Inloggen
Zoek in kronieken
Aanwezig jaargangen:
Start - 0 - 189 - 1801 - 1803 - 1805 - 1806 - 1808 - 1813 - 1814 - 1815 - 1816 - 1817 - 1818 - 1819 - 1820 - 1821 - 1822 - 1823 - 1824 - 1825 - 1826 - 1827 - 1828 - 1829 - 1830 - 1831 - 1832 - 1833 - 1834 - 1835 - 1836 - 1837 - 1838 - 1839 - 1840 - 1841 - 1842 - 1843 - 1844 - 1845 - 1846 - 1847 - 1848 - 1849 - 1850 - 1851 - 1852 - 1853 - 1854 - 1855 - 1856 - 1857 - 1858 - 1859 - 1860 - 1861 - 1862 - 1863 - 1864 - 1865 - 1866 - 1867 - 1868 - 1869 - 1870 - 1871 - 1872 - 1873 - 1874 - 1875 - 1876 - 1877 - 1878 - 1879 - 1880 - 1881 - 1882 - 1883 - 1884 - 1885 - 1886 - 1887 - 1888 - 1889 - 1890 - 1891 - 1892 - 1893 - 1894 - 1895 - 1896 - 1897 - 1898 - 1899 - 2018


Bevat   Exact
 

Kronieken uit 1854


01 januari 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Falmouth, 28 december. Het schip JACQUELINE EN ELISE, kapt. De Haas, van Tjilatjap (opm: Cilacap) naar Amsterdam, alhier met schade binnengelopen – zie ons nommer van 9 december – is de 23e dezer op de helling gehaald om nagezien te worden. Van de lading waren slechts ongeveer 25 balen koffij beschadigd gelost.


03 januari 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 2 januari. De 1e januari werd van de werf van de scheepsbouwmeester W.H. Meursing te Nieuwendam met het beste gevolg te water gelaten het barkschip JOHANNA MARIA, groot plm. 250 gemeten lasten, gebouwd voor rekening van de heren H. & D. Rahusen te Amsterdam en gevoerd zullende worden door kapt. J.K. de Jong. Op die werf zal nu de kiel gelegd worden voor een barkschip van 180 gemeten lasten.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Aan de Zeepost ontlenen wij de volgende lijst van Nederlandse schepen, welke in het jaar 1853 verongelukt, verbrand, afgekeurd, vermist of gesloopt zijn:
ADRIANA, kapt. De Groot, ALBERT SCHURINGA, kapt. Smit, ALEIDA ALEIDA, kapt. De Haan, ANNEGIENA, kapt. De Jong, ANNETTE FOSSINA, kapt. Kraan, ANTINA (opm: ANTINA ELSINA), kapt. Westers, ARGUS, kapt. Van Houten, BEERTA SCHURINGA, kapt. De Vries, BOERHAVEN, kapt. Timmermans, CATHARINA WILHELMINA, kapt. Pot, CERES, kapt. De Vries, CERES, kapt. Visser, CHRISTOPHORUS COLUMBUS, kapt, Groenewoud, CLASINA, kapt. Cars (opm: KLASINA, kapt. R.G. Kars), CORNELIA (visschuit), kapt. Visser, DANKBAARHEID AAN DE NEDERLANDSCHE HANDEL-MAATSCHAPPIJ, kapt. Kroll, DELPHIN, kapt. Jansen, DRIE GEBROEDERS SICKENS, kapt. Kamminga, DRIE ZUSTERS, kapt. Lukje, EGBERDINA SCHURINGA, kapt. Orsel, EMANUEL, kapt. Woltman, EPPIEN, kapt. Potjewijd, ETINA, kapt. De Jonge, EUROPA, kapt. Nolles, GEERDINA BEERTA, kapt. Giezen, GOEDE HOOP, kapt. Gust, GRONINGEN, kapt. Meijer, HARMINA, kapt. Kroon, HARMINA ANNEGINA, kapt. Schippers, HENDRIKA ANNECHINA, kapt. De Boer, HENRIETTE, kapt. Van Veen, HERSTELLING, kapt. Hoek, HOOP EN VERWACHTING, kapt. Hekman, HOPENDE ZEEMAN, kapt. Topsand, IDA GESINA, kapt. Brouwer, IDA WUBBINA, kapt. Fijn, J.C.J. VAN SPEIJK, kapt. Noltee, JELTINA MARGARETHA, kapt. Douwes, JOHANNA, kapt. Franken, JOHANNA MARIA, kapt. Ringeling, JONGE HENDRIK, kapt. Mulder (opm: abuis, zie NRC 090154), JONGE JAN, kapt. Roelfsema, JONGE TAMMINK, kapt. Bakker, JONGE TIJS, kapt. Bakker, JOSINA HENRIETTA, kapt. Van der Gouwe, JULIA, kapt. Gust, KARSIENA, kapt. Waterborg, KLASIENA BRUINS, kapt. Smid, LEENTJE, kapt. Stomp, LEONORA JOHANNA, kapt. Balk, MAAS, kapt. Lutzow, MARGARETHA WILHELMINA, kapt. Lukkien, MAGRIETA, kapt. Boomgaard, MARGINA WILHELMINA, kapt. Vos, MIENA SYGINA, kapt. Wold, ONDERNEMING, kapt. Laansbach, QUIRINA EN ANNA, kapt. Bechthold, ROOMPOT, kapt. De Boer, TONIA, kapt. Speenhof, TWEE AALTJES, kapt. Rozema, TWEE GEBROEDERS, kapt. Jansen, VERTROUWEN, kapt. Geveke, VROUW ALIDA, kapt. Rogaar, VROUW WILHELMINA, kapt. De Koning, VROUW WILLEMTINA, kapt. Glim, VIJF GEBROEDERS, kapt. Scherpbier, WENA, kapt. Desruelles, WILHELMINE, kapt. Kroon, WILHELMINE JELTINA, kapt. Wijgers, YNSKE WILDERVANK (opm: IMKE WILDERVANK), kapt. Pottjer,
ADRIAAN, kapt. Hobma, ALIDA JACOBA, kapt. Amsinga, CATHARINA CORNELIA, kapt. Oldenburger, HOOP, kapt. Mugge, JACOBUS BEGEMAN, kapt. Rink, MAASNYMPH, kapt. Van der Steen, – de laatste zes vermist.
(opm: over de schuin geschreven scheepsnamen staan geen berichten in Kroniek 1853)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Men meldt uit Nieuwediep, 1 januari. Eergisteren is met stormweer bij Kamperduin gestrand, het Bremer driemastschip EMMA, met een kostbare lading katoen, granen en meel, van Baltimore naar Amsterdam. Aanvankelijk was het gelukt om de equipage door middel van een boot te redden. De tweede stuurman was evenwel aan boord gebleven, om zo mogelijk nog het één of ander te redden. Toen begaven zich de opperstuurman, drie matrozen en een sloeperman (opm: onjuist, zie VW 140154) in de boot, doch dicht nabij het schip genaderd, sloeg de boot om. Het gelukte echter de tweede stuurman, om die mannen vanaf het schip door het toewerpen van lijnen te redden, doch de branding werd nu zo hevig, dat men van de landzijde niets ter redding kon aanvangen en dit tot de volgende dageraad wilde uitstellen. Intussen was het schip gedurende de nacht uit elkaar geslagen en hebben de zes mannen, die zich aan boord bevonden, hun dood in de golven gevonden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hellevoetsluis, 2 januari. Volgens een alhier ontvangen bericht, is op de Steile Punt van de Ooster gebleven een Engelse brik, naam onbekend; de equipage moet gered zijn door de schokker der reddingmaatschappij.
(opm: zie NRC 060154)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Brouwershaven, 31 december. Gisterenavond ten 4.30 uren is tussen de 4e en 5e ton, met vliegende storm en dikte van sneeuw op 6 vadem water ten anker gekomen het barkschip HENDRIK (opm: bouwjaar 1840), kapt. W. van der Hoeven, van Batavia naar Rotterdam. Ten 1 ure des nachts brak de zware ketting, waarop men dadelijk het 2e anker liet vallen, doch ook die ketting brak op 45 vadem af. Bijna op hetzelfde ogenblik stiet het schip, en werd bij de Houten Kaap op het strand van Schouwen gezet. Het schip is lek. De kapitein heeft bereids de nodige stappen gedaan zoveel mogelijk van schip en lading te bergen. (red: bovenstaande is met een enkel woord reeds vroeger onder de zeetijdingen van Hellevoetsluis medegedeeld).
(opm: zie ook NRC 070154)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Egmond aan Zee, 31 december. Volgens bericht moet onder Bergen gestrand zijn een schip met kaarsen, tarwemeel en tabak. De equipage, bestaande uit 15 man, heeft zich met eigen boot gered, doch daarna weer 5 man naar het schip gaande om klederen en dergelijk van daar af te halen, moet de boot zijn omgeslagen en die manschappen jammerlijk zijn verongelukt.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Falmouth, 31 december. Door het Nederlandse fregatschip (opm: bark) BORNEO, kapt. C.C. Hansen, van Batavia naar Rotterdam bestemd, is alhier aan wal gebracht, de door die bodem geredde equipage van de Belgische brigantijn (opm: schoenerkof, bouwjaar 1828, ex-Zuid Nederlander) CLÉMENCE, welk schip de 23e op 48º NB 08º WL gezonken is.
(opm: zie ook NRC 180154)


  DC - Dordtsche Courant

Dordrecht, 2 januari. In het afgelopen jaar zijn voor Dordrecht ingeklaard de volgende schepen, als: 2 met ballast, 42 met steenkolen, 8 met steenkolen en steen, 7 met steen, 2 met vuursteen, 43 met zout, 13 met zout en katoen, 20 met ijzer, 1 met spoorijzer, 20 met porseleinaarde, 33 met stukgoederen, van Groot-Brittannië; 11 met lijnzaad, 8 met hout, 3 met hennip, 3 met rogge, 2 met pek en teer, van Rusland; 18 met hout, 10 met stokvis en levertraan, van Noorwegen; 5 met teer, 1 met ijzer, van Zweden; 6 met raapzaad, van Denemarken; 4 met hout, 3 met raapzaad, 1 met suiker, lompen, krijt en erwten, 1 met tarwe, van Pruisen; 1 met raapzaad, van Hamburg; 5 met boekweit, 3 met vuursteen, 1 met zout, van Frankrijk; 1 met lijnzaad, van Triëst; 2 met zout, van Portugal; 1 met hout (azijnstokken), van Spanje; 3 met zwavel, 6 met zwavel, essence, manna, amandelen, olijfolie, sumak, vruchten enz., van Sicilië; 1 met nitrate of soda, van Iquique; 1 met rijst, van Akyab; 1 met suiker, van Barra; 1 met salpeter, van Valparaiso; 10 met koffie, tin, bindrotting, huiden, rijst, suiker en arak, van Oost-Indië. Totaal 304 ingekomen schepen, zijnde 51 minder dan in 1852.
Uitgeklaard: 113 met ballast, 5 met schors, 4 met bruinsteen en schors, 2 met lijnzaad en schors; 1 met bonen en schors; 3 met lijnzaad, 11 met bruinsteen, 9 met hoepen, 1 met bonen en hoepen, 9 met beenderen en knoken, 1 met tarwe, 1 met uien en appelen, 1 met aardappelen, 1 met afval van vlas, 34 met stukgoederen en vee, naar Groot-Brittannië; 5 met ballast, naar Rusland; 27 met ballast, 2 met hoepen, 2 met hooi en dakpannen, naar Noorwegen; 3 met ballast, naar de Oostzee; 1 met hoepen, naar Bremen; 1 met ballast, 1 met wijn, naar Hamburg; 6 met tras en tufsteen, naar Hannover; 1 met hoepen, naar Holstein; 1 met hoepen, naar Oost Friesland; 8 met oud ijzer, 7 met spoorstaven, 3 met ballast, 1 met hoepen, naar Pruisen; 4 met tras en tufsteen, 1 met bruinsteen, naar Frankrijk; 1 met ballast, naar Portugal; 1 met suiker, naar Corfu; 1 met suiker, naar Konstantinopel; 1 met ballast, naar China; 5 met ballast, 1 met steenkolen, naar Oost-Indië. Totaal 280 uitgaande schepen, zijnde 102 minder dan in 1852.


  DC - Dordtsche Courant

Hellevoetsluis, 30 december. Gisteren namiddag is de kof CATHARINA SYPKENS, kapt. G.M. Menkema, van Reval, door de stoomboot BROUWERSHAVEN van de Noordwal af en in het kanaal gesleept.


  DC - Dordtsche Courant

Advertentie. Aan de respectieve deelhebbers in de Maatschappij van Dordrechtsche Scheepsreederij wordt kennis gegeven, dat door heren commissarissen, met en benevens de Commissie van zes heren deelhebbers, daartoe volgens art. 19 der Statuten benoemd, de Rekeningen en Balans, door directeuren overgelegd, goedgekeurd gesloten en ten hunnen décharge getekend zijnde, van nu af aan gedurende veertien dagen ter visie van al de leden zullen liggen, ten kantore van de heren Klerk en Voogd, op de Kuipershaven alhier, en verder, dat, ingevolge art. 20 der gemelde Statuten, het dividend door directeuren en commissarissen bepaald zijnde op twintig gulden voor ieder aandeel, deze uitdeling ontvangbaar is van heden tot de 11 januari 1854 ingesloten, bij de mede-directeur F.C. Déking Dura, alhier, bij wie de kwitanties in blanco verkrijgbaar zijn.
Dordrecht, 31 december 1853.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Memel, 24 december. Scheepsvrachten. Sedert de 16e is alhier bedongen naar Londen en Leith Sh.60/- per ton lompen.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Alexandrië, 18 december. Scheepsvrachten. Sedert de 5e dezer hebben de vrachtprijzen geen belangrijke verandering ondergaan. Bedongen werd: directe havens Sh.9/6 à Sh.10/- per imperial quarter tarwe, naar indirecte havens Sh.11/9 à Sh.12/- per imperial quarter tarwe, Sh.5/8 per Engelse pond katoen in vierkante balen, GPB.5.-/- per ton vlas in vierkante balen.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Constantinopel, 14 december. Scheepsvrachten. De aanhoudende Noordenwind verhindert de aankomst van de in de Dardanellen opgehouden schepen, wier aantal dagelijks toeneemt. Er is dus in vrachten weinig omgegaan. Naar Engeland is Sh.13/9 per quarter betaald, met 10 % voor het continent.


  JB - Javabode

Batavia, 30 december. Heden kwamen hier aan de Nederlandse schepen JACQUELINE EN ELISE, kapt. B. Sikkens, de 12e november vertrokken van Sydney, en DINA, kapt. J.L. de Haan, de 25e november vertrokken van Melbourne.


04 januari 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlaardingen, 3 januari. Heden is op de nieuw aangelegde werf van de scheepsbouwmeester A. Otto alhier de kiel gelegd voor een klipper-campagnefregatschip, genaamd zullende worden HENRIETTE MARIA, groot 400 gemeten lasten, voor rekening van de heren L. Bienfait & Zoon te Amsterdam.


  JB - Javabode

Advertentie. Het vertrek van de stomer AMBON naar Padang en Benkoelen is bepaald op de tweede dag na aankomst der verwacht wordende landmail.
Het vertrek der stoomboot BANDA naar Samarang en Boerabaya is voorlopig bepaald op de dag na aankomst der verwacht wordende landmail.
Passage en nadere inlichtingen over beide stoomboten zijn te bekomen ten kantore van de agenten, B. Kopersmit & Co.


  JB - Javabode

Batavia, 3 januari. De 30e december is hier aangekomen het Nederlandse schip SIRIUS, kapt. Mulder, van San Francisco.
De 1e januari is hier aangekomen het Nederlandse schip ELISABETH EN JACOBA, kapt. Zeeman, van San Francisco.
De 2e januari zijn hier aangekomen de Nederlandse schepen CALIFORNIA, kapt. Jaski, van Melbourne, en ZWALUW, kapt. Luteyn, van Singapore.


05 januari 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 4 januari. Het is ons aangenaam te kunnen mededelen, dat de geruchten omtrent het vergaan van het alhier te huis behorende brikschip HARMONIE, kapt. H.G. Surie, geheel ongegrond zijn geweest, daar volgens een op heden ontvangen particulier schrijven van voornoemde kapitein d.d. Konstantinopel (opm: Istanbul) 19 december, hij de 16e te voren aldaar van Syra (opm: Ermoepolis, Siros eiland) gearriveerd was.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 4 januari. Volgens brief van kapt. De Boer, voerende het schip HENRIETTE, van hier te Konstantinopel (opm: Istanbul) aangekomen, had hij in de Archipel veel storm doorgestaan en voortdurende tegenwind gehad. Met hem waren ongeveer 500 (!) schepen aldaar die dag gearriveerd, waaronder enige, die acht weken wegens storm en tegenwind in de Dardanellen ten anker waren gelegen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Harwich, 1 januari. Het Nederlandse schip VRIENDSCHAP, kapt. Stanker (opm: kof, bouwjaar 1828, kapt. Johannes Jans Stenger) van Dantzig (opm: Gdansk) naar Rotterdam, is 20 december l.l. lek geworden en daarna op Doggersbank gezonken, doch de equipage is gered.


  DC - Dordtsche Courant

Dordrecht, 4 januari. Ll. vrijdag is te Vlissingen binnengekomen Zr.Ms. fregat PALEMBANG, onder bevel van kapt. ter zee J.P. Woutersz, van Smirna, en zaterdag Zr.Ms. stoomschip HEKLA, luit. 1ste klasse P. van Woelderen, van Batavia, laatst van de Kaap de Goede Hoop en Plymouth; aan beider boord alles wel.


  DC - Dordtsche Courant

Dat het deserteren der manschappen aan boord van schepen, in Australië, niet ongestraft blijft, daarvan kan het volgende extract uit een brief, gedagtekend Hobsons baai 14 augustus 1853, van kapt. G., voerende het fregatschip A., tot bewijs strekken:
Aangaande mijn equipage moet ik mede nog enige onaangenaamheden mededelen. Bij mijn vorig schrijven, dato 25 juli, waren er reeds twee matrozen die ik te Liverpool gekregen had, gedeserteerd, hetgeen ik echter van minder belang achtte, en daarom ook geen melding van heb gemaakt; doch die dag is mijn tweede timmerman gedeserteerd; hij was nog al een groot protegé van de heer D.; de daaraan volgende nacht deserteerden mijn bootsmansmaat, tweede zeilmaker en de matrozen Andersen en Engelhart. De vier laatstgenoemden gingen in de nacht als wachthebbende, met de nieuwe sloep, welke in de davids hing, weg; toen wij het bemerkten, konden wij hen niet meer inhalen, zodat ik hierdoor mijn boot enige dagen kwijt ben geweest, doch met veel moeite en kosten is het mij gelukt haar terug te krijgen, als ook de vier laatsgenoemde personen, die nu voor vier maanden gecondemneerd zijn aan de weg in de modder te werken, stenen van strand te halen en dergelijk grof werk te doen tussen enige militairen in met scherp geladen geweren en pistolen, om hun het weglopen op die manier te beletten; zij werken van ’s morgens acht tot ’s avonds zes uur, met een kaal geknipt hoofd en glad geschoren gezicht, met een grijs pakje aan en dito muts op; dit heeft mij wel wat gekost, doch zij hadden ook allen geld te goed en voor hun wellevendheid wilde ik hun toch mijn dank betuigen. Nu kan ik hen bij mijn vertrek wel weder aan boord krijgen, doch hiertoe ben ik nog niet besloten.


  DC - Dordtsche Courant

Penzance, 28 december. Er liggen hier ongeveer 60 schepen ter rede en nog meer andere zijn in het opwerken. De Engelse schroefboot CORMORANT, van Holland komende, is wegens gebrek aan kolen binnengelopen doch heeft de reis weder vervolgd. Een Nederlandse rondgat bark verloor heden in de felle wind uit het noordoosten, welke de gehele dag hier gewoed heeft, het anker, is een weinig naar lij gedreven en daar opnieuw geankerd.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Als bewijs van de aanzienlijke uitgebreidheid van een belangrijke tak van volksbestaan, de scheepsbouw, in deze provincie, kan dienen dat in het jaar 1853 zijn gebouwd op de werven in deze stad 11 zeeschepen, te Hoogezand 19, te Sappemeer 7, te Veendam 9, te Windervank 7, Muntendam 2, te Kiel 2, te Martenshoek 4, te Stadskanaal 2, te Waterhuizen 1 en te Schouwerzijl 1; tezamen 65 bodems, die allen, wat de werven te platteland betreft, hier te Groningen als scheepshollen zijn aangebracht en alhier verder zijn opgetuigd en voltooid. Al deze bodems zijn, op vier na, die hier nog in de haven liggen, in 1853 naar zee gegaan. Bovendien zijn nog in 1853 van hier vertrokken 6 nieuwe schepen, in het voorgaande najaar alhier gebouwd of aangebracht, als 4 te Groningen, 1 te Hoogezand en 1 te Leek; terwijl bovendien nog in 1853 gebouwd zijn te Pekela 3 en te Delfzijl mede 3, welke laatste opgave evenwel misschien niet geheel volledig is. Van goederhand wordt gemeld, dat hier ter stede op de onderscheidende scheepswerven een tiental loodsvaartuigen vervaardigd worden, waarmede binnen slechts weinige dagen voor goed een aanvang zal worden gemaakt.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Het schip CATHARINA, kapt. Dik (opm: kof, bouwjaar 1849, kapt. E.H. Dik), van Galatz naar Falmouth, is volgens bericht van Constantinopel d.d. 15 december, in de Zwarte Zee verongelukt, doch het volk, op één matroos na, gered.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Gedurende het jaar 1853 zijn vermist de schepen ADRIAAN, kapt. Hobma (opm: galjoot, kapt. S.G. Hobma, zie NRC 180553), ALIDA JACOBA, kapt. Amsinga (opm: kof, bouwjaar 1850; kapt. Bonno Jans Amsinga, zie NRC 180553), CATHARINA CORNELIA, kapt. Oldenburger (opm: kof, bouwjaar 1839; kapt. H.A. Oldenburger, zie RC 070553), HOOP, kapt. Mugge (opm: zie AH 250353), JACOBUS BEGEMAN, kapt. Rink (opm: kof, bouwjaar 1845, kapt. Thomas Jans Rink, zie NRC 070553), en MAASNYMPH, kapt. Van de Steen (opm: bark, bouwjaar 1841; kapt. C. van der Burg, zie NRC 270953).


06 januari 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlaardingen, 5 januari. In het laatst der afgelopen maand is op de scheepstimmerwerf genaamd Dammes Erve, van de heren S. van Gijn & Zoon alhier, de kiel gelegd voor een barkschip, genaamd de ZWERVER, groot 350 gemeten lasten, welke zal gevoerd worden door kapt. D.A. Koekeles, voor rekening van de heer P. van den Arend te Rotterdam.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Brouwershaven, 1 januari. De Engelse brik JAMAICA, kapt. Hutchin, van Gotenburg naar Liverpool bestemd, is hedenmorgen op de Oosterbank verongelukt. De equipage is gered (opm: zie NRC 070154) en alhier aangekomen. Schip en lading – gedeeltelijk uit staal en ijzer bestaande – zullen hoogstwaarschijnlijk weg zijn. (Vermoedelijk de brik in ons nommer van de 3e januari art. Hellevoetsluis bedoeld).


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Cowes, 31 december. Het Nederlandse schip JACOBUS ANTHONIJ, kapt. Mellema, van Newcastle naar Konstantinopel (opm: Istanbul), is alhier met verlies van fokkemast binnengelopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Cagliari, 25 december 1853. De Nederlandse brik TONIA, kapt. Speenhoff, van Alexandrië naar Queenstown, welke alhier de 11e november met averij binnenliep – zie ons nummer van de 15e december 1853 (opm: ook NRC 251153) – is afgekeurd.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. De makelaars H.F.N. en W.H. Montauban van Swijndregt en T. en W. van Dam, te Rotterdam, als last hebbende van hunnen meester, zijn van mening te veilen op dinsdag de 14e februari 1854, des namiddags om 12 uur, in de Zaal, op de hoek van de Scheepmakershaven en Bierstraat, Wijk 1, No 499, het snelzeilend gekoperd en kopervast Nederlands barkschip TERNATE, gevoerd door kapt. Th. Cars Fz., volgens meetbrief lang 37,50 el, wijd 6,82 el, hol 4,74 el, en alzo groot 524 tonnen of 277 lasten, met deszelfs rondhout, staand en lopend want, ankers, kettingen, touwen, zeilen en verdere inventaris, zo als hetzelve is liggende aldaar.
(opm: het schip werd met behoud van naam verkocht aan een rederij onder boekhouder Carl Nobel Stibolt, Amsterdam; nieuwe kapitein werd C.M. van Putten)


  LC - Leeuwarder Courant

Leeuwarden, 5 januari. Als een bewijs van de belangrijke scheepsbouw in de provincie Groningen kan worden medegedeeld, dat in 1853 op de werven te Groningen, Hoogezand, Sappemeer, Zuidbroek, Veendam en Wildervank gebouwd en te Groningen opgetuigd en voltooid zijn 65 zeeschepen, die, benevens 12 in 1852 gebouwd, alle in het vorige jaar vertrokken zijn of tot vertrek gereed liggen. Buiten de bovengenoemde zijn mede nog aan werven te Pekel-A en Delfzijl 6 zeeschepen gebouwd.


07 januari 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Brouwershaven, 2 januari. Het gestrande Nederlandse schip HENDRIK, kapt. Van der Hoeven – zie ons nommer van de 3e dezer – zit nog in dezelfde positie op het strand; men is bezig zoveel mogelijk van schip en lading te bergen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 6 januari. Volgens een hier ontvangen bericht bij de directeuren der Zuid-Hollandsche Maatschappij tot Redding van Schipbreukelingen, heeft, aangezien de reddingskotter WILLEM VAN HOUTEN bij het verlenen van hulp aan het onder Renesse gestrande Nederlandse barkschip HENDRIK (opm: zie NRC 030154 en 210154), de boegspriet heeft gebroken, de schokker No. 2 met zeer veel moeite en met groot levensgevaar voor de bemanning de gehele equipage, bestaande uit dertien personen, van het op de Ooster gestrande Engelse barkschip JAMAICA gered (opm: zie NRC 060154), en veilig te Brouwershaven aan wal gebracht.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 6 januari. Te Cuxhaven overwinteren de volgende Nederlandse schepen: MARIA ANNA, kapt. Duit; CORNELIS, kapt. Fokkes; JUFFER ANNETTE, kapt. Hubert; GEERTRUIDA FEMINA, kapt. Bakker en CATHARINA ELISABETH (opm: door de krant geen kapitein vermeld; hij was J.O. Struijk)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 6 januari. De schepen MAGDALENA, kapt. Schumacher, van Tromsø herwaarts gedestineerd, en MARIE SOPHIE, kapt. Rasmussen van dito naar Rotterdam, zijn volgens brief van Tromsø van de 5e december, alhier met schade uit zee teruggekomen; het eerste was lek en moest lossen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 6 januari. Op de onderscheidene werven te Groningen zullen een tiental loodsvaartuigen worden gebouwd. Binnen weinige dagen zal men reeds daarmede een aanvang nemen.


  DC - Dordtsche Courant

Dordrecht, 6 januari. Van Vlissingen wordt geschreven dat Zr.Ms. fregat PALEMBANG aldaar zal worden nagezien en gereed gemaakt tot de reis naar Oost Indië, ter vervanging van Zr. Ms. fregat PRINS HENDRIK DER NEDERLANDEN, welke bodem bestemd is om in het voorjaar naar het vaderland terug te keren.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Advertentie. Uit de hand te koop een tjalkschip (opm: JANTINA, binnenvaarder) met deszelfs toebehoren, in 1848 nieuw uitgehaald, groot plm. 81 tonnen, liggende aan het Oosterdiep te Wildervank voor de wal van de eigenaar, G.J. Pekelder.


08 januari 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 7 januari. Kapt. A.F. Marmelstein, voerende het schip SCHOONDERLOO, van Tjilatjap (opm: Cilacap) in Hellevoetsluis binnen, rapporteert de 20e december l.l. op 47º47’ NB 11º00’ WL ontmoet te hebben het Amerikaanse schip EDWARD FLETCHER, van Boston, met grote en bezaansmast over boord, in zinkende staat; de 2e stuurman en 2 man waren over boord geslagen; 8 man zijn door hem met eigen boot afgehaald en gered. Kapt. Marmelstein rapporteert verder de 24e december l.l. op 47º12’ NB 11º07’ WL gered te hebben van het Amerikaanse schip CONDOR, van Belfast naar New York, 28 personen, waaronder de kapiteinsvrouw, 4 vrouwen, 5 kinderen met nog 4 passagiers.
(opm: zie ook NRC 110154)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 7 januari. Het schip VOORWAARTS, kapt. P. Kikkert, van Charlestown naar Nickerie, is masteloos te Lowestoft binnengebracht.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Deal, 4 januari. Heden morgen ontdekte men op het Goodwin Sand een kof, die hoogstwaarschijnlijk totaal weg zal zijn. De reddingboot van Ramsgate is derwaarts vertrokken om zo mogelijk de equipage te redden. Volgens een ander bericht uit Ramsgate moet het bovengemelde schip een Nederlandse kof zijn, dewijl aldaar een naambordje aangedreven is, waarop VROUW NEELTJE te lezen staat en welke men geloofde van bovenstaand schip afkomstig te zijn.
(opm: kapt. C. de Goede; zie ook volgend bericht, en NRC 270759)


09 januari 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Sandwich, 5 januari. Alhier is aan strand gedreven een naambordje, waarop geschilderd staat: VROUW NEELTJE K. en V, hoogstwaarschijnlijk afkomstig van het op Goodwinsand (opm: de Goodwin Sands) verongelukte kofschip, zie ons nommer van gisteren.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Lowestoff, 5 januari. Het te Amsterdam te huis behorende schoenerschip VOORWAARTS, kapt. Kikkert, van Charlestown naar Nickerie bestemd, werd hier heden masteloos in de haven gebracht. Hetzelve heeft de masten enz. overboord moeten kappen en werd in die ontredderde toestand heden morgen door het stoomschip WATERWITCH, ontwaard en opgenomen, welke het schip tot nabij het Stanford-Kanaal sleepte. Daar gekomen zijnde, brak het sleeptouw en werd hetzelve door twee andere sleepboten, welke hun eigen trossen aan boord brachten, opgevat en naar hier gebracht. (NB. reeds gisteren met een woord gemeld).
(opm: zie NRC 190154 en 170254)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 8 januari. Te Middelburg zijn de 6e januari op de scheepstimmerwerf der Commercie-Compagnie de stevens gericht van een barkschip genaamd NOORDSTER, groot ongeveer 240 gemeten lasten, zullende gebouwd worden voor rekening van de heren Van den Broecke, Luteyn & Schouten aldaar en bestemd voor de grote vaart.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 7 januari. Te Brake overwintert het Nederlandse schip GRUNUS, kapt. Van Driesten, en te Stettin (opm: Szczecin) overwinteren de Nederlandse schepen VROUW MARTHA, kapt. Velthuis, VROUWINA, kapt. Duit en JANTINA HENDRIKA, kapt. Ketelaar.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Harwich, 5 januari. Het schip JONGE HENDRIK, kapt. G.K. Mulder, van Dantzig (opm: Gdansk) naar Nantes, is in de gepasseerde nacht in Mill-baai lek en met verlies van zeilen op strand gedreven. Hetzelve zit heden morgen nog in dezelfde positie.


10 januari 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Harwich, 6 januari. Het schip JONGE HENDRIK – zie ons nommer van gisteren – is vlot gebracht en hier lek en met andere schade binnengesleept.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlissingen, 8 januari. Het Nederlandse kofschip GEERDINA ANNEGINA (opm: GERRIDA ANNEGINA), van Groningen, kapt. A. Rozema, van Newcastle naar Konstantinopel (opm: Istanbul) bestemd, is alhier met zeeschade binnengelopen.
(opm: zie NRC 130654)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlissingen, 8 januari. Het schip SCHOUWEN, kapt. Van Reede, van Batavia (opm: Djakarta) naar Middelburg, alhier binnen, heeft een anker gebroken en meer andere geringe schade bekomen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Sandwich (opm: 4 mijl Z.Z.W. van Ramsgate), 6 januari. Gisteren is er een omgeslagen schip aan strand gedreven, hetgeen volgens een daaraan gevonden bordje, de naam van ANNETTE draagt.
(opm: kof, kapt. L.H. Singer, Pekela).


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Tromsø, 4 december. De schepen MARIE SOPHIE, kapt. Rosendahl en MAGDALENA, kapt. Schumacher, beiden van hier op Nederland bestemd, zijn, het eerste de 29e november en het laatste de 1e december, met schade uit zee teruggekomen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rendsburg, 3 januari. Alhier overwinteren onder meer de navolgende schepen, als: ANNETTA KATALINA (opm: ANNETTE CATHALINA), kapt. Kramer, van Colberg (opm: Kolobzreg) naar Amsterdam; GESINA DIRKINA, kapt. Klok, van Stolpmünde (opm: Ustka) naar Grimsby; CATHARINA, kapt. Kok, van Wismar naar Londen; LIDIA, kapt. Pott, van Riga naar Londen; MARIA THERESIA, kapt. Lindeboom, van Riga naar Leer; JANTINA GESINA, kapt. De Haan, van Koningsbergen (opm: Kaliningrad) naar Antwerpen; VIER GEBROEDERS, kapt. Kramer, van Riga naar Leer; ANNEGINA, kapt. Veendorp, van Greifswald naar Engeland; VROUW JANNEKE, kapt. Visser, van Stolpmünde naar Grimsby; ALIDA, kapt. Das, van Korsoer naar de Maas; TWEE GEZUSTERS, kapt. Drewes, van Bandholm naar Amsterdam; THELINA, kapt. De Boer Sap, van St. Petersburg naar Amsterdam; CATHARINA CORNELIA, kapt. De Jonge, van St. Petersburg naar Amsterdam; ROELINA, kapt. Rosenbeek, van Dantzig (opm: Gdansk) naar Amsterdam; AASTROOM, kapt. Kock, van Colberg naar Amsterdam; ANNA CATHARINA, kapt. Drent, van Assens naar Antwerpen; JETZELINA, kapt. Legger, van Dantzig naar Harlingen; KLASINA MARGARETHA, kapt. Top, van Dantzig naar Antwerpen, en JONGE TAMMEN, kapt. Swiers, van St. Petersburg naar Groningen.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Het schip EMMA, kapt. Helmers, van Baltimore naar Amsterdam gedestineerd, bij Kamperduin gestrand, (vroeger gemeld) is verbrijzeld; zes man zijn daarbij verdronken.
(opm: vermoedelijk buitenlander)


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Aangaande het schip HENDRIK (opm: bark, bouwjaar 1840, zie o.a. NRC 030154), kapt. Van der Hoeven, van Baltimore naar Rotterdam, bij Renesse gestrand, (vroeger gemeld) wordt van Brouwershaven van de 31e december gemeld, dat het de vorige avond met hevige storm en sneeuw tussen de 4e en 5e ton was ten anker gekomen, doch door het breken van de twee ankerkettingen, na gestoten te hebben, op het strand van Schouwen was gezet; het schip was lek. Volgens bericht van de 2e januari zat het nog in dezelfde positie en was men bezig zoveel mogelijk van het schip en lading te bergen.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Het schip JACOBUS ANTONY, kapt. Mellema, van Newcastle naar Constantinopel, is de 31e december met verlies van de fokkemast te Cowes binnengelopen.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Het schip DE VRIENDSCHAP, kapt. Stenger (opm: kof, bouwjaar 1828; kapt. Johannes Jans Stenger, zie NRC 050154), van Dantzig naar Rotterdam, is de 20e december lek geworden en op Doggersbank gezonken, doch het volk gered en te Harwich aangebracht.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Het schip VOORWAARTS, kapt. Kikkert, van Charlestown naar Nickerie, is mastloos te Lowestoft binnengebracht.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Dantzig, 31 december. Scheepsvrachten. Er zijn nog enige schepen bevracht als voor Grimsby Sh. 27/-, Londen Sh.28/-, Liverpool Sh.34/- per load.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Galatz, 22 december. Scheepsvrachten. De waterstand bij Sulina heeft zich verbeterd; schepen, die een diepgang van 9 voet, 4 duimen Engels hebben, kunnen thans passeren; men hoopt op verdere uitdieping. De vraag naar ruimte was in de laatste dagen flauwer, heden kon men naar Engeland geen Sh. 30/- per quarter meer bedingen. Daarentegen zijn de vrachten naar de Middellandse zee vergelijkenderwijze veel hoger: Marseille Ffrs.21½ Triëst 252 Deense Kronen.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

New York, 17 december. Scheepsvrachten. De vrachtenmarkt naar Engeland en Havre blijft gedrukt bij lage prijzen. Heden werd echter meer aangeboden en was de markt meer vast. Liverpool 8 à 10¾ pence, ook 9 voor granen, Sh.2/6 à 3, laatst Sh.2/9 voor meel, Sh.4/- voor harst Sh.3/2 à 3/10 voor kantoen; Londen Sh.4/6 à 4/7½ voor meel, Sh.4½ voor tarwe, Sh.5/- voor terpentijn en harst; Glasgow Sh.3/ à Sh.3/4 voor meel; Havre 95 à 97c. voor meel, 24 à 25 voor tarwe, 12 doll. voor rijst, 45 à 48c. voor suiker, Sh.2/6 voor tabak.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Volgens brief van kapt. De Boer, voerende het schip HENRIETTE, van Amsterdam te Constantinopel aangekomen, had hij in de archipel veel storm en onweder doorgestaan en voortdurend tegenwind gehad. Met hem waren ongeveer 500 schepen die dag aldaar gearriveerd, waaronder enige, die acht weken wegens storm en tegenwind in de Dardanellen ten anker hadden gelegen.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

In de vergadering van het Zeemans-College De Groninger Eendragt, van de 5e dezer is door de heer H. Beekhuis Damsté een voorstel gedaan, dat buiten hem door 43 buitengewone leden ondertekend was, om jaarlijks enige jongelingen uit de handwerkstand behulpzaam te zijn, om zich voor de zeevaart uit te rusten en hun een betrekking als scheepsjongen te bezorgen. De aanleiding tot het doen van dat voorstel heeft men gevonden in het groot gebrek aan scheepsvolk, dat inzonderheid in het voorgaande jaar in erge mate gevoeld is, en in de buitengewoon hoge gagiën, die men dientengevolge maar al te dikwijls zelfs aan half bekwame matrozen heeft moeten toestaan. De voorstellers zijn van mening, dat dit doel de medewerking van ieder weldenkend mens verdient, en zulks te meer, omdat de handenarbeid aan de wal door de grote concurrentie oneindig lager wordt beloond, dan de werkzaamheid aan boord, ook zelfs in de meest ondergeschikte betrekking, zodat men het vermeerderen van zeevolk tevens een verbetering van het evenwicht voor de handwerksman kan worden verkregen. Wij juichen dit voorstel grotelijks toe en vlijen ons, dat de bemoeiingen van het Zeemans-college in deze goede vruchten zullen opleveren.


11 januari 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 10 januari. Volgens brief van kapt. Hoekstra, voerende het schip PALEMBANG, d.d. Sydney de 8e oktober 1853, was hij, na een reis van 117 dagen, van Londen aldaar gearriveerd. Gedurende de reis had hij veel stormweder gehad, en door een stortzee de bovenverschansingen aan beide zijden, benevens een gedeelte reling verloren en meer andere schade bekomen. Het schip maakte na die tijd veel water, zodat hij vreesde dat de lading beschadigd zou zijn, hij hoopte echter in die staat naar Java te kunnen verzeilen om daar de schade te herstellen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 10 januari. Kapt. Viëtor, voerende het schip HESTER, van Londen naar Sydney, meldt in dato .. november 1853, dat hij zeilende was op 08º NB 24º WL hebbende na zijn vertrek uit Deal met veel stormweer te kampen gehad, zonder echter enige noemenswaar- dige schade bekomen te hebben. Alles was wel aan boord en het schip in goede staat.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hellevoetsluis, 10 januari. De schepen, welke door de vorst verhinderd zijn hun respectievelijke reizen te vervolgen, zijn: HENDRIKA, kapt. T.H. Plukker; RICHARD COWLE, kapt. B.A. Kalf; FRANZISKA, kapt. C. Hamann; FENNECHINA, kapt. L.H. Puister; AGNARIUS, kapt. G.D. Douwes; CATHARINA TYPKENS, kapt. G.M. Menkema; CHARLOTTE, kapt. A.P. Ronning; ANNA, kapt. P.A. Kleinenberg; AMALIA, kapt. J.P. Alroe; VICTOR, kapt. J.C. Bergstrom; ARGO, kapt. H. Lenger, allen naar Schiedam. WILLEM III, kapt. C. v.d. Burg; BERNARDUS, kapt. B.M. Olthaus; ANDREAS, kapt. E.W. Haggblum; PHOENIX, kapt. J. Bolwien; JOY’S, kapt. R. Shapman; BRANCH, kapt. D. Galloway; GEZINA, kapt. J.G. Postema; JOHANNA ELISABETH, kapt. W.J. Bakker; HARMONIE, kapt. H.J. Zegelken; JONGE JAN, kapt. A. Hoogstraten; MARIA ADRIANA, kapt. C. Ouwehand; MARIE JEANNETTE, kapt. R.H. Barrels; RUDOLF, kapt. M.A. Walison; DUPING, kapt. J. Warboys; ALPHA, kapt. A.J. Zijl; ROTTERDAM, kapt. R. Mercer; PORT DUNDAS, kapt. H. McLaren; JOHANNES HERMANUS, kapt. J.E. Boekhout; SCHOONDERLOO, kapt. J.M. Marmelstein; l’ÉTÉ, kapt. J.G. Radenack; MARACAIBO, kapt. C. Ouwehand; HERMANUS, kapt. J.H. Hazewinkel; PICTURA, kapt. R.J. Scholten; PANTALON, kapt. M. Remmers, allen naar Rotterdam. FRONS DEACK, kapt. J.T. Borg; ADRIANA, kapt. J. Stoorvogel; GEERTRUIDA, kapt. J.R. Tunteler; IDA BERENDINA, kapt. J.L. Hensema; JEANNE AGATHA, kapt. T. Jager, allen naar Dordrecht. JONGE JACOBUS, kapt. P. van Rijn; DE MAAS, kapt. G.C. Bagges; THETIS, kapt. W. de Zeeuw Bagges, allen naar Vlaardingen. EENDRAGT, kapt. J.D. Douwes, naar Dantzig (opm: Gdansk). ARDINA, kapt. T. v.d. Borden, zonder bestemming.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 10 januari. In ons nommer van 8 dezer deelden wij kortelijk mede, dat door kapitein A. F. Marmelstein, gezagvoerder van het te Delfshaven te huis behorende barkschip SCHOONDERLOO, op zijn reis van Tjilatjap naar Rotterdam, de bemanning en verdere passagiers van twee schepen waren gered. Thans zijn wij door een geachte hand in staat gesteld het volgende meer uitvoerig verhaal van deze gebeurtenissen te kunnen mededelen:
In de voormiddag van de 20e december, op 47º47’ NB 11º WL ontwaarde men van de SCHOONDERLOO een Amerikaans schip, hetwelk ten teken van nood de vlag omgekeerd half stok had waaien. Onmiddellijk hield men er op aan en bevond, naderbij gekomen zijnde, dat het de Amerikaanse bark EDWARD FLETCHER, kapitein R.H. Freeman was, met een lading tarwe van New York naar Plymouth gedestineerd. Dit schip had twee dagen te voren (18 december) een hevige storm doorgestaan, waardoor het geheel op zijde was geslagen en men genoodzaakt was geweest, om de grote en bezaansmast te kappen, ten einde het schip te doen rijzen; bij welke gelegenheid de 2de stuurman en twee matrozen overboord geslagen waren. De EDWARD FLETCHER verkeerde in een zinkende en reddeloze toestand; geen enkele boot was de arme schipbreukelingen overgebleven, om daarmede het wrak te kunnen verlaten en allen hadden een gewisse dood voor ogen, toen de Nederlandse bark ter hunner redding opdaagde. Onmiddellijk werd met de SCHOONDERLOO bijgedraaid, en niettegenstaande de hoge en moeilijke zee, was weldra de boot over boord gebracht. De 1ste stuurman en 2 matrozen begaven zich zonder aarzelen in het ranke vaartuig en daarmede tegen wind en zee worstelende bereikten zij gelukkig het wrak en vonden daar acht mensen reikhalzend naar hen uitziende. Zij geloofden het echter niet raadzaam de boot met allen tegelijk te bezwaren, en namen de eerste maal vijf personen mede, welke zij behouden aan boord van hun schip brachten. Andermaal staken zij moedig van boord, smaakten het genoegen om ook de overgebleven drie veilig op de SCHOONDERLOO te brengen en hadden de voldoening, acht hunner natuurgenoten van een wisse dood te hebben gered.
Daar er van de EDWARD FLETCHER niets meer te bergen viel, werd deze aan wind en golven prijs gelaten en liet kapitein Marmelstein weder volbrassen en zette zijn koers naar het vaderland voort. Deze tocht mocht echter nog niet zonder oponthoud volbracht worden, want nauwelijks vier dagen voortgestevend zijnde, ontdekte men in de voormiddag van de 24e december andermaal een schip dat in nood verkeerde en op de SCHOONDERLOO aanhield. Van laatstgenoemde bodem werd dan ook dadelijk de koers op het ongelukkige vaartuig gericht, om te zien, welke bijstand men opnieuw verlenen kon. Maar ziet, ook hier had de nood zijn hoogste toppunt bereikt. Ook dit schip, almede een Amerikaan en wel de te New York te huis behorende bark CONDOR, kapitein Edward Mc. Kenny, welke van Belfast kwam en 11 dagen reis had naar New York, had in diezelfde storm, welke de EDWARD FLETCHER tot wrak maakte, zoveel geleden, dat men het met de pompen niet meer boven water kon houden. Nu waren er echter geen acht, maar achtentwintig personen, waaronder vijf vrouwen en vijf kinderen, welke om redding smeekten. Ook hier was niets dan de dood voor ogen; want op het ontredderde wrak waren geen middelen tot redding aanwezig.
Andermaal werd het roer van de SCHOONDERLOO aan lij gebracht en lag het schip in de wind nabij het zinkende vaartuig. De boot, die enige dagen te voren reeds zeer veel geleden had, moest nogmaals aan de onstuimige baren weerstand bieden en lag weldra te water. De tweede stuurman van de SCHOONDERLOO en de geredde stuurman van de EDWARD FLETCHER, benevens de beide wakkere matrozen die bij de vorige redding hun leven veil gehad hadden, bemanden haar, bereikten met levensgevaar het vreemde schip en hadden het geluk om in vier moeitevolle tochten de kapitein, diens vrouw, 13 passagiers (waaronder 4 vrouwen en 5 kinderen), 2 stuurlieden, 8 matrozen, 1 jongen en 2 tot de equipagie behorende Chinezen te redden en behouden op de SCHOONDERLOO over te brengen. Ook enige klederen en een weinig provisie, waaraan men, door de vermeerderde bevolking op de SCHOONDERLOO een zekere schaarste begon te gevoelen, werd in deze vier tochten van de CONDOR mede gebracht. Men liet nu ook de CONDOR aan zijn lot over en de SCHOONDERLOO zette opnieuw koers naar het Engelse Kanaal, hebbende nu 36 mensen boven de equipage aan boord.
Op het ogenblik dat men de CONDOR verliet, passeerde er een schip waarop men uit vrees van gebrek aan provisie, gaarne enige van de schipbreukelingen had willen overgeven; het vervolgde echter, zonder zich om de beide schepen in het minste te bekommeren, zijn koers. Ook de 26e daaraanvolgende passeerde de SCHOONDERLOO een Engelse schoener, welke echter, hoewel men de vlag verscheiden malen op en neder haalde, geen gelegenheid tot praaijen wilde geven. (Het eerste schip toonde Marryat signalen [opm: in 1819 geïntroduceerd internationaal seinboek voor de koopvaardij van de hand van de Engelse Commander F. Marryat], 2de onderscheidings-wimpel met No. 9356).
Onze SCHOONDERLOO vervolgde haar reis en kwam behouden de 7e januari te Hellevoetsluis binnen, waar de equipagien van beide verongelukte schepen, door de heer Gallas, voor het Amerikaans consulaat te Rotterdam, en de passagiers van de CONDOR, uit Ieren bestaande, door de heer Mes, consulair-agent van Groot Brittanië, te Hellevoetsluis, dadelijk opgenomen en verzorgd werden.
Goede wijn behoeft geen krans, en waar zulke feiten spreken is elke lof overtollig. Ere de gezagvoerder, wiens goed beleid zoveel menslievendheid mogelijk maakte. Ere de 1e en 2e stuurman F. Lambach en A.H.D. Webster en de matrozen R.F. Hek en H. van Leggen, die onder de sieraden van onze vaderlandse zeemansstand een ereplaats hebben ingenomen.


 OHC - Opregte Haarlemsche Courant

Den 6 januari te Brouwershaven binnengekomen: de VREDE, Potjewijd, Nickerie, laatst van Scilly (opm: zie o.a.RC 241153) naar Rotterdam.


  JB - Javabode

Van Pontianak wordt bericht, dat de aldaar te huis behorende bark DJOEDOEL KARIM, ledig en ongeballast, na een lading zout uitgelost te hebben, onder het oversteken naar het Boergondische kamp, door een hevige bui was overvallen en omgeslagen, zodat de kiel boven dreef. De negen zich aan boord bevindende opvarenden sprongen overboord en werden gered, een vrouw ontkwam door een geschutspoort, doch van de kok, twee vrouwen en een kind werd niets vernomen.
Men wanhoopte reeds aan de redding van het schip, toen de havenmeester Kater en de klerk De Neve, beiden vroeger kwekelingen op de zeevaartschool te Amsterdam als hun gevoel te kennen gaven, dat zij de lichting van het vaartuig als mogelijk beschouwden. De opvarenden van zes te Pontianak bevindende schepen werden door de zorg van het plaatselijk bestuur te hunner beschikking gesteld, de volgende dag een met zout geladen bark als kiellichter gereed gemaakt en reeds gelukte het dien dag het omgeslagen schip gedeeltelijk te lichten en na drie dagen onvermoeide pogingen, kon het als behouden beschouwd worden. De 12e dreef (opm: december 1853) die bodem weder en de eigenaar mag het behoud wel aan de moed, kunde en voorbeeldeloze menslievende ijver van de beide genoemde heren te dank wijten, wier handelswijze ten deze, naar wij vernemen de betuiging der bijzondere tevredenheid van Z.E. de gouverneur generaal heeft mogen verwerven. Op de eerste dag van de lichting werd het lijk van de kok onklaar in het tuig gevonden en die van de overige drie personen op de 11e in een schier onkenbare staat, ten gevolge van de reeds plaats hebbende ontbinding.


  JB - Javabode

Batavia, 9 januari. De 6e dezer is hier aangekomen het Nederlandse schip JOHANNA HENDRIKA, kapt. Hoek, van Geelong.
Gisteren is hier aangekomen het dito schip CORTGENE, kapt. Scott, van Cheribon.


12 januari 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hendrik Ido Ambacht, 10 januari. Heden werd alhier op de werf van Corn. van Duyvendijk de kiel gelegd van een barkschip, genaamd BREDERODE, groot ca. 310 gemeten lasten, voor rekening ener rederij onder directie der heren Pistorius & Bicker Caarten te Rotterdam.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Yarmouth, 6 januari. Het alhier binnengelopen Nederlandse schip AMSTERDAM, kapt. Wortelboer, van Bordeaux naar Amsterdam bestemd, heeft zeilen, anker en ketting verloren, en meer andere schade bekomen.


  DC - Dordtsche Courant

Dordrecht, 11 januari. Het schoenerschip DIANA, kapt. J.O. Klein, te Rotterdam te huis behorende, ll. zaterdag van Padang in Texel binnengekomen, heeft een zeer voorspoedige reis gemaakt. De 12 maart des vorigen jaars van Londen naar Sydney vertrokken, kwam het in juni aldaar aan, zette van daar koers naar Batavia, en zeilde 25 augustus ll. van Batavia over Padang naar Nederland.


13 januari 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 12 januari. Volgens een telegrafisch bericht, ontvangen door de redactie van Lloyd’s List te Londen d.d. Singapore 4 december 1853, is het schip ESMERALDA, kapt. Tollens, van Batavia naar …., in de Java Zee totaal verongelukt. De bemanning is gered.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie, Ary Vermeulen, deurwaarder bij de Arrondissementsrechtbank te Rotterdam, als lasthebbende van zijn principaal, is van mening publiek en om contant geld, ten huize van Jan Noorlander, kastelein aan het Veer te Capelle aan de IJssel, op woensdag de 25e januari 1854, des voormiddags ten elf ure, te verkopen: een tjalk, genaamd de JONGE PIETER, groot, volgens meetbrief, 48 tonnen, met deszelfs staand en lopend want, ankers, touwen, zeilen en verdere inventaris, zo als het zich bevindt op de scheepstimmermanswerf van K. Kok, in de Stormpolder aan de IJssel, aldaar dagelijks te bezichtigen.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Verkoop van een schip. Wordt uit de hand ter verkoop aangeboden het tot de 1e klasse behorende Nederlandse smakschip genaamd WILHELMINA CATHRINA, groot 54 tonnen, in het jaar 1853 zo goed als nieuw vertimmerd, met deszelfs volledige inventaris, zodanig, hoewel thans geladen met steenkolen, als het is liggende in de Zuiderhaven te Harlingen, behorende aan de heer Dirk Arie de Jong te Zwolle en bevaren wordende door kapt. C.M. Feninga. Te bevragen bij de heer J.A. Zaal Stroband, notaris te Harlingen.


14 januari 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 13 januari. Kapt. P. Schuurman, voerende het schip NEPTUNUS, 12 dezer van Batavia in Texel binnen, rapporteert onder meer andere de 22e september op 22º07’ZB 65º10’ OL gepraaid te hebben het Amerikaanse schip MONMOUTH, kapt. J. Ludlon, aan boord hebbende 105 personen, gered van het Engelse schip MERIDIAN, kapt. Herman, van Londen naar Sydney, de 24e augustus op het eiland Amsterdam verongelukt, en waarbij de kapitein, de kok en één passagier verdronken. Kapt. Ludlon zette koers naar Mauritius.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Scilly (opm: Zuid-Ierland), 9 januari. Het Nederlandse schip NINA BURHOVEN, kapt. Brugma (opm: kof NENO BURHOVEN, kapt. H.W. Brugsma), van Galatz, verliet de 2e dezer onze rede naar Londen bestemd, doch kwam de volgende dag met averij uit zee terug.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 25 november 1853. Vrachten zijn aanmerkelijk hoger; er is aan disponibele scheepsruimte groot gebrek, zodat zeer zeker wel 10 à 12 schepen van middelmatige grootte tot onze hoogste notering nemers zouden vinden. De volgende vrachten zijn alhier afgesloten: ROWALLEN (Engels) GBP 4.5 rijst en GBP 4.10 suiker, alhier te laden naar Londen. CECILIA (Zweeds) GBP 5.5 suiker, alhier te laden naar Rotterdam. DERWENT (Engels, 2e klasse bij Lloyd) GBP 5 voor rijst en koffij, GBP 5.5 suiker, alhier en te Samarang te laden naar Rotterdam. JULIE (Belgisch) GBP 5 voor koffij en rijst, GBP 5.5 voor suiker, alhier te laden naar Antwerpen. JEANNETTE (Nederlands) rijst NLG 105, suiker NLG 115, arak (opm: rijstbrandewijn) NLG 140, alhier te laden naar Rotterdam. HENRIETTE CLASINA (Nederlands) koffij NLG 105, suiker NLG 115 alhier te laden naar Amsterdam, met NLG 5 verbetering voor de te Samarang in te nemen gedeeltelijke lading. De NIJVERHEID (Nederlands) is nog disponibel, doch aangezien het nog zeer lang kan duren voor deze bodem een uitvoerlading kan innemen (moetende alhier, te Samarang en te Soerabaija lossen) is men ongenegen hem nu reeds te engageren.
Vóór het bekend worden van de alhier bestede hoge vrachten werden te Soerabaija genomen: de VIRGINIA (Bremer) NLG 105 suiker, NLG 115 huiden, NLG 120 arak, naar Amsterdam; de LORD ASHBY (Engels) GBP 4.7/6 suiker naar Londen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hellevoetsluis, 13 januari. Er zit een binnenkomende Nederlandse bark op de Pampus aan de grond. De stoomboot BROUWERSHAVEN is onmiddellijk tot adsistentie daar heen gestoomd. De naam van het schip is nog niet bekend, want het gezicht (opm: zicht) is zeer slecht.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Volgens brief van kapt. Klein, voerende het schip GRAAF VAN LIMBURG STIRUM, was hij de 11e oktober van Punta Arenas te La Union gearriveerd en zou hij de 26e dito naar San José de Guatemala verzeilen, om het restant der lading te lossen. Aan boord was alles wel.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Het schip GERRIDA ANNECHIENA, kapt. Rozema, van Newcastle naar Constantinopel, is met schade te Vlissingen binnengelopen.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Het schip de JONGE HENDRIK, kapt. Mulder, van Dantzig naar Nantes, in Mill Bay gestrand, is volgens bericht van Harwich d.d. 6 januari weder af en aldaar lek en met meer andere schade binnengebracht.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Te Holtenau overwinteren, onder meer andere schepen, de schepen ELSINA, kapt. Duintjes, FROUWINA STEENHUIZEN, kapt. Gort Jr., VRIENDSCHAP, kapt. Gort, TWEELING, kapt. Poorta, EENDRAGT, kapt. Heida, KLASINA ELISABETH, kapt. Mulder, JONGE JACOB, kapt. Rijnberg, IDA, kapt. De Jonge, JONGE WILLEM, kapt. Koning, MARIA, kapt. Dijk, en JONGE BOUKE, kapt. Botje.


  VW - VegesackerWochenblatt

Bei dem am 30. Dezember stattgefundenen Schiffbruch der, auf der Reise von Baltimore nach Amsterdam begriffen gewesenen Bremer Bark EMMA, Capt. Hellmers, bei Kamperduin, unfern des Texel, haben leider – wie sich erst später mit Gewißheit ergeben – auch 6 Menschen ihr Leben verloren und zwar folgende 5 von der Besatzung des Schiffes, als: erster Steuermann Albrecht Heller aus Brake, zweiter Steuermann Joh. Stüben aus Sostermühle, der Matrose Joseph Rabe aus Steinfeld, die Leichtmatrosen August Trantel aus Weserdeich und Hermann Evers aus Reckum, wie auch ein Bootsführer von der Küste.
Uit het Vegesacker Weekblad. Bij de schipbreuk bij Kamperduin, niet ver van Texel, op 30 december 1853 [zie NRC 030154] van de voormalige Bremer bark EMMA, kapt. Hellmers, op de reis van Baltimore naar Amsterdam, hebben helaas – zoals later kwam vast te staan – ook zes mensen het leven verloren, en wel vijf leden van de bemanning, t.w. 1e stuurman Albrecht Heller uit Brake, 2e stuurman Joh. Stüben uit Sostermühle, matroos Joseph Rabe uit Steinfeld, de lichtmatrozen August Trantel uit Weserdeich en Hermann Evers uit Reckum, en een bemanningslid van de reddingboot.


15 januari 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hellevoetsluis, 14 januari. Het Nederlandse schip hetwelk, als gisteren gemeld op het Pampus aan de grond zat, is gebleken te zijn de te Dordrecht te huis behorende bark JAN VAN HOORN, kapt. J. Bouten, van Batavia naar Dordrecht bestemd. Hetzelve zat aan de Noordwal aan deze zijde Pampus buiten het schaar. Terstond bij de aankomst van de stoomboot BROUWERSHAVEN, ten 1 ure 55 minuten des namiddags, werd alles aangewend om het schip af te brengen, doch met dat getij vruchteloos. Op het volgende tij werd nu gewacht, en onder aanwending van alle mogelijke kracht door de BROUWERSHAVEN en verdere gepaste middelen, mocht het lukken, ten 2 ure 30 minuten des nachts, het schip er af te slepen en ten 3 ure 15 minuten op deze rede ten anker te brengen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 25 november 1853. Het was een vreemd gezicht voor de stad- en rivierbewoners en het schouwspel wel het eerste van die aard, het opvaren der rivier namelijk van de ijzeren stoomboot de TJITARUM, toebehorende aan de aannemer voor de afvoer der gouvernementsproducten uit de residentie Preanger-Regentschappen, Jhr. Ridder de Steurs, op zondagmorgen l.l. om 11 uur. Deze 145 voeten lange, binnen de raderkasten 18 voeten brede en bij de volste lading 16 duimen diepgaande boot van 40 paardenkracht, had de reis van Soerabaya naar Batavia (opm: 525 zeemijlen), met vier ijzeren 10-koyangs-laadpraauwen (opm: 10 koyangs = 10 last à 1.976 kg laadvermogen) op sleeptouw, in minder dan 5 dagen, na aftrek van het oponthoud te Samarang en Cheribon (opm: Cirebon) en 2 dagen ankeren op zee, afgelegd.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rendsburg, 8 januari. Te Holtenau, in het Kanaal en op de Eider zijn ingevroren, onder meer anderen, de volgende schepen, en wel: te Holtenau: EENDRAGT, kapt. Heida, van Nijekiobing naar Amsterdam; FROUWINA STEENHUIZEN, kapt. Gort Jr, van Prastoe (opm: vermoedelijk Prästtorp, 3.5 mijl Z.W. van Oxelösund) naar dito; TWEELINGEN, kapt. Poort, van Dantzig (opm: Gdansk) naar dito; VRIENDSCHAP, kapt. Gort, van Mullerup naar dito; ELSINA, kapt., Duintjer, van Libau (opm: Liepaja) naar de Maas; IDA, kapt. De Jong, van Colding (opm: Kolobzreg) naar dito; MARIA, kapt. Dijk, van Dordrecht naar Stettin (opm: Szczecin); JONGE JACOB, kapt. Rijnberg, van Dantzig naar Antwerpen; JONGE WILLEM, kapt. Koning, van Kolding naar dito; KLASINA ELISABETH, kapt. Mulder, van Bisserub naar dito. In het Kanaal: JONGE BOUKE, kapt. Boltje, van Dantzig naar Bremen; en op de Eider: HOFFNUNG, kapt. Ekmann, van Amsterdam naar Rendsburg.


16 januari 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Aberdeen, 11 januari. Het schip MARTHA ANNETTA, kapt. Drok, van Dantzig (opm: Gdansk) op hier bestemd, is de 1e dezer, op de hoogte van de Humber, totaal verongelukt. De equipage is, met uitzondering van de kok, gered.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Peterhead, 10 januari. De te Amsterdam te huis behorende kof EVERHARDUS, kapt. C.J. Bakker, is de 8e januari, op de hoogte van Rattray Head (6,5 mijl Noord van Peterhead), met man en muis gezonken. Enige zeilen en rondhout, zomede scheepspapieren, waaruit men de naam van schip en gezagvoerder heeft opgemaakt, zijn aan wal gedreven en geborgen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hamburg, 13 januari. Onder meer anderen overwinteren alhier de Nederlandse schepen: ALIDA GESINA, kapt. De Jonge; ANNA CATHARINA, kapt. Kuipers; CATHARINA, kapt. G.F. Waterborg; CHRISTINA JACOBA, kapt. Van Calker, CHRISTINA JOHANNA, kapt. Stuitje; FENNECHINA, kapt. Peper; FENNECHINA, kapt. F.H. Waterborg; TWEE GEBROEDERS, kapt. Slangenberg; GEERTINA, kapt. Dijkstra; HENDRIKA, kapt. De Jong; HISKEA, kapt. J.B. Mulder; JACOBINA, kapt. Bontekoe; JOHANNA MARCHINA, kapt. Koning; JONGE LIEFFERT, kapt. Hazewinkel; MARCHIENA MARGARETHA, kapt. Hut; VROUW MARIA, kapt. Puister; SIEKA, kapt. De Groot; SOPHIE, kapt. Hansen; WILHELMINA, kapt. Balk; WINSCHOTERZIJL, kapt. Mooi en ZWANETTE, kapt. Jonker.


17 januari 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Aberdeen, 12 januari. Laatstleden dinsdag, de 10e januari, is ongeveer 6 mijlen ten noorden van deze haven aan strand gedreven een verlaten Nederlands vaartuig. Naar men veronderstelt, moet het de LAMBERT, kapt. J.E. Karst (opm: kof LAMBERTHA, thuishaven Schiermonnikoog, kapt. Jan Eise Karst), zijn, daar een gedeelte van het logboek van dat schip aan strand is gekomen. Ook heeft men nog brieven gevonden, geadresseerd aan D. Plug en D.J. Plug, en enige klompen. Het schip is in diep water gezonken.


  AH - Algemeen Handelsblad

Berwich (opm: Berwick-upon-Tweed), 16 januari. Het schip LOUISA SOPHIA, kapt. Hollander, van Archangel naar Rotterdam, is, na 116 dagen reis, alhier wegens gebrek aan proviand binnengelopen. Gedurende 56 dagen had de equipage niets anders dan rogge en koffij voor onderhoud gehad.


  DC - Dordtsche Courant

Hellevoetsluis, 13 januari. Een Nederlandse kruisbark, de naam onbekend, zit achter de Kwak aan de grond.


  DC - Dordtsche Courant

Hellevoetsluis, 14 januari. Gisteren namiddag arriveerde JAN VAN HOORN, kapt. J. Bouten, van Batavia, welk schip achter de Kwak van de grond is gesleept door de stoomboot BROUWERSHAVEN.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Advertentie. Uit de hand te koop het kofschip ELSIENA. gevoerd door kapt. G.J. Bakker, groot circa 80 Rogge-lasten. Te bevragen bij I.A. Hooites te Hoogezand.
(opm: de kof werd verkocht aan kapt. H.H. Brakke Jr, Delfzijl; nieuwe naam HILLECHIENA)


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Verkoop van een hek-tjalkschip. De deurwaarder K.W. Wierda te Heerenveen, gedenkt op zaterdag de 21e januari 1854, des avonds om 7 uren, ten huize van Willem Raadsveld, kastelein aldaar, in veiling te brengen een hek-tjalkschip, genaamd de DRIE GEBROEDERS, groot 58 tonnen, met zeil en treil c.s, zo als hetzelve het laatst is bevaren door wijlen Douwe Feitzes Voordewind, en thans ter bezichtiging gelegen is aan de scheepstimmerwerf van B.R. Spoelstra te Nijehaske.


18 januari 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Scheveningen, 17 januari. In de laatste dagen zijn de pinken CORNELIS MOS, DE EENDRAGT, MARTIJNTJE MOS, allen van de reder A. Mos, en de pink DE JONGE JANNETJE van de reder J. Vrolijk met ladingen boter, gerst enz. naar Engeland, en de pinken DE VIJF GEBROEDERS van de reder A. Krul, de TWEE GUURTJES van de reder F. Varkevisser, en de pink KOOPMANS WELVAREN van de reder P. de Niet, naar Ostende met ladingen bokking gezeild.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Scheveningen, 17 januari. Gisterenmorgen is de Engelse stoomboot GLEN ALBYN van Hull wederom voor de wal gekomen, om gerst in te nemen. Met die boot zijn, behalve een groot gedeelte van de door het barkschip SCHOONDERLOO van Delfshaven geredde equipage van de verongelukte Amerikaanse schepen EDUARD FLETCHER en CONDOR vertrokken de bevelhebbers van die bodems, R.H. Freeman en Eduard Mc. Kenny.
(opm: zie NRC 110154)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 16 januari. Door een vriendelijke hand zijn wij in staat gesteld, onze lezers enige nadere bijzonderheden mede te delen omtrent de redding van de equipage van het Belgische schoenerschip CLÉMENCE, kapt. O.A. Ninteman, door het alhier te huis behorende barkschip BORNEO, kapt. C.C. Hansen, van Batavia naar Rotterdam bestemd, met schade te Falmouth binnen en waarvan wij in ons nommer van 3 dezer met een woord melding maakten.
De BORNEO bevond zich de 23e december 1853, met stormweder en een hoge verbolgen zee, bijliggende met dicht gereefd grootmarszeil, op 48º NB 08º WL, toen men des morgens ten half acht ure, de Belgische schoener, mede bijliggende, ontwaarde, welke koers op de BORNEO zette, ongeveer ten 9 ure achter deze omliep en verzocht dat men de equipage af zou halen, daar het schip zinkende was en men geen vaartuig had om van boord te gaan, aangezien de beide boten stuk geslagen waren.
Het was voor de bemanning der BORNEO een zeer gevaarlijke onderneming, om onder de omstandigheden waarin het schip verkeerde, aan deze bede gehoor te geven. Maar daarginds verkeerden negen mensen in doodsgevaar, en deze zouden hoogstwaarschijnlijk geen nieuwe morgen zien aanbreken, wanneer geen hulp geboden werd. Men aarzelde dan ook niet lang, maar besloot met gemeen overleg, om de redding te beproeven. Dit besluit eenmaal genomen zijnde, halsde (opm: gijpte) men de BORNEO rond en het mocht door de goede maatregelen die genomen waren, na veel moeite, gelukken, om de boot te water te brengen.
Spoedig deden zich vier der wakkerste matrozen op, welke zich vrijwillig met de tweede stuurman T.J. Jansen, bereid verklaarden, om het waagstuk te ondernemen. Zij begaven zich moedig in het broze vaartuig en worstelende tegen een hemelhoge zee, bereikten zij gelukkig het ontredderde schip, namen voor de eerste maal vier man mede, brachten die op de BORNEO, staken andermaal van boord en hadden het genoegen om ook de nog overige vijf behouden op hun schip te brengen. Zo ooit, dan was het hier meer dan tijd dat de redding opdaagde, want nauwelijks waren de ongelukkige schipbreukelingen gered, te ongeveer 12 ure, of men zag de CLEMENCE in de diepte wegzinken.
Na het doorstaan van veel stormen, liep de BORNEO de 31e december Falmouth binnen en werd de geredde equipage onder bescherming gesteld van de Belgische consul aldaar.
Met genoegen maken wij weder melding van deze stoute en edelmoedige daden. Zij kenmerken de geachte vaderlandse zeemansstand. Wij zijn niet gelukkig genoeg de namen der 4 matrozen te kunnen opgeven. Mochten wij daartoe echter in de gelegenheid gesteld worden, dan zal hun de loffelijke melding niet onthouden worden, door hen niet minder verdiend dan door de bemanning van de SCHOONDERLOO.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Christiansund (opm: Kristiansund), 24 december. Het schip WALBORG, kapt. Ostrup, van Wadsoe (opm: niet te traceren, vermoedelijk klein plaatsje op de Noorse westkust) naar Amsterdam, is alhier lek binnengelopen en moet gedeeltelijk lossen om te repareren.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Verkoop van een kofschip. Mr. B. Haitzema Viëtor, notaris te Winschoten, denkt op donderdag 26 januari 1854, des avonds ten 6 ure, ten Huize van mej. de weduwe Wisseman, te Winkelstein, in openlijke veiling te verkopen: het in den jare 1845 nieuw gebouwd kofschip JUFFER SARA ANNA CORNELIA, gemeten op 100 tonnen, met deszelfs complete inventaris, thans liggende te Antwerpen en laatst bevaren door kapt. J.H. Rabe.
De verkoop-condities en de inventaris liggen ter lezing ten kantore van den notaris B. Haitzema Viëtor. (opm: koper H.J. Engelkens uit Groningen liet de scheepsnaam intact; nieuwe kapitein werd H.J. Van Wijk)


19 januari 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 18 januari. Heden is bij de scheepsbouwmeester H. de Hoog op deszelfs werf Onderneming te Delfshaven de kiel gelegd voor een driemast klipperschip, genaamd HEBE, groot plm. 320 gemeten lasten, voor rekening ener rederij onder directie van de heren C.J. Jut & Co, te ’s-Gravenhage, zullende het schip gevoerd worden door kapt. O. de Kievijt, en bestemd voor de grote vaart.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Curaçao, 19 december. De gele koorts woedt alhier zo hevig onder de niet-ingeborenen van dit eiland, dat van de 50 soldaten, met het brikschip GOUVERNEUR ELSEVIER in het vorige jaar aangebracht, er 30 aan die vreselijke ziekte zijn overleden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Lowestoft, 14 januari. De alhier in averij binnengelopen Nederlandse schoener VOORWAARTS, kapt. Kikkert, van Charlestown naar Nickerie bestemd – zie ons nommer van de 9e dezer – heeft een gedeelte der lading kolen gelost.
(opm: zie NRC 170254)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Portsmouth, 3 januari. De Nederlandse kof IDA, kapt. Buiten (opm: vermoedelijk Boiten), van Newcastle naar Oporto, is de 25e december, naar de quarantaine grond te Aveiro (opm: Portugal) verzeilende, ten gevolge van een lek, op ongeveer een kwart mijl afstands van deze haven op strand gezet. De equipage is gered. Het schip en de lading kolen zijn verloren.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Konstantinopel (opm: Istanbul), 29 december. Het schip SAN FRANCISCO, kapt. Drago, met een lading suiker van Rotterdam hier binnen, heeft schade.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Dantzig, 12 januari. Door betere berichten van de graanmarkten zijn ook de vrachtprijzen gestegen. Bedongen is onder meer Londen Sh.7/- en Sh.6/- op het voorjaar per quarter tarwe, en Aberdeen Sh.27/- per load balken.


20 januari 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Baltimore, 31 december. De te Rotterdam te huis behorende bark EDOUARD MARIE, kapt. Eeltjes, welke de 20e van hier naar Londen vertrok, is op Smith’s Point aan de grond geraakt. Men is bezig de lading in lichters te lossen.
(opm: zie NRC 270154)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Lübeck, … januari. Alhier overwinteren onder meer anderen ook de Nederlandse schepen VRIENDSCHAP, kapt. Wybes, en GEERTINA, kapt. Legger.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Koningsbergen (opm: Kaliningrad), 1 januari. Alhier overwintert de te Veendam te huis behorende kof WILMINA, kapt. H.P. Jager, en te Pillau (opm: Baltyisk) de Dordrechtse kof CATHARINA JOHANNA, kapt. B.H. Kuiper.


  AH - Algemeen Handelsblad

Curaçao, 19 december 1853. Het schip ANTILOPE, kapt. Gnodde, van hier naar Amsterdam bestemd, is, na 35 dagen op zee te zijn geweest, de 16e december met averij teruggekeerd. Het schip heeft van 27 tot 29 november zware stormen doorgestaan. Het moet lossen om te repareren; men vreesde voor schade aan de lading.


  AH - Algemeen Handelsblad

Men meldt van Antwerpen van gisteren, dat het Amerikaanse driemastschip ESPINDOLA, kapt. Pittengill, van New-Orleans komende met 1.735 balen katoen, 331 vaten en 110 balen tabak en een partij duigen, de vorige dag op de bank van Saaftinge is gestrand. De stoomboot KLEIN ANTWERPEN was ter hulp afgezonden.


  LC - Leeuwarder Courant

Zes scheepstimmerknechten kunnen primo april e.k. voor geruime tijd vast werk bekomen, benevens een smids-meesterknecht die het scheepswerk verstaat en bij voorkeur ook paarden kunnende beslaan. Een bekwaam mastmaker, een mastenmakerij wensend op te richten, zoude waarschijnlijk te Stavoren alwaar gene bestaat, een goede stand kiezen.
A.H. Veldstra, scheepsbouwmeester en grofsmid.
(opm: zie LC 100354)


21 januari 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 20 januari. Het bij Saaftinge gestrande Amerikaanse schip ESPINDOLA – zie ons nommer van gisteren – zal hoogstwaarschijnlijk totaal weg zijn. Men kan slechts met veel moeite een weinig van de lading bergen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Margate, 17 januari. Het alhier binnengelopen schip NIJVERHEID (opm: kof), kapt. Fijn, heeft de kluiverboom en enige zeilen verloren.
(opm: zie NRC 260154)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Swinemünde (opm: Swinousjcie), … januari. Onder meer anderen overwinteren hier de schepen ELISE, kapt. Henning, en MARIA, kapt. De Jonge voor wijlen Zeilinga.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Men zendt ons het volgende request ter plaatsing. Aan Zijn Excellentie de heer Schout-bij-Nacht N.J. Enstie, Minister van Marine.
Excellentie! Bij de discussies over het hoofdstuk marine der begroting voor het jaar 1854 in de Eerste Kamer der Staten-Generaal gehouden, is blijkens de daarvan openbaar gemaakte verslagen, ter sprake gekomen het vergaan van het koopvaardijschip ROOMPOT. Uwe Excellentie zei daaromtrent: de schuld daarvan (van het vergaan) lag gedeeltelijk aan de loods die ook na gedaan onderzoek zijn demissie (opm: ontslag) heeft gekregen, doch ook gedeeltelijk naar ik verneem aan de kapitein. Het schip had nooit op die droogte kunnen komen, als het met beleid bestuurd was geworden.
Ik was die kapitein (opm: zie NRC 020753). Ik ben mij zelf bewust in deze geheel vrij van schuld te zijn. De belanghebbenden bij het schip hebben mij het sprekendste bewijs gegeven, dat zij mij voor geheel vrij van schuld houden, door mij het bevel over een nog grotere bodem op te dragen; doch Uwe Excellentie vermeent dat ik gedeeltelijk schuld heb, dat door mijn gebrek aan beleid de ramp gebeurd is, en het kan niet anders of het algemeen zal aan het in het openbaar uitgesproken gevoelen Uwer Excellentie groot gewicht hechten. Ik mag daarom dat uitgebracht oordeel niet zonder tegenspraak laten; ik ben aan mijzelf verplicht, de opgelegde blaam van mij te werpen. Dat mijn geliefd en kostbaar schip nooit op die droogte had kunnen komen, als het met beleid bestuurd was geworden is een waarheid. De onkunde of een vergissing der loodsen heeft het daarop gebracht, niet mijn onkunde, mijn vergissing; ik heb niets gedaan of nagelaten, dat mij met een deel der schuld zou bezwaren. Zodra ik in het Engelse kanaal een loodsboot in het zicht kreeg, seinde ik om een loods. Ik kreeg weldra een man aan boord, die mij zei “ik ben uw loods”, doch mij bleek een eerste leerling te zijn. Toen ik toonde huiverig te zijn geweest daarmede de reis te vervolgen, gaf mij de loodsschipper de meest voldoende aanbeveling, zeggende dat ik gerust erop vertrouwen kon, dat het een zeer bekwaam loods was, en dat hij ervoor instond. Ik moest daarmee genoegen nemen, want loodsen had de boot niet. Het lukte mij een tweede loodsboot op te lopen; ook deze bleek geen loodsen meer te hebben, immers op mijn sein kreeg ik eveneens een leerling als loods aan boord. Ik maakte dezelfde zwarigheid en kreeg hetzelfde antwoord: omtrent bevarenheid en bekwaamheid kon ik gerust zijn, men stond ervoor in. Ik vraag aan Uwe Excellentie of niet de loodsboten het loodswezen op zee vertegenwoordigen. Of een gezagvoerder niet het recht en de plicht heeft, om aan de beambten van het loodswezen vertrouwen te schenken, en aan hun plechtige verklaringen geloof te hechten, tenminste als er geen reden van twijfel is? Ik had geen reden van twijfel of mistrouwen; het geloof in de stellige aanbeveling der schippers werd nog bij mij versterkt, door het onderzoek dat ik de beide personen deed ondergaan. Het kwamen mij werkelijk bekwame mannen voor, de één had tien jaren lang het zeegat van de Roompot bevaren, de ander, de loods Dekker, toonde door certificaten aan, dat hij verscheidene schepen, waaronder de WILLEM I van Middelburg, veel groter schip dan het mijne, had binnengebracht; beiden hadden de promptheid en vastheid van handelen, die men bij bekwame lieden gewoonlijk vindt. Ik moest dus wel gerust wezen en was het ook. Onder het beleid van die beide mannen werd de reis vervolgd. Toen wij circa ten 2 ure na de middag de toren van Westkapelle zagen, zeiden mij de loodsen dat wij “mooi aangekomen” waren. Het was een goed zicht, de wind varieerde van Z.W. tot het N.W. Met een marszeilskoelte liep het schip plus minus 6 mijlen, zijnde de bramzeilen en het grootmarszeil vastgemaakt, het laatste omdat het gescheurd was geworden bij het insteken van een rif. Toen dat gebeurde, dacht ik erover, weder na zee te gaan om een ander aan te slaan, en dan de volgende dag naar het gat te lopen, doch de loodsen raadden mij zulks met alle macht af, want dat wij het groot marszeil in het geheel niet nodig hadden en de gelegenheid te schoon was. Wij vervolgden onze weg naar het gat, nemende de loodsen de koers boven de Zuid-Steenbank heen, ten einde naderhand ruimer op te lopen, een passage waar ik nog nooit was doorgekomen. Ik vroeg hun daarom herhaalde malen, of zij de merken en alles, wat zij nodig hadden, goed zagen en of zij geen vrees koesterden, om naar het gat te zeilen. Het antwoord was dat zij alles goed hadden, en er geen betere gelegenheid te verlangen was. Volgens loodsmans orders werd verder gestuurd en gewerkt en het bestuur van het schip was toen aldus: de loods J. Dekker had het commando, staande op de kampanje, en stuurde met overleg van de andere loods, die met de kijker op het achterdek aanhoudend de merken observeerde, de koers naar Wille. Twee mijner beste matrozen, tevens mijn beste roergangers, die ik aan het roer gesteld had, volgden hun bevelen. Het lood lag ter dispositie (opm: beschikking) der loodsen in de rusten, zij zouden, zeiden zij, er gebruik van maken als het nodig was. Mijn eerste stuurman was met een groot gedeelte van de equipage bezig de ankers van de dubbele sjorrings te ontdoen en tot 70 vademen ketting van beide ankers op het dek te halen, aangezien ik dacht, dat de 45 vadem die op het dek waren, niet voldoende zouden zijn om ter rede te komen. Ik zelf was alleen op het achterdek, zorgende voor het stellen der zeilen, naar de koers vereiste, en meewerkende; ik had toch slechts 17 werkende manschappen aan boord op een bodem van circa 800 ton. In al die drukte hield ik echter een wakend oog op de ons omringende zee. Ik meen branding op ongeveer een kwart mijl vooruit te zien; ik zeg enigszins ongerust tot de loodsen: “loodsen, ziet eens vooruit, zijn dat geen grondzeeën?”. Zij zien er naar, de één met het blote oog, de ander met de kijker, en antwoorden met een glimlachend en vertrouwensvol gelaat: “och neen kapitein, het heeft hier gisteren hard gestormd, en dan is het water hier altijd zo brandig.” Ik ben wederom gerust, en enkele minuten daarna zit mijn arm schip aan de grond. Waar het zat, wisten de loodsen, zo ’t schijnt, zelf niet, tenminste op mijn vraag: “Waar zet gij mijn schip op?” kreeg ik geen antwoord. Aldus is de ROOMPOT vergaan, niet gedeeltelijk door mijn schuld, door mijn verkeerd beleid, maar door de schuld en het verkeerd beleid van de loodsen alleen.
Uwe Excellentie zal niet langer vermenen dat een deel van de schuld op mij rust, want Uwe Excellentie is een oud zeeman, die bevoegd is de omstandigheden en mijn handelwijze te beoordelen. Verre van mij, dat ik mij met Uwe Excellentie zou willen gelijkstellen. Uwe Excellentie heeft het bewind over de gehele zeemacht des konings, ik ben eenvoudig koopvaardij-kapitein. Doch ik ben ook een oud zeeman, ik heb niet minder dan vierentwintig malen de reis op Oost-Indië gemaakt, en wat zeemanseer betreft, staan wij beiden, het zij met eerbied gezegd, gelijk. Mijn eer is door Uwe Excellentie, zeker onwillekeurig, in de hoogste vergadering des lands, in het openbaar gekrenkt, ik verwacht van Uwer Excellenties edelmoedigheid een openbare herstelling (opm: zie NRC 250154). Uwer Excellentie zal de noodzakelijkheid bevroeden, waarin ik verkeer, om deze door de dagbladen publiek te maken.
Ik betuig met diepe eerbied te zijn, van Uwe Excellentie de onderdanige dienaar,
(get.) H.H. de Boer. Zierikzee, 14 januari 1854.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. De griffier G. van Wage te Brouwershaven zal ten verzoeke van zijn principaal op maandag de 23e januari 1854, ’s voormiddags 10 ure, in het logement bij F. van ’t Hof te Brouwershaven om contant geld in het openbaar presenteren te verkopen: het wrak van het gekoperd en kopervast barkschip HENDRIK, zo als hetzelve is liggende op het strand van het eiland Schouwen, bij Renesse.
(opm: zie NRC 030154)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hellevoetsluis, 20 januari. Het van Padang komende barkschip JULIE, kapt. J.C. van Vollenhoven, is gesleept door de stoomboot BROUWERSHAVEN aan deze zijde van het Pampus, iets ten noorden van het vaarwater, aan de grond geraakt, doch zit naar men zegt zonder enig gevaar. De stoomboot is bij het schip gebleven om adsistentie te verlenen.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Christiania, 5 januari. Scheepsvrachten. Er zijn verscheiden bevrachtingen op het voorjaar gedaan. Calais Ffrs. 46, Havre en Honfleur Ffrs.50, la Rochelle Ffrs 58, Paimboeuf en Rochefort Ffrs 59, met 5 % kaplaken.


  LC - Leeuwarder Courant

Heerenveen, 20 januari. De 16e jaarlijkse algemene vergadering der Friesche Maatschappij tot Onderlinge Verzekering van Schepen, alhier gevestigd, is op de 18e dezer gehouden. Met genoegen vernam men uit het verslag der directie, dat der maatschappij weder een aanzienlijke uitbreiding was ten deel gevallen en het ingeschreven kapitaal tot NLG 200.000 was geklommen, terwijl tot dekking der schade, in het afgelopen jaar vergoed, slechts 1/8e % behoefde te worden omgeslagen.


  JB - Javabode

Advertentie. Op dinsdag de 24e januari 1854 zal voor een huis in de Buiten Nieuwpoortstraat, ten 11 ure precies, verkocht worden voor rekening des boedels van wijlen de luitenant titulair der Chinezen, Gouw Kangsoei, een derde aandeel van het Nederlands-Indisch barkschip ORESTES. groot 196 lasten, liggende alhier ter rede, alsmede een derde aandeel van de inventaris.


  JB - Javabode

Batavia, 20 januari. De 18e dezer zijn hier aangekomen de Nederlandse schepen WALCHEREN, kapt. Verhulst, van Sydney vertrokken de 27e november, AMICITIA, kapt. Hellingman, van Sydney vertrokken de 3e december, en PRINS VELDMAARSCHALK, kapt. De Vries, vertrokken van Kaap de Goede Hoop de 6e december.
Heden is hier aangekomen het Nederlandse schip JAN VAN BRAKEL, kapt. Esink, vertrokken van Nederland.


22 januari 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hellevoetsluis, 21 januari. Het schip JULIE, kapt. Van Vollenhoven, is met de vloed in vlot water gekomen en door de stoomboot BROUWERSHAVEN op de rede gesleept.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 21 januari. Van de lading van het bij Renesse gestrande barkschip HENDRIK, kapt. Van der Hoeven, van Batavia naar Rotterdam bestemd – zie ons nommer van de 3e dezer – heeft men, naar wij vernemen, plus minus 1600 balen koffij, 586 blokken tin en een gedeelte der kaneel kunnen bergen; de koffij echter in een zeer slechte staat. Het wrak zal de 23e januari op de strandingplaats verkocht worden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 21 januari. Het schip ANNA, kapt. Hilbrands, van Suriname herwaarts gedestineerd, te Plymouth met schade binnengelopen – vroeger gemeld – had volgens brief van daar de reparatie geëindigd en zou bij gunstige gelegenheid de 23e dezer de reis voortzetten.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlie, 18 januari. De 15e dezer is op de Noordrecht van Stortemelk vergaan, het Nederlandse schip REINA, kapt. J. de Haan, van Riga met lijnzaad naar Belfast bestemd. De equipage bestaande uit 6 man, benevens des kapiteins vrouw en 2 kinderen, zijn door de Vlie-Loodsschuit No. 1, gered en alhier aangebracht; één der loodsen, K.B. Zon, is daarbij verongelukt. Een gedeelte der lading is geborgen, het schip zal hoogstwaarschijnlijk weg zijn.
(opm: zie NRC 270154)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Plymouth, 15 januari. Het Nederlandse schip AMBOINA, kapt. Poort, van Batavia naar Rotterdam bestemd, dat zich heden op de hoogte van onze haven bevindt, heeft van de 1e tot de 12e dezer zware stormen doorgestaan en daarin enige schade aan de verschansing bekomen.
(NB. Dit schip bevindt zich voor de wal.)


23 januari 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Terschelling, 14 januari. Het schip MARIE, kapt. Nijgaard, van Odessa naar Amsterdam, in het Vlie binnen, is alhier met zware slagzijde in de haven gebracht. Het heeft veel stortzeeën overgehad en moet lossen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Lowestoft, 19 januari. Het alhier in averij binnengelopen schip GEERTRUIDA – zie ons nommer van 29 december 1853 – moet een gedeelte van de lading granen lossen om de schade te kunnen onderzoeken.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Falmouth, 18 januari. Het alhier binnengelopen Nederlandse schip AMICITIA ET FIDES, kapt. Schoe, van Nickerie naar Amsterdam bestemd, heeft ten gevolge van stormweder de voorsteng, raas, zeilen, enz. verloren.


24 januari 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 23 januari. Gedurende het jaar 1853 zijn volgens de officiële opgaven 183 nieuw gebouwde of van (opm: eerste) zeebrieven voorziene schepen, metende 21.713 lasten, aan de Nederlandse koopvaardijvloot toegevoegd.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Ligt in lading naar Dundee het nieuw gebouwd Nederlands kofschip CORNELIA, kapt. G. van Os, om ten spoedigste te vertrekken. Adres bij P.A. van Es & Co.
(opm: eerste reis)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 23 januari. Lijst van schepen op de onderstaande plaatsen liggende of ingevroren, alle herwaarts gedestineerd.
In het Nieuwe Diep: VALPARAISO, ANNA EN ELISE, DIONYSIA CATHARINA, CLAUDIUS CIVILIS, ZEEVAART, NEPTUNUS, CHRISTINA, ANNA PAULOWNA, DOGGERSBANK, NEHALENNIA, MAGDALENA, GRAAF DIRK III, allen van Batavia; DIANA, van Padang; SCHOON VERBOND, van Cheribon (opm: Cirebon); BALTIMORE, van Soerabaya; ADMIRAAL TROMP, BIESBOSCH, beiden van Passaroeang; PRINS HENDRIK, van Panaroekan; OOSTERGOO, TWEELING ZUSTERS, beiden van Akyab; AUGUST JULIUS, PYLADES, QUEEN BEE, allen van Bahia; WILHELMINA, WILHELMINA FREDERIKA, ONDERNEMING, GOEDE VREDE, JUNO, ANTONIE EN EUGENIE, allen van Suriname; ZUIDERZEE, JANE CLARK, ANTJE, allen van Havana; ISABELLA C. JONES, ADMIRAAL, beiden van Baltimore, ADRIANUS EN WILLEM, van New York; EQUATOR, CORNELISZOON, beiden van Ismaïl; AMICITIA, van Konstantinopel (opm: Istanbul); AMSTEL, NOORD-HOLLAND, beiden van Triëst; PIET HEIN, MARIS, beiden van Cette (opm: Sète); ALIDA ELISABETH, van Lissabon; ANNA MARTHA, van Bayonne; JOHANNA ETTINA, SICILIË, TREKVOGEL, allen van Bordeaux; JACOMINA, ROELINA OOSTRA, BELLAMY, NEPTHUN, TWEE GEBROEDERS, CATHARINA ISABELLA, allen van Londen; CONDOR, van Liverpool; JAN HENDRIK, GEZUSTERS BOLL, beiden van Bo’ness; PROVINCIE OVERIJSSEL, van Dundee; WIJNANDA LUCRETIA, NIESSINA, beiden van Newcastle; CLARA DOROTHEA, ANTINA, beiden van Sunderland; BERNHARD EN ELISA, van Grimsby; GOUVERNEUR VAN EWIJCK, van Hull; DRIE GEBROEDERS, HEILINA, FIDES, allen van St. Petersburg, ENIGHEDEN, van Stockholm; JOHANNA MARIA, HARBERDINA, beiden van Dantzig (opm: Gdansk); FREDERIKA WILHELMINA, van Kjerteminde; FIRE SODSKENDE, van Djensee; CAROLINA, van Nakskov; ELLEN, DRIE ANNA’S, beiden van Vejle; SVALEN, van Nexoe; SOPHIE, van Nyburg; GUSTAAF WILLEM, van Wadsoe; JOHANNA ELISA, SORBLOMSTEN, beiden van Bergen; VRIESLAND, ATALANTE, beiden van Frederikstad; GRIETJE, van Christiansand; STAD ALMELO, van Osterrisoer; DE HOOP, van Noorwegen; STOOMVAART (st.), van Hamburg.
Te Purmerend: LAMMECHINA MARGONDA, van New Castle; CATHARINA, van Riga.
Aan de Willem-Sluis: HENDRIKA ROELINA, van Goole; JONGE WIGCHER, ANTJE JANSEN, beiden van St. Petersburg; LUDOLF THEODORUS, van Riga; EEMSTROOM, van Newcastle.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Het schip ANTILOPE, kapt. Gnodde, van Curaçao naar Rotterdam, is volgens brief van Curaçao d.d. 16 december na 35 dagen op zee te zijn geweest, de 16e dito met verlies van zeilen, kettingen en schoon dek uit zee teruggekomen, hebbende van de 27 tot de 29e november hevige stormen doorgestaan. Het moet de lading, die waarschijnlijk beschadigd is, lossen om te repareren.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Het schip EDOUARD MARIE, kapt. Eeltjes, van Baltimore naar Londen, is volgens bericht van Boston d.d. 4 januari, de 30e december in de Chesepeakebaai gestrand en bezig met lossen.


25 januari 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Op het adres van Kapt. H.H. de Boer, van de 14e dezer, gericht aan de minister van marine, en opgenomen in nommer 20 van deze courant, is door de minister het volgende geantwoord.
’s Gravenhage, 16 januari. De bij uw brief van de 14e dezer medegedeelde bijzonderheden hebben mij, ten aanzien van het verongelukken van het schip ROOMPOT, een enigszins ander inzicht gegeven. Wel is waar was het u bekend, dat de in het Engelse Kanaal tot het loodsen van uw schip door u aan boord genomen personen slechts loodskwekelingen waren, doch ik erken na het lezen van uw brief het door u in hen gestelde vertrouwen te kunnen begrijpen en dat in de gegeven omstandigheden, bij het oplopen van de Zeeuwse kust volgens de nu gegeven toelichtingen, door u wel niet anders kon gehandeld worden, dan gehandeld is. Die loodskwekelingen waren door hun schippers, tegen de uitdrukkelijke bevelen, tot het loodsen overgegeven, waarvoor de bedoelde schippers hun verdiende straf niet zijn ontgaan.
De minister van marine, (get.) J. Enslie.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Uit Vlaardingen wordt, d.d. de 23e dezer, aan de Amsterdamsche Courant het volgende geschreven. Het schip de VRIENDSCHAP, kapt. Woudstra, naar Schiedam gedestineerd, geraakte gisteren in het Noordquil (opm: mogelijk de Noordgeul) beneden de haven in het ijs bezet en aan de grond. De kapitein niet aan boord zijnde, deden de loods en de stuurman een anker uitbrengen om tot de vloed te wachten en alsdan te trachten hetzij onze haven, hetzij Schiedam, te bereiken. Om het anker te winden begaven de gemelde loods en de stuurman zich in de boot, latende slechts één man aan boord. Nadat zij daaraan enige tijd tevergeefs hun krachten hadden beproefd, zonder dat het hun mocht gelukken iets te vorderen door het menigvuldigde en zware ijs, kwam de hier wonende persoon P. van Gelderen met zijn boot van de Nieuwersluis langs het schip om zijn hulp aan te bieden. Pas echter is deze aan boord, of de boot, waarin de beide mannen met het anker bezig waren, wordt door een geweldige ijsschol omgeslagen en door de kabel geheel ondergehouden. Nauwelijks ontdekt Van Gelderen het doodsgevaar der beide mannen, wier leven onherroepelijk verloren scheen, of hij springt in zijn boot, steekt met onbegrijpelijke snelheid van het schip, en het gelukt hem de beide drenkelingen behouden in zijn boot te krijgen, hoewel de één reeds zinkende was. Nu echter zijn zij nog niet gered; nauwelijks waren zij in de boot van Van Gelderen of de sloep van het schip wordt door het ijs onder hun boot geschoven. Ook deze kantelt om en Van Gelderen en zijn beide geredden zouden alle drie een prooi der golven zijn geworden, zo zijn buitengewone tegenwoordigheid van geest hem geen gebruik van de ijsschots had doen maken om daarop te springen en de beide mannen ook daarin behulpzaam te zijn, waarna het hun gelukte ook de boot op het ijs te krijgen en daarmede het schip te bereiken. Het vaartuig is daarna weer vlot geraakt en gisteren avond in onze haven gekomen, met de beide mannen aan boord, welke Van Gelderen, naast God, als hun redder beschouwen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Veendam, 21 januari. In een buitengewone vergadering van het Collegie tot Nut der Zeevaart werd gisterenavond met een treffende aanspraak door de Wel-Eerw. heer Sannes uitgereikt een medaille van enige kooplieden en ambtenaren van het Customhouse te Edinburgh, alsmede een getuigschrift van de maatschappij tot redding van schijndoden aldaar, beide aan kapt. D. Kolk, voerende het Nederlandse schip DE JONGE BOLL, en wel voor het redden van een tolbeambte, George Steel genaamd. Een jaar geleden, terwijl genoemde kapitein zich met zijn vaartuig te Edinburgh bevond, hoorde hij in de late avond iemand om hulp roepen. Langs de ankerketting liet hij zich in de boot zakken, sneed deze los en roeide naar de plaats vanwaar het geroep kwam. Al spoedig zag hij de genoemde drenkeling nog even met de kruin boven water en had het geluk, geholpen door de stuurman B. Rodenborgh van Amsterdam, hem van een wisse dood te redden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 24 januari. Van de lading van het bij Renesse gestrande barkschip HENDRIK (opm: zie NRC 030154) zijn, behalve het in ons nommer van 22 dezer medegedeelde, nog geborgen 1005 bossen bindrotting.


  JB - Javabode

Advertentie. Vracht en passage naar Canton wordt aangeboden met het Nederlandse schoenerschip MALVINE, kapt. Z.E. de Jonge, groot 105 gemeten lasten.
Adres bij de agenten alhier, G. Suermondt & Co.


  JB - Javabode

Batavia, 23 januari. De 20e dezer is hier aangekomen het Nederlandse schip MALVINE, kapt. Z.E. de Jonge, van Melbourne vertrokken de 9e december.
Heden is hier aangekomen het Nederlandse schip VLASHANDEL, kapt. Hoek, van Manilla vertrokken de 11e januari.


26 januari 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Ramsgate, 22 januari. Het alhier binnengelopen Nederlandse schip NIJVERHEID, kapt. Fijn (opm: zie NRC 210154), van Newcastle naar Barcelona, heeft een onbeduidend lek, de kluiverboom verloren en schade aan de zeilen bekomen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Konstantinopel (opm: Istanbul), 9 januari. Het Nederlandse schip GEERTRUIDA HENDRIKA, kapt. Voorzee, hetwelk gedurende een veertigtal dagen te Sulina (opm: Roemenië) werd opgehouden, is alhier met zware averij teruggekomen. Men zegt dat de lading beschadigd is.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Konstantinopel (opm: Istanbul), 9 januari. Het te Rotterdam te huis behorende schip PRESIDENT VAN BUREN, kapt. Cramer, met suiker van Amsterdam naar Odessa bestemd, is in de Bosphorus met een vreemd schip in aanzeiling geweest en is alhier met zware schade, welke men vreest dat ook de lading bereikt heeft, binnengelopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Konstantinopel (opm: Istanbul), 9 januari. Het Nederlandse schip JOHANNA JULIANA, kapt. B.H. Nijman (opm: schoener, bouwjaar 1850; kapt. Berend Harms Nijman), in ballast van Amsterdam komende, is de 27e december 1853 in de Dardanellen in een orkaan op de klippen geworpen en verongelukt; de manschappen zijn gered en men is bezig zo mogelijk iets van de inventaris te bergen.


  AH - Algemeen Handelsblad

Vere, 22 januari. Uitgezeild MERCURIUS, kapt. W. Veeneman, van Middelburg, naar Londen en Australië.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Uit de hand wordt te koop gevraagd een kofschip, groot 55 à 65 lasten, beladen niet dieper gaande dan 7 voet. Men gelieve zich franco te adresseren bij de cargadoors Dade & Houtkoper te Amsterdam.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Volgens officiële opgaven waren op de laatste december 1852 bij de Nederlandse koopvaardijvloot aanwezig 1.971 schepen, metende 229.432 last, en op de laatste december van het jaar 1853, 2.037 schepen, metende 239.601 last. Onder deze laatste waren 183 nieuw gebouwde of van zeebrieven voorziene schepen, metende 21.713 last.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

De 16e december is op 07º46’ NB 23º36’ WL gepraaid het schip MERCATOR, kapt. P.C. van der Meulen, van Hartlepool naar Hong Kong, met verlies van een boot, verschansingen en een man der equipage.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Het schip HENDRIK, kapt. Van der Hoeven, van Batavia naar Rotterdam gedestineerd, bij Renesse gestrand (opm: zie NRC 030154), zal als wrak verkocht worden. Van de lading zijn ongeveer 1.600 balen koffie, 586 blokken tin en een gedeelte der kaneel geborgen. De koffie was zwaar beschadigd.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Het schip GEERTRUIDA, kapt. Homveld, van St. Petersburg naar Amsterdam, te Lowestoft met schade binnengelopen, is volgens brief van daar d.d. 19 januari bezig een gedeelte der lading te lossen om nagezien te worden.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Memel, 18 januari. Scheepsvrachten. Sedert de 14e is hier bedongen Londen Sh.6/- per quarter tarwe, Dundee en Kirkaldy Sh. 52/6, Dundee, Arbroath, Montrose of Aberdeen Sh.55/-, beide per ton vlas.


27 januari 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 26 januari 1854. Volgens bericht uit Vlieland is de aldaar gestrande kof REINA, kapt. De Haan (opm: zie NRC 220154), van Riga naar Belfast, nadat men er slechts 120 vaten zwaar beschadigd lijnzaad uit had kunnen bergen, met het grootste deel van het zeil en tuigage en verdere lading geheel gezonken.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 26 januari. Bij de scheepsbouwmeester G. van der Werff te Martenshoek is zaterdag de 21e januari met het beste gevolg te water gelaten de nieuw gebouwde schoener-
galjoot ANNA ARNOLDA, groot ruim 95 rogge-lasten, gezagvoerder kapt. J.F. Smid, van Groningen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Naar Melbourne en Sydney N.Z.W. (opm: New South Wales) zal van Amsterdam, spoedig na open water, geëxpedieerd worden het nieuw gebouwd, gekoperd brikschip WILLEM EGGERTS, kapt. H. Faber, hebbende uitmuntende inrichtingen voor passagiers. Adres bij de cargadoors De Vries & Co. (opm: eerste reis)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

New York, 11 januari. De Nederlandse bark EDOUARD MARIE, kapt. Eeltjes, van Baltimore naar Londen bestemd, welke zoals vroeger (opm: NRC 200154) gemeld op Smith’s Point aan de grond was geraakt – zie ons nommer van 20 dezer – is na een gedeelte der lading in lichters gelost te hebben, de 7e dezer vlot gekomen. Het schip heeft niet veel schade bekomen en is naar Baltimore terug gebracht om aldaar verder nagezien en gerepareerd te worden.


28 januari 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 10 december. Op 23 augustus kwam de tijding van Ternate, dat de bark EURICKA, toebehorende aan de heer M.D. van Duivenbode, bij het eiland Poeloe Koesoe (opm: Pulau Kusu), gelegen in de Straat Patiëntie (opm: Straat Patinti), op een rif had gestoten, doch bij hoogwater weder vlot was geraakt. De nodige hulp was aan dit vaartuig verleend. (opm: Straat Patinti ligt tussen het eiland Bacan en Halmahera, op 0º25’ ZB 127º41’ OL)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. De makelaars H.F.N, W.H. Montauban van Swijndregt en F. & W. van Dam, te Rotterdam, zijn van mening, als lasthebbende van hun meester, op dinsdag de 14e februari 1854, des middags ten half één ure, in de zaal op de Scheepmakershaven, wijk I, no. 499, publiek te verkopen: het Nederlands snelzeilend schoener-kofschip HENRIETTE EN JELTINA, laatst gevoerd door kapt. E.J. Hohnfeldt, volgens meetbrief lang 21 el 80 duim; wijd 4 el 48 duim; hol 2 el 6 duim (opm: 21,80 x 4,48 x 2,06 m.); en alzo groot 89 tonnen, met al deszelfs rondhouten, staand en lopend want, ankers, touwen, kettingen, zeilen en verdere scheepsgereedschappen, zo als hetzelve thans is liggende alhier in de Scheepmakershaven, Oosteinde, genaamd de Punt.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Het schip (opm: galjoot) GEERTRUIDA HENDRIKA, kapt. J.C. Voorzee, is, na ongeveer 40 dagen bij Salina gelegen te hebben, met zware schade aan de bodem en aan de lading te Constantinopel uit zee terug gekomen.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Odessa, 11 januari. Scheepsvrachten. Door de tijdsomstandigheden en ook wijl de voorraad aanzienlijk is opgeruimd, zijn de vrachten sterk gedaald, vooral daar de aanvoer uit het binnenland moeilijk en onzeker is. Het weder is zeer zacht en de haven open.


  JB - Javabode

Batavia, 27 januari. De 26e dezer is hier aangekomen het Nederlandse schip MADURA, kapt. Drayer, de 7e oktober vertrokken van Rotterdam.
Heden zijn hier aangekomen de Nederlandse schepen ADMIRAAL JAN EVERTSEN, kapt. C.C. Kuyper, de 9e december vertrokken van Melbourne, en ADMIRAAL PIET HEIN, kapt. Hazewinkel, de 18e december vertrokken van Adelaide.


  JB - Javabode

Soerabaija, 19 januari. Heden is hier aangekomen het Nederlands-Indische schip CHRISTOPHORUS COLUMBUS, kapt. Said Alwahat, komende van Grissee.
(opm: mogelijk de in september 1853 met schade afgekeurde en verkochte Nederlandse bark van deze naam, eigendom van de Gebr. Hendrichs & Co, bouwjaar 1839)


29 januari 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 10 december. Scheepsvrachten. Het gebrek aan disponibele scheepsruimte neemt toe, en daar iedereen ten spoedigste de gekochte producten wenst af te schepen, zijn vrachten weer gerezen. Men besteedde voor de NIJVERHEID naar Amsterdam NLG 115 voor suiker, te laden op Soerabaya, biedende zich voor deze bodem weinig liefhebbers aan doordat dezelve zeer waarschijnlijk niet vóór 3 à 4 weken ter inname der retourlading zal gereed zijn. Verder werden genomen de BOSPHORUS naar Amsterdam à NLG 105 voor rijst en koffij en NLG 115 voor suiker hier te laden; de REIJERWAARD à NLG 120 voor suiker naar Rotterdam, te Soerabaya in te nemen, waarheen deze bodem buitendien ter ontlading der Europese lading moet verzeilen; De MARY GODDARD hier te laden naar Rotterdam à NLG 110 voor rijst en NLG 120 voor suiker, en de MAZAGRAN naar Nantes à FFr. 110 per tonneau voor rijst.


30 januari 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 29 januari. Zaterdag de 28e dezer is van de te Schiedam bestaande sleephelling met goed gevolg te water gelaten het barkschip CHRISTIAAN HUYGENS.


31 januari 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 30 januari. Volgens brieven van kapt. Jaski, voerende het ijzeren clipperschip CALIFORNIA, in dato Port Adelaide de 17e oktober en Hobson Bay de 29e dito, was hij, na een reis van 86 dagen van Duins (opm: The Downs) aldaar in goede welstand gearriveerd. Het schip had bij uitstek goed voldaan, was weinig of niet aangegroeid, en gebleken voor en bij de wind een harde zeiler, en bij storm en harde wind een uitmuntend zeeschip te zijn.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Brouwershaven, 28 januari. Het alhier binnengekomen schip BORNEO, kapt. Hansen, van Batavia laatst van Falmouth, naar Rotterdam bestemd, heeft op de Banjaard gezeten en door zwaar stoten aldaar een lek bekomen. Het schip is onmiddellijk op de slikken gebracht, alwaar men dadelijk een aanvang met lossen heeft gemaakt.


  DC - Dordtsche Courant

Hobsonsbaai (Port Philip), 23 oktober. De SARA ALIDA MARIA, kapt. H.A. Teekelenburg, naar Batavia bestemd, is te Adelaide lek uit zee teruggekomen.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Het schip LOUISE SOPHIE, kapt. Hollander, van Archangel naar Rotterdam, te Berwick wegens gebrek aan proviand binnengelopen, heeft schade bekomen en moet lossen.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Het schip EDOUARD MARIE, kapt. Eeltjes, van Baltimore naar Londen, in de Chesapeake baai gestrand, is de 7e januari, na een gedeelte der lading in lichters gelost te hebben, zonder belangrijke schade weder in vlot water gekomen.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Het schip SARAMACCA, kapt. De Vries, van Antwerpen naar Odessa, is lek te Falmouth binnengelopen.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Advertentie. In de loop der maand februari zal alhier (opm: Groningen) publiek ter verkoop worden gepresenteerd het kofschip JOHANNES JACOBUS, oud ruim twee jaar, gevoerd geweest bij nu wijlen schipper G.B. Pekelder. (opm: de kof werd met behoud van naam binnen Groningen verkocht; nieuwe kapitein Roelof van Groenenbergh)


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Advertentie. Verkoping van een tjalkje (opm: binnenvaarder). Op zaterdag de 4e februari 1854, des avonds te 6 uur, zal ten huize van K.J. Neven, logementhouder in het rechthuis te Hoogezand, publiek verkocht worden een overdekt tjalkje, genoemd CATHARINA, groot 40 tonnen, in 1842 nieuw gebouwd, met deszelfs opgoed, thans liggende in het Hoofddiep te Sappemeer voor de fabriek van de heren Bavink, Bakker & Co., en bevaren wordende door J.H. Frima. Te aanvaarden acht dagen na de verkoop.
Nader onderricht te bekomen bij de heer W.H. Wildervanck te Sappemeer, en ten kantore van de notaris.
Mr. C. Hartman Busmann


01 februari 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Stedum, 28 januari. Naar men verneemt, is er thans een stoombootdienst geregeld tussen Delfzijl en Londen, zodat er nu voortaan wekelijks een boot te Delfzijl alle mogelijke vrachtgoederen zal inladen. Hierdoor is vooral ten behoeve van de landbouw en de veefokkerij in dit gewest in een wezenlijke behoefte voorzien.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Konstantinopel (opm: Istanbul), 15 januari. Het schip (opm: schoenerkof) JUNO, kapt. N.J. Smaal, van Galatz naar Falmouth, is verongelukt, doch het volk gered en alhier aangebracht. (opm: zie NRC 050254)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Konstantinopel, 15 januari. Het schip MENTOR, kapt. Hoffman, van Bremen naar Odessa, is de 4e dezer op het eiland Tendia verongelukt, doch het volk gered.
(opm: waarschijnlijk buitenlander)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie: Bij notarieel contract in dato 27 januari 1854, behoorlijk geregistreerd, is tussen de ondergetekenden, Maarten Varkevisser, koopman, commissionair en cargadoor binnen deze stad, en Arie Varkevisser, particulier, wonende te Scheveningen, overeengekomen om de handelzaken, door de eerst ondergetekende tot heden toe op zijn eigen naam gedreven, voor gezamenlijke rekening voort te zetten onder de firma van P. Varkevisser & Zonen, tot de tekening van welke beide de vennoten gerechtigd zullen zijn, zonder die echter immer te mogen bezigen tot het tekenen van obligatiën, promessen, borgtochten, acceptatiën in blanco of het opnemen en negotiëren van gelden, waartoe, zulks nodig zijnde, altijd de particuliere handtekeningen van beide de vennoten vereist zullen worden. De duur der vennootschap is aanvankelijk bepaald op vijf jaren, welke gerekend worden te zijn aangevangen op de 1e januari laatstleden, en alzo zullen eindigen met de 31e december 1858, doch zal dezelve, indien door een der vennoten zes maanden te voren geen schriftelijke opzegging mocht zijn geschied, weder voor vijf jaren op dezelfde voet worden gecontinueerd, en zulks telkens van vijf tot vijf jaren.
Rotterdam, 31 januari 1854, M. Varkevisser, A. Varkevisser.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Wivenhoe, 28 januari. De schoenerkof RENSKE, kapt. Scherpbier, van Sunderland naar Bordeaux bestemd, is hier heden door twee boten binnengebracht. Het schip heeft op Long Sand aan de grond gezeten en een onbeduidend lek bekomen.
(opm: zie NRC 100254)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Bremerhaven, 28 januari. Een kof, naar men vermoedt de CONCORDIA, kapt. Zeven, welke gisteren opgezeild is, is op een uur afstand van Brake op strand geraakt.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Carolinerzijl (opm: Carolinensiel), 27 januari. De schepen CLARA CATHARINA, kapt. De Vries en MARGARETHA HENDRIKA, kapt. Datema, welke in het Buitendiep ingevroren waren, zijn heden, daar het vaarwater vrij is, aan de Frederiksluis aangekomen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Mauritius, 30 november. De 15e dezer is alhier met schade binnengekomen het Nederlandse brikschip CESAR, kapt. Hoogland, van Samarang naar Amsterdam bestemd.


  JB - Javabode

Batavia, 1 februari. Het Amerikaanse schip HERSELIA, kapt. Stallett, bestemd naar Boston, hetwelk zaterdag l.l. (opm: 28 januari) deze rede verliet, is op het eiland Dapoer gestrand. Gisteren morgen vertrok van hier een particuliere ijzeren stoomboot met tien 10-koyangs-prauwen tot bijstand. Zoëven vernemen wij, dat door gedeeltelijke ontlading genoemde bodem van het eiland is afgeraakt. De bekomen schade belet echter dit vaartuig deszelfs reize voort te zetten, zullende het vooraf ter dezer plaatse de nodige herstelling moeten ondergaan.


  JB - Javabode

Batavia, 31 januari. Heden is hier aangekomen het Nederlandse schip MARGARETHA JOHANNA, kapt. M. Schouw, de 8e oktober vertrokken van Amsterdam.


02 februari 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Ingezonden mededeling. De ondergetekende, gezagvoerder van het Nederlandse barkschip BORNEO, heden met voornoemd schip te Brouwershaven, zwaar lek binnenkomende, na op de Banjaart aan de grond geweest te zijn, kwam dadelijk bij hem aan boord, kapt. D. Keus, gezagvoerder van het schip EUROPA, met een groot gedeelte zijner equipage, die hem de meest mogelijke assistentie verleende, door het vermoeide scheepsvolk van de BORNEO aan de pompen te vervangen, en dat schip voor de haven op de slikken te helpen brengen, de zeilen vast te maken, enz. De ondergetekende, erkentelijk voor dit welwillende bewijs van hulpbetoon, betuigt bij deze openlijk zijn dank aan voornoemde gezagvoerder D. Keus en zijn equipage, voor zijn spoedige en wel aangebrachte assistentie, welke hoge lof en hulde verdient.
Brouwershaven, 28 januari 1854. C.C. Hansen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 1 februari. De 30e januari is aan de Kinderdijk van de werf van de heer Fop Smit met het beste gevolg te water gelaten een nieuw ijzeren stoomjacht, genaamd STAD VLISSINGEN, bestemd tot vervoer van passagiers en goederen tussen Vlissingen en Rotterdam.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlissingen, 29 januari. Het Amerikaanse driemastschip PETER HATTRICK, gezagvoerder Schottey, onlangs door een Belgisch huis aangekocht, is voor enige dagen, met landverhuizers van Antwerpen naar Newyork bestemd, vertrokken en heden voor Neuzen op een plaat vastgeraakt. Het is aan de stoomboot de SCHELDE, die zich ter adsistentie derwaarts had begeven, nog niet mogen gelukken het schip vlot te krijgen.


  RC - Rotterdamsche Courant

Cargalijst Rotterdam. VREDE, kapt. G.G. Potjewijd, van Nickerie met 236 vaten suiker. Campbell en Co. 22 stukken ceder hout. Order.


  DC - Dordtsche Courant

Queenstown, 27 januari. Het Nederlandse schip GENERAAL CHASSÉ, kapt. Symons, van Newport naar Kap Verd (opm: kaap Verde?), is alhier met verlies van zeilen en andere schade binnengelopen.
(opm: vergelijk PGC 040254)


  DC - Dordtsche Courant

Volgens brief van kapt. Paak, voerende het schip DECIMA, van Liverpool naar Old Calabar, de 23 dezer van daar vertrokken, was hij door hevig stormweder genoodzaakt geweest, de 26 weder in Liverpool binnen te lopen, met averij aan het tuig, verstopte pompen en schade aan het zout, dat zou moeten worden gelost.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Nieuwe-Pekela, 30 januari. Het zeemans-college ‘Voorzorg’, te Pekela, bekleedt met ere onder de nuttige inrichtingen zijn plaats. Gedurende de drie jaren van zijn bestaan, heeft het aan negen weduwen en wezen van zeelieden NLG 3.600 uitgekeerd. Van deze sterfgevallen vielen twee voor in 1851, zeven in 1852, terwijl men in 1853 van verliezen verschoond bleef. Onder deze waren vijf, die met man en muis verongelukt zijn, waaronder twee leden van de directie. Het jaar 1852 zal dus ook bij dit college als een moordjaar, lang in geheugenis blijven. In de winter heeft het college ook weder getoond, dat het aan zijn doel, als zulke inrichtingen daar te stellen, welke met gemeen overleg geoordeeld zullen worden, bevorderlijk te zijn aan de bloei van de zeevaart in het algemeen, en aan de opleiding van jeugdige zeelieden in het bijzonder. In art. 1 van het reglement uitgesproken, getrouw zoekt te beantwoorden: door het besluit, om jaarlijks aan zes hulpbehoevende jongelieden, tot hunne eerste uitrusting voor de zeevaart, naar een daartoe gearresteerd regelement, renteloze voorschotten te verlenen. Dat het college in het algemeen de bloei van de zeevaart ter harte neemt, heeft het getoond door bij herhaling aan de regering een adres in te dienen, houdende verzoek, dat de schepen van Amsterdam of enige andere havens aan de Zuiderzee uitvarende, of uit de Noordzee komende, in de wintermaanden in plaats van op de zogenaamde, zo onveilige, Vlierede in het Zuidoosterrak mogen worden uit- en ingeklaard; het welk echter bij herhaling van de hand werd gewezen. Het zou voorzeker wenselijk zijn dat allen die daarop invloed kunnen oefenen, dat ook de assuradeurs zich beijveren en verenigden, om het college dit doel te helpen bereiken, tot behoud van kostbare bodems en nog kostbaardere mensenlevens. Als het tij verloopt, dienen de bakens verzet te worden. De Vlierede is niet meer een veilige ligplaats voor schepen, dus geen rede meer. Genoemd verzoek was mede ondersteund door de respectievelijke zeemanscolleges te Oude Pekela, Veendam, Wildervank en Delfzijl.
Ook is in de laatste vergadering gearresteerd een adres van adhaesie, aan een door het bestuur van het Fonds van Liefdadigheid De Vereeniging te Maassluis aan de wetgevende macht ingezonden adres, ter bekoming van een wijziging van art. 549 B.W., met het doel, om de termijn van tien volle jaren, welke weduwen van zeelieden en zeevarenden, die vermoedelijk door de golven omgekomen zijn en wier overlijden met geen zekerheid is te bepalen, moeten wachten, voor zij een ander wettig huwelijk mogen aangaan, in het belang van de zedelijkheid en van de welvaart der maatschappij aanmerkelijk te verkorten.”
Ook in deze winter werden weder twee vergaderingen met vrouwen gehouden, die door redevoeringen en bijdragen opgeluisterd en telkens door een bijzonder talrijk en uitgezocht publiek werden bijgewoond. Dat verder het zeemanscollege ‘Voorzorg’ bloeit en bij voortduring en in toenemende mate de beide Pekela’s tot sieraad en zege verstrekken, is onze hartelijke wens.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Advertentie. Op heden, de 23e januari 1854, heb ik Petrus Albertus Dronrijp Uges, deurwaarder bij de Arrondissements Rechtbank te Winschoten, ten verzoeke van Hinderkien Heijes Woltman, wonende te Veendam, opgeroepen Hindrik Jans Post, laatst woonachtig te Veendam, schipper van beroep, gehuwd met requirante in 1839, om te verschijnen voor opgemelde rechtbank op de 26e april eerstkomende, teneinde alsdan van zijn aanwezen te doen blijken, door de rechtbank zal worden verstaan, dat er rechtsvermoeden bestaat van overlijden van opgeroepene sedert november 1848, of kort na deszelfs vertrek met deszelfs schip van Randers, en requirante vergunning worde verleend een tweede huwelijk aan te gaan.
P.A. Dronrijp Uges, deurwaarder.
(opm: sterk bekort; de naam van het schip wordt niet genoemd; het betreft hier de hektjalk GUSTAAF, bouwjaar 1839, kapt. Hindrik Top Post, op 16 december 1839 te Veendam gehuwd met de bakkersdochter Hindrikje Heijes Woltman)


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Volgens brieven van kapt. Jaski, voerende het ijzeren clipperschip CALIFORNIË, in dato Port Adelaïde d.d. 17 oktober, in Hobson Bay de 29e dito, was hij na een reis van 86 dagen van Duins aldaar in goede welstand gearriveerd. Het schip had bij uitstek goed voldaan, was weinig of niet aangegroeid en gebleken voor en bij de wind een harde zeiler en bij storm en harde wind een uitmuntend zeeschip te zijn.


03 februari 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Krimpen aan den IJssel, 2 februari. Heden is op de scheepstimmerwerf van de heer J. Otto alhier met goed gevolg te water gelaten het campagne-fregatschip TWEE GEBROEDERS (opm: TWEE GEZUSTERS), groot plm. 300 gemeten lasten, en de kiel gelegd voor het fregatschip TONIA, groot plm. 375 lasten, beiden voor rekening ener rederij onder directie van de heer Hendr. Veder te Rotterdam.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 2 februari. Het schip NOORD-HOLLAND, kapt. Overeem, van Odessa naar Hull, is de 21e januari met overgeworpen lading te Gibraltar binnengelopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Messina, 16 januari. Het schip JONGE WALRAVE, kapt. Gnodde, van Amsterdam alhier gearriveerd, lost de lading suiker in beschadigde staat.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Kaap de Goede Hoop, 23 december. Het Nederlandse schip MARY EN HILLEGONDA, kapt. Visser, van Hartlepool naar Hongkong bestemd, hetwelk de 22 november j.l. alhier binnenliep, had op de reis een lek bekomen en is nu bezig zulks te herstellen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie.
Rotterdam-Havre. Afvaarten van Rotterdam de 4e 14e en 24e van iedere maand, afvaarten van Havre de 9e, 19e en 29e van iedere maand, in verbinding met de geregelde Amerikaanse pakketten: de stoompacket BORDEAUX, kapt. Halfweg, vertrekt naar Havre dinsdag 14 februari.
Rotterdam-Bordeaux. De stoompacket GIRONDE, kapt. van Emmerik, vertrekt van Rotterdam de 10e februari en van Bordeaux de 20e februari. Passage: eerste kajuit NLG 38, tweede kajuit NLG 28,50, met inbegrip der tafel.
Rotterdam – St. Petersburg, via Elseneur en Kopenhagen. De hervatting der dienst zal plaats hebben in het begin van mei, na de heropening van de vaart in de Golf van Finland, met het nieuw gebouwd Nederlands stoomschip HOLLANDER, kapt. Frantzen, hebbende uitmuntende inrichtingen voor passagiers. Passage St. Petersburg eerste kajuit NLG 75, tweede kajuit NLG 50; passage Kopenhagen eerste kajuit NLG 35, tweede kajuit NLG 25.
Adres ten kantore van Smith & Co te Rotterdam.


 OHC - Opregte Haarlemsche Courant

Scheepstijdingen. Amsterdam, 2 februari. Den 28ste oktober (1853) te Melbourne binnengekomen: JAN PIETERSZ. KOEN, kapt. Verloop, van Liverpool; JOHANNA HENDRIKA, kapt. Hoek en REINAU ENGELKENS, kapt. Grange (opm: kof, Engelse ex-Nederlandse vlag, zie GRC 100553), beiden van Londen.


04 februari 1854


  DC - Dordtsche Courant

Brouwershaven, 1 februari. Heden nacht is op de Ooster gestrand de Lübecker schoener OBERON, kapt. J.H.D. Engelhardt, geladen met steenkolen; de equipage, bestaand uit 8 man, is met levensgevaar gered door de Zuid-Hollandse reddingskotter no. 2 en alhier behouden aangebracht. (opm: zie ook NRC 070254)


  DC - Dordtsche Courant

St. Helena 24 december. Het schip HALTIO, kapt. Camelin, van Mauritius naar Rotterdam, met de lading van het te Mauritius afgekeurde schip DANKBAARHEID AAN DE NEDERLANDSCHE HANDEL MAATSCHAPPIJ, kapt. J. Kroll, heeft de 26 dito de reis voortgezet.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Groningen. Heden morgen arriveerde alhier het kofschip MARIA, kapt. A.W. van der Star, van Amsterdam, gebouwd bij H. Bieze te Veendam.
(opm: nieuwbouw, waarschijnlijk om op te tuigen)


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Van de lading van het schip BORNEO, kapt. Hansen, van Batavia naar Rotterdam, met schade te Brouwershaven binnengelopen, zijn volgens brief van daar van de 28e januari bereids 3.159 balen koffie in lichters gelost.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Het schip REMKE, kapt. Scherpbier, van Sunderland naar Bordeaux, is met assistentie te Colchester binnengebracht, hebbende op het Long Sand gezeten.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Het schip GENERAAL CHASSÉ, kapt. Sijmons, van Newport naar Kaap Verd, is met verlies van zeilen, voorsteng, bezaansboom, enz. te Newport binnengelopen.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Groningen 3 februari. Scheepsvrachten. Naar Londen Sh.20/- in full per 10 quarters haver.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Dantzig, 27 januari. Scheepsvrachten. Er zijn deze week weder enige schepen bevracht: Londen Sh.28/-, Plymouth Sh. 30/- per load balken om bij het eerste open water te laden. Hull Sh.6/3, Grimsby Sh.6/4½, Hartlepool Sh.5/10½ per quarter tawe om dadelijk te laden, of 6 pence minder bij open water.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Advertentie. Na een langdurig en smartelijk lijden overleed heden tot mijn innige droefheid mijn dierbare echtgenoot Harm van der Baan, in leven gezagvoerder van het ijzeren schoenerschip HENRIËTTE, in de ouderdom van bijna 33 jaren, na een echtvereniging van ruim 2 jaren, mij nalatende een zoontje.
Sappemeer, 30 januari 1854, M.S. Meijer, wed. H. van der Baan


  JB - Javabode

Berigt. Redactie en uitgever van de Java-Bode vinden zich verpligt het Publiek mede te delen, dat geene Advertentiën betrekkelijk den Verkoop van Slaven in dat Blad kunnen worden opgenomen.
(opm: dit heeft niets met maritieme zaken te maken, maar is opgenomen vanwege het tijdsbeeld)


05 februari 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 4 februari. Kapt. N.J. Smaal (opm: kapt. Nicolaas Jans Smaal), gevoerd hebbende het Nederlandse (opm: gebouwd in Hanover, bouwjaar onbekend) kofschip JUNO de 26e december l.l. in de Zwarte Zee gezonken (opm: zie NRC 010254), schrijft uit Constantinopel (opm: Istanbul) in dato 12 januari l.l, dat hij en zijn equipage, na gedurende de gehele dag (opm: 26 december) in de boot te hebben rondgedreven, in de avond van die dag, vermoeid van het pompen en roeien, in de baai van Sisibolie (opm: Sizebolu, thans Sozopol, Bulgarije) aankwamen, en aldaar het Nederlandse kofschip (opm: schoener, zie PGC 140254) JANTJE, kapt. H.O. van Wijk, aantroffen, doch welke weigerde hem en zijn equipage op te nemen (opm: zie NRC 130254 en 090354). Hij ging vervolgens op zijde van het Franse schip MATHILDE, kapt. Gilbert, van Marseille, hetwelk mede in de baai ten anker lag, die hen opnam en van de 26e december tot de 14e januari met de meeste menslievendheid heeft behandeld.


07 februari 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 6 februari. Directeuren der hier ter stede gevestigde Zuid-Hollandsche Maatschappij tot Redding der Schipbreukelingen hebben met belangstelling op nieuw bericht ontvangen van kapt. J.H.D. Engelhardt, die de 31e januari met zijn schoenerschip OBERON (opm: buitenlander), beladen met steenkolen, komende van New-Castle en bestemd naar Malaga, op de Ooster is gestrand, dat zijn gehele equipage, bestaande uit acht personen, uit een hoogst gevaarlijke toestand, door de schokker No. 2 der maatschappij, schipper G. van Duym, is gered en veilig te Brouwershaven aan wal gebracht; zijnde dit jaar reeds éénentwintig personen door dit vaartuig gered.


  DC - Dordtsche Courant

Advertentie. De Notaris C.J. van der Halen zal, ten verzoeke van zijn Principaal, op vrijdag 10 februari 1854, des morgens ten 10 ure, aan de haven te Brouwershaven, publiek om contant geld verkopen een aanzienlijke partij scheepstuigage, bestaande in ankers, kettingen, zeilen, staand en lopend want, en hetgeen verder ter verkoop zal worden aangeboden, alles afkomstig van het op 1 februari 1854 gestrand Lübecker schip OBERON, kapt. J.H.D. Engelhardt.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Advertentie. Uit de hand te koop een kofschip, groot 65 Roggelasten, twee jaren oud. Te bevragen bij E.H. Meursing te Hoogezand.


  LC - Leeuwarder Courant

Leeuwarden, 6 februari. Volgens de Staat der Nederlandsche Zeemagt en Koopvaardijvloot op de 1e januari dezes jaars, uitgegeven te Amsterdam bij de kantoorboekverkopers Van Tiebergen & Kruijsmulder, behoren in de provincie Friesland te huis 111 schepen, als: 45 te Harlingen, 5 te Joure, 10 te Lemmer, 6 te Woudsend, 10 te Leeuwarden17 te Schiermonnikoog, 6 te Heeg, 3 te Dokkum, 1 te Workum, 3 te Heerenveen, 2 te Ameland, 1 te Ureterp, 1 te Grouw en 1 te Akkrum.


08 februari 1854


  JB - Javabode

Batavia, 8 februari. Tijdingen van Karimon Djawa van de 25e januari j.l. hebben de 31e daaraanvolgende te Pattie (Japara) het bericht aangebracht, dat in de nacht van de 19e te voren ten gevolge van hevige stromen en buiig weder op de rots- en koraalgronden van het eilandje Tjemara Ketjiel, noord-westwaarts van Karimon Djawa gelegen, is gestrand het Nederlands-Indisch barkschip TADJIL MOELOOK, gezagvoerder Sech Said bin Achmat Hobies, groot 207 lasten.
Het bedoelde vaartuig, te huis behorende te Grissee, was de 16e januari j.l. van Batavia gezeild en bestemd voor Soerabaija. De equipage, bestaande uit 38 schepelingen, waaronder twee vrouwen, is gered en verpleegd. Het schip zal naar alle waarschijnlijkheid geheel verloren zijn. Door de zorg van de posthouder te Karimon Djawa heeft men getracht om met de beschikbare middelen zo veel mogelijk was van de lading te redden en met kleine vaartuigen naar voornoemd etablissement te zenden. (opm: zie ook NRC 300354)


  JB - Javabode

Batavia, 6 februari. Heden zijn hier aangekomen de Nederlandse schepen WASSENAAR, kapt. A. Hofstee, de 31e december vertrokken van Port Philip, GERTRUDE, kapt. A. Lourens, met vele passagiers, de 6e november vertrokken van Rotterdam, ADOLF VAN NASSAU, kapt. D. Doornbos Borchers, de 13e december vertrokken van Sydney, AZIA, kapt. Abrahams, met vier passagiers, de 1e november vertrokken van Amsterdam, en ECHO, kapt. Kuyper, de 1e januari vertrokken van Melbourne.


09 februari 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Brouwershaven, 7 februari. Hedenmorgen ten 8 ure is op de Zeehondsplaat gestrand de Engelse schoener VIVID, kapt. Hudson, van Goole naar Rotterdam bestemd. De equipage heeft zich met de boot gered en is behouden te Burgsluis aangekomen. De lading, bestaande uit zout, katoen en machineriën, zal met het schip wel totaal weg zijn.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Zoltkamp, 6 februari. Het schip WILLIAM, kapt. Lagerstam, van Newcastle naar Malaga, alhier binnengelopen, is in een stormbui aan de grond vastgeraakt, doch zit niet gevaarlijk.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Groningen, 7 februari. Scheepsvrachten. Naar Londen Sh.20/- in full, en naar het Kanaal Sh.23/- met 10 % per 10 quarter haver.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Dantzig, 2 februari. Scheepsvrachten. Naar schepen voor granen is bijna geen vraag meer. Daarentegen neemt de vraag naar houtschepen, om in het voorjaar te laden, toe. Bedongen: Sh.7/- per quarter tarwe om dadelijk, en 6 pence minder om met de lente te varen. Hull of Goole Sh.6/9 om dadelijk, en 6 pence minder om na de 1e maart te varen.


10 februari 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Wivenhoe, 6 februari. De Nederlandse schoener-kof RENSKE, kapt. Scherpbier, van Sunderland naar Bordeaux bestemd, welke hier de 28e januari j.l. door vissers werd binnengebracht (opm: zie NRC 010254), heeft gisteren de reis voortgezet. Aan de visserslieden is voor hun adsistentie een beloning van GBP 55 toegekend.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. De Gedeputeerde Staten van Zeeland, gezien het besluit der Staten van Zeeland van de 5e november 1853, roepen dienovereenkomstig op al degenen, hetzij bijzondere personen, gemeentebesturen of vennootschappen, die genegen mochten zijn, met 1e november 1854 of zoveel vroeger als nader zal kunnen worden overeengekomen, in concessie te nemen de uitoefening van de stoomvaartdienst op de Westerschelde, zoals die bij besluit der Staten van Zeeland van de 15e juli 1852 is omschreven, en zulks met overname der aan de provincie toebehorende stoomboot en verdere aanhorigheden, tegen genot van een subsidie van de provincie voor een te bepalen getal jaren en onder verplichting tot nakoming van zodanige voorwaarden, als in het belang der dienst raadzaam zullen worden geacht. De gegadigden gelieven zich vóór of op woensdag de 1e maart aanstaande aan te melden ter provinciale griffie, alwaar van de 15e dezer maand af kennis zal kunnen worden genomen van de voorwaarden, waarop de dienst zal moeten worden uitgevoerd.
Middelburg, de 3e februari 1854.
De Gedeputeerde Staten voornoemd, V. Tets, voorzitter, V.d. Swalme, griffier.


  LC - Leeuwarder Courant

Vlissingen, 3 februari. Betrekkelijk het Russische oorlogs-korvet NAVARINO, liggende in ’s Rijks dok alhier, welke men bezig is geheel te onttakelen, verneemt men, dat die bodem, welke reeds aan de zeeslag van Navarino (opm: 20 oktober 1827), van waar het zijn naam ontleende, deel nam, door menigvuldige dienstjaren in een toestand verkeert, die het verder zeebouwen, zo niet onmogelijk, voor het minst zeer gevaarlijk maakt. Er schijnt een commissie van onderzoek benoemd te zijn, en er bestaan alle redenen te geloven, dat dit eerwaardige, eerst Frans, later Turks, en sedert een reeks van jaren nu Russisch oorlogsschip de bestemming aller afgekeurde bodems zal erlangen.
(opm: inderdaad in Vlissingen gesloopt, zie o.a. NRC 180454)


11 februari 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Harlingen, 9 februari. Ofschoon het weder hier gisteren zeer onstuimig was en hagel- en donderbuien op elkander volgden, is het toch gelukt, het scheepsvolk van het kofschip GERRITJE KOUMANS (opm: bouwjaar 1842; kapt. P.H. Oldenburger), dat tussen deze stad en Makkum op het strand was geraakt, hier behouden aan wal te brengen. Het was, naar men zegt, van Newcastle gekomen met steenkolen, glas, ankers, kettingen, enz, en bestemd naar Amsterdam; het behoort aan de heer K. Smeding te Leeuwarden. (opm: zie volgend bericht)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 10 februari. De Nederlandse kof GERRITJE KOUMANS, kapt. Smeding (opm: kapt. P.H. Oldenburger), van New-Castle herwaarts gedestineerd, in ’t Vlie binnen, is, volgens brief van Harlingen van de 8e dezer, de vorige dag bij het opzeilen met een loods aan boord en een schuit als voorzeiler, in het gezicht van Harlingen aan de grond vastgeraakt, en de volgende dag wegens het stormweer door het volk verlaten moeten worden, dat aldaar was aangebracht. Bij gunstig weder zou men trachten zo veel mogelijk van schip en lading te bergen.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Rotterdam, 8 februari. De gezamelijke assuradeurs alhier hebben heden besloten, niet anders te assureren in de tegenwoordige omstandigheden (opm: de Krim-oorlog stond op uitbreken) dan vrij van molest en dit is ook tot de Nederlandsche Handel-Maatschappij voor haar posten uitgestrekt. Er zijn dientengevolge aangeboden posten om die reden heden geweigerd. In de laatste tijd difficulteert men om voor molest te assureren en dan reeds tot verhoogde premie.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Het schip BERNARDUS, kapt. Venster, van Newcastle naar Galatz, was de 7e januari wegens onstuimig weder nog in de Bosporus liggende.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Groningen, 10 februari. Scheepsvrachten. Bevracht werd naar Gloucester Sh.25/- met 10% per 10 quarters haver. Van Koningsbergen op hier tot NLG 35, op Amsterdam tot NLG 37, op Antwerpen tot NLG 40, alles per roggelast.


  JB - Javabode

Batavia, 8 februari. Heden zijn hier aangekomen de Nederlandse schepen JOAN MELCHIOR KEMPER, kapt. J.C. Schaap, met enige passagiers, de 25e oktober vertrokken van Rotterdam, GENERAAL BARON VAN GEEN, kapt. G. Rotgans, met zes passagiers en Zr.Ms. troepen, de 1e november vertrokken van Amsterdam, LAURA ADELE, kapt. Swarts, de 8e december vertrokken van Hobart-town, en MACAO, kapt. A.L. Hoffman, de 26e december vertrokken van Kaap de Goede Hoop.


12 februari 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 11 februari. Aangaande het schip GERRITJE KOUMANS, kapt. H.J.H. Smeding, van Newcastle herwaarts gedestineerd, bij Harlingen gestrand – zie ons vorig nommer – wordt vandaar van de 9e dezer gemeld, dat het zeer gevaarlijk vastzat. Een gedeelte van de inventaris was geborgen en hoopte men ook nog van de lading te bergen. (opm: zie NRC 160254)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Norden, 7 februari. Gisterennamiddag is het schip GESIENA (opm: ook GESINA), kapt. Feddes, van Rotterdam met stukgoederen naar Hamburg bestemd, in de Ooster-Eems aan de grond geraakt en terstond gezonken. De bemanning is gered; doch men vreest dat van schip en lading niets terecht zal komen.
(opm: zie NRC 160254)


13 februari 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De Groninger Courant deelt enige bijzonderheden mede betreffende het wedervaren van kapt. N.J. Smaal, laatst gevoerd hebbende het Nederlandse kofschip JUNO, op de reis van Sulina (opm: Roemenië) naar Konstantinopel (opm: Istanbul) verongelukt, waaromtrent reeds onder de zeetijdingen het één en ander is opgenomen (opm: zie NRC 050254). Deze bijzonderheden zijn ontleend aan twee brieven van de eerste tolk bij het Nederlandse gezantschap in Turkije, de heer Travers, gedagtekend de 10e en 18e januari l.l, en aan een brief van kapitein Smaal zelf, gedagtekend de 15e januari l.l. Uit deze brieven blijkt dat de JUNO de 26e december 1853, ’s morgens ten 10 ure, door de kapitein en de bemanning, gezamenlijk vijf in getal, door middel van de sloep verlaten zijnde, ongeveer 10 minuten daarna is gezonken. Dit kofschip bevond zich toen ongeveer vijf Duitse mijlen (opm: à 7407 meter) van de Golf van Bourgas in de Zwarte Zee. Nadat de schipbreukelingen tot des avonds van die dag hadden rondgezworven, kwamen zij moede en dodelijk afgemat te Sizebali (Turkije) (opm: Sizebolu, thans Sozopol, Bulgarije) in de Zwarte Zee aan, waar zij het Nederlandse schoenerschip JANTJE, gezagvoerder H. Oosterveld van Wijk, van Pekela, aantroffen. Nu dachten zij natuurlijk uit hun ellende te zijn verlost, doch hun hoop op uitkomst werd beschaamd. Hoewel kapitein Van Wijk naar Konstantinopel (opm: Istanbul) bestemd was en de schipbreukelingen ook daarheen wilden, wees hij hen hardvochtig af en verwees hen naar een Oostenrijkse stoomboot, waar zij mede werden afgewezen. Eindelijk ontmoetten de afgematte schepelingen het brikschip MATHILDE van Marseille, gezagvoerder Pierre Victor Gibert, die hen liefderijk opnam en naar Konstantinopel (opm: Istanbul) overbracht, zijnde door hem van de 26e december tot de 14e januari behoorlijk verpleegd en zeer goed behandeld.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 12 februari. Het schip (opm: kof) AMSTERDAM, kapt. H.W. Wortelboer, van Bordeaux, laatst van Yarmouth herwaarts gedestineerd, is de 10e dezer tussen Egmond en Wijkerduin, masteloos ten anker liggende, gezien door kapt. J. Hofker, voerende het schip HENDRIKA BARTINA, van Cette (opm: Sète) in Texel binnen. Het had een vissersbom bij zich ter adsistentie.


  AH - Algemeen Handelsblad

Verkoping van schepen op maandag 11 februari, in de Nieuwe Stads-Herberg aan het IJ:
- 1/40 Aandeel in het fregatschip ZAANSTROOM NLG 3.200. NLG 50. Opgehouden.
- 1/32 Aandeel in het barkschip COLOMBINE NLG 1.600. NLG 375, koper J. Corver.
- 1/32 Aandeel in het brIkschip LOUISA. NLG 1.700. NLG 30, kper F. der Kinderen.
- 1/32 Aandeel in Dito. NLG 1.700. NLG 50. koper dezelfde.
- 1/48 Aandeel in het brikschip ANNA LENA. NLG 620. NLG 70. Opgehouden.
- 1/48 Aandeel in Dito NLG 620. NLG 18. Dito.
- 1/48 Aandeel in Dito. NLG 620. NLG 9. Dito.
- 1/48 Aandeel in Dito. NLG 620. NLG 6. Dito.
- 2/48 aandelen. Niet geveild.
- 11. 2/96 48 Aandeel in het brikschip JOHANNA. NLG 750. NLG 50. J. Corver
- 12. 1/32 48 Aandeel in het barkschip PRESIDENT VERKOUTEREN. NLG 500. NLG 175. P. Blom.
- 12. 1/20 Aandeel in het schoenerschip HOLLANDIA. NLG 1.050. NLG 5. Opgeh.
- 14. 1/20 Aandeel in dito. NLG 950. NLG 9. Dito.
- 15. Tjalkschip ANNA CATHARINA. Niet geveild.
- 16. Het schoener kofschip NIESSINA, liggende te Brugge. NLG 8.800. NLG 1.200. C.A. Schröder.


14 februari 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 12 februari. Het door de equipage verlaten masteloze kofschip AMSTERDAM, is door de sleepboot DE STAD AMSTERDAM, kapt. Duinker, in de Noordzee gevonden en in het Nieuwediep gebracht.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 24 december 1853. Scheepsvrachten. Transactiën in producten zouden zeer stellig aanzienlijker zijn geweest, zo vrachten niet een dergelijke rijzing hadden ondervonden. Het gebrek aan disponibele schepen wordt al groter en groter, en is geenszins te voorzien waar het cijfer der te betalen vrachten zal ophouden, zo niet zeer spoedig een aantal avontuurschepen hier binnenvallen. De OCEAAN bedong naar Amsterdam NLG 115 voor rijst hier te laden en NLG 125 voor suiker, gedeeltelijk alhier en op de kust in te nemen. De GELDERLAND NLG 125 voor suiker hier te laden en NLG 120 voor koffij te Samarang naar Amsterdam. De MARIE, nog bezig zijnde een van Liverpool aangebrachte lading te lossen, wenst voorlopig nog geen vracht te sluiten en de WITTE CORNELISZ. DE WITT is eerst juist zo geankerd. Om op Samarang te laden suiker naar Nederlands is echter reeds NLG 135 geboden. De PATRIA (Zweed) laadt suiker voor Amsterdam alhier à GBP 5.15/0 per ton.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Texel, 12 februari. De Nederlandse kof JONGE JACOB, kapt. De Boer, van Amsterdam met een lading stukgoederen naar Philadelphia bestemd, is in de gepasseerde week, tengevolge van stormweer op de hoogte van Vliet en uit het vaarwater geraakt, en na over de ruggen aldaar zwaar gestoten te hebben, zeer lek geworden. Het schip bekwam hulp van enige manschappen van het eiland Wieringen, doch had andermaal het ongeluk drift te raken. De stoomboot TEXEL stoomde alstoen tot adsistentie, en vond het schip in een reddeloze toestand op de hoogte van het baken Ilpendam, van waar hij hetzelve op sleeptouw nam, en behouden te Nieuwediep binnenbracht, dewijl de kof met een diepgang van 14 voet niet in de haven van Texel kon binnenkomen. De stoomboot TEXEL heeft hiermee een belangrijke dienst aan de handel bewezen, daar zonder haar tussenkomst het in gevaar zijnde schip, zo niet verloren, dan toch hoogstwaarschijnlijk nog zwaardere schade zou hebben bekomen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rio de Janeiro, 5 januari. Het schip CLARA HENRIETTE, kapt. Croese, van Amsterdam naar Valparaiso, is de 15e december alhier met verlies van de grote mast binnengelopen.
(opm: zie NRC 170254)


  AH - Algemeen Handelsblad

(Geen plaats of datum) Van het schip GERMANIA (opm: kof, bouwjaar 1845), kapt. S. Ouwehand, 17 augustus 1853 van Sevilla naar Londen vertrokken, heeft men sedert niets vernomen.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. De notaris G.S. Zijlstra, te Heeg, zal ten verzoeke van de heer P. Visser, griffier te Hindelopen, op vrijdag de 17e en 24e februari 1854, bij de provisionele en finale toewijzing, telkens des avonds om zes uur, te huize van R.C. Wielsma, logementhouder te Woudsend, in Friesland, publiek, tegen genot van strijk- en verhooggeld, presenteren te verkopen: Een in goede staat onderhouden kofschip, genaamd DE TWEE GEZUSTERS, groot 69 ton, varende in de beurt van Woudsend op Amsterdam, vice versa, met de gerechtigheid van het octrooi daarbij behorende, benevens zeil en treil, haken en bomen, staand en lopend wand, ankers met ketting en touw en verdere inventaris, alsook koksgereedschappen, laatst gebruikt door A.F. Lammerts, te Woudsend gelegen na de finale toewijzing dadelijk te aanvaarden. (opm: binnenvaarder)


  DC - Dordtsche Courant

Advertentie. Te Dordrecht ligt in lading naar Newcastle, het stoomschip STAD DORDRECHT, kapt. J.H. Stuit, om ten spoedigste te vertrekken. Adres bij de cargadoors Visser en Van der Sande.


  DC - Dordtsche Courant

Het schip AMSTERDAM, kapt Wortelboer, van Bordeaux, laatst van Yarmouth naar Amsterdam, was volgens telegrafisch bericht van Leiden d.d. 11 februari, na de masten te hebben gekapt, voor Wijk aan Duin ten anker liggende; het volk was door een vaartuig aan de wal gebracht.
(opm: zie ook NRC 130254)


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Amsterdam, 11 februari. Wij zijn verzocht te melden, dat het schip JANTJE, kapt. Van Wijk, waarvan in het artikel van kapt. Smaal (opm: betr. de JUNO) is meldig gemaakt, niet is de kof, maar de schoener JANTJE.


15 februari 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Nijmegen, 11 februari. Door G. Jansen, beurtschipper in het veer tussen Nijmegen en Rotterdam, is ter behoorlijker plaatse concessie aangevraagd voor een stoomsleepdienst, tevens zullende strekken tot vervoer van goederen, tussen Rotterdam en Lobith. Het valt niet te ontkennen, dat het handelsbelang bij deze zaak zeer is betrokken, zodat dan ook door enige voorname handelshuizen te Nijmegen in die onderneming deel genomen is. De tegenwoordige beurtschippers tussen Nijmegen en Rotterdam zullen bij toerbeurt de betrekking van kapitein op de stoomsleepboot vervullen. Aan dit betere middel van vervoer bestond grote behoefte, want in de laatste tijd kwamen de Rotterdamse beurtschepen of enige dagen te laat, of in het geheel niet aan, tengevolge van de kwijnende toestand, waarin dit veer verkeert.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. C. Ament, makelaar, zal op maandag de 27e februari 1854, des avonds ten 6 ure, te Amsterdam, in de Nieuwe Stads-Herberg aan het IJ, ten overstaan van de notaris J.A. Hoog verkopen een extraordinair welbezeild, kopervast en gekoperd schoenerschip, varende onder Nederlandse vlag, genaamd NEPTHUN, gevoerd door kapt. R.S. Molenaar, volgens Nederlandse meetbrief lang 19 ellen, wijd 4 ellen 30 duimen, hol 2 ellen 56 duimen (opm: 19,00 x 4,30 x 2,56 m.), en alzo gemeten op 95 tonnen of 50 lasten. Breeder volgens inventaris.
Wijders twee aandelen, ieder groot 1/30 part in het gekoperd barkschip REGINA, kapt. C. Ingerman, groot 250 gemeten lasten, thans op reis van Londen naar Australië. Nader bericht bij bovengemelde makelaar.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Jan Corver, makelaar, presenteert, als lasthebbende van zijn principaal, op maandag de 27e februari 1854, des avonds ten 6 ure, te Amsterdam in de Nieuwe Stads-Herberg aan het IJ, ten overstaan van een daartoe bevoegd beambte, publiek te verkopen:
- 2/60e aandeel in het barkentijnschip, thans genaamd CHRISTINA JACQUELINE, gevoerd door kapt. F. Wilphorst, tegenwoordig op reis van Newcastle on Tyne naar Konstantinopel (opm: Istanbul) en Odessa en terug naar de Noordzee, varende onder directie van de heer Mr. H.J. Engelkens te Groningen.
- 2/60e aandeel als boven.
Nadere informatiën te bekomen bij bovengenoemde makelaar.


  AH - Algemeen Handelsblad

Harlingen, 12 februari. Niet goed is het afgelopen met het kofschip GERRITJE KOUMANS. Men heeft op het behoud van het schip geen hoop en daarom van de lading, tuig, enz. geborgen, wat mogelijk was. (opm: zie o.a. NRC 110254)


  JB - Javabode

Batavia, 13 februari. De 11e dezer zijn hier aangekomen de Nederlandse schepen PALEMBANG, kapt. Hoekstra, met een passagier, de 19e december vertrokken van Sydney, en WILDEMAN, kapt. Berkelbach v.d. Sprenkel, de 3e november vertrokken van Amsterdam.
Gisteren is hier aangekomen het Nederlandse schip HENRIETTE GEERTRUIDA, kapt. P. Buys, met enige passagiers, de 4e november vertrokken van Amsterdam.
Heden is hier aangekomen het Nederlandse schip GELDERLAND, kapt. A. van Oosteroom, de 30e januari vertrokken van Samarang.


16 februari 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 15 februari. Een geacht handelshuis te Amsterdam heeft aan het Handelsblad het volgende uittreksel uit een brief van één zijner scheepsgezagvoerders medegedeeld, waaruit opnieuw de noodzakelijkheid van een spoedige aanstelling van bevoegde autoriteiten in Australië aan de dag komt:
Sydney, 25 november 1853. Van mijn equipage, bestaande uit 26 man, zijn er 8, door gouddorst gedreven, weggelopen; indien er nog verdere desertie plaatsvindt, zal het mij onmogelijk zijn met het resterende deel te vertrekken, daar er zelfs tot GBP 14 gage per maand en na lang wachten geen matrozen te vinden zijn. Behalve de door mij geaccordeer- de gelden heb ik aan de mij resterende manschappen een aanzienlijke som gelds beloofd en hoop hierdoor verdere desertie te voorkomen. Van de hier liggende Nederlandse schepen is het mijne nog één van de gelukkigste. Het gezag over ons volk ontbreekt hier geheel en al, niettegenstaande het aanbod van GBP 10 per hoofd als premie, om de weggelopen manschappen op te sporen, uitgeloofd, hebben wij van de politie niet de minste bijstand, maar krijgen tot antwoord, wanneer wij haar hulp inroepen: “We don’t do anything for a Dutchman”. En klaagt men bij de gouverneur of bij de kooplieden hier ter stede, zo is ook hun antwoord bovenstaande woorden, met bijvoeging van: “hier is geen Nederlandse consul”.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 13 februari. De maritieme voorbereidingsmaatregelen dienen thans hoofdzakelijk voor de uitrusting der (opm: Britse) vloot, die in het begin van maart naar de Noord- en Oostzee zal worden gezonden.
(opm: passage uit een zeer lang artikel over de oorlogsvoorbereidingen van Groot Brittannië en Frankrijk naar aanleiding van de uitgebroken Krim-oorlog tussen Rusland en de Geallieerden, w.o. Turkije, Frankrijk en Engeland; de Geallieerden stelden onder meer een blokkade in van de Russische havens aan de Oostzee en de Zwarte Zee)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 15 februari. Het schip GERRITJE KOUMANS, kapt. H.J.H. Smeding, van Newcastle herwaarts gedestineerd, bij Harlingen gestrand, zal weg zijn. Een gedeelte van de inventaris is geborgen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Norden, 9 februari. Van de lading van het op de Oostereems gezonken kofschip GESINA (opm: ook GESIENA), kapt. Feddes, van Rotterdam naar Hamburg bestemd – zie ons nommer van 12 dezer – zijn een vat arak (opm: rijstbrandewijn), 5 balen katoen, benevens nog enige kleinigheden te Norderney aan strand gedreven. Door het stormachtige weder is het onmogelijk om bij het wrak te komen.


  RC - Rotterdamsche Courant

J. Rueb en C. Rueb Cz., makelaars te Rotterdam, als last hebbende van hunne meesters, zijn van mening om op dinsdag den 22 februari 1854, des middags ten 12 ure, in het Notarishuis, aan de Gelderschekade, te verkopen: 229 vaten Nickerie suiker, zo gezond als beschadigd, aangebracht per het schip VREDE, kapitein G.G. Potjewijd, van Nickerie, en liggende Scheepmakershaven, wijk 1, n.° 532.


  DC - Dordtsche Courant

Het kofschip AMSTERDAM, gevoerd geweest door kapt. H.W. Wortelboer, van Bordeaux, laatst van Yarmouth, naar Amsterdam, is masteloos, door het volk verlaten, in de Noordzee gevonden, en door de stoomboot STAD AMSTERDAM, kapt. Duinker, te Texel binnengesleept; de equipage is te Wijk aan Duin aangekomen. (opm: zie AH 100554)


  AH - Algemeen Handelsblad

Groningen, 13 februari. Door de scheepsbouwmeesters K. Kater en A. Meulman, van de Noorderwerf alhier, is vrijdag jl. te water gelaten, de nieuw vervaardigde fraaie barge, SOPHIA genaamd, gebouwd voor rekening van de heer R. Geerts, te Assen, en bestemd voor de dienst van Assen op Meppel in correspondentie met de wagens van Groningen op Assen en van Meppel op Zwolle. Zo wij wel onderricht zijn, is dit het eerste nieuwe vervaardigde ijzeren vaartuig, dat binnen deze stad is gebouwd.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Groningen, 15 februari. Scheepsvrachten. Bevracht naar Londen tot Sh.18-/ met 10%.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Constantinopel, 24 januari. Scheepsvrachten. Vrachten lager, zo door ongunstige berichten uit Odessa en het groot aantal zich in de haven bevindende schepen, als door de geringe voorraad granen. Bedongen: naar Engeland Sh.10/- per quarter, van de Donau naar Marseille Ffrs 13,25, van Odessa naar Livorno of Marseille Ffrs. 9,00 per charge of Sh.16/- per quarter naar Engeland.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Advertentie. Ten overstaan van Mr. J.W. Quintus, notaris te Groningen, zal op dinsdag de 21e februari 1854, des avonds om 7 uur, te huize van de weduwe G.F. Rasker aan de Ameland te Groningen, publiek worden verkocht het wel bezeild kofschip JOHANNES JACOBUS, groot 50 roggelasten, oud 2 jaren, liggende thans te Amsterdam, gevoerd geweest bij wijlen kapt. Geert Berends Pekelder, met complete inventaris. Om met acht dagen na de toeslag te aanvaarden en te betalen.


17 februari 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 16 februari. In de namiddag van de 14e dezer is van de werf van de scheepsbouwer R.G. van der Werf te Wildervank met het beste gevolg te water gelaten het schoenerschip JETSKALINA WIJA, gebouwd voor rekening van en gevoerd zullende worden door kapt. J.J. Doornbosch, van Wildervank.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Medemblik, 15 februari. Naar men verneemt zal de stoomboot GRAAF VAN RECHTEREN, varende van Kampen op Hull, ook weder geregeld des zondags onze haven aandoen tot inname van passagiers, goederen en vee. Het is te bejammeren dat die dag daarvoor is gekozen, daar dit een gewenste toevoer zeer zeker in de weg staat. Ten vorigen jare werd een rederij opgericht, onder directie van de heren Gebr. Van Hasselt te Kampen, met het doel om een stoomboot van die plaats, via Medemblik naar Londen te doen varen, die met medio maart e.k. een aanvang zou nemen, en, naar bevoegde beoordelaars, goede resultaten beloofde. Met leedwezen vernemen wij thans, dat dit eerst met juli, wellicht zelfs augustus, plaats zal hebben. Deze vertraging, waarvan wij de oorzaak niet kennen, zal naar onze mening een ongunstige indruk maken en aan de onderneming schadelijk zijn. Wij hopen daarom dat de aandeelhouders, dit vernemende, in hun belang pogingen tot bespoediging zullen aanwenden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 16 februari. Het schip CLARA HENRIETTE, kapt. H. Croese, van hier naar Valparaiso, met schade te Rio de Janeiro binnengelopen – zie ons nommer van de 14e februari art. Rio de Janeiro – was, volgens brief van daar van de 13e januari, na een nieuwe mast ingezet en de tuigage gerepareerd te hebben, gereed om binnen weinige dagen de reis voort te zetten.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Lowestoft, 13 februari. Het alhier als vroeger (opm: zie NRC 090154) gemeld in averij binnengelopen Nederlandse schip VOORWAARTS, kapt. Kikkert, van Charlestown naar Nickerie bestemd, heeft de reparatie geëindigd en de lading kolen weer aan boord genomen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

New York, 31 januari. De alhier van Amsterdam gearriveerde Nederlandse bark JACOBA heeft gedurende de reis veel stormweder doorgestaan. De 26e dezer passeerde het schip veel wrakstukken, zomede vele balen katoen en provisievaten.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. In lading te Harlingen naar Hull en omliggende plaatsen, om te Hull te lossen, het Nederlandse smakschip ALIDA ELISABETH, kapt. Jan J. de Boer. Sluit 25 februari e.k.
Adres bij I. & S. Wiarda, Harlingen.


18 februari 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 17 februari. Als een bijzonderheid van vlugge overtocht kan dienen, dat het schip AMSTERDAM, kapt. Wehdemeijer, 14 januari van Amsterdam te Suriname aangekomen, de reis in de buitengewoon korte tijd van 23 dagen heeft afgelegd.


  DC - Dordtsche Courant

Hellevoetsluis, 16 februari. De hoeker FORTUNA, kapt. M.D. Noordhoek, gisteren morgen gemeld naar zee, is wederom alhier terug met een gebroken grote ra.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Het schip VOORWAARTS, kapt. Kikkert, van Charlestown naar Nickerie, te Lowestoft met schade binnengelopen, heeft de reparatie volbracht en was de 13e februari bezig de lading weder in te nemen.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Het schip CLARA HENRIETTE, kapt. Croese, van Amsterdam naar Valparaiso, met schade te Rio de Janeiro binnengelopen, was volgens brief van daar van de 13e januari, na een nieuwe mast ingezet en de tuigage gerepareerd te hebben, gereed om binnen weinige dagen de reis voort te zetten.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Het schip GERRITJE KOUMANS, kapt. Smeding, van Newcastle naar Amsterdam gedestineerd, bij Harlingen gestrand, zal weg zijn; een gedeelte van de inventaris is geborgen.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Men meldt uit Rensburg, d.d. 13 februari dat, daar de Beneden Eider in de loop van de vorige week vrij was van ijs, de schepen LYDIA, kapt. Pott, naar Londen; VIER GEBROEDERS, kapt. Kramer, naar Leer, beide van Riga, JEZELINA, kapt. Legger, van Dantzig naar Harlingen, de reis hebben voortgezet. – Later meldt men, dat deze schepen tussen Nübbel en Hamraa weder zijn vastgevroren.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Volgens te Lübeck ontvangen berichten is het schip PETRUS JACOBUS, kapt. De Jonge, te Triëst voor Lüubeck in lading gelegd.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Op de 14e dezer is door Jacob Tjarks Visser, schipper te Westernieland, in de Lauwers opgevist een pakket scheepspapieren, gebonden in een jas, welke afkomstig zijn van het kofschip COLUMBUS, kapt. Joseph Altmeppen, van Papenborg, waaronder scheepsjournalen, en een menigte losse stukken, welke berustende zijn bij de burgemeester van Eenrum. Het schip was bestemd naar Leer, komende van Kingstown, bemand volgens monsterrol met zeven koppen. De lading bestond naar gissing uit vijgen. Zeer vermoedelijk is het volk verdronken en is genoemd vaartuig hetzelfde, dat op de 10e dezer op het Borkummerrif is gestrand.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Bij gunstige gelegenheid zal van Den Helder vertrekken de Nederlandse kof ALBINA, kapt. K. Zwanenburg, aan boord hebbende 21 landverhuizers uit de Paltz, die zich geëngageerd
hebben voor de suiker-cultuur in onze West-Indische bezittingen.


20 februari 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlissingen, 17 februari. De Nederlandse kof FENNA, kapt. De Boer, van Liverpool naar Antwerpen bestemd, heeft haar zwaar anker met 20 vadem ketting verloren.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Newyork, 4 februari. De alhier van Amsterdam gearriveerde Nederlandse brik FOSCA HELENA heeft op de reis veel slecht weder gehad en daardoor zeilen enz. verloren.


21 februari 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Loosduinen, 19 februari. Heden middag ten half drie ure is alhier gestrand de kof ALBERDINA, kapt. H. Woortman, met een lading wijn van Bordeaux komende bestemd naar Amsterdam. De equipage, bestaande uit 5 man, is door de reddingboot aan wal gebracht. (opm: zie volgend bericht)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Scheveningen, 19 februari. Heden op de middag kwam alhier de kof ALBERDINA voor de wal. Aldra bemerkte men dat zij zou stranden, zodat de reddingboot van de Noord- en Zuid- Hollandsche Redding-Maatschappij onder het bestuur van de heer Pieter Varkevisser, geassisteerd door zijn zonen H. en A, en zijn broer F. Varkevisser, naar het strand gevoerd werd. Op de plaats van de stranding, in de nabijheid van Ter Heide gekomen, bevonden de schipbreukelingen zich allen nog aan boord, De reddingsboot, te water gebracht zijnde, bereikte al spoedig het schip langs een lijn, welke men van het schip aan een kurkenzak naar het strand had doen drijven, en welke lijn door Jacob Verburg werd opgevangen. De schipbreukelingen, vijf in getal, werden in de reddingboot opgenomen en behouden aan wal gebracht. Zij zijn door het beleid van de burgemeester van Loosduinen, de heer Waldeck, behoorlijk verzorgd. De bootslieden waren: Willem Bal, Michiel van der Zwan, Jan Cornelis Pronk, Arie Verbaan, Jan Spaans, Philippus Bax, Dirk Guyt, Pieter Keus, Willem Verbaan en Jacob Verburg. Allen hebben grote moed getoond en blijken van zelfopoffering gegeven.
(opm: zie ook DC 210254)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. De makelaars H.F.N. & W.H. Montauban van Swijndregt en F. & W. van Dam, te Rotterdam, zijn van mening, als lasthebbende van hun meester, op dinsdag de 14e maart 1854, des middags ten twaalf ure, in de zaal op de hoek der Scheepmakershaven en Bierstraat, publiek te veilen het snelzeilend Nederlands gebouwde, gekoperd en kopervast schoener-galjootschip ELISA, gevoerd door kapt. H.G. Borcherts, volgens meetbrief lang 26 el, wijd 4,66 el, hol 2,70 el (opm: 26,00 x 4,66 x 2,70 m.), en alzo groot 145 tonnen of 77 lasten, met al deszelfs rondhout, staand en loopend want, ankers, kettingen, touwen, zeilen en verdere inventaris, zoals hetzelve is liggende in de Zalmhaven alhier, en zijnde inmiddels uit de hand te koop.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Norden, 16 februari. Van de lading van het schip GESINA, kapt. Feddes – zie ons nommer van 16 februari – heeft men nog een partij bindrotting, een kist indigo en een kist geweren kunnen bergen.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Beurtveer te koop. Uit de hand wordt te koop gepresenteerd door verandering van betrekking een hecht en sterk tjalkschip, met deszelfs gehele inventaris, welke alles zich in de beste staat bevindt, varende in een der drukste beurtveren in Noord-Holland; zullende bij koop van bovengemeld schip de koper (bijaldien deze ten genoegen van het Edelachtbaar Stadsbestuur is) met de beurtveer wordt gebeneficieerd. Gegadigden gelieven zich in persoon of met franco brieven te adresseren ten kantore van de heer T.P. Wognum, gemeente ontvanger te Hoorn in Noord-Holland.


  DC - Dordtsche Courant

Dordrecht, 20 februari. Heden namiddag is te Loosduinen gestrand de kof ALBERDINA, kapt. Woortman, van Bordeaux naar Amsterdam bestemd. De equipage, bestaande uit vijf man is door de reddingsboot, onder bestuur van de heer P. Varkevisser, van Scheveningen, van boord aan wal gebracht, dank de menslievende ijver van de Scheveningse vissers, bijgestaan door het bootje van Ter Heyden, waarvan de bemanning bijna het slachtoffer was geworden van haar edele pogingen, daar dat bootje in de branding is omgeslagen. Gelukkig werd ook zij gered. (opm: zie ook NRC 210254)


  DC - Dordtsche Courant

Advertentie. Heden beviel door Gods goedheid zeer voorspoedig van een zoon, Clara Anna Maria van der Sande, hartelijk geliefde echtgenoot van W.R. Veder.
Dordrecht, 17 februari 1854.
(opm: naamgeefster van een der schepen uit de vloot)


  DC - Dordtsche Courant

Texel, 16 februari. Heden is alhier aangespoeld een zwart naambordje, waarop met gele letters BORNEO en gisteren een dito, waarop met vergulde letters CHARLOTTE.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Veendam, 14 februari. Heden namiddag is van de werf van de scheepsbouwer R.G. van der Werff te Wildervank met het beste gevolg te water gelaten het fraaie nieuw gebouwde schoenerschip JETSKALINA WIJA, groot pl.m. 90 last, gebouwd voor rekening van en gevoerd zullende worden door kapt. J.J. Doornbosch, van Wildervank.
Van de vele, hier ter plaatse gebouwde zeeschepen is dit het eerste schoenerschip, en het verheugt ons te kunnen berichten, dat deze eersteling de algemene goedkeuring verwerft.
Eerstdaags zal op dezelfde werf de kiel gelegd worden van een tweede schoenerschip van dezelfde grootte en constructie als het nu van stapel gelopene, dat zal worden gebouwd voor rekening van kapt. A.J. Smit, van Veendam.


22 februari 1854


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. De notaris G.S. Zijlstra, te Heeg, zal ten verzoeke van de heer P. Visser, griffier te Hindelopen, op vrijdag de 24e februari 1854, des avonds om zes uur, te huize van R.C. Wielsma, logementhouder te Woudsend, in Friesland, publiek, bij finale toewijzing, tegen genot van verhooggeld, presenteren te verkopen een in goede staat onderhouden kofschip, genaamd groot 68 ton, varende in de beurt van Woudsend op Amsterdam, vice versa, met de gerechtigheid van het octrooi, benevens zeil en treil, haken en bomen, staand en lopend wand, ankers met kettingen en touw en verdere inventaris, waarop geboden is de geringe som van NLG 3.300.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Er wordt te koop gevraagd een kofschip, groot ongeveer 100 lasten (gemeten), met complete inventaris. Opgave van prijs, inventaris, gemeten lastenmaat en ouderdom franco te zenden aan de boekverkopers M. Wijt & Zonen te Rotterdam.


23 februari 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Cuxhaven, 20 februari. Heden namiddag is de Nederlandse tjalk VROUW GRIETJE, kapt. Pekelder, van Hartlepool komende, alhier met schade binnengelopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Uit de hand te koop een gezinkt snelzeilend barkschip, 3/3 Veritas, groot 221 gemeten lasten, varende onder Russische vlag. Te bevragen bij de makelaar Hendrik Gallen te Amsterdam.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 22 februari. In een dagblad van Melbourne leest men: de CALIFORNIA, welke onlangs in de Baai aangekomen is, is het eerste ijzeren schip in Nederland gebouwd, dat de reis naar Australië gemaakt heeft. Het is een snelle zeiler en is op de reis ieder schip uit het gezicht gelopen. De passagiers waren zodanig met de behandeling en voorkomendheid van de gezagvoerder, de heer F.C. Jaski, ingenomen en tevreden, dat voor het verlaten van het schip hem een loffelijk bewijs hunner belangstelling aangeboden werd en een belangrijke som geld ingeschreven werd, teneinde een zilveren scheepsroeper met toepasselijk opschrift aan meergemelde gezagvoerder te vereren.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Holtenau, 19 februari. De schoenerkof MINERVA, kapt. Oldenburger, van Flensburg met tarwe naar Londen bestemd, is in de avond van 16 dezer op het Friedrichsorter rif aan de grond geraakt, doch kwam gisteren avond, na het grootste gedeelte der lading in lichters gelost te hebben, vlot en hier binnen. Het schip is dicht gebleven. (opm: zie NRC 240254)


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Groningen, 21 februari. Scheepsvrachten. Heden is besteed van Windau op de Maas tot NLG.40,- met NLG 1,- per roggelast.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Memel, 14 februari. Van de alhier overwinterende schepen zijn nog slechts vier disponibel en bevrachte schepen (opm: waarschijnlijk te bevrachten) zeer gevraagd. Sedert de 8e dezer is bedongen Dundee Sh.57/6 per ton vlas, Stockton Sh.26/6 per load dennebalken.


24 februari 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Kiel, 20 februari. Het schip MINERVA, hetwelk op het Friedrichsorter rif aan de grond is geweest – zie ons nommer van gisteren – heeft de geloste lading weder aan boord genomen. De kapitein denkt zo spoedig mogelijk zijn reis te vervolgen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Capelle aan den IJssel, 23 februari. Heden werd van de werf der scheepsbouwmeesters P. Bakhuysen & Zn alhier met het beste gevolg te water gelaten het campagne barkschip DINA, groot 340 gemeten lasten, voor rekening der rederij onder directie van de heren Arbon & Co te Rotterdam, gevoerd zullende worden door kapt. J.L. de Haan, en bestemd voor de grote vaart.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Deurwaarder J. Damen te Harlingen zal aldaar op dinsdag de 28e februari 1854, des namiddags ten 4 uren, in de Aardappelbeurs bij A. Wijngaarden publiek verkopen: een hektjalkschip, genaamd de VRIENDSCHAP, in het jaar 1842 te Grouw uitgehaald, gemeten op 47 tonnen, varende onder Nederlandse vlag, liggende in de Noorderhaven te Harlingen, met zeil en treil, staand en lopend want, een zeil, een fok, een storm dito, een grote-, een middel- en een stormkluiffok, een breefok, dubbele kleden over de luiken, 2 zware ankers, een werpanker, een ketting ad 45 vadem, een zware tros ad 70 vadem, een lijn ad 50 vadem, ijzeren mantelblok, borgenmantel, een dubbele lier, twee landvasten, ketting en touwen, twee vlaggen, een geus, twee kompassen, twee loden met lijnen, een log, twee watervaten, twee bomen, twee haken, zeil- en verdere schoten, een sloep met dubbel tuig, en wat dies meer. Te bevragen bij de aan boord zijnde schipper L.J. Voogd.
(opm: kapt. Laurens J. Voogd bleef of werd eigenaar maar vernoemde de tjalk in JACOBA)


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. De notaris J.A. Zaal Stroband te Harlingen zal op maandag de 27e februari 1854, des middags ten 12 ure precies, bij het pakhuis, gequoteerd Wijk F. No. 1, bij de Zuiderbrug aldaar in het openbaar tegen contante betaling verkopen de volledige inventaris van het gestrande Nederlandse kofschip GERRITJE KOUMANS, kapt. H.J.H. Smeding (opm: zie NRC 110254), hoofdzakelijk bestaande in ankers, ankertouwen, kettingen, verschillende zeilen, rondhout, staand en lopend want, koksgereedschappen, en zo voort.


25 februari 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 24 februari. Volgens brief van kapt. Sanders, voerende het schip GRAAF VAN NASSAU, van hier naar Londen, was hij, na de 22e dezer ’s avonds bij dik weder in de Yarmoutse banken (opm: zandbanken ter hoogte van Yarmouth) vervallen te zijn geweest en zwaar gestoten te hebben, onder gestadig pompen de volgende dag in Texel uit zee teruggekomen. Hij had een loods naar Londen meegenomen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Ramsgate, 21 februari. Het Nederlandse schip IRENE, kapt. Pik, van Dordrecht naar Hull, is alhier met verlies van zeilen binnengelopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Portsmouth, 21 februari. Het Nederlandse barkschip HERMAN DE RUYTER, kapt. Feydt (opm: P.J. Feijnt), van Batavia naar Amsterdam bestemd, is alhier met verlies van voorsteng, kluiverboom, zeilen en andere schade binnengelopen.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Yarmouth, 19 februari. Het schip EVA JOHANNA, kapt. De Boer, van Londen naar Geelong, heeft, zo meldt men uit Ramsgate d.d. 19 november (??) na van een anker en ketting voorzien te zijn geworden, de reis voorgezet.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Constantinopel, 4 februari. Schoon de ter verscheping aanwezige voorraad gering is, zijn evenwel de vrachtprijzen iets vaster, doordien de noordwesten wind sedert enige dagen het aankomen van nieuwe schepen verhindert. Van Odessa wordt niets gedaan, daar de haven volgens de laatste berichten door ijs is gesloten. Bedongen: naar Engeland Sh.9/9 per quarter, Livorno en Marseille Ffrs. 5 per charge, ook Sh.11/6 naar Engeland per quarter, van de Donau naar Engeland Sh.25/- per quarter.


  JB - Javabode

Advertentie. Te koop het Nederlands-Indisch stoomschip LANGEN LAMONGAN. Hetzelve is zeer geschikt voor de paketvaart in deze archipel, en eerst onlangs voorzien van nieuwe stoomketel en pompen. De machinerie en inventaris zijn in volmaakt goede orde. Voor nadere bijzonderheden en koopconditiën gelieve men zich te adresseren aan de agenten, Fraser, Eaton & Co.
Soerabaija, 18 februari 1854.


  JB - Javabode

Volgens een particulier bericht van Port-Philip van de 23e september (opm: 1853) had het Nederlandse koopvaardijschip VIJF GEBROEDERS, kapt. Dekker, de 16e juli op 38º ZB 48º OL een hevige storm doorgestaan. Een geweldige zee had tegelijktijd de stuurman en de scheepsdokter over boord geworpen en de kapitein werd, doordat hij zich aan de grote bras klemde, als door een wonder gered. Door het wegslaan van lantaarn, kajuitspoort, enz., was er ontzettend veel water in het schip gevallen, zodat de zoon des kapiteins bijna in zijn kooi was omgekomen.


26 februari 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 25 februari. Door de Nederlandsche Handel-Maatschappij zijn op heden bevracht de navolgende 12 schepen, als:
Voor Rotterdam: BUITENZORG, kapt. K.D. Bruining, ELISE SUSANNA, kapt. T. Cars Tz. Voor Amsterdam: STAD AMSTERDAM, kapt. A. Stokvliet; CORNELIA, kapt. T.S. Deinum; JAVA’S WELVAREN, kapt. H. Wittebol; ANNA LENA, kapt. J.C. Siedenburg; ELISE HENRIETTE, kapt. J.F. Detering; KONING WILLEM II, kapt. L.R. Giezen; KLASINA, kapt. W.D. Browning (beiden van Rotterdam).
Voor Dordrecht: EUTERPE, kapt. A. Kuipers; JUNO, kapt. W.J. Chevalier.
Voor Schiedam: HUGO GROTIUS, kapt. H. Glazener (van Rotterdam).


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Leeuwarden, 23 februari. Het stormweder van de 19e dezer heeft ook aan de Friese kust weder een schipbreuk veroorzaakt. Die dag strandde bij het eiland Ameland de Hannoverse kof AMOR, kapt. W.H. Uitermark, beladen met haver, komende van Emden en bestemd naar Londen. Met behulp van de reddingsboot der Noord- en Zuid-Hollandsche Redding Maatschappij, onder bestuur van de burgemeester Jhr. Van Heeckeren en bemand met 9 zeelieden, mocht men er in slagen het scheepsvolk, uit vier man bestaande, te redden, echter niet dan na zelf veel gevaar te hebben getrotseerd. Kort daarna werd het schip verbrijzeld, waardoor het met de lading geheel ging verloren. Slechts een klein gedeelte der tuigage kon men nog bergen.
(opm: zie LC 070354)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 25 februari. Op de 28e februari e.k. des namiddags ten 1½ ure zal te Amsterdam te water worden gelaten het voor rekening van de heren Blaauw & Co nieuw gebouwd clipper-barkschip BURGEMEESTER VAN REENEN, gebouwd op de werf De Haan van de heren J.R. Boelen & Zoonen.


27 februari 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Sheerness, 23 februari. De Nederlandse kof HENDRIKA JANTINA, kapt. J.K. Bart, van Londen naar Amsterdam bestemd, is hier heden, in zinkende staat en door het volk verlaten, binnen en op het droge gebracht. Het schip werd in die toestand vier mijlen ten zuiden van Middle-Light gevonden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Publieke verkoping. Op dinsdag de 7e maart 1854, des middags ten 12 ure, in de verkoopzaal aan de Scheepmakershaven te Rotterdam, ten overstaan van D.H. Corne, van een zeer sterk gebouwde en tot alle vaart geschikte Nederlandse loodsboot, zijnde in goede staat, met deszelfs grote en bezaansmast, roer, zwaarden, staand en lopend want, zodanig hetzelve aan de Noordblaak alhier is liggende en van heden af aldaar te bezichtigen is. Zijnde inmiddels uit de hand te koop.


  AH - Algemeen Handelsblad

Uit de hand te koop een snelzeilend sloepschip met deszelfs inventaris, groot 77 Engelse tonnen, in den jare 1852 grotendeels vertimmerd. Te bevragen bij A. van der Tak te Goedereede, alwaar hetzelve dagelijks ter bezichtiging ligt.
(opm: de DAVIDS [of Perth], afmetingen 14,40 x 3,68 x 2,15 meter, werd op 11 april door Aren van der Tak voor NLG 4.000 onderhands verkocht aan een rederij bestaande voornamelijk uit Rotterdamse graanhandelaren onder boekhouderschap van H.J.L. Minderop; met de ANNA ging kapt. J. Plokker naar zee; Van der Tak had het schip op 4 februari te Goedereede aangekocht)


28 februari 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Harlingen, 26 februari. Gisteren avond was men hier zeer ongerust over de zeesluizen en schepen in de buitenhaven, want, bij een hevige storm en ontzettend hoog opgejaagde vloed, werd de Groenlandvaarder DIRKJE ADAMA losgerukt van zijn ligplaats en een spel van wind en golven. Daardoor zijn de stoomboot FLEVO, een paar tjalken, de kazerne en genoemd schip zelf aanmerkelijk beschadigd, enige mensen in de haven gevallen en met moeite er uitgeholpen. Het afvaren der FLEVO is daardoor deze morgen ook enige uren vertraagd.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 27 februari. De 25e februari is door de scheepsbouwmeester A. van der Hoog te Amsterdam, van de werf Koning William, met goed gevolg van stapel gelaten het brikschip ELIZABETH JOHANNA, kapt. P.A. de Boer, gebouwd voor rekening ener rederij onder directie van de heer H. Hattink aldaar.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Groningen, 25 februari. Scheepsvrachten. Naar Londen of Southampton is de laatste bevrachtitg geweest Sh.18/- met 10%; van Newcastle op hier is afgesloten tot GBP 14 per keel steenkool. Van St. Petersburg wordt geboden NLG 50,- met 15% per roggelast op een Nederlandse haven.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Dantzig, 20 februari. Scheepsvrachten. Om dadelijk te laden Sh.6/- per quarter tarwe naar Firth of Forth.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

In het laatst der vorige week is alhier gearriveerd (opm: waarschijnlijk om op te tuigen) de galjoot ALPHARD, groot 114 ton, kapt. H.L. Roelfsema, van Veendam, gebouwd bij H. Holthuis te Wildervank.


01 maart 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 9 januari. Scheepsvrachten. Omtrent vrachten valt ditmaal bijzonder veel te vermelden. Daags na het vertrek der laatste mail werd de WITTE CORNELISZ DE WITT genomen om te laden te Samarang voor Rotterdam, koffij en rijst à NLG 125, suiker NLG 135, indigo en huiden à NLG 160. De volgende dag werd het besluit der factorie bekend, om geen aan de Nederlandsche Handel-Maaatschappij vervrachte schepen te beladen, wier, volgens charterpartij gestipuleerde termijn van aankomst alhier, bij derzelver arrivement zou zijn geëxpireerd. Hierdoor werden in de afgelopen 14 dagen zes schepen onverwachts ter bevrachting aangeboden en kan men nog een twaalftal tegemoet zien, aan wie hetzelfde lot zal te beurt vallen. Onder deze omstandigheden konden vrachten zich niet staande houden, zijn dus de latere bevrachtingen merkelijk lager afgesloten en hebben vrachten thans een wezenlijke lage tendens. KONING WILLEM II bedong voor rijst alhier te laden NLG 115 en voor suiker op Samarang NLG 120, naar Rotterdam, MARIA NLG 125 voor suiker te laden op Soerabaya naar Amsterdam. VERTROUWEN, rijst of koffij alhier NLG 115, suiker te Samarang NLG 120 naar Rotterdam. MARIANNE koffij à NLG 120, suiker NLG 125, te Samarang te laden naar Rotterdam. ROBERTUS HENDRIKUS, rijst à NLG 110, suiker NLG 117.50, beide alhier naar Rotterdam. SIRIUS, alhier rijst NLG 110, suiker te Soerabaija à NLG 120 naar Amsterdam. ELISABETH EN JACOBA, rijst à NLG 110 en suiker NLG 120, beide alhier naar Amsterdam. ZWALUW NLG 120 suiker, NLG 125 lichte goederen, hier en te Soerabaija naar Amsterdam, en is thans nog onbevracht de JOHANNA HENDRIKA eerst gisteren gearriveerd. Verder zijn hier aangekomen de CALIFORNIE, die voor reders rekening laadt, en te Cheribon (opm: Cirebon) de ZEELAND in Nederland voor de terugreis tot NLG 92 voor suiker bevracht. Volgens de bestaande bepalingen zal deze bodem van Cheribon moeten verzeilen, om de aangebrachte lading op één der drie hoofdplaatsen te lossen. De JANE (Engl.) en WODAN (Deen) bedongen GBP 5.5 en HELEN MARIJ (Eng) GBP 5, alledrie naar Londen voor suiker in matten en hennep als maatgoed, zijnde ter overbrenging der lading van het alhier afgekeurd Engels schip DAVID CLARK van Manilla. HANNIBAL (Hamburger) ligt in lading naar China, na GBP 4.12/6 voor suiker naar Melbourne te hebben geweigerd. EMILIE (Zweed) en CECILIA (Frans) laden voor eigen rekening. Met de bovengenoemde schepen zal plm. 150/m. pic. (opm: 150.000 pikol à 61,7613 kg. = 9,264 ton) particulier product worden weggevoerd.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Zierikzee, 27 februari. Van het wrak van het onlangs nabij Renesse gestrande barkschip HENDRIK, kapt. W. v.d. Hoeven, is bijna niets meer te bespeuren. De jongste stormen hebben het geheel en al uit elkander geslagen, en zijn de overblijfselen ten dele hier en daar op de duinen geworpen, ten dele zee in gedreven, zodat de kopers van het wrak niet eens meer in de gelegenheid zijn geweest, hun gekochte te redden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Harlingen, 27 febuari. Het schip VROUW MARIA, kapt. Kuipers, met haver van hier naar Londen, heeft in de storm van de 25e dezer ankers en kettingen verloren en is, na over de bank gestormd te zijn, te Workum binnengekomen, waar het zal moeten lossen.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Het behaagde den Almachtige na een smartvol lijden, mij heden door de dood te ontnemen, mijne hartelijk geliefde echtgenoot Willem Veeneman, in leven gezagvoerder op het schip MERCURIUS, van Middelburg, in de ouderdom van veertig jaren, na ene genoegelijke echtvereniging van tien jaren, tot diepe droefheid van mij, mijne moeder en verdere bloedverwanten. Zwaar treft mij dit verlies in mijne omstandigheid en mijne twee nog zeer jonge kinderen, die de grootheid van hun verlies niet kunnen beseffen, hopende dat de Heer ons zal troosten en sterken om in Zijnen wijzen wil te berusten.
Londen, 22 februari 1854, Wed. J. E. Veeneman


02 maart 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Ramsgate, 25 februari. Het Nederlandse schip ALBINA, kapt. Zwanenburg, van Amsterdam met 21 landverhuizers naar Suriname bestemd, is alhier lek binnengelopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

New York, 15 februari. De Nederlandse schoener ZEESTER, kapt. Nannenborg, welke de 1e dezer van hier naar Dordrecht vertrok, is lek en met onklare pompen uit zee teruggekomen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Bremerhaven, 27 december. Het Nederlandse fregatschip TWEE GEBROEDERS, kapt. Zeeman, van Batavia naar Hamburg bestemd, heeft eergisteren in de nabijheid van het vuurschip van de Wezer anker en ketting verloren en de grote mast moeten kappen. Hetzelve is met assistentie van de grote Hannoverse loodskotter hier binnengebracht en bij de Nieuwe haven op strand gezet. Het schip is lek.
(opm: zie volgend bericht)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 1 maart. Zijne Majesteit heeft, beschikkende op het verzoek van D. Dronkers als directeur en J.J. de Kanter als administrateur, bewilliging verleend tot de oprichting ener Zeeuwsche Maatschappij van Stoomvaart, welke gevestigd zal zijn te Middelburg.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Scheepsparten. H.J. Rietveld, makelaar, zal op maandag de 6e maart, des avonds om zes uur precies te Amsterdam, in de Nieuwe Stadsherberg aan het IJ, verkopen: - 7/30 parten in het Nederlands gebouwd gekoperd en kopervast tweedeks fregatschip DIONYSIA CATHARINA, gemeten op 435 lasten en gevoerd door kapt. C.J. Jaski. Liggende voor deze stad.
- 5/32 parten in het Nederlands gebouwd, gekoperd en kopervast tweedeks fregatschip ANNA EN ELISE, gemeten op 423 lasten en gevoerd door Kapt. P. Arendspoot. Liggende voor deze stad. Iemand nader onderricht begerende, spreke met bovengemelde makelaar.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Delfzijl, 26 februari. Heden zijn alhier aangekomen de schepen ALBERDINA, kapt. A.A. Wolkammer, van Newcastle naar Hamburg, met verlies van anker, ketting en andere zeeschade, en EELTJE, kapt. S.H. Siccama, mede van Newcastle naar Hamburg, met verlies van anker en ketting, gebroken boegspriet en meer andere zeeschade.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Dantzig, 23 februari. Scheepsvrachten. Heden is bevracht naar Londen tegen Sh.28/- per load balken en latten. Verscheiden bodems liggen gereed om heden of morgen naar zee te gaan.


03 maart 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Bremerhaven, 27 februari. Het Nederlandse schip TWEE GEBROEDERS, kapt. Zeeman, welke bij de Nieuwehaven op strand is gezet – zie ons nommer van gisteren – is niet lek, zoals vroeger gemeld, maar dicht gebleven.
(opm: zie NRC 040354)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 2 maart. De 28e februari is van de sleephelling te Schiedam afgelaten het brikschip ANNA, van de rederij van de heer M. Kerdel. Naar wij vernemen, zal opgehaald worden het barkschip SOLOO van de rederij der heren De Groot, Roelants & Cie.
(opm: voor herstellingen)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Harlingen,1 maart. De enige nog overige Groenlandvaarder DIRKJE ADAMA, is heden van hier ter visserij uitgezeild. Het is te wensen, dat een goede vangst deze tak van nijverheid aanmoedige, opdat er in plaats van het ten vorigen jare alzo afgeschafte schip SPITSBERGEN, een ander in de vaart gebracht worde.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Het schip SJOUKJE, kapt. Dirks, met rogge van Bremen herwaarts bestemd, is volgens telegrafisch bericht, bij Elsfleth gestrand en lek geworden.
(opm: zie NRC 110354)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Malta, 2 januari. Het schip GEORGINA, kapt. Hulman, van Tarsus (opm: Tartoes, Syrië) naar Queenstown bestemd, is alhier de 19e februari lek en met verstopte pompen binnengelopen.


  LC - Leeuwarder Courant

Ameland, 1 maart. Gisteren morgen is alhier in zinkende staat gestrand het Hannoverse kofschip UNION, kapt. J.G. de Bloom, met steenkolen van Newcastle naar Altona bestemd. De schepelingen, ten getale van vier, zijn door de onder directie van de burgemeester zijnde reddingsboot der Noord- en Zuid-Hollandsche Redding Maatschappij, bemand door negen kloeke zeelieden, in afgematte toestand gered. Met laag water is een gedeelte der tuigage en der volksgoederen door middel ener aangebrachte boot gered. Schip en lading schijnen verloren te zijn.
(opm: zie LC 070354)


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. De notaris J.A. Zaal Stroband zal op woensdag de 8e maart 1854, des middags precies ten 12 ure, bij Teunis Beidschat in de Makkumer Wagen te Harlingen publiek tegen contante betaling verkopen het gestrande Nederlandse kofschip GERRITJE KOUMANS (opm: zie NRC 110254), gevoerd door de kapt. H.J.H. Smeding, met het vermoedelijk zich nog in hetzelve bevindende gedeelte der lading, uit stukgoederen bestaande, zodanig als hetzelve is zittende op de Schorhoek in de nabijheid van Makkum.


04 maart 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Bremerhaven, 28 februari. Het Nederlandse schip TWEE GEBROEDERS, kapt. Zeeman – zie ons nommer van gisteren – is hedenmorgen vlot gekomen en in de haven gebracht.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 3 maart. Het schip TJAKIEN, kapt. van Sluis, van Groningen naar Londen, is, volgens brief van de Zoltkamp van de eerste dezer, de 25e februari op het Reitdiep op een kwelder gedreven. Men zou aangenomen hebben het voor NLG 100 weder in vlot water te brengen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Mauritius, 6 januari. Het schip ’s HERTOGENBOSCH, kapt. Van der Braak, van Batavia naar Amsterdam, de 28e september 1853, als vroeger gemeld (opm: zie NRC 021253), lek binnengelopen, heeft de bekomen schade gerepareerd, en is gereed om morgen de reis weder voort te zetten.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Christiansand (opm: Kristiansand), 11 februari. De brik VALBORG, in december l.l. van Wadsoe alhier aangekomen en de 8e januari na volbrachte reparatie naar Amsterdam vertrokken, is gisteren geheel ontramponeerd uit zee teruggekomen.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Galatz, 13 februari. Scheepsvrachten. Al de in de laatste tijd aangekomen schepen zijn op een paar na beladen en reeds weder naar zee. Heden bevindt zich geen enkel beschikbaar schip in de haven. Men betaalde in de laatste dagen Sh.30/- en later ook weder Sh.31/6 en is voor kleine schepen naar Engeland zelfs weder Sh.32/- geboden. De waterstand aan de Sulina-mond is 11 en zelfs 12 voet Engels en dus zo gunstig als ooit. Door de hevige noordenwind is de zandbank verplaatst en veel zand en slijk naar zee gevoerd, en daar het sedert drie dagen op nieuw stevig uit het noorden waait, mag men aannemen, dat dit weder op de waterstand van gunstige invloed zal wezen.


  JB - Javabode

Batavia, 1 maart. Heden is hier aangekomen het Nederlandse schip LEWE VAN NIJENSTEIN, kapt. R.H. Borchers, de 7e januari vertrokken van Port Adelaide.


05 maart 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 4 maart. De 2e maart kwam te Nieuwe Diep van Amsterdam aan het voor rekening van het rijk gebouwde schroefstoomschip PARAMARIBO, gezagvoerder H.H. Zeylstra, bestemd voor de maildienst in onze West-Indische bezittingen.
Bedoeld vaartuig, dat door zijn uit- en inwendige een ieders bewondering wekt, zal, na hier nog enige betimmeringen te hebben ondergaan, spoedig derwaarts vertrekken.


06 maart 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Norden, 27 februari. Een Nederlandse tjalk is bij Baltrum gezonken. Nadere bijzonderheden ontbreken. (opm: zie volgend bericht)


07 maart 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Carolinerzijl (opm: Carolinensiel), 1 maart. Volgens een van Wangerooge ontvangen bericht is aldaar gisteren een Nederlandse tjalk, van Hartlepool met een lading kolen naar Hamburg bestemd, op strand geraakt. Het scheepsvolk is gered en ook heeft men een weinig van de inventaris geborgen. Schip en lading zijn echter geheel weg.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Delfzijl, 2 maart. Heden is hier van Leer gearriveerd het schip JACOBUS CORNELIUS, kapt. Schoon. Dit schip zwaar lek zijnde, is door de schipper Krook, voerende het schip de TWEE GEBROEDERS, en door het Nederlandse recherchevaartuig, gecommandeerd wordende door de visiteur Marcus, binnengebracht.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. De notaris E. Meijer te Nes op Ameland zal bij boelgoed tegen gereed geld verkopen bij het pakhuis van strandvonderijgoederen aldaar,
- Op donderdag de 9e maart 1854, des morgens ten 9 ure de compleet geborgen tuigage van het op de 28e februari l.l. gestrande kofschip UNION, kapt. J.G. de Bloom, bestaande in 19 stuks zeilen, ankers, kettingen, trossen, ankertouw, staand en lopend want, koperen pompen, watervaten, masten, giek, ra’s, gaffel, enzovoort.
- En des nademiddags ten 2 ure het geborgen gedeelte der tuigage van het op de 19e bevorens gestrande en verbrijzelde kofschip AMOR, kapt. Uitermark, bestaande in 9 stuks zeilen, ankers, einden ketting, gekapt touwwerk, masten, giek, gaffel, ra’s, boegspriet, spil en al hetgeen verder ter verkoop zal worden aangeboden.
Nadere informatiën zijn te bekomen bij de heer burgemeester van Ameland, bij gemelde kapiteins en bij de notaris.
Des daags voor de verkoop vertrekt het postschip van Holwerd omstreeks des nademiddags ten 2 ure.


08 maart 1854


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. De notaris J.S. Bokma, te Akkrum, zal op maandag 13 maart 1854, ten huize van de logementhouder S.R. Kuiper, te Akkrum, provisioneel en de 20e dier maand ten huize van de logementhouder A.S. Dijkstra, aldaar, finaal, telkens des namiddags om 2 uur, bij Strijk en verhooggelden verkopen een hecht en wel onderhouden hek-tjalkschip, genaamd HOOP EN VREES (opm: binnenvaarder), met complete inventaris, zodanig dezelve wordt bevaren door de weduwe Van Atze Jentjes Fennema, en thans ter bezichtiging is liggende te Akkrum. Voorgeschreven vaartuig is op de werf van L.W. Werksma te Akkrum gebouwd, en primitief gemeten op 70 tonnen. De betaling zal tegen soliede borgstelling, kunnen plaats hebben bij de aanvaarding en op de 12e november 1854, telkens de helft. Bij biljetten in het brede omschreven.


  JB - Javabode

Batavia, 7 maart. Gisteren is hier aangekomen het Nederlandse schip JACOBA HELENA, kapt. Pfeil, van Adelaide vertrokken de 7e februari.
Heden is hier aangekomen het Nederlandse schip RESIDENT VAN SON, kapt. F.C. Bauditz, van China.


09 maart 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 8 april. Heden is te Amsterdam op het nieuwe terrein van de heren Paul van Vlissingen & Dudok van Heel de kiel gelegd en de steven gezet van één der twee ijzeren stoom-schroefschepen, ieder groot 2.000 tonnen, bestemd voor de vaart van Antwerpen naar New York en voor rekening van de Belgische Trans-Atlantische stoomboot maatschappij, gevestigd te Antwerpen, bij voornoemde heren in aanbouw. Ieder schip zal zodanig worden ingericht, dat daarmede 500 tonnen koopmansgoederen, 500 landverhuizers, benevens 40 passagiers 1e klasse, buiten en behalve de equipage, kunnen worden overgevoerd.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 9 maart. In ons nommer van 13 februari l.l. komt een bericht voor, overgenomen uit de Groninger Courant, betrekkelijk het wedervaren van kapitein N.J. Smaal, die, nadat zijn schip JUNO op de reis van Sulina (opm: Roemenië) naar Konstantinopel (opm: Istanbul) verongelukt was, en hij met zijn equipage een verblijfplaats aan boord van de schoener JANTJE, kapitein van Wijk had gezocht, door laatstgenoemde gezagvoeder werd afgewezen. De Provinciale Groninger Courant behelst, ter toelichting van genoemd bericht, het volgende schrijven van kapitein Van Wijk:
Voor enige tijd wordt in enige bladen van Nederland in de zeetijdingen melding gemaakt, dat kapitein H.O. van Wijk, voerende het schoenerschip JANTJE, kapitein Smaal, bepaald zou hebben geweigerd hem en zijn volk aan boord te nemen in de baai van Siseboli (opm: Sizebolu, thans Sozopol, Bulgarije). Het volgende is een getrouw en op waarheid gegrond schrijven van kapitein H.O. van Wijk, ter wederlegging van het van het gemelde van kapitein Smaal betrekkelijk die weigering.
De tweede kerstdag des avonds lag het schip JANTJE door tegenwind ten anker in de baai van Siseboli. Daar de JANTJE vrij was om quarantaine te houden, ontving de loods, die te Konstantinopel aan boord was gekomen, en tevens quarantaine-wachter was, de strengste bevelen om in geen geval enige gemeenschap met schepen of boten in de baai te mogen hebben. Deze loods, een zeer onbekwaam persoon, veroorzaakte veel ongenoegen aan boord, en had reeds gedreigd bij terugkomst in Konstantinopel kapitein Van Wijk aan te klagen, omdat ik een weinig vroeger kapitein Overzee in het geheim met raad en daad had bijgestaan. Toen nu de boot, waarmede kapitein Smaal en zijn equipage hun zinkend schip hadden verlaten, de JANTJE op zijde kwam, maakte de loods een groot misbaar en belette het overkomen der schipbreukelingen door een vernieuwde bedreiging van aanklacht.
Alle vertogen baatten niets, zodat, om toch eindelijk een einde aan deze toestand te maken, tussen kapitein Smaal en mij geheel in der minne werd goed gevonden, dat Smaal zou trachten aan boord te geraken ener stoomboot, in de nabijheid liggende, die reeds fris opstookte en volgens zeggen van de loods naar Konstantinopel was bestemd, het geen natuurlijk in het belang van beide partijen ware geweest, te meer daar de beperkte ruimte der JANTJE met een bemanning van zeven koppen, onmogelijk voor enige duur een tweede equipage kon bergen. Voor dat echter kapitein Smaal weder van het schip afstak, werd nog afgesproken, dat, bijaldien de stoomboot niet naar Konstantinopel was bestemd – want men wantrouwde de verzekering van den loods – ze dan bij mij zouden worden opgenomen, het kostte wat het wilde, weshalve dan ook reeds warme spijs, klederen en ligplaats zo goed mogelijk voorlopig werd gereed gemaakt.
Kapitein Smaal, de stoomboot bereikt hebbende, verneemt, dat zij naar Galatz (opm: Roemenië) bestemd is, en in stede van naar de JANTJE terug te keren, vat hij de mening op, dat men hem voorbedachtelijk had afgewezen, hebbende hij zijn eigen aantijgingen, zoals de dagbladen hebben vermeld, hierop gegrond. De Franse brik, waarheen kapitein Smaal zich toen gewend heeft, had ook geen de minste zwarigheid, daar hij toch onder quarantaine was gesteld.
Ik hoop, zegt Van Wijk, dat dit waarachtig verhaal voldoende zal zijn voor de openbare beoordeling mijner handelwijze, en twijfel geenszins of ieder weldenkende zal inzien, dat ik ten deze mijn plicht als zeeman, als Christen en als mens geenszins heb verzuimd of verloochend.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hamburg, 6 maart. Het schip WICHERDINA, kapt. D.A. Degenhard, van Rouaan naar Hull, is de 1e dezer op 54º09’ NB 04º30’ WL gepraaid, hebbende in een storm de boegspriet, de boot, verschansingen en alles van het dek verloren, en enige lekkage bekomen, doch zou de reis voortzetten.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Groningen, 7 maart. Scheepsvrachten. Heden is bevracht Sh.16/- met 10 pCt naar Londen per 10 quarters haver. Van Hamburg NLG 450,- in eens af voor circa 45 last hout. Van St. Petersburg NLG 50,- met 15 % per roggelast.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Dantzig, 28 februari. Scheepsvrachten. De aanhoudende stormen uit het Noord-Westen beletten de hier gereed liggende schepen naar zee te gaan. Daarentegen zijn hier verscheidene Deense en Engelse schepen aangekomen. Bedongen: Londen Sh.6/3, Hull Sh.6/- à 6/4, Firth of Forth Sh.6/, Hartlepool Sh.6/- per quarter; Londen Sh.28/-, Dundee Sh. 27/- per load balken. – Voor hout zijn deze prijzen vast, doch voor granen zijn zij moeilijk te bedingen. Het ijs zit op de Weichsel en binnenwateren nog vast, en daar het nog dagelijks vriest, zo is vooreerst nog aan geen open water te denken.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Koningsbergen, 28 februari. Scheepsvrachten. De laatste tijd werd hier o.a. bedongen door hier liggende schepen: Oostkust van Schotland Sh.5/4 per quarter tarwe, Sh.34/- per ton beenderen, Oostkust van Engeland en Londen Sh.60/- per ton vlas; voor schepen, die nog verwacht worden, voor kolen van Schotse havens Sh.5/- à 5/3, Oostkust van Engeland Sh. 5/3 à 5/6 per quarter tarwe en Sh.30/- per ton beenderen; Amsterdam en de Maas NLG 30 per last rogge; van Pillau naar de kolenhavens aan de Oostkust van Engeland en Londen Sh.5/- à 5/6, Humber Sh.5/3 per quarter tarwe.
Welke gang de bevrachting na heropenen van de scheepvaart zal nemen laat zich nog niet vooruitzien, daar dit geheel zal afhangen van de loop van staatkundige gebeurtenissen. Na dooiweer hebben wij sedert de 25e weder vorst, wind N. en N.N.W. Het Haff wordt nog gepasseerd met beladen sleden. De Rönne bij Pillau is nog gedeeltelijk met ijs bedekt. Kanaal en zeegat zijn open.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Memel, 27 februari. Scheepsvrachten. Sedert de 23e is bedongen: naar Hull Sh.28/- per load, Stockton Sh.25/6 per idem, Grimsby of Hull Sh.6/- per quarter tarwe.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Constantinopel,14 februari. Scheepsvrachten. Op betere berichten uit Odessa zijn de prijzen vaster (opm: stijgend). Bedongen: naar Engeland Sh.10/- à 12/- per quarter van hier, Sh.25/- er idem van de Donau, van Eupatoria naar Schiedam NLG 97 per last rogge.


10 maart 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 9 maart. Maandag j.l. (6 maart) is nog op de sleephelling te Schiedam opgehaald het schip WILLEM III, zodat er thans twee barkschepen op staan – het ander is de SOLOO – beide van de heren De Groot, Roelants & Co.
(opm: ter reparatie).


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Men presenteert uit de hand te koop: een wel onderhouden hecht tjalkschip, groot 35 tonnen, met mast, roer, zwaarden, zeil en fok, ankers en touwen, zo als het is liggende en te bevragen bij W.J. Leijenaar, scheepstimmerbaas op de Koningsbuurt in de nabijheid van Harlingen.


  LC - Leeuwarder Courant

Ondergetekende maakt bekend dat hij bij zijne affaire zal uitoefenen een mast-, blok- en pompmakerij.
Stavoren, A.H.Veldstra, scheepsbouwmeester en grofsmid.
(opm: zie LC 200154)


11 maart 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 10 maart. Heden is van de werf het Witte Kruis, van de scheepbouwmeesters J. Meijjes & Zonen, te Amsterdam van stapel gelopen, het schoenerschip ANNA MARIA HENRIETTA, gebouwd voor rekening van de heren C.A. Schröder en A.F. Schröder, zullende worden gevoerd door kapt. G. Zwanenburg.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 10 maart. De 7e dezer liep met goed gevolg van de Zuiderwerf te Groningen van stapel het fraai en net gebouwd galjootschip WIERDINA HINDERIKA, groot ongeveer 70 roggelast, zullende bevaren worden door kapt. H. Meezenbroek, van Groningen. Het is gebouwd bij de scheepsbouwmeester G.K. de Vries, aldaar.
(opm: voor rekening van H.B. Onnes, Groningen).


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Zierikzee, 8 maart. Heden werd met het beste gevolg te water gelaten het gezinkt schoener-galjootschip STAD SLUIS, groot 220 gemeten tonnen, gevoerd zullende worden door kapt. Eddes, gebouwd voor rekening ener rederij onder directie der heren J. Borghmans en A. Benier, te Vlissingen, op de werf de Goede Intentie, alhier, van de scheepsbouwmeester J. Strickaert, terwijl terstond de kiel werd gelegd voor een schoenerschip voor rekening van dezelfde firma.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Bremen, 6 maart. Van de lading ex-SJOUKJE, kapt. Dirks – zie ons nommer van de 3e maart, art. Amsterdam – zullen morgen 28 lasten beschadigde rogge verkocht worden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hellevoetsluis, 10 maart. Heden namiddag omstreeks half één ure is het Nederlands fregatschip BIESBOSCH, van Texel komende, bij het ten anker komen op onze rede, tegen de Noordwal bij de April-Dam aan de grond geraakt en zit bij het vertrek der post nog vast. De aangeboden hulp der slampampers (opm: leeglopers, nietsnutten) is vooralsnog niet aangenomen.
(opm: zie volgend bericht)


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Hartlepool, 2 maart. Scheepsvrachten. De bevrachting is weer meer aangewakkerd. Door de Engelse regering is voor een aanzienlijke ruimte gecontracteerd tot het vervoeren van steenkolen. Overigens vreest men, dat de oorlog (opm: de Krim-oorlog), als hij doorgaat, op het verkeer met het buitenland ongustig zal werken. Ook blijft het de vraag, in hoever de neutrale vlaggen als zodanig zullen erkend worden. Buitengewoon hoog waren in de laatste tijd de vrachten voor de kustvaart. Naar Londen werd in het begin van het jaar Sh.14-/ à Sh.14/6 en voor ongeveer 14 dagen nog zelfs Sh.15/- besteed. Sedert zijn zij echter weder tot Sh.9/9 gedaald. Naar Lübeck, Stettin, etc. wordt Sh.13 à 14/10 voor kolen geboden.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Odessa, 22 februari. Scheepsvrachten. Sedert de 11e dezer zijn hier circa 60 schepen aangekomen. Door de drift om de waren af te zetten zijn de vrachten op Engeland weer iets gestegen. Middellandse en Adriatische zee daarentegen lager. De onzekerheid wegens de loop de staatkundige gebeurtenissen verhindert elke nieuwe speculatie, zodat alleen nog de voorhanden orders worden uitgevoerd.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Advertentie. Door omstandigheden wordt te koop gepresenteerd een geheel nieuw galjootschip, groot pl.m. 65 rogge-lasten, met deszelfs opgoederen, liggende bij de werf van U.O. van der Werf te Hoogezand. Nadere informatie te bekomen bij de heer J.D. Hoen aldaar.


12 maart 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hellevoetsluis, 11 maart. Het schip BIESBOSCH, hetwelk zoals gisteren gemeld, tegen de Noordwal aan de grond was geraakt, is ongeveer ten twee ure des middags door de doorkomende ebstroom, kracht van zeil en met achterlating van een anker en ketting, zonder assistentie in vlotwater gekomen en heeft onmiddellijk de reis naar Dordrecht vervolgd.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 11 maart. Het schip (opm: tjalk) JANTINA, kapt. Joosten, van Colding (opm: Kolobrzeg), is, volgens brief van Delfzijl van de 9e dezer, wegens zware mist op de Ransel gestrand, doch weder af en zwaar lek, en met verlies van anker en touw aldaar de 7e dezer binnengebracht. Het moet lossen om te repareren.


13 maart 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Brouwershaven, 11 maart. Heden is op Noordland gestrand de Engelse schoener DIADEM, kapt. H. Cullings, van Liverpool naar Dordrecht. De equipage, bestaande uit 9 man, is door de Zuid-Hollandsche reddingschokker No. 2, gevoerd door schipper G. van Duyn, op de hoogte van de vuurtoren opgenomen en alhier behouden aangebracht. Van schip en lading zal waarschijnlijk niets geborgen worden.
(opm: vergelijk DC 140354)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 12 maart. Het schip MARIA, kapt. K.H. Dijkhuis, van hier naar Triëst, in Texel uit zee teruggekomen, heeft wegens aanzeiling de boegspriet verloren en meer andere belangrijke schade bekomen.


14 maart 1854


  AH - Algemeen Handelsblad

Garding (Westerhever), 3 maart. Aan het strand alhier is aangespoeld een pak scheepspapieren van het jaar 1850/1851, afkomstig van het schip VROUW ELISABETH, kapt. W.L. Snuit. Aangaande de tjalk VROUW ELISABETH, kapt. W.L. Snuit van Nederland naar Krageröe, reeds voor de 19e maart 1853 te Hvidingsöe binnengelopen, heeft men sedert niets meer vernomen.
(opm: geen Nederlandse VROUW ELISABETH / VROUW ELIZABETH gevonden met een kapiteinsnaam die lijkt op Snuit)


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Kapt. Dirk Berend Nolte Piebes, gevoerd hebbende het Nederlandse kofschip de EENDRAGT, is voornemens op maandag 27 maart e.k., des voormiddags ten 11 ure, te Westerschelling door een bevoegd beambte en voor rekening zijner principalen publiek te doen verkopen zijn genoemde kofschip en zich daarbij bevindende inventaris, zoals hetzelve thans in beschadigde staat is liggende in de haven te Terschelling, en zulks uithoofde der wettelijk bewezen onbevaarbaarheid van gezegd schip. Informatie is te bekomen bij de heren H. Stobbe & Liberg, scheeps-commissionairs te Terschelling.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Door omstandigheden wordt te koop gepresenteerd een geheel nieuw galjootschip, groot pl.m. 65 Roggelasten, met deszelfs opgoederen, liggende bij de werf van U.O. van der Werf te Hoogezand. Nadere informatiën te bekomen bij de heer J.D. Hoen aldaar.


  DC - Dordtsche Courant

Op 10 maart des morgens, is op het Noorland bij de Roompot gestrand de Engelse schoener DIADEM, kapt. H. Collings. De equipage had zich in twee boten geborgen en werd bij de noordpunt van het Noordland door de Reddingschokker No. 2 ontmoet en opgenomen en behouden te Brouwershaven aangebracht.


15 maart 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 15 maart. Men verneemt, dat zich enige handelshuizen te Nijmegen hebben verenigd tot het in werking brengen ener vracht- en sleepbootdienst in het beurtveer tussen de steden Nijmegen en Rotterdam vice versa, waarbij de thans bestaande beurtschippers als kapiteins zullen dienst doen. De concessie is bereids op naam van één hunner, G. Janssen, aangevraagd en een stoomboot van de Keulse maatschappij, de CORSAIRE ROUGE, aangekocht.
(opm: zie Kroniek 1853 onder NRC 131253)


  JB - Javabode

Batavia, 11 maart. Heden zijn hier aangekomen de Nederlandse schepen ABEL TASMAN, kapt. J. Hensing, van Sydney vertrokken de 16e januari, en AREND, kapt. L. Hees, de 15e januari vertrokken van Launceston.


16 maart 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 25 januari. Scheepsvrachten. In vrachten is weder belangrijk omgegaan, en zijn dezelve nog steeds vast met een grote behoefte voor meerdere disponibele ruimte. Het volgende werd daarin gedaan: de JOHANNA HENDRIKA suiker alhier à NLG 120 en koffij te Samarang à NLG 115 naar Amsterdam; de ANNA LENA suiker à NLG 120 en koffij à NLG 110, beide alhier naar Amsterdam; de WILHELMINA suiker te Bezoekie à NLG 125 en rijst te Soerabaija à NLG 110, naar Rotterdam; de WALCHEREN rijst alhier à NLG 115 en suiker te Samarang à NLG 125, naar Amsterdam; de PRINS VELDMAARSCHALK rijst alhier à NLG 110 en suiker alhier en te Soerabaija à NLG 125, naar Rotterdam; de PRINS MAURITS rijst en koffij alhier à NLG 110 en suiker à NLG 120, naar Amsterdam; de KOLONEL KOOPMAN rijst alhier à NLG 110 en suiker te Soerabaija à NLG 125, naar Amsterdam. De MALVINA ligt in lading naar China.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Norden, 11 maart. De 9e dezer is op het eiland Juist gestrand het Nederlandse schip GEERTINA, kapt. H.F. Dijkstra (opm: hektjalk GEERTINA VAN NOORDHORN, bouwjaar 1849; kapt. Harm Fokkes Dijkstra), van Hamburg met balken naar Harlingen bestemd. De bemanning en inventaris is gered. Of men de lading zal kunnen bergen is nog onzeker.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Dantzig, 9 maart. Scheepsvrachten. De bevrachting is zeer levendig, doch de prijzen zijn iets achteruit gegaan. Bedongen is Londen Sh.5/6, Oostkust van Groot-Brittannië Sh. 3/6, kolenhavens Sh.5/-, West Hartlepool Sh.5/- per quarter, Antwerpen NLG 31 en 15 pCt. per last tarwe, Whitby Sh.27/6 per load balken, Peterhead Sh.28/- voor latten, Amsterdam NLG 30 per last rogge.


17 maart 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 16 maart. De 14e maart is van de scheepstimmerwerf van de heer F. Smit te Kinderdijk te water gelaten het campagne-barkschip AUSTRALIË, groot 360 gemeten lasten, gebouwd voor rekening van de heren Blaauw & Co. te Amsterdam, bestemd voor de grote vaart, zullende gevoerd worden door kapt. D.B. Jochems.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Te Amsterdam ligt in lading naar Melbourne en Sydney het nieuw gebouwd brikschip WILEM EGGERTS, kapt. H. Faber, om tegen ultimo maart te vertrekken. Adres bij de cargadoors De Vries & Co te Amsterdam.
(opm: eerste reis)


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Hektjalk. De notaris J.S. Bokma te Akkrum zal op maandag de 20e maart 1854 des nademiddags om 2 uur, ten huize van de logementhouder A.S. Dijkstra te Akkrum finaal bij strijk- en verhooggelden verkopen: een hecht en wel onderhouden hektjalkschip, genaamd HOOP EN VREES, met complete inventaris, zodanig dezelve wordt bevaren door de weduwe Atze Jentjes Fennema, en thans ter bezichtiging is liggende te Akkrum. Voorschreven vaartuig is op de werf van L.W. Werksma te Akkrum gebouwd en primitief gemeten op 70 tonnen. De betaling zal tegen soliede borgstelling kunnen plaats hebben bij de aanvaarding en op de 12e november 1854, telkens de helft. Bij billetten is het breder omschreven. En waarop bij de provisionele verkoping, gehouden op de 13e maart j.l. geboden is de geringe som van NLG 1.700.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie: Verkoping van een uitmuntenden wind-oliemolen en van huizen en landen op Schilkampen bij- en onder Leeuwarden.
De notaris J. Albarda Hzn te Leeuwarden, zal ten verzoeke van den Heer Mr. C.C.C. Warmolts, Procureur aldaar, op maandag den 3 april 1854 provisioneel, en op dinsdag den 18 dier maand finaal, telkens des namiddags ten 4 ure bij Castelein in de Ster aldaar, tegen strijk- en verhooggelden verkoopen: (opm: volgen 23 kavels, waarvan 3, 13 en 15 hieronder)
3. Een huizinge en scheepstimmerwerf, c.a. op Schilkampen aldaar, gekwoteerd Letter M nos 208 en 207, sectie F nos. 368 en 367, in huur bij Sipke Jiskes Drijver.
13. Een huizinge met plaats en bleek, c.a. daarnaast, gekwoteerd Letter M no. 220, sectie F no. 382, in huur bij Jaring van der Meulen.
15. Een scheepstimmerwerf en grote timmerschuur c.a. daarnaast, gekwoteerd Letter M no. 222, sectie F no. 384, groot ruim 12 roede, in huur bij Jaring van der Meulen.
Te aanvaarden: 3, 13 en 15 op 12 november 1854.


18 maart 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. M. Vriesendorp, J.P.M. Boonen, E. Mauritz, A.C. van Wageningen Jr, P.J. de Kanter Jr. en H. Boonen, makelaars te Dordrecht, zullen op maandag de 3e april 1854, des middags ten 12 ure, in het Nederlandsch Koffijhuis van J. Zahn verkopen: een extra ordinair, welbezeild schoener-kofschip genaamd de JONGE CLEMENS, varende onder Nederlandse vlag, gevoerd door kapt. R. Koeman, volgens meetbrief lang 21,20 ellen, wijd 4,02 ellen, hol 2,33 ellen, en alzo gemeten op 89 ton of 47 lasten, liggende in de Nieuwehaven te Dordrecht, en breder bij inventaris omschreven. Nadere onderrichting te bekomen bij bovengemelde makelaars en de heren Sandberg & Co, cargadoors te Dordrecht, alsmede bij de heer C. Koeman te Alkmaar.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Men meldt uit Neuzen (opm: Terneuzen) van de 15e het volgende. De galjoot EDOUARD, behorende aan de rederij onder directie van de heer N.J. de Cock te Gent en bestemd naar Liverpool met ballast, geraakte na het passeren der grote of westersluis de haven willende uitzeilen, aan de rechterzijde van de mond van het kanaal aan de grond, met dat gevolg dat zij zodanig overhelde, dat men voor omslaan beducht was. Door bevestiging van verscheidene takels vanaf de masten van het schip tot aan de wal, welke evenwel de eerste keer braken, is het gelukt het schip tot het opkomen van het water te houden. De oorzaak van het ongeval schrijft men toe aan de omstandigheid, dat de wind bij het uitzeilen der sluis eensklaps opstak en keerde, waardoor het vaartuig niet te richten was.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Uit de hand te koop het fraaie, extra snelzeilende, gezinkte Deense schoenerschip HYGEA, vier jaren oud, groot 44 Deense commercie-lasten, in Engeland gemeten op 111 ton, voorzien van zeer complete inventaris, thans te Rotterdam liggende en aldaar te bevragen bij de makelaas F. & W. van Dam.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Groningen. Gisteren arriveerde alhier het schoenerschip THETIS, groot 144 ton, bevelvoerder J.S. Bakker, van Veendam, gebouwd bij J. Hooites te Hoogezand.
(opm: nieuwbouw, van de werf naar de stad Groningen)


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Advertentie. Uit de hand te koop het Russisch schoenerschip WELLAMO, kapt. A. Lagerstam, groot circa 100 roggelasten, oud 3 jaren, beladen met steenkool en cinders, komende uit Newcastle en bestemd naar Malaga, met deszelfs zeil en treil, zoals hetzelve te Zoltkamp is liggende. Gegadigden vervoegen zich bij de heer Vos, Russisch consul te Delfzijl, of bij kapt. A. Lagerstam. Adres J.A. de Boer, te Zoltkamp.
(opm: de schoener werd [te eniger tijd] alsnog naar Kristiansand, Noorwegen, verkocht; op 5 maart 1857 werd de schoener aangekocht door W.J. Swart, Kampen, kreeg de naam DRIE GEBROEDERS en Jan Flik als kapitein)


  JB - Javabode

Advertentie. Stoom-sleepdienst der TJITARUM. Deze stoomsleper, tussen Batavia en Moeara Blatjang geregeld varende, zal ook particuliere praauwen vice versa tegen de ondervolgende gerede betaling slepen:
praauwen van 10 koyangs en daar beneden, voor eens NLG 15, voor de heen- en wederreis NLG 25; praauwen boven de 10 koyangs NLG 1,60 voor elke koyang daarboven. Praauwen zonder eigen sleeptrossen betalen NLG 4,- extra.
Bij een genoegzaam aantal particuliere praauwen, te Batavia of te Moeara Blatjang verenigd, zal de stoomsleper een afzonderlijke reis maken.
Nadere informatiën bij de gezagvoerder Neijts aan boord.
Gemelde sleper wordt mede aangeboden tot het verrichten van sleep- en andere diensten op de binnen- en buitenreden dezer stad, telken male dat het vaartuig zich binnen de haven van Batavia zal bevinden, zo mede zullen alle soorten van particuliere goederen, mits voorzien van uitklarings-consenten ten allen tijde worden aangenomen voor de overvoer tussen Batavia en Moeara Gembang.
Informatiën deswege in te winnen bij de eigenaar, de heer De Stuers, Kramat Oost.
(opm: dit schip bezat na 1865 een zeebrief)


  JB - Javabode

Batavia, 17 maart. Heden is hier aangekomen het Nederlandse schip ZES GEZUSTERS, kapt. Ruhaak, de 19e november vertrokken van Rotterdam.


19 maart 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 18 maart. Heden is van de werf De Boot van de scheepsbouwmeester F.F. Groen in de Groote Wittenburgerstraat te Amsterdam te water gelaten het barkschip WILLEM DANIEL, groot 250 lasten, gebouwd voor rekening van de heer J.D. Cramer aldaar, en gevoerd zullende worden door kapt. T. de Meester
Daarna is voor rekening ener rederij onder dezelfde directie de kiel gelegd voor een barkschip, groot 225 lasten, hetwelk genaamd zal worden KONING WILLEM III.
(opm: zie ook NRC 040454)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Gibraltar, 7 maart. Een masteloze Nederlandse kof, diep geladen, en van Amsterdam komende of derwaarts gedestineerd, gesleept door een groot, vermoedelijk Nederlands, schip, waarmede het scheen in aanzeiling te zijn geweest, is de 6e dezer op 37º NB 08º WL gezien. Het laatste had de boeg ingestoten en zette noordwaarts koers. De kof was vermoedelijk genaamd ADMIRAAL. (opm: de KAASHANDEL, zie NRC 230354 en 270354)


20 maart 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlissingen, 18 maart. Naar men verneemt, is er order ontvangen om Zr.Ms. fregat DE RUYTER in gereedheid te brengen voor de dienst, en zulks binnen de tijd van drie maanden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Bridlington Quay, 16 maart. Het Nederlandse schip BERTHA, kapt. Wold, van Dordrecht naar Newcastle, heeft na geëindigde reparatie wegens aanzeiling, zijn reis vervolgd.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 25 januari. Van Pontianak wordt het volgende bericht: In de namiddag van de 5e december lag de alhier tehuis behorende bark DJOEDOOL KARIM, waaruit juist een lading zout was gelost, geheel ledig en ongeballast op stroom, gereed om naar het Boeginese kamp over te steken, toen eenklaps een hevige bui het schip deed omslaan, zodanig, dat de kiel bijna geheel boven lag. Op dat ogenblik bevonden zich aan boord 1 serang (opm: bootsman), 2 roergangers, 6 matrozen, 1 kok, 3 vrouwen en 1 kind. De 9 eerstgenoemden, die het onheil zagen aankomen, sprongen overboord en werden spoedig gered. Een ogenblik later ontkwam nog een vrouw door een der geschutpoorten; de vier andere personen werden niet gezien.
Het schip terstond te lichten, daaraan viel niet te denken. De havenmeester Kater en de klerk De Neve, die beiden hun opleiding aan de Kweekschool voor de Zeevaart te Amsterdam genoten, betoonden alle moed en gaven het voorbeeld aan de verschrikte inlanders. Men wilde een gat in het schip kappen doch de geredde opvarenden verklaarden eenparig, dat zich niemand tijdens het omslaan beneden bevond, doch allen op het dek waren. Tot laat in de avond zocht men te vergeefs naar de vier overige ongelukkigen, die men veronderstelde in de rivier gezonken of in het tuig vastgeraakt zijn.
De gemachtigde van de eigenaar, welke laatste naar Mekka ter bedevaart is, gaf reeds alle hoop om het schip te redden op, en wilde het koper enz. slopen; doch beide genoemde heren dachten er anders over en wilden nog pogingen in het werk stellen, om het vaartuig te lichten. Door de invloed van het bestuur werden de opvarenden der zes zich alhier bevindende schepen ter beschikking gesteld van de havenmeester, en reeds de volgende morgen werd een met zout beladen liggende bark bij wijze van kiellichter gereed gemaakt om het schip te lichten. Toen dit gedeeltelijk gelukt was, werd het lijk van de kok in het tuig onklaar gevonden.
De 7e was het zover gelicht, dat de stengen en raas konden worden weggenomen, en reeds de 8e was het geheel gelicht; zodat men het de 9e met zoveel bamboezen en lichte boomstammen kon voorzien, dat het van de lichter kon worden losgemaakt zonder gevaar om te zinken.
De 11e werd het vaartuig met hoog water tegen de wal aangehaald, en bij verminderde waterstand der rivier met alle kracht uitgeschept, waarmede men tot laat in de avond bezig bleef. De lijken der drie andere ongelukkigen werden die dag in onkenbare, reeds gevorderde staat van ontbinding gevonden. Een dag later dreef het schip weder, en was behouden voor de eigenaar aan de wal vastgelegd.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. De makelaars H.F.N. en W.H. Montauban van Swijndregt en F. & W. van Dam, te Rotterdam, zijn van mening, als lasthebbende van hun meesters, op dinsdag de 4e april 1854, des middags ten 12 ure, in de zaal op de hoek der Scheepsmakershaven, wijk 1, no. 499, te verkopen: de snelvarende stoomboot PRINSES MARIANNE, gevaren hebbende tussen Middelburg en Rotterdam, volgens meetbrief lang 23,43 el, wijd 5,51 el, hol 1,70 el en alzo groot 118 tonnen (na aftrek van de machinekamer), met deszelfs complete stoommachine van 70 paardenkracht, en verdere inventaris, zoals dezelve is liggende in de Haringvliet binnen deze stad. Nadere onderrichting begerende, spreke men bovengemelde makelaars.


  AH - Algemeen Handelsblad

Vlie, 16 maart. Uitgezeild TRINETTE, kapt. Nieland (opm: kof, ex-HUNDEREN, kapt. P.A. Nieland), naar Noorwegen.


21 maart 1854


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Uit de hand te koop het fraaie, kopervaste Russische barkschip HALTIO, groot 398 ton, gebouwd in 1851, voorzien van een metalen huid en zeer complete inventaris, liggende te Rotterdam en aldaar te bevragen bij de makelaars F.& W. van Dam.


22 maart 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Galatz (opm: Roemenië), 26 februari. Het schip BERNARDUS, kapt. Venster, is de 26e januari op de baar van Sulina (opm: Roemenië) gestrand, doch de 31e dito met adsistentie van twee boten en na bijna 1/3e gedeelte der lading over boord geworpen te hebben, weder afgebracht. Het had veel schade bekomen, een anker, ketting en trossen verloren en een groot gedeelte van het touwwerk moeten kappen.


  JB - Javabode

Advertentie. De kapitein-ter-zee, belast met het beheer over de Gouvernements-schoeners en kruisboten, maakt bekend, dat op de vendutie van de 24e dezer bij de heren Voute & Jacobson om 11 ure des morgens zullen verkocht worden twee afgekeurde Gouvernements-kruisboten, liggende in de rivier bij de welkomst-batterij.


  JB - Javabode

Batavia, 20 maart. De 18e dezer is hier aangekomen het Nederlandse schip BANCA, kapt. B.C. ten Ham, de 7e februari vertrokken van Melbourne.
Heden is hier aangekomen het Nederlandse schip NEÊRLANDS INDIË, kapt. L.M. Delcliseur, de 21e januari vertrokken van Sydney.


23 maart 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 22 maart. Jongstleden zaterdag (opm: 18 maart) werden te Londen 12 Nederlandse koopvaardijbodems voor Australië beladen, als:
Naar Sydney: ADMIRAAL ZOUTMAN (832 ton), van Rotterdam, kapt. P.D. Nap; CORNELIA EN HENRIETTE (747 ton), van Amsterdam, kapt. T. Gollards en SCHOONDERLOO (440 ton), van Rotterdam, kapt. A.F. Marmelstein.
Naar Hobart Town: BALTIMORE (685 ton), van Amsterdam, kapt. E. Poestkoke.
Naar Melbourne: RIJSWIJK (571 ton), van Rotterdam, kapt. J.R.N.J. Bijl.
Naar Port Philip: MERCURIUS (459 ton), van Middelburg, wijlen kapt. W. Veeneman (opm: vervangen door kapt. F. Nepperus Fzn); COPERNICUS (740 ton), van Alblasserdam, kapt. E.F. Prater; en BULGERSTEYN (601 ton), van Rotterdam, kapt. A.J. Maas.
Naar Geelong: ANNA (325 ton), van Dordrecht, kapt. W.H. Cramer, en OOST-INDIËN (653 ton), van Amsterdam, kapt. E.E. Mos.
Naar Adelaide: GESINA (588 ton), van Amsterdam, kapt. P. Burggraaf, en PANTALON (411 ton), van Rotterdam, kapt. M.F. Remmers.
In het geheel werden te Londen voor Australië beladen 87 schepen.
Te Liverpool werden jl. zaterdag beladen: voor Sydney, REMBRANDT VAN RHIJN (340 ton), van Amsterdam, kapt. J.H. van Wijngaarden en CORNELIS HOUTMAN (619 ton), van Amsterdam, kapt. J.H. Rolman.
Voor Adelaide: HENRICUS GERARDUS (382 ton), van Amsterdam, kapt. P. de Boer Cz.
In het geheel werden te Liverpool 35 schepen voor Australië beladen.
(opm: de ‘lading’ bestond in veel gevallen naast emigranten vooral uit gedeporteerde veroordeelden, zie ook NSC 130253)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 22 maart. De gegronde hoop, die men sedert enige tijd te Appingedam en Delfzijl had, dat van laatstgenoemde plaats op Londen eerlang vanwege een Engelse maatschappij een stoomboot in de vaart zou worden gebracht, is vooreerst, naar wij vernemen, teleurgesteld, doordat de gezegde maatschappij vreesde, niet met de grote maatschappij van de heer Robinson te kunnen concurreren. Men spreekt ervan, dat er nu nog bij laatstgemelde heer pogingen tot verwezenlijking van het plan zullen worden in het werk gesteld. Zo ook dit mocht mislukken, schijnt men te vrezen, dat de verwezenlijking van zoveel goeds, als men zich met bedoelde stoombootdienst voor die streken voorstelde, nog geruime tijd op zich zal kunnen laten wachten.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 22 maart. Volgens particulier bericht zou kapt. W.J. Nepperus, voerende de te Dordrecht te huis behorende galjoot ANTHONY, na deszelfs vertrek van Konstantinopel (opm: Istanbul), zware stormen en hoge zeeën hebben doorgestaan, waardoor het schip lek is geworden en hij de 21e februari genoodzaakt is geweest te Syra binnen te lopen. De equipage bevond zich wel.
(opm: zie NRC 260454)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Dover, 19 maart. De 2e dezer is op 26º NB 08º WL gezien het schip KAASHANDEL, wijlen kapt. D.J. Zijlstra, van Marseille naar Rotterdam, op sleeptouw van een driemastschip, hebbende wegens aanzeiling de masten verloren. De kapitein was over boord geslagen en verdronken – zijnde dit het schip in ons nommer van de 19e dezer gemeld.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Harwich, 19 maart. Het schip GESINA HINDERIKA, kapt. J. Breeland, van Oporto naar Leith, te Ipswich binnengelopen, heeft zware stormen doorgestaan en daardoor lekkage en meer andere schade bekomen.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Wordt te koop gevraagd een welbezeild schip, groot volgens Nederlandse meetbrief 44 à 80 lasten, voorzien van behoorlijke inventaris en opgave van grootte en prijs. Adres franco onder letter J.C. bij de kantoor-boekverkopers Van Tubergen & Kruijsmulder, Rokin bij de Vijgendam te Amsterdam.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

China, 25 januari. In lading ligt voor San Francisco de JACOBA CORNELIA, kapt. Lodewijks; deze is voor 18.000 piasters bevracht.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Groningen, 21 maart. Scheepsvrachten. Naar Londen of de Oostkust Sh.20/- met 10 %, met Sh.2/- verhoging naar het Kanaal, per last van 10 quarters haver.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Odessa, 4 maart. Sedert de 22e februari j.l. zijn hier circa 30 schepen aangekomen. Bij vrij levendige affaire zijn de prijzen enigszins gestegen, doch het gisteren bekend geworden verbod van uitvoer van granen uit de havens der Zwarte- en Azov-zee tot de 13e september en het daarbij gevoegde bevel om alle inscheping onmiddellijk te staken, heeft eensklaps aan alle operatiën een einde gemaakt. Bij de geringe voorraad aan andere goederen zal het moeilijk, ja bijna onmogelijk zijn de alsnu overcomplete ruimte behoorlijk te vullen.


24 maart 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Falmouth, 19 maart. Het schip (opm: Belgische brik) de NIJVERHEID, kapt. P.A. Lievens, van Liverpool naar Ostende, is alhier lek binnengelopen.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. H.J. Rietveld en P. Blom, makelaars, zullen op maandag de 27e maart, des avonds ten 6 ure, in de Nieuwe Stads Herberg aan te IJ te Amsterdam, ten overstaan van de deurwaarder B.D. Beets, verkopen een extra ordinair welbezeild barkschip, varende onder Russische vlag genaamd THEMIS, gevoerd door kapt. G. Inglessi, volgens Nederlandse meetbrief lang 30,00 el, wijd 5,40 el, hol 4,76 el en alzo gemeten op 336 tonnen of 178 lasten, zo als het is liggende in het Westerdok. Zijnde dit schip inmiddels uit de hand te koop. (opm: zie AH 290354)


  LC - Leeuwarder Courant

(Geen datum). In Joure is van stapel gelopen van de werf van de scheepsbouwmeesters S. Geerts en Zoon het schoener-brikschip SLIEDRECHT voor rekening van de heren Gebroeders Goedkoop te Amsterdam.


  LC - Leeuwarder Courant

14 à 16 scheepstimmerknechten kunnen voor geruime tijd werk bekomen tegen een goed loon bij J. Croles, scheepsbouwmeester te Ylst.


25 maart 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 24 maart. Als een bijzonderheid mag vermeld worden dat het brikschip ANNA, gevoerd door kapt. P.A. Kleynenberg en toebehorende aan de reder M. Kerdel, te Schiedam, de reis van Hellevoetsluis tot in het St. Catharina’s Dock te Londen, in de korte tijd van 23 uren heeft volbracht, zijnde hij de 19e dezer, des avonds ten 6 ure van Hellevoetsluis naar zee vertrokken en de 20e daaraanvolgende, des avonds ten 5 ure, reeds in het St. Catharina’s Dock op zijn plaats aangekomen, alwaar hij de lading in moet nemen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 24 maart. De 21e maart is van de werf van de scheepsbouwmeesters S. Geerts & Zoon, te Joure, te water gelaten de schoenerbrik SLIEDRECHT, groot ongeveer 150 lasten, gebouwd voor rekening van de heren Gebr. Goedkoop, te Amsterdam, en gevoerd zullende worden door kapt. Jan W. Smit.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Ostende, 22 maart. Gisteren is de Nederlandse kof POLLUX, kapt. De Jonge, van Antwerpen naar Hull bestemd, masteloos alhier binnengelopen. Het schip heeft l.l. zondag (opm: 19 maart) zware stormen doorgestaan en daardoor zeilen verloren en andere schade bekomen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Yarmouth, 21 maart. Het schip ANNEGIENA, kapt. K.V. Veendorp, van Greifswald naar Manningtree, is alhier met adsistentie binnengebracht, zijnde op het Long Sand bezet geweest.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Groningen. Gisteren arriveerde alhier voor de stad het schoenerschip JETSKALINA WIJA, groot ongeveer 85 last, kapt. J.J. Doornbosch, van de Wildervank, en aldaar gebouwd bij R.G. van der Werf.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Memel, 18 maart. Scheepsvrachten. Bedongen Grimsby of Hull Sh.6/- per quarter tarwe, Dundee Sh.60/- per ton vlas, Grimsby Sh.28/-, Hull 28/6 per load.


  JB - Javabode

Batavia, 23 maart. Gisteren is hier aangekomen het Nederlandse schip WAALSTROOM, kapt. J.C. Wijnmalen, met drie passagiers, komende van Amsterdam.
Heden is hier aangekomen het Nederlandse schip MARIA MAGDALENA, kapt. F.H. Popken,
de 21e november vertrokken van Rotterdam.


26 maart 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Messina, 13 maart. Het schip (opm: kof) KOOGER POLDER, kapt. K. Brouwer, van Triëst naar Konstantinopel (opm: Istanbul), is bij Kaap Spartivento (opm: in de Straat van Messina) gezonken, doch het volk gered en alhier aangebracht.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Juan Fernandez, 1 januari. De equipage van het schip BEERTA SCHURINGA, wijlen kapt. H.G. de Vries, van Triëst naar Amsterdam, vóór de 13e oktober a.p. (opm: 1853) op 45º07’ NB 09º07’ WL gezonken (opm: zie NRC 311053), is alhier in een Engels schip aangekomen en zou daarmede naar San Francisco worden medegenomen.
(opm: zie DC 280354 en DC 160554)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 25 maart. Te Oudezijl bij de Nieuwe Schans is van de werf van de heren Viëtor en De Wijk met goed gevolg te water gelaten het kopervast schoenerschip de ZWIJGER, groot 120 last, zullende gevoerd worden door kapt. J. Witkop, onder de directie van Mr. B. Haitzema Viëtor.


27 maart 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hellevoetsluis, 26 maart. Gisteren na posttijd arriveerde alhier het stoomschip LEVANT, kapt. J.J. Day, van Glasgow.
(opm: zie NRC 290354)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Cadix, 14 maart. Het schip KAASHANDEL, wijlen kapt. Zeilstra, van Marseille naar Rotterdam – zie ons nommer van 23 maart – is alhier masteloos en met meer andere schade door het Russische fregat ACTIVE, kapt. J. Stollberg, binnengesleept. Het moet lossen om te repareren.
(opm: zie ook NRC 310554)


28 maart 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hoekzeil (opm: Hooksiel), 24 maart. Het schip GERHARDINA, kapt. J. Renken, van Bremerhaven met stenen naar Amsterdam, is op Neubrack (opm: Neues Brack, het wad onder Wangerooge) gestrand.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 27 maart. Heden werd het voor rekening van de heren Mees & Moens door de heren Gebr. Visser alhier gebouwde brikschip BENGALEN, kapt. Keus, te water gelaten, en daarna de kielen gelegd voor twee driemastschepen, de VOORUIT en de CONCURRENT, groot 350 à 400 Java-lasten, voor rekening van het handelshuis van de heer H. van Rijckevorsel alhier, voor wie, op dezelfde werven, reeds mede sedert enige tijd het fregatschip BURGEMEESTER HOFFMAN in aanbouw is.
Op een der scheepswerven van de heer Fop Smit aan de Kinderdijk is tevens voor rekening van het laatstgenoemde kantoor op stapel gezet het ijzeren clipper-fregatschip TERNATE, groot 450 à 500 Java-lasten, zijnde alle deze schepen bestemd voor de grote trans-atlantische vaart.


  DC - Dordtsche Courant

Volgens brief van Juan Fernandez, d.d. 1 januari, was aldaar een Engels schip aangekomen, aan boord hebbende de bemanning van het Nederlandse schip BEERTA SCHURINGA, gevoerd geweest door wijlen kapt. H.G. de Vries, van Triëst naar Amsterdam, welke bemanning op 10 oktober ll. door een Engels schip was overgenomen; het was bestemd naar San Francisco, werwaarts de kapitein de geredde bemanning dacht mede te voeren.
(opm: zie o.a. NRC 311053 en DC 160554)


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Advertentie. Op heden, de 18e maart 1854, heb ik ondergetekende, Pieter Albertus Dronrijp Uges, deurwaarder bij de Arrondissements Rechtbank te Winschoten, ten verzoeke van Martje Jans Hacour, arbeidster, wonende te Termunten, opgeroepen Jan Roelfs Stel, zeeman, gehuwd met requirante, om op de 28e juni 1854 te verschijnen voor opgemelde rechtbank, ten einde van zijn aanwezen te doen blijken, opdat bij niet verschijning rechtsvermoeden zal bestaan van overlijden sedert den jare 1832, als wanneer opgeroepene als zeeman met de schipper Jan Muntendam met deszelfs schip en requirante vergunning worde verleend een tweede huwelijk aan te gaan.
P.A. Dronrijp Uges.
(opm: sterk bekort, onderweg van Termunterzijl naar Brevik, Noorwegen, is de smak FROUKELINA, bouwjaar 1810 in oktober 1831 vermist, zie OHC 011031)


29 maart 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Maassluis, 25 maart. Heden werd alhier op de scheeptimmerwerf van de scheepsbouw- meester G.H. Uitdenboogaardt de kiel gelegd voor een nieuw te bouwen barkschip, groot 200 lasten, genaamd de ZWARTE ZWAAN, hetwelk zal worden gevoerd door kapt. Muller en bestemd is voor de grote vaart.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Dordrecht, 28 maart. Heden namiddag is van de werf De Merwede bij de scheepsbouw-
meesters C. Gips & Zonen met het beste gevolg te water gelaten het nieuw gebouwd en gekoperd barkschip CORNELIS GIPS voor rekening ener rederij van de heren J.B. ’t Hooft en F.C. Deking Dura alhier, groot 343 lasten, en gevoerd zullende worden door kapt. M. van Rijn van Alkemade.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 28 maart. Door een rederij alhier onder directie van de heren C. Balguérie & Zoon is aangekocht een Engelse schroefstoomboot, LEVANT (opm: juiste naam was LEVANTINE) genaamd, welke in de vaart zal worden gebracht tussen deze stad en Havre. Er zullen derhalve dan om de vijf dagen twee stoomboten van hier derwaarts vertrekken, hetgeen bij het toenemende vervoer van landverhuizers niet onbelangrijk te achten is.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 28 maart. In de voorgaande week is als een bijzonderheid gemeld, dat het brikschip ANNA, kapt. Kleinenberg, van de heer M. Kerdel in 23 uur van Hellevoetsluis naar Londen was gezeild. Als een ander voorbeeld van snelle vaart delen wij thans mede, dat het barkschip H. VINCENTIUS VAN PAULO, kapt. De Groot, van de heer J.H. van Gent te Schiedam, in nog betrekkelijk kortere tijd zijn reis heeft volbracht, namelijk van Hellevoetsluis naar Hartlepool in 33 uren.


  AH - Algemeen Handelsblad

Verkoping van schepen op maandag 27 maart in de Nieuwe Stads Herberg aan het IJ: het barkschip THEMIS, kapt. G. Ingleise, varende onder Russische vlag: NLG 26.500: opgehouden.


  JB - Javabode

Batavia, 28 maart. De 25e dezer is hier aangekomen het Nederlandse schip CLIO, kapt. W. ter Haar, de 28e februari vertrokken van Macao.
De 26e dezer zijn hier aangekomen de Nederlandse schepen ZORGVLIET, kapt. F.H. Groot, de 22e november vertrokken van Liverpool, MARIA ELIZE, kapt. M. van der Putte, de 16e december vertrokken van Rotterdam, en ANTOINETTE, kapt. J.M. de Winter, de 13e februari vertrokken van Geelong.
Gisteren is hier aangekomen het Nederlandse schip BUITENZORG, kapt. R.D. Bruining, de 24e november vertrokken van Amsterdam.
Heden is hier aangekomen het Nederlandse schip JULIA, kapt. Teygeler, komende van Melbourne.


30 maart 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 10 februari. Tijdingen van Karimon Djawa (opm: Karimunjawa, 5º52’ ZB 110º26’ OL) van de 25e januari j.l. hebben de 31e daaraanvolgende te Pattie (Japara) (opm: plaatsje op Java) het bericht aangebracht, dat in de nacht van de 19e te voren, ten gevolge van hevige stromen en buiig weder, op de rots- en koraalgronden van het eilandje Tjemara Ketjil, noordwestwaarts van Karimon Djawa gelegen, is gestrand het Nederlands-Indisch barkschip TADJIL MOELOOK, gezagvoerder Sech Said bin Achmat Hobies, groot 207 lasten. Het bedoelde vaartuig, te huis behorende te Grissée (opm: Gresik) (Java), was de 16e januari j.l. te Batavia (opm: Djakarta) gezeild en bestemd voor Soerabaija. De equipage, bestaande uit 38 schepelingen, waaronder twee vrouwen, is gered en verpleegd. Het schip zal naar alle waarschijnlijkheid geheel verloren zijn. Door de zorg van de posthouder te Karimon Djawa heeft men getracht om met beschikbare middelen zo veel als mogelijk was van de lading te redden en met kleine vaartuigen naar voornoemd établissement te zenden. Tijdens de afzending van een later bericht werd daarmede nog met onvermoeide ijver voortgegaan. (opm: zie ook JB 080254)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 10 februari. De scheepsvrachten waren lager ten gevolge der meerdere disponible scheepsruimte. De hoogste vracht is wederom hier besteed voor de WITTE CORNELISZOON DE WITT, die NLG 135 zonder meer voor suiker en NLG 160 en 15 % voor indigo en lichte goederen bedongen heeft. Thans zou men NLG 10 à 15 lager terecht kunnen komen en het is zeer wel mogelijk, dat wij nog meer zullen teruggaan, ten gevolge van de maatregel van de Factorij (opm: de Nederlandsche Handel Maatschappij), daar deze belangrijke vermeerdering van voor de particuliere handel disponible scheepsruimte juist nu plaats heeft, wanneer de meeste produkten reeds verscheept zijn.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 10 februari. Scheepsvrachten. Aanvankelijk bleven de arrivementen sedert ons vorig bericht traag en souteneerden (opm: handhaafden) de vrachten zich. Sedert een paar dagen arriveerden enige onbevrachte bodems en werden daardoor lagere offertes geaccepteerd. Onderstaande bevrachtingen kunnen wij ditmaal vermelden: de POLLUX, reeds vroeger gecharterd, NLG 125 naar Amsterdam voor suiker te laden te Tagal, Samarang en Soerabaija (opm: Tegal, Semarang en Surabya); de VLASHANDEL te Soerabaija NLG 120 voor suiker naar Rotterdam, de HOLLAND te Samarang NLG 120 voor suiker alhier en NLG 110 voor rijst naar idem; de MADURA alhier arak (opm: rijstbrandewijn) NLG 140 te Indramaijoe (opm: Indramayu), rijst NLG 110 en te Samarang suiker NLG 118 naar idem; de PIET HEIN heeft een gedeeltelijke lading suiker naar Amsterdam geëngageerd à NLG 115 hier en op de kust te laden; de ADOLF VAN NASSAU suiker te Samarang à GBP 5.2/6 naar Deal om orders voor Engeland of Nederland; de ECHO alhier rijst NLG 110 en te Samarang NLG 115 voor suiker naar Rotterdam; de WASSENAAR laadt hier suiker en een gedeelte rijst à NLG 110 voor Amsterdam; de GERTRUDE wordt door de agenten beladen. Heden arriveerden nog de DOROTHEA HENRIETTE, de LAURA EN ADÈLE, de JOAN MELCHIOR KEMPER en de MACAO, allen nog zonder destinatie. In vreemde schepen werden alleen bevracht de RIO DE JANEIRO (Hamburger vlag) GBP 5.5 alhier voor suiker naar Hamburg; de COURIEL (Deense vlag) naar Australië GBP 4.10 en de JULIA (Engelse vlag) GBP 5.2/6 voor suiker en rijst naar Cowes met GBP 0.10 verbetering voor het continent. De COLIBIR (Deense vlag) is nog zonder bestemming.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Koningsbergen, 21 maart. Scheepsvrachten. Met de bevrachting blijft het goed. Bedongen Londen Sh.6/6, de Oostkust Sh.6/- per quarter tarwe, Sh.60/- per ton hennep. Voor nog verwacht wordende schepen is minder vraag, doch kan men Sh.5/6 naar Londen, Sh.5/3 naar de Oostkust per quarter tarwe, Sh.55/- per ton hennep of vlas, Sh. 26/- à 27/- per ton raapkoeken, Sh.30/- à 32/- per ton beenderen bedingen. Naar Nederland is weinig vraag en zou daarvoor niet boven NLG 34 en NLG 1,- per last tarwe worden besteed.


31 maart 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 30 maart. Volgens brief van kapt. J. Baak Ezn, voerende het schip DECIMA, van Liverpool naar Old Calabar (opm: Nigeria), in dato 25 maart, bevond hij zich toen op de hoogte van Portland, koers zettende naar Texel, hebbende de 15e maart op 51º47’ NB 15º16’ WL een hevige storm doorgestaan, waarbij door een stortzee drie man der equipage over boord en de gehele bakboordsverschansing en boot, sloepen, enz., waren weggeslagen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 30 maart. Heden is van de werf van de heer J. Smit Fzn. te Ridderkerk te water gelaten het campagne fregatschip OUDERKERK AAN DEN AMSTEL (opm: vernoemd naar de geboorteplaats van W. Ruys), groot circa 400 lasten, en de kiel gelegd voor een schip van dezelfde grootte, genaamd MARIA ELIZABETH MARGARETHA (opm: vernoemd naar de zuster van W. Ruys), beide bestemd voor de grote vaart onder directie van de heer W. Ruys J.Dzn, alhier.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 30 maart. De 15e dezer is van de werf van de scheepsbouwmeester H. Wijk te Oude Pekela te water gelaten het schoenerschip MINA, gebouwd voor rekening van en gevoerd zullende worden door kapt. L. Doeken (opm: Doekes), van Veendam.


  LC - Leeuwarder Courant

Leeuwarden, 30 maart. De 15e dezer is van de werf van de scheepsbouwmeester F.G. Wortelboer te Oude Pekel-A te water gelaten het schoener-kofschip HILKE, gevoerd zullende worden door kapt. P.H. Weij, voor rekening van de heren Harders & Co te Amsterdam, en voormelde kapitein.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Publieke verkoop van een kofschip. De notaris J. de Wal te Dockum zal ten verzoeke van de heer F.J. van Slooten, candidaat-notaris aldaar, op zaterdag de 8e april 1854, nademiddag 3 uur, ten huize van de kastelein Rinze Nauta te Nieuwe Zijlen onder Engwierum, publiek bij strijk- en verhooggeld verkopen een Nederlands kofschip, genaamd de TWEE VRIENDEN, gebouwd in 1838 te Harlingen, volgens meetbrief lang 23 el 80 duim, wijd 4 el 84 duim en hol 2 el 43 duim (opm: 23,80 x 4,84 x 2,43 m.), geijkt op 124 tonnen, en zulks met deszelfs complete inventaris, zo als het thans is liggende te Nieuwe Zijlen en aldaar te bezichtigen, toebehorende aan de heren H.O. Heida en H. Lemke. Conditiën te vernemen ten kantore van voornoemde notaris.


  LC - Leeuwarder Courant

Te koop: een scheepstimmerwerf met ruime schuur en grond met 3 sleephellings, 2 huizen, alles staande en gelegen op eigen grond.
Te bevragen bij de eigenaar R.T. Woudstra te Ezumazijl onder Anjum.
(opm: zie LC 280454)


01 april 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 31 maart. Uit Kiel wordt gemeld, dat de Engelse vloot de haven verlaten heeft en naar het eiland Gothland verzeild is. De laatste berichten uit Kroonstadt (opm: Kronsjtadt) melden, dat aldaar grote toebereidselen gemaakt worden om de toegang tot deze vesting moeilijk en gevaarlijk te maken. Het vaarwater wordt vernauwd, door dat men grote rotsblokken in zee laat zinken.
De Russische vloot heeft Sebastopol verlaten, de Engelsen versterken buitengemeen het in de nabijheid der Dardanellen gelegen Gallipoli.
(opm: de voorbereidingen tot de oorlogvoering ter zee en de blokkades van Oost- en Zwarte Zee bij het uitbreken van de zgn. Krim-oorlog)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 31 maart. Door de Nederlandsche Handel-Maatschappij zijn op 31 maart bevracht de navolgende 19 schepen, als:
Voor Rotterdam: ARLEQUIN, kapt. C.A. Malbrane; CORNELIS SMIT, kapt. H.H. Ruhaak; KONINKLIJKE NEDERLANDSCHE YACHTCLUB, kapt. E. von Lindern; KAREL AUGUST, kapt. A.G. Bouten; ADRIANA PETRONELLA, kapt. A.A. Brocx; NEDERLAND, kapt. J. Ruyter.
Voor Amsterdam: EENSGEZINDHEID, kapt. K. Haasnoot; AMSTEL, kapt. H.H. Rademaker; IMMAGONDA SARA CLASINA, kapt. J. Snoek; WILLEM DE CLERCQ, kapt. P. Ouwehand; VIER GEBROEDERS, kapt. G.F. Wiegmink; ANNA EN CHRISTINA, kapt. J.C. Joon; ELISABETH ANTOINETTE, kapt. H.A. Bezier; HERMINA MARIA ELISABETH, kapt. U. Bonjer; DE ZWIJGER, kapt. P.P. Hoogland (van Dordrecht).
Voor Dordrecht: FLORA, kapt. A.A. van der Wijk; MARIA JACOBA, kapt, K.F. Lammerts. Voor Middelburg: PAULINE, kapt. B.J. Post; WEST-KAPELLE, kapt. M. Rooderkerk.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 31 maart. Hedenavond arriveerde alhier per het Nederlandse stoomschip GIRONDE, kapt. P.J. van Emmerik, gisteren om 12 uur van Havre vertrokken en hedenmorgen om 9 uur te Hellevoetsluis binnengekomen, de equipage van het Engelse stoomschip PETREL, kapt. Lancaster, van Hull naar Rotterdam bestemd, welke gisterenmiddag op de Hinderd (opm: De Hinder) gestrand is. Van gemelde equipage zijn 4 man door kapt. Van Emmerik opgenomen tussen de 3e en 4e ton; zij bevonden zich in een boot welke half vol water was. Een ander gedeelte der bemanning, uit 10 personen bestaande, welke in een sloep van boord gegaan waren, zijn op een hoogst gevaarlijke plaats van het vaarwater gekomen, zodat er veel vrees voor hun behoud bestond. Dit werd opgemerkt door de heer Rokus Kanters, aannemer van publieke werken te Goedereede, die met zijn sloep, waarin hij twee varensgezellen, zijnde Cornelis en Johannes Lokker, met zich nam en de in nood zijnde schepelingen ter hulp kwam. Het mocht hem gelukken, de 10 schipbreukelingen behouden te Hellevoetsluis aan wal te brengen, alwaar zij aan boord der GIRONDE zijn overgegaan, terwijl de kapitein met de hofmeester en de kok aan boord van hun stoomboot PETREL zijn gebleven. Naar oordeel van kapt. Van Emmerik bestaat er weinig hoop op behoud van de PETREL, daar volgens zeggen der equipage in het schip drie voet water is, en het zo hoog op de Hinder zit, dat men hetzelve niet kan naderen, waardoor de pogingen van kapt. Van Emmerik hiertoe dan ook vruchteloos zijn gebleven. Volgens een nader bericht van Hellevoetsluis, zijn de kapitein en de beide anderen aldaar aangekomen. Ook de stoomboot KINDERDIJK, welke op bekomen sein naar buiten is gegaan, heeft het schip niet kunnen bereiken en heeft evenals de GIRONDE de poging om iets te redden moeten opgeven. Men denkt ook daar, dat het schip geheel zal verloren zijn, ten ware dat het door een hoge vloed met noordelijke wind los schuurt en in het Bokkengat terecht komt. (opm: zie NRC 180454)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 31 maart. Het schip BOSPHORUS, kapt. C.A. Kruisinga, van Batavia herwaarts gedestineerd, is, volgens brief van de kapitein in dato Mauritius de 19e januari, aldaar binnengelopen, na in de nacht van de 2e op de 3e januari op 14º15’ ZB 103º37’ OL een hevige orkaan doorgestaan te hebben, die 13 uren aanhield, waarbij één man der equipage overboord gevallen en verdronken was en de kapitein zich genoodzaakt had gezien de voormarssteng en bramstengen te kappen, de fokkemast, kluiverboom en buitenkluiver met als deszelfs staand en lopend tuig en zeilen werden dwars af en de giek, de verschansing en gedeeltelijk de watervaten weggeslagen. De bezaansmast was gekraakt, doch het schip maakte weinig water, had gedeeltelijk gelost en waren enige balen koffij beschadigd bevonden.


  JB - Javabode

Ontvangen hebbende ’s Konings besluit van 2 februari 1854 no. 77, heeft goedgevonden en verstaan, krachtens daarin vervatte machtiging,
Eerstelijk: In te trekken art. 1 der publicatie van de 12e maart 1834 (Staatsblad no. 15).
Ten tweede: Te bepalen:
a. Dat de Nederlands-Indische zeebrieven zullen worden afgegeven, ten behoeve ook van schepen en vaartuigen, welke buiten Nederland of Nederlands-Indië zijn gebouwd.
b. Dat bij aanvrage van een Nederlands-Indische zeebrief, voor een buiten Nederland of Nederlands-Indië gebouwd schip of vaartuig, zal worden geheven een belasting van vier ten honderd der waarde van het betrokken schip of vaartuig, onverminderd het verschuldigde zegelrecht, voor zeebrieven in het algemeen bepaald.
c. Dat zodanig schip of vaartuig moet gemeten zijn binnen Nederlands-Indië, en dat deszelfs waarde bepaald wordt door de koopschat, bij openbare veiling binnen Nederlands-Indië verkregen, dan wel ter bepaling wordt overgelaten aan drie deskundigen, waarvan een aangewezen wordt door de eigenaren van het schip of vaartuig, de tweede vanwege het gouvernement en de derde door de beide reeds benoemde deskundigen, of bij verschil, door de president van de Europese rechtbank, onder wiens rechtsgebied de waardering plaats vindt, en zulks voor rekening van de eigenaar of de gezamenlijke reders.
En opdat niemand hiervan onwetendheid voorwende, zal deze gepubliceerd worden waar zulks te doen gebruikelijk is, en voorts worden opgenomen in het Staatsblad van Nederlands-Indië en in de Javasche Courant.
Gelast en beveelt voorts, dat alle hoge en lage kollegien en ambtenaren, justicieren en officieren, ieder voor zoveel hem aangaat, aan de stipte nakoming dezer de hand zullen houden, zonder enige oogluiking of aanzien des persoons.
Gegeven te Buitenzorg, de 28e maart 1854. Staatsblad no. 17, Duymaer van Twist,
ter ordonnantie van de Gouverneur-Generaal van Nederlands-Indië, de algemene secretaris, A. Prins.


02 april 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Harlingen, 30 maart. Het schip TERNATE, kapt. Van der Putte, van Rotterdam naar Noorwegen, met schade in ’t Vlie binnen – zie ons nommer van 28 maart – is alhier binnengelopen om te repareren.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Zoltkamp, 29 maart. Het schip ANNA MAGDALENA, kapt. Watt, van Kennelpans (opm: Kennetpans, 2½ mijl zuid van Alloa) naar Hamburg, is in de Lauwerszee gestrand.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

San Francisco, februari. Het alhier gearriveerde Nederlandse schip ELISA HENRIETTE heeft 16 dagen op de hoogte van Kaap Hoorn met hevige stormen geworsteld.


03 april 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hellevoetsluis, 2 april. Gisteren namiddag zijn enige schuiten met manufacturen enz, geladen uit het op de Hinderd (opm: De Hinder) gestrande stoomschip PETREL, alhier aangekomen, doch het meeste dezer goederen was door zeewater zeer beschadigd. Op het ogenblik zijn nog vele vaartuigen in de nabijheid der stoomboot, alle bezig met overladen der goederen.


  AH - Algemeen Handelsblad

Londen, 30 maart. Zeilklaar en uitgezeild MERCURIUS, kapt. F. Nepperus, naar Port Philip.


04 april 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Publieke verkoping in het Nederlandsch Koffijhuis van J. Zahn te Dordrecht op maandag 3 april 1854: het schoener-kofschip de JONGE CLEMENS, gevoerd door kapt. R. Koeman, met deszelfs inventaris, trekgeld 1 pct, in veiling NLG 6600, in slag afgelopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Te Amsterdam ligt in lading naar Batavia, Samarang en Soerabaija (opm: Djakarta, Semarang en Surabaya), om tegen 15 dezer te vertrekken, het snelzeilend nieuw gebouwd en gekoperd tweedeks barkschip WILLEM DANIEL, kapt. T. de Meester, hebbende uitmuntende gelegenheid tot de overvoer van passagiers, en varende een geëxamineerde scheepsdokter. Adres bij de cargadoors B.D. Bosscher & Zoon, IJgracht U.47 te Amsterdam. (opm: eerste reis)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Openbare Vrijwillige verkooping. De notaris Mr. Joannes Bernardus van der Ven, residerende te Rotterdam, als last hebbende van zijne principale, is voornemens, om op dinsdag de 11e april 1854, des middags ten 12 ure, in het Notarishuis, aan de Geldersche Kade, aldaar (in één zitting), in het openbaar te veilen en te verkopen een hecht, sterk, welbezeild (rond) overdekt tjalkschip, genaamd JOHANNA HENDRIKA, gevaren hebbende op Amsterdam, zo buiten als binnen door, thans liggende te Rotterdam, in de Wijnhaven, bij de Vischsteeg, gemeten op 10 ellen 89 duimen lengte, 3 ellen wijdte en 1 el 52 duimen holte, alzo groot 49 tonnen, met deszelfs staand en lopend want, zeilen, ankers, kabels en verderen inventaris.
Nadere informatiën zijn te bekomen ten kantore van de gezegde notaris te Rotterdam, aan de Hoogstraat, 7-82, zullende het te veilene vijf dagen voor de verkoop te bezichtigen zijn.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Uit de hand te koop een nieuw gebouwd, geheel onder tuig staand schoenerschip, groot 145 gemeten tonnen, met complete inventaris, liggende te Groningen. Te bevragen bij de scheepsbouwmeester E.H. Meursing te Hoogezand en bij de cargadoors Oolgaardt & Bruinier te Amsterdam.
(opm: op speculatie gebouwd en 18 mei voor 50% aangekocht door kapitein B.H. Nijman; het schip kreeg de naam MARGARETHA HARMANNA, terwijl Meursing het resterende aandeel behield en boekhouder werd)


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Donderdag middag (opm: 30 maart) zijn te Wildervank te water gelaten de schoener-galjoot BOUWGINA LAMMECHIENA, gebouwd op de werf van J. Leeuwes aldaar voor en bevaren zullende worden door kapt. S.R. de Jonge, van Wildervank, groot 80 last, en het galjootschip ANNECHIENA van de werf van de scheepsbouwmeester J. Bieze Jr., van Veendam, en bevaren zullende worden door kapt. D.D. de Jonge, van Pekela, groot 90 last.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Constantinopel, 14 maart. Scheepsvrachten· De bevrachtings-affaire bevindt zich ten gevolge van het verbod van uitvoer van granen uit Russische havens in totale verwarring. Er bevinden zich nog verscheiden disponibele schepen in de haven, doch de kapiteins willen liever in ballast verzeilen dan tegen de thans aangeboden wordende lagere vrachten te contracteren. In de laatste dagen zijn slechts zes schepen bevracht, als van de Donau naar Engeland Sh·25/6 en Sh.27/- per quarter, van Odessa naar idem Sh.12/7, van Fatza naar idem Sh.10/- per quarter, van hier naar Liverpool GBP 600 in eens, van hier naar Antwerpen Sh.10/- per quarter.


05 april 1854


  AH - Algemeen Handelsblad

Groningen, 3 april. Heden is van de werf van de heer E.H. Meursing te Hoogezand met goed gevolg te water gelaten het schoenerschip HENRICA, zullende worden gevoerd door kapt. N. v.d. Werff onder directie van de heren Posthuma & Goslings te Dockum, alsmede het schoenerschip IDA, zullende worden gevoerd door en voor rekening van kapt. J. de Boer, van Sappemeer.


06 april 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 5 april. Zaterdag de 1e april is van de werf van Bok aan het Westerdiep te Veendam van stapel gelaten het schoenerschip JANTJE WILKENS, groot plm. 90 last, gebouwd voor rekening van en gevoerd zullende worden door kapt. E.R. Hotze, van Veendam.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 3 april. Het op de river (opm: de Thames) gearriveerde Nederlandse barkschip EDOUARD MARIE, kapt. Eeltjes, van Baltimore komende, heeft op 46º NB 31º WL hevige stormen doorgestaan en daarin de fokkemast gekraakt en de voorsteng, bramsteng, kluiverboom en een gedeelte der verschansing verloren.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Portsmouth, 2 april. Het Nederlandse fregat ANNA, kapt. Donsma, van Callao (opm: Peru) naar Antwerpen, hetwelk hier gisteren binnenliep, heeft anker en ketting verloren, doch is daarvan op nieuw voorzien.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Memel, 29 maart. Scheepsvrachten. In de laatste dagen is bedongen naar Antwerpen NLG 28 per last hout, Schotland Sh.57/6 per ton vlas, Dundee Sh.27/- per load dennenhout, Sh.30/- voor eikenhout, Hull GBP 4.5/6 voor dennenplanken, Londen GBP 4 per dito, Londonderry Sh.34/6 per load dennenbalken, Gloucester Sh.35/-, Lynn Sh.28/6 per dito.


07 april 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlissingen, Het wrak van een bark, vermoedelijk de JUSTITIA, Noorse vlag, in het afgelopen jaar uit de Noordzee hier binnengebracht en aan de strandvonderij afgegeven, is verkocht geworden voor ruim NLG 900, terwijl de zich nog daarin bevindende lading van 1001 Noorse balken ongeveer NLG 7.000 heeft opgebracht.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

St. Ubes (opm: Setubal), 27 maart. De Nederlandse kof AFINA ALBERDINA, kapt. Nagel, van Quimper naar Cette (opm: Sète) bestemd, is hier de 19e dezer zwaar lek binnengelopen. De lading haver is gedeeltelijk beschadigd gelost. Het schip is op het droge gebracht om te repareren.


08 april 1854


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. De notaris D.Q. de Jonge van der Halen, residerende te Zierikzee, zal ten verzoeke van de erven P. de Koning, in de herberg Het Veerhuis te Bruinisse, op woensdag de 19e april, des namiddags om 3 uur, publiek presenteren te verkopen een zeer goed gerenoveerd hek tjalkschip, genaamd DE TWEE GEBROEDERS, groot 93 tonnen, met deszelfs zeilen, ankers, kettingen, rondhouten, staand en lopend want en verdere inventaris.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Groningen. Gisteren arriveerde alhier het schoenerschip (opm: schoener galjoot) EENDRAGT, groot 79 ton, gebouwd te Stadskanaal bij A. Vegter, zullende bevaren worden door kapt. M.F. Leisleer (opm: kapt. Martinus Philippus Leisler), van Nieuwe Pekela.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Koningsbergen, 2 april. Scheepsvrachten. Met vrachten blijft het gunstiger. Al de aangekomen schepen zijn bevracht. Bedongen werd naar het Engels Kanaal Sh.6/3 per quarter tarwe, Dundee Sh.54/- per ton vlas, de Oostkust Sh.32/- per ton beenderen, Groningen en Amsterdam NLG 35, de Maas NLG 36, inclusief kaplaken per last tarwe. Het vooruitzicht bestaat, dat het Haff over een paar dagen zal open zijn. Hoe het verder met de scheepvaart gaan zal, hangt geheel af van de loop der staatkundige gebeurtenissen.


11 april 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Wastrow (opm: Ostrowo, Polen), 7 april. De Nederlandse kof HEIKE PRINS, kapt. Prins, van Hamburg naar Memel (opm: Klaipeda), is gisteren avond alhier op strand geraakt, doch zonder enige schade in vlot water gebracht. Ware de gelegenheid gunstig geweest, dan had de kapitein reeds heden de reis voortgezet.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Openbare vrijwillige verkoping. Op donderdag de 13e april aanstaande, des namiddags ten 4 ure, zal te Hellevoetsluis, ten overstaan van een bevoegd beambte en op autorisatie van de agenten van Lloyd’s publiek worden verkocht het Engels schroefstoom- schip PETREL, zo als hetzelve is liggende op de Hinder in de nabijheid van Hellevoetsluis.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Groningen. Zaterdag (opm: 8 april) zijn in de haven alhier gearriveerd het schoener-kofschkip GEZIENA MARGRIETA, groot 65 last, zullende gevoerd worden door kapt. J.J. Stenger, van Farmsum, gebouwd bij U.O. van der Werff te Hoogezand, en de schoener-galjoot ANNA ARNOLDA, groot 95 last, kapt. J.F. Smit, van Groningen, gebouwd op de werf van G.O. van der Werff te Martenshoek.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Het schip de VEREENIGING, kapt. Boer, van Ibraila naar Falmouth, is de 27e maart te Galatz binnengelopen en door de havenmeester tot nader order belet om de reis voort te zetten, zijnde door de Russen in de onmiddelijke nabijheid van het schip een brug over de Donau geslagen.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Pillau, 2 april. Scheepsvrachten. In de afgelopen week zijn hier 30 schepen aangekomen, die snel zijn bevracht. Laatstelijk is bedongen naar Hull Sh.5/8 per quarter tarwe, Londen Sh.5/10 à Sh.6 per idem, Oostkust van Engeland Sh.60-/ per ton vlas, etc.
Stockholm, 31 maart. Scheepsvrachten. Vrachtvrije schepen zijn schaars, schoon de vrachten hier betrekkelijk hoger zijn dan aan de Westkust. Naar de Oostkust van Engeland wordt Sh.30/- per ton ijzer betaald.


12 april 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Konstantinopel (opm: Istanbul), 25 maart. Door de Engelse en Franse ambassadeurs is het opzeilen van de Zwarte Zee aan de koopvaardijschepen verboden. Dien ten gevolge liggen hier meer dan 400 schepen ter rede.


  JB - Javabode

Batavia, 10 april. De 8e dezer zijn hier aangekomen de Nederlandse schepen GOUVERNEUR-GENERAAL DUYMAER VAN TWIST, kapt. C.E. Hoeksma, met drie passagiers, de 25e november vertrokken van Rotterdam, ADMIRAAL VAN KINSBERGEN, kapt. A. Glazener, met 13 passagiers, de 13e december vertrokken van Rotterdam, JAN SCHOUTEN, kapt. J. Coening Meijer, de 14e december vertrokken van Dordrecht, NIJVERHEID, kapt. E.L. Kerkstra, met 7 passagiers en Zr.Ms. troepen, de 23e december vertrokken van Nieuwediep, SARA LYDIA, kapt. B. van der Tak, met 6 passagiers, de 25e december vertrokken van Plymouth, CERES, kapt. F. Mellema, de 8e februari vertrokken van Geelong, ORION, kapt. C.M. Borghorst, de 4e februari vertrokken van Sydney, KOOPHANDEL. kapt. P.L. du Pain, de 11e februari vertrokken van Hobart Town, MAKASSER, kapt. W. Timmermans, de 23e februari vertrokken van Hobart Town, JEANNETTE EN CORNELIA, kapt. T.K. Veldman, de 28e februari vertrokken van Adelaide, en JACOB ROGGEVEEN, kapt. J. van Marken, de 2e maart vertrokken van Diemensland.
Heden zijn hier aangekomen de Nederlandse schepen AGNETA, kapt. Crab Hellingman, de 2e maart vertrokken van Port Adelaide, JOHANNA MARIA, kapt. J.C.F. Lupcke, de 14e november vertrokken van Hartlepool, IJSTROOM, kapt. N.D. Steenveld, de 20e november vertrokken van Liverpool, OTTO, kapt. P. Flens, met een passagier, de 22e februari vertrokken van Hobart Town, en SPHYNX, kapt. G. Wigman, de 2e maart vertrokken van Adelaide.


13 april 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 12 april. Heden namiddag, ten 1½ ure, is alhier op de werf IJhoek in de Groote Wittenburgerstraat, van de heren Abbema en van Cleef, te water gelaten de brik DIANA, gevoerd zullende worden door kapt. P.H. Willers. Dit vaartuig, groot 152 gemeten lasten, is gebouwd voor rekening van de heren H. Willers & Co, Amsterdam, en is bestemd voor de grote en kleine vaart. Daarna heeft men de kiel gelegd van een barkschip, groot 250 lasten, bestemd voor de grote vaart.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlissingen, 11 april. Het Hanovers kofschip ANNA JOHANNA, te Antwerpen aan het Nederlands huis van Jhr. G.R.G. van Swinderen verkocht zijnde, is hier binnengekomen om een Nederlandse zeebrief te verkrijgen. Het zal gevoerd worden door kapt. Kooiman en voortaan worden genaamd JONGE RINKE.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Sydney, 26 december. Het Nederlands schip FLEVO, kapt. v.d. Mey (opm: fregat, kapt. S. van der Meij), van deze plaats naar Bombay bestemd, heeft bij het vertrekken van onze rede anker en ketting verloren.


  DC - Dordtsche Courant

Galatz, 27 maart. Het schip VEREENIGING, kapt. Boer, van Ibraila naar Falmouth, is alhier binnengelopen en door de havenmeester tot nader order belet om de reis voort te zetten, zijnde door de Russen in de onmiddellijke nabijheid van het schip een brug over de Donau geslagen.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Advertentie. Monsterrollen en scheepspapieren.
Blijkens een in de Staats-Courant van de 29e maart 1854 voorkomende mededeling, zijn bij de regering van verschillende zijden berichten ingekomen over de onregelmatigheden, welke zich ten aanzien der monsterrollen bij de Nederlandse scheepskapiteins voordoen. Veelal zijn de gezagvoerders van Nederlandse vaartuigen in het geheel niet van monsterrollen voorzien, vooral de zodanige, welk tevens eigenaar van het schip zijn. Is er ook een monsterrol aanwezig, dan bevinden zich daarin niet zelden onnauwkeurigheden, zoals het door de schipper of stuurman zelf doorhalen van namen, zonder daarvoor andere in de plaats te stellen of zonder dat de behoorlijk voorafgaande monstering geschiedt. Uit deze onregelmatigheden zouden voor de Nederlandse scheepvaart vele moeilijkheden kunnen voortvloeien, vooral thans, nu er een oorlog tussen verschillende mogendheden van Europa uitgebarsten is. Dienvolgens gevoelt de Kamer van Koophandel en Fabrieken te Groningen zich genoopt de kooplieden, scheepseigenaars, reders, gezagvoerders en verdere belanghebbenden op deze zaak opmerkzaam te maken, teneinde ieder hunner bedacht zij, zich bij zijn uitrusting te voorzien en gebruik te maken van scheepspapieren die, wat vorm en inhoud betreft, volkomen in orde zijn.
De Kamer voorgenoemd, uit hare naam: C.M. Nap, voorzitter, B. Tellegen, secretaris.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Groningen. Heden arriveerde alhier de schoener-galjoot TJITSZINE, groot 112 ton, zullende bevaren worden door kapt. H.T. Bakker, van Wildervank, gebouwd bij D. Holthuis te Veendam.


14 april 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 13 april. Heden is te Dordrecht op de werf De Merwede van de heren C. Gips & Zonen de kiel gelegd voor een campagne fregatschip van ca. 400 lasten, genaamd MINISTER PAHUD (opm: Minister van Koloniën 01 jan.1849 – 31 dec 1855 en daarna tot 02 sep 1861 Gouverneur-Generaal van Ned.-Indië), voor rekening ener rederij onder directie van de heer W. Ruys J.Dzn alhier.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Groningen, 10 april. Terwijl in deze provincie sedert vele jaren jaarlijks 80 à 90 nieuwe zeeschepen de werven verlieten, zal de aanbouw in dit jaar nog groter zijn, daar nu reeds veel meer dan 100 gereed of nog onder handen zijn, waar ongetwijfeld nog verscheidene in de loop van dit jaar zullen bijkomen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Voor passagiers naar Batavia zal medio april vertrekken het geheel nieuw vertimmerd en gekoperd snelzeilend fregatschip ELISABETH ANTHONIA, kapt. J. Jansen, voorzien van ruime en bijzonder voor passagiers wel ingerichte kajuiten, en varende een bekwame scheepsdokter. Familiën of bijzondere personen, van deze gelegenheid gebruik wensende te maken, worden verzocht zich ten spoedigste te adresseren bij de reders I.J Granpré Molière en A.W. ten Cate, of bij de cargadoors d’Arnaud & Co te Amsterdam.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 24 februari. Scheepsvrachten. Sedert ons vorig bericht zijn de vrachten achtervolgens dalende gebleven, en werden de volgende bevrachtingen gesloten. De MACAO naar Rotterdam met suiker tot NLG 105 alhier en NLG 107.50 te Samarang; JOAN MELCHIOR KEMPER tot GBP 5 naar Londen met suiker te Samarang te laden; PALEMBANG NLG 100 voor suiker, NLG 125 voor arak (opm: rijstbrandewijn) en NLG 90 voor rijst naar Rotterdam; WILDEMAN GBP 5 voor suiker naar Antwerpen; HENRIETTA GEERTRUIDA NLG 100 voor suiker van Samarang en Soerabaya naar Amsterdam; JOHANNA CATHARINA NLG 100 voor suiker van Samarang en NLG 90 voor rijst van Indramajoe (opm: Indramayu) naar Amsterdam; GERTRUDA laadt gedeeltelijk voor eigen rekening en verder suiker tot NLG 95 en arak tot NLG 118 naar Rotterdam; de VIER GEBROEDERS is nog onbevracht, moetende eerst een lading steenkolen lossen.
De LAURA en ADÈLE benevens de vreemde schepen AMBIORIX, AUGUSTE, PRINS OSCAR en PRINS CARL laden allen voor eigen rekening, en is het Frans schip MADAGASCAR naar Padang verzeild om koffij te laden. Het Deens schip COLIBRI verzeilde naar Singapore, nadat voor hetzelve GBP 5.2/6 naar Hamburg was geboden, en het Engels schip THAMES gaat naar Australië terug, terwijl het Deens CYBELE naar Makasser en China in lading ligt.
Te Soerabaya werden nog bevracht de Nederlandse schepen JAPARA tot NLG 115 met suiker naar Nederland, WHAMPOA met suiker tot GBP 5 naar Londen of GBP 5.10/- naar het vasteland, en WILLEM I tot NLG 105 met suiker naar Nederland.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Openbare vrijwillige verkoping. Op donderdag de 13e april aanstaande, des namiddags om 4 uur, zal te Hellevoetsluis, ten overstaan van een bevoegd beambte en op autorisatie van de agenten van Lloyds publiek worden verkocht het Engelse schroefstoomschip PETREL, zoals hetzelve is liggende op de Hinder in de nabijheid van Hellevoetsluis.


15 april 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 14 april. De Staats-Courant behelst nog de volgende mededeling.
Volgens een bericht van Zr.Ms. gezant te Konstantinopel (opm: Istanbul) van de 27e maart j.l, had het verbod van uitvoer van granen, onlangs door De Porte uitgevaardigd, gepaard met de vrees dat de schepen wellicht door de regering genoodzaakt zouden kunnen worden, hun lading granen te Konstantinopel te lossen, terwijl het bewind ze alsdan, tegen latere betaling van de prijs, in beslag zou nemen, een algemene vraag doen ontstaan naar firmans (opm: van ferman, bevel van de sultan, pas) voor de laatst aangekomen schepen. De volgende Nederlandse schepen hebben hun firmans verkregen, maar hun vertrek werd nog verhinderd door tegenwind: de HERMINA CATHARINA, kapt. A.J. Bakker; de H. WILLEBRORDUS, kapt. H.G. Boekhout; de MARNE, kapt. J.M. Beukema, de HENRIETTE, kapt. T.C. de Boer; de ELISABETH EN MARIE, kapt. O.J. Bok; de ATALANTE, kapt. H. Beckeringh, en de ANNECHINA, kapt. A.J. Donga.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Bij de boekhandelaren Marlof en Zn. te Amsterdam is dezer dagen uitgegeven een door de redactie van de Koophandel- en Zeevaarttijdingen opgemaakt algemeen overzicht van de scheepvaart onder Nederlandse vlag op de Nederlandse en vreemde Oost-Indische bezittingen, China enz, gedurende het jaar 1853, waarbij gevoegd is een register van alle schepen onder Nederlandse vlag, voor die vaart gebezigd wordende of daarvoor beschikbaar. Dit boekje, dat ontegensprekelijk veel nuttigs bevat en naar wij oppervlakkig kunnen beoordelen, met de meeste nauwkeurigheid gemaakt is, bevat de namen der schepen, naar alfabetische volgorde, soort, grootte, ouderdom, classificatie voor assuradeurs, kapiteinsnamen en derzelver collegievlagnummers, boekhoudersnamen en woonplaatsen, laatste berichten omtrent dezelven op ultimo december 1853, benevens een algemene lijst van de verschillende collegievlaggen, gevoerd door de bovengenoemde kapiteins en een lijst van de in aanbouw zijnde schepen, voor diezelfde vaart bestemd of geschikt. Het bovenstaande is alles ressortsgewijze naar de plaatsen, waar zij te huis behoren opgetekend.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Pillau (opm: Baltiysk), 10 april. Heden morgen is in een hevige storm uit het noord-noord-westen in de nabijheid van Südermole (opm: zuidelijke pier van de vaarweg naar Koningsbergen) gestrand het Nederlandse kofschip HARMINA, kapt. Bieze, van Londen met een lading thee en katoen naar Koningsbergen bestemd. De bemanning is gered. (opm: zie NRC 160454, 240454 en 120554)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Singapore, 4 maart. Het alhier op de 26e februari binnengelopen Nederlandse schip VERONICA, kapt. Welger, van Hong Kong naar San Francisco bestemd, is lek en heeft andere schade bekomen. (opm: zie volgend bericht)


  DC - Dordtsche Courant

Dordrecht, 14 april. In een vergadering van boekhouders van te Dordrecht te huis behorende schepen voor de grote vaart, op gisteren alhier gehouden, is een commissie benoemd, met de last om gevolg te geven aan de dezer dagen vanwege het meteorologisch instituut te Utrecht ook aan de Dordrechtse reders gedane uitnodiging, en krachtig mede te werken tot alles wat, door een onderzoek naar de verschijnselen op en in de oceaan, tot bevordering van de wetenschap en de zeevaart strekken kan. Deze commissie bestaat uit de heren J.B. ’t Hooft, F.C. Déking Dura, F. van Wageningen, Mr. A. Blussé en J. Mauritz.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Groningen. Maandag avond (opm: 10 april) arriveerde alhier het schoenerschip MARIA, groot 145 tonnen, zullende gevoerd worden door kapt. G.S. Bakker, van Veendam. Deze bodem is gebouwd bij J. Hooites te Hoogezand.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Stettin,10 april. Scheepsvrachten. Bedongen: Londen Sh. 4/6 voor tarwe, Sh. 26/- voor eiken balken, Weymouth Sh.5/4½ voor tarwe, Liverpool Sh.18/- voor zink, Sh. 33/- voor olie, Bordeaux Ffrs. 70 voor planken, Newcastle Sh.3/10½, Schotland Sh. 4/-, Hartlepool Sh.3/4½ à 3/9, Leith Sh.4/3, alles voor tarwe. Oostkust van Engeland Sh. 4/- à 4/3 voor idemi, Sh. 27/- à 28/- voor beenderen, kolenhavens Sh. 3/9 voor tarwe, Sunderland Sh.23/- voor eikenhout, Sh.20/- voor dennenhout, Jersey Sh.30/, Grangemouth Sh.24/6 voor idem.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Memel, 8 april. Scheepsvrachten. Sedert de 5e is betaald: Dundee Sh.50/- per ton vlas, Stockton Sh.24/- per load, Bristol Sh.34/- per idem, Antwerpen NLG 28 per last hout, Amsterdam NLG 25 en 5% per idem, Lübeck 12 thaler per last hennep. Vóór de 5e dezer is betaald Oostkust van Engeland Sh.5/6, ’t Kanaal Sh.6/3 pper quarter tarwe, Macduff Sh.29/- per ton beenderen, Dundee Sh.50/- per ton vlas, Hull Sh.27/- per load dennen balken, Grimsby Sh.26/6, Waterford Sh.34/-, Cork Sh.34/6 per idem, Stettin 7¼ thaler per last rogge.


  JB - Javabode

Batavia, 14 april. De 12e dezer zijn hier aangekomen de Nederlandse schepen BANTAM, kapt. F.H. Klein, met twee passagiers, de 12e november vertrokken van Amsterdam, en THETIS, kapt. G. Poolman, de 15e februari vertrokken van Hobart Town.
Gisteren is hier aangekomen het Nederlandse schip JAVA, kapt. Van Dam, de 3e maart vertrokken van Melbourne.
Heden is hier aangekomen het Nederlandse schip CASTOR, kapt. F. Lange, met een passagier, vertrokken de … van Nederland.


16 april 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Singapore, 4 maart. Het schip VERONICA, kapt. Welger, van Hong Kong naar San Francisco, alhier met schade binnengelopen – zie ons vorige nommer – is bezig de lading te lossen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Pillau (opm: Baltyisk), 11 april. Men heeft heden een aanvang gemaakt met de berging der lading van het gestrande Nederlandse kofschip HARMINA, zie ons nommer van gisteren.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Gothenburg, 8 april. Volgens een alhier lopend gerucht is gisteren avond in een hevige storm uit het west-noord-westen een Nederlandse kof (opm: JANDINA, zie NRC 210454) op Hönö gestrand. Nadere bijzonderheden ontbreken.


18 april 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 17 april. Aanstaande woensdag de 19e dezer, des morgens omstreeks negen ure, zal aan de scheepswerf van de heer H. de Hoog, te Delfshaven, te water worden gelaten het voor de grote vaart bestemde en voor rekening van de heren Vaesen en Steinhaus alhier nieuw gebouwde barkschip HENRIETTE MARIA, groot omstreeks 330 gemeten lasten en gevoerd zullende worden door kapt. Bakker.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Leeuwarden, 13 april. Naar wij vernemen, is men sedert enige dagen aan de fabriek van de heren Paul van Vlissingen en Dudok van Heel te Amsterdam, bezig met de verbouwing van een door de heren Bernelot Moens & Co te Harlingen aangekocht Engels stoomschip, hetwelk onder Nederlandse vlag en genaamd LEEUWARDEN, bestemd moet zijn voor de vaart van Harlingen en het Nieuwediep op Londen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Verkoping. De notaris Slotemaker, gevestigd te Molenaarsgraaf, is voornemens in het openbaar te veilen en te verkopen op vrijdag de 21e april en zaterdag de 29e april 1854, telkens des namiddags om 4 uren, ten huize van J. Kuypers, te Papendrecht: een ruime welgelegen scheepstimmerwerf, met bijbehorende getimmerten, hellingen en gereedschappen; voorts 3 huizen, met schuren, erven en grond, alles staande en gelegen in de gemeente Papendrecht, nabij het veer naar Dordrecht.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hellevoetsluis, 16 april. De gestrande stoomboot PETREL is in vlot water en alhier door de stoomboot SOUVEREIN in het kanaal gesleept.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 15 april. Omtrent het Nederlandse schip (opm: schoenerbrik) CECILIA, kapt. G.T. van Yperen, van Galatz naar Engeland, hetwelk de 8e september 1853 Konstantinopel (opm: Istanbul) passeerde, heeft men sedert niets vernomen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Plymouth, 13 april. Het alhier binnengelopen Nederlandse schip MARIA, kapt. De Boer, van Amsterdam naar Livorno bestemd, is lek.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Voorlopig belangrijk bericht. In de maand mei 1854, de dag nader te bepalen, zal door het ministerie van de notaris D. Uijttenhooven te Vlissingen worden te koop geveild om te worden gesloopt het Russisch korvetschip NAVARINO, als niet zeewaardig afgekeurd, benevens deszelfs complete inventaris, ijzeren waterkisten en scheepsprovisiën, alles in de beste staat, mitsgaders een aanzienlijke parij geheel nieuw touwwerk en meerdere scheepsbenodigdheden.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Volgens een bericht van Zr.Ms. gezant te Constantinopel van de 27e maart jl., had het verbod van uitvoer van granen, onlangs door de Porte vervaardigd, gepaard met de vrees, dat de schepen wellicht door de regering genoodzaakt zouden kunnen worden, hun ladingen graag te Constantinopel te lossen, terwijl het bewind ze alsdan, tegen latere betaling van de prijs, in beslag zou nemen, een algemene vraag doen ontstaan naar firmans (opm: ferman, bevel van de sultan, hier toestemming tot uitvaren) voor de laatst aangekomen schepen.
De volgende Nederlandse schepen hebben hun firmans verkregen, maar hun vertrek werd nog gehinderd door tegenwind: HARMINA CATHERINA, kapt. Bakker; H. WILLEBRORDUS, kapt. Boekhout; de MARNE, kapt. Benkema; HENRIETTE, kapt. De Boer; ELISABETH en MARIE, kapt. Bok; ATALANTE, kapt. Beckeringh, en ANNECHIENA, kapt. Donga.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Terwijl in deze provincie (opm: Groningen) sedert vele jaren jaarlijks 80 à 90 zeeschepen de werven verlieten, zal de aanbouw dit jaar nog groter zijn, daar nu reeds veel meer dan 100 gereed of nog onder handen zijn, waar ongetwijfeld nog verscheidene in de loop des jaars zullen bijkomen. De voordelige vaart van 1853 heeft hiertoe zekerlijk veel bijgedragen.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Konstantinopel, 25 maart. Scheepsvrachten. Onze vrachtenmarkt bevindt zich in de grootste opschudding. Meer dan 400 schepen liggen op de rede, daar de Engelse en Franse gezanten aan de naar de Zwarte Zee bestemde schepen het binnenlopen hebben verboden. De bevrachting is daardoor geheel nul.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Pillau, 9 april. Scheepsvrachten. De vraag blijft levendig, maar men zoekt de vrachten te drukken. Londen Sh.6/3 à Sh.5/1½, Hull Sh.6/- à Sh.4/½, kolenhavens Sh.5/3 per quarter en Sh.60/- per ton hennep, Dundee Sh.54/- voor vlas, Groningen NLG 33 voor rogge.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Dantzig, 10 april. Heden werd bedongen Hull Sh.25/-, Pembroke Sh.30/- per load balken, Sunderland Sh.25 per idem en Sh.29 per load eikenhout, Jersey Sh.35/- per load dennenhout, de oostkust Sh.28/- per ton beenderen, Amsterdam NLG 27 per last rogge, Antwerpen NLG 32 per last eikenhout.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Advertentie. Uit de hand te koop een bevaren schip (opm: binnenvaarder), groot 36 tonnen, bevaren geweest door Boele Evers van Delfzijl, op zeer aannemelijke voorwaarden. Te bevragen bij de eigenaar G.J. Bos, scheepstimmerman te Appingedam.


19 april 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 18 april. Uit Stettin (opm: Szczecin) wordt bevestigd, dat de (opm: Engelse) admiraal Napier alle Russische Oostzeehavens, met inbegrip van de havens der Bothnische en Finse Golf, in staat van blokkade verklaard heeft.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 18 april. De op 14 dezer te Helder als bijlegger van Kertch (opm: Kertsj, Krim) binnengekomen Russische bark ALEXANDRA, kapt. Leander, met een lading lijnzaad, was voor Hull bestemd. De kapitein was echter op zijn reis geïnformeerd van het vermoedelijk gevaar, waarin hij verkeerde ingeval hij de Engelse haven binnen viel en was daarom onder een Nederlandse vlag naar die haven (opm: Helder) gestevend. Vermoedelijk zullen lading en schip aldaar in veiling komen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Middelharnis, 17 april. De stoomboot, die van Hull op Rotterdam voer, genaamd PETREL, en onlangs op de Hinder (opm: Den Hinder) bij Goedereede is geraakt, is verkocht, benevens vele goederen, welke zij bevatte. Gisteren avond is gemelde boot door en sleepboot vlot geraakt en te Hellevoetsluis aangekomen.


  JB - Javabode

Batavia, 17 april. De 15e dezer is hier aangekomen het Nederlandse schip VICE-ADMIRAAL GOBIUS, kapt. M.W. Zwart, de 15 maart vertrokken van Diemensland.
Heden is hier aangekomen het Nederlandse schip ANJER, kapt. P. Esink, de 14e december vertrokken van Londen.


20 april 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 19 april. Z.M. heeft bewilliging verleend tot het oprichten der Amsterdam-Harburger Stoomboot Maatschappij op de voet als bij het overlegd ontwerp der acte van oprichting bepaald is.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Galatz, 3 april. Vier Nederlandse schepen, vol beladen, zijn door de Russische autoriteiten te Ibraïla in beslag genomen, die even als het Engelse schip STRANGER, kapt. Pryde, niet kunnen vertrekken zonder order van prins Gortschakoff of van de generaal Luders. Daar deze beide personen zich aldaar niet in de nabijheid bevinden, zijn brieven aan hen afgezonden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 19 april. Heden is van de werf de Onderneming van de scheepsbouwmeester H. de Hoog te Delfshaven met goed gevolg te water gelaten het barkschip HENRIËTTE MARIA, gevoerd zullende worden door kapt. G.W. Bakker, metende 307 lasten, en is daarna de kiel gelegd van een barkschip van circa 350 gemeten lasten, hetwelk genaamd zal worden JOHANNES HENDRIKUS FERDINAND, beide bestemd voor de grote vaart en voor rekening van rederijen onder directie van de heren Vaesen & Steinhaus alhier.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 19 april. De onlangs op de Hindert (opm: Den Hinder) gestrande stoomboot PETREL is, zo als reeds onder onze zeetijdingen is gemeld, daar af gekomen en bevindt zich sedert gisteren hier voor de stad. Zittende op de Hindert is deze boot voor NLG 2500 verkocht. Volgens de Amsterdamsche Courant wordt haar waarde thans geschat op NLG 50.000.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 19 april. In de maand mei zal te Vlissingen worden geveild om te worden gesloopt het Russisch korvetschip NAVARINO, benevens complete inventaris, ijzeren waterkisten en scheepsprovisiën.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Scilly, 14 april. Gisteren avond is alhier, geassisteerd door de loodsboot No. 20, lek, met verlies van verschansing, een gedeelte van het tuig en meer andere schade binnengelopen de te Vlaardingen te huis behorende hoeker VEREENIGING, kapitein Poldervaart, van St. Ubes (opm: Setubal) met een lading zout naar Vlaardingen bestemd. De kapitein rapporteert dat hij gisteren morgen ten 3½ uur, met de wind van het O.t.Z, zich toen bevindende op 12 mijlen afstands, Z.O. van de Sorlings (opm: Scilly Isles), door een Engels barkschip no. 16, transport van Londen naar Malta, aangezeild is, waardoor zijn schip de bovengenoemde schade bekwam. Op het ogenblik der aanzeiling lag de hoeker met stuurboordshalsen bij en de bark liep met lijzeils op. De equipage der hoeker was reeds op de bark overgesprongen; doch daar zij bemerkte dat hun schip niet zonk is zij een uur naderhand weder aan boord gegaan. De bark, welke de hoeker in de midscheeps geraakt heeft, had slechts de kluiverboom verloren.
(opm: zie NRC 220454)


  AH - Algemeen Handelsblad

Hoorn, 18 april. Heden morgen heeft de stoomboot van hier op Amsterdam haar eerste reis gedaan. Een groot aantal passagiers, door deze expedite gelegenheid uitgelokt, deden de reis mede. Een menigte ingezetenen hadden zich op het Lakenhoofd geposteerd om getuige te zijn van de afvaart der stoomboot, die, zo wij vertrouwen, ongemene bedrijvigheid in onze stad zal te weeg brengen.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. De handel en het reizend publiek wordt bij deze kennis gegeven, dat de stoomboot STAD HOORN geregeld elke dag van Hoorn naar Amsterdam en terug zal varen:
-’s morgens ten 7 ure van Hoorn naar Amsterdam
-’s namiddags ten 5 ure van Amsterdam naar Hoorn.
Amsterdam, 18 april 1854, de ondernemers P.P. Kievits & Co.


  DC - Dordtsche Courant

Konstantinopel, 4 april. Ten gevolge van de verboden uitvoer heeft sedert 10 dagen hier maar één bevrachting plaats gehad naar Liverpool en terug voor GBP 1.000,-. Vele bevrachte kapiteins, om in de Zwarte Zee te lossen, willen liever hun charter partijen vernietigen, dan gevaar te lopen een doelloze reis te doen, die door de schaarsheid der levensmiddelen, zeer kostbaar wordt.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Groningen. Heden zijn alhier gearriveerd de nieuw gebouwde schoenerschepen IDA, groot 100 last, kapt. J. de Boer, van Sappemeer, en HENRICA, mede groot 100 last, kapt. E. van der Werff, van Dokkum. Beide bodems zijn gebouwd op de werf van de heer Meursing te Hoogezand.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Groningen, 18 april. Scheepsvrachten. In bevrachtingen gaat zo te zeggen niets om. De laatste bevrachting naar Londen is geweest Sh.18/- met 10%.


21 april 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Gothenburg, 13 april. De Nederlandse kof, welke alhier gestrand is, waarvan wij vroeger melding maakten - zie ons nommer van 16 dezer - is gebleken te zijn de JANTINA (opm: JANDINA), kapt. H.B. v.d. Werf. Dezelve is in de nacht van de 7e bij Benskärssand, ten zuiden van Hönö (opm: eiland 10,5 mijl west van Göteborg) gestrand en totaal wrak aldaar gevonden. De scheepspapieren en enige gouden, zilveren en koperen munten heeft men in de kajuit gevonden. Omtrent het lot der equipage verkeert men in het onzekere; geen enkel spoor er van heeft men op het wrak ontdekt.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 20 april. De Hanoverse kof GEZIENA, kapitein Frieden, van Emden met haver naar Yarmouth, is volgens brief van Harlingen van de 18e dezer, de 14e dito op Ameland gestrand, doch het volk gered; van de lading waren ruim 30 lasten, zo gezond als beschadigd, benevens de inventaris geborgen.
(opm: zie volgend bericht)


22 april 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Ameland, 14 april. In de gepasseerde nacht is alhier, uithoofde van in zee bekomen zware lekkage, gestrand het Hanoverse kofschip GEZINA, kapt. Frieden, komende met een lading haver van Cuxhaven en bestemd naar Yarmouth. De bemanning, ten getal van vier, is met de scheepsboot gered, terwijl er hoop bestaat, dat lading en tuigage zal kunnen worden geborgen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Scilly, 17 april. De Nederlandse hoeker VEREENIGING, welke alhier met schade is binnengelopen – zie ons nommer van 19 dezer – is langszijde van de kaai gehaald om een gedeelte der lading te lossen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Stralsund, 15 april. Het schip HOOP VAN ZEGEN, kapt. De Vries, van Colberg (opm: Kolobzreg) naar Amsterdam bestemd, is alhier voor noodhaven binnengelopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. In de loop der maand mei zal publiek te koop worden aangeboden de stoomboot, vroeger gevaren hebbende tussen Rotterdam en ’s Hertogenbosch, en later tussen Middelburg en Bergen-op-Zoom, met deszelfs inventaris en machine van 36 paardenkracht, zijnde inwendig goed betimmerd en volkomen goed ingericht voor passagiers en vervoer van goederen. Gemelde stoomboot is thans liggende te Middelburg, en in afwachting van nadere aankondiging, inmiddels uit de hand te koop. Adres met franco brieven, aan de heer D. Dronkers, te Middelburg, of te Rotterdam bij de heer C.J. van de Garde.
(opm: zie NRC 170554)


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Groningen, 21 april. Scheepsvrachten. Naar Londen Sh.17/- met 10% per 10 quarter haver.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Advertentie. Uit de hand te koop een nieuw gebouwd tjalkschip, groot pl.m. 48 ton, liggende te Dijkshorn, gemeente Ten Boer. Te bevragen bij P.G. Bos, scheepstimmerman aldaar.


  JB - Javabode

Advertentie. Vendutie van een schip. Op dinsdag de 9e mei 1854 zullen de ondergetekenden voor een der entrepot-pakhuizen alhier publiek verkopen het Hamburger brikschip SOLIDE, groot over steven 109 voet, breed 27 voet en diep 15 voet, zijnde 119 gemeten lasten à 6.000 pond, met deszelfs masten, rondhouten, lopend en staand tuig, zeilen, ankers, kettingen, enz., benevens een partij van circa 90 kisten cassia luinea.
John Pryce & Co.


23 april 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 22 april. Aangaande de schepen ONDERNEMING, kapt. Flik, van Dantzig (opm: Gdansk) naar Antwerpen, de 3e december 1853 Elseneur (opm: Helsingör) gepasseerd, en HELENA BRONS (opm: tweemast schoener), kapt. H.W.C. van Ingen, de 30e december 1853 van Newcastle naar Lissabon, heeft men sedert niets vernomen.


24 april 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Pillau (opm: Baltyisk), 15 april. De gehele lading van het alhier gestrande Nederlandse schip HARMINA, kapt. Bieze, van Londen naar Koningsbergen (opm: Kaliningrad) bestemd – zie ons nommer van 15 dezer – is geborgen. Het grootste gedeelte, uit thee en katoen bestaande, is echter beschadigd. Het schip heeft niet veel geleden en zal wel weder afgebracht kunnen worden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Bolderaa, 14 april. Onder meer anderen zijn in ons vaarwater in het ijs bezet geraakt de Nederlandse schepen GEZINA CATHARINA, kapt. Everts, een schip gevoerd door kapt. Goossens, en de Hanoverse kof GODEFRIDUS, kapitein Dreijer.
(opm: zie NRC 110554)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Kaap de Goede Hoop, 24 februari. Het Nederlandse schip (opm: fregat) 's-HERTOGENBOSCH, kapt. E.J. van der Braak, met koffij, suiker en specerijen van Batavia, laatst van Mauritius, naar Middelburg bestemd, is de 6e dezer zwaar lek in de Simonsbaai binnengelopen. De gehele lading moet gelost worden.
(opm: zie NRC 170554)


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. G.J. Roland Holst, G.J. Boelen en A. Roland Holst, makelaars, zullen op maandag de 8e mei 1854, des avonds om 6 uur, te Amsterdam, in de Nieuwe Stads-Herberg aan het IJ verkopen:
- 1/16 aandeel in het Nederlands barkschip HENRIETTE KLASINA, kapt. T. Hagen, groot 629 tonnen.
- 1/32 aandeel in het Nederlands fregatschip NEPTUNES, kapt. P. Schuurman, groot 781 tonnen.
- 1/40 aandeel in het Nederlands fregatschip CLAUDIUS CIVILIS, kapt. J.F.D. Petersen, groot 685 tonnen.
- 1/40 aandeel in hetzelfde schip.
Breder bij biljetten omschreven en nader onderricht bij bovengemelde makelaars.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Uit de hand te koop een snelzeilend kotterschip met staand en lopend want, rondhout, zeilen, ankers, kettingen en verdere inventaris, groot 13 à 14 roggelasten, met kaasstelling voor 12.000 pond voorzien. Te bevragen bij de heer F. Zeilinga op de Geldersche Kade te Amsterdam.


25 april 1854


 GRC - Groninger Courant

Den 18 april de Sont gepasseerd. COMITAS, H. Garrels (opm: Hanover ex-Russische vlag, de galjoot kwam in 1864 als STAD STEENWIJK onder Nederlandse vlag), van Bremen naar de Oostzee, met tabak.


26 april 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 25 april. Van de werf van de heer K.H. Kaat te Hoorn is met gelukkig gevolg van stapel gelopen het tjalkschip genaamd MARIA. Onmiddellijk na afloop hiervan werd de kiel voor een ander schip gelegd.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Syra, 31 maart. Het schip ANTHONY, kapt. Nepperus, van Konstantinopel(opm: Istanbul) naar Falmouth, ligt alhier (opm: zie NRC 230354) na geëindigde reparatie zeilkaar.


  AH - Algemeen Handelsblad

Groningen, 24 april. Men bericht uit Oude Pekela in dato 19 april, dat aldaar die dag van de werf van de scheepsbouwmeester J. Wortelboer met goed gevolg te water gelaten is het fraai gebouwde schoenerschip ALIDA SINNIGE, groot plm. 100 lasten, gebouwd voor rekening ener rederij onder directie van de heren K. & J. Wilkens te Veendam, hetwelk gevoerd zal worden door kapt. E.H. Dik, van Wildervank.


  JB - Javabode

Batavia, 24 april. Heden is hier aangekomen het Nederlandse schip STAD SCHIEDAM, kapt. F.A. Wulp, de 28e december vertrokken van Amsterdam.


27 april 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 26 april. Zaterdag 22 dezer is van de werf van de scheepsbouwmeester J. Mulder te Vierverlaten onder Hoogkerk van stapel gelopen het nieuw gebouwde galjootschip de PLANTER, groot 60 last, zullende bevaren worden door kapt. G.F. Waterborg, zijnde dit het eerste schip op deze werf gebouwd, bestemd voor de buitenvaart.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Scilly, 21 april. De alhier in averij binnengelopen Nederlandse hoeker VEREENIGING – zie ons nommer van 22 dezer – gaat voort met de lading zout te lossen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 26 april. Door de Nederlandsche Handel-Maatschappij zijn bevracht de navolgende 37 schepen, als:
Voor Rotterdam: MARY EN HILLEGONDA, kapt. L. Visser; JOHANNES MARINUS, kapt. J. van Delft Cz; NIEUW LEKKERLAND, kapt. M.B. Hoffmann; JACATRA, kapt. Th. Buijs Jz; EUROPA, kapt. H. Poort; SCHOONDERLOO, kapt. A.F. Marmelstein; SUMATRA, kapt. H. Grevel; EVA JOHANNA, kapt. H. de Boer, (de beide laatsten van Dordrecht).
Voor Amsterdam: JEANNETTE PHILIPPINE, kapt. J. van der Mey; KOOPHANDEL, kapt. H. de Boer; LUCIPARA’S, kapt. J. Kloppenburg; MERCURIUS, kapt. D. Visser; HENDRIK WESTER, kapt. R.J. Reynders; DE NIJVERHEID, kapt. J.C.M. van Strijen; ADMIRAAL DE RUYTER, kapt. S. Stapert; WILHELMINA LUCIA, kapt. J.P. Carst; WATERLOO, kapt. W.W. van Epen; TRITON, kapt. H. Olie; PHILIPS VAN MARNIX, kapt. E. van Duijn; STAD UTRECHT, kapt. F.O.J. Jaski; PRINS HENDRIK, kapt. H. Smit; GOEDE VERWACHTING, kapt. F.J. Rotgans; ZEEMEEUW, kapt. H.L. Kayser; WALVISCH, kapt. Th. Schut; STAATSRAAD BAUD, kapt. T. de Jong; ANNA EN ELIZE, kapt. C.J. Jaski; SCHOON VERBOND, kapt. J. Veenstra; ZEEVAART, kapt. J.A. Knaap; ADMIRAAL TROMP, kapt. J. van Tubergen; ANNA MARIA WILHELMINA, kapt. G.C. Fischer; JACOBA EN CHRISTINA, kapt. J.C. Berk; HENRICUS GERARDUS, kapt. P. de Boer; BELLATRIX, kapt. A.P. Sandberg Jr; WILLEM DANIEL, kapt. T. de Meester.
Voor Dordrecht: BATO, kapt. W.F. Broeksmit; DELTA, kapt. J.G. Kunst.
Voor Schiedam: H. VINCENTIUS VAN PAULO, kapt. K.H. de Groot.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 26 april. Het schip CATRINA, kapt. G.F. Waterborg (opm: kof CATHARINA, bouwjaar 1843, kapt. Gerlof Freerks Waterborg), van Hadersleben (opm: Haderslev) met boekweit naar Nederland, is buiten het gat van Texel gezonken. De kapitein en een man hebben zich met de sloep gered, doch de stuurman en een matroos zijn daarbij omgekomen. (opm: zie NRC 280454 en PGC 290454)


  DC - Dordtsche Courant

Dordrecht, 26 april. Van het Nieuwe Diep schrijft men van de 21 dezer: Naar wij vernemen, zal in het begin der maand mei een detachement van de hier in garnizoen liggende veld-artillerie naar het eiland Texel vertrekken, om proefnemingen te doen met granaten van een nieuwere constructie op een drijvend schip. De buiten dienst gestelde brik ARGO, aan ’s Rijks werf liggende, zou tot dat doel worden gebezigd.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Met goed gevolg is heden in deze haven (opm: Groningen) gearriveerd de nieuw en fraai gebouwde schoener-galjoot ANNECHIENA, groot 90 last, zullende bevaren worden door kapt. D. de Jonge, van Oude Pekela, gebouwd bij J. Bieze te Veendam.
(opm: vergelijk voornaamletters kapitein met GRC 280454)


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Dantzig, 20 april. Scheepsvrachten. In de laatste acht dagen is betaald Leith Sh.7/3, Hartlepool Sh.6/6, Guernsey Sh.5/10 per quarter tarwe, Woolwich Sh.27/-, Smithfields Sh.25/-, Dublin Sh.33/6 per load balken, Rochefort Ffrs. 80 en 15% per last hout.


28 april 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 27 april. Een Groninger kofschip (opm: CATHARINA, zie NRC 270454 en PGC 290454), geladen met granen, is in de Noordzee, nabij de Harlingse zeegaten, plotseling gezonken, naar men zegt, door het uitdijen der nat geworden lading. Twee man van het scheepsvolk zijn daarbij omgekomen; de twee overige werden door kapitein Ebes gered en te Harlingen aan wal gebracht. Men verhaalt, dat dit verongelukte schip van Hamburg kwam en bestemd was naar Amsterdam. De kapitein, een der geredden, was afkomstig van Veendam.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlissingen, 26 april. De Nederlandse kof JONGE JACOB, kapt. Rijnberg, is alhier met lekkage binnengelopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Yarmouth, 24 april. Gisteren is wegens ziekte van de bemanning en lekkage alhier een Nederlandse kof binnengebracht. De naam enz. ontbreekt.


 GRC - Groninger Courant

Groningen, 27 april. Binnengekomen de nieuwgebouwde schoener-galjoot ANNECHIENA, groot 90 last, kapt. J.J. de Jonge, van Oude Pekela, gebouwd bij J. Bieze, te Veendam.


  LC - Leeuwarder Courant

Notaris Brandsma verkoopt te Ezumazijl een zeer gelegene scheepstimmerwerf voorzien van drie scheepshellingen benevens ruime timmerschuur met erve c.a. te Ezumazijl, eigen aan K.S. Woudstra aldaar. (opm: zie LC 310354 en 291254)


29 april 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 28 april. Het te Alblasserdam te huis behorend barkschip NOORD, kapitein H.R. Ruhaak, van Panaroekan (opm: Panarukan) naar deze stad bestemd, is gisteren door hevig stormweder op de westpunt van de Banjaard gestrand en zal, daar het schip tot aan het dek onder water zit, hoogstwaarschijnlijk totaal weg zijn. De bemanning heeft zich in de boten gered en is door de voor gaats kruisende Brouwershavense loodsboot opgenomen en te Brouwershaven binnengebracht.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 10 maart. Scheepsvrachten. Door gebrek aan genoegzame produkten kunnen alle aangekomen particuliere schepen geen lading bekomen en zijn dus de vrachten wederom gedaald. Achtereenvolgens werden nog bevracht: TWEE GODFRIEDS tot GBP.4.15/4 met suiker naar Cowes voor Engeland of Nederland, VRIENDSCHAP tot NLG 95 voor koffij van Padang naar Amsterdam, ADELAAR NLG 87,50 met suiker van Soerabaija naar Amsterdam, GEBROEDERS NLG 80 suiker en NLG 70 koffij, van hier naar Amsterdam, JACOBA HELENA NLG 80 suiker van hier en NLG 85 van Soerabaija, en NLG 105 voor arak naar Rotterdam. Thans liggen nog zonder bestemming de Nederlandse schepen VIER GEBROEDERS, JACOB CATS, JAVAAN, JAN PIETERSZ. KOEN, LEWE VAN NIJENSTEIN, en RESIDENT VAN SON.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hellevoetsluis, 28 april. Hedenmiddag omstreeks één uur deed men van Goedereede sein, dat er een schip op de Oosterbank in nood was, waarop de stoomboot KINDERDIJK met de meeste spoed naar buiten gegaan is.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlie, 26 april. Aan boord van kapt. Ebbes, voerende het schip GRIETJE, alhier gearriveerd, bevindt zich kapt. G.J. Waterborg en een matroos J. Limburg, welke door dat schip in zee in een wrakke boot drijvende zijn gevonden en opgenomen. Volgens rapport van kapt. Waterborg, is zijn schip genaamd CATHARINA, geladen met boekweit, op 10 mijlen NNO van Terschelling gezonken - zie ons nommer van de 27e dezer. De stuurman en de kok van de bodem zijn vermist.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Zierikzee, 27 april. Volgens gerucht is er heden in de Roompot een schip gestrand (opm: MARY ELISABETH, zie NRC 300454). De vaartuigen, daarheen vertrokken, zijn nog niet geretourneerd en er is dus nog niets met zekerheid bekend.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

San Francisco, 15 maart. Het alhier op de 12e dezer van Amsterdam, laatst van Valparaiso, gearriveerde Nederlandse schip IMMAGONDA SARA CLASINA, kapt. Snoek, heeft zeilen verloren en andere schade bekomen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Brielle, 28 april. Gepasseerde nacht is nabij het Maassluise Gat gestrand het (opm: Belgische) smakschip CHARLOTTE, kapt. C. Muys, van Liverpool, grotendeels beladen met steenkolen, bestemd naar Rotterdam. Het schip is hoogstwaarschijnlijk weg, doch de bemanning gered.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Het kofschip CATHARINA, kapt. G.F. Waterborg (opm: kapt. Gerlof Freerks Waterborg), van Groningen, komende van Hadersleben (opm: Haderslev) en bestemd naar Amsterdam, is zondagmiddag l.l. (opm: 23 april), ongeveer te zes uur des avonds, met een felle N.O. wind op 10 mijlen afstands van Terschelling gezonken. De kapitein, het gevaar ontdekkende, had nauwelijks de tijd, om de boot te kappen en zich met de matroos daarin te begeven, of reeds dreven zij met hun in wrakke toestand verkerende boot van de luiken af en moesten de CATHARINA en de twee manschappen, die zich nog daarop bevonden, voor hun ogen zien zinken.
Ontzettend was voor hen dit ogenblik, waarin zij verkeerden; binnen vijf minuten in zulk een toestand geplaatst en zonder enige levensmiddelen; de zon ging onder en reeds werd het duister; onophoudelijk waren zij bij beurten bezig, om het water uit hun boot te scheppen, want steeds verkeerden zij in zinkende toestand. In deze positie werd de nacht doorgebragt; de morgen verscheen en welke middelen tot redding zij ook bleven aanwenden, alles was op dat ogenblik nog vruchteloos. Reeds hadden zij hun bovenkleed tot zeil en noodsein opgehangen, toen zij omstreeks des middags te 1 uur werden gezien door kapt. H.H. Ebes (opm: schipper van de GRIETJE), van Harlingen, die hen dadelijk met de grootste bereidvaardigheid heeft opgenomen en van al het nodige voorzien en hen vervolgens te Harlingen aan wal heeft gebracht.
De op de bodem verongelukte personen zijn F.J. van Bergen, van de Kiel (opm: bij Hoogezand), en de kok P. de Vries, van Onderdendam. De matroos, die er met de kapitein het leven heeft afgebracht, schoon van alles ontbloot, is Johannes Limborgh, van Groningen.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Groningen. Gisteren avond arriveerde alhier voor de stad de nieuwgebouwde schoener, genaamd …, groot ongeveer 100 last, zullende bevaren worden door kapt. H.H. Potjer, van Sappemeer, gebouwd op de werf van de heer H.W. Hooites te Hoogezand.


30 april 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Brielle, 29 april. Van het smakschip CHARLOTTE zijn enige goederen, tot de inventaris behorende, alhier aangebracht.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 29 april. Op de Buitengronden van het Veerse Gat is eergisteren totaal verongelukt het te Bideford (opm: County Devon) te huis behorende Engelse schoenerschip MARY ELISABETH, kapitein Thomas Hartfort, van Liverpool met spoorijzer naar Rotterdam bestemd. Het volk is na een geruime tijd in het want te hebben door gebracht, gered en te Veere geland.
(NB. Hoogstwaarschijnlijk het schip gisteren uit Zierikzee gemeld).


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hellevoetsluis, 29 april. De stoomboot KINDERDIJK, welke, zoals gisteren gemeld, naar het schip dat op de Ooster zat, gegaan is, kwam ten 5 uur namiddag van daar terug, de tijding medebrengende dat het een Engelse schoener was en dat het schip naar gissing reeds vol water zat. De KINDERDIJK had door de verschrikkelijk hoge zee het schip niet nader dan op een halve mijl afstand kunnen bereiken. Van het lot der equipage weet men nog niets.


01 mei 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Zierikzee, 29 april. Heden liep met het beste gevolg te water het op de werf van de heer Corn. Smit door de scheepsbouwmeester C. Maks alhier gebouwde barkschip MARINUS WILLEM, groot 400 Java-lasten, voor rekening ener rederij onder directie van de heren De Jonge & Keller alhier, terwijl terstond daarop de kiel werd gelegd voor een bodem (opm: bark HAAMSTEDE), groot 400 gemeten lasten, voor rekening der firma M.C. de Crane & Zoon.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Falmouth, 27 april. Het alhier binnengelopen Nederlandse brikschip GEERTRUIDA, kapt. Caspers, van Smirna (opm: Izmir) naar Amsterdam bestemd, is de 24e dezer des avonds in aanzeiling geweest met het Engelse schip CHIEFTAIN, van Londen naar Calcutta, en heeft dientengevolge de kluiverboom verloren en andere schade bekomen.
(opm: zie volgend bericht)


02 mei 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Falmouth, 28 april. Zo als wij dit bereids gisteren kortelijk mededeelden, had er gepasseerde maandag avond ten 9 ure (opm: 24 april) een aanzeiling plaats tussen de Nederlandse brik GEERTRUIDA, kapitein Caspers, met een lading gerst van Smirna (opm: Izmir) naar het Kanaal bestemd om orders, en de Engelse bark CHIEFTAIN, kapitein Dewar, van Londen naar Calcutta gaande. Wij kunnen daaromtrent thans nog de volgende bijzonderheden mededelen. De brik heeft belangrijke schade geleden aan het voortuig en de boeg, en de bark heeft de scheg, het galjoen, enz. verloren. Kapitein Caspers, welke vermeende, dat zijn schip zonk, is kort na de aanzeiling met zijn gehele equipage op de bark overgegaan. Enige tijd daarna waren de beide gezagvoeders samen in gesprek, toen kapitein Dewar het ongeluk had, dat een zakpistool, hetwelk hij bij zich droeg, losbrandde en waarvan hij de gehele lading in zijn rechtervoet kreeg. Een ongeluk komt nooit alleen, want ziet: in het zelfde ogenblik werd de GEERTRUIDA door een Deense brik aan boord geklampt, welke het schip bijna geheel uitplunderde en toen kapitein Caspers de volgende morgen weder naar zijn schip terugkeerde, kwam hij nog slechts even in tijds om de boot van een ander schip af te snijden, welke voornemens was om zijn verlaten schip goede prijs te verklaren.
Kapitein Dewar is hier gisteren morgen door een loodsboot aangebracht, om geneeskundige hulp in te roepen; zijn schip volgende onder kommando van een loods. De Nederlandse brik kwam mede alhier in de haven. Beide schepen zijn lek.
(opm: zie NRC 050554 en 260654)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 1 mei. Te Joure is de 26e april van de werf der scheepsbouwmeesters S. Geerts & Zoon met het beste gevolg te water gelaten de nieuw gebouwde schoener-galjoot ALBERT VAN PANHUYS, groot 70 lasten, zullende gevoerd worden door kapt. D. v.d. Ley, van Dronrijp.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. De notaris E. Meijer te Nes op Ameland zal op dinsdag de 9e mei 1854, des morgens ten 9 ure, bij het pakhuis van strandvonderij-goederen aldaar tegen gereed geld verkopen de complete geborgen tuigage van het op de 13e april l.l. gestrande (opm: Hannoverse) kofschip GEZINA, kapt. Frieden, bestaande onder anderen in 20 stuks zeilen, vier ankers, ankerketting en touw, staand en lopend touwwerk, watervaten, masten, giek, ra’s, gaffel, boegspriet, spil, voorts een boot en eindelijk al hetgeen meer ter verkoop zal worden aangeboden.


03 mei 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 2 mei. Betreffende het onlangs in de Roompot vergane schoenerschip MARY ELISABETH, in ons nommer van 30 april onder de rubriek scheepstijdingen kortelijk gemeld, leest men in de Middelburgsche Courant van 2 dezer, het volgende:
In de vroege morgen ontdekte men een schoenerschip in de Roompot tegen de onderplaat van de Onrust aan de grond vastzitten. Door het aanhoudend stormen uit het noord-noord-westen liet het zich niet gunstig aanzien, hetwelk dan ook spoedig is bewaarheid geworden.
De wind hand over hand toenemende en de vloed in het water komende, stond weldra de zee zo onstuimig dat er noch voor de Zuid-Hollandsche redding-schokker, noch voor andere vaartuigen welke in het veergat ten anker lagen, bij te komen was, wijl de branding tegen het lager, alwaar het schip zittende was, buitengewoon zwaar was. De zwaarte der lading heeft echter het hevige werken van het schip belet, doch na weinig tijd sloeg de zee er toch over. Men zag de equipage aan beide zijden in het want zich vastknellen, die niets anders dan een gewisse dood voor ogen had.
Schipper Lieven Grootjans en zijn knechts Klaas de Nooijer en Kees Martijn, bevarende een hoogaars, die zich verenigden met schipper Jacob van Belsen en verdere manschappen van zijn visschuit, als Joos Leenderse van Belsen, Jacob de Ridder, Robert Blaas en Jan Lagaan, allen te Arnemuiden te huis behorende, welke mede onder de Schans op een afstand van het schip ten anker lagen, namen het stoutmoedig besluit om hun eigen leven in de waagschaal te stellen en de ongelukkigen ter hulp te snellen, met dat gelukkig gevolg, dat zij na vele pogingen hunne liefderijke onderneming door Gods zegen bekroond zagen, door de gehele equipage van de Engelse schoener MARY ELIZABETH, komende van Newport, geladen met spoorijzer en bestemd naar Rotterdam, zijnde gezagvoerder Thomas Hardfort en vier man equipage, van een gewisse dood te redden en dezelve in de avond hier aan wal te brengen. De ongelukkigen waren slechts half gekleed en doornat, zeer afgemat. Zij hadden het in hun benauwde toestand niet lang meer kunnen uithouden of waren gewis bezweken en een prooi der golven geworden; vele der ingezetenen hebben het hunne bijgedragen om de ongelukkigen, welke alles verloren hadden, spoedig van droge klederen te voorzien. Grote lof en dank zij hun redders toegebracht, die de ware beloning in hun eigen boezem zullen vinden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Gravelines, 28 april. Het schip HERMANNUS (opm: smak HERMANUS), kapt. P.H. Heikema, van Harwich naar Hamburg, is alhier voor de haven gezonken, doch het volk gered.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Bolderaa (opm: Bolderaja, nabij Riga), 24 april. Het schip (opm: kof) de GEZUSTERS, kapt. T.W. de Vries, van Amsterdam naar de Oostzee, is alhier in de nabijheid in het ijs verongelukt, doch het volk gered.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Uit de hand te koop een nieuw Engels brikschip, A.1 bij Lloyds, groot 237 ton, met deszelfs zeilen, ankers, kettingen, rondhouten, staand en lopend want, en verdere inventaris. Prijs NLG 43.200, geleverd te Amsterdam, Rotterdam, Dordrecht of Schiedam.
Adres met franco brieven bij P.R. Los & Co. te Sunderland.


  JB - Javabode

De eerste deze maand kwam ter rede van Batavia aan het Nederlands koopvaardijschip WILLEM I, kapt. F.J. Niedfelt, van Soerabaja, bestemd naar Nederland en aan boord hebbende 12 passagiers. De bemanning van die bodem bestaat, ten gevolge van desertie en overlijden, grotendeels uit inlanders en onder deze bevindt zich een Sumatraan als hofmeester, Abdul Said genaamd, die een maand geleden op de goede geschriften van personen, bij wie hij jaren lang gediend heeft, als zodanig werd aangenomen. Ook aan boord had men redenen van de grootste tevredenheid over zijn diensten en gedrag, toen hij op de 29e april jl. des morgens om half twaalf, het schip zeilende op de hoogte van Krawang, onverhoeds en met de woeste aard, zijner natie eigen, een der passagiers, de echtgenoot van de gepensioneerde luitenant der infanterie C.B. Henriet, moeder van twee kinderen, die op een voetenbankje in de kerk zat te lezen, met een ijzeren vijzelstamper op het voorhoofd boven het linkeroog een slag toebracht, die haar onder een hevige gil bewusteloos deed ter neerstorten en een belangrijke wond, vergezeld van een zware kneuzing te weeg bracht. Dan dit scheen de woesteling nog niet genoeg te zijn. Met een mes, dat hij in de linkerhand hield, gaf hij de ongelukkige vrouw ook nog een diepe snede over de linkerwang langs de hals tot op de borst doorlopende en begaf zich toen ijlings naar het dek.
Groot was de ontsteltenis, die daar ontstond, toen hij zo onverwacht met het bebloede mes in de hand kwam aanstuiven. Een ieder ontweek hem en hij scheen het ook op niemand anders gemunt te hebben, dan op de kok, tegen wie hij, naar men veronderstelt, een wrok koestert. Gelukkig voor dien persoon, bevond hij zich op dat ogenblik niet in zijn kookplaats en terwijl de amokmaker hem verder zocht, kreeg dezen van de zeilenmaker Hoppenraad een slag met een koperen handpomp op het hoofd, waardoor hij op het dek stortte en in zijn eigen mes viel, hetwelk hem een niet onbeduidende wond aan de linkerslaap deed bekomen. De matrozen sprongen als nu toe, grepen hem en hij werd geboeid en is gisteren aan de politie alhier uitgeleverd. Op de vragen aan hem aan boord naar de oorzaak zijner moordzuchtige handelingen gedaan, antwoordde hij niet anders, dan dat hij die ter rechter tijd en plaats zou bekend stellen.
Het is ons een groot genoegen te kunnen berichten, dat de toestand van Mevrouw Henriet, ofschoon de wond aan haar wang vergezeld gaat met een slagaderbreuk en de bloeding urenlang aangehouden had, op gisteren bij haar ontscheping vrij wel was.


  JB - Javabode

Samarang, 28 april. Het Nederlands-Indische barkschip CELEBES, gevoerd door de Arabier Said Achmat Habassie, vertrok de 19e april van hier naar Sumanap, de plaats zijner bestemming, doch ankerde eerst te Japara, alwaar het nog een gedeelte zijner lading moest innemen. Des nachts sloeg het schip van zijn ankers, stootte op een klip en werd geheel verbrijzeld, zodat er niets van de lading gered is kunnen worden, echter zonder enig verlies aan mensenlevens. De regent van Samarang, die zich met die bodem, uithoofde van het overlijden van de sultan van Sumanap, wiens kleinzoon hij is, derwaarts zou begeven, had juist in de avond van die nacht een bezoek bij de regent van Japara afgelegd en is heden per praauw alhier terug gekomen.


04 mei 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Scilly (opm: Zuid-Ierland), 28 april. Het te Rotterdam te huis behorende barkschip GENERAAL MICHIELS, kapt. Koning, van Liverpool naar Rotterdam bestemd, is alhier de 25e dezer met verlies van fokkera en zeilen binnengelopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rio Janeiro, 29 maart. De te Rotterdam te huis behorende bark MOZAMBIQUE, kapt. Bouman, van Callao (opm: Peru) naar Antwerpen bestemd, is hier de 21e met schade aan boeg en tuig binnengelopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Santiago de Cuba, 29 maart. De Spaanse brik AURORA, van Manzanilla naar Rotterdam, en de Belgische brik AMANDE (opm: AMANDA), van Port au Prince naar Antwerpen bestemd, zijn op de hoogte van St. Domingo met elkander in aanzeiling geweest. Beide schepen hebben daarbij schade bekomen en kwamen hier om die te herstellen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Dover, 30 april. De Engelse brik GARLAND, van Newcaste naar Konstantinopel (opm: Istanbul) bestemd, is gisteren avond op de hoogte van onze haven ten anker liggende, door een Nederlandse kof aangezeild, de naam onbekend.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Floris der Kinderen, makelaar, zal op maandag de 8e mei 1854, des avonds ten 6 ure, te Amsterdam, in de Nieuwe Stads-Herberg, aan het Y, door de deurwaarder B.D. Beets, verkopen: een extra ordinair welbezeild kofschip, genaamd AMSTERDAM, varende onder Nederlandse vlag en gevoerd door kapitein H.W. Wortelboer. Voormeld schip is volgens Nederlandse meetbrief lang 22 el 92 duim; wijd 4 el 12 duim; hol 2 el 35 duim (opm: 22,92 x 4,12 x 2,35 m.); en alzo gemeten op 99 tonnen of 52 lasten. Breder bij inventaris en bericht bij bovengemelde makelaar, of bij de cargadoors Gebr. van Ulphen.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Groningen, 2 mei. Scheepsvrachten. Naar Londen Sh.18/- met 10%, mnaar Maldon Sh.16/- met 10%, beide per 10 quarters haver.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Dantzig, 27 april. De vrachten zijn op Engeland omstreeks 6 pence per quarter gestegen. Londen Sh.5/6 per quarter tarwe, Harlingen NLG 24 per last hout.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Advertentie. Het heeft de vrijmachtige God behaagd de 29e april door de dood van mijn zijde weg te nemen, na met verlof tehuis te zijn geweest, mijn geliefde echtgenoot Albert Harms Hoff, gezagvoerder van het te Suriname gestationeerde schoenerschip CURAÇAOENAAR, na een ongesteldheid van enige ogenblikken, in de ouderdom van 69 jaren en vier maanden, waarvan ik 43 jaren met hem in de echt verbonden mocht zijn, mij nalatende 9 kinderen, waarvan 4 aangehuwd. Diep bedroefd geef ik met mijn kinderen langs deze weg kennis aan vrienden en bekenden.
Delfzijl, de 1e mei 1854. G.O. Vos, wedw. A.H. Hoff.


05 mei 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 4 mei. Volgens brief van Constantinopel (opm: Istanbul) van de 20e april verleende het Turkse Gouvernement geen Turkse pas voor de Dardanellen aan schepen, beladen in Russische havens, en hoewel men zich ten dien einde aan Reschid Pacha had gewend, vreesde men dat geen firmans (opm: ferman, bevel van de sultan, pas) zou gegeven worden, en derhalve de ladingen van de schepen STAD HAARLEM, BERNARDUS JOHANNA en VERWISSELING verkocht zouden worden, De schepen WILLEM, PIETER BENTUM en CONCORDIA, waren van Odessa aldaar in ballast aangekomen en zouden door nog meer schepen gevolgd worden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Cowes, 1 mei. De Nederlandse schoener EDUARD, kapt. L. de Boer, van Newcastle naar Nickerie bestemd, is alhier met verlies van voorsteng binnengelopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Falmouth, 1 mei. De alhier in averij binnengelopen Nederlandse brik GEERTRUIDA – zie ons nommer van 2 dezer – is de haven opgesleept om te repareren.


06 mei 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 5 mei. Zr.Ms. fregat PRINS VAN ORANJE vertrekt bij de eerste gunstige gelegenheid van het Nieuwe Diep naar Vlissingen om buiten dienst te worden gesteld.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlissingen, 4 mei. Bij Westkapelle (Zeeland) is geborgen de spiegel van een barkas, gemerkt HORATIO – Newcastle, benevens een grote hoeveelheid wrakhout.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Oude Pekela, 1 mei. In de gepasseerde jaren zijn op onze verschillende timmerwerven alhier gebouwd 15 zeeschepen, behalve nog enige kleinere voor de binnenvaart. Onder genoemde zeeschepen waren 6 schoeners van groot charter, 5 koffen of galjoten en 2 tjalken. Van deze zijn 5 sedert enige tijd van hier uitgevaren en beantwoorden reeds aan hun bestemming. De overige, zijnde 7 schoeners en 3 koffen, bevinden zich nog hier en worden door de lage stand des waters in ons slechte hoofdkanaal, mede als een gevolg van de dit voorjaar geheerst hebbende langdurige droogte, verhinderd, om van hier te vertrekken.
De sedert enige dagen ingevallen regen doet ons hopen, dat weldra de waterhoogte zodanig moge toenemen, dat gemelde bodems onverhinderd kunnen afvaren en naar zee geraken, waarnaar door gezagvoerders en reders reikhalzend wordt verlangd, opdat men van de voordelen kan genieten, welke de vrachtvaart thans rijkelijk oplevert.
Wijders zijn onze timmerwerven al weder voor nieuwe aanbouwing druk in de weer en zijn bereids weder een achttal zeeschepen, zo schoeners als koffen, van aanzienlijke grootte, besteld en zullen de overige werven, die geen bestelling erlangen, voor eigen rekening opzetten, zijnde er alzo opnieuw aan vele handen werk verzekerd.


  JB - Javabode

Batavia, 5 mei. Heden is hier aangekomen het Nederlandse schip HUGO GROTIUS, kapt. J. Glazener, komende van Port Philip (Australië)


07 mei 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 6 mei. Heden is van de fabriekswerf der heren Paul van Vlissingen & Dudok van Heel te Amsterdam te water gelaten de aldaar van ijzer gebouwde kotter de SPERWER, vervaardigd voor rekening der Amsterdamsche Kottervereeniging. Dit vaartuig is het tweede, door die vereniging sedert haar oprichting te water gebracht.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 6 mei. Kapt. Sander, voerende de schoener PURGO, van Orphano naar Antwerpen te Gibraltar binnen, bericht, dat hij in de nabijheid van laatstgenoemde plaats op een blinde klip heeft gestoten, welke op geen zijner zeekaarten aangegeven stond. Op het ogenblik, dat zijn schip stiet, had hij Gibraltar in peiling ZW½W en de toren van Carbonera (kust van Spanje) NW.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlissingen, 4 mei. Te Westkapelle is aangespoeld een partij bindrottingen, een nagelbank, een kompas, zes gedeeltelijk geschonden dekbalken en enige stukken dekdelen, een en ander vermoedelijk afkomstig van het op de Banjaard verongelukte schip de NOORD, kapt. Ruhaak, van Batavia naar Rotterdam.
(opm: zie NRC 290454).


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Liverpool, 3 mei. Het alhier op de 1e dezer gearriveerde Nederlandse schip EENDRACHT, kapt. Stein, van Amsterdam, is de 23e april op de hoogte van de Sorlings (opm: Scilly Isles) in aanzeiling geweest met de schoener TWINS, van Venetië naar Antwerpen, en heeft ten gevolge daarvan de kluiverboom verloren en andere schade bekomen. De TWINS is in averij te Falmouth binnengelopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Tonningen (opm: Tönning), 1 mei. De Nederlandse tjalk FROUKE, kapt. Dahlman, van Amsterdam naar Hamburg bestemd, is alhier zwaar lek binnengelopen. De lading zal wel min of meer door zeewater beschadigd zijn en men zal morgen een aanvang maken met de ontlossing.


08 mei 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Veendam, 5 mei. Heden is van de werf van de scheepsbouwmeester Philippus Rogaar met goed gevolg te water gelaten het nieuw gebouwde schoenerschip BEERTA SCHURINGA, groot 90 rogge-lasten en zullende bevaren worden door kapt. G. Vegter. (opm: zie NRC 110554)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Maassluis, 7 mei. Kapt. L. Rasmussen van de sloep MARIA SOPHIE is met zijn manschappen met de loodsschokker alhier aangebracht. De sloep zit op het buitendrogen op het Schaar. Men zal trachten van de lading vlag en inventaris zo veel mogelijk te bergen.


09 mei 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 8 mei. De 7e dezer is op de scheepsbouwwerf aan het Kralingsche Veer van de heer W.C. Hoogendijk de kiel gelegd van een barkschip, genaamd HERMAN, grooot 450 Java-lasten, voor rekening van de rederij onder directie van de heer N.A. Koning, zullende gevoerd worden door kapt. M. van Veldhoven en bestemd voor de grote vaart.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Maassluis, 8 mei. Bij de sloep MARIE SOPHIE, kapt. Rasmussen, gisteren gemeld, heeft men door de hoge zee niet aan boord kunnen komen. Enige goederen zijn aan het strand aangekomen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hellevoetsluis, 8 mei. Heden arriveerde alhier het schip VENTURA, kapt. E. Burting, hetwelk gisteren de equipage van de schoener ROTTERDAM, kapt. Mercer, van Glasgow geladen met ijzer en bestemd voor Rotterdam, aan boord had genomen, welke het schip had moeten verlaten wegens bekomen lekkage, hebbende voor de Maas gestoten. (opm: beide schepen zijn niet-Nederlands)


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Gothenburg, 29 april. Scheepsvrachten. Daar er voortdurend gebrek is aan vrachtzoekende schepen, blijven de vrachten stijgen. Naar Hull is Sh.10/- per ton ijzer betaald, met 5%.


10 mei 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 9 mei. Eergisteren namiddag is voor Scheveningen, een uur afstands van de wal, een kof eensklaps gezonken, waarvan, naar men wil, de equipage door een vissersvaartuig was gered. De steng van het vaartuig steekt wel twee ellen boven water uit. Het wrak moet als gevaarlijk worden aangemerkt. Men heeft niet kunnen waarnemen, tot welke natie het schip behoorde.
(red: Hoogstwaarschijnlijk wordt hier bedoeld de schoener ROTTERDAM, welke de 7e voor de Maas door het volk verlaten is, zie ons nommer van gisteren, art. Hellevoetsluis.)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 9 mei. Kapt. v.d. Harst, voerende het schip GOUVERNEUR ELSEVIER, de 4e april van Rotterdam te Monrovia aangekomen, schrijft van daar het volgende: Ik heb acht dagen voor de Bocht van Biscaye voor zwaar stormweder gedreven, waarbij wij het beeld en een gedeelte van het galjoen (opm: licht, ondersteunend deel van de boeg, waarop de boegspriet rust) hebben verloren. In de nacht van 16 op 17 maart passeerden wij met 8 à 9 mijls vaart strijkelings een wrak, zijnde van een bark of driemastschip, waarvan de masten gekapt of gebroken waren, want masten en tuig dreven naast het schip. Het schip scheen, zo veel wij in de nacht konden zien, niet lang gedreven te hebben.


  AH - Algemeen Handelsblad

Verkoping van schepen te Amsterdam op 8 mei: het kofschip AMSTERDAM, NLG 2.550, in slag NLG 450. Koper: H.J. Rietveld. (opm: een makelaar; het schip, bouwjaar 1837, was mastloos binnengesleept te Texel, zie DC 160254, werd opgeknapt en gekocht door F. Machielsen te Amsterdam; als MARGARETHA ging de kof onder kapt. A.C. Schaap weer naar zee)


  JB - Javabode

Batavia, 10 mei. In de namiddag van de 7e dezer kwam van Sambas alhier ter rede aan de stoomboot AMBON, gezagvoerder F.A.B. Hugenholtz. Die stoomboot was van Gouvernementswege ingehuurd tot de overvoer van hulptroepen van het eiland Madura naar Sambas en had derwaarts op sleeptouw de Nederlands-Indische brik ZEELUST, een klein vaartuig van nauwelijks 60 lasten, beladen met slachtossen voor de troepen op die kust. Dat vaartuig schijnt niet zorgvuldig genoeg geballast te zijn geweest, ten minste moet men zulks veronderstellen door zijn rankheid, toen zich bijna op het midden van de oversteek des nachts een zeer onstuimig weder opdeed, ten gevolge waarvan de brik omsloeg en twee der opvarenden alsmede 80 slachtossen verdronken zijn. Het overige der bemanning, die zich aan het touwwerk der masten had vastgeklemd, is eerst des morgens met veel moeite door de stoomboot, waarvan de brik losgeraakt was, gered en het vaartuig is door haar in een drijvend zinkende staat achtergelaten.


  JB - Javabode

Batavia, 8 mei. De 6e dezer zijn hier aangekomen de Nederlandse schepen ZUID HOLLAND, kapt De Boer, de 28e maart vertrokken van Geelong, en DOROTHEA, kapt.A. van der Kolk, de 5e april vertrokken van Port Philip.
Heden is hier aangekomen het Nederlandse schip BEURS VAN ROTTERDAM, kapt. Veenstrade 3e april vertrokken van Melbourne.


11 mei 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 10 mei. De Antwerpse Le Précurseur (opm: lokale krant) deelt een bericht mede uit Vlissingen, volgens hetwelk al de schepen, die de Schelde door het Oostgat verlaten hebben, door een Engelse oorlogs-stoomboot, die op de hoogte van Calloo kruiste, werden gevisiteerd.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 10 mei. Op 5 mei l.l. liet men van de werf van de scheepsbouwmeester Ph. Rogaar te Veendam te water het schoenerschip BEERTA SCHURINGA (opm: zie NRC 080554). Door de snelle vaart geraakte de voorsteven twee voet in de grond en eerst de volgende dag heeft men er in mogen slagen, na veel krachtsinspanning, het uit de grond los te takelen. Bovengenoemde schoener is gebouwd voor rekening van en zal gevoerd worden door kapt. G.S. Vegter, van Veendam.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Bolderaa (opm: Bolderaja, bij Riga), 1 mei. De Nederlandse kof GESINA CATHARINA, kapt. Everts, welke in het ijs bezet was – zie ons nommer van 24 april – is heden vrij gekomen en met adsistentie van een stoomboot in de haven gebracht.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Frederikshavn, 4 mei. Het schip (opm: kof) HELENA, kapt. W.J. Gialts, van Dantzig (opm: Gdansk) naar Amsterdam, is de 30e april bij Tranestederne (opm: 4,5 mijl Z.W. van Skagen) gestrand, doch zal waarschijnlijk afgebracht kunnen worden (opm: zie NRC 130554). Van de lading is een gedeelte beschadigd geborgen en zullen daarvan 600 tonnen (opm: vaten) tarwe verkocht worden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Smirna (opm: Izmir), 27 april. Te Syra is een verlaten en uitgeplunderde Nederlandse kof binnengebracht, welk schip men op de hoogte van Andros (opm: Egeïsche eilanden) drijvende heeft gevonden. De Nederlandse oorlogsschoener MAKASSER, luit. Klerk, is derwaarts vertrokken om het schip te reclameren.


  DC - Dordtsche Courant

Hellevoetsluis, 9 mei. Het schip CANTON is met onklaar anker tegen het Plaatje aan de grond gezeild, doch heden morgen met de vloed, door het uitbrengen van het anker, afgekomen en op de rede geankerd.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Groningen, 9 mei. Scheepsvrachten. Naar Londen of de Oostkust voor grote schepen Sh.16/- met 10%, voor schepen van kleiner charter Sh.18/- met 10%, beide per 10 quarters haver.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Koningsbergen, 3 mei. Daar er in de laatste dagen verscheiden vrachtzoekende schepen zijn aangekomen, zijn de vrachten iets achteruitgegaan. Londen Sh.5/6 à Sh.5/9 per quarter tarwe. Antwerpen NLG 37 en NLG 1,- per quarter tarwe. Er is vraag naar kleine schepen naar Groot-Brittannië voor beenderen en lijnkoeken.


12 mei 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 11 mei. Volgens particulier bericht van kapt. Blok, voerende het Nederlandse fregatschip ’s GRAVENHAGE, de 2e april l.l. van Banjoewangie (opm: Banyuwangi) te St. Helena aangekomen, dacht hij die zelfde avond weder naar Rotterdam onder zeil te gaan. Bij het oplopen van het Kaapse Rif had hij een zware stortzee overgehad en daardoor veel water in kajuit en kerk gekregen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Deal, 9 mei. Het alhier ter rede liggende Nederlandse barkschip BULGERSTEIJN, kapt. Maas, van Londen naar Australië bestemd, heeft heden anker en ketting moeten slippen om een aandrijving van het Franse oorlogsvaartuig DUPERRE te voorkomen. Hetzelve is van een ander op nieuw voorzien.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Pillau (opm: Baltiysk), 6 mei. Het op de 10e april in de nabijheid van Südermole (opm: zuidelijke pier van de vaarweg naar Koningsbergen) gestrande Nederlandse kofschip HARMINA, kapt. Bieze – zie ons nommer van 15 april – is in de nacht van de 5e op de 6e mei vlot en alhier in de haven gebracht.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Fredrikstad, 28 april. Laatstleden donderdag (opm: 26 april) kwam alhier een Nederlandse matroos aan, welke, zo als hij voorgeeft, afkomstig is van het Nederlands schoenerschip DIANA, kapt. Klein, van Amsterdam naar Frederikshald (opm: Halden) bestemd. Deze bodem moet, volgens verklaring van bovengenoemde matroos, met zulk een vaart op de kust zijn gelopen, dat het schip onmiddellijk daarop uit elkander is geslagen. De bemanning bestond uit 11 man. Vier daarvan heeft hij nog enige tijd op ledige watervaten zien drijven, doch hen later uit het oog verloren. Hij zelf moet op een half dagreis van hier op een valreepstrap aan land gespoeld zijn.
(opm: het bleek een verdichtsel, zie NRC 190554)


13 mei 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 12 mei. Te Nieuwendam is de 10e dezer van de werf van de scheepsbouw- meester W.H. Meursing van stapel gelaten het schoenerschip GEERTRUIDA JOHANNA, gebouwd voor rekening van de heer P.A. v.d. Drift te Alkmaar, zullende worden gevoerd door kapt. A. Zeilinga.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Medemblik, 11 mei. Naar men verneemt, zal er in het laatst dezer maand de stoomboot WEST-FRIESLAND, welke in een geregelde dienst van Kampen over Medemblik naar Londen zal voorzien, te Kampen te water worden gelaten om in het begin van juli in de vaart te worden gebracht.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Deal, 10 mei. De gehele uitgaande koopvaardijvloot, met uitzondering van het Nederlandse schip CORNELIA HENRIETTE, kapt. Gollards, van Londen naar Sydney bestemd, heeft heden met een noord-oosten wind de reis aanvaard. De CORNELIA HENRIETTE wordt opgehouden wegens gebrek aan volk.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Deal, 10 mei. De Amsterdamse bark GESINA, kapt. Burggraaf, heeft anker en 70 vadem ketting verloren, doch is op nieuw daarvan voorzien. Men is heden bezig het verlorene te vissen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Frederikshavn, 6 mei. Het schip HELENA, kapt. Gialts, alhier in de nabijheid gestrand – zie ons nommer van 11 dezer – is van strand afgeslagen en zonder volk of zeil drijvende gezien. Er zijn bergers daarheen vertrokken, welke het schip hoogst waarschijnlijk nog heden avond hier binnen zullen brengen.


  JB - Javabode

Amsterdam, 8 maart. Onlangs is door de fabriekswerf der heren Paul van Vlissingen & Dudok van Heel afgeleverd het schroefstoomschip PARAMARIBO, voor rekening van het ministerie van koloniën vervaardigd en bestemd voor de dienst in de kolonie Suriname.
(opm: bekort)


14 mei 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 27 maart. Scheepsvrachten. Van vrachtzoekende schepen hadden weder enige arrivementen (opm: aankomsten) plaats, en valt daaromtrent het volgende te zeggen.
De JAN PIETERSZOON KOEN en JACOB CATS werden genomen voor een reis van Akyab naar Cowes om order, en verder naar Nederland GBP 5.5, andere havens van het continent GBP 5.12/6, Engeland GBP 5.15. De HENRIETTE tot NLG 70 alhier en NLG 80 op de kust te laden, meestens voor suiker naar Nederland. De NEERLANDS INDIEN tot NLG 80 voor suiker, zo hier als op de kust te laden naar Rotterdam. De VIER GEBROEDERS neemt een lading stenen in op Onrust naar Soerabaija en komt op die plaats weder disponibel. De ABEL TASMAN laadt grotendeels voor reders rekening en vult op tot suiker NLG 85, koffij NLG 75 op de kust en NLG 5 per last minder alhier. De ZEEMANSHOOP, te Soerabaija gearriveerd, laadt grotendeels voor reders rekening. Van hier vertrok onbevracht op avontuur de JAVAAN naar Singapore. Thans zijn nog disponibel de LEWE VAN NIJENSTEIN, RESIDENT VAN SON, ZES GEZUSTERS, MARIA MAGDALENA, PHOEBUS, CLIO, MARIA EN ELIZE, EENSGEZINDHEID, ANTOINETTE, ZORGVLIET en BUITENZORG.


15 mei 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 14 mei. Men schrijft uit Amsterdam aan Le Précurseur van Antwerpen (opm: lokale krant), dat het schip (opm: kof) ANTINA, kapt. C.A. Brouwer, van Amsterdam naar Riga, in de maand april bij Bolderaa (opm: Bolderaja) verongelukt is (opm: t.g.v. ijs). De equipage moet gered zijn.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Plymouth, 10 mei. Het schip IRIS, kapt. Van Gend, van Newcastle naar Konstantineopel (opm: Istanbul) bestemd, is hier heden met verlies van verschansing en andere schade binnengelopen. Het schip bekwam deze averij de 28e april in een aanzeiling met een onbekende brik op de hoogte van Folkestone.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Pernau, 29 april. Nadat de 19e dezer het ijs in de rivier opruimde, werd de 26e ook onze rede gedeeltelijk van ijs bevrijd en het gelukte enige schepen, waaronder ook het Nederlandse schip HENDRIKA, kapt. Plukker, van Schiedam, de rede te bereiken. Heden is hier weder alles vol drijfijs en de aangekomen schepen zijn in de haven gebracht.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Bolderaa, 6 mei. De Nederlandse kof JONKVROUW MARIA, kapt. Menzies, van Antwerpen naar Pernau (opm: Pärnu) bestemd, is heden middag hier ter rede gearriveerd om te provianderen. De kapitein bericht, dat de bocht van Pernau geheel met ijs bedekt is en dat vele Nederlandse schepen daarvoor kruisen.


16 mei 1854


  DC - Dordtsche Courant

Dordrecht, 15 mei. Wij vernemen uit San Francisco d.d. 18 maart enige nadere bijzonderheden omtrent de schipbreukelingen van de Nederlandse kof BEERTA SCHURINGA (opm: zie o.a. NRC 311053) Zoals men weet, werd dit schip op de hoogte van kaap Sint Vincent in zinkende staat door de equipage verlaten, die op een Engels schip naar San Francisco bestemd, werd opgenomen, en uit hoofde van zwakke bemanning, tot die haven werd medegenomen. Drie der schipbreukelingen, E. Puister, H. Waterberg en J. van Lingen zijn thans overgegaan op het barkschip TIMOR, gezagvoerder Agema, en op 18 maart naar Indië vertrokken.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Groningen. Zaterdag (opm: 13 mei) is van de werf Het Hoofd, buiten het Kleinpoortje alhier, bij de scheepstimmerman F.U. van der Werff met goed gevolg van stapel gelopen het kofschip BRUNO, groot 43 last, zullende bevaren worden door kapt. F.G. Visser, van Groningen.


17 mei 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 16 mei. Volgens brief van Kaap de Goede Hoop in dato 27 maart is het aldaar zwaar lek binnengelopen schip ’s-HERTOGENBOSCH, kapt. E.J. van der Braak, van Batavia, laatst van Mauritius, naar hier gedestineerd, na gehouden inspectie afgekeurd geworden. (opm: zie NRC 240454, 090954 en AH 040555)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Openbare vrijwillige verkoping. Frans Dijkman, notaris, residerende te Rotterdam, als lasthebbende van zijn principalen, is voornemens om op vrijdag de 2e juni 1854, des middags ten 12 ure, in het Huis van Notarissen aan de Geldersche Kade, wijk 2, no. 52, aldaar, in het openbaar te veilen en te verkopen: een hecht en sterk gebouwde en snelvarende stoomboot, met een goed werkende machine van 34 paardenkracht, bevorens genaamd: DE STAD ROTTERDAM, doch thans genaamd WALCHEREN, vroeger gevoerd geweest van ’s Hertogenbosch op Rotterdam vice versa, en laatstelijk in het veer van Middelburg op Bergen-op-Zoom, zijnde de diepgang ruim negen palmen (opm: 9 dm.), welk schip is gemeten op 20 ellen 93 duimen lengte, 4 ellen 2 palmen wijdte, en 1 el 59 duimen hol (opm: 20,93 x 4,20 x 1,59 m.), en over zulks geijkt op 85 tonnen, na aftrek van 2/3 der machinekamer, en hebbende een dubbel sterk vlak onder het schip, en dat met al de op gemelde stoomboot aanwezige ankers, kettingen, touwen, staand en lopend want, zeilage, kompassen en andere gereedschappen, mitsgaders ameublement en verdere toebehoren, alles zoals dezelve stoomboot is liggende in de Haringvliet, te Rotterdam, alwaar het te veilene gedurende acht dagen vóór de verkoping zal kunnen worden bezichtigd. Nadere informatie en visie van de inventaris, zijn inmiddels te bekomen ten kantore van voornoemde notaris Dijkman, aan de Wijnstraat, wijk 2, No. 131, te Rotterdam. Brieven franco.
(opm: zie NRC 220454)


  JB - Javabode

Batavia, 16 mei. Gisteren zijn hier aangekomen de Nederlandse schepen LOOPUYT, kapt. Bouwmeester, komende van Cardiff, VAN DER PALM, kapt. Ogtrop, mede komende van Cardiff, en SALATIGA, kapt. Bezier, komende van Liverpool.
Heden is hier aangekomen het Nederlandse schip JUNO, kapt. Chevalier, de 4e april vertrokken van Melbourne.


18 mei 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. De makelaars H.F.N. & W.H. Montauban van Swijndregt en F. & W. van Dam, te Rotterdam, zijn van mening, als lasthebbende van hun meesters, op dinsdag de 6e juni 1854, des middags ten 12 ure, in de zaal op de hoek der Scheepmakershaven en Bierstraat, wijk 1, no. 499, publiek te verkopen: de snelvarende ijzeren stoomboot STAD ARNHEM, laatst gevaren hebbende tussen Rotterdam en Arnhem, met twee complete machines, ieder van vijftien paardenkracht (hoge drukking), volgens meetbrief lang 17,43 el, wijd 3,02 el, hol 1,43 el, en alzo geijkt op 41 tonnen (na aftrek der machinekamer), met alle de daarbij behorende goederen, zoals dezelve thans is liggende in de Zalmhaven, binnen deze stad. Blijvende inmiddels uit de hand te koop.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 17 mei. Op 20 mei a.s. ten 1½ ure zal van de werf Hollandia in de Groote Wittenburgerstraat te Amsterdam te water worden gebracht het nieuw gebouwde brikschip PRINSES AMELIE.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 17 mei. Naar men verneemt, zal er door een associatie te Middelburg een stoomsleepdienst voor die zeehaven tot stand worden gebracht.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlissingen, 16 mei. Het Russische korvetschip NAVARINO, thans alhier in ’s Rijks dok geheel afgetuigd liggende, zal waarschijnlijk de 31e dezer maand verkocht worden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 17 mei. Volgens brief van kapt. Post, voerende het schip ETTJE BERG, in dato Galatz 23 april, was hij aldaar met nog zes andere Nederlandse schepen liggende, die even als hij ten gevolge van het verbod van uitvoer van granen geen lading konden krijgen. Kapt. Post was de 8e april aldaar gearriveerd en moest er volgens de lastbrief 35 dagen vertoeven alvorens met enig recht zonder lading te kunnen vertrekken. Het schip HILLECHIENA, kapt. Hooghoudt, zou waarschijnlijk in de loop der week van Galatz vertrekken, met of zonder lading. Een ander Groninger schip had aldaar reeds drie maanden gelegen en wist nog van geen vertrek. Het brievenverkeer werd door de Russen zeer bemoeilijkt.
Volgens brief van kapt. Muller, voerende het schip ANTJE BRONS, in dato Odessa 28 april, hadden de schepen der verschillende natiën, die aldaar tijdens het bombardement in de Practica-haven lagen, slechts enige onbeduidende schade aan de tuigagie bekomen. Daarentegen waren ongeveer 100 Russische schepen, die mede aldaar lagen, totaal vernield. Bij de aanvang van het bombardement werden de kapiteins der vreemde handelsschepen van hun schepen gehaald en in een ledig korenmagazijn opgesloten, doch na verloop van twee dagen weder ontslagen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Elseneur (opm: Helsingör), 12 mei. De Nederlandse kof JANTINA JETSKINA (opm: JANTINA JIKKINA), kapt. Kieft, van Memel (opm: Klaipeda) met een lading hout naar Londen bestemd, is gisteren bij Hven (opm: Hvent, op het eiland Laesø) door een onbekend Noors schip aangezeild. Hetzelve verloor daarbij de bezaansmast en is hier heden in de haven gekomen om te repareren. (opm: zie NRC 250554 en ook PGC 200554)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Elseneur (opm: Helsingör), 12 mei. De van Stockholm met ijzer naar Bordeaux bestemde Nederlandse kof GIJSBERTA WILHELMINA, kapt. Priebee, is hier heden namiddag ten gevolge van een lek in de haven gekomen. (opm: zie NRC 220654)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 10 april. Vrachten. De PHOEBUS heeft de door de NEERLANDS INDIË geëngageerde lading suiker naar Rotterdam overgenomen, en is deze laatste bodem voor dezelfde plaats genomen tot NLG 80, voor een lading koffij te Padang in te nemen. De ZORGVLIET werd genomen naar New York tot GPB 4.5 voor koffij te Padang te laden; de BALLOCHAN No. 2 (Fr.) werd door de agenten genomen voor een lading koffij te Padang naar Frankrijk; de DANIEL WEBSTER (Am.) vertrok naar Singapore, terwijl de EENSGEZINDHEID met een gedeelte der van Europa aangebrachte lading naar Macasser moet verzeilen. Verscheidene vrachten werden aangeboden via Akyab of Manilla naar Europa, doch hoewel men hoge vrachten wilde aanleggen, waren geen gezagvoerders daartoe te bewegen; de ZEEMANSHOOP is nog disponibel.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 27 mei. Het schip LOUISA MARIA, kapt. Herderschee, van San Francisco naar Callao (opm: Peru) vertrokken, bij eerstgemelde haven aan de grond vastgeraakt – zie ons nommer van de 25e dezer – was volgens brief van de kapitein van de 15e april zonder schade, met behulp van een stoomboot, in vlot water gebracht en had de reis voortgezet.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Uit de hand te koop een extra snelzeilend galjas-everschip, groot pl.m. 25 rogge-lasten, vier jaren oud, varende onder Nederlandse vlag en voorzien van een extra goede inventaris. Te bevragen bij de cargadoors J.C. van Oven & Zonen, Binnenkant te Amsterdam.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Groningen, 17 mei. Scheepsvrachten. Van Archangel op Amsterdam is alhier bevracht tot NLG 72,50 per roggelast, met NLG 30 per last vergoeding voor de kapiteins in geval van afwijzing en niet bekoming der lading door oorlogsomstandigheden.


19 mei 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. De notaris P. Uijttenhooven, zal op woensdag de 31e mei 1854, des voormiddags ten 10 ure op ’s Rijks Werf van Uitrusting, te Vlissingen, om contant geld, presenteren te verkopen: het Keizerlijk Russisch korvet NAVARIN, als zeeschip afgekeurd, liggende aan gezegde werf, om bepaaldelijk te Vlissingen te worden gesloopt; en voorts deszelfs masten, zeilen, ankers, kabels, touwen en verdere scheepsinventaris, waterkisten en scheepsprovisies, alles in de beste staat, mitsgaders nog een grote voorraad van nieuw touwwerk en andere scheepsbehoeften. Alles bij uit te zetten kaarten breder omschreven, en daags vóór de verkoping voor een ieder te zien.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. De makelaars H.F.N. en H.W. Montauban van Swijndregt en F. & W. van Dam te Rotterdam zijn van mening, als lasthebbende van de heren agenten van Lloyd, op dinsdag de 23e mei 1854, des middags ten 12 ure, voor een pakhuis op de hoek van de Scheeps- makershaven en Jufferstraat, wijk 1 No. 290, publiek te veilen: een aldaar liggende partij zeilen, trossen, boten, kajuitsgoederen en verdere scheepsgereedschappen, afkomstig van het gestrande stoomschip PETREL, gevoerd geweest door kapt. Lancaster. Zullende des morgen voor de veiling kunnen worden bezichtigd.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Publieke veiling op woensdag de 24e mei 1854, des voormiddags ten 11 ure, op de bouwmanswoning Vluchtenburg in de gemeente ’s Gravezande. Mr. J.P. de Fremery, notaris, residerende te ’s Gravezande, zal als lasthebbende van zijn principaal ten tijde en plaatse voormeld om contant geld publiek verkopen de romp van de op de 7e mei jl. aan de Hoek van Holland gestrande Noorse sloep MARIE SOPHIE, gevoerd geweest door kapt. J. Rasmussen, zo als hetzelve aldaar is zittende, benevens de navolgende van die sloep onder de gemeente ’s Gravezande geborgen goederen, als een mast, een steng, een ra, enig wrakhout, twee watervaten, drie tonnen, een tros touw, twee einden ketting, en 33 balen snuit (opm: afvalprodukt) van vlas, zijnde deze goederen daags voor de verkoping op de voorschreven bouwmanswoning voor een ieder te bezichtigen en kunnende inmiddels nader informatiën worden genomen ten kantore van gezegde notaris.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 18 mei. Op woensdag 31 dezer zal aan ’s Rijks werf te Amsterdam worden verkocht de voor de verdere dienst afgekeurde korvet HIPPOMENES ter sloping.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Frederikshald (opm: Halden), 6 mei. Het voor enige tijd (opm: zie NRC 120554) uit Fredrikstad medegedeelde bericht, als zou in die nabijheid een Nederlands schip vergaan zijn – zie ons nommer van 12 dezer – hetwelk aldaar door een matroos uitgestrooid was, is bij nader onderzoek gebleken onwaar te zijn. Het gehele verhaal is een verdichtsel van de matroos. Hij bevindt zich in arrest.


  AH - Algemeen Handelsblad

Rotterdam, 17 mei. De Russische bark HALTIO (opm: gebouwd Brahestad [Raahe, Finland] 1851), van Port Louis met een lading van het Nederlandse schip DANKBAARHEID AAN DE NEDERLANDSCHE HANDEL MAATSCHAPPIJ hier aangekomen, is door een handelshuis alhier (opm: Collings & Maingay) aangekocht en zal onder Nederlandse vlag in de vaart worden gebracht, zijnde thans genoemd STAD ROTTERDAM. (opm: zie AH 181054)


  LC - Leeuwarder Courant

10 Huis- of scheepstimmerknechten goed met bijl en dissel kunnende omgaan, kunnen direct werk bekomen tegen 12 cents per uur bij Albert L. Kool, thans bij de nieuw te bouwen bruggen te Kimswerd.


20 mei 1854


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Nogmaals ontlenen wij uit een heden ontvangen schrijven van een kapitein uit Galatz d.d. 1 mei het volgende:
Het laden om uit te voeren had de 19e maart te Galatz geheel opgehouden. Alle schepen lagen de afloop hunner ligdagen af te wachten, toen er de 27e april verlof gegeven werd gedurende een week te laden en de doodse stilte nu eensklaps weder werd vervangen door leven en beweging. Nederlandse schepen waren er te Galatz zes, die tijdens het schrijven van de brief alle beladen waren, n.l. de ANTJE SLEESWIJK, kapt. L. de Jong, GEZINA JANTINA, kapt. Pronk, HILLECHIENA, kapt. S. Hooghout, CERES, kapt. P.R. Doijes, MEVROUW WINKEL, kapt. J.J. van der Veen, en ETTJE BERG, kapt. H. Post.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Volgens brief van de Piraeus van de 1e mei is de bij het eiland Andros geplunderde en verlaten Nederlandse kof, gebleken te zijn het Engelse schip HARRIET, in ballast van Valencia naar Konstantinopel bestemd.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Elseneur, 12 mei. De kof JANTINA JIKKINA, kapt. Kieft, uit Kielwindeweer, met hout van Memel naar Londen, is gisteren bij Hven door een onbekend Noors schip aangezeild, heeft daardoor de bezaansmast verloren en is heden voormiddag alhier in de haven gekomen.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Groningen, 19 mei. Scheepsvrachten. Naar Newcastle Sh.15/- met 10% en naar Londen Sh.18/- met 10%, beide per 10 quarter haver.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Riga, 11 mei. Scheepsvrachten. Naar Schiedam is per neutrale vlag NLG 126 en NLG 1,- kaplaken voor rogge per uitgeleverend last bedongen, NLG 119 en NLG 1,- per idem gerst en NLG 129 per ingenomen last hennep.


21 mei 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 20 mei. Van een geacht handelshuis ontvangen wij een brief, geschreven uit Memel (opm: Klaipeda) d.d. 12 mei, van het Engelse stoomschip AMPHION aan de Engelse consul te Memel, waarbij mededeling wordt gedaan dat de havens van Riga, Libau (opm: Liepaja) en Windau (opm: Ventspils) geblokkeerd zijn, en dat alle schepen, die havens na de 15e mei verlatende met gehele of gedeeltelijke lading, zullen aangehouden en naar Engeland of Frankrijk gezonden worden om verbeurd verklaard te worden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlissingen, 18 mei. Volgens berichten van zeevarenden is op de hoogte van de Knokke, bewesten het Sluissche Gat, een grote Engelse oorlogs-stoomboot gestationneerd, welke de verschillende van Antwerpen voorbij deze stad naar zee zeilende schepen een visitatie doet ondergaan.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 19 mei. Heden is van de werf De Vrede van de scheepsbouwmeesters Blok & Matthijsen van stapel gelopen het brikschip PRINSES AMELIE, groot 180 lasten, gebouwd voor rekening van de heer M.C. Lapidoth, zullende gevoerd worden door kapt. W. Groeneveld.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Galatz, 1 mei. Aan alle schepen onder neutrale vlag zijn acht dagen toegestaan om hun ladingen in te nemen. Dientengevolge vertrekken overmorgen ongeveer 50 schepen uit deze haven.


22 mei 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Zierikzee, 20 mei. Heden liep met het beste gevolg te water van de werf van de scheepsbouwmeester J. Strickaert alhier het gezinkt schoener-galjootschip CADZANDRIA, groot 150 rogge-lasten, gebouwd voor rekening der heren M.C. de Crane & Zoon, en gevoerd zullende worden door kapt. T.C. Kamminga, terwijl terstond daarop de kiel werd gelegd van een barkschip (opm: ELISABETH), groot 450 Java-lasten, voor rekening ener rederij onder directie van de heer D. Keus te Rotterdam.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 21 mei. De Engelse schoener, op de Ooster verongelukt – zie ons nommer van de 30e april – is gebleken te zijn de WILLIAM WHITHAN, gevoerd geweest door kapt. Morley, van Charleston naar Rotterdam gedestineerd.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 21 mei. Het schip BACKENHAGEN, kapt. Hakker, zou de 9e dezer van de Piraeus naar Smirna (opm: Izmir) vertrekken.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Thisted, 15 mei. De Nederlandse schoenerkof ADMIRAAL DE WINTER, kapt. E.H. Sissingh, van Newcastle naar Gothenburg bestemd, is in de nacht van de 13e op de 14e dezer aan de zuidzijde in het Agger-Kanaal aan de grond geraakt. De bemanning is gered en ook hoopt men het schip door de lading overboord te werpen, vlot te brengen. De wind is evenwel op dit ogenblik N.W. en dus ongunstig om het voorgestelde doel te bereiken.
(opm: de kof, bouwjaar 1845, kapt. Egbert Harms Sissingh, ging verloren)


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Verkoping te Callantsoog. Kapt. Sevère Vidal zal op maandag de 22e mei 1854 des voormiddags om 11 uur door de in de Zijp residerende notaris C. Siemers, ten huize van de kastelein H. Mooij, in het openbaar om contant geld doen verkopen het hol of casco van het op de 27e april jl. in de nabijheid van het dorp Callantsoog gestrande met zink beslagen Franse barkschip MARIUS, benevens deszelfs uitvoerige en meest complete inventaris, bestaande in een zeer aanzienlijke partij zeilen, goed geconserveerd, 4 ankers, 3 ankerkettingen, een zware tros, staand en lopend want en ander touwwerk, masten, ra’s en andere rondhouten, breespilbloks, watervaten, enige ledige fusten en hetgeen verder zal worden gepresenteerd; alles afkomstig en geborgen van het voormelde schip en liggende gekaveld in het dorp Callantsoog.


  AH - Algemeen Handelsblad

Lemmer, 19 mei. Heden is bij de scheepsbouwmeester C.P. Bakker met het beste gevolg te water gelopen het schoenerschip HEERENVEEN, groot 149 tonnen, voor een rederij onder directie van de heer C.T. Tuymemaal te Heerenveen, kapt. F.C. Prins.


23 mei 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 22 mei. Door de Nederlandsche Handel-Maatschappij zijn bevracht de volgende 31 schepen:
Voor Rotterdam: LUCONIA, kapt. E.J. Bödeker; RIJSWIJK, kapt. J.R.N.J. Bijl; JACOBA CORNELIA, kapt. G.H. Lodewijks; ADMIRAAL ZOUTMAN, kapt. P.D. Nap; PRINCES MARIANNE, kapt. F. Rietmeijer; INDIA, kapt. R.J. Rijken; NEERLANDS KONINGIN, kapt. C. Vonk; JUNO, kapt. J.O. Kluin; BORNEO, kapt. C.C. Hansen; BROUWERSHAVEN, kapt. P. Jansen; ERASMUS, kapt. H.F. Scharper; BATAVIA, kapt. J.A. Bartholomeus; WELTEVREDEN, kapt. H. Teerlink.
Voor Amsterdam: FANNY, kapt. J. v.d. Meulen; CLARA HENRIETTA, kapt. H. Croese; CORNELIA HENRIETTE, kapt. T. Gollards; SUSANNA CHRISTINA, kapt. J.J.H. Stolte; AMBARAWA, kapt. J. Buykes; MAGDALENA, kapt. A.P. Klein; HENRICA, kapt. J.R. de Boer; HERMAN DE RUYTER, kapt. P.J. Feynt; MARGARETHA SIMONETHA, kapt. F.J. Hoffman, CAPELLA, kapt. H. Wegman; TELEGRAPH, kapt. P.B. Rolufs; PRINS FREDERIK DER NEDERLANDEN, kapt. S.J. Rotgans; JULIE CLAIRE, kapt. H. de Wijn; A.R. FALCK, kapt. P. van Duyvenboden; CESAR, kapt. S. Hooglandt; WILLEM EGGERTS, kapt. H. Faber; JOHANNA, kapt. W. Halbertsma; PRINCES AMELIA, kapt. W. Groeneveld.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 22 mei. Heden is van de werf van de heer Corns. Smit te Alblasserdam te water gelaten het barkschip ZALT-BOMMEL (opm: ZALTBOMMEL), groot ruim 300 gemeten lasten, gevoerd zullende worden door kapt. C.J. Juta, bestemd voor de grote vaart, en is daarna de kiel gelegd voor een barkschip van ruim 350 lasten, waaraan de naam wordt gegeven van MAARTEN VAN ROSSEM. Beide schepen voor rekening der rederij te Zalt-Bommel, onder administratie van de heren Van Overzee en Co, te Rotterdam.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Antwerpen, 21 mei. Het schip BELLONA, kapt. Eggers, van Windau (opm: Ventspils) alhier aangekomen, heeft bij Wielingen van een Engels oorlogsschip een scherp schot ontvangen, omdat de loods niet spoedig genoeg bijlag om het schip te doen onderzoeken.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Stoomschip PETREL. Al degenen, die goederen onder zich hebben, afkomstig van de machine of inventaris van bovengemeld stoomschip en zich daarvan verlangen te ontdoen, kunnen daarvoor een koper vinden, mits zich daarmede tot billijke prijzen aanmeldende aan de fabriek der Nederlandsche Stoomboot Maatschappij te Fijenoord, vóór of op de 31e dezer.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Uit de hand wordt te koop gepresenteerd een Nederlands everschip, groot circa 25 Rogge-lasten, met zeer goede en complete inventaris en dubbel stel zeilen. Te bevragen bij de cargadoors Harders & Co.
(opm: het schip, gebouwd in Cuxhaven als DIANA, was in maart aangekocht door T.B. Harders Gzn, kreeg de naam JOHANNA en E.H. Kwint als kapitein, werd in oktober doorverkocht aan A. Heemskerk, boekhouder, en N.I. Mouthaan, beide te Amsterdam, de naam van schip en schipper bleven ongewijzigd)


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Naar Batavia ligt te Amsterdam in lading om tegen medio juli te vertrekken, het nieuw gebouwd gekoperd Nederlands brikschip PRINSES AMELIE, kapt. W. Groeneveld, hebbende zeer ruime inrichtingen voor de overvoer van passagiers. Te bevragen bij de cargadoors Hoyman & Schuurman te Amsterdam. (opm: eerste reis)


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Het schip BOSPHORUS, kapt. Kruisinga, van Batavia naar Amsterdam, te Mauritius met schade binnengelopen, heeft de reparatie volbracht en zou de 21e maart de reis weder voortzetten.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Odessa, 7 mei. Scheepsvrachten. Naar Engeland Sh.60/-, 65/- à 70/- per ton talg, in Glabock, golf van Cherson, lijnzaad te laden, en van Azow Sh.80/- per ton talg en Sh.100/- per dito van Berdiansk.


  LC - Leeuwarder Courant

Wie iets te vorderen heeft van of verschuldigd is aan Marten Thomas Boontje, scheepstimmerman te Oldeboorn, wordt verzocht daarvan opgave of betaling te doen voor of op de 1e juni 1854, ten kantore van Notaris W.A. Evertsz te Oldeboorn.


24 mei 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 23 mei. Men verneemt, dat ten behoeve der te Middelburg op te richten sleep-stoombootdienst op de rivier de Schelde door de directie is aangekocht de stoomboot PRINSES MARIANNE, welke vroeger in de vaart is geweest van Middelburg op Rotterdam.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 23 mei. Van de werf Rotterdams Welvaren van de heren A. van Hoboken & Zonen alhier zal ingeval de stand des waters het niet verhindert, aanstaande zaterdag namiddag te water gelaten worden het clipper schoenerschip ARGO, gebouwd door en voor rekening van evengemelde heren.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 23 mei. Aanstaande zaterdag ten 1½ ure zal van de scheepstimmerwerf de Witte Olyfant van de heren Jeremias Meijjes & Zonen te Amsterdam worden te water gelaten het barkschip THEODORA MECHTELDA, groot ca. 250 lasten.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. B.D. Bosscher, makelaar, zal op maandag de 29e mei 1854, des avonds ten 6 ure, in de Nieuwe Stads Herberg aan het IJ, ten overstaan van de notarissen Louwerse en Biesman Simons, verkopen een extra ordinair welbezeild brikschip, genaamd DECISION, varende onder Engelse vlag en gevoerd door kapt. John Cornish. Voormeld schip is gemeten op ruim 100 Nederlandse lasten, gelijk staande aan 201 Engelse register tons, en ligt in het Entrepot-dok alhier. Alles breder bij inventaris en bericht bij bovengemelde makelaar.
(opm: zie AH 310554)


  JB - Javabode

Batavia, 23 mei. Gisteren is hier aangekomen het Nederlandse schip RIDDERKERK, kapt H. Noltee, de 20e april vertrokken van Melbourne.
Heden is hier aangekomen het Nederlandse schip KONING WILLEM II, kapt. L.R. Giezen, de 20e januari vertrokken van Hartlepool.


25 mei 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Elseneur (opm: Helsingör), 18 mei. Het Nederlandse schip JANTINA JETSKINA (opm: JANTINA JIKKINA), kapt. Kieft, van Memel (opm: Klaipeda) met een lading hout naar Hull bestemd, hetwelk de 12e alhier met gebroken bezaansmast binnenliep (opm: zie NRC 180554), heeft gisteren na geëindigde reparatie de reis vervolgd.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

San Francisco, 18 april. Het Nederlandse schip LOUISA MARIA, kapt. Herderschee, is gisteren, bij het verlaten van onze haven, naar Callao (Peru) bestemd, doordat het schip in de wending weigerde, bij Goat-Island op strand geraakt. Men gelooft echter het schip zonder veel schade af te kunnen brengen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hellevoetsluis, 24 mei. Heden vertrok van hier naar Havre het Nederlandse stoomschip LEVANT, kapt. Day. (opm: eerste commerciële reis na aankoop)


27 mei 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Thisted, 19 mei. Alhoewel men alle moeite aangewend heeft, is het nog niet mogen gelukken om het Nederlandse schip ADMIRAAL DE WINTER, kapt. Sissingh, hetwelk in de nacht van 13 op 14 dezer in het Agger-kanaal gestrand is – zie ons nommer van 22 dezer – weder in vlot water te brengen. Er is dan ook op dit ogenblik weinig waarschijnlijkheid, dat men daarin slagen zal.
(opm: zie NRC 290554)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Ystad, 19 mei. De schoenerkof VROUW HOUWINA, kapt. Roostee, van Lissabon naar Memel (opm: Klaipeda), is de 17e mei bij Sandhammaren gestrand, doch is met adsistentie vlot gekomen en hier in de haven gebracht om te repareren.
(opm: mogelijk buitenlander)


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Groningen. Morgen voormiddag te 11 uur zal bij gunstig weder van de Noorderwerf alhier van stapel lopen het kopervast schoener-brikschip GROOT ZEEWIJK, groot ongeveer 160 ton, zullende bevaren worden door kapt. Homan, van Garnwerd, en gebouwd onder directie van de heer J.Th. Doornbosch op de werf van de heren Kater & Meulman.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Odessa, 12 mei. Scheepsvrachten. De vrachten zijn van Sh.60/- tot Sh.120/6 gerezen om te Gloubock, en tot Sh.120/- per ton talg om te Taganrog lijnzaad in te nemen naar Groot-Brittannië.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Stockholm, 16 mei. De haven ligt vol schepen, alleen sedert eergisteren zijn hier 22 binnengekomen. Vrachten lager: GBP 14 per keel kolen.


  JB - Javabode

Batavia, 27 mei. Er is hier een gerucht in omloop, dat het Nederlandse schip AERT VAN NES in de Torres-straat zoude zijn vergaan. Men wil, dat de equipage door een Engels vaartuig zoude gered en op Singapore aangebracht zijn.
(opm: De AERT VAN NES, bouwjaar 1840, kapt. F.M. Carsjens, onderweg van Sydney naar Batavia, bleek op 7 april gestrand op het Great Warren Reef, niet ver van Raine’s Island, in Torres Straat; het fregat ging verloren, maar de bemanning werd gered, zie diverse latere berichten)


28 mei 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 27 mei. Heden middag ten 5 ure is alhier, zo als wij bereids aangekondigd hebben, van de werf Rotterdams Welvaren van de heren A. van Hoboken & Zonen met het beste gevolg te water gelaten het viermast-schoenerschip ARGO, groot 300 lasten, gebouwd voor rekening van evengemelde heren onder leiding en toezicht van de scheepsbouw- meester P.H. Kortlandt, Dit fraaie en uiterst elegant gebouwde schip is bestemd voor de grote vaart en in het bijzonder op de zeilage gebouwd en belooft ogenschijnlijk aan dat doel te zullen beantwoorden, wat wij èn voor de rederij, èn voor de jeugdige en kundige bouwmeester van harte wensen. Dit vaartuig is het eerste, dat met vier masten onder Nederlandse vlag zal varen. De ARGO zal gevoerd worden door kapt. D. Huijsers.
Onmiddellijk daarna is de kiel gelegd voor een nieuwe bodem, genaamd JASON, ter grootte van 450 lasten, mede voor rekening van de heren A. van Hoboken & Zonen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 27 mei. Heden is van de werf de Witte Olyphant van de scheepsbouwmeesters Jers. Meijjes & Zonen te Amsterdam het voor rekening van de heren Wed.B.W. van Starckenborg van Straten gebouwde barkschip THEODORA MACHTELDA, groot circa 250 lasten, bestemd voor de grote vaart, en zullende gevoerd worden door kapt. D. Boelhouwer, met het beste gevolg te water gelaten.


29 mei 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Thisted, 21 mei. De in het Agger Kanaal gestrande Nederlandse schoener ADMIRAAL DE WINTER, kapt. E.H. Sissing – zie ons nommer van de 22e dezer – is, nadat de poging om het schip af te brengen mislukt is, in de nacht van de 18e op de 19e dezer zo diep gezonken, dat de zee er over henen breekt, zodat het schip als wrak te beschouwen is. Van de inventaris heeft men het grootste gedeelte kunnen bergen. Van de lading heeft men bereids 2/3 overboord geworpen, en van de rest zal waarschijnlijk niets kunnen geborgen worden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Schiedam, 27 mei. Heden middag is alhier van de werf de Nijverheid, toebehorende aan de scheepsbouwmeester G. Lindeman, met het beste gevolg te water gelopen het barkschip VREDE, groot 250 gemeten lasten, voor rekening ener rederij onder directie van de heren IJzerman & v.d. Drift te Vlaardingen, voor de grote vaart bestemd en te voeren door kapt. J.L. Ter Bruggen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Middelburg, 27 mei. Heden is van de werf de Commercie Compagnie ten 1½ uur met het beste gevolg te water gelaten het barkschip MARIA, groot 201 lasten, kapt. E.N.F. van Wulven, bestemd voor de grote en kleine vaart voor rekening ener rederij onder bestuur van de heer A.H.G. Fokker.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Naar Batavia en Tjilatjap ligt te Amsterdam in lading om in de loop van juni te vertrekken het nieuw gebouwd en gekoperd Nederlands brikschip PRINSES AMELIE, kapt. W. Groeneveld, hebbende zeer ruime inrichtingen voor de overvoer van passagiers. Te bevragen bij de cargadoors Hoyman & Schuurman te Amsterdam. (opm: eerste reis)


30 mei 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 29 mei. Met het alhier te huis behorende schip TWEE ANTHONY’S, kapt. J.F. Klomp, van Batavia (opm: Djakarta) in Brouwershaven binnen, zijn aldaar in goede staat geland kapt. Hauschild en de verdere equipage, 12 in getal, van de Hamburger bark CAPELLA, van Cochin naar Hamburg, welke bodem op zee verbrand is. Omtrent dit ongeluk ontvangen wij van evengenoemde kapt. Hauschild de volgende bijzonderheden:
Op de 30e april ontdekten wij brand in het schip, welke naar het ons voorkomt van zelf moet ontstaan zijn, daar wij nergens enige oorzaak konden ontdekken. Onmiddellijk werden natuurlijk alle pogingen in het werk gesteld om het vuur te blussen, doch tevergeefs. De volgens dag, ons toen bevindende op 26º NB 36º WL, ontwaarden wij, na alvorens twee schepen gezien te hebben, welke echter geen van beiden aan onze seinen gehoor wilden geven, een Nederlands schip, hetwelk naderbij komende bleek te zijn het aan de rederij van de heren A. van Hoboken & Zn te Rotterdam toebehorende barkschip TWEE ANTHONY’S, kapt. J.F. Klomp. Op het zien van het gevaar dat ons bedreigde, kwam gemelde kapitein onmiddellijk met enige zijner manschappen bij ons aan boord, om zo het mogelijk was hulp te verlenen en schip en lading te redden. Alles was helaas vruchteloos; de vlammen namen hand over hand toe en weldra zagen wij in dat alle hoop op behoud van het schip verloren was.
Nadat de TWEE ANTHONY’S circa 9 uur bijgedraaid bij ons gelegen had, nam de brand zodanig toe, dat de CAPELLA weldra in lichtelaaie vlam stond. De masten, die tot dusverre nog waren blijven staan, gingen nu ook overboord en wij waren dus genoodzaakt onze toevlucht tot de boten te nemen, waarmee wij dan ook weldra het brandend wrak verlieten en gastvrij op de Nederlandse bodem werden overgenomen. Het is – aldus besluit kapt. Hauschild zijn brief – mij een aangename plicht openlijk mijn dank te brengen aan kapt. Klomp voor de gastvrijheid en vriendelijkheid, waarmee hij mij en mijn equipage heeft opgenomen en behandeld gedurende al de tijd dat wij bij hem aan boord waren.


  AH - Algemeen Handelsblad

Verkoping van schepen, gehouden op 29 mei 1854 te Amsterdam: het Engelse brikschip DECISION, kapt. John Cornish: NLG 11.800, in slag NLG 500, koper C. Ament.
(opm: een makelaar, ongetwijfeld handelend voor zijn meester)


  DC - Dordtsche Courant

Hellevoetsluis, 29 mei. Gisteren na posttijd arriveerde het schip GRAAF VAN HOOGENDORP, kapt. T. van Hees, van Arica, als bijlegger naar Amsterdam, met schade binnendoor van Brouwershaven.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Groningen. Zaterdag (opm: 27 mei) is in deze haven gearriveerd de schoener-galjoot ALBERDINA LAMMECHINA, groot 70 rogge-lasten, gevoerd wordende door kapt. P.K. Duiven, van Wildervank, en aldaar gebouwd bij R.D. Pik.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Advertentie. De commissie aan welke uit naam der Handelsmaatschappij Eems en Fivelstroom, gevestigd te Appingedam en Delfszijl, is opgedragen te onderzoeken of zij door voldoende deelnemingen tot stand kan brengen een geregelde provinciale stoombootdienst van Delfszijl op Londen, meent bij het ten einde lopen van de termijn voor deelnemingen nog bepaald de aandacht van het publiek daarop te moeten vestigen. Algemeen genoeg bekend is het, dat een geregelde stoombootdienst vanuit deze provincie op Londen sedert een lang gewenst wordt, en dat een dusdanige dienst van Delfzijl het geregeldst zal kunnen werken, gelooft de commissie, dat niet betwijfeld zal worden; vertrouwde zij tevens, dat het algemeen zal zijn opgemerkt, dat in het programma de meest vrije geest deze onderneming zal beheersen, zodat ieder deelnemer zijn rechten kan handhaven, en geheel en al in de kracht van de deelnemers gelegen zal zijn; zij neemt daarom de vrijheid, de inschrijvingen alsnog aan te bevelen, en verzoekt de lijsten, deelnemingen inhoudende, met primo juni aanstaande in te zenden aan de ondergetekende te Appingedam. Namens de commissie: Houwing.


  LC - Leeuwarder Courant

Twee scheepstimmerknechten gevraagd voor een jaar bij A.H. Veldstra, scheepsbouwmeester, grofsmid en mastmaker te Stavoren.


31 mei 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Lekkerkerk, 30 mei. Gisteren is van de werf van de scheepsbouwmeester J. van Duijvendijk Tz. met het beste gevolg te water gelaten het barkschip MINISTER THORBECKE, gebouwd voor rekening ener rederij onder directie van de heer A.S. Smits alhier, gevoerd zullende worden door kapt. A. Bennix en bestemd voor de grote vaart.
Na afloop verenigden zich de reders en genodigden in grote getale aan een vriendschappelijke dis. Gulle vrolijkheid heerste onder het gehele gezelschap en menige toast werd gebracht zo op het welzijn van koning en vaderland als op de rederij en bijzonder op de boekhouder. Afgewisseld door het gezang van het geliefde volkslied, bleven allen tot laat bijeen op een plaats, die voor menigeen een blijde herinnering aan het genot, daar gesmaakt, zal nalaten. Alles is in de beste orde afgelopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Deal, 27 mei. De Nederlandse bark SUSANNA GEERTRUIDA, kapt. D. Steenveld, van Amsterdam naar Batavia (opm: Djakarta), wegens contrarie wind onder The Downs geankerd, heeft heden anker en ketting moeten slippen om een aandrijving te voorkomen. Het schip is van een en ander op nieuw alhier voorzien.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 30 mei. Te Vlaardingen is de 29e mei van de werf van de heren S. van Gijnsz (opm: Van Gijn & Zoon) met het beste gevolg te water gelopen het schoener-hoekerschip JOHANNA, groot circa 60 lasten en gebouwd voor rekening van de heer F. Kwak te Zwartewaal.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Cadix, 16 mei. Het schip KAASHANDEL, wijlen kapt. D.J. Zijlstra, van Marseille naar Rotterdam, alhier met schade binnengelopen – zie onze nommers van 23 en 27 maart – is afgekeurd. De lading zal in het schip JONGE JACOBUS, kapt. Van Rijn, overgeladen worden. (opm: de kof KAASHANDEL, bouwjaar 1843, werd ter plaatse verkocht aan een koopman uit Sardinië; het verdere lot is onbekend)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Uit de hand te koop het Engelse brikschip WALKINGTON, liggende in de Leuvehaven, groot 228 ton register. Adres bij C.L. Ringrose & Co alhier.


  JB - Javabode

Batavia, 31 mei. Het Nederlandse schip DOCTRINA ET AMICITIA, gezagvoerder P. Haagsma, heeft de overtocht van Sydney naar Soerabaija door de Torres-straat in de zeer korte tijd van 24 dagen afgelegd.


  JB - Javabode

Batavia, 28 mei. Heden is hier aangekomen het Nederlandse schip HENRIETTE ELISABETH SUSANNA, kapt. A. Knappers, vertrokken van Adelaide de 16e april.


01 juni 1854


  DC - Dordtsche Courant

Door de Noord-Amerikaanse ambassade alhier, is aan het gemeentebestuur van Rotterdam toegezonden een kostbare gouden zakchronometer en scheepskijker, ten einde als geschenken te worden uitgereikt aan kapt. A.F. Marmelstein, voerende het barkschip SCHOONDERLOO, voor zijn kloekmoedig en menslievend gedrag bij het redden van de equipages der Amerikaanse schepen CONDOR en EDWARD FLETCHER. Ook zal, naar wij vernemen, vanwege het Engelse gouvernement aan bovengenoemde kapitein een gouden medaille worden vereerd, benevens een gift in geld, om onder zijn equipage te verdelen, en zulks voor het redden der Ierse emigranten, welke zich als passagiers aan boord van het schip CONDOR bevonden.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Groningen. Maandag (opm: 29 mei) arriveerde alhier het kofschip de EERSTELING, groot 70 last, zullende bevaren worden door kapt. J.E. Koerkamp, van Schiermonnikoog, gebouwd bij G. Bodewes te Martenshoek, en gisterenmorgen de schoener-galjoot ELISABETH RUARDI, groot 80 last, kapt. K. Wolthekker, van Groningen, gebouwd bij W.G. Bodewes te Martenshoek.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Memel, 24 mei. Scheepsvrachten. Sedert de 19e is betaald naar Londen Sh.4/- per quarter haver, Sh.5/- per quarter tarwe, Sh.57/6 per ton hennep, naar Gent NLG 30 met 15% per last vlas.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Advertentie. Heden overleed onze geliefde vader Klaas H. Wijkmeijer, rustend zeekapitein, in de ouderdom van ruim 85 jaren en zes maanden. Gelaten bleef hij op zijn krankbed tot aan zijn einde, in de zekere hoop ener toekomende zaligheid.
Op begeerte des dierbaren overledene, die dit doodsbericht zelf opstelde bij zijn leven, geven zijn kinderen en behuwdkinderen op deze eenvoudige wijze aan vrienden en bekenden kennis van het overlijden eens vaders, wiens nagedachtenis bij hen en bij zijn kleinkinderen steeds in zegening zal blijven.
Oude Pekela, 26 mei 1854, Wed. H.M. Pott, geb. Wijkmeijer.


02 juni 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Adelaide, 29 maart. Onlangs werd alhier voor de rechtbank het volgende geval behandeld. Kapt. Crap Hellingman, voerende het Nederlandse schip AGNETA, was, aangezien er geen water genoeg op de buitenbank te Port Adelaide stond, voor de baar geankerd en had aldaar een gedeelte zijner lading in lichters gelost en bracht de ontvangers van dat gedeelte het lichterloon in rekening. Deze reclameerden hiertegen en brachten de zaak voor de rechter, welke uitspraak deed ten voordele van de geconsigneerden(opm: ontvangers) op grond, dat de schepen verplicht waren de lading aan de wal (wharf) te leveren.


  LC - Leeuwarder Courant

Een scheepstimmerknecht gevraagd bij K. van der Werff te Birdaard.


03 juni 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlissingen, 31 mei. De Russische oorlogskorvet NAVARIN, in ’s Rijks dok liggende, is heden op de marinewerf alhier in het openbaar tot sloping geveild en als zodanig aangekocht door de heer F. Wibaut, koopman in brandhout te dezer stede, voor een som van NLG 10450, behalve de 10 pct. opgeld. De inventaris, victualie, meubelen, enz. zijn tot vrij hoge prijzen door verschillende particulieren aangekocht.


  JB - Javabode

Batavia, 1 juni. Heden is van hier vertrokken het Nederlands-Indische schip EL YESER, kapt. Said Aboebakar, voordien genaamd NINA, met bestemming naar Samarang.


04 juni 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 3 juni. Heden is op de werf Hollandia van de scheepsbouwmeesters Blok & Matthijsen de kiel gelegd van een brikschip, genaamd LOUISA, bestemd voor de grote vaart, groot circa 150 lasten, voor rekening der rederij onder directie van de heer Ths. Wehlburg alhier.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 3 juni. Volgens brief van kapt. H.A. Bester, voerende het schip ELISABETH EN ANTOINETTE, in dato Melbourne 22 maart, had hij op de kust van Nieuw Holland (opm: Australië) zware stormen doorgestaan en daardoor zeilen verloren, schade aan rondhouten, verschansingen, enz. bekomen. Het schip was overigens goed dicht gebleven en alles wel aan boord.


06 juni 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hellevoetsluis, 3 juni. Het schip BROEDERSCHAP, kapt. H. Brughts, van Pernau (opm: Pärnu), ligt met gebroken boegspriet bij de Kwade Hoek ten anker.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. H.J. Rietveld en G.J. Boelen, makelaars, zullen op maandag de 12e juni 1854, des avonds ten zes ure, te Amsterdam in de Nieuwe Stads-Herberg aan het IJ verkopen:
- 1/8 Part in het gekoperd Nederlands schoenerschip JOHANNES HERMANUS, kapt. J.B. Wijgers, groot 122 gemeten lasten.
- 1/24 Part in het gekoperd Nederlands barkschip REMBRANDT VAN RHIJN, kapt. J.H. van Wijngaarden, groot 182 gemeten lasten.
- 1/40 Part in het gekoperd Nederlands fregatschip CLAUDIUS CIVILIS, kapt. J.F.D. Petersen, groot 362 gemeten lasten.
Breder bij biljetten omschreven, en bericht bij bovengemelde makelaars.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. H.J. Rietveld, makelaar, zal op maandag de 12e juni 1854, des avonds ten zes ure, te Amsterdam in de Nieuwe Stads-Herberg aan het IJ verkopen:
6/32 parten in het Nederlands gekoperd fregatschip JOHANNA MARIA CHRISTINA, kapt. F.J. Nahmens, varende onder boekhouderschap van de heren P.C. de Gijselaar en A. Hulsen, gemeten op 1017 tonnen, thans liggende in het Nieuwediep.
Nader bericht bij bovengenoemde makelaar.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie, H.J. Rietveld en G.J. Boelen, makelaars, zullen op maandag de 12e juni 1854, des avonds ten zes ure, te Amsterdam,in de Nieuwe Stads-Herberg aan het IJ, ten overstaan van de notarissen Louwerse en Biesman Simons, verkopen:
- 5/20 Parten in het Nederlands gekoperd barkschip ANNA PAULOWNA, kapt. W. Bek Wz, groot 615 tonnen.
- 3/20 Parten in het Nederlands gekoperd fregatschip CORNELIS HOUTMAN, kapt. J.H. Rolman, groot 582 tonnen.
- 2/20 Parten in het Nederlands gekoperd fregatschip VAN GALEN, kapt. J.R. Smit, groot 609 tonnen.
- 3/20 Parten in het Nederlands gekoperd fregatschip WASSENAAR, kapt. A. Hofstee, groot 619 tonnen.
- 3/20 Parten in het Nederlands gekoperd fregatschip AERD VAN NES, kapt. F.M. Carsjens, groot 582 tonnen.
- 2/20 Parten in het Nederlands gekoperd barkschip ADMIRAAL PIET HEIN, kapt. L. Hazewinkel JZN, groot 671 tonnen.
- 3/20 Parten in het Nederlands gekoperd brikschip DOLFIJN, kapt. C.B. Brandligt, groot 300 tonnen.
- 3/20 Parten in het Nederlands gekoperd brikschip ZWALUW, kapt. H. Uitermark, groot 300 tonnen.
- 3 Bewijzen van uitgeloten aandelen in de Stoom-Sleepboot-Maatschappij, te Nieuwe Diep, zijnde nos. 253, 257, 263.
- 2 Aandelen in de Drijvend-Droogdok-Reederij.
Alles breder bij notitie omschreven en bericht bij bovengemelde makelaars.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 5 juni. Het schip FORMOSA, kapt. Groenewoud, van Java naar Rotterdam bestemd, is de 16e april lek te St. Helena binnengelopen en moet aldaar een gedeelte der lading lossen om te repareren. (opm: zie NRC 080654)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 5 juni. Door kapt. Gombeer, voerende het schip (opm: Belgisch volschip) STANISLAS, van Antwerpen de 19e mei te New York aangekomen, is de 20e april op 45º11’ NB 31º58’ WL gered de equipage van een in zinkende staat verkerend Nederlands barkschip.
(opm: de galjoot JACOBA, zie PGC 080654, en vergelijk positie)


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Zaterdag (opm: 3 juni) is alhier gearriveerd het nieuwgebouwde kofschip JOHANNA WILHELMINA, groot ongeveer 80 last, zullende bevaren worden door kapt. T.K. Faber, van Schiermonnikoog. Genoemde bodem is gebouwd op de werf van Bodewes te Martenshoek.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Dantzig, 29 mei. Scheepsvrachten. Vrachten vrij levendig zonder noemenswaardige verandering. Bevracht werd naar Londen tot Sh.5/- à 5/6 per quarter tarwe.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Odessa, 11 mei. Er zijn 80 schepen in de haven. Enige zijn geplaatst om te Glubock, aan de mond van de Dnjeper, lijnzaad te laden. Deze vrachten zijn van 60 à 65 tot 102/6 per TT naar Engeland gestegen. Van Berdianski naar Antwerpen is in het begin der week Sh.85/-, gisteren Sh.120/- van Taganrog naar Engeland, met 10% meer voor het vasteland, per ton talg betaald.


07 juni 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 6 juni. Door kapt. Gombeer, voerende de Belgische bark STANISLAS, van Antwerpen te New York gearriveerd, is de 20e april op 45º51’ NB 35º WL in zinkende staat ontmoet de te Amsterdam te huis behorende galjoot JACOBA, kapt. H.L. Bakker, van New York naar Amsterdam bestemd, zijnde dit het schip in ons nommer van gisteren bedoeld. De equipage, bestaande uit de kapitein – welke de 8e mei op de STANISLAS is overleden – en tien man is door kapt. Gombeer opgenomen en behouden te New York aangebracht. De lading der JACOBA bestond in 50 balen katoen, 629 vatjes harst, 120 vatjes terpentijn, 76 tiersjes (opm: hier wordt waarschijnlijk de Engelse inhoudsmaat tierce = 42 gallons, ± 190 liter, dus een vat van 190 liter bedoeld) rijst, 80 tiersjes en 60 vatjes honig, 78 ton campêche- (opm: houtsoort die rode verfstof levert) en 47 blokken mahonijhout.
(opm: de hier vermelde positie verschilt enigszins van die genoemd in NRC 060654)


08 juni 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlissingen, 6 juni. Heden is alhier met verlies van fokkemast en meer andere schaden binnengelopen het Nederlandse kofschip ALIDA, kapt. Peper, van Schiedam naar Archangel bestemd.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 7 juni. Bij het bericht betreffende het schip FORMOSA, kapt. Groenewoud, van Batavia naar Rotterdam, lek te St. Helena binnengelopen – zie ons nommer van 6 dezer – kunnen wij nog voegen, dat na ontlossing van een klein gedeelte van de lading het lek gevonden en hersteld was, zodat de kapitein in het laatst van april de geloste goederen wederom in zou nemen om de reis voort te zetten.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Boston, 24 mei. De te New York van Amsterdam gearriveerde Nederlandse schoener ADRIANUS EN WILLEM, kapt. J. Scheeve, is de 20e dezer in aanzeiling geweest met het stoomschip WILLIAM PENN, van New York naar Gibraltar gaande, en heeft daarbij de boegspriet verloren en andere schade bekomen. De schoener had reeds vroeger in een storm de boegspriet en kluiverboom verloren.


  AH - Algemeen Handelsblad

(Geen plaats of datum) Het schip ADRIANUS WILLEM, kapt. Scheeve, van Amsterdam te New York aangekomen, is 20 mei met een stoomboot in aanzeiling geweest en had daardoor de boegspriet, het ezelshoofd, enz. verloren.


  AH - Algemeen Handelsblad

(Geen plaats of datum) De Harlinger Groenlandvaarder DIRKJE ADAMA, commandeur Mehlen, had tot 16 mei 1854 600 robben geslagen.
(opm: zie NRC 290754)


  DC - Dordtsche Courant

Hellevoetsluis, 5 juni. Eergisteren morgen ten vijf ure werd geseind om de stoomsleepboot KINDERDIJK, die destijds te Brouwershaven was, door het Nederlands fregatschip BERNHARD HERTOG VAN SAXEN WEIMAR, kapt. P.H. Hazewinkel, hetwelk tegen de stenen dam van de Ossenhoek onder Renesse gedreven was, en wellicht grote schade zou bekomen hebben, zo niet verloren zou geweest zijn, indien de KINDERDIJK niet terstond ter hulp gesneld was, die, door aanwending van alle krachten, in weerwil van wind en moeilijke zee, het schip weder in vlot water gebracht heeft.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

New York, 20 mei. Het schip JACOBA, gevoerd geweest door kapt. Bakker, van hier naar Amsterdam vertrokken, is de 20e april op 45º NB 51º35’ WL gezonken, doch het volk door kapt. Gombeer, voerende het schip STANISLAS, gered en alhier aangebracht. Kapt. Bakker was de 8e mei aan de kinderziekte (opm: bedoeld wordt waarschijnlijk de pokken) gestorven.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Koningsbergen, 1 juni. Sedert de 27e mei zijn weder verscheiden schepen geplaatst. Bedongen: Londen Sh.6/3 per quarter tarwe, Sh.36/- per ton talg. Op Nederland gaat nog altijd niets om.


09 juni 1854


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Verkoop van een hek-tjalkschip. De notaris A. Binnerts te Heerenveen zal op donderdag de 22e juni 1854, des namiddags 5 uur, ten huize van L.R. Moedt, kastelein bij de Nieuwe Brug, bij voorlopige toewijzing presenteren te verkopen een in beste staat onderhouden overdekt hek-tjalkschip, de VROUW MARTJE genaamd, groot 29 lasten, met zeil en treil, staand en lopend want, ankers, kettingen en touwen en complete inventaris, bevaren wordende door de eigenaar H.J. Wupkes, en in 1837 nieuw gebouwd op de werf van F.J. Prins te Nijehaske, thans liggende bij voornoemde Moedt. Inmiddels uit de hand te koop.


10 juni 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 9 juni. De Shipping and Mercantile Gazette, van het bericht in sommige Engelse dagbladen sprekende en waarvan ook wij in ons nommer van 6 juni gewaagd hebben, volgens hetwelk twee of drie kapiteins van Nederlandse schepen in Londen gearresteerd zijn wegens een zeer vermoedelijk plegen van bedrog jegens hun lading, heeft dienaangaande berichten ingewonnen, welke zij zegt, dat niet van dien aard zijn, dat een zodanige ernstige beschuldiging gerechtvaardigd wordt. Twee Nederlandse kapiteins, namelijk R. Rijken van het schip (opm: kof) JANTINA ANNECHINA en A. de Haan van het schip (schoenerkof) HENRIETTE, te Amsterdam te huis behorende, bevinden zich in de gevangenis ten gevolge van een geldelijk proces waarin zij gewikkeld zijn door te beschikken over hun lading graan te Konstantinopel (opm: Istanbul), die te Galatz ingenomen is, en wel om daardoor gebruik te maken van een hoger vracht dan bedongen was. De beschuldigden echter zeggen, dat, toen zij zich te Konstantinopel bevonden, het graan beschadigd was, zodat zij niet anders in de bestaande omstandigheden konden handelen, dan zich van hetzelve op die wijze te ontdoen. De zaak zal alsnu gebracht worden voor het Court of the Exchequer (opm: het Hof van Financiën) wegens het verbreken van chartercontracten. Het blad voegt er ten slotte de hoop bij, dat de daadzaken het gedrag van de kapiteins zullen rechtvaardigen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Elseneur (opm: Helsingör), 6 juni. De Nederlandse kof DINA IMMECHINA, kapt. De Jonge, van Port Kunda (opm: Estland) met rogge naar Rotterdam bestemd, is hier gisteren in de haven gekomen om de pompen na te zien.
(opm: zie NRC 290654)


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Groningen, 8 juni. Scheepsvrachten. Bevracht naar Hull Sh.17/- en 18/- met 10 % per 10 quarters haver.


11 juni 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Schiedam, 10 juni. Heden is met het beste succes van de werf Nijverheid, toebehorende aan de scheepsbouwmeesters C. Gips & Zonen, te water gelaten het fregatschip LOEVESTEIN, groot 389 gemeten lasten, gebouwd voor rekening ener rederij onder directie der heren Bonke & Co te Rotterdam en gevoerd zullende worden door kapt. B.J. Muller. Onmiddellijk daarna is de kiel gelegd voor een schip (opm: driemaster), genaamd JEDO. Beide schepen zijn bestemd voor de grote vaart.


12 juni 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Memel (opm: Klaipeda), 7 juni 1854. De vrachten blijven dalende. Dezer dagen zijn naar Antwerpen bevracht de RIGA PACKET à NLG 23 voor hout, en de CARL EN JULIE, kapt. Bradhering à NLG 25 met 15% voor vlas per ton van 1016 kg. Het is te voorzien, dat de vrachten nog verder zullen dalen, want er zijn weinig goederen ter exportatie, terwijl de aankomsten vermeerderen. Sedert l.l. zondag zijn er omstreeks veertig schepen in onze haven aangekomen. Wanneer dit nog enigszins voortduurt, zullen enige misschien genoodzaakt zijn deze haven in ballast te verlaten. De Engelsen beginnen streng te worden ten aanzien van de blokkade van de Russische havens. Al de schepen die de Russische havens binnen willen of daaruit vertrekken, worden zonder mededogen door de Engelsen genomen. Reeds hebben zij een groot aantal schepen prijs gemaakt, die ladingen van Kroonstad (opm: Kronjstadt) en Riga in hadden. De SYLVIA zou natuurlijk hetzelfde lot te beurt gevallen zijn, indien zij te Kroonstad ware binnengelopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 11 juni. Het Hanoverse everschip FORTUNA, kapt. Mahler, van Hartlepool met steenkolen naar Otterndorf, is volgens brief van Terschelling van de 8e dezer, de 6e dito aldaar gestrand, doch het volk gered en de tuigage geborgen. De lading zal weg zijn.


  AH - Algemeen Handelsblad

Hoogezand, 9 juni. Heden is van de werf van de heer E.H. Meursing alhier met het beste gevolg te water gelaten het schoenerschip HENDRIKA MARGRETHA, groot 100 lasten, zullende gevoerd worden door en voor rekening varen van kapt. J.A. Spijkman, van Amsterdam.


13 juni 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlissingen, 11 juni. De GERRIDA ANNEGINA (opm: schoenerkof, bouwjaar 1853), onder bevel van kapt. A. Rozema, met zeeschade vóór enige tijd te Vlissingen binnengekomen (opm: zie NRC 100154), zal voortaan heten de STAD GRONINGEN (opm: voor NLG 8.000 aangekocht door J.T. Doornbosch, Groningen) en gevoerd worden door kapt. J. Rasker, alvorens van hier te vertrekken (opm: zie NRC 170654).


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 12 juni. De 8e dezer is te Appingadam met goed gevolg van stapel gelopen bij de scheepsbouwmeester H.H. van der Werf aldaar, de nieuw gebouwde kopervaste schoenerbrik NIJVERHEID, groot ruim 100 lasten, zullende gevoerd worden door kapt. A. Metus, van Termunten, voor rekening ener rederij onder het boekhouderschap van de heer J.H. Rottinghuis te Delfzijl. Dadelijk daarna werd de kiel gelegd voor een te bouwen kopervast schoenerschip, groot 110 lasten, genaamd de STAD APPINGADAM, zullende gevoerd worden als gezagvoerder door Johannes Bebingh, van Appingadam, mede voor rekening ener rederij onder dezelfde directie.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Berwick, 9 juni. De te Veendam te huis behorende sloep HENDRIKA, kapt. Vlas, van St. Davids naar Roskilde, is hier lek binnengelopen en zal de lading kolen moeten lossen om te repareren.


  DC - Dordtsche Courant

In de Nieuwe Rotterdamsche Courant van zondag spreekt kapt. P.H. Hazewinkel, voerende het Nederlands fregatschip, BERNHARD HERTOG VAN SAXEN WEIMAR, het bericht, betreffende het aan de grond raken van voornoemde bodem, vroeger gemeld, tegen, en verklaart, dat zijn schip hoegenaamd in geen gevaarlijke toestand heeft verkeerd, veel minder dat men voor het behoud van hetzelve is bevreesd geweest. Gemelde kapitein had alleen aanleiding om de stoomsleepboot KINDERDIJK te seinen, ten einde zijn reis zo veel mogelijk te bespoedigen.


  DC - Dordtsche Courant

Vervolg en slot van het uittreksel uit het jaarlijks verslag van de toestand der gemeente Dordrecht, over het jaar 1853.
De buitenlandse handel is, zowel wat de invoeren als de uitvoeren betreft, iets minder geweest dan in 1852. Deze vermindering heeft hoofdzakelijk bestaan in ijzer en klipzout en overigens de transito-handel getroffen.
De oorzaken dier vermindering zijn: de bestede hoge scheepsvrachten en het mislukken van de olijf, terwijl de onzekerheid, waarin men omtrent de regeling der tolaangelegenheden in Duitsland heeft verkeerd, en de verwikkelingen in het Oosten daarop niet buiten invloed gebleven zijn.
Van de alhier te huis behorende binnenlandse schepen waren 56 afwisselend in de vaart, metende 2.711 ton.
Aan de werven, zowel hier als aan de grens der gemeente onder de Mijl, gelegen, heeft veel bedrijvigheid geheerst.
Voor de buitenlandse scheepvaart zijn uit zee binnengekomen 297 schepen, metende 25.048 lasten, tegen 356 schepen, metende 29.830 lasten, in 1852. Van de stad vertrokken naar zee, geheel of gedeeltelijk beladen, 122, en in ballast 158 schepen.
Drie alhier te huis behorende schepen, voor de Nederlandsche Handel-Maatschappij bevracht, zijn te Amsterdam binnengekomen en van daar weder twee via Londen en één via Liverpool naar Australië vertrokken.
De hier te huis behorende schepen hebben niet onaanzienlijk gedeeld in de uitbreiding der uitzending van schepen over Engeland naar de Brits-Australische koloniën.
De van hier varende stoomboot op Londen heeft 34 reizen heen en terug gemaakt, en ruim 13.000 stuks runderen, kalveren, schapen en lammeren naar Engeland overgevoerd. Nieuw aangeknoopte en voor uitbreiding vatbare relaties openen het uitzicht op het voortdurend blijven bestaan dezer onderneming.
Op de twee werven tot de aanbouw en de vertimmering van ra-schepen, heeft grote bedrijvigheid geheerst. Vier barkschepen zijn te water gelaten en in de vaart gebracht. Op de ene zijn twee barkschepen, en een medium clipperschip, en op de andere, drie barkschepen, allen voor rekening van alhier gevestigde rederijen, op stapel gezet.
Het getal der alhier te huis behorende ra-schepen, allen delende in de bevrachtingen der Nederlandsche Handel-Maatschappij, is thans geklommen tot 34, tezamen metende 12.256 lasten.
Van de schepen van verschillende charters, varende op Europese en andere havens, zijn 2 vermist, 3 verongelukt, 1 gesloopt en 1 verkocht, en daarentegen 3 andere aangekocht, zodat het getal daarvan is verminderd tot op 21, tezamen metende 1.785 lasten. De rederijen verkeren over het algemeen in bloeiende toestand.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Konstantinopel, 24 mei. De met zeilschepen van Odessa aangebrachte berichten hebben de toestand der markt geheel veranderd en er zijn thans maar weinig disponibele schepen in de haven. Verscheiden Oostenrijkse schepen zijn naar de Donau gezeild, waar zij vroeg genoeg hopen aan te komen om met het door de Russen verleend verlof om tot de 13e juni te mogen laden, hun voordeel te doen. Hierdoor zijn de prijzen gestegen. Bedongen van Smirna naar New York USD 3.400 voor een Nederlands schip van 300 ton; van idem naar Engeland Sh.40/- per quarter; van de Dardanellen naar idem Sh.37/- per idem, van Taganrog naar idem Sh.10/- per quarter met GBP 100 vergoeding, als het innemen der lading mocht worden verhinderd.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Groningen. Vrijdag (opm: 9 juni) is van de werf van de heer E.H. Meursing te Hoogezand met het beste gevolg te water gelaten het schoenerschip HENDRIKA MARGRETHA, groot 100 last, zullende gevoerd door en voor rekening varen van kapt. J.A. Spijkman, van Amsterdam.


  LC - Leeuwarder Courant

Uit de hand te koop: eene bijna nieuwe vis-aak, met vaste voorplegt, koperen kaarstukken en verder met zeil en treil, groot 8 ton, ladende plm. 1500 halve Nederlandse ponden; alsmede een snikschip, groot acht ton. Te bevragen bij de scheepsbouwmeester H.S. Schotsman, te Workum.


14 juni 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 13 juni. De Antwerpse Le Précurseur (opm: lokale krant) bevat het volgende: De Russische regering heeft de vergunning weder ingetrokken, welke zij, in weerwil van de staat van oorlog, tot oprichting ener stoombootdienst tussen Rotterdam en Kroonstad (opm: Kronjstadt) heeft verleend. Het eerste vertrek zou op 1 juni plaats gehad hebben met het Nederlandse stoomschip GIRONDE, van 700 tonnen, met machines van lage drukking voorzien, en dat in Schotland gebouwd is. Onderscheidene passagiers hadden reeds plaats genomen, toen het bericht der intrekking bekend was.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Capelle aan den IJssel, 10 juni. Heden is op de werf van de heren W. & J. Hoogendijk en Co met goed succes te water gelaten het barkschip PER ASPERA AD ASTRA, groot volgens meetbrief 265 gemeten lasten, zullende gevoerd worden door kapitein J. Admiraal Jzn, voor rekening ener rederij onder directie van de heren F.S. Sparnaay en Zoon te Rotterdam en bestemd voor de grote vaart.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 13 juni. Te Krimpen a/d IJssel is de 10e dezer van de werf van de scheepsbouw- meester J. Otto met goed gevolg te water gelopen het brikschip ALIDA EN HENRIETTE, groot 165 gemeten lasten, voor rekening van de heren Spekman & Hurrelbrinck te Amsterdam, zullende gevoerd worden door kapt. W.J. Lourens.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 13 juni. Blijkens een bericht van Zr.Ms. consul te Elseneur (opm: Helsingör) is aldaar de 4e dezer bekend gemaakt een door de bevelhebber der Engelse Oostzeevloot aan het Britse gezantschap te Stockholm gedane mededeling, volgens welke alle schepen, die trachten een geblokkeerde Russische haven aan te doen, zullen worden opgebracht.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Capelle a/d IJssel, 12 juni. Heden is op de werf van de heren W. & J. Hoogendijk en Co de kiel gelegd van het barkschip ODILIA MARGARIETA, groot ca. 330 lasten, bestemd voor de grote vaart en voor een rederij onder directie en het boekhouderschap van de heren Schloss & Co te Rotterdam.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 13 juni. Volgens een van Zr.Ms. consul-generaal te Smyrna (opm: Izmir) ontvangen bericht dd. 27 mei jl. is het Nederlandse vaartuig ELSJE naar Mosconisse in de Golf van Adramyti (opm: Golf van Edremit – 39º30’ NB 26º45’ OL) vertrokken om olie voor Engeland te gaan innemen. De schoener BACKENHAGEN, kapt. Hakker, welke van Amsterdam en de Piraeus met enige koopgoederen gekomen was, zal met akerdoppen (opm: eikeldoppen) bevracht worden. De kof NEISSINA BEERTA, kapt. P.P. de Boer, is bestemd om akerdoppen voor Engeland in te nemen. De brik DOLPHIJN, kapt. Brandligt, zal voor de Verenigde Staten bevracht worden. De schoener AGATHA, kapt. Zeilinga, is van Konstantinopel (opm: Istanbul) gekomen om te Smyrna akerdoppen voor Engeland in te nemen. Al deze schepen zouden waarschijnlijk binnen 10 dagen onder geleide van de oorlogsbrik MAKASSER vertrekken.


  AH - Algemeen Handelsblad

Nieuw Lekkerland, 13 juni. Heden werd van de scheepstimmerwerf van de heren Gebr. Pot in het Elshout onder deze gemeente de kiel gelegd voor een barkschip, genaamd S. VAN HEEL, groot ongeveer 360 lasten, bestemd voor de grote vaart onder boekhouderschap van de heer J. van Delft te Katwijk.


15 juni 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Verkoop van een in executoriaal beslag genomen schip. Op dinsdag de twintigste juni 1854, des voormiddags ten 11.00 ure, zal ter terechtzitting van de Arrondissementsrechtbank te Amsterdam, eerste kamer, aan de meestbiedende of hoogstmijnende worden verkocht het na te melden schip, te weten het Nederlands gekoperd barkschip JAN HENDRIK, groot 330 last, gebrand 767 Amsterdam 1851, met zijn toebehoren, gevoerd wordende door kapitein Hendrik de Jong, liggende te Amsterdam, in het Oosterdok.
Deze verkoop geschiedt ten verzoeke van de Nederlandsche Handel-Maatschappij, ten deze door de directie vertegenwoordigd, kantoor houdende te Amsterdam, op de Heerengracht bij de Heerenstraat, ten deze woonplaats gekozen hebbende ten kantore van de procureur Michael Wilhelm Luber Jr, op de Keizersgracht bij de Leidschestraat, en als zodanig door de Nederlandsche Handel-Maatschappij gesteld, om de executoriale verkoop van voornoemd schip, in de terechtzitting van de gemelde rechtbank, te vervolgen uit krachte van de in executoriale vorm uitgegeven grosse van een vonnis door de Arrondissements-Rechtbank voornoemd, Tweede Kamer, de veertiende april achttien honderd vier en vijftig, tussen de executante als eiseresse, en Hendrik de Jong, gezagvoerder van het gemelde schip JAN HENDRIK, mitsgaders A. Ahlers Jr, boekhouder der rederij van het voornoemde schip JAN HENDRIK, als gedaagden gewezen, behoorlijk geregistreerd, ten einde betaling te erlangen ener som van NLG 200.000, zijnde het bedrag der veroordeling tegen voornoemde Hendrik de Jong, als gezagvoerder, en A. Ahlers Jr, als boekhouder der rederij van het gemelde schip JAN HENDRIK, bij dat vonnis uitgesproken, onverminderd de kosten en meerdere actiën de executante competerende, en bij welk vonnis gemeld schip daarvoor is verbonden en executabel verklaard, en ten laste van voornoemde A. Ahlers Jr, boekhouder der rederij van het gemelde schip JAN HENDRIK, wonende en kantoor houdende te Amsterdam, op de Binnenkant.
Het voormelde schip en toebehoren wordt door de executante ingezet op een somma van NLG 1.000, welke inzet de plaats vervangt van het eerste bod.
De Memorie van Veilconditiën is gedeponeerd ter Griffie van de Arrondissements-Rechtbank voormeld, terwijl ook ten kantore van de ondergetekende procureur van genoemde memorie van veilconditiën inzage kan worden genomen en nadere inlichtingen zijn te bekomen.
Amsterdam, 1 juni 1854, M.W. Luber Jr, procureur
(opm: verkoop geannuleerd; zie NRC 180654)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 10 juni. Heden is op de werf van de heren W. & J. Hoogendijk en Co (opm: C. Hoogendijk Wzn), te Capelle op den IJssel, met goed succes te water gelaten het barkschip PER ASPERA AD ASTRA, groot volgens meetbrief 265 gemeten lasten, zullende gevoerd worden door kapitein J. Admiraal Jzn, voor rekening ener rederij onder directie van de heren F.S. Sparnaaij en Zoon te Rotterdam en bestemd voor de grote vaart.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Groningen. Gisteren arriveerde alhier de schoener-galjoot ECLIPTICA, groot ongeveer 90 last, zullende bevaren worden door kapt. T. Boomgaard, van Groningen, gebouwd bij G.B. van der Werff te Veendam.


16 juni 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Jan Corver, makelaar, zal op maandag de 26e juni 1854, des avonds ten 6 ure, te Amsterdam, in de Nieuwe Stads Herberg aan het IJ, verkopen een extra ordinair welbezeild, gekoperd en kopervast barkschip, genaamd WILLEM BARENDSZ, varende onder Nederlandse vlag, gevoerd door kapitein W. Landsaat, volgens Nederlandse meetbrief lang 37 el 22 duim, wijd 6 el 85 duim, hol 5 el 58 duim (opm: 37,22 x 6,85 x 5,58 m.), en alzo gemeten op 632 ton of 334 lasten. Breder bij inventaris en bericht bij bovengemelde makelaar.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Penang, 2 mei. Het alhier binnengelopen Nederlandse schip STAD DORDRECHT, kapt. van Haften, van Akyab naar Hamburg bestemd, is lek.
(opm: zie NRC 010754)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Dantzig (opm: Gdansk), 7 juni. Het schip JANTINA, kapt. Van der Wall, van Groningen naar Riga, alhier binnengelopen, is de 5e dezer bij Lynsoe Ost door een Engels oorlogsschip van de Russische kust teruggewezen.


  LC - Leeuwarder Courant

Zes scheepstimmerknechten kunnen voor geruime tijd werk bekomen bij J.H. van der Zee, scheepstimmerbaas te Zevenhuizen bij Franeker.


17 juni 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 16 juni. Het dagblad the Dublin Freeman deelt mede, dat er andermaal in Engeland een Nederlandse kapitein gearresteerd is, omdat hij te Konstantinopel (opm: Istanbul) een lading graan, die hij te Galatz ingenomen had, verkocht en zich vervolgens naar Odessa begeven had ten einde een andere lading in te nemen. De kapitein beweert echter, dat de lading beschadigd en voor verder vervoer ongeschikt was, en dat hij gehandeld heeft ingevolge de instructiën van de Nederlandse gezant te Konstantinopel.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlissingen, 15 juni. Het schip STAD GRONINGEN, kapt. Rasker, is heden van hier naar Archangel vertrokken. (opm: zie NRC 130654)


  DC - Dordtsche Courant

Gothenburg, 6 juni. Volgens bericht van de consul te Smirna zouden wegens de plaats hebbende zeeroverijen alle Zweedse en Noorse schepen, die van daar vertrokken, door het Nederlandse oorlogsfregat DOGGERSBANK begeleid worden.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Groningen, 16 juni. Morgen, zaterdag de 17e, ongeveer 4 uur, zal van de Buitenwerf van de heer E.H. Meursing alhier te water worden gelaten het nieuwgebouwde kopervast schoener-brikschip de LAUWERZEE, groot 130 rogge-lasten, hetwelk gevoerd zal worden door kapt. P. ter Huizen Kuiper, te Groningen, onder directie van de heer J. Homan alhier.


18 juni 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 17 juni. Bij beschikking van de minister van binnenlandse zaken van de 15e dezer is aan de heer G. de Vries te Vlissingen bij wijze van proefneming en tot wederopzegging de aanleg vergund ener sleepdienst door middel van een of meerdere stoomboten op de Wester Schelde. Deze dienst kan onmiddellijk worden aangevangen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Suriname, 20 mei. Het alhier van Amsterdam gearriveerde Nederlandse schip SUSANNE, kapt. Jaski, heeft op de bank voor de Commewijne aan de grond gezeten.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. De verkoop van het barkschip JAN HENDRIK, tegen 20 juni 1854 aangekondigd (opm: zie NRC 150654), zal geen voortgang hebben.
Amsterdam, 16 juni, M.W. Luber Jr, procureur


19 juni 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Stockholm, 12 juni. Uit Farösund wordt d.d. 6 dezer gemeld, dat de 2e dezer de drie van Riga komende vaartuigen naar de rede van Farö opgebracht zijn, namelijk de Noorse schoener NORNEN, naar Bergen gaande met een lading rogge en hennep, en de Nederlandse koffen JONGE ALBERT, kapt. J.A. van der Zee, met hout en hennep, en JEANNE MARIE, kapt. J.L.C. Kolle, met rogge en hennep, beide naar Nederland bestemd.
N.B. het schip JEANNE MARIE, kapt. Kolle, van Riga naar Amsterdam, is bereids de 31e mei te Farö aangekomen.
(opm: zie NRC 230654, 260654, 100754, 110754, 130754, 140255, 090555)


  AH - Algemeen Handelsblad

Amsterdam, 17 juni. De navolgende schepen zijn te Londen naar de Australische Volksplanting bevracht:
Naar Sydney: GRAAF VAN NASSAU, 689 ton, van Amsterdam, kapt. E. Sanders; DRIE GEBROEDERS, 392 ton, van Rotterdam, kapt. L.J. Wilhelmie; KINDERDIJK, 693 ton, van de Kinderdijk, kapt. W. Ouwehand; ARDJOENO, 522 ton, van Amsterdam, kapt. S.R. Post; en GENERAAL LIST, 765 ton, van Amsterdam, kapt. K. Latjes.
Naar Melbourne: NAGASAKI, 686 ton, van Rotterdam, kapt. F.A. Bunnemeijer; MARIE JULIE, 368 ton, van Rotterdam, kapt. Bruynseels en BURGEMEESTER VAN REENEN, 558 ton, van Amsterdam, kapt. A.W. v.d. Meer van Kuffeler.
Naar Melbourne en Geelong: EDOUARD MARIE, 550 ton, van Rotterdam, kapt. H. Eeltje, en BENGALEN, 300 ton, van Rotterdam, kapt. T. Keus.
Naar Port Philip: WILLEM III, 575 ton, van Schiedam, kapt. C. v.d. Burg; PICTURA, 714 ton, van de Kinderdijk, kapt. R.J. Scholten; NEPTUNUS, 714 ton, van Amsterdam, kapt. P. Schuurman; DUIVELAND, 221 ton, van Bruinisse, kapt. J.C. Viersma; VOORWAARTS, 663 ton, van Alblasserdam, kapt. G.P. Bas; TAGAL, 708 ton, van Dordrecht, kapt. J.F.H. Göbel; PRINS HENDRIK, 705 ton, van Amsterdam, kapt. J. Goedkoop en CORNELIS GIPS, 609 ton, van Dordrecht, kapt. M. van Rijn van Alkemade.
Naar Port Philip en Sydney: AUSTRALIE, van Amsterdam, 721 ton, kapt. D.B. Jochems; en ALBRECHT BEYLING, 467 ton, van Schiedam, kapt. G.L. Moller.
Naar Adelaïde: JACOBA, 617 ton, van Rotterdam, kapt. F.J. Boursse Wils; FOP SMIT, 611 ton, van Rotterdam, kapt. K.J. Swart; LOURENS KOSTER, 545 ton, van Rotterdam, kapt. D.B. Kleve en VAN GALEN, 573 ton, van Amsterdam, kapt. J.R. Smit.
Te Liverpool werden bevracht 7 Nederlandse schepen, als:
Naar Sydney: CLAUDIUS CIVILIS, 685 ton, van Amsterdam, kapt. J.F.D. Petersen, RABENHAUPT, 433 ton, van Amsterdam, kapt. L.R. Rijken, ESTAFETTE, 430 ton, van Amsterdam, kapt. A.M.J. Rietveld en WATERGEUS, kapt. W.H. Kramer.
Naar Melbourne: MARIA ELISABETH, 788 ton, kapt. K.J. Jonker, en GEZUSTERS, 721 ton, van Amsterdam, kapt. E. Virginius.
Naar Adelaïde: DRIE VRIENDEN, 303 ton, van Amsterdam, kapt. M.J.B. Noordhoek Hegt.


20 juni 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 19 juni. Wij vernemen, dat het te water brengen der op de 's landswerf te Amsterdam gebouwde korvet MEDUZA (opm: MEDUSA) bepaald is op aanstaande donderdag 22 dezer, ten half twee ure. Dit schip, bestemd tot het voeren van zwaar geschut, is het eerste oorlogschip der Nederlandse zeemacht, hetwelk gebouwd werd en ingericht zal worden voor de toepassing van schroefstoomvermogen, zijnde de werktuigen van 150 paardenkracht, vervaardigd in de fabriek der Nederlandsche Stoomboot-Maatschappij te Fijenoord, alwaar ook tevens werktuigen in voorraad zijn van het dubbel vermogen van het schroeffregat van 50 stukken, dat mede op 's lands werf gebouwd wordt.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 19 juni. De London Gazette bevat de officiële tijding van de admiraal Napier, gedagtekend Hango-baai (opm: Baai van Hanko), 28 mei, dat de havens van Libau (opm: Liepaja) en Windau (opm: Ventspils) aan de Koerlandse kust, even als alle de overige havens, straten en bochten, van 55º53’ NB tot aan Kaap Dager Ort met inbegrip van de havens van Riga, Pernau (opm: Pärnu) en alle andere havens, straten en bochten in de Golf van Riga door een voldoende macht in staat van blokkade worden gehouden. Hetzelfde geldt ook van alle havens, straten en bochten met inbegrip van Hapsal (opm: Haapsalu), Wormsö (opm: het eiland Vormsi), Baltishport (opm: Paldiski), Reval (opm: Tallinn), en andere tussenhavens der kust van Estland tot aan de vuurtoren van Ekholm, en van daar in een noordelijke richting tot Helsingfors (opm: Helsinki) en Sveaborg aan de Finlandse kust, vandaar westelijk over Barosund (opm: Barö), Hangö (opm: Hanko), Orö (opm: Salo) en Abö (opm: Turku) met inbegrip van de Alands-archipel (opm: Åland-eilanden) en de tussenhavens, van deze naar het noorden: Nystad (opm: Uusikaupunki), Biorneborg (opm: Pori), Christinestadt (opm: Kristinestad), Wasa (Vaasa), de Walgrund-eilanden (opm: Vallgrund-eilanden), klein Carleby, Jacobstadt (opm: Jakobstad), Gamle-Carleby (opm: Kokkola), Lahts, Kalawiki (opm: Kalajoki), Brahestad (opm: Raahe), Uleaborg (opm: Oulu), Kearle-eiland, Tio, Gestila, Tornea (opm: Tornio), Ned, en alle Russische tussenhavens, straten en bochten in de Golf van Bothnië. En wordt hiermede kennis gegeven, dat alle maatregelen, welke door het volkenrecht en de bestaande tractaten tussen Hare Majesteiten en de verschillende neutrale mogendheden geoorloofd zijn, ten opzichte van alle schepen, welke gezegde blokkade trachten te overschrijden, zullen worden toegepast.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Zwolle, 18 juli. Eén der van hier voor rekening van de heren Doyer & Pruimers te Riga in lading liggende schepen is, met nog drie andere Nederlandse bodems, aangehouden en de bemanning op een Engels oorlogsschip overgebracht. Toen de kapitein Elseneur (opm: Helsingör) verliet om naar Riga te zeilen, verzekerde hem de consul aldaar, dat Riga nog vrij van embargo was, terwijl drie dagen later en in het gezicht van de verenigde vloot (opm: van Engeland en Frankrijk) de kapitein ongehinderd binnen liep. Men vermoedt derhalve, dat het embargo is gelegd, nadat de kapitein van Elseneur vertrokken was. Van wege de rederij der heren Doyer & Kalff alhier is dadelijk bericht gezonden aan de minister van buitenlandse zaken om langs die weg het schip en zo mogelijk ook de lading buiten embargo te hebben.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Groningen, 19 juni. Heden arriveerde alhier de nieuwe galjoot HENDERIKA GEZIENA, groot ongeveer 60 last, kapt. J.B. Pronk, van Wildervank, en gebouwd bij H. Boerma te Kiel.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Gepasseerde week is geheel zeilklaar van Appingedam naar zee vertrokken het in dit voorjaar aldaar op de werf van de scheepsbouwer J.P. van Dam gebouwde kofschip JACOBUS BEGEMAN, kapt. J. Reijers.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Vrijdag (opm: 16 juni) werd in het Beneden Dwarsdiep te Veendam van de werf van de scheepsbouwer H. Bieze te water gelaten het nieuwgebouwde galjootschip FENNECHIEN, voor rekening van en gevoerd zullende worden door kapt. H. Schippers, van Veendam.


21 juni 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 20 juni. De Staats Courant bevestigt, blijkens een mededeling van Zr.Ms. gezant te Londen, voorkomende in de London Gazette van 13 dezer, dat de vice-admiraal Dundas, gezagvoerder der Britse scheepsmacht in de Zwarte Zee aan de Lords der Admiraliteit onder dagtekening van de 1e dezer gemeld heeft, dat de Donau in staat van blokkade is gesteld door de Engelse en Franse scheepsmacht.


22 juni 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Elseneur (opm: Helsingör), 17 juni. De alhier in averij binnengelopen Nederlandse kof GIJSBERTA WILHELMINA, kapt. Priebee (opm: zie NRC 180554), van Stockholm naar Bordeaux bestemd, heeft heden na geëindigde reparatiën de reis voortgezet.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Te Rotterdam ligt in lading naar Batavia en Samarang (opm: Djakarta en Semarang), mede voor passagiers, waartoe hetzelve uitmuntend is ingericht, het nieuw gebouwd en gekoperd Nederlands barkschip ZALT-BOMMEL (opm: ZALTBOMMEL), kapt. C.J. Juta, voerende een geëxamineerde scheepsdokter, om in de loop der maand juli a.s. te vertrekken. Adres bij de boekhouders Van Overzee & Co en de cargadoors Hudig & Blokhuyzen en Kuyper, Van Dam & Smeer alhier, en De Coningh & Bart te Amsterdam. (opm: eerste reis).


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Groningen. Gisteren en heden zijn alhier gearriveerd het schoenerschip CATHARIENA, groot ongeveer 100 last, kapt. J. de Boer, van Nieuwe Pekela, gebouwd bij J.J. van der Werff te Hoogezand, en het galjootschip ANNECHIENA, groot circa 90 last, kapt. E.S. van der Wijk, van Veendam, gebouwd bij J.G. Bodewes te Sappemeer.


23 juni 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 22 juni. Heden namiddag is van de Rijkswerf met het beste gevolg te water gelaten de korvet MEDUSA, bestemd tot het voeren van zwaar geschut. Dit vaartuig is het eerste oorlogsschip der Nederlandse marine met schroefstoombeweegkracht. De werktuigen zijn in de fabriek te Fijenoord vervaardigd en hebben een vermogen van 150 paardenkracht. De plechtigheid was door de prinsen Willem en Hendrik bijgewoond.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Elseneur (opm: Helsingör), 19 juni. Heden morgen is een Engelse stoomboot met vier Nederlandse kofschepen op sleeptouw, uit de Oostzee komende, alhier gepasseerd.
(opm: zie NRC 260654)


24 juni 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 23 juni. Men bericht uit een gewoonlijk goed onderrichte bron uit Londen d.d. 21 dezer aan een handelshuis alhier, dat het Engelse gouvernement, op aandrang van het Franse, besloten heeft om onmiddellijk order te geven ook de Witte Zee streng te blokkeren, Deze order zal, zo men zegt, binnen enige dagen door een oorlogsstoomboot naar het eskader in de Witte Zee gezonden worden, en men vreest, dat de schepen, die aldaar later dan die boot arriveren, zullen worden afgewezen.


  DC - Dordtsche Courant

Amsterdam, 22 juni. Volgens brief van Smirna van 7 juni, zou ‘s Rijks schoener MACASSAR, luit. Klerk, de 11 of 12 dito van daar vertrekken om de Nederlandse schepen tot Kaap Matapan te konvooieren, van welk geleide door de gereed zijnde Engelse schepen mede gebruik gemaakt zou worden.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Deal, 17 juni. Heden is hier aangekomen het schip (opm: kof) JACOMINA, kapt. Huges, van Oporto naar Londen met verlies van anker en ketting.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Dantzig, 15 juni. Scheepsvrachten. De flauwe stemming onzer graanmarkt werkt ook zeer nadelig op de vrachten, die voortdurend gedrukt zijn. Londen Sh.4/6 per quarter tarwe, Amsterdam NLG 24, Antwerpen NLG 25 per last hout.


  JB - Javabode

Ingevolge onze belofte, delen wij een omstandig bericht omtrent de schipbreuk, het barkschip DOELWIJK overkomen, mede:
De 3e juni arriveerde op de buitenreede van Batavia de Deense brik COURIER, kapt. Krabb, aan boord hebbende de schipbreukelingen van het op de 21e april jl., tegen het Kennrif, gelegen in de Stille Oceaan, op 21º 9’ Z.B. en 155º 49’ O.L., verongelukt Nederlands barkschip DOELWIJK, gezagvoerder J.H. Zeeman.
De navolgende bijzonderheden, omtrent de redding der equipage, zijn door de gezagvoerder, stuurlieden en manschap, als gevolg van hun verklaring omtrent het verlies van voorgenoemde bodem, verhaald.
Nadat alle pogingen om het schip te behouden vruchteloos waren aangewend, het roer er af en het schip lek gestoten was, zodat het water er in stroomde en reeds tot enige voeten gerezen was, en men alle ogenblikken verwachten kon, dat het door zou breken, of van elkander scheiden, door het vreselijk stoten en werken op de klippen, wier men op levensbehoud bedacht en nam men het besluit om de boten uit te zetten. De giek of sloep wierd van onder de davits neergelaten, met twee man erin om dezelve vrij te houden, met het plan om enige der manschap van lange zijde er in op te nemen, maar deze poging werd verijdeld, doordien de giek, door de zee, achter het schip om en door de branding op het rif werd geworpen. De middelboot wierd met veel moeite, door het ijselijk stoten en overhalen van het schip, buiten boord gehesen en aan de takels hangende gehouden, zoveel mogelijk met touwwerk tegen de scheepszijde gesteund. In allerijl weren er sextanten, kompas, kaarten, enige mondbehoeften en een bikken doos met de scheepspapieren in geplaatst en zoveel meer als de omstandigheid zulks toeliet. Men begaf zich in de middelboot voornoemd. 14 man in getal; door een noodlottig misverstand werd de achterste takel te vroeg afgekapt terwijl de voorste nog vast bleef. Hierdoor stortte de boot bijna plotseling neder en werd door de zee en het overhalen van het schip vol water geslagen, de gezagvoerder en de zeilmaker er uitgeworpen, terwijl de overigen zich trachten te redden door langs de voorste takel het schip weder te bereiken, de een de ander hulp betonende. De gezagvoerder had, door de zee reeds voortgeworpen, een eind afhangend touwwerk van het schip gegrepen, en hield zich, niettegenstaande het zwaar overhalen van het schip, aan hetzelve geklemd, nu eens in de diepte neergedompeld, dan weder boven de golven tegen de zijde van het schip gesleurd, en door de armen van de zeilmaker om de benen gestrengeld; afgemat en op het punt van zich los te moeten laten, gevoelde hij zich bevrijd van de armen des zeilmakers en bespeurde dat er aan boord van het schip aan het touw getrokken werd, en tevens dat een bocht van hetzelve hem in staat stelde een zijner armen erdoor te steken en alzo het opsleuren tegen de scheepszijde vol te houden; afgemat en uitgeput, gelukte het enige der manschap hem binnenboord te krijgen. Alle waren tot dusverre behouden, uitgezonderd de zeilmaker, die in de golven was omgekomen.
Intussen was de middelboot ook uit de voorste takel gerukt, en werd door de zee, voor de boeg over, van het schip ten onderste boven op de branding geslagen.
Middelerwijl was de toestand van het schip hachelijker geworden, daar men het water in het tussendeks en achter in de kajuit kon zien rijzen.
Nu werd een laatste toevlucht genomen, en getracht de barkas uit te zetten; na een paar vaatjes brood, enig water, riemen, een bovenbramzeil, benevens enig touwwerk er in geworpen te hebben, zijnde er door de omstandigheden geen mogelijkheid om het bootstuig er in te krijgen, gelukte het, met de uiterste inspanning dezelve buiten boord te brengen, waarin de aan boord zijnde manschappen zich begaven, en na enige hevige stoten tegen de zijde van het schip, het geluk hadden dezelve te water te krijgen, en vrij van de zijde van het schip te komen, het plan vormende, het tot de dag op zee en vrij van de branding te houden, om alsdan te kunnen zien wat van het schip en de op het rif geworpen boten geworden was, maar men ontdekte dat de barkas lek geworden was, en het water er hand over hand in toenam, en het uitscheppen met putsen niet meer hielp; men toen moest besluiten, door de branding heen op de rif te sturen, om zo mogelijk het leven te redden. Dit plan werd volbracht en men landde op een plek, waar slechts een paar voet water stond, en betrekkelijk veiliger voor de branding was, en alwaar ook de giek geland was, waarin de eerste stuurman en een licht matroos zich bevonden; een eind verder, oostelijk uit, lag de ten onderste boven geslagen middenboot, aan de voorsteven ontramponeerd, de huid stukkend en uit de naden gezet. De boten werden met veel inspanning bij elkaar gebracht, en in een aller hachelijkste toestand werd de nacht doorgebracht, door het rijzen van het water, en doordien men met groot gevaar de gedeeltelijk ontramponeerde boten, het enige middel op behoud des levens, vrij van de rotsen en de branding moest houden, om alsdan te zien waartoe men moest besluiten. Eindelijk brak de lang gewenste dag voor ons aan, en wij zagen alstoen dat het schip nog wel in zijn geheel, doch reeds doorgebogen was. Nu werd beraadslaagd wat te doen. De wil was goed, om te trachten het schip weder te genaken, teneinde zoveel mogelijk nog enige mondbehoeften, drinkwater en een kompas te bekomen, zijnde het andere uit de boot geslagen of door de zee verbrijzeld, maar dan had men met de middenboot, ontramponeerd als dezelve was, de branding moeten trotseren, en zich blootstellen aan het gevaar dezelve te verliezen; veel minder was er mogelijkheid om een en ander van het schip te bergen, hetgeen trouwens nutteloos mocht heetten, dewijl met hoog water, het rif uitgezonderd, enig rotsen onder water stonden. Men besloot alzo, met de middenboot en de sloep, de barkas geheel ontramponeerd, vol water weggedreven zijnde, het rif te verlaten, terwijl het water nog genoegzaam hoog was, en voor de wind af, over de noordstroom, waar geen branding stond, de aftocht te bewerkstellingen.
Men ondernam alzo, met de beide boten voorgenoemd, de reis. In dezelven bevonden zich vijftien man, en aan mondbehoeften 2 vaatjes doornat boord, 1 stuk gerookt vlees, 1 ham, 2 manden Selterswater en een azijnanker, omtrent half vol met vers water gevuld, overigens enige benodigde kaarten, en 2 instrumenten der stuurlieden, maar helaas geen kompas. Na enige tijd roeien kwam men benoorden het rif, maakte van een van de riemen een mast, waaraan een zeil gevoerd werd, en werd de sloep op sleeptouw genomen.
De gezagvoerder en stuurlieden vormden het plan, om zo mogelijk W.Z. Westwaarts de koers te nemen, teneinde een door Europeanen bezette haven op de Oostkust van Australië te bereiken, dewijl zij het ondoenlijk beschouwden, zonder kompas, de reis langs de gewone weg naar Torresstraat te nemen, in de hoop van door een of ander schip te worden opgenomen.
De reis werd alzo in Godsnaam voortgezet, en volgens gezicht van zon, maan of sterren, naar gissing de koers gehouden; men passeerde volgens de waargenomen breedte ten Noorden van het Wreek rif en hield toen meer Zuidwaarts, omtrent Z.W. of Z.W. ten Z.
Na verloop van drie dagen, werd in de sloep de kompasnaald gevonden, welke, hoewel van roos ontbloot, een grote uitkomst gaf, om in de nacht bij gemis aan van het gezicht van de sterren, ten naaste bij de koers te kunnen houden, dezelve werd in de kompasdoos, hoewel ontbloot van beugel, op de pen gezet en de Noordpunt met krijt wit gemaakt, het vijfde etmaal ontwaarde men ’s nachts een schip, hetwelk een vuur toonde, en om de N.N.O. hield; men beproefde door noodkreten aan te heffen, hetzelve opmerkzaam te maken, maar de afstand was te groot; een geruime tijd hield men met hetzelve koers, maar de afstand werd groter, en men verloor het weldra uit het gezicht. De koers werd vervolgd, en hadden de volgende dag de breedte van 23˚ 18’ bereikt, van de lengte echter niets wetende dan gebrekkige gissing.
Tot dusverre was het weder goed geweest, met tamelijk slechte zee. De 27e april stak de wind op van het Westen, met buien en hoge zee, waardoor de boten geen vordering maakten, en als overstelpt werden door de zee, en men genoodzaakt was het onder een klein gedeelte van het zeiltje te laten drijven. Twee dagen bleef het weder onbestendig, en bevond men bij observatie aanmerkelijk om de Noord gedreven te zijn.
De wind werd weder Z.O. lopende, behielden gezagvoerder en stuurlieden echter nog altijd het plan, om, zo al niet Morton baai, alsdan toch Port Curtis te bereiken, dewijl de kust ten Noorden daarvan geen plaats bevatte, waar Europeanen gevestigd waren, en bar en dor, niets opleverde, ontbloot was van vers water, en tevens door de wilde inboorlingen bewoond werd.
Nu echter drong het lijden van bittere dorst de overige manschappen bij de gezagvoerder aan te houden, om meer rechtstreeks de koets naar de kust te houden ten koste van wat de uitkomst zoude mogen zijn. Men hield aldus weer Westwaarts voor en op zondag de 30e april, voor de middag, ontwaarde men voor het eerst land, The First Lump; de Koers werd in de wal gehouden, maar met de avond werd het stil, waardoor wij Noordwaarts met de stroom dreven; in de nacht kwam er een Westelijke koelte door vanuit de wal, hetgeen belette de kust dicht aan boord te houden; de volgende morgen hield alle overreding van de gezagvoerder op en wilde de manschap volstrekt naar de wal roeien. Het zeil werd gestreken, en men roeide met beide boten op de kust aan, ten Noorden van de kaap Manyfold, en, ziende dat men weinig tegen de wind avanceerde, werd nog eenmaal weder, bij het enige streken variëren van de wind, besloten het zeil bij te zetten, af te houden, en naar een baai meer Noordwaarts gelegen en Port Bowen genaamd te stevenen, om aldaar te beproeven drinkwater te vinden en om te zien of wellicht Europeanen zich daarin ophielden. Tegen de middag liep men de baai in, en besloot men na het passeren van een paar hoeken, in een bocht naar een vlak strand te roeien, alwaar men landde, en, na een kleine poos, was men gelukkig een put of holte aan de voet van een rotsgebergte met drinkwater te vinden, waaruit men zich laafde en alles wat water in zich kon bevatten opvulde, niets echter was er tot voedsel te vinden, men besloot om de baai verder op te komen, om zo mogelijk in een van de kust aflopende lage afstroom iets wat tot nooddruft kon verstrekken te vinden, maar niets werd ontdekt; de volgende morgen verliet men de baai met voornemen nog verder te trachten Zuidwaarts te komen. Stil zijnde werd er met veel inspanning Zuidwaarts uitgeroeid, en tegen de avond met een Zuidwestelijke landwind, Zuid Oostwaarts uitgezeild. Hiermede maakte men goede vorderingen, tot omstreeks 10 UUR, wanneer de wind meer opstak en de zee hoger begon te lopen, zodat men, na eerst nog met het gereefde zeil gezeild te hebben, hetzelve als een driehoek moest bijzetten en het moest laten drijven, dewijl de boten als door de zee overweldigd werden. De volgende morgen waren wij verder Noordwaarts uitgedreven, en ofschoon de wind bedaard en ruim genoeg was, om de baai van de vorige dag verlaten, weder te bereiken, werd men hierin belet door de hoge Zuidelijke zee tegen welke de ranke vaartuigen niet op konden werken; verkleumd, doornat en in beklagenswaardige toestand besloot men af te houden en beschutting te zoeken achter enige aan de kust gelegen eilandjes of klippen benoorden Port Bowen om zich enigszins te herstellen, en landde alzo op een vlak strand aan de voet van een rotsachtig gebergte, achter beschutting van gemelde eilandjes. Hier ontwaarde men een hond, en welke overtuigden voetstappen van volwassen mensen en kinderen dat hier inboorlingen moesten zijn; ook ontdekte men daarna een kano van boomschors vervaardigd met enig vistuig en stukken van schildpad; niets anders was er te vinden wat tot voedsel kon strekken, alleen vers water werd, bij ingraving in het zand, gevonden, waarschijnlijk door regens van het gebergte afgestroomd; tegen de avond hoorde men mensenstemmen uit het bos, waarmede de steile bewassen was, en bespeurde men daarna enige naakte wilden. Meer en meer nam [ … ] die onder het aanheffen van een oorlogskreet, samenschoolden. Geen wapens hebbende, besloot men veiligheidshalve de plaats te verlaten; het weder intussen bedaard geworden zijnde, gingen wij met de boten onder zeil en zagen gedurende de nacht verder om de Zuid te werken. Met de dag bespeurde men dat de stroom de boten om de Noord verzet had en men gaandeweg verloot met kruisen.
Men hield dus beraadslaging wat te doen, langer tijd te kruisen zoude onze weinige voorraad van eten en drinken verslonden hebben, voordat men een haven kon bereiken, waar hulp te bekomen was. Men had nog slechts voor 5 of 6 dagen proviand, en berekende met het zeer schraal rantsoen te verminderen, 10 of 12 dagen nog het leven te kunnen rekken en hoopte hier of daar aan het strand wellicht enig voedsel te zullen vinden.
Men kwam dus in het besluit overeen, om hoe groot de afstand ook was van het punt waar wij ons bevonden, naar Torres Straat te stevenen, langs de kust 200 Duitse mijlen, in hoop van door een schip gezien te worden, of de allerlaatste toevlucht naar Boby Eiland of het zogenaamde Port Office te nemen.
Dit aan wanhoop grenzende besluit werd de 5e mei 1854 bewerkstelligd, men hield af voor de wind en Noordwaarts uit, in het gezicht van de kust van Australië, tussen banken, eilanden, klippen, branding en talloze gevaren door, hadden wij de 8e mei op Holborn-eiland in de hoop van water of iets tot voedsel te vinden, maar werden teleurgesteld, er was niets; de volgende dag besloten wij te landen op een van de Palmeilanden, in de hoop van daar water te vinden, hetgeen ons gelukt zou zijn, zo niet een verraderlijke houding en handeling van de daar zich bevindende wilden, ons weerhouden hadden. Wij besloten alzo de dorst, die ons folterde, te verduren, en in Gods naam verder te zeilen. De 12e mei liep de zee geweldig hoog en woei er een stevige passaatwind met zware buien, en de boten werden als bedolven door de zee. Tegen de avond besloot men onder de beschutting, N. Westwaarts van kaap Bedford te lopen, in afwachting van beter weer en in de hoop aldaar iets te zullen vinden tot nooddruft; dit werd ondernomen, maar ook hier was niets, en weder werd men door de wilden verjaagd.
De volgende dag was het steeds buiig, de zee hoog en veel wind, men ging echter onder zeil en bracht de boten weder onder beschutting van de meer Noordwaarts gelegen Kaap Flattery, alwaar wij zo gelukkig waren vers water en enige aan de klippen vastgehechte oesters te vinden. De volgende dag, 14 mei, gingen wij weder onder zeil met goed weer, vervolgden onze voorgenomen koers, en na met afwisselend goed en onstuimig weer, hoge zee en talloze gevaren geworsteld te hebben, doornat en van alles ontbloot, met slechts weinig voedsel, bijna te gering om het leven te rekken en na nacht en dag geworsteld te hebben, bereikten wij de Torresstraat op de 15e mei, landden eerst op Sundy eiland, alwaar men weder vers water in kloven van de rotsen vond, echter anders niets. Onze weinige kledingstukken trachtten wij te drogen en tevens enige rust te genieten, hetgeen door de afwisselende regenbuien verijdeld werd. De volgende morgen werd er besloten, daar men enige voorraad van vers water had opgedaan, naar Bird eiland te stevenen, waar de meeste schepen hun route langs nemen, en aldaar ons lot af te wachten, in plaats van naar de Sir Hardes eilanden, alwaar wij heen gestevend zouden zijn, ingeval men op Sundy eiland geen vers water had gevonden. Men ging dus onder zeil, met het steeds verminderende rantsoen, voor 4 of 5 dagen voedsel.
Terwijl we daarheen zeilden en in de nabijheid van de Bord eilanden waren, ontdekte men dat een brik de straat instevende; met welk gevoel van uitkomst men dit vaartuig trachtte te naderen, is niet te beschrijven.
Wij waren gelukkig genoeg, door de gezagvoerder van gemelde brik, COURIER genaamd, gezien te worden: hij stuurde op ons aan, minderde vervolgens zeil, braste tegen en wij werden door de edelmoedige kapt. E. Krabb aan boord genomen, alwaar ons onmiddellijk met de meeste bereidwilligheid alle mogelijke hulp verleend werd, de middelboot, als niet kunnende geborgen worden, liet men drijven, de giek werd echter over gehesen.
Op verzoek van de gezagvoerder, J.H. Zeeman, werd door de gezagvoerder E. Krabb voornoemd, bewilligd, hem en de manschappen van het verongelukte barkschip DOELWIJK te Batavia te brengen, werwaarts de brik COERIER bestemd. Door een ieder, aan boord van gemelde brik behorende, werden wij met onderscheiding behandeld en alles aangewend om het ongelukkig lot, ons overkomen, dragelijk te maken.
Wie lieten met gemelde brik COURIER de 3e juni op de buiten reede van Batavia het anker vallen en verlieten de 4e juni genoemde brik, wordende de stuurlieden en dokter aan de wal, en de onderofficieren en manschappen op Z.M. wachtschip BOREAS gebracht, om aldaar verder gevoed en verzorgd te worden.
Overigens dient nog vermeld te worden, dat, in de nacht die men op het rif doorbracht, enige van ons vermeenden te horen roepen vanuit een boot ‘Is er nog volk aan boord’, dit kon niet anders als uit de boot of boten van het schip ESTHER zijn, welke buiten de DOELWIJK omvoer; wij konden ons echter tegen de windstreek niet doen horen hoewel men zulks beproefde; de volgende morgen zagen wij niets, en aan boord van de ESTHER bewoog zich geen mens, en hoewel de afstand vanuit onze boot tot de ESTHER nogal ver was, twijfelde men niet, of de equipage had ook dien verloren bodem verlaten, en tot nog toe is er niets van hun bekend geworden.
Uit hoofde het schip ESTHER in een voordeliger positie zat dan de DOELWIJK, om de boten buitenboord te krijgen, t.w. met de kop op het rif, terwijl wij er langs lagen, veronderstellen wij dat zij met de boten van daar zijn weggekomen.


  JB - Javabode

Serang, 14 juni. Eergisteren namiddag is op de bank, ten WZW van Tjiringien gelegen, gestrand de Engelse schoener TIME, gevoerd door C. Haddon, bestemd voor Australië en aan boord hebbende 150 Chinezen. Door spoedige hulp van het bestuur te Tjiringien is het vaartuig weder in vlot water gebracht. Het heeft een zwaar lek bekomen, weshalve het zich naar Batavia zal begeven om aldaar onderzocht te worden. Daar echter deze overtocht wellicht aan gevaar onderhevig is, zal een Gouvernementsvaartuig de schoener naar Batavia vergezellen.


  JB - Javabode

Batavia, 22 juni. Heden zijn hier aangekomen de Nederlandse schepen WILHELMINA CATHARINA, kapt. De Groot Stiffry, de 8e mei vertrokken van Melbourne, en CORNELIA, kapt. T.S. Deinum, de 9e mei vertrokken van Port Philip.
De 22e dezer zijn de Nederlandse schepen RIDDERKERK, kapt. Noltee, en HENRIETTE ELIZABETH SUSANNA, kapt. Prater, van hier naar Calcutta, en GENERAAL VAN DEN BOSCH, kapt. F. Parlevliet, naar Ceylon vertrokken.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Groningen, 23 juni. Scheepsvrachten. Naar Londen Sh.17/- voor voer-haver, Sh.18/- voor dikke haver, beide met 10% per 10 quarter. Van Newcastle op hier GBP 13,- per keel kolen. Van Archangel op idem NLG 60 à NLG 65 per roggelast.


25 juni 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 24 juni. Heden middag op het bepaalde tijdstip is van de werf Koning William op de Hoogte Kadijk, in tegenwoordigheid van een talrijke volksmenigte, het schoenerschip CATHARINA HERMANNA met het beste gevolg te water gelaten.


26 juni 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Falmouth, 23 juni. Het alhier met schade wegens aanzeiling binnengelopen Nederlandse brikschip GEERTRUIDA, kapt. Caspers, van Smirna (opm: Izmir), naar het Kanaal bestemd – zie ons nommer van de 2e mei – is naar binnengehaald om te lossen, teneinde de masten na te zien.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Elseneur (opm: Helsingör), 18 juni. De schepen JONGE ALBERT, kapt. J.A. van der Zee, van Riga naar Steenwijk (opm: zie NRC 040754); JEANNE MARIE, kapt. J.L.C. Kolle, van dito naar Amsterdam; ANNECHINA JANTINA, kapt. S.G. Oostra, van dito naar Rotterdam (opm: zie NRC 130754), en ALIDA, kapt. Lever (opm: VROUW ALIDA, kapt. H.T. Lever), van dito naar Zwolle, zijn door het Engelse oorlogsschip ARCHER door de Sond en vermoedelijk naar Engeland gesleept. De twee eerstgemelde schepen waren de 2e dezer te Farösund (opm: Fårösund, Gotland) opgebracht – zie ons nommer van de 19e juni, art. Stockholm – terwijl de bovengenoemde schepen hoogst waarschijnlijk de vier koffen zullen zijn, waarvan wij in ons nommer van de 23e dezer melding maakten.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. De notarissen Dalen en Lambert, residerende te Rotterdam, als last hebbende van hun principaal, zijn van mening om op dinsdag de 27e juni 1854, des middags ten 12 ure precies, in het lokaal der publieke verkopingen aan de Geldersche Kade te Rotterdam publiek te veilen en te verkopen de na te melden aandelen in de onderstaande hechte, sterke, extra goed bezeilde en wel ingerichte Nederlandse zeeschepen, alle te huis behorende te Rotterdam, varende onder het boekhouderschap van de heer Willem C. Versluys aldaar, en wel:
- No. 1. Een achtste aandeel in het fregatschip, genaamd IJSSEL, gevoerd door kapitein A. Messen, gebouwd in 1841, groot 301 lasten. Thans op de terugreis van China naar Londen.
- No. 2. Een achtste aandeel in het barkschip, genaamd CANTON, gevoerd door kapitein H.J. Tweehuys, gebouwd in 1846, groot 204 lasten. Dit schip is op reis van Rotterdam naar Sydney.
- No. 3. Veertien vier en zestigste aandelen in het barkschip, genaamd MACAO, gevoerd door kapitein A. L. Hoffman, gebouwd in 1847, groot 199 lasten. Zijnde thans op de terugreis van Batavia naar Rotterdam.
- No. 4. Een achtste aandeel in het barkschip, genaamd GENERAAL MICHIELS, gevoerd door kapitein P.G. Visser, gebouwd in 1850, groot 206 lasten. Dit schip ligt thans te Rotterdam, doch is bevracht via Londen naar Australië.
- No. 5. Drie zestiende aandelen in het brikschip, genaamd KOMEET, gevoerd door kapitein H.H. Neymann, gebouwd in 1849, groot 96 lasten. Hetzelve ligt thans te Glouchester, wachtende op destinatie.
Zullende insgelijks nog worden geveild:
- No. 6. Een twee en dertigste aandeel, in het opgemeld gezegd barkschip, genaamd GENERAAL MICHIELS.
- No. 7. Een twee en dertigste aandeel, almede in hetzelve barkschip, genaamd GENERAAL MICHIELS.
En zulks respectievelijk met al derzelver rondhout, staand en lopend want, zeilen, ankers, kabels en verder scheepstoebehoren.
Zijnde inmiddels nadere onderrichtingen te bekomen ten kantore van de voornoemde notarissen, aan de Zuidblaak te Rotterdam.


27 juni 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Carolinerzijl (opm: Carolinensiel), 22 juni. Volgens bericht van Wangoog (opm: Wangerooge) is aldaar lek binnengelopen een Nederlandse tjalk, beladen met papier, vermoedelijk van Zaandam naar Hamburg gedestineerd, de naam onbekend. (opm: HINDERIKA, kapt. Heins, zie NRC 290654)


  AH - Algemeen Handelsblad

Verkoping van schepen te Amsterdam op 26 juni 1854: het gekoperd en kopervast barkschip WILLEM BARENDSZ, kapt. W. Landsaat: NLG 31.500, in slag NLG 1.200. Koper: H.J. Rietveld (opm: een makelaar, namens W.H. Meursing c.s. te Amsterdam; kapitein werd C.J. Jaski).


  DC - Dordtsche Courant

Dordrecht, 26 juni. Uit Oud-Beijerland meldt men d.d. 23 dezer, dat er uit die gemeente concessie zal gevraagd worden, tot het oprichten ener nieuwe stoombootmaatschappij. Dit zoude dan de derde stoomboot zijn, die van die gemeente op Rotterdam en Dordrecht varen zal.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Groningen. Zaterdag (opm: 24 juni) zijn alhier gearriveerd de galjoot JANTIENA IKIENA, groot ongeveer 70 last, kapt. J.J. Lever, van Veendam, gebouwd bij J. Bodewes te Sappemeer, en het schoenerschip HENDRIKA MARGRETHA, groot 100 last, kapt. J.A. Spijkman, van Muntendam, gebouwd bij E.H. Meursing te Hoogezand.


  LC - Leeuwarder Courant

Kampen, 22 juni. Heden is van de werf der Rijn- en IJssel Stoomboot Maatschappij alhier met het beste gevolg te water gelaten het stoomschip WEST-FRIESLAND, bestemd voor de vaart van hier via Harlingen op Londen, en is dadelijk weder de kiel gelegd van een schroef-stoomboot voor de binnenvaart in Friesland.


  LC - Leeuwarder Courant

Harlingen, 25 juni. Gisteren is hier met het beste gevolg te water gelopen het brikschip JANNA ADRIANA, groot ongeveer 200 lasten, voor rekening van een handelshuis te Amsterdam, zo wij menen dat der heren Goedkoop & Co, alhier op de werf Welgelegen door de Gebr. D.& L. Alta gebouwd.


28 juni 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

(Amsterdam (opm: geen datum). Heden is van de werf De Haan van de scheepsbouwmeesters J.R. Boelen & Zonen in de Grote Bikkerstraat te Amsterdam te water gelaten het barkschip CONSTANTIA EN ELISABETH, groot ongeveer 220 lasten, gebouwd voor rekening van de heren G. Hooft en W.H. van Notten en gevoerd zullende worden door kapt. A.J. Schoonenbosch.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 27 juni. Aanstaande donderdag ten 1½ ure namiddag, zal van de werf aan het einde der Oostenburger Voorstraat te Amsterdam het voor rekening van de heren Louis Bienfait en Zn, door de heren Paul van Vlissingen en Dudok van Heel gebouwde ijzeren fregatschip AMSTERDAM, te water worden gebracht.


  RC - Rotterdamsche Courant

In de Sond aangekomen:
Den 21 juni, kof ADOLF EDUARD, kapt. G.T. Teensma, van Sunderland naar Stockholm.


  JB - Javabode

Batavia, 28 juni. In de vroege morgen van de 24e dezer verliet het door het Gouvernement voor de reis naar Japan in dit jaar ingehuurde Nederlandse koopvaardijschip SARA LYDIA, kapt. B. van der Tak, de rede om de reis derwaarts aan te nemen, aan boord hebbende de pakhuismeester, boekhouder en scriba P.J. Lange, de assistent der 1e klasse J.A.G.A.L. Baslé, en de kambangpachter R.J. Lange.


29 juni 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 26 april. Omtrent scheepsvrachten valt het volgende te vermelden:
De RESIDENT VAN SON, ANTOINETTE, AGNETA, CLIO, MACASSER en GOUVERNEUR-GENERAAL DUYMAER VAN TWIST werden door de factorij opgenomen; de SARA LYDIA vertrekt naar Japan;
via Manilla naar Cowes voor orders werden genomen: de JACOB ROGGEVEEN, JOHANNA MARIA (opm: waarschijnlijk kapt. J.C.F. Lupcke), NIJVERHEID en VICE-ADMIRAAL GOBIUS à GBP 5 voor suiker in zakken;
de LEWE VAN NYENSTEIN bedong GBP 3.5 voor rijst en GBP 4 per 50 kub. voeten voor lichte goederen naar Hamburg; die bodem neemt de lading in van het alhier afgekeurde schip SOLIDE;
de ZEEMANSHOOP wordt door de agenten te Soerabaya beladen, zomede de MARIA MAGDALENA, CERES, ADMIRAAL VAN KINSBERGEN, KENAU HASSELAAR en INDIA (Belg.); de KENAU HASSELAAR heeft echter de halve ruimte tot NLG 60 voor rijst afgestaan; de JULIA heeft een vracht aangenomen, welke geheim gebleven is; men verneemt echter NLG 85 voor koffij te laden op Padang voor Rotterdam, na afloop der aanstaande juniveiling; de OTTO bedong NLG 62.50 voor rijst, NLG 70 voor suiker en NLG 95 voor arak (opm: rijstbrandewijn) naar Amsterdam;
naar China of Singapore verzeilden de UNCLE TOM, NORTHFLEET en ELISABETH ROSS. Thans zijn nog disponibel: de VIER GEBROEDERS, ZES GEZUSTERS, MARIA EN ELIZE, JEANNETTE CORNELIA, JAN SCHOUTEN, KOOPHANDEL, ORION, THETIS, SPHYNX, JAVA, CASTOR, ANJER en STAD SCHIEDAM. Vele dezer schepen moeten naar de kust verzeilen ter lossing der aangebrachte lading, of zijn om andere redenen niet dadelijk disponibel, terwijl juist de beschikbare schepen voor de weinige ladingen, die zich nog voordoen, minder passend zijn.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Door de Nederlandsche Handel-Maatschappij zijn bevracht de navolgende 43 schepen, als: Voor Rotterdam: WITTE CORNELISZ DE WITH, kapt. T. van Rossem; VRIENDSCHAP, kapt. F.W.E. Schuchard; DEN ELSHOUT, kapt. E.F. Bonjer; REIJERWAARD, kapt. P. Wierikx; MARIA ADRIANA, kapt. S. van der Held; SCHOONDERLOO, kapt. A.F. Marmelstein; PANTALON, kapt. M.F. Remmers; BULGERSTEYN, kapt. A.J. Maas; CANTON, kapt. H.J. Tweehuys; AMBOINA, kapt. P.A. Schaap; EVERDINA ELISABETH, kapt. C.J. Tonjes; VALPARAISO, kapt. E.J. Kok; JACOBUS, kapt. J.J. van Loon; DOGGERSBANK, kapt. J.H. Clowting; SOUBURG, kapt. H.B.L. Evers; MARIA ANNA, kapt. L.G. Verbeek; AUSTRALIË, kapt. J.C. Harten; HENDRINA, kapt. C.W. Pompe; LAMMINA ELISABETH, kapt. A. Gersen; COPERNICUS, kapt. E.F. Prater en TWEE GEZUSTERS, kapt. J.J. de Wilde.
Voor Amsterdam: NASSAU, kapt. J.L. ten Boekel; BALTIMORE, kapt. E. Poestkoke; OOSTERGOO, kapt. D. C. Claus; REMBRANDT VAN RHIJN, kapt. J.H. van Wijngaarden; REGINA, kapt. C. Ingerman; ARDJOENO, kapt. S.R. Post; SUSANNA GEERTRUIDA, kapt. D. Steenveld; PASSAROEANG, kapt. C.C.B. Fullbriun; MENTOR, kapt. D.A. Zijlstra; NEDERLAND EN ORANJE, kapt. L. van der Plas; DERKINA TITIA, kapt. B.W. van Zijp; JUPITER, kapt. G.J. van der Mey; ANNA LENA, kapt. J.C. Siedenburg en MARIANNE, kapt. R.P. Tjebbes.
Voor Dordrecht: GRAAF DIRK III, kapt. C.J. Rotgans.
Voor Middelburg: MERCURIUS, kapt. F. Nepperus Fzn; SCHELDE, kapt. …(opm: P. van Duijn) en MARIA, kapt. E.N.T. van Wulven.
Voor Schiedam: ALBLASSERDAM, kapt. P.G. Pott; OTTOLINA, kapt. J.J. Prange; ZALT-BOMMEL, kapt. C.J. Juta en VREDE, kapt. J.L. ter Bruggen, alle vier van Rotterdam.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Carolinerzijl (opm: Carolinensiel), 23 juni. Het schip HINDERIKA, kapitein Heins, van Zaandam naar Hamburg, is lek te Wangerooge binnengelopen (opm: zie NRC 270654). Van de lading is het onderste gedeelte beschadigd.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Memel (opm: Klaipeda), 22 juni. Gisteren namiddag is alhier door een Engelse stoomboot een Nederlandse kof opgebracht. Nadere bijzonderheden ontbreken.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Elseneur, 24 juni. De Nederlandse kof DINA IMMECHINA, kapitein De Jong, van Port-Kunda (opm: Estland) naar Rotterdam, welke de 5e dezer alhier met onklare pompen binnen liep (opm: zie NRC 100654), heeft gisteren, na geëindigde reparatiën, onze rede verlaten.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 28 juni. Op de werf van de scheepsbouwmeester Jan Otto te Krimpen aan den IJssel is de kiel gelegd voor een fregatschip, groot 400 gemeten lasten, voor rekening van de heren Hoogewerf & Chabot te Rotterdam en genaamd PRESIDENT PLATE.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Windau (opm: Ventspils), 20 juni. Gisteren is alhier een Nederlandse kof door een Engels oorlogsschip opgebracht. De kof was naar Pernau (opm: Pärnu) bestemd en had getracht hier binnen te lopen. De stoomboot is met het schip om de Noord gestoomd. Of er een Engelse bemanning aan boord is kan niet opgegeven worden, dewijl alle verdere bijzonderheden ontbreken.
(opm: zie NRC 300654)


  DC - Dordtsche Courant

Dordrecht, 28 juni. De Staats-Courant van heden is van een officiële zijde onderricht, dat Zr.Ms. fregat DOGGERSBANK op de 14 dezer, bij het uitwerken uit de baai van Smyrna, op de Modderbank tegenover het Waterkasteel, is vastgeraakt. Het Oostenrijkse fregat BELLONA was terstond van de rede van Smyrna onder zeil gegaan en nabij de DOGGERSBANK geankerd, om des nodig hulp te verlenen. Men koesterde het vertrouwen het schip binnen een paar dagen weder in vlot water te zullen brengen. De plaats, waar het schip zit, duidt genoeg aan dat er geen vrees voor enig gevaar voor hetzelve te duchten is.


30 juni 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Memel (opm: Klaipeda), 23 juni. De Nederlandse kof NIJVERDAL, kapt. H.R. Giezen, in ballast van Dundee komende, is bij Riga door de Engelse stoomboot CRUISER prijs gemaakt en hier gisteren binnengebracht, zijnde dit de Nederlandse kof, in ons nommer van gisteren bedoeld.
(opm: zie ook NRC 290754 en 280854)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 29 juni. Heden is van de werf van de heren Paul van Vlissingen en Dudok van Heel met goed gevolg te water gelaten het ijzeren fregatschap AMSTERDAM, groot ruim 360 gemeten lasten en gebouwd voor rekening van de heren L. Bienfait & Zoon.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Krimpen aan de Lek, 28 juni. Men verneemt, dat alhier, bij de reeds bestaande, spoedig weder een nieuwe scheepstimmerwerf zal opgericht worden. Ook bij het Slikkerveer spreekt men van twee nieuwe werven, waarvoor de grond reeds zou zijn aangekocht. De drukte op de werven in deze streken is waarlijk opmerkenswaardig.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 27 juni. Een op heden alhier ontvangen bericht, gedagtekend Eastbourne, 26 juni, meldt het volgende. Heden bevindt zich op de hoogte van deze plaats het te Rotterdam te huis behorende barkschip DRIE GEBROEDERS, kapt. L.J. Wilhelmie, van Londen naar Sydney bestemd. Volgens rapport van de kapitein is het schip zondag nacht aangezeild door de Spaanse schoener CATALINA, van Havana naar Hamburg bestemd en had hij ten gevolge daarvan de fokkera, kluiver- en buitenkluiverboom verloren en schade aan de boeg bekomen. Het schip was dicht gebleven en niemand der equipage had enig letsel bekomen. Kapt. Wilhelmie was voornemens om te Cowes binnen te lopen, ten einde aldaar de schade te herstellen. De Spaanse schoener heeft de boegspriet en zeilen verloren, en belangrijke schade aan de boeg bekomen.
(opm: zie NRC 020754)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Sunderland, 26 juni. De ambtenaren der in- en uitgaande rechten alhier hebben zaterdag avond een aanhaling (opm: aanhouding) van 174 pond tabak en enige sterke drank gedaan aan boord van de Nederlandse schoener SINE NOMINE, van Vlissingen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Op heden ontving ik het treurige bericht, dat mijn geliefde echtgenoot J.H. Pellenwessel, gezagvoerder op het Nederlandse barkschip PRINSES SOPHIA, op de terugreize van Batavia naar hier, de 22e maart l.l. overleden is.
Delfshaven, 29 juni 1854, C.T. Lupcke, wed. J.H. Pellenwessel


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Uit de hand te koop een in het jaar 1847 nieuw uitgehaald en in 1852 nieuw gezinkt schoener-galjootschip, groot 110 rogge-lasten, met deszelfs complete inventaris, zoals het thans is liggende voor deze stad. Te bevragen bij de heren Kranenborg & Zonen, cargadoors alhier.
(opm: de Engelse DECISION werd reeds op 30 juni aangekocht door J.F.P.A. Abbema, Amsterdam; het schip werd toen omschreven als een brik; de waarde voor recht van registratie werd vastgesteld op NLG 12.300; de nieuwe naam werd CAROLINA, kapitein werd L. Staal)


01 juli 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 8 mei. Het stoomschip JAVA, hetwelk de 23e april van Singapore alhier arriveerde, heeft op de klippen aan de grond gezeten en ten gevolge daarvan zo veel schade bekomen, dat het naar Soerabaija moet om te repareren.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Penang, 17 mei. Het alhier lek binnengelopen schip STAD DORDRECHT, van Akyab naar Hamburg bestemd – zie ons nommer van 16 juni – heeft bijna de gehele lading gelost zonder het lek te vinden. (opm: zie NRC 300754)


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Te koop een goed onderhouden beurtschip, varende van Heerenveen op Amsterdam. Te bevragen bij de schipper Fokstra.


  DC - Dordtsche Courant

Hellevoetsluis, 29 juni. Gisteren na posttijd arriveerde, binnendoor van Brouwershaven, PRINSES SOPHIA, kapt. A. van Rietmeijer, voor wijlen J.H. Pellenwessel, van Batavia, gesleept door de stoomboot KINDERDIJK.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Groningen, 30 juni. Scheepsvrachten. Naar Londen Sh.16/- met 10% per 10 quarter haver.


  JB - Javabode

Batavia, 1 juli. De 29e dezer arriveerde alhier te rede het Engels schip COLDEE, kapt. Chambers, aan boord hebben de equipage van het Nederlandse schip DELTA, kapt. J.G. Kunst, hetwelk de 30e mei l.l. op het Kenn’s Rif totaal is verongelukt. De equipage, bestaande uit 29 koppen, is geheel, doch van het schip hoegenaamd niets kunnen gered worden. (opm: het fregat, bouwjaar 1839, was onderweg van Port Philip naar Batavia)


02 juli 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Portsmouth, 29 juni. Het Nederlandse barkschip DRIE GEBROEDERS, kapt. Wilhelmie, van Londen naar Sydney bestemd, is hier heden met schade wegens aanzeiling binnengelopen. (zie ons nommer van 30 juni art. Londen).


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Cowes, 27 juni. De Nederlandse brik ZEEVAART, kapt. T. Meijer, van Rotterdam naar Buenos Ayres gaande, is alhier met verlies van voormarszeilra binnengelopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Stoomboot uit de hand te koop, van 34 paardenkrachten, met deszelfs volledige inventaris, lang 119 voet van steven tot steven, wijd 16 voet 9 duim, met een diepgang van 3 voet, gemeten op 85 ton na aftrek van 2/3e der machinekamer, zijnde deze boot actueel in de vaart. Te bevragen met franco brieven onder het nommer dezer advertentie aan het bureau dezer courant.


04 juli 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Aan het Handelsblad wordt uit Steenwijk d.d. 2 juli het volgende bericht ontleend:
Gisteren in de late avond is uit Harlingen hier bericht ontvangen van kapitein J.A. van der Zee, dat hij aldaar behouden was aangekomen met het naar Steenwijk gedestineerde koopvaardijschip (opm: JONGE ALBERT), onlangs met nog drie andere koopvaardijschepen door een Engelse stoomboot op sleeptouw genomen om opgebracht te worden naar een Engelse haven (opm: zie NRC 260654). Dan nadat dit convooi enige tijd was voortgevaren, beliep dat transport een storm, waardoor de commanderende officier der stoomboot vier Engelse matrozen op gezegde naar Steenwijk gedestineerde bodem plaatste en daarna het schip liet gaan, met de nadrukkelijke order, om koers naar Sheerness te zetten en aldaar binnen te lopen. Doch kapitein Van der Zee, zowel op behoud van schip als lading denkende, en voorziende, dat aan tegenweer niet te denken was, alzo hij maar alleen met een matroos en een jongen van zijn equipage aan boord was, veranderde van lieverlede van koers, met dat gunstig gevolg, dat hij door deze misleiding op 1 dezer met schip en lading te Harlingen arriveerde en aldaar de Engelse matrozen aan wal zette, die zeer verwonderd waren, dat zij te Harlingen en niet te Sheerness aanlandden.
(opm: zie ook diverse latere berichten en NRC 061096)


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Koningsbergen, 28 juni. Scheepsvrachten zeer flauw. Bedongen naar Londen en Hull Sh.4/6 per quarter tarwe, Sh.34/- per ton talg. Op Nederland gaat niets om.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Dantzig, 26 juni. Door de grote aandrang van schepen zijn de vrachten gedruk. Londen Sh.4/3 à Sh.4/- voor tarwe, Groningen NLG 23 per last hout.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Konstantinopel, 14 juni. Er is voortdurend gebrek aan neutrale schepen om in Azov te laden. Er wordt een vergoeding van GBP 100 - 150 besteed voor schepen, die wegens de blokkade mochten worden afgewezen.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Groningen, 3 juli. Heden namiddag arriveerde binnen deze stad het schoenerschip ARENDIENA, groot 104 lasten, gebouwd bij W.C. Wildervanck te Hoogezand.


05 juli 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Publieke verkopingen op dinsdag, 4 juli in het Notarishuis aan de Geldersche Kade te Rotterdam:
- No. 1. 1/8 Aandeel in het Nederlands fregatschip, genaamd IJSSEL, groot 301 lasten met inventaris. In trekgeld NLG 5100; daarboven NLG 1000, verkocht.
- No. 2. 1/8 Aandeel in het Nederlands barkschip, genaamd CANTON, groot 204 lasten met inventaris. In trekgeld NLG 2000; daarboven NLG 500, verkocht.
- No. 3. 14/64 Aandelen in het Nederlands barkschip, genaamd MACAO, groot 200 lasten met inventaris. In trekgeld NLG 2000; daarboven NLG 1500, opgehouden.
- No. 4. 1/8 Aandeel in het Nederlands barkschip, genaamd GENERAAL MICHIELS, groot 206 lasten met inventaris. In trekgeld NLG 2700; daarboven NLG 700, verkocht.
- No. 4A. 2/30 Aandelen in het schip als voren no. 4. In trekgeld NLG 1300; daarboven NLG 700, opgehouden.
- No. 4B. 1/30 Aandeel in het schip genaamd DUTHIL. In trekgeld NLG 1350; daarboven NLG 600, opgehouden.
- No. 5. 3 6/10 Aandelen in het Nederlands brikschip genaamd KOMEET, groot 96 lasten. In trekgeld NLG 1250; daarboven NLG 300, verkocht.


  JB - Javabode

Advertentie. Wordt gevraagd NLG 14.175 recipis op bodemerij op het Franse barkschip ALEXANDRE BERTRAND, gemeten 228 tonnen, kapt. Stanislas Guillevin, onder de volgende voorwaarden:
- de kapitein verbindt zijn schip, inventaris en tuig voor de betaling van gemelde som en eventuele premie.
- de betaling te doen een maand na behouden arrivement te Marseille, zullende het schip te Zanzibar en op een plaats aan de oostkust van Afrika, 200 mijlen ten noorden of ten zuiden van Zanzibar, en terug naar Zanzibar indien het vereist wordt, een lading op vracht volgens charterpartij innemen naar Marseille à Ffrs. 125 per 1.000 kilo’s bruto, uit te leveren gewicht.
Informatiën zijn te bekomen bij de heer N. Schrant, notaris te Soerabaija, alwaar de inschrijvingsbilletten tot de 11e juli 1854, des morgens ten 10 ure, zullen worden ontvangen en alsdan geopend worden, waarna de bodemerij aan de inschrijver tot de minste premie zal gegund worden.
Soerabaija, 26 juni, de agenten, P. Kervel & Co.
(opm: zie JB 190754)


  JB - Javabode

Kapt. Johnston van het Engelse schip EUPHRATES, van China naar Bombay bestemd, heeft te Anjer medegedeeld dat de 10 juni jl. in Straat Gaspar verongelukt is het Engelse clipperschip ABERGILDY, kapt. …, komende van Londen en bestemd naar China, hebbende 90 dagen reis. Het schip stootte des avonds ten 18.00 ure op bekende klippen,? Had bij de boeg 7 voet en bij de achtersteven 13 voet water? (opm: de waterdiepte na de stranding; zodoende kan de scheepsleiding uitrekenen hoeveel voet men geboeid zit). De volgende morgen ten 8 ure met laag water zakte het schip van de klippen en zonk, zonder dat er iets gered is kunnen worden van de lading, ten bedrage van GBP 35.000. Kapt. Johnston verzorgde de equipage 4 dagen, waarna zij overging op het Engelse clipperschip CHALLENGER, hebbende 19 dagen reis van Port Philip tot Straat Gaspar en bestemd naar China. Het tuig van het schip is boven water te zien. De door kapt. Johnston geredde gekoperde barkas en een giek, zijn nabij de Duizend Eilanden (opm: archipel beNoorden Batavia), door de wind en de zee, ten gevolge van het breken van de sleper, weder verloren. Van de lading zou denkelijk, door middel van goede duikers, veel te redden zijn.
Nabij de Brothers had de kapitein voornoemd ook nog gezien de resten van een wrak, denkelijk van de onlangs aldaar verongelukte Amerikaanse bark ZINGARE.


  JB - Javabode

Ter rede alhier ligt tegenwoordig een schoener, groot 48 lasten, genaamd TIME, varende onder Engelse vlag, gevoerd door kapt. Haddon, komende van Hongkong, bestemd naar Port Philip en aan boord hebbende 149 Chinezen, die zich op laatstgenoemde plaats willen vestigen, hebbende ieder hunner in handen der reders te Hongkong, een Noord-Amerikaans handelshuis, voor hun overtocht 60 Spaanse matten (opm: zilveren munt, ook wel Mexicaanse dollar genoemd) betaald. Dit vaartuig verliet die plaats de 22 maart, doch was zeer slecht uitgerust; weldra ontstond er gebrek aan alles, en de enige sloep aan boord bevond zich in een onbruikbare staat. De 14 april alhier ter rede aangekomen, sloeg de equipage daarover, vooral over het laatste, aan het muiten, en de kapitein was genoodzaakt naar Singapore terug te keren, om zich van sloepen en het andere benodigde te voorzien, waartoe hij in staat geraakte door het nemen van een bodemerij en het lenen van gelden van zijn passagiers. Ook nam hij een andere equipage aan. De 28 mei ging hij weder onder zeil om zijn reis te vervolgen, kwam de 15 juni te Anjer en stootte de volgende dag in de Peperbaai op de klippen. Met veel moeite daarvan afgewerkt, kwam de schoener hier de 16 juni weder op de rede aan, makende 2 voet water in het uur, met een beschadigd roer, terwijl de kapitein, geen geld of krediet hebbende, buiten staat is te doen vertimmeren of proviand aan te schaffen, en minder nog om de van zijn passagiers in leen ontvangen gelden terug te betalen. De Chinezen, die daar aan boord zijn en hier niet aan wal gezet mogen worden, verkeren derhalve in de beklagenswaardigste toestand, gelijk ook een Engelsman, die soldaat zijnde op Hongkong,van zijn familie geld had ontvangen om zich vrij te kopen, daarvoor GBP 36,- besteed en kapt. Haddon, onder voorwaarde van buitendien het lichte scheepswerk te zullen helpen verrichten, GBP 10,- ter hand gesteld had voor de overtocht naar Australië, alwaar hij bloedverwanten heeft op wier hulp hij rekent. Dat vooruitzicht is nu ook voor hem verloren, en hem blijft, ontbloot van alle middelen als hij is, geen ander over dan te trachten naar Singapore te keren en aldaar zijn oude loopbaan weder in te treden.


06 juli 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 5 juli. Te Amsterdam is heden van de werf De Hoop van de scheepsbouw-meesters Jermias Meijjes & Zonen in de Kleine Kattenburgerstraat te water gelaten het barkschip MINISTER VAN HALL, groot ongeveer 220 lasten, gebouwd voor rekening van de heer W.L. van Coeverden en gevoerd zullende worden door kapt. O. de Haas.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Groningen, 4 juli. Op ultimo december (opm: 1853) stonden in dit gewest niet minder dan 101 grote zeeschepen op stapel.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Veendam, 3 juli. Heden namiddag is van de werf van de scheepsbouwmeester Nibbelke te water gelaten een schoener-galjoot, groot ca. 80 lasten, genaamd de DRIE GEZUSTERS GIEZEN, en zullende bevaren worden door kapt. E. Dik.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Ramsgate, 2 juli. Het te Amsterdam te huis behorende barkschip CAPELLA, kapt. Wegman, van Amsterdam naar Batavia, is alhier met schade aan de boeg binnengelopen. Het schip bekwam die schade heden in een aanzeiling met een Engelse schoener op de hoogte van Folkestone.


  DC - Dordtsche Courant

Blijkens het dagblad the Adelaide Times is des avonds van 4 februari ll. in het Brittannia-hotel, te Port Adelaide, Australië, onder het voorzitterschap van kapt. Hellingman van de AGNETA, een bijeenkomst gehouden door de gezagvoerders van de Britse en vreemde koopvaardijschepen, alstoen in voornoemde haven liggende, om te beraadslagen over de ongemakken en klachten van misleiding, nodeloos en kostbaar oponthoud, afpersingen, enz., waaraan de schepen en ladingen, tot groot nadeel der reders en eigenaars, bij hun aankomst daar vanwege het tolkantoor en de geconsigneerden onderhevig zijn. Nadat deze grieven in die bijeenkomst ten volle gestaafd waren door daadzaken, welke de voorzitter en de overige aanwezig zijnde kapiteins Bannerman, Robinson, Withers, Sanders, Pellatt, Duncan Campbell, Edwards, Waters en File om strijd aanvoerden, is, met eenparige stemmen, door hen een zestal resoluties aangenomen, waarvan de hoofdinhoud hierop neerkomt:
- dat het bij ondervinding gebleken is, dat, in strijd met de opgave van het havenbestuur van Adelaide, binnen de bank of “bar” voor die haven geen 18 voeten diep water staat, en dientengevolge de loodsen zelfs zwarigheid maken om, bij springvloed, zich met een schip te belasten, dat 16½ voet diep gaat, en hetwelk, bij zijn binnenkomst daar, stellig gevaar loopt van aan de grond te raken;
- dat, ten gevolge van het onzekere van de vloed te Adelaide, een seinboot of schip ten anker binnen de bank voor die haven behoorde te liggen, ten einde voortdurend, ten behoeve der loodsen, de diepte van het water aan te duiden;
- en dat het personeel van het loodswezen daar in getal behoorde versterkt te worden, en ten minste twee loodsen altijd aan boord van het lichtschip moesten gestationeerd zijn;
- dat de kamer van koophandel van Adelaide, per memorie, zal verzocht worden een tijd te willen bepalen, binnen welke, na de vermelde aankomst van een schip, de geconsigneerden zullen gehouden zijn hun inklaringen te doen, en hun slechts een bepaalde tijd toe te staan, om hun reclames tegen het schip, na de lossing der lading, te kunnen indienen;
- en voortaan alle beslissingen dier kamer over scheepszaken in de publieke dagbladen te willen plaatsen;
- dat de tegenwoordige haven van Adelaide gemakkelijk kan uitgediept worden, en zulks te verkiezen is boven het aanleggen van een andere haven aan de North Arm, daar laatstgenoemde, in geval van verzuim, even als bij de tegenwoordige haven, toch spoedig zou aanslibben;
dat, per memorie, bij de regering op het daarstellen dezer verbeteringen in meergenoemde haven en de daarmede verbonden dienst zal aangedrongen worden, ten einde de moeilijkheden, met welke de scheepsgezagvoerders thans voortdurend te kampen hebben, mogen ophouden.


  DC - Dordtsche Courant

Gepraaid op 23 mei op 05º41’ NB de JOHANNA HENDRIKA, kapt. K. Hoek, van Batavia naar Amsterdam, zeilende onder noodtuig; het had op 3º NB de voorsteng verloren en de fokkemast gebroken; alles wel aan boord.


  DC - Dordtsche Courant

Advertentie. Een ieder wordt gewaarschuwd geen krediet te verlenen aan de Chinezen en Javanen, vroeger gevaren hebbende op het fregatschip KONINGIN DER NEDERLANDEN, thans zich aan boord bevindende van het fregatschip BIESBOSCH.


  DC - Dordtsche Courant

Advertentie. Men wordt gewaarschuwd geen krediet te verlenen aan de Javaanse equipage van het schip GEERTRUIDA MARIA, zullende geen schulden betaald worden dan die door kapt. C. Spiegelberg voor wettig erkend zijn.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Groningen, 5 juli. Gisteren arriveerde alhier de schoener-galjoot CORNELIA GESINA, groot ongeveer 75 last, zullende bevaren worden door kapt. H.J. Bonder, van Amsterdam, en gebouwd bij J.J. Pik te Veendam.


07 juli 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Krimpen aan de Lek, 6 juli. Voor veertien dagen schreef men van hier, dat er weder een nieuwe scheepstimmerwerf zou opgericht worden. Aan deze werf zijn nu reeds 60 mensen bezig. Maar behalve deze werf zal er misschien binnen korte tijd nog een opgericht worden. Enige Engelse ondernemers zijn met de heer P. alhier in onderhandeling over de aankoop van een stuk weiland, ten einde daarop de werf op te richten. Zij hebben reeds NLG 5.000 winst geboden. Met zekerheid kan men echter nog niet zeggen, of de heer P. tot de verkoop dier gronden al dan niet besloten heeft.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hellevoetsluis, 4 juli. Heden morgen is het hier reeds zo lang naar Archangel zeilree gelegen hebbende Nederlandse barkschip STAD ROTTERDAM, kapt. J.C. Speenhoff, en hetwelk, zo als bekend is, door de Franse kotter FAVORI bij in zee zeilen genomen zou worden, weder van hier naar Rotterdam teruggekeerd, naar men wil om daar gekoperd te worden en uitgerust voor Oost-Indië, althans zo de Engelse en wel hoofdzakelijk de Franse regering in zijn vertrek naar die streken geen bezwaar ziet.


  LC - Leeuwarder Courant

Harlingen, 5 juli. Men zal zich herinneren, dat dezer dagen door de dagbladen (opm: zie NRC 040754) is melding gemaakt van vier Nederlandse schepen, die, de blokkade van Riga geschonden hebbende, naar een Engelse haven zouden worden opgebracht. Bij Schagen beliep het transport echter een storm, waaronder een der Nederlandse schepen, gevoerd door kapt. J.A. van der Zee en bestemd naar Harlingen met een lading hout en hennep voor rekening van de heren Tromp Meesters te Steenwijk en Zeilmaker & Co alhier, van de Engelse stoomboot losraakte. Daar intussen vier gewapende Engelse zeesoldaten op het schip waren overgebracht, en de kapitein slechts een matroos en een jongen van zijn equipage had, viel er niet aan te denken met geweld het schip weder in vrijheid te krijgen, doch de kapitein veranderde ongemerkt van koers en wist de zaak vervolgens zo aan te leggen, dat het schip vrijdag j.l. in de haven alhier binnenliep, waarover de Engelsen niet weinig verwonderd waren, daar zij niet anders meenden, of zij hadden regelrecht naar Sheerness koers gezet. De lading is gelost en het schip naar de werf gebracht, daar het wegens lekkage gerepareerd moet worden. De kapitein werd intussen in de nacht van 3 op 4 dezer in hechtenis genomen, doch gisteren ook weder ontslagen nadat hij zijn erewoord had gegeven van de stad vooreerst niet te zullen verlaten. Deze laatste maatregel nu wil men beschouwd hebben als het gevolg van de overkomst alhier van de Engelse consul-generaal in Nederland, die mede op order van zijn regering schip en lading moet hebben opgeëist.


08 juli 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 7 juli. In ons vorig nommer komt een bericht voor uit Hellevoetsluis, ontleend aan de Amsterdamsche Courant, omtrent het schip de STAD ROTTERDAM, vroeger de Russische bark HALTIO genaamd. Daarin wordt onder andere gezegd, dat gemeld schip gekoperd en uitgerust zou worden voor Oost-Indië. Wij zijn verzocht te verklaren, dat dit geheel bezijden de waarheid is, daar het schip integendeel alhier is teruggekomen om onttakeld en opgelegd te worden, terwijl door de reders nimmer aan zodanig plan zelfs gedacht is.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 7 juli. Men herinnert zich het dezer dagen door ons uit Steenwijk medegedeelde bericht van het voorgevallene met een Nederlands schip, dat door de Engelsen opgenomen, doch de 30e juni te Harlingen binnengelopen was. Wij moeten thans daarbij voegen, dat wij veel grond hebben om te onderstellen, dat de zaak nog niet als afgedaan is te beschouwen. Zo toch onze informatiën juist zijn, dan is door het Engelse gouvernement terstond per telegraaf aan Nederland opeising gedaan zowel van schip als lading – het eerste is lek en moet gerepareerd worden en de lading is reeds gelost – en tevens overlevering van de kapitein, die dan ook te Harlingen is gearresteerd, doch later op zijn erewoord van de stad niet te zullen verlaten, weder is ontslagen. De Engelse vice-consul te Harlingen moet voorts de heer commissaris des konings in Friesland dadelijk van de zaak kennis gegeven hebben en drukke briefwisseling met ’s Gravenhage van die kant moet thans plaats hebben.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hellevoetsluis, 7 juli. Het schip CADZANDRIA, kapt. T.C. Kamminga, vertrok heden van hier naar Boston in Amerika.
(opm: eerste reis van deze kof)


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Groningen, 7 juli. Gisteren is alhier gearriveerd het schoenerschip BEERTA SCHURINGA, groot ongeveer 90 last, zullende gevoerd worden door kapt. G.S. Vegter, van Veendam, gebouwd bij Ph. Rogaar te Veendam.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Gedurende de eerste zes maanden van dit jaar bedraagt het getal nieuwgebouwde
schepen, die in onze havens zijn binnengebracht om opgetuigd en voor de zeevaart gereed gemaakt te worden, het aanzienlijke aantal van 38. Van deze zijn twee kopervaste brik-schoenerschepen, 12 schoeners en 24 schoener-galjoot- en kofschepen. Daarvan hebben 25 zee gekozen, als 9 schoeners en 17 schoener-galjoot- en kofschepen. Ongeveer drievierde van deze zijn naar Archangel vertrokken.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Maandag (opm: 3 juli) is van de werf van wijlen J. Nibbelke te Veendam te water gelaten het galjootschip de DRIE GEZUSTERS GIEZEN, gebouwd voor rekening van en bevaren zullende worden door kapt. E. Dik, van Veendam.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Memel, 29 juni. Sedert de 24e is bedongen: Oostkust van Engeland Sh.4/- per quarter zaad, Amsterdam NLG 20 en 5% per last hout van 80 cub.ft., naar Engeland NLG 25 per last hennep.


09 juli 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 8 juli. Heden is van de werf De Nachtegaal van de heer W.H. Meursing te Amsterdam met goed gevolg te water gelaten het barkschip OOSTERLING, groot ca. 200 lasten, gebouwd voor rekening der Nederlandsche Handel Maatschappij voor de vaart in Oost Indië, en gevoerd zullende worden door kapt. A. Veltman.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Gravesend, 5 juli. Het schip VROUW ALIDA, kapt. Gort (opm: H.T. Lever), van Riga naar Zwolle, is alhier als prijs opgebracht. (opm: zie MCO 100255)


10 juli 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Queenstown, 5 juli. Het alhier van Smirna (opm: Izmir) gearriveerde Nederlandse kofschip JONGE ANDRIES, kapt. Steffens, is in de nacht van 26 april in de Dardanellen door twee roversvaartuigen aangevallen. Dezelve waren zwaar bemand en met geweren gewapend. Nadat men enige schoten gelost had, zijn de rovers bevreesd geworden voor een Engelse brik en hebben de vlucht genomen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Gravesend, 6 juli. Het schip JEANNE MARIE, kapt. Kolle, van Riga naar Amsterdam, is alhier als prijs opgebracht.
(opm: zie NRC 190654, 260654, 110754, 270654 en 140255 en 090555)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Memel (opm: Klaipeda), 3 juli. De Engelse oorlogsstoomboot CONFLICT is heden op de hoogte van onze haven met drie prijsschepen, en wel een Nederlandse schoener en twee sloepen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 9 juli. Ten vervolge op onze mededelingen nopens het gebeurde met kapt. Van
der Zee kunnen wij thans mededelen, dat de zaak geschikt is, naardien de Engelse regering haar eis tot revendicatie (opm: opeisen op grond van politieke rechten) van schip en lading en overlevering van de kapitein heeft laten varen, en wel uit hoofde door deze laatste niet met geweld, maar alleen met list is gehandeld geworden en dus in eigenlijke zin geen overtreding of schending van het volkenrecht ten deze heeft plaats gehad. De consul-generaal van Engeland in de Nederlanden is overigens in het begin dezer week zelf in Friesland over deze aangelegenheid geweest.


11 juli 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Sheerness, 6 juli. Het schip JEANNE MARIE, kapt. J.L.C. Kolle, van Riga naar Amsterdam, is bij Riga genomen en alhier gisteren avond als prijs opgebracht. Kapt. Kolle, naar boord van het wachtschip WATERLOO getransporteerd, heeft zich met meer andere daar aan boord in arrest zijnde Nederlandse kapiteins tot de Nederlandse consul gewend, verklarende, dat tijdens hun vertrek uit de verschillende Russische havens het hun onbekend was, of die havens al dan niet geblokkeerd waren. De consul heeft hun een geruststellend antwoord gezonden met de verzekering, dat hun zaak nauwkeurig zal onderzocht worden. (opm: zie o.a. NRC 100754)


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Groningen, 10 juli. Heden morgen arriveerde hier het schoener-galjootschip GEERTRUIDA CATHARINA, groot ongeveer 65 last, kapt. K.G. de Winter, van Groningen, gebouwd bij de Wed. Bijlhout (opm: mogelijk Bijholt) te Hoogezand.


12 juli 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De consul van Engeland te Amsterdam heeft onderstaande brief gezonden aan het Handelsblad:
In uw avond-editie van heden (9 dezer) wordt gemeld, dat de zaak met de JONGE ALBERT kapitein Van der Zee, prijs gemaakt schip door de CONFLICT van de Engelse zeemacht, geschikt is, naardien de regering van Engeland haar eis heeft laten varen, en dat overigens de consul (generaal) zelf in Friesland over deze aangelegenheid geweest is.
Ik haast mij u en het publiek hieromtrent beter in te lichten, en als de consul, van wie melding gemaakt wordt, moet ik u berichten, dat mij niet bewust is, dat de Engelse regering de eis tot revendicatie (opm: opeisen op grond van politieke rechten) van schip en lading en overlevering van de kapitein heeft laten varen, en geloof ik ook niet dat dit haar plan is. Het doel mijner overkomst was te protesteren tegen de onrechtmatige ontlading van het schip, en de JONGE ALBERT, in de naam van Groot-Brittannië, op te eisen als een wettig prijs gemaakt schip. Deze formaliteit volbracht, verliet ik Friesland, en liet het schip in bewaring van manschappen van de DAUNTLESS, fregatschip van de Britse zeemacht. Sedert mijn terugkomst in Amsterdam heb ik geen reden te geloven, dat er enige verandering in deze zaak plaats gevonden heeft, en stellig heb ik geen deel gehad aan een dusdanige schikking, waarop gij doelt in de tweede editie van uw blad, gedagtekend maandag 10 juli. De zaak is voor hoger autoriteit gebracht, en kan slechts door de gouvernementen van Groot-Brittannië en de Nederlanden geschikt worden.
Ik heb de eer, enz. James Annesley, consul van Engeland voor Noord-Holland.


  JB - Javabode

Batavia, 8 juli. Heden is hier aangekomen het Nederlandse schip ELISE SUSANNA, kapt. T. Cars, met vier passagiers,de 14e maart vertrokken van Rotterdam


13 juli 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Gravesend, 8 juli. Het Nederlandse kofschip ANNEGINA JANTINA, kapt. S.G. Oostra, van Riga naar Rotterdam, werd hier heden als prijs opgebracht (opm: zie NRC 260654 en MCO 100255). Bovengenoemde kapitein, de stuurman en een matroos zijn naar boord van het wachtschip WATERLOO gezonden. Kapt. Kolle van de JEANNE MARIE en meer andere kapiteins van opgebrachte schepen zijn naar Londen gegaan om een verhoor wegens het schenden der blokkade te ondergaan.


  DC - Dordtsche Courant

Dordrecht, 12 juli. Met genoegen vernemen wij, dat bij de 11e te Rotterdam plaats gehad hebbende keuring de door Z.M. de koning uitgeloofde zilveren medaille voor de bouwmeester van de sedert de oprichting der Koninklijke Nederlandsche Yachtclub, best gebouwde giek, in 1854 op de wedstrijd mededingende, is toegewezen, aan de door de scheepsbouwmeesters C. Gips en Zonen alhier voor de Dordrechtsche Zeil- en Roeivereeniging nieuw gebouwde giek DORDRECHT.


15 juli 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 14 juli. Eergisteren namiddag is alhier van Archangel aangekomen A. Zonneveld, de laatste der equipage van het in het vorige jaar verongelukte schip J.C.J. VAN SPEIJK (opm: zie NRC 151153). Deze ongelukkige 14-jarige jongeling zijn de tenen afgezet en hij loopt slechts met moeite. Hoe blij zijn betrekkingen ook waren hem na zulke gevaren en lange afwezigheid weder te zien, waren toch tranen van weemoed over zijn ongelukkige toestand op zulk een jeugdige leeftijd onder de vreugdetranen gemengd.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 14 juli. Ten opzichte van de ontsnapping van het schip van kapt. Van der Zee vernemen wij, dat de kapitein zelf geheel onschuldig aan de zaak moet geweest zijn. Zijn wij wel onderricht, dan heeft hij gedurende de ganse reis opgesloten gezeten, terwijl de ontsnapping het gevolg is van de daad des stuurmans, die het grote kompas had vastgezet, en naar een klein kompas, dat hij in de zak had, zijn koers richtte. Er moeten drie Nederlandse en vier Engelse matrozen aan boord zijn geweest, zodat de Engelsen de meerderheid zouden gehad hebben, indien niet een der mannen in Engelse dienst, die lont begon te ruiken, aan de stuurman had te kennen gegeven, dat hij een Oost-Fries was, en, wanneer er iets mocht voorvallen, de zijde van de Nederlanders zou kiezen, zo als hij dan ook werkelijk deed.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 14 juli. Als bewijs van spoedige over- en terugtocht, ook van zeilschepen, kan dienen, dat het schip ANTILOPE, kapt. Gnodde, 3 juli van Curaçao in Texel binnen, die reis in 71 dagen – waarvan slechts 61 in zee – heeft gedaan.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. C.A. Schröder, makelaar, zal op maandag de 24e juli, des avonds ten 6 ure, te Amsterdam in de Nieuwe Stads Herberg aan het IJ verkopen: een extra ordinair welbezeild gekoperd en kopervast barkschip, genaamd CLARA ANNA MARIA, laatst gevoerd door wijlen kapt. B.J. Stapert, volgens Nederlandse meetbrief lang 31 el 60 duim, wijd 5 el 9 duim, hol 4 el 33 duim (opm: 31,60 x 5,09 x 4,33 m.) en alzo gemeten op 310 tonnnen of 163 lasten. Breder bij inventaris en bericht bij bovengemelde makelaar, en de cargadoors J. Daniels & Zn en Arbman alhier, of bij Visser & Van der Sande te Dordrecht.


  DC - Dordtsche Courant

Londen, 10 juni. Het Nederlandse schip ANNECHINA JANTINA, kapt. S.G. Oostra, van Riga naar Rotterdam, is de 8 dezer als prijs opgebracht; de kapitein, de stuurman en een matroos zijn naar boord van het wachtschip WATERLOO gezonden.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Groningen, 14 juli. Gisteren arriveerde alhier het schoenerschip SIA EN ELISABETH, ongeveer 100 last groot. Deze nieuwe bodem zal bevaren worden door kapt. D.J. Kraan, van Groningen, en is gebouwd bij I.A. Hooites te Hoogezand.


16 juli 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 15 juli. Een supplement van de London Gazette behelst de volgende bekendmaking van het departement van buitenlandse zaken, onder dagtekening van de 12e: Hiermede wordt bekend gemaakt, dat de lords-commissarissen van de admiraliteit van de vice-admiraal, Sir Charles Napier, bericht hebben ontvangen, dat van de 26ste juni af door de verbonden vloten een strenge blokkade der verschillende hieronder genoemde havens in de Golf van Finland wordt bewerkstelligd; namelijk: al de havens in de Golf van Finland, oostelijk van Helsingfors (opm: Helsinki) en Sveaborg aan de Finse oever, met inbegrip van Borga (opm: Porvoo), Lovisa (opm: Loviisa), Pythis (opm: Pyttis), Friedrichsham, Werolaxbaai, Viborg (opm: Wyborg), Biörkö Sund (opm: Bierkezuna Prol, waaraan de haven Primorsk) en alle tussenhavens, bochten en straten tot aan Kaap Lubovski, 60º05' NB 29º56' OL (opm: haven Sestroretsk). Van Kaap Lubovski strekt de blokkade zich dwars daarover uit tot de vuurtoren aan Tolbukin, in de onmiddelijke nabijheid van Kroonstadt, zuidelijk tot aan de stad Borki in de provincie van St. Petersburg 59º57' NB 29º28' OL.
Dat een algehele blokkade van St. Petersburg en Kroonstadt (opm: Kronsjtadt) bewerkstelligd is geworden door de verenigde vloten, die de 26e voor Kroonstadt ten anker lagen. In de richting van het Westen strekt de blokkade-linie zich uit van Borki naar Karavalda-eiland, van daar naar Dolgoi-Ness en van Dolgoi-Ness naar Kolgenpia-point, waarin begrepen zijn: de Lugabaai (opm: Lužskaja Guba), de rivier Nerva (opm: Narva) en de gehele kust van Estland met de nabijliggende eilanden tot aan de vuurtoren van Eckholm, 59º43' NB 48º OL (opm: moet zijn: Ekholm, 59º40’ NB 25º48’ OL).
En wordt hiermede kennis gegeven, dat alle maatregelen, zo als die door het volkenrecht en de tractaten met de verschillende neutrale staten gewettigd zijn, ten opzichte van al die schepen, welke gezegde blokkade mochten trachten te verbreken, van toepassing en in uitvoering zullen gebracht worden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Maassluis, 15 juli. Heden is alhier van de werf Hollands Trouw van de scheepsbouwmeester Uitdenboogaardt van stapel gelopen het brikschip MAASLAND, bestemd voor de grote vaart, gevoerd zullende worden door kapt. S. Post.


18 juli 1854


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Groningen, 17 juli. Morgen avond, ongeveer te 6 uur, zal van de werf van de scheepsbouwmeester K.K. de Vries buiten het Kleine Poortje alhier te water gelaten één van de tien op onderscheiden werven alhier gebouwde loodsboten, bestemd voor de dienst van het Loodswezen voor de zeegaten van Texel. Deze boten zijn volgens deskundigen uitmuntend naar Nederlandse bouworde vervaardigd.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Groningen, 17 juli. Heden morgen arriveerde alhier het nieuwgebouwde schoenerschip BUREAU VERITAS, ruim 100 last, welke bodem gevoerd zal worden door kapt. S.C. Rosenbeek, van Hoogezand, gebouwd bij J. van der Werff aldaar.


19 juli 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 18 juli. Op 14 dezer is van de werf van Harm Bieze aan het Benedenste Vallaat te Veendam met het beste gevolg van stapel gelaten de schoener-galjoot BROEDERTROUW, gebouwd voor rekening van en gevoerd zullende worden door de kapt. O. Pot, van Veendam.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Mauritius, 30 mei. Het schip ADMIRAAL JAN EVERTSEN, kapt. Kuijper, van Padang naar Amsterdam, is de 15e mei alhier lek binnengelopen en heeft heden de lading gelost om te repareren.


  JB - Javabode

Advertentie. Op de 29e juli 1854 zullen de ondergetekenden, voor rekening van wie het aangaat, publiek verkopen het Franse barkschip ALEXANDRE BERTRAND, gevoerd door kapt. Stanislas Guillevin, met deszelfs tuig en inventaris, zomede waarloze zeilen, ankers, kettingen, provisiën, dranken, enz., op hun vendutie in de Chinese Kamp.
Soerabaija, 11 juli 1854, de agenten P. Kervel & Co.
(opm: zie JB 050754)


  JB - Javabode

Advertentie. In het begin der maand augustus, de dag en de plaats nader te bepalen, zal publiek op vendutie worden verkocht de Russische brik ONNI, kapt. H. Albrecht, gemeten 142 lasten, met inbegrip van de inventaris, zo als dezelve thans is liggende ter rede van Batavia.
Ter erlanging van de Nederlands-Indische vlag gelieve men te raadplegen de publicatie van het Indisch bestuur, voorkomende in de Javaansche Courant no.26 en 27 en in de Java-Bode No.26.
Kreglinger, Dummler & Co.


  JB - Javabode

Door de gezagvoerder van de Nederlands-Indische bark FATAHOOL HAIR is gerapporteerd, dat op de 30e juni j.l. zijn schip ten gevolge van deszelfs lekke staat en onklare pompen benoorden de Kauman eilanden is gezonken. Aan boord waren Gouvernements steenkolen, te Banjermasing geladen. De equipage is in haar geheel te Samarang aangekomen.


  JB - Javabode

Batavia, 17 juli. Heden is hier aangekomen het Nederlands schip SNELHEID, kapt. J.J. Gorter, met een passagier, de 17e maart vertrokken van Amsterdam, aan boord hebbende een ijzeren stoomsleper en toebehoren en 8.000 kilo steenkolen.


20 juli 1854


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Groningen, 19 juli. Heden avond te 6 uur is van de Zuiderwerf van de scheepsbouwmeester G.K. de Vries alhier, met goed gevolg te water gelaten de aldaar gebouwde loodsrinkelaar. Dit hecht, sterk en fraai gebouwd schip is bestemd voor het Nederlandse loodswezen.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Londen, 8 juli. Scheepsvrachten. De vrachtenmarkt is zeer gedrukt en zijn de prijzen ook al lager geweest, er ging dan toch meer om. Nu eindelijk de blokkade van Archangel officieel is aangekondigd, houden de bevrachtingen aldaar natuurlijk op. Men gelooft echter, dat al de aldaar zijnde schepen nog voor afloop van de gestelde termijn met hun ladingen zullen kunnen vertrekken. Ook meent men, dat op schepen, die alsdan zeilklaar mochten zijn, de blokkade niet al te gestreng zal worden toegepast.


21 juli 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 20 juli. Heden is van de werf Hollandia van de scheepsbouwmeesters Blok & Matthijsen met het beste gevolg te water gelaten het fregatschip NEDERLAND, groot ongeveer 350 lasten en gebouwd voor rekening van de heren Gebr. Hartsen. Dit vaartuig is bestemd voor de grote vaart en zal gevoerd worden door kapt. P. Huidekoper.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 20 juli. Kapt. Rogers, voerende het schip CONSTANTINE (opm: buitenlander) van Nieuw Zeeland te Madras aangekomen, bericht, dat hij op zijn reis Booby eiland heeft aangedaan en aldaar het postkantoor en de pakhuizen door de inlanders verwoest heeft gevonden. De 30e april het eiland verlatende, heeft hij op Great Warren rif, in de nabijheid van Raynes eiland, op strand zien zitten het Nederlandse schip AERD VAN NES, kapt. F.M. Carsjens, de 1e april van Sydney naar Batavia vertrokken. Dit schip was volgens zijn gissing drie dagen te voren gestrand en was bijna geheel uit elkander gewerkt. Meer om de Zuid hadden nog twee andere bodems schipbreuk geleden.
(opm: zie o.a. NRC 171054 en JB 151154)


  LC - Leeuwarder Courant

Ameland, 9 juli. Gisteren had hier een vooral wegens de daaraan verbonden gevolgen zeer aandoenlijke plechtigheid plaats. Het stoffelijk overschot van de heer O.P. Lap, in leven gezagvoerder op het Nederlandse barkschip CHRISTINA AGATHA, op de terugreis naar het vaderland omstreeks de Wester-eilanden (opm: Azoren) overleden, werd te Hollum, de geboorte- en woonplaats van de overledene, ter aarde besteld. Een buitengewoon talrijke schare van vrienden en hoogachters des overledenen uit de onderscheiden dorpen des eilands bijeen gekomen, volgden de lijkstoet ten einde de algemeen geachte medeburger de laatste eer te bewijzen. Zijn dood is niet alleen voor de nagelaten betrekkingen, maar vooral ook voor zeer veel ingezetenen van Ameland, inzonderheid van het dorp Hollum, een gevoelig en moeilijk te herstellen verlies. De vaderlandse koopvaardij heeft in hem een brave en algemeen beminde gezagvoerder, de maatschappij een zeer nuttig lid, en dit eiland een waardig, oprecht, edel en veel nut stichtend burger verloren. De gedachtenis van deze brave man, die, alle rangen der zeedienst doorlopende, alleen door eigen verdienste en braafheid tot gezagvoerder opklom, die, van nederige afkomst zijne, nimmer vergat wie hij geweest was, die door daden en opofferingen toonde een algemene mensenliefde te bezitten, zal bij alle edele en goede mensen, die hem hebben gekend, nog lang in gezegend aandenken blijven. Ere zij zijner gedachtenis.


22 juli 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hobart Town, 7 april. Het schip STAD AMSTERDAM, kapt. Stokvliet, de 31e maart van Londen te Melbourne aangekomen, is bij Port Philip Heads aan de grond geweest.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hobart Town, 24 april. Het schip HONGKONG is de 30e maart bij Gabo Eiland (opm: 37º33’ ZB 149º54’ OL) in aanzeiling geweest met het schip WILLIAM BARRY BROWN, en heeft ten gevolge daarvan de boegspriet gebroken, kluiverboom en fokkera verloren en meer andere schade bekomen. Beide schepen zijn in Twofold-Baai binnengelopen om te repareren.
(red: wellicht wordt hier bedoeld de Nederlandse bark HONGKONG, kapt. Keuker, de 27e maart van Melbourne naar Batavia vertrokken)


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Groningen, 21 juli. Dinsdag (opm: 18 juli) arriveerde alhier het galjootschip CHRISTINA EN CATHARINA, kapt. H.R. Hazewinkel, van Veendam, gebouwd bij T.O. Bok aldaar, en gisteren het schoenerschip COMPACT GOEDE TROUW, groot 95 last, kapt. W.P. de Vries, van Sappemeer, gebouwd bij Jelle Berg aldaar.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Dantzig, 13 juli. Ondanks dat in de laatste drie dagen op nieuw 45 schepen zijn aangekomen, hebben de vrachten geen noemenswaardige verandering ondergaan. Londen en Hull Sh.3/3 per quarter tarwe, Amsterdam NLG 20 per last hout.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Konstantinopel, 4 juli. Bij toenemende vraag van de Azov-zee blijven de prijzen daarvoor stijgen. Uit gebrek aan schepen staan echter de zaken op dit ogenblik geheel stil. In de laatste 10 dagen is bedongen: van Kertsch of Azov naar Antwerpen Sh.100 à 110 per TT, naar Engeland Sh.92/- per idem met GBP 60 ook GBP 100 schadevergoeding. Van hier Sh.4/9, van Salonica Sh.5/-, van Kertsch Sh.105/- en van Azov Sh.115/- en Sh. 120 met GBP 60 schadevergoeding, per quarter, alles naar Engeland.


  JB - Javabode

Advertentie. Op een nader te bepalen dag zal door de ondergetekenden op publieke vendutie worden verkocht het Chinees schoenerschip TIME, kapt. Haddon, groot 84½ lasten, liggende alhier ter rede.
Van Slooten, Morgan & Co.
(opm: zie JB 050754)


23 juli 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Archangel, 8 juli. Het schip COURIER, kapt. T. van Vliet, van Rotterdam herwaarts gedestineerd, is in het zeegat alhier (opm: te Archangel) gestrand en zit zeer gevaarlijk.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Bahia, 18 juni. Het schip CALIFORNIA, kapt. van der Valk, van Callao naar Queenstown, is alhier met schade aan het roer binnengelopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 22 juli. In de Amsterdamsche Courant leest men het volgende: Uit een goede bron vernemen wij, dat het schip WILMINA, kapt. S.J. Vosman, met een lading stukgoederen naar Pillau (opm: Baltiysk) bestemd, aldaar op 19 dezer, als Engelse prijs, door de Engelse oorlogsstoomfregat ARCHER is binnengebracht. Op 4 mijlen afstands werd de WILMINA aangehouden, en de lading aan een onderzoek, deels in het ruim, deels op dek, onderworpen. Drie man moesten aan boord van de Engelse stoomboot overgaan, van wier bemanning daarentegen vier koppen op de WILMINA werden geplaatst, die de kapitein en zijn jongen aan boord behield. De grond tot deze inbeslagneming zou zijn, dat de lading deels uit kettingen bestond, onder vele andere en geheel verschillende doeleinden, ook bruikbaar voor de dienst der kavalerie. Deze kettingen waren uit de Rijnprovinciën afkomstig en als zodanig, volgens gewoonte, door de regering verzegeld. De Engelse oorlogsboot had de WILMINA in open zee opgewacht, dewijl de zo even medegedeelde bijzonderheid aangaande de lading aan (opm: admiraal) Sir Charles Napier bekend was geworden. Een Engelse adelborst zei, dat er, naar men meende, bovendien 4 kisten met geweren aan boord moesten zijn, welk vermoeden echter geen de minste grond heeft. De WILMINA heeft de Nederlandse vlag behouden, waaruit sommigen menen te kunnen afleiden, dat men, ondanks de medegedeelde handelwijze, het schip echter niet als legale prijs zou beschouwen.
(opm: zie NRC 080854, 240854 en 300854)


24 juli 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 23 juli. Volgens brief van kapt. Veenstra, voerende het schip CASTOR, van Londen te Archangel aangekomen, d.d. 6 juli, waren bij de vuurtoren geen loodsen aanwezig en alle tonnen en bakens weggenomen, zodat de schepen op het lood af naar binnen moesten.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. De bekende en onbekende schuldeisers in de onder het voorrecht van boedelbeschrijving aanvaarde boedel van wijlen de heer Antonij Otto Tellegen, in leven gezagvoerder van het fregatschip ANNA, gewoond hebbende te Rotterdam en de 22e februari 1853 te Taboga, nabij Panama (Midden-Amerika), overleden, worden opgeroepen om te compareren op zaterdag de 29e juli 1854, des middag ten 12 ure, ten kantore van de notaris Johannes Hogersdijk aan de Korte Hoogstraat, wijk 5, No. 310 te Rotterdam, ten einde op te nemen de rekening en verantwoording, welke namens de erfgenamen in die boedel zal worden gedaan, mitsgaders, zo er geen verzet plaats heeft, tot de ontvangst van zodanig gedeelte hunner schuldvorderingen, als waartoe de nalatenschap toereinkend zal worden bevonden.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Uit de hand te koop een in beste staat onderhouden en gewegerd (opm: van wegeringlatten voorzien) hektjalkschip, de VROUW MARTJE genaamd, groot 29 lasten, met zeil en treil, staand en lopend want, ankers, kettingen en touwen en complete inventaris, liggende bij de Nieuwe Brug, dus verre door H.J. Wupkes bevaren. Inlichtingen zijn te bekomen bij Jan H. Pijlman te Lutjebird en bij de notaris A. Binnerts te Heerenveen.
(opm: zie ook LC 090654)


25 juli 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 24 juli. Kapt. J.C. Cleynder, voerende het schip THETIS, van Archangel de 23e dezer in Texel binnen, deelt mede, dat hij de 19e juni op 66º13’ NB 41º20’ OL aangehouden is door de Engelse oorlogsschepen TRITON en EURYDICE, doch dat hij na gehouden visitatie de reis heeft kunnen voortzetten.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Groningen, 24 juli. Zaterdagavond te 9 uur (opm: 22 juli) is van de Noorderwerf van de heren Kater & Meulman alhier met goed gevolg van stapel gelopen een hecht, sterk en net betimmerde loodsboot, bestemd, even als de reeds vroeger vermelde boten, voor het Nederlandse loodswezen.


26 juli 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 23 mei. Volgens een alhier lopend gerucht is het schip (opm: fregat) HESTER, kapt. A. Viëtor, van Sydney herwaarts bestemd (opm: zie NRC 290754, 160854 en 031054), op de rotsen ten oosten van Nieuw Holland (opm: Australië) gestrand.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlissingen, 24 juli. Naar men verneemt treedt met de 16e augustus in dienst Zr.Ms. fregat DE RUYTER.
(opm: zie NRC 230854)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Stavanger, 15 juli. Het schip AGATHA, kapt. Schuur, van Antwerpen naar Namsos, is alhier lek binnengelopen en moet lossen.


  JB - Javabode

Batavia, 25 juli. De 23e dezer zijn hier aangekomen de Nederlandse schepen ADMIRAAL TROMP, Kapt. J. van Tubergen, met Zr.Ms. troepen, de 10e april vertrokken van Amsterdam, en JACOBA CHRISTINA, kapt. J.G. Berk, met een aantal passagiers, de 17e april vertrokken van Amsterdam.
Heden zijn hier aangekomen de Nederlandse schepen de GOEDE VERWACHTING, kapt. T.J. Rotgans q.q., met acht passagiers, de 10e april vertrokken van Amsterdam, en BATO, kapt. W.F. Broeksmit, de … vertrokken van Hobart-Town.


27 juli 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 27 juli. Binnen 20 dagen, gerekend van af zaterdag 22 juli zullen de schepen de VROUW ALIDA en ANNECHINA JANTINA, die getracht hebben de blokkade van de Finlandse Golf te verbreken, door de Admiraliteit worden gevonnist.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 26 juli. Het Dordrechtse barkschip CLARA ANNA MARIA, gevoerd geweest door wijlen kapt. B.J. Stapert, maandag 24 dezer te Amsterdam geveild, is voor NLG 22.500 verkocht aan de heren L. Hoyack & Co te Amsterdam.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

San Francisco, 15 juni. Het op de 8e dezer alhier van Cardiff gearriveerde Nederlandse fregatschap SAMARANG, kapt. Immink, heeft 36 dagen in hevig stormweder op de hoogte van Kaap Hoorn gekruist.


  DC - Dordtsche Courant

Dordrecht, 26 juli. Eergisteren avond is op het fregatschip OSIRIS, kapt. Crans, liggende op de rede van Hellevoetsluis een matroos uit de ra gevallen en nog diezelfde avond in het hospitaal overleden.


28 juli 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Carthagena, 12 juli. Het schip JEANTINE, kapt. Eefting, van Catania naar Rotterdam, is alhier lek, met verlies van verschansingen en onder noodtuig binnengelopen. Het moet lossen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 27 juli. Heden is te Amsterdam met goed gevolg te water gelaten aan de fabriekswerf van de heren Paul van Vlissingen & Dudok van Heel een ijzeren kotter te behoeve van het Loodswezen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 27 juli. De 25e juli is te Vlaardingen van de werf De Zeeuw van de heer H. Drop met het beste gevolg te water gelaten het schoenerschip BROEDERSCHAP, groot ruim 100 gemeten lasten, gevoerd door kapt. Goedknegt, voor rekening ener rederij onder directie van de heren Gebr. Den Breems, en onmiddellijk daarop de kiel gelegd van een schoenerschip van gelijke grootte, genaamd LUITENANT ADMIRAAL CALLENBURGH, voor rekening van genoemde rederij.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 27 juli. Te Nieuwendam is gisteren van de werf van de scheepsbouwmeester W.H. Meursing met goed gevolg te water gelaten het driemast schoenerschip HENRIETTE EN CORNELIA, groot circa 160 gemeten lasten, gebouwd voor rekening ener rederij onder directie van de heer J. Schut te Amsterdam, en zullende gevoerd worden door kapt. W.L. Hartmans.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Harlingen, 26 juli. Gisteren hebben er onder de equipage van het schip van Van der Zee, de JONGE ALBERT, enigszins geruchtmakende onenigheden plaats gehad, naar men zegt wegens het op rechterlijk gezag vastleggen van dit vaartuig, en verzet daartegen door een deel der op het schip thans aanwezige manschappen. Men is er in geslaagd de rust te herstellen en heden bleef die ook ongestoord.


29 juli 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 7 juni. In de namiddag van de 7e mei kwam van Sambas alhier te rede aan de stoomboot AMBON, gezagvoerder F.A.B. Hugenholtz, medebrengende tijdingen van de westkust van Borneo, lopende tot de 4e. De stoomboot was van gouvernementswege gehuurd tot de overvoer van hulptroepen van het eiland Madura naar Sambas, en had derwaarts op sleeptouw de Nederlands Indische brik ZEELUST, een klein vaartuig van nauwelijks 60 lasten en beladen met slachtossen voor de troepen op die kust. Dat vaartuig schijnt niet zorgvuldig geballast te zijn geweest, ten minste moet men zulks onderstellen door zijn rankheid, toen zich bijna op het midden van de oversteek des nachts een zeer onstuimig weder opdeed, ten gevolge waarvan de brik omsloeg en twee der opvarenden, alsmede 80 slachtossen verdronken zijn. Het overige der bemanning, die zich aan het touwwerk der masten had vastgeklemd, is eerst des morgens met veel moeite door de stoomboot, waarvan de brik losgeraakt was, gered en het vaartuig is door haar in een drijvend zinkende staat achtergelaten.
(opm: zie NRC 230355)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia (opm: Djakarta), 5 juni. De schepen DOELWIJK, kapt. J.H. Zeeman, HESTER, kapt. A. Viëtor, en AERT VAN NES, kapt. Karsiens, alle van Sydney naar deze plaats vertrokken, zijn, de eerste twee op de Kenn Rocks (opm: zie NRC 160854 en 040954) beoosten Australië, en de laatste in Torres-straat, verongelukt. Nadere bijzonderheiden omtrent deze schipbreuken ontbreken nog. De equipage der DOELWIJK is alhier aangekomen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 28 juli. Men verneemt, dat de Kamer van Koophandel en Fabrieken te Zwolle aan Z.Exc. de minister van Buitenlandse Zaken een adres heeft gericht, waarbij zij haar dank betuigd voor de welwillende en ijverige bemoeiingen, die door Z. Exc. zijn en voortdurend worden in het werk gesteld, ten einde van de regering van Groot-Brittannië de vrijlating te erlangen van de beide aldaar ter stede te huis behorende schepen (opm: koffen) de VROUW ALIDA, kapt. H.T. Lever, en NIJVERDAL, kapt. Giessen (opm: kapt. H.R. Giezen, zie o.a. NRC 300654), welke, onder verdenking van verbreking der blokkade, enige tijd geleden door de Britse scheepsmacht in de Oostzee genomen en opgebracht zijn.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 7 juni. Scheepsvrachten. Het voortdurend gebrek aan producten houdt de vrachten zeer laag, terwijl vele hier disponibel liggende schepen geen andere keus zullen hebben dan of te verzeilen of nog een paar maanden te blijven liggen. Te Soerabaija werden gecharterd de EUGENIE naar Nederland NLG 70 voor suiker en de MARIA EN ELISA à NLG 70 voor suiker en tabak, het laatste artikel per 800 kg. De MARIA MAGDALENA nam aldaar tabak tot NLG 80 aan. Alhier werd genomen de JAN VAN GALEN à GBP 5 voor suiker, te Manila te laden naar Londen. Verder de HENDRIK WESTER en HENDRIKA via China naar Engeland, Amerika of het vasteland, te laden op Whampoa (opm: Huangpu) à GBP 5 per gemeten ton met sh.10 verbetering zo de lading te Shanghae (opm: Shanghai) moet worden ingenomen. Naar China is doorgegaan of ligt op vertrek de JEANNETTE CORNELIA. Disponibel zijn nog alhier de ORION, IDA WILLEMINA, GENERAAL VAN DEN BOSCH en SALATIGA, en op de kust de JAN DANIEL, JEANNETTE, HENDRIK JAN, WILLEM EN KAREL, VIER GEBROEDERS, SPHYNX, CASTOR, ANJER, STAD SCHIEDAM, ZUID-HOLLAND en JAN SCHOUTEN.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 7 juni. Op zijn reis van Sydney naar Soerabaija heeft kapt. Pieter Wap, voerende het Nederlandse schip (opm: bark) HENDRIK JAN, de gezagvoerder van de onder Engelse vlag varende schoener SOPHIA (opm:SOPHIE, zie ook NRC 031055), de stuurman, 14 matrozen en twee inlandse vrouwen gered, welke personen 20 dagen in twee open boten op zee hadden doorgebracht.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 28 juli. Men meldt aan het Handelsblad uit Leeuwarden, dat door Lord Clarendon namens het Engelse gouvernement het schip en de lading van kapt. Van der Zee formeel van de Nederlandse regering zijn opgeëist.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Harlingen, 28 juli. Gisteren avond retourneerde in onze haven de Groenlandsvaarder DIRKJE ADAMA, kapt. O. Mehlen, aanbrengende slechts 600 robben, zodat deze visserij ditmaal zeer ongunstig is afgelopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Newport Mon, 25 juli. Heden is alhier van Rotterdam gearriveerd het Nederlands fregatschip ’s-GRAVENHAGE (opm: STAD ’s-GRAVENHAGE), kapt. C.J. Ninck Blok, om een lading voor Point de Galle (Ceylon) in te nemen. Dit schip is zaterdag (opm: 22 juli) met dik mistig weder bij Lundy Island door de te St. Ives te huis behorende schoener MARTHA aangezeild en heeft daarbij de fokkera verloren en andere schade bekomen. Twee man van de schoener zijn op de ’s-GRAVENHAGE over gesprongen. Van de MARTHA heeft men niets vernomen, alhoewel men dadelijk bijgedraaid is en een geruime tijd blauwe lichten heeft afgestoken. Volgens rapport van een ander schip heeft men de schoener na de aanzeiling gepraaid.
(opm: zie NRC 300754)


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Koningsbergen, 22 juli. Scheepsvrachten. In de loop dezer week is naar Londen Sh.3/- à Sh.2/10 per quarter tarwe betaald, Amsterdam NLG 20 per last lijnzaad. Zestien schepen zijn met ballast verzeild naar elders.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Dantzig, 24 juli. Scheepsvrachten. Bedongen Londen Sh.2/9 per quarter tarwe, Nederland NLG 16 per last hout.


  JB - Javabode

Batavia. Toen wij in ons nummer van 24 juni, de schipbreuk van de Nederlandse schepen DOELWIJK en HESTER, benevens de redding der opvarenden van eerstgemelde bodem mededeelden, verkeerden wij omtrent het lot van de bemanning van de HESTER nog ten enenmale in onzekerheid. Thans lezen wij in de Sydney Morning Herald van 21 juni het navolgende:
Het schip HESTER, groot 848 tonnen, gezagvoerder Victor, en DOELWIJK, groot 740 tonnen, gezagvoerder Zeeman, zeilden gezamenlijk op de 4 april uit deze haven (Sydney) naar Batavia. In de nacht van de 21ste strandden beide bodems op het Kenn Rif, omstreeks 300 mijlen noordoostwaarts van Port Curtis. De gezagvoerder en bemanning van de HESTER, die met de JENNY LIND te Sydney aankwamen, hadden slechts de tijd gehad de boten te strijken, alvorens het schip zonk. Zij roeiden onmiddellijk naar de DOELWIJK maar vonden die bodem verlaten en haar boten vertrokken. Daarop stelden zij koers naar Port Curtis, waar zij, na tien dagen op zee geweest te zijn, aankwamen.


  JB - Javabode

Een bericht van Billiton deelt mede, dat op de 24e juni aldaar de tijding was aangebracht, dat een onbekend driemastschip enige dagen vroeger nabij het eiland Leat op een rif gestoten had en onmiddellijk daarop gezonken was, zijnde er niets meer van zichtbaar dan de masten en stengen. Omtrent het lot der equipage verkeerde men geheel in onzekerheid en van de lading had slechts een gering gedeelte gered kunnen worden.


  JB - Javabode

Ons blad bijna gereed zijnde, ontvingen wij nog van een welwillende hand het ondervolgend verhaal van het vergaan van drie schepen in Torresstraat, hetwelk wij ons haasten niettemin nog heden onze lezers mede te delen.
Met leedwezen berichten wij het vergaan van drie schepen in de Torresstraat, en wel de bark THOMASINE, kapt. Holmes van Sydney, het schip FATIMAH, kapt. Hardie en de bark ELIZABETH, kapt. Curchill, beiden van Melbourne.
De THOMASINE is op de 19 juni jl. gestrand op een onbekend rif op 16°29’ ZB 148°05’ OL Een man verdronk, terwijl de overige equipage, waaronder de kapitein met deszelfs echtgenoot en drie kinderen, waarvan één zuigeling, zich in de sloep redde. Nadat zij 15 dagen in de sloep doorgebracht en veel geleden hadden van de hitte en schaarsheid aan levensmiddelen en drinkwater, werden zij door het Hollands schip BATO, kapt. W.F. Broeksmit opgenomen.
Het schip FATIMAH verging in de morgen van de 26 juni jl., in een diepe kom van het Great detached Reef op 11°47’ ZB 144°01’ OL het baken op Rain Eiland gepeild wordende NtW van het kompas op 10 mijlen afstand, de wind sterk uit het Z.O. met een 3 mijls stroom naar het NW. Bij het aanbreken van de dag ontwaarden zij twee wrakken op hetzelfde rif, het een de AERT VAN NES, het andere onbekend. De Engelse bark PROSPER passeerde in zicht, doch de gevaarlijke toestand waarin het schip verkeerde en het stormachtig weder maakten het waarschijnlijk onmogelijk enige hulp te verlenen. De equipage redde zich toen in de sloep, en werd na 9 dagen aan wind en weder te zijn blootgesteld geweest, veel geleden hebbende door gebrek aan drinkwater, in de Torresstraat aan boord van bovengenoemd schip BATO opgenomen.
De bark ELIZABETH stootte in de nacht van 28 juni op een klein rif aan de buitenkant van het Great Barrierrif, op ongeveer 12°10’ ZB. Het schip raakte daarna weder vlot, doch maakte veel water. Bij het aanbreken van de dageraad verliet de equipage hetzelve in een zinkende staat dicht bij het Barrier rif, waarop men het later gestrand zag. Zij hielden toen koers op de Straat, kwamen, na 5 dagen op het water te hebben gedobberd, te Booby Eiland aan en waren 5 dagen op hetzelve geweest, toen kapt. Broeksmit, van het Nederlands schip BATO van Dordrecht hen opnam, met welk vaartuig de overgebleven equipages der voormelde schepen op de 25 dezer, behouden ter rede Batavia ankerden.
De gezagvoerders der drie ongelukkige schepen roemen zeer kapt. Broeksmit’s prijzenswaardige bejegening en zorgvuldige verpleging van hen en hun talrijke lotgezellen (44 in getal) en maken van deze gelegenheid gebruik hem hun oprechte dank te betuigen voor al zijn goedheden, en hem van harte voortdurend geluk te wensen.
(w.g.) Henry Holmes, gezagvoerder van het verongelukt schip THOMASINE.
(w.g.) H.H. Hardie, gezagvoerder van het verongelukt schip FATIMAH.
(w.g.) Curchill, gezagvoerder van het verongelukt schip ELIZABETH.
Batavia, de 27e juli 1854.


  JB - Javabode

Kapt. W.F. Broeksmit, voerende het Nederlandse fregatschip BATO, heden alhier ter rede gearriveerd, komende van Hobart-Town (Van Diemensland) rapporteert dat hij in de Torresstraat, éénenveertig schipbreukelingen van drie Engelse schepen aan boord genomen heeft; namelijk van de FATIMAH, kapt. Hardie, de THOMASINE, kapt. Holmes, en de ELIZABETH, kapt. Curchill, allen bestemd van Australië naar Singapore; de eerste en de laatste zijn gestrand op het Great detached Reef, en de tweede op een onbekend rif op 16°29’ ZB 140°05’ OL, dat hij bij Kaine Eiland op het Great detached Reef vier wrakken zag en twee op het Cockburn Reef, en bij aankomst te Booby Eiland, in het praai-rapport bevond, dat de schepen DUNCAN van Liverpool, GRATITUDE en JANNY FISHER, van Sydney, PEARL OF SCARLRO, en de QUEEN OF ENGLAND van Londen, behouden de Torresstraat waren uitgezeild.
Aan boord schip BATO, 25 juli 1854, W.F. Broeksmit.


  JB - Javabode

Batavia, 26 juli. Heden is hier aangekomen het Nederlandse schip JACATRA, kapt. T. Buys, met een passagier, de 15e april vertrokken van Rotterdam.


30 juli 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Newhaven, 26 juli. De Engelse schoener MARTHA, kapt. Collis, met een lading bruinsteen van Rotterdam naar Liverpool bestemd, is hier heden masteloos en met meer andere schade wegens aanzeiling met het Nederlandse schip ’s-GRAVENHAGE binnengebracht.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 29 juli. Door de Nederlandsche Handel Maatschappij zijn bevracht de navolgende 13 schepen, als:
Voor Amsterdam: MARIA, kapt. H.D. van Wijk, JOHANNA MARIA, kapt. J. de Jong, DIANA, kapt. P.H. Willers, CONSTANTIA, kapt. C.J. Kaleshoek, BENGALEN, kapt. T. Keus, en JOHANNA CHRISTINA, kapt. J.H. van Santen, de laatste drie van Rotterdam.
Voor Dordrecht: DINA, kapt. J.J. de Haan, van Rotterdam.
Voor Middelburg: WALCHEREN, kapt. J.E. Verhulst, LUCTOR ET EMERGO, kapt. S. Ouwehand, MARIE JULIE, kapt. J.A. Bruyneels, VERTROUWEN, kapt. H.G. Post, en EDOUARD MARIE, kapt. H. Eeltjes, de laatste drie van Rotterdam.
Voor Schiedam: ARGO, kapt. D.A. Huysers, van Rotterdam.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Penang, 1 juni. Het alhier in averij binnengelopen Nederlandse schip STAD DORDRECHT, kapt. L. van Haften, van Akyab naar Hamburg bestemd – zie ons nommer van 16 juni – is afgekeurd.
(opm: zie NRC 200854)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hongkong, 25 mei. De Nederlandse bark PAUL JOHAN, kapt. Poort, welke dezer dagen alhier van Hartlepool arriveerde, is de 14e dezer op ongeveer 50 mijlen ten zuiden van Hainan door rovers aangevallen. De kapitein en het grootste gedeelte der equipage zijn in de schermutseling gewond en de eerste stuurman heeft daarin het leven verloren. Het schip is van alles, wat maar enige waarde had, beroofd. Nadien hebben de rovers hetzelve weder aan de wettige gezagvoerder teruggegeven, die hetzelve behouden te Hongkong binnenbracht.


31 juli 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Den Helder, 27 juli. Heden werd hier, met de Nederlandse vlaggen versierd, binnen gesleept de gewezen oorlogskorvet ARGO, die gediend heeft voor de proefnemingen met de Bourbon-granaten nabij Texel. Het schip is voor NLG 2.200 zo als het daar aan de grond lag, verkocht. De kopers hebben door een duiker de daarin geschoten gaten laten dicht maken en na een dag pompens werd het vaartuig reeds vlot. Men schat hetzelve thans op een hoge waarde.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 7 juni. De Nederlandse koopvaarder PROTEUS, gezagvoerder Wagtendonk, was zeilende langs de kust van China, toen de 20e december 1853, des morgens bij stormweder en hoge moeilijke zee, vooruit een vissersvaartuig werd gezien, hetwelk seinen deed om opgemerkt te worden. Onverwijld er op aan houdende, vond men het in zinkende staat en zes personen voor wie de dood het enige uitzicht scheen.
Redding aan te brengen was niet gemakkelijk; met de gewone sloep viel er bijna niet aan te denken, en zo men het uitzetten der grote boot had willen beproeven, bestond er alle kans haar te zien verbrijzelen. Het gelukte een eind dik touw aan boord der vissersboot vast te krijgen, door het met een vat en brandhout achteruit te doen drijven; aan een ander eind, gelijkerwijs toegezonden, bevestigden de verblijde opvarenden hun vissersnet, de bron van hun bestaan, dat zij tevens wensten te redden. Men zou juist de touwen op de PROTEUS gaan inhalen toen een zware zee beiden deed afbreken: de vissers waren weder ten prooi der golven, en met hun reddeloos vaartuig in een oogwenk weder op een grote afstand van het schip gebracht. Hun geschreeuw en gejammer was hartverscheurend; ieder ogenblik van verwijl kon hun doodvonnis zijn.
In dit beslissend ogenblijk liet de eerste stuurman M. Koenen de kleine sloep uit haar takels en sjorrings kappen en in zee brengen; hij vroeg aan de bemanning wie het met hem wilde wagen om de ongelukkigen te gaan redden, en toen niemand zich opdeed liet de moedige jongeling zich alleen langs een touw in de ranke boot zakken. Op zijn vernieuwd aanzoek om helpers voegden zich de bootsman P. Molenaar en de timmerman W. Bogaart bij hem. Dat brave drietal was gelukkig genoeg het vissersvaartuig te bereiken, maar het was ondoenlijk al de schipbreukelingen op eenmaal over te nemen. Nadat de stuurman met grote moeite hun had beduid dat, indien zij het schip mochten bereiken, hij nog zou terugkeren, gingen drie der Chinezen in de sloep over en tevens de inlandse matroos Alie (laatstgenoemde behoorde tot de bemanning van de PROTEUS). Zodra een der touwen door de vissers was vastgemaakt, had hij de stoutmoedige en voortreffelijke daad volbracht van zich langs dat touw naar hen toe te begeven, om hen op te geven hoe zij moesten handelen. De wanhoop der drie overige vissers laat zich niet beschrijven; het gevaarlijke van de tocht inziende, konden zij niet verwachten dat de sloep werkelijk nog zou terugkeren.
De stuurman met de andere mensenvrienden viel het heil ten deel het schip weder te bereiken;– zodra nu de geredden overgegeven waren en van de sloep het water geledigd was, keerde hij met nieuwe moed naar de vissers terug, hetgeen spoedig genoeg ging, daar hun vaartuig benedenwinds van de PROTEUS lag, doch des te hachelijker werd de tweede terugtocht. Een hoge zee sloeg over de sloep en vulde haar schier vol water. Nog echter verloren onze wakkere zeelieden niets van hun geestkracht; zij zetten zich te loefwaarts om de zee tegen hun ruggen te laten breken en hoosden met alle kracht het water uit de sloep. Eindelijk, na veel moeite, grote inspanning en levensgevaar kwamen allen behouden op het schip aan, waar de geredden zich voor de stuurman nederwierpen om hem hun diepe erkentelijkheid te betuigen, en waar een van de tonelen plaats vond, bij welke de bedrijver ener uitmuntende daad ongetwijfeld reeds het grootste loon ontvangt, dat op de aarde voor hem kan weggelegd zijn. Drie dagen later liep de PROTEUS voor Hongkong, en zette daar de behouden schipbreukelingen aan wal.
(opm: zie NRC 171054)


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Er wordt uit de hand te koop aangeboden een extra welbezeild, gekoperd en kopervast brikschip, varende onder Nederlandse vlag, liggende te Amsterdam en gemeten op 112 lasten. Ter informatie adressere men zich bij de cargadoors B.D. Bosscher & Zoon, aldaar. (opm: PHOENIX, bouwjaar 1828, zie o.a. NRC 140854 en AH 211154)


01 augustus 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Weymouth, 28 juli. Heden avond is alhier binnengelopen de te Amsterdam te huis behorende schoener POMONA, kapt. Lootsman, van Havana naar Amsterdam bestemd. Dit schip is heden nacht op de hoogte van Poortland (opm: Portland) met een groot Nederlands schip in aanzeiling geweest en heeft daarbij boegspriet, kluiverboom en fokkera verloren, benevens andere schade bekomen, vooral in de boeg. Twee man der equipage worden vermist.


  DC - Dordtsche Courant

Volgens brief van kapt. P. Haagsma, voerende het schip DOCTRINA ET AMICITIA, d.d. Soerabaya, 2 juni 1854, is hij 25 april van Sydney vertrokken door Torres-straat naar Java, draaide 18 mei voor Passarouang bij, ter overneming van een loods, en arriveerde 20 mei te Soerabaya; zijnde 25 dagen, de kortste reis die bekend is, immer gemaakt te zijn.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Londen, 22 juli. Volgens berichten uit Archangel van de 5e dezer waren aldaar toen reeds 191 schepen aangekomen en 28 vertrokken. Het laden ging snel voort en men meent te mogen aannemen, dat schepen, die voor de 1e augustus aankomen, vrij met hun lading zullen mogen vertrekken.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Dantzig, 24 juli. Scheepsvrachten. Ondanks de lage prijzen is hedeneen aantal schepen bevracht. Londen Sh.3/3 à Sh.3/- per quarter tarwe, Harlingen NLG 19 per last hout.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Memel, 24 juli. Sedrt de 17e is naar de Oostkust van Engeland Sh.4/- per quarter tarwe bedongen; Harlingen NLG 26 en 15% per last hennep, Amsterdam NLG 24 per last rogge.


02 augustus 1854


  JB - Javabode

Advertentie. Verkoop van een nieuw schip. Op dinsdag de 15e augustus zullen de ondergetekenden ten hunnen kantore in de Chinese kamp te Soerabaija, des morgens ten 10 ure, door het Vendu-departement, zonder reserve, publiek verkopen aan de meestbiedende voor rekening van wie het aangaat, het nieuwe, in 1853 gebouwde gekoperde en kopervaste Franse barkschip GIRONDE, gevoerd door kapt. T.A. Coiquaud, gemeten 260 Franse tonnen, ladende pl.m. 200 koyangs, zoals hetzelve thans ter rede van Soerabaija is liggende, met deszelfs staand en lopend want, tuig, inventaris, etc. Dit schip is van een bijzonder mooi en nieuw model, thans diepgaande voor 3 voeten en achter 4½ voeten, bijzonder geschikt voor de kustvaart.
Nadere informatiën zijn te bekomen bij de agenten, P. Kervel & Co.
Soerabaija, 27 juni 1854


  JB - Javabode

Batavia, 30 juli. Gisteren is hier aangekomen het Nederlandse schip EUROPA, kapt. H. Poort, met vele passagiers, de 2e april vertrokken van Rotterdam.
Heden is hier aangekomen het Nederlandse schip HELLEVOETSLUIS, kapt. W.J. Voss, met twee passagiers, de 27e juni vertrokken van Melbourne.


  JB - Javabode

Soerabaija, 24 juli. Heden is van hier vertrokken naar Sumanap het Nederlandse schip ALOOSMANIE, voorheen geheten FRANCES WHITNY, thans kapt. Sech Achmat.


03 augustus 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Weymouth, 29 juli. Men heeft heden een onderzoek naar de schade van de alhier in averij binnengelopen Nederlandse schoener POMONA – zie ons nommer van 1 dezer – gedaan en deze zeer belangrijk gevonden. Een gedeelte, zo niet de gehele lading zal gelost moeten worden om te repareren. Aangaande de bij de aanzeiling vermiste twee personen meldt men heden uit Dartmouth, dat een er van, met name Jan Peters, aldaar door een loodsboot aan land is gezet. De aanzeiling is geschied met het te Amsterdam te huis behorende barkschip MENTOR, kapt. Zylstra, van Amsterdam naar Batavia, en de beide mannen, zijnde de kok en de bovengenoemde, wilden op de bark overspringen, hetwelk slechts aan één mocht gelukken, zijnde de kok in het water gevallen en verdronken. De MENTOR heeft zijn reis voortgezet, terwijl kapt. Zylstra de bij hem overgesprongen persoon met een brief aan de Nederlandse consul als boven heeft aan land gezet.
(opm: zie advertentie in AH 301154)


  AH - Algemeen Handelsblad

Nieuwe Diep, 2 augustus. Gisteren had aan boord van het van de stad komende koopvaardijschip (opm: fregat) DOGGERSBANK, kapt. P. Kerkhoven, het volgende ongeluk plaats. Bij het uitgaan van het sluisgat had men twee trossen uitgebracht. Door het overstroom snijden van het schip bij een zware vloed brak een der trossen, terwijl de tweede, die daarenboven aan een der spaken bezet was, met zulk een kracht van het gangspil slipte, dat een der matrozen een slag van de tros voor het hoofd ontving, die hem dood op de plaats deed blijven, terwijl 2 à 3 anderen meer of minder gekwetst werden.


04 augustus 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. H.J. Rietveld en D.F. Stieven, makelaars, zullen op maandag de 21e augustus 1854, des namiddags ten 6 ure, in de Nieuwe Stadsherberg aan het IJ te Amsterdam, ten overstaan van een daartoe bevoegd beambte, verkopen een extra ordinair welbezeild kopervast barkschip, voorzien van een metalen huid, varende onder Nederlandse vlag, genaamd HENRIETTE CLASINA, gevoerd door kapt. T. Hagen, volgens Nederlandse meetbrief lang 38 el 40 duim wijd 6 el 38 duim, hol 5 el 81 duim (opm: 38,40 x 6,38 x 5,81 m.), en alzo gemeten op 633 tonnen of 334 lasten. En dat met al deszelfs rondhouten, opstaand en lopend want, ankers, zeilen, touwen, en andere scheepsbehoeften als breder bij de inventaris is vermeld. Nader onderricht bij bovengenoemde makelaars.
(opm: in veiling opgehouden, opnieuw geveild, zie NRC 160954)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Capelle aan den IJssel, 3 augustus. Heden werd van der werf der heren P. Bakhuijsen & Zn alhier met het beste gevolg te water gelaten het campagne barkschip ALCOR, groot omtrent 360 Java-lasten, voor rekening der rederij en directie van de heren Arbon & Co te Rotterdam, gevoerd zullende worden door kapt. F.J. van Oppen en bestemd voor de grote vaart.


05 augustus 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 4 augustus. Van de werf van de scheepsbouwmeester W.R. van Goor te Zwolle is gisteren te water gelaten het barkschip TASMANIA, groot 230 gemeten lasten, gebouwd voor een te dezer stede gevestigde rederij onder directie van de heren Doyer & Kalff, en gevoerd zullende worden door kapt. B.J. Jonker.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Falmouth, 1 augustus. Het schip HERWIJNEN, kapt. Warssen, van Maroïm (opm: Maruim) alhier binnengelopen, heeft bij het vertrek van de rivier Cotinguiba (opm: Brazilië, 11º ZB 37º WL) op de baar gestoten en daardoor schade aan de loze kiel bekomen, doch is dicht gebleven.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Konstantinopel, 15 juli. Bij gebrek aan neutrale schepen gaat er op de kusthavens der Zwarte Zee niets om. Daarbij is de vraag levendig. Bedongen werd van hier en Evos naar Engeland Sh.5/- per quarter tarwe en Sh.4/- voor lijnzaad; van Kertsch naar Engeland van Sh.14/- tpt Sh.14/6 per quarter tarwe.


  JB - Javabode

Advertentie. De resident van Soerabaija maakt bekend, dat op de 18e augustus aanstaande, onder nadere goedkeuring van het Gouvernement, in het openbaar zal worden opgeveild de Gouvernements schoener NIOBE, zo als die daar is liggende met diens tuig en inventaris-goederen, omtrent welk een en ander nadere inlichtingen kunnen worden verkregen bij de kapitein-ter-zee, waarnemend havenmeester te Soerabaija.


  JB - Javabode

Batavia, 3 augustus. Heden is hier aangekomen het Nederlandse schip VIER GEBROEDERS, kapt. G.F. Wiesmink, met twee passagiers, de 10e april vertrokken van Amsterdam.


06 augustus 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rottedam, 5 augustus. Heden is te Amsterdam op de werf Het Wapen van Amsterdam van de scheepsbouwmeester F. Haverkamp in de Groote Wittenburgerstraat van stapel gelaten het barkschip ZEENIMPH (opm: ZEENYMPH), gebouwd voor rekening ener rederij onder directie van de heer F.A. Jas, zullende gevoerd worden door kapt. J.W.J. Witsen Elias.


07 augustus 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. H. Vriesendorp, J.P.M. Boonen, E. Mauritz, A.C. van Wageningen Jr, P.J. de Kanter Jr, H. Boonen, D. de Jongh Wzn, J. Vriesendorp en B. de Witt, makelaars, presenteren als lasthebbenden van hun principalen, ten overstaan van een daartoe bevoegd beambte, op zaterdag de 19e augustus 1854, des middags ten 12 ure precies, ten huize van J. Zahn in het Nederlandsch Koffijhuis over het Marktplein te Dordrecht, bij openbare veiling te verkopen: een extra ordinair welbezeild gekoperd en kopervast fregatschip, genaamd de KONINGIN DER NEDERLANDEN, varende onder Nederlandse vlag en gevoerd door kapt. E. Groeneveld Cadee, volgens Nederlandse meetbrief lang 40,00 el, wijd 7,32 el hol 5,70 el, en alzo gemeten op 742 tonnen of 392 lasten, liggende in de Kalkhaven te Dordrecht en breder bij de inventaris omschreven. Nadere onderrichting te bekomen bij bovengenoemde makelaars of bij de gezamelijke cargadoors te Dordrecht.


08 augustus 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 7 juli. De WILMINA, wier aanhouding en opbrenging te Pillau (opm: Baltyisk) onlangs bericht is (opm: zie NRC 230754), is prijs verklaard en naar Engeland gezonden. Thans is, naar men verneemt, een ander Nederlands koopvaardijschip, de HENDRIKA BOUWINGA (opm: HENDRIKA BOUWINA, kapt. Joosten), door Engelse oorlogsbodems genomen en in de haven van Koningsbergen (opm: Kaliningrad) opgebracht.
(opm: naderhand weer vrij gelaten, zie NRC 121154)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Elshout, onder Nieuw Lekkerland, 7 augustus. Heden namiddag ten 3 ure werd van de werf der heren Gebr. B. Pot met het beste gevolg te water gelaten het campagne barkschip GENERAAL DE STUERS, groot 396 lasten, voor rekening van een rederij en directie van de heer J. Vroege te Alblasserdam, zullende gevoerd worden door kapt. F. Fokkens, en bestemd voor de grote vaart.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 7 augustus. Volgens brief van kapt. J.J.H. Stolte, voerende het schip (opm: bark) SUSANNA CHRISTINA, van Liverpool naar Sydney, in dato Mauritius 8 juni l.l. was hij de 6e juni met een zwaar lek schip binnengelopen en moest hij de lading lossen om te repareren. Aan boord alles wel.
(opm: zie NRC 200755, 080854, 110954, 121054 en 200755)
AH 080854
Hamburg, 4 augustus. Binnengekomen VROUW GERRITDINA (opm: eerste zeereis van deze in 1853 gebouwde tjalk), kapt. A. Thomas, van Amsterdam.
PGC 080854
Koningsbergen, 2 augustus. Scheepsvrachten. Vrachten zeer flauw; een groot aantal onbevrachte schepen ligt in de haven en in de afgelopen week zijn weder verscheiden in ballast vertrokken. De vooruitzichten zijn slecht en er is vooreerst ook op geen verbetering te hopen. Bedongen: Dundee Sh.2/6, de Westkust Sh.4/- per quarter tarwe; Londen Sh.29/- per ton talg; naar Nederland wordt NLG 20 per last hennep geboden.


  LC - Leeuwarder Courant

Leeuwarden, 7 augustus. Omtrent de kwestie met de JONGE ALBERT schrijft de Grondwet: Men wil weten, dat om trent het te nemen besluit in de ministerraad groot verschil van gevoelen bestaat. De heer Van Hall (opm: minister van buitenlandse zaken) moet o.a. bepaaldelijk van mening zijn, dat de eis tot uitlevering van schip en lading niet kan of mag worden ingewilligd, en moet zelfs verklaard hebben eerder zijn portefeuille neder te leggen dan daarin toe te stemmen. Inmiddels blijft Engeland, zo men wil nu ook gesteund door Frankrijk, op de inwilliging zijner eisen ten sterkste aandringen. Een nota-wisseling wordt zeer druk voortgezet. Evenwel vreest men, dat deze zaak tot meer ernstige verwikkeling aanleiding zal geven. Zo veel althans is zeker, dat zelfs de tegenwoordigheid van de heer Lightenveldt is nodig geweest om aan onze regering het gewicht te doen beseffen, dat Engeland en Frankrijk aan de spoedige beëindiging dezer zaak hechten, overeenkomstig de gedane eisen van Lord Clarendon.
(opm: zie NRC 150854)


09 augustus 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 8 augustus. De Haarlemsche Courant meldt uit ’s Gravenhage:
Naar men verneemt, is wel door de Britse regering de uitlevering verlangd van het schip de JONGE ALBERT, 't welk, door een Engelse kruiser aangehouden, zonder een Engelse haven aan te doen, met een Engelse bemanning in Nederland is aangekomen, en wordt deswegen onderhandeld; maar is het gerucht, alsof dit aanzoek door Frankrijk zou worden ondersteund, en de komst van de Nederlandse gezant aan het Franse hof herwaarts daarmede in verband zou staan, alsmede dat omtrent deze aangelegenheid verschil van mening in de raad der ministers zou heersen, ongegrond.
De Grondwet (opm: een periodiek) zegt echter daaromtrent het volgende: Uit een gewoonlijk goed ingelichte bron menen wij te kunnen mededelen, dat de Minister van Buitenlandse Zaken, de heer Van Hall, in de zaak van de JONGE ALBERT, thans aan Engeland het voorstel zou hebben gedaan, om het daaromtrent gerezen geschil te doen beslissen door arbiters, aangezien in het geval, zoals het zich heeft voorgedaan, door het volkenrecht niet bepaaldelijk zou zijn voorzien. Wij weten niet of reeds, en zo ja, welk antwoord Engeland op dit voorstel heeft gegeven; men verzekert nochtans, dat Engeland verklaard zou hebben de drie Nederlandse schepen, in Engelse havens opgebracht doch later door de admiraliteit vrijgesproken, niet los te laten, vóór dat de zaak betrekkelijk de JONGE ALBERT beëindigd zou zijn.
Wat de mededeling betreft, voorkomende in de Haarlemsche Courant, menen wij ook nu nog, dat de feiten betrekkelijk deze zaak, zo als die vroeger medegedeeld zijn, in allen dele juist zijn geweest.
Zelfs moet er een ogenblik sprake zijn geweest, om, ter vermijding van verdere verwikkelingen, die in deze tijden tot grote moeilijkheden aanleiding kunnen geven, de JONGE ALBERT uit de haven van Harlingen te doen vertrekken, zodat, zonder uitlevering, de Engelsen het schip op nieuw zouden kunnen opbrengen. Inmiddels verklaren wij gaarne, dat wij ons met de door ons vroeger opgegeven mening van de heer Van Hall in allen dele kunnen verenigen, en dat in elk geval het voorstel, om de zaak door arbiters te doen beslissen, redelijkerwijs, door Engeland niet kan worden geweigerd.
Mochten onze informatiën evenwel, hier en daar, minder juist zijn, 't geen we echter niet vermoeden, het zal ons aangenaam wezen, wanneer de Staats Courant betere inlichtingen geven zal.
De 's Gravenhaagsche Nieuwsbode zegt dienaangaande: De Grondwet beweert te weten dat omtrent de eisen van het Engelse gouvernement betrekkelijk het schip DE JONGE ALBERT, kapt. Van der Zee, in de ministerraad groot verschil van gevoelen bestaat. Wij menen te kunnen verzekeren dat dit beweren ongegrond is en dat ook de vrees voor de ernstige verwikkelingen, waartoe deze zaak zou leiden, zeer overdreven is.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlaardingen, 8 augustus. Heden is van de werf De Hoop door de scheepsbouwmeester L. van Dam met goed gevolg te water gelaten het barkschip KONING EN VADERLAND, groot ruim 300 Java-lasten, gevoerd zullende worden door kapt. B.A. van Bruggen, en is daarna de kiel gelegd voor het schip CORNELIA, beide voor een rederij onder directie van de heer H. Kikkert alhier, en bestemd voor de grote vaart.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlissingen, 7 augustus. De Nederlandse schoener ANTJE, kapt. A.M. Schaafsma, van Harlingen naar Pernambuck, is gisteren nacht bij de Galloper door een stoomboot aangelopen, heeft averij aan de steven bekomen en is hier binnengelopen om te repareren.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

St. Helena, 4 juli. Het schip AREND (opm: schoenerbrik), kapt. L. Hus, van Batavia naar Amsterdam, alhier binnengelopen, heeft de voorsteng, de fokkera enz. verloren en schade aan het koper bekomen, doch zal morgen de reis voortzetten.


  JB - Javabode

Hoewel wij zelden melding maken van de geriefelijkheden, welke de geregelde stoombootdienst van de heer W. Cores de Vries aan het publiek en voornamelijk aan de handel verschaft, zo mogen wij niet voorbijgaan, de aandacht onzer lezers te vestigen op de vlugheid welke de stoomschepen van deze onderneming ten toon spreiden. Het stoomschip MACASSAR, kapt. Chevalier, arriveerde alhier met de Europese mail op zondagmorgen ten 10 ure, loste 190 koyangs goederen, nam 80 koyangs steenkolen en 150 koyangs goederen in, waarmede het gisteren, dinsdagmorgen, ten 8 ure onze rede verliet, stevende naar Padang. Dus in minder dan twee maal vierentwintig uren, werden door dit stoomschip 420 koyangs goederen gelost en geladen. Opmerkelijk is het, dat sedert het begin der onderneming van de heer W. Cores de Vries, januari 1852, als wanneer de stoomboot PADANG, de lijn naar Padang opende, tot op het huidige ogenblik zich die stoomboten niet alleen alle de geregelde diensten steeds binnen de bij contract bepaalde tijd hebben verricht, maar dat het gouvernement van de boten zijner onderneming heeft kunnen gebruik maken tot de overvoer van het grootste gedeelte der troepen en goederen, van de gelukkig ten einde gebrachte expeditie naar Montrado. Het gebeurt dan ook zelden dat een der stoomschepen van deze onderneming drie maal vierentwintig uren stil liggen.


  JB - Javabode

Laatsleden zondag namiddag arriveerde alhier het Nederlandse schip AMSTEL, kapt. Rademaker, komende van Sydney en medebrengende de equipage van het Nederlands schoenerbrikschip MARIE SOPHIE (opm schoener MARIA SOPHIA), kapt. M. van Gijzel, welk schip in de nacht van de 3 op 4 juli, bij Great Detached Reef, vóór Straat Torres, is overzeild door het Franse fregatschip LA FLEUR DU SUD.
De bijzonderheden van dit ongeval komen op het volgende neder:
De MARIE SOPHIE was de 9 juni van Sydney gezeild en bestemd naar Batavia en had kapt. Van Gijzel met kapt. Rademaker afgesproken bij elkander te blijven en tezamen straat Torres door te gaan. Met dat doel vertoonden zij ook ’s nachts, geregeld om het kwartuur een lantaarn aan elkander en bleven die schepen dan ook tot de 3 juli bij elkander, toen men ’s nachts te 12 ure te loevert van de MARIE SOPHIE een groot schip zag opkomen. Dadelijk werden andermaal de lantaarns vertoond, maar men heeft zulks van het Franse schip niet gezien, zodat deze laatste met de steven, de MARIE SOPHIE in het midscheeps liep, met zulk een kracht, dat het met de eerste schok tot aan het groot luik werd doorgesneden en het schip dadelijk vol liep, zodat de equipage nog alleen de tijd had om zich op het Franse schip te redden, hetgeen haar dan ook gelukte, met uitzondering echter van de zeilmaker G. van Gelderen, benevens 5 Javaanse matrozen, die met het wrak, dat weinige ogenblikken daarna zonk, verdronken.
Het Franse schip heeft ook belangrijke schade gekregen, zijnde de boegspriet dadelijk en weinige ogenblikken later de fokkemast gebroken, waarna ook nog braken de grootbramsteng, marssteng en grietjessteng.
Nadat de eerste verwarring voorbij was, trachtte men zich aan boord van de LA FLEUR DU SUD van het gebroken tuig te ontdoen, waarbij de equipage van de MARIE SOPHIE ijverig hielp, die onder andere het bezaan- en grootzeil bijzetten, waardoor het reddeloze schip beter begon te leggen.
Toen de dag aankwam zag men de AMSTEL in het noordoosten van het Franse schip, en hees een noodvlag. Men kon niet bemerken dat dit door de AMSTEL werd gezien, waarop men besloot met alle spoed een noodtuig op te zetten. Tegen 9 ure zag men de AMSTEL naar het Franse schip afhouden en die dan ook kort daarna achter de LA FLEUR DU SUD heen liep.
Aan kapt. Rademaker werd het ongeluk medegedeeld, die daarop dadelijk de boot liet strijken, om de equipage van de MARIA SOPHIA af te halen, die dan ook spoedig aan boord van de AMSTEL was. Hetzelfde werd aan de Franse kapitein aangeboden, maar deze weigerde, zeggende dat hij de schade wel zou herstellen.
Aan boord van de AMSTEL werd de equipage van de MARIA SOPHIA met deernis, maar met zeemans hartelijkheid ontvangen, en van het allernodigste voorzien. Ere zij daarvoor gebracht aan kapt. Rademaker en zijn equipage, die als om strijd trachten de aldus geredden te helpen.


  JB - Javabode

Van Soerabaya wordt ons onder dagtekening van 1 augustus bericht, dat op de 30 juli jl. aldaar waren aangekomen de heer Samuel Banes, gezagvoerder en de equipage van de Engelse bark ARTEMISIA, gestrand op een rif in de nabijheid van Kangiang, ten westen van het eiland Urk, waardoor men veronderstelt dat die noodlottige gebeurtenis op het Taketrif plaats gehad heeft. De schipbreukelingen hebben zich met de sloepen gered en men leest in de Javasche Courant van heden, dat de assistent-resident van Sumanap de nodige maatregelen heeft genomen er voorkoming van beschadiging en plundering van het wrak en diens inhoud.


  JB - Javabode

Batavia, 8 augustus. De 5e dezer is hier aangekomen Zr.Ms. fregat PALEMBANG, kapt. ter zee J.P. Woutersz, de 15e april vertrokken van Vlissingen.
De 6e dezer zijn hier aangekomen de Nederlandse schepen CORNELIA, kapt. H. Visser, de 18e juni vertrokken van Port Philip, en de AMSTEL, kapt. Rademaker, met een passagier, de 9e juni vertrokken van Sydney.
Heden zijn hier aangekomen de Nederlandse schepen JACOB ROGGEVEEN, kapt. …, de … vertrokken van Manilla, en H. VINCENTIUS VAN PAULO, kapt. K.H. de Groot, de … vertrokken van Melbourne.


  JB - Javabode

Samarang, … augustus. De Nederlands-Indische bark KAS BEL MAAS is op de klippen nabij Japara vast geraakt en vruchteloos door de stoomboot (opm: KONINGIN DER NEDERLANDEN) geadsisteerd.


10 augustus 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia (opm: Djakarta), 24 juni. Zr.Ms. korvet SUMATRA, kapt.luit. H. Wipff, is bij Kema (opm: Sulawesi) in brand geraakt. Het vaartuig is weg, de commandant en de equipage zijn gered. (opm: zie NRC 130854 en 150854)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Bremerhaven, 5 augustus. Heden werd alhier door de Oldenburgse kof MARIA aangebracht de bemanning van de Nederlandse tjalk TWEE GEBROEDERS, kapt. W. Schol. Genoemde tjalk, met een lading stukgoederen van Londen naar Harburg bestemd, is de 2e dezer in zee gezonken.


11 augustus 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 10 augustus. Het aan de Commercie Compagnie te Middelburg toebehorende barkschip COMMERCIE COMPAGNIE, van Hong Kong met circa 500 Chinese werklieden te Havana aangekomen, is aldaar, naar men verneemt, door de Nederlandse consul met bijstand der Spaanse autoriteiten in beslag genomen en de gezagvoerder M. Butijn voorlopig gearresteerd wegens ontrouwe handeling ten opzichte zijner verantwoording aan de voornoemde eigenaars van zijn schip.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Alblasserdam, 9 augustus. Heden is met het beste gevolg te water gelaten van de werf der scheepsbouwers J. & K. Smit te Nieuw Lekkerland het voor rekening van de heren Den Bouwmeester, Borsius & v.d. Leije te Middelburg gebouwde schip SUSANNA EN ELISABETH (opm: bark SUZANNA ELISABETH), kapt. C. Ouwehand, groot 390 gemeten lasten.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 10 augustus. De schepen JACOB VAN CLEEF, kapt. Rozema, en JOHANNA CATHARINA, kapt. Kuen, van de Donau naar het Kanaal, zijn volgens brief van Konstantinopel (opm: Istanbul) d.d. 27 juli, onder meerdere schepen, te Sulina (opm: Roemenië) door het Engels stoomschip FURIOUS aangehouden en naar Konstantinopel gesleept. Men had aan de Nederlandse schepen hun vlag laten behouden, doch die van andere natiën door de Engelse vlag vervangen. Er werden pogingen aangewend om hun in vrijheidstelling te bewerken.
(opm: zie ook NRC 240854 en 070954)


12 augustus 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 11 augustus. De 9e augustus is in het Elshout met goed gevolg te water gelaten van de werf van de scheepsbouwmeester J. Pot het barkschip de ZWAAN, groot ongeveer 260 lasten, gebouwd voor rekening van de heer H.G. Croockewit te Amsterdam.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Memel (opm: Klaipeda), 4 augustus. De Nederlandse kof ANNECHINA, kapt. Veendorp (opm: ANNEGIENA, K.G. Veendorf), van Riga naar Memel vertrokken om aldaar een lading voor Antwerpen in te nemen, is de 4e augustus bij het binnenlopen van laatstgenoemde haven vergaan.
(opm: zie NRC 250854)


  AH - Algemeen Handelsblad

Vlaardingen, 10 augustus. Heden namiddag werd van de werf der heren S. van Gijn & Zn met goed gevolg te water gelaten het aldaar nieuw gebouwde barkschip KAAP HOORN, groot circa 250 lasten, gevoerd zullende worden door kapt. Guijt, onder directie van de heer P. van Rossum te Rotterdam.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Groningen, 11 augustus. Gisteren zijn alhier gearriveerd de schoener-galjoot de DRIE GEZUSTERS GIEZEN, kapt. E.J. Dik, van Veendam, gebouwd bij H.J. Nibbelke aldaar, en de kof-galjoot BROEDERTROUW, kapt. F. Pot, van Veendam, en aldaar gebouwd bij H.J. Bieze. Beide bodems zijn elk ongeveer 90 last groot.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Het bij Fredrikshavn gestrande en te Groningen te huis behorende schip HELENA, gevoerd geweest door kapt. Gialts (opm: kof, bouwjaar 1844; kapt. Wolter Jan Gialts, zie NRC 110554, 130554; de zeebrief werd op 21 augustus geroyeerd, na door de consul te Elseneur te zijn verzonden met de mededeling ‘schip is verongelukt’), is de 2e augustus te Fredrikshavn voor 1.365 Rijksbankdaalders voor Noorse rekening verkocht. (opm: mogelijk bedoeld naar Noorwegen verkocht)


  JB - Javabode

Van Soerabaija wordt medegedeeld, dat het Nederlands-Indische schip AL ALOEWIE op de 29e juli de rede van Sumanap met een lading van 170 koyangs zout, naar Cheribon bestemd, verlaten heeft en in de avond van die dag op de hoogte van het eiland Gielian verongelukt is. De equipage is gered.


  JB - Javabode

Batavia, 11 augustus. Gisteren is hier aangekomen het Nederlandse schip KONINKLIJKE NEDERLANDSCHE YACHTCLUB, kapt. Von Lindern, de … vertrokken van China.
Heden is hier aangekomen het Nederlandse schip NIJVERHEID, kapt. E.L. Kerkstra, de … vertrokken van Manilla.


13 augustus 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hellevoetsluis, 12 augustus. Gisteren arriveerde alhier het stoomschip GIRONDE, kapt. P.J. van Emmerik, van Havre, met schade aan de machine.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 22 juni. Van Menado ontvangt men de tijding, dat Zr.Ms. korvet SUMATRA, gecommandeerd door de kapt.luit. H. Wipff, op de rede van Kema de 16e mei door brand geheel is verongelukt (opm: zie NRC 100854 en 150854). De gemelde korvet bevond zich op een kruistocht in de Molukse wateren, en was de 14e mei ter rede van Kema ten anker gekomen om voor de equipage, onder welke velen door koorts waren aangetast, verversingen en kinine aan boord te nemen. In de nacht tussen de 15e en de 16e mei, ten half vier ure voor de middag, ontdekte men brand in de bottelarij, die zich zo snel verspreidde, dat men reeds ten 6 ure aan het behoud van het schip moest wanhopen. Men ging echter met alle kracht en met alle beschikbare middelen voort met pogingen om het vuur te blussen, doch ten 8 ure voor de middag had dit reeds dermate de overhand genomen, dat er aan geen behoud van het schip meer te denken was, en men alleen bedacht kon zijn om de opvarenden te redden, waarin men dan ook gelukkig nog is geslaagd. Van hun goederen en klederen is weinig of niets behouden gebleven. Van de inventaris van het schip zijn nog enige voorwerpen gered. De verongelukten zijn aan de wal met de meeste deelneming en hartelijkheid ontvangen. De schepelingen hebben zich gedurende het onheil uitmuntend gekweten. Op de plaats waar het schip gezonken is, heeft men een baak opgericht ter waarschuwing van zeevarenden, die aldaar zouden willen passeren.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 22 juni. Scheepsvrachten. Voor Nederland is nog slechts weinig vraag en werden met die bestemming te Soerabaija slechts genomen de YSTROOM à NLG 65 voor tabak en tin tot 1/4 vracht, en de JAN DANIEL, te laden voor 15 augustus à NLG 75 voor suiker en NLG 65 voor tabak. De GENERAAL VAN DEN BOSCH bedong om te Ceylon te laden naar Londen voor koffij GBP 4.10, en voor olie GBP 5 à GBP 5.10. De RIDDERKERK, HENDRIK JAN, EDUARD en HENRIETTE ELISABETH SUSANNA maakten, om te Calcutta te laden naar Cowes om order, GBP 5.10. De REGINA nam een lading kolen aan van Labuan naar Hongkong à $ 6½ per ton. De JAN SCHOUTEN en WILLEM EN KAREL (WILLEM EN CAREL) werden genomen voor een tussenreis naar Banda.
Verbetering: in ons vorig bericht leze men niet de DUIVELAND, doch wel de HOLLANDS TROUW.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 12 augustus. De Staats-Courant meldt: Neutrale schepen, welke ladingen in hebben, ter goeder trouw gekocht en aan boord geleverd vóór de dag van het aanvangen der blokkade van Archangel, zijnde de 1e augustus l.l, zullen, op vertoon van bewijs van dien, vergunning erlangen (opm: verkrijgen) om te vertrekken, doch, vermits elk schip uit een geblokkeerde haven komende, prima facie in de termen valt van genomen te worden, zullen alle zodanige schepen door de blokkerende scheepsmacht worden aangehouden en gevoerd naar het dichtstbij gelegen hof van admiraliteit ter beoordeling, en ze zullen niet worden vrijgegeven, tenzij er bewijs worde geleverd, dat de lading geheel aan boord genomen is vóór de aanvang der blokkade.


14 augustus 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. H.J. Rietveld en D.F. Stieven, makelaars, zullen op maandag de 21e augustus 1854, des avonds ten 6 ure, in de Nieuwe Stads Herberg aan het IJ te Amsterdam, ten overstaan van een daartoe bevoegd beambte, verkopen een extra ordinair, welbezeild, kopervast barkschip, voorzien van een metalen huid, varende onder Nederlandse vlag, genaamd HENRIETTE CLASINA, gevoerd door kapt. T. Hagen, volgens Nederlandse meetbrief lang 38 el 40 duim, wijd 6 el 38 duim, hol 5 el 81 duim (opm: 38,40 x 6,38 x 5,81 m.), en alzo gemeten op 633 tonnen of 334 lasten, en dat met al deszelfs rondhouten, opstaand en lopend want, ankers, zeilen, touwen en andere scheepsbehoeften, als breder bij de inventaris is vermeld. Nader onderricht bij bovengenoemde makelaars.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Gerhard Jacob Roland Holst, Floris der Kinderen, Jan Corver, Hermanus Isaac Rietveld, Christiaan Adolph Schröder, Barend Dirk Bosscher, Christiaan Ament en Gerrit Jan Boelen, makelaars, zullen op maandag de 28e augustus 1854, des avonds ten 6 ure, in de Nieuwe Stads Herberg aan het IJ te Amsterdam verkopen een extra ordinair, welbezeild, gekoperd brikschip, genaamd PHOENIX, gevoerd door kapt. H.J. de Boer, volgens Nederlandse meetbrief lang 25 el 40 duim, wijd 4 el 53 duim, hol 4 el 15 duim (opm: 25,40 x 4,53 x 4,15 m.), en alzo gemeten op 212 tonnen of 112 lasten. Breder bij inventaris en bericht bij bovengemelde makelaars of bij de cargadoors B.D. Bosscher & Zoon te Amsterdam. (opm: zie NRC 290854 en 011154)


15 augustus 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Harlingen, 13 augustus. In de nacht tussen gisteren en heden is het kofschip de JONGE ALBERT uit onze haven vertrokken (opm: met een bemanning van de Engelse marine, vermoedelijk gevoerd door S.J. Dickens [geen rang bekend]) en door een onzer loodsen in zee gebracht om, naar men zegt, verder rechtstreeks naar Engeland te stevenen.
(opm: zie ook NRC 170854 en LC 120954)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

(Geen plaats of datum) Uit officiële, bij het departement van marine ontvangen rapporten van de commandant van ´s Rijks Zeemacht in Oost–Indië en inspecteur der marine aldaar, blijkt, dat de oorzaak van het verbranden der korvet SUMATRA (opm: zie NRC 130854) op de rede van Kema (eiland Celebes) de 16e mei 1854 is toe te schrijven aan de ontbranding van een in de kaaskamer de vorige middag geborgen zak, gevuld met koffijbonen, welke kort te voren gebrand waren, en dat, na de eerste ontdekking daarvan, de volgende morgen omstreeks 3½ ure, reeds zulk een walm en rook te voorschijn kwamen, dat niemand meer het in het tussendeks kon uithouden. De kapt.luit.-ter-zee Wipff roemt zeer de ijver en het gedrag der officieren en schepelingen, en in het bijzonder het moedige gedrag van de luit.-ter-zee 2e kl. Jhr. N.A. Holmberg de Beekfelt.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. H. Vriesendorp, J.P.M. Boonen, E. Mauritz, P.J. de Kanrter Jr, H. Boonen, D. de Jongh Wz, J. Vriesendorp en B. de Witt, makelaars, presenteren, als lasthebbenden van hun principalen, ten overstaan van een daartoe bevoegd beambte, op zaterdag de 19e augustus 1854, des middags ten 12 ure precies, ten huize van J. Zahn in het Nederlandsch Koffijhuis over het Marktplein te Dordrecht bij openbare veiling te verkopen een extra ordinair, welbezeild, gekoperd en kopervast fregatschip, genaamd de KONINGIN DER NEDERLANDEN, varende onder Nederlandse vlag en gevoerd door kapt. E, Groeneveld Cadee, volgens Nederlandse meetbrief lang 40,00 el, wijd 7,32 el, hol 5,70 el, en alzo gemeten op 742 tonnen of 392 lasten, liggende in de Kalkhaven te Dordrecht, en breder bij de inventaris omschreven. Nadere onderrichting te bekomen bij bovengenoemde makelaars of bij de gezamenlijke cargadoors te Dordrecht.


  DC - Dordtsche Courant

Dordrecht, 14 augustus. Op de zaterdag te Amsterdam op het IJ plaats gehad hebbende wedstrijden van de Koninklijke Nederlandsche Zeil- en Roeivereeniging heeft bij de wedstrijd der scheepsbarkassen, waarvoor negen inschrijvers waren, die der KOSMOPOLIET van de heren Gebr. Blussé de prijs behaald, bestaande in een zeer fraai, sierlijk en met smaak in antieke stijl bewerkte zilveren drinkhoren, met het stadwapen en verdere attributen, aangeboden door de stad Amsterdam.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Bergen, 4 augustus. Scheepsvrachten. Er is gebrek aan schepen, zowel voor Nederland als voor de Middellandse Zee. Naar de laatste is 14 st. en 15% per waag (opm: zekere gewichtshoeveelheid, met name bij vis) voor een klein schip betaald. Een grotere heeft 17 st. en 15% om in Tromsö te laden, bedongen.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Pillau, 6 augustus. Scheepsvrachten. De drukking der vrachten duurt voort en enige schepen zijn weer in ballast verzeild. Naar Londen is Sh.38/-, ten laatste Sh.36/- per ton hennep, naar de oostkust Sh.38/-, ten laatste Sh.35/- voor hennep, Sh.17 voor lijnkoeken; naar de oostkust van Schotland Sh.36/-, Dundee Sh.35/-, Liverpool Sh.43/-, alle voor vlas, bewilligd.


16 augustus 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 15 augustus. Uit een goede bron ontvangen wij de volgende belangrijke mededeling, waarin wij, als zijnde een authentiek stuk, geen verandering hebben gebracht.
Extract uit de zeeverklaring van de gezagvoerder en equipage van het verongelukte schip DOELWIJK (opm: zie NRC 290754), gepasseerd te Batavia de 9e juni 1854:
…dat na het verlaten van Port Jackson (opm: Sydney) zij gedurende enige dagen veel tegenspoed ondervonden, en eerst de 19e april op 22º20’ ZB 152º50’ OL waren gevorderd, de koers bepalende om ten oosten van het Wreck rif en ten westen van het Kenn rif door te zeilen. Dit plan werd echter door zware donderbuien uit het noorden verijdeld. De 20e april op 21º40’ ZB 156º14’ OL volgens chronometer, zagen zij het schip HESTER weder, hetwelk de vorige nacht uit het gezicht was geraakt, en stevenden beiden toen over de noord-westelijke boeg, na overeengekomen te zijn ten 8 uur om de oost te wenden om gedurende de nacht, indien de wind een gunstige wending mocht nemen, te koersen. Tegen het vallen van de volgende avond waren beide schepen nog bij elkander en bleek het bij vergelijking de geobserveerde chronometerlengte der HESTER en DOELWIJK 156º OL was. Ten 8 ure ’s avonds was de gegiste breedte 21º12’ ZB en de herleide chronometer 155º28’ OL, en richtten daarop de koers noordwest half noord. Terwijl men hiermede bezig was, werd men in het duister – zijnde het die avond zeer donker – een stroombranding vooruit en in de onmiddellijke nabijheid van het schip gewaar, door de windstreek in de onmogelijkheid verkerende om het gevaar te ontwijken.
Bijna op hetzelfde ogenblik stootte het schip allerhevigst, en werden zij weldra door het aanhoudend vreselijk stoten en het gezicht der rotsen en branding overtuigd, dat zij in een zeer gevaarlijke toestand geraakt waren, en dat naar alle waarschijnlijkheid tegen de zuidelijke kant van het Kenn rif, waarvan op de kaart Direction (opm: men bedoelt waarschijnlijk een kaart met Sailing Directions voor de Outer Route Sydney – Thursday Island) op 21º09’ ZB 150º46’ OL het midden werd aangeduid gelegen te zijn en volgens de lengte der chronometers van beide schepen, met elkander overeenkomende, op meer dan vier Duitse mijlen (opm: 1 Duitse mijl is 7407 m) ten westen gepasseerd moest worden, ingevolge gestuurde koers.
Ten slotte dient hier nog vermeld te worden, dat in de nacht, die men op het rif heeft doorgebracht, enigen der onzen vermenen uit een boot te hebben horen roepen “is er nog volk aan boord?”, hetwelk niet anders dan uit de boot of boten van de HESTER kan zijn geweest, welke buiten de DOELWIJK en de branding om voeren. Alhoewel zulks beproefd werd, konden zij tegen de wind zich niet doen horen. De volgende morgen werd niets meer aan boord der HESTER gezien, zodat de equipage die bodem ook verlaten had. Dit schip zat in een voordeliger positie dan de DOELWIJK om boten buiten boord te kunnen zetten, als liggende met de kop op het rif, terwijl zij (opm: de DOELWIJK) er langs lagen. De HESTER had een grote sterke barkas aan boord, met het benodigde zeiltuig.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Texel, 15 augustus. Het heden morgen binnengekomen schip SUSANNA, van Suriname, aan boord van welk schip de gele koorts heeft geheerst, waaraan kapt. T.M. Jaski en de stuurman zijn overleden, is verder gevoerd en binnengebracht door de heer C.F. Lucke, officier van gezondheid bij de marine, als passagier aan boord van gemelde bodem.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Naar Batavia, Samarang en Soerabaija ligt te Amsterdam in lading, mede voor passagiers, waarvoor hetzelve bij uitstek ingericht is door deszelfs ruime hutten en verdere magnifique inrichtingen, het nieuw gebouwd, gekoperd barkschip DE ZEENIMPH (opm: ZEENYMPH), gevoerd door kapt. J.W.J. Witsen Elias, varende onder directie van de heer F.A. Jas en voerende een geëxamineerde scheepsdokter. Voor de passagiers is aan boord voorhanden een badkamer, piano en bibliotheek.
(opm: aankondiging van de eerste reis)


  JB - Javabode

Melbourne, 21 juni. Men heeft ter plaatse nog niets vernomen van het Nederlandse schip INDUSTRIE, kapt. J. van Dijk, bereids in april van Sydney derwaarts gezeild. Het weder was op zee langs de kusten in de omstreken van Melbourne zeer onstuimig geweest, waardoor vele schepen averij hadden bekomen.
(opm: de schoener, bouwjaar 1847 ging verloren zonder een spoor na te laten; het was het eerste in Nederland [door Fop Smit, Kinderdijk] gebouwde ijzeren zeilschip,


  JB - Javabode

Batavia, 15 augustus. De 12e dezer zijn hier aangekomen de Nederlandse schepen VIER GEZUSTERS, kapt. P. Verschuur, de 28e juni vertrokken van Melbourne, en ANTOINETTA MARIA, kapt. J.P. Heuser, de 30e juni vertrokken van Port Philip.
De 13e dezer zijn hier aangekomen de Nederlandse schepen EUTERPE, kapt. A. Kuipers, de 3e juni vertrokken van Melbourne, en JACOBA CORNELIA, kapt. G.M. Lodewijks, de 21e mei vertrokken van San Francisco.
Heden is hier aangekomen het Nederlandse schip NEDERLAND, kapt. T. Ruiter, komende van Australië.


17 augustus 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 16 augustus. Ten aanzien van het reeds vermelde vertrek van het schip de JONGE ALBERT uit Harlingen naar Engeland (opm: NRC 150854) in de vroege ochtend van 13 dezer, vernemen wij nader, dat het bedoelde vaartuig onder bevel van de Engelse zee-officier, die zich te Harlingen bevond, zonder enige lading en alleen met de nodige ballast is vertrokken, nadat vooraf het onlangs op de bodem gelegd conservatoir beslag door de arrestant was opgeheven. Dit vertrek moet hebben plaats gegrepen buiten enige daartoe strekkende order van het Nederlands gouvernement. De kapt. Van der Zee en de overige manschap der equipage zijn niet mede vertrokken.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Curaçao, 1 juli. De 29e juni is van de werf der heren v.d. Meulen & Co te water gelaten een schoener, genaamd MONTE CHRISTO, metende 101 ton, zijnde de 37e (opm: het 37e schip) bij die werf gebouwd.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Lissabon, 8 augustus. Het Nederlandse schip (opm: bark) VRIJHANDEL, kapt. Leversteyn, van Licata (opm: Sicilië) naar Rotterdam bestemd, is hier eergisteren lek en met gebroken grote mast binnengelopen. De lading wordt gelost.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Alexandrië, 31 juli. Het Nederlandse schip STAD SLUIS, kapt. Ets (opm: H. Eddes), van hier naar Falmouth vertrokken, is met een lek uit zee teruggekomen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Men vraagt te koop een goede brik of schoener, groot 75 à 100 last, gekoperd en kopervast. Aanbiedingen franco aan het bureau dezer courant.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Aanbesteding op 16 augustus e.k. van het benodigde smidswerk voor de driemast schepen CONCURRENT en VOORUIT, in aanbouw zijnde op de werven van de heren Gebrs. Visser, aan het Zalmgat alhier, en zulks voor alle solide meester-scheepssmeden binnen de stad Rotterdam, bij onderhandse inschrijving en verder op de voorwaarden, ter inzage liggende ten kantore van de heer H. van Rijckevorsel, alwaar de inschrijvingsbilletten moeten bezorgd worden.


18 augustus 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 17 augustus. Volgens brief van kapt. T. Gollards, voerende het schip CORNELIA EN HENRIETTE, van Londen naar Sydney, d.d. Bahia 15 juli 1854, was hij de 23e juni tot herstel van schade in die haven binnengelopen en had, na volbrachte reparatie, de 15e juli op nieuw de reis aanvaard.


19 augustus 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 18 augustus. Met bijzonder genoegen melden wij een vererende onderscheiding, één onder landgenoten ten deel gevallen. Kapt. A.P. Klein, voerende het Nederlandse barkschip MAGDALENA, van de heren Gebr. Hartsen te Amsterdam, had het geluk de 24e november 1852 de bemanning te redden van de Engelse schoener ICENI, van Sunderland, toen deze bodem op zijn reis van Newcastle naar Valencia zich in zinkende toestand bevond. Thans heeft het comité der Engelse Lloyd de edelmoedige daad van kapt. Klein, door hem met eigen levensgevaar kloek volbracht, op de rechte prijs weten te schatten en deze brave scheepsgezagvoerder een blijk van erkentelijkheid gegeven door de toezending van een keurig bewerkte herinneringsplaat met bijschrift, in vergulde lijst gevat, welke eervolle gedachtenis thans te Amsterdam ontvangen is bij de heer J. Mayor Still, agent van Lloyd, wiens bemoeienissen ten deze alle lof verdienen. Bij afwezigheid van de kapitein heeft de heer Still het ontvangen huldeblijk bij de reders der MAGDALENA gedeponeerd om het hem na zijn terugkomst uit te reiken.


  AH - Algemeen Handelsblad

Hellevoetsluis, 17 augustus. Heden of morgen vertrekt het Nederlandse viermast schoenerschip ARGO, kapt. D. Huysers, liggende hier ter rede, naar Brouwershaven om met het aan boord zijnde detachement suppletie-troepen bij gunstige gelegenheid naar zee te zeilen.
(opm: de ARGO vertrok op 28 augustus op haar eerste reis van Brouwershaven naar Batavia).


  JB - Javabode

Batavia, 17 augustus. Heden zijn hier aangekomen de Nederlandse schepen INDIA, kapt. R.J. Rijken, met een aantal passagiers en Zr.Ms. troepen, de 10e mei vertrokken van Rotterdam, en WILLEM DANIEL, kapt. F. de Meester, met twee passagiers, de 12e mei vertrokken van Texel.


20 augustus 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 19 augustus. Op de werf van de heren J. & K. Smit te Nieuw Lekkerland is eergisteren voormiddag met het beste gevolg te water gelaten een barkschip, groot ca. 400 lasten, genaamd EGMOND EN HOORNE. Gemelde bodem is gebouwd voor rekening der heren E. Suermondt & Zoonen & Co c.s, en zal gevoerd worden door kapt. A. Glazener.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Dordrecht, 19 augustus. Heden namiddag om 1½ uur is van de werf van de scheepsbouw- meester Jan Schouten met het beste gevolg te water gelaten het nieuw gebouwd en gekoperd barkschip LOUISA KROONPRINCES VAN ZWEDEN, gebouwd voor rekening ener rederij onder directie van de heer G. Mauritz alhier en gevoerd zullende worden door kapt. J. van der Linde Hzn. Genoemde bodem is bestemd voor de grote vaart.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Publieke verkoping in het Nederlandsch Koffijhuis bij G. Zahn te Dordrecht op zaterdag 19 augustus: het fregatschip KONINGIN DER NEDERLANDEN, kapt. E. Groeneveld Cadee, in trekgeld NLG 22.700, gekocht voor NLG 25.000 door D.A. de Jongh, scheepsreder te Zwolle.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Penang, 30 juni. Het alhier afgekeurde schip STAD DORDRECHT is voor 11.600 piasters verkocht.


21 augustus 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 20 augustus. In ons nommer van 17 dezer deelden wij een door ons uit Le Précurseur (opm: Antwerpse krant) overgenomen bericht mede uit Alexandrië d.d. 31 juli, waarin gemeld wordt, dat het Nederlandse schip STAD SLUIS, kapt. Eddes, aldaar met een lek uit zee was teruggekomen. Van een geachte zijde worden wij heden verzocht dit bericht te rectificeren, daar volgens een brief van de kapitein het schip niet lek is. Alleen heeft het in een zware windbui de voorsteng verloren en is om die te remplaceren (opm: vervangen) in Alexandrië geretourneerd. Kapt. Eddes, wiens brief van 4 augustus gedateerd is, meldt verder, dat hij op die dag gereed lag om weder zee te kiezen en dat alles aan boord in de beste orde was.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Kertch, 21 juli. De Nederlandse galjas BERTHE, kapt. Wold, van Newcastle komende, is eergisteren in de Bosphorus gestrand. Het schip zit 5½ voet in het zand en het is tot op dit ogenblik nog niet mogen gelukken het vlot te brengen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Onderhandse verkoop van een Fabriek van Stoomboten en Werktuigen te Kampen. De Rijn- & IJssel Stoomboot-Maatschappij biedt ter overneming aan de door haar opgerichte, bijzonder gunstig te Kampen aan de IJssel gelegen fabriek van stoomboten en werktuigen, met al derzelver gebouwen, getimmerten, dwars- en langshellingen, bijzondere haven met staande bok, kopergieterij, werktuigen, gereedschappen, enz. Ten burele van de ondergetekende directeur der voornoemde maatschappij liggen de inventaris en de voorwaarden van verkoop ter visie en wordt door hem des maandags, woensdags en vrijdags van af 25 augustus tot en met 22 september aanstaande gevaceerd (opm: opengestaan) tot het geven van nadere inlichtingen en aanwijzingen.
De directeur voornoemd, C.F. Frowein.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Uit de hand te koop een in het jaar 1853 nieuw gebouwd en gezinkt driemast schoenerschip, benevens daarbij zijnde bijna complete inventaris, alsmede een schoenerschip, in dit jaar zwaar vertimmerd, met een gedeelte van de inventaris, beide liggende in de Binnenhaven aan het Nieuwe Diep. Franco aanvrage bij J. Bakker en S. Lastdrager te Nieuwediep, en J. Conijn te Egmond aan Zee.


22 augustus 1854


 PGC - Provinciale Groninger Courant

In een hoofdartikel van het Algemeen Handelsblad over het schip de JONGE ALBERT wordt ten slotte gezegd:
Wij mogen het niet ontveinzen, dat de loop van zaken nopens de JONGE ALBERT met enige spanning werd gadegeslagen. Het kan dus niet anders, dan als een aangename zaak beschouwd worden, dat de moeilijkheden uit de weg geruimd zijn en het geschil zich heeft opgelost, zonder tussenkomst van onze regering en zonder dwang van het buitenland.
Het netelige vraagstuk is geëindigd, tengevolge van de vaderlandslievende gezindheid van de eigenaar van de JONGE ALBERT, die besloten heeft het schip naar Engeland te doen stevenen, teneinde het dáár aan de uitspraak van de admiraliteit worde onderworpen. Men mag met grond vertrouwen en men is bijkans daarvan overtuigd, dat de JONGE ALBERT weldra met nog twee andere schepen, die zich hetzelfde geval bevinden, in onze havens zal terugkeren. Die hoop en dat vertrouwen steunen vooral daarop, dat die schepen een dag voor de blokkade prijs gemaakt zijn en omdat Engeland van de opvordering der lading reeds heeft afgezien. Zo die verwachting zich mocht verwezenlijken, dan zullen wij ons dubbel verheugen over de goede afloop ener zaak, die van netelige aard was en waarvan bij niet spoedige oplossing ernstige verwikkelingen te duchten waren.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Dantzig, 14 augustus. Scheepsvrachten. Vrachten stil, doch hebben meer vastheid verkregen. Men bewilligt naar Groningen NLG 18 en naar Bordeaux Ffrs 65 voor hout, naar Londen Sh.3/4 à Sh.3/3 en naar Goole en Newcastle Sh.3/- per quarter tarwe, naar Leer NLG 19 voor hout.


  LC - Leeuwarder Courant

(opm: verkort) Verslag der Provincie Friesland in 1853, door Gedeputeerde Staten,
Hoofdstuk XVI: Handel en Scheepvaart.
In 1853 waren er in onze provincie 106 scheepstimmerwerven, waarop in 1853 gebouwd werden 209 schepen, ter gezamenlijke grootte van 4237 tonnen.
De toestand der buitenlandse scheepvaart is zeer gunstig geweest en ten gevolge der hoge vrachtlonen hebben de rederijen in het algemeen voordelige zaken gemaakt.
Gedurende 1853 werden afgebouwd te Harlingen 2 schoenerschepen, groot 191 en 153 ton, een barkschip, groot 346 ton en een tjalkschip, groot 72 ton, en te Lemmer een kofschip, groot 150 ton. In aanbouw was te Lemmer een schoenerschip.
Voor zo ver uit de gemeente-verslagen kon worden opgemaakt, behoorden in 1853 in Friesland te huis 90 zeeschepen, waarvan te Leeuwarden 9, groot 1030 ton, Harlingen 40, groot 5981 ton, Dokkum 5, Makkum 1, Heeg 6, Gaastmeer 3, Schiermonnikoog 25 en Stavoren 1. Van de laatste zes gemeenten is de tonnen-inhoud niet opgegeven.


  LC - Leeuwarder Courant

Te koop: een onlangs opgerichte scheepstimmerhelling, met daarbij nieuw afgebouwd huisje, zeer geschikt en voordelig ter uitoefening der scheepstimmeraffaire, gelegen aan de Echtenerbrug. Te bevragen bij Sipke Geerts, koopman te Joure.


23 augustus 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 22 augustus. Het heeft Z.M. behaagd te bepalen, dat aan het bij ’s Rijks werf te Vlissingen aan te bouwen fregat der 1e klasse met stoomvermogen van 51 stukken de naam zal worden gegeven van EVERTSEN, alsmede, dat de schoenerbrik met stoomvermogen de VUURPIJL voortaan de naam zal voeren van MONTRADO.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlissingen, 21 augustus. Gisteren is Zr.Ms. fregat PRINS VAN ORANJE buiten dienst gesteld en heden is de vlag gehesen aan boord van Zr.Ms. fregat DE RUYTER, hetwelk gecommandeerd wordt door de kapt.ter zee F.X.R ’t Hooft. Dit fregat onderscheidt zich door een schone vorm en een doelmatige inrichting en is zeker het schoonste fregat onzer marine te noemen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Falmouth, 20 augustus. Het Nederlandse schip (opm: bark) de VREDE, kapt. Ter Bruggen, van Swansea naar Batavia bestemd, is hier heden met gebroken fokkemast binnengelopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Voor passagiers en goederen naar Java zal in de loop van de maand september vertrekken het nieuw gebouwd, gekoperd fregatschip NEDERLAND, kapt. P. Huidekoper, hebbende uitmuntende inrichtingen voor passagiers en varende een bekwame scheepsdokter. Nadere informatiën zijn te bekomen bij de reders, Gebr. Hartsen, en bij de cargadoors d’Arnaut & Co, te Amsterdam. (opm: eerste reis)


  JB - Javabode

Advertentie. De ondergetekende kan niet nalaten, alvorens hij Java’s grond verlaat, zijn openlijke dank te betuigen aan Batavia’s ingezetenen, die zo welwillend in de bijdrage van de som van NLG 950,-, hem door de Wel Edele Heren Van Ommeren & Rueb ter hand gesteld, hebben gedeeld.
Mochten deze gelden mij en mijn equipage in het nodigste doen voorzien, niettemin werd hierdoor de rampvolle nacht van 3 op 4 juli nogmaals dubbel in ons geheugen terug geroepen, die wij met levensgevaar nauwelijks ontkwamen.
Ik zal dan ook in mijn geheugen medenemen en overbrengen naar het moederland, dat Batavia’s ingezetenen, ook nog gaarne het hunne willen bijdragen, om de rampen die de zeeman treffen, enigszins te helpen lenigen.
Gezagvoerders van enige hier ter rede liggende schepen, nemen even zo door deze mijn innigste dank aan voor de aangeboden hulp waarmede zij mijn ramp hebben willen verlichten.
De gewezen gezagvoerder van het verongelukte schip MARIA SOPHIA, Menso van Gijzel.
Batavia, 20 augustus 1854.


24 augustus 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 23 augustus. Heden is van de werf van de scheepsbouwmeesters C. & A. van der Giessen te Stormpolder aan den IJssel met het beste gevolg te water gelaten het barkschip VRIENDENTROUW, groot 270 gemeten lasten, zullende gevoerd worden door kapt. Verhoeff, gebouwd voor de rederij van de heer H.G. Croockewit te Amsterdam, en is daarna de kiel gelegd van een barkschip, groot 400 lasten, genaamd HELENA EN ANNA, voor de rederij van de heer J.R. Veder te Rotterdam


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 23 augustus. Men verneemt, dat door het Engelse gouvernement order is gegeven om de WILMINA, kapt. S.J. Vosman, onlangs te Pillau (opm: Baltyisk) opgebracht, onverwijld te ontslaan.
(opm: zie NRC 230754 en 300854)
Ook zijn de JACOB VAN CLEEF, kapt. Rozema, en de JOHANNA CATHARINA, kapt. Keun, die te Sulina (opm: Roemenië) waren aangehouden en door de Engelse stoomboot FURIOUS te Konstantinopel (opm: Istanbul) opgebracht, de 10e dezer vrij verklaard en hebben zij hun papieren terug ontvangen na een oponthoud van 21 dagen.
(opm: zie NRC 110854 en 070954)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Capelle aan den IJssel, 23 augustus. Heden middag wordt van de werf van de heren W. & J. Hoogendijk & Co te water gelaten het campagne-barkschip TRIJNTJE FENNA, voor een rederij onder directie van de heren Schloss & Co, en gevoerd zullende worden door kapt. J. des Ruelles.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Ramsgate, 19 augustus. Het schip de EERSTELING, kapt. Koerkamp, van Amsterdam naar Livorno, is alhier lek binnengelopen.


  DC - Dordtsche Courant

Harwich, 19 augustus. Het Nederlandse schip de JONGE ALBERT, vroeger gevoerd door kapt. Van der Zee, van Riga naar Steenwijk, door een Engels oorlogsschip genomen, is alhier van Harlingen door een Engelse bemanning binnengebracht.


25 augustus 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Harwich, 19 augustus. De Nederlandse bark MACHTILDA CORNELIA, kapt. Lundegreen, van Texel naar Cardiff bestemd, is gisteren morgen op het Longsand (opm: de Long Sands) aan de grond geraakt, doch kwam tegen de avond met adsistentie weder af en is hier heden met verlies van twee ankers, werpen en andere schade binnengebracht.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Kinderdijk, 24 augustus. Heden is van de scheepstimmerwerf van de heer F. Smit alhier met het beste gevolg te water gelaten het ijzeren clipper-fregatschip DE MAAS, groot ongeveer 390 gemeten lasten, gebouwd voor rekening van de heren C. Balguérie & Zonen te Rotterdam, bestemd voor de grote vaart, zullende worden gevoerd door kapt. J.W. Verberne.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Konstantinopel, 10 augustus. De schepen JACOB VAN CLEEF, kapt. Rozema, en JOHANNA CATHARINA, kapt. Keun, alhier opgebracht – zie ons nommer van 11 dezer – zijn weder vrijgegeven.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Memel (opm: Klaipeda), 19 augustus. Gisteren avond is hier aangekomen kapt. Veendorp en de overige bemanning van de Nederlandse kof ANNEGINA, van Riga in ballast naar Memel bestemd. Deze bodem is de 4e dezer op de hoogte van Domesnäs (opm: Kolka) lek geworden en gezonken.
(opm: zie NRC 120854)


26 augustus 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Penang, 1 juli. De Nederlandse bark JEANNETTE CORNELIA, kapt. Veltman, neemt alhier een gedeelte der lading van het afgekeurde schip STAD DORDRECHT (opm: zie NRC 200854) in à GBP 4.10 per ton naar Hamburg. De VICE-ADMIRAAL LUCAS, kapt. de Weerdt, wordt dagelijks verwacht om het restant à GBP 4.15 te laden. Het Nederlandse schip IDA WILLEMINA, kapt. van Weyland, is alhier voor GBP 5.5 per ton naar Londen bevracht. Dit schip wordt binnenkort van Batavia verwacht.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 25 augustus. Heden is te Amsterdam van de werf De Haan van de scheepsbouw-meesters J.R. Boelen & Zonen van stapel gelaten het clipper-barkschip SENIOR, groot 311 lasten, gebouwd voor rekening van de heren Bunge & Co, zullende worden gevoerd door kapt. K.L. Swart.


  JB - Javabode

Van een welwillende hand ontvingen wij ter mededeling inzage van een brief van de heer F.M. Carssens, kapitein van het Nederlandse koopvaardijschip AERT VAN NES (opm: fregat, bouwjaar 1840), gedagtekende van Lunona, in het landschap Toebankoe, op de oostkust van Celebes, 1 juli jl., berichtende dat die bodem op de 17 april tevoren op Great Detached Reef in Torres Straat vergaan is en de bemanning zich slechts met levensgevaar in twee open boten door de branding heeft kunnen redden en na 35 dagen zwervens op zee, worstelende met honger en gebrek, zonder kleding en dekking, evenwel behouden ter genoemde plaats is aangekomen. (opm: zie NRC 210754, JB 290754, NRC 171054, JB 151154 en NRC 170155)
Met het vergaan van de AERT VAN NES was men hier bekend, doch niet met het lot der ongelukkige opvarenden en het is derhalve een grote geruststelling in het algemeen zowel als voor hun betrekkingen in het bijzonder, dat de tijding hunner redding alhier is ontvangen.


  JB - Javabode

Batavia, 25 augustus. De 23e deze is hier aangekomen het Nederlandse schip ELISABETH ANTONIA, kapt. J. Jansen, met een passagier, de 27e april vertrokken van Amsterdam.
Gisteren is hier aangekomen het Nederlandse schip ANNA MARIA WILHELMINA, kapt. G.C. Visscher, de 4e mei vertrokken van Liverpool.
Heden is hier aangekomen het Nederlandse schip JONGE JAN, kapt. …, de … vertrokken van Roltterdam.


27 augustus 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 26 augustus. Aanstaande zaterdag 2 september, ’s namiddags ten 2 ure, zal van de werf Koning William, van de scheepsbouwmeester A. van der Hoog op de hoogte van de Kadijk te Amsterdam worden te water gebracht het brikschip CATHARINA GEERTRUIDA, gebouwd voor rekening der heren A. Poort & Co.


28 augustus 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia (opm: Djakarta), 7 juli. De 3e juni arriveerde op de buitenrede van Batavia de Deense brik COURIER, kapt. Crabb, aan boord hebbende de schipbreukelingen van het op de 21e april j.l. tegen de Kenn Rif, gelegen in de Stille Zuidzee op 21º09’ ZB 155º49’ OL verongelukte Nederlandse barkschip DOELWIJK, gezagvoerder J.H. Zeeman.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 7 juli. De 29e juni arriveerde ter rede van Batavia het Engelse schip COLDEE, kapt. Chambers, aan boord hebbende de equipage van het fregatschip DELTA, kapt. J.G. Kunst, te Dordrecht te huis behorende, hetwelk de 30e mei l.l. op het Kenn Rif totaal is verongelukt. De equipage, bestaande in 29 koppen, is geheel, doch van het schip hoegenaamd niets kunnen gered worden.
(opm: zie NRC 010954, 171054 en 020256)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Wijck auf Föhr, 22 augustus. De te Groningen te huis behorende kof MARIA, kapt. Swart, van die plaats in ballast naar Fredrikstad bestemd, is de 19e dezer op Sylt gestrand en weinige uren daarna verbrijzeld. De bemanning, bestaande uit vier man, is gered en men hoopt ook het grootste gedeelte van de inventaris te kunnen bergen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Memel (opm: Klaipeda), 22 augustus. Verscheidene schepen welke van de Engelsen alhier als prijzen zijn opgebracht, hebben heden de haven verlaten, koers zettende naar Engeland. Onder deze bevindt zich ook de Nederlandse kof NIJVERDAL, kapt. H.R. Giezen welke naar Dundee zal gebracht worden. De schepen zijn, met uitzondering van kapitein, stuurman en kok, door Engelsen bemand.
(opm: zie NRC 290654, 300654 en 290754; de kof was op 18 juni 1854 door de Engelse oorlogsschepen CONFLICT en CRUISE prijs gemaakt op beschuldiging van het breken van de blokkade bij Riga; het schip, bouwjaar 1841, werd op 16 maart 1855 door de Admiralty Court Marshall geveild en bracht GBP 510 op)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Archangel, 12 augustus. Naar de steeds onafgebroken handel te oordelen, schijnt onze haven nog vrij van blokkade te zijn. Sedert de 9e zijn weer 10 schepen binnengekomen en 30 geëxpedieerd. Tot bovengenoemde datum zijn gedurende het seizoen in het geheel alhier binnen gekomen 592 en uitgeklaard 554 schepen.


29 augustus 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 28 augustus. Aangaande het schip AERD VAN NES, kapt. Carstjens – zie ons nommer van 21 juli – wordt in een brief van Batavia in dato 6 juli gemeld, dat het, volgens verklaring der equipage van een Engels schip, in Torrestraat aan de grond zat, zonder dat het mogelijk was enige hulp te verlenen; van het lot der equipage was te Batavia nog niets bekend.
(opm: zie NRC 171054)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 28 augustus. Volgens brief van kapt. Smit,voerende het schip PRINS HENDRIK, van Launceston (opm: Tasmanië) te Passaroeang (opm: Pasaruan) gearriveerd, in dato Passaroeang 20 juni, had hij op het Grens rif van Rain Eiland twee wrakken en binnen in de Torres straat op diverse plaatsen drie wrakken gezien, die ogenschijnlijk niet lang geleden daar gestrand waren.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Lemvig (opm: Limfjord), 22 augustus. In de nacht van 20 op 21 augustus is ten gevolge van zware mist op Harbröe (opm: Harboøre)gestrand het Nederlandse kofschip ADMIRAAL GRAAF VAN HEIJDEN, kapt. W. Drent, van Gloucester met een lading zout naar Koningsbergen (opm: Kaliningrad) bestemd. De bemanning is gered en men heeft een aanvang gemaakt met de berging der lading en van de inventaris.
(opm: zie NRC 010954 en 030954)


  AH - Algemeen Handelsblad

Verkoping van schepen te Amsterdam op 28 augustus 1854: het gekoperd brikschip PHOENIX, kapt. H.J. de Boer: NLG 8.500, in slag NLG 700, opgehouden.
(opm: zie ook NRC 011154)


  DC - Dordtsche Courant

Batavia, 7 juli. Vrachten iets beter. De DILIGENCE werd tot GBP 3/5 voor suiker naar Londen en de ARIANUS WILHELMINA, van Calcutta naar Londen à GBP 5/10 genomen; de ORION nam een lading suiker naar Rotterdam aan à NLG 75,- om hier en te Samarang te laden, terwijl de ZUID HOLLAND NLG 65,- voor tabak en NLG 30,- voor tin bedong.


30 augustus 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. De notaris Van Kruijne te Brielle, zal krachtens daartoe verleende autorisatie van heren agenten van Lloyd’s, op woensdag de 27e september 1854, des namiddags ten één ure, binnen de stad Brielle, om contant geld, verkopen een locomotief stoomwerktuig en ketting-pomp, geborgen uit het verongelukte Belgische smakschip CHARLOTTE, kapitein C. Muijs, bestemd van Liverpool naar Rotterdam. De stoomketel met toebehoren rust op een ijzeren binnenstelling, waaraan twee drijf- en twee draagwielen; houdt tussen vuur- en rookkasten koperen vlampijpen van nagenoeg 8 Eng. voeten lengte; de zuigers in de cilinders, hebben nabij 12 Eng. duimen middellijn bij 16 Eng. duimen slaglengte.
De kettingpomp, bestaat uit solide gegoten ijzeren opvoerbuizen, ter inwendige middellijn van ongeveer 14½ Eng. duim, en is met al wat daartoe behoort in goede staat.
Het locomotief stoomwerktuig, ook tot andere einden gebezigd, en de kettingpomp zonder stoomwerktuig, zo als door paarden gedreven kunnende worden, zo zullen dezelve eerst afzonderlijk, en daarna gecombineerd worden geveild.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 29 augustus. Nopens het reeds door ons vermelde loslaten van de Nederlandse kof WILMINA (opm: zie NRC 240854), welke door de Engelsen opgebracht was, meldt het half-officieel orgaan der Pruisische regering, de Preussische Correspondenz het volgende: Gelijk men weet was het Nederlandse kofschip WILMINA, met een naar Koningsbergen (opm: Kaliningrad) bestemde lading, enige tijd geleden door een Engels oorlogsvaartuig aangehouden en te Pillau (opm: Baltyisk) opgebracht, omdat de bevelhebber van het Engelse schip vermoedde, dat de WILMINA oorlogscontrabande aan boord had. Uit het terstond ingestelde onderzoek bleek intussen, dat de lading uit ijzerwaren bestond, die telken jare geregeld uit de Rhijnprovincie naar de oostelijke provinciën van Pruissen worden overgebracht, met name uit kettingen en andere uitsluitend voor het landbedrijf bestemde gereedschappen, alsmede uit spoorstaven. Deze resultaten van het gehouden onderzoek werden door het Pruisische gouvernement ter kennis van de Britse regering gebracht, en deze heeft thans tot de vrijlating van het schip last gegeven. Wij mogen hierin de erkenning ener rechtmatige aanspraak zien, maar brengen ook gaarne tevens hulde aan de loyaliteit, waarmee de Britse regering gehandeld heeft, zodra zij van de ware toedracht der zaak onderricht was.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 29 augustus. De bevelhebbers van de verenigde Engelse en Franse zeemacht in de Witte Zee hebben de 12e dezer ter kennis gebracht:
- dat de havens in de Witte Zee, zowel die van Archangel en Onega als van anderen, alsmede de reden, enz. in diezelfde zee, van Kaap Swiatoi Nos af tot aan Kaap Kanin (opm: Kanin Nos), gerekend van die dag, in staat van blokkade zijn verklaard;
- dat aan de neutrale schepen, die in deze geblokkeerde havens liggen, een termijn van vijftien dagen is gegund, om hun ladingen in te nemen en te vertrekken, zullende al de schepen, welke na die termijn niet vertrokken zijn, genomen kunnen worden;
- dat de handel tussen de boeren van Finmarken en de bewoners van de kusten der Witte Zee geen belemmering zal ondervinden;
- dat de gouverneur van Archangel verzocht wordt om van deze blokkade aan de consuls der onzijdige mogendheden in al de havens der Witte Zee kennis te geven;
- en dat een termijn van 24 uren na de uitvaardiging van bovengenoemde kennisgeving, gesteld is tot het ontvangen van een antwoord van de gouverneur van Archangel, waarin te kennen wordt gegeven, dat het bericht der blokkade van al de havens in de Witte Zee door hem is geworden.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Uit de hand te koop een bijzonder voor hout geschikt kofschip, onder Hannoverse vlag varende, groot 105 gemeten lasten en liggende alhier. Adres bij de cargadoors de Wed. Jan van Wesel & Zoon te Amsterdam.


  AH - Algemeen Handelsblad

Kapt. Roosjes, voerende het schip MARIA BEERTA, de 28e dezer van Archangel met een lading rogge in Texel binnen, rapporteert de 26e augustus 1854 op 54º30’ NB 05º OL door het volk verlaten te hebben gezien het schoenerschip JOHANNA MARIA.
(red: Het schip JOHANNA MARIA, kapt. P.S. Gerdes, is 19 juli van Archangel naar Dundee vertrokken; buitenlander).


  JB - Javabode

Batavia, 29 augustus. De 27e dezer is hier aangekomen het Nederlandse schip PAULINA, kapt. B.J. Post, de 13e mei vertrokken van Newcastle.
(opm: gezien de reistijd zal Newcastle in Australië zijn bedoeld)
Heden is hier aangekomen het Nederlandse schip MARIA JACOBA, kapt. Lammers, komende van Australië.


31 augustus 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. G.J. Boelen, makelaar, zal op maandag de 18e september 1854, des avonds ten 6 ure, te Amsterdam in de Nieuwe Stads-Herberg aan het IJ, verkopen een extra ordinair, welbezeild, gekoperd brikschip, varende onder Nederlandse vlag, genaamd CATHARINA MARIA, gevoerd door kapitein T.H.J. Hillebrand, volgens Nederlandse meetbrief lang 30 ellen 20 duimen; wijd 5 ellen 6 duimen; hol 3 ellen 85 duimen, en alzo gemeten op 261 tonnen of 138 lasten. Breder volgens inventaris, en bericht bij bovengemelde makelaar of bij de cargadoors De Vries & Co.
(opm: zie AH 190954)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Harwich, 26 augustus. Het alhier binnengelopen Nederlandse schip (opm: bark) MACHTILDA CORNELIA, kapt. Lundegreen – zie ons nommer van 24 dezer – is heden op de patentslip gehaald.


01 september 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 31 augustus. Vanwege de directie der rederij van het op Kenn-Rif verongelukte Nederlandse fregatschip DELTA, gezagvoerder J.G. Kunst, wordt de navolgende extract-verklaring van bovengemeld en gezagvoerder medegedeeld:
Dat hij op de 21e mei j.l. van Melbourne is gezeild met een lading ballast, bemand met 29 koppen en bestemd naar Batavia, met het voornemen om de reis, volgens de gewone route, door Torresstraat te bepalen.
Dat hij zijn reis met afwisselend weder is begonnen en zonder merkwaardige voorvallen tot op de 30e dier maand heeft voortgezet.
Dat hij op die dag, des morgens ten 06.30 ure, de Castoosbank NWtN had en omstreeks 8 ure passeerde.
Des middags 12 ure namen wij het bestek en waren alstoen op 155º42’40” OL, volgens chronometer en peiling, van de Castoosbank, en op 22º37’13” ZB volgens observatiën, welk bestek in verband met de aangewezen ligging van de opgemelde Castoosbank op de kaarten werd bevonden juist te zijn.
Wij hadden alstoen een gestadige frisse koelte en wolkdrijvende lucht, met de wind van het OtZ en zeilden alzo voort met de koers van NtO rechtwijzend.
De twee volgende wachten bleef het weer hetzelfde, de wind echter O. en OZO, en vervolgden daarom de koers NtO en NtO¼O, volgens rechtwijzend kompas, en moesten alzo volgens bestek en zeilage het zogenaamde Kenn Rif, op de kaarten aangewezen op 21º09’ ZB 155º46’ OL op een afstand van 3½ Duitse mijl (opm: à 4 zeemijlen = 7407 meter) beoosten passeren.
Met zonsondergang was het buiig, en hadden wij stijve koelte met een donderwolk drijvende lucht, hielden als gewoonlijk goede uitkijk, toen men ten 20.45 ure eensklaps een zware branding recht vooruit en aan weerszijden, voor zoveel de duisternis het toeliet te zien, ontdekte. Draaiden roer onmiddellijk aan lij, en trachtten het schip overstag te zeilen, doch op de wind gelopen zijnde, weigerde hetzelve door te draaien; op hetzelfde ogenblik deinsde en stootte het schip geweldig en bevond men zich in het midden der branding, veronderstellende op de ZO-kant van het Kenn Rif.
Vervolgens dwarswinds met het gehele lichaam tegen het rif vallende, sloeg de zee met een vreselijk geweld tegen en over het gehele schip, hetwelk met iedere stoot meer overviel. Ternauwernood kon men zich op het dek staande houden, en in minder dan één uur tijds was het tussendeks vol water. In deze hachelijke omstandigheden geen kans meer ziende om het schip te redden, moesten wij op levensbehoud bedacht zijn.
Met het aanbreken van de dag bespeurende, dat wij ons op een uitgestrekt en geheel onder water liggend koraalrif bevonden, hetwelk zich van het NO tot het Z van de plaats waar wij waren, zover men met behulp van een kijker zien kon, uitstrekte; langs deze gehele buitenlijn van minstens 4 Duitse mijlen niet anders dan branding en brekers te aanschouwen latend, doch binnen welk rif de zee zeer slecht of effen was, zijnde bezaaid met een menigte twee à drie voet boven water liggende zwarte klippen. Op ½ mijl afstands van ons wrak bevond zich een kleine, droge zandbank van ongeveer een kabellengte in omtrek, welke met gewoon tij 7 à 8 voet boven de oppervlakte der zee bleek droog te blijven.
Al spoedig kwamen wij tot de overtuiging dat wij op het zogenaamde Kenn-Rif geraakt waren, en ons overkomen ongeluk moesten toeschrijven aan de omstandigheid, dat dit rif niet juist op de kaarten is aangewezen, in het bijzonder de lengte van hetzelve, volgens de kaarten, 9 Engelse mijlen, en volgens door ons gedane opneming, voor zo veel de omstandigheden zulks toelieten, een uitgestrektheid hebbende van minstens 16 Engelse mijlen van het NO tot het ZW, alsmede dat een sterke NW-elijke stroom het schip moet afgezet hebben, alhoewel wij daarvan niets hadden bespeurd, en hetwelk wij eerst de volgende morgen op het rif zittende ontdekten.
Werzaam zijnde, ontwaarden wij omstreeks 11 ure een zeil in het O van ons, koers stellende om de Noord. Onmiddellijk werden zowel door de zich op de zandbank bevindenden als door hen, welke nog op het wrak waren, alle mogelijke seinen gegeven en alles in het werk gesteld om de aandacht te trekken. Wij bespeurden alras dat men ons opgemerkt had, terwijl het schip bij de wind opstak, daarop om de Zuid wendde en een vlag hees; vervolgens met korte slagen om de Zuid werkende, om zodoende naar de West of lijzijde van het rif te stevenen, draaide het schip bij, teneinde ons af te wachten.
Onze grote boot nog steeds onbewegelijk op het rif blijvende vastzitten, konden wij daar bijgevolg geen gebruik van maken, verdeelden ons dus in de beide sloepen, het weinige geredde levensmiddelen en klederen achter moetende laten, en waren verplicht de boten, bijna ¼ Duitse mijl dragenderwijze over het vlak liggende rif, te slepen.
Na in dieper water gekomen te zijn, vervolgden wij onze tocht, nu en dan nog enige afleggende ondiepe plaatsen ontmoetende, en kwamen omstreeks 15.00 ure langs de zijde van het voornoemde schip, zijnde het Engelse barkschip CULDER, van Greenock, gevoerd wordende door kapt. Chambers, door wie wij met de meeste welwillendheid werden opgenomen en verpleegd, en met welk schip wij allen behouden op de 29e der maand juni alhier te Batavia zijn aangekomen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Ridderkerk, 31 augustus. Heden is van de scheepstimmerwerf van de heer J. Smit aan het Slikkerveer onder deze gemeente met goed gevolg te water gelaten het campagne-fregatschip KANDANGHAUER, groot ongeveer 385 gemeten lasten, gevoerd zullende worden door kapt. Seelt, voor rekening ener rederij onder directie van de heren Vriese & Kuiper van Harpen te Amsterdam.
Onmiddellijk daarna is de kiel gelegd van een fregatschip, genaamd DOELWIJK (opm: vernoemd naar het buiten in Nieuw Beijerland van notaris Los, schoonvader van Willem Ruys. Het eerste schip met deze naam was in april 1854 op het Kenn Rif verloren gegaan), voor rekening ener rederij onder directie van de heer W. Ruys J.Dzn te Rotterdam.
Beide schepen zijn bestemd voor de grote vaart.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Archangel, 14 augustus. Het schip (opm: kof) BERTHA MARIA, kapt. P.J. Haken, van Queenstown herwaarts gedestineerd, is de 10e dezer op de baar verongelukt, doch het volk gered.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Door verandering van affaire wordt uit de hand te koop gepresenteerd een beurtveer van Hoorn op Amsterdam, vice-versa, met een extra sterk en welbetimmerd snelzeilend hek-tjalkschip, groot in meting 80 tonnen, in het jaar 1852 nieuw gebouwd en uitgehaald, met een complete nieuwe inventaris. Het schip is te koop met of zonder het veer en is geheel gebouwd voor buiten- zo wel als binnenvaart. (opm: een zeebrief is niet bekend)
Te bevragen onder franco brieven bij de eigenaar Jan Groot te Hoorn.


  AH - Algemeen Handelsblad

Kinderdijk, 30 augustus. Heden is aan de scheepstimmerwerf van de heer F. Smit de kiel gelegd voor een nieuw ijzeren stoomjacht, genaamd de IJSSEL, bestemd voor de vaart in het stoombootveer tussen de steden Rotterdam en Gouda, onder directie van de heer W.A. van der Garden te Rotterdam.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Groningen, 31 augustus. Gisteren avond arriveerde alhier het schoenerschip REINTJE, groot 100 last, kapt. L.P. Teensma, van Schiermonnikoog. Deze bodem is gebouwd bij Ipe Hooites te Hoogezand.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

De 26e augustus is te Swinemünde voor noodhaven ingekomen het schip ABELDINA, kapt. Olthoff, van Memel met hennep en lompen naar Londen bestemd. wegens gebroken mast.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Het schip ADMIRAAL GRAAF VAN HEIDEN, kapt. Drenth (opm: galjoot, bouwjaar 1854, kapt. Warner Drent); van Gloucester naar Koningsbergen bestemd, de 20e augustus bij Harbröe gestrand, is volgens bericht uit Lemvig wrak en de lading grotendeels verloren gegaan. Men had eerst hoop gehad het schip te kunnen afbrengen en werd al het mogelijke daarvoor gedaan, maar de 23e sloeg het schip aan stukken en is alleen de inventaris grotendeels geborgen.
(opm: de bijlbrief van scheepsbouwer W.J. Pattje, Foxhol, is van 20 mei 1854, de zeebrief dateert van 29 mei; de bemanning werd in Groningen op 29 juni gemonsterd, zodat mag worden aangenomen dat de meesten van hen op deze waarschijnlijk tweede reis bij de stranding nog opvarende waren, te weten stuurman Harm Kamphuis, 24, kok Lambertus Diephuis, 17, matroos Jan Bults, 31, lichtmatroos Pieter Jans de Jonge, 19, kajuitwacht Hendrik Sikkens, 13)


02 september 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Dordrecht. Carga lijsten. Charlestown, ONDERNEMING, kapt. M. Ouwehand: 144 ton China Clay, Visser & van der Sande.


  DC - Dordtsche Courant

Vertrokken van Penang 6 juli JEANNETTE CORNELIA, kapt. Veltman, naar Hamburg, met een gedeelte der lading van het afgekeurde schip STAD DORDRECHT (opm: zie NRC 300754).


  JB - Javabode

Advertentie. Op de vendutie van dinsdag de 5e september 1854, zal worden verkocht, precies ten 11 ure, het Engelse schoenerschip TIME, groot 84½ lasten, met deszelfs opgoed en toebehoren.
Van Slooten, Morgan & Co.


  JB - Javabode

Van Cheribon wordt bericht, dat op de 21 augustus aldaar zijn aangekomen twee Palembangers, genaamd Abdul Samat en Kassieman en een Javaan, die verklaarden, de beide eerstgenoemden te behoren tot de bemanning van de te Palembang te huis behorende, sedert enige tijd op de Javaanse kust varende schoener CORNELIA, gezagvoerder Tjia Kiem Siang, en de tweede passagier op dat alsnu naar Singapore bestemde vaartuig te zijn geweest met nog 59 Javanen, te Samarang ingescheept en zich naar Mekka willende begeven. Die schoener had Tagal met een lading rijst aan boord de 19e verlaten, doch diezelfde dag nog was het vaartuig zo lek geworden, dat het ter middernacht, in weerwil van gestadig pompen, begon te zinken. Al de aan boord zijnde personen, ongeveer 80 zielen, zochten hun behoud in de enige sloep, die de schoener bij zich had, doch zij sloeg door de gelijktijdige aandrift van zo vele personen om en dreef spoedig door de golfslag van die bodem af. De drie genoemde personen hadden zich aan haar vastgeklemd, haar later weder omgekeerd en waren daarmede, zonder iets meer de schoener of hun reisgenoten gezien of vernomen te hebben, te Cheribon aangeland.
Van daar zijn dadelijk kruisprauwen uitgezonden om te trachten de schipbreukelingen te redden, doch vruchteloos; niets is meer van die ongelukkigen, die waarschijnlijk hun graf in de golven gevonden hebben, bespeurd; de schoener is gezonken op ruim een halve zeemijl ONO van Oedjong Tanah, op zeven vademen diepte en de mast is daar nog 6 à 7 voeten boven water zichtbaar. (opm: zie ook JB 060954)


03 september 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Thisted, 26 augustus. De op Harboøre gestrande kof ADMIRAAL GRAAF VAN HEIDEN – zie ons nommer van 1 dezer – is wrak.


04 september 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 3 september. De vergunning van de heer Dirk Dronkers voor de daarstelling van een stoombootdienst tussen Vlissingen en Antwerpen is de 26e augustus overgeschreven op de Zeeuwsche Maatschappij van Stoomvaart, waarvan de heren Dirk Dronkers en Jacobus Johannes de Kanter, beide te Middelburg woonachtig, directeur en administrateur zijn.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Delfshaven, 2 september. Heden morgen is alhier van de werf de Onderneming van de heer H. de Hoog met goed gevolg te water gelaten een barkschip, genaamd DELFSHAVEN, en groot 345 lasten. Deze bodem is gebouwd voor rekening van de heer T. van Holst en bestemd voor de grote vaart. Onmiddellijk daarna is de kiel gelegd voor een vaartuig, dat iets groter en TWENTHE genaamd zal worden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 3 september. Door Javasche bladen wordt onderstaand omstandig bericht omtrent de schipbreuk, het barkschip DOELWIJK overkomen, medegedeeld: De 3e juni arriveerde op de buitenrede van Batavia (opm: Djakarta) de Deense brik COURIER, kapitein E. Krabb, aan boord hebbende de schipbreukelingen van het op de 21e april j.l, tegen het Kenn Rif, gelegen in de Stille Zuidzee op 21º09’ ZB 155º49’ OL verongelukte Nederlandse barkschip DOELWIJK, gezagvoerder J.H. Zeeman. De navolgende bijzonderheden, omtrent de redding der equipage, zijn door de gezagvoerder, stuurlieden en manschap, als vervolg van hun verklaring omtrent het verlies van voornoemde bodem, verhaald.
Nadat alle pogingen om het schip te behouden vruchteloos waren aangewend, het roer er af en het schip lek gestoten was, zodat het water er instroomde en reeds tot enige voeten gerezen was, en men alle ogenblikken verwachten kon, dat het door zou breken of van elkander scheiden door het vreselijk stoten en werken op de klippen, werd men op levensbehoud bedacht en nam men het besluit om de boten uit te zetten. De giek of sloep werd van onder de davids neergelaten, met twee man er in om dezelve vrij te houden, met het plan om enige der manschap van langs zijde op te nemen, maar deze poging werd verijdeld, doordien de giek door de zee achter het schip om en door de branding op het rif werd geworpen. De middelboot werd met veel moeite door het ijselijk stoten en overhalen van het schip buiten boord gehesen en aan takels hangende gehouden, zoveel mogelijk met touwwerk tegen de scheepszijde gesteund. In allerijl werden er sextanten, kompas, kaarten, enige mondbehoeften en een blikken doos met scheepspapieren in geplaatst en zoveel meer als de omstandigheid zulks toeliet. Men begaf zich in de middelboot voornoemd, 14 man in getal. Door een noodlottig misverstand werd de achterste takel te vroeg afgekapt, terwijl de voorste nog vast bleef. Hierdoor stortte de boot bijna plotseling neder en werd door de zee en het overhalen van het schip vol water geslagen, de gezagvoerder en zeilmaker er uitgeworpen, terwijl de overigen zich trachtten te redden door langs het voorste takel het schip weer te bereiken, de een de ander hulp betonende.
De gezagvoerder had, door de zee reeds voortgeworpen, een eind afhangend touwwerk van het schip gegrepen, en hield zich, niettegenstaande het zwaar overhalen van het schip, aan hetzelve geklemd, nu eens in de diepte nedergedompeld, dan weer boven de golven tegen de zijde van het schip gesleurd, en door de armen van de zeilmaker om de benen gestrengeld. Afgemat en op het punt van zich los te moeten laten, gevoelde hij zich bevrijd van de armen des zeilmakers en bespeurde, dat er aan boord van het schip aan het touw getrokken werd, en tevens dat een bocht van hetzelve hem in staat stelde een zijner armen er door te steken en alzo het opsleuren tegen de scheepszijde vol te houden. Afgemat en uitgeput gelukte het enigen der manschap hem binnenboord te krijgen. Allen waren tot dusverre nog behouden, uitgezonderd de zeilmaker, die in de golven was omgekomen. Intussen was de middelboot ook uit het voorste takel gerukt en werd door de zee, voor de boeg over, van het schip ten onderste boven op de branding geslagen.
Middelerwijl was de toestand van het schip hachelijker geworden, daar men het water in het tussendeks en achter in de kajuit kon zien rijzen. Nu werd een laatste toevlucht genomen, en getracht de barkas uit te zetten. Na een paar vaatjes brood, enig water, riemen, een bovenbramzeil, benevens enig touwwerk er in geworpen te hebben, zijnde er door de omstandigheden geen mogelijkheid om het bootstuig er in te krijgen, gelukte het met de uiterste inspanning dezelve buiten boord te brengen, waarin de aan boord zijnde manschappen zich begaven, en na enige hevige stoten tegen de zijde van het schip het geluk hadden dezelve te water te krijgen, en vrij van de zijde des schips te komen. Men vormde toen het plan het tot de dag op zee en vrij van de branding te houden om alsdan te kunnen zien wat van het schip en de op het rif geworpen boten geworden was, maar men ontdekte, dat de barkas lek geworden was, en het water er hand over hand in toenam, en het uitscheppen met putsen niet meer hielp. Men moest toen besluiten door de branding heen op het rif te sturen om zo mogelijk het leven te redden. Dit plan werd volbracht en men landde op een plek, waar slechts een paar voet water stond, en betrekkelijk veiliger voor de branding was, en alwaar ook de giek geland was, waarin de 1e stuurman en de lichtmatroos zich bevonden. Een eind verder, oostelijker uit, lag de ten onderste boven geslagene middelboot, aan de voorsteven ontramponeerd, de huid stukkend en uit de naden gezet. De boten werden met veel inspanning bij elkander gebracht, en in een allerhachelijkste toestand werd de nacht doorgebracht, door het rijzen van het water, en doordien men met groot gevaar de gedeeltelijk ontramponeerde boten, het enige middel op behoud des levens, vrij van de rotsen en branding moest houden om alsdan te zien waartoe men moest besluiten. Eindelijk brak de lang gewenste dag voor ons aan, en wij zagen alstoen dat het schip nog wel in zijn geheel, doch reeds doorgebogen was. Nu werd beraadslaagd wat te doen. De wil was goed om te trachten het schip weder te genaken (opm: naderbij te komen), ten einde zo mogelijk nog enige mondbehoeften, drinkwater en een kompas te bekomen, zijnde het andere uit de boot geslagen of door de zee verbrijzeld, maar dan had men met de middelboot, ontramponeerd als dezelve was, de branding moeten trotseren, en zich blootstellen aan het gevaar dezelve te verliezen. Veel minder was er mogelijkheid om een en ander van het schip te bergen, hetgeen trouwens nutteloos mocht heten, dewijl met hoog water, het rif uitgezonderd, enige rotsen onder water stonden. Men besloot alzo, met de middelboot en sloep, de barkas geheel ontramponeerd, vol water weggedreven zijnde, het rif te verlaten, terwijl het water nog genoegzaam hoog was, en voor de wind af over de noorderzoom, waar geen branding stond, de aftocht te bewerkstelligen.
Men ondernam alzo, met de beide boten voornoemd, de reis. In dezelve bevonden zich 15 man, en aan mondbehoeften 2 vaatjes doornat brood, 1 stuk gerookt vlees, 1 ham, 2 manden Seltserwater en een azijnanker (opm: bemande fles, oorspronkelijk bestemd voor azijn), omtrent half vol met vers water gevuld, overigens enige benodigde kaarten, en twee instrumenten der stuurlieden, maar helaas, geen kompas. Na enige tijd roeien kwam men benoorden het rif, maakte van een der riemen een mast, waaraan een zeil gevoerd werd, en werd de sloep op sleeptouw genomen.
De gezagvoerder en stuurlieden vormden het plan, om zo mogelijk WZW-waarts de koers te nemen, ten einde een door Europeanen bezette haven op de oostkust van Australië te bereiken, dewijl zij het ondoenlijk beschouwden, zonder kompas, de reis langs de gewone weg naar Torresstraat te nemen, in de hoop van door een of ander schip te worden opgenomen. De reis werd alzo in Godsnaam voortgezet, en volgens gezicht van zon, maan of sterren, naar gissing de koers gehouden. Men passeerde volgens de waargenomen breedte ten noorden van het Wreck-rif en hield toen meer zuidwaarts, omtrent ZW of ZWtZ Na verloop van drie dagen, werd in de sloep de kompasnaald gevonden, welke hoewel van roos ontbloot, een grote uitkomst gaf, om in de nacht bij gemis van het gezicht der sterren, ten naaste bij de koers te kunnen houden. Dezelve werd in de kompasdoos, hoewel ontbloot van beugel, op de pen gezet en de noordpunt met krijt wit gemaakt. Het 5e etmaal ontwaarde men des nachts een schip, hetwelk een vuur toonde, en om de NNO hield; men beproefde door noodkreten aan te heffen, hetzelve opmerkzaam te maken, maar de afstand was te groot. Een geruime tijd hield men met hetzelve koers, maar de afstand werd groter, en men verloor het weldra uit het gezicht. De koers werd vervolgd, en hadden de volgende dag de breedte van 23º18’ ZB bereikt, van de lengte echter niets wetende, dan gebrekkige gissing. Tot dusverre was het weder goed geweest, met tamelijk slechte zee.
De 27e april stak de wind op van het westen, met buien en hoge zee, waardoor de boten geen vordering maakten, en als overstelpt werden door de zee, en men genoodzaakt was het onder een klein gedeelte van het zeiltje te laten drijven. Twee dagen bleef het weder onbestendig en bevond men bij observatie aanmerkelijk om de noord gedreven te zijn. De wind weder Z.O. lopende, behielden gezagvoerder en stuurlieden echter nog altijd het plan, om, zo al niet Morton-baai, alsdan toch Port Curtis te bereiken, dewijl de kust ten noorden daarvan geen plaats bevatte, waar Europeanen gevestigd waren, en, bar en dor, niets opleverde, ontbloot was van vers water, en tevens door de wilde inboorlingen bewoond werd. Nu echter drong het lijden van bittere dorst de overige manschappen bij de gezagvoerder aan te houden, om meer rechtstreeks de koers naar de kust te houden ten koste van wat de uitkomst zou mogen zijn. Men hield aldus weer westwaarts voor en op zondag de 30e april, voor de middag, ontwaarde men het eerste land, The First Lump. De koers werd in de wal gehouden, maar met de avond werd het stil, waardoor wij noordwaarts met de stroom dreven; in de nacht kwam er een westelijke koelte door vanuit de wal, hetgeen belette de kust dicht aan boord te houden. De volgende morgen hield alle overreding van de gezagvoerder op en wilde de manschap volstrekt naar de wal roeien. Het zeil werd gestreken en men roeide met beide boten op de kust aan, ten noorden van Kaap Manyfold, en, ziende dat men weinig tegen de wind avanceerde, werd nog eenmaal weder, bij het enige streken variëren van de wind, besloten het zeil bij te zetten, af te houden en naar een baai meer noordwaarts gelegen en Port Bowen genaamd te stevenen, om aldaar te beproeven drinkwater te vinden en te zien of wellicht Europeanen zich daarin ophielden. Tegen de middag liep men de baai in, en besloot men, na het passeren van een paar hoeken, in een bocht naar een vlak strand te roeien, alwaar men landde, en na een kleine poos was men gelukkig een put of holte aan de voet van een rotsgebergte met drinkwater te vinden, waaraan men zich laafde en alles wat water in zich kon bevatten opvulde. Niets echter was er tot voedsel te vinden. Men besloot om de baai verder op te komen, om zo mogelijk in een van de kust aflopende lagen afstroom iets wat tot nooddruft (opm: leniging van de nood) konde verstrekken te vinden, maar niets werd ontdekt. De volgende morgen verliet men de baai met voornemen nog verder te trachten zuidwaarts te komen. Stil zijnde werd er met veel inspanning zuidwaarts uitgeroeid, en tegen de avond met een zuid westelijke landwind, zuid oostwaarts uitgezeild. Hiermede maakte men goede vorderingen, tot omstreeks 10 ure, wanneer de wind meer opstak en de zee hoger begon te lopen, zodat men, na eerst nog met het gereefde zeil gezeild te hebben, hetzelve als een driehoek moest bijzetten en het moest laten drijven, dewijl de boten als door de zee overweldigd werden. De volgende morgen waren wij verder noordwaarts uitgedreven, en ofschoon de wind bedaard en ruim genoeg was om de baai, de vorige dag verlaten, weder te bereiken, werd men hierin belet door de hoge zuidelijke zee tegen welke de ranke vaartuigen niet op konden werken. Verkleumd, doornat en in beklagenswaardige toestand besloot men af te houden en beschutting te zoeken achter enige aan de kust gelegen eilandjes of klippen benoorden Port Bowen om zich enigszins te herstellen, en landde alzo op een vlak strand aan de voet van een rotsachtig gebergte, achter beschutting van gemelde eilandjes. Hier ontwaarde men een hond, en weldra overtuigden voetstappen van volwassen mensen en kinderen dat hier inboorlingen moesten zijn, Ook ontdekte men daarna een kano van boomschors vervaardigd met enig vistuig en stukken van schildpad. Niets anders was er te vinden wat tot voedsel kon strekken, alleen vers water werd bij ingraving in het zand gevonden, waarschijnlijk door de regens van het gebergte afgestroomd. Tegen de avond hoorde men mensenstemmen in het bos, waarmede de steilte bewassen was, en bespeurde men daarna enige naakte wilden. Meer en meer nam hun schreeuwen toe en wij zagen een aantal derzelve, die onder het aanheffen van een oorlogskreet, samenschoolden. Geen wapens hebbende, besloot men veiligheidshalve de plaats te verlaten. Het weder intussen bedaard geworden zijnde, gingen wij met de boten onder zeil en zagen gedurende de nacht verder om de zuid te werken. Met de dag bespeurde men dat de stroom de boten om de noord verzet had en men gaande weg verloor met kruisen. Men hield dus beraadslaging wat te doen; langer tijd te kruisen zou onze weinige voorraad van eten en drinken verslonden hebben, voordat men een haven kon bereiken, waar hulp te bekomen was. Men had nog slechts voor 5 of 6 dagen proviand en berekende met het zeer schraal rantsoen te verminderen, 10 of 12 dagen nog het leven te kunnen rekken en hoopte hier of daar aan het strand wellicht enig voedsel te zullen vinden. Men kwam dus in het besluit overeen om, hoe groot de afstand ook was van het punt waar wij ons bevonden, naar Torres Straat te stevenen, langs de kust 200 Duitse mijlen (opm: à 7407 m.), in de hoop van door een schip gezien te worden, of de allerlaatste toevlucht naar Booby Eiland of het zogenaamde Port Office te nemen.
Dit aan wanhoop grenzende besluit werd de 5 mei 1854 bewerkstelligd. Men hield af voor de wind en noordwaarts uit, in het gezicht der kust van Australië; tussen banken, eilanden, klippen, branding en talloze gevaren door, landden wij de 8e mei op Holborn-eiland, in de hoop van water of iets tot voedsel te vinden, maar werden teleur gesteld, er was niets. De volgende dag besloten wij te landen op een der Palm-eilanden, in de hoop van daar water te vinden, hetgeen ons gelukt zou zijn, zo niet een verradelijke houding en handeling der daar zich bevindende wilden, ons weerhouden hadden. Wij besloten alzo de dorst, die ons folterde, te verduren, en in Gods naam verder te zeilen. De 12e mei liep de zee geweldig hoog en woei er een stijve passaatwind met zware buien, en de boten werden als bedolven door de zee. Tegen den avond besloot men noord westwaarts van Kaap Bedford te lopen, in afwachting van beter weer en in de hoop aldaar iets te zullen vinden tot nooddruft; dit werd ondernomen, maar ook hier was niets; en weder werd men door wilden verjaagd.
De volgende dag was het steeds buiig, de zee hoog en veel wind, men ging echter onder zeil en bracht de boten weder onder beschutting van de meer noordwaarts gelegen Kaap Flattery, alwaar wij zo gelukkig waren vers water en enige aan de klippen vastgehechte oesters te vinden. De volgende dag, 14 mei, gingen wij weder onder zeil met goed weder, vervolgden onze voorgenomen koers, en na met afwisselend goed en onstuimig weer, hoge zee en talloze gevaren geworsteld te hebben, doornat en van alles ontbloot, met slechts weinig voedsel, bijna te gering om het leven te rekken en na nacht en dag geworsteld te hebben, bereikten wij de Torresstraat op de 15e mei, landden eerst op Sundy-eiland, alwaar men weder vers water in kloven der rotsen vond, echter anders niets. Onze weinige kledingstukken trachtten wij te drogen en tevens enige rust te genieten hetgeen door de afwisselende regenbuien verijdeld werd. De volgende morgen werd er besloten, daar men enige voorraad van vers water had opgedaan, naar Bird-eiland te stevenen, waar de meeste schepen hunne route langs nemen, en aldaar ons lot af te wachten, in plaats van naar de Sir Hardes Eilanden, alwaar wij heen gestevend zouden zijn, ingeval men op de Sundy-eilanden geen vers water had gevonden. Men ging dus onder zeil, met het steeds verminderende rantsoen, voor 4 of 5 dagen voedsel. Terwijl wij daarhenen zeilden en in de nabijheid der Bird-eilanden waren, ontdekte men dat een brik de straat instevende; met welk gevoel van uitkomst men dit vaartuig trachtte te naderen, is niet te beschrijven. Wij waren gelukkig genoeg door de gezagvoerder van gemelde brik, COURIER genaamd, gezien te worden. Hij stuurde op ons aan, minderde vervolgens zeil, braste tegen en wij werden door de edelmoedige kapitein E. Krabb aan boord genomen, alwaar ons onmiddellijk met de meeste bereidwilligheid alle mogelijke hulp verleend werd. De middelboot, als niet kunnende geborgen worden, liet men drijven, de giek werd echter overgehesen.
Op verzoek van de gezagvoerder, J.H. Zeeman, werd door de gezagvoerder E. Krabb voornoemd, bewilligd, hem en de manschappen van het verongelukte barkschip DOELWIJK te Batavia te brengen, werwaarts de brik COURIER bestemd was. Door een ieder, aan boord van gemelde brik behorende, werden wij met onderscheiding behandeld en alles aangewend om het ongelukkig lot, ons overkomen, dragelijk te maken. Wij lieten met gemelde brik COURIER de 3e juni op de buitenrede van Batavia het anker vallen en verlieten de 4e juni genoemde brik, wordende de stuurlieden en doctor aan de wal, en de onder-officieren en manschappen op Zr.Ms. wachtschip BOREAS gebracht, om aldaar verder gevoed en verzorgd te worden.
Overigens dient nog vermeld te worden, dat, in de nacht, die men op het rif doorbracht, enigen der onzen vermeenden te horen roepen vanuit een boot: “Is er nog volk aan boord;” dit konde niet anders als uit de boot of boten van het schip ESTHER zijn, welke buiten de DOELWIJK omvoer. Wij konden ons echter tegen de windstreek niet doen horen, hoewel men zulks beproefde. De volgende morgen zagen wij niets, en aan boord der ESTHER bewoog zich geen mens, en hoewel de afstand van uit onze boot tot de ESTHER nog al ver was, twijfelde men niet, of de equipage had ook die verloren bodem verlaten, en tot nog toe is er niets van hen bekend geworden.
Uithoofde het schip ESTHER in een voordeliger positie zat dan de DOELWIJK om de boten buiten boords te krijgen, t.w. met de kop op het rif, terwijl wij er langs lagen, veronderstellen wij dat zij met de boten van daar zijn weggekomen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Naar Batavia, Samarang en Soerabaya zal tegen het einde van september vertrekken het Nederlands gekoperd barkschip ZEENYMPH, kapt. J. W. J. Witsen Elias. Dit nieuw gebouwde schip is bijzonder geschikt voor passagiers, zowel door deszelfs ruime hutten, als verdere magnifieke inrichtingen, terwijl ten behoeve der pasagiers een badkamer, pianino (opm: kleine piano) en bibliotheek aan boord voorhanden is. Voor goederen of passage, adres bij de cargadoors De Vries & Co, te Amsterdam.
(opm: eerste reis)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Openbare, vrijwillige verkoping. De notarissen Dalen en Lambert, residerende te Rotterdam, als last hebbende van hun principalen, zijn van mening om op dinsdag de 12e september 1854, des middags ten 12 ure, in het lokaal de Publieke Verkopingen, aan de Geldersche Kade te Rotterdam, publiek te veilen en aan de meestbiedende of eerstmijnende te verkopen: het hechte, sterke, extra wel bezeild en goed getimmerd, gekoperd en kopervast tweedeks Nederlandse barkschip, genaamd GRAAF VAN HOGENDORP, gevoerd wordende door kapt. Frans van Hees, en varende onder het boekhouderschap van de heer Gregorius van Oordt J.Fzoon, te Rotterdam, in den jare 1840 nieuw gebouwd op de scheepstimmerwerf van de heren De Jong, Kortlandt en Anthony, te Rotterdam, lang 31 ellen 80 duimen; wijd 5 ellen 66 duimen, en hol 4 ellen 19 duimen (opm: 31,80 x 5,66 x 4,19 m.), en alzo groot 335 tonnen of 177 lasten, en zulks met al deszelfs rondhout, staand en lopend want, zeilen, ankers, kabels en verder scheepstoebehoren. Dit schip ligt thans in de Zalmhaven te Rotterdam.
En zullen alsdan tevens worden verkocht twee chronometers, een sextant en een partij kaarten en boeken. Nadere informatie zijn te bekomen ten kantore van de voornoemde notarissen Dalen en Lambert, aan de Zuidblaak, te Rotterdam.


05 september 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. De makelaars H.F. en W.H. Montauban van Swijndregt en F. & W. van Dam te Rotterdam zijn van mening, als lasthebbende van hunne meesters, op dinsdag de 19e september 1854, des middags ten 12 ure, in de zaal op de Scheepmakershaven, wijk 1, No. 499, publiek te verkopen: het extra snel zeilend Nederlands gekoperd en kopervast barkschip VLASHANDEL, laatst gevoerd door kapt. N.F. Hoek, volgens meetbrief 27 el 80 duim, wijd 5 el 5 duim, hol 4 el 1 duim (opm: 27,80 x 5,05 x 4,01 m.) en alzo groot 250 tonnen, met al deszelfs staand en lopend want, ankers, kettingen, touwen en verdere scheepsgereedschappen, zo als hetzelve is liggende in de Haringvliet, zuidzijde, binnen deze stad.


  DC - Dordtsche Courant

Van Falmouth vertrokken, 31 augustus, VREDE, kapt. Ter Bruggen, van Swansea naar Batavia, na geëindigde reparatie.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Koningsbergen, 30 augustus. In scheepsvrachten weinig verandering. De aanhoudende westenwind heeft ons een aantal schepen toegevoegd, Bedongen: naar Londen Sh.37/- per ton hennep, Sh.2/9 à Sh.3/- per quarter tarwe, Amsterdam NLG 21,50 en NLG 1,-, de Maas NLG 22,50 en NLG 1,- per last tarwe.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Dantzig, 28 augustus. Scheepsvrachten. Schoon hier nog verscheiden schepen onbevracht liggen, zo is er slechts weinig gedaan en bijna uitsluitend in hout. Naar Londen is Sh.21/- per load balken bedongen, naar Amsterdam NLG 24,- per last rogge.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Pillau, 27 augustus. Scheepsvrachten. De vraag naar schepen is iets verbeterd. Gesloten naar Londen Sh.25/- voor talg, Sh.2/9 voor tarwe, naar Amsterdam NLG 21,-, de Maas NLG 22,- voor tarwe.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Groningen, 4 september. Gepasseerde zaterdag (opm: 2 september) is van stapel gelopen de vierde alhier gebouwde Loodsrinkelaar ten dienste van het Friese zeegat. Dit schip is gebouwd op de Zuiderwerf van G.K. de Vries alhier.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Uit de hand te koop een in 1853 door wijlen schipper T.H. Visser nieuw uitgehaald koftjalkschip, genaamd de JONGE HENDRICUS met deszelfs uitmuntende inventaris, varende in het beurtveer van Amsterdam op Harlingen. Nadere informatién zijn op franco aanvrage te bekomen bij de heren Zeilmaker & Co te Harlingen.


06 september 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 5 september. Zr.Ms. korvet HELDIN, onlangs te Hellevoetsluis binnengekomen, is de 5e dezer buiten dienst gesteld.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Floris der Kinderen en A. Roos, makelaars, zullen op maandag de 18e september 1854, des avonds ten zes ure, te Amsterdam in de Nieuwe Stads Herberg aan het IJ verkopen: een extra ordinair, welbezeild, gekoperd en merendeels kopervast brigantijnschip, varende onder Nederlandse vlag, genaamd DRIE JOHANNA’S, gevoerd door kapitein Jan van der Gaauw, volgens Nederlandse meetbrief lang 25 ellen 50 duimen; wijd 5 ellen 10 duimen; hol 3 ellen 35 duimen (opm: 25,50 x 5,10 x 3,35 m.), en alzo gemeten op 194 tonnen of 102 lasten. Breder volgens inventaris, en bericht bij bovengemelde makelaars; terwijl mede inlichtingen te verkrijgen zijn, bij de notarissen Bruno Tideman, te Amsterdam en J. C. van der Lelij, te Maasland.


  JB - Javabode

Batavia, 4 september. Heden is hier aangekomen het Nederlandse schip ELISABETH ANTOINETTE, kapt. Bezier, komende van Australië.


  JB - Javabode

Volgens opgave van de geredde Chinees Liem Hong Sim is de schoener CORNELIA, kapt. Tjia Kiem Siang, op de hoogte van Cheribon gezonken. (opm: zie JB 020954)


07 september 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 6 september. Het schip JACOB VAN CLEEF, kapt. H. Rozema, van de Donau naar Falmouth, te Konstantinopel (opm: Istanbul) opgebracht, was, volgens bericht van daar, ontslagen nadat kapt. Rozema een kwitantie had moeten afgeven, waarbij hij verklaarde zowel voor het schip als voor de lading niet het geringste te hebben te vorderen voor het oponthoud te Konstantinopel. Nadat kapt. Rozema zijn papieren had terug ontvangen, had hij onmiddellijk bij de Nederlandse legatie geprotesteerd voor alle schaden wegens oponthoud van 23 dagen, verklarende daarbij de kwitantie of décharge, door hem afgeven, van onwaarde, als daartoe gedwongen en buitendien gehandeld hebbende zonder voorkennis of machtiging der eigenaars van schip en lading.
(opm: zie NRC 110854 en 240854)


  DC - Dordtsche Courant

Amsterdam, 4 september. Het de schip de VRIENDSCHAP, kapt. W. de Boer, van Padang herwaarts gedestineerd, is de 2 dezer, wegens tegenwind en ziekte van de kapitein, te Portsmouth binnengelopen.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Dantzig, 1 september. Scheepsvrachten. Heden was de bevrachting levendig en schoon de prijzen niet hoger zijn gegaan, zijn echter verscheiden schepen geplaatst. Bevracht werd naar Londen Sh. 29/6 per ton talg, Sh.25/- per ton hennep, Hull Sh.3/3, Aberdeen Sh.3/- per quarter tarwe, Antwerpen NLG 24,- per last hout, Amsterdam NLG 24,- à NLG 25, Rotterdam NLG 26,- per last rogge.


08 september 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 7 september. De vijfde loods-rinkelaar is maandag avond de 4e dezer van de werf van K.K. de Vries, buiten het Kleinpoortje te Groningen van stapel gelopen. Deze boot is bestemd voor het Loodswezen te Texel.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Delfzijl, 3 september. Het schip HOOP EN LIEFDE, kapt. Nieland, van Benzumerzijl (opm: waarschijnlijk Bensersiel), is alhier lek binnengelopen.


09 september 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Swinemünde (opm: Swinousjcie), 4 september. De alhier in averij binnengelopen Nederlandse kof ALBERTINA (opm: mogelijk ABELDINA, zie NRC 310854), kapt. Olthof, van Memel (opm: Klaipeda) naar Londen bestemd, heeft heden na geëindigde reparatie de reis voortgezet.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

St. Helena, 3 augustus. Volgens brief van hier in dato 31 juli is het alhier gepasseerde Nederlandse schip FLEVO, kapt. S. van der Meij, van Bombay naar Liverpool, op het rif van Agulhas door hevige stormen uit het W en WNW belopen en heeft een groot gedeelte der koperen huid, de zijsloep met davids en toebehoren, de verschansingen van het galjoen, enz. verloren. Aan boord is overigens alles wel. (opm: zie NRC 200954)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Tafelbaai (Kaap de Goede Hoop), 25 juli. In de nacht van 14 op 15 dezer werd onze baai door een hevige storm uit het NNW bezocht, waarin vele schepen, zowel door aandrijving, stranding, als anderszins, averij bekwamen. Onder de gestranden bevindt zich ook het afgekeurde Nederlandse schip (opm: fregat) ’s HERTOGENBOSCH, kapt. E.J. van den Braak (opm: zie o.a. DC 041154). Men heeft echter de hoop, dat het schip na ontlossing der lading weder vlot zal komen.


  JB - Javabode

Batavia, 7 september. Heden is hier aangekomen het Nederlandse schip PRINCES MARIANNE, kapt. F. Rietmeijer, met een aantal passagiers, de 17e mei vertrokken van Rotterdam.


11 september 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 10 september. Volgens brief van kapt. Stolte, voerende het schip SUSANNA CHRISTINA, van Liverpool naar Sydney, met schade te Mauritius binnengelopen als vroeger gemeld, in dato 10 juli, was de lading geheel gelost en zou het schip nagezien worden. Aan boord alles wel.


12 september 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Liverpool, 9 september. Het Nederlandse barkschip REMBRANDT VAN RHIJN, kapt. Van Wijngaarden, van deze plaats naar Sydney bestemd, is de 23e juli lek en met onklare pompen te Fernambucq (opm: Pernambuco, thans Recife) binnengelopen. Een gedeelte van de lading heeft men moeten lossen om het lek te kunnen stoppen. De 16e augustus had men de reparatie geëindigd en was het schip klaar om de reis te vervolgen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rio de Janeiro, 8 augustus. Het Nederlandse schip TWEE GEZUSTERS, kapt. De Wilde, van Londen naar Port Philip (opm: Port Phillip Baai) bestemd, is alhier den 24e juli in averij binnengelopen.


  LC - Leeuwarder Courant

Leeuwarden, 11 september. Wij vernemen met genoegen, zegt het Handelsblad, dat het vertrouwen, dat wij aan den dag hebben gelegd, zich heeft verwezenlijkt. De JONGE ALBERT, het vaartuig, dat tot zo vele en zo verschillende beschouwingen aanleiding heeft gegeven, is zelfs zonder in enig proces te worden gewikkeld, in Engeland in vrijheid gesteld. (opm: zie NRC 160954)


13 september 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 12 september. Aangaande het schip TWEE GEZUSTERS, kapt. De Wilde, van Londen naar Port Philip (opm: Port Phillip Baai), te Rio de Janeiro binnengelopen – zie ons vorig nommer – wordt gemeld, dat de schade door aanzeiling veroorzaakt is en zich beperkt tot het tuig en bovenschip. Het schip was niet lek en dacht men spoedig de reis te kunnen voorzetten.


  JB - Javabode

In het Soerabayasch Nieuws- en Advertentieblad van de 6e september wordt medegedeeld, dat in het laatst der verlopen maand het Nederlandse schip ADRIANA PETRONELLA, dat anders een voorspoedige reis had van Australië, op een onbekende bank nabij de Kangean-eilanden gestoten heeft. Het is gelukt het schip van de bank te krijgen, doch het maakte zo veel water, dat de kapitein genoodzaakt is geweest het schip op het eiland Sapoedie op strand te zetten ten einde hetzelve te behouden. De kapitein is gisteren te Soerabaija gearriveerd en, naar men verneemt, is de stoomboot LANGEN LAMONGAN naar Sapoedie gestoomd en zal, bij aankomst, door het stoomschip JAVA gevolgd worden ten einde het gestrande vaartuig zo mogelijk derwaarts te brengen.


  JB - Javabode

Batavia, 10 september. Heden is hier aangekomen het Nederlandse schip LUCONIA, kapt. E.J. Bödeker, de 31e juli vertrokken van Melbourne.


14 september 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 13 september. Door de Nederlandsche Handel Maatschappij zijn bevracht, terug op Amsterdam, de navolgende twee schepen, als LAURA EN ADÈLE, kapt. F.J. Donema, van Amsterdam, en WILLEM III, kapt. C. van der Burg, van Schiedam.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Publieke verkoping in het Notarishuis aan de Geldersche Kade te Rotterdam op dinsdag 12 september: het barkschip genaamd GRAAF VAN HOGENDORP, groot 335 tonnen of 177 lasten, met deszelfs inventaris, te huis behorende te Rotterdam: in trekgeld NLG 12.000. (opm: zie NRC 180954)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Texel, 13 september. Heden is alhier aangekomen het schip GEORGE V, kapt. Swart, van Newcastle. (opm: door de Amsterdam-Harburg Stoomboot Maatschappij besteld bij Paul van Vlissingen en Dudok van Heel, Amsterdam. Deze werf had het zo druk, dat ze de bouw van het casco uitbesteedden aan een werf in Newcastle. Het casco arriveerde – zie hierboven – met steenkolen en onder zeiltuig te Amsterdam en werd daar van een machine voorzien.
(opm: zie NRC 301054)


15 september 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Pillau (opm: Baltiysk), 9 september. Het Nederlandse kofschip JANTJE NANNINGA, kapt. Meyhuizen, van hier naar Rotterdam vertrokken, is heden met schade uit zee teruggekomen.


16 september 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Harlingen, 13 september. Kapt. Van der Zee is heden met een paar zeelieden naar Engeland vertrokken om het kofschip de JONGE ALBERT terug te halen.
(opm: zie LC 120954 en NRC 260954)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 15 september. Aan de heren J.A.A. Fransen van de Putte c.s. te Goes is een uitstel van zes maanden bewilligd tot het in werking brengen der schroefstoombootdienst van Goes op Rotterdam en tussenplaatsen, heen en terug, tot vervoer van personen, goederen en vee, waarvoor de 11e maart 1854 vergunning werd verleend, die bij beschikking van 10 juni daaraanvolgende op de Goessche Maatschappij voor Stoom- en Zeilvaart, onder hun bestuur, is overgedragen, welk uitstel gerekend wordt in te gaan met de 11e september 1854.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam 15 september. Kapt. Henry Davies, voerende het barkschip METEOR, van de Kaap de Goede Hoop te Londen gearriveerd, rapporteert dat hij de 25e augustus op 48º05’ NB 09º36’ WL van provisie voorzien is door het te Rotterdam te huis behorende galjootschip NEWA, kapt. Roode, van Rotterdam naar Boston bestemd. De NEWA had toen 14 dagen reis en alles was wel aan boord.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. H.J. Rietveld en D.F. Stieven, makelaars, zullen op maandag de 9e oktober 1854, des avonds ten zes ure, ten huize van J. Meijerink, kastelein in de Nieuwe Stadsherberg aan het IJ te Amsterdam, ten overstaan van een daartoe bevoegd beambte, aan de meestbiedenden verkopen: het kopervast barkschips-hol genaamd HENRIETTE CLASINA, voorzien van een metalen huid, liggende in het Oosterdok aldaar; benevens een aanzienlijke partij scheeps-gereedschappen, masten, zeilen, touwen en rondhout. Breder bij notitiën te vermelden en bericht bij bovengemelde makelaars.
(opm: zie AH 101054)


  JB - Javabode

Soerabaija, 9 september. Enige dagen te voren is het Engelse schip JEMYNE PARERA, komende van Singapore, door hevige stormwind overvallen, ten oosten van Sumanap op zijde geslagen en gezonken, bij welk noodlottig voorval de eerste stuurman en acht opvarenden zijn verdronken, terwijl de gezagvoerder, een passagier en het overige gedeelte der equipage, zich aan planken en rondhouten vastklemmende, het eiland Toendoe hebben mogen bereiken, van waar zij naar het naburige eiland Ra-as met een praauw zijn overgebracht.


  JB - Javabode

Batavia, 13 september. Heden zijn hier aangekomen de Nederlandse schepen SCHOON VERBOND, kapt. J. Veenstra, met een passagier, de 2e juni vertrokken van Texel, CORNELIS SMIT, kapt. H.H. Ruhaak, met 22 Chinezen, de 13e juli vertrokken van China, en ANNA CHRISTINA, kapt. J.C. Joon, de 17e mei vertrokken van Amsterdam.


17 september 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 16 september. Te Hoogezand is de 11e september van de werf van de scheepsbouwmeester E.H. Meursing te water gelaten het gekoperd schoenerschip THEODORA JOSINA, gebouwd voor rekening van de heer H. Rietveld te Amsterdam, zullende worden gevoerd door kapt. H. Vierow.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Memel (opm: Klaipeda), 11 september. Gisteren werd alhier als prijs van de Engelse korvet ARCHER opgebracht het te Pekel-A te huis behorende schip MINIMA, kapt. Poelman. Deze bodem komt van Amsterdam en is geladen met kaas, jenever en tabak. Naar men zegt, wilde kapt. Poelman de lading aan de Oostzee-vloot verkopen.
(opm: zie NRC 220954 en 260954)


18 september 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 17 september. Met hoeveel moeilijkheden de kapiteins van koopvaardijschepen in Australië te strijden hebben, kan blijken uit het bericht, dat in februari j.l. van het schip DOROTHEA, kapt. v.d. Kolf, al de matrozen, benevens de zeilmaker en bootsman weggelopen zijn, zodat de kapitein genoodzaakt was twee matrozen aan te nemen om het schip naar Batavia (opm: Djakarta) te brengen, ieder tegen GBP 45, welke reis juist in een maand volbracht was. In plaats van met 18 man, waarmee het schip uit het vaderland vertrokken was, moest die reis met 10 man gedaan worden. Van het schip CORNELIA, kapt. Visser, waren nog meer personen weggelopen, zodat de kapitein haast niet wist, hoe hij de reis zou vervolgen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 13 september. De Nederlandse schoener HILLECHINA, kapt. T.P. de Boer, van Cardiff naar …. bestemd, is de 10e dezer op zee gezonken. De equipage heeft zich met uitzondering van de kapitein gered en is behouden te Cardiff aan wal gebracht.
Aangaande dit ongeluk heeft de stuurman Giovanni Ferri genaamd, een Oostenrijker van geboorte, te Cardiff de volgende verklaring afgelegd:
Zaterdag de 9e september verlieten wij des morgens de rede van Cardiff, doch waren ten gevolge van de stroom genoodzaakt, om ten 12 ure ten anker te komen. Zondag morgen gingen wij weder anker op, en werkten het kanaal uit. Die gehele morgen zo mede de vorige avond hadden wij steeds moeten pompen. Ongeveer ten drie ure maandag (opm: 11 september) des morgens kwam mij de kapitein roepen, zeggende dat het schip meer water begon te maken. Ik sprong onmiddellijk aan dek en vond de manschap bezig om de boot over boord te zetten. Nadat wij hier mede klaar waren, werd zij aan het hek met een vanglijn vastgemaakt en wij keerden naar de pompen terug. Ten 4 ure zagen wij dat het schip niet meer drijvende kon gehouden worden, waarop de kapitein order gaf om het pompen te staken en gaf mij bevel om het geld (the cash) te bergen. Ik begaf mij beneden en deed hetgeen mij gelast was, doch was er nauwelijks mee gereed toen men mij riep en dadelijk aan dek komende, zag ik dat het schip van voren reeds wegzonk. Het geredde in de boot werpende, sprong ik er mede in en vond aldaar de kapitein en twee jongens, waaruit de gehele equipage bestond. Nauwelijks in de boot zijnde, begon het schip te zinken en daar wij geen mes hadden om de vanglijn af te snijden, sleepte de boot van voren onder water en liep vol. Op dit gezicht sprong de kapitein over boord, voorzeker in de hoop, om zich zwemmende te redden. Daar het donker was kon ik hem niet zien, maar ik vrees dat hij in de draaikolk van het schip meegesleept is. Nadat ik de boot met behulp der beide jongens leeg gehoosd had – hoe de vanglijn later is losgekomen, zegt de verklaring niet – werden wij door de stroom naar een in de nabijheid zijnde Engelse brik gedreven, waar wij werden opgenomen, van het nodige voorzien en door welke wij behouden te Cardiff aan land gezet werden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Tonningen (opm: Tönning), 12 september. De Nederlandse tjalk REINA, kapt. O.G. Bakker, van Stockholm naar Dordrecht bestemd, is door het stoomschip LEVANT aangezeild en heeft daardoor belangrijke schade bekomen. Daar het schip dicht is gebleven, zo zal kapt. Bakker slechts het noodzakelijke aan de schade boven water herstellen en dan zijn reis voortzetten.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Holtenau, 14 september. Het van Koningsbergen (opm: Kaliningrad) met een lading hennep en vlas naar Duinkerken bestemde Nederlandse schip CATHARINA, kapt. Veeling, is bij Guldstaf met een schoener in aanzeiling geweest en heeft daarbij de boegspriet verloren.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Van Dantzig den 14 september vertrokken TWEELINGEN DANIEL EN WILCO, Klein naar Delfzijl.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 17 september. Uit Edam bevinden zich geregeld twee kofschepen in de vaart op Noorwegen en de Oostzee, op welke geen sterke drank aan de equipage wordt uitgedeeld. Van die schepen wordt de getuigenis afgelegd, dat het werk even goed, ja vlugger en beter dan vroeger gaat en dat de zeeman bekennen moet, dat hij bij het niet gebruiken van die drank zich beter bevindt. Te Amsterdam behoren twee en te Rotterdam vijf afschaffingssche-
pen te huis.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Het Nederlandse barkschip GRAAF VAN HOGENDORP, kapt. Frans van Hees, met deszelfs complete inventaris l.l. dinsdag (opm: 12 september) door de notarissen Dalen en Lambert in het lokaal der publieke verkopingen aan de Geldersche Kade te Rotterdam geveild, zal op morgen de 19e september 1854, des middags ten 1 ure door de voornoemde notarissen ter zelfder plaatse worden afgeslagen.


19 september 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 22 juli. Vrachten. De WILHELMINA CATHARINA laadt, zo hier als op de kust, een kleinigheid rijst à NLG 70 en verder suiker à NLG 80 naar Rotterdam, met 55 ligdagen (opm: overeengekomen laadtijd). De GOUVERNEUR GENERAAL ROCHUSSEN ligt aan op Rotterdam à NLG 65 voor rijst, NLG 97 voor arak (opm: rijstbrandewijn), en NLG 85 voor lichte goederen. Te Soerabaija bedong de JAN SCHOUTEN voor tabak NLG 65, en suiker NLG 70, mits binnen 14 dagen aan boord zijnde; de TIMOR suiker NLG 80, met 50 ligdagen, op drie plaatsen te laden; beide laatste schepen zijn voor Amsterdam bestemd. De HONGKONG verzeilde naar Manilla.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 22 juli. Onlangs zijn door het gouvernement enige overeenkomsten gesloten omtrent een stoompakketvaart in deze gewesten en op Singapoer (opm: Singapore), waaruit de Javasche Courant, o.a. het volgende mededeelt:
1. Aanvangende met 1 mei 1854, heeft de Nederlandsch-Indische Stoomboot-Maatschappij zich voor vier jaren verbonden, om eenmaal ’s maands met een harer stoomschepen de mail-pakket-dienst tussen Batavia en Singapoer te verrichten. De eerste in iedere maand vertrekkende mail is haar verzekerd. Zij is echter ook verplicht, wanneer het gouverne- ment dit verkiest, een tweede maal in de maand gelijke dienst te verrichten. Elk stoomschip doet op de reis naar Singapoer en terug Muntok en Riouw aan.
2. Aanvangende met 1e juni 1854, heeft de maatschappij, vertegenwoordigd door de heer W. Cores de Vries, zich voor vijf jaren verbonden tot het onderhouden ener geregelde pakketvaart door middel van stoomschepen: a) maandelijks van Batavia naar Padang via Benkoelen en terug, mede over Benkoelen; b) gedurende een vol jaar iedere zes weken van Batavia via Semarang en Soerabaija naar Makassar, en van daar verder naar Banda, Amboina, Ternate en Menado en terug over Makassar, en gedurende de overige jaren dat deze overeenkomst in werking zal wezen, dezelfde dienst maandelijks; c) maandelijks van Batavia over Muntok en Riouw naar Singapoer en terug over dezelfde plaatsen. – Het vertrek der schepen is volgenderwijze geregeld: 1e naar Makassar en de Molukken, 24 uren, en 2e. naar Padang tweemaal 24 uren na aankomst van de overland-mailboot van Singapoer. Bij buitengewoon late aankomst van de mail, wordt het vertrek nader bepaald.
3. Met de maatschappij, vertegenwoordigd door de heer W. Cores de Vries, is voorts overeengekomen een proef te nemen, hierin bestaande: a) dat de stoomschepen zijner onderneming, die in het laatst der maanden augustus en september van dit jaar zullen worden aangewezen voor het overbrengen der mailpakketten naar Singapoer, op de reis van Batavia derwaarts de rede van Pontianak zullen aandoen tot afgifte en ontvangst van pakketten en tot ontscheping en inscheping van passagiers en goederen; b) dat te Pontianak buiten de rivier van gouvernementswege een vaartuig zal worden gereed gehouden om, bij aankomst van het pakketschip, de passagiers, goederen en pakketten aan boord te brengen en van boord te halen; c) dat de ondernemer zal zorgen, zoveel dit van hem afhangt, dat deze stoomschepen te Singapoer aankomen, tijdig genoeg om de pakketten en passagiers voor Europa nog met de eerste mail te doen vertrekken; d) dat voor elke dezer proefreizen zal worden uitgekeerd een som van NLG 1000, als buitengewone subsidie.
Volgens de heer Cores de Vries, kan het eerste stoomschip op de 28e augustus aanstaande te Pontianak verwacht worden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Falmouth, 14 september. Het schip HARMONIE, kapt. Keijser, van Galatz alhier binnengelopen, is op het droge gezet om nagezien te worden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Publieke verkoping op dinsdag de 26e september 1854, des middags ten 12 ure, aan de Noordblaak voor de Nieuwesteeg te Rotterdam, ten overstaan van D.H. Corne, van een bijzonder hecht en sterk tjalkschip genaamd de DRIE GEBROEDERS, groot 79 ton, met deszelfs complete en goed onderhouden inventaris, kunnende twee dagen bevorens aldaar worden bezichtigd.


  AH - Algemeen Handelsblad

Verkoping van schepen te Amsterdam op 18 september:
- Het gekoperd brikschip CATHARINA MARIA, kapt. F.H.J. Hillebrand: NLG 22.200, in slag NLG 1.000. Koper B.D. Bosscher (opm: een makelaar namens F. Smelt & Zonen [boekhouders, 2/3e] en T. Kroon [1/3e], Amsterdam; nieuwe naam JEANNETTE, kapt. M. Butijn).
- Het gekoperd brigantijnschip DRIE JOHANNA´S, kapt. J. v.d. Gouw: NLG 15.300, in slag NLG 6.000. Koper F. der Kinderen (opm: een makelaar namens J.H. Schröder, Amsterdam; het eigendomsbewijs van de nu SOPHIE vermeldt als scheepstype schoener-hoeker; kapitein werd Jan van der Gaauw).

PGC 190954
Londen, 15 september. Het schip HILLECHIENA, kapt. De Boer (opm: zie NRC 180954), van Cardiff naar … bestemd, is de 10e dezer op zee gezonken. De kapitein is verdronken, doch de overige equipage heeft zich in de boot gered.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Advertentie. Oprichting ener Stoomboot-Maatschappij.
Het is buiten alle twijfel, dat in de tegenwoordige tijd, niet alleen om nieuwe takken van nijverheid te doen ontstaan of kwijnende op te beuren, maar zelfs om die, welke zich in een bloeiende toestand bevinden – voor teruggang te behoeden, voldoende middelen van communicatie, versnelde middelen van vervoer, onontbeerlijk zijn.
Wanneer wij een blik slaan op de toestand hiervan in dit gewest, dan moeten wij erkennen, dat zij omtrent beide veel te wensen overlaat. Iedere dag wordt de overtuiging algemener, dat niet langer zo mag blijven, en alzo het verlangen schier algemeen, dat de pogingen, die van verschillende zijden worden aangewend om in een en ander verbetering te verkrijgen, spoedig door uitvoering worden gevolgd.
Onder een verbetering in de middelen van vervoer, is de behoefte wel het dringendste aan die van stoombootdiensten en voor genoegzaam alle takken van nijverheid, in de eerste plaats aan een geregelde stoombootvaart tussen deze provincie en Londen.
Het veranderde stelsel van rechten op de in- en uitvoer in Engeland, is van weldadige invloed op de landbouw en handel; het is echter verre af, dat daarvan in dit gewest die voordelen worden getrokken, welke onze gunstige ligging aanbiedt. Bij een geregelde en meer directe gelegenheid van vervoer door een stoombootdienst zal zulks stellig het geval worden, bijzonder voor de landbouw.
Deze overtuiging deed het bestuur der Provinciale Sociëteit besluiten, om de leden op te roepen en dienaangaande een voorstel te doen; waarvan het gevolg is geweest, dat de ondergetekenden gecommitteerd zijn, om te beproeven door algemene medewerking zodanige dienst tot stand te brengen, nadat dienaangaande in overleg werd getreden met het bestuur der Eems- en Fivel-Maatschappij en bepaald was, om gemeenschappelijk tot hetzelfde doel werkzaam te zijn.
Het is echter onzeker, of de vereiste stoombootdienst al dadelijk voor de ondernemers rekening zal geven, maar zeker is het voordelig voor degenen, die de artikelen produceren, die daarmede verzonden worden; gelijk het dit eveneens lager zal zijn voor alle verbruikers, door een vermeerderde productie; - naar aanleiding hiervan, menen wij, dat de deelneming in een onderneming van zo geheel provinciaal belang zo algemeen mogelijk moet zijn. Waarom de aandelen in de op te richten stoombootmaatschappij op niet hoger dan honderd gulden gesteld behoren te worden, met vrijlating aan een ieder, van zoveel aandelen te nemen, als hij zal goedvinden.
Ter bevordering der deelneming zijn in iedere gemeente dezer provincie door ons personen uitgenodigd, om aan belangstellenden nader inlichting te geven, die tevens in hun gemeente de gelegenheid tot deelneming op de meest doelmatige wijze zullen aanbieden en zoveel mogelijk bevorderen; van welke personen een nadere opgaaf in dit Dagblad zal geschieden.
Wij vertrouwen, dat allen, van welke rang of stand in de maatschappij, maar bijzonder kooplieden, landbouwers en veehouders hun belang bij deze onderneming voldoende zullen inzien, om naar billijkheid en vermogen mede te werken ter verwezenlijking van een plan, zo gebiedend gevorderd voor een blijvende welvaart in dit gewest.
Groningen, 15 september 1854, J.J. Borst, W.L. Dijkhuis, G. Reinders, U.G. Schilthuis Jz., W. de Sitter.


20 september 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 19 september. Het schip AMERIKA, kapt. D. Schuymer, van Akyab naar het Kanaal, is, volgens brief van Calcutta van de 4e augustus, de 1e augustus aldaar lek binnengelopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Liverpool, 18 september. Aangekomen de FLEVO, kapt. S. van der Meij, van Bombay; aan boord alles wel.
(opm: na aankomst werd het fregat, bouwjaar 1836, in november 1854 verkocht aan Wienholt in Londen, nieuwe naam MARY WIENHOLT, kapitein Weissenhorn; op 21 juli 1858 werd het schip in St. Helena afgekeurd en waarschijnlijk verkocht voor de sloop, zie GSL 040958)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Mauritius, 26 juli. Het alhier in averij binnengelopen Nederlandse schip ADMIRAAL JAN EVERTSEN, kapt. Kuyper, van Padang naar Amsterdam bestemd – zie ons nommer van 19 juli – heeft een bodemarij gesloten van DLR 29000 (opm: vermoedelijk de toen gangbare zilveren Mexicaanse dollar) tegen 12% om daarmede de kosten van reparatiën enz. te dekken. Deze lening wordt gewaarborgd door het schip, de vracht en lading, en moet twintig dagen na gelukkig arrivement (opm: aankomst) van het schip in Amsterdam betaald worden. Genoemde bodem heeft de 19e j.l. de reis voortgezet.
(opm: Bodemarij of bodemerij [van bodem = schip] omschrijft Mr. J.A. Molster als eene overeenkomst tussen een geldschieter en een geldopnemer, waarbij eene som gelds wordt opgeschoten, met beding van premie en onder verband van schip of goed of beide, met dat gevolg, dat indien het verbondene, geheel of gedeeltelijk, door toevallen op zee vergaat of vermindert, de geldschieter zijn recht op de opgeschoten penningen en op de premie verliest, voor zoover dit een en ander niet op hetgeen overblijft kan worden verhaald; maar indien het verbondene schip behouden ter plaatse zijner bestemming aankomt, de hoofdsom, benevens de premie moet betaald worden. Vanwege dit grote risico werd door de geldgevers de hoge premie van 12% bedongen)


  JB - Javabode

Advertentie. Vendutie. Op vrijdag de 6e oktober aanstaande zal alhier bij publieke veiling voor rekening van belanghebbenden worden verkocht het wrak van het Nederlandse schip ADRIANA PETRONELLA (opm: bark, kapt. A.A. Brockx, zie o.a. NRC 181154), zoals hetzelve is liggende of niet liggende in de nabijheid van het eiland Sepoedie, beoosten Madura. Voorts de te Soerabaija aanwezige rondhouten, zeilen, ankers, kettingen, tuig en verdere scheeps-inventaris, meest alles nieuw of slechts op één reis gebruikt.
Soerabaija, 14 september 1854, de agenten Fraser, Eaton & Co.


  JC - Javasche Courant

In ons blad van zaterdag jl. vermeldden wij met weinige woorden het van Soerabaya ontvangen bericht, omtrent het vergaan van het Engelse schip JOMIMA PAREIRA. In de Oostpost van Soerabaya dd. 13 dezer leest men dienaangaande het volgende:
Op gisteren arriveerde alhier de gezagvoerder Thomas M. Craig, van de te Singapore te huis behorende Engelse bark JOMIMA PAREIRA. Dit vaartuig, te Ampenan beladen voor Singapore, vertrok van daar op de 31 augustus ll. naar deszelfs bestemming, alles wel aan boord. Toen het vaartuig op het punt was, de passage tussen Goa-Goa en Raäs in te zeilen, terwijl tot dat einde bij toenemende stijve koelte moest worden opgeloefd, haalde het buitendien zeer ranke vaartuig sterk over, en schoon alle pogingen werden aangewend door het bergen van zeilen als anderszins, het schip te rechten, sloeg het spoedig daarna geheel om, en zonk binnen 15 minuten in 30 vadem water.
Dit ongeluk vond zo plotseling plaats dat geen tijd bestond om de sloepen uit te zetten of te strijken, en al de opvarenden vonden zich als het ware in een ogenblik aan de golven prijs gegeven; enige planken en watervaten die los op het dek lagen, en kippenhokken, die nu boven dreven, dienden de equipage om zich voor het ogenblik te redden. De hekjol, die men had kunnen lossnijden, doch niet gauw genoeg klaren, kwam spoedig weder boven drijven en verschafte de gezagvoerder de gelegenheid, een vrouw, die op het punt was van te bezwijken, daarin te bergen. Geholpen door de stroom, landden na een nacht van angst en levensgevaar, 19 personen op een klein onbewoond eiland van de groep, van waar zij met behulp der geborgen jol naar Poelo Raäs overstaken, terwijl 13 personen werden vermist.
Het hoofd van dat eiland verzorgde de schipbreukelingen en zond dadelijk vaartuigen uit om zo mogelijk de nog vermisten op te zoeken, doch zijn menslievende pogingen mochten slechts gedeeltelijk gelukken, daar van de 13 personen slechts 4 op andere eilanden werden gevonden en naar Poelo Raäs overgebracht, zodat 9 personen, waaronder de opperstuurman Harcourt Stewart, de slachtoffers zijn geworden van dit betreurenswaardig ongeval.
Door de zorg van het hoofd van poelo Raäs werden de geredde schipbreukelingen naar Sumanap overgevoerd, alwaar zij met de meeste menslievendheid werden ontvangen en verzorgd, en voorts, na een verblijf aldaar van 5 dagen, naar Soerabaya vervorderd, alwaar zij op gisteren zijn aangekomen. Schip en lading zijn totaal verloren.


  JB - Javabode

Batavia, 19 september. De 16e dezer is hier aangekomen het Nederlandse schip KOOPHANDEL, kapt. H. de Boer, de 4e juni vertrokken van Amsterdam.
De 17e dezer is hier aangekomen het Nederlandse schip HONGKONG, kapt. W.M. Keuker, de 17e augustus vertrokken van Manilla.
Heden is hier aangekomen het Nederlandse schip SUSANNA GEERTRUIDA, kapt. D. Steenveld, komende van Amsterdam.


21 september 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Dordrecht, 20 september. Heden namiddag ruim 15.30 u is van de werf De Merwede van de scheepsbouwmeesters C. Gips & Zoonen met het beste gevolg te water gelaten het nieuw gebouwd en gekoperd barkschip BOMMELERWAARD, gebouwd voor rekening ener rederij onder de directie van de heren J.B. ’t Hooft en F.C. Deking Dura, en gevoerd zullende worden door kapt. F.H.A. Loos.
Onmiddellijk daarna is de kiel gelegd voor een schip, hetwelk de naam zal voeren van ISABELLE, voor rekening van de heer Van Cutsum te Rotterdam.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Skagen, 12 september. De te Veendam te huis behorende schoenerkof ALBERDINA LAMMECHIENA), kapt. E. Duiven, van Bergen met haring naar Dantzig bestemd, is gepasseerde nacht in deze nabijheid gestrand. De bemanning, zomede de kapiteinsvrouw, die zich aan boord bevindt, zijn gered. De berging der lading enz. hangt van het weder af. Heden was het door storm en hoge zee onmogelijk het schip te genaken (opm: dichterbij te komen; zie ook NRC 260954).


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Carolinerzijl (opm: Carolinensiel), 15 september. Het schip CLARA CATHARINA, kapt. De Vries, van de Elve (opm: Elbe) naar Antwerpen, is zwaar lek in de Harle binnengelopen. De lading zou weinig beschadigd zijn.
(opm: zie NRC 161054)


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Groningen. 20 september. Heden is met goed gevolg van stapel gelopen het schoenerschip de ZAAIJER, groot ongeveer 100 last, gebouwd op de werf Het Hoofd, bij de scheepsbouw-meester F.U. van der Werff, buiten het Kleinepoortje alhier, onder directie van de heer E.J. Zelling te Eexta. Genoemde bodem zal bevaren worden door kapt. G. Boekhout, van Winschoten.


22 september 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Memel (opm: Klaipeda), 16 september. Op bevel van kapt. Hoathcote, commanderende het Engelse korvet ARCHER, zal de lading van het alhier als prijs opgebrachte Nederlandse schip MINIMA – zie ons nommer van 17 dezer – heden namiddag verkocht worden, en het vaartuig, dat 11½ commerciële lasten groot is, overmorgen.
(opm: zie NRC 170954 en 260954)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Publieke verkoping in het Notarishuis aan de Geldersche Kade te Rotterdam op dinsdag 19 september: het barkschip, genaamd GRAAF VAN HOGENDORP, groot 335 tonnen of 177 lasten, met deszelfs inventaris, te huis behorende te Rotterdam, twee chronometers, een sextant, een Horsburgh Direction (Zeilaanwijzingen), en een partij kaarten en boeken, gecombineerd om NLG 12.625 verkocht.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Deal, 19 september. Het schip DILIGENTIA, kapt. Horneman, van Londen naar Geelong bestemd, is gisteren op de hoogte van het Noordvoorland (opm: North Foreland) met een kleine brik in aanzeiling geweest. Beide schepen bekwamen schade.


23 september 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Deal, 19 september. Het Nederlandse schip DILIGENTIA, kapt. Horneman, heeft bij de aanzeiling –zie ons nommer van gisteren – kluiver en buitenkluiver-boom verloren en wordt van hier op nieuw daarvan voorzien.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 22 september. De 20e dezer is van de werf van de scheepsbouwmeester F.M. van der Werff te Groningen te water gelaten het schoenerschip de ZAAIJER, groot ongeveer 100 lasten, gebouwd voor rekening van de heer E.J. Zelling te Eexta, en gevoerd zullende worden door kapt. G. Boekhout.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Capelle aan den IJssel, 22 september. Heden is alhier van de werf van de scheepsbouwmeester W.C. Hoogendijk met het beste gevolg te water gelaten het barkschip CORNELIA EN MARGARETHA, groot 319 gemeten lasten, bestemd voor de grote vaart en zullende gevoerd worden door kapt. W.L. van den Dries, voor rekening ener rederij onder directie van de heer A.S. Smits te Lekkerkerk.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Te Amsterdam ligt in lading naar Batavia, Samarang en Soerabaya (opm: Djakarta, Semarang en Surabaya) het nieuw gebouwd en gekoperd tweedeks campagne barkschip THEODORA MECHTELDA, kapt. D. Boelhouwer, zijnde uitmuntend ingericht tot het overvoeren van passagiers, en varende een geëxamineerde scheepsdokter. Het schip zal in de eerste dagen der maand november tot vertrek gereed zijn. Reflecterenden gelieven zich te vervoegen bij de eigenaars de heren Wed. B.W. van Starckenborg van Straten, IJ-Gracht, No. 39, te Amsterdam, of bij de cargadoors Oolgaardt en Bruinier, aldaar.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Groningen, 22 september. Gisteren arriveerde alhier het schoenerschip THEODORA JOSINA, groot 100 last, kapt. H.H. Vierow, van Amsterdam, gebouwd te Hoogezand op de werf van de heer E. Meursing.


  JB - Javabode

Tjilatjap, 15 september. Het was heden een belangrijke dag voor deze plaats. Een groot gedeelte der Europese bewoners was vroegtijdig vergaderd aan de Tjidonan, alwaar een werf is opgericht geworden door de heer H. Fiever, om ijzeren laadboten en ijzeren stoomboot aaneen te hechten. De laatste zal moeten dienen om de laadboten de rivier Tjitandooi, tot aan Bandjar voor de afhaal van ’s gouvernementsproducten op te slepen. Wij kunnen niet beter doen, dan hier zo veel mogelijk terug te geven, wat een der tegenwoordige heren zei:
Mijne heren, wij zijn bijeengekomen om een toneel te aanschouwen enig in zijn soort voor Tjilatjap. Belangrijk mag ten rechte genoemd worden het door de heer Fiever aangevangen werk, om op deze eenzame plaats het aaneen zetten van ijzeren laadboten en van een ijzeren stoomboot te durven ondernemen, - doch wij zien nu ook reeds welke gunstige resultaten zijn pogingen hebben opgeleverd. In de korte tijd van drie weken hebben wij het lossen van een schip, bevracht met de boten en stoomboot en het aflopen van een der laadboten aanschouwd, terwijl een tweede reeds ver gevorderd is.
Door vrijwillig werkvolk, door enige klinkers van Soerabaya werd dit werk tot stand gebracht. Bij mij bestaat de gegronde hoop, door ons allen stellig gedeeld, - dat de verdere arbeid naar wens zal aflopen.
Laat ons de werkman en machinist de heer Jäger niet vergeten, een paar woorden omvatten onze gedachten: Het werk loont de meester.
Bij enig nadenken moet het iedereen treffen op die prachtige Tjitandooi spoedig een ijzeren stoomboot, met ijzeren laadboten, - de vrucht der laatste uitvinding van de menselijke geest, naast een uitgeholde boomstam, - de kindsheid der scheepvaart; - de twee uitersten, - te zien varen.
Wij mannen der 19e eeuw – al ware het alleen om de wille des vooruitgangs – laat ons daarom gezamenlijk met dit glas, de ondernemer Fiever volharding tot voleindiging van zijn moeilijke taak, en welslaging en voorspoed in zijn onderneming toewensen.


24 september 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Ridderkerk, 23 september.Heden namiddag ten 3½ ure is van de werf van de heer A. Pot te Bolnes met het beste gevolg te water gelaten het campagne-barkschip SCHEVENINGEN, groot ruim 400 Java-lasten, voor rekening ener rederij onder directie der heren P. Varkevisser & Zonen te Scheveningen, en onmiddellijk daarop de kiel gelegd voor het campagne-fregatschip ANNA DIGNA, gevoerd zullende worden door kapt. C. Ouman, voor rekening ener rederij onder directie der heren Blaauw & Co te Amsterdam. Beide schepen zijn bestemd voor de grote vaart.


25 september 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Christiansand (opm: Kristiansand), 9 september. Het Nederlandse schip (opm: schoenerkof) GEPPINA, kapt. A. Oldenburger, van Archangel naar Schiedam bestemd, is alhier wegens stormweder binnengelopen.


26 september 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Heden ontving ik het treurig bericht van het afsterven van mijn geliefde echtgenoot Jan van Delft, in leven gezagvoerder van het Nederlands barkschip JOHANNES MARINUS, liggende te Hongkong. Een kortstondige ziekte maakte een einde aan zijn voor mij dierbaar leven. De troost des Evangelies sterke mij in deze weg en doet mij met mijn twee kinderen stil berusten in Gods wijze wil.
Katwijk aan den Rijn, 22 september 1854, Wed. J. van Delft, geb. W. Wassenaar


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hellevoetsluis, 25 september. Heden nacht is op het Goereese strand aan de grond geraakt de stoomboot ADMIRAAL VERHUELL, kapt. J. Hus, van Havre. Zij zal vermoedelijk weg zijn. De equipage is gered en de stoomboot KINDERDIJK is derwaarts vertrokken tot adsistentie, doch is weder terug.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 25 september. Het schip AMSTERDAM, kapt. Tjebbes, in het Oosterdok afgetimmerd wordende, is gisteren bij een hevige rukwind omgevallen en gedeeltelijk vol water gelopen. Men heeft terstond alle middelen tot lichting aangewend en men hoopt het schip spoedig weder recht en ledig te hebben.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 26 september. Het schip TWEE GEBROEDERS, kapt. R.B. Berg, de 22e dezer van hier naar Stockholm vertrokken, is met verlies van ankers in het Oosterdok teruggekomen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Memel (opm: Klaipeda), 20 september. Het alhier verkochte schip MINIMA, hetwelk als prijs van de Engelse korvet ARCHER was opgebracht – zie onze nommers van 17 en 22 dezer – is voor een prijs van 300 verkocht, en de lading voor 1800. (opm: 1: de geld-eenheid is een onduidelijk symbool; zie verder NRC 170954 en 220954)
(opm: 2: de Engelse lijst Naval Prizes between 23rd May, 1854 and 31st March 1855 - Crimean War – Dutch vessels verstrekt meer duidelijkheid over dit schip; het blijkt [volgens de officiële Nederlandse lijst van geretourneerde zeebrieven] een sloep te zijn geweest van 11 lasten, gevoerd door kapt. H. van Weerden Poelman; 21 Dutch tons groot volgens de Engelsen; de lading bestond uit kaas, jenever, tabak en sigaren; de sloep was op 3 september 1854 door het oorlogsschip ARCHER aangehouden, verdacht van het breken van de blokkade voor Riga en werd op 16 maart 1855 door het Admiralty fee fund voor GBP 42.10.6d geveild; nadere gegevens zijn niet gevonden)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Skagen, 16 september. Het op de 12e dezer alhier in de nabijheid gestrande Nederlands kofschip ALBERDINA LAMMECHINA – zie ons nommer van 21 september – zit zo diep in het zand, dat de schanskleding (opm: verschansing) onder water is. Hetzelve zal dus wel niet afgebracht kunnen worden. Van de 917 tonnen haring, waaruit de lading bestond, zijn ca. 400 tonnen (opm: vaten) meer of minder beschadigd geborgen en worden hier zo spoedig mogelijk verkocht. Het grootste gedeelte van de inventaris en van het tuig is mede gered.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Dantzig, 22 september. Het Nederlandse schip GEERDINA, kapt. Stuit, de 14e dezer van hier naar Amsterdam vertrokken, is gisteren met overgeworpen lading uit zee teruggekomen.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Groningen, 25 september. Zaterdag middag (opm: 23 september) is van de Buitenwerf van de heer E.H Meursing alhier met goed gevolg van stapel gelopen het kopervast driemast schoenerschip SCHURINGA, groot ongeveer 150 last, zullende gevoerd worden door kapt. H.O. Engelsman, van Veendam.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Het vrijgegeven schip de JONGE ALBERT, kapt. J.A. van der Zee, is laatstleden donderdag van Londen in Texel binnengekomen.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Koningsbergen, 20 september. Scheepsvrachten. Bij meer vraag naar Nederland zijn de prijzen gestegen. Bedongen: Amsterdam NLG 23 à NLG 26, de Maas NLG 24 à NLG 27, Antwerpen NLG 28, alles met NLG 1,- per last tarwe. Weinig schepen onbevracht.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Dantzig, 18 september. Scheepsvrachten zeer stil, zonder veel uitzicht op verandering. Londen Sh.3/3 per quarter tarwe, Antwerpen NLG 25,-, Amsterdam NLG 20,- per last hout, NLG 24 per last rogge.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Pillau, 17 september. Schoon er gebrek aan schepen beging te komen en velen liever in ballast naar Engeland gaan dan de tegenwoordige prijzen aan te nemen, zo bemerkt men toch weinig verandering. Londen Sh.26/- voor talg, Amsterdam NLG 24 à 26, de Maas NLG 25 à 27 per quarter (opm: per last) tarwe, Antwerpen NLG 24 voor zaad.


  LC - Leeuwarder Courant

Te koop: een binnenaal-aak met zeil en treil en koperen karrings, geheel vertimmerd en grotendeels vernieuwd. Te bevragen bij Nanne Ronner, scheepstimmerman te Dockum.


27 september 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Mandahl (opm: Mandal), 14 september. Het schip MINERVA, kapt. A.A. Oldenburger, van Archangel naar Amsterdam, is alhier met schade binnengelopen. Het moet lossen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlissingen, 25 september. Het Belgisch brikschip OTTO VENIUS, kapt. Delf, en de Engelse schoener SORCIÈRE, kapt. Olivier, beide gisteren te Rammekens voor anker, hebben elkander daar aanmerkelijke schade toegebracht.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlissingen, 25 september. Het Belgisch pleitschip JONGE CATHARINA, kapt. Bertels, van Gent met steenkolen naar Amsterdam bestemd, is gisteren bij Rammekens gezonken. Men denkt het vaartuig te behouden nadat de lading met laag water gelost zal zijn.


  JB - Javabode

Men leest in de Javasche Courant van heden:
Berichten van Bandjermassing behelzen de volgende bijzonderheden omtrent de stranding van het barkschip FATAHOOL RACHMAN. De 5 augustus zeilde dat vaartuig, met een equipage van 32 man van Soerabaya. Door hoge zeeën en hevige zuidoostelijke winden gedreven, raakte het de 10 augustus vast op het rif van Poeloe Kramean, liggende ongeveer 40 Engelse mijlen van Tandjong Salatan (zuidoost). Alle pogingen om het vaartuig van het rif af te brengen, bleven vruchteloos. Inmiddels waren 2 kruisboten van Bandjermassing, benevens de bark ASSAD DULLAH, naar de plaats des ongeluks gestevend. Ook vertrok de stomer TJIPANAS de 23 augustus derwaarts. Na veel inspanning slaagde men er in de schipbreukelingen behouden te Bandjermassing aan te brengen. Deze lieden waren negen dagen op het eiland verbleven, voor hun voeding niets anders hebbende dan 1½ picol rijst. Hun pogingen, om door middel van putgravingen drinkwater te bekomen, bleven vruchteloos, en hadden zij een ondragelijke dorst doorgestaan.
Van de lading der FATAHOOL RACHMAN, bestaande in zilveren specie (opm: muntgeld) en gouvernements goederen, is het eerste slechts gered kunnen worden. Het verlies der verloren lading, waaronder twee nieuwe laadschouwers en toebehoren, bestemd voor het transport van steenkolen te Bandjermassing, wordt geschat op circa NLG 25.000,-.


  JB - Javabode

Melbourne, 21 juli. Het Nederlandse koopvaardijschip JEANNETTE PHILIPPINA is na een zeer slechte reis op de 11e juli te Port Adelaide aangekomen. Op de 16e juni was het schip op 37º46’ ZB 76º12’ OL door een hevige golfslag getroffen, die kapt. J. van der Mey met de borst zodanig tegen een vat had geworpen, dat hij drie dagen daarna aan de gevolgen daarvan is overleden.


28 september 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hellevoetsluis, 26 september. Men is heden druk bezig met de ontlossing van het gestrande stoomschip ADMIRAAL VERHUELL – zie ons nommer van eergisteren. Het schip zit geheel droog, zodat men bij laag water er bijna rond kan lopen. Wanneer het weder zo gunstig blijft als heden, heeft men alle hoop om het schip weder in vlot water te brengen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Berwick, 23 september. De Nederlandse sloep VROUW ANSKE, kapt. Van der Veen, van Harlingen met een lading vlas en kaas naar Leith bestemd, is gisteren bij het binnenzeilen der haven van Holy-Island aan de grond geraakt; is evenwel het volgende tij vlot gekomen en ligt nu in die haven geankerd. Het schip maakt slechts een weinig water en de kapitein denkt met de eerste gunstige gelegenheid de reis voort te zetten.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Het schip ALBERDINA LAMMECHIENA, kapt. Duiven (opm: schoener-galjoot, bouwjaar 1854; kapt. Pieter Kornelis Duiven, zie ook NRC 210954), uit Wildervank, van Bergen naar Dantzig, in de nabijheid van Skagen gestrand, is zo diep in het zand geweld, dat de verschansing reeds grotendeels onder water zit en dus wel niet afgebracht zal kunnen worden. Van de lading, bestaande in haring, zijn ongeveer 400 tonnen en van tuig en inventaris het grootste gedeelte geborgen.


29 september 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 28 september. Het schip (opm: schoener) MARIA SOPHIA, kapt. M. van Gijsel, van Melbourne naar Batavia, is wegens overzeiling verongelukt.
(opm: zie JB 230854, NRC 051054 en 171054)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Harwich, 25 september. De Nederlandse bark MACHTILDA CORNELIA, kapt. Lundegreen, welke de 19e augustus alhier met averij werd binnengebracht, is heden na geëindigde reparatie van de Patent Slip (opm: sleephelling) gelaten.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Memel (opm: Klaipeda), 23 september. Het alhier van Amsterdam gearriveerde Nederlandse kofschip GROOT LANKUM, kapt. De Weerd, heeft de beide ankers verloren.


30 september 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

New York, 16 september. Het van hier naar Quebec vertrokken schip DOLPHIJN, kapt. Dobbinga, is met schade uit zee teruggekomen.


  DC - Dordtsche Courant

Hellevoetsluis, 28 septmber. De ALIDA, kapt. A.H. Oldenburger, van Archangel, is in het gezicht met verlies van boventuig.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Groningen, 29 september. Scheepsvrachten. Naar Londen Sh.15/- met 10 % per 10 quarters haver.


  JB - Javabode

Melbourne, 15 augustus. Het schip OUD ALBLAS, kapt. Kruymel, vertrok van hier de 9e juni j.l. voor Makassar en Singapore met passagiers. Na veel oostelijke wind en stormweder doorgestaan te hebben, en 41 dagen op zee geweest te zijn, liep hij Sydney binnen om provisiën en bekomen schade te repareren.


  JB - Javabode

Batavia, 29 september. Heden is hier aangekomen het Nederlandse schip ADMIRAAL DE RUYTER, kapt. S. Stapert, de 17e augustus vertrokken van Australië.


01 oktober 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 30 september. Volgens brief van kapt. F.J. Nahmens, voerende het schip OOSTERLING, van hier naar Batavia, in dato 26 september, bevond hij zich toen in goede staat zeilende op de hoogte van Bevesier (opm: Beachy Head). Aan boord alles wel.
(opm: eerste reis, zie NRC 090754)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Dantzig (opm: Gdansk), 27 september. Het schip GEERDINA, kapt. Stuit, van hier naar Amsterdam, met overgeworpen lading uit zee teruggekeerd – zie ons nommer van 26 september – heeft gelost. De tarwe en een gedeelte der weedas (opm: potas van wede, destijds gebruikt bij de bereiding van verven, zepen, enz.) zullen wegens beschadigdheid verkocht worden.


02 oktober 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 5 augustus. Men schrijft van Karimon Java 7 juli: Op de 2e dezer landde alhier een barkas met 14, en des anderen daags een sloep met 11 personen, gezamenlijk uitmakende de equipage van de op de 24e der vorige maand met bindrotting, kadjang-matten en steenkolen van Bandjermassin naar Batavia onder Nederlandse vlag uitgeklaarde bark FATAHOOL HAIR, gezagvoerder Hadjie Mohamat Faijip, groot 84 lasten, hetwelk de vijfde dag na het afreizen zodanig lek viel, dat men het met alle inspanning slechts vermocht drijvende te houden, tot men ongeveer de helft der lading had kunnen over boord werpen. Nu echter geraakten de pompen door kolengruis verstopt, onklaar en moest alle hoop op behoud des bodems worden opgegeven, die dan ook in de nacht van de 30e juni op de 1e dezer op onbekende hoogte tussen Bawean en Bandjermassin met al het overige van lading en inventaris is gezonken. De equipage, bestaande uit 23 koppen en twee vrouwelijke passagiers, redde zich in gemelde sloepen, doch hun bleef in de verwarring des ogenbliks de tijd niet gegund zelfs het minste voedsel of enig drinkwater mede te nemen. Terwijl men in die toestand zelfs ook de volgende dag en nacht slechts op uitkomst koers stelde, niet wetende werwaarts men zich zou begeven, toen beide sloepen, door vissers dezer groep ontdekt, achtervolgelijk hier werden aangebracht en in de nood der behouden bemanning zo veel mogelijk werd voorzien. Deze ongelukkige mensen zijn met een kruispraauw door de autoriteit, die hun overigens alle hulp heeft betoond, naar Japara gezonden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 5 augustus. Vrachten. Hierin werd door de langzame afvoer van producten zeer weinig gedaan. De ANNA MARGARETHA bedong voor suiker, alhier te laden, NLG 80 en voor rijst te Indramayoe (opm: Indramayu) NLG 75. De ADMIRAAL VAN HEEMSKERK en HELLEVOETSLUIS zijn ter bevrachting aangeboden, doch nog zonder destinatie.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 5 augustus. In het najaar van 1852 werden uit Nederland naar Soerabaija gezonden de in de fabriek te Fijenoord vervaardigde delen van een ijzeren stoomschip van 70 paardenkracht, met schuins liggende machines van directe werking en tubulaire stoomketel, aan welk vaartuig door Z.M. de koning de naam was gegeven van ADMIRAAL VAN KINSBERGEN. Met de ineenzetting en uitrusting werd onder toezicht van de hoofdingenieur voor het stoomwezen, de heer Bennett, in het begin van 1853 bij ’s Lands timmerwerf te Soerabaija een aanvang gemaakt. De werkzaamheden werden met zoveel ijver voortgezet, dat het vaartuig reeds enige maanden daarna kon worden te water gelaten. De 16e juli 1854 werd de ADMIRAAL VAN KINSBERGEN onder bevel van de luitenant-ter-zee der 1e klasse J. Osti in dienst gesteld, met een gelijke bemanning als die van Zr.Ms. stoomschip ONRUST.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 6 augustus. Kapitein Broeksmit, voerende het Nederlands fregatschip BATO, heden alhier van Hobart-Town gearriveerd, rapporteert, dat hij in Torres-straat 41 schipbreukelingen van drie Engelse schepen aan boord genomen heeft, namelijk van de FATIMA, kapt. Hardie, de THOMASIN, kapt. Holmers en de ELIZABETH, kapt. Churchyle, allen bestemd van Australië naar Singapore. De eerste en laatste zijn gestrand op Great Detached-reef, en de tweede op een onbekend rif op 16º29’ ZB 148º05’ OL Greenwich, en dat hij bij Rain island op het Great Detached Reef vier wrakken zag, en twee op het Cockburn-Reef.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. F. der Kinderen, H.J. Rietveld en G.J. Boelen, makelaars te Amsterdam, zullen op maandag 9 oktober 1854, des avonds ten 6 ure precies, ten huize van J. Meijerink, in de Nieuwe Stads Herberg aan het IJ, ten overstaan van een daartoe bevoegd beambte, bij opepbare opveiling aan de meestbiedenden of hoogstmijnenden presenteren te verkopen:
- 1/32e in het gekoperd fregatschip NASSAU, kapt. J.L. ten Boekel, groot 247 gemeten lasten, thans op reis naar Singapore, varende onder de directie van de heren Luden & Van Geuns alhier
- 1/16e in het Nederlands gekoperd fregatschip SUZANNA CHRISTINA, kapt. J.J.H. Stolte, groot 252 gemeten lasten, volgens laatste berichten liggende te Mauritius, varende onder directie van de heren Luden & Van Geuns alhier.
- 1/16e in hetzelfde schip, als boven.
- 1/16e in het Nederlands gekoperd fregatschip GEZINA, kapt. P. Burggraaff, groot 328 gemeten lasten, thans op reis naar Adelaïde, varende onder directie van de heren Luden & Van Geuns alhier.
- 1/32e in hetzelfde schip, als boven
- 1/32e in het Nederlands gekoperd fregatschip JUPITER, kapt. G.J. van der Mey, groot 498 gemeten lasten, thans op reis naar Java, varende onder directie van de heer J. Luden alhier.
- 1/32e in het Nederlands gekoperd fregatschip AMPHITRITE, kapt. D. Grim, groot 416 gemeten lasten, thans liggende voor deze stad, varende onder directie van de heer J. Luden alhier.
- 1/8e in het Nederlands gekoperd barkschip AFRIKA, kapt. G. Mannoury, groot 183 gemeten lasten, thans op reis naar Moulmain (opm: Moulmein, Burma), varende onder directie van de heer Johan Boelen alhier.
- 1/32e in het Nederlands ijzeren schoenerschip HENRIETTE), kapt. T.C. de Boer, groot 91 gemeten lasten, thans liggende voor deze stad, varende onder directie van de heer J. Bletz alhier.
- 1/32e in het Nederlands ijzeren barkschip HERMINE MARIA ELISABETH, kapt. U. Bonjer, groot 173 gemeten lasten, thans op reis naar Java, varende onder directie van de heren J. Bletz en S.A.C. Dudok van Heel alhier.
- Een bewijs van deelgerechtigheid voor NLG 6.000 gefourneerd kapitaal in een onderneming tot het drijven voor gemene rekening van handel op de Westkust van Afrika, onder directie van de heren Trakranen & Co alhier.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Te koop een half aandeel in het galjootschip VEREENIGING, groot 53 lasten, liggende te Vlaardingen. Adres met franco brieven bij P. Poldervaart te Vlaardingen.


  RC - Rotterdamsche Courant

Vlissingen 28 september. Van Antwerpen zijn de Schelde afgekomen en van deze rede naar zee gezeild ANVERSOIS, kapt. Meulenaer, naar Havanna, en VIERGE MARIE, kapt. G. Seykens (opm: zie AH 301154), naar New York.


03 oktober 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 2 oktober. Volgens brief van kapt. A. Viëtor, vroeger gezagvoerder van het schip (opm: fregat) HESTER, op de reis van Sydney naar Australië beoosten Nieuw Holland (opm: Australië, zie o.a. NRC 290754) gestrand, in dato Wide Bay (opm: 5º0’ ZB 152º0’ OL Bismarck Archipel) 1 juni 1854, was hij aldaar met de gehele equipage, na een allergevaarlijkste reis (opm: 40 dagen!) met de boot en sloep behouden aangeland, en zou met een schoener, welke een lading wol voor Sydney innam, naar die plaats vertrekken. (opm: zie ook DC 031054)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Leeuwarden, 30 september. In de morgen van de 25e dezer is nabij het dorp Molkwerum gestrand het tjalkschip de TWEE GEBROEDERS, kapt. Hendrik Frederik de Lange, van Nieuweschans, provincie Groningen, komende van Emden en bestemd naar Rotterdam. De lading bestond uit 25 last rogge. Verdere bijzonderheden zijn ons niet bekend.
(opm: in de PGC van 3 oktober staat letterlijk hetzelfde bericht, maar is de naam van het schip TWEE GEZUSTERS)


  DC - Dordtsche Courant

Volgens bericht uit Sydney van 20 juli is de equipage van het onlangs op Kenn Rock verongelukt schip HESTER aldaar behouden aangekomen. De 1e stuurman van dit schip keert met het schip SUMATRA, en de 2e stuurman met het schip J.C. SCHOTEL, naar Java terug.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Dantzig, 25 september. Scheepsvrachten. Hier zijn dit jaar tot nu toe 1.250 schepen aangekomen, tegen 1.300 in het vorige jaar. Vracht voortdurend laag: Liverpool Sh.4/6 per quarter tarwe; Amsterdam NLG 23 per last rogge, NLG 20 per last hout.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Pillau, 24 september. Scheepsvrachten. Londen Sh.25/- voor talg, Sh.37/- voor hennep. Van Koningsbergen naar Amsterdam NLG 27, Rotterdam NLG 28, Antwerpen NLG 29, alles voor tarwe.


04 oktober 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Stavanger, 17 september. Het schip MAGDALENA, kapt. Buining, van Archangel naar Schiedam, is alhier met gebroken roer binnengelopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Cuxhaven, 26 september. Het schip CATHARINA, kapt. Zoeler, van Nyekjöbing naar Amsterdam, is alhier met schade en verhitte lading binnengelopen. Het moet lossen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Op het alleronverwachts werd mij heden door de dood ontnomen mijn geliefde zoon Teunis van der Borden, in leven gezagvoerder van het schoenerschip ARDINA. Hij was mij een dierbaar kind, de steun mijns ouderdoms en door velen geacht en bemind.
Vlaardingen, 2 oktober 1854, C. van Vliet, Wed. D. van der Borden


  JB - Javabode

Batavia, 30 september. Gisteren is hier aangekomen het Nederlandse schip MALVINA, kapt. Z.E. de Jonge, vertrokken van Launceton de 4e augustus.
Heden zijn hier aangekomen de Nederlandse schepen LUCIPARAS, kapt. J. Kloppenburg, de 28e augustus vertrokken van Port Philip, en ALICIA WILHELMINA, kapt. C.E. Doornbos, de 11e mei vertrokken van Amsterdam.


05 oktober 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 4 oktober. In de op vrijdag j.l. gehouden vergadering van de houders van aandelen in de negotiatie ten behoeve van het beurtveer tussen Middelburg en Rotterdam is besloten tot het bouwen van een nieuwe ijzeren stoomboot voor die dienst, in welke boot de machine van de thans varende stoomboot ZEELAND zal worden aangebracht.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 4 oktober. Op 1 juli waren buiten dienst vijf linieschepen en wel TROMP van 74 stukken, op stapel gezet in 1830, te water gebracht in 1850, de ZEEUW van 84 stukken, op stapel gezet in 1819, te water gebracht in 1825, de KONINGIN van 74 stukken, op stapel gezet in 1819, te water gelaten in 1825, de KORTENAAR van 74 stukken, op stapel gezet in 1825, te water gelaten in 1833, en de KONING DER NEDERLANDEN van 84 stukken, op stapel gezet in 1821, te water gelaten in 1835.
In het geheel zijn in aanbouw 24, gereed of in conservatie 56, in reparatie 3, dus totaal 83 schepen. Op 1 augustus hadden wij in dienst 2 fregatten 1e klasse, 3 fregatten van de 2e klasse, 4 kuilkorvetten, 2 gladdeks-korvetten, 3 brikken 1e klasse, 1 brik van de 2e klasse, 10 schoenerbrikken, 5 schoeners, 15 stoomschepen, 1 transportschip, 1 kostschip, 3 wachtschepen, 1 instructieschip, 10 gaffelkanonneerboten en 1 roeikanonneerboot, te zamen 62 schepen. De aanbouw van nieuwe schepen zal krachtig worden voortgezet.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hellevoetsluis, 4 oktober. Gisteren namiddag is de stoomboot KINDERDIJK op bekomen sein naar de gestrande stoomboot ADMIRAAL VERHUELL gegaan, doch kwam heden morgen ten 11 ure alhier terug, dewijl men door de geweldig hoge zee niets ten voordele dier boot had kunnen uitrichten. In de nacht was de ADMIRAAL VERHUELL vlot geweest en van de stenen dam afgeraakt. Het schip was tamelijk dicht en men heeft besloten, dat de KINDERDIJK morgen zal terugkeren in de hoop de ADMIRAAL VERHUELL dan vlot te krijgen en binnen te brengen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 4 oktober. Volgens brief van Adelaïde van de 26e juli was aldaar de 13e dito van Londen gearriveerd het schip JEANNETTE PHILIPPINE na gedurende de reis vele zware stormen doorgestaan te hebben. De 13e juni waren door een stortzee de hut, het stuurrad, kajuitsschijnlicht, enz. over boord geslagen en kapt. Van der Mey en vier matrozen ernstig gekwetst geworden, aan welke gevolgen de kapitein de 17e dito was overleden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 4 oktober. Het schip AMANDUS, kapt. H. Reineke, van hier naar Harburg, is bij Hoekzijl (opm: Hooksiel) gestrand.
(opm: zie NRC 091054)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Skagen, 26 september. Van de lading haring van het alhier gestrande Nederlandse kofschip ALBERDINA LAMMECHINA, kapt. Duiven – zie onze nommers van 21 en 26 september – heeft men in het geheel 778 tonnen geborgen, welke de 3e oktober publiek zullen verkocht worden. De romp van het schip zit zo diep in het zand en zal waarschijnlijk zo beschadigd zijn, dat men het als wrak moet beschouwen.
(opm: de schoenergaljoot, bouwjaar 1854, werd in 1855 geborgen, zie NRC 280755)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

New York, 20 september. De Nederlandse schoener DOLPHIJN, kapt. Dobbenga, van deze plaats naar Quebec bestemd, welke, als vroeger gemeld, uit zee retourneerde, heeft de 10e dezer in een hevige storm een lek en meer andere schade bekomen. Eén en ander noodzaakte de kapitein de reis op te geven.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Pondichery (opm: Zuidoost-India), 18 augustus. Het Franse schip FLEUR DU SUD, kapt. Pallier, van Sydney alhier gearriveerd, is de 1e juli ten oosten van Torres-straat in aanzeiling geweest met het Nederlandse schoenerschip MARIA SOPHIA, kapt. Menso van Gijzel, van Sydney naar Batavia bestemd. De schoener is onmiddellijk daarna gezonken, echter niet voordat kapt. Pallier gelukkig genoeg was om 14 man der equipage te redden. De nog overig zijnde, vier in getal, vonden hun dood in de golven. De 4e daaraanvolgende ontmoette men een Nederlands schip, waarop de schipbreukelingen werden overgezet. De FLEUR DU SUD heeft mede belangrijke schade bekomen en zal naar Calcutta verzeilen om te repareren. Volgens de Zeepost zijn de geredde personen – de kapitein en 13 man – met het schip de AMSTEL, kapt. Rademaker, te Batavia aangebracht. Twee matrozen en twee inlanders waren verdronken.


  DC - Dordtsche Courant

In dit jaar zijn in dienst geweest, buiten de inlandse zeevarenden, die in Oost-Indië aan boord van ’s rijks schepen dienen, 5.668 manschappen.
Het fregat der 1ste klasse DE RUIJTER is voor de dienst gereed.
De sterkte van ‘s rijks zeemacht voor het jaar 1855 voor de dienst in Oost-Indië is aldus ontworpen: 2 fregatten 2de klasse, 2 korvetten 1ste klasse, 8 schoenerbrikken, 1 schoener, 1 schoener met stoomvermogen, 11 stoomschepen en 2 wachtschepen, tezamen bemand met 2.148 koppen.
Voor de dienst in West-Indië: 1 korvet 2de klasse, 2 brikken 1ste klasse, 2 schoeners, 1 stoomschip, 2 kanonneerboten, tezamen bemand met 530 koppen.
Voor de binnenlandse diensten: 3 wachtschepen, 1 instructiebrik en 9 kanonneerboten, tezamen bemand met 911 koppen.
Beschikbaar voor kruistochten ter verwisseling: 2 fregatten 1ste klasse, 1 fregat 2de klasse, 1 korvet 1ste klasse, 1 korvet met stoomvermogen, 1 brik 1ste klasse, 3 schoenerbrikken, 1 schoener, 2 stoomschepen en 1 transportschip, bemand tezamen met 2.245 koppen.


  DC - Dordtsche Courant

Albany King George’s Sound, 1 augustus. De HERDER, kapt. Van Hagen, van Sydney, is hier binnengelopen, nadat hij een deel zijner lading in zee geworpen heeft. Ten gevolge van zelfontbranding der lading is er 5 dagen brand aan boord geweest.


06 oktober 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Dordrecht, 5 oktober. Heden namiddag om 3 uren is van de werf van de scheepsbouw- meester Jan Schouten met het beste gevolg te water gelaten het nieuw gebouwd en gekoperd barkschip EERSTELING, groot pl.m. 350 lasten, gebouwd voor rekening ener rederij onder directie van de heren A. du Bois & Zn. alhier en gevoerd zullende worden door kapt. Schellekens, welke bodem bestemd is voor de grote vaart.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Aanbestedingen. Op dinsdag de 17e oktober 1854 zal door de directeur en commissaris van ’s Rijks werf te Vlissingen aan zijn bureau worden aanbesteed het slopen van het voor ’s Rijks dienst afgekeurde stoomschip HEKLA.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hellevoetsluis, 5 oktober. Heden morgen ten 7¼ uur is de stoomboot KINDERDIJK naar de gestrande stoomboot ADMIRAAL VERHUELL gestoomd, doch kon niet nader dan op een afstand van 2½ kabellengte bij het schip komen. Men heeft nog enige pogingen gedaan om de ADMIRAAL VERHUELL vlot te krijgen, doch zulks ondoenlijk bevonden zo lang de zee zo hoog en het weder zo ongunstig blijft. De KINDERDIJK is dan ook onverrichter zake hier terug gekomen en zal gunstigere omstandigheden afwachten.


07 oktober 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hellevoetsluis, 6 oktober. Heden morgen ten 7 ure is de stoomboot KINDERDIJK opnieuw naar de gestrande stoomboot ADMIRAAL VERHUELL gestoomd. Bij het vertrek der post is echter nog niets van de afloop der pogingen te bepalen, inzonderheid ook niet, dewijl de bepaalde seinen van de Goedereesche toren door de dikke lucht niet van hier kunnen gezien worden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Naar Batavia, Samarang en Sourabaya ligt te Amsterdam in lading het buitengewoon op de zeilage nieuw gebouwd, gekoperd Nederlands driemast schoenerschip HENRIETTE EN CORNELIA, kapt. W.L. Hartmans, hebbende tevens ruime inrichtingen voor de overvoer van passagiers. Adres bij de cargadoors Hoyman & Schuurman te Amsterdam. (opm: eerste reis)


  DC - Dordtsche Courant

Amsterdam, 3 oktober. Het Nederlandse schip de TWEE GEZUSTERS, kapt. De Lange, van Emden naar Rotterdam, met rogge, in de 23 september bij Molkwerum gestrand.
(opm: schip komt af en blijft in de vaart)


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Constantinopel, 14 september. Scheepsvrachten. Schoon er schepen genoeg in de haven zijn, willen de kapiteins echter geen aanbiedingen aannemen, zolang men niet bekend is met de uitslag der grote expeditie (opm: gedurende de Krim-oorlog),. Door de Noordenwind worden hier thans circa 200 schepen teruggehouden. Men noteert van hier naar Engeland Sh.9/-, ook Sh.7/6 per quarter lijnzaad; van Salonica naar Londen NLG 50 per ton tabak.


08 oktober 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 7 oktober. Naar men verneemt is ten gevolge van een vroeger gedane aanvraag door de Kamer van Koophandel en Fabrieken alhier, door Z.M. bepaald, dat het Rijks-stoomschip AMSTERDAM in het belang van de handel naar de kust van Guinea zal worden gezonden om gedurende een korte tijd een kruistocht langs die kust te doen, alsmede om zich op vele plaatsen te vertonen en door exercitiën met de artillerie enige indruk te maken. Men voegt er bij, dat de dag van vertrek bepaald is op de 25e dezer.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 7 oktober. Heden middag is op de fabriek der Nederlandsche Stoomboot Maatschappij te Fijenoord met het beste gevolg te water gelaten een ijzeren schroef-stoom-schoener, bestemd voor de vaart tussen de West-Indische eilanden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 5 oktober. De Nederlandse kof HAZARD, kapt. Ketelaar, met een lading tarwe van Archangel komende, is gisteren op de rivier, waar het op de hoogte van Woolwich ten anker lag, door een Gouvernements-stoomboot aangevaren en ten gevolge daarvan gezonken. De equipage, waaronder de kapiteinsvrouw, had slechts even de tijd hun leven te redden en heeft dus van hun goederen niets kunnen bergen. De stoomboot heeft het schip onmiddellijk op sleeptouw genomen om te trachten het op strand te zetten, doch alvorens men dit kon bereiken, zonk het schip weg. Het dek komt bij laag water even droog, bij hoog water loopt het 8 à 10 voet onder. Men heeft zoveel doenlijk het gat dicht gemaakt, doch het water vloeit steeds in en uit. Er worden nu lichters afgezonden om de lading over te nemen.
(opm: zie NRC 101054 en 121054)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Glückstadt, 4 oktober. Het Nederlandse schip WUBBINA CATHARINA, kapt. Meijer, is alhier met verlies van boot en bezaansmast binnengelopen.


09 oktober 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Lekkerkerk, 7 oktober. Heden werd alhier met het beste gevolg van de werf van J. van Duijvendijk Jz. te water gelaten het barkschip ALMONDE, groot ca. 310 gemeten lasten, zullende gevoerd worden door kapt. H.G. Surie, en gebouwd voor rekening ener rederij onder directie der heren Pistorius & Bicker Caarten te Rotterdam.
Onmiddellijk daarna werd voor dezelfde heren de kiel gelegd van een barkschip van gelijke grootte, genaamd VONDEL.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Heden overleed tot innige smart van mij, mijn kinderen en wederzijdse betrekkingen mijn hartelijk geliefde echtgenoot, de heer Arij Plug, gewezen koopvaardij-kapitein, in de ouderdom van bijna vijftig jaren.
Noordwijk aan Zee, 5 oktober 1854, Wed. A. Plug, geb. J. Parlevliet


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 8 oktober. Aangaande het schip AMANDUS, kapt. H. Reineke, van hier naar Harburg, bij Hoekzijl (opm: Hooksiel) gestrand (opm: zie NRC 051054), wordt van Varel van de 3e dezer gemeld, dat het totaal weg zou zijn. Een gedeelte der lading is geheel nat, benevens de inventaris, geborgen. Het volk is waarschijnlijk verdronken.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Brindisi, 29 september. De Nederlandse schoener UDO FREDERIK, kapt. Koning (opm: A. Kiers, zie NRC 030155), van Venetië naar Londen, is in de nacht van 24 dezer op 20 mijl ten zuiden van deze haven gestrand. Men hoopt de lading te redden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Cuxhaven, 6 oktober. De Nederlandse kof JONGE JACOB, kapt. J.B. Rijnberg (opm: B.J. Rijnberg, zie NRC 030155), van Hamburg naar Antwerpen bestemd, is heden nacht op de hoogte van onze haven in een zinkende staat door het volk verlaten. De bemanning is in boten alhier aangekomen en het schip is door enige sloepen mede hier in de haven gebracht.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Cuxhaven, 6 oktober. De Nederlandse kof ALPHA, kapt. Zijl, van Hamburg naar Antwerpen bestemd, is hier zeer lek en met nog andere averij binnengelopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Stavanger, 17 september. Heden is alhier met gebroken roer binnengelopen het Nederlandse schip (opm: schoenerkof) MAGDALENA, kapt. Buining, van Archangel naar Schiedam bestemd.


10 oktober 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam 9 oktober. Volgens brief van kapt. Jaski, voerende het schip STAD UTRECHT, de 11e juli van Australië naar Java vertrokken, had het schip op de uitreis van Liverpool gedurende 14 dagen in het St. George’s Kanaal (opm: zeestraat tussen Ierse Zee en Keltische Zee) zware stormen doorgestaan en daardoor lekkage en meer andere schade bekomen, waarin bij aankomst op Java zou moeten worden voorzien.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 7 oktober. De lading tarwe uit de Nederlandse kof HAZARD, kapt. Ketelaar, welke bij Woolwich gezonken is - zie ons nommer van eergisteren – is bijna geheel gelost. Binnen een paar dagen zal men pogingen aanwenden om het schip vlot te brengen.
(opm: zie NRC 121054)


  DC - Dordtsche Courant

Van Nieuwediep vertrok zaterdag naar Curaçao per het schip PEGASUS, kapt. J. Blokziel, een detachement sterk 50 onderofficieren en manschappen, onder commando van de sergeant-majoor titulair A.H.A. von Festenberg Pakisch van het bataljon jagers no. 27, dienstdoende in West Indië. Tevens zeilde van daar het Nederlandse fregatschip STAD NIJMEGEN, kapt. H.P. Cruys, met 17 passagiers aan boord, bestemd naar Port-Elisabeth.


  DC - Dordtsche Courant

Zr.Ms. fregat PRINS HENDRIK DER NEDERLANDEN, onder bevel van de kapt. der zee A.C. van Braam Houckgeest, een tocht doende langs de westkust van Zuid-Amerika, heeft de 22 augustus de haven van Callao verlaten. De koers wordt niet opgegeven.


  DC - Dordtsche Courant

Zr.Ms. stoomschip SOEMBING, gecommandeerd door de kapt.-luit. ter zee G. Fabius, heeft de 25 juli de rede van Batavia verlaten tot het doen ener reis naar China en Japan.


  DC - Dordtsche Courant

Men verneemt, dat men aan het departement van justitie zich thans bezig houdt met het voorbereiden van een ontwerp van wet tot regeling der orde en tucht op de koopvaardij schepen.


  DC - Dordtsche Courant

Hellevoetsluis, 7 oktober. Gepasseerde nacht met hoog water is het gelukt met assistentie der stoomboot KINDERDIJK, het stoomschip ADMIRAAL VERHEULL van het strand af te krijgen en het op het Voornsche Kanaal te brengen. Deze boot is vervolgens naar de Kinderdijk ter reparatie gesleept.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Het schip NIJVERDAL, kapt. Giezen, van Dundee naar Windau bestemd, door een Engels oorlogsschip genomen, is door een Englse bemanning de 2e oktober te Sheerness binnengebracht.


  LC - Leeuwarder Courant

Harlingen, 9 oktober. In de vorige week werd alhier een vergadering gehouden van intekenaren voor de daarstelling ener geregelde stoomvaart tussen deze plaats en Zwolle. Door een voorlopige commissie werd verslag gedaan van hetgeen te dier zake door haar was verricht, waaruit men o.a. met genoegen vernam, dat het kapitaal, voor die onderneming vereist, nagenoeg was ingeschreven. Nadat de statuten, door die commissie ontworpen, met een geringe wijziging waren goedgekeurd, werd de rederij vastgesteld onder de titel van Friesche en Overijsselsche Stoomboot-Reederij. Als directeuren werden gekozen de heren J. Foekens, L. Hannema en J. Fontein, en als commissarissen de heren Mr. P. Adama Zijlstra, A.J. Rodenhuisen, J. van Hulst, welke die betrekkingen hebben aanvaard. Een voor genoemde vaart te bouwen schroefstoomschip, doelmatig ingericht zowel voor het vervoer van passagiers als van goederen, zal de naam dragen van BURGEMEESTER ZIJLSTRA en gevoerd worden door de tegenwoordige beurtschipper op Zwolle, G.A. van Slooten. Men houdt zich verzekerd, dat deze verbeterde gemeenschap tussen Harlingen en Zwolle vermeerdering van vervoer zowel voor de provincie Friesland als voor Overijssel zal te weeg brengen.


  AH - Algemeen Handelsblad

Verkoping van schepen te Amsterdam op 9 oktober 1854: het kopervast barkschipshol met metalen huid HENRIETTE CLASINA: NLG 12.000, in slag NLG 1.400. Koper: Anthony Roos. (opm: koop geschiedt ongetwijfeld om het hol, bouwjaar 1828, te slopen)


  AH - Algemeen Handelsblad

(Geen plaats of datum). Het schip (opm: kof) VOORWAARTS, kapt. F.H. Pybes, van Torrevecchia naar Pillau (opm: Baltiysk), is volgens een brief van Lemvig van de 27e september, de 25e dito op Hunsbye (opm: Husby), bij Ringkjöbing (opm: Westkust Jutland), gestrand en zal vermoedelijk weg zijn. Het volk is gered.
(opm: zie NRC 131054)


11 oktober 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 10 oktober. De heren C. Brandligt en J.A. de Haas te Amsterdam hebben bij het gouvernement de vergunning aangevraagd tot een door hen als directeuren te besturen dienst van schroefstoomboten van genoegzaam vermogen om koopvaardijschepen van elke grootte met snelheid veilig door het Noord-Hollandsch kanaal te kunnen slepen, tot welke dienst hun reeds op het gunstig rapport van de Kamer van Koophandel de bewilliging bij concessie is verleend. Hun voornemen, blijkens circulaire, is om die onderneming daar te stellen bij wijze van een rederij met een daartoe nodig geoordeeld kapitaal van NLG 125.000, verdeeld in actiën (opm: aandelen) van NLG 500. Zij hebben ten dien einde reeds de statuten opgesteld, waarin de volgende hoofdbepalingen voorkomen:
1. Dat het bestuur over de boten, equipagiën en dagelijkse verrichtingen is opgedragen aan directeuren.
2. Dat de bewaring en het beheer der fondsen zullen worden toevertrouwd aan commissarissen.
3. Dat een interest van 5% over het kapitaal bij preferentie uit het batig saldo der jaarlijkse balans aan de deelnemers zal worden uitbetaald en het daarna overblijvende zal strekken tot extra dividend, tot daarstelling ener reservekas en tot toelage aan de directie.


  JB - Javabode

Batavia, 9 oktober. Gisteren zijn hier aangekomen de Nederlandse schepen A.R. FALCK, kapt. P. van Duyvenbooden, de 20e juni vertrokken van Amsterdam, en FANNY, kapt. J. van der Meulen, de 26e juni vertrokken van Newport.
Heden is hier aangekomen het Nederlandse schip TELEGRAPH, kapt. P.R. Rulofs, de 26e juni vertrokken van Amsterdam.


12 oktober 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hellevoetsluis, 11 oktober. Het schip DELFSHAVEN, kapt. C. Verhey, vertrok heden van hier naar Hartlepool.
(opm: eerste reis, zie NRC 040954)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Queenstown, 7 oktober. Het schip ANNA LOUISA, kapt. Brouwer, van Galatz alhier aangekomen, is lek, heeft schade aan de boegspriet, het roer, enz. bekomen en alles van het dek verloren, hebbende een stortzee over gehad.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 11 oktober. Volgens brief van Memel (opm: Klaipeda) van de 7e dezer hadden de aldaar in de haven liggende Nederlandse schepen tijdens de geheerst hebbende hevige brand geen schade bekomen. Alleen had het schip de WELDAAD, kapt. De Jonge, de bezaansmast verloren.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 9 oktober. De op de rivier gezonken Nederlandse kof HAZARD, kapt. Ketelaar – zie ons nommer van eergisteren – is vlot en langs de zijde van de kaai bij Woolwich Dock-Yard gebracht.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Plymouth, 7 oktober. Het alhier binnengelopen Nederlandse schip WESTPHALIA, kapt. Ouwehand, van Amsterdam naar Waterford, heeft zeilen verloren.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Memel (opm: Klaipeda), 7 oktober. Het schip HEIKINA, kapt. Geltes, hetwelk de 11e september van hier naar Bremen vertrok, is bij Bornholm door een Pruissische bark aangezeild en dientengevolge gisteren met schade geretourneerd. De kok van de HEIKINA is bij de aanzeiling op het andere schip overgesprongen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Thisted, 5 oktober. Gisteren morgen is bij Grönhöe (opm: Gronhoj, Jammerbocht; 57º17’ NB 9º38’ OL) gestrand het Nederlandse schip GEBROEDERS, kapt. H.E. Kemper (opm: tjalk, bouwjaar 1845; kapt. Hindrik Adolfs Kemper), van Bremen met tabak naar Odense bestemd. De bemanning is gered en de inventaris geborgen. Het schip beschouwt men als wrak. Misschien zal de lading, wanneer het weder bedaart, geborgen kunnen worden, maar deze zal dan gedeeltelijk beschadigd zijn.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Frederikstad (opm: Fredrikstad, Oslofjord), 5 oktober. Gisteren nacht woedde alhier een hevige storm uit het NNW, waardoor veel schade aan de scheepvaart berokkend is. Onder meer andere ongelukken hebben wij ook het totale verlies te betreuren van het Nederlandse schip TWEELINGEN DANIEL EN WILCO, kapt. H.F. Klein (opm: kof, bouwjaar 1820, kapt. Haye Folkerts Klein), aan de Lemmer te huis behorende, hetwelk met een lading hout van Dantzig (opm: Gdansk) naar Groningen bestemd was. De bemanning is, met uitzondering van de kapitein, gered. Het schip is bij Vesterklit (opm: 57º28’30” NB 09º47’40” OL) gestrand (opm: zie NRC 211054).
Wijders is nog bij Raaberg (opm: niet getraceerd) gestrand de Hamburger kof ALIDA, kapt. Baumeijer, van Stettin (opm: Szczecin) met hout naar Nederland bestemd. De bemanning is gered, het schip echter is geheel weg.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Mauritius, 11 augustus. Het schip SUSANNA CHRISTINA, kapt. Stolte, van Liverpool naar Sydney, alhier met schade binnengelopen, heeft een bodemarij (opm: zie NRC 200954) van 20.000 piasters moeten nemen.
(opm: zie 080854 en 110954 en 200755)


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Men presenteert terstond uit de hand te koop een welbezeild brigantijnschip, groot circa 100 rogge-lasten, genaamd MARIA VAN CAMMENGA, varende onder Hanoverse vlag, laatst gekomen van Alicata (opm: mogelijk Alicante), met deszelfs inventaris, zo als het thans is liggende in de Leuvehaven te Rotterdam. Nader te bevragen bij de kapitein, T.D. van Cammenga, aan boord.
(het schip werd uit een erfenis reeds op 17 oktober onderhands voor NLG 6.350 aangekocht door F.W. Owel, Amsterdam; nieuwe naam MARIA MARGARETHA, kapt. P.A. Huisman)


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Groningen, 11 oktober. Heden avond wordt de laatste der tien op differente scheepstimmerwerven alhier gebouwde loodsrinkelaars van de werf van de scheepsbouwmeester K.K. de Vries, buiten het Kleinepoortje alhier, van stapel gelaten, bestemd voor het Loodswezen te Texel. Ofschoon het de eerste maal is, dat alhier zodanige loodsboten op de Groninger timmerwerven zijn gebouwd, komt die werven, naar men ons verzekert, de lof toe, dat zij onder opzicht der Marine zo wegens bouworde als anderszins goed en deugdzaam werk hebben geleverd.


13 oktober 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 12 oktober. Volgens een alhier ontvangen particulier schrijven is het Nederlandse kofschip VOORWAARTS, gevoerd geweest door kapt. Pybes, hetwelk, als vroeger gemeld (opm: zie AH 101054), de 25e september l.l. te Husbye (opm: Husby, 56º16’ NB 8º07’ OL) strandde, door de laatst geheerst hebbende stormen uit elkander geslagen en zouden de geborgen goederen zo spoedig mogelijk openlijk verkocht worden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Wyck auf Föhr, 8 oktober. Van de lading van het gestrande schip CATHARINA, kapt. Nibbe – zie ons nommer van 11 oktober – zijn 200 tonnen (opm: vaten) raapzaad doornat geborgen en alhier aangebracht. Dezelve zullen zo spoedig doenlijk verkocht worden.


14 oktober 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 13 oktober. De 12e dezer is te Nieuwendam van de werf van de heer W.H. Meursing met goed gevolg van stapel gelaten het barkschip KIJKDUIN, groot ca. 200 metende lasten, gebouwd voor rekening ener rederij onder directie van de heren Hooft & Van Notten te Amsterdam en zullende gevoerd worden door kapt. T.S. Oldendorp.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Bergen, 6 oktober. Het schip ANNETTE, kapt. L.H. Singer, van Archangel naar Nederland, is bij Nordland verongelukt, doch het volk gered en alhier aangekomen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Uit de hand te koop het Emder briks-kofschip MARIA VAN KAMMENGA, zo als hetzelve laatst is gearriveerd van Licata, thans liggende in de Leuvehaven westzijde voor het pand van de heer Roelofs Heijermans. Nadere informatiën te bekomen bij de kapitein aan boord.


  DC - Dordtsche Courant

Terneuzen, 11 oktober. Heden namiddag is uit zee hier teruggekomen het Amerikaanse driemastschip PETER HATTRIK, kapt. Bourne, van Antwerpen naar New York met landverhuizers. Het schip, op deze rede zijn anker willende werpen, heeft, ten gevolge van de geweldige noordenwind, zijn kettingen gebroken en is tussen Otene en Terneuzen gestrand, waar het zich in een gevaarlijke positie bevindt. Heden avond dacht men de passagiers te ontschepen.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Koningsbergen, 7 oktober. Scheepsvrachten. Bij meer vraag naar Engeland zijn de vrachten hier iets gestegen. Londen Sh.4/3 à 4/9 per quarter tarwe, Amsterdam NLG 26 en NLG 1.- per last tarwe of rogge, de Maas NLG 27 à 28 en NLG 1,- per last tarwe, NLG 26 per last rogge en hennep. Men gelooft niet, dat de vrachten nog verder zullen stijgen.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Constantinopel, 24 september. Het aantal der disponibele schepen neemt toe, die zich echter niet genegen betonen de door de Franse intendantuur geboden vrachten aan te nemen. Op de Zwarte Zee gaat niets om. Men hoopt echter, dat dit spoedig zal veranderen. In de laatste 10 dagen is bedongen van hier naar Engeland of Antwerpen van Sh.6/6 – Sh.8/-, van Kertsch naar Engeland Sh.15/-. De Franse intendantuur (opm: bevoorradings-afdeling van het leger) betaalt Ffrs 19 à 20 per ton in de maand.


  JB - Javabode

Batavia, 13 oktober. De 11e dezer is hier aangekomen het Nederlandse schip JOHANNES MARINUS, kapt. A.W. van der Waal, de 14e augustus vertrokken van Whampoa.


15 oktober 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Shields, 11 oktober. De Nederlandse kof STAD ENSCHEDÉ, kapt. Schippers, van Archangel naar Londen bestemd, welke de 4e dezer alhier binnenliep, is, naar men verzekert, lek.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Kaap de Goede Hoop, 7 augustus. Het alhier op de 29e juli binnengelopen Nederlandse schip (opm: bark) PHOEBUS, kapt. C.F. Beck, van Batavia naar Rotterdam bestemd, is lek.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 14 oktober. Z.M. heeft op verzoek van F.F.J. Machen, gedomicilieerd te Rotterdam, bewilliging verleend tot oprichting van een te Rotterdam te vestigen naamloze vennootschap Stoomvaart Maasstroom.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Rotterdam-Hamburg. Het nieuw gebouwde schroef-stoomschip HOLLANDER, kapt. M.J. Frantzen, vertrekt van Rotterdam naar Hamburg op dinsdag 31 oktober. Adres bij P.A. van Es & Co.
(opm: eerste commerciële reis)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Publieke verkoping van het Nederlandse barkschip MOZAMBIQUE, groot 702 gemeten tonnen, te Antwerpen. De makelaar B. Kennedy zal op last en voor rekening van zijn principalen op woensdag de 25e oktober in de Verkoopzaal der Makelaars in de Antwerpse beurs, publiek ter verkoop aanbieden: het schone Nederlandse barkschip MOZAMBIQUE, groot volgens meetbrief 702 tonnen, met deszelfs inventaris, zo als hetzelve thans is liggende in het Groote Dok te Antwerpen, waar het van stonde af aan voor de gegadigden te bezichtigen is. Nadere informatiën te bekomen bij gezegde makelaar of bij de kapitein aan boord. De verkoop zal geschieden op conditiën vóór de veiling voor te lezen. Het schip is inmiddels uit de hand te koop.
(opm: zie ook NRC 190155)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Newport Mon, 11 oktober. Door kapt. Oomkens, voerende het Nederlandse schip MARINUS EN GEERTRUIDA, van Zierikzee alhier aangekomen, is de 8e dezer op 50 mijlen afstands van de Sorlings (opm: Scilly Isles) in zinkende staat ontmoet de te Sunderland te huis behorende brik VINE, kapt. John Herley. Kapt. Oomkens heeft de equipage van het wrak afgenomen en alhier behouden aangebracht.
(opm: zie volgend bericht)


16 oktober 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 15 oktober. Kapitein Oomkens, voerende het Nederlands schoener-kofschip MARINUS EN GEERTRUIDA, de 10e dezer te Newport gearriveerd, deelt in een particuliere brief het volgende mede. Op zondag de 8e oktober kwam hij op 50º35’ NB 07º30’ WL in het gezicht van een brik, en, nader bijkomende, werd hij aangeroepen en verzocht om tegen te brassen. Terstond daarna werd er een sloep afgezonden met verzoek de bemanning der brik aan boord te nemen uithoofde het schip dreigde te zinken. Hieraan werd voldaan en ten 11 ure des avonds waren al de schepelingen, 6 in getal, behouden aan boord, niettegenstaande de hoge en moeilijke zee. Deze ongelukkigen hadden drie dagen in een zorgelijke toestand verkeerd, en geen gelegenheid gehad om enige rust te genieten, noch om door eten of drinken zich te versterken. In een uitgeputte toestand kwamen zij aan boord. Volgens rapport van de kapitein der brik was hem de vorige dag een brik op korte afstand voorbijgezeild en niettengstaande hij een noodsein gehesen had, zeilde deze, even alsof men niets bemerkte, voorbij. Hetzelfde was geschied met een schoener, welke de volgende dag voor de middag dicht genoeg langs zijde was gelopen om het aanroepen te kunnen horen, doch men hield zich ook als of men de seinvlag niet zag. Het schip is genaamd VINE, behoorde te huis te Sunderland, was op reis van Sandiford naar Londen, en geladen met steenkolen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Cuxhaven, 13 oktober. De Nederlandse kof ANNECHINA JANTINA, kapt. de Groot, van Koningbergen (opm: Kaliningrad) naar Rotterdam bestemd, is hier lek binnengelopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Carolinerzijl (opm: Carolinensiel), 10 oktober. Heden kwam alhier met averij binnen het Nederlandse schip JOHANNA CATHARINA, kapt. Kuipers, van de Elve (opm: Elbe) met raapzaad naar Antwerpen bestemd. De lading, waarvan een gedeelte onder Wangerooge in het schip JONGE JAN, kapt. Borchers, gelost is, moet zeer beschadigd zijn.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Carolinerzijl (opm: Carolinensiel), 10 oktober. Het alhier lek binnengelopen Nederlandse schip CLARA CATHARINA, kapt. de Vries – zie ons nommer van 21 september – heeft heden, na geëindigde reparatiën een gedeelte van de lading raapzaad weder ingenomen. Bij gunstig weder zal men morgen het ander gedeelte onder Wangerooge laden en dan de reis naar Antwerpen voortzetten.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Wyck auf Föhr, 11 oktober. Het beschadigde raapzaad, ex-CATHARINA, kapt. Nibbe – zie ons nommer van 13 dezer – is heden in publieke veiling verkocht.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Scilly St. Mary’s, 10 oktober. De Nederlandse schoener MERCURIUS, kapt. De Haan, van Dordrecht met een lading bruinsteen naar Dublin bestemd, is hier lek en met andere schade binnengelopen.


17 oktober 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Soerabaija, 31 juli. De Engelse bark ARTEMISIA, gezagvoerder Samuel Banes, is gestrand op een rif, gelegen in de nabijheid van Kangiang, west van het eiland Urk, verondersteld wordende het Taket-rif te zijn. De gezagvoerder en de equipage hebben zich in de sloepen van het vaartuig gered en zijn te Batavia aangekomen. De adsistent-resident van Sumanap heeft de nodige zorg doen dragen en maatregelen ter voorkoming van beschadiging of plundering van het wrak en de inhoud van dien, welk een en ander gezegd wordt aanzienlijke waarde te hebben, en om wijders aan de gezagvoerder, die ten spoedigste derwaarts zal terugkeren, alle adsistentie te verlenen, welke in het belang der zaak nodig en nuttig zal zijn.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 22 augustus. Vrachten. Sedert ons vorig bericht werden genomen voor Amsterdam ANJER à NLG 65 voor rijst, en NLG 75 voor suiker, en HELLEVOETSLUIS NLG 65 voor rijst, NLG 75 voor suiker en NLG 100 voor arak, de laatste met NLG 5 verhoging op de kust. De ADMIRAAL HEEMSKERK en CORNELIA liggen naar Amsterdam in lading à NLG 80 voor suiker, NLG 85 voor lichte goederen en NLG 100 voor arak. De LOUISE PRINCES DER NEDERLANDEN laadt op de kust suiker à NLG 80. De GENERAAL MICHIELS (Nederlands-Indisch) is naar de Golf van Perzië heen en terug voor NLG 28000 gecharterd. De TWEELINGZUSTERS was reeds in Nederland voor de retourreis bevracht. Zonder destinatie bevinden zich nog de Nederlandseschepen VIER GEBROEDERS, VIER GEZUSTERS, ZES GEZUSTERS en SNELHEID.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 16 oktober. Directeuren der hier ter stede gevestigde Zuid-Hollandsche Maatschappij tot Redding van Schipbreukelingen hebben in hun jongste vergadering besloten te doen uitreiken:
- Aan Lambertus Wagtendonk, gezagvoerder, en Mathijs Koenen, eerste stuurman, ieder de gouden medaille, aan Willem Bogaard, timmerman, Pieter Molenaar, bootsman, en J. van Verney, matroos, ieder de grote zilveren medaille en NLG 50, allen personen uit de equipage van het Nederlandse barkschip PROTEUS, te huis behorende te Schiedam, voor op de 23e december j.l. op de kust van China in stormweder met bijzonder veel moeite en lijfsgevaar redden van zeven Chinese vissers, zich in hoge nood bevindende aan boord van hun in een zinkende staat verkerende vaartuig en hen veilig te Hongkong aan wal te zetten.
- Aan kapt. Chambers, voerende het Engelse barkschip COLDEE, te huis behorende te Greenock, de grote zilveren medaille voor het op de 30e mei redden der equipage van het op de Kenn-rif in de reis van Melbourne naar Batavia gestrande en totaal verbrijzelde Nederlandse fregatschip DELTA, gevoerd door kapt. J.G. Kunst (opm: zie NRC 290854), en hen veilig te Batavia aan wal te zetten.
Bij welk eremetaal is gevoegd een loffelijk getuigschrift, bevattende de bijzonderheden dezer edele en stoutmoedige reddingen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 16 oktober. Volgens brief van kapt. F.M. Carsjens, gevoerd hebbende het schip AERD VAN NES, op de reis van Sydney naar Java bij het eiland Rain verongelukt, als vroeger gemeld, was hij de 26e mei met zijn gehele equipage behouden te Celebes aangekomen.
(opm: zie ook NRC 210754 en 170155)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Deal, 14 oktober. Het Nederlandse barkschip BUITENZORG, kapt. Bruining, van Batavia (opm: Djakarta) naar Londen bestemd, is op de hoogte van Dungeness met de brik CONFUCIUS in aanzeiling geweest en is alhier met verlies van kluiverboom en andere schade binnengelopen. Van de brik heeft men verder niets vernomen; één man der equipage is op de Nederlandse bark overgesprongen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 22 augustus. Aangaande het verongelukken van het Nederlandse schoenerschip MARIA SOPHIA – zie onze nommers van 29 september en 5 oktober – kunnen wij thans de volgende bijzonderheden mededelen. De 9e juni vertrokken van Sydney de schoener MARIA SOPHIA, gezagvoerder Van Gijzel, en het barkschip AMSTEL, gezagvoerder Rademaker, beide naar Java bestemd. Met elkander afgesproken hebbende om de reis gezamenlijk door de Torres-straat te bewerkstellingen, bleven de beide schepen bij elkander tot op de 4e juli, toen de AMSTEL de MARIA SOPHIA uit het gezicht verloor. De volgende dag ging eerstgenoemd vaartuig over stag met het doel om de schoener op te zoeken. Niet lang daarna ontwaarde men een driemastschip en, nader bij gekomen zijnde, bleek het dat hetzelve zijn fokkemast verloren had, waarop men van de AMSTEL hetzelve toeseinde. Het bleek te zijn het Franse schip la FLEUR DU SUD, van St. Malo, aan boord hebbende de gehele equipage van de MARIA SOPHIA. Alras vernam men, zowel van de Nederlandse als Franse bemanning, dat beide schepen in de nacht van de 4e op de 5e juli elkander zodanig te boord waren gelopen, dat de schoener na enige minuten te gronde ging. Niets is er gered, zelfs de journalen niet en de equipage had ter nauwernood tijd om op LA FLEUR DU SUD over te gaan. De kracht, waarmede het Franse schip de schoener met een achtmijls vaart in de zijde liep, was zo onweerstaanbaar, dat de MARIA SOPHIA letterlijk in tweeën brak en dus ogenblikkelijk zonk.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. De 25e oktober e.k. zal te Antwerpen in één der zalen van de Beurs publiek geveild worden het Nederlands snelzeilend gekoperd fregatschip DELFT, groot volgens meetbrief 789 tonnen of 417 lasten, met deszelfs complete inventaris, zo als hetzelve is liggende in het Groote Dok aldaar. Vermelde bodem is inmiddels ook uit de hand te koop. Ter nadere informatiën adressere men zich aan de heren Van den Bergh Fils te Antwerpen of aan de kapitein K. de Kok, aan boord.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hellevoetsluis, 16 oktober. Het Nederlandse barkschip KOOPHANDEL, kapt. Dupain, van Batavia naar Rotterdam, is volgens stellige geruchten heden met hoog water op de Hinder aan de grond geraakt en is daar blijven zitten. Aan de peilschaal te Hellevoetsluis is opgemerkt, dat er heden een zogenaamd verholen tij was, zodat de waterstand met hoogwater een Rijnlandse voet minder bedroeg dan bij gemiddelde berekening. Volgens latere berichten waren de Nederlandse stoomschepen BATAVIER en GIRONDE tot adsistentie bij de KOOPHANDEL en is ook de stoomboot KINDERDIJK daar heen gegaan.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Stoombootdienst tussen de provincie Groningen en Londen.
De vereniging de Provinciale Sociëteit heeft de oprichting van zodanige dienst tot het onderwerp harer bemoeiingen gemaakt en een commissie benoemd, waaraan is opgedragen te onderzoeken, of door algemene medewerking dat doel zal kunnen worden bereikt. Daartoe zal men pogen, om het vereiste kapitaal van NLG 150.000,- door 1.500 aandelen, elk van NLG 100,-, bijeen te brengen. Velen zullen er zijn, die vragen, of dat kapitaal op die wijze zal te verkrijgen zijn, en de beantwoording dier vraag zal alleen afhangen van de mening, welke er bij de landbouwende stand bestaat over het al of niet wenselijke, nuttige en voordelige ener verbinding van ons gewest met de markt van Londen.
De commissie gaat van het denkbeeld uit, dat de landbouwers het grote belang kennen, dat zij in de provincie hebben bij deze stoombootdienst, en is die onderstelling juist, dan valt er niet aan te twijfelen, of het vereiste kapitaal zal worden tezamen gebracht. Immers, wanneer men in aanmerking neemt, hoe een directe verbinding met Londen de nijverheid onzer provincie in het algemeen bevorderlijk zijn moet en dat van de landbouw die nijverheid de voornaamste tak uitmaakt, dan toch zal het in deze tijd wel geen bezwaar mogen genoemd worden, in een onderneming als deze voor NLG 100,- in te schrijven en onder de landbouwers alleen meer dan 1.500 ondertekenaren te vinden. Doch, hoe algemeen de erkentenis van het nuttige ook wezen moge, toch worden er velen aangetroffen, die hun deelneming weigeren, uithoofde dit kapitaaltje naar hun mening geen zekere renten zal geven, ja, bij concurrentie wel eens geheel verloren zal kunnen gaan. Maar bestaan er dan geen andere renten, dan die in klinkende munt worden uitbetaald? Kan een gedaan opschot niet op een andere wijze tot de geldschieter wederkeren, dan juist in gereed geld? Voorzeker bestaat daartoe de mogelijkheid. Men bedenke slechts, welke in onze provincie de hoofdproducten der nijverheid harer ingezetenen zijn, en zo men die vindt aangewezen in de voortbrengselen van de landbouw, die bij voorkeur op de grote Londense markt gevraagd worden, dan zal het ook niet moeilijk zijn te bewijzen, dat die voortbrengselen, zo door vermeerdering van navraag, vermindering der kosten en spoed bij de overbrenging, in waarde zullen stijgen en daardoor aan de eerste hand, de voortbrenger, voordeel zullen aanbrengen, - Of, wie anders dan de landbouwer draagt de kosten van transport zijner producten naar de Londense markt? – En die vermindering der kosten van vervoer, of omgekeerd, de hogere prijs, die daardoor voor de producten, hier ter markt komende, besteed wordt, is de rente, die dagelijks wordt genoten, die, hoezeer zij ongevoelig inkomt, oneindig meer bedraagt dan geldsrente van 4 of 5 %, - die in een zeer korte tijd het kapitaal tot de geldschieter doet wederkeren. – En zo nu dit het enige voordeel was, dat van deze onderneming te wachten ware, dan reeds was het op zichzelf groot genoeg, om de algemene ondersteuning en medewerking der landbouwers te verdienen, doch er is meer en het is onze innige overtuiging, dat de bloei en welvaart van ons schoon gewest door het welslagen der loffelijke poging van de Provinciale Sociëteit in een hoge mate zal worden bevorderd en aanzienlijk toenemen.
Wij kunnen dit hier niet in het brede betogen, maar willen er slechts op wijzen, hoe door deze dienst onze gewestelijke landbouw meer en meer in tuinbouw zal kunnen worden veranderd, waartoe de grond overal zo uitmuntend geschikt is, door dat aan onze ingezetenen de gelegenheid zal worden gegeven, die tot dusverre ontbrak, om moesgroenten en vruchten, zo gewild te Londen, op vastgestelde tijden en in weinige ogenblikken daarheen over te brengen, en alzo aan meerdere handen werk te kunnen geven en de vruchten te oogsten, die in Holland sinds zolang daardoor genoten worden. En zo nu boven al het aangevoerde de landbouwer bedenkt, dat bij de gebrekkige middelen van vervoer, die wij bezitten, een stoombootdienst tussen de provincie Groningen en Londen dan eerst aan zijn stand de meeste voordelen zal afwerpen, wanneer de prijzen zijner voortbrengselen zullen verminderen, ja, dalen tot vroeger gekende laagte, doordien hij alsdan slechts een geringe korting op de prijs voor het directe transport zal behoeven te betalen en alzo ook dan nog de hoogste marktprijs zal genieten, dan voorzeker mag men met vertrouwen verwachten, dat geen landbouwer zich aan de gevraagde deelneming zal onttrekken, maar ieder naar zijn vermogen zal medewerken, om die stoomdienst tot stand te helpen brengen, en het alzo spoedig zal blijken, dat de Groninger landbouw zijn waar belang kent en waardeert en, daardoor gedreven, uit eigen middelen zich aan de wereldmarkt heeft verbonden.


18 oktober 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hellevoetsluis, 17 oktober. Het schip KOOPHANDEL, kapt. J.L. Dupain, van Batavia, gisteren gemeld aan de grond, is heden morgen, na enige lichters met koffij beladen te hebben, in vlot water gekomen en door de stoomboot KINDERDIJK alhier in het kanaal gesleept.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Kampen, 16 oktober. Het op de werf der Rijn- en IJssel-Stoomboot Maatschappij alhier gebouwde stoomschip WESTFRIESLAND heeft gisteren een proefreisje naar Medemblik gemaakt, hetwelk aan de verwachting zeer goed voldaan heeft. Heden avond zal het zijn eerste reis via Medemblik naar Londen ondernemen en vervolgens geregeld in de vaart komen en wekelijks een reis maken.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 22 augustus. Men schrijft van Soerabaija de 2e augustus, dat het schip AL ALOEWIE, beladen met 170 koijangs zout (opm: à 30 pikol; een schoudervracht van maximaal ca. 62 kg.), bestemd voor Cheribon, na op de 29e juli j.l. de rede van Sumanap (opm: Sumenep) te hebben verlaten, in de avond van die dag op de hoogte van het eiland Gielian is verongelukt, zijnde de equipage gered.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 17 oktober. Volgens brief van Texel van de 16e dezer, was de vorige nacht bij de Noordvaarder in de Terschellinger buitengronden gestrand een schip, de naam onbekend. Men was bezig de lading te lossen en dacht het schip af te kunnen brengen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Christiansand (opm: Kristiansand), 7 oktober. Het schip (opm: smak) STAD HASSELT, kapt. J. Goedkoop, van Pillau (opm: Baltiysk) naar Amsterdam, is, na veel storm doorgestaan en alles van het dek verloren te hebben, zwaar lek door het volk verlaten, dat door een Pruissische brik gered en in Noorwegen is aangebracht.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rusterzijl (opm: Rüstersiel, nabij Wilhelmshaven), 12 oktober. Het schip ANNA SOPHIA, kapt. Visser, van Varel naar Amsterdam, is alhier met schade aan de lading binnengelopen.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Uit de hand te koop een te Dordrecht liggend Nederlands kofschip van circa 80 rogge-lasten. Adres bij de cargadoors Visser & Van de Sande te Dordt, of de Wed. Jan van Wesel & Zoon te Amsterdam.


  AH - Algemeen Handelsblad

Rotterdam, 17 oktober. De bark HALTIO, thans STAD ROTTERDAM, door de vorige eigenaar tijdens de oorlog (opm: Krim-oorlog) alhier verkocht, is van Russische onder Nederlandse vlag gebracht. (opm: zie AH 190554)


19 oktober 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 18 oktober. Heden is bij W.C. Hoogendijk te Capelle aan den IJssel de kiel gelegd van een campagne barkschip, SAMUEL HENRICUS, groot ruim 300 gemeten lasten, bestemd voor de grote vaart voor rekening ener rederij onder directie en boekhouderschap van G.H. Stoltenberg & Co te Rotterdam.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Texel, 17 oktober. Het stoomschip WEST-FRIESLAND, kapt. G.G. Geerling, is heden van hier naar Londen vertrokken.
(opm: eerste reis)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 16 oktober. Een Engelse (opm: ARTEMISIA, zie NRC 171054) en een Nederlandse bark, van Bali komende, zijn in Straat Madura verongelukt.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 16 oktober. Men meldt uit Calcutta, dat het aldaar lek binnengelopen Nederlandse schip AMERIKA, kapt. Schuymer, van Akyab met rijst naar Falmouth bestemd, in het dok was gehaald om gekalefaterd en op nieuw gekoperd (opm: van koperbeslag voorzien) te worden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Scilly St. Mary’s, 13 oktober. Het Nederlandse schip MERCURIUS, kapt. De Haan, van Dordrecht naar Dublin, is hier lek en met gebroken mast binnengelopen en moet de lading bruinsteen lossen om te repareren.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Cardiff, 13 oktober. Aan boord van het alhier te rede liggende Nederlandse schip GEERTRUIDA MARIA, kapt. Spiegelberg, is door de ambtenaren een zekere hoeveelheid tabak verborgen gevonden. Eén der matrozen, die als de eigenaar is opgegeven, is tot een geldboete van GBP 100 veroordeeld.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Uit de hand te koop een snelvarend Pruissisch brikschip, gemeten op 268 Nederlandse tonnen, thans liggende te Rotterdam en te bevragen bij de makelaars F. & W. van Dam aldaar.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Groningen, 18 oktober. Op de scheeptimmerwerf Het Hoofd, buiten het Kleinepoortje alhier, van F.U. van der Werff, is de kiel gelegd van een kopervast schoenerschip, dat een inhoudsgrootte van 130 tot 140 last zal hebben.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Groningen, 18 oktober. Heden arriveerde alhier het schoenerschip ALBERDINA PETERINA, groot ongeveer 95 last, zullende bevaren worden door kapt. H.K. Kruidhof, van Wildervank, gebouwd op de werf van R.G. Berg te Sappemeer.


20 oktober 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 19 oktober. In der tijd hebben wij medegedeeld, hoe het Nederlandse schoenerschip GOUVERNEUR VAN DER EB, alhier te huis behorende, wederrechtelijk door de autoriteiten te Bahia is aangehouden en in het voortzetten der reis vertraagd (opm: zie NRC 040853). De Nederlandse regering heeft zich deze schending van de Nederlandse vlag en belangen dadelijk met ernst en klem aangetrokken, en wij vernemen, dat dien tengevolge en door de ijverige tussenkomst van onze consul-generaal in Brazilië, de heer Wijlep te Rio de Janeiro, de Braziliaanse regering, haar leedwezen betuigende over het gebeurde, deswege aan de Nederlandse regering volkomen voldoening heeft gegeven, de daarbij betrokken chef van politie te Bahia afgezet, en bevolen heeft, dat de volle gevorderde som wegens schade-vergoeding aan de belanghebbenden zou worden uitbetaald.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 19 oktober. Volgens een van Zr.Ms. consul-generaal te Smirna (opm: Izmir) ontvangen bericht is de 30e september j.l. aldaar aangekomen de Nederlandse brik PAULINE, kapt. Van der Grient, uit Konstantinopel (opm: Istanbul) in ballast, zijnde dat vaartuig wederom onmiddellijk bevracht voor Amsterdam à NLG 50 per last.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hellevoetsluis, 18 oktober. De kof VRIENDSCHAP, kapt. T.F. Bakker, komende van Kiel, is met het wenden bij de Oude Hoornsche hoofden op de Noordwal aan de grond geraakt, doch met adsistentie vlot gekomen en naar Dordrecht gezeild.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Arendal, 6 oktober. De Nederlandse kof HENDRIK PIETER, kapt. Vil, van Amsterdam komende, is hier heden met verlies van voortuig binnengelopen.


21 oktober 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Den Helder, 18 oktober. Zr.Ms. transportschip PRINS WILLEM FREDERIK HENDRIK, commandant Stavenisse de Brauw, zal Zr.Ms. stoomschip AMSTERDAM naar de kust van Guinea vergezellen om de nodige steenkolen voor de reis mede te voeren.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Texel, 19 oktober. Heden is alhier aangekomen het schip HENDRIKA, kapt. De Jonge, van Grangemouth naar Rotterdam, als bijlegger met verlies van zeilen en lekkage.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Scilly St. Mary’s, 16 oktober. Een gedeelte van de lading bruinsteen ex-MERCURIUS – zie ons nommer van eergisteren – is aan de wal gebracht. Aan de loodsen, welke geadsisteerd hebben om het schip in de haven te brengen, is een beloning van GBP 25 toegekend.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Fredrikshaven, 14 oktober. De lading van de (opm: Hamburger) kof ALIDA, kapt. Baumeijer – zie ons nommer van 12 dezer – is met het grootste gedeelte der takelage geborgen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Fredrikshaven, 14 oktober. Het bergen uit de kof TWEELINGEN DANIEL EN WILCO – zie ons nommer van 12 dezer – is zo goed als geëindigd.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Dantzig, 16 oktober. Het schip WIERDINA HENDRIKA, kapt. Meezenbroek, was de 13e dezer vrachtzoekend op onze rede, doch is de volgende dag verder gezeild.


  JB - Javabode

Batavia, 20 oktober. De 17e dezer is hier aangekomen het Nederlandse schip ERASMUS, kapt. H.F. Scharper, komende van Rotterdam.
Heden is hier aangekomen het Nederlandse schip BATAVIA, kapt. J.H. Lammerts van Bueren, komende van Rotterdam.

NRC 221054
Rotterdam, 21 oktober. Heden is alhier voor rekening van de heren J. Roelandts & Co van de scheepstimmerwerf St. Joris te water gelaten het door de scheepsbouwmeesters De Jong, Kortlandt & Anthony gebouwde barkschip CHARLES, groot 300 gemeten lasten, zullende gevoerd worden door kapt. J.F.C. Börger, en is onmiddellijk daarna voor het handelshuis C. Vlierboom & Zonen de kiel gelegd voor een fregatschip, groot circa 500 lasten, waaraan de naam is gegeven van EVA JOHANNA, bestemd voor de grote vaart.
(opm: de CHARLES is na de tewaterlating verkocht en als JACOB in de vaart gekomen)


22 oktober 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 21 oktober. Op aanstaande donderdag 26 dezer, des namiddags ten half twee ure, zal van de werf Hollandia van de bouwmeesters Blok & Matthijssen te Amsterdam worden te water gebracht het fregatschip ZAANSTROOM, groot 400 lasten, gebouwd voor rekening van de heer M.C. Lapidoth.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Alblasserdam, 21 oktober. Heden zijn alhier met het beste gevolg twee schepen te water gelaten, als: van de scheepstimmerwerf van de heer F. Kloos het clipper campagne-fregatschip NIEUW-HOLLAND, groot plm. 390 gemeten lasten, voor een rederij onder directie van de heren Boissevain & Kooy te Amsterdam, zullende worden gevoerd door kapt. L. Tuk, en van de scheepstimmerwerf van de heer J. Jonker het barkschip VRIJE HANDEL, groot ongeveer 300 gemeten lasten, voor rekening van de heren Müller & Reese te Amsterdam, zullende worden gevoerd door kapt. D. van Ketinier. Beide zijn voor de grote vaart bestemd.
(opm: volgens AH was de NIEUW HOLLAND het eerste schip gebouwd op de werf van F. Kloos)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Texel, 20 oktober. Met het van Suriname gearriveerde schip JOHANNES HERMANUS, kapt. Wijgers, is alhier aangebracht de equipage van het Nederlandse galjootschip JONGE JACOB, kapt. A. Boer, van Havana naar Cowes bestemd. Genoemde equipage is de 26e september op 39º NB 40º WL door kapt. Wijgers opgenomen.


23 oktober 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hellevoetsluis, 22 oktober. Heden arriveerde alhier van Liverpool het Nederlandse stoomschip HOLLANDER.
(opm: eerste reis)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Brouwershaven, 20 oktober. Het schip PADANG, kapt. Kwakkelstein, van Akyab naar Rotterdam, heeft op het Schaar ankers en ketting verloren.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Beaumaris (opm: in Wales, noord van Bangor), 18 oktober. Het Nederlandse schip BERNARDUS, kapt. Verschuur, van Cardiff naar Liverpool, is hier met verlies van zeilen binnengelopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Duinkerken, 19 oktober. Het schip HENRIËTTE, kapt. Wumkes, van Memel (opm: Klaipeda) herwaarts gedestineerd, is bij het naar binnen zeilen op de baar gestrand, doch zal waarschijnlijk met de vloed afgebracht kunnen worden.
(opm: zie volgend bericht)


 OHC - Opregte Haarlemsche Courant

Scilly, 16 oktober. Het schip MERCURIUS, kapt. De Haan (opm: schoener hoeker, kapt. W. de Haan), van Dordrecht naar Dublin, alhier met schade binnengelopen, heeft een gedeelte der lading gelost om een nieuwe mast in te zetten. Aan de loodsen is 25 p.st. (opm: Pond Sterling) toegewezen voor het binnenbrengen van het schip.


24 oktober 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Duinkerken, 20 oktober. De kof HENRIËTTE, kapt. Wumkes, waarvan wij gisteren de stranding mededeelden, is vlot gekomen en hier in de haven gebracht. Niettegenstaande er een hoge zee stond, heeft het schip weinig geleden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 23 oktober. De 21e dezer is van de werf van de scheepsbouwmeester J. Kater Pzn te Monnickendam te water gelaten het campagne barkschip STAD LEYDEN, groot ongeveer 270 lasten, gebouwd voor rekening ener rederij onder directie van de heren Craandijk & Dercksen te Amsterdam, en gevoerd zullende worden door kapt. C.C. Ruige.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Yarmouth, 20 oktober. Het schip HENDRIKA JOHANNA, van Sheerness naar Seaham, is hier lek en met verlies van zeilen binnengelopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Wyck auf Föhr, 17 oktober. Het schip CATHARINA, kapt. Nibbe, van Bongsiel (opm: Schleswig-Holstein) naar Antwerpen, als vroeger gemeld bij Beem Halley gestrand, is weder af en alhier binnen gebracht, Het natte gedeelte der lading zal verkocht worden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Helgoland, 20 oktober. De Hannoverse tjalk HERMINA, kapt. Kramer, met gerst van Altona naar Amsterdam bestemd, is hier heden namiddag in een hevige storm in zinkende toestand gestrand. De bemanning is gered, het schip zal hoogst waarschijnlijk verloren zijn. De lading en de inventaris hoopt men te bergen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Genua, 18 oktober. De Nederlandse schepen MEIKA (opm: schoener), kapt. J.D. Flik, van Amsterdam komende, en ANNA ELISABETH, kapt. De Jonge, van Belfast (opm: zie NRC 291054), zijn gisteren avond bij het naar binnen zeilen ten gevolge van een hevige zuid-westerstorm gestrand. Met uitzondering van kapt. Flik, welke, in de hoop van zijn papieren en geld te kunnen bergen, te lang aan boord was gebleven, zijn beide equipagiën gered. De MEIKA is geheel verbrijzeld en dus met de lading totaal verloren. Van de ANNA ELISABETH hoopt men de lading te bergen en mocht het weder en de zee bedaren, dan bestaat er kans om het schip vlot te brengen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Zandvoort, 22 oktober. In de namiddag is alhier gestrand een brikschip, even benoorden het dorp, en hoog tegen het duin aangeslagen. Het volk is gered, doch nadere bijzonderheden zijn niet juist bekend. Ook gelooft men in het aanspoelen van wrakhoutjes vele sporen te vinden van het verongelukken van meerdere schepen op zee in de storm van zaterdag op zondag j.l.


  RC - Rotterdamsche Courant

Veere, 19 oktober. Wegens storm en tegenwind is als bijlegger ter rede gekomen ADOLF EDUARD, kapt. G.T. Teensma, van Hernösand naar Antwerpen.


25 oktober 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 24 oktober. De Deense galjas OSCAR, kapt. Swenssen, van Lübeck met raapzaad naar Rotterdam, is de 22e dezer benoorden Zandvoort gestrand, doch het volk gered. De lading wordt beschadigd gelost. (red: hoogstwaarschijnlijk het schip gisteren in ons bericht uit Zandvoort bedoeld.)


  JB - Javabode

Van Anjer wordt ons medegedeeld, dat de op de 22e oktober aldaar gepasseerde schepen MASCHIEF (Amerikaans) en AURORA (Engels) berichtten, dat op de Alceste-klip in Straat Gaspar gestrand is het Nederlandse schip HENDRIK WESTER (opm: bark, bouwjaar 1826; kapt. R.J. Reijnders, zie JB 281054, 081154, 111154 en NRC 141254), komende van Whampoa en bestemd naar Bremen. Het schip was reddeloos, zijnde men bezig zo veel mogelijk op Poelo Leat te bergen. Men wachtte op hulp uit Batavia.


  JB - Javabode

Batavia, 23 oktober. De 21e dezer is hier aangekomen het Nederlandse schip WILLEM EGGERTS, kapt. H. Faber, de 7e september vertrokken van Sydney.
Gisteren is hier aangekomen het Nederlandse schip NEERLANDS KONINGIN, kapt. E. Vonck, komende van Australië.
Heden is hier aangekomen het Nederlandse schip ST. HELENA, kapt. M. Sterkenburg, komende van Liverpool.


  JB - Javabode

Het schip TIME, voormalige Engelse schoener van die naam, thans kapt. Oemar, is de 22e oktober van Batavia naar Soerabaija vertrokken.


26 oktober 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Harlingen, 23 oktober. Kapitein H. de Weerd, voerende het barkschip (opm: kofschip) PIETER, alhier te huis behorende, bracht hier heden de vrij talrijke equipage aan van de Noorse brik SOLID, kapt. Gessing, van Drammen naar Londen met een lading hout. Op ongeveer 25 mijlen van onze kust, in positie 53º51’ NB 04º25’ WL had hij dit vaartuig in zinkende staat ontmoet en ondanks de onstuimige zee was het hem na veel moeite en gevaar gelukt deze mensen te redden, die reeds vroeger daarop hoopten, toen zij noodseinen deden en een Noors barkschip zeer nabij zich zagen voorbijvaren, zonder dat men van daar enige poging aanwendde om hen te redden.
(opm: zie ook LC 311054 en NRC 011254)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hellevoetsluis, 25 oktober. Het schip EUGENIE, kapt. Bargman, van Brouwershaven opgezeild, is heden morgen met drijven op de punt van de Tien Gemeten aan de grond geraakt, doch werd heden avond met hoog water door de stoomboot KINDERDIJK vlot en tot bij de rede gesleept.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Uit de hand te koop een extra snelzeilend, gekoperd en kopervast Nederlands schoenerschip, ter grootte van circa 70 rogge-lasten, gebouwd in 1849. Te bevragen bij de makelaar R. Bakker Az., Nieuwe Zijds Voorburgwal bij het postkantoor.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Het schip HENDRIKA JANTINA, kapt. Hazewinkel Hzn., van Sheerness naar Seaham, is de 20e oktober lek en met verlies van zeilen te Yarmouth binnengelopen. (opm: de schoener galjoot, bouwjaar 1852; kapt. Harm Addes Hazewinkel, werd in Londen verkocht)


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Dantzig, 19 oktober. Voor houtverzending is de vraag weder meer toegenomen. Naar Londen is Sh.21/- à 22/- per load balken bedongen, naar Antwerpen NLG 25 per last.


27 oktober 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 26 oktober. Heden is van de werf Hollandia van de scheepsbouwmeesters Blok & Matthijssen in de Groote Wittenburgerstraat te Amsterdam te water gelaten het fregatschip (opm: campagne-fregat) ZAANSTROOM, groot 400 lasten, gebouwd voor rekening van de heer M.C. Lapidoth, en gevoerd zullende worden door kapt. D. Hofker.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Sydney, 4 augustus. Het Nederlandse schip OUD ALBLAS, kapt. Kruymel, van Melbourne naar Singapore, is alhier, na vijf weken op zee te zijn geweest, met schade aan het tuig binnengelopen.


28 oktober 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Medemblik, 25 oktober. Op de 24e dezer werden per stoomboot WEST-FRIESLAND twaalf koeien en circa 400 schapen, enige kalveren, enz, naar Londen geëxpedieerd.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Texel, 26 oktober. Het stoomschip WEST-FRIESLAND, de 24e van hier naar Londen vertrokken, is de 26e dezer met schade uit zee teruggekeerd.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlissingen, 26 oktober. Heden is op ’s Rijks werf alhier, in tegenwoordigheid van de minister van marine, de kiel gelegd voor het nieuw te bouwen stoomschip EVERTSEN.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hellevoetsluis, 27 oktober. Het schip HELENA, kapt. Sprok, van Koningsbergen (opm: Kaliningrad) naar Montford, is heden alhier als bijlegger binnengekomen. Het is lek en heeft meerdere zeeschade en moet lossen om te repareren.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Men presenteert uit de hand te koop een Nederlands kofschip van circa 70 rogge-lasten. Te bevragen bij de cargadoors Van den Bey & Co. te Amsterdam.


  DC - Dordtsche Courant

Hellevoetsluis, 25 oktober. Het schip EUGENIE, kapt. Bargman, van Brouwershaven opgezeild, is heden morgen met drijven op de punt van de Tien Gemeten aan de grond geraakt, doch werd heden avond met hoog water door de stoomboot KINDERDIJK vlot en tot bij de rede gesleept. De wind OZO.
Den 26 dito. Het schip EUGENIE is heden op de haven gesleept.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Groningen, 27 oktober. Scheepsvrachten. Naar Londen is afgesloten tot Sh.20/- met 10% per 10 quarter haver.


  JB - Javabode

Naar wij vernemen is Zr.Ms. stoomschip BATAVIA, luit.t.zee 1e klasse G.P.G. Gobius, op de 25e dezer van de rede alhier onder stoom gegaan om hulp te gaan verlenen aan het gestrande schip HENDRIK WESTER (opm: zie JB 251054).


  JB - Javabode

Batavia, 27 oktober. Heden zijn hier aangekomen de Nederlandse schepen BROUWERSHAVEN, kapt. Pieter Janson, de 7e juni vertrokken van Rotterdam, OTTOLINA, kapt. J.J. Prange, de 24e juli vertrokken van Amsterdam, PRINS FREDERIK DER NEDERLANDEN, kapt. Rotgans, komende van Rotterdam, en AMBARAWA, komende van Australië.


29 oktober 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Benkoelen, 1 augustus. Door de heer H. Chevalier, gezagvoerder van het particuliere stoomschip MAKASSER, zijn onlangs alhier aangebracht 26 personen, uitmakende de bemanning van het verongelukte Portugese driemastschip DON ALPHONSO, kapt. Antonio José de Santa Anna.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 7 september. De volgende Nederlandse schepen werden sedert ons vorige bericht gecharterd: de ZES GEZUSTERS naar de Golf van Perzië en terug voor NLG 36.000, de VIER GEBROEDERS naar Rotterdam à NLG 80 voor suiker en NLG 68,50 voor rijst, hier en te Samarang (opm: Semarang) te laden, de VIER GEZUSTERS en ANTOINETTA MARIA naar het Kanaal à GBP 3.5 voor rijsten GBP 5.10 voor suiker, de laatste moet nog repareren en vangen de ligdagen (opm: begin van overeengekomen laadtijd) eerst de 8e oktober aan. Ten slotte de SNELHEID naar Melbourne en Sydney à GBP 4/15 voor suiker in zakken.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 28 oktober. Heden is van de werf Casimirus van de scheepsbouwmeester C. de Graaf op de Hoogte van de Kadijk te Amsterdam te water gelaten het brikschip MATHILDE, groot 180 lasten, gebouwd voor rekening van de heren Koopmans & Pieters en gevoerd zullende worden door kapt. J.W. Bechtold.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Dordrecht, 28 oktober. Heden morgen ruim 9.30 uur is van de werf van de scheepsbouw- meester Jan Schouten met het beste gevolg te water gelaten het nieuw gebouwd en gekoperd barkschip TWEE JEANNE’S, groot ruim 350 gemeten lasten, gebouwd voor rekening ener rederij onder directie van de heren Sandberg & Co alhier en gevoerd zullende worden door kapt. J. W. Noordziek. Onmiddellijk daarna is de kiel gelegd voor een schip (opm: fregat), hetwelk de naam zal voeren van ARY SCHEFFER.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 28 oktober. De stoomboot WEST-FRIESLAND, kapt. G.G. Geerling, van Kampen naar Londen, is, volgens brief van het Nieuwe Diep van de 27e dezer, de vorige avond aldaar in zinkende staat en met verlies van het grootste gedeelte van het vee uit zee teruggekomen. De lading boter en kaas werd beschadigd gelost.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Brouwershaven, 28 oktober. De stoomboot LEVANT, kapt. Day, van Rotterdam naar Havre bestemd, werd hier de 26e dezer door de stoomboot STAD DORDRECHT binnengesleept. Dezelve heeft ongeveer 8 mijlen uit de wal een stortzee overgekregen, welke de machine- kamer onder water zette en de deklast zwaar beschadigde. Het schip heeft een en ander hersteld en heden de reis vervolgd.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Genua, 23 oktober. De alhier gestrande Nederlandse kof ANNA ELISABETH, kapt. de Jong – zie ons nommer van 24 dezer – is de 21e, na de lading gelost te hebben, vlot gekomen en naar een veilige ligplaats gesleept.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Malta, 20 oktober. De Nederlandse bark PRESIDENT VAN BUREN, kapt. Cramer, met een lading lijnzaad van Taganrog (opm: in de Zee van Azov), laatst van Konstantinopel (opm: Istanbul), naar Falmouth bestemd, heeft de 15e dezer in een hevige storm op 36º NB 18º WL schade bekomen en is hier heden binnengelopen om deze te herstellen.


30 oktober 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 7 september. Van Cheribon wordt bericht, dat op de 21e augustus aldaar zijn aangekomen twee Palembangers, genaamd Abdul Samat en Kassieman, en een Javaan, die verklaarden, de beide eerstegenoemden te behoren tot de bemanning van de te Palembang te huis behorende, sedert enige tijd op de Javase kust varende schoener CORNELIA, gezagvoerder Tjia Kimsiang, en de tweede passagier op dat alsnu naar Singapore bestemde vaartuig te zijn geweest met nog 59 Javanen, te Samarang ingescheept en zich naar Mekka willende begeven. Die schoener had Tagal (opm: Tegal) met een lading rijst aan boord de 19e (opm: augustus) verlaten, doch diezelfde dag nog was het vaartuig zo lek geworden, dat het ter middernacht, in weerwil van gestadig pompen, begon te zinken. Al de aan boord zijnde personen, ongeveer 80 zielen, zochten hun behoud in de enige sloep, die de schoener bij zich had, doch zij sloeg door gelijktijdige aandrift van zo vele personen om en dreef spoedig door de golfslag van die bodem af. De drie genoemde personen hadden zich aan haar vastgeklemd, haar later weder omgekeerd en waren daarmede, zonder iets meer van de schoener of van hun reisgenoten vernomen te hebben, te Cheribon aangeland. Van daar zijn dadelijk kruispraauwen uitgezonden om te trachten de schipbreukelingen te redden, doch vruchteloos. Niets is meer van die ongelukkigen, die waarschijnlijk hun graf in de golven gevonden hebben, bespeurd. De schoener is gezonken op ruim een halve zeemijl ONO van Oedjong Tanah, op zeven vademen diepte.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Texel, 29 oktober. Heden is van hier naar Londen vertrokken de stoomboot LEEUWARDEN. (opm: eerste reis)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlie, 27 oktober. Heden is van hier naar Harburg vertrokken de stoomboot GEORGE V. (opm: eerste commerciële reis, zie NRC 140954)


31 oktober 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 30 oktober. Volgens brief van kapt. Jaski, voerende het schip STAD UTRECHT, van Adelaïde te Soerabaija aangekomen, in dato 2 september, moest hij uithoofde van lekkage aldaar kielen (opm: het schip schuin trekken om de bodem te repareren).


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Helgoland, 27 oktober. De alhier gestrande Hannoverse tjalk HERMINA, kapt. Kramer – zie ons nommer van 24 dezer – is wrak, en met de inventaris en lading, welke laatste geheel onder water heeft gestaan, publiek verkocht. De lading bracht 3500 thaler op.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

King Road (51º30’ NB 2º46’ WL, Bristol Channel), 27 oktober. Het Nederlandse barkschip GEERTRUIDA MARIA, kapt. Spiegelberg, van Cardiff naar San Francisco, is alhier met schade binnengelopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Calcutta, 17 september. Het alhier in averij binnengelopen Nederlandse schip AMERICA, kapt. Schuymer, van Akyab naar Antwerpen bestemd, heeft de reparatie geëindigd en de 15e de reis vervolgd.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Groningen, 30 oktober. Scheepsvrachten. Naar Londen Sh.22/- met 10% voor 10 quarters haver, stoomboot voor het afslepen en lichterloon vrij.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Dantzig, 23 oktober. Schoon zich het gebrek aan schepen reeds doet gevoelen en het jaargetijde ver verstreken is, wacht men nog te vergeefs op het stijgen der vrachten. Gedaan werd naar Londen Sh.4/6 per quarter tarwe.


  LC - Leeuwarder Courant

Harlingen, 25 oktober. Eergisteren arriveerde in deze haven het kofschip PIETER, kapt. H. de Weerd Jr, aan boord hebbende de equipage van het Noorse brikschip SOLID, kapt. H. Gusing, van Drammen naar Londen bestemd, bestaande uit 10 koppen. Kapt. Gusing verhaalt, dat na twee etmaal in zinkende staat in zee te hebben rondgedreven, zij op de 20e dezer des voormiddags tot hun grote blijdschap een schip zagen, welks bemanning naar het scheen hun noodseinen had gezien en naar hen toehield, doch nadat gezegd vaartuig –ogenschijnlijk een Noorse bark – tot op een paar kabellengten (opm: 1kabel is 185,2 m.) hun was genaderd, braste hetzelve de zeilen vol en liet de ongelukkige mensen hopeloos aan hun lot over. Geheel ter neer geslagen en ieder ogenblik de door voor ogen ziende, zitten zij daar op een aan de golven prijs gegeven wrak, biddende hun lot afwachtende, doch terwijl zij zo bijeen staan, ontwaart hun oog andermaal een zeil. Hun hoop wordt levendig en zij bedriegen zich niet. Op het naderend schip heeft men hun noodseinen gezien en spoedig bleek het hun, dat zij ditmaal niet zouden worden teleurgesteld. Kapt. De Weerd, voerende het Nederlandse kofschip PIETER, wendde onmiddellijk alle pogingen aan om de ongelukkigen te redden, hetwelk echter uithoofde der hooggaande zeeën met groot gevaar gepaard ging. Zonder echter op eigen levensbehoud bedacht te zijn, begaf hij zich zo nabij het zinkende wrak, dat hij inderdaad zelf gevaar liep het slachtoffer zijner menslievende pogingen te worden, maar bezield door het gevoel om zo mogelijk zijn natuurgenoten te moeten redden, wist hij door gepaste maatregelen, een knap zeeman eigen, in weerwil der woedende golven, de ongelukkige tien mensen van een wisse dood te redden en hen allen door middel ener boot des avonds circa 17.30 u bij hem aan boord te krijgenen de 23e dezer behouden alhier aan wal te zetten. De redding had plaats op 53º54´ NB 04º25´ OL.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Het Nederlandse stoomschip LEEUWARDEN vertrekt van Harlingen naar Londen zaterdag 4 november, ´s morgens 6 uur. Voor passagiers, goederen en vee gelieve men zich te adresseren bij Bernelot, Moens & Co.


01 november 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hellevoetsluis, 31 oktober. Heden vertrokken van hier de (opm: bark) EGMOND EN HOORNE, kapt. A. Glazener, naar Londen (opm: eerste reis) en de stoomboot HERVATTING (opm: mogelijk buitenlander) naar Bastian (opm: mogelijk San Sebastian).


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 31 oktober. Volgens een op heden ontvangen telegrafische dépêche van Liverpool van hedenmorgen ten 11 ure, is het alhier te huis behorende barkschip IDA ELIZABETH (opm: ook IDA ELISABETH), kapt. M.A. Overgaauw, hetwelk de 26e dezer van Liverpool naar Batavia vertrok, bij South Light (opm: op de Cannon Rock) gestrand en zou het schip hoogstwaarschijnlijk totaal verloren zijn (opm: zie NRC 071154). De equipage is gelukkig gered.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Pillau (opm: Baltyisk), 27 oktober. Het schip CONCORDIA, kapt. Schulte, van Koningsbergen (opm: Kaliningrad) naar Amsterdam, is gisteren op de Heerdgrond gestrand, doch, na een gedeelte der lading gelost te hebben, weder af en alhier in de haven gebracht.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. G.J. Roland Holst, F. der Kinderen, J. Corver, H.J. Rietveld, C.A. Schröder, B.D. Bosscher, C. Ament, G.J. Boelen en C.S. Oolgaardt, makelaars, presenteren als lasthebbenden van hun principalen aan de meestbiedende te verkopen, ten overstaan van de notarissen Commelin & Weyland, op maandag de 20e november 1854, des avonds ten 6 ure, in de Nieuwe Stads Herberg aan het IJ te Amsterdam: het brikschipshol, genaamd PHOENIX, voorzien van een koperen huid, benevens een aanzienlijke partij scheepsgereedschappen, bestaande in ankers, kabelkettingen, touwen, zeilen, opstaand en lopend want, tuigage, masten, rondhout, boten, sloepen, zee-instrumenten, enz. Breder bij notitiën te vermelden en bericht bij bovengenoemde makelaars of bij de cargadoors B.D. Bosscher & Zoon. (opm: zie NRC 140854 en AH 211154; bouwjaar 1828, kapt. H.J. de Boer; op 1 december werd de zeebrief geroyeerd onder vermelding ‘schip wordt gesloopt’)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. De makelaars H.F.N. & W.H. Montauban van Swijndregt en F.& W. van Dam te Rotterdam zijn van mening als lasthebbende van hun meesters op dinsdag de 14e november 1854, des middags ten 12 ure, in de zaal op de hoek der Scheepsmakershaven en Bierstraat, Wijk 1, No. 499, publiek te veilen het snelzeilend Nederlands gebouwde, kopervaste, en van metalen huid voorziene barkschip PROTEUS, gevoerd door kapt. L. van Wagtendonk, volgens meetbrief lang 31,50 el, wijd 5,77 el, hol 4,24 el, en alzo groot 343 tonnen of 181 lasten, met al deszelfs rondhout, staand en lopend want, ankers, kettingen, touwen, zeilen en verdere inventaris, zo als hetzelve is liggende alhier.


  JB - Javabode

Batavia, 31 oktober. De 28e dezer is hier aangekomen het Nederlandse schip JEANNETTE PHILIPPINE, kapt. J. Oelhoorn, de 5e augustus vertrokken van Australië.
De 29e dezer zijn hier aangekomen de Nederlandse schepen EVA JOHANNA, kapt. H. de Boer, de 7e augustus vertrokken van Australië, JULIE CLAIRE, kapt. H. de Wijn, de 19e juli vertrokken van Amsterdam, MENTOR, kapt. D.A. Zeijlstra, de 26e juli vertrtokken van Amsterdam, en DOGGERSBANK, kapt. J.H. Clowting, de 24e juli vertrokken van Rotterdam.
Heden zijn hier aangekomen de Nederlandse schepen SCHELDE, kapt. A.W. van Reede, de 31e juli vertrokken van Rotterdam, en HERMAN DE RUYTER, kapt. P.J. Feynst, komende van Amsterdam.


02 november 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Liverpool, 30 oktober. Het van hier naar Groningen vertrokken Nederlandse schip CATHARINA ISABELLA, kapt. R.G. Waker, is lek uit zee terug gekomen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Larne (opm: Noord-Ierland), 28 oktober. Het alhier van Rotterdam gearriveerde schip ANNEGINA GESINA, kapt. Smit, is op drift geweest en heeft daardoor schade bekomen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Plymouth, 26 oktober. De WATERWITCH, kapt. Lemaitre, naar deze haven bestemd, ten tweede male te Corunna (opm: La Coruña) uit zee teruggekomen, had aan boord de bemanning van een nieuwe Nederlandse schoener, die de vorige dag (opm: 19 oktober, zie verder NRC 031154 en 131254) gezonken was.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Koningsbergen, 26 oktober. Scheepsvrachten. Bij goede vraag zijn de vrachten gerezen. Bedongen: Londen Sh.5/10 à Sh.6/- per quarter tarwe, Amsterdam NLG 28 à NLG 29, de Maas NLG 30 à NLG 31 met NLG 1,- per last tarwe. Daar het jaargetijde reeds zo ver verstreken is, is het niet waarschijnlijk, dat de vrachten vooreerst zullen dalen.


03 november 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 2 november. Het nieuwe Vlaardingse schoenerschip BROEDERSCHAP, kapt. J. Goedknegt, de 8e oktober uit de Goeree naar Syra vertrokken, heeft in een storm de masten en alles van het dek verloren en is door het volk verlaten, dat gered en te Corunna (opm: La Coruña) aangebracht is. Zijnde dit het schip, gisteren in ons bericht uit Plymouth bedoeld.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Grimsby, 30 oktober. De 28e werd alhier aangebracht de bemanning van het tjalkschip BERNARDINE, kapt. Frederiks, van Thisted naar Hull. Het schip is de 22e dezer op 56º12’ NB 05º33’ OL in zinkende staat door het volk verlaten.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Memel (opm: Klaipeda), 28 oktober. Het te Dokkum te huis behorende schip HENDRIKA CATHARINA, kapt. Faber (opm: kof, thuishaven Grouw, kapt. Feye Klaas Faber), is gisteren in een hevige storm in de haven gestrand. Het schip zal een gedeelte zijner houtlading moeten lossen om vlot te komen (opm: ging weer in de vaart).


04 november 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 3 november. De reis van het oorlogsstoomschip AMSTERDAM, waarvan het vertrek op 1 november was bepaald naar de kust van Guinea, is naar men verneemt onbepaald uitgesteld.
(opm: zie NRC 051154)


  DC - Dordtsche Courant

Van Sydney vertrokken, 5 augustus, OUD-ALBLAS, kapt. Kruymel, van Melbourne naar Singapore, na geëindigde reparatie.


  DC - Dordtsche Courant

Kaap de Goede Hoop, 28 augustus. Het vroeger Nederlands schip ’S HERTOGENBOSCH, de 15de juli op strand gedreven (opm: zie , is afgebracht en neemt een lading voor Londen in. Het draagt thans een Engelse naam (opm: GRANGER; de Engelse TAMATAVE, kapt. Simpson, heeft het restant van de lading van de ’S HERTOGENBOSCH meegenomen, zie DC 090655).


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Stettin, 30 oktober. Scheepsvrachten. Oostkust van Engeland Sh.3/6, Belfast Sh.6/- per quarter tarwe, Londen Sh.4/- per idem.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Memel, 28 oktober. Scheepsvrachten. In de laatste acht dagen was de bevrachting zeer levendig. Oostkust van Engeland Sh.5/- per quarter zaad, Amsterdam NLG 4.600 voor een schip van 147 nomale last, Rotterdam NLG 2,30 per ton zaaizaad.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Konstantinopel, 14 oktober. Scheepsvrachten. Er gaat weinig om. Veel schepen maken zich gereed om in ballast te verzeilen. Bedongen Antwerpen Sh.6/- per quarter van Cavalla naar Londen, Sh.57/6 per ton tabak.


  JB - Javabode

Batavia, 3 november. De 1e dezer zijn hier aangekomen de Nederlandse schepen ANNA PAULOWNA, kapt. W. Bek, de 3e juli vertrokken van Liverpool, en BORNEO, kapt. C.C. Hansen, met acht passagiers, de 6e augustus vertrokken van Rotterdam.
Gisteren zijn hier aangekomen de Nederlandse schepen HENDRICA, kapt. C.M. Pompe, de 24e juli vertrokken van Rotterdam, en ZALT BOMMEL, kapt. C.J. Juta, met drie passagiers, de 22e juli vertrokken van Rotterdam.
Heden is hier aangekomen het Nederlandse schip CLARA HENRIETTE, kapt. … (opm: mogelijk H. Croese), komende van Californië.


05 november 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 4 november. De 1e november is te Nieuwediep de order ontvangen, dat de Rijksstoomschepen AMSTERDAM en CYCLOOP naar Elseneur (opm: Helsingör) zullen vertrekken, ten einde koopvaardijschepen, met granen beladen, te slepen.


07 november 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Alblasserdam, 4 november. Heden is van de werf van de scheepsbouwmeester C. Smit alhier te water gelaten het tweedeks campagne barkschip STAADSRAAD VAN DER HOUVEN, groot 306 lasten, gebouwd voor een rederij onder directie van de heer T.C. van Assendelft de Coningh te Amsterdam, en gevoerd zullende worden door kapt. F. Heimeriks (opm: F. Heymericks).


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Strangford (opm: Noord-Ierland), 2 november. De Nederlandse bark IDA ELIZABETH, van Liverpool naar Batavia, welke, zo als vroeger gemeld, op Cannon Rock strandde – zie ons nommer van 1 dezer – is laatstleden maandag (opm: 30 oktober) uit elkander geslagen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Belfast, 2 november. De Nederlandse kof ANNECHINA GESINA, kapt. Smit, van Rotterdam te Larne (opm: N-Ierland) aangekomen en aldaar in een storm op strand gedreven – zie ons nommer van 2 dezer – heeft een gedeelte der lading moeten lossen om vlot te komen. Het schip is thans lek in onze haven gesleept.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Nieuwe Diep, 5 november. Heden morgen stoomden uit deze haven naar Elseneur (opm: Helsingör) Zr.Ms. stoomschepen AMSTERDAM en CYCLOOP, kommandanten resp. kapt.-luit. Spanjaard en luit.t/z. 1e. kl. Swaanhals. Ten verzoeke van de kamer van koophandel te Amsterdam, zijn deze stoomschepen bestemd om de Nederlandse graanschepen door de Sont te slepen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Delfzijl, 4 november: Het Nederlandse smakschip de ONDERNEMING, kapt. F.O. Heida, met tarwe beladen, van Koningsbergen (opm: Kaliningrad) naar Amsterdam, is gepasseerde nacht met een storm in het Doekegat aan de grond geraakt en zeer waarschijnlijk geheel weg. De equipage waarover men lang in het onzekere was of zij wel behouden kon zijn, omdat een scheepskist met kleren, gemerkt H.G. Freeze van Sappemeer, vermoedelijk van dat schip afkomstig, werd opgevist en alhier aangebracht door kapt. G.H. Drewes, voerende het Nederlandse schip De TWEE GEZUSTERS, is hier hedenavond behouden aangekomen. Een aantal schepen moet zich met die storm voor de Eems hebben bevonden, doch bij gebrek aan loodsen en door onbekendheid met de zeegaten, was men wel verplicht zo mogelijk zee te houden. Het is derhalve van belang, zowel van assurantiën als van koophandel en zeevaart, dat hoe eerder des te beter een vast loodswezen op de Eems wordt in werking gebracht, waartoe reeds meermalen en nog kortelings het plan bestond, dat echter tot heden niet is verwezenlijkt.


  DC - Dordtsche Courant

Hellevoetsluis, 4 november. Op Scheelhoek is gisteren na posttijd aan de grond geraakt de Engelse schoener THAMES, kapt. R. Beaumont, geladen met guano, van Londen naar Rotterdam. Het heeft manschappen met sloepen aangenomen tot assistentie, en is heden nacht met hoog water van Scheelhoek af en in het kanaal gekomen.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Kapt. Zeeman, die bij het verongelukken van het schip JAN DANIEL met veel moeite werd gered, is de 3e dezer met meer andere passagiers met het barkschip JANNETJE, kapt. Lupcke, van Batavia in welstand te Hellevoetsluis aangekomen.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Dantzig, 31 oktober. Vrachten zeer levendig. Londen Sh.4/6 per quarter tarwe, Amsterdam NLG 25, de Maas NLG 26 per last rogge.


08 november 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Delfzijl, 4 november. Het schip DE ONDERNEMING, kapt. Heida, van Koningsbergen (opm: Kaliningrad) naar Amsterdam, is gisteren nacht in het Doekegat gestrand en zal vermoedelijk weg zijn; het volk is gered en alhier aangekomen.
(opm: zie NRC 101154 en 121154)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Uit hoofde van de voorgenomen overgang van de heer P.H. Kortlandt, naar de zaken van zijn familie, wordt voor de scheeps-timmerwerf Rotterdams Welvaren gevraagd een scheepsbouwmeester, met bewijzen van bekwaamheid en goed gedrag, om zich daarmede aan te melden ten kantore van de eigenaren A. van Hoboken en Zonen, te Rotterdam.


  JB - Javabode

Advertentie. Op maandag de 13e november aanstaande zal door de ondergetekende voor rekening van wie zulks mogen aangaan, in een der recherche-pakhuizen alhier op publieke veling tegen 4 % vendu-salaris verkocht worden de inventaris, bestaande uit zeilen, touwwerk, ankers, kettingen, masten, rondhouten, provisiën enz., alles afkomstig van het verongelukte Nederlandse schip HENDRIK WESTER (opm: zie o.a. JB 251054).
Batavia, 7 november 1854, P. Landberg & Zoon.


  JB - Javabode

Advertentie. Op een nader te bepalen dag zal door de ondergetekenden publiek worden verkocht het Russische barkschip IDEALET, metende 239 lasten, een jaar oud, gekoperd en kopervast, liggende ter rede alhier.
Kreglinger, Dummler & Co.


  JB - Javabode

Batavia, 8 november. De 4e dezer zijn hier aangekomen de Nederlandse schepen MARGARETHA SIMONETTA, kapt. F.J. Hoffman, de 18e juni vertrokken van Amsterdam, en AMBOINA, kapt. P.A. Schaap, met enige passagiers, de 29e juli vertrokken van Rotterdam.
De 6e dezer zijn hier aangekomen de Nederlandse schepen ALBLASSERDAM, kapt. P.G. Pott, de 30e juli vertrokken van Rotterdam, ANNA LENA, kapt. P.F.A. Autusch, met een passagier, de 31e juli vertrokken van Amsterdam, CAPELLA, kapt. H. Wigman, met vier passagiers, de 13e juni vertrokken van Amsterdam, MARIA ANNA, kapt. L.G. Verbeek, de 22e juli vertrokken van Rotterdam, CATHARINA JOHANNA, kapt. J.B. Jaski, met een passagier, de 28e april vertrokken van San Francisco, WELTEVREDEN, kapt. H. Teerlink, met 13 schipbreukelingen van een Engels schip, de 2e augustus vertrokken van Swansea, en het Nederlands-Indische schip CECILE, kapt. C.B. Young, de 20e augustus vertrokken van Bushire.
Heden is hier aangekomen het Nederlandse schip COPERNICUS, kapt. Plater, komende van Rotterdam.


09 november 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Whitstable, 5 november. De Nederlandse galjoot FRISO, kapt. Duintjer, van Londen met een lading lijnzaad naar Amsterdam bestemd, is bij Maplin-Sand op strand geweest en hier gisteren lek binnengebracht.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Bridlington, 5 november. De Nederlandse kof JONGE TAMMEN (opm: JONGE TIEMEN), kapt. Swiers, van Yarmouth naar Newcastle bestemd, is in de verlopen nacht in aanzeiling geweest met de oorlogs- stoomboot MALACCA. De kof verloor hierbij de masten en is door de stoomboot hier binnengesleept.
(opm: de PGC van 11 november noemt het schip JONGE TIMEN, kapt. Swiers, en de plaats van de aanzeiling bezuiden Flamborough Head)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Memel (opm: Klaipeda), 2 november. Behalve het reeds gemelde Nederlandse schip HENDRIKA CATHARINA – zie ons nommer van 3 dezer – is in de laatste storm nog op strand gedreven, het te Groningen thuis behorende kofschip GEERTRUIDA JACOBA, kapt. Pottjer. Beide schepen zitten nog aan de grond.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Harlingen, 3 november. Het schip MARIA, kapt. J. de Boer (opm: schoenerkof, bouwjaar 1829; kapt. Jelle de Boer), van Livorno naar Londen, is, na van de 12e tot de 14e oktober een hevige storm doorgestaan te hebben, waarbij de verschansingen wegsloegen, de boorden ontzet raakten en veel water in het schip drong, terwijl bramsteng, grote steng, ra’s, enz. overboord geraakten, geheel wrak door het volk met de boot verlaten en weinig tijds daarna in hun gezicht gezonken. De equipage was op Mallorca geland en aan een quarantaine van 15 dagen onderworpen.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Groningen, 7 november. Scheepsvrachten. Naar Londen Sh.23/- met 10% per 10 quarters haver.


10 november 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 9 november. Het schip De ONDERNEMING, kapt. Heida, van Koningsbergen (opm: Kaliningrad) herwaarts gedestineerd, in het Doekegat gestrand – zie ons nummer van 8 dezer – is genoegzaam wrak. 13 Lasten tarwe en de inventaris zijn geborgen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 9 november. Het schip ANNA JANTINA, kapt. H.R. de Haan (opm: smak, kapt. Hindrik Rindelt de Haan), van Noorwegen naar Groningen, is volgens brief van de Zoltkamp (opm: Zoutkamp) van de 7e dezer, de 4e dito (opm: 3 november, zie LC 141154, 171154 en 241154) op Schiermonnikoog gestrand en zal weg zijn. Het volk is gered.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlie, 7 november. Gistermorgen is op Terschelling gestrand het Hanoverse everschip JUNO, kapt. Lange, van Scherpenziel (opm: vermoedelijk Scherpenzeel nabij Lemmer) met een lading paardenbonen naar Goole bestemd. De equipage, bestaande uit 4 man, is met de reddingsboot gered.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Thisted, 3 november. De in de nabijheid van Lökken (opm: Jammerbocht, 57º22’ NB 9º43’ OL) gestrande Nederlandse kof GEBROEDERS – zie ons nommer van 12 oktober – zal de 17e dezer in publieke veiling verkocht worden. Bij gunstige weersgesteldheid hoopt men het vaartuig nog vlot te brengen.


  LC - Leeuwarder Courant

Te koop een overdekt praamschip, 15 ton, liggende aan de scheepstimmerwerf te Heeg bij M.G. Palsma


  LC - Leeuwarder Courant

Ameland, 7 november. Gisteren namiddag strandde alhier bij Ballum bij hevige storm en hoge branding het Nederlandse kofschip de JONGE HEERO, kapt. R.E. Brouwer, met raapkoeken van Kiel naar Lynn (opm: King’s Lynn) gedestineerd. Op het eerste bericht daarvan werden de beide onder het bestuur van de heer burgemeester gestelde reddingsboten der Noord- & Zuid-Hollandsche Redding Maatschappij in allerijl naar de strandingsplaats vervoerd. De te Hollum geplaatste, welke het naast bij de strandingsplaats aanwezig was, kwam onder geleide van de opzichter I.D. Visser het eerst aan, werd dadelijk bemand door I.D. Dokter, J.T. Visser, L.C. Bakker, L.I. Kanger, G.I. Klip, en I.E. Visser. Te water gebracht, bereikte deze het schip en nam drie schepelingen over, met welke dezelve als door de vreselijke branding vol water geraakt toen naar het strand moest terug keren, doch stak dadelijk, na van het water ontdaan te zijn, weder in zee en had het geluk nog twee personen – de kapitein en de stuurman – met levensgevaar te redden, terwijl destijds des kapiteins vrouw en twee kinderen (opm: Hendrika Meissema 34 jr, dochter Dirkje Reinderts 5 jr, zoon Reinder Egbert 2 jr) bereids in de roef verdronken waren, doordien deze al dadelijk vol water was geslagen en onder hetzelve bedolven was geworden. Tijdens deze laatste redding plaats had, begon het schip reeds te verbrijzelen en sloeg kort daarna geheel uit elkander, waardoor zowel de lading als het tuig verloren ging, gelijk ook al de goederen der schepelingen, die niets hadden kunnen redden. (opm: zie ook PGC 141154 en LC 141154)


11 november 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Ameland, 6 november. Het schip JONGE HEERO, kapt. Brouwer, van Kiel naar Lynn, is alhier in de nabijheid gestrand, doch het volk gered. (opm: onjuist, zie LC 101154)

NRC 111154
Rotterdam, 10 november. Te Bremerhaven werd op de 7e dezer van de werf van de heer Tecklenborg aldaar te water gelaten het barkschip VAN BOSSE, groot ruim 400 Java-lasten, gebouwd voor rekening van de heren Bonke & Co te dezer stede en gevoerd zullende worden door kapt. W. van der Hoeven.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Texel, 9 november. Volgens geruchten is er in de Vlie-gronden een bark verbrijzeld, hetgeen men opmaakt uit het aanspoelen van wrakhout en suikerkisten.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Bremerhaven, 7 november. De Nederlandse tjalk GOEDE VERWACHTING, kapt. Kremer, van Stettin (opm: Szczecin) naar Groningen, is gisteren lek, met verlies van zwaarden en gebroken boom hier binnengelopen.


  JB - Javabode

Batavia. In ons No. 85 deelden wij met korte woorden mede, dat het Nederlandse koopvaardijschip HENDRIK WESTER op de Alceste klip in straat Gaspar verongelukt was (opm: zie JB 251054, gelijk mede in No. 86, dat Zr.Ms. stoomschip BATAVIA derwaarts was vertrokken om zoveel mogelijk hulp te verlenen.
De 3e dezer kwam laatstgenoemde bodem van daar terug, aan boord hebbende de opvarenden van het schip HENDRIK WESTER, waardoor wij in staat zijn nog de volgende mededeling omtrent dat ongeluk te doen.
De HENDRIK WESTER, gevoerd door kapt. R.J. Reijnders, behoort aan de firma Kranenburg en Zonen te Amsterdam en was, zoals wij reeds bericht hebben, bestemd van Whampoa naar Bremen. De lading bestond in gember, lignea, cassia en peper.
In de namiddag van 16 oktober jl. werd het schip door een zware bui uit het O.N.O. van hevige wind en regen met een zware bezette lucht vergezeld, op de Alcestes-klippen ten noorden van Poelow Leat geworpen en was weldra reddeloos.
Hulp van Billiton verkregen, bracht de bemanning gelukkig naar dat eiland over en redde een gedeelte der lading, terwijl het Z.M. stoomschip BATAVIA is mogen gelukken, masten, stengen en ra’s, gelijk mede kettingen en ankers van de verongelukte bodem te bergen.
De opperstuurman van de HENDRIK WESTER is op de overtocht van Billiton herwaarts overleden.


  JB - Javabode

Batavia, 9 november. Heden zijn hier aangekomen de Nederlandse schepen SOOLO, kapt. K. van de Erve, uit de Chinese zee, en RIJSWIJK, kapt. J.N.R.J. Bijl, de 23e september vertrokken van Melbourne.


12 november 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 11 november. De schepen ZEELUST, kapt. Coerkamp, van Colberg (opm: Kolobrzeg), MORGENSTER, kapt. Drent, van Koningsbergen (opm: Kaliningrad), HENDRIKA BOUWINA, kapt. Joosten, van dito, TJAKKINA, kapt. Van Sluis, van Horsens, alle herwaarts gedestineerd; GEZIENA DERKINA, kapt. Klok, van Rügenwalde (opm: Darlowo) naar Engeland, de VROUW HILLEGINA, kapt. Joosten, van Kjöge, en IDA MARIA, kapt. Ter Poorter, van Dantzig (opm: Gdansk) naar de Maas, en de JONGE GERRIT, kapt. Gerritsma, van Stege naar Rotterdam, zijn volgens brief van Delfzijl van de 10e dezer aldaar lek en met meer andere schade binnengelopen. Zij moeten lossen om te repareren.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Naar Batavia, Samarang en Sourabaya ligt te Amsterdam in lading om bepaald tegen ultimo november te vertrekken het nieuwe gebouwd, gekoperd campagne/fregat ZAANSTROOM, kapt. D. Hofker, varende een bekwame scheepsdokter en hebbende nog zeer ruime en nette inrichtingen voor de overvoer van drie kajuit-passagiers. Adres voor goederen en pasage bij de cargadoors Hoyman & Schuurman te Amsterdam.
(opm: eerste reis).


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Memel (opm: Klaipeda), 6 november. De Nederlandse schepen GEERTRUIDA JACOBA en HENDRIKA CATHARINA, welke in de haven aan de grond zijn geraakt – zie ons nommer van 9 dezer en vroeger – zijn weder vlot gekomen. Laatstgenoemde heeft echter de gehele lading moeten lossen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 11 november. De van Koningsbergen (opm: Kaliningrad) naar Amsterdam bestemde kof MARIA, kapt. Dijk, is gisteren zwaar lek en met overgeslagen lading in een haven aangekomen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 8 november. Het schip VROUW JAAPJE, kapt. De Boer, van Hamburg naar Antwerpen bestemd, is lek en in Fedderwadderhaven binnengelopen en zal moeten lossen om te repareren.
(opm: vergelijk PGC 141154)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Cuxhaven 8 november. De schepen HERMINA ANNEGINA, kapt. Jessen, van Randers en COURIER, kapt. Tieman, van Malmö, beiden naar Schiedam bestemd, zijn hier in averij binnengelopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Elseneur (opm: Helsingör) 5 november. De Nederlandse kof EGBERDINA ANNA, kapt. Schuring, van Malmö naar Schiedam bestemd, is met verlies van anker en ketting uit het Kattegat teruggestormd en hier in de haven gekomen. De stuurman is met een stortzee over boord geslagen en verdronken.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 11 november. De Groninger Courant behelst het volgende uit Uithuistermeeden (opm: Uithuizermeden): In de nacht van vrijdag op zaterdag (opm: zie NRC 081154) strandde in deze gemeente het schip De ONDERNEMING, kapt. Felse Ottes Heida, komende van Koningsbergen (opm: Kaliningrad) en bestemd naar Amsterdam, geladen met tarwe. Nadat de kapitein en zijn 3 schepelingen zes uur lang in de mast hadden gezeten, om zo hun leven te redden, zijn zij behouden aan wal gekomen bij Gerrit Pieterman, dagloner te Uithuizermeeden, en door deze liefderijk verpleegd. Het schip en de lading was nog in zijn geheel, en de kapitein moest tot zijn grote spijt, tot overmaat van ramp, zijn schip zien bestormen en slopen en vernielen door een 25 tal van personen, die van Delfzijl met drie schepen waren overgekomen. Moedwillig kapten zij het tuig, de masten, het anker, ja zelfs van binnen zijn bureau bleef niet ongeschonden; zij namen, wat hun voorkwam, en laadden dit en van de tarwe in hun schepen, niettegenstaande het verbod van de kapitein. Zij dreigden hem zelfs, en de hulp, die hem volvaardig door de burgemeester opperstrandvonder werd gegeven, bleek onvoldoende, want ook na diens verbod bleef men met overladen onder bedreigingen voortgaan. Wij vernemen, dat aan de justitie daarvan mededeling is gedaan en wij wensen, in het belang van handel en scheepvaart, dat aan zulke onmenselijke handelingen paal en perk wordt gezet. Elders maakt men op zeerovers jacht en hier ……… maar wij willen ons van bespiegeling onthouden. Alleen zij nog aangemerkt, dat tot overmaat van smart de stuurman en matroos de duffelse jassen, het enig goed, dat zij hadden geborgen, en de kapitein zijn beste kleren en bijna alles is ontvreemd.


13 november 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Openbare vrijwillige verkoping. De notarissen Dalen en Lambert, residerende te Rotterdam, als last hebbende van derzelver principalen, zijn van mening om op dinsdag de 28e november 1854, des middags ten 12 ure, in het lokaal der publieke verkopingen aan de Geldersche Kade te Rotterdam, in één zitting in het openbaar te veilen en verkopen een achtste aandeel in het extra hecht, sterk, wel bezeild en goed betimmerd gekoperd Nederlands brikschip BOREAS, gevoerd wordende door kapt. W.G.J. Schiedges en varende onder het boekhouderschap van de heer Willem C. Versluys te Rotterdam, in den jare 1847 nieuw gebouwd op de werf van de Wed. E. Visser & Co aldaar, lang 28 el 3 palm, wijd 5 el 2 palm en hol 4 el 5 palm (opm: 28,30 x 5,20 x 4,50 m.), en alzo groot 237 tonnen of 125 lasten, zulks met al deszelfs rondhout, staand en lopend want, zeilen, ankers, kabels en verdere scheepstoebehoren. Dit schip is thans op reis van Swansea naar Singapore. Nadere informatiën zijn inmiddels te bekomen ten kantore van de voornoemde notarissen Dalen en Lambert aan de Zuid Blaak te Rotterdam.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 12 november. Op Texel zijn enige Oostzee-delen aangespoeld en ook ligt aldaar een wrak op strand.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlie, 9 november. Het schip TIETERDINA MARCHINA, kapt. Klein, van Memel (opm: Klaipeda) naar Hull met lijnkoeken, is hier als bijlegger met gebroken roer en lekkage binnengekomen en ligt in de haven van Terschelling te lossen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlie, 9 november. De kof EGBERDINA ANNECHINA, kapt. Enninga (voor wijlen Elling) (opm: bouwjaar 1829; kapt. Klaas Luitjen Enninga voor wijlen kapt. Derk Hesseling Ebeling [ook Ebling]), van Dantzig (opm: Gdansk), is hier drijvende op de lading hout binnengekomen en ligt in de haven van Terschelling. Kapt. Elling is in de nacht van zaterdag op maandag (opm: zondag 5 op maandag 6 november) over boord geslagen en verdronken.
(opm: op 23 april 1855 werd de zeebrief door de Ontvanger te Terschelling naar Den Haag gezonden, met vermelding van schip gesloopt waarna deze op 27 april werd geroyeerd; op 11 april 1855 werden o.a. hol en tuigage geveild, zie AH 250355)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlie, 9 november. In de afgelopen nacht is op de buitengronden van Terschelling op de Engelsche Hoek gestrand en verbrijzeld het Engelse fregat PROSPER, kapt. Terres, met een lading suiker, koffij, mahonijhout enz, van Liverpool naar Hamburg bestemd. De equipage is gered. Van de lading zijn 30 stuks mahonij- of cederhout op Vlieland geborgen.
De 6e dezer is nog op Terschelling gestrand de Hamburger schoener PATRIOT, kapt. Wierda, met een lading guano-mest van Londen naar Hamburg. De equipage, behalve de kapitein, die verdronken is, is met de reddingboot gered.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlissingen, 11 november. Heden is alhier ter rede als bijlegger gearriveerd het schip AFIENA JONKER, kapt. Groenewold, van Grenå (opm: Denemarken) naar Schiedam bestemd, met overgeworpen lading.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Frederikshavn, 6 november. De schepen HEIKE PRINS, kapt. Prins, van Kjöge naar Nederland, en EGBERTUS, kapt. De Jonge, van Dantzig (opm: Gdansk) naar Liverpool bestemd, zijn hier beide met schade binnengelopen. Eerstgenoemde met verlies van ankers en kettingen, en de laatste heeft op Larsoe gestoten en is daardoor lek geworden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Laesöe, 5 november. Gisteren morgen strandde in deze nabijheid de te Wildervank te huis behorende kof HARMINA, kapt. P.S. Brouwer (opm: smak, bouwjaar 1830; kapt. Pieter Simons Brouwer), met een lading gerst van Ystad komende. Men heeft heden een gedeelte van de takelage geborgen en ook de lading hoopt men, alhoewel beschadigd, te bergen. Het schip zit onder water en zal dus hoogstwaarschijnlijk wrak zijn.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Carolinerzyl (opm: Carolinensiel), 7 november. De Nederlandse tjalk VERTROUWEN, kapt. Ploeg, met een lading gerst van de Belt komende, is in zinkende staat in de Harle binnengelopen. Het schip heeft een gedeelte der lading onder Wangeroog in de JONGE JAN overgeladen en beide schepen zullen bij gunstig weder morgen hier henen gebracht worden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hoekzyl (opm: Hooksiel), 8 november. Het schip FORTUNA, kapt. Hegemann, met boekweit van Varel naar Rotterdam bestemd, is eergisteren lek uit zee teruggekomen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Groningen, 10 november. In de nacht van 7 dezer is op Schiermonnikoog gestrand een tjalk, beladen met gerst, vermoedelijk de HENDRIKA, kapt. G.J. Scholtens, van Thisted naar de Maas. Het volk is met de reddingboot gered.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Gerh. Jr. Roland Holst, Floris der Kinderen, Hendrik Salm, Hermanus Isaac Rietveld en Gerrit Jan Boelen, makelaars, zullen op maandag de 20e november 1854, des avonds om zes uur precies, ten huize van J.F. Schamp in de Nieuwe Stadsherberg aan het IJ, te Amsterdam, ten overstaan van de notaris Mr. P.J. van Etten, bij openbare opveiling, aan de meest biedende of hoogst mijnende presenteren te verkopen:
- 2/40 in het gekoperd fregatschip GRAAF VAN NASSAU, kapt. E. Sanders, groot 350 gemeten lasten, varende onder directie van de heren A.L. van Harpen en Zonen.
- 2/80 in het gekoperd fregatschip DOCTRINA ET AMICITIA, kapt. P. Haagsma, groot 368 gemeten lasten, varende onder directie van de heren A.L. van Harpen en Zonen.
- 2/80 in hetzelfde schip, als boven.
- 1/32 in het gekoperd barkschip KONING WILLEM II, kapt. G. van Eyk Menkman, groot 382 gemeten lasten, varende onder directie van de heren H.I. Rietveld en J.H. Rocquette.
- 1/16 in het gekoperd fregatschip ADMIRAAL DE RUYTER, kapt. S. Stapert, groot 280 gemeten lasten, varende onder de directie van de heer B. Kooy Jzn.
- 1/32 in het gekoperd fregatschip STAD UTRECHT, kapt. F.P.J. Jaski, groot 354 gemeten lasten, varende onder directie van de heren Trakranen en Co.
- 1/32 in het gekoperd fregatschip NEPTUNUS, kapt. P. Schuurman, groot 412 gemeten lasten, varende onder directie van de heer B. Kooy Jzn.
- 5 aandelen in de Nederlandse sociëteit van scheepsbouw, onder directie van de heren P. Scheffer en zoon, ieder groot NLG 1.000.
- Bewijs van deelgerechtigheid, groot NLG 3.000, gefourneerd kapitaal, en een onderneming tot het drijven voor gemene rekening van handel op de Westkust van Afrika, onder directie van de heren Trakranen en Co, alhier.


14 november 1854


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 13 november. Omtrent de stranding van de schepen ANNA JANTINA, kapitein H.R. de Haan (opm: zie NRC 101154), en HINDERIKA (opm: HENDRIKA), kapitein G.J. Scholtens, op de buitengronden van het eiland Schiermonnikoog, meldt de Provinciale Friessche Courant het volgende:
Op den 3e november l.l. verviel in de buitengronden van dit eiland eerst gemeld kofschip, te huis behorende te Groningen, beladen met hout, komende van Noorwegen en bestemd naar Groningen. Het schip zat zeer gevaarlijk en bij de storm uit het noorden was het meer dan waarschijnlijk, dat de aan boord zijnde personen hun leven zouden moeten verliezen. Om hen uit dit groot gevaar te bevrijden, werd dan ook met alle spoed de hier aanwezig zijnde reddingboot naar het strand gevoerd, en deze voorzien van acht ervaren zeelieden. Na veel krachtsinspanning bereikten zij het in nood zijnde schip, redden de equipage, bestaande uit vier personen en brachten die behouden aan het strand. In de daarop volgende nacht is het zwaar geteisterde schip op het strand gekomen. De tuigage en een aanmerkelijk gedeelte der lading Noorse balken is geborgen.
De 5e dezer, des namiddags omstreeks vier ure, vertoonde zich hier op nieuw een schip voor de wal (opm: HENDRIKA), hetwelk bij sterke wind uit het NW-en al meer en meer het strand naderde, en gevaar liep van in de buitengronden te vervallen. Ten vijf ure ging de reddingboot, waarin een toereikend getal bekwame personen geplaatst, in zee. Bij het invallen van de duisternis was het onmogelijk het schip ergens in de golven te ontdekken en moest men na lang aanhouden en op verre afstand van het strand, eindelijk het opsporen staken. Men zag zich genoodzaakt, ten ruim 21.00 ure, onverrichter zake terug te keren. Des avonds te 22.30 ure kwam het bericht, dat men op het strand duidelijk het noodgeschreeuw der schepelingen kon horen. Terstond werd de boot andermaal te water gebracht. Dezelfde personen, die reeds in de vooravond hunne diensten hadden bewezen, aanvaardden opnieuw met moed en ijver de moeilijke taak. In het holst van de nacht staken zij in zee en bracht elke riemslag hen het doel nader. Zij hoorden steeds luider de noodkreten der in zo groot gevaar zijnden; zij hadden het geluk hun moed en hun volharding bekroond te zien, en zij bereikten ten laatste, omstreeks 01.00 u, het geheel uit elkander gewerkte schip; de ongelukkigen, drie in getal, zaten, nadat reeds het achterschip verbrijzeld was, op de voorsteven bij elkander, ieder ogenblik de dood, in de over hen heen rollende baren, te gemoed ziende. Naar de door hen afgelegde en geenszins te betwijfelen verklaring, zouden zij het geen kwartier uurs langer hebben kunnen uithouden. Zij zagen de boot; zij riepen, zoveel hun krachten nog toelieten: roei aan, roei aan; want van elke minuut hangt voor ons leven of dood af ! Dat ook deden zij niet te vergeefs; maar werden, schoon van alles ontbloot en zelfs de scheepspapieren moetende achterlaten, gelukkig geborgen; werden vervolgens, op een gereed staanden wagen, met alle spoed naar het dorp vervoerd, en er op zulk een wijze verpleegd en behandeld, als hun deerniswaardige toestand vorderde.
Het schip was met gerst geladen, behorende te Wildervank te huis, en kwam van Jutland naar Schiedam. De in de boot geweest zijnde personen verdienen de meeste lof. Het zijn: L.K. Faber, T. Bloos, T.T. Visser, G.E. Visser, T.K. Visser, H.T. Mellema en R.K. Visser.
Den 5e dezer werd hier insgelijk een schip voor de wal gezien, hetwelk zich in nood bevond en door seinen zulks te kennen gaf. Ook nu weder stelde men onverwijld alle pogingen in het werk, om te hulp te komen en de in levensgevaar verkerenden te redden. Die pogingen zijn echter mislukt. Het was onmogelijk, bij de harde wind, bij de hooggaande zee en hevige branding, dit schip met de boot te naderen. Tegen de avond verwijderde het zich noord oostwaarts van het eiland; heden morgen was het, zelfs van de lichttorens alhier, met een uitnemende verrekijker niet meer te zien, en is dus waarschijnlijk in de afgelopen nacht, bij geweldigen storm, op de buitengronden van het eiland verbrijzeld.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Cuxhaven, 11 november. De Nederlandse koffen GEPPINA, kapt. A. Oldenburger, van Archange