar de 1ste machinist van boord was gegaan. De monteur, die de motor in IJmuiden onderzocht had, verklaarde dat de motor door scherpte in de olie steeds warm liep, later had men in de olie ook bezinksel gevonden. Door de vertegenwoordiger van de Maatschappij, de heer Lap, werd meegedeeld, dat hij vernomen had, dat in IJmuiden bekend was, dat de BOVENKARSPEL spoedig weer terug zou komen, daar de machinist De Boer aan verscheidene personen gezegd had, dat hij spoedig in IJmuiden terug zou komen. Verder was gebleken, dat het vuil in de olie gevonden, door een loep bekeken op dof steenkoolgruis geleek, zodat het vermoeden, als zou hier moedwil in het spel zijn, niet was uitgesloten. De 1ste machinist protesteert hier ten sterkste tegen, het is mogelijk, dat hij uit ‘een lolletje' gezegd heeft, wij komen gauw terug. Hierop werd het onderzoek gesloten. De Raad zal later uitspraak doen.


11 juli 1919


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Het stoomschip SOESTDYK van de Holland Amerika Lijn, dat tot nu toe in dienst van Amerika heeft gevaren, is heden van Gotenburg te Rotterdam aangekomen. Het schip zal aan de rederij terug worden gegeven.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 10 juli. Hr.Ms. KONINGIN REGENTES is 7 juli te Suez aangekomen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Delfzijl, 8 juli. Alhier is heden aangekomen het nieuwe drie-mast motorschoenerschip NAVIS. Dit schip is gebouwd op de werf van Gebr. Bodewes te Martenshoek en heeft een laadvermogen van 660 ton. De motor, een Kromhout van 140 ipk is geleverd door de heer Goedkoop te Amsterdam. Het schip zal hier oud ijzer laden voor Engeland.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Delfzijl, 8 juli. Het te Martenshoek voor A.B. Schaap gebouwde stoomschip HELENAVEEN, is verkocht aan de Scheepvaart Maatschappij Neerlandia te Rotterdam en zaterdag onder de vlag van die rederij van hier naar Ronneby vertrokken.


12 juli 1919


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

IJmuiden, 11 juli. De motorschoener DELFZIJL van de Zeevaart Maatschappij Groningen, van Londen naar Surte (Zweden) bestemd, is hier binnengelopen met defecte motor.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Kopenhagen, 2 juli. De Nederlandse motorschoener MARIA is hier binnengelopen met schade aan masten en zeilen. Tevens gingen drie vaten motorolie en een reddingboot verloren.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Londen, 11 juli. Volgens telegram uit Ferrol heeft het stoomschip KAPELLE gerepareerd en de 9e dezer de reis naar West Hartlepool voortgezet.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Cuxhaven, 5 juli. De Nederlandse tjalk NEERLANDIA is, op het Baltrenne Watt geankerd liggend, op drift geraakt en tegen de eveneens aldaar geankerd liggende Duitse tjalk ORA ET LABORA gedreven. die daarbij averij beliep, welke op 1.500 Mark wordt begroot. De schade wordt hier hersteld.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Maassluis, 12 juli. Het stoomschip PATRIA is heden uit de Nieuwe Waterweg naar de Noordzee vertrokken om proef te stomen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 10 juli. In de Visschershaven alhier is aangekomen de voor rekening van de Visscherij Maatschappij Praxis op de werf van de Arnhemsche Sleephelling Maatschappij nieuw gebouwde stalen stoomdrifter POLLUX (IJM-339). De ketel en machines voor dit schip werden eveneens door genoemde fabriek vervaardigd en geplaatst. Inmiddels heeft het vaartuig een goed geslaagde proeftocht op de Noordzee gehouden.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 11 juli. Hr.Ms. TROMP is de 5e juli tot voortzetting van de reis naar Nederlands-Indië van Aden vertrokken.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De Raad voor de Scheepvaart heeft uitspraak gedaan betreffende de strandingen van het motorzeilschip STEENWIJKERDIEP.
De Raad is van oordeel dat de stranding op 27 januari 1919 van de STEENWIJKERDIEP op de Razende Bol is veroorzaakt door de nalatigheid van de kapitein. Deze heeft alle maatregelen om de stranding te voorkomen, verzuimd en de navigatie overgelaten aan de stuurman, die, volgens de eigen verklaring van de kapitein, daarvan geen verstand had. Hij heeft zich, hoewel hij aan dek was, blijkbaar met de navigatie niet bemoeid en daardoor is de stranding veroorzaakt, welke door tijdig uit sturen of ten anker gaan had kunnen worden voorkomen.
Ook de stranding nabij Aberdeen op 26 febr. 1919 is, zij het in mindere mate, te wijten aan verkeerde navigatie van de gezagvoerder.
Waar de scheepsrampen veroorzaakt zijn door een daad en nalatigheid van de kapitein, straft de Raad deze door hem de bevoegdheid te ontnemen als schipper te varen op een schip, als bedoeld bij Art. 2 van de Schepenwet, voor de tijd van zes maanden. (opm: zie ook AH 030719)


13 juli 1919


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Het stoomschip LEKSVEER van Van der Eb & Dresselhuys’ Scheepvaart Maatschappij te Rotterdam is verkocht aan de N.V. Rotterdamsche Overzee Scheepvaart Maatschappij aldaar. Na aankomst te Rotterdam zal het stoomschip herdoopt worden in MAASSTAD.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Het motorschip VRIJENBAN, dat half juni van Rotterdam naar Engeland vertrok en waarover men in ongerustheid verkeerde, is (opm: 11 juni) behouden aangekomen. Te Rotterdam is bericht ingekomen, dat het veel oponthoud had wegens ongunstig weer en een ernstig zieke aan boord.


14 juli 1919


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Helgoland, 13 juli. De Nederlandse motorboot BRANDARIS drijft ten zuiden van Helgoland in de mond van de Wezer in beschadigde toestand en door de bemanning verlaten. De bemanning is opgenomen door de passagiersboot GRUESSE GOTT van de Norddeutscher Lloyd, welk zich op weg bevindt naar hier. De motorboot BRANDARIS vertrok 11 dezer van Antwerpen naar Denemarken.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Gotenburg, 9 juli. De Nederlandse motorschoener AFIENA MARCHIENA, van Limhamn naar Hull, is hier binnengelopen voor reparatie van het gescheurde cilinderdeksel.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Helgoland, 13 juli. De Nederlandse motorboot BRANDARIS drijft in beschadigde staat, door de bemanning verlaten, ten zuiden van hier in de mond van de Wezer. De bemanning werd opgenomen door het stoomschip GRÜSS GOTT van de Norddeutscher Lloyd, varend in de passagiersdienst op hier.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Maassluis, 13 juli. Het gisteren op reis van Saxkjöbing (opm: is Sakskøbing - Denemarken) naar Middlesbro hier binnengelopen stoomschip SCHERPENDRECHT heeft machineschade.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Plymouth, 8 juli. De Nederlandse motorboot NACHTEGAAL is aan de Lairakade, terwijl ze pijpaarde laadde, omgeslagen waardoor de trossen braken. Het schip is met rijzend water weer recht gebracht.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Vlaardingen, 12 juli. De vrachtlogger FLEVO IX van de Scheepvaart Maatschappij Flandria te Rotterdam, directeur J.W. Lensen, is voor geheime prijs verkocht aan de Visscherij Maatschappij Argo te IJmuiden. Het schip wordt op de werf van Gebr. v.d. Windt, alhier, voor de haringvisserij omgebouwd.


15 juli 1919


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Berlijn, 15 juli. Een Duitse sleepboot heeft getracht de motorboot BRANDARIS te bergen, doch na twee uur op sleeptouw te zijn geweest is het schip gezonken.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Verkochte schepen. Door de N.V. Handelmaatschappij en Technisch Scheepvaart-Bureau Navis te Groningen werden verkocht: Een vrachtstoomschip van 500 ton, nieuwbouw van de werf Noordster, aan de N.V. Kolen-, Transport- en Handelsmaatschappij te Amsterdam; de drie-mast schoener NAVIS II, groot 650 ton, aan de N.V. Commerciële Maatschappij tot Exploitatie van Vaartuigen te Amsterdam; de zeesleepboot NAVIS III aan de Soc. Am. Bordeaux-Océan te Bordeaux; een zeesleepboot van 700 ipk, een idem van 450 ipk, en een idem van 375 ipk aan de N.V. Bataafsche Compagnie, in oprichting te Amsterdam.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Hollandsche Algemeene Atlantische Scheepvaart Mij.
In de heden te Rotterdam gehouden algemene vergadering van de H.A.A.S. werden balans en winst- en verliesrekening goedgekeurd en het dividend vastgesteld op 8%.


17 juli 1919


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Londen, 15 juli. Het Nederlandse stoomschip BERNISSE is te Oscarshamn (opm: is Oskarshamn – Zweden) binnengebracht. (opm: zie ook AH 050719)


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

IJmuiden, 16 juli. Het van Newport News komende stoomschip KAMBANGAN, geladen met steenkolen, liep nabij de semafoor in de Buitenhaven uit het roer, doch kwam later met behulp van sleepboten weer slaags en stoomde naar Amsterdam op. Het schip had een diepgang van 82 decimeter.

AH 170719
Naar wij vernemen, heeft de Rotterdamsche Lloyd bij de Sun Shipbuilding Co. te Philadelphia een vrachtboot besteld van 11.600 ton. De bouwmeesters hebben aangenomen dit schip reeds te leveren in april van het volgende jaar. Dit is de eerste Nederlandse bestelling op scheepsbouwgebied, welke in Amerika wordt geplaatst. (opm: de SALATIGA)


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Het op de werf van Gebr. Zwolsman te IJlst voor de Vrachtvaart-Maatschappij Neerlandia te Rotterdam nieuw gebouwde stoomschip AMSTELVEEN heeft bij Delfzijl met gunstig gevolg proef gestoomd. Het schip werd voorzien van een machine van 275 ipk, geleverd door de Gebr. Stork te Hengelo.


18 juli 1919


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Londen, 10 juli. Het Nederlandse stoomschip OUDE MAAS, van Buenos Aires naar Rotterdam, is bij de Goodwin Sands gestrand. Assistentie is aanwezig.
Het stoomschip is sedert (opm: 17 juli) de Nieuwe Waterweg binnengekomen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van de N.V. IJselwerf te Kampen is met goed gevolg te water gelaten een stoomloodstransportvaartuig, in aanbouw voor het Departement van Marine. De hoofdafmetingen van het schip zijn: Lengte over alles 34,80 m., lengte tussen de loodlijnen 33,10 m., grootste breedte op buitenkant van de spanten 6,65 m. holte 3,35 m. De diepgang in zeewater bedraagt gemiddeld 2,45 m., de waterverplaatsing bij die diepgang 261,8 ton. De stoommachine is van het verticale triple-expansie systeem met afzonderlijke oppervlakcondensor en in staat om 300 ipk te ontwikkelen bij 180 omwentelingen per minuut, waarbij de vermoedelijke vaart van het schip 10½ mijl per uur zal bedragen. De gehele machine-installatie met dekwerktuigen worden vervaardigd door de N.V. Machinefabriek Utrecht te Utrecht.
Op de vrij gekomen helling werd onmiddellijk de kiel gelegd voor het eerste van de twee stoomschepen NEREUS en PERSEUS, in opdracht gegeven door de Koninklijke Nederlandsche Stoomboot Maatschappij.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Door de N.V. Scheepswerf Dordrecht te Dordrecht is met goed gevolg te water gelaten het casco van het stalen vrachtstoomschip FREDEN. De hoofdafmetingen van dit onder toezicht en voor de hoogste klasse van Lloyds Register gebouwd schip zijn: 352’-6” x 51’-0” x 25’-3”. Het laadvermogen is ruim 6.200 ton. Het schip zal worden voorzien van een triple-expansie stoommachine 23½ x 37” x 62” met een slag van 42” en 3 ketels 14’-2” x 11’-6” met een totaal V.O. van 6.000 vierkante voet, te leveren door de Maatschappij voor Scheeps- en Werktuigbouw Fijenoord.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

De Zeevaart Maatschappij Groningen te Groningen heeft aangekocht de drie-mast schoener NORA, groot 300 ton, welke zal worden omgedoopt in HARLINGEN. Het schip ligt te Rotterdam en behoorde aan de Zeevaart Maatschappij Albatros.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Nederlandsche Scheepvaart Unie.
Hedenmiddag werd in het Scheepvaarthuis de aandeelhoudersvergadering gehouden van de Nederlandsche Scheepvaart Unie. Aanwezig waren tien aandeelhouders, uitbrengende 53 stemmen met 226 gewone en 10 preferente aandelen. Het jaarverslag, de balans en de verlies en winstrekening werden goedgekeurd. Het dividend werd bepaald op 4% voor de preferente en 24½% voor de gewone aandelen. Als commissaris werd gekozen de heer J. van Vollenhoven en herkozen de heer J. H. Beucher Andreae.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Koninklijke Paketvaart Mij.
In de heden gehouden vergadering van aandeelhouders van de Koninklijke Paketvaart Mij., in een van de zalen van het Scheepvaarthuis, waarbij vertegenwoordigd waren 12.035 aandelen, recht gevende op 37 stemmen, werden het jaarverslag, zowel als balans en winst- en verliesrekening goedgekeurd. Het dividend werd vastgesteld op 17%. Als bestuurslid werd herkozen de heer B.E. Buys.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 17 juli. Het Nederlandse stoomschip MILLY, 304 bruto en 137 netto ton, in 1917 gebouwd en behorende aan de N.V. Maatschappij Skandia, (Dir. H. van Krieken en Co.) te Rotterdam is naar Frankrijk verkocht.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 17 juli. Door de Nederlandsch-Indische Handel Maatschappij te Amsterdam zijn aangekocht de Engelse stoomschepen LIMELEAF en BOXLEAF, welke onder de namen CALIFORNIA en INDIA in de vaart zullen worden gebracht. De CALIFORNIA is 7.339 bruto en 4.428 netto ton groot, in 1918 gebouwd, de BOXLEAF is 7.338 bruto en 4.431 netto ton groot, in 1916 gebouwd. Beide schepen zullen in Ned.-Indië een lading olie voor Nederland innemen. De CALIFORNIA is reeds van Glasgow vertrokken, de INDIA volgt binnen enkele dagen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 17 juli. De gaffelschoener ANNY en de koftjalk ENGELINA van de rederij Gebr. Mühring te IJmuiden zijn onderhands aan een Franse firma verkocht.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 17 juli. Het kleine Nederlandse stoomschip MERCURIUS, 48 ton, is voor NLG 20.000 naar Spanje verkocht. Het zal a.s. week naar Spanje vertrekken en aldaar in de kustvaart worden gebracht.


19 juli 1919


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Maassluis, 18 juli. De motorschoener NIEUWE MAAS, van Lissabon naar Stockholm, is heden als bijlegger de Nieuwe Waterweg binnengekomen wegens gebrek aan olie en defecte motor.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Maassluis, 18 juli. Heden is de stoomlichter SOERABAJA uit de Nieuwe Waterweg vertrokken met bestemming naar Batavia.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

De voortdurende schaarste aan scheepstankruimte deed ons tegen het einde van 1918 besluiten tot aanbouw en/of aankoop van eigen scheepsruimte. Waar destijds geen gelegenheid bestond tot aankoop van ons passend scheepsmaterieel, werd besloten tot aanbouw van een voor ons doel geschikt tankschip met een olie-laadvermogen van ruim 10.000 ton, waarvan de bouw aan de Nederlandse industrie werd opgedragen. Hiermee was echter nog niet in de behoefte aan spoedig beschikbare ruime afscheepgelegenheid naar Europa voorzien. Later werd nog besloten tot aankoop van twee in 1917 gebouwde tankschepen van gelijke dimensie, t.w. circa 9.000 ton olie-laadvermogen (opm: citaat uit het jaarverslag over 1918 van de N.V. Oliefabrieken Insulinde te Amsterdam)


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Londen, 18 juli. De Nederlandse motorschoener FRIEDA, van Kalmar met hout naar Hull vertrokken, is met motorschade te Kalmar uit zee teruggekeerd.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Londen, 18 juli. De Nederlandse vrachtlogger TERTIUS is van Fowey te Oscarshamn (opm: is Oskarshamn – Zweden) aangekomen met schade aan tuig en zeilen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Het Nederlandse tankstoomschip CALIFORNIA, op reis van Glasgow naar Singapore, passeerde de 13e dezer Gibraltar.
Het Nederlandse tankstoomschip INDIA is de 17e dezer van Glasgow naar Singapore vertrokken.
(opm: eerste reizen van deze twee door de Oliefabrieken Insulinde te Amsterdam aangekochte schepen, zie AH 190719)


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 18 juli. De rederij M. Clausen te Haugesund heeft een nieuw schip besteld bij de Machinefabriek en Scheepswerf van P. Smit Jr. alhier, te leveren januari 1920. Het schip dat 4.000 ton groot wordt, is een zusterschip van het stoomschip SYDFOLD, op dezelfde werf gebouwd, eveneens voor genoemde firma.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 18 juli. De motorlogger CORNELIA CLASINA van de rederij L. Parlevliet te Katwijk, die lange jaren dienst heeft gedaan als motorvrachtlogger, zal op de werf van de firma A. de Jong te Vlaardingen weer voor de visserij worden omgebouwd.


20 juli 1919


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Vlaardingen, 19 juli. De vrachtlogger PROEFNEMING I van de Visscherij Maatschappij Proefneming alhier, van St. Valéry naar Grangemouth, is een halve mijl van Le Tréport gezonken. Het volk is gered.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Van de werf van de N.V. Burgerhout’s Machinefabriek en Scheepswerf te Rotterdam, is te water gelaten (opm: op za 19 juli) het voor de Hollandsche Algemeene Atlantische Scheepvaart Maatschappij te Amsterdam, in aanbouw zijnde stoomschip ZUIDERDIEP, gebouwd volgens klasse Bureau Veritas 1-3/3 L. I.I. en onder toezicht van de Nederlandsche Scheepvaartinspectie.
De afmetingen zijn 290’ x 43’ x 20’. De machine, van het triple-expansie systeem, heeft cilinders van 500 x 820 x 1.320, met een slag van 900 mm. De condensor is type Fijenoord.
Onmiddellijk na het te water laten werd de kiel gelegd voor een stoomschip van 6.200 ton te bouwen voor de firma Solleveld, Van der Meer & Van Hattum te Rotterdam.


21 juli 1919


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Maassluis, 21 juli. De sleepboot HOLLAND, zaterdag met twee bakken en een sleepbootje op sleeptouw naar Rio Grande vertrokken, is wegens slechte kolen hedenmorgen uit zee teruggekeerd.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Maassluis, 21 juli. De motorschoener PRINCENHAGE VI, zaterdag naar Bordeaux vertrokken, is met defecte motor uit zee teruggekeerd.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de N.V. Scheepswerf voorheen Wed. A. van Duyvendijk te Papendrecht, is met goed gevolg te water gelaten (opm: 19 juli) het stoomschip OOSTZEE, voor rekening van de N.V. W. van Driel’s Stoomboot- en Transportondernemingen te Rotterdam.
De afmetingen zijn 237’- 0” x 36’-6” x 18’. Machine triple-expansie. Afmetingen cilinders 17½” x 29” x 46”, slag 36”. Direct na het aflopen werd de kiel gelegd voor een boot van dezelfde afmetingen, werfnummer 277.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

De Nederlandse motorschoener UNO van de N.V. Vinke & Crommelin’s Scheepvaart Maatschappij te Rotterdam, groot 236 bruto ton, gebouwd in 1918, is naar Denemarken verkocht.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

's-Gravenhage, 18 juli. Alhier is bericht ontvangen dat Hr.Ms. pantserdekschip ZEELAND, onder bevel van kapt. B. Schreuders van Curaçao is vertrokken ter aanvaarding van de terugreis naar Nederland


22 juli 1919


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Rotterdam, 21 juli. De motorschoener FRIEDA is na volbrachte reparatie de 19e dezer weer van Kalmar vertrokken.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Koninklijke Hollandsche Lloyd.
De Nederlandsche Handel Maatschappij en De Twentsche Bank berichten, dat zij op 29 juli te hare kantoren te Amsterdam, Rotterdam en ’s-Gravenhage de inschrijving voor aandeelhouders openstellen op 5.000 aandelen, elk groot NLG 1.000, Koninklijke Hollandsche Lloyd aan toonder, delende in het volle dividend over 1919, tot de koers van 165 procent, in dier voege, dat NLG 3.000 aandelen recht geven op één aandeel à NLG 1.000 dezer uitgifte.
Aan de toelichting van het prospectus ontlenen wij het volgende:
Naarmate de kansen voor de ontwikkeling van ons bedrijf in de naaste toekomst zich beter laten overzien dan tot nog toe het geval was, worden wij in de overtuiging versterkt, dat het belang van onze onderneming nog verdere uitbreiding van de vloot dan de reeds in ons jongste jaarverslag aangekondigde wenselijk maakt. Ofschoon de voorhanden middelen het besluit daartoe over te gaan in alle opzichten gemakkelijk maken, menen wij op nog verdere versterking van die middelen bedacht te moeten zijn.
De tot nog toe in het lopende boekjaar behaalde resultaten zijn zeer bevredigend; de vooruitzichten zijn gunstig.
Het agio op deze uitgifte zal tot verdere versterking van de reserves en eventueel voor afschrijvingen worden aangewend.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

De equipage van de NIEUW AMSTERDAM van de Holland Amerika Lijn, ongeveer 300 man sterk, heeft geweigerd te monsteren, indien de voedselvoorziening op de reis niet verbeterd wordt. Over deze kwestie wordt door de Centrale Bond van Transportarbeiders overleg gepleegd met de directie van de Holland Amerika Lijn en de Scheepvaart Vereeniging.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Het. stoomschip AGNETA, van de rederij Jos. de Poorter, heeft op zijn reis van Rotterdam naar Trangsund, bij boei 6 in de Noordzee, een Engelse vliegerofficier gered, die daar met zijn machine was verongelukt, en heeft die te Brighton geland.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Nieuwe Afrikaansche Handels-Vennootschap.
Onder voorzitterschap van de directeur, de heer G.Th. Philippi, is vanmiddag in het Notarishuis een algemene vergadering gehouden van aandeelhouders van de Nieuwe Afrikaansche Handels-Vennootschap. Aanwezig waren 13 aandeelhouders, vertegenwoordigend 198 aandelen, uitbrengende 25 stemmen. Het verslag over de toestand van de Vennootschap en de balans- en verliesrekening werden goedgekeurd, het dividend werd bepaald op 4% (als v.j.). De heer Joh.J. Moret werd met algemene stemmen herkozen als controleur over het lopende boekjaar. Tot lid van de commissie tot het nazien van de rekening, werd gekozen de heer G.H. Hintzen, tot plaatsvervangend lid de heer S.J.R. De Monchy. In een daarna te houden buitengewone algemene vergadering zou een statutenwijziging worden behandeld. Aangezien minstens 1/3 van de aandelen vertegenwoordigd moest zijn, om deze statutenwijziging in behandeling te kunnen nemen en van de 14.000 aandelen slechts 198 waren vertegenwoordigd, werd deze statutenwijziging aangehouden tot een vergadering, te houden op 5 augustus.


23 juli 1919


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Het voor rekening van de Hollandsche Algemeene Atlantische Scheepvaart Maatschappij te Amsterdam op de werf van de scheepsbouwmeester U. Zwolsman te Workum nieuw gebouwde stoomschip WIELINGEN heeft op de Eems met goed gevolg proef gestoomd (opm: op 21 juli), waarbij een vaart van 7½ mijl werd behaald. Het schip heeft een netto inhoud van 449 ton en een machine-installatie met een vermogen van 175 pk.

AH 230719
IJmuiden, 23 juli. Het stoomschip GRAAF HENDRIK, heden hier binnengekomen van Umea met papierstof (opm: waarschijnlijk cellulose), heeft een gedeelte van de deklast verloren.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 22 juli. Blijkens het bij het Departement van Marine ingekomen bericht is Hr.Ms. pantserdekschip TROMP, op reis naar Oost-Indië, onder bevel van de kapitein ter zee K.F. Sluys, 15 dezer te Colombo aangekomen.


24 juli 1919


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Van de werf van de N.V. Verschure en Co’s Scheepswerf en Machinefabriek te Amsterdam, werd gisteren met goed gevolg te water gelaten het stoomschip HAFNIA, in aanbouw voor Noorse rekening. Het schip heeft de volgende afmetingen: Lengte 237’-0”, breedte 36’-6”, holte 18’-0” en een laadvermogen van 2.200 ton. De machine-installatie van 900 ipk en de ketels worden aan dezelfde inrichting vervaardigd.
Op de vrijgekomen helling wordt de kiel gelegd voor een 1.800 ton vrachtschip voor Hollandse rekening.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Aan het stoomloodsvaartuig, dat voor het Nederlandsche Loodswezen volgens beschikking van de Minister van Marine in aanbouw is bij de N.V. Machinefabriek Utrecht op haar werf De IJsselwerf te Kampen, zal de naam worden gegeven FRANS NAEREBOUT. Zoals men weet, is het loodsvaartuig, dat reeds die naam droeg, indertijd op een mijn gelopen en vernietigd.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Plymouth, 20 juli. De Nederlandse motorschoener BETSY, van Newcastle naar Algiers bestemd, is gisteren met machineschade hier aangekomen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

’s-Gravenhage, 23 juli. Volgens telegram uit Marseille zijn aldaar de 21e juli aangekomen de zeesleepboot DRENTE en de zeesleepboot JACOB VAN HEEMSKERCK, de eerste circa 800 ipk en de laatste circa 900 ipk. Alles wel aan boord. Deze zeesleepboten werden door Bureau Wijsmuller naar Frankrijk verkocht en met eigen equipages uitgebracht.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de scheepvaart. De Raad voor de scheepvaart houdt maandag 28 juli a.s. te 2 uur nm. openbare zitting tot onderzoek naar de motorkamer vol water gelopen na het waarnemen van een lichte schok op 2 juni 1919 van het motorzeilschip HARLINGEN. Rederij: Zeevaart Mij. Groningen; gezagvoerder O. Stienstra, beiden te Groningen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 23 juli. De vrachtlogger VERTROUWEN, van Rotterdam naar Grimstadt, is heden te Borkum geankerd met schade aan het tuig.


25 juli 1919


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

De stoomschepen ELVE en BERNISSE. Onze correspondent te Londen seint d.d. 25 dezer:
In het Admirality Court te Londen werd heden door Lord Sterndale uitspraak gedaan in zake de stoomschepen BERNISSE en ELVE, die op hun thuisreis in mei 1917, met ladingen olienoten voor de firma Calvé te Delft van Frans West-Afrika, door Britse kruisers in de noordelijke wateren werden aangehouden. De zeeofficier, die belast was met het onderzoek van de scheepspapieren, bevond alles in orde, doch daar hij het groene ‘clearance paper’ miste, dat in overeenstemming met de ‘order of council’ van februari 1917, elk schip, komende van Britse havens, nodig had, vroeg hij draadloos om instructies van de admiraal en ontving order de schepen op te brengen naar Kirkwall.
De kapitein van de Nederlandse schepen protesteerden, er op wijzend dat hun schepen dan verplicht zouden zijn, in de zone te varen, welke door Duitse onderzeeërs gevaarlijk was, doch het protest baatte niet. Onderweg naar Kirkwall werden beide schepen door een Duitse duikboot aangevallen. De ELVE werd tot zinken gebracht en de BERNISSE beliep schade, welke te Kirkwall hersteld werd. Het schip vertrok later naar Rotterdam, waar het veilig aankwam. De eigenaren van de schepen, P.A. van Es & Co. te Rotterdam, eisten vergoeding van de schade en de Nederlandse Regering bracht de zaak voor het Prijzenhof te Londen. Lord Sterndale oordeelde dat niet de minste aanleiding was geweest om de schepen naar Kirkwall op te brengen, daar het groene ‘clearance paper’ voor deze schepen, welke geen Britse havens hadden aangedaan, niet nodig was. Dientengevolge sprak hij als zijn vonnis uit, betreffende de schaden, dat de Kroon volle restitutie moet betalen voor de ELVE en haar lading en betreffende de BERNISSE betaling van de herstellingskosten en alle verdere schade. De advocaat van de Kroon vroeg appèl aan.
Van de Nederlandse zijde traden op Sir E. Richards, Kings Counsel, en dr. W. Roosegaarde Bisschop.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Londen, 24 juli. De stoomlichter SOERABAYA, van Rotterdam naar Soerabaja, is te Barry aangekomen op sleeptouw.


26 juli 1919


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Oskarshamn, 20 juli. De lading papierstof van het Nederlandse stoomschip BERNISSE is gelost en het schip onderzocht. Na duikeronderzoek is gebleken, dat geen mijnontploffing heeft plaatsgehad, maar dat het stoomschip aan de grond heeft gestoten, onmiddellijk weer vlot is gekomen en daarna ten gevolge van bekomen schade gezonken is.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Verkoop van oude Duitse oorlogsschepen naar ons land?
Volgens de Schiffahrt-Zeitung van 24 juli zijn de vele oudere Duitse oorlogsschepen, die in de haven van Danzig liggen, voor het merendeel kleine kruisers en gepantserde kustvaarders, bijna alle naar Nederland verkocht. Verscheidene zouden er gekocht zijn door de Amsterdamse firma Wijenscheck (? red. H.) In de eerstvolgende weken zouden de schepen naar Nederland worden gesleept. De Nederlanders, zo voegt het blad er aan toe, moeten ook de op het land verspreid liggende overblijfselen van de grote duikboten aangekocht hebben.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Rotterdam, 26 juli. Het stoomschip MIDSLAND, indertijd door de Duitsers naar Zeebrugge opgebracht en bij hun terugtocht in november in de haven van Brugge tot zinken gebracht, is door L. Smit & Co’s Bergingsdienst, in combinatie met W.A. van den Tak’s Bergingsbedrijf, gelicht. Met de lichting van het stoomschip GELDERLAND, welke schip te Zeebrugge gezonken is, zal nu aan aanvang gemaakt worden.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Groningen, 24 juli. Heden werd van de werf toebehorende aan de N.V. Handelsmaatschappij en Technisch Scheepvaart Bureau ‘Navis’ alhier te water gelaten een stalen motorbaggermolentje, werfnummer 52. Dit molentje, hetwelk van een geheel nieuwe vinding is, heeft als afmetingen: Lengte 6,40 m., breedte 2,60 m. en holte 0,90 m. Het is voorzien van een motor van 10 paardenkrachten en voorts van 2 emmerladders, waarmee tot op een diepte van 2½ meter kan worden gebaggerd. Onmiddellijk na het aflopen werd de kiel gelegd voor twee zeesleepboten.


27 juli 1919


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

N.V. Van der Eb & Dresselhuys’ Scheepvaart Maatschappij te Rotterdam.
De heden gehouden buitengewone algemene vergadering van aandeelhouders heeft de heer M.J. van der Eb op diens verzoek eervol ontslag verleend als directeur van de Vennootschap en in dienst plaats benoemd de heer C. Vermey.
Het gevolg van deze mutatie zal zijn, dat de cargadoors- en expeditie zaken enz., tot nog toe gedreven door het cargadoorskantoor M.J. van der Eb, voortaan door de Vennootschap zelve zullen worden behandeld.
Daar het statutair vereiste aantal aandelen niet ter vergadering vertegenwoordigd was, konden de voorstellen tot statutenwijziging niet in behandeling worden genomen; deze zullen alsnu in een bijeen te roepen vergadering op 4 augustus a.s. opnieuw aan de orde worden gesteld.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

N.V. Rotterdamsche Algemeene Scheepvaart Maatschappij.
Naar wij, in verband met bovenstaand bericht, vernemen, zijn alle aandelen Rotterdamsche Algemeene Scheepvaart Maatschappij, welke zich in het bezit van de N.V. Van der Eb & Dresselhuys’ Scheepvaart Maatschappij bevonden, overgegaan aan de heer M.J. van der Eb, welke dientengevolge in de vergadering van 27 juni ll. tot directeur van die vennootschap is benoemd. Hiermee is de belangengemeenschap, welke gedurende enige tijd bestaan heeft tussen de N.V. Van der Eb & Dresselhuys’ Scheepvaart Maatschappij en de N.V. Rotterdamsche Algemeene Scheepvaart Maatschappij in onderling overleg opgeheven.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Londen, 26 juli. Het Nederlandse stoomschip YSTROOM heeft op de Thames schade bekomen door aanvaring.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Het Maritiem Bureau van J. Gildemeester te Antwerpen deelt ons mee, dat door zijn bemiddeling aangekocht zijn in Nederland voor Belgische rekening twee in aanbouw zijnde
zeevrachtstoomschepen van 1.820 ton deadweight, en voor Franse rekening een vrachtschip van 660 ton deadweight.


28 juli 1919


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

De stalen motorvrachtlogger SCHIEDAM is aangekocht door de Reederij De Merwede te Scheveningen, tot haringlogger verbouwd en onder de naam MERWEDE II (SCH-128) vanuit IJmuiden ter haringvisserij vertrokken.


29 juli 1919


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Het stoomschip ZEELANDIA, groot 850 ton, gebouwd op de werf van Gebr. Bodewes te Martenshoek voor rekening van de Lloyd Royal Belge te Antwerpen, heeft op de Eems proef gestoomd. Machine en ketel werden geleverd door de Machinefabriek Fulton te Hoogezand.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

De Raad voor de Scheepvaart heeft gisteren uitspraak gedaan betreffende het zinken van het motorzeilschip AUGUST MARIE. De Raad is niet in staat de oorzaak op te sporen van het lek in de motorkamer. Er was één buitenboordleiding, welke echter voor zover bekend in goede toestand was, en niet doorgeroest kon zijn, daar het materiaal nog nieuw was. Ook van het plotseling kapseizen van het schip laat zich niet met zekerheid de oorzaak bepalen. Het is niet gebleken, dat het schip niet voldeed aan de aan een goed motorzeilschip te stellen eisen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. De Raad heeft gisteren uitspraak gedaan betreffende het motordefect en het aan de grond stoten van het motorzeilschip BOVENKARSPEL.
De Raad is van oordeel, dat voor het heet lopen van de krukpen aan de motor op de BOVENKARSPEL geen bepaalde oorzaak is aan te wijzen. Het is een niet ongewoon verschijnsel bij motoren en doet zich veelal plotseling voor, zodat ook uit dit feit geen bepaalde conclusie te trekken is. Van enig opzet aan de zijde van de machinist De Boer is de Raad niets positiefs gebleken. De Raad keurt het echter af dat hij geen poging heeft gedaan de schade dadelijk te herstellen, waartoe hij alleszins in de gelegenheid was, doch de kapitein heeft geadviseerd voor reparatie een haven binnen te lopen.
Het slippen van de frictiekoppeling bij het naar buiten stomen uit IJmuiden is, naar ‘s Raads mening, een ongeval dat men niet heeft kunnen voorkomen en dat wellicht is ontstaan omdat de BOVENKARSPEL bij het komen tussen de pieren, meer tegenstand van wind en zee had te overwinnen. Daar men aan dek niet kon bemerken dat de schroef niet draaide en dus de vaart uit het schip geraakte, heeft men niet tijdig maatregelen kunnen nemen om het stoten op de stenen van de Zuidpier te voorkomen. In de machinekamer is men, onbekend met de positie waarin het schip zich bevond, bezig geweest de koppeling te doen aanslaan tot een andere manoeuvre werd gecommandeerd. Eerst toen vernam men in de machinekamer dat het schip gestoten had.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Dieppe, 23 juli. De vrachtlogger PROEFNEMING I is met de lading totaal verloren.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Londen, 28 juli. De Nederlandse sleepboot NEPTUNUS met de lichter GRONINGEN op sleeptouw is de 22e dezer met lekkage in de ketels te Townsville uit zee teruggekeerd.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Barry Island, 24 juli. De stoomlichter SOERABAJA is hier ter rede aangekomen, op sleeptouw van het naar Port Talbot bestemde Engelse stoomschip SOUTHWARK, gaande naar het Barry Dock.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Aangekochte schepen. De Nederlandsch-Indische Handel Maatschappij te Amsterdam, heeft aangekocht van Lane & Mac Andrew Ltd., te Londen, de tankboten LIMELEAF, groot 7.339 bruto en 4.428 netto ton en BOXLEAF, groot 7.338 bruto en 4.431 netto ton, beide gebouwd in 1916, welke respectievelijk werden herdoopt CALIFORNIA en INDIA. Beide stoomschepen bevinden zich thans op reis van Engeland naar Java en zullen met een volle lading petroleum naar Nederland terugkeren.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

De ELVE en de BERNISSE.
Zoals onze Londense correspondent reeds seinde, heeft de Engelse prijsrechter in zake de ELVE en de BERNISSE de eisende partij geheel in het gelijk gesteld en de Engelse regering tot volledige vergoeding van de geleden schade veroordeeld. Wij verheugen ons zeer over deze beslissing: het recht heeft daarbij ten volle gezegevierd over de politiek en de nationale gevoeligheid. Men herinnert zich het geval. Twee Nederlandse schepen, grondnoten vervoerende uit een Franse koloniale haven naar een fabriek te Delft, werden door een Engelsen kruiser aangehouden. De papieren werden onderzocht, geen aanmerking daarop gemaakt, niettemin de schepen gedwongen naar een Engelse haven te gaan voor nader onderzoek. Dientengevolge kwamen zij in het z.g. door de Duitse marine versperde gebied en werden dan ook door een Duitse onderzeeboot getorpedeerd. De Duitse regering weigerde te dier tijde niet alleen iedere schadevergoeding ter zake van in het versperde gebied getorpedeerde neutrale schepen, maar verbood zelfs aan de Duitse prijsrechter van zodanige vordering kennis te nemen. Daarom besloot de rederij de schadevergoeding te eisen van de Engelse regering op grond dat de Engelse marine door het onrechtmatig opbrengen van de schepen mede schuldig was aan de geleden schade. De Nederlandse Regering nam het voor de rederij op en bracht haar vordering, behoorlijk gemotiveerd, aan de Engelse regering over. Een zeer scherp afwijzend antwoord was hiervan het gevolg. Het scheen ook inderdaad te veel gevraagd, vrijwillig de schade te betalen voor door Duitsland onrechtmatig vernietigde schepen. De rederij bracht daarop haar actie voor de Engelse prijsrechter. In tegenstelling met het Duitse regiem is deze geheel zelfstandig tegenover de regering en is ieder particulier bevoegd de actie tot schadevergoeding aldaar aanhangig te maken. En de rechter heeft zijn zelfstandigheid thans ook getoond door de vordering ten volle toe te wijzen. Hij besliste, dat de Franse papieren, die de schepen aan boord hadden, volkomen in orde waren en aantoonden, dat de lading geen contrabande was. Waarom waren ze dan toch opgebracht? Omdat ze, zoals de commandant van de kruiser, ter terechtzitting gehoord, verklaarde, geen Engels uitklaringspapier, de z.g. groene “clearance", aan boord hadden; daarom had hij, op bevel van het admiraalschip, de schepen tot nader onderzoek naar een Engelse haven gebracht. De rechter nu oordeelde, dat deze grond geheel onvoldoende was om de opbrenging te rechtvaardigen, om de eenvoudige reden, dat uit Franse havens vertrekkende schepen onmogelijk Engelse uitklaringspapieren aan boord kunnen hebben. De opbrenging was dus onrechtmatig, zonder redelijke grond geschied en daarom was de Engelse regering verplicht ze aan de eigenaar terug te geven, en, als zij, om welke reden dan ook, daartoe niet in staat was, om de eigenaren volledig schadeloos te stellen. Om welke reden de schepen waren teniet gegaan, achtte hij onverschillig; ook het feit, dat dit was geschied door een volkomen onrechtmatige daad van de vijand, deed niet ter zake; de Engelse marine had zich op onrechtmatige wijze in het bezit van de schepen gesteld en daarom schadeplichtig. De beslissing is van de grootste betekenis. Heeft men gedurende de oorlog, en niet zonder reden, wel eraan getwijfeld, of niet de Engelse prijsrechter, in de plaats van recht te spreken, zich geroepen achtte vrijwel onvoorwaardelijk de regering in hare oorlogspolitiek te volgen, Lord Sterndale, die sinds kort Lord Evans als prijsrechter opvolgde, heeft doen zien, dat hij zijn taak anders begreep; als boven de partijen staand rechter naar eigen geweten het recht toe te passen, hoe onaangenaam dit ook voor de regering en het nationale gevoel mocht zijn. (opm: dit artikel half weergegeven)


Krant:

 DMB - De Maasbode

Raad voor de Scheepvaart. Vervolgens werd een onderzoek ingesteld naar het vol water lopen van de motorkamer van het motorzeilschip HARLINGEN na het waarnemen van een lichte schok op 2 juni. Rederij Zeevaart Mij. Groningen, gezagvoerder O. Stienstra te Groningen. Als getuige werd gehoord de stuurman. Deze verklaarde, dat de HARLINGEN een uitstekend schip was, ook de motor werkte goed. Men was op weg van Stockton on Tees naar Kallenburg met een lading scheepsbouwmateriaal. Op 2 juni was het slecht weer, ongeveer tussen half twaalf en twaalf uur, toen getuige achter op dek stond, gevoelde hij een lichte schok, het schip trilde. Bij onderzoek bleek dat de motorkamer vol water liep, er was blijkbaar een groot gat in de scheepswand geslagen. Met veel moeite werd de scheepsboot aan bakboordzijde buiten boord gebracht, alle opvarenden konden daarin plaats nemen. Na enige tijd rondgedobberd te hebben, werd men door een Engels vissersvaartuig opgenomen, die de schipbreukelingen op de Engelse kust aan land zette. Getuige dacht niet dat het schip op een wrak was gestoten, daar er op de plaats van het ongeluk 50 vaam water stond.
De kapitein verklaarde, dat hij te kooi lag, doch omstreeks te kwart voor twaalf 's middags door een schok wakker was geworden. Hij spoedde zich naar het dek en liet een onderzoek instellen naar de machinekamer, die vol water bleek te staan. Het schip verkeerde in zinkende toestand. In de machinekamer was wel olie, doch geen carbid, zodat van een ontploffing geen sprake kon zijn. Zonder iets te kunnen redden, had men in de boot moeten plaats nemen. Ongeveer te half een had men de HARLINGEN zien zinken. De Raad zal later uitspraak doen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 28 juli. Hr.Ms. pantserdekschip ZEELAND, onder bevel van kapt. B. Schreuders, heeft op weg naar Nederland, Bermuda verlaten.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

's-Gravenhage, 26 juli. Blijkens door de Marine ontvangen bericht is Hr.Ms. TROMP in Nederlands-Indië aangekomen.
RN 290719
Londen, 26 juli. In ruim No. 2 van het Nederlandse stoomschip MONT ROSE, te Swansea in het dok, heeft zaterdag jl. brand plaats gehad. De lading bestaat uit staaldraad.


30 juli 1919


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

In de Visschershaven te IJmuiden is gisteren aangekomen een op de werf van de firma P. Smit Jr. te Rotterdam voor rekening van de Visscherij Maatschappij Vereenigde Steenkolenhandel IV nieuw gebouwde stalen stoomtrawler en drifter, welke in de vaart zal worden gebracht met de naam FLORA (IJM-501).


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Het stoomschip BOSCHPOLDER, gebouwd door de N.V. Werf Vooruit te Enkhuizen voor rekening van de Algemeene Nederlandsche Scheepvaart Maatschappij te Rotterdam, heeft gisteren met goed gevolg op de Nieuwe Waterweg proef gestoomd en is door de rederij overgenomen. Er werd een vaart gemaakt van 9½ mijl. De machine-installatie met een vermogen van 450 ipk is geleverd door de firma De Man en Te Veldhuis te Dordrecht. Het draagvermogen van het schip is plusminus 800 ton.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

De stoomschepen CALIFORNIA (ex. LIMELEAF) en INDIA (ex. BOXLEAF) werden aangekocht door de N.V. Oliefabrieken Insulinde te Amsterdam en zijn in de vaart gebracht voor het geregeld vervoer van kokosolie van Nederlands-Indië. De eerste terugreizen zullen naar Nederland plaats hebben.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Greenock, 24 juli. Het Nederlandse tankstoomschip INDIA (ex. Engels s.s. BOXLEAF) van Glasgow naar Borneo, is in de Firth of Clyde teruggekeerd om te repareren. De voedingspompen waren 19 dezer verstopt geraakt.
Amsterdam, 30 juli. Volgens door de rederij ontvangen bericht is de schade hersteld en zal het stoomschip heden weer vertrekken.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Rotterdam, 29 juli. Volgens door de Nieuwe Rotterdamsche Courant uit Londen ontvangen telegram is het door de Engelse regering in publieke veiling gebracht stoomschip OPHIR, voorheen van de Rotterdamsche Lloyd, onverkocht gebleven bij gebrek aan biedingen. (opm: zie AH 100319).


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Londen, 29 juli. De stoomlichter SOERABAJA is heden met machineschade in Barry Dock binnengesleept.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Londen, 29 juli. De Nederlandse motorschoener BETSY heeft de machineschade gerepareerd en de reis van Plymouth naar Algiers voortgezet.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Delfzijl, 28 juli. Heden is alhier binnengekomen het Nederlandse 3-mast motorschoenerschip FRIEDA, kapt. Mulder, met een lading gezaagd hout van Kalmar met bestemming naar Hull. Het schip heeft een defect aan de motor, welke hier zal worden gerepareerd.


31 juli 1919


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Het stoomschip GEERVLIET van de Nationale Stoomvaart Maatschappij is verkocht naar Griekenland.
Daartegenover heeft de Maatschappij, onder directie van de heren Soetermeer, Fekkes & Co., aangekocht een stoomschip van 1.600 ton, in aanbouw op de werf van de firma De Haan & Oerlemans te Heusden, op te leveren in januari 1920. Het zal de naam HEENVLIET ontvangen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Londen, 30 juli. De Nederlandse motorschoener ADRIANA, van Halmstad, is met machineschade, gesleept wordend, te Gravesend aangekomen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 30 juli. De Nederlandse stoomschepen VLISSINGEN en GOZINA HILLEGONDA zijn verkocht naar Frankrijk.
De VLISSINGEN is 225 bruto en 109 netto ton, in 1904 gebouwd en behoort aan de Scheepvaart Maatschappij Vlissingen te Rotterdam;
De GOZINA HILLEGONDA is 203 bruto en 96 netto ton, in 1918 gebouwd en behoort aan de fa. Phs. van Ommeren te Rotterdam.
Het Nederlandse stoomschip ELSA is naar Griekenland verkocht. Dit stoomschip is 212 bruto en 109 netto ton groot in 1904 gebouwd en behoort aan de Scheepvaart Mij. Elsa te Eindhoven.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Swansea, 25 juli. De schade door brand veroorzaakt aan boord van het Nederlandse stoomschip MONT ROSE is gering.


01 augustus 1919


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Van de werf van de N.V. Farmsum, voorheen Gebr. Niestern te Farmsum, is te water gelaten een zeevrachtboot van 1.200 ton, voor Nederlandse rekening. (opm: t.w. op 31 juli)
Van de werf van de firma Wortelboer & Co., aldaar, is van stapel gelopen een zeevrachtboot van 1.000 ton, voor rekening van de firma Tjkinbo, te Stavanger. Het schip zal worden voorzien van een triple-expansie machine van 600 ipk.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Hamburg, 31 juli. De Nederlandse tjalk ALFA, 12 juli met cokes van Londen naar Hogenäs vertrokken, strandde 29 dezer bij Laurvig, doch werd door de hoge zee over het rif geworpen, waar het schip thans vlot voor anker ligt. Het kan echter niet zeewaarts komen. De bergingsstomer AEGIR is van Frederikshavn ter assistentie vertrokken.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

San Francisco, 13 juli. Het Nederlandse stoomschip TJIKEMBANG, 5 dezer van hier naar Dairen vertrokken, is met gebroken schroefblad alhier teruggekeerd.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Het stoomschip YSTROOM is vrijdagmorgen, toen het met de vloed Fresh Wharf verliet, met de langszij liggende lichter NEWQUAY tegen een pijler van de London Bridge gedreven en met de lichter tussen pijler en schip blijven zitten. De YSTROOM is met assistentie van 4 sleepboten weer los gekomen, heeft toen tegen een andere pijler van de brug gestoten en is bij Battle Bridge Pier voor anker gegaan. De YSTROOM bekwam schade aan het achterschip. De lichter welke geladen was met kisten thee, is gezonken. De lading spoelt er uit.


02 augustus 1919


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Het van de werf van de N.V. Farmsum te water gelaten stoomschip (zie vorig ochtendblad) is genaamd DELFZIJL. Dit stoomschip is het laatste van de drie zusterschepen, GRONINGEN, LEEUWARDEN, DELFZIJL, welke deze werf bouwde voor de firma Gebr. Van Uden te Rotterdam en meet ongeveer 1.350 ton dw. bij een lengte van 59,43 m., breedte 9,75 m. en holte 4,57 m. Het schip werd gebouwd volgens de hoogste klasse van Det Norske Veritas. Na aan de werf te zijn afgewerkt, vertrekt het schip naar Alblasserdam, waar de machines worden ingenomen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Londen, 1 augustus. Bij de Nederlandse tjalk ALFA is een bergingsstomer aangekomen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 1 augustus. De Nederlandse sleepboot WITTE ZEE is 16 dezer van Mudros (Dardanellen) naar Engeland vertrokken met het zwaar beschadigde Engelse stoomschip CLAN GRAHAM op sleeptouw. Op 24 juli arriveerde het transport te Malta, alwaar gouvernementsgoederen zullen worden gelost.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 1 augustus. Op 27 dezer vertrok de sleepboot ZWARTE ZEE van Marseille naar Rotterdam met het beschadigde Franse stoomschip VICTORIEUX (ex. ALENTEJO) op sleeptouw. De VICTORIEUX zal bij de Rotterdamsche Droogdok Maatschappij worden hersteld.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 2 augustus. De zeetjalk HENDERIKA vroeger bevaren door de kapitein en eigenaar K. Eppinga te Groningen, is onderhands verkocht aan kapt. A. Pronk te Groningen.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 1 augustus. Alhier is op de Eems een goed geslaagde proeftocht gehouden met het stoomschip ZEELANDIER groot 850 ton, gebouwd op de werf van de N.V. v/h Gebr. G. & H. Bodewes te Martenshoek. Het schip is bestemd voor Antwerpen en heeft een triple-expansie machine, van 450 ipk, geleverd door de N.V. Machinefabriek Fulton te Martenshoek.


03 augustus 1919


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Van de werf van de N.V. Internationale Stalen en Gewapend Beton Scheepsbouw Maatschappij De Maas te Slikkerveer, is gisteren te water gelaten het voor Van der Eb & Dresselhuys Scheepvaart Maatschappij te Rotterdam in aanbouw zijnde stalen vrachtstoomschip MONT CENIS. Het wordt gebouwd volgens Germanischer Lloyd + 100 A 4, onder speciaal toezicht, volgens Scheepvaartinspectie, Schepelingenwet en ontvangt een certificaat voor de houtvaart. De hoofdafmetingen zijn: lengte 72,25 m., breedte 11,15 m. en holte 5,48 m. Het draagvermogen is ongeveer 2.150 ton.
De triple-expansie machines met Stephensons schaarbeweging, te leveren door de N.V. Machinefabriek Bolnes, voorheen J.H. van Capellen, moeten 1.000 ipk kunnen ontwikkelen en het schip een snelheid geven van 10 knopen.
Op deze werf, die een belangrijke vergroting ondergaat om schepen te kunnen bouwen tot 16.000 ton, heeft men nog in bestelling een boot van 3.000 ton, een van 6.000 en een van 11.000 ton.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Van de werf van de N.V. Scheepsbouwwerf en Machinefabriek De Klop te Sliedrecht, is gisteren te water gelaten het vrachtstoomschip bouwnummer 130, bestemd voor Nederlandse rekening en gebouwd met certificaat hoogste klasse Britisch Corporation for the Survey and Registry of Shipping, certificaat Scheepvaartinspectie en houtvaartcertificaat. Het schip voldoet tevens aan de voorschriften van de Stuwadoorswet.
De afmeting zijn: lengte 46m, breedte 8,85 m., holte op hoofddek in de zijde 4,40 m., op raised-quarterdek in de zijde 5,47 m. Deadweight capacity circa 1.100 ton. In het schip wordt geplaats een triple-expansie stoommachine met oppervlaktecondensatie sterk ca. 550 ipk Machine, ketels en alle hulpwerktuigen zijn in de werkplaatsen van de N.V. De Klop vervaardigd. Onmiddellijk na het te water laten werd de kiel gelegd voor een zeevrachtboot van ruim 3.000 ton dw., alsmede voor een zeesleepboot van 350 ipk, terwijl in de loop van dit jaar een aanvang genomen zal worden met de bouw van een zeevrachtstoomschip van ruim 6.000 ton dw., alle in bestelling van Nederlandse rekening.


04 augustus 1919


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Londen, 3 augustus. De Nederlandse schoener ALIDA is verlaten opgepikt en te Gravelines binnengesleept. Het schip maakt maar weinig water. Omtrent schade aan de lading is nog niets bekend. De bemanning is te Calais geland.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Londen, 3 augustus. Volgens telegram uit Rosario is aan boord van het Nederlandse stoomschip MATAR brand in de bunkerkolen ontstaan.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

IJmuiden, 3 augustus. Het stoomschip YSTROOM is heden van Amsterdam naar Rotterdam gepasseerd om daar de te Londen belopen aanvaringsschade te herstellen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Delfzijl, 1 augustus. Door de N.V. Scheepsbouwmaatschappij Farmsum, alhier, is met goed gevolg te water gelaten het stoomschip DELFZIJL. Dit stoomschip is het laatste van de drie zusterschepen, GRONINGEN, LEEUWARDEN, DELFZIJL, welke deze N.V. bouwde voor de firma Gebr. Van Uden te Rotterdam, en meet ongeveer 1.350 ton dw. bij een lengte van 59,43 m., breedte 9,75 m. en holte 4,57 m. Het schip werd gebouwd volgens de hoogste klasse van Det Norske Veritas. Na aan de werf te zijn afgewerkt, vertrekt het schip naar Alblasserdam, waar de machines worden ingenomen.


05 augustus 1919


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Van de werf van de Firma Jonker & Stans te Hendrik Ido Ambacht is te water gelaten de vrachtboot GARTHBY, groot 2.000 ton, met afmetingen van 237’-0” x 36’-3” x 18’-0”. Het is gebouwd voor de firma John Kievits & Co. Ltd. te Dordrecht. De machine wordt vervaardigd aan de Machinefabriek Bolnes, v/h J.H. van Cappelen te Bolnes.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 4 augustus. Hr.Ms. pantserschip ZEELAND, onder bevel van kapitein ter zee B. Schreuders, wordt 11 dezer van de oefeningstocht met de adelborsten van het Kon. Instituut der Marine naar West-Indië te Nieuwediep terug verwacht.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Het zeiljacht van de directeur van de Kon. Mij. ‘De Schelde’, de heer Smit te Vlissingen, is bij proefvaren in het kanaal bij Souburg omgeslagen en gezonken. Alle opvarenden werden gered.


06 augustus 1919


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Naar wij vernemen, heeft H.M. de Koningin toestemming verleend om een van de nieuwe mijnenleggers, die voor de Marine voor de dienst hier te lande in aanbouw zijn op de werf Gusto te Schiedam, de naam te geven van VAN MEERLANT, zulks ter nagedachtenis van de verdienstelijke kapitein-luitenant ter zee R.H. van Meerlant, die gedurende de mobilisatietijd als commandant van de mijnenlegger Hr.Ms. BALDER buitengewone diensten presteerde.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

De motorschoener MISOA van Curaçaosche Petroleum Comp. te Caracas heeft gisteren met goed gevolg proef gevaren op de Zuiderzee. Het schip heeft de volgende afmetingen: 31,40 x 6,99 x 3,20 meter, heeft een 90 pk Kromhoutmotor en is gebouwd op de werf van de firma Van Goor & Spiekman te Zwartsluis.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Londen, 6 augustus. De Nederlandse motorschoener ROZETTA, van Liverpool te Hamburg aangekomen, heeft veel dekschade, veroorzaakt door slecht weer.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Verkochte schepen. De vier stalen zeilkotters SCHIEDAM, ZAANDAM, AMSTERDAM en ROTTERDAM, alle behoord hebbende aan de N.V. Hollandsche Vrachtvaart Maatschappij te Rotterdam, zijn voor geheime prijs verkocht, te weten: de beide eerst gemelde schepen aan de N.V. Exploitatie van Vischloggerschepen ‘De Merwede’ te Scheveningen, de derde aan de N.V. Vischhandel, Reederij en Voermanderij voorheen Frank Vrolyk, eveneens te Scheveningen en het laatstgenoemde schip naar Frankrijk.
De eerst gemelde drie kotters worden tot loggerschepen omgebouwd en alzo voor de visserij bestemd.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 5 augustus. De motorvrachtlogger JAN SCHIPPERS en de vrachtlogger PROEFNEMING II zijn uit de vrachtvaart genomen om weer voor de visserij te worden ingericht.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Ameland, 4 augustus. Heden spoelde op her noorderstrand alhier aan een scheepsboot, gemerkt AUGUST MARIE – Rotterdam. De boot is door de strandvonderij geborgen.
(De motorschoener AUGUST MARIE is de 3e juni op reis van Blyth naar Nakskov gezonken).


07 augustus 1919


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

IJmuiden, 7 augustus. De motortjalk JANTJE, van Gotenburg naar Londen, is met defecte motor alhier binnengelopen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Londen, 6 augustus. (Lloyds). Het Nederlandse stoomschip BATJAN, van Amsterdam te Cardiff aangekomen, rapporteert met een onbekend gebleven schip in aanvaring te zijn geweest. Er wordt geen schade gemeld.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Londen, 6 augustus. De Nederlandse tjalk NEERLANDIA, van Londen naar Kallundborg, is met verlies van zeilen en gebroken zwaard te Esbjerg aangekomen en zal aldaar repareren.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rosario, 1 augustus. Het vuur in de bunkers van het Nederlandse stoomschip MATAR kon gemakkelijk worden geblust.


08 augustus 1919


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Lemvig, 4 augustus. Het zeilschip ALFA staat vol water. De berging van de lading is moeilijk en kostbaar.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Het stoomschip DAMSTERDIEP, gebouwd volgens klasse Det Norske Veritas + I.A.I. door de N.V. Van der Kuy & Van der Ree’s Machinefabriek & Scheepswerf te Rotterdam voor rekening van de N.V. Hollandsche Vrachtvaart Maatschappij te Rotterdam, heeft op de Nieuwe Waterweg met goed gevolg proef gevaren. Het schip is van het raised-quarterdeck type en heeft de volgende hoofdafmetingen: Lengte l.l. 180’-0”, breedte (mld.) 28’-0”, holte hoofddek 14’-6”, holte raised-quarterdeck 18’-6”. Het laadvermogen is 1.064 ton; de bruto inhoud 746,62 ton en de inhoud van de dubbele bodem is 140 ton. De stoommachine, sterk 600 ipk, van het triple-expansie systeem, geeft het schip een snelheid van 10 knopen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart.
De Raad voor de scheepvaart stelde gisteren een onderzoek in naar de oorzaak van het scheef vallen en zinken op 13 juli jl. van het zuiggasmotorschip BRANDARIS, rederij Stoomvaartmaatschappij Nereus, directeur A. Jordens Jr. te Rotterdam, gezagvoerder H. van Dijk te Maassluis.
De kapitein, als eerste getuige gehoord, verklaarde, dat de BRANDARIS in 1918 gebouwd was en hij zich op zijn tweede reis bevond. Van zuiggasmotoren had getuige geen verstand. Hij voer steeds op sleepboten. De reis zou van Antwerpen uit plaats hebben, met een Deense haven als doel van de tocht.
In verband met een plaats gehad hebbende explosie werd de haven van Vlissingen aangedaan. Later moest die haven opnieuw opgezocht worden omdat er een tweede explosie had plaats gehad. Men bleef toen drie weken in de haven liggen om een en ander afdoende te repareren. Tot Helgoland ging alles goed. Wel moest om de vijf of zes uur gestopt worden teneinde de generator schoon te maken, maar dat was een gevolg van de slechte kolen. Bij Helgoland was het slecht weer, wind NNW. Op een gegeven ogenblik voelde men een schok in het achterschip, waarvan de oorzaak niet uitgemaakt kon worden. Onmiddellijk daarna toch vloog de generator in brand en moest men de motor stoppen. Zodra het mogelijk was heeft men met man en macht getracht de boel te klaren. Het schip stond zo vol water, dat het op zij ging liggen. De pompen kon men niet bereiken. Beneden bleek echter niets van een lek.
Getuige vond de situatie zo gevaarlijk, dat hij de mannen die beneden werkten, aan dek riep. Hulp was in de buurt niet te vinden. De boten werden uitgezet en nadat de bemanning daarin had plaats genomen, kwam een passagiersschip van Helgoland, dat de twaalf opvarenden oppikte. De BRANDARIS was toen nog drijvende. Van Helgoland begaf de bemanning zich naar Bremerhaven, men heeft toen de BRANDARIS nog voor de Wezer gezien, waar een Duitse sleepboot assistentie trachtte te verlenen. Het schip was toen reeds diep zonken. Later blijkt het geheel volgelopen te zijn. Er waren wel zeilen aan boord, maar die durfde getuige niet aanzetten. De stuurman J. Tonckens maakte voor het eerst de reis als stuurman mee. Hij is in het bezit van een diploma derde rang grote stoomvaart. Volgens getuige was de lading, die uit kolen bestond, indertijd goed gelijk gestuwd. Gedurende de reis lag het schip voortdurend een graad of acht over stuurboord en telkens sloeg er water op het dek. Tijdens het ongeval bevond getuige zich aan dek. Hij zag de rook en de vlammen uit de machinekamer opstijgen. Volgens hem kan dit niet veroorzaakt zijn door iets, dat in de machinekamer plaats had. Hij acht het eerder mogelijk, dat de ontploffing het gevolg was van het feit, dat het schip ergens op stiet en toen werd opgelicht. Gepeild kon er gedurende de gehele reis niet worden, omdat het dek voortdurend blank stond.
Getuige heeft zich terstond naar de machinekamer begeven, doch het bleek onmogelijk daar iets te verrichten. Hij ging dus weer naar dek en was met de kapitein van mening, dat men het schip moest verlaten. De machinist Walboom verklaarde, dat de op de BRANDARIS gebruikte kolen zeer slecht waren. Tijdens de ontploffing was getuige in de machinekamer. Hij zag vlammen en rook komen uit een pas schoongemaakte generator. De oorzaak van het gebeurde kon getuige niet onderzoeken. De Raad zal later in deze zaak uitspraak doen.


09 augustus 1919


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Indertijd toen de stoomvaartmaatschappijen zo goed als geen schepen op Indië lieten varen, wezen wij er, naar aanleiding van het torpederen van het zeilschip ALBERTINE BEATRICE, op dat een van de grootste Amsterdamse firma’s de energie bezat om van de ouderwetse zeilvaart gebruik te maken.
Nadat de ALBERTINE BEATRICE verongelukt was, werd een tweede zeilschip door dezelfde firma bevracht. Het verliet in juli 1917 Java en moest, gedwongen door een orkaan, een noodhaven binnenlopen. Ontzaglijke moeilijkheden zich voor, maar in december 1918 zeilde de NEST dan toch weer uit de noodhaven en kwam te Rotterdam binnen einde van de maand mei, dus na een reis van bijna 2 jaar.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Bergingswerk. Rotterdam, 8 augustus. Nadat de werkzaamheden waren afgelopen, is thans ook het Nederlandse stoomschip GELDERLAND, door de combinatie L. Smit & Co’s Bergingsdienst en W.A. van den Tak’s Bergingsbedrijf, te Zeebrugge gelicht en op een veilige plaatst gemeerd. Dit stoomschip was door de Duitsers op hun terugtocht uit België tot zinken gebracht.
Verder heeft voornoemde combinatie nog een 15-tons kraan gelicht, welke in de schuilhaven van Zeebrugge was gezonken, benevens een onderlosser. Men is nu begonnen met het bergen van het Nederlandse stoomschip ZAANSTROOM, eveneens te Zeebrugge gezonken. Dit stoomschip is zwaar beschadigd. Er bevonden zich twee grote gaten in het voorschip; het schot tussen de machinekamer en het achterruim is geheel vernield en het schip heeft verder nog twee gaten aan bakboordzijde in het vlak onder de machinekamer.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

De drie-mast stalen motorschoener JEANNETTE van de Vrachtvaart Maatschappij Neerlandia te Rotterdam is aan de Entreprises Maritimes Belges (directie E. Deckers & Co.) te Antwerpen verkocht.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Londen, 6 augustus. De in ballast van Rotterdam naar Bordeaux bestemde motorschoener PRINCENHAGE VI is met gebroken circulatiepomp te Falmouth binnengesleept. De brak op de 1e augustus op 4 mijl zuid van St. Catherine´s Point.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Maassluis, 9 augustus Het stoomschip PATRIA is heden van Rotterdam naar Java vertrokken (opm: eerste reis)


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. De Raad voor de scheepvaart houdt woensdag 13 augustus te 1.30 uur nm. een openbare zitting tot onderzoek naar het stranden op de klippen nabij Feisten op 24 april jl. van het zeilschip DINA JOHANNA. Reder: A. Hunik te Rotterdam; gezagvoerder: A.J. Kloppenburg te Maassluis.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 8 augustus. Het heden hier binnengekomen stoomschip NICKERIE was voorheen gerekwireerd. Het komt nu weer in het bezit van de Koninklijke West-Indische Maildienst te Amsterdam.


Krant:

  HD - Heldersch Dagblad

In het Lagerhuis zei de heer Hainsworth bij de beantwoording van een vraag met betrekking tot de overdracht van Duitsland naar Nederland van Duitse schepen te Neufahrwasser, dat de Duitsers van de geallieerde wapenstilstandscommissie voor zaken betreffende het vlootwezen, verlof hebben gekregen om twee van de oude in onbruik geraakte Duitse oorlogsschepen, liggende te Neufahrwasser, n.l. de WOERTH en de HILDEBRAND, aan Nederlandse firma´s voor afbraak te verkopen. Een verzoek voor verdere dergelijke verkopen aan Nederlandse firma´s is bij de commissie in behandeling.


10 augustus 1919


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

De vrachtlogger FLEVO IX van de Scheepvaart Maatschappij Flandria te Rotterdam is ondershands verkocht aan de heer Joh. Engelhart te IJmuiden. Het schip wordt aan een scheepswerf te Vlaardingen voor de visserij omgebouwd en zal dan in de vaart komen met de naam NEDERLAND (IJM-292).


11 augustus 1919


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Maassluis, 11 augustus. Hedenmorgen is de Nieuwe Waterweg binnengekomen het stoomschip KIELDRECHT, komende van Londen. (opm: zie AH 120819)


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Duinkerken, 6 augustus. De Nederlandse schoener ALIDA is nu in het dok te Gravelines. De gezagvoerder heeft zich weer in het bezit van zijn schip gesteld. Een derde gedeelte van de waarde wordt als bergloon gevorderd. (opm: zie AH 040819)


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Londen, 10 augustus. De Nederlandse schoener TRIO, kapt. Mos, van Rotterdam naar Plymouth bestemd, is aldaar bij het aanleggen aan de kade aan de grond geraakt, waardoor het schip slagzijde kreeg en schade van verschillende aard beliep.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Hamburg, 8 augustus. In zake het op 29 juli nabij Laurvig stranden van de Nederlandse tjalk ALFA, is op de 6e dezer te Ringköbing een verklaring afgelegd. De stranding wordt aan dik weer, miswijzing kompas en aan het niet luisteren naar het roer toegeschreven.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Delfzijl, 7 augustus. Heden is alhier uit zee teruggekeerd het schip TWEE GEBROEDERS, kapt. Bootsman. Gisteren was het van hier vertrokken, geladen met oud ijzer en bestemd voor Middlesbrough. Op de Eems heeft het een anker verloren, waarvan het hier weer voorzien wordt.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 9 augustus. De Nederlandse sleepboot MAAS vertrok 8 aug. van hier naar Hamburg om vandaar 2 bakken naar hier te slepen; de SEINE vertrok 7 aug. met 2 bakken van Hamburg naar hier en de sleepboot THAMES heeft 7 aug. nabij Dungeness het aldaar wachtende — van Buenos Aires naar hier bestemde — Noorse zeilschip KARMÖ, groot 1.619 ton op sleeptouw genomen en is daarmee gisteravond de Nieuwe Waterweg binnen gekomen.


12 augustus 1919


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Van de werf van de Koninklijke Maatschappij De Schelde te Vlissingen is hedenmiddag te water gelaten de onderzeeboot K.3, gebouwd voor het Departement van Koloniën.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Het stoomschip HEERENGRACHT, 378 bruto en 186 netto ton groot, in 1918 gebouwd, behorende aan de Amsterdamsche Vrachtvaart Maatschappij te Rotterdam, is naar Frankrijk verkocht.
Het Nederlandse stoomschip ELSA, in 1914 te Slikkerveer gebouwd en behorende aan de N.V. Scheepvaart Maatschappij Elsa, is naar Griekenland verkocht. Het schip meet 212 ton bruto en 109 ton netto.
Het Nederlandse stoomschip GOSINA HILLEGONDA in 1916 te Slikkerveer gebouwd, metende 203 ton bruto en 96 ton netto, is naar Frankrijk verkocht.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

De Stoomvaart Maatschappij De Maas te Rotterdam heeft van de Engelse regering overgenomen ter vervanging van het in juni 1918 getorpedeerde stoomschip KIELDRECHT het Engelse stoomschip WAR ROACH.
De WAR ROACH, welke maandag onder de naam KIELDRECHT van Londen te Rotterdam is aangekomen, is 5.251 bruto en 3.191 netto ton en in 1918 gebouwd.


13 augustus 1919


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Londen, 12 augustus. De vrachtloggers FLEVO I en FLEVO V arriveerden van Stege te Gotenburg met schade door stormweer. Zij verloren enige zeilen en hadden lichte dekschade. De schepen moeten repareren.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Groningen, 12 augustus. Alhier is bericht ontvangen, dat de klipperaak HOLLANDIA, kapt. De Groot, bij Ystad (Zuid-Zweden) gezonken is. De opvarenden werden gered.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 12 augustus. De vrachtlogger FLEVO IX van de Scheepvaart Mij. Flandria te Rotterdam is onderhands verkocht aan de heer Joh. Engelhart te IJmuiden. Het schip wordt aan een scheepswerf te Vlaardingen voor de visserij omgebouwd en zal dan in de vaart komen met de naam NEDERLAND (IJM-292).


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Londen, 10 augustus. De haven van Dover is deze week weer voor het Transatlantische verkeer opengesteld. De Koninklijke Hollandsche Lloyd verkreeg de nodige faciliteiten van de admiraliteit voor het stoomschip GELRIA, dat, op de thuisreis, zaterdag en voor het uitgaande stoomschip FRISIA, dat zondag in die haven verwacht werd.


14 augustus 1919


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

De voor eigen rekening door de firma G.J. van der Werff te Hoogezand gebouwde stalen drie-mast motorschoener CATHARINA, met een laadvermogen van 400 ton en een Rennesmotor van 120 pk, is door bemiddeling van de rederij Gebr. Mühring te IJmuiden aan een Franse combinatie verkocht. (opm: verdoopt in PIERRE ET MARTHE)


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

De drie-mast motorschoener ADRI van de Vrachtvaart Maatschappij Vlaardingen te Rijswijk is voor geheime prijs verkocht aan een Griekse firma.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Maassluis, 14 augustus. Heden is in de Nieuwe Waterweg binnengekomen het stoomschip AMSTELSTROOM, gesleept door de sleepboot ATLAS, komende van Haarlem. (opm: om van machines te worden voorzien te Rotterdam).


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Maassluis, 14 augustus. Heden is voor proeftocht naar de Noordzee vertrokken het stoomschip HAGNO.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. De Raad deed uitspraak betreffende het zinken van het motorzeilschip HARLINGEN. De Raad is van oordeel, dat de HARLINGEN is gestoten op een vermoedelijk puntig, onder water drijvend voorwerp, welke de bodemplaten van het vaartuig zal hebben opgehaald. Er is geen aanleiding aan een mijn te denken, daar noch een slag, noch enige rook is waargenomen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. De Raad deed uitspraak betreffende het scheef vallen en zinken van het motorschip BRANDARIS. De Raad vermag de oorzaak van het zinken van het motorschip BRANDARIS niet met zekerheid vast te stellen. Of de trilling in het schip is ontstaan door de ontploffing in de generator, dan wel door het stoten op een voorwerp, is niet met zekerheid gebleken. Evenmin is gebleken, dat het schip ten gevolge van het stoten lek is geworden. Vast staat dat de BRANDARIS zware slagzij heeft gekregen. Of deze is ontstaan door het overgaan van de lading dan wel ten gevolge van een andere oorzaak is niet te bepalen. Uit de verklaring van de viceconsul te Cuxhaven blijkt dat de BRANDARIS niet is omgeslagen, doch met de voorsteven naar beneden is gezonken. Hieruit zou volgen dat het schip vol water is gelopen, hetzij ten gevolge van een lek, hetzij dat in de machinekamer door de ontploffing een defect aan een kraan of buis is ontstaan, waardoor water is binnengedrongen, dat allengs door de lensleiding naar de voorpiek en het ruim is gelopen en zo het schip heeft doen vollopen en zinken. Hoewel achteraf gebleken is dat de BRANDARIS nog lang heeft gedreven nadat zij door de bemanning was verlaten en men door aan boord te blijven en de nodige maatregelen te nemen het schip wellicht nog had kunnen behouden, kan de Raad het de kapitein niet euvel duiden dat hij het schip heeft verlaten, Uit de verklaringen toch blijkt dat de toestand waarin het schip zich bevond met de heersende wind en zee, inderdaad zeer gevaarlijk was voor dit kleine schip en dat alle kans op omslaan bestond toen men het schip verliet.


15 augustus 1919


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Het volgens hoogste klasse Bureau Veritas, voorschriften Scheepvaartinspectie, schepelingen- en stuwadoorswetten voor rekening van de Maatschappij Zeevaart door de Rotterdamsche Droogdok Maatschappij te Rotterdam gebouwde tentdek-stoomschip HAGNO heeft gisteren met gunstig gevolg proef gestoomd. De HAGNO, lang 359, breed 50 en hol 24 voet 6 duim, met een geladen diepgang van 21 voet 6 duim, heeft een laadvermogen van ongeveer 6.300 ton en een waterverplaatsing van 8.860 ton. De voortstuwing geschied door een triple-expansie machine, met cilinders van 25 x 41 x 68 Engelse duim, ontwikkelende 1.450 ipk. Het schip, bestemd voor de algemene vrachtvaart, is geheel ingericht volgens de eisen des tijds en heeft een inrichting voor draadloze telegrafie aan boord.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Londen, 12 augustus. Het te Rotterdam thuis behorende en van daar met stukgoed naar Hull bestemde stoomschip CALEDONIA is 31 juli ter hoogte van de Riverside Quay (Humber), met het stoomschip GWYNWOOD in aanvaring geweest, waardoor een gat aan stuurboord boven en beneden de waterlijn is ontstaan. Verscheidene platen, spanten en stringerplaten werden gebroken of gedeukt.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Raad voor de Scheepvaart. Een krasse beschuldiging.
De Raad voor de Scheepvaart heeft behandeld de oorzaak van het stranden op 24 april van het zeilschip DINA JOHANNA, op de klippen nabij Feisten, in Noorwegen.
De gezagvoerder, de heer A.J. Kloppenburg, verklaarde met de vrachtlogger op weg te zijn geweest naar Egersund, in Noorwegen. Nabij Feisten stootte men op een klip. Het schip bleef vastzitten, maar raakte spoedig daarop weer los. Een boei heeft hij niet gezien. Vervolgens heeft men in Egersund de lading gelost. Men kon met een lading carbid naar Nederland terugkeren, doch de bemanning weigerde hiermee te varen. Men vreesde, dat het schip een lek had gekregen. Op order van de rederij te Rotterdam is men daarna in ballast teruggegaan. Onderweg werd 120 steek water geconstateerd. De bemanning werd direct na aankomst weggejaagd.
In een gesprek, dat de gezagvoerder met de reder A. Hunik te Rotterdam voor de reis had, zou deze, naar de Avp. meldt, te kennen gegeven hebben, dat het hem wel wat waard zou zijn, als de kapitein kans zag het schip te laten verongelukken, want hij had toch een strop aan het schip. Hierop was de kapitein echter niet ingegaan. De inspecteur voor de scheepvaart wees de kapitein er op, dat het haast onmogelijk was, dat hij de drijfbaken en boei ter plaatse niet gezien heeft. De gezagvoerder is juist de gevaarlijkste plek gepasseerd. Men zou zeggen, dat hij aardig bezig is geweest de raad van zijn reder op te volgen, het schip naar de kelder te helpen. Na enige getuigenverhoren, waarbij zich geen nieuwe gezichtspunten voordeden, besloot de Raad later uitspraak te doen.


16 augustus 1919


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Het stoomschip MARKERSDAL, gebouwd op de werf van de firma De Haan & Oerlemans te Heusden, voor rekening van A/S Rederiet Syltholm te Rodbyhavn, heeft gisteren met goed gevolg proef gestoomd op de Nieuwe Waterweg, waarbij een snelheid werd verkregen van ruim 10½ mijl. De afmetingen van het schip bedragen: Lengte 215’-0”, breedte 34’-4” en holte 13’-6”. Laadvermogen ca. 1.600 ton. Het schip is voorzien van triple-expansie machine van ca. 600 ipk vervaardigd door de N.V. Burgerhout’s Machinefabriek & Scheepswerf te Rotterdam. Schip en machine zijn gebouwd volgens de hoogste klasse van Bureau Veritas en de Deense schepenwet.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Verkochte schepen. De voor eigen rekening op de Scheepswerf Nicolaas Witsen van de firma W.F. Stoel & Zonen te Alkmaar nieuw gebouwde stalen twee-mast motorschoener PAX is aan de rederij P.H. Kofoed te Rönne (Denemarken) verkocht.
Het schip vertrok gisteren onder de Deense vlag van IJmuiden naar Middlesbrough.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Gisteren werd van de scheepsbouwwerf van de heren Gebr. Volker te Sliedrecht te water gelaten het casco van een vrachtstoomschip van 900 ton draagvermogen, gebouwd voor rekening van Bureau Wijsmuller te ’s-Gravenhage. Het schip zal de naam van JAN VAN GALEN voeren.


17 augustus 1919


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Van de werf van de N.V. C. van der Giessen & Zonen’s Scheepswerven te Krimpen a/d IJssel werd gisteren met goed gevolg te water gelaten het vrachtstoomschip KURLAND, groot 2.200 ton draagvermogen.
Op de vrijgekomen helling werd de kiel gelegd voor een vrachtstoomschip van ongeveer 10.000 ton draagvermogen voor de Holland Amerika Lijn.


18 augustus 1919


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. Woensdag 20 augustus ‘s namiddags 1.30 uur, onderzoek naar de oorzaak van het motorongeval in juni 1919 aan boord van het motorschip HERA, ten gevolge waarvan de 2e machinist ernstige brandwonden opliep.
Rederij: Nederlandsch-Indische Tankstoomboot Maatschappij te 's-Gravenhage; gezagvoerder: F. Schaafsma te Haarlem.
Daarna onderzoek naar de oorzaak van het lek stoten en zinken nabij St. Valery op 12 juli 1919 van het zeilschip PROEFNEMING I.
Rederij: N.V. Visscherij Maatschappij Proefneming; schipper: J. Wapenaar, beiden te Vlaardingen.


19 augustus 1919


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Malmö, 12 augustus. De klipperaak HOLLANDIA ligt gezonken in 25 meter diepte. Als oorzaak van het zinken wordt opgegeven dat het zwaard een gat in de scheepszijde heeft gestoten. Het schip was van Kopenhagen met ijzeren pijpen naar Stockholm bestemd. (opm: zie AH 130819)


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Amsterdam, 18 augustus. Het destijds door de Amerikaanse regering opgevorderde stoomschip LEERSUM van de Stoomvaart Maatschappij Oostzee arriveerde hedenmiddag in ballast van Liverpool alhier, ten einde in het dok te worden opgenomen. Daarna wordt het stoomschip weer ter beschikking van de rederij gesteld.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

In de nacht van zaterdag op zondag (opm: van 16 op 17 augustus 1919) is de motorschoener DEMOCRAAT op de reis van Rotterdam naar Nyhamn op de Zweedse kust vergaan. Vermoed wordt, dat het schip op een mijn is gelopen. De kapitein en stuurman worden vermist. De matroos en kok zijn gered. Nadere bijzonderheden ontbreken.


20 augustus 1919


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Zeebrugge, 10 augustus. Het stoomschip GELDERLAND is gelicht en op een veilige plaats gemeerd. (opm: zie AH 260719)


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

De Nederlandse motorschoener MARIA JACOBA, groot 213 ton bruto, gebouwd in 1917, is voor geheime prijs onderhands verkocht aan de Bataafsche Petroleum Maatschappij.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Van de werf van de Scheepsbouw Maatschappij Nieuwe Waterweg, te Schiedam, werd gisteren met goed gevolg te water gelaten het voor de Koninklijke Nederlandsche Stoomboot Maatschappij nieuw gebouwde stoomschip DELFT. Het is gebouwd volgens de voorschriften en onder speciaal toezicht van Lloyds en geklasseerd in de hoogste klasse.
De hoofdafmetingen zijn: Lengte tussen de loodlijnen 370’; grootste breedte 50’; holte tot het hoofddek 29’. Het schip heeft twee dekken en lange brug met bak en kampanje. Het draagvermogen zal zijn ca. 7.300 ton. Het zal voorzien worden van een triple-expansie machine met cilinders van 26” x 42” x 70” bij 48 “ slag.
De stoom zal geleverd worden door 3 stalen stoomketels met een diameter van 15’-0” en een lengte van 11’-13/8” stoomdruk 180 lbs. per vierkante duim. De ketels zijn voorzien van Howdens patent geforceerde trek, oververhitters en tevens ingericht om met olie gestookt te worden. Het schip is geheel elektrisch verlicht en voorzien van draadloze telegrafie, voorts van een dubbele bodem over de gehele lengte, waarin, evenals in voorpiek, achterpiek en bunkers, vloeibare brandstof voor eigen gebruik geborgen kan worden, terwijl verder de nodige kolenbunkers aanwezig zijn voor het geval met kolen gestookt wordt.
Zes stalen schotten verdelen het schip in waterdichte compartimenten. Op de brug zijn aanwezig de gerieflijk ingerichte verblijven voor kapitein, officieren en machinisten, benevens hutten voor 8 passagiers. Achter in de kampanje zijn de verblijven voor de bemanning ingericht. Het schip is voorzien van 20 stuks stoomlieren, zodat in zeer korte tijd geladen en gelost kan worden. De stoomstuurmachine is opgesteld in een dekhuis op het kampanjedek en is van het direct werkende type met hydraulische telemotor leiding naar en standaards op de brug.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

De stalen schoener ROTTERDAM, gebouwd door en toebehorende aan de firma Gebr. Boot te Leiderdorp, is door de heren Gebr. Mühring te IJmuiden aan een rederij in Senegal verkocht.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

In de nacht van zaterdag op zondag is de motorschoener DEMOCRAAT. Op de reis van Rotterdam naar Nyhamn op de Zweedse kust vergaan. Vermoed wordt, dat het schip op een mijn is gelopen. De kapitein en stuurman worden vermist, de matroos en kok zijn gered. Nadere bijzonderheden ontbreken.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Handels Maatschappij en Technisch Scheepvaartbureau ‘Navis’ te Groningen.
Aan het verslag over het eerste boekjaar, lopende van 19 november1918 tot 30 april 1919, ontlenen wij het volgende: De verwachting, dat reeds aanstonds bij het intreden van de wapenstilstand een verbetering in het scheepvaartbedrijf zou intreden en ten gevolge daarvan een verhoging van de marktprijs van de schepen, werd niet vervuld. Grote omzichtigheid en beleid moesten worden in acht genomen om te voorkomen, dat in ons bedrijf door de sterk dalende marktprijs van schepen en materialen, verliezen zouden worden geleden. Ten opzichte van de in voorraad of in aanbouw zijnde schepen kunnen wij meedelen, dat deze alle verkocht zijn voor zeer lonende prijzen. De nieuw aangegane bouwcontracten werden gesloten op zodanige basis, dat rekening werd gehouden met de hogere lonen en onkosten, terwijl de materialen daarvoor ruimschoots aanwezig zijn. Dat onze instelling vooral ook in het noorden van het land in een bestaande behoefte voorziet, kan o.a. worden bewezen daaruit, dal gedurende enkele maanden van haar bestaan, reeds meer dan duizend aanvragen betreffende aan- en verkoop van schepen bij haar inkwamen en in behandeling werden genomen. Wat het kapitaal betreft het volgende. Tot heden zijn geplaatst 750 aandelen à NLG 1.000. Door commissarissen is besloten beursnotering aan te vragen en werd hiermee reeds een aanvang gemaakt. Hoe belangrijk het geplaatste bedrag is, toch komt het reeds voor, dat belangrijke transacties niet aangegaan kunnen worden wegens tekort aan beschikbare middelen. Versterking van het bedrijfskapitaal zou niet anders dan de uitzetting van het bedrijf bevorderen. De afschrijvingen op de vaste en losse goederen tot heden, bedragen hebbende NLG 10.075, zijn eveneens afgeschreven. Na deze afschrijvingen blijft een netto winst over van NLG 54.492. Gereserveerd wordt NLG 10.000.
De aandeelhouders ontvangen NLG 34.680 of 6% en de 150 oprichtersbewijzen NLG 14 per stuk.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Kopenhagen, 12 augustus. De Engelse torpedojager WESTMINSTER is met de schoener PETREA, de tjalk ONDERNEMING en de galjoot META in aanvaring geweest, welke alle drie beschadigd werden.


21 augustus 1919


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Van de werf van de heer G.J. Van der Werf te Hoogezand is gisteren met goed gevolg van stapel gelopen een voor eigen rekening gebouwde drie-mast motorschoener van ongeveer 400 ton. Het schip zal worden voorzien van een Rennes-motor van 120 pk. De kiel wordt gelegd voor een dergelijk schip.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. De DINA JOHANNA. De Raad heeft gisteren uitspraak gedaan betreffende het op de klippen lopen van het zeilschip DINA JOHANNA.
De Raad is van oordeel dat het stoeten van de DINA JOHANNA op de klippen nabij Feysten is veroorzaakt door verkeerde navigatie van de schipper. Deze heeft van Tananger een koers gestuurd, welke hem op de klippen moest doen lopen. Hoewel de gevaren van het vaarwater op de kaart waren aangegeven, heeft de schipper geen behoorlijke uitkijk gehouden en doen houden naar de aangegeven bakens en boeien en heeft men zodoende het drijfbaken van de klip bij Feysten eerst bemerkt toen het te laat was de klip te mijden. Na het ongeval heeft de schipper dit verheimelijkt door er geen kennis van te geven te Egersund en door het ook niet in het journaal te vermelden. Deze schipper is in alle opzichten in zijn plicht te kort geschoten. Daar de scheepsramp door een daad en nalatigheid van de schipper is veroorzaakt straft de Raad hem, door hem de bevoegdheid te ontnemen als schipper te varen op een schip, bedoeld bij Art. 2 van de Schepenwet, voor de tijd van zes maanden.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. Koolzuur of zuurstof?
De Raad voor de Scheepvaart heeft een onderzoek ingesteld betreffende het motorongeval in juni jl. aan boord van het motorschip HERA, ten gevolge, waarvan de 2e machinist ernstige brandwonden kreeg. Uit het onderzoek bleek, dat men de machine aan de gang had willen helpen met koolzuur, doch dat bij vergissing een cilinder zuurstof was gebruikt.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. Gezonken.
Voorts heeft de Raad onderzocht het lek stoten en zinken nabij St. Valéry op 12 juni jl. van het zeilschip PROEFNEMING I van de Visscherij Mij. Proefneming. Gezagvoerder was J. Wapenaar. Deze was niet ter zitting verschenen. De 1e stuurman W. Metzon verklaarde, dat het schip stootte terwijl het werd gesleept uit de haven van St. Valéry. Het maakte na het stoten water. Plotseling gooide de sleepboot de tros los en ging terug. Het schip moest toen trachten zeilende naar buiten te komen. De stuurman meende, dat de sleepboot niet had mogen losgooien. Het schip is na die tijd nog enige malen, op dezelfde plaats ongeveer, gestoten. Door de stevige bries liep het schip over de klippen heen. De bemanning is toen aan het pompon gegaan, maar de pompen konden het water, niet tegenhouden. De stuurman zei de kapitein te hebben gewaarschuwd, doch deze deed niets. De stuurman heeft de bemanning van boord doen gaan in de boten. Het dek stond toen al onder water. Een Engels stoomschip heeft getracht de PROEFNEMING I binnen te slepen, doch het vaartuig zonk. De stuurman had de scheepsverklaring en het journaal niet mee ondertekend, omdat, volgens hem, deze stukken niet juist waren opgemaakt. Hij zei voorts, dat het schip nooit goed dicht was geweest.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 20 augustus. Van de scheepswerf De Vooruitgang van de firma Boot te Alphen a/d Rijn werd zaterdag (opm: 16 aug.) met goed gevolg te water gelaten de voor Griekse rekening gebouwde motorschoener EMILY, metende 550 ton.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Hilversum, 20 augustus. Volgens een alhier ontvangen telegram van het westerlandeiland Sylt is de Nederlandse motorschoener DEMOCRAAT, 99 ton groot, welke 11 augustus van Rotterdam naar Nyhamn vertrok, op de Noordzee gezonken. De kapitein en de stuurman verdronken. De matroos en de kok zijn gered. Volgens bij de rederij van het motorschip DEMOCRAAT ingekomen telegram d.d. 16 aug. is genoemd schip nabij Sylt gezonken. De kapitein is aldaar dood aan land gebracht, de stuurman is verdronken en de matrozen Arbeider en Woortman zijn gered en bevinden zich op het eiland Sylt.


22 augustus 1919


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Volgens door de directie van de Koninklijke Nederlandsche Stoomboot Maatschappij ontvangen telegram is het stoomschip LUNA, de 19e dezer van Amsterdam naar Lissabon vertrokken, hedenmorgen bij de Goodwin Sands op een mijn gelopen en dientengevolge gezonken. Passagiers en bemanning zijn veilig te Calais geland en zullen morgen naar Amsterdam terugkeren. De LUNA was groot 1.269 ton bruto en gebouwd in 1912.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Volgens telegram uit Rosario heeft het Nederlandse stoomschip KEDIRI brand gehad in de bunkers. Experts oordelen, dat het schip veilig de thuisreis kan aanvaarden. De lagedruk-cilinder is defect en afgekoppeld. De machine werkt compound, alleen met hoge- en middeldruk-cilinders.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Van de scheepswerf ’t Hondsbosch te Alkmaar werden met goed gevolg te water gelaten de stalen standaard-model directie-sleepboten BEAUVOISINE, CAUCHOISE, ST. SEVER, ST. HILAIRE en ST. RIBOUDET, alle aangekocht voor Franse rekening. De boten, met afmetingen van 51 x 11 x 5 voet, zijn uitgerust met 35 pk Kromhout-motoren.


23 augustus 1919


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Het stoomschip VAN OVERSTRATEN van de Koninklijke Paketvaart Maatschappij gaat een lotsverandering tegemoet. Het zal van Belawan via Balik-Papan, waar het olie op zal nemen, naar Batavia vertrekken. Daar neemt het passagiers op en vaart naar Rotterdam om die passagiers af te zetten, waarna het schip naar New York vaart, om daar de lading te lossen. Dit is het eerste schip van de Koninklijke Paketvaart Maatschappij, dat van Indië naar Nederland terugkeert.
De lading bestaat uit 5.000 ton, zijnde 14.400 pakken tabak, 1.700 kisten gambir, 10.000 pakken rubber en 8.000 kisten rubber.
Binnen een maand hoopt men de reis Batavia-Rotterdam te volbrengen. De hoeveelheid olie, die ingenomen wordt, is voor die reis in elk geval, desnoods ook voldoende om New York te halen. De 85 passagiers zijn bijna allen leden van het K.P.M.-personeel.
Van de bemanning zal hoogstwaarschijnlijk het grootste gedeelte te Rotterdam aan wal gaan (en wordt dan door anderen vervangen), maar de 1e officier blijft aan boord in het belang van de lading (opm. de VAN OVERSTRATEN kwam de 26e augustus van Java de Nieuwe Waterweg binnen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Hamburg, 21 augustus. Het motorschip DEMOCRAAT is op Holtknop bij Hörnum gestrand.
(opm: zie AH 190819)


Krant:

 SCV - Weekblad Schuttevaer

De voor eigen rekening door de firma G.J. van der Werff te Hoogezand gebouwde stalen driemast motorschoener CATHARINA, met een laadvermogen van 400 ton en een Rennesmotor van 120 pk, is door bemiddeling van de rederij Gebr. Mühring te IJmuiden aan een Franse combinatie verkocht. (opm: verdoopt in PIERRE ET MARTHE)
Een dergelijk schip staat nog op stapel en is eveneens op eigen risico gebouwd. Het wordt binnen enkele dagen te water gelaten. (opm: op 31 aug. vertrokken met een lading oud ijzer naar Swansea)


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Delfzijl, 21 augustus. Van hier is heden vertrokken het nieuwe stoomschip AMSTELVEEN, kapt. N. Delfas. Dit schip is gebouwd op de werf van de heer Zwolsman te IJlst en is 512 m3 netto groot. De machine van 275 pk is geleverd door de heer Stork te Hengelo. Het schip is geladen met oud ijzer en bestemd voor Grangemouth en behoort aan de Vrachtmaatschappij Neerlandia te Rotterdam.


25 augustus 1919


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Londen, 24 augustus. Het Nederlandse stoomschip ALAMAK, van Buenos Aires naar Rotterdam bestemd, is te St. Vincent uit zee teruggekeerd om de voeding pompen te repareren, welke reparatie circa vijf dagen zal vorderen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 23 augustus. Gisteren namiddag is alhier aangekomen met het stoomschip AMIRAL l'HERMITE van Duinkerken de bemanning van het stoomschip LUNA, dat woensdag jl. uit Amsterdam vertrok naar Lissabon. In de nacht om 3 uur 45 min. liep het schip ter hoogte van Walden, 5 mijl oost van de haven van Calais op een mijn en werd aan bakboord getroffen. De machinekamer stond onmiddellijk vol stoom, terwijl het elektrisch licht werd uitgedoofd. Het schip bleef nog een uur drijvende, zodat de bemanning in de gelegenheid was zich In de boten te redden. De Engelse transportkotter H 76, die een paar uur later de plaats des onheils passeerde, heeft de bemanning, bestaande uit 26 koppen aan boord genomen en te Calais aan land gezet. Donderdagmiddag is de bemanning per trein naar Duinkerken vertrokken, waar zij op een na, een Spaanse officier, aan boord is gegaan van de AMIRAL l'HERMITE. Alleen de scheepspapieren van de LUNA konden meegenomen worden. De LUNA was 1.269 bruto en 743 netto ton groot, in 1912 gebouwd bij A. Vuijk & Zn. te Capelle a/d IJssel en behoorde aan de Koninklijke Nederlandsche Stoomboot Mij. te Amsterdam.


26 augustus 1919


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Deal, 22 augustus. De Nederlandse motorschoener RAP geraakte ten zuiden van het Goodwin Sands aan de grond, doch kwam met assistentie van bootslieden weer vlot.
De RAP liep de 23e augustus te IJmuiden binnen voor aanvulling van de olievoorraad.
(opm: de RAP was onderweg van Nantes naar Malmö)


27 augustus 1919


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Van de werf De Hoop van de firma Gebr. Boot, te Leiderdorp, zijn te water gelaten twee stalen haringloggers, elk met een afmeting van 25 x 6,60 x 3,05 meter, waarvan de ene, genaamd JOHANNA JACOBA (NW-1), gebouwd werd voor de N.V. Reederij v/h W. van Beelen te Noordwijk aan Zee en de andere, genaamd STERNA (KW-41), voor de N.V. Maatschappij tot Exploitatie van Stoom- en andere Visschersvaartuigen te Katwijk aan Zee.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 26 augustus. Volgens draadloos telegram arriveerde de zeesleepboot ZEELAND, van Batavia naar Rotterdam, 20 dezer te Suez.
De zeesleepboot HOLLAND met drie vaartuigen op sleeptouw, van Rotterdam naar Rio Grande do Sul, vertrok 21 dezer van Port Talbot.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 26 augustus. De van Londen naar Hamburg bestemde Nederlandse motorschoener UBBEKARSPEL, kapt. Metus, moest gisteren hier binnenlopen wegens gebrek aan olie.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Millingen, bij Nijmegen, 23 augustus. Van de werf van de N.V. Scheepswerven v/h H.H. Bodewes alhier, is met goed gevolg te water gelaten het stoomschip TALLO, lang 180 voet, breed 28 en hoog 14½ voet, laadvermogen ruim 1.000 ton. De verdere inventarisering van het schip zal verzorgd worden door de N.V. Verschure & Co’s Machinefabriek te Amsterdam.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Kalmar, 13 augustus. Het Nederlandse stoomschip BERNISSE, bij Öland gezonken en daarna gelicht en te Oskarshamn binnengebracht, is nu bezig de lading te lossen; zal waarschijnlijk de volgende week voor onderzoek in het droogdok worden geplaatst.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Weinig geslaagde motor schoeners.
Aan het verslag betreffende de werking en de toepassing van de Schepenwet en de gang van de dienst in het 1e en 2e district van de Scheepvaartinspectie, is, wat de nieuwbouw aangaat, het volgende ontleend: Verscheidene motorschoeners, waarvan vele in het noorden van het land waren gebouwd, werden van motoren voorzien en afgeleverd. Zoals reeds in het vorige jaar werd vermeld, mag dit type, als zijnde te vol van vorm, weinig geslaagd heten. Bij een aantal schoeners zijn later op aanbeveling van ambtenaren van de Scheepvaartinspectie kielen aangebracht, terwijl tevens de opening rond de schroef in de achtersteven zo veel mogelijk werd dicht gemaakt en veelal de roeren vergroot werden. Behalve dat de vorm te vol is en de bodem te plat, waardoor ze afdrijven, lijden zeer vele van deze schoeners aan het grote gebrek, dat het zeilpunt te achterlijk ligt, een reden te meer, waarom deze schepen slecht manoeuvreren, daar ze zogenaamd ‘loefgierig’ zijn. Op aandringen van de Scheepvaartinspectie werd hierin zo goed mogelijk alsnog verbetering aangebracht, terwijl het streven merkbaar wordt bij de aanbouw van nieuwe schoeners meer rekening te houden met de gedurende de laatste tijd in de praktijk ondervonden bezwaren.
Overigens werd aan de grotere in aanbouw zijnde schepen, zo goed en zo kwaad zulks ging, voortgewerkt, terwijl de materialennood vooral ook drong tot het bouwen van kleine stoomschepen van 300 à 1.100 ton draagvermogen, waarvan verreweg de meeste waren van het type met verhoogd halfdek en de machine achterin. Ook deze zijn in de praktijk niet bijzonder geschikt, omdat het laadruim te veel naar voren ligt, waardoor ze in afgeladen toestand koplast hebben en daardoor minder goed te besturen zijn.
Een aantal vissersschepen werd, even eens in het vorige jaar, voor de vrachtvaart ingericht. Intussen bestond bij het eind van 1918 wederom plan sommige van deze schepen opnieuw voor de visvangst in te richten.
Voor zover de houten loggers betreft, die voor de vrachtvaart werden omgebouwd, bleek het nodig het verband in de huid te verbeteren door het bijplaatsen van ijzeren klinkbouten, terwijl bovendien deze schepen inwendig nogal zwaar versterkt moesten worden, omdat ze anders te veel aan werking in zeegang en daardoor aan lekkage onderhevig waren, nu de betimmering voor het oorspronkelijk bedrijf, om voldoende laadruimte te verkrijgen, er uitgenomen was. De stalen vrachtloggers waren over het algemeen, hoewel klein, zeer zeewaardige scheepjes. Het bouwen van schepen in gewapend beton bleef hier te lande, in strijd met de verwachting, die in het vorige jaarverslag werd uitgesproken, beperkt tot de binnenvaart.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Advertentie. Heden ontvingen wij het treurig bericht dat onze geliefde oudste zoon, broeder, behuwdbroeder, a.s. zwager en oom Harm Nanninga, geliefde echtgenoot van G. Immel, in de ouderdom van 30 jaren, zijn graf in de golven heeft gevonden. In leven stuurman op het motorschip DEMOCRAAT, welk schip op reis van Rotterdam naar Niham (Zweden) is vergaan. Groningen, 27 aug. 1919. Uit aller naam: F. Nanninga.


28 augustus 1919


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Rosario, 24 augustus. Het stoomschip KEDIRI ontving een certificaat van zeewaardigheid. Een verder door Lloyds ontvangen verminkt telegram zal waarschijnlijk moeten betekenen, dat het stoomschip de 23e augustus van Rosario vertrok.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Londen, 28 augustus. Het Nederlandse stoomschip HENGELO heeft te Fowey door aanvaring lichte schade bekomen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Maassluis, 28 augustus. Het stoomschip MEERDRECHT, de 26e dezer van hier naar Grangemouth vertrokken, is hedenmorgen uit zee teruggekeerd met machineschade en verlies van ankers.


29 augustus 1919


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

De oceaan-sleepboot-ijsbreker ATLANTIC, gebouwd onder hoogste klasse Bureau Veritas te Slikkerveer op de werf van De Groot & Van Vliet voor rekening van de firma L. Kalis & Co. te Dordrecht, werd gisteren na geslaagde proeftocht door genoemde rederij overgenomen. Het schip zal waarschijnlijk binnenkort in exploitatie worden gebracht.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Delfzijl, 27 augustus. Het heden als bijlegger hier aangekomen tjalkschip GEZIENA, kapt. Koopmans, met zout van Londen naar Frederiksstad, heeft een zwaard verloren en schade aan tuig en zeilen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 27 augustus. Het gisteravond van hier naar Passages vertrokken stoomschip WILLY (in charter van de K.N.S.M.) moest hedenmorgen uit zee terugkeren wegens slechte kolen.


30 augustus 1919


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

IJmuiden, 29 augustus. De met hout van Gotenburg naar Dover bestemde Nederlandse motorboot WILHELMINA, met defecte motor en verlies van ankers en kettingen als bijlegger hier binnengelopen, is naar Rotterdam be-orderd, teneinde aldaar de schade te doen herstellen. Het schip zal worden begeleid door de sleepboot URSUS, welke voor dat doel van Maassluis zal komen. (opm: de WILHELMINA was de 28e augustus te IJmuiden binnengekomen)


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Van de werf van de firma Wm. Gray & Co. Ltd. te West Hartlepool is dinsdag (opm: 26 augustus) te water gelaten het stoomschip BONDOWOSO. Dit voor de Rotterdamsche Lloyd bestemde stoomschip is lang 413, breed 52.3 en hol 31 voet. De deadweight-capaciteit is 8.800 ton.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 29 augustus. Naar men verneemt is het Nederlandse stoomschip ENERGIE II verkocht aan de Hollandsche Stoomboot Mij. te Amsterdam. De ENERGIE II is een stoomschip van 845 bruto en 442 netto ton, is in 1918 gebouwd en behoorde nu toe aan de Nederlandsche Scheepvaart Mij. Ruwaard Dir. W.N. v.d. Poll) te Rotterdam.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 28 augustus. Het hier als bijligger binnengelopen motorschip UBBEKARSPEL zal van een geheel nieuwe bemanning worden voorzien, waarna het de reis zal voortzetten.


31 augustus 1919


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. Woensdag 3 september a.s. zal onderzoek plaats hebben naar de oorzaak van de brand in de motorkamer van het motorzeilschip VOLKERAK op 18 mei 1919. Rederij N.V. Hollandsche Algemeene Atlantische Scheepvaartmaatschappij te Rotterdam, gezagvoerder J. Stada te Terschelling.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Rotterdam, 30 augustus. De sleepboten HOLLAND en DRECHT en twee lichters, waarop een sleepboot is geplaatst, van Rotterdam naar Rio Grande bestemd, zijn wegens slecht weer de 28e dezer te Port Talbot teruggekeerd. Van de sleepboot ging een reddingsboot en van een van de lichters een anker verloren. Te Port Talbot wordt een en ander vervangen en bij gunstig weer zal de reis worden voortgezet.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

IJmuiden, 30 augustus. Het van Domsjö met houtstof voor Velsen hier aangekomen stoomschip HOLLANDIA II had door de storm zware slagzij over bakboord gekregen.


01 september 1919


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Amsterdam, 1 september. Het stoomschip LARENBERG van de Stoomboot Maatschappij Hillegersberg , hetwelk destijds door de Verenigde Staten werd opgevorderd, is heden onder Amerikaanse vlag van Gotenburg in ballast hier teruggekeerd teneinde aan de rederij te worden afgeleverd.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Vlieland, 1 september. Het schip NORMA, kapt. Waker, van Kalmar naar Londen, is hier binnengekomen als bijlegger wegens lekkage, en vervolgens opgezeild naar Harlingen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Londen, 28 augustus. De sleepboot REVENGER zonk tijdens zwaar stormweer. Kapitein Milton hing gedurende acht uren aan de kiel van een scheepsboot en werd toen gered door een van de opvarenden van het kustwachtschip PYROE, die met een reddingsboei om in zee sprong en de kapitein wist te grijpen, waarna beiden aan boord van de PYROE werden gehaald. De REVENGER is de vroegere Nederlandse sleepboot MAAS, was 243 ton groot, werd in 1905 te Slikkerveer gebouwd en behoorde nu te Londen thuis.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Fowey, 27 augustus. Toen het te Grimsby thuis behorende stoomschip SCARTHO gisteravond het derde laadhoofd verliet, kwam het in aanvaring met het Nederlandse stoomschip HENGELO, waardoor de bovenreling dwars van ruim no. 1 van de HENGELO brak. Buitendien werden de eerste plaat beneden de dekzeeg beplating en 3 verschansingsteunsels ingedrukt. (opm: zie ook AH 280819)


02 september 1919


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Vlissingen, 30 augustus. De met kolen beladen zeelichter HENNY is aan de Engelse kust gezonken. Het schip was de 28e dezer van Blyth naar Rouen vertrokken. De bemanning is hier per sleepboot BALTIC aangebracht.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 1 september. De sleepboot WITTE ZEE, met het stoomschip CLAN GRAHAM op sleeptouw, is 27 dezer van Malta te Devonport aangekomen. Aldaar worden enige duizenden tonnen gouvernementsgoederen gelost. Daarna zal het stoomschip door de WITTE ZEE verder naar een reparatiehaven in Engeland of Nederland worden gesleept.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Antwerpen, 24 augustus. Het Nederlandse stoomschip WESTERSCHELDE, met hout van Fredrikshamn, rapporteert, dat gedurende slecht weer de deklading is overgegaan, een gedeelte daarvan overboord geslagen en ander deel geworpen werd.


03 september 1919


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

IJmuiden, 2 september. Heden is alhier aangekomen het stoomschip PRINSES JULIANA, komende van Londen. (opm: waarschijnlijk het schip van de Stoomvaart Maatschappij Nederland, om vrijgegeven te worden van rekwisitie. Het schip was in augustus 1919 op reis
van Port Said naar Engeland)


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Londen, 2 september. Volgens telegram uit Kopenhagen is het met hout geladen Nederlandse stoomschip MOORDRECHT bij Saltholm aan de grond geraakt.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Queenstown, 25 augustus. De Nederlandse schoener HORIZON, op weg van Cádiz naar IJsland via Falmouth met zout, is hier binnengelopen om het kompas te repareren. (opm: zie ook AH 211019)


04 september 1919


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

N.V. Furness' Scheepvaart- en Agentuur Maatschappij.
In de gisteren gehouden buitengewone algemene vergadering van aandeelhouders van de N.V. Furness' Scheepvaart- en Agentuur-Mij. te Rotterdam, werd — nadat tot statutenwijziging was besloten — tot gedelegeerd commissaris benoemd de heer P.C. Jongeneel, tot heden directeur van die vennootschap, terwijl naast de heer P.C. Douglass tot directeuren werden aangesteld de heren J.F.B. Schupper en J. van der Sluis.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Rotterdam, 3 september. Volgens een alhier ontvangen bericht is het stoomschip MOORDRECHT gisteren vlot gekomen. Er is 20 standard gelost.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Maassluis, 3 september. Het uitgaande stoomschip YILDUM liep op het zuiden aan de grond, maar kwam met rijzend water zonder assistentie weer vlot en keerde naar Rotterdam terug.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Door de Raad werd een onderzoek ingesteld naar de oorzaak van het ontstaan van brand in de motorkamer van het motorzeilschip VOLKERAK op 18 mei 1919. Het schip behoorde toe aan de N.V. Hollandsche Algemeene Atlantische Scheepvaart Maatschappij te Rotterdam, gezagvoerder J. Stada te Terschelling.
Deze laatste, die als getuige gehoord werd, verklaarde, dat men op reis was van Gent naar Nantes met een lading fosfaat. Volgens hem was de motordrijver, die aan boord was, niet berekend voor zijn taak. Steeds werkte de motor op één cilinder, hoewel in Terneuzen nog proef gedraaid was en alles in orde was bevonden. In Duinkerken had men de motor na laten zien en was deze weer op volle gang gebracht. Op 18 mei tussen 11 en 12 uur ‘s morgens had de motor weer geweigerd. De motordrijver was naar beneden gegaan om een onderzoek in te stellen. Hij had daarbij gebruik gemaakt van een gewone open lamp, terwijl veiligheidslampen aan boord waren. De dagtank was in brand geraakt, waarin ongeveer 300 liter olie aanwezig was. Kort daarop stond de motorkamer in brand. Men was met de boten van boord gegaan en later opgenomen door een Spaans schip, de SAN PEDRO, die de bemanning te Deal aan wal had geze