Inloggen
Zoek in kronieken
Aanwezige jaargangen:
Start - 0 - 189 - 191 - 1813 - 1814 - 1815 - 1816 - 1817 - 1818 - 1819 - 1820 - 1821 - 1822 - 1823 - 1824 - 1825 - 1826 - 1827 - 1828 - 1829 - 1830 - 1831 - 1832 - 1833 - 1834 - 1835 - 1836 - 1837 - 1838 - 1839 - 1840 - 1841 - 1842 - 1843 - 1844 - 1845 - 1846 - 1847 - 1848 - 1849 - 1850 - 1851 - 1852 - 1853 - 1854 - 1855 - 1856 - 1857 - 1858 - 1859 - 1860 - 1861 - 1862 - 1863 - 1864 - 1865 - 1866 - 1867 - 1868 - 1869 - 1870 - 1871 - 1872 - 1873 - 1874 - 1875 - 1876 - 1877 - 1878 - 1879 - 1880 - 1881 - 1882 - 1883 - 1884 - 1885 - 1886 - 1887 - 1888 - 1889 - 1890 - 1891 - 1892 - 1893 - 1894 - 1895 - 1896 - 1897 - 1898 - 1899 - 1900 - 1901 - 1902 - 1903 - 1904 - 1905 - 1906 - 1907 - 1908 - 1909 - 1910 - 1911 - 1912 - 1913 - 1914 - 1915 - 1916 - 1917 - 1918 - 1919 - 1950 - 1995 - 2019 - 2020


Bevat   Exact
 

Kronieken uit 1915


01 januari 1915


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Gisteren werd van de werf van de Maatschappij voor Scheeps- en Werktuigbouw Fijenoord te Rotterdam met goed gevolg te water gelaten het vracht- en passagiersstoomschip ROGGEVEEN, in aanbouw voor rekening van de Koninklijke Paketvaart Maatschappij te Amsterdam. Dit schroefstoomschip werd gebouwd volgens de hoogste klasse en onder „bijzonder toezicht" van Bureau Veritas. Lengte, breedte en holte bedragen resp. 383'-6", 48'-6" en 29'-11", terwijl de waterverplaatsing en het laadvermogen op een diepgang van 20 Eng. voet, resp. 7.650 en 4.050 tonnen van 1016 kg zullen bedragen. Het wordt voorzien van inrichtingen voor 42 passagiers 1e en 32 passagiers 2e klasse. De machines van het triple expansie-systeem, welke 3.150 ipk zullen ontwikkelen, moeten aan het schip een vaarsnelheid van 13 mijl per uur geven.
Op de thans vrijgekomen helling zal eerstdaags de kiel gelegd worden voor het door de Holland Amerika Lijn aan het Etablissement Fijenoord opgedragen vrachtstoomschip. De hoofdafmetingen van dit stoomschip, dat een bruto inhoud zal verkrijgen van 6.800 reg. ton, zijn: Lang 425, breed 54 en hol 38 voet, 8 duim.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Gedurende 1914 zijn de Nieuwe Waterweg binnengekomen 8.214 schepen, waaronder 7.699 stoomschepen, 96 zeilschepen, 35 zeelichters, 97 vreemde sleepboten, 127 bunkerboten (waarvan 124 aan de Vondelingen Plaat, 2 te Rotterdam en een aan de Poortershaven bunkerden), 57 bijleggers, 71 marinevaartuigen, 12 stuks baggermateriaal, 4 plezierjachten, 7 slopers, 9 proefstomers, tegen 11.435 in 1913; en vertrokken 7.725 stoomschepen, 81 zeilschepen, 46 zeelichters, 124 bunkerboten, 103 vreemde sleepboten, 46 marinevaartuigen, 59 stuks baggermateriaal, 8 plezierjachten, 50 diverse proefstomers enz.; totaal 8.242 schepen, tegen 11.479 in 1913. De vissersvloot is hieronder niet begrepen.


02 januari 1915


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De kapitein Van den Berge van de TELEGRAAF 5, die te Brussel gevangen gehouden werd door de Duitsers, omdat er brieven bij zijn ladingpapieren werden gevonden (zie Ochtendblad van 29 dec.), is na borgstelling vrijgelaten.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Hier ter stede is bericht ontvangen, dat het Groninger zeilschip ZWAANTJE CORNELIA bevaren door kapt. Alberts, op reis van Newcastle naar Teignmouth, gisteren bij Weymouth (Zuidkust van Engeland) is gestrand. De bemanning is gered.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Behalve de reeds gemelde 9 lijken van opvarenden van het stoomschip IRMA, zijn gisteren nog 3 lijken nabij Wijk aan Zee en is een lijk nabij Castricum aangespoeld. Van de 16 opvarenden wordt thans nog een vermist. (2 werden gered en 13 lijken zijn aangespoeld).


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Omtrent het vergaan van het stoomschip LEERSUM, kapitein G. Stekelenburg, van de Stoomvaart Maatschappij Oostzee te Amsterdam, vernemen wij nader het volgende:
De 23e december vertrok men van Rotterdam geladen met stukgoed naar Newcastle on Tyne. Er werd hoofdzakelijk alleen bij daglicht gevaren en in peiling dicht onder de Engelse kust gestoomd. De 26e december ging te 07.30 uur voormiddag het anker op. Stomende langs de kust, passeerde men te 04.20 uur namiddag Flamborough Head op een kwart mijl afstand. Te 05.45 uur daarna ontwaarde men op ongeveer 13 mijl benoorden laatstgenoemde kaap op stuurboordboeg een stoomschip, dat vermoedelijk op een mijn gestoten had. De LEERSUM verminderde vaart en het stoomschip werd enige tijd ter plaatse gaande gehouden, ten einde te trachten iets van de equipage te ontdekken. Om het stoomschip, waarvan geen naam of nationaliteit ontdekt is kunnen worden, werd heen gevaren. Men zag de lichten in de midscheepsverblijven alle nog branden. Het voorschip was echter reeds ondergedompeld, zodat het achterschip met roer en schroef boven water uitstak. Tevergeefs werd het schip door de scheepsroeper gepraaid, ten einde enig teken van leven te verkennen. Wel werd waargenomen, dat aan boord met een lantaarn gezwaaid werd. Nu besloot men aan boord van de LEERSUM een sloep ter assistentie te zenden en de machine te stoppen. De stuurboordreddingboot werd te water gelaten en bemand door de 1e stuurman J.G. Lagerweij en vier matrozen. De boot roeide in de richting van het onbekende stoomschip, doch toen zij dicht genaderd waren, volgde een vreselijke ontploffing en verdween het stoomschip loodrecht in de diepte. De boot bleef enige tijd in de nabijheid, ontdekte evenwel niets van sloepen of drenkelingen en keerde, op een signaal met de stoomfluit van de LEERSUM gegeven, naar dat stoomschip terug.
Halverwege het gezonken vaartuig en de LEERSUM gekomen, werd laatstgenoemd stoomschip plotseling onder het voorschip door een mijn getroffen en begon te zinken. Het voorschip werd opgenomen en vloog met een geweldige knal uit elkander, het geheel werd gehuld in een rookzuil, vuur en stukken van schip en lading.
Inmiddels had kapt. Stekelenburg aan boord van de LEERSUM de nodige bevelen gegeven. De reddingsboten, die op zijn bevel gedurende de ganse reis in de davits buiten boord gereed hingen, werden gevierd. Deze voorzorgsmaatregel bleek het behoud van de bemanning te zijn. Het stoomschip zonk dieper en dieper en het achterschip was reeds geheel boven water. Een tremmer, een Belg, weigerde over boord te springen of zich langs de sloeptalies te laten vieren. Hij verdween met een andere tremmer in de diepte. Met de reddingsboten op ongeveer 60 meter van het schip verwijderd, verdween ook de LEERSUM met dof gesuis in de golven.
De 1e stuurman was intussen met de andere boot nabij gekomen; de bemanning werd over de beide grote reddingsboten verdeeld onder bevel van de gezagvoerder en de 1e stuurman. Ruim twintig minuten bleef men nog ter plaatse, trachtende door roepen en fluiten de aandacht van de beide vermiste tremmers te trekken. Zij werden niet meer gezien of gehoord. Nu werd besloten naar de wal te roeien. Ruim 10 uur werd men in de Scarborough Bay door de Scarborough reddingsboot opgepikt en ter plaatse geland. Tijd om iets te redden ontbrak ten enenmale, zodat ook de scheepspapieren verloren gingen.
Terwijl men in de sloepen zat, werd ver weg een grote vuurzuil waargenomen, blijkbaar een ontploffing van een mijn onder een derde stoomschip.
Nog dient vermeld, dat men aan boord van de LEERSUM, terwijl dit stoomschip gestopt lag, pogingen in het werk stellende om een van de opvarenden van het onbekend gebleven stoomschip te redden, een vrachtschip opmerkte, dat gewoon doorvoer en niets deed om de opvarenden van het inmiddels gezonken eerstbedoelde schip te redden.
De bemanning van de LEERSUM is overtuigd, dat het aan de door de gezagvoerder kapt. G. Stekelenburg genomen voorzorgsmaatregel, om, voor de reis een aanvang nam, de reddingsboten in de davits buiten boord gereed te houden om gevierd te worden en deze uitstekende maatregel gedurende heel de reis te handhaven, het leven te danken heeft.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 1 januari. Hedenochtend ontvingen wij van de rederij van het stoomschip BATJAN de volgende mededeling: Een nieuwe poging om het stoomschip BATJAN vlot te brengen is weer niet gelukt, omdat het getij niet hoog genoeg was. De Nederlandse sleepboot OCEAAN is ter assistentie aangenomen en inmiddels is men begonnen met een gedeelte lading (tapiocawortelen) uit het achterschip te werpen. Het lossen in lichters is door de zee, wind en stroming onmogelijk.
- Hedenmiddag ontvingen wij echter uit Londen een telegram, dat de BATJAN was vlot gebracht en het stoomschip naar Londen zou vertrekken.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Delfzijl, 31 december. Alhier arriveerden gistermiddag de GESIENA, kapitein Minke, en CONFIANCE, kapitein Wubbolts, beide geladen met paraffine van Hamburg naar Gouda. Geruime tijd geleden vertrokken beide schepen van Hamburg, werden aangehouden en weer vrijgelaten, tot ze op de Eems, wegens een vermeend verbod van uitvoer van hun lading, verplicht werden naar Emden te varen. Daar bleven ze ongeveer vier weken; de 28e december kregen ze verlof naar de plaats van hun bestemming te vertrekken.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 1 januari. Men seint ons uit Londen, dat het Nederlandse stoomschip LOUISE, na op het strand te hebben gezeten, (van Baltimore) te Havana is aangekomen.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Groningen, geen datum. Hier ter stede is bericht ontvangen, dat het Groninger zeilschip ZWAANTJE CORNELIA, bevaren door kapt. Alberts, op reis van Newcastle naar Teignmouth, gisteren bij Weymouth (zuidkust van Engeland) is gestrand. De bemanning is gered.


03 januari 1915


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Nederlandse scheepsbouw in 1914. In het afgelopen jaar werd van de verschillende scheepsbouwwerven in Nederland te water gelaten voor de zeevaart ca. 109.000 ton scheepsruimte tegenover ca. 110.000 in 1913. Gebouwd werden aan de werf:
- Nederlandsche Scheepsbouw Maatschappij te Amsterdam, 3 stoomschepen met ca. 23.000 bruto register ton.
- Maatschappij voor Scheeps- en Werktuigbouw Fijenoord te Rotterdam, 4 stoomschepen met ca. 11.000 ton.
- Bonn en Mees te Rotterdam, 1 stoomschip met ca. 7.500 ton.
- N.V. Werf v/h. Rijkée & Co. te Rotterdam, 2 stoomschepen met ca. 3.700 ton.
- Rotterd. Droogdok Maatschappij, te Rotterdam, 4 stoomschepen met ca. 17.000 ton.
- Kon. Maatschappij „De Schelde" te Vlissingen, 1 stoomschip met ca. 8.000 ton.
- N.V. Scheepswerf „Dordrecht", te Dordrecht, 1 stoomschip met ca. 1.050 ton.
- Gebr. Pot te Bolnes, 1 motortankschip met ca. 1.300 ton.
- Jan Smit Czn. te Alblasserdam, 2 stoomschepen met ca. 5.100 ton.
- Scheepsbouwwerf “De Merwede" te Hardinxveld, 2 stoomschepen met ca. 1.200 ton.
- A. Vuyk & Zonen te Capelle a/d, IJssel, 4 stoomschepen met ca. 14.000 ton.
- Werf „Conrad" te Haarlem, 1 stoomschip met ca. 500 ton.
- J. Meyer's Scheepsbouw Maatschappij te Zaltbommel, 1 stoomschip met ca. 800 ton.
- E.J. Smit & Zn. te Hoogezand, 1 motorschoener met ca. 300 ton.
- Gebr. G. & H. Bodewes te Martenshoek, 5 schoeners met ca. 1.850 ton.
- Gebr. J. & G. Verstockt te Martenshoek, 1 schoener met ca. 170 ton.
- W. Mulder te Stadskanaal, 1 schoener met ca. 140 ton.
- J.J. Pattje & Zn. te Waterhuizen, 3 schoeners met ca. 750 ton.
Aan het einde van 1914 was op de verschillende Nederlandse werven nog in aanbouw of in aanbouw gegeven voor de zeevaart ca. 116.000 ton scheepsruimte, tegenover ca. 115.000 ton aan het einde van 1913; en wel op de werf:
Nederlandsche Scheepsbouw Mij. te Amsterdam, 3 stoomschepen met ca. 16.500 brt.
Maatschappij voor Scheeps- en Werktuigbouw „Fijenoord" te Rotterdam, 6 stoomschepen met ca. 20.800 ton. N.V. Wilton's Machinefabriek en Scheepswerf te Rotterdam, 2 stoomschepen met ca. 2.400 ton.
Rotterdamsche Droogdok Maatschappij te Rotterdam, 6 stoomschepen met ca. 24.000 ton.
Burgerhout's Machinefabriek en Scheepswerf te Rotterdam, 1 stoomschip met ca. 1.200 ton.
Bonn en Mees te Rotterdam, 1 stoomschip. met ca. 7.500 ton.
N.V. Werf v/h. Rijkée & Co. te Rotterdam, 3 stoomschepen met ca. 4.000 ton.
Koninklijke Maatschappij „De Schelde" te Vlissingen, 4 stoomschepen met ca. 32.000 ton.
Gebr. Pot te Bolnes, 2 stoomschepen met ca. 1.830 ton.
N.V. Scheepswerf v/h. Jan Smit Czn. te Alblasserdam, 2 stoomschepen met ca. 2.800 ton. Scheepsbouwwerf “De Merwede" te Hardinxveld, 3 stoomschepen met ca. 2100 ton.
Gebr. G. & H. Bodewes, te Martenshoek, 3 schoeners met ca. 730 ton.
J.J. Pattje & Zn. te Waterhuizen, 2 schoeners met ca. 470 ton.


04 januari 1915


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 4 januari. De Nederlandsche Elevator Mij. alhier is met twee elevators begonnen met de lossing van het stoomschip DORDRECHT, met een lading graan van Noord-Amerika alhier aangekomen. Twee andere elevators worden over enkele weken in bedrijf gesteld. Zoals wij gemeld hebben zijn in het geheel 12 elevators in aanbouw, doch wegens de tegenwoordige geringe graanaanvoeren zullen de binnenkort ter aflevering komende machines wel buiten gebruik moeten blijven totdat de aanvoer van granen weer normaal is geworden. Naar wij vernemen, worden door genoemde Maatschappij, nog verschillende schepen met graan gedurende de maand januari alhier verwacht, zodat voor de eerste vier machines voorlopig nog geregeld emplooi zal zijn.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

We hebben reeds gemeld, dat de LEERSUM gezonken is terwijl pogingen werden gedaan tot redding van de bemanning van een ander schip. Men was met een boot naar dat schip geroeid en zag nog iemand daarop, doch, toen de boot dicht bij het schip was volgde een vreselijke ontploffing en verdween het stoomschip loodrecht in de diepte. De boot bleef enige tijd in de nabijheid, ontdekte evenwel niets van sloepen of drenkelingen en keerde op een signaal met de stoomfluit van de LEERSUM gegeven, naar dat stoomschip terug.
Halverwege het gezonken vaartuig en de LEERSUM gekomen, werd laatstgenoemd stoomschip plotseling onder het voorschip door een mijn getroffen en begon te zinken. Het voorschip werd opgenomen en vloog met een geweldige knal uit elkander, het geheel werd gehuld in een rookzuil, vuur en stukken van schip en lading. Inmiddels had kapt. Stekelenburg aan boord van de LEERSUM de nodige bevelen gegeven. De reddingsboten, die op zijn bevel gedurende de ganse reis in de davits buiten boord gereed hingen, werden gevierd. Deze voorzorgsmaatregel bleek het behoud van de bemanning te zijn. Het stoomschip zonk dieper en dieper en het achterschip was reeds geheel boven water. Een tremmer, een Belg, weigerde over boord te springen of zich langs de sloeptalies te laten vieren. Hij verdween met een andere tremmer in de diepte. Met de reddingsboten op ongeveer 60 meter van het schip verwijderd, verdween ook de LEERSUM met dof gesuis in de golven. De 1e stuurman was intussen met de andere boot nabij gekomen; de bemanning werd over de beide grote reddingsboten verdeeld onder bevel van de gezagvoerder en de 1e stuurman. Ruim twintig minuten bleef men nog ter plaatse, trachtende door roepen en fluiten de aandacht van de beide vermiste tremmers, te trekken. Zij werden niet meer gezien of gehoord. Nu werd besloten naar de wal te roeien. Ruim 10 uur werd men in de Scarborough Bay door de Scarborough reddingsboot opgepikt en ter plaatse geland. Tijd om iets te redden ontbrak ten enenmale, zodat ook de scheepspapieren verloren gingen.
Terwijl men in de sloepen zat, werd ver weg een grote vuurzuil waargenomen, blijkbaar een ontploffing van een mijn onder een derde stoomschip.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl. Gisteren kwam alhier binnen het tjalkschip L'ESPÉRANCE, kapt. A. Houwing. Het schip, hetwelk in het begin van de week in de buitenhaven te Emden lag, sloeg tijdens de jongste storm los, verloor anker en ketting, een zwaard werd gebroken en het roer werd zwaar beschadigd, ook de boot sloeg in stukken enz. Vermoedelijk zal de bekomen schade hier hersteld worden.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

De schipbreuk van het stoomschip BOGOR. Het stoomschip BOGOR van de Rotterdamsche Lloyd heeft, naar men weet, aan de Portugese kust schipbreuk geleden. De „Haagsche Courant." bevat nu een verhaal van C. Houtman, één van de opvarenden.
Ik was, zo vertelt deze, van wacht gekomen, en ter kooi gegaan, toen een ontzettende schok me er weer uit deed tuimelen. Vóór ik goed wist wat er gebeurd was, kwam een stroom water het logies binnen en zette mij tot mijn middel in het water. Ik greep een broek, die me voorbij dreef, trok deze kletsnat aan en liep naar boven, waar de kapitein met een groot deel van de bemanning op de brug stond. We zaten op een klip vlak voor de haven van Leixoes. Een berg water sloeg over het schip, zodat ik mij met beide armen aan de mast moest vastklemmen. Toen ik weer zien kon, was de brug, met allen, die zich daarop bevonden, verdwenen. Daar ik door de zeeën, die over het schip sloegen, niet op het dek kon blijven ging ik weer naar beneden, waar ik de 3e machinist huilende tegen de trap geleund vond staan, ik wilde hem enige woorden van moed toespreken, doch op hetzelfde ogenblik overstemde een ontzettend gekraak mijn stem en werden we een eind op zij geslingerd. Hieruit meenden wij te kunnen vaststellen, dat het schip los was, wij snelden weer naar boven, maar zagen tot onze schrik dat het schip in tweeën was gebroken en het voorschip enige meters dwars van het achterschip lag. Wij bevonden ons met nog enige anderen op het voorschip. Deze bonden hun zwemgordels stevig vast en wilden trachten de kust, die men door de regen in de donkere stormnacht slechts vaag kon onderscheiden, zwemmend te bereiken. We drukten elkaar de hand: „Vaarwel, Bart! Vaarwel, Teun! Als ik er niet mocht komen, zeg dan vrouw en kinderen gedag!" Hij pakt de reling, aarzelt een ogenblik en verdwijnt dan in de golven. Ik dring er bij de machinist op aan, dat hij zijn voorbeeld zal volgen, doch hij durft niet, daar hij niet zwemmen kan. Ik bind hem mijn zwemgordel om, daar hij er geen heeft „O, God!" steunt hij. „We zijn verloren!", „Moed houden, man, moed houden. Alles komt nog terecht." Ik hoor een stem van het achterschip roepen, dat we een lijn over zullen gooien, doch daar is in die wind geen denken aan. We proberen een sloep uit te gooien. Daar komt weer zo'n waterberg aan en slaat de sloep tegen me aan, zodat ik met mijn arm bekneld raak tussen de davit en de sloep. De sloep slaat weg, doch ik kan m'n arm niet bewegen. De machinist is door de golf overboord geslagen en met een „God sta me bij!" spring ik hem na, grijp hem met mijn gekneusde arm vast en tracht met mijn andere arm te zwemmen. Daar slaat een golf ons van elkaar. Ik kom in een draaikolk terecht en voel dat ik naar beneden getrokken word, kom weer boven en word op een rots geworpen. Met beide handen klem ik me vast, maar word weer weggeslagen.
Na een poosje rond gesparteld te hebben, voel ik iets hards tegen me aandrijven, en grijp het vast: het is een stuk drijfhout. Zo drijf ik naar de kust en word andermaal op een klip geworpen, maar nu vlak bij het havenhoofd. Van hier werpt men mij een lijn toe, en zo word ik op de muur getrokken. Ondersteund, door twee mensen, word ik naar een soort van eerstehulp dienst gebracht, waar men mij goed verpleegde. De volgende dag kwamen twee Engelse heren, die mij met hun auto naar het hospitaal te Oporto brachten. De behandeling hier was meer dan schandelijk. Een harde strozak met een hoofdkussen, dat gevuld was met zand, diende mij tot ligging en tot overmaat van ramp wemelde het van ongedierte. Daar ik dik onder de zwarte modder zat, vroeg ik om een bad, doch dat luxeartikel hield men er niet op na.
Zondagavond was ik er in gekomen en de volgende morgen om tien uur kreeg ik voor het eerst een kopje koude koffie, met een hard, droog broodje. Boter is een weelde, die men er ook niet kent. Om half één weer een kopje soep en om zes uur een kopje soep weer met een hard droog broodje. Dat was alles wat ik in het hospitaal te eten kreeg. De volgende dag kwamen er nog vier van mijn kameraden, die gered waren, n.l. H. de Wolf, M. Hofman, F. Hugens en H. Bender. Die zelfde dag kwam ons een Hollandse dame opzoeken, die ons alles bracht wat we maar begeerden. De Hollandse consul liet ons kleren bezorgen en reisbiljetten voor Lissabon, vanwaar wij met het stoomschip TUBANTIA naar Holland terugkeerden. De kapitein van dit schip ontving ons buitengewoon gastvrij; hij liet ons een stevig maal voorzetten, dat wij ons heerlijk lieten smaken en liet ons gedurende de verdere reis ook als tweede-klasse passagiers behandelen.


05 januari 1915


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 5 januari. Men seint ons uit Londen, dat het Nederlandse stoomschip LA FLANDRE ter hoogte van Nantucket gekomen wegens gebroken stuurgerei naar New York moest terugkeren.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Van betrouwbare zijde meldt men ons omtrent de Engelse vlieger Hewlett het volgende:
Toen de stoomtrawler MARIA VAN HATTEM (IJM - 157) schipper C. Conijn, vissende was op 24 december benoorden Helgoland, zag hij op 54º50’ NB en 07º OL van Greenwich een vliegtuig op zich afkomen dat blijkbaar defect was en dicht bij hem kwam, waarom hij de trawler om hulp verzocht. Toen de schipper zich overtuigd had, dat de vlieger zich in levensgevaar bevond, vooral met het oog op het slechte weer dat verwacht werd, heeft hij hem aan boord genomen. Het bleek te zijn F.E.T. Hewlett Jr, Lieutenant R.N. en flight commander. Hij heeft zijn vliegtuig vernietigd en doen zinken. De trawler is daarna doorgegaan met vissen en is op Oudejaarsavond te IJmuiden binnengekomen.
Te IJmuiden heeft de schipper verklaard, dat de trawler, nadat hij de Engelse vlieger aan boord genomen had, geen enkel vreemd oorlogsschip had gezien. De heer Hewlett heeft dan ook vergunning verkregen om naar Engeland terug te keren, op grond dat hij is gelijkgesteld met een schipbreukeling. (opm: sterk bekort)


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Delfzijl, 5 januari. Heden werd er proef gestoomd op de Eems met het nieuwgebouwde stoomschip EENDRACHT, hetwelk voor rekening van K. Deen te Groningen is gebouwd op de werf van Wilmink te Gideon bij Groningen. Het schip is groot 512 m³ netto en de compound-machine geleverd door Landweer te Martenshoek heeft 300 ipk.
Het vaartuig is intussen verkocht aan Van Gelder en Zn. te Amsterdam om voor deze firma te varen tussen Holland en Engeland. (zie avondblad A - 24 dec.)


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Weymouth, 2 januari. Toen de ZWAANTJE CORNELIA (zie Ochtendblad A - 3 jan.) 1 januari op het strand dreef, brak de boegspriet, doordat het schip langs de Russische bark OTTO streek. De kiel, het roer en de bodem van de ZWAANTJE CORNELIA zijn beschadigd, maar toch hoopt men het schip nog vlot te kunnen brengen. Verder wordt nog gemeld dat de OTTO gestrand is en dat men de kruismast moest kappen toen het tuig overboord sloeg. Hoewel het schip gelijklastig zit, gelooft men toch, dat het wrak zal worden.


06 januari 1915


Krant:
 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Groningen, 6 januari. Benoemd zijn tot buitengewone leden van de Raad voor de Scheepvaart voor de tijd van vier jaren de heren: Als reder van de kleine vaart G.H. Bakker, directeur van het compact „Eendracht" te Wildervank; als schipper van de kleine vaart, Jan Mooi te Groningen; als scheepsbouwkundige voor de kleine vaart P.H. Bos, lid van de firma Gebr. Bos, scheepsbouwmeester te Groningen; tot plaatsvervangende leden voor de buitengewone leden de heren: Als reder van de kleine vaart E. Balk te Groningen; als schipper van de kleine vaart, H. Mulder te Groningen; als scheepsbouwkundige voor de kleine vaart, F. Smit Jzn., lid van de firma E.J. Smit en Zoon te Hoogezand en J.Th. Wilmink te Groningen.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Groningen, 6 januari. Van de nieuwe werf „Scandinavië", Hoornsche Diep alhier, eigenaar de heer W. de Jong, is van stapel gelopen de stalen motorboot CARDAS, groot plm. 400 ton. Deze boot, bestemd voor Noorwegen, is gebouwd onder de hoogste klasse van Det Norske Veritas en wordt voorzien van een Bolinder motor van 160 pk, die haar een snelheid zal geven van 9 mijlen. De boot, de eerste van deze nieuwe werf, is van onberispelijke vorm en soliede en netjes gebouwd.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 6 januari. Hier ligt gereed naar Amsterdam te vertrekken, het op de werf van de heer Wilmink te Gideon nieuw gebouwde stoomschip EENDRACHT. Het schip is verkocht aan de firma Van Gelder en Zonen te Amsterdam en naar wij vernemen, bestemd om voor die firma met papier te varen van Velsen op Londen. Het schip meet 512 kub. meter netto, de machine van het triple compound systeem ad. 800 ipk werd geleverd door de firma Landeweer te Martenshoek. Bij de gisteren gehouden proefvaart werd ruim 9 mijl gehaald.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Groningen, 6 januari. Omtrent de stranding van de Groningse schoener ZWAANTJE CORNELIA bij Weymouth wordt nog bericht, dat toen het schip 1 januari op strand dreef, de boegspriet brak, doordat het langs de Russische bark OTTO streek. De kiel, het roer en de bodem van de ZWAANTJE CORNELIA zijn beschadigd, maar toch hoopt men het schip nog vlot te kunnen brengen. Verder wordt nog gemeld, dat de OTTO gestrand is en dat men de kruismast moest kappen toen het tuig overboord sloeg. Hoewel het schip gelijklastig zit, gelooft men toch, dat het wrak zal worden.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden


(Zie ook NNO 070115)


07 januari 1915


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Barry, 5 januari. Het van Amsterdam alhier aangekomen Nederlandse stoomschip FLORES rapporteert in Het Kanaal anker en ketting verloren te hebben.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Savannah, 5 januari. Het stoomschip VAN DER DUYN is onderzocht. Het heeft enige schade in de machinekamer en in ruim no. 1. Er wordt aanbevolen te repareren.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Scheepsbouw. Groningen, 6 januari. Van de nieuwe scheepswerf Scandinavië van de heer W. de Jong, aan het Noord-Willemskanaal, is gisteren met goed gevolg te water gelaten een stalen motorboot, CARDAS, groot plm. 400 ton, bestemd voor Noorwegen. De boot is gebouwd onder de hoogste klasse van de Noorse Veritas en wordt voorzien van een Bolinder-motor van 160 pk, die aan de boot een snelheid geeft van 9 mijlen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Scheepsbouw. Amsterdam, 6 januari. De Stoomvaart Maatschappij Nederland heeft aan de Nederlandsche Scheepsbouw Maatschappij alhier de bouw opgedragen van een vrachtstoomschip, waarvan de hoofdafmetingen zijn: Lengte 420’-0”, breedte 54’-0” en holte 28’-0” (tot maindeck). De stoomwerktuigen zullen worden vervaardigd door de Nederlandsche Fabriek van Werktuigen en Spoorwegmaterieel te Amsterdam.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 5 januari. Agenten hebben maatregelen getroffen om werklieden naar het stoomschip BATJAN, dat thans drie mijl beneden Gravesend voor anker ligt, te zenden om binnen het schip een cementen bekisting aan te brengen, welke de platen, welke bij de aanvaring (opm: met het stoomschip NIOBE) gebroken waren te bedekken. Hierdoor zal het stoomschip voldoende tijdelijk gerepareerd hebben en het schip in staat zijn naar Amsterdam te vertrekken, nadat de voor Londen bestemde lading gelost is. Het was de havenmeester onmogelijk boven Gravesend boeien voor het stoomschip beschikbaar te stellen en op verzoek van de kapitein is thans een sleepboot aangenomen om bij de tegenwoordige ankerplaats van het schip te blijven. (opm: zie ook NRC 060215)


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Rederijen in 1914. Het jaar 1914 is ten einde en daarmee een jaar, dat zeker in vele opzichten een van de merkwaardigste zal zijn voor het tegenwoordige geslacht. Een jaar, waarin, trots de hoge beschaving, waarop men meende te kunnen bogen, in weerwil van de zoveel jaren gepredikte vredesbedoelingen en niettegenstaande het schijnbaar veld winnen van een algemeen altruïsme, het ruw geweld hoogtij vierde, en recht en wet op last van de hoogst geplaatsten in de maatschappij, met voeten werden vertreden. In zeer korte tijd stond niet alleen geheel Europa in vuur en vlam, maar over de gehele wereld scheen men door de oorlogsduivel te zijn aangetast. Overal strijd. Natuurlijk werden onder deze omstandigheden Handel en Scheepvaart ten zeerste getroffen. De vooruitzichten waren in 't begin van het jaar zeker niet zeer bemoedigend en algemeen was de stand van de vrachten laag, zodat door vele rederijen bezwaarlijk lonend emplooi voor de schepen kon worden gevonden. Toen brak plotseling de oorlog uit. Het gevolg was algemene stagnatie in het goederenverkeer en een gedemoraliseerde toestand in het scheepvaartbedrijf, zoals nooit tevoren gekend. Niet alleen toch werden weldra de gehele Duitse- en Oostenrijkse koopvaardijvloten aan het verkeer onttrokken, terwijl ook tal van schepen van de andere oorlogvoerende partijen tot stilliggen gedoemd werden, maar ook de neutrale schepen werden dermate lastig gevallen, dat het de schijn had of de gehele scheepvaart zou worden lamgelegd. Eerbied voor vlag en lading scheen niet meer te bestaan. Men hield de schepen eenvoudig aan en nam kalmweg bezit van de ladingen. Gelukkig is er sedert wel enige verbetering in de toestand gekomen, hoewel vooral de kleine vaart nog steeds met allerlei moeilijkheden en gevaren te kampen heeft en er menig schip en vele opvarenden door de mijnen zijn te gronde gegaan. Maar ook hier is het spreekwoord van toepassing, dat het al een slechte wind is, die voor niemand goed waait. Nadat de eerste opwinding iets bedaard was en een kalm zakelijk overzicht mogelijk geworden, werden weldra door onze rederijen maatregelen getroffen, om zo mogelijk de toestand dienstbaar te maken aan het bedrijf. Wel werkten de hoge premies voor oorlogsrisico drukkend, maar daar het wereldverkeer toch niet kon worden aan banden gelegd en er een zo grote scheepsruimte van de markt was genomen, bleek het weldra, dat de nog disponibele scheepsruimte niet voldoende was om in de vraag daarnaar van de verschillende productielanden te voorzien. Het gevolg was natuurlijk een belangrijke stijging van de vrachten, waarvan nu kon worden geprofiteerd, zodat met enige grond mag worden gehoopt, dat de balansen van vele van onze rederijen er beter zullen uitzien dan de vooruitzichten aanvankelijk konden doen verwachten, terwijl er, wat de handel betreft, in weerwil van de algemene malaise in enkele branches, toch nog door velen goede winstgevende zaken werden gedaan. Aan de ,,Scheepvaart" ontlenen wij voorts het volgende: „Een natuurlijk gevolg van de grote behoefte aan scheepsruimte was de aandrang van onze rederijen om de vloten te vergroten. Doch dit ging niet zo gemakkelijk, te minder, daar Engeland dezer dagen de uitvoer van schepen verbood en dus de schepen die reeds vóór de oorlog aldaar waren besteld, niet zullen geleverd worden, voordat de vrede getekend is. Dat dit sommige rederijen belangrijke schade veroorzaakt, behoeft geen betoog. Juist de laatste jaren waren wegens overgrote drukte op de Nederlandse werven, vele schepen in Engeland besteld, die gelukkig voor verreweg het grootste gedeelte vóór de oorlog waren afgeleverd, doch het thans gebeurde doet duidelijk de wenselijkheid uitkomen om zoveel mogelijk slechts bij uitzondering in het buitenland schepen te bestellen. Mocht de oorlog ten gevolge hebben, dat de Nederlandse scheepsbouwindustrie zich zodanig weet in te richten, dat zij voortaan aan alle opdrachten gevolg kan geven, dan zou dit althans een zegenrijk gevolg zijn. Waar aankoop moeilijk ging en aan bouwen in Engeland of Duitsland niet behoeft gedacht te worden, daar spreekt het vanzelf, dat de orders aan de Nederlandse scheepsbouw ten goede moesten komen en zo zagen wij de laatste tijd een zeer groot getal schepen hier te lande bestellen. Kon in het vorige jaar worden vermeld, dat geen enkel Nederlands stoomschip verloren ging, dit jaar is het verlies te betreuren van niet minder dan 10, waarvan de meeste ten gevolge van de oorlog. Toch bleef een belangrijke vermeerdering over. Het Panamakanaal, hoewel niet officieel geopend, wordt in gebruik genomen en hoewel nog geen Nederlandse lijnen er door lopen, passeren toch af en toe enkele schepen onder Nederlandse vlag. Voor de Holland Amerika Lijn bleef in aanbouw het stoomschip STATENDAM (34.000). Voorts werden besteld twee stoomschepen voor passagiers en goederen van 12.000 ton voor een lijn naar San Francisco via het Panama Kanaal en twee goederenboten (elk 8.000). In de vaart kwamen het nieuw gebouwde stoomschip VEENDIJK (6.874) en het aangekochte stoomschip WAALWIJK (4.995). Tijdelijk had deze Maatschappij het zeer druk met het vervoer van de gestrande Amerikanen en van een grote hoeveelheid exportgoederen naar Amerika.
Voor de Stoomvaart Mij. Nederland werd te water gelaten de mailboot JAN PIETERSZOON COEN (11.200) en kwamen in de vaart de mailboot PRINS DER NEDERLANDEN (9.322) en de goederenboten ROEPAT (7.563), BANKA (6.561), RIOUW (7.526), BOEROE (6.591), BAWEAN (6.478) ROTTI (7.518) EN RONDO (7.549). De mailboot Koning Willem III (4.541) en de goederenboot BALI (3.389) werden verkocht. Een goederenboot van 6.800 ton werd besteld. Sedert korte tijd wordt door deze Maatschappij in vereniging met de Rotterdamsche Lloyd een verbinding onderhouden tussen New York en Nederlands Indië via Zuid Afrika.
De Rotterdamsche Lloyd bracht in de vaart het mailschip INSULINDE (9.615) en de goederenboot DJEMBER (7.058). Besteld werden de mailboten PATRIA (9.660) en de goederenboten SITOEBONDO en BUITENZORG (7.000). Ongelukkigerwijze ging het stoomschip BOGOR (3.621) verloren. De mailschepen van deze Maatschappij zullen dezer dagen beginnen met op de uit- en thuisreis Napels aan te doen.
Voor rekening van de Koninklijke Paketvaart Maatschappij kwamen in de vaart de stoomschepen SINGKEP (615), SINGKARA (622), VAN REES (3.050), SLOET VAN DE BEELE (2977), VAN IMHOFF (2.980) en PIJNACKER HORDIJK (2.982), terwijl het stoomschip BORNEO (2.167) buiten dienst werd gesteld, thans zijn nog in aanbouw de stoomschepen BARENTSZ, ROGGEVEEN (elk 4.700) en OMBILIN (5.400) en de motorboten MIJER, SIBERG (elk 1.870), BENGKALIS EN BOELONGAN (elk 1.000).
Voor rekening van de Koninklijke Hollandsche Lloyd kwam in de vaart het dubbelschroefmailschip TUBANTIA (13.911).
De gewone diensten van de Kon. Ned. Stoomboot Mij. werden grotendeels door de oorlog in de war gebracht, doch in plaats daarvan werden een aantal schepen in de algemene vrachtvaart gebezigd en veelal op lange reizen, waar men de schepen van deze Maatschappij anders niet ziet, zoals Brits-Indië, Noord- en Zuid-Amerika. De in aanbouw zijnde stoomschepen HERCULES (2.288), DEUCALION (1.779), ORION (1.705), AGAMEMNON (1.904) en POSEIDON (1.900) kwamen alle in de vaart. De met K.N.S.M. verbonden Kon. West-Indische Maildienst, verkocht nog in 1913 haar stoomschip PRINS WILLEM III (1.980). Voor de nieuwe lijn op Colon zijn in aanbouw de stoomschepen VENEZUELA, COLOMBIA en ECUADOR (elk 4.900).
Opgericht werd de N.V. Algemeene Stoomvaart-Mij. (Wambersie & Zoon) te Rotterdam, met een kapitaal van NLG 5 miljoen, waarvan voorlopig uitgegeven NLG 1,2 miljoen. Zij bestelde in Engeland drie bananenboten, waarvan de VAN HOGENDORP en VAN DER DUYN (elk 3.299) in de vaart kwamen, doch de VAN STIRUM (3.300) nog niet is afgeleverd. De schepen zijn voor tien jaar verhuurd aan de Atlantic Fruit Company voor de vaart van Centraal Amerika en Jamaica naar Europa, speciaal naar Nederland, maar ook dit is door de oorlog in de war gebracht.
Van de lijn voor bananenvervoer tussen Suriname en Rotterdam, waarover de firma's Wambersie & Zoon en Van Nievelt Goudriaan & Co. onderhandelingen met de regering voerden, schijnt niets meer te komen, daar de voorgestelde regeling niet de goedkeuring van de planters kon verwerven.
De Java-China-Japan-Lijn bracht het stoomschip TJIKEMBANG in de vaart, terwijl het stoomschip TJISONDARI (8.000) in aanbouw bleef.
Het voor de Hollandsche Stoomboot Maatschappij in aanbouw zijnde stoomschip TEXELSTROOM (1.600) kwam gereed.
De Nederlandsche Stoomvaart Mij. Oceaan bracht de stoomschepen ANTENOR (5.319) en PATROCLUS (5.312) onder Nederlandse vlag, terwijl haar stoomschip PYRRHUS (3.491) onder vreemde vlag kwam.
De Nederlandsche Lloyd en Scheepvaart- en Steenkolen Mij. brachten in de vaart het stoomschip NIEUWLAND (931) welk schip kort daarop op een mijn liep en zonk. Thans zijn nog in aanbouw de stoomschepen DIRKSLAND (1.600), MIDSLAND (950), GAASTERLAND (1.000) en OOSTERLAND (1.200).
De firma Phs. van Ommeren bracht het tankmotorschip GALLIA (1.113) in de vaart en heeft thans het tankstoomschip BARENDRECHT (3.500) in aanbouw, terwijl haar vorige stoomschip BARENDRECHT (3.223) verkocht werd.
Voor de Nederlandsche Tankstoomboot Maatschappij kwamen in de vaart de tankmotorschepen ARTEMIS (3.803), ARES (3.783), SELENE (3.738), POSEIDON (617) en HERMES (3768) en het stoomschip J.H. MENTEN (482).
De firma. P.A. van Es & Co. bestelde het stoomschip BERNISSE (900) en de Scheepvaart Mij. v/h. Smith & Co. het stoomschip HOLLANDER.
Voor de N.V. Furness Scheepvaart & Agentuur Mij., waarin thans zijn opgelost de Indische Lloyd, de Stoomvaart Mij. „Hollandia" en de Rotterdamsche Scheepvaart Mij. kwamen in de vaart de nieuwgebouwde stoomschepen EIBERGEN en KELBERGEN (beide 4.751), benevens de aangekochte stoomschepen VRIJBERGEN (4.228), TENBERGEN (3.826) en VEENBERGEN (4.281). Het stoomschip GRAMSBERGEN (4.995) werd aan de Holland Amerika Lijn verkocht.
Hudig & Veder's Stoomvaart Mij. liquideerde en haar beide stoomschepen CALLISTO (3.521) en THEMISTO (3.594) werden ingebracht in de Maatschappij Zeevaart, die tevens het nieuwgebouwde stoomschip LETO (3.225) in de vaart bracht.
Voor Van Nievelt Goudriaan & Co's Stoomvaart Mij. werd te water gelaten het stoomschip BELLATRIX (3.552), terwijl nog vijf stoomschepen van gelijke grootte in aanbouw zijn; haar stoomschip ALCOR (3.233) werd door de Russen tot zinken gebracht.
Voor Solleveld, Van der Meer en T.H. van Hattum’s Stoomvaart Mij. kwamen in de vaart het stoomschip NOORDDIJK (3.241) en zijn nog in aanbouw 2 stoomschepen van 3.500 ton. Haar stoomschip HOUTDIJK (2.336) ging door een mijn verloren, tegelijkertijd met het stoomschip ALICE H (3.052) van de Stoomvaart Mij. Sophie H.
De firma Erhardt & Dekkers bracht het stoomschip WINTERSWIJK (3.205) in de vaart en de N.V. Houtvaart het stoomschip MAAS (1.234). De stoomschepen JENNY (1.809) en HAROLD (1.804) van de Westphalische Transport Actien Gesellschaft kwamen onder Duitse vlag. In de vaart kwamen nog het nieuwe stoomschip CORNELIS (2.434) voor de N.V. A.C. Lensen's Stoomvaart Maatschappij en het aangekochte stoomschip HAMBORN (1.219) voor de N.V. Handels- en Transport Maatschappij „Vulcaan”.
De firma Jos. de Poorter verloor haar stoomschip MARIA (3.801), (Holland-Gulf Stoomvaart Mij.) dat in de grond werd geboord en haar stoomschip HERMINA (634) (Nederlandsche Vrachtvaart Mij.), dat strandde, terwijl zij het stoomschip LEONORA (2.668) (Stoomvaart Mij. Leonora) verkocht.
Voor Wm. Ruys & Zonen (Stoomvaart Mij. Triton) werd te water gelaten de eerste Nederlandse turbineboot TURBINIA (3.200), terwijl verkocht werd het stoomschip VLIELAND (2.029). Voorts werd verkocht het stoomschip LA HESBAYE (2.552) van de American Petroleum Company, terwijl verloren gingen het stoomschip DOROTHEA (2.035) van P.W. Louwman, het stoomschip AUTOMAAT (1.107) van de Overzeesche Vrachtvaart Mij. (Vermeer & Van den Arend) en de LEERSUM (1.455) van de Stoomvaart Mij. Oostzee, de laatste door op een mijn te lopen. In aanbouw zijn het stoomschip LARENBERG (3.000) voor de Stoomv. Mij. Hilligersberg, een stoomschip van 1.200 ton voor Hudig & Pieters en twee stoomschepen van 3.500 ton voor Gebr. van Uden.
In 1914 kwamen in het geheel in de vaart 49 stoom- en motorschepen, metende 205.842 tonnen, terwijl uit de vaart geraakten 22 schepen, metende 56.838 tonnen zodat de vermeerdering bedraagt 27 schepen en 149.004 tonnen.
In de laatste 10 jaren was de vermeerdering als volgt:
Jaar. Schepen. Tonnen.
1913 30 135.424
1912 23 96.707
1911 3 35.305
1910 17 56.693
1909 28 97.611
1908 14 79.274
1907 7 45.261
1906 5 33.979
1905 2 8.443
1904 8 20.840
Thans zijn nog in aanbouw 42 stoom- en motorschepen (vorig jaar 55), metende 215.282 tonnen (269.837), waarvan 37 (v.j. 37) schepen, metende 150.482 tonnen (153.337) op Nederlandse werven gebouwd worden.
N.B. De getallen tussen haakjes geplaatst achter de scheepsnamen, geven de tonnenmaat in bruto register tonnen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. Het hulpeloos op zee ronddrijven van de ZEEMEEUW (opm: gebouwd in 1911 bij Werf De Noord) schrijft de Raad toe aan het defect raken van de luchtcompressorpomp die door de hulpmotor werd gedreven en welke men aan boord niet kon repareren. Daarna bleek de reserveluchtpomp ten gevolge van het vele manoeuvreren, niet in staat voldoende druk in de manoeuvreerketels te onderhouden. De druk in deze ketels geraakte daardoor uitgeput en de motoren konden niet weer op gang gebracht worden. Uit dit onderzoek is de Raad wederom gebleken, dat motoren als voortstuwingsmachines voor zeeschepen gevoelige werktuigen zijn, hetgeen vooral bij het herhaaldelijk voor- en achteruitwerken van de machines aan het licht komt. Om onder zulke omstandigheden de motoren goed te laten werken is veel routine vereist, welke routine de machinist van de ZEEMEEUW niet in voldoende mate schijnt te hebben bezeten, hoewel hij overigens blijk gaf bekend te zijn met werking en inrichting van de motoren, welke hij moest bedienen.
De stranding van de ZEEMEEUW nabij Salt Fleet is, naar het oordeel van de Raad, veroorzaakt door de stroomverleiding, waardoor het schip op de kust bezet is geraakt. De Raad keurt het in de kapitein af, dat hij, wetende dat de kustlichten gedoofd waren, is doorgevaren toen het donker werd en hij geen verkenning had. Ware hij ten anker gegaan om de dag af te wachten, deze ramp zou niet hebben plaats gehad.
(opm: zie ook NRC 261014, NRC 291014, NRC 051114 en NRC 141114)


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

De schipbreuk van de BOGOR. Het „Rotterdamsch Nieuwsblad" bevat nog een verhaal van een van de geredden van het Nederlands stoomschip BOGOR, dat, zoals men weet, op de Portugese kust is gestrand. Het is van de matroos Hugens, die roerganger was toen het schip Leixoes naderde. Hugens vertelt eerst, dat het schip middendoor brak. Hij zelf bracht de nacht in duisternis door op het middenschip, dat nog aan het achterschip vast zat. Toen de dag aanbrak zag ik - zo vertelde hij - op het middenschip vier mensen: De matroos Tinus Hofman, de 3e machinist, de chef-hofmeester en de stoker Pieterse, welke laatste geheel naakt was. Hofman kwam bij mij op het achterdek en om tegen de stortzeeën beveiligd te zijn, kropen wij in de ijzeren boot. Een volgende zee sloeg deze boot echter los en wierp haar dwars over het dek. Toen de zee voorbij was, zagen wij menselijke ingewanden aan de kant van de boot hangen; zij waren van de chef-hofmeester.
De ongelukkige had zich bij ons willen voegen, maar was door de stortzee verrast en onder de zware boot verpletterd. Wij durfden nu ook niet langer in de ijzeren boot blijven en gingen in de werkboot. Daar bleven wij omstreeks een kwartier, toen de zee ook deze boot lossloeg en wij beiden in zee vielen. Wij hadden echter het geluk de strevellat van de boot te kunnen grijpen, waaraan wij ons vasthielden en zo zwommen wij voort, landwaarts. Voordat wij evenwel de vaste grond bereiken konden, kwam weer een golf over ons heen en rukte ons van de strevellat af. Ik geraakte in een draaikolk en werd met kracht langs de rotspunten gesleurd, zodat het vel van mijn rug op verschillende plaatsen openscheurde. Ik wist evenwel de rots te grijpen en trok mij er op, maar nog was ik bezig er op te klimmen toen een nieuwe zee aanrolde, die er mij weer afrukte en nogmaals lag ik in het bruisende water. Een nog grotere golf hief mij weer op en smeet mij nu over de rots heen, waar ik zo even gepoogd had tegen op te klauteren. Nu kwam ik tussen de klippen, waar het water rustiger is, omdat de kracht van de branding door de klippen wordt gebroken. Het lag daar vol wrakhout van ons schip, waarmee ik aan het strand dreef.
Nauwelijks had ik de vaste grond onder de voeten, of ik zakte bewusteloos ineen, doch werd spoedig gevonden door 2 Portugese vissers, die mij bijbrachten en mij naar hun hut brachten.
Ik was gelukkig niet ernstig gewond, ofschoon ik op verscheidene plaatsen bloedde, maar mijn gelaat was geheel gezwollen door het zeewater en over mijn gehele lichaam zag mijn huid donkerblauw. De vissers verzorgden mij liefderijk en daardoor kreeg ik spoedig mijn krachten terug. In de hut trof ik mijn kameraad Hofman weer aan. Wij waren overgelukkig met dit weerzien. Want van weerszijden hadden wij elkaar dood gewaand, Hofman was er beter afgekomen dan ik. De golf, die ons de strevellat ontrukte had hem direct op het strand geworpen.
Toen ik van. de uitputting was bekomen, keek ik naar buiten. Uit de vissershut kon men het strand overzien en ook de plek waar de BOGOR was gestrand. Juist zag ik, hoe de schoorsteen afbrak. Het achterschip, waarop ik had gestaan, was reeds verdwenen en nu brak iedere volgende golf een stuk van het middenschip af, zodat daarvan weldra niets meer over was. Alles spoelde aan. Wij gingen naar het strand om naar het droevig overschot van ons schip te zien, naar alles wat daar aanspoelde. De ijzeren boot, die ons gedurende enige tijd tot schuilplaats had gediend, dreef nog heel en gaaf aan en daarachter spoelde het lijk van de timmerman aan, waarvan het hoofd half was afgerukt. Nog meer lijken vonden wij: Dat van de stoker Bertus Steffen met gebroken onderkaak en ingedrukte borst en van de 1e stuurman wiens achterhoofd verbrijzeld was. Later werd mij in het lijkenhuisje te Leixoes nog een lijk vertoond, waarvan het gehele bovenlijf verpletterd was en dat ik alleen aan de uniform herkende als dat van de 1e machinist Heesbeen.
Wij waren inmiddels met 5 geredden bijeen gekomen en een automobiel bracht ons naar het hospitaal te Leixoes, waar ik een dag gebleven ben, om daarna naar een hotel te worden gebracht. De stoker Houtman, wiens schouder was gebroken werd naar het hospitaal San Antonie te Oporto vervoerd en daar opgenomen. Ook de matroos Bender, die 35 uren in het volkslogies op het wrak had gezeten met alleen zijn hoofd boven water, werd in dat hospitaal opgenomen. Hij en Houtman waren in kribben naast elkaar geplaatst en daar heb ik hen later nog bezocht.


08 januari 1915


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Groningen, In zake de vraag, of de algemeen erkende Christelijke feestdagen in de scheepvaart moeten worden aangemerkt als feestdagen of dat ze als gewone werkdagen zijn te beschouwen, heeft de Kamer van Koophandel alhier als haar mening uitgesproken, dat de enige mogelijkheid tot afdoende regeling en opheffing van de onzekerheid hierin bestaat, dat de wetgever een regeling treft voor alle gevallen, dat in wetten of algemene maatregelen van bestuur van werkdagen of van feestdagen of daarmee gelijk gestelde dagen wordt gesproken, door te bepalen, wat hieronder dient te worden verstaan of begrepen. Zo nodig zou men in speciale gevallen een uitzonderingsbepaling kunnen stellen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. De Nederlandsche Overzee Trustmaatschappij, Kneuterdijk 13, ’s-Gravenhage (telefoon H. No. 7373) verleent van heden af aan Nederlandsche kooplieden en Nederlandsche Vennootschappen van Koophandel haar tussenkomst:
a. ter verzekering van de ongestoorde aanvoer van overzee van artikelen, welke door oorlogvoerende mogendheden tot absolute dan wel conditionele contrabande zijn verklaard of daartoe alsnog verklaard kunnen worden, en welke artikelen, zomede de daaruit vervaardigde fabrikaten zijn bestemd voor gebruik in Nederland.
b. voor wederuitvoer naar Nederlandsche Koloniën en neutrale staten van daarvoor in aanmerking komende goederen, op de onder a) bedoelde wijze ingevoerd.
c. voor aanvoer van goederen van oorlogvoerende landen, die deze slechts laten uitvoeren, onder voorwaarde, dat zij niet naar een hun vijandelijk land worden uitgevoerd.
w.g. Het bestuur van de N.O.T.
(opm: bekort; de N.O.T. was op 24 december 1914 opgericht)


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Kapitein Voorham, gezagvoerder van het Nederlandse stoomschip FLORA van de Koninklijke Nederlandsche Stoomboot Mij., dat een aantal Engelse zeelieden van de drie onder onze kust in de grond geboorde Engelse oorlogsschepen heeft gered en te IJmuiden binnengebracht, werd woensdag (opm: 6 januari) te ’s-Gravenhage ontvangen door de Engelse gezant, die hem namens de Engelse regering met een hartelijke toespraak een zilveren beker met inscriptie overhandigde, benevens de zilveren St. George-medaille.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 7 januari. Uit Fayal wordt dato 5 januari gemeld, dat het stoomschip BILLITON wegens gebrek aan steenkool, lekkende in de voorpiek, ruim No. 1 en in de dieptank aldaar binnenliep. Er zijn 40 klinknagels geknapt en 12 vergaringen zijn licht lek. De experts hebben aanbevolen te Baltimore te repareren en te Fayal zandballast in te nemen, welke het verlies van de waterballast moet vervangen.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 8 januari. In de buitenhaven ligt ter vertrek naar Cádiz (Spanje) gereed de nieuwe driemast gaffelschoener FRITZ, kapt. K.C. Groth. Het onder Deense vlag varende schip is groot netto 638 kub. meter en is gebouwd op de werf van de heer Bodewes te Martenshoek. De kapitein heeft het plan het Engels Kanaal te mijden en rond Schotland te varen.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Groningen, 8 januari. In Koningsbergen liggen evenals in Hamburg en andere Duitse havens nog verscheiden Nederlandse schepen, waaronder een groot percentage Groninger zeilschepen. Nu was de plaats, waar een deel van deze schepen in de haven van Koningsbergen lag, onveilig of niet geschikt gebleken. De firma Wijnne en Barends alhier heeft zich namens de schippers gewend tot de Minister van Buitenlandse Zaken met de vraag om de Nederlandse Consul te Koningsbergen te verzoeken toezicht op deze schepen uit te oefenen. Dit heeft succes gehad. De firma ontving gisteren van onze Minister van Buitenlandse Zaken mededeling van een schrijven door Z.Exc. van de betrokken Consul via de Nederlandse gezant te Berlijn ontvangen. In dat schrijven lezen we nu het volgende: Ik meld Uwe Excellentie, dat ik de Nederlandse koopvaardijschepen ZWALUW, CATHARINA, GEZIENA, EXCELSIOR heb laten verhalen van hun ligplaats naar de plaats waar de andere Nederlandse schepen ADELAAR, GERTRUIDE METTINE, NAJADE, DINA, ZWERVER en SOLI DEO GLORIA liggen. Deze maatregel was nodig om de nog al ver verwijderd liggende schepen beter onder het oog te hebben, daar op het schip CATHARINA sporen van inbraak bij de kajuit merkbaar waren. De maatregel was ook nodig om de schepen veiliger ligplaats bij ijsgang te verzekeren. De plaats, waar zij lagen, bij de gasfabriek, was ook om andere redenen ongunstig. De schippers van de genoemde schepen zijn, naar wij vernemen, bijna allen uit deze provincie en thans hier vertoevend.


09 januari 1915


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Scheepsbouw. Rotterdam, 8 januari. Door bemiddeling van de makelaar Jacq. Pierot Jr. is aan de Machinefabriek en Scheepswerf J. en A. v.d. Schuijt te Papendrecht, de bouw opgedragen van een sleepboot voor Nederlands-Indië, hetwelk een zusterschip zal worden van de onlangs aan dezelfde werf bestelde sleepboot.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, in de haven. De slapte in onze haven is deze week niet zo groot geweest als de vorige. Tot op hedenmorgen waren er 59 schepen binnengekomen tegen verleden week op dezelfde tijd 51. Er is ook deze week weer heel wat regeringsgraan in onze haven aangekomen. Zo brachten de YILDUM, de TEXEL, de BRUNSWIJK, de RANDWIJK, de PARALOS, alle van Baltimore, de DUBHE, uit New York, de CORNELIS uit Boston, de HAZELWOOD van Falmouth alle de zo verlangde regeringstarwe mee.
Ook kwamen in de afgelopen week grote ladingen kolen onze haven binnen. De ZEELAND uit Leeds, de GELDERLAND, de NEDERLAND, de CONSTANCE CATHARINA, die uit Newcastle, de ZUID-HOLLAND uit Birmingham hadden een lading kolen aan boord. De EDINA en de WARSAU van Londen en de CALCUTTA van Halifax brachten levensmiddelen voor de Belgen mee. De MAGDALENA uit New York had koffie aan boord, de AMERICAN, eveneens uit New York, benzine, de LEDA van Lyschel stenen, de GARM van Gefle hout, de ROBERT THOMPSON van Savannah katoen. Drie boten met erts voeren onze haven binnen nl. de HERMAN WEDEL YARLSBERG en de NORDLAND, beide van Narvik en de HEMLAND van Oxelösund. De Abbey-boten van de Hull-lijn zijn deze week weer in de vaart gebracht naar men ons meedeelde uit vrees, dat de handel anders in andere handen zou komen. De Harwich-lijn, is weer met drie afvaarten van Hoek van Holland begonnen. De bedoeling van de heropening van deze dienst is hoofdzakelijk Belgische vluchtelingen naar Engeland over te brengen. De boten van de Maatschappij Zeeland konden deze taak vaart, niet meer aan. Nu zal een gedeelte bij het groot aantal Belgen, dat zich voor de overtocht van de uitgewekenen over de Hoek naar Engeland worden overgebracht. Voor het overige waren het alleen de gewone beurtboten, die onze haven binnen kwamen. Enkele uitgevaren schepen keerden wegens het stormweer terug.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Maassluis, 9 januari. Het afgelopen donderdag naar Barry vertrokken stoomschip TROMP is hedenochtend met defect ankerspil en met verlies van bakboordanker en 75 vaam ketting alhier uit zee teruggekeerd.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Nieuwe schepen. Rotterdam, 9 januari. In tegenwoordigheid van de inspecteur van de in- en uitgaande rechten en accijnzen, van de hoofdinspecteur en van de inspecteur voor de scheepvaart en van andere belangstellenden is gistermorgen met goed gevolg van de werf van de firma J. & A. van der Schuyt te Papendrecht, te water gelopen het stoomschip ZEEMEEUW, gebouwd voor rekening van het Ministerie van Financiën en bestemd voor de ambulante recherche te water. Het vaartuig, gebouwd onder speciaal toezicht van de scheepvaartinspectie, krijgt machines en ketel, eveneens in de etablissementen van de firma J. & A. van der Schuyt vervaardigd.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 9 januari. Men seint ons uit Londen, dat het van Amsterdam naar Batavia bestemde Nederlandse stoomschip KARIMATA, met aanvaringsschade aan de achtersteven boven water, naar Gravesend is teruggekeerd.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 9 januari. Heden is vertrokken naar de Rijn, via het nieuwe Rijn-Eemskanaal, het nieuw gebouwde Rijnschip MARIA ROSA, kapitein/eigenaar de heer Karl Fay te Diedenheim am Neckar. Genoemd schip is groot 929 kub. meter netto en gebouwd op de werf van de heer W. Bodewes Wzn. te Martenshoek.


10 januari 1915


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Weymouth, 8 januari. De gezagvoerder en bemanning van het schip OTTO (zie ochtendblad A - 6 jan. onder ZWAANTJE CORNELIA) hebben al het lopend want, zeilen en inventaris geborgen. Het schip zit nog steeds recht in dezelfde toestand. Bij laagwater staat er 9 voet water rond het schip.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Weymouth, 8 januari. Men schiet met het lossen van het Nederlandse schip ZWAANTJE CORNELIA over land goed op.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 9 januari. Wij vernemen dat aan de N.V. Scheepswerf Dordrecht (directeur J. Bijvoet) te Dordrecht 2 zeestoomschepen en 1 motorzeeschip voor buitenlandse rekening zijn besteld.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van de heer L. Wolthuis te Veendam is met goed gevolg te water gelaten een stalen aakschip, groot 120 ton, voor M. Groenewold te Musselkanaal. De kielen werden gelegd van twee schepen, groot 65 en 120 ton.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Java-China-Japan-Lijn. Van de werf van de Kon. Maatschappij “De Schelde" te Vlissingen werd heden (opm: op 9 januari) te water gelaten het stalen schroefstoomschip TJISONDARI, gebouwd voor de Java-China-Japan-Lijn alhier. Het stoomschip is geheel gelijk aan de TJIKEMBANG, die in april jl. van dezelfde werf werd te water gelaten voor dezelfde lijn. De hoofdafmetingen van het schip zijn: Lengte over alles 518'-6", lengte tussen de loodlijnen 494'-0", breedte buitenkant grootspant 58'-3", holte in de zijde tot opperdek 34'-0", waterverplaatsing op 27'-3" diepgang, 17.200 Eng. tonnen, laadvermogen 11.300 Eng. tonnen. Ofschoon het stoomschip hoofdzakelijk voor de vrachtvaart bestemd is, is er plaats voor 12 passagiers eerste klasse, 18 tweede klasse, 52 derde klasse, en voor een groot aantal tussendekpassagiers. Het heeft een bemanning van 114 koppen. Er zijn 8 laadmasten en 18 stoomlieren aan boord. De verlichting is elektrisch en er is een inrichting voor draadloze telegrafie aan boord. Het schip heeft 7 reddingboten, 1 kapiteinsgiek en een vlet.


12 januari 1915


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam,11 januari. Het Nederlandse stoomschip BILLITON dat 7 dezer, op reis van Amsterdam naar Baltimore, licht lek te Fayal arriveerde, heeft heden na reparatie, de reis voortgezet.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Gravesend, 9 januari. Het voor Birkenhead bestemde stoomschip INDRAWADI is met schade boven water en wel in stuurboord middenschip, hier teruggekeerd. Volgens rapport is de INDRAWADI in aanvaring geweest met het stoomschip KARIMATA. (opm: zie ook NRC 090115)


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 12 januari. Wij vernemen, dat het thans aan Wilton's Machinefabriek en Scheepswerf alhier liggende en aldaar een belangrijke reparatie Duitse stoomschip PAWEL onder Nederlandse vlag is gebracht en nu behoort aan de Dordrechtsche Stoomvaart Maatschappij te Dordrecht. Het stoomschip dat thans verdoopt is in WOUDRICHEM, behoorde vroeger aan de rederij Jebsen en Diederichsen te Hamburg. De hoofdafmetingen van dit stoomschip zijn: Lang 355.1, breed 43.5 en hol 25.6 voet.
De triple expansie machine van dit in 1895 op de Germania werf te Kiel gebouwde stoomschip, dat bruto 3.978 en netto 2.324 reg. ton groot is, welke 350 nhp kunnen ontwikkelen, hebben cilinders van 26, 42⅛ en 66⅞ Eng. duim middellijn. De slag is 43½ Eng. duim.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 12 januari. In de loop van 1914 werden alhier uitgeklaard 30 nieuwe zeilschepen, één lichter en 6 sleepboten, welke allen gebouwd waren op de in de provincie Groningen bestaande werven. Na 1 augustus jl. vertrok slechts één nieuw vaartuig.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Gisteren vertrok van hier het nieuwe staal-ijzeren Rijnschip RICHARD II, kapitein en eigenaar P. Uhlrich te Nierstein am Rhein. Het schip meet 821 m3 netto en is gebouwd bij de heer Bodewes te Martenshoek. Het vertrok langs Dortmund-Emskanaal en Rijn-Eemskanaal naar de Rijn.


13 januari 1915


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Gravesend, 10 januari. Het stoomschip INDRAWADI is onderzocht en naar het Royal Albert dok teruggekeerd om te repareren. (opm: zie ook NRC 120115)


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 13 januari. Wij vernemen dat het stoomschip BATJAN, dat nabij Deal op het strand heeft gezeten, morgen van Londen naar Amsterdam zal vertrekken.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlissingen, 13 januari. Het Deense stoomschip TUBORG, in aanbouw op de werf van de N.V. Scheepswerf v/h Jan Smit Czn. te Alblasserdam, zal aan de werf van de Koninklijke Maatschappij “De Schelde” te Vlissingen van machines en ketels worden voorzien.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Gravesend, 10 januari. Het Spaanse stoomschip JOLASETA, van Cartagena naar Londen en het van Batavia komende Nederlandse stoomschip KANGEAN zijn met elkaar in aanvaring geweest en liggen nu bij Grays geankerd. De schade is gering.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Een Hollandse zeeman gehuldigd. Kapitein J.A. Berkhout, indertijd gezagvoerder van het stoomschip TITAN van de Kon. Ned. Stoomboot Maatschappij, dat een aantal zeelieden heeft gered en te IJmuiden binnen gebracht van de in de Noordzee tot zinken gebrachte Engelse oorlogsschepen, werd heden te 's-Gravenhage door de Engelse gezant ontvangen. Met een hartelijke toespraak werd door de gezant namens de Engelse Regering aan kapt. Berkhout overhandigd een zilveren bokaal met deksel en inscriptie benevens de zilveren George-medaille.


14 januari 1915


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 13 januari. Men seint ons uit Londen: Het geladen stoomschip NOORDERDIJK is bij het verlaten van Port Talbot, met bestemming naar Baltimore, aan de grond gevaren. Men verwacht dat het stoomschip met het volgende getij vlot zal komen om daarna de reis voort te zetten.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Nederlandsche Overzee Trustmaatschappij. De Stoomvaart Maatschappij Nederland, de Rotterdamsche Lloyd en de Nederlandsche Stoomvaart Maatschappij Oceaan berichten in een circulaire dat zij, in overleg met de Nederlandsche Overzee Trustmaatschappij, besloten hebben, alle artikelen, welke als contrabande kunnen worden aangemerkt, niet ten vervoer naar Holland aan te nemen, tenzij deze artikelen geadresseerd worden aan de Nederlandsche Overzee Trustmaatschappij.
Verder geven zij in overweging, alle verscheepte goederen, welke onder bovenbedoelde rubriek vallen en thans stomende zijn, ten spoedigste aan de Nederlandsche Overzee Trustmaatschappij te doen her-consigneren, daar er gegronde vermoedens bestaan, dat deze goederen anders hun bestemming niet zullen bereiken.
Minerale oliën, smeeroliën, paraffine producten, petroleum residu en koperwerk moeten aan de Nederlandse Regering worden geconsigneerd.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

IJmuiden, 14 januari. Het Nederlandse stoomschip AGAMEMNON, van de Koninklijke Nederlandsche Stoomboot Maatschappij, dinsdagnacht van hier naar Cardiff vertrokken, is hedenmorgen uit zee teruggekeerd en rapporteerde op 51º49’30" N en 01º51' O nabij het vuurschip de Galloper, op een onder water drijvend wrak gestoten te hebben, waarvan alleen een drijvende laadboom te zien was. De AGAMEMNON stootte lek en kreeg water in de voorpiek en in ruim 2, doch kon op eigen kracht terugkeren en is naar Amsterdam opgestoomd.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 15 januari. Het stoomschip NOORDERDIJK (zie hedenochtend blad B) is vlot gekomen en heeft de reis voortgezet.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Nieuwe schepen. Lobith, 13 januari. Ledig naar Duitsland passeerde voor de eerste reis het nieuwe schip HORNIRA, groot 526 ton, gebouwd op de werf „De Toekomst" te Delft, voor rekening van de schipper H.A. Hoenderop te Nijmegen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van de firma Gebroeders Pot te Bolnes is met goed gevolg te water gelaten het stalen zee-motortankschip LARA, gebouwd voor rekening van de Anglo-Saxon Petroleum Cie. te Londen. Het schip is gebouwd onder speciaal toezicht van de Eng. Lloyd en Scheepvaart Inspectie. De hoofdafmetingen zijn: 190' x 32'-6" x 14'-0". Het stoomschip zal op een diepgang van 11'-9' een draagvermogen hebben van 875 ton.
Het schip is een trunkdeck-type met bak, campagne en brugdek. Als voortstuwing zal een Werkspoor Dieselmotor van 600 ipk dienen, die aan de boot een snelheid geeft van 8 knopen.


15 januari 1915


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 15 januari. De Nederlandse sleepboot THAMES, met twee kolentransporteurs op sleeptouw, arriveerde van Genua via Dakar te Buenos Aires.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

IJmuiden, 14 januari. Het stoomschip AGAMEMNON heeft wel degelijk op een onder water drijvend wrak gestoten. Alleen de bezaansmast steekt boven water uit, zeer gevaarlijk voor de scheepvaart, vooral bij nacht. Volgens rapport van de gezagvoerder bevond het wrak zich op 51º49'30" NB en 01º51' OL, toen de AGAMEMNON stootte.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van de N.V. Scheepswerf voorh. Jan Smit Cz. te Alblasserdam is met goed gevolg te water gelaten het stoomschip TUBORG, gebouwd voor Deense rekening naar de voorschriften van de Engelse Lloyd. Het schip heeft een draagvermogen van 3.300 ton op Lloyd summer freeboard en zal worden gesleept naar de Koninklijke Mij. “De Schelde” te Vlissingen, waar het, zoals gemeld, van machines en ketels zal worden voorzien.


16 januari 1915


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart. De Raad heeft gisteren een onderzoek ingesteld betreffende het nabij Scarborough op een mijn stoten en zinken, waarbij twee opvarenden het leven verloren, van het stoomschip LEERSUM, gezagvoerder G. Stekelenburg te Maarsen, rederij Stoomvaart Maatschappij Oostzee te Amsterdam. De gezagvoerder verklaarde, dat het schip, dat 906 netto reg. ton groot en met 19 koppen bemand was, op 23 december Rotterdam verliet. Het schip was goed zeewaardig en alle voorzorgsmaatregelen voor een eventueel ongeluk waren genomen.
De reddingboten waren steeds gereed en er was een voldoende aantal reddingsboeien en zwemvesten aan boord. Het schip had stukgoederen in en stevende naar Newcastle. Aanvankelijk werd recht naar de Engelse kust gevaren. Daar zag men, ter hoogte van Flamborough Head een ontredderd schip drijven, dat blijkbaar op een mijn was gelopen. Dit gebeurde buiten het officiële mijnenveld.
Er was een boot uitgezet om te trachten nog iets van het verongelukte schip te redden, maar zonder succes. Toen de boot terug was, was het inmiddels donker geworden. De LEERSUM lag stil, althans de machines werkten niet.
Opeens stootte het vaartuig op een mijn, het voorschip werd vernield. Het schip begon te zinken. De boten werden uitgezet, en de mannen gingen er in. In de boot werd appèl gehouden, er ontbraken twee tremmers.
Er was geen tijd geweest, nog voor het gaan in de boten appèl te houden, daar er tussen het ontploffen van de mijn en het zinken van het schip slechts enkele minuten waren verlopen. Een jonge tremmer zag men nog op het schip staan. Hem werd gevraagd over boord te springen; dan zou hij worden opgepikt. Hij durfde echter niet. De boot kon niet wachten, anders zou ze met het schip mee de diepte zijn ingezogen. De jongen is toen met het schip gezonken. Van de andere tremmer is niets meer gezien. Het was kalm weer, toen het schip zonk. Er kon niets meer van het schip worden gered. De boten zijn in Scarborough opgepikt. De kapitein zei, dat hij, toen men in de boten was, een schip, vermoedelijk een mijnenlegger, zag varen, die blijkbaar ook de boten had gezien. Dit schip kwam echter niet te hulp, doch stevende snel om de oost. Het ongeluk is gebeurd buiten het officiële mijnenveld. De eerste stuurman, J.G. Lagerweij, verklaarde, dat hij met een sloep was uitgegaan om naar het ontredderde schip, dat men zag drijven, te gaan kijken. Hij had 20 minuten rondgedreven, doch niets kunnen redden. Toen werd hij teruggeroepen. Toen hij vlak bij de LEERSUM was gekomen, ontplofte dit schip. Hij zag het met de voorsteven naar beneden hellen. Vijf minuten later was het schip in de diepte verdwenen. De eerste machinist, O.B.H. Hansen, verklaarde, dat onmiddellijk na de ontploffing het gehele machinepersoneel naar boven is gegaan. Een tremmer was niet beneden. Deze is niet op het achterdek gekomen. Bij navraag kon niemand vertellen, wat er van deze tremmer was geworden.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Maassluis, 15 januari. Het Nederlandse stoomschip BATJAN, dat op reis van Java naar Amsterdam te Deal aan de grond heeft gezeten, weer vlot kwam en daarna te Londen arriveerde, is op reis van Londen naar Amsterdam, ten gevolge van het slechte weer, weer lek geslagen. Het stoomschip dat in zinkende staat de Nieuwe Waterweg is binnengelopen, is wegens de grote diepgang beneden Vlaardingen, aan de noordkant, aan de grond gezet.
Nader vernemen wij, dat de BATJAN verder is opgestoomd en thans aan boei 22 ligt, om morgenochtend in een droogdok van de Rotterdamsche Droogdok Maatschappij te worden gezet.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

In de haven. Rotterdam. Het is deze week weer wat drukker in onze haven geweest dan in de voorafgaande. Hedenmorgen waren er reeds 66 schepen binnengelopen, tegen verleden week zaterdagmorgen 59. Jammer, dat er heden wegens het ongunstige weer niet veel schepen meer thuis worden verwacht, anders had het deze week, de buitengewone tijdsomstandigheden in aanmerking genomen een heel aardig getal kunnen worden. Er is in de afgelopen week weer heel wat graan onze haven binnengebracht De DJEBRES, de MERAK, de RIJNDAM, de St. KENTIGERN, de OOSTERDIJK, alle gekomen van New York, de FERRONA van Philadelphia, de RIO LAGOS, van New Orleans, de RIJN, de GOODWIN, de BRESLAU, de WARSAW en de ODER, alle vijf uit Londen, de ELVE en de COBLENZ uit Hull, de MACEDONIA uit Ipswich, hadden alle een lading graan aan boord. Enkele van deze schepen brachten ook voedingsmiddelen voor de Belgen mee. Ook kwamen er deze week weer enige grote ladingen erts in onze haven aan. Zo brachten de PORJUS en GELLIVARO, beide van Oxeløsund, de KRETA uit Ergastern, de SIR ERNEST CASSEL uit Narvik en de BONN uit Skien alle erts mee.
De OTTOLAND en de GELDERLAND, beide uit Newcastle, en de ZUID-HOLLAND uit Immingham hadden alle drie kolen aan boord. De MADIOEN en de KAWI, beiden van de Rotterdamsche Lloyd, keerden huiswaarts. Door het ongunstige weer van de laatste dagen zijn er een aantal schepen niet uitgevaren.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Scheepsbouw. Rotterdam, 16 januari. Wij vernemen dat in afgelopen november door de firma Jos de Poorter aan Wlton’s Machinefabriek en Scheepswerf alhier bestelde boten, ieder groot ongeveer 1.800 ton en gebouwd zullen worden volgens het type ALWINA. Zij zullen de namen LEONORA en FOLMINA krijgen. Eén van deze boten moet aanstaande juli en de andere in december a.s. worden afgeleverd.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 16 januari. Het te Havre liggende Nederlandse stoomschip ZEUS, geladen met suiker, heeft vijf voet water in het ruim. Pompen zijn in werking. (Het stoomschip ZEUS arriveerde 10 januari van Rotterdam te Havre. Red.)


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Verdere uitbreiding Nederlandse handelsvloot.
Rotterdam, 16 januari. Wij vernemen dat de Scheepvaart en Steenkolen Maatschappij alhier een vrachtboot van 1.300 ton laadvermogen heeft besteld bij de firma Vuyk te Capelle a/d IJssel (opm: SCHOKLAND).
Het schip, dat half december 1915 moet worden afgeleverd, zal volgens het type GAASTERLAND, thans in aanbouw bij de firma Rijkée & Co. alhier, worden gebouwd.


17 januari 1915


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Nieuwe schepen. Lobith, 15 januari. Heden passeerde hier met bestemming naar Ruhrort om aldaar van kraan te worden voorzien, het nieuwe kraanschip E.K.S. 31, gebouwd bij T. van Duyvendijk te Lekkerkerk, voor rekening van de Steenkolen-Handels-Vereeniging te Rotterdam.


18 januari 1915


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Maassluis, 17 januari. Verschenen nacht is het stoomschip BATJAN met assistentie van de sleepboten LAUWERZEE, ZUIDERZEE en ROZENBURG vlot gesleept. Daarna is het stoomschip naar Rotterdam opgestoomd.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 17 januari. Men seint ons uit Londen: Het Nederlandse schip ZWAANTJE CORNELIA (opm: 1 januari nabij Weymouth gestrand) is weer vlot en te Weymouth binnengesleept.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Maassluis, 18 januari. Het stoomschip TELEGRAAF 18 is, terwijl het aan de Harwichsteiger te Hoek van Holland gemeerd lag, bij vertrek van het stoomschip MÜNICH door deze aangevaren en enigszins aan de verschansing beschadigd. Het stoomschip MÜNICH bekwam geen schade.


19 januari 1915


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 18 januari. Het stoomschip TELEGRAAF 18 ligt thans aan Wilton’s Machinefabriek en Scheepswerf alhier te repareren. Hoogstwaarschijnlijk zullen de reparaties morgen zijn afgelopen en zal het stoomschip daarna naar zee vertrekken.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Naar wij vernemen was het Nederlandse stoomschip JOSEPHINA (van de firma Jos de Poorter te Rotterdam), dat door een Engels oorlogsschip is opgebracht naar de Falkland Eilanden, sedert drie maanden verhuurd aan de firma Delfino en Hermanos te Buenos Aires. Sedert 22 december jl. toen het schip te Montevideo (opm: Uruguay) aankwam, heeft de rederij niets meer vernomen.
Het doel van de bevrachting was de kustvaart van Zuid-Amerika en in de overeenkomst van huur was speciaal bepaald, dat geen contrabande mocht vervoerd worden en dat het schip niet mocht varen naar havens die geblokkeerd worden of waar gevochten wordt. Er zouden voorts geen goederen geladen mogen worden die een risico van inbeslagneming door de Engelse of een andere vreemde regering zouden doen lopen. Oorlogsrisico moest door de bevrachters worden gedekt. De rederij heeft telegrafisch aan de bevrachters opheldering gevraagd.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Delfzijl, 18 januari. Aan de N.V. Scheepsbouw Mij. Farmsum, voorheen Gebrs. Niestern, alhier, is de bouw opgedragen van een vrachtboot van 600 ton voor de heren J.J. Onnes en Hellemans te Groningen. De ketel en machine worden vervaardigd door de fabriek Fulton te Martenshoek. Het is het grootste stoomschip, tot heden in het noorden gebouwd.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Naar uit een opgave in de London Gazette blijkt, heeft een Engels oorlogsschip het Nederlandse stoomschip JOSEPHINA (van de firma Jos. de Poorter te Rotterdam), groot 1.295 ton, aangehouden. Het ligt thans in een haven van de Falkland-eilanden.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 19 januari. Nader vernemen wij, dat zo goed als alle lading van het stoomschip BATJAN is beschadigd. Toen het stoomschip alhier arriveerde was er ongeveer 4.200 ton lading aan boord. Te Londen was ongeveer 2.100 ton gelost.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart. De Raad voor de Scheepvaart heeft gisteren een onderzoek ingesteld naar de stranding op 13 december 1913 nabij Leixoes van het stoomschip BOGOR, ten gevolge waarvan 33 leden van de bemanning de dood vonden en 5 leden werden gered. Rederij is de Rotterdamsche Lloyd.
Als eerste getuige werd gehoord de matroos E.H. Bender. Deze deelde mee, dat het schip was gecharterd door de Hollandsche Lloyd en op 2 december Amsterdam verliet met bestemming Buenos Aires.
Toen men op de hoogte van Leixoes was stond getuige aan het roer. Er werd uit de kust gestuurd. Men was tamelijk dicht onder de wal, althans het land was te zien. Er woei een stevige bries uit het noordoosten. Na enige tijd rust kreeg getuige in de avond weer de wacht. Het was toen zeer donker en het regende hard. Hij was op de brug met de 1e en de 3e officier. Er werd de hele nacht gestuurd in de richting ZO ½ O. Ongeveer te 4 uur voelde getuige aan een schok dat het schip vast liep. Het zat met de kop in de wal. Van die wal was echter niets te zien. De kapitein kwam op de brug en beval de machinist achteruit te slaan. Het schip bleef echter vast zitten. Getuige voelde later nog een schok. Het schip brak midden door en de brug knapte af.
Zware zeeën sloegen over het schip heen. Getuige is met enkele andere leden van de bemanning naar het voorschip gegaan. Daar is hij in het logies 1½ dag gebleven. Toen het licht werd zag hij, dat het schip geheel tussen de rotsen zat. Van de wal is geen hulp gekomen. Na 1½ dag heeft getuige het schip door de patrijspoort verlaten en zwemmende de kust bereikt. De andere overlevenden waren reeds eerder aan de wal gekomen.
Het schip had opdracht Leixoes aan te doen. De havenseinen wezen echter op onveilig, zodat men niet dadelijk kon binnenlopen en enige tijd heen en weer moest kruisen. De plaats van de stranding was iets ten noorden van de haven. Overdag kon getuige een van de pieren zien. Alle manschappen behalve de kapitein en getuige waren van zwemvesten voorzien.
Hierna werd gehoord de matroos F.A. Hugens. Deze meende dat het schip ’s middags vóór de stranding halve kracht heeft gestoomd. Toen ’s nachts het ongeluk gebeurde lag getuige in kooi. Hij is onmiddellijk aan dek gegaan. Hij zag dat het schip in de branding tussen de klippen zat. De boten konden niet worden uitgezet.
Getuige had een zwemvest aangedaan. Hij is na enige tijd over boord geslagen en na 1½ uur in zee te hebben gelegen aan de kust gespoeld. Deze getuige meende dat het ongeluk ongeveer 20 mijlen ten noorden van Leixoes plaats vond.
De stoker C. Houtman bevestigde dat er overdag met volle kracht is gestoomd. ’s Nachts, op het ogenblik van het ongeluk, had hij geen dienst. Getuige werd door de schok wakker. Het water stroomde snel het schip binnen. Hij is naar zijn sloep gegaan, doch er was geen mogelijkheid deze uit te zetten. Hij is over boord geslagen en heeft enige tijd rondgezwommen. Eindelijk is hij, bedekt met wonden, aan de kust gespoeld, waar een Portugees hem redde. Getuige meende dat hij toen ongeveer 3 mijlen van Leixoes was. Getuige had een zwemgordel gehad, doch had deze aan de machinist gegeven omdat hij zichzelf beter dan deze in het water vertrouwde. Hij heeft met deze daad echter niet de machinist vermogen te redden; deze is verdronken.
De Inspecteur voor de Scheepvaart, de heer J.S. Brouwer, deelde mee dat het schip in 1913 geheel is nagezien. In november 1914 is het nog eens in het dok geweest. Het was zeer goed in orde. De reddingsmiddelen waren alleszins voldoende. De inspecteur prees de stoker, die zijn gordel aan de machinist had afgestaan, voor deze daad van opofferingsgezindheid.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. - Het vergaan van de BOGOR.
Gistermiddag stelde de Raad voor de Scheepvaart een onderzoek in, betreffende de stranding en het vergaan van het stoomschip BOGOR aan de Portugese kust. De stranding had plaats op 13 december, nabij Leixoes. Slechts vijf leden van de bemanning werden gered, terwijl 33 omkwamen, waaronder de gezagvoerder. Rederij was de Rotterdamsche Lloyd. Eerst werd als getuige gehoord de matroos E.H. Bender. Het schip was gecharterd door de Hollandsche Lloyd voor Buenos Aires. De 2e december vertrok de BOGOR (kapt. Lucassen) van Amsterdam; 12 december zag men de haven van Leixoes. Men kruiste enige tijd voor de haven. Er woei n.l. een sein, dat men de haven niet kon binnenlopen. Toen men tenslotte op de haven aanstuurde, viel er 's nachts een hevige regen. Men zag niets van de kust. De wind was WNW. Er stond een hoge zee. De matroos stond van 3 tot 4 uur aan het roer. Er werd toen ZO½O gestuurd. Plotseling voelde men, omstreeks half vier, een schok en strandde het schip. De machines sloegen volle kracht achteruit toen. Of het schip voor die tijd volle kracht heeft gelopen, wist getuige niet. De BOGOR bleef echter zitten tegen de rotsen van de Portugese kust met den kop naar de wal. Daarop brak het schip in tweeën achter de schoorsteen. Er sloegen hevige zeeën over het schip. Getuige bevond zich op het voorschip. Alle trappen waren weggeslagen. Van de wal kon men geen hulp bieden, wegens de razende branding, welke rondom de rotsen stond. Getuige was 1½ dag in het volkslogies gebleven, waar het water tot zijn middel stond, hij is door het schijnlicht tenslotte over boord gesprongen. Ondanks de branding bereikte hij de kust, waar hij nog vier van de schipbreukelingen aantrof. Getuige had gezien, dat de brug met vijftien man van het schip was weggeslagen. De BOGOR was benoorden de haven gestrand. Alle manschappen, behalve de kapitein en getuige, waren van zwemvesten voorzien; later had getuige zich van een ronddrijvend vest voorzien.
De volgende getuige, de matroos F.A. Hugens, zei, dat voor zover hij wist, de machine-telegraaf op halve kracht, had gestaan. Hij lag in de kooi, toen de stranding plaats had. Getuige deed dadelijk het zwemvest aan. Hij stond op het achterschip en bevond zich later in een van de sloepen toen het schip gebroken was. Het was onmogelijk de sloepen te strijken, daar men te midden van de klippen en de branding zat. Getuige sprong ten slotte uit de sloep, en kwam, na 1½ uur in zee gezwommen te hebben, aan de kust.
De BOGOR zat 20 mijl benoorden Leixoes. De stoker C. Houtman deelde mee, dat toen de BOGOR vóór de haven was van 4 tot 8 uur, toen getuige de wacht had, met volle kracht gestoomd is. 's Nachts werd hij ook wakker door de stoot in het logies. Er kwam door de deur van het logies zulk een stroom water, dat niemand er uit kwam. Hij klemde zich aan een kooi vast. Getuige was daarop naar zijn sloep gegaan. Toen de brug er af geslagen was, begreep hij, dat het hoog tijd was, om van boord te gaan. Hij gaf zijn zwemgordel aan de 3e machinist, die niet kon zwemmen en die zijn reddinggordel kwijt was geraakt. De 3e machinist verdronk. Getuige kwam ook in een draaikolk en werd in de diepte getrokken. Toen hij boven kwam, greep hij zich aan een rots vast. Aan wrakhout klampte hij zich vast en zo kwam hij aan de kust, waar hij door een Portugees werd gered. Hij had verschillende wonden opgelopen en werd in het hospitaal verpleegd. De voorzitter, mr. Cnoop Koopmans, maakte deze stoker een compliment over het afgeven van zijn reddinggordel aan iemand, die niet zwemmen kon. De stoker zei, dat hij wel niet een pikeur in het zwemmen was, doch er wel op vertrouwde. De inspecteur, de heer J.S. Brouwer, gaf enige inlichtingen over de BOGOR, waarvan de reddingsmiddelen in orde waren. De bemanning was 38 koppen. Het schip was in zeewaardige toestand. De inspecteur bracht ook een woord van hulde aan de stoker voor diens opofferingsgezindheid. Later volgt uitspraak.


20 januari 1915


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 19 januari. Het stoomschip TELEGRAAF 18 heeft na reparatie heden de reis naar Goole aanvaard.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Weymouth, 18 januari. De Nederlandse schoener ZWAANTJE CORNELIA werd door de sleepboot MELCOMBE RETJES vlot gesleept.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De chef van de Marinestaf deelt ons mee, dat het ongeluk dat gisteravond met een motorsloep op de Westerschelde heeft plaats gehad en waarbij alle vijf opvarenden op slag dood waren, niet is veroorzaakt door het stoten op een drijvende mijn, maar dat het ontploffen plaats had toen Hr.Ms. mijnenlegger TRITON bezig was met het periodiek verwisselen van onze eigen mijnenversperringen. Deze werkzaamheden, welke tijdens de gehele duur van de mobilisatie geregeld plaats hebben gehad, zijn uit de aard van de zaak niet geheel zonder gevaar, doch deze verwisseling geschiedt om zekerheid te houden dat de mijnen in goede staat verkeren en daardoor te voorkomen, dat later, bij definitieve opruiming van de versperringen, de kans op ontijdige ontploffing veel groter is.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 20 januari. Door de gemeente Rotterdam is na gehouden inschrijving aan de N.V. Van der Kuy en Van der Ree’s Machinefabriek te Rotterdam opgedragen het bouwen van een politieboot en twee veerboten, waarvan de stoommachines en ketels eveneens door genoemde machinefabriek zullen worden gemaakt.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 19 januari. Heden is er met twee ploegen uit twee ruimen van het achterschip van het stoomschip BATJAN gelost. Hetgeen te voorschijn werd gebracht was zo goed als bedorven en werd op hopen op het terrein van de Uranium Steam Ship Co. gestort en gelost.
De koffie, geheel zwart, werd met schoppen in manden geladen en zo buiten boord gebracht. De tapioca-wortelen en de kopra, zich nog gedeeltelijk in balen bevindende, kan nog met de sleng er uit worden gehaald. Uit het voorschip, waarin men vermoedt dat er zich nog gezonde lading bevindt, werd niet gelost. Het stoomschip heeft nog stuurboord slagzijde maar schijnt niet veel water te maken. De in het grootruim geplaatste hulpstoompomp werkt slechts ongeveer een half uur per dag.
Aangezien het lossen van deze geheel doorweekte lading, waaruit een sterk ruikende broeidamp stijgt, niet snel kan opschieten, zal het nog wel een dag of 10 duren voordat het stoomschip ter onderzoek in het dok kan worden geplaatst. Ogenschijnlijk is de schade aan het stoomschip zelf niet groot. Men vermoedt dat de schade zich zal bepalen tot die welke aan stuurboord door de aanvaring met het stoomschip NIOBE.


Krant:

 VCO - Vlissingsche Courant

Het Groninger kofschip POOLSTER is zeer waarschijnlijk vergaan. De 23e september is het schip van Grangemouth naar Gotenburg vertrokken en sedert dien heeft men er niets meer van vernomen. De 29-jarige kapt. J. Veen had zijn jonge echtgenote ook aan boord.
(opm: POOLSTER – geb. in 1911 – 112 brt)


21 januari 1915


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 20 januari. Aan Gebr. Boot, scheepsbouwmeesters te Leiderdorp, is door tussenkomst van A.M. Schippers, scheepsbouwkundig ingenieur te Rotterdam, opgedragen de bouw van een motorvrachtboot, waarmee door de N.V. Kehlenbrinck’s Stroohulzenfabriek te Oosterhout een regelmatige vrachtdienst tussen Rotterdam en Oosterhout zal worden geopend.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart. De Raad heeft heden uitspraak gedaan inzake de stranding nabij Leixoes op 13 december 1914 van het stoomschip BOGOR. De Raad acht zich niet in staat de oorzaak van deze scheepsramp met enige zekerheid vast te stellen, nu alle verantwoordelijke personen, die een aaneengeschakeld relaas, van hetgeen is voorgevallen, hadden kunnen geven, het leven hebben verloren. Als vaststaande mag worden aangenomen, dat het schip in zeewaardige toestand de reis heeft ondernomen, dat het onmogelijk was op 13 december 1911 de haven van Leixoes binnen te lopen en dat het schip met de kop op zee is gebracht om het gaande te houden. Voorts blijkt uit de getuigen verklaringen, dat na 12 uur ‘s nachts, toen naar de wal is aangestuurd, het weer slechter is geworden, de wind aangewakkerd en dat door de zware regenbuien niets te zien was. Van enig defect aan het roer of de machine is voorts niets gebleken. De Raad acht deze gegevens te weinig positief om daaruit een conclusie te kunnen trekken.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart. Verder heeft zij uitspraak gedaan, inzake het zinken van het stoomschip LEERSUM ten gevolge van het stoten op een onderzeese mijn op 26 december 1914 nabij Scarborough. De Raad is van oordeel, dat de gezagvoerder alles in het werk heeft gesteld om een ramp, als waardoor de LEERSUM is getroffen, te vermijden. Hij heeft de route gevolgd, die door de Engelse Admiraliteit is aanbevolen, goed de uitkijk doen houden om drijvende mijnen tijdig te ontdekken en daarom slechts bij dag gevaren. Ook heeft hij de nodige voorzorgsmaatregelen genomen om de gevolgen van een eventuele ramp zo gering mogelijk te doen zijn door alle reddingsmiddelen voor onmiddellijk gebruik gereed te houden. Deze reddingsmiddelen verkeerden in goede staat en waren in voldoende mate aanwezig. Dat bij deze ramp twee opvarenden het leven hebben verloren, is dus allerminst aan enig verzuim van de gezagvoerder te wijten. Deze en ook de equipage van de sloep hebben blijk gegeven van naastenliefde door te trachten de bemanning van het in nood verkerende vaartuig te redden.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Het Gouvernement stoomschip BELLATRIX, dat op de Rijkswerf te Amsterdam gebouwd is, heeft bij een gehouden proeftocht te Nieuwediep goed voldaan. Er is een vaarsnelheid van 12 mijl behaald.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Aan het Handelsblad wordt uit Rotterdam gemeld: Tot nu toe is het in de scheepsbouw methode, dat de besteller betaalt in termijnen verband houdende met het voortschrijden van het werk, terwijl dan na voltooiing het schip wordt ontvangen aan de scheepswerf.
Thans wensen de Duitse bestellers van die bestaande betalings-usances af te wijken, en zo al in dit opzicht tot overeenstemming ware te komen eisen zij zeer beslist, dat de aflevering en overneming van het schip hunnerzijds zal plaats hebben op Duits gebied, zij het dan nog niet in de betrokken Rijnhaven, dan toch op enkele meters van de grens op eigen terrein.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlissingen, 20 januari. Heden is alhier binnendoor gesleept aangekomen het te Alblasserdam nieuw gebouwde Deense stoomschip TUBORG om aan de werf van de Koninklijke Maatschappij “De Schelde” van machines en ketels te worden voorzien.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Baarn, 21 januari. De Nederlandse zeesleepboot FRIESLAND, 1 december j.l. met een baggermolen op sleeptouw van Haarlem te Makassar aangekomen, vaart sindsdien tot maart a.s. in Nederlandsch-Indië op timecharter om vervolgens d.d. 15 maart met de baggermolen SHANGHAI op sleeptouw naar Shanghai te vertrekken.
De Nederlandse zeesleepboot HOLLAND ligt nog steeds te Nicolajeff wegens sluiting van de Dardanellen opgesloten; aan boord alles wel.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Delfzijl, 20 januari. De sleepboot EEMS, kapt. W. Klasens, gisterenmorgen met het met grint geladen zeilschip GOEDE VERWACHTING, schipper J. Kramer, naar Norddeich vertrokken kreeg, in de Bocht van Watum, een defect aan de ketel, zodat de reis niet kon worden voortgezet. De EEMS werd hier weer binnengesleept door de sleepboot GEBRS. BODEWES, het andere vaartuig door de ALERT.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Een dappere. De vorige week werd door het Griekse consulaat te Amsterdam uitgereikt de zilveren medaille voor het redden van schipbreukelingen aan de heer D.J. Swart, kwartiermeester aan boord van het stoomschip GROTIUS van de Stoomvaart Maatschappij Nederland. Het feit, waarvoor de heer Swart deze onderscheiding te beurt viel, was het volgende: De 6e november, toen de GROTIUS met hevig stormweer, vergezeld met zware sneeuwbuien, zich bevond in het Engels Kanaal nabij Wight, het was 's morgens tussen 5 en 6 uur en het begon aan de oostelijke hemel reeds te dagen, hoorde men de roep van de matroos, die aan boord van de GROTIUS op uitkijk stond: „Sloep recht vooruit", waarop aan boord van de GROTIUS hard bakboord roer gegeven werd en men de machines stopte; men bemerkte toen een scheepsloep, waarin drie mensen zaten. Naderbij gekomen, wierp men de inzittenden een eind touw toe, doch de mensen waren te uitgeput en door de koude zo bevangen, dat zij niet in staat waren het touw te grijpen, dat hun van de mailstomer werd toegeworpen om vast te maken. Onderwijl blies de zuidwester met verdubbelde kracht, sneeuwbuien en hagel reduceerde het daglicht tot nihil en enige minuten daarna was de sloep met de schipbreukelingen uit het gezicht verdwenen. De gezagvoerder van de GROTIUS gaf bevel de machine langzaam aan te zetten en bleef men in de nabijheid rond stomen om te trachten de sloep weer in zicht te krijgen hetgeen werkelijk tegen acht uur gelukte, toen een kort ogenblik een klein blinkje aan de kim zich voordeed. Men stoomde nu onmiddellijk naar de sloep kwartiermeester Swart bond zich een lijn om het lichaam en sprong, toen de sloep dicht genoeg bij was, overboord en wist zich in de boot te werken. Eenmaal in de sloep, bond hij de drie meer dood dan levende schipbreukelingen één voor één de lijn om het middel, die toen zo aan boord van de GROTIUS werden gehesen, waar zij na een liefderijke verpleging enige uren na de doorgestane ellende weer geheel op krachten kwamen. Het bleek, dat zij de enige drie overlevenden waren van het Griekse stoomschip LORDOS-BYRON, dat de vorige nacht gezonken was, ten gevolge van het door het zware werken overgaan van de lading mais, waarmee het schip geladen was. Zij hadden 28 uur achtereen in de boot, die half vol water was, doorgebracht zonder eten of drinken met hun laatste krachten de sloep leeg hozende om drijvende te blijven, die telkens door de hoge zee vol water sloeg.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Duinkerken, 20 januari. De havens van Boulogne en Le Havre, die voor veertien dagen nog open waren voor het vervoer van burgerlijke reizigers, zijn voor dit laatste doel gesloten. Sinds 8 dagen worden voortdurend Engelse troepen in Frankrijk in de havens van Calais, Cherbourg, Le Havre en Boulogne ontscheept. Men schat, dat voor het einde van de maand 500.000 man van het leger van Lord Kitchener zullen ontscheept zijn. Geheimhouding wordt betracht ten aanzien van de bestemming van deze troepen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Naar men verneemt zullen enige loggers uit Scheveningen en Katwijk als vrachtvaarder worden ingericht voor de dienst tussen Engelse en Nederlandse havens.


Krant:

 VCO - Vlissingsche Courant

Reizen naar Engeland. De directie van de Maatschappij Zeeland maakt bekend dat reizigers voor Engeland voorzien dienen te zijn van een paspoort, afgetekend door de Britse consul te Amsterdam, Rotterdam of Vlissingen. Zonder deze paspoorten lopen zij groot gevaar niet in Engeland te worden toegelaten. Engelsen behoeven zulk een bewijs niet te hebben.
Voorts dringt de directie er nogmaals op aan, dat men minstens drie dagen te voren een plaats op de boten bespreekt, desnoods telegrafisch met betaald antwoord. Zonder bericht van de directie dat er op de boten plaats is, kan men volstrekt geen recht doen gelden met een eerstvolgende boot te vertrekken.


22 januari 1915


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Deal, 20 januari. Het stoomschip TROMP geraakte ter hoogte van Ramsgate op het Brake Sand aan de grond, doch kwam volgens rapport zonder schade en zonder assistentie weer vlot.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Swansea, 15 januari. Het stoomschip ZAANLAND heeft op de Green Grounds enige tijd aan de grond gezeten.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 21 januari. Wij vernemen het volgende: Door de Stoomvaart Mij. Oostzee te Amsterdam is aan de Firma A. Vuyk en Zonen te Capelle a/d IJssel opgedragen de bouw van een stoomschip groot 6.000 ton, voor aflevering midden 1916. (opm: LEERSUM)


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De Raad voor de Tucht heeft gisteren een onderzoek ingesteld naar het stoten op een wrak nabij het Long-Sand lichtschip op 13 dezer van het stoomschip AGAMEMNON, gezagvoerder D. Kat, van de K.N.S.M. te Amsterdam.
Het schip had op 12 januari ’s avonds Amsterdam verlaten. ’s Nachts om 1 uur werd IJmuiden gepasseerd en het schip voer toen richting Galloper, om vervolgens koers te zetten richting Long-Sand lichtschip. Het was mistig weer en men kon niet verder dan 2 à 3 mijlen vooruit zien. In de namiddag om 02.15 uur kreeg het schip een lichte stoot. De gezagvoerder dacht dat hij op een mijn liep en gaf bakboord roer om verdere ongelukken te voorkomen. Daarna merkte hij dat het geen mijn was geweest. Hij liet toen onmiddellijk de machine achteruit slaan en daarna stop zetten en loden. Er werd 10 vaam water gepeild. Hij liet ankeren en begon een onderzoek. Het schip bleek een tamelijk ernstig lek te hebben gekregen. Hij merkte later dat de toestand van het schip niet gevaarlijk was, maar het onderzoek vereiste toch alle aandacht, zodat hij geen gelegenheid had nog naar het wrak om te zien. Hij is naar Amsterdam teruggekeerd, waar het schip is gedokt. Het bleek dat de boeg verpletterd en de kiel ingedeukt was. Er waren splinters hout in de kiel. Het scheen, dat het schip geheel over het wrak was heen geschuurd. De gezagvoerder wist niet dat op de plaats waar het ongeluk gebeurde een wrak lag.
Vervolgens werd gehoord de uitkijk A. Pronk, die, evenals de roerganger C. Roos, de verklaring van de gezagvoerder bevestigde.
In deze zaak is onmiddellijk uitspraak gedaan.
De Raad is van oordeel, dat het lek worden van de AGAMEMNON is veroorzaakt door het stoten op het wrak van een schip, dat ter hoogte van ongeveer 51º49’ NB en 01º50’ OL, op ongeveer 10 vadem water gezonken is. Het zich bevinden van een voor de scheepvaart zo gevaarlijk voorwerp, waardoor de AGAMEMNON bijna was verongelukt, in de route tussen Nederlandse en Engelse havens, was blijkbaar niet bekend, althans was er geen mededeling van gedaan, evenmin was de ligging van het wrak door boeien of een wraklichtschip aangeduid. In de Berichten aan Zeevarenden van 18 dezer echter, is de aandacht van belangstellenden op dit gevaar gevestigd.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Verscheidene van de in Engelse havens geïnterneerde Duitse koopvaardijschepen, die dienst zullen doen voor de kustvaart en met name voor het vervoer van steenkolen, liggen nu in droogdokken om hersteld te worden. Engelse bladen noemen de ALBERT CLEMENT, HENRY FŰRST, HANS HEMSOTH, OSTPREUSSEN en EMMA MINLOE. Door het in de vaart brengen van deze schepen zullen intussen de hoge vrachten niet worden verlaagd. Ze zullen varen tegen het thans geldende tarief.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Delfzijl, 21 januari. Het onder Duitse vlag varende stoomschip MINNA CORDS bracht heden alhier aan een lading balken van Riga. Bij het uitbreken van de oorlog was dit schip op reis naar hier, doch viel te Holtenau binnen en bleef daar tot dezer dagen de reis naar Delfzijl ondernomen werd.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van I.S. Figée te Vlaardingen is te water gelaten een stalen loggerschip, gebouwd voor rekening van de Emder Heringfischerei Actien-Gesellschaft te Emden.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Geladen met hout naar Duitsland passeerde te Lobith voor de eerste reis het nieuwe sleepschip NEVER THOUGHT 2, groot 620 ton, schipper Van d. Berg, gebouwd bij H. Boot & Zn. te Vrijenban voor rekening van de heer Muller te Dordrecht.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 22 januari. Na wegens de oorlog zes maanden te Holtenau te hebben gelegen, heeft het Duitse stoomschip MINNA CORDS, geladen met balken, komende van Riga en bestemd naar Delfzijl, de reis verder gewaagd en kwam hier gisteren behouden aan.


23 januari 1915


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 22 januari. Laatstleden maandag (opm: 18 januari) is een goed geslaagde proeftocht gehouden met het stoomschip BELLATRIX, door de Rotterdamsche Droogdok Maatschappij, gebouwd voor Van Nievelt, Goudriaan & Co’s Stoomvaart Maatschappij alhier. Zoals bij de te water lating vermeld, heeft dit schip een laadvermogen van 6.000 ton. Na de proeftocht is het onmiddellijk via Engeland naar Amerika vertrokken.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Openbare verkoping te IJmuiden op de terreinen ten zuidwesten van de Visschershaven, op dinsdag 9 februari 1915, voormiddags 10 uur precies, ten overstaan van notaris A. Dolleman te IJmuiden, van diverse partijen beschadigde scheeps- en ketelplaten, stalen assen, gietijzer, T- en balkijzer, benevens een stoomketel, winches en diverse onderdelen van winches, een stuurinrichting met onderdelen, 397 meter ankerketting, 58 mm dik, en 2 patentankers. Voorts een belangrijke partij rood en geel koperen pijpen, platen, afsluiters, hulpstukken, appendages en metalen. Alles afkomstig van het in de mond van de Noordzeehaven te IJmuiden gezonken Engelse stoomschip EASTWELL.
Nadere inlichtingen benevens notities van de veiling, waarin de goederen volledig zijn omschreven, zijn verkrijgbaar bij de makelaar J.T. Constandse te IJmuiden, de firma Bakker & Dijksen, makelaars aldaar en de makelaar D. Bus te Velsen, benevens bij notaris W.A. Dolleman, voornoemd.


26 januari 1915


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

In de loop van de volgende maand zal de pantserboot FRISO, na herstellingen te hebben ondergaan, weer in dienst worden gesteld, en de pantserboot GRUNO zal in februari voor de eerste maal in dienst gesteld worden.


28 januari 1915


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 27 januari. Volgens Lloyds is het Nederlandse stoomschip HELENA MARGARETA, rederij W.F. Henry van der Zee te Smyrna, groot bruto 2.588 en netto 1.556 reg. ton, verkocht en verdoopt in HELENA MARGARET. Dit in 1890 te Newcastle gebouwde stoomschip droeg vroeger de volgende namen: BENAN, GEORGIUS P. BOUBOULIS en AMALIA.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Scheepsbouw. Hoogezand, 27 januari. Heden werd van de werf van de firma E.J. Smit en Zoon te water gelaten het stalen schroefstoomschip CORRIE hetwelk in aanbouw is voor de heer J. Top te Groningen. Het schip zal een draagvermogen hebben van 310 ton deadweight en wordt gebouwd naar de voorschriften van de Nederlandse Schepenwet en Stoomwet en die voor de hoogste klasse van de Germaansche Lloyd voor grote kustvaart. De machine zal zijn een triple expansie machine van 250 pk, werkend met stoom, welke in een Schotse ketel van 80 vierkante meter verwarmd oppervlak gevormd wordt.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Werf Zeeland te Hansweert. In de dinsdag te Middelburg gehouden algemene vergadering van aandeelhouders in de Naamloze Vennootschap Werf „Zeeland" te Hansweert werden overeenkomstig het voorstel van commissarissen de balans en de winst- en verliesrekening goedgekeurd. Daar niettegenstaande de tegenwoordige crisis een zodanige winst is gemaakt dat daarvan, na gewone afschrijvingen, een behoorlijk dividend kan uitgekeerd, oordelen commissarissen het een zaak van wijs beleid om onder de tegenwoordige omstandigheden geen dividend uit te keren, doch het na extra afschrijvingen overblijvend winstsaldo te reserveren tot het eind van het lopende boekjaar. Het desbetreffend voorstel werd door aandeelhouders met algemene stemmen aangenomen.
Uit het jaarverslag bleek dat gedurende het boekjaar 1 oktober 1913 tot 30 september 1914 werden gebouwd 4 Rijnschepen met een inhoud van respectievelijk 1.330, 618, 1.446 en 1.500 ton, terwijl door het stoppen op 5 augustus van de werkzaamheden een schip van ongeveer 1.500 ton niet meer in het oude boekjaar kon worden afgewerkt. Op 1 oktober waren nog in aanbouw of in opdracht 7 Rijnschepen, nl. 5 van ongeveer 1.500 ton, 1 van ongeveer 600 ton en 1 van ongeveer 800 ton, zodat nog werk in handen is tot december 1915. Voor al deze schepen is het ijzer reeds aangekocht en met het oog op mogelijke gebeurtenissen reeds grotendeels aangevoerd.
Op 7 september is het bedrijf met ongeveer 30 man hervat, terwijl sinds 1 november weer volop wordt gewerkt. In het boekjaar 1910-1911 werd voor NLG 70.300, in 1911-1912 voor NLG 98.223, in 1912-1913 voor NLG 171.350 en in 1913-1914 voor NLG 163.350 verwerkt, terwijl voor 1914-1915 reeds voor NLG 261.400 is afgesloten. In de vier genoemde boekjaren werd aan arbeidsloon respectievelijk uitbetaald: NLG 32.251, NLG 34.548, NLG 47.362 en NLG 48.122.


29 januari 1915


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Scheepsbouw. Rotterdam, 23 januari. Van de werf van de N.V. Burgerhout’s Machinefabriek en Scheepswerf alhier, is met goed gevolg te water gelaten het stalen casco van een zeewaardige schroefsleepboot, lang 23,08 meter, breed 5 meter en hol 2,85 meter, voor Duitse rekening in aanbouw. In dit casco zal worden geplaatst een triple expansie machine van de cilinderafmetingen 263 x 420 x 700 bij 300 mm. en een ketel van 90 m2 verwarmd oppervlak, welke eveneens aan deze fabriek vervaardigd worden.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Groningen, 29 januari. Onder zeer grote belangstelling werd hedenmorgen op de Zuiderbegraafplaats ter aarde besteld het stoffelijk overschot van de heer L.J. Koning, oud-gezagvoerder en directeur-voorzitter van het Compact „De Onderlinge Vriendschap".
Tegenwoordig waren bij de plechtigheid behalve de familie o.a. deputaties van „Onderlinge Vriendschap", „Oranje", de Alg. Schippersbond en Het Zeemanscollege. Aan de groeve werd het woord gevoerd door ds. Willemse en de heer J.F. Vos, namens de Alg. Schippersbond.


30 januari 1915


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Scheepsbouw. Rotterdam, 30 januari. Aan de firma Boele en Pot, scheepswerf en Machinefabriek te Bolnes, is de bouw opgedragen van een zeevrachtboot van ± 600 ton draagvermogen. Dit vaartuig, dat een zusterschip zal worden van het Nederlandse stoomschip OLDAMBT, wordt gebouwd voor rekening van de eigenaresse van laatstgenoemd stoomschip, de Scheepvaart Mij. Groningen te Rotterdam, directeur Jacq. Pierot Jr.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 29 januari. Men seint ons uit Londen: Volgens een telegram uit Aalborg ontstond er afgelopen nacht brand in het Nederlandse stoomschip JASON. Het vuur werd geblust doch in het achterruim is veel schade ontstaan. (De JASON arriveerde 23 januari van Rangoon te Aalborg.)


31 januari 1915


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Met vrij grote zekerheid kan worden gemeld dat in de Zuiderzee geen mijnen meer aanwezig zijn. De mijn die in de Vlieter dreef is, zoals bekend, door de Marine vernietigd. Een nauwkeurig en uitgebreid onderzoek heeft verder aan het licht gebracht dat de andere gerapporteerde ‘mijnen’ van zeer onschuldige aard zijn geweest en bestonden uit een oude mand, een dito wieg en een donker gekleurd tonnetje afkomstig van een baggermachine liggende in de Rijkshaven te Enkhuizen. Genoemd tonnetje, dat thans nog op zee ronddrijft, moet zelfs door ervaren zeelieden voor een mijn zijn aangezien en had tijdelijke staking van de veerdienst ten gevolge.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

In de Japanse dagbladen wordt gemeld dat de Japanse scheepvaartmaatschappijen pogingen in het werk stellen om, nu het Duitse scheepvaartverkeer in de Aziatische wateren ten gevolge van de oorlog stop staat, zich van het monopolie van dat scheepvaartverkeer te verzekeren.
De Tatsuma Steamship Co. te Nishinomiya opende reeds enige nieuwe lijnen voor voormalige Duitse routes in de Zuidzee, terwijl de Osaka Shosen Kaisha haar agent te Hong Kong opdroeg een inspectiereis te ondernemen door Aziatische wateren teneinde de mogelijkheid van nieuwe scheepvaartverbindingen voor zijn maatschappij te onderzoeken.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Gravesend, 29 januari. Het te Grangemouth thuis behorende naar Leith bestemde stoomschip FORTH is hedenochtend in aanvaring geweest met het van Java gekomen Nederlandse stoomschip ROEPAT. De ROEPAT, welke bij Northfleet voor anker lag, is ogenschijnlijk onbeschadigd, doch heeft anker en ketting verloren. Het stoomschip nam assistentie aan van de sleepboot PREMIER. De FORTH zette de reis voort; of dit stoomschip schade bekwam is niet bekend.


01 februari 1915


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 31 januari. Men seint uit Londen, dat het stoomschip VEENBERGEN met schade aan dek en aan het roer te Pernambuco is aangekomen. Een expertise wordt gehouden.


02 februari 1915


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Bayonne, 27 januari. Het Nederlandse zeilschip ANNY, 20 januari van hier naar Swansea vertrokken, had bij Cape Breton met zwaar stormweer te kampen, waardoor deklading werd weggeslagen en zeilen verloren gingen. Het werd naderhand naar de rede van St. Jean de Luz gesleept, waar het schip nu nog ligt.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Schiedam, 1 februari. Heden werd van de werf Gusto van de firma A.F. Smulders alhier te water gelaten de stalen romp van een zelfstomende 80-tons drijvende elektrische derrick- en draaikraan, welke deze firma voor buitenlandse rekening in aanbouw heeft. De afmetingen van de romp zijn 115’ x 58’ x 13’-9”.
De kraan zal in hoofdtrekken gelijk zijn aan de vele andere door deze firma aan buitenlandse regeringen en grote scheepswerven geleverde reuzenkranen. Het hoogste punt van de kraanarm bevindt zich bij opgerichte stand op 125 voet boven de waterlijn, terwijl de maximum straal voor lasten van 80 ton 65 voet bedraagt. De hijssnelheden variëren van 5 voet per minuut voor een last van 80 ton tot 40 voet per minuut voor lasten van10 ton, terwijl de kraanarm met een last van 80 ton binnen vijf minuten 360º kan draaien. Alle bewegingen worden uitgevoerd door onafhankelijke elektrische motoren; de stroom hiervoor wordt geleverd door een zich aan boord bevindende elektrische centrale, welke eveneens de stroom levert voor de verlichting van het schip. De kraan is voorzien van het vereiste aantal stoom-verhaallieren en verder de benodigde uitrusting.


03 februari 1915


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 2 februari. Het stoomschip VEGHTSTROOM van de H.S.M. is verkocht aan de Stoomvaart Mij. Oceaan alhier.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 2 februari. In de Shipping Gazette wordt uit Boston (Mass.) d.d. 21 januari o.m. het volgende over het stoomschip MARKEN gemeld: Heden arriveerde het stoomschip DUNSTAN van Calcutta alhier en rapporteerde 12 januari op 36º N en 38º W het van Rotterdam en Port Talbot naar New York bestemde stoomschip MARKEN te hebben ontmoet, dat met één ketel de reis vervolgde. De MARKEN toonde twee zwarte ballen (niet bestuurbaar) en scheen slecht in de hoge zeeën te sturen. De DUNSTAN wilde assistentie verlenen, doch de gezagvoerder weigerde, maar verlangde te worden gerapporteerd.
(De MARKEN vertrok 30 jan. van New York naar Rotterdam).


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Met een aanhang van 3 schepen passeerde te Lobith voor de eerste reis de nieuwe sleepboot WILHELMINA, kapt. Geers, gebouwd bij Boot te Leiderdorp, machine en ketels bij de N.V. Arnhemsche Stoom Sleephelling Mij., directeur Prins te Arnhem.


04 februari 1915


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Maassluis, 4 februari. Het gisteravond binnengekomen stoomschip TELEGRAAF 18 rapporteert op plm. 14 mijl noordwest van het lichtschip Maas, 2 masten te zijn gepasseerd, welke 6 à 8 meter boven water uitstaken en vermoedelijk van het stoomschip DURWARD afkomstig zijn.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlissingen, 3 februari. Het stoomschip PATRIA voor de Rotterdamsche Lloyd, in aanbouw op de fabriek “De Schelde”, zal van turbinemachines worden voorzien.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Bayonne, 30 januari. Zo spoedig het weer het toelaat zal het Nederlandse zeilschip ANNY de rede van St. Jean de Luz verlaten en naar hier komen om te repareren.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hansweert, 3 februari. De goederenboot EXCELSIOR (fa. H. Braakman & Co.) is bij Stavenisse omhoog gevaren en blijven zitten. Een sleepboot is ter assistentie vertrokken.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Washington, 3 februari (Reuter). De gezant van de Verenigde Staten te Londen heeft de regering verwittigd dat de beslissing van Engeland inzake voedingsmiddelen en voorwaardelijke contrabande geen betrekking heeft op het stoomschip WILHELMINA, dat thans van de V.S. onderweg is naar Europa met een lading voedingsmiddelen, die door het Belgische steuncomité is gekocht. Het schip is n.l. vertrokken vóór de Duitse regering had besloten voedingsmiddelen in beslag te nemen.
De lading van de WILHELMINA zal worden aangehouden en betaald en het schip zal daarna worden vrijgelaten, maar alle andere dergelijke ladingen en schepen zullen zonder vergoeding worden aangehouden. (opm: geen Nederlands schip, maar opgenomen om de interessante schets van het tijdsbeeld).


05 februari 1915


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Aankondiging. Blijkens akte, op 14 januari 1915 voor de te Rotterdam gevestigde notaris G. Vlug verleden, is opgericht de N.V. Scheepsreparatieinrichting en Machinefabriek ‘Persoonshaven’, gevestigd te Rotterdam.
De akte in haar geheel, met de Koninklijke Bewilliging, is geplaatst in de Nederlandse Staatscourant van 5 februari 1915, No. 30, onder volgnummer 78.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 5 februari. Het met schade alhier binnengelopen stoomschip BATJAN, thans geheel gelost, is naar de Maashaven verhaald en wordt thans schoongemaakt. In het begin van de volgende week gaat het stoomschip in het droogdok om te worden onderzocht.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlissingen, 5 februari. De Nederlandse motorboot CORNELIS is gisteren hier in de haven gekomen om te repareren.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 4 februari. Volgens mededeling van het Loodswezen zijn twee boven water stekende masten gezien, vermoedelijk van het wrak van het stoomschip DURWARD, NW 14 zeemijlen van het lichtschip Maas, op ongeveer 52º11’,5 NB en 03º37’ OL.


06 februari 1915


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, zaterdag 6 februari. De kleine verbetering in onze scheepvaart blijft aanhouden. Tot hedenmorgen waren er deze week reeds 83 schepen onze haven binnengelopen, tegen zaterdagmorgen van de vorige week 81. Onder de binnengekomen schepen waren drie grote zeilschepen: de KILLORAN, komende van Iquique met een lading salpeter, de MAUGA REVA van San Francisco met rogge en de NAJADE van Ballastos Island met graan aan boord. De toevoer van graan duurt onafgebroken voort. Deze week weer 9 schepen met graan, waaronder de ROTTERDAM, de ZIJLDIJK en de NOORDDIJK van de Holland Amerika Lijn. Voorts telden we 7 kolenboten en weer 4 met een lading erts.
De VAN DER DUYN en VAN HOGENDORP, die beide voor bananen-export zijn ingericht, keerden van New Orleans terug met een grote lading katoen. De HARDANGER, komende van Valencia, bracht fruit mee. Ook deze week weer een vijftal schepen met levensmiddelen en stukgoederen voor de Belgen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De Duitse verklaring. Hedenochtend heeft aan het Departement van Marine een langdurige conferentie plaats gehad tussen de Minister van Marine en de directies van de voornaamste stoomvaartmaatschappijen hier te lande. Het Handelsblad meldt nog, dat aanwezig waren de heren Jonkheer van de Stoomvaart Mij. Nederland, Meurs van de Kon. Hollandsche Lloyd, Den Tex van de Kon. Nederlandsche Stoomboot Mij., Nierstrasz en Cox van de Hollandsche Stoomboot Mij. en Wierdsma van de Holland Amerika Lijn. Omtrent het resultaat van de besprekingen konden geen mededelingen worden gedaan. Het blad verneemt evenwel, dat de directies van de stoomvaartmaatschappijen voorshands geen aanleiding vonden om de Minister voorstellen in deze aangelegenheid te doen.
(opm: De ‘Duitse verklaring’ dateert van 4 februari 1915. Hierin werden vanaf 18 februari de Noord- en Westkust van Frankrijk, het Engels Kanaal en alle wateren rondom de Britse eilanden tot oorlogsgebied verklaard. Niet alleen alle vijandelijke schepen in dit gebied zouden worden vernietigd, maar ook neutrale schepen zouden zich hier aan gevaar blootstellen).


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart. De Raad heeft gisteren een onderzoek ingesteld betreffende de aanvaring op 2 december 1914 nabij Deal tussen het stoomschip BATJAN (gezagvoerder D. Ouwehand, rederij Stoomvaart Mij. Nederland, beiden te Amsterdam) en het stoomschip NIOBE (gezagvoerder G. de Jong, rederij Kon. Ned. Stoomboot Mij., beiden te Amsterdam), alsmede een onderzoek betreffende het op 15 januari jl. in zinkende toestand de Nieuwe Waterweg binnengesleept worden van de BATJAN.
De voorzitter deelde mee, dat het onderzoek ook zal lopen over de vraag of het ongeluk moet worden geweten aan een daad of nalatigheid van kapitein Ouwehand van de BATJAN.
Allereerst werd gehoord de gezagvoerder van de NIOBE, De Jong. Deze deelde mee, dat hij op 28 november met zijn schip Amsterdam verliet en stevende in de richting van de Engelse ZO kust. Op 2 december was hij aan de rede van Deal. Hij lag daar verankerd met het stuurboordanker. Er stond een stijve bries. De kapitein heeft de gehele nacht van 2 op 3 december op de brug gestaan; bij hem waren de stuurman en twee matrozen, die zich met de uitkijk belastten. Op de bak stond geen uitkijk. Om kwart over elven werd het schip door de BATJAN aangevaren, in de nabijheid van de NIOBE lagen de SUMATRA en een Engels schip. Het anker van de NIOBE lag bij de achtersteven van dit laatste schip. Deze schepen hadden hun lichten brandende, 's Avonds ongeveer half elf kwam de JAVA van achteren opstomen en ankerde op ongeveer 250 meter afstand van de NIOBE. De kapitein zag tegen 11 uur de BATJAN aankomen. Hij zag eerst het rode seinvuur, doch later veranderde dit in het groene seinvuur. Hij meende daarom dat het schip niet verder opstoomde en zich langs bakboordzijde van de NIOBE wilde laten drijven. Plotseling zag hij, dat de BATJAN, toen zij drie scheepslengten van de NIOBE was, komen opstomen, blijkbaar met het doel om tussen de NIOBE en het Engelse schip dat 100 meter van de NIOBE lag verwijderd, door te gaan. De BATJAN voer tegen de ankerketting van de NIOBE, waardoor de ketting uitliep. De kapitein liet daarna het bakboordanker uitwerpen. Door het uitlopen van de ankerketting zwenkte het schip iets en de voorsteven van de BATJAN stootte midscheeps tegen de NIOBE. De NIOBE was niet ernstig beschadigd. De steven was gebroken over een lengte van zeven voet en enkele stangen waren verbogen. De noodseinen werden niet gehoord. Nadat het schip de volgende dag door twee experts was nagezien werd, na enkele reparaties een certificaat van zeewaardigheid afgegeven voor de reis naar Amsterdam. De stuurman P.F. Smit, van de NIOBE schatte de afstand tussen dit schip en het Engelse schip op 900 meter. Verder meende hij, dat de JAVA een klein uur voor de aanvaring had geankerd. Op een nadere vraag zei de getuige, dat de afstand tussen het Engelse schip en de NIOBE toch niet veel groter was dan 800 meter. De SUMATRA was voor de aanvaring weg gestoomd. Toen de aanvaring plaats had, had de JAVA de ankerlichten brandende. Getuige wist niet, of deze lichten, al enige tijd hadden gebrand, maar hij vermoedde, dat dat wel het geval was. De ankerketting, die was uitgegooid, was eerst 46 vaam, later werd hij tot 60 vaam verlengd, na de aanvaring was hij tot 90 vaam.
De kapitein van de BATJAN, D. Ouwehand, deelde mee, dat hij met zijn schip van Indië kwam en Londen moest aandoen. Op de avond van 2 december kwam hij in de omgeving van de Downs. Het was toen slecht, enigszins stormachtig weer. Hij had nooit eerder in de omgeving van de Downs gevaren, maar hij had zich met behulp van kaarten goed op de hoogte van de toestand gesteld. In Dover wilde hij een loods aan boord nemen, maar toen hij er geen kon krijgen, voer hij zonder een loods verder. Hij zei, dat hij het Engelse schip niet had zien liggen. Hij zag een voor anker liggend schip, dat later bleek de NIOBE te zijn. Aan bakboord van dat schip zag hij een tegenliggend schip en daar achter een open ruimte. Hij had het plan naar deze open ruimte te varen om daar te ankeren. Het tegenliggend schip, zoals later bleek de JAVA, was naar getuige meende, varende, althans het had geen ankerlichten, doch navigatielichten branden. Hij meende, dat de JAVA zou doorstomen, waardoor hij dan tussen dat schip en de NIOBE zou kunnen doorvaren.
Toen hij vlak bij de JAVA was, merkte hij, dat het schip de navigatie- voor de ankerlichten verwisselde en iets achteruit liep. De afstand tussen de JAVA en de NIOBE, die hij meende dat groter zou worden, werd nu juist kleiner. Hij zag geen kans meer om terug te stomen en het schip kon niet gemakkelijk bakboord uitzwaaien. De enige manoeuvre, die hij kon maken, een noodmanoeuvre, was te trachten alsnog tussen de beide schepen door te varen. Hij zette de machine volle kracht om beter te kunnen sturen en eerder voorbij het gevaarlijke punt te zijn. De manoeuvre gelukte echter niet en hij stootte tegen de NIOBE. De stoot was niet hevig, maar het schip was toch ernstig beschadigd. Midscheeps, bij ruim 4, was een groot gat geslagen, waardoor het water snel instroomde, zodat er spoedig 18 à 19 voet water in het ruim stond. Om zinken te voorkomen werd het schip verder naar de kant aan de grond gezet. Op een vraag van de inspecteur voor de scheepvaart, antwoordde de kapitein, dat de stroom 2½ mijl liep, stroom en wind waren in de richting van de vaart van het schip. De inspecteur vond het onverantwoordelijk onder deze omstandigheden tussen de schepen te willen doorvaren, daar de BATJAN gemakkelijk iets had kunnen afdrijven. Het bevreemdde hem zeer, dat de kapitein het Engelse schip niet had zien liggen.
Na de pauze werd gehoord de eerste stuurman van de BATJAN, Leffers. Deze legde in hoofdzaak dezelfde verklaring af als de kapitein, dat de JAVA slechts enkele minuten vóór de aanvaring heeft geankerd. Getuige had evenmin als de kapitein het Engelse schip gezien, voordat de aanvaring plaats vond. De gezagvoerder van de JAVA, H.J. Bleeker, die toevallig ter zitting aanwezig was als toehoorder, werden daarna enige vragen gesteld. Hij deelde mee, dat het zeer helder, doch stormachtig weer was, het was volle maan en bijna zo licht, of het dag was. Hij was met een grote bocht achter om de NIOBE gevaren en wilde naast deze ankeren. Dit is echter niet onmiddellijk gebeurd. Hij heeft eerst wat heen en weer gevaren om een goede ankerplaats te vinden. Hij meent niet, dat de JAVA reeds lange tijd lag geankerd voordat de botsing plaats vond, hoewel hij zelf niet de botsing had waargenomen. Zijn journaal meldt, dat om 11.20 is geankerd. Achter de NIOBE lag een driemaster zonder lichten. Getuige oordeelde, dat, als hij was doorgevaren en niet had geankerd, de manoeuvre van de BATJAN heel begrijpelijk zou zijn geweest. De BATJAN kon niet weten dat hij zou ankeren. Hij had het Engelse schip zien liggen en meende, dat dit schip geen lichten op had, zeker wist hij dat echter niet. Hij meende, dat de afstand tussen de NIOBE en het Engelse schip ongeveer 4 scheepslengten bedroeg. Een matroos en de tweede stuurman van de BATJAN bevestigden de verklaringen van de kapitein en de eerste stuurman.
Hierna werd in behandeling genomen het onderzoek naar de gevolgen van deze scheepsramp, n.l. de lekkages van de BATJAN. Na het lek worden heeft men eerst getracht met pompen het inkomende water te keren, maar dit gelukte niet. Met een houten schild is daarna het gat, dat een voet boven de waterlijn was, gestopt. Het schip zat al die tijd aan de grond. Getracht is met een sleepboot het vlot te krijgen. Maar dat gelukte niet. Meer sleepboten werden ontboden en op 1 januari is het dezen gelukt het schip drijvende te krijgen. Het schild, waarmee het lek was gestopt, liet enigszins water door. Hij is toen naar Londen gevaren, om daar het schip zover te laten repareren, dat het voor de overtocht geschikt was. Om het volledig te herstellen ging moeilijk, omdat het schip dan geheel had moeten worden gelost. Hij moest in Londen 2.000 ton suiker lossen, maar hiervan was nog maar 150 ton over. De rest was gesmolten. Door het smelten van de suiker was het schip scheef gaan liggen. Om het weer in evenwicht te brengen, heeft de kapitein een hoeveelheid tapioca over boord moeten gooien. In Londen kreeg de kapitein een certificaat voor zeewaardigheid van Lloyds. Op de reis van Londen naar Nederland werd het weer allengs slechter. Het schip voer alleen. Het schild voor het lek hield zich tamelijk goed, maar was toch enigszins verschoven. In het achterschip kwam weer water. Het voorschip bleef droog. De wind kwam van stuurboordzijde, juist waar het lek zat, zodat het veel te lijden had. Het water bleef sneller instromen, ondanks pogingen om te stoppen. De kapitein achtte het te gevaarlijk naar IJmuiden te stomen en viel de Nieuwe Waterweg binnen. In zee stond reeds 26 voet water in het schip. Bij Hoek van Holland was het reeds 30 voet en bij Maassluis 38 voet. Toen begon het schip te zinken en om de ondergang te voorkomen werd het aan de grond gezet. Na enige reparatie is het schip naar Rotterdam gesleept en daar gedokt. De kapitein had niet getracht in Londen te dokken, omdat Lloyds hem, reeds voor hij daarover sprak, had meegedeeld, dat het hem niet zou gelukken een dok te krijgen.
De heer A.J. van Braumbeck, ingenieur bij de Maatschappij Nederland, deed enig mededelingen over de reparaties, die zijn aangebracht. Hij vertelde, dat het gat 3 bij 2½ meter groot was. Hij achtte het niet nodig, dat in Londen werd gedokt, hij vond de reparatie volkomen voldoende. Hij heeft wel getracht een extra pomp te krijgen, maar toen dat niet gelukte, meende hij ook zonder die de reis te kunnen aanvaarden. Achter het houten schild was een cementen kast aangebracht, die hij meende ten volle te kunnen vertrouwen, zelfs al zou het schild zich begeven. De machinist van de BATJAN, G.D. van der Sluis, was van mening, dat de pompen in voldoende staat verkeerden.
De inspecteur voor de scheepvaart, de heer Sluyter, vond het geen bewijs van goede zeemanschap om bij sterke stroom en veel wind, in een water, dat aan de kapitein niet bekend was, voor het schip om te varen. Beter ware geweest, als de kapitein tot de morgen in zee was gebleven, of anders buiten de schepen had geankerd of wel, evenals de JAVA, achterom de NIOBE was heengevaren. Vreemd vond hij het, dat de kapitein het Engelse schip niet had gezien. Ter zake van het, ondanks de sterke stroom, varen voor de NIOBE langs, meende hij dat de kapitein bestraft moest worden met een berisping. Wat het varen met het lekke schip betreft, zo meende hij, dat de kapitein vrijuit kan gaan. Het certificaat van Lloyds gaf hem recht de tocht over de Noordzee te ondernemen. Prijzenswaardig vond hij het, dat de kapitein de Nieuwe Waterweg is binnengelopen en zodoende het schip heeft gered.
Mr. Soret verdedigde kapitein Ouwehand. Hij stelde in het licht, dat de kapitein inderdaad niet kon weten, dat de JAVA zou gaan ankeren. De manoeuvre was daarom zeer goed verklaarbaar. Hij meende, dat de kapitein niet schuldig behoort te worden verklaard. Wat het tweede punt betreft zo meende hij, dat het Lloyds certificaat de kapitein niet alleen het recht geeft, maar de plicht oplegt, zee te kiezen. (opm: zie ook NRC 070115)


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

New York, 5 februari. (Reuter) Er wordt gemeld dat de tankboot CHESTER, van de American Petroleum Co. te Rotterdam, die zich op weg bevond van New York naar Rotterdam, de 23e januari schipbreuk heeft geleden en op zee is achtergelaten. De bemanning is gered door het stoomschip PHILADELPHIA. De CHESTER was groot 2.568 ton bruto en 1.637 ton netto, en werd in 1888 te Greenock gebouwd.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 6 februari. Naar wij vernemen heeft de Scheepvaart en Steenkolen Maatschappij weer twee stoomboten besteld, een groot 3.000 en een groot 3.200 ton. De eerste, genaamd SINT JANSLAND, zal worden gebouwd door de firma Jan Smit Czn. te Alblasserdam en de tweede door de firma Rijkée en Co. alhier. Deze laatste zal de naam SINT PHILIPSLAND dragen. Beide boten moeten in het begin van 1916 worden afgeleverd.
Verder heeft de firma Jos de Poorter een boot besteld, groot 850 ton, bij de N.V. Burgerhout’s Machinefabriek en Scheepswerf alhier. Deze boot, lang 180, breed 30 en hol 14 voet, zal van triple-expansie machines worden voorzien, met cilinders van 400, 650 en 1050 millimeter. De slag zal zijn 700 mm.


07 februari 1915


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 6 februari. Men seint ons uit Londen: volgens een telegram uit Aalborg heeft het Nederlandse stoomschip JASON aldaar de beschadigde lading gelost en heeft voorlopig gerepareerd. Een bewijs van zeewaardigheid om naar Amsterdam te stomen is verstrekt. Heden vertrok de JASON met de restlading naar Aarhus.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Kopenhagen, 4 februari. Het sedert begin van de oorlog alhier liggende Nederlandse stoomschip KARL SCHROERS is gisteren naar Kopenhagen’s droogdok en scheepswerf gesleept om aldaar een belangrijke reparatie te ondergaan. Na gerepareerd te zijn gaat het stoomschip naar Zuid Amerika om mais te laden.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 4 februari. Het Griekse stoomschip OCEANOS, groot bruto 4.790 en netto 2.930 register ton met een laadvermogen van 8.800 ton, dat in 1913 door de firma W. Gray & Co. te West Hartlepool voor GBP 62.000 werd gebouwd is nu volgens Fairplay voor ongeveer GBP 85.000 aan de Holland Amerika Lijn te Rotterdam verkocht.
De machines van dit stoomschip dat vroeger behoorde aan de rederij A.A. Embiricos & Co. te Andros, gebouwd door de Central Marine Engine Works te West Hartlepool hebben cilinders van 26 x 42 x 70 Engelse duim middellijn. De slag is 48 Eng. duim.
De hoofdafmetingen van dit stoomschip zijn lang 240, breed 54 en hol 25 Eng voet. (De OCEANOS arriveerde 23 jan. van Piraeus te Baltimore).


08 februari 1915


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Maassluis, 7 februari. Het uitgaande Noorse stoomschip EIMSTAD is in aanvaring geweest met het van Londen komende Noorse stoomschip FIX. Laatst genoemd stoomschip is te Hoek van Holland op het strand gezet en zit grotendeels onder water. De equipage is te Hoek van Holland geland. De EIMSTAD is naar Rotterdam teruggekeerd.
Voor de berging van schip en lading van het stoomschip FIX is contract gesloten met L. Smit & Co’s Sleepdienst te Rotterdam. Reeds zijn 65 vaten terpentijn geborgen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 8 februari. Men seint ons uit Londen: Het van Cardiff naar Palermo bestemde Nederlandse stoomschip ZEUS signaleerde ter hoogte van Lizard, dat het wegens een lek terugkeert en naar Falmouth koerst.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Maassluis, 7 februari. Het stoomschip WESTERDIJK, 4 dezer van hier naar Baltimore vertrokken, is met machineschade van Deal naar hier teruggekeerd.


09 februari 1915


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Deal, 6 februari. Volgens rapport heeft het stoomschip WESTERDIJK (zie ochtendblad B. 8 febr.) op 10 mijl ZZW¾W magnetisch van het Kentish Knock vuurschip, zoals het nu in positie ligt, op iets, waarschijnlijk een zich onder water bevindend wrak, gestoten.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 8 februari. Men seint ons uit Londen, dat het Nederlandse stoomschip ZEUS van Cardiff naar Palermo bestemd (zie ook NRC 080215) met 3 voet water in de ruimen No. 2 en 3 te Falmouth is aangekomen.


10 februari 1915


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De duikbotenoorlog en de onzijdige scheepvaart.
Kopenhagen, 9 februari. ‘Politiken’ schrijft in een hoofdartikel: Engeland beweert dat het gebruik van neutrale vlaggen een geoorloofde krijgslist is. Men kan niet ontkennen dat in vroegere tijden oorlogvoerende staten somtijds dit middel niet alleen voor koopvaardij-, doch ook voor oorlogsschepen hebben toegepast, om daardoor aan vervolging te ontkomen. Het is echter de vraag of een dergelijke handelwijze niet zo lang geleden is, dat zij als verouderd moet worden beschouwd. Nu Engeland zich het recht aanmatigt, neutrale vlaggen tot bescherming van zijn handelsvloot te bezigen, zal daarvan het gevolg zijn dat er in oorlogstijd geen grenzen meer zijn aan de onveiligheid en het gevaar van vernieling en dat de gevaren voor de onzijdige scheepvaart alle perken te buiten zullen gaan. Immers verwarring wordt daardoor onvermijdelijk.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

IJmuiden, 9 februari. Bij de heden alhier gehouden veiling van de afbraak van het Engelse stoomschip EASTWELL, een jaar geleden verongelukt, heeft het ijzerwerk NLG 20.600 opgebracht; koper de heer J.L. Wijnschenk van Amsterdam; het koperwerk NLG 12.309; koper de heer Molenaar van Zaandam en de diverse goederen NLG 11.544. De totale opbrengst is NLG 44.453.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 10 februari. Naar wij vernemen wordt het onlangs door de Holland Amerika Lijn aangekochte stoomschip OCEANOS verdoopt in MAASDIJK.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De Algemeene Groninger Scheepshypotheekbank hield haar algemene vergadering van aandeelhouders. Besloten is 12% (v.j. 14%) dividend uit te keren.
Het jaar 1914 begon met 7 vette maanden, doch de laatste vijf maanden waren mager. De grote oorlog verhinderde veel zaken tot het gewenste einde te brengen en was oorzaak van een belangrijke winstderving. Directe schade of verliezen werden niet geleden.
Het maatschappelijk kapitaal is van 2 tot 3 miljoen gulden verhoogd. Van de nieuwe aandelen is NLG 500.000 uitgegeven tegen een koers van 160.
Door de oorlogstoestand werden 3 schepen in beslag genomen; de leningen op deze vaartuigen waren tegen molest verzekerd, zodat voor de bank geen schade is te duchten. Twee onderpanden van de bank vergingen door zeeëvenementen. In januari 1914 bleef een Engelse stoomboot in een storm. Assuradeuren betaalden het restant van de lening met rente en kosten binnen de verplichte termijn zeer coulant uit. Verder verging in september een Nederlandse koftjalk op reis van Engeland naar Zweden met man en muis. (opm: de POOLSTER uit Groningen, zie NRC 300315) Het resterende bedrag van de lening (NLG 7.150) met rente en kosten zal door assuradeuren in maart 1915 aan de bank worden uitgekeerd. In 1914 hadden 3 executies plaats die evenmin verliezen opleverden. (opm: sterk bekort)


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Delfzijl, 8 februari. De Nederlandse 2-mast zeilaak GERHARD, schipper Thomas, van Emden met briketten naar hier voor orders, werd zaterdag tijdens stormweer op sleeptouw genomen door de passagiersboot VOORUITGANG I. Vóór de haven alhier brak voor de tweede maal de tros, die in de schroef van de VOORUITGANG I bekneld raakte, ten gevolge waarvan beide schepen hulpeloos naar lager wal dreven. Aan de boot ONDERNEMING gelukte het met veel moeite de schepen op sleeptouw te nemen en binnen te brengen. De GERHARD heeft een anker met 60 vaam ketting verloren en diverse schade aan schip en tuig.


11 februari 1915


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 9 februari. De Nederlandse schoenerbrik HOOGEZAND I, van Liverpool naar Gibraltar bestemd, is met verlies van zeilen en reddingboot, beschadigd stuurgerei en diverse andere schade te Falmouth aangekomen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Nederland en de oorlog. Nederlandse handelsschepen.
De Minister van Buitenlandse Zaken vestigt, voor zoveel nodig, de aandacht van belanghebbenden op de wenselijkheid om gedurende de oorlog de bemanning van Nederlandse handelsschepen, die Duitse havens aandoen, uitsluitend samen te stellen uit onderdanen van onzijdige mogendheden.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Parijs, 10 februari. De Duitse verklaring en de onzijdige koopvaardij.
De consuls van de voornaamste Zuid-Amerikaanse republieken hebben in een persgesprek verklaard dat Duitslands bedreiging om vijandige en misschien ook onzijdige schepen, die in de militaire zone komen, in de grond te boren, de tegenwoordige crisis zal verergeren en een schending is van het volkerenrecht.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 10 februari. Het in 1914 aan de werf van de firma Gebr. G. & H. Bodewes te Martenshoek gebouwde 3-mast motorschoener RISICO, met een laadvermogen van 400 ton, geklasseerd * 1 3/3 Atlantische vaart, Bureau Veritas en voorzien van een Kromhout motor, sterk 150 ipk, is door de makelaar Jacq. Pierot Jr. naar Nederlands-Indië verkocht.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van A. de Jong te Vlaardingen is te water gelaten het stalen loggerschip GERARDINA, SCH-243, gebouwd voor rekening van de rederij Wed. Jacob den Dulk Gz. te Scheveningen.


12 februari 1915


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 10 februari. De bemanning van het verlaten Nederlandse stoomschip CHESTER (zie avondblad 6 febr.) is te New York geland.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Aan de vergadering van aandeelhouders van de Veenkoloniale Bank voor Scheeps- en Hypotheekverband te Sappemeer, zal, naar wij vernemen, worden voorgesteld het dividend over het afgelopen jaar te bepalen op 9 (v.j. 12) procent, na storting van ca. NLG 27.000 in de reserves, waarna deze, na afschrijving van het koersverlies op effecten, zullen stijgen tot ruim NLG 125.000.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Lekkerkerk, 12 februari. Van de werf van de firma T. Van Duyvendijk alhier zijn te water gelaten: Een kraanponton, E.K.S. 33 voor Rotterdamse rekening en een sleepkaan (opm: UNDINE) groot ca. 1.360 ton, voor Duitse rekening, bestemd voor de vaart op het Rhein-Herne kanaal.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van de firma J. & K. Smit te Krimpen a/d Lek is te water gelaten de TELEGRAAF XI, terwijl de kielen gelegd werden voor de beide andere boten voor de Provinciale Stoomboot Diensten in Zeeland (opm: ZEEUWSCH-VLAANDEREN resp. LUCTOR ET EMERGO).


13 februari 1915


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Nederland en de oorlog. De Minister van Buitenlandse Zaken brengt ter kennis van belanghebbenden, dat het, blijkens een bekendmaking van de Duitse marinestaf, tot nader bericht voor niet-Duitse vissersvaartuigen en kustvaarders verboden is binnen te varen in de vaarwateren van de westkust van Sleeswijk-Holstein, de Elbe, de Wezer, de vaarwateren van de Oost-Friese eilanden en in de Ooster-Eems. (Staats Courant)


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Parijs, 5 februari. Het Franse Ministerie van Marine heeft de dossiers betreffende de aanhouding van de stoomschepen JIUL en EIR in handen van het Prijsgerecht gesteld. Deze stoomschepen bevatten een belangrijke hoeveelheid graan, dat krachtens de documenten aan Nederlandse firma’s in eigendom toebehoort. Al deze firma’s hebben thans hun advocaat bij het Prijsgerecht gesteld. De zaak zal echter pas behandeld worden na die van het stoomschip NIEUW AMSTERDAM.
Het dossier van een andere opgebrachte boot, n.l. het Oostenrijkse stoomschip GRAF SEZENYI BELD, waarin ook graanladingen zijn aan Nederlandse firma’s toebehorende, is nog in handen van het Ministerie van Marine.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Falmouth, 10 februari. Met meerdere schade, veroorzaakt door slecht weer, is het Nederlandse schip HOOGEZAND I van Liverpool naar Gibraltar bestemd, alhier aangekomen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam. In de haven. Het is deze week slapjes in onze haven geweest. Vanmorgen waren er pas 62 schepen binnengekomen; verleden week zaterdagmorgen waren we al over de 80. Dientengevolge was er veel minder werk dan in de laatste betrekkelijk gunstige weken. Alleen met expeditie werk was het op sommige plaatsen nogal druk.
Ook deze week zijn weer drie grote zeilschepen onze haven binnengelopen: De HINRICK van Maracaibo met een lading dividivi, een product voor het leerlooiersbedrijf, dat thans wel bijzonder welkom zal zijn, de DANNEBROG van Rio Grande met koffie en de GALGORM CASTLE van Iquique met een grote lading salpeter. Verder telden we onder de thuisgekomen schepen er 9 met graan aan boord, 6 met steenkolen en 1 met erts. De CITY OF COLUMBIA van Wilmington en de GEORGE E. WARREN van Charleston kwamen met een grote lading katoen binnen. De MAAS van Curaçao had fosfaat aan boord, de ADOUR van Valencia een lading fruit.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 12 februari. Door de Koninklijke Nederlandsche Stoomboot Mij. te Amsterdam is aan de firma Boele en Pot, scheepswerf en Machinefabriek te Bolnes, de bouw opgedragen van een schroefstoomschip van het shelterdeck-type met een laadvermogen van ongeveer 1.750 ton op een diepgang van 14 voet 9 duim.
De boot wordt voorzien van een triple-expansie machine van ongeveer 750 ipk en 2 stoomketels, ingericht voor oververhitte stoom, volgens systeem Schmidt en met geforceerde trek, welke machine-installatie eveneens door genoemde firma wordt gebouwd.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Naamloze Vennootschappen. De Staats Courant No. 37 bevat de akte van oprichting van de naamloze vennootschap: C. van der Giessen & Zoon's Scheepswerven, Krimpen a/d IJssel.
Kapitaal NLG 600.000, aandelen van NLG 5.000, waarvan 100 geplaatst en volgestort.
Directeuren J. v. d. Giessen, A. v. d. Giessen Czn.
Commisarissen C. v. d. Giessen Azn. en P. C. v. d. Giessen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Aangekochte schepen. Het stalen shelterdeck stoomschip SOUTHERN, van de Century Shipping Company te Londen, groot 2.935 ton netto, gebouw Sunderland in 1912, is voor GBP 80.000 aangekocht voor Nederlandse rekening. (opm: Door de H.A.L.aangekocht en is herdoopt in MAASDIJK)


14 februari 1915


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Te IJmuiden arriveerde heden de nieuwe zeesleepboot KATWIJK, gebouwd op de werf van de heer J. Koopman te Dordrecht voor rekening van N.V. Sleepdienst Katwijk aldaar. De sleepboot groot 1.912 m3 bruto, met de afmetingen: Lang 22 m., breed 5,50 m. en hol 2,40 m., is voorzien van een compound machine van 240 ipk, die het schip een vaart van 11 mijl garandeert. De boot komt onder gezag van kapt. J. van der Wiele, die vroeger op de IJMUIDEN voer.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Door de Koninklijke Nederlandse Stoomboot Mij. alhier is aan de firma Boele & Pot Scheepswerf en Machinefabriek te Bolnes, de bouw opgedragen van een schroefstoomschip van het shelterdeck type met een laadvermogen van ongeveer 1.750 ton.
De boot wordt voorzien van een triple-expansie machine van ongeveer 750 ipk en 2 stoomketels, ingericht voor oververhitte stoom, volgens systeem Schmidt en met geforceerde trek, welke machine-installatie eveneens door genoemde firma wordt geleverd.


15 februari 1915


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De Kölnische Volkszeitung schrijft: Onzijdige schepen kunnen zich gemakkelijk aan elk gevaar onttrekken dat voor hen voortvloeit uit het misbruik maken van de onzijdige vlag, als zij naast de kleuren van hun land het signaal uitsteken dat hun registernummer in het internationale signaalboek aangeeft. Uit dit nummer blijkt vanzelf hun naam, haven en reder. Het internationale signaalboek ter zee bevat aan het einde een lijst van alle geclassificeerde vaartuigen die de zee bevaren, waarin elk schip zijn nummer van zes cijfers heeft. De aard van de getal-groep is tevens een aanwijzing voor de soort van het schip, zodat het hijsen van een willekeurig gekozen nummer niemand zal misleiden.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Maassluis, 15 februari. Het stoomschip FIX, dat 6e dezer tengevolge van een aanvaring met het stoomschip EIMSTADT op het strand werd gezet benoorden het Noorderhoofd, is hedenmorgen bij het breed lopen van de wind, ter hoogte van het voorschip, voor de commandobrug gebroken, waardoor de berging van het casco vrijwel is uitgesloten. Schoorsteen en masten zijn overboord geslagen, het schip is totaal wrak en de lading spoelt te Hoek van Holland aan.


17 februari 1915


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 15 februari. Hedenavond is de Portugese stoomtrawler VASCO DA GAMA met zes overlevenden van het van Cardiff naar Lissabon bestemde Belgische stoomschip MORINIER te Swansea aangekomen. Verschenen zaterdag (opm: 13 februari) is dit met steenkool geladen stoomschip in de Golf van Biscaye verongelukt; 16 der opvarenden worden vermist.
(De MORINIER van de Antwerpsche Zeevaartmaatschappij in 1909 te Sunderland gebouwd, was groot bruto 1.874 en netto 1.145 register ton).


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Dungeness, 15 februari. Hedenmiddag 12.20 uur passeerde het Nederlandse stoomschip TRITON met zware slagzij om de oost, vermoedelijk terugkerende. De nationaliteitsvlag was halfstok gehesen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

IJmuiden, 16 februari. Het Nederlandse stoomschip TRITON van de Koninklijke Nederlandsche Stoomboot Maatschappij te Amsterdam, 2 dezer in ballast van Rotterdam naar Zuid-Amerika vertrokken, welks terugkeer reeds draadloos van het vuurschip Noord-Hinder alhier was vermeld, kwam hedenavond om half elf met zware schade en met verlies van twee van de opvarenden hier aan en had om half twaalf ligging genomen aan de toeristensteiger alhier.
Nader vernemen wij dat de TRITON door zwaar stormweer werd geteisterd, waardoor het bruggedek, het kaartenhuis en de luchtkokers vernield werden en waardoor twee reddingsboten verloren gingen en een derde boot uit de davits geslagen. De zoëven genoemde opvarenden zijn overboord geslagen en verdronken. Het stoomschip maakt geen water, de machines zijn nog in orde en daarom kreeg het stoomschip toestemming om naar Amsterdam op te stomen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Het overschilderen van schepen. Een Wolff-telegram heeft het volgende gemeld: “Naar uit vertrouwbare buitenlandse bron wordt gemeld, worden reeds Engelse schepen van de Harwich-lijn zo overschilderd, dat zij op schepen van de Nederlandse Batavier-Lijn gelijken. De scheepsromp, de dekspijlen de boten krijgen de kleuren van genoemde Nederlandse maatschappij. Ook de naam wordt weg geschilderd".
Naar aanleiding van dit bericht merkt de N.R.C. allereerst op, dat een Harwich-boot, hoe ook beschilderd, nochtans zeer goed van een Batavierboot te onderscheiden is. Aan de Harwich-boot, die thans in de haven te Rotterdam ligt, is niets bijzonders te zien. In een nader telegram van Wolff, waarin Duitse persstemmen over die zogenaamde beschildering worden weergegeven, wordt het “vertrouwbare'' bericht dien omtrent een bericht uit Rotterdam genoemd. Te Rotterdam is, zegt het blad, te bevoegder plaatse van enige bijzondere voorgenomen of aangebrachte beschildering van de Harwich-boten tot dusver niets bekend.
Van ambtelijke zijde wordt bevestigd, dat er geen sprake van is, dat de boten van de Harwich-lijn zich thans zodanig zouden vermomd hebben, dat zij voor Nederlandse schepen zouden kunnen worden aangezien.


18 februari 1915


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 17 februari. ‘Business as usual’ is het wachtwoord van scheepvaart en nijverheid in Engeland, die zich ondanks het zinken van de stoomschip DULWICH en VILLE-DE-LILLE geenszins laten van streek brengen door de Duitse verschrikkingstaktiek, welke morgen in werking zal treden. Stoomvaartmaatschappijen hebben besloten geen enkele wijziging in hun vaarplan te brengen. De verzekeringspremies zijn niet gestegen, daar assuradeuren van de overweging uitgaan dat reeds sedert weken, zo al niet maanden, Duitsland heeft getracht elke mogelijke schade toe te brengen aan onze handelsvloot. (opm: bekort)


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De KATWIJK. Voor het Engelse prijzenhof is maandag de zaak van de lading van het Nederlandse stoomschip KATWIJK behandeld, dat op 16 september van een Spaanse haven met ijzererts naar Rotterdam vertrok en enkele dagen later voor onderzoek door de Britse marine naar Falmouth werd opgebracht.
De Engelse justitie had inlichtingen ontvangen, volgens welke de lading bestemd zou zijn voor Krupp te Essen. Op 21 september werd in Engeland ijzererts tot voorwaardelijke contrabande verklaard. De vraag werd gesteld, of dit strookte met de Londense verklaring. De verdere behandeling van de zaak werd uitgesteld.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

De TRITON in de storm. In ons vorig ochtendblad maakten wij onder „Scheepstijdingen" reeds melding van het ongeluk dat de TRITON van de Kon. Ned. Stoomboot Mij. getroffen heeft. Het schip was van Rotterdam in ballast vertrokken naar de Engelse kust voor orders en geraakte in een hevige orkaan. De eerste golf die over het schip sloeg, vernielde de brug, waarbij de derde stuurman N.J. Schuring over boord geslagen werd en verdronk. Een tweede golf sloeg over het achterdek en richtte daar schade aan. Toen men bezig was het achterdek te klaren, werd de liergast P. Visser door een golf overboord geslingerd; hij verdronk. Inmiddels was het schip zodanig ontredderd, de boten waren losgeslagen en het schip had slagzij, doordat de kolenlading verschoven was, dat de gezagvoerder besloot terug te gaan naar IJmuiden. Nu is het gesleept naar het Koninginnedok, waar de vrij ernstige dekschade hersteld wordt.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Vertrek GELRIA. Op de boeg van de GELRIA van de Koninklijke Hollandsche Lloyd, welke vanmiddag van de steigers aan de Rietlanden naar Zuid-Amerika vertrok, was over een oppervlakte van verscheidene meters, onze vlag geschilderd. Duidelijk stak het rood-wit-blauw af tegen de zwarte kleur van de romp; zeker zullen deze kleuren op grote afstand zichtbaar zijn. Bovendien was midscheeps met grote letters GELRIA en Amsterdam te lezen. Tussen de schoorstenen staat ook nog de naam te lezen, en 's avonds wordt die verlicht. Zoals men weet heeft de GELRIA dit naambord tussen de schoorstenen altijd gehad. Langzaam voer de GELRIA over het IJ en bij de kop van de Handelskade passeerde het grote stoomschip een Zweedse boot, die ook al beschilderd was in de neutrale kleuren. Op het voorschip en achterschip waren daarop, hoewel over een kleinere oppervlakte, dan op de Nederlandse boot, geel-blauw-gele strepen geschilderd. De GELRIA doet als eerste haven Falmouth aan.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Haringloggers als vrachtvaarders. IJmuiden, 18 februari. De Katwijkse haringloggers GIJSBERT KAREL VAN HOGENDORP, MARGARETHA CORNELIA en MINISTER KUYPER hebben de visserij gestaakt en zullen nu als vrachtvaarders tussen Engelse en Nederlandse havens dienst doen.


19 februari 1915


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 17 februari. Op de 6e november 1914 heeft er beneden het Nore lichtschip een aanvaring plaats gehad tussen de van Peru naar Londen bestemde Engelse bark DOVENBY en het Nederlandse stoomschip SINDORO, waardoor de DOVENBY zonk en een van de opvarenden verdronk. Het Admiraliteitshof deze zaak behandelende concludeerde dat de schuld van de aanvaring alleen lag bij de SINDORO.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Scheepsbouw. Rotterdam, 19 februari. Na een goed geslaagde proeftocht is door de Machinefabriek Utrecht voor Nederlandse rekening afgeleverd een zeewaardige sleepboot, lang 20 meter, breed 5 meter en hol 2,40 meter. Het schip is voorzien van een compound stoommachine, sterk 245 ipk. en een stoomketel van 80 meter verwarmend oppervlak, welke ook door voornoemde fabriek is vervaardigd. Een tweede zeewaardige sleepboot, voor dezelfde firma met dito afmetingen en machine-installatie, is nog in aanbouw. Beide sleepboten zijn gebouwd onder toezicht van Bureau Veritas.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Goed bekende scheepswerf zoekt, daar zij hare opdrachten wegens de oorlog niet kan uitvoeren, bestellingen van zeevaartuigen voor de kustvaart, eveneens ook van rivierschepen. Werf aan groot vaarwater. Brieven aan Adv.-Bur. D.Y. Alta, Amsterdam.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Maassluis, 19 februari. Het gisterennacht naar Hull vertrokken (opm: Nederlandse) stoomschip CALEDONIA is hedenochtend uit zee teruggekeerd met het van Rotterdam naar Newcastle bestemde Engelse stoomschip RAITHWAITE op sleeptouw, waarvan de schroefas was gebroken. De sleepboot LAUWERZEE assisteert mede van de Hoek van Holland naar Rotterdam.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 19 februari. Het Nederlandse stoomschip VEENBERGEN is met lekkage in de voorpiek en dekschade van Norfolk te Rio de Janeiro aangekomen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Te Vlaardingen is van de werf van Gebr. v.d. Meer te water gelaten het stalen loggerschip SATURNUS (SCH-132), gebouwd voor rekening van de heer A. v.d. Toorn Jz. te Scheveningen en van de werf van I.S. Figée een stalen loggerschip, gebouwd voor Duitse rekening.


20 februari 1915


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, zaterdag 20 februari. Het is deze week erg meegevallen in de haven: er waren vanmorgen reeds 87 schepen binnengelopen tegen verleden week zaterdagmorgen 62. Er worden tegen de avond nog enige boten verwacht – doordat de schepen de laatste dagen alleen overdag varen komen ze eerst ‘s avonds binnen – zodat we van de week wel over de 90 zullen komen.
Van de 18e af, het begin van de duikbootoorlog, zijn er 31 schepen binnengekomen, waaronder 5 Engelse, 3 Noorse en 1 Amerikaan. Na donderdag zijn er 18 uitgevaren; de helft daarvan waren Engelse schepen. Er is na de 18e geen enkel Engels schip in onze haven blijven liggen; alle zijn, zij het dan niet op tijd, vertrokken.
De aanvoer van graan blijft gelukkig voortduren; er kwamen deze week 10 schepen met een lading graan binnen. Voorts 11 schepen met steenkolen en 5 met ijzererts. De NECHES van Savannah had een grote lading katoen aan boord.
De TRENEGLAS van Halifax en de NYANZA van Norfolk brachten levensmiddelen voor de Belgen mee. Van de grote boten die thuiskwamen, noemen we de RIJNDAM en de MAARTENSDIJK van de Holland Amerika Lijn en de MENADO van de Rotterdamsche Lloyd.


21 februari 1915


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart. De Raad heeft gisteren uitspraak gedaan betreffende de aanvaring op 2 december tussen de stoomschepen BATJAN en NIOBE en de gevolgen daarvan. De oorzaak van de aanvaring meent de Raad te moeten zoeken in het feit, dat de kapitein van de BATJAN, van plan zijnde tussen de ten anker liggende NIOBE en de varende JAVA door te stomen, waarbij hij naarmate de JAVA vooruit ging, meer ruimte moest krijgen om de NIOBE te mijden, in de uitvoering van dit voornemen verhinderd is, doordat de JAVA in plaats van vooruit, achteruit ging en naast de NIOBE ten anker kwam. De ruimte tussen NIOBE en JAVA werd daardoor kleiner en door wind en stroom werd de BATJAN, die niet meer voldoende bakboord op kon houden, op de NIOBE gezet.
De Raad meent dat kapt. Ouwehand voor het uitvoeren van deze manoeuvres onder de gegeven omstandigheden geen blaam kan treffen. Bij het instomen met wind en stroom van achteren, zag hij op de plaats, waar hij volgens de kaart ten anker moest komen, de lichten van vele ten anker liggende schepen, waarvan hij de positie waarin deze ten opzichte van elkaar lagen, niet kon bepalen. Voor zich zag hij de ten anker liggende NIOBE en de JAVA met de navigatielichten op, daarachter een open ruimte, plaats biedende om ten anker te gaan. Ankeren voor in de Duins was, met het oog op wind en stroom, zeer bezwaarlijk, terwijl de BATJAN dan bovendien in het vaarwater zou komen te liggen. Achter de ten anker liggende schepen om te gaan en vandaar op te stomen naar de voorgenomen ankerplaats, waardoor het lange schip zou moeten zwaaien, was eveneens moeilijk, nu de positie van de ten anker liggende schepen niet juist kon worden waargenomen en de kapitein dus niet zeker was dat hij de genoemde manoeuvre zou kunnen uitvoeren.
Toen de plaats werd gezien waar ruimte was voor te ankeren en om daar te komen alleen de NIOBE moest worden gepasseerd, was kapt. Ouwehand, naar 's Raads mening gerechtigd deze manoeuvre te ondernemen. Immers zijn mening dat er meer ruimte moest komen naarmate de JAVA doorstoomde is juist en hij kon en behoefde er niet op te rekenen dat dit schip plotseling ten anker zou gaan en achteruit drijven. De Raad neemt hierbij als vaststaande aan, dat de JAVA inderdaad zijn navigatielichten op had toen de BATJAN naderde nu dit uitdrukkelijk door de opvarenden van de BATJAN en van de JAVA is verklaard en het ook overeenkomt met de opgegeven tijden; de kapitein van de NIOBE moet zich in zijn opgaven omtrent de tijd hebben vergist, verklaarbaar doordat de JAVA enige tijd schijnt nodig gehad te hebben om ten anker te komen.
Dat de BATJAN in zinkende toestand de Nieuwe Waterweg is binnen moeten lopen, waar het schip aan de grond is gezet, schrijft de Raad toe aan de ondeugdelijke uitvoering van de reparatie te Deal en te Gravesend. Het schild, dat met slechts twee bouten aan het schip was bevestigd, moest zich wel begeven bij ruw weer, terwijl het feit, dat er, toen het schild was verschoven, water in het schip kwam, er op wijst, dat de met cement gevulde bak binnen in het schip niet goed was aangebracht en onvoldoende voorzien om het water te keren. De kapitein valt evenwel niet te verwijten, dat hij onder deze omstandigheden de reis naar Amsterdam heeft ondernomen. Gelegenheid om te Londen te repareren, zou zeer veel tijdverlies en schade hebben veroorzaakt en hij was gedekt door het certificaat van zeewaardigheid door Lloyds afgegeven en de hem gegeven adviezen. Het heeft de aandacht van de Raad getrokken, dat de kapitein niet aangeraden is een reserve pomp aan boord te nemen om in geval van nood te gebruiken. Zo die te Londen niet verkrijgbaar was, had men ze zonder veel tijdverlies uit Nederland kunnen laten komen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Capelle a/d IJssel, 20 februari. Voor de N.V. W. van Driel’s Stoomboot- en Transportonderneming te Rotterdam werd op de scheepsbouwwerf No. 2 van de firma A. Vuyk & Zonen alhier, de kiel gelegd voor het stoomschip WILLEM VAN DRIEL Sr. Dit stoomschip heeft de volgende afmetingen: Lengte over de stevens 300 voet, grootste breedte 45 voet, holte 22 voet 6 duim; terwijl het op Bureau Veritas zomermerk een draagvermogen zal hebben van ongeveer 4.000 ton. Het zal overeenkomstig de voorschriften van Bureau Veritas voor de hoogste klasse en onder haar toezicht worden gebouwd. Hoofdzakelijk bestemd voor de algemene vrachtvaart, wordt dit stoomschip speciaal ingericht voor ertstransport. De machines en ketels worden vervaardigd en geplaatst door de Koninklijke Maatschappij “De Schelde” te Vlissingen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 20 februari. Volgens een vertraagd telegram van gisteren uit Londen is de van Port Madoc naar Haarlem bestemde Nederlandse schoener EUROPA, kapt. Tammes, door aanvaring in de Downs belangrijk aan de verschansing en reling beschadigd.


22 februari 1915


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 21 februari. Heden vertrokken de zeesleepboten KRAUS en DE JONGH, elk met een 1.200 tons steenkolenlichter op sleeptouw resp. van Rotterdam en IJmuiden naar Batavia. De slepen worden uitgevoerd door het Bureau Wijsmuller te ’s-Gravenhage.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Bij de Hollandsche Stoomboot Mij. te Amsterdam heeft zich zaterdagavond, naar aanleiding van de Duitse verklaring, een incident voorgedaan. Het stoomschip AMSTELSTROOM van die maatschappij zou na een moeilijke reis, welke het schip in de nacht van donderdag op vrijdag (opm: 18-19 februari) had volbracht, zaterdagavond te 11 uur weer uitvaren.
Van werkliedenzijde wordt gemeld, dat de bemanning, bestaande uit 20 koppen, hoofdzakelijk de matrozen en stokers, weigerden hun leven te wagen en in de eerste plaats dubbele gage verlangden. Verder eisten zij, dat de voordeklamp van het stoomschip zou worden afgenomen, opdat in geval van plotseling gevaar de mannen in staat zouden zijn over het voordek heen te kruipen. Tenslotte werd de eis gesteld dat er ’s nachts niet zou worden gevaren en dat het schip onmiddellijk na het vallen van de avond zou gaan liggen. Opgemerkt zij hierbij dat ook de AMSTELSTROOM op de bekende wijze beschilderd is met de kleuren van de Nederlandse vlag. Ook verlangde men nog een man op de uitkijk op het voorschip.
De directie van de H.S.M. heeft alle eisen ingewilligd, behalve die van dubbele gage. De directie was bereid NLG 5 per week extra te betalen.
Hierop vertrokken, behalve de matrozen en een tremmer, alle mensen van dek, waarna met behulp van inderhaast ontboden mannen (van werkliedenzijde verklaarde men dat het zeelieden zouden zijn) de AMSTELSTROOM afvoer. De vraag rijst nu, of de van boord gelopen zeelieden zullen worden beschouwd als deserteurs.
Wij vernemen voorts, dat met de bemanningen van de ZAANSTROOM, WAALSTROOM, RIJNSTROOM en TEXELSTROOM gelijksoortige onderhandelingen worden gevoerd.
Ten kantore van de waterschout verklaarde men aan de van boord gelopen mannen, dat, aangezien zij voor 3 maanden gemonsterd hadden, hun handeling zeer bedenkelijk was.
De directie had reeds een zogenaamde mijnenpremie toegestaan, doch aanvankelijk was bepaald dat deze premie pas na het aflopen van de monsterrol, dus na 3 maanden, zou worden uitbetaald. (opm: Dit artikel is sterk bekort. Ook bemanningen van schepen van andere neutrale landen zoals Noorwegen, Zweden, Denemarken en Italië weigerden uit te varen en/of eisten in een aantal gevallen verhoging van gages.)


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 22 februari. Het Nederlandse stoomschip IBERIA, dat verschenen zaterdag (opm: 20 februari) in plaats van een van de nationale Batavierboten naar Londen zou vertrekken, ligt in de haven tot vertrek gereed. Het geheel oranjekleurig overgeschilderde schip voert ook in de brambras (??) twee schilden, aan ene zijde nationale kleuren tonende en aan de andere zijde de naam Wm. H.M. & Co. voerende.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Londen, 19 februari. De kolenkraan „Atlas No. 3" van Londen naar Rouaan (opm: Rouen), gesleept wordend door de Nederlandse sleepboten OCEAAN, POOLZEE en GOUWZEE, is woensdag jl. tijdens stormweer van de sleepboten losgeslagen en in tweeën gebroken. Een gedeelte, waarop zich niemand bevindt, drijft nog, gevaarlijk voor de scheepvaart.


23 februari 1915


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 22 februari. Men seint ons uit Londen (vertraagd telegram): Volgens een telegram van Prawle Point bevond het Nederlandse stoomschip RICHARD (gecharterd door de Holland-Amerika Lijn van Rotterdam naar New York) zich op vier mijl van dit station, koersende zuidoost. Het roer was beschadigd en het schip was onbestuurbaar.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Nederland en de oorlog.
Maatschappij “Zeeland”. Men meldt ons uit Vlissingen: De mailboot DUITSCHLAND van de Maatschappij Zeeland, welke hedenochtend naar Tilbury moest vertrekken, is niet afgevaren, daar de bemanning weigerde, omdat het schip slechts twee waterdichte schotten heeft. In plaats van de DUITSCHLAND is nu het stoomschip PRINSES JULIANA vertrokken.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Incident bij de Hollandsche Stoomboot Maatschappij. Wegens de zware mist is de ZAANSTROOM gisteravond en ook hedenochtend niet vertrokken. Het personeel had zich gisteravond ook niet aangemeld. Daar echter toch van vertrekken geen sprake kon zijn, heeft de directie hen nog niet in gebreke gesteld en hun gelegenheid gelaten, zich alsnog aan te melden. Daar het hedenmorgen nog zeer dik van mist was, kon er nog niets omtrent het vertrek worden vastgesteld. Nader meldt men ons, dat het conflict is bijgelegd. De zeelieden hebben zich bereid verklaard, op de door de directie aangeboden voorwaarde, n.l. een toeslag van NLG 5 per week boven hun gage, de reis mee te maken. De boten zullen heden, wanneer de weersgesteldheid dit toelaat, uitvaren.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De firma Jos. de Poorter alhier, rederij van het Nederlandse stoomschip ALWINA, heeft van het Ministerie van Buitenlandse Zaken bericht ontvangen, dat het Engelse gouvernement heeft meegedeeld dat dit stoomschip, hetwelk sinds 19 januari te Falmouth ligt, wordt vastgehouden als verdacht van handelingen in strijd met de neutraliteit. De lading sulphetic, bestemd voor de Centrale Guanofabrieken, wordt vrijgelaten.
De ALWINA was gekomen van Huelva en bestemd voor Rotterdam. De firma De Poorter heeft nadere inlichtingen gevraagd. (opm: zie NRC 200415)


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 23 februari. Men seint ons uit Londen: Volgens een telegram van Perim is het van Padang naar Amsterdam bestemde Nederlandse stoomschip CELEBES (Stoomvaart Mij. Nederland) te Squire Point aan de grond gevaren. Assistentie is nabij de CELEBES en men verwacht, dat het stoomschip nog heden vlot zal komen. (opm: vlot gekomen op 23 februari.)


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Delfzijl, 22 februari. De sleepboot JO, kapt. H. van der Molen, reder E. Wagenborg alhier, is verkocht aan D. Bosscher te Delfzijl.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Verkochte schepen. Het Nederlandse stoomschip DOROTHEA, dat in juli jl., toen het in beschadigde staat op Chesil Beach, nabij Abbotsbury, aan de grond zat, voor GBP 620 werd verkocht aan Messrs. Charlton & Co., is na te zijn vlot gebracht, gerepareerd en bij Lloyd's geklasseerd, voor GBP 26.000 weer verkocht aan Messrs. Stephenson Clarke & Co. te Londen. (Fairplay.)


24 februari 1915


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Incident bij de Hollandsche Stoomboot Maatschappij. Van werkliedenzijde meldt men ons nog, dat de directie ten opzichte van de bemanning van de AMSTELSTROOM, die het conflict veroorzaakt heeft, de andere zeelieden heeft meegedeeld, dat zij met eerstgenoemden niets meer te maken had en dat dezen ook niet meer zouden worden aangenomen. Inmiddels hebben de zeelieden van de uitvarende schepen besloten het lopende contract met 14 dagen op te zeggen, zodat dus over 14 dagen rechtens nieuwe eisen kunnen worden gesteld.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 24 februari. Heden werd van de werf van de Maatschappij voor Scheeps- en Werktuigbouw Fijenoord te Rotterdam met goed gevolg te water gelaten het voor de firma P.A. van Es & Co. te Rotterdam in aanbouw zijnde vrachtstoomschip BERNISSE. Dit stoomschip wordt gebouwd volgens de voorschriften van de Germanischer Lloyd, Klasse 100 A4 + E, en onder bijzonder toezicht van dit bureau.
Lengte, breedte en holte bedragen respectievelijk 222’-0”, 34’-5” en 15’-0½”. Bij een gemiddelde diepgang van 14’-9” op zomervrijboord zal het schip een draagvermogen hebben van 1.500 ton, terwijl bij deze belasting een snelheid van 10 knopen per uur bereikt zal moeten worden.
Het schip wordt voorzien van een triple-expansie machine, welke 875 ipk zal ontwikkelen. De nodige stoom zal worden geleverd door 2 cilindrische ketels.
Op de thans vrijgekomen helling zal ten spoedigste een aanvang gemaakt worden met de kiellegging voor het stoomschip MIDSLAND, te bouwen voor rekening van de Scheepvaart- en Steenkolen Maatschappij te Rotterdam.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie: Goed bekende scheepswerf zoekt, daar zij hare opdrachten wegens den oorlog niet kan uitvoeren, bestellingen van zeevaartuigen voor de kustvaart, eveneens ook van rivierschepen. Werf aan groot vaarwater. Brieven fr. onder L.P. 1486, Alg. Adv.-Bur. D.A. Alta, Amsterdam. (opm: de werf is niet bekend, maar de advertentie is symptomatisch voor deze eerste oorlogsmaanden)


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

IJmuiden, 24 februari. Het binnengekomen stoomschip TROMPENBERG is 7½ mijl west van Noord-Hinder 2 mijnen en vier mijl noordoost van Schouwenbank 1 mijn gepasseerd. De uitgaande stoomschepen CERES en DIANA verzochten de kapitein van de TROMPENBERG te rapporteren, dat zij op de vaart van Maas- naar Schouwenbank en later bij Noord-Hinder verschillende mijnen gepasseerd waren.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hollandsche Stoomboot Maatschappij. De directie van de Hollandsche Stoomboot Maatschappij te Amsterdam deelt ons mee, dat het bericht van werkliedenzijde, in ons ochtendblad van heden opgenomen, niet juist is. De directie heeft aan de bemanningen van haar schepen, in afwijking met de opzegging van 14 dagen, ditmaal toegestaan, tegen de volgende reis op te zeggen. De bemanningen hebben echter de wens uitgesproken, in dienst te blijven. Over de schepelingen van de AMSTELSTROOM, die niet aan boord zijn gegaan, is niet gesproken.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart. De Raad heeft gisteren een onderzoek ingesteld betreffende de aanvaring op 24/25 december 1914 in de Hoorn nabij Maassluis tussen het Nederlandse stoomschip SOMMELSDIJK (gezagvoerder B. Hartogh Heys; rederij Holland Amerika Lijn te Rotterdam) en het Engelse stoomschip WARRI (gezagvoerder H.H. Williams, rederij British & African Steam Nav. Co. Ltd. te Liverpool); deze schepen waren resp. beloodst door de zeeloods A. de Jager uit Maassluis en de binnenloods W. van Ameyde uit Rotterdam.
De loods A. de Jager verklaarde, dat zijn schip wat slagzij had, stuurboord over en zodoende minder goed stuurde. De loods was op de avond van 24 december aan boord gekomen om het schip binnen te loodsen. Het was helder weer. Het schip lag 86 dm diep. Bij de Hoorn voer het schip aan de noordkant van het vaarwater. De loods zag de geleidelichten in een lijn. Daar het schip niet naar stuurboord kon ontwijken werd halve kracht gestoomd. De kapitein had hem gezegd, dat het schip goed stuurde. Daar de loods het schip aan de diepe zuidzijde wilde krijgen, gaf hij stuurboord roer en volle kracht, doch het schip geraakte tussen dukdalf 9 en 10 aan de grond. Met eigen kracht kon het niet los komen. 's Nachts sloeg het schip van ZZW naar W. 's Morgens kwamen drie sleepboten om het schip vlot te krijgen, wat echter niet gelukte. Eerst passeerden 's morgens drie schepen, waarvan er een bij de SOMMELSDIJK ankerde. Toen kwam de WARRI, die blijkbaar de SOMMELSDIJK niet zag en er tegen aanvoer, waardoor dit schip enige averij kreeg. Naar het loodswezen te Maassluis was bericht, dat de SOMMELSDIJK vast zat. De loods W. van Ameyde wist, dat de SOMMELSDIJK vast zat. Hij had het schip wel gezien, doch meende ruimte genoeg te hebben om te passeren. Hij wilde aan de noordkant langsgaan en gaf stuurboord roer. Er werd halve kracht gestoomd. De WARRI luisterde niet goed naar het roer en ging bakboord uit, waardoor de SOMMELSDIJK even werd geraakt. Er lag een schip bij de SOMMELSDIJK dat hinderde. De loods meende, dat de aanvaring moet worden toegeschreven aan wantij. Toen men op de WARRI zag, dat een aanvaring onvermijdelijk was, is het stuurboordanker uitgeworpen, waardoor de schok enigszins werd gebroken. (opm: Naam is werkelijk SOMMELSDYK) (opm: zie ook NRC 300315)


25 februari 1915


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Men meldt ons dat de Maatschappij Zeeland de DUITSCHLAND uit de vaart heeft genomen, omdat het het oudste schip van de Maatschappij is, en vervangen zal worden door de KONINGIN REGENTES; daar deze boot nog niet reisvaardig was, is dinsdag de nachtboot PRINSES JULIANA vertrokken. Van weigering van de bemanning is geen sprake geweest.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Nieuwe schepen. Rotterdam, 24 februari. Van de werf van de N.V. Burgerhout’s Machinefabriek en Scheepswerf alhier werd met goed gevolg te water gelaten het stalen casco van een zeewaardige schroefsleepboot lang 23,08, breed 5,00 en hol 2,65 meter voor Duitse rekening op die werf in aanbouw. Dit schip is een duplicaat van hetwelk de 28e januari werd te water gelaten.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

IJmuiden, 24 februari. Het nieuwe motortankschip LARA passeerde heden per sleepboot ATLAS, van Rotterdam naar Amsterdam, om aldaar met een motor te worden uitgerust.
(opm: zie ook AH 140115 en RN 260515)


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Gisteren werd van de werf van de Maatschappij voor Scheeps- en Werktuigbouw „Fijenoord" te Rotterdam met goed gevolg te water gelaten het voor de firma P.A. van Es & Co. aldaar in aanbouw zijnde vrachtstoomschip BERNISSE. Dit stoomschip wordt, gebouwd volgens de voorschriften van de Germanischer Lloyd, Klasse 100, A 4 + E en onder bijzonder toezicht van dit Bureau. Lengte, breedte en holte bedragen respectievelijk 222'-0", 34-5" en 15'-0½". Bij een gemiddelden diepgang van 14’-9” op zomervrijboord zal het schip een draagvermogen hebben van 1.500 ton, terwijl bij deze belasting een snelheid van 10 knopen per uur bereikt zal moeten worden. Het schip wordt voorzien van een triple-expansie machine, welke 875 ipk zal ontwikkelen. De nodige stoom zal worden geleverd door 2 cilindrische ketels. Op de thans vrijgekomen helling zal ten spoedigste een aanvang gemaakt worden met de kiellegging voor het stoomschip MIDSLAND, te bouwen voor rekening van de Scheepvaart & Steenkolen Maatschappij te Rotterdam.


26 februari 1915


Krant:
 MCO - Middelburgsche Courant

Vlissingen, 26 februari. Het Deense stoomschip TUBORG, door de Koninklijke Maatschappij “De Schelde” te Vlissingen van machines en ketels voorzien, heeft heden in de Binnenhaven de kompassen geverifieerd om vervolgens binnendoor naar Alblasserdam te vertrekken, begeleid door de sleepboot VLAARDINGEN.


27 februari 1915


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Maatschappij “Zeeland”. Na ingewonnen informatie is ons gebleken, dat van een hervatting van de passagiersdienst bij de Maatschappij “Zeeland” voorlopig nog geen sprake is.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam. Het is deze week lang zo druk niet in de haven geweest als de vorige. Vanmorgen bedroeg het getal binnengelopen schepen nog maar 54, een groot verschil dus met de vorige week, toen ongeveer 100 schepen binnengekomen zijn. Van de binnengekomen schepen waren er 24 Engelse, 18 Nederlandse, 7 Noorse, 3 Zweedse, 2 Amerikaanse en 1 Belgische. Tien schepen hadden een lading graan aan boord, 5 kwamen met erts binnen, 10 met kolen en 2 met petroleum. Er zijn deze week ook weer 3 schepen met katoen binnengekomen: De BELVERNON, de NEWTON en de CALYPSO, alle drie van Savannah. De AYMERIC van New York en de MODESTA van Hull brachten levensmiddelen voor de Belgen mee.
Het aantal uitgaande schepen bedroeg deze week, tot vanmorgen, 73 en wel 25 Engelse, 27 Nederlandse, 15 Noorse, 4 Zweedse en 2 Amerikaanse. Tot de vertrokken schepen behoorde de INSULINDE van de Rotterdamsche Lloyd. Van het begin van de oorlog af is dit schip opgelegd geweest, doch dinsdag heeft het weer de vaart hervat.


28 februari 1915


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Heden de 25e februari 1915, heb ik Jacob Oosterwerff, deurwaarder bij de Arr.-Rechtbank te Leeuwarden, wonende aldaar, ten verzoeke van Metje Spleet, zonder beroep, wonende te Leeuwarden, domicilie hebbende bij de procureur mr. C. Beekhuis, wonende te Leeuwarden, Ossekop C.13, die in dezen voor haar als zodanig zal occuperen, ten eerste male gedagvaard:
Hendrik Sparrius, laatst gewoond hebbende te Hollum op Ameland, doch thans afwezig, mijn exploit doende door aanplakking aan het huis van de gemeente Ameland en aan de voornaamste deur van het Paleis van Justitie te Leeuwarden van een afschrift dezes, terwijl ik mede een afschrift van hetzelve, alsmede afschrift van het introducties rekwest en van de daarop gegeven beschikking van de Arr.-Rechtbank te Leeuwarden van de 16e februari 1915, houdende verlof tot het doen van deze eerste openbare dagvaarding, heb overgegeven aan de heer Officier van Justitie bij genoemde Rechtbank, die het origineel exploit met „Gezien" heeft getekend, zullende hetzelve voorts in de Nederlandsche Staatscourant en in de Nieuwe Rotterdamsche Courant worden geplaatst. Om na verloop van drie maanden en wel op donderdag de derde juni 1915, des voormlddags te 10.30 uur, te verschijnen ter terechtzitting van de Arrondissement Rechtbank te Leeuwarden, zitting houdende in het Paleis van Justitie aan het Wilhelminaplein aldaar,
ten einde: Aangezien eiseresse's echtgenoot, Hendrik Sparrius, laatst gewoond hebbende te Hollum op Ameland, met wie zij in algehele gemeenschap van goederen is gehuwd, uit welk huwelijk zijn geboren twee nog in leven zijnde minderjarige kinderen, genaamd Marten en Geert Sparrius, als kapitein op het Nederlandse fregatschip NEDERLAND, in het najaar van 1908 van Amsterdam naar Australië is vertrokken, zonder orde op zijn zaken gesteld of volmacht tot het waarnemen daarvan gegeven te hebben. Aangezien gedaagde met dit schip op 22 maart 1909 van Melbourne naar Falmouth is vertrokken en gedurende die reis, op de 23e juni 1909, in volle zee bij een storm over boord is geslagen.
Aangezien sedert die tijd geen bericht is ingekomen waaruit van gedaagde’s aanwezen of overlijden blijkt.
Aangezien er alzo sedert zijn vertrek, meer dan vijf jaren zijn verlopen en er dus termen bestaan om ten aanzien van H. Sparrius voornoemd, rechtsvermoeden van overlijden te doen uitspreken, waarbij eiseresse als echtgenote belang heeft.
Mitsdien: Aan gemelde Rechtbank, hetzij in persoon, hetzij door iemand van zijnentwege van zijn aanwezen te doen blijken, met aanzegging dat ingeval niet behoorlijk van zijn aanwezen mocht blijken, door de eiseresse zal worden geconcludeerd, dat de Rechtbank toestemming zal geven tot het doen van een tweede dergelijke dagvaarding tot hetzelfde einde; zullende bij de derde dagvaarding worden gevraagd, dat bij vonnis van de Rechtbank zal worden verklaard, dat er bestaat rechtsvermoeden van overlijden van voormelde Hendrik Sparrius sedert 23 juni 1909; kosten rechtens. De kosten dezes zijn buiten die van de procureur NLG 19,57. Gezien: De Officier van Justitie Van DOESBURG, (opm: verder niet weergegeven)
(opm: zie ook AH 200509, PGC 210509 en PGC 240509)


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 27 februari. Het Nederlandse stoomschip CALLISTO, dat hedenmiddag het kleine droogdok van de Rotterdamsche Droogdok Maatschappij alhier - na een belangrijke reparatie aan het achterschip te hebben ondergaan; een nieuwe achtersteven is aangebracht - heeft verlaten, heeft plaats gemaakt voor het Nederlandse stoomschip PARKHAVEN. Laatstgenoemd stoomschip, dat nog heden wordt drooggezet, moet een flinke bodemreparatie ondergaan. Reeds morgen, zondag, wordt aangevangen met het losmaken (verwijderen) van enige bodemplaten, om een vroeger wegens lekkage aangebrachte cementbekisting te verwijderen. (De CALLISTO zal alhier voor Noord-Amerika gaan laden.)


01 maart 1915


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De besprekingen die de Minister van Landbouw zaterdag (opm: 27 februari) met een aantal assuradeuren heeft gehouden betrof, naar de N.Ct. meldt, de oorlogszeeongevallen wet, waarvan het ontwerp enkele dagen geleden bij de Tweede Kamer is ingediend.
Bij het ontwerpen van die wet is van de veronderstelling uitgegaan dat er voldoende gelegenheid zal bestaan om tegen redelijke premies de nodige verzekeringen bij particuliere maatschappijen te sluiten. Bleek dit niet het geval te zijn dan zou de Staat als verzekeraar moeten optreden. Blijkbaar zijn deze maatschappijen vóór het ontwerp niet geraadpleegd. In die kringen meent men dat op de voet van het ingediende ontwerp deze maatschappijen zeker geen verzekeringen zullen sluiten omdat het risico veel te groot, maar vooral omdat de te verzekeren bedragen veel te hoog zullen zijn. Er is geen denken aan dat de herverzekeringen tot zo grote bedragen onder te huidige omstandigheden in het buitenland te sluiten zouden zijn.
Vooral de bepaling in het ontwerp, dat de verzekering, om als voldoende te worden beschouwd, niet minder mag bedragen dan hetgeen krachtens de Ongevallenwet van 1901 is verzekerd maakt het sluiten van oorlogs-zeeongevallen contracten voor de particuliere maatschappijen veel te bezwarend. Het risico dat dan op één schip gelopen zou kunnen worden loopt in de miljoenen en het gevarenrisico is natuurlijk betrekkelijk groot.
(opm: bekort)


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam. Het motorschip TOEKOMST is gisternacht alhier uit zee met een gebroken mast binnengekomen. Het schip heeft met zwaar weer te kampen gehad en ter hoogte van het lichtschip Maas is door het overgaan van het zeil zekere B. van D., behorende tot de bemanning, door de schoot getroffen, waardoor hij een been brak. Hij is naar het ziekenhuis alhier overgebracht. (opm: motorlogger TOEKOMST – PTVR – 131,75 BRT)


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 28 februari. Men seint ons uit Londen: Het van Rotterdam naar Philadelphia bestemde Nederlandse stoomschip LAURA is met defecte machine te St. Michaels aangekomen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. - Aan de grond lopen van de PARKHAVEN.
Heden stelde de Raad voor de Scheepvaart een onderzoek in naar het aan de grond lopen van het stoomschip PARKHAVEN op 22 oktober nabij Kaap San Antonio (Cuba). Kapitein is L. Coolen, rederij Gebr. Van Uden, beiden te Rotterdam. Kapitein Coolen deelde mee, dat de PARKHAVEN met een deklading hout op weg was van Pensacola naar Trinidad. Van Pensacola werd koers gezet naar het Kanaal van Yatagan. Diepgang was 20 voet. De kompassen waren goed. Voorts bleek uit het verhoor nog, dat hij 22 oktober het laatste bestek genomen had. Plotseling liep het schip op een koraalrif; dit gaf een tamelijke schok. Het achterschip bleef vlot. De rots liep stijl af, verderop was diep water. Het schip maakte toen nog geen water. Van 4 tot 8 uur heeft men vastgezeten. Een gedeelte van de deklading werd overboord gegooid. Het schip kwam vlot, langzaam achteruit werkende. Het schip stootte daarbij opnieuw en een voortank liep vol. Men vervolgde de reis naar Trinidad en Rosario, nadat men een certificaat van Lloyds had gekregen en een duiker herstellingen had verricht. In het dok te Rotterdam bleek de PARKHAVEN veel schade te hebben gekregen.
Ook deelde de gezagvoerder mee, dat hij niet de juiste plaats van het koraalrif had kunnen bepalen. Het vuur van Antonio had hij niet gezien. Varende had hij niet het verkleuren van het water gezien. Toen hij vlot kwam, had hij het anker laten vallen. Hij schatte toen 27 à 28 voet water. Kapitein Coolen schreef het stranden toe aan een tijdelijke koraalrif. Hij wist niet, of dit verbonden was met het strand.
De tweede stuurman A. Swart had de wacht toen het schip vastliep. De gezagvoerder had hem gewezen op een onveilige plaats, doch de genomen koers liep daarbuiten en de route was veilig. Op het verkleuren van het water moest men acht slaan. De inspecteur voor de scheepvaart vermoedde dat, het schip op een rif had gezeten, dat onbekend is. Er zijn riffen, die komen en verdwijnen. Het zou aan te bevelen zijn, als Kaap Antonio met meer ruimte werd voorbij gevaren. Later uitspraak. (opm: zie ook NRC 280215 en AH 160315)


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Stoomschip gestrand. Katwijk, 28 februari. Hedenmiddag liep tussen Noordwijk en Zandvoort, ten gevolge van een defect aan het roer, een vrachtboot op het strand, vermoedelijk een Noors vaartuig. De bemanning weigerde hulp te ontvangen, in de hoop het schip zelf vlot te krijgen. Vermoedelijk ontstond het defect doordat het roer in aanraking kwam met een mijn.
(Van andere zijde wordt ons gemeld, dat bij Noordwijk een leeg schip ten anker ligt, vermoedelijk het stoomschip OOSTDIJK, van Amsterdam naar Rotterdam bestemd, welk stoomschip niet tegen de storm scheen op te kunnen, daar het naar Rotterdam seinde om sleepboten. Red.)


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Noordwijk aan Zee, 1 maart. Het gistermorgen gestrande stoomschip OOSTDIJK is gisteravond met eigen kracht vlot gekomen. (opm: zie ook AH 010315 ochtendblad)


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Maassluis, 1 maart. De OOSTDIJK is hedenmorgen in de Nieuwe Waterweg aangekomen.


02 maart 1915


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Rotterdam, 1 maart. Het Duitse stoomschip PAWEL, verleden jaar 9 april van Duinkerken alhier aangekomen, sedert onder Nederlandse vlag gebracht en herdoopt in WOUDRICHEM, heeft zaterdag jl. na een belangrijke verbouwing een goed geslaagde proeftocht gedaan. Het stoomschip, ingericht voor de algemene vrachtvaart, zal deze of de volgende week de reis aanvaarden, vermoedelijk naar Noord Amerika.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Zaterdag jl. (opm: 27 februari) is van de werf van de Rotterdamsche Droogdok Mij. te Rotterdam met goed gevolg te water gelaten het schroefstoomschip RIJNDIJK, in aanbouw voor Solleveld, Van der Meer & T.H. van Hattum’s Stoomvaart Mij. aldaar. Dit stoomschip, lang 347, breed 48.6 en hol 25 voet 6 duim, zal een draagvermogen hebben van 6.000 ton en voorzien worden van werktuigen, sterk ongeveer 1.750 ipk, die het een vaarsnelheid van 10 knopen zullen kunnen geven. Schip en machines worden vervaardigd volgens de hoogste klasse van Lloyds.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Naamloze Vennootschappen. De Staats Courant No. 51 bevat de akte van oprichting van de naamloze vennootschap: N.V. tot Exploitatie van het Stoomschip “Eendracht”, Velzen.
Kapitaal NLG 80.000, aandelen op naam van NLG 1.000, alle geplaatst en volgestort.
Directie N.V. Ver. Kon. Papierfabrieken van de firma Van Gelder Zonen, Amsterdam.


03 maart 1915


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Oog om oog. Het antwoord op de Duitse represaillemaatregel van 18 februari is er. Engeland en Frankrijk zullen voortaan ter zee niets doorlaten wat hetzij uiteindelijk voor Duitsland bestemd is, in Duitsland geproduceerd werd, of ook maar aan een Duitser toebehoort.
De Duitse duikboten pogen de scheepvaart op Engeland en Noord-Frankrijk onmogelijk te maken door vijandelijke koopvaardijschepen de grond in te boren. De geallieerden antwoorden nu door hunnerzijds alle verkeer met Duitsland binnen het bereik van hun vloten onmogelijk te maken; de ‘Trading with the Enemy Act’ wordt feitelijk toepasselijk verklaard op alle neutralen! Dat ook deze maatregel, evenals die van 18 februari en de Britse van 2 november ernstig inbreuk maakt op het geoorloofde gebruik dat de onzijdigen van de vrije zee mogen maken is duidelijk. (opm: verder afgekort).


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Kristiania, 2 maart. De Noorse zeelui verlangen hogere, hier en daar zelfs dubbele, lonen. Het gebrek aan zeelui is zo nijpend geworden dat in de laatste dagen Zweden zijn aangemonsterd.


04 maart 1915


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De rechtbank te Rotterdam heeft de oud-scheepkapitein L.J.B, wonende te Rotterdam, veroordeeld tot 1 maand gevangenisstraf wegens vervalsing van het scheepsjournaal van het stoomschip IMPORT van de Londen-Rotterdam Stoomvaart-Maatschappij over welke bodem hij het commando voerde.
In dit journaal liet beklaagde door de eerste stuurman aantekenen, dat het schip, op reis van Londen naar Rotterdam, in de nacht van 4 op 5 december 1907 op een wrak gestoten was waardoor de romp van het schip beschadigd werd. Beklaagde kwam tegen dit vonnis in hoger beroep. Hij bekende de feiten, doch beweerde dat hij is aangezet door de directeur van de maatschappij, en zelfs met ontslag bedreigd werd als hij het niet deed.
Om geen achterdocht bij de bemanning te wekken maakte hij een plan op, waarin hij de machinist van zijn schip betrok. Deze zou namelijk op zeker ogenblik, in volle zee zijnde, plotseling de machine stopzetten en dadelijk weer aanzetten; hierdoor zou het schip een schok krijgen en zou het dus voor het scheepsvolk zijn, alsof er werkelijk een ongeval had plaatsgehad. De machinist, ook al weer beangstigd voor nadelige gevolgen indien hij weigerde, liet zich overhalen en in de bewuste nacht, gebruik makend van de afwezigheid van de donkey-man, deed hij wat hem verzocht was.
Na de schok werd het ongeval in het scheepsjournaal aangetekend en later bij aankomst te Rotterdam bij extract aan de directie van een en ander kennisgegeven. Deze wendde zich met dit extract tot de makelaarsfirma door wier bemiddeling het schip was verzekerd en ontving als vergoeding voor geleden schade een bedrag van NLG 4.000.
Na het horen van de heer W. van Dam, lid van de makelaarsfirma, die het laatste bevestigde en van de machinist, die destijds met beklaagde voer en de schok veroorzaakte, eiste de advocaat-generaal vernietiging van het vonnis van de Rotterdamse rechtbank wegens vormgebrek en veroordeling van beklaagde tot dezelfde straf als hem in prima is opgelegd.
Mr. Winkel uit Rotterdam pleitte vrijspraak (opm: onder anderen) op grond, dat zijns inziens het O.M. niet ontvankelijk is in zijn strafvervolging, daar niet gevolgd zijn de voorschriften van art. 273 e.v. van het W.v.S., n.l. door niet ter griffie te deponeren het vervalste stuk. Noch bij de instructie, noch bij de openbare behandeling is het vervalste scheepsjournaal geproduceerd. Wel heeft de Hoge Raad uitgemaakt, dat wanneer een dergelijk stuk niet meer aanwezig is, de procedure voortgang kan hebben, maar indien aanwezig moet het geproduceerd worden.
De feiten nagaande stelt pleiter in het licht dat beklaagde heeft gehandeld onder pressie en niet het minste voordeel van de zaak heeft gehad. Hij concludeert tenslotte tot niet-ontvankelijkheid van het O.M; hij meent dat wat er eigenlijk is geschied niet strafbaar is, en wat er in werkelijkheid plaats vond is niet ten laste gelegd, zodat beklaagde z.i. dus vrijuit dient te gaan. Na re- en dupliek werd de uitspraak bepaald op 10 dezer.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vervolgens stond terecht voor de rechtbank te Rotterdam de directeur van de Londen-Rotterdam Stoomvaart Maatschappij, L.G., door de Rotterdamse rechtbank veroordeeld tot 3 maanden gevangenisstraf terzake te hebben gebruik gemaakt van het vervalste scheepsjournaal om de assurantiepenningen machtig te worden. Evenals in eerste instantie ontkende beklaagde pertinent geweten te hebben dat het journaal was vervalst. Ook de aantijging dat hij kapitein B. zou hebben aangezet verwierp hij.
Toen de president, Mr. Vollgraff, hem vroeg welke reden de kapitein dan wel gehad moet hebben voor zijn valse beschuldiging, zei beklaagde, dat de kapitein hiervoor gegronde redenen kan hebben gehad. Het schip had werkelijk schade en indien dit ontdekt werd zou dit aanleiding kunnen zijn tot ontslag van de kapitein. In dezelfde maand is de kapitein gehuwd, dus kon hij best wat vrijaf gebruiken. De president wees beklaagde er toen op, dat ook een andere kapitein heeft verklaard dat hem meermalen is gezegd een ongeval te fingeren. Ook een van de commissarissen van de Maatschappij heeft verklaard wel eens tegenwoordig te zijn geweest bij gesprekken tussen beklaagde en een van de kapiteins, waarbij de laatste tot iets dergelijks werd aangezet. Volgens beklaagde is deze commissaris zijn vijand, die hem meermalen bedreigde.
De advocaat-generaal Mr. Mazel, die de getuigenverklaringen in eerste instantie afgelegd naging, meende dat het wettig en overtuigend bewijs geleverd is. Hij wees er vervolgens op dat het feit waarvan beklaagde wordt beschuldigd, een zeer ernstig misdrijf is. Beklaagde heeft een blaam geworpen op de Rotterdamse handel, die gunstig bekend staat. Bovendien heeft hij bij zijn perfide handelingen een ander mee ten ondergang gesleept.
De opgelegde straf vindt de advocaat-generaal te gering; hij eist veroordeling tot 9 maanden gevangenisstraf.
De verdediger, Mr. Coert, betoogde, dat het influenceren op kapitein B. allerminst bewezen is. Getuige B. is te veel belanghebbende dan dat zijn verklaringen geheel naar waarheid zouden zijn afgelegd. Pleiter bestrijdt dan de beschuldiging, dat beklaagde geweten zou hebben dat het journaal vervalst was. Hij concludeerde tot vrijspraak van beklaagde.
Uitspraak eveneens op 10 dezer.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Te Delfzijl ligt zeilklaar de nieuw gebouwde drie-mast motorschoener TWEE AMBT. Het vaartuig groot 596 kubieke meter netto, is gebouwd op de werf van de Gebr. Smit te Westerbroek. Het schip is voorzien van een door de firma Goedkoop te Amsterdam geleverde Kromhout middeldruk-motor van 130 epk. Het is bestemd voor Ned.-Indië en zal derwaarts vertrekken via Rotterdam en Engeland.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van de heer J.G. Wortelboer te Oude Pekela is te water gelaten een ijzeren bolschip, groot 90 ton, voor schipper J. Kuiper aldaar.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Door de directie van de N.V. Houtvaart te Rotterdam is aan de firma Jonker & Stans te Hendrik Ido Ambacht de bouw opgedragen van een vrachtboot van ca. 2.000 ton draagvermogen. Machine en ketels worden vervaardigd door de Alblasserdamsche Machinefabriek te Alblasserdam.


05 maart 1915


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Londen, 3 maart. De te Groningen thuis behorende schoener EGBERDINA is aan de kust van Mull aangehouden en te Oban binnengebracht.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Aangekochte schepen. Het door de Holland Amerika Lijn aangekochte en gisteren van Baltimore te Rotterdam aangekomen Griekse stoomschip OCEANOS, zal onder Nederlandse vlag de naam EEMDIJK voeren.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Londen, 3 maart. De te Groningen thuis behorende schoener EGBERDINA is aan de kust van Mull aangehouden en te Oban binnengebracht.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Aangekochte schepen. Het door de Holland Amerika Lijn aangekochte en gisteren van Baltimore te Rotterdam aangekomen Griekse stoomschip OCEANOS, zal onder Nederlandse vlag de naam EEMDIJK voeren.


06 maart 1915


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De Nederlandse Zeemans-Vereeniging vraagt in een adres aan de Tweede Kamer bij de vaststelling van de Oorlogs-zeeongevallen Wet te willen bepalen, dat de nabestaanden van zeelieden, die zijn overleden ten gevolge van een gebeurtenis welke een onmiddellijk gevolg is van de huidige oorlog, voor rekening van het Rijk een rente kan worden toegekend, gelijk aan de rente, die wordt vastgesteld in de Oorlogs-zeeongevallen Wet, onder aftrek van hetgeen hun reeds om reden van het ongeval door anderen is of wordt verleend.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 4 maart. Van de Greenock and Grangemouth Dockyard Company is te water gelaten het tankschip BARENDRECHT, gebouwd voor Nederlandse rekening. Het stoomschip zal in Nederland van machines worden voorzien en met een lading kolen als ballast derwaarts gesleept worden.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Verkochte schepen. Het Nederlandse stoomschip AMELAND van de Stoomvaart Maatschappij Triton te Rotterdam is verkocht en heden onder de naam GRONLAND naar Barry vertrokken.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

St. Michaels, 3 maart. De reparatie van het Nederlandse stoomschip LAURA zal ongeveer 12 dagen in beslag nemen.


07 maart 1915


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De Engelse Staatscourant maant vanwege het mijnengevaar in de Noordzee alle schepen een loods te nemen voor de vaart tussen Great Yarmouth en Het Kanaal. Het is gevaarlijk voor schepen zich te begeven in het vaargebied tussen 51º15’ en 51º40’ noorderbreedte en 1º en 3º oosterlengte.
De zuidelijke grens van het gedeelte van de Noordzee dat gevaarlijk is ten gevolge van de Duitse mijnen wordt – voor zover tot heden bekend – gevormd door de 50º54’ noorder-breedte. Ook in andere delen van de zuidelijke Noordzee is gevaar niet uitgesloten.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 6 maart. Van de werf Vredehof van de firma Wed. J.L. Ceuvel alhier is met goed gevolg te water gelaten een voor rekening van de Petroleum Handels Mij. gebouwde motortankboot genaamd FLORA. Afmetingen: 115’ x 20’ x 8’, groot ca. 200 ton. Het schip is voorzien van een 2-cilinder middeldruk Kromhoutmotor van 90 epk.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Nederlandsche Lloyd te Rotterdam. In de heden gehouden vergadering van deze stoomvaart maatschappij werd het verslag uitgebracht, waaruit bleek, dat het stoomschip OTTOLAND zijn derde vierjaarlijkse survey onderging, waarvan de kosten op de exploitatierekening zijn gebracht. Het stoomschip NIEUWLAND werd met enige vertraging in het laatst van augustus afgeleverd, doch ging reeds 3 oktober verloren door het stoten op een mijn, gelukkig zonder dat mensenlevens waren te betreuren. De winst- en verliesrekening sluit met een brutowinst van NLG 249.164. Hiervan wordt NLG 62.761 gebezigd voor afschrijving op de stoomschepen, overeenkomende met 6 pct. van de aanschaffingswaarde. Voorts wordt van de winst NLG 25.000 besteed voor het fonds van extra afschrijving en ketelvernieuwing, dat daardoor tot NLG 100.000 stijgt. Na toevoeging van NLG 11.140 aan de reserve wordt het overige besteed om een dividend van 9 pct. uit te keren, terwijl NLG 22.280 aan tantièmes wordt uitgekeerd en NLG 10.982 op nieuwe rekening komt.


08 maart 1915


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 7 maart. Volgens draadloos bericht bevond het stoomschip ROTTERDAM, van New York naar Rotterdam, zich 6 dezer ’s middags 12 uur op ongeveer 500 mijl van Scilly. Het rapporteerde zaterdagmorgen (opm: 6 maart) 8 uur 16 minuten het in brand staande stoomschip LA TOURAINE te hebben ontmoet, hetwelk de ROTTERDAM, op verzoek van de kapitein van de LA TOURAINE, tot Falmouth zou begeleiden.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Er wagen zich blijkbaar nog Duitse koopvaardijschepen buiten de Oostzee, maar, in navolging van het Engelse voorbeeld, onder onzijdige vlag. Volgens het Noorse blad Varden toch, dat te Skiën verschijnt, is daar het Duitse schip ANNE ELISE aangekomen met een lading spoorstaven, voerende tot in de Langesunds bocht de Noorse vlag. Daar werd zij verwisseld voor de Duitse. Toen de Noorse loods te Färder aan boord kwam, kreeg hij niet te horen waar het schip thuis lag. De naam was overgeschilderd. De vaart ging dicht langs de Zweedse kust.
Varden had ook gehoord van een ander Duits schip, dat, van Odda komende, zodra het zee koos de Noorse vlag hees. Dit schip had zo dicht mogelijk de Noorse kust gehouden, tot het bij Färder naar de Zweedse kust overstak.


09 maart 1915


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

(Verkort) jaarverslag over 1914 van de Stoomvaart Maatschappij “Triton”.
De terugslag in de vrachtenmarkt in de tweede helft van 1913 heeft zich ook in de eerste helft van 1914 doen gelden. Toen de havens in de Oost- en Witte Zee weer open kwamen bleek het aanbod aan scheepsruimte de vraag verre te overtreffen. Dit noopte de directie haar schepen elders te bevrachten, waarin zij vrij fortuinlijk was.
Het stoomschip AMELAND werd op timecharter afgestaan voor enkele reizen naar de Oostzee. De bevrachters waren niet gelukkig, daar juist op de dag dat het te Petrograd (opm: = St. Petersburg) beladen en gereed tot vertrek was de oorlogstoestand in Rusland intrad. Bevrachters willen dat de tijd dat het schip in Petrograd is opgehouden niet telt onder het charter; dit geschil is thans voor de rechter gebracht. Met het uitbreken van de oorlog trad stagnatie in het scheepvaartbedrijf in, waardoor speciaal schepen onder neutrale vlag werden getroffen. Later herstelde zich deze situatie, waarbij schepen onder neutrale vlag zelfs een bepaalde voorkeur genoten.
De TEXEL en TERSCHELLING werden in Norfolk opgehouden door het uitbreken van typhus onder de bemanning. Doordat de directie later de schepen tot lonende cijfers naar Rotterdam heeft kunnen bevrachten werden de ontstane extra kosten gecompenseerd.
Het stoomschip VLIELAND werd in maart aan de nieuwe eigenaars overgedragen.
Het voordelig saldo van de exploitatierekening bedraagt NLG 188.372, waarvan moet worden afgetrokken: Interest obligatielening, na aftrek van gekweekte rente NLG 2.449, onkosten NLG 2.282, blijft NLG 183.641 (v.j. NLG 237.698), waarvan de directie voorstelt NLG 91.900 te bestemmen tot afschrijving op de stoomschepen, terwijl na statutaire en verdere in overleg met commissarissen vastgestelde reserves en dotaties, een dividend kan worden uitgekeerd van 15% (v.j. 20%), waarna een dividendsaldo ad NLG 2.054 op nieuwe rekening wordt overgebracht.
De schepen zijn alle in volle exploitatie tot zeer lonende vrachtcijfers. Daarentegen staat dat de exploitatiekosten enorm zijn gestegen in verband met hogere gage, molestpremies en steeds stijgende kolenprijzen.


10 maart 1915


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Maatschappij Stoomschip Brunswijk Rotterdam. Nader vernemen wij dat over het afgelopen jaar niet 5, doch 10 procent zal worden uitgekeerd. Het dividend van de KATWIJK moest op 5% worden gehouden omdat dit schip indertijd op reis van Bilbao naar hier met ijzererts werd opgebracht. De rederij heeft daarvoor nog een claim op het Engelse prijzenhof, waarvan het proces nog niet is afgelopen, terwijl mede de vracht over de toen vervoerde 3.400 ton erts nog niet is verrekend.


11 maart 1915


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Naar De Telegraaf meldt hebben de verschillende Nederlandse reders van de Regering een aanschrijving ontvangen, dat zij een gedeelte van de tonnenmaat van hun schepen beschikbaar moeten stellen voor het verschepen van graan tegen een vastgesteld tarief. Over de uitvoering van dit regeringsbesluit wordt in rederskringen nog van gedachten gewisseld.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 10 maart. Wij vernemen dat de rederij Albert Jensen te Kopenhagen sedert enige tijd in onderhandeling is om het thans te Amsterdam liggende Nederlandse stoomschip VEERHAVEN aan te kopen. Behoudens bodeminspectie enz. zou dit stoomschip thans zijn verkocht.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Neder-Hardinxveld, 10 maart. Heden werd van de werf van de N.V. Scheepsbouwwerf “De Merwede” v/h Van Vliet & Co. alhier met goed gevolg te water gelaten een stalen stoomschip, lang 180 x 28 x 14’ van het RQD (verhoogd achterdek) type, gebouwd onder special survey van Lloyds 100 A 1.
Op dezelfde helling zal binnen enkele dagen de kiel gelegd worden voor een stalen stoomschip lang 156’-7” x 25’-0” x 11’-11” van het zelfde type en onder dezelfde klasse.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Rotterdam, 10 maart. Gisteren is het nieuwe stoomschip BARENDRECHT, gesleept wordende door de sleepboot POOLZEE, van Greenock naar hier vertrokken. Hier zullen de machines worden geplaatst.


12 maart 1915


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 12 maart. Men seint ons uit Londen dat het Nederlandse schip HOOGEZAND I 10 dezer de reis van Falmouth naar Gibraltar heeft voortgezet.
(De HOOGEZAND I, met kolen geladen, liep 9 februari op reis van Liverpool naar Gibraltar met verlies van zeilen en reddingboot met defect stuurgerei en meerdere schade te Falmouth binnen).


13 maart 1915


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Goole, 10 maart. De lichter FAITHFUL van hier met superfosfaat is hedenmorgen, geankerd liggend, in aanvaring geraakt met het Nederlandse stoomschip TELEGRAAF XVIII en dientengevolge gezonken. Drie man verdronken.


14 maart 1915


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 13 maart. Er is vanavond een officiële opgave verschenen, waaruit blijkt dat sedert het begin van de oorlog 54 Engelse koopvaarders door vijandelijke kruisers in de grond zijn geboord of genomen. Elf zijn op mijnen gelopen en gezonken en 22 door duikboten tot zinken gebracht. In het geheel zijn 88 verloren gegaan.


15 maart 1915


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 15 maart. Heden overleed tot onze diepe droefheid onze geliefde echtgenote en moeder mevrouw Joanna Cornelia Ruys-Ruys in de ouderdom van 41 jaren.
Uit aller naam W. Ruys. Bezoeken kunnen volstrekt niet worden afgewacht.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Uit het jaarverslag van de Kamer van Koophandel te Hoogezand-Sappemeer over 1914:
De scheepswerven waren, hoewel de vrachtenmarkt voor zee- en binnenvaart eind 1913 en begin 1914 terugliep, goed van werk voorzien, eensdeels door bestellingen uit 1913 en anderdeels door nieuwe orders. Door het uitbreken van de Europese oorlog werd de scheepsbouw, vooral in de gemeente Hoogezand, als ’t ware lamgeslagen. Bijna alle werven, machinefabrieken en ijzergieterijen stelden korte arbeidsdagen in, en zonden werklieden weg om daardoor het bedrijf te rekken. Een scheepsbouwer heeft zijn bedrijf geheel stopgezet. De bedrijven werden daartoe in hoofdzaak gedwongen door financiële omstandigheden. De geldelijke moeilijkheden kwamen voort uit het niet kunnen afleveren van schepen en stoomboten, de uitvoer van sleep- en vrachtboten naar oorlogvoerende landen werd niet toegestaan, terwijl het afleveren van de schepen bezwaarlijk gaat, aangezien de bestellers daarvan veelal met geld betalen van een of andere scheepshypotheekbank en deze banken haar werkzaamheden voorlopig hebben gestaakt. Tal van schepen liggen dan ook in het Winschoterdiep voor de verschillende werven vastgelegd. Door deze ongeregelde en onverwachte toestand wordt door de betrokken inrichtingen aanzienlijke schade geleden, door renteverlies, geringe omzet, verhoogde algemene onkosten, door koersverschil, hoge houtprijzen, hoge brandstofprijzen, enz. Hoewel een groot deel van het werkvolk door de mobilisatie aan het werk werd onttrokken, kon toch het werk voldoende worden voortgezet door de vrijkomende werkkrachten van werven met onvoldoende werk.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Sedert 28 januari tot 10 maart zijn benoorden Den Helder 46 mijnen in de grond geschoten en 34 op het strand vernietigd. Daaronder waren 60 van Engelse, 1 van Franse en 1 van Duitse oorsprong.
Tussen Den Helder en Hoek van Holland zijn er 17 vernietigd en 1 geborgen. Van deze waren 13 Engelse mijnen, 4 Franse en 1 Duitse.
Bezuiden Hoek van Holland zijn er 39 mijnen in de grond geschoten, 25 vernietigd, 9 geborgen en 2 bij aanspoeling ontploft. Van deze derde rubriek waren 28 Engelse mijnen, 12 Franse en 17 Duitse.
In totaal zijn er op onze kusten aangetroffen sedert het begin van de oorlog (met mederekening van het in het laatst van januari opgegeven aantal) 397 mijnen: 213 Engelse, 53 Franse, 22 Duitse, terwijl 109 van onbekende oorsprong bleven.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Nieuwe Waterweg, 15 maart. Het casco van het nieuwe stoomschip BARENDRECHT arriveerde heden alhier, gesleept door de sleepboot POOLZEE, van Glasgow naar Rotterdam tot het innemen van de machines.


16 maart 1915


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De heden alhier gehouden jaarlijkse vergadering van aandeelhouders in de Overzeesche Vrachtvaart Maatschappij te Rotterdam, heeft het dividend bepaald op 23 procent en de uitkering op de oprichtersaandelen op 3 procent. Tot commissaris is herkozen F. Smit.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

In het jaarverslag over het boekjaar 1914 zegt de directie van Van Nievelt, Goudriaan & Co’s Stoomvaart Mij. alhier, dat in weerwil van het feit dat het bedrijf door de oorlogstoestand ernstig getroffen werd, de uitkomsten beter zijn geweest dan aanvankelijk verwacht mocht worden.
Begin 1914 waren de vrachten buitengewoon laag. Langzamerhand kwam hier verbetering in, zo zeer zelfs dat bij het uitbreken van de oorlog begin augustus het overschot van de reizen, dank zij mede de vóór de totale inzinking van de vrachten gemaakte vervoersovereenkomsten, zeer bevredigend mocht heten. De vloot bestond toen uit tien schepen.
Reeds op 2 augustus ontviel de maatschappij het stoomschip ALCOR, hetwelk op reis van Rotterdam naar Kroonstad met een lading kolen door de Russische marine aangehouden en ter versperring van de toegang tot Hangö in de haveningang van deze plaats tot zinken gebracht werd, nadat de bemanning korte tijd gegeven was het schip te verlaten. De Russische regering heeft zich bereid verklaard de waarde van het schip te vergoeden. (opm: zie J.J. Hoogendijk, de Nederlandsche Koopvaardij in den Oorlogstijd). Tenzij echter ook vergoeding gegeven wordt wegens bedrijfsschade ontstaan door verlies van het schip, betekent deze gebeurtenis in haar gevolgen voor de vennootschap een enorme schade.
Een tweede grote tegenspoed was, dat het stoomschip ALKAID genoodzaakt werd in Petrograd te overwinteren. Dit schip kwam 31 juli ll. met een lading kolen van Rotterdam te Petrograd aan. Ten gevolge van de oorlogstoestand was de lading eerst 22 augustus gelost. De lading hout waarvoor het schip bevracht was mocht toen echter niet worden ingeladen omdat zij voor Duitse rekening was. Tenslotte gelukte het een lading voor Nederlandse rekening aan te nemen, waarvoor vergunning tot uitvoer door de Russische regering gegeven was. Het schip vertrok met deze lading op 15 oktober, kwam 17 oktober onder geleide van een Russisch gouvernementsvaartuig te Baltischport en zou van daaruit op eigen verantwoordelijkheid – in verband waarmee de kapitein een verklaring getekend had – de reis naar Nederland voortzetten.
Toen het schip echter wilde vertrekken kreeg het bevel naar Reval terug te stomen en werd het vandaar naar Petrograd teruggezonden, aangezien de Finse Golf door mijnen versperd heette te zijn. Trots alle pogingen heeft het schip geen vergunning kunnen bekomen de reis weer te aanvaarden, zodat het thans nog te Petrograd ligt en in het gunstigste geval eerst na heropening van de scheepvaart, die thans door ijs gesloten is, zal kunnen vertrekken. Pogingen worden gedaan om ook de schade door dit oponthoud ontstaan vergoed te krijgen.
De ALIOTH, bij het uitbreken van de oorlog te Petrograd liggende en bijna beladen, moest haar lading, die voor Duitse rekening was, lossen. Het gelukte eerst geruime tijd daarna een lading voor Nederlandse rekening machtig te worden.
De POOLSTER moest met een halve lading van Onega vertrekken, terwijl de YILDUM te Archangel haar lading, ook voor Duitse rekening, niet kon bekomen. Na ruim een maand oponthoud kon voor dit schip een lading naar Engeland worden aangenomen.
De PHECDA lag eind juli te Hull in lading naar Cronstadt (opm: Kroonstad). De verschepers stopten echter het laden toen de oorlog dreigde. Het slot was, dat de directie, na weken tevergeefs getracht te hebben met de verschepers een regeling te treffen, de lading in lichters liet lossen, teneinde de beschikking over het schip te herkrijgen. Het is zeer de vraag of naar Engels recht op de verschepers iets verhaald zal kunnen worden.
Het gedwongen oponthoud en een korte periode van opleggen van de stoomschepen MIZAR en POOLSTER, wegens de onmogelijkheid om emplooi te vinden, buiten aanmerking latende, zijn de schepen na het uitbreken van de oorlog onafgebroken in de vaart geweest, aanvankelijk in de kolenvaart van Engeland naar Nederland en in de houtvaart van de Witte Zee naar Wales, en later, zodra de behoefte aan scheepsruimte voor graan van Noord- en Zuid-Amerika naar Nederland zich openbaarde, uitsluitend in de graanvaart naar Nederland.
De uitkomsten behaald in november en december mogen buitengewoon goed genoemd worden, in die mate zelfs, dat zij geacht kunnen worden op te wegen tegen de nadelen uit de abnormale toestand geboren. Dit resultaat is slechts kunnen worden bereikt doordat de vennootschap het oorlogsrisico voor een deel zelf heeft gelopen, waartoe de vroeger gevormde reserves de mogelijkheid openden.
De directie stelt voor een dividend uit te keren van 16% (v.j. 26%). Aan het reservefonds wordt wederom NLG 50.000 toegevoegd en aan het buitengewoon reservefonds NLG 75.000 (v.j. 50.000). De reserves zullen dan, met inbegrip van de onverdeelde winst, ruim NLG 600.000 bedragen.
Het eerste van de twee in 1913 bestelde schepen van 6.000 ton had in november moeten worden opgeleverd. Door de oorlogstoestand zijn echter tal van onderdelen uit het buitenland met vertraging geleverd, ten gevolge waarvan dit schip, dat de naam BELLATRIX draagt, eerst 19 januari 1915 in dienst gesteld kon worden.
Bij de Rotterdamsche Droogdok Mij. is begin juli een derde schip van 6.000 ton draagvermogen besteld ter oplevering augustus 1915 en begin december drie schepen van 6.200 ton draagvermogen ter oplevering begin 1916, zodat thans nog vijf schepen in aanbouw zijn.
Het stoomschip ALCOR bracht 25 december het motorscheepje RENSIENA, hetwelk ten gevolge van motorschade in de Middellandse Zee hulpeloos ronddreef, in Malta binnen. Het hulploon werd door arbiters bepaald op NLG 5.500. Na aftrek van onkosten en gratificaties aan kapitein en bemanning bedraagt het voordelige saldo NLG 3.383, welke bedrag aan de bedrijfsrekening van het boekjaar 1914 ten goede kwam.
Ten aanzien van de vooruitzichten voor het nieuwe boekjaar valt volstrekt niets te zeggen. De vrachten zijn weliswaar buitengewoon hoog, maar daar tegenover staan tal van onberekenbare factoren, gevaren en mogelijkheden.
(opm: vooral de financiële paragrafen sterk bekort)


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Onder een telegram in ons avondblad van 13 maart jl., handelend over het geval van de FRYE, en waarin het geval van het Nederlandse schip MARIA als een voorganger van het geval van de FRYE werd aangehaald, hebben wij de opmerking gemaakt, dat de MARIA, die aan een Engelse firma was gecharterd, ten tijde dat het schip werd in de grond geboord geen Nederlands schip was. Deze opmerking is ons onjuist gebleken. Wij vernemen, dat de MARIA wel degelijk als een Nederland schip was te beschouwen en dat dan ook onze regering het in de grond boren van de MARIA als een Nederlands belang beschouwd heeft, deswege de zaak bij de Duitse regering aangebracht en tegen de vernieling geprotesteerd heeft, en voor de eigenaar schadevergoeding wegens die vernieling heeft gevorderd. De zaak is wellicht reeds bij de prijsrechter in behandeling of zal anders binnenkort in behandeling komen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. - Uitspraak van de Raad voor de Scheepvaart betreffende het aan de grond lopen op 22 oktober 1914 van het stoomschip PARKHAVEN.
De Raad is van oordeel, dat, afgaande op de verklaringen, de PARKHAVEN is vastgelopen op een rif, dat niet op de kaart is aangegeven en waarvan de ligging niet met zekerheid bekend is. De Raad betreurt het dat niet meerdere pogingen zijn aangewend door observaties en lodingen ook aan de landzijde die plaats te bepalen. Had men de plaats waar de PARKHAVEN is vastgelopen, met meerdere zekerheid kunnen aangeven, dan zou door onderzoek vanwege de bevoegde autoriteit, de voor de scheepvaart gevaarlijke plek kunnen worden vastgesteld en het bestaan daarvan ter algemene kennis gebracht kunnen worden.
(opm: zie ook NRC 280215 en AH 010315)


17 maart 1915


Krant:
  DS - Dagblad Scheepvaart

Rotterdam, 16 maart. Wij vernemen dat het stoomschip CORRIE, in 1914/15 op de werf van E.J. Smit & Zn. te Hoogezand gebouwd, door de makelaar Jac. Pierot Jr. naar hier is verkocht. Dit stoomschip, met een d.w. draagvermogen van 325 ton en met machines van het triple expansiesysteem van 300 ipk., werd volgens de hoogste klasse van de Germanischer Lloyd gebouwd.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De Nederlandse Overzee-Trust-Maatschappij verzoekt ons mee te delen, dat het niet zeker is dat kopra als conditionele contrabande wordt beschouwd, daar dit artikel niet met name op de nieuwe lijst der Engelse regering voorkomt. Overigens zijn de besprekingen van de N.O.T. ter zake nog niet afgelopen, en zo de pogingen van de N.O.T. met gunstig gevolg worden beloond, hetgeen verre van uitgesloten is, dan zal de kopra, die zeilende is, niet onder de nieuwe bepalingen vallen, aangenomen dat deze op kopra betrekking hebben.
Belanghebbenden moeten overigens niet te zeer rekenen op toestemming van de N.O.T. tot herconsignering aan haar; integendeel is de kans groot, dat zulks zou worden geweigerd, en in elk geval slechts toegestaan voor die kopra, welke aan fabrieken hier te lande wordt geleverd.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

IJmuiden, 17 maart. Het stoomschip BATAVIER VI, van Huelva hier aangekomen, rapporteert veertien mijnen gezien te hebben oost-noord-oost van Schouwenbank.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 17 maart. De 5 nieuwe stoomschepen nog in aanbouw voor Van Nievelt, Goudriaan & Co’s Stoomvaart Maatschappij krijgen, volgens de Scheepvaart, de namen PROCYON, THUBAN, ALCOR, ALGENIB en ALPHARD.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De Britse autoriteiten hebben de vaart van de mailboten van de Maatschappij Zeeland naar Folkestone stopgezet. De hedenmorgen vertrokken boot PRINSES JULIANA is nu reeds naar Tilbury Docks vertrokken.
De schroefboten zullen voorlopig ‘s morgens 6 uur van Vlissingen naar Tilbury vertrekken, terwijl de dienst met de raderboten gestaakt wordt.


18 maart 1915


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Gisteren is met goed gevolg van de werf van de scheepbouwmeester W. van Goor te Kampen te water gelaten een ijzeren sleepkaan, groot 420 ton, voor rekening van de heer Touwen te Meppel. De kiel werd gelegd voor een zeilaak groot 80 ton, voor rekening van de heer H. Stalknecht te Kampen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Een onderzeeër in actie. Toen de WAALSTROOM van de Hollandsche Stoomboot Maatschappij zich op vier mijl bewesten het Maas vuurschip bevond, zag de kapitein omstreeks half zes gistermiddag een schip vóór zich uit, dat overhelde. Ook hoorde hij schieten. De bemanning van dit schip, dat later de LEEUWARDEN bleek te zijn, werd in sloepen door een grote Duitse onderzeeër naar de sleepboot gesleept. De LEEUWARDEN, die voor Harlingen bestemd was en toebehoorde aan de General Steam Nav. Comp., zonk. Even later kwam deze onderzeeër, die volgens de gezagvoerder van de WAALSTROOM geen merk had, op 50 meter afstand, van de WAALSTROOM en hield dit schip aan. Men riep de gezagvoerder van de commandotoren toe, om een sloep te strijken en de papieren aan boord te brengen. De stuurman kwam met de papieren bij zich langszij de onderzeeër. Hierna moest hij nog eens de cognossementen gaan halen. De Hollanders werden door de commandant van de onderzeeër natuurlijk beleefd behandeld en nadat alle papieren ingezien waren, mocht de WAALSTROOM, die slechts een kort oponthoud had, weer doorstomen, waarop de onderzeeër verdween.
De gezagvoerder van de WAALSTROOM heeft geen nummer op de onderzeeër gezien. Volgens mededeling van de bemanning van de LEEUWARDEN, is deze boot door de „U-28" getorpedeerd, zodat men wel kan aannemen dat ook de WAALSTROOM door de „U-28" is aangehouden. De „U-28", die van een snelvuurkanon voorzien was, behoort tot het nieuwste type grote onderzeeërs, die over een grote actiesfeer beschikken.


19 maart 1915


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 19 maart. Alhier is een telegram ontvangen dat de gezagvoerder en bemanning van het door de Engelsen naar de Falkland Eilanden opgebrachte Nederlandse stoomschip JOSEPHINA ergens is geland. Waar voornoemde personen zijn geland is hoogstwaarschijnlijk door de censuur geschrapt. Hoewel om inlichtingen heeft gevraagd heeft men geen nadere informatie gekregen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlissingen, 19 maart. Het stoomschip TJISONDARI, voor rekening van de Java-China-Japan-Lijn te Amsterdam gebouwd op de werf van de Kon. Mij. De Schelde te Vlissingen, zal 29 maart vandaar naar Rotterdam vertrekken, tot het houden van de officiële proeftocht.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hoogezand, 18 maart. De firma E.J. Smit en Zoon, scheepsbouwmeesters alhier, heeft van de heer G. Doeksen te Terschelling opdracht ontvangen tot het bouwen en leveren van een stalen vrachtstoomschip van 700 ton draagvermogen. Het schip zal worden gebouwd volgens het welldeck type en volgens hoogste klasse en onder speciaal toezicht van Lloyds Register of British and Foreign Shipping. Dit schip dat het derde stoomschip is door de firma aan de heer Doeksen geleverd, zal worden voorzien van een triple-expansie stoommachine van 400 ipk en van stoomankerlier, stoomstuurmachine, stoomlieren, liercondensor en alle verdere nodige hulpwerktuigen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 19 maart. Wij vernemen dat aan de firma J. en A. van der Schuijt te Papendrecht door bemiddeling van de makelaar Jacq. Pierot Jr. de bouw is opgedragen van twee sleepboten voor Nederlands-Indië, welke zusterschepen zullen worden van de beide reeds bij genoemde firma in aanbouw zijnde sleepboten.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 18 maart. De Overzeesche Vrachtvaart Mij., directie Vermeer en Van der Arend te Rotterdam, heeft van de Scheepswerf “De Merwede” te Hardinxveld een op die werf in aanbouw zijnde stoomschip, lang 180 voet, breed 28 voet en hol 14 voet 6 duim, met een laadvermogen van ongeveer 1.100 ton, overgenomen. (opm: is de ZEERAAF)


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 19 maart. Het Nederlandse stoomschip SLIEDRECHT is in de nabijheid van South Shields vergaan. Soldaten hebben de bemanning gered.
(De SLIEDRECHT, in 1905 te Middlesbrough gebouwd, groot bruto 3.056 en netto 1.951 reg. ton, behoorde aan de Stoomvaart Mij. De Maas (Ph. van Ommeren) te Rotterdam).
(De SLIEDRECHT was van Amsterdam via Newcastle naar Buenos Aires onderweg – Red).


20 maart 1915


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 20 maart. Het Nederlandse stoomschip SLIEDRECHT, op reis van Amsterdam naar de Tyne, is nabij South Shields gestrand. Het stoomschip lekt zwaar en men verwacht dat het totaal wrak zal worden. De bemanning is gered.
Volgens door de rederij alhier ontvangen telegrammen is de SLIEDRECHT door een hevige storm op strand geslagen. Het stoomschip zit gevaarlijk.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlissingen, 19 maart. Van de werf “Zeeland” te Hansweert is te water gelaten het schip RHENANIA 22, groot 86,25 x 10,20 x 2,60 meter met een laadvermogen van ongeveer 1.600 ton, in aanbouw voor rekening van de Rheinschifffahrtsgesellschaft Rhenania te Homberg-Rotterdam, waarna onmiddellijk de kiel werd gelegd voor een schip van dezelfde grootte en voor rekening van dezelfde firma.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De kleine kruiser KARLSRUHE, waarvan ook de Engelse admiraliteit nu aanneemt dat hij in West-Indië gezonken is, was een van de allernieuwste Duitse pantserdekkruisers. Hij was op 11 november 1912 van stapel gelopen en had een snelheid van 29,3 mijl, zodat hij moeilijk te vangen was. De KARLSRUHE hoorde thuis in de Oostzee maar deed alras in de Atlantische Oceaan van zich spreken. Tot haar slachtoffers, met een gezamenlijke tonnenmaat van ongeveer 76.300 ton, behoorde naast een zestiental Engelse schepen ook het Nederlandse schip MARIA. (opm: bekort)


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Jaarverslag Nederlandsche Scheepshypotheekbank te Rotterdam (opm: sterk bekort).
De invloed van de wereldoorlog deed zich gevoelen door het onmiddellijk ophouden van de vraag naar pandbrieven in augustus en de trage aflossingen op leningen van binnenvaartuigen en van de meeste Duitse schepen.
De ongekende vrachtverhogingen in de zeevaart maakte het voor schepen onder neutrale vlag of die van de geallieerden ruimschoots mogelijk hun verplichtingen na te komen. Hierdoor en doordat de Bank op 1 augustus 1914 over ruime kasmiddelen beschikte maakten het haar gemakkelijk aan haar verplichtingen te voldoen. Mede door extra aflossingen konden op zeer voordelige voorwaarden nieuwe leningen worden gecontracteerd.
Over enige vorderingen heerst evenwel onzekerheid. Tot dusver is geen van de onderpanden prijs verklaard. Een gelukkige factor is, dat veel leningen onder verband meer dan één vaartuig betreffen, dat in veel gevallen borgtocht werd verkregen van de reder-boekhouder, en dat de debiteur in veel gevallen nog andere bezittingen heeft dan het verbonden vaartuig.
De directie meent dat in het boekjaar 1915 of later als gevolg van de oorlog enig verlies zal worden geleden, welke ten laste van de bedrijfsreserve zullen worden gebracht.
Gedurende het boekjaar werden 70 leningen afgesloten tot een bedrag van NLG 3.240.150, en aan aflossing ontvangen NLG 2.560.856. Per 31 december bedroeg het totaal van de leningen NLG 15.198.536 (v.j. NLG 14.519.242). Aan aandeelhouders kan over het bedrag van de verplichte storting een dividend van 14% (v.j. 25%) worden uitgekeerd.


21 maart 1915


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Londen, 20 maart. Het Nederlandse stoomschip TROMPENBERG, 18 maart van Cardiff naar Frey Bentos vertrokken, is naar de rede van Penzance gesleept. Reden onbekend.


22 maart 1915


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Het van Buenos Aires naar Amsterdam bestemde Nederlandse stoomschip ZEVENBERGEN van de N.V. Furness Scheepvaart en Agentuur Mij., gisteren te IJmuiden binnengekomen, bericht, dat uit een Duitse vliegmachine twee bommen naar het schip zijn geworpen, welke echter geen doel hebben getroffen.
Uit IJmuiden seint men ons nader: De ZEVENBERGEN was onder commando van kapitein F. Jaski zaterdagavond om 6 uur van de Duins vertrokken, waar het twee dagen was opgehouden. Het schip kwam met regeringsgraan uit Rosario. Hedenmorgen zagen de kapitein en de tweede stuurman H. Verhagen op enige afstand een zwarte rookkolom en een hoge waterzuil boven het schip uitvliegen. Opziende ontwaarden zij op niet bijzondere hoogte een vliegmachine, Taube-model, met het blote oog door de inmiddels geroepen eerste stuurman R. Coerkamp, aan de namenvlag die onderaan de machine wapperde, duidelijk herkend als een Duitse vliegmachine. Met de kijker zag de tweede stuurman dat de Taube ten minste met 2 vliegers bemand was. Tot grote ontzetting van de bemanning liet de Taube een bom vallen, die op ongeveer 35 tot 40 voet aan stuurboordzijde van het voorschip in het water viel en ontplofte. Kort daarop werd een tweede bom geworpen die op nog geen 7 meter van het voorschip ontplofte voor zij in het water terechtkwam.
Door de hevige schok werden drie mannen van de wacht te kooi uit hun bed gesmeten. Daarop achtervolgde de Taube enkele andere schepen, aan de witte pijpen kenbaar als Engelse stoomschepen van Leith waarop tevoren ook reeds bommen waren geworpen.
Na enige tijd keerde de Taube weer terug, doch verwijderde zich tenslotte in westelijke richting. De ZEVENBERGEN voerde 3 natievlaggen in de masten, had twee Hollandse vlaggen op de brug en had er op dek drie uitgespreid. (opm: bekort)


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 20 maart. Het stoomschip TROMPENBERG is met machineschade Falmouth binnengesleept.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Over het voorgevallene met het stoomschip BATAVIER V, kapitein Lindeman, wordt ons nog het volgende meegedeeld:
Donderdagochtend (opm: 18 maart) om half vijf is de BATAVIER V van Hoek van Holland vertrokken en werd ongeveer 6½ uur daarna gepraaid door de Duitse duikboot U-28, die seinde dat onmiddellijk gestopt moest worden. Terwijl hieraan voldaan werd en een Duitse zeeofficier en een matroos zich aan boord van de BATAVIER V begaven kwam het stoomschip ZAANSTROOM van de H.S.M. in zicht, die hetzelfde bevel kreeg als de Batavierboot. De scheepspapieren werden opgevraagd en kort daarna kregen beide schepen opdracht de duikboot te volgen naar Zeebrugge. Volgens mededeling van een paar matrozen van de duikboot had deze, wetende dat de stoomschepen moesten komen, zes uur liggen wachten in de omgeving.
Te Zeebrugge aangekomen kwam een militaire wacht van de Duitsers aan boord. De officieren en nog enkelen kregen opdracht aan boord te blijven, de overige bemanningsleden en de loods werden zaterdag vrijgelaten; zij reisden via Terneuzen en Vlissingen naar Rotterdam. Ook de passagiers werden vrijgelaten, uitgezonderd 14 of 16 Belgen die in de termen vielen om als militair te dienen. Zaterdagmiddag is een begin gemaakt met de lossing van de lading; eerst het geslachte vee en de andere voedingsmiddelen. Dan kwam het stukgoed aan de beurt. (opm: sterk bekort)


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Gravesend, 19 maart. De Nederlandse motorboot CORNELIS, naar Rotterdam bestemd, is alhier geankerd liggend, bij het zwaaien in aanvaring gekomen met de Engelse schoener DAVID MORRIS, die enige dekschade bekwam. De CORNELIS bleef ogenschijnlijk onbeschadigd.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

IJmuiden, 22 maart. De motorlogger CORNELIA CLAZINA welke uit de visserij genomen is om voor vrachtvaarder gebruikt te worden, vertrok zaterdagavond met een lading ledige vaten van IJmuiden naar Yarmouth. Ter beveiliging voor aanvallen van onderzeeërs heeft het schip evenals de grote boten de nationale kleuren op de romp geschilderd.


23 maart 1915


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Nederlandsche Overzee-Trust.
Naar de heer C.J.H. van Aalst, voorzitter van de Nederlandse Overzee-Trust, ons meedeelt, kan zij wederom een paar successen boeken. In de eerste plaats heeft zij van de Engelse regering gedaan weten te krijgen, dat de vóór 15 maart ll. in Nederland-Indië verscheepte kopra niet zal vallen onder het begrip definitieve contrabande.
En in de tweede plaats hebben de Engelse en Franse regeringen thans, dankzij haar bemoeiingen, erkend dat het grondgebied van Nederland in Europa en in de koloniën één geheel vormen. Er zal in verband hiermee een commissie worden benoemd ter beoordeling van de vraag welke goederen uitdrukkelijk voor het economisch leven in Nederlands Indië nodig zijn. Door bijzondere regeringsbesluiten in Engeland en Frankrijk zal de vrijheid worden opengelaten om in dergelijke gevallen voor Nederland en Nederlands Indië faciliteiten bij het vervoer toe te staan.
De Telegraaf verneemt uit Parijs, dat de uitzonderingsbepalingen ten gunste van Nederland betreffende de uitvoer van uit Duitsland afkomstige goederen naar Nederlands Indië definitief zijn toegestaan. Het artikel in het Franse decreet dat hierop betrekking heeft is in een algemene vorm opgesteld, maar zal uitsluitend voor Nederland van toepassing zijn. Het luidt ongeveer als volgt: Bij uitzondering op voorstel van de minister van buitenlandse zaken en in overleg met de minister van oorlog zal de minister van marine kunnen toestaan dat van bepaalde lading of zekere soort handel (oorspronkelijk uit Duitsland afkomstig) komend van en gaande naar een neutraal land wordt doorgelaten. De Engelse regering gaat met deze maatregel akkoord. Naar men de correspondent op de Quai d’Orsay meedeelde, zou zij geen bepaald decreet hieromtrent uitvaardigen, maar zich onmiddellijk met de Overzee Trust-Maatschappij verstaan.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Rotterdam, 22 maart. Het Nederlandse stoomschip AMSTEL is bij het afzetten van de loods voor de Humber in aanvaring geweest met het stoomschip VILLEMOES, ten gevolge, waarvan het enige schade beliep boven de waterlijn.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Londen, 22 maart. Volgens telegram uit New York heeft het Nederlandse stoomschip NICKERIE, van de Kon. West-Indische Maildienst aldaar door aanvaring schade bekomen aan de boeg, waar enige platen zijn ingedrukt.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Aangekochte schepen. Het stoomschip VRIJBERGEN van de N.V. Furness Scheepvaart en Agentuur Maatschappij te Rotterdam is, behoudens onderzoek, aangekocht door de Holland Amerika Lijn.


24 maart 1915


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 24 maart. Naar wij vernemen heeft het nieuwe stoomschip LARENBERG, dat heden naar New York vertrok, gisteren proef gestoomd. Het stoomschip gaat te New York voor Rotterdam laden. (opm: eerste reis)


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Naar aanleiding van het bericht dat aan boord van de naar Zeebrugge opgebrachte stoomschepen BATAVIER V en ZAANSTROOM de Nederlandse vlag werd neergehaald en de Duitse oorlogsvlag gehesen, schrijft de Vossische Zeitung, dat deze maatregel alleen betekent dat de stoomschepen voor een Duits prijzenhof gebracht zullen worden.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Newcastle on Tyne, 21 maart. Er is geen verandering in de positie van het gestrande stoomschip SLIEDRECHT gekomen. Voor men het stoomschip kan vlot brengen zal men enige rotsen moeten doen springen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Holland Amerika Lijn. Aan het verslag over het boekjaar 1914 van de directie van de Nederlandsch Amerikaansche Stoomvaart Maatschappij, Holland Amerika Lijn, ontlenen wij het volgende:
Zoals in het jaarverslag over 1913 reeds werd meegedeeld, waren de vooruitzichten van de vrachtenmarkt verre van gunstig. Het gold zowel de uit- als de thuisvrachten en aangezien ook het passagiersvervoer de eerste maanden weinig bevredigend was, waren de kansen op een voorspoedig boekjaar niet groot. Toen evenwel in de laatste dagen van juli 1914 de oorlogskansen plotseling toenamen en de oorlog onmiddellijk daarna uitbrak, kwam reeds dadelijk een ommekeer van betekenis in het passagiersbedrijf. De talrijke Amerikanen, die jaarlijks in de zomermaanden naar Europa komen, wensten nu onmiddellijk naar de Verenigde Staten terug te keren, en doordien nagenoeg al de andere continentale stoomvaartlijnen hun bedrijf staakten, was de toeloop naar Rotterdam buitengewoon groot, veel groter dan de capaciteit van onze passagiersstomers toeliet. Ten einde, zoveel enigszins in het vermogen was, mee te werken tot dat vervoer, werd met grote spoed een tijdelijke uitbreiding gegeven aan de passagiers-inrichtingen en had men de voldoening, zij het dan niet zonder grote inspanning en belangrijke kosten, een ongekend groot, aantal reizigers in betrekkelijk korte tijd over te brengen. Nadat intussen dit vervoer in het late najaar had opgehouden en van landverhuizing vrijwel geen sprake was, brak voor het passagiersbedrijf uit de aard der zaak een periode van stilte aan, die nog steeds voortduurt. Het aanbod van uitgaande lading werd bij de aanvang van de oorlog weliswaar veel minder, doch herstelde zich betrekkelijk spoedig en nam zelfs in de laatste maanden van het jaar weer belangrijk toe. Dit, gevoegd bij het buitengewoon sterk aanbod van lading naar Nederland, was oorzaak dat het eigen materieel niet meer voldoende bleek, doch aangevuld moest worden met tal van gecharterde stomers. Ofschoon deze laatste reizen, door de sterk gestegen charterprijzen, in vele gevallen minder lonend waren, enkele zelfs verlies opleverden, mocht men zich uit die overweging daarvan niet laten terughouden. Dat ook de vaart van de maatschappij in verschillende opzichten de gevolgen van de Europese oorlog ondervond, is begrijpelijk. Vooral in de aanvang werden vele van de thuis komende stoomschepen opgebracht naar een Engelse of Franse haven, om aldaar te worden onderzocht. In sommige gevallen werden passagiers of enkelen van de bemanning, die hun neutraliteit niet konden bewijzen, van boord genomen, terwijl in enige gevallen de schepen verplicht waren een gedeelte van de lading te lossen, hetgeen, natuurlijk met een zeer belangrijk tijdverlies gepaard ging. Gaandeweg evenwel, en nadat de Regering verschillende maatregelen had genomen, om de aanvoer van goederen ongestoord te kunnen doen voortgaan, werden bovenbedoelde aanhoudingen minder talrijk en van kortere duur. Het spreekt van zelf dat, bij een zo sterke vraag naar laadruimte, onder neutrale vlag, de vrachten als vanzelf moesten oplopen, hetgeen buitendien onvermijdelijk was waar het risico en daarmee de kosten van de vaart zoveel groter werden. Dat men niets onbeproefd heeft gelaten om de ladingcapaciteit zoveel mogelijk uit te breiden, moge blijken uit het feit, dat vier stoomschepen werden aangekocht, terwijl niet minder dan 49 stoomschepen werden gecharterd. Met uitzondering van één geval, bleef de vloot van rampen of betekenende averijen verschoond. Dit gold het stoomschip NOORDAM, dat ten gevolge van een verkeerde aanwijzing van bevoegde zijde, op de thuisreis in de Noordzee door een mijn werd beschadigd en een averij bekwam, waardoor het schip maanden lang uit de vaart moest blijven, een feit dubbel te betreuren in deze dagen, van grote behoefte aan scheepsruimte. Het turbine stoomschip STATENDAM ligt nog onvoltooid te Belfast. Met het oog op het feit, dat men het schip onder de tegenwoordige omstandigheden toch niet in de passagiersvaart zou kunnen opnemen, heeft men gemeend, met de afwerking geen bijzondere haast te moeten maken. In het afgelopen jaar werden door de passagiersschepen naar New York en door de vrachtschepen naar verschillende havens 123 reizen volbracht. Buitendien maakte het stoomschip ROTTERDAM twee reizen naar de Middellandse Zee. Met charterschepen werden 49 reizen gemaakt. In de gezamenlijke Canada-dienst werden 11 rondreizen volbracht. Sedert het vorig boekjaar werd het stoomschip VEENDIJK afgeleverd en verkreeg men door aankoop het stoomschip WAALDIJK, terwijl in het nieuwe boekjaar vallen de stoomschepen MAASDIJK, EEMDIJK en POELDIJK, in het begin van 1915 aangekocht. Met de Maatschappij voor Scheeps- en Werktuigbouw Fijenoord en de firma Bonn & Mees werd gecontracteerd, elk voor de bouw van een vrachtschip van ± 10.000 ton draagvermogen. Uit de winst- en verliesrekening blijkt, dat de winsten uit de exploitatie en uit anderen hoofde een bedrag vertegenwoordigen van NLG 7.253.806. Na rijpe overweging is men tot het besluit gekomen voor te stellen het dividend te bepalen op 17% (v.j. 15%), waardoor een bedrag van NLG 1.000.000 aan de extra-reserve kan worden toegevoegd. Het heeft, zegt de directie, onze aandacht getrokken, dat bij de behandeling van een voorstel tot verhoging van het havengeld te Rotterdam, ook onze Maatschappij ter sprake is gekomen, en dat van zekere zijde verband is gebracht tussen het te betalen havengeld en het door onze Maatschappij uit te keren dividend. Daargelaten, dat een dergelijke beschouwing alle logische grond mist, wensen wij te constateren dat onzerzijds geen bezwaar is gemaakt, tegen bedoelde verhoging, omdat deze kennelijk een tijdelijk karakter draagt. Doch wèl sluiten wij ons aan bij hetgeen is opgemerkt ten aanzien van de belangen van vaste lijnen. Wil Rotterdam zijn goede naam behouden, dan is het niet alleen gewenst het bezoeken van onze haven aantrekkelijk te maken voor de „komende en gaande man", doch brengt ook zijn belang mee aan ondernemingen als de onze, het uitvoeren van nieuwe gezichtspunten en plannen mogelijk te maken door rekening te houden met de daaraan gepaarde enorme uitgaven, die tenslotte toch weer voor een groot deel aan de gemeente ten goede komen. Hoewel de toestand van de Waterweg van Rotterdam naar zee gedurende het afgelopen jaar voor onze stoomschepen in het algemeen geen aanleiding heeft gegeven tot oponthoud van betekenis, toch blijft de voortzetting van de plannen tot verdere uitdieping van het grootste belang en sluiten wij ons daarom volkomen aan bij het adres van onze Kamer van Koophandel, dezer dagen aan het gemeentebestuur gericht, waarin met zoveel juistheid en klem gewezen wordt op de grote belangen die daarbij op het spel staan. Meer dan ooit moet het oog gericht blijven op de toekomst, die ons gereed moet vinden voor de - na het sluiten van de vrede - intredende verlevendiging van het verkeer over onze haven, ten aanzien waarvan wel geen redelijke twijfel kan bestaan. Minder dan ooit mogen wij ons verdiepen in de toekomst, nog minder ons aan voorspellingen wagen. Even als nagenoeg alle bedrijven, hangt dat van de scheepvaart in de allereerste plaats samen met de loop van de betreurenswaardige oorlog, die gans Europa, thans beheerst. Wij kunnen alleen de oprechte hoop uitspreken, dat Nederland daarbuiten moge blijven en dat de omstandigheden zullen toelaten ons bedrijf zo goed mogelijk voort te zetten. Daarbij zijn niet enkel de belangen van onze Maatschappij, maar ook in hoge mate die van ons vaderland betrokken. Dat in deze moeilijke tijden van ons personeel, zowel aan boord als aan de wal, zéér veel moet worden gevergd, behoeft wel niet gezegd. Met waardering mogen wij verklaren, dat van die zijde de meest mogelijke medewerking en toewijding heeft plaats gevonden en nog steeds wordt betoond. Op de balans per 31 december 1914 komen voor onder het actief:
Materieel NLG 17.030.410; vaste goederen en etablissementen NLG 200.003; geldmiddelen NLG 5.256.983, vooruit betaalde jaarpremies NLG 320.851, uitrusting lopende reizen NLG 353.329 en diverse debiteuren NLG 3.295.989; en onder het passief:
Kapitaal NLG 12.000.000, ketel- en reparatiefonds NLG 1.200.000, assurantiefonds NLG 2.272.090, fonds voor periodieke survey NLG 600.000, fonds ten behoeve van het personeel NLG 610.850, extra reserve NLG 3.000.000, contante waarde voor blijvende rente Ongevallenwet NLG 215.009, diverse, crediteuren NLG 4.434.491, dividend 1914 en belasting NLG 2.121.600 en winst- en verliesrekening NLG 3.520.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Gisteren liep met goed gevolg van de werf van de firma de Wed. D. van Suilekom te Raamsdonkveer te water de aldaar voor rekening van de heer Iz. Groenewegen te Dordrecht in aanbouw zijnde zeesleepboot GEERTRUIDA No. 9. Deze onder speciaal toezicht hoogste klasse Bureau Veritas, Nederlandse Scheepvaart Inspectie en Duitse Stoomwet gebouwde boot ontvangt machines van 300 ipk., welke met de ketel door de N.V. Machinefabriek te Geertruidenberg worden gebouwd.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Londen, 2 maart. Het Nederlandse stoomschip ROTTI is heden uitgaande in aanvaring geraakt met het Engelse stoomschip ESTRELLANO, dat daarbij schade bekwam, de ROTTI bleef ogenschijnlijk onbeschadigd. (opm: zie ook RN 260715)


25 maart 1915


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. Heden stelde de Raad voor de Scheepvaart een onderzoek in betreffende het breken van de schroefas en de schroefaskoker op 4 februari jl. tijdens de reis van Rotterdam naar Baltimore van het stoomschip WESTERDIJK, kapt. S.J. de Jong, rederij Holland Amerika Lijn, beiden te Rotterdam. In deze zaak werd het eerst als getuige gehoord de eerste machinist J.G.J.H. Bolsius, die, toen een schok werd waargenomen, terstond werd gewaarschuwd door de tweede machinist, die op dat moment de wacht had. Getuige had toen terstond de machine langzaam laten werken. Hij ontdekte in de tunnel, dat de voering van de schroefas los zat en de schroefaskoker gebroken was. De voering bleek naar voren geschoven en op verscheiden plaatsen gescheurd. Men waarschuwde de kapitein en stelde hem van het ongeval in kennis. Langzaam werd opgestoomd naar Deal, maar wijl in deze Engelse kustplaats alle dokken bezet waren, werd besloten met halve kracht naar Rotterdam terug te stomen; daar is de WESTERDIJK gedokt en het bleek, dat de schroef een weinig was beschadigd. Getuige is van oordeel, dat de schok werd veroorzaakt door het stoten van het schip op een wrak. Echter heeft men dit wrak niet gezien. Als tweede getuige werd gehoord de expert C. van der Mark, die de WESTERDIJK had onderzocht, nadat deze naar Rotterdam was gebracht. Het onderzoek in deze zaak werd thans gesloten.
Uitspraak volgt later.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Op een Nederlandse mailboot geschoten. Onze correspondent te Vlissingen zegt uit betrouwbare bron vernomen te hebben dat dinsdagmorgen (opm: 23 maart), 9 mijl noordwest van Westkapelle, driemaal is geschoten op de naar Engeland vertrekkende mailboot MECKLENBURG. Dit geschiedde door een bewapende stoomtrawler, welke geen vlag of onderscheidingsteken voerde en van Zeebrugge afkomstig was. De mailboot heeft door zijn grotere snelheid de trawler kunnen ontlopen.


26 maart 1915


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam. Gisteren is door de N.V. Werf v/h Rijkée & Co. alhier met goed gevolg te water gelaten het stalen schroefstoomschip GAASTERLAND in aanbouw voor de Scheepvaart- en Steenkolen Mij. alhier. Dit schip, waarvan de afmetingen zijn 225’ x 33’ x 15’, wordt door de Maatschappij Fijenoord voorzien van een machine-installatie van 800 ipk, waarmee een snelheid van 10½ mijl per uur zal verkregen worden. Schip en machine worden opgenomen in Lloyd’s hoogste klasse.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Oorlogs-zeeongevallen-wet. Aan de memorie van antwoord betreffende het wetsontwerp tot vaststelling van bepalingen inzake verzekering van schepelingen en hun nagelaten betrekkingen tegen geldelijke gevolgen van ongevallen, hun op zee overkomen ten gevolge van of in verband met een gebeurtenis, welke een onmiddellijk gevolg is van de huidige oorlog, is het volgende ontleend.
De regering acht het een gelukkige omstandigheid dat de ontworpen regeling geacht kan worden te strekken ten voordele van alle daarbij betrokken partijen en ziet er een voorteken in, dat de regeling spoedig de goedkeuring der Staten-Generaal zal kunnen verkrijgen.
Volgens dit wetsontwerp wordt de Minister van Landbouw, Nijverheid en Handel bevoegd voor de Nederlandse Staat als verzekeraar verzekeringsovereenkomsten aan te gaan op gelijke wijze als in het ontwerp Oorlogsmolestverzekeringswet 1915. (opm: sterk bekort)


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

In haar jaarverslag over 1914 van de Eerste Nederlandsche Scheepsverband Maatschappij te Dordrecht schrijft de directie ondermeer: Mochten we in de eerste helft van het afgelopen jaar ons verheugen in geleidelijke uitbreiding van ons bedrijf, door de in augustus ontbrande wereldoorlog werd het stop gezet en ontstonden voor onze onderpanden gevaren. In het afgelopen boekjaar werden 71 leningen verstrekt tot een bedrag van NLG 4.435.431. De lening met de Duitse firma, in 1913 gesloten onder verband van twee zeeboten, waarvan er één in Rusland in beslag is genomen, is nog niet afgewikkeld. Hoewel de rechtsgeleerde raadsman niet twijfelt aan de goede afloop is toch gebleken dat een executie in Rusland enkele maanden kan worden opgehouden. Het tweede schip van diezelfde lening is op 9 april te Rotterdam binnengekomen en toen door de maatschappij in bezit genomen. Met de reder werd kort daarop overeengekomen het schip uit de hand te verkopen.
Van de onderpanden zijn in handen van de vijand van het land waartoe de eigenaar van het schip behoort 1 Engels schip en 5 Duitse schepen. De in de vaart zijnde zeeschepen zijn alle tegen molest verzekerd. Twee van de onderpanden, waarvan 1 Hollands en 1 Noors schip, zijn op mijnen gelopen en gezonken. De beide op deze schepen rustende verbanden zijn kort na het gebeurde afgelost. Het voorstel van de commissarissen is 12% (v.j. 25%) dividend uit te keren. (opm: sterk bekort)


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 25 maart, particulier. Naar ik hoor is de MEDEA, van de K.N.S.M. te Amsterdam, bij het eiland Wight door de Duitse duikboot U-28 aangehouden. De MEDEA was van Spanje naar Amsterdam onderweg met een lading fruit. De naam was in grote letters op het schip geschilderd en de MEDEA voerde de Nederlandse vlag. Niettegenstaande dat, heeft de Duitse gezagvoerder, na de scheepspapieren te hebben onderzocht, de kapitein en bemanning gelast binnen vijf minuten in de boten te gaan. Toen dit bevel was uitgevoerd heeft de U-28 de MEDEA met kanonschoten in de grond geboord. De bemanning is door een Engelse kruiser opgepikt en te Dover aan land gebracht.
(Een Lloyds telegram uit Londen bevestigt het bovenstaande bericht. De MEDEA is 15 mijlen ten zuiden van Beachy Head gezonken. Het schip was volgens Lloyds niet van Valencia naar Amsterdam, doch van Saloniki naar Londen onderweg. De MEDEA, in 1913 gebouwd, mat 1.235 ton bruto, 714 netto. Red.)


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De directie van de Hollandsche Stoomboot Mij. heeft van de heer Visser, gezagvoerder van de ZAANSTROOM, een telegram van de volgende inhoud ontvangen: ‘Verbeurdverklaring misverstand. Voorlopig opgebracht. Wacht beslissing van prijsgerecht. Heb geprotesteerd bij consul te Brugge’.
In verband met de mededeling van de Hamburger Nachrichten, dat de ZAANSTROOM zou zijn aangehouden wijl zich Belgen aan boord bevonden die uit interneringskampen zouden zijn gevlucht, vernemen wij, dat elf Belgen met de ZAANSTROOM werden vervoerd. Deze werden te Amsterdam en IJmuiden door de politie gecontroleerd. Geen bezwaren werden tegen het vervoer van de Belgen ingebracht, zodat de H.S.M. de berichten van de Hamburger Nachrichten hoogst onwaarschijnlijk, ja geheel onaannemelijk acht.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Een Nederlands schip beschoten? Naar aanleiding van het, ook in ons blad voorkomend bericht, dat een stoomtrawler op de MECKLENBURG van de Mij. Zeeland geschoten had, heeft de N.R.C. bij de directie van de Maatschappij Zeeland geïnformeerd, die meedeelde, dat het bericht in deze vorm niet juist is. Vanwaar de trawler kwam, is onbekend. Die trawler heeft geschoten, maar daar zich in de onmiddellijke nabijheid van de MECKLENBURG een hydroplaan bevond, eveneens van onbekende nationaliteit, is het veel waarschijnlijker, dat de schoten gericht waren tegen dat vliegtuig en niet tegen de mailboot, die in de nabijheid was. Met zekerheid kan, wegens de grote afstand waarop de schoten werden afgevuurd, niet worden gezegd wat het doel was.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

De ZAANSTROOM. Men meldt ons: In verband met de mededeling van de „Hamburger Nachrichten", (ons gisteren door Wolff geseind), dat de ZAANSTROOM zou zijn aangehouden, wijl zich Belgen aan boord bevonden, die uit interneringskampen zouden zijn gevlucht, vernemen wij, dat elf Belgen met de ZAANSTROOM werden vervoerd. Deze werden te Amsterdam door de politie en te IJmuiden door de politiecommandant gecontroleerd. Geen bezwaren werden daarbij tegen het vervoer van de bewuste Belgen ingebracht, zodat de directie van de Hollandsche Stoomboot Maatschappij waaraan, naar men weet, de ZAANSTROOM behoort, de mededeling van de „Hamburger Nachrichten" hoogst onwaarschijnlijk, ja geheel onaannemelijk acht. Van een „groot aantal" Belgen, waarvan het Duitse blad sprak, kan daarom alleen reeds geen sprake zijn, omdat vrachtschepen als de ZAANSTROOM in vredestijd slechts 12 en thans niet meer dan 20 passagiers mogen vervoeren.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van de firma Gebr. E. & J. Coops te Hoogezand is op 25 maart te water gelaten het staal-ijzeren aakschip REIDERLAND, groot 75 ton, voor rekening van schipper P. Boekholt te Nieuwe Schans. De kiel wordt gelegd voor een stoomboot van plm. 135 ton, gebouwd onder Germanischer Lloyd en Scheepsinspectie voor rekening van kapt. A. Hijlkema te Groningen. Machine en ketel worden geleverd door de firma Botje en Ensing te Groningen.


27 maart 1915


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 25 maart. Heden had een goed geslaagde proeftocht plaats van het schroefstoomschip RIJNDIJK, door de Rotterdamsche Droogdok Mij. gebouwd voor rekening van Solleveld v.d. Meer & T.H. van Hattum’s Stoomvaart Mij. te Rotterdam. Het schip heeft een laadvermogen van 6.000 ton en een machinevermogen van 1.500 ipk., waarmee een beladen snelheid van 10 mijl bereikt kan worden. De kiel van dit schip werd gelegd op 8 oktober 1914, zodat de bouw geheel voltooid is geworden binnen 5½ maand na de kiellegging.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

South Shields, 23 maart. De positie van het gestrande stoomschip SLIEDRECHT is onveranderd.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Gistermiddag heeft de directie van de Koninklijke Nederlandsche Stoomboot Mij. een telegram ontvangen van kapt. A.F. van Balkom van de MEDEA, waarin deze mededeling doet van het doen zinken van zijn schip. Hij bevestigde dat de opvarenden slechts vijf minuten tijd gelaten is om van boord te gaan en deelt mee dat de gehele bemanning gered en te Dover geland is.
Naar men ons uit Dover seint heeft de kapitein van de MEDEA meegedeeld, dat, toen hij de duikboot die het schip in de grond heeft geboord waarnam, ze aan de oppervlakte voer. Ze voerde een vlag, maar de afstand was te groot om te onderscheiden of het een witte seinvlag of een Duitse vlag was; later zagen de opvarenden dat het een Duitse was. Zij hebben slechts één duikboot gezien, doch toen zij door de duikboot gesleept werden gaf deze met een vlag seinen, waaruit op te maken viel dat nog een andere duikboot in de buurt was.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De Holland Gulf Stoomvaart Maatschappij (directie de firma Jos. de Poorter te Rotterdam) had een eis tot GBP 30.000 schadevergoeding ingesteld tegen Watson, Munro & Co. te Londen, voor wie het stoomschip MARIA, toen het door de KARLSRUHE in de grond werd geboord, in charter voer.
Eiseres voerde aan dat gedaagde de voorwaarde in de overeenkomst, om het schip tegen oorlogsrisico te verzekeren, niet was nagekomen. De rechter heeft de eis toegewezen en de schadevergoeding bepaald op GBP 24.000.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De Belgische legatie in Den Haag deelt ons mee, dat het aantal Belgische passagiers van de ZAANSTROOM en de BATAVIER V slechts 16 bedroeg, van wie 5 mannen ouder dan 50 jaren en vrouwen en kinderen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De Minister van Buitenlandse Zaken maakt bekend dat blijkens ontvangen bericht van de Franse regering belanghebbenden van prijs verklaarde goederen ex. stoomschip NIEUW AMSTERDAM binnen een termijn van 3 maanden na 6 maart ll. van het vonnis van het Prijzenhof te Parijs, op 19 februari ll. gewezen, in hoger beroep kunnen komen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

De BATAVIER V. De correspondent A.F. Beach, van de New York American, was met een fotograaf van dat blad aan boord van de BATAVIER V, toen dit schip verleden week door een Duitse duikboot werd aangehouden. Hij schrijft in de Daily Mail, dat de duikboot de „U-36", met een 20-knoops vaart, dwars achter de BATAVIER V voorbij voer. Vervolgens legde ze aan de achterplecht aan. Een luitenant kwam aan boord. Beleefd deelde hij de gezagvoerder mee, volgens Beach, dat zijn schip goede prijs was en nu een andere gezagvoerder had. Hij beklom de brug en seinde met twee vlaggen naar de duikboot. De fotograaf liet intussen zijn kinema werken op de duikboot, die om de BATAVIER V heenvoer. Geleid door de duikboot voer de BATAVIER V in allerlei kronkelingen door het mijnenveld heen, dat Zeebrugge beschermt. Een stoombootje kwam langszij en de officier van de duikboot riep in het Duits van de brug aan zijn meerdere, die aan boord van het stoombootje was: „Een mooie buit, kapitein: varkensvlees, kaas, boter, bier, zuurkool, eieren, Belgen en Fransen". - „En twee Amerikanen!" voegde Beach, die onder de brug stond, erbij. „Ja", zei de luitenant, „en u heeft de hele vertoning gekiekt". De kapitein van de duikboot heette Fischer.
De Daily Mail geeft een foto van de duikboot, die zeer groot lijkt en twee masten heeft, die gestreken worden, als de boot onderduikt. De Daily Mail schat, dat de boot nagenoeg 1.000 ton meet.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Nederlands koopvaardijschip uit Engelse haven gezonden. Men meldt ons d.d. 20 maart uit IJmuiden: De motorlogger CORNELIA CLAZINA uit Katwijk, welke geheel volgens de Nederlandse wet was ingericht als koopvaardijschip, vertrok zaterdag jl. van IJmuiden naar Yarmouth met een lading ledige vaten, om deze aldaar te ontschepen. Niettegenstaande dit geen contrabande is, moest het schip zonder gehele lossing van die vaten weer naar zee vertrekken, daar het schip anders gevaar zou hebben belopen in beslag genomen te worden. Eerst kreeg de gezagvoerder toestemming te mogen lossen, doch er was een deel van de lading uit het schip of er kwamen tegenorders van de Admirality te Londen, dat met de lossing moest gestaakt worden en het vaartuig onmiddellijk naar zee moest gaan. Zonder de bemanning tijd te geven het schip zeeklaar te maken en zonder loods, werd het vaartuig buiten de haven gesleept. Niets mocht baten het vaartuig te Yarmouth te doen blijven; ook de Hollandse consul kon niets aan de zaak doen. De CORNELIA CLAZINA moest weg, en was volgens de autoriteiten te Yarmouth een verdacht schip. De inrichting was als visserijschip volgens hun beweringen, doch zij vergaten dat het geheel uitgerust was als koopvaardijschip en alle scheepspapieren strikt in orde waren. Ook dit gaf niets, daar deze, volgens hen, wel nagemaakt konden zijn. Het slot was echter dat zij de zaak niet vertrouwden en weigerden het schip langer te Yarmouth te laten liggen. Tot het vertrek toe bleef het vaartuig onder militaire bewaking. Met de rest van de lading is het gistermorgen te IJmuiden weer binnengekomen, na een tevergeefse reis gemaakt te hebben. Nog vertelde de gezagvoerder ons, dat hij wegens gemis aan een loods, welke hij niet kon krijgen te Yarmouth, om niet in de branding terecht te komen, door het mijnenveld is gevaren en gelukkig er goed doorgekomen was. Erg tevreden over de behandeling aan de zijde van de Engelsen was de bemanning niet.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Men meldt ons uit Den Haag. Naar aanleiding van het feit, dat op 21 dezer door een vliegtuig, voerende de Duitse oorlogsvlag, twee bommen zijn geworpen, die op korte afstand van het Nederlandse stoomschip ZEVENBERGEN zijn neergekomen, heeft de Nederlandse gezant te Berlijn aan de Duitse regering de bedenkingen van onze Regering kenbaar gemaakt tegen het aldus in gevaar brengen van een Nederlands schip en zijn opvarenden en verzocht een onderzoek ter zake te doen instellen.


28 maart 1915


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Gisteren is van de scheepstimmerwerf van Gebr. Meyer te Zaltbommel te water gelaten de zee vrachtstoomboot JONAS REIN, gebouwd onder speciaal toezicht, voor de hoogste klasse van de Norske Veritas, voor Noorse rekening. Het schip meet 1.200 ton, heeft een dubbele bodem, stalen masten en laadbomen en verder de nieuwste inrichting voor laden en lossen.


29 maart 1915


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Naar de Nederlandse gezant te Stockholm in Handelsberichten meedeelt hebben gedelegeerden van drie Scandinavische rijken van gedachten gewisseld over de oorzaken van de verhoogde vrachtprijzen en de maatregelen welke daarin verbetering zouden moeten brengen. Bij haar uiteengaan rapporteert de conferentie dat het doel, het verlaging van de vrachtprijzen, als totaal mislukt moet worden beschouwd. (opm: sterk bekort)


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hoogezand, 27 maart. Heden is van de scheepswerf van de firma Wortelboer & Co. te Westerbroek met goed gevolg te water gelaten de stalen sleepkaan BERTHA, groot 1.000 ton, voor rekening van de heren Schulte en Bruns te Emden. De kielen worden gelegd voor 2 motorsleepkanen, groot plm. 450 ton, voor een Frankfurter rederij.


30 maart 1915


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De Raad voor de Scheepvaart deed gisteren uitspraak inzake het vermoedelijk met man en muis vergaan van het kofschip POOLSTER uit Groningen.
Waar vaststaat, dat de POOLSTER op 23 september 1914 van Grangemouth is vertrokken, dat hij zijn bestemmingsplaats niet heeft bereikt, dat op 23 februari 1915 door de belanghebbenden te Gotenburg generlei bericht omtrent dit vaartuig was ontvangen en ook de rederij sedert 23 september 1914 niets meer heeft vernomen omtrent het lot van schip en opvarenden, meent de Raad te mogen concluderen dat de POOLSTER op de reis van Grangemouth naar Gotenburg met man en muis is vergaan.
De oorzaak van deze scheepsramp is dus niet met zekerheid vast te stellen. Daar echter niet van buitengewoon slecht weer omstreeks 23 september 1914 is gebleken, is het niet onwaarschijnlijk, dat de POOLSTER op een zich in het vaarwater bevindende mijn is gelopen en dientengevolge gezonken.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Reuter seint ons: De Britse admiraliteit meldt, dat het Nederlandse stoomschip AMSTEL, van de firma Van Es & Co. te Rotterdam, dat op weg was van Rotterdam naar Goole, maandagmorgen (opm: 29 maart) om 4 uur door een mijn in het Duitse mijnenveld bij Flamborough is vernield. De bemanning is aan de Humber aan wal gebracht. (De AMSTEL, in 1906 in Flensburg gebouwd, was groot 853 ton bruto en 495 ton netto.)


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Het Nederlandse stoomschip AMSTEL dat bij Flamborough Head door een mijn is vernield was zaterdagnacht van hier vertrokken en zondagmorgen in zee. Het stoomschip was geladen met stukgoed en is door de firma Hudig en Pieters alhier gecharterd voor de dienst Rotterdam - Goole.
De bemanning bestaat, behalve uit kapitein M. Gnodde, uit de volgende personen:
H. Hesseling, 1e stuurman; J. de Jong, 2e stuurman, D. Bras; 1e machinist, C.P. Huis; 2e machinist, L. Gerla; kok, N. Tielen; bediende, P. Schmidt; timmerman, H. Beth; H. Esbach, J.H. Goos, G. van Poppel, matrozen; F.W. Germing, donkeyman; P.C. Muller, olieman; F. Padmore, B. Bakhove en L. van den Haspel, stokers. De AMSTEL had gisteren te Goole moeten aankomen.
De firma P.A. van Es & Co. alhier heeft hedennamiddag van de kapitein van het stoomschip AMSTEL telegrafisch bericht ontvangen van het vernielen van het schip door een mijn bij Flamborough. De bemanning is gered.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 30 maart. Naar wij vernemen is het Nederlandse stoomschip ELVE, behoudens bodemonderzoek, aan Meyer & Co’s Scheepvaart Mij. te Amsterdam verkocht.
Het Nederlandse stoomschip ELVE van de Firma P.A. van Es & Co. alhier, groot bruto 920 en netto 473 register ton, werd in 1904 op de Bremer Vulkan te Vegesack gebouwd. De hoofdafmetingen van dit schip zijn lang 212, breed 31,5 en hol 14 voet 5 duim. De triple expansie machine, sterk 107 nhp., heeft cilinders van 1615/16, 263/4 en 449/16 duim diameter. De slag is 29½ duim. Het stoomschip zal, naar wij verder vernemen, dezelfde diensten gaan doen als het onlangs door Meyer & Co’s Scheepvaart Mij. aangekochte stoomschip VECHTSTROOM.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. De Raad voor de Scheepvaart deed uitspraak in de volgende zaak: Aanvaring in de Nieuwe Waterweg op 25 december 1914 tussen het stoomschip SOMMELSDIJK en het Engelse stoomschip WARRI.
De Raad is van oordeel, dat de aanvaring tussen de stoomschepen WARRI en SOMMELSDIJK is veroorzaakt, doordat de WARRI door het door de sterke stroom veroorzaakte wantij om de SOMMELSDIJK, uit het roer is gelopen en daardoor dit aan de grond zittend vaartuig heeft geraakt. De WARRI, andere schepen – waaronder een dat groter was dan zij – de SOMMELSDIJK veilig aan de noordkant ziende passeren, was volkomen gerechtigd diezelfde koers te nemen en men heeft aan boord van dat vaartuig bij het uitvoeren van de manoeuvres geen fouten gemaakt. Hoewel achteraf gebleken is, dat het voorzichtiger geweest zou zijn, zo de WARRI boven de SOMMELSDIJK ware ten anker gekomen en gewacht had tot dit vaartuig vlot was, kan het nalaten van die manoeuvre haar niet worden verweten, nu het vaarwater – blijkens de reeds voorbij gevaren schepen - niet was versperd, er geen verbod om aan de grond zittende schepen te passeren bestaat en de tijd gedurende welke de SOMMELSDIJK daar nog in deze positie zou blijven zitten, niet te schatten was.
Hoewel de Raad het begrijpelijk acht, dat de SOMMELSDIJK met het opkomende water elk ogenblik wilde gebruiken om vlot te komen, zou het toch voorzichtiger geweest zijn, wanneer men de machines had gestopt, toen de WARRI in de nabijheid kwam, om deze gelegenheid te geven in kalm water te passeren. (opm: zie ook NRC 240215)


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

De Raad voor de Scheepvaart deed uitspraak in de volgende zaak: Het vermoedelijk met man en muis vergaan van het kofschip POOLSTER uit Groningen.
Waar vaststaat, dat de POOLSTER op 23 september 1914 van Grangemouth is vertrokken, dat hij zijn bestemmingsplaats niet heeft bereikt, dat op 23 febr. 1915 door de belanghebbenden te Gotenburg generlei bericht omtrent dit vaartuig was ontvangen en ook de rederij sedert 23 september 1914 niets meer heeft vernomen omtrent het lot van schip en opvarenden, meent de Raad te mogen concluderen, dat de POOLSTER op de reis van Grangemouth naar Gotenburg met man en muis is vergaan.
De oorzaak van deze scheepsramp is dus niet met zekerheid vast te stellen. Waar echter niet van buitengewoon slecht weer omstreeks 23 september 1914 is gebleken, is het niet onwaarschijnlijk, dat de POOLSTER op een zich in het vaarwater bevindende mijn is gelopen en dientengevolge is gezonken.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Naamloze Vennootschappen. De Staats Courant No. 75 bevat de akte van oprichting van de naamloze vennootschap: Vrachtvaart Mij. Edam, Amsterdam.
Kapitaal NLG 400.000, aandelen op naam van NLG 1.000, alle geplaatst en volgestort, waarvan 396 door de N.V. Houthandel v/h William Pont, Zaandam.
Directie: Vereenigd Cargadoors Kantoor van B.J. van Hengel en de Wed. Jan Salm en Meijer. Commissarissen: W. Pont Jr., Hilversum; M. Boot, Overveen; O.J. Faber, Hilversum en J.J. v. Bommel, Zaandam.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Koninklijke West-Indische Maildienst. Aan het verslag over het boekjaar 1914 ontlenen wij het volgende:
De eerste maanden van het afgelopen jaar hadden, wat de exploitatie van de hoofdlijn en van de Colon-lijn betreft, een bevredigend verloop; het vervoer van goederen nam gestadig toe en ook het passagiersvervoer op eerstgenoemde lijn was lonend. Teleurstellend daarentegen waren de resultaten, verkregen met de 14-daagse passagiers- en vrachtlijn tussen New York en Paramaribo; het bleek dat deze lijn geen levensvatbaarheid heeft en besloten werd deze dienst per 1 augustus 1915 te staken en het kantoor te New York op te heffen. Met de Trinidad Shipping & Trading Cy., welke maatschappij een geregelde dienst tussen New York en Trinidad onderhoudt, sloten wij een overeenkomst, waardoor aan Paramaribo het behoud van een directe en vlugge verbinding met New York verzekerd bleef.
De Europese oorlog heeft het bedrijf een gevoelige slag toegebracht. Het aanbod van goederen verminderde plotseling zeer sterk en men was genoodzaakt de dienst Amsterdam-Colon te staken. Hoewel op de hoofdlijn het goederenvervoer eveneens op onrustbarende wijze verminderde en in West-Indië zelfs geen lading voor Europa te bekomen was, achtte het bestuur het een plicht het verkeer ter zee tussen Nederland en de West-Indische koloniën zo lang mogelijk in stand te houden, waarin het tot nu toe geslaagd is, al is het door het oponthoud dat de schepen ten gevolge van de omstandigheden ondervonden, niet mogelijk geweest ook de vertrekdata steeds stipt te houden.
Aan het einde van het jaar nam het ladingaanbod toe en kon men de dienst Amsterdam - Colon heropenen. Reeds eerder ontwikkelde zich op het traject New York - Haïti een levendig goederen- en passagiersvervoer; aangezien de schepen van de Atlaslijn, die onder Duitse vlag varen, de dienst New York - Haïti gestaakt hadden, geschiedde dit vervoer uitsluitend met de schepen van de Maatschappij. De stoomschepen in de hoofdlijn varende, volbrachten in dit boekjaar 26 reizen. In de New York - Paramaribo lijn werden 15 reizen en in de Amsterdam - Colonlijn 12 reizen volbracht; laatstgenoemde reizen worden gemaakt met stoomschepen, gehuurd van de Kon. Ned. Stoomboot Mij.
Het geldelijk resultaat, verkregen met de exploitatie over het boekjaar 1914 zou, ondanks de bovenvermelde tegenspoeden, bevredigender geweest zijn, indien het assurantiebedrijf niet met verlies gewerkt had. Ook sluit de interestrekening in plaats van met een creditsaldo, zoals in 1913, met een nadelig saldo, terwijl een belangrijk hoger bedrag, dan over het boekjaar 1913, afgeschreven moet worden als verlies op effecten, en het bedrag van afschrijving op de schepen hoger moet zijn, omdat de in de loop van het jaar 1913 in de vaart gebrachte schepen dit gehele boekjaar in bedrijf waren. Het bruto winstsaldo, inclusief saldo Ao. Po., bedraagt NLG 607.248. Hiervan wordt afgetrokken: Het nadelig saldo intrestrekening NLG 8.070, het koersverschil op beleggingen NLG 27.464, afschrijving op de stoomschepen NLG 335.926, afschrijving op inrichtingen te Paramaribo NLG 19.883. Blijft voor verdeling beschikbaar NLG 215.902. Voorgesteld wordt 5½ procent dividend uit te keren.
Geldleningen. Van de 4% geldleningen van 1900 en 1907 waren op 1 januari 1914 in omloop 1.720 obligaties tot een bedrag van NLG 1.720.000. In 1913 werd uitgeloot tot een bedrag van NLG 115.000. Zodat het bedrag van de leningen 1900 en 1907 op 31 december 1914 is NLG 1.605.000.
Stoomschepen. De 10 stoomschepen van de Maatschappij staan op de balans voor NLG 3.813.000. Er is achtereenvolgens op afgeschreven NLG 2.157.763.
Ponten. De ponten staan op de balans voor NLG 1. Er is achtereenvolgens op afgeschreven NLG 25.641.
Inrichtingen te Amsterdam. De loods te Amsterdam staat op de balans voor NLG 1. Er is achtereenvolgens op afgeschreven NLG 32.508.
Inrichtingen te Paramaribo. De loodsen en steigers te Paramaribo staan op de balans voor NLG 170.000. Er is achtereenvolgens op afgeschreven NLG 284.547.
Reservefonds. Dit fonds was op 1 jan. 1914 groot NLG 239.827. Er wordt aan toegevoegd 20% van de overwinst NLG 6.363. Zodat het thans bedraagt NLG 246.190.
Het Assurantiefonds bleef onveranderd op NLG 500.000.


31 maart 1915


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

IJmuiden, 30 maart. De motorlogger CORNELIA CLASINA uit Katwijk, welke thans in de vrachtvaart is, doch vrijdag hier binnenkwam na uit Yarmouth gezonden te zijn zonder te mogen lossen (zie Ochtendblad 27 maart), ligt nu weer gereed om de lading ledige vaten naar Hull te verschepen en vandaar deze naar Yarmouth te transporteren.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Rotterdam, 30 maart. Het Nederlandse stoomschip WOUDRICHEM, van Rotterdam naar New York bestemd en 15 maart St. Michaels gepasseerd, is te Ponta Delgada teruggekeerd wegens averij.


01 april 1915


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De gezagvoerder van het stoomschip BATAVIER V, de heer F. Rindermann, heeft, naar het Handelsblad meldt, gisteren een conferentie gehad met de Minister van Buitenlandse Zaken.
Gistermiddag te 12.00 uur zijn te Amsterdam aangekomen de gezagvoerder de heer Visser, en het overige gedeelte van de bemanning van het stoomschip ZAANSTROOM. Naar de kapitein meedeelde zal de ZAANSTROOM, ook naar het oordeel van de Duitse officieren die hij sprak, wel vrij komen. Een andere vraag is echter, of het mogelijk zal zijn de haven van Zeebrugge te verlaten, waar voor de haven Engelse oorlogsschepen liggen en men bovendien een mijnenveld moet passeren.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Koninklijke Nederlandsche Stoomboot Maatschappij.
Aan het verslag over 1914 uit te brengen in algemene vergadering van deelhebbers op 14 april a.s. wordt het volgende ontleend: Het aantal volbrachte reizen bedroeg in 1914 427 en in 1913 460, waaronder 29 reizen met gehuurde schepen. Vervoerd werden 1.246.246 tonnen lading tegen 1.406.821 tonnen in 1913, terwijl het bruto vrachtcijfer NLG 8.559.192 bedroeg tegen NLG 9.407.411 in het voorgaande jaar.
Was de gang van zaken in de eerste zeven maanden van het afgelopen jaar reeds onbevredigend als een gevolg van de toen heersende slapte op de vrachtenmarkt en concurrentie op verschillende van de lijnen, het uitbreken van de oorlog ontwrichtte plotseling het gehele creditwezen en bracht alle zaken tot stilstand. Voor de beschikbare scheepsruimte werd geen lading aangeboden en de beladen boten durfde men in de onzekerheid of Nederland in de strijd betrokken zou worden, geen zee te laten kiezen. Al scheen het onmiddellijk gevaar gelukkig na korte tijd geweken, het duurde geruime tijd, voordat de handel zich aan de gewijzigde toestand aangepast had en de enige lading, welke na enkele weken stilstand voor de schepen kon worden bekomen, waren kolen van Engeland, zowel naar Nederland als naar havens aan de Middellandse Zee, en ertsen, later gevolgd door fruit, van daar naar Britse havens, een en ander tot vrachten, welke verlies lieten. Langzamerhand, in september, begon zich echter de uitvoer van Nederland weer te ontwikkelen, het eerst naar Kopenhagen en later ook naar Spanje, Italië en Griekenland, doch de vage bewoordingen, waarin de contraband bepalingen vervat waren en de vaak willekeurige toepassingen daarvan, belemmerden lange tijd het aannemen van retourlading naar Nederland (behalve hout van Zweden). Langdurige besprekingen leidden er eindelijk toe, dat het vervoer van fruit en andere genotmiddelen met rust gelaten zou worden en van toen af, het was intussen november geworden, kon een vrij geregelde vaart naar Nederland onderhouden worden. Van dat ogenblik af werden de financiële resultaten beter, doch de hoge vrachten van de laatste tijd kwamen niet meer aan de exploitatierekening van 1914 ten goede.
Het lijnenstelsel van de Maatschappij werd verstoord, daar de vaart op Duitse en Russische havens, alzo ook op Konstantinopel en de Zwarte Zee geheel opgegeven moest worden, terwijl het aanbod van lading naar de landen aan de Middellandse Zee niet van die aard was, dat men de scheepsruimte daarheen in dezelfde mate als in normale jaren kon dirigeren. De Maatschappij was dus gedwongen naar ander emplooi voor een deel van haar vloot om te zien en liet haar schepen, zowel van de Middellandse Zee, als van de Noordzee, naar de Verenigde Staten laden, nam bevrachtingen van La Plata aan en deden ook een schip een reis naar Rangoon ondernemen. Met uitzondering van de stoomschepen ATLAS en VULCANUS, waarvan het eerste een lading zout voor Nederland en het tweede erts naar Zweden vervoerde en die door Franse oorlogsschepen naar Brest opgebracht werden, hadden de schepen betrekkelijk weinig van aanhouding door oorlogvoerende mogendheden te lijden. Beide voorgenoemde aanhoudingen geschiedden naar mening van de directie ten onrechte. Het zout van het stoomschip ATLAS werd in beslag genomen en het schip vrijgelaten, terwijl de aanhouding van het stoomschip VULCANUS door de verkoop van het erts aan een Franse onderneming beëindigd werd. Vorderingen tot schadeloosstelling zijn door de Maatschappij ter bevoegder plaatse ingediend.
De stoomschepen ACHILLES en DEUCALION werden door het betrekken van Turkije in de oorlog verrast en in de haven van Smyrna opgesloten, daar de Turkse autoriteiten de baai zonder voorafgaande waarschuwing met mijnen versperden. Deze schepen liggen daar nog steeds op hun bevrijding te wachten, doch verkeren, naar verluid van ontvangen berichten, buiten gevaar.
Voor rampen bleef de vloot in 1914 gelukkig gespaard, maar op 25 maart jl. werd het stoomschip MEDEA, met een lading sinaasappelen van Valencia naar Londen onderweg, door een Duitse onderzeeër in de grond geschoten. Aan de bemanning werd enige minuten tijd gegeven het schip te verlaten. De directie vertrouwt door tussenkomst van de Regering volledige schadevergoeding te bekomen.
Met het oog op de talrijkheid van haar vloot en het grote aantal reizen, gaf de Maatschappij er de voorkeur aan, het oorlogsrisico zelf te laten lopen; het bedrag aan premies, dat daardoor tot heden bespaard werd, schat de directie op ongeveer NLG 600.000.
De vloot werd in het afgelopen jaar met volgende schepen versterkt: HERCULES - 4.150 ton, DEUCALION - 3.100 ton, ORION - 3.050 ton, AGAMEMNON - 3.400 ton, POSEIDON - 3.100 ton, terwijl een schip van 1.750 ton draagvermogen in aanbouw is en in december e.k. opgeleverd moet worden. De bouw van de nieuwe loodsen ondervond aanzienlijke vertraging. Het eerste gedeelte zal eerdaags opgeleverd worden. Ook de nieuwe kantoren konden wegens vertraging van de werkzaamheden nog niet betrokken worden. Ten gevolge van de slag door de oorlog aan het transitovervoer toegebracht, kromp het havenbedrijf van de Maatschappij hier sterk in. In verband hiermee werd een regeling van onderstand aan havenarbeiders getroffen.
Zwaar leed de Nieuwe Rijnvaart Maatschappij onder de oorlog. Haar vloot lag sedert 1 augustus voor een groot gedeelte stil en de bedingbare vrachten zijn laag. Het bedrijfsoverschot is voldoende voor ruime afschrijvingen, doch dividend kan niet uitgekeerd worden (v.j. 6%). Aangaande de toekomst onthoud de directie zich van alle voorspellingen en merkt slechts op, dat tegenover de tegenwoordige hoge vrachten groot risico's en enorm gestegen bedrijfsonkosten staan. Commissaris de heer C.J.K. van Aalst, is aan de beurt van aftreding, doch herkiesbaar.
Het dividend van de Maatschappij bedraagt NLG 30 (v.j. NLG 40) voor elk geheel en NLG 15 (v.j. NLG 20) voor elk half aandeel.
Op het einde van 1914 had de vloot een draagvermogen van 131.770 ton (131.740) ton. Blijkens de winst- en verliesrekening aan de debetzijde: Aan aandelen in portefeuille NLG 82.500 (v.j. NLG 97.500, aan stoomschepen en lichterschepen NLG 9.734.517 (NLG 8.221.507), aan ambtenaarswoningen Handelskade NLG 48.000 (NLG 58.851), aan loods te Rotterdam NLG 1(NLG 1), aan NLG 998.000 aandelen Nieuwe Rijnvaart Maatschappij NLG 998.000 (als v.j.), aan NLG 166.000 4% obligaties, idem NLG 166.000 (NLG 177.000), aan NLG 3.407.500 aandelen Kon. West-Indische Maildienst NLG 3.407.500 (NLG 3.404.500), aan NLG 480.000 aandelen N.V. Kantoorgebouw „Het Scheepvaarthuis" NLG 360.000 (NLG 72.000), aan andere effecten en prolongaties NLG 1.381.834 (NLG 991.134), aan kassa en kassier NLG 52.898 (NLG 67.885), aan wissels in portefeuille NLG 23.886 (NLG 20.577), aan debiteuren NLG 1.063.105 (NLG 1.222.904), aan belegging van het assurantiefonds NLG 602.549 (NLG 602.549), aan belegging van het pensioenfonds NLG 694.285 (NLG 753.080), aan meubilair NLG 1 (als v.j.). aan scheepsbehoeften en victualiën NLG 34.235 (NLG 26.995). Totaal NLG 19.982.674 (v.j. NLG 17.920.099).
Op de balans komen voor en aan de credit maatschappelijk kapitaal NLG 11.500.000 (als v.j.), 4% obligatielening 1909 NLG 1.680.000 (NLG 1.760.000), 4½% obligatielening 1909 (NLG 1.760.000), 4½% obligatielening 1914 NLG 2.000.000 (—-), aflosbaar gestelde obligaties NLG 5.000 (NLG 2.000), te betalen coupons NLG 4.035 (NLG 180), achterstallige dividenden NLG 11.373 (NLG 9.483), crediteuren NLG 1.067.771 (NLG 913.186), assurantiefonds NLG 700.000 (NLG 700.000), pensioenfonds NLG 863.553 (NLG 784.934), reserve voor ongevallen NLG 251.000 (NLG 204.000), reserve voor diverse belangen NLG 1.000.000 (evenals v.j.), reserve voor koersverlies op effecten NLG 100.000 (—), diverse kleine reserves NLG 109.000 (NLG 112.000), dividendrekening NLG 684.450 (NLG 912.360), winst- en verliesrekening NLG 6.491 (NLG 2.855). Totaal NLG 19.982.674 (NLG 17.920.999). De winst- en verliesrekening per 31 december 1914 toont een bruto winst aan van NLG 2.973.885 (v.j. 3.906.307), waarvan uit de vaart van de stoomschepen NLG 2.713.145 (v.j. NLG 3.430.160) en uit dividend Kon. West. Ind. Mail NLG 187.412. Na aftrek o.a. van de onkosten ad NLG 402.554 (430.230), onderhoudskosten van de schepen ad 390.198 (434.247), premie van assurantie NLG 267.918 (229.931), koersverlies op waarden in portefeuille ad NLG 19.970 (84.792) en afschrijvingen ad. NLG 745.490 (770.163) blijft een saldo nettowinst van NLG 847.947 (1.704.487). Hiervan wordt gereserveerd voor koersverlies op effecten NLG 100.000 (v.j. reserves NLG 657,761) en aan de aandeelhouders 6% (v.j. 8%) dividend uitgekeerd.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Londen, 1 april. Het Nederlandse stoomschip LAURA, van Rotterdam naar Philadelphia, 16 maart van St. Michaels vertrokken, is te Fayal teruggekeerd voor kolen en wegens lekkage in de ketels.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 31 maart. Het stoomschip ELVE, van de firma P.A. van Es & Co. alhier, is behoudens bodemonderzoek, verkocht aan Meijer & Co’s Scheepvaart Maatschappij te Amsterdam.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Vlissingen, 30 maart. Het stoomschip TJISONDARI van de Java-China-Japan Lijn kan nog niet vertrekken omdat ankers en kettingen nog niet uit het buitenland zijn aangekomen. Aanstaande vrijdag worden ze verwacht.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 30 maart. De motorlogger CORNELIA CLASINA uit Katwijk, welke thans in de vrachtvaart is, doch vrijdag hier binnenkwam na uit Yarmouth gezonden te zijn zonder te mogen lossen, ligt nu weer gereed om de lading ledige vaten naar Hull te verschepen en vandaar deze naar Yarmouth te transporteren.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

ZAANSTROOM en BATAVIER V. Men meldt ons uit Terneuzen:
Dinsdagmiddag kwamen hier aan, na tot aan de grens te zijn begeleid door een Duitse officier, kapitein T. Visser van de ZAANSTROOM en Rindermann van de BATAVIER V, met nog 22 leden van de bemanning, komende uit Zeebrugge. Zij roemden zeer de ondervonden behandeling en waren ook vol bewondering voor de door de Duitsers te Zeebrugge getroffen maatregelen en de uitgevoerde verdedigingswerken, voor zover zij die van de schepen af, die zij niet mochten verlaten, konden waarnemen. Voor hun veiligheid werd bij de aanvallen door vliegtuigen goed zorg gedragen. Enkele malen werd in de nacht bij wijze van proef met een fluitsein alarm gemaakt. Dinsdagmorgen waren zij getuige van een aanval op een Frans vliegtuig, dat hevig werd beschoten.
We vernamen van kapitein Visser, dat niet op zijn schip is geschoten. Toen hij aankwam, zag hij de onderzeeër bij de BATAVIER V liggen en dacht eerst, dat het niet op zijn boot gemunt was. Op het sein stopte hij overeenkomstig de voorschriften onmiddellijk. Zaterdag voor 8 dagen zijn alleen de aan bederf onderhevige eetwaren uit de schepen gelost onder mededeling, dat die werden beschouwd als gekocht en zouden betaald worden. Eerst gisteren (dinsdag) is een aanvang gemaakt met het lossen van die verdere lading. Het prijsgericht zal uitspraak moeten doen. De algemene indruk was, dat het de Duitsers te Zeebrugge nog aan niets ontbreekt. Ook aan boord was er geen gebrek. Heden (woensdagochtend) zou het gezelschap huiswaarts reizen.


Krant:

 VCO - Vlissingsche Courant

Vlissingen, 1 april. Hedenmiddag werd met goed gevolg van de werf van de Kon. Mij. “De Schelde” alhier te water gelaten een torpedoboot, genaamd Z 5, bestemd voor de Nederlandse Marine. De waterverplaatsing van dit vaartuig bedraagt 310 ton, terwijl de hoofdafmetingen zijn: 58,50 m. lang, 6 m. breed en holte 3,45 meter. Deze torpedoboot is belangrijk groter, dan de tot nu toe voor onze Marine gebouwde. Een vaartuig van dezelfde grootte en hetzelfde type staat thans nog op de helling om binnenkort te water te gaan.


02 april 1915


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Reuter seint ons uit Londen: Het Hollandse stoomschip LODEWIJK VAN NASSAU is in Het Kanaal aangehouden en naar Newhaven opgebracht. Het is vastgesteld, dat de lading bestond uit lijnolie. Verondersteld wordt dat het schip vijandelijke onderzeeboten van olie voorzag.
Het stoomschip had geen acht geslagen op twee seinen om te stoppen. De bemanning bestaat voor het merendeel uit Duitsers, de gezagvoerder was niet in staat papieren te tonen.
Dit bericht, dat nog is opgenomen in een deel van onze vorige oplaag, bereikte ons later dan het bericht dat de LODEWIJK VAN NASSAU na onderzoek vrijgelaten is. Het vermoeden dat het schip Duitse duikboten van olie zou voorzien was onjuist gebleken.
De directie van de Kon. West-Indische Maildienst, aan wie het schip behoort, heeft aan het Handelsblad meegedeeld, dat de LODEWIJK VAN NASSAU geen olie doch lijnzaad aan boord heeft. Voorts wees de directie er op dat de kapitein, die wel degelijk van papieren is voorzien, het niet in zijn hoofd zou halen van de lading iets af te staan tegen de hem gegeven orders in. Tenslotte is het onjuist dat de bemanning voor het grootste deel uit Duitsers zou bestaan. Bijna de gehele bemanning is van Nederlandse nationaliteit.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Bij de eventuele behandeling van de ZAANSTROOM voor een Duits prijsgerecht bestaat, naar het Handelsblad verneemt, bij de directie van de Hollandsche Stoomboot Maatschappij het voornemen, zich, wat het schip zelf betreft, te laten vertegenwoordigen door een Duitse rechtsgeleerde. Waar en wanneer het prijsgerecht zitting houdt is nog niet bekend, vermoedelijk in Hamburg. Onze gezant te Berlijn zal daarvan kennis geven aan de Minister van Buitenlandse Zaken.
Naast de procedure over het schip komt die over de lading, waarbij niet minder dan 244 zendingen en dus evenveel belangen gemoeid zijn. Hierbij zullen zich allerlei ingewikkelde kwesties voordoen, want bij de diverse zendingen is de wijze van betalen en daardoor de eigendom natuurlijk geheel verschillend. De 244 personen moeten voor hun belangen opkomen. Misschien zullen zij zich verenigen en dan een vertegenwoordiger aanstellen om voor hen te pleiten.
Met een eventueel verbeurd verklaren van schip en lading is niet minder dan ruim een miljoen gemoeid.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De COMMEWYNE, van de Koninklijke West-Indische Maildienst, is bij de Duins aangehouden op last van de Engelse regering. Deze maatregel was gebaseerd op het feit dat het schip koffie en cacao aan boord had voor Duitsland.
Aangezien echter de Engelse regering deze artikelen voor contrabande verklaard heeft ná 1 april, heeft een van de directeuren van de K.W.I.M. zich naar Engeland begeven, om te trachten de zaak in het reine te brengen. Het schip had ook West-Indische mail aan boord.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Mogador, 30 maart. De nieuwe dienst tussen Amsterdam en hier is gisteren door de aankomst van het Nederlandse stoomschip FORTUNA (Kon. Ned. Stoomboot Mij.) geopend. Nederland voorziet deze landstreek steeds meer en meer van suiker, specerijen, stro, papier, zeep en kaarsen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 1 april. Het Nederlandse stoomschip VEERHAVEN, verkocht aan de rederij Albert Jensen te Kopenhagen, is herdoopt in DJURSLAND.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Reuter seint gistermiddag uit Newhaven, dat de Nederlandse stoomboot LODEWIJK VAN NASSAU voorlopig is vrijgelaten en naar Duins onderweg is.
Een later Reuter-telegram uit Londen meldt: Het Nederlandse stoomschip LODEWIJK VAN NASSAU is in Het Kanaal in beslag genomen en naar Newhaven gebracht. Gezegd wordt dat het schip, met een lading lijnzaad en olie aan boord, vijandelijke onderzeeërs van olie heeft voorzien. Het schip sloeg geen acht op twee seinen om te stoppen. De bemanning bestaat bijna geheel uit Duitsers. De kapitein kon geen scheepspapieren overleggen.
Dit telegram is volkomen onjuist! De LODEWIJK VAN NASSAU is een schip van de Koninklijke West-Indische Maildienst. De bemanning bestaat uit Nederlandse matrozen. De kapitein, Wagemaker, heeft geregelde Nederlandse scheepspapieren aan boord. Het schip komt uit La Plata. De lading bestaat uit lijnzaad en is geconsigneerd aan de Nederlandse regering. Olie is niet aan boord. Het schip was gisteren te 4.50 n.m. Eastbourne gepasseerd. Reuter seint gisteravond uit Londen: De stoomboot LODEWIJK VAN NASSAU is na onderzoek vrijgelaten. Een nader telegram luidt: Reuter verneemt, dat het verhaal als zou de LODEWIJK VAN NASSAU aan Duitse onderzeeërs olie hebben verstrekt, onwaar is.


03 april 1915


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Reuter seint ons vanuit Londen: Acht man van het Nederlandse stoomschip SCHIELAND zijn te Hull aangekomen. Zij vertellen, dat hun schip is opgeblazen en gezonken op 20 mijl van Spurn Head. Een stoker is verdronken. De andere leden van de bemanning zijn te Immingham aangebracht. Daaronder zijn de 1e en 2e machinist, die ernstige brandwonden hebben en een zwaargewonde stoker.
Onze Londense correspondent seint: De SCHIELAND is donderdagmorgen (opm: 1 april) in de Noordzee, 24 mijl OZO van Spurn Head, opgeblazen. Eén man werd in flarden gereten. De 1e en 2e machinist en twee anderen van de bemanning werden gewond. De meeste kregen brandwonden. Kapitein Dirk Duit, de eerste- en tweede stuurman en vijf anderen zijn te Hull aangebracht door het stoomschip CORNELIA CLAZINA.
De Scheepvaart- en Steenkolen Maatschappij te Rotterdam heeft van haar vertegenwoordiger te Immingham d.d. gisteren het volgende telegram ontvangen: Volgens rapport van de 1e stuurman C. Weltevreden is het stoomschip donderdagmorgen 1 dezer half twaalf, bij goed weer, door een onbekend voorwerp midscheeps getroffen. Twee boten werden te water gelaten, waarin zich bevonden: 1e machinist Lam, 2e machinist Laagendijk, 1e stuurman C. Weltevreden, 2e stuurman H. van Veelen, donkeyman Th. J. Smits, stoker A. Melieste, stoker J. Blok. Deze boot werd vrijdagmorgen 2.30 uur opgepikt door het Noorse stoomschip ORION en genoemde schepelingen werden te Grimsby aan land gebracht. De beide machinisten Lam en Laagendijk zijn, ernstig gewond, in het hospitaal aldaar opgenomen.
In de tweede boot bevonden zich kapitein D. Duit, 3e machinist S. Tuinhout, hofmeester L. Mossel, lampenist Tj. de Jong, matroos B. Weltevreden, Matroos A.P. Strassen en twee jongens (vermoedelijk P. van Papenveld en J. Steevels). Deze boot bleef bij de SCHIELAND, welke te 6 uur donderdagavond nog drijvende was, met zware slagzij.
In bovenstaande, telegrafische, opgave komen niet voor de namen van de matroos B. de Regt en de stoker H. Randeraat.
Het stoomschip SCHIELAND was donderdagochtend van de Humber vertrokken met een lading steenkolen van Goole naar Rotterdam.
Naar wij vernemen loopt de verzekering van het stoomschip SCHIELAND voor eigen risico.
(De SCHIELAND mat 1.106 ton bruto, 653 ton netto, en was het eigendom van de S.S.M. alhier. Het schip was in 1909 te Rotterdam gebouwd.)


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 3 april. De in 1893 te Amsterdam door de firma Huygens en Van Gelder gebouwde bark AMSTERDAM, groot 1.033 ton, welke in 1912 het tweede survey heeft ondergaan, is door de firma J.S. Jonasen te Sarpsborg verkocht aan de firma S.O. Stroy & Co. te Christiansund.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 3 april. Het in ons ochtendblad van 17 maart als aangekocht gemelde stoomschip CORRIE zal voor rekening van de heer Van Meel alhier ongeveer 15 april onder de naam BREDA in de vaart worden gebracht.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 2 april. De Nederlandse tanklichter FRIESLAND, groot 1.103 ton, in 1908 door de Nederlandsche Scheepsbouw Mij. te Amsterdam gebouwd, geklasseerd 100 A1, is door de Nederlandsch-Indische Tankstoomboot Mij. te Den Haag verkocht aan de Anglo Persian Oil Company Ltd. te Londen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam. Kapitein Gnodde van het stoomschip AMSTEL, van de firma P.A. van Es & Co. alhier, is met de equipage van dat stoomschip te Vlissingen met een van de stoomschepen van de Maatschappij ‘Zeeland’ aangekomen en vervolgens naar hier doorgereisd. Hij deelde na aankomst alhier het volgende mee:
Het stoomschip, gecharterd door de firma Hudig & Pieters en geladen met stukgoed, is 29 maart ’s nachts te 1.30 uur, ongeveer 45 mijl oost van Spurn Head, op een mijn gelopen, vermoedelijk een verankerde. Het schip is met lading en scheepspapieren totaal verloren gegaan. Het gehele voorval heeft zich binnen de tijd van 20 minuten afgespeeld. Door de ontploffing werd het voorschip als het ware in tweeën gespleten, zodat de bemanning welke de wacht beneden had met moeite aan dek kon komen. Toen de gehele bemanning in de boten was verdween het schip binnen vijf minuten in de diepte, met de kop omlaag.
Eén man van de equipage heeft door de ontploffing zijn arm gebroken en ligt thans in het hospitaal te Grimsby. Nadat wij vier uren in de boten hadden rondgedreven werden wij allen door de stoomtreiler PINEWOLD uit Grimsby te 5.30 uur in de morgen opgenomen en te Grimsby aangebracht, met de twee reddingsboten op sleeptouw.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Omtrent de aanhouding van de LODEWIJK VAN NASSAU van de Kon. West-Indische Maildienst vernemen wij nog het volgende: Het stoomschip was geladen met lijnzaad geconsigneerd aan de Nederlandsche Regering. Toen de Engelsen aan boord kwamen, bemerkten zij echter ook enige olievaten. Dat wekte eerst enige achterdocht. De kapitein bewees echter uit zijn verbruiksboek, dat deze olie gediend had voor de machines van het schip. De Engelsen keken de verbruiksstaten nauwkeurig na en toonden zich geheel voldaan over de gegeven opheldering. Het schip werd daarop onmiddellijk vrijgelaten en is, zoals onder scheepstijdingen reeds werd meegedeeld, gistermorgen de haven van IJmuiden behouden binnengekomen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

's-Gravenhage, 31 maart. De Nederlandse sleepboot DE JONGH, van Amsterdam naar Batavia, met de lichter NISHM 2 op sleeptouw, is gisteren van Malta vertrokken.
De Nederlandse sleepboot FRIESLAND, van Makassar naar Shanghai met de baggermolen SHANGHAI vertrok gisteren van Manilla.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

South Shields, 30 maart. Contractanten zijn begonnen het gestrande stoomschip SLIEDRECHT dicht te maken en materiaal aan boord te brengen. Het weer is mooi, kalme zee.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Koninklijke West-Indische Maildienst. Zaterdagmiddag (opm: 27 maart 1915) werd van de werf van de Koninklijke Maatschappij „De Schelde" te Vlissingen, te water gelaten het schroefstoomschip ECUADOR, in aanbouw voor de Koninklijke West-Indische Maildienst te Amsterdam en bestemd voor haar passagiers- mail- en goederendienst tussen Nederland en Zuid-Amerika.
De laatste beletselen werden weggenomen door mej. Lusie Beatrice Martin, dochter van de heer Martin, ingenieur van „De Schelde".
De hoofdafmetingen van het schip zijn: Lengte over alles 396’-0", lengte tussen de loodlijnen 380'-0", breedte op buitenkant spanten 48’-6”, holte tot opperdek 27’-6”, de waterverplaatsing op 22’-0” bedraagt 8.416 ton, de vaart zal bedragen 13 knopen. Het schip geheel van staal gebouwd naar de voorschriften van Lloyds hoogste klasse 100 A1, heeft een verzonken bak. De passagiersinrichting biedt plaats voor 111 passagiers eerste klasse in 57 hutten, waarvan twee luxe hutten op het promenadedek, waar tevens zich bevinden social hall, eerste klasse rookkamer en een open waranda. Ten gerieve van de passagiers zijn aangebracht op het tentdek een salon eerste klasse, plaats biedende voor 103 personen, pantry, hutten, wc’s en lavatories. Op het bovendek bevinden zich eveneens passagiershutten, kombuizen, bakkerij en proviand bergplaatsen, terwijl op het tussendek de vries- en koelkamer is aangebracht.
De stoommachine is van het triple-expansie systeem en ontwikkelt 3.350 ihp. bij 90 omwentelingen per minuut. De ketelinstallatie omvat 4 ketels met tezamen 12 vuren en 9.600 vierkante voet verwarmend oppervlak met een stoomdruk van 180 lbs. Howden's geforceerde trek is toegepast.
Het schip is uitgerust met een complete elektrische verlichting en is voorzien van een installatie voor draadloze telegrafie.
De betimmering van de salon is opgedragen aan de firma Allan & Co. te Rotterdam. De Holl's ijsmachine dient tot het koel houden van proviand. De 5 teakhouten reddingboten zijn geplaatst op het sloependek onder Welin-kwadrant davits en de kapiteinsloep op het achterdek. Op het sloependek bevinden zich kapiteins- en kaartenkamer, hutten voor officieren en machinisten. De stoomstuurmachine wordt van de brug af behandeld. Het stoomschip komt onder bevel van de heer G.D. Nieman. Op de vrijgekomen helling wordt het vrachtstoomschip BUITENZORG voor de Rotterdamsche Lloyd gebouwd.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Hollandsche Stoomboot Maatschappij. Aan het verslag over het boekjaar 1914 ontlenen wij het volgende: Gedurende de eerste 7 maanden van het afgelopen jaar zette de Maatschappij haar bedrijf regelmatig voort. De dienst op Londen werd met een afvaart vermeerderd; het is gebleken dat deze uitbreiding van de dienst aan een behoefte voldoet. Nadat in de aanvang van maart het stoomschip TEXELSTROOM, hetwelk bij de Maatschappij Fijenoord in aanbouw was, gereed was gekomen, werd dit schip in de dienst op Bristol en Swansea, waarvoor het bestemd was, ingelegd; het schip voldoet aan alle eisen en is een belangrijke aanwinst voor het bedrijf. In de eerste dagen van de maand augustus na het uitbreken van de oorlog, had er een korte stagnatie in de dienst plaats; de vaart werd echter spoedig zo goed mogelijk hervat. Daar het oorlogsrisico of niet te dekken, of slechts tegen buitensporig hoge premies verzekerd kon worden welke het bedrijf, ondanks de stijging van de vrachtenmarkt, onrendabel zouden maken - terwijl levendig beseft werd dat het algemeen belang meebracht (en nog meebrengt) dat de zeescheepvaart zoveel mogelijk onverminderd werd voortgezet - werd besloten de nieuwste (en dus duurste) schepen tijdelijk op te leggen en voor de andere schepen het molest risico zelf te lopen. Het hieronder aangegeven gunstig resultaat van het bedrijf is goeddeels aan deze premiebesparing en aan de omstandigheid dat de Maatschappij voor oorlogsongevallen gespaard bleef, te danken.
Intussen, zodra de premies tegen het einde van het jaar, schoon nog steeds zeer hoog, voldoende gedaald waren en de betere vrachten het veroorloofden, hebben wij ons gehaast het oorlogsrisico te dekken en de opgelegde schepen weer in de vaart te brengen, teneinde aldus het verkeer met Groot-Brittannië zonder onevenredig groot risico voor onze Maatschappij zo krachtig mogelijk te onderhouden. Ten gevolge van verschillende oorlogsmaatregelen door de oorlogvoerende naties getroffen, werd het in verscheidene diensten onmogelijk enige regelmaat in de afvaarten te behouden; niettemin werden alle havens, waarop de Maatschappij vaart, voortdurend bediend.
Hoewel uit de aard van de omstandigheden vanaf de aanvang van de oorlog het verkeer met Duitsland geheel werd afgesneden, ontwikkelde zich langzamerhand een verbetering van het lokale verkeer, speciaal van Engeland naar Nederland, waardoor genoemde nadelige factor gedeeltelijk kon worden gecompenseerd. Als een gevolg van de premie voor oorlogsrisico op schepen en equipages een belangrijke verhoging van de gages en een langer oponthoud, voornamelijk in Engelse havens, zijn de exploitatiekosten belangrijk toegenomen en werden in verband daarmee en in navolging van de algemene vrachtenmarkt de vrachten verhoogd. Het saldo van de exploitatierekening geeft een cijfer van NLG 704.858 tegen NLG 413.697 over 1913. Na ruime afschrijvingen blijft een saldo van NLG 502.595 (v.j. NLG 273.224), hetwelk een dividend toelaat van 13% (v.j. 8%).
Op de balans komen onder de activa o.a. voor: Stoomschepen NLG 1.994.000, etablissementen NLG 178.000, kas en kassiers NLG 579.326, diverse debiteuren NLG 374.274, prolongaties en effecten NLG 152.151; en onder de passiva: Extra reserve NLG 185.000, reservefonds NLG 222.899, crediteuren NLG 266.968. Volgens de winst- en verliesrekening bedraagt de brutowinst NLG 750.923.


04 april 1915


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Omtrent de aanhouding van de LODEWIJK VAN NASSAU verneemt het Handelsblad nog het volgende: Het stoomschip was geladen met lijnzaad, geconsigneerd aan de Nederlandse regering. Toen de Engelsen aan boord kwamen bemerkten zij echter ook enige olievaten. Dat wekte eerste enige achterdocht. De kapitein bewees echter uit zijn verbruiksboek, dat deze olie gediend had voor de machines van het schip. De Engelsen keken de verbruiksstaten nauwkeurig na en toonden zich geheel voldaan over de gegeven opheldering. Het schip werd daarop onmiddellijk vrijgelaten.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Reuter seint ons uit New York: Er is bericht ontvangen, dat de Nederlandse mailboot PRINS MAURITS in nood verkeert ter hoogte van Kaap Hatteras (aan de Oostkust van Noord-Amerika). Drie stoomschepen zijn haar hulp gaan bieden. Er bevinden zich vier passagiers aan boord. (De PRINS MAURITS, in 1900 gebouwd, meet 2.121 ton bruto, 1.328 ton netto en behoort aan de Koninklijke West-Indische Maildienst te Amsterdam. Red.)


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Gisteren bevonden zich aan het hoofdbureau van politie twee Duitsers, die als stow-away met de DORDRECHT uit Las Palmas te IJmuiden waren aangekomen. De DORDRECHT, toebehorende aan de Maatschappij „De Maas" te Rotterdam, kwam uit Rosario. De gezagvoerder vermoedde, dat de Duitsers uit Las Palmas ontsnapt waren en deed van het geval aangifte bij de politie. Ook al zouden de Duitsers uit de krijgsgevangenschap ontsnapt zijn, dan is op hen in dit geval slechts de vreemdelingenwet van toepassing en zullen zij, wanneer zij over geen voldoende gelden beschikken, over de grenzen worden gezet.


05 april 1915


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

De FLORA gestrand. Volgens een Lloyd's bericht is het Nederlandse stoomschip FLORA bij Hartland Point (Bristol Kanaal) gestrand. Naar gemeld wordt is het stoomschip totaal verloren. De bemanning werd gered. (De FLORA, groot 725 br. ton, gebouwd in 1894, behoort aan de Kon. Nederlandsche Stoomboot Maatschappij, alhier, en was 31 maart van hier naar Swansea vertrokken.) Kapitein van de FLORA - op een na het kleinste schip van de Maatschappij - was de heer J. Fooy. De equipage bestond uit 19 man. Het schip was van Amsterdam leeg vertrokken en zou in Swansea kolen laden voor Portugal.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

N.V. Houthandel v/h. William Pont. Aan het verslag van de N.V. Houthandel v/h. William Pont wordt het volgende ontleend:
Het afgelopen jaar was het moeilijkste sedert de oprichting van de vennootschap. De wereldkrijg, waarbij ook Rusland betrokken is, het land, waar het grootste gedeelte van haar belangen is vastgelegd, maakte het onmogelijk om meer dan een klein gedeelte van de houtwaren te betrekken. De Russische regering wilde slechts toestemming geven om houtwaren naar Nederland te verschepen, wanneer de Nederlandse Regering wilde garanderen, dat deze houtwaren niet naar landen zouden gaan, waarmee Rusland in oorlog is, doch deze garantie kon de Nederlandse Regering natuurlijk niet op zich nemen. Onder deze omstandigheden was men gedoemd al de houtwaren in Rusland te laten, ook al omdat de Finse Golf, waar de export van de vennootschap zich in hoofdzaak concentreert, afgesloten werd door mijnen. Eén stoomboot, die reeds in Rusland beladen was, is bij wijze van uitzondering ten name van de Nederlandse Regering naar hier gekomen. Men hoopt toestemming te verkrijgen om over deze lading te beschikken. Het houtverbruik was tot aan het uitbreken van de oorlog bevredigend en tot 1 augustus 1914 zelfs groter dan in het voorgaande jaar. Daarna trad echter de stagnatie in, zodat de omzet over het gehele jaar circa NLG 3.500.000 bij 1913 ten achter bleef.
De prijzen, welke in het buitenland voor het gezaagde hout betaald moesten worden, waren wederom hoger dan in het jaar 1913 en bleven gedurende het gehele jaar vrijwel gehandhaafd. De zeevrachten openden op een zeer lage basis, bleven zelfs nog in het begin van de oorlog bescheiden, om daarna langzamerhand te stijgen tot ongekende hoogte. De houtvoorraden, die door de bovenomschreven omstandigheden beduidend geringer zijn dan bij normale toestanden, zijn tot lage prijzen opgenomen. De solvabiliteit van de debiteuren geeft geen aanleiding tot bezorgdheid. Men meende intussen voorzichtig te handelen door op winst en verlies NLG 22.291 af te schrijven, in verband met het feit, dat enkele firma's op het ogenblik nog niet geheel en al aan haar verplichtingen kunnen voldoen. Er bestaat evenwel grond om aan te nemen, dat hiervan later nog een gedeelte terecht zal komen. Het bedrag van de debiteuren, vergeleken bij dat van het vorige jaar, wijst op een belangrijk kleiner saldo tegoed.
Wijlhuizen & Co., Rusland. Onder deze firma drijft de vennootschap zaken in Rusland. Dat het saldo, hetwelk deze firma aan onze vennootschap verschuldigd is, zoveel groter is dan Ao. Po., vindt zijn oorzaak hierin, dat na 1 augustus noch naar Nederland, noch naar andere landen houtwaren konden worden verscheept en contracten met importeurs in de vreemde en hier te lande werden geannuleerd. Bovendien was juist enkele weken geleden voor het uitbreken van de oorlog een bos aangekocht voor een vrij aanzienlijk bedrag, en de koopsom daarvan voldaan. De directeuren van de firma Wijlhuizen & Co., die gedurende de oorlog tweemaal zijn over geweest, hebben de verzekering gegeven, dat de eigendommen en houtwaren, menselijkerwijze gesproken, buiten gevaar zijn. Op de vroeger bijgekochte terreinen in Zaandam werd weer een grote loods bijgebouwd, geschikt voor de berging van circa 2.600 stds. gezaagd hout, terwijl aan het Hoofdkantoor enige lokalen worden bijgebouwd, met een veilige berging voor documenten. Bovendien werden drie nieuwe dekschuiten bijgekocht. Het totaal maakt een som uit van NLG 49.089. Op een en ander werd afgeschreven een bedrag van NLG 20.200. In Duisburg werd vastgelegd in gebouwen en machinerieën een bedrag van NLG 50.825. Op de bezittingen aldaar werden weer de gewone afschrijvingen, zoals toegestaan door de Duitse wetgeving, toegepast. De directie vond het verder wenselijk om R.M. 100.000 op debiteuren te reserveren.
Deposito's O/G. Deze post bestaat uit gelden, welke door relaties van de vroegere firma William Pont te leen zijn gegeven.
Rederij „Russia". Deze maatschappij, waarvan alle aandelen sinds de oprichting in het bezit van de vennootschap zijn, heeft voordelig gewerkt, doch is de gehele winst, behalve 6% rente op het aandelenkapitaal, op de boten afgeschreven. Sedert begin augustus jl. liggen de boten behouden en wel in Nederland.
Met inbegrip van het onverdeelde winstsaldo van 1913 ad NLG 20.000 wijst de winst- en verliesrekening thans een winstcijfer aan, groot NLG 625.944 (v.j. NLG 912.144). De directie heeft ernstig de vraag overwogen of zij zou voorstellen, een belangrijk bedrag van de winst af te schrijven of te reserveren op het hoofd „oorlogsrisico", omdat niemand kan voorspellen welk verloop de oorlog zal nemen en het onder die omstandigheden onvoorzichtig schijnt thans tot een uitkering op de gewone aandelen over te gaan. Ten slotte is zij echter tot het resultaat gekomen zulk een voorstel niet te moeten doen, omdat daaruit onbillijke bevoordeling van tantième-gerechtigden en houders van winstbewijzen zou kunnen voortvloeien. Immers, wanneer in een volgend jaar mocht blijken dat inmiddels weer normale omstandigheden waren ingetreden zonder dat ernstige verliezen waren geleden, zodat het afgeschreven of gereserveerde bedrag weer vrij kwam, dan zou de winst van zulk een volgend jaar daardoor automatisch een corresponderende vergroting ondergaan en zouden de tantièmes en de uitkeringen aan de winstbewijzen ten onrechte mee berekend worden over winst, waarvan de gewone aandeelhouders hun deel nog niet hadden genoten. Ten einde nu zowel aan de eisen van een gewenste voorzichtigheid als aan die van de billijkheid recht te doen wedervaren, geeft de directie in overweging, dat de algemene vergadering van aandeelhouders de balans en winst- en verliesrekening vooralsnog niet zal vaststellen, doch zulks zal uitstellen totdat de gevolgen van de oorlog voor de vennootschap beter te overzien zullen zijn, om dan met kennis van zaken te besluiten of een aanzienlijke afschrijving al dan niet nodig is. Wel verzoekt zij om machtiging, bij voorbaat over te gaan tot uitkering van 6% (v.j. 9%) op de cumulatief preferente aandelen, welke, zelfs als de over 1914 verkregen winst niet groot genoeg was, immers uit het reservefonds zou moeten worden aangevuld. Het reservefonds, op 1 januari 1914 groot NLG 274.854, is gestegen, door de bij het fonds gevoegde rente ad NLG 13.742, tot NLG 288.597.


06 april 1915


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlissingen, 6 april. Het stoomschip TJISONDARI, voor de Java-China-Japan Lijn op de werf van de Kon. Mij. „De Schelde" alhier gebouwd, dat werd opgehouden omdat de ankers en kettingen niet waren aangekomen, zal thans morgenochtend van hier naar Rotterdam vertrekken.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Openbare scheepsveiling, ten verzoeke van de N.V. Credietvereeniging te Amsterdam als executante, domicilie kiezende ten kantore van advocaat en procureur Mr. M.M. van Valkenburg te Rotterdam, ten laste van
Cornelis van Dam, vroeger wafelbakker, thans koffiehuishouder te Leeuwarden, zal uit kracht van een grosse, de 30e oktober 1911 door de te Veendam residerende notaris D.A. Tholen verleden, om betaling te krijgen van NLG 1.823,20 voor hoofdsom en renten,
op maandag 19 april 1915 om tien uur aan de meestbiedende of hoogst afmijnende, executoriaal worden verkocht het in Nederland thuis behorende ijzeren tjalkschip LUMMACHINA, groot 61,084 ton, thans zonder schipper, liggende in de Haven Westzijde bij de Vismarkt te Vlaardingen, met alle tuigage, scheepsgereedschap en roeiboot.
De eerste inzet van de executante in één duizend gulden.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Volgens de Tanin zijn twaalf barken door Engeland en Frankrijk in Griekenland gekocht, om te dienen als transportschepen bij de Dardanellen, tijdens de overtocht op de Aegeïsche Zee door een hevige storm belopen. Elf van de schepen zijn vergaan en 39 opvarenden verdronken.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 5 april. Het Nederlandse stoomschip PRINS MAURITS is nabij Kaap Hatteras gezonken. Volgens een bericht uit New York verkeerde dat stoomschip 3 april v.m. 08.50 uur op 36º45’ NB en 47º45’ WL in nood.
Uit Amsterdam seint men: De directie van de Koninklijke West-Indische Maildienst heeft hedenavond 10 uur een telegram uit New York ontvangen, waarin haar wordt meegedeeld dat het stoomschip PRINS MAURITS in zinkende toestand verkeert op de hoogte van Kaap Hatteras. Omtrent het lot van de opvarenden is nog niets naders bekend.
Reuter seinde ons gisteren uit New York: Het Nederlandse stoomschip PRINS MAURITS is voor Kaap Hatteras in de storm van zaterdag met de bemanning van 49 koppen en 4 passagiers gezonken.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Fayal, 1 april. De vlamkasten van het alhier binnengelopen Nederlandse stoomschip LAURA zijn ernstig lek.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Gisternacht omstreeks half twee is in de Parkhaven alhier uit Hull aangekomen het stoomschip JERVAULX ABBEY. Aan boord bevonden zich de 1e stuurman C. Weltevreden, de 2e stuurman H. van Veelen, de donkeyman Th.J. Smits, de stoker A. Melieste en de stoker J. Blok, behoord hebbende tot de bemanning van het stoomschip SCHIELAND van de Scheepvaart- en Steenkolen Mij alhier. De kapitein D. Duit is met de overige bemanningsleden, uitgenomen 2 machinisten die in het hospitaal te Grimsby zijn opgenomen en een stoker die verongelukt is, met het stoomschip RIJNSTROOM van Hull naar Amsterdam vertrokken.
Donderdagmiddag omstreeks 11.45 uur, ongeveer 20 mijl van Spurn Head, bij kalme zee en mooi weer is het stoomschip SCHIELAND, geladen met ongeveer 1.400 ton kolen onderweg van Goole naar Rotterdam, op een mijn gelopen, die het schip aan bakboord midscheeps ter hoogte van de machinekamer raakte. Een geweldige slag volgde, waardoor de ketel of de stoompijpen barstten en een geweldige stoomkolom uit de machinekamer naar boven steeg, tot zelfs boven het schip uit. Tegelijk stroomde het zeewater met geweld de machinekamer binnen.
Dadelijk vierde men de bakboordboot. De gehele bemanning, uitgezonderd de stoker H. Handeraat die men niet meer gezien heeft, begaf zich in de boot waarmee men van het schip af roeide. Toen men even later zag dat de SCHIELAND niet geheel zonk keerde men aan boord terug en vierde ook de stuurboordboot, daar de bakboordboot rijkelijk zwaar beladen was. Besloten werd toen dat de 1e stuurman met zes man, onder wie de beide ernstig gewonde machinisten H. Lam en J. Lagendijk, zich in de ene boot en kapitein Duit zich met de overige leden van de bemanning in de andere boot zou inschepen. Kleding en verbandmiddelen werden van boord meegenomen. Toen stuurman Weltevreden voor de tweede maal het schip verliet stonden het stookhol en de machinekamer vol water, doch in de ruimen was daarvan niets te bemerken. De waterdichte schotten waren gesloten.
Stuurman Weltevreden roeide met zijn boot in de richting van de wal, passeerde een viertal schepen die geen hulp verleenden, terwijl een vijfde schip op het zwaaien met een flambouw (het was intussen donker geworden) zijn lichten doofde en snel wegstoomde, vermoedelijk omdat men meende dat de roeiboot een vijandelijke duikboot was. Om 2 uur ’s nachts kwam het Noorse stoomschip ORIA in de nabijheid. Men gaf uit de roeiboot signalen waarop dit stoomschip stopte zodat men langszij kon komen. Met het oog op de gewonde machinisten werd de sloep met al de inzittenden aan dek gehesen. De gewonden werden dadelijk in de hut van de kapitein gebracht en verbonden, terwijl voor de overige mannen uitstekend werd gezorgd. De ORIA kwam toen ’s morgens om 6 uur voor anker op 10 of 12 mijl van de SCHIELAND.
De reis van de ORIA was naar de Tyne, maar met het oog op de schipbreukelingen werd ’s morgens naar de Humber gestoomd. Op het geven van signalen is toen een Engelse torpedoboot met een dokter aan boord uitgekomen. De ORIA kreeg opdracht naar Immingham te varen om daar de beide gewonden voor het hospitaal van Grimsby aan wal te brengen. Stuurman Weltevreden en de overige vier mannen werden door de torpedoboot in Grimsby geland en zich naar het Zeemanshuis begaven. Vandaar hebben zij zich zaterdag (opm: 3 april) naar Hull begeven om zich aan boord van de JERVAULX ABBEY in te schepen.
Kapitein Duit is tot donderdagavond (opm: 1 april) 7 uur bij de SCHIELAND gebleven, toen op drie mijl afstand de Hollandse motorlogger CORNELIA CLAZINA te anker kwam. Kapitein Duit roeide naar deze logger, waar men zich aan boord begaf. Tot vrijdagmorgen is men in de nabijheid van de SCHIELAND gebleven. Toen lag het stoomschip, dat al die tijd drijvende was gebleven, tot aan de luiken onder water en zag men dat er geen redden meer aan was. Eerst toen is men aan boord van de motorlogger naar Hull gebracht, waar men vrijdagavond te 6 uur aankwam.
In de boot van de kapitein bevonden zich de 3e machinist S. Tuinhout, de hofmeester L. Mossel, de lampenist Tj. de Jonge, de matroos B. Weltevreden en de matroos A.P. Strassen. Hiervan heeft de matroos Weltevreden kneuzingen bekomen door het vallen van een voorstag op een been en de hofmeester Mossel bekwam lichte brandwonden.
De jongens van Papenveld en Steevels, die in een bericht van de rederij waren vermeld als deel uitmakende van de bemanning, waren achtergebleven en zijn te Harlingen door twee andere jongens vervangen, die gered zijn. De matroos B. de Regt was eveneens te Harlingen achtergebleven. Stuurman Weltevreden heeft brandwonden gekregen aan zijn rechterzijde. Bij zijn vertrek uit Grimsby was de toestand van de beide gewonde machinisten naar omstandigheden redelijk.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De Raad voor de Scheepvaart te Amsterdam deed uitspraak inzake de beschadiging van de schroefas van het stoomschip WESTERDIJK op 4 februari 1915.
De Raad is van oordeel, dat het slaan van de schroef op een zich onder water bevindend voorwerp niet de oorzaak van het defect van de schroefas kan zijn. De toestand, waarin de defecte delen zich bevonden, wijst er, naar 's Raads mening op, dat de schroefaskoker gland heet is geweest en daardoor het ongeval werd veroorzaakt. Hier tegenover staat echter, dat de 1e machinist geconstateerd heeft, dat de gland koud was. onmiddellijk na het ongeval.
Mogelijk is het ook, dat de voering van de schroefas reeds van de aanvang af los gezeten heeft en de oorzaak van het ongeval dus daarin te vinden is. Ook hiertegen verklaarde de 1e machinist, dat hij bij het inzetten van de schroefas tegenwoordig was en zich heeft overtuigd, dat de voering vast zat.
Waar de verklaringen zozeer uiteenlopen en een zelfstandig onderzoek niet meer mogelijk is, is de Raad niet in staat met zekerheid vast te stellen, door welke oorzaak de schade is ontstaan.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De Raad voor de Scheepvaart te Amsterdam stelde (op 1 april) een onderzoek in, inzake het op 19 januari tegen de kade in de haven van Tandjong Priok varen door het stoomschip GOENTOER, kapt. T. Bakker, rederij Rotterdamsche Lloyd, beide te Rotterdam. Kapitein T. Bakker verklaarde, dat hij op die 19e januari op de brug was, toen men de haven van Tandjong Priok binnenvoer. Er was een westmoesson. De bedoeling was, te meren aan de steiger aan de pakhuiskant; links kwam men de haven binnen en de bedoeling was, om de vierde boei te zwaaien. Het schip is 135 meter lang, de breedte ter plaatse bedraagt 200 meter.
Langzaam ging men om boei 4; daar er te weinig vaart was in verband met de wind, werd de stuurboordmachine aangezet. Reeds was het schip twee derde van de boei gepasseerd, toen de kapitein wilde stoppen. De loods wilde doorgaan en liet het vaartuig vlak op de kop van de kade zwaaien. De manoeuvres waren: bakboord-machine langzaam vooruit, stuurboord-machine halve kracht achteruit. Opeens schoot het vaartuig door en kwam, onder een hoek van 45 graden, tegen de kade. Een stuk kademuur werd verbrijzeld en de voorsteven van het vaartuig werd op twee plaatsen gebroken.
De kapitein was niets meegedeeld van het feit, dat de machine niet in overeenstemming met de telegraaf heeft gewerkt. De eerste machinist had goed gemanoeuvreerd en de gezagvoerder meent, dat de loods schuld heeft aan het ongeval. Het stoten geschiedde in het donker in de morgen.
De 3e stuurman R. Van Harmelen, bevestigt de verklaringen van de kapitein. Hij was op de brug en bediende de telegraaf tijdens het ongeval. De manoeuvres, die hij met de telegraaf overbracht, stemmen overeen met hetgeen de gezagvoerder dienaangaande meedeelde.
De eerste machinist W.H. Hardon, verklaart, dat de derde machinist op wacht was tijdens het ongeval. Hij kon, van boven staande op het derde rooster, zeer goed controleren en heeft dat ook thans gedaan. Op een vraag van de voorzitter of de 1e machinist niet in de machinekamer moet zijn bij het binnenkomen, zei de getuige, dat er op dek zeer veel machines te controleren zijn. Getuige doet dat meestal zelf, daar deze machines zeer ingewikkeld zijn. Hij weet niet meer welke orders bij het binnenkomen zijn gegeven.
De 2e machinist, P. Van Konijnenburg, was belast met het algemeen toezicht. Hij geeft inlichtingen over de uitgevoerde manoeuvres.
De 3e machinist Ponsen, bediende de bakboord-machine bij het binnenkomen in de haven. Hij herinnert zich niet meer precies welke manoeuvres hij uitgevoerd heeft. Wel weet hij, dat hij zeer nauwkeurig de opgegeven bevelen heeft gevolgd. Bij het binnenkomen in de haven manoeuvreerde hij zelf en niet de licht-machinist.
De kwartiermeester L. den Engelsen zag, dat Ponsen zelf manoeuvreerde. Hij heeft gezien, dat de machine een tijdje op „stop" heeft gestaan. Daarna ging de machine achteruit. Ook de telegraaf stond op achteruit.
De inspecteur voor de scheepvaart gaf als zijn mening te kennen, dat de ramp van de GOENTOER te wijten is aan een fout van het gezag. Ook komt het de inspecteur voor, dat er niet voldoende gecontroleerd werd, terwijl het wenselijk is dat de gezagvoerder op de hoogte is van de voor de machinekamer geldende voorschriften, betreffende de dienst.
Uitspraak zal later volgen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Mogador, 30 maart. De nieuwe dienst tussen Amsterdam en hier is gisteren door de aankomst van het Nederlandse stoomschip FORTUNA (Koninklijke Stoomboot Maatschappij te Amsterdam) geopend. Nederland voorziet de landstreek steeds meer en meer van suiker, specerijen, stro, papier, zeep en kaarsen.


07 april 1915


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Amsterdam, 5 april. Reuter seint uit New York: Het Nederlandse stoomschip PRINS MAURITS verkeert in nood ter hoogte van Kaap Hatteras (voorgebergte aan de landtong, die het haf Parnlico Sound in de Noord-Amerikaanse staat Noord-Carolina van de Atlantische Oceaan scheidt). Drie schepen zijn ter assistentie vertrokken. Er zijn vier passagiers aan boord. Het stoomschip PRINS MAURITS van de Kon. West-lndische Maildienst is op 1 april van New York naar West Indië vertrokken.
Een ander bericht meldt: Het Nederlandse stoomschip PRINS MAURITS is voor Kaap Hatteras in de storm van zaterdag met de bemanning van 49 koppen en 4 passagiers gezonken. De directie van de Koninklijke West-lndische Maildienst heelt hedenavond 10 uur een telegram uit New York ontvangen, waarin haar wordt meegedeeld, dat het stoomschip PRINS MAURITS in zinkende toestand verkeert op de hoogte van Kaap Hatteras. Omtrent het lot van de opvarenden is nog niets naders bekend.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Amsterdam, 5 april. Volgens een Lloyds bericht het Nederlandse stoomschip FLORA bij Hartland Point (Bristol Kanaal) gestrand. Naar gemeld wordt is het stoomschip totaal verloren. De bemanning werd gered. De FLORA groot 725 br. ton, gebouwd in 1894, behoort aan de Kon. Nederlandsche Stoomboot Maatschappij alhier en was 31 maart van hier naar Swansea vertrokken. Kapitein van de FLORA - op een na het kleinste schip van de Maatschappij - was de heer J. Fooy. De equipage bestond uit 19 man. Het schip was van Amsterdam leeg vertrokken en zou in Swansea laden voor Portugal. De FLORA is ook het schip dat een aantal schipbreukelingen redde van de getorpedeerde Engelse kruisers ABOUKIR, CRESSY en HOGUE.
Stoomschip FLORA gestrand.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

South Shields, 1 april. Er staat nog steeds te veel zee om bergingsmateriaal langszij van het stoomschip SLIEDRECHT te kunnen leggen. Men is bezig vanaf de rotsen een pomp aan boord te brengen. Deze week is er geen kans dat het stoomschip vlot komt.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

St. Michael’s, 2 april. Het stoomschip WOUDRICHEM heeft twee boten verloren, twee davits zijn gebroken en verbogen en verder is er nog meerdere kleine dek- en machineaverij. Buitendien is de schoorsteen met alle toebehoren geheel weggeslagen. De gezagvoerder wacht op orders van de reder en aanbevolen is om materiaal van Lissabon te doen komen.


08 april 1915


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

South Shields, 3 april. Bergers hebben hedenavond getracht het stoomschip SLIEDRECHT vlot te brengen. Een nieuwe poging zal niet voor het volgend springtij gedaan worden.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Stoomvaart Maatschappij Tromp te Rotterdam.
In de heden gehouden vergadering werd op voorstel van de directie besloten om uit de winst van het afgelopen jaar het restant van de obligatieschuld af te doen en voorts een dividend van 11% uit te keren.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Delfzijl, 6 april. Het te Groningen thuis behorende stoomschip HUNZE IX, dat in gewone omstandigheden op Hamburg v.v. vaart, zou van hier in ballast naar Amsterdam vertrekken om in de wilde vaart te gaan varen. Er rezen moeilijkheden bij de uitklaring. Het schip vertrok thans weer naar Groningen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Bideford, 4 april. Het stoomschip FLORA (zie vorig No.) is een mijl beneden Hartland Quay gestrand. Met hoogwater staat het stoomschip vol water.


09 april 1915


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Gisteren is een begin gemaakt met de beproeving van machines van de laatste van de drie voor de Nederlandse kust- en mijnenveld bewaking bestemde dubbelschroef-motorpantserschepen, namelijk de GRUNO, commandant luit.t.z. 1e klasse Bland van den Berg. De tocht was een z.g. fabrieksproeftocht en wel ter beproeving van de Germania-dieselmotoren, geplaatst door de N.V. Machinefabriek en Scheepswerf van P. Smit Jr. alhier.
De tocht ving aan van de mond van de Leuvehaven af tot Vlaardingen, waar op de gemeten mijl de volle krachtproeven werden gemaakt. De gemiddelde uitkomst (met het zogenaamde vuile schip en met harde NW wind) was ongeveer 13,5 mijl. De machines maakten ongeveer 315 slagen. Deze 13,5 mijlsvaart en het functioneren van de motoren bleken zeer goed te hebben voldaan. De zich aan boord bevindende kolonel Gyze, inspecteur van ’s Rijks stoomwezen, die zich gedurende de gehele tocht in de machinekamer had opgehouden, seinde na afloop onmiddellijk aan de schout bij nacht zeer tevreden te zijn over de uitslag.
Morgen vertrekt de GRUNO buitenom naar Nieuwediep, waar wordt gedokt, de bodem schoongemaakt en het vaartuig op de vereiste diepgang gebracht. Daarna worden de beproevingen (officiële) op de rede van Texel voortgezet.
De in deze boot geplaatste machines bestaan uit 2 tweetact hoofdmotoren ieder sterk 600 apk en 2 tweetakt hoofdmotoren ieder sterk 40 apk, en compressors. De zich in de GRUNO bevindende machines worden door samengeperste lucht gedreven.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam. Aan de Koninklijke Paketvaart Mij. te Amsterdam is na goed geslaagde proeftocht het voor haar rekening door de Maatschappij voor Scheeps- en Werktuigbouw Fijenoord te Rotterdam gebouwde passagiers- en vrachtstoomschip ROGGEVEEN opgeleverd. Dit stoomschip is onder bijzonder toezicht en volgens de hoogste klasse van Bureau Veritas gebouwd naar de plannen en voorschriften van de scheepsbouwkundige adviseur van de K.P.M., de heer M.A. Cornelissen, en van haar chef werktuigkundige, de heer A.C. Metzelaar.
Lengte, breedte en holte zijn respectievelijk 383’-6”, 48’-6” en 29’-11”. Het schip heeft een diepgang van 20’-7¼” (zomervrijboord), een draagvermogen van 4.200 tonnen van 1.016 kg; de bruto inhoud bedraagt 4.687 ton.
Inrichtingen zijn gemaakt voor 42 passagiers 1e en 32 passagiers 2e klasse. De smaakvolle salonbetimmeringen zijn vervaardigd naar ontwerpen van de heer Lion Cachet.
Het stoomschip is voorzien van elektrische verlichting en van een inrichting voor draadloze telegrafie (systeem Marconi), terwijl voor het vervoer in de tropen een onmisbare koel- en vriesmachine eveneens aanwezig is.
De hoofdmachine is van het triple-expansiesysteem met cilinders van 28½, 47 en 77 Engelse duim bij een slaglengte van 54 Eng. duim. Met een vermogen van 3.150 ipk, het schip geladen op een gemiddelde diepgang van 20 Eng. voet, wordt bij 75 omwentelingen per minuut van de machine een vaart behaald van 13 mijl per uur.
Vier stoomketels van ronde eenzijdige vorm, met een verwarmend oppervlak van 900 vierk. Eng. voet, stoomdruk 180 lbs per vierk. Eng. duim, leveren de benodigde stoom. Zij zijn voorzien van ‘Howden’s” inrichting voor geforceerde trek.
Als hulpwerktuigen zijn in de machinekamer opgesteld: 2 Weir’s voedingspompen, 1 hulpvoedingspomp, 1 ballastpomp, 2 sanitary-pompen, waarvan één elektrisch gedreven, 2 zoetwater-pompen, 1 verdamper, 1 distilleertoestel, 2 astatki-pompen, 1 ijsmachine en 2 dynamo’s.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De sleepboten ENGINEERING en DE BOER, beide van de N.V. Wilton’s Machinefabriek en Scheepswerf, zouden gisteren namiddag het uit Vlissingen alhier binnengekomen stoomschip TJISONDARI van de Java-China-Japan Lijn, naar de Maashaven helpen brengen. Dit geschiedde op de rivier alhier nabij boei 17, recht tegenover de Petroleumkade. De ENGINEERING lag een weinig dwars voor de kop van de TJISONDARI en wilde het roer omhalen om recht vooruit te komen en dan een tros uit te hangen. Hierbij liep zij tegen de sleepboot DE BOER en kwam vlak voor de steven van het zeeschip, dat onmiddellijk dwars over haar heenging.
Kapitein J.C. Braams die aan het roer stond, de machinist P. Storm, de verhaalder J. van Dam, de stoker E. Kramers en de dekknecht A. Jonker, die zich allen aan boord van de ENGINEERING bevonden, verdwenen met deze boot in de diepte en zijn niet weer gezien.
De rivierpolitie heeft gedurende geruime tijd doch tevergeefs naar hun lijken gevist, alleen een tros is opgehaald. De kapitein, de machinist en de verhaalder zijn gehuwd. De gezonken sleepboot is ruim 21 ton groot.
Terwijl dit gebeurde kwam het stoomschip BATAVIER IV aangestoomd en daarmee in aanraking kwam de sleepboot DE BOER, waardoor zij aan de voorsteven schade bekwam. De BATAVIER IV kreeg geen averij.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 9 april. Hedenochtend omstreeks 10 à 10½ uur is de POELDIJK (ex. VRIJBERGEN), komende uit het droogdok met bestemming naar de werf van Bonn & Mees, tegen de eerste Katendrechtse dam gevaren, waardoor drie dukdalven braken. Daarna is het stoomschip, dat wegens het slechte weer niet door 4 sleepboten die het sleepten kon worden gehouden tegen de grote paal No. 4 van de 2e Katendrechtse haven gevaren, die daardoor ernstig werd beschadigd. De averij aan het stoomschip zelf bepaalt zich tot een deuk in de huid. Thans ligt de POELDIJK gemeerd, beter weer afwachtende, om dan verder te worden verhaald.


10 april 1915


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Martenshoek, 9 april. Van de N.V. Scheepswerven v/h Gebr. G. & H. Bodewes alhier werd gisteren met gunstig gevolg te water gelaten een stalen galjas van 140 ton voor Duitse rekening. De kielen zullen worden gelegd voor een sleepboot en een drie-mast gaffelschoener groot 500 ton, eveneens voor Duitse rekening.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hedenmiddag 2 uur werd met goed gevolg door de Rotterdamsche Droogdok Maatschappi alhier, te water gelaten het schroefstoomschip MAASDIJK, in aanbouw voor Solleveld, Van der Meer en T.H. van Hattum's Stoomvaart Mij. Rotterdam. Dit is een zusterschip van het onlangs aan dezelfde rederij afgeleverde stoomschip RIJNDIJK.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Lizard, 8 april. Het van Philadelphia naar Rotterdam bestemde stoomschip CHARLOIS passeerde alhier tonende het signaal ‘onbestuurbaar’ en signaleerde: ‘het kwadrant is in stukken geslagen, stuur voor de ingang Nieuwe Waterweg een sleepboot naar mij’.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De gezonken sleepboot ENGINEERING is heden voormiddag omstreeks halftien boven water gebracht. Aan boord is alleen gevonden het lijk van de stoker E. Kramers, uit de Bingleystraat en wel in de machinekamer. Het is naar de algemene begraafplaats in Crooswijk gebracht. Bij het lichten van de ENGINEERING is gebleken, dat een tros van het stoomschip TJISONDARI om de schroef van de sleepboot is gekomen, waardoor deze onbestuurbaar werd. De ENGINEERING is gesleept tot tegen de dukdalven bij de Kortenoordsche haven, van waar zij, na daar leeggepompt te zijn, wordt gebracht naar Wilton's Machinefabriek en Scheepswerf. Op de plaats waar het ongeluk is gebeurd, heeft de rivierpolitie enige uren te vergeefs naar de andere lijken gezocht.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van Gebr. Van der Windt te Vlaardingen is te water gelaten het stalen loggerschip VIER GEZUSTERS, (IJM-231), gebouwd voor de heer J.N. Klein, te IJmuiden.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Door de hevige storm op drift geraakt. Vanmorgen om 10 uur zou het stoomschip VRIJBERGEN van de firma Furness, thans gekocht, door de Holland Amerika Lijn, om voor deze Maatschappij te varen onder de naam POELDIJK, gesleept worden van droogdok III de Dokhaven uit, naar de werf van Bonn en Mees. Buiten de Dokhaven stond echter een zo harde storm, dat de sleepboten niet bij machte waren de VRIJBERGEN te houden. Het schip tornde tegen de 3e Katendrechtsedam op, liep twee meerstoelen omver en bracht schade toe aan paal 4 in de 2e Katendrechtsehaven. Voorts kwam het met de elektrische kolentip in botsing, doch daaraan werd geen schade toegebracht. De VRIJBERGEN kreeg geen andere schade dan een deuk in een van de zijden. Voorlopig werd het schip met trossen aan de kolentip vastgelegd.


11 april 1915


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Texel, 10 april. Aan het Westerstrand is gisteren een zeer gehavende vlet aangedreven. Op de spiegel stond EENDRACHT II.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Newport, 8 april. Het Nederlandse stoomschip BANDOENG is hedenochtend bij het binnenkomen van het Alexandra-dok in aanvaring geweest met het Griekse stoomschip CHARILAOS TRICOUPIS, waardoor dit stoomschip enige schade bekwam aan de beplating. Of de BANDOENG schade bekwam is niet bekend.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Men meldt ons uit Amsterdam: De directie van de Koninklijke West-Indische Maildienst deelt ons mee, dat zij van haar agent te New York de navolgende telegrafische mededeling ontvangen heeft:
Op zaterdag de 3 april ‘s morgens 9 uur seinde het stoomschip PRINS MAURITS dat het zich op een noorderbreedte van 36º10’ en westerlengte van 74º01’ in nood bevond. Verscheidene schepen gingen ter assistentie; er woedde een hevige storm. Zaterdagmiddag 12 uur telegrafeerde het stoomschip PRINS MAURITS de volgende noodsignalen: ‘S.O.S.’ (save our souls) en ‘sinking fast’. Het stoomschip ALGENQUIN (van de Clyde Line) was een van de schepen die ter assistentie waren gegaan, men hoorde aan boord van dat schip vage draadloze seinen, doch kort na 12 uur ’s middags werd niets meer vernomen.
Verschillende schepen passeerden de plaats waar het stoomschip PRINS MAURITS in nood verkeerd had, doch geen spoor werd gevonden, ook niet van wrakstukken. Wij gingen voort verdere inlichtingen in te winnen, doch tot nog toe zonder resultaat.
De passagiers die aan boord waren zijn: Mevrouw de wed. Auguste Laroche, Cap Haitien; mevrouw Marion Wallace, Port au Prince; de heer en mevrouw Clovis Miot, Port au Prince.
De directie vreest naar aanleiding van dit bericht, dat de kans op redding van de opvarenden van het stoomschip PRINS MAURITS zeer gering is.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Getorpedeerd. Men meldt ons uit Hoek van Holland: Het Nederlandse stoomschip CONSTANCE CATHARINA, gisteren van Falmouth binnengekomen, heeft aan boord vijf man van het Engelse stoomschip HARPALYCE, hetwelk ter hoogte van het Noord Hinder lichtschip door een Duitse onderzeeboot werd getorpedeerd. Het Nederlandse stoomschip ELISABETH gisteren van de Hoek vertrokken naar New York keerde uit zee terug, hebbende aan boord twee en twintig van de opvarenden van het Engelse stoomschip HARPALYCE, gistermorgen 7 mijlen van Noord Hinder lichtschip door een Duitse onderzeeër getorpedeerd. Onder de geredden bevinden zich de tweede stuurman en tweede machinist, de laatste gekwetst. De HARPALYCE voer voor de Commission for Relief in Belgium en had een bemanning van 53 personen. Van de kapitein, de eerste stuurman en de rest van de bemanning is niets bekend.
Onze Rotterdamse correspondent seint: Gisteravond tien uur zijn in onze haven aangekomen de Nederlandse stoomschepen CONSTANCE CATHARINA, kapt. B. Kuyper en ELISABETH, kapt. Klaas Matroos, aan boord hebbende een aantal schipbreukelingen van het Engelse stoomschip HARPALYCE, dat op reis van Rotterdam naar Newcastle in ballast gistermorgen 7 mijl NO van het vuurschip Noord Hinder door een Duitse onderzeeboot is getorpedeerd. Het stoomschip HARPALYCE was te Rotterdam geweest voor de Belgische Relief Committee en voerde nog de speciale kentekenen van die Committee, ofschoon het schip, behorende aan de Engelse reder Harrison, niet meer onder haar charter was. De equipage van de HARPALYCE, een schip van een 7.000 ton, bestond geheel uit Chinezen, behalve de officieren. Het eerst ontmoetten wij in het Zeemanshuis een vijftal Chinezen, vier stokers en een matroos, die met de CONSTANCE CATHARINA waren meegekomen. Zij werden daar onmiddellijk van een warm maal voorzien en onder behandeling van een dokter gesteld, wijl de kerels in hun doornatte kleren half verkleumd waren. Uit hun verhaal viel niet veel op te maken. De kapitein van de CONSTANCE CATHARINA deelt evenwel mee, dat hij op zijn reis van Falmouth naar Rotterdam gistermorgen halfelf op 4 mijl afstand de zinkende HARPALYCE zag, en er full speed, heenging. Een ander Nederlands schip, de ELISABETH, was hem als voor en bezig met het reddingswerk. Het schip was snel gezonken en de bemanning dreef in zee. De CONSTANCE CATHARINA zette twee boten uit en redde de ronddrijvende 5 Chinezen, terwijl de ELISABETH had opgepikt verschillende officieren en 17 Chinezen. De kapitein van de ELISABETH die terugkeerde om de geredden te landen, verklaarde voor zijn boeg heel duidelijk de helle baan van een onderzeeboot te hebben waargenomen, zo dicht, dat hij even stopte. Ook het van Rotterdam uitgaande stoomschip RUBY lag voor de duikboot een ogenblik gestopt. De officieren door de ELISABETH aangebracht, waren Henry J.S. Horwood, chef machinist, John S. Tornbull, 2e machinist, John Wadley 3e machinist, Walter George, 2e officier, Edward Llewellyn, derde officier en Ary Peters, 5e machinist. De laatste gaf op een Hollander te zijn. Kapitein Wann van het stoomschip is vermoedelijk verdronken. Het laatst werd hij drijvende gezien, boven water gehouden door een steward. De chef machinist verklaarde, dat men niets van een onderzeeër gezien had. Men hoorde eensklaps de ontploffing en binnen 5 minuten was het schip gezonken. Dit stemt overeen met de mededeling van de derde officier, die alleen op de brug was en met het schip naar de diepte ging. Tijd om boten uit te zetten was er niet, zodat alle opvarenden door de Nederlandse schepen uit het water zijn opgevist. Vermoedelijk zijn ook nog een of twee personen door het stoomschip RUBY gered. Van de Chinezen zijn twee met beenfracturen op advies van dr. M. van Selms, die voortdurend aan boord van de ELISABETH was, naar het ziekenhuis gegaan. De tweede en derde officier, van wie de eerste zeer was overspannen, werden in het Harwich-hotel opgenomen. De eerste machinist heeft na gered te zijn, drie uur bewusteloos aan boord van de ELISABETH gelegen en ook de 2e machinist is gekneusd.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

De Rotterdamsche Droogdok Maatschappij.
Aan het jaarverslag over 1914 ontlenen wij het volgende: Het reparatiebedrijf moest ten gevolge van de oorlog sterk ingekrompen en van tijd tot tijd zelfs bijna geheel stil gezet worden. Sinds augustus 1914 heeft men zich dan ook in hoofdzaak moeten beperken tot de bouw van nieuwe schepen. De sterke financiële positie, waarin de vennootschap verkeert, heeft het bovendien mogelijk gemaakt om, niettegenstaande de oorlog, zowel krachtig voort te gaan met voltooiing van de talrijke onder handen zijnde fabrieksuitbreidingen, als de uitbesteding van in ontwerp zijnde werken te bespoedigen. De vertraging veroorzaakt door de tijds omstandigheden in de levering van tal van in het buitenland bestelde materialen, gaf sinds augustus aanleiding tot voortdurende zorgen. Hoewel getracht is de voorraden zoveel mogelijk te versterken, blijft zo lang de oorlog duurt de mogelijkheid van stilstand van het bedrijf of van een onderdeel daarvan door gebrek aan materialen nog steeds de directie ernstig verontrusten. Over het afgelopen jaar zijn bevredigende einduitkomsten verkregen.
Het voor winst en afschrijvingen bestemde saldo over 1913 bedragende NLG 813.397 (v.j. NLG 567.738) steeg over 1914 tot NLG 930.614 (NLG 713.397) na vermindering van dit cijfer met het volle bedrag van vorderingen op enige buitenlandse debiteuren, die in verband met de oorlog tot nog toe niet aan haar verplichtingen hebben voldaan. Dit belangrijke winstcijfer maakt wederom zeer ruime afschrijvingen mogelijk, waarvoor totaal is uitgetrokken een bedrag van NLG 459.693 (NLG 388.976), zijnde circa 23% van het geplaatste maatschappelijke kapitaal. Voorgesteld wordt van de winst NLG 28.690 voor het fonds van belangen personeel, NLG 15.000 voor de buitengewone reserve en NLG 5.000 voor gratificaties te bestemmen, waarna, rekening houdende met bedrijfsbelasting en tantièmes, aan aandeelhouders NLG 280.000 of 14% (v.j. 13%) van het geplaatste kapitaal en aan houders van oprichtersbewijzen NLG 224 per oprichtersbewijs kan worden uitgekeerd. Het fonds voor belangen personeel stijgt dan tot NLG 75.000 en de buitengewone reserve tot NLG 380.000, terwijl de statutaire reserve onveranderd voor NLG 100.000 op de balans voorkomt. Zoals het vorig jaarverslag reeds in het vooruitzicht stelde, is gedurende 1914 nieuw fabrieksterrein van de Gemeente Rotterdam aangekocht en tot belangrijke vergroting van de fabriek benut. Hiermee ging o.a. gepaard de amovatie van enige bestaande gebouwen, de uitbreiding van de dokhaven, van het terreinspoor en van het rollend en drijvend materieel, alsmede de uitrusting van twee scheepshellingen met kostbare kraanbanen met zich daarover bewegende elektrische hellingkranen (waardoor de bouwtijd van schepen belangrijk kan worden bekort). Bovendien werd van de slapte in het reparatiebedrijf gebruik gemaakt om de bestaande dokhaven opnieuw op diepte te baggeren. De gezamenlijke kosten van bovenbedoelde aankopen en uitbreidingen bedragen NLG 923.619, exclusief een bedrag van NLG 302.297 voor de bouw van arbeiderswoningen besteed. De vennootschap beschikt thans in ronde cijfers over 7 H.A. grond bestemd voor de bouw van arbeiderswoningen (waarvan 4 H.A. in eigendom en het resterende in erfpacht ten name van de hierna te noemen Bouwmaatschappij Heyplaat), alsmede over 15 H.A. fabrieksterrein (waarvan 7 H.A. in eigendom). Van dit fabrieksterrein is 5 H.A. als dokhaven in gebruik en 2 H.A. door gebouwen overdekt.
In het afgelopen jaar werd het eerste gedeelte van het voor arbeidershuisvesting bestemde tuindorp Heyplaat voltooid, welk gedeelte bestaat uit 111 panden, bevattende 125 woningen, een warenhuis en een voor samenkomsten bestemd torengebouw. Na afschrijving van alle kosten van oprichting, toezicht, enz. op onze exploitatierekening, werd dit complex op 1 januari 1915 overgedragen aan de hiervoor opgerichte vennootschap Bouwmaatschappij Heyplaat.
In 1914 zijn afgeleverd de stoomschepen NOORDIJK, RONDO en LETO met een totaal laadvermogen van 22.600 ton, terwijl bovendien de bouw voltooid werd van het stoomschip BELLATRIX met een laadvermogen van 6.000 ton, dat echter door vertraging in de afzending van enige in Engeland bestelde onderdelen, eerst begin januari 1915 tot aflevering kwam. De werktuigen van al deze schepen met een totaal vermogen van 9.150 ipk zijn wederom door de maatschappij zelf gebouwd, terwijl bovendien geleverd zijn de werktuigen van 350 ipk. voor het door de Scheepswerf “Dordrecht" gebouwde stoomschip SINGKARA. De ketelmakerij heeft in 1914 afgeleverd 18 ketels met een verwarmd oppervlak van 3.150 vierkante meter.
Kort voor het eind van 1914 kwam vrij plotseling van vele zijden vraag naar nieuwe schepen en ontving de Maatschappij verscheidene opdrachten tot de bouw daarvan, zodat, deze schepen meegerekend, op 1 januari 1915 nog onderhanden of in bestelling waren 11 schepen met een totaal laadvermogen van 70.000 ton en een machinevermogen van 18.500 ipk, alsmede 2 machine installaties van gezamenlijk 2.000 ipk vermogen voor 2 elders in aanbouw zijnde stoomboten.
Van de beide dokken werd gebruik gemaakt door 203 schepen, metende 584.898 registerton met 560 dokdagen, zondagen, nachtwerk en rivierboten buiten beschouwing gelaten. Sinds de oprichting van de maatschappij werden dus gedokt 2.062 zeeschepen, metende 5.268.499 registerton.
Blijkens de winst- en verliesrekening bedraagt de winst: Uit orders NLG 960.381 (v.j. NLG 840.842).


12 april 1915


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Inzake het voorgevallene met de MEDEA heeft onze Regering op 3 dezer tot de Duitse regering een nota gericht, welke in hoofdzaak gegrond is op de overweging, dat het geldend volkenrecht de vernietiging van neutrale prijzen niet erkent en dat zelfs, indien de Londense verklaring van 1909 deel uitmaakt van dat geldend recht de vernietiging van de MEDEA onrechtmatig was. De overhandiging van bedoelde nota te Berlijn op 6 dezer was enige tijd geleden vooraf gegaan door een vraag om opheldering. Uit het door de Nederlandse gezant ontvangen antwoord bleek, dat in het oog van de Duitse regering het met de MEDEA zowel als met de BATAVIER V en de ZAANSTROOM voorgevallene steunde op de voorschriften van de Londense declaratie, dat voorts besloten was de rechtmatigheid van de gepleegde handelingen ten spoedigste aan het oordeel van een prijsrechter te onderwerpen en dat er van een veranderde politieke gedragslijn geen sprake was.
De Nieuwe Ct. zegt, dat er van de kant van de Duitse regering generlei toespeling gemaakt moet zijn op de mogelijkheid dat – zoals de Kölnische Zeitung zich onlangs uit Amsterdam liet melden, maar wat door de directie van de K.N.S.M. naar men weet ten stelligste is tegengesproken – de MEDEA lood, pyriet of andere absolute oorlogscontrabande onder de sinaasappelen-lading aan boord had. (opm: bekort)


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 10 april. Hedenmiddag 2.30 uur werd met goed gevolg door de Rotterdamsche Droogdok Mij. alhier, te water gelaten het schroefstoomschip MAASDIJK, in aanbouw voor Solleveld, Van der Meer en T.H. van Hattum's Stoomvaart Mij. Rotterdam. Dit is een zusterschip van het onlangs aan dezelfde rederij afgeleverde stoomschip RIJNDIJK. Het heeft dus wederom 6.000 ton laadvermogen bij hoofdafmetingen van 345 voet bij 48'-6” bij 25’-6”. Het wordt door de Rotterdamsche Droogdok Mij. voorzien van een machine installatie waarmee een beladen snelheid van 10 knoop bereikt zal kunnen worden. De gebruikelijke ceremonies werden verricht door mevrouw Solleveld.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 10 april. Het stoomschip WOUDRICHEM zal te St. Michaels zo repareren, dat het in staat is om de reis naar New York te kunnen voortzetten. Het ligt in het voornemen om een schoorsteen van hier naar St, Michaels te zenden.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Londen, 9 april. Het Nederlandse stoomschip PRINS MAURITS, met man en muis bij Hatteras vergaan, was voor een deel aan de Londense markt verzekerd voor GBP 21.000.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Martenshoek, 9 april. Van de N.V. Scheepswerven v/h. Gebr. G. & H. Bodewes is gisteren met gunstig gevolg te water gelaten een stalen galjas, groot 140 ton, voor Duitse rekening. De kielen zullen worden gelegd voor een sleepboot een driemast gaffelschoener, groot 500 ton, eveneens voor Duitse rekening.


Krant:

 ZZN - Zierikzeesch Nieuwsblad

De sleepboot ENGINEERING van de firma Wilton, welke donderdagnamiddag in de grond werd gevaren door het stoomschip TJISONDARI, met het noodlottige gevolg, dat alle vijf opvarenden verdronken, is zaterdagmorgen half tien boven water gebracht.
Alleen is gevonden in de machinekamer, het lijk van de stoker Kramers, dat naar Crooswijk is overgebracht. De ENGINEERING is naar de werf Wilton gesleept.
Een tros van de TJISONDARI bleek te zijn geslagen om de schroef van de ENGINEERING, waardoor de sleepboot geheel weerloos moet zijn gemaakt. Door de rivierpolitie wordt naar de vier andere lijken gedregd.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad



13 april 1915


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. Voortgezet werd de behandeling van de zaak van het stoomschip GOENTOER, die op 19 januari tegen de kade in de haven van Tandjong Priok liep. Langzaam liep het schip binnen. Aanvankelijk werkte slechts de bakboord machine; in de binnenhaven werkte ook de stuurboord machine. Aan het dek werd vermoed, dat de orders naar de machinekamer niet dadelijk opgevolgd werden.
J.L. Hertog, 3e machinist, bediende de stuurboord machine, die toen langzaam vooruit werkte. Door de machinetelegraaf werd daarop hem kenbaar gemaakt, dat halve kracht achteruit geslagen moest worden. Hierop werd volle kracht achteruit gewerkt. De machinist verklaarde, dat het commando van de brug stipt en dadelijk werd uitgevoerd. Van langzaam vooruit op langzaam achteruit werd de machine niet gestopt.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

IJmuiden, 12 april. Het Nederlandse stoomschip MAASSTROOM, van Londen, rapporteert op de Theems in aanvaring te zijn geweest met het stoomschip OPAL en schade te hebben belopen aan het berghout benevens lekkage in het grootruim. Het indringend water kan met de pompen worden bijgehouden.


14 april 1915


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Port Said, 11 april. De sleepboot DE JONG heeft warmgelopen metalen. Er is gerepareerd en de reis is voortgezet.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Stavanger, 10 april. De met een lading beukenhout van Bandholm naar Forenaes bestemde schoener VOORWAARTS is met gebroken roersteven door het stoomschip HANSEAT te Flekkefjord binnengebracht. Volgens een bericht uit Flekkefjord is de VOORWAARTS naar Hardanger bestemd en te Risholmen binnengebracht.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Koninklijke Nederlandsche Stoomboot Maatschappij. In de heden gehouden algemene vergadering van deelhebbers waren vertegenwoordigd 677 aandelen, recht gevende tot het uitbrengen van 61 stemmen.
Het jaarverslag (zie Avondblad van 1 april) werd voor kennisgeving aangenomen.
Bij de behandeling van de balans en de winst- en verliesrekening vroeg de heer Ter Kuile enige inlichtingen over de post „nettobedrag van de vaart van de stoomschepen”. Het brutobedrag is bij het vorig jaar niet veel ten achter, maar het nettobedrag is 3 à 4 ton minder dan het vorig jaar. Spreker vraagt of er bijzondere redenen zijn geweest voor de hogere kosten. Door de directie werd hierop geantwoord, dat de oorzaak van het verschil vrij duidelijk in het jaarverslag is uiteengezet. De vrachten zijn in het eerste gedeelte van het jaar laag geweest, daarna kwam de oorlog gepaard met stilstand van het bedrijf, terwijl later de onkosten als gevolg daarvan zeer hoog waren. Eerst in de laatste maanden van het jaar was de gang van zaken weer goed. Frankrijk en Engeland lieten weer diverse artikelen door. Daardoor zijn goedgemaakt de lage vrachten enerzijds en de hoge kosten anderzijds gedurende de rest van het jaar. Alles tezamen genomen, kan dan ook het resultaat bijzonder goed worden genoemd. De heer Ter Kuile wenste daarna inlichtingen over het verschil met het vorig jaar van de post „renterekening", die dit jaar debet staat voor NLG 1.400. De directeur verklaarde dit verschil door er op te wijzen, dat in 1914 een 4½% obligatielening is uitgegeven, waarvan de rente gedeeltelijk op het afgelopen jaar drukt. De heer Ter Kuile wees er vervolgens op, dat het bedrag hetwelk op de balans onder de post „IJkade" voorkomt altijd zeer groot is, doch dit jaar is het tweemaal zo groot, terwijl daartegenover op de winst- en verliesrekening geen bate voorkomt. De directeur achtte het niet denkbaar, om de schepen productief te exploiteren, wanneer de Maatschappij daarvoor geen voldoende inrichtingen zou hebben. Door de snelle uitbreiding van het vervoer zijn die inrichtingen, waarvan ook de West-Indische Maildienst gebruik maakt, steeds uitgebreid. Wanneer de Maatschappij die inrichtingen niet had, zou men de schepen niet kunnen exploiteren als nodig is. Dezelfde aandeelhouder vroeg tenslotte welke reden er bestond om het assurantiefonds niet hoger te nemen dan het vorig jaar en meer in overeenstemming te brengen met de tegenwoordige tijd. De directie antwoordde op deze vraag, dat het assurantiefonds is opgebouwd als risico voor de gewone zeevaart. Dit jaar is het risico geheel anders. Men heeft gemeend, het risico zelf te moeten lopen en uit het verslag blijkt, dat aan premies 6 ton zijn bespaard. Het zou mogelijk geweest zijn een afzonderlijk fonds voor oorlogsrisico te vormen, maar het bedrag zou moeilijk te schatten zijn. De vrachten hebben bovendien in de laatste maanden zoveel baten meer opgeleverd, dat wel enige verliezen kunnen worden gedragen. De balans en de winst- en verliesrekening werden vervolgens goedgekeurd en het dividend werd vastgesteld op 6%.
Aan de orde kwam daarna een voorstel tot statutenwijziging, dat met algemene stemmen werd goedgekeurd. Deze wijziging heeft in hoofdzaak betrekking op art. 16 van de statuten betreffende de winstverdeling voor het bestuur. Tot nu toe krijgen directie en commissarissen tezamen 25%. Het bestuur heeft gemeend, dat het wenselijk is om de verdeling van die 25% door het bestuur onderling te doen geschieden, maar aan aandeelhouders de beslissing over te laten welk deel van commissarissen en welk deel aan de directie toekomt en voorts om het percentage van de directie afzonderlijk te bepalen, n.l. elke directeur 4% en de gezamenlijke commissarissen 10%, tezamen dus 26%.
De aftredende commissaris, de heer C.J.K. van Aalst, werd als zodanig herkozen. Ten slotte vroeg prof. Quack aan de directie of misschien nog berichten zijn ingekomen over het vergaan van het stoomschip FLORA. De directie verklaarde geen verdere inlichtingen te hebben ontvangen. Het schip is op de kust gelopen, vermoedelijk door mist en misleidende stroom. Van de bemanning is niemand teruggekeerd en het schip kan als totaal verloren worden beschouwd.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 13 april. Het stoomschip TJISONDARI, gecharterd door de N.A.S.M. vertrok dinsdag 13 april van Rotterdam naar New York en was te 06.40 uur in zee.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Koninklijke West Indische Maildienst. Aan het verslag over het boekjaar 1914 ontlenen wij het volgende: De eerste maanden van het afgelopen jaar hadden, wat de exploitatie van de hoofdlijn en van de Colonlijn betreft, een bevredigend verloop; het vervoer van goederen nam gestadig toe en ook het passagiersvervoer op eerstgenoemde lijn was lonend. Teleurstellend daarentegen waren de resultaten, verkregen met de 14-daagse passagiers- en vrachtlijn New York en Paramaribo; het bleek dat deze lijn geen levensvatbaarheid heeft en besloten werd deze dienst met 1 augustus te staken en het kantoor te New York op te heffen. Met de Trinidad Shipping and Trading Co., welke maatschappij een geregelde dienst tussen New York en Trinidad onderhoudt, sloten wij een overeenkomst, waardoor aan Paramaribo het behoud van een directe en vlugge verbinding met New York verzekerd bleef.
De Europese oorlog heeft het bedrijf een gevoelige slag toegebracht. Het aanbod van goederen verminderde plotseling zeer sterk en men was genoodzaakt de dienst Amsterdam - Colon te staken. Hoewel op de hoofdlijn het goederenvervoer eveneens op onrustbarende wijze verminderde en in West Indië zelfs geen lading voor Europa te bekomen was, achtte het bestuur het een plicht het verkeer ter zee tussen Nederland en de West-Indische Koloniën zo lang mogelijk in stand te houden, waarin het tot nu toe geslaagd is, al is het door het oponthoud dat de schepen ten gevolge van de omstandigheden ondervonden, niet mogelijk geweest ook de vertrekdata steeds stipt te houden. Aan het einde van het jaar nam het ladingaanbod toe en kon men de dienst Amsterdam – Colon heropenen. Reeds eerder ontwikkelde zich op het traject New York – Haïti een levendig goederen- en passagiersvervoer; aangezien de schepen van de Atlaslijn, die onder Duitse vlag varen, de dienst New York - Haïti gestaakt hadden, geschiedde dit vervoer uitsluitend met de schepen van de Maatschappij. De stoomschepen in de hoofdlijn varende, volbrachten in dit boekjaar 26 reizen. In de New York – Paramaribo lijn werden 15 reizen en in de Amsterdam -Colonlijn 12 reizen volbracht; laatstgenoemde reizen werden gemaakt met de stoomschepen, gehuurd van de Kon. Ned. Stoomboot Mij. Het geldelijk resultaat, verkregen met de exploitatie over het boekjaar 1914 zou ondanks de bovenvermelde tegenspoeden, bevredigender geweest zijn, indien het assurantiebedrijf niet met verlies gewerkt had. Ook sluit de interestrekening in plaats van met een creditsaldo, zoals in 1913, met een nadelig saldo, terwijl een belangrijk hoger bedrag, dan over het boekjaar 1913, afgeschreven moet worden als verlies op de effecten en het bedrag van afschrijving op de schepen hoger moet zijn, omdat de in de loop van het jaar 1913 in de vaart gebrachte schepen dit gehele boekjaar in bedrijf waren.
Het bruto winstsaldo, inclusief saldo Ao. Po., bedraagt NLG 607.248. Hiervan wordt afgetrokken: Het nadelige saldo interestrekening NLG 8.070, het koersverschil op beleggingen, NLG 27.464, afschrijving op de stoomschepen NLG 335.926, afschrijving op inrichtingen te Paramaribo NLG 19.883. Blijft voor verdeling beschikbaar NLG 215.902. Voorgesteld wordt 5½ procent dividend uit te keren.


15 april 1915


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Groot opgemaakte advertentie, gezamenlijk opgesteld door Wm. H. Müller & Co. en Hollandsche Stoomboot Maatschappij:
Wij vestigen de aandacht van belanghebbenden op de volgende advertentie, voorkomende in de Deutschen Reichsanzeiger und Königlich Preussischen Staatsanzeiger van 7 april l.l.
Oeffentliche Bekanntmachung
Die holländischen Dampfer BATAVIER V und ZAANSTROOM sind von einem deutschen Kriegsschiff aufgebracht und nach Zeebrügge eingebracht worden. Die Beteiligten werden aufgefordert, ihre Ansprüche binnen zwei Wochen durch Einreichung einer Reklamationsschrift geltend zu machen. Es wird darauf hingewiesen, dass die Reklamationsschrift ausser andern Erfordernissen von einem bei einem deutschen Gerichte zugelassenen Rechtsanwalt unterschrieben sein muss.
Hamburg, de 6e april 1915.
Das Kaiserliche Prisengericht.
w.g. Brandis
De redactie van de NRC merkt verder op:
In verband met het bovenstaande vernemen wij, dat de Hollandsche Stoomboot Mij, eigenaresse van de ZAANSTROOM en de firma Wm. H. Müller & Co aan wie de BATAVIER V behoort, onverwijld de eerste stappen hebben gedaan, verband houdende met de indiening van haar vorderingen. Daar de oproeping reeds de 7e is verschenen en de vorderingen binnen 14 dagen moeten worden ingediend rest nog slechts een korte tijd. Gisteren is er tussen de directies van de beide rederijen overleg gepleegd.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De Minister van Buitenlandse Zaken maakt bekend, dat de procureur generaal bij het Britse prijzenhof een eis heeft ingediend tegen een deel van de lading van het stoomschip BOEROE.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Sunderland, 20 maart. Het stoomschip SLIEDRECHT zit hoog tegen de rots en gisteren stond er 3 voet water te weinig. Bij een buitengewoon hoog springtij is het stoomschip op strand gelopen. Het is zwaar beschadigd.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Falmouth, 20 maart. De lagedruk cilinderdeksel van het stoomschip TROMPENBERG (zie ochtendblad 22 maart) is weggeslagen. Buiten en behalve dit is de zuiger gebroken en andere machinedelen zijn beschadigd. Vanaf de Longships is het stoomschip door het Noorse stoomschip RABBI naar de Baai van Penzance gesleept en van daar door de sleepboot TRITON naar hier.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Amsterdam, 15 april. Het Nederlandse stoomschip KATWIJK, van Baltimore met graan naar Rotterdam, is gisteravond, terwijl het ongeveer 7 mijlen bewesten het Noord-Hinder vuurschip geankerd lag, getorpedeerd en gezonken. De uit 23 man bestaande equipage werd gered en door het vuurschip opgenomen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 14 april. Het stoomschip POOLSTER van Van Nievelt, Goudriaan & Co’s Stoomvaart Mij. alhier, is verkocht aan de firma Gebr. Van Uden te Rotterdam.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

St. Michaels. 11 april. Omtrent het stoomschip WOUDRICHEM wordt gemeld, dat de gezagvoerder voorlopig een houten schoorsteen op zijn schip heeft laten plaatsen en dat hij reddingsboten van een geïnterneerd Duits stoomschip heeft gekocht. Hij stelt voor naar Rotterdam te vertrekken.


16 april 1915


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De Raad voor de Scheepvaart heeft gisteren een onderzoek ingesteld betreffende het vergaan van het stoomschip AMSTEL op 29 maart jl. op ongeveer 45 mijl beoosten Spurn Point. Gezagvoerder M. Gnodde, rederij firma P.A. van Es & Co., beiden te Rotterdam. (opm: zie eerdere berichten) Alle opvarenden zijn gered in de eigen boten. Gelegenheid om iets mee te nemen was er niet. In de boten was alles wat nodig was. Deze zijn door een Engelse treiler opgepikt en de opvarenden zijn naar Grimsby gebracht. Op een vraag antwoordde de kapitein, dat hij vermoedde op een mijn te zijn gelopen. Hij achtte het echter niet onmogelijk te zijn getorpedeerd, hoewel hij geen duikboot had gezien. (opm: sterk bekort)


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De Raad voor de Scheepvaart heeft een onderzoek ingesteld naar het vergaan van het stoomschip SCHIELAND op 1 april. (opm: zie ook hier diverse eerdere berichten)
Kapitein D. Duit verklaarde als getuige dat de SCHIELAND op 31 maart van Goole naar Rotterdam was vertrokken. Zijn plan was geweest niet onder de Engelse kust langs te gaan maar recht over te steken. Er was geen reden niet de aangegeven veilige route te volgen daar er toch overal mijnen drijven. Alle maatregelen voor eventueel gevaar waren genomen; ieder had een reddingsgordel in zijn kooi. De bemanning bestond uit 16 man, de lading bestond uit steenkool. Het schip mat 653 nrt. Er was geen uitkijk (natuurlijk wel ’s nachts). De gezagvoerder en de stuurman bevonden zich op de brug. De voorzitter van de Raad merkt op, dat in verband met de tegenwoordige tijden een uitkijk ook overdag wel noodzakelijk ware geweest.
Toen de ontploffing bij de ketels plaatsvond waren er in de machinekamer vier man, van wie er één de stoker, niet meer te voorschijn kwam. De anderen redden zich in een boot. Men roeide van het schip af, maar een gat was niet te zien. Toen men zag dat de SCHIELAND niet geheel zonk roeide men naar het schip terug om de papieren, het kompas enz. te halen. De ketels en alles in de machinekamer stond onder water.
Desgevraagd zegt de kapitein nog dat de ontploffing niet aan een defect aan de ketels kan toe te schrijven zijn. Deze waren nog geen drie weken geleden gekeurd en in orde bevonden. Daarna werd stuurman C. Weltevreden gehoord, die de verklaringen van de gezagvoerder bevestigde. (opm: bekort)
De Raad zal nader uitspraak doen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De Raad voor de Scheepvaart heeft uitspraak gedaan betreffende het stoten tegen een kade door het stoomschip GOENTOER (opm: zie NRC 020415 en AH 130415).
Vast staat dat de GOENTOER bij het zwaaien in de haven van Tandjong Priok te veel vaart heeft gehad en daardoor tegen de kaaimuur is gelopen en beschadigd. Niet met zekerheid is echter vast te stellen waardoor het schip te veel vaart heeft gekregen. Hoewel er zekere tegenstrijdigheid bestaat in de verklaringen van het dek personeel en dat van de machinekamer omtrent de gecommandeerde manoeuvres kan de Raad niet concluderen dat de met de telegraaf gegeven orders door de machinisten verkeerd zouden zijn uitgevoerd.
Op de brug is niet gecontroleerd hoe de machines werkten; het is mogelijk dat de s.b. machine langer vooruit gewerkt heeft dan de loods en gezagvoerder meenden. Waar de verklikkers, op de GOENTOER aangebracht, dienen om de uitvoering van de met de telegraaf gegeven orders te controleren, acht de raad het af te keuren dat deze controle niet steeds geschiedt. (opm: bekort)


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Op 2 maart had, naar wij in het Bastaviaasch Nieuwsblad lezen, een vergadering plaats van exporteurs teneinde middelen te beramen om aan het monopolie systeem, hetwelk hier in verband met de scheepvaart heerst, een einde te maken, in ieder geval om middelen te beramen de zaken eens een beetje in het goede spoor te brengen. Het huidige systeem is fnuikend en de exporteurs lopen steeds met een touw om de hals geslagen aan de hand van de scheepvaart trust. De Inlanders lijden schade doordat de producten niet kunnen worden afgescheept. De exporteurs vrezen door nu met een niet aangesloten boot af te schepen hun vrachtrabat over het tweede halfjaar van 1914 te verliezen en natuurlijk ook over dat van het eerste half jaar van 1915.
Er werd een commissie benoemd die door middel van besprekingen met de scheepvaartmaatschappijen zal proberen tot een spoedige minnelijke schikking te komen: Niet alleen in het belang van het moederland, maar in het belang van onze handel en dus van de kolonie.
De redactie stelt in een commentaar: Ongeacht de commissie in dezen doen zal, komt het ons voor, dat de regering met kracht behoort in te grijpen, nu reeds, zonder verwijl. De ambtenaar van het Ministerie van Landbouw, Nijverheid en Handel, die de vergadering bijwoonde, zal ons inziens de regering niet anders mogen adviseren. O Shame where is thy blush? (opm: sterk bekort)


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Gisteravond is de bemanning van het stoomschip KATWIJK per spoor van Vlissingen te Rotterdam aangekomen. Zij bestaat uit de kapitein, drie stuurlieden, drie machinisten, een hofmeester, een donkeyman, een kok een jongen en matrozen en stokers, tezamen 23 koppen. Niemand heeft enig letsel gekregen.
Woensdagavond (opm: 14 april) ongeveer 7 uur besloot kapitein Teensma met het oog op de mijnen en uit veiligheid voor schip en lading met de KATWIJK voor anker te gaan, ongeveer 6 mijl bewesten het vuurschip Noord-Hinder. Men was juist bezig de lampen klaar te maken voor de verlichting buiten boord van de onderscheidingstekenen toen een hevige slag zich deed horen en het ganse schip trilde. In de kajuit van de kapitein viel de kachel om en de panelen sloegen uit de wand. Ditzelfde gebeurde ook in de hutten van de officieren en overal ontstond brand. In het volkslogies werd een gat in de vloer geslagen, waardoor de tafel verdween, meesleurende een van de zich daar bevindende mannen, die men spoedig weer uit het gat trok. De mais in ruim 2 sloeg uit dat ruim over de brug heen.
Iedereen spoedde zich naar het dek. In de schemer zag men op 15 meter afstand de periscoop van een duikboot. Later, toen men in de boten zat, heeft men weer de periscoop en een ogenblik ook de toren van de duikboot gezien. De KATWIJK bleek getorpedeerd aan bakboord vóór de brug ter hoogte van ruim 2. Na 20 minuten zonk het schip.
Gisternacht om half drie bereikte men roeiend het vuurschip, door en door koud en verkleumd. De lading van de KATWIJK bestond uit 3.000 ton mais, geladen in Baltimore met bestemming Rotterdam en geconsigneerd aan de Nederlandse regering. (opm: bekort)


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Door het transportschip VLISSINGEN zijn gistermiddag te 4 uur 23 leden van de bemanning van het stoomschip KATWIJK te Vlissingen aangebracht. Het ongeval had plaats zes mijlen ten westen van het lichtschip Noord-Hinder. De bemanning moest in de boten zes uur lang roeien voor zij het lichtschip hadden bereikt.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

ZAANSTROOM en BATAVIER V. Naar wij, naar aanleiding van de stappen, ondernomen door de Hollandsche Stoomboot Maatschappij en door Wm. Müller & Co's Scheepvaart Maatschappij in verband met de a.s. behandeling van de zaken van de ZAANSTROOM en de BATAVIER V voor het Hamburgse prijsgerecht, nader vernemen, stellen beide scheepvaart maatschappijen zich op het standpunt, dat in de allereerste plaats op de voorgrond treden de belangen van de eigenaren van de ladingen, welke zich aan boord van de opgebrachte schepen bevonden.
Immers, wanneer de ladingen voor minder dan 50 procent door een veroordeling werden getroffen, lopen de eigenaren van de schepen absoluut vrij. Maar uiteraard wensen de scheepseigenaren, dat de eigenaars van de ladingen bij de behandeling voor het prijsgerecht deugdelijk vertegenwoordigd worden en daarop is het eerste streven van de directies van de Hollandsche Stoomboot Mij. en van de firma Wm. Müller & Co., gericht.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Verkochte schepen. De stoomschepen KINDERDIJK en POELDIJK, van Solleveld, Van der Meer & Van Hattum's Stoomvaart Maatschappij te Rotterdam, zijn naar Bergen (Noorwegen) verkocht.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Rotterdam, 15 april. Wij vernemen, dat het heden naar Palembang vertrokken stoomschip TWEE AMBT, van de Scheepvaart Maatschappij Groningen, voor drie jaren is gecharterd om in Nederlands-Indië dienst te doen. Binnenkort vertrekt het stoomschip OLDAMBT eveneens onder dezelfde condities, van hier naar Nederlands-Indië. (opm: zie ook AH 040315)


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 15 april. De 2-mast gaffelschoener JANTINE FENNEGINE, kapt. Kramer, arriveerde 6 April van Cardiff te Portimao.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 15 april. Het stalen schroefstoomschip KATWIJK van de Maatschappij Stoomschip Katwijk alhier, 2.040 bruto en 1.287 netto registerton groot en in 1903 gebouwd, 26 maart van Baltimore naar Rotterdam vertrokken met regeringsgraan, is in de Noordzee door een Duitse onderzeeër getorpedeerd en gezonken. De bemanning is gered.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 15 april. Het stoomschip WOUDRICHEM zal niet naar Rotterdam komen, maar de reis naar New York voortzetten en waarschijnlijk zaterdag a.s. vertrekken. (Zie vorig No.).


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 15 april. Door de firma P.A. van Es & Co. alhier, werd aan de Maatschappij voor Scheeps- en Werktuigbouw Fijenoord, aldaar, een stoomschip in aanbouw gegeven, af te leveren in april 1916. Het zal een zusterschip worden van het stoomschip BERNISSE.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Amsterdam, 15 april. Gistermiddag te 2.30 uur werd alhier met gunstig gevolg te water gelaten het stalen vracht- en passagiersstoomschip COLOMBIA. Dit stoomschip is het tweede van een tweetal, dat door de Nederlandsche Scheepsbouw Maatschappij wordt gebouwd voor rekening van de Koninklijke West-Indische Maildienst alhier.
De hoofdafmetingen van het schip zijn: Lengte tussen l.I. 380'-0". Grootste breedte 48'-6". Holte tot awningdeck 35'-3". De voortbeweging geschiedt door een triple-expansie machine, die bij een stoomdruk van 180 Ibs. per vierk. Eng. duim 3.350 ihp kan ontwikkelen en het schip bij een gemiddelde diepgang van 22’-0" een snelheid geeft van 13 knopen per uur. De gehele machine installatie wordt vervaardigd door de Nederlandsche Fabriek van Werktuigen en Spoorwegmaterieel alhier. Het schip wordt elektrisch verlicht. De elektrische installatie wordt aangebracht door de firma Mijnssen & Co. alhier. Het schip wordt gebouwd onder toezicht van de heer M.A. Cornelissen, scheepsbouwkundig ingenieur alhier; de machines worden gebouwd onder toezicht van de heer J. Lambrechtsen werktuigkundig ingenieur van de Kon. West-Indische Maildienst. (opm: zie ook NRC 181115)


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Delfzijl, 14 april. Van hier vertrok heden onder Duitse vlag, met bestemming naar Wilhelmshaven via Emden, de nieuw gebouwde stoomsleepboot, genaamd TONI.
Dit vaartuig gebouwd bij Burgerhout Machinefabriek en Scheepswerf te Rotterdam, voor rekening van de heer Goedhart te Düsseldorf, heeft een afmeting van 25 x 6,20 x 2,80 m., meet 35 ton en heeft een triple expansiemachine van 250 ipk.
Gezagvoerder is kapitein G.L. van 't Ende.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Delfzijl, 14 april. De heden alhier aangekomen schepen ALPHA, kapt. Holwerda en EBENHAEZER, kapt. Salomons, hebben vanaf begin november jl. te Bremen, beladen met bier, bestemming Amsterdam zeilklaar gelegen, doch zijn door de Duitse autoriteiten opgehouden, tot in het laatst van de vorige maand beide schepen met Duitse bemanning naar Wilhelmshaven zijn gebracht, alwaar beide schippers Holwerda en Salomons met hun personeel (die op bevel van de Duitse autoriteit per spoor van Bremen de reis daar heen gedaan hadden) het commando over namen en verlof kregen hun weg langs het Eems-Jade kanaal, Emden - Delfzijl naar de bestemming te vervolgen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Delfzijl, 14 april. Alhier ligt tot vertrek naar Rotterdam gereed het nieuwe stoomschip BREDA 639,58 bruto m3, gebouwd voor rekening van de heer J.J.A. van Meel te Rotterdam, bij de heren E.J. Smit & Zn. te Hoogezand. Het heeft bij de gehouden proeftocht ruimschoots voldaan en zal van hier buiten om, onder commando van de heer Jac. Burger, (doch tot buitengaats door een Duitse loods gebracht) bij gunstig weer de reis naar de bestemming vervolgen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Enkhuizen, 13 april. De eerste van de op stapel staande nieuwe veerboten voor de veerdienst Enkhuizen-Stavoren, de C.R. VAN HASSELT, zal 15 april te water worden gelaten en einde juni in de vaart worden gebracht. De boten, voorzien van schroeven, zullen bij ijsgang de dienst, naar men verwacht, beter kunnen vervullen, dan de tegenwoordige raderboten. (opm: gebouwd bij J. & K. Smit te Kinderdijk, bno. 666)


17 april 1915


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De werkkring van de Nederlandsche Overzee-Trustmaatschappij heeft zich weer verder uitgebreid. Daartoe is opgericht een sub-commissie, die zich ten doel stelt de uitvoer te helpen bevorderen van die artikelen uit Duitsland, Oostenrijk-Hongarije en Turkije welke daarvoor nog in aanmerking komen. (opm: sterk bekort)


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

’s-Gravenhage, 16 april. De Ned. zuiger FIBRONIA, van Rotterdam naar Port Pirie (opm: Zuid-Australië) bestemd, arriveerde gisteren te Port Said; alles wel (Bureau Wijsmuller).


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Amsterdamsche Droogdok Mij. In de heden alhier gehouden algemene vergadering werd verslag uitgebracht over het afgelopen jaar. Daaruit bleek, dat gedokt werden: 571 schepen, metende tezamen 1.165.267 tonnen, tegen 592 schepen metende te samen 1.067.900 tonnen in 1913. Van het Vijzeldok word bovendien gebruik gemaakt door 15 schepen voor de binnenlandse vaart. Na voldoende afschrijving op het materieel werd besloten tot een uitdeling van NLG 100 per aandeel.
De heer L.P. Bienfait, aan de beurt van aftreden, werd tot lid van het bestuur herkozen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Van de werf van de Koninklijke Maatschappij „De Schelde" te Vlissingen, is te water gelaten de torpedoboot Z 6, in aanbouw voor de Koninklijke Nederlandse Marine. (opm: te water op 15 april)


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 16 april. Het naar Palembang vertrokken stoomschip TWEE AMT, van de Scheepvaart Maatschappij Groningen alhier, is voor drie jaren gecharterd om in Nederlands Indië dienst te doen. Binnenkort vertrekt het stoomschip OLDAMBT eveneens, onder dezelfde condities, van hier naar Nederlands Indië.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 16 april. Het nieuwe stoomschip BREDA, zal heden van Delfzijl naar hier vertrekken. (opm: zie ook RN 160415)


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 15 april. De gaffelschoener CORNELIA, kapt. Kramer, vertrok 15 april van Dordrecht naar Schiedam om turfstrooisel te laden voor Havre.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

‘s-Gravenhage, 15 april. De Nederlandse sleepboot KRAUS, slepende de lichter M.H.S.M. I, (opm: moet zijn N.I.S.H.M. I) van Rotterdam naar Batavia, vertrok gisteren van Suez.
De Nederlandse sleepboot FRIESLAND, slepende de baggermolen SHANGHAI, van Makassar naar Shanghai, arriveerde gisteren op de plaats van bestemming. Alles wel.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De Raad voor de Scheepvaart te Amsterdam heeft een onderzoek ingesteld betreffende
het vergaan van het stoomschip AMSTEL op 29 maart jl., op ongeveer 40 mijl beoosten Spurn Point, gezagvoerder M. Gnodde, rederij P.A. van Es & Co., beiden te Rotterdam.
Er was in deze zaak slechte één getuige, de gezagvoerder M. Gnodde. Het vaartuig was 28 maart van Rotterdam, geladen met stukgoed, vertrokken met bestemming Hull. Mijnen of onderzeeboten had men tijdens de route niet bespeurd.
Getuige heeft herhaaldelijk dezelfde route gevolgd. Ook 's nachts werd gevaren. Bij het vertrek waren alle veiligheids- en reddingsmiddelen gereedgemaakt. Er waren 16 koppen aan boord. Getuige stond op de trap van de brug toen een ontploffing plaats greep. Een uitkijk was aan boord om op mijnen, enz. te letten.
's Nachts voelde getuige de ontploffing in het voorschip. Er was vooraf niets gezien. Het voorschip barstte open en de kop ging naar boven.
De bemanning, die beneden was, had nog juist tijd naar boven te komen. De uitkijk was gevallen, brak zijn arm en raakte buiten bewustzijn, zodat hij niet kon vertellen wat geschied is. Later is de uitkijk ook gered. Het schip kreeg een schok en men werd een sterke carbidlucht gewaar. De boten werden neergelaten, doch slechts één boot was voor de bemanning disponibel. De tweede boot was afgedreven en werd later opgepikt. In de reddingboot was geen gevaar. Ook het machinekamerpersoneel kon gered worden. De papieren van het schip gingen verloren. Binnen 20 minuten was het schip in de golven verdwenen. Men zette met de reddingboten koers naar de Engelse kust en werd door een Engelse trawler opgepikt, die de schipbreukelingen bij Grimsby aan land zette.
De gezagvoerder kan alleen constateren, dat het vaartuig door het stoten op een ontplofbaar voorwerp is vergaan. Het verschil tussen een mijn en een torpedo is getuige niet bekend. De mogelijkheid is niet buitengesloten, dat het een torpedo was. Er is niet waargenomen kunnen worden, wat het zinken van de AMSTEL veroorzaakt heeft.
De uitspraak zal later volgen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De Raad voor de Scheepvaart te Amsterdam heeft een onderzoek ingesteld betreffende het vergaan van het stoomschip SCHIELAND op 1 april jl. op 24 mijl OZO ½ O van Spurn Point, gezagvoerder D. Duit te Nieuwe Pekela, rederij Scheepvaart- & Steenkolen Maatschappij te Rotterdam.
In deze zaak werd het eerst gehoord de gezagvoerder D. Duit. Het vaartuig was 31 maart van Goole naar Rotterdam vertrokken.
Van de ontploffing, welke het schip deed zinken, verklaarde getuige, dat hij was achteruit gelopen naar de log toen een geweldige ontploffing juist onder de ketel plaats had. Getuige kon niet merken, dat de ontploffing van buiten af kwam. Er was een geweldige knal en tegelijk helde het schip naar bakboordzij. Er vlogen geen stukken van de machine omhoog. Een ketelontploffing had niet plaats.
Twee à drie minuten later zaten bijna allen in één boot. Eerste en tweede machinist waren gewond. De donkeyman heeft men niet meer gezien. De reddingboot, berekend op 17 man, er waren 16 man aan boord, was van alles voorzien. Men is van het schip afgeroeid. Dadelijk helde het schip over; toen men er af was, helde het naar de andere zijde. Een gat heeft men toen niet in het schip gezien.
Alvorens van boord te gaan, heeft getuige nog een blik geworpen in de machinekamer. Deze stond vol water. Nadat men in zee was, werd het volk verdeeld over twee boten. De tweede boot met de eerste stuurman, roeide weg en werd later door een Noorse boot opgepikt. De kapitein bleef bij zijn schip en zag in de nacht een zeilschip, dat ten anker lag. Daarheen roeide men. Tot 's morgens bleef men daar aan boord. De volgenden dag heeft de Nederlandse motorlogger CORNELIA CLAZINA de kapitein naar Hull gebracht. Beslist kan de gezagvoerder niet zeggen dat een mijn het ongeval veroorzaakte. Doch indien het een mijn geweest is, dan dreef deze midscheeps tegen het vaartuig aan. Een ketelontploffing is het niet geweest, daar er niets uit het ketelruim naar boven werd geworpen. Wel werd als het ware heel het schip opgelicht. Slechts één zware knal werd gehoord. De wonden van de machinisten waren door stoom veroorzaakt. De eerste stuurman, C. Weltevreden, bevestigde de verklaringen van de kapitein en gaf nog enige bijzonderheden over het ongeval. Uitspraak zal later volgen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

In de heden gehouden vergadering van de permanente commissie en de commissie van rekening van de Maatschappij voor Scheeps- en Werktuigbouw „Fijenoord", werden balans en winst- en verliesrekening over het boekjaar 1914 goedgekeurd en werd het dividend bepaald op 8% (vorig jaar 8%).


18 april 1915


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De Minister van Buitenlandse Zaken maakt bekend, dat blijkens ontvangen telegrafisch bericht van de gezant te Berlijn belanghebbenden bij de aangehouden schepen ZAANSTROOM en BATAVIER V en bij de lading daarvan voor indiening van hun reclamaties rechtstreeks kunnen telegraferen aan het Prisengericht te Hamburg.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Stockholm, 17 april. (Wolff) Het bericht dat een Engels schip onder de valse naam HEMLAND de Zweedse vlag voert wordt bevestigd. Een tweede voorbeeld van misbruik van de onzijdige kleuren is een Engels schip dat bij zijn vertrek naar Chili weliswaar de Engelse vlag voerde, maar met de Zweedse kleuren en het opschrift Sverige was beschilderd.
In de nabijheid van Engeland is op 15 april een derde schip onder Zweedse vlag, namelijk de FRAM VAN GOTHENBURG opgemerkt. Te Gotenburg bestaat echter geen schip van de naam FRAM.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Naar wij vernemen zal aan de algemene vergadering van aandeelhouders in de Stoomvaart Maatschappij Nederland te Amsterdam worden voorgesteld het dividend te bepalen op 7½ (v.j. 10) procent.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 16 april. Op 11 april is het Nederlandse stoomschip ANTENOR nabij Purfleet in aanvaring geweest met het stoomschip NARRAGANSETT, waardoor beide kluizen met beplating werden beschadigd.


19 april 1915


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

In de heden alhier gehouden vergadering van aandeelhouders van de Nederlandsch-Amerikaansche Stoomvaart Maatschappij, Holland-Amerika Lijn is het verslag en de winst- en verliesrekening over 1914 goedgekeurd en het dividend op 17% vastgesteld. De heer J.H. Veder werd als commissaris herkozen.
Bij de rondvraag betuigde de heer dr. E.M. Mulder zijn ingenomenheid met de handelingen van de directie, die, met het oog op de sterke vraag naar laadruimte, enkele schepen had aangekocht en er enkele liet bouwen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 19 april. Het Nederlandse stoomschip WOUDRICHEM, met schade te Ponte Delgada teruggekeerd, heeft gisteren, na voorlopige reparaties, de reis naar New York voortgezet.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De lading van de MEDEA. Naar aanleiding van de hardnekkige geruchten, dat onder de lading sinaasappelen van het in de grond geboorde stoomschip MEDEA andere lading verborgen was (men spreekt van pyriet, zwavel en andere contrabande-artikelen), verzoekt de directie van de Kon. Nederlandsche Stoomboot Maatschappij ons, nog eens uitdrukkelijk te verklaren, dat het schip uitsluitend sinaasappelen en enige colli mandarijnen aan boord had. In dit verband kan nog gewezen worden op de schriftelijke verklaring door de kapitein van de onderzeeër aan de gezagvoerder van de MEDEA meegegeven, dat hij de MEDEA in de grond geboord had, “da das Schiff Lebensmittel nach London (feindlicher Hafen) brachte.”


20 april 1915


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Groningen, 19 april. Van de scheepswerf van de heer W. Rubertus aan het Noord-Willemskanaal alhier zijn met gunstig gevolg te water gelaten een twee-mast schoener, groot 270 ton, (opm: is de BOREAS, zie ook RN 010615) voor rekening van kapitein A. Boerma alhier, en een klipperaak, groot 70 ton, voor rekening van de schipper J. Brouwers te Munnekezijl.
In aanbouw is een twee-mast schoener, groot 270 ton, voor rekening van kapitein R. Tinge te Haren (Gron). De twee-mast schoener IDA, kapitein J. Westers, gaat naar Noorwegen. Het schip ligt gereed.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De lading van het Nederlandse stoomschip ALWINA, dat op weg van Huelva naar Rotterdam te Falmouth was aangehouden, is vrijgelaten en wordt op een ander schip overgeladen. Het schip zelf wordt nog vastgehouden. (opm: zie NRC 230215)


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Reuter seint ons uit Londen dat de treiler ONWARD te Grimsby is binnengelopen met de gezagvoerder en de bemanning van het Nederlandse stoomschip OLANDA, met kolen van Seaham naar Rotterdam onderweg, dat zondagmorgen (opm: 18 april) op een mijn is gestoten en gezonken. De bemanning heeft alles kunnen redden en heeft het schip in de boten verlaten en is bij het schip gebleven tot dit kapseisde. De treiler was ’s middags gepraaid. Enkele bemanningsleden hebben gevaren op schepen die de laatste maand alle zijn vergaan. [De OLANDA, groot bruto 2.138, netto 1.354 register ton, was in 1899 op de werf van W. Gray & Co. Ltd. te West Hartlepool gebouwd. Het schip behoorde toe aan de Stoomvaart Mij. Nederlandsche Lloyd te Rotterdam. Red.]


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De directie deelt mee: Op de op 17 april gehouden vergadering van commissarissen van de Nederlandsche Stoomboot Maatschappij Wm. H. Müller & Co. te Rotterdam is besloten aan de algemene vergadering van aandeelhouders voor te stellen over het afgelopen jaar een dividend van 5 procent uit te keren.
Commissarissen van Wm. H. Müller & Co’s Algemene Scheepvaart Maatschappij zullen aan de algemene vergadering van aandeelhouders voorstellen over 1914 wederom 8 procent dividend uit te keren.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Wilton’s Machinefabriek en Scheepswerf te Rotterdam.
Aan het verslag over het jaar 1914 wordt het volgende ontleend:
De oorlog, die gedurende de laatste vijf maanden van het afgelopen jaar de wereld teisterde, oefende natuurlijk op de door de vennootschap in die maanden behaalde resultaten een ongunstige invloed uit. Nochtans ontwikkelde het bedrijf van de vennootschap zich gedurende de eerste zeven maanden zo zeer, dat desniettemin de resultaten van het jaar in zijn geheel genomen opnieuw reden tot grote tevredenheid geven.
Voorgesteld wordt om de balans en de winst- en verliesrekening goed te keuren en aldus, na overschrijving van een bedrag van NLG 250.000 op de reserve-rekening B, het dividend te bepalen op 7½% en het saldo ad NLG 204.032 over te brengen op nieuwe rekening.
Ten gevolge van de aanzienlijke vraag naar nieuw te bouwen schepen, vooral in het laatst van het vorige jaar, bood zich ruimschoots de gelegenheid, om de Maatschappij voor het lopende jaar in die mate van orders te voorzien, als de inrichting van de werf zulks toeliet. Hiervan werd gebruik gemaakt, zodat die afdeling van het bedrijf voor 1915 van voldoende orders voorzien is.
Aan het gebrek aan dokgelegenheid zal in ruime mate tegemoet gekomen worden, zodra het in aanbouw zijnde derde droogdok in de loop van dit jaar in exploitatie zal worden genomen.
Op 31 december 1914 waren nog onder handen of in bestelling in de afdeling scheepsbouw: 2 grote zeewaardige baggermolens, bestemd voor het Departement van Koloniën, voor de dienst in Nederlands-Indië; 4 pontons voor graanelevators bestemd voor Antwerpen (deze zijn intussen vóór het uitbrengen van dit verslag afgeleverd); 4 baggermolens eveneens bestemd voor het Departement van Koloniën. Verder nog 2 pontons voor graanelevators alsmede 2 zeeboten, elk van 1.115 ton (vóór het uitbrengen van dit verslag werd nog de opdracht voor een derde dergelijke boot verkregen); een lichter voor binnenlandse rekening en een drijvende bok voor eigen rekening.
In de afdelingen machinebouw en ketelmakerij zijn nog onder handen of in bestelling: 17 machines en 19 ketels voor bovengenoemde en andere vaartuigen.
Aan arbeidsloon werd in 1914 uitbetaald NLG 1.917.294 tegen NLG 1.819.794 in 1913.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 19 april. Het voor de Scheepvaart Maatschappij v/h. Smith & Co. te Rotterdam, bij de Maatschappij voor Scheeps- en Werktuigbouw Fijenoord in aanbouw zijnde stoomschip zal zaterdag a.s. te water worden gelaten. Het zal niet onder de naam HOLLANDER zoals eerst het voornemen was, maar onder de naam BATAVIER I in de vaart worden gebracht.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 19 april. Van de scheepswerf van de firma L. Smit en Zoon te Kinderdijk is met goed gevolg te water gelaten een hopperzuiger, voor Nederlandse rekening gebouwd. Machine, ketel enz. worden door dezelfde firma vervaardigd.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 19 april. Op de scheepswerf „De Noord" te Alblasserdam, directeur de heer J.U. Smit zijn de kielen gelegd voor twee bakken voor Nederlandse rekening, bestemd voor Zuid Amerika.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

In de heden gehouden algemene vergadering van de Stoomvaart Maatschappij „De Maas", werden balans en winst- en verliesrekening over 1914 goedgekeurd en werd het dividend vastgesteld op 15%, zijnde NLG 150 per geheel of NLG 75 per onder-aandeel.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Over de KATWIJK lazen wij juist in Duitse bladen, dat de Nederlandse Regering, te Berlijn een protest had ingediend tegen het torpederen van het Rotterdamse stoomschip KATWIJK, toen ons hedenmorgen het volgende telegram bereikte uit Parijs, van Havas. Het luidt:
„Een draadloos telegram uit Nauen betreffende het incident met de KATWIJK meldt dat Duitsland bereid is onverwijld een schadevergoeding te betalen en zijn verontschuldigingen aan te bieden, overeenkomstig het internationale recht. Duitsland verzekert dat er generlei spanning met Nederland bestaat".
Dit bericht is ongetwijfeld een goed en geruststellend bericht, dat met voldoening zal worden vernomen. Dat het uit Nauen over Parijs komt, is niet zo zonderling als het op het eerste gezicht schijnt. Nauen toch is het grote draadloze station van Duitsland, dat de berichten van Duitse officiële zijde de wereld inzendt, die door andere draadloze stations worden opgenomen, o.a. door de grote post op de Eiffeltoren te Parijs.
Na deze Duitse officiële verklaring heeft de zich steeds sterker uitsprekende verontwaardiging in onze pers iets van haar actualiteit verloren. Toch willen we nog even dr. Kuypers oordeel in de Standaard aanhalen. Hij schrijft in een driestar onder het hoofd „Steeds ernstiger" als volgt: Wat nu met de KATWIJK voorviel, gaat wat we dusver op zee ondergingen, verre te boven. Verder kan het bijna niet gaan, of het werd een rechtstreekse oorlogsdaad in volle vrede. Een onderzeeër die zich niet aanmeldt. Een onderzeeër, die niet luistert naar het geroep. Een onderzeeër, die er zelfs niet naar omziet of er ook schipbreukelingen te redden zijn. En dit alles anoniem. Zonder de eerbiediging van enige de minste vorm. Het is kortweg geen daad van oorlogvoering meer, maar van barbaarse overweldiging. Een daad hier te erger, daar het een schip gold door onze Regering gecharterd. Een schip dat niet aan het leveren van levensvoorraad aan Engeland of Frankrijk dacht.
Men verstaat het niet en men begrijpt het niet. En de inlichtingen uit Berlijn zullen wel zeer voldoende en overtuigend moeten zijn, om de fatale indruk van deze roekeloze daad weg te nemen. Men verstaat schier niet, wat hier aanleiding of beweegreden kan geweest zijn. En mocht blijken, dat de luitenant van de duikboot op eigen gezag en naar pure willekeur handelde, dan hopen we ten zeerste, dat men te Berlijn deze zeeheld niet sparen zal. Aan het Hbl. is gevraagd, hoe het blad weet, dat de onderzeeër, die de KATWIJK getorpedeerd heeft, een Duitse was. Het blad meent - onder het opschrift “Cui Prodest?" - dat hier een bewijs uit het ongerijmde op zijn plaats is.
Indien het geen torpedo was, die de KATWIJK deed zinken, moet het een mijn geweest zijn. Dan moet - het schip lag ten anker en kon niet tegen een mijn aanstomen - een mijn in volle zee met voldoende kracht door de stroom tegen het schip zijn aangedreven om te ontploffen, juist terwijl heel toevallig een onderzeeboot op enkele tientallen meters afstand was! Indien het een torpedo was, die niet door een Duitse duikboot was afgevuurd, moet het er een van een duikboot van andere nationaliteit geweest zijn. Een Engelse b.v., die dan – wie weet. Engelse schepen maken misbruik van onze vlag en onze namen! – de kans had gehad een Engelse, als Hollandse vermomde boot te torpederen en die niet het allergeringste belang kan hebben onze scheepvaart aan te vallen.
Wie staan er zó voor: er is maar één natie die verklaard heeft handelsschepen op het vermoeden dat zij Engelse schepen zijn of contrabande vervoeren, te zullen vernietigen; er is maar één natie, die schepen zonder onderzoek en ongeacht de gevaren voor de opvarenden, torpedeert, die meent, dat dit haar - zie ons opschrift - ten goede komt! Van die ene natie is in de onmiddellijke nabijheid van de KATWIJK, kort voor het schip werd getroffen, van het lichtschip een duikboot gezien en even daarna wordt door een duikboot - een Engelse wellicht, gij Saulussen? – in de nabijheid een Engels schip, de PTARMIGAN getorpedeerd. In deze omstandigheden durven wij wel zeggen, dat een Duitse duikboot de euveldaad jegens de KATWIJK bedreven heeft. Mocht de Duitse regering de beëdigde verklaringen en de journalen van alle duikbootcommandanten overleggen en aldus aantonen, dat de misdaad niet door een Duitse boot bedreven was, dan zouden wij zeker het boetekleed aantrekken. Maar wij zijn vast overtuigd, dat dit niet geschieden zal. En dit is, na de Duitse verontschuldiging van heden, ook niet meer nodig.
In verband met het torpederen van het stoomschip KATWIJK is naar men ons meedeelt nog vastgesteld, dat drie personen behorende tot de bemanning van het lichtschip „MAAS" - het torpederen geschiedde 7 mijl bewesten de „NOORD HINDER" - verklaard hebben dat zij op de betreffende dag (woensdag) Engelse duikboten in de nabijheid van het lichtschip „MAAS" gezien hebben; de Engelse vlag is duidelijk met een zeekijker herkend.


21 april 1915


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. De Raad deed gisteren uitspraak nopens het vergaan van het stoomschip SCHIELAND.
De Raad is van oordeel, dat het vergaan van de SCHIELAND moet worden geweten aan een zich ter plaatse in het water bevindende mijn waarop het schip is gestoten, ten gevolge waarvan een ontploffing plaats vond onder het ketelruim, welke het schip zodanig lek heeft doen worden, dat het is gezonken. Aan het springen van de ketels kan, naar de mening van de Raad, de oorzaak van de ramp niet worden toegeschreven, nu uit de verklaringen blijkt, dat het water van onder uit het schip is binnengedrongen, zodat zelfs de 1e machinist door het water is opgeheven tot boven in de machinekamer. Uit het onderzoek is voorts gebleken dat niet voldaan is aan het voorschrift van Art. 46 van het K.B. van 22 sept. 1909. (St.bl. 315), gewijzigd bij K.B. van 5 november 1913 (St.bl. 407), omtrent het houden van uitkijk. In omstandigheden als de tegenwoordige is het houden van zorgvuldige uitkijk een eerste vereiste om veilig te varen en het verdient afkeuring dat op de SCHIELAND hieraan niet is voldaan, al ware wellicht de ramp, welke het schip getroffen heeft, daardoor niet voorkomen. Wanneer er niet genoeg personeel is om de voorschriften omtrent het houden van uitkijk te kunnen nakomen, behoort door uitbreiding van het personeel daarin te worden voorzien en zal zorg gedragen moeten worden dat elk schip ook in dit opzicht behoorlijk bemand is.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Rotterdamsche Lloyd. Het heden verschenen jaarverslag vermeldt, dat de exploitatieberekening een voordelig saldo laat van NLG 4.338.110, welk bedrag vermeerderd met interest en saldo vorige rekening stijgt tot NLG 4.438.255. Hiervan wordt besteed voor afschrijving op de stoomschepen NLG 2.267.214, idem etablissementen NLG 182.169, voor reserve uitkering ongevallenwet Scheepvaartunie NLG 59.414, voor idem ondersteuningsfonds NLG 15.000, voor bijdrage aan de Nederlandsche Scheepvaartunie NLG 59.414, voor idem ondersteuningsfonds NLG 48.632, idem vernieuwings- en reservefonds NLG 200.000, idem assurantiereserve NLG 300.000, terwijl er voorts het nadelig saldo van de assurantierekening groot NLG 158.156 van wordt afgeschreven. Er blijft dan, na aftrek van bedrijfsbelasting en toelage commissarissen, NLG 1.156.667 over, waaruit zoals reeds gemeld, een dividend van 7½% kan worden uitgekeerd. Door bovengenoemde dotaties komt thans het vernieuwings- en reservefonds op de balans voor met NLG 2.000.000, het ondersteuningsfonds met NLG 609.000, de assurantiereserve met NLG 2.000.000. Met het oog op de oorlogstoestand vond de directie het raadzaam de verzekering van de schepen te belasten met een molestpremie, die premie uitsluitend te reserveren voor eventuele schade ten gevolge van averijen niet door de gewone zee-polis gedekt. Het totaal van de premies is afgerond op NLG 200.000 en dit bedrag is in het credit van de balans opgenomen. De directie doet de hier genoemde cijfers voorafgaan door enkele beschouwingen over het afgelopen jaar. Hieruit blijkt, dat terwijl in de eerste maanden van het verslagjaar het verkeer met Nederlands-Indië zich geregeld bleef ontwikkelen, onmiddellijk bij het uitbreken van de grote Europese worsteling een ernstige stagnatie intrad, in de eerste dagen pijnlijk verscherpt door de plotselinge vrijwel algehele verstoring van de telegrafische gemeenschap. Leveringscontracten voor steenkolen op verschillende buitenlandse stations werden opgezegd, reeds ingeladen goederen weer teruggenomen, geboekte partijen geannuleerd en passages opgezegd. Toch heeft de Maatschappij haar mailschepen op tijd laten varen, soms grotendeels gevuld, met extra bunkerkolen bij gebrek aan lading. In de eerste tijden waren de resultaten van de exploitatie dan ook ongunstig. De vrachtschepen in Indië in lading werden teruggehouden. Tenslotte moest echter die grote stoet van schepen naar Holland worden teruggebracht. En bij gebrek aan afscheep van de gewone Java producten, moest opvulling worden gezocht, o.a. in suikerparcems naar Franse en Engelse havens. Die thuisreizen waren een aaneenschakeling van moeilijkheden en teleurstellingen, zij waren lang en kostbaar en thuiskomende vermeerderden die schepen onze grote vloot, die nog steeds in Rotterdam op emplooi wachtte. Toen enige verlevendiging in de wereldhandel intrad, bleef Java nog achter. Wij brachten daarom enige van onze kleinere schepen voor korte reizen in andere trades, waaruit zij tijdig terugkwamen om hun plaats in de hoofdlijn weer in te nemen, al naar mate behoefte werd gevoeld aan meerdere scheepsruimte voor de afscheep van Java producten, nadat de restricties, aan de uitvoer gesteld, waren opgeheven. Toen kwam echter de vraag naar scheepsruimte spontaan en dringend. Ieder wilde afschepen en het aanbod van lading overtrof alle statistische gegevens en ramingen. Hoewel de Nederlandse Stoomvaart Maatschappij meer ruimte beschikbaar stelden dan in enig vorig jaar, konden zij onmogelijk opkomen voor het aandeel, dat gewoonlijk door de Duitse lijn werd vervoerd, temeer doordat de reisduur van de schepen, ten gevolge van aanhoudingen en verplichte lossing van „contrabande" zo enorm werd verlengd, dat het onmogelijk was schepen vlug terug te zenden. Wij willen hopen, zegt de directie, dat de Nederlands-Indische handel onze ernstige wil om onze scheepsruimte uitsluitend voor de dienst Holland-Java v.v. te reserveren, zal waarderen; wij hebben de verleiding weerstaan om met onze schepen blijvend te profiteren van de „hausse” in vrachten in andere trades en hebben aan het belang van de Nederlands-Indische handel zelfs onze diensten van Colombo en van de Malabarkust geheel opgeofferd. In vroegere tijden hebben de Nederlandse lijnen bij overgrote aandrang van lading meermalen extra schepen gecharterd in de open markt, hetgeen altijd met grote financiële opofferingen gepaard ging. Gaarne hadden zij ook ditmaal extra scheepsruimte opgenomen, doch doordat Engelse schepen niet aan het grote scheepvaartverkeer naar Hollandse havens mochten deelnemen en ook de neutrale regeringen onoverkomelijke eisen stelden, leden alle pogingen schipbreuk. De enorme stijgingen van de exploitatiekosten maakten vrachtverhogingen noodzakelijk. Toch bleven die verhogingen binnen de meest bescheiden grenzen. Onze Maatschappij heeft daarin dan ook geen compensatie kunnen vinden voor de grote verliezen in de eerste maanden van de crisis. Vergelijkt men zelfs de hoogste op heden van Java naar Holland betaalde vrachten met die, welke door de gewone vrachtvaarders in de open markt worden bedongen, dan zal het ieder duidelijk zijn, dat onze Maatschappij de grote winsten niet voor zich heeft geëist. Wij mogen niet nalaten met waardering te getuigen, zegt het verslag nog, van de krachtige steun, ten allen tijde ontvangen van onze Regering en van de welwillende medewerking, ondervonden van alle departementen en autoriteiten bij ons ernstig pogen om de geregelde verbinding tussen Nederland en Insulinde vol te houden, ondanks alle bezwaren en moeilijkheden. Ook brengen wij hulde aan de mannen, die het initiatief namen tot oprichting van de „Commissie voor den Nederlandschen Handel", waaruit in november 1914 voortkwam de „Nederlandsche Overzee Trustmaatschappij" (N.O.T.), welke beide lichamen zoveel goeds tot stand hebben kunnen brengen in het belang van de Nederlandse handel en scheepvaart. Onze Maatschappij heeft met grote instemming meegewerkt tot de oprichting van de N.O.T. Ten slotte wensen wij onze erkentelijkheid en dank uit te spreken aan onze gezagvoerders en officieren, die zich in deze tijden dikwijls voor zeer ernstige vraagstukken zagen geplaatst, doch door tact en doortastendheid steeds de vaak schier onoverkomelijke moeilijkheden hebben weten te overwinnen en de schepen in veilige haven hebben terug gebracht.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Lobith, 19 april. Geladen met stukgoederen bestemd voor Duitsland, passeerde hier voor de eerste reis, de nieuwe stoomgoederenboot HELVETIA II, groot ± 650 ton, kapitein Schunk, gebouwd bij Boele & Pot te Bolnes, voor rekening van de heren Goudzwaard & Kolff te Rotterdam.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De Raad voor de Scheepvaart te Amsterdam deed uitspraak inzake het vergaan van het stoomschip AMSTEL op 29 maart 1915 op ongeveer 500 mijl beoosten Spurn Point. De Raad voor de Scheepvaart is van oordeel, dat het vergaan van het stoomschip AMSTEL aan het stoten op een zich ter plaatse bevindende mijn, die het voorschip vernielde, is te wijten. Het schip zonk door de ontploffing. De nodige voorzorgen waren genomen met het oog op de gevaren, welke aan het varen in deze tijden verbonden zijn.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Raad voor de Scheepvaart. Betreffende het vergaan van het stoomschip SCHIELAND is de Raad voor de Scheepvaart van oordeel, dat dit moet worden geweten aan het stoten op een mijn, waardoor een ontploffing ontstond onder het ketelruim, waardoor het water door het ontstane lek liep. Niet was voldaan aan de bepalingen omtrent het houden van uitkijk, wat is af te keuren. Uitkijk is een eerste vereiste, en zo daarvoor te weinig personeel is, moet daarin worden voorzien.


22 april 1915


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Blijkens bericht van Hr.Ms. gezant te Londen zijn de beperkingen van het passagiersvervoer naar en van Engeland wederom opgeheven en kan bedoeld vervoer voorlopig wederom normaal plaatsvinden.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Men meldt ons thans, dat de dienst van de Stoomvaart Maatschappij Zeeland voorlopig geheel gestaakt is. De gistermorgen vertrokken MECKLENBURG blijft, zolang de dienst gestaakt is, in Engeland. Gisteravond is de PRINSES JULIANA nog te Vlissingen binnengekomen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Verkort jaarverslag over 1914 van de Stoomvaart Mij. Oostzee, Amsterdam:
De vrachten waren in de eerste helft van 1914 overal zéér laag, een groot verschil met het vorige jaar, zodat de resultaten aanmerkelijk minder waren. Bij het openen van het Oostzee- en Witte Zee-seizoen trad een kleine verbetering in, die gaandeweg toenam. De vooruitzichten voor het tweede halfjaar waren vrij bemoedigend, totdat op 1 augustus de oorlog uitbrak en het geregelde bedrijf totaal in de war gebracht werd. Verscheidene schepen waren op weg naar Russische havens of daar reeds aangekomen en met laden begonnen. Toen de Russische regering een uitvoerverbod voor hout uitvaardigde waren de schepen ten zeerste getroffen, aangezien niet werd toegestaan met lading aan boord te vertrekken. Enige charters werden onmiddellijk geannuleerd op grond van overmacht.
Bij terugkomst van de schepen waren de vrachten tot een ongekend laag peil gezonken doordat in de eerste twee maanden van de oorlog de handel vrijwel stil stond. Tegen de tweede helft van september stegen de vrachten weer, voornamelijk door toenemend vervoer van steenkolen en vooral van graan van Argentinië en Noord-Amerika. Tegen midden december hadden de vrachten een ongekende hoogte bereikt. De schepen werden geleidelijk aan weer in de vaart gebracht en voornamelijk ingezet vanaf Argentinië. Het was dan ook mogelijk een gedeelte van de geleden verliezen goed te maken, ofschoon de profijten van de hoogste vrachten eerst in het nu ingegane boekjaar ten goede zullen komen.
De onkosten en oponthouden stegen echter ook belangrijk; daarbij kwam de verzekering tegen oorlogsgevaar, waarvoor de schepen moesten gedekt worden en waarmee zéér belangrijke uitgaven gemoeid zijn.
Het stoomschip LEERSUM, van 1 november af tot een zéér lonend cijfer in huur gegeven aan een Rotterdamse firma voor het vervoer van steenkolen van Engeland naar Nederland, stootte eind december aan de Engelse kust op een mijn en ging verloren. De bemanning kon zich redden in de boten, met uitzondering van twee jongens, die als kolentremmers dienst deden. Door dit verlies lijdt de Maatschappij natuurlijk een niet onbelangrijke winstderving. Behoudens kleinere schaden bleef de vloot van ongevallen verder verschoond. In het eind van februari besloot het bestuur over te gaan tot het in bestelling geven van een nieuw stoomschip van 5.500 ton draagvermogen bij de Antwerp Engineering Company in Antwerpen met oplevering in maart 1915. De oorlog was echter wederom oorzaak, dat ook hierin een grote tegenslag werd ondervonden.
Ofschoon niet meer tot het jaarverslag 1914 behorend deelt het bestuur mee dat begin januari werd besloten om een stoomschip van 6.100 ton draagvermogen in aanbouw te geven bij de firma A. Vuijk & Zonen te Capelle a/d IJssel, terwijl de machines en ketels geleverd zullen worden door Kon. Mij. “De Schelde” in Vlissingen. Deze boot wordt midden 1916 opgeleverd.
De exploitatie geeft een positief saldo van NLG 194.323 (v.j. NLG 467.166) en de winst en verliesrekening toont een zuiver winstcijfer van NLG 169.035 (436.888). Door de afschrijving der schepen is de boekwaarde belangrijk beneden de werkelijke waarde gedaald. Over de vooruitzichten voor 1915 is het zeer moeilijk iets te zeggen. De vrachten zijn wel ongekend hoog, maar de onkosten en risico’s, welke gelopen worden, zijn niet gering te tellen.
De algemene vergadering van aandeelhouders heeft gisteren het verslag en de verlies en winstrekening goedgekeurd, het dividend van 7% (7½) vastgesteld en de heer W. Rauwenhoff tot commissaris herkozen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Verkort jaarverslag over 1914 van de Stoomboot Mij. Hillegersberg.
Alhoewel de eerste helft minder lonend was dan de beide vorige jaren heeft men de beide stoomschepen vrij lonend kunnen bevrachten. Tot op 1 augustus de oorlog uitbrak liet het zich in het midden van het jaar aanzien dat een goed resultaat zou worden verkregen. Het stoomschip TROMPENBERG was onderweg naar de Witte Zee, maar kon in Noord-Noorwegen worden gestopt. Na veertien dagen geankerd te hebben gelegen keerde het schip naar Amsterdam terug. Het stoomschip BOOMBERG was juist vanuit de Witte Zee vertrokken en arriveerde op 6 augustus in Holland. Beide schepen werden tot 27 september opgelegd, omdat er geen lonende charters waren af te sluiten. Hierna maakten beide boten eerst een reis van de Witte Zee naar Holland respectievelijk Engeland, en daarna voeren zij naar Argentinië om graan te laden voor ons land. Door de oplopende vrachten lukte het niet alleen om de geleden verliezen in te halen en zelfs nog wat te verdienen.
Het nieuwe stoomschip LARENBERG werd 24 december te water gelaten. Door de oorlog was het onmogelijk de nog in portefeuille zijnde aandelen uit te geven, reden waarom een hypothecaire lening werd afgesloten met de Hollandsche Scheepsverband Mij. Al hoewel deze informatie eigenlijk niet in dit verslag hoort deelt men mee dat deze boot op 24 maart door de bouwmeesters afgeleverd werd. En onmiddellijk vertrok naar New York, om aldaar voor Rotterdam te laden. Van bijzondere ongevallen bleef de Maatschappij verschoond en de boten verkeren in de beste orde.
De exploitatie gaf een voordelig saldo van NLG 72.674 en de verlies en winstrekening een winstcijfer van NLG 64.208. Aan dividend wordt 7½% (v.j. 20) uitgekeerd. Over de vooruitzichten voor het lopende jaar is het zeer moeilijk een oordeel te vellen. De directie acht het zeer noodzakelijk de nodige reserves te maken bij het beschouwen van de tegenwoordige vrachtenmarkt. De heer W. Pont Jr. is als commissaris herkozen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 21 april. Het Ned. stoomschip LAURA heeft de reis van Horta naar Philadelphia voortgezet.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Dordrecht, 21 april. Hedenochtend werd met goed gevolg van de werf van de N.V. Machinefabriek v/h H.J. Koopman te Dordrecht te water gelaten de stalen zeeschroefsleepboot RIENZI gebouwd voor rekening van de N.V. Rienzie. Het schip heeft de navolgende afmetingen: Lengte op de waterlijn 25 meter, breedte 5,65 m, holte 3,10 m. De machine van het verticaal triple expansie-systeem ter sterkte van 350 ipk met stoomketel worden ook vervaardigd aan bovenvermelde fabriek. Het geheel wordt gebouwd onder speciaal toezicht van de Hollandse Schepenwet.
Na het aflopen werd de kiel gelegd voor een zeeschroefsleepboot van circa dezelfde afmetingen met compoundmachine ter sterkte van 325 ipk. en bestemd voor de kamer van koophandel te Caen (Calvados) Frankrijk. Dit schip wordt gebouwd onder speciaal toezicht van Bureau Veritas.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Stoomboot Maatschappij “Hillegersberg”. Op de heden alhier plaats gehad hebbende jaarlijkse algemene vergadering werden de balans en de winst- en verliesrekening over 1914 goedgekeurd en werd het dividend vastgesteld op 7½% of NLG 75 per aandeel. De aftredende commissaris, de heer W. Pont Jr. werd als zodanig herbenoemd.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Stoomboot Maatschappij “Oostzee”. Op de heden alhier plaats gehad hebbende jaarlijkse algemene vergadering werd de balans en de winst- en verliesrekening over 1914 goedgekeurd en werd het dividend vastgesteld op 7½% of NLG 75 per aandeel. De aftredende commissaris, de heer W. Rauwenhoff werd als zodanig herbenoemd.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Koninklijke Petroleum. De 16e juni aanstaande zal het 25 jaren geleden zijn dat te Amsterdam voor de notaris J.C.G. Pollones gepasseerd werd de acte van oprichting van de Koninklijke Nederlandsche Maatschappij tot Exploitatie van Petroleumbronnen in Nederlandsch-Indië. Blijkens het verslag van de Maatschappij over 1890 had de 8e mei van dat jaar de inschrijving plaats op 1.100 aandelen ad NLG 1.000 of tezamen NLG 1.100.000. Het totaal van de inschrijving overtrof verre het bovengenoemde bedrag; de toewijzing moest daarom merendeels pondspondsgewijs geschieden. De statuten van de vennootschap werden goedgekeurd bij K.B. van 28 mei 1890. Wijlen Z.M. Koning Willem III verleende aan de Maatschappij de vergunning de naam „Koninklijke" te voeren.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Betreffende het op de werf van de Scheveningsche Scheepsbouw Maatschappij van stapel lopen van het stalen loggerschip, dat de naam voert van MAJOOR THOMSON, SCH-23, wijlen de volksvertegenwoordiger, die in de Tweede Kamer en in de raad van ’s-Gravenhage de verbetering van de haven meermalen bepleitte, wordt gemeld, dat de te water lating op de scheepswerf bijgewoond werd door een zestal leden van de Gemeenteraad, door vertegenwoordigers uit de rederij- en visserijkringen, de directeur van de vissershaven en op de havenkaden aanschouwd door honderden uit de Scheveningse bevolking, zowel mannen, vrouwen en kinderen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Postvervoer naar Engeland. Wij vernemen dat ook de „Batavier," de dienst heeft gestaakt. Er bestaat dus op het ogenblik ook geen postvervoer meer tussen Engeland en Nederland. De post, die gisteren van Rotterdam ging, ligt nog te Vlissingen.
Onze Londense berichtgever meldt ook, dat hij een mededeling ontving, dat alle scheepvaartverbindingen tussen Nederland en Engeland tot nader order zullen worden gestaakt, zodat geen passagiers, noch postzakken meer zullen worden vervoerd.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

De KATWIJK. Het bureau Norden seint ons uit Berlijn: In Duitse marinekringen ziet men met spanning de uitslag tegemoet van het onderzoek inzake de KATWIJK. Men zou het levendig betreuren, indien werkelijk een Duitse duikboot oorzaak van het ongeval zou zijn geweest. Men erkent hier te zeer de loyale onzijdige houding, welke Nederland gedurende de oorlog heeft aangenomen en welke door geen incidenten is verstoord, dan dat men zonder grond Nederlandse belangen zou schaden. De Duitse marine denkt in dit opzicht niet anders dan het overige Duitse volk.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

De OLANDA. Hedennacht omstreeks half twee kwamen te Rotterdam uit Grimsby aan de stomers KURKHAM ABBEY en PROFESSOR BUYS. Het eerste schip had aan boord de kapitein J. Piscare van het Nederlandse stoomschip OLANDA, dat zondagmorgen op een mijn gelopen en gezonken was; de tweede boot bracht acht leden van de bemanning van dit stoomschip aan. Omtrent het gebeurde vernamen wij het volgende: Zondagmorgen omstreeks half negen liep het stoomschip OLANDA, dat met steenkolen geladen van Seaham naar Rotterdam op weg was, op een mijn. Onder ruim 2 had een geweldige ontploffing plaats; de luiken werden in de lucht geslingerd en het schip werd onder de steenkolen bedolven. Het water stroomde in het ruim en kwam door een van de schotten in de machinekamer. De kapitein pleegde overleg met de machinist en men besloot te trachten het schip al pompende boven water te houden. Dit bleek echter onmogelijk. Het schip zonk steeds dieper, waarop de kapitein gelastte dat de reddingboten zouden worden in orde gemaakt. Ten einde overlading te voorkomen, zou de bemanning slechts het hoognodige meenemen. De kapitein had intussen de scheepspapieren en instrumenten in veiligheid gebracht. In de boten laadde men zeilen en een Nederlandse vlag. Toen men eindelijk in de boten weg roeide, zag met het schip langzaam over bakboordzijde zinken.
De zeilen werden gehesen en spoedig wapperde de Nederlandse vlag in top. Om 4 uur 's middags werden de boten door de trawler ONWARD bemerkt. Deze haalde dadelijk zijn netten binnen en nam de schipbreukelingen aan boord. Hierop zette de trawler koers naar Grimsby, waar de zeelieden van de OLANDA aan wal werden gebracht. Zij zijn allen vol waardering over de goede behandeling, welke zij aan boord van de ONWARD en op reis van Grimsby naar Rotterdam hebben ondervonden. Elf leden van de bemanning hebben zich op de EEMSTROOM ingescheept, welke naar Amsterdam is vertrokken.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De firma E.J. Smit en Zoon te Hoogezand leverde aan een Rotterdamse firma het nieuw gebouwd schroefstoomschip BREDA, gebouwd in de hoogste klasse Germ. Lloyd voor grote kustvaart. Het draagvermogen in zout water is 345 ton van 1.016 kg. Het schip is voorzien van een triple-expansie stoommachine van 250 ipk, werkend met oppervlak-condensatie en Haekworth schuifbeweging, in de uitvoering van de firma Smit. Na een goed geslaagde proeftocht op de Eems, is het schip naar Rotterdam vertrokken.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

South Shields, 17 april. Contractanten hebben donderdag en vrijdag een poging gedaan om het stoomschip SLIEDRECHT door lichting van het achterschip uit zijn positie te bevrijden, doch zijn daarin niet geslaagd. Men heeft het schip nu weer vol water laten lopen tot aan het volgende springtij.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Met gunstig gevolg is gisterennamiddag van de werf van I.S. Figée te Vlaardingen te water gelaten het stalen loggerschip SCH-118, MARIA ELISABETH, gebouwd voor rekening van de heer C. den Dulk Jz. te Scheveningen.


23 april 1915


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Uit Stockholm seint men aan het Berliner Tageblatt, dat het Aftenbladet bericht ontving uit Gefle dat de gezagvoerder van het Nederlandse zeilschip ALBATROS, dat donderdagmorgen (opm: 22 april) in de vroegte met een lading ijzer uit Glasgow te Gefle is aangekomen, ter hoogte van Svenska Bjoern ten zuiden van Gefle in de Oostzee door een Duitse duikboot is aangehouden. Na onderzoek van lading en scheepspapieren kon de ALBATROS de reis voortzetten.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Jaarverslag over 1914 van de Stoomvaart Maatschappij Nederland.
Aan het verslag over 1914, uit te brengen in de jaarlijkse vergadering van aandeelhouders op 5 mei a.s., ontlenen wij het volgende: Het zal wel overbodig zijn te vermelden, dat de gevolgen van den oorlog het bedrijf in hoge mate hebben beïnvloed en zulks nog doen. Was reeds voor het uitbreken van de wereldkrijg de toestand van de algemene vrachtenmarkt alles behalve rooskleurig, het losbranden van de oorlog bracht plotseling alle zaken vrijwel tot stilstand. De in Europesche havens ladende schepen, konden - wegens gebrek aan afkomende lading – niet worden geëxpedieerd. De gehele maand augustus kon geen enkel schip vertrekken; eerst de 5e september mocht het gelukken een redelijk afgeladen schip zee te doen kiezen, terwijl onder normale omstandigheden in die zelfde tijd minstens 4 vrachtschepen zouden zijn vertrokken. Begrijpelijkerwijze ontstond hierdoor voor de later afkomende retourvrachten een achterstand in tonnage die onmogelijk was in te halen, temeer, waar het gehele jaar door, het uitgaand vervoer kwijnend bleef. Eerst in de loop van het vierde kwartaal van het jaar deed de gelegenheid zich voor de uitgaande vrachtboten met steenkolen naar Port-Said of enige andere en route liggende haven te bevrachten, om dan na lossing, de reis naar Java verder in ballast te vervolgen. Sindsdien heeft men niet nagelaten de vrachtboten voor een dergelijk emplooi aan te bieden, wanneer de gelegenheid zich daartoe aanbood.
De passagiersschepen daarentegen zijn alle, op een na, op de vastgestelde datum van Amsterdam vertrokken, zij het met een zeer beperkte lading en met weinig passagiers. De meeste van deze reizen werden zeer vertraagd als gevolg van de gebrekkige bediening die zowel in Engeland als te Genua door de schepen werd ondervonden. Daarenboven werden deze schepen menigmaal aangehouden door patrouillerende schepen van de verschillende oorlogvoerende naties. Het mailschip, dat niet op de vaarbeurt kon vertrekken, was het stoomschip KONINGIN EMMA, dat - wegens langdurig oponthoud, ten gevolge van de actie van de oorlogvoerende mogendheden - eerst één dag vóór de officiële vertrekdatum van Amsterdam binnenkwam.
Op Java was de toestand aanvankelijk waarlijk niet gunstiger dan in Europa. Van de bij de aanvang van de oorlog in Indië liggende 5 vrachtboten werd de belading vrijwel gestaakt en de geboekte lading teruggehouden, terwijl mede storend op de afscheep werkte, het uitvoerverbod door de Nederlands-Indische Regering op verscheidene artikelen van uitvoer gelegd. Dat een zeer langdurig verblijf van deze schepen op Java van een en ander het gevolg was laat zich begrijpen. Dankzij evenwel de grote aankoop van Javasuiker door de Engelse Regering en de moeilijkheid om voor dit vervoer Britse schepen te bevrachten - waaraan door bevrachters bepaald de voorkeur werd gegeven - was men in staat een gedeelte van dit vervoer te bemachtigen en kon het eerste schip na het uitbreken van de oorlog op de 6e september van Java worden op weg gebracht. Successievelijk werd dit schip door anderen gevolgd, die echter eveneens voor het grootste gedeelte met suiker waren beladen wegens gebrek aan de gewone Java-lading. Meerdere van deze schepen waren 70 à 80 dagen in Indië geweest, terwijl gewoonlijk voor de lossing en belading 35 à 40 dagen nodig zijn. Al deze schepen ondervonden echter in de Europese havens van bestemming andermaal aanzienlijke vertraging; in de Franse en Engelse havens kon men, onder de oorlogstoestanden, de grote aanvoeren niet verwerken, zowel wegens gebrek aan ligplaatsen en werkkrachten als door onvoldoende opslagruimten. Schering en inslag was het dat schepen slechts 100 ton per dag konden lossen, zodat rondreizen van 180 dagen niet tot de zeldzaamheden behoorden. De niet voor Franse of Engelse havens bestemde schepen ondervonden meermalen belangrijk oponthoud door aanhouden en opbrengen naar havens van de geallieerde mogendheden tot onderzoek van de lading; vertragingen van 10 dagen tot 4 weken waren daarvan het gevolg. Hierin kwam eerst verbetering na de oprichting van de Nederlandsche Overzee Trust Maatschappij, waardoor in deze meer geregelde toestanden geboren werden. Waar deze maatschappij voortdurend voeling hield met de vreemde regeringen, was het tenslotte mogelijk kennis te krijgen van de opvattingen van deze regeringen ten aanzien van door haar genomen maatregelen, waarvan de duidelijkheid voor de directie menigmaal te wensen had overgelaten. Hierdoor toch werd men in staat gesteld naar Indië duidelijker instructies te seinen dan voordien dikwerf mogelijk was. Is het te verwonderen, dat door een en ander het gehele bedrijf ganselijk werd ontwricht?
De uitvoer van Java begon in oktober weer enigermate te herleven en zich daarna geleidelijk te herstellen. Tegen het einde van het jaar nam - dankzij de zeer hoge prijzen, die voor de meeste Indische producten hier ten lande waren te bedingen - de Java-export vrij plotseling zeer toe. Onverwacht grote vraag naar scheepsruimte was daarvan het gevolg, waaraan uit de aard der zaak niet kon worden voldaan. Vreemde schepen waren in de open markt niet voor Nederlandse havens te charteren; het enige Nederlandse schip dat opgenomen kon worden is door de Maatschappij gecharterd. Aan schepen ontbrak het echter de Maatschappij niet, want in 1914 werden 7 nieuwe vrachtschepen, ieder van plm. 5.000 last laadruimte, door de bouwmeesters opgeleverd. De uitgezonden schepen waren gemiddeld groter dan in het boekjaar 1913; in het tijdperk van 1 augustus tot ult. december 1914 werden op Java ter beschikking gesteld 18 vrachtschepen met een gezamenlijk laadvermogen van 79.250 lasten, tegenover 16 schepen, met 63.000 lasten laadvermogen, over gelijk tijdsverloop in 1913.
Door het in de vaart brengen van 2 nieuwe mailschepen respectievelijk in december 1913 en januari 1914, konden ook de in dit tijdvak varende mailschepen 2.400 lasten meerdere ruimte aanbieden. De gehele mailschip-laadruimte bedroeg in dit tijdsverloop 24.200 lasten. De mailschepen, die ook van Java op de maildata bleven varen, moesten echter in het begin van de oorlog Nederlands-Indië met grote wanruimte en nagenoeg zonder passagiers verlaten. Ten gevolge van de grote malaise zowel in het uitgaande als thuiskomende vervoer lagen in het begin van het 4e kwartaal 9 vrachtschepen werkeloos te Amsterdam. Wat dit betekende voor de talrijke personen, die door de scheepvaart een middel van bestaan vinden, behoeft niet gezegd te worden. Tekenen van verlevendiging van het thuiskomende vervoer waren er toen nog niet. Onder deze omstandigheden was het plicht in te grijpen en te trachten enige schepen een rendabel emplooi buiten de vaste lijn te geven. Inmiddels toch had in de algemene vrachtvaart buiten Nederlands-Indië een grote verandering plaats gevonden. Goede vrachten waren in de Amerikaanse vaarten te bedingen en daarom werd besloten enkele schepen voor dat vervoer te vercharteren. De grote stijging van kosten ten gevolge van de zoveel langere reisduren, de ongekend hoge steenkolenprijzen, de verhoogde prijzen van artikelen van verbruik en onderhoud, de vermeerderde havenkosten en de voor molest-risico te reserveren aanzienlijke bedragen, hebben natuurlijk moeten leiden tot verhoging van vrachten. De directie merkt hierbij op dat de verhoogde Java-vrachten niet onbelangrijk lager zijn dan de vrachten die in de algemene vrachtvaart te verkrijgen zijn, vooral van de havens in het Oosten. Met de mailboten werden gemaakt 26 rondreizen (evenals v.j.) In de vrachtbootdienst werden gemaakt 42 reizen naar (v.j. 39) en 43 reizen van (v.j. 39) Nederlands-Indië. Tussen New York en Java werd in vereniging met de Rott. Lloyd in het laatste kwartaal van 1914 een dienst geopend, terwijl in omgekeerde richting een dienst werd aangevangen in vereniging met de Rotterdamsche Lloyd en de Nederlandsche Stoomvaart Mij. Oceaan. In de Java Bengalen Lijn vonden twee vrachtboten het gehele jaar en een vrachtboot gedurende een gedeelte van het jaar emplooi.
De bate op de reizen van de stoomschepen bedraagt NLG 4.757.094 (v.j. NLG 4.576.814), de bate op de interestrekening NLG 25.728 (NLG 228.151), de bate op de assurantie eigen risico NLG 157.663 (NLG 63.332). Bijdrage tot de winst uit het agio van de geplaatste aandelen NLG 29.339. Saldo vorige rekening NLG 6.826 (NLG 3.805), zodat de creditzijde van de winst- en verliesrekening stijgt tot NLG 4.976.651 (NLG 4.872.103). Waarvan te bestemmen voor afschrijving op stoomschepen NLG 2.561.047 (NLG 2.010.481), etablissementen Java- en Sumatrakade NLG 50.000 (v.j. IJkade NLG 22.500), machinedelen in magazijn NLG 2.653 (NLG 2.560), reserve voor oorlogsmolest NLG 500.000 (v.j. voor versterking van de rekening van afschrijving NLG 500.000), id. pensioenregeling NLG 50.000 (als v.j.); en voor betaalde premies ingevolge de Ongevallenwet moet worden geboekt NLG 45.189 (NLG 39.631). Het verlies in wisselkoers bedraagt NLG 4.595 (NLG 284). Nadat de algemene vergadering de balans zal hebben goedgekeurd, wordt het dividend met NLG 75 per aandeel van NLG 1.000 (v.j. 10 %), NLG 37,50 per aandeel van NLG 500 betaalbaar gesteld.
Stoomschepen. De kostprijs van de stoomschepen is NLG 40.663.798 (NLG 30.302.991). Hierop werd tot ulto. december afgeschreven NLG 12.066.798 (NLG 11.266.991). Zodat de schepen thans op de balans voorkomen met NLG 28.597.000 (NLG 19.036.000). De in aanbouw zijnde schepen, waaronder ook gerekend worden de op 31 december 1914 reeds in de vaart zijnde stoomschepen BAWEAN, ROTTI en RONDO (waarvan de bouwrekening eerst na terugkomst van de eerste reis wordt afgesloten) komen op de balans voor met NLG 6.007.952 (NLG 11.186.202).
In de loop van het jaar werden aan de vloot toegevoegd de vrachtboten ROEPAT, RIOUW, ROTTI, RONDO, BANKA, BOEROE, BAWEAN, en het dubbelschroef mailschip PRINS DER NEDERLANDEN, het mailschip KONING WILLEM III en het vrachtstoomschip BALI werden daarvan afgevoerd en verkocht; het boven de boekwaarde bij deze verkoop verkregen bedrag, zijnde NLG 80.961, is op de liquidatierekening van de stoomschepen gebracht, waardoor deze reserve tot NLG 505.267 opgevoerd wordt (v.j. NLG 424.305).
Van de in het vorige jaarverslag als besteld vermelde schepen, was op 31 december nog in aanbouw het mailschip JAN PIETERSZOON COEN. Ter verdere uitbreiding van de vloot werden in de aanvang van 1915 nog drie vrachtschepen van plm. 6.600 bruto ton in aanbouw gegeven; de BORNEO bij de Nederlandsche Scheepsbouw Mij., de BINTANG bij de Maatschappij Fijenoord en de BALI bij de Rotterdamsche Droogdok Maatschappij.
Kapitaal. Geplaatst zijn NLG 19.000.000 aandelen, alzo NLG 3.000.000 meer dan op 31 december 1913. Zoals reeds vermeld, werden deze aandelen 6e serie door de Nederlandsche Scheepvaart Unie gekocht tegen de koers van plm. 128%. Van het agio, hierdoor verkregen, werd geboekt:
1e. NLG 500.000 op de „Rekening van afschrijving'', die daardoor stijgt tot NLG 3.500.000; 2e. NLG 300.000 op de „Assurantie reserverekening” waardoor deze reserve met NLG 2.300.000 op onze balans voorkomt;
3e. NLG 29.339 op de „Rekening van uitdeling" als aandeel in de winst van 1 januari - 16 februari 1914, gedurende welke tijd de nieuwe aandeelhouders nog niet hadden gestort.
Reservefonds. Dit bedroeg op 1 januari 1914 NLG 1.727.244. In het debet van deze rekening is gebracht: wegens waardevermindering van in het belegd Reservefonds liggende effecten NLG 4.476; door goedkeuring van de balans zal het gecrediteerd worden met 10% van de overwinst NLG 73.007 en op nieuwe rekening overgebracht worden met NLG 1.795.845.
Etablissement Java- en Sumatrakade. De gebouwen, die voor de uitbreiding van de dienst op de Sumatrakade zijn opgetrokken, werden in september opgeleverd. Op rekening van de bouwkosten werd tot 31 december 1914 betaald NLG 580.090. Op het gehele complex etablissementen werd NLG 50.000 afgeschreven. Assurantie eigen risico. De premies, in 1914 geboekt, bedroegen NLG 385.487; vorige jaren gereserveerde premies en schaden NLG 363.951. De in 1914 betaalde en de reserves voor schade bedragen NLG 591.776; als winst werd geboekt NLG 157.663.
De op de balans nog openstaande NLG 490.485 zijn getaxeerde, doch nog niet afgerekende schaden. Hieronder is begrepen de reserve voor de averijen KRAKATAU-stranding nabij Djeddah en KANGEAN-brand te Lissabon en BATJAN-stranding bij Deal.
Reserve oorlogsmolest. De hoge premies, die bij het begin van de oorlog betaald werden voor oorlogsmolest - dat op de gewone polis niet gedekt is - deed besluiten dit risico over de gehele vloot zelf te dragen. Men is voornemens dit gedurende de verdere duur van de oorlog te blijven doen. Gelukkig bleef men tot nu toe voor oorlogsrampen gespaard; de directie acht het voorzichtig met het oog op alle eventualiteiten een bedrag van NLG 500.000 ten laste van de winst- en verliesrekening te brengen en dit onder het hoofd „Reserve Oorlogsmolest" te reserveren.
Ondersteuningsfonds voor het personeel. Het saldo van vorige rekening was NLG 760.741. Het fonds vermeerderde door gekweekte rente met NLG 35.740 en door verkoop van toegangsbewijzen, boeten, enz. met NLG 5.345, tezamen NLG 810.827. Het werd gedebiteerd voor: Onderstand aan personeel en nagelaten betrekkingen van personeel, met NLG 64.782, en nadelig koersverschil van de in het belegde fonds liggende effecten, met NLG 9.474. Het fonds wordt door goedkeuring van de balans gecrediteerd met 5% van de overwinst NLG 36.539, zodat het op nieuwe rekening wordt overgebracht met NLG 764.109.
Reserve voor pensioenregeling. Deze rekening stond op de vorige balans credit NLG 401.980 en vermeerderde in 1914 door toegevoegde rente en andere baten met NLG 41.551; af: betaalde pensioenen NLG 9.169. Deze reserve wordt verhoogd met NLG 50.000 en op nieuwe rekening overgebracht met NLG 484.863.
Personeel. Vooral in deze moeilijke tijden voor de scheepvaart komt een bijzonder woord van dank en waardering toe aan het varend personeel, dat zich met buitengewone toewijding van zijn taak heeft gekweten; ook van het walpersoneel kan de directie met lof gewagen.
De balans vermeldt in het debet, behalve de boven besproken posten: Aan kassa en kassier NLG 214.955 (v.j. NLG 123.045); aan gelden op prolongatie NLG 191.000 (NLG 2.063.000); aan gelden à deposito NLG 2.500.000 (NLG 400.000); aan effectenrekening NLG 2.512.853 (NLG 2.105.559); aan belegd Reservefonds NLG 447.484 (NLG 821.978); aan belegd ondersteuningsfonds NLG 738.139 (NLG 706.235); aan diverse debiteuren NLG 1.958.496 (NLG 1.197.529); aan huizen en erven NLG 150.000 (als v.j.); aan etablissementen NLG 1.115.090; (v.j. IJkade NLG 742.192); aan reiskosten over lopende reizen van de vloot NLG 807.448 (NLG 1.262.578).
En in het credit: Per vracht- en passagegelden over lopende reizen NLG 1.862.737 (NLG 2.274.436); per diverse crediteuren NLG 3.582.741 ( NLG 4.214.192); en per rekening van uitdeling NLG 1.425.000 (NLG 1.600.000).


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 22 april. Door de werf “De Noord” te Alblasserdam is afgeleverd het sleepschip S.H.V. 23 voor de Steenkolen Handels Vereeniging te Rotterdam. Het schip, waarop de heer Oosterveen kapitein is, is voor zijn eerste reis naar Duitsland vertrokken.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 22 april. Te Kinderdijk is van de werf van de firma J. Smit & Zoon een hopperzuiger, gebouwd voor Nederlandse rekening, te water gelaten. De machine, de ketel, enz. worden bij dezelfde firma vervaardigd.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Delfzijl, 21 april. Alhier ligt zeilklaar het nieuw gebouwde motor-schoenerschip IDA, met bestemming naar Emden, om aldaar cokes te laden voor Noorwegen. Het is gebouwd op de werf van de heer W. Rubertus te Groningen en meet 533 m3 netto, en wordt bevaren door kapitein-eigenaar J. Westers, van Groningen. De Kromhout-motor van 70 ipk is geleverd door de firma Goedkoop te Amsterdam.


24 april 1915


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Zoals bekend heeft de Nederlandse gezant te Berlijn op 25 maart jl. aan de Duitse regering de bedenking van die van Nederland kenbaar gemaakt wegens het in gevaar brengen van het stoomschip ZEVENBERGEN in de nabijheid van welk schip twee bommen waren neergekomen, geworpen uit een vliegtuig voerende de Duitse oorlogsvlag.
Naar wij vernemen heeft de Duitse regering aan de Nederlandse Regering bereids een rapport betreffende het op haar last ingesteld onderzoek overgelegd. De daarin vermelde gegevens omtrent de omstandigheden waaronder een Duits vliegtuig op genoemde datum zich in de Noordzee in de nabijheid van een Nederlands stoomschip heeft bevonden zijn echter zo verschillend van die, welke de ZEVENBERGEN betreffen, dat de Nederlandse Regering onder aanwijzing van de verschilpunten thans als haar mening heeft doen kennen, dat het Duitse rapport geen betrekking kan hebben op het vliegtuig, dat de bommen nabij de ZEVENBERGEN heeft geworpen. Zij heeft mitsdien de Duitse regering verzocht om een nader onderzoek in te stellen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Wm.H. Müller & Co’s Algemeene Scheepvaart Maatschappij te Rotterdam.
Aan het verslag over 1914 wordt het volgende ontleend:
Zoals reeds in het vorig jaarverslag vermeld, was in het najaar van 1913 een gevoelige daling op de vrachtenmarkt ingetreden. Deze daling hield ook in 1914 aan, totdat het uitbreken van de oorlog een plotselinge stagnatie in het scheepvaartbedrijf veroorzaakte. De geregelde lijnen naar Londen en Hamburg moesten haar afvaarten staken; die naar Spanje, Aberdeen en Middlesbro konden met moeite worden gehandhaafd, terwijl het mijnengevaar, waarvan in den beginne de betekenis niet kon worden overzien, ook de grote stomers in de laadhavens vasthield. Langzamerhand herstelde zich de toestand voor een groot deel van het bedrijf.
De vaart op de Engelse havens kon worden hervat en het verkeer nam weer toe. Naar Hamburg vonden uit de aard der zaak geen verdere afvaarten plaats.
Het stoomschip ADMIRAAL DE RUIJTER, te Novorossisk door de oorlog verrast, kon deze haven niet meer verlaten, omdat de uitvoer van zijn lading graan werd verboden en toen deze was gelost, waren intussen de Dardanellen gesloten. Toen in de loop van de oorlog ook erts tot contrabande werd verklaard, moest voor de ertsstomers ander emplooi worden gezocht. Dit leverde ten gevolge van de toen reeds oplopende vrachten geen moeilijkheden op. De sterke stijging van de zeevrachten vond eerst in het laatst van ons boekjaar plaats. Met het oog op al deze bijzondere gebeurtenissen mag het eindresultaat van het bedrijf over 1914 alleszins bevredigend worden genoemd.
Averijen van enige betekenis kwamen niet voor. Het stoomschip IBERIA onderging zijn vierjaarlijkse survey, werd van nieuwe ketels voorzien en geheel nieuw uitgerust. De afneming van de nog altijd zeer ruime beschikbare geldmiddelen is een gevolg van de deelneming in de voor het bedrijf noodzakelijke kade- en loodsinrichtingen op het St. Jobsterrein te Rotterdam. Voor de Bordeaux-vaart van de Scheepvaart Maatschappij voorheen Smit & Co., bij welke de Vennootschap is geïnteresseerd, werd een nieuw stoomschip besteld bij de Maatschappij voor Scheeps- en Werktuigbouw Fijenoord te Rotterdam, om in mei 1915 te worden afgeleverd. Tot verdere bestellingen vond men met het oog op de abnormale omstandigheden nog geen aanleiding. Hoewel niet onder dit boekjaar vallende, wordt toch met een enkel woord het opbrengen naar Zeebrugge van het stoomschip BATAVIER V op 18 maart 1915 vermeld, Uit de aard der zaak is deze opbrenging voor het bedrijf zeer storend. Men heeft echter alle vertrouwen dat door het Prisengericht te Hamburg recht zal worden gedaan. Ter toelichting van de cijfers van de winst- en verliesrekening en de balans dient het volgende:
Afschrijvingen. Voorgesteld wordt op de eigen vaartuigen van de Vennootschap NLG 340.253 (v.j. NLG 350,000) en op de deelneming bij derden NLG 54.222 (NLG 53,841) af te schrijven. Waar, met een enkele uitzondering, de maatschappijen, bij welke men geïnteresseerd is zelf voor behoorlijke afschrijving zorgden, acht de directie het voorgestelde bedrag ruim voldoende. De bezittingen van de Vennootschap komen dan met NLG 4.750.000 (NLG 4.000.000) te boek te staan.
Het buitengewoon reservefonds bedroeg per 1 januari 1914 NLG 150.000, hierbij komt de rente ad NLG 6.000, wordt NLG 156.000. Uit dit fonds zijn te bestrijden de buitengewone reparaties ten bedrage van NLG 39.552 (NLG 49.419), zodat een saldo blijft van NLG 116.447 (NLG 106.580).
Met het oog op de vierjaarlijkse survey van enige onzer stoomschepen wordt voorgesteld uit het winstsaldo hieraan toe te voegen NLG 133.552, zodat dit fonds dan komt op NLG 250.000. Het reservefonds bedroeg per 1 januari 1914 NLG 260.000, hierbij komt de gekweekte rente NLG 11.054, wordt NLG 271.054.
Volgens art. 10 van de statuten moet minstens 10% van de overwinst, in dit geval NLG 12.991 (NLG 19.317) in het reservefonds worden gestort. Voorgesteld wordt dit bedrag te verhogen op NLG 18.945, waardoor dit fonds stijgt tot NLG 290.000.
Het assurantiefonds bedroeg per 1 januari 1914 NLG 280.000, hierbij komen de in 1914 bijgeboekte premies en rente na aftrek van betaalde schadevergoeding NLG 69.825, wordt NLG 349.825. In overweging wordt gegeven uit het winstsaldo hieraan toe te voegen NLG 25.174, zodat dit fonds stijgt tot NLG 375.000.
Belegd Reservefonds. De belegging van het hiervoor in aanmerking komende bedrag geschiedde op de gewone wijze.
Rente. Het saldo ad NLG 28.136 vertegenwoordigt het bedrag van de tot 31 december 1914 verschuldigde min de gekweekte rente. Vinden de voorstellen instemming, dan zou de van het totale winstcijfer NLG 1.332.784 (NLG 1.237.349), in de eerste plaats in mindering komen: Saldo van de renterekening NLG 28.136, saldo van de onkostenrekening NLG 15.618 (NLG 16.619). En hiervan worden afgevoerd: a. als directe afschrijving op de bezittingen NLG 394.475 (NLG 403.841); b. naar buitengewoon reservefonds NLG 133.552 (NLG 43.419); c. naar reservefonds NLG 18.945 (NLG 25.408); d. naar assurantiefonds NLG 25.174 (NLG 16.269), zodat als beschikbaar winstsaldo overblijft NLG 716.881 (NLG 728.902). Voorgesteld wordt het dividend over het jaar 1914 wederom te bepalen op 8%.
Voor de voorgestelde uitkering, tantièmes aan directie en raad van commissarissen, uitkering aan houders van oprichtersaandelen en bedrijfsbelasting zijn nodig NLG 351.612 (NLG 347.411). Er blijft alsdan een onverdeeld winstsaldo, op rekening van 1915 over te dragen van NLG 365.269 (NLG 330.431).


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

‘s-Gravenhage, 23 april. De Nederlandse sleepboot DE JONGH, slepende de lichter N.I.S.H.M. 2 van Amsterdam naar Batavia, arriveerde 22 april te Aden. Alles wel.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Delfzijl, 22 april. De heden alhier aangekomen schoener RENSINA II, kapt. Eppinga, van Nieuwe Schans, beladen met kartonpapier, bestemming Londen, zal over Groningen en binnendoor langs de Nieuwe Waterweg, de reis vervolgen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Lobith, 22 april. Geladen met ijzererts naar Duitsland passeerde hier voor de eerste reis het nieuwe sleepschip BLOKLAND, groot 510 last, schipper Van Steenoven, gebouwd bij de N.V. Werf „De Noord" te Alblasserdam voor rekening van de N.V. Ned. Rijnsleepkaan Mij., directeur de heer Lowey te Rotterdam.


25 april 1915


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Aangehouden schepen. Het Nederlandse stoomschip EENDRACHT, van Londen naar Velsen bestemd, ligt, naar men aan de N.R.C. uit IJmuiden meldt, bij Sheerness en wordt daar op hoog bevel opgehouden.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

De beslissing van het Prijzenhof inzake de MARIA.
Met betrekking tot de in ons avondblad vermelde beslissing van het Prijzenhof in de zaak van het Nederlandse stoomschip MARIA, deelt de rederij van de MARIA, de firma Jos. de Poorter, het volgende aan de NRC mee: De MARIA is niet door een duikboot, maar door de KARLSRUHE in de grond geboord. Het prijsgerecht merkte op, dat Belfast op 14 augustus als steunpunt voor de Britse admiraliteit was verklaard. De advocaat van de rederij antwoordde daarop, dat, aangezien de grootste helft van de lading voor Dublin was bestemd, dit niet in aanmerking kwam. Daarop werd geantwoord, dat Dublin op 25 november ook als steunpunt van de admiraliteit was verklaard. Maar aangezien de MARIA op 21 september reeds in de grond was geboord, kon de datum van 25 november niet in aanmerking komen. Na in raadkamer te zijn geweest, verklaarde het Prijsgerecht, dat al was de lading ook bestemd voor molenaars, zoals de rederij had bewezen, deze toch bij aankomst had kunnen worden gerekwireerd door de Engelse regering.


26 april 1915


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Christiania, 26 april. Het Noorse weekblad Norsk Näheringsliv van 24 dezer bevat een hoofdartikel waarin gezegd wordt:
Ter zee is in de tegenwoordige oorlog het vuistrecht weer in grote omvang ingevoerd. Engeland heeft zich tot de zeepolitie opgeworpen. De onzijdige schepen moeten zich laten welgevallen naar Engelse havens opgebracht en daar onderzocht te worden. Voor een deel zijn zij zo lang opgehouden, dat men er zijn voordeel in zag de lading in Engeland voor de aldaar geldende prijzen van de hand te doen. Het begrip onzijdigheid bestaat niet langer, daar de onzijdigen door de oorlogvoerenden gedwongen worden partij te kiezen. Het is duidelijk dat Noorwegen in hoge mate afhankelijk is van Engeland, dat het Noorse rijk feitelijk zijn voorwaarden kan opleggen, vooral omdat de tegenwoordige regering weinig geschikt schijnt om Engeland de rechten van Noorwegen meer te doen ontzien. Een algehele blokkade van Noorwegen is weliswaar niet uitvoerbaar, maar reeds een verbod van uitvoer van steenkool in Engeland zou een grote uitwerking op de Noorse nijverheid hebben. Noorwegen moet blij zijn wanneer er geen gebrek aan meel komt. Het leeft tegenwoordig van de genade van anderen en wordt daarnaar behandeld. Op het ogenblik is de Engelse gezant in Noorwegen tenminste even machtig als de Noorse minister-president.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 22 april. Op 29 december 1914 heeft in het Humberdok een aanvaring plaats gehad tussen het met stukgoed van Hull naar Rotterdam bestemde stoomschip WHITBY ABBEY en de lichter GERDA, met landbouwproducten, waardoor de lichter zonk. Het Admiraliteitshof gaf de schuld alleen aan de WHIBY ABBEY omdat er een slechte uitkijk was gehouden en het schip vrij van de ingang van het dok bleef totdat de lichter veilig uit dat dok was gevaren.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hamburg, 24 april. Een te Christiania gevestigde firma heeft volgens de Sjöfartstidende drie afgetakelde schepen, de HAFRSFJORD, HANNE en SUPERB, gecharterd om ze als lichters in de Noordzeevaart te brengen. Zij zullen hout, steenkool en cokes vervoeren en gesleept worden door een Franse stoomtrawler sterk 500 ipk. Die trawler zal buiten de bunkers nog 300 ton lading kunnen innemen.
De gecharterde schepen zijn resp. groot 750, 445 en 730 nrt. Volgens voornoemd blad slaat men in zeevaartkringen deze dienst met veel belangstelling gade. Het is bekend, dat sedert jaren afgetakelde zeilschepen in de ijsvaart op de Noordzee dienst doen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Holland Gulf Stoomvaart Maatschappij.
Naar wij vernemen, zal de directie in de gewone algemene vergadering op 15 mei a.s. aan de aandeelhouders voorstellen om de behandeling van de balans en de winst- en verliesrekening aan te houden tot een nader bijeen te roepen vergadering.
Wel zijn de uitkomsten van de exploitatie over het afgelopen jaar gunstig, doch in de processen betreffende het op 21 september jl. in de grond geboorde stoomschip MARIA is nog geen eindbeslissing gevallen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. De Raad deed heden uitspraak betreffende het stoten tegen een kolensteiger van het stoomschip KRAKATAU.
De Raad is van oordeel, dat de KRAKATAU tegen de steiger van de haven van Tandjong Priok is gevaren door het achteruit werken van de machine in plaats van vooruit zoals gecommandeerd was. De Raad neemt als waar aan, de verklaring van de 3e machinist dat hij bij het eerste commando de machine op langzaam vooruit heeft gezet. Het is uit het onderzoek mogelijk gebleken, dat de aanzetmachine is gaan werken zonder dat het handvat verzet werd en dat hierdoor de machine op achteruit is gebracht en waar de 3e machinist bij de verdere manoeuvres op de stand van de machine niet heeft gelet, moet hierin de oorzaak van het achteruit werken van de machine worden gezocht. De 3e machinist Van Koppenhagen is in deze nalatig geweest, immers bij meerdere oplettendheid zou hij bemerkt moeten hebben uit de stand van de scharen, de krukken van de machine en de verklikker van de aanzetmachine, dat hij verkeerd manoeuvreerde.
Waar echter in korte tijd alles is afgespeeld, het personeel in de machinekamer op dat ogenblik onvoldoende was om de machine behoorlijk te bedienen, de 1e machinist naar dek gegaan, de 2e machinist nog niet beneden en de assistent achter de machine, waar bovendien de 3e machinist nog van zijn werk werd geroepen naar de stook en hij ook de telegraaf bedienen moest, daar meent de Raad onder deze samenloop van omstandigheden de betrokkene Van Koppenhagen zijn nalatigheid niet zo zwaar te moeten aanrekenen, dat hem deswege een straf moet worden opgelegd.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. De Raad stelde een onderzoek in naar het vergaan van het stoomschip CHESTER in de Noord-Atlantische Oceaan in het begin van februari 1915.
Het stoomschip bevond zich op reis naar Rotterdam en was de 23e januari van New York vertrokken, geladen met olie. De lading, volgens de kapitein H. Segebarth, die het eerst als getuige werd gehoord, niet groter dan anders, bestond uit olie. Het schip lag dan ook niet dieper dan gewoonlijk. Vroeger, in 1910 was de uitwatering van het schip veranderd van 137 cm in 122 cm. Het schip was in volkomen zeewaardige toestand met voltallige bemanning van New York vertrokken. Op reis had men al spoedig last van slecht weer. De storm ging over in een orkaan, die dan uit het NW dan uit het ZO, ja, van alle kanten op het schip losbeukte. Op 47º06’ NB en 32º53’ W.L. kreeg het schip hoge zeeën over, zodat het water aan alle kanten naar binnen stroomde. Er werd uit alle macht gepompt, doch het schip kreeg slagzij. De orkaan hield aan van 1 tot 3 februari. De brug was weggeslagen. Evenzo de reddingboten en de navigatiemiddelen. In de avond van 3 februari kon men seinen geven aan de PHILADELPHIA. Nog wilde getuige trachten het schip in veiligheid te brengen, doch de bemanning wilde wegens het ontbreken van reddingsmiddelen het schip verlaten. Met behulp van lijnen kwam men van boord af, hetgeen duurde van 's nachts 2 uur tot de volgende middag. Alvorens het, schip te verlaten werd het in brand gestoken.
De 2e machinist F. Meenhorst geeft alsnu nog een korte beschrijving van de ontredderde toestand waarin het schip door de orkaan was geraakt. Hoe langer hoe meer ging het schip slagzij. En, hoewel de machine nog wel werkte, wilde getuige heel graag het schip verlaten. Op het achterdek werd scheepsraad gehouden: Niet één van de bemanning wilde nog proberen het schip naar een haven te brengen. Omtrent de lading en de diepgang van het schip weet getuige niets mee te delen. De inspecteur van de scheepvaart de heer Bouman merkte op, dat de vermindering van de uitwatering had behoren gepaard te gaan met een versterking van het toch reeds oude schip. Nu is de lading verhoogd met 180 ton, zonder dat er enige versterking werd aangebracht. Het schip was dan ook naar sprekers mening niet ten volle zeewaardig en het is niet meer dan een gelukkig toeval, dat bij deze scheepsramp geen mensenlevens verloren zijn gegaan.
Spreker weet nog van een ander schip van 4.000 ton dat nu, doordat er een luik veranderd is, 1.400 ton meer laadt. Dat wordt in de hand gewerkt door de concurrentie van de bureaus. Er moet echter niet zozeer met formules als wel met het wezenlijke gevaar gerekend worden. Ten slotte zou spreker wensen dat van regeringswege een dankbetuiging werd gericht tot de bemanning van de PHILADELPHIA die, terwijl de zee te hoog stond om langszij te komen, de equipage van de CHESTER met de lijn redde en met dit reddingswerk bezig was van ‘s nachts 12 uur tot de volgenden morgen 8 uur.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 24 april. Naar de Scheepv. verneemt, heeft de firma Gebr. van Uden. die korte tijd geleden van Van Nievelt, Goudriaan & Co’s Stoomvaart Maatschappij het stoomschip POOLSTER aankocht, dit weer verkocht naar Noorwegen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Amsterdam, 24 april. Met het stoomschip AMERICAN is van New Orleans hier aangekomen de kapitein van het indertijd in de Atlantische Oceaan vergane stoomschip CHESTER, met een lading petroleum van New York naar Rotterdam bestemd.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 24 april. Het Nederlandse stoomschip EENDRACHT, van Londen naar Velzen, ligt bij Sheerness en wordt daar opgehouden.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 24 april. Heden werd van de werf van de Maatschappij voor Scheeps- en Werktuigbouw “Fijenoord" te Rotterdam met goed gevolg te water gelaten het voor de N.V. Scheepvaart Maatschappij v/h. Smith & Co. te Rotterdam in aanbouw zijnde vrachtstoomschip BATAVIER I.
Dit stoomschip wordt gebouwd onder „bijzonder toezicht" en volgens de hoogste klasse van Bureau Veritas. De plannen voor dit schip werden gemaakt door de heer A. van Veen, scheepsbouwkundig ingenieur, inspecteur van Bureau Veritas. Lengte, breedte en holte van het schip bedragen respectievelijk 230’-0", 33'-0" en 16'-0". Op een diepgang met zomer vrijboord, dit is ongeveer 15’-2", zal het draagvermogen 1.400 ton zijn. Bij deze belasting zal de te behouden snelheid op de proeftocht 10½ mijl moeten bedragen.
Het schip wordt elektrisch verlicht en is voorzien van 4 stoomkranen elk met een hefvermogen van 3 ton, een laadboom van 3 ton, twee van 5 ton en een van 10 ton hefvermogen.
De in het schip te plaatsen triple compound machine zal ongeveer 900 ipk ontwikkelen. De nodige stoom wordt geleverd door 2 cilindrische ketels met een totaal verwarmd oppervlak van 3.620 vierkante voet.
Op de thans vrijgekomen helling zal ten spoedigste een aanvang gemaakt worden met de kiellegging voor het stoomschip BINTANG, te bouwen voor rekening van de Stoomvaart Maatschappij „Nederland" te Amsterdam.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De DELIA. Rotterdam. Sinds veel weken ligt hier het Duitse stoomschip DELIA geïnterneerd, dat door de Engelsen voor het verlaten van het belegerde Antwerpen, onklaar was gemaakt door machinebeschadiging. Na de val van de stad was het hierheen gesleept, in de hoop op verlof tot reparatie. Dit verlof is eerst thans door de Regering verleend en het Duitse schip is dus nu van boei 2 naar Wilton's dok gebracht om daar te worden hersteld. Inmiddels blijft de militaire macht aan boord. Het is niet onwaarschijnlijk dat thans meer Duitse schepen uit Antwerpen ter reparatie binnendoor naar hier zullen komen.


27 april 1915


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam in dagen van spanning. De haven.
De vorige week maandag noteerden we voor het dubbel etmaal sinds zaterdag 26 schepen, een week daarvoor 35, nu 9. Negen schepen in twee dagen! Waar is de goede tijd, dat we op een dag 65 schepen mochten tellen?
Het verkeer met Engeland staat geheel stil. Behalve de KIRKHAM ABBEY en de Harwichboot COPENHAGEN, die naar Engeland zijn gegaan, is na de afkondiging van de stilstand van verkeer, donderdag jl. geen enkel schip naar of van Engeland gevaren. Van de negen binnengekomen schepen is er één met ijzererts, de ABISKO van Narvik, één met hout, de VEGA van Westervik, één met salpeter, de ANDRE THEODORE, een zeilschip van Taltal en één met levensmiddelen voor de Belgen, de GLENSHIEL van New Orleans.
Geen van de vele gewacht wordende boten, waaronder acht Nederlandse kolenboten, zijn aangekomen en hoelang deze staking duren zal, weet niemand. Tot de beraamde troepentransporten zijn geëindigd of tot de grote zeeslag, welke wordt voorbereid, geleverd is, of de Engelsen klaar zijn met het afsluiten van Zeebrugge door mijnen? Niettemin blijft er vrij wat expeditie werk in de haven te doen. Pakhuizen en opslagplaatsen beleven een gulden tijd, want door de uitvoerverboden zijn ontzaglijke massa’s goederen voor Duitsland bestemd, tot opslag hier verplicht. Er liggen enorme partijen aardappelmeel en o.a. miljoenen huiden in de Rotterdamse pakhuizen opgeslagen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

’s-Gravenhage, 25 april. De Nederlandse zee-sleepboot FRIESLAND vertrok 23 april van Shanghai naar Singapore.
— De Nederlandse sleepboten DE JONGH en KRAUS met lichters op sleeptouw, hebben 24 april de reis van Aden naar Batavia voortgezet.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Delfzijl, 23 april. De schoener RENSIENA II, kapt. Eppinga, met kartonpapier, vertrok heden van hier over Groningen binnendoor langs de Nieuwe Waterweg naar Londen wegens mijnengevaar voor Wadden van de rivier Eems.


28 april 1915


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Het Engelse consulaat deelt ons mee, dat alle Engelse havens tot nader order zijn gesloten voor Engelse en vreemde schepen.
Onze correspondent te Rotterdam deelt ons mee, dat door het Engelse consulaat gisteren aan de verschillende scheepvaarthuizen kennis gegeven werd, dat Engelse schepen onder geen beding onze havens mochten verlaten met bestemming naar Engeland.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 27 april. Van de scheepswerf Nicolaas Witsen van de firma W.F. Stoel & Zoon te Alkmaar, is met goed gevolg te water gelaten een stalen betonnings- tevens peilingsmotorboot, lang 94 voet, breed 19 voet, waarin een 90 pk. 2-cilinder ruwolie-motor geplaatst zal worden. De boot bevat benedendeks verblijf voor de commissaris, verblijf voor de schipper en machinist, laadruim, motorkamer, volkslogies en kombuis. Het schip is bestemd voor de dienst van het Loodswezen in het 4e en 5e district en gebouwd voor rekening van het Departement van Marine. Op de vrijgekomen helling wordt de kiel gelegd voor een motorvrachtboot, lang 78 voet, voor Rotterdamse rekening.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Delfzijl, 26 april. Heden is van hier vertrokken, over het wad naar Dordrecht, de nieuwe sleepboot CHRISTINA FRATER, gebouwd op de werf van Gebr. Niestern te Farmsum. Deze boot zal door de heer Straatman te Dordrecht, van een nieuwe compoundmachine worden voorzien van 20 ipk. De JAC. FRATER sleept het naar de bestemming en het behoort thuis te Delfzijl, eigenaar de heer Frater Smid, eveneens te Delfzijl.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Delfzijl, 26 april. De vorige week zijn van hier vertrokken naar Emden: JANTJE, kapt. Meulman, om aldaar cokes te laden naar Noorwegen. Deze schepen welke een lange tijd te Groningen stil hebben gelegen, zullen thans, aangelokt door de hoge vrachten, de onwillige zee weer bevaren.


29 april 1915


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Verschure & Co’s Scheepswerf en Machinefabriek. In de heden gehouden algemene vergadering van aandeelhouders werd het jaarverslag over 1914 uitgebracht en werden de balans en de winst- en verliesrekening goedgekeurd. Besloten werd van de obligatielening op de bezittingen van de Maatschappij aan aandeelhouders een dividend uit te keren van 5% (v.j. 6%.) De heer J.H.D. Koppe, die als commissaris aftrad, werd herkozen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Delfzijl, 27 april. Alhier ligt voor vertrek gereed op de werf van de heren E.J. Smit & Zn. te Westerbroek, nieuw gebouwde sleepkaan, genaamd HOOGEZAND. Dit vaartuig meet 1.304 m3 netto en is voor rekening van de heren Schulte & Bruns te Emden. Schipper K. Hageman zal het naar zijn bestemming brengen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Holland-Gulf Stoomvaart Maatschappij.
Naar wij vernemen, zal de directie op de gewone algemene vergadering op 15 mei a.s. aan de aandeelhouders voorstellen om de behandeling van balans en winst- en verliesrekening aan te houden tot een nader bijeen te roepen vergadering.
Wel zijn de uitkomsten van de exploitatie over het afgelopen jaar gunstig, doch in de processen betreffende het op 21 september jl. in de grond geboorde stoomschip MARIA is nog geen eindbeslissing gevallen.


30 april 1915


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

De vaart op Engeland. Onder scheepstijdingen vermeldden wij hedenmorgen, dat van Amsterdam weer twee stoomboten naar Engeland zijn vertrokken, het stoomschip IJSTROOM van de Hollandsche Stoomboot Maatschappij met bestemming Londen en het stoomschip VESTA van de Koninklijke Nederlandsche Stoomboot Maatschappij met bestemming Swansea. Officieel is echter nog geen mededeling gekomen, dat de Engelse havens weer geopend zijn voor het scheepvaartverkeer. Wij vernemen, dat de IJSTROOM is uitgevaren op verzoek van de agent van de Maatschappij te Londen. Men vertrouwt dat deze dat niet zal hebben gedaan zonder gegronde verwachting dat het stoomschip kan in- en uitvaren. De VESTA is in ballast vertrokken om, zodra daarvoor toestemming wordt verleend, in Swansea kolen te laden.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

N.V. Maatschappij Zeevaart. In de gisteren gehouden algemene vergadering van de N.V. Maatschappij Zeevaart te Rotterdam is het dividend vastgesteld op 10% op de oorspronkelijke aandelen en 5% op die, welke 1 juli 1914 werden uitgegeven.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. – Vergaan van de PRINS MAURITS.
In zijn heden gehouden zitting heeft de Raad een onderzoek ingesteld betreffende het met man en muis vergaan van het stoomschip PRINS MAURITS - gewezen gezagvoerder H.J. v. d. Goot - rederij K.W.I. Maildienst - op 3 dezer ter hoogte van Kaap Hatteras, tijdens de reis van New York naar West-Indië.
De heer A.J. Loke, inspecteur van de K.W.I.M., verklaart dat de toestand van het schip uitstekend was. Het was in 1900 te Hamburg gebouwd en was geclassificeerd bij Lloyds en Veritas. Hier in het dok was het het laatst in reparatie geweest. Vermoedelijk was de bemanning bij vertrek van New York 45 groot. Aan boord waren ook 4 passagiers. Er waren 3 stuurlieden en 4 machinisten. Voorts was er draadloze telegrafie. In mei 1907 werd verandering in de inrichting gebracht, waarvan in 1909, bij de invoering van de Schepenwet, het gevolg minder uitwatering was, een verschil van 8 duim minder. Hiervan werden geen moeilijkheden ondervonden.
Het schip had meel, beschuit, katoen, gedroogde vis en constructiemateriaal voor Curaçao in lading. Te New York was het zeewaardig verklaard. Getuige verzekert voorts, dat van het personeel absoluut geen klachten omtrent het schip waren ingekomen; het stond in goede naam, ook omtrent de lading. Omtrent de luiken deelt getuige mee, dat zij voorzien waren van houten roosters, waarop de presenning. Het is waar, dat in de gangen wel water stond, gelijk in meer schepen; dit was misschien wel hinderlijk, maar volstrekt niet gevaarlijk. Een stuwplan wordt te New York niet gegeven.
De heer A.M. Schippers, secretaris van de Uitwaterings-commissie doet opmerken, dat op 8 nov. 1909 het certificaat van Lloyds omtrent het nieuwe uitwateringsmerk verkregen werd. Op dat veranderde certificaat heeft de uitwaterings-commissie het andere certificaat afgegeven. Zo kon het schip - merkt de voorzitter Cnoop Koopmans op - meer lading innemen. Kapitein P.H. Huizer verklaart, dat hij die dag met zijn schip, de AMERICAN, op ongeveer dezelfde hoogte was waar de PRINS MAURITS voer. Er woei een storm tot orkaan. Getuige had de wind uit NW; de PRINS MAURITS van noord. De zee was zeer hoog; de lucht vol donkere banken. Maar getuige had wind en zee dwars.
Kapitein P. Koningstein verklaart lange tijd op de PRINS MAURITS te hebben gevaren. Nooit heeft hij er last mee gehad; het stuurde goed; ook toen bij de nieuwe uitwatering meer geladen kon worden. Wel had het veelal neiging tot achterover liggen, maar bij goede sturing herstelde zij zich. In mijn tijd, zegt getuige, zijn de roosters voorop vervangen door luiken. Hij heeft negen reizen met het schip gemaakt; in 1912 was hij er drie dagen mee in een orkaan, maar het hield zich goed. Voorts bevestigt getuige, dat het water in de gangen wel lastig voor de bewoners was, maar absoluut geen gevaar opleverde. Op de vraag van de voorzitter verklaart getuige nog, nooit te hebben opgemerkt, dat het schip te diep lag. Vóór de laatste reis is het wel onderzocht, maar op de reis kan veel gebeuren. Daarbij moet worden opgemerkt, dat in de laatste tijd meer op de boten en op de reddingsmiddelen gelet wordt. De heer J.B. Slebe, expert van Lloyds, verklaart dat hij in februari jl. het schip, toen het in het dok was, heeft onderzocht en in goede staat bevonden. De verschillende voorzieningen werkten daartoe mee. Toen in 1907 veranderingen waren aangebracht, werd een gedetailleerd rapport van onze bevindingen gezonden aan het kantoor te Londen. Maar omtrent de juistheid van de verdere berekeningen laat men zich dezerzijds niet in.
De heer Schippers deelde ten slotte mee, dat voor de bestaande schepen de rederijen in de gelegenheid worden gesteld, de certificaten over te leggen. 21 februari 1910 werd met betrekking tot de PRINS MAURITS een certificaat uitgereikt, geheel overeenkomstig het nieuwe van Lloyds. Ten opzichte van het uitwateringsmerk geldt de sterkte van het schip als grondslag. Nu is door de verandering van het uitwateringsmerk wel is waar het reserve-drijfvermogen vermeerderd, maar de coëfficiënt wordt berekend onafhankelijk van aan opbouw. De hoofdinspecteur, de heer Muller, de theorie waarderende, wijst nochtans op de gevolgen in de praktijk. Zo kon een kleine vermindering van de uitwatering er toe leiden, dat 1.500 ton meer geladen werd. De heer Schippers antwoordt, dat in de praktijk de stuwage aan de rederij wordt overgelaten.
De heer Lap, adjunct-inspecteur voor de scheepvaart, verklaart tenslotte, dat het schip jaarlijks in het dok werd nagezien en van de nodige herstellingen voorzien en dat geen klachten daaromtrent, noch omtrent de zeewaardigheid waren vernomen.
De Raad zal later uitspraak doen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 29 april. Door de Scheepvaart- en Steenkolen Maatschappij te Rotterdam werd bij de firma A.F. Smulders te Schiedam een stoomschip van ongeveer 3.000 ton in aanbouw gegeven, af te leveren in de aanvang van 1916.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 29 april. Van de scheepswerf van de firma J. & K. Smit te Kinderdijk zijn te water gelaten twee dubbelschroef stoomboten, gebouwd voor de provincie Zeeland en bestemd voor de post- en passagiersdienst op de Zeeuwse stromen. De machines en ketels worden vervaardigd op de Machinefabriek „Kinderdijk".


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

New York, 12 april. Het Braziliaanse stoomschip SAO PAULO, van Pernambuco en het Nederlandse stoomschip EEMDIJK van Rotterdam, zijn heden namiddag bij het Scotland vuurschip in aanvaring geweest. De SAO PAULO leed schade aan platen en davits, de EEMDIJK bleef ogenschijnlijk onbeschadigd. (De EEMDIJK is sedert van New York naar Rotterdam vertrokken. Red.)


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

N.V. Mij. Zeevaart. In de heden gehouden gewone algemene vergadering van aandeelhouders, ten kantore van de directie Willemsplein no. 23, is het dividend vastgesteld op 10% op de oorspronkelijke aandelen en 5% op die, welke 1 juli 1914 werden uitgegeven.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Het hier ter stede thuis behorend 2-mast schoenerschip VELOX, kapt. H. Mulder van hier, vertrok 30 januari van Swansea naar Oporto. Sinds die datum heeft men niets meer van het schip vernomen, zodat men vermoedt, dat het in de storm, die begin februari in de Atlantische Oceaan heeft gewoed, is vergaan.
De VELOX was geladen met steenkool, behoort aan de heer B.G. Mulder, alhier en is verzekerd bij de Onderlinge Zeeassurantie Mij. „Zeilvaart" alhier, en bij een maatschappij te Hamburg. De bemanning bestond uit 5 koppen.


01 mei 1915


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 30 april. De sleepboot SCHELDE vertrok 27 april van Rio de Janeiro naar Dakar.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 30 april. In verband met de sluiting van alle Engelse havens kunnen wij meedelen dat thans 20 Nederlandse stoomschepen zich in Engeland bevinden. Daarvan liggen te Immingham 2, Middlesbro 1, Newcastle 4, Cardiff 1, Blyth 1, Goole 1, Hull 1, Sunderland 1, Seaham 1, W. Hartlepool 1, Shields 2, Plymouth 1, Londen 2 en Leith 1.
Het grootste deel bestaat uit kolenboten, doch ook de CELEBES, van de Mij. Nederland, de BENGALEN, van de Rott. Lloyd en de TELLUS van de Kon. Ned. Stoomboot Mij. ondervinden oponthoud door de sluiting. Nederlandse stomers op weg naar Engeland zijn de ALIOTH, BRITSUM, KORTENAER, PROFESSOR BUYS, ZEEMEEUW, IJSTROOM, AMOR, DANAE, FLORA, POMONA, ATLAS, VESTA en NEPTUNUS. Uitgezonderd de zes eerste, behoren deze schepen aan de Kon. Ned. Stoomboot Maatschappij.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 30 april. Het stoomschip SLIEDRECHT, dat 19 maart nabij South Shields strandde en waarop reeds enige tijd herverzekering is betaald tot 80 procent, is vlot gebracht en in het Smith Dock nabij Yarrow opgenomen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 29 april. Het Nederlandse stoomschip SATURNUS van La Plata, rapporteerde heden bij binnenkomst dat te Las Palmas 5 Duitsers aan boord waren gekomen, die zich in de kolenbunker hadden verscholen. In Het Kanaal werden 4 van de stowaways door een Engels oorlogschip van boord gehaald, terwijl de laatste (een boven de 40 jaar), om die reden op de SATURNUS blijven mocht. Hij is in Amsterdam aan wal gezet.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Terschelling, 29 april. Hr.Ms. DAS is in de haven in aanvaring gekomen met de tjalk BROEDERTROUW uit Amsterdam. De tjalk moest, om zinken te voorkomen aan de grond worden gezet.


02 mei 1915


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Gibraltar, 30 april. Het Nederlandse stoomschip TWEE-AMBT, van Rotterdam naar Palembang, 28 april alhier aangekomen, heeft een defect aan de motor.


03 mei 1915


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 1 mei. Van het Rotterdamse stoomschip ALBERGEN, dat 2 april van Newport News naar Trinidad vertrok, is sedert niets meer gehoord. De rederij meent dat er niettegenstaande de mogelijkheid dat de reis door slecht weer vertraagd is, reden tot enige ongerustheid bestaat. De ALBERGEN is bruto 1.777, netto 1.113 registerton groot, werd in 1911 gebouwd en behoort toe aan de N.V. Furness Scheepvaart en Agentuur Maatschappij alhier.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 1 mei. De baggermachine KAWI I, van Rotterdam naar Java, arriveerde 30 april te Port-Said. Alles wel.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 1 mei. Van de werf van de firma E.J. Smit & Zoon te Hoogezand is te water gelaten een stalen Rijnschip van 1.700 ton draagvermogen, voor Duitse rekening. De kielen werden gelegd voor 2 Weserschepen van 730 ton. Afgeleverd werd een lichter van 1.000 ton, bestemd voor de vaart op het Dortmund-Emskanaal. Opdracht is ontvangen van de heer J. Top te Groningen, tot het leveren van een stalen schroefstoomschip van het „welldeck"-type, te bouwen naar de voorschriften voor de hoogste klasse van de Germ. Lloyd + 100 A4 K. Het schip zal een draagvermogen hebben van plm. 365 ton en voorzien zijn van een triple-expansie machine van 270 ipk.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 1 mei. Van de Werf Gusto van de firma A.F. Smulders te Schiedam, is gisteren te water gelaten de stalen romp van een 150 tons drijvende elektrische derrick- en draaikraan, welke deze firma voor een buitenlandse regering in aanbouw heeft. De afmetingen van de romp zijn: Lengte 40 meter, breedte 20,50 meter, holte 5,13 meter. De kraan zal in hoofdtrekken gelijk zijn aan de vele reeds door deze firma aan buitenlandse regeringen en grote scheepswerven geleverde kranen. Het hoogste punt van de arm bevindt zich bij opgerichte stand 60 meter boven de waterlijn, terwijl de maximum straal voor lasten van 25 ton 45,50 meter bedraagt. De hijssnelheden variëren van 1 meter per minuut (voor lasten van 150 ton) tot 5 meter per minuut (voor lasten van 25 ton), terwijl de kraanarm met de last van 125 ton in 6 minuten 360° kan draaien. Alle bewegingen worden uitgevoerd door onafhankelijke elektrische motoren; de stroom hiervoor wordt opgewekt door een zich aan boord bevindende elektrische centrale. Het vaartuig is voorzien van de nodige stoom-verhaallieren, voorts van afzonderlijke elektrisch lichtinstallatie en de nodige uitrusting.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Vlissingen, 1 mei. De mailboot MECKLENBURG, van de Mij. “Zeeland”, zal morgen uit Engeland naar hier terugkeren en dan de post meebrengen. Zoals bekend ligt de MECKLENBURG vanaf 21 april in Tilbury Docks bij Londen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Groningen, 1 mei. De hier thuis behorende ijzeren 2-mast gaffelschoener VELOX, kapt. B.G. Mulder, 30 januari van Swansea naar Oporto vertrokken met steenkolen, heeft de bestemming niet bereikt en is vermoedelijk vergaan. De bemanning bestond uit vijf personen. De VELOX was 159 ton groot en werd in 1900 gebouwd.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Londen, 30 april. Het Nederlandse stoomschip ZUID-HOLLAND, naar Londen bestemd, heeft op de Tyne door aanvaring belangrijke schade bekomen aan het bakboord voorschip.
Later bericht. Het stoomschip ZUID-HOLLAND was in aanvaring met het Zweedse, van Bergen komende mailstoomschip HAAKON VII. De schade wordt begroot op GBP 300. De reparatie zal 7 dagen duren. De HAAKON VII heeft schade aan de boeg.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

North Shields, 28 april. De schade aan het vlot gebrachte stoomschip SLIEDRECHT is zeer aanzienlijk.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

N.V. Furness Scheepvaart- en Agentuur Maatschappij. Deze maatschappij hield gisteren haar algemene vergadering van aandeelhouders ten kantore van de vennootschap Calandstraat 11. Het verslag over het tweede boekjaar van de vennootschap en balans en winst- en verliesrekening afgesloten per 31 december jl. werden goedgekeurd. Met leedwezen memoreert de directie in het verslag het plotseling overlijden van de president-commissaris Sir Stephen W. Furness Bart op 6 september jl. In de vacature door dit overlijden ontstaan, werd voorzien in een buitengewone algemene vergadering van aandeelhouders donderdag 14 april 1915, door de benoeming tot commissaris van de heer E. Furness nadat in dezelfde vergadering deze heer op zijn verzoek eervol ontslag was verleend als directeur. De raad van commissarissen koos hem vervolgens tot zijn voorzitter. Nog werd in de buitengewone algemene vergadering van 30 juni 1914 tot directeur benoemd de heer P. Douglass.
Zoals uit de balans en winst- en verliesrekening blijkt, bedraagt de netto winst, inclusief het saldo a.p. NLG 693.494,35. Op de 31e december jl. werd over het preferente aandelen kapitaal 5% dividend uitgekeerd ten bedrage van NLG 20.000 waarna de voor verdere verdeling overblijvende winst bedraagt NLG 673.494,35. De directie stelt voor hierover te beschikken als volgt: Depreciatie en afschrijving op goodwill NLG 247.638,32, algehele afschrijving scheepsverband kosten NLG 34.200, reserveren voor dubieuze debiteuren NLG 8.000, 5% dividend gewone aandelen. kapitaal NLG 268.000, saldo naar nieuwe rekening NLG 115.656,03. De in vergelijking met het vorige boekjaar minder gunstige resultaten zijn uitsluitend toe te schrijven aan de nadelen, welke het rederijbedrijf van de vennootschap heeft geleden door de lage vrachtenmarkt gedurende de eerste helft van 1914 en door de grote vertragingen van de stoomschepen en de belangrijk verhoogde bedrijfskosten, veroorzaakt door de in augustus uitgebroken wereldoorlog. Weliswaar viel tegen het einde van het jaar een scherpe stijging van de vrachtprijzen waar te nemen, doch deze kwam te laat om nog van grote invloed op de jaarcijfers te zijn. De twee nieuwgebouwde alsmede de drie aangekochte vrachtboten, welke in het vorig jaarverslag genoemd werden, zijn nu alle in exploitatie en voldoen goed. In december besloot de directie, met toestemming van commissarissen tot verkoop van het stoomschip GRAMSBERGEN en sedert is (in 1915) ook het stoomschip VRIJBERGEN van de hand gedaan. Averijen van ernstige aard kwamen niet voor en de schepen van de vloot bevinden zich alle in zeer goede staat. Hoewel de oorlog ook op de overige afdelingen van de onderneming zijn terugslag doet gevoelen, kan toch over het geheel genomen, uitbreiding en vooruitgang geconstateerd worden.
Het tot december 1914 door de vennootschap zelfstandig uitgeoefend stuwadoorsbedrijf, werd op 7 december jl. tegen zeer gunstige voorwaarden in de N.V. Rotterdamsche Stuwadoor Maatschappij ingebracht.
Ingevolge ingekomen aanvragen gewone aandelen werd in de algemene vergadering van aandeelhouders op 30 juni 1914 besloten tot uitgifte à pari van nog 360 van deze aandelen, waardoor er thans in het geheel 5.360 gewone- en 400 preferente aandelen zijn geplaatst. De heer W.H. Furness werd herkozen als commissaris aan de beurt van aftreding.


04 mei 1915


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van A. de Jong te Vlaardingen is te water gelaten het stalen loggerschip VROUW MARIA, SCH-109, gebouwd voor rekening van de erven P. den Dulk te Scheveningen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. De Oceaan Visscherij Maatschappij te IJmuiden liet op de werf van de firma Gebroeders Boot te Leiderdorp twee stalen zeilloggers bouwen, welke met goed gevolg van stapel liepen en verstrekte nog een opdracht tot de bouw van een derde zeillogger.
Voor de heren J. van Vrede en K. van Pel Jr. te IJmuiden werd op dezelfde werf de kiel gelegd voor de bouw van een zeillogger.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Voor de eerste reis passeerde Lobith, met bestemming naar Duitsland, het nieuwe schip MARIA LOUISE, groot 375 ton, schipper Albert, gebouwd bij T. van Dijk, werf „Hollandia" te Spaarndam.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Londen, 3 april. Het Nederlandse stoomschip BARENDRECHT, van Rotterdam naar Pensacola, is met ingezakte vuurhaarden hier (opm: waarschijnlijk wordt bedoeld te Falmouth) binnengesleept.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Na goed geslaagde proeftocht werd op 1 mei door de Maatschappij voor Scheeps- en Werktuigbouw „Fijenoord" het vrachtstoomschip BERNISSE aan de firma P.A. van Es & Co. te Rotterdam opgeleverd. Het schip werd gebouwd onder speciaal toezicht en volgens de hoogste klasse van de Germanischer Lloyd. De hoofdafmetingen zijn: Lengte 67,66 meter, breedte 10,49 meter, holte tot bovendek 4,585 meter en tot tentdek 6,785 meter. Op een diepgang met zomer vrijboord, dit is 4,51 meter, is het draagvermogen 1.500 ton. De laadinrichting bestaan uit 3 stoomkranen van 3 ton en 1 stoomkraan van 2 ton hefvermogen, benevens 3 laadbomen met een hefvermogen van 5 ton en 1 laadboom van 10 ton. Een elektrische installatie voorziet in de verlichting. De machine is van het triple-compound systeem, met cilinders van 17½", 29" en 46" bij een slag van 36". Met een vermogen van ± 900 ipk, het schip geladen op een gemiddelde diepgang van 14'-9", wordt bij 90 omwentelingen van de machine per minuut een vaarsnelheid bereikt van 10 mijl per uur. De nodige stoom wordt geleverd door 2 cilindrische ketels met een totaal verwarmd oppervlak van 2.584 vierkante voet en een totaal roosteroppervlak van 78 vierkante voet, voorzien van oververhitting volgens het systeem Schmidt; de stoomdruk bedraagt 180 lbs. In de machinekamer zijn verder opgesteld een hoofd- en een hulpcondensor van het Fijenoord-type, een hulpvoedingpomp, een ballastpomp, een Fijenoord-voedingwater voorwarmer, een verdamper en een dynamo.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 3 mei. Te Delft is van de werf “De Toekomst” van de firma Intveld & De Groot te water gelaten een stalen motorschip, gebouwd voor de heer W. Driessen te 's-Gravezande en hoofdzakelijk bestemd voor groente transport van het Westland naar Rotterdam. Het schip is voorzien van een Deutz Boons-motor.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 3 mei. Het op de werf van de firma A. Vuijk en Zoon te Capelle a/d IJssel gebouwde sleepschip BAYERN 27 is voor de eerste reis naar Duitsland Lobith gepasseerd. Het schip is groot 1.305 ton en wordt bestuurd door schipper Schott.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Vlissingen, 30 april. Op de werf van de Kon. Mij. “De Schelde” is de kiel gelegd van het stoomschip BUITENZORG type “Sitoebondo”, voor rekening van de Rotterdamsche Lloyd. Dit stoomschip wordt van turbine machines voorzien.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Leiderdorp, 1 mei. Heden had van de werf van de firma Gebroeders Boot alhier, het te water laten plaats van het stalen motor zeilvaartuig op gemelde werf in aanbouw voor rekening van de Rijkswaterstaat. Dit vaartuig heeft een afmeting van 22,50 x 5,00 x 2,20 meter en zal worden voorzien van een 70 pk Kromhout middeldruk-motor uit de fabriek van de firma D. Goedkoop Jr. te Amsterdam, en verder van een compleet zeiltuig. Het schip is bestemd voor de Waterstaatsdienst in de Zuiderzee en de havens van de eilanden Vlieland en Terschelling, ten behoeve van het onderhoud, herstel en verbetering van de zee- en oeverwerken in de provincie Noord-Holland.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Gibraltar, 30 april. Het Nederlandse schip TWEE-AMBT, van Rotterdam naar Palembang, 28 april alhier aangekomen, heeft een defect aan de motor.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De BATAVIER V. Naar wij vernemen heeft de firma Wm.H. Müller & Co., eigenaresse van de BATAVIER V, de behartiging van haar belangen bij de a.s. behandeling voor het Prijsgerecht te Hamburg van de zaak betreffende dat schip, opgedragen aan Justizrath dr. Blunck te Hamburg, lid van de Rijksdag en zulks in samenwerking met mr. Rombach, advocaat te Rotterdam.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De Raad voor de Scheepvaart deed onderzoek betreffende het stoten van het stoomschip KRAKATAU tegen een steiger in de haven van Tandjong Priok op 2 december jl. Gezagvoerder G.J. Terwiel te 's-Gravenhage; rederij Stoomvaart Mij. „Nederland" te Amsterdam. De gezagvoerder G.J. Terwiel deelt mee, dat de KRAKATAU te Djeddah pelgrims aan boord gekregen had, die in de volgende haven Onrust weer afgezet werden. Te Tandjong Priok wilde getuige aan de kade meren. Daartoe moest het schip zwaaien. Getuige bevond zich op de brug, de eerste stuurman was vooruit, de tweede achteruit. Nadat de tros op de boei uitgebracht was, werd het schip met de machine rondgezwaaid. Toen de KRAKATAU dwars in de haven lag, stootte ze met de achtersteven tegen de kade. Het schip moest stuurboord uit, maar dit ging niet vlug genoeg. Eerst draaide de machine langzaam, toen halve kracht vooruit. Toen dit niet snel genoeg ging, werd volle kracht vooruit geslagen. Bij het botsen draaide de machine nog. De schade bestond uit enige deuken in het roer, terwijl de bovenste veer los zat. De steiger werd zwaar beschadigd. Alles ging zeer vlug in z’n werk. De machinekamer-telegraaf wees de commando's goed aan. Na de botsing, toen de telegraaf op vooruit stond, draaide de machine achteruit. De hoofdmachinist J.B. Sietse zegt, dat bij het verstomen van Onrust naar Tandjong Priok, in de machinekamer zich bevonden de 2e machinist, de 3e, de assistent en getuige. Na het binnenstomen van de pieren was de tweede machinist boven. Getuige ging hem roepen. Op het ogenblik dat de mannen elkaar op de trap kruisten, had het ongeluk plaats. De derde machinist heeft in die tussentijd de machine bediend. Toen getuige naar boven ging, was de machine gestopt en toen hij terugkwam, draaide zij achteruit. Er was gecommandeerd: Langzaam vooruit.
Het gebeurde wel eens dat de aanzetmachine doorliep. De veer in de nok was een weinig slap. Daardoor was het mogelijk, dat de handel vanzelf uit de stand viel. De tweede machinist J. Bink, hoorde, toen hij beneden kwam, de telegraaf tweemaal overhalen. Getuige keek op de verklikker en deze stond op vooruit, terwijl de machine achteruit draaide. Toen getuige in de machinekamer kwam, stond de derde machinist aan het wiel. Het is getuige gebleken dat de handel door een zeer lichte beweging uit de stand valt. Enige tijd later moet de handel uit de goede stand gevallen zijn en ging de aanzetmachine draaien, terwijl de grote machine op stop stond.
De derde machinist H.J. van Koppenhagen buiten ede gehoord, verklaart, dat nadat hij de machine op langzaam vooruit had gezet, een man van de stookplaat bij hem kwam en hem iets zei. Hij begreep hem niet en ging even naar de deur, om naar de peilglazen te kijken. Dit kan 13 à 14 seconden geduurd hebben. In die tijd stond hij natuurlijk met zijn rug naar de machine. Daarna kwamen de commando's halve en volle kracht achteruit. De derde machinist zegt er van overtuigd te zijn, dat de machine vooruit liep. Hij heeft niet naar de scharen gekeken. De inspecteur merkt aan het einde van het verhoor op, dat de derde machinist onattent en onverantwoordelijk gehandeld heeft. Hij is de directe oorzaak van het ongeval. Hiervoor verdient hij een straf, waarvan spreker de maat aan de leden van de Raad overlaat.
De Raad is van oordeel, dat. de KRAKATAU tegen de steiger is gevaren door het achteruit werken van de machine, in plaats van vooruit, zoals gecommandeerd was. De Raad neemt als waar aan, de verklaring van de derde machinist, dat hij bij het eerste commando de machine, op langzaam vooruit heeft gezet. Het is uit het onderzoek mogelijk gebleken, dat de aanzetmachine is gaan werken, zonder dat het handvat verzet werd en dat hierdoor de machine op achteruit is gebracht en waar de derde machinist bij de verdere manoeuvres op de stand van de machine niet heeft gelet, moet hierin de oorzaak van het achteruitwerken van de machine worden gezocht. De derde machinist Van Koppenhagen is in deze nalatig geweest; immers bij meerdere oplettendheid zou hij bemerkt moeten hebben uit de stand van de scharen, de krukken van de machine en de verklikker van de aanzetmachine, dat hij verkeerd manoeuvreerde. Waar echter in korte tijd alles is afgespeeld, het personeel in de machinekamer op dat ogenblik onvoldoende was, om de machine behoorlijk te bedienen, de 1e machinist naar dek gegaan, de 2e machinist nog niet beneden en de assistent achter de machine was, waar bovendien de 3e machinist nog van zijn werk werd geroepen naar de stookplaats en hij ook de telegraaf bedienen moest, daar meent de Raad onder deze samenloop van omstandigheden de betrokkene, Van Koppenhagen zijn nalatigheid niet zo zwaar te moeten aanrekenen, dat hem deswege een straf moet worden opgelegd.


05 mei 1915


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Falmouth, 2 mei. Het stoomschip BARENDRECHT werd bij Lizard op sleeptouw genomen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

North Shields, 29 april. Hedenochtend, tijdens mist, had er in de haven een aanvaring plaats tussen de van Bergen komende Noorse mailboot HAAKON VII en het met kolen uitgaande Nederlandse stoomschip ZUID-HOLLAND. Ofschoon beide schepen langzaam stoomden was de schok hevig. De ZUID-HOLLAND werd aan bakboord boeg geraakt zodat de bak ingesneden en de verschansing bij de luiken 3 en 4 ingedrukt werd; voorts zijn er een aantal platen gebroken of gedeukt. De HAAKON VII beliep schade aan bakboord boeg doch kon naar Newcastle opstomen. (Reeds vroeger kort gemeld).


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Londen, 3 mei. Lloyds List weet mee te delen, dat het groot getal schepen, in de laatste tijd aan de heer Alb. Jensen verkocht (daaronder waren ook de Nederlandse stoomschepen VEERHAVEN, AMELAND en LAURA), bestemd waren voor een combinatie, die eigenlijk geleid wordt door de heer Hugo Stinnes.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

In de heden gehouden vergadering van aandeelhouders van de maatschappijen Stoomschip „Veerhaven", „Maashaven" en „Parkhaven" werden balans en winst- en verliesrekening goedgekeurd en het dividend na ruime afschrijvingen en reserves bepaald op 20%.
Door de politieke verwikkelingen en de moeilijkheid het bijzondere zeegevaar te verzekeren was de directie bij het begin van de oorlog genoodzaakt de schepen gedurende 6 weken op te leggen; echter is het hierdoor ontstane verlies door de sedert belangrijk gestegen vrachten ruimschoots weer goedgemaakt. Het. stoomschip VEERHAVEN werd voor enige weken voor een goede prijs verkocht en zal binnenkort door een ander stoomschip vervangen worden. De stoomschepen MAASHAVEN en PARKHAVEN bevinden zich in uitstekende staat en profiteren in volle mate van de op het ogenblik heersende buitengewoon hoge vrachten.


06 mei 1915


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

De bemanning van de FLORA.
Men meldt ons uit Rotterdam: Met de gisteren te Rotterdam aangekomen „Batavier"-boot is meegekomen de equipage van het stoomschip FLORA van de Koninklijke Nederlandsche Stoomboot Maatschappij, welk schip de 4e april bij Bristol strandde en verlaten moest worden. De equipage stond, na geland te zijn, voortdurend onder militair toezicht, zonder dat zij echter in haar vrijheid van beweging werd belemmerd. Het staken van de vaart op Engeland heeft er ook toe bijgedragen, dat zij zo lang daar heeft moeten toeven.
Gisteravond met de trein van 09.45 uur kwam gezagvoerder J. Fooy met de 19 man van de FLORA hier uit Rotterdam aan. De stranding bij Hartland Point van het schip, dat in ballast was van Amsterdam naar Swansea, had plaats bij slecht weer. Het schip mag als verloren beschouwd worden. Omtrent de oorzaak van de stranding wilde de gezagvoerder zich liever niet uitlaten; bij de behandeling van de stranding voor de Raad voor de Scheepvaart zal dit wel blijken. Toen gezagvoerder en equipage, die niets van het schip hadden kunnen redden, aan land kwamen, werden ze gevangen gezet (“detained"). De gezagvoerder en twee officieren bleven aan de kust in een hotel onder militaire bewaking, de bemanning werd 3½ uur het land in, onder bewaking gesteld. Men mocht één uur per dag gaan wandelen, ook al begeleid door soldaten. Niemand mocht naar huis brieven schrijven. De behandeling, welke allen tijdens hun maand gevangenschap in Engeland ondervonden, was overigens goed. Wat de reden van deze militaire bewaking was, werd niet aan de gezagvoerder meegedeeld.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 5 mei. De 5 stoomschepen, groot respectievelijk 1.000, 1.100, 600, 1.000 en 1.000 ton. die door de N.V. Scheepsbouwwerf “De Merwede” v/h. Van Vliet & Co. te Hardinxsveld waren gecontracteerd met een firma te Londen, zijn thans allen overgegaan aan genoemde N.V. zelf, daar het afleveren aan Engeland niet mogelijk was, en wel omdat er geen consent te verkrijgen was voor het hier in gebruik zijnde Duitse materiaal. Een van deze stoomschepen is reeds terstond overgegaan aan de heren Vermeer & Van den Arend te Rotterdam. Het zal december aanstaande onder de naam ZEERAAF in de algemene vrachtvaart worden gebracht.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 5 mei. Het stoomschip BARENDRECHT zal te Falmouth repareren, om vervolgens de reis naar Amerika voort te zetten.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Delfzijl, 4 mei. Heden vertrokken naar Emden voor rekening van de firma Schulte & Bruns aldaar, de twee nieuwe sleepkanen ANGELICA en BERTA, ieder groot 1.225 ton. Zij zijn gebouwd op de werf van de firma Wortelboer en Co. te Westerbroek.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Delfzijl, 4 mei. Alhier liggen zeilklaar vier Groninger schoeners, nl. JANNA, kapt. Dost, IDA, kapt. Westers, JANTJE, kapt. Meulman en JANTJE, kapt. Koopmans. Op alle vier schepen is de naam van het schip en het woord “Holland”, aan weerszijden van het schip aangebracht, op grote afstand zichtbaar. Ze zijn geladen met cokes van Emden met bestemming naar Noorwegen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Londen, 4 mei. In de loop van april heeft de Board of Trade bericht ontvangen van het totaal verlies van 33 Engelse zeilschepen, metende 6.663 ton, waarbij 31 mensen omkwamen en 38 Engelse stoomschepen, metende 37.347 ton, waarbij 254 personen het leven verloren, totaal 71 schepen, metende 44.010 ton, waarbij 285 mensen de dood vonden. Hieronder zijn begrepen 2 zeilschepen, metende 1.521 ton en 20 stoomschepen, metende 20.862 ton, tot zinken gebracht door Duitse oorlogsschepen. Bij het verloren gaan van laatstgenoemde 20 stoomschepen kwamen 145 personen om.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 6 mei. Gisteren heeft op de Eems proef gestoomd de te Groningen thuis behorende motorschoener IDA, kapt. Westers. Het schip behaalde een vaart van zes mijl. Schip zowel als motor voldeden ruimschoots aan de eisen.


07 mei 1915


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Karlshamn, 27 april. Het Nederlandse stoomschip LEDA, van Kopenhagen herwaarts met stukgoed, is bij Falsterbo door een Duits oorlogsschip aangehouden en naar Swinemünde gebracht, doch later weer vrijgelaten. (De LEDA is heden, 6 mei, van Karlshamn te Rotterdam aangekomen. Red.)


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Londen, 5 mei. Volgens telegram uit Philadelphia is het Nederlandse stoomschip LAURA aldaar van Rotterdam aangekomen en moet het repareren. Het schip zal, na thuiskomst te Rotterdam, van nieuwe ketels worden voorzien.


08 mei 1915


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. – Vergaan van de PRINS MAURITS.
De uitspraak van de Raad voor de Scheepvaart, betreffende het vergaan van de PRINS MAURITS luidt aldus: Uit de getuigenverklaringen en de overlegde stukken trekt de Raad de conclusie, dat het stoomschip PRINS MAURITS was een goed en zeewaardig schip met niet te grote diepgang, in verband met de bouw en de sterkte van het schip. Zulks bleef ook zo na de wijzigingen in 1907 aan het schip aangebracht, gevolge waarvan de uitwatering werd verminderd. Het komt de Raad echter voor, dat het beter ware geweest, wanneer het rooster, dat nog gedeeltelijk op het grootluik was aangebracht, door een massief luik was vervangen, gelijk met het voorluik en een gedeelte van het grootluik was geschied. Zulke roosters toch zijn op schepen, die minder uitwatering krijgen, niet raadzaam en wanneer de uitwatering wordt verminderd, moet daarmee ook wat de luiken betreft, rekening worden gehouden. Bij het vertrek op 5 februari van Amsterdam was de PRINS MAURITS behoorlijk uitgerust en bemand. Uit de overgelegde ladingstaat blijkt, dat het schip bij vertrek uit New York niet overladen was, terwijl uit het feit dat de belading geschiedt onder toezicht van de stuurlieden na gepleegd overleg met de gezagvoerder geconcludeerd mag worden, dat de lading behoorlijk was gestuwd; immers de gezagvoerder van de PRINS MAURITS, H.J. van der Goot stond als uiterst bekwaam bekend en ook de stuurlieden waren voor hun taak berekend. Dat de inspectie door Amerikaanse ambtenaren te New York verricht, geen aanleiding gaf tot opmerkingen, wijst er op, dat de PRINS MAURITS op het ogenblik van vertrek aldaar in zeewaardige toestand verkeerde en behoorlijk voor de reis was uitgerust. Uit de overlegde bescheiden en de verklaring van de gezagvoerder van het stoomschip AMERICAN blijkt voorts, dat op 3 april 1915 een orkaan heeft gewoed ter hoogte van Kaap Hatteras, waardoor verschillende schepen schade hebben belopen of vergaan zijn, terwijl uit de opgevangen draadloze seinen van de PRINS MAURITS blijkt, dat het schip op die datum in nood verkeerde, en snel zinkende was. Waar enkele schepen te hulp zijn gekomen, doch op de plaats waar de PRINS MAURITS in nood verkeerd moet hebben, geen spoor van het schip of de bemanning hebben gevonden, terwijl ook later generlei bericht omtrent schip en opvarenden is ingekomen mag worden aangenomen, dat de PRINS MAURITS in een op 3 april woedende orkaan is vergaan, waarbij alle opvarenden het leven hebben verloren.
De juiste oorzaak waardoor deze ramp heeft plaats gehad, vermag de Raad, bij gebrek aan gegevens, echter niet vast te stellen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. – Uitspraak CHESTER.
De uitspraak betreffende het verloren gaan van het stoomschip CHESTER was aldus:
Het is de Raad uit het onderzoek gebleken dat de CHESTER op 31 januari van achter in een orkaan gelopen is en in het centrum gekomen, ten gevolge waarvan het schip ontredderd en hulpeloos is geworden, zodat het op 4 februari, toen hulp opdaagde, moest worden verlaten. De gezagvoerder heeft alles gedaan, wat mogelijk was om zijn schip te behouden en was, naar ‘s Raads mening, gerechtigd het schip te verlaten in de hoogst precaire toestand, waarin het zich bevond, terwijl de bemanning weigerde langer aan boord te blijven. Bijzondere hulde behoort te worden gebracht aan de moedige redders onder de bemanning van de PHILADELPHIA, die met groot gevaar voor eigen leven hulp hebben verleend en er in geslaagd zijn, onder zo moeilijke omstandigheden de gehele bemanning van de CHESTER veilig bij zich aan boord te brengen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. – OLANDA - Op een mijn gelopen.
De Raad stelde daarop een onderzoek in, betreffende het vergaan van het stoomschip OLANDA op 18 april door het stoten op een mijn in de Noordzee. Gezagvoerder was J. Piscaer. Rederij Nederlandsche Lloyd te Rotterdam. De 1e machinist P.G. Weber deelde mee, dat er drie man in de machinekamer waren, toen de ontploffing plaats had. Dezen gingen dadelijk naar boven en weldra was ieder in de boten. Toen de machinist later terugkeerde, bleek hem, dat er een halve voet water in de stookplaats stond; er was nog 80 pond stoom. Op de stookplaats was te veel water, om de vuren te bedienen. De mijnontploffing had plaats 50 mijl uit de wal. Een trawler bracht allen naar Grimsby.
Men had het machinekamerpersoneel niet gevraagd, om de machines te bedienen. Na drie kwartier stond er 160 ton water in het schip. Door de naden en de schermen van ruim 2 kwam water in de stookplaats en bunker. Stoken was onmogelijk. Hoewel het schip achter geladen was, zonk de kop terstond. Na schorsing deelde de voorzitter mee, dat het verdere onderzoek zou lopen over de vraag, of de scheepsramp te wijten was aan een daad van nalatigheid van de gezagvoerder of de machinist.
De gezagvoerder J. Piscaer zei, dat hij niet de officiële weg van de Engelse Admiraliteit gevolgd had. De Engelsen sturen je expres in het mijnenveld, merkte de gezagvoerder op. De 17e april was men van Seaham naar Rotterdam vertrokken. De 18e om half negen had de mijnontploffing plaats. De kapitein was in de kajuit, de stuurman en de roerganger stonden op de brug. Er was geen uitkijk op de bak. De gezagvoerder wist niet, dat dit noodzakelijk was. Er waren wel twee mannen op het dek. De gezagvoerder liep bij de ontploffing naar voren. Toen bleek, dat de kolen weggespoeld waren. Het water stroomde ruim 2 binnen en was daar spoedig even hoog als buiten boord. Bij het in de boten gaan heerste goede orde. Het was mooi weer. Na tien minuten ging de gezagvoerder weer eens aan boord kijken. Van alle kanten spoot het water in de machinekamer. De machinist zei: “Daar is geen pompen tegen”. Wanneer hij met het schip naar de kust had willen varen, had hij door het mijnenveld moeten gaan; terwijl het waterdichte schot elk ogenblik zich kon begeven, dan zou het schip binnen een minuut naar de kelder zijn gegaan; de mensen in de machinekamer zouden verdronken zijn. Hij durfde niet het machinekamerpersoneel terug sturen, om te stoken. Dat vond hij te gevaarlijk en onverantwoordelijk.
De voorzitter mr. Cnoop Koopmans merkte op, dat achteraf gebleken is, dat de OLANDA 7½ uur is blijven drijven. De gezagvoerder deelde voorts nog mee, dat hij om half vier het schip verliet. Het water stond tot bij de cilinders. Om 4 uur zonk het schip.
Verschillende leden maakten de opmerking dat de gezagvoerder wel de pompen in werking had kunnen stellen, nadat de sloepen gestreken waren. Hierna werd gehoord de stuurman A.J.W. Jardi, die de wacht had; hij keek uit naar mijnen. Er was niets te zien, ook geen onderzeeërs. Hij kreeg bij de mijnontploffing een grote hoeveelheid steenkolen in zijn gezicht, welke uit het ruim over het gehele schip werden geworpen. Hij schrok en riep: “Alle mannen in de boten”. Nadat de machines gestopt waren, ging hij naar de boten. Dadelijk na de ontploffing lag het schip stil. Later volgt de uitspraak.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

’s-Gravenhage, 7 mei. De Nederlandse zeesleepboot FRIESLAND arriveerde 4 mei van Shanghai te Singapore. Deze boot is voorlopig in charter gegeven aan de Anglo Saxon Petroleum Cy. Ltd.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Dover, 5 mei. Het stoomschip KRAKATAU, van de Stoomvaart Maatschappij Nederland te Amsterdam, op reis van Amsterdam naar Batavia en 4 mei van Gravesend vertrokken is te Dungeness geankerd met machineschade. De machinisten voeren tijdelijke reparaties uit en het schip zal langzaam naar de Duins terugkeren om instructies af te wachten. Mooi weer. De Maatschappij Nederland deelt mee dat de KRAKATAU vermoedelijk naar Amsterdam zal moeten terugkeren om te repareren.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Londen, 4 mei. Door het Admiraliteitshof te Sydney, werd uitspraak gedaan inzake de eis van J.Th. Wilson contra het stoomschip TASMAN. De TASMAN, rederij Kon. Paketvaart Mij., strandde 27 december 1913, op reis van Port Moresby naar Thursday Island op Bramble Cay. Assistentie werd verleend door het stoomschip INAHO MARU, aan boord waarvan eiser als loods fungeerde. Eiser voerde aan dat hij, buiten en behalve het loodsen van de INAHO MARU, waarvoor hij betaling ontving, bij de berging van het stoomschip TASMAN een werkzaam aandeel genomen had en eiste daarvoor een vergoeding van 2.000 Pond Sterling. Het Hof was van oordeel, dat eiser diensten bewezen had, die feitelijk buiten het loodswezen vielen en kende hem daarvoor een vergoeding van 70 Pond St. toe.
(opm: zie ook NRC 291213, NRC 301213 en 311213)


10 mei 1915


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Amsterdam, 8 mei. Uit de thans bij de Stoomvaart Maatschappij Nederland ingekomen berichten blijkt, dat de reparatie van de machineschade van het stoomschip KRAKATAU in Engeland lange tijd in beslag zal nemen en dat ook experts van mening zijn, dat het aanbeveling verdient, de reparatie alhier te doen plaats hebben.
De directie van de Maatschappij heeft in verband hiermee order gegeven het schip naar Amsterdam te laten komen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Londen, 7 mei. Het Engelse stoomschip LUSITANIA van de Cunard Line, op 1 mei van New York naar Liverpool vertrokken, is ter hoogte van Kinsale getorpedeerd en gezonken.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Hoogezand, 8 mei. Van de scheepstimmerwerf van de heer H. Kroese is met goed gevolg te water gelaten het aakschip FIDUCIA, groot plm. 85 ton, voor rekening van de schipper R. Sluman te Groningen. Op de vrijgekomen plaats werd de kiel gelegd voor een motorschip van 110 ton voor rekening van de heer M. van Wijngaarden te Groningen.


11 mei 1915


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. – Stranding FLORA.
Onder veel belangstelling op de publieke tribune werd gistermiddag door de Raad voor de Scheepvaart een onderzoek ingesteld naar het stranden van het stoomschip FLORA op 3 april jl. bij de Milford Rock nabij Hartland Quay (ZW kust van Engeland).
Gezagvoerder was J. Fooy uit Watergraafsmeer; rederij Kon. Ned. Stoomboot Maatschappij. De gezagvoerder deelde mee, dat de FLORA 447 registerton groot was. Het schip ging in ballast naar Swansea. Op 1 april werd Dungeness gepasseerd. Hij had verkenning aan de vuren in het Bristol Kanaal, zijn peilingen kwamen overeen met de aangegeven koers. Na een laatste kruispeiling bij Pendish light zag hij geen lichten meer. Hij ging naar beneden en zei de stuurman hem te waarschuwen, wanneer deze een licht zag. Met het maken van het bestek had hij rekening gehouden met de stroom en het getij. Het Lundy licht had men om halfnegen moeten zien. Men zag het echter niet, toen het negen uur was. Het werd slecht zicht. Toen de stuurman aan de fluit trok, hoorde men de echo van het geluid, een bewijs dus, dat men reeds vlak onder de wal was. Er was geen tijd meer om te loden. Men sloeg achteruit en plotseling stootte het voorschip en het bleek, dat het schip op de rotsen zat. Het schip zat droog, toen het water viel en men kon naar de wal lopen ongeveer 200 meter. Hij had eerst nog naar volle zee willen gaan, om te wachten tot het dag was, om dan te zien, waar men precies was. De gehele bemanning verliet het schip naar Hartland Quay. Het schip sloeg de volgende dag stuk. Er was in de nabijheid geen hulp te krijgen; het was onmogelijk het schip eraf te brengen. Te Hartland werd de bemanning geïnterneerd, waarom dit geschiedde is onbekend. Ook de gezagvoerder werd onder bewaking gesteld. De gezagvoerder schreef de stranding toe aan het inzetten van het getij; zijn patentlood gaf ook niet juist aan; het was herhaaldelijk gerepareerd. Eén van de leden maakte de gezagvoerder de opmerking, dat juist op de plaats, waar men gestrand was, men door loden de goede plaats had kunnen bepalen, waar men zich bevond. Hij had bedacht moeten zijn op het inzetten van de stroom. De inspecteur van de Maatschappij, de heer J. Wiersma, gaf inlichtingen over het patentlood. Hij had enige maanden geleden klachten over het lood vernomen. Na enige ogenblikken van schorsing deelde de voorzitter de gezagvoerder mee, dat het onderzoek ook zou lopen over de vraag, of de stranding te wijten was aan een daad van nalatigheid van de gezagvoerder.
De gezagvoerder vroeg schorsing van de zaak. De getuigen zouden eerst gehoord worden.
De 1e stuurman T.C. Drijver deelde mee, dat hij ‘s avonds halfacht op de wacht was gekomen. Hij moest om halfnegen in het vurenzicht komen. Om halfnegen zag hij niets, hoe hij ook uitkeek. Om tien minuten over negen kwam de kapitein op de brug; men had toen al in de vuurcirkel kunnen zijn. Hij had niet te voren de kapitein geraadpleegd. Er werd achteruitgeslagen toen men de branding hoorde, twee minuten later strandde de FLORA.
De opmerking werd voorts nog gemaakt, dat men met vooruit slaan misschien de rotsen had kunnen vermijden. Een leeg en klein schip loopt niet zo snel achteruit.
B.C. Klein, 1e machinist, deelde mee, dat de schroef bij het stoten op de rotsen sloeg; er sloegen twee bladen af. Hij kon er nog wel mee manoeuvreren.
De bodem van het schip bleek later gescheurd te zijn; wanneer het schip er af gebracht zou zijn, zou het dadelijk gezonken zijn. De machine was onbruikbaar geworden.
De stuurmansleerling C. van der Plaat was op de wacht. Hij keek uit; hij zag geen vuren. Hij wist trouwens ook niet, welke vuren in het gezicht moesten komen.
De zaak werd daarop geschorst.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

DE ZAANSTROOM. Mr. Richard Janssen, raadsman van het merendeel van de inladers van de ZAANSTROOM, die zich woensdag jl. naar Zeebrugge had begeven, is heden weer teruggekeerd. Omtrent de resultaten van de door hem met de Duitse autoriteiten gevoerde onderhandelingen kan worden meegedeeld, dat een schip met alle uit de ZAANSTROOM afkomstige goederen, welke kennelijk geen contrabande zijn, eerstdaags uit Zeebrugge naar Nederland vertrekt. De aanwezige levensmiddelen worden niet vrij gegeven; het grootste deel hiervan was trouwens reeds geruime tijd door de Duitse troepen geconsumeerd. Voor het „Prisengericht'' te 'Hamburg zijn procedures aanhangig gemaakt ter bekoming van schadevergoeding te dezer zake.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 10 mei. Hr.Ms. pantserschip HEEMSKERCK is jl. zaterdag op de terugreis naar Nederland van Curaçao naar Paramaribo vertrokken.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 10 mei. Vrijdag jl. (opm: 7 mei) had op de Noordzee de proeftocht plaats van het motorschip MYER (opm: juiste naam is MIJER, gebouwd ten dienste van de Koninklijke Paketvaart Maatschappij door de N.V. Werf v/h Rijkée & Co. te Rotterdam en voorzien van een viertakt Werkspoor Dieselmotor van 1.400 ipk. Schip en motor voldeden in alle opzichten en werden na afloop van de proeftocht aan de Maatschappij overgedragen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Delfzijl, 9 mei. De bij de heren Pattje & Co. te Waterhuizen voor Deense rekening nieuw gebouwde 3-mast gaffelschoener ELLEN, kapt. Christensen, is gesleept en ledig naar Emden vertrokken om aldaar te laden voor Denemarken.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Delfzijl, 9 mei. Gistermorgen vertrok van hier het tjalkschip EEMS, kapt. De Boer, naar de bij Rottum gestrande bark AMAZONE. Verleden jaar is uit dit schip een grote hoeveelheid hout, gehaald en met tjalken hier aangebracht. Thans wil kapt. De Boer nog eens beproeven er een lading hout uit te halen. Het zal evenwel moeilijk gaan, daar de AMAZONE door de laatste storm plat op zijde is geslagen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Falmouth, 7 mei. Van de bakboordketel van het stoomschip BARENDRECHT moeten twee stookplaatsen geheel vernieuwd worden en misschien nog wel een derde. Van de stuurboord ketel zijn 2 stookplaatsen verschoven doch die kunnen op de oude plaats gebracht worden.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De omgekomenen van de LUSITANIA.
Volgens mededeling van de Cunard Company waren de nationaliteiten van de passagiers als volgt verdeeld: 1e klas passagiers: Engelsen 179; 2e klas Engelsen 521; 3e klas Engelsen 204; Amerikanen: 106 1e klas, 65 2e klas; Grieken: 3 1e klas; Russen 3 2e klas; Ieren: 39 3e klas; Zweden: 1 1e klas; Belgen: 1 2e klas; Schotten: 13 3e klas; Mexicanen: 1 1e klas; Hollanders: 3 2e klas: Russen: 59 3e klas; Zwitsers: 1 1e klas; Fransen: 5 2e klas; Amerikanen: 17 3e klas; Italianen: 1 2e klas; onbekend 2 2e klas; Perzen: 21 3e klas; Grieken: 3 3e klas; Finnen: 1 3e klas; Noren: 4 3e klas, Mexicanen: 1 3e klas.
Tot de passagiers van de LUSITANIA behoorden o.m. de volgende aanzienlijke personen. Charles Frohmann, een in Amerika en Engeland welbekend theateragent, die in 1873 het Empire-theatre leidde te New York en vier jaar later het „Duke of Yorks Theatre". James R. Kelly, hoofd van de firma George Mann en Co. te Leeds. Charles Klein, toneelschrijver, die met Charles Frohmann samenwerkt en het toneelstuk „Potash and Perlmutter” schreef. Mevrouw Mackworth, de echtgenote van Sir Humphry Mackworth, die, blijkens de telegrammen, bewusteloos uit het water werd gehaald. Alfred Vanderbilt, de Amerikaanse miljonair, die sinds augustus een plezierreis deed door Amerika, moest, te Londen een bezoek afleggen. Hij had voor zaken de reis ondernomen.
Kapitein Turner. De gezagvoerder van de LUSITANIA, kapitein Turner, - die gered is - nam voor deze reis de plaats in van de eigenlijke commandant, Don. Hij heeft dezen tocht herhaaldelijk gedaan en was van scheepsjongen af opgeklommen tot de gewichtige post, die hij het laatst bekleedde. Hij was in 1856 te Liverpool geboren en deed op 13-jarige leeftijd zijn eerste reis met een zeilschip van de White Star Line. In 1878 kwam hij bij de Cunard-Lijn in dienst en voer naar alle werelddelen.


12 mei 1915


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 11 mei. De sleepboot THAMES arriveerde 7 mei van Buenos Aires te Falmouth.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 11 mei. Van de werf van de firma Wortelboer en Co. te Westerbroek is te water gelaten een stalen sleepkaan, groot ca. 850 ton, gebouwd voor Nederlandse rekening. De kiel werd gelegd voor een motor-sleepkaan van 450 ton, te bouwen voor Duitse rekening.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

‘s-Gravenhage, 10 mei. De Nederlandse zeesleepboten KRAUS en DE JONGH, elk slepende een kolenlichter van respectievelijk Rotterdam en Amsterdam naar Batavia, arriveerden gisteren met alles wel te Colombo.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Stoomboot Maatschappij „Hillegersberg".
Aan het verslag over 1914 wordt het volgende ontleend: De eerste helft van het afgelopen jaar was niet zo lonend als de beide vorige jaren het geval geweest is. Toch heeft men de beide stoomschepen tot vrij lonende cijfers nog kunnen bevrachten en het liet zich in het midden van het jaar aanzien, dat een goed resultaat zou worden verkregen, totdat 1 augustus de oorlog uitbrak en daarmee aan het normale bedrijf een einde gemaakt werd. Het stoomschip TROMPENBERG was juist in ballast van hier naar de Witte Zee vertrokken om wederom voor Holland te laden.
Het is gestopt in het noorden van Noorwegen, vanwaar het na 14 dagen geankerd te hebben gelegen, in ballast retourneerde naar Amsterdam, zodat deze reis alle onkosten van een Archangel-reis meebracht terwijl géén vracht verdiend werd. Het stoomschip BOOMBERG was juist vertrokken van de Witte Zee naar Holland en arriveerde 5 augustus alhier.
De beide schepen zijn toen tot 17 september opgelegd, omdat het absoluut onmogelijk was lonende charters af te sluiten. Gedurende de laatste maanden van het jaar waren de boten wederom in de vaart; eerst deden zij ieder een reis van Archangel naar Holland, resp. Engeland en toen vertrokken beide schepen naar Argentinië, om graan te laden voor Holland, daar de vrachten toen geleidelijk in de hoogte liepen en het gelukte om het geleden verlies in te halen en buitendien nog iets te verdienen.
Overigens maakte de BOOMBERG in de winter van 1913 tot 1914 een reis van de Tyne naar Las Palmas en toen van Curaçao naar Stettin; vervolgens van Cardiff naar de Plata-rivier en terug naar Europa. Verder was deze boot in de vaart van de Witte Zee naar Holland. De TROMPENBERG deed een reis naar de Plata-rivier en terug in de winter en was vervolgens ook in de vaart van Archangel op Holland. Beide schepen passeerden hun periodieke survey, hetgeen een uitgave met zich medebracht van NLG 19.571. Het nieuwe stoomschip LARENBERG werd 24 december te water gelaten. Door het uitbreken van de oorlog was het onmogelijk om de nog in portefeuille zijnde aandelen uit te geven, zodat in overleg met commissarissen besloten werd op andere wijze in de betaling van de bouwgelden te voorzien; een hypothecaire lening werd afgesloten met de Hollandsche Scheepsverband Maatschappij. Hoewel eigenlijk niet in dit verslag thuis behorende, deelt het verslag mee, dat deze boot 24 maart door de bouwmeesters afgeleverd werd en onmiddellijk vertrok naar New York, om aldaar voor Rotterdam te laden. Voor bijzondere ongevallen bleef de maatschappij verschoond en de boten verkeren in de beste orde. Op de hypothecaire lening werd NLG 16.590 afgelost.
De exploitatie gaf een voordelig saldo van NLG 72.674 en de winst- en verliesrekening wijst, na aftrek van alle exploitatie- en beheerkosten, alsmede van de interest een zuiver winstcijfer aan van NLG 64.208. Daarvan is bestemd voor afschrijving NLG 19.571 voor de bovengenoemde surveys, vervolgens op de boekwaarde van de stoomschepen NLG 20.000, terwijl NLG 1.000 in het reservefonds wordt gestort. Na reservering van NLG 846 voor te betalen bedrijfsbelasting en overbrenging van NLG 290 als saldo op nieuwe rekening, blijft dan een bedrag van NLG 22.500 over ter verdeling, waarvan 7½ (vorig jaar 20) procent, wordt uitgekeerd. Over de vooruitzichten voor het lopende jaar is het zéér moeilijk een oordeel te vellen. Naar de mening van de directie is het zéér noodzakelijk de nodige reserve te maken bij het beschouwen van de tegenwoordige vrachtenmarkt.


13 mei 1915


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. – Uitspraak.
De uitspraak van de Raad voor de Scheepvaart, betreffende het vergaan van het stoomschip OLANDA luidde aldus: De Raad is van oordeel, dat de ramp, welke de OLANDA heeft getroffen, veroorzaakt is doordat het schip op een zich in het water bevindende mijn is gestoten, welke is ontploft, ten gevolge waarvan het schip zodanig lek werd. dat het na 7½ uur gezonken is. Was bij de Raad, na het verhoor van de 1e machinist, twijfel gerezen of deze en ook de gezagvoerder wel hun plicht hadden gedaan en alle pogingen aangewend om het schip te behouden, na het verhoor van de gezagvoerder en de 1e stuurman is de Raad tot de conclusie gekomen, dat gezagvoerder, noch machinist in deze een strafbare nalatigheid kan worden verweten. De omstandigheden waren toch van zulk een aard, dat het verklaarbaar is, dat allen onmiddellijk na de ontploffing hun heil in de boten zochten. Verklaarbaar is het ook, dat de gezagvoerder geen orders durfde geven om de vuren te stoken, nu het gevaar voor het breken van het schot groot was. Evenwel hadden gezagvoerder en machinist beter gehandeld door, onmiddellijk na terugkeer aan boord, de pompen bij te zetten. Men had aldus kunnen proberen het schip drijvende te houden, in de hoop een ander schip te ontmoeten, dat hulp zou kunnen bieden en de OLANDA binnenslepen. Er was genoeg stoom op de ketels om de pompen geruime tijd te doen werken, waar gebleken is de stoomfluit, gedurende 6 uur geblazen heeft. Ook al had hun poging gefaald, dan hadden zij alles gedaan om de gevolgen van de ramp te voorkomen. Doch, zoals gezegd, strafbaar acht de Raad onder deze omstandigheden hun nalatigheid niet. Het heeft voorts 's Raads aandacht getrokken, dat op de OLANDA niet behoorlijk uitkijk is gehouden en niet voldaan aan de daaromtrent geldende bepalingen. Het doen houden van uitkijk door een daarmee uitsluitend belast persoon is vooral onder de tegenwoordige omstandigheden dringend noodzakelijk en het verdient afkeuring, dat dit voorschrift niet stipt wordt opgevolgd.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. – Brand op de JASON.
Daarop stelde de Raad een onderzoek in naar de brand op de JASON van de Koninklijke Nederlandsche Stoomboot Maatschappij. De gezagvoerder K. Huygens deelde mee, dat 30 november van Rangoon vertrokken werd met een lading rijstmeel. In de ruimen was dit in gonjezakken geladen en gestuwd onder Lloyd's toezicht. Er werd genoeg voor ventilatie gezorgd. Te Aalborg werd begonnen met lossen. In het achterruim werd daarbij brand ontdekt, men zag rook en vuur. Men poogde de brand, die naar het tussendek oversloeg, te blussen. Hij kon niet de ventilatiekokers sluiten, want er waren niet voldoende mannen beschikbaar, daar deze al afgemonsterd waren. De brandweer werd gewaarschuwd, die het vuur bluste met motorspuiten door het onderruim vol water te pompen. Men werkte de gehele nacht door. Toen het ruim weer leeggepompt was, zag de gezagvoerder, dat vele balen verbrand waren. Aan het schip moesten verschillende herstellingen verricht worden, daar bij het tussendek balken verbogen waren en het dek er gegolfd uitzag. Uit de machinekamer moest tegen het schot tussen de machinekamer en het ruim gespoten worden. Te voren had men niets van het ontstaan van de brand bemerkt, plotseling begon de brand. Bij het laden werd er niet met vuur gewerkt, de balen waren droog. De enige oorzaak van de brand kan zijn broeiing. Hij kon niet nagaan, of er ook vocht bij de lading gekomen was. Er werd laatst november geladen, terwijl eind januari gelost werd. De gezagvoerder deelde nog mee, op een vraag van een van de leden, dat slechts één maal de temperatuur op de reis was waargenomen. Het was wenselijk geweest, om minstens iedere dag op verschillende plaatsen de temperatuur op te nemen. De heer Mertens, deskundige, vroeg, of de inlanders bij het laden ook aan boord gedronken hadden. De gezagvoerder had daarop niet zo precies gelet. Later volgt uitspraak.


14 mei 1915


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Londen, 13 mei. Het stoomschip BARENDRECHT is, gesleept door de sleepboot TRITON, van Falmouth naar Cardiff vertrokken.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

De verliezen ter zee. Naar het type van het oorlogsschip ingedeeld, waarbij natuurlijk niet vergeten moet worden, dat verscheidene schepen door hun ouderdom van betrekkelijk weinig militaire waarde zijn, kan men de verliezen ter zee, tot dusver door de oorlogvoerende landen geleden, zover na te gaan is, aldus samenvatten:
Slagschepen: Engeland verloor vijf slagschepen, Frankrijk één en Turkije ook één.
Pantserkruisers: Engeland verloor er vijf, Duitsland ook vijf, Frankrijk één, Rusland één.
Kleine kruisers: Engeland vijf, Duitsland elf, Japan één, Rusland één Turkije één en Oostenrijk twee.
Torpedojagers: Engeland twee, Duitsland negen, Frankrijk twee, Japan één.
Kanonneerboten: Engeland twee, Duitsland tien, Frankrijk één, Rusland twee, Turkije twee, Oostenrijk één.
Onderzeeboten: Engeland vier, Duitsland ongeveer vijf, Frankrijk twee. Het aantal gezonken onderzeeërs van Engeland en Duitsland is, wanneer men de niet-officiële berichten geloven mag, nog meer. Torpedoboten: Duitsland ongeveer 4.
Hulpkruisers: Engeland 7, Duitsland 18 en Rusland één.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Londen, 11 mei. Het naar Amsterdam bestemde Nederlandse stoomschip LA FLANDRE is met schade door aanvaring met de loodsboot nabij Delaware Breakwater te Philadelphia uit zee teruggekeerd om te repareren. Verscheidene platen zijn beschadigd.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De procedures over de naar Zeebrugge opgebrachte schepen ZAANSTROOM en BATAVIER V en de ladingen daarvan zullen, naar het Hdbl. verneemt, de 1e juni voor het prijsgerecht te Hamburg behandeld worden.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De TEXELSTROOM. Men meldt ons uit Amsterdam: De kapitein van de TEXELSTROOM van de Hollandsche Stoomboot Maatschappij, gisteren hier binnengekomen, rapporteert door de Engelse marine autoriteiten acht dagen in Duins te zijn vastgehouden, omdat onder de lading 400 vaten lijnzaadolie voorkwamen. Die waren echter op 22 april ingeladen, terwijl eerst op 23 april het verbod van uitvoer van lijnolie was uitgevaardigd. De douane te Swansea en Plymouth hadden dan ook geen bezwaar tegen uitklaring gehad. De agent van de stoombootmaatschappij mengde zich in de zaak en de hulp van de Overzee Trust Mij. werd ingeroepen. Ten slotte werd het schip vrijgelaten, nadat de agent verklaard had, dat de lading olie zou worden geconsigneerd aan de Overzee Trust en ingeval zij bestemd was voor uitvoer, de partij naar Engeland zou worden geretourneerd. Voor de grote aardewerkfabriek De Sphinx te Maastricht is de aankomst van de TEXELSTROOM een verademing. Het schip had n.l. een grote lading klei, speciaal voor de fabriek nodig, aan boord. Ware deze langer uitgebleven, dan zou de fabriek hebben moeten worden stopgezet.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De goederen van de ZAANSTROOM. De door de Duitse autoriteiten vrijgegeven goederen, afkomstig van het stoomschip ZAANSTROOM, worden op het ogenblik opgeladen op het binnenschip MARIA, schipper J.W. Paulissen. Dit Nederlandse binnenschip bevond zich tijdens de oorlog te Brugge. Daar worden dan ook de goederen opgeladen, die dan binnendoor via Hansweert naar Amsterdam komen.


15 mei 1915


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. Het zinken van een sleepboot.
De Raad voor de Scheepvaart stelde hedenochtend een onderzoek in naar het ongeluk overkomen aan de sleepboot ENGINEERING van de Wilton's Machinefabriek te Rotterdam, waarbij de gehele bemanning van de sleepboot bij een aanvaring met de TSJISONDARI van de Java-China-Japan Lijn omkwam.
De TSJISONDARI kwam 8 april binnen voor het dok in de Maashaven. De wind was ZW, het getij was eb. Het schip was leeg en lag hoog. De sleepboten DE BOER en ENGINEERING zouden voor vastmaken, aldus deelde de havenloods A. v. d. Horn mee, die op de TSJISONDARI was. De BATAVIER liep het schip achterop. Met het oog op het lege schip en om stuur in het schip te houden, liet de loods de TSJISONDARI vaart vermeerderen en halve kracht lopen. Het schip stopte niet, om de sleepboten te laten vastmaken en de trossen over te nemen. Aanvankelijk had het schip niet zoveel vaart, als toen de sleepboten de TSJISONDARI naderden. Aan de sleepboten werd niet kenbaar gemaakt, dat de TSJISONDARI haar snelheid vermeerderde. Omtrent de eigenlijke aanvaring dwars voor de Petroleumhaven wist getuige niets mee te delen, wel zag hij later wrakhout en vaten drijven. Hij had geen schok gevoeld en aan de sleepboten nog geen commando gegeven. Van de sleepboot, welke later gezonken bleek te zijn, had hij niets kunnen zien. De zeeloods C. Haak, die op de BATAVIER was. De BATAVIER kwam binnen. Aan stuurboordzijde passeerde hij de TSJISONDARI. Hij had gezien, dat de sleepboot ENGINEERING dwars voor de TSJISONDARI naar bakboord overstak. Daarbij raakte dit schip de sleepboot zodanig, dat de boot omsloeg en zonk. De ENGINEERING had niet deze manoeuvre behoeven te maken, om de BATAVIER te vermijden. Hij had niet gezien, of de sleepboot al de tros vasthad. Bij het ongeval kwamen vijf mensen om. De TSJISONDARI had tijdens de aanvaring een behoorlijke vaart. Alles speelde zich in enkele minuten af.
Vervolgens word gehoord de kapitein van de sleepboot DE BOER, M. Braam, die er op wees, op hoeveel de kapitein van een sleepboot moet letten, wanneer een tros overgenomen wordt. De ENGINEERING lag in een oogwenk onderste boven. Wat de aanleiding geweest is, dat de ENGINEERING over liep, wist getuige niet. Nog werd gehoord de machinist van de sleepboot DE BOER, F.S. Kalksma. Later volgt uitspraak.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Algemeene Stoomvaart Maatschappij te Rotterdam.
Het eerste boekjaar, lopende over 6 maanden van deze maatschappij, onder directie van de firma Wambersie en Zoon, is blijkens het jaarverslag ongunstig beïnvloed door een aantal factoren. De aflevering van de schepen had niet op tijd plaats, waardoor een belangrijke vermindering van vrachtinkomsten ontstond. Vervolgens werd de exploitatie gedrukt door molestverzekering en verhoogde gages. Het verslag deelt voorts mee dat het in Engeland gebouwde stoomschip VAN STIRUM te laat kon worden afgeleverd, waardoor het niet slechts werd getroffen door het Engelse uitvoerverbod, maar zelfs door de Engelse regering werd gerekwireerd. Gesteund door de Regering en met behulp van advocaten te Londen, wordt het mogelijke gedaan om de moeilijkheid in zo gunstig mogelijke zin op te lossen.
De winst- en verliesrekening geeft een exploitatiewinst aan van NLG 163.959. Na aftrek van interest en onkosten en afschrijving van 10% op de oprichtingskosten en naar de basis van 8% op de stoomschepen kan over de afgelopen 6 maanden een dividend van 2½% worden uitgekeerd.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 14 mei. Te Hoogezand, bij de scheepsbouwmeester H. Kroeze, is te water gelaten het van ijzer en staal gebouwde aakschip FIDUCIA, plm. 85 ton, voor rekening van R. Sluman te Groningen, daarna is de kiel gelegd voor een motorschip van plm. 110 ton, voor rekening van de heer M. Van Wijngaarden te Groningen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

's-Gravenhage,14 mei. De zuiger FIBRONIA, van Rotterdam naar Port Pirie, arriveerde gisteren te Padang, alles wel.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Amsterdam, 14 mei. De directie van de Stoomvaart Maatschappij Nederland heeft bericht dat de machineschade van het stoomschip KRAKATAU te Gravesend gerepareerd zal worden. Het schip komt dus niet naar Amsterdam om te repareren.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Delfzijl, 12 mei. Gisteren kwam alhier binnen het tjalkschip EEMS, kapt. De Boer, welke op onderzoek uit geweest is naar het wrak van het bij Rottum gestrande schip AMAZONE, om te beproeven of er nog hout uit te halen is. Het bleek echter onmogelijk, daar de AMAZONE bijna geheel onder het zand is geslagen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Delfzijl, 13 mei. Heden kwam alhier aan het tjalkschip CONCORDIA, schipper W. Heukenstein, met een lading beendermeel van Delft naar Nieuwe Schans. Dit schip is nabij Urk aangevaren door een onbekend gebleven tjalkschip. De CONCORDIA bekwam vrij zware lekkage, doch men kon het schip drijvende houden. De lading is beschadigd.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Oude Pekela, 14 mei. Van de werf van de heren J. de Boer en Zn. werd te water gelaten, een stalen lichterschip, groot plm. 115 ton, voor rekening van schipper R. Hulsebos, alhier, een dito schip wordt weer op stapel gezet.


17 mei 1915


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 15 mei. Het Nederlandse stoomschip KATENDRECHT, 2.155 ton netto en 1.364 ton bruto, van de Stoomvaart Mij. “De Maas” (Ph. van Ommeren) alhier, in 1900 bij Jan Smit Czn. te Alblasserdam gebouwd, is door de makelaar A. Schippers naar Noorwegen verkocht.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Schiedam, 15 mei. Gisteren werd van de werf Gusto van de firma A.F. Smulders alhier, te water gelaten de stalen romp van een 200-tons drijvende elektrische derrick- en draaikraan, welke deze firma voor een buitenlandse regering in aanbouw heeft. De afmetingen van de romp zijn: Lengte 47 meter, breedte 27 meter en holte 4,925 meter. De kraan zal in hoofdtrekken gelijk zijn aan de vele reeds door deze firma aan buitenlandse regeringen en grote scheepswerven geleverde reuzenkranen, verschillende verbeteringen zijn evenwel aangebracht bij deze kraan, waardoor speciaal de behandeling van kleinere lasten tot 60 ton nog belangrijk vereenvoudigd wordt, terwijl het vaartuig bovendien zal worden voorzien van 2 schroeven voor de voortstuwing.
Het hoogste punt van de arm bevindt zich in opgerichte stand 75 meter boven de waterlijn, terwijl de maximum straal voor lasten van 60 ton 56 meter bedraagt en voor lasten van 200 ton 33,50 meter. De hijssnelheden variëren van 1,80 meter per minuut (voor lasten van 200 ton) tot 6 meter per minuut (voor lasten van 60 ton) terwijl de kraanarm met de last van 200 ton in 8 minuten 360° kan draaien.
Alle bewegingen worden uitgevoerd door onafhankelijke elektrische motoren; de stroom hiervoor wordt opgewekt door twee zich aan boord bevindende elektrische centrales, waarvan een als reserve dient.
Het vaartuig is voorzien van de nodige stoom-verhaallieren, voorts van een afzonderlijke elektrische lichtinstallatie en de nodige uitrusting.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 15 mei. Het naar Noorwegen verkochte Nederlandse stoomschip POELDIJK (opm: gebouwd in 1902) werd door de nieuwe eigenaars overgenomen en ging onder de nieuwe vlag met de naam OLDER naar zee.


18 mei 1915


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

IJmuiden, 18 mei. Het Nederlandse stoomschip STEENBERGEN is hedenmorgen van Santa Fé alhier aangekomen met enige schade aan de voorsteven. Het stoomschip is in de Duins in aanvaring geweest met het Nederlandse stoomschip GORONTALO, van New York naar Rotterdam bestemd. Voor zover bekend, hebben geen persoonlijke ongelukken plaats gehad.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van I.S. Figée te Vlaardingen is te water gelaten het stalen loggerschip PRUDENTIE, (SCH-223), gebouwd voor de heer J.J. Fisch te Scheveningen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 17 mei. Van de werf van de firma Grol en Fikkers te Veendam zijn te water gelaten een stalen bolschip, groot 80 ton, voor G. Jager en F. Hoving aldaar en een tjalkschip, groot 100 ton, voor schipper H. Rotmans te Hoogezand. De kielen werden gelegd voor twee motorvrachtboten voor Gebrs. J. en F. Leeuwerke te Nieuweschans.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Gravesend, 14 mei. Hedenmiddag 12.45 uur is het stoomschip KRAKATAU om te repareren alhier aangekomen en geankerd.


19 mei 1915


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hongkong, 17 mei. het stoomschip TJILIWONG is ter assistentie van het gestrande stoomschip TJIMAHI vertrokken.
Londen, 18 mei. Gisteren werd 60 Gns. herverzekering op het gestrande stoomschip TJIMAHI gesloten. Het stoomschip heeft een waarde van GBP 25.000.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

IJmuiden, 18 mei. Van Rotterdam passeerde hedenmorgen, per sleepboot KATWIJK, de drijvende kraan No. 50, bestemd voor de Steenkolen Handelsvereeniging te Amsterdam.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Het Nederlandse stoomschip NIOBE opgebracht. Het Nederlandse stoomschip NIOBE, van de Koninklijke Nederlandsche Stoomboot Maatschappij, van Kopenhagen naar Amsterdam, werd, naar het N.v.d.D. meldt, op de thuisreis nabij het Hornrif-vuurschip op 55°31’ N en 07°04’ O aangehouden door een grote Duitse onderzeeboot van de U-klasse, kenbaar aan het boven water uitstekende achterschip, in tegenstelling met de Engelse duikboten, die, evenals de Nederlandse, het achterschip onder water hebben.
De NIOBE werd gesommeerd een boot uit te zetten en met de scheepspapieren naar de onderzeeër te komen. De kapitein, de tweede stuurman en enkele matrozen begaven zich naar de duikboot met de scheepspapieren, waarop na een onderzoek werd gelast de onderzeeër te volgen. Reeds was een dergelijk bevel gegeven aan het Zweedse stoomschip BJÖRN van Gotenburg, dat met een lading eieren en de Russische post aan boord, bestaande uit 200 zakken, bestemd voor Engeland, met de NIOBE werd opgebracht naar het Duitse marine station List. Na een verblijf aldaar van ruim anderhalve dag werden de beide stoomschepen gehaald door twee torpedoboten en hun gelast naar Cuxhaven te stomen. Na een oponthoud van ruim twee dagen aldaar, werd de NIOBE ontslagen, doch het Zweedse stoomschip BJÖRN werd naar Hamburg opgebracht, omdat volgens de Duitse verklaring, in de Russische postzakken contrabandegoederen gevonden waren. De aanhouding van de NIOBE geschiedde wegens de lading van een aantal kisten machinegeweren, te Kopenhagen ingenomen, welke later geconsigneerd bleken te zijn aan de Nederlandse Regering, waarop onmiddellijk tot vrijlating door het Prijzenhof werd besloten. De opgebrachte schepen werden steeds onder Duitse bewaking gehouden en zowel bij aankomst te List als te Cuxhaven moest de gehele equipage benedendeks blijven. De behandeling door de Duitse officieren en autoriteiten werd ten zeerste geprezen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

De TJIMAHI gestrand. Londen, 18 mei. Volgens te Londen uit Hong Kong ontvangen telegram is het stoomschip TJIMAHI van de Java-China-Japan-Lijn bij Paracels op een rif vastgeraakt. Assistentie werd naar het schip gezonden.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Volgens bij de Stoomvaart Maatschappij Nederland ontvangen bericht, verwacht men dat de reparatie van de machineschade van het stoomschip KRAKATAU woensdag 19 dezer zal afgelopen zijn en dat het schip vermoedelijk donderdag 20 dezer van Londen de reis zal kunnen voortzetten.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

N.V. Houtvaart te Rotterdam. Aan het verslag over 1914 ontlenen wij het volgende:
Hoewel niet kunnende bogen op zulke resultaten als de beide voorgaande jaren — een gevolg eensdeels van lagere vrachten, anderdeels van de oorlog — mag de in het afgelopen jaar behaalde bedrijfswinst toch weer bevredigend genoemd worden, daar zij in staat stelt, voor te stellen, een dividend van 7½% uit te keren. Dit kan geschieden na afschrijving van 5% op de aanschaffingsprijs. Het totaal op de aanschaffingsprijzen van de stoomschepen afgeschreven bedrag is thans NLG 88.960. Het vernieuwingsfonds stijgt door toevoeging van NLG 3.386 gekweekte rente en storting van NLG 1.613 thans tot NLG 135.000, zijnde bijna 52% van het geplaatste aandelenkapitaal. Op nieuwe rekening gaat over NLG 997.
Als belangrijkste van de door de oorlog veroorzaakte extra-uitgaven moet genoemd worden de verzekering tegen molest. Vanaf het begin van de oorlog tot eind december alleen betaalde de Maatschappij hiervoor tot een bedrag van niet minder dan NLG 30.000 aan premies en hoewel dit een derving van plm. 25% van de brutowinst beduidde, meende men, dat de voorzichtigheid gebood, de schepen voor de volle waarde tegen oorlogsgevaar verzekerd te houden. Dat het rederijbedrijf ook overigens ten gevolge van de oorlog met buitengewoon hoge onkosten gepaard gaat, moge blijken uit het feit, dat de prijzen van de bunkerkolen verdubbeld en in sommige havens zelfs verdrievoudigd zijn, terwijl ook gages, laad- en loslonen en havenkosten bijna overal een beduidende verhoging ondergingen. Weliswaar zijn de vrachten gestegen tot nimmer gekende hoogte en profiteert ook de rederij daarvan, doch hiertegenover staan zulke buitengewone risico's, onkosten en oponthouden, dat men, hoewel de vooruitzichten voor de scheepvaart ongetwijfeld zeer gunstig zijn, weldoet, zijn verwachtingen voor de toekomst niet al te hoog te spannen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

N.V. Wm.H. Müller & Co's Algemeene Mijnbouw Maatschappij.
In de dinsdag te Rotterdam gehouden jaarlijkse algemene vergadering van aandeelhouders van de Naamloze Vennootschap Wm.H. Müller & Co's Algemeene Mijnbouw Maatschappij werden de balans en winst- en verliesrekening goedgekeurd en het dividend over 1914 vastgesteld op 6% over de cum. pref. aandelen en 5% over de gewone aandelen. De heer mr. P. Maclaine Pont werd als commissaris herkozen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Wm.H. Müller & Co.'s Algemeene Scheepvaart Maatschappij te Rotterdam.
In de dinsdag te Rotterdam gehouden jaarlijkse algemene vergadering van aandeelhouders van de N.V. Wm.H. Müller & Co's Algemeene Scheepvaart Maatschappij werden de balans en winst- en verliesrekening goedgekeurd en het dividend over 1914 vastgesteld op 8%.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Nederlandsche Stoomboot Maatschappij.
In de dinsdag te Rotterdam gehouden jaarlijkse algemene vergadering van aandeelhouders van de Naamloze Vennootschap Maatschappij voor Vracht- en Passagiersvaart Nederlandsche Stoomboot Maatschappij werden de balans en de winst- en verliesrekening goedgekeurd en het dividend over 1914, zowel op de preferente als op de gewone aandelen, vastgesteld op 5%.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Het stoomschip TJIMAHI, van de Java-China-Japan Lijn te Amsterdam, is volgens telegram uit Hongkong op de Paracels gestrand. Assistentie is er heen gezonden. De TJIMAHI is bruto 3.878, netto 2.470 ton groot en werd in 1903 gebouwd. (opm: zie ook RN 220515)


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 18 mei. Naar men verneemt zal door de Koninklijke Hollandsche Lloyd, wanneer de internationale toestanden dit toelaten, een geregelde dienst worden geopend op de Oostzee. Deze dienst wordt o.a. in het leven geroepen ter vergemakkelijking van het landverhuizersverkeer tussen Rusland en Zuid Amerika.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 18 mei. Het Nederlandse stoomschip STEENBERGEN, van Santa Fé naar Amsterdam, rapporteert in de Duins in aanvaring geweest te zijn met het Nederlandse stoomschip GORONTALO, van New York naar Rotterdam bestemd.
Het stoomschip STEENBERGEN kreeg ernstige schade aan de voorsteven; van schade aan het stoomschip GORONTALO is niets bekend.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Maatschappij Houtvaart. Naar wij vernemen zal de Maatschappij Houtvaart over het afgelopen jaar een dividend uitkeren van 7½%.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Staatscourant No. 114 bevat de Koninklijk bewilligde akten van oprichting van de naamloze vennootschappen:
1. Stoomschip „Eenambt”, Rotterdam. Kapitaal NLG 100.000, in aandelen van NLG 1.000, alle geplaatst. Directeur J. Pierot Jr., makelaar in schepen, alhier.
2. Motorschoener „Tweeambt" alhier. Kapitaal NLG 75.000, in aandelen van NLG 1.000, alle gepl. Directeur J. Pierot Jr., voornoemd.
3. Stoomschip „Nieuwambt" alhier. Kapitaal NLG 100.000, in aandelen van NLG 1.000, alle gepl. Directeur J. Pierot Jr., voornoemd.
4. Scheepvaart Maatschappij „Groningen" alhier. Kapitaal NLG 1.000.000, in aandelen van NLG 1.000, waarvan 250.000 geplaatst. Directeur J. Pierot Jr. voornoemd.
De raad van beheer is bevoegd storting op aandelen te aanvaarden door inbreng in de vennootschap van aandelen in de naamloze vennootschappen „Stoomschip Oldambt", „Nieuwambt", „Eenambt” en „Tweeambt", voor zodanige waarde en op al zulke voorwaarden als de raad van beheer zal goedvinden.
5. Mij. Stoomschip „Breda”, alhier. Kapitaal NLG 80.000, in aandelen van NLG 1.000, waarvan 70 geplaatst en volgestort. Directeur J.J.A. van Meel, cargadoor alhier.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Het ijzererts van de KATWIJK.
Reuter seint uit Londen: Het Prijzenhof heeft de lading ijzererts (3.350 ton) van het Nederlandse stoomschip KATWIJK tot contrabande verklaard op grond, dat zij bestemd zou zijn geweest voor de firma Krupp.
De eis van de reders tot vergoeding van de vracht werd ingewilligd, die tot betaling van liggeld voor het vasthouden van het schip, dat later door de Duitsers in de grond werd geboord, werd afgewezen.
Natuurlijk houdt het bovenstaande geen verband met de veelbesproken torpedering van de KATWIJK. Daar ons intussen toch reeds misverstand bleek, moge voor velen ongetwijfeld ten overvloede herinnerd worden, dat dit ertsgeval met de KATWIJK een reeds maanden geleden, oktober of november van het vorig jaar, voorgevallen gebeurtenis is, waarbij het schip wegens zijn ertslading werd opgebracht.
Bij de torpedering van de KATWIJK op 14 april jl. was het schip, naar men zich herinneren zal, geladen met regeringsgraan.


20 mei 1915


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. De zeillogger STERNA III (SCH – 136), op de werf van Gebr. Boot te Leiderdorp gebouwd voor rekening van de N.V. Zeevisscherij Mij. „Sterna" te Scheveningen, is binnendoor te IJmuiden gearriveerd en vertrok per sleepboot KIJKDUIN buitenom naar Scheveningen, om aldaar verder gereed te worden voor de haringvisserij.


21 mei 1915


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 20 mei. Volgens een telegram uit New York heeft het stoomschip DRIEBERGEN gestoten en is dientengevolge lek geworden. (opm: komend van Frontera)


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 20 mei. Te Papendrecht is van de werf Huis te Merwede te water gelaten een voor binnenlandse rekening gebouwde sleepschroefstoomboot lang 14 meter, breed 3,50 meter en hol 2 meter. De machines en ketels worden gemaakt bij de firma Kuy en Van de Ree te Papendrecht.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 20 mei. Te Veendam zijn van de werf van de firma Grol & Fikkers te water gelaten een stalen bolschip groot 80 ton en een tjalkschip groot 10 ton, beide voor binnenlandse rekening. De kielen werden gelegd voor twee motorvrachtboten, eveneens voor binnenlandse rekening.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Amsterdam, 19 mei. De Duitse stoomschepen NARVA, WYTEGRA en PERNAU zijn onder Nederlandse vlag gebracht en behoren thans aan de Vrachtvaart Maatschappij Edam te Amsterdam. De schepen zijn thans genaamd VOLENDAM, MONNIKENDAM en EDAM.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Delfzijl, 19 mei. Alhier is heden binnengekomen het kofschip VOORWAARTS, kapt. Van der Laan, met een lading hout van Norrköping bestemd voor Groningen, dat van begin van de oorlog af te Faaborg heeft gelegen.


22 mei 1915


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. Gisteren werd door de Raad voor de Scheepvaart uitspraak gedaan betreffende de brand in de lading rijstmeel aan boord van het stoomschip JASON. De Raad is van oordeel, dat de brand in de lading rijstmeel aan boord van de JASON
door broeiing, gevolgd door zelfontbranding, doordat bij de lossing enige balen zijn verwijderd; waardoor lucht tot de broeiende massa in ruime mate toegang kreeg en de lading vlam deed vatten. Tegen het ontstaan van broeiing zijn geen afdoende maatregelen te nemen daar niet alle oorzaken kunnen worden weggenomen. Ruime ventilatie is aan te bevelen, omdat daardoor vocht, een van de hoofdoorzaken van broeiing, wordt weggevoerd. Is echter eenmaal broeiing ontstaan en heeft zich een pyroforische kool ontwikkeld, dan is het enige middel om het van ontbranding te beperken de toevoer van lucht zoveel mogelijk af te sluiten. Het toevoeren van stoom kan alleen helpen om de vlammen te doven wanneer die reeds ontstaan zijn. Ontdekt men op zee door abnormaal hoge temperatuur, dat er broeiing in de lading is ontstaan, dan sluit men alle luiken goed af en is het verstandig — om brand op zee te voorkomen — te trachten zo spoedig mogelijk een haven te bereiken, waar, door het inpompen van grote hoeveelheden water, de brand kan worden geblust en de aangetaste lading kan worden gelost. Doet men dit laatste niet, dan is het gevaar groot, dat er opnieuw brand uitbreekt wanneer het water is uitgepompt.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 21 mei. De equipage heeft het bij de Paracels op een rif gestrande stoomschip TJIMAHI verlaten en is door het stoomschip ORIENTAL te Hongkong geland.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 21 mei. Van de werf van de heer L. Wolthuis te Veendam is te water gelaten een stalen tjalkschip, groot 100 ton, voor schipper W. de Vries aldaar. Daarna werd de kiel gelegd van een praamschip, groot 75 ton voor F. Bruintjes te Nieuwe Pekela.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 21 mei. Gisteren is van de werf van de firma Jonker & Stans te Hendrik-Ido-Ambacht te water gelaten de zeesleepboot No. 128, voor rekening van J. Constant Kievits & Co’s Industrieële Mij. te Dordrecht en zal de kiel gelegd worden voor een cargoboot van 2.000 ton voor de Mij. Houtvaart te Rotterdam.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Oporto, 14 mei. Het Nederlandse stoomschip KENNEMERLAND, van Amsterdam naar Buenos Aires, dat gisteravond in de haven van Leixoes arriveerde, heeft ketelschade. Reparaties worden uitgevoerd en men verwacht dat het schip morgenavond de reis zal kunnen voortzetten. (De KENNEMERLAND vertrok 16 mei van Leixoes en 17 mei van Lissabon. Red.)


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 20 mei. Van hier is vertrokken het Nederlandse stoomschip VOLENDAM, een zusterschip van de thans nog te Amsterdam liggende stoomschepen EDAM en MONNIKENDAM. Dit zijn de nieuwe namen voor de onder Duitse vlag gevaren hebbende schepen WYTEGRA, PERNAU en NARVA, welke schepen, oorspronkelijk Hollandse stoomschepen, voordien gevaren hebben onder de namen ALPHA, BETA en DELTA.
Wegens de oorlogstoestand konden de schepen niet langer onder Duitse vlag blijven varen en zijn ze na binnenkomst in Hollandse havens, niet zonder moeite, opnieuw onder Hollandse vlag gebracht en herdoopt in VOLENDAM, EDAM en MONNIKENDAM. Thans zijn ze door de Regering gecharterd voor graanuitvoer uit Zuid Amerika. Naar we vernemen zijn de schepen al die tijd niet van eigenaars veranderd en behoren ze nog steeds aan de rederij W. Pont c.s. (opm: zie ook RN 210515)


25 mei 1915


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Van de werf van de N.V. Werf v/h Rijkée en Co. te Rotterdam, is heden met goed gevolg te water gelaten het motorschip SIBERG, in aanbouw voor de Kon. Paketvaart Mij. alhier. Het schip, waarvan de afmetingen zijn 273’-0” x 41' x 19', is bestemd voor de passagiers- en goederendienst in Nederlands-Indië en wordt door de Nederlandsche Fabriek van Werktuigen en Spoorwegmaterieel alhier voorzien van een Werkspoor Diesel motor van 1.400 ipk. Op de vrijgekomen helling wordt binnenkort de kiel gelegd voor het stoomschip OOSTERLAND, te bouwen voor de Scheepvaart en Steenkolen Mij. te Rotterdam.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Amsterdam, 21 mei. Gisteren is de JAN PIETERSZOON COEN, voor de Stoomvaart Maatschappij Nederland gebouwd door de Nederlandsche Scheepsbouw Mij., naar buiten gebracht. In de brug over de Dijksgracht is het schip blijven steken, doch na anderhalf uur was het weer los. De brug was nogal beschadigd. De vraag was nu, of het schip de Oosterdoksluis zou kunnen passeren, doch alle afmetingen waren juist van pas en kalm en zonder de minste ongelukken is het gevaarte hedennacht door de sluis gevaren. Het schip is daarna naar het Julianadok gesleept.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Londen, 22 mei. De Nederlandse gaffelschoener OCEAAN, kapt. J.G. Mulder, is tijdens mist nabij Longships in aanvaring geweest en gezonken. De bemanning is gered, de vrouw van de kapitein is verdronken. De Nederlandse stalen 3-mast gaffelschoener OCEAAN, thuis behorend te Groningen, groot 198 ton bruto en 166 ton netto, werd in 1899 gebouwd en was eigendom van de kapitein.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Hedenmorgen is van de werf van de firma Rijkée met goed gevolg te water gelaten het motorvaartuig SIBERG, bestemd voor de Kon. Paketvaart Mij. in Nederlands-Indië. Het schip is van dezelfde afmetingen als het vorige op die werf gebouwde MIJER.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Op de werf van de firma Jonker & Stans te Hendrik-Ido-Ambacht wordt de kiel gelegd voor een cargaboot van 2.000 ton voor de firma Vinke & Co. alhier.


26 mei 1915


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 25 mei. Zaterdag had op de Noordzee, tussen IJmuiden en Hoek van Holland een welgeslaagde proeftocht plaats met het motortankschip, genaamd LARA. Dit schip is gebouwd door de firma Gebroeders Pot te Bolnes voor rekening van de Nederlandsch-Indische Tank Stoomboot Maatschappij te ’s-Gravenhage onder toezicht van de Engelse Lloyd en Schepenwet. De afmetingen zijn: 190’ x 32½’ x 14’. Het draagvermogen tot het zomer vrijboord bedraagt 1.018 Eng. tonnen. Het schip is voorzien van een Dieselmotor installatie van 600 ipk, geleverd door Werkspoor te Amsterdam, waarmee op de proeftocht een snelheid werd behaald van ruim 8 knopen, terwijl 8 knopen was gecontracteerd.
Aan genoemde firma te Bolnes is voor rekening van dezelfde firma de bouw opgedragen van dergelijke motortankboot, waarvan de motor eveneens door Werkspoor te Amsterdam zal worden gemaakt.
Ook is aan de firma Gebroeders Pot mede voor rekening van dezelfde maatschappij te ’s-Gravenhage nog de bouw opgedragen van een stoomtankboot van plm. 5.000 ton d.w., waarvan de machine en ketels zullen worden geleverd door de Rotterdamsche Droogdok Mij. alhier.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Alblasserdam, 22 mei. Heden werd op de N.V. Werf “De Noord” alhier met goed gevolg te water gelaten, het stalen Rijnschip ZUIDLAND, groot ongeveer duizend ton, gebouwd voor Nederlandse rekening.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Groningen, 22 mei. Van de werf van de heren J. Vos & Zn. alhier is heden met goed gevolg te water gelaten een nieuw stalen motorschip, genaamd ONDERNEMING, groot plm. 160 ton, voor rekening van de heren R. Akkerman & J. Kuiper te Oude Pekela.
Tevens werd de kiel gelegd van een dito motorschip, groot ongeveer 210 ton, voor rekening van de heer H. Vroom alhier.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Delfzijl, 22 mei. Heden zijn van hier vertrokken de nieuwe everschepen KATE, kapt. J. Kappelman en van ERNST, kapt. J. Welkering, welke gebouwd zijn op de werf van de heer G.J. van der Werff te Hoogezand, zijn ieder 136 m3 groot, varen onder Duitse vlag, voor rekening van bovengenoemde kapiteins en bestemd voor Emden.


27 mei 1915


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. Gisteren werd het onderzoek voortgezet inzake het vergaan van het stoomschip FLORA van de Kon. Ned. Stoomboot Maatschappij op 3 april jl.
Nadat de kapitein, de heer Joh. Fooy, nog een enkele mededeling had gedaan, was het woord aan de inspecteur van de scheepvaart die op grond van de getuigenverklaringen concludeerde. dat het vergaan van de FLORA te wijten is geweest aan nalatigheid van de gezagvoerder, die niet voldoende had doen loden en ook niet had gerekend met wind en getij. De heer Fooy, daarna nog gehoord, verklaarde dat het patentlood onjuist aanwees en dat hij het zwaarlood niet kon gebruiken omdat daardoor het schip dwarsscheeps was gekomen. Mr. Seret, als verdediger optredend, wees er op, hoewel de gezagvoerder om uitstel had verzocht, teneinde zich de hulp van een verdediger te verzekeren, de Raad nochtans gemeend had de zaak onmiddellijk (de 10e mei) te moeten behandelen en daarna de zaak schorste. De controle op de getuigenverklaringen is nu te loor gegaan.
Wat de ingebrachte grieven betreft, meende pleiter dat het beter is niet te loden dan met het patentlood dat hij niet vertrouwde. Het zwaar lood was, gegeven de weersomstandigheden, niet te gebruiken. Ook dat de kapitein geen rekening zou hebben gehouden met wind en getij ontkent pleiter. De gezagvoerder heeft gedaan wat in zijn vermogen was en wat hij moest doen. Trouwens het feit, dat er die zelfde nacht op ongeveer dezelfde plaats een Engels schip verging, geeft wel te denken.
Een onverdacht getuige acht pleiter ook allerminst de stuurman. Deze had toch zeer zeker de aandacht van de uitkijk moeten vestigen op de landvuren. Wanneer de stuurman zelf goed had uitgekeken, had hij het vuur van Hardland Point moeten zien en had men kunnen begrijpen dat men te dicht aan land was. De kapitein zag nog een schip aan stuurboordboeg, dus kon niet vermoeden dat er gevaar was.
Resumerende komt pleiter tot de conclusie dat de gezagvoerder niet enige daad van nalatigheid kan worden ten laste gelegd waarvoor hij gestraft zou moeten worden.
De Raad ging daarop in de raadkamer. Na heropening van de zitting werd de volgende uitspraak gedaan: De Raad is van oordeel, dat de stranding en het verloren gaan van de FLORA veroorzaakt is doordat het schip door de invloed van stroom en wind uit de koers is geraakt en te dicht bij de wal is gekomen. De kapitein heeft verzuimd met deze invloeden rekening te houden en heeft - niet voldoende zeker van de afwijking van het kompas op de voorliggende koers - geen maatregelen genomen om zijn standplaats te controleren toen men de lichten welke volgens het bestek in het gezicht moesten komen. Het lood had hem daar ter plaatse afdoende zekerheid kunnen geven of hij zich op de bank bij Hartland Point bevond. De Raad verwerpt als ongegrond de bewering van de kapitein, dat zwaar lood hem geen zekerheid had kunnen geven en het te bezwaarlijk was dit onder de gegeven omstandigheden te gebruiken, terwijl ook het patentlood, dat - volgens de bewering van de kapitein - 2 vadem mis wees, bij deze loding hem voldoende aanwijzing had kunnen geven. Door bovengenoemde nalatigheid is de ramp veroorzaakt en daarom straft de Raad Jan Fooy, geboren 27 april 1885 te Helder, wonende te Watergraafsmeer, door hem de bevoegdheid te ontnemen als schipper te varen op een schip, als bedoeld in artikel 2 van de Schepenwet, voor de tijd van een maand.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Delfzijl, 25 mei. Heden vertrok van hier de op de werf van de firma Joh. Berg, te Farmsum, nieuw gebouwde stoomschip FARDIG, kapt. E. Nelsson, naar Helsingborg (Zweden) en zal aldaar op de rede dienst doen als waterboot. De boot is voorzien van een compound machine van 150 ipk, eveneens van voornoemde firma.
Tijdens de proeftocht op de Eems voldeed het in alle opzichten ruimschoots aan de gestelde eisen en liep een vaart van negen mijl.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Londen, 25 mei. Het Nederlandse stoomschip TJIMAHI op de Paracels gestrand, is als totaalverlies aan de markt onttrokken.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Penzance, 23 mei. Het stoomschip VOLTAIRE, in aanvaring geweest met het Nederlandse schip OCEAAN, is met een gat aan bakboordzijde dicht bij de stevenknie, in een droogdok geplaatst.
Ten noorden van Longships zijn een reddingsboei, een reddingsboot en een gedeelte van een scheepskajuit waaraan een kompas opgepikt. De reddingsboei was gemerkt “OCEAAN Groningen".


28 mei 1915


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 27 mei. Hr.Ms. pantserschip JACOB VAN HEEMSKERK is 24 mei te Willemstad aangekomen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 27 mei. De Nederlandse sleepboten KRAUS en DE JONGH, elk slepende een kolenlichter, respectievelijk van Rotterdam en Amsterdam naar Batavia, arriveerden 25 mei op de bestemming. Alles wel. (opm: Dit zijn de kolenlichters N.I.S.H.M. 1 en 2)


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Amsterdam, 26 mei. Het stoomschip RIJNDAM van de N.A.S.M., gisteren van New York naar Rotterdam vertrokken, is nabij Nantucket in aanvaring geraakt met het Noorse stoomschip JOS. J. CUNEO, waardoor beide belangrijke schade bekwamen. Laatst genoemd schip nam de passagiers en een deel van de bemanning van de RIJNDAM op, die later werden overgegeven aan het Amerikaanse slagschip SOUTH CAROLINA. Amerikaanse oorlogsschepen vertrokken ter assistentie van beide schepen. Volgens rapport zal de RIJNDAM naar New York worden teruggesleept.
27 Mei. De RIJNDAM is heden te New York binnengekomen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Amsterdam, 26 mei. De Nederlandse motorboot BREDA, is onlangs bij Deal aan de grond geraak doch kon, na vlot gekomen te zijn, op eigen kracht naar Havre vertrekken. Na lossing bleek de achtersteven gebroken te zijn. De motorboot ligt thans te Havre in afwachting van orders betreffende de reparatie.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Amsterdam, 26 mei. Het Nederlandse stoomschip LAURA heeft voorlopig te Philadelphia gerepareerd en is gisteren van daar naar Rotterdam vertrokken. Na aankomst te Rotterdam, zal het stoomschip afdoende repareren en van nieuwe ketels voorzien worden.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Philadelphia, 14 mei. Het naar Amsterdam bestemde Nederlandse stoomschip LA FLANDRE, na aanvaring alhier teruggekeerd, heeft de lading gelost en is onderzocht. Het stoomschip zal hier geheel repareren.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De RIJNDAM aangevaren. De N.A.S.M. waarvan de vloot in deze dagen een massa werk verricht en daarin ook door de herhaalde aanhoudingen vanwege de Engelsen eigenlijk weinig gehinderd wordt, heeft een ernstig ongeval getroffen doordat gisteren, blijkens een Reuter telegram, de RIJNDAM bij het uitvaren van New York naar Rotterdam in aanvaring is gekomen met het Noorse stoomschip JOSEPH J. CUNEO van Halifax naar West-Indië, nabij Nantucket, een haveneiland behorend tot de staat Massachusetts in de Atlantische Oceaan.
De aanvaring schijnt vrij hevig te zijn geweest en vooral de RIJNDAM beschadigd te hebben, althans de gezagvoerder, kapt. Van den Heuvel, seinde draadloos, dat hij vreesde het schip te moeten verlaten en dat de mails waren overgenomen en er geen passagiers waren omgekomen. Inderdaad heeft de JOSEPH J. CUNEO de passagiers en een deel van de bemanning overgenomen, terwijl beide schepen langzaam terug stoomden naar New York.
Er waren inmiddels Amerikaanse oorlogsschepen te hulp gekomen en één van deze, de SOUTH CAROLINA, nam de opvarenden van de RIJNDAM over van de JOSEPH J. CUNEO en toen zijn beide schepen verder geëscorteerd op hun tocht naar New York. Tot zover de Reuter berichten. (opm: dit is het Noorse schip JOSEPH J. CUNEO).
De directie van de N.A.S.M. deelt ons mee, weinig meer bijzonderheden te kennen. Zij gaf ons de volgende mededeling: Het eergisteren van New York vertrokken stoomschip RIJNDAM is gistermorgen 3.30 uur bij Nantucket op ongeveer 200 mijl van New York in aanvaring geweest met het stoomschip JOS. J. CUNEO. Het schip maakte wel veel water, doch bleef drijvende. Alle passagiers en een deel van de equipage gingen over op de CUNEO, het overige deel bleef op de RIJNDAM. De RIJNDAM is toen door de CUNEO op sleeptouw genomen en wordt begeleid door het Amerikaanse oorlogsschip TEXAS naar New York teruggebracht, waar het heden kan aankomen.
Ruim 5 staat vol water, ruim 6 en de machinekamer zijn lek. Gevaar voor zinken bestaat er echter niet. Het ongeval is dus wel goed afgelopen.
De RIJNDAM is een van de gemiddelde schepen van de N.A.S.M., zij is 12.527 ton groot en in 1910 te water gelaten. Kapitein Van den Heuvel is één van de bekwaamste gezagvoerders van de Maatschappij.
Slaagt men erin de RIJNDAM veilig in New York te brengen, dan zal zij daar dokken en wellicht gerepareerd kunnen worden, waarmee echter in elk geval geruime tijd heen zal gaan. De directie van de N.A.S.M. deelt ons nader mee, vanmorgen het volgende telegram van New York te hebben ontvangen. (De tijd van aanbieding was op het telegram niet vermeld, waarschijnlijk is dus met heden hier woensdag bedoeld). Het stoomschip RIJNDAM zal hedenavond om 7 uur onder eigen stoom te New York aankomen. Alle passagiers, 21 eerste, 34 tweede en 21 derde klasse en 132 opvarenden zullen heden (gister)avond ook van het oorlogsschip SOUTH CAROLINA worden geland.
Ook Reuter seint ons vanmiddag nader een goede tijding, aldus: RIJNDAM kwam te New York aan, het pantserschip SOUTH CAROLINA vervoerde de passagiers naar hier.


29 mei 1915


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. De firma P.A. van Es & Co. te Rotterdam heeft bij de N.V. Burgerhout's Machinefabriek en Scheepswerf aldaar een stoomschip besteld met een laadvermogen van ongeveer 1.200 ton d.w. De hoofdafmetingen van dit stoomschip, dat juli 1916 moet worden afgeleverd en onder de naam AMSTEL in de algemene vrachtvaart zal worden gebracht, zijn ongeveer: Lang 210, breed 23 en hol 15 voet. De machines en ketels zullen eveneens door voornoemde N.V. worden vervaardigd.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. De Maatschappij Zeevaart te Rotterdam heeft bij de Rotterdamsche Droogdok Maatschappij een voor de algemene vrachtvaart bestemd stoomschip besteld van 6.200 brt. Ook de ketels en machines worden door de Droogdok Maatschappij vervaardigd. Het schip moet begin 1917 worden afgeleverd.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

De havens van Rotterdam. De scheepvaartbeweging op de haven van Rotterdam wordt er niet drukker op. Zulks wordt men het best gewaar indien men in de gelegenheid is de havens eens door te varen. De meeste hebben een vrij verlaten aanzien, behoudens de Waalhaven die vol ligt met lichters met graan voor België. Het schijnt dat daar enige moeilijkheden met de distributie zijn gerezen, waarom de Amerikaanse Reliefcommissie de voorraad nog niet verzenden kan. In de afgelopen week kwamen uit zee 27 Nederlandse, 14 Noorse, 22 Engelse, 3 Zweedse schepen, 1 Grieks en 1 Duits. Het laatste van Antwerpen, dat in dezelfde positie verkeert als de vorige week.
Van de aangekomen 68 schepen waren 40 beladen met stukgoederen, 4 met erts, 6 met graan, 1 met petroleum, 1 met lijnkoeken, 7 met steenkolen, 1 met talk, 2 met grondnoten, terwijl de overige 6 in ballast of ledig waren.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 28 mei. De reparatie van de motorboot BREDA zal te Havre plaats hebben. De kosten worden begroot op FFR 12.000. (opm: zie ook RN 280515)


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 28 mei. Het, stoomschip ZEVENBERGEN van de Stoomvaart Maatschappij Hollandia (N.V. Furness Scheepvaart en Agentuur Maatschappij) alhier, is verkocht aan de Gebrs. Van Uden alhier. De ZEVENBERGEN, in 1911 op lrvine's werf te West-Hartlepool gebouwd, groot bruto 3.121 en netto 2.007 reg. ton, lang 325, breed 47 en hol 22 voet 4 duim, zal in het vervolg de naam VEERHAVEN dragen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 28 mei. Enige tijd geleden deelden wij mee, dat de SELENE, een schip van de Bataatsche Petroleum Maatschappij, gedreven door Werkspoor motoren, de reis van Panama naar Tientsin gedaan had in 44 dagen zonder een haven aan te doen. Nu vernemen wij, dat de ARTEMIS van genoemde maatschappij van dezelfde motoren voorzien, de bijna even grote afstand van Panama naar Sydney, alwaar ze 23 mei aankwam, aflegde eveneens zonder een haven aan te doen. De SELENE wordt via Singapore en het Suez-kanaal over enkele dagen hier terug verwacht.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 28 mei. Een telegram van Lloyds deelt nog mee, dat blijkens bericht uit Boston de aanvaring tussen het Nederlandse stoomschip RIJNDAM en het Noorse stoomschip JOS. J. CUNEO (bestemd van Boston naar Baracoa) plaats had gedurende dikke mist, op 70 mijl van Sandy Hook. De RIJNDAM is gisteren te New York binnengekomen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Schiedam, 27 mei. Heden werden van de Werf Gusto van de firma A.F. Smulders alhier te water gelaten twee pontons voor een elevateur, welke deze firma in aanbouw heeft voor de heren Ackermans en Van Haaren. Deze elevateur is in de eerste plaats bestemd voor het ophogen van terreinen en zodanig ingericht, dat de in bakken aangevoerde grond wordt gelost en op de wal gebracht. Dit kan zonder of met toevoeging van water geschieden. In het eerste geval stort de emmerketting, die de grond gelost heeft deze op een transportband en in het tweede geval in een spuitgoot, waardoor de met water gemengde grond naar de loswal wegstroomt. Transportband en spuitgoot steken 30 meter buiten de ponton en hebben aan het stortpunt nog een hoogte van 6 meter boven de waterlijn. Voorts kan deze elevateur ook als bakkenzuiger werken, waarbij de grond op de gewone wijze door een zandpomp uit de bakken wordt opgezogen en weg geperst. De vrije doorvaart tussen de schepen bedraagt 8,50 meter en de vrije doorvaarthoogte boven de lastlijn 5 meter. De afmetingen van elke ponton zijn als volgt: Lengte 34 meter, breedte 6,50 meter, holte 2,60 meter. De emmerketting en de zandpomp worden gedreven door een verticale compound machine van 160 pk, terwijl een kleinere machine van 100 pk zal dienen voor het drijven van de water centrifugaalpomp en de transportband. De stoom zal worden geleverd door 2 ketels met een verwarmend oppervlak van 120 m2 werkende bij stoomdruk van 8 atm. Voorts zal er een direct gekoppelde dynamo zijn voor de algemene verlichting.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Maassluis, 28 mei. Het van Amsterdam naar Buenos Aires bestemde Nederlandse stoomschip JASON is met verlies van een anker en ketting als bijlegger de Waterweg binnengelopen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Hardinxveld, 27 mei. Heden werd van de werf van de N.V. Scheepsbouwwerf “De Merwede” v/h Van Vliet & Co. alhier, met goed gevolg te water gelaten een stalen stoomschip No. 118, genaamd BERKELSTROOM, lang 185’-0", breed 23’-0" en hol 14'-6", van het R.Q. dek-type, gebouwd onder special Survey Lloyds 100 A 1, voor rekening van de Hollandsche Stoomboot Maatschappij te Amsterdam.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Delfzijl, 27 mei. Heden vertrok van hier naar Emden om aldaar cokes te laden voor Noorwegen de op de werf van Gebr. Bos te Groningen nieuw gebouwde gaffelschoener MARS, groot 414 m3 netto. Het schip wordt bevaren door (tevens eigenaar) kapt. J.C. v. d. Veen en behoort te Groningen thuis.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Martenshoek, 28 mei. Heden is alhier van de werf van de heer J.W. Boerma te water gelaten een stalen klipperscheepje van plm. 70 ton, genaamd NOOIT VOLMAAKT, voor rekening van en bevaren zullende worden door M. List van Groningen en is terstond de kiel gelegd voor een dito klipperschip van plm. 120 ton, voor rekening van Tj. de Vries, eveneens van Groningen.


31 mei 1915


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Het Nederlandse stoomschip MEGREZ, van Van Nievelt, Goudriaan & Co’s Stoomvaart Maatschappij alhier, heeft op 20 april de bemanning van het Amerikaanse viermastzeilschip R.P. PENDLETON gered. Het journaal van de MEGREZ vermeldt daaromtrent: Op de 30e april te 2.30 nm. zagen wij op 38°44’ N.B. en 38°16’ W.L. een masteloos schip, hetwelk noodseinen toonde. Het was stormweer uit NNW met hoge zee en deining, waarin ons schip, dat in ballast op reis was van Amsterdam naar Newport News, zwaar slingerde en werkte. Wij koersten naar het wrak en bevonden, dat dit was van de Amerikaanse vier-mast schoener R.P. PENDLETON. Het schip was masteloos en geheel ontredderd, slingerde hevig en werd voortdurend door zware zeeën overlopen. De bemanning verkeerde in hachelijke positie en verlangde het schip te verlaten. Wij stoomden langzaam rond het wrak en maakten alles tot redding gereed, manoeuvreerden daarna zo dicht mogelijk te loevert van het wrak en lieten te 5 uur onze bakboord reddingboot te water, vrijwillig bemand en onder bevel van de 1e stuurman E. van Oversteeg, door de matrozen L. van Es, D. Kalsbeek en D. Hendriks. De boot roeide naar de lijzijde van het wrak en slaagde er in de gehele bemanning, zijnde kapitein en 8 man, over te nemen. Wij manoeuvreerden inmiddels dicht naar de lijzijde van het wrak, daarbij ruimschoots olie stortend. Te 5.45 waren allen veilig bij ons aan boord. Wij scheepten onze reddingboot, waarbij deze ten gevolge van het hevige slingeren tegen het schip zwaar beschadigd werd. We waren te 6 uur gereed en vervolgden de reis. (opm: zie ook RN 310515 en RN 131115)


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Delfzijl, 28 mei. Alhier ligt voor vertrek gereed met een lading dakramen met bestemming naar Nyköbing, op het eiland Falster (Denemarken) het op de werf van de heer Luc. Mulder nieuwgebouwde motorschip KARL, groot (netto) 130 m3, kapt. eigenaar H.P. Johansen, van Aerosköbing, Denemarken. Het vaartuig is voorzien van een Kromhout motor van 90 ipk, van de heer Goedkoop te Amsterdam.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

New York, 27 mei. Men is bezig de schade van het stoomschip RIJNDAM onder de waterlijn voorlopig te repareren en pompen in werking te stellen, in de hoop de volledige reparatie te kunnen uitvoeren zonder de lading in de voorruimen te lossen.
29 mei. Het gat onder de waterlijn in het stoomschip RIJNDAM is gedicht. Het water is onder controle en men is bezig de lading uit de achterruimen te lossen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Londen, 28 mei. Het stoomschip LA FLANDRE is 26 dezer van Philadelphia naar Amsterdam vertrokken. De LA FLANDRE keerde 10 mei met aanvaring-schade te Philadelphia terug en repareerde aldaar.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Baltimore, 13 mei. Het Nederlandse stoomschip MEGREZ van Amsterdam alhier binnengekomen, had aan boord 9 man van de schoener R.P. PENDLETON, welk schip 6 april van Norfolk naar St. Michaels, Azoren, vertrokken, de 30e april op 38°40’ N.B. en 38°16’ W.L. door de opvarenden werd verlaten. (opm: zie ook NRC 310515 en RN 131115)


01 juni 1915


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Met de Staats Courant (No. 125) worden verzonden de uitspraken van de Raad voor de Scheepvaart betreffende:
a. Het vergaan van het stoomschip PRINS MAURITS;
b. Het vergaan van het stoomschip OLANDA (betrokkenen J. Piscaer, gezagvoerder en P.G. Weber, 1e machinist).


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. Het zinken van een sleepboot.
Op 30 mei werd door de Raad voortgezet het op 15 mei jl. geschorste onderzoek inzake de aanvaring op 8 april jl. op de Maas tussen het stoomschip TJISONDARI van de Java-China-Japan-Lijn te Amsterdam en de sleepboot ENGINEERING. Als getuige werd nog gehoord de 1e stuurman J.R. Buijs, die verklaarde, dat hij, toen de aanvaring geschiedde, voor op de bak stond met de bootsman en werkvolk. Getuige heeft er niet van kunnen bemerken, dat het schip meer vaart kreeg. Aan stuurboordzijde kwam de ENGINEERING opstomen. Getuige zag, hoe de ENGINEERING overging naar bakboord; de tros stond toen stijf. Hij vermoedt, dat de ENGINEERING voor de BATAVIER wilde uitwijken. Even vóór die aanvaring heeft getuige geroepen: „Stop! Volle kracht achteruit!" Ten slotte werd de bootsman gehoord. De Raad zal later uitspraak doen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 31 mei. Houtvrachten. In bevrachtingszaken van de Oostzee bleef het stil en reders zijn over het algemeen weinig genegen, zelfs tegen de buitengewoon hoge vrachten, welke geboden worden, hun boten voor houtlading van Oostzeehavens af te sluiten. Naar gerapporteerd wordt werd de vorige week o.a. een boot van 800 standaards van Skelleftea naar Londen afgesloten, per juni te laden ad. 95 Sh. per std. Voorts van Hernösand naar Londen tot 90 Sh. en van Gefle naar Hull ad. 65 Sh. per std. Van Archangel per mei te laden werd een grote boot bevracht naar Londen ad. 105 Sh. per std., maar de meeste reders houden aan op 110 Sh.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 31 mei. Vrachten. Over het geheel is de markt vast wat de uitgaande vrachten betreft. Voor de retourreizen gaat er weinig om. De Middellandse Zee-markt is weinig veranderd. In Azië is er weinig vraag. In Canada gaat er iets om in hout. De vraag naar scheepsruimte voor het vervoer van steenkolen is verminderd. De La Plata-markt is weinig veranderd.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Delfzijl, 29 mei. Heden is van hier vertrokken naar Emden, de nieuwe gaffelschoener BOREAS, kapt. eigenaar A. Boerma, om aldaar steenkolen te laden naar Gotenburg. Dit schip is gebouwd op de werf van de heer W. Rubertus te Groningen, en is groot netto 449 m3. (opm: zie NRC 200415)


02 juni 1915


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. De firma Gebr. Van Uden te Rotterdam heeft aan de firma C. v.d. Giessen en Zonen te Krimpen a/d IJssel een stoomschip van 2.200 ton besteld (opm: s.s. ANDERS). Dit voor de algemene vrachtvaart bestemde stoomschip moet juni 1916 worden afgeleverd.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Naamloze Vennootschappen. De Staats Courant No. 126 bevat de akte van oprichting van de naamloze vennootschap:
Stoomboot Onderneming “Telegraaf”, Rotterdam. Kapitaal NLG 76.000, aandelen van NLG 1.000, geplaatst en gestort. Directeur M.D. Klüssener.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 1 juni. Het stoomschip DORDRECHT, van de Stoomvaart Mij. “De Maas” alhier is verkocht naar Noorwegen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 1 juni. Aan de algemene vergadering van aandeelhouders in de Java-China-Japan-Lijn te Amsterdam, zal worden voorgesteld 6 procent (v. j. 8½) dividend uit te keren.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 1 juni. De Nederlandse sleepboten hebben druk werk met het slepen over zee, nu de concurrerende boten van de buitenlandse maatschappijen voor het grootste gedeelte zijn opgelegd. Gisteravond arriveerde de Noorse bark HAWTHORNBANK te IJmuiden, vanaf het Engelse Kanaal gesleept door twee boten van de Sleepdienst L. Smit & Co. te Rotterdam.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 1 juni. Van de werf van de Firma Gebroeders Pot, scheepsbouwmeesters te Bolnes, werd gisteren met goed gevolg te water gelaten het stalen motorschip, genaamd BOELONGAN. Dit schip is gebouwd voor rekening van de Koninklijke Paketvaart Mij. te Amsterdam en heeft de volgende afmetingen: Lengte tussen de loodlijnen 230', grootste breedte 38', holte in de zij tot hoofddek 13', hoogte tot aan het tentdek 20'-3".
Het draagvermogen is 900 ton op 9' diepgang. Het is ingericht voor vervoer van passagiers en goederen voor de kustvaart in Nederlands-Indië en is verder gebouwd onder toezicht van het Ingenieursbureau voor Scheepsbouw van de heer M.A. Cornelissen te Amsterdam en Bureau Veritas.
De voortstuwing zal geschieden door een Dieselmotor installatie van 650 ipk, geleverd door Werkspoor te Amsterdam.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 1 juni. Hr.Ms. pantserschip HEEMSKERCK, onder bevel van de kapitein ter zee E. Coenen, is van Willemstad (Curacao) vertrokken met bestemming naar Newport-News (Verenigde Staten van Amerika).


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Delfzijl, 31 mei. Het motorschip KARL kapt. Johansen, 29 mei jl. van hier vertrokken met een lading dakpannen met bestemming Nyköbing (Falster), is gisteren alhier uit het Ranselgat teruggekeerd met defecte motor (luchtpomp). De luchtpomp zal door een monteur van de werf Kromhout te Amsterdam worden gerepareerd.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Amsterdam, 31 mei. Het Nederlandse stoomschip TRITON is in brandende toestand bij Deal op het strand gezet. Men vermoedt, dat het getorpedeerd of op een mijn gelopen is. Sleepboten zijn ter assistentie vertrokken.
De TRITON behoort aan de Koninklijke Nederlandsche Stoomboot Maatschappij te Amsterdam, is in 1913 te Port Glasgow gebouwd en meet 1.883 ton bruto. Op 29 mei is het schip van Amsterdam naar Lissabon vertrokken.
1 juni. Volgens bij de directie van de Kon. Nederl. Stb. Mij. alhier ontvangen telegram van de kapitein van de TRITON woedt er brand in de machinekamer. Er zijn boten van een bergingsmaatschappij langszij om het vuur te doven. De reis zal zo spoedig mogelijk worden voortgezet. Hieruit blijkt dat er van torpedering of het lopen op een mijn geen sprake is.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Het stalen stoomschip DORDRECHT van de Stoomvaart Mij. „De Maas" in 1899 gebouwd bij de scheepswerf v/h Jan Smit Czn. te Alblasserdam, is door de makelaar Arie Schippers naar Noorwegen verkocht.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Aanhoudingen. De POTSDAM is thans door de Engelsen vrijgelaten en wordt vanmiddag met tij alhier verwacht. Nu schijnt toch weer het aanhouden van onze schepen op groter schaal dan in de laatste tijd het geval was, te beginnen. Immers de NOORDAM is nog in onderzoek, doch de pas uitgevaren NIEUW AMSTERDAM is óók aangehouden! Het was heel in het begin van de oorlog, dat de Engelsen ook onze uitgaande schepen lastig vielen. Na een vertoog van onze Regering gingen zij zich daaraan niet meer te buiten. Beduidt de aanhouding van de NIEUW AMSTERDAM weer nieuwe moeilijkheden?


03 juni 1915


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Amsterdam, 1 juni. Volgens van de gezagvoerder uit Deal ontvangen bericht ligt het stoomschip TRITON in 4 vaam water geankerd en werd men de brand meester door het achterruim vol water te zetten. Zekerheidshalve zal men het water 24 uur in het schip laten staan. Weersgesteldheid goed.
Volgens een uit Londen ontvangen Reuter telegram meldde Lloyd uit Deal: De brand aan boord van de Hollandse stomer TRITON is geblust. De schade blijkt aanzienlijk te zijn. Bij vloed hoopt men de boot vlot te krijgen. De Times meldt omtrent de brand in de TRITON nog het volgende: Vroeg in de morgen van maandag zag men aan de kust, dat er brand aan boord was van het Nederlandse stoomschip TRITON, dat in de Gullstroom bij Deal, nabij de Goodwin Sands, op 4½ mijl van de kust voor anker lag. Vlammen en rook stegen door het dek op en sloegen boven de schoorstenen uit en laaiden het want in. Verschillende stoomschepen, die voor anker lagen, stoomden naar de TRITON toe en een aantal zeelieden ging aan boord om bij het blussingswerk behulpzaam te zijn.
De rook was zó dicht, dat sommigen van deze zeelieden bijna stikten en het blussingswerk enige tijd moest worden gestaakt. Grote hoeveelheden water werden in het ruim gelaten, maar het schip begon angstwekkend naar stuurboord over te hellen en het leek of het zou zinken. Het schip werd daarom bij noord Deal op het strand gezet, tegenover het Sandown Castle. De TRITON heeft ernstige schade gekregen. Honderden staan aan de kust de brand gade te slaan.
2 juni. Een telegram van de Hammond Co. uit Dover meldt dat de TRITON thans te Deal aan de wal is gebracht en dat vertegenwoordigers aan boord zijn. De havensleepboot LADY CRUNDALL uit Dover heeft hulp verleend. Er werd geen akkoord gemaakt.


04 juni 1915


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Met de Staats Courant (No. 128) wordt verzonden de uitspraak van de Raad voor de Scheepvaart betreffende de brand, ontstaan in de lading van het stoomschip JASON.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Beloning aan de redders van de CHESTER.
Bij Koninklijk Besluit van 31 mei is toegekend, als blijk van goedkeuring en tevredenheid:
De gouden erepenning voor menslievend hulpbetoon en een loffelijk getuigschrift aan A. Mils, kapitein van het Amerikaanse stoomschip PHILADELPHIA, wegens zijn leiding bij het redden van de opvarenden van het stoomschip CHESTER in de Noord-Atlantische Oceaan, op 4 februari 1915, de zilveren erepenning voor menslievend hulpbetoon en een loffelijk getuigschrift aan:
H. Candy, C. Croutier, W. Bordensen, C. Martine, J. O’ Shea, A. Templeton, C. WiIson, T. Lyons, R Chisholm, L’ Long, H. Quigley, L. Petersen, A. Perion, O. Van Gordon, leden van de bemanning van het Amerikaanse stoomschip PHILADELPHIA, wegens de door hen met levensgevaar volbrachte redding van de opvarenden van bovengenoemd stoomschip.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Het mijnengevaar. Sedert de vorige opgave zijn in mei jl. benoorden Den Helder 12 mijnen vernietigd en 1 mijn in de grond geboord. Het waren 7 Engelse en 6 Duitse mijnen. Tussen Den Helder en Hoek van Holland werden in die maand geen mijnen aangetroffen. Bezuiden Hoek van Holland werden 3 Duitse mijnen onschadelijk gemaakt.
Het totaal van de sedert het uitbreken van de oorlog op de Nederlandse kust aangetroffen mijnen is hierdoor op 539 gekomen, waarvan 298 Engelse, 54 Franse, 41 Duitse en 146 waarvan de afkomst niet is vastgesteld kunnen worden.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Het te Newcastle voor Wambersie & Zoon’s Algemeene Stoomvaart Maatschappij te Rotterdam gereed gekomen stoomschip VAN STIRUM is door de Engelse admiraliteit overgenomen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Een geredde Nederlander van de LUSITANIA. Tot de geredden van de LUSITANIA behoort ook de heer Van Hoeke, vroeger woonachtig te Vlissingen. Sedert vijf jaren vaart hij als eerste hofmeester bij de Cunard-Line, waarvan de laatste twee jaren op de LUSITANIA. Aan een brief, die de heer Van Hoeke na zijn redding aan zijn familie te Vlissingen zond, wordt door de Zeeuwse correspondent van het dagblad “De Amsterdammer" het volgende ontleend: „Ik was in de eerst klas eetsalon bezig mijn 2 laatste passagiers te bedienen, toen wij een krakend geluid hoorden en een paar ogenblikken daarna rilde en beefde het schip, evenals iemand heeft, die een rilling krijgt van koude. Ik liet wat ik in mijn handen had op tafel vallen en ging langs de kortste weg het dek op, dat was natuurlijk niet langs de trappen, maar langs de zijde van het schip. De trappen waren vol met passagiers. Op het dek komende hoorde ik, dat het schip getorpedeerd was en het begon al te zinken en over te liggen aan stuurboordzijde. Ik ging toen naar beneden om een zwemvest, daar er genoeg tijd voor was, bracht een rek met 6 er op aan het achterdek en deed vijf zwemvesten aan bij vrouwen en kinderen en een voor mijzelf. Toen waren er een 500 man aan het achterbootdek en een steward die ik kende, was bezig met een groot hakmes, zoals ze in de roeiboten zijn, kasten open te breken aan het dek, om naar zwemvesten te zoeken, maar daar waren lampen, lucifers en vaten water in, voor de boten. Maar nu kreeg ik een goed idee. Ik vroeg om het hakmes en ik kapte de boten los, die aan het dek vast waren met touwen. Want die boten zijn collapsible-boten en het schip lag zo over, dat die boten niet te water konden gelaten werden. Na die losgekapt te hebben, staken wij beiden een sigaret op en hielden ons vast aan de achterbrug, het hoogste gedeelte van het achterbootdek.
In plm. 10 minuten was het voorschip weggezonken, maar dat was erg langzaam gegaan. Doch nu ging het vlugger en in 5 minuten tijds was de brug onder water en de kapitein en de stafkapitein van de brug gewassen. In de volgende 3 minuten was het schip gezonken en daar kan ik weinig van vertellen, want het schip stond rechtop in het water met het achterschip in de lucht, precies als je platen ziet van de TITANIC en ik had mijn werk en mijn macht nodig, om mij aan het achterdek vast te houden, want ik hing daar aan als aan een ladder; alleen kan ik zeggen, dat ik de voorste schoorsteen tegen de tweede zag vallen, om daarna beide in zee te vallen; de derde vloog in de lucht. Toen een krakend geluid van de boten, die wij los gekapt hadden en die in het water rolden. En ik voelde een klap op mijn hoofd en weet verder niets meer. Toen ik tot mijzelf kwam, lag ik in het water, dicht bij die boten, die los gekapt waren en zwom er naar toe, klom er op, want ze waren alle drie omgekeerd en ik bemerkte, dat ik van onder tot boven met bloed zat. Er waren verscheidenen rond die boten en de fruitman riep: „Geef eens een handje”. Ik trok hem op de boot. Ik had een natte zakdoek in mijn zak, die hij rond mijn hoofd bond, er waren 3 gaten in. Toen gingen we aan het redden en al bleef ik bloeden en verzwakte ik, door de drukte merkte ik het niet erg op, want in 10 minuten hadden we de 3 boten vastgebonden aan elkaar en een 20 vrouwen en kinderen op de boten getrokken. Natuurlijk, iedereen, die nog macht en wind in zich had, hielp daaraan mee. Toen wij alles rond ons uit het water gehaald hadden, waren er tussen 70 of 80 mensen op die drie boten. Ondertussen had nog een andere steward een zakdoek rond mijn hoofd gebonden en hield het op met bloeden. Wij waren, na drie uren rondgedreven te hebben, opgepikt door een torpedo-destroyer en stoomtrawlers en 2½ uur daarna in Queenstown geland, waar we onder doktersbehandeling kwamen, gekleed werden en in hotels te slapen gelegd. Wij kregen het beste van alles, werden liefderijk verzorgd, telegrammen werden gratis verzonden en toen we zondagmorgen om 6 uur in Liverpool aankwamen, werden wij met taxi's naar huis gebracht".


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Deal, 1 juni. Twee huidplaten van het stoomschip TRITON zijn gedeukt. (staan bol). het machinekamer reparatieschot laat water door, stuurboords-lenspijp is verbrand en de dynamo en proviandruimen zijn uitgebrand.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam. Het is heel stil in de haven. In het laatste etmaal kwamen binnen uit zee 14 schepen, met inbegrip van de 2, die wij, als gistermiddag gearriveerd, nog konden vermelden. Onder de 14 zijn de STRATHBLANC van New York en de CAMBRIAN KING van Newport News, beide met levensmiddelen voor de Belgen; voorts, de CONSTANCE CATHERINA van Sunderland met steenkolen en de TOSCA van Londen met levensmiddelen.
Van de in de Duins door de Engelsen vastgehouden schepen, zijn eindelijk losgelaten de NOORDAM van de Holland Amerika Lijn, die aan de Hoek van Holland is aangekomen en vanavond met tij hier verwacht wordt en de NIEUW AMSTERDAM van dezelfde rederij, die de vorige vrijdag uitgevaren, eindelijk de reis naar New York gisteren heeft kunnen voortzetten. In de Duins nog de ANDIJK en de OOSTENRIJK. De Engelsen kunnen er nog niet van scheiden.


05 juni 1915


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Amsterdam, 4 juni. Het stoomschip TRITON van de Kon. Ned. Stoomboot Mij., dat in het Engels Kanaal brand aan boord heeft gehad is heden hier teruggekeerd ter reparatie.
Later bericht. Te ongeveer half een hedenmiddag kwam het stoomschip TRITON, gesleept door de sleepboot LIJSTER aan de IJ-kade aan, waar het schip werd gemeerd. Een van de officieren van het schip deelde mee, dat de brand was ontstaan ten gevolge van het omvallen van een lamp in de nabijheid van een grote hoeveelheid olie (ongeveer 800 liter) in de machinekamer, vanwaar het vuur zich aan het achterruim meedeelde.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Delfzijl, 3 juni. Het in 1913 op Rottumeroog gestrande Noorse zeilschip AMAZONE beladen met bewerkt hout, bestemd naar Melbourne (Australië), waarvan een massa van de lading met tjalken alhier, in het vorig jaar is aangebracht en publiek verkocht, ligt thans geheel op zij en zinkt steeds dieper in de daar zijnde zandgrond weg. Het wrak met de nog inhebbende lading is thans verkocht aan de heren Groenewold en Kunst alhier, die zullen trachten in de zijde een opening te maken, om aldus de zich nog in het schip bevindende lading te bergen, hier op te slaan en later publiek te verkopen. Met de werkzaamheden zal spoedig bij gunstig weer aangevangen worden. De sleepboot NOVA ZEMBLA en de tjalk REHOBOTH zijn voor dit doel aangenomen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

New York, 1 juni. 75.000 Bushels mais van het stoomschip RIJNDAM zijn zwaar beschadigd. De ruimen No. 5 en 6 worden thans gelost. Zo mogelijk zal het stoomschip drijvende repareren. Op het ogenblik is het onmogelijk de gehele omvang van de schade aan de lading of om de kosten van repareren op te geven.


06 juni 1915


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

IJmuiden, 5 juni. Het aakschip MARIA ADRIANA uit Groningen, kwam heden van Londen, met een lading gebroken glas, hier binnen als bijlegger, daar het schip schade aan het want en aan de verschansing had. Het gaat thans binnendoor naar de bestemming Leerdam.


07 juni 1915


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Delfzijl, 4 juni. Het bij de Gebr. de Jong & Co. te Groningen van staal gebouwde motorschip CSARDAS, kapt. L. Hilmann, zijnde 692,50 bruto of 346,12 netto voorzien van een uit Zweden ontvangen Bolinder motor van 160 ipk, heeft heden alhier op de Eems proef gestoomd en in alle opzichten ruimschoots voldaan. Het zal hier nog 10 ton machineolie ontvangen, tevens ook kompassen regelen, daarna onder Noorse vlag en bemanning naar Emden vertrekken, aldaar cokeslading innemen bestemd naar Trondheim alwaar het thuis behoort.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

New York, 2 juni. De 75.000 bushels beschadigd graan zijn uit het stoomschip RIJNDAM gelost en worden gedroogd. Nu is er besloten, dat het stoomschip drijvende kan repareren.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Amsterdam, 4 juni. Nader wordt nog gemeld omtrent de brand in het stoomschip TRITON:
Bij de ingang van het Nauw van Calais werd 31 mei ‘s ochtends om 06.45 op zee brand gerapporteerd in de machinekamer. Gewapend met rookmaskers trachtte men de brand, die achter de dynamo's bij de olietanks woedde, met behulp van extincteurs te blussen. Het vuur breidde zich echter onmiddellijk met grote snelheid uit, daar de grond geheel met olie gedrenkt was. Aan een 3-tal Engelse oorlogsvaartuigen, die zich in de nabijheid bevonden, werd om hulp geseind. Onmiddellijk snelden deze schepen toe en zetten een groot aantal manschappen en blusmateriaal over. Dankzij het kranig optreden van de Engelse officieren en de manschappen mocht het na zwaar werken gelukken de brand in de machinekamer om omstreeks 8 uur in de morgen te blussen. Doch intussen was gerapporteerd dat rook kwam uit de luiken IV en V en dat uit de voorkant van het achterruim eveneens zware rookwolken opstegen. Daar men niet wist, waar het vuur toen woedde, werd met 5 slangen water in het onderruim gespoten, doch spoedig bleek dat deze brand met het ten dienste staande materiaal niet was te blussen. Geseind werd daarom voor een z.g. bergingsboot, en spoedig was de Dover-fireboat ter plaatse. Daar de machines intact waren gebleven, werd onder geleide van een loods naar de wal gestoomd. Om 12.45 werd de TRITON toen met hulp van de bergingsboot op het strand gezet. In de namiddag werd het achterruim volgepompt en zat de TRITON met het achterschip aan de grond. Des nachts werd het water weer uit het ruim gepompt, zodat men reeds de volgende morgen onder eigen stoom kon vertrekken.
Wat de schade betreft, deze is zeer groot, doch nog niet met zekerheid op te geven. De lading bestond uit stukgoederen voor Lissabon. De dynamo voor licht en beweegkracht is door de brand geheel onbruikbaar geworden; de ijzeren tussendekken zijn kromgetrokken.


08 juni 1915


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Aanmonstering NOORDAM. Naar de N.R.C. verneemt, hebben ook gistermorgen de stokers en tremmers van de NOORDAM niet opnieuw willen aanmonsteren.
De directie van de Holland-Amerika Lijn is echter niettemin niet bereid, enige verandering in de gages te brengen. Zij grondt dit besluit op de volgende overwegingen:
1. De thans geldende gages zijn de hoogste, die op het ogenblik op enig Nederlands schip worden genoten.
2. Buitendien wordt sedert ongeveer 1 febr. een extra-loon van 15% uitgekeerd, als vergoeding voor het bijzonder risico wegens oorlogsgevaar.
3. Daarenboven wordt op de dagen, dat de schepen hier aan de wal liggen, 80 cent per dag uitgekeerd als vergoeding voor voeding.
4. Alles bijeen bestaat door een en ander de netto-verdienste van de stokers uit NLG 68 à NLG 70 per maand.
De directie meent dus, dat er, vooral nu in februari nog de bovenvermelde 15% aan het loon werd toegevoegd, voor enige nieuwe verhoging geen aanleiding is hoegenaamd.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Londen, 6 juni. Het Nederlandse stoomschip NOORD-HOLLAND, passeerde Spurn Head en signaleerde, dat het in aanvaring was geweest. De NOORD-HOLLAND kwam van Londen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 7 juni. De kapitein van het Nederlandse stoomschip TABANAN, gisteren van Java alhier gearriveerd, rapporteert de 28e mei de Nederlandse motorschoener TWEE AMT gepasseerd te zijn op de hoogte van Malta, koersende om de oost. Verzocht gerapporteerd te worden.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Bolnes, 5 juni. Heden had de overneming plaats van de stoomwerktuigen, geplaatst aan boord van LOODSBOOT No. 12, welke installatie door de firma Boele en Pot alhier voor rekening van het Departement van Marine is vervaardigd. Op de vier-uurs volle kracht proef werden ruim elf mijl met 530 ipk bereikt De afmetingen van het schip, het laatste stoomschip door de Marinewerf te Amsterdam afgeleverd, zijn: Lengte tussen loodlijnen 39,50, breedte op groot spant 7,30 en diepgang voor en achter 2,70 resp. 4 meter, waterverplaatsing 460 ton.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Bommen bij een Nederlands schip geworpen.
Te Vlissingen is binnengekomen de mailboot PRINSES JULIANA. Vrijdagavond 12 uur, toen de boot in Tilbury Docks lag en de meeste passagiers zich reeds aan boord bevonden (onder wie 60 Duitse vrouwen en kinderen), zijn uit een Duits vliegtuig, dat van Gravesend kwam, 5 bommen nabij de mailboot geworpen. Vier ontploften, terwijl één, die niet ontplofte, slechts 10 meter van de uitkijk in het water viel. Schade werd niet aangericht, doch onder de passagiers ontstond grote consternatie. Velen vielen flauw en moesten worden bijgebracht.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De aanvaring van de RIJNDAM.
Aan de New York Herald ontlenen wij de volgende bijzonderheden omtrent de reeds vroeger gemelde aanvaring van het stoomschip RIJNDAM van de Holland Amerika Lijn door het Noorse stoomschip JOSEPH J. CUNEO. Met een gat, van omstreeks 5 voet in het vierkant aan bakboordzij kwam de RIJNDAM in Zuid-Brooklyn aan, 18 uur nadat zij was aangevaren door de JOSEPH J. CUNEO, van de Cuneo Handel Maatschappij te Christiania.
De aanvaring had plaats 15 mijlen van het Nantucket Iichtschip, omstreeks 4 uur in de morgen en beide schepen werden zwaar beschadigd. De RIJNDAM vervoerde 77 passagiers en had een bemanning van 160 koppen. Toen de aanvaring was gebeurd, verzond kapt. Van den Heuvel draadloze verzoeken om hulp. De oorlogsschepen SOUTH CAROLINA, LOUISIANA en TEXAS beantwoordden onmiddellijk dat verzoek en 3 uren later was de SOUTH CAROLINA op de plaats van het ongeluk. In de wedstrijd van de Amerikaanse schepen om de RIJNDAM te bereiken, haalde de SOUTH CAROLINA een snelheid van 19½ zeemijl per uur, wat, naar geconstateerd werd, de snelheid op haar proefvaart nog overtrof.
De aanvaring had plaats gehad in een dikke mist. De JOSEPH J. CUNEO had de RIJNDAM midscheeps getroffen. Toen zij achterwaarts stoomde, drong het water in het schip. De boeg van de JOSEPH J. CUNEO was ingedrukt en ook dit schip had ernstige averij.


09 juni 1915


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 8 juni. De Duitse bladen bevatten gespecificeerde lijsten (naam, tonnen inhoud, vlag en datum) van de schepen, welke vanaf 18 febr. (het afkondigen van de duikbootoorlog) tot 18 mei zijn verloren gegaan. Het zijn in totaal 111 schepen, waarvan 102 Engelse, 7 Franse en 2 Russische, met tezamen ongeveer 287.000 ton inhoud. Boven de 5.000 ton zijn daarvan de stoomschepen HARPALION, DURHAM CASTLE, HARPALYCE, WAYFARER, CANDIDATE, LUSITANIA en GLENARTNEY met tezamen 77.000 ton.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 8 juni. Het stoomschip ZEVENBERGEN dat aan de firma Gebr. Van Uden werd verkocht, heeft heden onder de naam VEERHAVEN onze haven verlaten.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 8 juni. Door Bureau Wijsmuller's Sleep- en Transportvaart Mij. te ‘s-Gravenhage, werden dezer dagen 3 nieuw gebouwde zeesleepboten aangekocht van respect. 800, 300 en 200 ipk, welke onder de namen ZEELAND, DE RUYTER en TROMP in de vaart zullen worden gebracht. De ZEELAND is een zusterschip van de voor bovengenoemde Maatschappij varende zeesleepboot FRIESLAND, met afmetingen van 36,80 x 7,30 x 3,85 meter en is voorzien van machines volgens het triple-compound systeem met cilinders van 15 x 24 x 41 Eng. duim, bij een slag van 24 Eng. duim. Deze boot, met een totale bunkerruimte van 200 ton, zal eveneens in de dienst van de Maatschappij voor de grote zeesleepvaart worden opgenomen, terwijl de beide andere boten DE RUYTER en TROMP meer zullen dienen voor het kleinere sleepvaartbedrijf op de Noordzee en aangrenzende vaarwaters. Terloops zij nog opgemerkt, dat de zeesleepboot HOLLAND na op 23 september van het vorige jaar een drijvende kraan te Odessa te hebben afgeleverd, sinds de sluiting van de Dardanellen op 26 september daar op volgend, in de Zwarte Zee ligt opgesloten.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Arnhem, 5 juni. Hedenmiddag werd met goed gevolg van de werf van de Arnhemsche Stoomsleephelling Maatschappij, te water gelaten het passagiers- en goederenstoomschip DIR.GEN. JHR. VAN GEUSAU. Het schip is lang 32,70 meter, breed 8,50 meter, hol 2,70 meter en wordt voorzien van een diagonale triple-expansie machine van 200 ipk, terwijl stoom wordt geleverd door een stalen scheepsketel van 75 vierk. meter verwarmd oppervlak en 14 atm. stoomdruk. Het vaartuig is geheel gebouwd onder speciaal toezicht van Bureau Veritas voor hoogste klasse kleine kustvaart, voor rekening van de Kamper Stoomvaart Mij. te Kampen, voor de postdienst Kampen-Urk-Enkhuizen en omgekeerd.
Direct na het te water lopen werd de kiel gelegd voor een stoom-drifter, te bouwen voor rekening van de Visscherij Mij. Praxis te IJmuiden, afmeting 93’-6" x 19'-8” x 9’-10", met vert. triple-expansie machine met opp. cond. Cilinders van 10" - 16" - 26” x 18” slag en een stoomketel van 900 vierk. voet verwarmd oppervlak en 180 Ibs. druk. Het vaartuig zal worden gebouwd onder speciaal toezicht van Lloyds Register of British & Foreign Shipping en zal ook gebezigd worden voor de trawlvisserij.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Te water gelaten. Rotterdam, 8 juni. Heden werd van de werf van de Rotterdamsche Droogdok Maatschappij met goed gevolg te water gelaten het schroefstoomschip PROCYON, in aanbouw voor Van Nievelt, Goudriaan & Co's Stoomvaart Mij. Het schip heeft een laadvermogen van 6.000 ton en zal door de Droogdok Maatschappij voorzien worden van machines, waarmee een vaarsnelheid van 10 mijl zal worden bereikt. De gebruikelijke ceremonies werden verricht door mevrouw Van Nievelt.
Onmiddellijk na deze tewaterlating wordt de helling wederom gereed gemaakt voor het leggen van een kiel voor een dito schip voor dezelfde reders, terwijl bovendien op 3 daarnaast gelegen hellingen nog 3 schepen eveneens voor deze reders in aanbouw zijn.
Deze gehele serie schepen voor Van Nievelt, Goudriaan & Co's Stoomvaart Maatschappij, zal indien de omstandigheden dit toestaan in de loop van dit jaar nog te water gelaten worden.


10 juni 1915


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Schip gezonken. Batavia, 9 juni. (Reuter.) Het Engelse stoomschip ZWEENA is gezonken in de Straat van Madoera. Vijf man van de equipage en 11 passagiers zijn verdronken, de rest is gered door een Nederlandse torpedoboot.
(Het stoomschip ZWEENA, groot 1.470 br. ton, gebouwd in 1889, behoorde aan de Heap Eng. Moh. S.S. Co. Ltd., te Singapore. Red.)


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Zeeliedenstaking. De staking van de stokers en tremmers van het stoomschip NOORDAM van de Holland Amerika Lijn, die zich aanvankelijk ook had uitgebreid tot hetzelfde personeel van de POTSDAM, SLOTERDIJK en de OOSTDIJK, is geëindigd zonder tot enig resultaat te hebben geleid. De directie weigerde aan de eisen van de stakers gehoor te geven, waarna zij allen op de oude voorwaarden hebben gemonsterd. De NOORDAM is dinsdag op tijd kunnen vertrekken.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 9 juni. De sleepboot SCHELDE is 2 juni van Rio de Janeiro te Vigo aangekomen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 9 juni. Het stoomschip NOORD-HOLLAND is te Goole aangekomen met schade door aanvaring.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Delfzijl, 8 juni. Gisteren is de sleepboot NOVA ZEMBLA en het tjalkschip REHOBOTH met materiaal naar de gestrande AMAZONE vertrokken. Heden zal het tjalkschip EEMS, kapt. De Boer, ook nog derwaarts vertrekken, zodat de werkzaamheden, begunstigd door het mooie weer, heden kunnen aanvangen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Londen, 5 juni. Volgens rapport heeft het van Blyth gekomen stoomschip ZUID-HOLLAND 3 juni NNW van het „Wreck lightship of Cromer", afstand ½ mijl op een onder water bevindend voorwerp gestoten.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Singapore, 7 mei. Een lichter van de Singkeps Tin Company Lim., met twee stoomketels met toebehoren ex. stoomschip KARIMOEN is 27 april, tijdens een zware bui, terwijl hij van Singapore naar Singkep werd gesleept, ongeveer 2½ mijl van Kaap Tandjong Datoh gezonken.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

(opm: zie ook RN 090615)


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Nederlandsche Scheepsbouw Maatschappij te Amsterdam.
Aan het verslag over 1914 ontlenen wij het volgende: Wij waren in 1914, zegt de directie, ruimschoots voorzien van werk en moesten, wegens het voortdurend bezet zijn van de beschikbare hellingen, afzien van aanbieding voor vele aanvragen, die van binnen- en buitenland tot ons kwamen. Wegens het afsluiten van enkele bouwcontracten waarbij lange tijd van uitvoering kon bedongen worden, zijn wij ook voor het ingetreden jaar verzekerd van voldoende werkzaamheden.
De plannen voor de reeds vroeger vermelde, nieuwe inrichting zijn in studie, maar de uitvoering zal, wil zij geen stoornis veroorzaken in de geregelde voortgang van het bedrijf, uit de aard van de zaak langzaam plaats moeten hebben; er zullen een aantal jaren verlopen aleer het nieuwe terrein geheel betrokken zal zijn.
Van het op de balans en winst- en verliesrekening voorkomend bruto winstcijfer ad NLG 333.518, wordt een versterking van het ondersteuningsfonds van NLG 25.000 en voor afschrijvingen op gebouwen en werf inrichtingen en gereedschappen enz. NLG 65.497 bestemd. Na uitkering van 5% over het geplaatste kapitaal aan aandeelhouders bedragende NLG 50.000 en uitkeringen volgens art. 18 van de statuten, bedragende NLG 48.255, tezamen NLG 98.265, blijft een bedrag over groot NLG 144.766. Van dit bedrag wordt NLG 100.000 bestemd voor toevoeging aan het extra afschrijvingsfonds; versterking van deze reserve nodig zijnde in verband met de voorgenomen verplaatsing van de werf.
Het bedrag aan aandeelhouders uit te keren wordt dan verhoogd met NLG 40.000 waardoor het uit te keren dividend op 9% wordt gebracht.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Een nieuw schip. De directie van de Stoomvaart Mij. „Nederland" te Amsterdam heeft, ter versterking van haar vloot, bij de Maatschappij voor Scheeps- en Werktuigbouw „Fijenoord" alhier een nieuw schip in aanbouw gegeven. De afmetingen zijn: Lengte 420 voet, breedte 54 voet 6 duim, holte 28 voet. Het schip zal voorzien zijn van 4 cilindrische ketels, de machine wordt gedreven door 3 cilinders resp. 28, 46 en 77 duim diameter met een slag van 54 duim. Het schip zal een deadweight capacity hebben van plm. 10.000 ton.


12 juni 1915


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Java-China-Japan-Lijn. Aan het jaarverslag over 1914 is het volgende ontleend: Aan het contract met de Regering werd ten volle voldaan; er werden 17 reizen op de China-lijn en 15 reizen op de Japan-lijn gemaakt, terwijl er nog talrijke reizen buiten contract volbracht werden in de vaart tussen Ned.-Indië, Saigon en Hong Kong. Door de oorlog werd de handel in het verre Oosten zeer gedrukt. Op het door ons bevaren gebied was ruimschoots scheepsruimte beschikbaar, zodat wij aan scherpe mededinging het hoofd hadden te bieden en het niet mogelijk was, de belangrijk stijgende exploitatiekosten te doen opwegen door een evenredige verhoging van de vrachtprijzen.
Het stoomschip TJIKEMBANG, hetwelk op 18 juli 1914 met goed gevolg proef stoomde, vertrok de 28e juli van Amsterdam naar Java. Een lonend uitgaand charter was niet te krijgen en het schip ging in ballast. Het kwam 30 augustus te Batavia aan en begon zijn eerste reis op de China-lijn op 1 september d.a.v.
Ten gevolge van de oorlogstoestand moest de oplevering van het zusterschip TJISONDARI tot 8 april 1915 worden uitgesteld. De afschrijvingen op de schepen en de bezittingen van de Maatschappij werden ruim genomen. De „Assurantie eigen risico” laat een verlies van NLG 9.762,56 zien, waarmee het „Assurantie reservefonds" werd verminderd, terwijl NLG 57.937,91 moet worden gereserveerd voor onafgedane schaden.
Melding wordt gemaakt van het verlies van het stoomschip TJIMAHI, dat op 14 mei op de Paracels is gebleven, de opvarenden werden allen behouden te Hong Kong teruggebracht. De winst laat een uitkering toe van 6% van het thans geplaatste kapitaal. Van het overblijvende komt ten goede aan de Staat der Nederlanden NLG 55.555, aan het reservefonds, ingevolge art. 27 sub. 4 van de statuten NLG 8.333, aan tantièmes NLG 30.000, aan bedrijfsbelasting NLG 13.355, latende een onverdeeld saldo op nieuwe rekening over te dragen van NLG 5.490.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 11 juni. Te Raamsdonkveer is van de scheepswerf van de firma D.P. van Suylekom en Zn., een sleepkaan, groot 450 ton, voor Hollandse rekening te water gelaten.


13 juni 1915


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Op de JAN PIETERSZOON COEN.
„Ziet ende considereert, wat een goede couragie vermag."
Hoog boven de sluizen stak zij uit, de grootste mailboot die tot nog toe in Nederland gebouwd is. En van uit de verte kon men ook reeds de rood-wit-blauwe oranje-omrande vlag, die op de boeg prijkte, zien naast de naam in grote letters op de boorden geschilderd: “JAN PIETERSZOON COEN”.
In september zal de “COEN” de eerste reis doen naar het land, vanwaar de peet van het schip in de 17e eeuw schreef aan de bewindhebbers van de Oost-Indische Compagnie: “Ziet ende considereert, wat een goede couragie vermag."
Wat de Nederlandse ondernemingsgeest in de 20e eeuw vermag, zagen de vele gasten van de Stoomvaart Maatschappij “Nederland”, die zaterdag (opm: 12 juni) de proeftocht van deze reuzen stomer meemaakten. Het was een hele stoet, die in de morgenuren door het plaatsje IJmuiden trok naar de grote sluizen, waar de J.P. COEN gereed lag om zijn proeftocht te beginnen. Hoog in de lucht, op de commandobrug van de twee-pijper, stond de kapitein H.G.J. Uylkens met de loods en enige officieren. Bij de valreep ontving een van de directeuren van de Nederland, de heer Jonckheer, zijn gasten.
Verscheidene autoriteiten en genodigden woonden de proeftocht van de J.P. COEN bij. Zo zagen wij op de verschillende dekken en in de salons van de mailboot: De Minister van Koloniën mr. Th.B. Pleyte, de Minister van Marine de heer J.J. Rambonnet, de Minister van Financiën mr. M.W.F. Treub, de Minister van Landbouw, Nijverheid en Handel de heer F.E. Posthuma, voorts de heren J.W.C. Tellegen, burgemeester van Amsterdam, C.J.K. van Aalst, president van de Nederlandsche Handelmaatschappij, oud-minister J.T. Cremer, staatsraad prof. mr. D. Josephus Jitta, de wethouders van Amsterdam W.H. VIiegen en F.M. Wibaut, Th.M. Ketelaar, lid van Gedeputeerde Staten, jhr. Alting van Geusau, directeur-generaal van de posterijen en telegrafie, L. Roosenburg, directeur van het Meteorologisch Instituut, alhier, mr. A.J. Cnoop Koopmans, voorzitter van de Raad voor de Scheepvaart, H. Sluiter, inspecteur van de scheepvaart, S. Fenenga, gedelegeerd commissaris van de Amsterdamsche Droogdok Maatschappij, C.G. Vattier Kraane, directeur van de N.V. „Vriesseveem", vice-admiraal G.F. Tydeman, commandant van de Marine te Amsterdam, J.H. Hummel, directeur van de Koninklijke Paketvaart Maatschappij, J. Wilmink, directeur van de „Kon. Hollandsche Lloyd", C.M. van Rijn, directeur van de Kon. West-Indische Maildienst, B. Nierstrasz, directeur van de „Hollandsche Stoomboot Maatschappij” en mr. G.M. den Tex, directeur van de Surinaamsche Bank. Ook waren op deze proeftocht tegenwoordig de heer J. Muysken, directeur van de Ned. Fabriek van Werktuigen en Spoorwegmaterieel, D. Goedkoop, directeur van de Ned. Scheepsbouw Maatschappij. C. Kloos, hoofdingenieur van de Nederlandsche Fabriek, C. Penning, hoofdingenieur van de Ned. Scheepsbouw Maatschappij. Van de Maatschappij „Nederland” zagen wij o.m. de president-commissaris G.A. baron Tindal, de commissarissen jhr. L.P.D. Op ten Noort en H. Hissink met de directeuren de heren J.B.A. Jonckheer en W.H.J. Oderwald. Nog merkten wij op de heren H.C. Rehbock, N.H. ter Kuile, C.F. Stork en A. Heldring. Ook een aantal dames, onder wie de echtgenoten van de ministers en mevrouw Tellegen-Fock maakten de spelevaart over de rustige zee mee.
Ruim 10 uur, nadat de valreep ingehaald was, klonken over het dek de fluitjes van gezagvoerder en officieren en het gerinkel van de machine-telegraaf. Langzaam bewoog de kolos zich uit de sluizen, voorafgegaan door de bekende IJmuidense sleepboot CYCLOOP. En toen wij zo langzaam aan de pieren naderden, waar buiten de kalme zee in het zonlicht flikkerde, dachten wij aan een vorige proeftocht van een van de grote “Nederland"-boten, waarop het hagelde en stormde — dachten wij ook aan de kalme dagen, toen nog geen schildwachten bij de sluizen stonden, toen nog geen sterke fortbezetting bij de pantserkoepels de wacht hield en het niet nodig was, dat de torpedoboten langs onze kust patrouilleerden. Maar er was geen tijd om daarover te mijmeren. Men moest dit alles vergeten, men moest ook vergeten, dat het thans op dit spiksplinternieuwe schip noodzakelijk was, dat op haar eerste reis de driekleur in brede banen reeds op de boeg geschilderd was. Er was trouwens aan boord van de nieuwe boot, die rustig langs onze kust voer, te veel te bewonderen, dat herinnerde aan een roemvolle tijd van ons vaderland en vooral aan de grootheid van de peet van het schip, de grote gouverneur-generaal van Indië Jan Pieterszoon Coen. In de vestibule bevindt zich b.v. een plattegrond van de geboorteplaats van Coen, de hoofdstad van West-Friesland in glasmozaïek. De eetzaal bevat als plafond een herinnering aan het wapen van Hoorn en boven het buffet aan dat van Batavia, terwijl uittreksels van brieven van Coen aan de Bewindhebbers van de Oost-Ind. Compagnie de wanden versieren, Portretten van Pieter van den Broecke, de verdediger van het fort Jacatra en van voorname medewerkers zijn aan de wanden geplaatst, benevens het beeld van Eva Menten, waarmee Jan Pieterszoon Coen huwde in 1627 vóór hij de tweede maal naar Indië vertrok. In de muziekzaal is de beeltenis van Coen het middelpunt, waarboven in de overkapping een adelaar, als symbool van zijn geest en in de ebbenhouten jaloezieën zijn levensgeschiedenis en het oordeel van zijn voorgangers over zijn ijver en werk vóór hij tot zijn hoge post werd geroepen. In de rookzaal zijn in de zoldering de namen vermeld van zeevaarders, admiraals en wegbereiders, wier arbeid aan het werk van Coen voorafging. Men leest er de woorden van de bekende maritieme schrijver jhr. mr. De Jonge: „Bij de scheepstochten van de Nederlanders, komt de impulsie uit het volk en de grote daden worden verricht door het volk. Zonder onderscheid van rangen staat ieder, die de bekwaamste of de dapperste is, in de eerste rij." Aan de achterwand is geplaatst het wit porseleinen portret van Coen. En zo zouden wij kunnen doorgaan met het opsommen van herinneringen uit de tijd van Coen, die in eetzaal, tussen patrijspoorten of rookzaal prijken en waarover de kunstzinnige ontwerper de heer C.A. Lion Cachet in een boekje, aan de gasten aangeboden, zoveel verhaalde. Wij zouden ook een beschrijving kunnen geven van de mooie ouderwets lijkende plaketten, doch voortbrengselen van de moderne techniek, als wandversiering op zeer artistieke wijze door Cachet vervaardigd en voorstellende de oorspronkelijke kaarten van Plancius en van Linschoten, waarop men de oude weg van de zeevaarders naar Indië om de Kaap ziet. Maar naast deze vele historische herinneringen, verdient toch in de eerste plaats de moderne techniek en de „couragie" van de 20e eeuw de aandacht. Daarom laten wij nu enige technische bijzonderheden van het schip volgen, die uit een oogpunt van scheepvaart en scheepsbouw van belang zijn. Zo zijn de hoofdafmetingen aldus: Lengte tussen de loodlijnen 503’-6"; lengte over alles 522-6"; breedte op buitenkant spanten 60’-4"; holte tot kuildek in de zijde 31’-0"; holte tot opperdek in de zijde 39’-0"; hoogte van het brug- en kampanjedek 8'-6"; hoogte van het promenadedek 8'-3"; hoogte van het sloependek 8’-0”; hoogte van het bakdek 7’-9"; hoogte van de commandobrug 8'-0"; toegelaten diepgang 25'-0"; deplacement 15.600 Eng. ton. Draagvermogen 6.950 Eng. ton. Behalve de genoemde dekken heeft het schip nog een tussendek en een onderdek. Het schip is geheel van staal gebouwd, volgens de hoogste klasse van Lloyds Register 100 A 1. en de voorschriften van de Nederlandsche Schepenwet. Een dubbele bodem van 4’-0" hoogte, die bijna over de gehele lengte van het schip doorloopt, is verdeeld in 20 afzonderlijke tanks, waarvan die onder de machinekamer dienen tot berging van ketelvoeding water; de ketels onder ruim II, III en IV benevens voor- en achterpiek zijn bestemd voor zoetwater voor scheepsgebruik, die onder het ketelruim blijven leeg; de overige tanks zijn ingericht tot vervoer van waterballast. Acht waterdichte schotten, waarvan het aanvaringsschot tot het opperdek, de overige tot het kuildek oplopen, verdelen het schip in negen waterdichte afdelingen. De tien waterdichte deuren kunnen in elk geval van nood door middel van Stone-Lloyds pneumatisch-hydraulische sluitinrichting van de brug af worden gesloten. Het schip is voorzien van twee masten, waarvan de voormast vier laadbomen draagt van voldoende sterkte om 6 ton te lichten. leder van de twee laadpalen op het brugdek is voorzien van twee laadbomen met een hefvermogen van 3 ton, terwijl bij de voormast een zware laadboom geplaatst is, waarmee zware stukken tot 25 ton kunnen worden gelicht. Tot het bedienen van de laadbomen zijn zes stoomlieren aangebracht, gedeeltelijk ingericht voor enkel werk, gedeeltelijk voor dubbel werk.
De stuurinrichting achter op het schip in een stuurhuis opgesteld, bestaat uit een dubbel stel stuurmachines, die elk afzonderlijk gebruikt kunnen worden, zodat de andere als waarloos dienst doet. De ene machine is een elektrisch hydraulisch toestel volgens het Hele-Shaw-Martineau-patent en direct werkend op de helmstok. De andere inrichting is een stoomstuurtoestel (Hastie's patent), werkend op een kwadrant, dat door inschuiven van een pen met de helmstok kan worden gekoppeld. Beide machines kunnen door middel van een telemotor met stuurwiel van de commandobrug af worden bewogen. Voor het geval van een defect aan de telemotorleiding kunnen beide stuurmachines worden behandeld door middel van stuurwielen op het achtersloependek.
Het schip wordt voortgestuwd door twee driebladige schroeven van l7'-0" diameter, die bewogen worden door twee triple-expansie machines met cilinderafmetingen van 27", 44" en 75” en een slag van 49¼". Bij 85 omwentelingen ontwikkelen de machines 6.000 ipk en geven het schip bij 25’-0" diepgang een snelheid van 15 knopen. Stoom wordt geleverd door 8 enkele cilindrische ketels, ieder met 3 vuren en met een gezamenlijk oppervlak van plm. 520 vierk. Eng. voet en een verwarmend oppervlak van plm. 21.000 vierk. Eng. voet. De stoomdruk is 15 kg per vierk. cm. De ketels werken onder geforceerde trek volgens Howden's systeem. De gehele machine en ketelinstallatie werd geleverd door de Nederlandsche Fabriek van Werktuigen & Spoorwegmaterieel te Amsterdam. Het schip kan vervoeren: 202 passagiers 1e klasse in 107 hutten en 4 luxe hutten. 129 passagiers 2e klasse in 49 hutten, 46 passagiers 3e klasse in 16 hutten, 42 passagiers 4e klasse in één verblijf. De bemanning telt 261 personen, zodat het totaal aantal opvarenden 680 kan bedragen. Speciale vermelding verdienen de vier luxehutten in de 1e klasse, die zeer smaakvol zijn ingericht en bij ieder waarvan een afzonderlijke badkamer behoort. Zij zijn met satijnhout bekleed, met ahornhout, palissanderhout en wit metaal belegd en met zijde bekleed, alles ontworpen door de architect J. London te Hilversum. Ter beschikking van de 1e klasse passagiers staan een deksalon, 10'-0" hoog en een rooksalon. De eetsalon biedt plaats voor 138 personen. Verder is nog aanwezig een kinderkamer en een gymnastieklokaal, terwijl het comfort aan dek door een waranda is verhoogd. Ten gerieve van fotograferende passagiers is op het schip ook een donkere kamer aanwezig. Ook de 2e en 3e klasse passagiers hebben verschillende salons en een dek-waranda ter hunner beschikking. Een ruim promenadedek biedt de passagiers grote wandelruimte. Het schip is uitgerust met 14 sloepen waarvan twee motorboten, een kapiteinsgiek en een vlet; alle boten kunnen worden gestreken met behulp van Welin kwadrant davits en bieden voldoende ruimte, om, in geval van nood, alle opvarenden te bergen. Verder is het schip natuurlijk voorzien van draadloze telegrafie en van een toestel voor onderwaterkloksignalen. Het wordt geheel elektrisch verlicht, terwijl verder tal van inrichtingen aan boord door elektriciteit worden gedreven. De gehele elektrische installatie is geleverd door de firma Groeneveld, Van der Poll & Co. te Amsterdam. Het gehele schip is gebouwd volgens de plannen en onder toezicht van de heer M.A. Cornelissen, scheepsbouwkundig ingenieur; de machines zijn gebouwd naar plannen en onder toezicht van de heer S.G. Visker, hoofdingenieur van de „Nederland".
De J.P. COEN stoomde langs Zandvoort, Katwijk, Noordwijk en Scheveningen. Steeds was een smalle gele strook van onze kust zichtbaar en dankzij het heldere, mooie weer, dat deze proeftocht begunstigde, kon men met verrekijkers de torens van Den Haag, het Kurhaus, de vuurtorens en de masten van de draadloze telegrafie naar zich toe halen. Als kleine zwarte streepjes bewogen zich vóór het duinzand een paar torpedoboten, zwarte rookpluimen achter zich latende. Ter hoogte van Scheveningen stopte het schip. Toen klonk om 1 uur de scheepsbel voor de lunch waarbij de president-commissaris van de „Nederland", baron Tindal, de reeks tafelredevoeringen opende met een toast op H.M. de Koningin. Onder deze moeilijke omstandigheden is het Nederlandse volk grote dankbaarheid verschuldigd aan zijn landsvrouwe voor haar voortreffelijke leiding, waarbij de Koningin hoog houdt de zinspreuk van het Nederlandse wapen: “Je maintiendrai". Met een driewerf „hoezee" besloot baron Tindal. Jhr. Op ten Noort heette vervolgens de gasten welkom op het schip, dat geheten is naar de stichter van Batavia en de grondlegger van ons bezit in Indië. In het bijzonder begroette spreker de Ministers van Koloniën en Marine, die meer dan de anderen in aanraking komen met de stoomvaartmaatschappijen. Spreker waardeerde het, dat zij in deze moeilijke omstandigheden, nu zij waken over het wel en wee van land en volk, de tocht meemaken. Hij beschouwde dit als een bewijs van buitengewone belangstelling in de „Nederland" en de scheepvaart en scheepsbouw. Een vergelijking makende met de tijd van 25 jaar geleden, moest spreker constateren, dat wij ons moeten verheugen over hetgeen de scheepsbouwindustrie en de nationale stoomvaart thans presteert. Er was vroeger een ellendige tijd, toen de Paketvaart in handen kwam van de Engelsen, omdat zij enige honderden guldens lager ingeschreven hadden. Goddank is er nu een andere geest. Er is een nationale stoomvaart begonnen. Wij hebben een regering, die deze bevordert en het is gelukkig, dat wij thans, enkele leviathans uitgezonderd, grote schepen kunnen bouwen. Toch zijn wij nog niet geheel tevreden. Tal van dingen kunnen wij niet, omdat de mensen nog niet in de gelegenheid zijn, dat te vervaardigen. Spreker hoopte, dat de grote werkgevers, de Ministers van Koloniën en Marine en anderen daartoe de gelegenheid zullen geven. Wij moeten niet afhankelijk zijn van het buitenland. In dit verband bracht spreker ter sprake de draadloze verbinding met Indië. Wij moeten niet een kabel hebben, welke doorgesneden kan worden. (Applaus).
Jhr. Op ten Noort hoopte, dat de ministers, die het volle vertrouwen van de natie hebben, zoveel mogelijk alles zullen nationaliseren. Wij kunnen, als wij het maar willen. Spreker dronk op de vier ministers (toejuichingen). De heer Jonckheer wees er op, dat de proeftocht eigenlijk een reclame is voor de bouwmeester. Met dit schip hebben de bouwmeesters, de Ned. Scheepsbouw en Ned. Fabriek, mooie resultaten bereikt. De J.P. COEN is in het scheepsbouw- en machinebedrijf een gewichtig punt. Tot dusver zijn slechts schepen gebouwd van middelmatige grootte, d.w.z. beneden de 10.000 ton. Dit schip overtreft zijn voorganger van 9.500 ton met 2.500 ton. De heren Goedkoop en Kloos hebben de evolutie op het gebied van de scheepsbouw meegemaakt en aan de spits gestaan. Hier past een woord van hulde aan de ondernemingen, welke onder hun beheer staan. Waar de industrie grote schepen bouwt, kan zij ook de grootste bouwen. De Mij. „Nederland" zal met het volste vertrouwen aan die heren de bouw opdragen. Vele personen hebben aan dit schip meegewerkt. Spreker bracht dank aan de ontwerper van dit schip, de heer Cornelissen, de heer Vinken, die op machinegebied de nieuwste vindingen in toepassing heeft gebracht, aan Lion Cachet, aan de firma Groeneveld, Van de Poll enz. Het was de wens geweest, dat zoveel mogelijk de nationale industrie tot haar recht kwam. Helaas zijn enkele onderdelen uit het buitenland betrokken. Wanneer Nederland ongedeerd uit de wereldbrand tevoorschijn komt, dan zal de Nederlandse industrie kunnen rekenen op de hulp van de Maatschappij „Nederland." De heer Jonckheer toastte op de bouwmeesters, de heren Goedkoop en Muysken.
Minister Pleyte zei, dat de vertegenwoordigers van handel en nijverheid gewezen hadden op het belang van een draadloze verbinding met Indië, maar deze zou toch een steunpunt moeten hebben op een eiland of op het vasteland van een van de belligerenten. Spreker dacht dan aan de grote commissiekamer, waar portretten hangen van de gouverneurs-generaal en een van de lijfspreuken van hen was: „Ziet ende considereert, wat een couragie vermag." Minister Pleyte herinnerde er voorts aan, dat hij als jongmaatje met de „Nederland" gevaren had en dat hij later in een functie te Amsterdam met de Maatschappij „Nederland” in aanraking kwam, vooral met de heer Op ten Noort. Op dit schip wordt men steeds herinnerd aan het grote woord van de Vaderlander: „ziet ende considereert, wat couragie vermag." Waar wij ons oog wenden zien wij niet het: „made in Germany", maar Hollandse fabricaten en het vaderlandse hart is in mij opgesprongen. Niet lang zal het meer duren, of dit schip zal de haven van Priok binnenstomen en dan zal het de Indische bevolking tonen, wat „couragie vermag", op het gebied van scheepsbouw.
Het is de taak van de natie, om de volken, die ginds aan ons gezag zijn onderworpen, op te voeden tot zekere zelfstandigheid. Minister Pleyte besloot te zeggen, dat wij allen een plicht hebben te vervullen, misschien een harde plicht. Mogen wij dan vooral gedenken de lijfspreuk van Coen: „ziet ende considereert, wat couragie vermag." De minister dronk op de goede verstandhouding van de beide Nederlanden aan beide zijden van de evenaar. De heer Goedkoop zei, dat de scheepsbouwmaatschappij gaarne voldoen zal aan de hogere eisen, die de „Nederland" zal stellen. Het terrein, waarop de maatschappij thans is, biedt echter grote moeilijkheden, om aan die eisen te voldoen. Reeds thans waren er moeilijkheden, om de „COEN" naar buiten te krijgen. Spreker hoopte, dat de scheepsbouwmaatschappij door de medewerking van de stedelijke en landsregering zal kunnen voldoen aan de grote eisen van de Stoomvaart Maatschappij „Nederland".
Minister Rambonnet wees er op, dat juist in de tegenwoordige omstandigheden gebleken is, wat de scheepvaart voor Nederland is. Het nieuwe blijk van de ontwikkeling van de Nederlandse scheepvaart is niet alleen een hulde aan de Nederlandse scheepsbouw in het algemeen, maar speciaal aan het bestuur van de maatschappij „Nederland". De minister stelde het zeer op prijs thans dit bewijs van bloei van de scheepvaart en de „Nederland" te zien en bracht hierop een dronk uit.
De heer K. van Lennep droeg vervolgens een vers voor, waarin herdacht werd, hoeveel Coen voor Nederland gedaan had. Spreker wenste het schip een voorspoedige reis toe.
Burgemeester Tellegen zei, dat hij in de eerste weken van zijn burgemeesterschap vele kunsttentoonstellingen geopend had. Thans kon hij getuigen, dat het gemeentebestuur van Amsterdam warm gevoelt voor de handel en scheepvaart. De Mij. „Nederland", de „Ned. Scheepsbouw Mij." en de „Nederlandsche Fabriek" zijn een drietal instellingen, die de schoonste parelen zijn van de kroon van de Amsterdamse scheepvaart, industrie en handel. Spreker ging na, hoezeer de Maatschappij „Nederland" zich uitgebreid heeft. Eerst in Nieuwediep, daarna op de Rietlanden, op de Handelskade en ten slotte op de IJ-kade waren haar etablissementen gevestigd. Wanneer nog grotere schepen gebouwd zullen worden, dan zal het gemeentebestuur er toe meewerken, dat de heer Goedkoop de orders van de Mij. „Nederland" kan uitvoeren. Burgemeester Tellegen dankte de Maatschappij voor haar gastvrijheid; deze is ook reeds gebleken, toen Amsterdam de Belgische vluchtelingen herbergde. De heer Tellegen toastte tenslotte op het spoedig herstel van de afwezige directeur van de „Nederland", de heer Den Tex.
Minister Treub begon met er aan te herinneren, dat wij thans in een grote tijd leven, waarbij kleine gedachten op de achtergrond geraken. Wij worden geïnspireerd door al het rampzalige, maar toch grote rondom ons. Wij moeten denken aan wat daarvan voor ons het gevolg kan zijn. Ook voor ons kan het een grote tijd worden. Indien wij het geluk hebben buiten deze krijg te blijven, dan is er voor Nederland enorm veel te doen. Dan hebben wij een taak, zo groot als geen ander neutraal land, wanneer wij een breedte van blik en ruimte van uitzicht hebben. Onwillekeurig komt bij ons de gedachte op aan de grote mogelijkheid, die aan ons land hoge eisen stelt. Een dag als deze getuigt, wat Nederlandse scheepsbouw en industrie vermag, in deze tijden zo moeilijk voor handel en scheepvaart. Wij zien, wat deze doen kunnen. Dit geeft een goede hoop en blijde vooruitzichten. Er is gezegd, dat wij onafhankelijk moeten zijn van het buitenland, maar spreker hoopte, dat dit nooit zal gebeuren. De volken hebben elkaar nodig. Nederland mag en kan daarbij niet van andere volken onafhankelijk zijn. leder moet een eigen plaats hebben. Die eigen plaats kunnen wij veroveren, als wij zagen, dat anderen afhankelijk worden van ons. Hoge geestkracht leidt tot hoge volkskracht. Minister Treub ledigde zijn glas op de nestor van de commissarissen, Baron Tindal. Minister Posthuma herinnerde er aan, dat toen het broodgraan schaars was, hij niet te vergeefs een beroep deed op de reders. Dat er thans op het gebied van de voeding een zekere weelde heerst is te danken aan het aandeel, dat de reders daarin gehad hebben.
De heer Muysken wees er op, hoeveel de industrie in Nederland doen kan, vooral wanneer regeringslichamen deze steunen. Spreker toastte op de welvaart van de gemeente Amsterdam.
De heer Oderwald dronk tenslotte op de gezagvoerder, de machinisten en het personeel van de boot. Deze was de laatste van de redevoeringen. Onder het dessert was al enige “opschudding" veroorzaakt door de mededeling dat er een duikboot in de nabijheid van de „COEN" was. Een van de gevreesde U-boten? Toen de gasten op het dek verschenen, zagen zij ook duidelijk dit moderne en in de laatste tijd zo algemeen besproken oorlogsvaartuig, schuim spattend in de golven. Maar voor de grijze commandotoren nog onder water zakte, kon men daarop de Nederlandse vlag zien. De Hollandse onderzeeër dook en men bespeurde toen slechts de beide periscopen, die een schuimstreep achterlatend, zich door het water bewogen. De onderzeeër verscheen weer boven water en hij begeleidde de grote mailstomer tot IJmuiden, waar hij tegen vier uur arriveerde. Dit was een aardig evenement op de wel geslaagde proeftocht van de JAN PIETERSZOON COEN.


14 juni 1915


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 12 juni. Volgens een bericht van 9 juni uit Kopenhagen aan de Hamb. Corr. is er wegens een vordering van 2.000 Kronen beslag op het schip DRIE GEBROEDERS gelegd. De vordering is op de vroegere reder van het schip, dat inmiddels in andere handen is overgegaan.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Amsterdam, 11 juni. Volgens de Wezer Zeitung is de kleine zeilvaart, wat betreft schoeners en tjalken, door de oorlog grotendeels tot stilstand gedwongen. Van de Groningse zeilvaart alleen, schrijft het blad, liggen 300 à 500 schepen in Nederlandse, Duitse en Russische havens stil. Gedurende de laatste tijd heeft een 140-tal echter weer emplooi in de binnenvaart gevonden.


15 juni 1915


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 14 juni. Het motortankschip GALLIA heeft zijn eerste reis volbracht zonder oponthoud over de Atlantische Oceaan van Rotterdam naar Port Arthur (Texas). Het meet 190 voet lengte, 33,5 voet breedte, 18 voet diepte, draagvermogen 1.630 ton. De GALLIA verbruikt per 8 mijl op lange reizen ruim 100 kg petroleum per uur.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 14 juni. Aan de scheepswerf „De Noord” te Alblasserdam, is de bouw van een stoomschip van plm. 3.000 ton opgedragen voor Nederlandse rekening. Machine, ketels, enz. worden vervaardigd door de Machinefabriek „Alblasserdam".


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 14 juni. Op de werf van de firma Wilton zijn 3 schepen in aanbouw voor de Stoomvaart Maatschappij “Leonora”, directie Jos. de Poorter en bestemd voor erts- en kolenvervoer. Van deze is het stoomschip LEONORA hedenmorgen met goed gevolg te water gelaten. Het heeft een diepgang van 14 voet 9 duim, een laadvermogen van 1.800 ton en is lang 230 voet, breed 34 voet en hol 16 voet. Gebouwd volgens de voorschriften van de hoogste klasse van Lloyds en de Nederlandsche Schepenwet.


16 juni 1915


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart. De Raad heeft maandag uitspraak gedaan betreffende de aanvaring tussen het stoomschip TJISONDARI en de sleepboot ENGINEERING.
De Raad meent de aanvaring te moeten toeschrijven aan een samenloop van omstandigheden, waardoor de ENGINEERING voor de steven van de TJISONDARI is gekomen en is overvaren. Nu alle opvarenden van de ENGINEERING, die de manoeuvres met dit vaartuig gedaan, nauwkeurig hadden kunnen vaststellen, verongelukt zijn, is de directe oorzaak niet met zekerheid vast te stellen. Uit de verklaringen van de getuigen meent de Raad echter de volgende conclusies te mogen trekken omtrent de vermoedelijke oorzaak: Toen de ENGINEERING aan stuurboordzijde van de TJISONDARI bezig was de tros over te nemen, lag zij vermoedelijk een weinig over de stroom en moest vóór de TJISONDARI uit om slaags te komen. Daarbij is door het boegwater van de TJISONDARI haar achterschip een weinig naar stuurboord gedreven, waardoor de ENGINEERING meer bakboord uitging en door de stuurboordboeg van de TJISONDARI aan bakboord achterschip even werd geraakt. Hierdoor schoot de ENGINEERING, die onmiddellijk vrij kwam van de TJISONDARI, nog meer bakboord uit, kwam voor de steven van de TJISONDARI over en raakte de DE BOER, die eerst bakboordroer had gegeven om de ENGINEERING langszij te krijgen, doch onmiddellijk daarna hard stuurboord om met de ENGINEERING weer gestrekt van de TJISONDARI te komen. Bij het dadelijk daarop gevolgde teruggaan naar stuurboord is de ENGINEERING dwars voor de TJISONDARI gekomen en door deze geraakt, met het bovengenoemde noodlottig gevolg. De ramp moet, naar de mening van de Raad dus beschouwd worden als een voortgezette handeling, welke zich in enkele ogenblikken heeft afgespeeld. De Raad kon niet aannemen dat de sleeptros op de ENGINEERING vast heeft gestaan, immers dan had de kapitein van de DE BOER geen man over behoeven te sturen om bij het vastmaken te helpen en zou ook de tros, toen de boot later boven water is gehaald, nog vast hebben moeten staan, terwijl hij los aan dek liggend is gevonden. Evenmin neemt de Raad aan dat de tros in de schroef is geraakt vóór de ENGINEERING weer stuurboord uitging en dat hierin de oorzaak van de ramp gezocht moet worden. Toen de ENGINEERING naar bakboord overschoor, en de DE BOER raakte, stond de tros over stuurboord ter hoogte van de beting en was men daar bezig de tros in te halen. Zij was toen geheel vrij van de schroef. De 1e stuurman van de TJISONDARI heeft bovendien gezien dat, toen de ENGINEERING kantelde, de schroef nog draaide. Vermoedelijk is de tros eerst bij het omslaan van de ENGINEERING in de schroef gekomen, waarin ze met twee slagen om de as later werd gevonden. Dat de TJISONDARI te veel vaart heeft gelopen en het daardoor gevaarlijk was de sleepboten vast te maken, moet de Raad op grond van de getuigenverklaringen verwerpen. Immers de kapitein van de DE BOER verklaarde er generlei bezwaar in gezien te hebben de tros onder de gegeven omstandigheden vast te maken, terwijl ook uit de verklaringen omtrent de vaart en de afgelegde afstand blijkt, dat de TJISONDARI niet veel vaart kan hebben gehad. Enige vaart moest het schip wel lopen om het onder commando te kunnen houden.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. De Raad voor de Scheepvaart houdt zitting op: Donderdag 17 juni, 2 uur nm., onderzoek betreffende:
a. De aanvaring op 21 mei nabij Longships tussen het Nederlandse schoenerschip OCEAAN (schipper-eigenaar G. Mulder uit Groningen) en het Engelse stoomschip VOLTAIRE uit Liverpool.
b. het vermoedelijk met man en muis vergaan tijdens de reis van Swansea naar Oporto van het schoenerschip VELOX. Reder B.G. Mulder; schipper H. Mulder, beiden te Groningen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 15 juni. De in 1915 nieuw gebouwde zeesleepboot GEBR. BODEWES, 400 ipk, klasse grote kustvaart Germanischer Lloyd, gebouwd te Martenshoek aan de werf van de firma G. & H. Bodewes met machine en ketel van de firma Burgerhout, is door bemiddeling van de makelaar Jacq. Pierot Jr. alhier aangekocht voor het Bureau Wijsmuller te 's-Gravenhage. De boot zal de naam EVERTSEN dragen.


17 juni 1915


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart. De Raad voor de Scheepvaart heeft gisteren een onderzoek ingesteld naar de brand, welke op 31 mei op de rede van Duins heeft plaats gehad aan boord van het stoomschip TRITON van de Kon. Nederlandsche Stoomboot Mij. De kapitein KI. Tates deelde mee, dat de TRITON de 31e mei ‘s ochtenden op de rede van Duins voor anker lag, wachtende op permissie om verder te varen. Toen getuige aan dek kwam zag hij zware rookwolken uit de machinekamer opstijgen, de vlammen sloegen hoog op, boven het dek uit. Het bleek, dat de brand woedde in de stuurboordhoek van de machinekamer, achter de dynamo, bij de olietank. De extincteurs vermochten niets tegen de vlammenzee. De brand deed zich zo ernstig aanzien, dat onmiddellijk het sein werd gegeven, dat hulp dringend nodig was. Op dit signaal snelden een torpedojager en een onderzoekingssleepboot van de Engelse marine te hulp en later nog het nabij gestationeerde wachtschip. De bemanning van deze schepen tastte onmiddellijk het vuur aan, zodat men om ongeveer 8 uur in de morgen de brand meester was. Toen werden echter rookwolken gerapporteerd boven de luiken van het achterruim. De brand in dit ruim, dat geladen was met allerlei brandbare stukgoederen, was van dien aard, dat blussen ter plaatse onmogelijk bleek. De TRITON werd daarom te ongeveer 12 uur op het strand gezet en het achterruim volgepompt De volgende dag kon het ruim weer leeggepompt worden. Wat betreft de schade, kon men later zien, dat de tunnel, een plaat en enige spanten waren ontzet. De petroleum wordt aan boord van de TRITON bewaard in een tank van 240 liter in de lampenhut aan dek, benevens een kleine hoeveelheid in de machinekamer. Uit de verklaringen van enige andere getuigen bleek, dat bij het vullen van lampen uit de tank in de machinekamer steeds een onbeschermde z.g. tuitlamp werd gebruikt. De oorzaak van de brand valt te zoeken in het omvallen van deze lamp op de vloer bij de tanks, die met olie was gedrenkt Op deze vloer lagen bovendien nog enige dotten poetskatoen, gedrenkt in petroleum; vermoedelijk is de lamp hierop neergekomen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. Brand stoomschip TRITON.
In zijn gisteren gehouden zitting stelde de Raad een onderzoek in betreffende de brand, die op 31 mei jl. op de rede van Duins heeft plaats gehad aan boord van het stoomschip TRITON van de Kon. Nederlandsche Stoomboot Mij. De voornaamste bijzonderheden zijn kort na het ongeval in ons blad medegedeeld. Herinnert zij dat behalve door de eigen bemanning krachtdadige hulp werd verleend door die van een Engelse torpedojager van de F-klasse. Door een sleepboot die langs kwam, werd het achterruim vol water gepompt, waardoor de brand geblust werd; juist toen zij het water weer uitpompte werd zij weggeroepen, daar een Engelse torpedoboot op een mijn gelopen was, waardoor brand was ontstaan. Bij Noord Deal werd de TRITON op strand gezet, geraakte 1 juni vlot en kwam de 4e juni te Amsterdam.
De gezagvoerder, Kl. Tates, als getuige gehoord, verklaart, dat het schip op 28 mei van hier vertrokken was met bestemming voor Lissabon. De 31e 's ochtends kwart voor 7 zag hij vlammen uit de machinekamer komen. Achter de dynamo waren vier olietanks. Het schip lag voor anker, maar had nog stoom op. In weerwil van de verstikkende rook, kwamen alle mannen ongedeerd boven en werd met alle macht de hand geslagen aan het blussingswerk. Niet direct kon getuige zien dat de brandende olie zich verspreidde; eerst later bleek dit, toen water zich onder de olie mengde. In de nabijheid waren allerlei licht brandbare voorwerpen. Het schot van de machinekamer hield zich goed; er werd althans niet gezien dat het gloeiend was. Toen de loden buis gesmolten was, waren natuurlijk de pijpen open. In luik 4 waren allerlei machinerieën, kisten en balen papier en diverse manufacturen.
Te 10 uur was het in het tussendek niet te houden van de rook, in weerwil van het gebruik van rookmaskers, zodat besloten werd dicht naar de wal te gaan. Toen water genoeg in het schip gepompt was, werd het luik geopend en het water uitgepompt. In de machinekamer werd geregeld gepompt. Toen het gevaar geweken was, bleek bij onderzoek dat de tunnel, tanks en platen ontzet waren.
Gevraagd waartoe petroleum aan boord dient, antwoordt de kapitein, dat indien alles normaal gaat, niet veel petroleum nodig is. De dynamo voorziet van elektrisch licht; petroleum dient voor scheepsgebruik, bijv. voor het schoonmaken van lieren.
In het geheel was 240 liter aan boord, in de lampenkamer aan dek.
De 1e machinist, M.J. de Zwart, verklaart, dat de olieman hem het eerst kwam waarschuwen dat er brand was. Getuige deelt de reeds bekende bijzonderheden mee, waaruit alleen dient herinnerd, dat de kraan, waaruit olie wordt getapt, boven een houten vloer uitkomt, doch een emmertje hangt daartussen. Ook de vloer van het magazijn was van hout. Getuige erkent dat petroleum gevaar aan boord kan opleveren, er was een tijd dat hij het in de machinekamer absoluut niet had. De 2e machinist, A.L. Steenbeek, had de wacht in de machinekamer toen de brand uitbrak. Te 5½ uur was de dynamo stopgezet; toen moest wel als gewoonlijk met kunstlicht gewerkt worden. Met behulp van de snotlamp werd het petroleum afgetapt uit de tank die achter de dynamo was. Door de olieman en de assistent werd de vloer schoongemaakt. In de machinekamer, zegt getuige, wordt nooit een veiligheidslamp gebruikt. De assistent-machinist, H.F. Schrameyer, verklaart, dat hij de wacht had toen een nieuwe kraan in de tank moest aangebracht worden, waarbij een lamp moest dienst doen. Daarna moest de vloer schoongemaakt worden, die nogal met olie gedrenkt was. Bij ongeluk viel de lamp om. Vergeefs werd beproefd door trappen de vlam al dadelijk te smoren. Toen sloeg de schrik om het hart en haastte men zich boven te komen. Wel was een extincteur in de nabijheid, maar er werd niet aan gedacht er gebruik van te maken.
Een verwijt wordt er van gemaakt, dat niet terstond naar de dotten werd gegrepen om de vlam in de geboorte te smoren - en, wat het naast te doen stond, de omgevallen lamp weer rechtop te zetten.
Getuige verklaart nog, dat de snotlamp stond op de rand van de dynamo. Voorts dat in de machinekamer geen zand aanwezig is. Ten slotte wordt gehoord de olieman, Th. v.d. Broek. Hij was in de machinekamer met de 2e machinist en de assistent, toen een nieuwe kraan in de tank moest gezet worden, waartoe licht nodig was. Getuige zag dat olie op de vloer was; daarom gingen ze met hen beiden aan het schoonmaken met behulp van dotten. Of die gedrenkte dotten misschien wat te dicht bij de brandende lamp kwamen, die op omstreeks een meter afstand stond, wil getuige niet beslissen. Terwijl zij onder het drogen bukten, viel de lamp om. Gevaar werd nooit ingezien om met een lamp daar te werken, op die plaats, waar zoveel olie in de onmiddellijke nabijheid is.
De inspecteur wijst er op als een lering dat gedrenkte dotten nooit zo botweg moeten worden neergegooid, maar naar de stookplaats gebracht. Trouwens, petroleum in de machinekamer te hebben is strikt verboden. De Raad zal later uitspraak doen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Koninklijke Nederlandsche Petroleum Maatschappij.
Amsterdam, 16 juni 1915. Het was gisteren 25 jaar geleden, dat de Koninklijke Nederlandsche Petroleum Maatschappij werd opgericht. Wegens de tijdsomstandigheden is dit jubileum thans onopgemerkt voorbijgegaan, al heeft de directie zich, blijkens het enkele dagen geleden verschenen jaarverslag, voorbehouden in gelukkiger tijden op dit merkwaardig feit terug te komen.
Merkwaardig inderdaad in meer dan één opzicht. Wel uiterst zelden zal het zijn voorgekomen, dat een onderneming in zulk een betrekkelijk kort tijdsverloop een zo ontzaglijke vlucht heeft genomen en geheel enig is dit feit wel in het bedrijf, dat de “Koninklijke" onder haar geniale leiding met zo ongekend succes heeft beoefend, een bedrijf waarin moest worden opgetornd tegen een wereldorganisatie als de Standard Oil Company, wier streven er altijd op gericht is geweest opkomende concurrentie in de kiem te verstikken. Dat het de Koninklijke gelukt is de stormen te trotseren, die in de eerste jaren haar levensloop bedreigden, had zij voor een deel te danken aan de gunstige omstandigheid, dat haar aanvankelijke productie-terreinen op Sumatra zo gunstig gelegen waren ten aanzien van het oorspronkelijke afzetgebied in China, zodat tot zeer lage prijs kon worden geproduceerd en bijgevolg aan vrij scherpe concurrentie nog met succes het hoofd kon worden geboden. In veel groter mate dankte de Maatschappij echter haar buitengewoon succes aan haar leiders, August Kessler, die met ontembare geestkracht de ramp wist af te weren, die de Koninklijke bedreigde toen na enige moeilijke jaren, waarin al het nodige leergeld scheen te zijn betaald, plotseling in 1898 bleek dat alle putten in het concessie-terrein Telega Said op eenzelfde reservoir stonden en de productie in enkele maanden tijds van 839.000 tot 213.000 units terugliep, en H.W.A. Daterding, die na het overlijden van Kessler met de leiding van de Maatschappij werd belast.
Het is onnodig nog eens de geschiedenis van de Koninklijke op te halen. Het is stellig van algemene bekendheid hoe het de heer Kessler is gelukt door het verkrijgen van nieuwe terreinen en door het sluiten van overeenkomsten met andere petroleummaatschappijen de Koninklijke opnieuw, en toen voorgoed, op hechte grondslag te vestigen en hoe de heer Deterding, op dit fundament voortbouwend, de Koninklijke heeft weten te ontwikkelen tot een wereldonderneming, die dank zij de door hem gesloten overeenkomst met de Shell Transport & Trading Company en dank zij de geleidelijke uitbreiding van het bedrijf over Nederlands-Indië, Roemenië, Rusland, Egypte, Noord-Amerika, Mexico etc. een betekenis heeft verkregen als geen tweede maatschappij hier te lande. Wat van de aanvang af aan de positie van de Koninklijke ten goede is gekomen, is het feit dat haar bestuur, dat overigens nog in elk opzicht leergeld had te betalen, dadelijk met scherpe blik de wenselijkheid heeft beseft om zich niet alleen te bepalen tot het winnen van de ruwe olie, doch om ook het raffineren, verschepen en distribueren in het bedrijf op te nemen. Van de aanvang af heeft dit aan de Koninklijke een geheel eigen trek gegeven en deze politiek heeft haar tevens in staat gesteld ten volle profijt te trekken van de omwenteling die ten aanzien van het verwerken van de ruwe olie in de laatste tien of vijftien jaar is ingetreden. Was aanvankelijk alleen de gewonnen lampolie van waarde, terwijl de lichte benzine en de zware residu’s slechts onkosten van vernietiging veroorzaakten, geleidelijk zijn juist deze bijproducten grote bronnen van inkomsten geworden, de benzine in verband met de uitbreiding van de automobielindustrie, de residu’s wegens het toenemend gebruik van stookolie voor de scheepvaart, etc. Krachtig heeft de Koninklijke steeds er toe meegewerkt, de uitbreiding van deze takken van bedrijf te bevorderen en met name ook de nationale industrie te steunen, door het geven van orders voor haar uitgebreide vloot, etc. Zo is de door Dieselmotoren voortbewogen VULCANUS van de Koninklijke Shell groep door de „Werkspoor" maatschappij te Amsterdam van haar bekende motoren voorzien. Ook in andere opzichten heeft onze industrie zeer veel aan de Koninklijke te danken. Van het aanvankelijke bestuur van de Koninklijke is thans alleen nog de heer G.C.B. Dunlop in functie, die van de aanvang af lid van de raad van commissarissen uitmaakte en aan wie de Maatschappij het voor een groot deel te danken heeft, dat zij in de jaren toen haar krediet nog niet op zo hechte grondslag gevestigd was, alle financiële bezwaren heeft kunnen overwinnen.
Het bestuur van de Maatschappij is thans als volgt samengesteld: Directeur-Generaal de heer Deterding; directeuren: Jhr. H. Loudon en mr. A.J. Cohen Stuart. Commissarissen: mr. A. Capadose, voorzitter; G.C.B. Dunlop; J.W. IJzerman; C.J.K. van Aalst; F. Lane; mr. J. Luden; mr. August Philips en Th.J. van Haren Noman.
Aan directie en commissarissen onze gelukwensen met het heuglijk jubileum.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Delfzijl, 15 juni. Het is de van hier naar de nabij het Groninger Wad gestrande AMAZONE vertrokken schippers, na veel moeite gelukt, een gat te branden in een van de zijwanden van het wrak, waardoor zij thans bij het restant van de lading hout kunnen komen. Een gedeelte werd bereids geborgen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Napels, 2 juni. Het Nederlandse motorschip SAN ANTONIO, gerapporteerd als 18 mei met macaroni naar Rotterdam vertrokken, is op zee aangehouden en herwaarts gebracht, waar het schip nu ligt ter dispositie van het Italiaanse Gouvernement.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Van de Koninklijke Nederlandsche Petroleum Maatschappij.
In het uitgebreide jaarverslag van de Koninklijke Nederlandsche Petroleum Maatschappij zegt de directie omtrent vloot en vrachten:
In de aanhef van dit verslag hebben wij reeds melding gemaakt van de moeilijkheden, die ons transportbedrijf ten gevolge van de oorlog ondervond. Er was groot gebrek aan scheepsruimte, waardoor vrachten sterk stegen zonder dat wij door verhuur van eigen schepen daarvan enig voordeel konden verkrijgen, terwijl daarenboven de uitgaven voor de vloot zeer stegen.
Ons scheepvaartbedrijf heeft dan ook veel geringere bate opgeleverd dan in de laatste voorafgaande jaren. De aanbouw van nieuwe schepen werd belangrijk vertraagd en in sommige gevallen geheel stop gezet, doordat de scheepswerven voor de aanbouw van oorlogsschepen in beslag warden genomen. De prijzen thans gevraagd bij de bestelling van nieuwe schepen zijn zeer belangrijk gestegen. Gelukkig hadden wij bij de aanvang van de oorlog reeds verscheidene schepen op stapel staan en hoewel de aflevering daarvan belangrijk vertraagd wordt, zullen wij toch het voordeel van die tijdige bestelling in de prijs ondervinden. Voor een enkel van deze schepen bedraagt het voordeel, in vergelijking van de prijzen, die wij nu zouden moeten betalen, niet minder dan circa NLG 400.000. Wij hebben thans in totaal 8 tankschepen op stapel staan in verschillende landen, met een gezamenlijk laadvermogen van 40.000 ton.
Al de afgeleverde motorschepen zijn thans in de vaart, het zijn: ARES, HERMES, ARTEMIS, SELENE, alle met Dieselmachines van de Nederlandsche Fabriek van Werktuigen en Spoorwegmaterieel, die uitstekend voldoen. Reeds vroeger brachten wij in de vaart de motorschepen JUNO en VULCANUS van respectievelijk ca. 2.500 en 1.200 ton. Ook deze blijven grote voldoening geven.
Wanneer de vrede hersteld zal zijn en de thans op stapel staande schepen in gebruik komen, zal de voor ons beschikbare scheepsruimte voldoende blijken, temeer daar wij door de ontwikkeling van onze olieproductie in verschillende streken meer en meer de afzetgebieden kunnen voorzien uit de dichtstbij gelegen olievelden, zodat wij onze vloot op de meest economische wijze kunnen gebruiken. Reeds thans komen reizen in ballast bij onze vloot minder en minder voor. Sommige van onze schepen worden thans reeds gebruikt in reizen rond de wereld, daar de opening van het Panamakanaal ons in staat stelde de plotselinge staking van de Russische olie-export te vervangen door die van verschepingen uit de Golf van Mexico, zij het dan met mindere winst. Natuurlijk zouden deze verschepingen niet renderend zijn, ware het niet dat wij belangrijke ladingen van petroleumproducten in bulk naar Europa te vervoeren hadden. Zo deed onze nieuwe motortanker, de SELENE, met een laadvermogen van ruim 5.000 ton, een dergelijke reis van Cardiff naar de Golf van Mexico, vandaar met een lading door het Panamakanaal naar China, vandaar naar Singapore en onze Ned.-Indische productiehavens en verder met een lading naar Rotterdam Deze reis, die niet minder dan 27.500 zeemijlen omvatte (dat is meer dan de omtrek van de aarde), volbracht dit schip in 160 dagen, met inbegrip van 20 dagen voor laden en lossen en oponthoud in de verschillende havens. Het dagelijkse verbruik was nog even onder 7 ton aan vloeibare brandstof, bij een snelheid van 10 knopen. Het geringe brandstofverbruik stelde het schip in staat vanaf de Golf van Mexico via China tot Singapore door te varen, zonder nieuwe brandstof in te nemen.
Zoals wij hierboven reeds vermeldden, zijn de Dieselmotoren van dit schip geleverd door de Nederlandsche Fabriek van Werktuigen en Spoorwegmaterieel te Amsterdam en wij mogen zeker onze nationale industrie geluk wensen met de uitstekende resultaten met deze machines verkregen. De omstandigheid, dat tijdens de bestelling alle scheepswerven in Nederland bezet waren en zij geen nieuwe bestellingen konden aannemen, was oorzaak, dat de romp van het schip in Engeland werd gebouwd.
Aan het slot zegt de directie o.a.: Het gehele winstcijfer van onze Maatschappij over het afgelopen jaar bedraagt NLG 30.365.907. Dit winstcijfer laat toe een uitkering van 4% op de preferente aandelen, 4½% op de prioriteitsaandelen) en 49% op de gewone aandelen, waarvan reeds 15% als interim-dividend is uitgekeerd. Daarna blijft een saldo van NLG 810,70 over, hetwelk wij voorstellen op nieuwe rekening over te brengen.


18 juni 1915


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. Gistermiddag stelde de Raad voor de Scheepvaart een onderzoek in betreffende de aanvaring op 21 mei nabij Longships tussen het Nederlandse schoenerschip OCEAAN (schipper-eigenaar G. Mulder uit Groningen) en het Engelse stoomschip VOLTAIRE uit Liverpool. De schipper werd in deze zaak het eerst als getuige gehoord. Hij verklaarde dat de bemanning van het vaartuig bestond uit zes personen. Het was mistig weer, telkens kwamen mistvlagen opzetten. Men gaf mistsignalen door middel van een misthoorn, welke, volgens Noors systeem, gedraaid werd met de hand. Men passeerde een drietal stoomschepen, die eveneens mistsignalen gaven, doch men kon ze niet zien. Plotseling doemde de VOLTAIRE op, op een afstand van 200 à 300 meter. Het schip kwam met grote vaart af op de OCEAAN, die niet kon uitwijken, omdat het schip een te geringe vaart had. De aanvaring geschiedde met een hevige stoot. De OCEAAN viel op zij en zonk. Het gehele drama speelde zich af in minder dan drie minuten. De bemanning, voor zoverre deze gered kon worden, werd aan boord van de VOLTAIRE gebracht, die ernstige averij had bekomen. Het duurde lang, vóórdat de VOLTAIRE een boot uit had. Een van de matrozen van dit schip deelde de tweede in deze zaak gehoorde getuige, mee, dat het Engelse stoomschip full speed had gestoomd.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. De Raad behandelde daarna het vermoedelijk met man en muis vergaan tijdens de reis van Swansea naar Oporto van het schoenerschip VELOX, reder B.G. Mulder, schipper H. Mulder, beiden te Groningen. Aan boord van dit schip, aldus vermelden de ingekomen rapporten, waren, behalve de gezagvoerder nog een drietal personen. Men was van plan in Swansea nog een vijfde man aan boord te nemen. In juni 1911 werd het schip te Groningen geheel in- en uitwendig onderzocht, in juli 1914 werd het vaartuig op de werf in Dordrecht geheel gerestaureerd en een certificaat van deugdelijkheid uitgereikt. Het schip was veertien jaren oud en had een waarde van zestienduizend gulden. Aan boord was een lading kolen. Het vaartuig had geen deklast. Het vermoeden bestaat, dat het schip in de loop van de maand februari is vergaan. Het vaartuig toch is nimmer te Oporto aangekomen en op de route, die het heeft moeten nemen, zijn in begin februari zware stormen voorgekomen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De haven. We mogen niet klagen, er zijn weer veertien schepen in onze haven gekomen. Daarbij was een groot zeilschip, de OLIVEBANK met salpeter, een lading, waarop de landbouw met spanning wacht en die dus nu haastig wordt gelost, Voorts kwam de POELDIJK binnen van de N.A.S.M. met graan en stukgoed uit Philadelphia, de DUBHE met graan uit Buenos Aires, de ZEEAREND, de NICOLAAS en de MOORDRECHT met steenkolen respectievelijk uit Grimsby, Hull en Newcastle en de NORDLAND uit Narvik met ijzererts. De vloot binnenschepen in de Waalhaven groeit thans weer met de dag aan.


19 juni 1915


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Verkoop van schepen. De Amerikaanse Commissioner of Navigation heeft een einde gemaakt aan de pogingen om een aantal zogenaamde Deense stoomboten op het Amerikaanse scheepsregister te doen inschrijven. De bedoelde schepen moeten, naar het heet, vroeger gevaren hebben onder Duitse, Deense, Nederlandse of Noorse vlag. De Commissioner verklaart, dat Hugo Stinnes het kapitaal verschafte voor de aankoop van deze schepen en dat de transactie geleid werd door Albert Jansen te Kopenhagen, die echter door de Deense autoriteiten werd gearresteerd onder beschuldiging van schending van de onzijdigheid. Daarop was de heer Theodoor Lohr te Rotterdam met de leiding van de transactie belast, waarbij miljoenen dollars zouden zijn betrokken.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 18 juni. Het nieuwe stoomschip MAASDIJK heeft bij de gisteren gehouden proeftocht goed voldaan. De rederij Solleveld, Van der Meer en T.H. van Hattum's Stoomvaartmaatschappij heeft het stoomschip van de Rotterdamsche Droogdok Maatschappij overgenomen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Betreffende de lading van het sinds 28 mei te Deal vastgehouden Nederlandse stoomschip VENUS is thans een beslissing genomen.
Het schip, dat op weg was van Ergasteria naar Rotterdam met een lading zinkerts, geconsigneerd aan de Nederlandsche Overzee Trustmaatschappij, heeft geen verlof gekregen die lading naar Nederland te vervoeren, doch moet in een Engelse haven lossen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Het Nederlandse stoomschip LAURA, van Philadelphia naar Rotterdam, is op last van de Engelse regering naar Weymouth gebracht en wordt daar aangehouden.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Lobith, 17 juni. Geladen met steenkolen voor Duitsland, passeerde hier voor de eerste reis het nieuwe sleepschip BAIJEREN 28, groot ongeveer 1.310 ton, schipper Leemans, gebouwd bij A. Vuyk & Zn. te Capelle a/d IJssel.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De haven. Negen schepen zijn sinds onze vorige opgave binnengekomen. De CHRISTIAN MICHELSEN van de N.A.S.M. bracht graan en stukgoed van New York, de IMPORT steenkolen van Newcastle en het kleine zeilschip ALBERDINA hout van Frederiksheld.
In de Waalhaven ligt nu een vloot van dertienhonderd binnenschepen, een prachtig gezicht. Zij bergen de enorme voorraad graan en levensmiddelen voor de Belgen, die successievelijk, doch heel langzaam naar het bezette gebied wordt gevoerd.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De Schepenwet. De 48-jarige scheepskapitein B. S. te Rotterdam stond het vorige jaar voor het kantongerecht te Appingedam terecht, beschuldigd: „Van het te Delfzijl met het in Nederland thuis behorende schip WILHELMINA, dat in Nederland was uitgerust, welks bemanning voor ten minste de helft uit ingezetenen van Nederland bestond, dat gebezigd werd om een reis te ondernemen buitengaats en waarvan hij de schipper was, de zeereis van Dordrecht naar St. Petersburg voortzetten, hoewel een op het ogenblik van het voortzetten van die reis nog geldig certificaat van deugdelijkheid of een geldige verklaring, als bedoeld in art. 2bis van de Schepenwet niet was afgegeven”.
De kantonrechter ontsloeg hem echter van rechtsvervolging. In hoger beroep sprak de Groningse rechtbank hem vrij, terwijl de Hoge Raad de zaak verwees naar het gerechtshof te Leeuwarden ter afdoening, welk college heden de zaak behandelde.
De advocaat-generaal vorderde vernietiging van het vonnis en veroordeling tot 8 dagen hechtenis.


21 juni 1915


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Aan het jaarverslag van de Stoomvaart Mij. ,,Zeeland" is nog het volgende ontleend: Over 1914 wordt een bedrag van NLG 100.000 voor de pensioenregeling van het personeel afgezonderd. Die gunstige resultaten geven eveneens aanleiding, over dit jaar een bedrag van NLG 150.000 te bestemmen tot versterking van het ketelfonds, terwijl, evenals vorige jaren, met het oog op de mogelijkheid, dat binnen weinige jaren tot aanbouw van nieuwe dagboten moet worden overgegaan, mede met het oog op de altijd onzekere toekomst, ook thans weer een aanzienlijk deel van de nettowinst bestemd is voor afschrijving op de schepen en andere eigendommen van de Maatschappij. De vloot van de Maatschappij bestond op 31 december 1914 uit de volgende stoomschepen: DUITSCHLAND groot 4.682 m3 met 4.500 pk; PRINS HENDRIK groot 5.508 m3; KONINGIN REGENTES groot 5.514 m3, KONINGIN WILHELMINA groot 5.502 m3, alle drie met 9.000 pk; en verder PRINSES JULIANA, ORANJE NASSAU en MECKELENBURG, allen groot 8.171 m3 met 10.000 pk. Van de 3% obligatielening anno 1886 werden in 1914 103 obligaties uitgeloot zodat in omloop bleef een bedrag van NLG 1.657.000.
Van de 4% geldlening anno 1912 primitief groot NLG 450.000 werd in de loop van 1914 NLG 30.000 afgelost, zodat op 31 december 1914 nog verschuldigd was een bedrag van NLG 345.000. Het ketelfonds bedroeg op 31 December 1914 NLG 376.863, waarvan voor een nominaal bedrag van NLG 252.000 in effecten is belegd, met een boekwaarde van NLG 228.200.
De ontvangsten uit de exploitatie stegen in percenten (1912 berekend op 100 %) in 1913 tot 107/33% en in 1914 tot 130/15%. Het aantal reizigers bedroeg in 1910 148.842; in 1911 154.842; in 1912 158.811; in 1913 169.705 en in 1914 200.582.
Het aantal tonnen goederen was in die jaren respectievelijk 57.277, 61.183, 62.847, 70.901 en 78.427.
In die zelfde jaren bedroeg de winst uit de exploitatie NLG 1.058.394, NLG 840.798, NLG 935.892, NLG 1.014.465 en NLG 1.604.187. De winst- en verliesrekening geeft dit laatste bedrag als eindcijfer aan en het is ook het enige cijfer aan de creditzijde; aan de debetzijde komen de volgende posten voor: Interestrekening NLG 10.334, ketelfonds NLG 150.000, pensioenregeling NLG 100.000; stoomschepen en andere afschrijvingen NLG 1.094.374 en saldo winst NLG 249.478.
De balans heeft een eindcijfer van NLG 5.302.644 en geeft onder debiteuren de volgende cijfers; kassa en kassiers NLG 348.405; prolongaties NLG 742.500 deposito NLG 1.000.000; materialen in de werkplaats NLG 30.475; magazijn NLG 26.272; steenkolen NLG 16.593; wissels NLG 37.432; drukwerken NLG 2.949; plaatskaarten NLG 1; materiaal havendienst NLG2; assuranties (aandeel 1915) NLG 99.465; gedeponeerde warden NLG 29.364; belegd ketelfonds NLG 228.200; abattoirs NLG 2; stoomschepen NLG 1.591.000; terrein gebouwen en meubelen NLG 4; werktuigen en gereedschappen NLG 5; en diverse debiteuren NLG 1.146.787.
Aan de creditzijde vinden wij de volgende posten: Kapitaal NLG 2.020.500; 3% geldlening NLG 1.657.000; 4% geldlening NLG 345.000; ketelfonds NLG 376.863; reservefonds NLG 5.627; pensioenregeling NLG 202.650; vernieuwingsfonds havendienst NLG 13.462; borgstellingen NLG 31.364; te betalen coupons NLG 24.705; te betalen vergoeding voor opheffing van de preferentie van de aandelen Serie B (onopgevraagd bedrag) NLG 10.300; dividend 1913 NLG 772,50; uitgelote obligaties van de geldlening 1886 NLG 4.000; diverse crediteuren NLG 358.562; onverdeeld dividend saldo 1913 NLG 161 en winst en verlies NLG 249.748.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 19 juni. Te Hansweert is gisteren van de Werf Zeeland te water gelaten een Rijnschip, groot ongeveer 1.540 ton, gebouwd voor de Rheinschifffart Gesellschaft “Rhenania" Homberg-Rotterdam. Voor dezelfde maatschappij werd een dito schip, op stapel gezet.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 19 juni. De stoomschepen MARKEN en RIJN (ex. VLUG) zijn volgens Fairplay, resp. voor 44.000 Pond St. en 19.000 Pond St. verkocht. Verder deelt voornoemd blad mee, dat de RIJN (ex. VLUG) begin februari 1910 bij verkoop 8.000 Pond St. opbracht.
Ook deelt Fairplay mee, dat het Nederlandse stoomschip LOUISE verkocht is op de conditie, dat het in de Verenigde Staten zal worden afgeleverd. (opm: geb. te Rotterdam in 1901 en verkocht voor GBP 34.000 – zie ook RN 230715)


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Delfzijl, 18 juni. Enige schepen zullen hier successievelijk ladingen gezaagd hout van Zweden aanbrengen, welke ladingen bestemd zijn in lichters verder gebracht te worden naar Amsterdam en Zaandam. Een boot kwam heden reeds aan.


22 juni 1915


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 21 juni. Het Bureau Wijsmuller te Den Haag meldt, dat het heeft aangekocht een nieuwe zeesleepboot, welke onder de naam EVERTSEN in de vaart gebracht zal worden. De capaciteit van de triple compound-machine bedraagt 400 pk.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 21 juni. De Nederlandse sleepboot OCEAAN met een baggermolen van Renfrew naar Port Said, arriveerde 18 juni te Malta.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Delfzijl, 19 juni. Heden vertrok van hier het nieuwe motorschip DAN, kapt. De Boer. Het is gebouwd op de werf van de firma Drewes & Co. te Gideon en is groot, 180 m3 netto. Het zal in vracht varen van Bremen op Borgfeld.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Lobith, 20 juni. Geladen met steenkolen voor Duitsland passeerde hier voor de eerste reis het nieuwe sleepschip HARRIEKE, groot 559 ton, schipper J. Hell, gebouwd op de werf Neerlandia te Haarlem voor rekening van de heer Ludewigs te Rotterdam.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Aan de werf van de firma Marckmann en Faasen te Kralingsche Veer (voorheen werf Kalkman) is met goed gevolg te water gelaten een stalen schroefstoomsleepboot, voor eigen rekening gebouwd. De machine is van het drievoudig expansie-systeem met oppervlak-condensatiestuk 120 ipk. en is met ketel bij dezelfde firma vervaardigd.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De Board of Trade heeft medailles geschonken aan kapt. B. Kuiper van het stoomschip CONSTANCE CATHARINA en kapt. K. Matroos van het stoomschip ELISABETH voor de diensten bewezen aan de in nood verkerende bemanning van het voor Rotterdam bestemde op 10 april getorpedeerde stoomschip HARPALYCE.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De gezagvoerder van het stoomschip IMPORT. De Hoge Raad deed uitspraak in de zaak van de procureur-generaal bij het Gerechtshof te 's-Gravenhage tegen het ontslag van rechtsvervolging van L. J. B., gewezen gezagvoerder van het Nederlandse stoomschip IMPORT van de Rotterdam-Londen Stoomvaartmaatschappij, ter zake van het op 5 december 1907 in het scheepsjournaal een vals relaas doen opnemen van een sinister, dat op de reis van Londen naar Rotterdam aan zijn schip zou zijn overkomen en verzonnen zou zijn om op kosten van de verzekering het schip te doen dokken en repareren. Op grond dat het Hof ten onrechte had beslist dat een scheepsjournaal niet is een geschrift, bestemd om tot bewijs van enig feit te dienen in de zin van art. 225 Strafwetboek, had het Openbaar Ministerie bij de Hoge Raad geconcludeerd tot vernietiging van het arrest en tot veroordeling van de gezagvoerder, wegens valsheid in geschrifte tot 1 maand gevangenisstraf.
De Hoge Raad was van oordeel, dat een scheepsjournaal zeer zeker tegenover de schipper die het heeft opgemaakt, bewijs oplevert van de daarin vermelde feiten. Dit blijkt uit art. 381, W.v.K., waaruit volgt dat belanghebbenden tegenover de schipper op het in het journaal vermelde een beroep kunnen doen. Het arrest werd dus vernietigd en de gezagvoerder veroordeeld tot 1 maand gevangenisstraf wegens valsheid in geschrifte.
De directeur van de lijn. De Hoge Raad deed uitspraak in de zaak van de procureur-generaal bij het Gerechtshof te 's-Gravenhage tegen het ontslag van rechtsvervolging van L. G., directeur van voornoemde stoomvaartmaatschappij te Rotterdam, ter zake van het opzettelijk gebruikmaken van het zoeven genoemde valse journaal, in welke zaak eveneens geconcludeerd was tot vernietiging van het arrest en tot veroordeling van de gerekwireerde tot 3 maanden gevangenis. In deze zaak was nog aangevoerd, dat van “gebruikmaken" van het bedoelde stuk geen sprake was geweest, waar de gerekwireerde slechts een extract daaruit aan de verzekeringsmaatschappij had doen toekomen. Maar het Openbaar Ministerie bij de Hoge Raad was van oordeel, dat ook het een beroep doen op een vals stuk door het inleveren of doen inleveren van een uittreksel daaruit als gebruikmaking daarvan is aan te merken. Op dezelfde gronden als in de vorige zaak werd het arrest vernietigd en de gerekwireerde wegens het opzettelijk gebruik maken van een vals geschrift als ware het echt en onvervalst, veroordeeld tot 3 maanden gevangenisstraf.


23 juni 1915


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 22 juni. Het Nederlandse stoomschip JAN BLOCKX is naar Noorwegen verkocht. Het stalen stoomschip JAN BLOCKX (ex MAIMAXA) groot bruto 1.366 en netto 846 reg. ton, in 1904 door de Grangemouth en Greenock Dockyard Co. te Grangemouth gebouwd, lang 235, breed 37.2 en hol 17 voet 1 duim, behoorde aan de N.V. Kolen- en Scheepvaartkantoor (directie J.F. & F. Schellen) alhier. Het zich thans te Swansea bevindende stoomschip gaat vandaar naar Amsterdam en dan over in handen van de nieuwe eigenaars.
— Bevracht: Stoomschip JAN BLOCKX, 2.000 ton van Swansea naar Amsterdam 11 Sh.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Nieuwe Afrikaansche Handels-Vennootschap te Rotterdam. Het verslag over het 35e boekjaar brengt eerbiedige hulde aan de nagedachtenis van de kortgeleden ontslapen mededirecteur de heer A. de Bloeme. Ook de controleur, de heer B. Moret, moest de vennootschap door de dood verliezen; voorlopig is in diens functie voorzien doordat de heer Joh.J. Moret werd uitgenodigd de arbeid van zijn vader voort te zetten. Evenmin als voor het voorgaande, kan voor het op ultimo oktober afgesloten boekjaar op gunstige resultaten worden gewezen. Aan de kust werd gedurende de eerste negen maanden van het boekjaar niet onbevredigend gewerkt, maar de winsten daar behaald, moeten voor het grootste gedeelte strekken om de nadelige uitkomsten, verkregen met de factorijen in de Boven Congo, goed te maken. Gedurende de laatste drie maanden van het jaar stonden de zaken zowel in de Boven- als in de Beneden Congo onder de invloed van de in augustus uitgebroken wereldoorlog. De winst in Afrika over het afgelopen boekjaar, die zich voor de kustfactorijen op NLG 154.639 becijfert, wordt ten gevolge van de nadelige uitkomsten in de Boven Congo, per saldo, zoals uit de winst- en verliesrekening blijkt, teruggebracht tot NLG 38.895. In het geheel bedragen de baten niet meer dan NLG 50.130. Daartegenover staan: Onkosten te Rotterdam NLG 61.271; betaalde interest NLG 47.541; afschrijving op vaartuigen NLG 16.000; id. meubelen NLG 1.000; reserve op uitgezonden goederen per WALBURG NLG 74.660, samen NLG 200.473, zodat een nadelig saldo blijft van NLG 150.342, hetwelk om de balans sluitend te maken, wordt afgeboekt van de reserverekening. Baten uit de aandelen in verschillende ondernemingen als Compagnie du Kassai; de Compagnie Françaises de I'Ouliamé Nana en de „Brazzaville", welke voor enkele jaren nog zulke belangrijke bijdragen tot de winsten leverden, bleven uit. Al deze ondernemingen hadden met dezelfde moeilijkheden te kampen als de eigen factorijen in de Boven-Congo. De verkorte balans sluit op NLG 3.795.394. Het reservefonds is na de overschrijving op NLG 209.134,37 teruggebracht. Aan het uitkeringsfonds kwamen NLG 14.554,03 ten goede, zodat het na aftrek van de gedane uitkeringen met NLG 261.591,34 een iets hoger cijfer dan het jaar te voren aanwijst.
Nog een aanvulling uit het verslag van het AH van 220615:
Van de posten in het debet van de winst- en verliesrekening vereist de reserve tegen de goederen, per WALBURG uitgezonden, enige toelichting. Dit stoomschip, van Duitse nationaliteit, in juli l.l. uit Antwerpen met een lading voor de Congo vertrokken, is na het uitbreken van de oorlog naar de onzijdige haven Pernambuco gevlucht. Pogingen om de lading te doen lossen, mochten niet gelukken, en daar niet te bepalen is welk bedrag aan kosten in rekening zal worden gebracht, noch wat na herstel van de vrede van het gedeelte van de lading nog bruikbaar zal zijn, acht de directie het geraden het volle bedrag daarvan te reserveren.


24 juni 1915


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Cádiz, 15 juni. Het Nederlandse motorschip SIRRA gisteren van Tetuan hier aangekomen, was op sleeptouw van het Spaanse stoomschip CIUDAD DE SOLIER wegens verlies van een deel van de schroef en lichte schade aan de as. De reparatie zal hier plaats hebben.


25 juni 1915


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Aangehouden schepen. Reuter seint ons uit Londen d.d. 24 juni:
Het Britse memorandum aan de Verenigde Staten bevat een lijst van twaalf schepen uit Amerikaanse havens vertrokken en die thans in Engeland worden aangehouden voor onderzoek. Onder deze schepen zijn de Nederlandse schepen: MAASHAVEN, MERAK en ZAANDIJK, die ladingen van voorwaardelijke contrabande zouden hebben. Er wordt nu in Den Haag een onderzoek ingesteld of de Nederlandsche Overzee Trust het consignement voor deze ladingen aanvaardde.
Ook is aangehouden het Nederlandse schip GALLIA, wegens twijfel over zijn definitieve bestemming. De Britse regering overweegt de aankoop van de lading olie.
(Wij tekenen hierbij aan, dat de stoomschepen MAASHAVEN, MERAK en ZAANDIJK, reeds enige dagen te Rotterdam liggen. Alleen het motorschip GALLIA ligt reeds van 7 juni bij Duins. Red.)


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

De Schepenwet. Het gerechtshof te Leeuwarden heeft gisteren een stoomboot-kapitein uit Rotterdam, die met zijn schip WILHELMINA vanuit Delfzijl de reis van Dordrecht naar St. Petersburg zou voortzetten, zonder dat hij was voorzien van de nodige papieren, veroordeeld tot 1 dag hechtenis. De eis luidde 8 dagen. (opm: zie ook RN 190615)


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Naamloze Vennootschappen. De Staats Courant No. 146 bevat de akte van oprichting van de naamloze vennootschap: N.V. Scheepvaart Mij. Noordzee, Rotterdam.
Kapitaal NLG 500.000, aandelen aan toonder van NLG 1.000, waarvan 100 geplaatst en volgestort. Directie: fa. Gebr. Van Uden.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 24 juni. Het in 1902 op de scheepswerf van de firma Jan Smit Czn. te Alblasserdam gebouwde Nederlandse stoomschip HEEMSKERCK is naar Noorwegen verkocht. De HEEMSKERCK van de Stoomvaart Mij. Tromp, groot bruto 2.183 en netto 1.375 register ton, is lang 293, breed 43 en hol 20 voet 2 duim.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 24 juni. Het dubbelschroef stoomschip RIJNDAM, van de N.A.S.M., 26 mei met aanvaringschade te New York uit zee teruggekeerd, heeft gerepareerd en is 23 juni weer van New York naar hier vertrokken.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Delfzijl, 23 juni. De alhier thuis behorende sleepboot EEMSHORN is, na gehouden bodemonderzoek, aan een Deense rederij te Kopenhagen verkocht. Prijs geheim.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Menado, 19 mei. Het Nederlandse stoomschip PIJNACKER HORDIJK raakte 16 mei op Great Sangir (Sangir-eilanden), tussen Taroena en Petta aan de grond, doch kwam dezelfde dag zonder assistentie vlot en zette de reis voort. Als het schip hier terugkeert zal het worden nagezien.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Hongkong, 22 mei. Uit nader bericht blijkt dat stoomschip TJIMAHI, dat 14 mei op het noordelijk rif van de Paracels strandde, na het werpen van 600 ton lading uit ruim No. 1 vlot kwam. De stroom zette echter het schip opnieuw op het rif. De bemanning werd door het stoomschip ORIENTAL gered en hier geland. De kapitein deelde mee dat het stoomschip moest worden verlaten, wijl de positie te gevaarlijk was geworden.


26 juni 1915


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Lundy Island, 23 juni. Het Nederlandse stoomschip FARMSUM, van Port Talbot naar Frey Bentos, is hier geankerd wegens enige machineschade.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 25 juni. Volgens Norges Handels og Sjöfartstidende is het stoomschip KORTENAER, van de firma J.F. & F. Schellen alhier, in 1901 te Greenock gebouwd en 1.359 netto ton groot, aan de reder Brodrene Olsen te Stavanger verkocht.


28 juni 1915


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 26 juni. De in aanbouw zijnde sleepboten GEBR. BODEWES 2 en 3, respectievelijk met ketel- en machine installaties van 350 en 125 ipk., zijn naar Kopenhagen verkocht.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Delft, 24 juni. Van de scheepsbouwwerf van de firma H. Boot & Zn., is heden met goed gevolg te water gelaten de stalen motorboot MARIA HELENA, groot 130 ton, voorzien van een Kromhout ruwoliemotor van 45 epk., gebouwd voor rekening van de heren Ossewaarde & Dekker te Goes, terwijl de kiel werd gelegd voor een sleepkaan van ruim 500 ton voor binnenlandse rekening.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Amsterdam, 26 juni. Het stoomschip CERES, 20 dezer ledig van Amsterdam naar Hudiksvall vertrokken, is gisteren bij Söderhamn getorpedeerd of op een mijn gelopen. Het schip is gezonken. De gehele bemanning werd gered en is gisteravond te Stockholm aangebracht. (De CERES werd in 1908 gebouwd, was bruto 1.749, netto 1.078 registerton groot en behoorde toe aan de Koninklijke Nederlandsche Stoomboot Mij. Het schip zou te Hudiksvall hout laden.)


29 juni 1915


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

De verdwijnende Marinewerf. Vanaf 4 juli a.s. zal 's Rijks werf als inrichting van aanbouw en herstelling gesloten zijn. Tot de gebouwen, die verdwijnen zullen, behoren, naar wij vernemen, het gebouw van de scheepsbouw, de pantserinrichting, de gieterij, de grofsmederij, de stoomzagerij, timmerwerkplaats, enz. Ook de grote stoomhamers, wals- en ponsmachines gaan weg. Op de hellingen staan nog twee vaartuigen voor het loodswezen op stapel; deze zullen weldra te water worden gelaten. Het laatste oorlogsschip, dat op de Marinewerf gebouwd is, is de pantserboot GRUNO.
De gebouwen, waar de officieren van de Marine directie, van het vak van uitrusting enz. hun bureaus hebben, blijven bestaan, evenals het Marine paleis, het oude „zee-magazijn", de inrichting voor de draadloze telegrafie en de torpedodienst.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Koninklijke Petroleum. In de heden alhier gehouden jaarlijkse vergadering van aandeelhouders waren vertegenwoordigd 11.887 gewone aandelen en 550 preferente aandelen, recht gevende tot het uitbrengen van 169 stemmen. Het jaarverslag werd voor kennisgeving aangenomen en de balans en de winst- en verliesrekening werden goedgekeurd.
Het dividend over 1914 werd dus bepaald op 4% voor de preferente en 49% (waarvan reeds een interim-dividend van 15% werd uitgekeerd) voor de gewone aandelen.
Bij de rondvraag informeerde de heer Van Kempen naar de bedoeling van de zinsnede aan het einde van het jaarverslag. Er staat n.l. dat de Maatschappij, hoewel nog steeds een Nederlandse onderneming, de leidster is geworden van een groot internationaal bedrijf, zodat het aan het bestuur beter voorkomt alle feestelijkheden naar aanleiding van het 25 jarig bestaan tot gelukkiger tijden uit te stellen.
Spreker vroeg daarom of het de bedoeling is dat de Maatschappij haar nationaal karakter zou verliezen. De voorzitter, mr. A. Capadose, gaf toe dat de redactie inderdaad niet gelukkig was. Het ligt echter in het geheel niet in de bedoeling om de Maatschappij haar nationaal karakter te doen verliezen. Op pag. 9 van het jaarverslag staat dan ook:
Wat de toekomst betreft vertrouwen wij dat, wanneer de vrede hersteld is, onze omzet zich belangrijk zal kunnen uitbreiden. Ons bedrijf wordt meer en meer geconsolideerd en de financiële risico's worden gaandeweg verminderd. Er is thans geen olie voortbrengend land in welks productie wij niet een min of meer belangrijk aandeel hebben, zodat wij mogen verwachten dat onze totale productie zich in een stijgende richting zal bewegen.
Men staat dus ook met de oorlogvoerende landen, waarvan de Maatschappij de polsslag voelt, in connectie en daarom heeft het bestuur het wenselijker geacht thans van feestelijkheden af te zien. De vergadering werd daarna gesloten.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 28 juni. Van de werf De Rijn van de firma P. Hoebée te Dordrecht is te water gelaten het stalen Rijnschip CORNELIA, groot 500 ton, gebouwd voor rekening van de heer W.J. Vos te Rotterdam. Daarna werd de kiel gelegd voor een sleepkaan, groot 1.100 ton, voor Duitse rekening.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Delfzijl, 25 juni. Heden vertrok van hier naar Emden het op de werf van Gebr. van Diepen te Waterhuizen, nieuwgebouwde lichterschip HANS, groot netto 300 m3, schipper I. Hauschild.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Lundy Island, 23 juni. Het stoomschip FARMSUM dat volgens een vroeger rapport met een klein defect alhier geankerd lag. heeft de reis om de west voortgezet. Ogenschijnlijk is alles wel.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Vigo, 24 juni. Het Nederlandse stoomschip GOOILAND, van Buenos Aires naar Amsterdam, gisteren alhier aangekomen, heeft een schroefblad verloren. De kapitein vraagt een certificaat van zeewaardigheid.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Aan de werf van de Naamloze Vennootschap Burgerhout's Machinefabriek & Scheepswerf, is met goed gevolg te water gelaten een stalen casco van een stoomsleepboot, lang 21, breed 5 en hol 2,50 meter. In dit casco zal worden geplaatst een triple-expansie stoommachine 245 x 410 x 645/350 mm. en een stoomketel van 80 m2 verwarmd opp., welke eveneens aan genoemde fabriek worden vervaardigd.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Noodlottige aanvaring. De Raad voor de Scheepvaart heeft behandeld de aanvaring op 21 mei nabij Longships tussen het Nederlandse schoenerschip OCEAAN, schipper-eigenaar G. Mulder uit Groningen en het Engelse stoomschip VOLTAIRE uit Liverpool. Het eerst werd gehoord de schipper-eigenaar G. Mulder van de OCEAAN. Hij verklaarde dat de bemanning van het vaartuig bestond uit zes personen. Het was mistig weer, telkens kwamen mistvlagen opzetten. Men gaf mistsignalen door middel van een misthoorn, welke, volgens Noors systeem, gedraaid werd met de hand. Men passeerde een drietal stoomschepen, die eveneens mistsignalen gaven, doch men kon ze niet zien. Plotseling doemde de VOLTAIRE op, op een afstand van 200 à 300 meter. Het schip kwam met grote vaart af op de OCEAAN, die niet kon uitwijken, omdat het schip een te geringe vaart had. De aanvaring geschiedde met een hevige stoot. De OCEAAN viel opzij en zonk. Het gehele drama speelde zich af in minder dan drie minuten. De bemanning, voor zover deze gered kon worden, werd aan boord van de VOLTAIRE gebracht, die ernstige averij had bekomen. Het stoomschip raakte de schoener driemaal, de laatste maal even vóór de bezaansmast. Bij de ramp kwamen de vrouw van de schipper en een lichtmatroos om. De OCEAAN had voortdurend mistseinen gegeven. De sloep kon men door de slagzij van de OCEAAN niet buiten boord krijgen. De VOLTAIRE zette daarop een boot uit, die de drenkelingen oppikte. Daarna werd gehoord de stuurman S. Wijnstok van de OCEAAN. Hij was te kooi vóór de aanvaring plaats greep. De schipper porde hem uit de kooi, toen de aanvaring onvermijdelijk bleek. Hij bevestigt de verklaringen van de schipper. Voor het meenemen van de aanwezige zwemvesten was de tijd te kort. Er stond tamelijk veel zee. Een matroos van de VOLTAIRE had getuige nog meegedeeld, dat zijn schip volle kracht gestoomd had, ondanks de mist.
De Raad zal later uitspraak doen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Spoorloos verdwenen. De Raad voor de Scheepvaart behandelde daarna het vermoedelijk met man en muis vergaan tijdens de reis van Swansea naar Oporto van het schoenerschip VELOX, reder B.G. Mulder, schipper H. Mulder, beiden te Groningen. Aan boord van dit schip, aldus vermelden de ingekomen rapporten, waren, behalve de gezagvoerder nog een drietal personen. Men was van plan in Swansea nog een vijfde man aan boord te nemen. In juni 1911 werd het schip te Groningen geheel in- en uitwendig onderzocht, in juli 1914 werd het vaartuig op de werf in Dordrecht geheel gerestaureerd en een certificaat van deugdelijkheid uitgereikt. Het schip was veertien jaren oud en had een waarde van zestienduizend gulden. Aan boord was een lading kolen. Het vaartuig had geen deklast. Het vermoeden bestaat, dat het schip in de loop van de maand februari is vergaan. Het vaartuig toch is nimmer te Oporto aangekomen, en op de route die het heeft moeten nemen, zijn in begin februari zware stormen voorgekomen. De Raad zal nader uitspraak doen.


30 juni 1915


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Rotterdam, 29 juni. Volgens alhier ontvangen particulier bericht lag het schip ELISABETH in de Duins geankerd, toen het werd aangevaren door een Spaans stoomschip. De ELISABETH geraakte hierdoor op drift en kwam naderhand in aanvaring met een Noors stoomschip. De Nederlandse sleepboot NOORDZEE heeft de ELISABETH klaar gesleept en op een veilige ankerplaats gebracht.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de scheepsbouwwerf “De Merwede” v/h Van Vliet & Co. is te water gelaten het stalen loggerschip MERWEDE 4, lang 24, breed 6,50 en hol 2,90 meter, voor rekening van de N.V. De Merwede te Scheveningen. De kiel werd gelegd voor een stalen stoomschip, No. 119, lang 156’-7", breed 25'-0" en hol 11'-11", hetwelk gebouwd wordt voor eigen rekening onder special survey van Lloyds 100 A 1.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Een voor de H.H.K. van Pel Jr. en J. van Vrede te IJmuiden op de werf “De Hoop” te Leiderdorp in aanbouw zijnde zeillogger is met gunstig gevolg van stapel gelopen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Het stoomschip ROTTERDAM van de Holland-Amerika Lijn, dat zondag 20 dezer van Rotterdam vertrok, werd in de Downs tot jl. vrijdag opgehouden. Toen is het schip niet vrijgelaten, zoals oorspronkelijk bericht werd, doch het werd naar Avonmouth gebracht en moet nu een gedeelte van de voor Amerika bestemde lading lossen en wel goederen uit Zwitserland afkomstig, naar het heet omdat de certificaten van oorsprong niet in Zwitserland door een Engelse consul gelegaliseerd zouden zijn, wat sedert kort vereist wordt.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De CERES. Volgens een bij de Koninklijke Nederlandsche Stoomboot Mij. te Amsterdam binnengekomen bericht, is de equipage van het verongelukte stoomschip CERES te Kopenhagen aangekomen. Het ligt in de bedoeling van de Maatschappij, de bemanning met een van haar eigen boten naar Amsterdam terug te brengen. Vermoedelijk zal dit geschieden met de stoomschepen TITAN, MARS en CALYPSO.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 29 juni. Het Belgische blad Neptune, thans te Londen verschijnende, schrijft: De 15 aug. 1914 werd het Panama-Kanaal voor de scheepvaart opengesteld en van die datum tot 14 febr. 1915 passeerden 496 schepen (andere dan kanaalvaartuigen) inhoudende 2.367.344 ton lading, het kanaal. Van deze 496 schepen was iets meer dan de helft, van de vervoerde lading eveneens, oostwaarts bestemd en met 252 schepen inhoudende 1.340.625 ton lading, iets meer dan 22% van de schepen en meer dan 41% van de lading was betrokken in de kustvaart, dit is de vaart tussen verschillende Amerikaanse havens. Gedurende deze eerste zes maanden waren graan, salpeter, kolen, geraffineerde petroleum producten, hout en katoen de voornaamste handelsgoederen, die door het kanaal vervoerd worden.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 29 juni. Het reeds gemelde stoomschip GOOILAND heeft 26 juni de reis van Vigo naar Amsterdam voortgezet.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 29 juni. Het stoomschip KORTENAER (reeds gemeld) werd verkocht voor ongeveer Pond St. 38.300. (Fairplay).


02 juli 1915


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Amsterdam, 30 juni. Volgens een bij de Nederlandsche Stoomboot Maatschappij ingekomen bericht is het stoomschip TITAN gisteren met acht man equipage van het verongelukte stoomschip CERES van Kopenhagen naar Amsterdam vertrokken.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Delfzijl, 30 juni. Heden kwam alhier binnen het tjalkschip EEMS, kapt. A. de Boer, met 70 ton hout, delen en battings van de te Rottum gestrande Noorse bark AMAZONE. Door het ongunstige weer hebben ze hiermee met 17 man drie weken werk gehad. Vandaag of morgen vertrekken ze met de sleepboot NOVA ZEMBLA, die te Noordpolder ligt, wederom daarheen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Westerbroek (Hoogezand), 29 juni. Met gunstig gevolg liet de firma Wortelboer & Co. van haar scheepswerf te water een stalen motorsleepkaan, groot 450 ton, voor de firma Presser te Frankfort, terwijl een gelijk schip voor deze firma werd op stapel gezet. Nog is de kiel gelegd voor een sleepkaan van 1.000 ton voor de firma Fried. Schmitz te Duisburg-Ruhrort.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Londen, 29 juni. Het Nederlandsche stoomschip SLIEDRECHT, dat door de Smith's Dock Company aan de Tyne wordt gerepareerd, nadert de voltooiing. De SLIEDRECHT heeft door het stranden op de Durhamkust uitgebreide bodemschade belopen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 1 juli. Vanmorgen is, met goed gevolg, aan de werf van de heren Bonn & Mees aan de Maashaven te water gelaten het stoomschip SITOEBONDO, gebouwd, voor de Stoomvaart Maatschappij „Rotterdamsche Lloyd". De tewaterlating geschiedde te 10 minuten voor halfacht en niettegenstaande het vroege morgenuur was er een talrijk publiek getuige van, dat op de Bult aan de Parkkade met belangstelling het altijd interessante schouwspel gadesloeg van een schip, dat van zijn kluisters bevrijd, onder het gillend gefluit van de boten in de buurt, statig van stapel loopt, wolkjes van damp achterlatend, om, opgenomen in zijn element, dadelijk weer aan andere kluisters te gehoorzamen en door sleepbootjes naar zijn plaats te worden gebracht.
De lengte van het schip is over alles 460 Eng. voet, de wijdte 54 Eng. voet en de holte 37 Eng. voet tot het bovendek. Het schip heeft drie stalen dekken, waarvan het bovenste met teakhout is belegd.
In de grote dekhut midscheeps bevindt zich de kajuit. De kamers voor de kapitein bevinden zich boven de dekhut, de kaartenkamer met commandobrug op de kapiteinskamers. De hutten voor officieren en machinisten zijn in de zijden op het bovendek geplaatst. Logies voor matrozen en stokers bevinden zich onder het bakdek.
Verder wordt het schip voorzien van twee stalen masten, laadbomen, zware laadboom, stoomlieren, ankerspil, kaapstanders, brandblusmachine, Marconi-telegraaf en elektrisch licht. Stoomketels en een turbine-machine installatie worden vervaardigd door de Koninklijke Maatschappij „De Schelde" te Vlissingen. Schip en machines worden in de hoogste klasse van Bureau Veritas opgenomen.


03 juli 1915


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 3 juli. Volgens een bij de Stoomvaart Maatschappij Nederland ingekomen bericht is het uitgaande stoomschip SUMATRA, dat 27 juni van Suez vertrok, op 30 juni met gebroken roersteven te Suez teruggekeerd. Deze schade maakt het nodig, dat het schip na lossing van ongeveer 3.000 ton lading te Suez in het droogdok wordt geplaatst, ten einde de schade te repareren. Daar het dok niet eerder dan ongeveer 28 juli vrij zal komen om het stoomschip SUMATRA op te nemen, zal met deze reparatie geruime tijd heen gaan.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 2 juli. De door de Machinefabriek en Scheepswerf voorheen H.J. Koopman te Dordrecht nieuw gebouwde zeesleepboot van 375 ipk. is door de makelaar Jac. Pierot Jr., naar het buitenland verkocht.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Amsterdam, 1 juli. Heden is van de werf van de Nederlandsche Scheepsbouw Mij. te Amsterdam te water gelaten het stoomschip BARENDSZ (opm: BARENTSZ), gebouwd voor rekening van de Koninklijke Paketvaart Mij. De afmetingen zijn 383’-6” x 88’-6” x 29’-11".


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Deal, 30 juni. Het stoomschip NIEUW AMSTERDAM werd gisteren, terwijl het in de Duins voor anker lag, aangevaren door het te Cardiff thuis behorende stoomschip ROATH, waardoor de NIEUW AMSTERDAM aan stuurboordzijde, achter boven het hoofddek, licht beschadigd werd. Bij het laten vallen van het anker geraakte de ketting onder de NIEUW AMSTERDAM, waardoor vermoedelijk de bakboord kimkiel beschadigd werd.
(De NIEUW AMSTERDAM arriveerde 2 juli te Rotterdam. Red.).


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Londen, 1 juli. Het stoomschip KEDIRI, van de Rotterdamsche Lloyd, op reis van Java naar Rotterdam, is bij Deal geankerd liggende aangevaren, waardoor de achtersteven werd verbogen.
Later bericht. Het stoomschip KEDIRI werd aangevaren door het te Glasgow thuis behorende stoomschip DALBLAIR. Laatstgenoemd stoomschip zette de reis om de noord voort, of het schade bekwam is niet bekend. Heden zal over de KEDIRI een expertise gehouden worden. (De KEDIRI is 2 juli, ‘s namiddags te Rotterdam aangekomen. Red.)


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Londen, 1 juli. Het Nederlandse stoomschip ALBERGEN, 2 april van Newport News naar Trinidad vertrokken en dezelfde dag Norfolk gepasseerd, wordt thans door Lloyds als vermist opgegeven.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Singapore, 25 juni. Het Nederlandse stoomschip J.B. AUG. KESSLER, hier heden aangekomen, is in het droogdok gegaan.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Gisteren is van de werf van de firma Jan Smit Czn. te Alblasserdam met goed gevolg te water gelaten het stoomschip DIRKSLAND, gebouwd voor de alhier gevestigde maatschappij Ned. Lloyd. Het schip is lang 262 voet, breed 38 voet, hol 19.9 voet en heeft een draagvermogen van 2.450 ton. Het wordt thans naar Vlissingen gesleept om op de werf van de Kon. Maatschappij „De Schelde" van machine en ketels te worden voorzien.


04 juli 1915


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart. De Raad voor de Scheepvaart heeft gisteren een onderzoek ingesteld naar het stranden van het stoomschip BREDA in de monding van de Theems op 18 mei jl. De gezagvoerder J. Burger, verklaarde, dat de BREDA, die bruto 225 ton groot is en met 11 koppen bemand was, 18 mei ‘s ochtends te 3 uur uit Rotterdam is vertrokken, naar Havre. De lading bestond uit suiker. Buiten stond een toenemende NO wind, die de vaart zeer belemmerde. De bedoeling was zo spoedig mogelijk de Engelse kust te bereiken, teneinde een loods voor de Downs te krijgen. De machine werkte op volle kracht, de vaart was ongeveer 4 à 5 mijl. Omstreeks 10 uur nm. werd het lichtschip Sunk bereikt, doch een loodsboot was niet te zien, ook was daar geen goede ankerplaats te vinden. De zee werd steeds moeilijker. Vanaf het vertrek is de gezagvoerder steeds op de brug geweest. Toen er geen loodsboot kwam opdagen, besloot getuige weer zee te kiezen en met zuidoostelijke koers verder te varen. Door de wind en de zee was deze koers echter niet te houden; het schip was slecht te sturen, zodat het niet mogelijk was hoger op te gaan, om de banken te vermijden. Omstreeks 11 uur is het schip toen gestoten; met eigen kracht is men echter omstreeks 1 uur weer vlot gekomen. Een poosje nadat men de Sunk uit het oog had verloren, en de gangvoerder niet meer precies wist waar hij zich bevond, is men begonnen met loden, doch dit moest, om het daaraan verbonden levensgevaar al spoedig nagelaten worden. De volgende ochtend te 07.45 uur heeft men bij het Sunk-lichtschip een loods gekregen. Bij nader onderzoek bleek, dat het schip water maakte bij de achterpiek en in het voorruim. Het roer was defect, zodat men enige tijd met de helmstok heeft moeten sturen. Van de lading zijn 300 zakken suiker beschadigd. De schade aan het schip zelf bedroeg 4.800 FFR. Na het verhoor van deze getuige werd de behandeling van de zaak geschorst tot maandag 5 juli a.s.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart. Voorts deed de Raad de volgende uitspraak: De Raad was van oordeel, dat de brand aan boord van het stoomschip TRITON in de machinekamer is veroorzaakt door het omvallen van de losstaande open tuitlamp, welke men onvoorzichtiger wijze bij het verwerken van de petroleum en de reparatie aan de tank heeft benut. De gebruikte met petroleum gedrenkte dotten poetskatoen, welke achteloos in de nabijheid van de lamp zijn neergeworpen, hebben daardoor vlam gevat en heeft het vuur zich onmiddellijk ook over de van petroleum doortrokken vloer verspreid. De brand in het achterruim is zeer waarschijnlijk ontstaan doordat brandende vloeistof zich door de openingen van de Iensleiding, waarvan de loden verbindingen waren gesmolten, een weg daarheen heeft gebaand, hoewel ook niet uitgesloten is, dat de aldaar in kisten geborgen lading ten gevolge van het gloeiend worden van het schot tussen ruim en machinekamer heeft vlam gevat, hoewel ook op dit schot voortdurend is gespoten. Had men de moeite genomen de dynamo voor het elektrisch licht weer aan te zetten en dat licht te gebruiken, gevaar voor brand ware uitgesloten geweest. Ook zou het gevaar voor brand belangrijk zijn verminderd, indien men de dotten poetskatoen, na gebruik terstond naar de stookplaats had verwijderd, in plaats van die in de nabijheid van de lamp op een hoop te werpen.
In verband met deze scheepsramp meent de Raad er uitdrukkelijk op te moeten wijzen, dat geen voorraad petroleum in de machinekamer aanwezig behoort te zijn, aangezien zulks, gelijk ook hier gebleken is, steeds gevaar voor brand oplevert.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart. Betreffende de schoener VELOX besliste de Raad als volgt: Waar vast staat dat de schoener VELOX op 30 januari 1915 van Swansea, is vertrokken doch de plaats van bestemming niet heeft bereikt, waar ook de rederij sedert bovengenoemde datum omtrent het lot van schip en opvarenden niets meer heeft vernomen, neemt de Raad aan dat de VELOX op de reis van Swansea naar Oporto, 30 januari 1915, ondernomen, met man en muis is vergaan. Daar alle gegevens omtrent hetgeen met het schip is voorgevallen ontbreken, vermag de Raad de oorzaak niet met zekerheid vast te stellen. Waar het de Raad echter bekend is dat begin februari 1915 buiten het Engels Kanaal zware stormen hebben geheerst, is het niet onwaarschijnlijk, dat de VELOX in een van die stormen is gebleven.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart. De Raad meende de oorzaak van de aanvaring van de gaffelschoener OCEAAN door het Engelse stoomschip VOLTAIRE te moeten toeschrijven aan de omstandigheid, dat het stoomschip VOLTAIRE ten gevolge van de heersende mistvlagen de schoener niet tijdig genoeg heeft kunnen waarnemen om nog voor hem uit de weg te gaan, terwijl laatstgenoemd vaartuig door de geringe vaart en weinige wind, zijnerzijds niet bij machte was enige manoeuvre uit te voeren. Niet onwaarschijnlijk heeft de VOLTAIRE ten gevolge van het mistsignaal door een stoomschip even vóór de aanvaring gegeven, welk signaal ook door de bemanning van de OCEAAN aan bakboordzijde is vernomen, het zwakkere geluid van de misthoorn van de schoener niet kunnen horen.


05 juli 1915


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De drijvende elevator No. 1 te Amsterdam op de scheepswerf van Verschure voor Rotterdamse rekening gebouwd, lag te IJmuiden gereed om door de sleepboten van L. Smit & Co's Sleepdienst Maatschappij OOSTZEE en PERNIS naar Rotterdam gesleept te worden.


06 juli 1915


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 5 juli. Naar de Scheepv. verneemt, is naar Noorwegen verkocht het stoomschip RICHARD van de firma Lensen te Terneuzen, alsmede de in genoemde haven thuis behorende motor CORNELIS.
Het binnengekomen stoomschip Marken wordt dezer dagen door de nieuwe Noorse reders overgenomen.
Later bericht. De RICHARD in 1904 te Stockton-on-Tees gebouwd, ongeveer 2.950 ton d.w. ladende, is verkocht tot de prijs van NLG 445.000, oplevering einde van deze maand te Rotterdam.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 5 juli. Voor Duitse rekening is gebouwd op en werd te water gelaten van de werf De Hoop van de N.V. C. van der Giessen en Zonen's Scheepswerven te Krimpen a/d IJssel een Rijnschip met 800 ton laadvermogen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 3 juli. Van het op de Zweedse kust gezonken stoomschip CERES, dat getorpedeerd werd of op een mijn liep, kwamen heden 8 van de opvarenden met het zusterschip TITAN hier binnen. Omtrent het ongeval vernamen wij dat het schip onder het voorschip getroffen werd, zodat het binnen een kwartier zonk. Dankzij het kalme optreden van de gezagvoerder werd een paniek voorkomen en konden de 25 opvarenden, waarvan één stoker door de schok uit zijn kooi geworpen en gewond werd, plaats nemen in de twee boten, waarmee zij ongeveer twee uren rond roeiden en daarna werden opgenomen door een Zweedse loodsboot. Met deze werden ze eerst op een torpedoboot gebracht, daarmee toen op een wachtschip en vervolgens weer met een andere torpedoboot naar de haven van Nordtjelje. (opm: waarschijnlijk Norrtälje). Via Stockholm, waar verklaring werd afgelegd, reisden ze over Malmö naar Kopenhagen. De overige 17 opvarenden komen met de stoomschepen MARS en CALYPSO van dezelfde rederij. De torpedoboot, waarover vroegere berichten spraken, was vermoedelijk van Russische nationaliteit, doch kon dit door de verre afstand niet worden geconstateerd. Zodoende werden de schipbreukelingen ook niet door de torpedoboot opgemerkt. De opvarenden konden slechts het leven redden en moesten al hun bezittingen achterlaten. De gezagvoerder gelukte het echter nog de scheepspapieren in veiligheid te brengen. Na het gebeurde zal vanwege onze Regering een ambtelijk onderzoek worden ingesteld.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Delfzijl, 3 juli. Het zeilschip LIBERTÉ II, schipper H. Ridderbos, het welk deze week ledig naar Schiermonnikoog vertrok, is hier heden met gebroken zwaard teruggekeerd.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De CERES. Met het Nederlandse stoomschip TITAN, dat zaterdag met hout van Kopenhagen te IJmuiden binnenkwam, arriveerden de 2e stuurman C.A.J. Dopheide, de 3e stuurman J. Dros, de 2e machinist D.G. Schmidt, de hofmeester K. Kuiter, een stoker een donkeyman en 2 tremmers van het Nederlandse stoomschip CERES, dat in de Oostzee in de nabijheid van Söderhamn verloren ging. De berichtgever van het Handblad te IJmuiden vernam omtrent het ongeval het volgende: Het schip was van Amsterdam in ballast bestemd naar Hudiksvall. Op de reis werden enige Zeppelins en onderzeeërs gezien in de nabijheid van Ameland, doch deze lieten het schip ongemoeid passeren. Des morgens 7 uur, op vrijdag 25 juni, toen de kapitein de 1e en 3e stuurman op de commandobrug de wacht hadden, voelde men een hevige schok. Vóór het schip spoot een waterzuil op, waaruit een grote hoeveelheid kolen en hout op het dek vielen. Het bleek, dat de CERES in het voorschip getroffen was. Men weet nog niet, of de ontploffing door een onderzeeër, dan wel door een mijn veroorzaakt was, doch vermoedt het laatste. In allerijl verliet de bemanning het schip en ging in twee boten, wat in vijf minuten geschied was. Alle opvarenden, 25 in getal, vonden plaats in deze twee boten, de ene onder bevel van kapitein Schenk, de andere onder bevel van de eerste stuurman. De schok was zo hevig, dat de 2e machinist, die op bed lag, uit zijn kooi werd geworpen; doch gelukkig bleef hij ongedeerd. Een stoker werd op dezelfde wijze uit zijn bed gegooid en daarbij licht gewond. Nauwelijks was men 200 meter weg geroeid, of het schip zonk in 12 minuten. Eerst zonk het voorschip, zodat het schip langzamerhand rechtop kwam te staan, toen de schoorsteen de waterlijn raakte, zonk het schip pijlsnel verder. Het schip was reeds lang gezonken, toen de bemanning een torpedoboot ontwaarde die vermoedelijk van Russische nationaliteit was. Doch men kon daaromtrent niets zekers meedelen. Deze torpedoboot bemerkte de ronddrijvende boten niet en stoomde verder. Op eigen kracht aangewezen roeide men 2 uur rond in de met levensmiddelen goed uitgeruste boten. Toen naderde een Zweedse sein-loodsboot, die de schipbreukelingen opnam. Het ongeval, dat in het gezicht van de Zweedse kust gebeurde was vermoedelijk van de wal af opgemerkt, want de loodsboot kwam recht op de boten aan. Nadat zij ongeveer een uur aan boord van deze loodsboot, waar het onthaal zeer hartelijk was, vertoefd hadden, werden de schipbreukelingen overgegeven aan een Zweedse torpedoboot, die hen weer op een wachtschip bracht. Later kwam een andere torpedoboot de bemanning afhalen, om ze naar de naburige haven van Nordtellje (opm: Norrtälje) te brengen. Vandaar ging ze per boot naar Stockholm en de volgende dag per trein naar Malmö en vervolgens naar Kopenhagen, om met de TITAN thuis te varen, 17 man moesten in Kopenhagen achterblijven en zullen per stoomschip CALYPSO en MARS naar huis komen. Alle bezittingen van de opvarenden gingen verloren, doch de scheepspapieren konden gered worden. De thans binnengekomen personen roemden om strijd de behandeling van de havenmeester in Nordtellje (opm: Norrtälje) en de Nederlandse consul in Stockholm, die zich beiden beijverden om hen in alles bij te staan. In Stockholm werd voor boven genoemde consul een verklaring omtrent het voorgevallene afgelegd.
Aan het flinke optreden van kapitein Schenk danken de schipbreukelingen hun vlugge redding, die zonder paniek geschiedde, zodat allen hun plaats in de boten konden innemen. Met het zaterdagavond te IJmuiden binnengekomen stoomschip TITAN maakten twee marineofficieren de reis naar Amsterdam mee om de aangebrachte geredden van de CERES een eerste verhoor af te nemen. Naar het schijnt zal dus onze Regering een officieel onderzoek naar de ramp doen instellen.


07 juli 1915


Krant:
  DS - Dagblad Scheepvaart

Delfzijl, 6 juli. De sleepboot EEMSHORN van K. Toxopeus alhier is verkocht naar Kopenhagen. Het schip is heden naar haar nieuwe thuishaven vertrokken.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 6 juli. Ledig naar Duitsland passeerde Lobith voor de eerste reis het nieuwe sleepschip THIJSSEN 27, groot ongeveer 2.130 ton, schipper Van Raalte, gebouwd bij de N.V. J. Meijer's Scheepsbouw Mij. te Leeuwen, voor rekening van de N.V. Handels- en Transport Mij. Vulcaan te Rotterdam.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 6 juli. Het Nederlandsche stoomschip DORDRECHT werd, volgens Fairplay, verkocht voor 35.500 Pond Sterling.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 5 juli. Door de sleepboten OOSTZEE en PERNIS werd naar Rotterdam overgebracht de elevator N.E.M, No. 2, welke door de firma Verschure & Co. voor rekening van een firma in Rotterdam gebouwd werd.


08 juli 1915


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart. De Raad voor de Scheepvaart heeft gisteren een onderzoek ingesteld naar de stranding van het stoomschip SLIEDRECHT van de Stoomvaart Mij. “De Maas” op 18 maart jl. bezuiden de Tyne monding. De gezagvoerder J. Teensma verklaarde, dat het schip bruto 3.066 ton groot was; de bemanning bestond uit 26 koppen. De SLIEDRECHT was de 17e maart in ballast uit Amsterdam vertrokken en bereikte de 18e maart in de voormiddag te 10 uur de Engelse kust. Er was een dikke sneeuwbui, met weinig wind en een hoge deining. De kust was niet te zien, doch toen de vaart 4 à 5 mijl was, hoorde men plotseling een locomotieffluit, waarom men het wenselijk vond om te keren. Toen kwam een sleepboot aanstomen, die assistentie aanbood. Even daarna hoorde de gezagvoerder een stoot in de machinekamer, de machine was n.l. defect geraakt. De gezagvoerder kwam toen met de sleepboot overeen dat deze hem door de oost heen zou trekken. Het schip was n.l. door het defect van de machine zeer slecht te sturen. Plotseling kwam een zware orkaanvlaag opzetten, die de SLIEDRECHT pakte, de sleeptros brak en het schip naar het westen dreef. Ten gevolge hiervan is het schip gestrand. De machine kon niet werken, daar men de cilinder had open gemaakt om het defect te zoeken. Later heeft men bij het aan land komen zeer veel hulp gehad van enige Engelse soldaten onder bevel van een luitenant. Toen de tros was gebroken, heeft men beide ankers laten vallen, doch de kettingen braken.
Eerst de 28e mei heeft men de SLIEDRECHT kunnen laten afbrengen met behulp van sleepboten en stalen kabels. De 1e machinist H. Troost verklaarde nog, dat hij een hevige stoot had gehoord in de lagedruk cilinder, waardoor hij de machine slechts zeer langzaam kon laten draaien. Naderhand werden in de stoomschuif van deze cilinder stukken van een schroefsleutel gevonden, die niet bij het schip behoorde. Deze sleutel paste ook op geen van de bouten, zover getuige kon nagaan. Een van de leden maakte de opmerking, dat het misschien minder gewenst was geweest de cilinder open te maken, toen het schip in zulke moeilijke omstandigheden verkeerde. De reparatie toch zou 5 à 6 uur in beslag hebben genomen, terwijl met de defecte machine nog zeer langzaam zou kunnen zijn voort gestoomd. Dit laatste ware wellicht beter geweest.
Ook de inspecteur van de scheepvaart gaf als zijn mening te kennen, dat het lichtvaardig was, de cilinder op dat moment open te maken. Hij wenste, dat dit de machinist nog eens onder het oog zou worden gebracht.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart. De Raad heeft vervolgens het onderzoek voortgezet naar het stranden van het stoomschip BREDA op 18 mei in de monding van de Theems. De gezagvoerder J. Burger was reeds in de zitting van 3 dezer gehoord.
De fungerende eerste stuurman H. Kortenbout, die de wacht had toen het ongeval plaats had, bevestigde de verklaringen van de kapitein.
Nog werd gehoord de matroos Ch.F. Verboon. De Raad zal in beide zaken later uitspraak doen. Met betrekking tot de zaak van het stoomschip BREDA, deelde de voorzitter alvast mee, dat het ongeval niet geweten moet worden aan een daad of nalatigheid van de gezagvoerder, doch aan het weer en aan andere omstandigheden.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Een defensiesloep vergaan.
Gisterochtend vroeg is een defensiesloep van de Marine, bemand met zeven koppen, die te Brielle was gestationeerd, in het zeegat van Brielle aan de grond geraakt en later, bij pogingen om haar vlot te krijgen, gezonken.
Een van de opvarenden heeft zwemmende de wal van het eiland Rozenburg weten te bereiken en er is een lijk aan wal gespoeld. Omtrent het lot van de overige opvarenden bestaat nog geen zekerheid. Volgens mededeling van de geredde schepeling (een stoker) is de sloep gestoten op een uitgebracht anker en daarbij lek geslagen en gezonken.
Van andere zijde meldt men ons: De stoomreddingboot van de Hoek van Holland heeft aldaar het lijk van de matroos W. Spanger aangebracht. Vermist worden de adelborst Van der Does en 4 manschappen.
Uit Den Briel wordt ons gemeld: Een stoombarkas van Den Briel is hedenmorgen vergaan bij het wrak van de GRONINGEN. Een officier en 5 man zijn omgekomen. De matroos Botbijl bereikte op een reddingboei de Hoek. Schipper L. Vroombout, van Den Briel, die hedenmorgen met zijn botter naar binnenkwam, zag omstreeks 5 uur de barkas bij het wrak zitten. Met veel moeite wist hij in de nabijheid te komen; hij bood assistentie aan, maar de officier deed hem verstaan, dat het niet nodig was. Nog een poos bleef Vroomhout in de omgeving, omdat hij wist, hoe gevaarlijk de plaats was en dat men bij een mogelijk losslaan of losslepen van het anker dadelijk de branding van achteren had. Maar omdat hij niet geroepen werd en het tijd werd, zijn vis ter markt te brengen, zette hij eindelijk zijn reis voort.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 7 juli. De Nederlandse motorschoener SAN ANTONIO, welke in de tweede helft van mei op last van de Italiaanse regering naar Napels moest terugkeren, zal 8 juli de reis naar Rotterdam voortzetten. De lading macaroni is voor een Haagse firma bestemd.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Vlissingen, 6 juli. Het stoomschip ECUADOR, van de Kon. West-Indische Maildienst te Amsterdam, gebouwd aan de werf van de Kon. Mij. „De Schelde", alhier van machines voorzien, heeft heden aan de fabriek met goed gevolg gestoomd.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Amsterdam, 6 juli. Als merkwaardigheid wordt gemeld dat in onze haven thans de eerste lading van de westkust van Amerika langs de nieuwe route, dus door het Panamakanaal, is aangebracht. Het stoomschip AGAMENMON, van de Kon. Ned. Stoomboot Mij., gecharterd door de Koninklijke West-Indische Maildienst, is nl. dezer dagen met een lading cacao van Guayaquil (Ecuador) hier aangekomen. Het is te verwachten dat meerdere schepen zullen volgen en Amsterdam langs de thans zoveel kortere weg in geregelde verbinding zullen brengen met de westkust van Amerika.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Delfzijl, 6 juli. De hier thuis behorende sleepboot EEMSHORN, eigenaar de heer K. Toxopeus alhier, is verkocht naar Kopenhagen en onder Deense vlag onder dezelfde naam derwaarts vertrokken.


09 juli 1915


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 8 juli. De heren Frater Smid te Delfzijl hebben aan de scheepswerf van J. Smit en Zoon te Foxhol de bouw opgedragen van een zeesleepboot van 500 paardenkrachten. De ketel en machine hiervoor zullen door de firma Kersten en Straatman te Dordrecht worden vervaardigd. Het geheel zal gebouwd onder speciaal toezicht van de Germanischer Lloyd.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Pensacola, 20 juni. Het Nederlandse stoomschip TENBERGEN heeft onlangs op de Mississippi rivier op een onder water liggend voorwerp gestoten. Het schip is nagezien en onbeschadigd bevonden. Het vertrok 19 juni van hier naar Buenos Aires.


10 juli 1915


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 9 juli. Het verkochte Nederlandse stoomschip THEODORA, is 7 juli van Garston naar hier vertrokken om aan de nieuwe eigenaars te worden overgedragen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Maassluis, 8 juli. Het gisteren naar Cardiff vertrokken Nederlandse stoomschip IBERIA is hedenmiddag 2 uur met machineschade uit zee teruggekeerd en naar Rotterdam opgestoomd om te repareren.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Amsterdam, 9 juli. Aan de op 22 juli a.s. te houden jaarlijkse algemene vergadering van de Koninklijke Paketvaart Mij. zal worden voorgesteld het dividend over het afgelopen boekjaar te bepalen op 5 procent. (v.j. 9 procent).


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Delfzijl, 8 juli. Heden is alhier aangekomen het nieuw gebouwde een-mast klipperschip de JANTINA, schipper E.G. Kruithof, welk schip gebouwd is op de werf van de heer Van der Werf te Stadskanaal. Het is groot 194 ton en is bestemd voor de binnenlandse vaart.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Londen, 7 juli. Het verkochte Nederlandse stoomschip RIJN, thans genaamd MARGRETE, zal als collier tussen Engeland en Kopenhagen varen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Naar aanleiding van de stranding van de SLIEDRECHT.
Bij Koninklijk Besluit is als blijk van goedkeuring en tevredenheid:
a. De gouden erepenning voor menslievend hulpbetoon en een loffelijk getuigschrift toegekend aan W.B. Nisbet, luitenant van de „Royal Garrison Artillery", wegens zijn leiding bij het redden van de opvarenden van het Nederlandse stoomschip SLIEDRECHT op 18 maart 1915, bij Frenchman's Point te South Shields (Engeland),
b. De zilveren erepenning voor menslievend betoon en een loffelijk getuigschrift toegekend aan R. Gowans, A. Balmer, J. Mc. Gabe, A.R. Jobson, artilleristen van de „Royal Garrison Artillery", wegens de door hen met levensgevaar volbrachte redding van bedoelde opvarenden. (opm: zie ook NRC 080715)


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De Koninklijke Nederlandsche Stoomboot Mij. te Amsterdam heeft aan de N.V. Werf voorheen Rijkée & Co. te Rotterdam opdracht gegeven voor het bouwen van 3 vrachtstomers, elk groot circa 2.000 ton.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Nieuwe Afrikaansche Handelsvennootschap.
Onder voorzitterschap van de heer G.Th. Philippi heeft gistermiddag de aandeelhoudersvergadering van bovenvermelde vennootschap in het Notarishuis plaats gehad. De voorzitter herdacht met enkele hartelijke woorden wijlen de directeur, de heer A. de Bloeme, die 35 jaren aan de zaak verbonden was, waarvan 28 als directeur en in die tijd de aan lotgevallen zo rijke geschiedenis van de N.A.H. heeft meegeleefd. Hij wist steeds de juiste weg te vinden om uit vaak grote moeilijkheden tot een goede oplossing te komen. Zijn naam zal bij de Vennootschap altoos in hoge eer herinnerd worden.
Het verslag over de toestand van de Vennootschap werd goedgekeurd en de voorzitter mocht hierbij de mededeling doen, dat de vooruitzichten wat dit jaar betreft niet ongunstig zijn. Tot directeur in de vacature De Bloeme werd thans benoemd de heer C.P. Van Voorst, die voor de N. A.H. sinds jaren werkzaam is, waarvan 12 jaren in een zelfstandige positie en ook aan de kust, dus door en door bekend met de zaken van de Vennootschap.
In de plaats van de heer L.B. Anema, procuratiehouder, die op 60-jarige leeftijd na 38 jaren trouwe dienst op zijn verzoek eervol ontslag is verleend, werd benoemd de heer N.W. Esmeyer en tot controleur voor het lopend boekjaar de heer Joh.J. Moret. Tot commissaris, in plaats van mr. W.A. Mees, die niet herkiesbaar is, werd aangewezen de heer J.P. Schalkwijk en tot plaatsvervanger mr. W.A. Mees. Geen voorstellen waren overigens aan de orde.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De stranding van het stoomschip BREDA. De Raad voor de Scheepvaart te Amsterdam zette voort het onderzoek betreffende het stoomschip BREDA, rederij J.J. A. van Meel te Rotterdam, dat op 18 mei jl. in de monding van de Theems strandde. Het eerst wordt nu gehoord de getuige H. Kortenbout, stuurman. Deze verklaart 's nachts om halfdrie uit Rotterdam vertrokken te zijn. Het volk was aan het passagieren en kwam te laat. Bestemming was Le Havre. Het weer was heiig. De wind was NNO. Op de brug bevonden zich behalve getuige, de gezagvoerder en de roerganger. Bij het Sunk vuurschip, om 10 uur 's avonds, was geen loodsboot te krijgen, daar deze, wegens de hevige zee vertrokken was. Er bleef dus niets anders over, dan terug te keren. Hij koerste ZO ten Z, doch kon het vaartuig niet hoger krijgen. Het schip stootte tegen half 12 en er werden noodsignalen gegeven. Later kwam het los en zette koers naar Havre, dat zonder verdere ongevallen bereikt werd. Een matroos, als getuige gehoord, stond aan het roer, toen het ongeluk gebeurde. Er zijn pogingen gedaan om te loden. Deze getuige moest om 10 uur à half 11 aan boord zijn. Hoe laat hij er was weet getuige niet. Deswege krijgt hij een vermaning van de voorzitter, mr. Kirberger. De gezagvoerder merkte nog op, dat deze getuige in benevelde toestand aan boord was gekomen. Na korte beraadslaging deelt de voorzitter mee, dat de uitspraak later volgt. Echter wordt de gezagvoerder meegedeeld, dat de Raad van oordeel is, dat het ongeval niet te wijten is aan een daad of nalatigheid zijnerzijds, doch aan het weer en andere omstandigheden.


12 juli 1915


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Het vergaan van de CERES. Uit de scheepsverklaring, afgelegd voor de Nederlandse consul is, naar Göteborgs Hand. och Sjöf-tidn meldt, vastgesteld, dat het stoomschip CERES niet is gewaarschuwd. Kapitein Schenk vertelde, dat hij tweemaal een Zweedse loods in de Oresund had aangehouden, maar die hadden niets gezegd over het gevaar voor mijnen. Ook niet in Nederland was de kapitein gewaarschuwd. De bureauchef Curman deed uitkomen, dat de loodsdienst voor het betreffende mijnenveld in de „Zeevaartberichten" heeft gewaarschuwd en daar deze uitgave in alle andere landen wordt nagedrukt, kon men vermoeden, dat de waarschuwing genoegzaam was verspreid. Er is wel gewacht op een waarschuwing van de loodsen, maar de loodsen kunnen niet zeggen, dat een schip de ene of de andere weg zal nemen. Indien de loodsen er op hadden aangedrongen dat het schip buiten de rotseilandjes zou omvaren, zou het betreffende bevel zo kunnen worden uitgelegd, dat men meer loodsgeld wilde verdienen. Een waarschuwing van de loodsen kon verder nog leiden tot verkeerde gevolgtrekkingen. Wanneer men begint met het doen van mondelinge mededelingen, kan verwacht worden, dat hiermee zal worden doorgegaan.
Dagens Nyheter, waaraan dit bericht is ontleend, zegt, dat men zich niet kan losmaken van de gedachte, dat door het gebeurde een beter werkend waarschuwingsstelsel moet worden aanvaard.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 10 juli. Het stoomschip IBERIA, 8 juli met machineschade uit zee teruggekeerd, heeft heden de reis naar Swansea voortgezet.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 10 juli. Aan de werf van de heer G. v.d. Werf te Stadskanaal is te water gelaten het klipperschip JANTINA, groot 194 ton, voor schipper E.G. Kruidhof aldaar.


13 juli 1915


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 11 juli. Gisteren vertrok van hier naar Rotterdam de hopperzuiger TETUAN, op de werf Conrad te Haarlem gebouwd. Het vaartuig zal te Rotterdam uitgerust worden en dan naar de bestemming Rio (Amerika) vertrekken.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Delfzijl, 10 juli. Heden arriveerde alhier de te Groningen thuis behorende gaffelschoener DINA, kapt. Duut, met een lading hout van Gefle naar Groningen. Het schip was slechts bemand door de kapitein en stuurman. Een Deense matroos was gedeserteerd te Gefle en nabij Borkum was hun een Rus (Finlander) door de Duitsers van boord gehaald.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Delfzijl, 10 juli. Van hier vertrok, onder Duitse vlag met bestemming naar Emden, de nieuwgebouwde gaffelschoener genaamd MARGARETHA. Dit vaartuig gebouwd bij de heren J.J. Pattje & Zn. te Waterhuizen, is groot 282 m3 netto. Schipper-eigenaar is G. Jansen te Rhaudermoor (Pruisen).


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Delfzijl, 10 juli. Van de scheepstimmerwerf Van Leer en Gebr. Wortelboer alhier is gisteren te water gelaten een stalen sleepkaan, groot 940 ton, voor rekening van de firma Lehnkering te Emden. De kiel werd daarop gelegd voor een gelijk schip voor die firma.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Wapping, 9 juli. Terwijl het stoomschip IJSTROOM gisteravond om 11.15 uur de rivier afvoer is het ter hoogte van een steiger van Enthoven nabij Rotherhithe in aanvaring geraakt met de met steenkool geladen lichter NOMAD, behorende aan de firma Cory and Son, waardoor de NOMAD zonk. Het stoomschip zette de reis voort en de schade, indien ze er is, is onbekend.


14 juli 1915


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 13 juli. Het stoomschip KEDIRI van de Rotterdamsche Lloyd, dat in het laatst van juni, terwijl het in de Duins voor anker lag, in aanvaring is geraakt met het Engelse stoomschip DALBLAIR, ondergaat in een van de dokken van Wilton's Machinefabriek en Scheepswerf alhier, aan de voorsteven een grote reparatie.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Het nieuwe stoomschip BARENTSZ. Zoals reeds kort onder “Scheepstijdingen” gemeld is van een van de hellingen van de Nederlandsche Scheepsbouw Maatschappij te Amsterdam met goed gevolg te water gelaten het stalen vracht- en passagiersstoomschip BARENTSZ, in aanbouw voor de Koninklijke Paketvaart Maatschappij te Amsterdam. Het schip is gebouwd volgens de voorschriften van de hoogste klasse van Bureau Veritas en heeft de volgende afmetingen: Lengte tussen de loodlijnen 368’-6", grootste breedte op spanten 48'-6", holte tot bovendek 29'-11", hoogte van bovendek tot tussendek vóór 7'-9", hoogte van bovendek tot tussendek achter 9'-0", hoogte van bovendek tot tentdek 7'-9", hoogte van tentdek tot sloependek 8'-0", waterverplaatsing bij 20'-0" gemiddelde diepgang 7.650 Eng. ton, draagvermogen bij deze diepgang 4.050 Eng. ton. Een dubbele bodem loopt over de gehele lengte van het schip door en dient tot het meevoeren van ballast-, drink- en voedingswater en vloeibare brandstof. Het schip heeft drie doorlopende dekken, waarvan het bovendek van staal met hout bedekt, het tussendek van staal en het tentdek van hout. Het sloependek is mede van hout. In de voorste twee ruimen is nog een onderdek van staal ingebouwd. Zes waterdichte dwarsschotten vormen zeven compartimenten. De waterdichte deuren in deze schotten kunnen alle geopend of gesloten worden vanaf het bovendek.
De langsschotten van de bunkers zijn oliedicht geconstrueerd. Het schip krijgt twee paalmasten, waarvan elk 4 laadbomen draagt en 2 laadpalen met 2 laadbomen. De laadbomen worden bediend door 10 stoomlieren 8" x 12", waarvan er twee dubbelwerkend zijn. De stoomdruk bedraagt 180 lbs. De stuurmachine is volgens Hastie's patent met een kwadrant volgens Wilson en Pirrie's patent en kan vanaf de brug worden bediend door middel van een telemotor met stuurwiel. Bovendien kan, bij eventuele defecten, de machine nog bediend worden met een stuurwiel op het achtersloependek, of wel vanaf deze plaats kan met behulp van twee stuurwielen met de hand worden gestuurd. Het aantal sloepen bedraagt: 4 reddingboten van 28'-0", 4 werkboten van 28'-8", 1 motorboot 30'-8", 1 kapiteinssloep en 1 vlet. Op het achtersloependek staan 2 paren Welin Quadrant davits. De overige boten kunnen gestreken worden met smeedijzeren davits, voorzien van een draaibeweging volgens De Vos patent. Het aantal passagiers 1e klasse bedraagt 44 in 22 hutten, het aantal passagiers 2e klasse bedraagt 32 in 2- en 3-persoons hutten, terwijl ook nog een groot aantal dek passagiers vervoerd kan worden. Een smaakvol ingerichte eetsalon zal de 1e klasse passagiers ten dienste staan. Veel vrije dekruimte zal hun een grote wandelruimte geven. Het gehele schip is trouwens, met het oog op de dienst in de tropen, zeer luchtig gebouwd. Het tentdek en bovendek in het achterschip zijn ingericht voor het vervoer van vee. Een inrichting voor draadloze telegrafie zal aan boord worden aangebracht. De machine installatie, welke geleverd zal worden door de Nederlandsche Fabriek van Werktuigen en Spoorwegmaterieel alhier, zal bestaan uit een triple-expansie machine, 28½" x 47" x 77" en 54" slag, van 3.150 ipk, die het schip bij 20'-0" geladen diepgang een snelheid zal geven van 12¼ knopen. De schroef heeft een diameter van 17’-6". Stoom wordt geleverd door 4 enkele 3-vuurs ketels met diameter van 14'-3" en een lengte van 12'-0" en een totaal verwarmend oppervlak van 9.000 vierk. voet. Zij werken onder geforceerde trek, volgens Howden's systeem en kunnen ingericht worden voor het stoken van vloeibare brandstof. De stoomdruk bedraagt 180 lbs. per vierk. Eng. duim. Het gehele schip zal elektrisch worden verlicht en talrijke werktuigen zullen aan boord elektrisch worden aangedreven. De elektrische installatie wordt geleverd door de firma Groeneveld, V. d. Poll & Co. te Amsterdam. Het toezicht op de bouw van het schip wordt uitgeoefend door de heer M.A. Cornelissen, scheeps- en werktuigkundig ingenieur te Amsterdam en van de machine-installatie door de heer A.C. Metzelaar, chef-werktuigkundige van de Koninklijke Paketvaart Maatschappij.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 13 juli. Met een aanhang van 3 schepen naar Duitsland passeerde Lobith voor de eerste reis de nieuwe sleepboot VLAARDINGEN, kapt. Mooren, gebouwd te Arnhem bij de N.V. Stoomsleephelling Mij., directeur de heer Prins, voor rekening van de N.V. Transport Maatschappij Vulcaan te Rotterdam.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Amsterdam, 12 juli. Volgens nader bij de Stoomvaart Mij. Nederland ontvangen bericht, zal het stoomschip SUMATRA ongeveer 7 weken na de 8e juli, te Suez worden opgehouden.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Hoogezand, 11 juli. Van de scheepstimmerwerf van de firma E.J. Smit & Zoon, liep gisteravond met goed gevolg van stapel een stalen schroefstoomboot, gebouwd volgens de voorschriften onder speciaal toezicht van de Norske Veritas. De afmetingen zijn: Lengte tussen de stevens 20,25 meter, breedte over de spanten 5 meter, holte in de zijde 2,465 meter. Het schip wordt voorzien van een compoundmachine met een vermogen van 160-200 ipk. De boeg is ingericht voor ijsbreker, terwijl het schip dienst zal kunnen doen als bergingsvaartuig.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Tiel, 10 juli. Van de scheepswerf van de firma Meijer te Leeuwen zijn deze week voor rekening van de firma Thijssen te water gelaten een sleepkaan, groot 118 ton en een Waalpont groot 240 ton. De kiel werd gelegd voor een sleepkaan als de eerstgenoemde.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Christiania, 9 juli. Het Noorse stoomschip JOS. J. CUNEO, dat met het Nederlandse stoomschip RIJNDAM in aanvaring is geweest, wordt thans in het Erie Basin gerepareerd. De kosten bedragen 9.740 dollar. Voor het geval dat de ingestelde klacht ten nadele van de Noorse rederij zou uitvallen is met de Holland Amerika Lijn een overeenkomst getroffen, dat de schadevergoeding in geen geval de som van 45.000 dollar te boven zal gaan.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Het stoomschip BATAVIER V dat door de Duitse onderzeeboten naar Zeebrugge was opgebracht, doch door het Prijsgerecht te Hamburg vrij gelaten werd, zal waarschijnlijk a.s. woensdag gereed zijn met laden en enige dagen daarna vertrekken. De ZAANSTROOM, welke gelijktijdig werd opgebracht, is minder gelukkig, aangezien zij verbeurd verklaard is, daar haar lading grotendeels uit levensmiddelen bestond, hetgeen volgens het Hamburger Prijsgerecht als contrabande dient beschouwd te worden.
Met de BATAVIER V komt mee de lading, voor zover deze geen contrabande is en verder de vrijgelaten goederen van de ZAANSTROOM, die te Zeebrugge achtergebleven zijn.


15 juli 1915


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 14 juli. Het Nederlandse stoomschip MINERVA, van New York naar Rotterdam, sedert 20 juni in de Duins geankerd, is door de Britse Admiraliteit vrijgelaten en is heden alhier aangekomen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 14 juli. Te Stadskanaal is van de werf van de heer G. van de Werf een klipperschip groot 194 ton te water gelaten voor plaatselijke rekening.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 14 juli. De nieuwe sleepboot MATHILDE, gebouwd bij de N.V. Arnhemsche Stoomsleephelling Maatschappij, heeft de eerste reis naar Duitsland aanvaard.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Delfzijl, 13 juli. Gisteren is hier aangekomen het nieuw gebouwde sleepschip SIETSKE. Dit vaartuig, gebouwd op de werf van de heren E.J. Smit & Zn. te Waterhuizen, is groot 259 m3 netto, voor rekening van schipper A. Engelsman alhier.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De schipbreuk van de „TJIMAHI". Onder dit opschrift schrijft het Bat. Nbl. van 27 mei: Op de hedenmorgen te Tandjoeng Priok binnengevallen TJIKEMBANG van de Java-China-Japan-Lijn vernamen wij door de welwillendheid van de gezagvoerder enige bijzonderheden omtrent de schipbreuk van de TJIMAHI van dezelfde maatschappij. Zaterdag 15 mei van Hongkong naar Muntok vertrokken, ontving de TJIKEMBANG dinsdagavond halfzes een Marconigrafisch bericht via het draadloos-telegrafisch station St. James te Saigon en afkomstig van het hoofdagentschap van de J.C.J.L. te Hongkong, waarin last gegeven werd terug te stomen en zo nodig hulp te bieden aan de TJIMAHI, die gestrand was op het noordrif van de Paracel Eilanden, ongeveer 360 zeemijlen zuidzuidwest van Hongkong gelegen in de Zuid-Chinese Zee. De TJIKEMBANG wendde de steven en vond de TJIMAHI inderdaad op de aangegeven plek. Hulp behoefde echter niet meer te worden verleend. Het schip bleek door de bemanning verlaten en verkeerde in dusdanige toestand, dat vrijwel met zekerheid kon worden aangenomen dat het als totaal verloren moest worden beschouwd. De TJIMAHI is met de boeg op het rif gelopen en hing, toen de TJIKEMBANG aankwam als het ware met het achterschip van het rif omlaag in een hoek van 30 à 35 graden. Het achterschip zat onder water. Er waren aanwijzingen, die deden zien, dat de bemanning nog verschillende pogingen gedaan had het schip vlot te maken. Zo was een anker uitgebracht en had men getracht een gedeelte van de lading te lossen. De luiken waren open, op het dek lagen zakken rijst en ook de laadpoort voor stond open. Toen alle inspanning vruchteloos bleef en men inzag, dat de TJIMAHI verloren was, besloot kapitein Oudhuys waarschijnlijk, het schip te verlaten. De TJIKEMBANG vond, als gezegd, een verlaten wrak en vertrok na een en ander geconstateerd te hebben, opnieuw naar het zuiden. Te Muntok aangekomen werd aldaar uit Hongkong bericht ontvangen, dat kapitein en bemanning van de TJIMAHI jongstleden woensdag per stoomschip ORIENTAL, een Engels Australië-vaardertje, te Hongkong waren aangekomen. Mensenlevens zijn dus gelukkig niet te betreuren. De “good old" TJIMAHI is echter zo goed als zeker verloren.


16 juli 1915


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart. De Raad voor de Scheepvaart heeft heden uitspraak gedaan betreffende het vastlopen van het stoomschip BREDA op 18 mei in de monding van de Theems. De Raad was van oordeel, dat de oorzaak van dit ongeval was te wijten aan het hoogst ongunstige weer, in verband met de geringe grootte van de BREDA.
De gezagvoerder kan geen enkele blaam treffen, hij heeft gehandeld zoals een goed gezagvoerder betaamt.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 14 juli. Volgens rapport van het Nederlandse stoomschip EEMLAND, van Rosario hier aangekomen, ligt het Nederlandse schoenerschip ZEEMEEUW, kapt. Jonker, van Faro met vis naar hier nabij Deal geankerd. De kapitein van de ZEEMEEUW verzocht hier te rapporteren, dat zijn schip door de Engelsen was aangehouden en in de Downs werd vast gehouden.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Charlton, 12 juli. De door aanvaring met het stoomschip IJSTROOM gezonken barge NOMAD is na gedeeltelijke lossing vlot gebracht en naar hier gesleept.


17 juli 1915


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 16 juli. Van de werf van de heer L. Wolthuis te Veendam is te water gelaten een staal-ijzeren praamschip, groot 70 ton, voor T. Bruintjes te Nieuwe Pekela en een dito schip, groot 60 ton, voor G. Rolling te Veendam. De kiel werd gelegd van een motorscheepje, groot 50 ton, voor schipper W. de Vries te Zuidbroek.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Delfzijl, 14 juli. De voor de heren Frater Smid in aanbouw zijnde zeesleepboot EVERHARDA FRATER is verkocht aan de firma Gebr. Van Uden te Rotterdam. (opm: Volgens Boek over Frater Smid is dit schip doorverkocht naar Italië) (opm: zie ook RN 090715)


19 juli 1915


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De haven. Er zijn in het laatste etmaal binnengekomen 6 zeeschepen, w.o. de ZEELAND van Leith met steenkolen en de BATAVIER V van Zeebrugge, die destijds met de ZAANSTROOM van Amsterdam, door een Duitse duikboot werd opgebracht; de BATAVIER V brengt het niet verbeurd verklaarde deel van de lading van de verbeurd verklaarde ZAANSTROOM mee herwaarts. Vertrokken zijn in het laatste etmaal 13 schepen, w.o. de NOORDAM van de N.A.S.M. met passagiers en stukgoed voor New York en de HALLBJORG, die vroeger als de MARKEN in de dienst van de Stoomvaart Maatschappij „Rotterdam”, fa. Ruys & Zonen voer. Zij is in ballast naar Hull. Wat de weekopgaaf aangaat, van zaterdagmiddag tot zaterdagmiddag, zij gaat nog al. Verleden week kwamen binnen 75 schepen, thans 79. De 79 schepen verdelen zich als volgt: Nederlandse 28, Engelse 17, Noorse 24, Zweedse 8, Deense 1, Franse 1 of 40 met stukgoed, 7 graan, 12 kolen, 7 ijzererts, 5 ballast, 1 salpeter, 3 petroleum, 1 stenen, 3 grondnoten. We hadden nog maar één week sedert de oorlog met 1 schip boven de 100. Er vertrokken in de afgelopen week 81 schepen, t.w. Nederlandse 29, Engelse 20, Noorse 25, Zweedse 6, Deense 1, of 50 met stukgoed en 31 in ballast.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De BENGALEN aangehouden. Aan de Berliner Ztg. am Mittag is het volgende bericht gemeld uit de Italiaanse Messagero:
Het Nederlandse vrachtstoomschip BENGALEN van de Rotterdamsche Lloyd, is woensdagmorgen om 10 uur twee zeemijlen zuidoostelijk van Syracuse door een Franse verkenningsboot aangehouden en in beslag genomen. De BENGALEN die met volle snelheid voer, bemerkte het stopsignaal van de Fransman niet, die toen een los schot loste. Dan stopte de BENGALEN. De Fransman zond in twee sloepen gewapende matrozen en vier officieren uit om de lading te onderzoeken. Intussen had hij draadloos hulp gevraagd, waarop een torpedojager verscheen. Na het onderzoek dat zeven volle uren duurde, werd het Nederlandse stoomschip gelast naar Malta te varen, waarheen de verkenningsboot haar vergezelde.
De lading bestond uit benzine en nafta, waarvan bij de Fransen de verdenking bestond, dat zij voor Duitse onderzeeboten bestemd was. Wij hebben ons omtrent dit bericht gewend om inlichtingen tot de directie, die ons meedeelde, dat het bericht, zoals het luidt en te vinden is in Duitse en Italiaanse bladen, vals is en op een verdachtmaking berust. Het schip is wel naar Bizerta opgebracht, doch niet om de in het bericht vermelde reden. Het is trouwens 16 juli alweer naar Catania vertrokken. Het schip heeft alleen neutrale lading in, bestemd voor Java. De BENGALEN vertrok 18 juni van hier naar Java, 9 juli van Genua en kwam 15 juli te Bizerta aan.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Redding van schipbreukelingen. De Kamer van Koophandel te Londen heeft een medaille toegekend aan kapitein Lourens Leujez, gezagvoerder van het Rotterdamse stoomschip GELDERLAND als erkenning voor zijn verdiensten bij de redding van de schipbreukelingen van de treilers EDWARD en QUI VIVE van Lowestoft, die de 9e juni jl. in de Noordzee tot zinken werden gebracht.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Ponton met grijpkraan. Van de werf van de firma Gebr. Pot te Bolnes, is met goed gevolg te water gelaten een stalen kraanponton, lang 39 meter breed 12 meter. Deze ponton zal voorzien worden van een elektrische weeginrichting, welke gebouwd wordt door dezelfde firma. Ook zal op deze ponton geplaatst worden een 8 tons grijpkraan, welke gebouwd wordt door de firma Gebr. Stork & Co. te Hengelo, alles voor rekening van de N.V. Stevedore Mij., voorheen P. van Koeveren & Co. alhier. Dit is het tweede exemplaar van deze constructie, door deze maatschappij ingevoerd.


20 juli 1915


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 19 juli. Het Nederlandse stoomschip HEEMSKERK werd verkocht voor NLG 470.000 aan Olaf Fostenäs te Haugesund.
Het Nederlandse stoomschip JAN BLOCKX werd verkocht voor Pond St. 30.000 aan Andreas Simonsen te Haugesund.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 19 juli. De overdracht van het stoomschip THEODORA aan de nieuwe eigenaars schijnt nog niet te hebben plaats gehad. Het stoomschip is naar Gotenburg vertrokken om voor Rotterdam (Poortershaven) te laden.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 19 juli. Vrachten. Over het geheel is er enige verbetering ontstaan in de vraag naar schepen voor de kustvaart en korte reizen.
Wat de uitgaande vrachten betreft, de Middellandse Zee markt is vaster geworden. In Azië is weinig vraag. Uit Rio de Janeiro is de vraag tamelijk geregeld. De Midd. Zee markt is slap. In de ertsmarkt gaat weinig om. In Azië is de markt vast, maar er gaat weinig om wegens schaarste aan scheepsruimte. Ook in Australië gaat weinig om. In Amerika valt weinig op te merken. De La Plata-markt is hoogst onregelmatig.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 18 juli. Het binnenkomende stoomschip JARL is in de buitenhaven tijdens een zware bui aangevaren door het uitgaande stoomschip GOOILAND. Laatstgenoemde heeft de reis voortgezet.
De toestand van het aangevaren stoomschip JARL van Hernösand met hout, schijnt ernstig te zijn. Om zinken te voorkomen, is het voorschip aan de grond gezet; het achterschip belemmert de doorvaart. Het water staat op de vuurplaten. Een duiker heeft het lek in de JARL grotendeels gestopt.
Het stoomschip GOOILAND is met schade aan de voorsteven en met een lek in de voorpiek uit zee teruggekeerd en naar Amsterdam opgestoomd om te repareren.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Londen, 17 juli. Volgens telegram uit Buenos Aires zijn het Nederlandse stoomschip BEEKBERGEN en het Noorse stoomschip TERJE VIKEN in het kanaal van Martin Garcia met elkaar in aanvaring geraakt, waardoor beide lichte schade bekwamen boven de waterlijn.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Londen, 19 juli. Volgens een telegram uit Buenos Aires heeft het Nederlandse stoomschip KELBERGEN aan de grond gezeten en dientengevolge het uiteinde van de schroefas verbogen. Experts bevelen aan dat het schip in het droogdok zal worden opgenomen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De ALBERGEN vermist. Enkele weken geleden wezen wij op de merkwaardigheid, dat in de verlopen maanden van 1915 alleen Engelse schepen door Lloyds als vermist werden geboekt. Nu is daarin verandering gekomen, want vóór enkele dagen is het Rotterdamse stoomschip ALBERGEN, dat, zoals wij reeds meldden, met alle opvarenden verdween op de reis van Newport News naar Trinidad, door Lloyds officieel als vermist aangeslagen. De ALBERGEN vertrok 2 april uit de Noord Amerikaanse haven, passeerde op dezelfde dag Kaap Henry en zou, onder normale omstandigheden, enige dagen later de bestemming hebben bereikt, maar nu werd er niets meer van gehoord of gezien. Het wordt dan ook reeds geruime tijd als verloren beschouwd. De ALBERGEN voer onder bevel van kapt. Barends en was een stalen schroefstoomschip van 1.777 bruto en 1.113 netto registerton groot. Het werd in 1911 van de werf van Sir Raylton Dixon en Co. te Middlesbrough te water gelaten en heette oorspronkelijk SALTBURN. Het had triple expansie machines van 175 pk nominaal en behoorde toe aan de „Furness Scheepvaart en Agentuur Mij." te Rotterdam.
Het voorlaatste Nederlandse schip, dat als vermist werd geboekt, was de baggermolen POSIDONIA, op 1 april 1914. Dit vaartuig, 28 netto ton groot en op reis van Rotterdam naar Port Pirie, verdween spoorloos tussen Fremantle en Port Pirie. Zoals reeds gezegd, waren gedurende de eerste zes maanden van 1915 alle schepen, door Lloyds als vermist geboekt, van Engelse nationaliteit. Wel geteld, werden aldus 17 schepen van de registers afgevoerd. Gerekend naar de netto tonnen inhoud was het grootste van deze schepen de viermastbark ENGELHORN, 2.294 netto ton groot. Het grootste stoomschip was de MEMBLAND, van 1.943 netto ton. Elf van de 17 schepen waren stoomschepen.


21 juli 1915


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De Raad voor de Scheepvaart heeft gisteren uitspraak gedaan betreffende de stranding van het stoomschip SLIEDRECHT.
De Raad was van oordeel, dat de oorzaak van de ramp is te vinden in de plotseling opgekomen orkaan, op een ogenblik, dat de machines van de SLIEDRECHT onklaar waren.
De Raad voegde hier aan toe, dat door kapitein en eerste machinist te weinig aandacht is geschonken aan het feit, dat het onderzoek in de lagedruk-cilinder, wilde het tot enig resultaat leiden, geruime tijd in beslag zou nemen. Immers het stoten werd onder de zuiger gehoord en het was dus zo goed als zeker, dat men de zuiger moest verwijderen, wilde men de oorzaak kunnen opsporen, en hiermee zou een uur of zes gemoeid zijn geweest. Nu was het blijkbaar niet de bedoeling om de zuiger te verwijderen en had men de verwachting ook zonder dit de oorzaak te vinden, maar de kans daartoe was toch uiterst gering en die geringe kans woog niet op tegen het gevaar, dat er aan verbonden was om het schip - dicht bij de Engelse kust, in de maand maart, bij een krachtige deining, terwijl het hevig sneeuwde - gedurende 1½ uur (de tijd nodig voor het onderzoek dat men zich voorstelde) van alle beweegkracht te beroven, al was het vaartuig bevestigd aan een sleepboot en al was op het ogenblik van het openen van de cilinder de wind zwak en - gelijk de kapitein zei - de barometer stijgende. Deze opmerking van de Raad was van algemene strekking en diende om de aandacht er op te vestigen, dat slechts na ernstig en nauwgezet overleg en in aanmerking nemende alle omstandigheden van de navigatie, de machines van een schip buiten de mogelijkheid van gebruik mogen worden gesteld, zelfs indien die machines niet meer normaal werken. De Raad bedoelde derhalve met zijn opmerking niet te zeggen, dat in het onderhavige geval, indien de cilinder niet was geopend, de ramp niet zou hebben plaats gehad, daar ook alsdan de machine slechts zeer langzaam en onvoldoende had kunnen werken, zodat het allicht niet gelukt was het schip, dat slechts in ballast was geladen, bij de hevige stormvlagen op zee te houden.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De Raad voor de Scheepvaart heeft gisteren een onderzoek ingesteld naar het vermoedelijk met man en muis vergaan van het stoomschip ALBERGEN van de Furness Scheepvaart en Scheepsagentuur te Rotterdam, na 2 april jl. op de reis van Newport-News naar Trinidad met een lading steenkolen. Uit de behandeling bleek, dat verondersteld werd, dat het schip te zwaar was geladen en dus te diep in het water lag. Indien dit het geval is geweest, dan zou, naar de inspecteur van de rederij meedeelde, tegen de instructies van de reders aan de kapitein in gehandeld zijn. Het vermoeden bestaat, dat het schip de 3e april in een zware orkaan, die zich met een snelheid van 800 mijl per etmaal voortbewoog en niet vooruit is voorzien, verongelukt is ter hoogte van Kaap Hatteras.


Krant:

 TEL - De Telegraaf

De Raad voor de Scheepvaart deed gisteren een onderzoek betreffende het vermoedelijk met man en muis vergaan van het stoomschip ALBERGEN na 2 april jl. op de reis van Newport News naar Trinidad. Rederij: Furness Scheepvaart en Scheepsagentuur te Rotterdam. De getuige D.J. de Hond, inspecteur van de Furness Maatschappij, deelt mee, dat het schip in mei 1914 voor het laatst in het dok is geweest. Toen werd het zeewaardig bevonden. Na die tijd is het steeds in het buitenland geweest. Het was de 2e april met een volle lading kolen uit Newport News vertrokken. Na die tijd werd er niets meer van vernomen. De voorzitter, mr. Cnoop Koopmans, zegt dat verondersteld was, dat het vaartuig te zwaar geladen was. Getuige verklaart, dat de gezagvoerder omtrent diepgang instructies had. Vermoed wordt, dat het schip in dezelfde storm is omgekomen als de PRINS MAURITS.
De heer Roosenburg deelt mee, dat uit de weerkaarten uit Amerika blijkt, dat de storm niet door het meteorologisch instituut voorzien is. Op 2 april duidden de verwachtingen nergens op storm. De orkaan heeft zich met ontzettende snelheid naar Kaap Hatteras verplaatst en heeft 800 zeemijlen in een etmaal afgelegd. Getuige verklaarde nog, dat er 42 man aan boord waren. Het schip was in 1912 gebouwd en had geen draadloze telegrafie. Uit een schrijven bleek, dat de diepgang te Newport News was 18 voet 6 duim voor en 18 voet 10 duim achter. Het onderzoek wordt gesloten. Uitspraak volgt later.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 20 juli. De Nieuwe Soer. Crt. van 9 juli verneemt dat de havenmeester van de draadloze van de ZEVEN PROVINCIËN bericht ontving, dat het stoomschip ZWEENA in de Straat van Madoera op het Siroempa-rif is gelopen en vergaan. Een gedeelte van de bemanning is gered en opgenomen door de torpedojager VOS, die naar Soerabaja onderweg was. Een later bericht meldt, dat zestien personen zijn omgekomen, n.l. de tweede stuurman, de eerste en tweede machinist, 12 Chinezen en een inlandse matroos. Het Bat. Nbl. van 11 juni meldt, dat bij de ramp van de ZWEENA zijn omgekomen de tweede stuurman Kynoch, de eerste machinist Hutchers en de tweede machinist De Souss. Het schip zonk in twintig minuten. De bodem was open gescheurd. (De ZWEENA, van de Heap Eng. Moh. S.r. Co. Ltd. te Singapore, groot 1.470 ton bruto en 941 register ton netto, werd in 1889 te Sunderland gebouwd.)


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Martenshoek, 19 juli. Van de Scheepswerven, voorheen Gebr. G. & H. Bodewes alhier, zijn met gunstig gevolg te water gelaten de stalen schroefsleepboten ODIN en ALEXANDRINE, waarin geplaatst worden ketel- en machine-installaties van respectievelijk 350 en 250 ipk. Beide schepen zijn bestemd voor een rederij te Kopenhagen. De kielen zullen worden gelegd voor twee drie-mast schoeners, groot 500 ton en voor een zeesleepboot met compound-machine van 250 ipk.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Lobith, 19 juli. Ledig naar Duitsland passeerde hier voor de eerste reis het nieuwe sleepschip THIJSSEN 31, schipper Brouwer, groot 1.185 ton, gebouwd bij de N.V. J. Meyer's Scheepsbouw Mij. te Leeuwen, voor rekening van de N.V. Handels- en Transport Maatschappij “Vulcaan" te Rotterdam.


22 juli 1915


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De Staats Courant (No. 169) bevat de uitspraak van de Raad voor de Scheepvaart betreffende de brand aan boord van het stoomschip TRITON.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Amsterdam, 20 juli. De stoomschepen BEEKBERGEN en STEENBERGEN, van Furness Scheepvaart en Agentuur Maatschappij te Rotterdam, zijn verkocht naar hier. Deze boten zullen door nieuwe worden vervangen. De rederij gaf drie boten in aanbouw bij de Scheepsbouw Maatschappij „Nieuwe Waterweg”, welke in december a.s. zal beginnen te werken.


23 juli 1915


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart. De Raad voor de Scheepvaart heeft gisteren een onderzoek ingesteld naar de aanvaring nabij de Amerikaanse kust op 26 mei jl. tussen het stoomschip RIJNDAM van de Holland Amerika Lijn en het Noorse stoomschip JOS.C. CUNENO (opm: Volgens DNV Skibsregister is dit de Noorse JOS. J. CUNEO, geb. in 1907) uit Christiania. (opm: Dit verslag is niet goed te lezen doordat tijdens het fotograferen de originele krant niet goed is opengelegd, door de kromming de zijkant niet te lezen ! – zie volgend verslag)


Krant:

 TEL - De Telegraaf

Raad voor de Scheepvaart. Aanvaring RIJNDAM.
De Raad voor de Scheepvaart deed onderzoek betreffende de aanvaring nabij de Amerikaanse kust op 26 mei jl. tussen het stoomschip RIJNDAM (gezagvoerder P. v.d. Heuvel, rederij Holland Amerika Lijn, beiden te Rotterdam) en het Noorse stoomschip JOS. C. CUNEO (opm: is de Noorse JOSEPH J. CUNEO) uit Christiania. De gezagvoerder van de RIJNDAM, P. v.d. Heuvel, wordt het eerst gehoord. De 25e mei, zo verklaart getuige, vertrok het schip uit New York. Aan boord waren 71 passagiers en 201 leden van de bemanning. Het schip verkeerde in zeewaardige toestand; de reddingsmiddelen waren in uitstekende staat. Om vier uur 's middags passeerde de RIJNDAM het Nantucket vuurschip, koers zettende naar Het Kanaal. Het was mooi weer gebleven tot zonsondergang. Toen werd de kim enigszins bezet. Om twaalf uur, toen de maan scheen, was het helder. Er was geen schip in de nabijheid te zien. Om twaalf uur kwam de eerste officier aan dek en ging de wacht betrekken. Om vier uur zou zijn wacht afgelopen zijn; om vijf minuten voor die tijd echter waarschuwde hij de gezagvoerder, die zich ter ruste had begeven, door de spreekbuis en rapporteerde, dat het gezicht minder was geworden. Getuige stond toen op en keek uit de patrijspoort aan stuurboordzijde. Hij was een weinig verbaasd te merken, dat het aan die zijde volmaakt helder was. Eensklaps hoorde hij aan bakboord de uitkijk waarschuwen. Toen hij naar de patrijspoort aan bakboord liep zag hij, dat daar een morgennevel hing. Ook waren de omtrekken van een schip, op zeer korte afstand, te bemerken. De RIJNDAM liep volle kracht. Het andere schip, dat later de JOS. C. CUNEO, een fruitboot van 800 ton, was, scheen eveneens grote vaart te lopen, gezien het feit, dat een grote boeggolf te zien was. Beneden hoorde getuige nog, hoe de machinekamer telegraaf overgehaald en het roer gedraaid werd. Getuige ijlde naar boven en kwam aan stuurboordzijde de brug op. Hij zag de eerste officier aan bakboord. Een van de kwartiermeesters stond aan de telegraaf. Deze werd toen voor de tweede keer overgehaald. Getuige vroeg aan de mannen op de brug: “Wat doen we”, waarop geantwoord werd, “dat er volle kracht achteruit en hard bakboord roer (oud commando) was gegeven.” Even later werd volle kracht vooruit gegeven. Het roer bleef aan bakboord liggen. Getuige liet de fluit niet blazen, om geen onrust bij de passagiers te verwekken. De JOS. C. CUNEO, die uit Boston vertrokken was, kwam recht voor de RIJNDAM over. Zij raakte de Nederlandse boot met de voorsteven vlak achter de machinekamer aan bakboord. De JOS. C. CUNEO botste terstond terug. Getuige wijt dit aan het feit, dat de RIJNDAM zwaar beladen en de JOS. C. CUNEO in ballast was. Door de botsing werden een aantal platen vernield. Zes platen en drie spanten moesten later vernieuwd worden. Het gat was het grootst onder water. De botsing vond plaats toen getuige op de brug was. Hij zond de eerste officier naar beneden. Deze constateerde, dat het magazijn, dat een onderdeel van ruim V uitmaakt, volgelopen was. Er stroomde veel water door het lek, dat achter het schot van de machinekamer ontstaan was; zoveel, dat ruim V geheel volliep. De machinekamer begon vrij veel water te maken; de tunnel ook, ofschoon niet zoveel. Terstond na de aanvaring gaf getuige order om de passagiers te wekken en de sloepen gereed te houden. In het begin was er een kleine paniek. De sloepen werden afgevierd tot op het promenadedek en de zwemvesten rondgedeeld. Er werd een kwartier gewacht, om te kijken, wat het schip zou doen. Dit begon over te hellen aan bakboord, ongeveer 7 graden. Het was twee voet gezakt. Toen werd het raadzaam geoordeeld, de passagiers af te zetten. Ordelijk gingen zij en een gedeelte van de bemanning in de sloepen naar de JOS. C. CUNEO toe, die in de nabijheid gebleven was. Getuige sprak met de machinist, die aan dek kwam, af, dat de bakboordtanks leeggepompt moesten worden. Dit gebeurde snel, gezien het feit, dat alle pompen op de tanks stonden. Toen liet men de RIJNDAM langs de kust stomen. Elf stokers en enige matrozen bedienden de vuren. Terstond na de aanvaring was het S.O.S. sein met het Marconitoestel gegeven. Dit had ten gevolge, dat antwoord ontvangen werd van enige koopvaardijschepen en een Amerikaans eskader. Dit bood zijn diensten aan en getuige seinde, waarvoor hij assistentie nodig had. De oorlogsschepen TEXAS en SOUTH CAROLINA kwamen te hulp. Eerstgenoemde bemoeide zich met de RIJNDAM en bleef in de nabijheid, terwijl het andere bij de JOS. C. CUNEO en de passagiers bleef. De RIJNDAM stoomde toen langs de kust, waar het schip bij het minste gevaar vastgezet kon worden. Het schip bleef recht liggen tot in New York, waar het gerepareerd werd. Getuige heeft niet met de gezagvoerder van de JOS. C. CUNEO gesproken; wel heeft hij vernomen, dat de Noor voor de rechtbank verklaarde, dat hij rood en groen licht van de RIJNDAM heeft gezien. De JOS. C. CUNEO heeft drie stoten op de stoomfluit gegeven. De opinie van getuige is, dat de JOS. C. CUNEO de RIJNDAM had behoren te mijden. De JOS. C. CUNEO kwam toch uit de nevel en zag plotseling helder licht, want de lampen van de RIJNDAM, die elektrisch waren, brandden helder. De uitkijk zat in het kraaiennest.
De tweede getuige, de eerste stuurman D. Sjerp, bevond zich tegen vier uur op de brug. Plotseling zag hij twee lichten. Overigens legt hij eenzelfde verklaring af als de . gezagvoerder. De eerste machinist J. Michels, was tijdens de ramp in zijn kooi en werd wakker door de schok. De machine heeft slechts een paar slagen achteruit gedaan. Het begon een weinig in de machinekamer te lekken. De machines konden echter zeer goed werken en de stookplaatsen waren in orde. Het machinekamerpersoneel bleek in grote getale van boord gegaan te zijn. Zonder orders hadden deze mensen het schip verlaten. Te Rotterdam bleek in het droogdok, dat de schroef ook beschadigd was. De uitkijk, J. v.d. Bogert, zag om vier uur 's morgens, toen het al dag begon te worden, vier streken aan bakboord-boeg het topvuur van de JOS. C. CUNEO. Terstond daarop een groen en een rood licht. Seinen van het schip heeft hij niet vernomen, uitgezonderd drie stoten op de stoomfluit. De afstand schat getuige op enige scheepslengten. Het onderzoek wordt hierna gesloten. De uitspraak volgt later. (opm: Het is het Noorse stoomschip JOSEPH J. CUNEO – gebouwd in 1907 / 874 brt, thuishaven Kristiania)


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 22 juli. De stoomschepen BEEKBERGEN en STEENBERGEN (zie vorig No.) zijn verkocht aan de Koninklijke Hollandsche Lloyd te Amsterdam. De BEEKBERGEN vertrok 17 dezer van Buenos Aires naar Rotterdam en de STEENBERGEN, 11 dezer van Bombay naar Manchester.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 22 juli. Het naar Noorwegen verkochte stoomschip JAN BLOCKX zal in het vervolg de naam GIJONES dragen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 22 juli. Het stoomschip LOUISE van de firma P.W. Louwman is verkocht en afgeleverd te New York. Het schip is onder Noorse vlag gebracht en draagt nu de naam STRYN.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 22 juli. Op de werf van de firma Van der Giessen te Krimpen, waar een stoomschip in aanbouw is voor de firma Erhardt en Dekkers (opm: NAALDWIJK, in januari 1916 doorverkocht en als KIELDRECHT opgeleverd), zijn ook opdrachten aangenomen voor W. van Driel's Stoomboot en Transport Ondernemingen voor één stoomschip en voor de firma Gebr. Van Uden voor twee stoomschepen.


24 juli 1915


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart. De Raad voor de Scheepvaart heeft gisteren een onderzoek ingesteld naar het vergaan van het stoomschip CERES van de Koninklijke Nederlandsche Stoomboot Mij. op 25 juni jl. nabij de Zweedse kust, ten gevolge van een mijn of een torpedo. Het onderzoek liep ook over de vraag, of de ramp te wijten is aan een daad van nalatigheid van de gezagvoerder Th.G. Schenk.
Deze verklaarde de 20e juni van Amsterdam te zijn vertrokken en de route te hebben gevolgd langs de plaatsen waar de Haaks- en Terschellinger vuurschepen lagen en het Kattegat te zijn doorgevaren. De grens tussen de Deense neutrale wateren en het Duitse gedeelte was door een baken aangegeven. De CERES heeft toen de Deense zijde gehouden. Nadat de CERES was aangehouden door een Duitse torpedoboot werd doorgevaren, de Oostzee in, naar Sandhammer.
De 25e juni, ’s ochtends, te 07.30 uur hoorde de kapitein een geluid, alsof het schip stootte en even daarna een ontploffing, de kapitein zag toen, dat het gehele voorschip wrak was geworden door de ontploffing. Het schip begon onmiddellijk te zinken en de bemanning begaf zich dadelijk naar het achterdek en in de sloepen. In 3 minuten waren allen - 25 man - in de boten, zonder dat persoonlijke ongelukken plaats hadden. De kapitein ging het laatst van boord, teneinde nog het journaal en de scheepspapieren te redden. Hij bleef nog een ogenblik wachten om te zien of de CERES misschien nog bleef drijven, doch toen hij zag, dat het schip begon te balanceren, begaf hij zich zelf in een sloep. Het schip zonk zo snel, dat het na 7 minuten was verdwenen. Tien à twaalf minuten na de ramp zag men vanuit de boten een torpedoboot of ander oorlogsschip, waarvan de vlag niet was te herkennen, op de plaats des onheils heen en weer varen. Dit schip, dat van het NW moet zijn gekomen, had 2 pijpen en masten met een marconigraaf inrichting. Men heeft zich echter met deze boot, die men seinen zag geven naar de oostkust niet in verbinding gesteld, doch is geroeid in de richting van de Zweedse kust. Na ongeveer een uur is de bemanning van de sloepen opgenomen door de loodsboot uit Söderarm. Later is men overgegaan op een Zweedse torpedoboot. Vanaf het begin van de reis is er steeds een speciale uitkijk op de brug geweest. Desgevraagd verklaarde de kapitein dat hij niet bekend was met een Bericht aan Zeevarenden d.d. 15 juni, waarin werd gemeld, dat de plek, waar het onheil heeft plaats gehad, wegens mijnengevaar moest worden vermeden. De Berichten aan Zeevarenden, aldus de kapitein, worden vanwege de Maatschappij verstrekt met de andere Berichten aan Zeevarenden, die omstreeks die tijd waren uitgegeven, was de gezagvoerder wel bekend. Hij vermoedde dat het bericht in kwestie niet in zijn handen is geweest, door een onbekende oorzaak. De schok, welke de ontploffing vooraf is gegaan, gaf de indruk, dat het schip aan de voorkant stootte. De kapitein deelde nog mee, dat de Nederlandse consul te Stockholm later een brief heeft geschreven, waarin gemeld werd, dat vanaf de kust, op de dag dat de CERES is vergaan en ongeveer op dezelfde plaats een grote zuil water te gezien, hoogstwaarschijnlijk van een ontploffing afkomstig; een schip is toen niet gezien. In Stockholm vond men de toedracht van de ramp raadselachtig; men vermoedde daar, dat het schip op een Duitse mijn is gestoten, aangezien men enige dagen geleden een Duitse mijnenlegger daar in de buurt had gezien. De Berichten voor Zeevarenden en andere mededelingen, op de route van de CERES betrekking hebbende, heeft de gezagvoerder in de kaartenhut opgehangen en de aandacht van de stuurlieden erop gevestigd. Ook worden ze op de kaart aangetekend. De heer J. Wiersma, inspecteur van de Kon. Ned. Stoomboot Maatschappij, deed enige mededelingen omtrent de wijze, waarop de Berichten aan Zeevarenden en de berichten van de Reedersvereeniging door de Maatschappij behandeld worden en gedistribueerd. Als er bijzondere berichten zijn, welke een verandering in de reisroute noodzakelijk maken, bespreekt getuige deze vaak met de betreffende gezagvoerders. In dit geval heeft getuige dit niet gedaan, want hij heeft het bericht in kwestie niet gezien. Met zekerheid kan de inspecteur niet meedelen of de kapitein het bericht aan boord heeft gekregen, zover hij kan nagaan, is dit echter wel het geval geweest.
Uit een later gedateerd schrijven - 23 juni - is gebleken, dat de Zweedse marine in overweging gaf binnendoor te varen en niet de route te nemen, die de CERES heeft genomen. De raadsman van de gezagvoerder, mr. De Gaay Fortman merkte op, dat men de inhoud van dit schrijven wel aan de CERES had kunnen seinen. De heer Wiersma zei dat hij toen overtuigd was, dat de kapitein van de CERES dit reeds wist, omdat hem toen gebleken is, dat de Berichten aan Zeevarenden reeds hadden gewaarschuwd. Ook merkte de inspecteur nog op, dat het de plicht van de gezagvoerders is te controleren of zij alle berichten ontvangen. De dienstdoende 3e stuurman R.P. Dros stond op de brug, met de 1e stuurman en de roerganger, toen de ramp plaats had. Het was mooi weer, de Zweedse kust was te zien. Aangaande de ontploffing weet getuige mee te delen dat het voorschip een opwaartse stoot scheen te krijgen. De boten werden snel gestreken; alles daarin was in orde, er ontstond geen paniek. De torpedoboot die men later ter plaatse zag, was waarschijnlijk van de Russische kust afkomstig. In de Berichten aan Zeevarenden heeft getuige er geen gezien dat betrekking had op mijnen bij de Zweedse kust.
Op verzoek van de gezagvoerder werd nog gehoord de 2e stuurman, C.A.J. Dopheide. Deze had de berichten voor de CERES bestemd, gehaald en aan boord gebracht. Daarbij waren geen berichten van de Reedersvereeniging.
In de kaartenhut heeft getuige later de Berichten aan Zeevarenden ingezien, doch toen heeft hij geen nieuw bericht gelezen over de mijnen bij de Zweedse kust.
De gezagvoerder verklaarde dat, als was hij bekend geweest met het bericht in kwestie, hij waarschijnlijk toch, dezelfde route zou hebben genomen. Als men iedere plek zou mijden, waar mijnen zijn gesignaleerd, dan zou, volgens de gezagvoerder, geen schip IJmuiden meer kunnen verlaten.
Na het gebeurde met de CERES heeft de directie van de Koninklijke Nederlandsche Stoomboot Mij. een order uitgevaardigd dat haar schepen naar de Botnische Golf de route binnendoor moeten volgen.
Mr. De Gaay Fortman wees er in zijn pleidooi op, dat de uitspraak die de Raad in dezen zal doen, voor alle gezagvoerders van zeer groot belang zal zijn, aangezien hier voor de eerste maal de gezagvoerder in een dergelijk geval als dit, als belanghebbende is gehoord. Bij de uitspraak betreffende de CERES zal voor vele gezagvoerders de vraag worden beantwoord: ”Kunnen wij nog wel varen?“ Bij de beoordeling van de schuld, moet worden gevraagd of de gezagvoerder het bericht in kwestie kende, althans moest kennen en zo ja of hij goed heeft gedaan, toch de route te volgen. Doch allereerst moest onderzocht worden, of hier wel een mijn de ramp heeft veroorzaakt en niet een torpedo.
Pleiter wees er op, dat uit de getuigenverklaringen is gebleken dat het bericht in kwestie nooit aan boord is geweest; waarschijnlijk heeft men hier met een slordigheid in de distributie te doen. Eigenaardig is, dat men op het kantoor van de Maatschappij niet alles gedaan heeft, om de gezagvoerder op dit bericht, dat voor deze reis verreweg het belangrijkste was, opmerkzaam te maken. Gebleken is dat men er niet eens mee bekend was, voor de CERES vertrok. Heeft de gezagvoerder verzuimd, bij ontvangst te controleren of hij alle berichten heeft ontvangen dan nog, aldus pleiter kan dit in geen geval aanleiding zijn tot een tuchtmaatregel, aangezien het causaal verband tussen dit verzuim en de ramp ten enenmale ontbreekt. Ten slotte betoogde pleiter, dat de gezagvoerder geen blaam kan treffen, als hij ondanks de waarschuwing toch de route buitenom heeft gevolgd.
De Raad deed, na schorsing een voorlopige uitspraak, waarbij werd aangenomen dat de CERES op een mijn is gelopen. De Raad ging van het beginsel uit, dat de gezagvoerder aansprakelijk is voor de ongevallen op een bepaalde route overkomen, welke hij vooruit had kunnen voorzien. In het onderhavige geval was dit echter niet praktisch door te voeren, daar de gezagvoerder zich niet op de hoogte heeft kunnen stellen van de gevaren, daar hij daarvoor te kort aan wal is geweest. De gezagvoerder mocht bovendien vertrouwen op hetgeen de directie hem meedeelde, aangaande deze gevaren. Het toepassen van straf achtte de Raad derhalve niet nodig.


Krant:

 TEL - De Telegraaf

Raad voor de Scheepvaart. Vergaan stoomschip CERES.
De Raad voor de Scheepvaart deed onderzoek betreffende het vergaan van het stoomschip CERES op 25 juni jl. nabij de Zweedse kust, ten gevolge van een mijn of torpedo. Gezagvoerder Th.G. Schenk, uit Bussum; rederij Koninklijke Nederlandsche Stoomboot Maatschappij te Amsterdam. De gezagvoerder wordt meegedeeld, dat het onderzoek ook zal lopen over de vraag of de ramp aan een daad of nalatigheid zijnerzijds te wijten is. Gezagvoerder Th.G. Schenk, die bijgestaan wordt door mr. De Gaay Fortman, deelt mee, dat hij in de Oostzee aangehouden werd door een Duitse torpedoboot. Hij had een speciale uitkijk op de brug. Toen het ongeval plaats had, voelde men een schok. Ter hoogte van de helft van het voorschip ontstond een groot lek. Het verhaal van de gezagvoerder stemt geheel overeen met dat, wat wij enige tijd geleden uit de mond van de schipbreukelingen optekenden. De gezagvoerder bleef het laatst op het schip en haalde het journaal uit de kaartenkamer. Tien minuten nadat de mannen in de sloepen waren gegaan, werd op de plek des onheils een torpedovaartuig bemerkt, De kleuren van de vlag waren niet te onderscheiden.
Op een desbetreffende vraag van de voorzitter, mr. Cnoop Koopmans, antwoordt de kapitein, dat hij niet het bericht van 15 juni aan zeevarenden heeft gelezen. In dit bericht werd melding gemaakt, dat op de bewuste plek, waar de ramp plaats vond, mijnengevaar aanwezig was. De berichten van de Reedersvereeniging, die in het buitenland worden gezonden en waarin hetzelfde staat als in de berichten voor zeevarenden, heeft hij evenmin gezien. Hij vond het niet raadzaam, binnendoor te gaan. Hij heeft een pak berichten gezien, maar het bewuste nummer er niet bij gezien. Hij verkeerde in de veronderstelling, dat het pakket compleet was. Alle berichten betreffende de route heeft hij in de kaartenkamer gedeponeerd en er de opmerkzaamheid van de stuurlieden op gevestigd.
Te Stockholm vernam de kapitein, dat op dezelfde dag van het ongeval een enorme waterzuil gezien is. Er was echter geen schip in de nabijheid. De autoriteiten deelden hem mee, dat er geen Zweedse mijnen, maar Duitse of Russische lagen. Enige dagen geleden heeft men er de aanwezigheid van een Duitse mijnenlegger geconstateerd. De inspecteur van de Kon. Ned. Stoomboot Maatschappij, G. Wiersma, weet niet zeker, of het bewuste bericht binnen is gekomen en in handen van de kapitein is geraakt. Getuige deelt mee, dat er een reglement bestaat, volgens hetwelk de gezagvoerder moet controleren, of hij de laatste berichten aan zeevarenden heeft. De dienstdoende derde stuurman R.P. Dros had de uitkijk. Hij zag geen schepen, maar wel de Zweedse kust. Hij geeft de bekende mededelingen over het ongeval. De Berichten aan Zeevarenden heeft hij doorgebladerd. Of ze compleet waren, wist hij niet. De tweede stuurman C.A.J. Dopheide sliep tijdens de ramp. Hij kan echter meedelen over de bewuste Berichten aan Zeevarenden, dat hij ze op de afdeling Scheepszaken gehaald heeft en in de hut van de eerste stuurman heeft gedeponeerd. Later zag hij ze terug in de kaartenkamer. Het bewuste bericht heeft hij niet gezien. De gezagvoerder wijst ten slotte nog op de talloze mijnen, die men op zee tegenkomt. Voor andere gevaarlijke plekken is hij steeds gewaarschuwd. De kapitein weet niet, of, indien hij voor de bewuste plek was gewaarschuwd, hij toch niet het ruime sop had gekozen. De heer Wiersma deelde nog mee, dat de schepen van de Maatschappij thans, volgens order, op de route naar de Bothnische Golf binnendoor moeten varen. De verdediger, mr. De Gaay Fortman, acht de uitspraak, die straks zal volgen, uitermate gewichtig voor de gezagvoerders. Spreker wil vragen: wat staat den gezagvoerders tegenwoordig te doen, als ze hun leven niet alleen wagen, maar ze ook de kans lopen. als ze het leven er af brengen, hun positie verliezen.
Wat de Berichten aan Zeevarenden betreft hier is niet de minste controle op. Het is zonneklaar bewezen, dat de directie weinig heeft gedaan om de aandacht van de gezagvoerders op zulk een belangrijke kwestie te vestigen. De gezagvoerder moet zich aan zijn directie kunnen toevertrouwen. PIeiter wijst op de raad van de Admiraliteit om benoorden Schotland te varen. En zijn zaken als de MEDEA en KATWIJK ooit voor de Raad voor de Scheepvaart behandeld? De beklaagde noemt pleiter een van die zeehelden, die getoond hebben hun leven veil te hebben voor hun vaderland en voor hun principalen. Hij is een ervaren gezagvoerder en heeft de dood onder de ogen gezien. De directie had de gezagvoerder de route nog nader kunnen seinen, zonder dat de mogendheden hier bezwaar tegen hadden. Tenslotte wijst de verdediger erop, dat de TITAN, waarmee een deel van de bemanning huiswaarts is gekeerd, ook door de gevaarlijke zone is gevaren. De zitting wordt hierna een poos geschorst. In de zaak betreffende het vergaan van de CERES verklaarde de voorzitter, na schorsing van de zitting, dat de Raad van mening is, dat het element van straf vervallen is. De gezagvoerder gaat dus vrij uit.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De Staats Courant (No. 171) bevat de uitspraak van de Raad voor de Scheepvaart betreffende:
a. De aanvaring van de gaffelschoener OCEAAN door het Engelse stoomschip VOLTAIRE; b. Het vastlopen van het stoomschip BREDA (betrokkene J. Burger, gezagvoerder).


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 23 juli. Te Nieuw Lekkerland is van de werf van de firma L. Smit en Zoon een stalen bak, tevens profielzuiger te water gelaten voor buitenlandse rekening, terwijl de kiel gelegd werd voor twee hopperzuigers voor binnenlandse rekening.


26 juli 1915


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Londen, 23 juli. Op 20 maart jI. is het Engelse 1.161 ton grote stoomschip ESTRELLANO, van Londen naar Oporto bestemd met stukgoed, op de Theems in aanvaring geweest met het Nederlandse 7.518 ton grote stoomschip ROTTI, dat op reis was van Amsterdam en Londen naar Java. Beide schepen leden schade en dienden een aanklacht in om schadevergoeding. Het Admiraliteitshof heeft nu uitgemaakt dat de schuld van de aanvaring lag bij de twee verplichte loodsen, ieder voor de helft en heeft de wederkerig ingestelde klachten afgewezen. (opm: zie ook AH 240515)


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De Prins te Rotterdam. Maandag a.s. komt de ORANJE NASSAU van de Maatschappij „Zeeland" hier voor de Parkkade. Aan boord zal ‘s avonds een feestdiner worden gegeven ter gelegenheid van het 40-jarig bestaan van de Maatschappij „Zeeland". Prins Hendrik, die aan dit diner mee zal aanzitten, blijft ‘s nachts aan boord logeren en vertrekt dinsdag met het schip naar Vlissingen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De haven. Het weekcijfer is al zeer gering: zestig! Het jongste etmaal bracht er daarvan negen; waarbij de WAAL van Hernösand met hout, de VITALIA van New York met graan en stukgoed, de NOORD HOLLAND van Newcastle en de OTTOLAND van Seaham met steenkolen en de VOLLRATH THAM van Narvik met ijzererts. De zestig schepen deze week omvatten 25 Nederlandse, 14 Engelse, 15 Noorse en 6 Zweedse. Er hadden er 34 stukgoed in, 13 steenkolen, 4 graan. 3 ijzererts, 2 grondnoten, 1 hout en 3 ballast. Er voeren uit 69 schepen (42 met stukgoed en 27 in ballast), waarbij 30 Nederlandse, 14 Engelse, 19 Noorse, 5 Zweedse en 1 Deen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Proeftocht van de TURBINIA. Vanochtend om kwart voor elf is, in tegenwoordigheid van de Minister van Marine, vergezeld van de schout bij nacht De Booy, chef van de afdeling materieel aan het Departement van Marine, de luitenant ter zee 1e klasse mr. Jager, 's Ministers adjudant en de inspecteur van de Marine-stoomvaartdienst, de heer J.H. Gijzen, de proeftocht begonnen met het stoomschip TURBINIA, gebouwd bij de Rotterdamsche Droogdok Maatschappij, welk schip - naar wij meldden - de eerste turbines voert, welke hier te lande voor zeeschepen worden gebouwd. De tocht slaagde geheel naar wens. Om 13.30 uur was het schip uit zee terug. Het is 29 december te water gelaten en meet plm. 3.250 ton bruto. Het schip ligt thans aan de Lloydkade.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad



27 juli 1915


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 26 juli. Een nader bericht meldt dat W. van Driel's Stoomboot- en Transport Ondernemingen op Nederlandse werven in het geheel 5 en Gebr. Van Uden zelfs 10 zeeschepen in aanbouw hebben.


29 juli 1915


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 28 juli. Van de werf “Vredenhof" van de firma Wed. J.L. Ceuvel werd met goed gevolg te water gelaten een stalen lichter 100 x 11 x 5½ voet, bestemd voor Nederlands-Indië; een motordirectieboot 59 x 12 x 6 voet; een motordirectieboot 50 x 11 x 5½ voet, benevens twee motordekschuiten; de laatste vier voor Amsterdamse rekening.


30 juli 1915


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 29 juli. Gistermiddag werd met gunstig gevolg van een van de hellingen van de Nederlandsche Scheepsbouw Maatschappij te Amsterdam, te water gelaten het Gouvernement-stoomschip DENEB, ten dienste van de Gouvernements-Marine in Nederlands Oost-Indië. De hoofdafmetingen van het geheel van staal gebouwde schip zijn: Lengte tussen de loodlijnen 51,60 m.; grootste breedte 9 m.; holte tot bovenkant dekbalken 4,28 m.; diepgang in zeewater 3 m.; deplacement bij die diepgang 775 ton. Het schip heeft 6 waterdichte schotten en een houten boven- en tussendek. Ook het bak- en tentdek zijn van hout.
De stuurinrichting bestaat uit een op de roerkoning vastgespied kwadrant, waaraan met een tweetal sliphaken de stuurreep wordt bevestigd, die vandaar over leidschijven naar het op de brug opgesteld Archer-handstuurtoestel wordt geleid. Op de roerkoning is een Hastie-handstuurinrichting geplaatst. Op het bakdek staat een stoomankerspil met cilinderafmetingen 7" x 9" en werkende met een stoomspanning van 100 lbs. per vierkante inch. De verdere hulpwerktuigen zijn: Vooruit en ook achteruit nog een stoomlier.
Het schip is voorzien van een sloep, een vlet, een jol en een motorsloep, die gestreken kunnen worden met behulp van davits van Mannesmann-buis. Met het oog op de dienst in Indië zijn alle verblijven ruim en luchtig gebouwd. Behalve de bemanning kunnen nog passagiers worden vervoerd in zeven hutten.
Het schip wordt voortgestuwd door een triple expansie-machine 44,5 x 70,3 x 111 cm en een slag van 55 cm, ontwikkelende een vermogen van 800 ipk.
Stoom wordt geleverd door twee enkele ketels van 3,35 meter diameter en 3,40 meter lengte. De schroef heeft een middellijn van 2,50 m. De gehele machine installatie is geleverd door de Nederlandsche Fabriek van Werktuigen en Spoorwegmaterieel te Amsterdam. Het toezicht op de bouw wordt uitgeoefend door de heer A. van Driel, ingenieur van de Marine.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Delfzijl, 28 juli. Gisteren vertrok van hier onder Duitse vlag de nieuw gebouwde lichter, genaamd LEHNKERING 28, schipper B. Kip. Dit vaartuig, gebouwd op de werf van de heren Gebr. Wortelboer & Co. alhier, is groot 944 ton, is voor rekening van de firma Lehnkering te Emden en bestemd voor de vaart op het Dortmund-Emskanaal.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Genua, 20 juli. Het stoomschip TJISONDARI, van Norfolk te Savona aangekomen, is 24 juni in aanvaring geweest met het wrak van de lichter BANGOR in Hampton Roads en verloor daarbij stuurboord anker met 35 vaam ketting, terwijl het ankerspil op twee plaatsen brak.


31 juli 1915


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart. De Raad voor de Scheepvaart heeft gisteren een onderzoek ingesteld naar de aanvaring, welke op 17 juli heeft plaats gehad tussen het stoomschip GOOILAND van de Koninklijke Hollandsche Lloyd en het Zweedse stoomschip JARL uit Helsingfors (opm: nu Helsinki). Voorlezing werd gedaan van de verklaringen van de kapitein, de stuurman en de roerganger van de GOOILAND en een gedeelte van het journaal. Hieruit bleek o.m. dat de GOOILAND 17 juli van de Rietlanden te Amsterdam was vertrokken en ‘s avonds in de sluizen was aangekomen. Er lagen twee stoomschepen buiten de sluizen aan de noordwal. Men gaf één lange stoot op de stoomfluit, als vraag of men kon passeren. Dit sein werd met één stoot beantwoord. Plotseling werd aan boord van de GOOILAND een stoomschip gezien dwars in het vaarwater, dat blijkbaar vóór de GROTIUS lag. Op eens riep de stuurman: „Het gaat verkeerd!" Toen werd volle kracht achteruit geslagen. Men kon niet van de ankers gebruik maken. De GOOILAND trof de JARL, die met hout was beladen, aan stuurboord midscheeps. De voorsteven van de GROTIUS werd ontzet. De zeeloods W. van Leeuwen was ‘s avonds te half tien te IJmuiden aan boord van de GOOILAND gekomen. Het weer was toen stormachtig, de wind NNO. Het schip lag in de sluis aan de zuidwal. Tegelijkertijd met de GOOILAND lagen de MAASSTROOM en de RIJNSTROOM in de sluis. Toen deze beide uit de sluis waren, gaf de loods ongeveer 5 minuten later een lange stoot op de fluit die met eenzelfde stoot werd beantwoord. De loods dacht dat deze stoot van de JARL kwam. Later is dit gebleken niet zo te zijn. Getuige liet toen overhalen naar de noordwal, doch hoorde even later roepen: “Het gaat verkeerd !" Hij gaf toen volle kracht achteruit; even later had de aanvaring met de JARL plaats. Later is gebleken, dat de JARL half in het vaarwater lag. De GROTIUS had geen zijlichten op, daar deze geheel lag vastgemeerd. Op de JARL waren echter wel zijlichten en een groen toplicht. De zeeloods W. de Graaf was aan boord van de JARL, die geladen was met een tamelijk hoge deklast. Het schip moest te IJmuiden de GROTIUS passeren om te meren. Op dat ogenblik passeerde juist de MAASSTROOM en even later de RIJNSTROOM. Er lag toen nog één schip in de sluis; de JARL was toen nog niet gemeerd. Het schip in de sluis had toen moeten vragen met een lange fluitstoot of hij kan passeren en een bevestigend antwoord afwachten. Dit antwoord heeft getuige niet laten geven, daar hij geen stoot van de GOOILAND heeft gehoord. Toen de loods de aanvaring zag aankomen, heeft hij in de megafoon verscheidene malen zo hard mogelijk geroepen “achteruit !" Ook heeft hij nog 3 korte fluitstoten laten geven om de GOOILAND achteruit te laten stomen. Doch ook hierop werd niet geantwoord.
Toen de JARL dwars voor het achterschip van de GROTIUS lag, heeft dit schip een lange stoot op de fluit gegeven. Vermoedelijk als antwoord op een signaal uit de sluizen, dus van de GOOILAND. Een dergelijk signaal heeft de loods echter niet gehoord.
De gezagvoerder van de JARL, A. Bengstson, werd hierop gehoord. Zijn verklaringen bevestigden die van de loods. Het fluitsignaal van de GROTIUS heeft hij echter niet gehoord. De volgende dag is er door een ontploffing in de machinekamer brand aan boord geweest. De schade ten gevolge van de aanvaring was vrij zwaar.
De kapitein van de RIJNSTROOM had geen enkel fluitsein gehoord. Zelf had hij een korte stoot gegeven, om de loods af te halen.
De havenmeester voor het Noordzeekanaal te IJmuiden B. de Brueystak gaf enige inlichtingen betreffende de seinen, die de semafoor geeft voor in- en uitgaande schepen. Nog werd gehoord de sluismeester R.E. Boomgaard.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Catania, 21 juli. Het Nederlandse tankstoomschip JUNO is gisteren met schade aan de machine door een sleepboot hier binnengesleept. Het stoomschip zal hier repareren en daarna de reis voortzetten.


01 augustus 1915


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart. De Raad heeft gisteren uitspraak gedaan betreffende het vermoedelijk met man en muis vergaan van het stoomschip ALBERGEN.
De Raad is van oordeel, dat het stoomschip ALBERGEN hoogst waarschijnlijk is vergaan in een orkaan, welke op 3 april 1915 ter hoogte van Kaap Hatteras heeft gewoed en waarvan de aanwezigheid is geconstateerd bij het onderzoek door de Raad ingesteld naar het verloren gaan van het stoomschip PRINS MAURITS. Opmerking verdient nog hierbij, dat uit de sedert uit Amerika ontvangen weerkaarten blijkt, dat op 2 april geen voortekenen van deze orkaan waren waargenomen en in de kaart van die dag daaromtrent niets wordt aangegeven. Voorts dat de orkaan met grote snelheid van Straat Florida naar het noorden moet zijn gelopen. Met zekerheid vermag de Raad de oorzaak van deze scheepsramp, bij gebrek aan gegevens, echter niet vast te stellen evenmin of de te grote diepgang daarop van invloed is geweest.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart. De Raad heeft gisteren een onderzoek ingesteld betreffende het springen van de stoomkookketel aan boord van het stoomschip FRISIA op 25 juni jl., gezagvoerder J.M. Kolkman uit Watergraafsmeer, rederij Kon. Hollandsche Lloyd te Amsterdam. Vier getuigen verklaarden, dat de ketel, welke op hoge spanning met stoom was gevuld, opeens uit elkaar vloog. Wat de oorzaak was kon niet met zekerheid worden vastgesteld. Een jongen werd bij het ongeluk gewond.


Krant:

 TEL - De Telegraaf

De Raad voor de Scheepvaart deed onderzoek betreffende het springen van een stoomkookketel aan boord van het stoomschip FRISIA op 25 juni jl. Rederij Koninklijke Hollandsche Lloyd. De gezagvoerder J. M. Kolkman verklaart, dat hij, toen hij op het promenadedek was, een knal hoorde. Er werd gerapporteerd, dat de kookketel gesprongen was. De buitenketel was stuk, de binnenketel was heel gebleven. De machinist J.G. de Rie wijt het ongeval aan het snel bijzetten van stoom. De 16-jarige lichtmatroos D. Appel, die de ketel bediende, dacht, dat het water koud was en zette stoom bij. Een kok heeft de stoomkraan drie slagen dichtgedraaid. Het lichtmatroosje werd ernstig gewond, maar is nu vrijwel genezen. Uitspraak in deze zaak volgt later.


02 augustus 1915


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Een eigenaardig geval. Het Admiraliteitshof te Londen heeft uitspraak gedaan in een eigenaardig geval. Er was namelijk door het Griekse stoomschip DIMITRIOS PATERAS een aanklacht ingediend tegen het stoomschip OPHIR van de Rotterdamsche Lloyd wegens aanvaring. De aanvaring zou hebben plaats gehad in de avond van 10 december (1914), op de Theems, toen het Griekse stoomschip, dat op reis was van Alexandrië met stukgoed naar Londen, aan de boeien te Greenwich lag, terwijl de OPHIR, die op reis was van Batavia via Londen naar Rotterdam met stukgoed en passagiers, die boeien verliet.
Ten gevolge van de aanvaring zouden de weringen van de DIMITRIOS PATERAS gebroken en het schip aan de grond geraakt zijn, terwijl het aan bakboordzijde schade opliep. Van de zijde van de OPHIR werd beweerd, dat zij alleen langs de bakboordzijde van de DIMITRIOS PATERAS was “gegleden" omdat dit een noodzakelijkheid was en dat zij van het breken van de weringen, het aan de grond raken van het schip of het eventueel schade oplopen niets afwist. Mocht echter het een of ander van die aard zijn gebeurd, dan beriep de OPHIR zich op haar verplichte loods. Het Admiraliteitshof wees de aanklacht van de Griekse klagers af, daar zij hun beweringen niet konden waarmaken. Zoiets is zeker een zeldzaamheid!


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Het eerste Nederlandse turbineschip. Het stoomschip TURBINIA, het eerste Nederlandse turbineschip, door de Rotterdamsche Droogdok Mij. voor de firma W. Ruys en Zonen gebouwd, heeft, zoals wij reeds meldden, dezer dagen een welgeslaagde proeftocht gehouden en is door de reders overgenomen. De hoofdafmetingen van deze voor de vrachtvaart bestemde boot met een laadvermogen van 5.600 ton op een diepgang van 20½ voet, zijn: 331 x 48 x 24½. Het schip, geconstrueerd volgens de hoge klasse en onder toezicht van Bureau Veritas, heeft een doorlopende dubbele bodem met waterdicht midden zaathout in achterruim en machineruim overeenkomstig de voorschriften van de scheepvaartinspectie voor schepen met deklading.
De laadruimte is verdeeld over 4 ruimen met waterdichte afscheiding en voorzien van 5 grote laadhoofden, waarbij 4 stoomlieren zijn opgesteld. Deze ruimen zijn geheel vrij gehouden van dekstutten; het middenschot maakt het laden van lange houten delen en dergelijke mogelijk.
De verblijven voor kapitein, officieren en machinisten, op het brugdek ingericht, voldoen aan de modernste eisen; zij zijn ruim en geriefelijk en voorzien van stoomverwarming en elektrische verlichting. De verblijven van de bemanning bevinden zich in het voorschip; deze zijn eveneens elektrisch verlicht.
Een installatie voor draadloze telegrafie is ondergebracht in de kaartenkamer.
Bijzondere vermelding verdient de voortstuwingsinrichting van een turbine-installatie met wieloverbrenging.
De Droogdok Mij. heeft hiermee niet alleen de eerste in Holland gebouwde scheepsturbine vervaardigd, maar zij bouwde tevens in haar werkplaatsen de bijzondere inrichting, waardoor de snellopende turbines geschikt werden gemaakt voor toepassing op vrachtboten met normale vaarsnelheid.
Veel snel gaande oorlogsvaartuigen en passagiersschepen met grote schroefas-snelheid zijn reeds van turbines voorzien, doch de toepassing op kalmer varende vrachtboten stuitte af op die grote omwentelingssnelheid, waarop het zuinig stoomverbruik van de turbines gebaseerd is. Op het vooreinde van de schroefas van het stoomschip TURBINIA, welke as slechts enkele omwentelingen meer maakt dan die van het zusterschip TEXEL, voor enige jaren gebouwd, is een groot tandwiel bevestigd. Hierin grijpen aan weerszijden de tanden van twee kleine rondsels, waaraan gekoppeld zijn de hogedruk turbine voor de ene, die van de lagedruk turbine, met achteruit-turbine voor de andere zijde. Beide turbine assen met de rondsels maken bij normale vaart ruim 2.050 omwentelingen per minuut, de schroefas met het grote wiel slechts 70. De overbrenging is dus niet minder dan van 1 op 29 en om dit mogelijk te maken zijn de wielen voorzien van fijne V-vormige stalen tanden en geheel ingesloten door een gietijzeren kast waarin de tanden geheel onder een oliebad gehouden worden. De turbine-as draagblokken, welke door het groot aantal omwentelingen van de assen mede aan zeer hoge eisen moeten voldoen, worden eveneens onder druk van olie voorzien. Deze olie wordt weer opgevangen in verzamelbakken, gelegen onder de turbines en daaruit voor hernieuwd gebruik door een koeler heen opgepompt naar een in de machinekamerkap geplaatst reservoir.
De turbines zijn van het Parsonstype met een impulswiel voor de eerste fase van de hogedruk-turbine; voor het overige is de gewone reactie-beschoeping gevolgd.
Tussen beide turbines in bevindt zich de stoomverdeelkast. Voor vooruitvaart stroomt de stoom door de hogedruk-turbine naar de lagedruk-turbine en vloeit van daar af naar de condensor. Voor achteruit vaart wordt deze toevoer afgesloten en door het openen van een hulpafsluiter de stoom geleid naar de achteruit-turbine, bevestigd op het einde van de lagedruk-as. Deze inrichting is veel eenvoudiger dan die bij zuigermachines, waarbij een gecompliceerd mechanisme voor het verstellen van de stoom-verdeelschuiven nodig is en maakt het mogelijk binnen weinige seconden de draairichting van de schroefas te wijzigen van vooruit op achteruit.
Opzij van de lagedruk-turbine is aangebracht de condensor met grote centrifugaal-pompmachine voor het circulatiewater en een gecombineerde natte en droge luchtpompmachine, berekend voor een luchtledig van niet minder dan 95 procent. Met dit hoge luchtledig hangt het gunstige stoomverbruik van de turbines ten nauwste samen.
Verder bevinden zich aan deze zijde de gebruikelijke Weirspompen met voorverwarmer voor de ketelvoeding, een evaporator en een ballastwaterpomp. De dynamomachine en de stoomstuurmachine zijn op het hoofddek geplaatst. De stoomketel installatie omvat 2 hoofdketels en een hulpketel van normale constructie.
Het schip vertrok 29 juli, op de eerste reis, van Rotterdam naar Amerika, via Huelva.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Te water gelaten. Rotterdam, 31 juli. Heden werd met goed gevolg te water gelaten van de scheepswerf „Juliana'' te Papendrecht een voor rekening van de Naamloze Vennootschap J. v. Steen’s Rijnreederij te Rotterdam, directeur de heer A. Borremans, gebouwd Rijnschip, lang 79,95 meter, breed 9,50 meter, hol 2,50 meter. Dit schip is speciaal gebouwd voor de dienst op het Rijn-Hernekanaal en moet dus aan speciale eisen kunnen voldoen; door de bouwers werd hiermee tot in de kleinste bijzonderheden rekening gehouden. Hierna wordt de kiel gelegd voor een zeevrachtboot.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 31 juli. Het verkochte Nederlandse stoomschip RICHARD is verdoopt in MADEIRA.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 31 juli. Geladen met kolen naar Duitsland passeerde Lobith voor de eerste reis het nieuwe sleepschip WILLEM NICOLAAS, groot 410 ton, schipper Weckse, gebouwd op de werf van Van Maastrigt te Hedel.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 31 juli. Geladen met steenkolen naar Duitsland passeerde Lobith voor de eerste reis het nieuwe sleepschip ANTONIUS, groot plm. 515 ton, schipper Vermaas, gebouwd op de werf “Vooruit” te Enkhuizen. (opm: dit is bouwnummer 100, voor R. Vermaas te Hillingen).


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Vlissingen, 31 juli. Het stoomschip DIRKSLAND, gebouwd voor de Steenkolen Scheepvaart Mij. te Rotterdam, dat aan de werf van de Koninklijke Mij. “De Schelde” te Vlissingen van machines en ketels is voorzien, heeft vrijdag gemeerd gestoomd en vertrekt volgende week naar Rotterdam en zal dan tevens de proeftocht houden.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 31 juli. Alhier liggen zeeklaar om naar Archangel te vertrekken de sleepboten TROMP en EVERTSEN van het Bureau Wijsmuller te ‘s-Gravenhage, die de reis zullen afleggen met de bakken B.W.3, 4, 5 en 6, waarvan elke boot twee op sleeptouw neemt. Deze bakken werden gebouwd op de werf Conrad.


03 augustus 1915


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Aanvaring GOOILAND — JARL. De Raad voor de Scheepvaart deed onderzoek betreffende de aanvaring, welke op 17 dezer in het buiten toeleidingkanaal van de haven van IJmuiden heeft plaats gehad tussen het stoomschip GOOILAND van de Koninklijke Hollandsche Lloyd (gezagvoerder P.W.A. Ohr, zeeloods W. van Leeuwen) en het Zweedse stoomschip JARL uit Helsingborg (gezagvoerder A. Bengston, zeeloods W. de Graaf).
Eerst wordt het proces-verbaal van de kapitein, stuurman en roerganger van de GOOILAND voorgelezen, de gezagvoerder was 9 jaar aan de wal geweest. Op de 17e juli vertrok de GOOILAND om 06.40 uur nm. van de Rietlanden. Twee sleepboten waren bij het schip, dat in ballast was en Buenos Aires als bestemming had. Bij de sluis te IJmuiden zag men twee stoomschepen liggen. Een van de schepen had een massa lichten op het promenadedek. Dit vaartuig bleek de GROTIUS te zijn. De GOOILAND gaf één lange stoot op de fluit, waarna het om 10.35 met langzaam werkende machines vertrok. De stoot werd beantwoord door een van de schepen. Om 10.36 uur werd halve kracht en om 10.38 uur volle kracht gegeven. Om 10.39 uur werd de machine weer op halve kracht gezet. De stuurman riep: “Stoppen, volle kracht achteruit”. Er werd volle kracht achteruit gegeven en het roer naar bakboord (nieuw commando) geworpen. Het was niet mogelijk de ankers te gebruiken. Een schip, dat de JARL, een geladen houtboot, bleek te zijn, werd aan stuurboord aangevaren. Hierdoor maakte de piek water en was de huid midscheeps beschadigd. Buiten de pieren werd op en neer gevaren. Bij het weer naar binnen gaan op de volgende morgen woei het hard met stormvlagen. De verklaring van de roerganger komt overeen met die van de gezagvoerder. Het schip stuurde minder, daar het in ballast was. De GROTIUS heeft de roerganger wel gezien. De lange stoot op de stoomfluit is beantwoord met eenzelfde signaal. Hij zag niets van de JARL, voor de GOOILAND er bovenop zat.
De verklaring van de stuurman geeft aan, dat hij niet wist, wie het sein beantwoordde. Hij zag een zwarte streep; eerst dacht men, dat het een slagschaduw van de GROTIUS was, maar het bleek wel degelijk de JARL te zijn. Nadat enige gedeelten betreffende de aanvaring uit het journaal van de GOOILAND waren voorgelezen, legt de zeeloods W. van Leeuwen zijn verklaring af.
De GOOILAND, aldus getuige, lag aan de zuidwal in de sluis. Er waren nog meer schepen, n.l. de MAASSTROOM en de RIJNSTROOM. Het eerste schip voer weg; vervolgens de RIJNSTROOM en toen de GOOILAND. Aan de noordwal lagen de GROTIUS en een ander schip, dat de JARL bleek te zijn. Deze werden door één lange stoot op de fluit gewaarschuwd. Getuige zag een toplicht dat van de JARL was. Getuige zag ze anderhalve streek van stuurboord. Het fluitsein werd beantwoord. Toen hij dit sein hoorde, dacht getuige, dat het vaarwater veilig was en liet overhalen van de zuid- naar de noordkant. De langzaam werkende machine werd op halve kracht, volle kracht en toen de sluis verlaten werd, weer op halve kracht vooruit gezet. Er werd geroepen: “Stoppen; volle kracht achteruit”. Zijn vermoeden was, dat de JARL, evenals de GROTIUS aan de noordwal was gemeerd. De JARL lag evenwel bezuiden het vaarwater. Zij had de kop aan de noordwal. De GROTIUS lag bewesten. Aan beide zijden waren meerstoelen, maar getuige zou beslist niet met zijn schip tussen de stoelen kunnen doorgaan. Na de aanvaring heeft getuige tot de loods van de JARL geroepen: “Waarom fluit je?” Waarop het antwoord kwam: “Ik heb niet gefloten!” De zeeloods W. de Graaf, die aan boord van de JARL was, verklaart, dat deze boot een tamelijk hoge deklading had. Hij zag geen sein van de Semafoor. Getuige voer door en zag, dat er nog een ander schip lag. Getuige is de GROTIUS voorbijgevaren, daar er geen meerstoelen waren, westelijk van de GROTIUS. Getuige meerde, omdat hij drie schepen in de sluis zag liggen. Hij zag alleen de toplichten. De MAASSTROOM passeerde hem, toen hij terzijde van de GROTIUS lag. De RIJNSTROOM later. De loods van de JARL wachtte, tot hij één stoot op de fluit hoorde, van het overgebleven schip in de sluis. Dit sein betekent: Ik ben klaar, zijt ge ook klaar? Nu heeft getuige, en daar is hij zeker van, géén sein van de GOOILAND vernomen. Hij kent de fluit van de GOOILAND welke, een zwaar geluid geeft. De JARL is aan de noordwal gaan meren. De afstand tussen JARL en GOOILAND schat getuige op 500 meter. Toen getuige zag, dat de aanvaring onvermijdelijk was, heeft hij door de megafoon geschreeuwd en ook een halve minuut voor de aanvaring drie korte stoten op de stoomfluit gegeven. De JARL werd midscheeps getroffen en ging toen zover mogelijk het vaarwater uit en werd aan de grond gezet. ‘s Nachts om halfdrie brak er door een ontploffing in de machinekamer brand uit. De MAASSTROOM had tevoren bij het passeren vier korte stoten op de fluit gegeven; de GROTIUS één lange stoot, die mogelijk een antwoord was op het sein van een schip in de sluis. De voorzitter mr. G. Kirberger vraagt de vorige getuige, de loods van de GOOILAND nogmaals, of hij gefloten heeft. Deze antwoordt bevestigend. Hierna komt A. Bengston, gezagvoerder van de JARL voor, die door middel van een tolk wordt gehoord. Hij verklaart géén fluitsein van de GOOILAND te hebben gehoord. De oorzaak van de brand, die ‘s nachts is uitgebroken, is onbekend.
J. Kruyshoop, gezagvoerder van het stoomschip RIJNSTROOM deelt mee, buiten de sluis één korte stoot op de fluit te hebben gegeven een teken, dat de loods kon worden afgehaald. Toen was de RIJNSTROOM reeds gepasseerd, enigszins dwars van de GROTIUS. Een sein van laatstgenoemd schip heeft getuige niet gehoord; op een signaal van de GOOILAND heeft hij natuurlijk niet gelet, daar dit schip zich achter hem bevond.
De havenmeester van het Noordzeekanaal, B. de Brueystak, geeft enige inlichtingen betreffende de waarschuwingsdienst te IJmuiden. Zij komen voor in het Bericht aan Zeevarenden van 14 september 1911. Het bewuste sein was voorgeschreven door de inspecteur van het loodswezen, in overleg met de havenmeester van het Noordzeekanaal. Een betere ligging voor de hoppers is wenselijk. Met het nieuwe plan voor de sluizen is met deze wenselijkheid rekening gehouden.
De sluismeester R.E. Boomgaard heeft fluitseinen van de MAASSTROOM, de GROTIUS en vermoedelijk van de RIJNSTROOM gehoord. Van de GOOILAND heeft hij geen sein gehoord. Hij heeft er overigens ook niet opgelet. Het onderzoek wordt thans gesloten.
De Raad zal later uitspraak doen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 2 augustus. Het Nederlandse stoomschip MARS is te Sundsvall binnengesleept na op strand te hebben gezeten. De schade is onbekend.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 2 augustus. Van de werf van Gebr. v. d. Windt te Vlaardingen is te water gelaten het stalen loggerschip WILHELMINA KLEIN (IJM-240), gebouwd voor rekening van de heer Joh. N. Klein te IJmuiden.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Vlissingen, 2 augustus. Het stoomschip DIRKSLAND, aan de werf van de Kon. Maatschappij “De Schelde” van machines en ketels voorzien, is heden binnendoor vertrokken.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Amsterdam, 31 juli. Het stoomschip MARS, gisteren van Sundsvall naar Amsterdam vertrokken is bij het vertrek aan de grond geraakt, maar kwam na het werpen van een deel van de deklast met hulp van sleepboten weer vlot en is op de rede van Sundsvall geankerd. Het schip maakt geen water.


04 augustus 1915


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 3 augustus. Het Nederlandse stoomschip TENBERGEN arriveerde te Montevideo met brand in de op het dek liggende kolen. De brand is sedert geblust. Er is enige waterschade aan de lading in ruim No. 2.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 3 augustus. Zaterdag (opm: 31 juli) werd van de werf van de N.V. Scheepswerf “Dordrecht” te Dordrecht met goed gevolg te water gelaten het dubbelschroef motortankschip HERA, aldaar in bouw voor de Nederlandsche Tankstoomboot Maatschappij. Het schip dat de volgende afmetingen heeft: 163' x 28’-6" x 12’-0" is geheel ingericht voor het vervoer van benzine, tot welk doel het laadruim is verdeeld in 6 benzinetanks en een ruim voor benzine in vaten of kisten. Achterin bevindt zich de machinekamer waarin de beide Kromhout motoren met een gezamenlijk vermogen van 550 pk. geplaatst worden, die het vaartuig een vermoedelijke snelheid van ruim 11 mijl zullen geven. Het schip is gebouwd voor Lloyds hoogste klasse en voldoet aan de hoogste eisen van schepen van dat type. Op de vrijgekomen helling zal onmiddellijk de kiel gelegd worden van een stoomschip voor Deense rekening.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Amsterdam, 3 augustus. De Koninklijke Nederlandsche Stoomboot Maatschappij opent, te beginnen met 31 augustus e.k., een directe lijn met vrachtschepen van Amsterdam - Rotterdam, door het Panamakanaal naar de westkust van Zuid Amerika, met
Callao en Valparaiso als voornaamste aanloophavens.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Lobith, 2 augustus. Ledig naar Duitsland passeerde Lobith voor de eerste reis, het nieuwe sleepschip AMSTERDAM, groot ongeveer 1.620 ton, schipper Houtflies, gebouwd bij C. van der Giessen & Zn. te Krimpen a/d IJssel, voor rekening van Lehnkering & Co. te Duisburg.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Shimoniseki, 31 juli. Het stoomschip TJIBODAS heeft lichte schade aan de boeg, doch zal na voorlopige reparatie de reis kunnen voortzetten.


05 augustus 1915


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 4 augustus. Het stoomschip TENBERGEN (zie vorig No.) heeft van Montevideo de reis voortgezet.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 4 augustus. Het stoomschip ELISABETH, van Rotterdam naar Buenos Aires, is te Falmouth aangekomen met beschadigd stuurgerei.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Sundsvall, 1 augustus. Het stoomschip MARS, welke bij het vertrek van hier naar Amsterdam aan de grond geraakte, kwam met assistentie van vier sleepboten vlot. Bij duikeronderzoek is gebleken dat de bodem van het schip licht beschadigd was. Het stoomschip heeft een bewijs van zeewaardigheid gekregen en de reis naar Amsterdam voortgezet.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Londen, 3 augustus. Het Engelse stoomschip RANZA is in de grond geboord. Negen man van de equipage werden gered door het van Amsterdam naar Paramaribo bestemde Nederlandse stoomschip PRINS WILLEM V.


06 augustus 1915


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 5 augustus. Te Papendrecht is van de werf “Juliana” te water gelaten een voor binnenlandse rekening gebouwd Rijnschip, lang 70,95, breed 9,50 en hol 2,50 meter. De kiel is gelegd voor een zeevrachtboot.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 5 augustus. Ledig naar Duitsland passeerde Lobith voor de eerste reis het nieuwe sleepschip SAN JOSÉ, groot plm. 690 ton, schipper en eigenaar Bruijninckx, gebouwd bij Gebr. v. d. Rijken te Waspik.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 5 augustus. Ledig naar Duitsland passeerde Lobith voor de eerste reis het nieuwe sleepschip MARRIGJE groot plm. 280 ton, schipper en eigenaar Van der Starre, gebouwd op de werf van Gelijns te Roodevaart.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Delfzijl, 5 augustus. De havenbeweging alhier is weer merkbaar aan het toenemen. Er liggen thans 6 Duitse stoomschepen hout te lossen en er worden deze week nog meerdere verwacht, welke reeds van hun laadplaats vertrokken.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Middelburg, 4 augustus. Het onlangs door de werf van de heer Van Maastrigt te Hedel afgeleverde sleepschip WILLEM NICOLAAS, is voor de eerste maal naar Duitsland vertrokken.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Middelburg, 4 augustus. Het op de werf “Vooruit” te Enkhuizen gebouwd sleepschip ANTONIUS, groot ongeveer 515 ton is op de eerste reis naar Duitsland Lobith gepasseerd.
(opm: dit is bouwnummer 100, voor R. Vermaas te Hillingen).


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Dungeness, 3 augustus. De Nederlandse sleepboot ZUIDERZEE van Rotterdam naar Rouaan (opm: Rouen), passeerde hier hedenochtend 9 uur met twee lichters op sleeptouw en signaleerde dat de achterste lichter was lek gesprongen. De sleepboot en de lichters liggen thans in de East Bay geankerd.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Bommen naar een Nederlands motorschip geworpen. De te Terneuzen binnengekomen en aldaar thuis behorende motorboot CORNELIS is de vorige week donderdag bij een vaart naar Engeland ter hoogte van de Schouwenbank uit een tweedekker met vier bommen bestookt. De bommen hebben geen doel getroffen, doch vielen in zee en ontploften met zulk een geweld, dat stukken van de bommen op het dek terecht kwamen. Een van deze stukken droeg een nummer. Men vermoedt met Duitse bommen te doen te hebben. Bij de terugkomst van de motorboot op de rede van Vlissingen werd de militairen autoriteiten van het gebeurde kennis gegeven. (opm: zie ook RN 070815)


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De Nederlandse vrachtvaart in de oorlogscrisis. In de laatste wekelijkse afvaartlijst van de Holland Amerika Lijn vinden we naast de “DAM” en de “DIJK” boten niet minder dan 12 gecharterde schepen vermeld. Een bewijs hoe buitengewoon de zaken van deze Maatschappij zich uitgebreid hebben.
Deze gecharterde schepen zijn: De ELISABETH, de CALLISTO, de AMBRA, de BEEKBERGEN, de CHR. MICHELSEN, de ESPERANCA, de GRANGESBERG, de KELBERGEN, de LOCH TAY, de MESNA, de POLYNESIA en de SAMMANGER (ex. VASCO DA GAMA).


07 augustus 1915


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Delfzijl, 5 augustus. Alhier is aangekomen het stoomschip CAROLINE HEMSOTH, met ijzererts van Oxelösund, een boot, waarop alleen al een 40-tal mensen werk vinden bij de lossing. Allicht zullen meerdere ertsboten volgen, daar te Emden, waar anders deze boten lossen, werkkrachten te kort komen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Delfzijl, 5 augustus. Alhier ligt in lading bij het stoomschip CAPRI, het nieuwgebouwde tjalkschip RESNOVA, kapt. J. Smeltekop. Dit vaartuig, hetwelk 100 ton groot is, werd gebouwd op de werf van de heer Bijholt (opm: Bijlholt) te Foxholsterbosch.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Stoomschip THUBAN te water. Van de werf van de Rotterdamsche Droogdok Maatschappij wordt zaterdag (opm: 7 augustus), 's namiddags tegen ongeveer 01.45 nm. te water gelaten het schroefstoomschip THUBAN, in aanbouw voor Van Nievelt, Goudriaan & Co's Stoomvaart Maatschappij.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Bommen naar een Nederlands motorschip geworpen. Nader wordt ons nog het volgende meegedeeld betreffende het werpen van bommen op het Nederlandse motorschip CORNELIS. Het vaartuig behoort tot de rederij van de heer J. van Rompu te Terneuzen. De 28e juli is het schip met waterballast van Terneuzen vertrokken met bestemming naar Goole. Na 24 uur op de rede van Vlissingen op beter weer gewacht te hebben, vertrok de CORNELIS ‘s morgens om 6 uur van de 29e juli. Het schip voer een Nederlandse vlag aan de vlaggenstok en had de Nederlandse kleuren op de romp geschilderd, benevens de naam “Cornelis - Terneuzen" in letters van ongeveer een halve meter hoogte. De kapitein is J. Van Buuren. Te 10.15 uur bevond het schip zich op 51°50' N en 02°58' O, toen plotseling enige bommen neervielen, eerst bij het achterschip aan weerskanten één en een ogenblik daarna bij het voorschip, eveneens aan weerskanten één bom. De door de ontploffing veroorzaakte waterzuilen kwamen gedeeltelijk over het vaartuig. Op het dek werden enige stukken metaal gevonden, waaronder een stuk van een koperen schroefdop met ingeslagen letters. De bommen zijn geworpen door een watervliegtuig. Er werden onmiddellijk Nederlandse vlaggen op het dek van de CORNELIS uitgespreid, waarna de vlieger in zuidoostelijke richting verdween. Het schip had gelukkig geen schade bekomen.


09 augustus 1915


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 8 augustus. Het Nederlandse tankstoomschip LA CAMPINE, van New York naar Rotterdam, passeerde 5 augustus Lizard, koersende naar Falmouth om schipbreukelingen te landen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Delfzijl, 6 augustus. Heden vertrok van hier het grote lichterschip SEBASTIAAN bestemd voor Duisburg en bevaren door kapitein Page. Dit schip gebouwd op de werf van de heren Gebr. Wortelboer alhier, is 1.528 ton groot en zal varen onder Duitse vlag.


10 augustus 1915


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 9 augustus. Van de werf van de firma Gebr. Pot, scheepsbouwmeesters te Bolnes, is met goed gevolg te water gelaten het stalen motorschip BENGKALIS, gebouwd voor rekening van de Koninklijke Paketvaart Mij. te Amsterdam. Het schip heeft de volgende afmetingen: Lengte tussen de loodlijnen 230’, grootste breedte 38', holte in de zij tot hoofddek 13', hoogte tot aan het tent dek 20’-3”. Het draagvermogen is 900 ton op 9' diepgang. Het is ingericht voor het vervoer van passagiers en goederen voor de kustvaart in Nederlands-Indië en is verder gebouwd onder toezicht van het Ingenieursbureau voor Scheepsbouw van de heer M.A. Cornelissen te Amsterdam en Bureau Veritas. De voorstuwing zal geschieden door een Dieselmotor installatie van 650 ipk, geleverd door Werkspoor te Amsterdam. Op dezelfde plaats zal de kiel gelegd worden voor een tankschip van 1.000 ton d.w. voor rekening van de Nederlandsch Indische Tankstoomboot Mij. te 's-Gravenhage.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 9 augustus. Geladen met ijzererts voor Duitsland passeerde Lobith voor de eerste reis het nieuwe sleepschip NEELTJE, groot 785 ton, schipper en eigenaar Knol, gebouwd op de werf „Vooruit" te Enkhuizen. (opm: dit is bouwnummer 99, voor G. Knol te Genemuiden)


11 augustus 1915


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Stockholm, 5 augustus. Nadat het stoomschip MARS 50.000 Kr. had borg gesteld, is het beslag op dit stoomschip opgeheven en heeft het de reis van Sundsvall voortgezet. (opm: zie ook RN 050815)


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

N.A.S.M. Te beginnen met de NIEUW AMSTERDAM, die zaterdag a.s. vertrekt, zullen de schepen van de N.A.S.M. in het vervolg geregeld op de uitreis, zowel als op de thuisreis, de Engelse haven Falmouth aandoen. In de laatste tijd gingen de beide grootste schepen van de Maatschappij op de thuisreis naar Falmouth, nu is deze faciliteit uitgebreid voor de gehele vloot en voor elke vaart, ten bate van de Amerikaanse passagiers in Engeland, die liever niet op een Engels schip de reis over de Atlantische Oceaan maken.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Redder gehuldigd. Ook aan kapitein Berend Kuiper, gezagvoerder van het stoomschip CONSTANCE CATHARINA van de Noord Nederlandsche Stoomvaart Mij. te Harlingen, is door de Engelse regering een zilveren beker met inscriptie geschonken, als een hulde voor het redden van 5 Chinezen, behorende tot de bemanning van het stoomschip HARPALICE, dat op 10 april in de Noordzee werd getorpedeerd.


12 augustus 1915


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 11 augustus. Het stoomschip VOSBERGEN van de N.V. Furness Scheepvaart, en Agentuur-Maatschappij, is verkocht aan de firma Lindvig te Christiania. Het stoomschip zal in de loop van deze week te Bristol worden overgenomen.


13 augustus 1915


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 12 augustus. Het verkochte stoomschip KORTENAER is onder de naam LEDAAL van hier naar New York vertrokken.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 12 augustus. Woensdagmiddag werd van de werf van de N.V. Scheepsbouwwerf „De Merwede" v/h Van Vliet & Co. te Hardinxveld met zeer goed gevolg te water gelaten een stalen stoomschip No. 119, lang 156’-7", breed 25’-0" en hol 11'-11", voor eigen rekening, hetwelk gebouwd is onder Special Survey Lloyds 100 A 1.
Binnen enkele dagen zal de kiel gelegd worden voor een stalen stoomschip No. 122, lang 180'-0", breed 28’-0" en hol 14’-6", hetwelk gebouwd wordt voor Noorse rekening en eveneens onder Special Survey Lloyds 100 A 1.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 12 augustus. Maandag werd na gehouden en wel geslaagde proefvaart door de rederij Goudswaard & Kolff overgenomen de dubbelschroef stoomboot HELVETIA XII, gebouwd op de werf van de firma Boele & Pot te Bolnes. De boot, 650 ton groot en 375 ipk. voldeed in alle opzichten.
Naar men verneemt zullen binnenkort wederom 2 nieuwe boten op stapel gezet worden ter uitbreiding van de dienst Rotterdam -Antwerpen - Brussel.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Delfzijl, 11 augustus. Gisteren vertrok van de rede alhier het schoenerschip DINA, kapt. Kajuiter, met bestemming Söderhamn. Bij het Duitse wachtschip nabij de Bocht van Watum, werd het schip echter weer terug gezonden omdat er geen sleepboot voor was en de Duitsers niet toestaan, dat een zeilschip Borkum zeilende passeert.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Londen, 11 augustus. Het Nederlandse stoomschip BETSY ANNA, van Amsterdam naar Newcastle bestemd, is 2 mijl ten zuiden van Flamborough Head gestrand. De BETSY ANNA van de firma W.H. Berghuys meet 880 ton bruto en is gebouwd in 1890.
Later bericht. Het stoomschip BETSY ANNA zal vermoedelijk bij vloed vlot komen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 12 augustus. Een Rotterdams schip aangevaren. Een Lloyds-telegram uit Londen meldt, dat het Nederlands stoomschip ZEELAND van Leith naar Rotterdam, in aanvaring is geweest met een ander vaartuig bij de kust op 11 augustus ter hoogte van Norfolk. Van de ZEELAND werd de verschansing ingedrukt aan het bakboord halfdek. De ZEELAND behoort aan de Scheepvaart- en Steenkolen Maatschappij alhier en meet 1.293 ton. Zij is in 1907 gebouwd. (opm: zie ook RN 160815, NRC 170915 en RN 230915)


14 augustus 1915


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 12 augustus. Het nieuwe motortankschip HERA arriveerde hier hedenmorgen per sleepboot ATLAS en zal in Amsterdam van motoren voorzien worden.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Flamborough Head, 11 augustus. Het stoomschip BETSY ANNA is heden namiddag 4 uur vlot gekomen en heeft ogenschijnlijk onbeschadigd de reis voortgezet. (Zie ook RN 130815)


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Londen, 12 augustus. Gedurende de maand juli zijn bij de Board of Trade rapporten ontvangen van het totaal verloren gaan van 30 Engelse zeilschepen, met 4.535 netto ton, waarbij 8 personen de dood vonden en 64 Engelse stoomschepen, met 66.582 netto ton, waarbij 132 personen omkwamen, totaal 94 schepen, met 71.117 netto ton, waarbij 140 mensen het leven verloren. Onder de zeilschepen zijn er 16, met 3.747 ton, die door Duitse oorlogsschepen tot zinken werden gebracht. Onder de stoomschepen zijn er 46, met 48.712 ton, die door Duitse oorlogsschepen tot zinken werden gebracht en 63 personen vonden daarbij de dood; 4, met 4.705 ton, liepen op mijnen, waarbij 19 mensen omkwamen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Alblasserdam. Donderdagmiddag 6 uur (opm: 12 aug.) is van de scheepswerf “De Noord”, directeur de heer J.A. Smit, alhier te water gelaten de van staal gebouwde sleepkaan DIRKSLAND, groot plm. 1.000 ton, voor Nederlandse rekening.


16 augustus 1915


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Motorschip ARTEMIS. De heer Th. Reedeken deelt in De Zee het volgende mee:
Dit schip, groot 2.312 netto reg.ton, gebouwd op de Marinewerf te Amsterdam en voorzien van twee zescilinder Werkspoor Dieselmotoren, elk van ongeveer 1.100 pk., vertrok de 11e juni 1914 van Rotterdam naar Oost-Azië, na reeds tevoren een succesvolle reis naar Constanza in de Zwarte Zee gemaakt te hebben. Vanaf de 11e juni 1914 tot de 4e juni 1915 voer dit schip ongeveer 60.000 mijlen en vervoerde ongeveer 35.000 ton lading; het maakte de volgende reizen: Van Rotterdam 11 juni via Alexandria en Singapore naar Shanghai; van Shanghai via Balikpapan en Singapore naar Calcutta; het bleef gedurende september, oktober, november en de eerste helft van december varen tussen Brits-Indische havens van Rangoon naar Bombay en Karachi (twee reizen) en Rangoon – Calcutta (een reis), vertrok de 16e december van Rangoon naar Londen en Granton aan de Firth of Forth, om na dokking aan de Tyne in februari, weer te vertrekken de 8e maart naar Port Arthur in Texas.
Van daar ging de reis via het Panama Kanaal naar Sydney, Melbourne en Adelaide, welke laatste plaats de 4e juni 1915 bereikt werd.
De reis Panama - Sydney, lang 7.900 mijlen, is volbracht in 35 dagen, zonder stoppen, met een gemiddelde vaart van 9,5 mijl, de fuel consumptie was gedurende die reis 6,6 ton per 24 uur varen. Vertrokken van Panama met 340 ton bunkers aan boord, arriveerde dit schip te Sydney na 35 dagen over een reis van 7.900 mijlen, met 107 ton fuel spare.
Hoewel slechts 2.312 netto reg. ton, vervoerde dit schip gedurende deze reis 4.600 ton lading en kan dus over dat traject ruim 900 ton meer lading vervoeren dan een gewoon stoomschip van diezelfde grootte.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Leith, 11 augustus. De aanvaring van het Nederlandse stoomschip ZEELAND met een ander vaartuig nabij het Would lichtschip, waarbij de ZEELAND lichte schade bekwam, had plaats op 4 augustus. (opm: zie ook RN 130815, NRC 170915 en RN 230915)


18 augustus 1915


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 17 augustus. Van de Scheepswerf „Nicolaas Witsen" van de firma W.F. Stoel & Zoon te Alkmaar, is met goed gevolg te water gelaten een stalen directie-motorboot, lang 50 voet, breed 10 voet en met een 30 pk vier-cilinder benzinemotor. De boot is gebouwd voor rekening van het Ministerie van Waterstaat en bestemd voor de Rijkswaterstaat, arrondissement Goes.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Londen, 16 augustus. Het Nederlandse stoomschip MAARTENSDIJK is tussen de havenhoofden te New Orleans gestrand. Assistentie is gezonden. Volgens een bericht van de N.A.S.M. vertrok de MAARTENSDIJK 13 augustus van New Orleans naar Rotterdam.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Brand in een schip! Hedenmorgen 5 uur is brand uitgebroken in het stoomschip ANTENOR, van de Stoomvaart Maatschappij „Oceaan", liggende aan de Javakade te Amsterdam. Het was geladen met mokskiet (veevoeder). Er bleek broeiing te zijn ontstaan in de lading. De brandweer was het vuur spoedig meester. De materiële schade is vrij aanzienlijk.


19 augustus 1915


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 18 augustus. Het torpederen van de MEDEA. Het Prijzenhof te Hamburg heeft, in zake het stoomschip MEDEA, dat 25 maart jl. in het Engelse Kanaal door een Duitse onderzeeër in de grond werd geboord, de vordering van de Kon. Ned. Stoomboot Maatschappij te Amsterdam en van de eigenaars van de lading in beginsel toegewezen, omdat het bewijs, dat de lading niet voor enig orgaan van de Britse regering bestemd was, naar het oordeel van het Prijzenhof geleverd is geworden.
Afgewacht moet nu worden, of de Duitse Rijkscommissaris tegen dit vonnis in hoger beroep zal gaan.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 18 augustus. Naar de Scheepv. verneemt is het stoomschip WALCHEREN, van de firma Wm. Ruys & Zn. te Rotterdam, naar Noorwegen verkocht.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 18 augustus. Volgens een telegram uit New Orleans is het stoomschip MAARTENSDIJK met assistentie vlot gekomen. Het ligt nu geankerd wegens storm.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Delfzijl, 17 augustus. Gisteren werd alhier met het tjalkschip EEMS, kapt. De Boer, weer een lading hout aangebracht uit het wrak AMAZONE. Tot heden zijn er deze zomer 8 tjalken vol hout uitgehaald. Naar schatting kunnen er ongeveer nog 3 à 4 tjalken vol uitgehaald worden, daar de rest onder het zand is geslagen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Delfzijl, 17 augustus. De drukte in de haven alhier blijft aanhouden. Er liggen gemiddeld 8 à 9 schepen te lossen, waarvoor bijna gebrek aan binnenschepen komt. Daarvoor zijn er reeds een viertal lichters over het wad van Amsterdam naar hier gekomen om hout te laden voor Holland. Een stoomboot met ijzererts werd gisteren verwacht.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Het praatje omtrent de BENGALEN; officiële tegenspraak. Het Nederlandse gezantschap te Parijs zond aan de Franse bladen een nota waarin wordt tegengesproken een bericht, dat door verscheidene Franse bladen was opgenomen, waarin werd gemeld, dat het schip BENGALEN van de Rotterdamsche Lloyd aan de kust, van Sicilië was aangehouden, geëscorteerd door Franse kruisers en vervolgens naar Malta gebracht. Het zou volgens die bladen Duitse duikboten moeten voorzien van benzine.
Het gezantschap verklaarde dat uit een nauwkeurig onderzoek van de Nederlandse Regering was gebleken dat de lading van het schip noch nafta noch benzine bevatte, zodat het vermoeden, dat het schip Duitse duikboten daarvan moest voorzien, volkomen ongegrond was. Het communiqué bevat verder nauwkeurige aanwijzingen over bestemming en lading ten bewijze dat alles in orde was met de lading van het schip.


20 augustus 1915


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Brisbane, 6 juli. Het Nederlandse stoomschip HOUTMAN liep 29 mei bij het binnenkomen van de haven van Thursday Island aan de grond, doch kwam twee uur later vlot met enige schade aan de bodem.


21 augustus 1915


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Voor NLG 100.000 bloembollen! Van IJmuiden uit is per zeilschip BERENDINA, kapitein N.H. Wijnstok, een volle lading bloembollen voor Zweden bestemd, verscheept. De lading, bestaande uit 700 kisten en een waarde van ongeveer NLG 100.000 vertegenwoordigend, werd door de firma Nieuwenhuis en Zonen verzonden.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Papier voor Frankrijk! Vervoerde het stoomschip EENDRACHT van de Kon. Ned. Papierfabrieken Van Gelder & Zonen te Velzen, tot dusver iedere week een lading papier naar Londen, woensdag vertrok deze boot naar Rouen met een lading van ongeveer een kwart miljoen kilogram papier voor Parijs aan boord.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Gebrek aan Scheepslading. Het agentschap van de Rotterdamsche Lloyd bericht, dat het stoomschip DELI, dat gisteren te Priok arriveerde, elders bevracht zal moeten worden, omdat voor dit schip geen lading in Nederlands-Indië te vinden is. Op de INSULINDE en de DJOCJA, die omstreeks gelijktijdig (medio augustus) met de DELI zouden varen is ook nog geen lading geboekt. Laatstgenoemd schip blijft voorlopig voor de Java-Holland vaart bestemd en zal, ongeveer op de data oorspronkelijk voor de DELI aangegeven, varen, tenzij slapte in zaken mocht veroorzaken, dat ook voor dit schip lading elders moet worden gezocht.


23 augustus 1915


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Amsterdam, 20 augustus. De Stoomvaart Mij. “Nederland" heeft heden aan de Nederlandsche Scheepsbouw Maatschappij alhier de bouw opgedragen van een vrachtstoomschip van 10.000 ton. Het. schip zal een duplicaat zijn van het reeds op die werf voor dezelfde maatschappij in aanbouw zijnde stoomschip BORNEO.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Delfzijl, 20 augustus. Gisteren vertrok van hier onder Noorse vlag met bestemming naar Stavanger, het nieuw gebouwde stoomschip OTTO, kapt. A. Fjogstad. Dit vaartuig gebouwd op de werf van de heren Berg & Hulshoff alhier, is groot 603 m3 netto en behoort thuis te Stavanger.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

North Shields, 18 augustus. Nadat het Nederlandse stoomschip SLIEDRECHT drie maanden in reparatie is geweest, is het in lading gelegd. De SLIEDRECHT heeft, zoals bekend in de Frenchman's Baai aan de grond gezeten.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 23 augustus. De Haven. Er zijn deze week 73 schepen onze haven binnengekomen (vorige week 75). Daarvan waren 38 Nederlands, 14 Engels, 14 Noors en 7 Zweeds. Hun lading was: Stukgoed 34, graan 5, kolen 17, hout 5, ijzererts 4, fosfaat 2, grondnoten 1 en in ballast 4.
Er vertrokken 58 schepen: 25 Nederlands, 17 Engels, 9 Noors, 5 Zweeds, 1 Deens en 1 Amerikaan. De lading bestond uit 35 stukgoed en 23 in ballast.
Sedert de opgave van gisteren kwamen er 11 schepen in onze haven waarbij de gisteren nog vermelde SLOTERDIJK van de N.A.S.M. van New Orleans met graan en stukgoed, de LOCH TAY van de N.A.S.M. van Buenos Aires met graan, de LA FLANDRE van New Orleans met petroleum, de BRUNSWIJK van Port Fampa met fosfaat en een bootje met steenkolen uit Engeland.


24 augustus 1915


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 23 augustus. Bij de firma L. Smit en Zoon, scheepsbouwmeesters en machinefabrikanten te Kinderdijk, is met goed gevolg te water gelaten de stalen hopper-zandzuiger PANAMA, gebouwd voor binnenlandse rekening.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

‘s-Gravenhage, 21 augustus. De Nederlandse hopper DIOMEDES, van Haarlem via het Panamakanaal, bestemd naar Nikolajewsk (Siberië) arriveerde eergisteren te Barbados en zette heden de reis voort. Alles wel.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Stockholm, 17 augustus. De bergingsmaatschappij heeft de rederij van het Nederlandse stoomschip MARS voor het vlot brengen van dit stoomschip in rechten aangesproken tot uitbetaling van het gevraagde bergloon, uiterlijk 20 september. De rederij had een bergloon aangeboden van Kr. 10.000, welk aanbod werd afgewezen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Londen, 22 augustus. Het Engelse stoomschip COBER is gezonken. De opvarenden werden door het Nederlandse stoomschip MONNIKENDAM aan de Plata-Rivier geland.


25 augustus 1915


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Amsterdam, 24 augustus. De 31e augustus vertrekt van hier het stoomschip POLLUX van de Kon. Ned. Stoomboot Mij., maar voor rekening van de Kon. West-Indische Maildienst via het Panamakanaal naar Valparaiso.
Dit is het eerste stoomschip van een nieuwe dienst die de West-Indische Mail opent op de westkust van Amerika. Zoveel mogelijk zal alle twee weken een schip vertrekken.


26 augustus 1915


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Christiania, 24 augustus. De bemanning van het in de grond geboorde te Tonsberg thuis behorende stoomschip MAGDA werd door het Nederlandse stoomschip POMONA te Falmouth geland.


27 augustus 1915


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart. De Raad heeft gisteren uitspraak gedaan betreffende de ontploffing aan boord van het stoomschip FRISIA.
De Raad is van oordeel, dat het uiteenspringen van de stoomkookketel aan boord van het stoomschip FRISIA veroorzaakt door waterslag, een gevolg van het onoordeelkundig openen van de kraan, welke de stoom toevoert, door de dekjongen. Doordat deze de kraan terstond geheel open draaide, kreeg de stoom, welke vermoedelijk water met zich mee voerde, plotseling met geweld toegang tot de ruimte, waardoor de waterslag is ontstaan.
De Raad voegt hieraan toe, dat het de Raad voorkomt, dat op de stoomruimte van dergelijke kookketels een veiligheidsklep behoort aangebracht te worden, waardoor stoom van hoge spanning zich een uitweg kan banen. Ook zal het gewenst zijn de stoomtoelaatklep zo klein mogelijk te nemen, opdat water dat zich wellicht in de buizen bevindt, zich minder snel naar de stoomruimte van de kookketel kan verplaatsen, hetgeen de kans op waterslag verminderd.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart. De Raad heeft gisteren uitspraak gedaan in de zaak betreffende de aanvaring tussen het Nederlandse stoomschip RIJNDAM en het stoomschip JOS. C. CUNEO. De Raad is van oordeel, dat de oorzaak van deze aanvaring moet worden toegeschreven aan de weersgesteldheid. Toen de JOS. C. CUNEO uit een nevelbank, die zich waarschijnlijk tussen de beide schepen bevond, te voorschijn kwam, waarop ook het plotseling helder worden van zijn toplicht wijst, ontbrak voor beide schepen de tijd om nog door een manoeuvre een aanvaring te voorkomen. Dank zij het oordeelkundig optreden van de gezagvoerder van de RIJNDAM, P. van den Heuvel en de stipte uitvoering van zijn bevelen door de bemanning, hebben alle opvarenden zich kunnen redden en is ook de RIJNDAM zelf, behouden te New York binnengebracht. (opm: Het is het Noorse stoomschip JOSEPH J. CUNEO – zie ook RN 280515 en TEL 230715)


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart. De Raad heeft gisteren een onderzoek ingesteld betreffende het in de Noord-Atlantische Oceaan komen van zware stortzeeën over het stoomschip LOMBOK waardoor verschillende dekschade ontstond, een van de opvarenden overboord werd geslagen en een deel van de deklading verloren ging (rederij Stoomvaart Mij. Nederland, gezagvoerder R.H. Brouwer, beiden te Amsterdam).
Uit het verhoor van de kapitein bleek, dat het schip van Amsterdam via New York naar Java voer. Op 18 februari werd, bij vrij goed weer, New York verlaten. Reeds de volgende dag werd het stormachtig en op 20 februari stonden er zware zeeën, die het schip met averij bedreigden. Op 21 februari werd de hofmeesters hut ingeslagen. De timmerman, bijgestaan door de stuurmansleerling, vingen aan dit ongeval te herstellen, toen een nieuwe zee kwam, welke de leerling over boord zette en de timmerman tegen de reling sloeg. Het mocht niet gelukken de jongen te redden.
Het schip was ten gevolge van de zware lading moeilijk te sturen. Soms moest, ondanks het ruwe weer, volle kracht worden gestoomd, omdat anders het roer niet werkte. De kapitein was van oordeel dat het schip voor dit weer te zwaar was geladen. Het schip lag nog 4½ decimeter dieper, dan de grootste diepgang, die hij erop had meegemaakt. Als hij zulk slecht weer had voorzien was hij zeker niet uitgevaren. De lading bestond uit 140.000 kisten petroleum en stukgoederen. Door de stortzeeën sloeg een deel van de goederen over boord. Achttien kisten petroleum sloegen stuk.
De 1e stuurman W. Ree meende ook, dat het schip te zwaar geladen was. Op het traject New York - Java behoort zulk zwaar weer echter tot de uitzondering. De timmerman B.C. Visser, verklaarde, dat de stuurmansleerling vrijwillig hulp had verleend bij het herstellen van de hut. Direct sloeg de jongen over boord. Pogingen om hem te redden mislukten.
De scheepsbouwkundig-ingenieur, de heer A.M. Schipper gaf tenslotte enkele technische inlichtingen over de diepgang.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Brand in een schip. Hedennacht om halfdrie ontdekte de wachtsman J. Keggen, dat brand was ontstaan in het motorschip ZEEAREND van de firma Vermeer & V. d. Arend, liggende nabij het terrein van Thomsen's Havenbedrijf aan de Maashaven N.Z. en geladen met ijzerdraaisel en boorsel, bestemd voor Swansea. Er bleek broeiing in de lading te zijn ontstaan en rook steeg op uit het ruim. De brand is geblust door de bemanning van de HAVENDIENST II met twee stralen en door gasten van spuit 37 met een straal, aanvankelijk onder toezicht van de brandmeester, de heer Jac. Luti, later onder hoofdman G. v. Sillevoldt Gzn. De broeiende lading is gelost, op het terrein van Thomsen's Havenbedrijf. Mede aanwezig waren de spuiten 51, 41, 50 en 38.
De heer Luti deed, alvorens blusmateriaal verscheen, met behulp van grijpers een deel van de broeiende lading op de wal brengen. Het scheepsdek was zeer heet, maar vuur of vlammen werden niet bespeurd. (opm: zie ook RN 260915 en RN 290915)


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Alkmaar, 25 augustus. Van de scheepswerf Nicolaas Witsen van de firma W.F. Stoel & Zoon te Alkmaar is met goed gevolg te water gelaten een stalen vracht-motorboot, lang 78 voet, breed 15 voet en met een 33 pk. zuiggasmotor, gebouwd voor Rotterdamse rekening.


28 augustus 1915


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 27 augustus. Het Nederlandse zeilschip MARCHIENA, kapt. Paap, is met aanvaringschade te Stockholm binnengesleept.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 27 augustus. Volgens een telegram uit Rosario zit het Nederlandse stoomschip SIRIUS 100 mijl noordelijk vandaar aan de grond.


30 augustus 1915


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Stockholm, 25 augustus. De met lading uitgaande kustboot HERNOSAND No. 2 is gisternacht ter hoogte van Waxholm in aanvaring geweest met het Nederlandse schip MARGINA en het Zweedse zeilschip YRSA, beide binnenkomende en gesleept. Beide zeilschepen werden beschadigd en alhier binnengebracht.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Na volbrachte proeftocht is heden (opm: 28 aug.) uit zee teruggekeerd het stalen schroefstoomschip THUBAN, geraamde tonnenmaat 3.600, eigenaars de heren Van Nievelt, Goudriaan & Co. Het schip werd 6 augustus te water gelaten en is gebouwd door de Rotterdamsche Droogdok Maatschappij.


31 augustus 1915


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart. De Raad heeft gisteren een onderzoek ingesteld betreffende het op 11 augustus jl. bij Flamborough Head aan de grond lopen van het stoomschip BETSY ANNA, rederij firma Berghuijs te Amsterdam.
Volgens de gezagvoerder, de heer H. Ebes uit Apeldoorn, was het schip op 10 dezer 's morgens met ballast uit Amsterdam vertrokken. Tot 4 uur van die dag stond getuige op de brug. Daarna nam de 1e stuurman de wacht over. Het was goed zicht. Het schip liep 8 à 8½ mijl. Tegen half zes hoorde de kapitein mistsignalen en ging naar boven. Het was mistig geworden en getuige liet signalen geven. De vaart werd tot 6 mijl verminderd. De 1e stuurman zei een boei te hebben gezien. Daar men meende dat het een bekende boei was, werd niet gelood. Op eens liep het schip vast, doch het kwam met eigen kracht weer spoedig vlot. Er was hulp gevraagd, doch deze kwam niet. Onbeschadigd kon het schip naar New Castle voortstomen.
Een van de leden van de Raad maakte de opmerking, dat de boei niet was bestemd voor de navigatie en dat het dus verkeerd was er op af te gaan. De kapitein antwoordde, dat hij zich in acht moest nemen voor de mijnen. De stuurman Y. Vos verklaarde, dat het schip om 05.10 een rode kegelvormige boei op 2 mijl afstand passeerde. Het Curtonhouse had herhaaldelijk gewaarschuwd binnen de boeien te blijven. Na het passeren van de boei kwam er mist en om 05.40 was het dik. Er is herhaaldelijk geseind. Getuige dacht niet aan loden, daar hij het schip veilig achtte.
De Raad, onmiddellijk uitspraak doende, was van oordeel, dat het ongeluk niet te wijten is aan nalatigheid, daar de stuurman aanleiding had te menen dat het een boei was, die hij kende. Noch de stuurman, noch de kapitein treffen enige blaam. Nochtans hoopt de Raad, dat het geval er toe zal leiden voortaan het lood te gebruiken. (Zie ook RN 130815 en 140815 en NRC 140915)


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart. De Raad heeft gisteren uitspraak betreffende het stoomschip LOMBOK. Voor het aan de stuurmansleerling Tj. Fierstra overkomen ongeluk is naar het oordeel van de Raad niemand aansprakelijk te stellen. De werkzaamheden, aan de timmerman opgedragen, waarbij de stuurmansleerling behulpzaam was, waren met het oog op de overkomende zeeën weliswaar niet zonder gevaar, maar nu zij verricht moesten worden binnenboord aan lijzijde, ter plaatse waar het bovendek tegen de storm beschutte, was dit gevaar niet van die aard, dat die werkzaamheden, welke inderdaad noodzakelijk mogen worden genoemd, moesten worden nagelaten. Het is een noodlottig toeval, dat op het ogenblik, dat beide personen bij de deuren, welke zij zouden herstellen, kwamen en voordat zij zich zo hadden ingericht, dat zij zoveel mogelijk tegen de overkomende zeeën beschermd waren, deze laatste met geweld op hen aankwamen en de stuurmansleerling meesleurden.
Overigens is de Raad van oordeel, dat de schade, welke de LOMBOK heeft geleden en de gevaren, waaraan het schip was blootgesteld, een gevolg zijn van de hevige storm, in verband met het te zwaar beladen zijn van het schip, al was de uitwatering nog 12½ cm. hoger, dan ze volgens het certificaat van uitwatering mocht zijn. Immers, doordien het schip ten gevolge van de lading zeer diep lag en gelijk de getuigen verklaarden, niet met de golven rees en daalde, had het uiteraard hevig te lijden van de overkomende zeeën en de Raad acht de veronderstelling van gezagvoerder en 1e officier, dat, indien de storm een of twee dagen langer had geduurd, het schip bezweken zou zijn, niet ongegrond.
Ware de uitwatering van de LOMBOK in 1913 niet verminderd, maar gelaten zoals zij was, dan had de zware belading niet kunnen voorkomen, was het schip handzamer geweest en beter geschikt om aan een storm weerstand te bieden. De Raad wil hiermee niet zeggen, dat de berekeningen van de commissie tot vaststelling van de minimum uitwatering, naar aanleiding wa