Inloggen
Zoek in kronieken
Aanwezig jaargangen:
Start - 0 - 189 - 1801 - 1803 - 1805 - 1806 - 1808 - 1813 - 1814 - 1815 - 1816 - 1817 - 1818 - 1819 - 1820 - 1821 - 1822 - 1823 - 1824 - 1825 - 1826 - 1827 - 1828 - 1829 - 1830 - 1831 - 1832 - 1833 - 1834 - 1835 - 1836 - 1837 - 1838 - 1839 - 1840 - 1841 - 1842 - 1843 - 1844 - 1845 - 1846 - 1847 - 1848 - 1849 - 1850 - 1851 - 1852 - 1853 - 1854 - 1855 - 1856 - 1857 - 1858 - 1859 - 1860 - 1861 - 1862 - 1863 - 1864 - 1865 - 1866 - 1867 - 1868 - 1869 - 1870 - 1871 - 1872 - 1873 - 1874 - 1875 - 1876 - 1877 - 1878 - 1879 - 1880 - 1881 - 1882 - 1883 - 1884 - 1885 - 1886 - 1887 - 1888 - 1889 - 1890 - 1891 - 1892 - 1893 - 1894 - 1895 - 1896 - 1897 - 1898 - 1899 - 2018


Bevat   Exact
 

Kronieken uit 1853


01 januari 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Torbay, 28 december 1852. Het schip ENGELINA, kapt. Groothuis, van Shields naar Cadix (opm: Cadiz), is gisteren in een hevige windvlaag op zijde geworpen en door de equipage verlaten, welke alhier behouden geland is.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Falmouth, 28 december 1852. Het hier ter rede liggende Nederlandse fregatschip PRINCES MARIANNE, kapt. Rietmeijer, van Rotterdam naar de Kaap de Goede Hoop, heeft met twee schepen onklaar geweest, ten gevolge waarvan alle drie schaden bekomen hebben. (opm: zie ook AH 010153)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Falmouth, 28 december 1852. Het schip GEERTRUIDA ALIDA, kapt. Weits, van Amsterdam naar St. Thomas, alhier binnengelopen, heeft in de storm van gisteren een anker verloren.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Liverpool, 28 december 1852. Het alhier van Rotterdam gearriveerde barkschip EVERDINA ELISABETH, kapt. Tonjes, is gisteren op de North Bank aan de grond geraakt, doch ogenschijnlijk zonder schade vlot en in de haven gebracht.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Cardiff, 28 december 1852. De COLUMBINE, zomede de MOSAMBIQUE – zie ons nommer van gisteren – zullen naar Bristol gebracht worden om aldaar te repareren.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Bij notariële akte in dato de 14e december 1852, is door de ondergetekenden, Jan Pieter van Hoeij Smith en Jan Anthony van Wageninge van Uitwijck, in vennootschap handelende onder de firma van Smith & Co, tot het uitoefenen der cargadoors-, expediteurs- en andere handelszaken, verklaard dat, vermits hun contract van associatie op heden eindigt, hun vennootschap diensvolgens is ontbonden en dat van die tijd af door de eerst ondergetekende de zaken onder dezelfde firma zullen worden voortgezet, terwijl hij tevens door de tweede ondergetekende belast is met de liquidatie der lopende zaken.
Rotterdam, 31 december 1852.
Van Hoeij Smith, J.A. van Wageninge van Uitwijck.


  AH - Algemeen Handelsblad

Falmouth, 28 december. Het schip PRINSES MARIANNE, kapt. Rietmeijer, van Rotterdam naar Kaap de Goede Hoop, is door de Engelse brik ENTREPRISE aangezeild en heeft daardoor schade bekomen.


02 januari 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 1 januari. Het schip ELISABETH EN JACOBA, kapt. P.L. Zeeman, van hier naar Californië, is gisteren avond met enige schade aan de boegspriet in Texel uit zee teruggekomen. Overigens was aan boord alles wel.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 1 januari. Het schip HERSTELLING, kapt. C. Kock, van hier naar Denemarken, is de 25e december lek te Harlingen binnengelopen; hebbende in de Zuiderzee gestoten. Het moet lossen om te repareren.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 1 januari. Het schip VROUW MARIA, kapt. J.W. Kuyper, van Rendsburg naar Londen, is de 25e december lek, met verlies van anker en ketting, zwaard, gebroken spil, enz, te Delfzijl binnengelopen, hebbende aan de grond gezeten. Het moet lossen om te repareren. De kapitein en een matroos waren zwaar gekwetst.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Scilly St. Mary’s, 27 december 1852. Het alhier te rede liggende Nederlandse schip CERES, kapt. Visser (opm: kof, kapt. J.W. Visser), heeft in de storm, welke hier heden morgen heerste, een anker en een ketting verloren.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Boulogne, 29 december 1852. De Nederlandse kof ELSJE, kapt. Pottjer, van Rotterdam naar Rouaan, is alhier met averij binnengelopen.


03 januari 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 2 januari. Aan de Zeepost ontlenen wij de volgende lijst van Nederlandse schepen, welke in het jaar 1852 verongelukt, verbrand, afgekeurd, verlaten, vermist of gesloopt zijn.
AEOLUS, kapt. Steenhuizen; AFIENA, kapt. Post; ALBERDINA GESINA (opm: ook: ALBERDINA GEZINA), kapt. Valk; ALIDA MARGARETHA, kapt. Barrer; AMSTEL, kapt. Kernkamp (gesloopt); ANNA MARIA, kapt. Swiers; ANNA SIETZIA, kapt. Huisman; ANNA JOHANNA, kapt. Rosema (opm: ANNECHINA JOHANNA, kapt. Rozema?); ANNAGIENA, kapt. De Jonge, ANNECHINA, kapt. Bakker, ANNECHIENA ENGELINA, kapt. Smit, ANNECHIENA JANTINA, kapt. Pybes, ANTONIA, kapt. Hendriks (gesloopt), ARENDINA, kapt. Dik; BOUWINA, kapt. Knol; CATHARINA ANNECHINA, kapt. Bekkering; CERES, kapt. Zelling; CLASINA, kapt. Huisman; CONCORDIA, kapt. Stuit; ECHO, kapt. Bonder; EENDRAGT, kapt. Bos; EENDRAGT MAAKT MAGT, kapt. Andersen; ELSINA, kapt. Berghuis; ENGELINA HELENA, kapt. De Boer; FORTUNA, kapt. Brouwer; GEERDINA, kapt. Van der Borg; GENERAAL CHASSÉ, kapt. De Winter; GEPKELINA LUCRETIA, kapt. Dommering; GESINA, kapt. Smit; GESINA, kapt. Banting; GESINA JANTINA, kapt. Rosema; GOEDE VRIENDEN, kapt. Van Dijk; GOUVERNEUR VAN DER EB, kapt. Klok; HARMONIE, kapt. Mulder; HARMONIE, kapt. Korl (opm: Karll); HEILINA, kapt. Panjer; HELENA, kapt. Van der Velde; HENDRIK, kapt. De Jonge; HENDRIKA, kapt. Boswijk; HENDRIKA, kapt. van Deest; HENDRINA, kapt. Buiten (opm: of Boiten); HENRICUS GERARDUS, kapt. Verschuur (gesloopt); HERSTELLING, kapt. D.J. Wiersma; HILLECHIENA (opm: HILLECHINA), kapt. Brakke; HILLEGONDA IDA, kapt. Hendriks; HOOP, kapt. Jagtman, HOOP, kapt. Teerling; HOPENDE ZEEMAN, kapt. Ouwehand; JAGER, kapt. Kreuter; JANNEKE, kapt. Jonker; JANTINA GESINA, kapt. Mulder; JANTJE NANNINGA, kapt. Meihuizen; JOHAN JACOB, kapt. Van Geelkerken; JONGE CATHARINA, kapt. Mink; JONGE HENDRIK, kapt. Wever; JONGE WIGCHER, kapt. Kuitze; JORINA WILHELMINA, kapt. Reelfse; JUFFER GRIETJE, kapt. Kliphuis; JUNO, kapt. Chevalier; KONING WILLEM, kapt. Lutje; KONING WILLEM II, kapt. Eefting; LAMMECHINA, kapt. Prins; LAMINA, kapt. De Boer; LAURA EN ADÈLE, kapt. Swart; LIBRA, kapt. Trip; LUCIE, kapt. Van der Schaft; MARCO BOZZARIS, kapt. De Boer; MARGARETHA, kapt. Paap; MARGARETHA GESINA, kapt. Schaap; MARIA, kapt. Faber; MARIA JOHANNA, kapt. Oostra; MERCATOR, kapt. Polter; NIJVERHEID, kapt. Puister; ONDERNEMING, Lovius; ONDERNEMING, kapt. Eisinga; RHIJN, kapt. Brandligt; SIKKOLINA HOOITES, kapt. De Jong; SOCCHIA KLASINA, kapt. Wolkammer (opm: waarschijnlijk SOPHIA KLAZINA, H. Wolthekker); SWANNETTA GERHARDINA, kapt. Van Ingen; TJAKKELINA, kapt. Schaap; TJAPKE SCHURINGA, kapt. Drent; TWEE GEBROEDERS, kapt. Orre; TWEE GEZUSTERS, kapt. Deters; TWEELINGEN, kapt. Schep; VESTA, kapt. Metus; VICE ADMIRAAL RIJK, kapt. Bakker; VIER GEBROEDERS VEENHOVEN, kapt. Sietzema; VLIJT, kapt. Van Driel; VROUW GRIETJE, kapt. Pot; VROUW MARGARETHA, kapt. Vlas; WELDAAD, kapt. Stubbe; ZELDENRUST, kapt. van der Velde; ZWAANTINA, kapt. Schuur.
(opm: over de cursief geschreven scheepsnamen staan geen berichten in Kroniek 1852)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Cowes, 30 december. De Nederlandse schoener HOLLANDER, kapt. Cordia, van Newcastle naar Smirna (opm: Izmir), is hier heden met verlies van steng, boegspriet, verschansingen enz. binnen gelopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Carolinerzyl (opm: Carolinensiel), 28 december. Het van Amsterdam met een lading suiker naar Hamburg bestemde schip VROUW JANTJE, kapt. Christeffers, is hier heden lek in de haven gekomen en moet repareren.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Mr. B. Haitzema Viëtor, Notaris te Winschoten, gedenkt op donderdag de 6de januari 1853, des avonds ten 5 ure, ten huize van de Logementhouder Eggo van Dijk, te Winschoten, in openlijke veiling te verkopen: Het kofschip MARIA CATHARINA, laatst bevaren door R.H. Mulder, groot 98 tonnen, met deszelfs volledige inventaris, thans liggende te Amsterdam, Zijnde inmiddels uit de hand te koop en te bevragen bij de heren Boutmy & Co., te Rotterdam, alsmede bij de scheepskapitein R.H. Mulder, te Nieuwe Schans. (opm: zie PGC 040153)


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Wordt te koop aangeboden een schoener of brik, uit het vaarwater, groot 80 à 90 lasten, gekoperd en kopervast, met complete inventaris en verder in goede staat, om spoedig zee te kunnen kiezen. Franco bericht aan het Bureau der Nieuwe Rotterdamsche Courant te Rotterdam.


  AH - Algemeen Handelsblad

Vlissingen, 31 december. Heden zijn hier binnengebracht de Nederlandse schoener JULIA, kapt. E. Gust, als hebbende voor Rammekens schade bekomen door het aanzeilen van de Oostenrijkse bark BOXIDOR OPNICH, kapt. Gazzenich, alsmede laatstgenoemd schip, beide om te repareren,


04 januari 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 3 januari. Het schip de NIJVERHEID, kapt. A. Rick Fijn, van hier naar Bordeaux, in Texel uit zee terug gekomen, moet wegens bekomen schade lossen om te repareren.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 3 januari. Volgens brief van kapt. Hoffman, voerende het schip MARGARETHA SIMONETTA, van Londen naar Australië d.d. Duins (opm: The Downs) 27 december 1852, lag het schip steeds voor anker daar ter rede, en had de zware storm van die dag in goede staat doorgestaan. Het schip was dicht gebleven en alles was in de beste orde.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Weymouth, 17 december 1852. Heden is alhier binnengesleept de Nederlandse hoeker CURAÇAO, kapt. Klok, van Rotterdam naar Fernambucq en Bahia. Dezelve moet de lading lossen, om de bekomen schade – zie ons nommer van 30 december 1852, art. Rotterdam – te repareren.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Wexford, 30 december 1852. Het schip JOSINA HENRIETTE, kapt. v.d. Gouwe (opm: kof JOSIENA HENRIETTA, bouwjaar 1847, kapt. Jacobus Johannes van der Gouwe), van Bayonne naar Drogheda bestemd, is heden morgen bij Ballyteague (opm: zuidoost-kust Ierland, County Wexford) gestrand. De equipage is gered en ook de lading zal waarschijnlijk beschadigd, kunnen geborgen worden, het schip zelf is wrak.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Bristol, 31 december. De schepen COLUMBINE, kapt. Andresen en MOZAMBIQUE, kapt. Bouman, beide van Cardiff naar Pansma (opm: vermoedelijk Panama), ter rede van Penarth aangezeild, als vroeger vermeld, zijn alhier gearriveerd om de bekomen schade te repareren.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Cuxhaven, 1 januari. Onder meer andere schepen, is alhier onder reparatie liggende, het schip DRIE VRIENDEN, kapt. Noordhoek Hegt, van Amsterdam naar Liverpool. (opm: zie NRC 060153)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Stoomvaart tussen Rotterdam en Duinkerken. Opgemelde dienst, gedurende de lopende maand gestaakt zijnde, zal bij open water met februari heropend worden en alsdan waargenomen door de beide stoomschepen PRINS VAN ORANJE en l’ESTAFETTE, welke laatste tot dat einde door de directie is aangekocht, zullende de dagen van vertrek in tijds in dit blad worden bekend gemaakt. (opm: zie NRC 220353)
Rotterdam, 3 januari 1853, namens de directie: Joh. Ooms Ez. & Co, agenten.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Advertentie. Mr. H.J. Offerhaus, notaris te Delfzijl, zal op dinsdag 11 januari 1853, des avonds te 6 uren, ten huize van de Wedw. P.J. Vos, te Delfzijl, publiek verkopen het welbevaren Nederlandsch tjalkschip GEERTJE RIJNDINA (opm: GEERTJE REINDINA), kapt. P.R. Dik, gebouwd in 1834, groot 60 binnenlandsche tonnen, ladende 30 roggelasten, met deszelfs volledige inventaris, geschikt voor buiten- en binnenvaart, vroeger bevaren door wijlen kapt. Harm H. Kruze (opm: mogelijk Harm H. Kruize, binnenvaarder), van Groningen, thans liggende in de haven van Delfzijl, en waarover een groot gedeelte van het koopschat kan blijven bestaan.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Advertentie. De publieke verkoop van het kofschip MARIA CATHARINA, kapt. R.H. Mulder, zal op de 6e dezer maand geen voortgang hebben.
B. Haitzema Viëtor, notaris.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Groningen, 3 januari. Naar ons uit Emden wordt bericht, zijn bij de verkoop van hout en teer van het aldaar in der tijd wrak binnengebrachte Russische schip MEDEA verscheidene kavelingen voor Nederlandse rekening gekocht tegen lage prijzen. Het schip zelf is gekocht door enige heren uit Delfzijl voor NLG 1.323.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Het schip DINA IMMECHIENA, kapt. De Jong, van Smirna en Tchesme met rozijnen naar Stettin, te Helvoet binnen, is lek en moet lossen en is den 30 december naar Rotterdam opgezeild om te repareren.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Het schip JONGE LEMKE, kapt. De Jonge, van Wismar naar Leith, is de 24e december met slagzijde te Elseneur binnengelopen. Het moet lossen.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Het schip ANNECHIENA JANTINA, kapt. P. Pijbes, van Rotterdam naar Rouen, is de 27e december (1852) bij Lydd (pos: 50º56’ NB 00º58’30” OL) gestrand, doch het volk gered en een gedeelte van de lading geborgen. (opm: zie NRC 170353)


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Het schip HELENA CATHARINA, kapt. De Boer, van Amsterdam naar Beyruth, te Falmouth onder lossing liggende, is de 25e december driftig geworden.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Volgens brief van Cardiff van de 27e december lagen ter rede van Penarth wegens tegenwind vele schepen, waaronder de ALIDA IKINA, kapt. Scholtens, naar Rotterdam bestemd.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Het schip HENDRIKA, kapt. De Jonge, van Riga naar St. Malo, is te Cherbourg binnengelopen en was de 21e december aldaar nog liggende.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Het schip ANNEGIENA, kapt. Veendorp, van Groningen naar Truro, is de 30e en het schip MARGRIETHA ALIDA, kapt. Leuning, van Groningen naar Londen, de 31e december lek te Cuxhaven binnengelopen.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Aangaande de schepen GESINA, kapt. Smit (opm: smak GEESINA, kapt. Berend Hindriks Smit), van Fisherow naar Koningsbergen, de 30e augustus Elseneur gepasseerd; JANTINA, kapt. Bakker (opm: kof, bouwjaar 1847, kapt. K.H. Bakker), van Dantzig naar Amsterdam, de 2e oktober Elseneur gepasseerd; ENGELINA, kapt. J.W. Ketelaar (opm: kof, bouwjaar 1841; kapt. Jan Wiegchers Ketelaar), vóór de 29e oktober van Newcastle naar Zwolle vertrokken; JANTINA ANNA, kapt. W.K. Mulder (opm: kof, bouwjaar 1849; kapt. Wyndelt Klaassens Mulder), van Koningsbergen naar Amsterdam, de 15e oktober Elseneur gepasseerd; ONDERNEMING, kapt. B.C. Post (opm: kof, bouwjaar 1831), van Dantzig naar Rotterdam, de 16e oktober Elseneur gepasseerd; en ANNA DEULING, kapt. H.H. van der Beek (opm: kof, bouwjaar 1852; kapt. Harmannus Harms van der Beek), de 5e oktober van Dantzig naar Amsterdam vertrokken, heeft men sedert niets vernomen.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

De schepen CERES, kapt. Visser, van Newcastle naar Carthagena, en KAREL, kapt. Scheepsma, van Antwerpen naar de kust van Afrika, hebben, het eerste een ketting verloren en het laatste het spil gebroken.


  LC - Leeuwarder Courant

(Geen plaats of datum). Ericson’s machine. De Noord-Amerikaanse bladen deelden onlangs het volgende mede omtrent de verbeterde uitvinding van de heer Ericson, het calorische- of luchtschip, in meerdere woorden het door hete lucht voortgestuwde schip. Reeds in 1833 werd door genoemde Ericson zulk een luchtmachine te Londen vervaardigd. Sinds die tijd door hem steeds verbeterd, ligt thans op de werf der heren Perrine c.s. te New York een schip van 2200 ton, waarin een Ericson’se machine zal worden geplaatst. In plaats van door stoom wordt thans het vaartuig door hete lucht in beweging gebracht. In 24 uren vereist een calorische van 60 paardenkracht slechts 960 pond steenkolen. Bij deze geringe hoeveelheid steenkolen vordert de machine kleine ruimte, terwijl al het gevaar van springen heeft opgehouden. Het enige gevaar dat er kan bestaan, is, dat er gebrek is aan warme lucht en dat dus de machine stilstaat. Hoe der zake kundige mensen over deze machine oordelen, getuigen de volgende woorden van de bekende scherpzinnige Amerikaan Hunt: ‘slechts kort heeft de stoom zijn geweldige kracht getoond. De negentiende eeuw zag hem eerst in zijn kindsheid, en nauwelijks was de eerste helft dier eeuw voorbijgegaan, of hij had reeds de mannelijke sterkte. In deze spanne tijds heeft hij aan de geschiedenis der mensheid een nieuw karakter gegeven; hij heeft een grootse taak vervuld. Maar nu ook is zijn einde daar, de roeping van de stoom is ten einde. Was hij een nuttige slaaf, gevaarlijk was hij tevens.’
En na uitlegging der machine gaat hij voort: ‘de wereld zal in blijde opgetogenheid staan over deze machine, die in grootse resultaten door geen andere uitvinding wordt geëvenaard. Merkwaardig en van grote waarde is de electrische telegraaf, maar in practisch gewicht en betekenis zal zij verre bij deze beweegbare kracht achter staan. De mens is nog niet in staat om de invloed te berekenen, die deze uitvinding op de maatschappelijke toestand en, vóór alles, op de handel zal uitoefenen. Welhaast zal zij op de zeeën haar proef doen en op de oceaan des handels sterke arm en rechter hand zijn, en met volle zekerheid durft men aannemen, dat een schip van 2000 tonnen en voorzien van Ericson’se machines voor de vaart van St. Francisco naar China en terug minder kolen nodig heeft, dan thans een stoomboot voor een gewone reis over de Atlantische Oceaan.’
Ook professor Stein te Kiel sprak onlangs een zeer gunstig oordeel uit over een calorische machine van Prehn. Van hoe onberekenbaar veel nut deze uitvinding weder zal worden, is nog niet te doorzien. Men moet hier te lande evenwel te meer worden overtuigd van de noodzakelijkheid, dat met ijver voordeel worde getrokken, van wat in den vreemde reeds volle toepassing heeft gevonden.
(opm: zie ook NRC 090153)


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. De burgemeester van Schiermonnikoog roept van nieuws op allen die menen gerechtigd te zijn tot reclame van hier gestrande, bij hem aangebrachte en onder zijn beheer berustende goederen als 68 Noordse sparren en 67 Noordse balken, afkomstig uit het tussen dit eiland en Rottum op de 6e oktober 1852 verongelukte kofschip LAMINA, kapt. W.A. de Boer.
Schiermonnikoog, 30 december 1852, de burgemeester voornoemd H.A. Zeilinga


05 januari 1853


  AH - Algemeen Handelsblad

Vlie, 1 oktober. De Russische schoener STAD PERNAU, kapt. Voorenberg, van Riga met garst naar Schiedam; het Noorse schip LIBERTÉ, kapt. Nielsen, van Goole in ballast naar Langesund, en de Portugese brik JEVEN NICOLAO, van Almeide, van New-Castle, zijn de 26e september in de gronden van Terschelling gestrand; van de eerste twee is het volk gered, doch van het laatste zijn vier matrozen verdronken.


06 januari 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 5 januari. Dezer dagen hebben wij door verkeerde opvatting van een bericht uit de Börsenhalle gemeld, dat het Amsterdamse schip DRIE VRIENDEN, kapt.Noordhoek Hegt op de reis van Amsterdam naar Liverpool te Cuxhaven was binnengelopen. Thans blijkt echter dat gemeld schip die haven niet heeft aangedaan, maar te Margate is gearriveerd. (opm: zie NRC 040153)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Portsmouth, 2 januari. De Nederlandse brik JEANNETTE, kapt. Visser, van Hartlepool naar Ceylon, welk de 24e december masteloos te Cowes is binnengelopen – zie ons nommer van 30 december art. Cowes – is hier gebracht om te repareren. (opm: zie NRC 030553)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Thisted, 30 december 1852. Gisteren is bij Agger gestrand de te Groningen te huis behorende tjalk CATHARINA WILHELMINA, kapt. Pot (opm: hektjalk, bouwjaar 1850, kapt. Tjaard Willems Pot), van Leith met een lading kolen naar Hamburg bestemd. De equipage, bestaande uit 4 man en de kapitein zijn vrouw, zijn gered en ook de inventaris is geborgen. Het schip is hoogstwaarschijnlijk weg, zomede zal wel niets van de lading gered kunnen worden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Thisted, 30 december. Het schip LUCINA, kapt. Boetcher, van Newcastle met steenkolen naar Carthagena, is alhier in de nabijheid gestrand en zal wrak zijn, doch het volk is gered.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Ringkiöbing, 31 december. De te Greetzyl (opm: Greetsiel) te huis behorende schoener WILHELMINA, kapt. Kroon, van Stockholm naar Hamburg bestemd is, na in de storm van 27 dezer masten, boegspriet, ankers, kettingen, verschansingen, boten enz, enz. te hebben verloren, eergisteren circa 1 1/3 mijl van hier gestrand. De bemanning is gered en men is begonnen de lading te bergen; het schip zelf is wrak en loopt ieder ogenblik gevaar uit elkaar geslagen te worden. (opm: mogelijk een ex Nederlands schip)


07 januari 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 6 januari. Volgens particulier bericht is het barkschip SCHOUWEN, kapt. H.A.W. van Reede, van Rotterdam naar Macasser, na tweemaal uit het Kanaal teruggestormd te zijn, de 1e dezer op de hoogte van Margate ten anker gekomen. Het schip had geen schade als het verlies van een ra.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hartlepool, 8 januari. Het Nederlandse bark ALBRECHT BEYLING, kapt. v.d. Erve, alhier van Texel gearriveerd, heeft op de reis in een storm een matroos, genaamd R.H. Sassen, overboord verloren. Men was onmiddellijk na het ongeval bijgedraaid en had een boot over boord gezet, doch niets van de drenkeling ontdekt.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Skibbereen (opm: Zuidwest-Ierland), 1 januari. De 26e december jl. is in Kenmare-baai, met verlies van zeilen en verschansingen, binnengebracht de Nederlandse schoener CHRISTINA, kapt. Wey, van Belize naar Cork bestemd.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Advertentie. Mr. B. Haitzema Viëtor, notaris te Winschoten, gedenkt, op dinsdag 25 januari 1853, des avonds te 5 uur, ten huize van de Weduwe J. Tiddens, te Scheemda, in openlijke veiling te verkopen het kofschip MARTHA ELISABETH, bevaren door kapt. Jan Jans Koster, groot 80 roggelasten, met deszelfs volledigen inventaris, in den jare 1841 nieuw gebouwd; thans liggende te Amsterdam. De verkoopconditiën en de inventaris liggen ter lezing ten kantore van de notaris.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Groningen, 6 januari. Het aantal zeeschepen, dat gedurende het afgelopen jaar in deze stad en provincie gebouwd en te water gebracht is, mag met recht aanzienlijk genoemd worden.
Buiten de vele grote tjalkschepen, die insgelijks in dat jaar in deze provincie zijn gebouwd, bedraagt het getal schoener-, galjoot- en kofschepen, die gedurende die tijd in de havens dezer stad zijn binnengebracht 61; te Nieuwe Schans en Pekela 10.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Groningen, 6 januari. Men schrijft uit Oude Pekela: Sedert enige dagen woedde hier zowel als elders een hevige storm, en hoewel nu aan eigendom en gebouwen, staande en gelegen in onze gemeente, geen noemenswaardige schade veroorzaakt werd, zo beefde toch menige kapiteinsvrouw, of die van een stuurman, of die van andere betrekkingen, welke dierbare panden aan het onstuimig zeewater toevertrouwd hadden.
Naar een oppervlakkige berekening, bevaren enige honderden kapiteins uit Oude en Nieuwe Pekela de zee; de compacten voor assurantie van zeeschaden zullen thans, tengevolge der geledene schaden, welke zij verwaarborgd hebben, wel zes à zeven pCt. op de rekening der deelhebbers moeten uitschrijven; terwijl Veendam en Wildervank alleen voor een ton gouds, zegge NLG 100.000, aan geleden zeeschaden over den jare 1852, zal moeten uitbetalen. Volgens deze berekening laat het zich wel inzien, dat in deze plaatsen een nog hoger aantal procenten zal moeten geofferd worden. Zij, die met de belangen onzer plaatsen bekend zijn, en weten, dat de hoofdtak van bestaan en nijverheid het meest van het welgelukken der goede uitkomsten van de scheepvaart afhangt, kunnen het best oordelen over de schade en onrust, welke deze aanhoudende stormen onze rustige ingezetenen berokkend hebben.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Verkoop van een kofschip. De notaris Goslings te Harlingen zal aldaar op zaterdag de 15e januari 1853, des middags te 12 uren provisioneel en des avonds 5 uren finaal, telkens in het Heerenlogement van D. Minnema, in het openbaar verkopen: het welbezeilde kofschip genaamd PIETER, lang 25 el 50 duim, wijd 4 el 84 duim, hol 2 el 55 duim (opm: 25,50 X 4,84 X 2,55 M.), en over zulks geijkt op 140 ton, met deszelfs inventaris, zo als hetzelve laatst is bevaren door kapt. Jan H. de Weerd, liggende in de haven te Harlingen. Nadere informatiën ten kantore van de heren Barend Visser & Zoon en van bovengenoemde notaris.


  LC - Leeuwarder Courant

Twee scheepstimmerknechten gevraagd bij Jetze de Jong bij de Potmarge te Leeuwarden.


08 januari 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Waterford Harbour, 3 januari. De schipper van het vuurschip van Konybeg rapporteert, dat op de 29e december een Nederlandse kof in de nabijheid van Saltees geankerd is, welke hij vreest, dat verongelukt is.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Naar Amboina en Banda ligt in lading aan het Nieuwediep voor goederen en passagiers om ten spoedigste te vertrekken het op de zeilage nieuw gebouwd en gekoperd brikschip LOUISE ROELOFFIENE, kapt. A. Struijk, hebbende inrichtingen voor passagiers.
Adres bij de cargadoors J.C. van Oven & Zonen te Amsterdam. (opm: eerste reis)


  JB - Javabode

Batavia, 8 januari. Op de 5e dezer vond er alhier een rampzalige gebeurtenis plaats. De branding aan de mond der rivier werd in de morgen zo hevig, dat, zo als in diergelijk geval gebruikelijk is, ten 9¼ uur op de werf de blauwe vlag gehesen werd. Ongeveer een half uur te voren trachtte de tambanger no. 80, gevoerd door een djoeroemoedi en drie roeiers, binnen te komen. In die tambanger, welke kwam van boord van het op de rede liggende Nederlandse koopvaardijschip ADMIRAAL ZOUTMAN, zaten de kapitein van die bodem, de heer H.G. Hinrichs, zijn derde stuurman Schaap en de gewezen opperstuurman van het onlangs zo noodlottig verbrande schip WENA, genaamd Admiraal. De tambanger werd echter door de kracht der bruisende golven omgeslagen met het droevig gevolg, dat kapt. Henrichs verdronk en bij het opvissen bevonden werd zwaar aan het hoofd en de armen gekwetst te zijn. Datzelfde lot viel ook de derde stuurman ten deel; 24 uren later is zijn lijk gevonden, doch een roeier wordt nog vermist, terwijl de djoeroemoedi zich zwemmende heeft gered en de opperstuurman Admiraal benevens de twee andere roeiers door de menslievende en onvermoeide pogingen van de djoeragan Kasida en de opvarenden van een praauw tjoenia gered zijn, waarop eerstgenoemde door een oorlogssloep opgenomen en naar boord van Zr.Ms. stoomschip BORNEO overgebracht is geworden, alwaar hij de meest mogelijke heuse behandeling en verpleging heeft mogen ondervinden.
Wij bejammeren dit ongeluk te meer, omdat wijlen kapt. Henrichs was echtgenoot en vader van zeven kinderen en binnen een paar dagen de terugreis naar het moederland zou hebben aangenomen.


  JB - Javabode

Soerabaija, 3 januari. Een tweede grote stoombaggermolen tot voltooiing van het bassin in het Marine-Etablissment is met het gelukkigste gevolg in werking gebracht. Het vaartuig is te Dassoon op de werf der firma H. Browne & Co. gebouwd en het stoomwerktuig van 30 paardekracht met al deszelfs toebehoren uit Europa aangebracht. De machinerie is ingezet te Soerabaija, werwaarts het vaartuig reeds vroeger door een van Zr.Ms. stoomschepen van Lassem was overgebracht, terwijl al wat hetzelve aangaat naar de beschrijving en ontwerpen van de hoofd-ingenieur van het stoomwezen is ingericht.


  OP - Oostpost

Soerabaija, 31 december. Heden is van hier naar Sydney vertrokken met een passagier het Nederlandse stoomschip KONINGIN DER NEDERLANDEN, kapt. G.R. Curtis.


09 januari 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 8 januari. Directeuren der hier ter stede gevestigde Zuid-Hollandsche Maatschappij tot Redding van Schipbreukelingen hebben wederom besloten te doen uitreiken:
De grote zilveren medaille aan D. Crap Hellingman, voerende het Nederlandse barkschip AMICITIA, te huis behorende te Amsterdam; de gewone zilveren medaille aan T. Zeis, opperstuurman, en G. Addicks, bootsman op gemelde bodem, benevens NLG 10 aan ieder der matrozen, die mede de sloep bemand hebben en NLG 50 om verder onder zijn equipage te verdelen en wel voor het volgend en aller-menslievendst bedrijf op zijn reis van Amsterdam naar Batavia. Op de 23e augustus j.l. namelijk, in de nabijheid van Christmas eiland zeilende en toevallig bespeurende dat zich daarop mensen bevonden, die hoogstwaarschijnlijk schipbreukelingen waren (opm: zie NRC 151152), werd de boot, door gemelde stuur- en bootsman, benevens drie matrozen bemand, die met zeer veel moeite en krachtsinspanning door de hevige branding het strand bereikten, en van daar drie personen redden, welke bleken te zijn twee man der equipage en een passagier van het reeds de 27e juni op gemeld eiland gestrande en totaal verbrijzelde Nederlandse barkschip VICE ADMIRAAL RIJK, gevoerd door kapitein J. Bakker, mede te Amsterdam te huis behorende, zijnde de overige manschappen bij dit ongeluk een prooi der golven geworden; en wegens het overbrengen van gemelde geredden op de AMICITIA, hen aldaar met alle mogelijke hulp en gastvrijheid te ontvangen, in hun deerniswaardige toestand te voorzien en eindelijk veilig te Batavia aan land te brengen.
De grote gouden medaille aan Jean Larréa, voerende het Franse brikschip LE JEUNE BASQUAIRE, te huis behorende te Bayonne en de grote zilveren aan de opper-stuurman, benevens 200 francs om onder de equipage te verdelen, en wel voor het de14e november j.l. op 45º30’ N.B. en 07º25’ W.L. op de meridiaan van Parijs, op zijn reis van Duinkerken naar Bayonne, bij zeer onstuimig weer en hoogoplopende zee, onder bijzondere en hoogst moeilijke omstandigheden, en wel in drie tochten met de sloep, redden der equipage van het reeds ontmaste en in een zinkende staat verkerende Nederlandse kofschip CERES, gevoerd door kapitein J.W. Zelling (opm: kapt. Wilke Jans Zelling), te huis behorende te Veendam, komende van Cardiff en bestemd met kolen naar Lissabon; zijnde op de laatste tocht, waarin kapitein Zelling en zijn zonen gered werden, de sloep bemand door kapitein Larrea, zijn stuurman benevens twee matrozen, aangezien de overige equipage, ten gevolge van het groot gevaar weigerde zich verder met de sloep in zee te begeven, waarna al de schipbreukelingen aan boord der brik met zeemanshartelijkheid bijzonder goed zijn verzorgd en veilig te Bayonne aan wal gebracht; bij welke medailles getuigschriften, waarin die edele daad omstandig vermeld zijn, gevoegd. (opm: zie PGC 071252 en NRC 151252)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

(Geen plaats of datum) Het zal de belangstellenden gewis niet onbekend zijn, dat sedert geruime tijd een belangrijke uitvinding heeft plaatsgevonden door de heer Ericsson (opm: zie LC 040153), werktuigkundige te New York, en wel daarin bestaande, om de beweegkracht van stoom te vervangen door die van verwarmde lucht. De proeven, hiermede genomen, hebben zulk een goed resultaat gehad, dat men te New York is overgegaan tot de aanbouw van een vaartuig van 2200 ton, om door middel van verwarmde lucht te worden voortgestuwd. Gemeld vaartuig geheel gereed zijnde, werden daarmede proeven genomen en omtrent de laatst genomen proef schrijft men thans in het New-York Journal of Commerce het volgende:
Wij vernemen dat de Caloric Machine aan boord van het schip ERICSSON, in aanbouw te New York, in beweging is gebracht en met het voldoendste gevolg heeft gewerkt. De vuren zijn ten 12 uur ’s middags aangelegd en anderhalf uur daarna was de machine in beweging en bekwamen de raderen een omgang, sneller dan de uitvinder, bij een eerste proef, had durven verwachten.
De raderen maakten 5 revolutiën (opm: omwentelingen) per minuut, welke snelheid verscheidene uren werd volgehouden, hetgeen meer is dan de grootste voorstanders der uitvinding reden hadden te verwachten. Daar de proef is genomen, terwijl het schip vastgemeerd lag in het dok, was de tegenstand van het water groter dan wanneer het vaartuig vrije voortgang had gehad. Vijf revolutiën, vastliggende gemaakt, kan men gelijk stellen met elf of twaalf bij vrije voortgang, hetwelk een vaart geeft van tien à elf mijlen per uur, welke maar zelden wordt overtroffen door de snelste zeestoomboten. De machine heeft tot verwondering van een ieder gewerkt, terwijl de zachtheid en regelmatigheid der bewegingen niet kunnen worden overtroffen door de beste, bekende machines. Men is voornemens om de machines gedurende twee of drie dagen in werking te houden, ten einde genoegen te geven aan diegene, welke belang stellen in de uitvinding. Een proefreis, die in weinige dagen zal worden ondernomen, zal waarschijnlijk plaats hebben naar Baltimore en een of meerdere zuidelijke havens; daarna zal een reis naar Europa ondernomen worden.
De grootste belangstelling is bij gelegenheid van de proefneming aan de dag gelegd door ieder, die maar enigszins kan beschouwd worden belang te hebben bij stoom- en zeilvaartuigen in het algemeen. Ingeval de onderneming van Ericsson naar wens slaagt – en daaromtrent schijnt maar weinig of geen twijfel te bestaan – zal stellig een der grootste tot dusverre in de wereld bekende omwentelingen in de scheepvaart hebben plaats gehad. De voordelen van een Caloric Machine boven een stoommachine, en wel met betrekking tot goedkoopheid, veiligheid en geschiktheid voor lange reizen, zijn vooralsnog niet te berekenen. In de maand mei j.l. was er gelegenheid om de proefmachine op kleinere schaal te bezichtigen. Al de uitkomsten, welke men van een scheepsmachine kan verwachten zijn verre overtroffen, en deskundigen houden zich overtuigd van een goede uitslag der toepassing op vaartuigen. Van een andere zijde wordt het voorgaande in alle opzichten bevestigd met de bijvoeging, dat men de genomen proeven als volkomen geslaagd beschouwt. (opm: een zeer uitvoerige beschrijving van deze machine kan men vinden in AH 310153)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 8 januari. Volgens particulier bericht in dato Weymouth 5 dezer, van kapt. J. Klok, voerende het hoekerschip CURAÇAO, van Rotterdam naar Fernambuco (opm: Recife) en Bahia bestemd, aldaar binnengelopen – zie ons nommer van 4 dezer en vroeger – had hij de averij aan de pompen hersteld en de lading reeds weder aan boord genomen. Het schip had verder geen schade geleden en was klaar om de reis te hervatten.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 8 januari. Het schip FOSKA HELENA, kapt. J. Portengen Jr, van New York in Texel binnen, heeft de reis in zes en twintig dagen afgelegd; volgens rapport van kapt. Portengen Jr. had hij op de gehele reis voortdurend zware stormen doorgestaan, de 29e december waren in een hevige storm, drie man der equipage over boord geslagen, waarvan twee weder gered waren.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Ameland, 2 januari. Het schip JONGE DUIJF, kapt. Duijf, van Hamburg naar Rio Grande, is alhier met verlies van verschansingen en meer schade binnengelopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Plymouth, 5 januari. Het alhier binnengelopen brikschip GERTRUDE, kapt. Loschen, van Amsterdam, laatst van Dover naar New York bestemd, is twee malen bewesten de Sorlings (opm: Scilly Isles) geweest en terug gestormd.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hamburg, 6 januari. Kapt. Haig, voerende het stoomschip JUPITER, gisteren van Grimsby alhier aangekomen, rapporteert, dat hij de 3e dezer, op 54º08’ N.B. en 05º25’ O.L. gepraaid heeft het Nederlandse schip HENRIETTA, van Pillau (opm: Baltyisk) komende. De HENRIETTA was op reis lek geworden doch men verlangde geen adsistentie, alleen verzocht men het schip te rapporteren.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Cuxhaven, 6 januari. De Nederlandse kof MARGARETHA, kapt. W.N. Riensema, van Memel (opm: Klaipeda) naar Rotterdam bestemd, is hier met zware averij in de haven gekomen (opm: zie ook.161152 en GRC 220453)


10 januari 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 9 januari. Aan de Indiër ontlenen wij het volgende: De aanbesteding van de pakketvaart tussen Batavia en Singapore is vruchteloos afgelopen. Er hebben zich geen liefhebbers opgedaan. Men schrijft dit toe aan de moeilijkheid om de door het gouvernement gestelde voorwaarden na te komen. Bovendien waren zij, die lust in de onderneming hadden, naar men zegt, bevreesd dat ze toch niet aan de laagste inschrijver zou worden gegund, maar dat altijd aan de heer Cores de Vries de voorkeur zou worden gegeven – volgens contract met die heer – wanneer deze het voor dezelfde prijs zou willen doen. (opm: zie NRC 170153)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Dover, 6 januari. Heden is alhier met verlies van anker en ketting binnengelopen het kofschip CHARLOTTE, kapt. Muis, van Antwerpen naar Liverpool bestemd. Het heeft onder de Singels (opm: ondiepten in de inham bij Winchelsea, 10 mijl west van Dungeness) aan de grond gezeten.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. De Nederlandse schoenerkof, TWEE BROEDERS genaamd, laatst binnengekomen en nog liggende te Hamburg, bevaren geweest door wijlen kapt. P.H. Polter, van de Pekela, staat met haar complete inventaris en opgoed, alles in de beste toestand, te Oude Pekela in het Gemeentehuis, ten overstaan van de ondergetekende notaris, op maandag 31 januari 1853, des avonds ten 7 ure, in het openbaar verkocht te worden. Deze schoenerkof kan inmiddels uit de hand worden gekocht bij de eigenaar H.J. Polter (opm: kapt. Harm Jans Polter), te Oude Pekela.
Mr. S.C.H. Piccardt, notaris (opm: naam ongewijzigd, kapt. Jan Remkes Prins)


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Uit de hand te koop een overdekte staatsie-tjalk (opm: binnenvaarder), groot volgens meetbrief 80 tonnen, met complete inventaris. Te bevragen bij de scheepmaker Jacob van Duivendijk, te Papendrecht bij Dordrecht, alwaar genoemde tjalk is liggende.


11 januari 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Wisby, 23 december. Het schip CATHARINA, kapt. Poort, dat alhier zijn reparatie geëindigd had en de lading weder aan boord had genomen, heeft in de storm van de 21e dezer zodanige schade ontvangen, dat hetzelve op nieuw moet lossen om te repareren.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Dover, 6 januari. Het schip CHARLOTTE, kapt. Muis – zie ons nommer van gisteren – heeft bij het binnenkomen der haven op het hoofd gestoten en daardoor de boegspriet gebroken.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Warkworth, 7 januari. Ongeveer twee mijlen afstands van onze haven ligt een Nederlandse kof ten anker, welke met een lading kaas, enz. naar Newcastle bestemd is. Nadere bijzonderheden ontbreken nog.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Wyk auf Föhr, 5 januari. De te Sappemeer te huis behorende tjalk TWEE GEBROEDERS, kapt. De Vries, van Groningen met haver naar Ipswich bestemd, is alhier met slagzij, verlies van boot en reling binnengebracht. De lading moet onderzocht worden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Ballum, 5 januari. Het schip IDA, kapt. Dekker, van Fehmarn naar Leith, is de 30e december alhier met verlies van ketting en zeilen en met gebrek aan proviand binnengelopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Mandal, 20 december. Het jacht MATHILDA, kapt. Hansen, van Aalborg met een lading gerst naar de Maas bestemd, is alhier met onklare pompen en verlies van zeilen binnengelopen. Het moet lossen om de bekomen schade te herstellen.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Het schip JANTINA, kapt. Vos, van Wyburg naar Sevilla, is den 31 december wegens gebrek aan proviand en met verlies van verschansingen te Penzance binnengelopen.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Advertentie. Ten overstaan van Mr. J.W. Quintus, Notaris te Groningen, zal, op dinsdag 25 januari 1853, des avonds te 7 uur, ten huize van de Erven E.J. Tiddens, in het huis De Beurs aldaar, publiek worden verkocht het in de jare 1845 nieuw uitgehaalde, sterk en wélgebouwd overdekt smak-tjalkschip, genaamd ALIDA ELZELINA, groot 64 tonnen, in eigendom toekomende en als schipper bevaren geweest door J.L. Schaap en liggende in de Noorderhaven te Groningen. – Inmiddels op zeer aannemelijke voorwaarden uit de hand te koop. (opm: voor NLG 2.100 aangekocht door kapt. Eeldert Jans de Jong, nieuwe naam ANNEGIENA)


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Verkoop van een kofschip. De notaris Goslings te Harlingen zal aldaar op zaterdag 15 januari 1853, des middags ten 12 ure, provisioneel en des avonds 5 ure finaal, telkens in het Heeren-Logement van D. Minnema, in het openbaar verkopen het welbezeilde kofschip, genaamd PIETER, lang 25 el 50 dm., wijd 4 el 84 dm., hol 2 el 55 dm., en over zulks geijkt op 140 ton, met deszelfs inventaris, zoals hetzelve laatst is bevaren door kapt. Jan H. de Weerd, liggende in de haven te Harlingen. Nadere informatiën ten kantore van de heren Barend Visser en Zoon en van bovengenoemde notaris.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Te Antwerpen zal op de 21ste januari aanstaande in publieke veiling worden verkocht het Russische barkschip CONCORDIA, groot 270 zware lasten. Hetzelve is inmiddels uit de hand te koop. Te bevragen bij de makelaar Hendrik Gullen.


12 januari 1853


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Mr. B. Haitzema Viëtor, notaris te Winschoten, gedenkt op dinsdag de 25e januari 1853, des avonds ten 5 ure, ten huize van de Weduwe J. Tiddens, te Scheemda, in openlijke veiling te verkopen het kofschip MARTHA ELIZABETH, bevaren door Jan Jans Koster, groot 80 roggelasten, met deszelfs volledige inventaris, in den jare 1841 nieuw gebouwd, thans liggende te Amsterdam. De verkoopcondities en de inventaris liggen ter lezing ten kantore van de notaris B. Haitzema Viëtor. (opm: nieuwe naam HENDRIKA, kapt. H.E. Boswijk)


  JB - Javabode

Wij vernemen met genoegen, dat met het dezer dagen van Rotterdam vertrokken fregatschip HENDRIKA, behorende aan de heren A. van Hoboken & Zonen, is verzonden het materieel van een ijzeren stoomsleper met zijn werktuigen, en 12 dito goederenlichters, ten dienste ener door de heer Ridder de Stuers op Java opgerichte Stoom-Sleepvaart Onderneming. Dit materieel is afkomstig uit de fabriek der heren Paul van Vlissingen en Dudok van Heel te Amsterdam.


13 januari 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

(Geen plaats of datum) Betreffende de schipbreuk van het kofschip HARMONIE – zie de NRC van de 22e november en de 18e december - deelt de Amsterdamsche Courant nog de volgende bijzonderheden mede, ontleend aan een brief, door zekere P.J. de Roos (opm: kok), van Westzanen, nopens dit onheil aan het kollegie Zeemanshoop medegedeeld.
“Het Nederlandse kofschip HARMONIE, kapt. S. Korll (opm: onjuist, heette P. Karll), waarop ik sedert de 22e april jl. als kok diende, had op de reis van Newcastle naar Reval (opm: Tallinn), het ongeluk op de hoogte van Hanguöd op een klip te stoten en te zinken; de kapitein, zijn vrouw en hun kinderen, benevens het scheepsvolk, bestaande uit: de stuurman, de matroos, de scheepsjongen en ik, begaven zich in de boot; doch nauwelijks bevonden wij ons erin, of zij sloeg om, en de vrouw van de schipper, haar 2 kinderen, benevens de stuurman en de matroos, vonden de dood in de golven. Het gelukte de schipper, de jongen en mij het zinkende schip, dat reeds tot de verschansing onder water lag, te bereiken; de eerstgenoemde klom in de grote, de jongen en ik in de bezaansmast. Daar hielden wij ons ongeveer een half uur vast, als wanneer het schip omsloeg, en met de schipper onder de golven verdween, waaruit wij hem niet weer tevoorschijn hebben zien komen. De jongen en ik hadden een stuk van het kajuitsdek weten meester te worden, hetwelk ons beiden boven water hield. Opdat mijn makker, die nauwelijks 18 jaren oud was, niet door de golven zou weggespoeld worden, bond ik hem aan het stuk wrak vast en daar hij geen laarzen aan had en overigens zeer licht gekleed was, ontdeed ik mij van enige kledingstukken, om er hem van te voorzien. Desniettemin had ik het verdriet hem des nachts ongeveer te 12 ure aan mijn zijde van koude te zien bezwijken. Ik ontdeed hem als toen van het touw, waarmee ik hem aan het wrak had vastgebonden, waarop het lijk dadelijk door de golven werd weggevoerd. Vervolgens dreef ik op mijn plank tot ’s morgens omstreeks 6 uur om, als wanneer ik een klip bereikte waartegen ik met veel inspanning opklom en op welke ik, uitgeput door de ontstane vermoeienissen, in een weldadige slaap viel. Bij mijn ontwaken werd ik op een niet ver afgelegen eilandje twee mannen gewaar, wier opmerkzaamheid ik door roepen en tekens wist op te wekken en die mij vervolgens met een boot kwamen afhalen en naar een naburig eilandje brachten. Daar werd ik gedurende 2 dagen gastvrij verpleegd en na mijn krachten enigszins herwonnen te hebben, werd ik over Ekenäs (opm: Tammisaari) naar Helsingfors (opm: Helsinki) vervoerd, alwaar ik een Nederlandse vice-consul aantrof, die mij de gelegenheid bezorgde om naar Nederland terug te keren. Alzo ben ik de enige van de gehele equipage, die, bij het ongeluk der HARMONIE, het leven heb mogen redden.”
Gezegde Roos, die alles bij deze schipbreuk verloor, heeft zich gewend aan Zeemanshoop, tot het bekomen van onderstand.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Kroonstadt, 4 januari. Alhier overwinteren de Nederlandse schepen: ST. PETERSBURG PACKET, kapt. Teensma; GEZIENA, kapt. De Boer; ANNA CATHARINA, kapt. Grilk; GESINA ALIDA, kapt. Botje; ALEXANDER, kapt. Bakker; EMMA MARIA, kapt. Sap; en te St. Petersburg: GEZINA, kapt. Pinksterboer; JAN HEERO, kapt. Naatje; VIJF GEBROEDERS, kapt. Holscher; AALTJE PRONK, kapt. Schuur; BETJE PRONK, kapt. Vos, HARMONIE, kapt. Roelfsema; SARA, kapt. Botje; ANNEGIENA, kapt. Schuring; GEORG, kapt. De Groot; JOHANNA, kapt. Kranenberg; JANTINA, kapt. De Boer; AUKJEN, kapt. Veenstra; ANNA MARGARETHA ADRIANA, kapt. Stenger; CATHARINA, kapt. Schilts; SIEKA, kapt. De Groot; HENDRIKA JANTINA, kapt. Hazewinkel; JANTINA ROELINA, kapt. Schreuder;en JACOB SIJNES, kapt. Schut.


  AH - Algemeen Handelsblad

Zr.Ms. stoomschip SINDORO zal de 25e dezer van Nieuwediep naar Suriname vertrekken.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Publieke verkoop om contant geld te Helder op maandag de 17e januari 1853, des middags ten 12 ure, ten overstaan van de Sub Agent for Lloyds, van een partij van ongeveer 39 lasten tarwe, nat en door zeewater beschadigd, gelost uit het Nederlands smakschip HEIDEWIKA, kapt. J.J. Pekelder, van Amsterdam gedestineerd naar Londen, liggende opgeslagen op de Zolders van Pakhuizen Fortuna, Neptunus en Ceres, aan de Koopvaarders haven van het Nieuwe Diep, zijnde op de dag van verkoop voor een ieder te zien.


14 januari 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 13 januari. Van het schip MARGARETHA WILHELMINA, kapt. R.R. Lukkien, hetwelk de 8e november van Holbeck naar Antwerpen vertrok en de 19e daaraanvolgende het Holsteinsche Kanaal passeerde, heeft men sedert niets vernomen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rendsburg, 8 januari. Alhier en te Holtenau overwinteren, onder meer anderen, de Nederlandse schepen: ALIDA, kapt. H.J. Gort; CHRISTINA, kapt. E.H. Bekkering; GESINA, kapt. J.R. Pronk; MARIA, kapt. N.C. Broekema; GOEDE VERWACHTING, kapt. R.J. Reinsma en ALIDA SOPHIA, kapt. G.J. Gnodde.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Pillau, 6 januari. Onder meer anderen liggen alhier zeilklaar de volgende Nederlandse schepen: MINA WILLEM, kapt. H.H. Bakker; WELVAART, kapt. A.T. Ekamp; BROEDERLIEFDE, kapt. H.O. Sap; SJOUKE BOON, kapt. B.H. Bultjes; ELSINA ENGELINA, kapt. H.H. Leverson, en HOOP, kapt. P.G. Brouwer.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Concarneau, 8 januari. Op onze zomede op de nabij gelegen stranden zijn ongeveer 30 vaten wijn opgevist, welke men veronderstelt afkomstig te zijn van een schip, hetwelk van Bordeaux naar Antwerpen bestemd was, en dat met man en muis in de nabijheid van Glenans vergaan is.
N.B. Het hier bedoelde schip is de Nederlandse kof JUFVROUW ALIDA, kapt. Giesen (opm: kapt. R.G. Giezen), welke de 18e december van Bordeaux naar Antwerpen vertrok.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Christiansand, 28 december. Het schip TWEE VRIENDEN, kapt. Faber, van Dantzig (opm: Gdansk) naar Londen, is lek en ontramponeerd te Nye Hellesund binnengelopen en moet herwaarts komen om te repareren.


  AH - Algemeen Handelsblad

Schiedam, 12 januari. Gisteren is in een kofschip, liggende in de haven alhier, de stuurman gestikt en een der matrozen bijna levenloos gevonden, ten gevolge van de damp des zwavels, die men op dat schip gebrand had om ongedierte te doden.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Advertentie. Mr. J.C. van Slooten, notaris te Veendam, zal, ten verzoeke van zijne principalen, publiek veilen en verkopen het tjalkschip, genaamd de VROUW IDA, in 1845 nieuw gebouwd, groot 83 ton, met al deszelfs opgoederen en toebehoren van mast, zeilen, ankers en touwen, zoals hetzelve is bevaren door schipper R.H. Zoutman, en thans is liggende te Delfzijl. Deze verkoop zal plaats hebben op zaterdag 22 januari 1853, des voormiddags te 10 uur, ten huize van de logementhouder E.J. Duintjer te Veendam.
Roelf Hemmes Zoutman verkocht de tjalk aan scheepstimmerman A.A. Vegter, Stadskanaal; deze verkocht het schip op 12 april voor NLG 2.500 aan kapt. Arend Rozema, nieuwe scheepsnaam DE TWEE AALTJES)


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Groningen, 13 januari. Gisteren arriveerde alhier het nieuwe kofschip ENGELINA PETRONELLA, groot ongeveer 90 roggelasten, zullende bevaren worden door kapt. H.H. Kuiper, van Veendam. Deze kof is gebouwd op de werf van de heer J.O. van der Werf, te Hoogezand.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Te Harlingen is de 9e januari binnengekomen het schip HOUTHANDEL, kapt. De Groot, van Christiansand, laatst van Lowestoft, alwaar het schip door Engelse vissers, na de equipage te hebben genoodzaakt hun schip te verlaten, met gebroken roer is binnengesleept.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Twee scheepstimmerknechten gevraagd bij B.D. Bakker, scheepstimmerbaas op het Vliet te Leeuwarden.


15 januari 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Shields, 11 januari. Het alhier van Vlissingen gearriveerde Nederlandse schip ANTHONY, kapt. Nepperus, is bij het binnenzeilen aan de grond geraakt; doch zonder schade weer vlot getrokken.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Dantzig (opm: Gdansk), 7 januari. Alhier liggen om te overwinteren de Nederlandse schepen (opm: waarschijnlijk JOHANNA MARIA), kapt. W.J. Schummelketel (zeilklaar) en (opm: waarschijnlijk JUFFER ALLEGONDA), kapt. P.G. Brons, (voor Nordhaven binnengelopen).


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Cardiff, 11 januari. Hedenmorgen zijn de schepen MATHILDA, kapt. Herman, (van Ostende) en JOAN, kapt. Van der Tak (van Rotterdam), met elkander in aanzeiling geweest, tengevolge waarvan eerstgenoemde de kluiverboom en blinde ra verloor en schade aan de scheg bekwam. Of de JOAN ook schade bekomen heeft, is nog niet bekend.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Jan Corver, makelaar, zal op maandag de 14e februari 1853, des avonds ten 6 ure, te Amsterdam in de Nieuwe Stads Herberg aan het IJ verkopen een extra ordinair snelzeilend kofschip, varende onder Nederlandse vlag, genaamd VENILIA, laatst gevoerd door kapt. H. Eddes, volgens Nederlands meetbrief lang 25 ellen, 80 duimen; wijd 4 ellen, 69 duimen; hol 2 ellen, 78 duimen en alzo gemeten op 150 tonnen of 79 lasten. Breder volgens inventaris en bericht bij bovengemelde makelaar. (opm: de kof werd voor NLG 6.500 verkocht; nieuwe naam ALBINA en kapitein J. Visser, vanaf december kapt. K. Zwanenburg)


  JB - Javabode

Er zijn in de laatste dagen van verschillende kanten berichten ingekomen omtrent hetgeen wij in ons blad van de 15e december des vorigen jaars vermeld hebben over het opvissen in zee op de hoogte van Pekalongan van scheepsartikelen en handelswaren, wier toestand deed vermoeden, dat er op die hoogte een schip verbrand moest zijn. Bekend is het ook reeds, dat langs de stranden van de residentiën Pekalongan en Tagal op verschillende plaatsen goederen en ledige sloepen zijn aangedreven, die men veronderstellen kon tot die bodem te behoren. Zelfs verklaarden enige vissers van laatstgenoemde plaats in zee een schip te hebben zien branden en ten gronde gaan, zijnde zij vooraf nog aan boord geweest zonder enige equipage bespreurd of lijken daarin gevonden te hebben, door welke omstandigheid men de hoop kon koesteren, dat de bemanning het gevaar had kunnen ontvluchten. Daarna werd het ruchtbaar, dat in de morgenstond van de 6e december te Maribaya (residentie Tagal) een sloep aan wal was gekomen, waarin zich een vijftiental personen bevonden, die zich dadelijk landwaarts verwijderden, en werkelijk vervoegden zich die dag een zodanig aantal peronen, zijnde een Boeginees, 12 Javanen en 2 Maleiers, bij het hoofd der Maleiers te Tagal, verklarende te zijn opvarenden van een met gambier geladen praauw toop, komende van Riouw en in de nacht van de 1e december door een sterke windvlaag omgeslagen, waarbij een jongen van 12 jaren was verdronken, hebbende zij zich slechts met levensgevaar kunnen redden. Hun houding en verschillende voordracht der zaak baarden echter achterdocht. waarom omtrent hen een streng onderzoek werd ingesteld, met dit gevolg, dat zij na nog lange tijd hun leugens volgehouden te hebben, zeker wel de verschrikkelijkste misdaad bekenden, welke in de laatste jaren in deze wateren is gepleegd, en verklaarden te zijn de bemanning van een Engels schip, waaraan zij de naam gaven van BRANIS en hetwelk gevoerd werd door kapt. Gadoe. Aan boord bevonden zich ook de echtgenote van die kapitein, een stuurman Roberts, een Amboinees Anthony, een Boeginees, Ali genaamd, als bootsman en 15 inlandse matrozen, gelijk mede een Fransman als passagier. Dit schip was met repatrierende Chinezen in juni j.l. van Singapore naar Tin Hai in China vertrokken en zou van daar, zoals die boosdoeners zeggen, met een lading thee naar Java vertrekken, zijnde hun engagement zodanig, dat zij adaar ontslagen zouden worden. Het schijnt echter, dat de kapitein, in de wateren van Java gekomen, hun het voornemen had te kennen gegeven om tot Sydney door te zeilen, hun een dollar meer soldij ’s maands en een dagelijkse verstrekking van zoutvlees belovende. De opvarenden namen slechts schoorvoetend genoegen daarin, maar toen die verstrekking geen plaats vond, begonnen zij onderling te morren en besloten zich van het schip meester te maken.
Op de 7e december maakte, ongeveer middernacht, twee hunner amok en vermoordden, bijgestaan door de anderen, de kapitein, stuurman en Amboinees. De vrouw van de gezagvoerder sleepten zij op dek en brachten haar met messteken om het leven, waarop zij al de lijken in zeildoek wikkelden en met gewicht in zee deden zinken. De passagier en een bediende van de kapitein, een Bengalees, hadden op het zien van die moordaanslag de dood in de golven gezocht. Nog twee dagen bleven de moordenaars aan boord, staken toen het schip in de brand en begaven zich met een sloep naar de wal, alwaar zij voorzeker hun gerechte straf niet zullen ontgaan.
De Javasche Courant van heden vermeldt omtrent deze droevige zaak ook nog, dat door de stoomboot BANDA op haar jongste reis van Batavia derwaarts, op de hoogte van Japara een menigte theekisten in zee drijvende zijn gevonden met het merk BERENICE Litt.P., waardoor zij veronderstelt, dat de ware naam van die verbrande bodem BERENICE zal zijn geweest.


  OP - Oostpost

Het schip de AMSTEL, kapt. Rademaker, van hier (opm: Soerabaija) vertrokken de 2e december 1852 en bestemd naar Nederland, is gisteren te dezer rede teruggekomen wegens averij.


  OP - Oostpost

De alhier (opm: Soerabaija) ter rede liggende Nederlandse schoener SOEIKIT is thans hernaamd de WALVISCH.


16 januari 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Cardiff, 12 januari. De bark CHARLES KERR is ter rede van Penarth onklaar gedreven van de Nederlandse bark JOAN, kapt. Van der Tak, en heeft aan dat schip belangrijke schade veroorzaakt. De JOAN zal nog heden nagezien worden en zoals men verwacht naar Bristol moeten om te repareren.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 15 januari. De Nederlandse kof DRIE GEBROEDERS SIKKENS, kapt. K.C. Kamminga, van hier met tarwe naar Londen, is gisteren tussen Egmond en Kamperduin gestrand, doch het volk gered.
(opm: het schip, bouwjaar 1851; kapt. Klaas Christiaans Kamminga, werd geborgen en op 14 juli 1853 onderhands verkocht aan de firma A. Conijn & Zonen te Alkmaar; nieuwe scheepsnaam CATHARINA MARIA onder kapt. W. Verhoeven; verkopers vervingen hun verlies in juni 1853 door een galjoot die dezelfde naam en kapitein kreeg)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 15 januari. Het schip CATHARINA, kapt. Geveke, van Bremen naar Zwolle, is, volgens brief van Delfzijl van de 12e dezer, de 10e dito, aldaar lek en met verlies van een anker binnengelopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Marans, 10 januari. Het te Veendam te huis behorende schip MIENA SYGIENA (opm: kof MIENA SIJGINA kof, kapt. Pieter Freerks Wold), van Aiguillon (opm: l’Aiguillon sur Mer, nabij La Rochelle) naar Liverpool bestemd, is gisteren bij het afzakken der rivier op een zandbank geraakt, en zat met hoog water geheel onder, zodat de lading verloren is. (opm: zie ook AH 170153)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Ringkiöbing, 8 januari. In de voormiddag van de 3e dezer strandde bij Bjerrigard (opm: Bjerregård, westkust Jutland), ongeveer 5 mijlen van hier, de Nederlandse kof JELTINA MARGARETHA, kapt. Douwes, met een lading raapkoeken van Rügenwalde (opm: Darlowo) naar Rochester bestemd. De equipage, bestaande uit 4 man, is gered, zomede heeft men het tuig geborgen. Van schip en lading zal wel niets terecht komen, daar de luiken weggeslagen zijn en hetzelve, reeds enige dagen vol water, zich in het zand ingewoeld heeft. Reeds vóór de stranding was het vaartuig zeer lek.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 15 januari. Zr.Ms. consul te Koningsbergen (opm: Kaliningrad) bericht onder meer andere zaken het volgende. De scheepsvrachten van Koningsbergen en Pillau (opm: Baltyisk) hebben gevarieerd (opm: in 1852) naar Amsterdam tussen NLG 13 en NLG 18, en naar de havens aan de Maas tussen NLG 14 en NLG 28 (opm: waarschijnlijk drukfout, zal NLG 18 moeten zijn). Naar Groningen en Zwolle werd NLG 20 per last rogge besteed.


17 januari 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 27 november. Scheepsvrachten. Nog vóór het vertrek van de vorige mail werd de SCHELDE naar Rotterdam bevracht tot NLG 90 voor suiker en NLG 80 voor rijst, om alhier en te Soerabaija te laden, en weinige dagen later bedong men voor de AUSTRALIE dezelfde koersen, om hier voor Rotterdam beladen te worden. Later werden nog voor diezelfde bestemming bevracht de ALBLASSERDAM tot NLG 90 voor suiker, NLG 82,50 voor rijst en NLG 115 voor arak (opm: rijstbrandewijn), en de IDA ELIZABETH tot NLG 90 en NLG 80. Voor de MARGARETHA JOHANNA is te Soerabaija suiker tot NLG 90 naar Amsterdam aangenomen. De KOOPHANDEL is doorgezeild naar Samarang, alwaar men de MACAO heeft bevracht tot NLG 90 voor suiker, NLG 82 voor koffie en NLG 115 voor lichte goederen. De AMSTEL is doorgezeild naar Soerabaya. Van Engelse schepen werden nog gecharterd de DALREADE (1500 ton), naar Amsterdam tot GBP 3.10/. voor rijst en GBP 4 voor suiker; en de AMEER (460 ton) naar Antwerpen met rijst tot GBP 3.10/ en suiker tot GBP 4.5/. Onze markt nog ruim van producten voorzien zijnde, zullen de eerst aankomende schepen waarschijnlijk nog wel tot de bovenstaande vrachten spoedig een lading kunnen vinden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, november. Voor de dienst der pakketvaart tussen Batavia en Singapore, waarvoor de inschrijvingsbiljetten tot de 19e oktober konden worden ingezonden, zijn geen zodanige biljetten ingekomen. Alleen is bij de directeur der producten ingekomen een missive van de heer Cores de Vries, te kennen gevende, dat hij zich moest onthouden om aan die uitbesteding deel te nemen op grond dat hem bij het met hem reeds gesloten contract voor de stoomvaartdienst tussen Batavia en Padang de voorkeur was verzekerd voor iedere uitbreiding, welke aan de particuliere stoompakketdienst van Java op de buitenbezittingen en andere plaatsen van de Indische archipel door het gouvernement mocht gegeven worden, waarom hij dan ook vermeende de voorkeur te hebben voor de maildienst naar Singapore. Men verneemt, dat van gouvernementswege aan de heer Cores de Vries is te kennen gegeven, dat, zonder in het minst de rechtmatigheid zijner mening ten deze te erkennen, hij, nu er geen inschrijvingen waren ingekomen, door het gouvernement werd uitgenodigd om met enige spoed mede te delen of hij bereid is de bedoelde pakketdienst aan te nemen en zo ja, onder welke voorwaarden. (opm: zie ook NRC 100153)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Mandal, 28 december. De te Groningen te huis behorende kof JONGE JOHANNA, kapt. Elzingh, van Memel (opm: Klaipeda) met lijnkoeken naar Londen bestemd, is de 25e alhier lek binnen gelopen en moet lossen om te repareren.


  AH - Algemeen Handelsblad

Harlingen, 13 januari. Van de werf Welgelegen aan Harlingen’s schone en ruime Zuiderhaven liep heden middag ten 12 ure, met het beste gevolg te water het kopervaste barkschip LUITENANT ADMIRAAL STELLINGWERF, groot 321 zeetonnen. Dit fraaie vaartuig, voor de grote zeevaart bestemd onder kapt. Mispelblom Beijer, verstrekt de bouwmeesters D. en L. Alta zowel tot eer, als onze stadsgelegenheid voor scheepsbouw ter vernieuwde aanbeveling.


  AH - Algemeen Handelsblad

De gouvernements-kruisboot No. 24, behorende tot het station van Cheribon, en tijdelijk gedetacheerd tot versterking der scheepsmacht in het Palembangse, is in de nacht van 13 oktober jl. voor de rivier Nioer ten anker liggende, door een felle storm omvergeslagen en terstond gezonken. De bemanning werd echter gelukkig, door de verleende bijstand van Zr.Ms. adviesbrik PYLADES, behouden aan boord van dat vaartuig opgenomen en verzorgd. Van de inventaris heeft men door de duisternis en de snelle stroom niets kunnen redden.


  AH - Algemeen Handelsblad

De 14e dezer is tussen Egmond en Kamperduin gestrand het Nederlandse kofschip DRIE GEBROEDERS SIKKENS, kapt. H.C. Kamminga, geladen met tarwe, komende van Amsterdam en bestemd naar Londen. De equipage, bestaande uit vier personen, is door de reddingboot van Egmond gered.


  AH - Algemeen Handelsblad

Marans, 10 januari. Het schip MEINA SIJGINA, van Veendam, kapt. Wold, van Aiguillon naar Liverpool, is gisteren, de rivier afkomende, op een zandbank verongelukt (opm: zie NRC 160153).


18 januari 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 27 november. Volgens brief van kapt. Wynandts, voerende het schip DOCTRINA ET AMICITIA, d.d. Sourabaya 22 november 1852, was het schip nagenoeg hersteld en had reeds een deel der lading ingenomen om die te Passaroeang te completeren. De schade was belangrijk en zou door bodemarij gedekt worden.
(opm: bodemarij of bodemerij (van bodem = schip) omschrijft Mr. J.A. Molster als eene overeenkomst tussen een geldschieter en een geldopnemer, waarbij eene som gelds wordt opgeschoten, met beding van premie en onder verband van schip of goed of beide, met dat gevolg, dat indien het verbondene, geheel of gedeeltelijk, door toevallen op zee vergaat of vermindert, de geldschieter zijn recht op de opgeschoten penningen en op de premie verliest, voor zoover dit een en ander niet op hetgeen overblijft kan worden verhaald; maar indien het verbondene schip behouden ter plaatse zijner bestemming aankomt, de hoofdsom, benevens de premie moet betaald worden)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Bristol, 14 januari. Heden is alhier met schade wegens een aanzeiling ter rede van Penarth (opm: zie NRC 150153) binnengebracht het Nederlands barkschip JOAN, kapt. van der Tak, van Cardiff naar Acapulco bestemd.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Melbourne, 27 september. In onze haven ziet het treurig uit. Bereids liggen alhier meer dan honderd schepen, welke uit volstrekt gebrek aan volk verhinderd worden hun reizen te aanvaarden en waarvan enige wellicht nooit de haven weder verlaten zullen. Voor een reis naar Batavia wordt GBP 70 gagie aan een matroos ingewilligd en onder de GBP 100 zijn dezelve voor de reis naar Oost-Indië niet te bekomen.
(opm: de zeelui drosten om in Australië als emigrant hun geluk te zoeken, zie ook NRC 240153 en 011153)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Christiansand, 2 januari. De Nederlandse kof TWEE VRIENDEN, kapt. Faber, van Dantzig (opm: Gdansk) met tarwe naar Londen bestemd, is alhier lek, met verlies van zeilen, enz. binnengelopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Rotterdam – Bordeaux. Het nieuw gebouwd Nederlands stoomschip GIRONDE, kapt. Frantzen, vertrekt van Rotterdam naar Bordeaux dinsdag 25 januari (ijsgang voorbehoudend) en van Bordeaux naar Rotterdam zaterdag 5 februari. Adres ten kantore van Smith & Co. (opm: het vertrek van de GIRONDE werd uitgesteld tot 5 februari, terwijl de BORDEAUX in plaats daarvan op 25 januari naar Bordeaux vertrok)


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Marstrand, 31 december. Het schip HERSTELLING is heden door een stoomboot van de Paternoster-Scheren alhier in de haven gebracht. (Vermoedelijk het op zee verlaten kofschip HERSTELLING, kapt. D.J. Wiersma, van Riga naar Amsterdam, vroeger gemeld [opm: zie NRC 061152 en 151152])


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Advertentie. Mr. J.C. van Slooten, notaris te Veendam, zal, ten verzoeke zijner principalen, op donderdag 20 januari 1853, des namiddags te één uur, ten huize van de logementhouder E.J. Duintjer te Veendam, publiek veilen en verkopen een bevaren tjalkschip, genaamd de HARMONIE, in 1836 nieuw uitgehaald, groot 81 tonnen, met al deszelfs opgoed en toebehoren, zoals hetzelve laatst door kapt. J.A. Eilens is bevaren en thans in het Oosterdiep te Wildervank, tegen no. 25, is liggende.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Advertentie. Mr. J.C. van Slooten, notaris te Veendam, zal, ten verzoeke zijner principalen, op dinsdag 25 januari 1853, des avonds te 7 uren, ten huize van de logementhouder A. Smit te Veendam, publiek veilen en verkopen het welbevaren Nederlandse kofschip, genaamd CLASINA EN MARGRETA, groot 40 lasten, thans liggende te Bremerhaven. En zulks met al deszelfs opgoederen van masten, zeilen, ankers, touwen, staand- en lopend want en verder toebehoren, zoals laatst hetzelve door kapt. J.H. Top is bevaren, en waarvan het inventaris ten kantore van de bovengenoemde notaris ter lezing zal liggen. (opm: de CLASINA EN MAGRETA, bouwjaar 1837, vond waarschijnlijk geen koper)


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Advertentie. Nieuwe stoomvaart. De ondergetekende neemt de vrijheid zich voor de expeditie van granen, boter, kaas, vee, enz., zowel met de thans bestaande gelegenheid naar Londen aan te bevelen, als met de nieuwe stoomboot-dienst via Lowestoft, die in de loop van februari zal geopend worden. Tevens maakt hij opmerkzaam op de voordelen en gemakken, die laatstgenoemde gelegenheid de handel niet alleen voor het vervoer van goederen naar Londen aanbiedt, maar tevens naar de hoofdmarkten van geheel Oostelijk en Noordelijk Engeland.
Nadere informatiën bij de heren T. ten Cate en Zoon te Groningen, en bij de ondergetekende.
Harlingen, januari 1853, J. Noijon.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Rotterdam, 12 januari. De Oostindische koopvaardijvloot van Zuidholland, uitgenomen Dordrecht, telde op de 31e december 1852 201 schepen, waarvan 189 de volgende destinatiën hebben:
In zee naar Java voor de Ned. Handel Mij. 69; in zee voor particulieren via Engeland en direct naar Java, de Golf van Bengalen, China, Australië enz. 87; in zee naar de Westkust van Noord- en Zuid-Amerika 10; naar de Oostkust van Noord- en Zuid- Amerika 6; totaal 172 schepen; – zeilklaar 189; – zonder destinatie of aan het lossen 12; – totaal 201 schepen, varende voor rekening van 52 rederijen. Het getal schepen en de scheepvaart naar alle en zelfs vroeger onbekende plaatsen is dus aanmerkelijk toegenomen, daar er op de 31e maart 1845 123 schepen aanwezig waren.


19 januari 1853


  JB - Javabode

Nadere bericht omtrekt het onderzoek nopens de moord aan boord van de Engelse brik BERENICE en het verbranden van die bodem door de moordemaars, hebben ons met de omstandigheid in wetenschap gesteld, dat, voordat dat onderzoek was ingesteld, het aan verscheidenen derzelven heeft mogen gelukken zich van Tagal te verwijderen. De meesten konden zich naar Samarang begeven alwaar zij echter opgevat en naar Tagal terug gezonden zijn. Evenwel hadden drie hunner, Javanen en genaamd Ketjiel, Amat en Yaman, zich te Samarang bij tijds weder weten te engageren aan boord van de Nederlands-Indische bark YATI LIONG, kapt. De Wolff, welk schip van daar bestemd was naar Padang via Batavia. Het plaatselijk bestuur kreeg kennis daarvan en de drie schuldigen zijn op de rede door de politie ontdekt en aan de wal in verzekerde bewaring gebracht.


20 januari 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 19 januari. Aanstaande zaterdag de 22e dezer, des middags ten 1½ ure, zal te Amsterdam van de werf IJhoek der heren Abbema en Van Cleef, scheepsbouwmeesters aan het einde der Groote Wittenburgerstraat, te water worden gelaten de klipper-schoener HERWIJNEN, gebouwd voor rekening ener rederij onder directie van de heer W. van Diepen Jr.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Groningen, 17 januari. In het afgelopen jaar zijn 61 nieuw gebouwde schoener- en andere schepen van dat kaliber in deze stad afgebouwd en naar zee gegaan. Het eerste nieuwe vaartuig van 1853 is voor enige dagen hier binnengekomen. Het verdient opmerking, dat in onze gewestelijke scheepsbouw ook die vooruitgang sedert een paar jaren bestaat, dat de gewone kofschepen van vroeger nauwelijks meer worden aangebouwd, maar grotere en doelmatigere soorten van schepen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Floris der Kinderen, H. Gullen, J. de Rooy en J.J. van der Meulen, makelaars, zullen op maandag de 24e januari 1853, ’s avonds ten 6 ure, te Amsterdam in de Nieuwe Stads Herberg aan het Y, ten overstaan van een daartoe bevoegd beambte, verkopen: een extra ordinair welbezeild brikschip, varende onder Nederlandse vlag, genaamd GEERTRUIDA, en gevoerd door kapt. J. Caspers. Volgens Nederlandse meetbrief lang: 22 ellen 70 duimen; wijd: 4 ellen 88 duimen, hol 3 ellen 21 duimen; en alzo gemeten op 158 tonnen of 83 lasten. Breder bij inventaris en bericht bij bovengemelde makelaars, en de cargadoors J.C. van Oven & Zonen. (opm: uit AH: bij veiling opgehouden)


21 januari 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 20 januari. Volgens een particulier schrijven van kapt. Ouwehand, gezagvoerder van het schip KINDERDIJK, van hier naar Valparaiso, d.d. 16 december l.l, bevond hij zich toen in goede staat zeilende op 04º NB 22º WL Tussen de 22e en 23e november l.l. had hij op de Gronden (opm: het ondiepe gedeelte van de Atlantische Oceaan voor de ingang van Het Kanaal; ruwweg het gebied binnen de 100 vademlijn) zwaar stormweer doorgestaan, en daarin enige zeilen verloren en enige onbeduidende schade bekomen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 20 januari. Volgens particulier bericht van kapt. J. Kuijt, was hij met het brikschip GOUVERNEUR ELSEVIER op 30 december te Barbados aangekomen, na gedurende de gehele reis niets dan slecht weder en stormen te hebben uitgestaan en in de Spaansche Zee (opm: Golf van Biscaye) zijn verschansingen te hebben verloren; andere schade had het schip evenwel niet.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Deal, 17 januari. Het Nederlandse barkschip VAN DER PALM, kapt. Ogterop, van Rotterdam, welke heden de reis naar Batavia vervolgd heeft, was genoodzaakt om anker en ketting te slippen, teneinde een aandrijving te voorkomen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Canton, 27 november 1852. Het schip BANTAM, kapt. Klein, van San Francisco alhier aangekomen, is via Batavia en de Kaap de Goede Hoop naar Rio Janeiro bevracht.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Albany (King George Sound) (opm: West-Australië), 25 november 1852. Het Nederlandse barkschip de HOOP VAN CAPELLE, kapt. Browning, heeft de 15e dezer bij het naar binnen zeilen, alhier op een rots gestoten, doch heeft ogenschijnlijk geen schade bekomen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Sydney (N.Z.W.), 30 oktober 1852. Het Nederlandse schip (opm: schoener) CERES, kapt. H. de Vries, van San Francisco naar Port-Phillip bestemd, heeft de 22e juli (opm: 1852) op een rif bij Feegee (Feegee Group) (opm: Fiji Eilanden), gestoten en is aldaar niettegenstaande men onmiddellijk de masten overboord kapte om vlot te komen, blijven zitten en wrak geworden. De equipage is behouden en te Auckland aangebracht. (opm: zie NRC 160453)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Brake, 16 januari. Het schip ANNA, kapt. Borchers, van Newcastle komende, is de 14e dezer alhier, wegens contrarie wind (opm: tegenwind) en met schade aan de zeilen binnengelopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Egesund (opm: waarschijnlijk Egersund, Noorwegen !), 3 januari. De te Sappemeer te huis behorende kof MARGARETHA JANTINA, kapt. De Boer, van Hamburg met tarwe naar Nantes bestemd, is hier met schade binnengelopen en moet lossen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Holtenau, 17 januari. De kof SJOUKE BOON, kapt. Boltje, van Koningsbergen (opm: Kaliningrad) met erwten, enz. naar Amsterdam bestemd, is, na op het Gester-Rif (opm: Gedser Rif) te hebben aan de grond gezeten en een gedeelte der lading overboord geworpen te hebben, alhier lek en met verlies van loze kiel binnengelopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Christiansand (opm: Kristiansand), 6 januari. De te Groningen te huis behorende kof JACOBUS JOHANNES, kapt. Gelder, van Leith met steenkolen naar Hamburg, is hier met zeeschade binnengelopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hellevoetsluis, 20 januari. Heden arriveerde alhier het stoomschip GIRONDE, kapt. J.M. Frantzen, van Glasgow. (opm: eerste reis, vanaf de bouwwerf naar Rotterdam)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 20 januari. Volgens een alhier ontvangen bericht is het schip de MAAS (opm: bark, bouwjaar 1827), kapt. J.N. Lutzow, van Batavia naar Kopenhagen bestemd, in de nacht van de 10e januari op de Zweedse kust, bij La Holm (opm: Laholm), gestrand. De equipage is gered; van schip en lading zou zeer waarschijnlijk niets gered kunnen worden. (opm: zie NRC 230153)


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Advertentie. Mr. H. van Bolhuis, notaris en procureur te Leens, zal, op maandag 31 januari 1853, des namiddags te 3 uur, ten huize van de kastelein De Boer te Zoutkamp, publiek te koop presenteren een hecht, sterk tjalkschip, genaamd de TWEE GEBROEDERS, groot 47 tonnen, met complete inventaris, thans liggende in de haven van Zoutkamp.
Inmiddels uit de hand te koop bij de eigenaar J.H. Woltman aldaar.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Advertentie. Uit de hand te koop twee snelzeilende kofschepen met complete inventarissen, groot pl.m. 67 en 60 roggelasten, genaamd HET AVONTUUR en PRUDENTIA, gevoerd en uitgehaald in 1837, door de kapiteins G.E. Hoveling en L. de Vrede, van Veendam, te bevragen bij J.A. Hooites, te Hoogezand, bij wie ook te koop ligt een ankerketting van 1¼ duim dikte en pl.m. 58 vadem lang.
(opm: de AVONTUUR werd aangekocht door H.K. Boon, Nieuwe Pekela en kreeg de naam ARENTINA ROELFINA; de PRUDENTIA werd met behoud van naam verkocht aan T.T. Nuisker, Nieuwe Pekela)


  LC - Leeuwarder Courant

Harlingen, 13 januari. Heden middag 12 ure is van de werf Welgelegen van de scheepsbouwmeesters D. & L. Alta met het beste gevolg te water gelaten het gekoperd en kopervast tweedeks barkschip LUITENANT ADMIRAAL STELLINGWERF, groot 321 gemeten tonnen, zullende in de grote vaart gebezigd worden onder gezagvoerder M.C.E. Mispelblom Beijer voor rekening ener rederij onder directie van de heren Zeilmaker & Co alhier.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Verkoping van een Scheepstimmerwerf te Dockum.
De Notaris G. Posthuma, te Dockum, zal, op donderdag den 27 januari 1853, ’s avonds ten 7 ure, ten herberge van J.W. Postma, bij Dockum, provisioneel verkopen:
Een scheepstimmerwerf met 3 sleephellingen, ruime schuur, huizinge, voorzien van een kamer, keukentje en zolder, benevens een knechtswoning, alles in een beste staat, staande en gelegen te Dockum, aan het Groot Diep, en alzo geschikt om grote schepen te kanten; en zulks in 2 perceelen.
Toebehorende aan J.S. v.d. Werff en te aanvaarden den 12 mei 1853.


  LC - Leeuwarder Courant

Asdvertentie. De notaris W.A. Evertsz, te Oldeboorn, zal, op zaterdag den 22 januari 1853, des morgens 11 ure, ten huize van de kastelein Kuiper, te Akkrum, veilen:
1. Een overdekte en gewegerde (opm: van wegering voorzien) Hektjalk, groot 81 ton, met volledigen inventaris, zo als laatst is bevaren geweest door nu wijlen S.S. Boetje, en
2. Een Roeiboot met riemen.
Voorwaarden te vernemen bij de Notaris en mede bij de Weduwe en Erven S.S. Boetje, te Akkrum.


22 januari 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 21 januari. Het schip (opm: schoenerbrik) MARGARETHA EN MARIA, kapt. D. van Ketwich, van hier naar Charlestown en Nickerie, is de 2e dezer met schade te Mandahl (opm: Mandal) binnengelopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Falmouth, 18 januari. De alhier gearriveerde bark THETIS, van St. Petersburg naar Gloucester, is op de hoogte van Goudstaart (opm: Start Point) met een Nederlandse kof in aanzeiling geweest, waardoor dezelve belangrijke schade in de zijde bekomen heeft en genoodzaakt was de deklast overboord te werpen. Men gelooft, dat de kof in Dartmouth of Plymouth binnengelopen is.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Emden, 17 januari. Het schip MARGARETHA, kapt. Huizinga, van Amsterdam naar Londen bestemd, is gisteren, alhier met verlies van boot en met meer andere schade, binnengelopen.


  JB - Javabode

Hongkong, 27 december. De Amerikaanse bark EUREKA, van San Francisco, gezagvoerder Parge, kwam in augustus j.l. van de Fiji-eilanden te Guam aan en verliet Hongkong in het begin van september. Kort daarna beliep die bodem een zware typhoon en stelde koers naar de Molukken, doch aldaar geen gelegenhid vindende om te vertimmeren, zo werd het schip afgekeurd, de lading naar Makasser gezonden en aldaar overgescheept in de Nederlandse bark JANE SERINA. Het schip SIR GEORGE POLLOCK, van San Francisco, bericht nu, dat genoemd Nederlands schip een dag na dezelve Hongkong zou verlaten, doch dewijl sedert niets van hetzelve is gehoord, zo wordt verondersteld, dat het in de typhoon van september is verongelukt.
Wij weten niet, wat aanleiding tot die verwarde mededeling en daaruit voortvloeiende zonderlinge veronderstelling heeft kunnen geven, doch kunnen gerust verzekeren, dat de JANE SERINA, welk schip gevoerd wordt door de heer C. Brodie, niet in een typhoon van september kan zijn verongelukt, dewijl die bodem de 18e september a.p. (opm: 1852) van Batavia naar Soerabaija vertrokken is, van daar naar Makasser is gezeild en die plaats eerst de 19e november heeft verlaten om zich naar Shanghai in China te begeven.


  OP - Oostpost

Op de veiling van heden voor het commissiehuis van de heren Keasberry & Dean heeft het Engelse afgekeurde schip SATISFACTION met inventaris de som opgebracht van pl.m. NLG 7.300.


  OP - Oostpost

De alhier (opm: Soerabaija) ter rede liggende Nederlandse schoener FATAL RACHMAN is thans hernaamd SALAPARANG.


23 januari 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 22 januari. Als een nadere bijzonderheid omtrent het vergaan van het barkschip de MAAS – zie ons nommer van de 21e dezer – delen wij nog het volgende bericht uit Elseneur (opm: Helsingör), in dato de 15e dezer mede: Heden ontvingen wij bericht uit Laholm in het Kattegat, hetwelk achter Kaap Kullen (opm: 56º32’ NB 12º56’ OL) ligt, dat het barkschip de MAAS, kapt. N. Lutzow, met suiker van Rotterdam naar Kopenhagen bestemd, totaal verongelukt is in de nacht tussen de 10e en de 11e dezer, en in de volgende nacht in een storm weder hoger op het land gedreven is en daar gezonken ligt; het dek gelijk met de oppervlakte van het water. Vermoedelijk heeft het schip eerst op een zandbank gestoten, is later er overheen gegaan en daarna in dieper water gekomen, maar dichter bij het land (opm: strandingsplaats ligt nabij Melbystrand, pal ten zuiden van Kaap Kullen). De bemanning is gered, maar het schip wrak en de lading is gesmolten of zal smelten, daar het de 13e onmogelijk was iets te bergen. Het schip was ongeveer 16 mijlen (opm: Duitse mijlen van 7407 m.) van zijn bestemmingsplaats.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. G.J. Roland Holst en G.J. Boelen, makelaars, zullen op maandag de 14e februari 1853, ’s avonds ten 6 ure, te Amsterdam in de Nieuwe Stads-Herberg aan het Y verkopen:
- Het ijzeren stoomschip WILLEM II, varende onder Nederlandse vlag, gebouwd in 1842 en gebruikt in de vaart van Amsterdam op de Lemmer, zijnde zeer geschikt voor de buitenlandse vaart; volgens binnenlandse meetbrief lang 28 ellen 90 duimen, wijd 4 ellen 72 duimen, hol 2 ellen 45 duimen, en alzo gemeten op 250 tonnen, na aftrek van de machinekamer, liggende te Amsterdam.
- Het gekoperd en kopervast stoomschip PRINSES VAN ORANJE, laatst gevoerd door kapt. D. Visser, en gediend hebbende in de vaart van Rotterdam op Duinkerken; volgens Nederlandse meetbrief lang 23 ellen 40 duimen, wijd 4 ellen 3 duimen, hol 2 ellen 16 duimen, en alzo gemeten op 79 tonnen of 41 lasten, na aftrek van de machinekamer, liggende te Rotterdam.
Breder bij biljetten en inventarissen en bericht bij bovengemelde makelaars.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Portsmouth, 19 januari. Het Nederlandse barkschip VAN DE PALM, kapt. Ogterop, van Rotterdam naar Batavia, is alhier met verlies van anker, ketting en gebroken spil binnengelopen.

NRC 240153
Amsterdam, 21 januari. Heden werd te Amsterdam in de Karseboom een bijeenkomst gehouden van boekhouders van schepen, varende op Oost-Indië, welke ten doel had, dat men zich zou wenden tot hoger bestuur, teneinde van Java naar Melbourne (Australië) van landswege een schip met Maleijers worde afgezonden om aldaar te dienen tot rekrutering van de weggelopen matrozen der Nederlandse schepen, en om op die schepen waakzaam te zijn, zo tot lossing der goederen in die haven, als om ze naar Java terug te brengen, daar de vaderlandsliefde der Maleijers hun het deserteren zou beletten. (opm: zie ook NRC 180153 en 120253)


24 januari 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 23 januari. Aangaande het schip JEANNETTE (opm: Belgische vlag), kapt. C. Helsmoortel, de 23e september 1852, van Alexandria (Egypte) herwaarts vertrokken, heeft men sedert niets vernomen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Lyngoer (opm: Zuid-Noorwegen), 1 januari. De koffen CATHERINE ELISABETH, kapt. Boiten, van Hamburg naar Londen, en JOHANNA ETTINA, kapt. D.G. Schuur, van Hamburg naar Ferrol bestemd, zijn beiden alhier binnengelopen. De eerste is lek en heeft zeilen, enz. verloren; de tweede heeft de boegspriet verloren.


  AH - Algemeen Handelsblad

Veendam, 21 januari. Gisteren is te Oude Pekela met het beste gevolg van stapel gelopen de schoener-galjoot AMICITIA, gebouwd op de werf van F.L. Drenth en zullende bevaren worden door kapt. C. Poelman aldaar.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Heropening der stoomvaart tussen Rotterdam en Duinkerken. De nieuwe ijzeren stoomboot PRINS VAN ORANJE, kapt. D. Visser, zal van hier vertrekken op woensdag de 9e februari aanstaande en vervolgens ’s wekelijks op diezelfde dagen. Zullende na afloop van de reparaties aan de stoomboot L’ESTAFETTE de vertrekdagen nader geregeld en geannonceerd worden. Het vertrek van Duinkerken is bepaald op elke zaterdag.
Adres bij Joh. Ooms Ez. & Co., agenten.


25 januari 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 24 januari. Het schip DOLPHIN (opm: DELPHIN, buitenlands schip), kapt. C.B. Jansen, van St. Petersburg, met rogge en stukgoed herwaarts gedestineerd, is, volgens brief van Texel van de 22e dezer, de vorige middag achter de Slufter, bij het Eijerland, gestrand en zwaar lek geworden, zodat men vreesde, dat de lading rogge grotendeels weg zal zijn. Van het overige gedeelte zijn 6 balen geitenhaar en pennen en 3 kisten koopmanschappen, benevens een gedeelte der inventaris geborgen. Het volk had zich met de sloep gered.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Liverpool, 22 januari. Het alhier van Amsterdam gearriveerde schip JOHANNA MARIA CHRISTINA, heeft op de reis hevige stormen doorstaan en enige zeilen verloren.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Christiansand (opm: Kristiansand), 9 januari. Het schip JOHANNES, kapt. Held, van Hamburg naar Batavia bestemd, is met gebroken fokkemast, boegspriet en meer andere schade te Mandal binnengelopen. Hetzelve moet lossen om ter repareren.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Cuxhaven, 22 januari. De Nederlandse tjalk MARGARETHA WILHEMINA, kapt. Lukkien, van Holbeck naar Amsterdam bestemd, is alhier met averij binnengelopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rendsburg, 21 januari. Het schip SJOUKE BOON, kapt. Boltjes, van Koningsbergen (opm: Kaliningrad) naar Amsterdam – zie ons nommer van de 21e dezer, art. Holtenau – is alhier eergisteren aan de stad gekomen. Men heeft evenwel tot dusverre nog niets aan de beschadigde lading laten doen, alhoewel er toch goede bergplaatsen voorhanden zijn.
PS. Naar wij zo even vernemen is de kapitein voornemens naar Tonningen (opm: Tönning) te verzeilen om aldaar te lossen.


  AH - Algemeen Handelsblad

Door de Nederlandsche Handel Maatschappij zijn bevracht geworden de navolgende 12 schepen, als:
Voor Amsterdam: DIONYSIA CATHARINA, kapt. C.J. Jaski.
Voor Rotterdam: DANKBAARHEID AAN DE NEDERLANDSCHE HANDEL MAATSCHAPPIJ, kapt. B.J.D. Drent; INDIA, kapt. …; JACATRA, kapt. Th. Buys Jz.; JAN VAN GALEN, kapt. P.H. de Boer; JONGE JAN, kapt. …; LAURENS KOSTER, kapt. D.R. Kleve; MARIA ADRIANA, kapt. S. van der Held.
Voor Dordrecht: OSIRIS, kapt. G. Crans; TAGAL, kapt. J.F.H. Göbel.
Voor Schiedam: LOOPUYT, kapt. C.C. Boumeester; SOOLOO, kapt. M. Korteland.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Het schip TWEE GEBROEDERS, kapt. De Vries, van Groningen naar Ipswich, te Wyck auf Föhr met schade binnengelopen (vroeger gemeld), heeft de reparatie volbracht en was den 18 januari gereed om de reis voort te zetten.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Het schip ETTINA, kapt. De Jonge, is, volgens bericht van Bergen d.d. 10 januari, bij Spidsö gestrand. (opm: smak, bouwjaar 1842; kapt. H. de Jonge, zie NRC 280153 en PGC 010253)


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Advertentie. Ten overstaan van Mr. J.W. Quintus, notaris te Groningen, zullen, op donderdag 10 februari 1853, des avonds te 7 uur, ten huize van de Erven E.J. Tiddens, in het Huis de Beurs aldaar, publiek worden verkocht het sterk en welgebouwde kofschip, de HOOP genaamd, groot 96 tonnen, met komplete inventaris, zo als hetzelve is bevaren door H.J. Ketelaar en thans is liggende bij de Scheepstimmerwerf Het Fortuintje, te Amsterdam.
Om te aanvaarden 8 dagen na de toeslag. Te bezien 8 dagen voor de verkoopdag.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Veendam, 21 januari. De buitengewone vergadering van het hier gevestigde Zeemanscollegie was heden avond hoogst belangrijk. Zij was voornamelijk bestemd om hulde te doen aan den moed, het beleid en de menschenliefde, in het verleden jaar door twee van hun hier te huis behorende medeleden betoond in de redding van schipbreukelingen. Beider edelmoedige daden, in der tijd uitvoerig in onderscheidene binnen- en buitenlandse nieuwspapieren vermeld, waren bekroond, de ene door Hare Maj. de Koningin Victoria en het bestuur der Britsche Admiraliteit; de andere door de Zuid-Hollandsche Reddings-Maatschappij. De eervolle bewijzen daarvan werden heden openlijk en plechtig uitgereikt.
Het eerste bestond in een gouden medalje en een kostbare telescoop, beide van toepasselijke op- en inschriften voorzien, toegekend aan kapt. S.P. Gruppelaar, voor de redding, op 4 januari 1852, van dertien aan de noodlottige brand van het Engelsche stoomschip AMAZON met een boot ontkomen schepelingen, en welke door hem, na hen elf dagen aan boord van zijn schip de HILLECHINA op het liefderijkst te hebben verpleegd, behouden te Plymouth zijn binnengebracht.
Het andere bestond mede in een gouden medalje, benevens een zeer vererend getuigschrift, door bovengenoemde Zuid-Hollandsche Maatschappij als een bewijs van erkentelijkheid en blijvend aandenken geschonken aan kapt. F.W. Pronk, voor het op een hoogst merkwaardige en gevaarvolle wijze redden der uit negen manschappen bestaande equipagie van de Zweedse schoener MARIE, gevoerd geweest door kapt. E.A. Ahrens, op de 7e oktober l.l.; wordende dit laatste bij afwezigheid van de edelmoedige redder in ontvangst genomen, om onverwijld aan hem te worden toegezonden, door zijn waardige vader, de oud zeeman W.F. Pronk.
De plechtigheid werd ditmaal bestuurd door d eerwaardigen heer A. Winkler Prins, leraar bij de Doopsgezinde Gemeente alhier, die hierbij een voortreffelijke en indrukwekkende redevoering hield over de gevaren, waaraan het zeemansleven onderhevig is, en de gevoelens en deugden, tot welker beoefening het als zodanig aanleiding geeft.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Oude Pekela, 19 januari. Hedenavond was de vergadering van het alhier gevestigde Zeemanscollege buitengewoon belangrijk door de plechtige uitreiking van een paar eervolle geschenken aan onze plaatsgenoot R. Tunteler, gezagvoerder van het kofschip GEERTRUIDA. Men zal zich herinneren, dat nu een jaar geleden in de dagbladen is vermeld geworden het verbranden van het Engelsche stoomschip AMAZON, alsmede de redding van een gedeelte van de passagiers en het scheepsvolk, die in een paar boten het brandende schip ontvlucht waren. Na dat deze schipbreukelingen reeds anderhalven dag, zonder enige verkwikking, een weinig buiten het Engelse Kanaal hadden omgedreven, werd het volk van de ene boot des avonds van de 4e januari 1852, en dat der andere boot, te zamen een getal van 26 personen uitmakende, de morgen daaraanvolgende, door kapt. R. Tunteler ontdekt, menslievend opgenomen, liefderijk verkwikt en verzorgd, en vervolgens te Brest binnengebracht. Kapt. Tunteler kreeg voor deze daad van verplichte menslievendheid een belangrijke vertraging in zijn reis naar Lissabon, dewijl hij te Brest vier weken moest wachten, eer hij, door de ongustige wind hierin belemmerd, weder in zee kon steken. Voor deze daad van menslievendheid had al dadelijk de stoombootmaatschappij te Southampton, aan welke de AMAZON behoorde, aan kapt. Tunteler een geschenk van 50 pond sterling vereerd, welk geschenk de heer Wildervank, te Zuidbroek, die voor de helft eigenaar is van het kofschip GEERTRUIDA, edelmoedig aan zijn mede-eigenaar, kapt. Tunteler afstond, welke laatste weder hiervan aan ieder zijner manschappen 10 gulden ten geschenke gaf.
Een der passagiers, de heer Gléné, een vermogend Engelsman, had enige tijd later een prachtige bijbel met een dagelijks gebedenboek, benevens een beschrijving in het Engels van het ongeluk en de redding der schipbreukelingen van de AMAZON, aan zijn redder vereerd. Hedenavond werd nog een fraaie zilveren verrekijker van de Lords der Admiraliteit en een zware gouden medaille van het Britse Gouvernement aan de waardige man uitgereikt. De heer burgemeester T. Borgesius, oprichter en medelid van het Collegie alhier, bij wie deze geschenken ter uitreiking waren ingezonden, kweet zich in een bijzonder aanpassende aanspraak van deze aangename taak, terwijl een buitengewoon talrijke vergadering, versierd door een aanzienlijke vrouwenschaar, en veraangenaamd door het uitspreken van gepaste bijdragen, het genoegen van deze avond vermeerderde. Want, ofschoon kapt. Tunteler vermeent door deze redding niets meer dán zijn plicht te hebben gedaan, en voorzeker ieder rechtschapen zeeman in een gelijk geval hetzelfde zoude doen, is het toch aangenaam voor het welgestelde hart, zich in de herinnering ener welgelukte redding van ongelukkigen, en in de blijken der dankbaarheid van een edelmoedig volk, te mogen verheugen. Dankbaar toch hebben de Engelsen zich in deze jegens kapt. Tunteler gedragen, daar ook de uitgebreide Lloydcompagnie hem een dankbrief heeft gezonden met de belofte, dat in welke gevallen hij ook moge komen de Compagnie hem altijd de behulpzame hand der erkentelijkheid zal bieden.
(opm: zie ook PGC 130152 en PGC 160152)


  LC - Leeuwarder Courant

Rotterdam, 21 januari. Ten gevolge van de zo buitengewoon lang aanhoudende zuiden- en zuidwestenwinden zijn een massa schepen te Hellevoetsluis, even als in ander onzer havens liggende, welke op een gunstige gelegenheid om uit te zeilen wachten. De schade, die daardoor de rederijen en eigenaars van de ladingen belopen, zijn niet onaanzienlijk. Opmerkelijk zijn echter de bijna dagelijkse transporten van matrozen enz, die met de Brielse stoomboot geschieden, om weggelopen volk of terug te voeren of door anderen te vervangen. De zogenaamde slaapbazen, wantsnijders en dergelijken – gewone borgen voor het geld, dat het volk op hand heeft bekomen – zijn buitengewoon ijverig in de weer om de deserteurs zo mogelijk op te sporen. Deze worden echter, naar men verzekert, zelden ontdekt, dan nadat al hun goed voor spotprijzen verkocht en verteerd is, en is het niet zeldzaam, dat er volk weder aan boord komt, dat bijna naakt en zonder kooigoed de reis moet aanvaarden, zo niet het medelijden van anderen hun te gemoet komt.


  LC - Leeuwarder Courant

Heerenveen, 20 januari. De Friesche Maatschappij tot Onderlinge Verzekering van Schepen, te dezer plaatse gevestigd, hield heden haar 15e jaarlijkse algemene vergadering, bij welke gelegenheid uit het verslag der directie onder andere gebleken is, dat bij de veelvuldige rampen, die in het afgelopen jaar hebben plaats gehad, deze maatschappij geen enkele heeft getroffen, en zij dus ook geen schade heeft behoeven te vergoeden, terwijl zij door een aanzienlijke deelneming weder een belangrijke uitbreiding heeft verkregen. Met recht mag men er zich over verheugen, dat de Friese schippers hoe langer zo meer hun belangstelling tonen in deze voor de scheepvaart zo nuttige inrichting, die zich overigens door een eenvoudig en min kostbaar beheer onderscheidt, waarom dan ook de deelneming gerust kan worden aanbevolen.


26 januari 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 25 januari. De Nederlandse consul te Newcastle aan de Tyne heeft herwaarts gezonden het navolgende bericht:
Aan de reders en gezagvoerders van schepen. De consul der Nederlanden te Newcastle en Shields, geeft te kennen, dat, wanneer schepen te Shields binnenkomen, de kapiteins dadelijk, vóór zij nog tijd hebben hun schip behoorlijk vast te maken, bestormd worden door een aantal ronselaars, die de kapiteins met allerlei schone woorden weten te lokken, hun vrachten aanbieden, offertes doen tekenen en geld voorschieten, om hen op deze wijze aan zich te verplichten. Naderhand, wanneer het gewoonlijk te laat is, ontdekken de kapiteins, bij het nazien hunner rekening, dat zij bedrogen zijn geworden. Kapiteins zijn dus gewaarschuwd voorzichtig te zijn met wie zij handelen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Te Dordrecht ligt in lading naar Batavia, om de 15e februari e.k. te Helvoet tot in zee zeilen gereed te liggen, het nieuw gebouwd gekoperd en kopervast barkschip TAGAL, kapt. J.F.H. Göbel, hebbende uitmuntende inrichting voor passagiers en voerende een geëxamineerd scheepsdokter. Adres bij de gezamenlijke cargadoors, te Dordrecht. (opm: eerste reis)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Naar Sourabaija en Samarang ligt te Amsterdam in lading: het nieuw gekoperd snelzeilend fregatschip HET SCHOON VERBOND, kapt. J. Veenstra, hebbende uitmuntende inrichtingen voor de overvoer van passagiers. Adres bij de reders I.J. Granpré Mollière en A.W. ten Cate of bij de cargadoors d’Arnaud & Co, Hoyman & Schuurman en Floris der Kinderen & Zoon, te Amsterdam.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 25 januari. Volgens brief van kapt. J.F.D. Pietersen, voerende het schip CLAUDIUS CIVILIS, van Cardiff naar Benicia (opm: Californië), te Rio de Janeiro binnen, d.d. Rio de Janeiro, de 14e december, was hij toen van de geleden schade hersteld en hoopte binnen weinige dagen de reis voort te zetten.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 25 januari. Het schip KATRIENA SOFIA, kapt. J. Spanjer, van Kolding naar de Maas, is de 23e dezer met overgeworpen lading, gebroken gaffel, zwaard, enz, te Texel binnengelopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 25 januari. Volgens brief van kapt. J.W. Retgers, voerende het schip BAREND WILLEM, van hier naar Londen, 18 januari j.l. op de Theems gearriveerd, had hij gedurende zijn reis hevige stormen doorgestaan, waardoor, onder meer andere schade, de onder-ra’s gebroken en enige zeilen gescheurd waren.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Erratum. In ons nommer van 23 januari stond abusievelijk in de advertentie van de veiling der stoomschepen WILLEM II en PRINSES VAN ORANJE, dat de veiling plaats zoude hebben op maandag 14 februari; dit moest zijn op maandag 21 februari.


  AH - Algemeen Handelsblad

Verkoping van schepen op maandag de 24e januari in de Nieuwe Stads Herberg aan het IJ:
het brikschip GEERTRUIDA, kapt. J. Caspers: NLG 9.000, opgehouden.


27 januari 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Grimsby, 22 januari. Heden is alhier lek met verlies van zeilen, boten enz. binnengelopen, het kofschip ARENDINA, kapt. Bul, van Hull met een lading ijzer naar Harburg bestemd.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Cuxhaven, 24 januari. De Nederlandse tjalk CATHARINA, kapt. Zoldin, van Odense met gerst naar Zaandam bestemd, is eergisteren met slagzij en verlies van zwaard op de Elbe geankerd, doch is gisteren weder vertrokken.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Tonningen (opm: Tönning), 22 januari. De ever MARGARETHA, kapt. Veltheer, van Odense naar Amsterdam, welke de 19e met meer andere schepen van hier vertrok, is lek en met verlies van zeilen uit zee teruggekomen. Het moet lossen om te repareren.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Stavanger, 3 januari. Het schip HARMINA NEPPERUS, kapt. Brouwer, van Koningsbergen (opm: Kaliningrad) naar Grangemouth, is met averij te Tananger (opm: nabij Stavanger) binnengelopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Stavanger, 10 januari, het schip VROUW JANNEKE, kapt. Visser, van Groningen naar Londen, is lek, met verlies van zeilen en met schade aan tuigage, te Tananger (opm: nabij Stavanger) binnen gelopen.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Floris der Kinderen, makelaar, zal op maandag 21 februari 1853, des avonds ten 6 ure, te Amsterdam in de Nieuwe Stads Herberg aan het IJ, ten overstaan van een daartoe bevoegd beambte, verkopen een extra ordinair welbezeild kofschip, varende onder Nederlandse vlag en genaamd ALIDA THEODORA, laatst gevoerd door kapt. T.M. Jaski, volgens Nederlandse meetbrief 22 el 75 duim, wijd 4 el 34 duim, hol 2 el 23 duim en alzo gemeten op 98 tonnen of 52 lasten. Breder bij inventaris en bericht bij bovengemelde makelaar. (opm: voor NLG 6.050 verkocht aan Gebr. Goedkoop, Amsterdam; nieuwe naam BERNARDUS, kapt. J.W. Smit)


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Heden ontving ik de treurige tijding, dat op de 26e december 1852 overleden is, mijn dierbare echtgenoot Dirk Jan Bart, gezagvoerder aan boord van het fregatschip NEHALENNIA, op reis naar Sydney. Hij bezweek aan een kortstondige, maar hevige ziekte van slechts drie dagen, in de ouderdom van 48 jaren, mij nalatende vier kinderen, te jong om hun verlies te gevoelen. Hoe zwaar deze slag is, in mijn hoogst zwangere staat voor mij en mijn betrekkingen, wier steun en weldoener hij was, zullen allen beseffen, die de brave man gekend hebben.
Amsterdam, 26 januari 1853, E. Busselman, Wed. D.J. Bart.


28 januari 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 27 januari. Volgens een particulier bericht van de Kaapstad in dato 20 december, was juist bij het sluiten der mail in de Tafelbaai binnengelopen het schip CATHARINA MARIA, kapt. G.L. Gortmans, om een lek te repareren, dat verondersteld werd boven water te zijn. Aan boord was overigens alles wel.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Dover, 24 januari. Het schip (opm: kof) EMMA OBBINA, kapt. W. Meijer, van Amsterdam naar Ancona, is hier lek binnengelopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Dover, 24 januari. Het alhier gearriveerde barkschip MARIA ANNA, kapt. Verbeek, van Batavia naar Rotterdam, heeft ten gevolge van aanzeiling de boegspriet verloren.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Antwerpen, 26 januari. Luidens een brief van kapt. H. van Coppenolle, voerend het Belgisch barkschip BOURSE D’ANVERS, van hier naar Havana, in dato Dover 25 dezer, is hij aldaar met schade wegens aanzeiling met het Nederlandse schip MARIA ANNA, kapt. Verbeek, van Batavia naar Rotterdam, binnengelopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Liverpool, 24 januari. Het Nederlandse schip DANKBAARHEID, kapt. Postema, van hier naar Sydney, is heden ten gevolge van een lek uit zee teruggekomen. Het schip heeft aan de grond gezeten en zal moeten lossen om te repareren.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Bergen, 14 januari. Het schip ETINA, kapt. De Jonge (opm: smak ETTINA, bouwjaar 1842; kapt. Hendrik de Jonge, zie ook NRC 060253), van Londen naar Stavanger, is bij Spidsö gestrand en zal weg zijn, doch de lading is geborgen.


  AH - Algemeen Handelsblad

Volgens brief van L. Staal, opperstuurman aan boord van het schip NEHALENNIA, van Liverpool naar Sydney, de dato 27 december, was kapt. Bart de vorige dag op 05º54’NB en 21º35’WL overleden. Het schip en de passagiers bevonden zich in goede staat.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Het schip BROEDERTROUW, kapt. Dijkema, van Liverpool naar Haiti, op de Garonne met schade binnen (vroeger gemeld) heeft de 18e januari na volbrachte reparatie, van Bordeaux de reis voortgezet.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Het schip FRIEDE (opm: buitenlander), gevoerd geweest door kapt. Jongebloed, van Newcastle naar Palma, is de 15e januari in zinkende staat op Helgoland gestrand en met de lading tegen 1/3e bergloon aan de strandvonder afgestaan; kapt. Jongebloed was reeds de 13e december aan boord gestorven, en de stuurman, benevens een matroos, in het eind van december overboord geslagen en verdronken; de overige drie manschappen, benevens twee engelse vissers, die op de Doggersbank tot assistentie aan boord gekomen waren, zijn gered.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Advertentie. Mr. J.C. van Slooten, notaris ter standplaatse Veendam, zal ten verzoeke van zijn principaal, op woensdag de 16e februari 1853, des voormiddags te 10 uur, ten huize van de logementhouder D. Everts te Veendam, publiek veilen en verkopen het Nederlandsch kofschip genaamd FROUWINA STEENHUIZEN, groot 62 tonnen, of 33 lasten, in 1846 nieuw uitgehaald, in der tijd gevoerd door kapt. K.H. Zuininga, en thans liggende te Vegesack, bij Bremerhaven. En zulks met al deszelfs opgoederen van masten, zeilen, ankers, touwen, koksgereedschappen, boot en verder toebehoren; waarvan het inventaris ten huize van verkoop ter lezing ligt. (opm: de kof werd niet verkocht)


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Amsterdam, 21 januari. Volgens een bericht van Zijner Majesteits gezantschap te Konstantinopel zijn aldaar gedurende het jaar 1852 binnengeklaard 57 Nederlandse bodems, dat is het vijfvoud van vroegere jaren. Die schepen, te zamen 5852 last metende, zijn alle van daar of van de Zwarte Zee voordelig bevracht naar het noorden. Het gebrek aan beschikbare schepen voor Konstantinopel en de Zwarte Zee houdt nog steeds aan. Alleen te Odessa is nog vracht voor 150 grote schepen; de aangeboden vrachten van daar zijn 60 shillings per ton talk naar Engeland, en nog 10 pCt. meer naar het vasteland. Van de Azofse Zee 70 sh. per ton talk. Van Konstantinopel naar Engeland biedt men 10 sh. per quarter en 10 pCt. meer naar het vasteland.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Pekela, 22 januari. Heden werd alhier ten dienste der te Pekela, Winschoten, Scheemda, Beerta, Finsterwolde en Nieuwe Schans gevestigde schippers een onderlinge verwaarborgings-maatschappij opgericht, waarvan voor dit jaar tot bestuurders zijn gekozen de kapiteins R.R. Tunteler, H. Lukens, H.L. Heres en P. Kamminga, en tot boekhouder H.R. Middel.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Volgens een bericht van Zr.Ms. consul te Koningsbergen zou de scheepvaart aldaar geen belangrijke uitkomsten over 1852 hebben opgeleverd, indien niet zo vele schepen (o.a. 62 Nederlandse) met spoorstaven voor de in Oost- en West-Pruissen aangelegde spoorwegen aangekomen waren, daar het buitenland geen behoefte aan granen scheen te hebben en de prijzen in voornoemde haven te hoog waren om tot ondernemingen aanleiding te kunnen geven.
Dientengevolge is in de eerste helft van het jaar slechts weinig naar Engeland en Nederland verzonden en vele schepen, onder anderen 54 Nederlandse, zijn bij gebrek aan terugvracht naar andere havens gezeild, hoofdzakelijk naar Dantzig en Memel, alwaar zij ladingen van hout verkregen. Toen later de graanprijzen in het buitenland stegen, ging het beter met de scheepvaart; veel werd naar Engeland, ook met Nederlandse schepen, verzonden; enkele ladingen werden ook naar Nederland gezonden.
In het jaar 1852 zijn te Koningsbergen en te Pillau in het geheel binnengekomen 880 schepen, metende te zamen 49.729 last. Onder dat getal bevonden er zich 153 onder Nederlandse vlag, zijnde 19 minder dan in 1851. Allen waren, op één schip na, geladen, hetgeen sedert een reeks van jaren niet gebeurd is.
Hiervan zijn vertrokken: 52 met tarwe, rogge, erwten, raapolie en lijnzaad naar Nederland; 44 met tarwe, erwten, wikken, lijnzaad, vlas, raap- en lijnkoeken, beenderen naar Groot Brittannië; 2 met tarwe en vlas naar België; 54 in ballast naar Dantzig en Memel, terwijl 1 schip met tarwe en bonen naar Bremen zeilde.
De scheepsvrachten hebben gevarieerd: naar Amsterdam tussen NLG 13 en 18; naar de havens aan de Maas tussen fNLG 14 en 28; naar Groningen en Zwolle werd NLG 20 per last rogge besteed.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Zes à acht scheepstimmerknechten, hun werk goed verstaande, kunnen van stonden aan werk bekomen bij J.J. Croles, scheepsbouwmeester te Ylst.


29 januari 1853


  RC - Rotterdamsche Courant

Cardiff, 24 januari. Uitgezeild HENRIETTE (opm: bark, rederij Bunge), J.M. van der Veen, naar Panama.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 28 januari. Men schrijft uit het Nieuwe Diep d.d. 26 januari: Volgens bericht per het heden hier binnengekomen koopvaardijschip WASSENAAR, kapt. A. Hofstee, gekomen uit Californië, laatst van Batavia, ondervinden de koopvaardijschepen in Californië bijna zonder onderscheid de grootste moeilijkheden door het weglopen van het scheepsvolk, hetwelk wordt weggelokt door hoge daglonen, die zij als sjouwerlieden aldaar kunnen verdienen, zodat men alsdan gedwongen wordt vreemd volk voor ongehoorde prijzen (2 à 3 dollars per dag) aan te nemen om te kunnen lossen. Op bedoeld schip waren slechts de kapitein, de opper-stuurman en de timmerman achtergebleven. De rest, merendeels uit Duitsers bestaande, had men niet meer gezien en de arm der politie was er nog te krachteloos. De reis van San Francisco naar Batavia was met vreemd volk uit diverse natiën, die men met de grootste moeite voor grof geld had gehuurd, voortgezet, en dikwijls hadden deze ruwe lieden de oproerigste plannen. Van Batavia had men de reis grotendeels met oorlogsmatrozen naar Nederland moeten ondernemen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 28 januari. Het schip DOGGERSBANK, kapt. P. Kerkhoven, van Londen naar Sydney, de 8e december j.l. te Rio de Janeiro binnengelopen, had schade aan de tuigage bekomen, doch zou binnen 5 à 6 dagen gereed zijn om de reis voort te zetten.


  AH - Algemeen Handelsblad

Rotterdam, 27 januari. Volgens particulier bericht van de Kaapstad, d.d. 20 december, was juist bij het sluiten der mail in de Tafelbaai binnengelopen het schip CATHARINA MARIA, kapt. G.L. Gortmans, en wel, om een lek te repareren, dat ondersteld werd boven water te zijn; aan boord was alles wel.


  AH - Algemeen Handelsblad

Strömstad, 15 januari. Heden zijn alhier aangebracht enige deksbalken, valreepstrappen, luiken enz., benevens drie verschillende naamborden, waarop met vergulde letters: “van Harlingen”, “d’Harmonie”, en “Maria”; ook is een partij talk zo losse als in twee vaten aangevoerd, die in de Scheeren met een partij planken en balken is drijvende gevonden. (Het schip MARIA, kapt. Faber, van Petersburg naar Harlingen, is 17 december de Sond gepasseerd. [opm: kof MARIA, kapt. Haike Faber is sindsdien vermist])


  OP - Oostpost

Advertentie. Op dinsdag de 1e februari 1853 zal op de vendutie voor de toko van de heren Keasberry & Dean in de stad (opm: Soerabaija) de verkoping plaats vinden van de schoeners TIAM HIAPLIE en HIAPSING, toebehorende aan de Chinees Tio Kam.


30 januari 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 29 januari. Door de Nederlandsche Handel-Maatschappij zijn bevracht de volgende schepen:
Voor Rotterdam: HENDRIKA, kapt. P. Admiraal, en MAPPA, kapt. J. Mulder.
Voor Amsterdam: CHRISTOPHORUS COLUMBUS, kapt. G. Groenewoud, ALIDA WILLEMINA, kapt. G.E. Doornbos, GRAAF DIRK III, kapt. A.J. van Nouhuis (van Dordrecht), ’s-HERTOGENBOSCH, kapt. E.J. van der Braak (van Dordrecht), en BIESBOSCH, kapt. P.M. Vogelsang (van Dordrecht).


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Delfzijl, 26 januari. Het schip de STAD HAARLEM, kapt. Uil, van Odessa met rogge en lijnzaad naar Groningen, is bij het inzeilen der Eems op de Ransel; aan de grond vast geraakt, doch na een gedeelte der lading in een lichter gelost te hebben weder in vlot water en heden alhier binnengekomen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Portsmouth, 26 januari. Het Nederlandse schip KONING WILLEM II, kapt. Van Eyk Menkman, van Amsterdam naar Akyab (opm: Birma), te Cowes binnengelopen, is van laatstgenoemde plaats hier binnengebracht om te repareren.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Helgoland, 25 januari. De Nederlandse tjalk VROUW ALIDA, kapt. Rojaars (opm: bouwjaar 1833; kapt. Tijs Freerks Rogaar), van Kiel met raapkoeken naar Engeland (opm: Firth of Forth) bestemd, is gisteren avond alhier ten gevolge van een zwaar lek op strand gezet. De bemanning is gered en ook de lading en inventaris zal geborgen worden. Het schip zelf is als wrak te beschouwen. (opm: zie NRC 030253)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Husum, 25 januari. Het Nederlandse schip VROUW WILLEMTINA, kapt. H.W. Glim, heeft de schade gerepareerd en is naar Bungzyl (opm: Bongsiel) gezeild om aldaar haver voor Londen te laden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Heropening van de stoomvaart tussen Rotterdam en Duinkerken. De vertrekdagen van de stoomboot l’ ESTAFETTE zullen na afloop van de reparatie aan die stoomboot nader geregeld worden.
Joh. Ooms, Rotterdam


31 januari 1853


  AH - Algemeen Handelsblad

Rotterdam, 29 januari. Gisteren middag, terwijl de stoomboot MERWEDE aan haar ligplaats binnen het Oude Hoofd alhier vastgemaakt lag, kwam een zwaar geladen aak, een zogenaamde Keulenaar, de haven in, doch nam zijn bestek wat te kort en kwam, ook door verleiding van stroom, met zulk een geweld tegen genoemde stoomboot, dat daarvan de kajuitskap totaal verbrijzeld werd en meer andere schade is veroorzaakt.


01 februari 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Maassluis, 28 januari. Naar men verneemt, zouden onze drie grote scheepstimmerwerven aangekocht en ingericht worden ter bouwing van ’s lands vaartuigen of oorlogsschepen. Men zegt zelfs, dat Z.M. de koning incognito deze plaats daartoe met zijn tegenwoordigheid heeft vereerd.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 31 januari. Te Oudezijl bij de Nieuwe Schans is de 27e januari met goed gevolg van de werf van de heren Viëtor en De Wijk te water gelaten het nieuw gebouwde kopervast schoener-brikschip ST. VITUS, groot 140 roggelasten, zullende bevaren worden door de kapt. H. Middel onder directie van de heer Mr. B. Haitzema Viëtor alhier.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. In Amsterdam wird aus der Hand zu Kauf angeboten das im vorigen Jahr ganz neu verzimmerte, sowohl für die See- wie auch für die Flüßfahrt gebaute, beladen nur 7 Fuß tief gehende, unter preusischer Flagge fahrende Dreimaster Schoonerschiff TRITON, jetzt geführt von Capt. J.G. Unkuh (opm: waarschijnlijk Unruh). Das Schiff ist täglich zu besichtingen. Nähreres ertheilen die Schiffswinkler Dade & Houtkoper im Amsterdam.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Het schip DANKBAARHEID, kapt. Postma, van Liverpool naar Sydney vertrokken, is, volgens bericht van Liverpool d.d. 25 januari, met schade uit zee teruggekomen, hebbende voortdurend tegenwind en storm gehad, onderscheidene malen gestoten en daardoor lekkage bekomen. Het heeft in het dok gehaald en moet lossen.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Men meldt uit Bergen d.d. 14 januari: Het bevestigt zich, dat het bij Spidsö gestrande schip (vroeger gemeld) de ETTINA is, gevoerd door kapt. De Jonge; de lading was geborgen, doch het schip wrak. (opm: zie NRC 280153)


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Het schip DELIA, kapt. Hazewinkel, van Rostock, is de 12e januari wegens tegenwind te Grimstad binnengelopen.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Het schip SJOUKE BOON, kapt. Bultje, van Koningsbergen naar Amsterdam bestemd, op het Gesterrif (opm: mogelijk Gedserrif) gezeten, (vroeger gemeld) is de 24e januari van Rendsburg te Tonningen aangekomen, doch heeft de reis naar Amsterdam van daar voortgezet, vermits de kapitein dacht, dat de lekkage van weinig betekenis is.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

De tjalk VROUW ALIDA, kapt. Rogaar, van Kiel naar Firth of Forth, is, volgens bericht van Helgoland d.d. 25 januari, den vorigen avond zwaar lek op strand gezet en zal weg zijn; het volk is gered en de lading benevens de inventaris zullen geborgen worden.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Het schip VROUW WILLEMTINA, kapt. Glim, te Husum met schade binnengelopen, is, na volbrachte reparatie, naar Bongsiel vertrokken om een lading haver voor Londen in te nemen.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Volgens brief van Strömstad d.d. 15 januari, was in de Scheeren veel wrakhout drijvende gezien en een gedeelte daarvan te Strömstad aangebracht, waaronder een partij en 2 vaten talk, verschillende planken en balken, vier scheepsboten, een stuk van eene verschansing, waarop met witte letters: Bordeaux en drie ongelijke naambordjes, waarop met vergulde letters: van Harlingen, op het andere: d'HARMONIE, en op het derde: MARIA. – De beide laatsten vermoedelijk afkomstig van de vroeger gemelde verongelukte schepen HARMONIE, kapt. J.J. Mulder (opm: zie NRC 231152), en MARIA, kapt. H. Faber (opm: zie NRC 181152).


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Nieuwe Diep, 27 januari. Gisteren nacht is alhier uit het Engelse Kanaal geretourneerd Zr.Ms. stoomschip CYCLOOP, bestemd geweest om het koopvaardijschip JUNE, kapt. Peters, aan boord waarvan zich een detachement suppletie-troepen bevond, zover mogelijk in zee te brengen, om met de meesten spoed Suriname te bereiken, alwaar, naar men zegt, enige ongeregeldheden zouden hebben plaats gehad.


  LC - Leeuwarder Courant

Ingezonden mededeling. Stoomvaart van Harlingen naar Londen.
Volgens de couranten van het begin dezer maand zal er een nieuwe stoomvaart worden geopend, welke voor de veehandel vele voordelen zal opleveren, boven de thans bestaande. Als agenten van het stoomschip LION moeten wij onze vrienden inlichten, dat die voordelen of voorgewende beter vervoer, niets betekenen. De advertentie zegt ”slechts 13 uren op zee”. Dit is niets nieuws, want de LION is ook niet langer op zee, het overige der vaart is op rivieren en in hoe verre het is te prefereren, dat het vee met het stoomschip aan de markt wordt gebracht boven het vervoer op spoorwegen, moet men slechts de handelingen nagaan der voornaamste Engelse veehandelaars, die uit het noorden van Engeland en Schotland geen vee op de spoortreinen vervoeren, dan wanneer er geen genoegzame ruimte goede stoomschepen is, uithoofde de ondervinding voldoende heeft bewezen, dat het zware, vette vee zeer veel heeft te lijden door de aanhoudende hevige trilling en snelle vaart op de beesten-wagons der spoortreinen. Daar dit nu het geval is met de aan ruw weder en wind gewone Schotse ossen, hoeveel meer zal dit zijn met onze Friese en Groninger vette beesten, die door de goede verzorging in warme stallen veel minder bestand zijn tegen een wijze van vervoer, die zelfs in Engeland niet wordt gebezigd dan uit noodzakelijkheid, daar het voor het zware vee beter is 8 of 9 uren op de rivier in of op een stoomboot te worden vervoerd, dan 5 of 6 uren op een spoortrein te staan trillen. Het stoomschip LION heeft nu 85 reizen naar Londen met vee gedaan, in evenveel achtereenvolgende weken, zonder een enig rund door zeeschade te verliezen en slechts tweemaal te laat voor de markt aangekomen. Van een dergelijke spoed en regulariteit heeft men geen tweede voorbeeld. Over vrachten en expeditiën gelieve men zich te adresseren bij ondergetekenden.
Harlingen, 27 januari 1853
Van Oppen’s Zonen – I. & S. Wiarda, agenten der stoomvaart van de heer A.G. Robinson, geopend in 1845.


02 februari 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 1 februari. Door de Nederlandsche Handel-Maatschappij zijn in de loop der maand januari bevracht geworden de volgende schepen, als:
Voor Rotterdam: DANKBAARHEID AAN DE NEDERLANDSCHE HANDEL MAATSCHAPPIJ, kapt. J. Krol; INDIA, kapt. R.J. Rijken; JACATRA, kapt. Th. Ruijs Jz; JAN VAN GALEN, kapt. P.H. de Boer; JONGE JAN, kapt. W. van Hoogenstraten; LAURENS KOSTER, kapt. D.R. Kleve; MARIA ADRIANA, Kapt. S. van der Held; HENDRIKA, kapt. P. Admiraal; MAPPA, kapt. J. Muller.
Voor Amsterdam: DIONYSIA CATHARINA, kapt. C.J. Jaski; OOST INDIA PACKET, kapt. B. Bakker Gz; GRAAF DIRK III, kapt A.J. van Nouhuis (van Dordrecht),’s HERTOGENBOSCH, kapt. E.J. v.d. Braak (van dito); BIESBOSCH, kapt. M. van Rijn van Alkemade (van dito); CHRISTOPHORUS COLUMBUS, kapt. G. Groeneveld; ALIDA WILLEMINA, kapt. G.E. Doornbos; CORNELIS HOUTMAN, kapt. J.H. Rolman (*); ZWALUW, kapt. H.D. Visser (*). Voor Dordrecht: OSIRIS, kapt. G. Crans; TAGAL, kapt. J.F.H. Göbel.
Voor Schiedam: LOOPUYT, kapt. C.C. Bouwmeester; SOOLO, kapt. M. Korteland.
Voor Middelburg: SCHOUWEN, kapt. H.A.W. van Reede.
NB. Uitgezonderd de beide met (*) getekende, hebben wij reeds van tijd tot tijd de bevrachtingen van bovenstaande schepen medegedeeld.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Openbare vrijwillige verkoping. De notaris Mr. Joannes Bernardus van der Ven, residerende te Rotterdam, als lasthebbende van zijn principalen, is van mening op heden de 2e februari 1853, ’s middags om 12 uur, in het Notarishuis te Rotterdam te veilen en te verkopen:
- 26/300 aandelen in het barkschip, genaamd de EENDRAGT, gemeten op 440 lasten, gevoerd door kapt. M. van Velthoven, thans liggende in Oost-Indiën.
- 2/300 aandelen in het fregatschip, genaamd WILLEM I, gemeten op 474 lasten, gevoerd geworden door kapt. J.J. Muntendam, thans liggende te Schiedam.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Rotterdam – Kopenhagen – St. Petersburg. De ondergetekenden hebben de eer de handel voorlopig kennis te geven van de oprichting ener geregelde stoompacketvaart tussen Rotterdam, Kopenhagen en St. Petersburg, een aanvang nemende de 1e mei e.k, zullende daarna ’s maandelijks een afvaart plaatst hebben van eerst- en laatstgenoemde haven, en de overtocht geschieden in plm. 7 dagen. Omtrent vrachten voor passagiers en goederen zijn alle inlichtingen te bekomen ten kantore van Smith & Co.


  OP - Oostpost

Advertentie. De assistent-resident van Banjoewangie maakt bij deze bekend, dat op de 15e februari, des morgens 9 ure, aan de meestbiedende zal worden verkocht een kotter, gemeten 12 koijangs, met touwen en verder inventaris, zo als dezelve is liggende in de rivier van Banjoewangie.
Banjoewangie, 20 januari, de assistent-resident voornoemd, Bosch


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 1 februari. Door de Nederlandsche Handel-Maatschappij zijn in de loop der maand januari bevracht geworden de volgende schepen, als:
Voor Rotterdam: DANKBAARHEID AAN DE NEDERLANDSCHE HANDEL MAATSCHAPPIJ, kapt. J. Krol; INDIA, kapt. R.J. Rijken; JACATRA, kapt. Th. Ruijs Jz; JAN VAN GALEN, kapt. P.H. de Boer; JONGE JAN, kapt. W. van Hoogenstraten; LAURENS KOSTER, kapt. D.R. Kleve; MARIA ADRIANA, Kapt. S. van der Held; HENDRIKA, kapt. P. Admiraal; MAPPA, kapt. J. Muller.
Voor Amsterdam: DIONYSIA CATHARINA, kapt. C.J. Jaski; OOST INDIA PACKET, kapt. B. Bakker Gz; GRAAF DIRK III, kapt A.J. van Nouhuis (van Dordrecht),’s HERTOGENBOSCH, kapt. E.J. v.d. Braak (van dito); BIESBOSCH, kapt. M. van Rijn van Alkemade (van dito); CHRISTOPHORUS COLUMBUS, kapt. G. Groeneveld; ALIDA WILLEMINA, kapt. G.E. Doornbos; CORNELIS HOUTMAN, kapt. J.H. Rolman (*); ZWALUW, kapt. H.D. Visser (*). Voor Dordrecht: OSIRIS, kapt. G. Crans; TAGAL, kapt. J.F.H. Göbel.
Voor Schiedam: LOOPUYT, kapt. C.C. Bouwmeester; SOOLO, kapt. M. Korteland.
Voor Middelburg: SCHOUWEN, kapt. H.A.W. van Reede.
NB. Uitgezonderd de beide met (*) getekende, hebben wij reeds van tijd tot tijd de bevrachtingen van bovenstaande schepen medegedeeld.
NRC 040853
Amsterdam, 3 augustus. Heden namiddag is op de werf De Witte Olifant van J. Meijjes & Zoonen met goed gevolg te water gelaten het barkschip HENRICUS GERARDUS, groot 200 gemeten lasten en gevoerd zullende worden door kapt. Prins.
Onmiddellijk daarna heeft men de kiel gelegd voor het barkschip THEODORA MACHTELDA, groot 250-270 lasten. Beide schepen zijn voor rekening van de heer B.W. van Starkenborg van Straten.


03 februari 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Helgoland, 27 januari. De inventaris en lading van het schip VROUW ALIDA, kapt. Rogaar – zie ons nommer van 30 januari – is geborgen. Twaalf tonnen raapkoeken zijn onmiddellijk hoog beschadigd verkocht en ook het overige gedeelte is niet geheel onbeschadigd. Het schip is mede als totaal wrak verkocht.


  DC - Dordtsche Courant

In het Algemeen Handelsblad van zaterdag 29 januari 1853 wordt van het Nieuwe Diep gemeld, dat aldaar uit het Engelse kanaal is geretourneerd Zr.Ms. stoomschip CYCLOOP, bestemd geweest om het koopvaardijschip JUNO, aan boord waarvan zich een detachement suppletietroepen bevond, zo ver mogelijk in zee te brengen, om met de meeste spoed Suriname te bereiken, alwaar, naar men zegt, enige ongeregeldheden zouden hebben plaats gehad. Wij zijn gemachtigd te verklaren dat de bij de regering ingekomen laatste berichten uit Suriname geen gewag hoegenaamd maken van enige ongeregeldheden aldaar, en dat het laatste gedeelte van evenvermelde mededeling als van alle grond ontbloot moet worden beschouwd.


  DC - Dordtsche Courant

Men is op ’s rijks werf te Nieuwe Diep druk bezig om het fregatschip PALEMBANG, in gereedheid te brengen, zullende die bodem in de loop der maand maart in dienst worden gesteld. De op stapel staande schoener MACASSAR zal in het begin van april eerstkomende aflopen en in dienst worden gesteld, terwijl mede binnenkort, van ‘s rijks werf te Amsterdam, te Nieuwe Diep worden verwacht Zr.Ms. stoomschip SOEMBING en het brikschip het ZEEPAARD, om aldaar verder te worden uitgerust.


  DC - Dordtsche Courant

Naar men verneemt is de commandant van het wachtschip te Vlissingen, de kapt. ter zee Wouters, benoemd tot commandant van Zr.Ms. fregat PALEMBANG, thans in het Nieuwe Diep, in gereedheid gebracht wordende voor de Oost-Indiën, terwijl tot commandant van het wachtschip te Vlissingen is benoemd de kapt. ter zee Hazebomme, thans op non-activiteit.


  DC - Dordtsche Courant

Naar men verneemt, zijn de schilderstukken, door de verdienstelijke kunstschilder Kannemans te Breda vervaardigd, voorstellende de schipbreuk van het Oostenrijkse brikschip PEGNO DI AMICIZIA gereed en zullen dezelve eerlang in de steden ’s Gravenhage, Amsterdam, Rotterdam en Middelburg voor het publiek ter bezichtiging worden gesteld en zal daarbij de gelegenheid worden gegeven tot intekening voor aandelen in de verloting, waarvoor men een keurige steendrukplaat verkrijgt, het gebeurde voorstellende, terwijl de zuivere opbrengst der verloting moet strekken ten voordele der nagelaten weduwen en wezen der verongelukte zeelieden te Hellevoetsluis. Bereids zijn er, naar men verneemt, een aantal intekenlijsten naar alle steden en plaatsen in dit rijk verzonden.


  DC - Dordtsche Courant

Advertentie. De ondergetekenden, de heer Hendrik Herman van der Sande, en vrouwe Hendrika Petronella Blussé, weduwe van wijlen de heer Hendrik Philip Visser, beiden wonende te Dordrecht, verklaren dat de vennootschap onder de firma Visser en Van der Sande, welke sedert primo januari 1843 tussen wijlen de heer Hendrik Philip Visser en de eerst ondergetekende, de heer Hendrik Herman van der Sande heeft bestaan, tot het drijven van zaken als cargadoors, convooilopers, commissionairs, expediteurs en assurantie bezorgers, en na het overlijden van de heer Visser, in 1852, overeenkomstig de bepalingen der akte van vennootschap, over het toen lopend jaar met zijn weduwe, de tweede ondergetekende, vrouwe Hendrika Petronella Blussé is voortgezet, met primo januari 1853 is geëindigd en ontbonden; - dat de eerst ondergetekende, de heer Hendrik Herman van der Sande, uitsluitend belast is met de vereffening van alle zaken der ontbonden vennootschap en dat de eerst ondergetekende, de Heer Hendrik Herman van der Sande, voornoemd, de bevoegdheid heeft, om de firma der ontbonden vennootschap aan te houden en onder die firma handel te drijven; maar dat de tweede ondergetekende voor de handelingen, welke onder de firma voortaan zullen worden gedreven, niet aansprakelijk zal wezen.
Dordrecht, 26 januari 1853, H.H. van der Sande, H.P. Blussé, weduwe H.P. Visser.


04 februari 1853


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Cromer, 28 januari. Bij Sheringham is opgevist en alhier aangebracht een kist, volgens daarin gevonden papieren het eigendom geweest van kapt. Hekman, voerende de Nederlandse kof HOOP EN VERWACHTING, van de Nieuwe Pekela, zodat men vreest, dat dit schip alhier op de kust zal zijn verongelukt, te meer, doordien enige vissers bij Sheringham een gedeelte van het dek van een kof drijvende gezien hebben.
(opm: met de naam kapitein Hekman [R.K. Hekman] is bij Marhisdata geen zeebrief bekend; mogelijk was hij stuurman bij kapt. K.K. de Boer uit Pekela en heeft hij zonder zeebrief een of meer aflosreizen gedaan als kapitein; zie ook PGC 080253 en 110253). Het schip HOOP EN VERWACHTING is vóór de 21e dezer van Newcastle naar Rotterdam uitgeklaard)


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Advertentie. Ten overstaan van Mr. J.W. Quintus, notaris te Groningen, zullen op donderdag de 17e februari 1853, des avonds te 7 uur, ten huize van de kastelein J. Bruins, buiten de A-Poort, te Groningen, publiek worden verkocht:
- Het kofschip ANTJE WITSENBORG genaamd, bevaren door kapt. C.A. Boomgaard, groot circa 70 roggelasten, met deszelfs volledige inventaris, in den jare 1847 nieuw gebouwd, en thans liggende in de Zuiderhaven te Groningen. (opm: kapt. Boomgaard verkoopt 50% aan J.T. Doornbosch, Groningen; nieuwe kapitein A. Hangelbroek)
- 1/32 aandeel in het kopervast barkschip LEWE VAN NIJENSTEIN, met lopende rekening.


  LC - Leeuwarder Courant

Ingezonden mededeling. Nieuwe stoomvaart tussen Harlingen, ’t Nieuwe Diep via Lowestoft naar Londen, Yarmouth, Hull, Norwich, Birmingham, Manchester, Liverpool en de tussen en omliggende plaatsen.
De ondergetekenden, agenten der North of Europe Steam Navigation Co, hebben gezwegen op het bericht uit Londen in de Provinciale Friesche Courant van 23 januari j.l, omdat, zelfs al waren de in dat bericht vermelde feiten nauwkeurig en waar, toch reeds alleen de vergelijking van een reis van Oporto met een van Harlingen naar Londen zich zelve beantwoordde, voor wie het flauwst begrip van geografie bezit. Zij hadden, gedachtig aan de spreuk, dat het een goed spreker moet zijn, die ’t een zwijger verbetert, ook heden gaarne gezwegen en de deugdelijkheid hunner zaak aan het oordeel van deskundigen en aan de tijd willen overlaten, die het vraagstuk omtrent de meerdere of mindere voortreffelijkheid der wederzijdse stoombootdiensten beter zal oplossen, dan een advertentiestrijd zulks vermag.
Maar, daar hun stilzwijgen ook aan andere redenen kon worden toegeschreven, en de advertentiën in de Provinciale Friesche Courant van 30 januari l.l. en in de Leeuwarder Courant van de 1e dezer maand, zo niet voor deskundigen, dan toch voor het publiek in ’t algemeen enige opheldering behoeft, berichten zij bij deze het volgende:
De North of Europe Steam Navigation Co. heeft gepasseerde jaar in 15 reizen circa 4000 stuks runderen en enige duizenden schapen per CITY OF NORWICH van Tonningen (opm: Tönning) naar Lowestoft, en van daar per spoor naar Londen vervoerd, zonder verlies van enig vee, een bewijs, dat de trilling van de spoorweg op de Holsteinse ossen geen nadelige invloed heeft uitgeoefend en een tamelijk zekere waarborg, dat ook het Friese en Groninger vee – hoe teer en fijngevoelig ook volgens de advertentiën van 30 januari l.l. en 1 dezer – die trilling zal kunnen weerstaan, welke waarborg te zekerder wordt, daar stoomboten zo niet meer, dan toch wel evenveel trilling veroorzaken als spoorwegen, en moeten wij dus hieruit opmaken, dat vee, of door trilling niet lijdt, op een reis van 24 à 30 uren veel meer trilt dan op een reis van 18 uren.
De reden, waarom het vee in Engeland niet meer algemeen per spoor vervoerd wordt, ligt dan ook niet in het gevaar, dat die trilling zou veroorzaken, maar eenvoudig in de hogere vrachten, die ieder, behalve de North of Europe Steam Navigation Co, voor dat middel van vervoer betalen moet. Op de boten der North of Europe Steam Navigation Co. staat al het vee onder dek in daarvoor ingerichte stallen, het wordt na aankomst te Lowestoft gedrenkt en gevoederd, en gaat zo, geheel van de vermoeienis der zeereis hersteld, in de expresselijk daartoe ingerichte wagens der spoortrein naar Londen. Met de LION (opm: de boot van de concurrent, zie LC 010253)) daarentegen staat het vee gedeeltelijk op het dek, een wijze van behandeling, die althans niet strekken zal om onze Friese en Groninger runderen – voor welker fijngevoeligheid men zich in de advertentiën zo bezorgd betoont!! – bij aankomst op de markt te Londen in gewicht en kwaliteit te verbeteren, maar de beesten veelal, vermagerd en afgemat als ze zijn, een lagere prijs doet opbrengen, dan bij beter vervoer het geval had behoeven te wezen.
Wat de bewering betreft, dat ook de LION slechts 13 uur op zee en de overige 8 à 9 uren op de rivier zou zijn: iedere deskundige zal weten, dat die bewering niets te betekenen heeft. Een reis per stoomboot naar Londen duurt 24 à 30 uren, gemiddeld dus 27 uur. Waar wordt dan wel de overige tijd doorgebracht, die bij de 22 uren (13 en 9) gevoegd moet worden, welke de advertentiën van 30 januari en 1 februari l.l. verantwoordt?? Wat de bewering betreft, dat de LION in 85 volbrachte reizen geen enkel rund door zeeschade verloren heeft en slechts twee maal te laat voor de markt aangekomen is, zo zal ieder veehandelaar zelf best weten, in hoeverre het minder nadelig voor hem is, dat er runderen, schapen en varkens door andere oorzaken dan zeeschaden zijn gestorven, en dat hun vee, ofschoon niet te laat voor de markt, dan toch dikwijls zeer laat op de markt gekomen is.
Overigens, wij herhalen het, de tijd zal het bewijzen, dat dit middel van vervoer het beste is.
Nadere informatiën bij R. Muntz & Co.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie.Gevraagd twee à drie scheepstimmerknechten bij de scheepsbouwmeester Johs.C. Sjollema te Woudsend. (opm: de advertentie werd in LC 250353 herhaald)


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Een zompschip te koop, overdekt en gewegerd (opm: van wegering voorzien), met lange voorplegt, roef en bollestal, 23 ton groot, alles nog zeer hecht en sterk, bij O.L. Lantinga, scheepsbouwmeester te Ylst.


05 februari 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Portsmouth, 1 februari. Het Nederlands schip VAN DER PALM, kapt. Ogterop, van Rotterdam naar Batavia, heeft de reparatiën geëindigd, is op nieuw van anker en ketting voorzien en is heden uit de haven van Spithead gebracht.


06 februari 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Bergen, 15 januari. Het bij Spitsö gestrande Nederlandse smakschip ETTINA, kapt. De Jonge – zie ons nommer van 28 januari – zit op een klip, is vol water, en men vreest, dat hetzelve totaal wrak zal zijn nog vóór dat men de gehele lading, welke hoofdzakelijk uit manufacturen en koloniale waren bestaat, geborgen heeft. Een aanzienlijk gedeelte is evenwel reeds geland, doch alles min of meer beschadigd.


07 februari 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hellevoetsluis, 6 februari. Heden vertrok van hier het stoomschip GIRONDE, kapt. M.J. Frantzen, naar Bordeaux. (opm: eerste commerciële reis)


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Uit de hand te koop een Nederlands kofschip, circa 55 rogge-lasten, met complete inventaris, liggende op de Zoutkeetsgracht aan de werf Het Schaap aldaar. Te bevragen bij A. Vennekool.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Publieke verkoping op Texel. Jan Zunderdorp & W.J. Hidde Bok, makelaars op Texel, als last hebbende van hun Meester, zijn van mening op woensdag 9 februari 1853, des middags 12 ure, na bekomen rechterlijke autorisatie, te de Cocksdorp op Eijerland door het ministerie van de notaris Mr. Willem Bok, publiek te verkopen de geborgen inventaris van het gestrande Oldenburger schoener-galjootschip DELPHIN, gevoerd geweest bij kapt. C.B. Janssen, van St. Petersburg naar Amsterdam bestemd en bestaande uit 30 stuks merendeels nieuwe zeilen, 2 kettingankers, 2 kettingen, 1 kabeltros, 2 lichte trossen, 1 lier en
3 kompassen. Voorts een grote partij staand en lopend want, 90 stuks blokken, watervaten, rondhouten, dommekrachten en verdere scheepsgereedschappen.
Alsmede na afloop daarvan het casco van het voornoemd gekoperd schoener-galjootschip DELPHIN, zoals hetzelve met fokkemast en boegspriet op de Eijerlandsche Stranden is zittende.
Nadere informatiën te bekomen op franco aanvrage ten kantore van voornoemde makelaars.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Publieke verkoping op woensdag de 9e februari 1853, des voormiddags ten 11 ure, in het Veerhuis der Barges, aan de Koopvaardersbinnenhaven aan het Nieuwediep, Gemeente Helder, van ongeveer 400 Noorse balken, een partij juffers, sparren en kolders, en enige scheepsprovisie. Alles gelost uit het in zee verlaten gevonden Noorse schoenerschip GEORGE WASHINGTON gevoerd geweest door kapt. H.J. Beck, gekomen van Droback, bestemd geweest naar Harlingen. De goederen zullen daags voor de verkoopdag gekaveld liggen en bezichtigd kunnen worden op het veld, gelegen aan de Oostzijde van de voormelde Binnenhaven.
Nadere informatiën zijn te bekomen bij de waarnemende burgemeester en bij de notaris J. Schoon, aan Den Helder, brieven franco.


  AH - Algemeen Handelsblad

Het Nederlandse schip KOMEET, kapt. Ingerman, komende van Buenos Ayres, is de 2e februari met schade te Falmouth binnengelopen. Het had de 18e januari j.l. door een stortzee twee man verloren.


08 februari 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Falmouth, 4 februari. De schoener WILLIAM, kapt. Richards, van Newport komende, is gisterenavond op de hoogte van onze haven met een Nederlandse kof in aanzeiling geweest, en heeft zulke zware schade bekomen, dat het volk genoodzaakt was hun toevlucht tot de boot te nemen, waarmee zij dan ook hier gelukkig aangekomen zijn. De kof, welke, volgens zeggen, de PROMOTHEUS, van Nederland naar Bristol bestemd is, heeft de boegspriet verloren.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Egersund, 6 januari. Voor enige dagen is op Lister gestrand een wrak geworden, een Nederlandse kof, beladen met raapkoeken en beenderen, de naam onbekend.


  AH - Algemeen Handelsblad

Men leest in De Indiër de volgende bijzonderheden omtrent de dezer dagen plaats gegrepen hebbende vrachtvermindering van de Nederlandsche Handel-Maatschappij:
Het was in de eerste dagen der maand januari jl., dat de Nederlandsche Handel-Maatschappij de verschillende cargadoors te Amsterdam, Rotterdam en elders ontbood, ten einde enige schepen te bevrachten. Zij stelde daartoe vast een vermindering van NLG 10,- en 15 procent per last, met de condities, dat schepen ter grootte van 150 tot en met 400 lasten, en welke niet meer dan negen reizen gemaakt hebben, NLG 100,- per last zullen ontvangen; de tiende, elfde en twaalfde reis NLG 95,- en de schepen boven de 400 lasten NLG 105,-, 110,- en 90,- met 15%, op voorwaarde, dat de schepen vijf maanden na de datum der bevrachting ter beschikking der factorij in Nederlands-Indië gereed moeten liggen.
Tot deze voorwaarden werden te Amsterdam zeven schepen gevraagd. Op deze plotseling gedane voorstellen namen de reder te Amsterdam, die onder hun directie hebben het aanzienlijk aantal van 41.453 lasten, het besluit om maatregelen te nemen, die tot de intrekking der nieuwe condities zouden kunnen leiden. De commissie, welke ten dien einde uit het midden der reders werd benoemd, begaf zich naar Rotterdam, ten einde zich van de geest der rederijen aldaar te vergewissen, onder de bepaling tevens, dat ingeval de zienswijze te Rotterdam overeen kwam met die der Amsterdams reders, zou worden volhard bij het genomen besluit, om geen deel aan de bevrachting te nemen, maar dat in het tegenovergestelde geval het aangenomen principe voorlopig zoude worden opgegeven en ieder weder geheel op zich zelven zou staan om naar goedvinden te handelen. De uitkomst heeft bewezen, dat de Rotterdams rederijen in de zienswijze der Amsterdamse niet hebben gedeeld, en ten gevolge daarvan werd de Amsterdamse vereniging ontbonden.


  DC - Dordtsche Courant

Naar men verneemt, dat de onlangs aan de heer D. Dronkers, te Middelburg, geconcessionneerde stoombootdienst op de Oosterschelde zal worden ten uitvoer gelegd door de stoomboot de STAD VLISSINGEN, thans varende van Vlissingen op Rotterdam, terwijl voor de laatstgenoemde dienst een nieuwe ijzeren stoomboot zal worden gebouwd, groter en iets sneller varende, in alle opzichte meer naar de behoefte van die dienst geschikt. Men koestert van deze beide ondernemingen, die voor rekening van dezelfde maatschappij schijnen te zijn, grote verwachting, vooral wanneer de spoorweg van Antwerpen naar de Moerdijk tot stand zal gebracht zijn.


  DC - Dordtsche Courant

Falmouth, 2 februari. Het alhier van Buenos Aires gearriveerde Nederlandse schip KOMEET, kapt. Ingerman, heeft 26 januari, op 46º NB 12º WL, een stortzee overgekregen, waardoor de luiken ingeslagen en twee man over boord gevoerd zijn; zomede heeft men de kombuis daarbij verloren.


  DC - Dordtsche Courant

Wij zijn wel onderricht, zegt het Handelsblad, dat Z.M. de koning bij de heer A.D. Verschuur te Amsterdam een zilveren schenkblad heeft doen vervaardigen, hetwelk ten geschenke zal worden aangeboden aan de majoor John Hill, gouverneur van H. Groot-Br. M. op de Kust van Guinea, voor betoonde hulp aan het Nederlands schoenerschip GOUVERNEUR VAN DER EB, in maart 1852.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Van Cromer wordt van de 29e januari gemeld, dat die morgen aldaar aan het strand gevonden was een naambord, waarop met vergulde letters VERWACHTING, vermoedelijk afkomstig van het schip HOOP EN VERWACHTING, kapt. Hekman, uit Pekela, van Newcastle naar Rotterdam. (opm: zie PGC 040253)


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Het schip MARGARETHA JANTINA, kapt. De Boer, uit Sappemeer, van Hamburg naar Nantes met weite (opm: boekweit) bestemd en de 4 januari te Egersund met schade binnengelopen - vroeger gemeld - had, naar van de 6e dito wordt gemeld, aangevangen met lossen; de lading was zeer beschadigd. Het schip had op de zijde gelegen, anker, ketting en zeilen verloren, en het dek had veel geleden.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Advertentie. Uit de hand te koop het snelzeilend en goed onderhouden kofschip, met komplete inventaris, groot plm. 80 lasten, genaamd JOHANNA, gevoerd door kapt. J.D. Flik, van Veendam, thans liggende te Groningen; te bevragen bij I.A. Hooites, te Hoogezand.
(opm: bouwjaar 1836; koper voor NLG 4.000 werd kapt. H.H. Oldenburger, nieuwe scheepsnaam CATHARINA)


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Groningen, 7 februari. In de Raadsvergadering, zaterdag alhier gehouden, brengt de heer Dommering rapport uit als gedelegeerde vanwege de Gemeente bij de Sleepstoomboot-Maatschappij op het Reitdiep, uit welk rapport blijkt, dat op 31 januari jl. de jaarlijkse bijeenkomst der aandeelhouders is gehouden.
Uit het gegeven verslag en de gedane rekening bleek toen het volgende:
In het afgelopen jaar was het aantal aangekomen en vertrokken zeeschepen in en uit onze havens merkelijk minder dan in vorige jaren; als zijnde van schier 400 – gemiddeld getal der laatstvorige 5 jaren – tot 241 gedaald, voor verre het grootste gedeelte vertrekkende schepen. Daarbij waren de scheepsvrachten buitengewoon laag, en noodzaakten de gezagvoerders van schepen, elke niet volstrekt noodzakelijke uitgave te verminderen. Een en ander was dan ook van zeer nadeligen invloed op de belangen der maatschappij. Met dat al is de bestaanbaarheid der onderneming gebleken, alsmede haar grote nut voor de scheepvaart, en mag men dus, bij een enigszins gunstiger tijdvak voor de zeevaart, de toekomst met vertrouwen tegemoet gaan.
De boot zelve voldoet in allen dele uitmuntend; geen enkel schip heeft met het op- of afslepen enige schade bekomen, en heeft de ondervinding van 8 maanden – tijdsverloop, waarin de boot in dienst was – bewezen, niet alleen het mogelijke, maar het licht uitvoerbare ener stoomsleepdienst op ons vaarwater naar zee; terwijl alsmede dezelfde ondervinding – blijkens de genomen proeven – geleerd heeft, dat een stoomboot voor het zogenaamde ploegen op het Reitdiep van groot belang is te achten, daar die proeven een waarlijk verrassende uitkomst hadden. Nagenoeg de helft der sedert 1 mei jl. van hier vertrokken of naar hier bestemde zeeschepen zijn door de boot gesleept, namelijk 94 bodems. Niettegenstaande de bovengemelde mingunstige omstandigheden der zeevaart en de vermindering van 20% op het geapprobeerde tarief van sleepgelden – waartoe het bestuur in het belang der scheepvaart besloten had – levert de exploitatie-rekening, sedert de laatsgemelden datum, een niet geheel ongunstig slot op, daar de ontvangsten hebben bedragen NLG 3.832,72, de uitgaven van personeel, steenkool en onderhoud der boot NLG 3.393,81 en de administratie-kosten NLG 76,43. zodat ter verdeling onder de aandeelhouders een som overbleef van NLG 353,40, makende per aandeel een bedrag van NLG 11,78.
De rapporteur deelt vervolgens mede, dat het de Stad toekomend aandeel, ad NLG 58,90, door hem in ontvang genomen is, en dat hij derhalve verzoekt geautoriseerd te worden, die som bij de heer Gemeenteontvanger over te storten tegen afgifte van de dividend-bewijzen.
Op 's voorzitters voorstel wordt besloten, de heer Dommering voor de genomen moeite te bedanken en de Gemeenteontvanger te machtigen bedoelde som in ontvang te nemen.


09 februari 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 8 februari. Het Nederlandse schip VROUW WILLEMINA (opm: tjalk, bouwjaar 1849), gevoerd geweest zijnde door kapt. A. de Koning, van Christiania (opm: Oslo) met lijnkoeken naar Hull bestemd, is op de hoogte van Doggersbank in zinkende toestand door het volk verlaten. De kapitein met vrouw en kind, benevens de overige equipage, is met levensgevaar gered door kapt. Christensen, voerende het Deense schip HAABET, die hen allen behouden te Kopenhagen aan wal heeft gezet. De VROUW WILLEMINA had door zware stortzeeën alles van dek verloren, en gedurende twee dagen in reddeloze toestand verkeerd, en zal waarschijnlijk spoedig na de verlating gezonken zijn.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Nieuwe Diep, 8 februari. Het schip het GOEDE VERTROUWEN, kapt. Kock, komende van Batavia en bestemd naar Amsterdam, is bij Zandvoort aan de grond geraakt; men is bezig met lossen. (opm: zie NRC 100253)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Rotterdam - Bordeaux. Afvaarten de 15e en de 25e februari, de 10e, de 20e en de 30e maart. Het stoomschip BORDEAUX, kapt. Van Emmerik, vertrekt van Rotterdam de 15e februari en van Bordeaux de 25e februari.
Rotterdam – St. Petersburg, via Elseneur (opm: Helsingör) en Kopenhagen. Afvaarten de 1e van iedere maand. Het stoomschip GIRONDE, kapt. Frantzen, vertrekt van Rotterdam de 1e mei en van St. Petersburg de 15e mei. Adres ten kantore van Smith & Co.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Groningen, 6 februari. Dezer dagen is door de Groninger Stoomboot Maatschappij haar eerste verslag gedaan. Daaruit bleek, dat deze sleepdienst bestaanbaar is en behoorlijke resultaten kan opleveren, want ofschoon in het afgelopen jaar er betrekkelijk slechts zeer weinig schepen in deze haven gekomen en van daar vertrokken zijn, zo kon nochtans dit eerste boekjaar met een voordelig saldo worden afgesloten. (opm: het betreft hier een stoomsleepdienst op het Reitdiep van Groningen naar Zoutkamp v.v.)


10 februari 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 9 februari. In een algemene vergadering van deelhebbers in de onderneming van de heer W. Cores de Vries, gevestigd te Sourabaija, tot uitoefening van de stoomvaart in Nederlands Indië, op heden gehouden in het hotel St. Lucas alhier, is unaniem besloten het kapitaal dier onderneming met NLG 350.000 te vergroten en is die som ook dadelijk door de aanwezige aandeelhebbers voltekend.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

(Geen plaats of datum) Gisterenavond, de 8e februari, werden in de wekelijkse vergadering van het collegie Zeemanshoop, aan kapt. D. Grap Hellingman, D. Zeis, stuurman en G. Abdiks, bootsman, allen van het Nederlandse schip AMICITIA, uitgereikt de medailles, hun toegekend door de Zuid Hollandsche Maatschappij tot Redding van Schipbreukelingen, gevestigd te Rotterdam, wegens het op de 23e augustus 1852 redden van drie schipbreukelingen van het op de 28e juni van dat jaar bij het Christmas-eiland verongelukte schip VICE-ADMIRAAL RIJK; en wel aan kapt. Hellingman de grote zilveren, aan de stuurman en bootsman de gewone zilveren medaille, en aan elk hunner een daarbij behorend getuigschrift. (opm: zie NRC 151152)
De secretaris van het collegie, de heer mr. W.J.C. van Hasselt, als tot het uitreiken uitgenodigd door de voorzitter van de Zuid-Hollandsche Maatschappij, hield bij die gelegenheid een hartelijke toespraak en stelde namens de meergenoemde maatschappij aan de heer G.W. van Barneveld Kooy, reder en boekhouder van het schip AMICITIA, een som van NLG 130 ter hand, om daarvan aan elk der manschappen, die de stuurman en bootsman naar het Christmas-eiland in de boot te hebben vergezeld, NLG 10 uit te reiken en het overige onder de ganse equipage te verdelen. De aanspraak des heren Van Hasselt werd door de heren Crap Hellingman en Van Barneveld Kooy, ook onder dankbetuigen aan de Zuid-Hollandsche Maatschappij beantwoord.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

(Geen plaats of datum) Uit Harlingen werd dezer dagen het volgende gemeld. Het te dezer stede gevestigde zeemans-collegie Zeemans-Voorzorg, ten doel hebbende, “bij overlijden van zeelieden, die binnen deze stad hun woonplaats hebben, het lot hunner weduwen en wettige nagelaten kinderen enigszins te verzachten door aan deze een bepaalde som gelds in eens af uit te keren”, hield dezer dagen een algemene vergadering. Sedert 1 juli 1851 in werking gekomen, won het in getal van contribuerende leden aan, en kon reeds tot hulp van weduwen en haar kinderen zijn. Z.M. onze geëerbiedigde koning heeft het beschermheer- schap wel willen op zich nemen, en Z.H.H. prins Hendrik heeft zich, bij zijn bezoek j.l. alhier tot het lidmaatschap aangezocht, gaarne aangesloten, en geeft door een jaarlijkse contributie van NLG 60 van zijn belangstelling blijk. Het getal leden is meer dan 200, waarvan 22 te Londen wonen. De vergadering werd door ongeveer 100 leden bijgewoond. Na het lezen der notulen, bleek uit de door de penningmeester overgelegde en door de beide commissarissen, die der directie ter zijde zijn gesteld, reeds goedgekeurde rekening, dat, na aftrek hetgeen in 1853 voorzover dat op heden bekend kan zijn, moet worden uitbetaald, in de kas van het collegie NLG 1923 aanwezig was. Er werden, nadat voor het aftredend lid des bestuurs een ander gekozen was, nog enige voorstellen in het midden gebracht, die op één na, allen werden aangenomen met overgrote meerderheid; dat ene werd op dezelfde wijze verworpen. De vergadering scheidde onder dankzegging voor de waarlijk lofwaardige ijver der directie en onder de indruk van de blijde bewustheid, in het belang ener hoogst nuttige en weldadig werkende inrichting tezamen geweest te zijn. Moge de directie in haar ijver volharden en bovenal de wens bij het einde der vergadering door de voorzitter uitgesproken, worden vervuld, dat ook de contribuanten mogen volharden in het goede werk en niemand, na dat werk aangevat te hebben, zich nu terug trekke! Moge de inrichting, die wij aan allen met ruimte kunnen aanbevelen, bloeien, en zich ook tot een provinciale – waartegen nu nog overwegende redenen zijn – uitbreiden; dan zal ’t Harlingen tot eer zijn, dat in haar midden zulk een instelling tot stand kwam, die de zeeman, de zoon der stormen en des gevaars, in staat stelt zijn vrouw en kinderen, na zijn somtijds zo onverwachte dood, niet geheel van alle middelen ontbloot achter te laten.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 9 februari. Het schip GOED VERTROUWEN, kapt. Kock, van Batavia herwaarts gedestineerd, gisterenmorgen bij Zandvoort gestrand – zie ons vorig nommer – is diezelfde middag, na een gedeelte der lading gelost te hebben, met assistentie van een stoomboot weer in vlot water gebracht en heeft de reis voortgezet.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Falmouth, 6 februari. De Nederlandse brik KOMEET, kapt. Ingerman (zie ons nummer van de 6e dezer) heeft behalve de reeds opgegeven schade ook nog de fokkemast gekraakt. Dezelve is heden in de haven gebracht.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Carthagena, 29 januari. Het Nederlandse schip CERES, kapt. Dojes, van Amsterdam naar Napels bestemd, is door een bark aangezeild en hier binnengelopen om de schade te herstellen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

New York, 26 januari. Het alhier van Saramacca gearriveerde Nederlandse schip HAVANA PACKET, kapt. Harken, heeft op de reis veel stormen doorgestaan en daarin zeilen verloren en meer andere averij bekomen.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Uit de hand te koop het Nederlands gezinkt schoener-kofschip HARLINGEN, laatst gevoerd door kapt. R.L. Schaap, groot volgens meetbrief 157 ton. Liggende aan de werf van de heren Jerems. Meijjes & Zoon, te Amsterdam, bij wie de inventaris te bekomen is. Nadere informatiën bij de heren Barend Visser & Zoon te Harlingen.


  DC - Dordtsche Courant

Advertentie. Openbare verkoping, ten overstaan van de notaris Maritz, op woensdag 23 februari 1853, des middags te 12 ure, in het Koffiehuis van J. Zahn over het Marktplein, te Dordrecht, van:
- 1/60 gedeelte in het te Dordrecht gebouwde, gekoperd en kopervast fregatschip BIESBOSCH, groot volgens rijksmeting 504 lasten, gevoerd wordende door kapt. P.M. Vogelsang, met deszelfs inventaris en toebehoren, thans op reis naar Java en voor de terugreis naar Amsterdam door de Nederlandsche Handelmaatschappij bevracht.
- 1/144 gedeelte in het te Dordrecht gebouwde, gekoperd en kopervast fregatschip DELTA, groot volgens rijksmeting 496 lasten, gevoerd wordende door kapt. J.G. Kunst, met deszelfs inventaris en toebehoren, thans op reis naar Java en voor de terugreis naar Amsterdam door de Nederlandsche Handelmaatschappij bevracht.
- twee 1/340 aandelen in de ’s Gravenhaagsche Scheepsreederij, beiden van dato maart 1841.
- een acte van aandeel in blanco, in de Plantagiën Monsort en Le Contentement, mitsgaders de grond “De Vier Kinderen”, alleen gelegen in de kolonie Suriname, uitgegeven door Rocquette en Van de Poll, als directeuren, te Amsterdam de 1 april 1796.
Nadere onderrichting is te bekomen bij voornoemde notaris Maritz.


11 februari 1853


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Van Clay wordt van de 2e februari gemeld, dat aldaar aangespoeld is een naambordje, waarop HOOP EN, nog vermoedelijk afkomstig van het schip HOOP EN VERWACHTING, kapt. Hekman (opm: zie PGC 040253).


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Het schip IDA GEZINA, kapt. Brouwer, van Galatz naar Sligo, is de 3e februari te Loughswilly, Rathmallan, binnengelopen.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Advertentie. Groninger Stoomsleepmaatschappij. Wordt mededeling gedaan, dat de tonnemaat van alle schepen, in de instructie van de scheepsmeters en ijkmeesters, d.d. 20 oktober 1819 genoemd van de eerste soort voor de berekening van het tarief, op gelijke wijze als voor de zeeschepen in die instructie is bepaald, zal worden aangenomen, mits twee schepen te gelijkertijd worden gesleept.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Groningen, 10 februari. De 5e dezer is te Groningen met goed gevolg van stapel gelopen het nieuw gebouwde schoenerschip JAN JACOB, groot ongeveer 55 rogge-lasten, gebouwd op de werf Het Hoofd, buiten het Kleine Poortje bij Groningen, toebehorende aan de scheepsbouwmeester F.U. van der Werff, welk schip bevaren zal worden door kapt. J.L. Schaap, van Groningen


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Groningen, 10 februari. Heden namiddag arriveerde alhier het schoenerschip DOLPHIJN, groot 95 last, kapt. J. Hazewinkel, van Wildervank, gebouwd bij Ipe Hooites te Hoogezand.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Verkoping van het kofschip JOHANNA GEERTRUIDA. De notaris P. Boltjes te Grouw, zal op dinsdag de 22e februari 1853, des avonds ten 5 ure, ten huize van T.S. Beidschat, logementhouder aan de Zuiderhaven te Harlingen, publiek, onder uitloving van strijk- en verhooggeld, provisioneel verkopen: een uitmuntend en wel onderhouden Kofschip met twee masten en één dek, genaamd JOHANNA GEERTRUIDA, groot 75 ton, in den jare 1848 nieuw gebouwd op de werf van Wietze en Johs. Tjallings te Grouw, tot nu toe bevaren wordende door de kapitein A.J. Onnes, thans liggende te Harlingen, en zulks met deszelfs volledige inventaris, alles specifiek bij billetten omschreven, welke met inlichtingen aangaande de verkoop-voorwaarden zijn te bekomen bij bovengenoemde notaris. (opm: in de LC van 4 maart 1853 staat dezelfde advertentie, thans in veiling op 8 maart 1853 des avonds ten 5 ure, finale verkoping ten huize van Kulenburg, logementhouder op de IJskelder te Leeuwarden, met de opmerking: “waarop is geboden slechts NLG 4730“)


12 februari 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

(Geen plaats of datum) De minister van binnenlandse zaken heeft de 3e dezer, onder intrekking der voorlopige beschikking, aan de heer Marcellus Huijge, commissionair te Lage Zwaluwe, onder zekere bepalingen, vergunning tot wederopzegging verleend voor een geregelde stoombootdienst met één of twee schroefboten, tot vervoer van reizigers, allerlei goederen en vee van Rotterdam op Gent (in België) en tussengelegen plaatsen heen en terug over het Nederlandse gedeelte des kanaals van Terneuzen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

(Geen plaats of datum) Men leest in het Handelsblad van de 11e februari: In een heden gehouden vergadering van boekhouders van schepen, varende op Oost-Indië, is wederom ter sprake gebracht de jongste vrachtvermindering door de Nederlandsche Handel-Maatschappij. Er werd besloten zich voorlopig te onderwerpen aan de door de Maatschappij genomen beslissing en dus de schepen tot de lagere vrachten wederom in de vaart te brengen. Tevens is een commissie benoemd, welke belast zal zijn met het voorstellen van nader te nemen maatregelen. Voorts is bekend gemaakt, dat door de minister afwijzend is beschikt op het vroeger door reders alhier gedaan verzoek (opm: zie NRC 240153), om van Java naar Melbourne (Australië) van landswege een schip met Maleijers af te zenden, om de weggelopen matrozen der Nederlandse schepen aldaar te vervangen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

(Geen plaats of datum) De Middelburgse stoomboot PRINSES MARIANNE bekwam de 8e februari op de Plaat een aanzienlijk lek, daar er eensklaps een gat in de ketel was gevallen. Zij kon haar reis niet verder vervolgen en seinde de stoomboot DE STAD ZIERIKZEE, die juist kwam aanvaren, om haar te hulp te komen. Deze gaf daaraan terstond gevolg en nam passagiers en goederen over. Te Zierikzee aankomende, ontscheepte zij zo spoedig mogelijk haar goederen en heeft zich daarna terstond naar Middelburg begeven. (opm: waarschijnlijk dezelfde gebeurtenis als in D C 120253 beschreven)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Portsmouth, 8 februari. Het Nederlands schip KONING WILLEM II, kapt. Van Eyk Menkman, van Amsterdam naar Akyab bestemd, hetwelk alhier, als vroeger gemeld, binnenliep om enige schade te herstellen, is heden op de patent-slip (opm: sleephelling) gehaald.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Portsmouth, 8 februari. Gisteren is alhier binnengelopen het schip DIONYSIA CATHARINA, kapitein C.J. Jaski, van Amsterdam naar Batavia, met enige schade aan den boeg, zijnde de 5e op de hoogte van de Owers in aanzeiling geweest met het Nederlandse kofschip MARGARETHA AGNES, kapt. T.F. Bakker (opm: MAGRETHA AGNES, bouwjaar 1840; kapt. Tjebbe Freerks Bakker), met boekweit van Nantes naar Rotterdam, waardoor die kof vermoedelijk gezonken is. Haar bemanning is door kapt. Jaski opgenomen en alhier aangebracht. (uit Lloyd’s lijst van 8 en 9 februari)


  DC - Dordtsche Courant

De ijzeren stoomboot, te Kampen gebouwd om tussen Deventer en Rotterdam in de vaart te worden gebracht, heeft zondag ll. voor die stad op de IJssel een proefvaart gedaan, welke in alle opzichten gunstig is uitgevallen en een vernieuwd bewijs heeft geleverd van de bekwaamheid der heren Penning in hun vak.


  DC - Dordtsche Courant

Texel, 9 februari. Heden morgen is van Batavia alhier aangekomen het driemast schoenerschip de TWEE GODFRIEDS, kapt. Brandligt. Aan boord van die bodem bevinden zich twee levende tijgers, een tijgerkat en een stekelvarken; allen bestemd voor het Zoölogisch Genootschap te Amsterdam. Nog enige wilde dieren waren op de reis gestorven.


  DC - Dordtsche Courant

In de Middelburgsche Courant leest men: De stoomboot, ll. dinsdag morgen van Rotterdam naar deze stad varende, is, op de hoogte van Ooltgensplaat, door een klein defect aan de ketel genoodzaakt geworden voor anker te komen, waarop, door de bevelvoerder van die boot, de stoomboot van Rotterdam naar Zierikzee varende is geseind, welke boot onmiddellijk op zijde is gekomen. De bevelvoerder verklaarde zich dadelijk bereid de reizigers, goederen en postpakken, met de conducteur en een man der equipage als stuurman over te nemen, waarna hij zijn reis naar Zierikzee heeft volbracht, zijn reizigers en goederen aldaar heeft ontscheept, en onmiddellijk naar Middelburg is gevaren ter overbrenging der ingenomen reizigers en goederen. Het defect is spoedig hersteld, zodat de Middelburgse stoomboot reeds te 6 ure des avonds alhier aankwam, en de volgende morgen, op het bepaalde uur, in de gewone dienst naar Rotterdam is vertrokken. (opm: vergelijk NRC 120253)


  DC - Dordtsche Courant

Amsterdam, 10 februari. De Engelse brik CAROLINE SCHENCK, kapt. J. Mogsmugford, van Fernambuck, laatst van Falmouth, met suiker herwaarts gedestineerd, is, volgens brief van Terschelling van de 8 dezer, de vorige middag, aldaar in de buitengronden gestrand; doch zal waarschijnlijk met de vloed afgebracht kunnen worden; de lading was grotendeels in schuiten gelost.


  JB - Javabode

De 2e februari j.l. is ter rede van Batavia aangekomen het te Soerabaija nieuw gebouwd oorlogsstoomschip CELEBES, commandant luit.t.zee 1e klasse Gueling, vertrokken van Soerabaija de 30e januari j.l. Met de volle uitrusting en voor elf etmalen of 136 ton steenkolen aan boord had die bodem een diepgang van 2.2 el. De snelheid was in de wind 7 mijl en voor de wind 8 mijl per wacht bij gebruik van de twee stoomketels; met een werkende 5½ mijl. Ofschoon het tuig voldoende is tot het oogmerk, zijn de zeilen niet meer dan een zeer ondergeschikt middel ter voortstuwing, dat, naar mate van de kracht van de wind, die snelheid enigszins vermeerdert. De uitslag van deze tocht heeft bewezen, dat dit stoomschip aan de verwachting, die men er van koesterde, volkomen beantwoordt.


13 februari 1853


 NSC - Nederlandsche Staats Courant

Een aantal Nederlandsche Oost-Indievaarders wordt thans door Britse makelaars naar Australië bevracht. Sinds 22 november des vorig jaar zijn reeds van Londen vertrokken:
Naar Sydney (Nieuw Zuid- Wallis) de BORNEO, kapt. C.C. Hansen, het ZEEPAARD, kapt. J. Giltjes, VAN GALEN, kapt. J.R. Smit, en PICTURA, kapt. R.J. Scholten.
Naar Geelong de MINERVA, kapt. J.A. van Boven. Naar Port Philip Heads (opm: Victoria) de MARGARETHA SIMONETTA, kapt. F.J. Hoffman en PRESIDENT VERKOUTEREN, kapt. C.F. Eylerts.
Den 7den dezer lagen nog te Londen in lading:
Naar Sydney de SARA JOHANNA, kapt. H. Sweys, en PRINSES SOPHIA, kapt. P.S. Matzen; naar Melbourne en Geelong de VALPARAISO, kapt. J. van der Meijden en BROUWERSHAVEN, kapt. P. Janzen. Naar Port Philip de BAREND WILLEM, kapt. J.W. Retgers en ERASMUS, kapt. H.F. Scharper. Naar Adelaïde de PANTELON, kapt. M.F. Remmers en PRESIDENT RAM, kapt. J.R. Ulrich.
Ook te Liverpool is de bevrachting van Nederlandse bodems naar Australië aanzienlijk. Sedert den 1sten januari zijn van daar vertrokken: naar Sydney de DANKBAARHEID, kapt. W. Postma, ADMIRAAL TROMP, kapt. J. van Tubergen, BULGERSTEIN, kapt. A.J. Maas en HENDRIK, kapt. W. van der Hoeven. Naar Port Philipp de NEDERWAARD, kapt. S.A. Meijer.
Den 7den werden nog te Liverpool beladen: naar Sydney de PRINS MAURITS, kapt. J.J. Bart, ALDEBARAN, kapt. B.G. Meijboom, ESTAFETTE, kapt. D. Hofker, JOHANNA MARIA CHRISTINA, kapt. F.J. Nahmens, en EVERDINA ELISABETH, kapt. C.J. Tönjes. Naar Adelaïde de THERESIA, kapt. L. van Geelkerken, NEERLANDS KONING, kapt. D. Huijsers, DRIE VRIENDEN, kapt. M.J. Noordhoek Hegt, HELENA CHRISTINA, kapt. J.J. Bell en SARA ALIDA MARIA, kapt. H.A. Teekelenburg. Naar Melbourne de TWEE ANTONY’S, kapt. J.F. Klomp, KORTENAER, kapt. W. van der Plas, ADMIRAAL JAN EVERTSEN, kapt. C.P. Kuijper, JUPITER, kapt. G.J. van der Meij, EOLUS, kapt. G. Slichtenbree, en PASSAROEANG, kapt. C.C.B. Fullbrun. Naar Geelong en Melbourne CATHARINA, kapt. D. Lamers, en AMPHITRITE, kapt. D. Grim. (Rolterdamsche Courant.)
(opm: de ‘lading’ bestond in veel gevallen, naast emigranten, voornamelijk uit gedeporteerde veroordeelden, zie ook NRC 220354)


14 februari 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Seaham, 10 februari. Het te Pekel-A te huis behorende schip VIJF GEBROEDERS, kapt. Scherpbier (opm: kof VIJF BROEDERS, bouwjaar 1828; kapt. Edzard Jacobs Scherpbier), van Bremen op hier bestemd, is in de gepasseerde nacht ongeveer een mijl ten zuiden van deze plaats gestrand en totaal verloren. De equipage is gered en een gedeelte der inventaris geborgen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. De dienst van Rotterdam op Hamburg met het stoomschip ELVE, kapt. J.J. Hansen, zal per 1 maart a.s. worden hervat. (opm: de dienst was gestaakt wegens ijsgang)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 13 februari. Gisteren (opm: 12 februari) werd op ’s Rijks werf te Amsterdam weder de kiel gelegd voor een oorlogschip, met hulpschroefvermogen, en wel een fregat van de grootste soort en zal dit eerlang ook geschieden voor een schroefschoener, zodat alsdan reeds drie zodanige bodems hier in aanbouw zullen zijn, en die van de korvet zeer bespoedigd wordt. Twee gewone stoomschepen van 300 en 150 paardenkracht naderen ook hun voltooiing en het laatste komt spoedig in dienst met bestemming naar Oost-Indië.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

(Geen plaats of datum) De 5e dezer is te Groningen met goed gevolg van stapel gelopen het nieuw gebouwde schoenerschip JAN JACOB, groot ongeveer 55 rogge-lasten, gebouwd op de werf het Hoofd, buiten het Kleine Poortje bij Groningen, toebehorende aan de scheepsbouwmeester F.U. van der Werff, welk schip bevaren zal worden door kapt. J.L. Schaap, van Groningen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Floris der Kinderen, makelaar, zal op maandag de 21e februari 1853, des avonds ten 6 ure, te Amsterdam in de Nieuwe Stads Herberg aan het IJ, ten overstaan van een daartoe bevoegd beambte, verkopen een extra ordinair welbezeild kofschip, genaamd ALIDA THEODORA, varende onder Nederlandse vlag en laatst gevoerd door kapt. T.M. Jaski. Volgens Nederlandse meetbrief lang 22 ellen 75 duimen; wijd 4 ellen 34 duimen; hol 2 ellen 23 duimen; en alzo gemeten op 98 tonnen of 52 lasten. Breder bij inventaris en bericht bij bovengemelde makelaar.


  AH - Algemeen Handelsblad

Amsterdam, zaterdag 12 februari. Heden werd op de Rijks Werf alhier, weder de kiel gelegd voor een oorlogsschip met hulpschroefvermogen, en wel een fregat van de grootste soort en zal dit eerlang ook geschieden voor een schroefschoener, zodat alsdan reeds drie zodanige bodems hier in aanbouw zullen zijn, en die van de korvet zeer bespoedigd wordt. Twee gewone stoomschepen van 300 en 150 paardenkracht naderen ook hun voltooiing en het laatste komt spoedig in dienst met bestemming naar Oost-Indië.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Tot de 15e dezer wordt uit de hand te koop gepresenteerd het geheel nieuw verbouwd Pruisisch driemast schoenerschip TRITON, thans gevoerd door kapt. J.G. Unruh, en liggende in het Oosterdok. Informatiën zijn te bekomen bij de cargadoors Dade & Houtkoper alhier. (opm: geen koper gevonden)


15 februari 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 27 december. De aankomst van verschillende particuliere schepen, heeft tot de volgende bevrachtingen aanleiding gegeven. De CONSTANTIA naar Rotterdam tot NLG 90 suiker, NLG 80 rijst, NLG 115 arak (opm: rijstbrandewijn), alhier te laden; JOHANNA MARIA naar idem met suiker voor NLG 95, een kleine hoeveelheid koffie NLG 85 en indigo NLG 115, alles te Samarang te laden; ANTOINETTE MARIA naar idem, alhier rijst tot NLG 80, te Pekalongan suiker NLG 95 en te Cheribon thee à NLG 100; VERTROUWEN naar idem, suiker NLG 90 en koffie NLG 80; VIER GEZUSTERS naar idem, rijst NLG 80 alhier, en suiker NLG 90 te Soerabaija; STAD AMSTERDAM naar Amsterdam, rijst NLG 80 en suiker NLG 90 alhier te laden; ZORGVLIET zal te Soerabaija gaan laden suiker tot NLG 95, en 1000 pikols rijst tot NLG 85; DE KOOPHANDEL bedong te SAMARANG NLG 90 voor koffie en NLG 95 voor suiker naar Rotterdam.
Van vreemde schepen werden gecharterd, de EMMA (Bremen) tot GBP 4 voor suiker naar Bremen en de MARQUIS OF BUTE (Engels) tot GBP 4.5/. voor suiker naar Londen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Falmouth, 11 februari. Het alhier binnengelopen Nederlandse brikschip KOMEET – zie ons nommer van 6 en 10 dezer – is heden morgen nagezien en moet lossen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 27 december 1852. Van het op de 18e dezer alhier aangekomen Nederlandse barkschip WENA dat totaal verbrand is (opm: het was haar eerste reis), is van deszelfs lading nog alleen de gouvernements specie (opm: muntgeld) gelost.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 27 december. Het alhier op de 18e dezer (opm: december 1852) van Rotterdam gearriveerde barkschip WENA, kapt. J.F. des Ruelles, is de 23e daaraan volgende op deze rede een prooi der vlammen geworden. Van de lading enz. is maar weinig of niets geborgen.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Uit de hand te koop een Nederlands kofschip, in 1848 gebouwd, lang 22 el, wijd 4,5 el en hol 2,14 el, gemeten op 91 ton, met deszelfs masten, rondhouten, staand en lopend want compleet, en gedeeltelijke inventaris. Te bevragen bij Jb. Bakker, mr. zeilenmaker te Nieuwediep.


  DC - Dordtsche Courant

Batavia, 27 december. Tot ons leedwezen hebben wij het verlies te vermelden van één onzer Nederlandse bodems, en wel van de WENA. Op de 18e dezer van Rotterdam alhier aangekomen, is op de 23e aan boord van dit schip brand ontstaan zonder dat daarvoor een oorzaak te vinden is. Niettegenstaande alle mogelijke hulp is die bodem de volgende dag tot op het water afgebrand; de zo rijke lading waarvan zo als wij vernemen niet anders gelost was, dan 10 vaatjes specie, is daarbij een prooi der vlammen geworden. Wij geloven zonder vergroting te spreken, wanneer wij zeggen dat bij die brand voor een waarde van minstens NLG 500.000 is verloren gegaan.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

De 31e januari is op 49º NB 18º WL gepraaid het schip ROELFINA KUIJPER, kapt. Hazewinkel, van Bayonne naar Amsterdam.


16 februari 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 15 februari. Omtrent het verbranden van het schip WENA, kapt. Des Ruelles, op de rede van Batavia – zie ons vorig nommer – zien wij ons van goederhand in staat gesteld het volgende mede te delen.
Nadat op de 23e december 1852 j.l. de gouvernements-specie (opm: muntgeld) uit de WENA was gelost, ontdekte men aan boord een brandlucht en bij de opening van het achterluik steeg er uit de zogenaamde piek een dikke rookwolk uit. Dadelijk werd de adsistentie van het wachtschip en van enige andere schepen ingeroepen, maar niettegenstaande alle aangewende pogingen kon men de brand niet meester worden. Tot 12 ure van de volgende dag bepaalde de brand zich tot een zware rook, die zich uit het achterschip verhief, maar toen sloeg de vlam uit de campagne en moest het schip kort daarna verlaten worden. Binnen weinige uren waren de masten gevallen en stond de WENA in lichte laaie vlam. De 26e stond de koperen huid nog genoegzaam te gloeien. Men vleide zich om met hoog water het wrak hoger op strand te brengen, doch later is het op ongeveer 10 voet diepte gezonken. Omtrent de oorzaak van die brand is niets bekend, Op de plaats waar hij moet ontstaan zijn, was het schip geheel vol. Daar derhalve niemand in de piek had kunnen komen, is het onmogelijk, dat het ongeluk aan onvoorzichtigheid toe te schrijven zij. Waarschijnlijk heeft daar iets gelegen, dat aan verbroeiing onderhevig was. Daar de factorij (opm: handelskantoor der Ned. Handel Mij) haar goederen te Soerabaija verlangde, was men tijdens het ongeluk bezig met de lading te verwerken en was er dus, behalve de specie, niets gelost.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 15 februari. Volgens particuliere brief van kapt. Cars Tzn, voerende het te Rotterdam te huis behorende barkschip TERNATE, van Menado naar Java bestemd, d.d. Manilla, de 27e december 1852, was hij, na een alleronaangenaamste reis van 68 dagen, de 25e te tevoren aldaar wegens gebrek aan provisiën onder de passagiers (Chinezen) binnengelopen. Kapt. Cars meldt verder dat hij gedurende de overtocht met aanhoudende stiltens en buiig weer had te kampen gehad. Alles was verder wel aan boord en men hoopte nog die dag de reis opnieuw te kunnen aanvaarden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 15 februari. Het schip J.C.J. VAN SPEYK, kapt. Noltee, de 14e december met complete lading van Tagal (opm: Tegal, noordkust midden Java) naar Rotterdam vertrokken, is, volgens brief van Batavia van de 28e dito, lek te Batavia uit zee teruggekomen, en zou waarschijnlijk naar Soerabaija verzeilen om te lossen en te repareren.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Lissabon, 1 februari. Het schip SIRIUS, kapt. Mulder, van Cardiff naar Californië, is alhier met verlies van al de stengen, schade aan zeilen, touwwerk enz, door een stoomboot op de Taag binnengesleept.


  AH - Algemeen Handelsblad

Verkoping van schepen op maandag 14 februari in de Nieuwe Stads Herberg aan het IJ: het kofschip VENILIA, kapt. H. Eddes: NLG 5.900, in slag NLG 600. Koper J. Corver (opm: een makelaar, zie AH 150153)

NRC 170253
Sligo, 12 februari. De Nederlandse kof IDA GEZINA, kapt. D.S. Brouwer, van Galatz op hier bestemd, is gisteren, op ongeveer 3 mijlen afstand van Innisamurry (Donegal Baai) verongelukt. Twee man der equipage (de stuurman en een matroos) zijn er bij omgekomen (opm: zie PGC 220253).


17 februari 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

North-Shields, 12 februari. Het alhier van Zierikzee gearriveerde schip MARIA SOPHIA, kapt. Van Gijzel, heeft heden bij het binnenkomen tengevolge van de hevige wind en de hoge zee veel gevaar gelopen om op het Herd Sand te stranden, doch heeft het gelukkig geklaard en is veilig in de haven gekomen.


18 februari 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlissingen, 16 februari. De Nederlandse brik WILLEM JAN, kapt. Baggus, van Sunderland naar Malta bestemd, is alhier lek binnengelopen en moet lossen om te repareren.


  LC - Leeuwarder Courant

Leeuwarden, 17 februari. Wij menen onze lezers niet te mogen onthouden de kennisneming ener daad van moed en mensenliefde, die, hoe zeer reeds enige tijd geleden verricht, daardoor nochtans niets van haar waarde verloren heeft. Wij doen deze mededeling, aan de Hamburger Börsenhalle ontleend, te eerder, omdat het ons niet bekend is, dat van gemelde daad tot dusverre nog in de Nederlandse dagbladen is gewag gemaakt en zij overigens het bewijs levert, dat nog steeds de Friese zeeman, wanneer het er op aankomt zijn medemens ter hulp te komen, de grootste gevaren durft trotseren en beraden en stout weet te handelen. De daad wordt volgenderwijze beschreven:
Stettin, 2 november 1852. De kapitein J.A. v.d. Zee, voerende het schip de JONGE ALBERT, van Heerenveen, bestemd van Stralsund naar het Noorden, bemerkte gedurende de storm van 3 oktober j.l. in de nabijheid van IJstad een op de lading drijvend en in zinkende toestand verkerend jachtschip. Hij stuurde er terstond op heen en redde met grote inspanning en gevaar de zich op het wrak bevindende bemanning, en wel door haar in het voorbij zeilen een lichte tros toe te werpen, waardoor eerst twee man, en later, nadat men het schip had doen wenden en ten tweede male voorbij zeilen, een derde man, de kapitein, aan boord werd getrokken. De JONGE ALBERT moest deze manoeuvre met gereefde bezaan- en stagfok uitvoeren, zodat aan kapitein v.d. Zee, die met voorbijzien van eigen gevaar, deze redding ten uitvoer bracht, daarvoor eervolle vermelding en openlijke erkenning toekent.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Schippers die genegen zijn een nieuw schip uit te halen, biedt zich een bijzondere gunstige gelegenheid aan, van een bijna gereed staand schip, op de werf aan de Engelenvaart bij Heerenveen, lang 14 el 200 streep (50 voet), wijd 8 el 337 streep (11¾ voet), hol 1 el 420 streep (5 voet), op zeer billijke voorwaarden; waarvan deskundigen verzekeren, dat men zelden een vindt hetwelk zulk lang, fraai en deugdzaam hout heeft en zo net van fatsoen, samenvoeging en bewerking is.


19 februari 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 18 februari. Uit Antwerpen wordt gemeld, dat de Nederlandse consul, ten gevolge van een besluit des konings, eergisteren aan de heer O.A. Nintemann, kapitein van het Belgische schip CLẾMENCE heeft overhandigd een zilveren medaille ter beloning van het schone gedrag, door die kapitein gehouden bij gelegenheid van het redden der equipage van een Nederlands schip. Voorts heeft gemelde kapitein een som van NLG 75 ontvangen om onder de equipage van zijn schip uit te delen.


21 februari 1853


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. J. Corver, H. Salm en C.A. Schröder, makelaars, zullen op maandag 21 februari 1853, des avonds ten 6 ure, te Amsterdam, in de Nieuwe Stads-Herberg aan het IJ, ten overstaan van een daartoe bevoegd beambte, verkopen:
- een extra ordinair welbezeild kofschip, genaamd JOHANNA MARIA, varende onder Nederlandse vlag en gevoerd door kapt. K.J. Masker, volgens Nederlandse meetbrief lang 21 ellen 90 duimen, wijd 4 ellen 39 duimen, hol 2 ellen 17 duimen en alzo gemeten op 93 tonnen. Breder bij inventaris.
- 1/32 Aandeel in het barkschip, genaamd TIMOR, gevoerd door kapt. T. Agema, thans op reis van Tjilatjap naar Dordrecht, varende onder directie van de Hr. A. Blussé, te Oud-Alblas.
- 1/20 Aandeel in het in 1851 nieuw gebouwd, gekoperd en kopervast brikschip, genaamd JOHANNES ALBERTUS, gevoerd door kapt. J.C. Londt Hz., thans op reis van Batavia naar Amsterdam, varende onder directie van de Heer J.C. Londt.
- 1/20 Aandeel in het bovengemelde schip.
Nader bericht, spreke met bovengenoemde makelaars.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. De veiling van de beide stoomboten WILLEM II en PRINSES VAN ORANJE, aangekondigd tegen maandag de 21e dezer, wordt tot nadere annonce uitgesteld.


22 februari 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 21 februari. Door de Nederlandsche Handel Maatschappij zijn bevracht geworden de navolgende 16 schepen, als:
Voor Rotterdam: KINDERDIJK, kapt. W. Ouwehand, DRIE GEBROEDERS, kapt. J. Wilhelmie, PICTURA, kapt. R.J. Scholten, PRINSES MARIANNE, kapt. F. Rietmieijer, BERNHARD HERTOG VAN SAXEN WEIMAR, kapt. P.H. Hazewinkel (van Dordrecht).
Voor Amsterdam: NEPTHUNUS, kapt. P. Schuurman, STAATSRAAD BAUD, kapt. T. de Jong, DOLPHIJN, kapt. C.B. Brandligt, NEHALENNIA, kapt. H. Staal q.q, HERMAN DE RUITER, kapt. P.J. Feijnt, JACQUELINE EN ELISE, kapt. O. de Haas, ANNA PAULOWNA, kapt. W. Bek Wzn, GRAAF VAN NASSAU, kapt. F. Sanders, WALVISCH, kapt. T. Schut, VAN GALEN, kapt. J.R. Smit, DOGGERBANK, kapt. P.J. van Kerkhoven.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

De kof IDA GESINA, kapt. Brouwer, uit de Pekela, van Galatz, laatst van Torbay, naar Sligo gedestineerd, is volgens bericht van Sligo d.d. 11 februari, in de baai van Donegal op een blinde klip gestrand en zal met de lading weg zijn. Het volk is, uitgenomen de stuurman en een matroos, gered (opm: zie NRC 170253).
Ten opzicht van dit bericht vernemen wij uit een brief van één der geredden nader, dat de stuurman Kunst en de matroos L. Velthuis reeds dadelijk bij het stranden met de boten overboord geslagen en verdronken zijn. Het overige der equipage, zijnde 5 man en de kapitein, bracht in vurige gebeden 7 uur op het reeds half verpletterde schip op de rots door, alvorens gered te worden. Tijdens het afzenden van de brief bevonden zij zich in een boerendorp, Milkhaber, dicht bij Sligo, bij edele brave mensen, die er om wedijverden, om hun droevig lot, zijnde zij nakend en bloot, zonder kousen of schoenen aan de voeten, aan wal gekomen, te verzachten, zonder de minste beloning te willen hebben. Het schip was geheel weg. De geredden bevonden zich, behoudens, dat enkelen lichte kwetsuren hadden bekomen, vrij wel en hoopten over 14 dagen thuis te zijn.


 GRC - Groninger Courant

’s Gravenhage, 19 februari. Uit Antwerpen wordt geschreven, dat de Nederlandse consul, ten gevolge een besluit des Konings, eergisteren aan den heer Ninteman, kapitein van het Belgisch schip (opm: schoenerkof) CLÉMENCE, heeft overhandigd ene zilveren medaille, ter beloning van het schone gedrag, door dien kapitein gehouden bij gelegenheid van het redden der equipage van een Hollands schip (opm: de kof VROUW GRIETJE, zie AH 040652). Voorts heeft gemelde kapt. ene som van NLG 75,- ontvangen, ter uitdeling onder de equipage van zijn schip.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Uit de hand te koop: een nieuw tjalkscheepje, lang 14 el (50 voet), wijd 2 el 8 palm (11¾ voet) en hol 1 el 3 palm (4¾ voet). Te bevragen bij J.I. Bakker, scheepstimmer- baas te Sloten.


23 februari 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 22 februari. De 21e februari is te Amsterdam in dienst gesteld het oorlogsstoom- schip SOEMBING, onder bevel van de luit.ter zee der 1e klasse A.A. de Vries. Eerlang verwacht men de completering der equipage van die bodem, waarna dezelve naar het Nieuwe Diep zal stevenen om later een reis naar de Oost Indiën te doen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 19 februari. Het schip VROUW WILLEMTINA, kapt. H.W. Glim (opm: tjalk, bouwjaar 1847; kapt. Hiskias Waners Glim), van Bongzijl (opm: Bongsiel) herwaarts gedestineerd, is de 10e dezer in de Noordzee bewesten de Bruinebank, gezonken, doch het volk gered en alhier aangebracht. (opm: zie NRC 270353 en PGC 010459)


  AH - Algemeen Handelsblad

Verkoping van schepen op maandag de 21e februari in de Nieuwe Stads Herberg aan het IJ:
- het ijzeren stoomschip WILLEM II, in de vaart van Amsterdam op de Lemmer: niet geveild.
- het gekoperd en kopervast stoomschip PRINSES VAN ORANJE, in de vaart van Rotterdam op Duinkerken: niet geveild.
- het kofschip JOHANNA MARIA, kapt. R.J. Masker: NLG 4.950, in slag NLG 50. Koper H. Salm (opm: een makelaar namens Gebr. Van der Vliet, Amsterdam; kapitein nu L.F. Ringeling; zie ook NRC 290953)
- 1/32e aandeel in het barkschip TIMOR, kapt. T. Agema: NLG 1.400, opgehouden.
- twee 1/20e aandelen in het in 1851 nieuw gebouwd, gekoperd en kopervast brikschip JOHANNES ALBERTUS, kapt. J.C. Londt Hzn: niet geveild.
- het kofschip ALIDA THEODORA, kapt. T.M. Jaski: NLG 5.600, in slag NLG 450, koper Anthony Roos (opm: makelaar in opdracht van Gebr. Goedkoop, nu BERNARDUS, kapt. J.W. Smit).


24 februari 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Verkoping van aandelen enz, in het Nederlandsche Koffijhuis van J. Zahn, te Dordrecht, woensdag de 23e februari.
- 1/60 aandeel in het fregatschip BIESBOSCH; trekgeld NLG 15, in veiling NLG 1250, afgemijnd daarboven NLG 10.
- 1/144 aandeel in het fregatschip DELTA, gevoerd wordende door kapt. J.G. Kunst; trekgeld NLG 10, in veiling NLG 645, afgemijnd daarboven NLG 25.
- 1/340 aandeel in de ’s Gravenhaagsche scheepsrederij, dato maart 1841 no. 279; trekgeld NLG 5, in veiling NLG 355, afgemijnd daarboven NLG 45.
- 1/340 aandeel in dito dito no. 280; trekgeld NLG 5, in veiling NLG 375, afgemijnd daarboven NLG 35.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Bij akte op de 16e februari 1853 door de notaris D.C. Kleij te Capelle op d’IJssel en getuigen verleden, behoorlijk geregistreerd, hebben de ondergetekenden Pieter Bakhuijsen, scheepsbouwmeester en Leendert Bakhuijsen Pz, zonder beroep, wonende beiden te Capelle op d’IJssel, een vennootschap aangegaan tot uitoefening van een scheepsbouwerij, onder de firma van P. Bakhuijsen & Zoon, en zulks voor de tijd van vijf jaren, ingaande op de 1e maart 1853; zullende deze vennootschap, na verloop van gemelde 5 jaren, buiten opzegging, van jaar tot jaar continueren en ieder der vennoten afzonderlijk tot alle verbintenissen betrekkelijk tot deze vennootschap gerechtigd zijn. Geschiedende deze aankondiging in voldoening van art. 28 des Wetboeks van Koophandel.
Pr. Bakhuijsen, L. Bakhuijsen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Naar Melbourne, Port-Philip, (Australië) voor passagiers en goederen, direct van Amsterdam:
Het Nederlands gekoperd barkschip MAXIMILIAAN THEODOOR, gevoerd door kapt. K.C. de Veer, om tegen het einde van februari te vertrekken. Adres bij de eigenaars Wed. B.W. van Starckenborg van Straten, en bij de cargadoors De Vries & Co.
Het Nederlands gekoperd fregatschip LODEWIJK ANTHONIE, gevoerd door kapt. A. Spekman, om tegen het einde van april te vertrekken. Adres bij de cargadoors De Vries & Co.
Beide schepen bezitten uitmuntende inrichtingen voor passagiers.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Cadix, 12 februari. De Nederlandse schoener WILHELMINA JELTINA, kapt. Wygers (opm: J.B. Wijgers), van Liverpool naar Sevilla bestemd, is in de storm van 10 februari op 2 mijlen afstands van Lucar (opm: Sanlúcar de Barrameda) vergaan.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

New York, 5 februari. De alhier van Rotterdam gearriveerde Nederlandse bark JAN VAN BRAKEL, kapt. Delclisur, heeft op de reis veel stormweder doorgestaan en daardoor zeilen verloren en andere schade bekomen.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Uit de hand te koop een uitmuntend hektjalkschip met complete inventaris, zeer geschikt zowel voor binnen- als buitenvaart, lang 72 voeten, wijd 16¼ voeten, hol 7½ voeten en alzo gemeten op 58 zeetonnen of 88 binnenlandse tonnen. Te bevragen met franco brieven bij de scheepsbouwmeester T.A. Visser te Workum in Friesland.


25 februari 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Malta, 13 februari. Het schip HARMONIE, kapt. Wilkens, van Konstantinopel (opm: Istanbul) naar Falmouth, heeft de verschansing verloren en meer andere schade bekomen en is alhier binnengelopen om deze te herstellen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Travemünde, 21 februari. In de nacht van 19 op 20 dezer is een Nederlands schip, waarschijnlijk de MARTHA, kapt. Nieboer, in het Pfahlrack ten gevolge van storm en ijsgang op strand gedreven. Hetzelve zal hoogstwaarschijnlijk moeten lossen om weder vlot te komen.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Zoutkamp, 23 februari. Sedert enige dagen zijn door de loods Smit en enige andere personen alhier binnen gehaald en in de haven gebracht de schepen VROUW GRIETJE, kapt. Drost, van Groningen naar Holland, met enige schade, CHRISTINA JOHANNA, kapt. Stuitje, van Amsterdam, en CATHARINA, kapt. Olthoff, van Zwolle, de beide laatsten zonder schade. Hier is veel drijfijs.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Advertentie. Uit de hand te koop een nieuw gebouwde tjalk, 70 vt. lang in de kiel; 15 vt. en 3 dm. wijd, en 7 vt. hol, Groninger maat; thans liggende bij de scheepstimmerwerf te Schouwerzijl, van F. Niestern aldaar. (opm: de hektjalk werd op 17 september verkocht aan kapt. B.J. van der Werp; scheepsnaam CHRISTINA WOBBEGIENA)


26 februari 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Milford, 21 februari. Het Nederlands schip JOHANNA CATHARINA, kapt. Keun, van Dordrecht naar Liverpool, is alhier lek binnengelopen en zal moeten lossen om te repareren.


  DC - Dordtsche Courant

Advertentie. De ondergetekenden Jan Schouten Junior, houtkoper, en Arnoldus Jan Schouten, scheepsbouwmeester, beiden wonende te Dordrecht, verklaren:
- Dat door hen bij notariële akte, op heden te Dordrecht verleden, bij wijze van voortzetting van de handels- en scheepsbouwmeesterszaken en dergelijken, van hun vader de weledele heer Jan Schouten, op de 23 april 1852 te Dordrecht overleden, is overeengekomen,
- Dat door hen voor hun gemeenzame rekening te Dordrecht, onder de firma van Jan Schouten handel in houtwaren gedreven en de scheepsbouw uitgeoefend zal worden; en zulks met al hetgeen daartoe maar enigszins kan gerekend worden te behoren.
- Dat de vennootschap wordt aangegaan voor een onbepaalde tijd; en zal zulks met al hetgeen daartoe maar enigszins kan gerekend worden te behoren.
- Dat de vennootschap wordt aangegaan voor een onbepaalde tijd; en zal gerekend worden aangevangen te zijn op 23 april 1852.
- Dat elk hunner de vrijheid zal hebben, om in de maand januari van elk jaar, de voortzetting der vennootschap behoorlijk op te zeggen.
- Dat bij overlijden van één hunner, de vennootschap zal blijven voortduren met de weduwe, en bij ontbreken van een weduwe, alsdan met de erfgenamen van de overledenen.
- Dat elk hunner de tekening der firma zal hebben en bevoegd zal zijn, om voor en namens de vennootschap te handelen; met dien verstande nochtans, dat er ten behoeve der vennootschap geen gelden van derden zullen mogen worden opgenomen, dan tegen de tekening van beide de ondergetekenden en derzelver rechtverkrijgenden.
Dordrecht, 24 februari 1853, Jan Schouten Jr., A.J. Schouten.


27 februari 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Harlingen, 24 februari. De Groenlandsvaarders DIRKJE ADEMA en SPITSBERGEN zijn deze morgen onder de gunstigste omstandigheden uit onze haven vertrokken.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlissingen, 23 februari. Het schip VROUW MARGARETHA, kapt. Breckwoldt, van Antwerpen naar Hamburg, is alhier met schade binnengelopen en moet lossen.


28 februari 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Calais, 24 februari. De Nederlandse schoener FOSSINA SIERS, kapt. Boiten, van Bordeaux met een lading wijn en sumac (opm: van een Zuid-Europese heester afkomstig gemalen stof t.b.v. verf- en looistof) naar Amsterdam bestemd, is in de orkaan welke deze morgen gewoed heeft, op ongeveer 5 mijlen afstands van deze plaats gestrand. Een gedeelte der lading is bereids gelost; men vreest echter dat het schip verloren is. (opm: zie NRC 110352)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Genua, 19 februari. Het Nederlandse schoenerschip EGBERDINA SCHURINGA, kapt. Orsel (opm: bouwjaar 1851, kapt. Gerrit Jacobs Orsel), met een lading suiker van Nederland komende, is tengevolge van een aanzeiling gezonken (opm: bij Mallorca, zie PGC 040353). De bemanning is, met uitzondering van één man, gered.


01 maart 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Travemünde, 25 februari. Het schip MARTHA, kapt. Nieboer, hetwelk als vroeger gemeld in het Pfahlrack aan de grond en in het ijs bezet geweest is, is gisteren zonder schade vlot gekomen.


  DC - Dordtsche Courant

Kapt. De Lancy, de 22e dezer van Tjilatjap in Texel binnen, rapporteert op 46 gr. 6 min. N.B. en 3 gr. 59 min. W.L., gepraaid te hebben het schip ORION, kapt. Borghorst, van Batavia naar Amsterdam; zijnde door een Engels schip aangezeild (en niet het schip ADMIRAAL VAN HEEMSKERK, kapt. Kley, zo als vroeger abusief is gerapporteerd).


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Delfzijl, 24 februari. Kapt. Schooff van het kofschip ADAM, van Antwerpen naar Leer, beladen met stukgoederen, is, na veel storm doorgestaan te hebben de Eems binnengekomen en bezet geraakt in het ijs, zijnde zwaar lek en door assistentie van boten en manschappen door het ijs gewerkt, de 24e in deze haven binnengebracht. Het moet lossen om te repareren.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Kapt. Biliker, kofschip TALETTA, van Hull naar Leer, beladen met ijzer, is, na in de Eems in het ijs bezet geweest te zijn door behulp van boten en manschappen de 24e in deze haven binnengebracht.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Kapt. Eeckhoff, schip HEINRICH, van Hull naar Leer, beladen met stukgoederen, is, na in de Eems in het ijs bezet geweest zijnde, door behulp van boten en manschappen 25e in deze haven binnengebracht.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Advertentie. De cargadoors J.H.W. van Loon & Co. te Harlingen hebben de eer aan belanghebbenden te berichten, dat ook ten hunnen kantore voor landverhuizers gelegenheid bestaat om zich van plaatsen te voorzien naar Liverpool met het daarvoor ingerichte stoomschip CITY OF NORWICH, à NLG 12 per persoon.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Te koop een zeer wel onderhouden veerschip, 16 ton, zittend op de werf bij D.T. Albertsma te Oldeboorn.


02 maart 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 1 maart. Te Vlaardingen is zaterdag l.l. (opm: 26 februari) op de werf van de scheepsbouwmeesters S. van Gijn & Zoon de kiel gelegd voor een schoenerschip, groot circa 100 lasten, voor rekening ener rederij te Rotterdam.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Portsmouth, 25 februari. Het Nederlandse schip KONING WILLEM II, kapt. van Eyk Menkman, van Amsterdam naar Akyab (opm: Birma), hetwelk de 19e januari met averij te Cowes was binnengelopen en als vroeger gemeld hier henen werd gebracht om de bekomen schade te herstellen, heeft de reparatie geëindigd en is heden van de werf gelaten.


03 maart 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Veendam, 1 maart. Kapitein Weiland, gezagvoerder van het Nederlandse kofschip ZWIJGER, is door de Franse regering benoemd tot expert voor de provincies Groningen en Friesland.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. De veiling van het ijzeren stoomschip WILLEM II, op de 21e februari l.l. geen voortgang gehad hebbende, zal nu op nader te annonceren dag, na open water, plaats hebben.
Amsterdam, 2 maart 1853.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 2 maart. Het schip ADAM, kapt. Schoof, van Antwerpen naar Leer, is, volgens brief van Delfzijl van de 26e februari, de 24e dito, na veel storm doorgestaan te hebben, op de Eems in het ijs bezet geraakt en zwaar lek geworden, doch met adsistentie van boten en manschappen te Delfzijl in de haven gebracht. Het moet lossen om te repareren.
Nog waren aldaar met assistentie in de haven gebracht de schepen TALETTA, kapt. Bilker en HEINRICH, kapt. Eekhoff, beide van Hull naar Leer, na in het ijs bezet te zijn geweest.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 2 maart. Kapt. K. Zwanenburg, voerende het schip DE ONDERNEMING, van Alicante herwaarts gedestineerd, te Gibraltar binnengelopen, rapporteert aanhoudend slecht weer en westelijke winden doorgestaan te hebben en met circa 300 schepen onderscheiden malen voor de Straat geweest te zijn.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Cullercoats (opm: North Shields), 26 februari. Een Nederlandse Oost-Indië-vaarder van Hartlepool komende, welke, gesleept door een stoomboot, heden langs de kust passeerde, was genoodzaakt te slippen en zee te kiezen. Een loods bevindt zich aan boord.
(NB. Hoogstwaarschijnlijk het schip GENERAAL MICHIELS, kapt. Van Straten, hetwelk, als heden onder de extracten uit de Lloyd’slijsten vermeld staat, de 25e februari van Hartlepool naar Hongkong vertrok).


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Cromer, 27 februari. De te Veendam te huis behorende kof CASINO (opm: KLASINA, zie NRC 040353), van Londen in ballast naar Sunderland bestemd, is in de gepasseerde nacht bij Bacton gestrand. De bemanning is gered.


04 maart 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Mundesley, 28 februari. De Nederlandse kof KLASINA, te Veendam te huis behorende, gevoerd door kapt. Cars, van Londen naar Sunderland bestemd, is bij Bacton gestrand en zal hoogstwaarschijnlijk weg zijn; de bemanning is gered.
(NB. Dit is dezelfde kof waarvan wij gisteren (art. Cromer) melding maakten en waarvan de naam toen door de Engelse bladen abusief als CASINO was opgegeven).


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 3 maart. Het schip SOURABAYA, kapt. Swarts, van Bezoekie naar Rotterdam, in Brouwershaven binnen, heeft, volgens brief van Rotterdam van de 2e dezer, de 2e/4e december op de hoogte van Mauritius wegens lekkage circa 100 balen koffij overboord moeten werpen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 3 maart. Het schip (opm: bark) HENDRIK WESTER, kapt. Reynders, van Bourgas herwaarts gedestineerd, is de 6e februari lek, met zware slagzij, verstopte pompen en na een gedeelte der lading overboord geworpen te hebben, te Angostolt (opm: waarschijnlijk Argostólion, Ionische Eilanden) binnengelopen, en had de 9e dito een aanvang gemaakt met lossen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Falmouth, 28 februari. De Nederlandse brik MARIA ANNA, kapt. Jaski, van Montevideo komende, is alhier met gekraakte fokkemast binnengelopen.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Te Amsterdam ligt in lading naar Venetië, om dadelijk met open water te vertrekken, het Nederlands nieuwgebouw ijzeren barkschip HERMINE MARIE ELISABETH, kapt. U. Bonjer. Adres bij de cargadoors Oolgaardt & Bruinier, hoek Nieuwenbrug en Nieuwebrugsteeg. (opm: eerste reis)


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Nieuwediep, 26 februari. Heden stoomde hier binnen de nieuw gebouwde stoomboot CITY OF NORWICH, kapt. Cockburn, komende van Harlingen. De bewuste stoomboot, die naar oordeel van verschillende deskundigen, ten opzichte van haar machine van 300 paardenkracht, en een uitmuntende gelegenheid voor het vervoer van vee, waartoe zij hoofdzakelijk is ingericht, niets te wensen overlaat, is 700 ton groot en zal, naar de genomen proef, de overtocht van het Nieuwediep naar Londen in 11 uren en die van Harlingen naar Lowestoft in hoogstens 15 uren afleggen.
Het laat zich voorzien, dat van deze boot, die door haar doelmatige inrichting zovele waarborgen voor een gewenste conversatie van het over te brengen vee belooft, veel gebruik zal worden gemaakt. Er is hier voor deze dienst bereids een agentschap gevestigd.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Harlingen, 26 februari. Volgens vroegere aankondiging is hedenmorgen 9 uur van hier vertrokken het nieuw in de vaart gebrachte ijzeren stoomschip CITY OF NORWICH, waarmede zijn vertrokken naar Noord-Amerika via Liverpool 74 landverhuizers.
Onder hen bevinden zich alleen uit het dorp Kimswerd 40 personen, allen handwerkslieden en landbouwers, aan wier hoofd zich heeft geplaatst de heer Bonnema, rijk landeigenaar in genoemd dorp, die voornemens is, in de nieuwe wereld een kolonie te stichten en haar de naam te geven van Nieuw Kimswerd.
Vier dergenen, die de tocht mede zouden maken naar Noord-Amerika, arriveerden echter eerst toen het schip reeds vertrokken was; van allen waren de goederen reeds aan boord, men zegt van één hunner zelfs 2 kinderen. Om zo mogelijk hun te vroeg vertrokken reisgenoten weder in te halen, hebben zij een visserspink genomen, om zich daarmede naar het Nieuwediep te laten brengen. Groot was de toevloed van bloedverwanten, vrienden en belangstellenden, om hun betrekkingen en landgenoten bij het verlaten van de vaderlandse grond een laatst vaarwel te brengen.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Groningen, 3 maart. Naar ons uit Emden wordt bericht, is het schip LOUWINA, kapt. Heerma, van Antwerpen met suiker naar Emden bestemd, na wegens ijs te Delfzijl te zijn binnengelopen, de 26e februari j.l. tot nabij de zijl in het Larrelter vaarwater gebracht. Daar met de 1e dezer het tussen Pruissen en Hannover gesloten handelsverdrag in werking moest treden en bij het nieuwe tarief het inkomend recht op verscheiden artikels, en daaronder ook suiker, een aanmerkelijke verhoging zou ondergaan, wat op de lading der LOUWINA een verschil van 6.000 Rth. zou maken, zo hebben de belanghebbenden te Delfzijl de lading onmiddellijk te Larrelt doen lossen en op sleden naar eerstgenoemde stad laten brengen. Van een ander schip, voor Leerer rekening met suiker en ijzer beladen, komende eveneens van Antwerpen en mede te Delfzijl binnengelopen, was het nog onzeker, of de lading in tijds Emden zou kunnen bereiken. Voor deze lading schatte men de schade, indien zij niet vóor de 1e maart arriveerde, op 8.000 Rth. De verhoging bedraagt voor suiker 12½ cent Nederlandse courant per Hannover pond. Ook voor ijzer is het tarief belangrijk verhoogd.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

De kof EGBERDINA SCHURINGA, kapt. Orsel, uit Wildervank, van Amsterdam met suiker naar Constantinopel, is, volgens bericht van Genua d.d. 19 februari, de 7e dito in een hevige storm bij het eiland Majorca overzeild en gezonken, doch het volk, uitgenomen één man, gered.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

De kof ALIDA ELISABETH, kapt. Zeven, is de 24e februari te Northshields op het droge gehaald om te kielen en te breeuwen.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Het schip MARTHA, kapt. Nieboer, in het Pfahlrack aan de grond geraakt, is de 24e februari zonder schade weder in vlot water gekomen.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

De 25e februari is achter De Koog bij Texel aangespoeld een wit geschilderd naambordje, waarop met zwarte letters MINERVA.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Advertentie. Verkoping van het kofschip JOHANNA GEERTRUIDA. De notaris P. Boltjes te Grouw zal op dinsdag de 8e maart 1853, des avonds te 5 uren, ten huize van Kulenburg, logementhouder op de IJskelder te Leeuwarden, publiek, onder uitloving van verhooggeld, finaal verkopen een uitmuntend en wel onderhouden kofschip, met 2 masten en 1 dek, genaamd JOHANNA GEERTRUIDA, groot 75 ton, in den jare 1848 nieuw gebouwd op de werf van Wietze en Johs. Tjallings, te Grouw, tot nu toe bevaren geweest door de kapitein A.J. Onnes, thans liggende te Harlingen, en zulks met volledige inventaris, waarop slechts is geboden NLG 4.730,-. Breder bij billetten omschreven, welke met inlichtingen aangaande de verkoops-voorwaarden zijn te bekomen ten kantore van bovengemelden notaris.


05 maart 1853


  RC - Rotterdamsche Courant

Gepraaid. Den 19 februari, op 14 gr.49 min. NB. en 46 gr.15 min. WL, HENRIETTE, J.M. van der Veen, van Cardiff naar Panama.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hellevoetsluis, 4 maart. Het schip GRAAFSTROOM, kapt. J.H. van Santen, van Batavia, laatst van Brouwershaven komende, zit op het Krammer bij de vlakte aan de grond. Er zijn van hier schuiten derwaarts vertrokken om te lichten.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Konstantinopel (opm: Istanbul), 12 februari. De Nederlandse kof SUSANNA ELISABETH, van Ibraïl naar Queenstown bestemd, is de 27e januari j.l. in de Dardanellen gestrand, doch de volgende dag weder vlot gekomen en zou de 29e daaraanvolgende de reis voortzetten.


  AH - Algemeen Handelsblad

Gibraltar, 19 februari. Het schoenerschip ECLIPSE (opm: buitenlander), van Ancona naar Amsterdam, is de 13e februari op de hoogte van Kaap Finisterre gezonken. De equipage heeft zich gered.


  DC - Dordtsche Courant

Zr.Ms. stoomschip GEDEH, onder bevel van de kapt.-luit. ter zee P. Dibbetz, de 18e september des vorigen jaars uit Texel vertrokken, is de 22e december ll., laatst van Cadix en Teneriffe vertrokken, in de Tafelbaai (Kaap de Goede Hoop) binnengelopen om steenkolen in te nemen, en de 4e januari van daar naar Batavia vertrokken.
Ook Zr.Ms. korvet SUMATRA, kapt.-luit. ter zee H. Wipff, de 28 oktober ll. met de GEDEH van Cadix vertrokken, is de 29 december mede in de Tafelbaai binnengelopen, en de 12 januari daaraanvolgende naar Australië gestevend.


06 maart 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 5 maart. Heden ten 1 ure is van de werf De Nachtegaal van de heer W.H. Meursing in de Groote Bikkerstraat te Amsterdam met het beste gevolg te water gelaten het nieuw gebouwd schoener-brikschip MARIANNE, groot ongeveer 130 gemeten lasten, gevoerd zullende worden door kapt. R. Tjebbes, voor rekening van de heren H. & D. Rahuisen aldaar.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 5 maart. Volgens brief van een passagier aan boord van de AUSTRALIA, kapt. Tange, van Java naar Rotterdam, afgegeven aan de stoomboot INDIANA, de 27e februari te Southampton gearriveerd, was de AUSTRALIA met schade afhoudende naar de Kaap de Goede Hoop.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. De notaris J. Lechner te Schiedam is voornemens op de 23e maart 1853, des voormiddags om elf uur, in Musis Sacrum te Schiedam in het openbaar op zeer aannemelijke voorwaarden te verkopen: een welbezeild en in den jare 1847 volbouwd Kof-tjalkschip, genaamd JANTIENE (opm: JANTIENA), gevoerd door kapt. H.J. Hazewinkel, liggende in de Buitenhaven der stad Schiedam, gemeten op 32 last, met als deszelfs toebehoren, volgens inventaris, breeder bij biljetten omschreven, kunnende gedurende 8 dagen vóór de dag des verkoops dagelijks bezichtigd worden, van des voormiddags 10 tot des middags 12 ure, terwijl inmiddels inlichtingen te bekomen zijn ten kantore van de heren cargadoors A. Prins & Co, te Schiedam, de heer H.S. Calkema, te Hoogezand, en voornoemde notaris. (opm: koper Jan van Vliet, Schiedam, nieuwe scheepsnaam HILLEGONDA, nieuwe kapitein R.H. Voordewind)


07 maart 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 6 maart. Het schip ANNA, kapt. H.F. Bieze, van Libau (opm: Liepaja) naar Schiedam, is gisteren lek, met gebroken roer en verlies van de grote boot in Texel binnengelopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Ostende, 4 maart. Het schip TWEE GEBROEDERS, kapt. Strijbos, hetwelk eergisteren van hier naar Leith vertrok, is gisteren met schade uit zee teruggekomen.


08 maart 1853


 PGC - Provinciale Groninger Courant

De kof KLAZIENA, kapt. Kars (opm: KLAASSINA, kapt. Roelf Geerts Kars), uit Veendam, in ballast van Londen naar Sunderland, is volgens brief van Cromer van de 27e februari, de vorige avond bij Bacton gestrand, doch het volk gered. Ook was volgens een brief van Yarmouth van de 29e dito de inventaris geborgen.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Warffum, 6 maart. Heden is alhier het bericht ontvangen, dat het Hannoverse kofschip CATHARINA, gevoerd door kapt. Koch, komende van Hull en bestemd naar Leer, geladen met stukgoederen, op de 27e februari jl. onder een sterke N.O. wind, vergezeld van sneeuw en vorst, over de buitengronden is gestoten en op het eiland Rottumeroog gestrand, na de vorige dag op de Eems de beide ankers verloren te hebben, en lek geslagen en reddeloos geworden te zijn. De tuigagie is voor een groot gedeelte beschadigd geborgen. Van de lading is een gedeelte weggeslagen en een gedeelte geborgen. Men hoopt nog meer te bergen. Reeds zit het schip diep in de grond en zijn er planken uit de bodem geslagen.
Na 2½ uur lang in de mast gezeten te hebben, is de equipage geborgen.
Het vorenstaande bericht heeft eerst nu medegedeeld kunnen worden, doordien de correspondentie tussen het eiland Rottumeroog en de wal door het ijs tot op heden was gestremd.


09 maart 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Te Amsterdam ligt in lading naar Batavia, voor goederen en passagiers, waartoe hetzelve uitmuntend is ingericht, het nieuw gebouwd gekoperd tweedeks barkschip SUSANNA GEERTRUIDA, kapt. D. Steenveld Szn, om ten spoedigste na open water te vertrekken. Adres bij de cargadoors B.D. Bosscher & Zoon. (opm: eerste reis; het schip is op 22 april van de rede van Texel naar Batavia vertrokken)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 8 maart. Het schip DRIE GEBROEDERS, kapt. E.K. de Wilde, van Amsterdam naar Syra (opm: Ermoepolis, Siros eiland) en Smirna (opm: Izmir), is de 18e februari bij het binnenkomen van Syra aan de grond geraakt, vol water gelopen en gezonken. Van de lading waren 16 vaten suiker geborgen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Het schip HERSTELLING, kapt. Lukkien (opm: kof, kapt. Harm Pieters Lukkien), van Amsterdam te Corfu aangekomen, is de 18e februari, na gelost te hebben, aldaar in een hevige storm omgeslagen, doch weer gericht. (opm: zie NRC 180553)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Fedderwarderhaven (opm: Fedderwardersiel), 27 februari. Het schip (opm: kof) GEERDINA BEERTA, kapt. H.R. Giezen, van Sunderland naar Vegesack, is op het Lang Lutjen zand (opm: Lang-Lütjen-Sand) aan de grond geraakt, en heeft 3 à 4 voeten water in het ruim. Het zal vermoedelijk moeten lossen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Uit de hand te koop een kofschipshol, groot circa 70 roggelasten, liggende aan een der werven in de provincie Groningen. Nadere informatiën te bekomen bij de scheepsmakelaar I.J. Bulsing Bzn te Groningen.


  JB - Javabode

Dezer dagen is te Soerabaija aangekomen het Nederlandse koopvaardijschip MARIA MAGDALENA, waarin geladen waren de delen van het in één te zetten ijzeren stoomschip ADMIRAAL VAN KINSBERGEN. De aanbouw van dit stoomschip heeft plaats gehad in de fabriek der Nederlandsche Stoomboot Maatschappij te Fijenoord. Het is van 70 paardekracht met schuins liggende machines van directe werking en met een tubulaire stoomketel.


10 maart 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Lissabon, 28 februari. Het te Rotterdam te huis behorende barkschip COLUMBINE, kapt. Andersen, van Cardiff, laatst van Bristol, naar Californië bestemd, is de 18e dezer alhier lek en met gekraakte fokkemast binnengelopen. De lading wordt gelost.


  DC - Dordtsche Courant

Volgens een bericht van Zr.Ms. consul-generaal te Smirna, van 4 februari jl., zouden van daar, naar alle waarschijnlijkheid de 12 der maand, vertrekken naar Antwerpen het Nederlandse schip ELSJE, kapt. Scherpbier, en naar Weymouth het schip OMMELANDEN, kapt. Wieringa, hetwelk, daar ter plaatse aangekomen zijnde, orders moet innemen voor zijn verdere bestemming, hetzij naar Amsterdam, Rotterdam of Antwerpen.


11 maart 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 10 maart. Op zaterdag 12 maarrt, des namiddags ten 2 ure, zal van de werf Het Wapen van Amsterdam, in de Groote Wittenburgerstraat te Amsterdam, van stapel lopen het barkschip CLIO, gebouwd voor rekening van de heer F.A. Jas.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Calais, 5 maart. De gehele lading van het op deszelfs reis van Bordeaux naar Amsterdam bij Yport gestrande Nederlandse schoenerschip FOSSINA SIERS, kapt. Boiten (opm: kof, bouwjaar 1847, kapt. K.S. Boiten) – zie ons nommer van 28 februari – is gelost en alhier opgeslagen. Het schip schijnt niet geleden te hebben en men hoopt hetzelve bij de aanstaande springtijen met behulp van een stoomboot vlot te brengen. (opm: het schip bleef in de vaart)


  AH - Algemeen Handelsblad

Point de Galle (opm: nu Galle, Sri Lanka), 19 januari. Binnengekomen WOLTEMADE (opm: bark), Hus van Shields.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Te Smirna lagen de 4e februari in lading, om tegen de 12e dito te vertrekken, de schepen ELSJE, kapt. Scherpbier, naar Antwerpen, en de OMMELANDEN, kapt. Wieringa, naar Weymouth.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Advertentie. Mr. J.C. van Slooten, notaris ter standplaats Veendam, gedenkt op woensdag de 16e maart 1853, des avonds te 7 uren, ten huize van de logementhouder D. Everts te Veendam, namens zijn principaal, publiek te veilen en verkopen een bevaren kofschip, genaamd EENDRAGT, groot om de 60 lasten, met al deszelfs opgoederen van masten, zeilen, ankers, touwen, boot, koksgereedschap en verdere toebehoren, zo als hetzelve laatst door Christiaan Obbes Stuit is bevaren, en thans te Antwerpen is liggende. Nadere informatiën zijn te bekomen ten kantore van den bovengenoemde notaris.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Uit de hand te koop een uitmuntend hek-tjalkschip met complete inventaris, zeer geschikt zo wel voor binnen- of buitenvaart, lang 72 voet, wijd 16¼ voet en hol 7¼ voet, en alzo gemeten op 58 zeetonnen of 88 binnenlandse tonnen. Te bevragen met franco brieven bij de scheepsbouwmeester T.A. Visser te Workum.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. De ontvanger der consignatiën te Amsterdam zal, als daartoe gemachtigd, op woensdag de 23e maart 1853 in ’s Rijks pakhuis op de Kloveniersburgwal in het openbaar en aan de meestbiedenden verkopen het overdek en gewegerd (opm: van wegering voorzien) hek-tjalkschip de VROUW WIJPKE, liggende in de Kloveniersburgwal, lang 17 el 2 palm, wijd 3 el 3 palm 1 duim, en hol 1 el 6 palm 7 duim, en alzo gemeten op 68 ton volgens meetbrief dd. 8 augustus 1844 en gebrand no. 92-Leeuw-1848, met staand en lopend want en deszelfs boot met roer en helmstok, breder omschreven bij inventaris, berustende ten kantore van voorschreven ontvanger, alwaar dezelve dagelijks van 9 tot 3 uur ter inzage is liggende.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Drie à vier scheepstimmerknechten kunnen op 12 mei e.k. vast werk bekomen bij Cornelis D. van der Werf te Dockum.


12 maart 1853


  DC - Dordtsche Courant

Helder, 8 maart. De gestremde vaart zal morgen of overmorgen weder worden geopend; de schepen, die in de binnenhaven overwinterden, maken zich reeds tot het vertrek gereed. – Naar wij vernemen, zal de stoomboot de ZAANSTROOM, in verband met de ijzeren barges voor de passagiers, de dienst op morgen of overmorgen hervatten, als wanneer ook de stoomboot tussen hier en Amsterdam weder in dienst zal komen.


  JB - Javabode

Advertentie. Verse appelen en peren. Bij de ondergetekenden op de grote rivier a contant te verkrijgen de volgende soorten uitmuntend verse appelen en peren, pas aangebracht met het Nederlandse koopvaardijschip MERCURIUS, kapt. W. Veeneman, van Boston, als:
1. Duchesse d'Angouleme 6. Winter Nelis
2. Beurre Diel 7. Beurre d'Aimburg
3. Easter Beurre 8. St, Germain Princess
4. Vicar of Wakefield 9. Virgalien Coffins
5. Glout Morceau 10. Marie Louisa
Hughan & Muller


13 maart 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Gibraltar, 2 maart. Het schip VIER GEBROEDERS VEENHOVEN, kapt. Sietzema, van Cardiff naar Galatz (opm: Galati), hetwelk 24 februari j.l, bij Punte-Male (opm: Punta Mala) op strand heeft gezeten – zie ons nommer van 8 dezer – is thans bezig met de lading te lossen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 12 maart. Heden namiddag is van de werf het Wapen van Amsterdam, van F. Haverkamp in de Wittenburgerstraat, te water gelaten, het barkschip CLIO, groot 250 gemeten lasten; gebouwd voor rekening ener rederij, onder directie van de heer Fr. Adr. Jas, gevoerd zullende worden door kapt. W. ter Haar en bestemd voor de grote vaart. Onmiddellijk daarna is op dezelfde werf de kiel gelegd voor een schoenerschip, groot plm. 80 gemeten lasten, hetwelk de naam van PEGASUS voeren en gebouwd worden zal voor rekening ener rederij onder directie van de heer A. Graadt van Roggen. Het vaartuig zal door kaptitein H.P. Cruys gevoerd worden en is bestemd voor de grote vaart.


14 maart 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Lissabon, 28 februari. Het alhier in averij binnengelopen Nederlandse barkschip COLUMBINE, kaapt. Andersen – zie ons nommer van 10 dezer – is bezig om de lading te lossen.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Te Amsterdam ligt in lading naar Batavia voor goederen en passagiers, waartoe hetzelve uitmuntend is ingericht, het nieuw gebouwd gekoperd tweedeks barkschip SUSANNA GEERTRUIDA, kapt. D. Steenveld Szn., om ten spoedigste na open water te vertrekken. Adres bij de cargadoors B.D. Bosscher & Zoon. (opm: eerste reis)


  AH - Algemeen Handelsblad

Aangaande de schepen LIBRA (opm: bark), kapt. U.H. Trip, op 10 mei 1852 van Akyab naar Rotterdam vertrokken; REGINA, kapt. J.D. Bies (opm: schoener, kapt. Jan Douwes Bies), op 7 september 1852 van Havanna naar Rotterdam vertrokken; JEANNETTE (opm: Belgische schoenerkof), kapt. Helsmoortel, op 23 september 1852 van Alexandrië naar Amsterdam; UDONIA, kapt. J.C. Eilts (opm: kof, kapt. Jan Christiaans Eilts; het schip liep op 9 april 1853 vanuit Marennes Londen binnen), van Dantzig (opm: Gdansk) naar Rochefort, op 28 november 1852 Elseneur (opm: Helsingör) gepasseerd; GESINA, kapt. Lucht (opm: buitenlander), op 25 oktober 1852 van Kroonstad (opm: Kronsjtadt) naar Amsterdam of de Maas vertrokken; WILHELMINE, kapt. De Weerth (buitenlander), op 25 oktober van Kroonstad naar de Maas vertrokken; ARENDINA, kapt. Dik (opm: schoener, bouwjaar 1852; kapt. Egbert Jans Dik [32]; medeopvarenden stuurman Galtje Jakobs [35], matrozen Jan Burema [33[ en Tjeert Bonnes Klein [36], lichtmatroos Pieter Okkes Bakker [24] en kok Jacobus Nomdo Hegeman [20], van Groningen naar Londen, op 19 december van Zoutkamp in zee gezeild (opm: haar eerste reis !); DONAU, kapt. Haverbult, van Groningen naar Londen, op 24 december uit Zoutkamp gezeild (opm: schoener, opgeleverd 12 november 1852; kapt. Gerhardus Jans Haverbult [39], stuurman Geugjen Rasker [21], kok Fedde Anes Steigenga [18], matroos Geert Hindriks Stapel [20], lichtmatroos Johannes Hermanus Haverschmidt [18], vermist op haar eerste reis !), en ANTJE, kapt. H.P. Puister (opm: kof, bouwjaar 1852 en sinds mei in de vaart; kapt. Hendrik Pieters Puister [31], vermoedelijke medeopvarenden [bron monsterrol Groningen 13.05.1852] stuurman Geert Pieters de Jonge [30], matroos Frans Johannes Baunach [28], lichtmatroos Derk Puister [16] en kok Sybrand Heidanus [16]), op 18 september 1852 van Londen naar Elseneur uitgeklaard, heeft men sedert niets vernomen.


15 maart 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 14 maart. Zaterdag 12 dezer is van de werf van de heer Corn. Smit te Alblasserdam met het beste gevolg te water gelaten het barkschip JULIE, groot 220 ton, voor rekening ener rederij onder boekhouderschap van de heren Van Overzee & Co alhier en zullende gevoerd worden door kapt. J. van Vollenhoven.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 14 maart. Woensdag (opm: 9 maart) is te Wildervank van de scheepstimmerwef van Van der Werf met het beste gevolg te water gelaten de schoener-galjoot TJAPKO SCHURINGA, groot plm. 80 last, gevoerd zullende worden door kapitein Drenth alhier.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 14 maart. Op 10 maart is van de werf van A. Bieze te Wildervank met het beste gevolg van stapel gelaten een galjootschip, hetwelk bevaren zal worden door kapitein Valk, van Veendam.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Verkoop bij rechterlijk gezag, van het Nederlandse kofschip, genaamd JAN ALBERTUS, liggende in de Haringvliet binnen deze stad, lang volgens meetbrief 22,00 Nederlandse el, wijd 4,25 Nederlandse el, hol 2,08 Nederlandse el en alzo 86 Nederlandse tonnen, met al deszelfs staande en lopend want, ankers, kettingen, touwen, zeilen en verdere scheepsgereedschappen ingevolge inventaris, gevoerd geweest door kapt. Jan Eerkes Kros, ten verzoeke van de heren Johannes Ooms Ez. & Comp, cargadoors te Rotterdam, ten deze domicilie kiezende ten kantore van de voor hen occuperende heer procureur W.S. Burger Jr. aan de Haringvliet, wijk 12, nommer 47 te Rotterdam, rekwiranten uit krachte van een vonnis, gewezen door de Arrondissements-Rechtbank te Rotterdam, in dato de tweede maart achttienhonderd drie en vijftig, geregistreerd de vierde daaraanvolgende, ten kantore van de heer ontvanger Van Berkel, in zake van de rekwiranten als eisers contra voornoemde kapt. Jan Eerkes Kros, als gedaagde, bij hetwelk hij is gecondemneerd (opm: veroordeeld) om aan de eisers te betalen een somma van NLG 13.446,60, wegens aan hem en ten zijnen behoeve geleende gelden, met de interessen en kosten, en daarvoor hetzelve schip en toebehoren, mitsgaders deszelfs alhier aangebrachte lading en vrachtpenningen speciaal verbonden en executabel en daarna arrestatien op hetzelve schip en toebehoren. De executanten hebben het voorschreven schip en toebehoren ingezet voor een somma van NLG 1.500. De verkoop zal plaats hebben ter audiëntie van de Arrondissements-Rechtbank te Rotterdam, op woensdag de 13 april 1853, des voormiddags ten elf ure precies. De memorie van lasten is gedeponeerd ter griffie van meergemelde Rechtbank en kopie derzelve ligt ter visie ten kantore van voornoemde procureur W.S. Burger Jr, te Rotterdam, bij wie ook nadere informaties te bekomen zijn.
Rotterdam, de 15e maart 1853, W.S. Burger Jr, procureur.


  AH - Algemeen Handelsblad

Amsterdam, 14 maart. Jongstleden zaterdag (opm: 12 maart) is op de werf Het Wapen van Amsterdam, van de scheepsbouwmeester F. Haverkamp, de kiel gelegd voor een schoenerschip, groot circa 80 lasten, hetwelk genaamd zal worden PEGASUS, te bouwen voor een rederij onder directie van de heer A. Graadt van Roggen, te voeren door kapt. H.P. Cruys.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Volgens brief van Calais van de 5e maart was de lading van het gestrande schip FOSSINA SIERTS, kapt. Boiten, van Bordeaux naar Amsterdam, in zijn geheel opgeslagen. Het schip scheen weinig geleden te hebben en men hoopte het met springtij met behulp van een stoomboot af te brengen.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Aangaande het schip DRIE GEBROEDERS, kapt. De Wilde, van Amsterdam naar Syra en Smirna, bij Syra gezonken, wordt van Syra van de 2e maart gemeld, dat men bij gunstig weder zou trachten het boven water te brengen. (opm. zie NRC 090353)


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Groningen, 12 maart. Vrijdag arriveerde alhier het nieuwe schoenerschip ANNA ELIZABETH, groot 85 last, zullende bevaren worden door kapt. B.A. Schrikkema, van Scheemda. De volgende dag arriveerde het nieuwe schoenerschip ATTALANTE, groot ruim 90 roggelasten, kapt. H. Beckering, van Groningen. Beide bodems zijn gebouwd op de werf van de heer E.H. Meursing, te Hoogezand.


  LC - Leeuwarder Courant

Londen, 10 maart. Een bericht in de New York Herald van 24 februari deelt omtrent de laatste tocht van het calorische schip ERICSON de volgende bijzonderheden mede:
Het schip kwam in de namiddag van de 21e uit de mond des Potomac (opm: rivier in Virginia, V.S.) te Alexandria aan. Het lichtte l.l. woensdag ochtend bij Sandy Hook weder het anker en stevende oostwaarts tegen een sterke wind en hoog gaande zee. Deze koers werd gedurende 80 mijl gehouden, toen de wind omliep naar het noord-westen. Nu veranderde men insgelijks van richting, stuurde naar land, en wederom tegen de wind in. Gedurende deze twee stormen hield het vaartuig zich uitmuntend, en, ofschoon de boegspriet dikwijls onder water dook, bleven de machines met de meeste regelmatigheid werken, doende 6½ ronddraaiing in de minuut, terwijl geen de minste onaangename beweging werd opgemerkt. Bij de terugkomst op de Potomac werd het weder zo mistig, dat de loods het niet raadzaam oordeelde verder te gaan, zodat men het anker liet vallen. De machine was 73 uren in werking geweest zonder een ogenblik te hebben stil gestaan of reparatie vereist te hebben, zijnde slechts één man gedurende de gehele tocht bij het vuur benodigd geweest. De consumptie van brandstof was minder dan 5 ton in de 24 uren. Kapt. Sands van de marine der Verenigde Staten was ten hoogste voldaan met de uitslag der proefneming, en verklaarde gaarne met de ERICSON een reis naar Australië te willen medemaken. Het grote beginsel der nieuwe beweegkracht is mitsdien voldingend gebleken.


16 maart 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 27 januari. In de avond van de 21e december 1852 arriveerde te Makasser Zr.Ms. stoomschip ETNA, luitenant-ter-zee 1e klasse H.D. Kramp, hebbende op sleeptouw het Nederlands Indische koopvaardijschip BLORA, gezagvoerder H. Holtz. Dit vaartuig was in het midden van november van Ambon vertrokken en bestemd naar Batavia, geladen met notenmuscaat voor particulieren. Door zwaar weder verschillende zeilen verloren hebbende, is de gezagvoerder genoodzaakt geweest naar Makasser af te houden, toen hij op de hoogte van Ternate het stoomschip ETNA ontmoette. De commanderende officier van die bodem, heeft op verzoek van de gezagvoerder Holtz, de BLORA ter rede van Makasser gebracht. De ETNA had de 22e december Makasser weer verlaten.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 27 januari. Scheepsvrachten. Er is voortdurend gebrek aan disponibele scheepsruimte, en daar verscheidene der verwacht wordende particuliere schepen ter bevrachting aan de Nederlandsche Handel-Maatschappij zijn aanbevolen, is er geen teruggang der vrachten te wachten, zolang er product voorhanden is. De volgende bijzonderheden kunnen wij mededelen over Nederlandse schepen: de HENRIETTE MARIA laadt te Batavia en Samarang koffij en suiker à NLG 90 voor Amsterdam; de VIER GEBROEDERS te Batavia, Samarang en Soerabaija koffij en suiker à NLG 90 voor Rotterdam; de CORNELIS WERNARD EDUARD is naar Soerabaija gezeild, om te lossen; de AGNETA laadt te Batavia en Samarang à NLG 90 dooreen voor Amsterdam; de RESIDENT VAN SON te Batavia voor Rotterdam suiker à NLG 90 en rijst à NLG 85 en gedeeltelijk suiker voor rederijrekening; de ASIA te Batavia voor Amsterdam suiker à NLG 95 en rijst à NLG 85; de URANIA, welke men verwacht in de bevrachting der Nederlandsche Handel-Maatschappij van maart te zien opnemen, doet een tussenreis naar Australië; de AMBARAWA moet naar Singapore om te lossen; de AMSTEL, van Soerabaija naar Samarang gezeild om op te vullen, heeft op de noordkust van Madura gestoten en is naar Soerabaija teruggekeerd, om te repareren. Naar Perzië werd een Nederlands Indische kustvaarder bij de roes (opm: som ineens; volgens van Dale: ongeteld, zo het daar is, voetstoots) voor NLG 25000 bevracht. Het Bremer schip LOUISE CAESAR laadt te Samarang en Batavia suiker en tafelrijst voor Port Adelaide à GBP 4. Het Zweedse schip OSCAR heeft GBP 4.8 voor suiker en GBP 4.3 voor koffij van Batavia en Samarang naar Amsterdam geweigerd. Het Engelse schip MAC LEAN laadt te Soerabaija suiker voor Londen à GBP 4.10.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. De makelaars H.F.N. & W.H. Montauban Van Swijndregt en F. & W. van Dam, te Rotterdam, als lasthebbende van hun meesters, zijn van mening te veilen op woensdag de 30e maart 1853, des middags ten 12 ure, in de zaal op de hoek der Scheepmakershaven en Bierstraat, wijk 1, no. 499:
- Het snelzeilend Nederlands kofschip CATHARINA HENDRIKA, laatst gevoerd door wijlen kapt. R. Kroon, volgens meetbrief lang 20,80 el, wijd 3,72 el, hol 1,82 el, en alzo groot 63 tonnen of 33 lasten, met al deszelfs rondhout, staande en lopend want, ankers, touwen, zeilen en verdere inventaris, zo als hetzelve is liggende in de Haringvliet, aan de zuidzijde, te Rotterdam. (opm: eerder op 14 december 1852 in veiling gebracht, zie NRC 041252)
- Het in den jare 1849 te Rotterdam bepaald op zeilage gebouwd kopervaste kotterjacht MAASNYMPH, groot 17 tonnen, met ijzeren kiel en zaathout, ijzeren ballast, rondhout, touwen, zeilen, en verdere inventaris, zo als hetzelve is liggende aan de scheepstimmerwerf genaamd St. Joris, in de Houtlaan.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Ostende, 12 maart. Het Nederlandse brikschip TONIA, kapt. J. de Wilde, hetwelk de 5e maart van Shields met een lading kolen naar Havana vertrok, is hier gisteren met belangrijke schade binnengelopen, zijnde in aanzeiling geweest met een Engelse brik.


  AH - Algemeen Handelsblad

Rotterdam, 15 maart. De stoomboot GIRONDE, kapt. M.J. Frantzen, gisteren van Bordeaux binnen, is, naar hier stomende, op de hoogte van Vlaardingen ten gevolge van niet tijdige wending bij het passeren van een schip of door een andere oorzaak aldaar aan de grond gevaren. Op het bericht daarvan heeft men heden de stoomboot HERCULES met twee lichters van hier derwaarts gezonden om te lossen en hoopt men dezelve heden middag in vlot water te brengen, zijnde de plaats zelve geenszins gevaarlijk, naar men verneemt.


  OP - Oostpost

Advertentie. Op de vendutie van de 18e maart bij de Factorij der Nederlandsche Handel-Maatschappij alhier (opm: Soerabaija) zal bij wijze van executie worden verkocht de helft in de eigendom van het schip WADIATHOOL RACHMAN, met deszelfs inventaris, toebehorende aan de Arabier Sech Achmat bin Salim Bernama.
Mr. W.H. s’Jacob, procureur. (opm: zie ook OP 300353)


  OP - Oostpost

De 8e maart is te Pasoeroean aangekomen het Nederlandse schip de GOEDE VERWACHTING, kapt. F.H. Zijlstra, wegens bekomen lekkage, komende van Panaroekan.


17 maart 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 16 maart. Directeuren der hier ter stede gevestigde Zuid Hollandsche Maatschappij tot Redding van Schipbreukelingen hebben, in hun jongste vergadering besloten, te doen uitreiken:
De gouden medaille aan Peter Smith, officier bij de Coast Guards van het derde station op de Schotse kust, nabij Dungeness, en vijf souvereinen om onder zijn onderhorigen te verdelen, voor zijn uitstekende diensten, met gevaar van eigen leven op de 27e december l.l. aangewend, in het redden der equipage van het aldaar op de kust gestrande en totaal verbrijzelde Nederlandse kofschip ANNECHIENA JANTINA, gevoerd door Pieter Pybes, te huis behorende te Pekel-A, hebbende hij hen van klederen voorzien en drie dagen ten zijnen huize kosteloos verzorgd en gehuisvest.
De grote zilveren medaille aan schipper Jacob Schenk, voerende het te Vlaardingen te huis behorende hoekerschip DE JONGE WOUTER en vijftig gulden om onder zijn bemanning te verdelen, voor het op de 11e januari l.l. op 56º33’ NB 08º05’ OL redden der equipage van het in een zinkende staat verkerende Engelse schoonerschip CLEAFLAND (opm: mogelijk CLEVELAND), gevoerd door kapt. J. Bleath, van Maldon bestemd naar Sunderland en hun veilig te Vlaardingen aan wal te zetten.
Zijnde bij deze medailles getuigschriften, waarin die edele daden zijn vermeld, gevoegd.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 16 maart. Heden namiddag is op de scheepstimmerwerf St. Joris voor rekening van de heren J. Roelandts en Co. de kiel gelegd voor een tweedeks barkschip van 300 gemeten lasten, waaraan de naam is gegeven van CHARLES, bestemd voor de grote vaart.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 24 januari. De AMSTEL, kapt. Rademaker, heeft, van Soerabaija naar Samarang gaande, benoorden Straat Madura gestoten en is naar eerstgemelde plaats terug moeten gaan om te lossen en te repareren.


  AH - Algemeen Handelsblad

Amsterdam, 16 maart. Heden is voor een rederij alhier door de scheepsbouwmeester A. de Hoog op de werf de Koning William op de Kadijk de kiel gelegd en zijn tegelijkertijd de stevens gericht van een brikschip van 110 gemeten lasten, gevoerd zullende worden door kapt. A.H. Trip.


  AH - Algemeen Handelsblad

Batavia, 26 januari. Dezer dagen is tot voltooiing van het bassin in het nieuw marine etablissement te Soerabaija in volle werking gebracht een tweede grote stoombaggermolen, en heeft dit toestel geheel aan de bestemming beantwoord.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

New York, 5 maart. Het barkschip KRIMPEN A/D LEK, kapt. Jansonius, van Doboy naar Schiedam bestemd is hier voor noodhaven binnengelopen. De 22ste februari op 36° NB 72° WL ondervond het schip een zware storm die 48 uren aanhield waardoor verscheidene zeilen wegwoeien en het schip plat op zijde geworpen en lek werd. Men was genoodzaakt om het schip te doen rijzen de deklast over boord te werpen.


18 maart 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 27 januari. De 5e december, ontdekte men op 4 à 5 Duitse mijlen (opm: à 7407 m.)
van Tagal (opm: Tegal, noordkust midden Java), het wrak van een schip, hetwelk tot ongeveer 2 voet van de waterspiegel was afgebrand, een paar dagen later een sloep, waarin een aantal voorwerpen en voorts een scheepsbeeld, waarschijnlijk voorstellende Diana, en Europees touwwerk en stukjes zeildoek, alsmede zwaar beschadigde kisten thee enz. Enige personen, tot dat schip behorende, werden te Tagal op vermoeden in verzekerde bewaring gehouden, en verklaarden eindelijk, dat zij behoord hadden tot de bemanning van het Engelse barkschip BERENICE, toebehorende aan en gevoerd door kapitein Cundy, hetwelk met 70 repatriërende Chinezen in de maand juni j.l. van Singapore naar Tin-Hai, nabij Amoij, is vertrokken. Behalve de kapitein bevonden zich aan boord diens vrouw, de stuurman Roberts, de Ambonese Christen Anthonij, de Boeginese bootsman Ali en 15 inlandse matrozen. Na te Tin-Hai thee geladen te hebben, vertrok het schip naar Sidney (opm: Sydney), doch werd door stormen naar de kust van Java gedreven. Nadat een paar dagen vroeger onaangenaamheden tussen de kapitein en de equipage hadden plaats gehad, maakten op de 2e december jl. des avonds omstreeks elf ure, twee matrozen amok en sloegen met behulp van enige anderen de kapitein, de stuurman en de Ambonees Anthonij dood, sleepten daarop de vrouw des kapiteins naar het dek en brachten haar met messteken om het leven. Een Fransman, volgens de verklaring van anderen een Engelse timmerman, die te Tin-Hai als passagier naar Sidney aan boord was gekomen, en de Bengaalse bediende van de kapitein, sprongen vrijwillig overboord. De lijken werden in een zeil gewikkeld en met een gewicht voor het zinken, daaraan gebonden, in zee geworpen. Twee dagen na de moord stak de equipage het schip in brand en begaf zich met de sloep naar de wal. Tien der schuldigen bevinden zich in handen der justitie.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Fedderwarderhaven (opm: Fedderwardersiel), 10 maart. Het schip GEERDINA BEERTA, kapt. Geenen, hetwelk op Lang Lutjinzand (opm: Lang-Lütjen-Sand) aan de grond geraakt was – zie ons nommer van 9 dezer – heeft een gedeelte der lading, uit ijzer bestaande, gelost en zal waarschijnlijk ook het andere gedeelte, dat uit steenkolen bestaat, moeten lossen om vlot te kunnen komen. Het schip heeft reeds veel geleden.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Groningen, 17 maart. Heden namiddag arriveerde alhier de nieuwgebouwde galjoot de JONGE WICHGER, groot 90 last, kapt. S.D. Kuitse, van Wildervank, gebouwd op de werf van de heer W.C. Wildervanck, te Hoogezand.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Het schip CATHARINA, kapt. Boiten, van Hamburg naar Londen, te Osterrisöer met schade binnen, was de 22e februari na volbrachte reparatie gereed om de reis voort te zetten.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Het schip TWEE VRIENDEN, kapt. Faber, van Dantzig naar Londen, te Christiansand met schade binnen, was vóór de 25e februari, na volbrachte reparatie gereed om de reis voort te zetten.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Volgens brief van Calais zou men om het schip FOSSINA SIERTS, kapt. Boiten, te kunnen afbrengen de springvloed van de 25e op de 26e maart moeten afwachten. Het schip is ten dele in het zand gewoeld en had door de N.W.winden in de laatste dagen nog al geleden.


  LC - Leeuwarder Courant

Curaçao, 2 februari. In de laatste dagen van december j.l. 1852 begon de gele koorst sporadisch onder de vreemdelingen op dit eiland te heersen. In het begin van dit jaar werd deze ziekte epidemisch onder het volk van de Europese en Noord-Amerikaanse koopvaardij- en oorlogsmarine in deze haven en onder de troepen van het garnizoen alhier. Naar evenredigheid der ziektegevallen is de sterfte aanmerkelijk. De Europese en Noord-Amerikaanse schepen, die in de twee jongstverlopen maanden binnen deze haven gekomen zijn, hebben veel volk aan deze ziekte verloren. De Nederlandse schepen KOMEET, kapt. Zijlstra, de ONDERNEMING, kapt. Vierow, en GOUVERNEUR ELSEVIER, kapt. J. Kuit, hebben het verlies van enige matrozen te betreuren. De Nederlandse oorlogsbrik de AREND, comm. J.C. Cambier, en de schoener de WESP, comm. Sloos, hebben ook lijders aan de gele koorts in het militair hospitaal, doch de sterfte onder hen is niet groot. Vier officieren van de marine werden door deze ziekte aangetast, doch zijn thans hersteld. Een aantal manschappen van het garnizoen is ook door deze ziekte aangetast. Gedurende de maand januari werden 147 koortslijders in het militaire hospitaal alhier verpleegd. Hiervan herstelden 72 en overleden 8. Op 1 februari bleven 67 zieken onder behandeling.


19 maart 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 18 maart. Volgens brief van kapt. F.P.J. Jaski, voerende het schip STAD UTRECHT, in dato Sydney (N.Z.W.) de 27e december 1852, was hij toen aldaar bezig met het inladen van ballast ten einde de 29e dito, de reis naar Batavia aan te nemen; twee matrozen waren gedeserteerd; overigens was alles wel aan boord.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Alicante, 7 maart. Het schip CERES, kapt. Visser, van New-Castle, laatst van Carthagena op hier bestemd, is in de nacht van de 4e dezer bij Kaap La Huerta gestrand, Men is bezig met de lading te lossen, maar vreest dat het schip niet weer afgebracht zal kunnen worden. (opm: zie 270353)


  DC - Dordtsche Courant

Eergisteren avond is op de rivier voor Rotterdam een bootje gezonken, geladen met cinders (opm: sintels?) welke van de stoomboot GIRONDE, varende op Bordeaux, waren afgehaald. Men kwam bij ongeluk in het vaarwater van een voorbijvarende stoomsleepboot. De twee mensen, welke het bootje voerden, werden gered door de equipage van het fregatschip ROTTERDAM, kapt. Vis.


20 maart 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Men schrijft uit Hellevoetsluis aan het Handelsblad, de 18e maart. Dezer dagen arriveerde alhier ter rede het Nederlandse barkschip BOSPHORUS, van Rio de Janeiro. Weinig tijds na het vertrek van dáár moet de bevelhebber van die bodem en naderhand nog twee man der equipage aan de gevolgen van gele koorts zijn bezweken. Volgens de gewone instructiën zijn er, door het stellen van een wacht aan het havenhoofd, maatregelen genomen, dat niemand der bemanning zich van boord kan begeven en zal alzo ter voorkoming van besmetting de communicatie met de wal geheel afgesneden blijven tot de gewone tijd van quarantaine, zijnde 21 dagen, geëindigd is. (opm: zie AH 230353 en NRC 240353)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 19 maart. Uit Maassluis worden wij verzocht te melden, dat een bericht van de Amsterdamsche Courant, overgenomen in ons nommer van 31 januari j.l., waarbij gezegd wordt, dat de drie scheepstimmerwerven door het rijk zouden zijn aangekocht, enz., volkomen onwaar is, daar gemelde werven tot op dit ogenblik nog te koop zijn.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 19 maart. Het schip VERONICA, kapt. K. Welger, is volgens brief van Whampoa (opm: Huangpu, aan de Parelrivier) van de 20e januari, aldaar met adsistentie van een stoomboot op de rede gesleept, hebbende op de reis van Batavia derwaarts stengen, ra’s en zeilen verloren en meer andere schade bekomen, doch was dicht gebleven.


21 maart 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Kaap de Goede Hoop, 5 februari. Het alhier binnengelopen Nederlandse barkschip AUSTRALIË, kapt. Tange, van Batavia naar Rotterdam bestemd, is de 7e januari op de hoogte van Port Natal in aanzeiling geweest en heeft daarbij de boegspriet verloren en meer andere averij bekomen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Falmouth, 17 maart. Een Nederlandse bark, van Londen naar Australië bestemd, hebbende vier dagen reis van Downs (opm: The Downs), is heden voorgaats en stelt koers naar onze haven. Dezelve is lek.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Heden ontving ik het treurig bericht, dat mijn hartelijk geliefde echtgenoot H.G. Hinrichs, gezagvoerder van het fregatschip ADMIRAAL ZOUTMAN, de 5e januari l.l. ter rede van Batavia overleden is, een voor mij, mijn kinderen en verdere betrekkingen zo diepbaar leven.
Overschie, 16 maart 1853, K. Meeuw, wed. H.G. Hinrichs


22 maart 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 21 maart. Men leest in de Staats Courant:
Volgens mededeling van Zr.Ms. consul te Duinkerken heeft de Nederlandse maatschappij, optredend als agent te Rotterdam, de voormalige stoomboot l’ESTAFETTE, een Frans vaartuig tot de vaart tussen Rotterdam en Duinkerken, aangeschaft. Zo zal, samen met de PRINS VAN ORANJE, de stoombootdienst tussen beide havens uitsluitend door Nederlandse schepen worden verricht. (opm: zie NRC 040153)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 21 maart. Door de Nederlandsche Handelmaatschappij zijn bevracht de volgende 25 schepen als:
voor Rotterdam: NEERLANDS KONING, kapt. D. Huysens; TWEE ANTHONYS, kapt. J.F. Klomp; BATAVIA, kapt. N.N; HENDRIK, kapt. W. v.d. Hoeven; NEDERWAARD, kapt. M.D. Meijer; DOROTHEA HENRIETTE, kapt. D. Smit; SOUBURG, kapt. H.B.L. Evers; NEERLANDS KONINGIN, kapt. N.N.; AMBOINA, kapt. H. Poort; BULGERSTEIN, kapt. J. Maas; EUROPA, kapt. D. Keus.
Voor Amsterdam: RABENHAUPT, kapt. Prange; AMBARAWA, kapt. Buykes; ADMIRAAL TROMP, kapt. Van Tubergen; CLAUDIUS CIVILIS, kapt. Petersen; ARDJOENO, kapt. S.R. Post; PRINS HENDRIK, kapt. Smit; GENERAAL LIST, kapt. R. Lutjes; MATHILDA, kapt. H. Wriburg; MARGARETHA SIMONETTA, kapt. N.N.; MAGDALENA, kapt. A.P. Klein; SUSANNA GEERTRUIDA, kapt. D. Steenveld, Szn.; LUITENANT-ADMIRAAL STELLINGWERF, kapt. N.N. (opm: M.C.E. Mispelblom Beijer).
Voor Schiedam: ANNA, kapt. N.N. (opm: W.H. Cramer)
Voor Middelburg: ZEEPAARD, kapt. J. Giltjes.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 21 maart. Volgens brief van kapt. Rolff, in dato Simonsbaay de 3e februari, was hij met het schip JACOB ROGGEVEEN, van Batavia herwaarts gedestineerd, de 27e januari bevorens aldaar wegens bekomen lek binnengelopen. Met de loods aan boord was het schip in de baai aan de grond geraakt, doch na ontlossing van een gedeelte der lading nog dezelfde dag vlot gekomen, terwijl bij het daarop volgend ten anker komen, ten gevolge van ruw weer, het schip in aanraking was gekomen met de Russische bark HERMES, waardoor echter geen belangrijke schade was veroorzaakt. Het schip geen belangrijke reparaties behoevende, dacht kapt. Rolff spoedig gereed te zullen komen om de reis voort te zetten.


  AH - Algemeen Handelsblad

Deventer, 20 maart. Heden namiddag arriveerde hier de nieuwgebouwde stoomboot GOUVERNEUR-GENERAAL DUYMAER VAN TWIST, en werd door het muziekkorps der stedelijke schutterij verwelkomd. Een aantal notabele ingezetenen zich aan boord begeven hebbende, deed de boot onder het spelen der volksliederen en andere stukken een proeftochtje de rivier opwaarts, waardoor belangstellenden zich van de doelmatige inrichting konden overtuigen. Voor de dienst tussen Rotterdam en Deventer bestemd, vertrekt de boot woensdag van hier en vrijdag terug van Rotterdam.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Aangaande het schip GEERDINA BEERTA, kapt. Giezen, van Sunderland naar Vegesack, op Lang-Lütjensand vastgeraakt, wordt van Fedderwarderhaven van de 10e maart gemeld, dat het vermoedelijk geheel zou moeten lossen en zware schade geleden had. (opm. zie NRC 180353)


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Advertentie. Op zaterdag de 26e maart 1853, des voormiddags te tien uren, zullen op de werf van Jan Geerts Bos, te Obergum, ten overstaan van Mr. H. van Bolhuis, notaris en procureur te Leens, publiek worden verkocht:
- Een nieuw tjalkschip, lang 61, wijd 13 en hol 5 voet.
- Een bevaren tjalkschip, lang 58, wijd 12½ en hol 5 voet, gevoerd geweest door Roelf Bonninga.
- Een dito, lang 60, wijd 12½ en hol 4½ voet, gevoerd geweest door Jan S. Schuring.
- Een half afgewerkt tjalkschip, staande in de schuur, lang 48, wijd 11½ en hol 4½ voet.
De vier percelen inmiddels uit de hand te koop.
H. van Bolhuis.


  LC - Leeuwarder Courant

Harlingen, 19 maart. De stoomboot HARLINGEN, heden morgen van hier vertrokken, heeft wegens het ijs deszelfs reis naar Amsterdam niet kunnen voortzetten. Met vele moeite is het echter de kapitein mogen gelukken om de passagiers te Medemblik aan de wal te brengen, en deze avond weder alhier terug te komen. Bij deze gelegenheid heeft de stoomboot HARLINGEN krachtige bewijzen van deugdzaamheid gegeven, als hebbende na een hevige worsteling door het ijs geen de minste schade aan deszelfs machinerie en raderen bekomen.


23 maart 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 22 maart. Heden werd op de werf van de heren Gebr. Visser alhier de kiel gelegd van een schoenerschip, genaamd GOUVERNEUR SCHOMERUS, voor rekening van het handelshuis van de heer H. van Rijckevorsel alhier, hoofdzakelijk bestemd voor de vaart en de handel op de kust van Guinea.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 22 maart. Het schip CORNELIA, kapt. J.H. Leeuw, van Triëst herwaarts gedestineerd, is gisteren morgen bij Zandvoort gestrand, doch zou waarschijnlijk met hoog water weder afgebracht kunnen worden. Het had volk bij zich ter adsistentie.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 22 maart. Volgens brief van de Zoltkamp van de 20e dezer was de rivier weder vol ijs en de vaart naar Groningen geheel gestremd. De stoomboot de HUNZE had dien ten gevolge terug moeten keren.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie van het overlijden van Hermanus Puncke, gezagvoerder van het barkschip BOSPHORUS, op de 23e januari 1853 op zijn thuisreis van Rio de Janeiro. In de ouderdom van 47 jaren. (opm: zie NRC 200353 en 240353)


  OP - Oostpost

De 19e dezer is van Soerabaija vertrokken de Nederlandse schoener WALVISCH, kapt. L. van Soest, over Grissee en Indramaijoe naar Batavia. (opm: zie OP 150153)


24 maart 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hellevoetsluis, 23 maart. Het schip BOSPHORUS, kapt. C.A. Kruisinga (voor wijlen Puncke) is uit de quarantaine ontslagen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Plymouth, 19 maart. Het Nederlandse barkschip PRESIDENT RAM, kapt. Ulrich, van Londen naar Adelaïde bestemd, is hier heden zeer lek binnengelopen. (red.: dit is hoogstwaarschijnlijk het barkschip, waarvan wij in ons nommer van 21 dezer, art. Falmouth, melding maakten)


  AH - Algemeen Handelsblad

Amsterdam, 23 maart. Volgens een bericht van Zr.Ms. consul-generaal te Smyrna, is de 3e dezer van daar naar Rotterdam vertrokken de Nederlandse schoener HOLLANDER, kapt. Cordia, die te Samos het saldo zijner lading moet innemen. De 6e dezer was van Amsterdam en Syra aangekomen de kof TWEE GEBROEDERS, kapt. Branbergen, met een gedeelte zijner lading uit Amsterdam.


  AH - Algemeen Handelsblad

Verkoping van schepen op woensdag 23 maart aan ’s Rijks pakhuis, Kloveniers Burgwal (opm: te Amsterdam): het hektjalkschip de VROUW WIJPKJE (opm: binnenvaarder): NLG 3.075. Koper G. van Dam.


25 maart 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 24 maart. Het schip CORNELIA, kapt. J.H. Leeuw, van Triëst herwaarts gedestineerd, de 22e dezer in Texel binnengekomen, heeft 5 à 6 voeten water in het ruim en heeft onmiddellijk een aanvang gemaakt met lossen, hebbende bij Zandvoort op strand gezeten – zie ons nommer van 23 dezer.


  AH - Algemeen Handelsblad

Van het schip de HOOP, kapt. Mugge (opm: mogelijk de kof onder kapt. J.H. Mugge, a,lhoewel diens laatste zeebrief reeds van 19 januari 1839 dateert), van Odessa naar Cork of Falmouth, de 21e oktober te Constantinopel zeilklaar liggende, heeft men sedert niets vernomen.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. G.J. Roland Holst en Roland Holst, makelaars, zullen op maandag 11 april 1833, des avonds ten 6 ure, te Amsterdam, in de Nieuwe Stads-Herberg, aan het IJ, ten overstaan van de beambte B. Farret, verkopen een extra ordinair welbezeild galjootschip, varende onder Nederlandse vlag en genaamd NEERLANDS WELVAREN, gevoerd door kapt. Jacob Hanssens. Volgens Nederlandse meetbrief lang 22 ellen 30 duim, wijd 4 ellen 5 duim, hol 2 ellen 44 duim en alzo gemeten op 98 tonnen of 52 lasten. Breder bij inventaris en bericht bij bovengemelde makelaars. (opm: de galjoot, bouwjaar 1830, werd op 27 mei zonder wijziging van naam voor NLG 3.000 onderhands aangekocht door de voormalige kapitein Obbo Hanssens; diens zoon Jacob Hanssens bleef kapitein; vergelijk deze prijs met die in AH 210752 toen 1/16e aandeel nog NLG 800 opbracht)


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Advertentie. De verkoop der goederen geborgen uit het op het eiland Rottumeroog gestrande kofschip CATHARINA, bestaande in wollen en katoenen manufacturen, twist en boomwol (opm: katoen) zomede van het wrak en de geborgen tuigage, zal als nu, na bekomen autorisatie, bepaaldelijk plaats hebben op donderdag de 31e maart 1953. De geborgen ankerkettingen worden niet verkocht.
De verkoop zal plaats hebben in het Gemeentehuis te Warffum, des voormiddags te 10 uur.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Groningen, 24 maart. Na enig oponthoud, tengevolge van de laat ingevallen en lang aanhoudende vorst, zullen aanstaande zaterdag de 26e dezer van de Zoltkamp in drie schepen 129 personen naar Rotterdam onder zeil gaan, om van daar met het Noord-Amerikaansche fregatschip de SOUTH CAROLINA, kapt. Stewart, naar New-York over te steken, als: uit de gemeente Ulrum 48, Leens 46, Kloosterburen 7, Eenrum 8, Baflo 10, Pekela 5, Burum (in Friesland) 2 en Genemuiden (in Overijssel) 1, waaronder 6 zuigelingen beneden 1 jaar oud.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Op de kust van Ouessant is, volgens bericht van Conguet d.d. 13 maart, opgevist een scheepsnaambord, waarop met witte letters JOHANNES. (opm: mogelijk betreft dit bord de schoener JOHANNES uit Krommenie, vermist na vertrek uit Ramsgate november 1850 met bestemming New York, zie AH 000251)


 POZ - Provinciale Overijsselsche en Zwolsche Crt

(Geen plaats of datum). Men leest in the Hull Packet and East Riding Times van vrijdag de 18e maart 1853 het volgende, aangaande het van stapel lopen te Hull in het Victoria’s Dok van het nieuw gebouwde ijzeren schroef-stoomschip MINISTER THORBECKE.
Op de middag van dinsdag de 15e maart 1853 liep van de werf der heren C. & W. Earle in Victoria’s Dok van stapel een ijzeren schroef-stoomschoener, genaamd MINISTER THORBECKE, groot 220 ton register en 300 ton lading, eigendom der Zwolsche Reederij-Maatschappij en bestemd voor de vaart tussen Zwolle en Hull. Het te water brengen van nieuw gebouwde schepen, zelfs van minder afmeting en lading dan genoemde stoomschoener, had gewoonlijk slechts plaats bij het hoogste van springvloeden. Daar nu zulke getijden te Hull slechts voorkomen des morgens of des avonds en wel met tussenruimten telkens van 14 dagen, zo werd er altijd gevorderd, dat het te water laten niet vóór 8 ure des morgens of na 6 ure des avonds geschiedde. Mislukte de poging bij een springvloed, dan was het soms nodig 14 dagen te wachten naar de terugkeer ener gunstige gelegenheid. Verleden dinsdag echter werd het te water brengen op een middag met volkomen gevolg beproefd, en daar het vaartuig dadelijk in een dok (opm: haven bassin) van 13 acres (opm: à 4047 m²) oppervlakte en 30 voet diepte dook, zo is bewezen, dat zulks geschieden kan op een willekeurig uur van dag of nacht. Behalve de zwarigheid van te moeten wachten naar het water, bestond er een andere, welke door het openen van het Victoria’s Dok is overwonnen. Het grootste gedeelte van al de ijzeren stoomboten en zeilvaartuigen, te Hull gebouwd – en waarlijk derzelver getal is legio – was het werk van de St. George’s ijzersmelterij der heren Thos. Wakefield Pim & Co. Deze ondernemende ingenieurs verdienen de hoogste lof voor de wijze, waarop zij de natuurlijke zwarigheden van hun stand zijn te boven gekomen. Een ijzeren afsluiting, namelijk een spoorweg, een gehele kust van de rivier de Humber, vanaf de Limekiln Creek tot sommige Engelse mijlen ten westen van de stad versperrende, bouwden de heren Pim de schepen op hun eigen werkplaatsen, die van alle zijden omgeven zijn door de openbare straten der stad en daarna sleepten zij die schepen in halve of derde delen met vervaarlijke rollen tot aan een helling aan gindse zijde over de spoorweg, Van daar hebben zij sommige der grootste en fraaiste schepen te water gelaten, die als koopvaardijschepen de oceaan hebben bevaren. Maar bij de constructie van het laatste grote werk der Hullse Dok-Compagnie, namelijk het Victoria’s Dok, ten koste van een half miljoen, en wiens talrijke ingangen, te weten drie of vier, heden nog niet volledig zijn afgewerkt, is een toevallig voordeel ontstaan, onzes erachtens evenmin voorzien door de ontwerpers, als door de ingenieurs of aannemers, die het werk hebben voorgesteld. Dit dok, liggende in de lengte oost tot west, heeft aan het einde ten oosten een brede helling, vroeger bestemd v oor het gemakkelijk landen en te water brengen der zware Amerikaanse en Oostzee balken en planken, in welke handel deze haven zo algemeen en te recht beroemd is. Langs de breedte van deze helling hebben verscheiden houthandelaars de binnenplaatsen hunner huizen aangelegd. Het hing dus van een toeval af, dat deze helling zou dienen tot een scheepstimmerwerf en zulks had plaats toen de firma der heren C. & W. Earle omzagen naar een geschikte plaats voor een nieuwe tak hunner kunst, te weten het bouwen van ijzeren vaartuigen, een tak, welke in meer dan één of twee gevallen in deze stad alleen trapsgewijze is ontstaan uit een stoomwerkplaats benevens een fornuisfabriek. Niets kon fraaier of geschikter zijn dan deze plaats voor het doel, hetwelk zij zich voorstelden. De Dok-Compagnie had een hoek van deze helling voor zich behouden als liggende dicht aan een cement-molen van 50 paardekrachten en aan andere werkplaatsen, die gebezigd waren bij het daarstellen van dit dok en nog dienen voor het bassin van de oude haven, het kanaal en de ingang ten westen van het dok, welke werken thans hun voleindiging naderen. In de hoek aan de top van de helling had de Dok-Compagnie een door stoom gedreven kraan in verband met hun vaste werkplaats gebracht tot het gemakkelijker landen van soms verscheidene tonnen wegende steenblokken en andere zeer zware voorwerpen. De binnenplaats van de ijzeren scheepstimmerwerf der heren C. & W. Earle loopt evenwijdig met en grenst aan de machinerie-binnenplaats van deze stoomkraan. Dit is daarbij het diepste dok in de haven en bezit de breedste ingang-sluis, mitsgaders, door middel der overige sluizen steeds overvloedig waterdiepte in het Groot of Victoria’s Dok, zodat een alleszins gunstige opening zich als van zelve heeft aangeboden voor de voortzetting van deze belangrijke tak van werkzaamheid, welke niet missen kan aanmerkelijke uitbreiding te bekomen als men de bijzondere ligging en het groot aantal geriefelijkheden en voordelen van Hull, benevens het ingenieurstalent, dat deze stad buiten twijfel bezit, in aanmerking neemt.
De MINISTER THORBECKE is de naam van het eerste ijzeren schroefschip, of liever, het eerste schip, dat in Victoria’s Dok is te water gelaten. De persoon, van wie deze naam werd ontleend, is eerste minister in Nederland en stelt zeer veel belang in de Zwolsche Reederij Maatschappij, aan welke dit schip behoort. Zwolle, naar welke stad deze rederij zich noemt, is de geboorteplaats van de minister Thorbecke, gelegen ongeveer 60 Engelse mijlen O.t.N van Amsterdam aan de overzijde der Zuiderzee, en met deze grote baai gemeenschap hebbende door een korte rivier of het Willems-kanaal. Het Zwarte Water is één der kortste en meest bochtige rivieren van Nederland, en toch zal een stoomvaartuig van de hierna te noemen afmetingen rechtstreeks van Hull tot de stad Zwolle stevenen. Zwolle is een plaats met 17.000 inwoners en de meest welvarende stad in de provincie Overijssel.
Er bestaat thans reeds een aanmerkelijk handelsverkeer tussen Zwolle en Hull. Het doel met de MINISTER THORBECKE is de binnensteden (opm: de in het binnenland gelegen steden) van Nederland meer nabij de havens van Engeland te brengen. De handel is tot heden meest uitsluitend gedreven door middel der lange platboomde Nederlandse koffen, zo zeer in de haven van Hull bekend wegens derzelver uitstekende helderheid, netheid en voorkomen van huiselijke gerieflijkheid, met de roef, zoals het langwerpig vertrek op dek wordt genaamd, waarin de kombuis en de slaapplaatsen verenigd zijn. Deze vaartuigen hebben in vroeger tijden op een verwonderlijke wijze aan hun doel beantwoord, doch kunnen heden niet meer wedijveren tegen spoorwegen, stoomboten en de vooruitgang der vrijhandelende zeevaarders. Immers, thans zal, ten opzichte van deze koffen, door één stoomvaartuig drie weken in tijd worden gewonnen bij het vervoer van goederen tussen de fabriekssteden van Engeland en de hoofdstad van Overijssel, wijl het kanaal van Zwolle alle winden eist om het te kunnen bezeilen en het oponthoud hierdoor en door de ondiepten ontstaande, is zo groot, dat men in de laatste jaren begonnen heeft de goederen, en wel in grote hoeveelheden, over de IJssel, op verre afstanden van Rotterdam, waar sedert de stoomverbinding tussen die stad en Hull de expeditie zo zeer is uitgebreid, naar Zwolle te verzenden.
Enige honderden, wellicht duizenden toeschouwers waren naar de plaats van de tewaterlating gelokt, en tussen een of twee honderd varensgezellen en jongelieden hadden reeds plaats genomen op het dek van het stoomschip MINISTER THORBECKE, terwijl het nog op de stutten stond. Onderscheidene stellages waren door de scheepsbouwmeesters opgericht ten dienst van toeschouwers. Het van stapel lopen was hoogst voorspoedig. Nadat de stutten weggeslagen waren en de bout weggenomen, was de beweging van het vaartuig gedurende enige tijd bijna zo onmerkbaar als die van een uurwijzer; al ras steeg deze beweging tot de snelheid ener minuutwijzer en ten laatste vloog het stoomschip naar haar element onder luide toejuichingen en wuivingen van hen, die zich aan boord bevonden. Eerst dook hij diep, daarna schoot hij voorwaarts in het water en, van liever lede zijn vaart verminderende, werd het zonder enige inspanning van keertouwen of kabels vastgelegd aan de kade van het dok. Wij weten niet, hoe veel ballast het in had, doch zulks kan niet veel zijn geweest, daar het schip slechts een diepgang had van 30 duim (opm: 0,76m. aan de achter- en van 18 duim (opm: 0,46 m.) aan de voorsteven. De doopplechtigheid werd voltrokken door miss Laura Ringrose, dochter van een welbekende handelaar te Hull, terwijl zij, als naar gewoonte, op de voorplecht een fles goede portwijn brekende, deze naam uitsprak: MINISTER THORBECKE.
Na het eindigen dezer belangvolle plechtigheid begaven zich de scheepsbouwmeesters met een uitgelezen gezelschap naar een der scheepsbergplaatsen, alwaar dertig tot veertig dames en heren plaatsnamen aan een collation (opm: lichte maaltijd) met wijnen. Wij zagen onder meer anderen de heer Charles Earle, zijn broeder William Earle en voorts de heren C.L. Ringrose, Thom. Ringrose en John R. Ringrose, van de firma W. & C.L. Ringrose te Hull en Rotterdam.
Het voorkomen van de stoomboot de MINISTER THORBECKE, in het water liggende, is schoon en biedt fraaie evenredigheden aan. Vóór haar boeg heeft zij een beeld, ten voeten uit, vrij wel gelijkende op zijne excelllentie Thorbecke. Deze zijn haar afmetingen:
Grootste lengte 148 Engelse voet.
Gemiddelde lengte 130 Engelse voet.
Kielslengte 125 Engelse voet.
Uiterste breedte 22 Engelse voet.
Diepte gemiddeld 10 Engelse voet.
Diepgang met 70 ton cargo 5 voet 6 duim, Engelse maat.
Lading min of meer 300 ton. (opm: laadvermogen plm. 300 ton)
Zij kan aan maatgoederen 10.000 à 12.000 voet (opm: kubieke voet) innemen.
Dit stoomschip heeft twee machines, door Earle gemaakt, ieder van 30 paardekrachten en wordt voortgestuwd door een schroef met drie vleugels (opm: bladen), ieder 5 voet 6 duim in middellijn. (opm: In die tijd sprak men van een machine per cilinder. Bij de meeste stoomschepen uit die tijd waren de beide gelijke cilinders gekoppeld op de schroefas, om beurten werkend. In feite noemen we dit nu een 2-cil. stoommachine.) Zij is als schoener getuigd, maar met volle lading en niet meer dan genoemde krachten zal zij, zonder zeilen te bezigen, niet minder dan 7 knopen (opm: mijlen per uur) kunnen afleggen. Haar werkelijke snelheid zal ongetwijfeld groter zijn. Het vaartuig werd door de vele tegenwoordige bevoegde beoordelaars erkend te zijn een fraai model van lichtheid op het water en men kan gerustelijk vertrouwen, dat het genoegzaam zal beantwoorden aan het doel, waartoe het bestemd is. (opm: sterk bekort)


26 maart 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

St. Thomas, 5 maart. Het schip CHARLES, kapt. Ruark, van Rotterdam naar New York, alhier binnengelopen, heeft schade.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. De ondergetekende, directeur-boekhouder der Stoomboot-Reederij voor het Slepen van Schepen aan het Nieuwe Diep, maakt bij deze aan heren reders bekend:
1°. Dat de door hem, over het verleden jaar gedane en door heren commissarissen goedgekeurde rekening, vanaf heden gedurende veertien dagen voor hen, ten zijnen kantore, Buitenkant, No. 66, ter visie zal liggen.
2°. Dat in een door heren commissarissen gehouden vergadering ingevolge art. 14 der voorwaarden, zijn uitgeloot tien porties in voornoemde rederij, als: No. 93, 215, 231, 233, 263, 328, 505, 513, 536, 548.
3°. Dat deze porties vanaf de 29e dezer ten kantore van de heren kassiers Di Gazar Franken & Cie. zullen worden ingetrokken, tegen voldoening van hun bedrag, zijnde NLG 250,- per portie en uitreiking van het bij gemeld artikel bepaalde bewijs van deelgerechtigheid, zo mede, dat ter zelfder tijd bij voornoemde kassiers betaling zal worden gedaan van vijf ten honderd of twaalf guldens vijftig cents op het elfde bewijs bij iedere portie afgegeven.
Amsterdam, 23 maart 1853.
De directeur-boekhouder der voornoemde rederij, Paul van Vlissingen.


27 maart 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 26 maart. Directeuren der hier ter stede gevestigde Zuid-Hollandsche Maatschappij tot Redding van Schipbreukelingen hebben opnieuw besloten te doen uitreiken de zilveren medaille en getuigschrift, benevens vijf souvereinen om onder zijn bemanning te verdelen, aan Ebenezer Mark, voerende de Engelse viskotter SAFETY, voor het op de 10e februari ll, met sneeuwbuien en stormweder op de hoogte van de Bruine Bank redden der equipage, bestaande uit acht personen, van het in een zinkende staat verkerende Nederlandse kofschip (opm: tjalk, zie NRC 230253), genaamd DE VROUW WILLEMTINA, gevoerd door kapt. H.W. Glim, te huis behorende te Sappemeer, en na hun twee etmalen aan zijn boord allermenslievendst te hebben verpleegd, op een andere viskotter te hebben overgegeven, waarmee zij veilig te Londen zijn aangekomen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 26 maart. De 24e dezer, des namiddags, is van de scheepstimmerwerf van de heer F. Smit aan de Kinderdijk met het beste gevolg te water gelaten het ijzeren clipperschip CALIFORNIA, groot circa 400 lasten, gevoerd zullende worden door kapt. F.C. Jaski, gebouwd voor rekening van de heren L. Bienfait & Soon te Amsterdam en bestemd voor de grote vaart. Dit schip is de eerste bodem van die grootte, welke in Nederland van ijzer is gebouwd.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Alicante, 14 maart. Het schip CERES, kapt. Visser (opm: kof, kapt. J.W. Visser), van Newcastle, enz. op hier bestemd, hetwelk de 4e maart bij Kaap La Huerta gestrand is – zie ons nommer van 19 dezer – is verkocht geworden.


28 maart 1853


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Te Amsterdam ligt in lading voor goederen en passagiers het nieuw gebouwd, gekoperd, schoener-brikschip ANNA MARIA WILHELMINA, kapt. G.C. Fischer, om in het begin deer maand april te vertrekken. Adres bij de cargadoors B.D. Bosscher & Zoon. (opm: eerste reis)


29 maart 1853


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Groningen, 28 maart. Zaterdag is alhier binnengekomen de nieuwe schoenergaljoot ANNECHIENA GEZIENA, groot 117 ton, zullende worden bevaren door kapt. H.H. Smit, van Wildervank, gebouwd bij T. Bok te Veendam.


30 maart 1853


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Ligt in lading voor passagiers en goederen naar Batavia het op de zeilage gebouwd, gekoperden tot comfort ingericht barkschip LUITENANT ADMIRAAL STELLINGWERF, gevoerd door kapt. M.C.E. Mispelblom Beijer. (opm: eerste reis)


  OP - Oostpost

Op ’s Lands timmerwerf werd dezer dagen de kiel gelegd van een nieuwe ijzeren stoomboot, die de naam zal voeren van ADMIRAAL VAN KINSBERGEN en hetzelfde charter zal hebben als de Gouvernements-stoomboot ONRUST. (opm: zie JB 090353)


  OP - Oostpost

Advertentie. Op maandag de 3e april 1853 zal voor het kantoor van de heer Mr. J.H. Hofland, voor rekening van Sech Awal bin Mohamat Boepsaid de verkoping bij wege van executie in de Chiese kamp plaats hebben van een half aandeel van het schip WADIATHOOL RACHMAN, toebehorende aan de Arabier Sech Ambar bin Salim Banama.
(opm: zie ook OP 160353)


  OP - Oostpost

De 26e dezer is alhier (opm: Soerabaija) aangekomen de Nederlands-Indische schoener DJALIGA, kapt. Hoesin bin Hadjie Samoodin, bevorens genaamd KUNGOAN, komende van Grissee.


31 maart 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 28 maart. Van het Nederlandse schip CATHARINA CORNELIA, kapt. Oldenburger, van Koningsbergen (opm: Kaliningrad) naar Salcombe bestemd, hetwelk de 20e november de Sond passeerde, heeft men sedert niets vernomen (opm: zie o.a. NRC 070553).


  DC - Dordtsche Courant

Advertentie. Wekelijkse dienst Dordrecht en Londen, voor goederen en vee. Het nieuw gebouwd snelvarend Nederlands stoomschroefschip STAD DORDRECHT, kapt. J.H. Stuit, vertrekt van Dordrecht naar Londen zaterdag de 2 april, des morgens.
Adres te Dordrecht bij de directie, of bij de cargadoors Visser en Van der Sande, en te Londen bij Hofman en Schenk.


01 april 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 31 maart. Het Nederlandse fregat van oorlog Zr.Ms. DOGGERSBANK, gecommandeerd wordende door de kapt.ter zee A.J. de Smit van den Broeke, van Smyrna (opm: Izmir) naar Konstantinopel (opm: Istanbul), is 13 maart met verlies van zeilen en ankers ter rede van Scio (opm: Khíos) binnen gelopen, doch heeft de volgende dag de reis voortgezet.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 29 maart. Omtrent het schip CATHARINA CORNELIA, van Koningsbergen (opm: Kaliningrad) naar Salcombe, waarvan wij gisteren melding maakten, vernemen wij nader, dat deze bodem in de maand januari l.l. te Svinöer (opm: Svínáir, Faroer), is binnengelopen. (opm: zie NRC 070553)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Uit de hand te koop een hecht en sterk koopvaardij-hoekerschip met complete inventaris, liggende aan de werf van de heer H. de Hoog te Delfshaven en aldaar te bevragen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. De makelaars H, F.N. & W.H. Montauban van Swijndregt en F. & W. van Dam, te Rotterdam, als lasthebbende van hun meesters, zijn van mening te veilen op dinsdag de 19e april 1853, des middags ten twaalf ure, in de zaal op de hoek der Scheepmakershaven en Bierstraat, wijk I no. 499: het snelzeilend Nederlands kofschip ZWIJGER, laatst gevoerd door kapt. G.J. Weyland, volgens meetbrief lang 22,30 el, wijd 4.54 el, hol 2.40 el, en alzo groot 108 tonnen of 57 lasten, met al deszelfs rondhout, staand en lopend want, ankers, kettingen, touwen, zeilen en verdere inventaris, zo als hetzelve is liggende in de Scheepmakershaven nabij de Glashaven. Het schip is inmiddels uit de hand te koop en te bevragen bij de makelaars, de heren Joh. Ooms Ez. & Co., cargadoors te Rotterdam, de heren Nobel & Holtzappel, cargadoors te Amsterdam en bij de kapitein G.J. Weyland, te Veendam.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Groningen, 31 maart. De 26e dezer is alhier gearriveerd de nieuwgebouwde schoenergaljoot INDUSTRIE, kapt. H.P.H. Puister, van Wildervank en gebouwd bij R.D. Pik aldaar.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Groningen, 31 maart. Directeuren der te Rotterdam gevestigde Zuid-Hollandsche Maatschappij tot Redding van Schipbreukelingen hebben de zilveren medaille en een getuigschrift toegekend aan Eb. Mark, voerende de Engelse viskotter SAFETY, en vijf souvereinen (opm: gouden muntstukken van £ 1) aan de bemanning van zijn vaartuig, voor het redden op de 10e februari jl., op de hoogte der Bruinebank, van de uit acht personen bestaande equipage van het in zinkende staat verkerende Nederlandse kofschip VROUWE WILLEMTINA (opm: tjalk VROUW WILLEMTINA, zie NRC 230353), kapt. H.W. Glim, te huis behorende te Sappemeer.


02 april 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Calais, 28 maart. Het te Veendam te huis behorende schip FOSSIENA SIERS, kapt. Boiten, hetwelk op de reis van Bordeaux naar Amsterdam in de storm van de 24e op de 25e februari ten oosten van onze haven is gestrand - zie ons nommer van de 28e februari - is eergisteren vlot en hier binnengebracht. Het schip schijnt veel geleden te hebben; men hoopt evenwel hetzelve weder in staat te kunnen brengen, om zee te bouwen en de lading wijn, welke hier opgeslagen ligt, verder naar de bestemming te vervoeren.


  DC - Dordtsche Courant

Plymouth, 31 maart. Heden werden alhier met het Hannoverse kofschip AGNETA JULIANA, kapt. De Haan, van Sevilla naar Londen bestemd, aangebracht 15 passagiers en 13 man der equipage van het te Glasgow te huis behorende schip DUNCAN RITCHIE, kapt. McKinnon, van Leith naar Port-Philip bestemd. Dit schip had sedert het vertrek van Leith (19 maart) steeds gelekt, en in de nacht van de 25 daaraanvolgende op 49º23’ NB 5º38’ WL een hevige storm doorgestaan, waardoor het lek zodanig was toegenomen, dat met het schip niet meer lens konde krijgen. Met het aanbreken van de dag praaide men de kof, waarop alstoen de passagiers en het bovengenoemde gedeelte der equipage overgingen. De volgende morgen het weder bedarende, en het lek afnemende, zond kapt. McKinnon zijn sloepen af om het volk en de passagiers weder aan boord te halen, daarbij zijn voornemen te kennen gevende, om de eerste bereikbare haven aan te doen. Een twintigtal passagiers gaven hier aan gehoor, maar het volk weigerde om de kof te verlaten, waarna dit schip na enige provisie van de DUNCAN RITCHIE te hebben overgenomen, op nieuw koers zette. Laatstgenoemde bodem, waarvan de equipage nu nog uit de kapitein, 2 stuurlieden, de bootsman, 2 timmerlieden, kok, hofmeester en één matroos bestond, was bij het vertrek der kof nog steeds zwaar lekkende en verloor op dat ogenblik het groot marszeil.


  AH - Algemeen Handelsblad

Amsterdam, 1 april. De directeur en commandant der marine te Hellevoetsluis zal op vrijdag 8 april overgaan tot een herbesteding van het slopen van Zr.Ms. fregat de SCHELDE, liggende aan ´s Rijks werf aldaar.


  AH - Algemeen Handelsblad

Amsterdam, 1 april. De directeur en commandant der marine te Hellevoetsluis zal op vrijdag 8 april overgaan tot een herbesteding van het slopen van Zr.Ms. fregat de SCHELDE, liggende aan ´s Rijks werf aldaar.


  AH - Algemeen Handelsblad

Amsterdam, 1 april. Heden heeft voor de fabriek der heren Van Vlissingen & Van Heel een treurig voorval plaats gehad. Enige arbeiders waren bezig de stoomketel in de stoomboot WILLEM I (opm: mogelijk WILLEM I, gebouwd in 1839), toen de ketting, waaraan hij vast zat, brak, en de ketel in het water viel. Een sjouwerman verloor daarbij het leven.


  AH - Algemeen Handelsblad

Kampen, 31 maart. Heden namiddag ten 3 ure arriveerde alhier van Amsterdam de stoomboot, welke bestemd is om voor rekening van de heren Gebr. van Hasselt van hier op Hull en terug te varen.


04 april 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Men leest in de Kamper Courant, dd. 31 maart: Heden is voor deze stad aangekomen een onlangs door onze stadgenoten, de heren Gebrs. Van Hasselt, aangekochte stoomboot, om te worden gebezigd tot daarstelling ener geregelde vaart van hier op Hull. Dezelve onderscheidt zich door een sierlijke en nette bouworde, en moet, volgens het oordeel van bevoegde deskundigen, voor de hier bedoelde vaart uitmuntend geschikt zijn, temeer nog, daar door een vergroting der laadbaarheid, welke op de fabriek der Rijn- en IJssel Stoomboot-Maatschappij zal worden bewerkt, voldoende ruimte voorhanden komt om ook bij buitengewone toevoer van goederen voor een dadelijke verzending te waarborgen. Men mag zich alzo verblijden, dat de rechtstreekse communicatie tussen deze stad en Engeland binnenkort, en wel in het begin der maand juli eerstkomende, zal zijn hersteld, en dat alzo het vertier, hetwelk de vroegere vaart tussen Kampen en Hull zo ruimschoots opleverde, en dat ook aan de neringdoende en arbeidende klasse aanzienlijke voordelen verschafte, weldra zal herleven, terwijl men eindelijk het denkbeeld zeer toejuicht, dat aan het bedoelde stoomschip de naam van GRAAF VAN RECHTEREN zal worden gegeven, daar toch zulks mag worden aangemerkt als een rechtmatige hulde aan de nagedachtenis van de man, die in het algemeen zoveel heeft aangewend tot nut en heil van dit gewest, en inzonderheid tot de handelsbloei dezer stad.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Liverpool, 31 maart. Het alhier van Amsterdam gearriveerd schip de GEBROEDERS, kapt. Flik, is met een Engels schip in aanzeiling geweest, welke laatste bodem daarbij de boegspriet verloren heeft.


  AH - Algemeen Handelsblad

Kinderdijk, 1 april. Heden is van de scheepstimmerwerf van de heer F. Smit alhier met goed gevolg te water gelaten het stoomjacht STAD ROTTERDAM, gebouwd wordende voor rekening van de ondernemers der stoombootdienst tussen ’s-Hertogenbosch en Rotterdam, bestemd tot vervoer van passagiers en goederen in het beurtveer tussen genoemde steden. De machines, welke aan de fabriek van de heren Paul van Vlissingen en Dudok van Heel te Amsterdam zijn vervaardigd, zullen alsnu worden gesteld, waarna dit stoomjacht spoedig in de vaart zal worden gebracht.


05 april 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Plymouth, 1 april. Het hier ter rede liggende schip AGNETA JULIANA, kapt. De Haan, van Sevilla naar Londen, is in de storm van gisteren onklaar gedreven van de Belgische brik EMMA, en heeft daarbij zo veel schade bekomen, dat hetzelve in de haven gehaald is om te repareren.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

St. Helena, 5 februari. Heden arriveerde alhierhet Nederlandse barkschip STAD ZIERIKZEE, kapt. Ochtmans, van Batavia naar Nederland bestemd, hetwelk op de hoogte van Kaap de Goede Hoop in aanzeiling is geweest met het Engelse schip ALBERT EDWARD.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Het schip FOSSIENA SIERTS, kapt. Boiten, van Bordeaux naar Amsterdam, op de kust van Calais gestrand, is de 27e maart van het strand af- en te Calais binnengebracht. Ofschoon zwaar beschadigd, hoopte men het echter te kunnen repareren.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Groningen, 4 april. In het laatst der vorige week zijn alhier weder twee nieuwe bodems gearriveerd, en wel de schoenergaljoot MARIA BEERTA, groot 80 last, kapt. J.J. Roosjes, van Zuidbroek, gebouwd bij H. Nijhuis te Sappemeer, en de schoenergaljoot HEILINA, groot 109 ton, kapt. H.H. Panjer, van Veendam, gebouwd bij D. Holthuis te Veendam.
Heden arriveerde alhier de nieuwe schoenergaljoot JANTJE NANNINGA, groot 117 ton, kapt. E.M. Meihuizen, van Wildervank, gebouwd bij S.J. Leeuwes te Wildervank.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. De notaris M. de Vries te Augustinusga zal op zaterdag de 9e april 1853, des namiddags ten 2 ure, ten huize van Oeds Frans Janzen, op de Rohel onder Harkema-Opeinde, ten verzoeke van K. Kloosterman, arrondissements-deurwaarder te Kollum q.q.. in het openbaar veilen en provisioneel verkopen een hecht en wel onderhouden overdekt en gewegerd (opm: van wegering voorzien) hek-tjalkschip met deszelfs complete inventaris, genaamd de STILLE VERWACHTING, lang 16 el 10 palm, wijd 2 el 8 palm 7 duim en hol 1 el 5 palm 8 duim, volgens meetbrief van de 20e oktober 1838 groot 46 tonnen, wordende door Wiebren Luitjens Veenstra als eigenaar bevaren. Alle dagen vóór de veiling te bezichtigen, liggende op de Rohel voornoemd. Dadelijk na de finale toewijzing te aanvaarden.


  LC - Leeuwarder Courant

(Geen plaats of datum). Voor Rotterdam ligt thans een schip, de Engelse bark ATHENIAN, kapt. Case, welke geheel met Javanen bemand is, iets hetwelk hier te lande nimmer gezien is. Nadat de equipage, waarmede genoemde bevelhebber in Australië was aangekomen, daar bijna geheel gedeserteerd was, is hij, buiten staat zijnde om ander scheepsvolk te vinden, met de overgebleven manschappen naar Soerabaija gestevend, en daar heeft hij de tegenwoordige equipage aangenomen. Hij prijst deze Javanen hogelijk als brave, ordelijke, zachtzinnige mensen en bovenal als uitstekende zeelieden.


06 april 1853


  OP - Oostpost

Soerabaija, 6 april. Het naar Australië bestemde Nederlands-Indische barkschip URANIA, kapt. K. Teijlaar, de 29e maart van hier vertrokken, arriveerde de 1e april weder op onze rede ten gevolge van het te veel water maken en na zijn reis slechts tot de zogenaamde Trechter te hebben kunnen vervolgen. De te Batavia en Samarang ingenomen lading werd alhier aangevuld met 4.890 pikols suiker, 800 pikols koffie en ca. 11 pikols rotting.


  OP - Oostpost

Soerabaija, 1 april. Heden is van her vertrokken over Sumanap naar Bandjermassin de Nederlands-Indische schoener DJALEHA, bevorens genaamd KIEM GOAN (opm: zie ook 300353) en thans gevoerd door kapt. Hoesin bin Hadjie Samsodin.
Ter rede liggen alhier de Nederlands-Indische schoeners SELAPARANG, bevorens genaamd FATHAL RACHMAN, en ZWALUW, bevorens genaamd de JONGE PIETER.


07 april 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Ramsgate, 3 april. Het schip VROUW NEELTJE, kapt. Kranenburg, van St. Ubes (opm: Setubal) naar Leith bestemd, is hier heden lek binnengelopen.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Amsterdam, 4 april. Als een bewijs van gebrek aan matrozen bij de handelsvloot kan dienen, dat kapt. Boulet, voerende het schip de ADELAAR, naar Liverpool en Australie bestemd, genoodzaakt is geweest te Amsterdam sjouwerlieden aan te nemen om de reis naar Liverpool te kunnen bewerkstelligen, alwaar hij zal moeten beproeven een equipage bijeen te krijgen, om zijn reis verder te kunnen vervolgen.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Groningen, 6 april. Gisteren is alhier gearriveerd de schoener ORION, groot 80 last, kapt. J.J. Buiten, van Veendam, gebouwd bij P. Rogaar te Veendam.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Het schip AGATHA JULIANA, kapt. De Haan, van Sevilla naar Londen, de 28e maart te Plymouth binnengelopen, is de 31e dito in een zware orkaan door de brik EMMA aangedreven en heeft daardoor zware schade bekomen.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Op de bank Kaloot is volgens bericht van Vlissingen van de 4e april gezonken een tjalk, genaamd TWEE GEBROEDERS, komende van Gent en beladen met steenkool, vermoedelijk varende onder Nederlandse vlag (opm: waaeschijnlijk binnenvaarder). Men vreest dat het volk daarbij zal zijn omgekomen.


08 april 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Dardanellen, 19 maart. Wij hebben van de 16e op de 17e dezer zwaar stormweder gehad, ten gevolge waarvan vele schepen gestrand zijn. Op dit ogenblik zijn onder anderen nog op Barbers Point aan de grond het te Amsterdam te huis behorende schip HELENA, kapt. Gialts, van Londen naar Konstantinopel (opm: Istanbul), en een Nederlandse kof met zout naar Liverpool bestemd.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Uit de hand te koop een Nederlands gebouwd en gekoperd galjootschip met deszelfs complete inventaris, groot 206 tonnen. Te bevragen bij de makelaar Montauban van Swijndregt te Rotterdam.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Delfshaven, 6 april. Hedennamiddag is alhier van de werf van de heer De Hoog met het beste gevolg te water gelaten het barkschip ROBERTUS HENDRICUS, groot 284 lasten, gebouwd voor rekening van rederijen, onder directie der heren Vaesen en Steinhaus en gevoerd zullende worden door kapt. Mulder. Vervolgens werd dadelijk de kiel gelegd van een barkschip, hetwelk de naam zal dragen van HENRIETTE MARIA, groot 300 lasten, voor rekening van dezelfde heren. Beide schepen zijn bestemd voor de grote vaart.


  AH - Algemeen Handelsblad

Rotterdam, 7 april. Gisteren avond ten 9 ure arriveerde alhier de nieuwe ijzeren stoomboot GOUVERNEUR-GENERAAL DUYMAER VAN TWIST, van Deventer, hebbende de reis van daar, niettegenstaande harde en contrarie wind, in 12½ uren afgelegd.


  AH - Algemeen Handelsblad

Nieuwe Diep, 6 april. De stoomboot TEXEL, thans varende tussen deze haven en het eiland Texel, zal met de 14e dezer tweemaal per week, en wel donderdags en zaterdags, naar Harlingen doorgaan en des avonds weder retournemen. Men belooft zich van deze dienst vooral voor de veehandel op Engeland veel goeds.


09 april 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Newhaven, 5 april. De Nederlandse schoener ZODIAC, kapt. Popken, van Suriname naar Rotterdam bestemd, is alhier, na een reis van 71 dagen, wegens gebrek aan provisie en water, binnengelopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Falmouth, 5 april. Het schip SUSANNA, kapt. Uffen, van Antwerpen naar Genua bestemd, is alhier met schade binnengelopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Stavanger, 19 maart. Voor enige dagen is te Hvidingsö binnengelopen het te Hoogezand te huis behorende schip VROUW ELISABETH, in ballast naar Krageröe bestemd. Hetzelve werd door de loodsen aldaar binnengebracht, aangezien de equipage door het koude weder zoveel geleden had, dat zij voor de arbeid onbekwaam was. Het schip had mede veel door het ijs geleden.


  DC - Dordtsche Courant

Heden morgen had op het stoomjacht de MERWEDE, bij zijn vertrek van Gorinchem, een verschrikkelijk ongeluk plaats; terwijl een persoon bezig was met het smeren van de machine, werd door een misverstand hetzelve in werking gebracht voor dat gezegde persoon de machine nog had verlaten, hetwelk het treurig gevolg had, dat het hoofd van de ongelukkige geheel werd verbrijzeld.


10 april 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Jersey, 5 april. Het Nederlandse schip (opm: schoenerkof) GRONINGEN, kapt. Meijer, van Nickerie naar Amsterdam bestemd, is gisteren in de zware mist in St. Ouen’s Baai gestrand (opm: westkust Jersey) en totaal wrak geworden. De kapitein en 6 man zijn verdronken, alleen de stuurman is gered. Een gedeelte der lading, zomede het grootste gedeelte van de inventaris, is geborgen. (opm: zie NRC 120453)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Op heden ontving ik het voor mij en mijn kinderen smartelijke bericht, dat mijn geliefde zoon Hendrik, eerste stuurman aan boord van het schip ANNA, kapt. A.O. Tellegen, op de 19e februari j.l. te Panama is overleden.
Rotterdam, 9 april 1853, Jannetje Strang, wed. H. van Hees


11 april 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 10 april. Op de werf van de scheepsbouwmeester W.H. Meursing te Nieuwendam is de 6e dezer de kiel gelegd voor een schoenerschip, genaamd zullende worden SARA ELISABETH, voor rekening ener rederij onder directie van de heer H. Gullen te Amsterdam, welk schip gevoerd zal worden door kapt. W.T. Kuiper.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Te Amsterdam ligt in lading naar Batavia voor goederen en passagiers het nieuw gebouwd, gekoperd schoener-brikschip ANNA MARIA WILHELMINA, kapt. G.C. Fischer, om in het begin der maand april te vertrekken. Adres bij de cargadoors B.D. Bosscher & Zoon aldaar. (opm: eerste reis)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Groningen, 9 april. Naar wij vernemen, is door heren Gedeputeerde Staten dezer provincie enerzijds en het bestuur der stoomsleepboot-maatschappij anderzijds een overeenkomst aangegaan, waarbij o.a. is bepaald, dat gedurende het jaar 1853 door middel der stoomsleepboot een ploeging zal plaats hebben van het Reitdiep (opm: door middel van een voortgesleepte ploeg een geul in stand houden), over een lengte van 440 mijlen en tegen een vergoeding vanwege de provincie aan de stoomsleepboot-maatschappij van NLG 2,75 voor iedere mijl van 1000 el (opm: meter). Verder zal ten koste der provincie in overleg met de hoofdingenieur van de waterstaat door het bestuur der maatschappij een grondploeg worden vervaardigd, mits de kosten geen NLG 275 te boven gaan, en daarmede het Reitdiep tot op 3 el beneden vol zee worden uitgediept. De vergoeding, voor deze verdieping aan de maatschappij te voldoen, zou nader worden geregeld in verhouding en naar de tijd, vereist tot evenvermelde ploeging.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Uit de hand te koop een Nederlands gebouwd en gekoperd galjootschip met deszelfs complete inventaris, groot 206 tonnen. Te bevragen bij de makelaars Montauban van Swijndregt te Rotterdam.


  AH - Algemeen Handelsblad

Veendam, 8 april. Gisteren is met goed gevolg van stapel gelaten het galjootschip EEMSSTROOM, groot pl.m. 80 lasten, gebouwd op de werf van de scheepsbouwmeester G. van der Werf, bij het Beneden Vallaat alhier, voor rekening van en bevaren zullende worden door kapt. F. Bultje van Termunterzijl.


12 april 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Jersey, 6 april. Van de lading van het alhier verongelukte Nederlandse schip GRONINGEN, kapt. Meijer, van Nickerie met suiker en katoen naar Amsterdam bestemd – zie ons nommer van 10 dezer – zijn 65 balen katoen geborgen en verkocht.


13 april 1853


  JB - Javabode

Advertentie. Vendutie op woensdag 20 april voor het entrepot, à 4% vendusalaris, door John Pryce & Co. van het snelzeilend, met metaal beklede en kopervaste driemastschip FRANCIS WHITNEY, groot 454 gemeten tonnen, thans liggende op de rede van Batavia, met de daarbij behorende twee ankers en twee kettingen, de drie masten en twee stengen en verdere inventaris van genoemd schip, alsmede drie sloepen met riemen, kajuitsmeubelen, provisiën, enz. (opm: een Amerikaans schip, kapt. Silver, in reparatie liggende; de FRANCIS WHITNEY lag volgens JB 040553 op die datum niet meer ter rede van Batavia; zie ook JB 290653)


  OP - Oostpost

Soerabaija, 7 april. Heden is van hier naar Banda en Ambon vertrokken het Nederlands-Indische schip de ZWALUW, bevorens genaamd de JONGE PIETER, thans gevoerd door kapt. Said Alie Habassy.


14 april 1853


  AH - Algemeen Handelsblad

Rederijen – Boekhouderijen.
Ieder die met scheepvaart en handel in betrekking staat, verheugt zich, wanneer door ontheffing van lasten of bezwaren daarin verbetering gebracht wordt. Hoe luid werd hierover niet gesproken, toen voor korte tijd de vrije scheepvaartwetten bij het gouvernement in behandeling waren. Hoe dikwerf werd er niet geklaagd over het bezwarende van vele bepalingen bij de bevrachtingen van schepen, door de Nederlandsche Handel-Maatschappij, die men zeide, te drukkend te zijn om bij de lagere vrachten aan te kunnen voldoen. Men verlangde vermindering van loods-, vuur- en havengelden. Lands- en stedeijke besturen werden menigmaal hiertoe aangezocht en, hoe vreemd ook, die besparingen welke de reders zelven in handen hebben, worden verzuimd. In stede van vermindering van onkosten bij de rederijen, ziet men dikwerf verhoging der huishoudelijke uitgaven. Dit is vooral het geval met die rederijen, waar men een menigte kleine aandelen heeft en die eigenlijk schijnen te worden opgericht om dezen of genen als boekhouder een goed bestaan te bezorgen. De deelhebbers betalen de provisie en lijden het nadelig saldo, dat in de laatste jaren bij de reizen der grote schepen niet zeldzaam is geweest. En wie weet, hoe vele boekhouders dan zeggen, “dat is allemaal niets, als ons traktement maar doorgaat.”
De solide rederijen bij eerste huizen betaalden vroeger altijd aan de boekhouders 1 procent voor de aanbouw van het schip en 1 procent van de bruto bevaren wordende vracht; deze betaling was billijk en men was er mede tevreden. Later is dit laatste door sommigen iets verhoogd en nu hoort men dagelijks, dat dit loon dikwerf verdubbeld of verdrievoudigd wordt. De werkzaamheden zijn toch niet vermeerderd en de reden, omdat de vrachten lager zijn, gaat ook niet op; het zoude ten minste al vreemd klinken: omdat de geïnteresseerden minder verdienen of wellicht verliezen, moet het loon van de boekhouder verhoogd worden.
Dit heeft men in de hand en verlangt geen verandering, waarom is een vraag, die ook al spoedig opgelost zal zijn. Men zoekt in die gevallen mensen, die als scheepsbouwmeesters, leveranciers, cargadoors of makelaars ook a hun voordeel uit de rederij zullen halen en niet durven tegenspreken, of men zoekt mensen die met de scheepvaart onbekend zijn en niet kunnen tegenspreken. Waartoe deze nieuwe lasten op een tak van nijverheid gelegd, die op dit ogenblik wel in wat betere toestand is gebracht, doch wel spoedig weer op zijn gewoon standpunt zal terugkeren. Steller dezes vindt het te bejammeren, dat zovele ingezetenen, wier maatschappelijke toestand in de handel geëerd is, de hand lenen om misbruiken te bevorderen, die een zo schone tak van ons volksbestaan ondermijnen en dat wel om zelf een klein voordeel niet te missen. Wanneer men het wel meent met de bloei van het vaderland en de bevordering van deszelfs welvaart, zoude het schoner zijn als ieder hieraan door zijn invloed medewerkte en hieraan gaarne een klein eigenbelang ten offer bracht. Hoe vele goede plannen en ondernemingen worden helaas! niet door eigenbelang en intrigue in de war geholpen en de onderneming als niet bruikbaar veroordeeld, terwijl de schuld niet aan de zaak, maar aan de beheerders ligt, die dusdoende de ondernemingsgeest uitdoven en veel goeds tegenhouden.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Aangaande het verongelukken van de Nederlandse galjoot GRONINGEN, kapt. Meijer, van Nickerie met suiker en katoen naar Amsterdam, wordt van Jersey, d.d. 5 april nog het volgende gemeld:
De 4e dezer bevond het schip zich in zware en dikke mist alhier in de nabijheid; het was ondoenlijk enig bestek op te maken en zag men het land van Guernsey voor het eiland Scilly aan, en in de mening van het Kanaal in te lopen, bevond men zich in de St. Owensbaai (opm: St. Ouen’s Bay); kort daarna stootte het schip op de klippen bij de toren van Square en was in korte tijd geheel verbrijzeld. De equipage, bestaande uit de kapitein en zeven man, verloren daarbij, uitgenomen den stuurman, die zich met een plank redde, het leven. Van de lading is 65 baal katoen geborgen en verkocht, doch de suiker gesmolten. De baai drijft vol wrakhout. Volgens sommigen zou de stuurman, die alhier zorgvuldig verpleegd wordt, door een aan boord geweest zijnde hond gered zijn, doch dit is niet zeker. (opm. zie NRC 100453;
men zat 170’ OZO-lijker dan het gegiste bestek nabij de Scillies!)


15 april 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Dordrecht, 13 april. Heden werd op de werf Merwede van de scheepsbouwmeester Cornelis Gips & Zonen alhier de kiel gelegd van een barkschip, genaamd CORNELIS GIPS, hetwelk gebouwd zal worden voor rekening ener rederij onder directie der heren J.B. ’t Hooft en F.C. Deking Dura, ter grootte van omstreeks 345 gemeten lasten en bestemd voor de grote vaart onder bevel van kapt. M. van Rijn van Alkemade.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Carolinenzijl (opm: Carolinensiel), 9 april. Het schip CATHARINA, kapt. Veling, met een lading krenten naar Londen bestemd, hetwelk in de maand oktober j.l. alhier met averij binnen liep, heeft de lading weder ingenomen en is heden klaar gekomen om de reis te vervolgen.


  AH - Algemeen Handelsblad

Batavia, 26 februari. De 2e februari j.l. is ter rede van Batavia aangekomen het te Soerabaija nieuw gebouwd ijzeren oorlogsstoomschip CELEBES, De uitslag van deze tocht heeft bewezen, dat dit stoomschip aan de verwachting, die men er van koesterde, volkomen beantwoordt.


16 april 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 25 februari 1853. Het alhier van Sydney aangekomen schip STAD UTRECHT bracht de tijding mede, dat de Nederlandse schoener CERES, kapt. De Vries, van Schiedam, op reis van Californië naar Sydney, op de Fidgei-eilanden (opm: Fiji Eilanden) totaal is gebrleven, doch de equipage is gered. (opm: zie NRC 210153 en NRC 040653)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 24 februari. Scheepsvrachten. Sedert het arrivement der DOELWIJK, die, zo men verneemt, een lading bekomt tot de basis van NLG 100 voor suiker, is nog van China gearriveerd de CORNZ. SMIT, die nu aangeboden is. De STAD UTRECHT arriveerde van Sydney maar is door de Nederlandsche Handel-Maatschappij bevracht. Dit schip heeft geen bijzonder oponthoud in Australië noch ook enig noemenswaardig verlies van equipage geleden. Mocht zulks met andere schepen evenmin het geval zijn, dan kunnen nog verschillende bodems uit die streken gewacht worden. De URANIA bevaart naar Port Philip en Sydney GBP 3.10/. en de later naar die plaatsen in lading gebrachte GENERAAL MICHIELS GBP 4 à GBP 4.5/. per ton. In de laatste dagen zijn nog gearriveerd de NIJVERHEID van Rotterdam en de WILLEM DE CLERCQ van Liverpool. De DOELWIJK laadt onder andere 300 leggers arak tot NLG 130 en de CORNZ. SMIT heeft 10/m. picols suiker aangenomen te Sourabaija te laden tot NLG 100. Nog is disponibel de WILLEM DE CLERCQ, terwijl de bestemming van het Zweedse schip OSCAR I nog onbekend is.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 24 februari. Het Nederlandse schip CERES, kapt. De Vries, is op reis van Californië naar Sydney op de Feejee (opm: Fiji) eilanden gestrand.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 24 februari. De 13e februari is ter rede van Batavia aangekomen Zr.Ms. stoomschip GEDEH van 300 paardekrachten, onder bevel van de kapitein-luitenant-ter-zee P. Dibbetz, bestemd om Zr.Ms. stoomschip ARDJOENO, van gelijke grootte, bij het eskader in Nederlands-Indië te vervangen. De 28e oktober heeft de GEDEH het Nederlandse oefeningssmaldeel te Cadix (opm: Cadiz) verlaten, en heeft twee dagen te Tenerife en 14 dagen aan de Kaap de Goede Hoop vertoefd.
De 2e februari jl. is ter rede van Batavia aangekomen het te Soerabaija nieuw gebouwd ijzeren oorlogs-stoomschip CELEBES. Met de volle uitrusting, en voor elf etmalen of 136 ton steenkolen aan boord, had die bodem een diepgang van 2,2 el. De snelheid was in de wind 7 mijl en voor de wind 8 mijl per wacht, bij het gebruik van de twee stoomketels, met één werkende 5½ mijl. De uitslag van deze tocht heeft bewezen, dat dit stoomschip aan de verwachting, die men ervan koesterde, volkomen beantwoordt.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 25 februari. Scheepsvrachten. Nadat de HENRIETTA ELIZABETH SUZANNA in de eerste dagen dezer maand tot NLG 95 voor suiker en koffij en NLG 90 voor rijst ter opvulling, was gecharterd, hebben de vrachten weder een kleine verhoging ondergaan; zijnde voor de ALCYONE 3/m. pikols suiker tot NLG 100 en 1/m. pikols rijst tot NLG 90 aangenomen, terwijl de DOELWIJK insgelijks NLG 100 voor suiker en NLG 130 voor 100 leggers arak bekomt. De CORNELIS SMIT zal alhier 1000 pikols rijst tot NLG 80 en te Soerabaija 10/m. pikols suiker tot NLG 100 laden, terwijl de GERTRUDE aldaar ca. 7000 pikols suiker zal laden tegen NLG 100. Te Samarang heeft men voor de ARLEQUIN en het Zweedse schip OSCAR NLG 100 voor suiker naar Rotterdam aangenomen, terwijl eerstgenoemd nog indigo tot NLG 120 & 15 pCt. en huiden tot NLG 115 met 15 pCt. zal laden. Te Soerabaija bedong de MARIA MAGDALENA NLG 95 voor suiker en NLG 115 voor huiden. De nog belaadbare ruimte van het Engelse schip SAMARANG wordt hier met suiker en rijst tot GBP 4 naar Londen opgevuld. De GENERAAL MICHIELS ligt in lading naar Sydney, en gisteren werd nog ter bevrachting aangeboden het Zweedse schip OSCAR I, waarvoor men reeds GBP 4.5/, voor suiker en GBP 3.12/6 voor koffij naar Nederland heeft geboden. De WILLEM DE CLERCQ is nog onbevracht.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 25 februari. Het van Sydney aangekomen schip STAD UTRECHT bracht de tijding mede, dat de schoener CERES, van Schiedam, op de Fidgei-eilanden (opm: Fiji Eilanden, zie NRC 210153) totaal is gebleven, doch de equipage is gered.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 14 april. Heden is aan de fabriek van de heren Paul van Vlissingen en Dudok van Heel te Amsterdam met het beste gevolg te water gelaten een ijzeren kotter, bestemd tot pleziervaartuig, gebouwd voor rekening van de heer H.A. Insinger te dier stede.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Groningen, 15 april. Gisteren is alhier binnengekomen de nieuw gebouwde schoenergaljoot de VROUW MARTHA, groot 110 ton, kapt. C. Wegener, van de Wildervank, gebouwd bij J.H. Nibbelke te Veendam.


  JB - Javabode

Advertentie. Het stoomschip JAVA zal van hier (opm: Batavia) vertrekken naar Samarang op dinsdag de 26e dezer, des morgens ten 8 ure, en van Samarang herwaarts op zondag de 1e mei aanstaande. De passage van hier naar Samarang en omgekeerd blijft bepaald op NLG 100 voor een passagier der eerste klasse, en voor de reis heen en terug in eens betalende NLG 175. Er zullen aan boord geen dranken worden verstrekt dan tegen betaling aan de hofmeester. Nadere informatiën ten stoombootkantore.
Batavia, 16 april 1853, MacLaine, Watson & Co.


  JB - Javabode

Advertentie. Nederlandsch-Indische Stoomboot-Maatschappij. De ondergetekenden maken bekend, dat het Gouvernement met die maatschappij een overeenkomst heeft getroffen om gedurende één jaar het stoomschip JAVA te bezigen voor het overbrengen der mailpaketten van hier naar Singapore via Muntok en Riouw, en wel bepaaldelijk voor de halfmaandelijkse mail, te beginnen met aanstaande maand, wanneer het vertrek der boot bepaald is op woensdag de 11e mei, des morgens vroegtijdig.
Volgens voorlopige bepaling zal het vertrek der halfmaandelijkse mail gedurende dit jaar omstreeks de 10e of 11e der maand plaats hebben. De passageprijs is geregeld als volgt:
Voor passagiers der eerste klasse van hier naar Singapore NLG 200, voor de reis heen en terug in eens betalende NLG 350.
Van hier naar Muntok NLG 100, voor de reis heen en terug als boven NLG 175.
Van hier naar Riouw NLG 180, idem als boven NLG 315.
Van Muntok naar Riouw NLG 80.
Van Muntol naar Singapore NLG 100.
Van Riouw naar Singapore NLG 20.
Kinderen beneden de tien jaren betalen halve vracht, beneden de twee jaren zijn die vrij
Aan boord worden geen dranken verstrekt dan tegen betaling aan de hofmeester. Er worden aan het kantoor geen passagebilletten afgegeven dan op vertoon en na afgifte van zijn reispas. Nadere informatiën ten kantore van de directeuren.
Batavia, 16 april 1853, MacLaine, Watson & Co.


17 april 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Alblasserdam, 16 april. Van de werf van de heer C. Smit werd heden met goed gevolg te water gelaten het barkschip genaamd HENDRINA, groot omtrent 300 gemeten lasten, bestemd voor de grote vaart, gebouwd door de scheepsbouwmeester D. Hollander. Het zal gevoerd worden door kapt. A. van Marion voor rekening ener rederij onder directie van de heer J.J. Kam te Delftshaven.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Nieuwediep, 15 april. Heden morgen is van ’s Rijks werf met de beste uitslag van stapel gelaten Zr.Ms. nieuw gebouwde schoener MACASSER.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Helder, 14 april. De eerste proeftocht van de stoombootdienst tussen het Nieuwediep en Harlingen per stoomboot TEXEL heeft uitmuntend voldaan. Bedoelde boot heeft deze weg in zes uren heen en terug afgelegd en belooft dus veel goeds.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 16 april. Het schip BEERENDINA, kapt. C.L. Friedrichs, van Bremen naar Antwerpen, is volgens brief van Delfzijl van de 14e dezer, de 11e dito aldaar zwaar lek binnengebracht. Het moet lossen om te repareren.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Malaga, 5 april. Het Nederlands schip ALBERTA SCHURINGA, kapt. Smit, van Galatz naar Falmouth bestemd, is hier heden lek en met andere schade binnengelopen. Hetzelve zal waarschijnlijk moeten lossen om te repareren. (opm: zie NRC 140553)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, (opm: geen datum). In het laatst van januari is aan de Noordoosthoek van Bintang gestrand het Amerikaanse schip CHARLES. Alle redbare goederen zijn gered. Het wrak zou op Singapore verkocht worden.


19 april 1853


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Het schip ALBERT SCHURINGA, kapt. Smit, van Galatz naar Falmouth, is de 5e april te Malaga lek binnengelopen en zou waarschijnlijk moeten lossen.


 GRC - Groninger Courant

Delfzijl, 16 april. Den 14 april vertrokken EENDRAGT (opm: kof), H.A. Scheppers naar Noorwegen.


 GRC - Groninger Courant

Advertentie. Bitter bedroefd, geven wij langs dezen weg aan familie en vrienden kennis van het onherstelbaar verlies van onzen oudsten zoon Gerardus, oud 39 jaren.
Op den 24ste december 1852 uit het Friesche Gat met den schooner de DONAU naar zee gezeild, gedestineerd naar Londen, hebben wij sedert niets van hem vernomen, zodat wij tot de hartgrievende overtuiging moeten komen, dat het schip totaal in de Noordzee is verongelukt en de bemanning haar graf in de golven zal hebben gevonden.
Een tweede slag treft ons bovendien. Onze jongste zoon Jan, oud bijna 20 jaren, aan boord van den schooner EDZARD, kapitein Huisman, komende van Alexandrië, is na enige tijd ziekelijk op reis te zijn geweest, den 8ste dezer te Amsterdam gearriveerd, op den 10de dezer aldaar overleden.
Hartroerend geschokt door deze rampen, staren wij, benevens hunne Broeders en Zusters, de dierbaren in de gewesten der onsterfelijkheid na. De Heer, wiens doen altijd wijsheid en liefde is, leere ons stil en onderworpen te berusten in Zijnen wil.
Griningen, 18 april 1853,
Jan H. Haverbult,
T. Haverbult-Hulsinga


 GRC - Groninger Courant

Advertentie. Na lang tussen hoop en vrees verkeerd te hebben, moeten wij tot onze innige droefheid het overlijden van onze geliefde veelbelovende jongsten zoon Geugjes F. Rasker, ruim 21 jaren, stuurman aan boord van het schoonerschip de DONAU, kapitein G.H. Haverbult, den 24ste december 1852 van de Zoutkamo uitgezeild, bestemd naar Londen en waarvan sedert niets vernomen is.
Groningen, 18 april 1853.
F.M. Rasker.
R. Rasker-Zarkema.


  LC - Leeuwarder Courant

Nieuwediep, 14 april. Heden morgen begon de stoomboot TEXEL voor het eerst de aangekondigde geregelde dienst tussen deze haven en Harlingen. Zij kwam heden middag ten 4½ ure terug. Men heeft telkens het eiland Texel aangedaan en voor de heen- en terugreis slechts zes uren benodigd gehad. De reizigers, die hier aangebracht werden, roemen zeer de gemakkelijke inrichting dezer boot en de thans zeer bespoedigde communicatie tussen de beide zeehavens.


20 april 1853


  JB - Javabode

Advertentie. De ondergetekenden zullen op hun vendutie van vrijdag de 22e dezer voor rekening van belanghebbenden verkopen een partij oud bladkoper, afkomstig van het Nederlands schip ELISABETH ANTONIA.
Batavia, 18 april 1853, John Pryce & Co.


  OP - Oostpost

Soerabaija, 20 april. Het Gouvernement heeft met de Nederlandsch-Indische Stoomboot Maatschappij te Batavia een contract aangegaan voor de afhaal (opm: van Singapore) van de halfmaandelijkse mail. De daarvoor te betalen som is NLG 6.000, kunnende tot op NLG 10.000 gebracht worden, indien de boot twee maal in de maand deze reis doet. De stoomboot JAVA, kapt. J. Worthington zal in deze maand aan dit contract een begin geven en vertrok te dien einde de 17e dezer van hier via Samarang en Batavia naar Singapore.


  OP - Oostpost

Soerabaija, 20 april. De bekende en schone stoomboot RADJA WALIE heeft te Australië bij verkoop opgebracht GBP 19.750.


21 april 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Capelle a/d IJssel, 20 april. Heden werd op de werf van de scheepsbouwmeester P. Bakhuyzen & Zn de kiel gelegd van een barkschip, groot omtrent 340 gemeten lasten, voor rekening ener Rotterdamse rederij (opm: DINA, voor Arbon & Co), zullende gevoerd worden door kapt. J.L. de Haan en bestemd voor de grote vaart.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Directeuren der Nederlandsche Scheeps-Reederij, gevestigd te Amsterdam, de finale liquidatie derzelve zoveel mogelijk wensende te bespoedigen, nodigen hiermede een ieder uit, die aan voornoemde rederij enige leveranties gedaan of diensten gepresteerd mochten hebben, welke nog niet voldaan zijn, de rekeningen daarvan in te leveren, van nu af tot uiterlijk 31 mei e.k., ten haren kantore, in de Doelstraat, alhier.
Amsterdam, 20 april 1853, directeuren der bovengenoemde rederij, P.J. Ameshoff, president; Theods. Johs. Kerkhoven, secretaris.


  DC - Dordtsche Courant

Hellevoetsluis, 19 april. Heden zeilden HARMONIE, kapt. H. de Groot, naar Newcastle; CONCORDIA, kapt. F. Meppelder, naar Windau; GEERTRUIDA MARIA, kapt. C. Spiegelberg, naar Hartlepool; ADRIANA, kapt. J. Stoorvogel, naar Dantzig.
Na posttijd. De schepen, heden morgen gemeld naar zee, zijn wel in zee gekomen, behalve GEERTRUIDA MARIA, kapt. C. Spiegelberg, welke op de rede terug en ten anker is gekomen.


  DC - Dordtsche Courant

Volgens een brief van kapt. A.F. Giesse, voerende het fregatschip ISIS, van Nederland naar San Francisco bestemd, d.d. 22 januari 1853, was hij toen in goede staat zeilende op 6º NB 21º WL Verder meldt de kapitein dat hij tot 31 december, zijnde toen op de hoogte van de Kaap Finistere, met hevige stormen te kampen heeft gehad, waardoor het grootste gedeelte van het galjoen was weggeslagen en zeilen en lopend touwwerk veel hadden geleden. Een en ander was bij zijn schrijven genoegzaam weder hersteld. Alles was wel aan boord.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Groningen, 20 april. Sedert de laatste opgave zijn in deze haven weder drie nieuwe bodems gearriveerd, te weten, de schoenergaljoot ALIDA, groot 80 last, kapt. G.A. Valk, van Veendam, gebouwd bij A. Bieze te Wildervank; de galjoot FREERK JAN, 85 last, kapt. D.H. Smit, van Harlingen, gebouwd bij J.U. van der Werff te Hoogezand; en de schoenergaljoot TJAPKE SCHURINGA, 127 ton, kapt. H.T. Drent, van Veendam, gebouwd bij R.G. van der Werff.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

In de Jersey Times leest men het volgende:
Jersey, 15 april. Verongelukken van het Nederlandse schip GRONINGEN (opm: zie NRC 100453).
De lijken van de verdronkenen, kapt. Meijer, en vijf man van de equipage van de GRONINGEN, welk schip in St. Owensbaai op de 4e dezer gestrand is, werden vrijdag op het gemeente-kerkhof van St. Owen ter aarde besteld. De zes doodkisten werden twee aan twee naar de kerk en van daar naar het graf geleid, overdekt door de Nederlandse vlag van het gestrande schip. De naaste rouwdragers waren de enigst overlevenden van het wrak, Hendrik Schröder, stuurman, en een Nederlander, de heer Van Leeuwen, chirurgijn, op Jersey woonachtig.
De laatste hield een zeer aandoenlijke lijkrede, waarin hij hartelijke dank betuigde aan de bewoners van St. Owen en St. Peter, voor hun menslievende handelwijze bij deze ongelukkige gebeurtenis. Een overgrote menigte toeschouwers was bij de treurige plechtigheid tegenwoordig.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Het schip de AREND, kapt. Jonkhoff (opm: kof, kapt. L.J. Jonkhof), van Shields te Venetië aangekomen, heeft volgens brief van de kapitein hevige stormen doorgestaan, een man der equipage verloren en schade aan het tuig bekomen.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Het schip HENDRIK WESTER, kapt. Reinders, van Bourgas naar Amsterdam, te Argostoli binnen, was volgens brief van Cephalonia van de 6e april, van de geleden schade hersteld en zou binnen weinige dagen de reis voortzetten.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Volgens brief uit Texel, is in de avond van de 18e april achter Princenhagen, in de nabijheid van het Eijerland, gestrand een schoener of kofschip; bijzonderheden waren nog niet bekend en was er assistentie met schuiten naar het vaartuig gezonden.


22 april 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 21 april. Door de Nederlandsche Handel-Maatschappij zijn bevracht de volgende 29 schepen:
Voor Rotterdam: WELTEVREDEN, kapt. H. Teerling, WATERGEUS, kapt. W.H. Kramer, JACOBA, kapt. F.J. Bource Wells, BROUWERSHAVEN, kapt. P. Janzen, CANTON, kapt. H.J. Tweehuis, STAD ’s GRAVENHAGE, kapt. C.J.N. Blok, EVERDINA ELISABETH, kapt. C.J. Tonjes, VALPARAISO, kapt. J. v.d. Meyden, PANTALON, kapt. M.F. Remmers, ERASMUS, kapt. H.F. Scharper, MARIA ANNA, kapt. L.G. Verbeek.
Voor Amsterdam: DRIE VRIENDEN, kapt. M.B.J. Noordhoek Hegt, SARA JOHANNA, kapt. H. Sweys, HENRICA, kapt. J.R. de Boer, ZEEVAART, kapt. J.A. Knaap, CAPELLA, kapt. H. Wegman, PASSAROEANG, kapt. C.C.B. Fullbrun, URANIA, kapt. K. Teylaar, PRESIDENT VERKOUTEREN, kapt. C.F. Eylerts, SCHOON VERBOND, kapt. J. Veenstra, JOHANNA MARIA CHRISTINA, kapt. F.J. Nahmens q.q, GOEDE VERTROUWEN, kapt. T.C.H. Kock, ANNA MARIA WILHELMINA, kapt. G.C. Fischer, CLARA ANNA MARIA, kapt. B.J. Stapert, MACHTILDA CORNELIA, kapt. N.J. Nannen, de beide laatsten van Dordrecht.
Voor Dordrecht: ISIS, kapt. A.F. Giese.
Voor Schiedam: PIETER CORNZ. HOOFT, kapt. J.J. Muntendam, ALBRECHT BEIJLING, kapt. K. van den Elve.
Voor Middelburg: MINERVA, kapt. J.A. van Boven.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Mandal, 5 april. De te Schiedam te huis behorende kof ADRIANA, kapt. Veenhuizen, van die plaats naar Libau (opm: Liepaja) bestemd, is de 1e dezer circa één mijl ten oosten van deze haven gestrand, kwam evenwel weder vlot en is gisteren alhier aan de werf gehaald om te repareren.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Jan Corver, makelaar, zal op maandag de 25e april 1853, des avonds ten 6 ure, te Amsterdam, in de Nieuwe Stads-Herberg aan het IJ, ten overstaan van de notaris R.J. Toe Laer, verkopen een extra ordinair welbezeild, gezinkt schoener-kofschip, varende onder Nederlandse vlag, genaamd de KOOPHANDEL, gevoerd door kapt. C.E. Hoeksma; volgens Nederlandse meetbrief lang 26 ellen 80 duimen, wijd 5 ellen 26 duimen, hol 2 ellen 94 duimen, en alzo gemeten of 184 tonnen of 97 lasten.
Breder bij inventaris en bericht bij bovengenoemde makelaar.
(opm: het schip werd op 2 mei onderhands voor NLG 8.000 verkocht aan firma B. Hagedoorn & Zoon, Amsterdam; nieuwe naam ANNA LOUISA, nieuwe kapitein J.J. van der Gouwe)


 GRC - Groninger Courant

Van Cuxhaven den 16 april, MARGARETHA, W.N. Riensema, naar Rotterdam.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Bericht aan de belanghebbers in de Friesche Stoomboot-Reederij, dat over het dienstjaar 1852 aan de actiehouders in gemelde rederij tegen verwisseling van coupon no. 6 een rente van 5% zal worden uitbetaald op woensdag de 4e mei e.k, en vervolgens alle woensdagen, van ’s morgens 10 tot ’s namiddags te 2 ure, ten kantore van de heer D. Kraijer te Harlingen, alwaar tevens de rekening en verantwoording over gemeld dienstjaar gedurende veertien dagen voor de belanghebbenden ter visie zullen worden gelegd.
Commissarissen der Friesche Stoomboot-Reederij , Corns. Harmens, president


23 april 1853


  RC - Rotterdamsche Courant

Helvoetsluis, den 21 dezer. Heden morgen arriveerde MARGARETHA, W.N. Riensema voor wijlen K.T. Harding (opm: zie NRC 161152), van Memel, laatst van Cuxhaven.
(opm: waarschijnlijk is de kof MARGARETHA, bouwjaar 1827, na lossing in Rotterdam verkocht voor de sloop; de in het afgelopen half jaar opgelopen zware schades [zie NRC 161152 en NRC 090153] hebben hierbij ongetwijfeld een rol gespeeld)


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Groningen, 22 april. Gisteren arriveerde alhier de schoenergaljoot MEIKA, groot ongeveer 100 last, kapt. S.H. Hazewinkel, van Veendam, gebouwd bij A.W. Hooites te Hoogezand; en heden morgen arriveerden twee nieuwe schoenergaljoten voor deze stad, de ene genaamd REDITE, kapt. G.E. Hoveling, van Veendam, en de andere IRENE, kapt. L.P. Vreede, van Veendam, beide bodems ongeveer 100 last groot en gebouwd bij Ipe Hooites te Hoogezand.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Aangaande de schoener of kof, in de nabijheid van het Eijerland gestrand, (zie ons vorig nummer) wordt van Texel van de 19e dezer gemeld, dat het gebleken was een Engelse schoener te zijn, die na het uitbrengen van een werp en een zwaar anker weder vlot geraakt en naar zee gezeild was, zonder dat men de naam had kunnen te weten te komen.


24 april 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 23 april. Het schip ANKE BERG, kapt. Wieringa, van Galatz naar het Kanaal, is wegens gebrek aan water en proviand te Carthagena binnengelopen.


25 april 1853


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. F. der Kinderen, J. Corver, H.J. Rietveld, G.J. Boelen en J.J. van der Meulen, makelaars, zullen op maandag 23 mei 1853, des avonds ten 6 ure, te Amsterdam, in de Nieuwe Stads-Herberg aan het IJ, ten overstaan van de notaris J.B. van Houten, verkopen een extra ordinair welbezeild gekoperd en kopervast barkschip, varende onder Nederlandse vlag, genaamd VAN DER WERF en gevoerd door kapt. P.C. Rosier; volgens Nederlandse meetbrief lang 37 ellen 5 duimen, wijd 6 ellen 89 duimen, hol 5 ellen 35 duimen en alzo gemeten op 607 tonnen of 321 lasten.
Breder bij inventaris en bericht bij bovengenoemde makelaars, of de cargadoors Floris der Kinderen en Zoon. (opm: de bark werd eerst in november 1855 voor NLG 41.500 verkocht; nieuwe scheepsnaam DIRK ARNOLD)


26 april 1853


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Volgens een bericht van Zr.Ms. Consul-Generaal te Smyrna, van de 6e dezer, was de Nederlandse schoener JANTJE, kapt. Van Wijk, zijn lading gaan aanvullen te Samos; de TWEE GEBROEDERS was naar Londen gezeild. Er is gebrek aan Nederlandse schepen die te Smyrna voordelig zouden kunnen worden gebezigd.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

De 23 april zijn met de schipper Dijkstra van hier 22 personen vertrokken uit de gemeenten Leens en Kloosterburen naar Amsterdam om van daar met het Bremer fregatschip ADLER, kapt. Hohorst, naar New-York de reis te vervolgen.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Het schip LAMBERTUS, kapt. Kramer, van Ibraïla naar Queenstown, is de 12e april te Gibraltar met lekkage binnengelopen.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Volgens brief van kapt. Giesse, voerende het schip ISIS, van Amsterdam naar San Francisco, d.d. 22 januari, bevond hij zich toen op 07º NB 21º WL; aan boord was alles wel. Genoemde kapitein meldt verder, dat hij tot de 31e december, zijnde toen op de hoogte van Kaap Finisterre, hevige stormen doorgestaan had, waardoor het grootste gedeelte van het galjoen was weggeslagen en zeilen en touwwerk veel geleden had.


  LC - Leeuwarder Courant

Ameland, 23 april. In de vroege morgen van gisteren is alhier gestrand het Nederlandse tjalkschip de TWEE GEBROEDERS, kapt. G.L. Jansen (opm: kapt. Gerrit Lubberts Jansen), komende met een lading aarde, ijzer- en glaswaren van Hull en bestemd naar Lübeck. De schepelingen, ten getale van vier, zijn door middel der reddingboot der Noord- en Zuid-Hollandsche Redding Maatschappij, onder directie van de burgemeester gelukkig aan land gekomen. De lading en tuigagie is geborgen, doch het schip geheel wrak; het is reeds gedeeltelijk verbrijzeld. (opm: zie LC en NRC 290453)


27 april 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 25 april. Van de werf van de scheepsbouwmeesters J.R. Boelen & Zonen alhier is te water gelaten het clipper barkschip AMERIKA, groot 270 lasten, zullende worden gevoerd door kapt. D. Schuijmer, onder directie van de heer Q. Blaauw. Daarna is de kiel gelegd voor en dergelijk schip, mede zullende varen onder boekhouderschap van gemelde heer. Beide vaartuigen zijn bestemd voor de grote vaart.


  AH - Algemeen Handelsblad

Rotterdam, 25 april. Heden namiddag is van de werf Rotterdamsch Welvaren alhier met goed gevolg van stapel gelaten het nieuw gebouwd barkschip BESOEKIE, groot circa 400 lasten, gevoerd zullende worden door kapt. A. Schaap, en bestemd voor de grote vaart. Dit schip behoort aan en zal varen onder directie van de heren A. van Hoboken & Zonen alhier. Onmiddellijk daarna is de kiel gelegd van een schoenerschip, men zegt een vier-mast, genaamd ARGO.


  AH - Algemeen Handelsblad

Verkoping van schepen op maandag 25 april in de Nieuwe Stads Herberg aan het IJ: een welbezeild gezinkt schoener-kofschip de KOOPHANDEL, kapt. C.E. Hoeksma: NLG 7.000, in slag NLG 1.000, opgehouden, doch daarna uit de hand gekocht voor NLG 8.000 door J. Meijerink Meijer (opm: handelend namens de firma B. Hagedoorn & Zoon, zie AH 220453)


28 april 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 27 april. Te Muiden is de 23e april van de werf De Bloementuin van de scheepsbouwmeester P. Pauw met het beste gevolg van stapel gelaten het schoenerschip CORNELIA WILHELMINA, groot ongeveer 100 rogge-lasten, zullende gevoerd worden door kapt. G. Hoeksema onder directie van de heer B.W. Kaars van Sypestein.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 27 april. Te Lemmer is de 23e april bij de scheepsbouwmeester C.P. Bakker met het beste gevolg te water gelaten het schoenerschip AURORA, groot 150 gemeten lasten, voor een rederij onder directie van de heer Jan S. Visser aldaar, gevoerd zullende worden door kapt. J.J. Lakerooij.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Norden, 24 april. Het schip CATHARINA, kapt. Veeling, van Amsterdam, laatst van Carolinerzyl (opm: Carolinensiel), naar Londen, is alhier met schade binnengelopen.


29 april 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 28 april. De Javasche Courant van 9 maart meldt: Dezer dagen is te Soerabaija aangekomen het Nederlandse koopvaardijschip MARIA MAGDALENA, waarin geladen waren de delen van het ineen te zetten ijzeren stoomschip ADMIRAAL VAN KINSBERGEN. De aanbouw van dit stoomschip heeft plaats gehad in de fabriek der Nederlandsche Stoomboot Maatschappij te Fijenoord. Het is van 70 paardenkracht, met schuins liggende machines van directe werking en met een tubulaire stoomketel.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 9 maart. Op de 6e dezer is alhier ter rede teruggekeerd het op de 31e januari j.l. naar Nederland vertrokken koopvaardijschip ELISABETH ANTHONIA, kapt. A. Schippers (opm: J.H. Schippers, zie ook NRC 030553 en 220653). Die bodem is in zee door hevige stormen overvallen en bekwam daardoor enige averij en werd lek, waarom de kapitein besloot, de reis niet voort te zetten maar naar Batavia terug te keren. Het is nog onzeker, of de vertimmeringen aan hetzelve hier of elders zullen geschieden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Leeuwarden, 25 april. In de morgen van de 22e dezer is, ten gevolge van in zee bekomen zware lekkage, op het eiland Ameland gestrand het Nederlandse tjalkschip de TWEE GEBROEDERS, kapt. G.L. Jansen, komende met een lading aarde-, glas- en ijzerwerken van Hull, en bestemd naar Lübeck. De schepelingen, ten getale van vier, zijn door de reddingboot der Noord- en Zuid-Hollandsche Redding Maatschappij, onder de directie en persoonlijke aanvoering des burgemeesters Jhr. D.W. Crommelin van Heeckeren, gered, terwijl de lading en tuigage, eveneens onder zijn directie, ten verzoeke van de kapitein geborgen zijn. In de volgende nacht is het schip verbrijzeld. (opm: zie LC 260453)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Kampen, 25 april. Bij de heren Gebrs. Van Hasselt alhier is een intekening opengesteld op een zeer belangrijke onderneming, die voor Noord-Holland, Utrecht, Gelderland, Overijssel en Drenthe van het grootste belang is, namelijk een stoombootvaart direct op Londen tot overbrenging van passagiers, doch voornamelijk van landbouwproducten, boter, vee enz. Een groot gedeelte der aandelen, ad NLG 600, is reeds geplaatst. Wij hopen, dat deze ondernemende kooplieden er in zullen slagen, om deze belangrijke onderneming tot stand te kunnen brengen.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. De notaris E. Meijer te Nes op Ameland gedenkt, ten verzoeke van de heer burgemeester aldaar, Jhr. Van Heeckeren q.q, bij boelgoed tegen gereed geld te verkopen bij het pakhuis van strandgoederen te Nes, op woensdag de 4e mei 1853, des morgens precies ten 9 uur, de geborgen tuigagie van het op de 22e april l.l. gestrande tjalkschip de TWEE GEBROEDERS, kapt. G.L. Jansen, van Grijpskerk, bestaande onder anderen in een stel zeilen, ankerketting, dito touw, ankers, voorts stag, want, staand en lopend touwwerk, zwaarden, mast, giek, roer, en verdere scheepsgoederen.
En des namiddags ten 2 ure het beschadigd gedeelte van de lading van voorschreven schip, als 253 bossen bandijzer, 144 zeisen, 24 bakzelmessen, 192 bossen sleutels, 105 pakken houtschroeven, 2 vaten met laarzenijzers, 8 pakjes ijzeren knopen, 2 pakjes gespen, 11 baaltjes met schoennagels, en al hetgeen verder ter verkoop zal worden aangeboden.


30 april 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 29 april. Het Nederlandse barkschip BOERHAVE, kapt. W. Timmermans, is op deszelfs reis van Rotterdam naar Akyab, op het eiland Cheduba, ongeveer 60 mijlen van de plaats zijner bestemming, verongelukt. (opm: zie ook AH 020553)


 MCO - Middelburgsche Courant

Veere, 29 april. Gisteren is naar zee gezeild de kof ADOLF EDUARD, kapt. G.T. Teensma, van Middelburg naar Seaham, met ballast.


  AH - Algemeen Handelsblad

Batavia, 12 maart. Op 6 dezer is alhier ter rede teruggekeerd het op 31 januari jl. naar Nederland vertrokken koopvaardijschip ELISABETH ANTONIA, kapt. A. Schippers. Die bodem is in de open zee door hevige stormen overvallen en ondervond grote moeilijkheid, om tegen de hoge zeeën op te werken. Hierdoor kreeg het schip enige averij en werd lek, waarom de kapitein besloot, de reis niet voort te zetten maar naar Batavia terug te keren. Het is nog onzeker of de vertimmeringen aan hetzelve hier of elders zullen geschieden. Aan boord bevonden zich als passagiers mevrouw de weduwe Van der Hucht en vijf kinderen, benevens de kapitein der genie E.A. Haitink en echtgenoot, voor wie deze terugkeer wel een grote teleurstelling genoemd mag worden.


  DC - Dordtsche Courant

Batavia, 12 maart. De 18 februari ll. is ter rede van Batavia aangekomen Zr.Ms. transportschip MERWEDE. De 17 augustus 1852 uit Nederland vertrokken, is het door aanhoudende stilten genoodzaakt geweest Rio Janeiro aan te doen, alwaar het de 15 november jl. aankwam en de 29 van dezelfde maand vertrok. Het état-major en de equipage verkeren in de beste toestand.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Groningen, 29 april. Gisteren arriveerde alhier de schoenergaljoot CORNELIA ALIDA, groot 80 last, kapt. P. Vorenkamp, van Sappemeer, gebouwd bij U.O. van der Werff te Sappemeer.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Ingezonden stuk. Heden is door de stoomsleper hier tot in de nabijheid van de stad gebracht de Franse schoener ANNA, kapt. La Haye, met boekweit, komende van Nantes, met 11 voet diepgang. Bij deze gelegenheid is het weder gebleken hoe grote behoefte hier aan een geordend Loodswezen bestaat, zijnde dit schip toch door visserlieden, bij wie men bezwaarlijk onbekendheid kan veronderstellen, bij laag water op een zandrug gezet, die gelegen is tussen de tonnen no. 3 zwart en no. 2 wit. Een loods, op wie verantwoording rustte, zou het tij hebben afgewacht en dan ware het nieuwe schip, dat nu lek is geworden, behouden en zonder enig bezwaar binnengekomen. En om een denkbeeld te geven van de grote bezwaren, aan welke de scheepvaart op het Friesche Gat is blootgesteld, zolang het ons nog aan een geordend Loodswezen en de nodige aanwijs door vuurtorens, bakens en een beter opzicht op het vaarwater zal ontbreken, laten wij hier volgen de vertaling van een gedeelte van het Journal van kapt. La Haye, voor zover het op het binnenkomen betrekking heeft:
De 26e april 1853, des morgens te zes uur, de wind Noord-Oost, zette ik met mijn vlag aan de top van de fokkemast, koers naar land, ten teken dat ik een loods verlangde; 's middags vervoegde zich een Groninger (moet zijn Pesumer) schipper bij mij, zeggende dat hij loods was, terwijl hij zijn vlag vertoonde; ik accordeerde met hem, om mij binnen te brengen voor de som van vijf Pond Sterl., hij komt aan boord en laat mijn vlag naar beneden halen. Toen zetten wij koers; van 3½ uur tot 4 uur liggen wij bijgedraaid om te wachten totdat het water wast; om 4 uur noodzaakte mij de loods, ondanks de bemerkingen die ik hem maakte, even als mijn stuurman, die Engels spreekt en zich beter kan doen verstaan dan ik, om koers te zetten, zeggende, dat er water genoeg voor het schip was; om 4½ uur raakte het schip de grond en heeft niet opgehouden met stoten tot 5½ uur, zodanig, dat ik voor hetzelve vreesde dat het lek zoude worden, hetgeen de lading zou benadelen. Toen heb ik mij gehaast uit voorzorg te laten pompen, doch ik heb geen water van belang gekregen. Terwijl ik op deze bank zat, klampten vele visserschepen tegen mijn wil bij mij aan boord, alsof men zich van mijn schip wilde meester maken, hoewel zij in plaats van goeds niets dan kwaad uitrichtten, want onverminderd mijn tegenstand en die der gehele equipage, hebben zij zich meester gemaakt van het tuigage, dat zij, even als het schip, op vele plaatsen hebben beschadigd. Toen zijn vier van die vissers aan boord gekomen en in dat ogenblik sprong mijn eerste loods in een scheepje van een der visserlieden over en verdween, zonder dat ik hem weer zag, mij op de bank latende zitten, niet wetende of ik terug moest keren dan verder te gaan, besloot ik het anker te werpen om te wachten totdat het water wies. Hiermede willende beginnen, werd het schip vlot; ik accordeerde toen met één van de vier, die aan boord waren, voor de som van vijf Pond Sterl., en ben voor de rede ten anker gekomen, zonder verder iets merkwaardigs te hebben ondervonden. Het schip maakte intussen aanhoudend water.
Groningen den 28 april 1853. H.B.D.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Het schip ALEIDA ALEIDA, kapt. De Haan (opm: kof, bouwjaar 1842; kapt. Kornelius Kornelius de Haan), van Beyruth naar Sur vertrokken om de lading te complementeren is volgens brief van Beyruth d.d. 31 maart, bij Saida gestrand (opm: zie PGC 100553).


01 mei 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Goudstaart (opm: Start Point), 24 april. Het schip FOP SMIT, kapt. Swart, van Londen naar Adelaide, passeerde alhier, hebbende de kluiverboom verloren.


02 mei 1853


  AH - Algemeen Handelsblad

Akyab, 7 maart. Het schip BOERHAVE, kapt. Timmermans, van Rotterdam op hier bestemd, is in de nacht van 16 februari op de rotsen, bij het eiland Chelluba (opm: Cheduba) gestrand en zal waarschijnlijk weg zijn. De equipage is gered. (opm: zie NRC 190553)


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Dissolutie van vennootschap. Bij akte, op de 25e april 1853 door vrouwe Theodora Mechtelda ten Cate, weduwe van de weledel gestrenge heer Barend Willem van Starckenborg van Straten, en de weledele heer Adrianus Anthonie Vinju, beiden alhier woonachtig, voor de notaris Gerhard Leefkens en getuigen alhier gepasseerd en geregistreerd, is bepaald, dat de vennootschap tussen hen bestaande onder de firma van Weduwe B.W. van Starckenborg van Straten, met de eerste mei aanstaande zal zijn gedissolveerd en ontbonden, dat de zaken van gezegd handelshuis vanaf de gezegde eerste mei zullen worden voortgezet door de genoemde vrouwe en eindelijk dat de liquidatie door haar-ed. alleen zal geschieden.
Amsterdam, 30 april 1853, namens de vennoten, G. Leefkens, notaris.


03 mei 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 30 april. Heden is van de werf de IJhoek van de heren Abbema en Van Cleef te water gelaten het barkschip DERKINA TITIA, groot 220 lasten,gebouwd voor rekening van de heer Justus van Maurik, zullende gevoerd worden door kapt. W.B. van Zijp.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Helder, 1 mei. Hedenochtend is op ’s Rijks werf te Willemsoord de nieuw gebouwde oorlogsschoener MAKASSER in dienst gesteld. Het bevel over deze bodem is opgedragen aan de Luit.ter Zee 1e klasse Jhr. A. Klerck. Dezelve zal, tegelijk met Zr.Ms. stoomschip CYCLOOP, de haringvloot vergezellen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Portsmouth, 29 april. Het Nederlandse barkschip JEANNETTE, kapt. Visser, van Hartlepool naar Point de Galle, hetwelk alhier de 2e januari werd binnengebracht om te repareren – zie ons nommer van 6 januari en vorigen – is heden van uit de haven naar Spithead gesleept.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Groningen, 30 april. In tijden heeft men niet zoveel levendigheid in de scheepsbouw, en zoveel toebereidselen tot een drukke scheepvaart in deze stad en provincie waargenomen, als in dit voorjaar het geval is.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 2 mei. Op 30 april is van de scheepstimmerwerf van de heer Fop Smit aan de Kinderdijk met het beste gevolg te water gelaten een stoomschip, gebouwd voor rekening van de Neder- en Middenrijnsche Stoomboot-Maatschappij te Dusseldorp, en bestemd voor de Rijnvaart. De buitengewone lengte van dit schip, met deszelfs bouworde, en de kracht der machine, welke daarvoor in Engeland vervaardigd wordt, doen een bij uitstek snelvarend stoomschip verwachten.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Het fregatschip ELISABETH ANTHONIA, gezagvoerder J.H. Schippers, op welke bodem zich de ondergetekende, met nog zeven leden zijner familie als passagier bevond om van Batavia naar Nederland te worden overgevoerd, werd tussen de 17e en 20e februari j.l, op 15º Z.B. en 98º Lengte, door een orkaan belopen, waardoor hetzelve zwaar lek werd, en naar Batavia moest terugkeren. Wij brengen hier niet alleen hulde toe aan de gezagvoerder, die als bekwaam zeeman reeds enige dagen van tevoren het ontstaan van dit natuurverschijnsel voorzien had, maar verklaren tevens, dat het aandachtig gadeslaan van dit gebeurde ons de overtuiging heeft gegeven, dat wij aan zijn zo tijdig genomen voorzorgen, voorbeeldige bedaardheid en waakzaamheid, zowel in de orkaan, als na het ontstaan der averij, de redding van het schip en de lading, het behoud van ons leven en gelukkig weder bereiken van Batavia verschuldigd zijn, en volbrengen langs deze weg een aangename taak, door de gezagvoerder J.H. Schippers, hiervoor openlijk onze dank te betuigen.
Batavia, 7 maart 1853, E.A. Haitink, kapitein-ingenieur


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Op het strand te Heyst heeft een visser een fles gevonden, welke was komen aandrijven en een brief bevatte van zekere L. de Wilde, van Utrecht, zich aan boord bevindende van het Nederlandse schip MAXIMILIAAN THEODOR, kapt. De Veer, van Amsterdam naar Melbourne in Australië bestemd; de brief, gedagtekend 14 april en geschreven in het Kanaal, meldt, dat alles wel aan boord was, zodat dit met een groot aantal landverhuizers bevracht schip aan de storm van 12 op 13 dezer gelukkig is ontkomen.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Groningen, 2 mei. Vrijdagavond arriveerde alhier de schoenergaljoot ALIDA, groot 84 last, kapt. J.J. Prins, van Appingedam, gebouwd bij J.G. Bodewes te Sappemeer.


04 mei 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 3 mei. Ter aanvulling van het door ons overgenomen bericht uit de Belgische dagbladen, betreffende een afschuwelijke aanval van zeerovers op een Nederlands schip in de nabijheid van Konstantinopel (opm: Istanbul), zijn wij in staat gesteld onze lezers mede te delen, dat bedoelde aanval de 18e april heeft plaats gehad op het schip ANTHONY, kapt. W.J. Nipperus, van Dordrecht. Die aanval had ’s nachts plaats, terwijl genoemde kapitein bij zich aan boord had de heer Muller, kapitein van het schip HARMINA, dat in de nabijheid lag. Beiden werden, na zich dapper verdedigd te hebben, ernstig gewond, doch moeten volgens verklaring der heelmeesters zich geenszins in gevaarlijke toestand bevinden. Het schip ANTHONY zou binnen acht dagen zijn reis naar Galatz voortzetten. De medewerking van de Nederlandse legatie is ingeroepen geworden, die van haar kant alle pogingen in het werk zal stellen, dat de daders van dit gruwelijk feit opgespoord en gestraft worden. (opm: zie ook DC 050553 en NRC 180953)


  AH - Algemeen Handelsblad

Volgens brief van Triëst van de 28e april was op de klippen van het eiland Curzola in Dalmatië, onder meer andere voorwerpen, gevonden een plank, waarop EMMA OBBINA. Het schip EMMA OBBINA, kapt. Meijer (opm: kof, bouwjaar 1841; kapt. W. Meijer), van Amsterdam naar Ancona, is de 18e januari uit Texel naar zee gezeild.


  AH - Algemeen Handelsblad

Verkoping van schepen op maandag 2 mei in de Nieuwe Stads Herberg aan het IJ: een welbezeild smakschip de ZAAN, kapt. P. Sannes: NLG 1.825, in slag NLG 40. Koper A. R. Holst (opm: een makelaar in opdracht van firma Hurrelbrinck & Co, Amsterdam; nieuwe naam HARMANUS, kapt. J.E. Kras)


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Te koop een op stapel staand kofschip, groot pl.m. 72 lasten, gebouwd in de provincie Friesland in de jaren 1852/53. Te bevragen bij de heren Zeilmaker & Co. te Harlingen.


05 mei 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Havana, 14 april. Het Nederlands schip ANTJE, kapt. Ruiten, hetwelk de 9e dezer van hier naar Amsterdam vertrok, is, na bij Salt Key op strand te hebben gezeten, geretourneerd.


  DC - Dordtsche Courant

Dordrecht, 4 mei. Ingevolge ontvangen bericht van de legatie te Konstantinopel, in dato 18 april 1853, was het schip ANTHONY, kapt. W.J. Nipperus, van Dordrecht, liggende op de buitenrede van Konstantinopel, die nacht door rovers aangevallen, welke de kapitein, alsmede kapt. Mulder van het schip HARMONIE, welke die nacht aan boord was gebleven, zwaar gewond hebben; maar, volgens verklaring van twee kundige heelmeesters, verkeren beiden in geen gevaarlijke toestand, en zoude het schip ANTHONY binnen acht dagen zijn reis naar Galatz voortzetten; ook zoude door de legatie getracht worden om de gestolen kledingstukken en het geld terug te bekomen. (opm: zie ook NRC 040553)


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Groningen, 2 mei. Maandag arriveerde alhier de schoenergaljoot de DRIE GEBROEDERS SIKKENS, groot 80 last, kapt. K.C. Kamminga, van Wildervank, gebouwd bij W. Bodewes te Martenshoek.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Aangaande het schip WILLEM HENDRIK, kapt. Hangelbroek (opm: tjalk, bouwjaar 1844, kapt Kornelis Korneliszoon Hangelbroek), te Leek te huis behorende en de 1e december 1852 van Berwick naar Hamburg vertrokken, heeft men sedert niets vernomen.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Het schip ANTHONIE, kapt. Nepperus, te Constantinopel bij de Leandertoren ten anker liggende, is, volgens brief van Constantinopel van de 18e april, in de nacht van de 16e dito door rovers overmeesterd, die na de equipage opgesloten en de kapitein, benevens kapt. R.F. Mulder, die zich vermoedelijk tijdelijk aan boord van dit schip bevond, zwaar verwond te hebben, zich van een en ander meester gemaakt en daarna verwijderd hebben.


07 mei 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 6 mei. Volgens rapport van kapt. De Vries, gevoerd hebbende de schoener CERES, welk schip op een rif in de Feejee (opm: Fiji) eilanden verongelukt is – zie ons nommer van de de 21e januari – is deze groep niet nauwkeurig op de kaarten van Norie van 1845 aangetekend, zijnde het Charibdus rif 50 mijlen oostelijker dan daarbij opgegeven. De observatie van genoemde kapt. De Vries en van Robert Phelps van de walsvisvaarder DANIEL WATSON, in dato de 18e augustus 1852, geeft de ligging van dat rif op 170º03’ W.L. en 16º05’ Z.B.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 6 mei. Van de lading van het schip CATHARINA, kapt. Veling van hier naar Londen met schade te Greetzyl (opm: Greetsiel) binnengelopen – zie ons nommer van de 28e april, art. Norden - zijn 27 vaten krenten beschadigd bevonden, die de 6e dezer publiek verkocht zouden worden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 2 mei. Aangaande de schepen JACOBUS BEGEMANN (opm: kof, bouwjaar 1845; kapt. Thomas Jans Rink), van Koningsbergen (opm: Kaliningrad) naar Yarmouth, de 22e december 1852 van Christiansand (opm: Kristiansand) vertrokken en CATHARINA CORNELIA, kapt. Oldenburger (opm: kof, bouwjaar 1839, kapt. Hindrik Alberts Oldenburger), van dito (opm: Koningsbergen) naar Salcombe, de 8e januari van Svinoer (opm: Svínáir, Faroer; zie GRC 261152 en NRC 310353 en 010453) vertrokken, heeft men sedert niets vernomen.


  AH - Algemeen Handelsblad

Winschoten, 3 mei. Gisteren avond heeft zich de gewezen scheepskapitein H.S. te Beerta, door de loop van een geweer in zijn mond te plaatsen en door middel van de laadstok af te trekken, van het leven beroofd. Men zegt, dat verdriet, ergernis en zorg voor een toekomstig bestaan, veroorzaakt door het verlies van zijn schip, welk ongeluk hem reeds voor de tweede of derde maal overkwam, tot deze wanhopige daad aanleiding heeft gegeven. (opm: het betreft hier kapt. Harm Kasperts Sietsema, volgens de burgerlijke stand van Beerta op 2 mei 1853 ten 19.00 overleden; hij had in maart 1852 de kof VIER GEBROEDERS VEENHOVEN verspeeld, zie NRC 010452, en daarvoor op 3 maart 1849 de kof HENDRIKA, zie AH 300349)


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. De 10e december 1852 overleed op deszelfs tehuisreize van de Wijnkopersbaai (eiland Java) aan boord van het schip ANNA MARGARETHA, kapt. Rühl, mijn hartelijk geliefde echtgenoot, Lodewijk Daniel Wiggerts, 2e stuurman op gemelde bodem. Een ongesteldheid van één dag nam hem, met wie ik nog geen 6 maanden door de echt verenigd mocht zijn, tot mijn grote droefheid, in bijna 27-jarige ouderdom, van mij weg.
Amsterdam, 6 mei 1853, H.C. Pohlmeijer, wed. L.D. Wiggerts.


08 mei 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Veendam, 4 mei. Heden is door de scheepsbouwmeester Philippus Rogaar op zijn werf alhier wederom de kiel gelegd voor een schoenerschip, groot plm. 90 rogge-lasten. Dit schip wordt gebouwd voor rekening van de heer J.H. Veenhoven Hzn te Hoogezand.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Johannes Hogersdijk, notaris te Rotterdam, zal op dinsdag 17 mei 1853 ten 12 ure in het Lokaal der Notarissen aan de Geldersche Kade te Rotterdam openbaar verkopen 2/50e aandelen in het brikschip CATHARINA MARIA, gevoerd wordende door kapt. M.J. Logger, varende onder het boekhouderschap van de heren Schloss & Hencke te Rotterdam, groot 261 tonnen of 138 lasten, zijnde op deszelfs terugreis van Batavia naar Amsterdam. Nadere informatië zijn te bekomen ten kantore van de voornoemde notaris aan de Korte Hoogstraat te Rotterdam.


09 mei 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 8 mei. Op verzoek van de heren Mr. D.J. van Doornick, H.J. Ankersmit jr. en H. Buitenwerff, te Deventer, is de vergunning, die hun de 24e oktober 1851 voor een geregelde stoombootdienst tussen Rotterdam en Deventer tot vervoer van personen en goederen werd verleend, bij beschikking van de minister van binnenlandse zaken van de 30e april j.l. overgeschreven op de Deventer Stoomboot-Maatschappij, onder directie van de heer Steven van Delden Albertusz, te Deventer.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. H.J. Rietveld en J. van Dijk, makelaars, zullen op maandag de 23e mei 1853 in de Nieuwe Stads-Herberg aan het IJ te Amsterdam, verkopen: het extra ordinair, welbezeild, gekoperd en kopervast schoener-brikschip ANNA ELISABETH, gevoerd door kapt. K.B. de Weerd, volgens meetbrief lang 29 ellen 20 duimen, wijd 4 ellen 62 duimen en hol 3 ellen 6 duimen, en alzo gemeten op 183 tonnen of 97 lasten. En dat verder met al deszelfs rondhouten, opstaand en lopend want, ankers, touwen, zeilen en andere scheepsbehoeften, breder bij inventaris vermeld. Iemand, nader onderricht begerende, spreke met bovengemelde makelaars, of met de cargadoors Hoyman & Schuurman of E. Windhouwer alhier.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Voor passagiers en goederen naar Batavia en Samarang ligt te Amsterdam in lading om begin der volgende maand te vertrekken het nieuw gebouwd, gekoperd, tweedeks campagne-barkschip JACOBA EN CHRISTINA, kapt. J.C. Berk, varende een geëxamineerde scheepsdoctor en zijnde uitmuntend ingericht tot de overvoer van passagiers. Adres ten kantore van G.W. v an Barneveld Kooy, IJgracht no.28.
(opm: eerste reis)


10 mei 1853


 GRC - Groninger Courant

Zeetijdingen. In lading te Londen 3 mei, kapt…, REINAUW ENGELKENS, naar Melbourne. (opm: de kof, bouwjaar 1844, was in april met behoud van naam naar Engeland verkocht, lag op 18 mei nog in lading, vertrok op 13 juni, en arriveerde onder capt. Grange op 28 oktober in Melbourne, zie OHC 030254; het schip vertrok in april 1859 naar Dunedin, Nieuw-Zeeland, en was aldaar tot 24 januari 1873 nog als lichter in de vaart, toen het na een stranding bij Otago Witness [nabij Dunedin] moet zijn afgekeurd)


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Aangaande het schip ALEIDA ALEIDA, kapt. De Haan, van Beyruth naar Sur, bij Saida gestrand, wordt bericht, dat het in de nacht van de 30e op de 31e maart op de klippen verbrijzeld is. De equipagie was op de mast aan wal gekomen. (opm: zie PGC 300454)


11 mei 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 10 mei. Kapt. Mouthaan, voerende de schroefboot ADMIRAAL VERHUELL, rapporteert deze morgen bij het binnenkomen op het rif, tussen de uiterton en de ton Alexandrië, te hebben zien zitten, het Pruissische brikschip FORTSCHRITT, kapt. Voss. Hij heeft daarop hetzelve adsistentie verleend en na veel moeite van deze gevaarlijke plaats afgesleept en in vlot water gebracht. Het schip FORTSCHRITT, is nog heden in Hellevoetsluis gearriveerd.


12 mei 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hellevoetsluis, 9 mei. Op dit ogenblik bevindt zich alhier zeilklaar naar Londen en vervolgens naar Australië het fregatschip CALIFORNIA, kapt. Jaski, varende onder directie ener Amsterdamse rederij. Deze bodem, geheel van ijzer vervaardigd, zomede de masten en boegspriet, trekt ieders aandacht tot zich en perst de kenner van scheepsbouw bewondering af, zo wat aangaat de constructie, als fraaie inrichting en vormen, terwijl iedereen opgetogen uitroept, dat deze bodem in het zeilen zijn mededinger zelden zal aantreffen. De bouwmeester van dit fraaie vaartuig is de heer Fop Smit, aan de Kinderdijk. (opm: de CALIFORNIA, kapt. T.C. Jaski, vertrok 12 mei naar Londen)


  DC - Dordtsche Courant

Dordrecht, 11 mei. Uit Konstantinopel worden nadere berichten medegedeeld omtrent het gebeurde met het Nederlandse schip ANTHONY, kapt. Nepperus. Vijf der rovers zijn gearresteerd. De scheepsjongen had de twee eersten herkend, en zo was men op het spoor der anderen gekomen. Het zijn allen Griekse onderdanen, en geen Turkse, zo als vroeger was gemeld. De Griekse consul en de Nederlandse zaakgelastigde woonden het verhoor en de confrontatie der misdadigers met de kapitein bij. De zorgelijke toestand, waarin de kapitein door zijn wonden is gebracht, belette hem het spreken; maar zijn gebaren en zijn hevige aandoening, toen hij de moordenaars voor zijn bed zag staan, laten omtrent hun identiteit geen twijfel meer bestaan.


  DC - Dordtsche Courant

Hellevoetsluis, 10 mei. Heden arriveerde THETIS, kapt. G. Baggus, van Messina.
Het schip RICHARD ANDERSON heeft, bij het inlopen van het kanaal, het schip THETIS zo beschadigd, dat hetzelve onmiddellijk is moeten lossen.


  DC - Dordtsche Courant

London, 9 mei. Kapt. Bacon, voerende de stoomboot RAVENSBOURNE, heden van Antwerpen gearriveerd, heeft in de afgelopen nacht ontmoet het stoomschip BATAVIER van Rotterdam, die in ontramponeerde staat was en die hij dientengevolge op sleeptouw genomen heeft.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Groningen, 11 mei. Maandagavond is van de werf van K.K. de Vries, buiten 't Kleine Poortje alhier, van stapel gelopen de nieuwe kof CATHARINA MARIA, kapt. H.H. Roth, van Emden.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Groningen, 11 mei. Dinsdag arriveerde alhier de schoener-galjoot AURORA, groot 75 last, kapt. H.H. Vaalman, van Wildervank, gebouwd bij H.D. Holthuis te Wildervank.


13 mei 1853


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. H.J. Rietveld, makelaar, zal op maandag 23 mei 1853, des avonds ten zes ure, in de Nieuwe Stads Herberg aan het IJ, aan de meestbiedende verkopen het ijzervast gezinkt galjootschipshol, genaamd WEST-INDIEN, met deszelfs roer; volgens Nederlandse meetbrief lang 30 ellen, wijd 6 ellen 13 duim, hol 3 ellen 53 duim en alzo gemeten op 152 lasten. Liggende aan de werf Vreedenhof op de Kadijk.


14 mei 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Malaga, 1 mei. Het Nederlandse schip ALBERTA SCHURINGA, kapt. Smit, van Galatz naar Falmouth bestemd, hetwelk de 5e april alhier lek en met verlies van verschansing is binnengelopen (opm: zie NRC 170453), heeft de reparatie geëindigd en is thans bezig, om de lading, waarvan een gedeelte beschadigd is, weder in te nemen, zodat hetzelve binnenkort de reis opnieuw zal kunnen aanvaarden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Glückstadt, 10 mei. Het schip MARIA, kapt. Nagel, van Rostock naar Gend, is alhier met verlies van anker en ketting binnengelopen.


17 mei 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 26 maart. Vrachten houden zich ferm en worden disponibele schepen nog met verlangen tegemoet gezien. De WILLEM DE CLERCQ zeilde met een gedeelte der aangebrachte lading naar Soerabaija, en heeft alhier de aangeboden vracht niet willen aannemen. De KONINKLIJKE NEDERLANDSCHE YACHTCLUB bedingt voor koffie NLG 95, suiker NLG 105, zonder meer, en indigo NLG 120 met 15%, zo hier als te Samarang laden voor Rotterdam. De LUCIPARA’S laadde alhier voor Amsterdam 4000 picols suiker, en te Samarang suiker en koffie dooreen, alles à NLG 100. De ZES GEZUSTERS had de lading rijst van het Engelse schip GLENDARAGH aangenomen à GBP 4.2/6 naar Cork voor orders doch is de chartering afgesprongen, en bedingt deze bodem thans voor het grootste deel der lading NLG 97,50, en voor het overige NLG 105, beide voor suiker en te Samarang voor Rotterdam. De PLANCIUS was reeds in Nederland bevracht tot het innemen ener lading suiker.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 26 maart. Het Nederlandse schip ELISABETH ANTHONIA is zwaar lek alhier uit zee teruggekomen en moet lossen om te repareren. (opm: zie NRC 290453 en 220653)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Calais,12 mei. De Nederlandse kof FOSSIENA SIERS, kapt. Boiten, welke op deszelfs reis van Bordeaux naar Rotterdam, als vroeger gemeld, bij Waldam op strand is geweest, doch later vlot en alhier binnen werd gebracht, heeft de reparatie bijna geëindigd en zal binnen weinige dagen de lading weder aan boord nemen.


18 mei 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 17 mei. Te Monnickendam is de 14e mei van de werf van de heer J. Kater Pzn. met goed gevolg van stapel gelopen het fraai en hecht gebouwd barkschip QUATRE-BRAS.
Het behoort tot de rederij van de heren Craandijk en Derksen te Amsterdam, is bestemd voor de grote vaart en zal gevoerd worden door kapt. H. Bondix.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 17 mei. Volgens particulier bericht van Amboina d.d. 2 maart, was het te Rotterdam te huis behorend barkschip ELIZE SUSANNE, kapt. N.A. Dijkama, van zijn reis van die plaats naar Batavia, aldaar teruggekeerd, na van 24 november des vorigs jaars gedurende 41 etmalen tegen de moesson te hebben opgekruist. Het schip had enige schade bekomen, welke bereids hersteld was. De gezagvoerder dacht half maart wederom de reis naar Java te aanvaarden, om daar een lading voor Rotterdam in te nemen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 16 mei. De Nederlandse Groenlandsvaarder DIRKJE ADAMA, kapt. Moller, had, volgens brief van Elseneur (opm: Helsingör) van de 11e dezer, de 22e april 8000 robben geslagen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 16 mei. Aangaande de schepen ADRIAAN, kapt. Hobma (opm: hoeker, bouwjaar circa 1809; kapt. Sierk Greeult Hobma), van Berdianski (opm: Berdyansk, aan de Zee van Azov) naar Falmouth, de 9e november bij Adra (bij Almeria) gepraaid door HERCULES, kapt. Laken, van Galatz naar dito, de 23e september Konstantinopel (opm: Istanbul) gepasseerd, en ALIDA JACOBA, kapt. Amsinga (opm: kof, bouwjaar 1850; kapt. Bonno Jans Amsinga), van Newcastle naar Marseille, de 23e januari van Torbay vertrokken, heeft men sedert niets vernomen.


  OP - Oostpost

Soerabaija, 13 mei. Heden is van hier naar Banjermassin vertrokken het Nederlands-Indische schip ADRAK KOOL HAER, kapt. Koenin Moestaher, bevorens genaamd de VROUW ANNA HENDRINA.


19 mei 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 18 mei. Nederlandse koopvaardijvloot. Wij hebben met genoegen ontvangen het werkje, onder bovengemelde titel uitgegeven, ten behoeve van het weldadig fonds van wijlen mejufvrouw Ida Maria de Raath, dat wij in ons blad van de 10e dezer hebben aangekondigd. Dit werkje is samengesteld door onze stadsgenoot de WelEd. heer W. van Houten. Wij kunnen niet anders dan met wezenlijke belangstelling in zijn arbeid, het als een zeer nuttig werkje, dat voorzeker algemeen welkom zal zijn, iedereen aanbevelen. Het is met een keurige letter op best papier gedrukt, met een wit blaadje doorschoten, in een sierlijk bandje gebonden en doet de bewerker eer aan. Het bevat de rederijen op zichzelve, waarvan er in ons vaderland 230 gevestigd zijn, benevens de bijzonderheden van niet minder dan 132 fregatten, 332 barken, 71 brikken en 105 schoeners, een inhoudsmaat hebbende van niet minder dan 160.840 last, ook een globale opgave der schepen, behorende tot de kleine vaart, waarbij een alfabetische lijst van scheepsnamen. Het doel van de schrijver juichen wij zeer toe, vooral, daar hij voldoet aan een bestaande behoefte, door ons een werkje te leveren, dat wij niet bezaten; terwijl de uitgave mede strekt als een geringe bijdrage tot een liefdadig fonds, waaruit zovele arme weduwen van zeelieden onderstand genieten, zodat wij overtuigd zijn, hetgeen wij welmenend aanraden, dat iedere reder en handelaar zich hetzelve zal aanschaffen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlissingen, 15 mei. Het Nederlandse kofschip AMSTERDAM, kapt. Wortelboer, van Antwerpen naar Dantzig (opm: Gdansk) bestemd, is alhier wegens ziekte van de gezagvoerder binnengelopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 16 mei. Aangaande het schip de HOOP, kapt. Mugge, van Odessa naar Falmouth, de 21e oktober Constantinopel (opm: Istanbul) gepasseerd, heeft men sedert niets vernomen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Calcutta, 7 april. Het wrak van het Nederlandse barkschip BOERHAVE, kapt. Timmermans, hetwelk op de reis van Rotterdam naar Akyab, op het eiland Chaduba gestrand, is in Chaduba-Straat drijvende gevonden. (opm: zie NRC 300453)


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Amsterdam, 15 mei. De Regering van Amsterdam heeft in het jaar 1852 aan een commissie van vijf leden de taak opgedragen om te onderzoeken of het denkbeeld om Amsterdam door een groot scheepvaartkanaal met de Noordzee te verbinden in de richting van Holland op het smalst, uitvoerlijk zou zijn, en zo ja, daarvan een ontwerp te maken. Dat ontwerp, uitvoerig beschreven in het verslag, door de commissie in december 1852 uitgebracht, is gedrukt en algemeen verkrijgbaar gesteld. De kosten, waarop de gezamenlijke werken zijn geraamd, bedragen de som van achttien millioen gulden en de tijd voor de uitvoering gesteld is vijftien jaar. De aanzienlijke kosten, maar meer nog de lange tijd, zijn bezwaren, die wellicht de uitvoering achterwege zullen doen blijven. Het Koninklijk Instituut van Ingenieurs, daartoe aangezocht door een zijner leden, heeft daarom, met goedkeuring en medewerking van de Regering van Amsterdam, de volgende prijsvraag uitgeschreven:
Een ontwerp te leveren van een kanaal voor schepen van de grootste soort ter verbinding van het IJ voor Amsterdam met de Noordzee, in de richting van Holland op het smalst, waarbij de bezwaren, die tegen het bestaande ontwerp te maken zijn, worden vermeden.
De antwoorden worden voor de 31e december 1853 vrachtvrij gezonden aan de secretaris van het Koninklijk Instituut van Ingenieurs te 's-Gravenhage. De beoordeling der antwoorden geschiedt door de Raad van het Bestuur van genoemd Instituut. Aan de vervaardiger van het bestgekeurde uitvoerbare ontwerp zal een belooning worden uitgereikt van NLG 2.000, waarvan de helft door het vermelde lid van het Instituut en het overige door den Gemeenteraad van Amsterdam is beschikbaar gesteld.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Groningen, 18 mei. Gisteren arriveerde alhier de schoener-galjoot HILLECHIENA, groot 95 last, kapt. S.B. Hooghoudt, van Hoogezand, gebouwd op de werf van de heer Wildervank te Hoogezand; en heden morgen het schoenerschip de HOOP EN MARIA, groot 73 last, kapt. P.A. Fekkes, van Veendam, gebouwd bij G. Bodewes te Martenshoek.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Groningen, 18 mei. In de nacht van de 18e op de 19e februari jl. werd het Nederlands kofschip de HERSTELLING, kapt. H.P. Lukkien (opm: kapt. Harm Pieters Lukkien), tengevolge van een hevige orkaan bij Corfu ten enenmale omvergeslagen, zodat de equipage in zee werd geworpen en een geruime tijd daarin verbleef. Door het noodgeschrei der manschappen opgewekt, kwam kapt. Henry Parkman, voerende het Engelse schoenerschip CONQUEST, hen ter hulpe en had het geluk hen te redden. Doch niet alleen redde hij hen, maar hij ontving ze met liefde, verzorgde hen van het benodigde en hield ze zes dagen bij zich aan boord. – Directeuren der Zuid-Hollandsche Maatschappij tot redding van schipbreukelingen alhier, uitgenodigd door het Collegie Zeemanshoop te Amsterdam, hebben dan ook in hun vergadering van de 12e dezer aan genoemde kapitein Parkman de grote zilveren medaille dier Maatschappij toegekend, alsmede vijf souvereinen (opm: gouden muntstukken van een £), om aan de equipage van de CONQUEST te worden uitgekeerd.


20 mei 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 19 mei. Volgens brief van kapt. Leeuwen, voerende het schip SAGITTA, in dato Batavia de 28e maart, was hij aldaar, na de 22e november van de rede van Margate vertrokken te zijn en de gehele Spaanse zee afgekruist te hebben, in goede staat aangekomen, had enige schade aan het tuig bekomen, doch daarin zelf kunnen voorzien.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Dardanellen, 29 april. Het schip MARIA FORTUNA, kapt. Rolando, van Odessa naar Rotterdam, is op de kust van Setilbabar gestrand, doch na een gedeelte der lading gelost te hebben, zonder schade vlot gekomen en is gereed, om de reis weder voort te zetten.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Montevideo, 5 april. Het alhier van Antwerpen gearriveerde Nederlandse schip MARGARETHA MARIA, kapt. Leverstein, heeft gedurende de reis, ten gevolge van slecht weer, een gedeelte der lading overboord moeten werpen.


  AH - Algemeen Handelsblad

Harlingen, 18 mei. Men heeft hier het verblijdend bericht ontvangen, dat de twee thans nog in zee zijnde Harlinger Groenlandsvaarders reeds een goede vangst hadden gemaakt, want de SPITSBERGEN had 3.500 en de DIRKJE ADAMA 8.300 robben voordat zij ter walvisvangst voeren.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Te koop een in aanbouw zijnde schuit, groot min of meer 35 ton, lang 15 el 392 streep (52 voet), wijd 3 el 700 streep (12 voet) en hol naar rato. Hetzelve kan met vijf weken gereed zijn, te Lemmer bij C.P. Bakker.


21 mei 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 20 mei. Volgens brief van kapt. Meijboom, voerende het schip ALDEBARAN, van Liverpool naar Sydney, in dato 1 mei, bevond hij zich toen op 37º NB 13º WL. Aan boord was alles wel. De 27e april was hij des avonds aangezeild door de Franse brik ADOLPH ET MARIE, van Marseille naar Dieppe, die onmiddellijk scheen gezonken te zijn, doch waarvan de kapitein N. Bescond, de stuurman Charles en de matrozen Barthelemi en G. Joseph op de ALDEBARAN waren gesprongen en door kapt. Meijboom op een Franse brik waren overgezet; drie man der equipage van de brik waren, ondanks alle aangewende pogingen, waarschijnlijk verdronken. De ALDEBARAN had de kluiverboom en kraanbalken verloren, doch overigens geen schade bekomen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Nederlandse koopvaardijvloot. Dit zo doelmatig samengesteld, net gedrukt en sierlijk gebonden werkje, bevattende al de rederijen van fregatten, barken, brikken en schooners in ons rijk, benevens een globale opgave der koffen, smakken en tjalken, waarbij is gevoegd de wijze van bevrachting bij de Nederlandsche Handel-Maatschappij, gevolgd door een alfabetische lijst van de namen der schepen, en een beschrijving van het weldadig fonds van wijlen mejufvrouw Ida Maria de Raath, ten welks voordeel hetzelve is uitgegeven, alles nauwkeurig bewerkt door de heer Willem van Houten, is te bekomen bij de boekhandelaren Wed. Krap & Van Duym, naast de beurs, te Rotterdam.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Kinderdijk, 19 mei. Heden is van de werf van de heren J. & K. Smit alhier met het beste gevolg te water gelaten het barkschip OTTOLINA, groot circa 370 gemeten lasten, voor rekening ener rederij onder directie van de heer Murk Lels te Alblasserdam, zullende worden gevoerd door kapt. J. Pranger.
Onmiddellijk daarna is de kiel gelegd voor een schip van ongeveer 400 gemeten lasten, genaamd EGMOND EN HOORNE, voor rekening van de heren E. Suermondt & Zn & Co te Rotterdam.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Groningen, 20 mei. Gisteren zijn alhier gearriveerd de galjoot-kof ZWAANTINA, groot 87 ton, kapt. D.B. Schuur, te Wildervank, gebouwd bij H. van der Werf te Stadskanaal; en de schoener-galjoot JAN HENDRIK, groot 89 ton, kapt. T.M. Slager, van Veendam, gebouwd bij L. Mulder te Stadskanaal.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Het schip ELISA SUSANNA, kapt. Dijkema, van Amboina naar Batavia vertrokken, is, volgens brief van Amboina van de 2e maart, aldaar met schade uit zee teruggekomen, na 41 etmalen tegen de moesson te hebben opgekruist. De schade was bereids gerepareerd en dacht de kapitein tegen medio maart de reis naar Java weder aan te nemen.


22 mei 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 21 mei. Heden, de 21e mei, zijn aan de werf der Koninklijke Fabriek van Stoom- en Andere Werktuigen van de heren Paul van Vlissingen en Dudok van Heel met het beste gevolg te water gelaten een ijzeren schroefstoomschip, bestemd voor de vaart tussen Amsterdam en Rotterdam, een ijzeren schroefstoomschip, bestemd voor de vaart tussen Rotterdam en Gent en eindelijk een ijzeren kotter, dit laatste vaartuig vervaardigd voor rekening der onlangs te Amsterdam opgerichte Amsterdamsche Kotter-Vereeniging.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 21 mei. Door de Nederlandsche Handel-Maatschappij zijn op heden bevracht de navolgende 30 schepen, als:
voor Rotterdam: JUNO, kapt. L.W. van Rijn van Alkemade; KORTENAER, kapt. W. v.d. Plas; CATHARINA MARIA, kapt. G.L. Gortmans; BATAVIER, kapt. C. Verhey Bz; THERESIA, kapt. L. van Geelkerken; MAASSTROOM, kapt. J.F. Hoogeveen Heijmans; DOGGERSBANK, kapt. J.M. Jansen; EMILIE, kapt. A. v.d. Kolff; JACOBUS, kapt. J. Kok; VOORWAARTS, kapt. J. van Delft Czn.
Voor Amsterdam: ALDEBARAN, kapt. B.G. Meiboom; PRINS FREDERIK DER NEDERLANDEN, kapt. P. Huidekoper; BAREND WILLEM, kapt. J.W. Retgers; JUPITER, kapt. G.J. v.d. Mey; VIJF GEBROEDERS, kapt. P. Dekker; SARA ALIDA MARIA, kapt. H.A. Tekelenburg; AMPHITRITE, kapt. D. Grim; EOLUS, kapt. G. Slichtenbree Jr; CESAR, kapt. S. Hoogland; DANKBAARHEID, kapt. W. Postma; JAVAAN, kapt. G. Eylers; ANNA MARIA HENRIETTE, kapt. H.F. Zeylstra; CATHARINA, kapt. D. Lamers; TELEGRAAF, kapt. J.B. Rolufs; ELISABETH EN JACOBA, kapt. P.L. Zeeman; ESTAFETTE, kapt. D. Hofker; JACOBA EN CHRISTINA, kapt. J.C. Berk.
Voor Dordrecht: GEERTRUIDA MARIA, kapt. C. Spiegelberg; KONINGIN DER NEDERLANDEN, kapt. J.A.H. Loos.
Voor Schiedam: WILLEM I, kapt. F.J. Nietfeld.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 21 mei. De te Antwerpen nieuw gebouwde stoomboot KOOPHANDEL, kwam heden voor het eerst aan deze stad, was te dezer gelegenheid fraai met vlaggen versierd en salueerde met geschut. Zij is gebouwd voor rekening van het HH. van der Heyden en Co, bestemd voor een geregelde vaart tussen Schiedam en Emmerik, en wordt gevoerd door kapt. J.W. Rademaker.


23 mei 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 22 mei. Omtrent de ijzeren stoomboot KOOPHANDEL, van de firma Jan van der Heyden & Co, te Nijmegen, wier aankomst voor Rotterdam wij in ons vorig nommer gemeld hebben, leest men in de Stoompost het volgende. Deze stoomboot zal eerlang gevolgd worden door een tweede, benaamd NIJVERHEID, van dezelfde onderneming, en beiden zijn bestemd om in de nieuwe dienst langs de Waal te varen tussen Schiedam en Emmerik, in deze laatste plaats zich aansluitende aan de dagelijkse dienst der Keulse en Dusseldorpse stoomboten tussen Emmerik, Keulen en meer Rijnopwaarts gelegen plaatsen; terwijl na voltooiing van de Duitse Rijn spoorweg, de nieuwe stoombootdienst daarmee insgelijks te Emmerik in verband zal komen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 22 mei. Naar men verneemt is het état-major van Zr.Ms. stoomschip AMSTERDAM, hetwelk op de 16e dezer te Amsterdam is in dienst gekomen, samengesteld als volgt: kapitein-luitenant-ter-zee J. Spanjaard, commandant; luitenant-ter-zee 1e klasse T. Kreekel, 1e officier; idem 2e klasse P. van Bleiswijk Ris; idem J.W. van Rhijn; idem A.F.R.E. Baron van Haersolte van den Doorn; officier van administratie 2e klasse R.J.C. Verboom; scheepsklerk B.L. van Daalen Weters; officier van gezondheid 3e klasse D. Goedkoop; machinist 1e klasse A. Sol. Algemeen wordt de sierlijke en nette bouworde en voortreffelijke inwendige verdeling van dat stoomschip geroemd.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. De notaris Mr. J.J. Ermerins, residerende te Zierikzee, zal ten verzoeke van zijn principaal, als onherroepelijk gevolmachtigde krachtens art. 1223 van het Burgerlijk Wetboek, op woensdag 8 juni 1853, ’s middags ten 12 ure, in het logement van de Wed. J. Swarts te Zierikzee publiek presenteren te verkopen:
- Drie zestiende aandelen in het ten jare 1850 nieuw gebouwd kopervast en gekoperd schoenerschip, genaamd BERNARDUS, groot 84 gemeten lasten, varende onder het boekhouderschap der heren Van den Bey & Cie, te Amsterdam, en aldaar te huis behorende.
- Een zestiende aandeel in het ten jare 1848 nieuw gebouwd schoenerschip, genaamd SICILIA, groot 92 gemeten lasten, varende onder het boekhouderschap van de heer N.M. de Ligt te Rotterdam en aldaar te huis behorende.
Nadere informatie te bekomen ten kantore van voornoemde notaris.


  AH - Algemeen Handelsblad

Volgens brief van kapt. Mos, voerende het schip OOST-INDIËN, van Liverpool te Point de Galle aangekomen, had hij veel storm doorgestaan en reeds in de Spaanse Zee schade aan het galjoen, rondhout en zeilen geleden; sedert van 26 tot 29 maart, had hij op 02° NB 81° OL vliegend weder gehad, waardoor vele zeilen gescheurd en enig koper van de steven verloren, fokke- en grote want en stag-pardoens gesprongen waren en men op het punt geweest was de masten te verliezen; het schip was echter dicht gebleven.


24 mei 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Schroefstoombootdienst tussen Amsterdam en Rotterdam, vice versa.
De ondernemer heeft het genoegen de handel en expeditie kennis te brengen, dat de stoomboot CASTOR EN POLLUX, in de maand juni a.s, haar vaart zal openen, en dat naar een behoorlijke en doelmatige bepaling, de vaart zodanig ingericht zal worden, als belang en uitvoerbaarheid, zulks toelaten. De dienst is hoofdzakelijk tot vervoer van goederen en vee, voor de beide steden, alsmede voor alle plaatsen, waarop stoomboten of beurtschepen varen, ingericht: voornamelijk op de boten van Rotterdam naar Havre, Liverpool, Goole, Bordeaux, Londen en andere zeeboten; zo ook op alle Rijnstoomboten; op Antwerpen, Gend, Middelburg, Vlissingen, ’s Bosch, Venlo, Dordrecht, Nijmegen, Tiel, Gorinchem, Middelharnis, Zierikzee, Brielle en Geertruidenberg; eveneens als op de Zeeuwse veren of marktschuiten; terwijl alle goederen van Rotterdam zelf of met stoomboten aangebracht, op een spoedige en goedkope wijze naar Amsterdam of naar de provincies Groningen, Friesland, Overijssel, Drenthe enz, bevorderd (opm: doorgezonden) worden. De ondernemer twijfelt geenszins, of alle agenten van stoombootdiensten te Rotterdam en Amsterdam zullen met deze onderneming een gelegenheid vinden, die tot heden ontbroken heeft en welke door de tijd, naar ondervinding, zodanig zal worden ingericht, dat de communicatie gemakkelijk en min kostbaar wordt. De vrachttarieven zijn gedrukt en zullen eerdaags uitgegeven worden, kunnende dezelve inmiddels op franco aanvraag ingezonden worden. Het agentschap te Rotterdam, is aan de heer M. van Uden opgedragen.
Amsterdam, mei 1853, de ondernemer, J.J. van der Maaden


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Zomerdienst, aanvang nemende woensdag 25 mei 1853, per de nieuw gebouwde ijzeren schroefstoomboten CONSTANTIA en JACQUELINE, van Amsterdam naar het Nieuwe Diep vice versa, onder directie van gebroeders Zurmühlen. Overtocht in ruim 6 uren, corresponderende met de stoomboot op Texel.
Van Amsterdam dagelijks, als: zondag des morgens ten zeven ure; maandag, des namiddags ten vier ure, en de overige dagen des morgens ten negen ure.
Van Alkmaar: zondag, des morgens circa half elf ure; maandag, des namiddags circa half acht ure, en de overige dagen des namiddags circa half één ure.
Van het Nieuwe Diep dagelijks, als: zondag, des namiddags ten drie ure; maandag des morgens ten vier ure, en de overige dagen, des morgens ten acht ure.
Van Alkmaar: zondag, ’s namiddags circa zes uur; maandag, ‘s morgens circa zeven uur, en de overige dagen, ’s morgens circa elf uur.
1e kajuit 2e kajuit 3e kajuit
Vracht: van Amsterdam naar het Nieuwe Diep NLG 6,-- NLG 4,-- NLG 2,--
“ : “ “ “ Alkmaar NLG 2,75 NLG 2,-- NLG 1,--
Des zondags van Amsterdam naar Alkmaar of het Nieuwe Diep en terug, en des maandags van het Nieuwe Diep naar Alkmaar of Amsterdam en terug plaats nemende, is de vracht als volgt:
Naar en van het Nieuwe Diep: voor de 2e kajuit NLG 6,--, voor de 3e kajuit NLG 3,--
Naar en van Alkmaar voor de 2e kajuit NLG 3,--, voor de 3e kajuit NLG 1,50.
Adres bij de commissaris van het Buiksloter-Veer te Amsterdam, en aan het Nieuwe Diep bij J.T. Zurmühlen, of aan boord der stoomboot zelve.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Groningen, 23 mei. De 19e mei liep te Hoogezand aan de werf van J. van der Werf met goed gevolg van stapel het schoenerschip ANJA SIETSIA, groot pl.m. 100 last, gebouwd voor rekening van kapt. N.J. Huisman, van Holwierde, door wie het tevens gevoerd zal worden.


25 mei 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Texel, 22 mei. Heden arriveerde alhier van Hull het nieuw gebouwde stoomschip MINISTER THORBECKE, kapt. W. Meeter. (opm: zie POZ 270553)


  AH - Algemeen Handelsblad

Verkoping van schepen op maandag 23 mei in de Nieuwe Stads Herberg aan het IJ:
- IJzervast gezinkt galjootschipshol WEST INDIËN: NLG 1.200, in slag NLG 100: opgehouden; (opm: het hol van de WEST-INDIË, laatste kapitein T.D. Lieuwen, werd verkocht voor de sloop)
- Gekoperd en kopervast schoener-brikschip ANNA ELISABETH kapt. K.B. de Weerd: NLG 18.500, in slag NLG 800, koper J. Corver (opm: een makelaar, namens de Firma J. Oldeborgh & Zonen, Dordrecht; bouwjaar 1847, nieuwe naam BACCHUS, nieuwe kapitein G. Hofker)


  JB - Javabode

Advertentie. Op dinsdag de 31e mei zal door de deurwaarder G. Buijs op vendutie worden verkocht het barkschip THAY GOAN, kapt. Tan Tek Soey, liggende alhier (opm: te Batavia) ter rede.


  JB - Javabode

Op de 19e dezer is uit Nederland ter rede van Batavia gearriveerd Zr.Ms. fregat PRINS FREDERIK DER NEDERLANDEN, onder het bevel van de kapt.t.zee H.C. van Braam Houckgeest, hebbende de kusten van het moederland de 19e januari j.l. verlaten en aldus de reis herwaarts volbracht in 122 etmalen.


26 mei 1853


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Groningen, 25 mei. Sedert de laatste opgave zijn hier weder twee nieuwe schoener-galjoten gearriveerd, als: PRUDENCE, groot 114 ton, kapt. A. Hazewinkel Hz., van Veendam, en aldaar gebouwd op de werf van J.H. Bieze, en WENDELINA, groot 70 last, kapt. W.J. Hilbrands, van Hoogezand, gebouwd op de werf van A.W. Hooites aldaar.


27 mei 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Harlingen, 25 mei. Heden voormiddag ten 10 ure liep hier met goed gevolg te water het geheel opgetuigde schoenerschip STAD LEEUWARDEN, groot 110 rogge-lasten, zullende gevoerd worden door kapt. B.T. Stoffels, van Leeuwarden. Het was op de werf Welgelegen door de Gebr. Alta gebouwd voor rekening van een rederij onder bestuur van het handelshuis Barend Visser & Zoon.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Australië. Naar Melbourne en Sydney (N.Z.W.) om van Amsterdam direct te vertrekken het nieuw gebouwd, gekoperd clipper barkschip AMERIKA, gevoerd door kapt. D. Schuymer, hebbende uitmuntende inrichtingen voor passagiers.
Voor vracht of passage adres bij de cargadoors De Vries & Co, Buitenkant.


 POZ - Provinciale Overijsselsche en Zwolsche Crt

Zwolle, (geen datum). Dinsdag avond (opm: 24 mei) arriveerde alhier het voor de vaart tussen deze stad en Hull bestemde schroef-stoomschip MINISTER THORBECKE, gevoerd door kapt. W. Meeter. Een talrijke menigte was toegevloeid om dit vaartuig, het eerste dat zich, aldus ingericht, op onze wateren vertoont, te bewonderen. Het schip is lang 43½, breed 7 en in het ruim diep 6 Nederlandse el (opm: meter). De machine is van 60 paardekracht met oscillerende cylinders, terwijl het stoomschip, zijnde als schoener getuigd, ook de geschikste gelegenheid aanbiedt om bij de minste gunstige gelegenheid gebruik van de zeilen te maken. Vóór de steven is een fraai beeld aangebracht, de minister Thorbecke voorstellende, een rol in de hand houdende en met de éne voet op de grondwet rustende. Boven het fraai vergulde familiewapen van de heer Thorbecke leest men aan beide zijden zijn naam. De spiegel prijkt met het Nederlandse wapen. Op het dek zijn de hutten voor passagiers en equipage geplaatst. De grote kajuit is met veel smaak en sierlijk ingericht, terwijl voor afzonderlijke slaapplaatsen de nodige zorg is gedragen. Het geheel voldoet ten volle aan de verwachting, terwijl ook de aankomst bij de opmerkelijk lage waterstand genoegzame waarborgen biedt om overtuigd te zijn, dat dit vaartuig in allen dele voor de bestemde vaart geschikt is.


28 mei 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlissingen, 25 mei. Heden arriveerde alhier ter rede het mastloze wrak van een bark, gesleept door een Belgische visser, die het drijvende in de zee had gevonden, zonder enige bemanning. De bark is geladen met hout, doch men heeft tevergeefs de naam gezocht; alleen zijn op de spiegel nog leesbaar de op elkaar volgende letters OBACK, doch het blijkt, dat nog letters daarvoor hebben gestaan, die uitgewist zijn. Het wrak is geheel ontbloot van zeilen en touwwerk, terwijl het blijkt, dat de masten zijn gekapt. Het schijnt, dat alles uitgeplunderd is; ook de kajuit is van alles beroofd, en de pompen dragen sporen, dat men ze heeft willen doorhakken; het bovendek is gedeeltelijk weg, doch de lading zit nog voor een gedeelte in het wrak. Men vermeent, dat het een Deens, Noorweegs of Russisch schip is.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Publieke Verkoping. Edw. Taylor, J. van Herwerden en J.T. Zurmühlen, scheepsmakelaars, zijn voornemens, als lasthebbenden van hun principalen, op woensdag de 15e juni 1853, des middags ten 12 ure, in het lokaal Tivoli aan Den Helder, ten overstaan van de notaris J. Schoon, in het openbaar te verkopen het Noorse schoenerschip, genaamd GEORGE WASHINGTON, laatst gevoerd geweest door kapt. H.J. Beck, groot volgens Nederlandse meetbrief 138 tonnen. Liggende in de Koopvaarders Binnenhaven aan het Nieuwediep, aan de scheepstimmerwerf De Hoop; benevens de inventaris van genoemd schip, bestaande in staand en lopend want, zeilen, ankers, kettingen, enz.
Nadere informatiën zijn te bekomen bij voornoemde makelaars. Brieven franco.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Groningen, 27 mei. Den 24e dezer is te Oude Pekela het laatste nieuwe schip, dat aldaar in aanbouw stond, van de werf van de scheepsbouwer Wortelboer met bijzonder goed gevolg van stapel gelopen, zijnde het welgebouwde galjootschip REMKE, groot pl.m. 80 roggelast, hetwelk in rederij zal worden bevaren door kapt. E.J. Scherpbier, te Oude Pekela als gezagvoerder onder directie van de heer C.F. Balkema. Hiermede zijn nu al de in beide Pekela's nieuw gebouwde zeeschepen verkocht en te water gebracht.


29 mei 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Spurnpoint, 25 mei. Het Nederlandse sloepschip ARENDINA, van Newcastle naar Grimsby, is de 23e dezer op laatstgenoemde plaats lek binnengebracht.


30 mei 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Soerabaya, 1 april. Het schip URANIA, kapt. Teylaar, keerde alhier lek uit zee terug. Het was de 27e maart van hier naar Australië vertrokken.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Ridderkerk, 28 mei. Gisterenavond (opm: 27 mei) ten acht ure is van de werf van de heer Jan Smit Fz. aan het Slikkerveer onder deze gemeente van stapel gelopen het barkschip JANNETJE, groot 350 lasten, gebouwd voor rekening van de heer Fop Smit te Nieuw Lekkerland. Dit schip, welks sierlijke vorm door deskundigen geroemd wordt, draagt de naam naar de overleden echtgenote des ondernemenden mans, en haar zeer gelijkende buste prijkt dan ook in het oud vaderlandse kostuum op de voorsteven. Voorzeker konden haar nagelaten betrekkingen de waardige vrouw geen edeler en eenvoudiger blijk hunner hoogachting geven.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 29 mei. De 26e dezer is te Nieuwe Diep lek, met gebroken boeg en andere schade binnengekomen het schip de STAD DORDRECHT, kapt. Van Haften, hetwelk een maand geleden deze haven was uitgezeild, om na een lading steenkolen in Engeland te hebben ingenomen, de reis naar Oost-Indië te vervolgen. Zaterdag de 21e dezer is gemelde bodem van Hartlepool vertrokken, en heeft in het Engelse Kanaal door de duisternis en dikte van mist het beklagenswaardig ongeluk gehad een Engels schoenerschip over te zeilen, met dat noodlottig gevolg, dat de gehele equipage van de schoener is omgekomen, uitgezonderd een oude matroos, die door een stuk hout of touw op het anker van de STAD DORDRECHT werd geworpen, en zich daaraan zolang vastklemde, tot dat men hem binnen boord haalde. (opm: zie NRC 030653)


  AH - Algemeen Handelsblad

Het schip VROUW JOHANNA, kapt. C. van der Hoeven, van Banjoewangie naar Rotterdam, is, volgens brief van Rotterdam d.d. 27 mei, bij Calais in de banken bezet geweest, doch met adsistentie van vissers, met verlies van een anker en ketting weder afgebracht en heeft de reis voortgezet.


31 mei 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Per overland mail. Van Banda is met het stoomschip AMBON het bericht ontvangen, dat het aldaar ter rede liggende Nederlands-Indisch barkschip JADUL RACHMAN, toebehorende aan de Arabier Said Hassan bin Abdullah Segaf, en gevoerd door deszelfs zoon Said Djaffer, door een hevige windvlaag tegen de rotsen aan de voet van de Goenong Api is geslagen, met dat noodlottig gevolg, dat het vaartuig lek gestoten en onmiddellijk gezonken is. De equipage is gered, doch van de lading, voornamelijk bestaande uit rijst en zout, is niets geborgen kunnen worden; alleen heeft zulks het geval nog kunnen zijn met enige scheepsartikelen, ter waarde van ongeveer NLG 3.000. Die bodem was enige dagen tevoren door de heer Delmaar te Banda gekocht, doch nog niet in ontvangst genomen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 30 mei. Het schip STAD DORDRECHT, kapt. Van Haften, van Hartlepool naar Singapore, in Texel binnengelopen, heeft wegens aanzeiling lekkage en schade aan de boeg enz. bekomen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Termunterzijl. Vertrokken den 23 mei, kapt. H.U. Pot, RENSKE, naar Noorwegen.


  DC - Dordtsche Courant

Dordrecht, 30 mei. Het schip de STAD DORDRECHT, kapt. L. van Haften, de 27e dezer als bijlegger te Texel binnengekomen, was de 21 mei ll. van Hartlepool, naar Singapore bestemd, gezeild. In de avond van die dag ten 9½ uur, werd het schip door een zware mist overvallen, zodat men geen scheepslengte van zich af kon zien. Veel schepen in de nabijheid zijnde, blies men aanhoudend op de misthoorn of luidde de scheepsklok. Niettegenstaande deze voorzorgen en dat al het scheepsvolk steeds op de uitkijk stond, kwam men des nachts ten 12½ ure in contact met een Engelse schoener, waardoor het boegsprietstuig brak en het galjoen geheel uit elkander geraakte zodat men besloot de eerste haven binnen te lopen tot herstel der geleden schade. Een man der equipage van de Engelse schoener is bij het aanzeilen overgesprongen op de STAD DORDRECHT. Volgens ontvangen bericht uit Hartlepool, is de Engelse schoener, hierboven vermeld, aldaar aangekomen om haar door het aanzeilen bekomen schade te herstellen. (opm: zie ook NRC 300553)


  LP - Le Précurseur (Antwerpen)

De pleit SANS REPOS, kapt. M. Gaukema, op weg van Antwerpen naar Brussel met een lading porseleinaarde (opm: een soort klei gebruikt voor de keramische- en papierindustrie), is in de namiddag van 30 mei gestrand nabij de brug van Boom, daarna onmiddellijk gekapseisd en gezonken. (opm: zie LP 020653 en 160653)


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Advertentie. Uit de hand te koop een welbevaren kofschip, met volle inventaris, in 1840 nieuw uitgehaald, groot 50 lasten, bij J. Berg te Sappemeer.


01 juni 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hellevoetsluis, 28 mei. Hedenmorgen arriveerde uit zee het koopvaardijschip de VROUW JOHANNA, kapt. C. van der Hoeven, komende van Java. Op de reis herwaarts is de kapitein overleden en de eerste stuurman C. van der Ven krankzinnig geworden, zodat het schip door de tweede stuurman Legai naar huis is gebracht. (opm: zie NRC 020653)


  JB - Javabode

Advertentie. Vendutie op woensdag de 27e juli, des morgens ten 11 ure, van het alhier ter rede liggende Nederlandse barkschip de VRIENDEN, gezagvoerder A.J.T. Tiedeman, groot 250 lasten. (opm: de VRIENDEN, kapt. Tydeman, vertrok op 16 juni van de rede van Batavia naar Onrust, kennelijk ter reparatie)


  OP - Oostpost

Soerabaija, 1 juni. Het particuliere schip ANNA kwam de 27e mei j.l. alhier in het dok en zal denkelijk morgen de 2e dezer gereed zijn. In de zeer korte tijd van zes dagen is het van zijn koperen huid ontdaan en op nieuw met koper bespijkerd geworden, hetgeen in Nederland niet spoediger had kunnen geschieden.


  OP - Oostpost

De 25e mei vertrok van hier (opm: Soerabaija) naar Balie het Nederlands-Indische schip HOK LIONG, kapt. Tjoa Kilik, bevorens genaamd HOK THAY.


02 juni 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Akyab, 4 april. Uitgezeild WOLTEMADE, Hus naar Rotterdam.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 1 juni. Van een geachte en goed onderrichte zijde wordt ons verzocht het volgende te plaatsen:
Het bericht, voorkomende in de oude Amsterdamsche Courant, ten aanzien van het binnenkomen van het schip VROUW JOHANNA, overgenomen in de NRC van gisteren, is gebleken, een onwaarheid te bevatten. De stuurman C. van der Ven, welke wegens het overlijden van de kapitein thans nog het bevel over die bodem voert, is niet krankzinnig geworden, maar heeft, ofschoon ongesteld, bij het binnenkomen te Hellevoetsluis en alhier aan de stad, de scheepsaangelegenheden in persoon bestuurd, zodat het te betreuren is, dat dergelijke berichten worden geplaatst. (opm: zie NRC 010653)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Capelle aan den IJssel, 1 juni. Heden is met goed gevolg op de werf van de heren P. Bakhuizen en Zn te water gelaten het barkschip KLAZIENA, groot 246 gemeten lasten, gevoerd zullende worden door kapt. D.Ws. Browning, onder directie van de heren F.S. Sparnaay en Zoon, te Rotterdam, bestemd voor de grote vaart.
Ook is heden op de werf van de heren W.J. Hoogendijk & Co de kiel gelegd voor een barkschip, genaamd PER ASPERA AD ASTRA, groot plus minus 260 gemeten lasten, gevoerd zullende worden door kapt. J.C.F. Börger, onder directie van de heren F.S. Sparnaay en Zn., te Rotterdam, bestemd voor de grote vaart.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 1 juni. Te Ostende is bericht ontvangen van het Nederlandse barkschip MARIE JULIE, kapt. Van Dijk, de 20e maart j.l. te Valparaiso aangekomen. Aan boord was een muiterij uitgebroken, en in de worsteling is de hofmeester, een neger, die het hoofd der oproermakers scheen te wezen, gedood. De kapitein en de andere manschappen zijn zonder enig letsel gebleven.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Kaap de Goede Hoop, 22 april. Het Nederlandse fregatschip GENERAAL BARON VAN GEEN, kapt. Rotgans, van Java naar Amsterdam bestemd, is de 4e april met verlies van zeilen en twee voet water in het uur makende, in de Simonsbaai binnengelopen. Het schip heeft op de hoogte van Mauritius veel slecht weder doorgestaan en daarin deze schade bekomen.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Strandvonderij. Eerste oproeping. Te Vlissingen is aangebracht en onder het beheer van de burgemeester gesteld de zwaar beschadigde romp of wrak van een bark, gedeeltelijk geladen met Noorse grenen balken en sparren, welke na lossing gedetailleerd zullen worden bekend gemaakt, drijvende in de Noordzee, op de hoogte van Doggersbank gevonden. Merken achter op de spiegel: de letteren OBACK, benevens een blauw, rood en wit geschilderde smalle streep. Zij, die vermenen tot reclame daarvan gerechtigd te zijn, vervoegen zich bij voornoemde burgemeester.
Vlissingen, 30 mei 1853.


  AH - Algemeen Handelsblad

Harlingen, 31 mei. Volgens hier ontvangen zeer geloofwaardige tijding is de Harlinger Groenlandsvaarder SPITSBERGEN reeds in een onzer zeegaten binnengekomen met 6.000 robben. Wegens averij zou men de walvisvisserij niet hebben kunnen bezoeken, maar deze goede vangst is dan toch zeer tot troost in die teleurstelling van enige weken te vroeg binnenkomen.


  DC - Dordtsche Courant

Het schip WOLTEMADE, kapt. Keno (opm: bark, kapt. H. Hus), de 4e april van Akyab naar Rotterdam vertrokken, is de 12 dito aldaar lek teruggekomen en moest lossen om te repareren.


  LP - Le Précurseur (Antwerpen)

De SANS REPOS is verkocht aan De Ceuster (opm: scheepsbouwer, te Boom) die bezig was de lading te lossen.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Groningen, 1 juni. Gisteren is alhier gearriveerd de nieuwe schoenergaljoot EEMSSTROOM, groot 105 ton, kapt. M. Bultje, van Termunterzijl, gebouwd bij G.B. van der Werff te Veendam.


03 juni 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Capelle a/d IJssel, 2 juni. Op de werf van de heren Bakhuijsen & Zoon is gisteren, nadat het barkschip KLAZINA te water gelaten was, de kiel gelegd van een barkschip (opm: ALCOR), groot omtrent 270 gemeten lasten, voor de rederij onder directie van de heren Arbon & Co te Rotterdam, gevoerd zullende worden door kapt. F.J. van Oppen, en bestemd voor de grote vaart.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 2 juni. Volgens ontvangen bericht van Hartlepool is de Engelse schoener, die in het Kanaal met het schip STAD DORDRECHT in aanzeiling geweest is, aldaar aangekomen om de geleden schade te herstellen. (opm: zie NRC 300553)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Akyab, 12 april. Het Nederlandse barkschip WOLTEMADE, kapt. Hus, hetwelk de 4e dezer van hier naar Rotterdam vertrok, is lek uit zee terug gekomen. Hetzelve maakte twee duim water in het uur en zal de lading moeten lossen om te repareren.


04 juni 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Nopens de schipbreuk der CERES, kapt. De Vries, reeds kortelijk in ons nommer van de 21e januari gemeld, is onlangs door laatstgenoemde onderstaand uitvoerig rapport bekend gemaakt.
Na een reis van Panama naar San Francisco met 108 passagiers volbracht te hebben, besloot ik, geen andere vooruitzichten dan met ballast naar één of andere plaats der aarde ziende, de CERES weder voor passagiers naar Sydney en Port Philip aan te leggen. De 15e juni verlieten wij de haven van San Francisco, tezamen aan boord hebbende met de equipage 97 zielen, waaronder 2 gehuwde vrouwen en 2 kinderen. Na 5 dagen met stilte en omlopende winden onder de kust te hebben doorgebracht, kregen wij goede wind, met welke ik mijn reis met alle mogelijke spoed vervolgde. De 2e juli kregen wij het eiland Owhyhee in het gezicht, zijnde het grootste der Sandwich-eilanden, waarop ik gestuurd had, dewijl ik bevond dat mijn tijdmeter bij het uitgaan te San Francisco 0º48’ te westelijk wees bij observatiën van zon- en maansafstanden, ook terwijl ik bij nauwkeurige peiling van dit eiland, hetzelve bevond te liggen 0º40’. Wij vervolgden onze reis met een goede gelegenheid tot de 10e juli, toen ik de linie passeerde in 163º49’ lengte west van Greenwich. Ik had gedurende de gehele reis met zeer vele onaangenaamheden aangaande sommige der passagiers te kampen, welke mij gedurig spraken van een eiland aan te doen, teneinde hen van verse provisiën te voorzien; ik weigerde dit aanhoudend, terwijl ik bevond zulks niet nodig te zijn, hopende wanneer mij de wind gunstig was, spoedig Sydney te bereiken. Wij vervolgden onze reis met een Z.O. en Z.Z.O. wind. In de morgen van de 16e juli passeerden wij het Clarence-eiland, en bevonden bij observatiën en peiling, dat de tijdmeter sedert het eiland Owhyhee geen verschil aanwees, en tevens dat dit eiland veel groter was, dan hetzelve op de kaart was aangewezen. De 18e juli bevonden wij ons op 14º43’ zuiderbreedte en 174º56’ lengte west van Greenwich op de middag; volgens dit bestek zouden wij met een koers van Z.W.½ W. en Z.Z.W, zijnde de wind Z.O. en ZO.t.O, het eiland Onookfou ten 12 ure in de nacht passeren; doch tot mijn verwondering zagen wij hetzelve met zonsondergang in het ZW.t.W. van ons. Wij stuurden van dit ogenblik af ZW.t.W., om benedenwinds het eiland langs te gaan. In de avond tegen negen uur zagen wij vuren op het eiland, en de passagiers vroegen mij weder, om aldaar aan te gaan, waarom ik besloot om bij te draaien en de dag af te wachten; met de dag stuurde ik op het eiland aan, en zag, onder langs het eiland zeilende, verscheidene inboorlingen, welke de vlag der missionarissen vertoonden. Het verwonderde mij, dat wij geen kanoes met inboorlingen aan boord kregen; wij zetten de boot en sloep uit, en de stuurman, benevens enige der passagiers begaven zich aan land, terwijl ik het schip gaande hield onder het eiland. Des namiddags ten 5 ure besloot ik te ankeren, na vooraf met de sloep een geschikte plaats gevonden te hebben, in 8 vadem rotsachtige bodem, voor 36 vadem kabelketting; na mijn gissing ¼ Duitse mijl (opm: à 7407 m.) van het strand.
Tegen zonsondergang kwam de boot en sloep weder aan boord, achterlatende verscheidene passagiers, welke op het eiland overnachtten; op mijn vraag, waarom de inboorlingen niet aan boord gekomen waren, kreeg ik ten antwoord, dat zij de schoener voor een Frans oorlogsvaartuig hadden aangezien, en gedacht hadden, dat wij Franse missionarissen aan boord hadden, daar zij, zo als mij naderhand bleek, door de Engelse missionarissen van tijd tot tijd bezocht werden, welke aldaar ook een inboorling hadden achtergelaten, die hen in de christelijke godsdienst en in het lezen en schrijven onderwees; tevens vernam ik, dat de inboorlingen de volgende morgen met varkens, kippen en jams (opm: grote, knolvormige zoete aardvrucht, in Afrika en Zuid-Amerika veel gebruikt als vervanger voor aardappelen) aan het strand zouden komen, hetwelk ook gebeurde, zodat de ruilhandel, bestaande uit calicots (opm: fijne katoen), witte en bonte hemden, plaats vond, nadat ik op het strand eerst een geschenk moest doen van een geweer aan de chef van het eiland; de handel geschiedde door tekens; de inboorlingen zijn van een forse gestalte, koperachtig van kleur, met geelachtig haar, kort afgesneden. Vijf mijner passagiers benevens hun hofmeester bleven uit eigen beweging op het eiland achter. De 20e juli, des namiddags ten 4 ure, wonden wij het anker en gingen onder zeil; ik bevond volgens twee middagsbreedten, dit eiland te liggen in 15º36’ zuiderbreedte en alzo 17 Engelse mijlen noordelijker, dan hetzelve op de kaart was geplaatst, reden, waarom ik hetzelve ’s avonds reeds zag in plaats van ’s nachts; in de lengte bevond ik slechts 4 Engelse mijlen verschil; de wind Z.O. en somtijds Z.Z.O. zijnde, zo stuurden wij bij de wind tot de 21e juli ’s avonds ten 8 ure, zijnde de wind alstoen Z.Z.O. en Z.O; wij wendden toen om de O.N.O, terwijl ik niet in de nacht te dicht aan het Argo rif wilde komen. Met de dag van de 22e juli wendden wij weder om de Z.W; op de middag van de 22e juli bevonden wij ons 17º15’ zuiderbreedte en 177º56’ lengte west bij tijdmeter. Ik besloot, daar ik zag met deze wind, indien dezelve enige tijd staan mocht, niet boven de Argo- en Providence-reven te geraken, en om mijn reis ten spoedigste te vervolgen, om benoorden de Feejee-eilanden (opm: Fiji Eilanden) om te lopen, en alzo de reis aan de westzijde dezer eilanden voort te zetten; ik stelde koers N.W. en N.W.½N. per rechtwijzend kompas, 6½ Duitse mijl van het Cherubidesrif, liep tot 12 ure middernacht gemiddeld 24 Duitse mijlen en overtuigde mij ten 11 ure des nachts nogmaals of het met deze koers en de afgelegde vaart recht ging. Met het aflossen en reeds aan dek zijn der andere wacht, ten 12 ure 10 m, zag ik zelfs de branding het eerst in het noorden; het was dik regenachtig weder, ik nam dadelijk zelf het roer en loefde met het schip op tot N.O, doch het was te laat; in het verder oploeven stiet het schip op de rotsen; wij werkten met de zeilen zoveel mogelijk, met de hoop dat het schip zou deinzen (opm: achteruit varen), of over de één of andere zijde zou vallen; doch alle pogingen, hiertoe in het werk gesteld, waren tevergeefs.
Het schip stiet verschrikkelijk op de rotsen, en de branding van de oceaan sloeg er aan stuurboordszijde met een vreselijke kracht over, zodat ik mij bevreesd maakte, dat het schip de nacht niet zou doorstaan; weshalve wij besloten de masten te kappen, teneinde het schip in het zware werken enigszins te verlichten. Ik liet de boot en sloep in gereedheid brengen en wachtte alzo de dag af; wij bevonden voor aan de boeg te hebben 5 voet water, en zagen aan bakboordszijde van het schip de rotsachtige bodem, terwijl aan stuurboordszijde de branding en zee van de gehele oceaan tegen het schip sloeg. Met het aanbreken van de dag zagen wij een klein eiland in het W.N.W. van ons, naar gissing ½ mijl van het schip, op enige plaatsen met een wit zandstrand, benevens 2 rotsachtige kleinere eilanden in de nabijheid, terwijl het koraalrif, waarop het schip zat, zich ten N.O. ten O. en Z.W. ten W. uitstrekte en alzo deze eilandjes voor de zee beschutte.
Wij bevonden, dat het een onmogelijkheid was, het schip weder in vlot water te brengen, door de vreselijke branding en de koraalachtige bodem, welke reeds op verscheidene plaatsen in het schip zat; ten 7 ure in de morgen ging de eerste boot van boord, waarin zich bevonden 5 mannen, 2 vrouwen en 2 kinderen, uitgenomen de roeiers; terwijl de sloep met 6 man naar de wal ging, allen gewapend met revolvers (pistolen); wij waren de gehele dag bezig met de passagiers aan land te brengen, hetwelk met veel gevaar en alleen met de boot moest geschieden, daar de sloep reeds bij de eerste tocht aan stukken was geslagen. Des avonds ten 5 ure van de 23e juli begaf ik mij zelf met de laatste boot naar het eiland, meenemende 2 zakken brood en enig drinkwater. Het eiland was onbewoond en zonder water; doch er bevonden zich verscheidene kokosnootbomen op, en bij nadere nauwkeurige onderzoekingen, vonden wij op hetzelve een kleine soort van witte jams met verscheidene landkrabben, benevens 3 graven en een stuk hout, het laatste, hetwelk afkomstig scheen te zijn van een schip.
De volgende dagen haalden wij zoveel mogelijk provisiën en water van het wrak, benevens enige der zeilen, om daarvan tenten te maken; dit naar het wrak gaan ging altijd met zeer veel moeite en gevaar vergezeld, daar men niet dan met hoog water het schip kon bereiken, en er alsdan een vreselijke branding stond. Wij bevonden de volgende dag, dat in het achterruim reeds 6 voet water stond, en bij laag water, dat de kiel op verscheidene plaatsen gebroken was en de rotsen door de bodem staken. De passagiers hebben enige hunner klederen gered, terwijl ik mijn instrumenten en papieren heb geborgen, doch het grootste gedeelte mijner klederen is verloren geraakt.
Ik bevond, na enige dagen op het eiland geweest te zijn, hetzelve door vier waarnemingen te liggen in 16º03’ zuiderbreedte en 179º24’ lengte west van Greenwich; alzo volgens mijn tijdmeter, 26 Engelse mijlen meer oostelijk dan hetzelve in de kaart van Norie (corrected to 1845) was gelegen, daar dit Cherubides-rif aldaar ligt in 179º50’ lengte west van Greenwich.
Nadat wij, zoveel mogelijk, al de provisiën en water van het wrak hadden gehaald, werd er scheepsrantsoen gesteld, bestaande dagelijks uit een beschuit voor ontbijt, en voor middagmaal een kleine hoeveelheid jams met zoutvlees of spek en ½ gallon water per dag, en werd tevens voorgeschreven, dat alles, wat zich op het eiland bevond, tot geen bijzonder gebruik, maar ten algemene nutte moest verstrekken. De provisiën en het water werden dag en nacht bewaakt door vier gewapende passagiers, en de dagelijkse bezigheden verdeeld, als: op de krabben- of visvangst, jams zoeken, brandhout kappen en wacht houden bij de vlaggestok, welke op één der hoogste punten van het eiland was opgericht; terwijl de klachten of andere zaken op het strand, bij een algemene ontmoeting werden afgemaakt; tevens werden alle dagen de tenten doorzocht, en mochten er zich enige eetbare waren bevinden, dezelve verbeurd verklaard ten algemene nutte, en bij de overige provisiën geborgen.
Na een verblijf van de 23e juli tot de 8e augustus, besloot ik, hebbende in die tijd de boot zo goed mogelijk gerepareerd en zeilen voor dezelve gemaakt, het eiland te verlaten, met de hoop Moreton-Baai, een plaats in Nieuw Zuid-Wales, of Sydney, te bereiken, en aldaar aan het Engelse gouvernement assistentie te verzoeken voor de op het eiland achtergebleven passagiers. Ik begaf mij dan de 8e augustus met één mijner matrozen en 3 passagiers in de boot, met 30 gallons water en 50 ponden beschuit. Na een verblijf van negen dagen in de boot, gedurende welke tijd wij met stilte, storm en hoge zeeën te kampen hadden, zagen wij in de morgen van de 16e augustus een schip; wij stuurden op hetzelve aan en kwamen aan boord; zijnde dit schip de DANIEL WATSON, kapt. R. Phels, van Sydney, bestemd voor de walvisvangst. Ik verhaalde de kapitein over onze toestand benevens die der achtergebleven passagiers op het eiland, waarop de kapitein besloot met de brik naar het eiland op te werken en de passagiers er af te halen, en naar een plaats te brengen waar er gelegenheid was om naar Sydney te gaan. Wij werkten met de brik op tot de 26e augustus, toen wij het eiland bereikten, en de passagiers nog allen vonden, zoals ik hen verlaten had. Van de 27e tot de 30e augustus waren wij werkzaam, om al de passagiers van het eiland aan boord te brengen. Gedurende het opwerken naar het eiland, ontmoetten wij de Amerikaanse Zuidzeevisser de LEWIS, kapt. Clements, van New-Bedford, welke in het eerst zijn woord gaf om mede op te werken naar het eiland, dewijl dit schip betere gelegenheid had om de passagiers te bergen, daar de DANIEL WATSON, slechts één maand van Sydney zijnde, zijn schip geheel beladen was met provisiën, water, enz; doch na ons tot twee malen zijn hulp beloofd te hebben, verliet hij ons en vervolgde zijn koers. Gedurende mijn verblijf aan boord van de DANIEL WATSON, observeerden wij dagelijks met de tijdmeter, als ook met DE LEWIS-tijdmeter; beiden gaven dezelfde lengte; doch de hunne gaf op voor lengte van het rif waarop het schip was gestrand, 179º5’ lengte west, zodat zij hetzelve 45 Engelse mijlen oostelijker hadden, terwijl ik op het eiland dit slechts 26 mijlen bevond.
Bij mijn terugkomst op het eiland bevond ik het wrak voor het grootste gedeelte uit elkander geslagen en meestal de rotsen door hetzelve heengedrongen. De DANIEL WATSON heeft ons gebracht naar Auckland in Nieuw-Zeeland, waar wij de 23e september arriveerden. De passagiers en equipage gingen meest allen over een op vertrek liggend Engels schip naar Port-Philip. Ik heb vergeten aan te merken, dat wij in plaats van met 97 zielen met 98 in Auckland arriveerden; zijnde één der vrouwen aan boord van de DANIEL WATSON bevallen van een zoon. Te Auckland aangekomen zijnde, vervoegde ik mij bij de agenten der aldaar liggende brik RAVEN, welke naar Sydney vertrok; ik verzocht om passage, waarop mij geantwoord werd dat de passage GBP 12 was. Ik antwoordde dit zeer hoog te vinden, waarop gezegd werd, dat men mij voor GBP 10 zouden meenemen. Ik zei hun geen geld te bezitten, maar mijn instrumenten, als: tijdmeter, sextant, octant, barometer, enz. als borg te willen stellen, waarin genoegen werd genomen. Na een reis van 18 dagen arriveerden wij in Sydney. Bij onze aankomst aldaar werd de tijdmeter op het kantoor der reders bezorgd; ik had gedacht hier een Nederlandse consul aan te treffen, doch tot mijn leedwezen bevond die zich aldaar niet. Ik vervoegde mij tot de reder, zijnde de heer J.W. Wright; ik sloeg hem voor, de tijdmeter te kopen, doch hij antwoordde mij, dezelve niet nodig te hebben voor zijn schepen, maar vroeg mij of ik geld nodig had, hetgeen ik toestemmend beantwoordde; waarop hij mij enige ponden voorschoot. Deze zaak bleef alzo hangende tot dat kapt. F.P.J. Jaski met het schip STAD UTRECHT te Sydney arriveerde. Ik verhaalde genoemde kapitein mijn omstandigheden, die mij daarop dadelijk aanbood de schulden te voldoen en mij als passagier naar Batavia over te voeren; ten eerste, omdat ik zijn landgenoot was en ten tweede, dewijl ik met hem in de jaren 1842 tot 1845 als eerste stuurman op genoemd schip had gevaren.
H. de Vries


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hull, 31 mei. Het schip TWEELING, kapt. Schoemaker, van Londen, is alhier masteloos binnengesleept.


  RC - Rotterdamsche Courant

Advertentie. De bekende en onbekende schuldeisers van de onder het voorrecht van boedelbeschrijving aanvaarde nalatenschap van wijlen Pieter Kok, vroeger scheepmaker, doch laatstelijk zonder beroep, gewoond hebbende en overleden te Capelle op d’IJssel, worden opgeroepen om op de 10 juni 1853, des voormiddags ten 11 ure, ten kantore van de notaris D.C. Kley, te Capelle op d’IJssel, te komen aanhoren de rekening en verantwoording van het in die nalatenschap gevoerd beheer, en om, bijaldien er geen verzet plaats vindt, te kunnen ontvangen hunne presentiën, voor zo ver de baten der nalatenschap toereikend zullen worden bevonden.


05 juni 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 2 juni. Aangaande het schip AURORA, kapt. Keppel (opm: buitenlander), hetwelk de 9e februari van Sevilla naar Londen vertrok, heeft men sedert niets vernomen.


06 juni 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Harlingen, 4 juni. De Groenlandsvaarder SPITSBERGEN is met een getal van ongeveer 5.000 robben hier aangekomen. Het schip is zwaar lek.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 5 juni. Gisteren (opm: 4 juni) is van de scheepstimmerwerf van de heren J. & K. Smit aan de Kinderdijk met het beste gevolg te water gelaten het barkschip LUCTOR ET EMERGO, groot ongeveer 300 lasten, gebouwd voor rekening van de heren Den Bouwmeester, Borsius & Van der Leijé te Middelburg, bestemd voor de grote vaart en gevoerd zullende worden door kapt. S. Ouwehand.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 5 juni. Op de werf De Haan der scheepsbouwmeesters J.R. Boelen & Zoon in de Bikkerstraat te Amsterdam is de kiel gelegd voor een barkschip, te bouwen voor een rederij, boekhouder de heer G. Blaauw, welke bodem de naam zal voeren van BURGEMEESTER VAN REENEN.


07 juni 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Nieuwe Diep, 5 juni. Heden arriveerde alhier van Amsterdam de nieuw gebouwde oorlogs- stoomboot AMSTERDAM, commandant J. Spanjaard. Bedoelde boot, voor de dienst in Oost- Indië bestemd, zal hier nog enige vertimmeringen ondergaan en verder worden uitgerust.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Texel, 5 juni. Heden vertrok van hier de stoomboot MINISTER THORBECKE, kapt. W. Meeter, bestemd naar Hull. (opm: eerste commerciële reis)


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Het schip EPPIEN, kapt. K.J. Potjewijd, van Londen naar St. Petersburg, te Fahrsund binnen (opm: kof, zie NRC 301152), was de 16e mei van de geleden schade hersteld, en gereed om de reis voort te zetten.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Elseneur (opm: Helsingör), 3 juni. Het schip EPPIEN, kapt. Potjewijd (opm: kof, kapt. Klaas Jans Potjewijd), van Londen naar St. Petersburg, is alhier lek binnengelopen, hebbende bij Gilleleie (opm: Gilleleje) aan de grond gezeten (opm: zie PGC 070653 en NRC 220753).


  AH - Algemeen Handelsblad

Van het schip ELSJE, kapt. Scherpbier (opm: schoenerkof, bouwjaar 1847; kapt. Jan Potjewijd Scherpbier), de 16e februari van Smirna naar Antwerpen vertrokken, heeft men sedert niets vernomen.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Naar Batavia ligt te Amsterdam in lading het nieuw gebouwd, gekoperd tweedeks barkschip DERKINA TITIA, gevoerd door kapt. W.B. van Zijp, hebbende zeer ruime inrichtingen voor de overvoer van passagiers. Te bevragen bij de cargadoors Hoyman & Schuurman. (opm. eerste reis)


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Het schip TWEELINGEN, kapt. Schoemaker, van Londen naar Hamburg, is de 31e mei door een loodsboot te Hull binnengesleept, hebbende bij Dimlington de mast verloren.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Die genegen zijn om het schoenerschip OSCAR, zittende benoorden Workum op strand, af- en in de haven te Workum, Hindeloopen of Stavoren te brengen, kunnen zich vóór 16 juni e.k. in persoon vervoegen bij de heer F.A. Lammerts te Hindeloopen, ter verneming van de conditiën.


08 juni 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Harlingen, 5 juni. De Groenlandsvaarder DIRKJE ADEMA schijnt het plan om op de walvis-
vangst uit te gaan, mede te hebben laten varen. Het schip is reeds in het gezicht onzer haven en brengt, naar men verneemt, een massa van ongeveer 9.000 robben aan.


09 juni 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 8 juni. Het schip STAD AMSTERDAM, kapt. A. Stokvliet, van Batavia herwaarts gedestineerd, in Texel binnen, heeft volgens bericht van de kapitein op de reis een hevige stortzee over gehad, waardoor de verschansing en stutten aan bakboordszijde gedeeltelijk waren weggeslagen en waardoor meerdere schade veroorzaakt was. De 3e dezer had het schip met de loods aan boord ten gevolge van dik mistig weder vier malen op de Hinderbanken gestoten.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Leeuwarden, 6 juni. Naar wij uit Harlingen vernemen, is gisteren de Groenlands-vaarder DIRKJE ADEMA binnengekomen met 9.000 robben aan boord, welke goede vangst de commandeur moet hebben doen besluiten geen gevolg te geven aan het vroeger bestaan hebbende voornemen om naar de visserij op te zeilen.
Laatstleden dinsdag is in het Vlie binnengekomen de Harlinger Groenlands-vaarder SPITSBERGEN, commandeur H. Stockfleth, hebbende 4.500 robben geslagen. Wegens bekomen schade zou dit schip de walvisvangst hebben moeten opgeven.


10 juni 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 9 juni. Door de Nederlandsche Handel-Maatschappij zijn bevracht geworden de navolgde vijf schepen, als:
Voor Rotterdam: HELENA CHRISTINA, kapt. J.J. Bell.
Voor Amsterdam: MAXIMILIAAN THEODOOR, kapt. K.C. de Veer.
Voor Middelburg: ELIZABETH EN JOHANNA, kapt. J.A. Ballot, SCHELDE, kapt. J. van Duyn en KONING WILLEM II, kapt. W. Blaakhert.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Antwerpen, 8 juni. Het Nederlandse schip ELSJE, kapt. Scherpbier, waarover men reeds zeer ongerust was, is hedenmogen na een reis van 111 dagen van Smirna (opm: Izmir) op de rivier aangekomen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Malaga, 25 mei. Het Nederlandse schip HENDRIK WESTER, kapt. Reinders, van Bourgas naar Amsterdam bestemd, is alhier met schade aan zeilen en tuigage en gebrek aan proviand binnengelopen.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Te koop aangeboden een van eiken gebouwd snelzeilend brikschip, varende onder Engelse vlag, liggende voor deze stad. Inclinerende gelieve men zich te adresseren ten kantore van de cargadoors Meijer & Co., of van de makelaar J. Meijerink Meijer alhier.


11 juni 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 10 juni./ De 8e dezer is te Kinderdijk van de scheepstimmerwerf van de heer Fop Smit met het beste gevolg te water gelaten de schroefstoomboot genaamd VOLHARDING, bestemd voor een nieuwe stoombootdienst tussen de steden Leyden en Amsterdam, en zulks voor rekening van de heren J.A. Zuur c.s. te Leyden.


  AH - Algemeen Handelsblad

Rotterdam, 9 juni. Gisteren heeft men met de nieuw gebouwde stoomboot STAD ROTTERDAM van de Vereenigde ´s-Hertogenbossche Stoomboot-Maatschappij een proefreize gemaakt. Het vaartuig beantwoordt ten volle aan de verwachting. Morgen wordt deze boot in dienst gesteld, vervullende voorlopig de zomerdienst van ’s-Hertogenbosch naar Schiedam en terug, dagelijks, uitgezonderd des zondags.


  DC - Dordtsche Courant

Helder, 8 juni. Zr.Ms. oorlogsstoomboot AMSTERDAM, commandant J. Spanjaard, zal, alvorens naar Oost-Indië te vertrekken, met 1°. juli een tocht doen naar New York. Naar men verneemt, zouden met dit rijksvaartuig verscheidene belangrijke voorwerpen van Nederlandse volksvlijt naar de aldaar te houden tentoonstelling worden overgevoerd.


12 juni 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 11 juni. Heden is van de werf Het Witte Kruis van de scheepsbouwmeester J. Meijjes & Zonen te Amsterdam met goed gevolg van stapel gelaten het barkschip WAALSTROOM, groot 220 lasten, gebouwd voor rekening van de heer A. Graadt van Roggen, zullende gevoerd worden door kapt. J.C. Wijnmalen Czn.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. G.J. Roland Holst, F. der Kinderen, H. Salm en A. Roland Holst, makelaars, zullen op maandag de 20e juni 1853, des avonds ten 6 ure precies, in de Nieuwe Stads-Herberg, te Amsterdam, verkopen:
- Een extra ordinair welbezeild paviljoenschip, genaamd NOOIT GEDAGT, gevoerd door kapt. Bartel Jager, volgens Nederlandse brief lang 11 ellen 33 duimen, wijd 3 ellen 83 duimen, hol 1 el 91 duimen, en alzo geijkt op 82 tonnen, met deszelfs inventaris.
- 1/20 Aandeel in het Nederlandse Barkschip ANNA PAULOWNA, groot 325 gemeten lasten, gevoerd door kapt. W. Bek Wz.
- 1/20 Aandeel in het in den jare 1852 nieuw gebouwd en gekoperd en kopervast Brikschip, varende onder Nederlandse vlag, genaamd LOUISE ROELOFFINE, gevoerd door kapt. A. Struijk.
- 1/20 Aandeel in het bovengemeld schip.
- 1/6 Aandeel in het Nederlandse Fregatschip VIER GEBROEDERS, gevoerd door kapt. J. van der Meulen.
- 1/16 Aandeel in het Nederlandse barkschip CATHARINA JOHANNA, gevoerd door kapt. J. B, Jaski.
- 1/64 Aandeel in het Nederlandse fregatschip PALEMBANG, gevoerd door kapt. J. Hoekstra.
Zijnde het paviljoenschip, inmiddels uit de hand te koop, te bevragen bij de makelaar H. Salm. Nader bericht begerenden, spreken met bovengenoemde makelaar.


13 juni 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 15 juni. De Amsterdamsche Courant deelt het onderstaande adres mede, dat, op voordracht der onlangs benoemde commissie uit de rederijen, door een groot aantal reders is ingediend.
Aan de minister van Binnenlandse Zaken.
De ondergetekenden, allen eigenaars van schepen, of boekhouders van rederijen, te Amsterdam gevestigd, geven met gepaste eerbied te kennen:
Dat, zowel bij hen als bij andere belanghebbenden bij de Oost-Indische vaart, in grote mate bezorgdheid is opgewekt door de voorbeelden, die zich in de laatste tijd herhaaldelijk hebben voorgedaan, van vernietiging van naar Java vertrokken schepen, door ontvlamming der aan boord zijnde en hier ten lande ingenomen ladingen; een bezorgdheid, des te groter, daar alle pogingen, om de oorzaak dier rampen op te sporen, vruchteloos zijn gebleven.
Dat de moeilijkheid, om de aanleiding dier branden op te sporen, waarschijnlijk is gelegen in de omstandigheid, dat vele goederen worden afgeladen, zonder bekendstelling van de inhoud en onder de eenvoudige benaming van koopmanschappen, kramerijen enz.
Dat hierdoor niet slechts de opsporing van de oorzaak der rampen een onmogelijkheid wordt, maar dat de gezagvoerders der schepen, onbekend met de eigenlijke samenstelling der lading, die zij bestemd zijn over te voeren, geen maatregelen kunnen nemen, om tegen het ontstaan van brand, door zelfontbranding der lading, te waken.
Dat de ondergetekenden, overtuigd van de belangstelling van uwe excellentie in de bloei en de welvaart van de tak van nijverheid, die de hunne is, en het belang kennende, dat de hoge regering onmiddellijk bij de zaak heeft, niet schromen, de aandacht van uw excellentie op deze aangelegenheid te vestigen, met de meeste bescheidenheid, doch met de meeste nadruk verzoekende, dat het uwer excellentie mogen behagen, een officiële commissie van deskundigen te benoemen, met de last, om van de te Amsterdam gevestigde permanente commissie van de rederijen te vernemen, welke artikelen in aanmerking komen voor de verzending naar Oost-Indië, en wetenschappelijk te onderzoeken, welk dier artikelen, onder zekere omstandigheden, voor zelfontbranding vatbaar zijn.
Dat uwe excellentie goed moge vinden, te zijner tijd aan het resultaat van dit onderzoek alle mogelijke publiciteit te geven, en dus algemeen bekend te stellen, welke artikelen in die gevaarlijk categorie vallen.
Dat het uwer excellentie moge behagen, bij een voor te dragen wet te bepalen: 1. dat geen collis met Nederlandse schepen in de grote vaart mogen worden verscheept, dan met specifieke bekendstelling van de inhoud, in dier voege, dat algemene benamingen, als koopmanschappen, kramerijen enz. niet als wettig worden erkend; 2. dat het verboden zij, de goederen, die door het officieel onderzoek, dat de ondergetekenden uwe excellentie bescheidenlijk verzoeken, te doen plaats hebben, blijken zullen, voor zelfontbranding vatbaar te zijn, anders aan boord der schepen te laden, dan op het dek, tenzij dat de goederen zodanig zijn geconditionneerd, dat de afpakking de gezagvoerders tegen het gevaar van zelfontbranding dier goederen volkomen waarborge.
Het één en ander met strafbepaling tegen de overtreders, zowel tegen de afladers, die het eerste punt, als tegen de gezagvoerders, die het tweede punt overtreden.
Amsterdam, 25 mei 1853, (opm: volgen de ondertekeningen)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 12 juni. Door de Britse regering is aan de kapitein Nordlohne van het vaartuig PIO NONO, van Rotterdam, een zilveren medaille verleend wegens de redding van de schipper en het scheepsvolk van de verongelukte Britse brik VICTORIA, van Sunderland, op de 23e maart 1852. (opm: zie NRC 120552)


14 juni 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 13 juni. Heden werd aan ’s Rijks werf te Amsterdam de kiel gelegd van een oorlogsvaartuig, dat van hulpstoomvermogen en waterschroef zal voorzien worden, zijnde de schoener de VUURPIJL, van acht stukken (opm: geschut). Het stoomwerktuig van deze bodem werd vervaardigd in de Koninklijke Fabriek van de heren Paul van Vlissingen en Dudok van Heel aldaar, die ook de werktuigen voor het korvet BORNEO van 150 PK moeten leveren.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Groningen, 13 juni. Heden arriveerde alhier de schoenergaljoot CATHARINE, groot 90 ton, kapt. G. Knol, van Groningen, gebouwd bij G. Bodewes te Martenshoek.
MCR 140653
Deal, 13 juni. Van de rivier zijn afgekomen en naar zee gezeild BRIERLY HILL, naar Kaap de Goede Hoop, REINAUW ENGELKENS (opm: Engelse, voormalig Nederlandse kof), naar Melbourne.
AH 150653
Hellevoetsluis, 13 juni. Heden avond arriveerde hier Zr.Ms. stoomschip PHOENIX, onder bevel van de luit.t.zee 1e klasse N.A. van Es, uit Oost-Indië.


15 juni 1853


  OP - Oostpost

Soerabaija, 15 juni. De 10e dezer is in het droge dok alhier opgenomen een der grootste Nederlands-Indische kustvaarders, namelijk het gewezen Nederlandse koopvaardijschip de PRINS VAN ORANJE, thans hernaamd JOEDOEL WADOET, dat denkelijk de 19e dezer hersteld zal zijn.
(opm: de PRINS VAN ORANJE is het op 24 mei 1851 in Batavia afgekeurde fregat van die naam, zie o.a. NRC 180751 en JC 200352; de JOEDOEL WADOET is ook bekend als JADUL WADOET, kapt. J.W. Steevenz, eind juni te Soerabaija in lading liggend naar Padang via Sumanap)


16 juni 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Ramsgate, 12 juni. Het Nederlandse barkschip STAD NIJMEGEN, kapt. Mellink, van Amsterdam naar Batavia, is heden alhier binnengelopen. Hetzelve heeft op het Goodwinsand aan de grond gezeten, doch is zonder assistentie weer vlot gekomen en heeft ogenschijnlijk geen andere schade, als het verlies van een anker en een ketting.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Venetië, 5 juni. Het schip HENDRIK, kapt. Haesloop, van Maroim (Maruim, Brazilië) en Malta komende, is alhier in averij binnengelopen.


  AH - Algemeen Handelsblad

Hellevoetsluis, 14 juni. Naar men verneemt, zal Zr.Ms. stoomschip CURAÇAO de 20e dezer buiten dienst gesteld worden.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. P. Blom, makelaar, zal na afloop der veiling op maandag 20 juni 1853, des avonds ten 6 ure, in de Nieuwe Stads-Herberg te Amsterdam nog presenteren te verkopen 4/32 aandelen in het in 1851 nieuw gebouwde schoenerschip MONNICKENDAM, gevoerd door kapt. G.G. Flik, gemeten op 106 tonnen, varende onder directie van de heer T.F. Boerlage.
Nader bericht begerende spreke met bovengemelde makelaar.


  LP - Le Précurseur (Antwerpen)

Men stelt pogingen in het werk om de SANS REPOS recht te zetten. De kettingen waren gebroken en nieuwe zouden worden aangebracht.
(opm: scheepsbouwer De Ceuster slaagde erin de ex-Zuid-Nederlandse pleit, bouwjaar 1804, te bergen, te herstellen en te verkopen aan M.C. de Crane & Zoon, Zierikzee, waarna als ONDERNEMING onder kapt. Maarten Ouwehand de Nederlandse vlag weer kon worden gehesen)


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Groningen, 15 juni. Gisteren en heden zijn weder in en voor deze haven gearriveerd: het kofschip MINERVA, groot 60 last, kapt. E.A. Oldenburger, van Nieuwe Pekela, gebouwd bij J.J. Pik te Veendam; de schoener VLIJT, groot 90 last, kapt. B.H. Engelsman, van Veendam, en de schoener JACOBA JOHANNA, ruim 90 last, kapt. H. de Groot, van de Pekela; beide laatste bodems zijn gebouwd op de werf van de heer M. Meursing te Hoogezand.


17 juni 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 16 juni. De 14e dezer des namiddags omstreeks half drie ure in in het Westerdok te Amsterdam overzijds gevallen het voor de werf De Haan liggende en aldaar nieuw gebouwde barkschip AMERICA, gevoerd door kapt. D. Schuymer, waarbij echter geen ongelukken hebben plaats gehad.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Te koop wordt aangeboden een gezinkt schoener-kofschip, groot 55 rogge-lasten, liggende alhier. Te bevragen bij de makelaar G.J. Roland Holst.


  AH - Algemeen Handelsblad

Amsterdam, 16 juni. Het eergisteren namiddag voor de werf De Haan in het Westerdok overzijde gevallen nieuw gebouwde barkschip AMERICA, gevoerd door kapt. D. Schuymer, is weder overeind gebracht en van het water ontledigd.


18 juni 1853


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Groningen, 17 juni. Aan het dezer dagen uitgegeven werkje: Nederlandsche koopvaardijvloot, bevattende fregatten, barken, brikken en schoeners, enz., door W. van Houten, ontlenen wij de volgende opgave onzer handelsvloot:
Onder de schepen voor de groote vaart bestemd, telt men 132 fregatten, 332 barken, 71 brikken en 105 schoeners, te zamen 640 schepen, metende 160.840 lasten; behorende aan 230 rederijen, waarvan 95 te Amsterdam, 56 te Rotterdam, 15 te Dordrecht, 7 te Alblasserdam, 6 te Middelburg, 6 te Schiedam, 6 te Zierikzee enz. gevestigd zijn.
De schepen voor de kleine vaart bestaan uit een getal van 950 stuks, waarvan 131 te Groningen, 122 te Veendam, 121 te Pekela, 79 te Wildervank, 70 te Amsterdam, 61 te Sappemeer, 43 te Delfzijl, 35 te Rotterdam, 35 te Harlingen, 32 te Hoogezand enz. te huis behoren; de grootte dezer schepen loopt van 40 tot 250 ton.


19 juni 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 18 juni. Op a.s. dinsdag de 21e des namiddags ten 1½ ure zal van de werf Hollandia van de scheepsbouwmeesters Blok en Matthijsen te Amsterdam worden te water gelaten het schoenerschip JACOBA CHRISTINA.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Dordrecht, 18 juni. Heden werd van de werf van de scheepsbouwmeester Jan Schouten met het beste gevolg te water gelaten het barkschip JUNO, gevoerd zullende worden door kapt. W. Chevalier, groot 350 gemeten lasten, bestemd voor de grote vaart, onder directie der heren Sandberg en Co alhier.
Onmiddellijk daarna werd op dezelfde werf de kiel gelegd van een schip, mede voor de grote vaart bestemd, onder directie van de heer G. Mauritz alhier, en hetwelk de naam zal voeren van LOUISA, KROONPRINSES VAN ZWEDEN.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Schiedam, 18 juni. Hedenmiddag omstreeks 1 uur is alhier van de werf de Nijverheid, door de scheepsbouwmeester C. Gips en Zonen, met het beste gevolg te water gelaten het barkschip PAUL JOHAN, groot 357 gemeten lasten, zullende varen voor een rederij, onder directie van de heren De Groot, Roelants en Co, Schiedam, en is daarna, voor rekening van dezelfde heren de kiel gelegd voor een schip van gelijke grootte, hetwelk de naam voeren zal van LAURENTIUS EN EMILIA.


21 juni 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 26 april. Scheepsvrachten. Vracht zoekende schepen blijven zeer schaars, zodat dan ook weer hogere vrachten zijn aangelegd. Over een paar maanden verwacht men dat de afvoer der nieuwe oogsten een aanvang zal nemen en daar de reeds gekochte doch nog niet verscheepte hoeveelheid suiker, gevoegd bij de nog te koop zijnde partijen zeer aanzienlijk is, verwacht men algemeen gedurende dit gehele jaar geen merkbare daling, tenzij voor een ogenblik teveel avontuurschepen op éénmaal mochten arriveren. De WILLEM DE CLERCQ bedong einde der vorige maand NLG 100 voor suiker en tabak (het laatste artikel per 800 kilo) te Soerabaya en Samarang te laden, het Zweeds schip MARIA CHARLOTTE bedong voor rijst naar China en van daar naar Sydney GBP 4.15 per ton; het Hamburger schip FERDINAND naar Hamburg GBP 4 voor suiker; het Hamburger schip JOHANNA CAESAR GBP 4.10 voor suiker en GBP 4 voor een kleine hoeveelheid koffie en rijst naar Hamburg; het Pruissisch schip RICA GBP 4.17/6 voor suiker naar Antwerpen; het Engels schip WM. RENNIE GBP 4.12/6 voor een volle lading koffie naar Cowes voor orders; het Engels schip UNION GBP 4.15 voor suiker naar Antwerpen; het Engels schip JACATRA GBP 5 voor suiker naar Cowes voor orders, terwijl wanneer deze voor Gothenburg laden, een verhoging van 5 schellingen (opm: shillings) per ton zal worden betaald; het Engels schip BOMBAY kon geen certificaat van zeewaardigheid bekomen en verzeilde naar Singapore; het Amerikaans schip CAPLER werd gecharterd à $ 12 per ton voor 40 vierk. voet ter overbrenging der van Manilla aangebrachte lading per het alhier afgekeurde Amerikaans schip FRANCIS WITNEY, en neemt het Amerikaans schip PALMETTA alhier een lading diversen voor Californië in. Het Nederlands schip JAVA’S WELVAREN was reeds in Nederland voor de terugreis bevracht, zo men wil tot NLG 80 per last, terwijl de alhier op avontuur gearriveerde Nederlandse schepen TERNATE, GEZINA en AMBARAWA door de Factorij werden opgenomen.


  DC - Dordtsche Courant

De Provinciale Friesche Courant bevat het volgende uittreksel van een brief, geschreven uit Liverpool, d.d. 6 juni door Oene Martinus Wagenaar, van Heerenveen, passagier van het schip WILLIAM AND MARY, medegedeeld door de heer P. Runia:
“Op de 4 mei ll. ’s avonds te 9 uur zijn wij bij de Bahama eilanden op een verborgen klip gestrand, 4 à 5 uren van de Amerikaanse kust verwijderd; het schip werd lek, en na de ganse nacht gepompt te hebben, hadden wij ‘s morgens te 4 uur 6 voet water in het schip, en lagen wij voor anker, van de klip af zijnde. De 2 stuurlieden en 6 matrozen zaten reeds in één der sloepen, doch de kapitein beloofde aan Bonnema het schip niet te zullen verlaten, voor dat gered zouden zijn; doch ik (schrijft Wagenaar) vertrouwde zulks niet, ging op de kajuit bij de pomp staan, slechts een jasje, broek en zwemgordel aan hebbende, om zo mogelijk mij met zwemmen op een stuk hout te redden, dewijl ik geen hoop op de boot had. Toen zei de kapitein tot twee matrozen: ‘Ik ga bij de stuurlieden in de sloep, redt u dadelijk met de anderen.’ Toen verloor ik hen niet uit het oog; hij ging te water en ik sprong er dadelijk in, terzelfder tijd dat de touwen gekapt werden. De kapitein was reeds in de eerste, en ik, alsmede Ulbe Bergsma van Kimswerd, Izaak Roorda van Dantumawoude, benevens 21 Ieren en 3 Duitsers in de tweede sloep. De Ieren wilden ons buiten werpen, doch ik had een mes in de ene en een puts in de andere hand, zeggende: ‘De eerste die ons aanrandt, steek ik door.’ Zo zijn wij dan van ’s morgens 6 tot ’s namiddags 1 uur rondgedreven, totdat een schip (genaamd POLLUX), kapt. Mac. Entijre ons opnam en de 6 juni jl. behouden te Liverpool aan wal gebracht.
Naar wij denken zijn de anderen, 170 in getal, aan boord gebleven en waarschijnlijk niet gered; echter hebben wij het schip niet zien zinken.”
Blijkens de met de AFRIKA te Londen aangebracht berichten van New York, tot de 1 dezer, had men aldaar de verblijdende tijding ontvangen, dat van de passagiers der bij Bahama-eilanden verongelukte bark WILLIAM AND MARY, waarop zich o.a. de heer Bonnema en een groot aantal andere landverhuizers uit Vriesland bevonden, slechts twee omgekomen en al de overige door een Amerikaans schoenerschip gered zijn. Bijna onmiddellijk nadat de schipbreukelingen in veiligheid waren, is de WILLIAM AND MARY gezonken.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Zoutkamp, 18 juni. De bedrijvigheid bij de scheepvaart is thans zeer groot. Zo worden op heden, nadat gedurende de twee laatste weken bijna dagelijks schepen naar zee vertrokken, door de stoomsleepboot de HUNZE weder drie schepen, als twee schoeners en een kofschip, gelijktijdig van hier naar zee gesleept.


 GRC - Groninger Courant

Termunterzijl, 18 juni. Alhier is de 15e dezer binnengekomen het schip ANJE, kapt. M.F. Munning, komende van Noorwegen.


  LC - Leeuwarder Courant

Workum, 17 juni. Heden middag ten 2 ure werd alhier van de scheeptimmerwerf van de heer T.A. Visser met het beste gevolg te water gelaten het kofschip genaamd MARIA VAN AMSTERDAM, groot plm. 70 lasten, voor rekening van en gevoerd te worden door kapt. W.A. Hendriks, van Amsterdam. Zeer hoog wordt de soliede bouworde van gemeld schip, zomede de vorm door deskundigen geroemd, zodat men daaruit een aanbeveling voor de bouwmeester mag verwachten.


22 juni 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. G.J. Roland Holst, H.J. Rietveld en A.W. Abrahamsz, makelaars, zullen ten overstaan van de notaris F.W. Fabius, op maandag de 4e juli 1853, des avonds ten 6 ure precies, in de Nieuwe Stads Herberg aan het IJ te Amsterdam, verkopen het welbezeild, gekoperd en kopervast schoenerschip MARIA ANNA, laatst gevoerd door kapt. J.T.S. Jaski, volgens meetbrief lang 28 el 40 duim, wijd 4 el 60 duim en hol 3 ellen, en alzo gemeten op 174 tonnen of 92 lasten. En dat verder met al deszelfs rondhouten, opstaand en lopend want, ankers, touwen, zeilen en scheepsbehoeften.
Nader bericht bij bovengenoemde makelaars of bij de cargadoors Hoyman en Schuurman, of Nobel en Holtzapffel, te Amsterdam. (opm: zie AH 060753)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 21 juni. Het schip ELISABETH ANTHONIA, kapt. J.H. Schippers, van Batavia herwaarts gedestineerd, te Batavia lek uit zee terug gekomen (opm: zie NRC 030553), had volgens brief van de kapitein van de 26e april de reparatie geëindigd en zou waarschijnlijk tegen medio mei de reis weder aannemen.


  AH - Algemeen Handelsblad

Verkoping van schepen op maandag 20 juni in de Nieuwe Stads Herberg aan het IJ:
- het schoener-kofschip JOANNA JACOBA, kapt. K.G. Sap: NLG 5.800, in slag NLG 10, opgehouden. (opm: het schip werd gekocht door kapt. T.A. Mulder; nieuwe naam ALIDA)
- het paviljoenschip NOOIT GEDAGT, kapt. B. Jager, NLG 300, in slag NLG 100, opgehouden.
- 1/20e aandeel in het barkschip ANNA PAULOWNA, kapt. W. Bek Wzn: NLG 3.050, opgehouden.
- 1/20e aandeel in het gekoperd brikschip LOUISA ROELOFFINE, kapt. A. Struik: NLG 2.500, in slag NLG 20, opgehouden.
- 1/20e aandeel in dito: niet geveild.
- 1/6e aandeel in het fregatschip VIER GEBROEDERS, kapt. J.B. van der Meulen: NLG 4.000, in slag NLG 10. Koper W. Leendertz Czn.
- 1/16e aandeel in het barkschip CATHARINA JOHANNA, kapt. J.B. Jaski: NLG 2.900, in slag NLG 600, koper A. Roland Holst (opm: een makelaar).
- 1/64e aandeel in het fregatschip PALEMBANG, kapt. J. Hoekstra: NLG 1.325, in slag NLG 60, koper P. Blom.
- 4/32e aandeel in het schoenerschip MONNICKENDAM, kapt. G.G. Flik: NLG 1.775, in slag NLG 30, opgehouden.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Naar Melbourne en Sydney N.Z.W. zal tegen ultimo juli van Amsterdam direct geëxpedieerd worden het nieuw gebouwd gekoperd Nederlands clipper-barkschip AMERICA, kapt. D. Schuymer, hebbende uitmuntende inrichtingen voor passagiers. Voor vracht of passage te bevragen bij de cargadoors De Vries & Co. te Amsterdam. (opm: eerste reis)


23 juni 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 22 juni. Voor rekening ener rederij te Zalt-Bommel is op de werf van de heer Corn. Smit te Alblasserdam de kiel gelegd voor een barkschip, groot omtrent 300 gemeten lasten en genaamd ZALT-BOMMEL, Het schip zal gevoerd worden door kapt. J.C. Juta, en zal varen onder directie der heren Van Overzee & Co te Rotterdam als boekhouders.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Groningen, 22 juni. Hedenmorgen arriveerde voor deze stad de nieuwgebouwde schoener ANJA SIETSIA, groot 100 last, zullende worden bevaren door kapt. N.J. Huisman, van Holwierde, gebouwd bij J.U. van der Werff te Hoogezand.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Groningen, 22 juni. De schoenergaljoot de HOOP EN MARIA, kapt. P.H. Fekkes, ligt zeilklaar om binnenkort met ballast van hier naar Archangel te vertrekken.


24 juni 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlissingen, 17 juni. Naar men verneemt, zal in de maand augustus e.k. het nieuw gebouwde fregat ADMIRAAL DE RUYTER van ’s Rijks werf alhier te water worden gelaten.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Zeilvereeniging te Sneek. In de maand juli e.k, op nader te bepalen dag, zal te Sneek worden verloot een bij de scheepstimmerman J. Croles te Ylst in aanbouw zijnde zeilboot, lang 5 el circa 98 duim, met zeil en stagfok en verder toebehoren, alles nieuw en van de beste kwaliteit, onder verplichting van de winnaar om deze boot bij de eerstkomende hardzeilerij te doen mededingen. De intekenings-prijs van elk nommer is NLG 3.


25 juni 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. De notaris Goslings te Harlingen zal aldaar op woensdag de 29e juni 1853, des namiddags 3 uur provisioneel, en des avonds 7 ure finaal, telkens in het Heeren Logement van D. Minnema, in het openbaar verkopen het barkschip (opm: brik) SPITSBERGEN, varende onder Nederlandse vlag, gemeten op 122 lasten of 251 tonnen, met de bij billetten omschreven inventaris, liggende thans in de Zuiderhaven te Harlingen, gevoerd door kapt. Herm Stokfleeth. Nadere informatiën te bekomen bij de heren Barend Visser & Zoon aldaar en bij bovengenoemde notaris.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Delfzijl, 21 juni. Naar men uit een goede bron verneemt, bestaat er hoop, dat er van regeringswege, op het Nederlands gedeelte der rivier de Eems, een geregeld loodswezen, van Delfzijl uitgaande, tot stand zal komen, hetwelk die schepen, welke naar de havens van deze kust bestemd zijn, zal binnen brengen. Daardoor zal allerwaarschijnlijkst de scheepvaart op deze haven veel aanzienlijker worden, omdat de kapiteins, door het slecht binnenkomen over de Lauwerzee, liever herwaarts dan naar Groningen willen gaan, en anderdeels die schepen, welke met slecht weder voor de Eems zijn, bij gebrek aan loodsen, het op zee moeten houden en daardoor veeltijds andere havens aandoen.


  JB - Javabode

De 23e dezer ter rede alhier (opm: Batavia) aangekomen, na op de 13e december 1852 Hellevoetsluis verlaten en de Kaap de Goede Hoop aangedaan te hebben, Zr.Ms. transportschip PRINS WILLEM FREDERIK HENDRIK, gecommandeerd door de luit.t.zee 1e klasse G.H. Buschman.


26 juni 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 25 juni. Te Middelburg, is de 21e van de werf der Commercie Compagnie alhier met goed gevolg te water gelaten het barkschip genaamd WESTKAPELLE, gebouwd door de scheepsbouwmeester G. Knol, voor rekening ener rederij, onder directie van de heren Van den Broecke Luteyn & Schouten. Het zal gevoerd worden door kapt. M. Rooderkerk Jr, en is bestemd voor de grote vaart. Er is onmiddellijk daarop weer de kiel gelegd van een barkschip, berekend op ongeveer 300 gemeten lasten.


27 juni 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Te Rotterdam ligt in lading naar de Kaap de Goede Hoop, via Engeland, voor passagiers, het nieuw, extra op de zeilage gebouwd en gekoperd barkschip LUCTOR ET EMERGO, kapt. S. Ouwehand, hebbende uitmuntende inrichtingen voor passagiers en voerende een bekwame scheepsdokter, om tegen het laatst van juli te vertrekken. Adres ten kantore van Kuyper, van Dam & Smeer en Hudig & Blokhuyzen. (opm: eerste reis)


  LC - Leeuwarder Courant

Joure, 20 mei. Heden is van de werf van de scheepsbouwmeesters S. Geerts & Zoon met het beste gevolg te water gelaten het smakschip CORNELIA, groot ca. 65 lasten, gevoerd zullende worden door kapt. G. van Os, te Aalst.
Onmiddellijk daarna is de kiel gelegd voor een galjoot-kof van ongeveer 70 lasten, genaamd ALBERT VAN PANHUIS, gevoerd zullende worden door kapt. D. van der Leij, te Dronrijp.


28 juni 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 27 juni. Door de Nederlandsche Handel Maatschappij zijn op heden bevracht de navolgende 35 schepen, als:
Voor Rotterdam: ALBLASSERDAM, kapt. P.G. Pott; AUSTRALIE, kapt. R.A. Tange; PIO NONO, kapt. J.D. Nordlohne; IDA ELIZABETH, kapt. M.A. Overgaauw; FACTORIJ, kapt. J. Jansen; ROTTERDAM, kapt. P. Vis; NOORD, kapt. H.R. Rubaak; MENADO, kapt. P.A. Schaap; CORTGENE, kapt. J.A. Scott; ROBERTUS HENDRIKUS, kapt. R.H. Mulder.
Voor Amsterdam: SIRIUS, kapt. H. Mulder; JOHANNA CATHARINA, kapt. C.A. Hjelmström; LODEWIJK ANTONIE, kapt. M. de Wijn; PRINSES SOPHIA, kapt. P.S. Matsen; KONING WILLEM II, kapt. G. v. Eijk Menkman; NEDERLAND & ORANJE, kapt. L. van der Plas; JAVA COURIER, kapt. F.G. Reinitz; CHINA, kapt. J.G. Appel; A.R. FALCK, kapt. P. v. Duivenboden; STRAAT BALY, kapt. G. Mulder; STAD NIJMEGEN, kapt. P.W.B. Mellink; CHRISTINA AGATHA, kapt. O.P. Lap; HENRIETTE (opm: bark, rederij Jas), kapt. J. van Loenen; MENTOR, kapt. D.A. Zijlstra; JAN VAN BRAKEL, kapt. W.L. Esink; JULIE CLAIRE, kapt. H. de Wijn; MARIANNE, kapt. R.P. Tjebbes; DERKINA TITIA, kapt. W.B. van Zijp; QUATRE-BRAS,kapt. H. Bondix; PRINS MAURITZ, kapt. J.J. Bart.
Voor Schiedam: PROTEUS, kapt. L. v. Wagtendonk; STAD TIEL, kapt. W.B. Derks (van Tiel).
Voor Middelburg: PHOENIX, kapt. P.J. Kasse; WALCHEREN, kapt. J.E. Verhulst; ZWALUW, kapt. J. Luteyn.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Groningen, 27 juni. Heden is alhier voor de stad gearriveerd de nieuw gebouwde schoener METKE, groot 130 ton, zullende worden bevaren door kapt. J.D. Flik, van Veendam, en gebouwd op de werf van den heer I.A. Hooites te Hoogezand.


29 juni 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Nieuw Lekkerland, 28 juni. Hedenmorgen is alhier op de werf van de heren J. & K. Smit de kiel gelegd voor een barkschip, genaamd SUZANNA EN ELISABETH, groot circa 400 lasten, voor rekening van een rederij onder directie van de heren Den Bouwmeester, Borsius & Van der Leijé te Middelburg.


  JB - Javabode

De 25e dezer is van Batavia vertrokken naar Grissee het Amerikaanse schip FRANCES WHITNEY, kapt. Sech Soenkar. (opm: zie JB 130453; zowel de bestemming als zeker ook de naam van de gezagvoerder doet veronderstellen, dat het hier nu toch een Nederlands-Indisch schip betreft)


  OP - Oostpost

Soerabaija, 29 juni. Men verneemt, dat de kleine stoomsleper, bestemd om de laadboten langs de Kedirische rivier op te slepen, doch die aan dit doel niet kan beantwoorden om de verschillende beletselen, welke die rivier oplevert, thans gebezigd wordt tot het overbrengen van passagiers van Soerabaija naar Grissee. Deze tocht drie maal daags ondernomen en deze geriefelijkheid gevoegd bij de lage prijs der passage, leveren de eigenaar zeer gunstige resultaten op, zodat volgens geruchten reeds Chinezen zich hebben aangeboden om die onderneming te pachten, doch daarvoor vruchteloos NLG 1.000 ’s maands hebben geboden.
Ook wordt nog vernomen, dat door kenners algemene bijval wordt geschonken aan de stoomsleper, die bestemd is om de afvoer van produkten langs de Solo-rivier te vergemakkelijken.


30 juni 1853


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Groningen, 29 juni. Gisteren avond liep te Delfzijl van stapel, van de scheepstimmerwerf toebehorende aan de heer P.J. Vos, een op die werf nieuw gebouwd schoenerkofschip ANNECHIENA, groot 77 last, zullende worden bevaren door kapt. A.J. Donga, van Farmsum.


01 juli 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 30 juni. De 28e juni is van de werf van de heer W.H. Meursing te Nieuwendam met het beste gevolg te water gelaten het schoener-brikschip ELISABETH MARIA, metende circa 100 lasten, voor rekening ener rederij onder directie van de heer B. Abbring te Alkmaar en zullende gevoerd worden door kapt. O.J. Bok.


02 juli 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Canton, 3 mei. De vrachten zijn vast, zonder verandering. De JAN VAN HOORN is van San Francisco gearriveerd en laadt voor NLG 9000 naar Batavia. De VERONICA en GRAAF VAN HOOGENDORP laden te Hong Kong voor San Francisco. Passagiers naar Californië zijn moeilijk te krijgen en meer dan $ 37 per kop is niet te bedingen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 30 juni. Het te Zierikzee te huis behorende fregatschip ROOMPOT, kapt. H.H. de Boer, de 18e februari van Akyab vertrokken met een lading rijst en naar Zierikzee bestemd, is gisteren bij het binnenkomen, op de Noorder Rassen, ongeveer vier mijlen ten N.W. van West-Capelle, gestrand en zwaar lek geworden. Nadat een gedeelte der lading overboord geworpen was en het lek toch steeds bleef toenemen, zodat er twee uur nadat het schip vast raakte, bereids 7 voet water in het ruim was, noopte de hopeloze positie waarin het schip zich bevond, de equipage om het te verlaten. Een gedeelte begaf zich dan ook in één der boten van boord, doch de kapitein, een bekend braaf zeeman, bleef steeds weigeren zijn bodem te verlaten, en eerst toen alle hoop op redding verloren was, liet hij zich, ofschoon nog met moeite, door zijn stuurlieden overhalen, om de bij hem geblevenen (zijnde de stuurlieden, de dokter, zes man der equipage en de loodskwekeling Engels) in de sloep te volgen. Nauwelijks van boord gestoken, werd de sloep door de branding omgeworpen, waarbij de tweede stuurman, de scheepsdokter, benevens de bovengemelde kwekeling het leven verloren; de kapitein en de overige ontkwamen het gevaar; de laatstgenoemden enterden tegen het gestrande schip weer op; de kapitein was intussen in bewusteloze toestand geraakt en mocht het alleen aan de onvermoeide en moedige pogingen van de eerste stuurman gelukken, hem binnen boord te krijgen. Nu werd door hen de werkboot te water gelaten, waarmee zij opnieuw van boord staken en gelukkig de branding doorworstelden, totdat zij opgenomen werden aan boord van de Deense galjas CECILIE, kapt. Petersen, waarmee zij te Vlissingen zijn aangebracht. De eerste boot, bemand met de loodskwekeling Dekkers en het overige gedeelte der equipage, is behouden aan het fort Den Haak aangeland. Het schip is later weer vlot geraakt, binnenwaarts gedreven en met assistentie van de schokker uit Zierikzee of Brouwershaven (opm: zie NRC 050753) aan het Witte Duin ten anker gebracht, alwaar hetzelve in de nacht in 14 vadem water is gezonken en hoogst waarschijnlijk totaal weg zal zijn. (opm: zie ook NRC 210154)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Margate, 28 juni. Hedenmorgen omstreeks 2½ uur is op het Goodwinsand (opm: de Goodwin Sands) gestrand, de te Amsterdam te huis behorende bark JAN HENDRIK, kapt. H. de Jong, van Banjoewangie naar Amsterdam bestemd. Dezelve is met verlies van roer en zwaar lek weer vlot gekomen en met assistentie van twee stoomboten en twee sloepen om te sturen op de rivier gesleept.


03 juli 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Sheerness, 29 juni. Het Nederlandse barkschip JAN HENDRIK, kapt. De Jong, welke gisteren op het Goodwinsand (opm: de Goodwin Sands) gezeten heeft – zie ons nommer van gisteren, art. Margate – is hier hedenmorgen, gesleept door twee stoomboten, met 7 voet water in het ruim binnengebracht. Hetzelve is op het droge gehaald, van waar men het, na vergunning van de admiraliteit, waartoe bereids aanvraag gedaan is, in het marine-dok zal halen om te repareren. (opm: zie NRC 080753 en 250853)
Tijdens het schip op het strand zat, heeft de zeilmaker met nog een man zich van een der sloepen meester gemaakt en het schip verlaten. Zij zijn kort daarna door een naar Ramsgate bestemd vaartuig op sleeptouw genomen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Van Serang wordt, onder dagtekening van de 1e mei het volgende gemeld. In de Welkomstbaai, nabij het eiland Oemang (Soemoer) is verongelukt de Engelse schoener SWALLOW, komende van Singapore en bestemd naar Port Philip; de gezaghebber, genaamd Foryce, benevens de eigenaar van het vaartuig JOHN REILLY en vijf man van de equipage zijn allen bij dit ongeluk omgekomen. Alleen de matroos Daniel Nelson heeft zich door zwemmen gered, en is behouden te Tjiringien aangekomen. Van deze heeft men het bericht van de schipbreuk vernomen, doch nopens de toestand van het verongelukte vaartuig, zijn nog geen nadere bijzonderheden ontvangen. Enige vissers van Tjiringien zeggen, dat het schip gezonken is, en dat daarvan niets meer boven water is dan de achtersteven. Men heeft onverwijld bevelen naar Tjiringien gezonden, om een meer bepaald onderzoek te doen, naar hetgeen nog van het vaartuig mocht kunnen worden behouden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Fahrsund (opm: Farsund, Noorwegen), 6 juni. Het schip FROUWINA ELISABETH, kapt. De Jonge, van Liverpool naar Nerva, is alhier met gebroken fokkemast binnengelopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Rotterdam-Havre. Afvaarten 4, 14 en 24 juli. De stoompacket BORDEAUX, kapt. Van Emmerik, vertrekt naar Havre maandag 4 juli.
Rotterdam-Bordeaux. Afvaart 14 juli. Het stoomschip BORDEAUX, kapt. van Emmerik, vertrekt van Rotterdam via Havre de 14e juli en van Bordeaux de 24e juli.
Passage-prijs: eerste kajuit Ffrs. 80; heen en terug Ffrs. 150, met de kost.
Rotterdam-St. Petersburg. Deze dienst is tot nadere aankondiging gestaakt.
Adres ten kantore van Smith & Co.
(opm: de dienst op St. Petersburg werd gestaakt vanwege de oplopende spanningen in Europa, de aanloop tot de Krim-oorlog.)


04 juli 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Willemsoord, 1 juli. Heden heeft men met Zr.Ms. stoomschip AMSTERDAM, kapt.luit.t.zee J. Spanjaard, een kleine tocht buiten de haven gedaan. Het vaartuig zowel als de machine moeten bij deze eerste proeve aan de verwachting volkomen hebben beantwoord.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Ramsgate, 30 juni. Het te Veendam te huis behorende kofschip ANNA MARTHA, kapt. Korfker, van Dantzig (opm: Gdansk) naar Nantes bestemd, is hier heden lek, met verlies van zeilen en andere schade binnengelopen.


05 juli 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Men leest in de Indiër: Wij vernemen van goederhand, dat tussen het Indisch bestuur en de heer Cores de Vries een nog al ernstige onenigheid is ontstaan, over de uitvoering van de door dat bestuur met genoemde heer gesloten contracten. Men meldt ons, dat het Indische bestuur van zijn zijde slechts flauwelijks zou nakomen de verplichtingen, bij die contracten aan dat bestuur opgelegd; terwijl van de andere kant met de meeste gestrengheid de poenaliteiten (opm: boetes), in de contracten vastgesteld, op de heer Cores de Vries werden toegepast, zelfs in de gevallen, dat b.v. oorzaken, van de menselijke wil onafhankelijk, zoals storm, tegenwind of averij, beletten, dat de schepen van de heer Cores de Vries op de bepaalde tijd aankomen. Eén en ander heeft teweeg gebracht, dat de heer Cores de Vries van Soerabaya naar Batavia is vertrokken, met het vaste besluit (aldus schrijft men ons), om, indien hij geen herstel van grieven kan erlangen of een meer billijke toepassing der contracten van weerszijden, elke gemeenschap met het Indische bestuur af te breken.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 4 juli. Wij vernemen van een geachte zijde, dat de schokker, welke het, door de equipage verlaten schip ROOMPOT, onder het Witte Duin ten anker heeft gebracht, (zie ons nummer van de 2e dezer), was de Schokker No. 2, toebehorende aan de te Rotterdam gevestigde Zuid-Hollandsche Maatschappij tot Redding van Schipbreukelingen, welke te Brouwershaven gestationeerd was.


  AH - Algemeen Handelsblad

Volgens brief uit Port Louis (Mauritius) van de 9e mei is het schip HENRIETTA MARIA, kapt. G.F. Wiegmink, van Banjoewangie naar Amsterdam bestemd, de 15e april aldaar, na zwaar stormweder te hebben doorgestaan, lek binnengelopen. Het heeft gedeeltelijk gelost en dacht tegen het laatst van mei weder gereed te zijn om de reis voort te zetten.


  DC - Dordtsche Courant

Advertentie Wij hebben de treurige tijding ontvangen dat onze geachte neef, A. de Visser, tweede stuurman op het fregatschip de ROOMPOT, bij het stranden van hetzelve, op de Noorder Rassen, bij West-Capelle, in de ouderdom van bijna 22 jaren, op de 29 juni jl. is overleden.
Dordrecht, 4 juli 1853, A. de Visser, P. de Klerk Gzn.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Groningen, 1 juli. Op de Eems bij Leer is kortelings bij nacht een schip met stenen gezonken en de schipper, genaamd Meijer, door het water in zijn bed verrast, daarbij omgekomen. Onze correspondent maakt hierbij de opmerking dat zodanige schepen maar al te vaak onverantwoordelijk zwaar geladen worden.


06 juli 1853


  AH - Algemeen Handelsblad

Verkoping van schepen, gehouden te Amsterdam op 4 juli 1853: het gekoperd en kopervast schoenerschip MARIA ANNA, kapt. Jaski: NLG 16.600, in slag NLG 5.500, koper C.A. Schröder (opm: een makelaar, namens de Gebrs. Heemskerk; de naam bleef behouden, nieuwe kapitein J.C. Topper).


  JB - Javabode

Batavia, 6 juli. Op de 3e juli heeft het koopvaardijschip HENDRIKA, kapt. P. Admiraal, deze rede verlaten om de reis naar Japan te aanvaarden.


07 juli 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 6 juli. Het schip JONGE JAN, kapt. Roelfsema (opm: kof, bouwjaar 1851; kapt. Hendrik Lucas Roelfsema), van Liverpool naar Arendsburg (opm: Kuressaare), is bij laatstgenoemde haven verongelukt, doch het volk gered en de tuigage geborgen.


  DC - Dordtsche Courant

Dordrecht, 6 juli. Men schrifjt uit Konstantinopel van 20 juni, dat het Nederlandse oorlogsstoomschip SOEMBING, de 16e aldaar aangekomen, de 17e weder vertrokken was met de kanselier der Nederlandse legatie, om aan de autoriteiten te Syra vijf Grieken aan te wijzen, die schuldig zijn aan de moord en roof, enige tijd geleden op een Nederlands schip gepleegd. Men hoopt, dat de Griekse regering ditmaal de schuldigen zal straffen en hen niet als anders gewoonlijk geschiedt, het ontvluchten zal gemakkelijk maken. De SOEMBING zal na de terugkeer van deze zending te Konstantinopel gestationeerd blijven.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Groningen, 6 juli. Zaterdag (opm: 2 juli) liep te Muntendam van de werf van de scheepsbouwmeester U. Holthuis met het beste gevolg te water het schoenerschip GEERTRUIDA ANNA, groot plm. 90 roggelasten, zullende gevoerd worden door kapt. D. Ritzes, van Westerlee, onder directie van de heer H. Smid, te Oostwold. Daar dit de eerste schoener is, die hier te Muntendam is gebouwd, menen wij dit als een verblijdend teken van vooruitgang te moeten aanmerken.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Aangaande de tweede boot van het verongelukte schip de ROOMPOT, kapt. H.H. de Boer, kunnen wij melden, dat dezelve, met al de zich daarin bevindende personen bij ter Veere is aangekomen (opm: zie PGC 050753).


08 juli 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Sheerness, 2 juli. Het Nederlandse barkschip JAN HENDRIK, kapt. De Jong, hetwelk alhier in averij is binnengebracht – zie onze nommers van 2 en 3 dezer – heeft de lading in een hoogst beschadigde toestand gelost en zal maandag a.s. (opm: 4 juli) in het droge dok halen om te repareren.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Twee à drie scheepstimmerknechten voor een aanzienlijke tijd bij A.H. Veldstra, scheepsbouwmeester en grofsmid te Stavoren. (opm: een soortgelijke advertentie was reeds in LC 080453 geplaatst)


09 juli 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Uit het verslag van Gedeputeerde Staten van de provincie Zuid-Holland over 1852:
De scheepsbouw te Rotterdam, was, evenals in vorige jaren, ook in 1852 van weinig belang, en de werkzaamheden hebben zich hoofdzakelijk weer tot reparaties bepaald. Daarentegen heeft Schiedam, vooral op de beide werven voor de buitenlandse scheepvaart, een gewenste bedrijvigheid geheerst. Op de werven te Dordrecht is in 1852 meer levendigheid dan in het vorige jaar waargenomen. Op de overige werven aan de rivieren in dit gewest is, inzonderheid voor rekening van te Rotterdam gevestigde rederijen, veel gebouwd, terwijl de koopvaardijvloot van grote schepen in de laatste tijd nog steeds is toegenomen. Het getal der werven, der op stapel gezette en afgelopen schepen en der arbeiders was als volgt. Binnenlandse scheepvaart: op 138 werven met 570 arbeiders, 68 schepen op 1 januari 1852 op stapel; 166 schepen in de loop van het jaar op stapel gezet; 162 schepen van stapel gelopen.
Buitenlandse scheepvaart: op 34 werven met 1107 arbeiders, 26 schepen op 1 januari 1852 op stapel; 25 schepen in de loop van het jaar op stapel gezet; 22 schepen van stapel gelopen.
Ten aanzien van de arbeiders moet, evenals ten vorig jaar, worden opgemerkt, dat hun aantal niet met volkomen nauwkeurigheid is kunnen opgemaakt worden, uit hoofde de opgaven van enige gemeentebesturen hieromtrent onvolledig waren.


  AH - Algemeen Handelsblad

Rotterdam, 7 juli. Bij de talrijke stoombootdiensten in gemeenschap met deze stad, is er heden wederom een nieuwe in werking gebracht, namelijk tussen hier, Neuzen en Gent. Tot dat einde heeft de nieuwe ijzeren stoomboot JOHANNES VAN HARTEVELDE, geleverd door de heren Paul van Vlissingen en Dudok van Heel te Amsterdam, heden morgen haar dienst van hier van Gent aanvaard; weldra verwacht men de aankondiging der geregelde afvaarten van beide plaatsen en zal deze weder bijdragen om het verkeer tussen die plaatsen levendiger te maken.


  DC - Dordtsche Courant

Advertentie. De scheepmakers C. Gips en Zonen zijn voornemens om aanstaande zaterdag de 9e dezer maand, des namiddags ten half zeven ure, van hun werf De Merwede te water laten het barkschip HELLEVOETSLUIS.
Dordrecht, 8 juli 1853.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Groningen, 8 juli. De 5e dezer arriveerde alhier de schoenerkof JANTJE BERG, ongeveer 90 last groot, welke bodem zal bevaren worden door kapt. N.G. Driesten, van Woltersum, gebouwd bij J. Berg te Sappemeer.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Het schip JONGE JAN, kapt. Roelfsema, te Veendam te huis behorende, van Liverpool naar Arendsburg, is bij laatstgemelde haven verongelukt, doch het volk gered en de tuigage geborgen.


  JB - Javabode

Men meldt van Pasoeroean het volgende:
De 27e juni laatstleden verliet het Nederlandse koopvaardijschip TERNATE, kapt. T. Carst Tzn., de rede van Pasoeroean om over Batavia naar het vaderland terug te keren. Daar het reeds meer dan drie jaren geleden is, dat deze bodem de Nederlandse kusten verliet, achten wij het niet onbelangrijk de rondzwervingen van dit schip hier kortelijk te vermelden.
De TERNATE stevende in juni 1850 van Nederland rechtstreeks naar Makasser, zette van daar koers naar China en begaf zich van het hemelse rijk naar Batavia. Daar gekomen, deed het schip een reis naar Padang en, te Batavia teruggekeerd, werd de steven andermaal naar China gewend. Van China ging de reis naar San Francisco in Californië en van daar naar Kema in de residentie Menado. Van laatstgenoemde reis te Batavia teriggekeerd zijnde, werd voor de derde maal een reis ondernomen naar China en terug naar Batavia, van waar de bodem, door de Nederlandsche Handel Maatschappij bevracht, Samarang, Soerabaija en Pasoeroean bezocht om een lading Gouvernements producten in te nemen en thans, gelijk gezegd is, de terugreis van Pasoeroean over Batavia naar Nederland heeft aangenomen.
De TERNATE, metende 277 lasten, telde aanvankelijk een bemanning van 19 Europeanen, van welke thans slecht 7 koppen over zijn. De ontbrekende 12 manschappen zullen door een dubbel getal Javaanse of Maleise matrozen worden vervangen, van welke reeds 17 voor de grote reis geëngageerd en aan boord zijn, terwijl de nog ontbrekende 7 inlanders te Batavia opgenomen of wel, in plaats daarvan, 4 Europeanen geëngageerd zullen worden.


10 juli 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Dordrecht, 9 juli. Heden namiddag ten half zeven ure is door de scheepsbouwmeesters C. Gips en Zonen, van hun werf de Merwede, alhier, met het beste gevolg te water gelaten het barkschip HELLEVOETSLUIS, gebouwd voor rekening ener rederij onder directie der heren J.B. ’t Hooft en F.C. Deking Dura, alhier, ter grootte van omstreeks 335 gemeten lasten, en bestemd voor de grote vaart, onder gezag van kapt. W.J. Vos.
Daarna is de kiel gelegd van een barkschip, groot omstreeks 350 gemeten lasten, genaamd BOMMELERWAARD, hetwelk gebouwd zal worden voor rekening ener rederij onder dezelfde directie en hetwelk almede bestemd is voor de grote vaart.


11 juli 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hellevoetsluis, 10 juli. Heden is alhier aangebracht met de loodsboot No. 1, schipper Schrijnders, de equipage van het Oostenrijkse brikschip CAVALIER MACEDONA, bestaande uit de kapitein G. Blasimich, echtgenote en kind, en 10 man. Hetzelve is gisterenavond om 10 uur met een donderbui op de ribben bij het nieuwe gat gestrand, zit reeds vol water en zal geheel weg zijn; het kwam van Antwerpen in ballast naar New Castle.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Norden, 7 juli. Op het eiland Juist is een naambordje aangedreven, waarop met vergulde letters CONCORDIA te lezen staat. (opm: mogelijk van de kof CONCORDIA, kaptein J.O. Stuit, zie NRC 071052)


12 juli 1853


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Advertentie. Bij toeval uit de hand te koop een nieuw gebouwd schoener-galjootschip, groot volgens meetbrief 92 ton, liggende zeilklaar in de Noorderhaven van Groningen. Nader te bevragen bij de scheepsbouwmeester G.J. Bodewes te Martenshoek. (opm: aangekocht door kapitein Hindrik Remmelts Giezen, Veendam; scheepsnaam LIBRA)


13 juli 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 12 juli. Bij beschikking van de 9e dezer is:
1º. Aan de heren Jan Willem de Groot en L. de Groot, onder de firma van J.W. de Groot en Comp, te Vreeswijk, tot wederopzegging vergunning verleend voor een stoombootdienst van Arnhem op Rotterdam en tussenplaatsen tot vervoer van reizigers, goederen en vee;
2º. in verband daarmee ingetrokken de vergunning, de 23e oktober 1844 aan J.W. de Groot en Comp, tezamen met J. Vrijhoff verleend, voor een stoombootdienst tussen Rotterdam en Culemborg.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 12 juli. Op verzoek van de heren Planjer k.c. is de vergunning, die hun op de 23e november 1952 voor een schroefbootdienst van Leyden op Amsterdam en alle tussenplaatsen heen en terug tot vervoer van reizigers en vrachtgoederen werd verleend bij beschikking van de minister van binnenlandse zaken van de 8e dezer, overgeschreven op de naamloze vennootschap “de Leydsche Stoombootdienst”, onder bestuur van de heren Johannes Antonius Zuur, Ferdinandus Jacobus Wierdels en Nikolaas Marinus Perrin, allen te Leyden woonachtig. Aan die vennootschap is tevens bewilligd een uitstel van zes maanden, tot het in werking brengen dier dienst, welk uitstel gerekend wordt te zijn ingegaan met 23 mei 1853; en vergund het aanleggen ener tweede ijzeren schroefboot in dezelfde dienst.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Ridderkerk, 12 juli. Op de werf van de heer Jan Smit aan het Slikkerveer onder deze gemeente is de kiel gelegd van een fregatschip, groot 350 lasten, genaamd KANDANGHAUER, voor rekening van de heren Vriese en Kuyper van Harpen te Amsterdam, en bestemd voor de grote vaart.


  OP - Oostpost

Soerabaija, 13 juli. Men verneemt, dat het Engelse schip MIDDLETON. kapt. Storie, van Australië komende, in Straat Allass op een rots gestoten heeft, ten gevolge waarvan de gezagvoerder en equipage het vaartuig, na hetzelve tot op het water te hebben verbrand, hebben verlaten, en eergisteren alhier behouden zijn aangekomen. Men veronderstelt, dat dit afbranden ten doel heeft gehad om de talrijke opvarende praauwtjes der Lombokkers, welke zich op het eerste ongeluk om het vaartuig verzamelden, te beletten enige roof te plegen.


  OP - Oostpost

Soerabaija, 7 juli. Heden is van hier naar Cheribon over Pasoeroean vertrokken het Nederlands-Indische schoenerschip SWIE PING, kapt. Ong Goan Tan, bevorens genaamd TIAM HAP LIE.


14 juli 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 13 juli. In de vergadering der Provinciale Staten van Groningen is onder anderen ingekomen het eerste gedeelte van het zo gewichtige plan betrekkelijk de verbetering der scheepvaartkanalen in die provincie. Dit voorstel van Gedeputeerde Staten betreft het kanaal van Groningen naar Delfzijl, hetwelk bevaarbaar zal worden gemaakt voor zeeschepen van 350 Java- of 270 rogge-lasten, en waarvan de kosten zijn geraamd op NLG 1.800.000.


  AH - Algemeen Handelsblad

Ieder volk heeft zijn eigen stelsel van toepassing der theorie op de verschillende vaartuigen. En zonder ook nu al te streng te willen opvatten de woorden van kapt. Washington, als ware de Engelse koopvaardijvloot, op grond der vele schipbreuken, de traagste en onveiligste van alle koopvaardijvloten, is het echter op gelijke gronden te bewijzen, dat de Nederlander zijn roem als scheepvaarder en scheepsbouwer heeft weten te bewaren.
Deze punten als afgeschetst beschouwende, zullen wij alleen nog een enkel woord reppen van een vaartuig, dat in de laatste tijd grote opgang heeft gemaakt. Het is het Amerikaanse schip Clipper genaamd. Het eerst te Baltimore gebouwd, dienden die vaartuigen als een soort van kustvaarders. Het doel, waartoe zij bestemd waren, vorderde, dat zij vlugge zeilers, loefgierig en handig moesten zijn, of met andere woorden, dat zij zich gemakkelijk lieten besturen en met goede uitslag met tegenwinden konden kampen. Door de bouwmeesters der Bostonse Liners overschaduwd, hebben die van Baltimore ook hun lijnen gaande weg verbeterd, en de Clipper (die scherp aan de boeg en aan de achtersteven, de meeste diepgang heeft, en valling der meesten vertoont), zulke achting verschaft, dat zijn lijnen niet zonder invloed zijn gebleven op de scheepsbouw bij vele natiën en daardoor ook bij onze landgenoten. Van daar dan ook, bij combinatie, onze Clipperbark, Clipperfregat, enz. Of nu al die vormcombinaties aan de verwachting zullen voldoen, moet de tijd leren, terwijl het hier ook niet de plaats is te onderzoeken, of in al de thans hier en daar geprojecteerde combinaties wel al het eigenaardige van de Clipper is bewaard geworden.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Groningen, 13 juli. Gisteren namiddag is met goed gevolg door de scheepsbouwmeesters Kater en Meulman alhier te water gelaten het nieuw gebouwde schoenerschip, genaamd de MARNE, welk schip zal bevaren worden door kapt. J.M. Beukemam van Leens, onder directie van de heer C.T. Lubbers te Ulrum.
Mede is alstoen met goed gevolg te water gelaten het op de werf van K.K. de Vries, buiten het Klein Poortje, bij Groningen, gebouwde schoenerschip ZORG EN VLIJT, groot 126 ton. Dit schip is gebouwd voor rekening van en zal bevaren worden door kapt. J.B. Mulder, van Groningen.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Groningen, 13 juli. Gisteren arriveerde alhier de schoenergaljoot JACOBUS, ongeveer 60 last groot, zullende bevaren worden door kapt. R.S. van Deest, van Veendam, gebouwd bij H. Boerma te Kiel.


15 juli 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 14 juli. Te Papendrecht is de 13e dezer van de werf van de scheepsbouwmeester C. Smit te water gelaten het barkschip JOAN MELCHIOR KEMPER, groot 230 lasten, gebouwd voor rekening van de heren Boissevain & Co te Amsterdam, zullende worden gevoerd door kapt. J.C. Schaaf.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 14 juli. Te Groningen is in de namiddag van de 13e dezer met goed gevolg door de scheepsbouwmeesters Kater en Meulman aldaar te water gelaten het nieuw gebouwd schoenerschip de MARNE, welk schip zal bevaren worden door kapt. J.M. Breukema, van Leens, onder directie van de heer C.T. Lubbers, te Ulrum.
Mede is alstoen met goed gevolg te water gelaten het op de werf van K.K. de Vries, buiten het Kleinpoortje bij Groningen, gebouwde schoenerschip ZORG EN VLIJT, groot 126 ton. Dit schip is gebouwd voor rekening van en zullende bevaren worden door kapt. J.B. Mulder, van Groningen.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Tegen het laatst dezer maand zal naar Batavia vertrekken het nieuwe, op de zeilage gebouwde, gekoperde campagne-barkschip QUATRE-BRAS, kapt. F.B. Bondix, hebbende uitmuntende inrichtingen voor passagiers. Nadere informatiën zijn te bekomen bij de heren Wed. Jan van Wesel & Zoon, cargadoors, op de Buitenkant alhier.


16 juli 1853


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Volgens ontvangen bericht is het kofschip GESINA GESINA, kapt. Van der Woude, onlangs van Groningen vertrokken, geladen met zestien koeien en twee stieren ter veredeling van het ras in Rusland, de 1e dezer te St. Petersburg aangekomen; aan boord was alles wel, het hoornvee was goed overgebracht en ontscheept.


  JB - Javabode

Advertentie. Vendu-departement. Op donderdag de 21e juli, precies de 11 ure, zal door de ondergetekenden op publieke vendutie verkocht worden de snelzeilende Amerikaanse brik PILOT, kapt. Dunn, metende 200 ton, met deszelfs masten, stengen, raas, staand en lopend tuig, zeilen, ankers, kettingen enz., zo als dezelve thans is liggende op de rede van Batavia.
John Pryce & Co.


18 juli 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

(Geen datum) Men schrijft ons uit Katwijk aan Zee, dat dezer dagen aldaar aan het strand gevonden is een glazen fles, waarin zich bevond een stukje papier, vermeldende de woorden: “aan boord VROUW JOHANNA, wij vergaan, overzeild van een Engelse kotter, 28 juni 1853. Fridolin Becker.”


  AH - Algemeen Handelsblad

Vlissingen, 14 juli. Men verneemt, dat de alhier uitgerust wordende korvet PALLAS onder het bevel van de kapt.t.zee Jöhr naar de West-Indiën zal vertrekken om daar als commandementschip dienst te doen.


  AH - Algemeen Handelsblad

Texel, 15 juli. Heden is hier binnengekomen het schip CHRISTINA AGATHA, kapt. Lap, hetwelk door tegenwind en overgeworpen lading is teruggekeerd uit zee.


19 juli 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 18 juli. Heden is van de werf van de heer J. Pot aan de Elshout met het beste gevolg te water gelaten het barkschip GOUVERNEUR GENERAAL DUYMAER VAN TWIST, groot 230 lasten, zullende gevoerd worden door kapt. C.E. Hoeksma, varende voor rekening ener rederij onder directie van de heren G. Schimmelpenninck & Co te Deventer en bestemd voor de grote vaart.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 18 juli. Te Buiksloot is de 16e juli van de werf van de scheepsbouwmeester T. Pauw te water gelaten het vaartuig ener stoombaggermachine, gebouwd voor rekening der heren G. Schalk te Buiksloot en Gebr. Goedkoop te Amsterdam, welk vaartuig bestemd is voor de uitdieping van het Groot Noord-Hollandsch Kanaal.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 18 juli. Op de 16e dezer werd te Kampen met het beste gevolg van de werf der Rijn- en IJsselstoombootmaatschappij te water gelaten de nieuw gebouwde ijzeren stoomboot GRAAF VAN RECHTEREN, bestemd voor de dagelijkse vaart tussen Zutphen en Kampen. (opm: dit is een ander schip, dan dat genoemd in NRC 040453 en KC 240753)


  DC - Dordtsche Courant

Te Texel gearriveerd, 16 juli CHRISTINA AGATHA, kapt. O.P. Lap, door tegenwind en overgeworpen lading teruggekeerd uit zee.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Zoltkamp, 16 juli. Het schip MARGARETHA, kapt. Rasker, met suiker naar Hamburg, is door de commiesen van het recherche-vaartuig op het Groninger Wad aangehouden en naar Ezumazijl opgebracht, zijnde er het zegel geschonden gevonden. Het schip is of zou gelost worden.


20 juli 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Schiedam, 19 juli. Heden is met het beste gevolg van de werf De Lely, toebehorende aan de scheepsbouwmeester G. Lindeman te water gelaten het barkschip H. LIDUINA, groot 246 gemeten lasten. Onmiddellijk daarna is de kiel gelegd voor een barkschip, hetwelk de naam van ST. JAN zal dragen. Beide schepen zijn bestemd voor de grote vaart en voor rekening ener rederij onder het boekhouderschap van de heer J.A. van Gent.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 19 juli. Het schip (opm: schoenerbrik) AMICITIA, kapt. K. Wijgers Bzn, van hier naar Messina, heeft in het Noord-Hollandsche kanaal door aanvaring met het schip AMSTEL, kapt. Rademaker, de fokkenmast verloren en meer andere schade bekomen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Zoltkamp, 16 juli. Het schip MARGARETHA (opm: MAGRIETHA), kapt. G.F. Rasker, met suiker naar Hamburg gedestineerd, is door de ambtenaren van het recherchevaartuig wegens schending van zegels op het Groninger wad aangehouden en naar Ezumazyl gebracht om te lossen.


  AH - Algemeen Handelsblad

Willemsoord, 20 juli. Heden middag stoomde van hier Zr.Ms. oorlogs-stoomschip AMSTERDAM, commandant kapt.luit.t.zee J. Spanjaard, bestemd voor een tocht van vier à vijf maanden naar New York en Venezuela.


  OP - Oostpost

Soerabaija, 20 juli. In tegenwoordigheid van talrijke aanschouwers, waaronder men de voornaamste ingezetenen dezer plaats mocht tellen, werd hedenmorgen ten 10 ure bij ’s Lands timmerwerf met goed gevolg te water gelaten Zr.Ms. ijzeren stoomschip ADMIRAAL VAN KINSBERGEN. Dit fraaie vaartuig was nauwelijks vier maanden geleden uit Nederland aangebracht, en dus in opmerkelijk zeer korte tijd in elkander gezet, in vergelijking met de vroegere alhier ineengezette ijzeren schepen.
Korte ogenblikken daarna liep tevens van stapel een particulier sleep-stoomvaartuig, toebehorende aan de onderneming van de Jhr. ridder de Stuers.


  OP - Oostpost

Het alhier ter rede liggende Nederlands-Indische schoenerschip HAP SING is hernaamd in PANTES. (opm: de PANTES vertrok op 4 augustus van Soerabaija naar Padang over Banjoewangie)


21 juli 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 20 juli. Kapt. Hanker, voerende het Hamburger paketschip DEUTSCHLAND, van New York te Hamburg aangekomen, rapporteert de 15e juli des morgens ten 10 ure in de Noordzee de uit vijf man bestaan hebbende equipage van het Nederlandse kofschip CLAZINA BRUINS, kapt. Smit (opm: KLASIENA BRUINS, bouwjaar 1850; kapt. Ike Falentien Smid), komende van Dantzig (opm: Gdansk), in een boot te hebben ontmoet en geborgen; dezelve had de kof die morgen om 5 uur in zinkende staat moeten verlaten.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Sheerness, 18 juli. Het schip JAN HENDRIK, kapt. De Jong, van Banjoewangie naar Amsterdam, alhier met schade binnengelopen, heeft de lading gelost en zal heden nagezien worden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

(Geen plaats of datum) Eergisteren middag ten ruim half twee ure is te Vlaardingen van de werf van de scheepsbouwmeesters S. van Gijn & Zn met goed gevolg van stapel gelopen het schoenerschip genaamd AREND, voor rekening van de heren Van Rossem te Rotterdam, en onmiddellijk wederom de kiel opgehaald van een beughoekerschip voor rekening van de heer Kwak te Zwartewaal.


  AH - Algemeen Handelsblad

Schiedam, 19 juli. De 14e dezer is op de nieuwe sleephelling van de heren C. Gips & Zonen & Co alhier het eerste schip gehaald, zijnde de Russische bark HIOMA.


22 juli 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Portsmouth, 18 juli. Het schip NIJVERHEID, kapt. Van Strijen, van Amsterdam naar Liverpool, hetwelk alhier de 16e dezer binnenliep, heeft op de reis een lek bekomen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Elseneur (opm: Helsingör), 17 juli. Het Nederlandse kofschip EPPIEN, kapt. Potjewijd (opm: bouwjaar 1838; kapt. Klaas Jans Potjewijd), van Londen naar St. Petersburg bestemd, hetwelk de 24e juni alhier in averij is binnengelopen, is afgekeurd en zal in de aanstaande week in publieke veiling verkocht worden. (opm: zie NRC 070653, PGC 060853 en NRC 180853)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Elseneur (opm: Helsingör), 17 juli. De brik JACOBUS DUX, kapt. Klingenberg, van Libau (opm: Liepaja) met een lading granen naar de Maas bestemd, is hier heden lek in de haven gekomen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Farsund, voor 6 juli. Het schip FROUWINA, kapt. De Jonge, van Liverpool en Nerva komende, is alhier met schade binnengelopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Sydney, 21 april. Het alhier van Liverpool gearriveerde Nederlandse schip NEHALENNIA, heeft 140 dagen reis. Hetzelve lag 3 weken voor stilte onder de linie. Op de 26e december stief de kapitein, Dirk Jan Bart, aan een zenuwkoorts, welke slechts korte dagen geduurd had. Het schip kwam hier onder bevel van de eerste stuurman Staal. (opm uit AH: kapt. Bart werd 48 jaar oud)


  AH - Algemeen Handelsblad

Amsterdam, donderdag 21 juli. Door de Nederlandsche Handel-Maatschappij zijn bevracht de navolgende 14 schepen, als:
Voor Amsterdam: MARGARETHA JOHANNA, kapt. M. Schou; ADMIRAAL JAN EVERTSEN, kapt. C.P. Kuyper; VAN DER WERF, kapt. P.C. Rogier; AMICITIA, kapt. D. Crap Hellingman; OTTOLINA, kapt. J.J. Prange, van Rotterdam; DRIE VRIENDEN, kapt. L.P. Anderson; LUCTOR ET EMERGO, kapt. S. Ouwehand, de beide laatsten van Middelburg.
Voor Rotterdam: PRINSES SOPHIA, kapt. J.H. Pellenwessel; HENDRINA, kapt. A. van Marion; BEZOEKIE, kapt. N. Schaap.
Voor Dordrecht: MARGARETHA IDA, kapt. H. Hagers, van Rotterdam.
Voor Schiedam: STELLA MARIS, kapt. A.P. Hulser; PRESIDENT RAM, kapt. J.R. Ulrich; JAN VAN BRAKEL, kapt. A.J. Delclisur, van Rotterdam.


23 juli 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Lekkerkerk, 21 juli. Voor rekening ener rederij onder directie van de heer W.C. Versluijs te Rotterdam is heden van de werf van de scheepsbouwmeester S. van Duijvendijk (opm: Jan van Duyvendijk Tzn) met het beste gevolg te water gelaten het barkschip MADURA, groot 250 last, gevoerd zullende worden door kapt. T. Drayer.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Groningen, 22 juli. Gisteren arriveerde alhier de kofgaljoot ARGO, kapt. J.D. Douwes, van Veendam, groot ongeveer 75 last, gebouwd bij T.O. Bok te Veendam.


  JB - Javabode

Advertentie. Vendutie op woensdag de 27e juli, ten 11 ure precies, van het Nederlands barkschip de VRIENDEN, met deszelfs masten, stengen, raas, staand en lopend want, zeilen, ankers, kettingen, enz. zo als hetzelve thans is liggende op de rede van Batavia, en verder enige scheepsprovisiën, een tijdmeter, een kijker, enz.


24 juli 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Elseneur (opm: Helsingör), 19 juli. De alhier lek binnengelopen brik JACOBUS DUX, kapt. Klingenberg, van Libau (opm: Liepaja) naar de Maas bestemd, heeft gisteren, na geëindigde reparatie, de reis voortgezet.


  KC - Kampensche Courant

Advertentie. Hervatting der stoomboot-vaart tussen Kampen en Hull. Te beginnen met de 10e augustus e.k. van Kampen en de 17e van Hull, zal de ijzeren rader-stoomboot GRAAF VAN RECHTEREN, kapt. G.E. Swart vervolgens vertrekken van Hull elke woensdagavond en van Kampen elke zaterdagmorgen. Inlichtingen te bekomen bij Gebr. Van Hasselt te Kampen en G.B. Kruhse & Timm te Hull.


25 juli 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 23 juli. Aangaande de aanzeiling van de schepen ZULEIKA en FALCON, deelt kapt. Prater, voerende de bark HENRIETTE ELISABETH SUSANNA, te Helvoetsluis binnen, de volgende bijzonderheden mede, welke wij zoveel doenlijk in zijn geheel hier laten volgen. De 12e juni, op ca. 9º N.B, zagen wij twee schepen, dicht bij elkander in het W.Z.W. van ons, waarvan het ene, zijnde een volschip (opm: fregat, alle masten vierkant getuigd), met de bramzeilen en lichtere zeilen vast, de onderzeilen, enz. in de gey en met de marszeilen op steng lag, terwijl van het andere, zijnde een bark, het gehele tuig door elkander hing. Wij hielden op hen af en zagen, naderbij komende, dat beide schepen averij in het tuig hadden en dat van beide bodems de Engelse vlag, omgekeerd (in gevaar) gehesen was; terwijl er vele vaten, stukken van gebroken verschansing, bindrotting en matten in zee dreven en steeds boten op de schepen af en aan roeiden. Dicht genoeg genaderd zijnde om alles te kunnen onderscheiden, bemerkten wij dat op beide schepen veel volk aan boord was, dat men op de bark druk werkzaam was met pompen en zakken met lading aan beide zijden overboord te werpen, en bleek het ons alras, dat deze schepen in aanzeiling moesten geweest zijn. Wij draaiden bij, zetten de boot uit, waarmee zich kapt. De Vries (passagier), met 5 man der equipage, naar de bark begaf, om des nodig assistentie te verlenen. Wij hielden toen weder vol en achter het schip, praaiden hetzelve, waarop er door de kapitein verzocht werd, aan boord te komen en op het antwoord, dat de boot aan boord der bark was, zond dezelve een van zijne boten aan boord en verzocht om met het schip een paar uren te willen vertoeven en aan de kapitein om in persoon mee naar de bark te gaan, welke ten gevolge van aanzeiling in gevaar verkeerde. Aan dit verzoek werd voldaan en aan boord van de bark komende, vernamen wij aldaar dat deze de ZULEIKA van Sunderland was, gevoerd door kapt. Thomas Williamsz, komende van Aracan, met een lading rijst naar Bremen, terwijl het driemast schip de FALCON was, gevoerd door kapt. Ths. Taylor, met ca. 300 passagiers, van Liverpool naar Melbourne bestemd. Dat gemelde vaartuigen elkaar aan boord hadden gelopen in de voornacht van de 11e juni, boegende de ZULEIKA om de N.N.W. en de FALCON zeilende om de Zuid. De Falcon was met de steven en stuurboordsboeg aan de bakboordszijde aan de achterkant van het fokkewant bij de ZULEIKEA ingelopen, waardoor op deze zijde, ter lengte van ca. 12 voeten, zowel onder het water in het koper als boven water, de zijde was ingezet; de rust, benevens verschansing en stutten waren meest alle tot aan het hek gebroken, het dek zwaar opgezet en op de plaats der aanzeiling 2 à 3 planken verbrijzeld, het hek geheel ontzet en zwaar gehavend, terwijl in het ruim op de plaats der aanzeiling, mede zware averij was. Daar het aanlopen aan bakboordzijde op en bij een tussendeksbalk had plaats gehad, was het schip op die hoogte, aan stuurboordzijde uitgezet en twee der huidplanken zwaar gesplinterd. Al de voorra’s, voorbramsteng en voorgaffel, benevens meest alle de zeilen, hingen aan stukken en flarden door elkaar, zijnde vele hoofdtouwen der onderwanten en pardoens aan bakboordzijde, als ook veel van het lichtere touwwerk, verloren.
De schade der FALCON was zeer gering en bestond in het breken van een stuk uit de scheg, enige schuringen aan de huid en verlies van kluiverboom. De equipage van de ZULEIKA was op de FALCON overgesprongen, hebbende de schepen circa 2 uur bij elkander aan boord gelegen, voor men dezelve vrij had kunnen krijgen. Vrij gekomen, bevond men dat de ZULEIKA na de aanzeiling 4 voet water had gemaakt en ging de equipage weer aan boord. Kapt. Taylor had een gedeelte der equipage van de FALCON, benevens vele passagiers op de ZULEIKA, tot adsistentie doen overbrengen, waarna men het lek, door de lading overboord te werpen, en aan de pompen steeds werkzaam te zijn geweest, omstreeks 8 uur 50 m. tot op 2 voet 2 duim had gebracht. De meeste losse goederen van waarde waren reeds des nachts van de ZULEIKA op de FALCON overgebracht, doordien er niet anders gedacht werd, dan dat men het schip zou moeten verlaten.
Wij belegden daarop een scheepsraad en besloten om de ZULEIKA tot op deszelfs ballast merk te lichten en de pompen lens te maken, dan te zien hoeveel water het maakte, de resterende lading over en over te werken, teneinde de lekken aan beide zijden te kunnen voorzien en bij bevinding, dat het schip daarna niet te veel water maakte, het tuig enz, zo goed doenlijk te herstellen, terwijl, wanneer het schip niet in staat zou kunnen gebracht worden om zee te bouwen en een noodhaven te zoeken, men het alsdan zou verlaten en de equipage over zou gaan op de HENRIETTE ELISABETH SUSANNA. Tegen zonsondergang van de 12e juni, kwam het Nederlandse schip HESTER, kapt. Viëtor, van Aracan naar Amsterdam, bij ons, welke kapitein mede zijn hulp aanbood. In de morgen van de 13e juni, werd bevonden, dat het schip niet meer water maakte dan 12 duim in de wacht en was er naar gissing ½ à 5/8 der lading uitgelicht, moetende de rest, indien het schip zeil zou kunnen voeren, er in blijven; alsnu werd overgegaan het dek te repareren en het schip zo goed mogelijk aan de zijden te herstellen; in die tussentijd had men aan boord der FALCON en HENRIETTE ELISABETH SUSANNA nieuwe ra’s klaargemaakt, welke met het tuig, dat inmiddels mede voorzien was, opgebracht werden. Na dus van de 12e tot de 13e juni ’s avonds ten 10 ure te zijn werkzaam geweest, was de ZULEIKA in staat gebracht om een noodhaven te kunnen bereiken, en besloten wij en de FALCON, met goedvinden van kapt. Williamsz hem te verlaten en de reizen te vervolgen, nadat eerstgemelde bodem hem nog met enige provisiën had geadsisteerd, terwijl de HESTER zijn reis reeds om 7 uur had voortgezet. Een lichtmatroos van de ZULEIKA heeft bij het overspringen op de FALCON zijn dood in de golven gevonden; verder heeft men geen verlies van mensenlevens te betreuren.


26 juli 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Bremerhaven, 22 juli. Het schip ANTJE ANTJE (opm: vermoedelijk ANTJE), kapt. Adema, van Drobach (opm: Drøback, Akershus) naar Harlingen, is alhier op de rede lek en met gebrek aan proviand binnengekomen.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Zoltkamp, 24 juli. Het schip MARGARETHA, kapt. Rasker, is weder den 21 dezer van Oostmahorn naar Hamburg vertrokken, hebbende met de administratie een transactie aangegaan. (opm. zie PGC 190753)


27 juli 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, (geen datum). Heden is op de werf IJhoek van de scheepsbouwmeester Abbema en Van Cleef alhier de kiel gelegd voor een brikschip (opm: DIANA), groot 130 zware lasten, bestemd voor de grote vaart, hetwelk zal worden gevoerd door kapt. K.B. de Weerd onder boekhouderschap van de heren H. Willers & Co.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 26 juli. Volgens brief van Lissabon, in dato 15 juli 1853, was de 14e juli het schip CARL EN JULIE, kapt. H. Sinning, van Odessa naar Falmouth om order, aldaar lek en met gebroken masten binnengelopen. De lading rogge en gerst was heet (opm: broei) en zou gelost worden.


  AH - Algemeen Handelsblad

Men leest in de Kölnische Zeitung:
Bij de menigvuldige pogingen welke de stoomboot-maatschappijen, die de Rijn bevaren, in het werk gesteld hebben, om de reizigers door snelvarende en sierlijke stoomschepen gemak en genoegen te verschaffen, is het aangenaam te mogen opmerken, dat ook de Nederlandsche Stoomboot-Maatschappij die in de laatste jaren reeds het aantal harer schepen ten behoeve van het reizend publiek zo aanmerkelijk vermeerderde en verbeterde, wederom een nieuw stoomboot, op haar etablissement te Fijenoord gebouwd, op de Rijn gebracht heeft, en welke wij gelegenheid hadden op haar proefvaart te zien. Dit schip, een der grootste en zwaarste, die de rivier bevaren, onderscheidt zich door zijn trotse bouw en de bijzonder elegante en gemakkelijke inrichting zijner kajuiten, terwijl zich tevens, zo als op de meeste Nederlandse boten, een ruime, rondom met glas voorziene salon, op het dek bevindt. Bij de proefvaart van Rotterdam tot boven Koblenz, bij Capellen, is het gebleken, dat zij in snelheid met de beste Rijnstoomboten kan wedijveren. Met het volste recht draagt zij de naam van STOLZENFELS. Het publiek zal gewis zodanige bemoeiingen van de Nederlandsche Stoomboot-Maatschappij met welgevallen begroeten.
Men weet dat H.M. de Koningin der Nederlanden deze stoomboot, voor haar reis tot Mainz, heeft afgehuurd en eergisteren daarmede van Rotterdam is vertrokken.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Te Rotterdam ligt in lading naar Batavia en Samarang voor passagiers en goederen het nieuw gebouwd, gekoperd Nederlands barkschip MADURA, kapt. T. Draijer, hebbende uitmuntende inrichtingen voor passagiers. Adres bij P.A. van Es & Co., cargadoors. (opm: eerste reis)


28 juli 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Lissabon, 18 juli. Het Nederlandse schip (opm: kof) SOPHIA KLASINA, kapt. Wolthekker, van Jaffa naar Falmouth bestemd, is alhier met gebroeide lading en schade aan zeilen en rondhout binnengelopen. Men is bezig de lading te lossen.

NRC 280753
Advertentie. De makelaars H.F.N. & W.H. Montauban van Swijndregt en F. & W. van Dam te Rotterdam, als last hebbende van hun meesters, zijn van mening te veilen op dinsdag de 16e augustus 1853, des middags ten 12 ure, in de zaal op de hoek der Scheepmakershaven en Bierstraat, wijk 1, no. 499, het snelzeilend gezinkte Nederlands Schoenerschip ZODIAC, gevoerd door kapt. C.D. Popken, volgens meetbrief lang 21,50 el, wijd 4,14 el, hol 2,60 el, en alzo groot 104 tonnen of 55 lasten, met al deszelfs rondhout, staande en lopend want, ankers, kettingen, touwen, zeilen en verdere inventaris, zo als hetzelve is liggende in de Wijnhaven, nabij het postkantoor. Het schip is inmiddels uit de hand te koop. (opm: voor NLG 6.600 aangekocht door firma Joh. Ooms Ezn. & Co, Rotterdam, kapt. L. Strijbos, nieuwe naam SNIP)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Deal, 24 juli. De Nederlandse schepen ABEL TASMAN, kapt. Hensing, van Londen naar Sydney en TWEE GODFRIEDS, kapt. Brandligt, van Londen naar Geelong, zijn op de hoogte van de Singels (opm: droogten nabij Winchelsea) met elkaar in aanraking geweest, en dientengevolge alhier geretourneerd. Eerstgenoemde heeft zeer onbeduidende schade, laatstgenoemde heeft de boegspriet verloren en enige averij aan het galjoen bekomen.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. G.J. Roland Holst en A. Roland Holst, makelaars, zullen op maandag de 15e augustus 1853, des avonds ten 6 ure, te Amsterdam, in de Nieuwe Stads Herberg aan het IJ, verkopen een extra ordinair welbezeild schoener-kofschip, varende onder Nederlandse vlag, genaamd de ONDERNEMING, gevoerd door kapt. K. Zwanenburg; volgens meetbrief lang 20 ellen, wijd 4 ellen, hol 2 ellen, 2 duimen, en alzo gemeten op 72 tonnen of 38 lasten. Breder bij inventaris en bericht bij bovengemelde makelaars. (opm: zie AH 150853; voor NLG 1.500 werd de firma Petrus Scheffer & Zoon, Amsterdam, de koper; kapt. T. de Jong)


  DC - Dordtsche Courant

Dordrecht, 27 juli. In een op de 23 dezer alhier gehouden vergadering van het kiescollege der stemgerechtigde deelhebbers in de Nederlandsche Handelmaatschappij, zijn als commissaris en plaatsvervangend commissaris voor Dordrecht, respectievelijk herkozen de heren F.C. Déking Dura en O.B. ’t Hooft.


  DC - Dordtsche Courant

Hellevoetsluis, 25 juli. De brik GOUVERNEUR ELSEVIER zit op de Noordwal aan de grond; men heeft een zwaar anker uitgebracht en zal vermoedelijk met hoog water er afkomen.
De 26e dito. Het schip GOUVERNEUR ELSEVIER is in vlot water en op de rede ten anker gekomen.


  DC - Dordtsche Courant

Deal, 24 juli. De Nederlandse schepen ABEL TASMAN, kapt. Hensing, van Londen naar Sydney, en TWEE GEBROEDERS, kapt. Brandligt, van Londen naar Geelong bestemd, zijn uit zee teruggekomen, zijnde op de hoogte van Dungeness in aanzeiling geweest, waardoor zij enige averij hebben bekomen.
(opm: volgens NRC 280753 heet het ene schip TWEE GODFRIEDS i.p.v. TWEE GEBROEDERS)


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Het schip ANTJE, kapt. Adema, van Drobach naar Harlingen, is de 22e juli lek en met gebrek aan proviand op de rede van Bremerhaven binnengelopen.


29 juli 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Ramsgate, 25 juli. De Nederlandse schoener TWEE GODFRIEDS, kapt. Brandligt, van Londen naar Melbourne, welke gisteren met averij wegens aanzeiling met het schip ABEL TASMAN te Deal binnenliep, is heden hier binnengekomen.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Verkoop van een scheepshol. Op maandag de 8e augustus 1853, ’s avonds 6 ure, zal in de Nieuwe Stads-Herberg aan het IJ te Amsterdam worden verkocht het hol van een beurtschip, groot 126 tonnen, in de vaart geweest hebbende van de Lemmer naar Amsterdam, en thans liggende aan de werf van de scheepsbouwmeester J. Ceuvel te Amsterdam. Informatiën en conditiën te vernemen bij de heer Christiaan Ament, makelaar te Amsterdam


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Te koop: een overdekt Snikschip, 12 ton. Te bevragen bij D. van der Veen, scheepstimmerbaas aan de Grachtswal te Franeker.


  AH - Algemeen Handelsblad

Amsterdam, 28 juli. Van het schip LOUISE ALBERTINA, kapt. Hartman Pieters (opm: schoener LOUISA ALBERTINA, kapt. Hartman Pieters Hinlopen), de 5e februari 1853 van Nickerie vertrokken, is sedert niets vernomen.


30 juli 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 29 augustus. Heden middag omstreeks één uur arriveerde alhier voor de eerste maal in de geregelde dienst het nieuwe stoomschip NIJVERHEID, gebouwd op de werf van de heer Cockerill te Antwerpen voor rekening der onderneming van de heren Jan van der Heijden & Co te Nijmegen en bestemd voor de vaart tussen Schiedam en Emmerik. Naar wij vernemen verdient deze boot wegens de fraaie inrichting, smaakvolle bouw en snelheid in de vaart alle lof, zijnde de proefreis van Schiedam tot Emmerik, evenals met de eerste boot dier onderneming, de KOOPHANDEL, in de tijd van 9 uur 5 minuten afgelegd.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Groningen, 29 juli. Heden arriveerde alhier het kofschip de JONGE TIMEN, groot 56 ton, kapt. S.T. Swiers, van Sappemeer, gebouwd bij H.J. van der Werff te Wildervank.


  JC - Javasche Courant

De 20e juli te 9¼ ure des voormiddags is te Soerabaija met het beste gevolg van de helling op ’s Lands werf Zr.Ms. ijzeren stoomschip ADMIRAAL VAN KINSBERGEN te water gelopen. De kiel van dit stoomschip werd de 28e februari j.l. gelegd, zodat hetzelve in vier en een halve maand geheel ineen gezet is, terwijl reeds vier weken vroeger de werkzaamheden zover gevorderd waren, dat het te water laten had kunnen plaats hebben, hetgeen toen door bijzondere omstandigheden achterwege bleef.
Ook is tevens met zeer goed gevolg te water gebracht het ijzeren stoomvaartuig TJITARUM, bestemd voor het vervoer van produkten op de rivier Tjitarum van Pakkies en Tjikao naar Batavia, en toebehorende aan Jhr. A.L.N. Ridder de Stuers. Deze stoomsleper, lang 140 en breed 20 voet, vervaardigd aan de fabriek van de heren Paul van Vlissingen en Dudok van Heel te Amsterdam, en geheel in losse platen uitgezonden, is te gelijktijd met de ADMIRAAL VAN KINSBERGEN in de korte tijd van drie maanden door het personeel der fabriek voor de marine, het stoomwezen en de nijverheid te Soerabaija ineen gezet, terwijl ook tevens de twaalf ijzeren laadpraauwen, bij genoemde onderneming behorende, in diezelfde tijd aan de fabriek ineen geklonken werden.
Dat dus de ketelmakerij, waarin nog te gelijkertijd twee stoomketels voor de artillerie-constructiewinkel vervaardigd werden, op een hoogte is, dat zij aan alle aanvragen kan voldoen, blijkt uit de hier vermelde resultaten.
De stoomboot TJITARUM werd door de waarnemend resident met de gebruikelijke plechtigheid gedoopt, terwijl het Soerabaijase publiek door een talrijke opkomst zijn deelneming op deze voor de ontwikkeling der nijverheid zo belangrijke dag te kennen gaf.


31 juli 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 23 mei. Scheepsvrachten. De vrachten blijven hoog, en particuliere schepen zeer gezocht, vooral op de kustplaatsen, alwaar de hoeveelheden nog af te schepen producten zeer aanzienlijk moet zijn. Sedert onze vorige arriveerden alhier de MARIA CATHARINA (Engels) die à GBP 4.18 voor suiker naar Cowes werd genomen; de CAROLINA AGNES (Engels) die een gemêleerde lading naar Rotterdam bekwam tot de basis van GBP 4.15 voor suiker; de VRIENDSCHAP (Nederlands) die te Samarang een lading suiker inneemt naar Rotterdam à NLG 110 zonder meer; de ELISABETH (Zweeds) gecharterd à GBP 4.15 voor suiker en GBP 6 voor tabak te Soerabaya te laden voor Bremen. Te Soerabaya werd gecharterd de VIXEN (Engels) naar Amsterdam à GBP 4.10 voor suiker in zakken en GBP 8 voor tabak. De BALTIMORE (Nederlands) van Australië alhier gearriveerd, was in Nederland voor de terugreis van Akyab vercharterd en verzeilde naar laatst genoemde plaats. De TWEE GEBROEDERS (Nederlands) kon geen certificaat van zeewaardigheid bekomen en neemt nu een lading steenkolen in à NLG 0.80 per picol. De ELISE SUSANNA (Nederlands), PHILOTAX (Belgisch) en RICHARD THORNTON (Engels) laden respectievelijk voor Rotterdam, Antwerpen en Londen voor eigen rekening. Voor het Engelse schip FORSTER is te Soerabaija GBP 4.10/- naar Rotterdam geboden.


  AH - Algemeen Handelsblad

Het schip NIJVERHEID, kapt. Van Strijen, van Amsterdam naar Liverpool, te Portsmouth lek binnen, heeft uit de haven en naar Spithead gehaald.


02 augustus 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 1 augustus. Het schip DUIVELAND, kapt. Viersema, van Akyab te Batavia aangekomen, zal volgens brief van Batavia van de 8e juni, na een nieuwe mast ingezet te hebben, naar Padang verzeilen om een lading koffij in te nemen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Mauritius, 8 juni. Het schip JEANNETTE PHILIPPINE, kapt. Rademaker, hetwelk de 22e april van Akyab naar Falmouth vertrok, is alhier lek binnengelopen. (opm: zie NRC 220853 en 031053)


03 augustus 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 2 augustus. De 1e augustus is op de werf van de scheepsbouwmeester W.R. van Goor te Zwolle de kiel gelegd van het barkschip TASMANIA. Deze bodem wordt gebouwd voor rekening ener te dezer stede gevestigde rederij onder directie van de firma Doijer & Kalff, zal een inhoudsruimte verkrijgen van 225 gemeten lasten en is bestemd voor de grote vaart.


  JB - Javabode

Het Nederlands-Indisch schip GENERAAL CHASSÉ, kapt. Rehling, de 11e juli j.l. van Batavia naar Port Philip gezeild, is op 15º ZB door zulk zwaar weder belopen, dat die bodem een zwaar lek heeft bekomen en de kapitein het noodzakelijk heeft geacht naar Batavia terug te keren, ten einde de geleden schade te herstellen. De 31e juli kwam hij weder ter rede van Batavia. (opm: de 9e augustus vertrok de GENERAAL CHASSÉ, kapt. Rehling, weer van Batavia naar Melbourne)


04 augustus 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlissingen, 2 augustus. In de afgelopen week werd op ’s Rijks werf de kiel gelegd van Zr.Ms. schroefstoomkorvet BORNEO.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 3 augustus. Men leest in het Handelsblad het volgende. Wij vernemen met genoegen, dat ten gevolge van de reclame van de bevelvoerder van de Nederlandse schoener de GOUVERNEUR VAN DER EB, Zr.Ms. fregat de PRINS VAN ORANJE bevel heeft ontvangen, zich onmiddellijk naar Bahia te begeven. Gelijk men zich herinnert, hadden de autoriteiten van Bahia genoemd schip, terwijl het met volle lading tot vertrek gereed lag, opgehouden en gerequireerd tot het overvoeren van ballingen, tengevolge van welk oponthoud de equipage door de gele koorts werd aangetast, die een groot gedeelte der bemanning wegraapte. (opm: zie ook NRC 201054)


  AH - Algemeen Handelsblad

Vlaardingen, 30 juli. Heden is op de werf van de scheepsbouwmeesters S. van Gijn & Zoon de kiel gelegd voor een bark, zullende worden genaamd de GIER, groot 250 lasten, te bouwen voor rekening van de heer P. van Rossum te Rotterdam.


  DC - Dordtsche Courant

Dordrecht, 3 augustus. Door een vriendelijke hand ontlenen wij uit een ontvangen missive het volgende:
De heer Taylor, kapitein, en de passagiers van het schip FLACON, naar Melbourne koers zettende, betuigen de heer E.J. Prater, van Dordrecht, kapitein van het Nederlandse schip HENRIETTE ELIZABETH SUSANNA, hun hartelijke dank voor de hun zo edel en onbaatzuchtig bewezen hulp, in de nacht van 11 juni. In die nacht zeilde de bark ZULEIKA tegen hun schip aan, waardoor beide schepen aanmerkelijk beschadigd werden. Kapt. Prater hun nood in de verte bemerkende, snelde hen ter hulp, bleef de ganse dag bij hen en verliet hen niet voor dat zij buiten gevaar waren, en in staat hun vrienden bericht van hun welstand te geven. Gemelde kapt. Prater en de heer H. de Vries van Rotterdam, passagier van de HENRIETTE, stelden zowel hen, als ook de ZULEIKA in staat de reis voort te zetten. Zij brengen aan beiden openlijk hun hulde, opdat hun daad door alle mensenvrienden erkend worde.


05 augustus 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Elseneur (opm: Helsingör), 1 augustus. De Nederlandse kof MARGARETHA ELISABETH, kapt. Hoff, van Riga met hout naar Amsterdam bestemd, is hier gisterenavond lek binnengelopen.


  AH - Algemeen Handelsblad

Vlissingen, 2 augustus. Gisteren is alhier de ministeriële dispositie gekomen, waarbij het aflopen van Zr.Ms. fregat DE RUYTER bepaald wordt bij gelegenheid van het eerstvolgend springtij. Alzo zal die voor de werf alhier gewichtige gebeurtenis op aanstaande vrijdag middag ten een ure (opm: 5 augustus) plaats hebben.


  AH - Algemeen Handelsblad

Zwolle, 1 augustus. Heden is op de werf van de scheepsbouwmeester W.R. van Goor de kiel gelegd voor een bark, zullende worden genaamd TASMANIA, groot 225 lasten, te bouwen voor rekening van de heren Doyer & Kolff.


06 augustus 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Capelle a.d. IJssel, 4 augustus. Heden is met goed gevolg op de werf der heren W. & J. Hoogendijk & Co (opm: Cornelis Hoogendijk Wzn) alhier van stapel gelopen het barkschip LOUISA JACOBA JOHANNA, groot 300 lasten, voor rekening ener rederij onder directie en boekhouderschap van de heren Schloss & Maucke.
Tegelijk is een kiel gelegd voor het barkschip TRIJNTJE FENNA, van dezelfde grootte.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Groningen, 5 augustus. Heden arriveerde alhier het galjootschip CHRISTINA HINDERIKA, groot ongeveer 52 last, kapt. J.H. Mulder, van Veendam, gebouwd bij R. Pik te Wildervank.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Elseneur, 1 augustus. De ter plaatse afgekeurde Nederlandse schoener EPPIEN, kapt. K.J. Potjewijd, is de 30e juli verkocht geworden voor 3.015 Rijksbancodaalders.
(opm: schoenerkof, bouwjaar 1838, zie NRC 220753 en 180853; kopers werden M. & G. Wright, Elseneur, nieuwe naam WIGOLINE en kapitein C.F. Kjoler; In 1864 met behoud van naam verkocht aan W. Cawthorn, Londen, kapitein T. Cawthorn; op 2 juni 1871 na lekkage door de bemanning voor de Engelse kust geabandonneerd en gezonken)


07 augustus 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 6 augustus. Gisteren is op de werf Hollandia van de scheepsbouwmeesters Blok en Matthijssen te Amsterdam, de kiel gelegd voor een barkschip, genaamd NEDERLAND, groot 350 gemeten lasten, voor rekening van de heren Gebroeders Hartsen alhier en gevoerd zullende worden door kapt. P. Huidekoper.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Kinderdijk, 5 augustus. Heden is op de scheepstimmerwerf van de heren J. en K. Smit te Kinderdijk kiel en steven gericht voor een barkschip JOHANNA EN GEERTRUIDA, groot 375 gemeten lasten, bestemd voor de grote vaart, onder het boekhouderschap van de heer M. Lels te Alblasserdam.


08 augustus 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Portsmouth, 4 augustus. Het Nederlandse barkschip KOOPHANDEL, kapt. Dupain, van Londen naar Hobart-Town bestemd, is in de gepasseerde nacht op de hoogte van Bevesier (opm: Beachy Head) door een onbekend schip aangezeild en heeft ten gevolge van dien de fokke-ra en kluiverboom verloren en enige schade aan de boeg bekomen. Hetzelve is hier heden binnengelopen om een en ander te herstellen.


  AH - Algemeen Handelsblad

Vlissingen, 5 augustus. Onder begunstiging van het schoonste weder is heden namiddag om half twee Zr.Ms. fregat DE RUYTER op een recht fikse wijze te water gelopen. Een onafzienbare massa mensen, uit deze stad en Middelburg en omliggende plaatsen, verlustigden zich in het zeldzaam schouwspel, dat zich dan ook onder alle omstandigheden zeer gunstig onderscheidde, en zonder enige stoornis, dat bij zulke gelegenheden zo lichtelijk gebeurt, afliep. In een sierlijke tent bevond zich de schout-bij-nacht Ferguson, directeur en commandant van dit detachement, met vele genodigden, waaronder men de gouverneur en de militaire commandant van de provincie onderscheidde. Op de gaanderijen van de werfkap, waaronder DE RUYTER op stapel stond, voerde het hoornmuziek van het het 2e regiment Infanterie heerlijke stukken muziek uit. Het was een dag zoals Vlissingen er weinig kent; vooral was het voor het werkvolk van de werf een aangename tijding, dat hun halve dag verlof werd toegestaan met behoud van traktement, en dat de traktementen van velen hunner vrij aanzienlijk verhoogd zijn.


  AH - Algemeen Handelsblad

Vlissingen, 5 augustus. Voor enige dagen is hier op plechtige wijze de kiel gelegd van Zr.Ms. korvet BORNEO, die voorzien zal worden met stoomschroefhulpvermogen. Het zogenaamde dopen van het schip had plaats door de schout-bij-nacht Ferguson, directeur en commandant alhier, geadsisteerd door de hoofd-ingenieur Bruijn.


09 augustus 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Portsmouth, 5 augustus. De Nederlandse bark KOOPHANDEL, kapt. Dupain, welke hier gisteren met averij binnenliep, is heden in de haven gehaald om te repareren.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Heden ontving ik de ontzettende tijding, dat mijn dierbare echtgenoot Thijs Dirksz Lieuwen, gezagvoerder van het Nederlandse barkschip SAGITTA, de 6e mei j.l. ter rede van Soerabaija na een ongesteldheid van slechts weinig uren in de ouderdom van 50 jaren is overleden, mij nalatende vier nog jonge kinderen.
Terschelling, 2 augustus 1853, G.R. Stada, wed. T.D. Lieuwen


  DC - Dordtsche Courant

Advertentie. Openbare Verkoping, bij opbod en afslag, op vrijdag 19 augustus 1853, des voormiddags te half 12 ure, te Dordrecht, in het Koffijhuis van J. Zahn, ten overstaan van de notaris H. Schuyten, van:
- 1/60 aandeel in het barkschip de ZWIJGER, groot 329 lasten, gevoerd wordende door kapt. J.H. Mugge.
- 3/144 aandelen in het fregatschip OSIRIS, groot 508 lasten, gevoerd wordende door kapt. G. Crans.
- 6/144 aandelen in het fregatschip DELTA, groot 496 lasten, gevoerd wordende door kapt. J.G. Kunst.
- 6/144 aandelen in het fregatschip BROEDERTROUW, groot 449 lasten; gevoerd wordende door kapt. A.J.B. Hordijk.
De aandelen in de drie laatstgenoemde schepen zullen worden verkocht per 1/144 aandeel.
Nadere onderrichting is te bekomen ten kantore van voornoemde notaris Schuyten.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Het schip CONCORDIA, kapt. Pekelder, van Marseille naar Falmouth, is de 26e juli wegens gebrek aan water te Lissabon binnengelopen, doch heeft de 29e dito de reis voortgezet.


10 augustus 1853


  JB - Javabode

Batavia, 8 augustus. Het schip de VRIENDEN, kapt. Van Kampen, is heden van hier naar Onrust vertrokken. (opm: zie ook JB 010653 en OP 210953)


11 augustus 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 10 augustus. Heden is alhier van de Koninklijke Fabriek van Stoom- en Andere Werktuigen van de heren Paul van Vlissingen & Dudok van Heel te water gelaten het ijzeren barkschip HENRIETTE EN GEERTRUIDA, groot 200 lasten, gebouwd voor rekening van de heren P. Holtzman en J.P. Dudok van Heel. (opm: zie NRC 091153)
Hierna is de kiel gelegd voor een campagne-fregatschip, zullende worden genaamd AMSTERDAM, te bouwen voor rekening van de heren L. Bienfait & Zoon.


13 augustus 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Dublin, 6 augustus. Het schip MARIANNA BEERTA, kapt. Strik, van Memel (opm: Klaipeda) komende, is hier heden met verlies van scheg en schade aan het galjoen binnengekomen, zijnde met een Pruissische bark in aanzeiling geweest.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Dantzig (opm: Gdansk), 8 augustus. Het schip GOEDE HOOP, kapt. Haijer, van hier naar .... (opm: niet ingevuld) is wegens ziekte van het volk uit zee teruggekeerd.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Texel, 11 augustus. Heden vertrok van hier naar Hull het stoomschip GRAAF VAN RECHTEREN, kapt. G.E. Swart. (opm: eerste reis)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 12 augustus. De sleephelling van de heren C. Gips & Zonen & Co te Schiedam is thans geheel voltooid; zaterdag jl. werd er opgehaald het barkschip MERCATOR en gisteren,11 augustus, ook het barkschip HENRIETTE ELISABETH SUSANNA; laatstgemeld schip is er heden weer afgelaten; uit één en ander blijkt dat de sleephelling de genomen proef uitstekend doorstaan heeft en dat zij volkomen in orde is bevonden.
Enige tijd geleden is gemeld, dat op de scheepstimmerwerf de Nijverheid te Schiedam, van de heren C. Gips & Zonen, de kiel was gelegd van een campagneschip voor rekening van de heren Bonke & Co. te Rotterdam; dit schip, waaraan reeds aanzienlijk gevorderd is, heeft de naam LOEVESTEIN gekregen.
Dezer dagen is op dezelfde werf de kiel gelegd voor een barkschip bestemd voor de grote vaart onder boekhouderschap van de heren A. Prins & Co alhier, hetwelk genaamd zal zijn CORNELIA MATHILDA.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Harlingen, 10 augustus. Het Engelse stoomschip The QUEEN is, naar men zegt, aangekocht voor de rekening ener hier te vestigen stoomboot-maatschappij, onder directie der heren B. Moens en Co, om van hier op Londen te varen. (opm: niet doorgegaan; in plaats daarvan is aangekocht het Engelse stoomschip HERNE, dat als LEEUWARDEN onder Nederlandse vlag kwam.)


  JB - Javabode

Advertentie. Vendutie van een schip. Op een nader te bepalen dag in het laatst van deze maand zal door ondergetekenden op publieke vendutie verkocht worden het A-1. Engels gekoperd schip GLENDARACH, kapt. A. White, groot 515 oude of 647 nieuwe gemeten tonnen, met deszelfs gehele inventaris, zoals hetzelve thans is liggende ter rede van Batavia.
Batavia, 11 augustus 1853, John Pryce & Co.


15 augustus 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 23 juni. Scheepsvrachten. Vrachtzoekende schepen arriveerden deze maand in menigte, en kon zulks niet nalaten ongunstig op de koersen te influenceren; van producten uit de tegenwoordige oogst is nog slechts weinig afgevoerd, en de moeilijkheid in het plaatsen van wissels doet daarenboven verschillende orders onuitgevoerd blijven. Van Nederlandse schepen valt het volgende te melden. De DUIVELAND bedong voor suiker hier te laden NLG 100 en koffij op Padang à NLG 110. De REMBRANDT VAN RIJN NLG 102,50; de H. VINCENTIUS VAN PAULO en VIER GEBROEDERS NLG 100, alles voor suiker hier te laden voor Nederland. Onbevracht liggen nog alhier de NAGASAKI en WILLEM III, waarvoor slechts NLG 90 voor suiker op de kust te laden wordt geboden. Door de factorij werden opgenomen de BORNEO en CHRISTINA.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 14 augustus. Op de 10e dezer is te Medemblik voor het eerst in de haven, die met vlaggen was versierd en met een juichende menigte bezet was, binnengekomen de stoomboot GRAAF VAN RECHTEREN, bestemd voor de wekelijkse vaart van Kampen via Medemblik naar Londen, en welke spoedig door een tweede dergelijke boot zal worden gevolgd. Na het voor Londen bestemde vee, de groenten, vruchten, kaas en wat dies meer zij, aan boord te hebben genomen, heeft de genoemde stoomboot des avonds laat de reis vervolgd.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 14 augustus. De verhitte lucht van Ericsson (opm: zie NRC 040153) is weder door een andere uitvinding vervangen. Nu is het etherdamp, die schepen in beweging brengt. Een Fransman, du Tremblay geheten, heeft een schip uitgerust, dat door die etherdamp gedreven wordt, en waarbij dezelfde kracht en dezelfde snelheid met de helft kolen, en met machines, die minder ruimte innemen, verkregen wordt. Ook zal de ketel niet het minst er door met een korst overtrokken worden. Men heeft met dat schip de proef genomen in de nabijheid van Marseille, en nu is het afgezonden om een vaart naar Algiers te ondernemen. (opm: informatie over dit soort machines is op internet te vinden, o.m. via ether engines)


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. De veiling van het schoener-kofschip de ONDERNEMING, aangekondigd tegen 15 augustus, zal geen plaats vinden, zijnde hetzelve uit de hand verkocht.


  AH - Algemeen Handelsblad

Rotterdam, 13 augustus. Op de werf van de scheepsbouwmeesters C. Gips & Zonen te Schiedam zijn de kielen gelegd voor een campagne-fregatschip, genaamd LOEVESTEIN, voor rekening van de heren Bonke & Co. te Rotterdam, en voor een bark genaamd CORNELIA MATHILDA, voor rekening van de heren A. Prins & Co. aldaar.


  AH - Algemeen Handelsblad

Texel, 13 augustus. Heden is hier uitgezeild het schip AMERIKA, kapt. Schuijmer, met bestemming naar Melbourne (opm: eerste reis)


16 augustus 1853


 PGC - Provinciale Groninger Courant

De schepen SIEBERDINA, kapt. Jonker, GEBROEDERS, kapt. Kemper, beide van Aarhus naar Belgie, en ANTJE, kapt. Schuring, van Brevich naar Groningen, zijn vóór de 21 juli te Kalvöesund binnengelopen.


17 augustus 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 16 augustus. Men deelt ons het volgende schrijven mede, gedagtekend Soerabaya de 19e juni. Het schip OSIRIS, kapt. Crans, telt onder zijn lading machinerieën, bestemd voor 4 suikerfabrieken in de residentie Passaroean. Reikhalzend werden die machinerieën verwacht; daar de fabrikanten er dit jaar, volgens gouvernementscontract, mee moeten werken. Genoemd schip is nu reeds 2 maanden in Indië en nog niet ter bestemde plaatse gearriveerd. Het houdt zich op met het lossen van enige lijnwaden, terwijl men niet geheel zonder bezorgdheid is, dat sommige delen der machinerieën in ongereedheid zijn gekomen, tot welker herstel weder geruime tijd moet verlopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 16 augustus. Volgens brief van kapt. J. Goedkoop, voerende het schip PRINS HENDRIK, in dato Melbourne 13 april, was hij de 3e dito aldaar van Queenstown aangekomen. Benoorden de Linie (opm: evenaar) had hij veel en hevig stormweder doorgestaan en daardoor belangrijke schade aan zeilen bekomen.


  JB - Javabode

Volgens berichten van Soerabaija van de 10e augustus zijn het Engelse schip NAPOLEON en het Bombayse schip FATHOOL ATAP in Straat Sapoedie aan de klippen geraakt en was men bezig om te trachten de goederen te redden en de schepen in vlot water te brengen.


18 augustus 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Elseneur (opm: Helsingör), 13 augustus. De Nederlandse kof EPPIEN, kapt. Kjoler voor wijlen Potjewijd, verliet heden in ballast, naar Dantzig (opm: Gdansk) bestemd, onze haven. (opm: de kof werd op 17 juli 1853 met schade te Elseneur afgekeurd, zie NRC 220753, en is onder Deense vlag als WIGOLINE door kapitein C.F. Kjoler weer in de vaart genomen)


  DC - Dordtsche Courant

Advertentie. Tweehonderd gulden beloning voor degene die de dader of daders kan aanwijzen, die in de nacht tussen 17 en 18 november 1848 een gat geboord hebben in het schip IDÉE, dat toen in de Rietdijksche haven met een lading oud ijzer, kaas en jenever gereed lag om naar zee te gaan; en die tussen 30 mei en 1 juni 1850 dezelfde kwaadwilligheid gepleegd hebben aan het nieuwe schip ERATO, hetwelk met 50 last suiker en 16 last ijzer, in dezelfde haven gelegen was, en nu ten laatste tussen 4 en 5 augustus jongstleden weder een lek gemaakt hebben in het schip IDÉE, hetwelk thans vol beenderen geladen was en tot lichter diende, en dat, tengevolge daarvan, zo niet in tijds de nodige voorzorg genomen ware, geheel en al zou gezonken zijn.
De ondergetekende zou aan al deze kwaadwilligheid geen publiciteit gegeven hebben, indien hij niet, ter oorzake van dit laatste, met het stedelijk bestuur, in onaangenaamheden geraakt ware.
Dordrecht, 17 augustus 1853, P. Smit Fz.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Groningen, 17 augustus. Gisteren is binnen deze stad gearriveerd de nieuw gebouwde galjoot PIETER BENTUM, groot ongeveer 75 last, kapt. W.J. Schaap, van Veendam, gebouwd bij de Wedw. J.W. Patje, aan de Waterhuizen nabij Groningen.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Hedenavond is men op de werf Het Hoofd, van de scheepsbouwmeester F.U. van der Werff, buiten het Kleine Poortje alhier, druk werkzaam om de nieuw, fraai en scherpgebouwde schoenergaljoot GERRIDA ANNEGINA, groot 100 last, in beweging en vooruit te brengen, teneinde vrijdag van stapel te worden gelaten. Deze bodem zal bevaren worden door de scheepskapitein A. Rozema, van Groningen.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Het schip de HOOP, kapt. Haijer, de 4e augustus van Dantzig naar zee vertrokken, is die dag weder aldaar teruggekeerd, uithoofde drie man der equipage ziek geworden zijn.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Het schip ANNA LUITZIA, kapt. Vos, van Reval naar Schiedam, is vóór de 5 augustus wegens tegenwind te Baltishport binnengelopen.


19 augustus 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 18 augustus. Heden namiddag is van de werf Hollandia van de heren Blok & Matthijssen in de Groote Wittenburgerstraat met goed gevolg te water gelaten het brikschip WILDEMAN, groot 165 lasten en gebouwd voor rekening van de Wed. Lapidoth. Het schip zal gevoerd worden door kapt. J.A. Spijkman en is bestemd voor de grote vaart. (opm: zie AH 081053, verandering van gezagvoerder)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Dordrecht, 18 augustus. Het nieuw gebouwde barkschip JAN SCHOUTEN, gebouwd voor rekening ener rederij onder directie van de heer Gerard Mauritz en bestemd voor de grote vaart, zal maandag 29 dezer des namiddags ten 12 ure worden te water gelaten.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Wesel, 16 augustus. Het schip LEENTJE, kapt. Stomp (opm: kof, bouwjaar 1848, kapt. Roelf Jolkes Stomp), van Triëst naar Rotterdam, is op de Portugese kust gestrand en wrak geworden. De lading zou met een ander schip verscheept worden.


20 augustus 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Te Rotterdam ligt in lading naar Riga het Nederlands gezinkt schoenerschip ZODIAC, kapt. L. Strijbos, om vóór of op de 26e dezer te vertrekken. Adres bij Joh. Ooms Ezn & Co, cargadoors. (opm: zie advertentie in NRC 280753)


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Groningen, 19 augustus. Gisterenavond is alhier gearriveerd het nieuw gebouwde schoenerschip GEERTRUIDA ANNA, groot ongeveer 90 last, kapt. D. Ritzes, van Westerlee, gebouwd bij U. Holthuis te Muntendam.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Groningen, 19 augustus. Morgen namiddag, ongeveer te 12½ uur, zal bij gunstig weder van stapel lopen het op de Noorder-binnenwerf van de heren Kater en Meulman hecht en sterk gebouwde en gekoperde schoenerbrikschip JOHANNA HENRIETTE, groot ongeveer 155 ton, kapt. B.H. Boer, van Groningen, onder directie van de heer Mr. F.U.H. Reiger alhier.


  JB - Javabode

Het Engelse schip LORD ELPHINSTONE, kapt. J.C. Roberts, van Melbourne naar Madras, omstreeks het midden der maand juni van eerstgenoemde plaats vertrokken, heeft, naar wij vernemen, de 1e juli j.l. een zwaar lek bekomen en is korte tijd daarna, niettegenstaande de ijverigste pogingen tot redding, gezonken. Dit ongeluk vond plaats op 10º15’ ZB en 126º10’ OL en wordt toegeschreven aan het springen van een der planken. De gehele equipage en de aan boord zijnde passagiers hebben zich in twee sloepen gered en zijn de 18e juli behouden te Timor Koepang aangekomen.


  JB - Javabode

Wij vernemen, dat in het begin dezer maand het Engels schip BOUWENS, kapt. R. Bibby, van Port Philip naar Bombay bestemd, op de Great Detached Reef, nabij de Torres-straat, geheel is verongelukt. De kapitein, zijn gade en schoonzuster, de bootsman benevens vier matrozen hebben bij deze ramp het leven verloren. De overige equipage, bestaande uit twee stuurlieden en 29 matrozen, zijn de 18e dezer door het Nederlandse schip EVERDINA ELISABETH, kapt. Tonjes, komende van Sydney, te Batavia aangebracht.


21 augustus 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Harlingen, 18 augustus. Deze morgen te 11 ure liep hier met het beste gevolg te water het tjalkschip KOOPMANS WELVAREN, gebouwd op de werf van de heer Van der Zee voor rekening van de gezagvoerder, de heer Visser.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Verkoping van scheepsaandelen, in het Nederlandsch Koffijhuis, van J. Zahn, te Dordrecht, op vrijdag 19 augustus:
1/60 Aandeel in het barkschip DE ZWIJGER, gevoerd door kapt. J.H. Mugge, in veiling NLG 875, in slag daarboven NLG 45.
1/144 Aandeel in het fregatschip OSIRIS, kapt. G. Crans, in veiling NLG 630, in slag daarboven NLG 50.
1/144 Dito dito, in veiling NLG 680, in slag afgelopen.
1/144 Dito dito, in veiling NLG 680, in slag daarboven NLG 5.
1/144 Aandeel in het fregatschip DELTA, kapt. J.G. Kunst, in veiling NLG 640, in slag daarboven NLG 10.
1/144 Dito dito, in veiling NLG 650, in slag daarboven NLG 5.
1/144 Dito dito, in veiling NLG 655, in slag afgelopen.
1/144 Dito dito, in veiling NLG 655, in slag afgelopen.
1/144 Dito dito, in veiling NLG 655, in slag afgelopen.
1/144 Dito dito, in veiling NLG 655, in slag afgelopen.
1/144 aandeel in het fregatschip BROEDERTROUW, kapt. A.J.B. Hordijk, in veiling NLG 530, in slag daarboven NLG 5.
1/144 Dito dito, in veiling NLG 535, in slag daarboven NLG 10.
1/144 Dito dito, in veiling NLG 535, in slag afgelopen.
1/144 Dito dito, in veiling NLG 535, in slag afgelopen.
1/144 Dito dito, in veiling NLG 535, in slag afgelopen.
1/144 Dito dito, in veiling NLG 535, in slag afgelopen.
De trekgelden waren per aandeel één percent.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Gibraltar, 9 augustus. Naar men verneemt is er bij Kaap Spartel een Nederlands schip gestrand, hetwelk van Amsterdam komt en met een lading kaas voor deze plaats bestemd is. Nadere bijzonderheden ontbreken nog. (opm: zie NRC 230853)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Montevideo, 30 juni. Het schip HENDRIKA BARTINA,kapt. Hofker, is alhier bezig ballast in te nemen, om naar Santos te verzeilen en aldaar voor Falmouth suiker te laden. Het schip ZEEBLOEM, kapt. Zeylinga, van hier naar Bahia vertrokken, zal aldaar een lading voor de Middellandse Zee innemen. (opm: zie NRC 230853)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Christiansand (opm: Kristiansand), 19 augustus. Het schip JOHANNA, kapt. Bakker, van Stettin naar Mistley, is alhier met broeiende lading binnengelopen. Het moet lossen. (opm: zie NRC 060953)


22 augustus 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 21 augustus. De 19e dezer werd van de werf Het Hoofd van de scheepsbouwmeester T.U. van der Werff te Groningen, te water gelaten het schoenergaljoot GERRIDA ANNEGINA, groot 100 lasten, te bevaren door kapt. A. Rozema.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 21 augustus. Op de 20e dezer werd van de werf van de scheepsbouwmeesters Kater en Meulman te Groningen te water gelaten de schoenerbrik JOHANNA HENRIETTE, groot 155 ton, kapt. B.H. Boer, onder de directie van de heer Mr. T.U.H. Reiger te Groningen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Duinkerken, 18 augustus. Gisterenavond heeft het schip LUDOLF THEODORUS, kapt. T.S. Oldendorp, van Reni (opm: Odessa) op hier bestemd, bij het inkomen van onze haven op een klip gestoten en daardoor zulke zware schade bekomen, dat hetzelve bij het opzeilen der rede gezonken is. Men heeft het echter naar de droge gebracht en lost aldaar de beschadigde lading.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Mauritius, 17 juni. Het schip JEANNETTE PHILIPPINE, kapt. Rademaker, van Akyab naar Falmouth, hetwelk de 8e dezer alhier binnen kwam om een lek te stoppen, heeft bereids een gedeelte der lading gelost.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlaardingen, 21 augustus. Heden is op de werf van de scheepsbouwmeester F. Kloos te Alblasserdam de kiel gelegd voor het barkschip VLAARDINGEN, groot 370 gemeten lasten, te bouwen onder leiding van de heer C. Smit aldaar, voor rekening ener rederij onder directie van de heren Van der Drift & Van Dusseldorp.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 21 augustus. Volgens mededeling van Zr.Ms. consul te Dantzig (opm: Gdansk) van de 15e juli waren de vrachten voor de rederijen voordelig, bedragende dezelve naar Nederlandse havens NLG 24 à NLG 28 per last voor granen en NLG 18 à NLG 24 per last voor hout.
Zr.Ms. consul te Livorno bericht, dat de vrachten in het afgelopen halfjaar zeer voordelig zijn geweest, zijnde te Livorno voor enige schepen naar Nederland tot omstreeks NLG 50 per last van 2.000 kg. betaald, terwijl de middelbare vracht van Livorno naar Nederland kan worden aangenomen te zijn NLG 30 per last.


23 augustus 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 22 augustus. Het schip (opm: bark) MERCURIUS, kapt. Visser, van Akyab naar Falmouth, de 17e juni te Mauritius binnengelopen, is lek.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 22 augustus. Volgens brief van kapt. Höfker, d.d. 1 juli, lag hij te Montevideo gereed om met het schip HENDRIKA BARTINA, te vertrekken naar Santos, om aldaar een lading suiker en koffij in te nemen, voor de Middellandse Zee bestemd. Ons vorig bericht aangaande dit schip (opm: NRC 210853) was onjuist.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Gibraltar, 14 augustus. Het Nederlandse schip, hetwelk op de Barbaryse kust bij Kaap Spartel op strand zat – zie ons nommer van 21 dezer – is gebleken te zijn de kotter ARGUS, kapt. S.H. van Houten, van Rotterdam met een lading kaas naar Marseille bestemd. Dezelve is na de lading gelost te hebben, vlot gekomen en hier de 12e dezer lek binnen gebracht. Men heeft bereids een aanvang met de reparatiën gemaakt. (opm: zie ook NRC 061053 en 081053)


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Het schip ZEEBLOEM, kapt. Zeilinga, van hier naar Bahia vertrokken, zal aldaar eene lading voor de Middellandsche Zee innemen.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Het schip LUDOLPH THEODORUS, kapt. Oldendorp, van Reni, laatst van Falmouth naar Duinkerken gedestineerd, heeft, volgens bericht van Duinkerken d.d. 18 augustus, bij het naar binnen zeilen tegen het Westerhavenhoofd gestoten, en is, na zware schade bekomen te hebben, in het Kanaal gezonken, doch na gelicht te hebben, weder boven water en aan de kaai gebracht, alwaar de lading beschadigd geborgen werd.


24 augustus 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 23 augustus. Aangaande het schip JEANNETTE PHILLIPPINE, kapt. N. Rademaker, van Akayb naar Falmouth, met schade te Mauritius binnengelopen, wordt volgen brief van daar van de 21e juni gemeld, dat de schade in zo verre gerepareerd was, dat de kapitein dacht na verloop van veertien dagen de reis weder voort te zetten.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 23 augustus. Het schip ELLEN, kapt. Souter (opm: buitenlander), van Archangel naar Rotterdam, is, volgens brief van Archangel d.d. 29 juli, in de Witte Zee bij dikke mist op de rotsen geraakt en zal weg zijn. Een gedeelte van de lading was nat geborgen.


  OP - Oostpost

Advertentie. Vendutie. Op vrijdag de 26e augustus a.s. zal voor de pakhuizen van de heren Adam & Co. op de Kaliemaas (opm: te Soerabaija) voor rekening van belanghebbenden worden verkocht het wrak van het Engelse schip FATAL OHEB, zoals hetzelve op het Karang Tembaga in de Straat Sapoedie liggende zal zijn. Zomede sloepen, ankers en kettingen, zeilen, blokken, touw- en ijzerwerk, enz., behorende tot de inventaris van voornoemde bodem. Voorts een partij suiker in kleine krandjangs.


25 augustus 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Sheerness, 21 augustus. Het Nederlandse schip JAN HENDRIK, kapt. De Jong, van Java naar Amsterdam, hetwelk alhier in avarij binnen liep – zie onze nommers van 2 en 3 juli – heeft voor een gedeelte slechts een voorlopige reparatie kunnen ondergaan, door dien de Admiraliteit de aanvraag van kapt. De Jong, om in het Marine dok te repareren, van de hand heeft gewezen. Het schip zal maandag uit het droge dok halen om naar een andere haven te vertrekken, ten einde aldaar de geleden schade geheel te herstellen. Van de lading koffij en suiker is een groot gedeelte beschadigd.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Elseneur (opm: Helsingör), 20 augustus. De Nederlandse kof IMKE WILDERVANK, kapt, Pottjer, van Triëst naar St. Petersburg bestemd, heeft de 2e dezer bij Skanoer (opm: Skanör, zuidwesthoek van Zweden, ingang naar de Sont) aan de grond gezeten, doch is eergisteren weder vlot gekomen en hier door de stoomboot HERTHA binnengesleept. Het schip maakt van 6 tot 8 duim water in het etmaal. (opm: zie NRC 150953 en 041053)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Elseneur (opm: Helsingör), 20 augustus. Het Nederlandse schip MARCHINA GESINA, kapt. Munneke, van Nerva met vlas naar Aberdeen bestemd, is hier binnengelopen. Hetzelve heeft ten gevolge van aanzeiling de boegspriet verloren en meerdere schade bekomen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Elseneur (opm: Helsingör), 20 augustus. Het van Koningsbergen (opm: Kaliningrad) met een lading tarwe naar Hull bestemde schip ANNETTE, kapt. Singer, is hier lek en met slagzijde binnengelopen. (opm: zie NRC 150953)


  AH - Algemeen Handelsblad

Texel, 24 augustus. Heden is van hier uitgezeild naar Batavia het schip QUATRE BRAS, kapt. Bondix. (opm: eerste reis)


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Groningen, 24 augustus. Heden namiddag arriveerde alhier het schoenerschip HARMONIE, groot 100 last, kapt. R.R. Tunteler, van Oude Pekela, gebouwd bij I.A. Hooites te Hoogezand.


26 augustus 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 25 augustus. Volgens de Engelse bladen lagen l.l. zaterdag te London niet minder dan 17 Nederlandse bodems naar verschillende havens van Australië bevracht, als: Naar Sydney (Nieuw Zuid-Wallis) HENDRIK JAN (680 ton), kapt. P. Wap; ANNA MARGARETHA (606 ton), kapt. J.J.S. Rühl, en JAN DANIEL (643 ton), kapt. D.C. Rietbergen.
Naar Hobart Town: OTTO (379 ton), kapt. P. Flens; JACOB ROGGEVEEN (756 ton), kapt. J. Vos van Marken; en MACASSAR (437 ton), kapt, W. Timmermans.
Naar Melbourne: JAVA (609 ton), kapt. S.S. van Dam.
Naar Melbourne en Geelong: GENERAAL VAN DEN BOSCH (574 ton), kapt. F. Parlevliet Jz.
Naar Port Philip: WILLEM EN KAREL (416 ton), kapt. A. Hansen; HENDRIKA (656 ton) kapt. H. Reiniersen; DOROTHEA (535 ton), kapt. H. v.d. Kolk; KENAU HASSELAAR (723 ton), kapt. O. Lindeman, en JUNO (604 ton), kapt. W.J. Chevalier.
Naar Geelong: CERES (330 ton), kapt. F. Mellema.
Naar Adelaïde: JEANNETTE CORNELIA (452 ton), kapt. T.K. Veldman; REGINA (276 ton), kapt. C. Ingerman, en AGNETA (773 ton), kapt. W.N. Crap Hellingman.


27 augustus 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 10 juli. Het fregatschip BIESBOSCH, kapt. van Rijn van Alkemade, is de 25e juni van hier te Soerabaya binnengekomen met gebroken fokkemast en enige schade aan de boegspriet en zeilen.


28 augustus 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

(Geen plaats of datum) Heden is op de werf Koning William te Amsterdam door de scheepsbouwmeester A. van der Hoog, de kiel gelegd voor een schoenerschip, plm. 80 gemeten lasten.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 27 augustus. Te Alblasserdam is de 26e dezer op de werf van de heer F. Kloos, scheepsbouwmeester aldaar, de kiel gelegd van een clipper-campagneschip, genaamd NIEUW HOLLAND, groot ruim 390 lasten, gevoerd zullende worden door kapt. L. Tuk, voor rekening van de heren Boissevain en Kooy te Amsterdam.


29 augustus 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. G.J. Roland Holst en A. Roland Holst, makelaars, zullen op maandag de 19e september 1853, des avonds ten 6 ure, te Amsterdam in de Nieuwe Stadsherberg aan het IJ, ten overstaan van de notaris J.E. Clausing, verkopen het ijzeren stoomsleepschip STAD AMSTERDAM, varende onder Nederlandse vlag, gebouwd in 1849 en gebruikt in de vaart tussen Gouda en Antwerpen, volgens binnenlandse meetbrief groot 130 ton na aftrek van de machinekamer, hebbende machines van lage drukking, van een vermogen van ongeveer 60 paardenkracht, en liggende in het Oosterdok voor Zeemanshoop. Breder volgens biljetten en bericht bij bovengemelde makelaars. Zijnde hetzelfde inmiddels uit de hand te koop. Brieven franco.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 28 augustus. Te Groningen is in de namiddag van de 26e augustus met goed gevolg van stapel gelopen het schoener-kofschip genaamd ….. (opm: mogelijk de galjoot HENDERIKA), groot ongeveer 90 ton, gevoerd zullende worden door de scheepskapitein P.C. Drewes, van Groningen, gebouwd op de Zuiderwerf van de scheepsbouwmeester G.K. de Vries aldaar.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Windau (opm: Ventspils), 21 augustus. De Nederlandse kof EMANUEL, kapt. Woltman (opm: EMMANUEL, bouwjaar 1849, kapt. Egbert Wichers Woltman), van Lübeck in ballast naar Riga, is gisteren avond in een hevige storm benoorden deze haven gestrand en zal wrak zijn, doch het volk is gered en de inventaris geborgen. (opm: naar Rusland verkocht, nieuwe naam JOHAN LUDWIG)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Elseneur (opm: Helsingör), 24 augustus. Het schip ALCYON, kapt. Lexow, van Amsterdam naar Riga, is alhier met verlies van boegspriet en met meer andere schade wegens aanzeiling binnengebracht.


30 augustus 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Texel, 28 augustus. Het schip GEBROEDERS, kapt. H.A. Kemper, van Aarhus naar Antwerpen of Gent, is heden alhier als bijlegger binnen gekomen met verlies van zeilen en zwaard, lekkage, en meer andere zeeschade.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 29 augustus. Het pleijtschip ONDERNEMING, kapt. J.D. Laansbach (opm: ook wel gaffelschip, bouwjaar 1831 of eerder; kapt. Johannes Danië Launsbach), van Sunderland met steenkolen naar Vlissingen, is de 27e dezer bij Wijk aan Zee gestrand en zal weg zijn. De kapitein en de stuurman hebben zich gered, de twee overige manschappen zijn verdronken. (opm: zie DC 010953)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Mauritius, 7 juli. Het Nederlandse schip MERCURIUS, kapt. Visser, van Akyab naar Falmouth bestemd, hetwelk de 17e juni alhier lek binnenliep, heeft de lading gelost en zal op de slip (opm: sleephelling) gehaald worden om te repareren.


  AH - Algemeen Handelsblad

Batavia, 9 juli 1853. Op de 2e dezer heeft Zr.Ms. transportschip MERWEDE, onder bevel van de kapitein-luitenant ter zee der 1e klasse, M.C. van Vreeland, de rede alhier verlaten om over de West-Indië naar Nederland terug te keren.
Die bodem heeft een lading houtwerken voor Nederland in en op dezelve zijn ingescheept achttien Chinezen, naar wij vernemen op last van het gouvernement door de resident van Batavia voor de suikerteelt in Suriname, alhier voor de duur van drie jaren aangenomen. Zij genieten vrije overtocht en voeding op hun eigen wijze, waardoor men hoopt het verlangen tot dergelijke verhuizingen bij hun landgenoten op te wekken. Overigens hebben zij vrij woning en voeding te Suriname bedongen, buiten en behalve hun bezoldiging, die gesteld is op NLG 100 per maand voor een suikerkoker, NLG 83 voor ieder van de drie hulpsuikerkokers, en NLG 40 per maand voor elk van de 14 suikerplanters. Aan ieder hunner is door het gouvernement ter regeling van hun zaken alhier een voorschot van drie maanden verleend, te Suriname met hun bezoldiging te verrekenen, alwaar ook van genoemde zal worden afgehouden de ter deze plaats op hun verzoek aan hun familie uit te keren gelden, rijst, olie, enz., om gedurende hun afwezigheid in eigen onderhoud te voorzien.
Aan boord van de MERWEDE bevinden zich ook enige werktuigen voor het suikerfabrikaat, teneinde de Chinezen in staat te stellen bij hun aankomst in Suriname meteen met de bedoelde cultuur te beginnen.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Marine. Op dinsdag de 6e september aanstaande, des voormiddags te 12 uur, zal bij de directie van de Marine te Willemsoord, onder nadere goedkeuring van Zijne Excellentie de Minister van Marine, worden aanbesteed het slopen van het voor de dienst afgekeurde geraseerd fregatschip ALGIERS, staande in het droge dok te Willemsoord.
De voorwaarden liggen dagelijks van ’s morgens tien uur tot ’s namiddags twee uur, de zondagen uitgezonderd, ter lezing in het lokaal van het Departement van Marine te ’s Gravenhage en op het secretariaat van de Directie van de Marine te Amsterdam en Willemsoord. Zullende de nodige aanwijzing één dag vóór de aanbesteding plaats hebben.
De aanbesteding zal geschieden bij inschrijving, op gezegelde biljetten, bevattende de prijs in schriftletters, en de namen van aannemer en borgen, zonder doorhalingen of bijconditiën, welke biljetten ten dage voornoemd vóór het bepaalde uur vrachtvrij moeten worden bezorgd op het secretariaat van de Directie van de Marine te Willemsoord.
Willemsoord, 27 augustus 1853, de Directeur van de Marine ad interim, Tadsen.


31 augustus 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Gibraltar, 20 augustus. Het schip ARGUS, kapt. van Houten, van Rotterdam naar Marseille, alhier binnengelopen na op strand gezeten te hebben – zie ons nommer van 23 dezer – is lek. De geloste kaas is wegens beschadigdheid opgeslagen.


  AH - Algemeen Handelsblad

Dordrecht, 29 augustus. Heden werd alhier van de werf van de scheepsbouwmeesters Jan Schouten met het beste gevolg te water gelaten de bark JAN SCHOUTEN, groot 381 gemeten lasten, gebouwd voor rekening van een rederij onder directie van de heer G. Mauritz alhier, en zullen gevoerd worden door kapt. J.C. Meijer.
Onmiddellijk daarna werden de kielen gelegd van twee schepen a 350 gemeten lasten, welke genaamd zullen zijn DE EERSTELING en de TWEE JEANNE’S; het eerste voor rekening van een rederij onder directie van de heren A. Dubois en Zoon, en het tweede voor rekening van een rederij onder directie van de heren Sandberg en Co. Zullende de TWEE JEANNE’S gevoerd worden door kapt. J.W. Noordziek.
Door genoemde bouwmeester zal heden middag aan heren reeders, die door het eerst-genoemde schip de nagedachtenis zijns afgestorven vaders een hulde brengen, een prachtig diner worden aangeboden, hebbende zich de broederen van de orde van vrijmetselaren in deze niet onbetuigd gelaten, daar de grootste, zo niet de gehele, inschrijving door hen is geschied. Zoals men weet, was de waardige Jan Schouten gedeputeerd groot-meester nationaal van die orde, en bekleedde hij die hoge waardigheid sinds vele jaren.


  JB - Javabode

De Engelse brik NINA, die op de hoogte van St. Paul geheel verlaten, zonder grote mast en een gedeelte der verschansingen, is opgenomen, is de 27e dezer alhier (opm: Batavia) ter rede aangekomen. Zij is uitgezeild van Bristol naar Melbourne met een lading, die voor het grootste gedeelte uit manufacturen bestond, waarvan echter een gedeelte is over boord geworpen. De zich nog aan boord bevindende lading is ogenschijnlijk in goede orde en het schip maakt weinig water. (opm: zie JB 030953)


  OP - Oostpost

Advertentie. Op een nader te bepalen dag zal bij gerechtelijke executie openbaar worden verkocht (opm: te Soerabaija) de schoener de ARK, vroeger Gouvernements-schoener ALCINOË, later genaamd FATHOOL MOEBIEN. Informatiën bij A. Lindeman en bij de waarnemend griffier van de Landraad, J. Hageman J.Czn. (opm: zie op 280953 en 211253)


01 september 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Elseneur (opm: Helsingör), 27 augustus. Het Nederlandse schip MARCHINA GESINA, kapt. Munneke, van Nerva naar Aberdeen bestemd, hetwelk alhier in averij is binnengelopen – zie ons nommer van 25 augustus – heeft heden na geëindigde reparatie de haven verlaten.


  DC - Dordtsche Courant

Castricum, 28 augustus. Gisteren middag is onder deze banne gestrand een scheepje, genaamd de ONDERNEMING, van Vlissingen. Men vermoedt dat het een beurtschip is van Vlissingen op Londen. De schepelingen, vier in getal, hebben getracht men hun eigen boot, hun leven te redden, nadat de reddingboot van Egmond aan Zee, daartoe vergeefs alle pogingen had aangewend. De kapitein en stuurman hebben, nadat de boot herhaalde malen was omgeslagen, eindelijk het strand bereikt, en zijn naar Egmond overgebracht; maar de twee matrozen hebben in de golven hun graf gevonden.


02 september 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 1 september. Heden is alhier op de scheepstimmerwerf St. Joris van de heren De Jong, Kortelandt & Anthony voor rekening van de heren C. Vlierboom & Zonen de kiel gelegd van een fregatschip, groot ruim 400 gemeten lasten, bestemd voor de grote vaart, hetwelk de naam van PRINSES AMALIA zal voeren.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 1 september. Het schip GEERTINA, kapt. J.J. Legger, van Londen naar Rostock, is, volgens brief van Delfzijl van de 30e augustus, de vorige dag aldaar met verlies van een zwaard en meer andere schade binnengelopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Yarmouth, 29 augustus. Het Nederlandse schip AGNETA JULIANA, kapt. De Haan, van Archangel naar Londen, is gepasseerde nacht door een schoener aangezeild en is ten gevolge van dien alhier lek en met meer andere schade binnengebracht.


03 september 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Groningen, 31 augustus. Men verneemt, dat door de heer N.J. van der Lee, ingenieur der 1e klasse bij ’s Rijks waterstaat, dezer dagen aan de minister van binnenlandse zaken een plan is aangeboden, om op een eenvoudige wijze het Reitdiep bevaarbaar te maken voor grote zeeschepen, terwijl de kosten, daartoe benodigd, nog geen tiende gedeelte zouden bedragen der som, welke geraamd is voor de verbinding van Groningen met de Eems door de uitdieping van het Damsterdiep. De inzender van dit bericht voegt er bij: ´Wij hopen, dat dit plan zal ten uitvoer gelegd worden in het belang van handel en scheepvaart in dit gewest, en wensen de voorsteller van dat plan die ondersteuning toe, als onzes inziens de zaak zo zeer verdient´. (opm: zie NRC 140753)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 2 september. Het schip CUBA, kapt. Jansen, van hier naar Suriname, de 27e l.l. te Dartmouth binnengelopen, heeft ten gevolge van zware stormen en een stortzee enige stutten boven het potdeksel gebroken, een gedeelte der reling en verschansing stuk geslagen en meerdere schade bekomen. Het schip had niet, de zeilen weinig geleden. Genoemde kapitein hoopte zelf de geleden schade te kunnen herstellen, en daarna de reis verder voort te zetten.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Portsmouth, 30 augustus. Het alhier in averij binnengelopen Nederlandse barkschip KOOPHANDEL, kapt. Dupain, van Londen naar Hobert-Town bestemd – zie ons nummer van de 8e en 9e dezer – heeft de reparatie geëindigd, en is uit de haven naar Spithead gesleept.


  DC - Dordtsche Courant

Dordrecht, 2 september. Men meldt dat de stoomboot ADMIRAAL DE RUITER, varende tussen Tiel en Rotterdam, gisteren morgen het ongeluk gehad heeft, dat even beneden Gorinchem iets aan de machine brak en daardoor genoodzaakt werd voor anker te gaan liggen, om assistentie af te wachten. De passagiers zijn door de later voorbij varende stoomboot NIJVERHEID, komende van Nijmegen, overgenomen, en te Rotterdam aan wal gezet.


  DC - Dordtsche Courant

Dordrecht, 2 september. Te Vlaardingen, waar men ijverig bezig is een onlangs nieuw aangelegde scheepstimmerwerf in gereedheid te brengen, om daarop de kiel van een groot schip te leggen, heeft het stedelijk bestuur op nieuw de benodigde grond aan de oostzijde der haven afgestaan, om weder een vrij ruime werf aan te leggen.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Harlingen, 31 augustus. Met genoegzame zekerheid verneemt men, dat het Engelsche stoomschip THE QUEEN, waarvan onlangs melding werd gemaakt, hier hoogstwaarschijnlijk op morgen voor het eerst zal aankomen, om in de vaart van hier op Londen te worden gesteld. Ook de stoomboot de LION, die sedert enigen tijd de vaart staakte, zal die in het begin van september hervatten. Er zullen dan vijf stoomschepen in de vaart zijn, ten blijke van de sterke uitvoer van hier op Engeland, want thans varen reeds alzo de MAGNET, VESTA en EARL OF AUCKLAND.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Groningen, 2 september. Dinsdag arriveerde alhier de schoenergaljoot HENRIETTE, groot 80 ton, kapt. J.J. Wever, van Veendam, gebouwd bij W. Bodewes te Martenshoek, en heden de schoenergaljoot GRIETJE DE GROOT, groot 70 last, kapt. J.J. Mulder, van Veendam, gebouwd bij R. Berg te Sappemeer.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Groningen, 2 september. Woensdag is van de werf De Molly van de scheepsbouwmeester H.H. van der Werff te Appingedam te water gelaten het nieuwgebouwde schoenerschip ST. WILLEBRORDUS, groot 85 last, zullende gevoerd worden door kapt. H.G. Boekhoudt, van Appingedam, voor rekening ener rederij onder directie van de heer J.H. Rottinghuis, te Delfzijl. Onmiddellijk daarna werd de kiel gelegd voor een kopervaste schoenerbrik, genaamd de NIJVERHEID, zullende groot worden ruim 100 last en worden gevoerd door kapt. A. Metus, van Termunten, mede voor rekening ener rederij en onder dezelfde directie.


  JB - Javabode

Advertentie. Vendutie op maandang de 5e september 1853 voor het commissiehuis van John Pryce & Co. van een meer of minder beschadigd gedeelte van de lading van het verongelukte schip BOURNOEUF.


  JB - Javabode

Wij zijn in de gelegenheid gesteld omtrent de brik NINA, waarvan wij in ons nummer van 31 augustus spraken, alsnog mede te delen, dat dit vaartuig in volle zee op de hoogte van St. Paul door het Engelse schip SPIRIT OF THE NORTH, bestemd naar Melbourne, in die verlaten toestand, welke wij hebben bericht, gevonden is. De gezagvoerder van die bodem heeft alstoen een stuurman en enige matrozen op de bedoelde brik geplaatst met last om haar naar Java te brengen, terwijl hij zelf de reis naar zijn bestemming voortzette. Nu de brik alhier aangekomen is, zullen die schepelingen, naar wij vernemen, zich naar Singapore begeven om van daar met een voorkomende gelegenheid naar Melbourne te vertrekken, ten einde aldaar op hun bodem terug te keren.


  JB - Javabode

Zr.Ms. schoenerbrik BANKA, onder bevel van de luit.t.zee 1e klasse G. Tigchelmans, zal op morgen, de 4e dezer, de reis via Kaap de Goede Hoop naar het moederland aannemen.


04 september 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Alblasserdam, 3 september. Heden is van de werf van de scheepsbouwmeester A. Pot te Bolnes van stapel gelopen het barkschip ADRIANA PETRONELLA, groot 320 lasten, voor een rederij onder directie der heren P. Varkevisser & Zonen, gevoerd zullende worden door kapt. A.A. Brockx, en is daarna de kiel gelegd voor het barkschip SCHEVENINGEN, groot 380 lasten.
Tegelijker tijd is op de werf van J. van Duivendijk te Papendrecht de kiel gelegd voor het barkschip GUURTJE EN MARIA, groot 380 lasten, insgelijks voor rekening van genoemde heren.


05 september 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 4 september. Amsterdam, 4 september. Het schip de AMSTEL, kapt. W. van Duyn, van Triëst naar Nederland, is de 24e augustus lek te Almeria binnengelopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Men leest in de Staats-Courant het volgende. Volgens een mededeling van Zr.Ms. gezantschap te Konstantinopel (opm: Istanbul) zijn aldaar gedurende de drie laatst verlopen maanden, tot op 30 juni l.l. aangekomen: 52 Nederlandse schepen, makende met de 25 van het vorig vierendeeljaars (opm: kwartaal), een geheel van 78 Nederlandse schepen, sedert januari in die haven binnengekomen. Van deze 52 schepen, waarvan de meeste naar Galatz en Odessa bestemd waren, kwamen van Malaga 2, van Livorno 1, van Almeria 1, van Liverpool 4, van Harlingen 1, van Trohn 1 (opm: waarschijnlijk Troon, Schotland), van Barcelona 3, van Algiers 1, van Genua 5, van Londen 6, van Triëst 3, van Antwerpen 2, van Malta 3, van Civita Vecchia 1, van Amsterdam 3, van New-Castle 7, van Delfzijl 1, van Venetië 2, van Engeland 1, van Amsterdam en Messina 1, van Smyrna (opm: Izmir) 1, van Napels 2.
In ballast kwamen 27 schepen; de overige geladen met zout, steenkolen, stukgoederen, manufacturen, suiker, koffij, gedroogde vis en werktuigen.
Van deze schepen vertrokken er 10 met vrachten uit de Zwarte Zee naar Engeland, 4 naar Amsterdam en 1 naar Vlissingen, alle geladen met graan en maïs, uitgezonderd één hetwelk met gezouten varkensvlees geladen was.
Wegens het groot gebrek aan onbevrachte schepen, zijn de vrachtprijzen buitengemeen gestegen. Nederlandse bodems blijven voortdurend de voorkeur behouden van de vaart op Galatz. Aldaar en in de omstreken zijn de vrachten ook gestegen, zodat er laatstelijk tot 18¼ shilling per quarter (opm: ± 12,7 kg) naar Engeland geboden werd; van Odessa naar Groot-Brittannië biedt men 14 sh.6, van de zee van Azof 16 à 17 sh, van de Donau 18 à 18¼ sh, van Konstantinopel (opm: Istanbul) 12 sh, en bovendien nog 10 pct. van elke der gemelde plaatsen naar het vasteland. Men wenst dat de Nederlandse schepen van deze zo voordelige vrachten gebruik maken.


06 september 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Brouwershaven, 5 september. Gisterennacht is op de Ooster gestrand het Engelse brikschip WILLIAM, kapt. George Humphrey, van Drammen met een lading hout naar Penzance bestemd. De kapitein, diens vrouw en de overige bemanning hebben zich in de sloep gered en zijn daarmee bij de vuurtoren van Renesse geland, van waar zij hedenmorgen hier zijn gekomen. Een klein gedeelte touwwerk en een anker is geborgen; bij gunstig weer evenwel hoopt men het schip weer af te kunnen brengen of meer goederen te bergen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Dantzig (opm: Gdansk), 1 september. Het Nederlandse kofschip VRIENDSCHAP, kapt. De Boer, van St. Petersburg met zaad naar Zwolle bestemd, is hier lek binnengelopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Christiansand (opm: Kristiansand), 19/26 augustus. Het schip JOHANNA, kapt. Bakker, van Stettin (opm: Szczecin) naar Mistley, alhier met schade binnengelopen – zie ons nummer van de 21e augustus – heeft de reparatie volbracht en is gereed om de reis voort te zetten.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlaardingen, 5 september. Heden is op de werf van de scheepsbouwmeester L. van Dam de kiel gelegd voor een barkschip ter grootte van ongeveer 300 lasten, genaamd KONING EN VADERLAND, bestemd voor de grote vaart, voor rekening ener rederij onder directie van de heer H. Kikkert alhier.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Te Rotterdam ligt in lading naar Batavia voor goederen en passagiers, waartoe hetzelve uitmuntend is ingericht, het nieuw, extra op de zeilage gebouwd, gekoperd Nederlands barkschip JOAN MELCHIOR KEMPER, kapt. J.C. Schaaf, voerende een geëxamineerde scheepsdokter. Adres ten kantore van Kuyper, Van Dam & Smeer en Hudig & Blokhuyzen alhier, en Floris der Kinderen & Zoon en Koningh & Bert te Amsterdam. (opm: eerste reis)


07 september 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Schiedam, 6 september. Heden is op de werf De Lelie van de scheepsbouwmeester G. Lindeman alhier de kiel gelegd van een barkschip genaamd VREDE, groot circa 250 gemeten lasten, voor de heren IJzerman & Van der Drift te Vlaardingen en bestemd voor de grote vaart.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 6 september. Op de 5e september is aan de Kinderdijk op de scheepstimmerwerf van de heer F. Smit kiel en steven gericht voor een ijzeren barkschip, genaamd de MAAS, groot ca. 350 gemeten lasten, bestemd voor de grote vaart en gebouwd wordende voor rekening van de heren C. Balguerie & Co te Rotterdam.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 6 september. Gelijk men verwacht had, is de 2e september het stoomschip the QUEEN te Harlingen gearriveerd en reeds de 3e dezer voor het eerst uit die haven naar Londen vertrokken. Men roemt de goede inrichting van dit vaartuig, vooral tot vervoer van vee.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Groningen, 2 september. De 31e augustus is van de werf van de scheepsbouwmeester Van der Werff te Appingedam te water gelaten het schoenerschip ST. WILLEBRORDUS. groot 85 lasten, gebouwd voor rekening van de heer J.H. Rottinghuis te Delfzijl, zullende worden gevoerd door kapt. H.G. Boekhout.
Daarna is voor dezelfde rekening de kiel gelegd voor een schoenerbrik, groot ruim 100 lasten, zullende worden genaamd NIJVERHEID, te voeren door kapt. A. Metus.


  AH - Algemeen Handelsblad

Capelle a.d. IJssel, 6 september. Heden is alhier door de scheepsbouwmeester W.C. Hoogendijk op de thans weder opnieuw in werking gebrachte werf nabij het Kralingsche Veer de kiel gelegd voor het barkschip genaamd CORNELIA EN MARGARETHA, groot circa 300 gemeten last, zullende gevoerd worden door kapt. W.L. van der Dries, voor rekening ener rederij onder directie van de heer A.S. Smits te Lekkerkerk.


08 september 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Middelburg, 6 september. Heden zijn op de werf der Commercie Compagnie de stevens gericht van het barkschip MARIA, groot 180 lasten, voor een rederij onder het bestuur van de heer A.H.G. Fokker, en gevoerd zullende worden door kapt. E.N.F. Wulven.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Heden ontvingen wij tot ons aller droefheid het treurig bericht, dat op de 16e augustus j.l. te Saulina is overleden mijn geliefde zoon G. van Yperen, in leven gezagvoerder van het schoenerschip CECILIA.
Rotterdam, 7 september 1853, uit aller naam P. van Yperen


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlie, 5 september. Het schip SOPHIE, kapt. Langhinrichs, van Riga met hout naar Antwerpen, is bij de Noordvaarder in de buitengronden van Terschelling gestrand, doch het volk met veel moeite door de reddingsboot gered en op Terschelling aangebracht; de lading zal geborgen kunnen worden. (opm: dit is een te Rostock te huis behorend schip, zie LC 300953)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Deal, 4 september. Het Nederlandse schip GELDERLAND, kapt. Van Oosteroom, van Amsterdam naar Batavia, is alhier met verlies van anker en ketting binnengelopen, doch heeft, na daarvan opnieuw voorzien te zijn geworden, de reis onmiddellijk voortgezet.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Kroonstad (opm: Kronstjadt), 30 augustus. Het op heden alhier van Londen gearriveerde Nederlandse schip TWEE VRIENDEN, kapt. Faber, heeft de 27e dezer bij Fillsand (opm: niet gevonden) aan de grond gezeten en was genoodzaakt een gedeelte der lading overboord te werpen, teneinde vlot te geraken.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Lowestoft, 4 september. De Nederlandse schoener NOORDSTAR, kapt. Brouwer, van Archangel naar Rotterdam bestemd, is alhier lek binnengebracht, hebbende op het Lemon-Sand gestoten.


09 september 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Lowestoft, 5 september. Het alhier lek binnengelopen schip NOORDSTAR, kapt. Brouwer, – zie ons nommer van gisteren – is heden nagezien en zal de lading moeten lossen om te repareren.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 8 september. Het Nederlandse schip JAN HENDRIK, kapt. De Jonge, van Banjoewangie naar Amsterdam bestemd, hetwelk de 29e juni zwaar lek en met andere schade te Sheerness binnenliep – zie ons nommer van de 3e juli – doch aldaar, doordien de Admiraliteit, zoals bereids medegedeeld is, weigerde om het schip in het marinedok te laten repareren, de geleden schade niet geheel kon herstellen, is van die plaats naar Londen vertrokken, alwaar hetzelve de 5e dezer gearriveerd is om de reparatie te voltooien.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 8 september. Kapt. Stenger, van St. Petersburg in Texel binnen, rapporteert, de 28e augustus op 3 mijlen van Rooboesnoet (opm: waarschijnlijk wordt Rubjerg Knude bedoeld), in het Schagerak (opm: Skagerrak), gezien te hebben een Groninger kof, die door de bliksem de beide masten had verloren (opm: CONCORDIA, zie NRC 120953). Nadat kapt. Stenger enige tijd geseind had, waarop geen sein was teruggegeven, was de kof te Arendahl (opm: Arendal) binnengelopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 8 september. Heden is van de werf van de heer H. de Hoog te Delfshaven te water gelaten het barkschip JOHANNA, groot 250 lasten, gebouwd voor rekening van de heer T. van Holst aldaar. De bijzonderheid deed zich daarbij voor, dat het schip enigszins kenterde, waardoor de zich op het dek bevindende personen gedeeltelijk omver vielen en twee kinderen in het water geraakten, die echter onmiddellijk werden gered, terwijl men overigens geen ongelukken te betreuren had. Het schip herstelde zich van zelf van de kenterende beweging en kwam overigens met het beste gevolg te water, waarna onmiddellijk de kiel gelegd werd voor een schip van ongeveer 300 lasten, voor rekening van diezelfde reder. (AH 090953: dat genaamd zal worden ADMIRAAL DE RUYTER)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 8 september. Volgens particulier bericht uit Konstantinopel (opm: Istanbul) van de 22e der vorige maand, was er op de morgen van die dag aan boord van het aldaar liggende Nederlandse oorlogsstoomschip Zr.Ms. SOEMBING een ernstig ongeluk voorgevallen. Bij het opwinden namelijk van het anker had men de spil niet kunnen houden en waren ten gevolge daarvan twee mannen der equipage gedood en 7 anderen zwaar gewond. Deze gebeurtenis had een grote verslagenheid aan boord te weeg gebracht. Tegen het einde van dit jaar dacht men te repatriëren.


10 september 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 9 september. De 8e is aan de werf der Koninklijke Fabriek van Stoom- en Andere Werktuigen, van de heren Paul van Vlissingen en Dudok van Heel, te Amsterdam, in tegenwoordigheid van enige heren leden der directie van de Neder-Rijnsche stoomsleepvaart-maatschappij, gevestigd te Dusseldorp, met het beste gevolg te water gelaten het voor rekening dier maatschappij van ijzer gebouwde stoomsleepschip, genaamd DUSSELDORF No. 3. Deze remorqueur van doelmatige en hechte bouw zal voorzien worden van stoomwerktuigen van 300 paardenkracht en is de achtste sleepboot, welke op genoemde werf voor de Rijn is gebouwd.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Groningen, 9 september. Gisteren is alhier gearriveerd de schoenergaljoot ETTJE BERG, groot 70 last, kapt. H.R. Post, van Sappemeer, en aldaar gebouwd bij J.P. Berg.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Oude Pekela, 7 september. Volgens schrijven van kapt. K.J. Zeven, voerende de alhier te huis behorende kof CONCORDIA, met een lading delen van Nerva naar Bristol gedestineerd, was genoemde bodem de 27e augustus jl. onder de kust van Noorwegen door een hevig onweder overvallen. En terwijl de stuurman en drie matrozen op de topzeils-ra bezig waren het zeil vast te maken, werd onverwacht het vaartuig door de bliksem getroffen, tengevolge waarvan de beide masten werden verbrijzeld en met zeil en treil, genoemde manschappen meeslepende, overboord gingen. Het mocht echter gemelde schepelingen met inspanning van al hun krachten gelukken ongedeerd weder aan boord te klauteren. Men had vervolgens een gedeelte der overboord liggende tuigage geborgen en de rest weggekapt, waarna het gelukt was met een opgericht noodtuig de haven van Arendahl te bereiken, van waar de brief van de kapitein van de 29e augustus gedateerd is. (opm. zie NRC 09095 en 120953)


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Warffum, 7 september. Voor omstreeks veertien dagen is op het eiland Rottumeroog aangedreven een gedeelte van een zwart geverfd scheepsnaambord, met de naam TONKA, in het hout uitgesneden en verguld, terwijl er van tijd tot tijd ledige flessen komen aandrijven. Naar men verneemt zijn bovendien omstreeks dezelfde tijd op het eiland Borkum aangedreven onderscheidene bussen met eetwaren, waaronder een met kaas en vlees en een met nog bruikbare soep, voorts een pak zwaar papier, waarvan de houten banden aan de buitenzijde waren verbrand, een vette os en twee zwarte varkens.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. H.J. Rietveld, makelaar, zal op maandag de 5e oktober 1863, des avonds ten zes ure, in de Nieuwe Stads Herberg aan het IJ, ten overstaan van de notarissen G. Schimmel en mr. C.J. Diemont, aan de meestbiedende of hoogstmijnende in publieke veiling verkopen een extra ordinair welbezeild, gekoperd en kopervast barkschip, varende onder Nederlandse vlag, genaamd KONING WILLEM II, kapt. G. van Eijk Menkman, gebouwd in 1841, gemeten op 724 tonnen of 382 lasten, benevens deszelfs verder toebehoren, breder bij de inventaris te vermelden. Ter nadere informatie spreke men met bovengemelde makelaar of met de cargadoors Hoijman & Schuurman.


11 september 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Den Elshout, 10 september. Heden is op de werf van de scheepsbouwmeesters Gebr. Pot alhier de kiel gelegd van een campagne-barkschip, groot circa 400 lasten, genaamd BENJAMINA OCTAVIA, gebouwd voor rekening ener rederij onder directie van de heren M.M. van Dam & F. Fokkens.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Falmouth, 7 september. Het schip MARIA ELISABETH, kapt. Tjakkes, van Galatz alhier met verstopte pompen binnengelopen, is bezig om de lading te lossen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Heden overleed, na voorzien te zijn van de HH. Sacramenten der R.C. kerk in de ouderdom van 41 jaren mijn geliefde echtgenoot Matthias Josephus Witsch, in leven gezagvoerder van het Nederlandse barkschip HEILIGE LIDUINA, mij nalatende drie kinderen, te jong om hun verlies te beseffen.
Rotterdam, 8 september 1853, N.A. Witsch, geb. Höfer


12 september 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Oude Pekel A, 7 september. Volgens brief van kapt. K. Zeven, voerende de kof CONCORDIA, van Nerva naar Bristol, in dato Arendal, 29 augustus, was hij aldaar onder noodtuig binnengelopen, na de 27e dito op de kust van Noorwegen door de bliksem de beide masten verloren te hebben. (opm: zie NRC 090953)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Harlingen, 11 september. Nadat er reeds drie stoomschepen in de vaart van hier op Engeland gedurende deze zomer gebezigd werden, is daar in de loop dezer week nog een tweetal bijgekomen, namelijk the QUEEN en LION. Het eerst is een door aandeelhouders aangekochte Engelse stoomboot. Het laatste is zeer veel vergroot, en heeft gisteren de vaart van hier op Londen hervat.


13 september 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Plymouth, 10 september. Het te Rotterdam te huis behorende fregatschip SARA LYDIA, kapt. Van der Tak, van die plaats naar Java bestemd, is heden alhier met ingeslagen boeg en andere belangrijke schade binnengelopen. Het schip bekwam deze schade in de gepasseerde nacht door aanzeiling.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 12 september. Te Nieuw Lekkerland is de 10e dezer van de scheepstimmerwerf van de heren Gebr. Pot in het Elshout onder deze gemeente met het beste gevolg te water gelaten het barkschip genaamd MARIA ELISE, groot 400 lasten, gevoerd zullende worden door kapt. M. van der Putte, bestemd voor de grote vaart en gebouwd voor rekening van de heer James Barge te Amsterdam.
Onmiddellijk is daarna de kiel gelegd voor het campagne/barkschip BENJAMINA OCTAVIA, reeds in ons nommer van eergisteren gemeld.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Dardanellen, 30 augustus. De Nederlandse kof ANTINA (opm: galjoot, bouwjaar 1852; kapt. Jurriaan Abrahams Westers), kapt. Westers, van Galatz naar Falmouth bestemd, is bij Cumcale (opm: Kumkale) gestrand. (opm: zie NRC 150953 en 280953)


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Ulrum, 12 september 1853. Aangaande het schoenerschip de MARNE, kapt. J.M. Beukema, kan met zekerheid bericht worden, dat hetzelve jongstleden zaterdag, 's morgens 5 uur, de rede van de Zoutkamp, waar het 's avonds tevoren was aangekomen, verlaten heeft, en te 9 uur in zee gelopen is, gesleept door het stoomvaartuig de HUNZE, en gestuurd door de bouwmeester van hetzelve, den heer Kater, van Groningen, die met enige andere heren zich aan boord bevond, om met de stoomboot terug te keren. Het vaartuig zette hierop dadelijk met de beste gelegenheid koers naar Newcastle, om van daar de reis te vervolgen naar Odessa. Bij het in zee gaan was aan boord alles in orde en wel.


14 september 1853


  AH - Algemeen Handelsblad

Rotterdam, 12 september. Naar men verneemt, zal het barkschip NEDERLAND, aan de werf van de heren Visser in de Zalmhaven alhier gebouwd, aanstaande donderdag namiddag (opm: 15 september) worden te water gelaten.


  OP - Oostpost

Soerabaija, 9 september. Heden is alhier aangekomen van Grissee het Nederlands-Indische schip SEMOUW, kapt. Sech Oemar bin Osman Bahasoan, bevorens genaamd SATISFACTION.


15 september 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Dardanellen, 27 augustus. De Nederlandse kof ANTINA, kapt. J.A. Westers, van Galatz naar Queenstown bestemd, is de 23e dezer bij Coum-Kalé (opm: Kumkale; 39º59’ N.B. 26º10’ O.L.) gestrand. Schip en lading bevinden zich in slechte staat. Men is op dit ogenblik bezig om het schip zo mogelijk vlot te brengen. In ons nommer van de 13e dezer maakten wij hier reeds met een woord melding van. (opm: zie NRC 130953 en NRC 280953)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Malaga, 29 augustus. Het Nederlandse schip BEERTA SCHURINGA, kapt. De Vries, van Triëst naar Falmouth bestemd, is hier de 26e dezer wegens ziekte van de kapitein en diens zoon binnengelopen; beiden zijn sedert aan boord gestorven. Men heeft order gegeven, dat het schip de rede verlaten moest, en hetzelve zal hedenavond de reis voortzetten.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Elseneur (opm: Helsingör), 8 september. De alhier in averij binnengelopen Nederlandse kof ANNETTE, kapt. Singer, van Koningsbergen (opm: Kaliningrad) naar Hull bestemd – zie ons nommer van de 25e augustus – heeft de reparatie geëindigd, en is bezig de lading weder in te nemen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Elseneur (opm: Helsingör), 8 september. De Pruissische schoener HERMANN, kapt. Tode, zal de lading olie van het Nederlandse schip IMKE WILDERVANK, kapt. Pottjer, hetwelk op de reis van Triëst naar St. Petersburg bij Svanoer aan de grond heeft gezeten – zie ons nommer van de 25e augustus – overnemen en verder naar de bestemming vervoeren.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Australië. Naar Melbourne en Sydney N.Z.W. zal tegen de eerste oktober aanstaande direct van Amsterdam geëxpedieerd worden: het snelzeilend gekoperd tweedeks barkschip ALCYONE, kapt. H.C. Haacke, hebbende uitmuntende inrichtingen voor passagiers; en zal onmiddellijk daarna opgevolgd worden door: het nieuw gebouwd, gekoperd tweedeks barkschip BELLATRIX, kapt. A.P. Sandberg Jr, om in de aanvang van november geëxpedieerd te worden. Voor vracht en passage adres bij de cargadoors De Vries & Co, IJgracht, te Amsterdam.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Nieuwe Diep, 11 september. Terwijl de uitvoer naar Engeland met iedere dag levendiger wordt, vermenigvuldigen zich naar mate de middelen van vervoer. Bij de vier stoombooten, die thans geregeld deze haven aandoen, om vee in te nemen voor de Londense markt, heeft zich weder de buitengewoon vergrote stoomboot LION gevoegd, die uitsluitend voor het vervoer van vee is ingericht. Wij voegen hier nog bij, dat nu reeds op het eiland Texel aanzienlijke aankopen zijn bedongen van lammeren, die in het aanstaande voorjaar nog geboren moeten worden.


16 september 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Helder, 14 september. Heden morgen is op de Noorderhaaks gestrand de Franse brik JUSTIN, kapt. Gros, met stukgoederen van Havre naar St. Petersburg. De lading is met sloepen geborgen. Het schip zal weg zijn.


17 september 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 16 september. Het schip JUSTIN, kapt. Pons, van Havre naar St. Petersburg, op de Noorderhaaks gestrand – zie ons vorig nommer – zal weg zijn; een groot gedeelte der lading is geborgen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Cork, 12 september. Het alhier van Akyab gearriveerde Nederlandse barkschip HOOP VAN CAPELLE, kapt. Forbes Browning, is lek en lost de lading om te repareren.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. H.J. Rietveld, makelaar, zal op maandag de 10e oktober 1853, des avonds ten 6 ure, te Amsterdam in de Nieuwe Stads Herberg aan het IJ verkopen een extra ordinair welbezeild, kopervast en van een metalen huid voorzien barkschip, genaamd de EENDRAGT (opm: bouwjaar 1837), gevoerd door kapt. M. van Velthoven, volgens Nederlandse meetbrief lang 41 ellen 50 duimen, wijd 7 ellen 85 duimen, hol 5 ellen 48 duimen, en alzo gemeten op 793 tonnen of 420 lasten. Breder bij inventaris en bericht bij bovengemelde makelaar of bij de cargadoors De Groot Roelants & Co te Schiedam.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Deal, 13 september. Het Nederlandse barkschip HENDRIKA, kapt. Reiniersen, van Londen naar Port-Philip, is heden morgen op de hoogte van Dungeness in aanzeiling geweest met het Engelse schip SEA PARK, kapt. Spedding, van Calcutta naar Londen bestemd, tengevolge waarvan eerstgenoemde de fokkemast verloren en enige andere schade bekomen heeft; terwijl laatstgenoemde de kluiverboom verloor en schade aan de boeg bekwam. De HENDRIKA wordt door een stoomboot naar Sheerness gesleept, om aldaar te repareren. (opm: zie NRC 180953 en 190953)


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Amsterdamsche Stoomboot-Maatschappij. De directie maakt bij deze bekend, dat in de algemene vergadering van deelhebbers, op heden gehouden, de uitdeling over het jaar 1852 is bepaald op 25 gulden per aandeel, welk bedrag, tegen intrekking der bij de aandelen gevoegde 8e coupon, ontvangbaar zal zijn vanaf maandag de 19e dezer ten kantore van de heren kassiers Di Gazar, Franken & Co. alhier.
Amsterdam, 15 september 1853, de directeur der voornoemde maatschappij, Paul van Vlissingen


 PGC - Provinciale Groninger Courant

De 3e dezer is te Calmar gestrand het schip MARGARETHA, kapt. Boomgaard, komende van Riga met lijnzaad en bestemd naar Groningen; de lading zal wel geborgen, maar het schip waarschijnlijk afgekeurd worden. (opm: zie NRC 180953)


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Het schip ANTINA, kapt. Westers, van Galatz naar Falmouth, bij Cumcale gestrand, heeft, volgens bericht van de Dardanellen d.d. 27 augustus, zware schade aan de bodem en aan de lading bekomen. Men was bezig het schip in vlot water te brengen.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Het schip ANNETTE, kapt. Slinger, van Koningsbergen naar Hull, te Elseneur met schade binnengelopen; heeft, volgens bericht van daar d.d. 8 september, de reparatie volbracht en was bezig de lading weder in te nemen.


18 september 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Sheerness, 14 september. Heden is alhier met verlies van fokkemast binnengebracht het te Rotterdam te huis behorende barkschip HENDRIKA, kapt. Reiniersen, van Londen naar Port-Philip bestemd, zie ons nommer van gisteren.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 18 september. Wij vernemen, dat kapt. W.J. Nepperus, voerende het Nederlandse galjootschip ANTHONY, van Dordrecht, dat de 5e dezer van deszelfs reis naar Galatz in de haven van Falmouth aangekomen is, op de 10e augustus, omtrent 8 mijlen van het eiland Majorca, een open boot ontdekte, die de manschappen van eerstgemeld schip verdacht voorkwam, en welke naar hen koers richtte. Naderbij gekomen, ontdekten zij, dat de boot vol mensen was, van welk een groot gedeelte zich in het benedenste gedeelte voor het oog trachtte te verbergen, terwijl zij de Spaanse vlag hesen. Kapt. Nepperus, geen twijfel koesterende nopens de gezindheid der bemanning, stelde zich terstond in staat van tegenweer en voorzag zijn bemanning, uit acht personen bestaande, met geladen musketten. Gelukkig wakkerde de wind, die tot dusverre hem gunstig was geweest, nog meerder aan, zodat het galjootschip op een behoorlijke afstand van de boot der zeerovers geraakte, die ondertussen alle middelen in het werk stelden om het schip in te halen, doch, deze pogingen ziende mislukken, afdropen. Het is opmerkelijk, dat dit hetzelfde schip ANTHONY is, dat voor omstreeks drie maanden door Griekse zeerovers in de Archipel geplunderd was geworden, bij welke gelegenheid kapt. Nepperus door de zeerovers, die onverwachts in zijn hut binnendrongen, in zijn manmoedige verdediging ernstig gewond werd (opm: NRC 040553).


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 15 september. Het schip JAN HENDRIK, kapt. De Jong, van Banjoewangie naar Amsterdam, alhier met schade binnengebracht – zie ons nommer van de 9e dezer – is in het dok gehaald, doch nog niet nagezien. Voorlopig is bevonden dat het ontzet is en dat enige buikstukken gebroken zijn.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Kroonstad (opm: Kronstjadt), 8 september. Het Nederlandse schip JANTINA, kapt. De Vries, van Malaga, laatst van Liverpool op hier bestemd, is gisteren avond bij het naar binnen zeilen bij Cronslott aan de grond geraakt en daar het schip zonder lichten niet vlot is te brengen, zo heeft men een schuit derwaarts gezonden, waarin een gedeelte der lading zal worden overgenomen. (opm: zie NRC 220953)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Calmar, 5 september. De Nederlandse kof MARGARETHA, kapt. Boomgaard (opm: MAGRIETA, bouwjaar 1836, kapt. Teunis Boomgaard), met een lading lijnzaad van St. Petersburg naar Groningen bestemd, is in de nacht van de 3e dezer, op de Z.O. kust van Orland (opm: Oland) gestrand. Het scheepsvolk is gered en de lading wordt gedeeltelijk beschadigd geborgen. Omtrent de toestand van het schip ontbreken nog nadere bijzonderheden. (opm: het schip moet verloren zijn gegaan)


19 september 1853


  RC - Rotterdamsche Courant

Het schip HENRIETTE, kapt. Van der Veen, van Cardiff naar Panama, is den 19 juli, en de IMMAGONDA SARA CLASINA (opm: fregat), kapitein J. Snoek, van Amsterdam naar Californië, den 2 augustus te Rio de Janeiro binnengelopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 18 september. Gisteren namiddag ten 1½ ure is van de werf Casimirus van de scheepsbouwmeester Cs. de Graaf op de Hoogte van de Kadijk met het beste gevolg te water gelaten het brikschip QUIRINA EN ANNA, gebouwd voor rekening van Aberson & van Leeuwen, groot ongeveer 160 lasten, zullende gevoerd worden door kapt. J.W. Bechtold.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Sheerness, 15 september. Zoals bereids medegedeeld werd, is alhier met averij wegens aanzeiling binnengebracht het Nederlandse barkschip HENDRIKA, kapt. Reiniersen, van Londen met een lading stukgoederen en 26 passagiers (landverhuizers) naar Melbourne bestemd. Omtrent de nadere bijzonderheden van dit ongeluk vernemen wij van kapt. Reiniersen het volgende. De HENDRIKA bevond zich in de nacht van de 13e dezer tussen 12 en 1 uur, met een zuidelijke wind scherp bij de wind (met killende zeilen) zeilende, op de hoogte van Dungeness, hebbende het vuur van die plaats in peiling N.W. tot N. en het vuur van kaap Griznes (opm: Gris Nez) O.Z.O. en werd aldaar op dat tijdstip aaangezeild door het schip SEA PARK van Ceylon naar Londen bestemd. De SEA PARK liep de HENDRIKA in de stuurboordzijde, tussen de kraanbalk en het fokkewant, tengevolge waarvan laatstgenoemde de fokkemast en grote steng verloor en door het anker van de SEA PARK belangrijke schade in de zijde bekwam. Het beeld van eerstgenoemde bodem, de reiziger Mungo Park voorstellende, werd aan boord van de HENDRIKA gevonden, zomede een gedeelte van het staand- en lopend tuig der boegspriet en kluiverboom, hetwelk gekapt was om de schepen vrij van elkander te krijgen. De mast en het overig tuig, hetwelk van de HENDRIKA overboord lag, was men genoodzaakt weg te kappen, om te voorkomen, dat hierdoor verdere schade aan het schip werd toegebracht. De schade, aan de zijde van de HENDRIKA toegebracht, die zo spoedig mogelijk nader zal onderzocht worden, is boven het koper; het schip is goed dicht gebleven.


20 september 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 25 juli. Van scheepsvrachten is het volgende te melden. De Nederlandse schepen WILLEM III en NAGASAKI bedongen suiker voor NLG 100, arak NLG 125, tabak en rijst NLG 85, alles zonder meer, zo hier als op de kust te laden. Het Engelse schip CANDAHAR, werd genomen voor Engeland à GBP 3.15, voor suiker op de kust te laden. Het Bremer schip BALTIMORE, voor Amsterdam voor suiker GBP 3.15, huiden GBP 4, arak GBP 4.10 en tabak GBP 8.10, hier en te Soerabaya te laden, terwijl op laatstgenoemde plaats het Engelse schip JOHN RIPON voor Amsterdam werd genomen à GBP 4 voor suiker, GBP 4.10 koffij, GPB 5 huiden en GBP 8.10 tabak. Het Engelse schip CHANDINAGOW, weigerde GBP 3.15 voor een lading suiker en vertrok naar Calcutta, terwijl de Russische en Hamburger schepen TRITON en MARIA CHRISTINA waarschijnlijk door de agenten zullen worden beladen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 19 september. Het schip IMMAGONDA SARA CLASINA, kapt. Snoek, van hier naar Californië, te Rio de Janeiro binnengelopen, had, volgens brief van daar van de 13e augustus, de masten gebroken, stengen en ra’s verloren en meer andere schade bekomen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Het schip HENRIETTE, Van der Veen, van Cardiff naar Panama, te Rio de Janeiro binnengelopen, was 24 januari van Cardiff vertrokken en reeds op de hoogte van Kaap Hoorn aangekomen, van waar hij teruggestormd was; schip en tuig hebben veel geleden en zou moeten lossen om nagezien te worden. (opm: zie RC 190353, PGC 220953, NRC 171053 en 201053)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Shoreham, 16 september. Het alhier binnengelopen schip HENRIETTE JELTINA, kapt. Hohnfeldt, van Mazagan (opm: El Jadida, Marokko) naar Londen bestemd, is lek, heeft anker en ketting verloren en nog enige andere averij bekomen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Portsmouth, 16 september. Het schip JOHANNA MARGARETHA, kapt. Hubert, van Triëst naar Hamburg bestemd, is alhier, wegens gebrek aan provisie binnengelopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

(Geen plaats of datum) Te Krimpen aan den IJssel is de 4e september op de werf van de scheepsbouwmeester J. Otto de kiel gelegd voor een campagne-brikschip genaamd ALIDA EN HENRIETTE, groot 160 gemeten lasten, voor rekening van de heren Spekman & Hurrelbrink te Amsterdam, bestemd voor de grote vaart.


21 september 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Naar Batavia voor passagiers het tot de overtocht uitmuntend ingerichte, nieuw gebouwd en gekoperd campagne-barkschip WAALSTROOM, kapt. J.C. Wijnmalen, om van Amsterdam te vertrekken in de loop van de maand oktober. Te bevragen voor nadere informatiën bij Oolgaardt & Bruinier, cargadoors te Amsterdam. (opm: de WAALSTROOM, kapt. Wijnmalen, is de 12e november van Texel uitgezeild naar Batavia, de eerste reis)


  AH - Algemeen Handelsblad

Verkoping van schepen op maandag 19 september in de Nieuwe Stads Herberg aan het IJ:
het ijzeren stoomsleepschip STAD AMSTERDAM, gebruikt in de vaart tussen Gouda en Antwerpen, in 1849 gebouwd: NLG 14.900, in slag NLG 100, opgehouden.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Uit de hand te koop een in dit jaar te Groningen nieuw uitgehaald galjootschip, volgens Nederlandse meetbrief gemeten 112 tonnen of 59 lasten. Nadere informatiën te verkrijgen bij de cargadoors Blikman & Co.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Het ijzeren stoomsleepschip STAD AMSTERDAM, in de veiling van de 19e september opgehouden zijnde, blijft uit de hand te koop. Te bevragen bij de makelaars Roland Holst, brieven franco.


  JB - Javabode

Te Batavia ligt in lading naar Singapore het Engelse schip GLENDARACH, kapt. Said Alsegaf. (opm: zie JB 130853, mogelijk dus gekocht door een reder te Singapore en onder Engelse vlag gebleven; volgens JB 051053 op 2 oktober als Engels schip GLENDARACH onder kapt. Said Alsegaf naar Singapore vertrokken)


  OP - Oostpost

De Nederlands-Indische bark BALGIS, kapt. Said Hassan bin Alie bin Segaf, die de 6e dezer de rede alhier (van Soerabaija) verlaten heeft om zich naar Amboina te begeven, is de 19e dezer alhier weder teruggekomen. Een in Straat Bali zwaar gewoed hebbende orkaan heeft die bodem zwaar geteisterd en lek gemaakt, zodat het voortzetten der reis ongeraden werd geoordeeld.


  OP - Oostpost

Soerabaija, 13 september. Heden is alhier aangekomen van Batavia het Nederlandse schip BANCA, kapt. P.J. van Kampen, bevorens genaamd de VRIENDEN. (opm: bark, zie JB 010653 en JB 100853)


22 september 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Falmouth, 18 september. Het alhier binnengelopen Nederlandse schip (opm: schoener) JULIA, kapt. E. Gust, van Rio Grande naar Bristol bestemd, heeft gedurende de reis op een klip gestoten en dientengevolge een lek bekomen. Hetzelve is op het droge gebracht, om de schade te onderzoeken (opm: zie PGC 240953). (NB. Ons vorig bericht als of dit schip naar zijn bestemming zou vertrokken zijn, was abusief).


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Kroonstad, 12 september. Het schip JANTINA, kapt. De Vries, van Malaga op hier bestemd, hetwelk bij Cronslott aan de grond geraakt was – zie ons nommer van de 18e dezer – is, na een gedeelte der lading gelost te hebben, zonder schade vlot gekomen en naar St. Petersburg opgezeild.


  AH - Algemeen Handelsblad

Harlingen, 20 september. Een werkman, bezig op de voormalige Groenlandsvaarder SPITSBERGEN, nu TRITON genoemd, is heden in het ruim gevallen en heeft, behalve belangrijke verwonding ook nog een voet gebroken.


  DC - Dordtsche Courant

Dordrecht, 21 september. Door de Nederlandsche Handel-Maatschappij zijn bevracht geworden de navolgende drie schepen, als:
Voor Amsterdam: AZIA, kapt. C. Abrahamse Jr.; WAALSTROOM, kapt. J.O. Wynmalen.
Voor Rotterdam: GENERAAL BARON VAN GEEN, kapt. G. Rotgans, van Dordrecht.

PGC 220953
Groningen, 21 september. Gisteren arriveerde alhier de nieuwgebouwde schoenergaljoot ANNA ELIZABETH, groot 121 ton, kapt. W. de Jonge, van Groningen, gebouwd bij de werf van H. Bieze te Veendam.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Het schip HENRIETTE (opm: bark, rederij Bunge), kapt. J.M. van der Veen, van Cardiff naar Panama, te Rio de Janeiro binnengelopen, had, volgens brief van daar van de 13e augustus de masten gebroken, stengen en ra's verloren en meer andere schade bekomen. (opm. zie NRC 200953; 171053 en 201053)


23 september 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 23 september. Aangaande de Nederlandse schepen JAN HENDRIK, kapt. De Jong, en HENDRIKA, kapt. Reiniersen, beiden, zoals vroeger gemeld, in averij te Londen binnengebracht, meldt men in de 21e dezer van daar, dat zij in het dok gehaald waren om te repareren en dat de schade van de JAN HENDRIK, welke laatstleden maandag de 19e dezer bij herhaling onderzocht is, blijkt zeer belangrijk te zijn. De HENDRIKA is goed dicht gebleven en heeft aan de romp alleen maar schade boven het koper; bereids was men bezig de tussendekslading te lossen en alles in het werk te stellen, om de averij zo spoedig mogelijk te herstellen; de passagiers zouden aan boord blijven. De SEA PARK, welke met de HENDRIKA in aanzeiling is geweest, was mede aldaar aangekomen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Plymouth, 12 september. Het alhier op de 12 j.l. van Ismael (opm: Bela Vista, Mozambique) gearriveerde schip HELENA, kapt. v.d. Velde, moet lossen om een lek te stoppen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Shields, 20 september. Het Nederlandse schip (opm: schoener, haar eerste reis) ZORG EN VLIJT, kapt. J.B. Mulder, van Groningen, heeft gisteren bij het inkomen der haven, door aanzeiling de kluiverboom verloren en meer andere schade bekomen.


  LC - Leeuwarder Courant

Nieuwediep, 18 september. Naar wij vernemen heeft de stoomboot TEXEL, die tweemaal ’s weeks naar Harlingen vaart en terug, gisteren op een uur afstands van laatstgenoemde plaats, ten gevolge van het springen der ketel, de dienst niet kunnen voortzetten en zijn alzo de reizigers, ook zij, die te Texel op de aankomst der boot wachtten, onaangenaam teleurgesteld. Van ongelukken is hier nog niets vernomen. Wenselijk ware het intussen, dat de bedoelde boot, die ieder ogenblik ten gevolge van defecten aan de machines de dienst moet staken, als wanneer die dienst door postschuiten moet worden verricht, een herkeuring mocht ondergaan.


  LC - Leeuwarder Courant

Leeuwarden, 22 september. Naar men verneemt, circuleert bij de handel een adres (opm: verzoekschrift) aan de minister van finantiën, hetwelk bereids door de voornaamste reders en handelaren van Amsterdam en Rotterdam getekend is, met het verzoek dat ter opheffing van een drukkend bezwaar voor handel en nijverheid door de regering zal worden besloten tot afschaffing van het last- of tonnegeld.


24 september 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Groningen, 21 september. De scheepsbouw geniet in dit gewest een ongemeen vertier. Op de ruim 80 scheepstimmerwerven wordt overal even druk gearbeid, ook voor elders gevestigde rederijen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

(Geen plaats of datum) Op 23 september is op de werf Hollandia van de scheepsbouwmees- ters Blok & Matthijsen (opm: te Amsterdam) de kiel gelegd voor een fregatschip (opm: bark ZAANSTROOM), groot plm. 400 lasten, voor rekening ener rederij onder directie van de heer M.C. Lapidoth aldaar, hetwelk gevoerd zal worden door kapt. J.A. Spijkman.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Naar Batavia voor passagiers het tot de overtocht uitmuntend ingerichte nieuw gebouwd en gekoperd campagne-barkschip WAALSTROOM, kapt. J.O. Wijnmalen, om van Amsterdam te vertrekken in de loop der maand oktober. Te bevragen voor nadere informatiën bij Oolgaardt & Bruinier, cargadoors alhier.


  AH - Algemeen Handelsblad

Vlissingen, 21 september. In de vorige week is Zr.Ms. alhier op stapel staande stoomschroefkorvet BORNEO verdoopt geworden, en heeft zij de naam ontvangen van PRINSES AMELIA.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Groningen, 23 september. Heden namiddag is met goed gevolg van stapel gelopen het op de Buitenwerf alhier, toebehorende aan de heer E.M. Meursing, scheepsbouwmeester te Hoogezand, nieuw gebouwd, gekoperd schoenerbrikschip VOORWAARTS, groot 178 gemeten tonnen, bevelhebber kapt. H. Bonder, van Amsterdam, gebouwd voor rekening van den heer Aug. Kerstiens te Amsterdam.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Het schip JULIA, kapt. Gust, van Rio Grande naar Bristol, te Falmouth om order binnengekomen, heeft op de reis gestoten. Genoemd schip is volgens bericht van Falmouth d.d. 18 september op het droge gehaald, nagezien en is bevonden, dat het met de vloed vijf voet water in het ruim heeft. (opm. zie NRC 220953)


  JB - Javabode

Advertentie. Vendutie van een schip. Op een nader te bepalen dag in het begin der volgende maand zal door de ondergetekenden zonder reserve op publieke vendutie verkocht worden voor rekening van wie zulks zoude mogen aangaan het Nederlandse barkschip CHRISTOPHORUS COLUMBUS, metende 596 tonnen, met deszelfs masten, rondhouten, zeilen, ankers, kettingen en verdere inventaris, chonometer, restant provisiën, enz.
John Pryce & Co. (opm: zie JB 030853, AH 011053, NRC 161153 en JB 280154)


  JB - Javabode

Men meldt van Soerabaija: Naar wij vernemen is op de hoogte van Banjoewangie gestrand de Balische brik SIEWA, toebehorende aan de heer Lange te Bali. Het vaartuig is totaal verloren.


27 september 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 26 september. Aangaande het schip MAASNYMPH, kapt. C. van der Steen (opm: bark, bouwjaar 1841; kapt. C. van der Burg), de 5e december (opm: 1852) van Tjilatjap naar Rotterdam vertrokken, heeft men sedert niets vernomen.


  DC - Dordtsche Courant

Dordrecht, 26 september. Naar men verneemt zal er door de heer J. van Leeuwen te Delft een stoombootdienst in werking worden gebracht van Rotterdam op ’s Gravenhage vice versa, waartoe door hem aan Z.M. de vergunning is gevraagd de boot te mogen noemen WILLEM III. Deze boot moet reeds bijna voltooid zijn.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Het schip JAN HENDRIK, kapt. De Jong, te Scheerness met schade binnengelopen, is de 19e september te Londen nagezien en bevonden, dat onderscheidene buikstukken gebroken en de spanten ontzet waren, die vernieuwd moeten worden. (opm. zie NRC 230953)


28 september 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Dardanellen, 3 september. Het schip ANTINA, kapt. Westers, van Galatz naar Falmouth, bij Cumcale (opm: Kumkale) gestrand – zie ons nommer van 15 september – is wrak en zal verkocht worden. Een gedeelte der lading en van de inventaris is geborgen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 27 september. Volgens bericht van Brouwershaven is gisterenavond op de Ooster een schip gebleven, waarvan nu niets meer te zien is. (opm: zie NRC 300953)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 27 september. Het Engelse stoomschip CAMERTON, kapt. Cross, van Hull op deze plaats bestemd, is in de afgelopen nacht door het hevige stormweer nabij het eiland Schouwen gezonken. Een gedeelte van het volk heeft zich in één der boten gered en is door het Engelse stoomschip NATAL, kapt. Wintle, waarmede wij dit bericht ontvangen, op de hoogte van Goeree opgevist. Het andere gedeelte heeft zich in een andere boot van boord begeven, doch omtrent het lot van dit vaartuig is nog niets bekend.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 27 september. Op het Goereese strand zit een kof met steenkolen beladen; de bemanning is gered; verdere bijzonderheden zijn nog onbekend. (opm: JOHANNA MARIA, zie NRC 290353 en )


  AH - Algemeen Handelsblad

Verkoping van schepen op maandag 26 september in de Nieuwe Stads Herberg aan het IJ: een welbezeild schoener-brikschip MARGARETHA EN MARIA, kapt. D. van Kettwich: NLG 25.800, in slag NLG 1.600, koper C. Ament (opm: een makelaar namens de firma Van Heukelom & Vollenhoven, Amsterdam; de scheepsnaam werd MINA en kapitein P.W. de Vries)


  OP - Oostpost

Advertentie. Landraad. Op de 17e oktober 1853 zal te Grissee publiek worden verkocht op verzoek van A. Lindeman, de schoener de ARK, weleer de Gouvernements-schoener ALCINOË, later genaamd FATHOOL MOEBIEN, lang 22,8, wijd 5,8 en hol 2,3 Nederlandse ellen, hebbende een dek en twee masten, met de inventaris en staande ten name van vermelde heer A. Lindeman.
Informatiën bij de waarnemend griffier J. Hageman J.Czn.


  OP - Oostpost

Het communicatiejacht van het fort Erfprins is verkocht en verdoopt in PAULINA, en de 21e dezer van Soerabaija naar Sumanap vertrokken, gevoerd wordende door kapt. Pa Gantima.


29 september 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 28 september. Gisteren is op het Goereese strand verongelukt de kof JOHANNA MARIA, kapt. Ringerling (opm: bouwjaar 1836; kapt. Lodewijk Fokkes Ringeling zie ook NRC 280953), van Middlesborough met een lading steenkolen naar Galatz bestemd; de equipage is gered. (Zijnde dit het schip gisteren gemeld.)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 28 september. De tweede boot, welke met een gedeelte van de equipage van het Engelse stoomschip CAMERTON die bodem in een zinkende staat verliet en omtrent welks lot men nog in onzekerheid verkeerde – zie ons nummer van gisteren – is behouden aan de Goeree geland. Bij het vergaan van bovengenoemde stoomboot hebben 5 man (de kapitein en 4 matrozen) het leven verloren. (opm: zie ook NRC 300953 en NRC 071053)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 28 september. Onder Oostvoorne, werd nabij Zeeburg (Brielle), op het strand geworpen het kofschip REGINA ELISABETH, hetwelk ongeladen in de mond der Maas voor anker lag. Hoewel de schade aan het schip niet groot kan zijn, zal het veel moeite kosten hetzelve weer vlot te krijgen, als zijnde het door de hoge zee tot aan het duin geslagen. Door het hoog opgestuwde water was Brielle gedeeltelijk overstroomd.
Wijders heeft de storm belangrijke zeerampen veroorzaakt. In de Eijerlandse gronden zijn twee schepen gestrand en geheel omver geslagen; ook zijn aldaar twee lijken op strand gevonden en een menigte suikerkisten en scheepshout aangespoeld. Achter De Koog was een bark gestrand, waarvan men de equipage, die in het want zat, heeft trachten te redden. Verder was aldaar nog gestrand de Deense schoener VICTORIA, kapt. Wohbyr, waarvan de equipage zich in boten had gered.
De meeste schepen, die te Nieuwe Diep zijn binnen gekomen, hebben belangrijke zeeschade belopen en het verlies van enige hunner equipage te betreuren.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Brielle, 25 september. De voor posttijd naar zee gemelde schepen zijn allen wel in zee gekomen, uitgezonderd REGINA ELISABETH, HELENA THECLA en ODINA CHRISTINA, welke in de Put ten anker zijn gekomen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Brielle, 26 september. Van de gisteren na posttijd als in de Put ten anker gemelde schepen, zijn door de hevige storm bij Zeeburg op het strand gezet REGINA ELISABETH en de HELENA THECLA, terwijl de ODINA CHRISTINA, Den Briel gepasseerd en, na op de Nol een anker veloren te hebben, verder opgezeild is.
Van de op het strand zittende schepen is nog niets met zekerheid te melden, doch waarschijnlijk zijn geen mensenlevens daarbij te betreuren.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Brielle, 27 september. De REGINA ELISABETH zit nog bij Zeeburg aan het strand, men zal trachten het vaartuig er af te brengen, alles wel aan boord. De HELENA THECLA is op de rede ten anker gekomen, mede alles wel aan boord.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 28 september. Volgens een alhier op heden ontvangen particulier bericht is het barkschip ARLEQUIN, kapt. Malbrone (opm: C.A. Malbranc), van deze plaats naar Londen bestemd, gisteren in de Noordzee bij de hoek van Holland gezien; dezelve had het voortuig verloren en zette koers naar Texel.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 28 september. Het schip DE GEZUSTERS, kapt. De Vries, heeft de 27e dezer onder Stavoren beide ankers en kettingen verloren en is alhier uit zee teruggekomen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 28 september. De Deense schoener VICTORIA, kapt. Woller, van Antwerpen met dakpannen naar Wismar, is de 27e dezer achter De Koog gestrand, doch het volk gered. Men hoopte de tuigage te bergen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 28 september. Volgens een brief van Texel van de 27e dezer, was achter De Koog gestrand een vermoedelijk Pruissische bark, de naam onbekend. Men zou trachten het volk, dat zich in het want bevond, te redden. Achter de Wester lag het ondersteboven op strand een schoener, en in de Eijerlandse gronden, mede het ondersteboven, een schip, van beide de namen onbekend. Twee lijken, een mannelijk en een vrouwelijk, benevens enige ledige Havana suikerkisten, waarvan sommige gemerkt D.S.-Q-No. 883, waren op strand aangedreven.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Wijk aan Zee, 27 september. Heden morgen kwam een uur bezuiden deze plaats een boot aan met zes man, zijnde de equipage van het schoenerschip DART, kapt. Geo. Deward, van Liverpool met traan naar Rotterdam bestemd. Ook de Goereese loods P. van der Hoeven bevond zich onder die equipage en mocht het wel aan zijn beleid worden toeschreven, dat genoemde equipage met Gods hulp behouden is, niettegenstaande het grote levensgevaar, waaraan zij zo lange tijd zijn blootgesteld geweest. (opm: zie NRC 021053 en 051053)
Ook is alhier gestrand het barkschip LOUISA, kapt. Friedrich Suchsdorff, van Cadix (opm: Cadiz) naar Loviisa in Finland, met zout en wijn. Van de equipage, bestaande uit 14 man, zijn door de Wijk aan Zeese reddingsboot in twee verschillende hoogstgevaarlijke tochten 5 man gered; de overige manschappen waren reeds vroeger verongelukt. (opm: zie NRC 021053)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlissingen, 26 september. De alhier gearriveerde Belgische brik PROPHETE, kapt. Van den Kerckhove, van Cadix (opm: Cadiz) naar Gend bestemd, is van de ankers geslagen en tot voor de haven van Ellewoutsdijk gedreven. De equipage heeft het schip verlaten, doch men hoopt hetzelve nog te behouden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Norden, 24 september. Volgens een bericht van Grootzijl (opm: Greetsiel), is het schip ADRIANA, kapt. De Groot, van Bremen met stukgoederen naar Amsterdam bestemd, aldaar gisteren met averij binnengebracht. Hoe groot de schade is, kan nog niet gemeld worden. Een gedeelte der lading is bereids gelost. (opm: zie NRC 091053)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 28 september. Ook heden ontvangen wij nog berichten over ongelukken, door de storm van de 26e veroorzaakt. Zo zijn tussen Egmond en Kamperduin gestrand de schepen BRUNSWIJK, kapt. Peil, met spoorstaven van Cardiff naar Hamburg, waarvan de lading wordt geborgen, en een Russische bark, kapt. E…., van St. Ubes (opm: Setubal) met zout, welk schip geheel uit elkander is geslagen. De equipage van beide schepen is gered.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Naar Batavia en Samarang ligt in lading om tegen medio oktober te vertrekken het nieuw gebouwd, gekoperd Nederlands brikschip WILDEMAN, kapt. S. Berkelbach van der Sprenckel, hebbende bijzonder ruime en luchtige vertrekken voor de overvoer van passagiers. Adres bij de cargadoors Hoyman & Schuurman te Amsterdam. (opm: de WILDEMAN is op 2 november van Texel uitgezeild op deze eerste reis)


30 september 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 29 september. Directeuren der hier ter stede gevestigde Zuid-Hollandsche Maatschappij tot Redding van Schipbreukelingen, hebben in hun vergadering van heden besloten te doen uitreiken aan: W.W. Wintle, kapitein op de Engelse ijzeren schroefstoomboot NATAL, de grote zilveren medaille, voor in de vroege morgen van de 27e dezer op zijn reis van Londen herwaarts bijstand te verlenen aan een gedeelte der passagiers en equipage van de in de vorige avond op de hoogte van Schouwen bij stormweer en buitengewoon hooglopende zee gezonken ijzeren schroefstoomboot CAMERTON, komende van Hull, bestemd naar deze stad, welke personen zich in de sloep bevonden, hun aan zijn boord over te nemen, in hun deerniswaardige toestand te voorzien en veilig hier in de stad te brengen; aan George Mortier, eerste stuurman op gemelde stoomboot CAMERTON, de zilveren medaille voor zijn verleende hulp en bijstand aan de passagiers bij het zinken van gemeld schip en hen met zeemansbeleid in hun sloep te voeren aan boord van de NATAL; benevens aan ieder een loffelijk getuigschrift, waarin de edele daad is vermeld. (opm: zie NRC 280953 en 290953)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 29 september. De 27e dezer, is te Zandvoort aangespoeld, een brieventas, afkomstig van het schoenerschip CERES, gevoerd geweest door kapt. Moldt, van Sonderburg (opm: Sonderby) met een lading tarwe naar Grimsby gedestineerd, waarschijnlijk alhier in de nabijheid verongelukt.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 29 september. Tussen Egmond en Kamperduin, is de 27e dezer verongelukt het schip BRUNSWICK, kapt. Peel, van Cardiff met spoorstaven naar Hamburg, en een Russische bark, van St. Ubes (opm: Setubal) met zout. Van beiden is het volk gered en van eerstgemeld schip wordt de lading geborgen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Egmond aan Zee, 26 september. Hedenavond is een fregatschip, met de N.W. storm, dwars van Egmond onder de wal ten anker liggende, van voor zijn ankers weggeslagen, en aan het drijven geraakt; assistentie is van hier derwaarts afgezonden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Texel, 28 september. Het barkschip ARLEQUIN, kapt. Malbrone (opm: Malbranc), van Rotterdam naar Londen bestemd, is alhier met onklare pompen, verlies van ankers, kettingen, zeilen, stengen en ra’s en met meer andere zeeschade binnengelopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Texel, 28 september. De schepen JOHANNES HERMANUS, kapt. Wijgers, van Suriname en HINDE, kapt. Brown, van Shields, alhier gearriveerd, hebben beide de zeilen verloren en meer andere schade bekomen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Brouwershaven, 28 september. Heden is alhier onder meerdere wrakstukken aan komen drijven de spiegel van een schip, waarop geschilderd staat R.B. - William of Exeter; alsmede een matrozenkist met de naam Edward Crover – Mariner – Ilfracombe.
Eén en ander is hoogst vermoedelijk afkomstig van het schip, dat maandag j.l. op de Ooster verongelukt is, zie ons nommer van de 28e september.


  AH - Algemeen Handelsblad

Batavia, 6 augustus. De 20e juli, te 9¼ ure des voormiddags, is te Soerabaija met het beste gevolg van de helling op ’s Lands werf Zr.Ms. ijzeren stoomschip ADMIRAAL VAN KINSBERGEN te water gelopen.


  AH - Algemeen Handelsblad

Rotterdam, 28 september. Heden namiddag omstreeks half vijf ure is alhier geretourneerd de schroefstoomboot FIJENOORD, kapt. H. Rolfe, I.l. zondagmorgen van hier naar Londen vertrokken. Nauwelijks in zee zijnde, overviel haar de storm en heeft de boot tegen dat weer tot heden morgen gekampt, zonder haar bestemming te kunnen bereiken; afmatting van de vermoeienissen en inspanning gedurende al die tijd en gebrek aan kolen, heeft doen besluiten terug te keren. Het schip heeft betrekkelijk weinig schade bekomen, maar tuigage en de sloepen hebben veel geleden.


  LC - Leeuwarder Courant

Harlingen, 27 september. Door de stoomboot FLEVO, welke de reis van Amsterdam naar hier binnen de vijf uren heeft afgelegd, ontvangen wij de verblijdende tijding, dat de stoomboot HARLINGEN, gisteren van hier met 120 militairen en 80 passagiers vertrokken, in weerwil van het hevige en gevaarvolle weder, reeds ten half drie ure behouden te Amsterdam is gearriveerd. Tot ons leedwezen echter verspreidt zich hier het gerucht, dat er in de nabijheid van Terschelling drie schepen gestrand zijn, zo men verneemt het ene met tarwe, het tweede met rogge en het derde met steenkolen. Ook zegt men, dat bij Vlieland twee, op Texel twee en bij Calandsoog twee schepen gestrand zijn, doch van meest allen moeten de equipages gelukkig gered zijn. Ook verneemt men, dat bij Terschelling een Oost-Indiëvaarder gestrand is, waarvan de gehele bemanning moet vergaan zijn.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Op vrijdag de 7e oktober 1853, namiddags te zes ure, zal te West Terschelling op het eiland Terschelling publiek om contant geld worden verkocht de lading balken, geborgen uit het aldaar gestrande Rostocker galjas SOPHIA, kapt. J.C. Langhinrichs (opm: zie NRC 080953), gekomen van Riga en bestemd geweest naar Antwerpen, bestaande in 300 stuks kroonbalken en ongeveer 90 stuks grenen tweede soort balken, lang van 51 tot 155 palmen (opm: decimeter) en dik van 34 bij 27 tot 37 bij 32 duim (opm: centimeter), Nederlandse maat. Ten gerieve der kooplieden zal er een vaartuig te Harlingen gereed liggen ten einde op de verkoopdag van daar naar Terschelling te zeilen, en op welks aankomst de verkoping zal wachten. Informatiën ten kantore van de heer C. Zunderdorp, scheeps-commissaris op genoemd eiland.


01 oktober 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 30 september. Het schip ANNA LOUISA, kapt. J.J. van der Gouwe, van hier naar New-Castle vertrokken, is met schade uit zee teruggekomen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 30 september. De Zweedse galjoot AUGUSTUS, kapt. Ostergren, van Carlscrona (opm: Karlskrona) met balken naar Londen, is de 27e dezer aan de Hoek van Holland gestrand, doch het volk, benevens een Engelse loods, gered.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 30 september. De Pruisische bark LIVERPOOL, gevoerd geweest door kapt. Zulstorff, van Alexandria (Egypte) met tarwe naar Cowes om orders, is volgens brief van Texel van de 28e dezer achter De Koog gestrand en verbrijzeld. Van het volk zijn slechts vier man gered, zijnde dit het schip in ons nummer van de 29e dezer gemeld. Nog waren op Texel aangespoeld drie lijken, een mannelijke en twee vrouwelijke, veel wrakhout en enige suikerkisten. De schoener, achter de Wester het ondersteboven aangedreven, is waarschijnlijk genaamd EUPHEMIA, gevoerd geweest door kapt. James H. Gloag, en het schip in de Eijerlandse gronden vervallen, is vermoedelijk het Amerikaanse schip LEONINE, van Charleston, gevoerd geweest door kapt. Chs. Leslie.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 30 september. De Hannoverse kof NINPA, kapt. Failing, van Antwerpen met dakpannen naar Riga, is volgens brief van Texel van de 29e dezer die nacht achter Prinsenhagen met de lading totaal verongelukt. Het volk is, uitgenomen de kapitein, die verdronken is, door de reddingsboot gered.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlie, 27 september. Gisterenavond zijn alhier gestrand de Pruisische brik GREIF, kapt. Schmidt, van Londen naar de Oostzee, en de Hannoverse kof NESSERLAND, kapt. Habben, van Cardiff met spoorstaven naar Leer; van beiden is het volk gered.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Helder, 8 september. Gisteren zag men van hier ten N. van Onrust (N. Haaks) een schoener in de grootste nood. Nu en dan zag men het volk in het want. Tegen de avond, omstreeks 4 ure, was er niets meer van te zien en schijnt zij met man en muis op deze gevaarlijke plaats te zijn vergaan.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Usquert, 28 september. Het tjalkschip ANNETTE, kapt. Straakholder, (beurtman) van Amsterdam met stukgoederen naar Norden bestemd, is hedenmiddag omstreeks 5 uren met verlies van zwaard en roerspil door de hevige Noord-Westen wind alhier hoog op het strand gezet. Het zal de lading lossen, waarna men zal trachten hetzelve op rollen af te brengen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Cuxhaven, 28 september. De Nederlandse tjalk VIER GEBROEDERS, kapt. Vermeulen, van Amsterdam naar Stettin (opm: Szczecin) bestemd, is hier gisteren lek en met andere schade binnengelopen. (opm: zie NRC 051053)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 8 augustus. Het Nederlands-Indisch schip GENERAAL CHASSÉ, kapt. Rehling, de 11e juli j.l. van hier naar Port Philip gezeild, is op 15º Z.B. door zulk zwaar weder belopen, dat die bodem een zware lek heeft bekomen en de kapitein het noodzakelijk heeft geacht naar Batavia terug te keren, ten einde de geleden schade te herstellen. De 31e juli kwam hij alhier ter rede.


  AH - Algemeen Handelsblad

Rotterdam, 29 september. Door verschillende omstandigheden het aflopen van het barkschip NEDERLAND enige dagen uitgesteld zijnde, had zulks heden middag ten 12 ure plaats. Dit schip, gebouwd door de bouwmeesters de heren Gebr. Visser alhier en varende onder de directie van de heren Mees & Moens, is bestemd voor de grote vaart en groot 325 lasten, zullende worden gevoerd door kapt. F. Ruiter.


  AH - Algemeen Handelsblad

Batavia, 6 augustus. Het Nederlandse koopvaardijschip CHRISTOPHORUS COLUMBUS, kapt. G. Groenewoud, komende van Nederland, heeft tussen de eilanden Rotterdam en Onrust op een rif gestoten, waardoor het een lek heeft bekomen. Men is thans bezig die een volle lading inhebbende en de 1e augustus op de rede gekomen bodem zo spoedig mogelijk te lossen ten einde de daardoor te weeg gebrachte schade te kunnen nagaan.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Schoener-galjootschip. Binnen weinige dagen zal publiek worden verkocht het in de jaren 1852 nieuw gebouwd schoener-galjootschip genoemd TECLA JOHANNA, groot 101 tonnen, met al deszelfs in dat jaar nieuw gemaakt opgoed en toebehoren, laatst gevoerd geweest door wijlen kapt. W.M. Dietersen (opm: kapt. Wilhelmus Meinders Dieters), thans liggende te Zwolle. Informatiën hierover zijn te bekomen bij T. Venema Azn. te Sappemeer, bij wien de inventaris voorligt en tevens uit de hand te koop.
(opm: op 24 maart werden voor NLG 10.800 J.F. Schaepman e.a. eigenaar; kapt. T.J. Niekus)


  AH - Algemeen Handelsblad

Volgens bericht van Texel, dd 28 september, is aldaar in de nacht van 26 dezer maand achter de Wester ondersteboven gestrand een schoener-scheepje, genaamd EUPHEMIA, volgens een naam in de boot, waarschijnlijk gevoerd geweest door kapt. James H. Gloog, waarbij de equipage vermoedelijk is omgekomen.
Nog in dien nacht is waarschijnlijk op de kust alhier vervallen en totaal verongelukt een vermoedelijk Amerikaans schip, beladen geweest met suiker, omdat een groot gedeelte van de Noorder stranden gisteren morgen bezaaid lag met lege Havana suiker kisten, los wrakhout en wrakken, waaronder de spiegel van een schip, waarop de naam LEONINE. In enige aan het strand gevonden papieren van geen waarde vindt men veel de naam van Chars. Leslie, van Charleston.
Terwijl mede in de Eijerlandse gronden is vervallen een kofschip dat geheel op zijde lag, doch waarvan verder nog niets heeft kunnen vernemen.


  AH - Algemeen Handelsblad

Helder, 29 september. Naar wij vernemen is het schip, gisteren op Texel gestrand, de Pruisische bark LIVERPOOL, kapt. Zielstorf, met een lading tarwe uit Alexandrië; het schip is weg en slechts 4 man der schepelingen gered.
De schoener achter de Westerstranden gevallen hield men voor een Engels schip en het wrak in de Eijerlandse Gronden oor dat van een Amerikaans bark. Men was daaromtrent echter nog in het onzekere. Heden morgen meende men hier in die richting weer een schip in nood te zien.


  AH - Algemeen Handelsblad

Brouwershaven, 28 september. Heden is hier onder meerdere wrakstukken komen aandrijven een spiegel van een schip, waarop geschilderd staat R.B. WILLIAM of Exeter; alsmede een matrozenkist met de naam Edward Crover, mariner, Ilfracombe. Een en ander is hoogst vermoedelijk afkomstig van het schip dat maandag jl. op de Ooster verongelukt is.


  DC - Dordtsche Courant

Dordrecht, 30 september. In de nacht van 26 september is achter de Koog gestrand het Deense schoenerschip VICTORIA, kapt. M. Wohbyr, van Antwerpen naar Wismar bestemd; de equipage heeft zich met een boot gered. Achter de Westen en in de Eijerlandsche gronden lagen twee schepen op strand, het onderste boven gekeerd en daarbij de lijken van een man en een vrouw, benevens een grote menigte Havana suikerkisten, waaronder gemerkt DJ – G, en daaronder: N. 183 - men vermoedt van de Engelse bark DARIËN, kapt. Scott, die zaterdag ll. geloodst is - benevens wrakhout met koper bezet. De 27e des morgens is nog achter de Koog gestrand een Pruisische bark waarvan de equipage zich in het want bevond en werwaarts assistentie werd gebracht.
(N.B. zie ook NRC 290953)


  DC - Dordtsche Courant

Wijk aan Zee, 27 september. Gisteren namiddag is even ten zuiden van ons dorp onder het ressort Velsen gestrand het barkschip LOUISA, kapt. Friedrich Suchsdorff, van Cadix naar Louisastad, met zout en wijn. De reddingboot heeft tot in de avond pogingen aangewend om het schip te bereiken, intussen wordt het gevaar al dreigender, in de duisternis van de nacht ontzinkt de benarde schepelingen de hope op enige menselijke hulp. Hun noodgeschrei wordt aan het strand gehoord, maar eerst in de morgenstond gelukt het de reddingboot van Wijk aan Zee, 5 schipbreukelingen behouden aan wal te brengen, en zijn de kapitein, de stuurman en nog 7 man der equipage reeds verongelukt. Het strand is bezaaid met allerlei aangespoelde voorwerpen. Op dit ogenblik komt een boot, waarin loods, kapitein, stuurman en 3 matrozen zijn, op het strand aan. Zij hebben het schip, beladen met olie, in zinkende staat op gezichtsafstand van dit dorp moeten verlaten.
(N.B. zie ook NRC 290953)


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Groningen, 30 september. Te Harlingen was de 27e september het gerucht verspreid, dat er in de nabijheid van Terschelling vier schepen gestrand zijn, zijnde het éne geladen met tarwe, het tweede met rogge en het derde met steenkolen, terwijl het vierde, naar gissing een Oost-Indiëvaarder, met de gehele bemanning moet vergaan zijn. Ook zegt men, dat bij Vlieland twee schepen gestrand zijn.


  JB - Javabode

Van Soerabaija wordt ons bericht, dat de ijzeren stoomboot van Jhr. De Stuers op de 24e september des morgens ten 7 ure haar eerste proeftocht van daar naar Grissee ondernomen en die met het beste gevolg volbracht heeft. De terugtocht van het hoofd van Grissee tot aan de mond der Kalimaas had in 35 minuten plaats gehad.


02 oktober 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Wijk aan Zee, 30 september. Van het in de nabijheid van Egmond gezonken schoenerschip DART, kapt. Deward, met een lading traan van Liverpool naar Rotterdam – zie ons nommer van 29 september – zijn reeds een aantal fusten traan aangespoeld.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Wijk aan Zee, 30 september. Het alhier gestrande schip LOUISE, kapt. Stückzdorff, van Cadix (opm: Cadiz) naar Loviisa in Finland – zie ons nommer van 29 september – is gisteren namiddag stuk geslagen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Nieuwe Diep, 29 september. Alhier is aangebracht een aangespoelde fles, waarin een brief van kapt. Scott, voerende het schip GUARDIAN, van Bahia naar Amsterdam bestemd, meldende dat gemeld schip zwaar lek en in zinkende staat zich voor de wal bevond.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Kaap de Goede Hoop, 20 augustus. De Nederlandse bark TWEELINGZUSTERS, kapt. Carst, van Akyab naar Amsterdam bestemd, is de 5e augustus lek en met meer andere schade in de Simonsbaai binnengelopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 8 augustus. Het schip CHRISTOPHORUS COLUMBUS, kapt. Groenewoud, van Amsterdam naar Batavia, de 31e juli l.l. bij het eiland Rotterdam (opm: Oost-Indië) wegens stroom en windstilte aan de grond geraakt, is lek te Batavia aangekomen en bezig met lossen. Na ontlossing zou het schip naar Onrust vertrekken om aldaar te worden nagezien. De lading werd tot dus verre onbeschadigd uitgeleverd. (opm: zie NRC 161153)


03 oktober 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. In lading naar Batavia, mede voor passagiers, waartoe het uitmuntend is ingericht, het nieuw gebouwd en gekoperd Nederlands barkschip NEDERLAND, kapt. F. Ruiter. Adres ten kantore van Hudig & Blokhuyzen en Kuyper, Van Dam & Smeer. (opm: eerste reis)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Elseneur (opm: Helsingör), 28 september. De schepen VICTOR, kapt. Bergstrom, van Schiedam naar Reval (opm: Tallinn), en CONCORDIA, kapt. Van Santen, van Schiedam naar Memel (opm: Klaipeda) bestemd, zijn met elkaar in aanzeiling geweest en beide alhier met schade binnengebracht.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Mauritius, 5 augustus. De beide Nederlandse schepen JEANNETTE PHILIPPINE, kapt. Rademaker, en MERCURIUS, kapt. Visser, zomede het schip VISTA, kapt. Berg, allen van Akyab naar Falmouth, welke alhier in de maand juni lek en met andere schade zijn binnengelopen, hebben de reparaties geëindigd en hun respectievelijke reizen vervolgd.


  AH - Algemeen Handelsblad

Het schip ANNETTE, kapt. Strakholder, van Amsterdam naar Norden, is de 28e september met verlies van zwaard en roerspil bij Usquert op strand gezet en moet lossen om vlot te komen.


04 oktober 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 3 oktober. Volgens brief van de Zoltkamp van de eerste dezer, was in de Schiermonnikooger gronden verongelukt een schip, de naam nog onbekend.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Elseneur (opm: Helsingör), 28 september. De Nederlandse kof ROELFINA KUYPER, kapt. Hazewinkel, van Riga met gerst naar de Maas bestemd, is met het schip HERCUS MONTES, van Rio de Janeiro naar Stockholm gaande, in aanzeiling geweest. Beide schepen zijn hier heden binnengebracht; eerstgenoemde heeft de boegspriet verloren, laatstgenoemde is lek en heeft schade aan de verschansing.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Elseneur (opm: Helsingör), 28 september. De Nederlandse kof IMKE WILDERVANK, kapt. Pottjer, heeft heden na geëindigde reparatiën de reis naar de Oostzee voortgezet. (opm: zie NRC 250853)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. J. Corver, C.A. Schröder en A. Abrahamsz, makelaars, zullen op maandag de 17e oktober 1853, des avonds ten 6 ure, te Amsterdam in de Nieuwe Stads Herberg aan het IJ, ten overstaand van de notarissen Commelin en Weijland, verkopen een extra oridinair welbezeild, gekoperd en kopervast barkschip, genaamd PLANCIUS, varende onder Nederlandse vlag en gevoerd door kapt. S.J. Rotgans, volgens Nederlandse meetbrief, lang 31 ellen, wijd 4 ellen 99 duimen, hol 4 ellen 54 duimen, en alzo gemeten op 312 tonnen of 165 lasten. Breder bij inventaris en bericht bij bovengemelde makelaars of de cargadoors J. Daniels & Zoon & Arbman.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Openbare verkoping te Petten. Men is voornemens op vrijdag de 7e oktober 1853, des voormiddags te 10 uur, in het openbaar, om contant geld, te verkopen het hol of casco van het op de 26e september j.l. nabij Petten gestrande Franse brikschip MARIE-AGLAE, gevoerd geweest door kapt. A. Moyon, komende van New-Castle en bestemd naar Nantes, benevens de daar nog in zijnde lading steenkool, alsmede de daarvan geborgen tuigage, bestaande in ankers, kettingen, kabels, zware en lichte trossen, staand en lopend wand, en hetgeen verder gepresenteerd zal worden. De goederen zullen daags vóór en op de verkoopdag voor een ieder te zien zijn.
Nadere informatiën op franco aanvragen te bekomen bij Gt. De Groot, consulair agent te Egmond aan Zee.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Openbare verkoping. Ten overstaan van de notaris Mr. J.P. de Fremerij, residerende te ’s Gravezande, zullen op vrijdag de 7e oktober 1853, des morgens precies om 10 uur, op de woning genaamd Vlugtenburg in die gemeente om contant geld worden verkocht de inventaris van ankers, zeilen, masten, rondhouten, als anderszins, van het op 27 september 1853 gestrande Zweedse galjootschip genaamd AUGUSTUS, benevens een aanzienlijke massa wrakhout en ijzerwerk, van dat schip afkomstig, en verder de lading van hetzelve schip, bestaande in: 222 grenen balken ter lengte van 3 el 60 tot 9.60 en ter zwaarte van 24 a 24 tot 48 a 48 en een grote partij stop- en stouwhouten en enige staafjes staal. Alles liggende op de voorgeschreven bouwmanswoning en aldaar daags voor de verkoping te zien.


  DC - Dordtsche Courant

Texel, 30 september. Volgens bericht van Terschelling, met een schuit hier aangebracht, zouden er aldaar gedurende de storm van 26 en 27 dezer, niet minder dan 6 schepen zijn gestrand, waaronder een Portugese brik, aan boord waarvan zich ongeveerd 40 passagiers bevonden, waarvan er slechts 11, waaronder een grijsaard van 84 jaren, zouden zijn gered; men ziet deswege nadere berichten tegemoet.


05 oktober 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 4 oktober. Volgens brief van de 3e dezer, was de 30e september, op de Horst onder meer ander wrakhout aangespoeld, de spiegel van een de 27e september, vermoedelijk op de Haaks, verongelukt schip, waarop Johanna Maria v. Barth, daaronder in een halve cirkel, met uitgesneden en geel geschilderde letters Gott mit uns, waaronder de letters: J.C.K. Mede was aldaar op het strand aangedreven, een fles, waarin een brief, geadresseerd aan de heer Johan Peters in Prinau, meester-kledermaker aldaar, geschreven in het Hoogduits en van de volgende inhoud: “Texel, 27 september. In de grootste angst schrijf ik deze brief aan mijn lieve ouders en kinderen, ik en mijn geliefde Johanna bevelen ons de lieve God, de Hemel zal de beschermer en Vader onzer kinderen zijn. Lieve ouders, verlaat toch mijn kinderen niet, smeekt, smeekt uw zoon tot in de dood” was getekend: “J.C. Kroop, mijn Johanna weent bedroefd.”
In de Eijerlandse gronden was met het volk gezonken een kof, de naam onbekend; de mast was nog gedeeltelijk boven water zichtbaar.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 4 oktober. Het schip OOSTERGOO, kapt. Claus, van Akyab herwaarts gedestineerd, is volgens brief van Mauritius van de 5e augustus aldaar lek met verlies van zeilen en schade aan tuigage binnengelopen, na sedert het vertrek van Akyab zware stormen doorgestaan te hebben, waardoor het schip 30 duimen water in de twee uren maakte. Het zou nagezien worden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Wijk aan Zee, 3 oktober. Alhier zijn aangespoeld enige Noordse delen, gemerkt CGH, balkjes en barkoenen (opm: berkoen, soort dwarsbalkje of stut), vaten traan, waarschijnlijk afkomstig van het in de nabijheid van Egmond gezonken schoenerschip DART, kapt. Geo. Deward en een hoeveelheid oleum recini (opm: ricinus olie) in beschadigde blikken bussen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Nieuwe Diep, 3 oktober. Het schip JONGE KERST, kapt. J.K. Woudstra, van Antwerpen naar Memel (opm: Klaipeda), op de Zuidwal aan de grond vast geraakt – zie ons nummer van de 29e september, zeetijdingen – is weer af en alhier binnengebracht.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlie, 1 oktober. De Russische schoener STAD PERNAU, kapt. Voorendyk, van Riga met gerst naar Schiedam, het Noorse schip LIBERTE, kapt. Nielsen, van Goole in ballast naar Langesund, en de Portugese brik JOVEN NICOLAO, kapt. De Almeida, van Newcastle met steenkolen naar Lissabon, zijn de 26e september in de gronden van Terschelling gestrand; van de eerste twee is het volk gered, doch van de laatste zijn vier matrozen verdronken.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Riga, 27 september. De Nederlandse kof JOHANNA, kapt. Franken, met stukgoed van Amsterdam herwaarts gedestineerd, is bij Domesnaes (opm: Kolkasrags, Estland) gestrand en vol water gelopen, doch het volk gered. Van de lading en takelage heeft men maar onbeduidend weinig kunnen bergen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Cuxhaven, 1 oktober. Het schip METTA, kapt. Thomsen van Randers naar Amsterdam, is de 29e september alhier met schade binnengelopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Cuxhaven, 1 oktober. Van de lading van het schip VIER GEBROEDERS, kapt. Vermeulen, van Amsterdam naar Stettin (opm: Szczecin), alhier met schade binnengelopen – zie ons nummer van de 1e dezer – zijn 400 balen koffij beschadigd gelost, waarvan 100 publiek verkocht zullen worden.


  AH - Algemeen Handelsblad

Aangaande het verongelukken van het Engelse schoenerschip DART wordt van Wijk aan Zee d.d. 3 oktober nader gemeld, dat genoemd schip DART, kapt. Geo. de Ward, van Liverpool naar Rotterdam met traan, in de avond en nacht van 26 en 27 september jl. vanwege de allerheftigste storm en bulderende zee, in hoogst gevaarlijke staat worstelende was voor Egmond en zwaar lek zijnde, in die richting het anker wierp, dat de equipage, bestaande uit zes man, zich des nachts om twee uur in de boot begaf voor hun redding en tot vier uur in de morgenstond achter het schip bleef liggen in de hoop op uitredding, doch storm en zee en hevige werking van het schip de equipage deed besluiten van het schip af te zetten en op Gods genade zee en stroming en brandingen te doorklieven, kunnende zij het niet wagen vanwege gehele verbrijzeling op het strand aan te zetten.
Alzo worstelden zij zuidwaarts tot daar, waar de beleidvolle Goereese loods P. van der Hoeven, vermeende minder gevaar van verongelukken te zullen hebben, en zetten zij aller-gelukkigst des morgens om zeven uur, ruim anderhalf uur bezuiden Wijk aan Zee aan, en werden alzo wonderlijk behouden en broederlijk alhier ontvangen en verpleegd. Aan het wel en lang vooraf doordachte beleid en overleg, en de kennis van de moedige Goereese loods P. van der Hoeven mag de equipage zich naast God het levensbehoud verschuldigd rekenen.
De kof, de 27e in de Eijerlandse Gronden gestrand, is niet verbrijzeld, maar is met de equipage aldaar gezonken. Een gedeelte van de mast is nog zichtbaar boven water. De namen tot op heden onbekend.


  AH - Algemeen Handelsblad

Het schip OOSTERGOO, kapt. Claus, van Akyab naar Amsterdam bestemd, is, volgens brief van Mauritius d.d. 5 augustus, aldaar lek, met verlies van zeilen en schade aan tuigage, binnengelopen, na sedert het vertrek van Akyab zware stormen doorgestaan te hebben, waardoor het schip 30 duimen water in twee uren maakte, Het zou nagezien worden.


  AH - Algemeen Handelsblad

Het schip JONGE KERST, kapt. Woudstra, van Antwerpen naar Memel, op de Zuidwal aan de grond vastgeraakt, is weder af, en 3 oktober in de Nieuwe Diep binnengebracht.


  AH - Algemeen Handelsblad

Texel, 1 oktober. Gisteren is alhier onder meerdere wrakstukken op de Hors aangedreven, de spiegel van een schip, waarop de naam Johanna Maria v. Barth, en onder dezelve halve cirkel uitgesneden en met gele verf geschilderd ‘Gott mit uns’ en daaronder de letters J.C.K., hoogst vermoedelijk afkomstig van het op de 27ste september op de Haaks verongelukte schip.


  AH - Algemeen Handelsblad

Wijk aan Zee 3 oktober. Onder de banne Velzen is gisteren weer een dode aangespoeld, onherkenbaar vanwege de verminking en het lange in zee zwerven. Ook gisteren namiddag was een smak voor het dorp in gevaarlijke staat verkerende; het zware onweer, de felle hagelslag en zich verheffende wind en duisternis doen het ergste daarvoor vrezen.
Wijk aan Zee 4 oktober. Gisteren zijn alhier aangespoeld enige beschadigde blikken bussen met oleum resini, waarschijnlijk van het door Nieuw Diep verbrijzelde schip GUARDIAN, kapt. Scott, van Bahia naar Amsterdam gedetineerd.


  AH - Algemeen Handelsblad

Vlissingen, 2 oktober. Als treurige bijdrage van de geduchte storm op heden acht dagen, kan dienen het bericht, dat heden alhier door een Belgische loods uit zee is binnengebracht de Engelse schoener HORRACKS, die van de Engelse kust, varende tussen Londen en Sunderland met hout afgeslagen, in volle zee kapitein en scheepsjongen verloren, en daar met de vrouw van eerstgenoemde en slechts twee matrozen rondzwalkte. Op deze rede een uur van hier bij Rammekens ligt thans een bos van allerlei schepen, die bij de meer genoemde storm, toen zelfs op binnenrivieren en ook hoger op de Schelde schepen vergingen, het schitterendste bewijs hebben geleverd, dat bij de meest opgezette zee en de ongunstige wind, zoals de westenwind voor ons zeegaten is, die ligplaats veilig is, en de ankergrond een van de beste is.


  OP - Oostpost

Advertentie. De ondergetekende, super-intendent van het Loodswezen alhier, maakt mits deze bekend, dat ingevolge machtiging op aanstaande zaterdag de 15e dezer publiek zal worden verkocht een afgekeurde loodsboot met enige onbekwame artikelen, staande op ’s Lands timmerwerf.
Soerabaija, 1 oktober 1853, de super-intendent van het Loodswezen, Rambaldo.


  OP - Oostpost

Het alhier (opm: Soerabaija) te rede liggende schoenerschip GOANSING is thans hernaamd WILHELMINA. (opm: het Nederlands-Indische schip WILHELMINA, ex-GOANSING, vertrok op 19 oktober onder kapt. W. Glaser van Soerabaija naar Banjermassing)


06 oktober 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Marseille, 1 oktober. Het Nederlandse schip (opm: kotter) ARGUS, kapt. Van Houten, van Rotterdam met een lading kaas en andere koopmansgoederen naar onze plaats bestemd (NRC 230853), is eergisteren op de Tineaux (opm: vermoedelijk le Tignaux, banken in de Grand Rhône-monding) gestrand. De bemanning is door een in de nabijheid zijnde visser gered en hier behouden aan wal gebracht. (opm: zie ook NRC 081053)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

New York, 21 september. Het van Amsterdam op hier bestemde schip ADRIANUS EN WILLEM, kapt. Scheeve, is de 14e september op 39º N.B. en 61º W.L. gepraaid. Hetzelve had schade aan het tuig bekomen, doch verlangde geen assistentie.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Texel, 5 oktober. Heden is op de Haaks gestrand, een Engelse bark, van St. Domingo naar Hamburg, de equipage is door de loodsschipper C.C. Griek, met eigen levensgevaar gered en alhier binnengebracht.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Memel (opm: Klaipeda), 29 september. Volgens een alhier ontvangen bericht, is gisterenavond in een Z.W. storm in deze nabijheid gestrand het te Amsterdam te huis behorende schip (opm: smak) HOPENDE ZEEMAN, kapt. Topzand, van deze plaats met een lading hout naar Amsterdam bestemd. Naar men verneemt, is de bemanning gered. (opm: zie ook NRC 201053)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Te Rotterdam ligt in lading naar Batavia, Samarang en Sourabaya voor goederen en passagiers, waartoe hetzelve uitmuntend is ingericht, het nieuw, extra op de zeilage gebouwd en gekoperd barkschip GOUVERNEUR-GENERAAL DUYMAER VAN TWIST, kapt. C.E. Hoeksma, voerende een geëxamineerde scheepsdokter. Adres ten kantore van Kuyper, Van Dam & Smeer en Hudig & Blokhuyzen. (opm: eerste reis)


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Te Groningen ligt in lading naar Suriname het nieuw gebouwd, gekoperd schoener-brikschip VOORWAARTS, kapt. H. Bonder. (opm: eerste reis)


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. De burgemeester van Velsen c.a. zal, als belast met het beheer der Standvonderij en op daartoe verkregen machtiging, door een daartoe bevoegd ambtenaar, op dinsdag de 11de oktober 1853, des voormiddags te 11 uur, in het dorp Wijk aan Zee, publiek ad opus jus habentium, presenteren te verkopen een scheepsboot, ongemerkt, 5 Noorse delen, gemerkt I A en O N, een lange juffer, 80 Noorse delen, 6 barkoens enig rond- en wrakhout en een partij hout van gebroken suikerkisten, alles onder bekende merken. Voorts, als daartoe behoorlijk door belanghebbenden gemachtigd, zo die op de dag van verkoop nog aanwezig zijn de wrakken van het op de 20e september 1853 onder dezelfde gemeente in de nabijheid van Wijk aan Zee gestrande barkschip LOVISA, gevoerd geweest door kapt. Friedrich Sucksdorff, met zout van Cadix naar Lovisa, met al hetgeen daarvan te Wijk aan Zee is geborgen, en tot de inventaris behoord hebbende, als; masten, dekbalken, kettingen, kabels en touwwerk, en een grote partij rond- en wrakhout en hetgeen verder gepresenteerd zal worden.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Van de Zoltkamp schrijft men, dat zondag achtermiddag aldaar het treurige bericht kwam, dat het in ons vorig nummer gemelde scheepje van schipper Frik (opm: binnenvaarder) bij Schiermonnikoog was gezonken, en dat daarbij de drie personen, die zich daarop bevonden, waren omgekomen. Genoemde schipper laat 5 jonge kinderen en een hoogzwangere weduwe na. Jan Bol, mede verongelukt, zoon van de weduwe E. Bol, een zeer oppassend jongeling van 25 jaar, was zijn moeder, broeders en zusters tot grote steun. Hindrik Smit, van Eenrum, de derde verongelukte, laat naar men zegt een vrouw en 4 kinderen na.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Het schip REGINA ELISABETH, kapt. Verstock, van Brielle naar Riga, bij Zeeburg gestrand, is weder af- en op de rede van Brielle gekomen.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Vlissingen, 2 oktober. Als treurige bijdrage van de geduchte storm op heden voor acht dagen kan dienen het bericht, dat heden alhier door een Belgische loods uit zee is binnengebracht de Engelse schoener HORRACKS, die van de Engelse kust, varende tussen Londen en Sunderland met hout, afgeslagen, in volle zee kapitein en scheepsjongen verloren en daar met de vrouw van eerstgenoemde en slechts twee matrozen rondzwalkte. Op deze rede, een uur van hier bij Rammekens, ligt thans een bos van allerlei schepen, die bij meergenoemde storm, toen zelfs op binnenrivieren en ook hoger op de Schelde schepen vergingen, het schitterendste bewijs hebben geleverd, dat bij de opgezetste zee en de ongunstige wind, zoals de westewind voor onze zeegaten is, die ligplaats altijd veilig en de ankergrond een der beste is.


07 oktober 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 6 oktober. Met genoegen maakten wij melding in één onzer vorige nummers van de eervolle onderscheiding, door de Zuid-Hollandsche Maatschappij tot Redding van Schipbreukelingen, toegestaan aan de eerste stuurman G. Mortier van de stoomboot CAMERTON, die bij het vergaan van gemeld schip zo werkdadig heeft meegewerkt tot behoud van 15 passagiers en matrozen van gemelde boot. Wij worden door één dezer passagiers verzocht enige bijzonderheden van dit ongeval mee te delen, en gaarne voldoen wij aan zijn verlangen. (opm: zie o.a. NRC 290953)
Op zaterdag de 24e september l.l. verliet de stoomboot CAMERTON de haven van Hull met ongeveer 14 passagiers aan boord, behalve de equipage onder de leiding van de bekwame kapt. Cross. De overtocht had niets merkwaardigs opgeleverd tot des maandags avond; alleen had het schip veel gewerkt door de orkaan, van welks hevigheid wij ons een denkbeeld hebben kunnen vormen. Op die avond, omstreeks 9 ure, verliet één der passagiers, onze berichtgever, de heer Sam Pearson alhier woonachtig, zijn kajuit, om op het dek lucht te scheppen. Hij ontmoette aldaar de kapitein en hoorde deze orders geven om de boten in gereedheid te brengen. Zeer ontsteld, vroeg de heer Pearson wat er gaande was, en de kapitein gaf hem op een zeer bedaarde wijze ten antwoord, dat hij vreesde dat er een lek aan de voorsteven van het schip ontstaan was en dat hij, na met de machinist daarover geraadpleegd te hebben, het raadzaam oordeelde maatregelen te nemen om, zo het nodig werd, het leven der passagiers en van zijn volk te redden. Na onze berichtgever verzocht te hebben geen alarm te maken ten einde noodlottige verwarring te voorkomen, ging de kapitein voort zijn maatregelen te nemen, en na van de machinist de bevestiging gekregen te hebben van de zinkende toestand van de stoomboot, liet hij allen op het dek komen en verdeelde zijn lotgenoten volgens het getal, dat de twee boten bevatten konden. De passagiers werden het eerst gescheept, de stokers en machinisten volgden en daarna de matrozen. De kapitein en zijn beide stuurlieden bleven op het schip. De passagier, aan wie wij deze mededelingen verschuldigd zijn, weigerde het schip te verlaten, indien de eerste stuurman George Mortier hem niet in de boot volgde. Deze, na vele pogingen aangewend te hebben om de kapitein te bewegen zijn voorbeeld te volgen, sprong in de boot, en geraakte daardoor het getal, daarvoor bestemd, voltallig. De kapitein verklaarde het schip niet dan in de uiterste nood te zullen verlaten en riep aan de bemanning van de tweede boot, dat hij hen zou volgen, zeer zeker staatmakende op de reddingstoestellen (life buoys), die zich op het dek bevonden. De eerste boot zich verwijderd hebbende, verloor de bemanning de tweede boot uit het gezicht en zag de CAMERTON na enige minuten ten ondergaan. Kapt. Cross, zijn 2e stuurman en een matroos zijn de slachtoffers geworden van hun gehechtheid aan hun plicht. Heeft zich de 2e boot te vroeg van het schip verwijderd? Heeft kapt. Cross, de reddingstoestellen, waarop hij gesteund had, niet gevonden? Dit zijn vragen, die niet opgehelderd kunnen worden. Het is echter te veronderstellen, dat door de drang der omstandigheden de bemanning van de 2e boot die reddingstoestellen hebben meegenomen, daar dezelve in hun handen zijn teruggevonden toen, na een overtocht vol gevaren, hun boot onze stranden heeft mogen bereiken.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Helder, 5 oktober. Heden morgen is op de Haaks nabij Texel gestrand de Engelse bark HAITIENNE, te Glasgow te huis behorende, kapt. J. Steward, met een lading katoen en koffij van St. Domingo naar Hamburg. De equipage, uit tien man bestaande, is met voorbeeldeloze moeite gered door de bemanning van de loodsboot No. 10, schipper C.C. Griek. Van schip en lading zal bij de tegenwoordige harde wind en de geweldige branding daar ter plaatse niets kunnen gered worden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 3 oktober. Het Nederlandse schip JONGE TIJS, kapt. Bakker, van Goole op avontuur, is in de laatste stormen op de oostkust van Engeland verongelukt, doch het volk gered. (opm: zie NRC 121053)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Skagen, 25 september. Het schip MAGDALENA, kapt. Bostrom, van Christianstad naar Rotterdam, alhier gestrand – zie ons nummer van de 29e september art. Frederikshaven – is verbrijzeld, doch de lading en de inventaris geborgen. (opm: vermoedelijk buitenlander)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Lokken, 28 september. Bij Grönhöi (opm: Gronhoj, 57º18’ N.B. 9º39’ O.L.) is een geheel ontramponeerd wrak aan strand gedreven, ogenschijnlijk van een Nederlands of Hannovers vaartuig. Hetzelve is geladen geweest met hennepzaad. De bemanning is hoogstwaarschijnlijk omgekomen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Wyck auf Föhr, 30 september. Naar wij vernemen, is bij Amrum een Nederlandse tjalk (in ballast) gestrand. De bemanning heeft zich in de boot gered. Het schip zit half vol water; nadere bijzonderheden ontbreken nog. (opm: OKKELINA, zie NRC 091053)


08 oktober 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 7 oktober. De bevrachting van de Nederlandse koopvaardijschepen naar Australië blijft te Londen voortdurend zeer levendig. Laatstleden maandag lagen te Londen niet minder dan 28 dier bodems derwaarts in lading, als:
Naar Sydney JAN DANIEL, kapt. D.C. Rietbergen; HESTER, kapt. A. Viëtor; EUGENIE, kapt. E.J. Bargman; HOLLANDS TROUW, kapt. J.C. Kreije; DOCTRINA ET AMICITIA, kapt. P. Haagsma; WILHELMINA LUCIA, kapt. J.P. Carst en DOELWIJK, kapt. J.H. Zeeman.
Naar Hobart Town VICE- ADMIRAAL GOBIUS, kapt. M.W. Zwart; BATO, kapt. W.F. Broeksmit en HENDRIK WESTER, kapt. R.J. Reynders.
Naar Melbourne HONG KONG, kapt. N.H. Keuker; ELIZABETH, kapt. H.R. Bok; PHILIPS VAN MARNIX, kapt. E. van Duyn; BEURS VAN ROTTERDAM, kapt. W.C. Veenstra; JOHANNA CORNELIA, kapt. A.P. Achenbach en CORNELIA, kapt. T.S. Deinum.
Naar Melbourne en Geelong HELLEVOETSLUIS, kapt. W.J. Vos.
Naar Port Philip DELTA, kapt. J.G. Kunst; VIER GEZUSTERS, kapt. P. Verschuur; RIDDERKERK, kapt. H. Noltee; OUD-ALBLAS, kapt. N. Kruymel en WILHELMINA CATHARINA, kapt. N.M. de Groot Stiffry.
Naar Geelong ZUID-HOLLAND, kapt. S. de Boer.
Naar Geelong en Melbourne HUGO GROTIUS, kapt. J. Glazener en GOUVERNEUR-GENERAAL ROCHUSSEN, kapt. G.F. Rijken.
Naar Adelaide REGINA, kapt. C. Ingerman; HENRIETTE ELIZABETH SUSANNE, kapt. A. Knappert en EDOUARD, kapt. J.M. de Winter.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 7 oktober. Het schip ARGUS, kapt. Van Houten, van Rotterdam naar Marseille, op de Tineaux (opm: vermoedelijk le Tignaux, banken in de Grand Rhône-monding) gestrand – zie ons nommer van de 6e september, art. Marseille – is volgens brief van Marseille van de 2e dezer, gezonken en zal met de lading totaal weg zijn.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Deal, 5 oktober. Gisterenavond is een Nederlands schip, van Londen naar Port-Phillip bestemd, bij Kingsdown aan de grond geweest, heeft daarna anker en ketting geslipt en is verder naar lij gezeild. Men zendt van hier anker en ketting derwaarts. (opm: DOROTHEA, zie NRC 101053)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Cowes, 4 oktober. De Nederlandse schoener GEZINA, kapt. Van Sluis, (101 dagen reis) van Galatz (opm: Galati) naar Falmouth bestemd, is alhier lek en met gebroeide lading binnengelopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

New Ross, 3 oktober. Het alhier van Quebec gearriveerde Nederlandse brikschip GEERTRUIDA, kapt. Loschen, heeft gedurende de gehele reis (16 dagen) met aanhoudend stormweer te kampen gehad en daardoor schade aan het tuig bekomen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Dorum, 3 oktober. Gisteren werd alhier door enige schippers een Nederlandse tjalk binnengebracht – volgens zeggen de HERSTELLING, kapt. C. Hoek – geladen met vitriool en van Amsterdam naar Hamburg bestemd. Dezelve lag, door het volk verlaten en zonder zeilen of touwwerk, anker of ketting, op de Spiköerbarre (opm: Spiekaer Barre, een plaat 10’ W.Z.W. van Cuxhaven) gezonken. Het lek dat zich in de bodem bevond, heeft men gemakkelijk kunnen stoppen. De lading is wellicht reeds vroeger door andere vaartuigen geborgen, want men heeft slechts 7 of 8 manden vitriool hier meegebracht. De kapitein is, naar men verneemt, met een ander scheepje naar Hamburg gegaan. (opm: volgens het jaaroverzicht uit de Zeepost is het schip van de sterkte afgevoerd, zie NRC 030154)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Husum, 3 oktober. Het schip CAROLINE GLOSIENE (?), kapt. H.G. de Jonge, van Groningen naar Dantzig (opm: Gdansk), is wegens storm in de Heever binnengelopen. (opm: het vraagteken achter de scheepsnaam is van de redactie van de NRC)


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. De geannonceerde verkoop van het schoener-galjootschip TECLA JOHANNA, liggende te Zwolle, gevoerd door wijlen kapt. W.M. Dieters, zal geen voorgang hebben (opm: zie AH 011053)


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Naar Batavia en Samarang ligt te Amsterdam in lading om tegen medio oktober te vertrekken het nieuw gebouwd, gekoperd Nederlands brikschip WILDEMAN, kapt. S. Berkelbach van der Sprenckel, hebbende bijzonder ruime en luchtige inrichtingen voor de overvoer van passagiers. Adres bij de cargadoors Hoyman & Schuurman te Amsterdam.


  AH - Algemeen Handelsblad

Husum, 3 oktober. Het schip CAROLINE KLASINA, Kapt. De Jonge, van Groningen naar Dantzig, is wegens storm in de Heever binnengelopen.


  AH - Algemeen Handelsblad

Hjorring, 30 september. Gisteren avond is bij orkaan en dikke lucht bij Ruberg aan onze westelijke kust gestrand de kof HARMINA, kapt. Kroon (opm: kapt. J.G. [waarschijnlijk Jan Gosses] Kroon; het schip is waarschijnlijk in september aangekocht, zie ook NRC 091053), van Veendam, van Amsterdam in ballast naar Memel; de equipage uit vijf man bestaande is geborgen, zo mede het grootste gedeelte van de inventaris en de takelage; het schip zal waarschijnlijk weg zijn.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Te Groningen in lading naar Suriname het nieuw gebouwde gekoperde schooner-brikschip VOORWAARTS, kapt. H. Bonder, om de 20e oktober te vertrekken. Adres bij de scheepsmakelaar J.J. Bulsing, Bzn., te Groningen.


09 oktober 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Greetzijl (opm: Greetsiel), 3 oktober. Het schip ADRIANA, kapt. De Groot (opm: tjalk, bouwjaar 1850; kapt. H.G. de Groot), van Bremen naar Amsterdam, alhier met schade binnengelopen – zie ons nommer de van 29e september, art. Norden – is afgekeurd. De lading zal de 17e dezer verkocht worden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Wijck auf Föhr, 3 oktober. Het schip dat bij Amrum gestrand is, waarvan wij eergisteren melding maakten - zie dat nommer – is gebleken te zijn de Hannoverse kofschip OKKELINA, kapt. Wiers, van Londen in ballast naar Memel (opm: Klaipeda) bestemd. De bemanning is gered, het schip is totaal wrak.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Björring (opm: Hjørring), 30 september. Gisterenavond is in een orkaan met dikke lucht bij Ruberg (opm: Rubjerg, 6,5 mijl bewesten Hjørring) gestrand, de te Veendam te huis behorende kof HARMINE (opm: HARMINA, zie AH 081053), kapt. Kroon, van Amsterdam in ballast naar Memel (opm: Klaipeda) bestemd. De bemanning met een groot gedeelte van de inventaris en het tuig is geborgen. Het schip zal waarschijnlijk weg zijn.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Lemvig, 1 oktober. De 29e september des namiddags ten 2 ure is bij Harboore (opm: Harboør) gestrand de te Veendam te huis behorende kof HARMINA ANNEGINA, kapt. Schippers (opm: bouwjaar 1846; kapt. Harmannus Jacobs Schippers), van Antwerpen in ballast naar Riga bestemd. De bemanning is gered, het schip heeft schade bekomen. (opm: zie NRC 161053)


10 oktober 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Deal, 7 oktober. Het Nederlandse schip, waarvan wij vroeger melding maakten (opm: NRC 081053), hetwelk bij Kingsdown aan de grond heeft gezeten en aldaar anker en ketting heeft verloren, is gebleken te zijn het schip DOROTHEA, kapt. v.d. Kolk, van Londen naar Port-Philip bestemd. Het schip is ter rede van Margate geankerd en heeft ogenschijnlijk geen schade bekomen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Ayr, 5 oktober. Met het schip MINERVA, kapt. Shank, van St. Johns N B (opm: New Brunswick) alhier gearriveerd, is medegebracht en te Troon (opm: Schotland) aan land gezet een gedeelte der bemanning, bestaande uit de kapitein, stuurman, een matroos en een jongen van het Nederlandse schip IDA WUBBINA, kapt. Fijn (opm: kof, kapt. Jan Jakobs Fijn), van Boston naar Londen bestemd. Genoemde bodem werd de 11e september l.l. masteloos en in een zinkende staat ontmoet door het schip WILLIAM, kapt. Harlington, naar Quebec bestemd, welke kapitein de equipage (7 in getal) bij hem aan boord nam, doch daar hij voor zo veel mensen geen water genoeg had, gingen de kapitein en bovengenoemde manschappen op de MINERVA, welke zij de 19e daaraanvolgende op 46º44’ N.B. en 43º37’ W.L. praaiden, over (opm: zie ook NRC 291153).


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Windau (opm: Ventspils), 2 oktober. Bij Domesness (opm: Kolkasrags, Estland) is een masteloos van het volk verlaten en met rogge beladen Nederlands vaartuig aangedreven. Nadere bijzonderheden ontbreken. (opm: kof MARGINA WILHELMINA, kapt. Oomke Lammerts Vos, zie NRC 121053 en 151053; het eerste deel van de naam wordt ook wel geschreven als MARGIENA, MARGINE; het tweede deel ook als WILLEMINA; de voornaam van zijn schipperske zoals opgenomen in de Burgerlijke Stand biedt ook geen oplossing, Margje[n] resp. Marchien Pieters Bakker)


  AH - Algemeen Handelsblad

Helder, 7 oktober. Ten gevolge der menigvuldige en dagelijkse sterfgevallen en het groot getal van zieken aan boord van het in deze haven liggende Amerikaanse schip MICHAEL ANGELO, kapt. Sears, met landverhuizers naar Noord-Amerika bestemd, is aan de gezagvoerder de last verstrekt om naar Wieringen te vertrekken ten einde de zieken in het quarantainegebouw aldaar te doen opnemen en verplegen. Naar men verneemt, openbaarden zich bij de ziekte dezer aerme kolonisten alle kentekenen der thans heersende cholera.


11 oktober 1853


  AH - Algemeen Handelsblad

De kof IDA WUBBINA, kapt. Fijn (opm: kapt. Jan Jakobs Fijn), van Boston naar Londen, is de 11e september gezien, masteloos en in zinkende staat. De equipage is gered en enigen daarvan zijn te Troon aangekomen.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Uit de hand te koop een in het jaar 1851 nieuw gebouwd en deugdzaam onderhouden kofschip, groot pl.m. 65 rogge-lasten, met complete inventaris, liggende voor deze stad. Te bevragen bij de scheepsbouwmeester E.H. Meursing te Hoogezand, en bij de cargadoors Oolgaardt & Bruinier te Amsterdam.


  DC - Dordtsche Courant

Hellevoetsluis, 8 oktober. De schoener AFRIKAAN, kapt. J. Klok, is terug en op de rede gekomen, zijnde over het Pampus door stilte door een andere schip aangedreven, waardoor het lichte schade aan tuigage heeft bekomen.


  DC - Dordtsche Courant

Advertentie. Publieke Vrijwillige Verkoping, te Pernis, in de Herberg “Den Gouden Zalm”, bij P. Hans, op woensdag 19 oktober 1853, des voormiddags ten elf ure, ten overstaan van de Notaris Wouter Dirk Nibbelink, residerende te Zwijndrecht, van een bijzonder, hechte, sterk gebouwde, zeer goed onderhouden, snelzeilende en voor de visserij zeer doelmatig ingerichte bezaanvisschuit, genaamd MET GODS HULP, laatst gevoerd door stuurman H.’t Hart, zijnde lang over steven veertien ellen en wijd vier ellen en vier palmen, met al deszelfs staand en lopend want, rondhout, ankers, touwen, zeilen en verdere scheepsbehoeften, als in de inventaris is vermeld, en zo als dezelve is liggende in de Haven te Pernis, alwaar dezelve zal kunnen worden bezichtigd acht dagen voor de verkoping.
Alles bij biljetten breder omschreven.


12 oktober 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Het bericht, voor enige dagen gemeld (opm: NRC 071053), dat er de 21e september l.l. een Nederlandse galjoot, naam onbekend, in de nabijheid der Engelse kust is gezonken, is later bevestigd en gebleken dat het is geweest het Nederlandse kofschip de JONGE TIJS, kapt. H.T. Bakker, van Wildervank, beladen met ijzer van Sunderland naar Flensburg. De equipage is gered en thans reeds te Wildervank gearriveerd. Opmerkelijk is het, dat bovengenoemde kapitein met zijn vrouw en zoon en overige equipage, op de reis van Engeland naar Nederland, ten tweede male schipbreuk heeft geleden met het ijzeren schroefstoomschip CAMERTON (opm: zie NRC 280953 en 290953). Nadat men in levensgevaar op eigen schip had verkeerd, waande men zich aan boord van de CAMERTON behouden en gered te zijn, doch niet lang duurde het, of ook de CAMERTON verkeerde in gevaar en haastte zich de equipage om de stoomboot, die later gezonken is, te verlaten. Behalve andere schepelingen bleef de vrouw van kapt. Bakker hiervan eerst onwetend, tot dat haar echtgenoot haar in angst toeriep om zich te haasten, teneinde met de sloep het gevaar te ontkomen. Half gekleed verliet de manschap het stoomschip, dreef op Gods genade her- en derwaarts, totdat een tweede Engelse stoomboot hen met zeemanshartelijkheid opnam, en, ook weer met gevaren worstelende, door vermeerderde stoomkracht, behouden te Hellevoetsluis aanbracht.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 11 oktober. Het bij Domesness (opm: Kolkasrags, Estland) zonder volk en met rogge geladen aangedreven schip – zie ons nommer van 10 dezer, art. Windau – is gebleken te zijn de MARGINA WILHELMINA (opm: kof), kapt. Vos, van Riga naar de Maas. (opm: zie NRC 101053 en 151053)


  AH - Algemeen Handelsblad

Verkoping van schepen op maandag 10 oktober in de Nieuwe Stads Herberg aan het IJ: het welbezeild, kopervast en van een metalen huid voorziene barkschip EENDRAGT, kapt. M. van Velthoven: NLG 27.000, in slag NLG 1.600, koper H.J. Rietveld. (opm: schip gaat over naar rederij Trakranen & Co, Amsterdam; nieuwe gezagvoerder J.W.L.F. Stern)


  AH - Algemeen Handelsblad

Het schip ALIDA, kapt. Harding, van Riga naar de Maas, is wegens lekkage te Libau binnengelopen.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Directeuren der Nederlandsche Scheeps-Reederij, gevestigd te Amsterdam, brengen hiermede ter kennis van de respectieve deelhebbers in dezelve, dat, naar aanleiding van hetgeen er in de laatste algemene vergadering, gehouden de 26e september l.l. gerapporteerd en besloten is geworden, de zesde of laatste repartitie een som bedraagt van NLG. 48,40 per aandeel, welke tegen intrekking der aandelen, te beginnen op de 10e dezer, dagelijks van ’s maandags tot vrijdags ten kantore der rederij in de Doelenstaat betaald zal worden van ’s morgen 10 tot 1 ure.
Amsterdam, 7 oktober 1853, directeuren der Nederlandsche Scheeps-Reederij voornoemd,
P.J. Ameshoff, directeur-president, Theod. Johs. Kerkhoven, directeur-secretaris


  OP - Oostpost

Het Nederlands-Indisch schip BANKA, bevorens genaamd de VRIENDEN, thans gevoerd door kapt. M. Monteiro, is de 4e dezer van Soerabaija over Sumanap naar Padang vertrokken.


13 oktober 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 10 oktober. Heden is op de werf De Boot van de scheepsbouwmeester F.F. Groen alhier voor rekening van de heer G.W. van Barneveld Kooy en rederij de kiel gelegd voor een fregatschip, groot 325 lasten, hetwelk genaamd zal worden WILLEMINA EN CLARA, en bestemd voor de grote vaart.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Malta, 3 oktober. Het Nederlandse schip DOLPHYN, kapt. Dobbinga, van Ibrail naar Falmouth bestemd, is alhier de 27e september lek en met schade aan het tuig binnengelopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Bolderaa, 30 september. Het met een lading lijnzaad van St. Petersburg komende Nederlandse schoenerschip VLIJT, kapt. Engelsman, is alhier voor noodhaven binnengelopen. Hetzelve is in een hevige storm lek geworden en heeft de lading zodanig beschadigd, dat dezelve gelost moet worden.


  DC - Dordtsche Courant

Hellevoetsluis, 10 oktober. Heden morgen arriveerde NATAL, kapt. W. Wintle, van Londen, welk schip heden nacht in aanvaring is geweest met een Hannoverse kof, die een lek bekwam en de boegspriet verloor; daarna is zij op sleeptouw genomen door kapt. W. Wintle, ten einde haar herwaarts te brengen, doch bij de redeton heeft de kapitein van het kofschip de tros gekapt en is op het Goereese strand gelopen; het kwam van Noorwegen met stokvis en was bestemd naar Antwerpen.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Het schip JANTINA ENGELINA, kapt. De Jonge, van Frederikstad als bijlegger naar Delfzijl bestemd, is, na 28 dagen in de Noordzee rondgezworven te hebben tengevolge van het stormachtige weder, met verlies van deklast en meer andere schade den 10 october te Harlingen binnengelopen.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Bij Domnesnes is aangedreven het schip MARGINA WILHELMINA, kapt. Vos, van Riga naar de Maas met rogge, door het volk verlaten.


14 oktober 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

(Geen plaats of datum) Op a.s. zaterdag, de 15e oktober, des middags ten 2 ure, zullen van de werf Het Wapen van Harlingen, in de Groote Wittenburgerstraat, van de heer F. Haverkamp te water worden gebracht het barkschip BELLATRIX en het schoenerschip PEGASUS, het eerste gebouwd voor rekening van de heren Van Eeghen & Co en het andere van de heer A. Graadt van Roggen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Sheerness, 11 oktober. Het Nederlandse barkschip ANJER, kapt. Esink, van Amsterdam naar Batavia, is hier gisteren namiddag ten 5 ure met adsistentie van twee vaartuigen binnen gebracht. Het schip heeft gisteren morgen ten 4 ure met dik weder, hebbende het vuur van de Galloper op dat ogenblik in peiling W.N.W. op 2 mijlen afstand, op een drijvend wrak gestoten en dientengevolge het roer verloren en andere schade bekomen. Men heeft heden morgen een voorlopig onderzoek gedaan en gelooft, dat de kiel van achteren beschadigd is. Na het ongeval heeft men nog een anker en ketting moeten slippen. Op het ogenblik, dat het schip stiet, had men meer dan 20 vadem water bij het lood. (opm: zie ook DC 151053)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Kroonstad (opm: Kronjstadt), 5 oktober. Het van hier met een lading vlas naar Boulogne bestemde schip (opm: kof) LEONORA JOHANNA, kapt. Balk, is de 27e september op een ondiepte tussen Sommerö en Stammö gestrand en totaal verbrijzeld. De bemanning is gered. Van lading of takelage heeft men echter niets kunnen bergen.


  AH - Algemeen Handelsblad

Elseneur, 10 oktober. Het stoomschip UFFO is heden van hier vertrokken naar de bocht van Hornbeck om de kof ANNETTA FOSSIENA, kapt. Kraan, die aangezeild was geworden, van daar herwaarts te brengen.


  AH - Algemeen Handelsblad

Hellevoetsluis, 12 oktober. Het Hannover kofschip GODFRIED AUGUST, kapt. Habben, van Bergen naar Antwerpen, is, na te zijn aangezeild, bij de Goeree gestrand en zal weg zijn.


  AH - Algemeen Handelsblad

Egmond aan Zee, 11 oktober. In de nacht van 26 september 1853 strandde onder de gemeente Schoorl nabij Egmond aan Zee het Russische barkschip genaamd WÄNSKAPEN, gevoerd door kapt. Jacob Eklund, van St. Ubes naar Finland, geladen met zout. Het schip werd aan vier of vijf stukken tegen de tweede zeebank verbrijzeld, waarvan een gedeelte van het achterschip met de bezaansmast op de tweede bank is blijven staan, waarin de bemanning, bestaande uit 14 personen, bevonden en aan de prooi van de woedende golven werd overgelaten, welke onder aanvoering van de heer G. de Groot, met 22 Egmond-aan-Zeese visserslieden, het gelukte om alle 14 personen uit doodsgevaar te mogen redden. Deze menslievende redding, tot driemaal toe herhaald met gevaar huns levens gepaard, geschiedde in een half verbrokene boot, welke aldaar in de nabijheid was aangespoeld.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Te Amsterdam ligt in lading naar New York om begin der volgende maand te vertrekken het nieuw gebouwd en gekoperd schoenerschip PEGASUS, kapt. H.P. Cruys. (opm: de PEGASUS, kapt. Cruys, is de 16e november van Texel uitgezeild naar New York, voor de eerste reis)


  LC - Leeuwarder Courant

Harlingen, 10 oktober. Zijn wij goed onderricht, dan is er voor deze door verschillende zeekapiteins geklaagd over het gebrekkige van het loodswezen te Terschelling. Thans zijn wij verzocht te melden, dat er zich gisteren 10 schepen voor de Vlie-gaten bevonden, hebbende de vlaggen in top ten teken, dat men loodsen verlangde. In weerwil van het gunstige weder daagde er evenwel niemand op, zodat men tegen de avond genoodzaakt was weder zee te moeten kiezen. Wij achten het overbodig te betogen, dat zulks voor een zeeman, die buitendien met vele onaangenaamheden te kampen heeft, hoogst teleurstellend is. Maar wij vragen of langs die weg het betreurenswaardig aantal schipbreuken niet lichtelijk kan vermeerderd worden en of het niet noodzakelijk is, dat er ten spoedigste in voorzien wordt.


15 oktober 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 14 oktober. Gisteren, 13 oktober, is te Nieuwendam van de werf van de scheepsbouwmeester W.H. Meursing met goed gevolg te water gelaten het schoenerschip SARA ELISABETH, groot circa 210 tonnen, voor rekening van de heer H. Gullen en rederij te Amsterdam, zullende gevoerd worden door kapt. W. Kuiper, waarna de kiel is gelegd voor een driemast schoener, genaamd HENRIËTTE EN CORNELIA, voor rekening van de heer J. Schut en rederij te Amsterdam, groot circa 160 gemeten lasten.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Elseneur (opm: Helsingör), 10 oktober. De Nederlandse kof MARGINA WILLEMINA (opm: MARGINA WILHELMINA), kapt. Vos, van Riga met een lading rogge naar de Maas bestemd, is in de nabijheid van Domesness (opm: Kolkasrags) lek geworden en door het volk verlaten, hetwelk hier geland is. (opm: zie NRC 121053; het schip dat de bemanning heeft gered is onbekend)


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Publieke verkoping à contant te Goedereede op woensdag 19 oktober 1853, des morgens om 10 uur, op de Kaai aldaar, van:
- Het hol of casco van het Hanoverse kofschip GOTTFRIED AUGUST, zo als hetzelve is zittende op het strand aan de Noordkust van het eiland Goedereede.
- Zeventien stuks zeilen, vier ankers, een kabel, een ketting, twee koperen pompen, staand en lopend wand, een sloep en hetgeen meerder geborgen is van de inventaris van bovengenoemd schip.
Nadere inlichtingen zijn te bekomen bij de heer Goedkoop Dz., burgemeester te Goedereede.


  DC - Dordtsche Courant

Sheerness, 11 oktober. Het Nederlandse schip ANJER, kapt. Esink, van Amsterdam naar Batavia, is hedenmorgen met averij in deze haven gebracht geworden, het heeft op de hoogte van de Galloper gestoten. Het is niet lek. De kapitein is naar Londen vertrokken, om per telegraaf instructies aan Amsterdam te vragen. (opm: zie ook NRC 141053)


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Gepraaid: de 24e september, op 24 mijl bewesten Trafalgar, het schip PIET HEIN, kapt. Meijer, van Amsterdam naar Triëst; den 24 dito, op 41º N.Br., 69º W.L., het schip ADRIANUS EN WILLEM, kapt. Scheeve, van Amsterdam naar New York, met verlies der fokkemast; en de 7e oktober, op 54º 23' N.Br., 04º 58' O.L., het schip ANNECHIENA GEZINA, kapt. ….., van Drontheim naar Delfzijl, met verlies van de deklast.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Advertentie. Uit de hand te koop op aannemelijke voorwaarden een op stapel staand tjalkschip, groot plm. 60 ton. Te bevragen bij G.J. Bos te Appingedam.


16 oktober 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 23 augustus. Van Timor-Koepang (opm: Kupang op het eiland Timor) wordt gemeld dat het Engelse schip LORD ELPHINSTONE, gezagvoerder J.C. Roberts, de 20e juni van Melbourne vertrokken en naar Madras bestemd, op de 17e juli, vermoedelijk door het springen van één der planken, op 10º15’ Z.B. en 126º10’ O.L. een zwaar lek heeft bekomen en enige uren daarna, niettegen- staande de aangewende pogingen om hetzelve vlot te houden, is gezonken. De equipage, bestaande uit de gezagvoerder J.C. Roberts, twee stuurlieden J. Leonhard en E. Joyce en 41 Lascars (opm: Laskaren, Engels-Indiërs), benevens mevrouw Roberts met kind en vrouwelijke bediende, de heer en mevrouw Heath, de heer J. Roddy en de heer G. Roddy, die zich als passagiers aan boord bevonden, hebben zich met veel moeite in twee lek geworden sloepen gered en zijn in de avond van de 18e juli j.l. te Koepang aangekomen, waar zij behoorlijk zijn verzorgd.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 15 oktober. Door een geachte hand worden wij in staat gesteld het volgende extract mede te delen uit een brief d.d. 22 augustus van kapt. C.J. Tönjes, voerende het alhier te huis behorende barkschip EVERDINA ELISABETH, van Sydney te Batavia binnen. ‘In de morgen van de 3e augustus 1853, ten 7 ure, ontwaarde ik op de oostelijke punt van het Great Detached Reef (nabij Torresstraat) een in tweeën gebroken masteloos schip, en ten 8 ure in de branding van dat rif een boot met volk, welke met een vlag noodseinen deed, waarop ik terstond bijdraaide, doch spoedig bemerkte, dat de boot, hoewel buiten de branding zijnde, door de krachteloosheid der roeiers, zowel als door de ontramponeerde staat waarin zij zich bevond, het schip niet konden bereiken, waarop ik naar dezelve toehield en om half negen uren het geluk had uit die boot 8 personen te redden; de ontramponeerde boot zonk na de overneming der manschappen.
Gemelde 8 personen verklaarden te hebben behoord tot de equipage van het in die nacht ten 1 ure op het Great Detached Reef gestrande Engelse schip BOURNEUF, gezagvoerder Robert Bibby, van Port Philip gedestineerd naar Bombay en verklaarden te zijn: Robert Smallman, timmerman; John Williams, kok; Fredrich Thomson, James Price, Henry Booth, William Parker, Samuel Hunter en John Harvey, matrozen. Deze personen verhaalden, dat hun gezagvoerder met zijn vrouw en vrouws oudste zuster, zo ook de bootsman en 4 matrozen met een boot van boord gaande, verdronken waren, maar dat nog een boot met de overige equipage, ten 4 uren van boord was gegaan, maar door de duisternis uit het gezicht was geraakt, waarop ik alle mogelijke moeite in het werk stelde om ook deze boot te ontdekken, doch vruchteloos. De noord-westelijke drift maakte het onmogelijk voor het schip langer te vertoeven, en ik moest dus voor eigen veiligheid zorgende, laten volbrassen, doch liet goede uitkijk houden, zowel uit de grote als voortop, ten einde zo mogelijk ook deze boot in het gezicht te krijgen. Ten 9 ure 15 minuten ontwaarde ik dezelve in de zuider passage van Raine Eiland, en had ten 10 ½ ure het geluk ook de manschappen uit deze boot te redden, bevattende dezelve 23 personen, als: Thoms. Wilson, 1e stuurman; Anthony Belt, 2e stuurman; Henry Stanton, hofmeester; William Davis, George Scott, John Adamson, John Yarret, Crus, Oregon, William Starring, Fredrich Smith, Joseph Bordgess, William Parker, David Protter, Jannes, William Lewis, Jockings, Cobourn, Joseph Pedro, E. Manuel (deze met zware kneuzing van het linkerbeen en voet), William Dekker (deze met zware belediging van het rechter dijgewricht), Alfred Bronuless (deze met een breuk van het rechter sleutelbeen en kwetsing aan beide ogen), Petter Stevens, matrozen. Deze waren reeds op Raine Eiland geweest, doch zonder enige zoetwater en provisie bevindende, hadden zij hetzelve weer moeten verlaten; zij verhaalden ten aanzien der verdronkenen hetzelfde als de vorigen. Van het schip, of de goederen en gelden der equipage is niets gered. Op de 5e augustus 1853 kwam de gezagvoerder van het Engelse schip EARL GRAY bij mij aan boord, en deze naar Bombay bestemd zijnde, nam met overleg van de 1e stuurman Thom. Wilson (behoord hebben tot het gestrande schip) 6 manschappen over, zijnde kleurlingen, welke te Bombay te huis behoorden, zodat 25 der schipbreukelingen bij mij aan boord gebleven zijn, welke ik de 19e augustus aan boord van het wachtschip te Batavia heb laten over gaan (opm: zie ook DC 201053)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Portsmouth, 12 oktober. De Nederlandse bark VROUW JOHANNA, kapt. Van Wijk Juriaanse, van Hartlepool naar Singapore, is alhier binnengelopen om nog 3 matrozen te engageren (opm: aan te nemen). De kapitein is hierin onmiddellijk geslaagd en denkt morgenochtend zijn reis voort te zetten.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Boston, 30 september. De Nederlandse schoener ADRIANUS EN WILLEM, kapt. Scheeve, van Amsterdam naar New York, is alhier de 28e dezer in averij binnengelopen. Dezelve heeft de 9e september op 50º30’ N.B. en 66º50’ O.L. in een zware storm, fokkemast, zeilen, enz. verloren en andere schade bekomen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Kopenhagen, 10 oktober. De Nederlandse kof HARMINA ANNEGINA, kapt. Schippers, van Antwerpen in ballast naar Riga bestemd, is de 29e september op Harboore (opm: Harboør) gestrand. De bemanning is gered, zomede heeft men het tuig en de inventaris geborgen. Het schip zit hoog op het strand en is een weinig beschadigd.
(NB. Reeds in ons nommer van de 9e dezer, maakten wij hiervan melding. Dat bericht was echter niet geheel juist, zie ons nummer van die datum, art. Lemvig).


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Elseneur (opm: Helsingör), 9 oktober. Het schip JONGE TAMMINK, kapt. P.J. Bakker, van Koningsbergen (opm: Kaliningrad) naar Amsterdam, is bij Bornholm overzeild en gezonken, doch het volk gered en de 7e dezer alhier aangekomen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 23 augustus. Omtrent de vrachten hebben wij slechts mede te delen, dat het Nederlandse schip JAN VAN HOORN geen charter heeft willen aannemen voor na aankomst der laatste mail. Thans is reeds geboden NLG 90 voor een lading rijst op Indramayoe (opm: Indramayu, 27 mijl noordwest van Cirebon) in te nemen. De beide Nederlandse schepen ST. HELENA en DIANA laden voor rederij rekening.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 23 augustus. Met het Nederlandse schip EVERDINA ELISABETH, kapt. Tonjes, van Sydney, zijn alhier aangebracht als passagiers de heer Van Boekhove en 25 schipbreukelingen van het Engelse schip BOURNEUF, hetwelk in de nacht van 2 op 3 augustus op het Great Detached Reef, nabij Torres-straat gestrand en verloren is.


17 oktober 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 15 oktober. Heden zijn op de scheepstimmerwerf Het Wapen van Harlingen van de heer F. Haverkamp in de Groote Wittenburgerstraat alhier met het beste gevolg van stapel gelopen de beide gisteren gemelde schepen, zijnde het barkschip BELLATRIX en het schoenerschip PEGASUS, het eerste gebouwd voor rekening van de heren Van Eeghen & Co, en het tweede voor rekening van de heer A. Graadt van Roggen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Elseneur (opm: Helsingör), 13 oktober. De 10e dezer is alhier met schade wegens aanzeiling binnengebracht de Nederlandse kof ANNETTE FOSSINA, kapt. Kraan, van Dantzig (opm: Gdansk) met een lading tarwe naar Rouaan bestemd. (opm: zie NRC 281053)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Penzance, 12 oktober. Het kofschip NEPTUNUS, kapt. Meesman, van Cardiff met spoorijzer naar Leer bestemd, is alhier met een lek en wegens ziekte van de kapitein binnengelopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Valparaiso, 31 augustus. Kapt. Ahlman, voerende het schip CITO, de 29e dezer alhier van Hamburg gearriveerd, rapporteert dat hij bij de Falkland-Eilanden, een Nederlandse bark gepraaid heeft, welke naar Californië bestemd was. Dezelve had de bezaanmast verloren en zette koers naar Rio de Janeiro. (Nadere bijzonderheden niet aangegeven.) (opm: de HENRIETTE, kapt. J.M. van der Veen, zie NRC 201053)


18 oktober 1853


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Men meldt uit Nijekjöbing (opm: Nykøbing, eiland Storstrøm) d.d. 10 oktober: In de nacht van den 9 dezer strandde bij Botö (opm: Botö By, 6 mijl Z.Z.O. van Nykøbing) zo men meent, door verwisseling van het vuur van Gjeds (opm: Gedser) en met het vuur van Dars, drie schepen, waaronder het schip KARSIENA, kapt. J.A. Waterborg (opm: kof KARSINA, bouwjaar januari 1853 !; kapt. Johannes Harms Waterborg, zie ook PGC 251053), van Dantzig (opm: Gdansk) naar Rotterdam met weite; het volk is gered, en men hoopte het schip en de lading ook te zullen bergen.


 GRC - Groninger Courant

Termunterzijl, 16 oktober. Den 12 oktober binnengekomen de EENDRAGT, H.A. Scheppers van Noorwegen. (opm: de kof, bouwjaar 1824, kapt. Hinderikus Antonie Scheppers, werd hierna waarschijnlijk verkocht voor de sloop)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 17 oktober. In een particulier bericht van Ampenam (eiland Lombok) wordt in dato 10 augustus j.l. het volgende geschreven. In het begin van juli strandde in 4 vademen water een groot, zo men zegt, Amerikaans schip. Op de klare middag zeilde het met volle zeilen de wal op; niemand kwam aan wal, de bevolking op dat gedeelte der Oostkust wilde ter hulp snellen, doch mensen die zich herhaalde malen met klappers, pisang, kippen en met een Nederlandse vlag aan boord wilden begeven, werden niet alleen door de schepelingen afgewezen, maar zelfs met geweervuur van boord begroet. Eindelijk zag men omstreeks de 3e of 4e juli de zeilen hijsen, en kort daarna het schip in lichte laaie vlam staan; het brandde tot het water af. De equipage schijnt zich in de boten gered te hebben, althans men heeft niets meer van haar vernomen. Dit is de inhoud der geruchten, welke daarvan rondgaan. Intussen zal schrijver, die destijds van het eiland afwezig was, op een aanstaand bezoek der Oostkust meerdere berichten zien in te winnen en alsdan mededelen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 17 oktober. De Nederlandse kof HINDERIKA ANNECHINA, kapt. De Boer (opm: HENDRIKA ANNECHINA; bouwjaar 1847; kapt. H.K. de Boer), van Dantzig (opm: Gdansk) met tarwe herwaarts gedestineerd, is volgens brief van Delfzijl van 15 dezer, de 11e dito op 55º38’ N.B. en 07º15’ W.L. (opm: moet zijn: O.L.) in zinkende staat door het volk verlaten, dat door kapt. T.J. Middel, voerende het schip BOUWINA, gered en te Delfzijl aangebracht is.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

St. Ubes (opm: Setubal), 7 oktober. Het Nederlandse schip (opm: kof) HENDERIKA, kapt. R.R. Huisman, van Cardiff naar Lissabon, is hier de 3e met verlies van fokkemast, zeilen, enz. binnengelopen.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Publieke verkoping. Men is voornemens op woensdag de 19e oktober 1853, des voormiddags te 11 uur, op de scheepstimmerwerf De Hoop, aan de Nieuwediep, gemeente Helder, ten overstaan van de notaris J. Schoon, in het openbaar te verkopen ongeveer 100 balen door zeewater beschadigde katoen en 20 stuks zeilen, zo goed als nieuw. Voorts ankers, kettingen, staand en lopend touwwerk, een stuurrad enz., alles geborgen van en uit het op de Haaks gestrande Engelse barkschip HAITIENNE, metende 220 ton, gevoerd geweest bij kapt. James Steward, van St. Domingo bestemd naar Hamburg.
Nadere informatiën zijn te bekomen bij de heer J. van Herwerden, sub-agent van Lloyds, aan den Helder, en bij de heren Gebr. Zurmühlen en Taylor, makelaars aan het Nieuwediep.


  LC - Leeuwarder Courant

Helder, 11 oktober. Dezer dagen is alhier van Amsterdam aangekomen het Amerikaanse driemast schip MICHAEL ANGELO, metende 980 ton, aan boord waarvan zich 300 Duitse landverhuizers bevonden. Al spoedig na de aankomst van het schip openbaarde zich onder deze mensen, uit mannen, vrouwen en kinderen bestaande, de cholera in een niet geringe mate, vooral onder de kinderen en vrouwen.
De minister van marine heeft, zodra hij het bericht ontving, dat de cholera zich in een hoge mate op het Amerikaanse schip vertoonde en uitbreidde, terstond bevelen gegeven om het naar de quarantaineplaats te Wieringen te doen vertrekken en door het derwaarts zenden van officieren van gezondheid der marine en van de nodige geneesmiddelen en verdere behoeften, getracht in het deerniswaardige lijden der ongelukkigen te hulp te komen.
Voor dat het schip naar Wieringen vertrok, waren reeds 16 personen overleden en bij aankomst te Wieringen waren er op nieuw zes lijken. Bij onderzoek van het schip bleek, dat, hoe zeer het tussendeks betrekkelijk hoog mocht worden genoemd, daarin echter 297 personen van allerlei jaren en kunne waren opeengehoopt, van welke sommigen tot ligging en dekking niets bezaten, dan een vaste kooi tegen boord, in de eigenlijke zin des woords een bak, in welke de ganse familie moest slapen, ja, bijkans woonde op een weinig los daarin geworpen gedroogd zeewier. Twee rijen zulke zogenaamde kooien boven elkander waren er aan weers zijden tegen boord en zo zeer op elkander gedrongen, dat het niet mogelijk was, dat in dit logies immer de voor het behoud der gezondheid zo nodige en onontbeerlijke doorstraling van lucht kon plaats hebben, en dit te minder in die dagen toen vele der bewoners wegens het slechte weder zelfs over dag hun kooi niet konden verlaten, zodat een aantal hunnen zich in zulk een diep gedrukte toestand bevonden, dat zij te onverschillig waren om zich tot het naar boven gaan en het inademen der verse lucht te laten bewegen.
Kapitein noch stuurman van het schip trekt zich het lot der ongelukkigen aan. Een ieder moet, als hij levensmiddelen krijgt, zijn eigen pot koken en de een bekommert zich niet om het lot van de ander. Ofschoon niet zonder moeite, heeft zich de kapitein laten overtuigen, dat hij naar Wieringen moest vertrekken en het is te hopen, dat men er in slagen zal om hem tot een meerdere zorg voor zijn passagiers en tot meer doelmatige inrichting van zijn schip over te halen.
Intussen is het betreurenswaardig, dat zulke handelingen hier te lande lijdelijk moeten worden aangezien zonder dat de politie kan tussenbeide komen. De kamers van koophandel hebben herhaalde malen reeds over het gebrek aan toezicht op het vervoer van landverhuizers geklaagd. Eindelijk is ten vorigen jare een goed wets-ontwerp daarop aangeboden. Met de ontbinding der Kamer is het vervallen. Op nieuw is het niet weder ingekomen. Als men handelingen als bovenstaande verneemt, is het dan niet tijd, dat men aan de stem der menselijkheid gehoor geeft en er voor zorgt, dat niet op die wijze met mensenlevens wordt gespeeld? Het wets-ontwerp ligt klaar. Waarom wordt het niet op nieuw aangeboden?
Uit Wieringen schrijft men van de 10e dezer: Hoe zeer er onder de landverhuizers van het hier in quarantaine liggende Amerikaanse schip MICHAEL ANGELO een belangrijk getal van sterfgevallen heeft plaats gehad, doen er zich thans onder hen geen choleragevallen meer voor. Intussen lijden er thans velen aan een ernstige typhus, zodat er nog ruim 30 zieken in behandeling zijn. Het is te wensen, dat men voortaan maatregelen berame, opdat deze arme lieden niet als het vee in de schepen, voor hun overtocht bestemd, worden opeengepakt, waaraan, behalve verdere min goede verzorging, zekerlijk het verlies van zo vele mensenlevens is te wijten. (opm: de MICHAEL ANGELO, kapt. Sears, is op 18 oktober van Texel uitgezeild naar New York)


19 oktober 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 181053. Te Monnikendam is de 17e oktober op de werf van de scheepsbouw- meester J. Kater Pzn de kiel gelegd voor een barkschip, groot ongeveer 260 lasten, genaamd zullende worden STAD LEYDEN, voor rekening ener rederij onder directie van de heren Craandijk & Dercksen te Amsterdam en bestemd voor de grote vaart.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 18 oktober. Volgens brief in dato 15 dezer van kapt. Van der Eb, voerende het brikschip ST. GEORGE DE LA MINA, van Rotterdam naar de kust van Guinea bestemd, was hij die dag door tegenwind in de Downs geankerd. Het schip had hoegenaamd geen schade, terwijl aan boord alles wel was.


  AH - Algemeen Handelsblad

Verkoping van schepen op maandag 17 oktober in de Nieuwe Stads Herberg aan het IJ:
het welbezeild, gekoperd en kopervast barkschip PLANCIUS, kapt. S.J. Rotgans: NLG 32.600, in slag NLG 600, koper G.J. Boelen (opm: een makelaar; koper is Van Baggen & Co, Amsterdam; nieuwe naam IRIS en kapt. J. van Zameren).


20 oktober 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 19 oktober. De minister van financiën, bemerkt hebbende dat voortdurend enkele scheepsreders schijnen te geloven, dat de Nederlandse zeebrieven, welke volgens de bepalingen der wet van 8 augustus 1850 (Staatsblad, no. 49), tegen betaling van een registratierecht van vier ten honderd (opm: 4%) ook aan buitenlandse gebouwde schepen worden uitgereikt, ook verleend kunnen worden voor vaartuigen, welke, in de vreemde aangekocht of aangebouwd, van daar naar elders verzeilen of in de vaart gebracht worden, zonder alvorens een Nederlandse haven aan te doen, heeft nodig geoordeeld de belanghebbenden te doen opmerken, dat geen Nederlandse zeebrief verleend wordt, zonder dat het schip waarvoor dezelve wordt aangevraagd, hier te lande gemeten is, en dat evenzo het voor de zeebrieven van buitenlands gebouwde schepen verschuldigde registratierecht niet in ontvangst kan worden genomen, zonder dat de administratie in de gelegenheid gesteld is, om zich door eigen waarneming of door onderzoek van deskundigen, van de juistheid der opgegeven waarde te overtuigen. Eén en ander maakt het alzo nodig dat het buitenlands gebouwde schip, waarvoor een Nederlandse zeebrief aangevraagd wordt, zich hier te lande bevindt, en de enige faciliteit, welke op dit punt bewezen kan worden, ligt in het verschaffen der middelen om een buitenlands aangebouwd of aangekocht schip met een voorlopige zeebrief rechtstreeks naar Nederland te doen overkomen, teneinde alhier aan de vereiste formaliteiten te voldoen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rio de Janeiro, 14 september. Het alhier in averij binnengelopen Nederlandse schip HENRIETTE, kapt. Van der Veen, van Cardiff naar Panama bestemd, is afgekeurd en voor GBP 1.000 verkocht.
(opm: of de bark, bouwjaar Quebec 1849; kapt. Jan Marinus van der Veen, zie o.a. NRC 200953, door kopers na herstel weer in de vaart werd gebracht is aan Marhisdata onbekend)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

San Francisco, 31 augustus. De Nederlandse bark SIRENE, kapt. Muller, van Cardiff alhier gearriveerd, heeft op de reis veel slecht weer ondervonden en de 3e juni op 44º Z.B. en 81º W.L. de grote steng gebroken en de bramsteng verloren. (opm: zie NRC 171053)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Mauritius, 19 augustus. Heden is alhier binnengekomen om een lek te stoppen en andere schade te herstellen de Nederlandse bark DANKBAARHEID AAN DE NEDERLANDSCHE HANDEL-MAATSCHAPPIJ, kapt. Krol, van Batavia naar Rotterdam bestemd. (opm: zie NRC 021253)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Memel (opm: Klaipeda), 13 oktober. Het in deze nabijheid gestrande Nederlandse kofschip HOPENDE ZEEMAN, kapt. Topzand – zie ons nommer van de 6e dezer – is geheel verbrijzeld. Van de lading heeft men een groot gedeelte, van de inventaris slechts weinig kunnen bergen.


  DC - Dordtsche Courant

Dordrecht, 19 oktober. In het begin van de maand augustus ll. is het Engels schip BOURNEUF, gezagvoerder R. Bibby, van Port Philip naar Bombay bestemd, nabij Torresstraat, geheel verongelukt. De kapitein, zijn gade en schoonzuster, de bootsman, benevens vier matrozen hebben bij deze ramp het leven verloren. De overige equipage, bestaande uit 2 stuurlieden en 29 matrozen, zijn door het Nederlandse schip EVERDINA ELISABETH, kapt. Fonjes, te Batavia aangebracht.


21 oktober 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Aan heren scheepreders en gezagvoerders van bodems naar Java bestemd. De ondergetekenden hebben de eer ter kennis van belanghebbenden te brengen, dat zij te Soerabaija een scheepstimmerwerf hebben opgericht. Door een vlugge, solide en tevens civiele bediening, zullen zij trachten, de gunst van geëerde begunstigers waardig te worden. Soerabaija, 19 augustus 1853, Van Asperen, Ruiter & Co


22 oktober 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 21 oktober. Aangaande het schip ALIDA JACOBA, kapt. Amsinga, van Newcastle naar Marseille, de 23e januari van Torbay vertrokken, heeft men sedert niets vernomen. (opm: zie ook NRC 180553)


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Op dinsdag de 15e november 1853, des morgens te 11 uur, zal ter terechtzitting van de Arrondissementsrechtbank te Amsterdam, Eerste Kamer, zitting houdende op het Paleis van Justitie alhier, ten verzoeke van Hollander & Lehren, commissionairs, wonende te Amsterdam, bij gerechtelijke uitwinning aan de meest biedende en hoogst mijnende worden verkocht een schip en toebehoren, zijnde een schoenerschip, genaamd ECLIPSE, lang 22 el 70 duim, breed 3 el en 70 duim en diep 2 el en 62 duim, en alzo gemeten op 98 Nederlandse tonnen of 52 last, varende onder Engelse vlag, gevoerd door kapt. Robert James, liggende hetzelve schip binnen deze stad in het Entrepot-Dok. De veilconditiën zijn gedeponeerd ter Griffie van gemelde rechtbank, en mede in te zien ten kantore van de ondergetekende procureur, in de Reguliersdwarsstraat bij de Vijzelstraat.
Amsterdam, 21 oktober 1853. E.J. Asser, procureur.
(opm: de schoener werd eind januari 1854 aangekocht door scheepsbouwer J.F.P.A. Abbema, Amsterdam, waarbij een forfaitaire waarde van NLG 3.300 werd geregistreerd; J.S. Op ’t Holt werd als kapitein aangesteld, wiens naam op 18 maart prijkt op een zeebrief van de MAGRIETHA van L.E. Tiktak uit Nieuwe Pekela, vermoedelijk de volgende eigenaar)


  DC - Dordtsche Courant

Amsterdam, 19 oktober. De Nederlandse schoener ARIANUS EN WILLEM, van Amsterdam, is met verlies van voormast te Boston opgesleept en wachtte een stoomboot van New York om haar op sleeptouw te nemen. De stoomboot ontving 1.000 dollars (NLG 2.500,-) voor het opbrengen te Boston.


  DC - Dordtsche Courant

San Francisco, 31 augustus. Het schip SIRIUS, kapt. Mulder, van Cardiff alhier aangekomen, heeft op 3 juni, op 44 gr. 4 min. Z.B. en 81 gr. L. een hevige storm doorgestaan, en daardoor de grote bramsteng en de grote top verloren.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Delfzijl, 20 oktober. Kapt. Gust, voerende het schip de GOEDE HOOP (opm: smak, kapt. Jans Hendrik Gust), van Termunterzijl naar Frederikstad bestemd, is op de 4e dezer zwaar lek geworden, en naar een zware storm doorgestaan te hebben, nam de kapitein de 5e dito het besluit, om op de Jutse kust te stranden; zij zetten toen een noodvlag op, om, ware het mogelijk, voor de stranding door een schip geborgen te worden. Dit gelukte ten dele; zij zagen een Noordse brik op hen aanhouden, zijnde kapt. Guntersen, MATHILDE, bestemd naar Drobach, die veel moeite aanwendde om hen te redden, doch vruchteloos. Men nam toen het besluit, om een vlet, met twee riemen daarin gebonden en een kurkvinder (opm: fender), in zee te doen gaan, wat met veel moeite gelukte. Daarop besloot men, dat de stuurman en matroos eerst zouden gaan, om bij gelukkig arrivement de grote boot te nemen en daarmede de kapitein en de kok en hun goederen te redden. Met veel inspanning van krachten gelukte het hun, de brik te bereiken, maar de vlet sloeg om, waarbij de matroos door de zee tegen het wand werd geslagen en gered, maar de stuurman, genaamd B.J. de Vries, verdronk. Van de smak heeft men niets meer vernomen, zij zal waarschijnlijk gezonken zijn. De boot was in stukken geslagen. (opm: zie ook NRC 231053)


23 oktober 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 22 oktober. Men meldt uit Hellevoetsluis d.d. 21 oktober, dat Zr.Ms. schoener de ADDER in dienst is gesteld. Naar men verneemt, is de indienststelling van Zr.Ms. brik de LYNX bepaald op 1 november a.s.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Alblasserdam, 22 oktober. Heden is alhier aan de werf van de scheepsbouwmeester Jonker te water gelaten het barkschip LAMMIENA ELISABETH, groot ongeveer 340 gemeten lasten, hetwelk gevoerd zal worden door kapt. A. Gersen, onder directie van de heren Reuchlin, Moll & Dutilh.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 22 oktober. De Nederlandse smak de GOEDE HOOP, kapt. Gust, van Termunterzijl in ballast naar Fredrikstad, is, volgens brief van Delfzijl van de 20e dezer, de 5e oktober, na een hevige storm doorgestaan te hebben, zwaar lek op de Jutse kust op strand gezet. Het volk had een noodvlag gehesen, waarop de Noorse brik MATHILDE, kapt. J. Gundersen, afgehouden en vruchteloos pogingen aangewend had om hen te redden. De stuurman De Vries, die zich met een matroos in een vlot had begeven om van de brik een boot af te halen, was door het omslaan van het vlot verdronken, doch de matroos gered. Van de smak had men niets meer vernomen, en zou die waarschijnlijk gezonken zijn. (opm: zie PGC 221053, echter ook NRC 311053, 091253 en 121253)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 22 oktober. Volgens brief van kapt. Overeem, voerende het schip NOORD-HOLLAND, in dato Odessa de 10e oktober; dacht hij de 13e dito een aanvang te kunnen maken met laden.


24 oktober 1853


  RC - Rotterdamsche Courant

Aangekomen Falmouth 3 september, JEAN KEY (kapitein Joseph van Coolput en stuurman overleden), van Akyab naar Antwerpen, heeft de reis niet voortgezet.
(opm: Onderweg van Akyab, Birma, naar Antwerpen overleed kapt. Joseph van Coolput op 24 augustus 1853; de eerste stuurman en nog enkele andere leden van de bemanning stierven eveneens, waarna het schip op de rede van St. Helena ten anker werd gebracht. Nadat de bark op 18 september van St. Helena was vertrokken wist de 18-jarige derde stuurman Désiré Vandersteene het schip naar Antwerpen te zeilen. Enkele kranten maken gewag van een zekere kapitein Ahier, maar het was Vandersteene die bij thuiskomst allerwegen werd geprezen om zijn prestatie. Van reder Jean Key kreeg hij als beloning een waardevolle sextant en van de verzekeraars een gouden chronometer. De JEAN KEY was een in 1829 gebouwde bark die in 1830 de Nederlandse voor de Belgische vlag verruilde.)


25 oktober 1853


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Men meldt uit Nijekjöbing (opm: Nykøbing, eiland Storstrøm) d.d. 15 oktober: Het schip KARSINA, kapt. J.A. Waterborg, alhier gestrand (vroeger gemeld) (opm: zie PGC 181053) is wrak, de lading bestaande uit weite, is grotendeels beschadigd geborgen en zal dezen morgen publiek worden verkocht.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Arendahl, 7 oktober. Het alhier binnengelopen schip STAD ALMELO, kapt. Pluijm, heeft de boegspriet verloren en andere schade bekomen.


26 oktober 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 25 oktober. Over Wenen zijn per telegraaf berichten ontvangen uit Konstantinopel (opm: Istanbul) van 15 dezer, waaruit blijkt, dat het weigerende antwoord van prins Gortschakoff op de sommatie van Omer-pacha aldaar was bekend geworden. Een tweede zinsnede der dépêche houdt het bericht in, dat, geheel in strijd met hetgeen men verwachtte, bevel is gegeven om de operatiën tegen de Vorstendommen te beginnen. Tegelijk wordt bevestigd, dat de Turken het eiland in de Donau nabij Widdin reeds bezet hebben. Voorts meldt de dépêche dat eindelijk een gedeelte van de gecombineerde Frans-Engelse vloot voor Konstantinopel is aangekomen.
(opm: De Krim-oorlog 1854-1855 had een belangrijke uitwerking op de Nederlandse scheepvaart. De aanloop tot deze oorlog was lang. Het probleem was de toenemende Russische invloed in de z.g. Vorstendommen, Roemenië en Bulgarije, welke invloed niet door Turkije werd erkend.)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 25 oktober. Gisteren werd het stoffelijk overschot van de heer H. Bouma, laatst gezagvoerder op het schip HARMONIE, toebehorende aan de heren Bonke en Co alhier, op de stedelijke begraafplaats te Crooswijk ter aarde besteld. Behalve ‘s mans naaste familiebetrekkingen, vergezelden ook zijn gewezen patronen, een commissie van het collegie Tot Nut der Zeevaart, en meerdere vrienden en bekenden van de overledene het lijk, en volbrachten de treurige plicht, hem de laatste eer te bewijzen. Nadat de kist in de groeve was neergelaten, vatte de Lutherse predikant Hollinghausen het woord op, die in korte maar krachtige bewoordingen zich eerst tot de familiebetrekkingen wendde en vooral de zoon de laatste, tot hem door de stervende vader gerichte woorden nogmaals met nadruk op het hart drukte, en zich vervolgens tot de overigen, in het bijzonder tot zijn gewezen patronen richtte, wier aanwezigheid hier ter plaatse een vererend bewijs van hun hoogachting voor de wakkere zeeman was. Daarna schetste hij deze niet enkel bij hem bekend als een voorbeeldig echtgenoot en vader, maar ook als een sieraad van zijn stand in de maatschappij, als een voorbeeldig Christen, die nooit dan met de grootste aandoening gewagen kon van Bethlehem, Jerusalem, Golgotha en meer dergelijke plaatsen, die hij bij zijn reis door het Heilige Land, eens door hem met zijn vrouw gedaan, met het diepst godsdienstig gevoel had bezocht. In weinige, maar uit het gemoed gewelde, vluchtige trekken aldus hulde doende aan de nagedachtenis eens edelen zeeman, maakte zijn rede een diepe indruk op al de aanwezigen, die voorzeker met een verhoogd gevoel van achting voor de gestorvene diens graf verlaten hebben.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Strandvonderij. Aan de stranden van dit eiland zijn aangespoeld of in de zee gevist hier aangebracht, en onder mijn beheer gesteld, als enige wrakstukken, los wrakhout, masten, rondhouten, 1 barkas, boot, enig touwwerk, 1 zeil en stukken zeil, ongeveer 100 N. Engelse pond los koper, 3 metalen roerhaken, blokken, ijzerwerk en verdere scheepsgoederen, vermoedelijk afkomstig van het op de 27e september jl. op deze kust vervallen en totaal verbrijzeld Amerikaans barkschip LEONIE, gevoerd geweest door kapt. Charles O. Leslie.
Voorts 11 stuks scheeps dekbalken, 3 platen en 11 stuks planken, één vierkante eiken balk, 4 stukken rondhout, 1 anker, 1 hek chaloep, 13 Noorse spieren, 1 zeil, 2 watervaten, 22 pijpen duigen, 1 stuk mast en 1 zeeton, waarop Leman, met 63 ijzeren schalmen.
Eigenaren of rechthebbenden op bovengenoemde goederen of het zuiver provenu derzelve, kunnen zich ter reclame, met de nodige bewijzen voorzien, aanmelden bij de burgemeester van Texel.
Texel, 24 oktober 1853.


  OP - Oostpost

Advertentie. Wissels op Nederland, 6 maanden na dato te bekomen, tot een bedrag van pl.m. NLG 30.000, getrokken door kapt. J.R. Smit, voerende het Nederlands fregatschip VAN GALEN, thans in averij alhier (opm: Soerabaija), op de rederij van genoemd schip met endossement van de ondergetekenden. Gegadigden gelieven hun inschrijvingsbilletten in te zenden voor of op ultimo dezer, ten kantore van notaris Z.A. Eekhout, met opgave van het bedrag en de koers.
Soerabaija, 14 oktober 1853, Tiedeman & Van der Burg.
(opm: de VAN GALEN, kapt. J.R. Smit, vertrok reeds op 6 november 1853 van Soerabaija over Panaroekan naar Nederland)


27 oktober 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Cardiff, 22 oktober. Het Nederlandse schip BROEDERTROUW, kapt. Hordijk, van deze plaats naar Singapore, is, ter rede van Penarth, onklaar geraakt van het Engelse schip LORD ELGIN. Beide bodems bekwamen belangrijke schade en zullen naar Bristol gebracht worden om te repareren.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Ramsgate, 23 oktober. Het alhier binnengelopen Nederlandse fregatschip JOHANNA CORNELIA, kapt. Agchenbach, van Londen naar Melbourne bestemd, heeft anker en ketting verloren.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Frederikshavn, 20 oktober. Op de westkust van Uggerbije (opm: Uggerby, 3 mijl beoosten Hirtshals) is gestrand een Nederlands schip, beladen met haver, de naam onbekend. (opm: ANNEGIENA, zie volgend bericht)


  DC - Dordtsche Courant

Cardiff, 22 oktober. Het Nederlandse schip BROEDERTROUW, kapt. Hordijk, van hier naar Singapore, en het schip de LORD ELGIN, naar Callao, zijn op de hoogte van Penarth met elkander in aanraking geweest; beiden hebben schade bekomen en zullen te Bristol ter reparatie binnenlopen.


  DC - Dordtsche Courant

Advertentie. De scheepmakers C. Gips & Zonen zijn voornemens om op aanstaande donderdag den 27 dezer, des voormiddags ten half twaalf ure, van hun werf De Merwede te water te laten het barkschip MARIA JAOCOBA.
Dordrecht, 26 oktober 1853.


28 oktober 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hjörring, 19 oktober. Hedenmorgen om 5 uur strandde op Uggerbije (opm: Uggerby) de te Veendam te huis behorende kof ANNEGINA, kapt. De Jong (opm: tjalk ANNEGIENA, bouwjaar 1849, kapt. Eildert Jans de Jonge), van Riga met een lading haver naar Londen bestemd. De bemanning is gered en van de lading heeft men ca. 200 tonnen (opm: vaten) droog geborgen. Het schip is lek en zal waarschijnlijk weg zijn. (NB. Dit is het schip waarvan wij in ons nommer van gisteren uit Frederikshavn melding maakten.)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Dordrecht, 27 oktober. Heden middag ten 12 ure is van de werf De Merwede van de scheepsbouwmeesters C. Gips & Zonen met het beste gevolg te water gelaten het nieuw gebouwd en gekoperd barkschip MARIA JACOBA, gevoerd zullende worden door kapt. K.F. Lammerts, en gebouwd voor rekening ener rederij onder directie van de heer J. van Wageningen Dzn alhier.
Onmiddellijk daarna is de kiel gelegd voor een klipperschip genaamd KOSMOPOLIET, voor rekening ener rederij der Gebr. Blussé alhier.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Te Rotterdam ligt in lading, naar Batavia, Samarang en Sourabaya, voor goederen en passagiers, waartoe hetzelve uitmuntend is ingericht, het nieuw, extra op de zeilage gebouwd en gekoperd Nederlands barkschip GOUVERNEUR GENERAAL DUYMAER VAN TWIST, kapt. C.E. Hoeksma, voerende een geëxamineerde scheepsdokter. Adres ten kantore van Kuyper, Van Dam & Smeer en Hudig & Blokhuyzen. (opm: eerste reis)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Elseneur (opm: Helsingör), 22 oktober. Het Nederlandse kofschip ANNETTE FOSSINA, kapt. Kraan, hetwelk als vroeger (opm: NRC 171053) gemeld, alhier op de reis van Dantzig (opm: Gdansk) naar Rouaan in averij binnenliep, heeft heden na geëindigde reparaties de reis opnieuw aanvaard.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. C.A. Schröder en B.D. Bosscher, makelaars, zullen op maandag 7 november 1853, des avonds te zes uur, in de Nieuwe Stads Herberg aan het IJ, te Amsterdam, ten overstaan van de notaris J.A. Hoog, verkopen:
- Een extra ordinair, welbezeild, gekoperd en kopervast brikschip, varende onder de Nederlandse vlag, genaamd ACTIVO, gevoerd door kapt. T. Meijer, volgens Nederlandse meetbrief lang 28 ellen 60 duimen, breed 4 ellen 98 duimen, diep 3 ellen 18 duimen en alzo gemeten op 201 tonnen of 106 lasten.
- Een extra ordinair welbezeild gekoperd en kopervast schooner brikschip, varende onder de Nederlandse vlag, genaamd SNELHEID, gevoerd door kapt. J.P. de Vries, volgens Nederlandse meetbrief lang 24 ellen 40 duimen, breed 5 ellen 1 duim, diep 3 ellen 6 duimen en alzo gemeten op 166 tonnen of 88 lasten.
Breder bij inventaris en bericht bij boven gemelde makelaars en bij de cargadoors. B.D. Bosscher & Zoon.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Uit de hand te koop een smakschip met inventaris, varende onder Nederlandse vlag, groot circa 42 roggelasten, liggende te Zwolle en aldaar nader met franco brieven te bevragen bij de scheepsbouwmeester W.R. van Goor.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Uit de hand te koop, te bevragen bij Hendrik Gullen, makelaar:
- een in Zweden gebouwd barkschip, in 1852 nieuw gekoperd, alhier gemeten op 189 last, voor NLG 45.000, alle transportkosten voor de kopers rekening.
- een in 1852 in Finland gebouwd gekoperd barkschip, groot 219 gemeten lasten.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Een scheepstimmerwerf te huur, op de mooiste stand van Friesland, aan het Var te Heeg; bewoond door de Wed. S. Palsma en te bevragen bij E.G. Vlink te Sneek.


29 oktober 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 7 september. Scheepsvrachten. Hierover valt weinig te zeggen, alleen werden genomen de Nederlandse schepen JAN VAN HOORN à NLG 100 voor suiker en NLG 85 voor tabak en de DIANA (die abusievelijk door ons was opgegeven als voor rederijrekening te laden) à NLG 110 voor koffie om op Padang te laden, beide naar Rotterdam. Het Engelse schip ABYSSINIA nam een vracht aan naar Rotterdam à GBP 3 voor rijst en GBP 3.10 voor suiker, terwijl thans alhier nog zonder bestemming liggen het Nederlandse schip BATAVIA en de Bremer schepen MENTOR en AUGUSTE.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 28 oktober. Heden liep aan de werf van de heren Gebrs. Visser alhier van stapel het schoenerschip GOUVERNEUR SCHOMERUS, gevoerd zullende worden door kapt. W.C. Kool, en hoofdzakelijk bestemd voor de handel en vaart op de kust van Guinea, alsmede op de West-Indische eilanden, terwijl daarna de kiel gelegd werd van een driemastschip, groot circa 400 Java-lasten, genaamd BURGEMEESTER HOFFMAN, gevoerd zullende worden door kapt. N.A. Dijkama, en bestemd voor de grote vaart; beiden voor rekening van het Handelshuis van de heer H. van Rijckevorsel.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Te Rotterdam ligt in lading naar Curaçao, voor passagiers en goederen, om spoedig te vertrekken: het nieuw gebouwde, gekoperde en kopervast schoenerschip GOUVERNEUR SCHOMERUS, gevoerd door kapt. W.C. Kool. Dit schip is van een campagne en ruime en luchtige kajuit voorzien, en geheel voor passagiers ingericht. Te bevragen bij de reder H. van Rijckevorsel, of bij de cargadoors Kuyper, Van Dam & Smeer. (opm: eerste reis)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Uit de hand te koop: een extra snelzeilend gekoperd en kopervast clipper schoenerschip, varende onder Nederlandse vlag, lang 27 el 60 duim, wijd 4 el 46 duim, hol 3 el 3 duim en geijkt op 158 tonnen, gebouwd in 1850, met deszelfs complete inventaris. Te bevragen bij de makelaars Montauban Van Swijndregt, te Rotterdam.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 7 september. Het van hier op de 27e augustus naar Amsterdam vertrokken schip VAN GALEN, kapt. Smit, is de 31e daaraanvolgende met schade uit zee teruggekomen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Cowes, 25 oktober. De Nederlandse kof JONGE KLEMENS, kapt. Koeman, van St. Ubes (opm: Setubal) naar Dordrecht, is alhier binnengelopen om een lek te stoppen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Plymouth, 25 oktober. De Nederlandse oorlogsschoener MACASSER, luit.1e klasse De Kock, van Texel naar de Middellandse Zee bestemd, is alhier met verlies van de grote boom en gebroken stuurrad binnengelopen.


  AH - Algemeen Handelsblad

Kaap de Goede Hoop, 22 september. Het Nederlandse oorlogs-stoomschip HEKLA, luit. Van Woelderen, van Batavia naar Nederland, is de 29e augustus met schade en gebrek aan water in de Simonsbaai binnengelopen, hebbende de 24e augustus alhier op de kust een hevige storm doorgestaan en daardoor veel schade bekomen.


  DC - Dordtsche Courant

Londen, 25 oktober. Het schip ANJER, kapt. Esink, van Amsterdam naar Batavia, alhier met schade binnengelopen, heeft een gedeelte der lading gelost en zal in het droge dok halen om te repareren.


  DC - Dordtsche Courant

Cowes, 25 oktober De Nederlandse galjoot JONGE CLEMENS, kapt. Koeman, van St. Ubes naar Dordrecht, is hier lek binnengelopen.


30 oktober 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 29 oktober. Heden is aan de fabriekswerf van de heren Paul van Vlissingen en Dudok van Heel alhier te water gelaten het ijzeren schroefstoomschip PARAMARIBO, bestemd voor de dienst in de kolonie Suriname en gebouwd voor rekening van het ministerie van koloniën.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 29 oktober. De Liverpool Chronicle bevat een brief, geschreven aan boord van het schip ESPRIT DU NORD, d.d. 1 augustus, in de Oost-Indische wateren, waaruit blijkt dat de brik NINA, van Bristol, door de manschappen aldaar geheel verlaten was gevonden. Aan boord gegaan zijnde, ontdekte men dat het schip bestemd was voor Melbourne. Kaarten, papieren, chronometer, enz. lagen hier en daar verspreid. De grote mast en andere voorwerpen waren meegenomen, hebbende men deze laatste vervangen door een hulpmast, waaraan men een zeil had vastgemaakt. De lading had een waarde van GBP 7000. Daar het schip slechts 2 duimen water in had, heeft de kapitein van de ESPRIT DU NORD het naar Batavia doen brengen, alwaar het in consignatie is overgegeven aan de heren Pitcairn, Syme & Co. (NB. Zoals reeds gemeld is, is de NINA de 30e augustus te Batavia aangekomen.)


31 oktober 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Arendal, 13 oktober. Het schip DRIE ZUSTERS, kapt. De Jong, van Laurvich (opm: Larvik) naar Termunterzijl, is alhier met vier voeten water in het ruim binnengelopen. Het heeft de lading gelost en zal binnen 3 à 4 dagen gereed zijn, om de reis voort te zetten.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Elseneur (opm: Helsingör), 26 oktober. Kapt. De St. Croix, voerende het schip FLYING FISH, van Malaga naar Riga, alhier aangekomen, rapporteert de 13e dezer op 45º07’ N.B. en 09º07’ W.L. (opm: Golf van Biscaye) masteloos en door het volk verlaten gezien te hebben het schip BEERTA SCHURINGA, wijlen kapt. H.G. de Vries (opm: kof, bouwjaar 1840; kapt. Harm Geerts de Vries, zie NRC 150953, 171153 en 260354), van Shields naar Triëst.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Kopenhagen, 25 oktober. De brik ANNA, kapt. Nieser, van Libau (opm: Liepaja) met een lading gerst naar Schiedam bestemd, is de 22e dezer ten noorden van het vuur van Stens aan de grond geweest, doch na een gedeelte der lading in de boten gelost te hebben, met adsistentie weder vlot gekomen. Het schip heeft naar het schijnt geen schade bekomen, want men heeft de reis, na de lading weer ingenomen te hebben, zonder verder oponthoud vervolgd.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Stavanger, 14 oktober. De te Pekel-A te huis behorende Nederlandse smak GOEDE HOOP, kapt. Gust, van Termunterzyl in ballast naar Noorwegen bestemd, is lek te Skudesnaes (Noorwegen, opm: 59º58’ NB 5º 16’ OL) binnengelopen. De kapitein meldt, dat 2 man der bemanning op een ander vaartuig zijn overgegaan. (Zie omtrent de nadere bijzonderheden ons nommer van de 23e dezer, art. Amsterdam.) (opm: zie ook NRC 231053)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Mauritius, 5 september. Alhier liggen in reparatie de Nederlandse schepen DANKBAARHEID AAN DE NEDERLANDSCHE HANDEL-MAATSCHAPPIJ, kapt. Kroll, van Batavia naar Rotterdam bestemd en OOSTERGOO, kapt. Claus, van Akyab naar Amsterdam bestemd.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hobart-Town, 3 augustus. Het te Rotterdam te huis behorende barkschip EMILIE, kapt. Van der Kolf, van Londen op deze plaats bestemd, is gisteren in de Half-Moonbaai gestrand.
NB. Van een vriendelijke zijde vernemen wij, dat het schip met assistentie van een stoomboot in vlot water is gekomen, en twee dagen later behouden te Hobart-Town aangeland is.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Uit de hand te koop een extra snelzeilend, gekoperd en kopervast clipper-schoenerschip varende onder Nederlandse vlag, lang 27,60 el, wijd 4,46 el en hol 3,03 el, en geijkt op 158 tonnen, gebouwd in 1850, met deszelfs complete inventaris.
Te bevragen bij de makelaars Montauban van Swijndregt te Rotterdam.


01 november 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 31 oktober. Het alhier te huis behorende barkschip EMILIE, kapt. Van der Kolf, van Londen naar Hobart-Town bestemd, hetwelk, zoals wij in ons nommer van gisteren mededeelden, in de Half-Moon-Baai gestrand, doch met adsistentie van een stoomboot vlot gekomen was, is de 4e augustus behouden te Hobart-Town gearriveerd. Het schip heeft, luidens een bericht in de Lloyd’s List van de 29e oktober, belangrijke schade bekomen. Een op de strandingsplaats wonende rustend loods, welke bij de stranding van het schip geheel belangeloos adsistentie bood, heeft daarbij een arm gebroken en andere zware kneuzingen bekomen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Sydney, 9 augustus. Het alhier van Londen gearriveerde fregatschip DOGGERSBANK, kapt. Jansen, heeft vanaf de Kaap de Goede Hoop met aanhoudend stormweer te maken gehad. Eén man der equipage is met het reven van de voormarszeilsra geslagen en verloren.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Sydney, juni. Na 110 dagen reis van Liverpool, arriveerden wij in Port-Jackson. Over het algemeen hadden wij, het vergevorderde seizoen in aanmerking genomen, niet veel slecht weder. De Bass-straat is een zeer goede doorvaart en bleek ons zeer nauwkeurig te zijn opgenomen. Port Jackson is ontegenzeggelijk één van de schoonste havens der wereld, hoewel er nog veel gedaan kon worden om de ligplaatsen voor schepen langs de boorden van de verschillende baaien te verbeteren en te vermeerderen; iets, waaraan thans bij het dagelijks aangroeiende getal schepen grote behoefte bestaat. Sommigen onzer moesten weken lang wachten, eer zij een ligplaats aan één der werven (opm: steigers of kaden) konden bekomen om te lossen. Thans, na enige weken verblijf, na te hebben gelost en genoegzaam gereed zijnde om te vertrekken, zal ik trachten aan uw vroeger gedaan verzoek te voldoen, en u een en ander van onze bevindingen alhier, ten opzichte van scheeps- en handels- belangen, mede te delen.
De gewone scheepsonkosten zijn gering, daar men generlei vuur- of havengelden, maar alleen loodsgelden betaalt. Buiten dat enige geringe echter, is ook alles exorbitant hoog. De verbazende arbeidslonen – een sjouwer NLG 9 daags – drukken op alles, en wee het schip dat reparatie, van welke aard ook, behoeft, of genoodzaakt is hier handen te huren om te lossen. Ballast kost thans NLG 7,20 per last, alleen door dat de mensen, die dezelve halen en aan boord varen, zo hoog moeten betaald worden; en om het u met één voorbeeld te schilderen kan dit dienen, dat wanneer soms goederen uit een of ander schip gelost worden, hetwelk hier voor de plaats op stroom ligt, en die goederen vervolgens naar het midden der stad moeten worden vervoerd, zij dan juist zoveel kosten van lichter- en sleeploon, als de vracht van Europa naar Australië heeft bedragen.
Wie hier bij gevolg werken wil, heeft overvloed; men kent hier geen armoede en bij de overruime circulatie van geld, schijnt het bijna of de wezenlijke waarde van hetzelve enige honderden percenten is verminderd. Ongelukkig echter is daarop bij het vervrachten van onze schepen niet gerekend. De verdiende vracht is naar Europese waarde van het geld, maar onkosten en uitgaven, helaas!, naar de Australische. Zonderling is het te zien, hoe de grote gemakkelijkheid om geld te verdienen en de nog immer, niettegenstaande de sterke emigratie hierheen, grote behoefte aan arbeidende handen iedereen onafhankelijk maakt. Wel is het hier het land van democratische beginselen, want het volk heeft geld. Geld is in ieders handen, en als gij soms uwe verwondering zou te kennen geven aan een arbeider, welke u des morgens zegt dat hij heden eens niet werken zal en NLG 9 verdienen, dan zoudt gij hem met een verachtend schouderophalen u enige souvereigns (opm: goudstuk van een pond sterling) zien tonen en u vervolgens de rug toekeren. Ieder is hier even onverschillig. Het scheelt de winkelier volstrekt niet, of gij zijn waren koopt, daar hij ze toch aan een ander kwijt raakt; elk ambachtsman heeft driemalen meer werk dan hij af kan; en dienstboden!, die zijn het non plus ultra van onverschilligheid, daar voor elke dienstbare geest misschien twintig plaatsen zijn. Een marqueur aan het biljart in een koffijhuis alhier, een heer, die NLG 60 per week verdiende, verliet zijn betrekking, dewijl één der spelers hem gelast had de bal op te zetten! Wie zou dan ook in zulk een land iets gelast willen wezen?
Maar ik dwaal van het onderwerp af. De onkosten waarvan ik hierboven sprak, zijn voor onze doorgaans goed uitgeruste en wel onderhouden schepen, niet het grootste bezwaar van de vrachtvaart op Australië. Het wezenlijke inconventiënt (opm: ongemak) is de desertie der bemanningen. Elk matroos, of soi-disant (opm: zogenaamd) dito, kan op een schip dat volk nodig heeft NLG 120 ‘s maands verdienen, of wel, wanneer het klimaat hem bevalt en hij bij preferentie aan wal blijft, NLG 9 per dag als sjouwer. ‘Wie zou nu niet weglopen?’ zegt Janmaat. De schepen blijven half of onbemand liggen, en dank zij de verlaten en onbeschermde toestand der Nederlanders in Nieuw-Holland, voor ons en voor onze natie alleen is tegen dat grote kwaad geen hulpmiddel. De zaak is deze: het koloniaal bestuur alhier heeft in een besluit van december 1852, straffen bepaald tegen desertie en andere overtredingen van tot vreemde schepen behorende zeelieden; straffen van opsluiting, welke de kapitein de gelegenheid geven, om bij zijn vertrek de opgeslotenen te reclameren (opm: terug te eisen) en weder aan boord te nemen, hetwelk hem alzo in staat stelt, om met zijn schip te kunnen vertrekken. Om echter de toepassing van die wet op schepen van de ene of andere natie te verkrijgen, moet het bestuur alhier eerst machtiging hebben van zodanig gouvernement, welks onderdanen dezelve verlangen, of ook kan die toepassing verkregen worden door officiële aanvraag van de consul of geaccrediteerde agent van dat gouvernement. Daar nu echter èn machtiging èn consul hier ontbreken, zijn wij Nederlanders uitgesloten van de voordelen dier wet, en bij gevolg deserteren onze matrozen op hun uiterste gemak. De kapiteins van de hier tegenwoordig liggende schepen ZEEPAARD, BULGERSTEIJN, PICTURA, HENDRIK, ADMIRAAL TROMP en SARA JOHANNA, wendden zich bij request tot de gouverneur-generaal alhier, om toepassing dier wetten, voornamelijk op grond van hun zeebrieven, doch verkregen daarop een afwijzend antwoord, en besloten toen, om in het belang van de Nederlandse scheepvaart in het algemeen, een verzoekschrift in te zenden aan de minister van buitenlandse zaken te ‘s-Gravenhage, ter voorziening in die hulpeloze toestand, waarbij door hen als bijlagen werden overgelegd, notariële kopijen van het alhier in Sydney door hen ingediende request.
Die kapiteins hopen thans van die pogingen, vooral voor het vervolg, enige goede uitslag, daar zij nu (er liggen op dit ogenblik negen Nederlandse bodems) zonder beschermde wetten tegen desertie of onwil der bemanningen, zonder protectie hoegenaamd, geheel overgelaten zijn aan de belangeloze (?) hulp van Engelse agenten. En nog meer: ook in de vele voorkomende gevallen van verschil met geconsigneerden (opm: ontvangers) der ladingen, agenten, als anderszins, over zeeschaden, enz. (welke velen hunner soms op de meest arbitraire wijze reeds aanzienlijke kortingen op hun vrachtpenningen hebben gekost), gevoelen zij zeer de grote behoefte aan enige representatie (opm: vertegenwoordiging) van de Nederlandse regering, en verklaarden zij eenparig, niet te kunnen begrijpen, hoe de belangen van de Nederlandse scheepvaart en handel op deze havens zo geheel door de Nederlandse regering kunnen zijn over het hoofd gezien.
In de eerste dagen van juli hoop ik de reis naar Java aan te nemen. De schepen allen zwak bemand zijnde, zullen wij een convooi vormen. Hier is aan het aannemen van volk niet te denken! Hartelijk hoop ik, dat later onze collega's het beter mogen treffen.
(opm: helaas worden noch de naam van de schrijver, noch die van het schip vermeld)


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. C.A. Schröder, makelaar, zal op maandag de 14e november 1853, des avonds te zes uur te Amsterdam, in de Nieuwe Stads-Herberg aan het IJ, verkopen een extra ordinair, welbezeild, gezinkt schoenerschip, genaamd HUNDEREN, gevoerd door kapt. A. Klok, volgens Nederlandse meetbrief groot 42 lasten. Breder bij inventaris en bericht bij bovengemelde makelaar of bij de cargadoors J. Daniels & Zonen en Arbman.
(opm: het schip werd op 20 december onderhands voor NLG 2.400 binnen Amsterdam verkocht; nieuwe naam TRINETTE, kapt. P.A. Nieland)


  DC - Dordtsche Courant

Willemsoord, 27 oktober. Naar wij vernemen zullen op de Rijkswerf alhier in het begin van het volgende jaar worden in dienst gesteld Zr.Ms. HOLLAND, korvet JUNO en de brik het ZEEPAARD.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Groningen, 31 oktober. In deze haven is gearriveerd het nieuw gebouwde schoenerschip JOHANNA JACOBA, groot ongeveer 130 ton, zullende bevaren worden door kapt. K.G. Sap, van Delfshaven, gebouwd bij R.F. Berg te Sappemeer.


02 november 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlie, 30 oktober. Het schip EENDRAGT, kapt. B.N. Pybus, arriveerde lek van Elbing (opm: Elblag). Het ligt in de haven van Terschelling om te lossen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 1 november. De schepen DIANA, kapt. H.H. Meijer, van de Eider, en VROUW MAAIKE, kapt. K.K. Blaauw, van Colberg (opm: Kolobrzeg), beide herwaarts gedestineerd, zijn de 9e oktober als bijleggers te Harlingen binnengelopen, het eerste lek en met verlies van anker.


  AH - Algemeen Handelsblad

Texel, 31 oktober. Het schip ANNA, kapt. Vegter, heden hier van Seaham binnengekomen, heeft door aanzeiling schade bekomen.


  AH - Algemeen Handelsblad

Texel, 31 oktober. Het schip ATTALANTE, kapt. Beckering, heden van hier uitgezeild naar Livorno, is uit zee teruggekomen met schade wegens aanzeiling.


03 november 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Stockholm, 25 oktober. Het Nederlandse tjalkschip TJAPKO SCHURINGA, kapt. Drent, van hier met een lading ijzer naar Rotterdam bestemd, hetwelk de 16e november aºpº (opm: anno passato, verleden jaar) bij Bornholm gezonken is – zie ons nommer van 26 november 1852 – is circa 2 mijlen ten noorden van die plaats in 6 vademen water gevonden. Het grootzeil, want en een stuk van de mast is geborgen.


  AH - Algemeen Handelsblad

Texel, 1 november. Het schip STAD STAVOREN, kapt. Van der Gouwe, heden van hier naar Odessa uitgezeild, is weder uit zee teruggekomen met schade wegens aanzeiling.


04 november 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Bridlington-Quay, 31 oktober. De te Duinkerken te huis behorende brigantijn BON PERE, van New-Castle naar Goree (opm: waarschijnlijk Goeree) bestemd, is hier gisteren met belangrijke schade binnengelopen. Dezelve is in de voorgaande nacht bij Flamborough Head in aanzeiling geweest met een, naar men gist, Nederlandse schoener. Omtrent het lot van het laatstgenoemde schip en de equipage kan men met zekerheid niets mededelen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Liverpool, 1 november. Het van hier op de 21e oktober j.l. naar Hobart Town vertrokken Nederlands schip NIJVERHEID (opm: bark, b.j. 1836), kapt. J.C.M. van Strijen, is lek uit zee teruggekomen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Uit de hand te koop een te Bremerhaven op stapel staande en in de maand april 1854 te leveren barkschip, lengte der kiel 138 voeten, breedte over de berghouten 32 voeten, 8 duimen, diepte van de bovenkant der dekbalken tot de bovenkant der kiel 22 voeten; alles Amsterdamse maat, en naar gissing ca. 570 à 600 tonnen metende. Nadere informatiën bij de makelaars Montauban Van Swijndregt, te Rotterdam.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 3 november. Gisteren, 2 november is te Amsterdam op de werf De Hoop van de scheepsbouwmeesters Jerem. Meijjes & Zoonen de kiel gelegd voor een barkschip, groot 220 lasten, genoemd zullende worden MINISTER VAN HALL, voor rekening ener rederij onder directie van de heer W.L. van Coeverden en bestemd voor de grote vaart.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 3 november. Volgens brief van Texel van de 2e dezer, was de vorige nacht in de Eijerlandse gronden vervallen een brik (opm: schoener JULIA, zie NRC 051153), de naam onbekend; adsistentie was derwaarts afgezonden. Een schoener (opm: SWIFT, zie NRC 081153), beladen met spoorstaven, de naam onbekend, was in de buitengronden van Terschelling gestrand; een loodsschuit met een gedeelte der lading was in de haven van Terschelling gekomen.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. De notaris J.S. Bokma te Akkrum zal op maandag de 14e november 1853, des nademiddags om 3 uur, ten huize van de kastelein G.L. de Vries te Akkrum provisioneel (opm: voorlopig) verkopen een hecht en onlangs veel verbeterd Tjalkschip met complete inventaris, groot 52 tonnen, de TWEE GEBROEDERS genaamd, zodanig hetzelve thans is liggende te Akkrum en laatst is bevaren geweest door de Wed. R.R. de Vries. Dadelijk na de finale toewijzing te aanvaarden.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. De notaris Brandsma zal op zaterdag de 3e december 1853, des namiddags 4 ure, ten huize van H. Robroch te Ezumazijl onder Anjum, in het openbaar verkopen een nieuw Tjalkschips-hol, groot 26 rogge-lasten, lang 16,3 el, wijd 4 el en hol na rato, met roer en zwaarden, liggende aan de scheepstimmerwerf te Ezumazijl onder Anjum.


05 november 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 4 november. De Nederlandse schoener JULIA, kapt. E. Gust (bouwjaar 1851; kapt. Evert Gust), van Cardiff met spoorstaven naar Hamburg, is, volgens brief van Texel van de 3e dezer, de 1e dito in de Eijerlandse gronden gestrand en zal weg zijn; het volk is gered en een groot gedeelte der tuigage geborgen, ook hoopte men de lading te kunnen bergen. (Zijnde dit het schip gisteren gemeld.)
(opm: het wrak werd voor NLG 2.525 aangekocht door een consortium onder boekhouderschap van Gebrs. Goedkoop, Amsterdam; de schoener werd hersteld en ging in januari 1854 als POLLUX onder kapt. Jan Molenaar weer naar zee)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 4 november. Directeuren der hier ter stede gevestigde Zuid-Hollandsche Maatschappij tot Redding van Schipbreukelingen, hebben in hun vergadering van heden besloten te doen uitreiken: aan C.J. Tönjes, gezagvoerder van het Nederlandse barkschip EVERDINA ELIZABETH, de grote zilveren medaille, benevens een zeer loffelijk getuigschrift, voor het op de 3e augustus l.l. op zijn reis van Sydney naar Batavia redden der equipage, bestaande in 25 personen, die zich reeds in de sloepen bevonden, van het op de oostelijke punt van het Great Detached Reef (nabij Torrestraat) verongelukte en totaal verbrijzelde Engelse schip, genaamd BOURNEUF, gevoerd door Robert Bibby, komende van Port Phillip en bestemd naar Bombay, zijnde gemelde gezagvoerder, zijn echtgenote en zuster, benevens vijf man door het omslaan der boot verdronken; en na zes personen die te Bombay te huis behoorden, te hebben overgegeven van het Engelse schip EARL GREY, naar gemelde plaats bestemd, zijnde de overige negentien de 19e augustus, aan boord van het Nederlandse wachtschip ter rede van Batavia overgegaan.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Ramagate, 1 november. Het Nederlandse schip PRESIDENT VAN BUREN, kapt. Cramer, van Londen naar Odessa bestemd, is alhier met onklare pompen binnengelopen en zal een gedeelte der lading moeten lossen om te repareren.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Naar Batavia, Samarang en Soerabaija ligt te Rotterdam in lading het nieuw gebouwde, gekoperde Nederlandse barkschip MARIA ELISE, kapt. M. van der Putte, voorzien van bijzonder goede inrichtingen voor passagiers.
Adres te Amsterdam ten kantore van de heer James Barge of de cargadoors Wed. Jan van Wesel & Zoon, en te Rotterdam bij de cargadoors Hudig & Blokhuyzen of Kuyper, Van Dam & Smeer. (opm: zie NRC 130953)


06 november 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hellevoetsluis, 5 november. Het kofschip HERMANNA, kapt. Veling, van Riga met rogge naar de Maas bestemd, alhier binnenkomende, is op Scheelhoek aan de grond geraakt; er zijn bereids enige jollen tot adsistentie derwaarts vertrokken.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Plymouth, 2 november. Het Nederlandse fregatschip SARA LYDIA, kapt. Van der Tak, van Rotterdam naar Batavia bestemd, hetwelk alhier de 10e september binnenliep om de in aanzeiling bekomen schade te repareren – zie ons nommer van de 13e september – is hedenmorgen uit het dok komende aan de grond geraakt en zal opnieuw in het dok moeten halen om onderzocht te worden. (opm: zie NRC 071153)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Falmouth, 2 november. De Nederlandse schepen REGINA, kapt. Ingerman, van Londen naar Adelaide, en SUMATRA, wijlen kapt. Keeman, van Dordrecht naar Liverpool bestemd, zijn hier beiden heden binnengelopen, eerstgenoemde heeft de zeilen verloren, en op de laatstgenoemde is de gezagvoerder overleden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Te Dordrecht ligt in lading, naar Batavia, Samarang en Sourabaya, voor goederen en passagiers, waartoe hetzelve uitmuntend is ingericht, het nieuw extra op de zeilage gebouwd en gekoperd Nederlands barkschip JAN SCHOUTEN, kapt. J. Coening Meijer, voerende een geëxamineerde scheepsdokter. Adres ten kantore van de scheepsmakelaars Jan Corver & Co, te Amsterdam; Kuyper, Van Dam & Smeer, te Rotterdam; en Gerard Mauritz, te Dordrecht. (opm: eerste reis)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Deal, 3 november. Gisteren heeft er een Nederlandse brik op het Goodwinsand (opm: op de Goodwin Sands) gezeten, dezelve is heden vlot gekomen en in Ramsgate gebracht. (Nadere bijzonderheden ontbreken nog.) (opm: zie volgend bericht)


07 november 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Ramsgate, 3 november. Het Nederlandse brikschip CATHARINA MARIA, kapt. Verhoeven, van Newcastle, laatst van het Nieuwe Diep, naar Montevideo bestemd, is hier gisteren met schade binnengebracht. Hetzelve heeft op het Goodwinsand (opm: Goodwin Sands) aan de grond gezeten en een gedeelte der lading kolen overboord moeten werpen, om vlot te komen. (NB. Dit is het schip, waarvan wij gisteren uit Deal melding maakten.)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Plymouth, 3 november. Het koper van het Nederlandse fregatschip SARA LYDIA, kapt. Van der Tak, – zie ons nommer van gisteren – zal er moeten afgenomen worden, om het schip na te kunnen zien.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Holtenau, 3 november. Het alhier binnengekomen schip GRUNUS, kapt. Van Driesten, van Riga met rogge naar Brake bestemd, heeft de 27e van de vorige maand bij Oeland (opm: Øland, Zweden) aan de grond gezeten, doch is na 10 last van de lading overboord geworpen te hebben, weder in vlot water gekomen. Het schip is dicht gebleven.


08 november 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 6 november. De Engelse schoener SWIFT, kapt. D. Squire, van Newport met spoorstaven naar Hamburg, is volgens brief van Texel van de 5e dezer, in de buitengronden van Terschelling gestrand, doch vlot gekomen en met schade in de haven van Terschelling gebracht. (Zijnde dit het schip in ons nommer van de 4e dezer gemeld.)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Scilly (St. Mary’s), 2 november. De Nederlandse kof VREEDE, kapt. Potjewijd, 53 dagen reis van Nickerie naar Rotterdam hebbende, is hier heden lek, met verlies van zeilen en andere schade, binnengebracht. Het is werkelijk een wonder te achten, dat dit schip en equipage behouden bleven: gedurende de nacht had het met een geweldige storm uit het zuiden te kampen en kruiste tot aan de dageraad tussen de zo gevreesde westelijke rotsen en banken, waarheen het door genoemde storm en de sterke stroom gedreven werd. Toen men bij het aanbreken van de dag het schip van hier ontwaarde, verkeerde het in een allergevaarlijkste toestand. Men heeft het echter met veel inspanning gelukkig in onze haven gebracht. Morgen zal het schip nader worden onderzocht. Er werd veel suiker gepompt. (opm: zie NRC 101153, 101253 en 191253)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Shields, 4 november. Laatstleden zondag had de matroos J.J. Dijk, van de Nederlandse brik H. WILLEBRORDUS, kapt. De Boer, welke alhier naar Singapore in lading ligt, het ongeluk, bij het aan boord klimmen van de ladder te vallen en te verdrinken. Zijn lijk werd spoedig gevonden en is onder begeleiding van de kapitein en de verdere equipage alhier ter aarde besteld. De overledene was 27 jaren oud en geboortig van Pekel-A.


  RC - Rotterdamsche Courant

Scilly, 2 november. Het schip de VREDE, kapt. G.G. Potjewijd, van Nickerie naar Rotterdam, is lek en met verlies van zeilen alhier binnengelopen; zal denkelijk moeten lossen.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Uit de hand te koop een bevaren kofschip, groot 89 ton, in het jaar 1840 nieuw uitgehaald. Nadere informatie bij D. van den Berg in het Schippershuis in de Buiten-Bantammerstraat.


  DC - Dordtsche Courant

Hellevoetsluis, 6 november. De kof HERMANNA, kapt. Veeling, is in vlot water en in het kanaal gekomen.


  DC - Dordtsche Courant

Hellevoetsluis, 6 november. Het schip KONINKLIJKE NEDERLANDSCHE YACHTCLUB, kapt. Von Lindern, is door het breken van de ankerketting tegen de Noordwal aan de grond geraakt.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Verkoping van scheepstuig, wrak hout, enz. Men zal op dinsdag de 15e november 1853, te beginnen ’s morgens 10 uur, te Hindelopen op het erf sectie A, no. 698 aan de Zijlroede, bij boelgoed tegen gerede betaling ter verkoop aanbieden:
- Een partij wrak hout en de tuigage, afkomstig van de gestrande Zweedse schoener OSCAR, als twee masten, verschillend ander rondhout, blokken, gekapt want, een tros, touwwerk, enige zeilen, ankers, ketting, enz.
- Het wrak van genoemde schoener OSCAR, zittende op strand benoorden Workum.


09 november 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Men meldt van het Nieuwediep, d.d. 4 november. Hedenmiddag zeilde van hier om zijn eerste reis te doen naar Batavia het nieuw gebouwde ijzeren barkschip HENRIETTA GEERTRUIDA (opm: HENRIETTE EN GEERTRUIDA), kapt. P. Buys. De sierlijkheid en rankheid van dit schip, zijn inwendige nette inrichting, de vaardigheid waarmee men, volgens de nieuw constructie, het schip in zeilen zette en die zeilen weer borg, zonder dat daarbij een enkele man der equipage naar boven hoefde, trof even als de snelle vaart bij het uitzeilen, een ieders aandacht en bewondering.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 8 november. Het schip NEDERLAND, kapt. J. Ruiter, ligt alhier zeilkaar voor Batavia, via Hartlepool. (opm: eerste reis)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 8 november. Z.M. heeft kapt. Bruce, commandant van het Engelse schip HUBBERT, een gouden snuifdoos met toepasselijk opschrift ten geschenke gegeven en dat ter zake van het redden in oktober 1852 van de equipage van het Nederlandse koopvaardijschip LAURA EN ADÈLE. (opm: zie NRC 171252)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Delfshaven, 8 november. Dezer dagen is voor rekening van de reder T. van Holst aan de scheepstimmerwerf van de heer H. de Hoog, beide alhier, de kiel gelegd voor een barkschip ter grootte van omstreeks 350 lasten en genaamd DELFSHAVEN. De werklieden van genoemde werf zullen deze winter een verhoogd loon genieten. (opm: de prijzen van de levensmiddelen waren in 1853 fors gestegen en alom werden door werkgevers loonsverhogingen toegekend).


  AH - Algemeen Handelsblad

Verkoping van schepen op maandag op 7 november in de Nieuwe Stads Herberg aan het IJ:
- Het gekoperd en kopervast schoener-brikschip de SNELHEID, kapt. Jan P. de Vries: NLG 9.550, in slag NLG 20. Koper A. Roland Holst (opm: een makelaar, namens A. Spekman en P.F. Hurrelbrinck, cargadoors te Amsterdam; als PLANCIUS ging het schip onder kapt. W.W. Rotgans in november weer naar zee)
- Het gekoperd en kopervast brikschip ACTIVO, kapt. T. Meijer: NLG 27.200, in slag NLG 300. Opgehouden.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Uit de hand te koop een te Bremerhaven op stapel staande en in de maand april 1854 te leveren barkschip, lengte der kiel 138 voeten, breedte over de berghouten 32 voeten 8 duimen, diepte van de bovenkant van de dekbalken tot aan de bovenkant van de kiel 22 voeten, alles Amsterdamse maat. Naar gissing ca. 570 à 600 tonnen metende. Nadere informatiën bij de makelaars Montauban van Swijndregt te Rotterdam.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Te Amsterdam ligt in lading naar Suriname het uitmuntend, nieuw gebouwd, gekoperd barkschip AMSTERDAM, kapt. A.H. Wedemeijer. Bijzonder geschikt tot de overvoer van passagiers en te bevragen bij de cagadoors B.D. Bosscher & Zoon. (opm: de AMSTERDAM, kapt. Wedemeijer, vertrok op 22 december uit Texel naar Suriname voor de eerste reis)


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Te Amsterdam ligt in lading voor passagiers en goederen naar Melbourne en Sydney N.Z.W. om 20 november te vertrekken het nieuw gebouwd, gekoperd Nederlands barkschip BELLATRIX, kapt. A.P. Sandberg Jr.
Te bevragen bij de cargadoors De Vries & Co.


  JB - Javabode

Batavia, 9 november. Het was een vreemd gezicht voor de stad- en rivierbewoners en het schouwspel wel het eerste van dien aard, het opvaren der rivier namelijk van de ijzeren stoomboot de TJITARUM, toebehorende aan de aannemer voor de afvoer der gouvernements-produkten uit de residentie Preanger-regentschappen, Jhr. Ridder de Stuers, op zondag morgen l.l. ten 11 ure (opm: 6 november). Deze 145 voeten lange, binnen de raderkasten 18 voeten brede en bij de volste lading 16 duimen diepgaande boot van 40 paardekrachten had de reis van Soerabaija naar Batavia met vier ijzeren 10-koyangs laadpraauwen op sleeptouw, in minder dan vijf dagen, na aftrek van het oponthoud te Samarang en Cheribon en twee dagen ankeren op zee, afgelegd, en het vaartuig ziet er zo netjes uit en is zo doelmatig ingericht, dat wij het niet betwijfelen of het zal geheel aan de verwachting beantwoorden.


10 november 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Alblasserdam, 9 november. Heden werd met het beste gevolg van de werf van de heer Corns. Smit alhier te water gelaten het schip COPERNICUS, gevoerd zullende worden door kapt. E.F. Prater, groot 392 lasten, en onmiddellijk daarna de kiel gelegd van een ander van dezelfde grootte, dat de naam zal voeren van ALBLASSERWAARD.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. H. Vriesendorp, J.P.M. Boonen, E. Mauritz, A.C. van Wageningen Jr, P.J. de Kanter Jr. en H. Boonen, makelaars, zullen op zaterdag de 19e november 1853, des middags ten 12 ure, in het Nederlandsch Koffijhuis van J. Zahn, verkopen een extraordinair welbezeild en in 1852 opnieuw gezinkt Kofschip, genaamd HARMONIE, varende onder Nederlandse vlag, gevoerd door kapt. P.H. Schabeling, volgens meetbrief lang 25,10 ellen, wijd 4,91 ellen, hol 2,60 ellen en alzo gemeten op 143 ton of 76 lasten. Breder bij inventaris omschreven en bericht te bekomen bij bovengemelde makelaars.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Falmouth, 6 november. Het alhier op de 4e dezer binnengelopen Nederlandse schip PAUL JOHAN, kapt. Poort, van Hartlepool naar Hong Kong bestemd, heeft schade aan de zeilen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Scilly (St. Mary’s), 4 november. De Nederlandse kof VREEDE, kapt. Potjewijd, van Nickerie naar Rotterdam, welke alhier met averij binnenliep – zie ons nommer van de 8e dezer – is nagezien en heeft een begin met lossen gemaakt; de lading suiker is zwaar beschadigd en men vreest dat de onderste laag geheel weg zal zijn. De loodsen, welke het schip hier binnengebracht hebben, bekwamen GBP 45 voor beloning.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Beaumaris (opm: Gwyned, Wales), 5 november. Het schip BELINA, kapt. Jager, van Galatz (opm: Galati) naar Wexford (opm: Zuidoost-Ierland), is hier heden binnengelopen. Hetzelve is de 31e oktober bij Tuskar in een hevige storm door een ogenschijnlijk Amerikaans schip aangezeild, tengevolge waarvan de BELINA boegspriet, verschansing en zeilen verloor en andere schade bekwam. Eén man van de equipage is op het vreemde schip overgesprongen.


  RC - Rotterdamsche Courant

Scilly (St. Mary's), 4 november. Het kofschip de VREDE, kapt. G.G. Potjewijd, van Nickerie naar Rotterdam, met schade alhier binnen, is nagezien en heeft een aanvang met lossen gemaakt; de lading suiker is zwaar beschadigd.


  DC - Dordtsche Courant

Advertentie. Heden ontving ik de bevestigende tijding, dat mijn dierbare echtgenoot Jan Albertus Keeman, gezagvoerder op het barkschip SUMATRA, op reize naar Liverpool en Australië, op 1 november ll. nabij Falmouth in de ouderdom van 44 jaren is overleden, mij nalatende vier kinderen.
Amsterdam, 7 november 1853, Wed. J.A. Keeman, geboren Grim.


  DC - Dordtsche Courant

Hellevoetsluis, 7 november. De KONINKLIJKE NEDERLANDSCHE YACHTCLUB is door de stoomboot KINDERDIJK van de Noordwal gesleept en op de rede ten anker gekomen.


11 november 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Ameland, 6 november. Het schip CATHARINA, kapt. H.J. Deters, van Kjerteminde naar Amsterdam, is hedenmorgen binnen het Zeegat alhier gezonken, doch het volk gered.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Texel, 9 november. Het alhier als bijlegger van Hartlepool naar Hong Kong binnengelopen fregatschip GERARDUS JACOBUS, kapt. Ruijsch, heeft op de reis schade bekomen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Helgoland, 6 november. De Nederlandse tjalk DRIE ZUSTERS, kapt. Lukkien (opm: hektjalk, bouwjaar 1852; kapt. Geert Berends Lukje), van Memel (opm: Klaipeda) met stukgoederen naar Londen bestemd, is alhier in een zinkende toestand gestrand. De bemanning is gered; zomede heeft men bereids een groot gedeelte van de inventaris en de lading, die men geheel hoopt te behouden, geborgen. Het schip moet men als wrak beschouwen. (opm: zie NRC 171153)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 10 november. Aanstaande zaterdag 12 dezer ten 1½ ure zal van de werf De Boot van de heer F.F. Groen in de Groote Wittenburgerstraat te Amsterdam te water worden gebracht het barkschip AMSTERDAM.


  RC - Rotterdamsche Courant

Zierikzee, 8 november. Vertrokken ONDERNEMING (pleit, ex-SANS REPOS, zie LP 160653), kapt. M. Ouwehand, naar Newcastle.


  LC - Leeuwarder Courant

Harlingen, 6 november. De 4e dezer is alhier op de werf Welgelegen van de Gebr. D. & L. Alta de kiel gelegd voor een schoenerschip van ongeveer 90 gemeten en 110 à 120 rogge-lasten, voor rekening van het handelshuis der heren Barend Visser & Zonen.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Enige scheepstimmerknechten gevraagd bij de scheepsbouwmeesters S. Geerts en Zoon te Joure.


12 november 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 11 november. Door de scheepsbouwmeester J. Otto te Krimpen aan de IJssel is de 8e november, op de werf van C. v.d. Giessen te Stormpolder, de kiel gelegd voor een barkschip (opm: VRIENDENTROUW) van ongeveer 250 gemeten lasten, voor rekening ener rederij onder directie van de heer H.G. Croockewit, te Amsterdam.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 11 november. Op de 9e dezer is op de scheepstimmerwerf de Nijverheid door de scheepsbouwmeesters C. Gips en Zonen de kiel gelegd voor een barkschip voor rekening van de heren De Groot, Roelants en Co te Schiedam. Het zal genaamd worden LAURENTIUS EN EMILIA en is bestemd voor de grote vaart.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 11 november. Volgens brief van kapt. Westenink, voerende het schip ALIDA MARIA ADÈLE, van Liverpool naar Valparaiso, in dato Rio de Janeiro de 8e oktober, was hij de 24e september aldaar binnengelopen om nieuwe masten in te zetten en de tuigage te repareren, hebbende de 23e augustus op 12° N.B. en 25° W.L. door een windhoos veel schade aan de tuigage en zeilen bekomen, en een gedeelte van standtuig (opm: het staande tuig) en lopend touwwerk moeten kappen. Echter hoopte hij binnen 14 dagen gereed te zijn om de reis voort te zetten.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Bremerhaven, 9 november. Het schip AMANDUS, kapt. Reineke, van Hamburg naar Rotterdam, is alhier met verlies van anker en ketting en met gebroken spil binnengelopen, doch heeft de reis voortgezet.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Uit de hand te koop een bevaren kofschip, groot 89 ton, in het jaar 1840 nieuw uitgehaald. Nadere informatiën bij D. van den Berg in het Schippershuis aan de Buiten-Bantammerstraat.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Uit de hand te koop een bevaren Nederlands smakschip, groot volgens meetbrief 59 ton, in het jaar 1851 nieuw uitgehaald, met complete inventaris en een dubbel stel zeilen aan boord. Nadere informatiën bij de cargadoors Dade & Houtkoper.


  DC - Dordtsche Courant

Dordrecht, 11 november. Volgens telegrafisch bericht is heden 11 november ’s morgens 10 ure te Liverpool aangekomen het barkschip SUMATRA, kapt. H. Grivel, voor wijlen J.A. Keeman, van Dordrecht, laatst van Falmouth.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Advertentie. Mr. H.J. Offerhaus, notaris te Delfzijl, zal op last van zijn principalen, op donderdag de 17e november 1853, des avonds te 6 uur, ten huize van de logementhouder K.W. Hazenhoek te Delfzijl, publiek verkopen het in den jare 1850 nieuw gebouwd Nederlands kofschip GEERTRUIDA ALIDA, groot 95 tonnen, met deszelfs volledige inventaris, thans liggende te Schiedam, en bevaren geweest door nu wijlen de scheepskapitein H.J.R. Weits.
Informatiën zijn te bekomen ten kantore van de voornoemden notaris.


13 november 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 12 november. Heden is op de werf de Boot, van F.F. Groen, met het beste gevolg van stapel gelopen het barkschip AMSTERDAM, groot 225 lasten. Het is gebouwd voor rekening van de Wed. Van Hasselt & Co, en zal gevoerd worden door kapt. A.H. Wedemeijer.
Ook is met goed gevolg te water gelaten aan de werf van de heer N.H. Meursing, het brikschip WILLEM EGGERTS, groot ca. 135 lasten, gebouwd voor rekening van de heren Brandjes en Smit, te Purmerend, en gevoerd zullende worden door kapt. Faber, bestemd voor de grote vaart, waarna de kiel gelegd is voor een barkschip, van ca. 200 lasten, genaamd de OOSTERLING, voor rekening der Nederlandsche Handel-Maatschappij, en gevoerd zullende worden door kapt. H. Veltman.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 12 november. Volgens particulier bericht zeilde heden na de middag uit Hellevoetsluis naar Curaçao het schoenerschip GOUVERNEUR SCHOMERUS, kapt. W.C. Kool. (opm: eerste reis)


14 november 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 25 september. In grote schepen is ruimte naar Engeland tot GBP 2.2 à GBP 2.10 te bekomen, terwijl schepen van middelbare grootte nog steeds een goed emplooi vinden. Naar San Francisco werd een schip bevracht tot $ 20 per ton. De LIMA is van Sjanghai aangekomen en laadt voor Hamburg via Kaapstad. De PREUSSISCHER ADLER mede van daar aangekomen, is nog zonder bestemming en de CLARA ANNA MURIA, die ook van Sjanghai arriveerde, laadt voor Batavia, waarheen de BERNHARD HERTOG VAN SAXEN WEIMAR eerdaags zal vertrekken. De VLASHANDEL gaat naar Manilla terug en de MACHTILDA CORNELIA lost een lading kolen te Hong Kong. Het Zweedse schip EXCELLENT wordt ter bevrachting aangeboden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 25 september. Van scheepsvrachten is het volgende te melden. Het Nederlands schip BATAVIER, bestemd voor Rotterdam NLG 100 voor suiker en NLG 95 voor koffij, beide zonder meer, te laden alhier en op de kust. De CAMELEON, dezer dagen van Liverpool gearriveerd, is voor een gelijke vracht naar Amsterdam in gesprek. De door de Nederlandsche Handel Maatschappij gecharterde brik LUITENANT ADMIRAAL STELLINGWERF werd door de Factorij à NLG 105 per gemeten last voor Melbourne genomen.


  AH - Algemeen Handelsblad

Batavia, 24 september. Op een der particuliere scheepstimmerweven op Java zal, onder opzicht van de hoofd-ingenieur voor het Stoomwezen, de romp worden gebouwd van een klein stoomvaartuig, bestemd om de gemeenschap tussen de wal en de rede van Batavia en het eiland Onrust in alle jaargetijden te onderhouden. De benodigde stoomwerktuigen zullen worden vervaardigd bij de Fabriek voor de Marine, het Stoomwezen en de Nijverheid te Soerabaija.


15 november 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 14 november. Volgens particulier bericht van Archangel in dato 17 tot 29 oktober is het barkschip J.C.J. VAN SPEYK, kapt. Noltee (opm: als fregat in 1834 gebouwd; kapt. J. Noltee, op 14 oktober verongelukt), met rogge naar hier bestemd, totaal verongelukt (opm: 29 september). Naar men zegt, zouden drie man der equipage daarbij zijn omgekomen. Bijzonderheden betreffende dit ongeluk ontbreken voor alsnog. (opm: zie NRC 271153 en 101253)


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Ameland, 6 november. Heden is alhier nabij het dorp Hollum gestrand en daarna gezonken het Oldenburger tjalkschip de JONGE CATHARINA, schipper Deters, komende met een lading gerst van Fuhnen en bestemd naar Amsterdam. Van schip en lading is niets kunnen worden behouden, doch de schepelingen, ten getale van twee, is het gelukt, zich met de scheepsboot te redden.


16 november 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 24 september. Het schip CHRISTOPHORUS COLUMBUS, kapt. G. Groenewoud, van Amsterdam alhier aangekomen na bij het eiland Rotterdam op een klip gestoten te hebben, heeft te Onrust niet kunnen repareren en is afgekeurd. De CHRISTOPHORUS COLUMBUS arriveerde op 8 september alhier van Onrust.
(opm: bark, bouwjaar 1839; op 11 oktober verkocht en naar verluidt in 1854 als KAS BILMA-AS weer in de vaart gebracht, zie echter ook JB 280154)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 24 september. Het schip WELTEVREDEN, kapt. Teerling, van Rotterdam alhier aangekomen, is lek en moet repareren alvorens te kunnen laden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 25 september. Op één der particuliere scheepstimmerwerven op Java zal onder opzicht van de hoofdingenieur voor het stoomwezen de romp worden gebouwd van een klein stoomvaartuig, bestemd om de gemeenschap tussen de wal en de rede van Batavia en het eiland Onrust in alle jaargetijden te onderhouden. De benodigde stoomwerktuigen zullen worden vervaardigd bij de Fabriek voor de Marine, het Stoomwezen en de Nijverheid te Soerabaija. Dit vaartuig zal staan onder beheer van de administrateur van het Tjoenia-veer te Batavia, en personen naar en van de rede en het eiland Onrust vervoeren tegen heffing van een vrachtloon, nader te bepalen. Het zal ook de praauwen van dat veer, zo nodig, naar buiten en naar binnen slepen.


  AH - Algemeen Handelsblad

Verkoping van schepen:
- Op maandag 14 november in de Nieuwe Stads Herberg aan het IJ: het gezinkt schoener-kofschip HUNDEREN, kapt. A. Klok: NLG 2.450, in slag NLG 10. Koper A. Roland Holst (opm: een makelaar, namens G.C. van Veen, Amsterdam; nieuwe naam TRINETTE en kapt. P.A. Nijland)
- Op dinsdag 15 november in het Paleis van Justitie: het schoenerschip ECLIPSE, kapt. Robert James: NLG 1.300 bij opbod, NLG 2.000 gemijnd. Koper procureur Dammers (opm: voor zijn opdrachtgever, de heer Abbema, Amsterdam, verdoopt TEKELINA HENDRIKA; Abbema was een scheepsbouwer, waarschijnlijk heeft het schip nimmer deze naam effectief gevoerd, maar is het na reparatie op zijn werf snel doorverkocht aan de heer L.E. Tiktak te Nieuwe Pekela en door deze in 1854 als MAGRIETHA onder kapt. J.S. op ‘t Holt in de vaart gebracht)


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. H. Vriesendorp, J.P. Boonen, E. Mauritz, A.C. van Wageningen Jr., P.J. de Kanter Jr. en H. Boonen, makelaars, zullen op zaterdag de 19e november 1953, des middags te 12 uur, in het Nederlands Koffijhuis van J. Zahn, te Dordrecht, verkopen een extra ordinair welbezeild en in 1852 op nieuw gezinkt kofschip, genaamd HARMONIE, varende onder Nederlandse vlag, gevoerd door kapt. P.H. Schabeling, volgens meetbrief 25,10 ellen, breed 4,91 ellen, hol 2,60 ellen en alzo gemeten op 143 tonnen of 76 lasten. Breder bij inventaris omschreven en bericht te bekomen bij bovengemelde makelaars. (opm: zie NRC 201153)


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Uit de hand te koop een Nederlands kofschip, in 1850 gebouwd en 1852 nieuw gezinkt, gemeten op 94 tonnen. Liggende het schip te Schiedam. Te bevragen bij de heren A. Prins en Co., Schiedam, B. Romeling, Zuidbroek en Hurrelbrinck & Co. te Amsterdam.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. C.S. Oolgaardt, makelaar, zal op maandag 5 december 1853, des avonds te 6 uur, te Amsterdam, in de Nieuwe Stads-Herberg aan het IJ, ten overstaan van een daartoe bevoegd beambte, verkopen een extra ordinair welbezeild kofschip, genaamd MARIA, gevoerd door kapt. J.J. de Boer, volgens Nederlandse meetbrief groot 111 tonnen of 59 lasten. Breder bij inventaris en bericht bij bovengenoemde makelaar of bij de reders de heren De Groot Roelants & Co., te Schiedam.


  OP - Oostpost

Advertentie. Vendutie op maandag de 28e november 1853, voor het sterfhuis van wijlen de pangeran Said Hassan bin Alhahassy in de kampong Baroe, van een barkschip ABDUL HASSIM, groot 186 last, met deszelfs inventaris, een barkschip SHAD ELFRAT, goot 150 last, met deszelfs inventaris, en een barkschip CAMBA TOORIDA, groot 146 lasten, met deszelfs inventaris. (opm: de SHAD ELFRAT en de CAMBA TOORIDA lagen toen ter rede van Soerabaija)


17 november 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 16 november. Door kapt. Bouchard, te Bordeaux aangekomen, is de 13e oktober, op 44º50’ N.B. en 11º W.L. gezien een Nederlandse galjoot, geheel mastloos en zonder enig volk aan boord, en waarvan hij door kapt. Osmont, voerende het schip AUGUSTINE, van Caen naar Seville, die aan boord van de galjoot was geweest, had vernomen, dat hij genaamd was: “H-G TIRIT TEEDAM 1840” (waarschijnlijk het schip BEERTA SCHURINGA, wijlen kapt. De Vries, de 13e oktober op 45º07’ N.B. gezien.). (opm: zie NRC 311053)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Ramsgate, 13 november. De Nederlandse bark PRESIDENT VAN BUREN, kapt. Cramer, van Londen naar Odessa, is gisteren bij het uithalen van de haven aan de grond geraakt, kwam echter hedenmorgen vlot en heeft de reis voortgezet.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Ramsgate, 13 november. De Nederlandse brik CATHARINA MARIA, kapt. Verhoeven, van Newcastle, laatst van Texel naar Montevideo, welke alhier in averij was binnengelopen, heeft heden na geëindigde reparatie, de reis vervolgd.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Portsmouth, 13 november. De Nederlandse bark JOHANNA MARIA, kapt. Lupcke, is hier binnengelopen om nog vier matrozen te engageren (opm: aan te nemen). De kapitein is hierin onmiddellijk geslaagd en denkt morgen vroeg de reis voort te zetten.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Cuxhaven, 14 november. Het Nederlandse scheepje BERTHA, kapt. Kuyper, van Hamburg naar Libau (opm: Liepaja) bestemd, zit bij Orte aan de grond. (opm: zie NRC 251153)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Helgoland, 12 november. Het Nederlandse schip DRIE GEZUSTERS, kapt. Lukkien, hetwelk alhier op de reis van Memel (opm: Klaipeda) naar Londen gestrand is – zie ons nommer van de 11e dezer – is totaal wrak geworden en bereids met de inventaris verkocht. De lading is geheel geborgen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Groningen, 14 november. Reeds zijn enige kapiteins van kofschepen in dit gewest teruggekeerd om daar een gedeelte van de winter in de schoot hunner familie door te brengen. Het verheugt ons te kunnen melden, dat, voor zover nu reeds bekend is, de Groninger schepen dit jaar zeer goede zaken gemaakt hebben en veel geld hebben verdiend. Dit jaar steekt gunstig af bij ´t vorige, in hetwelk èn de vrachten over ´t algemeen laag, èn de schipbreuken talrijk zijn geweest.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Advertentie. Op woensdag de 23e november aanstaande, des morgens te tien uur, zal ter terechtzitting van de Arrondissements Rechtbank te Winschoten, in het gebouw van Justitie aldaar, aan de meestbiedende of hoogst afmijnende, worden verkocht een tjalkschip genaamd de VROUW JANTINA (opm: binnenvaarder), groot 82 tonnen, met al deszelfs opgoed en toebehoren; zoals het thans is liggende aan het Beneden Dwarsdiep te Veendam, thans bevaren wordende door de beurtschipper Jan Roelfs Ruibing.
M. van der Tuuk, procureur.


19 november 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 18 november. In de loop dezer week zagen wij voor onze stad aankomen het nieuwe ijzeren stoomsleepschip NIEDER-RHIJN No. 3, vervaardigd voor rekening der Dusseldorper Stoomsleepvaart-Maatschappij gevestigd te Dusseldorp, in de Koninklijke Fabriek van Stoom- en Andere Werktuigen, onder de firma van Paul van Vlissingen & Dudok van Heel te Amsterdam (opm: zie NRC 100953). Voornoemd stoomsleepschip vertrok zondag van Amsterdam naar het Nieuwe Diep en stoomde van daar de volgende ochtend ten 4¾ uur en arriveerde alhier tegen 3 uur des namiddags, zodat het de reis in de korte tijd van 11 uur volbracht. De inwendige inrichting is alleszins doelmatig, de stoomwerktuigen hebben een vermogen van ruim 300 paardenkracht en zijn voorzien van twee kolossale stoomketels, terwijl de constructie daarvan zodanig solide doch hoogst eenvoudig is, dat zulks ieders aandacht moet trekken. Wij geloven gerust te kunnen zeggen, dat deze stoomsleper de krachtigste van de gehele Boven-Rhijn genoemd zal kunnen worden, en de sierlijke en sterke vorm van het vaartuig, de doelmatigheid van het geheel alle blijken dragen, dat onze Nederlandse industrie van dag tot dag vooruit gaat en voor Engeland en andere mogendheden niet behoeft onder te doen, doch daarmede in alle opzichten kan wedijveren.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 18 november. Gisteren is te Vlissingen op ´s Lands werf te water gelaten de eerste kotter voor het Nederlandse loodswezen volgens nieuw model.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Scilly St. Mary´s, 12 november. Het schip MARIA, kapt. De Jonge, van Marseille naar Duinkerken bestemd, hebbende 32 dagen reis, is alhier lek en met onklare pompen binnengelopen. (opm: zie NRC 221153)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 18 november. Het schip GOUVERNEUR GENERAAL DUYMAER VAN TWIST, kapt. C.E. Hoeksma, ligt alhier zeilklaar naar Batavia, enz. (opm: eerste reis nieuw schip)


  DC - Dordtsche Courant

Naar men verneemt is de Moerdijkse boot, komende van Rotterdam, dinsdag morgen tussen 5 en 6 ure, onder Spanjaarsdiep op een vaartuig gelopen, dat buiten het gewone vaarwater lag, met dat gevolg, dat het vaartuig onmiddellijk is gezonken, zodat de schipper H. Oogjen, met zijn vrouw en twee kinderen en de knecht, ternauwernood door het grijpen van de touwen der boot, het leven konden redden. Het vaartuig moet geheel weg zijn.


  JB - Javabode

Advertentie. Verkoop van een schip. In de loop der maand december aanstaande, de dag nader te bepalen, zal op publieke vendutie worden verkocht de alhier met averij binnengelopen Engelse brik NINA, met deszelfs staand en lopend tuig, ankers, kettingen, rondhouten, enz., zo als dezelve alhier in de haven van Batavia is liggende. (opm: zie JB 310853)


20 november 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Capelle op den IJssel, 19 november. Dezer dagen is op de werf der heren W. & J. Hoogendijk & Co de kiel gelegd van een barkschip voor rekening ener rederij onder directie van de heren F.S. Sparnaaij & Zoon te Rotterdam. (opm: scheepswerf Cornelis Hoogendijk Wzn, het schip zal genaamd worden KEMANGLEN)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Calais, 5 november. Het alhier van Shields gearriveerde Nederlandse schip (opm: schoener) ZORG EN VLIJT, kapt. Muller (opm: J.B. Mulder), heeft op de reis de bezaansmast gekraakt, zijnde dit het schip, vroeger gemeld.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Veiling van schepen in het Nederlandsch Koffijhuis van J. Zahn te Dordrecht op zaterdag 19 november: een extra ordinair, welbezeild en in 1852 op nieuw gezinkt kofschip, genaamd HARMONIE, varende onder Nederlandse vlag en gevoerd door kapt. P.H. Schabeling, in veiling NLG 6.600, in slag daar boven NLG 400, opgehouden. (opm: het schip werd niet verkocht)


21 november 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 20 november. Men schrijft uit Valparaiso 30 september aan Le Précurseur (opm: dagblad) van Antwerpen het volgende: Het gerucht is hier in omloop, dat het Nederlandse barkschip TIMOR, kapt. Agema, hetwelk van Antwerpen verwacht wordt, op de hoogte van Kaap Hoorn gezien is, masteloos en in ontredderde toestand. Dit bericht verdient echter ten zeerste nadere bevestiging en wordt alleen, zo als bovengemeld, als gerucht medegedeeld. (opm: bericht onjuist, zie NRC 091253)


22 november 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 21 november. Het Nederlandse schip IMKE WILDERVANK, kapt. Pottjer (opm: galjoot INSKE WILDERVANCK, bouwjaar 1852; kapt. J.A. Pottjer), met een lading haver van … (opm: niet ingevuld) naar Londen bestemd, is op het eiland Oesel (opm: Øsel, Estland) verongelukt. De equipage is gered.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 21 november. De Nederlandse bark EUROPA, kapt. Nolles, welke de 25e september j.l. van Callao naar het Kanaal vertrok, is de 2e oktober aldaar lek geretourneerd. (opm: zie NRC 201253)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Scilly St. Mary’s, 15 november. Het alhier in averij binnengelopen schip MARIA, kapt. de Jonge, van Marseille naar Duinkerken bestemd – zie ons nommer van 19 dezer – moet lossen om te repareren.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Groningen, 21 november. Laatstleden woensdag is van de werf van de scheepsbouwmeester W.W. Kuiper te Oude Pekela, met het beste gevolg te water gelaten het nieuw gebouwd schoenerschip UDO FREDERIK, gevoerd zullende worden door kapt. A. Kiers, onder het boekhouderschap van de heer H.T. Kranenborg, aldaar.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Advertentie. Uit de hand te koop een koftjalk, groot 70 ton, in 1843 gebouwd, met volledige inventaris, liggende in de Zuiderhaven te Groningen. Te bevragen bij de eigenaar G.J. Gnodde te Hoogezand. (opm: waarschijnlijk ALIDA SOPHIA)


23 november 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 22 november. Op de werf van de heer Van Goor te Zwolle is op stapel gelegd de kof TASMANIA voor de Hullse rederij, terwijl nog één voor dezelfde rederij te Veendam wordt gebouwd.


24 november 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 23 november. Kapt. Roake, voerende het schip MARIA AUGUSTE, van Porto-Rico te Falmouth aangekomen, rapporteert dat hij de 17e november op 49º26’ N.B. en 11º20’ W.L. gepraaid heeft het Nederlandse schip STAATSRAAD BAUD, kapt. De Jong, van Batavia naar Amsterdam bestemd. Het schip was lek, had nog andere schade bekomen en gebrek aan provisie. (opm: zie NRC 251153)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Margate, 20 november. Het te Amsterdam te huis behorende fregatschip DILIGENCE, kapt. Smit, van Hartlepool naar Batavia bestemd, is de 17e dezer op Kentish-Knock aan de grond geweest, doch is met verlies van anker en ketting afgebracht. Het bevindt zich op dit ogenblik hier ter rede en verwacht orders.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Scilly (St. Mary’s). De alhier in averij binnengelopen Nederlandse kof VREEDE, kapt. Potjewijd - zie ons nommer van de 10e dezer - heeft de lading gelost, en zal heden op de werf gehaald worden om te repareren.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Wisby, 10 november. De Nederlandse kof REINA, kapt. De Haan, van Riga met een lading lijnzaad naar Belfast bestemd, is de 6e dezer, bij Unghanseriff (opm: waarschijnlijk ten noorden van Gotland), aan de grond geweest. Zij kwam evenwel, ogenschijnlijk zonder schade, weder vlot en vervolgde de reis.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 23 november. Van de werf van de scheepsbouwmeester W.W. Kuiper te Oude Pekela is met het beste gevolg te water gelaten het nieuw gebouwd schoenerschip UDO FREDERIK, gevoerd zullende worden door kapt. A. Kiers onder het boekhouderschap van de heer H.T. Kranenborg aldaar.


  RC - Rotterdamsche Courant

Scilly den 16 november. Het schip de VREDE, kapt. G.G. Potjewijd, van Nickerie naar Rotterdam, alhier met schade binnengebracht, heeft geheel gelost en zal op de helling gehaald worden om te repareren.


  AH - Algemeen Handelsblad

Jongstleden zaterdag werden te Londen voor Australie beladen:
naar Sydney DE AMSTEL, kapt. H.H. Rademaker; ARLEQUIN, kapt. C.A. Malbranc, en WILHEMINA LUCIA, kapt. J.P. Carst.
naar Melbourne ELISABETH, kapt. H.R. Bok, WESTKAPELLE, kapt. M. Rooderkerk, en EUTERPE, kapt. A. Kuipers.
naar Melbourne en Geelong HELLEVOETSLUIS, kapt. W.I. Vos, naar Port Philip STAD AMSTERDAM, kapt. A. Stokvliet en ANTOINETTE MARIA, kapt. J.P. Hueser.
naar Geelong JACOBUS MARTINUS, kapt. J. Gagestein, en TRITON, kapt. H. Olie.
naar Adelaide LUCONIA, kapt. E.J. Bödeker, en WALVISCH, kapt. T. Schut.
De vraag naar scheepsruimte voor Australië is in de laatste dagen weder aanzienlijk toegenomen, en dien ten gevolge zijn de vrachten 15 à 20 procent gestegen.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Groningen, 23 november. Het kofschip ANTJE WITZENBERG, kapt. A. Hangelbroek, met een lading rogge en lijnzaad voor de Wedw. P. Doornbosch alhier, van Riga gisteren avond laat binnen deze haven gearriveerd, is bij het plankenpad aan het Ameland op een onder water staand oud muurwerk gestoten en lek geworden. Hedenmorgen is het ongeluk ontdekt en er stond reeds ongeveer vier voet water in het schip. Het droge zaad heeft men ogenblikkelijk in een ander schip overgebracht. Het getonde lijnzaad, dat op de rogge lag, was ten dele beschadigd.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Groningen, 23 november. Gisteren is alhier gearriveerd een nieuw gebouwd schoener-galjootschip, groot 70 last, gebouwd bij R.O. v.d. Werff te Martenshoek, zullende bevaren worden door kapt. H.J. Hazewinkel, van Wildervank.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Advertentie. Mr. J.C. van Slooten, notaris te Veendam, gedenkt op donderdag de 8e december 1853, des avonds te 6 uur, ten huize van de logementhouder E.J. Duintjer te Veendam, ten verzoeke zijner principalen, publiek te verkopen het Nederlands schoenerkofschip de ALEXANDER, in 1841 nieuw uitgehaald, groot 127 tonnen, met alle deszelfs opgoederen en toebehoren, zoals hetzelve is bevaren door kapt. Jan Simons Bakker, en thans is liggende te Amsterdam aan de werf van J.C. Ceuvel. Het inventaris der opgoederen zal ten kantore van de notaris en ten huize van verkoop in tijds ter lezing liggen.
(opm: voor NLG 8.110 gekocht door S. Tromp Meesters, Steenwijk, nieuwe naam STAD STEENWIJK, kapt. R. Helmers)


25 november 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 24 november. Het schip STAATSRAAD BAUD, kapt. De Jong, van Batavia naar Amsterdam, hetwelk de 17e november met schade en gebrek aan provisie gepraaid werd – zie ons nummer van gisteren – was, volgens een rapport in de Shipping and Mercantile Gazette van de 22e dezer, de voorgaande dag, de 16e november, door het schip PREMIUM, kapt. Muller, van Alexandrië te Falmouth gearriveerd, van provisiën voorzien.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Cagliari, 15 november. Het Nederlandse schip TONIA, kapt. Speenhoff (opm: brik, ex-DUC DE BRABANT, kapt. J. Speenhoff; zie NRC 051253, 151253, 030154 en 060154), van Alexandrië naar Falmouth bestemd, is alhier zwaar lek en met verlies van roer binnengelopen. Het schip is op Chercheno, tussen het eiland Sicilië en de vaste kust van Afrika, aan de grond geweest en moet lossen om te repareren.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Cuxhaven, 22 november. Het Nederlandse schip BERTHA, kapt. Kuijper, hetwelk bij Orte aan de grond zat – zie ons nommer van de 17e dezer – is vlot en hier in de haven gebracht.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Holtenau, 21 november. Het Nederlandse schip TRIENTJE, kapt. Feddes, van Mollerup naar de Maas bestemd, hetwelk hier gisteren arriveerde, kan wegens ijsgang het kanaal niet passeren.


  RC - Rotterdamsche Courant

Texel, 24 november. Uitgezeild: HERMANUS FRANCISCUS (opm: brik), kapt. A.J. Driest, naar Suriname.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Uit de hand te koop een overdekte hektjalk, lang 18 el 2 palm (of 65 voet), wijd 3 el 9 palm (of 14 voet) en hol 1 el 6 palm (of 5¾ voet), zonder tuigage, te Dragten liggende aan de werf bij T.W. Kamp.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. De notaris Brandsma, zal, op zaterdag den 3 december 1853, des namiddags 4 ure, ten huize H. Robroch, te Ezumazijl onder Anjum, in het openbaar verkopen: een nieuw Tjalk-scheepshol, groot 26 roggelasten, lang 16,3 el, wijd 4 el en hol na rato, met roer en zwaarden, liggende aan de scheepstimmerwerf te Ezumazijl onder Anjum.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. De Notaris J.S. Bokma, te Akkrum, zal, op maandag den 5 december 1853, des avonds om 7 uur, ten huize van de kastelein G.R. de Vries, te Akkrum, finaal verkopen:
1. Een hecht en onlangs veel verbeterd Tjalkschip, met complete inventaris, groot 25 tonnen, de TWEE GEBROEDERS genaamd, zodanig hetzelve thans is liggende te Akkrum, en het laatst bevaren geweest door de Wed. R.H. de Vries; waarop slechts geboden is de geringe som van NLG 640.
2. Een Jagt met zeil en treil.
Dadelijk na de finale toewijzing te aanvaarden. Tegen solide borgstelling, kan een gedeelte van de koopprijs onder het verkochte verblijven.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Drie of vier scheepstimmerknechten gevraagd. Adres in persoon of franco bij de boekhandelaar T.S. Feenstra te Sneek.


26 november 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 25 november. De 19e november is door de heer C. Smit te Alblasserdam op de werf van de heer J. Jonker aan de Kinderdijk de kiel gelegd van het barkschip VRIJE HANDEL, groot plm. 300 gemeten lasten, voor rekening ener rederij onder directie van de heren Muller en Reese te Amsterdam.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. G.J. Boelen, makelaar, zal op maandag 5 december 1853, des avonds ten zes ure, in de Nieuwe Stads Herberg aan het IJ verkopen 1/32e part in het gekoperd Nederlands fregatschap SUSANNA CHRISTINA, kapt. J.J.H. Stolte, groot 477 gemeten tonnen of 252 lasten, varende onder directie van de heren Luden & Van Geuns, thans liggende voor deze stad. Nader onderricht bij bovengenoemde makelaar.


  DC - Dordtsche Courant

Hellevoetsluis, Gisteren namiddag arriveerde het schip WUPPER, kapt. W. Dawson, van Hull, welk schip op Scheelhoek aan de grond zit. Het heeft sloepen en manschappen tot assistentie.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Groningen, 25 november. Heden is in deze haven gearriveerd het nieuw gebouwd schoener-galjootschip ANTJE, groot 136 ton, kapt. J.R. Nieveen, en gebouwd bij J.P. Hooites. (opm: mogelijk I.A. Hooites?)


27 november 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Door een vriendelijke hand zijn wij in staat gesteld het volgende belangrijke en omstandige (opm: door de eerste stuurman vertelde) verhaal van de schipbreuk van het aan de Kinderdijk te huis behorende barkschip J.C.J. VAN SPEYK, kapt. J. Noltee, mede te delen, waaromtrent wij in ons nommer van 15 november, onder de rubriek Scheepstijdingen, reeds met een enkel woord melding maakten.
De 13e oktober – dus vangt de schrijver aan – verlieten wij met een lichte Z.O. koelte de rede van Solleboll, om onze reis (van Archangel) naar Rotterdam te aanvaarden en zagen de volgende morgen, ten 6 ure, de kust van Rusland aan onze stuurboordzijde, op ongeveer 5 mijlen afstand. De wind was in die tussentijd tot een dubbel gereefde marszeilskoelte toegenomen. Op de middag van de 14de oktober peilden wij de hoek van Voronoff, in het N.O.t.O. met een aanhoudende stijve wind, hoge moeilijke zee en zwaar stampend schip, Des namiddags peilden wij ten 5 ure de vuurtoren van Moschovitz-eiland in het Z.O.½Z, op een afstand, naar gissing, van 5½ mijl, met opwerkende lucht in het N.W. en motregen. Ten 5½ ure werd overal gemaakt om te wenden, uithoofde de lucht zeer dik was en ook om de banken van Orlofka, welke wij in de nacht niet wilden passeren. De equipage was nog niet aan het dek, of wij voelden dat het schip stootte. Men draaide onmiddellijk het roer aan lij, doch het schip weigerde. Op dit ogenblik deed het nog twee zware stoten, en toen wij de pompen peilden, werd er reeds zes voeten water in het ruim bevonden.
De ontsteltenis was algemeen; men hoorde naar geen commando meer; het gejammer, het geroep:”wij vergaan!" van de equipage was akelig; men riep maar om bijlen om de sjorrings van de boten te kappen, daar die nog onze enige hoop waren. De kapitein en ik deden ons best het volk te overtuigen, dat het gehuil en gejammer niets baatte, maar dat wij de handen moesten uitsteken, om ten minste ons leven te redden en dat dit alleen kon gebeuren door te pompen, terwijl anderen takels moesten opbrengen om de boten buiten boord te zetten, en zo ze dat niet deden, het dan zeker was, dat wij binnen een uur met man en muis naar de kelder gingen. Dit vond dan ook weerklank en men pompte met alle macht. Wij hielden verder voor de wind af.
Ik wilde nog eens naar beneden gaan om op de kaart te zien, of wij met de koers, die wij nu stuurden, ook nog verder kwaad konden, doch verbeeld u mijn schrik, in de kajuit stond reeds drie voet water. Nu begreep ik, dat er niets meer aan te doen was, waarschuwde de kapitein, dat, wilden we niet allen verdrinken, wij het pompen moesten staken en zien dat we zo spoedig mogelijk met alle man de boten buiten boord kregen. Wij draaiden dan ook bij. Het eerst streken we de giek, doch zodra die te water kwam, kwam er tevens een hevige stortzee, die haar omkantelde, de vanglijn losrukte en helaas!, onze tweede stuurman mede nam, die ik voor mijn ogen moest zien verdrinken, zonder er iets aan te kunnen doen. Dat was al één van de drie boten weg. Toen brachten wij de middelboot te water, die gelukkig buiten boord kwam, met een matroos er in om deze van het schip vrij te houden. Nu moest de grote boot nog buitenboord; doch verbeeld u onze ontsteltenis, nauwelijks waren de takels uitgehoekt, of een dito zee, als die onze giek weggeslagen had, ramde de barkas zodanig tegen het schip aan, dat deze stuk sprong en onmiddellijk zonk.
Het gejammer, de wanhoop, ontstaan door het denkbeeld van op het ogenblik te zullen verdrinken, was verschrikkelijk. Het geroep buiten boord van de matroos die in de sloep was: "het schip zinkt! Het schip zinkt!! Kom mensen, kom in de boot, of het is te laat!" was ijselijk; allen liepen dan ook achteruit om in de enige overgebleven boot te komen, zodat ik op het laatst met de kapitein en nog twee matrozen alleen op het schip was; doch toen het volk buiten boord begon te roepen: "kapitein! stuurman! Kom spoedig, of wij snijden de vanglijn los!" begonnen wij toch ook om ons leven te denken en gingen in de boot. Nauwelijks waren wij in de boot, of de bootsman sneed de vanglijn los en de boot geraakte van het schip af. Toen waren er nog twee man aan boord; onze bevelen, ons smeken om ook die twee mensen te redden, was vergeefs; wij kregen ten antwoord: "beter twee verdrinken dan alle zestien". Dat was 's avonds ten acht ure op de 14e oktober.
Daar zaten wij nu, in een kleine boot met zestien man; schier zonder eten, zonder drinken, geen klederen dan die wij aan hadden en dan in een felle koude (op circa 70º N.B.) met harde wind en een hevige hoge zee; slechts één enkele dwarse zee en wij waren allen er om koud geweest.
Na verloop van een kwartier uurs zagen wij het schip zinken en dachten met smart aan de beide achtergebleven matrozen, wel wetende hoe spoedig het misschien ook met ons gedaan kon zijn. Zo brachten wij een nacht door, die niet licht uit mijn geheugen zal gaan. Elk ogenblik de dood voor ogen; doch het was niet besloten bij het Opperwezen, dat wij zouden vergaan. Met het aanbreken van de dag zagen wij land en stuurden er op aan; wij landden gelukkig en na de boot op strand gehaald te hebben, beraadslaagden wij wat te doen. Waar waren wij? Wij wisten het niet. Wij hadden geen kaart, geen kompas en zagen niets dan besneeuwde bergen, dor, woest en onbewoond. Geen eten; wat moest er van ons worden? Wij besloten om het strand langs te lopen, doch daar het water wassende was en er een felle branding stond, waren wij genoodzaakt de bergen op te klimmen. Boven zijnde, liepen wij een geruime tijd berg op, berg af, tot dat wij voor een rivier kwamen. Een boot hadden wij niet om ons over te zetten en het ijs was nog niet sterk genoeg, om er over te kunnen lopen. Wij liepen de rivier langs, in de hoop van spoedig bij mensen te komen. Alzo geraakten wij dieper en dieper het land in. Daarbij begon het zo geweldig te sneeuwen, dat er binnen korte tijd meer dan drie voet sneeuw lag. Kompas hadden wij niet; zon of maan zagen wij niet, zodat wij niet berekenen konden of wij ten noorden, oosten, zuiden of ten westen gingen. Soms zaten wij half onder water, daar wij door de sneeuw niet zien konden of wij op land of in een moeras waren. Om kort te gaan, zo hebben wij vier dagen en nachten rondgezworven, zonder eten, zonder dak, weinig klederen en in een felle kou; van tijd tot tijd sliepen wij een uur in de sneeuw. Bij dit alles kwam nog, dat er onder ons waren, die niet verder konden; hen ondersteunen kon men niet, want wij waren zelf blij, dat we het nog op de been konden houden; hen achter te laten kon ook niet, want dan waren zij in korte tijd bevroren. Dit droevige lot hielden wij hun voor ogen en dan gaf de wanhoop hun nieuwe kracht om zich voort te slepen.
De vijfde dag zagen we weder een rivier, liepen haar enige tijd langs en zagen aan de andere zijde een boot. Dat gaf ons nieuwe moed, want die boot moest daar toch door mensen gebracht zijn. Sommigen hadden de moed reeds opgegeven en waren blijven liggen; doch de kapitein, de timmerman, de hofmeester, twee anderen en ik besloten over het ijs te gaan; de eerste viel er in; dus dat ging niet. Toen besloten wij een vlot te maken; gelukkig vonden wij enige stukken hout, bonden deze met onze halsdoeken aan elkander en gingen zo, één voor één, over de rivier naar die boot. Als de nood het hoogste is, dan is dikwerf redding nabij! Wie beschrijft onze vreugde: in die boot vonden wij een zak knolrapen, waarop wij als wilden aanvielen; bij verder onderzoek vond men nog twee broden, een gezouten vis en een zakje uien. Wij schreeuwden en riepen naar het andere volk; doch geen antwoord. Wij besloten hier te blijven en uit te rusten, maakten een bed van mos en bladeren, kropen in die boot zo dicht mogelijk bij elkaar, doch de koude belette ons te slapen. Ons lijden was echter nog niet ten einde; de volgende dag waren de voeten van twee matrozen en een jongen bevroren. Twee dagen daarna kwamen de overige tien mannen weder bij ons, uitgehongerd en meest allen schier met bevroren handen en voeten. Wij hadden nog één brood over, hetwelk onder hen verdeeld werd. Lopen kon niemand meer; dus besloten wij maar om hier ons einde af te wachten. Om alle ongeregeldheden, moord of doodslag (in onze omstandigheden denkbaar) voor te komen, sloeg de kapitein voor om elkander aan bomen te binden en ons alzo te laten doodvriezen. Dit vond evenwel geen ingang. De goede God gaf spoedig uitkomst. Onverwachts kwamen er mensen opdagen en scheen ons lijden, dat waarlijk onbeschrijfelijk en door geen woorden uit te drukken was, te zullen eindigen.
De Russen zijn menslievend; indien daarvoor nog bewijs nodig kon zijn, zij hebben het thans geleverd. Voor de ergste zieken maakten zij draagbaren en die nog maar iets kon voortkomen, moest mee. Bij die gelegenheid voelde ik, dat ik mijn linkerbeen niet meer kon gebruiken en ik moest tussen twee Russen op één been voort; daarbij kwam, dat het ijs nog al glad was en wij herhaaldelijk uitgleden; bij zodanige gelegenheid verstuitte ik één van mijn polsen.
Op 20 oktober, des avonds ten 8 ure, kwamen wij in een visserdorp en werden zeer gastvrij ontvangen. Het zwarte brood en de gezouten vis, het gewone eten van de Rus, smaakte ons als het beste gastmaal; in een warme kamer was ons leger, uit enige op de grond gelegde rendiervellen bestaande. De volgende dag maakten wij dadelijk ons werk, om te zien op welke wijze naar Archangel te komen. Russisch verstonden wij geen van allen, doch door tekens en getallen te schrijven, kwamen wij met die vissers overeen, dat zij ons voor 230 zilveren Roebels (omstreeks NLG 450) met twee boten daarheen zouden brengen.
Het dorp waar wij ons bevonden heette Quoita, op een afstand van omtrent 60 Duitse mijlen (opm: à 7407 m.) van Archangel gelegen. Vier dagen echter moesten wij daar nog blijven, daar het te hard woei om met boten in zee te gaan. Eindelijk de 25e oktober vertrokken wij. In die vier dagen was mijn been iets beter geworden, doch van acht matrozen waren de voeten, door gebrek aan geneeskundige hulp, zodanig verslimmerd, dat deze reeds begonnen te ontsteken. De eerste avond gingen wij aan strand, legden een groot vuur aan en gingen daar rondom zitten tot de dag aanbrak. De tweede dag kwamen wij aan het dorp Goeda en de derde dag aan het dorp Myda, waar wij weder twee dagen moesten vertoeven door de harde wind. Mijn been, dacht ik, was weder in orde, zodat ik de kapitein voorsloeg (nadat wij weder twee dagen gewacht hadden) om met twee man, die aan hun benen geen letsel hadden, naar Archangel te lopen. Dit vond ingang, zodat wij ons, met twee Russen als gidsen, de volgende morgen op weg begaven. Doch hoe berouwde het ons! Moeilijk begaanbaar strand; soms tot aan de knieën in het water; dan berg op, dan berg af; dan door bossen, dan over rivieren, als wanneer de gidsen bomen kapten om er over te leggen. Des avonds kwamen wij weder onder dak; doch toen ik rustte, begon mijn been weder erg pijn te doen en dacht ik niet de volgende dag verder te zullen kunnen lopen. Die volgende dag echter, zei de kapitein: “De stuurman achterlaten doen wij niet, dus moed gevat! Gij moet met ons mede ". Ik ging dan ook; maar wat ik die dag heb uitgestaan, is onbegrijpelijk. Het was of al mijn spieren in het been verstijfd waren; elke voetstap die ik deed, had ik het wel uit willen schreeuwen van de pijn.
Hierbij kwam nog een harde regen, zodat wij allen 's avonds God dankten, dat wij onderdak kwamen; ik was geheel uitgeput en kon op zijn best liggen, veel minder lopen. Met de kapitein en de overigen was het even zo gesteld. De daarop volgende dag namen wij weder een boot aan en kwamen gelukkig de 31e oktober, 's namiddags ten 1 ure te Sollebollo aan. Zeer goed werden wij door de agent en de Nederlandse consul ontvangen. Wij kregen dadelijk een logement en kledingstukken. Drie dagen later kwamen de boten met de zieken aan en ook deze werden dadelijk verzorgd, doch door de lange reis waren reeds van drie matrozen en de jongen de tenen afgerot. Onmiddellijk kwamen er doktoren bij, die dadelijk aan drie man en de jongen de halve voet afzetten. Bovendien liggen in het hospitaal nog acht man, die misschien hun voet zullen verliezen.
Ziedaar het verhaal, zo als het ongeveer uit de pen des zeemans vloeide, die deelgenoot is geweest van deze schrikkelijke gevaren en rampen. Het slot van de brief loopt over bijzonderheden, betreffende de wijze waarop de equipage denkt herwaarts te komen en over de grote onkosten die de reis in dit jaargetijde moet na zich slepen, doch die wij gemeend hebben voegzaam te kunnen achterwege laten. (opm: zie ook NRC 101253)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 26 november. Het bericht van kapt. Haake, de 19e november van Portorico bij Falmouth gearriveerd, omtrent het schip STAATSRAAD BAUD, kapt. De Jong, de 24e dezer van Batavia in Texel binnen – zie ons nommer van de 24e dezer – is gebleken onwaar te zijn, daar het schip dicht is gebleven en geen gebrek aan proviand heeft gehad, maar slechts een weinig averij.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Het schip ANTJE WITSENBORG, kapt. Hangelbroek, de 22e dezer van Riga te Groningen gearriveerd, heeft aldaar gestoten, en daardoor lekkage en vier voeten water in het ruim bekomen; het droge zaad was in een ander schip overgeladen; het getonde lijnzaad dat op de rogge lag, was gedeeltelijk beschadigd.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Gravesend, 24 november. Heden kwam alhier binnen het Nederlandse schip DILIGENCE, kapt. Smit, van Hartlepool, laatst van Margate naar Batavia bestemd. Dit schip, hetwelk op Kentish-Knock aan de grond is geweest, was voornemens van Margate naar Portsmouth te verzeilen – zie ons nummer van gisteren – doch werd door contrariewind genoodzaakt hiervan af te zien en koers naar Londen te zetten. (opm: zie o.a. NRC 241153 en 041253)


29 november 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 28 november. Directeuren van het hier ter stede gevestigde Zuid-Hollandsche Maatschappij tot Redding van Schipbreukelingen hebben besloten te doen uitreiken: de gouden medaille, en vijf souvereinen, om onder zijn equipage te verdelen, aan J. Key, voerende het Britse barkschip WILLIAM, te huis behorende te Harrington, voor het de 10e september ll., op zijn reis naar Quebec op 46º03’ N.B. en 31º17’ W.L. redden van de equipage, bestaande in zeven personen, van het reeds mastloos en in een zinkende staat verkerende Nederlandse kofschip IDA WUBBINA, gevoerd door kapt. J.J. Fijn, te huis behorende te Pekel A, en na hem enige dagen met alle mogelijke hospitaliteit te hebben bejegend, ten gevolge van gebrek aan provisie, gedeeltelijk te hebben overgegeven aan boord van het Engelse schip MINERVA, gevoerd door kapt. W. Shank, aan wie mede de zilveren medaille is uitgereikt, komende van St. Joan en bestemd naar Schotland, en dus hen, zowel te Quebec als in Schotland veilig aan wal te hebben gebracht, zijnde bij deze medaille gevoegd lofwaardige getuigschriften, waarin de menslievende daad uitvoerig is vermeld. (opm: zie NRC 101053)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Harlingen, 27 november. Gisteren was men hier ongerust over de stoomboot FLEVO, die hier niet op de gewone tijd van Amsterdam aankwam. Later zijn enige passagiers van gemelde boot met een ander vaartuig hier gearriveerd, die het bericht medebrachten, dat men onderweg door het breken der as van het stoomwerktuig de reis had moeten staken.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 28 november. Het schip (opm: brik) QUIRINA EN ANNA, kapt. J.W. Bechtold, van Amsterdam naar Liverpool, is, volgens telegrafisch bericht van Londen van 28 november, in de Noordzee verongelukt. De equipage is gered. (opm: zie NRC 021253)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Appledore (Buteford), 25 november. Het Nederlandse schip WAAKZAAMHEID, kapt. Bakema, met een lading hout van Dantzig (opm: Gdansk) op hier bestemd, is gisteren bij het opkomen der rede ten gevolge van stilte op de Bank gedreven. Het schip heeft zeer hevig gestoten, verloor daarbij het roer, en heeft een dusdanig zwaar lek bekomen, dat het op de lading drijvende heden in de haven is gebracht.


  AH - Algemeen Handelsblad

Rotterdam, 28 november. Ahier is van Duisburg gearriveerd een aldaar nieuw gebouwde ijzeren schroefstoomboot, model van de gewone trekschuiten, en machine uit de fabrieken van de heer Michael Aleiter te Mainz. Genoemde stoomboot is bestemd om van hier door Delft naar ’s Gravenhage dienst te doenen zal waarschijnlijk, na enige proefvaarten, eerst in het voorjaar in dienst worden gesteld. De eenvoudige inrichting der machine bij betrekkelijk grote kracht en de nette inrichting der stoomboot zelve verdienen alle lof.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Groningen, 28 november. Heden arriveerde alhier het kofschip de VRIENDSCHAP, groot ongeveer 80 ton, gebouwd te Sappemeer bij G. Berg, zullende bevaren worden door kapt. Bakker, van Schiermonnikoog.


30 november 1853


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlissingen, 26 november. Zr.Ms. korvet PALLAS, die geheel opgetuigd was en gereed om zee te bouwen en waarvan men reeds bestemming en commandant noemde, is plotseling op ministeriële aanschrijving weder geheel onttuigd moeten worden. Er wordt geloofd, dat gemeld schip voortaan moet dienen tot oefeningsbodem voor het leren op- en aftuigen van schepen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 8 oktober. Scheepsvrachten. Sedert onze vorige waren de arrivementen (opm: aankomsten) voor vrachtzoekende schepen zeer gering, terwijl er een wezenlijke behoefte voor