Inloggen
Zoek in kronieken
Aanwezige jaargangen:
Start - 0 - 189 - 191 - 1813 - 1814 - 1815 - 1816 - 1817 - 1818 - 1819 - 1820 - 1821 - 1822 - 1823 - 1824 - 1825 - 1826 - 1827 - 1828 - 1829 - 1830 - 1831 - 1832 - 1833 - 1834 - 1835 - 1836 - 1837 - 1838 - 1839 - 1840 - 1841 - 1842 - 1843 - 1844 - 1845 - 1846 - 1847 - 1848 - 1849 - 1850 - 1851 - 1852 - 1853 - 1854 - 1855 - 1856 - 1857 - 1858 - 1859 - 1860 - 1861 - 1862 - 1863 - 1864 - 1865 - 1866 - 1867 - 1868 - 1869 - 1870 - 1871 - 1872 - 1873 - 1874 - 1875 - 1876 - 1877 - 1878 - 1879 - 1880 - 1881 - 1882 - 1883 - 1884 - 1885 - 1886 - 1887 - 1888 - 1889 - 1890 - 1891 - 1892 - 1893 - 1894 - 1895 - 1896 - 1897 - 1898 - 1899 - 1900 - 1901 - 1902 - 1903 - 1904 - 1905 - 1906 - 1907 - 1908 - 1909 - 1910 - 1911 - 1912 - 1913 - 1914 - 1915 - 1916 - 1917 - 1918 - 1919 - 1950 - 1995 - 2019 - 2020


Bevat   Exact
 

Kronieken uit 1910


01 januari 1910


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Scheepvaartbeweging. Amsterdam, 31 december. Blijkens de gebruikelijke statistische en grafische opgave van de Kamer van Koophandel en Fabrieken te Amsterdam, kwamen er in 1909 in de haven aan: 2.387 schepen, met een bruto inhoud van 9.677.623 kubieke meter, tegen 2.428 schepen met een bruto Inhoud van 9.619.837 kubieke meter in 1908.
De scheepvaartbeweging in de Amsterdamse haven ging ook dit jaar vooruit. Van 1876 af blijft de lijn met enkele uitzondering gestadig stijgend. Door de Noordzeesluizen werden geschut 4.635 schepen (v.j. 4.586), waarvan 1.702 schepen met een diepgang van 40 dm en minder; 1.620 41 tot 50; 846 51 tot 60; 218 61 tot 65; 133 66 tot 70; 17 van 71; 20 van 72; 15 van 73; 12 van 74; 17 van 75; 12 van 76; 5 van 77; 3 van 78; 4 van 79; 4 van 80; 2 van 81; 1 van 82; 2 van 83 en 1 van 85 en 1 van 86 dm diepgang. De bruto inhoud van de schepen door de Noordzeesluizen geschut (van en naar zee) was In 1909 23.153,310 kubieke meter tegen 22.307.071 kubieke meter in 1908.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Bij acte op de 27e december 1909 voor de te Rotterdam residerende notaris Mr. P.J. van Wijngaarden gepasseerd, is de ondergetekende Paul Nijgh, procuratiehouder, wonende te Rotterdam, opgenomen als medevennoot in de zaken, gedreven wordende tussen de ondergetekenden Hermanus de Jongh en Philippus van Ommeren Junior, tot het drijven van cargadoors- en expeditie zaken en al hetgeen daartoe behoort en de ondergetekenden daaronder zullen begrijpen, welke vennootschap is gevestigd te Rotterdam en gedreven wordt onder de firma ‘Phs. van Ommeren’, van welke firma alle vennoten de tekening zullen hebben in alle zaken de vennootschap betreffende. Zullende echter ten behoeve der vennootschap geen gelden ter leen mogen worden opgenomen of aan anderen ter leen gegeven dan met goedvinden van alle vennoten en evenmin zonder dit goedvinden termijnzaken of speculaties van welke aard ook mogen worden gedaan of borgtochten of dergelijke contracten mogen worden aangegaan.
De vennootschap is gecontinueerd voor de tijd van 2 jaren een aanvang nemende de 1e januari 1910 en alzo zullende eindigen 31 december 1911 met dien verstande evenwel, dat indien een der vennoten het einde alsdan mocht verlangen, hij verplicht zal zijn, zijn medevennoten daarvan zes maanden te voren schriftelijk kennis te geven, als zullende bij gebreke van zodanige kennisgeving het er voor gehouden worden, dat de vennootschap met het einde van de bij deze gecontracteerde termijn voor de tijd van 1 jaar is gecontinueerd, welke continuatie voor een jaar telkens zolang zal voortduren, totdat een schriftelijke kennisgeving als hier voorgemeld zal zijn geschied. Geschiedende deze bekendmaking ingevolge het bepaalde in Art. 28 van het Wetboek van Koophandel.
H. de Jongh. Phs. van Ommeren Jr. Paul Nijgh.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Scheepsbouw. Muntendam, 31 december. Van de werf van Gebr. Fikkers werd met goed gevolg te water gelaten een stalen tjalkscheepje, groot plm. 63 m3, voor rekening van schipper H. van Dijk alhier en zullen de kielen gelegd worden voor een dito, groot plm. 105 m3, voor L. Meertens van Zuidlaren en voor een stalen bolpraam schip, plm. 80 m3, voor de wed. H. Davids van Odoorn.


03 januari 1910


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hamburg, 31 december. Bij het verhalen is het Duitse stoomschip SERAPIS in aanvaring geraakt met het Nederlandse stoomschip ALIOTH, dat daardoor meerdere rondhouten verloor. De SERAPIS heeft geen schade.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Delfzijl, 31 december. Met de sleepboot EEMS, kapt. W. Klasens, werd hier heden binnengebracht het tjalkschip GEERTRUIDA METTINA, kapt. Oldenburg. Boegspriet, roer en enige zeilen waren op de Noordzee bij de storm van 3 december jl. verloren geraakt. Het schip zal te Groningen gerepareerd worden.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 2 januari. Volgens een telegram uit Ferrol heeft het Nederlandse stoomschip THEMIS het Duitse stoomschip NORDSEE, dat de as had gebroken, aldaar binnengesleept.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 3 januari. In het avondblad van 29 december 1909 hebben wij een bericht uit Dundee opgenomen omtrent het Nederlandse schip JANTINA AGATHA. Van bevoegde zijde wordt ons op een verzoek om inlichtingen geschreven, dat het op het ogenblik niet mogelijk is om ze te geven, omdat ze geheel ontbreken. Daar waar het schip denkelijk zal zijn, namelijk in de Cumberland Gulf (Bij Baffinland) is geen post of telegraaf verbinding. Er zijn maar enkele Eskimo nederzettingen, waar een zending station is, en meestal woont er niet meer dan een Engelsman als koopman en een zendeling in zulk een nederzetting van ongeveer 25 tot 50 Eskimo’s. Het schip moest 3 stations aandoen, had verschillende soorten proviand in voor die nederzettingen en moest op ieder station weer verschillend pelswerk, olie enz. inladen. Daar het in die streken zeer kort open water is, ben ik bang dat ze op een van de stations ingevroren zijn, ze hebben echter proviand genoeg, daar is voor gezorgd. Zij zullen wel voor 1½ jaar voorraad hebben, terwijl er ook circa 50.000 kilo steenkool aan boord is, dus ook brandstof genoeg. Voor dit jaar juli of augustus zal er echter geen bericht komen, ongerust maak ik mij echter over de mensen niet. Wat het schip betreft dit is een tweede zaak, of dit bestand is tegen overwintering, zal nog moeten blijken.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

IJmuiden, 3 januari. Het stoomschip GROTIUS van de Stoomvaart Maatschappij Nederland rapporteerde dat het zondagmiddag ter hoogte van Royal Soverain (opm: Royal Sovereign in het Engels Kanaal) tijdens dikke mist werd aangevaren door de Russische drie-mast gaffelschoener ARIUS, thuis behorende te Windau, dat koerste om de west. De ARIUS bekwam ogenschijnlijk alleen boegschade, doch liep volgens nader bericht te Dover binnen. De GROTIUS bekwam slechts onbetekenende schade. (opm: zie ook AH 170110 en NRC 270110)


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Scheepvaartbeweging. Vlissingen, 1 januari. Gedurende het afgelopen jaar zijn alhier aangekomen 35 stoomschepen, metende 22.905 ton en 24 zeilschepen, metende 7.709 ton; en vertrokken 34 stoomschepen metende 22.446 ton en 24 zeilschepen metende 7.709 ton. In 1908 kwamen binnen 18 stoomschepen metende 14.994 ton en 18 zeilschepen metende 3.795 ton en vertrok hetzelfde aantal en tonnenmaat.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Scheepvaartbeweging. Middelburg, 1 januari. In 1909 kwamen alhier binnen 5 zeilschepen metende 1.930 ton en 9 stoomschepen metende 8.308 ton, er vertrokken 7 zeilschepen metende 2.746 ton en 9 stoomschepen metende 8.308 ton; in 1908 kwamen binnen 16 stoomschepen metende 8.693 ton en 10 zeilschepen, metende 3.107 ton, er vertrokken 16 stoomschepen metende 8.693 ton en 8 zeilschepen metende 2.291 ton.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Nederlandse scheepsbouw in 1909.
In het afgelopen jaar werden, blijkens de opgaven in het Dagblad de Scheepvaart, van de verschillende Nederlandse werven ca. 278.000 ton scheepsruimte te water gelaten, tegen 199.000 ton in 1908, waarvan 61.709 (v.j. 45.000) ton voor de zeevaart. Op het einde van 1909 was nog in aanbouw voor de zeevaart 59.330 (v.j. 57.800) ton scheepsruimte, voor de binnenvaart ca. 78.000 (v.j. 71.000) ton.
Scheepswerf van de Koninklijke Maatschappij ‘De Schelde’ te Vlissingen


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Nederlandse scheepsbouw in 1909.
In het afgelopen jaar werd van de verschillende scheepsbouwwerven in Nederland te water gelaten ca. 278.000 ton scheepsruimte, waarvan 61.709 ton bestemd voor de zeevaart.
Van deze ruimte werden gebouwd aan de werf: Ned. Scheepsbouw Mij., Amsterdam, 4 stoomschepen, 2 lichters en 1 sleepboot metende 15.054 ton; Kon. Mij. ‘De Schelde’, Vlissingen, 2 stoomschepen, metende 13.000 ton: Mij. voor Scheeps- en Werktuigbouw Fijenoord, Rotterdam, 4 stoomschepen, metende 7.741 ton; Bonn & Mees, Rotterdam, 2 stoomschepen, metende 9.400 ton; N.V. Wilton's Machinefabriek en Scheepswerf, Rotterdam, 2 stoomschepen, metende 500 ton; N.V. Werf v/h Rijkée & Co., Rotterdam, 3 stoomschepen, metende 5.100 ton; Scheepswerf v/h Jan Smit Czn., Alblasserdam, 2 stoomschepen, metende 4.100 ton; Scheepsbouwwerf ‘De Merwede’, Hardinxveld, 1 stoomschip en 1 sleepkaan, metende 1.375 ton: Jonker & Stans, Hendrik Ido Ambacht, 1 lichter, metende 800 ton; J. Meijer's Scheepsbouw Mij., Zaltbommel, 3 lichters, metende 1.500 ton; E.J. Smit & Zn., Hoogezand, 2 schoeners, metende 500 ton; Wortelboer & Co., Westerbroek, 1 klipper, metende 180 ton; W. Mulder, Stadskanaal, 3 tjalken en 1 aak, metende 699 ton; J.J. Pattje & Zonen, Waterhuizen, 3 schoeners en 2 tjalken, metende 900 ton; Gebr. Niestern, Delfzijl, 1 tjalk en 2 aken, metende 740 ton.
Voor de binnenvaart was bestemd ca. 206.000 ton.
Op het einde van 1909 was nog in aanbouw op de verschillende Nederlandsche werven voor de zeevaart 59.330 ton scheepsruimte, waarvan op de werf van: Nederl. Scheepsbouw Mij. 4 stoomschepen metende 27.000 ton; Kon. Mij. ‘De Schelde’ 2 stoomschepen, metende 8.900 ton; Mij. voor Scheeps- en Werktuigbouw Fijenoord 4 stoomschepen, metende 7.830 ton; Bonn & Mees 1 stoomschip, metende 5.900 ton; N.V. Wilton's Machinefabriek en Scheepswerf 1 stoomschip en 1 sleepboot, metende 800 ton; N.V. Werf v/h Rijkée & Co. 1 stoomschip, metende 2.600 ton; Scheepswerf v/h Jan Smit Czn. 2 stoomschepen, metende 2.700 ton; Scheepsbouwwerf ‘De Merwede’ 2 stoomschepen, 1.800 ton; E.J. Smit & Zn. 1 schoener en 1 lichter, metende 970 ton; J.J. Pattje & Zn. 2 gaffelschoeners, metende 230 ton. Voor de binnenvaart stond nog op stapel ca. 78.000 ton.


04 januari 1910


Krant:
 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Harlingen, 31 december. Gedurende 1909 arriveerden alhier 449 stoomschepen metende 1.099.198 m3 en 18 zeilschepen metende 6.110 m3. Van hier vertrokken 445 stoomschepen metende 1.090.685 m3 en 18 zeilschepen metende 6.110 m3.
In 1909 arriveerden alhier 450 stoomschepen, metende 1.072.605 m3 en 16 zeilschepen metende 5.367 m3. Van hier vertrokken 452 stoomschepen, metende 1.077.481 m3 en 16 zeilschepen metende 5.367 m3.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

IJmuiden, 31 december. Gedurende 1909 zijn alhier ingeklaard 2.370 schepen metende 6.600.441 m3; uitgeklaard werden 2.373 schepen metende 6.673.866 m3.
In 1908 bedroeg het aantal ingeklaarde schepen 2.286 en dat van de uitgeklaarde 2.192.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Advertentie. Door deze komen de ondergetekenden hun diepgevoelde dank betuigen voor alle zelfopoffering en liefdevolle zorgen, betoond aan de slachtoffers van de tjalk ORA ET LABORA, die met de storm van 4 december jl. in de Jade-golf strandde. Allereerst brengen zij die dank aan de redding bemanning van Horumersiel, die het leven in de waagschaal stelde, om de opvarenden van genoemde tjalk te redden, terwijl een dier moedige redders zelf het leven verloor en de overigen tot heden toe in hun geschokte gezondheid de gevolgen van hun edel en roemvol pogen ondervinden. Voorts geldt die dank de bemanning van de oorlogsbodem „KURFURST FRIEDR. WILHELM" die de overlevenden zo voorbeeldig liefderijk ter verpleging opnam.
Met alle erkentelijkheid voor de eerbare en gevoelvolle zorg ten opzichte onzer dierbare doden en de collegiale hulde in lijkkransen betoond, vermelden we hier ook de namen van de Hollandse schippers, destijds te Cuxhaven aanwezig en in dat alles voorgelicht en geleid door de aldaar wonende en trouw meelevende Hollandse vriend W. Kwant.
Deze schippers en de namen hunner vaartuigen waren:
K. Koenes, „DE ROODE ZEE".
H. Sloots, „NORMALITEIT"
H. Holwerda, „DE VIER GEBROEDERS"
H. Alberts, „EGBERDINA"
G. Hendriks, „CONFIANCE"
R. Westers, „ANTILOPE"
A. v d. Wal, „JANTJE"
G. Arbeider, „RES NOVA"
H. Engelsman, „TRANSPORT"
P. Albers, „CRESCENDO"
K. Koerts, „NOOIT GEDACHT"
J. Balk, „FOLKERDINA"
J. Kajuiter, „DE VIJF GEBROEDERS"
I. Balk, „HENRIETTE"
J. Klugkist, „TJITSKINA"
R. de Vries, „GOD MET ONS"
Mulder, „ADRIANA"
E. Paap, „ONDERNEMING"
J. Pilon, „ENGELDINA"
J. Aukes, „FUSIA"
Verder ook dank aan allen in Cuxhaven, die geen moeite spaarden, om het de treurende families mogelijk te maken hunne lieve gestorvenen ten spoedigste tot hen heengevoerd te krijgen, en eindelijk ook aan de brede schare, die in deze ontzettende slag van hunne weemoedige deelneming tot onze vertroosting zo hartelijk hebben blijk gegeven.
Ter Apel, M. Smit, stuurman van de „ORA ET LABORA" die door Gods gunst in 't leven gespaard bleef. Familie Smit, Stadskanaal. Familie Brinkman.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Advertentie. Uit de hand te koop: Het in 1897 nieuwgebouwd staal-ijzeren tjalkschip ONDERNEMING, klasse Germ. Lloyd + 100 A4 K, groot 182,41 m3 of 64,39 reg. ton, met volledige inventaris.
Te bevragen Bul, Baanstraat No. 30, Groningen.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Advertentie. Verkoop stalen klipperaak. Herman van der Woude, deurwaarder te Leeuwarden, zal, op maandag 10 januari 1910, des namiddags 5 uur in ‘De Bogt van Guné’ te Franeker, provisioneel verkopen: De in den jare 1908 nieuw gebouwde, in goede staat van onderhoud verkerende stalen klipperaak, genaamd DISPONIBEL, groot volgens meetbrief 169,548 kilogram (ton), met volledige inventaris, bevaren door Groenewold, gedomicilieerd te Delfzijl en thans liggende nabij de Stationsbrug te Franeker. Bezichtiging de dag van de provisionele verkoop. Betaling à contant. Aanvaarding dadelijk na de finale toewijzing.
(opm: zie ook NNO 210110)


Krant:

 VCO - Vlissingsche Courant

Vlissingen, 3 januari. Met de mailboten van de Maatschappij ‘Zeeland’ werden gedurende het afgelopen jaar 1909 ongeveer 130.000 personen vervoerd, tegenover 134.000 in 1908.


05 januari 1910


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Maassluis, 5 januari. Het uitgaande Nederlandse stoomschip STELLA ankerde met machineschade aan de Hoek van Holland.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Itzehoe, 2 januari. De Nederlandse tjalken NORMA, kapt. Sloots en WELVAART, kapt. De Boer Sap, liggen alhier gedurende de winter op.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Scheepvaartbeweging. Delfzijl, 4 januari. Gedurende het jaar 1909 zijn hier aangekomen 648 zeeschepen, metende 431.754 m3 tegen 594 in 1908 met 388.727 m3; vertrokken 674 zeeschepen met 407.745 m3 tegen 564 in 1908 met 360.257 m3.
Rivierschepen aangekomen 2.446 met 289.366 m3 tegen 2.172 in 1908 met 246.911 m3; vertrokken 2.384 met 344.766 m3 tegen 2.197 in 1908 met 281.191 m3 en 64 houtvlotten met 8.815 m3 tegen 64 in 1908 met 8.534 m3.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van Gebr. Kooiman te Zwijndrecht is te water gelaten een stalen schroefsleepboot, gebouwd voor rekening van de naamloze vennootschap ‘Armsum II’.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van de heren Boele & Pot te Bolnes, is voor rekening van de heren Goudzwaard & Kolf te Rotterdam, met goed gevolg te water gelaten het stalen schroefstoomschip genaamd HELVETIA VII voor de dienst Rotterdam - Keulen vice versa.
Daarna werd voor rekening van dezelfde rederij de kiel gelegd voor een dito stoomschip, genaamd HELVETIA VIII. Machines en ketels worden geleverd door de firma Löhnis & Co. te Oud-Delfshaven. Meerdere boten zullen te vervanging van het oudere materiaal en uitbreiding van de dienst binnenkort op stapel gezet worden.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Trans-Atlantisch passagiersvervoer. Zoals men weet, gaat jaarlijks uit Rusland een aanzienlijk aantal landverhuizers naar het buitenland, voornamelijk de Verenigde Staten. Reeds meermalen werden van Russische zijde pogingen in het werk gesteld, om dit verkeer, hetwelk thans lonende inkomsten aan de Duitse en Nederlandse trans-Atlantische scheepvaartlijnen verschaft, over Russische havens te leiden. Zo is enkele jaren geleden een dienst van Libau op de Verenigde Staten ingesteld, die evenwel slechts korte tijd heeft bestaan. Thans wordt door de Russische regering het vraagstuk opnieuw bestudeerd, waarbij wederom gedacht wordt aan een dienst Libau - New York en Baltimore.
Of ditmaal de plannen een ernstiger vorm zullen aannemen, blijft af te wachten, aangezien aan de opening van een directe lijn grote bezwaren verbonden zijn, o.a. in verband met de veel langere duur van de overtocht. Bovendien vreest men, dat de Duitse en Nederlandse lijnen eventueel door een tijdelijke sterke verlaging van de prijzen voor het vervoer van Russische landverhuizers het financieel slagen van zo een onderneming zouden bemoeilijken.


06 januari 1910


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 5 januari. Volgens telegram uit Bordeaux is aldaar gerapporteerd dat het Nederlandse stoomschip HOLLANDER aan de ingang van de rivier gestrand is, en het schade heeft aan de achtersteven. Het stoomschip maakt weinig water. Een stoomschip is ter assistentie vertrokken.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Maassluis, 5 januari. De machineschade aan boord van het stoomschip STELLA zal door eigen personeel worden hersteld.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 6 januari. Wij vernemen dat het stoomschip HOLLANDER 6 januari weer vlot is en dat het bij Point de Grave ( River Gironde) geankerd ligt. Verder deelde men ons mee dat de roersteven gebroken is en dat een sleepboot van Bordeaux naar de HOLLANDER is vertrokken om het van de ankerplaats naar Bordeaux te slepen. De lading zal onmiddellijk worden gelost en een expert is van hier naar Bordeaux vertrokken om de schade op te nemen. Het is nog niet zeker of het daar zal worden gerepareerd of dat het naar hier zal worden gesleept.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Horumersiel, 3 januari. De in de nacht van 3 op 4 december 1909 op de Mellumplaat omhoog gedreven Nederlandse tjalk ORA ET LABORA (te Ter Apel thuis behorende) is kort geleden vlot gekomen en onder eigen gelegenheid naar Willemshaven gezeild. Dit schip, waarvan aan het achterschip enige klinknagels zijn gesprongen, is slechts een weinig lek. Nadat de lading was gelost, is het eerst voor 600 mark, en later voor 1.600 mark naar Neuharlingersiel verkocht.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 6 januari. Het nieuwe mailstoomschip TAMBORA van de Rotterdamsche Lloyd, dat 12 februari zijn eerste reis van Rotterdam zal aanvaarden, is onder meer ingericht voor het vervoer van goederen, zowel naar als van Nederlands Indië, die men in de koelkamer wenst te verzenden.


07 januari 1910


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 7 januari. De proeftocht van het stoomschip TAMBORA, in aanbouw voor de Rotterdamsche Lloyd alhier zal niet 16 januari maar op 23 januari plaats hebben.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

N.V. Werf ‘Zeeland’. Aandeelhouders van de N.V. ‘Werf Zeeland’ te Hansweert hebben de balans en winst- en verliesrekening over 1908/09 goedgekeurd. Na verschillende afschrijvingen werd het dividend vastgesteld op 4,25%.
De aftredende commissarissen werden herkozen.


08 januari 1910


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 8 januari. Het stoomschip HOLLANDER is gesleept wordende, in het dok te Bordeaux aangekomen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

IJmuiden, 8 januari. De Noorse drie-mast schoener HEROEN, met stukgoederen van Hamburg naar Bahia bestemd, is gisteravond tijdens dikke mist bij Egmond gestrand, doch later vlot gesleept door 5 sleepboten. Thans is het schip dat een weinig water maakt, hier binnen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. Gistermiddag deed de Raad voor de Scheepvaart uitspraak in de zaak van het Nederlandse stoomschip KONING WILLEM II, van de Stoomvaart Maatschappij Nederland, gezagvoerder K. Haasnoot, welk vaartuig de 4e november jl. van Tandjong Priok vertrok en de volgende nacht even ten noorden van de Noordwachter in aanvaring kwam met de Nederlandse gaffelschoener SRI BOULAN.
De schoener verloor bij die gelegenheid zijn masten, doch maakte geen water. Het scheepje werd door de KONING WILLEM II op sleeptouw genomen en naar de verlangde haven gesleept. De Raad, in deze zaak uitspraak doende, concludeerde dat het ongeval werd veroorzaakt door het niet tijdig opmerken van de lichten. Daar niet is gebleken, dat het ongeval is te wijten aan enige nalatigheid van de wachtdoende officier, of enig ander persoon aan boord van de KONING WILLEM II, spreekt de Raad derhalve beklaagde vrij.
(opm: zie ook NRC 241209)


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. De Raad behandelde daarop de zaak van het tjalkschip TJITSKIENA, kapitein J. Klugkist, schipper te Groningen. De TJITSKIENA was op reis van Hamburg naar Koog a.d. Zaan, geladen met 160.000 kg. maïs. Het was het eigendom van de schipper, die het 10 jaar geleden had laten bouwen voor NLG 11.000 en het voor 16.000 Mark had laten verzekeren.
De 27e november vertrok het schip van Hamburg. Te Cuxhaven werd binnengegaan wegens tegenwind. Volledige kaarten waren aan boord en de kapitein, die de reis reeds meerdere malen maakte, kende de weg uitstekend. Tot 13 december bleef men in Cuxhaven. Men passeerde ‘s avonds omstreeks half negen, ter hoogte van Wangeroog, met oost-zuid-oostelijke wind sloeg toen het zeil over en brak de giek middendoor. Deze giek, die nog maar vijf jaar oud was, werd toen verkort. Er werd een rif gestoken en later nog een rif. Dat met korter zeil gevaren moest worden, hinderde wel enigszins in de bewegingen. Men kon de Eems niet binnen varen zonder enige assistentie. Des middags om 1 uur van de 14e stootte het schip op een voorwerp, later stootte het nog eens weer en toen bleef het zitten op de buitenkant van het Bornrif bij Ameland. Men peilde toen goed 3½ vaam water. Men was genoodzaakt een noodsein op te zetten. Om half vier kwam toen van Ameland een reddingsboot. Eerst stak men beide ankers met kettingen voor de TJITSKIENA en toen gingen vijf personen over op de reddingsboot. Tegen donker waren deze personen aan land.
De schipper verklaarde ter zitting, dat hij nimmer als kapitein of stuurman had dienst gedaan op enig schip boven de honderd ton. Daar hij ééns een reis als uitkijk naar Kopenhagen had meegemaakt, bezat hij een diploma voor de grote vaart.
Het onderzoek werd ingesteld om te onderzoeken of de ramp is te wijten aan enige nalatigheid van schipper Klugkist. Behalve de kapitein werden in deze zaak nog twee getuigen gehoord. Getuige Jan Stienstra, stuurman van beroep, verklaarde, dat het hem verbaasd had, hoe bij voortdurende koersverandering telkens minder water wordt gelood, ten slotte zelfs niet meer dan 2½ vadem. Voor het overige gedeelte volhardt deze getuige bij de scheepsverklaring, evenals de tweede getuige, de matroos R. Nijveen. Uitspraak volgt later.
(opm: zie ook PGC 161209, NRC 191209 en PGC 211209)


Krant:

 VCO - Vlissingsche Courant

Vlissingen, 8 januari. Het op de werf van de Koninklijke Mij. ‘De Schelde’ alhier nieuw gebouwde stoomschip TAMBORA voor de Rotterdamsche Lloyd, zal de volgende week naar de Binnenhaven worden verhaald om daar kompassen te stellen, waarna het schip op 23 januari, onder bevel van kapt. W. Bagchus naar Rotterdam zal vertrekken en dan tevens de proeftocht zal worden gehouden. Hedenmorgen is hier aangekomen de reddingboot voor de TAMBORA, vervaardigd door de heer Vos te Rotterdam.


Krant:

 VCO - Vlissingsche Courant

Vlissingen, 8 januari. In verband met het in de vaart brengen van de nieuwe mailboten voor de Maatschappij ‘Zeeland’, waardoor de tegenwoordige nachtboten in de dagdienst zullen overgaan, zal, naar wij vernemen, het stoomschip DUITSCHLAND voor reserveboot worden bestemd.


09 januari 1910


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam. 8 januari. Het stoomschip BETSY ANNA, hedenochtend van Hull naar Amsterdam vertrokken met een lading steenkolen, is op de Humber in aanvaring geweest en beliep daarbij zware schade, zodat het weer naar Hull moest worden gesleept om te
repareren.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 8 januari. Door de Koninklijke Nederlandsche Stoomboot Mij. alhier zal een directe 4-wekelijkse stoomvaartlijn worden geopend tussen Amsterdam, Rotterdam en Patras. De eerste boot vertrekt 26 of 27 dezer van Amsterdam.


10 januari 1910


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 10 januari. Uit Bordeaux wordt geseind dat het stoomschip HOLLANDER, voor onderzoek in het droogdok daar is opgenomen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 8 januari. Uit Batavia wordt geseind, dat de bergingswerkzaamheden op het in Straat Soenda gestrande schip KING GEORGE, niet eerder mogelijk zijn dan na de moesson. Aanbevolen wordt het schip zo spoedig mogelijk ten voordele van belanghebbenden bij schip en lading te verkopen.


11 januari 1910


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 10 januari. Volgens telegram uit Philadelphia is het Nederlandse stoomschip LA FLANDRE met het Engelse stoomschip KILSYTH aldaar in aanvaring geweest, waarbij eerstgenoemd stoomschip schade bekwam. Of de KILSYTH beschadigd werd is niet bekend.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Verkochte schepen. Antwerpen, 10 januari. De Belgische koopvaardijvloot wordt voor het begin van het jaar 1910 erg getroffen. De maatschappij Cockerill, die vroeger zo welvarend was en gedurende lange tijd met haar boten dienst deed tussen de havens van de Middellandse Zee en zelfs van de Zwarte Zee, doch vooral met Bilbao, heeft in de laatste tijd zodanig haar verzendingen zien verminderen, dat ze deze dienst heeft opgegeven en haar boten heeft verkocht. De vier schepen SERESIA, BARON DE MACAR, COCKERILL en PRINCESSE ELISABETH, zijn aan een maatschappij van Stettin verkocht voor een som van 1.250.000 Fr. Daardoor komen ook vier kapiteins en 12 zeeofficieren zonder plaats.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Stadskanaal, 9 januari. Volgens hier ontvangen bericht is het stoomschip HOLLANDER, kapt. Karssies, 3 januari nabij Bordeaux door de zware mist op een zandbank geraakt, waar het zeer gehavend werd. Toen het schip na acht uren weer vlot werd, is het per sleepboot naar Bordeaux gesleept, waar het gisteren met verlies van reddingboten, roer, schroef, enz., binnenkwam. Alle opvarenden zijn behouden. Een expert uit Londen zal de schade opnemen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Hull, 8 januari. Het Nederlandse stoomschip BETSY ANNA, van hier met kolen naar Amsterdam bestemd, werd, terwijl het op de Humber geankerd lag, aangevaren door de hier thuis behorende stoomtrawler TROJAN, die eveneens belangrijke schade bekwam. (zie ook NRC 090110)


12 januari 1910


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Aan het Kalf onder Zaandam zijn vannacht gedeeltelijk afgebrand de scheepmakerij Czaar Peter en het aangrenzend woonhuis van de directeur, de heer C. Brouwer.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Aan de werf ‘Vooruit’ te Enkhuizen is de bouw opgedragen van een stalen sleepkaan van 680 ton voor rekening van de heer J. Bokslag te Rotterdam.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 11 januari. Het onlangs gestrand schip ORA ET LABORA, aangekocht door Jansen te Neuharlingersiel en alhier aangekomen. lost hier de beschadigde lijnkoeken en zal op de werf van Gebr. Niestern gerepareerd worden.


13 januari 1910


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 12 januari. De Nederlandse tjalk FREDRIK, kapt. Puister, van hier naar Harburg bestemd, is met verlies van alle zeilen te Geestemünde binnengelopen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

IJmuiden, 12 januari. Het stoomschip HEELSUM van Norrköping naar Amsterdam, heeft door stormweer een gedeelte deklast verloren.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Obligaties Leonora. De heden alhier gehouden vergadering van houders van obligaties in de 5 pct. hypothecaire lening van de Stoomvaart Maatschappij ‘Leonora’, groot NLG 500.000, thans per resto NLG 404.000, heeft het voorstel door beheerders, in overleg met de directie gedaan, met 137 van de 149 uitgebrachte stemmen, aangenomen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart. De Raad zal maandag 17 dezer ‘s namiddags te 1.30 uur een openbare zitting houden ter behandeling van de scheepsramp overkomen aan het stoomschip GROTIUS, kapt. P. Ouwehand, dat in het Engelse Kanaal in aanvaring kwam met een Russisch schoenerschip.


14 januari 1910


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Bremerhaven, 12 januari. De van Londen naar Groningen bestemde tjalk JANTJE, kapt. Bleeker, is wegens storm hier binnengelopen en heeft in de Geeste geankerd.
(opm: 2-mast gaffelschoener JANTJE, kapt. E. Bleker)


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 14 januari. Gisteren arriveerde de Nederlandse sleepboot THAMES, van Tornay Charente te Bordeaux om het Nederlandse stoomschip HOLLANDER van daar naar hier te slepen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Keulen. 12 januari. Het van Londen via Rotterdam naar hier bestemde stoomschip RHENANIA is gisteren door storm nabij Worringen aan de grond gevaren. Men is met het lichten begonnen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart. De Raad deed heden de behandeling van de scheepsramp, bij Fécamp (Franse kust) overkomen op 29 oktober jl. aan het stalen klipper-aak-schip ZUIDERZEE, thuis behorende te Amsterdam. Het schip behoorde toe aan de kapt. P. Steenstra. Op 29 oktober is het bij Fécamp gestrand; de kok is bij de ramp om het leven gekomen.
Als getuige werd het eerst gehoord kapt. Steenstra, die meedeelde dat hij een dienstdiploma voor de grote zeilvaart bezit. Hij voer in ballast naar de Franse kust, en wel naar Cherbourg. Zijn schip was verzekerd voor NLG 10.000. Het schip had kort te voren zijn log verloren.
Het was stil weer, toen lichten vooruit waren gezien; de schipper leidde daaruit af dat hij in de nabijheid van Dieppe was, wat later onjuist is gebleken. Hij heeft niet op de kaart gekeken en kust gezien. Eerst is hij een vissersvaartuig gevolgd; toen hij dit kwijt raakte, is het anker uitgeworpen. Toen een bui uit het noordwesten kwam opzetten heeft schipper Steenstra niet uit de wal gehouden en gekoerst op een lichtje (waarvan hij de betekenis niet kende), totdat hij op het strand is geslagen. Op een pertinente vraag van de voorzitter, mr. Van der Zweep, of de directe oorzaak van de stranding was dat het schip te dicht op de zeer gevaarlijke kust zat, antwoordde de schipper ontkennend. Verschillende raadsleden hielden dit echter staande, en wezen er op dat hij niet de goede weg van Boulogne naar Cherbourg heeft gevolgd. Op de vraag waarom hij met zijn schip, dat niet veel meer was dan een binnenvaartuig, dit gevaarlijke vaarwater heeft opgezocht, antwoordde de schipper: „Om gewin te maken". Gewoonlijk voer hij op de Oostzee. Enige raadsheren constateerden dat niets dan bangheid de oorzaak is geweest van de ramp; de schipper had over stuurboord moeten gaan liggen en niet over bakboord met de ZW wind vóór. Bij de stranding is de bemanning aan land gesprongen; de 16-jarige kok sloeg over boord en is vier dagen later aangespoeld. De Raad besliste nu in de raadkamer dat het verdere onderzoek ook zal lopen over de vraag of de ramp, aan de ZUIDERZEE overkomen, is te wijten aan de ongeschiktheid van de schipper. Bij het verdere verhoor bleek dat de schipper de verplichting ontdoken heeft om zich te voorzien van een diploma van zeewaardigheid van zijn schip, alvorens uit te varen. Een zodanig diploma van de Germanischer Lloyd, dat vroeger voor het schip was afgegeven, is later ingetrokken. Daarna werd gehoord de matroos Woudstra.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Openbare verkoping van de grote scheepstimmerwerf, ‘Welgelegen’ genaamd, te Harlingen. De notaris S. Okkinga te Harlingen, zal, ten verzoeke van zijn ambtgenoot de heer J.M. Berghuis te Leeuwarden, op woensdag 19 januari 1910, ’s avonds 8 uur, in de ‘Korenbeurs’ te Harlingen, in het openbaar, provisioneel verkopen:
De grote scheepstimmerwerf, ‘Welgelegen’ genaamd, met sleephellingen, aanhorige woonhuizen, dubbele schuur met malzolder, werk- en bergplaatsen, enz. alles zeer gunstig gelegen aan de Zuiderhaven, de Nieuweweg en de Nutstraat te Harlingen, kadastraal groot 70 aren 43 centiaren; behoudens recht van samenvoeging te veilen in 25 percelen, w.v. onderscheidene percelen bouwterrein en 2 percelen op afbraak.
Alles zeer uitvoerig omschreven in verkoopboekjes met kaart, welke verkrijgbaar zijn ten kantore van de notarissen, bij wie tevens nadere inlichtingen zijn te bekomen.
(opm: zie ook AH 260110)


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Grimsby, 11 januari. Het stoomschip MECKLENBURG heeft door de aanvaring met de HADRIAN zware schade bekomen en gaat in het dok om te repareren.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De Nederlandse tjalk FREDRIK, schipper Puister, van Londen naar Harburg, is te Geestemünde binnengelopen met verlies van alle zeilen en een zwaard.


Krant:

 HND - Het Nieuws van den Dag

Door een trein gedood. Te ongeveer zeven uur gisteravond is nabij het Oostelijk viaduct een ongeluk gebeurd. De stuurman L. S. van het barkschip WILLEM EGGERTS, liggende aan de Dijksgracht alhier, is op het spoorwegemplacement, dat hij wilde oversteken, door een trein gegrepen. Het hoofd, alsmede een van zijn voeten, werden verbrijzeld. Hedenochtend werd het lijk door een ploegbaas gevonden. Het is naar de oude Oosterbegraafplaats overgebracht. De stuurman woonde te Groningen. (opm: zie ook NNO 220110)


15 januari 1910


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 15 januari. Het stoomschip HOLLANDER, gesleept door de sleepboot THAMES, vertrok heden van Bordeaux naar Rotterdam.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart. In de zaak van de stranding van het aak-schip ZUIDERZEE, waarbij een zestienjarige kok omkwam, gisteren in ons Avondblad gemeld, verklaarde de matroos Woudstra, door de Raad gehoord, dat hij zich omtrent koersen en anderszins weinig wist te herinneren. Toen de schipper koerste op het lichtje waarvan men de betekenis niet kende, vermoedde getuige dat de schipper, het onvermijdelijke van een stranding inziende, op dat punt aanhield omdat hij er de nabijheid van mensen vermoedde. Wegens het niet verschijnen van de derde opgeroepen getuige werd het onderzoek hierna gesloten.
De Raad zal op een nader te bepalen datum uitspraak doen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart. De Raad deed daarna uitspraak inzake het vergaan van het tjalkschip TJITSKINA, kapitein en eigenaar J. Klugkist uit Groningen, welk schip in de nacht van 13 op 14 december strandde op het Bornrif bij Ameland en, na verlaten te zijn, uit elkaar sloeg. De Raad kwam tot de conclusie dat de ramp is te wijten aan een daad en nalatigheid van de schipper, die zich geen zekerheid heeft verschaft omtrent het getij; het was immers geen eb, zoals Klugkist veronderstelde, maar springvloed, zodat het schip naar de kust werd gedreven. Verder heeft de schipper zich niet op de hoogte gesteld van de bestaande gegevens omtrent het vaarwater en dientengevolge slecht genavigeerd.
De Raad is echter van oordeel dat niet gebleken is van algehele ongeschiktheid voor de kleine vaart en past daarom op schipper Klugkist niet toe ontneming van zijn bevoegdheid, maar schorsing gedurende 3 maanden in zijn bevoegdheid om het bevel te voeren op een schip als bedoeld in art. 3 van de Schepenwet.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Bekendmaking. Bij akte van 12 januari 1910 voor de te Oudshoorn gevestigde notaris R. van den Berg verleden, is tussen de heren Dirk Forma Junior te Delft, Daniel de Groot en Gerhardus Elias de Groot, beiden te Vrijenban en Anthony van Vliet te Slikkerveer, gemeente Ridderkerk woonachtig, allen scheepsbouwmeesters, aangegaan een vennootschap van koophandel, onder de firma „Scheepsbouwmaatschappij voorheen B. de Groot", gevestigd te Vrijenban bij Delft en ten doel hebbende het uitoefenen van het scheepsbouwbedrijf, het kopen en verkopen, zomede het verhuren van schepen en vaartuigen benevens het optreden als expert en als agenten van assuranties in verband met scheepsaangelegenheden, alsmede het maken van ijzerconstructies.
De vennootschap - die thans haar werven heeft te Vrijenban en te Slikkerveer - is aangegaan voor onbepaalde tijd, aangevangen de 1e januari 1910 en zal eindigen op 31 december van het jaar, waarin minstens vier maanden voor dit tijdstip, door een van de vennoten aan de anderen schriftelijk opzegging is gedaan. leder van de vennoten is bevoegd ten name van de vennootschap, te handelen in alle zaken de vennootschap onmiddellijk betreffende. De toestemming en ondertekening van al de vennoten wordt vereist voor het aangaan van borgtochten, het ter leen opnemen of ter leen geven van gelden, het kopen, vervreemden, bezwaren of verhuren van onroerende goederen, het aangaan van dadingen en in het algemeen voor het verrichten van alle handelingen, welke niet rechtstreeks het deel van de vennootschap betreffen. Bij elke ondertekening met de naam van de firma moet de ondertekenaar zijn gewone handtekening voegen.
Namens partijen, R. Van den Berg, notaris.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van de firma A.J. Otto & Zonen te Krimpen a/d IJssel, is te water gelaten de stalen sleepkaan KAISER WILHELM II, metende 650 ton, gebouwd voor Duitse rekening (opm: Aug. van der Linden, Miltenberg).


16 januari 1910


Krant:
 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Bremerhaven, 12 januari. De in 1897 te Martenshoek gebouwde schoener JANTJE (137 ton) is naar Hamburg verkocht en verdoopt in GERTRUD.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Westerbroek, 14 januari. Van de werf van de firma Wortelboer & Co. werd met goed gevolg te water gelaten de stalen sleepkaan SUERRA, groot 875 ton, voor rekening van de heer J. Thünte te Dortmund. Onmiddellijk werd de kiel gelegd voor een dito sleepkaan voor de heer F. Detmers te Groningen.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Advertentie. Dinsdag 1 februari 1910, des avonds te 8 uur, zal, in het café van de heer Top aan de Lage der-A te Groningen, ten verzoeke van de heer H. Tunteler, schipper aldaar, publiek worden verkocht:
Het in 1895 nieuw gebouwde staal-ijzeren tjalkschip, genaamd ELIZABETH, groot plm. 110 ton, met deszelfs opgoed en toebehoren; liggende in de Zuiderhaven te Groningen, alwaar het dagelijks is te bezichtigen. Inmiddels uit de hand te koop.
W. van Bommel van Vloten, notaris te Groningen, Munnekeholm 2.


17 januari 1910


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. In zijn zitting van hedenmiddag behandelde de Raad voor de Scheepvaart de aanvaring van het Nederlandse stoomschip GROTIUS, van de Stoomvaart Maatschappij ‘Nederland’, kapitein D. Ouwehand, woonachtig te Amsterdam. Op reis van Indië naar Amsterdam bevond de GROTIUS zich op 2 januari 1910 in het Engelse Kanaal, waar, in dikke mist, met de grootste voorzichtigheid werd genavigeerd; de gebruikelijke mistsignalen werden gegeven en ook van andere schepen werden mistsignalen gehoord. De uitkijk op het voorschip rapporteerde een zeilschip, hoewel uit de richting, waar deze schoener vandaan kwam, geen mistsignaal vernomen werd. Het zeilschip werd opgemerkt ongeveer één streep aan stuurboord boeg. Zodra gerapporteerd werd, dat een zeilschip in zicht was, werd de machine stop gezet. Zeven seconden later ongeveer werd men het schip gewaar, maar toen was aanvaring niet meer te voorkomen en kon men niet verhoeden dat de boegspriet van het zeilschip brak. De kapitein bevond zich op de brug, voordat de aanvaring geschiedde. Daar het te laat was om achteruit te slaan, gaf de kapitein het bevel “bakboord uit". Het zeilschip, dat over stag had moeten gaan, deed echter niets om de aanvaring te vermijden. Het plan om na de aanvaring Dungeness binnen te lopen en het geval te rapporteren, werd niet uitgevoerd wegens te dikke mist. Het zeilschip bleek een Russische schoener te zijn, genaamd ARIES. De GROTIUS vervolgde zijn weg naar Amsterdam. Ter zitting werd eerst de kapitein gehoord, die volhardde bij de scheepsverklaring. Tweede getuige was de 1e officier C.H.J. van Benthem Jutting. Ook hij heeft uit de richting van het zeilschip geen mistsein gehoord en verklaart, dat toen de ARIES in zicht kwam, de afstand te kort was om de aanvaring te voorkomen. Hij bevestigt voorts de scheepsverklaring.
(vervolg in AH 180110) Nog werden gehoord de getuigen H.R. Diedrich, 3e machinist, C. de Graaf, E.P. Kunes en A.C. Hendriks, matrozen van beroep, en H.F. van Rijn, 4e officier, die allen volhardden bij de scheepsverklaring. Getuige De Graaf verklaarde nog ter zitting, dat hij, toen hij de schoener zag opdoemen, onmiddellijk de indruk kreeg dat een aanvaring onvermijdelijk was. Op de ARIES stonden de passagiers te schreeuwen. Getuige Van Rijn was meer speciaal met de telegraaf doende geweest en was bij de 1e officier op wacht.
In deze zaak zal later uitspraak worden gedaan.
(opm: Russische houten 3-mast schoener ARIUS – HDCK – geb. in 1902, 209 brt, thuishaven Windau, Rusland, volgens L.R. 1910-11)


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de scheepswerf van de firma J. van Limborgh & Zonen te Lekkerkerk, is met goed gevolg te water gelaten een stalen boeier-aak, gebouwd voor de heer P.C. de Bes te 's-Gravenhage.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Amsterdam, 15 januari. Heden is van de werf ‘Concordia’ alhier te water gelaten een stalen motorboot gebouwd voor rekening van de heer W.H. Smidts Jr. en ingericht voor het leveren van drinkwater aan zeeschepen.


18 januari 1910


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 18 januari. Het stoomschip THEODORA, van Havre naar Swansea, heeft gisteren op de rede van laatstgenoemde haven anker en kettingen verloren, terwijl het ankerspil beschadigd werd. Het stoomschip ligt thans te Swansea in reparatie.
(opm: zie ook NRC 220110)


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 17 januari. De Nederlandse sleepboot SCHELDE, met het beschadigde zeilschip VALKYRIE op sleeptouw, vertrok heden van Gibraltar naar Port Vendres. (De Noorse bark VALKYRIE werd 26 dec. op 39° N en 10° W door het stoomschip DUNHOLME aangetroffen en op sleeptouw genomen. 28 december arriveerde ze, gesleept wordende, te Gibraltar. 22 december op 35° N en 13° W werd dit schip door een hevige storm belopen, waardoor de boegspriet, fokke en grote masten benevens het tuig werden weggeslagen. Buiten en behalve dit werd er nog dekschade veroorzaakt.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de scheepswerf ‘Werf Conrad’ te Haarlem, directeur de heer P. Goedkoop, is met goed gevolg te water gelaten de dubbelschroef stoombaggermolen BROMO, aldaar op last van de Nederlandse Regering gebouwd en bestemd ter verbetering van de havenwerken van Tandjong Priok in Nederlands-Indië. Genoemd vaartuig, geheel van staal gebouwd, is lang tussen de loodlijnen 54 m, breedte op het grootspant 10 m en holte 4,50 m. Het zal gedreven worden door twee compound machines elk van 300 ipk, die het bij gewone werkdiepgang in voldoend diep en stil water een vaart van 8 Eng. zeemijl per uur zullen geven. Het vaartuig gaat op eigen gelegenheid naar Nederlands-Indië. Gezagvoerder is kapt. Johs. F. Wijsmuller, van het Bureau Wijsmuller, voor uitrusten en uitbrengen van schepen te Baarn, waarmee de Nederlandse Regering gecontracteerd heeft, om dit schip voor de reis uit te rusten en naar Tandjong Priok te brengen. Het vertrek van Nederland zal ongeveer 1 april plaats vinden.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf ‘De Merwede’ van de heren Van Vliet & Co. te Hardinxveld is met goed gevolg te water gelaten een stalen sleepkaan No. 81, lang 92 m, breed 11 m en hol 2,65 m, voor rekening van de heer B. van Ooijen te Rotterdam. Voor enkele dagen werd de kiel gelegd voor een stalen zee-stoomschip 165' x 28' x 12’-2” voor rekening van een Engelse firma.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Groningen, 17 januari. Zaterdagavond vierde het Zeemanscollege ‘De Groninger Eendracht’ het 80-jarig bestaansfeest in een mooi versierde zaal van Het Huis de Beurs.
Een artiestengezelschap, dir. Jan Diepen, vermaakte de aanwezigen zeer, terwijl het muziekgezelschap ‘Prinses Juliana’ tal van aardige wijsjes ten beste gaf. Een geanimeerd bal besloot deze avond.
De penningmeester, de heer T. Bontkes Gosselaar, deed ons verslag van de vergadering, enige dagen geleden gehouden. Uit dit verslag bleek, dat de ontvangsten over 1909 hadden bedragen NLG 1.608,08½, de uitgaven NLG 599,96½. Batig saldo f 1.008,11½. Op 31 december waren bij het college aangesloten 36 schepen. Twee aangesloten schepen leden schipbreuk, waarbij 2 kapiteins en de vrouw van één hunner om het leven kwamen. Het getal buitengewone leden bedroeg 111. Op de vergadering werden 7 leden met 4 nieuwe schepen aangenomen. 12 buitengewone leden hadden zich bij de penningmeester aangemeld. De ontvangsten van het weduwen- en wezenfonds bedroegen NLG 244,62½, de uitgaven NLG 153. Batig saldo NLG 91,62½. Het vaste fonds vertegenwoordigde een waarde van NLG 5.392,75. Het getal donateurs bedroeg 66. Tot president werd gekozen de heer J.H. Kruize, tot secretaris de heer P.H. Bos. In de plaats van de aftredende commissarissen, de heren H. Schling en Hk. Speelman, werden gekozen de heren L.R. Speelman en Joh. van Dijk, terwijl uit de buitengewone leden tot commissarissen werden gekozen de heren Jb. Kramer en Hk. Speelman. Tot vlagkapiteins werden benoemd de heren J.H. Mulder en R. Slangenberg.


19 januari 1910


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Bremen, 17 januari. Het stoomschip FLORA, van Rotterdam hier aangekomen, is zaterdag op de Weser voor anker liggende, met een loodsschoener in aanvaring geweest. De schoener dreef voor de boeg van het stoomschip, waardoor het stoomschip zwaar beschadigd werd. Het stoomschip is heden in het dok geplaatst.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Pro Deo. d.d. 21 december 1908.
Heden de achttiende januari 1900 tien, ten verzoeke van Geertruida Petronella Decken, wonende te Rotterdam, te deze woonplaats kiezende ten kantore van de procureur mr. E.S. Hollander aan de Wijnhaven 93 aldaar, die door de requirante als procureur wordt gesteld en als zodanig voor haar zal optreden.
Heb ik Willem Hendrik Driessen, deurwaarder bij de arrondissementsrechtbank te Rotterdam, aldaar wonende, voor de derde maal gedagvaard Hendrikus Bernardus Franciscus Brand, laatst gewoond hebbende te Rotterdam, doch thans afwezig en zonder bekende woonplaats, mitsdien mijn exploot doende door aanplakking van een afschrift dezes aan de hoofddeur van de vergaderplaats van de arrondissementsrechtbank te Rotterdam en aan het gemeentehuis te Rotterdam, terwijl een gelijk afschrift door mij, deurwaarder, is overgegeven aan de edelachtbare heer officier van justitie bij gemelde rechtbank, te diens parkette prekende met de edelachtbare heer mr. J. Bake, substituut-officier van justitie, door wie het origineel van dit exploot met "Gezien" is getekend, terwijl dit exploot zal worden geplaatst in de Nederlandsche Staatscourant en in de Nieuwe Rotterdamsche Courant.
Om te verschijnen op maandag de tweede mei 1900 tien, des voormiddags te elf uur, ter terechtzitting van de arrondissementsrechtbank te Rotterdam, eerste kamer, in het gerechtsgebouw aan de Noordsingel aldaar, ten einde.
Aangezien eiseres 26 januari 1893 te Rotterdam met gedaagde is gehuwd.
Aangezien gedaagde op 28 februari 1897 van Rotterdam, alwaar hij woonachtig was, als eerste machinist met het stoomschip UTRECHT is uitgevaren, met bestemming naar Nederlandsch-Indië.
Aangezien dit stoomschip te 3 of 4 maart d.a.v. op de Franse kust is vergaan, althans nimmer ter bestemmingsplaats is aangekomen, zodat men als zeker kan aannemen, dat voormeld stoomschip is vergaan, vermits niemand van de bemanning is terecht gekomen:
Aangezien sedert geen bericht is ingekomen van voormeld stoomschip, noch van de bemanning, noch enig ander bericht, waaruit van aanwezen of overlijden van gedaagde blijkt:
Aangezien er sedert zijn vertrek meer dan elf jaren zijn verlopen:
Aangezien eiseres een nieuw huwelijk wenst aan te gaan:
Aangezien noch gedaagde, noch iemand van zijnentwege op de tweede dagvaarding is verschenen en aan eiseres bij vonnis van 8 november 1909 verlof is verleend tot het doen van een derde openbare dagvaarding:
Mitsdien aan gemelde rechtbank alsnog van zijn aanwezen te doen blijken, de gedaagde tevens aanzeggende, dat, ingeval noch hij, noch iemand van zijnentwege op deze dagvaarding mocht verschijnen en er alzo niet behoorlijk van zijn aanwezen mocht blijken, door eiseres zal worden geconcludeerd, dat haar akte zal worden verleend van de niet verschijning van gedaagde, en verklaard, dat er rechtsvermoeden bestaat van het overlijden van gedaagde sedert 1 maart 1897, en aan eiseres verlof zal worden verleend een ander huwelijk aan te gaan, kosten rechtens.
Kosten dezes in debet NLG 4,90. (get.) W.H. Driessen, deurwaarder.
Gezien. De officier van justitie te Rotterdam: (get.) J. Bake, s.
Geregistreerd enz. Voor afschrift: Mr. E.S. Hollander, Wijnhaven 93.
(opm: zie ook de Kroniek 1897 – NRC 130397, NRC 190397 en PGC 300397)


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Op de werf van de firma J. van Limborgh & Zonen te Lekkerkerk is de kiel gelegd voor een sleepboot, te bouwen voor de firma Marckmann & Faasen te Rotterdam.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de scheepswerf Baanhoek te Sliedrecht is te water gelaten de stalen sleepboot JUDITH, gebouwd voor de heer A. de Rijck te Temse (België).


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 18 januari. Door de heer F. Voordewind (opm: Sebo Voordewind, Scheemda) alhier is aangekocht het te Franeker liggende ijzeren klipper-aakschip NOORDSTER, voorheen bevaren door kapt H. Vliegen. De NOORDSTER, groot 100 last, werd in 1903 te Lekkerkerk gebouwd. Koopprijs geheim.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Advertentie. Dinsdag 8 februari 1910, des avonds te 8 uur, zal, in het Koffiehuis „HET HUIS DE BEURS”, van de heer Wilphorst, aan de Vischmarkt te Groningen, ten verzoeke van het Bestuur der Scheepvaart Mij. aldaar, publiek worden verkocht:
Het stalen drie-mast schoenerschip TASMAN, groot bruto 190 ton en netto ruim 160 ton van 2.83 m3. Draagvermogen 265 - 270 d.w. Gebouwd in 1903. Gekl. bij het Bureau Veritas + 3/3 A 1-1. Liggende bij de werf van de firma Gebr. Bos te Groningen, alwaar het op de slip te bezien is daags vóór en op de dag van verkoop van 10 - 12 en van 2 - 4 uur. W. van Bommel van Vloten, notaris te Groningen, Munnekeholm 2.


20 januari 1910


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. De notaris H.J. van Nouhuys te Zierikzee zal, woensdag 26 januari 1910 te 11 uur, in de herberg van L. Jonker te Burghsluis, om contant geld, openbaar verkopen de
scheepsinventaris, afkomstig van het Italiaans fregatschip MARIA, als 13 grote zeilen, 4 Manillatrossen, 2 chronometers, kompassen, lantaarns, vlaggen, zeildoek, touwwerk, blokken, enz., enz.
Inlichtingen te bekomen bij de firma J. de Kater Jz. te Brouwershaven.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 19 januari. Van de 16e van Hamburg te Bahia aangekomen Nederlandse schoener VOORLICHTER, kapt. Van der Lip, zijn de grote en voorbramstengen weggeslagen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 20 januari. Het van Livorno naar Valencia bestemde Nederlandse schip JUNO is ter rede van Marseille, wegens lichte roerschade, geankerd.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 19 januari. Uit Batavia wordt gemeld dat de wachtsman, geplaatst bij het schip KING GEORGE, rapporteert dat voornoemd schip opbreekt. De luiken zijn gebarsten en de lading spoelt eruit. De vooruitzichten voor een goede verkoop van schip en lading zijn niet gunstig.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf Gusto te Schiedam, is met goed gevolg te water gelaten (opm: op 19 jan.) de stalen romp van een zeewaardige emmerbaggermolen met zuig- en persinrichting en 2 schroeven. De hoofdafmetingen van dit vaartuig zijn: Lengte tussen de loodlijnen 48 meter, breedte 11 meter, holte 3,50 meter. Deze baggermolen heeft een theoretische opbrengst van 900 ton per uur. De baggerdiepte is 8 meter en de opgebaggerde grond kan worden weg geperst tot op een afstand van 350 meter en een hoogte van 3 meter boven het wateroppervlak. Het schip is geheel elektrisch verlicht worden, een snelheid hebben van 7 knopen en onder eigen stoom de reis naar China volbrengen. (opm: zie ook NRC 190410)


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van de heer L. Wolthuis te Veendam is met goed gevolg te water gelaten een stalen klipper-aak, groot 85 ton, in aanbouw voor schipper J. Smith van Borger.
De kiel werd gelegd voor een stalen schip groot 85 ton voor de heer H. Bakker te Spijk.


21 januari 1910


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

IJmuiden, 21 januari. Het stoomschip DANAE, gisteren van Hoek van Holland vertrokken naar de Middellandse Zee, is op zee lek gesprongen en hier binnengelopen. Het schip is hedenochtend door een duiker onderzocht, die constateerde dat het schip veel water maakte. Het zal naar Amsterdam opstomen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam. (geen datum). Aankoop van de COLUMBUS. B. & W. stellen, bij schrijven van 18 dezer, de raad van deze gemeente voor, een bedrag van NLG 18.500 te hunner beschikking te stellen voor de aankoop van de Nederlandsch-Amerikaansche Stoomvaart Maatschappij van de COLUMBUS en voor taxatie en bijkomende kosten, benevens voor enige vernieuwingen, die aan bedoelde boot moeten plaats hebben. Deel van deze aankoop is, blijkens de door B. & W. gegeven toelichting, dat de gemeente voor vorstelijke bezoeken aan de haven en voor de ontvangst van andere autoriteiten of van congressen, waartoe men thans steeds met hoge kosten een boot moet huren, over een eigen en dus geheel aan het gemeentebestuur ten dienste staand vaartuig zal kunnen beschikken.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Advertentie. Verkoop stalen klipperaak. Herman van der Woude, deurwaarder te Leeuwarden, zal, op maandag 24 januari 1910, des namiddags 5 uur in “De Bogt van Guné” te Franeker, finaal verkopen: De in den jare 1908 nieuw gebouwde, in goede staat van onderhoud verkerende stalen klipperaak, genaamd DISPONIBEL, groot volgens meetbrief 169,548 kilogram (ton), met volledige inventaris, bevaren door Johannes Groenewold, gedomicilieerd te Delfzijl en thans liggende nabij de Stationsbrug te Franeker. Bod NLG 7.910. Bezichtiging de dag van de provisionele verkoop. Betaling à contant. Aanvaarding dadelijk na de toewijzing. (opm: zie ook NNO 040110)


22 januari 1910


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 21 januari. Het Nederlandse stoomschip HOLLANDER is om zinken te voorkomen op strand gezet.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 21 januari. Het Nederlandse stoomschip JOSEPHINA, van Swansea te St. Nazaire binnen, is daar met een drijvende kraan in aanvaring geweest, die dientengevolge zonk.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 21 januari. Volgens alhier uit Swansea ontvangen berichten zullen de reparaties aan het stoomschip THEODORA 24 januari gereed zijn. Daarna vertrekt het naar Burry Port (Wales) om voor Rouen te laden. (opm: zie ook NRC 180110)


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Philadelphia, 10 januari. Het Nederlandse stoomschip LA FLANDRE, dat met het stoomschip KILSYTH in aanvaring is geweest, heeft schade aan verscheidene platen van het achterschip.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Port Said, 21 januari. De reparaties aan het stoomschip PORT HUNTER, dat 22 december 1909 door het Nederlandse stoomschip AMBON te Suez werd binnengesleept, zijn zo goed als afgelopen, 24 januari zal waarschijnlijk de reis naar Antwerpen worden voortgezet.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 21 januari. Uit Bahia werd gisteren geseind dat er een expertise over het Nederlandse schip VOORLICHTER was gehouden. Aanbevolen werd voorlopig te repareren, aangezien de afdoende reparaties zeer belangrijk zijn, op instructies wordt gewacht.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Plymouth, 21 januari. De pompen van de sleepboot waren erin geslaagd een grote hoeveelheid water uit het stoomschip HOLLANDER te pompen. Echter moest men om de stabiliteit te bewaren het pompen staken en men besloot om het in het Cottewater aan de grond te zetten. Een speciale expert is van Rotterdam naar Plymouth vertrokken om een onderzoek in te stellen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hamburg, 21 januari. Het te Amsterdam thuis behorende stoomschip ORION is aan de Rederiaktiebelaget Fortuna te Helsingborg verkocht. Het zal de plaats innemen van het kort geleden verongelukte stoomschip FORENINGEN. Het stoomschip ORION, van de Koninklijke Nederlandsche Stoomboot Maatschappij, werd in 1896 te Sunderland gebouwd. Het is bruto 628 en netto 353 ton groot, met een draagvermogen van 750 ton. De hoofdafmetingen zijn: lang 185, breed 27,6 en hol 12,5 Engelse voet.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlissingen, 22 januari. Het mailstoomschip TAMBORA, voor de Rotterdamsche Lloyd gebouwd op de werf ‘De Schelde’ is hedenochtend van Vlissingen vertrokken en gaat een proeftocht maken. De officiële proeftocht naar Rotterdam heeft morgen plaats.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 24 januari. Uit Colombo wordt geseind dat er een expertise over het stoomschip KONING WILLEM II is gehouden, en waarbij bleek dat de reparaties aan de ketels een oponthoud van 12 dagen zullen veroorzaken.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Volgens telegram uit Colombo is het van Amsterdam naar Batavia bestemde stoomschip KONING WILLEM II, van de Mij. Nederland, gisteren met alle ketels zwaar lek, daar binnengelopen. De reparatie zal ongeveer 12 dagen in beslag nemen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van de Naamloze Vennootschap Weerter Scheepsbouw Maatschappij te Weert, is te water gelaten de ijzeren sleepkaan HARDI, gebouwd voor de heer E. van Iersel te Rotterdam, waarna de kielen werden gelegd voor twee sleepkanen voor Belgische rekening.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 21 januari. Gisteren werd hier met een nieuwe sleepboot genaamd ANTONINA FRATER, gebouwd bij de scheepsbouwer Bodewes te Hoogezand, voor rekening van de heer E. Frater Smid te Groningen, een proeftocht gehouden, waarbij de boot zowel als de machines zeer goed voldeden. De triple compound machine, vervaardigd op de fabriek Fulton te Hoogezand, bezit een capaciteit van 245 indicateur paardenkrachten.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Advertentie. Heden overleed door een noodlottig toeval te Amsterdam, onze geliefde zoon, broeder en behuwd broeder Reider, in de ouderdom van ruim 29 jaar, in leven 1e stuurman aan boord der Nederlandse bark WILLEM EGGERTS, kapt. Feijes.
Groningen, 14 jan. 1910. Uit aller naam:
D. Speelman. K. Speelman – De Jonge.
(opm: zie ook HND 140110)


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Advertentie. Dinsdag 25 januari 1910, des avonds te 8 uur, zal, in het café van de heer Top aan de Lage der-A te Groningen, ten verzoeke van de heer H. Tunteler, schipper aldaar, publiek worden verkocht: Het in 1895 nieuw gebouwde staal-ijzeren tjalkschip, genaamd ELIZABETH, groot plm. 110 ton, met deszelfs opgoed en toebehoren; liggende in de Zuiderhaven te Groningen, alwaar het dagelijks is te bezichtigen. Inmiddels uit de hand te koop. W. van Bommel van Vloten, notaris te Groningen, Munnekeholm 2.
(opm: zie ook NNO 160110)


23 januari 1910


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De Eerste Kamer over Marine materieel.
De Eerste Kamer heeft in haar afdelingsverslag over de Marine-begroting voor 1910 ook het materieel van de zeemacht besproken. Vele leden hadden gaarne op deze begroting een aanvraag van gelden voor een pantserschip van het type ‘De Zeven Provinciën’ gezien en terwijl men algemeen toejuichte het op stapel zetten van een derde onderzeeboot, wensten een aantal leden verder te gaan door zo spoedig mogelijk nog 5 van zulke boten aan te bouwen. Tenslotte werd in de afdelingen vrij algemeen voor de afschaffing van de riviervaartuigen gepleit. Over de onderzeeboten en de riviervaartuigen zullen wij niet veel zeggen omdat onze wensen overeenstemmen met die in het afdelingsverslag geuit, behoudens het totale aantal aan te bouwen onderzeeboten, dat de hier bedoelde leden blijkbaar op 8 wensen te brengen. Dit aantal zal o.i. beter te benaderen zijn als de regering haar plannen voor de kustverdediging zal hebben openbaar gemaakt. Na de jongste manoeuvres is intussen, naar wij menen, de indruk verhoogd, dat de 4 onderzeeboten, die de Minister op zijn program heeft, te gering in aantal zullen zijn.
Toen wij in het afdelingsverslag de wens van vele leden lazen, die reeds bij de begroting voor 1910 een pantserschip van het type ‘De Zeven Provinciën’ op stapel hadden willen zetten, hebben wij ons afgevraagd of het, zelfs van de voorstanders van pantserschepen ten behoeve van de Indische zeemacht, wel goed was onder de tegenwoordige omstandigheden, deze wens zo sterk op de voorgrond te brengen.
Zonder dat de grote strijdvraag omtrent het al dan niet verder aanbouwen van pantserschepen tot oplossing is gebracht, mogen wij ons toch verheugen in het feit, dat sedert de begroting voor 1909, zowel door de Minister van Marine als door zijn ambtgenoot voor koloniën met kracht gewerkt wordt om in de landsdefensie in die van Nederlands-Indië in een betere staat te brengen en dat, behoudens verschil van mening over het op financiële gronden gewenste tempo voor de aanbouw, omtrent de soort van het in aanbouw gebrachte materieel van vrij algemene instemming mag worden gesproken.
Voor de landsdefensie worden thans de krachten geconcentreerd op de aanschaffing van onderzeeboten en van verspermijnen, terwijl voor het leggen van deze laatste een viertal mijnenleggers gedeeltelijk reeds gereed, gedeeltelijk in aanbouw is.
Voor Indië heeft de Minister van Marine in aanbouw vier torpedojagers en zijn bij de Indische begroting voor 1910 de gelden toegestaan voor een grote onderzeeboot en voor verspermijnen, waarvoor in Indië reeds een vaartuig tot mijnenlegger is ingericht. Al dit materieel wordt nodig geacht zowel door hen die een artillerievloot - pantserschepen - wensen, als door hen die menen dat uitsluitend torpedomaterieel voor onze zeemacht gewenst is. Indien wij op de ingeslagen weg enige jaren voortgaan, zal door het bezit van onderzeeboten en van een goed georganiseerde mijnendienst, zomede door de reeds bestaande 18 torpedoboten van het type ‘Ophir’, onze kustverdediging in aanmerkelijk gunstiger toestand zijn gekomen, ook al mocht de verbetering van de kustversterkingen aan de wal zich nog langer laten wachten. Ten behoeve van deze laatste verbetering is een wetsontwerp reeds geruime tijd in uitzicht gesteld. De Minister van Marine wenst voor Indië 8 torpedojagers te bouwen doch het is bekend, dat de vorige commandant van de zeemacht in Indië 12 zulke vaartuigen nodig achtte en dat de gouverneur-generaal Van Heutsz zich met deze mening verenigde, zoals blijkt uit een brief van die landvoogd door de Minister van Marine bij de behandeling van de marine begroting voor 1909 voorgelezen.
Nu is het bedrag voor nieuwe aanbouw, waarvoor totaal 4,2 miljoen wordt uitgetrokken op de marine begroting voor 1910, zodanig verdeeld, dat in grove trekken daarvan de helft wordt besteed aan de bouw van de torpedojagers, dus plm. 2 miljoen, waarvoor 2 jagers kunnen worden aangeschaft. Aldus voortgaande zouden aan het eind van 1913 of begin 1914, dus nu over 4 jaar, de 8 door de Minister gewenste jagers gereed kunnen zijn. Moeten er 12 gebouwd worden, dan wordt dit tijdstip einde 1915 of begin 1916. Had de Minister, zoals vele leden van de Eerste Kamer gewenst hadden, in 1910 doen aanvangen met de bouw van een pantserschip type ‘De Zeven Provinciën’, dan zou de heer Wentholt niet alleen op bedenkelijke wijze zijn vooruitgelopen op de beslissing over het rapport van de Staatscommissie voor de Indische Zeemacht, doch hij zou ook voor de jaren 1910, 1911 en 1912, men bouwt bij ons ongeveer 3 jaar aan een pantserschip, een bedrag van ongeveer 6 miljoen, dus gemiddeld 2 miljoen per jaar hebben moeten afzonderen voor deze bouw. Wij stellen dan het bedrag voor het verlangde schip op 6 miljoen, doch ieder, die in de laatste jaren heeft gevolgd wat in lezingen en tijdschriften als typeschip voor de Indische vloot gewenst werd, weet, dat ter voldoening aan die wensen schepen van groter waterverplaatsing en derhalve van veel hogere prijs zouden nodig zijn.
De aanbouw van een pantserschip zou derhalve noodwendig staking van de aanbouw van torpedojagers ten gevolge hebben en wij menen, dat de verantwoordelijkheid voor een maatregel van deze strekking moeilijk zou zijn te aanvaarden. Het bedrag dat van de 4,2 miljoen voor nieuwe aanbouw overschiet en waarvan dit jaar nog een deel voor de afbouw van DE ZEVEN PROVINCIËN moest worden afgezonderd, zal in de eerstvolgende jaren dringend nodig zijn om met bekwame spoed de flottielje van onderzeeboten voor de Nederlandse defensie aan te schaffen, de dienst van de verspermijnen en hetgeen daartoe behoort te organiseren en de nog ontbrekende 8 torpedoboten van het type Ophir - of nog beter van een type met ongeveer 100 ton meer waterverplaatsing - aan te bouwen.
Maar bovendien zal, indien het wetsontwerp tot verbetering van de kustverdediging wet wordt aangenomen, het Marine budget voor een deel moeten voorzien in de uit die verbetering voortvloeiende uitgaven, zodat ook om die reden gelijktijdige aanbouw van pantserschepen en van torpedomaterieel moet worden ontraden.
De Minister van Marine is o.i. met de aanbouw van materieel op de goede weg. Wij zeggen dit gaarne, zonder dat dit volledige instemming met ‘s Ministers organiserend en financieel beleid in zich sluit. Wij hopen, dat hij op de goede weg zal blijven.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Dinsdag 8 februari 1910, des avonds te 8 uur, zal in het koffiehuis Het Huis de Beurs van de heer Wilphorst, aan de Vischmarkt te Groningen ten verzoeke van het bestuur van de Scheepvaart Maatschappij aldaar, publiek worden verkocht het stalen drie-mast schoenerschip TASMAN, groot bruto 190 ton en netto ruim 160 ton van 2,83 m3. Draagvermogen 265 - 270 d.w., gebouwd in 1903.
Geclassificeerd bij het Bureau Veritas + 3/3 A 1. 1. met complete inventaris, liggende bij de werf van de firma Gebr. Bos te Groningen, alwaar het op de slip te bezien is daags voor en op de dag van verkoop van 10 - 12 en van 2 - 4 uur.
W. van Bommel van Vloten, notaris te Groningen, Munnekeholm 2.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van de Rotterdamsche Droogdok Maatschappij werd gisteren te water gelaten het stoomschip ALKAID, gebouwd voor rekening van Van Nievelt, Goudriaan & Co's Stoomvaart Maatschappij. Dit stoomschip, het tweede dat op deze werf voor de reeds genoemde maatschappij gebouwd wordt, heeft een laadvermogen van 5.200 ton, is voorzien van bak, brug en campagne, 7 lieren, stoomstuurmachine en stoomankerspil, enz. Het verkrijgt de hoogste klasse in het Bureau „Veritas''. Onmiddellijk na het te water laten werd de helling gereed gemaakt voor een nieuw stoomschip ten behoeve van deze maatschappij, het zesde dat zij in de vaart zal brengen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. De liquidateurs van de Naamlooze Vennootschap ‘Stoomvaart Maatschappij Zaanlandia’ in liq., gevestigd te Zaandam, verzoeken inzending aan het adres: Hoogendijk 19, Zaandam, van alle vorderingen ten laste van deze Vennootschap, vóór 6 februari 1910. Zaandam, 22 januari 1910. (opm: betreft de ZAANDAM, zie ook AH 020310, en AH 210310)


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Rotterdam, 21 januari. Het Nederlandse stoomschip HOLLANDER is per sleepboot THAMES te Plymouth binnengelopen, lek en vol water. Men wacht op orders. In het zware stormweer van de laatste dagen Is de 16-duims sleeptros van de THAMES gebroken en verloren gegaan. Later bericht: Het stoomschip HOLLANDER is om zinken te voorkomen, aan de grond gezet.


24 januari 1910


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 21 januari. Het Nederlandse stoomschip SNEL van de Stoombootreederij Baltic (Axel P. Nielsen, Amsterdam) in 1902 te Rotterdam bij Bonn & Mees gebouwd, groot bruto 1.320 en netto 813 reg. ton, is aan de Stoomvaart Maatschappij Oostzee (Vinke & Co.) te Amsterdam verkocht en is herdoopt in ROSSUM.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 23 januari. Met de laatste sneltreinen spoedden genodigden zich gisterenavond naar Vlissingen toe om daar heden de nieuwe Oost-Indiëvaarder TAMBORA af te halen en over zee feestelijk binnen te brengen in Rotterdam, waar dit machtige mailstoomschip immers weer meer luister zal brengen aan onze staag groeiende koopvaardijvloot.
De TAMBORA is al weer wat groter dan haar voorgangers van de Rotterdamsche Lloyd, weer wat ruimer en nog wat geriefelijker voor de passagiers gebouwd. Met haar is binnen tien jaar tijd de nieuwe mailbotenvloot van deze Maatschappij voorlopig voltooid. De acht stoomschepen, waar ze nu uit bestaat, hebben de oudere geheel vervangen en zij behoren alle tot hetzelfde moderne type.
Een enkele verbetering valt er op. Zo zijn de 2e klasse-hutten in het kuildek doorgebouwd, wat een gemakkelijker ingang geeft en meer gerief. De 2e klasse-rooksalon wordt hier binnendoor bereikt en de grote eetzaal staat met de rookkamer door een open luchtkoker in gemeenschap. Bij wijze van proef zijn de koelkamers hier nu tot een ruimte van 10 m3 (opm: 10 m3 lijkt erg klein voor het beoogde doel, zie hieronder) uitgebreid. Dat is nog gebeurd op aanraden van de heer Lovink, directeur-generaal van de landbouw, die voor de Nederlandse vruchten en groenten steeds ruimer afzetgebied zocht en daar gaarne ook onze koloniën voor geopend zag. In deze koelkamers kunnen de exporteurs hun producten vers overgebracht krijgen naar het warme land, ook verse vis en vers vlees, verpakt of onverpakt. Dan zijn de hutten weer wat groter gebouwd: 80 voor de eerste en 56 voor de tweede klasse. Het Marconi-kantoor is klaar om de installatie te ontvangen, waardoor de Lloyd-schepen dan alle met draadloze telegrafie ingericht zullen zijn. En de ontvangers voor de kloksignalen in de haven geven op verre afstand richting naar binnen in geval van mist (opm: een indertijd op grote schepen toegepast systeem van richting aangeven, het z.g. onderwater-kloksignaal). Dit zijn zo de bijzonderheden.
De inrichting van de salons is door de firma Mutters gezellig voornaam verzorgd, zonder te vervallen in die opzichtige weelderigheid, die bijvoorbeeld op Duitse schepen zo hinderlijk aandoet. Ook aan de veiligheid is uitgebreid zorg gegeven, waaronder de rieten reddingsboot, patent De Nos, die “niet stukstoot en niet zinkt”, welk type de Lloyd heeft opgenomen op drie van haar schepen. Voor een gemakkelijke verbinding met de wal op Java is nu ook een motorboot als kapiteinssloep aan boord.
De grijze commandant W. Bagchus stond gedurende de gehele proeftocht op de brug van de TAMBORA, waarmee hij op 12 februari de eerste reis naar Indië zal aanvaarden. Het schip zal weer iets sneller dan het laatste, de TABANAN, lopen, namelijk 14½ mijl.
Om klokke 12 uur was de Lloydvlag en de mailvlag gehesen ten teken, dat het schip van de directie van de bouwwerf, de Koninklijke Maatschappij ‘De Schelde’, was overgenomen. Bij het binnenvaren van de Nieuwe Waterweg werd de lunch geserveerd, waarbij diverse dronken werden gewijd aan de gelukkig vaart van het schip. (opm: zeer sterk bekort)


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de scheepswerf van de firma J. & K. Smit te Krimpen a/d Lek, is te water gelaten een goederenboot, gebouwd voor rekening van de firma P.J. Berger, te Venlo.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Suezkanaal. Uit Parijs wordt gemeld, dat de ontvangsten van het Suezkanaal in het afgelopen jaar voor het eerst een bedrag van FFR 120.000.000 hebben overschreden. De totale inkomsten ad. FFR 120.500.000 waren FFR 12.200.000 hoger dan in 1908 en overtreffen die van het vroegere recordjaar 1907 met FFR 4.600.000. Onder de oorzaken die tot deze belangrijke toename van de inkomsten hebben geleid, moeten voornamelijk genoemd worden de betere economische positie in Brits-Indië, alsmede de merkwaardige uitbreiding in de export van sojabonen uit Mantsjoerije, op welke nieuwe bron van verkeer te andere plaatse in ons blad dezer dagen reeds de aandacht werd gevestigd. Het verkeer met Nederlands-Indië was in 1909 belangrijk kleiner, voornamelijk doordien sinds 1 juni geen petroleum in kisten meer door het kanaal werd vervoerd en voorts, doordien de suikeruitvoer van Java naar Europa en de Verenigde Staten via het Suezkanaal met 240.000 ton verminderde. Het bestuur van het Suezkanaal is van mening, dat men hierbij met een verschijnsel van tijdelijke aard te doen heeft. Ons komt het voor, dat deze mening niet juist zal blijken. Immers is de export van Javasuiker naar de Verenigde Staten reeds sinds enige jaren aanzienlijk aan het verminderen, ten gevolge van de voorrechten, die aan het Cubaanse product zijn toegekend, doch heeft men op Java hiervoor een blijvende compensatie gevonden, in groter uitvoer naar Brits-Indië en Oost-Azië.


Krant:

 MCO - Middelburgsche Courant

Vlissingen, 22 januari. Het stoomschip TAMBORA, gebouwd voor rekening van de Rotterdamsche Lloyd, vertrok hedenmorgen van de werf naar de rede. Het stoomschip zal morgen naar Rotterdam vertrekken. De proeftocht heeft onder de reis plaats. (opm: bouwnummer 131 van de Koninklijke Maatschappij ‘De Schelde’)


25 januari 1910


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

IJmuiden, 25 januari. De na stranding hier binnengebrachte schoener IDA heeft de geloste lading weer ingenomen en is heden naar Amsterdam opgesleept.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 25 januari. Wij vernemen dat het water, aangetroffen bij aankomst te Plymouth, in het stoomschip HOLLANDER, grotendeels afkomstig is uit de stukgeslagen vaten water, die als ballast in het stoomschip waren geladen. Het stoomschip is nu lens gepompt en men is bezig met schoon schip te maken. Nadat de nodige voorzieningen zijn gedaan vertrekt het nog deze week naar Rotterdam.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Colombo, 24 januari. Tweemaal is een expertise over de ketels van het stoomschip KONING WILLEM II gehouden. Gebleken is dat van iedere hoofdvuurhaard, de beneden ommanteling aan beide zijden van de vuur- of vlamkist belangrijk zijn doorgezet. De reparaties die reeds in gang zijn, zullen ongeveer GBP 500 kosten.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 24 januari. In oktober van het vorige jaar, werd bij buitengewoon slecht weer, het Nederlandse schip LAMMEGIENA, nadat de bemanning het schip had verlaten, door de stoomtrawler KESTREL te Grimsby binnengebracht. Aan voornoemde trawler, die ook de bemanning had gered, werd door het Admiraliteitshof GBP 500 bergloon toegekend. De waarde van het schip werd op GBP 1.800 geschat.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Rotterdam, 23 januari. Het stoomschip LINCOLN, komende van Grimsby, is door de sterke eb over de beneden boei van boei 24 gedreven, waarna het de verankering van het bovengedeelte van boei 25 brak. Het stoomschip GRODAC, aan deze boei gemeerd, zwaaide met de eb om en schuurde langs de aan de Lloydkade liggende mailstoomboot OPHIR van de Rotterdamsche Lloyd. Van dit stoomschip zijn een paar platen ingedrukt en een paar trossen gebroken.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf ‘De Merwede’ te Hardinxveld is te water gelaten een sleepkaan, metende 1.900 ton, gebouwd voor rekening van de heer B. van Oyen te Rotterdam.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de scheepswerf van de firma P. & A. Ruytenberg te Waspik is te water gelaten een sleepkaan, metende 950 ton, gebouwd voor de heer M.J. Verschure te Waspik.


26 januari 1910


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Verkoping van de grote Scheepstimmerwerf ‘Welgelegen’ te Harlingen.
De Notaris S. Okkinga te Harlingen zal, ten verzoeke van zijn ambtgenoot de heer J.H. Berghuis te Leeuwarden, op woensdag 2 februari 1910, 's avonds 8 uur, in de ‘Korenbeurs’ te Harlingen, in het openbaar, finaal verkopen: De grote scheepstimmerwerf ‘Welgelegen’ genaamd, met sleephellingen, aanhorige woonhuizen, dubbele schuur met malzolders, werk- en bergplaatsen en zo voorts, zeer gunstig gelegen aan de Zuiderhaven te Harlingen, kadastraal groot 70 aren 43 centiaren; behoudens samenvoeging geveild in 25 percelen, waarop totaal is geboden NLG 14.734. Verkoopboekjes met kaart en combinatielijsten verkrijgbaar ten kantore van de notarissen, bij wie tevens nadere inlichtingen zijn te bekomen.


27 januari 1910


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Bremen, 26 januari. De Nederlandse tjalk CONCURRENT, kapt. Scholten met meel van Ottensen naar Oldenburg, is bij Minsener Oldeoog gestrand. Vier personen zijn door de reddingboot gered.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hamburg, 25 januari. Kapitein Peter Bahr te Kreuel, heeft door bemiddeling van een makelaarsfirma te Altona aangekocht de te Hoogezand gebouwde schoener EEMSSTROOM. Het schip groot 145 ton, is onder de naam GESINE, onder Duitse vlag gebracht.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 26 januari. Aan de passagiers van het schip KONING WILLEM II, die dit mochten wensen, wordt de gelegenheid geboden hun reis te vervolgen per stoomschip RINDJANI, van de Rotterdamsche Lloyd, of met een ander stoomschip.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 27 januari. Uit Plymouth wordt geseind dat het stoomschip HOLLANDER gisteravond weer is vlot gebracht en dat aanstaande zaterdag de reis naar Rotterdam zal worden voortgezet.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Swansea, 24 januari. De stoomschepen ALWINA en TORSTEIN zijn in het East Dock in aanvaring geweest, waardoor de verschansing, reling en steunsels aan stuurboord achterschip van de TORSTEIN werden beschadigd. De ALWINA bleef onbeschadigd. Wij vernemen dat de schade slechts zeer gering is en dat de schadevergoeding reeds is geregeld en niet meer dan GBP 20 bedraagt.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Brouwershaven, 25 januari. De aangebrachte inventaris van het Italiaanse schip MARIA, heeft heden bij verkoop te Maassluis NLG 999,05 opgebracht.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

IJmuiden, 27 januari de zeetjalk OOSTZEE, kapt. Tammes, die op de reis van Hadersleben naar Rotterdam hier wegens storm en tegenwind binnen liep, zal de reis binnendoor voortzetten.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Goedereede, 27 januari. Gisteravond is de met brokken van Crunswest naar Londen bestemde Engelse drie-mast schoener RENOWN in het Bokkegat tegen de zandbank Hinder gestrand, vol water gelopen en totaal wrak geslagen. De bemanning, 5 koppen (4 Engelsen en een neger) die zich van gisteravond 9 uur tot hedenochtend 8 uur in de masten had geborgen, werd de blazerschuit GO-7, schipper G. Tanis, Kzn, gered en behouden op het havenhoofd hier geland. De ondergedeelten van de benen van de kapitein en de neger, benevens de handen van de neger waren zo goed als bevroren. De RENOWN, in 1877 van hout te Troon (Schotland, Firth of Clyde), behoorde aan de rederij D. Marrow te Chester en was groot bruto 149, en netto 127 register ton.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart. In zijn gisteravond te Amsterdam gehouden zitting heeft de Raad uitspraak gedaan in de zaak van het Nederlandse stoomschip GROTIUS, van de Stoomvaart Maatschappij Nederland, van Batavia naar Amsterdam, en 2 jan. jl. in het Engelse Kanaal in aanvaring gekomen met de Russische drie-mast schoener ARIUS, komende van Windau.
De Raad nam aan, dat het mistsein op de GROTIUS niet is waargenomen doordat de wind het geluid afbracht. Het ongeval werd daarom door de Raad toegeschreven aan mist en een samenloop van omstandigheden. (opm: in het art. in AH 270110 wordt de schoener ARIAS genoemd - zie ook AH 170110)


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart. Vervolgens (opm: eerste deel zie NRC 140110) zette de Raad het onderzoek voort naar de scheepsramp, overkomen aan het schoenerschip ZUIDERZEE, kapt. Steenstra, op 28 oktober jl. gestrand op de Franse kust.
De voorzitter, mr. Van der Zweep, wees er de kapitein op, dat de vorige keer het onderzoek liep over de vraag of het ongeval te wijten was aan ongeschiktheid. Nu echter zal dat lopen over de vraag of het ongeval was te wijten aan een daad of nalatigheid. Bij bevinding daarvan zou de kapitein een disciplinaire straf kunnen belopen van ten hoogste twee jaar. De kapitein heeft intussen met couranten-uitknipsels aangetoond dat het die 28e oktober boos weer was en voegt aan die gegevens nu nog een afzonderlijk artikeltje over het weer van die datum toe. De in de vorige zitting (19 dezer) ontbrekende getuige wordt nu gehoord, het is de 17-jarige M.L. Rakelboom. Hij was nog maar kort op zee geweest. Jong aan boord, had hij niets te doen dan op order van de schipper. Van het ongeval weet hij weinig te zeggen, dan dat hij naar de kaarten heeft zien kijken. Naar de barometer had hij niet gekeken. Het schip was voor anker gegaan, wijl zwaar weer in aantocht was. Van het kompas heeft hij geen kennis, dus ook niet van het richten van het schip. Wel weet hij dat van de twee kompassen een is weggeslagen. Ook weet hij dat de kok overboord sloeg en verdronk; maar hoe dat zo kwam, weet hij niet. De voorzitter wijst er de schipper op, dat hij theoretisch niet voor deze reis was onderlegd, allerminst met zulk een bemanning. De kapitein antwoordt, dat hij op informatie was gegaan, omtrent de jongens. Door een van de leden gevraagd of hij reddingvesten aan boord had, antwoordt hij: 3 vooruit en 2 boeien.
De jongen, door een van de leden instantelijk gevraagd of de kapitein op het ogenblik van stranding hem zei: „Trek je reddingvest aan", antwoordt van ja. De kapitein op zijn beurt nadrukkelijk gevraagd of hij de jongen dat gezegd had, verklaart van neen. „Dus, jongen, jij liegt !" Als een van de raadsleden de kapitein doet opmerken, dat „Veritas" het schip niet zeewaardig vond, wijl aan de samenstellende delen nogal iets ontbrak, antwoordt de kapitein, dat vakmensen herhaaldelijk het schip stabiel hebben verklaard.
Aangaande het ongeval van de kok verklaart getuige nog dat hij bij de eerste stoot overboord sloeg. Tegen het ogenblik van de stranding kon de stuurman het wiel niet houden. Hij was een betrouwbaar zeeman; maar bij het getuigenverhoor was hij wat zenuwachtig. Tegenover de vorige getuige houdt de schipper vol, dat de schoot stuk was en hij het schip niet kon vóór krijgen. Een van de leden houdt de kapitein, toen hij zich beriep op de huurder die hem seinde binnendoor te gaan, voor dat hij zonder certificaat een reis aanging die hij nooit gemaakt heeft, dus de Nederlandse Wet ontdook en mensenlevens in de waagschaal stelde. U bent kapitein en verantwoordelijk voor uw schip. Een huurder heeft daar niets mee te maken. U bent uitgegaan van Vlissingen, wetende dat men u zou kunnen belasten naar Cherbourg te gaan."
De kapitein verantwoordt zich met te zeggen, dat de kleine schippers niet allen kennis hebben of krijgen van de wet. Hij voer, doch onder Hollandse vlag, voor een bouwondernemer te Hamburg, die het schip gecharterd had. Op advies was hij van Vlissingen naar Oostende gegaan, om dus van een buitenlandse haven uit zee te kiezen naar Cherbourg. Het charter luidde echter van Vlissingen naar Cherbourg.
Een van de andere leden van de Raad trekt zich in het bijzonder het treurige lot van de kok aan en werpt de kapitein harde woorden toe, doelende op slecht zeemanschap. Spreker, zinspelende op zijn ervaring, zegt: „Ik heb het 35 jaar gedaan; maar dat is geen zuivere koffie!" De Raad zal later uitspraak doen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Openbare vrijwillige verkoping van een complete scheepswerf te Krimpen aan de Lek. De notaris A.J. de Mooy te Lekkerkerk zal op woensdag 16 februari 1910, n.m. 4 uur, in het Sociëteitsgebouw te Krimpen aan de Lek in het openbaar veilen en verkopen het aan de N.V. Scheepswerf Rotterdam, gevestigd te Krimpen aan de Lek, behorende recht van erfpacht op een perceel grond en water van de Staat der Nederlanden, gelegen in de Noord van Krimpen onder Krimpen a/d Lek en Krimpen a/d IJssel, groot plm. 4 hectaren 40 aren, met het daarop gebouwde, bestaande uit: Een groot fabrieksgebouw, kantoorgebouw met woonhuis en scheepshelling.
Alles kort geleden gebouwd en uitstekend ingericht voor scheepswerf, door gunstige ligging nabij de rivier de Maas ook geschikt voor andere industriële doeleinden.
De onmiddellijk tevoren provisioneel toegewezen machinerieën en werktuigen, nader in catalogi beschreven en aangeduid, worden met de onroerende goederen gecombineerd in veiling gebracht. Alles te aanvaarden bij de betalingen.
Inlichtingen en intijds catalogi verschaffen de directeuren van die vennootschap de heren P.A. van Halewijn te Krimpen a/d Lek en C. Hoogerwaard, Persoonshaven W.Z. 36 te Rotterdam, mr. Douw van der Krap en Van Wageningen, advocaten te Dordrecht, de makelaar H. van Essen te Amsterdam en de notaris bij wie de stukken ter inzage liggen.
Het terrein is dagelijks te bezichtigen.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Groningen, 26 januari. Gisteravond werd ten overstaan van notaris Van Bommel van Vloten in het café Top alhier, publiek verkocht het tjalkschip ELISABETH. Verkocht voor NLG 3.200.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 26 januari. De heer S. van Zanten, die tot dusver en het laatst als stuurman heeft gevaren op het tjalkschip CORMORAN, kapitein R. Pronk, is door aankoop eigenaar en schipper geworden van het te Zuidhorn bij de scheepsbouwmeester Barkmeijer nieuw gebouwde tjalkschip ALBERDINA, groot 209 m3. Thans ligt het alhier in de haven met een lading haver van Groningen, bestemd naar Newcastle.


28 januari 1910


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Delfzijl, 27 januari. Het Nederlandse stoomschip EMMA is gezonken.
De EMMA voorheen de trawler GEORG, behorende aan de Bremen-Groninger Stoomboot Maatschappij (E. Veening) te Groningen, werd in 1891 te Lübeck gebouwd en was bruto 144 reg. ton groot.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 28 januari. Omtrent het vergaan van het stoomschip EMMA wordt ons nog nader uit Delfzijl geschreven: Het stoomschip EMMA heeft op de reis van Emden naar Bremen in de Noordzee op een onbekend voorwerp gestoten en werd daardoor lek. De kapitein trachtte het schip op het strand te zetten, wat echter mislukte, het is ten noorden van het eiland Juist gezonken in 6 vadem water, zodat het waarschijnlijk als geheel verloren moet worden beschouwd. De bemanning redde zich in de scheepsboot en werd door de bemanning van de aak GOEDE VERWACHTING, schipper Huizenga, te Borkum geland.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Dover, 27 januari. De Russische drie-mast schoener ARIUS, die 2 januari met het Nederlandse stoomschip GROTIUS in aanvaring is geweest, heeft gerepareerd en de reis naar Exmouth voortgezet.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 28 januari. Volgens een uit Bilbao ontvangen telegram is de Nederlandse sleepboot CORNELIE, na aan de grond te hebben gezeten, aldaar aangekomen. De roersteven is gebroken en het roer is beschadigd, bovendien is de schroefas verbogen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 28 januari. Het te Durban aangekomen stoomschip FOLMINA, heeft lekke ketels, 32 steekbouten moeten worden vernieuwd. Inschrijvingen voor reparatie zijn aangevraagd. Het vermoeden bestaat dat de FOLMINA 31 januari, de reis naar Adelaide kan voortzetten.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlissingen, 28 januari. Een Franse schoener zit nabij het fort Nolle aan de grond. Het is vermoedelijk de naar Caen bestemde schoener MARIA LAURA. (opm: zie AH 290110)


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Londen, 26 januari. Het Nederlandse stoomschip TEUTONIA, van Cardiff naar Genua bestemd, is te Falmouth binnengelopen met stormschade. De lading is overgegaan en de achterpiek staat vol water, terwijl van de opvarenden de 2e stuurman en de bootsman zijn verdronken. Reuter seint dat voortdurend schepen met min of meer schade te Falmouth aankomen. Later bericht: Van de TEUTONIA, met kolen beladen, zijn de 2e stuurman en de bootsman overboord geslagen en verdronken; de stuurboordboten zijn verbrijzeld; het stuurgerei is beschadigd; de achterpiek vol water, de proviand vernield, de lading overgegaan; verschillende ventilatoren zijn gebroken en het schip heeft nog andere dekschade en zware bakboord slagzij.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Groningen, 27 januari. Door de sleepboot ENGELINA is met verlies van roer heden binnengebracht te Delfzijl het aakschip GOEDE VERWACHTING, kapt. Huizinga, met rogge van Hamburg naar Leeuwarden. Kapitein Huizinga rapporteert aan boord te hebben gehad de bemanning van een Nederlands stoomschip (opm: EMMA), dat op het eiland Juist is gestrand. (opm: zie ook NRC 280110)


29 januari 1910


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Marine. Memorie van antwoord. Aan de wens om de aanbouw van onderzeeboten te bespoedigen door thans, behalve de 3e onderzeeboot er nog 5 op stapel te doen zetten, kon de Minister niet voldoen, met het oog op het gebrek aan voor de dienst geoefend personeel en de bezwaren van financiële aard.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Maassluis, 28 januari. Van het hedenavond binnengekomen schip AMULET, is ten gevolge van het ruwe weer, de stuurboord boot stukgeslagen en een davit gebroken.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 28 januari. Volgens een nader bericht zullen de reparaties aan het stoomschip FOLMINA 10 dagen duren, en de onkosten bedragen GBP 400.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Nieuwediep, 28 januari. De op Texel gestrande tjalk is de NEERLANDS WELVAREN, schipper Luns. Het schip zit beoosten de haven van Oudeschild tegen de stenen glooiing, en heeft een gat in het achterschip. De bemanning wilde het vaartuig niet verlaten, zodat de sleepboot ATLAS met de reddingboot hier is teruggekeerd. (opm: ook vermeld als NEERLANDS WELVAART)


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Goedereede, 28 januari. Van het Engelse schip RENOWN, is de inventaris uit de masten, als zeilen, touwwerk en dergelijke hedennacht geborgen. Bij eb staat 14 voet water op het dek van het wrak. Alleen de 3 kale masten zijn nog zichtbaar.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlissingen, 28 januari. Men heeft getracht de Franse schoener MARIE LAURE, met een fosfaat bestemd naar Caen, door 2 sleepboten vlot te slepen, doch het is niet gelukt. Hedennacht is de equipage aan land gekomen. Het schip is hoger op het strand geslagen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Texel, 28 januari. Het heden in nood verkerende tjalkschip NEERLAND’S WELVAREN, in ballast van Nieuwediep naar een Friese haven, gevoerd door schipper H. Lamsingh, was door het breken van een ankerketting en het slippen van een 2e anker, tegen de stenen berm van de zeedijk geslagen. Al spoedig was het zo lek gestoten dat het als wrak was te beschouwen. Men tracht inventaris en tuigage te bergen. Het scheepje was laag verzekerd. De beide opvarenden blijven voorlopig nog hier vertoeven.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 29 januari. Uit Esbjerg wordt geseind, dat de Nederlandse kof GESINA ELSJEN, door een Svitzer stoomschip is vlot gebracht en aldaar werd binnengesleept. De GESINA ELSJEN strandde 15 oktober te Blaavand Huk.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Amsterdamsche Droogdok Maatschappij.
In de heden gehouden buitengewone vergadering van aandeelhouders werd de voorgestelde wijziging van de statuten goedgekeurd en de raad van bestuur gemachtigd tot het aangaan van een obligatielening, groot hoogstens NLG 700.000, tot zodanige voorwaarden als bestuurders het meest in het belang van de Maatschappij zullen achten. Deze geldlening moet dienen ter gedeeltelijke betaling voor de aanschaffing van een nieuw dok.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Vlissingen, 28 januari. De Franse schoener MARIE LAURE, van Gent naar Caen bestemd, wegens storm uit zee teruggekeerd, is hedenmiddag bij het fort de Nolle alhier op de glooiing gelopen. Met hoog water heeft men vergeefs getracht het schip af te slepen. Het zit zo dicht onder de wal, dat de equipage, zo nodig, het schip gemakkelijk kan verlaten.
(opm: MARIE LAURE (KFGV) - bouwjaar 1874 / 151 reg.ton)


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Vlissingen, 29 januari. De schoener MARIE LAURE (zie Ochtendblad) is vermoedelijk verloren. Het schip zit vol water en is rondgezwaaid. Men is nog niet begonnen lading te bergen, doch wacht op orders van assuradeuren.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Verkochte schepen. Het Russische ijzeren fregat HARBINGER, 1.390 reg. ton, in 1876 gebouwd, is voor ruim GBP 2.000 aan Nederland verkocht.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 28 januari. 28 Januari. Het ongeval met de GOEDE VERWACHTING, welke hier gisteren door de sleepboot ENGELINA is binnengebracht, gebeurde tijdens dat het schip voor de Ooster Eems ten anker lag en door de opstuwende vloed, dwarszee lag te slingeren. De koning van het roer is onder het hennegat afgebroken, terwijl tevens de vingerlingen afgerukt zijn. In deze positie werd het door de sleepboot ENGELINA aangetroffen en naar hier gesleept, vanaf de Bocht van Watum geassisteerd door de sleepboot NORDERNEY. De lading rogge, bestemd voor Leeuwarden, zal waarschijnlijk hier gelost worden.


30 januari 1910


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 29 januari. Volgens mededeling van de inspecteur van het Loodswezen in het 1e district ligt het wrak van het stoomschip EMMA, waarvan de masten 3 à 5 meter boven water uitsteken, gezonken benoorden het Juister rif, Noord Oost ten Noorden van de lichttoren van Borkum, in 4 à 5 vadem water op ongeveer 53º43’ NB en 06º44’ OL, het wrak is gevaarlijk voor de scheepvaart.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Verkochte schepen. Het te Bremen thuis behorende ijzeren schip GERTRUD is voor afbraak naar Nederland verkocht. (opm: GERTRUD, ex. DUCHESS OF EDINBURGH, geb. 1874 / 1716 reg. ton)


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Advertentie. Uit de hand te koop: Het goed onderhouden ijzeren kofschip, genaamd PIETRONELLA, thans liggende te Groningen, met inventaris, klasse Bureau Veritas + I 33 G. 1. 1., oud 6 jaar, groot 91,18 register ton netto, ladende 180/185 ton d.w. over zee, draagvermogen 214.000 kilo. 62/63 std. hout. Te bevragen bij P. de Vries, scheepsbevrachter en bij G. de Winter, sluismeester, beiden te Groningen.
(opm: zie ook NRC 230210 en AH 150310)


31 januari 1910


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlissingen, 31 januari. Een expertise is over het schip MARIE LAURE gehouden. Schip en lading zijn afgekeurd. Aanbevolen is het schip in de toestand zoals het is, te verkopen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 31 januari. Op reis van Rotterdam naar Cardiff is het stoomschip POELDIJK 24 januari tegen de West Cardiff lichtboei gevaren. Het vuur werd daardoor geblust.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlissingen, 30 januari. De Franse schoener MARIE LAURE, nabij de Nolle gestrand, is vol water geslagen, zodat schip en lading als een totaal verlies zijn te beschouwen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Texel, 29 januari. Nu er wat meer water gekomen is, is de verongelukte tjalk NEERLANDS WELVAART, geheel op zijde gevallen en zit grotendeels onder water. Men is erin geslaagd vooraf alles wat van waarde was, te bergen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Groningen, 20 januari. Het Nederlandse schip JANTJE, kapt. Van de Wal, groot bruto 114 ton, 31 december 1909 van Londen naar Grangemouth vertrokken, is nog niet op de bestemming aangekomen.


01 februari 1910


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 1 februari. Het woonschip, waarmede de sleepboot GERRIT van hier naar Brunsbüttel was vertrokken, is tussen Texel en Borkum verongelukt. De opvarenden heeft men kunnen redden.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 1 februari. Het in 1897 te West Hartlepool gebouwde Nederlandse stoomschip VLUG, groot bruto 1.285 en netto 802 register ton, behorende aan de Stoomboot Reederij Baltic, is aan de N.V. Houtvaart (Vinke & Co.) te Rotterdam verkocht.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Hedenochtend is de Nederlandse sleepboot OOSTZEE te Hoek van Holland binnengekomen met het lijk aan boord van Johannes Hak uit Rotterdam. De sleepboot vertrok de vorige week van Hull naar Cuxhaven met een baggermolen op sleeptouw. Gedurende de hevige storm is de baggermolen omgeslagen met het gevolg dat de twee opvarenden overboord sloegen. Eén hunner verdween onmiddellijk in de diepte, terwijl Johannes Hak na veel moeite kon gered worden, doch door koude en ontbering overleed bij kort daarop. (opm: zie ook NRC 020210 en NRC 130210)


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de scheepswerf ‘De Noord’ te Alblasserdam is te water gelaten het Rijnschip HOLLANDER, metende 800 ton, gebouwd voor rekening van de vennootschap ‘Hollander’ te Rotterdam.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Falmouth, 23 januari. De lading van het Nederlandse stoomschip TEUTONIA is waarschijnlijk onbeschadigd is zal herstuwd worden zonder te lossen. Een duiker zal het roer onderzoeken. (opm: zie ook RN 280110)


02 februari 1910


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 1 februari. Aan boord van het hier liggende stoomschip MAASSTROOM is brand uitgebroken. De lading in het voorruim is beschadigd.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 2 februari. Hedenochtend plm. 6 uur is het naar Kings Lynn uitgaande stoomschip HERMINA in aanvaring geraakt met het schip VROUW ARENDJE. De HERMINA, die boven en op de waterlijn is beschadigd, is in het dok van Wilton’s werf opgenomen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 2 februari. Het Nederlandse stoomschip MARIA, dat bij vertrek van Duinkerken naar Newcastle tegen de pier van eerstgenoemde haven is gevaren, en daardoor aan de steven werd beschadigd, zal te Newcastle repareren.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlieland, 2 februari. In de Westergronden is een met stukgoed geladen Grieks stoomschip gestrand. Sleepboten zijn aanwezig bij de strandingplaats.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlissingen, 2 februari. In het Pas van Terneuzen zit een schoener op de Springer aan de grond. De naam is nog onbekend.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 2 februari. Hedenmorgen is het klipperschip VROUW ARENDJE, schipper W. Van der Vaart, na het verlaten van de Maashaven ter hoogte van de Parkhaven op de rivier alhier in aanvaring gekomen met het uitgaande stoomschip HERMINA. Het klipperschip kreeg een grot gat in het voorschip en is de Leuvehaven in gesleept, terwijl schipper W. van der Vaart door de schok tegen het dek sloeg en aan het hoofd werd verwond. De 11 jarige G. van der Vaart sloeg door de schok overboord en kwam in een langszij liggende roeiboot terecht. De jongen was bewusteloos en is met een hoofdwond naar het ziekenhuis gebracht.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 2 februari. Hier is aangebracht het lijk van de opvarende van de baggermachine G.G. 10, die zoals gemeld, nabij Doggersbank omgeslagen en gezonken is.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Delfzijl, 1 februari. De tjalk CONFIANCE, schipper A. Engelsman, is zondag door de sleepboot ENGELINA met defect roer, gescheurde zeilen en dekschade te Norderney binnengesleept. (opm: zie ook AH 020210)


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 2 februari. Heden vertrok het stoomschip HOLLANDER, gesleept door de sleepboot THAMES, van Plymouth naar Rotterdam.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Delfzijl, 1 februari. De tjalk NOORDSTER, schipper G. Veen, met een lading haver van Bensersiel naar Rochester, is hier gisteren met gebroken giek, binnengebracht.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Goedereede, 1 februari. Het in het Bokkegat tegen de zandbank Hinder gezonken Engelse drie-mast schoenerschip RENOWN, met de lading zal uit de hand verkocht worden.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Delfzijl, 1 februari. De sleepboot VOORUITGANG II, kapt. P. Van Zuilen, van Delfzijl naar Hamburg, ligt met defecte stoomketel op het Oost-Friese wad. De sleepboot ENGELINA van hier is ter assistentie vertrokken.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Draadloze telegrafie. Door de Stoomvaartmaatschappij ‘Nederland’ werd hedenochtend via Scheveningen een draadloos telegram ontvangen van haar stoomschip GROTIUS, afgezonden gisteravond te 10.30 uur, toen het stoomschip zich dwars van Corsica bevond (afstand van Scheveningen ca. 1.200 kilometer), koersende naar Genua, alwaar het hedenvoormiddag is aangekomen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Delfzijl, 1 februari. Het Nederlandse schip CONFIANCE, kapt. A. Engelsman, van Jengum met steen naar Norderney, 28 jan. van hier vertrokken, heeft tijdens een sneeuwstorm zware lekkage bekomen en zeilen verloren. In zinkende staat werd het laatstleden zondag door de sleepboot ENGELINA aangetroffen, die het in de haven van het eiland Norderney wist te brengen. Door pompers wordt thans getracht het zinken te voorkomen.


03 februari 1910


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 2 februari. Volgens mededeling van de inspecteur van het Loodswezen ligt het wrak van de drie-mast schoener RENOWN, waarvan de 3 masten boven water uitsteken, gezonken plus minus Noordwest 1 zeemijl van de rood en zwart horizontaal gestreepte lichtboei (B.G. & S.G.) op 51º51’28” Noord en 59’12” West.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Texel, 2 februari. Heden vertrokken drie tjalken van hier naar het gestrande schip NEERLANDS WELVAREN, dat aan de scheepstimmerman O. De Wijn is verkocht, om te trachten het vaartuig te lichten. (opm: ook vermeld als NEERLANDS WELVAART)


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Londen, 2 februari. De brand aan boord van het stoomschip MAASSTROOM (zie NRC 020210) is ontstaan in enige balen jute. Het vuur was echter geblust voordat ernstige schade was aangericht.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Terschelling, 2 februari. Het gestrande Griekse stoomschip (zie NRC 020210) is het stoomschip IRO, van Alexandria met katoenzaad naar Hamburg bestemd. Het schip zit nog vast. Sleepboten zijn er nog bij.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

New York, 24 januari. Het Nederlandse stoomschip SURINAME, van Paramaribo, rapporteert 11 januari op 58°48' WL gestoten te hebben, ogenschijnlijk op een wrakstuk onder water, waarbij het één schroefblad brak en twee andere beschadigd werden.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Terschelling, 3 februari. Het stoomschip IRO is hedennacht met assistentie van 8 sleepboten vlot gekomen en heeft de reis voortgezet. (opm: zie ook NRC 020210)


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Falmouth, 31 januari. Het meergemelde Rotterdamse stoomschip TEUTONIA behoeft niet te lossen. Men hoopt eind deze week met de reparatie gereed te komen.


Krant:

 VCO - Vlissingsche Courant

De SANTUNUS. Uit Rotterdam wordt gemeld, dat de heren Van Santen & Co., reders aldaar van het stoomschip SANTUNUS, welk schip geladen met ijzererts, in november 1909 in de Golf van Biscaye verging, met de assuradeuren tot overeenstemming zijn gekomen. De reders hebben genoegen genomen met 50 procent van de verzekerde som, welke, voor zover het schip betreft NLG 21.000 bedroeg.
Het vergaan van de SANTUNUS werd in december laatstleden door de Raad voor de Scheepvaart te Amsterdam ernstig onderzocht, waarbij de bemanning van het schip aan een scherp verhoor werd onderworpen, omdat men de oorzaak van het vergaan niet vertrouwde.


04 februari 1910


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Delfzijl, 3 februari. De sleepboot PRINSES JULIANA is gisteren in de haven van Emden, terwijl men bezig was kolen in te nemen, aangevaren door de Duitse passagiersboot PRINS HENDRIK, waardoor berghout en dek ingedrukt werden en meerdere dek schade werd veroorzaakt. De boot is naar Hoogezand vertrokken om daar te worden gerepareerd.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart. De Raad heeft gisteren uitspraak gedaan inzake de scheepsramp, overkomen aan het stalen klipper-aakschip ZUIDERZEE, toebehorende aan P. Steenstra, die tevens schipper was. Het schip, dat op reis was van Vlissingen naar Boulogne, is op 28 oktober bij Fécamp op de Franse kust gestrand, waarbij de 16-jarige kok verdronk. In het vonnis wordt gememoreerd dat de schipper de verplichting om, alvorens uit te zeilen, zich een bewijs van zeewaardigheid voor het vaartuig te verschaffen ontdoken heeft; en dat bewijzen van zeewaardigheid welke vroeger voor het schip uitgereikt zijn, later werden ingetrokken. De Raad constateert voorts dat gebleken is, dat noch schip, noch schipper, noch bemanning berekend waren voor een reis door het gevaarlijke Engelse Kanaal en dat de schipper zich voor deze moeilijke reis niet voldoende theoretisch en praktisch heeft voorbereid. De ramp is te wijten aan de grote roekeloosheid en de nalatige zorgeloosheid van schipper Steenstra, die, behalve zijn schip, ook het leven van de bemanning aan het toeval heeft overgelaten. Dienvolgens ontneemt de Raad aan schipper Steenstra de bevoegdheid om te varen als gezagvoerder of stuurman op een schip als bedoeld in art. 5 van de Schepenwet voor de tijd van 2 jaar. (opm: zie ook NRC 140110 en 270110)


05 februari 1910


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Maassluis, 5 februari. Het aan de grond geraakte stoomschip HOLLANDER, is niet vlot gekomen. De sleepboten hebben tevergeefs getrokken.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Colombo, 4 februari. Bij het naar buiten uitzetten van de bakboordzijde van de vuurkast van de stuurboord ketel van het stoomschip KONING WILLEM II, is een plaat gekraakt. Door de expert werd aanbevolen het beschadigde gedeelte weg te hakken en op het ontstane gat een lap van gehamerde ketelplaat te leggen. De reparaties zullen 9 februari gereed zijn.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 5 februari. Naar wij vernemen, zal de eerste van de drie nieuwe mailboten van de Maatschappij ‘Zeeland’, het stoomschip PRINSES JULIANA, op zaterdag 2 april in de vaart komen. De mailboten ORANJE NASSAU en MECKLENBURG zullen respectievelijk 9 en 16 april in de geregelde dienst worden opgenomen, terwijl dan ook de tegenwoordige nachtboten, de PRINS HENDRIK, KONINGIN WILHELMINA, en KONINGIN REGENTES, geleidelijk in de dagdienst zullen overgaan.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Carolinensiel, 4 februari. Nederlandse experts hebben op het Minsener Oldoog gestrande schip CONCURRENT onderzocht. Het schip dat op zijn bakboordzijde ligt, schijnt in het achterschip lek te zijn. Bij het passeren van de Roter Sand vuurtoren had het reeds de fokkenmast verloren. De lading van dit van Hamburg naar Oldenburg bestemde vaartuig bestaat uit 1.126 balen tarwe en 50 balen roggemeel, benevens 50 balen gepelde gerst.
Roter Sand vuurtoren


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Op de werf van de firma H. Appello & Zoon te Zwartsluis zijn de kielen gelegd voor een klipperschip voor de heer R.J. Fransen te Amsterdam en voor een sleepboot voor de heer J. Roskam te Zwolle.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 3 februari. Met bestemming naar Terschelling vertrok van hier de sleepboot ATHLEET, kapt. Weltevreden. De boot is n.l. met twee andere dergelijke vaartuigen de BEVERWIJK 12 en de ADMIRAAL DE RUITER door de Board of Trade te Londen gehuurd, om als concurrent op te treden van de bergingsmaatschappij Zurmühlen te Amsterdam, welke eveneens te Terschelling een station van haar sleepboten heeft. Voor dagelijks te maken kosten wordt aan genoemde boten enige vergoeding toegestaan, terwijl bij eventuele hulp, het hulp- en bergloon door de Board of Trade geregeld wordt, zonder dat men hieromtrent in verzet kan komen. Door de Board of Trade, welke alle scheepszaken in Engeland regelt, worden deze maatregelen getroffen als gevolg van de hoge eisen welke de firma Zurmühlen steeds bij plaats hebbende scheepsongevallen stelde.


06 februari 1910


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Delfzijl, 5 februari. De sleepboot VOORUITGANG II, die op de weg van hier naar Hamburg bij Langeroog een defect aan de stoomketel kreeg, is hier gisteren door de sleepboot ENGELINA binnengebracht.


07 februari 1910


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 7 februari. Uit Delfzijl wordt gemeld dat het schip CONCURRENT vlot en te Wilhelmshaven is binnengebracht. (opm: door de sleepboot NORDERNEY)


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 7 februari. Het op de Tyne liggende Engelse stoomschip WILLIAM ADAMSON, van de rederij Jas. Westoll te Sunderland, in 1884 daar gebouwd, groot bruto 1.986 en netto 1.251 register ton, is behoudens onderzoek, aan F. Rijsdijk’s Scheepssloperij te Hendrik Ido Ambacht verkocht. (opm: volgens L.R. 1910/11 was de eigenaar A. Merveille uit Frankrijk)


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Stavoren, 5 februari. De stoomboot LEEUWARDEN V van de Stoomboot Mij. St. Martin te Rotterdam, zit zeer gevaarlijk op Vrouwenzand. Stukgoederen worden geborgen, lege vaten enz. zijn overboord gegooid. De bemanning is nog aan boord. Vrouw en kind van de kapitein zijn aan wal. Een vissersschuit is bij de boot gebleven. Andere schuiten gaan er zodra mogelijk heen om verder te lossen. Zaterdagavond meldde men ons nader uit Stavoren. De vissersschuit heeft de kapitein en verdere bemanning van de LEEUWARDEN V aan de wal gebracht. De boot is dus verlaten. Zeeën slaan over boord. Van de overboord geworpen lege petroleumvaten zijn hier reeds een 40 aangedreven en geborgen. Zodra mogelijk wil men weer naar de boot om zo mogelijk nog meer te bergen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Maassluis, 7 februari. Het stoomschip HOLLANDER is zaterdagnacht door de sleepboot MAAS, na eerst ongeveer 45 ton ballast (stenen) in een lichter te hebben gelost, vlot gekomen, doch kwam daarna in aanvaring met de dukdalf Nº 7 wit, waardoor laatstgenoemde werd beschadigd en het licht werd gedoofd. Het stoomschip is gistermiddag, nadat de mist was opgetrokken, opgesleept naar Rotterdam.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Colombo, 5 februari. De verdere onkosten aan het stoomschip KONING WILLEM II worden geraamd op GBP 190, dit met het schadebedrag van de andere reparatie maakt een totaal van GBP 690.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Texel, 5 februari. Het tjalkschip NEERLANDS WELVAART dat na gelicht te zijn hier op de scheepshelling werd geplaatst, is afgekeurd. Het zal gesloopt worden.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Delfzijl, 5 februari. De tjalk CONFIANCE is gisteren door de sleepboot ENGELINA van Norderney hier binnengebracht en zal hier worden gerepareerd


08 februari 1910


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Nadat het grootste gedeelte van de lading van de op het Vrouwenzand geraakte stoomboot LEEUWARDEN V geborgen was, zijn de Stavorense vissers erin geslaagd de boot weer vlot te krijgen. Doch voordat men de reis naar de haven van Stavoren kon ondernemen, is de boot andermaal, en nu hoger dan te voren, op het strand geslagen. Men heeft echter hoop ze ook van die plaats te kunnen afbrengen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 7 februari. Volgens telegram van de kapitein van het gisterochtend van Calcutta te Boston aangekomen schip BARENDRECHT, had dit stoomschip de equipage aan boord van de Duitse brik H.C DREYER, welk schip op de reis van Rio Grande naar de Mersey in zinkende staat verlaten was.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Men meldt ons uit Stavoren de 7e dezer: De stoomboot LEEUWARDEN V is, nadat het grootste gedeelte van de lading was geborgen door de vissers hier weer vlot gemaakt en door de hulp van de sleepboot JO, van Amsterdam, in de haven hier gebracht. Daar de boot lek is, zullen ook de zich er nog in bevindende goederen bij de geborgen goederen worden opgeslagen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Aan de ‘Werf ’t Kromhout’, firma D. Goedkoop Jr., werd gisteren met goed gevolg te water gelaten een stalen motorsleepboot, lang 13,50, breed 3,10 en hol 1,80 meter, voorzien van een 80 pk Kromhout verbrandingsmotor. Het vaartuig zal als demonstratieboot gebruikt worden.


09 februari 1910


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 9 februari. Wij vernemen dat het stoomschip SOPHIE H, voor de Stoomvaart Maatschappij ‘Sophie H’, te Vlissingen in aanbouw, 12 maart te water zal worden gelaten.

NRC 100210
Londen, 9 februari. Volgens telegram van Boston heeft het Nederlandse stoomschip BARENDRECHT door aanvaring geringe schade aan het achterschip opgelopen.
(opm: In aanvaring met het Britse stoomschip LOWTHER CASTLE).


10 februari 1910


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Genua, 7 februari. Terwijl het stoomschip REMBRANDT op 5 februari door 2 sleepboten werd gesleept, knapten de trossen, en daardoor liep het stoomschip tegen het Parodi landhoofd liggende stoomschip BUENOS AYRES en geraakte verder met 3 lichters in aanvaring. Twee van die lichters, geladen met aardappelschaafsel (pulp) en rijst,
zonken, terwijl de derde geladen met hout, vol water liep. Buiten en behalve dit werd het metselwerk van het laadhoofd beschadigd. De REMBRANDT, die slechts lichte averij had opgelopen, zette de reis naar Amsterdam voort.


Krant:

 MCO - Middelburgsche Courant

Het stoomschip SOPHIE H, op de Koninklijke Maatschappij ‘De Schelde’ in aanbouw voor rekening van de heer N. Haas te Rotterdam, zal op zaterdag 12 maart a.s. te water gelaten worden. De laatste beletselen zullen worden weggenomen door mevrouw Haas, echtgenote van de reder. (opm: bouwnummer 132 van ‘’De Schelde’’)


11 februari 1910


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de scheepswerf ‘Vooruit’ te Enkhuizen is gisteren van stapel gelopen de nieuw gebouwde ijzeren sleepkaan JOHAN, gebouwd voor de heer D. van Duinen te Renkum, groot 690 ton. Tegelijk werd de kiel gelegd voor een dergelijk vaartuig, voor rekening van de heer A.C. Paans te Capelle (N.B.)


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Bergloon. Het Admiraliteitshof heeft het bergloon van het stoomschip SALATIS, dat in december jl. bij Dungeness was gestrand en door 14 sleepboten werd vlot gebracht, bepaald op GBP 15.832, waarvan de sleepboten ZWARTE ZEE, NOORDZEE en ZUIDERZEE GBP 3.000, aan de sleepboot SIMSON en de lichter OSTSEE ZEITUNG een bedrag van GBP 1.380 werd toegewezen.
Voorts werd door het Admiraliteitshof behandeld de stranding van het stoomschip GLENESK. Bij het vlot brengen werd assistentie verleend door de Nederlandse sleepboot MAAS, de sleepboten HECTOR en AJAX van Southampton en de sleepboot TRITON van Falmouth en de kustboot QUEEN.
Het hof schatte de geborgen waarde op GBP 92.000 en bepaalde het bergloon voor de sleepboot MAAS op GBP 700. Wat de andere boten werd toegekend is nog niet bekend.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

De Algemeene Groninger Scheepshypotheekbank. De algemene vergadering van de Algemeene Groninger Scheepshypotheekbank keurde de balans en de winst- en verliesrekening goed en bepaalde derhalve het dividend op 9%. De aftredende commissarissen, de heren P. Dochout Mees, mr. J.A. Stoop en J.F.A.M. van Waesberghe werden herkozen. Het voorstel tot uitbreiding van het maatschappelijk kapitaal kon niet in behandeling genomen worden, omdat het bij de statuten bepaalde vereiste kapitaal niet vertegenwoordigd was. De vergadering is van rechtswege 14 dagen verdaagd.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 10 februari. Het schip, CONFIANCE, kapt. Engelsman, voor enige dagen door de sleepboot ENGELINA binnengebracht, waarvan we destijds melding maakten, is op de scheepswerf van de Gebr. Niestern gehaald. Bij onderzoek gebleken, dat de bodem van het schip ingedrukt en erg beschadigd is, zodat deze geheel opnieuw moet worden geklonken. De reparatiekosten van het vaartuig, hetwelk te Amsterdam op beurspolis is verzekerd, worden op ongeveer NLG 650 geschat.


12 februari 1910


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart.
In zijn gisteravond te Amsterdam gehouden zitting behandelde de Raad de zaak van het ongeval, overkomen aan het stoomschip EMMA.
Het eerst werd gehoord de machinist Fr. Wieringa. De voorzitter, mr. Hennz, begint met hem er op te wijzen, dat zijn verklaringen voor de Scheepvaart Inspectie niet overeenkomen met die van de andere getuigen. Getuige verklaart, diploma te hebben voor een stoomvissersvaartuig. 23 januari 's avonds werd vertrokken van Delfzijl met bestemming naar Bremerhaven. Te Emden werd geankerd. Te 41/2 uur vertrok men vandaar met dikke mist; maar een half uur later moest men weer voor anker gaan. De volgende dag vertrok men te 2 uur door het gat van de Wester Eems naar Borkum. De zee was kalm. Tot 61/2 uur 's avonds was getuige met de stoker in de machinekamer. Daarna nam hij op dek de wacht over. Te 71/2 uur hoorde en voelde hij een stoot, ging naar boven en vond daar de stoker op een bank. Deze zei hem: Het is net of ik een stoot hoor, maar ik weet het niet! Terug in de hut nam hij een pruimpje en ging naar beneden kijken. Daar zag hij dat onder de vuurplaat water inkwam. Hij ging toen naar de brug, vond daar een matroos en de stuurman. Ook zij hadden wat gehoord. Daarop ging getuige naar de kapitein, die op de vraag of hij wat gevoeld of gehoord had, antwoordde van ja. Getuige ging naar de machinekamer en zette de pompen bij. De kapitein bleef in zijn hut.
Tussen die verklaringen door kreeg getuige herhaaldelijk van de voorzitter te verstaan, dat zij niet klopten op hetgeen hij voor de Scheepvaart Inspectie had verklaard.
Getuige verklaarde dan verder, dat hij met de stoker naar de machinekamer ging en de binnenboord-injectie bijzette; de lenspomp en donkey stonden erbij. Hij ging pompen, maar het water rees zodanig, dat de machine bleef staan. Hij zag de tunnel een kwart vol water. De pompen werkten goed, een paar uur lang. Het water rees over de plaat, tot in de vuurpitten. Getuige heeft het schip niet lens kunnen houden. Te 3 uur 's morgens zonk het. De bemanning redde zich in de boot en werd door de GOEDE VERWACHTING opgepikt.
Vervolgens wordt gehoord de stoker Arn. Braamhorst. Hij wankelt in de verklaring omtrent het uur waarop hij de machinist waarschuwde dat hij iets gehoord had. Juist in de dommel, was hij met schrik wakker geworden. Een half uur later zei de machinist hem, dat de bilge vol water stond. Getuige zag het water slingeren over de vuurplaat. De pompen werkten reeds. Getuige zag de machinist bezig met het openzetten van de binnen circulatie en het afsluiten van de buitenboord-injectie.
De voorzitter houdt getuige zijn vroeger gedane mededeling voor, dat hij de heer Vening had horen zeggen: Er zal wel spoedig een nieuwe boot bij komen, maar niet voor over zee, wel over de Wadden, dan heb ik geen gediplomeerde mannen nodig!
Daarna wordt gehoord de kapitein J.T. Bogeholt. Hij verklaart, dat het schip de Nederlandse vlag voerde en zeebrieven aan boord had. Getuige had diploma voor de grote zeilvaart, maar had dispensatie om op de EMMA te varen. Het schip, bestemd om te varen tussen Groningen en Bremen, had 41.000 kg aardappelen en 7.500 kg uien aan boord. Het was geen voordelig schip in kolengebruik; het kon geen stoom houden als met volle kracht gestoomd werd. Getuige zegt, dat het 9 uur was toen hij de trilling voelde (dat uur verschilt veel van de tijd door de vorige getuigen genoemd). Toen hij ging kijken, stond het water al tegen de platen. Gestoomd werd west, daarna zuidwest en zeilen bijgezet. Af en toe werd gelood. Toen de machine ging stilstaan, werd zelfs nog met putsen gewerkt. Getuige zag niet in dat het schip zou zinken. Op het laatst was echter zelfs geen tijd om het journaal te redden.
De voorzitter maakt de kapitein er een verwijt van, dat hij, in weerwil van alles, nog naar de Eems opstuurde, in plaats van op het strand toe. Ook wijst de voorzitter op het in het oog lopend tijdverschil. Anderen hadden gesproken van 71/2 à 8 uur; getuige spreekt nu van 9 uur toen hij de trilling voelde, blijkbaar ten einde de tijd zo laat mogelijk te maken, om goed te maken wat men had verzaakt, door te lang op zee te blijven, in plaats van het schip op het strand te zetten.
Volgende getuige is de stuurman D.H. Bogeholt, broer van de kapitein. Hij verklaart dat het 8.30 was, toen een kleine schudding werd gevoeld, alsof er iets zwaars in de machinekamer of op dek gevallen was. De machinist kwam hem zeggen, dat het schip water maakte. Toen ging getuige de kapitein waarschuwen. Deze had blijkbaar al iets bemerkt. Getuige ging in de machinekamer de plaatjes vastzetten; het water was daar al op. Maar er was intussen wel een kwartiertje verlopen. De kapitein was toen op de brug. De pompen werden aan het werk gezet en door het luik op het achterdek water geschept.
Gehoord wordt ook nog de matroos en kok J. Wilkens. Tegen 8 uur kwam de machinist op de brug vertellen van een stoot die hij gevoeld had en dat het schip water maakte. Ook getuige had iets gevoeld alsof het schip met de kop op de zee plonsde. Getuige zag dat de stuurman naar de kapiteinshut ging. Een tien minuten daarna kwam de kapitein en werd order gegeven west te sturen. De kapitein ging aan het roer en de stuurman en getuige gingen zeilen bijzetten. Kort daarop stond de machine stil en werd de boot uit de davits gezet en van proviand voorzien.
Tenslotte werd als getuige gehoord de heer Eitel Veening, boekhouder van de rederij, die verklaarde, dat het schip in 1908 gekocht is voor 30.000 mark. Daarna is er voor NLG 5.000 aan vertimmerd. De Scheepvaartinspectie was aan boord geweest. Het schip was aanvankelijk voor NLG 20.000 verzekerd, hetgeen nader verhoogd werd tot NLG 25.000. Op order van de expert werden de nodige verbeteringen in het schip gemaakt met uitzondering echter van de sluisjes. Enkele reparaties zouden nog geschieden na deze laatste reis, waartoe volgens getuige de expert toestemming had gegeven.
De voorzitter wees getuige op een schrijven van de inspecteur, die in november 1908 als expert hetzelfde schip in handen heeft gehad, toen er bij het eiland Juist ongeveer terzelfder hoogte waar het nu gezonken is, wel een meter water ingekomen was en het door een sleepboot werd binnengebracht.
De inspecteur was toen van mening, dat het water er kwaadwillig ingebracht was. Getuige zegt, dat er na deze reis nog enkele kleine herstellingen zouden geschied zijn, misschien voor NLG 200. Maar het wachten was toch op een nieuwe kapitein, wijl het schip voor een nieuwe route bestemd werd.
Een van de leden voegt getuige toe, dat hij blijkbaar weinig kennis heeft van de behoeften van een schip, als hij op de voorgrond stelt deze NLG 200. De vraag is, wat voor dat bedrag zelfs voor veel geringer had kunnen worden gedaan om terstond in het nodige te voorzien.
Gevraagd of het schip voor de rederij niet een onvoordelig schip was, een vraag, die doelde op verklaringen van anderen omtrent het vele kolenverbruik, antwoordt getuige van neen. Het was geenszins onvoordelig, in aanmerking genomen het handelsverkeer, waaruit de grote winst gemaakt werd. De Raad zal later uitspraak doen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlissingen,12 februari. Door het Loodsenbestuur alhier is een onderzoek ingesteld naar de toestand van de nabij de Pas van Terneuzen gestrande Engelse schoener FORTUNE. Uit het onderzoek is gebleken dat het schip gebroken en als geheel verloren te beschouwen is.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 12 februari. Er wordt ons gemeld dat de Franse schoener MARIE LAURE, met inventaris en deszelfs inhebbende lading in publieke veiling is verkocht voor NLG 943,50.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlissingen, 12 februari. Het wrak van het op de Nolleplaat onder Vlissingen gestrande Franse schoenerschip MARIE LAURE, heeft met de lading bestaande uit 2.500 balen fosfaat NLG 410 opgebracht.


13 februari 1910


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart. In zijn hedenavond te Amsterdam gehouden zitting behandelde de Raad het ongeval op 31 januari jl. overkomen aan de baggermolen G.G. 10, chef runner Joh. Hak, gesleept door de OOSTZEE, kapt. J.H. van der Hoeven. Het ongeval had plaats op 53°39’ N.B. en 03°08’ O.L., 100 mijl van de Waterweg.
Op 30 januari was de baggermolen gesleept uit het Queensdok van Hull met bestemming naar Wilhelmshaven. Men sleepte de Humber af. Alles ging naar wens. Wind NW, frisse koelte, 's Avonds wind ZZW, buiig. 's Nachts wind WZW, moeilijke zee, 4½ mijlen vaart; barometer 763 mm. In de morgen van de 31e zag men van de OOSTZEE dat de baggermolen slagzij had over bakboord. De beide runners J. Hak en B. van Tienen kwamen aan dek. Van de OOSTZEE werden lijnen uitgeworpen om hen te redden, maar vergeefs. Hak werd later uit het water gehaald, maar het gelukte niet de levensgeesten op te wekken. Naar Van Tienen werd vergeefs gezocht. Te 10.30 werd koers gezet naar de Nieuwe Waterweg; te 13.30 was men daar voor. Vandaar werd naar Maassluis gestoomd. Het ongeval werd aan de omstandigheid toegeschreven, dat een poort was ingeslagen.
De genoemde kapitein van de OOSTZEE, als getuige gehoord, verklaarde dat hij dienstdiploma heeft als gezagvoerder op de sleepdienst. De molen behoort aan de firma Fop Smit te Rotterdam en heeft zeebrief. Het schip was 7 jaar oud en voer onder Duitse vlag voor Gebr. Goedhart. Met betrekking tot dit ongeval verklaart getuige, dat te voren seinen als gewoonlijk werden gegeven met korte en lange stoten, de molen die voorzien was van de seinvuren en heklicht, seinde witte lantaren (alles in orde). Te 4.30 ging getuige naar kooi. Te 6.30 werd hij geroepen. De molen had slagzij over bakboord, doch het scheen aanvankelijk niet zo ernstig. Van de OOSTZEE werd geseind met de fluit, doch zij kreeg geen antwoord. Getuige zag toen geen runners. De toestand niet vertrouwende, stoomde de OOSTZEE om. De tros moest worden gekapt, ten einde de mannen van boord te halen. Bij de tweede maal fluiten kwamen zij aan dek; blijkbaar uit het logies. Zij liepen naar de tros. Maar de molen had intussen al veel meer slagzij gekregen en kantelde, op ongeveer 60 meter afstand. Er was geen gelegenheid om de sloep te strijken, wijl de zee erg onstuimig was. Twee uur lang dreef de molen onderste boven, Hak werd met een haak opgehaald, maar het mocht niet gelukken hem in het leven terug te roepen, hoewel hij niet meer dan 7 minuten in het water kan hebben gelegen. Getuige had de indruk dat de runners in het logies moeten hebben geslapen; want wijl er vier gordels aan boord waren, hadden zij zich best kunnen redden.
De volgende getuige, de stuurman W.P. van Dijk, in het bezit van Staatsdiploma, bevestigt in hoofdzaak die verklaringen en voegt er aan toe, dat hij te 4 uur op de wacht was gekomen. Voor die tijd tot 12 uur was hem gebleken dat op den molen alles in orde was. Menging voor de zee, maar het weer was toch niet ruw; de zee sloeg toen nog niet over de molen. Later, toen het buiiger werd, zag getuige wel, dat de molen slingerde. Te 6.30 merkte hij op dat zij slagzij had en waarschuwde hij de kapitein. Omtrent de seinen en de latere pogingen tot redding stemmen getuige’s verklaringen met die van de kapitein overeen. Aangaande de molen zegt hij verder, dat deze wel een sloep aan boord had, maar deze zat zo stijf dat de twee runners haar toen niet vrij hadden kunnen krijgen. Getuige wijt het ongeval aan de omstandigheid dat niet uitgekeken werd. Was men op post geweest, dan had alles kunnen worden verhoed, door van de waarloze poort gebruik te maken.
Ten slotte werd gehoord P. v.d. Hoeven, matroos op de OOSTZEE. Zijn verklaringen leverden geen nieuwe bijzonderheden op. De Raad zal later uitspraak doen.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 12 februari. Trots de maatregelen, welke eertijds door de Duitse scheepsbouwers werden genomen met het doel om de concurrentie van hun Nederlandse vakgenoten te weren, is nog altijd de uitvoer van nieuwe schepen van hier naar Duitsland aanzienlijk. Dit mag blijken uit het feit, dat gedurende het jaar 1909 niet minder dan 58 nieuwe schepen van Nederlandse werven naar onze Duitse naburen langs de uiterste wacht alhier werden uitgevoerd.


14 februari 1910


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 12 februari. Uit New York wordt geseind, dat de schade aan het stoomschip BARENDRECHT niet groot is. Twee platen worden vernieuwd en een moet er losgemaakt en gestrekt worden. Buiten dit moet er een bolder vernieuwd worden en reling steunsels gerepareerd worden.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Maassluis, 14 februari. Het uitgaande Noorse stoomschip HERO is zaterdagnacht uit het roer gelopen en daardoor in aanvaring gekomen met de ten anker liggende schoener DEMOCRAAT, die met verlies van boegspriet en kluiverboom door de sleepboot IRIS in de haven van Maassluis is gesleept. Het stoomschip HERO liep aan de grond doch is met wassend water vlot gekomen, en heeft de reis voortgezet. Van laatstgenoemde werd de bakboordverschansing ingedrukt, terwijl de schoener DEMOCRAAT een anker verloor.


Krant:

  DS - Dagblad Scheepvaart

Singapore, 20 januari. Bij het Nederlandse stoomschip CONSTANTIJN, dat alhier ongeveer twee jaar opgelegd is, werd veertien dagen geleden ontdekt, dat het schip lek was. Het is op de slip gehaald en na het schoonmaken werd ontdekt, dat een aantal bodemplaten volledig was doorgeroest.


15 februari 1910


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Wilhelmshaven, 13 februari. Ongeveer 150 meter ten Noorden van het wrak van het bij het Juisterrif gezonken Nederlandse stoomschip EMMA is een wrakton gelegd. Het wrak ligt op ongeveer 53º43’ N en 06º46’ O. Bij laag water steken de masten 3 meter boven water uit en er staat op het wrak 9 meter en daarbij 11 meter water.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart. In zijn gisteravond te Amsterdam gehouden zitting heeft de Raad onderzocht het ongeval op 10 november jl. overkomen aan het stoomschip ORANJE van de Stoomvaart Maatschappij ‘Nederland’, kapt. J. Versteeg, door aanvaring nabij de ingang van de haven van Genua met het Italiaanse stoomschip SICILIA. De ORANJE was 30 oktober van Amsterdam vertrokken met bestemming naar Batavia. Kapitein Versteeg, het eerst als getuige gehoord, bevestigt de scheepsverklaring. Verklaart verder, dat hij 10 nov. 's morgens te 4 uur op de brug stond, toen hij een stoomschip zag naderen met twee toplichten, op een afstand van plm. 8 mijlen. Blijkbaar had de SICILIA zijn vaart verminderd, zakte van 4 tot 2½ streek. Daarom seinde getuige, dat hem de weg moest vrijgelaten worden. Doch hij zag later dat het schip full speed doorging en toen was de aanvaring onvermijdelijk. Eerst gestopt, toen achteruit gedraaid, maar tevergeefs. Het andere schip had alles kunnen doen om een aanvaring te voorkomen. Dat het begonnen was de vaart te verminderen, maakte getuige in de war. Een van de leden maakt de opmerking, dat waar getuige het andere schip aan stuurboordzij had, hij had kunnen stoppen en drie stoten op de fluit geven. Maar qetuige zegt, geen dadelijk gevaar te hebben ingezien. Had de SICILIA, die twee stoten gaf, een weinig stuurboord gehouden, dan was niets gebeurd. Ze moet dat niet gedaan hebben, zegt getuige, om de aanvaring zo groot mogelijk te maken. Wij lagen nagenoeg stil. De SICILIA had geen loods aan boord.
Van de ORANJE werd de voorsteven ingedeukt. Volgende getuige, J.W. Kemp, 2e officier, zegt dat hij tegen 4 uur op de brug gekomen was. Niets was in zicht. Te 4.56 kwam het vuur van Genua in zicht. Te 5 uur een stoomschip. Bij zich zelf maakte getuige op dat zijn schip achterom moest gaan. Te 5.30 na koersverandering zakte het andere schip. Aan aanvaring werd niet gedacht, daar het nog te ver af was. Koers was N 41° O. Na de twee stoten van de SICILIA werden dezerzijds twee gegeven en kwam de SICILIA hard opzetten. Van de ORANJE bleven koers en peil dezelfde. Getuige is er zeker van dat het andere schip twee stoten gaf, als teken dat het bakboord uitging. Het was getuige en de kapitein onbegrijpelijk. Op een vraag van een van de leden verklaart de kapitein nog, dat, voor zover hem bekend, geen bepaling bestaat van voorkeur van schepen om de haven binnen te komen, b.v. schepen uit het oosten vroeger dan die uit het westen komende.
Hierna wordt gehoord de stuurmansleerling J. v.d. Garde. Hij was ongeveer 4 uur op de brug gekomen, zag de twee toplichten van het andere schip. Hij herinnert zich dat na de koersverandering de streek zakte van 4 tot 2½. Dezerzijds werden twee stoten gegeven, door het andere schip met twee beantwoord. Tijdens de aanvaring lag de ORANJE stil of had nagenoeg geen vaart. Gehoord werden ook nog de matroos Klaas Hoeven, de kwartiermeester T.F. Olsen en J. Douwes, machinist. Ook volgens hen Iag de ORANJE nagenoeg stil en bestond het eerste sein voor de SICILIA uit twee stoten. Het onderzoek werd hierna gesloten. De Raad zal later uitspraak doen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Delfzijl, 13 februari. Het schip DE ALFA, schipper Beck, van Wilhelmshaven naar Deventer, alhier binnen heeft verlies van zwaard en schade aan verschansing en tuig.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 14 februari. Door de sleepboot NORDERNEY is zaterdag hier binnengebracht het te Wildervank thuis behorende en onlangs bij Horummerziel gestrande ijzeren tjalkschip CONCURRENT, kapt. H. Scholten, met ingedrukte bodem en ontzette kimmen en met verlies van roer en een van de zwaarden. Het schip is zwaar lek. Tot nu toe is het drijvende gehouden door de stoompomp van de NORDERNEY, doch is thans op het zogenaamde Kostverloren op het droge gezet.


17 februari 1910


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

De nieuwe schutsluis in het Kanaal Gent – Terneuzen.
De nieuwe schutsluis in het kanaal van Gent naar Terneuzen te Terneuzen, is thans definitief voor de scheepvaart in gebruik gesteld. De maximum afmetingen voor het bevaren van de nieuwe sluis en het hoofdkanaal tot Sluiskil zijn: Lengte 140 meter, breedte 17 meter, diepgang 8 meter. Vanaf Sluiskil tot de Belgische grens, lengte 120 meter, breedte 14,60 meter, diepgang 6,50 meter.
De nieuwe Middensluis in Terneuzen. (coll. E.A. Kruidhof)


Krant:

 MCO - Middelburgsche Courant

Het stoomschip PRINS WILLEM II van de Koninklijke West Indische Maildienst, dat 21 januari uit Amsterdam vertrok, moest ongeveer 8 februari in Paramaribo aankomen, maar is daar nog niet.
Het laatste bericht dateert van 23 januari van Ouessant, ’s middags half 12. Het lange uitblijven echter behoeft volgens de directie van de Maildienst geen aanleiding om directe ongerustheid te geven. Er zijn gelijke gevallen van vertraging bekend, vaak veroorzaakt door kleine ongevallen aan de machine. De route van de schepen van de Maildienst is Amsterdam - langs Ouessant - langs (ten zuiden van) de Azoren - Paramaribo. Het traject Amsterdam – Paramaribo wordt gewoonlijk in 18 dagen afgelegd.
Het is een weinig bevaren route, waarop de kans om spoedig een ander schip te ontmoeten niet groot is. Intussen kan de PRINS WILLEM II het drijvend, b.v. met een mankement aan de machine, zeer lang uithouden. Proviand is er voor vijf maanden aan boord en als de kolen toch niet voor de voortbeweging gebruikt kunnen worden, kan men er tot in het oneindige water mee distilleren. Zo kan men dus, zonder gebrek, maanden lang ronddrijven en misschien met behulp van zeilen een haven bereiken.


Krant:

 MCO - Middelburgsche Courant

Te Antwerpen maakt men zich zeer ongerust over het aldaar thuis behorende stoomschip BULGARIE, gezagvoerder Piette, van de firma Deppe. Dat vaartuig, hetwelk daar al 5 dagen geleden moest binnen zijn, is het laatst gezien de 5e februari nabij de Portugese kust. Sedert dien heeft het niets meer van zich doen horen. Het is mogelijk, dat het met ontredderde machine op de oceaan ronddrijft of dat het door storm opgehouden wordt in de Golf van Biscaye. De boot is op weg van Hustenje naar Antwerpen met een lading graan.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Groningen, 16 februari. Dezen zomer zal de passagiers-stoombootdienst van de firma E. Wagenborg te Delfzijl een zeer belangrijke uitbreiding krijgen.
Niet alleen zal de firma haar dienst op Emden, die tot nu toe 's winters twee maal en 's zomers drie maal per dag wordt uitgevoerd, vollediger maken en dus deze zomer meermalen per week vier maal per dag heen en weer varen, maar bovendien gaat zij in samenwerking met de Emdener Ems-Gesellschaft een geregelde dienst op Borkum exploiteren, zodat er deze zomer ‘s zondags en op twee nader te bepalen dagen in de week gelegenheid zal zijn met deze onderneming van Delfzijl heen en weer te komen naar Borkum.
Bovendien zal de firma doordat zij thans over meer materiaal beschikt in staat zijn voor geringe prijs plezierreizen vanuit Delfzijl te organiseren.


18 februari 1910


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart. In zijn gisteravond te Amsterdam gehouden zitting heeft de Raad uitspraak gedaan in zake het ongeval, 23 januari jl. overkomen aan het stoomschip EMMA, op de reis van Delfzijl naar Bremerhaven. Het schip zonk; de bemanning werd door de GOEDE VERWACHTING opgenomen. Uit het verslag van de behandeling van de zaak zij herinnerd, dat omtrent de tijd waarop een stoot gehoord of gevoeld werd, nogal verschillende verklaringen liepen. Het gaf daarom te denken of men al dan niet gebruik gemaakt had van de tijd om het ongeval te verhoeden.
De Raad deed in zijn uitspraak niet zozeer een verwijt aan de kapitein; deze toch had geen diploma voor de stoomvaart. Maar wel aan de machinist. Deze toch zag al dat het schip water maakte en dat het water over de vuurplaten liep. In het waarnemen van zijn plicht is hij dus tekort geschoten met de kapitein niet intijds te waarschuwen. Niet valt met zekerheid uit te maken, waardoor het ongeval is ontstaan; men weet alleen dat het water in de machinekamer drong. Herinnerd werd nog, dat het schip in november 1908 op ongeveer dezelfde hoogte ook aangetroffen was met een ongeval, en dat toen ook water in de machinekamer was gedrongen, maar dat het schip toen geen lek maakte.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Nieuwe Rijnvaart Maatschappij.
Op 12 dezer werd van de werf van de scheepsbouwmeesters Boele & Pot te Bolnes te water gelaten het voor de Nieuwe Rijnvaart Maatschappij te Amsterdam nieuw gebouwde schip STOMPWIJK, groot ca. 800 ton. Dit is het 14e stoomschip van de N.R.M.


19 februari 1910


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 19 februari. Heden werd door het Admiraliteitshof GBP 600 toegekend aan de trawler CLYDE, die de Nederlandse kof PETRONELLA te Grimsby binnensleepte. De waarde van de PETRONELLEA met de lading werd geschat op GBP 2.022.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Groningen, 18 februari. Omtrent het tjalkschip JANTJE, kapt. Van der Wall, reder de heer W.P. Alberts, Turfsingel alhier, dat 31 december van Londen naar Grangemouth is vertrokken met een lading oud ijzer, is nog steeds geen bericht ontvangen, zodat het ergste wordt gevreesd. De reis kan bij gunstige wind in 5 dagen worden afgelegd, hoewel het ook eens is gebeurd, dat een schip er 30 dagen over deed. Maar het is nu al 50 dagen bijna en het uitblijven van enig bericht, in verband met de stormen, die er gewoed hebben in januari, doet het ergste vrezen. Er waren 4 man aan boord. Het schip was nog nieuw en verleden jaar pas gebouwd te Vierverlaten. Omstreeks een jaar geleden heeft dezelfde schipper op dezelfde reis schipbreuk geleden bij Newcastle, maar toen werd het volk gered.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 18 februari. Het alhier thuis behorende aakschip EEMSSTROOM, groot 144 ton, tot dusver bevaren door kapitein J. Engelsman, is voor geheimen prijs verkocht naar Duitsland.


20 februari 1910


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 19 februari. Heden is van de werf van de firma Jonker & Stans te Hendrik-Ido-Ambacht te water gelaten de zeewaardige sleepboot TRITON, voor de firma Landsberg & Zoon te Batavia. Het schip is lang 33,50 m, breed 7 m, hol 3,65 m en is gebouwd onder speciaal toezicht van Lloyd’s Register en zal geklasseerd worden 100 A 1 + for towing purposes full scantlings. Machine (600 paardenkracht) en ketel worden vervaardigd door de Alblasserdamsche Machinefabriek te Alblasserdam. Het schip wordt getuigd met twee masten en voorzien van elektrisch licht, aveporator stoom-ankerspil en stoom-stuurwerk en heeft een kolenberging van 110 ton. Na afwerking zal het schip onder eigen kracht naar Batavia vertrekken onder kapt. P. Wilms.


21 februari 1910


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Scheepsbouw. Op zaterdag 19 dezer werd door de N.V. Werf v/h Rijkée & Co. te Rotterdam, met goed gevolg te water gelaten het stalen schroefstoomschip CLIO, in aanbouw voor de Koninklijke Nederlandsche Stoomboot Maatschappij te Amsterdam. Dit schip, dat een laadvermogen heeft van 4.000 ton, is 325' 0" lang, 44' 0" breed en 21' 3" hol, en zal worden voorzien van vier stalen masten met 10 laadbomen, 10 stoomlieren, stoom-ankerspil, stoom-stuurmachine en een complete elektrisch licht installatie. De machine en ketels, met een vermogen van 1.200 ipk, worden vervaardigd door het Etablissement Fijenoord te Rotterdam, en zullen aan het schip een snelheid geven van 10 mijlen per uur.
Schip en machine worden opgenomen in de hoogste klasse van het Bureau Veritas.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Stoomschip PRINS WILLEM II. Blijkens bij het Departement van Marine ontvangen bericht, is Hare Majesteit pantserschip UTRECHT zaterdag van Paramaribo, na zich aldaar van kolen te hebben voorzien, vertrokken, teneinde met de meeste spoed de onderzoekingstocht naar het vermiste stoomschip PRINS WILLEM II, aan te vangen. Bij de directie van de Koninklijk West Indische Maildienst, was tot hedenmiddag geen bericht ingekomen, dat zekerheid gaf omtrent het lot van de PRINS WILLEM II en haar opvarenden. Wel droeg ook zij kennis van verschillende geruchten welke er lopen, en volgens een, waarvan de Nederlandse mailboot zou zijn waargenomen door een Spaans vaartuig.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Harlingen, 21 februari. Het Nederlandse stoomschip MINISTER TAK VAN POORTVLIET, heden van Hull arriverende, kwam in aanvaring met de basaltmuur. Het stoomschip bekwam geen schade, doch de muur wel.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

IJmuiden, 21 februari. Bij het voor de schutsluis ankeren van het stoomschip SUMATRA is het met de ankers verward geraakt met ankerkettingen van aldaar liggende hoppers. Nadat een en ander geklaard was, is het geschut.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Aan de scheepsbouwmeester J.S. Figée te Vlaardingen is opgedragen het bouwen van een stalen bunsloep, bestemd voor de haring- en beugvisserij. Het vaartuig wordt gebouwd voor rekening van de firma Klinge en Poortman te Maassluis.


22 februari 1910


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. De Raad voor de Scheepvaart deed gisteravond uitspraak in de zaak van de kapitein van de zeesleepboot OOSTZEE, die een baggermolen van Hull naar een Duitse haven slepen moest. Deze baggermolen zonk in de vroege ochtend van 31 januari laatstleden in volle zee, met het noodlottig gevolgd dat de twee runners, die zich aan boord van de baggermolen bevonden, het leven verloren.
De Raad nam met de kapitein van de sleepboot aan, dat vermoedelijk het houten luik van een van de poorten zich had begeven, hoewel er misschien ook op andere wijze water in de baggermolen is gekomen. Verder dan deze vermoedens meent de Raad niet te mogen gaan. De Raad betreurt het echter, dat de kapitein van de sleepboot niet meer handelend is opgetreden, toen hij 's avonds geen antwoord terugkreeg op zijn sein of alles in orde was.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Bataafsche Petroleum Maatschappij. In onze middageditie deelden wij reeds mee, dat de Bataafsche Petroleum Maatschappij voortaan ook de bezittingen van de Mijnbouw en Bosch Exploitatie Mij., de z.g. Hatt Co. zal exploiteren. De „Dag. Beurscourant" bericht hieromtrent nog het volgende: De z.g. Hatt Co., werkt bij Tandjong Poera (Langkat) en haar terreinen grenzen onmiddellijk achter het eerste exploitatieterrein van de Koninklijke, Telaga Said, terwijl de hoofdzetel van de Mij. te Shanghai is gevestigd. De basis van overeenkomst tussen de Hatt Co. en de Bataafsche is ongeveer dezelfde als waarop de Moeara Enim is aangesloten. Derhalve neemt de Bataafsche de gehele exploitatie over tegen uitkering van een royalty en afgifte van een zeker bedrag aandelen Koninklijke, welke van de geautoriseerde NLG 50 miljoen nog niet uitgegeven zijn. Tot dusverre bestond steeds een scherpe concurrentie, die vooral in de Straits, Deli, Brits-Indië en China, zeer hinderlijk was, terwijl de Hatt Co. voor de afname van haar benzine een contract had aangegaan met de Standard Oil Co., welke overeenkomst nu ook geëindigd is. Bovendien bezat de Hatt Co. geen tanks en tankboten, zodat zij haar product slechts verpakt kon afleveren. Daarin zal voortaan ook een wijziging komen, door de aanleg van een pijpleiding van haar terreinen naar Telaga Said, om de producten vandaar naar Pankalan Brandan - de afscheep plaats van de Bataafsche - naar de tankboten in „bulk" te transporteren. Door deze gewijzigde exploitatie zal ten voordele van beide partijen een grote besparing van kosten worden verkregen, afgescheiden nog dat de uitschakeling van de concurrentie op de verkoopsprijzen ongetwijfeld van invloed zal zijn. De Hatt Co. produceerde tot dusverre 200 à 240.000 units geraffineerde petroleum en exploreerde daarbij ook nog andere concessies.


23 februari 1910


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

IJmuiden, 22 februari. Het stoomschip ORION, van de Koninklijke Nederlandsche Stoomboot Maatschappij te Amsterdam, voor enige tijd naar Zweden verkocht, vertrok heden onder Zweedse vlag naar Hull. De naam blijft ORION.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlissingen, 22 februari. Heden werd in het openbaar verkocht de Franse kotter NARCISSUS, gebouwd in 1909. Met inbegrip van de inventaris en de zeilen, bedroeg de opbrengst NLG 470.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Delfzijl, 22 februari. Het kofschip PIETRONELLA, voorheen bevaren door wijlen kapitein Joh. de Vries, is voor NLG 10.850 verkocht aan de heer H. Salomons te Gasselternijveen.
(opm: herdoopt in BELLANDE)


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Op 21 februari werd van de Scheepswerf „Nicolaas Witsen" ,van de firma W.F. Stoel & Zoon te Alkmaar, met goed gevolg te water gelaten een nieuwe stalen passagiers-schroefstoomboot, gebouwd voor rekening van de N.V. Haven Stoombootdienst te Amsterdam. De boot is lang 89 voet, breed bijna 16 voet en ingericht voor vervoer van 300 passagiers. Het gehele vaartuig wordt elektrisch verlicht. Tot beweegkracht dient een verticale compound stoommachine met condensatie van 80 ipk.


24 februari 1910


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Delfzijl, 23 februari. Het tjalkschip CONCURRENT, schipper Scholten, van Wilhelmshaven hier de afgelopen week binnengesleept, zal van hier naar Stadskanaal worden gesleept om aldaar te repareren. De kosten worden begroot op ongeveer NLG 2.500.
(opm: zie ook NRC 270110, 050210, 070210 en 180310)


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de scheepswerf van de firma Gebr. G. & H. Bodewes te Martenshoek zijn met goed gevolg te water gelaten de stalen schroefsleepboot JAC. FRATER, voor rekening van de heer E. Frater Smid van Groningen, en drie ewer-schepen voor Duitse rekening. De kielen zijn gelegd voor twee soortgelijke schepen voor Duitse rekening, een tweelingmotor-schroefboot voor rekening van de heer F. de Deken van Burg, Birlinghoven, welke zal worden voorzien van twee 28 pk Kromhout-motoren, welke de boot een snelheid zal moeten geven van 15 km. Tevens is de kiel gelegd voor de sleepboot GEERTRUIDA voor rekening van de heer J. de Zwart van Hoogkerk. (opm: zie ook AH 030610)


25 februari 1910


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 24 februari. Wij vernemen dat aan de nieuw gebouwde werf Piet Hein, van de firma W. Schram te Bolnes, die een dwarshelling met verstelbare wagens van 102 meter lengte heeft, de bouw van een Engelse hopperbarge is opgedragen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 25 februari. Uit Terschelling seint men ons dat het van Hamburg naar Port Talbot bestemde Duitse vier-mast schip HANS, gesleept door de Belgische sleepboot PRESIDENT DE LEEUW op drift is geslagen en later op de Engelse Hoek is gestrand. Twee ankers van de HANS gingen verloren. De Nederlandse sleepboot ADMIRAAL DE RUYTER heeft de reddingboot gehaald om verbinding met het gestrande schip te krijgen. Later seinde men ons: De inmiddels aangekomen reddingboot heeft met de ADMIRAAL DE RUYTER 3 man van de HANS hier aangebracht. De overige 29 man zijn op het schip, dat reeds water maakt, gebleven. Het vermoeden bestaat dat het schip wrak zal worden. Uit Vlieland wordt gemeld dat het schip gevaarlijk zit. Sleepboten hebben vastgemaakt om te trachten het vlot te brengen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Delfzijl, 25 februari. Hedennacht is op het Hamburgerzand het tjalkschip NIEUWE ZORG, schipper Havinga, gestrand. De bemanning is gered. (opm: de bestemming van het schip was Norderney)


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlissingen, 24 februari. Hedenmiddag is een tjalk, gevoerd door schipper Reynhoud uit Middelburg, door de storm op het strand, vlak voor het Grand Hotel des Bains geslagen. De tjalk lag langszij van de gestrande schoener MARIE LAURE (Frans) waaruit reeds 1.700 baaltjes fosfaat waren overgeladen. Door een rukwind sloeg het schip van zijn anker, de mast ging overboord, een zwaard ging verloren en het schip liep op de wal. De opvarenden konden zich in de roeiboot bergen. Het schip zit hoog en droog.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de scheepswerf van de heer A.C. van Duyvendijk te Papendrecht is te water gelaten het stalen kanaalschip ELVIERA, metende 400 ton, gebouwd voor rekening van de heer G.J.B. Zaijer te Antwerpen.


26 februari 1910


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Delfzijl, 25 februari. Het kofschip HEIKA HARMANNA kapt. J. Houwerzijl, is verkocht aan de stuurman K. Houwerzijl.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Winschoten, 25 februari. De heer J. Houwerzijl heeft de scheepsbouwers Gebr. Niestern alhier de bouw opgedragen van een drie-mast motorschoener, groot plm. 340 ton, waarvoor de motor met een capaciteit van 38 pk zal worden geleverd door de firma Goedkoop te Amsterdam.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hamburg, 25 februari. Een te Martenshoek in aanbouw zijnde galjas, groot 130 ton, lang 76, breed 18½ en hol 6½ voet is aan kapt. H. Hempel te Burg i.D. verkocht en onder Duitse vlag gebracht. Het zal het de naam MARGARETHA voeren.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Delfzijl, 25 februari. De houten tjalk AVONTUUR, toebehorende aan reder Groenewold te Appingedam, is voor geheime prijs verkocht naar Holstein. (opm: aan schipper H. Aldag te Hamburg en herdoopt MARTHA ALDAG)


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Verkochte schepen. De Nederlandse houten tjalk AVONTUUR van de heer Groenewold te Appingedam is voor geheime prijs verkocht aan schipper H. Aldag te Hamburg en herdoopt in MARTHA ALDAG. (opm: gebouwd in 1885 – 67 grt)


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van Gebr. Pot te Bolnes is te water gelaten het Rijnschip S.H.V., metende 800 last, gebouwd voor rekening van de Steenkolen Handels Vereeniging te Rotterdam.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Reddingwezen. Door de Noord- en Zuid-Hollandsche Redding Maatschappij zal een motorreddingboot worden gestationeerd te West-Terschelling. Het vaartuig, dat 17,50 meter lang, en 4,50 meter breed bij een diepgang van 1,40 meter zal worden, wordt voorzien van een Kromhout petroleummotor van 76 epk en van een zeil tuig. De bouw is opgedragen aan de firma D. Goedkoop Jr., ‘Werf ’t Kromhout’ te Amsterdam. Dit vaartuig is de tweede motorreddingboot welke door de Redding Maatschappij wordt gebouwd. De eerste is gestationeerd te Scheveningen.


27 februari 1910


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hamburg, 26 februari. Met de firma Zurmühlen & Co. te Amsterdam is een bergingscontract gesloten om het bij Terschelling gestrande schip HANS vlot te brengen op basis van “no cure no pay”.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlissingen, 26 februari. Hedenmiddag is de tjalk JACOBUS ADRIANA door een sleepboot vlot gesleept en op de haven gebracht.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Een Nederlands schip vergaan.
Onze Parijse berichtgever seint: De correspondent van de Temps te Tanger, seint, dat het Nederlandse zeilschip LORBY GREEN, komende van Amsterdam met een lading geweren en oorlogsmunitie, bestemd voor het Rif, schikbreuk leed op de kust, op het ogenblik, dat het na de lossing trachtte te ontkomen aan de vervolging van een Spaanse kanonneerboot.
Vijf man van de equipage, die uit 26 koppen bestond, zijn verdronken. De lading was vooruit betaald. Het was voor de derde maal, dat de kapitein van dit schip wapens vervoerde naar het Rif. (opm: zie ook AH 280210)


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 25 februari. Het lichterschip SIETSKELIENA, bevaren door F. Dethmers, is verkocht aan G. Visser, thans kapitein op de tjalk EBENHAËZER. Koopprijs plm. NLG 9.000. Eerstgenoemde heeft een nieuwe lichter in aanbouw op de werf van Wortelboer te Hoogezand, welke plm. 900 m3 groot zal worden.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Oude Pekela, 24 februari. Heden is van de werf van de heer J.G. Wortelboer alhier met goed gevolg te water gelaten een stalen sleepkaan, groot plm. 130 last, genaamd CORNELIA, die bevaren zal worden door de heer J. Kunst van Groningen, terwijl op dezelfde werf nog een tjalk, groot plm. 80 ton op stapel staat, bestemd voor de heer H. Tillema en men begonnen is met een schip, groot 80 ton, voor een Duitse firma.


28 februari 1910


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Nieuwediep, 27 februari. Het schip HANS, alhier binnen, dat enige averij heeft bekomen en enigszins lek is, bevindt zich overigens in goede staat. Het maakt 4 centimeter water per uur, dat door de zich aan boord bevindende motorpompen, zeer gemakkelijk kan worden bijgehouden.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Delfzijl, 27 februari. De hier thuis behorende lichter TRANSPORT, met een lading steenkolen op weg naar Holtenau, is op het Oost Friese Wad nabij Carolinensiel, lek gesprongen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 28 februari. Uit Cuxhaven wordt geseind dat de op de rede geankerd liggende Nederlandse tjalk WELVAART lek is gesprongen en gezonken. Volgens rapport is het schip gezonken, doordat het op zijn eigen anker is gestoten. De opvarenden zijn gered en hier geland.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Terschelling, 27 februari. Gisteravond 10 uur is het schip HANS door 5 sleepboten vlot gesleept. De TITAN en HERCULES slepen het naar Nieuwediep. Van het schip dat bodemschade heeft en 8 duim water per uur maakt, zijn de reddingboten weggeslagen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Delfzijl, 26 februari. De op het Hamburgerzand gestrande ijzeren tjalk NIEUWE ZORG, schipper Havinga, is zeer waarschijnlijk als verloren te beschouwen. Slechts de top van één mast steekt boven water uit. Het schip is voor NLG 3.000 verzekerd te Veendam. De bemanning van de NIEUWE ZORG, redde zich, volgens een bericht uit Norden, in eigen boot. In de nabijheid van Uitlandshorn liep de boot aan de grond, waardoor de vrouw van de kapitein aan het hoofd en armen gekwetst werd. Met de grootste moeite kreeg men het vaartuig weer vlot en kon men Norddeich bereiken.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

De LORBY GREEN. Naar aanleiding van het uit Tanger aan de Temps geseinde bericht, dat „het Nederlandse zeilschip LORBY GREEN, komende van Amsterdam met een lading geweren en oorlogsmunitie, bestemd voor het Rif, schipbreuk leed enz." hebben wij Lloyd's Register nageslagen, doch vonden daar noch een zeilschip, noch een stoomschip van die naam. Een Hollands schip van die naam bestaat niet.
Wij hebben de havenmeester alhier nadere inlichtingen verzocht en ook deze deelde mee dat in 1909 evenmin, als in dit jaar Nederlandse of vreemde zeilschepen met een dergelijke lading uit onze haven zijn vertrokken. De uitgevaren Nederlandse zeilschepen, allen, tjalken, hadden, zoals van elk schip was na te gaan, of massale ladingen (cokes, maïs e.d. of ballast, geen stukgoederen aan boord en bovendien waren het allen schepen, bestemd voor de kustvaart. Een tjalk kan onmogelijk 26 koppen aan boord hebben, zoals van het gestrande schip werd gemeld.
Daar geen van de 14 in 1909 en de 2 in 1910 van Amsterdam vertrokken vreemde zeilschepen een dergelijke lading, als het Temps-bericht aangeeft, hier zou hebben ingeladen, is volkomen uitgesloten.
Vermoedelijk heeft men hier te doen met een vaartuig van vreemde nationaliteit, dat een Hollandse vlag heeft getoond, zonder daartoe gerechtigd te zijn.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van de heer J.G. Wortelboer te Oude-Pekela is met goed gevolg te water gelaten een stalen sleepkaan, groot 130 last, voor de heer J. Kunst te Groningen.


01 maart 1910


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Bremen, 28 februari. De Nederlandse schoener AGATHE, kapt. Buisman, van Emden naar Londen, is met lekkage, schade over dek en verlies van een boot te Bremerhaven binnengelopen. De lading zal moeten worden gelost. (opm: schoener AGATHA, gebouwd in 1892, kapt. Roelf Buisman)


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Aan de scheepsbouwmeesters Gebr. Niestern te Delfzijl, is de bouw opgedragen van een vrachtboot van 200 ton, voor rekening van de heer P. Wagenborg, vroeger kapitein op de sleepboot SPES MEA. (opm: dit wordt de HELGOLAND)


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van de Wed. J. Boot te Woubrugge, zijn te water gelaten twee motorboten, elk metend 140 ton, gebouwd voor rekening van de Gebr. H. en J. Snijder te Alkmaar.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Nederlandsche Reedersvereeniging.
De Ned. Reedersvereeniging heeft zaterdag haar jaarlijkse algemene vergadering gehouden te 's-Gravenhage. Aan het in die vergadering door het bestuur uitgebrachte verslag over 1909 is het navolgende ontleend: Het aantal leden gedurende het verenigingsjaar bedroeg 44, vertegenwoordigende 494.470 ton. Door verkoop of verlies van hun schepen hielden drie leden op deel uit te maken van de vereniging, waaronder de rederij W. Huygens. Door het uittreden van deze laatste telt de vereniging thans nog slechts 2 zeilschiprederijen onder haar leden. Betreffende de Schepenwet wordt meegedeeld dat bij de behandeling van dit wetsontwerp in de Tweede Kamer verscheidene ook door de vereniging voorgestane wijzigingen worden aangebracht. Het bestuur meent echter ten zeerste te moeten betreuren dat geen gehoor is gegeven aan de door de vereniging meermalen uitgesproken wens (het laatst in haar adres aan de Tweede Kamer dato 6 maart 1909) dat behalve de bepalingen omtrent de diepgang, ook art. 4a, g en k op schepen van vreemde nationaliteit welke emigranten vervoeren van toepassing zouden zijn, daar toch de Schepenwet hierdoor achterstaat bij hetgeen in de gelijksoortige wetgevingen in Frankrijk en Engeland is bepaald.
Omtrent de op 22 september l.l. uitgevaardigde maatregel van alg. bestuur als bedoeld bij de art. 5, 9 en 17 van de Schepenwet, welke wet op 27 sept. l.l. (met uitzondering van art. 3 en 4 in werking getreden 1 okt. d.a.v.) in werking trad, wordt opgemerkt, dat eveneens met verscheidene door de vereniging gemaakte opmerkingen betreffende het ontwerp van bedoelde maatregel is rekening gehouden, doch betreurt het bestuur dat verscheidene bepalingen, waartegen door de vereniging eveneens bezwaren werden ontwikkeld, onveranderd in de maatregel zijn opgenomen. Het bestuur spreekt echter zijn verwachting uit dat, ofschoon deze wet nog te kort in werking is om een oordeel te kunnen vormen hoe die wet in al haar onderdeden in de praktijk zal werken, zij door de met haar uitvoering belaste ambtenaren met tact en mildheid zal worden toegepast en deze wet dus geen moeilijkheden voor de Nederlandse scheepvaart met zich zal brengen. Betreffende de erkenning van de gelijkwaardigheid van de voorschriften van de “Schepenwet" met die van de Britse respectievelijk Franse voorschriften, zegt het bestuur dat met de regeringen van die landen onderhandelingen zijn gevoerd, welke onderhandelingen, voor zoverre Engeland betreft, met een gunstige uitslag schijnen te zijn bekroond, ofschoon de officiële bevestiging hiervan nog op zich laat wachten. Wat Frankrijk aangaat hebben die onderhandelingen eerst in december plaats gehad en is het resultaat hiervan nog niet bekend. Omtrent het door de Minister van Landbouw, Nijverheid en Handel aan de Vereeniging toegezonden overzicht van de voornaamste bepalingen van een ontworpen Stuwadoorswet met toelichtende aantekeningen, zijn door de Vereeniging in juli l.l. haar bezwaren in een uitvoerig adres aan die Minister kenbaar gemaakt.
Op de circulaire van diezelfde Minister omtrent zondagsarbeid heeft eveneens het bestuur zijn bezwaren en opmerkingen aan Z.E. meegedeeld bij zijn adres dato 14 september l.l.
In plaats van het aan de beurt van aftreding zijnde bestuurslid de heer B. Nierstrasz, welke niet herkiesbaar was, werd gekozen de heer C.M. van Ryn.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Amsterdamsche Droogdok Maatschappij.
Blijkens achterstaande advertentie wordt op 15 maart a.s. ten kantore van de Kasvereeniging alhier de inschrijving opengesteld op 400 4% obligaties à NLG 1.000 van de Amsterdamsche Droogdok Maatschappij, tegen de koers van 99½%. De lening is groot NLG 700.000, verdeeld in 700 obligaties, waarvan 300 stuks tegen dezelfde koers reeds zijn geplaatst. De lening is aflosbaar bij jaarlijkse uitlatingen uiterlijk in 2-5 jaar, aanvangende met 1912. Het bestuur behoudt zich de bevoegdheid voor deze lening ten allen tijde gedeeltelijk of geheel af te lossen; bij gedeeltelijke vervroegde aflossing zal dat bij loting geschieden. De obligaties zijn voorzien van een stel half-jarige coupons, vervallende 1 april en 1 oktober. De betaling van het volle bedrag moet geschieden op de 1e april. Aan de toelichting van het prospectus ontlenen wij het volgende.
De Amsterdamsche Droogdok Maatschappij, thans in het bezit van drie droogdokken, acht de tijd gekomen een vierde droogdok aan te schaffen, zowel door de voortdurende uitbreiding van haar werkzaamheden, alsook om grotere schepen te kunnen dokken. De obligatieschuld van de Maatschappij bedraagt op het ogenblik (zonder de uitloting in deze maand) NLG 252.000 à 3½%. Bij voldoende afschrijving kon van de oprichting af in het jaar 1877, een behoorlijk dividend aan de aandeelhouders worden uitbetaald. De thans te sluiten geldlening zal dienen voor de aanschaffing van een vierde dok.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Scheepsbouw. Waterhuizen, 26 februari. Met goed gevolg van de werf van J.J. Pattje en Zonen te water gelaten een stalen gaffelschoener (opm: JANNA, bouwnummer 83), groot plm. 200 ton, voor rekening van de heer W.P. Alberts te Groningen.
Voor Duitse rekening werd op deze werf de kiel gelegd van een dito gaffelschoener, groot plm. 230 ton.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 28 februari. Het alhier thuis behorende lichterschip TRANSPORT, kapt. H. Engelsman, de 22e dezer met een lading steenkolen van hier, per sleepboot NORDERNEY, kapt, P. Wagenborg, naar Holtenau vertrokken, is volgens een ontvangen bericht bij Carolinensiel aan de grond gelopen, met het gevolg dat het vaartuig bij laag water op twee plaatsen gebroken en lek geworden is. Het schip is te Amsterdam op Beurspolis verzekerd. Verleden zomer strandde de TRANSPORT bij een noordelijke storm op het eiland Juist en brak toen ook.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 28 februari. Bij een ingesteld onderzoek ter plaatse, waar het alhier thuis behorende tjalkschip NIEUWE ZORG, schipper Havinga, gezonken is, is gebleken, dat van het schip niets dan de top van de mast zichtbaar is. Het ligt gezonken in de Leij tegen het Hamburgerzand op een diepte van 7 vadem. Hoe het ongeval zich heeft toegedragen is nog niet bekend, aangezien de schipper hier nog niet gearriveerd is. Een groot wonder mag het heten, dat de opvarenden zich bij het noodweer in hun scheepsboot hebben kunnen redden. De redding is echter geschied met achterlating van al het lijf toebehoren. Het schip is voor NLG 3.200 verzekerd bij het Onderlinge Schipperscompact ‘Eendracht’ te Wildervank.
Gisteren heeft kapt W. Klasens met de sleepboot EEMS nog getracht, door een tros aan de mast te bevestigen, het schip het wad op te slepen, welke pogingen echter mislukt zijn.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 28 februari. In plaats van een tweemastschoener, laat de heer H. Houwerzijl, schipper op de koftjalk HEIKA HARMANNA, een driemastschoener, groot 340 ton, bouwen. Bovendien zal dit schip worden voorzien van een motor van 38 e-paardenkrachten, welke zowel voor de voortbeweging als voor het laden en lossen, zeilen ophijsen, etc. zal aangewend worden. De motor wordt geleverd door Goedkoop te Amsterdam.
De heer P. Wagenborg. vroeger kapitein van de sleepboot SPESMEA, laat een vrachtstoomboot bouwen, welke plm. 200 ton zal meten. Beide genoemde schepen zullen op de werf van de Gebr. Niestern alhier gemaakt worden, zodat ook hier werk genoeg is.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Advertentie. Te koop: (wegens verandering van betrekking)
Het in 1896 nieuw gebouwd staal-ijzeren tjalkschip DE VIJF GEBROEDERS, laadvermogen 165 ton, groot 186,26 kubieke meter of 65,75 ton, klasse Germanischer Lloyd + 100 A/4 K, eigen schipper D. Bakker, liggende Beneden-Oosterdiep te Veendam.


02 maart 1910


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Cuxhaven, 28 februari. De tjalk WELVAART is in drie vadem water gezonken. De inventaris is geborgen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Scheepsbouw. Rotterdam, 1 maart. Door de firma Solleveld en Van der Meer en T.H. van Hattum’s Stoomvaart Maatschappij is aan de Rotterdamsche Droogdok Maatschappij de bouw opgedragen van een stoomschip van 5.200 ton laadvermogen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 2 maart. Het stoomschip dat door de firma Solleveld, van der Meer & T.H. van Hattum’s Stoomvaart Mij. besteld is, zal de naam EEMDIJK dragen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Bremerhaven, 1 maart. Een lange reis en toch niet de bestemming bereikt, heeft de Nederlandse schoener AGATHA achter de rug. Deze schoener vertrok 31 december 1909 met een lading haver van Emden naar Londen. In de Noordzee werd zeer slecht weer ondervonden, zodat men Londen niet heeft kunnen bereiken. Gisteren liep dit schip na 50 dagen rondgedreven te hebben hier als noodhaven binnen. Meerdere zeeschade is belopen en de haverlading is aan het broeien gegaan. De bemanning is echter wel.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Nieuwediep, 2 maart. Het schip HANS is hedenmorgen, gesleept door de Belgische sleepboot PRESIDENT DE LEEUW, van hier naar Amsterdam vertrokken om aldaar te dokken. (opm: zie ook NRC 250210 en 280210)


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Stoomvaart Maatschappij „ZAANLANDIA'" in liquidatie te Zaandam. Algemene vergadering van aandeelhouders op vrijdag 18 maart e.k., des avonds 8 uur, in „Het Wapen van Amsterdam" te Zaandam, voor het vaststellen van de liquidatie-rekening. Genoemde rekening zal van heden af voor aandeelhouders ter inzage liggen te Zaandam, Hoogendijk 19. Aandeelhouders, die de vergadering wensen bij te wonen, dienen zich daartoe van een bewijs van toegang te voorzien, dat aan het adres bovengenoemd, Hoogendijk 19, uiterlijk 14 maart e.k. tegen depot hunner aandelen zal worden uitgereikt.
De liquidateuren. (opm: zie ook AH 230110 en AH 210310)


03 maart 1910


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

IJmuiden, 2 maart. Ten behoeve van de vissershaven hier is gistermiddag aangekomen het nieuwe ijzeren drijvend droogdok. De hoofdafmetingen zijn: lengte 50 meter, breedte uitwendig 15,50 meter, hoogte van onderkant bodem tot bovenkant zijkasten 8,50 meter, wijdte tussen de zijkasten ter hoogte van de dokvloer 10,50 meter, idem ter hoogte van het bovenvlak van de zijkasten 11,50 meter, breedte van de zijkasten ter hoogte van de dokvloer 2,50 meter, idem ter hoogte van het bovendek 2 meter, hoogte van de zijkasten boven de dokvloer 6,60 meter en de grootst toegelaten inzinking 8,25 meter. In het dok worden alleen toegelaten de schepen welke recht op toegang van de vissershaven hebben, met dien verstande dat in Nederland thuis behorende vissersvaartuigen, zoveel de omstandigheden dit toelaten, de voorkeur zullen genieten. De diensten van rijkswege zullen zich uitsluitend bepalen tot het droogzetten en vlot brengen van schepen. De Staat stelt zich niet aansprakelijk voor, noch verplicht zich tot schadevergoeding bij verhindering tot, of vertraging bij het in- of uit het dok laten van de vaartuigen. De voorwaarden zijn ongeveer gelijk aan die van het gemeentelijk dok te Rotterdam. Het dok is gebouwd op de werf ‘De Toekomst’ te Nieuwendam en had reeds in juni van het vorig jaar gereed moeten zijn. De kosten komen met inbegrip van de elektrische installatie op plm. NLG 100.000. Het hefvermogen is berekend op een afgeladen stoomtrawler van 650 m³ inhoud, zo groot als er tot heden nog niet zijn. De kracht wordt geleverd door de rijks elektrische centrale. Het dok zal 15 maart in dient worden genomen. Het is opgesteld aan de zuidzijde van de Visschershaven.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart. In de gisteravond te Amsterdam gehouden zitting van de Raad werd onderzocht het ongeval overkomen op 4 januari jl. aan het stoomschip HOLLANDER, op de Gironde bij Bordeaux. Het raakte daar aan de grond en bekwam schade aan de achtersteven.
Uit het verhoor van kapt. Karsjes valt mee te delen, dat het schip in geregelde vaart was tussen Rotterdam en Bordeaux, voor de rederij voorheen Smit & Co. te Rotterdam. Het wat 464,48 netto register ton en was 25 jaar oud. Getuige had de reis meermalen gemaakt. Op 3 januari was men aan de ingang van de Gironde gekomen. De loods Chapeau was aan boord. Er was tamelijk zicht. Op aanraden van de loods werd verder gestoomd. Het werd echter mistig, Getuige zag het vuur van Bint de Grave en had gedacht daarachter te ankeren. Hij had dat de loods meegedeeld. Tussen de twee boeien kwam men door, maar de stroom dreef het schip naar de andere baai. Aan stuurboord werd land gezien; toen werd geprobeerd bakboord; maar het was te laat. Het schip raakte aan de grond. Er werd gestopt en achteruit geslagen. Te 9 uur voormiddag kwam het schip door hoog water vlot en werd het in stil water voor anker gelegd. De kapitein, het ongeval wijtende aan de loods, die zei dat wat de kapitein voor land hield mist was, vroeg een andere. Het schip werd gesleept naar Bordeaux, waar het de 8e januari aankwam.
Na de kapitein werden gehoord Van Heukelom en Fenenga, 1e en 2e stuurman, Moerman en Walkerhorst, 1e en 2e machinist en de matroos Nagelkerk. De Raad zal later uitspraak doen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Holland Amerika Lijn. Het heden verschenen verslag van de directie kan wijzen op belangrijk gunstiger resultaat dan over 1908. De reden hiervan ligt in de verbetering van de economische toestanden in de Verenigde Staten in het algemeen, waardoor het vertrouwen weer meer terugkeerde en aanleiding werd gegeven tot de belangrijke toename van de export derwaarts. Hierop was weer van invloed de reeds in het voorjaar te wachten verandering in de Amerikaanse tariefwetgeving die in de loop van het jaar tot stand kwam. Ook ditmaal bleek weer het nauw verband tussen een herleving van handel en industrie in de Verenigde Staten en de trek van de passagiers daarheen, met name die van de derde klasse, waarvan het vervoer dan ook in de loop van het jaar geleidelijk toenam. De vruchten van Amerika bleven steeds lijden onder de invloed van de overgrote beschikbare scheepsruimte. Gedurende 1909 vonden 44 rondreizen op New York plaats met de passagiersstomers en 8 met vrachtboten. In de Philadelphia-vaart werden 17 rondreizen volbracht. Het aantal reizen met eigen stoomschepen op Newport News en Norfolk bedroeg 17, terwijl een stoomschip gecharterd werd voor een rondreis. Het verslag maakt voorts melding van de aankoop van de Neptunelijn met zes grote vrachtstomers zonder dat daarvoor een beroep op de geldmarkt gedaan behoefde te worden. In de Baltimore vaart hadden 24 reizen plaats terwijl in het begin van het ingetreden jaar een dienst op Boston werd geopend. In de vaart op Canada werden 12 reizen volbracht waarvan 8 met passagiers. Het ligt in het voornemen deze dienst, die in gemeenschap met andere stoomvaartlijnen en met de spoorwegmaatschappijen aldaar is begonnen, ook dit jaar voort te zetten. Voorts maakt het verslag melding van het vervallen van de sedert 1887 bestaande vrijstelling van tonnengeld voor Nederlandse schepen in de Amerikaanse havens. In de nieuwe tariefwet is namelijk een bepaling ingelast waardoor deze vrijstelling verviel. Na nog melding te hebben gemaakt van de deelneming van de Maatschappij aan de Hudson-Fulton feesten door het overbrengen van „De Halve Maen" en door de aanwezigheid van het stoomschip NIEUW-AMSTERDAM besluit het verslag met de verklaring dat voor het nu ingetreden boekjaar het passagiersbedrijf zich niet ongunstig laat aanzien en de algemene vooruitzichten op vrachtgebied naar Amerika bemoedigend blijven, doch daarentegen de vrachten van daar bij voortduring weinig reden tot bevrediging geven. Evenals in voorgaande jaren geven wij een vergelijking van de balans en winst- en verliescijfers met die van het voorgaande jaar. Balans. (opm: voor de cijfers van de balans zie artikel in krant)


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Holland Amerika Lijn. In aansluiting aan de in ons ochtendblad opgenomen hoofdinhoud van het verslag van de Holland Amerika Lijn ontlenen wij aan de nadere specificatie van de balansposten dat de 15 stoomschepen voor de Atlantische vaart die NLG 28.791.922 hebben gekost, thans nog slechts te boek staan voor NLG 14.893.000. Tot heden is dit materieel dus afgeschreven NLG 13.898.922. De kostprijs van 3 stoomtenders en 9 lichters bedroeg NLG 401.482, waarvan na aftrek van de afschrijvingen tot op heden NLG 12 als balanswaarde overblijft. Wat betreft de vaste goederen en etablissementen, tezamen met NLG 222.003 op de balans voorkomende, blijkt, dat het kantoorgebouw en de inventaris te Rotterdam, oorspronkelijk met NLG 259.591 geboekt, na aftrek van de afschrijvingen ad. NLG 209.591, met NLG 50.000 op de balans staan, het magazijngebouw, oorspronkelijk NLG 140.697, na aftrek van de afschrijvingen tot op heden ad. NLG 90.697, met NLG 50.000; het hotel en inventaris en open grond te Rotterdam, oorspronkelijk NLG 154.243, na aftrek van de afschrijvingen ad. NLG 104.243, met NLG 50.000; het hotel en inventaris te Leipzig, oorspronkelijk NLG 116.858, na aftrek van de afschrijvingen ad. NLG 44.858, met NLG 72.000, terwijl de etablissementen te Rotterdam, Amsterdam en Hoek van Holland, oorspronkelijk met NLG 735.982, NLG 37.738 en NLG 3.455 geboekt, thans elk met slechts NLG 1 op de balans voorkomen.
Vergelijken wij de uitkomsten van het bedrijf met die van vorige jaren, dan blijkt, dat de winst uit de exploitatierekening ad. NLG 3.984.681 bijna tweemaal zo groot is geweest als in 1908, toen NLG 2.000.742 werd verdiend, maar nog iets ten achter blijft bij de vorige jaren, namelijk NLG 4.142.753 in 1907 en NLG 4.500.785 in 1906. Voor afschrijvingen is thans 8 ton meer aangewend dan verleden jaar en een kleine 3 ton meer dan in 1907 en 1906, waarbij echter in het oog valt te houden, dat de vloot sinds het vorige jaar met ruim 34.000 ton is uitgebreid door de aankoop van een zestal vrachtstomers van de vroegere Neptune Line, die bewerkstelligd is zonder een beroep op de geldmarkt. Op deze vergrote tonnenmaat vertegenwoordigt de afschrijving bijna 11% van de thans in de balans voorkomende boekwaarde. Dat deze afschrijving zeer ruim genomen is blijkt duidelijk, als men bedenkt, dat zich bij de vloot twee pas enkele jaren geleden gebouwde kostbare schepen bevinden, die niet heelal veel minder hebben gekost dan het bedrag, waarvoor thans de gehele vloot van 146.832 ton te boek staat.
De boekwaarde bedraagt thans per ton NLG 101,50, wat voor een vloot van dergelijke samenstelling als een zeer laag cijfer is.
De liquide middelen bedroegen aan het eind van het boekjaar NLG 4.431.721 tegen NLG 3.200.000 in 1908. Voor dividend en tantièmes is echter circa NLG 1 miljoen meer nodig dan toenmaals, zodat de positie naar verhouding ongeveer gelijk is gebleven, d.w.z. opnieuw uiterst gunstig is.
Alles tezamen genomen, maakt het verslag dan ook een hoogst bevredigende indruk en legt het getuigenis af van de bloei van deze nationale onderneming en de voorzichtige wijze, waarop de Maatschappij wordt geleid.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf ‘De Toekomst’ te Nieuwendam is te water gelaten een voor de Gemeente Amsterdam gebouwde stoompont, voor de dienst op het IJ.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Advertentie. Te koop: Een stalen tjalkschip met volledige inventaris en boot, groot 142 ton, 1e klasse Germ. Lloyd, gebouwd in 1895, bij Jac. Smit. Scheepsbouwer, Sappemeer.


04 maart 1910


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Cuxhaven, 2 maart. De met een lading oliezaadkoeken van Hamburg naar Engeland bestemde Nederlandse tjalk DINA, kapt. Duit, is op de Beneden Elbe in het voorschip lek gesprongen. De tjalk is heden onderzocht en zal voorlopig repareren voor het de reis kan voortzetten.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Cuxhaven, 2 maart. Aan de rederij Schader en Wrede te Hamburg is opgedragen de gezonken tjalk WELVAART te lichten, hetgeen thans door de sleepboten HELGOLAND en GLÜCKSTADT beproefd wordt. Bij laag water is nog iets van het dek zichtbaar. De sleepboten zullen trachten het schip hoger op strand te slepen, waarop met de lossing van de lading oliezaadkoeken begonnen kan worden, en het schip na volledig dichtgemaakt te zijn weer drijvend en in de haven gebracht kan worden.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Barry, 2 maart. Bij het binnenlopen in het dok stootte het stoomschip VEERHAVEN op het breekwater. De belopen schade is nog niet vastgesteld.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 4 maart. De onlangs te Bremen opgerichte Weser Schifffarhts Gesellschaft Röhrs en Co., laat een stoomschip en twee lichters van 1.000 ton in Nederland bouwen.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Advertentie. Te koop: Een in aanbouw zijnde zeetjalk, groot plm. 195 ton, met klas l 3/3P.1.1.Veritas,aan de werf van de Wed. Y. de Jong te Ruischerbrug, bij Groningen.
(opm: zie ook NNO 010410)


05 maart 1910


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De commandant van Hr.Ms. pantserschip UTRECHT zal te Barbados, waar deze oorlogsbodem na de vergeefse reis om te zoeken naar de PRINS WILLEM II is aangekomen, bij bericht van de gouverneur van Suriname in kennis worden gesteld met het bevel om de opsporingstocht te staken. De UTRECHT zal daarna vermoedelijk naar Bonaire terugkeren tot voortzetting van de oefeningen. De directie van de Koninklijke West-Indische Maildienst deelt mee, dat niettegenstaande de regering de UTRECHT het zoeken naar de PRINS WILLEM II heeft doen staken, zij niet de hoop heeft verloren. Nog steeds blijft de directie de mening toegedaan, dat het schip op zee hulpeloos ronddrijft.


06 maart 1910


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. Gistermiddag deed de Raad voor de Scheepvaart uitspraak in zake de aanvaring, die in de ochtend van 10 november voor de haven van Genua plaats had tussen het stoomschip ORANJE, kapt. J. Versteeg, van de Maatschappij ‘Nederland’, en het Italiaanse stoomschip SICILIA. Ten gevolge van deze aanvaring maakte de ORANJE water in de voorpiek en was haar voorsteven verbogen; de SICILIA beliep schade aan bakboordzijde. De Raad stelt bij de beoordeling voorop, dat hij niet heeft kunnen horen de opvarenden van het Italiaanse schip, zodat niet omtrent alle punten klaarheid verkregen is kunnen worden. Intussen heeft de Raad geen reden, de verklaringen van gezagvoerder en opvarenden van de ORANJE als onjuist aan te nemen. Voor de ORANJE was er, naar het oordeel van de Raad, geen verplichting en zelfs geen reden om uit de weg te gaan, nu gebleken is dat de SICILIA krachtig doorzette en de gezagvoerder van de ORANJE zijn schip vrij van de SICILIA zag. De SICILIA had, terwijl de ORANJE op zijn loods lag te wachten, aan stuurboordzijde meer dan voldoende gelegenheid om uit te wijken. En de Raad is dan ook van mening dat de aanvaring had kunnen voorkomen worden door meer oplettendheid, betere waarneming en betere inachtneming van goede zeemanschap van de zijde van de SICILIA, zodat de gezagvoerder van de ORANJE geen blaam kan treffen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. Gistermiddag heeft de Raad voor de Scheepvaart uitspraak gedaan inzake de scheepsramp, d.d. 4 januari jl. overkomen aan het Nederlandse stoomschip HOLLANDER, gezagvoerder A. Karssies en toebehorende aan de Scheepvaartmaatschappij voorheen Smit & Co. te Rotterdam. Dit vaartuig strandde in de mond van de Gironde op het plateau de Grave, naar het oordeel van de gezagvoerder door een verkeerd commando van de loods. De Raad oordeelde dat het ongeluk is te wijten aan mist- en stroomverleiding. De kapitein had eigen peiling boven die van de loods moeten stellen en het foutieve commando van de loods (stuurboord roer) niet moeten toestaan. Maar de Raad begrijpt dat de gezagvoerder in de gegeven omstandigheden zwichtte voor het overwicht van de loods, die hij vooronderstelde beter op de hoogte te zijn van de plaatselijke omstandigheden.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van de scheepsbouwmeester T. Schepman te Kampen werden te water gelaten twee houten vaartuigen, voor rekening van de gemeente Utrecht; een Zuiderzeevisschuit, voor rekening van W. Kwakman te Vollenhove en een ijzeren klipperaak groot 140 ton, voor rekening van schipper H. Kuperius van Amsterdam. De kielen werden daarna gelegd voor twee vaartuigen voor rekening van de gemeente Utrecht; een Zuiderzeevisschuit, voor rekening van de wed. R. Jongman te Vollenhove, een ijzeren sleepschip, groot 230 ton, voor rekening van schipper A. Breider te Kampen; en een ijzeren hevelaak, groot plm. 110 ton, voor rekening van schipper B.D. van Dijk te Kampen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de ‘Werf ’t Kromhout’, firma D. Goedkoop Jr., werd heden met goed gevolg te water gelaten een stalen motorboot met open bruggendek, bestemd voor het vervoer van circa 150 passagiers. De hoofdafmetingen van het vaartuig zijn: Lengte 20 m, breedte 4,50 m en holte 1,85 m, terwijl het wordt voortbewogen door een dubbel cilinder Kromhout petroleum motor van 56 epk, welke het vaartuig een snelheid zal geven van ongeveer 17 km per uur. Het is bestemd voor Nederlands-Indië.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 5 maart. Gisterenavond zijn de sleepboten ANTONIA FRATER en EEMS met de tjalken NEDERLAND en GRATITUDE teruggekeerd, zonder het gezonken tjalkschip NIEUWE ZORG te hebben kunnen lichten. Slechts het zeil is geborgen. Tweemaal heeft men houvast aan het schip gehad, doch door het breken van het spil en anker heeft men alle hoop om het schip te lichten opgegeven, en wordt er thans niet meer aan getwijfeld of het is verloren.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Scheepsbouw. Veendam, 4 maart. Gisteren is van de werf van de scheepsbouwer L. Wolthuis te water gelaten een nieuw gebouwd stalen schip, groot plm. 65 ton, zullende bevaren worden door H. Bakker, van Spijk, gem. Bierum. Daarna werd de kiel gelegd van een dito schip voor rekening van E. de Vries van Emmercompascuum.


07 maart 1910


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 7 maart. Uit Gibraltar wordt gemeld dat het van Batavia naar Amsterdam bestemde stoomschip MADURA met defecte hoofdleibuis daar is binnengelopen. Vermoedelijk zal hedenavond of morgenochtend de reis kunnen worden voortgezet.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Brouwershaven, 5 maart. De laatste 3 dagen hebben bergers hier aangebracht plus minus 28 last verfhout, afkomstig van het 28 november 1909 op de Banjaard verongelukte Italiaanse fregat MARIA. Met eb zit het schip geheel onder water, doch bleef nog vrij van zand, zodat er bij gunstig weer veel kans bestaat om nog veel te kunnen bergen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 6 maart. Uit Bristol wordt gemeld dat het van Harlingen komende stoomschip WATERLAND hier aan de grond raakte, doch met assistentie weer vlot kwam.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 7 maart. In ons avondblad van 2 maart deelden wij in een bericht uit Bremerhaven mee, dat de Nederlandse schoener AGATHA een lange reis had gehad. In verband met dit bericht schrijft men ons uit Delfzijl onder meer het volgende: De schoener AGATHA liep hier namelijk 4 januari met een lading haver binnen van Emden, vertoefde hier tot 10 februari en vertrok toen met bestemming Londen. In verband met slecht weer werd men echter genoodzaakt te Bremerhaven binnen te lopen. Het is waar dat het geen voordelige reis is, maar de schoener heeft geen 59 dagen op zee rondgedreven.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 5 maart. In de maand december 1909 werd het stoomschip PORT HUNTER, van Adelaide naar Londen, in de Rode Zee door het wegslaan van de spie van de schroefasmoer, hulpeloos. Het Nederlandse stoomschip AMBON trof dit schip aan, sleepte het vanaf 16 tot 22 december 1909 over een afstand van 130 mijl en bracht het te Suez binnen. Het Admiraliteitshof, deze zaak behandelende, schatte de geborgen waarde op GBP 27.000 en bepaalde het bergloon op GBP 10.000.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Delfzijl, 5 maart. De ijzeren tjalk SPES MEA, bevaren door schipper K. Schimmel, is voor 12.000 Mark verkocht aan G.B. Grussing te West Rhauderfehn. De naam is veranderd in ANNI.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Delfzijl, 5 maart. De ijzeren tjalk GEERTJE, bevaren door schipper H. Kramer, is voor 18.000 Mark verkocht aan A. Ulpts te West Rhauderfehn. De naam is veranderd in ENGELINE.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

De haven van Harlingen.
In het verslag van de Kamer van Koophandel te Harlingen over 1909 komt het volgende voor: Het havenbedrijf heeft schade en in belangrijke mate ongerief ondervonden van de toestand van de haven. Het watervlak, dat bestemd is voor ligplaats van de boten in geregelde dienst, en dat tevens gebruikt moet worden voor de meeste boten met houtlading, is te klein van oppervlak. Tussenbeide is het geheel gevuld met zeeboten en kleinere vaartuigen, die lading aanbrengen, of die uit de boten lading innemen. Indien nu dat deel van de haven veilig was en beschut en ten allen tijde toegankelijk, dan zouden met enig beleid de nadelen van de te enge ruim, althans ten dele, overwonnen kunnen worden. De veiligheid laat echter zeer te wensen, omdat de los- en laadplaats vlak achter de havenmond gelegen is en de deining uit zee zich tot daar voortplant, terwijl de kleinere vaartuigen, die er zich heen begeven, de open havenmond moeten voorbijvaren. Het is inderdaad te hopen, dat de havenverbetering, die men op het oog heeft en waarvan men zulke goede verwachtingen koestert, niet lang meer zal worden uitgesteld.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de scheepsbouwwerf ‘De Klop’ te Zuilen zijn te water gelaten 4 elevatorbakken van 80 kubieke meter inhoud, gebouwd voor rekening van de Sliedrechtse Zandbakken Mij.


08 maart 1910


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Anjer, 11 februari. In de Straat Sunda woedde een zware westerstorm. Er vielen zware regenbuien bij hoge golven. Het wrak van de KING GEORGE is nu geheel versplinterd. De overblijfselen van de lading zijn geheel waardeloos. Dit schip strandde 20 november 1909 in Straat Sunda.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 7 maart. Schipper P.H. Fekkes aan boord van de tjalk JANTINA MARIA heeft op de reis van Stettin naar hier het stuurboordzwaard verloren en nog enige andere averij bekomen, waardoor de lading, bestaande uit lijnkoeken, bestemd voor Wolvega, enigszins werd beschadigd. Aan boord van de JANTINA MARIA waren mede twee schipbreukelingen van de gezonken tjalk WELVAART, schipper De Boer Sap, welke op het anker is gestoten en daardoor zwaar lek werd.


09 maart 1910


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

BANDOENG. Hedenmiddag te 03.20 uur werd met gunstig gevolg van de werf van de scheepsbouwmeesters Bonn & Mees alhier, het voor de Rotterdamsche Lloyd in aanbouw zijnde stoomschip BANDOENG te water gelaten. De hoofdafmetingen van dit stoomschip zijn: Lengte 393 Eng. voet 6 duim; breedte 51 Eng. voet 3 duim en hol tot het opperdek 37 Eng. voet. Het draagvermogen zal bij een diepgang van 26 Eng. voet 8.000 ton bedragen. Van drie doorlopende stalen dekken, waarvan het opperdek met teakhout wordt bevloerd, zal dit stoomschip worden voorzien. Onder het bruggendek bevinden zich de kajuiten benevens de hutten voor de officieren, terwijl het verblijf voor de gezagvoerder en de kaartenkamer op voornoemd dek zijn gebouwd. De commandobrug bevindt zich boven en over de kaartenkamer. Verder heeft dit stoomschip twee stalen paalmasten, ieder voorzien van vier laadbomen en verder worden nog vier masten met laadbomen geplaatst. Een van die laadbomen wordt ingericht voor het lichten van zware stukken. Voor het manoeuvreren, laden en lossen wordt het voorzien van ankerspil, dertien stoomlieren en twee kaapstanders. Een brandblusapparaat benevens meerdere veiligheidsmiddelen zullen tot de uitrusting behoren.
De machines en stoomketels, die door de Koninklijke Maatschappij ‘De Schelde’ te Vlissingen worden vervaardigd, zullen het schip een snelheid geven van ongeveer 11¼ mijl. Schip en machines worden in de hoogste klasse van Bureau Veritas geklasseerd. De doopceremonies werden waargenomen door de jongejuffrouw Marta Mees, dochter van de scheepsbouwer.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hull, 7 maart. Het Nederlandse schip LEENTJE, kapt. Koopman, is van het Thyberoenkanaal hier aangekomen met gebroken grote mast.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Cuxhaven, 7 maart. De bergers, die de gezonken tjalk WELVAART zouden lichten, hebben de pogingen daartoe opgegeven. Thans zal een duiker trachten het schip boven water te brengen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 9 maart. De scheepssloperij Frank Rijsdijk te Hendrik-Ido-Ambacht heeft het te Hamburg liggende Engelse drie-mast ijzeren schip MYLOMENE gekocht. Dit drie-mast schip van de Shipping Co. Limited te Liverpool werd in 1882 te Liverpool gebouwd en is groot bruto 1.949 en netto 1.808 register ton.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van de heer J. Wortelboer te Oude Pekela is te water gelaten een stalen sleepkraan van 130 last, waarna de kiel werd gelegd voor een tjalkschip van 80 ton.


10 maart 1910


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 10 maart. Heden werd het stoomschip ALKAID, gebouwd voor rekening van de firma Van Nievelt, Goudriaan & Co. alhier een proeftocht gemaakt. Wij vernemen dat deze proeftocht met gunstig gevolg is afgelopen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 10 maart. De zeelichter SCHEEPVAART I arriveerde gisteren van Sunderland te Brunsbüttel.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlissingen, 10 maart. De nieuwe mailboten van de Maatschappij ‘Zeeland’, de PRINSES JULIANA en ORANJE NASSAU zullen, alvorens deze schepen in de vaart komen, in het dok te Rotterdam worden opgenomen om enkele voorzieningen te ondergaan. De PRINSES JULIANA komt 2 april in dienst, de MECKLENBURG 9 april en de ORANJE NASSAU 22 of 23 april.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Opruiming wrak. Middelburg, 9 maart. Alhier werd heden aanbesteed het wegruimen van de overblijfselen van het wrak van het op de Banjaard onder Haamstede gezonken stoomschip ALVERTON met bijkomende werkzaamheden. Minste inschrijver de heer W.A. v.d. Tak te Rotterdam voor NLG 960. (opm: zie ook NRC 201179 en NRC 130180)


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de. scheepswerf van de firma Gebr. Zwolsman te Makkum, werd met goed gevolg te water gelaten een stalen klipper, groot 125 ton, voor rekening van de heer S. Mantel te Broekerhaven en een motorboot groot ca. 40 ton voor rekening van de heer W.A. Bok te Tijnga. Een week te voren werden afgeleverd een stalen klippertje, groot 40 ton, voor de heer P. Panbakker te Leeuwarden en een motorboot, groot 20 ton, voor rekening van de heer A.G. v.d. Meij te Leeuwarden. De kielen werden vervolgens gelegd voor een vrachtmotorboot, groot ca. 70 ton, voor rekening van de heer P.J. Hofman te Woerden, en een motorboot voor passagiers- en beurtdienst, groot ca. 50 ton, voor rekening van de heren Zwart & V.d. Werf te Sneek.


11 maart 1910


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Delfzijl, 10 maart. Een tweede poging om te trachten het gezonken tjalkschip NIEUWE ZORG, ditmaal gedaan door de tjalken CONFIANCE en MEMENTO MORI, schippers Voordewind en Houwerzijl te lichten, is wederom mislukt. Er wordt niet meer aan getwijfeld of het schip is als verloren te beschouwen. Vermoedelijk zal de Duitse regering het vaartuig uit de weg ruimen door het te laten springen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Cuxhaven, 9 maart. De aan de Zuidzijde van de rede gezonken Nederlandse tjalk WELVAART is met de lading oliekoeken, door de duiker Flint gelicht en in de buitenhaven aan de grond gezet. Daar wordt de lading gelost, om daarna het schip dicht te maken.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Londen, 10 maart. Het Nederlandse stoomschip BLOOMBERG, geladen met kolen, is 4 dezer bij het Tyne Dock in aanvaring geweest met de sleepboot N.E.R. No. 1 en bekwam schade aan platen spanten enz. aan stuurboord.


12 maart 1910


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Maassluis, 12 maart. Het hedenmorgen naar zee vertrekkende stoomschip MIZAR heeft tijdens mist ter hoogte van Poortershaven stuurboordanker met ketting verloren, welke door de Nieuwe Bergings Maatschappij werd opgevist en weer aan boord van het stoomschip gebracht, daarna zette het stoomschip de reis voort.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Wilton’s Machinefabriek en Scheepswerf.
In het verslag over 1909 van Wilton's Machinefabriek en Scheepswerf alhier, zegt de directie, dat, evenals in vorige jaren, in 1909 de werkzaamheden wederom toenamen. In verband met de steeds toenemende werkzaamheden, werd voor de afdeling scheepsbouw een nieuwe werkplaats van 60,00 meter x 40,00 meter gebouwd en in gebruik genomen, terwijl het aantal werktuigen van deze en de andere afdelingen aanzienlijk werd vermeerderd, teneinde de productie te bespoedigen. Verdere uitbreidingen zijn nog in gang. Van het dok werd in 1909 gebruik gemaakt door 198 (153) zeeschepen, metende 658.408 (519.007) register tonnen, met 379 (345) hellingdagen. Van de hellingen werd in 1909 gebruik gemaakt door 99 (v.j. 110) zeeschepen, metende106.718 (121.382) register tonnen met 379 (345) hellingdagen. Totaal werden dus 297 (268) zeeschepen, metende 765.123 (640.389) register tonnen gedokt en gehellingd, zijnde 124.734 register ton of bijna 20 procent meer dan in 1908. Bovendien werden 30 zeeschepen metende 90.983 register tonnen in de dokken van de gemeente Rotterdam behandeld. Verder werden 242 rivierschepen gehellingd met 665 hellingdagen.
De afdeling scheepsbouw leverde in 1909 af de motorboot EDITH, de stoomschepen M.O.P. 112B en M.O.P. 113B, een drijvende bok en een transportvaartuig voor eigen gebruik, de stoomschepen MENGGALA en DONGGALA en de hekwieler BAMANIA. Bovendien werd het stoomschip BATAVIER II verlengd en verbouwd. De afdelingen machinebouw en ketelmakerij leverden af de 7 machines en 7 ketels voor bovengenoemde schepen; verder 5 machines en 3 ketels voor andere schepen, een en ander met een totaal van circa 3.080 ipk. Bovendien werden door de ketelmakerij nog 14 nieuwe ketels afgeleverd.
Op 31 december 1909 waren nog onder handen of in bestelling in de afdeling scheepsbouw het stoomschip PRINSES JULIANA voor het Departement van Koloniën, een profiel- en bakkenzuiger, een zeesleepboot, een riviersleepboot voor eigen rekening nodig voor het dokbedrijf en twee pontons voor graanelevators, welk aantal bij het uitbrengen van het verslag is verhoogd tot 6; verder de verlenging en verbouwing van het stoomschip BATAVIER III. In de afdelingen machinebouw en ketelmakerij waren nog onderhanden of in bestelling de 4 machines met een totaal vermogen van 1.650 ipk en de 14 ketels voor bovengenoemde vaartuigen en een machine van 650 ipk met daarbij behorende ketel voor een Rijnsleepboot.
Aan arbeidsloon werd in 1909 uitbetaald NLG 945.938 tegen NLG 827.039 in 1908. De balans sluit met een totaalcijfer van NLG 3.589.866 (v j. NLG 3.470.408). Onder de activa primeren o.a. terreinen met NLG 1.000.000, fabrieksgebouwen enz. met NLG 460.000 (NLG 525.000), machinerieën en gereedschappen met NLG 175.000 (NLG 170.000), aandelen Mij. tot expl. van Wilton's Droogdok, NLG 360.000 (NLG 350.000). Mij. tot expl. van Wilton's Droogdok, (rek. crt) met NLG 165.878 (NLG 232.427), kas en kassiers met NLG 180.746 (NLG 270.132), diverse debiteuren met NLG 517.626 (NLG 421.645), voorraad grondstoffen en materiaal met NLG 124.377 (NLG 112.958) en werken onderhanden met NLG 428.590. Daartegenover staan o.a. de volgende posten: kapitaal NLG 1.250.000, 4½ procent, lening anno 1901 NLG 1.090.000 (NLG 1.130.000), reservefonds NLG 556.725 (NLG 422.172), diverse crediteuren NLG 193.582 (NLG 183.044), Swan, Hunter & Wigham Richardson Ltd. NLG 121.000 (NLG 217.800) en ontvangen termijnen op onafgewerkte contracten NLG 112.228 (NLG 21.320). In de toelichting merkt de directie op, dat op terreinen evenmin als vorige jaren afgeschreven is, daar aangrenzende, minder gunstig gelegen terreinen, voor hogere prijs verkocht zijn, dan waarvoor deze terreinen geboekt staan. Afschrijvingen op aandelen Mij. tot expl. van Wilton’s Droogdok had evenmin plaats, daar deze Mij. in de 2 jaar en 4 maanden, dat het drijvend dok bestaat, NLG 145.562 of 22 pct. van de oorspronkelijke waarde van het dok heeft afgeschreven. De post werken onder handen is slechts belast met de werkelijke uitgaven voor arbeidsloon en materiaal. Het overschot van de bedrijfsrekening bedraagt NLG 686.754 (NLG 671.211). De onkosten als salarissen, steenkolen, enz. vorderen NLG 255.880 (NLG 248.526), zodat er een saldowinst ter afschrijving en ter verdeling overblijft van NLG 430.874 (NLG 422.865). Voor afschrijvingen op fabrieksgebouwen, hellingen, havens, machinerieën, effecten, enz. wordt NLG 162.188 (NLG 147.480) bestemd, terwijl aan de speciale reserve voor verschil in dokgelden NLG 6.597 wordt toegevoegd. Evenals verleden jaar wordt voorgesteld aan aandeelhouders het bij de statuten maximum-dividend van 5 procent uit te keren en het restant, na aftrek van tantièmes en de bedrijfsbelasting NLG 141.098 (NLG 134.552) bedragende, in het credit van de reserverekening over te brengen, welke alsdan stijgt tot NLG 556.725 (NLG 422.173).


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Rotterdam-Memel-Koningsbergen. Naar men verneemt, zal de firma Joh. Otten & Zoon te Rotterdam in vereniging met de firma Poulsen & Ivens te Kiel, einde dezer maand of begin april een geregelde dienst Rotterdam-Memel-Koningsbergen v.v. openen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Houtvrachten. Het schijnt dat bevrachters en reders enigszins meer tot elkaar komen op het punt van vrachtkoersen; de laatsten zijn in ieder geval enigszins williger voor de uit de dimensies samengestelde ladingen en daar de tijd van e.o.w. allengs nadert, kan in de eerstvolgende weken waarschijnlijk een levendiger gang van zaken verwacht worden. Archangel naar Londen werden twee boten resp. 840 en 750 stds. afgedaan ad. 31 Sh. per std. Onega - Londen is voor een 1.000 std. boot 30 Sh. geaccepteerd geworden en Kovda (2 laadplaatsen) - Londen werd afgesloten ad. 31 Sh. 3 d. Voorts Söderhamn - Londen ad. 20 Sh. en een lading van 700 stds. floorings Hernösand - Londen werd afgesloten ad. 21 Sh.
Van de pitch-pine havens is een verval in de vraag naar ruimte en de vrachtkoersen zijn alom 1 Sh. 3 d. tot 2 Sh. 6 d. per std. gedaald.


13 maart 1910


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 12 maart. Het Nederlandse schip WELVAART gaat niet naar Antwerpen zoals gemeld, maar naar Hamburg.


14 maart 1910


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Te Hellevoetsluis wordt met 1 april aanstaande tijdelijk in dienst gesteld, ten behoeve van de hydrografie, de stoomloods-transportschoener FRANS NAEREBOUT. Als vermoedelijk half mei de in aanbouw zijnde HYDROGAAF in dienst gesteld wordt, is die tijdelijke taak afgelopen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 14 maart. Hr.Ms. BORNEO, te Soerabaija in dok, zou volgens de Javabode de 5e maart gereed zijn voor de dienst. Deze bodem heeft de opdracht tot opneming van de binnenrede van Banjoewangi met inbegrip van de doorgangen naar de buitenrede.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 14 maart. Het nieuwe stoomschip ALKAID arriveerde gisteren van Rotterdam te Cardiff om voor Buenos Aires te laden.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Bremen, 12 maart. Uit Emden wordt gemeld dat op het schip NIEUWE ZORG, gezonken liggende op 53º 35’ 33” N en 6º 56´ 30” O een wrakton is gelegd. De mast steekt bij hoog water 2 meter boven water uit. Op het wrak staat 10 en daarnaast 12 meter water.
(opm: zie ook AH 230310 en NRC 060410)


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 14 maart. Volgens een telegram uit Townsville is het Nederlandse mailstoomschip VAN DER HAGEN met het Piper Island vuurschip in aanvaring geweest. Later strandde het, doch het kwam zonder assistentie en ogenschijnlijk onbeschadigd weer vlot. De reis werd voortgezet.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Door de regering is in beginsel besloten om in het belang van de verbetering van de verbindingen ter Oostkust van Celebes de contractuele maandelijkse dienst Nº 10a van de Koninklijke Paketvaart Maatschappij door te trekken van Loewoek naar Boenta. Eerst in het volgend jaar wordt daartoe overgegaan, zodat bij de begroting voor het volgend jaar, daarop zal zijn gerekend.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van de Gebroeders Bodewes te Lobith is met goed gevolg te water gelaten een ijzeren sleepkaan, groot ± 600 last, genaamd CLARA EVA, schipper Meckel.


Krant:

 MCO - Middelburgsche Courant

Vlissingen, 12 maart. Hedenmiddag te half drie ’s middags werd op de werf van de Koninklijke Maatschappij ‘De Schelde’ te Vlissingen met goed gevolg te water gelaten het voor rekening van de heer Nico Haas te Rotterdam in aanbouw zijnde stoomschip SOPHIE H, waarvan de kiel gelegd werd op 6 oktober 1909. (opm: wellicht zal dit 4 oktober 1909 moeten zijn). De laatste beletselen werden weggenomen door mevr. S. Haas-Davidson, echtgenote van de reder. De hoofdafmetingen zijn: Lengte tussen de loodlijnen 325’-0”, breedte 47’-0”, holte 24’-3”, diepgang 20’-0” en laadvermogen 5.100 ton. Het schip is een vrachtboot van het ééndeks-type en gebouwd onder toezicht van Bureau Veritas. De stalen romp is geconstrueerd volgens het Isherwood systeem d.w.z. met langsscheepse spanten en dekbalken. Het schip heeft vier luiken met stoomwinches. De twee masten zijn ieder van 2 laadbomen en een inschuifbare top voorzien. De triple expansie machine met cilinders van 23½, 38 en 64 Eng. duim diameter en 42” slag, is ontworpen om 1.500 ipk te ontwikkelen bij ong. 70 omw./min. Twee enkelvoudige vlampijpketels met werkdruk van 160 lbs. zorgen voor de stoom. (opm: beknopt)


15 maart 1910


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Verkochte schepen. De Nederlandse schoener TASMAN, thuis behorend te Groningen, werd verkocht aan kapt. Buisman en verdoopt in ALIDE. (opm: zie ook NRC 230110)


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Verkochte schepen. Het door schipper Salomons aangekochte schip PIETRONELLA (zie Avondblad 23 febr.) werd verdoopt in BELLANDE.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Delfzijl, 11 maart. De sleepkaan TRANSPORT, die de vorige maand bij Carolinensiel op strand geraakte, heeft de lading thans in tjalken overgeladen en gaat naar Emden om te repareren bij scheepswerf Cassens. (opm: zie ook AH 010310 en 190310)


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De PRINS WILLEM II. De te Paramaribo verschijnende West geeft mededelingen omtrent het zoeken door de UTRECHT naar de PRINS WILLEM II.
Daarbij werd van de veronderstelling uitgegaan, dat het eventueel ongeval aan machine of schroef, dat de boot bewegingloos zou hebben gemaakt, heeft plaats gehad voorbij de Azoren, en de boot dus westelijk is afgedreven.
De commandant van de UTRECHT heeft nu op de kaart uitgemeten waar de PRINS WILLEM II bij normale reis, dag voor dag zich had moeten bevinden. Daar men niet weet op welke dag het ongeval heeft plaats gehad, is van elk punt afzonderlijk uitgerekend, hoever de boot kon zijn afgedreven, indien op dat punt het ongeluk heeft plaats gehad. Zo verkreeg men dus een reeks nieuwe punten, die door een lijn zijn verbonden. Deze lijn had de UTRECHT zich als reisroute gesteld, voor de heenreis, waarbij aangenomen is dat de boot een halve mijl per uur is afgedreven.
Voor de terugreis was een andere lijn opgemaakt, waarbij uitgegaan is van de veronderstelling dat de boot een mijl per uur is afgedreven.
In de voortop van het oorlogsschip bleef voortdurend een man op uitkijk, gewapend met een binocle.
Des nachts werd elk kwartier de horizon afgezocht door middel van zoeklicht. Daarna werd het zoeklicht telkens enige tijd op een wolk gericht, om de aandacht te trekken van de WILLEM II, welk schip dan door vuurpijlen zou kunnen antwoorden.
Een premie was uitgeloofd voor degene aan boord die het eerst het vermiste schip zou opmerken.
Een bacoven-schip hetwelk 26 februari van hier naar New York vertrok, zomede de boot die de daarop volgende week van daar werd verwacht, zouden een enigszins gewijzigde route volgen, om de WILLEM II “op te vangen" indien het "om de west" mocht zijn afgedreven.


16 maart 1910


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De PRINS WILLEM II. Uit Amsterdam meldt men ons:
De directie van de Koninklijke West-Indisch Maildienst heeft door bemiddeling van het Ministerie van Buitenlandse Zaken het navolgende bericht ontvangen van de vice-consul der Nederlanden te Lorient:
In zee bij Belle Ile (westkust van Frankrijk) werd opgevist een reddingboei, dragende het opschrift: PRINS WILLEM II __ Amsterdam en een sloepsriem, gemerkt PRINS WILLEM II, terwijl voorts op het eilandje Hoedié (ten oosten van Belle Ile gelegen) is aangedreven een zwart bord, waarop in witte letters het navolgende geschilderd is: Roercommando. Indien gecommandeerd wordt bakboord uit <___ [] ___> stuurboord uit, welk bord eveneens tot de inventaris van een van onze schepen behoord moet hebben.
Hoewel uit het aandrijven van deze inventaris-artikelen niet direct de conclusie mag getrokken worden, dat het stoomschip PRINS WILLEM II vergaan is, omdat het alle losse dek artikelen zijn, die bij slecht weer betrekkelijk spoedig over boord kunnen geraken, zo geeft het, naar de directie van de Koninklijke West-Indische Maildienst ons meedeelt, zeer zeker aanleiding, het vermoeden uit te spreken dat het ergste te vrezen is.
De PRINS WILLEM II, van de Koninklijke West-Indische Maildienst te Amsterdam, werd in 1890 te Amsterdam door de Nederlandsche Scheepsbouw Maatschappij (opm: dit is onjuist en moet zijn Koninklijke Fabriek van Stoom- en Andere Werktuigen) gebouwd.
De hoofdafmetingen zijn: Lang 264, breed 36 en hol 21 Engelse voet. De bruto inhoud is 1.621 en de netto inhoud 1.015 registerton.
De triple-expansie machines, die 1.250 ipk kunnen ontwikkelen, hebben cilinders met middellijnen van 221/2 __ 34 en 56 Engelse duim, bij een slag van 40 Engelse duim. De ketels, 11 x 25 voet, werkten met een druk van 160 Engelse ponden.
De equipage van de PRINS WILLEM II was volgens de ons door de directie verstrekte monsterrol als volgt samengesteld:
Kapitein J.W. van Slooten, 1e officier W.K. de Groot, 2e officier H.O. Friedrich, 3e officier J.C.G. Jongman, 1e machinist A. de Weger, 2e machinist F.L. Kelders, 3e machinist M. Kersloot, 4e machinist R. Meijer, geneesheer L. Vrind, hofmeester F. v.d. Ben, 2e hofmeester A. van Leiden, linnenjuffrouw C.M. Buysman, chefkok J. Noordenbos, 2e kok J.H.J. Foulloir, koksjongen D. Hermandez, bediende 2e klas H.H. Lugten, bediende salon M.J. Pothuys, bediende messroom K.M. Tatgenhorst, bediende pantry M. Hermandez, bootsman W.H. van Leeuwen, timmerman L. Biesbrouch, lampenist D. Lepplaa, matroos D. Roda, matroos Warner Bakker, matroos C. Hofker, matroos S. Wiebenga, matroos C.K. Kuyper, matroos J. Sparrius, lichtmatroos T. Vogelzang, lichtmatroos S. Postma, donkeyman J.P. de Vries, 1e stoker Josef van Uiter, 1e stoker J. Rooijer, 2e stoker Jan de Jong, 2e stoker L. Vornier, 2e stoker P. Cuales, tremmer J. Laher, tremmer J. Crips, tremmer O. Koeiman.
Het vergane stoomschip had de volgende passagiers aan boord E. Reichel, W.N. Sevenoaks en echtgenote, F. Vogler, R.C. Tyson, S.D.F.Th. Bont, N.J. Bijl, echtgenote en 3 kinderen, F. Stempel, H. Hövelmann, J. van Radenbach en A. van Kregten.
De heer R.C. Tyson, ingenieur, was vanwege de firma Thom and Cameron uitgezonden met opdracht een onderzoek in te stellen op het placer La Fortuna.
De heer Sevenoaks, district-geneesheer, had gedurende zijn verloftijd het artsexamen afgelegd, en maakte te Berlijn en te Londen studies in huid- en geslachtsziekten en aan de London School of Tropical Medicina in tropische ziekten, waaronder beri-beri, tropische dysenterie en filariosis. In januari jl. was de heer Sevenoaks gehuwd met mejuffrouw Helene Hempel te Dresden.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hamburg, 14 maart. De gezonken Nederlandse tjalk WELVAART is gelicht en hedenmiddag door de sleepboot CUXHAVEN ter reparatie naar de Flintschen werf gesleept.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 16 maart. Onze correspondent te Batavia seint: Er woedt een zware brand aan boord van het stoomschip VAN DEN BOSCH, liggende in de haven van Tandjong Priok. De brand heeft weinig schade aangericht. Persoonlijke ongevallen zijn er niet door veroorzaakt. Het schip behoort tot de passagiersschepen van de Koninklijke Paketvaart Maatschappij en meet 2.382 ton bruto.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 16 maart. Volgens een telegram uit Batavia staat het stoomschip VAN DEN BOSCH, behorende aan de Koninklijke Paketvaart Maatschappij te Amsterdam, te Tandjong Priok in brand. Bij het afzenden van het bericht was men het vuur nog niet meester.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Svendborg, 14 maart. De met oliekoeken naar hier bestemde tjalk ADELAAR is heden ten Oosten van Holmen aan de grond gevaren. Aangezien de stranding bij hoog water plaats had zal het wel in de eerste dagen niet vlot komen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepvaart op de Russische havens. Naar wij vernemen zijn berichten uit Rusland ontvangen, wel in staat om sensatie te maken onder de Nederlandse reders. Immers in die particuliere mededelingen verluidt dat de gunstige bepalingen waaronder tot dusver de Nederlandse scheepvaart in de Russische havens leefde, zouden zijn opgeheven en een belangrijk hoger tarief daarop zou worden toegepast. Terwijl in alle Russische havens tot dusver voor een Nederlands schip aan havengelden verschuldigd was 20 kopeken per bruto registerton, zou dit nu worden 2 roebels. Wat dat zeggen wil, kan hieruit blijken dat tot nu toe volgens het eerste tarief een stoomboot van duizend standaard 260 roebels betaalde, terwijl zulks voor het nieuwe tarief zou worden 2.600 roebels of tienmaal zoveel. En waar naar het heet zulks alleen van toepassing is op Nederlandse schepen, kan hieruit niet anders voortvloeien dan dat de Nederlandse scheepvaart uit Rusland wordt geweerd. Is dit reeds een ontzaglijke schade op zichzelf, omdat naar bekend veel Nederlandse stomers bij de Russische houtvaart zijn betrokken, het wordt te erger waar tegen het weldra te openen nieuwe seizoen reeds grote contracten zijn afgesloten, waarbij het oude tarief als basis van berekening heeft gegolden. Het spreekt vanzelf dat de Nederlandse reders mogen verwachten dat ons Departement van Buitenlandse Zaken zich hun belangen, onmiddellijk met de nodige spoed zal aantrekken. (opm: zie ook AH 180310)


17 maart 1910


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Holland Amerika Lijn. In de heden te Rotterdam gehouden jaarvergadering werd het verslag voor kennisgeving aangenomen en de rekening goedgekeurd, zodat het dividend op 10% bepaald is. De aftredende commissaris jhr. Van Swinderen werd herkozen, terwijl in plaats van de heer A. de Monchy, die wegens hoge leeftijd gemeend had te moeten aftreden, als zodanig benoemd werd de heer E.P. de Monchy Rz. De heer A. de Monchy had van de voorzitter mr. M. Mees een warm woord van erkentelijkheid in ontvangst te nemen voor al hetgeen hij gedurende zijn langjarig commissariaat voor de onderneming heeft gedaan.


18 maart 1910


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 16 maart. Van de Nederlandse koftjalk JANTJE, kapt. Van de Wal, groot bruto 114 ton, 31 december 1909 van hier naar Grangemouth vertrokken, heeft men sedert niets vernomen en wordt als vermist beschouwd.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Svendberg, 16 maart. De ten oosten van Hölmen gestrande tjalk ADELAAR is met wassend water en na het werpen van een gedeelte van de lading met eigen kracht vlot en in de haven hier gekomen. Het schip dat ogenschijnlijk onbeschadigd is gebleven, is thans ter lossing gereed.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 18 maart. Uit Batavia wordt geseind dat de lading in het voorschip van het stoomschip VAN DEN BOSCH door het vuur is beschadigd en dat tevens ook schade aan de romp is ontstaan, doch hoe groot die averij is, is nog niet bekend.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Tampico, 16 maart. Bij het binnenlopen geraakte het stoomschip TERSCHELLING aan de grond, doch kwam vlot en in de haven. Bij gehouden expertise is het stoomschip onbeschadigd gebleken.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart. De Raad voor de Scheepvaart te Amsterdam heeft gisteren behandeld de zaak van het scheepsongeval, overkomen aan de tjalk de CONCURRENT op 24 januari, niet ver van de mond van de Wezer, waar ze gestrand is op het Minsener Oldoog. Genoemd schip, toebehorende aan de schipper zelf, H. Scholten uit Wildervank, was geladen met meel en gerst, op reis van Hamburg naar Oldenburg. Toen Cuxhaven verlaten werd, was het goed weer, doch toen men in volle zee was, kwam er storm op en werd het dik van sneeuw, zo verklaarde de schipper voor de Raad.
Het schip manoeuvreerde slecht, zodat zijn pogingen om de Wezer in te lopen faalden. Alle hulpmiddelen sloegen van het dek. Bij een poging om de mond van het riviertje de Jade binnen te lopen, is het schip gestrand. De noodvlag werd gehesen, doch het was veel te dik van sneeuw, dan dat deze vlag door andere schepen gezien kon worden.
Twee dagen is de getuige, die alleen met zijn vrouw en dochter en een stuurman aan boord was, op het schip gebleven, dat zwaar stootte en het roer verloren had. Toen zijn zij aan wal gegaan en hebben daar een inrichting voor schipbreukelingen gevonden, die telefonisch was aangesloten met de nabij zijnde haven. Zodoende konden zij gemakkelijk hulp krijgen. De tjalk is vrij geraakt en met zware averij naar Delfzijl gesleept.
Bij het verhoor merkte de president onmiddellijk op, dat het scheepsjournaal niet behoorlijk is bijgehouden, maar bovendien was er veel meer kans geweest om zonder ongeval de reis te volbrengen, indien doorgekoerst was, in plaats van midden tussen de banken te gaan zitten. Op een desbetreffende vraag antwoordde de schipper, dat ankeren onmogelijk was.
Andere raadsheren merkten op, dat het schip ten enenmale onvoldoende bemand was, temeer omdat het schip zoveel zeil voerde. Daarmee moet de schipper verlegen hebben gezeten. Als hij bovendien op de kaart had gekeken, had hij zeker vrij kunnen lopen.
De schipper antwoordde hierop, dat hij ook, als hij nog een man aan boord had gehad, vermoedelijk niet had kunnen reven. De schipper deelde voorts mee, dat hij een dienstdiploma grote vaart van 1904 heeft.
Daarna werd gehoord de stuurman Tjeerd Buitenkamp. Deze is als jongen ter zee gegaan en heeft nooit enige opleiding gehad. Van kaarten, lichten of seinen heeft hij niet het flauwste begrip. Hij moest alleen bij het zware weer de zeilen behandelen. Bij de zware storm is onophoudelijk volle zeil gevoerd, omdat men niet kon reven. Zodoende hield het schip van achteren te veel doek op, om te kunnen wenden. De Raad zal nader uitspraak doen.
(opm: zie ook NRC 270110, 050210, 070210 en 240210)


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepvaart op de Russische havens. Naar aanleiding van het bericht, volgens hetwelk gunstige bepalingen, voor de Nederlandse scheepvaart in Rusland geldend, zouden zijn opgeheven en voor onze schepen een belangrijk hoger tarief zou worden toegepast, verneemt de N.R.C., dat een van de toonaangevende reders te Rotterdam op audiëntie bij de Minister van Buitenlandse Zaken is geweest. Hij kreeg de toezegging, dat de Minister zich onmiddellijk over deze belangrijke kwestie met de legatie te St. Petersburg in verbinding zou stellen. Het antwoord zou direct worden bekend gemaakt. Verder verneemt het blad, dat er geen sprake van is, dat het in 1846 met Rusland gesloten handelstraktaat zou zijn opgezegd.
Een bijzonder geval, dat aan twee Nederlandse stoomschepen te Novorossisk is overkomen, werd aan het blad bij het bespreken van de Russische havenkwestie meegedeeld. De Nederlandse meetbrieven van de te Novorossisk beladen stoomschepen MOERDIJK en HOUTDIJK zijn aldaar niet aanvaard. De schepen werden aldaar hermeten en volgens die Russische meting zijn ze groter bevonden, dan volgens de Nederlandse meetbrief werd aangewezen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepvaart op de Rusland. Wij vernemen dat bij het Ministerie van Buitenlandse Zaken van de gezant te St. Petersburg nog geen antwoord is ingekomen op de vraag om informaties ten aanzien van de bekende kwestie van de verhoogde scheepvaartrechten. Bij belanghebbenden is men geneigd aan een of andere mystificatie te denken, waar tegenover evenwel staat dat het lichaam, hetwelk aan verschillende reders te Rotterdam per circulaire van een en ander mededeling deed, bekend is als een zeer en te goeder naam staande onderneming, die zonder grond toch wel niet dergelijke mededelingen in druk zou verstrekken.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Amsterdam, 17 maart. Door de ‘Werf ’t Kromhout’, firma D. Goedkoop Jr., werd heden aan boord van het stoomschip PRINS DER NEDERLANDEN met bestemming naar Paramaribo verladen een stalen motor-directieboot, lang 11 meter, breed 2,20 meter en hol 1,26 meter, voorzien van een 14 pk Kromhout petroleummotor, welke machine het bootje een snelheid zal geven van 13 km per uur. Het vaartuig is bestemd voor het Gouvernement van Suriname (Departement van de Koloniale Vaartuigen te Paramaribo).


19 maart 1910


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Aan het verslag over 1909 van de Rotterdamsche Droogdok Maatschappij alhier ontlenen wij het volgende:
In verband met de ongunstige toestand waarin het scheepvaartbedrijf nog steeds bleef verkeren, was het gedurende het afgelopen jaar uiterst moeilijk geregeld werk tegen enigszins lonende prijzen te verkrijgen. Tijdelijke slapte was niet geheel te voorkomen en dientengevolge bleef de totale omzet beneden die van het jaar 1908. Dank zij de betrekkelijk gunstige afwikkeling van de orders voor nieuwe aanbouw, gepaard aan de bevredigende uitkomsten van het reparatiebedrijf, waren niettegenstaande de geringere omzet, de bedrijfsresultaten wederom gunstiger dan die van het voorafgaande jaar.
De winst op orders steeg tot NLG 317.651, zodat na aftrek van de erfpacht en van de rente van de obligatielening een voordelig saldo overblijft van NLG 260.467, zijnde NLG 23.171 meer dan het vorige jaar. Volgens de in 1909 door de algemene vergadering gewijzigde statuten, behoeft van dit saldo niet langer de jaarlijkse aflossing van de obligatielening te worden ingehouden, in verband waarmede voorgesteld wordt de in de vorige balans voorkomende reserve aflossing obligatierekening, ten bedrage van NLG 60.000, thans te voegen bij de statutaire reserve. Van genoemd saldo wordt thans bestemd voor afschrijvingen op diverse bezittingen een bedrag van NLG 156.813, waarna er een te verdelen winst overblijft van NLG 103.653. De directie stelt voor, voor buitengewone reserve NLG 15.000 en voor gratificaties NLG 2.500 te bestemmen, terwijl aan aandeelhouders in totaal uitgekeerd kan worden NLG 75.000, zijnde NLG 75 per aandeel of (v. j. 5) 71/2 pct. dividend en NLG 11 (NLG 6) per oprichtersbewijs.
De obligatielening verminderde door uitloting tot NLG 920.000. Daarentegen steeg de aanschaffingswaarde van de terreinen, gebouwen, vaste gereedschappen en dokken van NLG 2.064.871 op 31 december 1908 tot NLG 2.088.321 op 31 december 1909, op welk bedrag thans totaal NLG 273.321,37 is afgeschreven. De balanswaarde van de hoofden, vaartuigen, losse gereedschappen en kantoorameublement is door afschrijvingen, in totaal NLG 89.084 bedragend, tot respectievelijk NLG 25.000, NLG 50.000 en NLG 1 gedaald.
Betreffende de werkzaamheden wordt het volgende meegedeeld. De afdeling scheepsbouw leverde af de zeesleepboot ATLAS, de bakkenzuiger WESER en het stoomschip MEGREZ van 4.600 ton laadvermogen. De afdeling werktuigbouw leverde de werktuigen voor genoemde vaartuigen, alsmede een stel werktuigen voor de in Amsterdam gebouwde zeesleepboot AJAX. Op 31 december waren onder handen het stoomschip ALKAID van 5.200 ton laadvermogen (inmiddels afgeleverd) en het stoomschip MOORDRECHT van 1.500 ton laadvermogen.
Bovendien was gecontracteerd voor een stoomschip van 5.200 ton en werd voor het verschijnen van dit verslag de opdracht tot de bouw van nog een dergelijk stoomschip gegeven. Ook de werktuigen en ketels van al deze schepen worden door de Maatschappij gebouwd. Bovendien werden aan tal van schepen reparaties uitgevoerd. Van de beide dokken werd gedurende 1909 gebruik gemaakt door 156 zeeschepen, metende 350.871 registertonnen, met een aantal dokdagen van 501, zondagen, nachtwerk en rivierboten buiten beschouwing gelaten. Sinds de oprichting van de Maatschappij werden gedokt 966 schepen, metende 2.180.104 registertonnen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

IJmuiden, 18 maart. De directie van Koninklijke West-Indische Maildienst deelt ons mee dat na opgave van 18 dezer nog zijn aangespoeld: Te Auray een halve reddingsboot, gemerkt PRINS WILLEM II, een zwemvest van 1 manschap in 12 stukken, bekleed met linnen, gemerkt K.W.I.M. WILLEM II stoomschip PRINS WILLEM II en te Le Croisie 2 planken van 2,25 bij 0,27 meter, de andere kleiner, beide gemerkt PRINS WILLEM II.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de ‘Werf ’t Kromhout’, firma D. Goedkoop Jr. werd heden met goed gevolg te water gelaten een voor Haarlemse rekening gebouwd stalen motorjacht, lang 17,40 m, breed 3,20 m en hol 1,60 m, welk vaartuig voorzien is van een dubbelcilinder type BB. 28 pk Kromhout petroleum motor, welke het vaartuig een snelheid zal geven van circa 15 km per uur.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Delfzijl, 17 maart. Het lichterschip TRANSPORT is door de sleepboot NORDERNEY te Emden binnengesleept om aldaar te worden gerepareerd.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Belangrijke veiling op maandag 4 april 1910 bij opbod en op maandag 11 april 1910 bij afslag, des avonds na 6 uur in het verkooplokaal ‘Frascati’ te Amsterdam van de scheepstimmerwerf ‘De Kleine Boot’ en een terrein waarop een houtkoperij is gevestigd, gelegen te Amsterdam, aan de Hugo de Grootkade 112 – 114 – 116 en aan de Kostverloren-vaart en grenzende aan de werven van de Gemeente Amsterdam ter gezamenlijke grootte van 22 aren 85 centiaren. Door hun ligging aan grootscheepsvaarwater zijn deze terreinen bij uitstek geschikt voor industriële doeleinden.
Inlichtingen worden verstrekt door de makelaars P.J. Schendstok, Nassaukade 159 (Tel. 4878) en G.J.L. van Tubergen, Westerstraat 11, beiden te Amsterdam.


20 maart 1910


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Southampton, 18 maart. Het Nederlandse stoomschip LEONORA, van Bona naar Rotterdam heeft heden het Engelse stoomschip ALCHYMIST, van Algiers naar Salzaete (opm: waarschijnlijk Zelzate, België) bestemd, met gescheurde cilinder en gebroken grote as naar de rede alhier gesleept. Na gebunkerd te hebben zette de LEONORA de reis voort. (opm: zie ook NRC 020410)


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Koninklijke Nederlandsche Stoomboot Maatschappij.
Aan het verslag over 1909 uit te brengen in de algemene vergadering van deelhebbers op 4 april a.s. wordt het volgende ontleend: Het aantal reizen door de schepen van de Maatschappij volbracht, bedroeg in 1909 totaal 330 tegen 332 reizen in 1908.
Vervoerd werden 684.810 ton goederen tegen 598.162 ton in 1908, terwijl het bruto vrachtcijfer NLG 4.378.357 tegen 4.104.064 in het voorgaande jaar bedroeg. De gang van zaken was in het eerste halfjaar ondanks lage vrachten gunstig; doch de hevige concurrentie van enkele nieuwe lijnen met materieel uitgerust, waarvoor de reders beter rendement zochten dan zij in de gedrukte wilde vaart gevonden hadden, noodzaakte ons in de herfst tot verdere vrachtverlagingen, welke het verkregen avans teloor deden gaan. Hoewel wij niet aan de duurzaamheid van deze concurrentie geloven, verhindert zij ons, zegt de directie verder, voordeel te plukken van de ook in sommige van onze vaargebieden ingetreden verbetering van de vrachtenmarkt. Niet onbedenkelijk daarbij is de invloed op ons bedrijf van de achteruitgang in deze winter van de aanvoeren van verse zuidvruchten in Nederland, een gevolg van de monopolistische politiek van de betrokken handelaren. Deze handel is in een ongezond keurslijf gekneld en verplaatst zich, wat de doorvoer aangaat, geleidelijk naar Hamburg en Antwerpen.
In verband met de met 1 januari 1910 tot stand gekomen verlenging van onze Levantlijn naar de Bulgaarse havens Boergas en Varna en naar Odessa, waarheen zich de behoefte aan een betere verbinding deed gevoelen, breidden wij onze vloot met 6 schepen van 4.000 ton draagvermogen uit, waarvan er 5 in het afgelopen jaar gereed kwamen en het laatste eerlang opgeleverd zal worden. De bouw van drie van deze schepen kon aan Nederlandse werven opgedragen worden (de POLLUX en CLIO aan de N.V. Werf voorheen Rijkée & Co., de SATURNUS aan de Maatschappij ‘Fijenoord’, doch voor de drie overige: MERCURIUS, MINERVA en STELLA moesten wij in het buitenland contracteren. De bouwmeesters daarvan zijn de heren Wm. Hamilton & Co. Ltd. te Port-Glasgow. Onze voorlopige indrukken van deze nieuwe aanwinsten zijn gunstig. Verkoop van stoomschepen had in het afgelopen boekjaar niet plaats. De gemiddelde ouderdom van onze vloot, per ton draagvermogen uitgedrukt, bedroeg op 31 december jl. plm. 5¾ jaar. Voor verliezen van schepen bleven wij gespaard; doch uit de aanvaringen tussen onze ADONIS en het Hongaarse stoomschip MORAWITZ en tussen onze THEMIS en de Zweedse SVEN sproten rechtsgedingen voort, waarvan de afloop lang op zich kan laten wachten.
De invoering van de Schepenwet bracht geen noemenswaardige wijziging in de vervoercapaciteit van onze vloot; doch zij dreigt een aanzienlijke vermeerdering van lasten te zullen veroorzaken, tenzij ons vrijstelling van voorgeschreven maar in vele gevallen overbodige versterking van personeel wordt verleend. De bestelling van nieuwe schepen, alsmede de uitbreiding van onze inrichting aan de IJkade alhier, (thans in uitvoering) bracht, behalve de in ons vorig jaarverslag vermelde uitgifte van NLG 1.000.000 aan 4% obligaties, de emissie van een gelijk bedrag aan aandelen mee, welke in de afgelopen herfst met succes geplaatst werden.
Onze dochteronderneming, de Nieuwe Rijnvaart Maatschappij, werkte, dank zij een toenemend vervoer (dat 145.111 ton tegen 117.638 ton in 1908 bedroeg), gunstig, zodat zij na de nodige afschrijvingen en reserves 6% dividend kon uitdelen. Haar vloot bestaat uit 14 stoomschepen, waarvan één in aanbouw. De onnodig geworden reserve van NLG 100.000 voor deze onderneming namen wij in de winst- en verliesrekening op, doch daartegenover reserveerden wij een gelijk bedrag voor onvoorziene schadeposten.
Wij kochten enige percelen aan de Prins Hendrikkade, met het doel ons een geschikt emplacement voor een nieuw kantoorgebouw te verzekeren, waarvan de stichting in afzienbare tijd door de uitbreiding van personeel nodig gemaakt zal worden.
Na afschrijving van NLG 367.900 op stoomschepen en lichterschepen, NLG 29.679 op de inrichting IJkade en NLG 3.000 op de loods te Rotterdam, blijft een saldo-winst van NLG 467.854 (v.j. NLG 399.286), te verdelen als volgt: 7% (evenals v.j.) aan de aandeelhouders NLG 420.000, tantièmes NLG 35.000, bedrijfsbelasting NLG 11.550 en saldo op nieuwe rekening NLG 1.304.
De afschrijvingen zijn weer zeer ruim. De hangende processen, te betalen vrachtrestituties enz. maakten een verhoging van de post „diverse kleine reserves” (vroeger onder crediteuren begrepen) nodig. Van de agiowinst bestemden wij voor uitdeling slechts een gedeelte, evenredig aan het bedrag van het dividend, hetwelk in de koers van uitgifte van de nieuwe aandelen begrepen was; met het overige werd de extra-reserve versterkt.
(opm: voor een overzicht van de balans en winst- en verliesrekening, zie de krant in Delpher van AH 210310)


21 maart 1910


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

IJmuiden, 20 maart. De nieuwe baggermolen MERAPI toebehorende aan de firma Ten Bokkel Huinink, Korthals Altes & Van Thiel de Vries is gisteren van hier vertrokken naar een Spaanse haven, gesleept door de sleepboot WODAN, om daar door de sleepboot OCEAAN, die van Amerika komt, te worden overgenomen en naar de bestemming Batavia te worden gesleept.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 21 maart. Het sleepschip SCHEEPVAART II arriveerde 19 dezer van hier op de Tyne.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Java-China-Japan Lijn. Naar wij vernemen heeft de Java-China-Japan Lijn de bouw van een achtste stoomschip opgedragen aan de Maatschappij voor Scheeps- en Werktuigbouw Fijenoord te Rotterdam. Het schip, dat in mei 1911 moet worden opgeleverd, zal geheel volgens hetzelfde systeem gebouwd worden als het stoomschip TJITAROEM, thans in aanbouw bij de Nederlandsche Scheepsbouw Maatschappij te Amsterdam en meten: Lengte 420’-0”, breedte 54’-0”, holte 30’-0”, vaart 11½ mijl, draagvermogen plm. 8.030 ton, met machines en ketels van 2.800 ipk.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Stoomvaart Maatschappij ‘Zaanlandia’ in liquidatie.
De liquidatie rekening door de Algemene Vergadering van aandeelhouders van 18 maart laatstleden goedgekeurd zijnde, zijn de aandelen vanaf 22 maart a.s., op alle werkdagen, maandag uitgezonderd, van 10 uur voormiddag tot 1 uur namiddag, betaalbaar met NLG 22 per aandeel, tegen afgifte van het afgetekend aandeel, aan het adres Hoogendijk 19, Zaandam. De likwidateuren. Zaandam, 19 maart 1910.

AH 210310
Texel, 20 maart. Van het gezonken tjalkschip NEERLANDS WELVAART (zie Avondblad 7 febr.) wist men de gehele inventaris te bergen. Gisteren had de verkoop van het geborgene plaats. Een en ander bracht NLG 159,85 op.


22 maart 1910


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 22 maart. De Nederlandse stoomschoener SAN ANTONIO, kapt. Hommerstein, arriveerde gisteren op reis van Bagnoli naar Zea Island, te Catania. Te Zea zal voor Rotterdam of Antwerpen worden geladen. (opm: de SAN ANTONIO was een motorschoener)


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepvaart op de Russische havens. Onze Rotterdamse correspondent seint: Nog steeds verkeert men in het onzekere omtrent de Russische plannen met betrekking tot de Nederlandse scheepvaart. Een van onze reders wendde zich gisteren telegrafisch tot zijn agent te Kroonstad en kreeg heden langs dezelfde weg het antwoord dat het havengeld in de Russische havens als tot dusver 20 kopeken per netto register ton bedroeg, doch dat wegens het ontbreken van een overeenkomst omtrent de wederzijdse erkenning van meetbrieven voortaan de Nederlandse schepen in Rusland werden hermeten naar het Russische systeem. Een andere reder, die zich schriftelijk had gewend tot het lichaam dat de eerste berichten per circulaire meedeelde, kreeg heden schriftelijk een bevestiging daarvan met de mededeling, dat de informaties afkomstig waren van de Zolldirektor, die dus niet de eerste de beste is. Wat nu de meetbrieven betreft, vernemen wij het volgende. Er heeft nooit een verdrag tussen Nederland en Rusland bestaan omtrent de wederzijdse erkenning, maar tot nu toe is dit stilzwijgend geschied. Wij vernamen dat van ons Ministerie van Buitenlandse Zaken het initiatief is uitgegaan om die erkenning ook contractueel vast te leggen. Eerst daardoor is men in Rusland eigenlijk tot de wetenschap gekomen, dat er geen erkenning bestond en is men onmiddellijk begonnen met de hermeting van de Nederlandse vaartuigen naar Russische maat. Intussen zal dat slechts van korte duur zijn, omdat kan worden verwacht dat de overeenkomst tussen beide landen wel tot stand zal komen.


23 maart 1910


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 23 maart. Volgens een bericht van 22 maart uit Southampton aan de Shipping Gazette is het van hier naar Java bestemde stoomschip KEDIRI met gebroken leibuis daar aangekomen. De reparaties worden daar verricht en het vermoeden was dat het stoomschip nog gisteravond de reis zou voortzetten. Volgens een rederijbericht passeerde dit stoomschip heden Quessant.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 23 maart. Hr.Ms. pantserschip FRIESLAND, commandant kapitein ter zee De Haan werd gereed gemaakt om 16 april uit Nieuwediep te vertrekken ten einde een oefeningsreis te maken naar de Atlantische Oceaan en naar de Noorse wateren.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

De ramp van de PRINS WILLEM II. Naar wij vernemen is heden door de Hoofdinspecteur voor de Scheepvaart, de heer A.E. Arkenbout Schokker een begin gemaakt met het voorlopig onderzoek naar de oorzaak van de ramp van de PRINS WILLEM II. Dit onderzoek wordt ingesteld ingevolge art. 27 van de Schepenwet: „Van Staatswege wordt onderzoek gedaan naar de oorzaken van plaats gehad hebbende scheepsrampen. Het onderzoek bestaat uit een voorlopig onderzoek door de scheepvaartinspectie, zo nodig gevolgd door een onderzoek door de Raad voor de Scheepvaart. Het voorlopig onderzoek wordt ingesteld wanneer een schip door een ramp is getroffen". Uit de aard van de zaak zal het voorlopig onderzoek zich moeten bepalen tot een verhoor van de reders, van de loodsen, die het schip hebben uitgeleid, van hen die in de laatste tijd vóór de uitreis het schip hebben geïnspecteerd of daarop werkzaam waren.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Norden, 20 maart. De baggermachine PRESIDENT PAUL KRUGER uit Harlingen, is op het Hamburgersand aangekomen om, in opdracht van de Duitse regering, het wrak van de aldaar gezonken Nederlandse tjalk NIEUWE ZORG te verwijderen. (opm: zie ook NRC 140310)


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

N.V. ‘Nieuw Prauwenveer’. Blijkens het verslag over het op 31 december geëindigde boekjaar waren de omstandigheden, waaronder de vennootschap heeft gewerkt, nog ongunstiger dan in het voorafgaande jaar. Aan prauwvolk bleef chronisch gebrek heersen; de dichtslibbing van de Kalimaas schreed verder voort; het laden en lossen in de rivier werd nog veel lastiger dan het vroeger reeds was, door de vernieuwing van de kademuren, onvermijdelijk, wat aan een uitdieping van de Kalimaas vooraf moest gaan; de goederenbeweging nam belangrijk toe, de suiker afscheep concentreerde zich in een korter tijdsbestek dan in 1908.
Wel is waar steeg het aandeel van de Maatschappij in de goederenbeweging te Soerabaja, vergeleken bij 1908, enigszins, doch ook de exploitatiekosten namen toe terwijl de resultaten te Passaroean niet onbelangrijk achterstonden bij die in 1908 aldaar behaald, hetgeen voor een deel verklaard wordt door geringer suikerafscheep. Op 29 mei 1909 herdacht de Vennootschap haar 25-jarig bestaan, ter gelegenheid waarvan zij een aantal genodigden, door een revue van ongeveer een derde van haar vloot ter rede van Soerabaja, in de gelegenheid stelde zich door eigen aanschouwing een beeld van haar omvang te vormen. Door het bestuur werd besloten tot uitgifte van NLG 140.000 aandelen à 220% inclusief dividend coupon No. 8, welke emissie door een syndicaat werd gegarandeerd. Het agio op deze emissie is deels ten goede gekomen aan het reservefonds, deels aan een nieuw gecreëerd ‘Amortisatiefonds’.
De gehele vloot bestaat uit 181 prauwen met een laadvermogen van 5.515 koyangs, en een boekwaarde van gemiddeld NLG 100 per koyang. Het reservefonds ad. NLG 132.663 is door dotatie uit de winst over 1909 ad. 7.339 en uit agio op de uitgifte van nieuwe aandelen ad. NLG 80.133 gestegen tot NLG 220.185. Het is thans belegd in deposito's bij solide bankinstellingen en in diverse fondsen.


24 maart 1910


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 23 maart. Volgens een telegram van Alexandrië is het Nederlandse stoomschip ADONIS met brand in de lading van Smyrna daar aangekomen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart. De Raad voor de scheepvaart heeft heden uitspraak gedaan inzake de stranding op 24 januari op het Minsener Oldoog van het ijzeren tjalkschip CONCURRENT, schipper en eigenaar H. Scholten. De Raad overwoog, dat een schip als de CONCURRENT, buiten de tonnen varende, moet bemand zijn met ten minste drie man of twee man en een jongen er bij. Behalve de schipper, was er echter slechts één stuurman aan boord. Met die onvoldoende bemanning had bij het Elbe vuurschip zeil geminderd moeten worden, en zeker had de schipper met het oog op de ongunstige omstandigheden eerder het anker moeten presenteren. De Raad wijt om deze redenen het ongeval aan de schipper.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 24 maart. Het gisteren van Newport (Mon) naar Algiers vertrokken stoomschip KORTENAER, had daar door het breken van een steenkolen stortkoker schade belopen. De reling werd daardoor over een lengte van 50 voet beschadigd en bovendien beliepen verscheidene steunsels averij. Zonder reparatie kan dit stoomschip echter de reis voortzetten. Na afloop van de reis zal worden gerepareerd.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepvaart op de Russische havens. De correspondent te St. Petersburg van de N.R.C. schrijft: Naar aanleiding van het sensationele berichtje, betreffende de verhoging van havengelden in Russische havens voor Nederlandse schepen, kan ik met voldoende zekerheid meedelen, dat dit bericht door een misverstand in de wereld moet zijn gekomen. De zogenaamde schepenbelasting ten bedrage van R. 2 per registerton, wordt slechts geheven van schepen die tot landen behoren, in welker havens Russische schepen niet behandeld worden als schepen van meestbegunstigde naties. Het meest-begunstigingsbeginsel is echter vastgesteld in het in 1846 tussen Nederland en Rusland gesloten handels- en scheepvaartverdrag, welk verdrag nog steeds van kracht is. Schepen van meestbegunstigde naties in casu dus ook Nederlandse schepen, betalen 10 kopeken schepenbelasting per registerton. Wat de maatstaf voor het heffen van deze belasting betreft, moeten de schepen voor landen met wie Rusland geen conventie gesloten heeft over het wederzijds erkennen van scheepsmeetbrieven, zich aan een meting, door Russische douaneambtenaren uit te voeren, onderwerpen. Zulk een conventie nu bestaat er tussen Rusland en Nederland niet, en dus dienen Nederlandse schepen in Russische havens gemeten te worden.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Londen, 24 maart. Volgens telegram uit Alexandrië was de brand aan boord van het stoomschip ADONIS geblust voor er veel schade aan de lading was veroorzaakt.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Kopenhagen, 22 maart. De Nederlandse tjalk PIETRONELLA, van Holmstad met hout naar Hamburg hier binnengekomen, is nabij het Lappegrund-vuurschip met een onbekend gebleven schoener in aanvaring geweest, heeft daarbij echter slechts de lantaarn verloren. Na zich van een andere lantaarn te hebben voorzien, heeft het schip de reis voortgezet.


25 maart 1910


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepvaart op Rusland. Van mr. J.C.A. Everwijn ontving de Kamer van Koophandel te Rotterdam het volgende schrijven: Naar aanleiding van het door de secretaris van uw Kamer tot ondergetekende gericht schrijven van 16 dezer heeft de afd. Handel van het departement van landbouw, nijverheid en handel de eer u mee te delen, dat blijkens van het departement van buitenlandse zaken ontvangen bericht H.M. gezant te Petersburg telegrafisch heeft meegedeeld dat de havenrechten in Rusland niet zijn verhoogd. Een wetsontwerp met die strekking heeft nog geen vaste vorm gekregen. Wel zijn te Kronstadt nieuwe voorschriften ingevoerd met beschikking tot het laden en lossen van schepen welke een aanzienlijke verhoging van kosten ten gevolge hebben. Nadere mededelingen ter bevestiging en aanvulling van dit telegrafisch bericht worden nog verwacht. De afdeling handel zal u na ontvangst daarvan ten spoedigste mededeling doen. Hieruit blijkt dan opnieuw dat er maatregelen in voorbereiding zijn.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. De Raad voor de Scheepvaart behandelde gistermiddag de ramp, overkomen aan het tjalkschip LAMMEGIENA van Groningen. Alleen de stuurman, A. Davids, was voor de Raad verschenen. Uit zijn verhaal bleek, dat de LAMMEGIENA in het laatst van september van Hamburg gevaren was naar de Golf van Stirling. Schipper was de eigenaar van de tjalk, H. Schlinck (opm: Harmannus Schling), en voorts waren nog twee aankomende matrozen aan boord. De 14e oktober, met stormweer, stootte het schip ter hoogte van de Doggersbank, het roer raakte onklaar en de zeilen maakten averij, zodat de noodvlag werd gehesen. Twee man waren aan de pompen, daar het schip water maakte. Op het noodsein kwam een Engelse trawler af. De trawler verklaarde zich niet bereid om te slepen en daar de bemanning zeer afgemat was en de storm dreigde aan te houden, verliet zij het schip en ging aan boord van de trawler over. Met het grootzeil in top, en de lichten gehesen werd het schip verlaten, 's Nachts werd het goed weer, de trawler hield aldoor de LAMMEGIENA in het oog, zette er 's morgens een paar van zijn mannen op en sleepte het schip de haven van Grimsby binnen, Aan de bemanning van de tjalk werd niet toegestaan naar hun boord terug te keren. de trawler-kapitein wilde het schip zelf bergen, aldus verklaarde Davids. De Engelsman had voor de autoriteiten te Grimsby een beëdigde verklaring afgelegd, dat de Hollanders niet terug durfden, wat onze stuurman met verontwaardiging ontkende. Voor de consul te Grimsby was geen scheepsverklaring afgelegd, zoals de Schepenwet voorschreef, de consul had dit onnodig verklaard volgens getuige. Door enige leden van de Raad werd gevraagd, waarom het schip verlaten was, want in Grimsby is gebleken, dat de romp van het schip onbeschadigd was. De getuige antwoordde, dat de afgematte bemanning geen tweede stormnacht dorst in te gaan, daar het schip water maakte. Daar tegenover werd opgemerkt, dat een lek in een houten schip zich soms vanzelf dichten kon, maar nimmer een lek in een ijzeren schip. De volgende week zal de schipper worden gehoord.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Wm. Müller & Co’s Algemeene Scheepvaart Maatschappij.
Blijkens het heden verschenen jaarverslag vinden de stoomschepen van de vennootschap geregeld emplooi en was het verkeer van de geregelde lijnen wederom bevredigend. De toestand van de algemene vrachtenmarkt onderging enige verbetering, waarvan een groter winstsaldo dan over 1908 het gevolg was. De resultaten van de deelneming bij derden waren iets gunstiger dan het vorige jaar. De directie stelt voor om op eigen vaartuigen van de vennootschap NLG 185.000 en op deelneming bij derden NLG 47.776 af te schrijven. De bezittingen van de vennootschap komen dan met NLG 5.540.000 te boek staan. Het buitengewoon reservefonds wordt gehandhaafd NLG 1.000.000 door afschrijving van alle reparaties en bijschrijving uit het winstsaldo. De gewone reserve wordt door gekweekte rente en door toevoeging uit de winst op NLG 160.000 gebracht, terwijl het assurantiefonds hetzelfde bedrag aanwijst na dotatie uit het winstsaldo. Het totale winstcijfer is NLG 693.425, waarvan na aftrek van het saldo van de renterekening en dat van de onkostenrekening NLG 604.646 overblijft. Hierop wordt afgezonderd als directe afschrijving op bezittingen NLG 232.776, naar buitengewone reserve NLG 54.824, naar de reserve NLG 8.974, naar het assurantiefonds NLG 4.389, zodat overblijft NLG 303.681, waaruit als reeds vermeld een dividend van 6% wordt betaald, waarvan reeds vroeger 3% op rekening werd ontvangen. Naar nieuwe rekening wordt NLG 59.244 overgebracht.


26 maart 1910


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlissingen, 26 maart. Het stoomschip SOPHIE H, voor rekening van de Stoomvaart Maatschappij Sophie H te Rotterdam, in aanbouw bij de Koninklijke Maatschappij ‘De Schelde’ hier, dat 12 maart te water liep, zal half april van hier naar Rotterdam vertrekken. (Nader vernemen wij dat op 14 april een proeftocht zal worden gehouden)


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 26 maart. Het 20 maart van Sevilla alhier aangekomen Spaanse schip ARCHECOLANDA is heden met bodemschade in het dok van de Rotterdamsche Droogdok Mij. geplaatst. Dit is het duizendste schip dat in dit dok werd opgenomen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de scheepswerf ‘Vooruit’ te Enkhuizen is heden van stapel gelopen een ijzeren sleepkaan voor de heer R. Fransen te Zwartsluis, groot 150 ton. Daarna werd de kiel gelegd voor een dergelijk vaartuig voor rekening van de heer Joh. Bokslag te Rotterdam.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Ingezonden stukken: De PRINS WILLEM II. - Aan de Redactie.
Het vergaan van het stoomschip PRINS WILLEM II brengt, tal van gezinnen, nagelaten betrekkingen van de bemanning van genoemd stoomschip, in kommer en een hand tot hulpe toegestoken zal velen dier betrekkingen tot uitkomst zijn. De reis naar Suriname ondernam ik tweemaal en had gedurende de lange, maar bovenal, in tegenstelling van de reis naar Oost-Indië, eentonige reis volop de gelegenheid mij met de bemanning van de stoomschepen, van de Kon. West-Indische Maildienst te verstaan; uit de toen gevoerde gesprekken bleek mij, dat het loon, door het mindere scheepsvolk genoten, slechts even voldoende is om de aan wal achtergebleven gezinnen te verzorgen. Wat zal het nu in die talrijke gezinnen zijn? Dadelijk na het vergaan van het Franse stoomschip GENERAL CHANZY werden er in Frankrijk inschrijvingen geopend en de opbrengst bracht in menig gezin een lichtstraal. Een inschrijving, mits binnen zeer korte tijd, nu het land nog onder de indruk van de ramp is, zal zeker over geheel Holland een goed onthaal vinden. Tot deelneming aan een inschrijving ten bate van de nagelaten betrekkingen van de bemanning van het stoomschip PRINS WILLEM II bereid, wenste ik niet het vorenstaande onder de aandacht van mijn landgenoten te brengen, slechts de idee aan te geven, het aan meer invloedrijke mannen overlatend zich te verenigen om tot het doel te geraken. Met dank voor de plaatsing heb ik de eer te zijn, Hoogachtend, Uw dw. dr. B. Boekhoudt, district-commissaris in de kolonie Suriname,
m.v. ‘s-Gravenhage, 24 maart 1910. Charlotte de Bourbonstraat 43.
Van de directie van de K.W.I.M. vernemen wij dat de K.W.I.M. aan de door de bemanning van het stoomschip PRINS WILLEM II achtergelaten gezinnen een jaarlijkse uitkering zal geven. De K.W.I.M. kan, naar wij vernemen, geen liefdegiften in ontvangst nemen. Dit zal, menen wij, echter niemand behoeven te beletten een gift te schenken, daar een dergelijk pensioen wel niet buitengewoon groot zal kunnen zijn.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van de firma L. Smit & Zoon te Kinderdijk, is te water gelaten een baggermolen, gebouwd voor rekening van de firma Van Haren te Antwerpen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Houtvrachten. Er begint een weinig meer beweging in de houtvrachtenmarkt te komen, maar ten opzichte van vrachtkoersen kunnen bevrachters het nog moeilijk met reders eens worden. Het is lang geleden dat de Oostzee en Witte Zee vrachtenmarkten wat de afdoening van zaken betreft, zo achterlijk waren als dit seizoen. Wij zijn nu aan het einde van maart en kan nog moeilijk gezegd worden, dat de vrachtkoers vastgesteld is, terwijl zekerlijk de scheepvaart op de Oostzeehavens buitengewoon vroeg geopend zal worden. Deze omstandigheid is dan ook zeker aanleiding dat reders zich enigszins toegeeflijker ten aanzien van eerst open water vrachten betonen, om zich toch maar emplooi voor hun beschikbare laadruimte voor de eerste reis te verzekeren, want deze orders zijn vrij schaars. De enige afsluitingen van stoombootruimte tegen ongeveer dezelfde vrachtcijfers als het vorige jaar zijn echter van plaatsen welke ongetwijfeld bijzonder vroeg toegankelijk zullen zijn, zoals Gefle, Söderhamn, Rafsö, enz. Van de Witte Zee hebben enkele reders 31 Sh. per std. voor gunstig samengestelde ladingen platen, battens en delen naar de oostkust van Engeland geaccepteerd, maar de meesten houden aan op 32 Sh. - 32 Sh.6d. en sommigen op nog hoger. Van de pitchpine havens is de vraag naar ruimte flauw en de vracht koersen zijn in alle richtingen lager gestemd.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Groningen, 25 maart. Over de Nederlandse koftjalk JANTJE, schipper Van der Wal, verleden week als vermist genoteerd wordt nog gemeld, dat het een zo goed als nieuw stalen schip was, groot 114 reg. ton bruto, gebouwd in 1909 te Delfzijl en te Groningen thuis behorende. Het was op 31 december van de Theems naar Grangemouth vertrokken. Aangezien de reis zeer kort is en men sinds het vertrek niets meer van dat schip had vernomen, werd het reeds voor enige weken als vermist beschouwd. Opmerkelijk is het echter, dat ditzelfde schip in december van het vorige jaar ook enige weken heeft nodig gehad om de reis van Hamburg naar Londen af te leggen. Toen reeds dacht men, dat dit schip een ongeluk was overkomen.


27 maart 1910


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De directie van de Koninklijke West-Indische Maildienst deelt mee dat door haar aan de nagelaten betrekkingen van de bemanning van de PRINS WILLEM II een jaarlijkse uitkering zal worden gedaan. Zij zal geen liefdegiften in ontvangst nemen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Maassluis, 26 maart. Volgens een bericht van het Loodswezen te Hoek van Holland is het uitgaande stoomschip AMSTELDIJK, door dikte van mist tussen wit 3 en 4 aan de Zuidwal aan de grond gevaren. De positie is niet gevaarlijk. Assistentie van sleepboten is in de nabijheid.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Openbare vrijwillige verkoping wegens sterfgeval. De notaris M.M.C. van der Loo, residerende te Rotterdam, zal dinsdag 5 april 1910, des middags 12 uur, in het Notarishuis aan de Geldersche Kade te Rotterdam in één zitting veilen en verkopen het in de Nederlanden thuis behorende ijzeren sleepschip genaamd LA BELLE ALLIANCE, gebouwd in 1894 op de werf van de heer J. Meijer te Zaltbommel, groot 412,746 ton, getuigd met twee masten, drie sprieten, volledig hijstuig, ankers, kettingen en verdere inventaris, aan boord aanwezig. Het schip is laatst bevaren geweest door schipper G.A. Tromp en ligt in de Maashaven Oostzijde. Aanvaarding en betaling kooppenningen 2 mei 1910 of eerder.
Het vaartuig is dagelijks te bezichtigen, terwijl nadere inlichtingen te bekomen zijn ten kantore van genoemde notaris aan de Noordblaak 11a te Rotterdam.
(opm: opgenomen t.b.v. een werflijst van J. Meijer te Zaltbommel)


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 25 maart. De ijzeren tjalk ANNA ETTINA, toebehorende aan de heer B. Evers, scheepsmakelaar alhier, is onderhands verkocht aan R. Laaken te Ost-Rhauderfehn in Pruissen. Koopprijs NLG 4.000.


28 maart 1910


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 27 maart. De Nederlandse koftjalk METEOOR, 24 maart van Rotterdam naar Koningsbergen vertrokken, is lek en met overgeworpen lading te Folkestone binnen geassisteerd.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 27 maart. Volgens een telegram uit Kopenhagen was het de Nederlandse kof JEDA (opm: IEDA), kapitein J. Westers, en niet de EBBA, zoals vroeger gemeld, die te Gjedser op het strand geraakte. De JEDA is met assistentie van het bergingingsstoomschip RUEGEN vlot en te Gjedser binnen gebracht.


29 maart 1910


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Volgens een telegram uit St. Vincent K.V.is de Nederlandse sleepboot THOME DE SOUZA, van Marseille naar Bahia, met gebroken krukas, aldaar teruggekeerd. (opm: het schip werd uitgebracht met een tijdelijke Nederlandse zeebrief)


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Maassluis, 27 maart. Het stoomschip AMSTELDIJK, is hedennacht met assistentie van de sleepboten OOSTZEE en ROZENBURG vlot gekomen. De reis werd voortgezet.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

IJmuiden, 28 maart. Het binnenkomende stoomschip POMONA geraakte gistermiddag in de Buitenhaven aan de grond en kwam hedenmiddag met wassend water, met behulp van een sleepboot van de Koninklijke Nederlandsche Stoomboot Maatschappij vlot.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Londen, 24 maart. Het Nederlandse stoomschip BEIJERLAND is 10 maart, van Amsterdam komend, op de Tyne in aanvaring geraakt met de gesleept wordende hopper MUDLARK, die schade bekwam ten bedrage van GBP 200.


30 maart 1910


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Publieke verkoping van schepen.
De makelaars Bakker en Dijksen te IJmuiden zullen namens hun principalen, op vrijdag de 1e april e.k., des namiddags te 2 uur, in het hotel Nommer Een, ten overstaan van de deurwaarder J.N. Warnier te Haarlem publiek verkopen:
1e. Het in 1894 van staal en ijzer gebouwde schoenerschip IDA, groot bruto 165 registerton, met al deszelfs zeilen, touwwerk, ankers, kettingen en verdere inventaris, in de toestand waarin een en ander zich bevindt, nadat het schip alhier is gestrand en afgebracht.
2e. De motorboot WHY NOT, zeer geschikt voor passagiers zowel als vrachtvervoer, lang 52, breed 9, hol 5 voet, bewogen door Brons-motor 8 à 10 pk met van teakhout betimmerde voorkajuit, met complete inventaris.
De schepen, liggende in het Noordzeekanaal te IJmuiden, zijn op aanvraag aan genoemde makelaars dagelijks te bezichtigen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart. De Raad nam gisteren nog in behandeling de zaak van het ijzeren tjalkschip LAMMEGIENA, schipper en eigenaar H. Schling, dat op reis van Hamburg naar Schotland, in de nacht van 14 op 15 oktober benoorden Terschelling bij zwaar stormweer gestoten heeft, waardoor de roerketting brak, het schip lekkage bekwam en het roer vernield werd. Ook aan de zeilen bekwam het schip averij, zodat het geheel onbestuurbaar was geworden.
Blijkens verklaringen, voor de Raad afgelegd door de stuurman Davids, werd toen de noodvlag gehesen, welke werd opgemerkt door een Engelse trawler. De kapitein van deze trawler wilde dat de bemanning van de LAMMEGIENA bij hem aan boord zou komen, daar hij voorgaf niet te kunnen slepen.
Dat wilde de bemanning van de LAMMEGIENA niet, maar tenslotte ging zij op de trawler over. Een dag later weigerde de kapitein van de trawler hen op de LAMMEGIENA te laten teruggaan. Mannen van de trawler zijn op de LAMMEGIENA gegaan om de trossen vast te maken. Deze is toen naar Grimsby gesleept. Stuurman Davids zegt ervan overtuigd te zijn, dat het de Engelse kapitein om het sleeploon te doen is geweest.
Voor de consul te Alloa heeft de kapitein in een scheepsverklaring gezegd, dat de bemanning van de LAMMEGIENA verzocht had te worden opgenomen, en later heeft geweigerd weer op het vaartuig terug te gaan, totdat het te Grimsby in veilige haven was.
De voorzitter wees de stuurman er op dat ook hij en de andere leden van de bemanning een beëdigde scheepsverklaring hadden moeten afleggen, dan hadden zij nu sterker gestaan tegenover de verklaringen van de trawler kapitein, die zij nadrukkelijk tegenspreken. Toen getuige hierop antwoordde, dat de consul van hen een scheepsverklaring overbodig had geacht, gaf de voorzitter, mr. Pleyte, hierop de Raad, zich in dergelijke omstandigheden door een consul, die de Nederlandse wet niet kent, niet van de wijs te laten brengen.
De stuurman verklaarde voorts dat de rederij van de trawler buitensporig hoog hulp- en sleeploon eiste, en dat daarvoor op de tjalk beslag is gelegd. Het was de bewuste morgen beslist nodig het schip te verlaten.
De kapitein van de LAMMEGIENA, ook opgeroepen om te worden gehoord, was niet verschenen. Vrijdag 1 april wordt de behandeling van de zaak hervat.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de ‘Werf ’t Kromhout’, firma D. Goedkoop Jr., werd heden met goed gevolg te water gelaten een stalen motor directieboot, tevens geschikt voor het vervoer van goederen, lang 16,50 m, breed 2,75 m, hol 1,50 m, welk vaartuig voorzien wordt van een dubbel cilinder 40 pk Kromhout scheepsmotor, die het een snelheid zal geven van ongeveer 17 km per uur. Het vaartuig is gebouwd voor Amsterdamse rekening en zal dienst doen in onze koloniën. Onmiddellijk na het te water laten werd de kiel gelegd voor het 600e vaartuig.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van de firma Smit & Zn. te Zoutkamp, is te water gelaten het stalen schoenerschip AGDA ELEONORA, in aanbouw voor kapt. H. Bosselaar.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van de Wed. D. van Suylekom te Raamsdonkveer, is te water gelaten een stalen klipperschip, metende 220 ton, gebouwd voor de heer J. Hagethorn te Werkendam.
De kiel werd gelegd voor een klipper van 260 ton, te bouwen voor de heer J. de Regt te Kortgene.


31 maart 1910


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 30 maart. Volgens een telegram uit Kopenhagen is de Nederlandse tjalk NOORDSTER, kapt. Veen, van Londen naar Kopenhagen bestemd, op het eiland Nyord in de zee-engte Grunsund gestrand. Assistentie is afgezonden.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 31 maart. Thans wordt uit Kopenhagen geseind dat de tjalk NOORDSTER vol water staat en dat er een bergingsstoomschip langszij is, en dat de positie van het schip van dien aard is, dat de bergingswerkzaamheden zeer moeilijk zullen zijn.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 30 maart. Volgens een uit Bilbao ontvangen telegram heeft de Nederlandse barge K.L.K. Nº 11 op een rots gestoten en is daardoor gezonken. Men is van mening dat er goede vooruitzichten zijn om het gezonken vaartuig te kunnen bergen. (De K.L.K. Nº 11, een onderlosser genaamd K.L. Kalis Nº XI werd 19 mei 1909 door de firma L. Smit en Co. naar Esteban nabij Bilbao gesleept).


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 30 maart. De sleepboot WODAN met de baggermolen MERAPI op sleeptouw van Amsterdam naar Batavia arriveerde heden te Vigo, aldaar de baggermolen wordt overgenomen door de sleepboot OCEAAN.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Stoomboot Maatschappij ‘Hillegersberg’.
Op de heden alhier plaats gehad hebbende jaarlijkse algemene vergadering werden de balans en de winst- en verliesrekening over 1909 goedgekeurd. De aftredende commissaris, de heer J. George Koopman Jr. en de directie de firma Vinke & Co., werden als zodanig herbenoemd. Aan het verslag over 1909 wordt het volgende ontleend:
Het jaar, hetwelk achter ons ligt, was wederom bijzonder slecht voor de algemene vrachtvaart; slechts met de grootste moeite was het mogelijk enigszins bevaarbare vrachten te verkrijgen en is dan ook het resultaat niet zo goed, als de vorige jaren. De TROMPENBERG was gedurende de eerste vier maanden van het afgelopen jaar in tijdcharter bevracht in Amerika tot een cijfer, hetwelk een bevredigend overschot liet, doch de reizen, welke de boot moest doen om in Amerika te komen en van daar wederom naar Europa te retourneren, waren van dien aard, dat het eindresultaat beduidend verminderde. Nadat de boot uit Amerika terug gekomen was, deden wij een reis naar de Oostzee en een reis naar de Witte Zee, welke beide een bevredigend resultaat hadden en na afloop daarvan bevrachtten wij de boot voor een lading uit en thuis naar Afrika. Gebruik makende van de abnormaal lage prijzen, waarvoor de stoomschepen op het ogenblik te verkrijgen zijn, werd de vloot uitgebreid met nog een stoomschip van dezelfde afmetingen als de TROMPENBERG, welk stoomschip in december te water gelaten is en begin maart 1910 in de vaart gebracht werd onder de naam van BOOMBERG. Ter bestrijding van de bouwgelden werd de directie door heren commissarissen gemachtigd van de onuitgegeven aandelen van de Maatschappij nog 120 aandeden à NLG 1.000 uit te geven en verder op deze boot wederom een geldlening te sluiten met een scheepsverband-maatschappij tot dezelfde rentevoet, als voor de TROMPENBERG, namelijk 5%. Deze 120 aandelen werden geheel geplaatst tot de parikoers en de lening werd afgesloten met de Amsterdamse Scheepsverband Bank alhier. Op de hypothecaire lening werd wederom een bedrag van NLG 7.590 afgelost. De exploitatierekening sluit met een voordelig saldo van NLG 15.531 en de winst- en verliesrekening wijst, na aftrek van alle exploitatie- en beheerkosten, alsmede van de interest, een zuiver winstcijfer aan van NLG 10.471. In overleg met H.H. commissarissen heeft de directie gemeend, ditmaal op de boekwaarde van het stoomschip TROMPENBERG te moeten afschrijven een bedrag van NLG 9.000 en het saldo ad. NLG 1.741 op nieuwe rekening over te brengen. Tot haar spijt kan zij niet voorstellen over het afgelopen jaar enig dividend uit te keren, (v.j. 4½%) maar moet het gehele disponibele bedrag worden bestemd voor afschrijving, resp. overbrenging op nieuwe rekening.


01 april 1910


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 31 maart. Uit Bilbao wordt geseind dat het Nederlandse schip K.L.K. Nº 11 in 15 voet water is gezonken.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart. De Raad hervatte heden de behandeling van de zaak van het scheepsongeval, overkomen bij de Doggersbank aan het ijzeren tjalkschip LAMMEGIENA, schipper en eigenaar H. Schling. Het schip is bij zwaar stormweer in de nacht van 14 op 15 oktober, op reis van Hamburg naar Schotland gestoten, waardoor de roerketting brak, het schip lekkage bekwam, het roer vernield werd en de zeilen onklaar geraakten, zodat de tjalk onbestuurbaar werd. De bemanning ging over op een Engelse trawler, die het schip naar Grimsby heeft gesleept. Uit de verklaringen van de stuurman in de voorgaande zitting gehoord zij gememoreerd, dat volgens hem de kapitein van de trawler de bemanning van de LAMMEGIENA tegen haar zin aan boord heeft gehouden, terwijl deze kapitein juist voorgeeft, dat ze niet op hun schip terug wilden. De Engelse rederij heeft buitensporig hoog sleeploon geëist en in verband daarmee, beslag op het schip doen leggen.
Heden is de schipper door de Raad gehoord. Hem werd te kennen gegeven, dat het verder onderzoek ook zal lopen over de vraag, of het ongeval veroorzaakt is door een daad of nalatigheid van zijn kant. De schipper verklaarde wel dikwijls de Noordzee te hebben bevaren, maar dit was de eerste keer, dat hij overstak naar Engeland of Schotland. Hij weet niet waar het schip op gestoten is. Hij zei, dat hij het roer ook bij kalm weer niet op zee had kunnen herstellen, omdat dit van ijzeren constructie was. Hoewel de zeilen nog tamelijk goed waren, was het schip dus onbestuurbaar. Er werd zo hard mogelijk gepompt. Het vaartuig was niet bepaald ontredderd, maar het werd toch te gevaarlijk geoordeeld om aan boord te blijven. De voorzitter, mr. Pleyte, begrijpt zich niet, dat er geen lijn tussen de trawler en de LAMMEGIENA bevestigd kon worden, terwijl er toch, nadat de LAMMEGIENA verlaten was, tussen beide schepen in een roeibootje op en neer is gevaren. De volgende dag gingen drie man van de trawler naar de LAMMEGIENA over. Schipper Schling of een van diens mannen mochten niet mee.
Toen de voorzitter de schipper vroeg, of hij daarin zo maar berust had, antwoordde de schipper, dat hij toch na eerst om assistentie gevraagd te hebben en op een vreemd schip opgenomen te zijn, daar niet aan het opspelen kon gaan. In Grimsby gekomen, heeft de schipper verzuimd onmiddellijk een scheepsverklaring af te leggen. Ook de schipper heeft de indruk, dat het de trawler-kapitein erom te doen is geweest om de LAMMEGIENA als een verlaten ronddrijvend schip op te pikken. De rederij van de stoomtrawler heeft 500 pond sterling berg- en sleeploon gekregen. Ook schipper Schling constateert uitdrukkelijk, dat de Nederlandse Consul te Grimsby het afleggen van een scheepsverklaring niet nodig heeft geacht. De behandeling van de zaak werd daarna gesloten. Op nader te bepalen datum zal de Raad uitspraak doen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van de firma Wortelboer & Co. te Westerbroek is te water gelaten een stalen sleepkaan, groot plm. 900 ton. Op deze werf worden thans de kielen gelegd voor zes voor Duitse rekening te bouwen soortgelijke sleepkanen.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Ruischerbrug, 31 maart. De thans in aanbouw zijnde koftjalk op de werf van de Wed. J. de Jong is verkocht aan kapt. J. Bonninga van Groningen, terwijl de kiel zal gelegd worden van een motor-vrachtboot. (opm: zie ook de advertentie van NNO 040310)


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Advertentie. Woensdag 13 april 1910, des avonds te 7 uur, zal notaris De Groot te Groningen, in het Schipperstehuis, Turftorenstraat 28, publiek verkopen:
Het ijzeren tjalkschip, genaamd COSMOPOLIET (opm: bouwjaar 1890), 1e klasse Germanischer Lloyd, groot 144 tonnen, met boot en volledige inventaris, liggende Z.Z. Eemskanaal tussen brug 1 en 2, toebehorende aan en bevaren wordende door de heer H.H. de Boer Jr. Aanvaarding en betaling binnen 8 dagen na de toeslag. Inlichtingen bij de eigenaar en notaris De Groot, Nieuwe Ebbingestraat 4.


02 april 1910


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 2 april. Wij vernemen dat het stoomschip EXPORT bij onderzoek zeewaardig is bevonden. Het komt van Londen naar hier en zal maandag in het dok worden geplaatst voor nader onderzoek.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 2 april. De sleepboot OCEAAN met de baggermolen MERAPI op sleeptouw op reis naar Batavia vertrok hedenochtend van Vigo.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlissingen, 2 april. Heden werd de eerste van de 3 nieuwe mailboten voor de Maatschappij ‘Zeeland’, het stoomschip PRINSES JULIANA, in dienst gesteld.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Southampton, 1 april. De lading is uit het stoomschip ALCHYMIST, dat door het Nederlandse schip LEONORA hier werd binnengesleept, gelost. Gisteren is het voor reparatie in het dok geplaatst.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Rotterdam, 1 april. Het van hier te Londen aangekomen Nederlandse stoomschip EXPORT heeft op de Theems, ter hoogte van Erith, op een wrak gestoten. Aangezien het onderzoek, dat gehouden wordt, nog niet is afgelopen, kan omtrent de eventueel belopen schade niets worden vermeld.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

IJmuiden, 1 april. De hier na stranding binnengebrachte schoener IDA (zie avondblad 29 dec.) heeft heden in publieke veiling NLG 5.393 opgebracht. Koper was de heer C. van der Toorn te Vlaardingen. (opm: zie ook NRC 250110 en 300310)


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Stoomvaart Maatschappij ‘Oostzee’.
Op de heden plaats gehad hebbende jaarlijkse algemene vergadering werden de balans en de winst- en verliesrekening over 1909 goedgekeurd. De aftredende commissaris, de heer W. Rauwenhoff, werd als zodanig herkozen.
Wederom, aldus vangt de directie haar jaarverslag aan, ligt een slecht jaar achter ons, het negende, waarin het niet dan met uiterste inspanning gelukte de exploitatie zonder verlies af te sluiten. Wij hebben het gehele jaar wederom te kampen gehad met enorm lage vrachten, vooral de winter van 1908 op 1909 was méér dan bedroevend. De houtvrachten van de Witte Zee en de Oostzee bewogen zich ook op een zo laag peil, als zelden tevoren het geval is geweest; eerst in september werd hier een verbetering merkbaar, doch toen spoedde het seizoen ten einde en konden wij slechts met een paar boten van de betere vrachten, die toen verkrijgbaar waren profiteren. Buitendien brak een werkstaking in Zweden uit in juli, hetgeen ook veel meer ruimte op de markt bracht voor ladingen van plaatsen waar geen werkstaking was, zodat daar de vrachtenmarkt zeer gedrukt werd. De prijzen van de steenkolen waren laag, doch vermocht dit slechts weinig uitwerking te hebben op de resultaten van de reizen.
Tot onze spijt bleven wij ook niet verschoond van averijen, vooral het stoomschip HEELSUM werd zeer getroffen en had een oponthoud van 6 weken, gedurende welke tijd hetzelve te Cardiff in reparatie lag om de schade, bekomen door het aan de grond zitten bij het uitgaan van de haven van Mesane in de Witte Zee, te herstellen; dit was juist in het midden van het seizoen, in de maanden juli en augustus. Verschillende nadelige saldi van averijen, alsmede de kosten van survey van het stoomschip HILVERSUM ten bedrage van NLG 10.586 werden op de exploitatierekening afgeschreven.
De invoering van de Schepenwet had plaats op 1 oktober. Verschillende nieuwe voorschriften en verplichtingen worden aan de rederijen daarin opgelegd, hetgeen een niet onaanzienlijke uitbreiding van de onkosten met zich brengt. Om de zéér lage prijzen, waarvoor nu schepen te verkrijgen waren, werd besloten de vloot met nog een schip te vermeerderen. Juist voor het eindigen van dit boekjaar werd aangekocht het stoomschip SNEL, 2.150 ton d.w. ladend, gebouwd in 1902, dus nog geen 8 jaren oud. Het onderzoek heeft echter eerst plaats gevonden in januari jl., zodat eerst in het volgende jaarverslag de aankoop van deze boot op de balans verschijnt. De directie kan reeds meedelen dat het schip in alle opzichten gebleken is in goede staat te zijn, zodat het geaccepteerd en onder de naam van ROSSUM in de vaart werd gebracht. De aankoopprijs bedroeg NLG 125.400 netto.
De exploitatierekening wijst een voordelig saldo aan van NLG 97.102 (v.j. NLG 156.486) en na aftrek van alle exploitatie- en beheerkosten, alsmede van de renten op obligaties enz. sluit de winst- en verliesrekening met een batig saldo van NLG 45.425 (v.j. NLG 110.058). Ingevolge art. 16 van de statuten is door commissarissen bepaald een bedrag van NLG 45.000 (v.j. NLG 90.000) te bestemmen voor afschrijving op de stoomschepen en het saldo ad. NLG 425 op nieuwe rekening over te brengen. In het preadvies van commissarissen aan heren aandeelhouders betreffende de balans en de winst- en verliesrekening van de vennootschap over het boekjaar 1909 wordt nog opgemerkt, dat tot hun leedwezen aan aandeelhouders ditmaal geen voorstel kan worden gedaan tot uitkering van dividend. Wij betreuren met onze directie, zeggen commissarissen verder, de ongunstige financiële resultaten van het afgelopen boekjaar, welke hoofd zakelijk moesten worden toegeschreven aan de zeer lage vrachten, gepaard aan het geldelijk nadeel, veroorzaakt door meer dan gewoon oponthoud hetwelk een vijftal stoomschepen, ten gevolge van noodzakelijke herstellingen, na bekomen averijen ondervond. Waar enige leden van ons college in de gelegenheid waren, door voortdurende aanraking met de directie de gang van zaken gade te slaan, is het ons een genoegen te constateren dat, niettegenstaande de ontmoedigende omstandigheden, waaronder door de directie is gewerkt, door haar de belangen van de Maatschappij steeds met dezelfde ijver en zaakkennis zijn behartigd.


03 april 1910


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Marine. Openbare Verkoping aan ’s Rijks werf te Amsterdam op donderdag 21 april 1910 ten 11 ure v.m., bij enkele inschrijving, van de uit de sterkte afgevoerde monitor HEILIGERLEE. Genoemd schip zal ter bezichtiging liggen op ’s Rijks werf te Amsterdam gedurende de zes werkdagen de verkoopdag voorafgaande, des voormiddags van 10-12 en des namiddags van 2-4 uren. Gegadigden moeten zich melden ten burele van de Hoofdingenieur der marine.
De inschrijvingsbiljetten, op gezegeld papier, moeten vóór de aanvang der verkoping worden ingeleverd ter Griffie van de Directie der Marine te Amsterdam.
De voorwaarden, waarnaar de verkoping zal geschieden, liggen ter lezing aan het Departement van Marine te ’s-Gravenhage, bij de Directiën der Marine te Amsterdam, Willemsoord en Hellevoetsluis, ter Griffie van de Provinciale besturen, uitgezonderd dat van de provincie Zuid-Holland, en ter Secretarie van de Gemeentebesturen te Rotterdam en Dordrecht en zijn op franco aanvrage, zolang de voorraad strekt, te verkrijgen ter Griffie van de Directie der Marine te Amsterdam, tegen NLG 0,20 per exemplaar.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Rotterdamsche Lloyd.
Aan het verslag van deze Maatschappij over 1909 ontlenen wij het volgende:
Opnieuw kan op een bevredigend resultaat gewezen worden, niettegenstaande de vergroting van het kapitaal met NLG 1.000.000, welk bedrag, bestemd voor de betaling van een gedeelte van de bouwkosten van het mailschip TAMBORA en de vrachtboot BANDOENG, nog niet productief was. Tijdelijk gebrek aan lading voor de thuisreis noodzaakte de directie, drie vrachtboten elders te bevrachten, terwijl een schip van Cardiff naar Java bevracht werd.
In 1909 werden gedaan 26 reizen in de veertiendaagse maildienst naar Java via Marseille vice versa, 21 reizen met de cargaboten naar Java vice versa, en 3 reizen met de cargaboten naar Java en terug van Engels Indische havens.
Het stoomschip GORONTALO werd geleverd door de firma Bonn & Mees. Het volbracht 2 rondreizen en voldoet in alle opzichten. Op 31 december 1909 waren nog in aanbouw de stoomschepen TAMBORA en BANDOENG. De TAMBORA werd sedert door de Koninklijke Maatschappij ‘De Schelde’ afgeleverd en heeft 12 februari 1910 haar eerste reis naar Java aangevangen. Volgens berichten van de gezagvoerder voldoet deze boot uitmuntend. De mailvloot bestaat thans geheel uit moderne stoomschepen, waarvan het oudste nog slechts 10 jaren in dienst is. In vereniging met de Stoomvaart Maatschappij ‘Nederland’ werd besloten in het belang van de veiligheid van passagiers, alle mailboten te voorzien van een inrichting voor draadloze telegrafie en het onderwaterkloksignaal, waaraan sedert gevolg werd gegeven. In de dienst Java Bengalen werden 15 rondreizen volbracht in combinatie met de Stoomvaart Maatschappij ‘Nederland’, waarvan de directie zegt, tevreden te zijn.
Het stoomschip BENGALEN kwam na een driejarige dienst in deze lijn naar Nederland terug tot het ondergaan van enige belangrijke reparties en werd tijdelijk vervangen door het stoomschip BOGOR.
Door de Nederlandsche Scheepvaart Unie werden in mei laatstleden overgenomen 2.000 aandelen, waardoor het kapitaal vergroot werd met NLG 1.000.000 en dus gebracht is op NLG 11.000.000. Het agio ad. NLG 125.000 werd naar het vernieuwings- en reservefonds overgeboekt en vermeerderd dit fonds tot NLG 800.000. Het ondersteuningsfonds, bedragende NLG 200.000, is door gekweekte rente, boeten en verkoop van toegangsbewijzen vermeerderd tot NLG 210.900. Door onderstand aan personeel verminderde het met NLG 13.516 en werd door een bijdrage van NLG 52.616 gebracht op NLG 250.000. De reserve ongevallenwet werd vermeerderd met NLG 5.000 voor een ongeval waarvan een blijvende rente het gevolg was en bereikte daardoor het bedrag van NLG 30.000.
De boekingen aan assurantiepremies over 1909 op eigen schepen en op schepen van andere maatschappijen bedroegen NLG 110.118, terwijl aan schaden en restituties NLG 22.816 betaald werd. Voor premies van uit december nog lopende risico's en nog te verrekenen schaden is NLG 88.042 (v.j. NLG 67.959) gereserveerd. De netto winst op deze rekening beloopt NLG 67.718. Op de balans paraisseren o.a. op de debetzijde: Stoomschepen NLG 12.550.100 (v.j. 12.723), id. in aanbouw NLG 1.553.443 (v.j. NLG 610.131), prolongatierekening NLG 273.000, depositorekening NLG 210.000, (v.j. 110.000), kassa en kassiers NLG 601.725 (v.j. 843.780), lopende jaarverrekeningen NLG 182.503, (v.j. 191.566), onkosten lopende reizen NLG 993.053 (v.j. NLG 650.556), diverse debiteuren NLG 286.554 (v.j. NLG 345.224), magazijn NLG 82.132 (v.j. NLG 31.123), en onder de passiva: Assurantie reserverekening NLG 800.000 (v.j. NLG 675.000), gereserveerde premies NLG 88.042 (v.j. NLG 67.959), crediteuren NLG 796.484 (v.j. NLG 846.273), geaccepteerde wissels NLG 99.547 (v.j. NLG 82.895.)
Het saldo van de exploitatierekening bedraagt NLG 1,782.660 (v.j. NLG 1.574.711). Hieronder is begrepen aan winst op assurantiepremies NLG 67.719 (v.j. NLG 103.248).
Met inbegrip van het saldo vorig jaar bedraagt de winst NLG 1.852.925 (v.j. NLG 1.789.482. Voor afschrijvingen op stoomschepen wordt besteed NLG 1.023.907 (v.j. NLG 938.095) en op de gebouwen aan de Lloydkade NLG 22.623 (v.j. NLG 109.999). Als bijdrage voor de Ned. Scheepvaart-Unie wordt NLG 37.382 (v.j. 12.109) gereserveerd. Over het vergrote aandelenkapitaal wordt 6% dividend uitgekeerd, waarvoor benodigd is NLG 666.000 (v.j. NLG 600.000.)


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Groningen, 2 april. Gisteren is te IJmuiden in openbare veiling gebracht de motorboot WHY NOT van de heer A. Westerwal te IJmuiden. Zij werd echter voor NLG 1.500 door de eigenaar opgehouden.
Deze motorboot werd de 25e september 1908 te IJmuiden binnengebracht door de stoomtrawler ZEEHOND, die haar verlaten op de Noordzee aantrof.
Ze heette toen GRUNO en was van de sleepboot, die haar van Groningen naar een Duitse haven zou slepen, losgebroken, evenals twee andere soortgelijke bootjes, waarvan één te Kings Lynn werd binnengesleept. De GRUNO werd in september van het vorige jaar door de strandvonderij aan de heer Westerwal verkocht, die haar geheel liet opknappen en de machine liet repareren. (opm: zie ook NRC 300310)


04 april 1910


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Harlingen, 4 april. Het stoomschip MINISTER TAK VAN POORTVLIET, van Hull naar hier, geraakte hedenochtend met vallend getij bij de stroomleidende dam aan de grond, doch kwam met assistentie van de sleepboot VOORWAARTS vlot en in de haven.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlissingen, 4 april. De tweede nieuwe mailboot van de Maatschappij ‘Zeeland’, het stoomschip MECKLENBURG, vertrekt deze week naar Rotterdam, om in het droogdok daar te worden schoongemaakt, waarna dit schip zaterdag aanstaande 9 april, in de geregelde vaart zal worden opgenomen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Koninklijke Nederlandsche Stoomboot Maatschappij.
Hedenmiddag had onder presidium van mr. H.P.G. Quack de jaarlijkse algemene vergadering van aandeelhouders van de Koninklijke Nederlandsche Stoomboot Maatschappij plaats.
Het verslag en de winst- en verliesrekening gaven slechts aan een enkele aandeelhouder aanleiding tot het vragen van enige inlichtingen. In de eerste plaats, waarom zoveel afgeschreven was op de effecten en voorts, waarom de afschrijvingen op de stoomschepen, op de inrichting IJkade en op de loods te Rotterdam naar verschillenden maatstaf geschiedden?
Namens de directie antwoordde de heer Heldring, dat de afschrijving op effecten wat ruim was genomen met het oog op aandelen in andere scheepvaartondernemingen en wat de tweede vraag betrof, dat voor de afschrijving op de stoomschepen een voorschrift van de statuten geldt, voor die op de inrichting aan de IJkade de geraamde levensduur van gebouwen en kranen. Op een nadere vraag, of de directie niet bereid was de effectenbelegging te publiceren, antwoordde deze afwijzend — om strategische redenen; de belegging van het Pensioenfonds zal het volgend jaar echter gepubliceerd worden. De voorzitter sprak ten slotte een woord van hulde aan de directie, welke het mocht gelukken ondanks de buitengewone concurrentie, de aandeelhouders een redelijk dividend - 7% - te verzekeren. (opm: zie ook AH 200310)


05 april 1910


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 5 april. In het gemeente droogdok is het stoomschip EXPORT, dat ter hoogte van Erith op een gezonken wrak heeft gestoten, onderzocht. Het is geheel onbeschadigd bevonden. Echter was er wel verf van de bodem geschuurd. Morgen komt het weer in de geregelde vaart op Londen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Scheepstijdingen. Barhöft gepasseerd, 2 april, ADELAAR, kapt. Voordewind, Nyborg naar Stopenitz. (opm: zie ook NRC 010510)


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 2 april. Gisteren werd alhier een proeftocht gehouden met de in alle opzichten praktische en comfortabel ingerichte sleepboot DRIE BROEDERS, bevaren door kapt. R. Hageman. Deze boot, voorzien van een triple-compoundmachine, welke 150 ipk kan ontwikkelen, werd voor rekening van de heer W. Buitkamp te Groningen gebouwd op de werf van Botje en Ensing aldaar, welke firma ook de machine leverde. De boot is verhuurd aan de Westfalische Transport Maatschappij en reeds derwaarts vertrokken.
(opm: bouwnummer 122 – afmetingen: 20,50 x 4,80 x 2,25 m.)


06 april 1910


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

IJmuiden, 5 april. Heden vertrok van hier naar Tandjong Priok de nieuwe door de ‘Werf Conrad’ te Haarlem gebouwde stoombaggermolen BROMO. Dit stoomschip gebouwd naar de voorschriften van Bureau Veritas en geklasseerd in de hoogste klasse volgens het merk ID 3/3 1 1, heeft de navolgende afmetingen:
Lengte tussen de loodlijnen 54 m., breedte op grootspant 10 m.; hol op grootspant 4,50 m.
Het stoomschip heeft twee verticale compound machines, ieder sterk 300 ipk. met 150 omwentelingen van de schroeven per minuut, in voldoend diep en stil water, kunnen deze machines het vaartuig, bij gewone diepgang een snelheid van ongeveer 8 mijlen geven. Dit stoomschip is gebouwd voor het Indische Gouvernement en wordt afgeleverd aan de Burgerlijke Openbare Werken in Indië. Het vaartuig is inmiddels weer verkocht aan de East and Asiatic Dredging Company, die met de Nederlandse regering heeft gecontracteerd om verschillende baggerwerken in Indië uit te voeren.
De heer J.P. Wijsmuller zal dit vaartuig, als gezagvoerder, naar Nederlands-Indië overbrengen. De eerste haven die, bij een gunstig verloop van de overtocht zal worden aangedaan, is Port-Said.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De Nederlandse tjalk HERMINE GEZIENA, kapt. De Vries, is in de nacht van 3 op 4 april buiten de vuurtoren van Friederichsort aan de grond gevaren. Later is het schip door het bergingsstoomschip BULK vlot, en voor bodemonderzoek naar Holtenau gebracht.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Delfzijl, 5 april. Met de sleepboot EEMS is hier aangebracht de mast van het onlangs gezonken tjalkschip NIEUWE ZORG. Deze mast moest op last van de Duitse regering gelicht worden. Het schip hoeft niet verder te worden gelicht, daar er nog ± 22 voet water boven staat.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Kiel, 4 april. De Nederlandse tjalk HARMINA GEZIENA, schipper De Vries, van Stettin naar Fredriksstad, is hedennacht, buiten de vuurtoren van Friedrichsort aan de grond geraakt, doch werd door de bergingsstomer BÜLK weer vlot gebracht en voor bodemonderzoek naar Holtenau gesleept. (opm: zie ook NRC 060410)


07 april 1910


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 7 april. Volgens een telegram uit Kiel is de met gerst geladen van Nakskov naar Hamburg bestemde Nederlandse tjalk MEMENTO MORI met de Duitse stoomtrawler MAKRELE in aanvaring geweest, waardoor de tjalk zonk. De trawler liep te Kiel binnen. De tjalk MEMENTO MORI, bevaren door kapitein H. Houwerzijl, te Delfzijl thuis behorende, werd in 1886 te Hoogezand van ijzer gebouwd. Het vaartuig was groot bruto 70 en netto 54 register ton. (opm: zie ook NRC 130410, 150410, AH 300810 en 251210)


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Kopenhagen, 4 april. De op Nyord gestrande Nederlandse tjalk NOORDSTER is verschenen nacht vlot gebracht. Door duikers werd het schip onderzocht en dicht gemaakt en gelijk met de 2 lichters, waarin lading was overgescheept, zal het schip naar hier worden gesleept.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Antwerpen, 5 april. Volgens rapport heeft het hier van Pensacola aangekomen stoomschip SLIEDRECHT op 14 maart en volgende dagen stormweer doorstaan, waardoor een grote hoeveelheid water over dek en luiken spoelde. Tevens spoelde een gedeelte van de op dek geladen planken overboord. Op 17 maart werd bij peiling in het achterschip duidelijk dat door enige losgewerkte nagels water naar binnen drong.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Kopenhagen, 5 april. Het Nederlandse schip NOORDSTER, dat op de reis van Londen naar hier op het eiland Nyord strandde, is vlot en met zware bodemschade, alhier aangekomen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hamburg, 6 april. De stoomtrawler GLÜCKSBURG, die te Altona thuis behoorde, in 1897 van ijzer gebouwd (opm: op de werf van de firma J.W. Klawitter te Danzig), groot bruto 178 register ton is naar IJmuiden verkocht. Onder de naam PANADERO (IJM – 164) is het vaartuig heden naar IJmuiden vertrokken. (opm: later de sleepboot NOORDSVAARDER van Doeksen)


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Door J. & K. Smits' Scheepswerven te Krimpen a/d IJssel is afgeleverd de goederenboot ELSA, metende 182 ton, gebouwd voor de Bank- en Handelsvereeniging te Venlo. De boot is bestemd voor de dienst Rotterdam – Venlo - Roermond.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Gent, 1 april. Het Nederlandse schip LA FLANDRE geladen met petroleum is te Wondelghem met een brug in aanvaring geweest en bekwam schade aan verscheidene platen. Het stoomschip vertrok van hier en zal na lossing van de lading naar Antwerpen vertrekken om te repareren.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 5 april. Gedurende het 1e kwartaal 1910 werden langs deze uiterste wacht alhier voor buitenlandse rekening weer uitgevoerd 17 nieuwe ijzeren schepen. Gebr. Bodewes te Martenshoek vervaardigden hiervan 4, Gebr. van Diepen te Waterhuizen eveneens 4, de heer H. Kroeze te Hoogezand 2, de firma Wortelboer te Westerbroek, de werf Baanhoek te Sliedrecht, Firma Botje en Ensing te Groningen en heer L. Mulder te Martenshoek ieder een, terwijl van drie, de vervaardigers niet opgegeven kunnen worden.


08 april 1910


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hansweert, 7 april. De goederenstoomboot TELEGRAAF I, van Antwerpen naar Rotterdam, is bij Lillo met een defect aan de schroef door de passagiersboot TELEGRAAF II opgepikt en hier hedenmiddag binnengebracht.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

IJmuiden, 8 april. Volgens hier ontvangen bericht zijn de schoeners GESINA, kapt. Van Dijk, en ANNEGIENA, kapt. Van Dijk, 6 april van Koblenz te Koningsbergen aangekomen. Aan boord alles wel.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlissingen, 8 april. De gestrande Franse schoener MARIE LAURA is vlot gesleept en achter de Oostberm aan de grond gezet.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de scheepswerf van de heren Gebr. Pot te Elshout is te water gelaten het stalen Rijnschip ST. GERARDUS, groot 273 last, gebouwd voor de heer P. Kiele te Standaardbuiten.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Delfzijl, 7 april. Volgens hier ontvangen bericht is het Nederlandse aakschip GEORGIUS, kapt. Van der Wal, met gerst naar Carolinensiel bestemd, bij Wangeroog gestrand. Volk gered. Er is akkoord gemaakt om het schip te lichten en ter bestemmingsplaats te brengen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepvaart op de Russische havens.
Men deelt de N.R.C. mee, dat van het te Riga ladende Nederlandse stoomschip VLUG twee roebel per registerton havengeld was gevorderd.
De te Rotterdam gevestigde rederij van het stoomschip VLUG heeft zich onmiddellijk telegrafisch met onze gezant te St. Petersburg in verbinding gesteld, om zijn hulp in dit geval. Met bekwame spoed heeft de gezant deze zaak behandeld en tot een goed einde gebracht. Niet meer dan 20 kopeken behoeft nu te worden betaald.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Stoomvaart Maatschappij ‘Nederland’.
Aan het verslag over 1909 ontlenen wij het volgende: In de maildienst werden gemaakt 26 rondreizen en met de vrachtschepen 27 reizen naar- en 25 reizen van Nederlands-Indië, alsmede 11 reizen in de Java-Bengalen Lijn. Het passagiersvervoer gaf reden tot tevredenheid en is geleidelijk toenemende. Daarentegen was het vervoer van goederen, vooral van Ned.-Indië, minder levendig dan het jaar te voren, zodat herhaaldelijk met wanruimte werd gevaren. Een van de vrachtschepen moest gedurende enige maanden worden opgelegd, een ander tijdelijk emplooi zoeken in een reis van Java naar Australië en terug, terwijl bij gebrek aan uitgaande lading eenmaal een lading kolen van Cardiff werd genomen en wegens gebrek aan retourlading van Ned.-Indië een vrachtschip naar een van de rijsthavens is gedirigeerd. In tegenstelling met vorige jaren behoefde dan ook slechts één maal in vereniging met de andere vervoermaatschappijen een schip voor de thuisreis te worden gecharterd. Als gevolg van een en ander zijn de bruto inkomsten uit het vervoer van personen en goederen dit jaar iets lager dan in 1908. De inkomsten, voortvloeiende uit het mailcontract waren mede minder dan het vorig jaar, eveneens die uit assurantie eigen risico, terwijl voor afschrijving ongeveer NLG 100.000 meer vereist wordt. Dank zij de mindere exploitatiekosten, in hoofdzaak een gevolg van lagere steenkolenprijzen, kan toch worden voorgesteld een dividend uit te keren als het vorige jaar. De bate op de reizen van de stoomschepen bedraagt NLG 2.180.793. De bate op de interestrekening NLG 117.831. De bate op de assurantie eigen risico NLG 150.179. Saldo vorige rekening NLG 50.902, zodat de creditzijde van de winst- en verliesrekening stijgt tot NLG 2.499.706. Waarvan te bestemmen is voor afschrijving op de stoomschepen NLG 1.377.675. Voor de afschrijving op de huizen en erven NLG 10.000. Voor afschrijving op de etablissementen Handelskade NLG 6.000. Voor afschrijving op de etablissementen IJkade NLG 8.000. Voor afschrijving op de machinedelen in magazijn NLG 3.329. Het verlies in wisselkoers bedraagt NLG 523. Reserve voor pensioenregeling NLG 100.000. Voor betaalde en gereserveerde premies en uitkeringen ingevolge de Ongevallenwet moet worden geboekt een verlies van NLG 22.381. De vroeger in de winst- en verliesrekening voorkomende post “werkplaats Amsterdam" komt daarop niet meer voor, omdat de door de werkplaats gemaakte winst of verlies voortaan in de reisrekeningen van de schepen verrekend wordt.
Java-Bengalen-Lijn. De resultaten van de in vereniging met de Rotterdamsche Lloyd bevaren Java-Bengalen-Lijn waren dit jaar niet onbevredigend. Er werden 15 reizen Java-Rangoon-Calcutta en terug gemaakt.
Stoomschepen. De stoomschepen staan thans op de balans voor NLG 14.190.000. Achtereenvolgens is er op afgeschreven NLG 9.377.335. De in aanbouw zijnde schepen komen op de balans voor met NLG 774.910. Het in 1908 in aanbouw gegeven vrachtschip NIAS kwam in augustus 1909 in de vaart. De bouw van een dubbelschroef mailschip van plm. 8.300 bruto ton, dat de naam zal dragen van PRINSES JULIANA, werd opgedragen aan de Nederlandsche Scheepsbouw Maatschappij te Amsterdam; dit schip zal in oktober a.s. zijn eerste reis aanvangen. Tot de bouw van een tweede mailschip van hetzelfde type als de PRINSES JULIANA, op dezelfde werf, werd besloten, doch dit stoomschip zal eerst medio 1911 voor de dienst beschikbaar komen.
De mailschepen werden voorzien van onderwaterkloksignalen, en in overleg met de directie van de Stoomvaart Maatschappij ‘Rotterdamsche Lloyd’ werd besloten, de mailschepen van beide maatschappijen te voorzien van installaties van draadloze telegrafie, systeem Marconi, welk voorbeeld, naar gehoopt wordt, eerlang door andere op het oosten varende passagierslijnen zal worden gevolgd, daar eerst dan van die inrichtingen het volle nut is te verwachten.
Assurantie eigen risico. De premies, in 1909 geboekt, bedroegen NLG 238.456. Vorig jaar gereserveerd voor nog te betalen schaden NLG 19.500. De in 1909 betaalde en de reserves voor schaden bedragen NLG 107.776. Als winst werd geboekt NLG 150.179. De op de balans nog openstaande NLG 71.525 zijn getaxeerde, doch nog niet afgerekende schaden.
Obligatielening. Van de 4% lening Anno 1907 werden 49 obligaties à NLG 1.000 uitgeloot, zodat deze op de balans voorkomt met NLG 1.903.000.
Reservefonds. Dit bedroeg op 1 januari 1909 NLG 1.413.416. In het credit van deze rekening is gebracht: wegens waardevermeerdering van in het belegde reservefonds liggende fondsen NLG 12.670.
In mindering van dit fonds is met goedkeuring van heren commissarissen gebracht de schadeloosstelling aan de nagelaten betrekkingen van 4, bij de aanvaring met ons stoomschip VONDEL, verongelukte schepelingen van de schoener POOL FISHER tot betaling waarvan wij volgens de Engelse wetten verplicht waren, niettegenstaande de Engelse rechter beide schepen schuldig oordeelde NLG 21.559. Na goedkeuring van de balans zal het gecrediteerd worden met 10% van de overwinst ad. NLG 35.000 en op nieuwe rekening overgebracht worden met NLG 1.439.527. Huizen en erven. Ook dit jaar werd op dit hoofd NLG 10.000 afgeschreven; het staat thans op de balans voor NLG 170.000. Etablissementen te Amsterdam. De bouw van het etablissement aan de IJkade nadert zijn voltooiing, zodat de dienst over weinige maanden van de Handelskade derwaarts zal worden overgebracht. Het etablissement Handelskade is thans, met het in het debet van de W. en V. rekening voorkomende bedrag ad. NLG 6.000 geheel afgeschreven.
Magazijnrekening. Dit hoofd op de balans is samengesteld als volgt: Voorraden aan boord van de schepen: Uitrustingsartikelen NLG 64.678, proviandartikelen NLG 345.200. Voorraad proviandartikelen te Amsterdam NLG 7.328, uitrustingsartikelen NLG 80.995, totaal NLG 398.202.
Ondersteuningsfonds voor het personeel. Het saldo van vorige rekening was NLG 656.804. Het fonds vermeerderde door gekweekte rente met NLG 33/255 en door verkoop van toegangsbewijzen, boeten enz. met NLG 3.066. Bovendien kon ten bate van het fonds gebracht worden het voordelig koersverschil van het belegde fonds bij taxatie op 31 december 1909, ten bedrage van NLG 22.578. Voor onderstand aan personeel en nagelaten betrekkingen van personeel werd uitgekeerd NLG 50,278. Het fonds zal na goedkeuring van de balans gecrediteerd worden met 5% van de overwinst ad. NLG 17.500, zodat het op nieuwe rekening wordt overgebracht met NLG 682.926.
Reserve voor pensioenregeling. De winst- en verliesrekening over 1908 sloot met een saldo op nieuwe rekening, groot NLG 50.902, een cijfer veel groter dan in enige vorig jaar, hetwelk zijn aanleiding vond in plannen, welke verband hielden met voorzieningen, waarvoor de middelen van het Ondersteuningsfonds ontoereikend zijn. Hoewel die plannen nog geen vaste vorm hebben aangenomen en deze zaak nog steeds in studie is, mag als zeker worden aangenomen, dat voorlopig voor dat doel jaarlijks NLG 50.000 zal moeten worden gereserveerd. In verband hiermee werd daarom dit jaar NLG 100,00 ter zijde gelegd, en als “reserve voor pensioenregeling” op de creditzijde van de balans gebracht.
Commissarissen. In de vorige vergadering werden de heren S.P. van Eeghen en P.E. Tegelberg als commissarissen herkozen en werd tot commissaris benoemd de heer jhr. H. Loudon. die hun benoeming aannamen. Aan de beurt van aftreding zijn thans de heren jhr. P. Hartsen en J.G.C.A. de Vogel, die herkiesbaar zijn. Wij laten hier volgen de balans en de winst- en verliesrekening, vergeleken met de cijfers van het vorig jaar.
(opm: niet opgenomen, zie hiervoor AH 080410)


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Koninklijke West-Indische Maildienst.
Wederom vangt de directie in haar verslag over het boekjaar 1909 aan met de mededeling, dat de uitvoer van bananen uit Suriname zeer is tegengevallen en ver beneden de verwachting bleef, die zij ervan koesterde. In het voorafgaande jaarverslag werd meegedeeld, dat door onbekendheid met de bananencultuur in de aanvang fouten gemaakt werden, waardoor vertraging in de aflevering van het product ontstond; in de loop van dit jaar werd geconstateerd dat de zogenaamde Panamaziekte de bananenplanten in Suriname aangetast heeft, waardoor veel plantsoenen afstierven. De aard van deze ziekte, die ook in Midden-Amerika, voorkomt, is onbekend, zodat naar het schijnt, ter bestrijding slechts één weg openstaat, nl. uitdelven van de zieke plantsoenen en de deskundigen verwachten dat vroeg of laat alle Gros Michel plantsoenen ten dode gedoemd zijn.
Gelukkig is het de vertegenwoordiger van de United Fruit Company gelukt, een bananensoort (de Congo-variëteit) te vinden, die immuun is voor de Panamaziekte en die een product levert van gelijke marktwaarde als de Gros Michel banaan.
Van deze variëteit is slechts betrekkelijk weinig plantmateriaal te verkrijgen zodat eerst na verloop van een tweetal jaren de gehele Gros Michel aanplant, vervangen kan zijn door de Congo-variëteit. Het hangt van de uitbreiding van de Panamaziekte af, of de uitvoer gedurende deze tijd van vernieuwing van de aanplant verder zal dalen. Volgens de laatste berichten, schijnt er een stilstand in de uitbreiding van de ziekte te zijn gekomen. Wij kunnen, zegt de directie, hieraan toevoegen dat de vertegenwoordiger van de United Fruit Company vol hoop is op de toekomst en dat, al zij het dan ook later dan men verwacht had, de bananencultuur blijken zal een succes te worden.
Het vracht- en passagiersbedrijf, zowel op de hoofdlijn als op de vruchtenlijn, ontwikkelde zich gestadig. De winst- en verliesrekening sluit met een voordelig saldo, groot NLG 593.299 (v.j. NLG 404.617). Hiervan moet worden afgetrokken: het nadelig saldo van de interestrekening NLG 56.536 (v.j. NLG 104.209), de afschrijving op de stoomschepen NLG 341.000 (v.j. NLG 283.395), idem ponten en inrichtingen te Paramaribo NLG 10.000 (v.j. NLG 5.247), idem kosten van uitbreiding NLG 59.000 (v.j. NLG 10.678), zodat overblijft om te verdelen NLG 126.762. Voorgesteld wordt 3½% (v.j. nihil) als dividend uit te keren.
Van de 4% geldleningen van 1889, 1900 en 1907 waren op januari 1909 in omloop 2.397 obligaties tot een bedrag van NLG 2.397.000. In 1909 werd uitgeloot tot een bedrag van NLG 176.000, zodat het bedrag van dier leningen op 31 december 1909 is NLG 2.221.000.
De 12 stoomschepen van de Maatschappij en hun inventarissen staan op de balans voor NLG 5.220.000. Er is achtereenvolgens op afgeschreven NLG 2.720.035. De zes lichters te Port-au-Prince staan op de balans voor NLG 1. Er is achtereenvolgens op afgeschreven NLG 27.999. De vier ponten te Paramaribo gebouwd in de jaren 1903 en 1904 staan op de balans voor NLG 8.000. Er is achtereenvolgens op afgeschreven NLG 21.670. De loods en het schaftlokaal te Amsterdam staan op de balans voor NLG 1. Er is achtereenvolgens op afgeschreven NLG 35.771.
De loodsen en steigers te Paramaribo staan op de balans voor NLG 128.000. Er is achtereenvolgens op afgeschreven NLG 230.664.
Het kantoorgebouw staat op de balans voor NLG 35.000. Er is achtereenvolgens op afgeschreven NLG 21.394.
Assurantierekening eigen risico. Er werd aan premie geboekt NLG 93.750. In het vorig jaar was gereserveerd voor nog te betalen schade NLG 11.000. De betaalde en gereserveerde schaden bedragen NLG 39.294, zodat de winst bedraagt NLG 65.455.
Het reservefonds blijft onveranderd op NLG 168.268.
Het ondersteuningsfonds voor het personeel bedroeg op januari 1909 NLG 46.608 en thans NLG 48.008.
In de aanvang van het jaar 1910 trof onze Maatschappij een grote ramp. De 21e januari vertrok het stoomschip PRINS WILLEM II van Amsterdam naar Paramaribo geladen met stukgoederen; het schip stond onder commando van kapitein J.W. van Slooten; de 23e januari werd Ouessant gepasseerd. De 8e februari had dit schip te Paramaribo moeten aankomen doch het uitblijven van berichten deed vrezen dat het schip door machineschade bezuiden de Azoren drijvende was. De Regering was onmiddellijk bereid Hr.Ms. kruiser UTRECHT uit te zenden ten einde zo nodig hulp te bieden, terwijl wij het stoomschip PRINS WILLEM IV, dat de reis uit West-Indië naar Europa zou aanvangen, ter opsporing konden uitzenden. Beide verkenningstochten bleven zonder resultaat. Sindsdien kwamen berichten in, dat op Belle Ile, Hoeat en Hoedie, eilandjes gelegen op de westkust van Frankrijk, reddingboeien, zwemvesten en andere artikelen, behoord hebbende tot de inventaris van PRINS WILLEM II aangespoeld waren.
Deze berichten, bevestigd door een persoonlijk onderzoek van een van onze gezagvoerders op die eilandjes, schenken ons de overtuiging dat de PRINS WILLEM II hoogstwaarschijnlijk gebleven is in de orkaan, die gedurende de laatste dagen van januari met zeer hevige kracht in de Noord Atlantische Oceaan gewoed heeft.
Door deze ramp hebben wij het verlies te betreuren van vele mensenlevens; de gehele bemanning, bestaande uit 39 personen alsmede de 15 aan boord aanwezige passagiers, waaronder 2 kinderen, kwamen in de golven om en wij kunnen niet nalaten een woord te uiten van diepgevoelde sympathie met de nagelaten betrekkingen die, na vele dagen van angstige spanning, hun hoop op weerzien moesten opgeven en wij treuren mede over het verlies van zovele flinke en trouwe medewerkers bij onze Maatschappij, waaronder er vele waren die wij reeds jaren kenden. Wij hebben maatregelen getroffen om tegemoet te komen in het onderhoud van de weduwen en wezen van de verongelukte bemanning.


09 april 1910


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Boulogne, 6 april. De te Groningen thuis behorende tjalk DANKBAARHEID, met briketten van Zeebrugge naar St. Valery is in de nacht van 4 april ter hoogte van Calais aan de grond gevaren en met wassend water volgelopen. De bemanning is hier geland. Het vaartuig is nu gebroken en kan niet meer worden vlot gebracht. Wanneer het weer gunstig is, kan een gedeelte van de lading worden geborgen. Het wrak ligt gevaarlijk voor de scheepvaart.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlissingen, 9 april. Het nieuwe stoomschip SOPHIE H, heeft gemeerd gestoomd en is hedenmiddag verhaald naar de binnenhaven. Daar zal het kolen laden en de kompassen stellen. Donderdag heeft de proeftocht plaats en daarna gaat het direct onder commando van kapt. J. Bremer naar Bilbao.


10 april 1910


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Wm.H. Müller & Co’s Algemeene Scheepvaart Maatschappij te Rotterdam.
Bij de heden gehouden jaarlijkse algemene vergadering van aandeelhouders van deze Maatschappij werden de balans en winst- en verliesrekening goedgekeurd en het dividend over 1909 vastgesteld op 6% (evenals v.j.).


11 april 1910


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 11 april. Het stoomschip GELDERLAND, dat op de vorige reis van Sunderland naar hier tegen een landhoofd te Sunderland liep en daardoor schade aan 4 platen en 8 spanten beliep, gaat aanstaande woensdag ter onderzoek en reparatie in een droogdok alhier.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Kiel, 7 april. De stoomtrawler MAKRELE, die met het Nederlandse schip MEMENTO MORI, in aanvaring is geweest, heeft met lichte boegschade, de reis voortgezet.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 10 april. Het stoomschip UMBRIA, door de firma John Elder & Co. in 1884 in Glasgow voor de Cunard Line gebouwd, groot 8.128 register ton bruto, vroeger een van de snelste boten in de North Atlantic vaart, is aan Fort Shipbuilding Company verkocht om te worden gesloopt. Verleden jaar november werd het zusterschip ETRURIA verkocht en gesloopt.

AH 110410
Londen, 8 april. Het Nederlandse stoomschip GELDERLAND is 4 dezer te Sunderland bij het vertrek naar Rotterdam tegen een pier gevaren en bekwam daarbij schade aan enige platen en spanten. (opm: zie ook NRC 110410)


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

N.V. Van Nievelt, Goudriaan & Co’s Stoomvaart Maatschappij.
Aan het verslag over 1909 is het volgende ontleend:
Het vierde stoomschip, de MEGREZ, groot 4.620 ton d.w., kwam de 29e mei in de vaart. Dit schip heeft in alle opzichten aan de hoogste eisen voldaan en bevindt zich, evenals de andere schepen, in uitmuntende toestand.
Van averijen en andere tegenspoeden van betekenis bleef de Maatschappij verschoond. Hoewel de eerste vier maanden van het jaar voor het bedrijf, wegens de zeer gedrukte stand van de vrachtkoersen, onvoordelig geweest zijn, is het resultaat van het boekjaar in zijn geheel niet beneden de verwachting gebleven. De vrachtkoersen hebben langzamerhand een hoger peil bereikt en zonder als bevredigend beschouwd te kunnen worden, toch de mogelijkheid geschapen, om in menig verkeer met modern en goedkoop materiaal redelijk emplooi te vinden. De bestaande vrachtcontracten zijn in de zomermaanden zeer te stade gekomen, terwijl het stoomschip MEGREZ, in belangrijke mate tot het verkregen resultaat heeft bijgedragen. De bedrijfswinst bedraagt, met inbegrip van het saldo per Ao.Po., NLG 155.790 (v.j. NLG 83.600). Te verminderen met interest van de obligatielening NLG 26.250, blijft NLG 129.540.
Evenals tot dusverre is op de vloot ongeveer 5% per jaar van de aanschaffingswaarde of NLG 57.384 afgeschreven. De totale afschrijving tot 31 december bedraagt NLG 207.000. Verder zijn de emissiekosten, welke per saldo NLG 10.000 bedroegen, thans geheel afgeschreven. Er blijft dan over een bedrag van NLG 62.156. Aan de raad van commissarissen is in overweging gegeven, hiervan te bestemmen voor het reparatiefonds NLG 12.438 en voor het reservefonds NLG 4.385 en aan de algemene vergadering van aandeelhouders voor te stellen, het dividend te bepalen op 6% per jaar (v.j. nihil). Vinden deze voorstellen instemming, dan zouden de reservefondsen op 31 december I.l. bedragen NLG 50.000 en zou er, na aftrek van tantièmes aan directie en commissarissen en van belasting, waarvoor NLG 9.535 vereist wordt, een onverdeeld saldo van NLG 10.296 (v.j. NLG 5.103) op het nieuwe boekjaar kunnen worden overgebracht.
De boekwaarde van de schepen bedraagt per 31 december laatstleden NLG 1.067.000 (v.j. NLG 775.218) of NLG 67 per ton draagvermogen en de gemiddelde ouderdom, uitgedrukt per ton draagvermogen, 3 jaar. De toenemende herleving van handel en industrie, die zich weerspiegelt in meerdere vraag naar scheepsruimte en over het geheel genomen, in een vastere stemming op de vrachtenmarkt en de mogelijkheid, om op buitengewoon voordelige voorwaarden voor de bouw van schepen te contracteren, hebben er toe geleid tot verdere uitbreiding van de vloot over te gaan. In de loop van het vorige jaar is derhalve aan de Rotterdamsche Droogdok Maatschappij de bouw van twee schepen, ieder van 5.200 ton draagvermogen, opgedragen. Het eerste van deze schepen, de ALKAID, dat volgens overeenkomst de 1e mei gereed moest zijn, is reeds 10 maart laatstleden na welgeslaagde proeftocht in dienst gesteld. Het tweede stoomschip moet uiterlijk 15 november a.s. worden afgeleverd. Ter gedeeltelijke voorziening in de wegens de uitbreiding van de vloot benodigde geldmiddelen, is, wat de ALKAID aangaat, een hypothecaire lening gesloten, terwijl tot het aangaan van een dergelijke lening voor de tweede boot een voorstel aan de aanstaande algemene vergadering zal worden gedaan.


12 april 1910


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 11 april. Van particuliere zijde wordt ons het volgende geseind: Te Sassnitz op het eiland Rügen is vanmiddag tegen 5 uur de Nederlandse klipper TIJDGEEST, die onbeheerd door een Hamburgse sleepboot op zee was aangetroffen, in de haven gebracht, Hij is in 1907 gebouwd, behoorde in Groningen thuis en stond onder bevel van kapt. Kuvel. Het schip is waarschijnlijk gisteren door een hevige storm belopen en de bemanning is naar men vermoedt, door de zeilboom overboord geslagen. Het schip ligt nu met een reddingboot aan boord in de haven van Sassnitz voor anker.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlissingen, 12 april. De mailboot ORANJE NASSAU van de Maatschappij ‘Zeeland’ vertrekt deze week naar Rotterdam om in het dok daar te worden schoongemaakt. Daarna blijft dit schip nog enkele dagen te Rotterdam liggen en zal de 19e de eerste reis naar Engeland aanvaarden en zullen dan de drie nieuwe mailboten alle in de vaart zijn. De tegenwoordige nachtboten, de PRINS HENDRIK, KONINGIN REGENTES en KONINGIN WILHELMINA worden nu gereed gemaakt voor de dagdienst.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart. De ramp van de PRINS WILLEM II.
De volgende negen heren zijn vrijdagavond 7.15 uur bij dagvaarding door de Raad voor de Scheepvaart opgeroepen om door dit college te worden gehoord in verband met de ramp van de PRINS WILLEM II, van de Kon. West-Indische Maildienst: C.M. van Rijn, directeur van de K.W.I.M. te Amsterdam; A. Krutz, expert voor de Scheepvaart, Amsterdam; H. Sluiter, inspecteur van de scheepvaart, Amsterdam; W. Fenenga, directeur van de Amst. Droogdok Maatschappij, Amsterdam; J.B. Slebe, Lloyd's surveyor, Amsterdam; J.C. Vierhout, surveyor Bureau Veritas, Amsterdam; A.J. Loke, inspecteur, Amsterdam; G.J. Lap, expert voor de scheepvaart, Amsterdam en E. Roosenburg, directeur van de filiaal-inrichting van het Kon. Ned. Meteorologisch Instituut te Amsterdam.
De Raad voor de Scheepvaart zal zijn samengesteld uit de heren: mr. Th.B. Pleyte, voorzltter; W. Alirol, 's-Gravenhage; J. Luytjes, Ginniken; H.C. Haacke, Amsterdam en C.L.J. Ketting, Amsterdam, gewone leden, terwijl als buitengewone leden voor dit geval zullen zitting nemen jhr. L.P. Op ten Noort, directeur van de Stoomvaart Maatschappij Nederland; de heer E. Deddes, oud-gezagvoerder van de Holland Amerika Lijn te Rotterdam en de heer H. van Helden, hoofdinspecteur van de Holland Amerika Lijn te Rotterdam.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Belangrijke openbare verkoping wegens liquidatie.
Hendrik van Essen, makelaar in machinerieën en metalen te Amsterdam, zal ten overstaan van de notarissen Mr. A.J.C. Jongejan en P. de Booij, op woensdag 20 april 1910, des voormiddags 10 uur precies, in het verkooplokaal ‘Frascati’, aan de Nes en O.Z. Voorburgwal te Amsterdam, publiek verkopen:
De complete inventaris van de onderlinge maatschap Scheepswerf ‘De Toekomst’, waarbij voorkomen: Stoommachine met ketel, plaat- en strekwals, plaatschaaf, zaagbank, drijfwerken, boormachines, draaikranen, draagbaar spoor. Grote voorraad nieuw hoek-, plaat- en stafijzer, nieuw hout, stophout, stellinghout, enz.
Grote partijen klinknagels, bouten met moeren, draadnagels, gereedschapstaal, patrijspoorten, kleine gereedschappen, bolders, werkvlotten, enz. Kantoormeubilair, als cylinder-bureau, schrijfmachine, stoelen, enz., enz.
Verder: 2 passagiers-motorboten, 34 ton, met 20 pk petroleummotor.
Schroefsleepboot ZES GEBROEDERS, lang plm. 14 m., breed 3,40 m., hol 1,90 m., voorzien van vert. comp. stoommachine met condensatie 90 ipk.
De goederen zijn te bezichtigen op de Werf ‘De Toekomst’ te Nieuwendam bij Amsterdam op zaterdag 16, zondag 17, maandag 18 en dinsdag 19 april a.s., van 10 tot 4 uur.
De Werf is te bereiken met de Havenstoombootdienst, liggende voor het Centraal Station en ieder half uur varende.
Uitgebreide notities worden op aanvraag franco toegezonden door de makelaar Hendrik van Essen, Leidschekade 81, Amsterdam. Telefoon 7086.


13 april 1910


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Emden, 11 april. Het voor de scheepvaart hinderlijke wrak van de gezonken Nederlandse tjalk NIEUWE ZORG is opgeruimd en de wrakton weggenomen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

IJmuiden, 13 april. Volgens hier ontvangen bericht is de schoener ONDERNEMING, kapt. De Groot, 9 dezer van Rostock te Aalborg aangekomen. Aan boord alles wel.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Kiel, 12 april. Met behulp van Marineduikers is het Nederlandse schip MEMENTO MORI gelicht en dwars in het Holtenauer wachthuis, in de kanaalmonding aan de grond gezet. Daar wordt het vaartuig gelost en daarna gaat het voor reparatie naar Kiel.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Staking van nageljongens. De staking van nageljongens aan de Nederlandsche Scheepsbouw Maatschappij is opgeheven. Alle jongens zijn weer aan het werk, op de oude voorwaarden, met twee dagen loonstraf, die uitbetaald wordt, als zij een maand goed op tijd komen en flink hun best doen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van de scheepsbouwmeesters P. & A. Ruytenberg te Raamsdonkveer is te water gelaten een sleepkaan van 580 ton, gebouwd voor Belgische rekening. Vervolgens werd de kiel gelegd voor een dergelijk vaartuig voor Duitse rekening.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Aan de werf van de Naamloze Vennootschap ‘t Hondsbosch te Alkmaar is met goed gevolg te water gelaten de stalen vrachtmotorboot RAPIDE 1, gebouwd voor de vrachtvaartmaatschappij Rapide te Amsterdam.


14 april 1910


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Een stoomvaart jubileum.
Heden herdacht de Hollandsche Stoomboot Maatschappij de dag, waarop vóór 25 jaar haar eerste schip de eerste reis naar Londen aanvaardde. Talrijk zijn de bewijzen van belangstelling, die de Maatschappij bij deze gelegenheid mocht ontvangen.
De ambtenaren, gezagvoerders, stuurlieden en machinisten schonken een granieten zuil met een plaquette van de hand van de beeldhouwer Charles van Wijk. voorstellende het eerste door de Maatschappij gebouwde stoomschip, de AMSTELSTROOM. Op de zuil staat (van dezelfde beeldbouwer) het bronzen beeld van een stoere Hollandse zeeman, zoals de Maatschappij er gelukkig is zo vele aan boord van haar schepen te tellen. Het geheel was vergezeld van een fraai gekalligrafeerde oorkonde.
Van de bootwerkers, het walpersoneel en de schepelingen ontving de Maatschappij een prachtige tegel uit de fabriek ‘De Distel’, voorstellende het etablissement van de Maatschappij aan de Handelskade, met een drietal diep geladen, aankomende en vertrekkende schepen. De gehele tegel is gevat in een kostbare lijst en vergezeld van een sierlijk album, vermeldende de namen van de deelnemers. Voorts een bijzonder fraai eigenhandig geborduurd tafelkleed van de jonge dames op het kantoor werkzaam als stenotypisten. De talrijke bloemstukken, die in de rijk versierde raadzaal van de Maatschappij prijkten, zijn te veel om op te noemen. De aanbieding van de geschenken ging gepaard van hartelijke toespraken, waaruit ten volle blijkt de geest, welke in de bloeiende Maatschappij heerst tussen alle categorieën van employees.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Amsterdam, 14 april. Heden werd proefgevaren met de motorboot JOHANNES THEODOOR, gebouwd door de firma D. Goedkoop Jr. te Anisterdam voor rekening van de Surinaamsche Bosch- Exploitatie Maatschappij en bestemd tot het vervoer van hout in West-Indië, De proeftocht slaagde uitstekend en werd een behouden snelheid van 16½ km behaald. Het vaartuig is voorzien van een 40 pk dubbel cilinder Kromhout petroleummotor.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Danzig, 12 april. De bemanning van de klipper TIJDGEEST (zie ook NRC 12 april) werd door het stoomschip MARIANNE gered en gisteren te Neufahrwasser aangebracht. Het schip was zondag jl. tijdens een zware sneeuwstorm in zinkende staat nabij Bornholm aangetroffen. Wegens de zware storm en daar het schip reeds 7 voet water in had, kon de MARIANNE geen poging aanwenden het op sleeptouw te nemen. De TIJDGEEST was in ballast naar Zweden bestemd.
— Sassnitz, 11 april. De TIJDGEEST werd hier met gebroken grote boom en gescheurde zeilen binnengebracht door het van Libau naar Hamburg bestemde Duitse stoomschip JOHANNA.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Vermist. Londen, 13 april. Aangaande het Nederlandse stoomschip PRINS WILLEM II. 21 januari van Amsterdam met stukgoederen naar Paramaribo vertrokken en 23 januari Ouessant gepasseerd, heeft men sedert niets vernomen.


15 april 1910


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 15 april. Verschenen maandag heeft de gezagvoerder en de bemanning van het door aanvaring met de stoomtrawler MAKRELE gezonken Nederlandse schip MOMENTO MORI te Kiel een scheepsverklaring afgelegd. De gezagvoerder deelde o.m. mee, dat hij met 100 ton gerst van Nakskov naar Hamburg op reis was. Op de 6e april ‘s nachts 11 uur werd het Bulkvuurschip gepasseerd en om 11 uur 30 minuten zag men vanaf het zeilschip dat er een stoomschip, uit de richting Kiel komende, zijn groene vuur toonde, dat ook door de MEMENTO MORI werd gedaan.
Het stoomschip, dat nog op een afstand was van meerdere honderd meters, had, indien hij zijn koers had gehouden, gemakkelijk kunnen passeren. Toen de trawler op ongeveer 4 streek aan stuurboord voorlijk van het zeilschip was, toonde hij plotseling zijn rode vuur.
Zo snel volgde de aanvaring, dat de gezagvoerder van de MEMENTO MORI ternauwernood tijd genoeg had om de trawler toe te roepen af te houden en om zijn vrouw uit de kajuit te roepen. De MEMENTO MORI, die voor de wind zeilde, werd rechthoekig ingelopen. Het achterschip draaide daarop rond, zodat de boeg recht tegenover de Noordwal van de Kieler Föhrde kwam. De gezagvoerder heeft nog moeite gedaan om het schip op de Zuidwal aan de grond te zetten, doch het is niet gelukt.
Ook heeft hij nog aan de trawler geroepen om in de nabijheid te blijven, doch de MAKRELE stoomde weg. De bemanning heeft zich toen zelf in eigen boot, die achter de MEMENTO MORI sleepte, gered en roeide daarop naar de veraf liggende trawler en bleven tot 5 uur in de morgen in de nabijheid van de plaats, waar de MEMENTO MORI is gezonken.
Ook is aan de gezagvoerder van de trawler cautie gevraagd voor de gemaakte schade, doch ook daaraan werd geen gevolg gegeven.
Aangezien de MEMENTO MORI binnen 1 minuut zonk, heeft men niets dan een kist met scheepspapieren kunnen bergen. Tijdens de aanvaring brandde de lantaarn helder. Het grootzeil stond naar bakboord, dus het groene vuur heeft men van de trawler moeten zien.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 15 april. Het te Cardiff liggende Nederlandse stalen fregat NEDERLAND, groot 1.955 net. register ton met een laadvermogen van 3.050 ton, in 1894 te Amsterdam gebouwd, geklasseerd + 100 Aº, en dat in 1897 het 3e survey heeft ondergaan, is voor GBP 3.750 naar Noorwegen verkocht.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

IJmuiden, 14 april. Naar hier ontvangen bericht is de tjalk NIEUWE ZORG, kapt. Wijbrands, 13 april van Alphen aan de Rijn te Kopenhagen aangekomen. Alles wel.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlissingen, 15 april. Het stoomschip SOPHIE H, gebouwd op de werf van de Koninklijke Maatschappij ‘De Schelde’ te Vlissingen, heeft bij de gisteren gehouden proeftocht goed voldaan. Het schip is daarna van de Koninklijke Maatschappij ‘De Schelde’ overgenomen en in ballast naar Bilbao vertrokken om daar een lading ijzererts in te nemen voor Rotterdam.


16 april 1910


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 16 april. De Nederlandse motorschoener SAN ANTONIO, kapt. Hammerstein, arriveerde heden van Zea te Gythion.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Danzig, 12 april. De bemanning van de TIJDGEEST werd hier aangebracht door het stoomschip MARIANA. Ter hoogte van Bornholm had voornoemd stoomschip de TIJDGEEST aangetroffen. Het had 7 voet water in het ruim.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart. De Raad voor de Scheepvaart te Amsterdam heeft gistermiddag behandeld het scheepsongeval, overkomen aan de LAMMEGIENA, ijzeren tjalkschip van de schipper H. Schling, maakte de Raad uit dat aan de houding, door de schipper van de Engelse stoomtrawler CASTLE in deze aangenomen, niet vreemd was het verlangen om het hoge bergloon binnen te halen, dat het alleszins oorbaar was van schipper en bemanning om het schip te verlaten, daar dit ontredderd en onbestuurbaar was en zij zelf volkomen uitgeput waren. De schipper kan dus uit dien hoofde geen blaam treffen. Men had echter twee rode lantaarns moeten hijsen ten teken dat niet gemanoeuvreerd kon worden. Het verzuim om onmiddellijk na aankomst in Engeland een scheepsverklaring af te leggen, wordt naar het oordeel van de Raad, door niets verontschuldigd.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart. De Raad heeft gisteravond in het Paleis van Justitie te Amsterdam een zitting gehouden, waarin een aanvang werd gemaakt met het onderzoek in zake het vergaan van het stoomschip PRINS WILLEM II, kapt. Van Slooten, van de Koninklijke West-Indische Maildienst, op reis van IJmuiden naar Paramaribo. Een talrijk publiek, waaronder zich vele nabestaanden van de verongelukte bemanning bevonden, woonde de zitting bij.
Het eerst werd als getuige gehoord de heer C.M. van Gijn, directeur van de Koninklijke West-Indische Maildienst, uit diens verklaring bleek, dat de PRINS WILLEM II, 2 januari van Amsterdam vertrok. Het laatste bericht van het schip is te Ouessant van 23 januari. Tot zover was de reis goed geweest. Het schip had gemiddeld 10¼ mijl gelopen. Toen geen bericht van aankomst werd ontvangen werd door de directie aan het agentschap in West-Indië gevraagd zo mogelijk gedaan te krijgen dat Hr. Ms. UTRECHT een onderzoek zou instellen, terwijl de eigen stoomschepen van de Maatschappij op reis zouden hebben op te letten. Gedacht werd aan een ongeluk bezuiden de Azoren, dat het schip zich benoorden de Azoren bevond, kon niet worden aangenomen. Een gerucht, dat de PRINS WILLEM II zou zijn gezien door de kapitein van het stoomschip MONT SERRAT, berustte op een fout in het telegram afgezonden door een employé van de Compania Transatlantica. Dat de PRINS WILLEM II zou zijn gezien, één dag nadat het schip Ouessant was gepasseerd, door de kapitein van de GUADELOUPE, gelijk door het blad Onze West werd gemeld, gelooft getuige niet. Immers, die kapitein heeft aan de heer Boissevain, directeur van de Maatschappij, die de volgende reis met hem maakte niets gezegd. Ook, dat er een aanvaring zou hebben plaats gehad tussen het Belgische stoomschip BULGARIA en de PRINS WILLEM II acht getuige niet mogelijk. Er werd reeds 6 februari een boei van de PRINS WILLEM II gevonden door een visserman, die er toen geen melding van maakte, doch dat eerst deed 10 dagen later toen het ook een riem vond. Op 6 februari moest de BULGARIA nog twee dagen verwijderd zijn geweest van de plaats waar het verging. Hiertegen zou echter kunnen worden aangevoerd dat de boei vroeger overboord zou zijn geraakt.
De Maatschappij geeft het schip op, op grond dat zijn aangespoeld verschillende goederen; zo op 6 febr. 1 reddingboei, op 10 febr. 1 plank, op 20 febr. 1 zwemvest, op 21 febr. 2 zwemvesten, op 23 febr. 1 boei, 1 lade, 1 plank, op 25 febr. een halve boei, op 27 febr. een stuk hout met koperen plaatje, op 27 febr. een stuk van een brievenweger met ‘Kon. Nederlandsche Posterijen’, 1 plank, op 28 febr. 1 riem, op 7 maart 1 kist vernis, 1 stuk riem en 1 sloepnaam-bordje en een kaart. Na het passeren van Ouessant moet het schip zwaar stormweer hebben gehad. Van het vergaan van andere schepen (behalve de BULGARIA op 8 febr.) is niets bekend. De hierop betrekking hebbende vragen bedoelen na te gaan of de PRINS WILLEM II met een ander weggebleven schip in aanvaring is geweest. Alleen is op 25 januari door kapt. Auger van de TENEDOS een stoomschip zien zinken; dat schip is gebleken een Russisch schip te zijn geweest. Daarvan zijn o.a. vaten wijn aangespoeld en die had de PRINS WILLEM II niet aan boord. Voorlezing werd gedaan van door de getuige Van Rijn overgelegde uittreksels van journalen van schepen van de Holland Amerika Lijn, die zich ongeveer op dezelfde plaats bevonden als de PRINS WILLEM II tussen 23 en 25 januari, namelijk het stoomschip STATENDAM (thuis varend) en het stoomschip MAARTENSDIJK (uitgaande). Beide journalen maken melding van zware storm, met buien en zeer hoge wilde zee en hoge deining. Barometerstanden werden genoteerd tot 738 toe. Omtrent het schip deelde getuige voorts mee, dat het in 1889/90 gebouwd werd en 7 maart 1890 zijn eerste reis aanving. In het schip waren vijf waterdichte schotten. Het schip deed zijn 61e reis. Het had veel stormen doorgemaakt, blijkens de voorgelezen fragmenten uit het journaal op de 9e reis in 1893, de 24e reis in 1898, de 39e reis In 1903 en de 60e reis aangevangen einde 1909. De stabiliteit van het schip was goed; getuige sprak daarover meermalen met de kapiteins. De inspecteur van de scheepvaart te Havre had het certificaat als ‘in goede orde’ afgetekend en kapt. Van Slooten verklaarde alvorens met het schip uit te gaan, dat het geheel hecht, dicht en sterk en volkomen zeewaardig was. Het schip werd gebouwd door de Koninklijke Fabriek voor Stoom- en Andere Werktuigen te Amsterdam, onder toezicht van Veritas en Lloyd’s. De tonnenmaat was bruto 1.022 en netto 1.014.
Het Plimsoll-merk is gesteld in overleg met de scheeps-inspecteur. Het schip had een voorlopig certificaat. Getuige heeft het schip gezien vóór het vertrek; het Plimsoll-merk was toen boven water, doch getuige heeft zelf niet opgenomen hoeveel. De diepgang was 59 à 60 dm. (62 opgenomen te IJmuiden moet onjuist zijn). Drie jaar geleden heeft het schip een grote reparatie ondergaan. Behalve nieuwe ketels heeft het schip een ‘generale overhaling’ gehad. In sept. 1909 heeft het schip gedokt en is ook de schroefas onderzocht door Lloyd en Veritas. De ketels zijn het laatst nagekeken op 23 sept. 1909. Het schip had drie dekken. In het bovendek waren 4 luiken. Deze konden evenals de trapopeningen en schijnlichten behoorlijk worden afgesloten. De voorkuil en de achterkuil zijn open doch kunnen worden gesloten met ijzeren borden. Voor het geval het schip een ongeluk had gekregen aan de machines had het voldoende zeilvermogen, z.g. langsscheeps zeilen, waarvan nu en dan gebruik werd gemaakt, de laatste tijd evenwel weinig. Er waren 4 reddingboten en een jol, plaats biedende voor 110 personen. Er waren aan boord op de laatste reis 39 personen behorende tot de bemanning, 13 volwassen passagiers en 2 kinderen. De sloepen waren behoorlijk uitgerust; er waren 6 of 7 boeien en een voldoend aantal zwemvesten. Het schip had aan boord een vuurpeiltoestel, geen draadloze telegrafie en voldoende olie. In Het Kanaal heeft het schip een klein oponthoud gehad ten gevolge van een lekke condensor. Dit was echter slechts een zeer onbeduidend defect waarvan de kapitein geen melding maakte. Een briefje van de bootsman, gericht aan diens vrouw uit IJmuiden moet op dit ‘defect aan de machine’ hebben geslagen. Getuige is overtuigd, dat er geen ontplofbare stoffen aan boord waren. Op het manifest komen dergelijke stoffen niet voor. Kapitein Van Slooten was nog niet lang gezagvoerder. Op een vraag van het lid van de Raad, de heer Haacke, of het gebruik is bij deze Maatschappij dat de kapitein en de eerste machinist wordt gevraagd of alles in orde is, antwoordt getuige dat hij die vraag niet categorisch stelt, doch wel vraagt „of er nog iets bijzonders is" alvorens afscheid te nemen.
Als getuige wordt daarna gehoord de heer L. Roosenburg, directeur van de filiaal-inrichting van het Kon. Ned. Meteorologisch Instituut te Amsterdam, om de Raad omtrent verschillende zaken, de weertoestand betreffende, voor te lichten. Deze deelde mee, dat op de 21e jan., toen de WILLEM II vertrok, het weer gunstig was. Er was een matig-tot-zwakke noordelijke tot noordwestelijke wind. Een depressie van de morgen van die dag was oost-westelijk getrokken en een hoge druk was naderend. Wel viel er weinig van te zeggen hoe het weer in de naaste toekomst zijn zou, maar het liet zich zeker gunstig genoeg aanzien om de reis te aanvaarden. Ook toen de PRINS WILLEM II de 23e jan. Ouessant om 1 uur passeerde, was de weerstoestand nog gunstig, met hoge barometerstand en lichte noordelijke winden. Die dag moet echter het weer vóór middernacht slecht zijn geworden. En de PRINS WILLEM II moet spoedig geraakt zijn in een gebied van zeer zware storm, dat zich uitbreidde tot de Spaanse kust.
Gevraagd naar zijn mening over de in een krantenpolemiek geuite bewering, dat de kapitein beter zou hebben gedaan indien hij langs ds Spaanse kust had gekoerst, antwoordt getuige het hiermee niet eens te zijn. Het ware zelfs veel gevaarlijker geweest de Spaanse kust op te zoeken; dan had het schip dwars door het stormgebied gemoeten. Het raadzaamste moet geweest zijn, om ter plaatse waar men gist dat het schip heeft gevaren, dezelfde koers te houden. De 24, 25 en 26 jan., zo deelt deze getuige verder mee, moeten in de Golf van Biscaye orkanen hebben gewaaid van de sterkte, die aangeduid wordt met: volle orkaan. Indien de PRINS WILLEM II toen nog niet was vergaan, moet ze daarin zijn gebleven.
Volgende getuige is de heer W. Fenenga, directeur van de Amst. Droogdok Maatschappij. Deze heeft 20 jaar geleden de PRINS WILLEM II ontworpen, toezicht gehouden bij de bouw en het schip steeds onder toezicht gehad. Bij de bouw zijn bijzondere maatregelen genomen voor de stabiliteit van het vaartuig in verband met zijn bestemming om te varen in de West-Indische wateren. Herhaaldelijk heeft deze getuige in de loop van de jaren het nagekeken. Eens is de schroefas hernieuwd, getuige weet niet meer wanneer. Getuige Van Rijn heeft hiervan in de boeken van de Maatschappij niets gevonden. Ook is het roer meermalen nagezien. In 1906 heeft getuige Fenenga tot een algemene reparatie geadviseerd, die toen ook is uitgevoerd; o.a. zijn toen nieuwe ketels aangebracht. Het defect aan de condensor, dat geconstateerd is voordat het schip de laatste keer te IJmuiden kwam, had niet het minste gevaar opgeleverd, ook indien het niet gerepareerd was. Getuige heeft, voor dat de PRINS WILLEM II Amsterdam de laatste keer verliet, haar volkomen zeewaardig verklaard.
Volgende getuige is de assistent-scheepsdiepgangmeter te IJmuiden.
Deze verklaart, dat de door hem te IJmuiden in de dichte sluis, dus in brak water, de diepgang is opgenomen als voor 62 en achter 61; deze was door hem afgelezen, van de cijfers op het schip. Alleen wanneer de cijfers niet meer te zien zijn, wordt „onderhaakt". Getuige kan niet verklaren het verschil met de opneming te Amsterdam, temeer omdat aldaar het water zoeter is. Door getuige werd het hoogste cijfer genoteerd, omdat volgens de grootste diepgang het sluisgeld wordt geheven. De heer Van Rijn, opnieuw voor geroepen, blijft bij zijn verklaring!. Volgens hem doet het verschil trouwens niet ter zake, aangezien ook wanneer de opneming te IJmuiden juist mocht zijn, de gemiddelde diepgang was 61.5, terwijl geoorloofd was 61.7.
De volgende getuige is de heer J.B. Schlebe, Lloyd’s surveyor. De PRINS WILLEM II, zo verklaart deze, was bij Lloyd in de hoogste klasse A 1 geklasseerd en stond onder Lloyd's voortdurende controle. Om de 4 jaar kwam het schip onder survey. Die van 1906, de vierde, heeft getuige bijgewoond. De schroefas werd toen uitgehaald en nagezien. Het schip was volkomen zeewaardig. Alle waterdichte schotten zijn bij deze gelegenheid vernieuwd. Alle door Lloyd voorgeschreven reparaties werden uitgevoerd. Sommige verbeteringen waren niet door Lloyd voorgeschreven, bijv. het dichtmaken van de gangen. Verbetering van het freeboard werd door Lloyd toegestaan. Dat het water de verschansing naar buiten zou hebben geslagen, al of niet met medeneming van een daaronder liggend gedeelte, zodat het schip kwam open te liggen, acht getuige bij de sterke constructie niet denkbaar. Dat iets bepaald onmogelijk is, kan zo moeilijk worden gezegd.
De heer J.C. Vierhout, sedert zes jaar surveyor van het Bureau Veritas, geeft inlichtingen omtrent de thans 4 jaar geleden plaats gehad hebbende 4e survey van de PRINS WILLEM II. Getuige heeft toen de gehele reparatie nagegaan. Nieuwe ketels zijn er ingebracht. Hij acht het onwaarschijnlijk, dat toen een nieuwe schroefas is aangebracht. De schroefas werd uitgehaald en volkomen in orde bevonden. Getuige bemerkte toen slechts, dat op
het tapse gedeelte enige in-teringen waren ontstaan, doch volgens zijn mening kon de as toen nog jaren mee, zo zelfs, dat hij het onwaarschijnlijk acht, dat zij bij de survey, die dit jaar zou hebben plaats gehad, had moeten worden vervangen. Getuige hield het materiaal van deze as voor Siemens Martens staal en meent, dat zij geheel gevoerd was. Dit laatste wordt eveneens verklaard door de heer Schlebe.
De heer H. Sluiter, inspecteur van de scheepvaart te Amsterdam, is aan boord geweest voor het schip Amsterdam voor het laatst verliet. Getuige sprak toen de gezagvoerder, de eerste stuurman en de eerste machinist, die desgevraagd verklaarden, dat alles in orde was, ook in verband met de belading. Getuige herinnert zich, dat het Plimsoll merk ¾ dm boven water was. Het schip was geheel vol en er was enige lading in de voorkuil. Getuige heeft 7 jaar geleden een reis met de PRINS WILLEM II naar de West gedaan en hij was vroeger gezagvoerder op de PRINS WILLEM III, een zusterschip. Met laatstgenoemd schip heeft hij dikwijls zeer zwaar weer gehad en bij die gelegenheid heeft de PRINS WILLEM III zich altijd uitstekend gehouden. Het hulp-zeilvermogen betekende niet veel, maar men zou er bij het verliezen van een schroef toch mee hebben kunnen sturen. Voorlopige certificaten, gelijk de PRINS WILLEM II er een had, worden afgegeven, omdat vooral in de eerste tijd van de scheepvaartinspectie het aantal aanvragen te groot was om alle definitief te kunnen afdoen. Dergelijke certificaten worden afgegeven, geldig tot de volgende survey voor alle schepen, die uiterlijk zeewaardig en geklasseerd zijn door bekende bureaus. Ten slotte werd voorlezing gedaan van een inklaring, afgelegd voor de hoofdinspecteur van de scheepvaart door de heer Pieter Koningsteyn, gezagvoerder bij de Kon. West-Indische Maildienst, thans op reis. Deze heeft te 1906 een reis met de PRINS WILLEM II gedaan, onmiddellijk na de reparatie. Op die reis had hij stormweer en hoge zee bij Ouessant. Het schip bleek volkomen zeewaardig en stuurde goed. Wanneer hij als gezagvoerder reparaties vroeg, zijn die steeds toegestaan en uitgevoerd. De heer Van Rijn verzocht nog, een rectificatie in zijn verklaring te mogen maken: Het gezonken schip, waarvan hij sprak, was niet een Russisch, doch een Engels stoomschip, GREGOR genaamd. De behandeling van de zaak werd hierna geschorst tot hedenavond 7¼ uur.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Naamloze Vennootschappen. De Staats Courant No. 88 bevat de akte van oprichting van de volgende naamloze vennootschap:
Naamlooze Vennootschap „Houtvaart" te Rotterdam. Doel is het aankopen of aanbouwen, in de vaart brengen, exploiteren, huren en verhuren van stoomschepen, in de eerste plaats van het stoomschip VLUG, en voorts al wat daartoe in de ruimste zin kan gerekend worden te behoren. Duur tot 31 december 1939. Kapitaal NLG 300.000, verdeeld in 300 aandelen van NLG 1.000, waarvan 100 aandelen zijn geplaatst. Voor de eerste maal directeuren de heren E.H. Vinke en W.L. Crommelin.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Hollandsche Stoomboot Maatschappij.
Op de heden gehouden algemene vergadering van aandeelhouders werden de balans en de winst- en verliesrekening over het afgelopen jaar goedgekeurd, werd het dividend bepaald op 7% en werd de voorgestelde statutenwijziging met algemene stemmen aangenomen.
De heer H.H. Beels, die als commissaris aan de beurt van aftreden was, werd met algemene stemmen herkozen.


17 april 1910


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

De ramp van het stoomschip PRINS WILLEM II.
Gisteravond werd door de Raad voor de Scheepvaart het onderzoek voortgezet van de ramp, overkomen aan het stoomschip PRINS WILLEM II. Allereerst werd gehoord de inspecteur van de K.W.I.M., de heer A.J. Loke, uit wiens verklaring geen nieuwe bijzonderheden omtrent de staat van het schip aan het licht kwamen. De heer IJ. Paltz, ‘walbaas’ van de Maatschappij, geeft inlichtingen omtrent de stuwage van het schip. Alle ruimen waren vol, voorts was er een 20 à 30 ton deklast aan ijzer en kool. De deklast was goed zeevast gesjord. De patrijspoorten van het tussendek waren goed verzekerd, de sloepen voorzien van al het nodige. Deze getuige heeft nimmer gehoord van het overgaan van de lading van enig schip, dat onder zijn toezicht is bevracht. De diepgang van het schip was volgens hem 61 dm vóór en 59 dm achter. Hij heeft dit met beslistheid gezien. De waltimmerman H.C. Willems heeft de laatsten keer aan de PRINS WILLEM II slechts enige reparaties van gewoon onderhoud verricht. De heer A. Kruk, expert bij de scheepvaartinspectie, oud-machinist van de West-Indische Mail, heeft van 1895-98 een tiental reizen met de PRINS WILLEM II gemaakt. Hij noemt het een van de beste schepen van de Maatschappij en heeft er veel stormen mee doorstaan. Getuige onderstelt, dat de PRINS WILLEM II nog voer met zijn oorspronkelijke schroefas, de PRINS WILLEM III, die één reis ouder is, gebruikt deze tenminste ook nog. Gehoord over de gevolgen van een lek aan de condensor, verklaarde getuige, dat daarmee nog een hele tijd kan doorgestoomd worden, als het nodig is. Een mankement aan deze condensors komt een enkele keer voor als de reis pas begint, aangezien ze nog van oudere constructie zijn en houten dopjes hebben, die dan wel eens weigeren. De kapitein kende getuige als een ervaren zeeman.
Getuige G.J. Lap, eveneens expert van de scheepvaartinspectie, oud-stuurman van de West-Indische, kende de kapitein en de stuurlieden als goede zeelui. Deze getuige kan bevestigen dat alle reddingmiddelen in orde waren, een vuurpijlkanon was aan boord, de stuurinrichting werkte goed. Wat de diepgang van de boot betreft, kon getuige met zekerheid alleen verklaren, dat het Plimsoll merk boven water uitstak.
Hiermee waren alle getuigen verhoord, die een oproeping hadden verkregen. De voorzitter riep nog een ieder op, die een inlichting kon geven om deze alsnog voor de Raad af te leggen. Uit het publiek meldde zich daarop aan de loods W.C. Rijpma, in het vooronderzoek reeds gehoord door de hoofdinspecteur. Deze verhaalde, dat het schip van 11.20 tot 12.30 uur in het kanaal, even voorbij de Hembrug, gemeerd had, wegens machineschade, naar hij uit de mond van de machinist had vernomen, een lek in de condensor. Even voor het vertrek van het schip van de De Ruyterkade, had getuige de diepgang opgenomen: 62 voor en 61 achter. Te kwart over 8 uur 's morgens, toen nog uit een motorboot lading werd overgenomen in het voorschip, was de diepgang 61 voor en 61 achter. De assistent-diepgangmeter in IJmuiden had dezelfde cijfers genoteerd. Volgens getuige was het daartoe niet nodig in een bootje te gaan. Getuige Paltz, hiernaar gevraagd, hield vol dat de diepgang 61 - 59 was geweest. Getuige Rijpma voerde aan, dat zijn betrekking meebrengt, op de diepgang te letten, omdat daarnaar de betaling geregeld wordt. Bij ieder schip wordt dus vooral daarnaar gekeken. De voorzitter beëindigde het discours, dat hierover ontstond, met deze opmerking: Verschillende getuigen hebben verklaard het Plimsoll merk boven water te hebben gezien - en daarop komt het ten slotte aan. De heer Van Rijn voegde daar nogmaals aan toe, dat al ware de opgave van het loodswezen juist, de gemiddelde diepgang toch maar 61.5 zou geweest zijn, terwijl die 61.6 wezen mocht. Het onderzoek werd hierna gesloten verklaard. De Raad zal nader uitspraak doen.


18 april 1910


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Van de werf van de heer L. Wolthuis te Veendam is te water gelaten een ijzeren schuit, groot 58 ton voor schipper E. de Vries van Emmercompascuum. De kielen werden gelegd van twee schepen voor schipper H. Oorburg te Veendam.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van de heer G.W. v.d. Werf te Stadskanaal is met goed gevolg te water gelaten een stalen twee-mast schoener voor Duitse rekening. Daarna werden de kielen gelegd van een Hasselder aak, groot 90 ton en van een schoenerschip.


19 april 1910


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Schiedam, 18 april. De zeewaardige emmerbaggermolen met zuig- en persinrichting en 2 schroeven HSIN HO is heden van de werf ‘Gusto’ van de firma A.F. Smulders, naar China onder eigen stoom vertrokken. Deze baggermolen werd voor rekening van het Chinese gouvernement gebouwd en heeft de volgende hoofdafmetingen: Lengte tussen de loodlijnen 48 meter, breedte 11 meter, holte 3,50 meter. Het werktuig is in staat de opgebaggerde grond tot op 300 meter afstand en 3 meter hoogte weg te persen, zowel bij het zuigen als bij het werken met de emmerketting. De baggerdiepte bedraagt 8 meter, de emmers hebben een inhoud van 600 liter en worden geledigd met een snelheid van 14 per minuut. De HSIN HO heeft 2 compound machines, elk van 320 ipk, verscheidene hulpmachines en de gebruikelijke stoomlier, 2 ketels met een verwarmend oppervlak van 120 m² elk en werkend op 8 atmosfeer druk, verder een donkey ketel voor het voeden van de hulpmachines. Het schip is geheel elektrisch verlicht.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Lissabon, 17 april. De reparaties aan de hier binnengelopen en voor Indië bestemde baggermolen BROMO zullen waarschijnlijk in 3 dagen worden verricht.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 19 april. Het stoomschip WIERINGEN van Saigon naar Hamburg, vertrok 17 april van Sabang.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 19 april. Nieuwe stoomvaartlijn: Naar wij vernemen is de North West Transport Line, vroeger dienst doende tussen Hamburg-Rotterdam-Halifax en New York, overgegaan in handen van Uranium Steamship Co. Ltd., gevestigd te Londen, waarvan alhier als agentesse zal optreden de firma P.A. van Es en Co. In het vervolg zullen de boten van deze nieuwe lijn alleen van Rotterdam, niet van Hamburg en Rotterdam, zoals de vroegere North West Transport Line deed, naar Halifax, New York en terug varen. Om de 14 dagen, te beginnen met 30 april, zal van hier een boot worden geëxpedieerd. De voor deze nieuwe onderneming varende boten zullen zijn: URANIUM, VOLTURNO en CAMPANIA. Mocht er meer materiaal nodig blijken, dan zullen nog andere boten in de vaart worden gebracht. Wij vernemen verder, dat deze Uranium Steamship Co. Ltd. door voldoende kapitaal zal worden gesteund. De eerste afvaart van hier zal met de VOLTURNO plaatshebben.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Duinkerken. 18 april. Bij het manoeuvreren met het stoomschip ZAANLAND om in het dok te meren, hebben 5 lichters lichte schade gekregen. De ZAANLAND arriveerde 20 april te Amsterdam.


20 april 1910


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Stoomvaart Maatschappij ‘Triton’.
Aan het verslag over 1909 ontlenen wij het volgende:
Bij de aanvang van het verslagjaar bleven de lage vrachten, waarmee 1908 sloot, aanhouden en werd er de voorkeur aan gegeven, de AMELAND en TEXEL op te leggen, ten einde niet met verlies te moeten varen, terwijl de VLIELAND in time charter verhuurd was. De eerstgenoemde schepen lagen respectievelijk 94 en 46 dagen stil. Gedurende de zomermaanden kwam er enige verbetering in de vrachten van de Oostzee en Witte Zee en is het daaraan in hoofdzaak te danken, dat niettegenstaande twee schepen in de aanvang van het jaar opgelegd waren, op een kleine verbetering van het eindresultaat kan worden gewezen. Het stoomschip TERSCHELLING werd 4 september in dienst gesteld en vertrok van Vlissingen via Newcastle naar Archangel. Kort na vertrek van de Tyne werd het door hevige storm belopen, gedurende welke het de bladen van de schroef verloor. Het werd door twee trawlers te Middlesbrough binnen gesleept en aldaar gedokt om de reserveschroef aan te brengen. Het sleeploon werd te London geregeld en de schaderekening berust ter afdoening in handen van assuradeuren. Het voordelig saldo van de exploitatierekening bedraagt NLG 53.026 (v.j. NLG 35.075); het saldo van a.p. NLG 7.917 (v.j. NLG 13.797), tezamen NLG 60.943 (v.j. NLG 48.872), waarvan moet worden afgetrokken: Onkosten NLG 759 (v.j. NLG 694), interest obligatielening na aftrek van de gekweekte rente NLG 15.982 (v.j. NLG 10.260), blijft voordelig saldo NLG 44.201, waarvan wij u voorstellen NLG 36.233 (v.j. NLG 30.000), te bestemmen voor reserve en afschrijving stoomschepen en NLG 7.967 over te brengen op nieuwe rekening.


21 april 1910


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 20 april. Het Nederlandse stoomschip NOORD-HOLLAND is naar Cuxhaven teruggekeerd na in het Kaiser Wilhelm kanaal met een lichter in aanvaring te zijn geweest. Van de NOORD-HOLLAND zijn aan stuurboordzijde enige platen verbogen en enige klinknagels geknapt. Een expertise zal worden gehouden. Van de rederij van het stoomschip NOORD-HOLLAND vernemen wij dat de schade niet ernstig is en dat voornoemd stoomschip morgen na reparatie van Cuxhaven naar Grangemouth vertrekt.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Nieuwediep, 20 april. De nieuwe stoomloodsboot Nº 8, bestemd voor Rotterdam, is hier ter rede onder stoom beproefd en heeft aan de gestelde eisen goed voldaan. Er werd een vaarsnelheid van 11¼ mijl bereikt.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 21 april. Over de aanvaring van het stoomschip ALWINA en het stoomschip ADVANCE, afgelopen zondag op de Loire plaats gevonden, vernemen wij dat beide stomers de rivier op stoomden, de ADVANCE ongeveer 400 meter vooruit. Plotseling liep de ADVANCE aan de grond, de ALWINA stopte, maar door het voorbijdrijven geraakte het voorschip van de ADVANCE vlot en stootte met de ankers tegen de ALWINA, waardoor ernstige schade werd veroorzaakt. Bij het verder manoeuvreren van de ALWINA om slaags te komen, geraakte het roer defect. De reparaties zullen 8 dagen oponthoud veroorzaken. (Van de ADVANCE werden de davits beschadigd)


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

IJmuiden, 21 april. Gisteren is het Rijksdroogdok, liggende in de Vissershaven, in gebruik genomen. Het eerste dokkende schip is de houten stoomharinglogger SELENE (IJM-141).


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Holland Gulf Stoomvaart Maatschappij te Rotterdam.
Aan het verslag over 1909 wordt het volgende ontleend: De verbetering, die in het tweede gedeelte van het boekjaar was waar te nemen in de lage vrachten van het jaar 1908, maakte het resultaat van de reisrekeningen beduidend beter dan vorige jaar. De grotere boten kunnen daardoor, zij het dan ook nog maar een kleine winst behalen. Het voordelig saldo van de reisrekeningen bedraagt NLG 78.011 tegen NLG 12.390 in het vorige jaar. De verschillende averijen werden allen door assurantie gedekt. Het stoomschip THEODORA werd voorzien van een nieuwe ketel en voldoet nu weer aan alle eisen. Tegelijkertijd passeerde het zijn survey. De kosten van een en ander bedroegen NLG 24.108. Voor dit bedrag stelt de directie voor de rekening voor reserve voor buitengewone reparatie te debiteuren en deze rekening te crediteren voor NLG 10.000 afschrijving op de schepen. Daar de aandelen van de Stoomvaartmaatschappij ‘Leonora’ zeer in waarde zijn gedaald, wordt voorgesteld een groot bedrag af te schrijven op de effectenrekening. Deze stonden te boek voor NLG 37.960; de directie meent daarop NLG 36.247 te moeten afschrijven. De 1e mei werden NLG 29.000 obligaties afgelost, waardoor het saldo van de lening NLG 305.000 bedraagt. De schepen zijn in goede staat en wij hopen, zegt de directie, dat de verbetering van de vrachten, waarop wij nu reeds zo lang gewacht hebben, eindelijk eens flink zal doorzetten, opdat wij na deze lange depressie enige verbetering mogen verkrijgen in de financiële resultaten.


22 april 1910


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Brand aan boord van de SOMMELSDIJK.
Het stoomschip SOMMELSDIJK, van de Holland Amerika Lijn is gisterenavond in vlammen opgegaan. Ruim 5¼ uren in de namiddag, was men op het dek van het voorschip van dit stoomschip, dat sedert eergisterenochtend in de Maashaven alhier in lading ligt, bezig met doen van kleine herstellingen. Daartoe stond op dat voorschip een smidse, om klinknagels gloeiend te maken. Door een in de nabijheid zijnde luchtkoker werden de gloeiende nagels overgereikt aan een jongen, die op het tussendek stond en ze met een tang aanpakte. Een van die gloeiende klinknagels is gevallen en terecht gekomen tussen balen teerzout, waarvan er reeds 3.300 in het voorruim geladen waren. Vijf minuten later sloegen de vlammen uit.
Tevergeefs trachtte men met het blusmateriaal van het schip het vuur te stuiten. Alle pogen was ijdel, hand over hand nam de brand toe, slag op slag weerklonk, het dek werd witgloeiend, als water stroomde het gloeiende ijzer van het dek in de haven en tegen zeven gelastte de heer Van Helden, de inspecteur van de Holland Amerika Lijn, dat allen het schip moesten verlaten. Toen was het lot van de SOMMELSDIJK beslist, want zolang mogelijk bleef de heer Van Helden met zijn mannen aan boord.
Dit was in hoofdzaak werkvolk. Van de bemanning waren er maar enkelen na vijven met een paar officieren aan boord gebleven. De ketels waren afgeblazen.
Scherp stak weldra een geweldige rookkolom tegen de blauwe lucht af. En tussen dit pikzwarte, lekten rode en lichtgele vlammen, nu en dan opslaande tot boven de schoorsteen van het schip. Voortdurend nam de brand in omvang toe. Op het voorruim volgende het grootruim, dan vatten de bunkers vlam en langs en door de machinekamer, sloegen de vlammen over naar het achterschip want onder het opperdek bevindt zich een doorlopend ruim. Te 11 uren gisterenavond was het een vuurzee van af het voorschip tot aan de achtermast. Witgloeiend was het overal. Van de commandobrug, met kaartenkamer, stuurinrichting, hutten van de commandant en de officieren, benevens de salon, was niets meer over dan een aantal in allerlei bochten verwrongen ijzeren staven. Uit het inwendige van het schip spoot het vuur door de luchtkokers opwaarts, het dek was opengebarsten, niets was tegen een dergelijke felheid van hitte bestand.
Aan blussen viel niet te denken. Alleen was men er op uit het voor- en achterschip nat te houden, dit vooral om te trachten de stalen trossen, waarmede het schip gemeerd was, te behouden.
Het stoomschip SOMMELSDIJK werd gisterenmorgen voor de wal aan de Maashaven N.Z., waar het voor de loodsen van de firma Furness en Nephews Ltd. in lading lag, verhaald naar paal 13 in de Maashaven. Toen de brand uitbrak, lag het ongeveer 200 meter uit de wal. Zijn plaats aan de Noordwal was ingenomen door het stoomschip MAARTENSDIJK, eveneens van de Holland Amerika Lijn. Dat stoomschip is tijdens de brand verhaald langs de wal in westelijke richting, om beneden de wind te komen. Ook zijn verhaald een aantal Rijnschepen en tjalken, die in de onmiddellijke nabijheid lagen. De SOMMELSDIJK bleef aan de palen.
Nauwelijks was het gerucht van de brand bekend, of de brandweer rukte uit. Over Rijnschepen en met roeiboten brachten gasten van de spuiten 40, 42, 37 en 39 slangen uit en gaven water, hetgeen weinig baatte. Meer diensten verleenden de stoomboten HAVENDIENST I, II, III en IV, GEMEENTEWERKEN, DOKWERKEN en MAASWERKEN. Bovendien verleenden hulp de sleepboten TITAN, HARRY, BETTY en de stoomboten COLUMBUS, DAM en andere met het verhalen van schepen als anderszins. Dit alles geschiedde onder onmiddellijk bevel van de havenmeester de heer Willingen, die met zijn personeel al zeer spoedig ter plaatse was.
Over de brandweer had de hoofdman, de heer H.E. van IJsendijk H.Ez., het bevel. Daarvan waren ook nog uitgerukt de handbrandspuiten 41, 46, 38, de stoomspuiten 5, 4 en 1 en de reddingsbrigade.
Reeds waren in het stoomschip SOMMELSDIJK geladen, behalve de genoemde balen teerzout, een grote partij amerilsteen, 750 ton steenkolen voor scheepsgebruik, balen, lompen en touw, vaten wijn en vlas. Heel de lading, naar schatting een paar duizend ton, is totaal verloren.
Omstreeks 10 uren in de avond, toen de bunkers rood gloeiend waren, knalde er eensklaps, vermoedelijk ten gevolge gasontwikkeling aan boord van het brandende schip, een hevige slag. De uitwerking ervan was zo hevig, dat van een op de wal staande loods van de firma Furness en Nephews Ltd. voornoemd, een paar ruiten braken. Een paniekje ontstond onder de toeschouwers, maar was spoedig bezworen. Ook verloor tijdens de brand de stoomboot HAVENDIENST enige leren slangen met straalpijpen, die achtergelaten moesten worden op het brandende schip, toen men daarvan de terugtocht aanvaardde.
Groot was de belangstelling die onverflauwd de gehele avond duurde en in het bijzonder de veerdienst Heen en Weer ten goede kwam. Afgaande op de zwarte rookkolommen, van uit de stad zichtbaar, trokken de massa’s naar de Maashaven.
Daar waren ook de directie van de Holland Amerika Lijn, de hoofdcommissaris van politie, de afdelingscommissaris, de heer D.A. Caspers en anderen bijeengekomen.
De schade is zeer aanzienlijk, daar het schip vrijwel als totaal verloren beschouwd kan worden. Naar wij vernemen loopt de maatschappij tot een bedrag van NLG 50.000 eigen risico, de verdere waarde van het stoomschip is op beurspolis verzekerd.
Omstreeks half één in de afgelopen nacht stond de SOMMELSDIJK vanaf het voorschip tot aan de achterpiek in volle vlam. Met onverminderde kracht woedde het vuur en al wat aan dek was is verwrongen, opengebarsten of hangt er in allerlei grillige vormen allerbedroevendst bij. Al dadelijk zijn een aantal foto’s genomen.
Het Nederlandse stoomschip SOMMELSDIJK, kapt. E. Swaan, van de Boston-Philadelphiadienst, werd in 1907 te Newcastle door de Northumberland Steamship Building Co. Ltd. gebouwd. Het is bruto 6.216 en netto 4.026 register tonnen groot. De hoofdafmetingen zijn: lang 410, breed 52, en hol 27,6 Engelse voet.
Het zou a.s. zaterdag van hier naar Boston en Philadelphia vertrekken. In 1907, toen het schip van stapel liep, droeg het de naam ROTTERDAM.
Dit schip is in de Database van MARHISDATA opgenomen als SOMMELSDYK


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Brand aan boord van de SOMMELSDIJK. Nog steeds woedt de brand voort aan boord van het stoomschip SOMMELSDIJK, zij het dan ook met zichtbaar verminderde kracht. Maar uit het voorruim slaan nog telkens de vlammen op, ter plaatse waar de balen teerzout gestuwd waren.
Even vóór drieën in de afgelopen nacht is de grote schoorsteen vrijwel gelijk met het dek afgebroken, aan stuurboordzijde overboord geslagen en in de Maashaven ondergedompeld. Anderhalf uur later hebben de acht boten van de havendienst, die tot dat ogenblik in werking waren, het watergeven gestopt, omdat maar al te duidelijk bleek, dat al het watergeven het stoomschip van een totale vernieling niet redden kon. Sedert zijn alleen in actie gebleven de stoomboten HAVENDIENST III en MAASWERKEN, die zich uitsluitend bepalen tot het nat houden van de trossen, waarmede het voorschip gemeerd is. Braken deze trossen en raakte het brandende schip op drift, dan waren de gevolgen niet te overzien. Gevaar voor omslaan bestaat er vooralsnog niet.
Er zijn ook al enige laadbomen overboord gevallen, alles brandt meer en meer uit, ook het volkslogies is onder de bak geheel uitgebrand.
Heel de toestand, gelijk die hedenmiddag is, duidt er op, dat wat van het grootste stoomschip zal resten, als oud roest is te beschouwen.
Gedurende de grote brand is geen enkel persoonlijk ongeluk voorgevallen. Alleen toen de heer Van Helden, de inspecteur van de Holland-Amerikalijn, gisteravond last gaf tot het ontruimen van het schip en daarvoor nog een kwartier beschikbaar stelde, liet een agent van politie zich langs een tros buiten boord zakken, wat zo snel ging, dat het vel van ’s mans beide handen gedeeltelijk werd afgestroopt. Hij is buiten dienst gesteld.
Thans zit het achterschip van de SOMMELSDIJK aan de grond, terwijl aan bakboordzijde zware ijzeren kettingen zijn aangebracht om het omkantelen te voorkomen.
Gisterenavond heeft ook de wethouder jhr. F. van Citters, waarnemend burgemeester, geruime tijd ter plaatse van de brand vertoefd.
De Nederlandsch Amerikaansche Stoomvaart Maatschappij (Holland-Amerika Lijn) is volkomen gedekt. Het stoomschip SOMMELSDIJK, nu een wrak, wordt als geheel verloren beschouwd. Casco, machinerieën en gereedschappen van dit stoomschip zijn door bemiddeling van de makelaars, de firma R. Mees & Zoonen alhier, voor NLG 750.000 verzekerd. Van dit bedrag is NLG 181.000 op de beurs alhier, het restant te Londen afgesloten. Onder dit bedrag is niet begrepen de schade, toegebracht aan de lading, die het schip reeds ingenomen had. Binnen enige dagen zou deze verzekering vervallen; het bedrag van de nieuw te sluiten verzekering zou, naar men verneemt, met 9.000 pond sterling verminderd worden. Hedennamiddag woede de brand nog steeds voort.
Vermeld dient alsnog, dat van de vrijwillige brandweer, de brandmeester de heer H.J. Roost het eerst met spuit 41 ter plaatse was. (opm: dit schip staat in de Database van MARHISDATA vermeld als SOMMELSDYK)


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 21 april. Volgens een telegram uit Lissabon aan de Salvage Association heeft de baggermolen BROMO de nodige reparaties ondergaan en heeft het de reis naar Java voortgezet.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

IJmuiden, 21 april. Hier is bericht ontvangen dat de zeetjalk WELDAAD, kapt. De Winter behouden te Aalborg is aangekomen. Alles wel.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van de scheepsbouwmeester J.W. Boerma te Martenshoek, (opm: op 19 april volgens NNO) werd met goed gevolg te water gelaten de stalen schoener-aak OSCAR, groot 100 last, in aanbouw voor rekening van en bevaren zullende worden door G. Schothorst van Zuidbroek. De kiel zal gelegd worden voor een dito schoener-aak van dezelfde afmetingen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Amsterdam, 22 april. Van de ‘Werf ’t Kromhout’, firma D. Goedkoop Jr., werden heden met goed gevolg te water gelaten 2 stalen motor-reddingboten, lang 11,50 m. breed 2,00 m. en hol 1,49 m. De schepen zijn uitgerust met een 40 pk dubbel cilinder Kromhout petroleum motor, welke hun een snelheid zal geven van ongeveer 17 km per uur, terwijl zij zijn voorzien van die inrichtingen, met welke een moderne reddingboot behoort te zijn uitgerust. De vaartuigen zijn bestemd voor de Regering van Argentinië en worden daarheen op 4 mei verscheept per stoomschip ZAANLAND van de Kon. Holl. Lloyd.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Stoomvaart Maatschappij ‘Nederland’.
Onder voorzitterschap van de heer G. A. baron Tindal had heden in ‘Eensgezindheid’ de algemene vergadering plaats van de Stoomvaart Maatschappij ‘Nederland’. Bij de bespreking van de balans vroeg de heer Van der Lee of het ondersteuningsfonds sterk genoeg is, om voor een voldoende uitkering te zorgen aan de nabestaanden van employés van de Maatschappij, die ten gevolge van een ramp het leven verliezen.
Door de directie werd hierop geantwoord, dat dit de bedoeling van het fonds is. Na de ramp van 1881 is dan ook uitgekeerd aan de achtergeblevenen. Op dit ogenblik trekt nog maar één van die verwanten uit het fonds. De bedoeling is het fonds zo sterk te maken, dat een zeer voldoende ondersteuning eventueel kan gegeven worden. De heer Van der Lee is dankbaar voor deze inlichtingen. Hij zou niet gaarne zien, dat bij een eventuele ramp, die de ‘Nederland’ zou treffen, een beroep op de algemene liefdadigheid nodig zou zijn. De directie antwoordde hierop, dat dit in 1881 ook niet gedaan is en dat het beroep op de algemene liefdadigheid inzake de WILLEM II is gedaan buiten de directie van de K.W.I.M. om.
De balans en het verslag werden goedgekeurd en de uitkering vastgesteld op 63/4%.
Tot commissarissen werden herkozen de heren jhr. P. Hartsen en J.G.C.A. van Hoorn.


23 april 1910


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Delfzijl, 22 april. Bij de verkoop van strandgoederen, bepaald op aanstaande woensdag zullen het onlangs binnengebrachte houten twee-mast schoenerschip HANS, in de Buitenhaven hier liggende, alsmede de inventaris van genoemd vaartuig worden geveild.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Bremen, 22 april. De van Gorontalo hier aangekomen bark ODDERO, sedert 18 februari hier liggende, is naar Nederland verkocht om te worden gesloopt. Wij vernemen dat deze in 1868 te Newcastle gebouwde ijzeren bark, eertijds genaamd FORTIA, groot bruto 1.439 register ton en netto 1.332 register ton naar Oudewater zal worden gesleept en aan de werf van de heer Van der Linden zal worden gesloopt.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Volgens het verslag van de directeur van de Droogdok Maatschappij Tandjong Priok alhier, kenmerkte het afgelopen jaar zich door grote drukte, veroorzaakt door verschillende buitengewone werkzaamheden, die aan de Maatschappij werden opgedragen, waarbij de nieuwe sleephelling uitnemende diensten bewees. Zonder deze inrichting zouden de grote herstellingen elders uitgevoerd zijn, aangezien het dok voor de dagelijkse behoeften te zeer in gebruik genomen wordt om zó lang gemist te kunnen worden. Het is het voornemen der directie dit jaar aan de bestaande gereedschappen enz. een belangrijke uitbreiding te geven, ten einde beter in staat te zijn de toenemende omzet te verwerken. Het gemiddelde aantal werklieden in 1909 bedroeg 870, tegenover 495 in het vorige jaar, terwijl de uitbetaalde arbeidslonen met bijna 50 procent toenamen. Het aantal dagen, dat de sleephelling in gebruik was, bedroeg 260, tegenover 118 in 1908, het eerste volle jaar van exploitatie; het aantal dokkingen bedroeg 112, tegenover 116 in het voorgaande jaar, terwijl het aantal dokdagen 393 bedroeg, tegenover 331 in 1908. Het geregelde onderhoud van het dok ging voort en er werden evenals in het vorige jaar, 8 pontons verwisseld.
Vele belangrijke werken werden in het afgelopen jaar verricht en wel voornamelijk de verbouwing van het stoomschip VAN NOORT, ex. PAHUD, van de Koninklijke Paketvaart Maatschappij. Het stoomschip is op de sleephelling verbouwd, de machines geheel opnieuw gesteld en de nieuwe stoomketels geplaatst, waarna, op de gehouden proeftocht, alles in order bleek te zijn; dit is wel het meest moeilijke werk, zeg het verslag, dat tot dusverre op Tandjong Priok werd verricht. Het stoomschip TJIPANAS, dat met belangrijke bodemschade te Tandjong Priok binnenliep, werd eveneens tot volle tevredenheid in orde gebracht. Door het Departement van de B.O.W. (opm: Burgerlijke Openbare Werken) werden aan de Maatschappij 7 klepschouwen besteld, waarvan 4 in Indië geheel werden gebouwd; 3 stuks werden klinkklaar uit Europa gezonden en te Tandjong Priok in elkander gezet. Verdere belangrijke voorzieningen werden verricht aan de volgende schepen van de Koninklijke Paketvaart Maatschappij, n.l. de stoomschepen BANTAM, DE CARPENTIER, COEN, SPEELMAN en DE HAAN; voorts aan het stoomschip CYCLOOP van de Opiumregie en aan de stoomschepen BRAK, CERAM en SPERWER van de Marine.
De winst bedraagt NLG 122.579, waarvan saldo ao. po. NLG 800 (v.j. NLG 869), interest NLG 1.438 (NLG 58), exploitatierekening NLG 120.341 (NLG 128.585). Verleden jaar werd NLG 13.581 afgetrokken voor onderhoud gebouwen, machinerieën en terreinen, zodat toen NLG 115.931 als zuivere winst overbleef. Van deze winst wordt de uitkering voorgesteld van 15 (v.j. 10) procent op de aandelen en NLG 96,43½ (NLG 44,44) per oprichtersbewijs.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Londen, 22 april. Twee lichters, gesleept door de Nederlandse sleepboot SEINE, van Cagliari naar Dakar bestemd, zijn hier aangekomen met lekkage en zullen dokken om te worden nagezien en te repareren.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Schiedam, 22 april. Van de ‘Werf Gusto’ van de firma A.F. Smulders te Schiedam is heden met goed gevolg te water gelaten de stalen romp van een zeewaardige baggermolen, welke bestemd is naar Zuid-Australië, waarheen het vaartuig na voltooiing onder eigen stoom zal vertrekken.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Droogdok Maatschappij ‘Tandjong Priok’ te Rotterdam.
Het afgelopen jaar kenmerkte zich, naar in het verslag over 1909 wordt meegedeeld door grote drukte, veroorzaakt door verschillende buitengewone werkzaamheden, die aan de Maatschappij werden opgedragen en waarbij de nieuwe sleephelling uitnemende diensten bewees. Zonder deze inrichting zouden die grote herstellingen elders uitgevoerd zijn, aangezien het dok voor de dagelijkse behoeften te zeer in gebruik genomen wordt om zo lang gemist te kunnen worden.
Het ligt in het voornemen dit jaar aan de bestaande gereedschappen enz. een belangrijke uitbreiding te geven, ten einde beter in staat te zijn de toenemende omzet te verwerken.
Vele belangrijke werken werden in het afgelopen jaar verricht en wel voornamelijk de verbouwing van het stoomschip VAN NOORT, ex. PAHUD van de Koninklijke Paketvaart Mij. De winst- en verliesrekening wijst een winst aan van NLG 122.579. Voorgesteld wordt dit bedrag aIs volgt te verdelen: Aandeelhouders NLG 75.000 of 15% (v.j. 10%), uitkeringen krachtens Art. 18 van de statuten NLG 47.446 en saldo op nieuwe rekening NLG 132.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Hudig & Veder’s Stoomvaart Maatschappij.
In de heden gehouden vergadering werd de tiende jaarrekening overgelegd, waarbij de directie aantekent, het te betreuren dat zij niet op betere uitkomsten kan wijzen.
De vrachten bleven ook gedurende 1909 zeer laag, terwijl ook in menig geval een onvoorzien oponthoud in laad- en loshavens een ongunstige invloed had op de resultaten van de reizen. De stoomschepen waren echter, korte perioden van oplegging uitgezonderd, steeds in de vaart, werden behoorlijk onderhouden en bevinden zich in een uitstekende toestand. Contracten op lange termijn zijn niet afgesloten, zodat, mocht een verbetering van de vrachtenmarkt intreden, de directie zich die dadelijk ten nutte kan maken. Het voordelig saldo van de exploitatierekening bedraagt NLG 45.011 (v.j. NLG 47.026), waarvan na de betaling van de obligatierente à NLG 17.750 (v.j. NLG 19.000) en afschrijving op de stoomschepen van NLG 20.000 (evenals v.j.) een saldo overblijft, waaruit een uitkering van 2% (v.j. 21/2%) op de preferente aandelen kan plaats hebben.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Houtvrachten. Er is niet veel levendigheid in houtbevrachting van de Oostzee. De meeste reders zijn vast gestemd maar er schijnen ook enige te zijn, die geen geloof hechten aan verbetering in de naaste toekomst, ten minste dit mag afgeleid worden uit de gerapporteerde afsluitingen tot lage koersen. Voor later te laden dan met e.o.w. is het echter moeilijk ruimte te bekomen, zelfs tot enigszins hogere vrachtcijfers dan het vorige jaar betaald. Van de Witte Zee is in vele gevallen bevracht tot hogere cijfers dan verleden jaar om deze tijd, maar toch niet zo goed als reders verwacht hebben. Van Archangel naar Londen zijn b.v. meerdere boten van 700 tot 1.000 standaards op. e.o.w. afgesloten ad. 31 Sh. 3d. maar ook enkele tot slechts 31 Sh. per Std. Voor latere reizen zijn de vrachten hoger gestemd. In bevrachtingen van Zweden is het stil, met zeer lage vrachten voor vroeg te laden. De e.o.w. ladingen van daar schijnen merendeels reeds bevracht te zijn, maar er zijn nog verscheidene boten beschikbaar. Onder de laatstelijk tot stand gekomen transacties wordt o.a. gerapporteerd: Söderhamn (3 laadplaatsen) naar Londen S.S. 550 Stds. pl. batt. delen ad. 19 Sh. 6d.
Van de pitchpine havens wordt weinig ruimte gevraagd en zulks tot gereduceerde cijfers. Wegens schaarste van andere soort ladingen van die kant is ook rijkelijk ruimte beschikbaar.


24 april 1910


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Koninklijke West-Indische Maildienst.
Hedenmiddag vond in ‘Eensgezindheid’ de jaarlijkse algemene aandeelhoudersvergadering plaats van de Koninklijke West-Indische Maildienst, onder presidium van de heer jhr. P. Hartsen. Naar aanleiding van de passage in het verslag, handelende over het vergaan van de PRINS WILLEM II, herinnerde de voorzitter er aan, dat de Maatschappij in de loop van de jaren niet is gespaard gebleven voor het verlies van schepen, maar mensenlevens had zij daar nooit bij te betreuren. Des te dieper heeft deze ramp aangegrepen, waarbij alle opvarenden zijn omgekomen; de Maatschappij hoopt het lot van de nabestaanden te verzachten. Met een woord van diep leedwezen over het gebeurde en van groot medelijden met de betrekkingen besloot de voorzitter.
Het verslag werd zonder discussie goedgekeurd en het dividend op 31/2% bepaald. Als commissarissen werden herkozen de heren mr. H. Barge en mr. H.J. Smidt.


25 april 1910


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 25 april. Aan boord van het wrak van het stoomschip SOMMELSDIJK, smeult en rookt het nog steeds in alle ruimen. Het ligt in de bedoeling om zodra mogelijk, misschien na 2 of 3 dagen het schip in de allereerste plaats leeg te pompen. Op het ogenblik is daar wegens de hitte geen denken aan. Naar men verneemt, heeft de Holland-Amerika Lijn het stoomschip geabandonneerd aan de verzekeringsmaatschappijen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 25 april. Men verzoekt ons te melden dat de sleepboot SEINE niet op de reis was van Cagliari naar Dakar, maar met 2 lichters van Dakar naar Marseille.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 25 april. Volgens een mededeling van de rederij van het stoomschip SONNEBERG is volgens het Handelsblad de brand in ruim 3 thans geblust. In de ruimen 2, 4 en 5 is water gedrongen, zodat ook in die ruimen een deel van de lading door water werd beschadigd, in hoofdzaak kopra, kokosgaren, gambir en gom, terwijl de kopra en het kokosgaren ook door de brand hebben geleden en 250 zakken boonac totaal zijn verbrand. Een deel van de lading moet gelost worden, maar de gehele lading, ook het beschadigde deel zal met de SONNEBERG naar de bestemming worden vervoerd. De gezagvoerder hoopt met het schoonmaken van de machinekamer, waarin ook veel water was binnengedrongen, alsmede met het in orde brengen van de machine, op 26 dezer gereed te kunnen zijn, waarna de reis zal worden voortgezet.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Cardiff, 22 april. Met beschadigde steven is het stoomschip KINDERDIJK in het Mercantile droogdok opgenomen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Ryde, 23 april. De met schors van Eling naar Stonehaven bestemde Nederlandse schoener PACIFIC strandde in de afgelopen nacht op de Sand Head Shoal. Het kwam in de morgen om 9 uur vlot en zette de reis voort.


26 april 1910


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amoy, 2 april. Door de gezagvoerder van het Nederlandse stoomschip TJIBODAS, van Shanghai hier binnen, werd gerapporteerd, dat hij de van Shanghai naar Batavia bestemde barkassen KEES en LEES op sleeptouw had, doch dat hij ze op 30 maart even boven Foochow heeft moeten loslaten. De opvarenden waren gered.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

IJmuiden, 26 april. Alhier is aangekomen het nieuwe stoomschip HORSENS, gebouwd op de werf Hubertina te Haarlem voor rekening van Horsens Dampbåds Selskab te Horsens in Denemarken en bestemd voor vrachtvervoer op de Deense kust. Het stoomschip wacht op gunstig weer om te vertrekken. (opm: zie ook AH 260410)


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Op de scheepswerf ‘Hubertina’ van de firma W.H. Jacobs te Haarlem, werd voor rekening van de Horsens Dampbaads-Selskab te Horsens, een klein vrachtstoombootje gebouwd, bestemd voor vrachtvervoer aan de Deense kust. Het ligt sedert gisteren te IJmuiden om zodra het weer gunstiger wordt, naar Horsens te vertrekken.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van de firma Jonker & Stans te Hendrik-Ido-Ambacht is met goed gevolg te water gelaten de goederenboot W. EGAN & Co. No. 29, groot 500 ton. De kielen zullen nu gelegd worden voor Wm. EGAN & Co. No. 31 en voor het Rijnschip HEINRICH, groot 800 last.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Stoomvaart Maatschappij ‘Amstel’.
In de heden alhier gehouden algemene vergadering van aandeelhouders werden de balans en winst- en verliesrekening goedgekeurd. Het saldo van de winst- en verliesrekening werd tot afschrijving aangewend. De directie werd gemachtigd tot het aangaan van een 5% hypothecaire geldlening, groot NLG 60.000, waarvan aanvankelijk NLG 12.000 uit te geven, aflosbaar binnen 20 jaar, op voorwaarden nader te regelen in overleg met heren commissarissen. De volgens rooster aftredende commissaris, de heer G. van der Aa en de directeur, de heer H.A.D. van den Wall Bake, werden als zodanig herkozen.


27 april 1910


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Dienst Hoek van Holland – Harwich.
Een derde turbine-stoomboot, gebouwd voor rekening van de Great Eastern Railway Company en bestemd voor de dienst tussen Hoek van Holland en Harwich, zusterschip van de MUNICH en de COPENHAGEN is maandag op de werf van de heren Brown & Co. te Clydebank, van stapel gelopen en ST. PETERSBURG gedoopt. De nieuwe boot zal toegerust worden met draadloze telegrafie, met onderzee-kloksignalen en voorzien zijn van de nieuwste verbeteringen in ventilatie, verlichting en verwarming. Het schip is 343 Eng. voeten lang, 44 breed en zal een snelheid hebben van 21 knopen per uur. Het zal 300 eerste klasse reizigers kunnen vervoeren.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Het einde van Holland's grote zeilvaart.
Weer is een bark opgelegd. Het schone schip is weliswaar nog niet gesloopt, maar het zeilt niet meer. 't Is een van de oude Oost-Indiëvaarders, die eens de poëzie van het Hollandse zeeleven vormden. Maar de stoomboot heeft ze verdrongen. Ons land telt er nog slechts drie en - gelijk wij zeiden - een daarvan is alweer opgelegd, de WILLEM EGGERTS, een in 1885 gebouwd zeilschip van de heren Brantjes & Co. te Purmerend. Het is de enig overgebleven zeiler van Noord-Holland, naar de grondlegger van de bloei van Purmerend gedoopt. In de Kattenburgergracht kan men de WILLEM EGGERTS zien liggen als men uit het Gooi langs het IJ het Centraalstation nadert. De eigenaren zien er uit piëteitsgevoel tegen op het schip, welk's naam Purmerend's grote burger in ere houdt, aan de sloper over te leveren.... maar het ligt aan de ketting! Twee zeilschepen van de firma Corns. J. Lels te Rotterdam, de JEANNETTE FRANCOISE en de GEERTRUIDA GERARDA, te Krimpen aan de Lek gebouwd, zijn nog in de grote vaart... en dat is alles! Wij hebben dezer dagen over de oude zeilvaart nog eens gesproken met de heer W.A. Huygens te Bussum, die jarenlang op zijn werf ‘Concordia’ op Oostenburg o.a. zeilschepen voor de grote vaart gebouwd heeft, eerst tot 1880 geassocieerd met de heer Meursing, later tot 1899, toen de werf geliquideerd werd, onder de firmanaam Huygens en Van Gelder. Ik ken en waardeer hem sinds hij meer 30 jaar geleden voor ons, die Koolemans Beynen steunden en acht maal naar de IJszee de WILLEM BARENTS zonden, deze kleine schoener zo hecht en de jaren door tegen het ijs bestand, timmerde. Met een begrijpelijk gevoel van weemoed verhaalde de nu bijna zeventigjarige scheepsbouwmeester van de dagen van weleer, toen de ene zeiler na de andere van stapel liep... van de onvergetelijke ogenblikken, als zo’n schip door hem en zijn zakenvrienden uitgeleid werd tot in volle zee, waar het dan met alle zeilen bij zijn eerste reis naar het verre Oosten aanving. Zo hangen van de barken en de fregatten ook de afbeeldingen op zijn werkkamer in de rustige Gooise villa, waar vele zaken, o.a. eigenhandig door hem gemaakte verkleinde modellen van schepen, aan de levensarbeid van scheepsbouwmeester Huygens de herinnering levendig houden.
Maar het meest zeggend van alles is een album met fotografieën van de een en dertig zeil- en stoomschepen, die Huygens op zijn Amsterdamse werf voor de grote vaart en de Marine bouwde in de jaren 1863 - 1899. Op een-en-twintigjarigen leeftijd, zo vertelde hij ons, ben ik met de scheepsbouw te Amsterdam begonnen. Aanvankelijk bouwden wij houten zeilschepen voor de grote vaart op Indië. Daarop is de bouw van de zgn. composite-schepen gevolgd, dit zijn schepen met houten kiel en stevens, ijzeren spanten en huid, een houten huid en daarover nog een huid van koper. In het algemeen zijn de metalen schepen sterker, terwijl zij ook minder onderhoud vereisen. IJzeren schepen groeien echter sterk aan, een koperen huid minder. Vandaar het composite-schip. De hogere assurantie-premie, die voor de composite-schepen en hun lading betaald moest worden, werkte belemmerend op de aanbouw. De werf ‘Concordia’ bouwde er vijf. Wij bekeken de afbeelding van het eerste grote houten barkschip, de PROFESSOR VAN BOOM MESCH, die in 1861 van stapel liep. Een stevige bries, die de fok en het marszeil en het bramzeil, en al de twintig andere zeilen, trots deed zwellen, joeg het fraai-belijnde lichaam door de woelige zee. En telkens weer treft ons als Hollanders, bij de aanschouwing van schone herinnering aan vroegere tijden, toen wij half een wereld beheersten met een vloot van zulke kleine zeilers door zovele kloeke zeevaarders bemand.
De BARON VAN PALLANDT VAN ROOSENDAAL was het eerste composite-fregat dat, 1.244 reg. tonnen groot, door bouwmeester Huygens gebouwd werd in 1869. In 1873 werd het fregat AMSTERDAM, van 1.369 tonnen, kant en klaar in zee geleverd aan de firma Van Eeghen en Co., in 1874 door de AMSTEL gevolgd. Beide schepen waren voor de vaart op Indië bestemd. Een scheepsbouwmeester blijft meeleven met zijn schepen. Hij volgt ze zo mogelijk op hun lange reizen, informeert naar hun wel en wee met grote belangstelling. Toen de EUROPA, het laatste stalen fregat dat de werf in 1897 bouwde, in 71 dagen, met kapt. G. Bona als gezagvoerder, een record-reis maakte van New York naar Adelaide (Australië) kreeg het schip bij het zeevolk de naam van ‘Flying Dutchman’. Dat werd de heer Huygens al heel spoedig gemeld en dit zijn resultaten waaraan later nog met voldoening mag herinnerd worden.
Nog een ander staaltje van medeleven. Einde 1908 ontving de heer Huygens het volgende briefje van de heer H. van Taalingen te Batavia: Van kapitein Ouwehand van de GROTIUS vermam ik, dat u nog steeds met belangstelling informeert naar de oude AMSTEL, thans nog BARENDINA OSIRIA.
Dit schip houdt zich nog altijd zeer goed en voert geregeld zijn volle ladingen zout over van het eiland Madura naar Tandjong Priok. Nu 3½ jaar geleden hebben wij het schip nieuw gekoperd en hebben toen ook enige huidplanken moeten vernieuwen, hoog boven de ballast-waterlijn. De platen daaronder zagen er zeer goed uit. Met deze mail zend ik u aangetekend een foto van het schip, liggende langs de zoutsteiger te Tandjong Priok en aan bakboordzijde bezig ballast in te nemen, Het is pas dezer dagen gedaan en hebt u daardoor nog een aandenken aan uw thans 34-jarige AMSTEL.
Nu zal het spoedig gedaan zijn met de grote zeilvaart voor ons land. Door de lage vrachten van de stoomboten, die door overproductie van deze veroorzaakt werd, is met de zeilvaart geen geld meer te verdienen. De Engels-Transvaalse oorlog heeft ook op dit stuk veel kwaad gedaan. Voor transport van troepen en materiaal werden zeer vele boten, gehele vloten, uit de grote vaart genomen. Dit had, ter vervanging, een bouwwoede op de Engelse werven ten gevolge, zodat er zelfs nieuwe werven door ontstonden. Zo werden er veel te veel stoomboten gebouwd. De oude kwamen na de oorlog weer in de gewone vaart terug en bovendien, de nieuwe werven bleven tegen lage prijzen voortbouwen. Het zeilschip, zei de heer Huygens, kan, ook door zijn beperkte laadruimte, de concurrentie tegen de lage vrachtprijzen van de snel varende boten niet volhouden. En bovendien zijn geen Nederlandse gezagvoerders, stuurlieden en zeelui meer voor de zeilvaart te krijgen. In ons land is voor de zeilvaart geen toekomst meer. De jongelui hebben geen kans kapitein te worden en leren dientengevolge, als zij naar zee willen, allen voor de stoomvaart.
En in andere landen dan? Wel, in Engeland gaat de zeilvaart ook slecht, evenals in Frankrijk, ondanks het rijkssubsidie, dat het laatste rijk haar toekent. Alleen de Noren schijnen er nog mee uit te kunnen. Zij kopen onze en andere vreemde zeilschepen op en verdienen er geld mee! Maar hoe kan dat? Ik zal u een voorbeeld geven, hoe dat mogelijk is. De AMSTERDAM heb ik verkocht aan een Noor, die zelf kapitein geweest is. Al zijn zoons en zeer vele familieleden varen. Hij bemant nu zo’n schip met familieleden, wat natuurlijk een veel nauwkeuriger behartiging geeft van de belangen van de rederij; de equipage is minder in aantal, stelt zich met minder gage, met goedkopere voeding tevreden. En dan laat zo’n reder zijn schepen onverzekerd varen. Nooit trof hem een ongeluk met een van zijn schepen. Aan God's bescherming vertrouwt hij ze toe en elke avond, voor het ter ruste gaan, bidt hij God om behouden reis voor zijne zeilers....... Deze factoren zijn het, die het de Noren nog in het algemeen mogelijk maken met winst te varen. Maar overigens is het zeilschip, hoe jammer dat ook zij, ten dode opgeschreven. De schoonheid van een zeiler, waarbij geen stomer halen kan, het stoere zeevolk, dat de zeilvaart nodig heeft en ook kweekt, zijn geen factoren, die het houden tegen de eisen van de rederij: „Met winst te kunnen varen".
Nog drie grote zeilers telt Nederland. 't Ziet er uit of we onze kleinkinderen dra alleen met plaatjes een aanschouwelijke voorstelling van het onvolprezen zeilschip zullen kunnen geven.


28 april 1910


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 27 april. Het schip ODDERÖ zal gesloopt worden te Zwijndrecht aan de werf van de firma C.H. Sunderman. (opm: Noorse ijzeren bark, geb. in 1868 bij Palmer Bros & Co. te Newcastle, 1.439 ton, ex. PORTIA)


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

IJmuiden, 28 april. Hier is bericht ontvangen dat de zeetjalk ENGELINA, kapt. Olthof, 26 april van Nakskov naar Frederiksstad is vertrokken.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Het einde van Holland’s grote zeilvaart.
Naar aanleiding van ons Van Dag tot Dag van gisteren deelt de heer J.J. de Flines ons mee, dat Nederland geen 3 maar nog 4 grote zeilschepen heeft. Behalve de drie door ons genoemde is er nog het fregat HAINANT, groot ongeveer 1.700 reg. ton, van The American Petroleum-Company te Rotterdam. Het schip vaart met een Nederlandse zeebrief en onze driekleur waait van de gaffel. De laatste jaren voer het met petroleum tussen New York en Antwerpen. Op andere belangwekkende mededelingen, die wij aan de heer De Flines danken, komen wij later terug.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Delfzijl, 27 april. Het alhier binnengekomen tjalkschip ONDERNEMING, schipper Beukema, heeft gisteravond tijdens slecht weer een bakboordzwaard en ketting verloren, terwijl tevens de zeilen scheurden.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Te Vlaardingen is woensdagnamiddag van de werf van Gebr. van der Meer met gunstig gevolg te water gelaten het stalen loggerschip SCH-400, gebouwd voor rekening van de heer D. Hoogenraad te Scheveningen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 27 april. Gisteren werd met goed gevolg te water gelaten van de werf Alex. Stephen & Son, Govan, Glasgow, het dubbelschroefstoomschip ZEELANDIA, aldaar in aanbouw voor de Koninklijke Hollandsche Lloyd te Amsterdam. De ZEELANDIA is van enigszins grotere afmetingen dan de reeds in de vaart zijnde dubbelschroefstoomschepen HOLLANDIA en FRISIA en zal haar eerste reis 20 juli a.s. van Amsterdam aanvaarden.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Nantes, 26 april. Het Rotterdamse stoomschip ALWINA heeft gerepareerd, is naar St. Nazaire vertrokken en aldaar aangekomen om voor Rotterdam te laden.


29 april 1910


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Met goed gevolg is van de scheepswerf van de firma A. Vuyk & Zonen te Capelle a/d IJssel te water gelaten het voor rekening van de Aktieskibsselskabet Dampskibsselskabet Svendborg te Svendborg gebouwde schroefstoomschip CHASSIE MAERSK. Deze boot is van het flushdeck type met poop, brug en forecastle en is bestemd voor de algemene vrachtvaart. De hoofdafmetingen zijn: 240' x 36'-6'' x 19' M.D.
De machine en ketel worden geleverd door de firma George T. Grey te South Shields en daar ter plaatse ingenomen. Het schip is gebouwd onder toezicht van Lloyd’s Register voor haar klasse 100 A1.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Marine.
Openbare verkoping aan 's Rijks Werf te Hellevoetsluis, op donderdag 19 mei 1910, des voormiddags te 11½ uur, bij enkele inschrijving, van:
Het uit de sterkte afgevoerde torpedo-instructieschip AMSTEL. Bedoeld torpedo- instructieschip, liggende op 's Rijks Werf te Hellevoetsluis, kan door gegadigden worden bezichtigd de zes werkdagen, de verkoopdag voorafgaande, des voormiddags van 10 - 12 en des namiddags van 2 - 4 uur. Gegadigden moeten zich daartoe aanmelden ten burele van de Hoofdingenieur der Marine op 's Rijks Werf te Hellevoetsluis. De inschrijvingsbiljetten, op gezegeld papier gesteld, moeten vóór de aanvang van de verkoping worden ingeleverd ter Directie der Marine te Hellevoetsluis. De voorwaarden, waarnaar de verkoping zal geschieden, liggen ter lezing van het Departement van Marine te 's-Gravenhage, ter Griffie van de Directiën der Marine te Hellevoetsluis, Amsterdam en Willemsoord en van de Provinciale Besturen, uitgezonderd dat van de Provincie Zuid-Holland, alsmede ter Secretarie van de gemeentebesturen te Rotterdam en te Dordrecht en zijn op franco aanvrage, zolang de voorraad strekt, te verkrijgen ter Griffie van de Directie der Marine te Hellevoetsluis tegen NLG 0,20 per exemplaar. Hellevoetsluis, 27 april 1910.


30 april 1910


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 29 april. De monitor HEILIGERLEE, verkocht aan de firma P. Bos Azn. te Dordrecht, zal morgen door de sleepboot GOUWZEE van IJmuiden naar Dordrecht worden gesleept.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. E.P. van Steenbergen, notaris te Tiel, is voornemens op vrijdag 6 mei 1910 bij inzet, en op vrijdag 6 mei d.a.v. bij toeslag, telkens des middags om 12 uur, in ‘De Stad Utrecht’ te Tiel, publiek te verkopen, namens de heer A.J. van der Veen, het in 1902 op de werf van heer T. Duijvendijk te Lekkerkerk van ijzer gebouwde klipperschip WILHELMINA HENDRIKA, groot 165½ last of 331 ton, met al deszelfs zeilen, touwwerk, ankers, kettingen, boot en verdere inventaris. Het schip, liggende in de Vluchthaven te Tiel, is op alle werkdagen te bezichtigen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Delfzijl, 28 april. Het schoenerschip HANS (opm: NRC 230410) en de inventaris ervan zijn als strandvondstgoederen verkocht en wel voor NLG 515 en NLG 370,15.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Te water gelaten. Heden werd van de werf van de Nederlandsche Scheepsbouw Maatschappij te Amsterdam met goed gevolg te water gelaten het stalen salon stoomschip PRINS HENDRIK, gebouwd voor rekening van de firma Gebroeders Goedkoop, voor haar lijn Amsterdam - Velsen - IJmuiden. Het schip, dat gebouwd is volgens het Isherwood-systeem, met langs spanten, heeft de navolgende afmetingen: Lengte 57,40 m., breedte 8 m., en holte 3,50 m. Het promenadedek, dat 46 meter lang is, is voorzien van een zonnetent van gegolfd plaatijzer. In de kajuiten en op de dekken zal plaats zijn voor circa 2.000 passagiers. De machine is verticaal, van het triple expansie-stelsel, heeft drie cilinders en oppervlakcondensatie. Het te ontwikkelen vermogen is plm. 480 ipk. De ketel is van het cilindrisch vlampijptype, verwarmend oppervlak 130 vierkante meter, roosteroppervlak 4 vierkante meter. Machine en ketel worden vervaardigd door de Nederlandsche Fabriek van Werktuigen & Spoorwegmaterieel. De snelheid van het schip zal 22 km per uur bedragen. Het schip zal in de tweede helft, van de maand mei gereed komen.


01 mei 1910


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Stolp, 29 april. Enige dagen geleden werd ten westen van Leba, in de Oostzee een gezonken met de masten boven water uitstekend zeilschip aangetroffen. Door duikers, die een onderzoek instelden, wordt thans gemeld, dat dit schip is de Nederlandse tjalk ADELAAR, schipper Voordewind, die 11 april van Stettin naar Koningsbergen is vertrokken. Vermoedelijk is de ADELAAR tijdens stormweer vergaan. De luiken waren weggeslagen en de vlag halfstok gehesen. Daar de duikers niet in de kajuit konden komen, weet men niet of er nog lijken van opvarenden aan boord zijn. (opm: stalen tjalk, in 1903 in Stadskanaal gebouwd).


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Houtvrachten. In bevrachtingszaken van de Oostzee en Witte Zee is het zeer stil en schijnt het wel dat er zeer weinig houtladingen voor e.o.w., mei en juni meer te bevrachten zijn, waartegenover er overvloed van ruimte beschikbaar is, zodat de vrachtkoersen dientengevolge laag gestemd zijn. Voor pitchpine van de Golf en Atlantische havens is een goede hoeveelheid laadruimte afgesloten, tot variërende cijfers, naar gelang van grootte en samenstelling van de lading enz., maar er worden rijkelijk boten aangeboden en zijn de vrachten daarom in het voordeel van bevrachters.


02 mei 1910


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Bilbao, 29 april. De Nederlandse lichter K.L.K. Nº 10 en het Spaanse stoomschip ALU MENDI zijn in aanvaring geweest. Het eerst genoemde vaartuig dat licht beschadigd werd, gaat voor onderzoek in het dok. Van laatstgenoemd stoomschip dat de reis voortzette, is de schade, indien ze er is onbekend.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Londen, 28 april. Het Rotterdamse stoomschip KINDERDIJK heeft 16 april tweemaal tegen het hoofd van het Queen Alexandra Dock te Cardiff gestoten. De steven is verbogen, het anker is door bakboord boeg gedrongen, de kluis gebroken en een verschansingplaat verbogen. Er was enig water in de voorpiek gekomen. (opm: zie ook NRC 250410)


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Blyth, 29 april. Het in ballast van Rotterdam naar Leith bestemde Rotterdamse stoomschip ZEELAND heeft hier binnengesleept de met leem van Londen naar Leith bestemde schoener JOHANNA, uit Grossensiel, welke in een storm de voorsteng, het tuig en de zeilen heeft verloren.


03 mei 1910


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlieland, 2 mei. De sleepboot NEPTUNUS vertrok met een bergingsvaartuig naar het in november 1909 gezonken stoomschip WILNA, om te onderzoeken of het bergen van de lading mogelijk is.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 3 mei. Uit Rosario wordt de dato 1 mei geseind, dat het op quebracho-hout geladen stoomschip TEXEL nabij San Nicolas aan de grond is gevaren. Er wordt bij geseind dat wanneer het water niet valt, de positie niet gevaarlijk is. Men hoopt dat het ook niet nodig is te lossen. Wordt er niet gelost, dan vraagt men GBP 300 bergloon, en wordt er wel gelost dan moet GBP 500 bergloon betaald worden voor 72 uur. De overeenkomst is gesloten op “no cure no pay” basis.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Nederlandsche Scheepsbouw Maatschappij te Amsterdam.
In de heden gehouden algemene vergadering van aandeelhouders werd verslag uitgebracht over 1909. Het gehele jaar waren wij, zegt de directie, goed voorzien van werk.
Waar wij reeds het vierde schip in aanbouw hebben dat breder is dan de wijdte van de vroegere Oosterdoksluis, blijkt onze geldelijke bijdrage in de verbreding van de doorvaart aldaar goed besteed te zijn geweest.
Omtrent het uitdiepen van de Dijkgracht vanaf het Oosterdok tot voor onze werf tot op 6 meter onder A.P., troffen wij met de gemeente Amsterdam een regeling en zal dit, zomede het vergroten tot 18,20 meter van de doorvaart van de draaibrug over die gracht bij het Mariniersplein in de eerste helft van het lopende jaar plaats hebben.
De zeer belangrijke uitbreiding van werf en werkplaatsen met moderne en krachtige werktuigen, kwam in het afgelopen boekjaar in hoofdzaak gereed en werd daaraan een bedrag van ongeveer NLG 775.000 besteed.
Het afschrijvingsfonds en de disponibele kasgelden werden voor deze zeer belangrijke uitgaven gebruikt, terwijl van het door de Nederlandsche Handel Maatschappij aangeboden krediet slechts gedeeltelijk gebruik gemaakt behoefde te worden.
In het laatste gedeelte van bet boekjaar werd voor het elektrisch drijven van de werktuigen bijna uitsluitend stroom gebruikt van de Gemeentelijke Elektriciteitswerken.
In 1909 werden afgeleverd 12 stoomschepen en bleven in aanbouw op 31 december 1909: stoomschip VAN LINSCHOTEN, 3.004 ton bruto, voor de Kon. Paketvaart Maatschappij; stoomschip PRINSES JULIANA, plm. 8.300 ton bruto, voor de Stoomvaart Mij. ‘Nederland’; stoomschip TJITAROEM, plm. 7.800 ton bruto, voor de Java-China-Japan Lijn; stoomschip PRINS HENDRIK, plm. 250 ton bruto, voor de firma Gebr. Goedkoop; stoomschip type ‘Prinses Juliana’, plm. 8.300 ton bruto, voor de Stoomvaart Mij. ‘Nederland’, terwijl sedert opgedragen werd de bouw van: Motor-zeetanklichter, plm. 800 ton bruto, voor de Nederlandsch-Indische Tank-Stoomboot Maatschappij. De bouw van de motortanklichter, werfnummer 109, mag beschouwd worden als van bijzonder belang, omdat bij gunstige resultaten van de toepassing van de Dieselmotor als voortstuwingsvermogen van zeeschepen, dit systeem vrij zeker veel navolging zal vinden. Juist vóór het afdrukken van dit verslag werd door de Amsterdamsche Droogdok Maatschappij de bouw van een 12.000 ton drijvend droogdok opgedragen.
Op gebouwen, meubelen, machines en gereedschappen, alsmede op de drijvende stoomkraan werd NLG 44.387 (v.j. NLG 69.160) afgeschreven, terwijl het extra-afschrijvingsfonds met NLG 50.000 (evenals v.j.) en het ondersteuningsfonds met NLG 10.000 (evenals v.j.) werden versterkt. Het resterend saldo van de winstrekening ad. NLG 39.703 (v.j. NLG 40.237) wordt als volgt verdeeld: Aandeelhouders 7 procent over NLG 500.000 (evenals v.j.), NLG 35.000, tantièmes en uitkeringen NLG 3.333, bedrijfsbelasting NLG 962, over te boeken op nieuwe rekening NLG 407.
Tot commissaris werd herkozen de heer jhr. L.P.D. Op ten Noort; in de plaats van de heer jhr. H. Loudon werd tot commissaris gekozen de heer C.M. van Ryn, directeur van de Koninklijke West-Indische Maildienst.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Dordtsche Petroleum Maatschappij.
Blijkens het verslag over 1909 bedroeg de petroleumproductie 2.213.812 kisten, tegen 2.139.493 kisten in 1908 en 2.083.522 kisten in 1907. Het booronderzoek aan de Tegernsee door de Erste Bayerische Petroleum Ges. GmbH., waarvan de vennootschap voor de helft aandeelhoudster is, leidde nog niet tot definitieve resultaten, het onderzoek wordt voortgezet. Het deel van de onkosten komende voor rekening van de D.P.M. bedroeg over 1909 NLG 100.000. De totale exploitatiewinst van de D.P.M. heeft bedragen NLG 4.492.366, tegen NLG 4.306.366 in het vorige jaar. Van dit winstcijfer moet geschieden de vaste uitkering aan de D.P.I.M. ad. NLG 384.000, terwijl in de loop van het jaar van de lening ten behoeve van de overname van de onderneming Tinawoen bij de D.P.I.M. aangegaan, een bedrag van NLG 100.000 werd afgelost, waartegenover het bestuur weer voorstelt een gelijk bedrag af te schrijven, ditmaal niet op de waarde van de Tinawoen aandelen, doch op de concessie Tinawoen, op naam van de D.P.M. overgeschreven, zijnde alle aandelen in het bezit van de vennootschap en tot liquidatie van de maatschappij overgegaan. Op deze concessie stelt het bestuur voor andermaal NLG 200.000 extra af te schrijven, waardoor dit bezit, in verband met de liquidatie, op de balans tot NLG 348.830 wordt teruggebracht. Voorgesteld wordt, behalve de gewone afschrijving van NLG 150.000, een extra afschrijving te doen van NLG 961.738, waardoor de vaste beleggingen, fabrieken, concessies, enz. andermaal op NLG 1 gesteld worden, behalve de bovengenoemde concessie Tinawoen. Onder deze genoemde afschrijving zijn dan begrepen de reeds vermelde NLG 300.000 op concessie Tinawoen en het reeds genoemde aandeel in de kosten van de exploratieboringen aan de Tegernsee en blijft het aandeel in de Erste Bayerische Petroleum Ges., in verband met deze en reeds vroeger gedane afschrijvingen, in de balans gesteld op NLG 1. Na aftrek van de uitkering, aflossing, gewone en buitengewone afschrijvingen, van de bedrijfsbelasting en het verschuldigde volgens art. 10 en 19 van de statuten, blijft een winst van NLG 2.607.402, waarbij saldo O. Po. ad. NLG 12.888, tezamen NLG 2.620.290, van welk bedrag het bestuur voorstelt NLG 2.618.000 te bestemmen tot uitkering van een dividend van NLG 7.450 per aandeel, terwijl NLG 2.290 op nieuwe rekening wordt gebracht. De jaarlijkse vergadering zal moeten voorzien in de benoeming van een directeur, wegens aftreding van de heer A. Stoop, die zijn functie met 1 juli e.k. wenst neer te leggen. De Raad van Commissarissen beveelt hiervoor aan de heer H. Blok Wybrandi, thans gemachtigde van de D.P.M. in Ned.-Indië. Als commissaris is aan de beurt van aftreding jhr. W.H. van Loon.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf De Hoop van de firma C. v.d. Giessen & Zonen te Krimpen a/d IJssel, is met goed gevolg te water gelaten het grootste schip dat tot heden op die werf werd gebouwd, n.l. het stalen Rijnschip MATH. STINNIS No. 1, groot circa 1.200 last.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 2 mei. De sleepboot OOSTZEE met twee lichters, van Rotterdam naar Madeira, vertrok 29 april van Plymouth.
- De sleepboot MAAS vertrok 26 april van Genua naar Rotterdam en passeerde 1 mei Gibraltar.
- De sleepboot POOLZEE vertrok 30 april van Gravesend naar Ferrol.


04 mei 1910


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 4 mei. Volgens een telegram van de gezagvoerder van het stoomschip TEXEL is voornoemd stoomschip vlot gebracht. (opm: zie ook NRC 050510)


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van de scheepsbouwmeester J.S. Figée te Vlaardingen is met gunstig gevolg te water gelaten het stalen loggerschip SCH-110, gebouwd voor rekening van de heer P. Knoester Jr. te Scheveningen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Verkoop bij inschrijving van het stalen stoomschip SOMMELSDIJK, nu in de Maashaven te Rotterdam, zoals het daar ligt door brand beschadigd, met inbegrip van een zich aan boord bevindende hoeveelheid beschadigde kolen.
Afmetingen: 410 x 52 x 27.6 Eng. voet. Drie stalen dekken. Triple-expansiemachine. Drie grote ketels en donkey-ketel. Gebouwd in 1907 door de Northumberland Shipbuilding Co. te Newcastle. Verkoopvoorwaarden en alle andere inlichtingen op aanvrage te verkrijgen bij ondergetekenden. Inschrijvingen moeten uiterlijk donderdag 12 mei 1910 des middags om 12 uur bezorgd worden ten kantore van John Hudig & Son, Lloyd's agenten, Rotterdam.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 3 mei. De sleepboot SEINE van Cagliari naar Dakar met lichters op sleeptouw vertrok 2 mei van Las Palmas.


05 mei 1910


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Verkoop bij inschrijving van het stalen stoomschip SOMMELSDIJK, nu in de Maashaven te Rotterdam, zoals het daar ligt door brand beschadigd, met inbegrip van een zich aan boord bevindende hoeveelheid beschadigde kolen.
Afmetingen: 410 x 52 x 27,6 Engelse voet; drie stalen dekken; triple-expansie ketels en donkey-ketel. Gebouwd in 1907 door de Northumberland Shipbuilding Co. te Newcastle.
Verkoopvoorwaarden en alle andere inlichtingen op aanvrage te verkrijgen bij ondergetekenden.
Inschrijvingen moeten uiterlijk donderdag, 12 mei 1910, des middags om 12 uur, bezorgd worden ten kantore van John Hudig & Son, Lloyd’s Agenten, Rotterdam.


06 mei 1910


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 5 mei. Volgens een uit Port Said ontvangen telegram heeft er op de van Amsterdam naar Batavia bestemde baggermolen BROMO een ontploffing plaats gehad, waardoor de kaartenkamer licht werd beschadigd. De reparaties zullen 3 dagen in beslag nemen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 5 mei. De motorschoener SAN ANTONIO, kapt. Hammerstein, op reis van Griekenland naar Bridgewater is gisteren 1 uur Gibraltar gepasseerd.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 5 mei. De firma Vinke & Co. heeft een geregelde 14-daagse dienst geopend van hier op Finland met eerste klasse Nederlandse stoomschepen. De eerste afvaart van hier zal plaats hebben op 25 mei met stoomschip VLUG, en de volgende afvaart op 8 juni met het stoomschip ROSSUM.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 6 mei. Het van Amsterdam naar Java bestemde Nederlandse stoomschip LOMBOK, van Suez aangekomen, is daar onderzocht, omdat het op een Kanaalbank had gestoten. Bij dit onderzoek bleek dat er platen waren ingedrukt; platenvergaringen waren ontzet, en dat er klinknagels waren geknapt. De lading in ruim 1 zal worden herstuwd, en duikers zullen worden aangenomen om de bodem te onderzoeken.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf ‘De Toekomst’ te Delft is te water gelaten het stalen sleepschip CATHARINA, metende 264 ton. De kielen werden gelegd voor een sleepschip en voor een sleepboot, voor Belgische rekening.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Havenplannen voor Java.
Een maand of drie geleden deelden wij mee, dat aan de firma Ten Bokkel Huinink, Korthals Altes & Van Thiel de Vries (East Asiatic Dredging Company) was opgedragen de verbetering van de havenwerken te Semarang, en de verbetering en uitdieping van de haven te Tandjong Priok. Het ‘Soer. Hbl.’ en de ‘Java-Bode’ vernamen eind maart „dat het volstrekt niet zeker is, of deze maatschappij zich met de verbetering van de grote havens op Java zal belasten." Dit gerucht heeft blijkbaar zijn oorsprong hierin gevonden, dat eerst sprake was van een aanbesteding van de bovengenoemde havenwerken, èn van het maken van een torpedoboothaven in Soerabaya en bloc. Over de plannen voor die torpedoboothaven moest echter overeenstemming verkregen worden tussen de Departementen van Marine en van Burgerlijke Openbare Werken, terwijl de bestekken voor de werken te Tandjong Priok en Semarang gereed waren en het, met het oog op de moesson, zaak was daarmee voort te maken. Eind januari zijn de beide laatste werken dan ook gegund, in Semarang en Priok moet 1 juli begonnen worden. Het werk in Priok moet opgeleverd zijn 1 juli 1911, in Semarang 1 januari 1913. Het nodige baggermateriaal is al naar Java onderweg, zodat ernstige ongevallen voorbehouden, op tijd zal kunnen worden begonnen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

De Stoomvaart Maatschappij ‘Zeeland’.
Woensdag 4 mei is voor de Stoomvaart Maatschappij ‘Zeeland’ een belangrijke en een blijde dag geweest. Immers, na een heldhaftige strijd, vijf en dertig jaar lang, de positie van een „cross-channel" maatschappij zó te kunnen bevestigen, als waartoe de ‘Zeeland’ in staat bleek te zijn, dat geeft reden tot verheuging en rechtmatige trots beide. Vooral op een dag, waarop men, met de binnen- en buitenlandse pers te gast, de wereld het succes van taaie volharding tonen kan. Nu de Stoomvaart Maatschappij ‘Zeeland’ met het in de vaart komen van de stoomschepen PRINSES JULIANA, ORANJE NASSAU en MECKLENBURG een nieuw stadium is ingetreden, verstrekte haar directie ons een kort overzicht van de belangrijkste feiten en cijfers betrekking hebbende op de geschiedenis van de Maatschappij en wij menen er thans een en ander aan te moeten ontlenen:
De havenwerken te Vlissingen waren in 1873 nauwelijks voltooid en Vlissingen aan het Europese spoorwegnet verbonden, of ondernemende mannen met Prins Hendrik, broeder van wijlen Z.M. Koning Willem III, aan het hoofd, beraadslaagden er over om de geheel enige gelegenheid, welke Vlissingen aanbood tot het maken van een prachtige en veilige snelverbinding met Engeland, niet ongebruikt te laten. De 22e juni 1875 werd dan ook de Maatschappij ‘Zeeland’ opgericht en 26 juli van hetzelfde jaar werd met de dienst, voorlopig op Sheerness, aangevangen, aangezien de pier te Queenborough nog niet gereed was.
Ten gevolge van de minder gunstige aanlegplaats te Sheerness zag de directie (toen ter tijd de Koninklijke Nederlandsche Stoomboot Maatschappij) zich genoodzaakt de dienst van 16 november 1875 af voor de wintermaanden tijdelijk te staken. Op 15 mei 1876 was de aanlegplaats te Queenborough gereed en sindsdien heeft de vaart zonder onderbreking plaats gehad. De dienst werd begonnen met de stoomschepen STAD MIDDELBURG, STAD VLISSINGEN en STAD BREDA, de laatste alleen om als reserveboot dienst te doen. Op 15 juni 1877 werd het bestuur overgenomen van de Koninklijke Nederlandsche Stoomboot Maatschappij.
In januari 1879 trof de Maatschappij een zware slag door het overlijden van Z.K.H. Prins Hendrik, de ontwerper en de ziel van deze Nederlandse verbinding tussen Engeland en het vasteland en in het jaarverslag van de Maatschappij werd dan ook de hoop uitgesproken dat de ‘Zeeland'’ op den duur moge zijn en blijven een Nederlands monument ter ere van zijn nagedachtenis.
Tegen de zomerdienst van 1878 werden aan de vloot toegevoegd de stoomschepen PRINSES MARIE en PRINSES ELISABETH; en van 15 mei van dat jaar af werd de Nederlandse Post officieel over onze lijn verzonden. Dat de schepen van de ‘Zeeland’ toen reeds een goede reputatie genoten bleek daaruit, dat in de winter van 1878 het stoomschip PRINSES ELISABETH door de Engelse regering werd afgehuurd voor het overbrengen van de Koninklijke familie en dat die reputatie behouden bleef viel ook daaruit af te leiden, dat later een van de boten werd afgehuurd voor de overtocht van Keizer Wilhelm II.
In juni 1880 werd weer een nieuw stoomschip de PRINS HENDRIK in dienst gesteld en in hetzelfde jaar slaagde de directie er in een directe verbinding tussen Berlijn en Londen via Vlissingen tot stand te brengen, welke later door zoveel andere is gevolgd. Een nieuw postcontract, waardoor het vervoer belangrijke uitbreiding onderging, trad 15 mei 1881 in werking en sindsdien vervoeren wij de Russische, Scandinavische, Oostenrijkse, Hongaarse, Noord- en Zuid-Duitse en andere brievenmalen. Door het afbranden op 19 mei 1882, van de aanlegplaats te Queenborough met gebouwen en inrichtingen, werd van die datum af de dienst op Dover uitgevoerd en de 18e juni d.a.v., voor wat het passagiersvervoer betreft, weer op Queenborough hervat. In 1885 was de Pier, en nu aanmerkelijk vergroot, weer voltooid. Het goederenvervoer evenwel had tijdelijk met vrachtboten plaats naar een werf te Londen, waarvoor successievelijk een viertal stoomschepen door de Maatschappij waren gecharterd. Op 12 juli 1883 kwam het stoomschip WILLEM, PRINS VAN ORANJE in de vaart. De Maatschappij had toen vier speciaal voor haar dienst gebouwde stoomschepen met een reserveboot. In 1885 werd besloten, in verband met een met de Staat der Nederlanden gesloten postcontract, tegen de zomerdienst van 1887 een dagdienst te openen. Met 1 juni 1887 kwamen voor deze dienst in de vaart de stoomschepen ENGELAND, DUITSCHLAND en NEDERLAND, en het behoeft geen betoog dat dit de Maatschappij op zware offers kwam te staan, aangezien er enige jaren zouden moeten verlopen eer de opbrengst, verkregen uit de passagiers- en goederenvervoer, was verdubbeld. In verband met de toenemende concurrentie van andere routes zag de Maatschappij zich genoodzaakt tot het aanschaffen van sneller varend materieel over te gaan, hoewel de in dienst zijnde boten nog alleszins voor het vervoer geschikt waren.
Einde 1895 werden daarom drie nieuwe snel varende stoomschepen in dienst gesteld. In 1900 werd de Pier te Queenborough andermaal door brand vernield. Eerst 2 jaren daarna werd zij weer veel verbeterd en uitgebreid en nu van onbrandbaar materiaal opgebouwd. In 1900 werden alle boten voorzien van draadloze telegrafie alsmede van inrichtingen voor onderzee-signalen. Aangezien de vergoeding welke de ‘Zeeland’ van het Rijk ontving niet in verhouding stond tot het meer dan verdubbelde kwantum brievenmalen, werden gedurende geruime tijd met de Nederlandse Regering onderhandelingen gevoerd over de voorwaarden waarop een nieuw contract zou kunnen worden aangegaan. Het is mede een uitvloeisel van de voorwaarden, door de Nederlandse Regering gesteld, dat door de ‘Zeeland’ drie nieuwe, snel varende stoomschepen werden besteld, welke nu van april af in dienst zijn gekomen.
De geleidelijke en belangrijke toename, zowel van passagiers als van post, blijkt uit onderstaande cijfers:
Passagiers. Post (in kilo's)
1888 70.388 814.500
1898 92.478 1.604.856
1908 132.946 3.356.251
Bij het goederenvervoer was de toename van minder betekenis, wat trouwens in de aard der zaak ligt, aangezien de ‘Zeeland’ voornamelijk licht bederfelijke waren en ijlgoederen verscheept.
Er werden vervoerd in:
Aantal (tonnen van 1000 kg.)
1891 48.541
1901 50.076
1908 54.647
De vloot bestaat thans uit de volgende schepen:
Nachtdienst. PRINSES JULIANA. ORANJE NASSAU. MECKLENBURG.
Aantal tonnen, ongeveer 3.000. Aantal paardenkrachten 10.000.
Lengte (in voeten) 364. Breedte 15.4. Hoogte, van kiel tot bovendek 25.11. Snelheid in knopen 22,6.
Dagdienst. KONINGIN WILHELMINA. KONINGIN REGENTES. PRINS HENDRIK.
Aantal tonnen, ongeveer 2.000. Aantal paardenkrachten 8.000. Lengte (in voeten) 320. Breedte 35.6. Hoogte, van kiel tot bovendek 24. Snelheid in knopen 20.
Reserve. DUITSCHLAND. ENGELAND. NEDERLAND.
Aantal tonnen, ongeveer 1.700. Aantal paardenkrachten 4.000. Lengte (in voeten) 286. Breedte 35.3. Hoogte, van kiel tot bovendek 23.3. Snelheid in knopen 16.
Op de MECKLENBURG een van de drie nieuwe snel varende boten, die met 1 april jl. in de vaart van Vlissingen op Queenborough zijn gebracht, kwamen dinsdagavond een zeventigtal journalisten — twaalf Engelse, een vijftiental Duitse en de overige Hollandse collega's — tezamen als gasten van de ‘Zeeland’. Na een rustige nacht aan boord te hebben doorgebracht, ging de MECKLENBURG woensdagmorgen uit spelevaren, eerst langs de Belgische kust — waar de rood-bedekte villa's van Knokke, Heist en Blankenberge vriendelijk panorama's gaven — tot Oostende, om dan om de noord en dicht langs de pittoreske kust van het Zeeuwse eiland Walcheren naar Vlissingen terug te keren. Wij hebben de tijd benut om de MECKLENBURG, die in alle opzichten met de zusterschepen PRINSES JULIANA en ORANJE-NASSAU overeenkomt te bekijken. Het eerste wat onze aandacht trekt bij het aan boord komen op de nieuwe boten zijn de uitmuntende en ruime vestibule. In plaats van een enkele nauwe doorgang, heeft men vier toegangen, nl. drie voor de eerste en een voor de tweede klasse. De hoofdvestibule met zijn tafels sofa's en fauteuils, zijn met teakhout betimmerde wanden en ramen van glas in lood, doet dan ook eer denken aan de hal van een voorname villa, dan aan de ingang van een schip. Van uit de hoofdvestibule, langs de dubbele monumentale trap naar beneden gaande komt men in de eerste klasse eetzaal, welke plaats biedt aan ongeveer 80 personen. Het valt onmiddellijk op, dat hier met het systeem van lange scheepstafels met daarboven aangebrachte slingerende hanglampen volkomen is gebroken. In de plaats daarvan is de salon, welke zich over de gehele breedte van het schip uitstrekt op de meest aantrekkelijke wijze ingericht. Er zijn een aantal kleine tafels, elk verlicht door een elektrische lamp met roze kapje en natuurlijk met sneeuwwit linnen voorzien. Met de drie vereisten welke in een goed ingericht salon niet mogen ontbreken nl. zindelijkheid, licht en verse lucht (in de wintermaanden verwarmd) is rekening gehouden. Aan beide zijden van de salon vlak bij de trap vindt men de bureaus van de purser en van de eerste hofmeester. Bij eerstgenoemde kan men tegen extra betaling speciale hutten bekomen, terwijl aan het tweede gratis biljetten voor bedden in tweepersoonshutten worden uitgegeven. Het voorste dekhuis bevat tal van hutten uitsluitend voor heren bestemd en het spreekt dus van zelf, dat zich juist in dat gedeelte van het schip ook de eerste klasse rookkamer bevindt, terwijl zij, die van het roken een afkeer hebben, door elders een hut te nemen, daarvan geen last behoeven te ondervinden. Er is getracht aan het rooksalon het type te geven van de rookkamer van een deftig Hollands huis. De bar, waar verschillende dranken zijn te bekomen, ontbreekt hier niet.
De hutten. Waar het eigenlijk bij een nachtboot in de eerste plaats om gaat is de slaapgelegenheid, en aangezien de PRINSES JULIANA, de ORANJE-NASSAU en de MECKLENBURG speciaal voor de nachtdienst zijn gebouwd, zijn geen kosten of moeite gespaard om de luxe en dekhutten, zowel als de gewone hutten, op de meest geriefelijke wijze in te richten. Van uit de hoofdvestibule komt men in de vorstelijke vertrekken (Imperial Suite) welke zich over de volle breedte van het dekhuis uitstrekken. Zij bestaan uit drie appartementen, gemeubileerd en ingericht met dezelfde goed smaak, als het grote salon. De ruime slaapkamer, waarvan de panelen met zijden stof bespannen zijn, heeft twee koperen ledikanten (jumeaux) welke in het midden van het vertrek zijn geplaatst. Het geheel geeft de indruk van kostbare eenvoud, wat ook hier blijkt te zijn het kenmerk van het ware schone. Op hetzelfde dek en even smaakvol ingericht, bevinden zich een tweetal luxe suites, bestaande uit een ruim salon, een slaapkamer met koperen dubbel ledikant en een lavatory. Deze salons, waarvan de ene in geel gebeitst satijnhout met blauwe stoffering, en de andere met grijs satijnhout en rode stoffering, geven een indruk van gemak en luxe. De op het bovendek gelegen dekhutten van de 1e klasse zijn allen voorzien van twee ruime gemakkelijke kooien, dubbele wastafels en zijn van grote afmetingen. Het is trouwens uit alles duidelijk, dat de nieuwere ideeën hier in toepassing zijn gebracht. In de eerste plaats zijn alle gangen overvloedig verlicht, en wat misschien zelfs nog van meer belang is, goed geventileerd. Voor toevoer van verse zeelucht, welke 's winters verwarmd wordt, is voor alle verblijven zowel die van de 1e als van de 2e klasse in ruime gezorgd. Tevens is men er met succes in geslaagd de lastige kwestie op te lossen, op welke wijze genoegzaam ruimte van beweging te verschaffen om het maar al te zeer bekende ongerief van zich in een kleine ruimte te moeten aan of uitkleden te vermijden, en wel door de hutten ruimer te maken en het aantal bedden zoveel doenlijk te beperken. Waar op moderne passagiersschepen steeds meer waarde wordt gehecht aan het aanwezig zijn van ruime hutten voor één persoon, is daaraan hier overvloedig tegemoet gekomen. Op een totaal getal van 150 eerste klasse hutten zijn er niet minder dan 60 voor één persoon, en door bijbetaling van een klein bedrag kan men er een reserveren. Een aantal van deze hutten zijn door een deur met elkander verbonden, waardoor men krijgt een buitenhut met patrijspoort en een daaraan grenzende binnenhut, welke dus geschikt zijn voor passagiers die samen wensen te reizen en toch het gerief willen genieten van een éénpersoonshut. Voor families met kinderen kunnen grotere hutten worden beschikbaar gesteld, terwijl tevens de mogelijkheid wordt geboden voor tezamen reizende scholieren een gemeenschappelijk verblijf te reserveren. Een afzonderlijke afdeling voor alleen reizende dames bevat uitsluitend tweepersoons hutten, alsmede de verblijfplaats voor de hofmeesteressen. Dezelfde goede zorg voor het comfort van de reiziger welke de eerste klasse kenmerkt, is in beginsel ook in de tweede klasse toegepast, zodat ruimte, luchtverversing en zindelijkheid niets te wensen overlaten. Ook hier is de ruimte zo overvloedig dat zelfs bij een goed bezette boot van gedrang of overvulling geen sprake zal zijn. Twee hutten zijn voor acht personen ingericht, andere hebben zes of vier bedden en het is mogelijk enige hutten te reserveren, welke voor niet meer dan twee personen zijn bestemd. Deze en alle andere hutten zijn zeer ruim en voorzien van een uitmuntende wasgelegenheid. Ook is wat de andere eisen voor deze klasse aangaat niet minder zorg aan de inwendige inrichting ten koste gelegd. De rookkamer heeft vrijwel dezelfde afmetingen als die voor de eerste klasse, en bovendien is er op het hoofddek een ruime eetzaal, welke van uit dezelfde keukens als voor de eerste klasse wordt bediend, terwijl vlak bij bedoelde eetzaal de damessalon is gelegen, welke ingeval de 110 bedden in deze klasse nog niet voldoende zijn, ook nog voor slapen kan worden gebruikt.
Wat de machines betreft. De schepen worden voortbewogen door 2 machines van het triple-expansie stelsel met vier cilinders. De schroeven zijn driebladig. Alle hulpmachines zijn in duplo en zo ingericht, dat ingeval er een defect aan de ene ontstaat, de tweede het werk van beide kan verrichten. De stoom, nodig voor de machines, welke 10.000 paardenkracht kunnen ontwikkelen, wordt geleverd door vier grote dubbele ketels, welke een capaciteit van 11.000 paardenkrachten hebben. De snelheid welke bij alle drie de boten op de gemeten mijl werd verkregen, was meer dan 221/2 knoop, terwijl op de proeftochten in de Noordzee gedurende zes achtereenvolgende uren zonder enig bezwaar 22 knopen werden behouden. En wat ten slotte de veiligheid aangaat, volstaan wij met te zeggen dat door de ‘Zeeland’ niet werd nagelaten al haar boten van al die middelen te voorzien welke ook maar enigszins kunnen worden geacht de veiligheid van passagiers en schip te bevorderen en de kansen op een ongeluk tot een minimum te beperken. Alle stoomschepen van de ‘Zeeland’ zijn uitgerust met draadloze telegrafie en met instrumenten om het geluid op te vangen van de onderwaterbellen welke aan de vuurschepen en havenmondingen zijn aangebracht. Trouwens, de heer Th.H. de Meester, directeur van de ‘Zeeland’, die als onze gastheer fungeerde, mocht aan het diner, dat in het Grand-Hotel te Vlissingen de dag besloot, met grote voldoening constateren, dat in de 35 jaren van haar bestaan de Maatschappij geen enkel mensenleven bij de overtochten zag verloren gaan. Over en weer worden vriendelijkheden gewisseld, die onze lezers niet interesseren zullen. Alleen, collega Voogd bracht op deze voor onze nationale scheepvaart toch wel belangrijke dag, terecht hulde aan een man als De Meester, en wij hoorden Herr Müllendorff van de ‘Kölnische Zeitung’, met niet minder genoegen toasten op de Hollandse ondernemingsgeest, dan collega Appel van ‘Het Nieuws v.d. Dag’ op de taaie volharding van het Hollandse ras en op de moedige en bekwame gezagvoerders van Neerland's vloot. Ten slotte: Engelse collega's, wier oordeel wij vroegen, roemden de schepen om strijd en Engelse stewardessen, die ook op de oude schepen gevaren hadden, brachten mij het nieuws, dat passagiers op de nieuwe boten, door haar vastere ligging, beter sliepen en.... van zeeziekte veel minder last hadden.


07 mei 1910


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

IJmuiden, 6 mei. De zeetjalk MUTATIO, kapt. Dik, vertrok volgens hier ontvangen bericht 4 mei van Wolgast naar Koningsbergen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

IJmuiden, 6 mei. Hier is bericht ontvangen dat de zeetjalk NOORDSTER, kapt. Sloots, 4 mei van Wolgast naar Koningsbergen is vertrokken.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Port Said, 5 mei. Een vuurpijl is in de kaartenkamer van de baggermolen BROMO ontploft. Buiten de schade die aan de kaartenkamer werd veroorzaakt, zijn er enige kaarten beschadigd.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 7 mei. Uit Port Said wordt geseind dat er over het stoomschip LOMBOK een tweede expertise is gehouden. Uit het rapport blijkt dat er 8 spanten verbogen en 5 spanten gebroken zijn. Buiten en behalve dit is er nog meerdere schade. De reparatiekosten worden op GBP 250 en de reparatietijd op 6 werkdagen geschat.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart. De Raad behandelde gisteren nog de zaak van het ongeval, overkomen aan het stoomschip PYRRHUS van de Nederlandsche Stoomvaart Maatschappij Oceaan, gezagvoerder J. Barendz, welk schip de 14e februari jl., na Samarang te hebben verlaten, bij Soerabaja op een modderbank is vastgelopen, bewesten de Solo-rivier.
In de scheepsverklaring wijt de gezagvoerder het ongeval aan de 3e officier, de heer Zorgdrager, die wacht had, en wie hij last had gegeven hem te wekken zodra er een vuur in zicht zou komen, in elk geval om 11 uur. Toen de 3e officier nu een vuur zag, dat hij verkeerdelijk heeft gehouden voor het loodslichtschip van Soerabaja, terwijl het een gasboei was, heeft hij het niet nodig gevonden de kapitein te wekken. Doch zich eerst in de kaartenkamer begeven om te onderzoeken welke gasboei dat zijn kon.
Aan deze eigendunkelijke handeling wijt de heer Barendz de stranding. Eerst daarna heeft de wachthebbende officier de kapitein gewekt, die onmiddellijk zag dat het bewuste licht niet dat van het vuurschip was. Tevoren had hij de 3e officier order gegeven erop aan te houden; toen hij zag dat het een gasboei was, gaf hij commando de vorige koers weer te houden, doch te laat; de stranding had een ogenblik later plaats.
Aan stuurboord werd na de stranding een gasboei gezien, die de stuurman gehouden heeft voor een vissersboot. Het schip heeft zijn lading gedeeltelijk moeten lossen alvorens te kunnen worden afgebracht.
Het eerst werd door de Raad gehoord de derde stuurman Zorgdrager, wie te kennen werd gegeven dat het onderzoek ook zal lopen over de vraag of de stranding is te wijten aan een daad of nalatigheid zijnerzijds. De derde officier verklaarde thans, door de Raad gehoord, dat hij niet slaperig en niet ongesteld is geweest en erkent dat hij een gasboei verkeerdelijk voor het lichtschip heeft aangezien.
Daarna wordt nog gehoord de matroos F. Person, een Fransman, die op het ogenblik van de stranding met de 3e officier wacht had en aan het roer stond. Deze getuige verklaart dat de derde niet geslapen heeft, en het roer en de kompassen heeft gecontroleerd. Onmiddellijk nadat hij het vuur gezien heeft, heeft hij de kapitein gewaarschuwd. Eerst kreeg getuige toen order op het licht aan te houden, onmiddellijk daarna de koers te hernemen. Het schip draaide nog enige graden en liep toen vast.
De kapitein verklaarde daarna in de kaartenkamer te zijn gaan rusten, na de stuurman order te hebben gegeven hem te wekken om 11 uur, of zoveel eerder er vuur in zicht zou komen. Drie minuten over elf werd getuige gewekt met de boodschap dat het lichtschip in zicht was, en gaf, na zich overtuigd te hebben dat het niet het lichtschip was, order de oude koers te hernemen.
Op het eind van de scheepsverklaring heeft de havenmeester te Soerabaja geschreven dat het ongeval is toe te schrijven aan force majeure. De voorzitter, mr. Pleyte, vond het zonderling dat de gezagvoerder deze scheepsverklaring heeft ondertekend, daar er een tegenstrijdigheid in staat. In de aanhef van de scheepsverklaring toch staat, dat een eigendunkelijke handeling van de stuurman de oorzaak is.
Kapitein Barendz voegde nog aan zijn verklaring toe, dat hij het ’het abusievelijk’ voor dat van het vuurschip aangezien licht tegenover de derde stuurman niet een gasboei heeft genoemd. De derde stuurman heeft het niet dadelijk geweten toen het schip vastzat. De stuurman Zorgdrager verklaarde, de order van de kapitein zo te hebben opgevat, dat hij de kapitein moest roepen wanneer er vuren van de wal in zicht zouden zijn, niet vuren in het algemeen. De eerste stuurman, de heer Vervooren, daarna gehoord, bevestigde de verklaringen van de gezagvoerder. De order van de kapitein inzake het wekken heeft hij evenals de derde opgevat. De behandeling van de zaak werd daarna gesloten, en de uitspraak op later bepaald. (opm: zie ook AH 200510)


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. MARINE. Openbare verkoping bij de directie der Marine te Willemsoord op woensdag 25 mei 1910, des voormiddags te 111/2 uur, in de Marine-kantine, aldaar van:
1. Het oude gekoperde en kopervaste instructieschip „MARNIX".
2. De oude TORPEDOBOOT XV. De verkoopvoorwaarden liggen ter lezing bij het
Departement van Marine te 's-Gravenhage en bij de Directies der Marine te Willemsoord, Amsterdam en Hellevoetsluis, alsmede bij de Provinciale Besturen en ter Secretariën der gemeenten Rotterdam en Dordrecht.
Voor zover de voorraad strekt zijn die voorwaarden voor elk schip afzonderlijk ad. NLG 0,20 (per postwissel over te maken) per exemplaar te verkrijgen ter Griffie der Marine te Willemsoord. De inschrijvingen op gezegelde en ondertekende biljetten en op duidelijke wijze bevattende de naam en de woonplaats van de inschrijver, zomede de geboden som in letterschrift, moeten vóór het uur van de verkoping franco bezorgd zijn in de bus, geplaatst in het directiegebouw te Willemsoord.
Onder de aandacht van gegadigden wordt gebracht dat voor elk schip afzonderlijk moet worden ingeschreven; is dat niet het geval, dan zal het biljet terzijde worden gelegd.
De schepen kunnen bezichtigd worden gedurende zes werkdagen onmiddellijk de verkoopdag voorafgaande, des voormiddags van 10 - 12 uur en des namiddags van 2 - 4 uur. De gegadigden melden zich daartoe aan ten burele van de Hoofdingenieur bij 's Rijks werf te Willemsoord.


08 mei 1910


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Houtvrachten.
Het bevrachten voor houtladingen van de Noord-Europese havens is ontegenzeggelijk achterlijk voor de tijd van het jaar, maar de positie schijnt voor reders intussen verzwakt te zijn. De zeer goedkope vrachten, welke voor vroege ladingen geaccepteerd zijn geworden, hebben de tegenkanting van bevrachters om enige beduidende verhoging voor juni-reizen te betalen doen toenemen en hebben reeds zich genoodzaakt gezien hun hoge ideeën te laten varen. Een tendens tot rijzing van de vrachten maakt zich echter kenbaar, zo niet reeds voor juni, dan toch voor latere reizen, maar voor deze laatste is tot nog toe zeer weinig ruimte afgesloten. Voor juni is de basis van de Finse Lagere Golf naar een Noordzeehaven 22 Sh. à 22 Sh. 6d. en van Zweden ongeveer 6d. tot 1 Sh. minder. Open water vrachtkoersen zijn over het geheel lager en reders, die daarvoor nog emplooi zochten, hebben in de laatste tijd zeer lage cijfers moeten accepteren. Gedurende het gehele seizoen schijnt het bevrachten traag te zullen gaan, daar reders zich over het algemeen vast in het hoofd hebben gesteld dat weldra hogere vrachten bewilligd moeten worden, op grond van de aanzienlijke ontwikkeling van de handel in het algemeen en het onmogelijk achten, dat de Oostzeevrachten niet onder de invloed daarvan zullen geraken.


09 mei 1910


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

IJmuiden, 8 mei. De zeetjalk VERTROUWEN, kapt. Reilingh, vertrok 7 mei van Travemünde naar Rendsburg.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf ‘Piet Hein’ te Bolnes is te water gelaten een staalijzeren hopperbarge, metende 60 ton, gebouwd voor Engelse rekening. Vervolgens werd de kiel gelegd voor een Rijnschip.


10 mei 1910


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 10 mei. Het aanstaande Koninklijk bezoek. Naar het Handelsblad verneemt, zal H.M. de Koningin bij haar bezoek aan de hoofdstad zeer waarschijnlijk de te waterlating bijwonen van het stoomschip PRINSES JULIANA, dat op de werf van de Nederlandsche Scheepsbouw Maatschappij gebouwd wordt voor rekening van de Stoomvaart Maatschappij Nederland. De te waterlating zal naar alle waarschijnlijkheid op woensdag 1 juni plaats vinden. De plechtigheid van de doop zal door H.M. de Koningin verricht worden. De PRINSES JULIANA zal het grootste schip worden van de vloot van de Maatschappij Nederland; het is tevens het grootste schip, dat ooit in Nederland gebouwd werd.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlieland, 9 mei. De sleepboot TERSCHELLING ligt met een bergingsvaartuig op het gezonken stoomschip WILMA. De positie van het wrak is gunstig voor het bergen van de lading. De vorige week zijn 35 rollen ijzerdraad geborgen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Cuxhaven, 7 mei. De met rijstmeel van Zaandam naar Kopenhagen bestemde Nederlandse tjalk GOEDE GUNST, is door zware stormvlagen in het Westertill gedreven en verloor daarbij het bakboord zwaard. Buiten dat werden meerdere zeilen verscheurd. Het schip moest voor reparatie alhier binnenlopen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 9 mei. De Nederlandse sleepboot SCHELDE met de zeelichters DIE WOCHE en REICHSANZEIGER op sleeptouw resp. naar Bremerhaven en Cuxhaven arriveerde 8 mei welbehouden ter plaatse van bestemming.
- De Nederlandse sleepboot SEINE met 2 bakken op sleeptouw van Dakar naar Marseille, arriveerde 8 mei te Gibraltar. Alles wel.
- De Nederlandse sleepboot MAAS met het zeilschip TOURRAINE op sleeptouw vertrok 7 mei van La Pallice naar Rotterdam.
- De Nederlandse sleepboot THAMES met het Franse zeilschip BOTELDIEU (?) op sleeptouw, van Rotterdam naar Cherbourg, arriveerde 8 mei ter plaatse van bestemming. Alles wel. (AH 100510 geeft als naam VOIELDIEU)


11 mei 1910


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlieland, 10 mei. Uit het gezonken stoomschip WILMA zijn nog 64 rollen ijzerdraad geborgen. De werkzaamheden worden gestaakt, daar het de moeite niet loont.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van de heer J. Kuiper te Oude Pekela is met goed gevolg te water gelaten een ijzeren tjalkschip, groot 72 ton, voor de heer Ouderkerk te Scheemda.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van de heer W. Mulder te Stadskanaal is met goed gevolg te water gelaten een Hamburger havenschuit, groot 100 ton, en een schoeneraak, groot 200 ton, voor rekening van kapt. Theissens te Gasselternijveen. De kiel werd gelegd voor een piektjalk, groot 200 ton, voor Duitse rekening.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 10 mei. De sleepboot OOSTZEE met twee lichters op sleeptouw, arriveerde 8 mei van Rotterdam te Madeira.
- De baggermolen MERAPI, van Amsterdam naar Batavia, per sleepboot OCEAAN, passeerde 9 mei Perim.


12 mei 1910


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlieland, 11 mei. Het Nederlandse schip ZWAANTJE CORNELIA, schipper Van Dijk, is met gebroken zwaard zeilboom en gescheurde kluivers en fok, alhier aangekomen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 12 mei. Heden heeft de firma John Hudig & Son, Lloyd’s agenten, voor rekening van belanghebbenden, bij inschrijving alhier verkocht het in de Maashaven liggende schip SOMMELSDIJK, zoals het daar ligt door brand beschadigd, met inbegrip van een zich aan boord bevindende hoeveelheid beschadigde kolen. Het stoomschip is aan de hoogste inschrijver, de scheepssloperij ‘Holland’ te Hendrik Ido Ambacht gegund voor NLG 84.500. Er kwamen 10 biljetten in.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Connah’s Quay, 10 mei. Terwijl het te Liverpool thuis behorende stoomschip ROSE verschenen zondag van hier vertrok, geraakte het aan de grond en liep de sleepboot ALBERT aan, die gereed lag om de Nederlandse kof GERRITTINA te slepen. De ALBERT werd zwaar beschadigd en de GERRITTINA beliep minder averij. Bij onderzoek bleek dat de GERRITTINA schade aan de beplating boven water had belopen. Men verwachtte dat voornoemde kof een bewijs van zeewaardigheid zou ontvangen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 12 mei. De Nederlandse baggermolen BROMO heeft heden na reparatie, de reis van Port Said naar Batavia voortgezet.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Vlaardingen, 11 mei. Van de werf van de Gebr. Van der Windt te Vlaardingen is heden met goed gevolg te water gelaten het stalen loggerschip HENDRINA, gebouwd voor rekening van de heer D. van der Heul te Vlaardingen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 11 mei. De sleepboot TRITON, van Amsterdam naar Batavia met de sleepboot ADA op sleeptouw, passeerde 9/10 mei Perim. (opm: zie ook NRC 200210)


13 mei 1910


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Dover, 12 mei. De Nederlandse schoener KONFID, met Chinaklei van Plymouth naar Harburg is hedenochtend in het dok gebracht omdat het in de Nationalhaven op drift was geslagen. (opm: kof KONFID, kapt. H. Schuitema)


Krant:

  DS - Dagblad Scheepvaart

Rotterdam, 12 mei. Wrak stoomschip SOMMELSDIJK. Bij de heden gehouden inschrijving van het stoomschip SOMMELSDIJK waren ingekomen 10 biljetten. Hoogste inschrijfster was de N.V. Scheepssloperij ‘Holland’ te H.I. Ambacht voor NLG 84.500.
De SOMMELSDIJK is gesleept door twee sleepboten op 14 mei 1910 vertrokken uit de Maashaven naar de sloopwerf.


14 mei 1910


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De Java-China-Japan Lijn in 1909.
Aan het heden verschenen jaarverslag over 1909 van de Java-China-Japan Lijn te Amsterdam, ontlenen wij het volgende: Aan het contract met de Regering werd voldaan; er werden gemaakt 13 reizen op de Chinalijn en 13 reizen op de Japanlijn, terwijl nog 3 reizen buiten contract werden volbracht. De handelstoestanden in Oost-Azië hebben zich gedurende de loop van het verslagjaar geleidelijk verbeterd en in verband daarmee was er enige rijzing van de vrachten te bespeuren. Ook het vervoer van tussendekpassagiers nam op bevredigende wijze toe. Op de uitreizen hadden de schepen van de Maatschappij in de regel voldoende lading. Op de thuisreizen moest nog meermalen, zij het in mindere mate dan vroeger, de wanruimte met steenkolen tot lage vrachten worden aangevuld. De vermeerdering van het verkeer gaf het bestuur aanleiding twee nieuwe stoomschepen in aanbouw te brengen. Deze zullen groter zijn dan die, welke het laatst in de vaart werden gebracht en ongeveer 5.700 bruto register tonnen meten. Een van deze schepen wordt gebouwd bij de Nederlandsche Scheepsbouw Maatschappij te Amsterdam en het andere bij de Maatschappij voor Scheeps- en Werktuigbouw ‘Fijenoord’ te Rotterdam; zij zullen respectievelijk begin september van dit en half mei van het volgende jaar worden opgeleverd. Beide stoomschepen zullen gebouwd worden volgens het nieuwe systeem van Isherwood.
De route van de Japanlijn werd als proef gewijzigd, door de uitreis van Soerabaja niet meer over Makassar, doch over Batavia te nemen; deze wijziging geeft voorlopig bevredigende resultaten. De exploitatierekening toont een voordelig saldo aan, inclusief de van de staat ontvangen gelden, van NLG 467.252 (v.j. NLG 434.904), makende met het saldo A°.P°. ad. NLG 1.975 (v.j. NLG 1.809), tezamen NLG 469.227 (v.j. NLG 436.714). Daartegenover komen op de winst- en verliesrekening voor het nadelig saldo van deze rekening ad. NLG 19.362 (v.j. NLG 38.485), afschrijving op de stoomschepen van de Maatschappij NLG 282.846 (v.j. NLG 282.685), afschrijving op de magazijngoederen te Hongkong NLG 903 (v.j. NLG 362) en afschrijving op de bezittingen te Hongkong NLG 9.999 (v.j. NLG 20.681).
De afschrijvingen op de vloot en op de eigendommen in Oost-Azië zijn, naar het bestuur dienaangaande in het verslag opmerkt, ruim genomen. Het saldo, na deze afschrijvingen, laat toe een dividend à 5 procent over het geplaatste kapitaal uit te keren (v.j. 3 pct). De Assurantierekening eigen risico, laat een winst van NLG 11.205, waarmee het Assurantiereservefonds wordt vermeerderd, terwijl NLG 6.080,73 moet worden gereserveerd voor onafgedane schaden.
De stoomschepen van de Maatschappij (TJIPANAS, TJILATJAP, TJIMAHI, TJILIWONG, TJIBODAS en TJIKINI, metende tezamen 25.619 bruto register tonnen), waarvan de oorspronkelijke boekwaarde NLG 4.714.105 bedroeg, komen, nadat totaal hierop NLG 1.318.582 is afgeschreven, met NLG 3.395.522 op de balans voor. De stoomschepen in aanbouw paraisseren (opm: verschijnen) erop met NLG 141.679,94.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Lauenburg, 12 mei. Door het duikeronderzoek is het ongeluk aan de ADELAAR overkomen, welk schip bij Leda gezonken ligt, nog niet opgehelderd. Evenzo heeft men geen lijken kunnen vinden, omdat de ingang van de kajuit door de waterdruk gesloten is. Het was voor de duiker tevens gevaarlijk om er binnen te dringen. Men moest zich tevreden stellen met de mast van onder af te zagen en enig touwwerk en kettingen te bergen. Op het wrak is nu een wrakton gelegd, die door een ketting aan het vaartuig is verbonden.
(opm: zie ook NRC 050410 en NRC 010510)


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 13 mei. Het van Groningen komende Nederlandse schip HUNZE IX is volgens een telegram uit Hamburg, daar gesleept wordende, aangekomen. Voornoemd stoomschip had op de Beneden Elbe de schroef verloren.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Kopenhagen, 12 mei. Met meerdere schade is te de te Groningen thuis behorende kof HELENA JANTINA om te repareren hier binnengelopen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Kopenhagen, 12 mei. De Nederlandse tjalk HELENA JANTINA, schipper Bonninga, van Mariager met graan naar Stettin, is gisteren met diverse schade hier binnengelopen om te repareren.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Kiel, 12 mei. Het wrak van de tjalk MEMENTO MORI is gisteren te Holtenau voor 400 Mark door de vorige eigenaar teruggekocht. De reparatiekosten van dit schip werden op 10.000 Mark geschat.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Dover, 12 mei. De ijzeren en stalen 2-mast gaffelschoener CONFID, kapt. Schuitema, uit Hoogezand, van Plymouth naar Harburg met Chinaklei, heeft in de National Harbour anker en ketting verloren en is hedenmorgen hier in het dok gesleept. (opm: zie ook NRC 200510)


15 mei 1910


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Houtvrachten.
De houtvrachtenmarkt is bij voortduring stil en om de in het vorige bericht vermelde redenen, zal het waarschijnlijk nog wel enige tijd zo blijven. Er zijn evenwel enkele reders, die het vertrouwen in de toekomst van de markt verloren schijnen te hebben, daar toch voor eerste en tweede reizen de laagste vrachtcijfers geaccepteerd zijn geworden, maar de meesten wachten met afsluiting van hun beschikbare ruimte tot het laatste ogenblik en nemen de lage vrachten aan, als zij beginnen te vrezen, anders geen emplooi te vinden. Van Archangel en de Witte Zeehavens naar de Engelse Oostkust mag de vrachtkoers voor e.o.w. aangenomen worden te zijn ongeveer 30 Sh. 6d. tot 31 Sh. 6d. per standaard en van de Oostzee 21 Sh. 6d. tot 22 Sh. per standaard.


17 mei 1910


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Hamburg, 13 mei. Het stoomschip HUNZE IX is heden in het dok geplaatst voor een nieuwe schroef.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 12 mei. Vanuit deze haven is voor de eerste maal naar zee vertrokken de Nederlandse 2-mast gaffelschoener NOORDKAAP, met een lading superfosfaat van Amsterdam naar Morlaix (in Frankrijk) bestemd. Het schip werd op een scheepswerf te Groningen gebouwd, heeft een lengte van 34 meter bij een breedte van 6,80 meter. De inhoud bedraagt bruto 195 en netto 156 register ton. Kapitein, tevens eigenaar van het schip, is de heer Klaas Deen uit Groningen. Evenals de meeste Groningse schoeners is ook dit scheepje van zwaarden voorzien.


18 mei 1910


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hamburg, 17 mei. Aan het Nederlandse stoomschip HUNZE IX is een nieuwe schroef gezet. Daarna is het bij een loods gemeerd om lading in te nemen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Genua, 14 mei. Het Nederlandse stoomschip VULCANUS (opm: van de K.N.S.M.) is 11 dezer bij Savona in aanvaring geraakt met het geankerd liggend Engels stoomschip MOKTA, dat enige schade bekwam.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Keizer Wilhelm kwam per extra-trein te 10.11 uur hedenochtend te Vlissingen aan en werd op het perron begroet door de commandant van de HOHENZOLLERN, de Duitse consul te Vlissingen, de heer A.E. Dudok van Heel, de burgemeester, de garnizoenscommandant Reitsma, de directeur van politie, commandant van de marechaussee en de inspecteur van de rijksveldwacht. De Keizer was gekleed in admiraalsuniform klein tenue. Zich onderhoudende met de commandant van het jacht, wandelde Z.M. door de Koninklijke wachtkamer en de hal naar de zuidelijke ponton. Toen hij daar verscheen joelde de bemanning van het jacht. De keizerlijke standaard werd gehesen en de op de rede liggende kruiser KONINGSBERGEN loste schoten.
Aan boord gekomen, inspecteerde de Keizer de bemanning en verscheen weer aan dek toen het jacht te 10.50, gevolgd door de torpedoboot SLEIPNER en buiten ook door de kruiser, vertrok (opm: naar Engeland). De Keizer groette bij het vertrek de weinige bevoorrechten die binnen de afgezette ruimte stonden. Onder deze waren twee Duitse dames te Vlissingen woonachtig, die de Duitse kleuren half-rouw droegen. Z.M. bleek de attentie op hoge prijs te stellen. De terugkomst is bepaald op 24 mei.


19 mei 1910


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Delfzijl, 17 mei. Door de sleepboot NORDERNEY is hier heden binnengesleept het onlangs, in de Kielerfjord door aanvaring gezonken tjalkschip MEMENTO MORI, kapt. Houwerzijl. Het schip zal hier belangrijke reparaties ondergaan.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Prins Hendrik naar Engeland. (opm: om de begrafenis van koning Edward VII bij te wonen)
Reuter seint uit Sheerness d.d. 18 mei: Het Britse eskader bij Nore begroette Prins Hendrik met 21 kanonschoten; ook het garnizoen vuurde saluutschoten af. De HEEMSKERCK beantwoordde het saluut.
(Later telegram uit Londen.) Prins Hendrik der Nederlanden is hedenmiddag te 3 uur 30 te Sheerness aangekomen.
Uit Londen wordt geseind: De marine sleepboot ROBUST bracht Prins Hendrik van de HEEMSKERCK naar de Victoriapier, waar Z.K.H. begroet werd door admiraal Sir Charles Drury, opperbevelhebber te Nore, generaal Barker, commandant van de vestingen aan de Oostkust en andere officieren. Een erewacht, opgesteld op de steiger, presenteerde de geweren toen de Prins aan wal stapte. De Prins vertrok later per extra-trein naar Londen, kort na zijn aankomst aldaar reed hij naar de woning van lord Castlereigh, die bijna vlak tegenover het gebouw van de Nederlandse legatie ligt. Onze Londense berichtgever seint: Prins Hendrik is te 5 u. 30 aan het Victoria-station alhier aangekomen. De Nederlandse gezant en de secretaris van legatie waren hem tot Sheerness tegemoet gereisd.


20 mei 1910


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Dover, 19 mei. De van Plymouth naar Harburg bestemde Nederlandse schoener CONFID, 12 mei met verlies van anker en ketting hier binnengelopen, heeft na van een nieuw anker en ketting te zijn voorzien, de reis voortgezet. (opm: zie ook RN 140510)


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart.
De Raad voor de Scheepvaart deed gistermiddag uitspraak in de zaak van het ongeval, overkomen aan het stoomschip PYRRHUS van de Maatschappij ‘Oceaan’, welk schip op een reis van Samarang naar Soerabaja aan de grond is gelopen in de nacht van 14 op 15 februari, toen de 3e stuurman de wacht had. Het schip liep vast op de modderbanken bewesten van de mond van de Solo. Het schip heeft eerst gedeeltelijk zijn lading moeten lossen vóór het kon worden afgebracht.
De Raad vindt in dezen geen aanleiding om enige aanmerking te maken op de genomen koers. Dat het schip zozeer uit de goede koers geraakte is te verklaren uit het feit, dat niet goed gestuurd is. Geen ongeval zou zijn geschied, als de derde stuurman met meer beleid en zeemanschap had gestuurd en behoorlijk kaart en lichtenlijst had geraadpleegd. De Raad had het in de gezagvoerder wel zo verstandig gevonden, als deze om half negen op de brug was gebleven of zich had laten wekken, voordat lichten in zicht kwamen. De Raad is van oordeel, dat in dezen de derde stuurman W. Zorgdrager de straf van berisping behoort te treffen wegens het niet opvolgen van gegeven orders en het aan de dag leggen van grote zorgeloosheid.


21 mei 1910


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Cuxhaven, 19 mei. De Nederlandse tjalk GOEDE GUNST, heeft na voorzien te zijn van een ander bakboord zwaard, en na de zeilen gerepareerd te hebben, de reis naar Kopenhagen voortgezet.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Terschelling, 20 mei. Alhier is aangekomen de Deense sleepboot URAED om op de bij Vlieland gezonken WILMA te werken.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 21 mei. Het stoomschip POTSDAM van de Holland Amerika Lijn, dat heden van hier naar New York is vertrokken, zal derwaarts vervoeren 37 passagiers 1e klas, 321 2e klas en 1.061 3e klas, waaronder begrepen degenen die in Boulogne sur Mer aan boord komen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Delfzijl, 20 mei. Het hier thuis behorende tjalkschip DRIE GEBROEDERS, schipper A. van Zuilen, is onderhands verkocht aan de heer M. Berg te Farmsum, terwijl de heer Van Zuilen het ijzeren aakschip RIJNSTROOM van de heer J. Plijzier heeft aangekocht.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De Raad voor de Scheepvaart. In zijn hedenmiddag gehouden zitting heeft de Raad behandeld de zaak van de ijzeren tjalk TIJDGEEST van Delfzijl, kapt. J.A. Kuvel (opm: Kugel), welke 10 april drijvend werd gevonden in de Oostzee. De 8e tevoren was het schip in ballast vertrokken van Nykøbing op Falster met bestemming voor Nörwick (Zweden) (slecht leesbaar, mogelijk Norvik ?). Het werd al dadelijk door zware storm belopen, zodat het zeil brak, het zwaard wegsloeg en het schip drie voet water maakte. Er kon niet meer mee gemanoeuvreerd worden en er werd niet gepompt uit vrees op Bornholm te stranden. In die hachelijke toestand werd het opgemerkt door de MARIANNA, kapt. H. Never van Rostock. Van daar werd, na weigering om de tjalk te slepen een boot uitgezet, de opvarenden opgepikt nl. de schipper voornoemd, de stuurman Van der Luit en de kok Boekema. Het was niet mogelijk journaal en scheepspapieren te redden. Het schip was verzekerd voor 15.000 Mark. Vier jaar geleden was het gekocht voor NLG 9.500. Na enige pauze constateerde de Raad tegenover de schipper, dat hij gevaren heeft zonder certificaat van zeewaardigheid; dat bij al datgene wat de Schepenwet voorschrijft niet aan boord had; dat hij geen scheepsjournaal bijhield; dat hij (volgens scheepsverklaring van de JOHANNA, die het schip te Sassnitz binnensleepte, had het schip lens gehouden kunnen worden) geen poging had gedaan om het lek te stoppen. Een en ander gaf de Raad de indruk dat de schipper verantwoordelijkheidsbesef en kennis mist. Hij verklaarde hem onbevoegd om gedurende het verdere onderzoek te varen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Koninklijke Maatschappij ‘De Schelde’.
In de hedenmiddag gehouden vergadering van aandeelhouders van de Koninklijke Maatschappij ‘De Schelde’, scheepsbouw en werktuigenfabriek te Vlissingen. werd het vier-en-dertigste jaarverslag uitgebracht. Hieraan ontlenen wij het volgende:
Hoewel de algemene toestand in het bedrijf niet veel verbeterde, is het de directie aangenaam aan te tonen dat bevredigende financiële inkomsten verkregen werden. Behalve gedurende de laatste maanden van het jaar, toen er een tijdelijke stagnatie intrad, waardoor een paar honderd werklieden moesten worden ontslagen, kon een ploeg van ongeveer 1.600 man aan het werk worden gehouden. Het spijt de directie omtrent de onderhandelingen met de regering over uitbreiding van het erfpachtcontract nog geen vooruitgang te kunnen melden. Gedurende het jaar 1909 werden afgeleverd: Het mailstoomschip FRISIA aan de Koninklijke Hollandsche Lloyd, zijnde toen het grootste in Nederland gebouwde schip. (Het mailstoomschip TAMBORA was op het einde van het jaar ongeveer gereed, doch werd eerst in januari 1910 afgeleverd). Complete machine installaties voor de stoomschepen NOORDWIJK, DUIVELAND, SCHIELAND en TERSCHELLING. In het geheel werden afgeleverd ± 12.000 tonnen waterverplaatsing schepen; ± 16.000 indicateur paardenkrachten machines en 33 afzonderlijke stoomketels, met een gezamenlijk verwarmend oppervlak van ± 68.000 vierkante voeten.
Bovendien werden belangrijke reparaties aan schepen en werktuigen uitgevoerd. Op 1 januari 1910 was de waarde van de in bestelling zijnde, nog niet afgeleverde orders NLG 2.705.360, terwijl in 1910 tot heden nieuwe orders tot een bedrag van ± NLG 1.100.000 konden worden bijgeboekt.
Van de obligaties in portefeuille zijn weer uitgeloot 4 obligaties, zodat er nog 110 over zijn.
De rekening van gebouwen, getimmerten en vaste inrichtingen werd vermeerderd met een waarde van NLG 78.983 en verminderd door afschrijving met NLG 120.451. De waarde van het bouwterrein bedroeg 1 januari 1909 NLG 67.963, ze werd vermeerderd met NLG 8.641 en verminderd door verkoop van terreinen met NLG 6.034, zodat ze op 1 januari 1910 bedroeg NLG 70.570. De uitbreiding buiten erfpacht vertegenwoordigde op 1 januari 1909 een waarde van NLG 36.000. Dit bedrag werd vermeerderd door aankoop van huizen, verbetering van terrein en spooraanleg met NLG 28.205 en verminderd door verkoop met NLG 3.547 en door afschrijving met NLG 6.657, zodat overbleef NLG 54.000. Het centraal gereedschap-magazijn bedroeg op 1 januari 1909 NLG 40.000. In 1909 werd aangeschaft voor NLG 12.071, terwijl van deze rekening werden afgevoerd ten laste van de bedrijfsresultaten de getaxeerde lonen en onkosten, ten bedrage van NLG 20.000 en afgeschreven werd over 1909 NLG 12.071, zodat overbleef NLG 20.000.
De obligatielening werd wegens uitloting weer verminderd met NLG 38.000 en bedraagt per saldo NLG 1.158.000. Op 9 april 1910 werden opnieuw uitgeloot 38 obligaties à NLG 1.000 die op 1 juni e.k. aflosbaar zijn.
De exploitatie van de afdeling havenwerken gaf een winst van NLG 5.317, welk bedrag op die afdeling is afgeschreven. De bruto bedrijfswinst bedraagt NLG 260.503 (v.j. NLG 260.288). Hiervan werd afgeschreven op gebouwen, getimmerten en vaste inrichtingen NLG 120.454 (v.j. NLG 101.485), op uitbreiding buiten erfpacht NLG 6.657 (v.j. NLG 6.155), op woningen en meubilair NLG 10.948 (v.j. NLG 17.796), op gereedschappen NLG 27.277 (v.j. NLG 21.509), op gebouwen en inrichtingen afdeling havenwerken NLG 5.317 (v.j. NLG 5.269), totaal NLG 170.743 (v.j. NLG 170.528).
Als netto winst blijft alzo over een bedrag van NLG 89.760, (evenals v.j., waarvan aan aandeelhouders 8 procent (evenals v.j.) wordt uitbetaald tot een totaal bedrag van NLG 64.000, terwijl het overige als volgt wordt verdeeld: Bedrijfsbelasting NLG 1.760, reserve NLG 4.800 en tantièmes NLG 19.200, (alles als v.j.). De gezamenlijke afschrijvingen, tot heden op de bezittingen geschied, bedragen ± 52 procent van de aankoopwaarde. Het aantal werklieden op 31 december bedroeg 1.463; aan arbeidsloon werd uitbetaald NLG 1.014.359.
De heer Jan Smit van Nieuw Lekkerland, volgens rooster aan de beurt van aftreding als commissaris, werd als zodanig herkozen.


22 mei 1910


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Schiedam, 21 mei. Volgens een gisteren hier ontvangen telegram is de van hier naar Tientsin vertrokken baggermolen HSIN HO, met alles wel aan boord te Port Said aangekomen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

De Raad voor de Scheepvaart. Gistermiddag werd de zaak behandeld van het Nederlandsche ijzeren zeilschip TIJDGEEST, schipper J. A. Kugel van Groningen, welk tjalkschip op de 10e april laatstleden door de bemanning is verlaten in de Oostzee.
Ter zitting bleek, dat het schip op de 8e april uitzeilde van Nyköbing op Falster (Denemarken). Het vaartuig verkeerde toen in goede toestand; er woei een ZW bries. Ook op zaterdag 9 april was de bries ZW, maar ‘s avonds werd deze NW met regen. Op zondag 10 april in de voormiddag kreeg men storm met sneeuw. Om acht uur brak het grote zeil, dat toen niet meer gebruikt kon worden. Men heeft nog geprobeerd het zeil te repareren. Om negen uur ontdekte de stuurman dat het schip lekte. Om half tien stelde de kapitein zich op de hoogte van de lekkage. Hij vermoedde, dat deze was ontstaan door het springen van klinknagels. Het plan van de schipper was om boven Bornholm te komen. De kust was te zien en de lichttoren werd ONO gepeild. Om die tijd werd de TIJDGEEST gepraaid door de Duitse vrachtboot MARIANNA, afkomstig van Rostock. De kapitein van de MARIANNA weigerde beslist de TIJDGEEST op sleeptouw te nemen. Om half twaalf werd het schip verlaten. Toen stond er drie voet water in het voorschip. De schipper vreesde, dat men op Bornholm zou stranden en was van mening, dat het schip nog slechts enkele uren boven water kon blijven. Men ging over in de boot, door de Duitse schipper uitgezet. Men heeft van de scheepspapieren en de goederen zo goed als niets mee kunnen nemen.
De TIJDGEEST was geladen met ballast, bestaande uit 20 ton zand. Het schip dat 4 jaar geleden door Kugel voor NLG 9.500 was gekocht, was bij een Duitse maatschappij verzekerd voor 15.000 Mark. Nog blijkt uit de verschillende schriftelijk afgelegde verklaringen, dat niet gepompt werd uit vrees dat men op Bornholm zou stranden.
Na schorsing wordt de zitting heropend en constateert de Raad op grond van de afgelegde verklaringen o.a. dat de TIJDGEEST, na door de JOHANNA te Sassnitz te zijn binnengesleept, weinig averij had bekomen. Voorts wordt de kapitein het gemis aan de nodige zeemanschap toegeschreven, o.a. op grond, dat de schipper zonder certificaat is uitgereist; dat hij niet de voorwerpen aan boord had, die zijn aangegeven door de Schepenwet; dat hij het journaal niet had bijgehouden, niet het lek heeft laten stoppen en toen de stuurman rapporteerde, dat het schip lek was, eerst veel later een onderzoek heeft ingesteld.
Mede op grond van gebleken ongeschiktheid en nalatigheid, werd schipper J.A. Kugel uit Delfzijl onbevoegd verklaard om gedurende het lopende onderzoek het bevel te voeren over enig Nederlands schip. Schipper Kugel verklaart, dat hij altijd heeft meegevaren, als kind ‘s zomers met zijn vader; ’s winters ging hij dan op school. In 1904 heeft hij een dienstdiploma gekregen voor de kleine vaart.
Het schip is door Kugel gekocht van de firma Van Dam te Oude Wetering. Er staat schuld op van ongeveer NLG 9.000. Ter zitting bleek, dat de schipper de streken van het kompas niet kende. Dat kan zelf een jongen van de ZEEHOND, die drie dagen aan boord is, zei de voorzitter. Ook van de zeekaart kon hij niet lezen. Scheepsraad is nooit gehouden; wel heeft men overlegd of men het schip zou verlaten. Mr. Pleyte wijst nog eens met nadruk op de grote roekeloosheid, door de schipper in deze aan de dag gelegd, die niet de geringste voorzorgen heeft genomen en maar gedacht heeft, als wij maar van het schip af zijn, is de boel in orde en de assurantie moet maar voor de rest zorgen. Je legt ook hier ter zitting de grootste onverschilligheid aan de dag, zegt de voorzitter: „Uit je hele houding blijkt, dat de boel je koud laat. Maar je moet oppassen, want op het feit van een schip zonder noodzaak in de steek te laten, staat een gevangenisstraf van ten hoogste vier en een half jaar. Ik weet niet, hoe de andere heren er over denken, maar persoonlijk ben ik van mening, dat je zonder noodzaak het schip verlaten hebt."
De heer Schaap, scheepvaartinspecteur in de inspectie Groningen, wijst op het onverantwoordelijke om met een binnenschip de Oostzee te bevaren. Omdat de schipper met betaling een jaar achteruit was, is hij niet naar Holland gekomen. Later verklaart hij, dat hij nog NLG 4.500 schuld had bij de Bank, NLG 1.000 tweede hypotheek en NLG 2.300 diverse schulden.
Tweede getuige is stuurman Van der Luit van Delfzijl. Hij heeft van zeemanschap nooit iets gehoord, kan geen kaarten of kompas aflezen. Wel kan hij de koersen nagaan. Op de 11e januari laatstleden is hij bij schipper Kugel aan boord gekomen. Op een kompas kan hij niet peilen; hij was aan boord niet veel meer dan bestman. Toen hij de schipper waarschuwde, dat het schip lekte, antwoordde deze: „Eerst de rommel aan dek klaar maken!" Getuige meent, dat het wel noodzakelijk was, het schip te verlaten. Dit geschiedde na gemeenschappelijk overleg. De boot, die aan boord was, was hecht en sterk, maar kon niet uitgebracht worden, omdat men bang was dat zij dadelijk tegen het schip zou stuk slaan. Het verhoor werd hierna, gesloten; uitspraak in deze zaak volgt later. (opm: zie AH 310510)


23 mei 1910


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 23 mei. Het Noorse stoomschip MASCOT, dat 13 mei 1909 op reis van Rotterdam naar de Tyne op ongeveer 20 mijl bewesten het vuurschip MAAS met het Duitse drie-mast schip MARGARETHA in aanvaring was geweest, waardoor laatstgenoemd schip zonk, thans aan Wilton’s werf hier liggende, is heden gerechtelijk verkocht voor NLG 31.800. Koper werd de Maatschappij van scheepssloperij Frank Rijsdijk te Hendrik Ido Ambacht. De MASCOT ex. ELMFIELD, groot bruto 1.705 en netto 1.072 register ton, werd in 1883 te Stockholm gebouwd.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 21 mei. Volgens hier ontvangen telegrammen is het Nederlandse stoomschip NEDERLAND met gebroken cilinderdeksel te Sevilla binnengesleept.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hamburg, 21 mei. In de Moldauerhafen werd het Nederlandse schip NIEUWE ZORG door de barkas ANNA aangevaren, waardoor van het achterschip van de NIEUWE ZORG 3 platen werden ingedrukt. Het moest voor reparatie naar een werf worden gebracht.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 22 mei. Volgens een telegram uit Grand Canary is het van Amsterdam naar Buenos Aires bestemde Nederlandse stoomschip ZAANLAND met defect stuurtoestel daar binnengelopen. Een expertise is gehouden, waaruit bleek, dat het afdoende moet repareren. Deze reparaties waarmee reeds een aanvang is gemaakt, zullen een oponthoud van 10 dagen veroorzaken.


24 mei 1910


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Bremen, 23 mei. Het van Pensacola, laatst van Antwerpen hier aangekomen Nederlandse stoomschip KATENDRECHT, geraakte bij het meren in de houthaven hier, met de steiger in aanvaring, waardoor aan die steiger schade werd veroorzaakt.


25 mei 1910


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de scheepswerf ‘Nicolaas Witsen’, van de firma W.F. Stoel & Zoon te Alkmaar, is met goed gevolg te water gelaten: Een stalen motorboot, genaamd LUGANO, lang 44 voet, waarin geplaatst is een 12/14 pk motor. De boot is ingericht om te slepen en is gebouwd voor rekening van de Graan Elevator Maatschappij te Rotterdam.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Te Vlaardingen is van de werf van Gebrs. Van der Meer met goed gevolg te water gelaten het stalen loggerschip MENTOR (SCH - 418), gebouwd voor rekening van de heer A. van der Toorn te Scheveningen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 24 mei. De sleepboot ADA, van IJmuiden naar Batavia gesleept door de sleepboot TRITON, arriveerde 23 mei te Colombo.


26 mei 1910


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlieland, 25 mei. De duiker van de bergingsboot URAED rapporteert dat het gezonken stoomschip WILNA gebroken is. De werkzaamheden zijn gestaakt, omdat de lading ijzerdraad door roest waardeloos is geworden.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Den Helder, 25 mei. Alhier werd heden in het openbaar door de directie van de Marine verkocht het oude gekoperde en kopervaste instructieschip MARNIX en de oude torpedoboot XV. Hoogste inschrijver voor beide vaartuigen was de heer H. Wijker alhier, namelijk respectievelijk NLG 23.004 en NLG 1.138.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 26 mei. Wij vernemen dat het Zweedse stoomschip ST. GEORGE naar Nederland is verkocht om te worden gesloopt. De ST. GEORGE van de rederij Angfartyg Aktiebolaget St. Georg te Gotenburg, werd in 1872 te Stockton gebouwd. Dit stoomschip dat bruto 1.654 en netto 1.183 groot is, is lang 256.6, breed 38.1 en hol 21.1 Engelse voet.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 24 mei. Door de Lloyd’s agent te St. Vincent werd geseind dat de reparaties aan de Nederlandse sleepboot THOME DE SOUZA zijn afgelopen en dat de reis naar Zuid Amerika werd voortgezet.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Las Palmas, 24 mei. Volgens een nader onderzoek is het stoomstuurtoestel van het stoomschip ZAANLAND zwaar beschadigd. De gezagvoerder wacht op orders van de rederij.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 25 mei. De sleepboot SEINE vertrok 21 mei met twee bakken van Marseille naar Gibraltar.


27 mei 1910


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 26 mei. Volgens telegram uit Jacksonville geraakte het Nederlandse stoomschip VOORBURG aan de grond, doch kwam het met hoog water weer vlot. De voorpiek is lek. Een expertise zal gehouden worden. Het stoomschip zal vermoedelijk 28 dezer naar Savannah vertrekken. Het heeft lading aan boord.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 27 mei. Het stoomschip ANCHISES, rederij A Holt & Co te Liverpool, dat geregeld van Java op Amsterdam voer, is aan de firma T.W. Ward te Sheffield verkocht en zal vermoedelijk worden gesloopt.
De ANCHISES (ex. WILCANNIA) is in 1888 door de firma Wigham Richardson & Co. te Walker on Tyne, van ijzer gebouwd, is groot bruto 2.806 en netto 1.742 register ton.


28 mei 1910


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Belangrijke openbare verkoping van machinerieën wegens faillissement.
Ten overstaan van de te Rotterdam residerende notarissen Schrameier, Verbrugge en Maas Geesteranus zal door de makelaar in machinerieën en metalen Hendrik van Essen te Amsterdam op woensdag 8 en donderdag 9 juni 1910, telkens des voormiddags 10 ure, in het gebouw Musis Sacrum aan de Lange Haven te Schiedam, publiek worden geveild:
Ten verzoeke van de WedEd. Gestr. heren Mr. M.M. van Valkenburg, H.J.F. Heijman en D.E. van Raalte, curatoren in het faillissement der Naamloze Vennootschap Constructie-Werkplaatsen en Machinefabriek en Scheepswerf, voorh. H.T. Landman & Zn., aan de Frankenlandschen Dijk (Havendijk) te Schiedam de complete inventaris dier Naamloze Vennootschap, waarbij voorkomen:
Stoomketels 65 en 35 m2 10 en 7 atmosph., horiz. stoommachine 100 ipk., dynamo gelijkstroom 220 V. 455 amp., electromotoren gelijkstroom 220 V. 21, 17½ en 15 pk., stoompompen, drijfwerken, draaibanken, sleeschaaf, sterke armschaafmachines, luchtdrukhamers met 300 en 75 kg. valgewicht, stoomhamer, slijpmachines, platenschaaf, boormachines, compl. hydraul. klinkinrichting, gecombineerde en enkele ponsen, plaat- en hoekijzerscharen, buigmachines, souffreinmachines, hol- en buigblokken, vlakplaten, aambeelden, smidsen, bankwerkersgereedschappen, enz. enz.
Electrische loopkraan, 3 motorenstelsel, 10 ton hefvermogen, kapitale elektrische dwarshelling 100 m. lang, met 19 wagens, jukken, stophout, goten, sleden, stellingplanken, enz.
Voorraad divers nieuw bezaagd hout, magazijninventaris, en kleine gereedschappen, als: Hamers, beitels, tangen, boren, ruimers, porren, driften, grote partijen klinknagels, enz.
Kantoormeubilair, bureaus, brandkasten, enz. enz. Verder 1 motorlichter 100 ton. 2 sleepboten, resp. lang 27,50 en 16,80 m. met machines van 350 en 50 ipk.
De goederen zijn te bezichtigen in bovengenoemd fabrieksgebouw, te Schiedam op zaterdag 4, zondag 5, maandag 6 en dinsdag 7 juni van 10-4 uur en des morgens voor de veiling van 8-9½ uur.
Uitgebreide notitiën worden op aanvraag franco toegezonden door genoemde notarissen en door de makelaar Hendrik van Essen, Leidschekade 81, Amsterdam. Telefoon 7086.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad



Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 27 mei. De sleepboot OCEAAN, met een baggermolen op sleeptouw, van Amsterdam naar Tandjong Priok, arriveerde 26 mei te Colombo.


29 mei 1910


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Holtenau, 27 mei. De in de haven van Holtenau gezonken Nederlandse tjalk WILHELMINTJE is gelicht en naar de helling gebracht. Het schip zal dichtgemaakt worden en daarna publiek verkocht worden.


30 mei 1910


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

De OPHIR. Naar uit Tanger door Reuter wordt geseind, is de OPHIR van de Rotterdamsche Lloyd op rotsklippen bij de haven gelopen. Twee Engelse vrachtboten beproeven het schip eraf te brengen. Lloyd’s meldt, dat de OPHIR zonder assistentie en zonder schade vlot kwam en de reis voortzette. (opm: zie ook NRC 010910 en NRC 070910)


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Londen, 29 mei. Volgens telegram uit Tanger is het Nederlandse stoomschip OPHIR, van Rotterdam naar Batavia, aldaar gestrand, doch later zonder assistentie en zonder schade weer vlot gekomen en heeft het de reis voortgezet. (opm: zie ook AH 030610)


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepswerf en Machinefabriek ’t Hondsbosch te Alkmaar.
In de gehouden algemene vergadering van aandeelhouders (opm: op 25 mei) werd het dividend over 1909 bepaald op 3%.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Java-China-Japan Lijn.
In de uitgestelde vergadering van aandeelhouders van de bovengenoemde Maatschappij zal het volgende voorstel tot wijziging van art. 27 alinea 2 van de statuten aan de orde komen:
Daarna wordt aan de houders van het toonderpapier, waarin belichaamd is het recht van aandeelhouders om hetgeen zij over 1902 en 1903 minder dan 5% hebben genoten, uitgekeerd hetgeen aan houders van dit toonderpapier volgens de inhoud daarvan toekomt. Vervolgens wordt onder alle aandeelhouders gelijkelijk verdeeld een bedrag overeenkomende met hetgeen in de loop van de jaren 1904 en volgende minder aan aandeelhouders mocht zijn uitgekeerd dan 5% 's jaars over de bedragen, welke in die jaren telkens aan aandelen uitstonden.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Nederlandsche Stoomvaart Mij. ‘Oceaan’.
In de heden gehouden jaarlijkse algemene vergadering van aandeelhouders werden balans en de winst- en verliesrekening over het jaar 1909 goedgekeurd en werd het dividend vastgesteld op 3%. Wegens overlijden van de heer J.B. Meijer werd tot lid van de raad van bestuur gekozen de heer H.W. Meijer.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 29 mei. De sleepboot SEINE arriveerde 27 mei van Marseille te Gibraltar met twee bakken op sleeptouw.


31 mei 1910


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 31 mei. Volgens een telegram uit Chemulpo ontvangen heeft het Nederlandse stoomschip BARENDRECHT tijdens de reis naar laatstgenoemde plaats door slecht weer lichte schade over dek belopen. De averij is door de bemanning hersteld. De omvang van de schade aan de lading, indien ze er is, is nog niet vastgesteld. Het stoomschip is echter volkomen zeewaardig en zal de reis naar Foussan voortzetten.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Wij vernemen dat een groot aantal beschadigde platen van het stoomschip SOMMELSDIJK van het opperdek en van de zijden, bij inschrijving gekocht door de N.V. Scheepssloperij Holland te Hendrik Ido Ambacht, zal worden weggenomen, en dat daarna een nauwkeurig onderzoek zal plaats hebben om na te gaan of de algehele reparatie van het schip is aan te bevelen. Voorlopig schijnen de ketels en machines zo goed als niet te hebben geleden en het voorschip, het gehele schip onder de waterlijn en het achterschip hebben niet van de brand geleden, zodat dit schip, slechts 2½ jaar oud, nog te goed wordt geacht om niet een belangrijke reparatie ten volle te verdienen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van de Gebr. Pot te Kinderdijk is met goed gevolg te water gelaten een stalen sleepkaan, groot 900 ton, voor rekening van de heer P. Müller te Ploffendorf (Duitsland). Daarna werd de kiel gelegd voor een sleepkaan van ongeveer 700 ton.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Sevilla, 25 mei. Het stoomschip NEDERLAND is onderzocht. Het hogedruk cilinderdeksel is gebroken. Het ongeval had plaats terwijl het stoomschip te San Lucar lag. (opm: zie ook NRC 250510)


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

De Raad voor de Scheepvaart. De Raad voor de Scheepvaart deed heden uitspraak in de vroeger behandelde zaak van het ijzeren klipper-zeilschip TIJDGEEST, hetwelk op 10 april laatstleden door de bemanning, schipper A.J. Kluver (opm: J.A. Kugel) uit Groningen, stuurman en kok, in de Oostzee verlaten, doch 24 uur later door een boot met weinig averij binnengesleept werd.
De Raad oordeelde dat schipper Kluver (opm: Kugel) blijkbaar hoopte dat het schip zou zinken, gelet op het hoge bedrag van de verzekering (15.000 Mark), waar tegenover weliswaar een schuld stond, maar waarvan toch een aardig bedrag zou worden overgehouden. Er was voldoende doek om te manoeuvreren, terwijl de masten in goede staat bleken te zijn. Als er gepompt was, zou het schip wel lens te houden zijn geweest en het gat in het vaartuig had gedicht kunnen worden. Waar het schip na 24 uur nog drijvend werd gevonden, bestond er geen gevaar voor zinken. Evenmin was er gevaar voor stranden, want bij pompen had men het schip van Bornholm kunnen afhouden. In een tiental opzichten is de volstrekte onkunde op scheepvaartgebied van de schipper gebleken. Hij ging in zee met een niet zeewaardig schip en kon daarmee niet manoeuvreren. Door dit alles gaf hij blijk geen verantwoordelijkheidsgevoel te bezitten en de Raad, gelet op de artikels 36 en 42, alinea 3, van de Schepenwet, verklaarde ten slotte schipper Kluver onbevoegd op een Nederlands zeeschip te varen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Koninklijke Hollandsche Lloyd.
Aan het verslag over 1909, uitgebracht in de heden gehouden vergadering van aandeelhouders, wordt het volgende ontleend: Onze schepen maakten gedurende het boekjaar 26 reizen, waarvan 16 met passagiers en goederen, 10 met goederen alleen.
Ons nieuwe stoomschip HOLLANDIA kon 14 april, stoomschip FRISIA op 21 juli in de vaart worden gebracht. Als daaraan in juli a.s. het thans nog in aanbouw zijnde dubbelschroef stoomschip ZEELANDIA van enigszins grotere afmetingen en met nog uitgebreider inrichtingen voor eerste klasse passagiers zal zijn toegevoegd, zullen wij in staat zijn, behalve een 17-daagse goederendienst, een geregelde 3-wekelijkse dienst voor passagiers van alle klassen en voor het vervoer van ijlgoederen en bederfelijke waren te onderhouden en op ruime wijze te voldoen aan de uit de overeenkomst met de Staat der Nederlanden voor ons voortspruitende verplichtingen.
Het afgelopen jaar was voor de financiële uitkomsten van ons bedrijf niet gunstig.
De exploitatierekening toont met inbegrip van de van de Staat ontvangen gelden ten bedrage van NLG 300.000 en het saldo vorig jaar, na aftrek van het nadelig saldo van de interestrekening slechts een avans van NLG 24.672. Hoewel dit bedrag niet voldoende is om de gebruikelijke afschrijvingen op het materieel te dekken, wordt voorgesteld deze desniettemin, ongeveer gelijk aan het eerste boekjaar, op NLG 283.948 vast te stellen en het daardoor ontstaande nadelig saldo van NLG 259.275 op nieuwe rekening over te brengen.
De oorzaak van dit onbevredigende resultaat moet voor een gedeelte gezocht worden in de grote kosten, die noodzakelijkerwijze aan de eerste inrichting van het passagiersbedrijf zijn verbonden. Zo vordert b.v. de daarvoor in de aanvang nodige reclame, over twee werelddelen verspreid, belangrijke offers, die eerst later rente kunnen afwerpen. Ook de omstandigheid dat een nieuwe verbinding zoals door ons geleidelijk wordt tot stand gebracht, uit de aard der zaak tijd nodig heeft om bij het reizend publiek bekend te worden draagt er toe bij, dat de in de vaart gebrachte nieuwe schepen niet dadelijk met winst kunnen worden geëxploiteerd. De vooruitzichten geven ons echter reden te verwachten, dat onze passagiersdienst zich op de gewenste wijze zal ontwikkelen, temeer nu de overeenkomsten met andere lijnen, het vervoer van landverhuizers betreffende, na een jaar te hebben gewerkt, zijn vernieuwd en uitgebreid.
Overigens had ons passagiersvervoer in het afgelopen jaar te lijden onder verminderde emigratie uit Spanje ten gevolge van binnenlandse onlusten en oorlog in Marokko, waardoor de ten opzichte van dit vervoer gesloten overeenkomsten niet tot hun volle recht konden komen. Ook werden vooral kajuitspassagiers door de in het buitenland verspreide berichten, aangaande het heersen van cholera in Nederlandse havens, weerhouden met onze lijn te reizen. Evenals de passagiersschepen hadden ook onze vrachtschepen in het afgelopen jaar sterk te lijden onder de voortdurende tariefstrijd tussen naburige lijnen op het gebied van vrachtvervoer naar Zuid-Amerikaanse havens. In dit opzicht kunnen wij slechts hopen, dat het aan de betrokken rederijen zal gelukken tot wederzijds voordeel de basis voor een vriendschappelijke beslechting van de bestaande geschillen te vinden, waardoor dan ook voor onze lijn vanzelf betere toestanden op dit gebied zullen ontstaan. Intussen blijft ons niets anders over dan er voor te zorgen, dat wij een behoorlijk aandeel in het vervoer behouden. Dit is ons tot nog toe volkomen gelukt: zowel uitgaande als thuiskomende valt geregelde toename van het vervoer waar te nemen.
De vrachten van Zuid Amerika leden in het afgelopen jaar onder nog toegenomen demoralisatie en daalden tot een nooit gekend minimum. Hoewel algemeen wordt verwacht, dat de verbetering, die op andere markten valt waar te nemen, op het vervoer van de Plata Rivier van gunstige invloed zal zijn, is deze hoop tot nog toe niet bewaarheid en moet worden afgewacht of de te verschepen maisoogst hierin verandering zal brengen.
(opm: voor balans en debet- en creditrekening zie AH 310510)


01 juni 1910


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 31 mei. Het stoomschip NIEUW AMSTERDAM is volgens de New York Herald door een vereniging van bankiers afgehuurd om een wintertocht door de Middellandse Zee te maken. In het midden van januari 1911 zal dit stoomschip van New York vertrekken om de belangrijkste plaatsen tussen Gibraltar en het Heilige Land (dit laatste inbegrepen) aan te doen. Na een reis van ongeveer 2½ maand zal de NIEUW AMSTERDAM in Amerika moeten zijn teruggekeerd.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Het te water laten van de PRINSES JULIANA.
Reeds lang te voren had zich een brede schare genodigden verzameld op de uitgestrekte terreinen van de Nederlandsche Scheepsbouw Maatschappij, om getuige te zijn van het te water laten door H.M. de Koningin van het stoomschip PRINSES JULIANA. En rondom het terrein, ook aan de zomen van het water, stelde zich dicht opeengepakte massa op. Een kwartier over twee uur kondigden hoera-salvo's de komst van de Koninklijke stoet aan. H.M. reed door de grote poort aan de Conradstraat de werf op tot het kantoor, waar een rijke bloemen- en plantenversiering aangebracht was. Over een plankier begaf toen het koninklijk echtpaar zich naar de tribune, bij de voorsteven van het schip opgericht. Hier werd H.M. ontvangen door de directie van de Nederlandsche Scheepsbouw Maatschappij, de heer D. Goedkoop en de commissarissen, de heren J.T. Cremer, J.C. Jansen, jhr. L.P.D. Op ten Noort, C.M. van Rijn en mr. R. van Rees. De heer Cremer stelde als voorzitter van het college van commissarissen de heren aan H.M. en Prins Hendrik voor.
Op de tribune werd de Koningin ontvangen door de directie van de Stoomvaart Maatschappij ‘Nederland’, de heren jhr. L.P.D. Op ten Noort, C.A. den Tex en J.B.A. Jonckheer en de commissarissen van deze maatschappij, de heren G.A. baron Tindal, jhr. P. Hartsen, S.P. van Eeghen, J.G.C.A. de Vogel, jhr. C.H.A. van der Wyck, P.E. Tegelberg, H. Hissink, H.P. Voute, jhr. H. Loudon en mr. J.C. de Vries.
Bij het wandelen over het plankier passeerde H.M. de opgestelde werklieden van de Scheepsbouw Maatschappij en 36 Javaanse bedienden van de ‘Nederland’, die de Koningin hun Javaanse groet brachten. En voorts stonden 90 leerlingen van de Kweekschool voor de Zeevaart opgesteld. Voordat H.M. op de tribune plaats nam, werd langs de bakboordzijde van het op stapel staande schip tot de achtersteven gewandeld en terug. En vermelden we nog, dat de jongens van ‘Klein maar Dapper’ bij de tribune een erewacht vormden.
Toen Koningin Wilhelmina en Prins Hendrik onder hartelijke toejuichingen op de tribune hadden plaats genomen, hield de heer Jhr. L.P.D. Op ten Noort, directeur van de ‘Nederland’, een toespraak tot de hoge gasten, waarin hij dank zei voor de eer van dit bezoek en de Prins voor de door Z.K.H. aangeboden zijden Nederlandse vlag voor het nieuwe schip. Deze vlag werd op het schip gehesen.
Vervolgens nodigde de directeur van de Ned. Scheepsbouw Maatschappij, de heer D. Goedkoop, H.M. uit, het schip te willen dopen en te water te laten.
De Koningin hield nu de volgende toespraak.
„Het was mij zeer aangenaam gevolg te kunnen geven aan de uitnodiging van de besturen van de Stoomvaart Maatschappij ‘Nederland’ en de Ned. Scheepsbouw Maatschappij om het schroefstoomschip PRINSES JULIANA te water te laten en gaarne geef ik u de verzekering dat ik hogelijk waardeer de gevoelens, die u geleid hebben tot het kiezen van deze naam voor het grootste schip tot heden in ons vaderland gebouwd.
Moge het stoomschip PRINSES JULIANA tot eer strekken aan de Nederlandse industrie en er toe bijdragen dat de Stoomvaart Maatschappij ‘Nederland’ haar roeping ten alle tijde hoog houde." En toen met verheffing van haar klankrijke stem:
„Stoomschip PRINSES JULIANA moge God U met uwe opvarenden steeds veilig geleiden over den Oceaan!"
Een druk op de elektrische knop. De doop geschiedde met een fles champagne Louis Roederer. De laatste beletselen vielen weg en onder daverende hoera's gleed het trotse schip te water, genoten de duizenden het altijd weer machtige en grootse schouwspel van het aflopen.
Hare Majesteit de Koningin werd dank gezegd en Haar en de Prins werd een geïllustreerd boekje overhandigd met de historie van de scheepsbouw op Oostenburg. De belangwekkende inhoud vindt men elders in dit blad.
De terugrit naar het paleis werd hierna aanvaard.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Beschrijving van het stoomschip PRINSES JULIANA.
De nieuwe dubbelschroef mail-stomer, de naam dragende van haar, door Amsterdam in deze dagen zo hartelijk welkom geheten, is bestemd voor de passagiers-, post- en goederendienst van de Stoomvaart Maatschappij ‘Nederland’ op Oost-Indië. Het schip heeft de volgende afmetingen, (ter vergelijking zijn die van het stoomschip REMBRANDT tussen ( ) er naast geplaatst:
Lengte tussen de loodlijnen 455-0” (420’-0”). Lengte over alles 473’-2" (435'-11"). Breedte op buitenkant spanten 55'-0" (47'-11"). Holte tot het kuildek in de zij 29'-3" (29'-9"). Hoogte van het opperdek bovenkant balk tot bovenkant balk 8'-0" (7’-9”). Hoogte van het promenadedek 8'-6" (8'-0"). Hoogte van het sloependek 8'-6" (8'-0"). Hoogte van het commandobrugdek 7'-3". Hoogte van de bak en kampanje 7'-9" (7'-6").
De tussendekhoogte in de ruimen bedraagt 10'-0". Van de 6 dekken boven elkaar strekken zich de eerste drie, tussendek, kuildek en opperdek, over de volle lengte uit en zijn geheel van staal; daarboven komen in het midden een stalen promenadedek, een sloependek en commandobrugdek en voor en achter de bak en kampanje. Boven dit laatste is een licht zonnedek aangebracht, terwijl alle open dekken verder van zonnetenten zijn voorzien. Het commandobrugdek ligt 63'-6" boven de kiel en dus 39’-6” boven water in geladen toestand. Op een diepgang van 24'-0" zal de waterverplaatsing bedragen 12.190 Eng. ton in zeewater en het draagvermogen 5.840 Eng. ton.
Het schip wordt gebouwd van staal volgens de hoogste klasse van Lloyd’s + 100 A 1 naar het shelterdek type, is voorzien van een dubbele bodem, hoog 3'-10", die zich over bijna de volle lengte uitstrekt en verdeeld is in 16 waterdichte tanks. Die welke onder de stoomketels zijn gelegen, dienen niet voor waterballast; onder de machines dienen ze tot berging van ketel voedingswater en onder ruim III voor zoetwaterberging voor scheepsgebruik, waartoe ook de vóór- en achterpiek tanks zijn ingericht, terwijl een distilleertoestel in de machinekamer 12.000 liter zoet water per 24 uur kan leveren. De dubbele bodem verhoogt tevens de veiligheid van het schip. De romp is verdeeld in waterdichte afdelingen door 7 stalen schotten, waarvan 5 opgaande tot het kuildek, het aanvaringschot tot het opperdek en het achterpiekschot tot het tussendek. Waar deze nodig waren, zijn waterdichte schuifdeuren aangebracht, welke echter voorzien zijn van Lloyd-Stone's hydraulisch-pneumatische sluitinrichting, waardoor in geval van nood vanaf de brug alle deuren gelijk kunnen gesloten worden. Het schip heeft kimkielen 15" hoog. De 2 stalen 26" pole-masten dragen elk 4 stalen laadbomen voor 6 ton hefvermogen. Deze worden mechanisch buiten boord gezwaaid volgens het systeem Kloos. Bij de voormast geschiedt dit met stoom en daar zijn ook 4 stoomlieren. Bij de achtermast zijn echter, met het oog op de opstelling boven de rooksalon 1e klasse, 4 elektrische lieren geplaatst en is eenvoudigheid halve ook de zwaaiinrichting elektrisch. In ruim II bevinden zich slechts enkele zware plaatstutten onder 2 sterke kokerbalken, welke ter weerzijden van het luik over de gehele lengte van het ruim lopen. Hierdoor eigent dit ruim zich bijzonder goed voor het opnemen van zeer grote stukken. Waar de luiken door passagiersinrichtingen zijn omgeven, kunnen ze rondom worden afgesloten met verplaatsbare holle stutten, waartegen grenen luiken. De laadhoofden op het opperdek boven ruim II en IV en op het promenadedek boven ruim III worden afgedekt door wegneembare stalen schijnlichten, waardoor licht en lucht kunnen toetreden in de gangen van de passagiersverblijven. Bij de voormast bevindt zich nog een laadboom met toebehoren voor het lichten van 25 ton. Van de brug, waar zich kaartenkamer, kompassen, enz. bevinden, voert een telegraaf naar de machinekamer en een telefoon naar het kampanje dek, waar ook gestuurd kan worden en een kompas is opgesteld. In normale gevallen echter wordt de stoomstuurmachine, opgesteld in een afzonderlijke ruimte achter op het opperdek, vanaf de brug bediend door een telemotor. De stoommachine werkt op een los, getand kwadrant, dat met spiraalveren de vaste helmstok meeneemt. Bij gebrek aan de telemotorleiding kan met stoom gestuurd worden vanaf het kampanje dek, vanwaar echter ook met de hand een schroefstuurinrichting kan bediend worden. In de voormast bevindt zich het kraaiennest voor de uitkijk. Vóór op de bak staat het zware ankerspil voor 27/16" ketting. De beide Hall's patent ankers wegen elk ongeveer 4,7 ton. Voorts de nodige verhaalklampen, bolders en pichékoppen op ankerspil en stoomlieren van luik I voor het behandelen van de verhaaltrossen. Op het kampanje dek worden de trossen behandeld met 2 stoomkaapstanders. De beide voortstuwers bestaan uit gegoten ijzeren naven, elk met 3 bronzen bladen, hebben een middellijn van 16'-0" en een spoed van 20'-0", verstelbaar van 19'-0" tot 21'-0" en een ontwikkeld bladoppervlak van 72 vierkante Eng. voet. Zij worden elk bewogen door een, volgens het Yarrow-Schlick en Tweedy systeem uitgebalanceerde 4 cilinder quadrupel expansiemachine met cilinder middellijnen van 247/16", 345/8", 471/4" en 707/8" bij 471/4" slag. Deze machines ontwikkelen bij 80 omwentelingen per minuut samen 5.200 ipk en bij 86 omwentelingen 600 ipk en zijn in staat het schip op 24'-0" diepgang een snelheid van 15 knopen te geven. De assen gaan door 2 ruime tunnels, welke zich achter verenigen tot het tunnel reces en zich voortzetten als aan het schip uitgebouwde kokers, welke eindigen in zware gegoten stalen schroefasogen, die met het bijzonder versterkte achterschip een hecht geheel vormen. De beide hoofdmachines staan direct op de dubbele bodem top, die plaatselijk extra versterkt is. De beide stuwblokken met verstelbare segmenten staan in een machinekamerreces.
De gegoten ijzeren condensor met 9.495 vierkante Eng. voet verkoelingsoppervlak is afzonderlijk opgesteld. 2 Edward's patent luchtpompen zijn met 4 voedingspompen, 2 lenspompen, 2 sanitary-, dekwas- en ballastpompen, elk voor 150 ton capaciteit, en 2 zoetwaterpompen verenigd in een pompmachine, door middel van balansen, aangedreven door een 2-kruks compound machine.
De circulatiepomp is een centrifugaalpomp, gedreven door 2 tandem-compound machines. Weir's pompen dienen als voedingspompen enz.
De stoom wordt geleverd door 5 cilindervormige ketels, waarvan 3 dubbele, lang 20'-6½” bij een middellijn van 13'-9 ", elk met 6 vuren en 2 enkele lang 11'-5⅜" bij een middellijn van 14'-0" met elk 3 vuren. Het totale roosteroppervlak is 450 vierkante voet, het totaal verwarmend oppervlak 16.316 vierkante voet, stoomdruk 210 lbs. De binnen-schoorsteen heeft een middellijn van 9'-10", de buitenschoorsteen is ovaal 15'-3" bij 11'-10⅝". De ketels zijn voorzien van Howden's forced draught, waartoe de lucht geleverd wordt door een, in de machinekamer opgestelde fan met 8'-6" middellijn, gedreven door 2 hogedruk stoommachines. De bunkers hebben een inhoud van 1.270 ton en de reservebunker van 320 ton. De as wordt met behulp van hydraulische aswip-inrichtingen buiten boord gebracht. De machine-installatie wordt geleverd door de Nederlandsche Fabriek van Werktuigen en Spoorwegmaterieel, alhier.
De passagiers-inrichtingen bieden plaats voor: 101 passagiers 1e klasse, 74 2e kl., 31 3e kl. en 140 4e klasse, terwijl de totale bemanning en personeel bedraagt plm. 160.
Op het opperdek bevindt zich een ruime vestibule met terrazzovloer, uitgevoerd in gepolitoerd Java-teak met comblancie marmeren panelen, versierd met ingedreven lood. Het plafond is langs de balken omtimmerd met witgeschilderde en gedeeltelijk vergulde mahoniehouten lijsten, waar tussen panelen van hydraulisch geperste cementplaten, wit- geschilderd en verguld met ornament. Deze vestibule is toegankelijk door waterdicht sluitbare deuren in de dekhuiswanden.
De naastliggende eetzaal 1e klasse is betimmerd in gepolitoerd blanke wagenschot en coromandel ebbenhout, versierd met snij- en inlegwerk en met panelen als in de vestibule, terwijl de vloer eiken parket is. De passagiers vinden er plaats aan kleine tafels, ingericht voor 2 tot 6 personen. Boven deze eetzaal ligt de deksalon, uitgevoerd in coromandel ebbenhout en satijnhout, met panelen als in de eetzaal. De ramen zijn van gekleurd glas in lood, evenals de achtkante lantaarn. In het midden van deze salon is een opening, waardoor ook de eetzaal licht ontvangt van genoemde lantaarn. De balustrade is versierd met gebakken aarde reliëfs, afgedekt met groen-bronzen lijsten en plinten, van met lood versierd marmer. In deze salon bevindt zich boven de elektrische piano de kast, waarin de zijden vlag, door Z.K.H. Prins Hendrik aan de Stoomvaart Maatschappij Nederland geschonken, zal bewaard worden.
Trappenhuis en rooksalon 1e klasse zijn mede smaakvol in kostbaar materiaal betimmerd. Een en ander wordt uitgevoerd door de firma Allan & Co. te Rotterdam, naar tekeningen van de heer C. A. Lion Cachet.
Ook de 2e klasse verblijven in het achterschip zijn sierlijk betimmerd.
De 3e klasse is ondergebracht in het achterschip en de 4e klasse, militairen in het voorschip.
Voor de passagiers 1e klasse biedt het grote promenadedek een flinke wandel- en ontspanningsplaats aan, met aangename zitjes en met een buffet. Ook de overige klassen schenken ruimschoots gelegenheid om in de open lucht te verblijven. De scheepsofficieren hebben hun verblijven in een dekhuis op het sloependek, onder de brug. Op dit dek bevinden zich ook nog enige hutten 1e klasse. De machinisten wonen op het kuildek bij de machinekamer. De dekbemanning huist in de bak en de stokers en lager marinepersoneel achter op het kuildek, van de stookplaats binnendoor bereikbaar.
Voor een aangenaam verblijf aan boord is gezorgd door het schip te voorzien van alle gemakken die op een moderne zeestomer worden geëist. De dienstverblijven zijn geheel afgescheiden van die van de passagiers en alle worden natuurlijk en elektrisch geventileerd en hebben centrale verwarming. De elektriciteit wordt opgewekt door 3 turbo-dynamo's, opgesteld in de machinekamer, met een capaciteit van 800 ampères bij 40 volts spanning.
Door het gehele schip zijn koud en warmwaterleidingen aangebracht, waarop tevens op meerdere plaatsen brandslangen kunnen worden aangesloten. Hospitaal, apotheek, scheersalon, donkere kamer, kinderkamer enz. zijn mede aanwezig en op moderne wijze ingericht. Voor aan bederf onderhevig zijnde levensmiddelen zijn ruime vries- en koelkamers ter bewaring ingericht. Deze vertrekken worden op temperatuur gebracht door 2 ammoniak-ijsmachines, opgesteld in de machinekamer. Elk van die machines kan bovendien per etmaal leveren 500 kg blokjes en 3.000 liters water afkoelen van 32 graden Celsius op 3 graden. Deze koelinstallatie wordt geleverd door Linde's Eismachinen A.G. te Wiesbaden.
Alle inrichtingen, die voor de huishoudelijke dienst bestemd zijn, als: Kombuizen, bakkerij (geschikt om in 6 uur tijd voor 400 personen brood te bakken), slachterij, bottelarij, wasplaatsen, was- en strijkinrichting enz. zijn geheel naar de eis des tijds uitgerust en voorzien van elektrische kneed- en aardappelschil-, bordenwas-, eierkookmachines en andere.
Op het sloependek staan 10 grote reddingboten, onder Welin-kwadrant davits en kunnen tegelijk worden uitgezet. De bootprovisie is ondergebracht in een op dat dak geplaatste bergplaats. Een kapiteinssloep hangt boven het zonnedek in davits. Een Marot-brandblus- en desinfectietoestel bevindt zich op het sloependek met leidingen door het gehele schip. Minimax-apparaten zijn op verschillende plaatsen aangebracht. Schellen spreekbuizen en telefoon verbinden de verschillende bedrijven en het schip is uitgerust met toestellen voor draadloze telegrafie.
Het schip werd te water gelaten op 3 sleden. Het gewicht bedroeg in de aflooptoestand plm. 4.400.000 kg.
Ter gelegenheid van het te water laten van de PRINSES JULIANA hebben de Maatschappij ‘Nederland’ en de Nederlandsche Scheepsbouw Maatschappij aan de Koningin en de Prins der Nederlanden plaketten aangeboden, die naar ontwerp en aanwijzing van de sierkunstenaar Lion Cachet door de firma Gerritsen naar een bijzonder procedé zijn gemaakt. Het zijn roodkoperen plaketten, waarin een voorstelling, versiering en letters zijn gegraveerd en daarna met zilver opgevuld. De ene zijde vertoont een afbeelding van het schip in de strakke lijnen van een werktekening; daaronder bracht de heer Lion Cachet zijn enigszins grillige golflijnen aan. Op de andere zijde staat het gekroonde naamcijfer van de Prinses in een decor gebaseerd op een leeuwenmotief, dat een zeer rijke en sierlijke indruk maakt. Het randschrift, waarin vermeld wordt bij welke gelegenheid en door wie de plaketten zijn aangeboden, loopt over beide zijden. Lederen etuis, waarop met kleine zilveren spijkertjes de voorletters, op het een van de Koningin, op het andere van de Prins en in de hoeken ankers zijn aangebracht, zijn zeer geslaagde doosjes om deze mooie souvenirs in te bewaren.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

De scheepsbouw op Oostenburg 1660 – 1910.
Amsterdam werd in de Middeleeuwen in grafelijke oorkonden onder de Watersteden gerangschikt en voerde niet zonder reden het bekende koggeschip in haar wapen. De Nederlanders waren destijds de vrachtvaarders van geheel Europa, en hand aan hand met de scheepvaart ontwikkelde zich ook de bouw van schepen. Als voorbeeld hiervan vindt men onder meer opgetekend dat reeds in 1396 de stad Amsterdam aan Hertog Albrecht „eenige groote en vijftig kleine schepen” leverde voor een tocht naar Friesland, terwijl in 1539 „Jan van Hennin, Heer van Bossu, er de uitrusting deed te weeg brengen van 56 schepen van oorloge, die gebruikt zouden worden voor een tocht naar Constantinopele". Toen de Indische gewesten toegankelijk werden voor de Europese scheepvaart, groeide het scheepsbouwbedrijf te Amsterdam sterk, zodat de Oost-Indische Compagnie reeds in het begin van de zeventiende eeuw haar eigen werven op Rapenburg had. Dit was toen het uiterste gedeelte van de stad. Men begon echter in 1630 de bolwerken om de stad te verleggen naar het oosten tot onder de Zeeburgerdijk en hierdoor kwamen de z.g. „oostelijke eilanden" in de stad te liggen. Hun breed front aan het open IJ bood een uitnemend groot terrein voor scheepsbouw; weldra opende de Admiraliteit een werf op Kattenburg en stichtte in 1656 een vorstelijk gebouw, het Admiraliteits-Magazijn, dat in negen maanden tot voltooiing kwam en nog heden als een bewijs van hechte bouw zich verheft op de Rijksmarinewerf.
Enkele particulieren, o.a. Jan Witten, zetten op het tweede eiland werven op, dat daaraan de naam Wittenburg dankt.
Het derde eiland, Oostenburg, werd in 1658 door de Oost-Indische Compagnie van de stad gekocht en de Compagnie bracht haar lijnbanen en werven hierheen en richtte deze op onbekrompen wijze in. Oostenburg was destijds een samenstel van drie schiereilanden, tezamen 500.000 vierkante voeten groot. Hier verrees aan de zuidzijde een kolossaal magazijn van vier verdiepingen hoog, over de volle breedte van het eiland, waardoor een poort toegang verleende tot de andere schiereilanden. Het droeg de naam van Oost-Indisch landmagazijn of Oost-Indisch buitenhuis en werd een stapelplaats van Oost-Indische goederen, en de rijkdom maakte zulk een indruk op de dichter Van der Goes, dat deze het bezong: “Hier staat het Zeeslot vol Oostindische waren
Dat in zwaarlijvigheid drie eilanden beslaat
En overwint zichzelf in grootschheid en sieraet”.
Het tweede schiereiland van Oostenburg was bezet met „lootsen voor de scheeptuigmakers, blokkenmakers, schuitenmakers, spillenmakers, beeldhouwers en riemmakers" en op het derde deel werden de schepen gebouwd, die gedurende bijna anderhalve eeuw de rijkdommen van Indië naar Europa brachten. Wie van de bloei van de Republiek een juist beeld wil geven, wijst zeker niet in de laatste plaats op de bedrijvigheid van deze gewichtige buurten van Amsterdam, toen de machtigste stad van Europa.
Het eerste schip, dat van stapel liep, heette ZUIDPOLSBROEK en mat 250 last. Een werf, welker schepen jarenlange reizen moesten ondernemen, werd natuurlijk in den vreemde beroemd, zo zelfs, dat Czaar Peter de Groote van Rusland, na zijn oponthoud in Zaandam, alhier tien maanden als werkman het vak leerde (30 augustus 1697 - 25 mei 1698). Hij woonde de gehele bouw bij van het schip AMSTERDAM, dat hem later door de stad ten geschenke werd aangeboden. Czaar Peter woonde in bij de meestertimmerman naast de lijnbaan, doch hield zijn eigen huishouding. Gedurende de achttiende eeuw ging het bedrijf geregeld voort, afwisselend naar de toestand van de Compagnie. Bekend waren in die tijd de scheepsmakers „de z.g. bijltjes", door hun vurige Oranjegezindheid; zij gaven daarvan bij alle politieke roeringen levendige blijken.
Met de duistere periode van de Franse overheersing trad ook stilstand in het scheepsbouwbedrijf; alleen de loodsen en magazijnen werden nog gebruikt. Het Oost-Indische Buitenhuis werd een opslagplaats voor de Regie-tabak. Na de bevrijding (1813) werd het een korenopslagplaats. Het was echter niet bestemd dienst te doen bij de latere herleving van de scheepsbouw, want de 13e april 1822 stortte het gehele gebouw ineen; de ruïnes werden weggeruimd, waarna de werven van Oostenburg enkele jaren ongebruikt stonden. Zij werden verkocht door de regering en kwamen in handen van Paul van Vlissingen. Deze Van Vlissingen nam in 1828 het initiatief, stoommachines voor schepen te bouwen; aanleiding hiertoe gaf zijn deelneming in een rederij, de Amsterdamsche Stoomboot Maatschappij. Met grote energie nam hij het werk ter hand en richtte o.a. een groot fabrieksgebouw aan de Oostenburgergracht op (in 1867 door brand vernietigd) en een tiental jaren later bouwde men op Oostenburg niet alleen machines, maar ook stoomschepen en zeilschepen, zowel voor Nederland als voor het buitenland, waar zijn schepen een uitstekende naam hadden. In 1847 hield deze fabriek reeds bijna 1.000 werklieden bezig; haar was toen reeds toegestaan de naam Koninklijke Fabriek van Stoom- en andere Werktuigen te dragen. Naast sleepboten en koopvaardijschepen werden door haar ook oorlogsbodems gebouwd.
In 1891 nam de Nederlandsche Fabriek van Werktuigen het bedrijf van deze zaak over, doch beperkte zich tot het bouwen van machines. In 1894 werd het scheepsbouwbedrijf op deze plek weer ter hand genomen door de Nederlandsche Scheepsbouw Maatschappij.
De Nederlandse natie begon in die jaren te breken met de gewoonte alles gering te schatten wat in Nederland gemaakt was; de nationale geest ontwaakte en krachtig werkten de grote rederijen, als de Stoomvaart Maatschappij Nederland, de Koninklijke Paketvaart Maatschappij en de Koninklijke West-Indische Maildienst er toe mee, dat in Amsterdam weer schepen voor de nationale lijnen werden gebouwd. Na enkele moeilijke jaren ontwikkelde het bedrijf zich zodanig, dat de grootste schepen er op stapel gezet konden worden.
De vroeger zo gunstige ligging was echter verloren gegaan, de toegang tot het IJ was door een dam afgesloten, er was bij de ontwikkeling van de overige verkeersmiddelen en de regeling van het waterpeil geen rekening gehouden met de toekomst van de scheepsbouw; een doorvaartwijdte van 15 meter tussen Oosterdok en IJ in de spoordam verhinderde de aanbouw van bredere schepen en tal van bezwaren schenen de verwijding van de doorvaart te beletten. De wereldzeevaart was deze breedtegrens reeds voorbij, en haar eisen dreigden thans de scheepsbouw op Oostenburg met ondergang, ditmaal voor altijd. Gelukkig sloegen toen de regering, stad en scheepsbouwers op het laatste ogenblik de handen ineen en ondanks vele moeilijkheden werd de doorvaartwijdte aanzienlijk vergroot. Na deze verbreding in 1907 is reeds van vier schepen de kiel gelegd, die anders niet in Amsterdam gebouwd zouden zijn.
Het te water gaan van het stoomschip PRINSES JULIANA is een historisch ogenblik voor Amsterdam. Het grootste schip, dat ooit in Nederland te water werd gelaten, werd gebouwd op de grond, die reeds tweehonderdvijftig jaren lang voor scheepsbouw diende. De kiel werd gelegd op de plaats, waar in de glorierijke bloeitijd van de republiek de schepen werden gebouwd, die als uitingen van de nationale ondernemingsgeest de Nederlanden verbonden met de Aziatische Archipel. Van de grote herleving van die ondernemingsgeest onder de regering van Koningin Wilhelmina, getuigt dit schip, dat ook bestemd is moederland en koloniën te verbinden. Daarom is het bovenal een verblijdend feit, dat het Hare Majesteit behaagt, op deze dag en op deze plek haar belangstelling in verleden, heden en toekomst van scheepvaart en scheepsbouw te tonen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Kopenhagen, 30 mei. De Nederlandse tjalk NEERLANDIA, schipper Hekman (opm: schipper Karssies), van Hamburg met teakhout naar hier bestemd, is op de NO punt van Trekoner aan de grond geraakt en maakt veel water in het voorschip. Svitzer verleent assistentie, pompen zijn reeds aan boord gebracht. (opm: zie AH 020610, NRC 280910 en NRC 061010)


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Koninklijke Hollandsche Lloyd.
Onder voorzitterschap van de heer C.J.K. van Aalst vond heden alhier de algemene vergadering van aandeelhouders van de ‘Koninklijke Hollandsche Lloyd' plaats. Het verslag van de directie werd voorgelezen en de balans en winst- en verliesrekening, overeenkomstig het pre-advies van commissarissen, met algemene stemmen goedgekeurd. De heer C.J.K. van Aalst, die volgens rooster aan de beurt van aftreden was, werd als commissaris herkozen.
In aansluiting aan het uitgebrachte verslag, (zie vorig Avondblad) werd door de voorzitter nog meegedeeld, dat alhoewel het afgelopen jaar, ten gevolge van de nog steeds voortdurende scherpe concurrentie van outsiders, en daardoor zeer lage vrachten, financieel teleurstelling heeft gebracht, dit z.i. voor de directie geen aanleiding behoeft te zijn om niet met dezelfde energie en voortvarendheid op de ingeslagen weg voort te gaan, zodat hij meent te mogen zeggen, dat hij gegronde hoop heeft, dat ten slotte betere resultaten niet zullen kunnen uitblijven. De voortdurende toeneming, zowel op het gebied van het passagiers- als van het vrachtvervoer, geeft alle aanleiding tot deze verwachting.


02 juni 1910


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Publieke verkoping van de stalen schroefsleepboot genaamd POLLUX, thans liggende in de Zalmhaven bij de Scheepstimmermanslaan te Rotterdam, groot ongeveer 26 scheepstonnen, waarvan eigenaar en schipper is Anton Johann Meudt, wonende te Rotterdam, met al deszelfs staand en lopend want, ketel, machine, ankers, kettingen, touwen, zeilen, en verdere scheepsinventaris. Het schip is gebrand 5626 ROTT 1907.
Deze verkoping geschiedt ten verzoeke van de N.V. Machinefabriek Delfshaven te Rotterdam, en ten laste van voornoemde Anton Johann Meudt, uit krachte van een geldlening met verband op gemelde schroefsleepboot, tussen partijen op 19 juli 1907 verleden voor notaris C. Maas Geesteranus te Rotterdam, waarop voornoemde Meudt nog is verschuldigd het restant hoofdsom van NLG 11.850 met rente ad. 5½% vanaf 1 december 1909. Deze schroefsleepboot met toebehoren is ingezet voor NLG 9.000.
Rotterdam, 2 juni 1910, Mr. W. van Gelder, procureur
(opm: sterk bekort, opgenomen, omdat de Machinefabriek Delfshaven wellicht het schip had gebouwd)


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Kopenhagen, 31 mei. De Nederlandse tjalk NEERLANDIA is vlot gebracht.


03 juni 1910


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Schiedam, 2 juni. De van hier naar Tientsin bestemde baggermolen HSIN HO is met alles wel te Aden aangekomen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de scheepswerf, voorheen Jan Smit Czn. te Alblasserdam, werd gisteren met gunstig gevolg het voor rekening van de firma Erhardt & Dekkers te Rotterdam in aanbouw zijnde stoomschip RIJSWIJK te water gelaten. De afmetingen van dit stoomschip, dat door kapitein G. Koster zal worden gevoerd, zijn: Lengte 255 voet en breedte 38.10 voet. Bij een draagvermogen van 2.700 ton d.w. zal het een diepgang hebben van 18 voet. De triple-expansie machines voor het stoomschip, dat in de hoogste klasse van Lloyd’s wordt geplaatst, zullen door het etablissement Fijenoord te Rotterdam worden vervaardigd.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Rotterdam, 2 juni. Het stoomschip OPHIR (zie Avondblad 30 mei) zal na reparatie te Marseille zaterdag a.s. de reis naar Batavia voortzetten.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf ‘Vooruitgang’, firma D. Boot, te Alphen a/d Rijn, is te water gelaten het stalen sleepschip ODESSA, groot ruim 400 ton, gebouwd voor rekening van de firma Wed. C. Stants & Zoon te Amsterdam.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Verkochte schepen. De te Groningen thuis behorende sleepboot JAC. FRATER werd uit de hand naar Duitsland verkocht. (opm: zie ook AH 240210)


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Hollandsche Stoomboot Maatschappij.
Blijkens annonce in het vorig avondblad berichten de heren Van Loon & Co., dat zij tot 8 juni te hunnen kantoren de inschrijving openstellen op NLG 400.000 gewone aandelen van de Hollandsche Stoomboot Mij., tot de koers van 115 procent. De aandeelhouders genieten het volle dividend over het jaar 1910. Aandeelhouders hebben bij de inschrijving recht van voorkeur, met dien verstande, dat vijf oude gewone aandelen recht geven op NLG 2.000 nieuwe aandelen.
Op de aandelen waarop eventueel geen recht van voorkeur wordt uitgeoefend, vindt een vrije inschrijving plaats; hierop zal zo nodig de toewijzing pondspondsgewijze geschieden.
De betaling moet geschieden te hunnen kantore op 21 juni 1910, tegen afgifte van de aandelen.
Uit de toelichting van het prospectus blijkt, dat de Hollandsche Stoomboot Maatschappij werd opgericht in 1885, met een kapitaal van NLG 600.000. In 1894 werd een 5 procent's obligatielening aangegaan, groot NLG 250.000, waarvan per resto NLG 83.000 uitstaat.
Het maatschappelijk kapitaal werd in 1899 vergroot, tot NLG 1.000.000 en in 1900 tot NLG 2.200.000 waarvan NLG 1.000.000 geplaatst is.
In de algemene vergadering van aandeelhouders, gehouden 16 april 1910, werd machtiging verleend het maatschappelijk kapitaal te vergroten met NLG 50.000 preferente aandelen en werd de Koninklijke bewilliging op de desbetreffende statutenwijziging verkregen.
De Maatschappij, die regelmatige weekdiensten onderhoudt tussen Amsterdam en Engelse havens, is in het bezit van 7 eerste klasse stoomschepen en heeft onlangs een achtste stoomschip van circa 1.000 ton draagvermogen besteld, tot welks betaling de hiervoor genoemde uitgifte ten dele moet dienen. De aankoopwaarde van deze 7 stoomschepen bedroeg NLG 1.838.522. Daarop is tot op heden een totaal bedrag van NLG 838.522 afgeschreven. De Maatschappij bezit aan reserves een bedrag van NLG 252.140. Het dividend bedroeg de laatste jaren geregeld 7 pct.


04 juni 1910


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Op de werf ‘De Merwede’ te Hardinxveld is de kiel gelegd voor een Rijnschip van 2.400 ton, te bouwen voor de heer M. van Gennip te Waspik.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Houtvrachten. Een matige hoeveelheid ruimte werd gedurende de week van de Oostzee afgesloten tot ietwat vastere cijfers voor handige boten, maar voor grotere zijn de vrachtkoersen bij voortduring onveranderd lauw gestemd. Aan de Pitchpine havens is geen merkbare verbetering van de vraag naar ruimte te constateren en de vrachtnoteringen staan op 66 Sh. 3d. naar één goede haven van het Ver. Koninkrijk of Continent.


06 juni 1910


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 5 juni. De baggermolen MERAPI, van Amsterdam naar Batavia, gesleept door de sleepboot OCEAAN, arriveerde 3 juni te Colombo.


08 juni 1910


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Blijkens bij het Departement van Marine ontvangen bericht is Hr.Ms. pantserdekschip UTRECHT, onder bevel van de kapitein ter zee G.P. van Hecking Colenbrander, 8 dezer te Rio de Janeiro aangekomen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Maassluis, 7 juni. De stoomloodsboot Nº 3 is hedenavond na gerepareerd te hebben, naar het kruispunt vertrokken.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hamburg, 7 juni. Het Nederlandse schip NIEUWE ZORG is gerepareerd en weer in lading gelegd.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Portsmouth, 7 juni. De Nederlandse schoener DOLFIJN, kapt. Speelman, werd heden, op de Spit geankerd liggende, aangevaren door een gouvernements-baggermachine.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van Gebr. Van der Windt te Vlaardingen is te water gelaten het stalen loggerschip ENERGIE (VL - 181), gebouwd voor rekening van de heer R. Ommering te Vlaardingen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van de heer G. Schuitema te Wildervank is met goed gevolg te water gelaten een staal-ijzeren bolpraam, groot 55 ton, voor rekening van D. Koekoek, aldaar. De kiel werd gelegd voor een ijzeren schuit, groot 70 ton.


09 juni 1910


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlissingen, 9 juni. Het Nederlandse stoomschip DJOCJA is hier aangekomen en heeft ligplaats genomen aan de werf van ‘De Schelde’, ten einde daar van nieuwe stoomketels te worden voorzien.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Blijkens een bij het Departement van Marine ontvangen bericht, is Hr.Ms. pantserdekschip FRIESLAND, onder bevel van de kapitein ter zee E. de Haan, 9 dezer van Christiania vertrokken.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Portsmouth, 7 juni. De Nederlandse schoener DOLFIJN (zie vorig Avondblad) werd heden, op de Spit geankerd liggende, aangevaren door een gouvernements-baggermachine, ten gevolge waarvan van de schoener o.m. de boegspriet is gebroken en de betings zijn ontzet.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Stoomschip PRINS HENDRIK.
Zondagmorgen te 08.30 uur onderneemt het nieuwe stoomschip PRINS HENDRIK zijn eerste reis naar IJmuiden. Het is de grootste passagiersboot, die dan onze binnenwateren zal bevaren. De boot, die ingericht is voor 2.000 personen heeft naar Amerikaans model een dek en promenadedek en is 57,50 meter lang. De kapitein bestuurt het schip van de voorsteven, daar de Velserbrug een hoge stuurstoel onmogelijk maakt. Naar rechts en links kan een soort bordes worden uitgezet, zodat men de gehele lengte van het schip kan overzien. Het ruime 2e klasse promenadedek kan 700 personen bevatten, de kajuit 2e klasse 250 à 300. De banken zijn dwars op het dek geplaatst, zodat men naar de beide oevers kan uitzien. Aan de 1e klasse kajuit, die wat de gezellige, smaakvolle inrichting betreft, aan de mooiste boten doet denken, is extra veel zorg besteed. Het portret van Prins Hendrik prijkt hier aan de wand.
De boot werd in 5 maanden voor de firma Gebr. Goedkoop aan de Ned. Scheepsbouw Mij. gebouwd. Machine en ketel zijn vervaardigd door de Nederlandsche Fabriek van Werktuigen en Spoorwegmaterieel. De machine van 450 pk geeft het schip een snelheid van 20 km.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 8 juni. Gisterochtend 7 uur arriveerde de Nederlandse sleepboot SCHELDE met het schip PINDOS van Hamburg te Swansea.
- Gisterochtend passeerde de Nederlandse sleepboot SEINE, met twee bakken op sleeptouw, van Gibraltar naar Dover, Ventnor.


10 juni 1910


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Antwerpen, 9 juni. De eerste graanzuiger, voor Antwerpen bestemd, is nu gereed te Rotterdam. Hij zal waarschijnlijk hier niet aankomen voor 1 juli. Voor die datum zal de gemeenteraad beslissen om te weten of de stad de graanzuigers zal invoeren, of wel de maatschappij die met dat doel te Antwerpen gevormd is. Heel waarschijnlijk zal het contract tussen de naties (opm: pakhuizen) en de sociëteit morgen getekend worden.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Goole. 8 juni. Het stoomschip ZEELAND, van Goole met kolen naar Rotterdam, is op de Ouse in aanvaring geraakt met twee lichters, waarvan de een licht en de ander zwaar beschadigd werd en aan de grond moest worden gezet. Het stoomschip bekwam slechts weinig averij. (opm: zie ook AH 091110)


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Koninklijke Petroleum Maatschappij.
Aan het verslag van de Koninklijke Nederlandsche Maatschappij tot Exploitatie van Petroleumbronnen in Nederlandsch-Indië ontlenen wij het volgende: In het afgelopen jaar werd op voorstel van het bestuur besloten tot een statutenwijziging waarbij het winstaandeel voor commissarissen van 8 tot 4% werd teruggebracht, met bepaling tevens dat het aandeel van ieder van hen niet boven NLG 30.000 zou stijgen en dat het overschietende uit bedoelde 4% zou worden gevoegd bij de 84% aan aandeelhouders uit te koeren. Als compensatie van het dienvolgens te derven aandeel in de winst werd aan ieder van de op dat tijdstip in functie zijnde commissarissen een bedrag van NLG 120.000 toegekend met het recht daarvoor à pari aandelen in de Maatschappij te nemen. De 5 destijds in functie zijnde commissarissen hebben van dat recht gebruik gemaakt, waardoor het geplaatste aandelenkapitaal van NLG 39.780.000 tot NLG 40.380.000 is gestegen. Nog werd in het afgelopen jaar een statutenwijziging voorgesteld, ten einde de mogelijkheid te openen dat ook een buitenlander in de raad van commissarissen kan worden opgenomen. Het besluit tot de bedoelde statutenwijziging is eerst in de vergadering van 6 januari van het ingetreden jaar genomen en sedert is daarop de Koninklijke Bewilliging verkregen. In de algemene vergadering van 30 november van het afgelopen jaar werd mededeling gedaan van het voornemen van het bestuur, om van het nog ongeplaatste kapitaal een bedrag van NLG 4.038.000 uit te geven tegen een koers van 225%. Door de bestaande aandeelhouders is nagenoeg ten volle voor het bedoelde bedrag ingeschreven; de stortingen hebben echter eerst in het thans ingetreden jaar plaats. Tegelijk met deze kapitaalsuitbreiding heeft de Shell Transport & Trading Co. Ltd., mede-aandeelhoudster in de Bataafsche Petroleum Maatschappij en de Anglo-Saxon Petroleum Co. Ltd., haar kapitaal uitgebreid door uitgifte van GBP 200.000 à 250%. Door de Koninklijke die ongeveer een kwart van het gewone aandelenkapitaal van de ‘Shell’ bezit, werd pro rata op de uitgifte ingeschreven, ten gevolge waarvan dit aandelenbezit met ruim GBP 50.000 nominaal is toegenomen. De kapitaalsuitgiften hadden ten doel aan de verschillende maatschappijen, waarin de Koninklijke en de ‘Shell’ aandeelhoudster zijn, meer ruimte van middelen te verschaffen voor uitbreiding van haar bedrijf en tevens om de Bataafsche Petroleum Maatschappij in de gelegenheid te stellen deel te nemen in de in het ingetreden jaar tot stand gekomen kapitaalsuitbreiding van de Geconsolideerde Hollandsche Petroleum Comp. Van de olievelden van de Koninklijke werd in het verslagjaar een hoeveelheid van 1.245.359 (v.j. 1.204.132) tonnen aan ruwe olie gewonnen. De jarenlange voortgezette exploratie van de concessies op het eiland Tarakan (bij de Oostkust van Borneo), waarbij men met vele moeilijkheden heeft te kampen gehad en die zeer grote sommen heeft gekost, werd eindelijk in de tweede helft van het afgelopen jaar met succes bekroond. Ofschoon dit succes op de totaal-productie van het verslagjaar nog niet veel invloed heeft kunnen uitoefenen, is de productie thans ruim 600 ton per dag en bij de toenemende vraag naar vloeibare brandstof in de laatste tijd, speciaal ook voor de militaire marine van verschillende landen, is deze productie, die geheel uit zware olie bestaat, welke zonder veel bewerking als stookmateriaal te gebruiken is, een zeer welkome aanwinst. Wat de verwerking van de producten betreft, werd reeds in het vorig jaarverslag melding gemaakt van een in uitvoering zijnde uitbreiding van de fabrieken in Sumatra en Borneo. De nieuwe paraffinefabriek te Balikpappan kwam nagenoeg geheel gereed, op een enkel onderdeel na, dat ook thans nog niet geheel voltooid is. De fabriek produceert op dit ogenblik reeds ongeveer 400 tot 500 ton paraffine per maand, welke productie na algehele voltooiing van de fabriek nog belangrijk zal toenemen. De paraffinefabriek te Pangkalan Berandan (Sumatra) bleef gedurende het gehele verslagjaar en ook tot nu toe in werking. In het afgelopen jaar kwam op laatstgenoemde plaats een kaarsenfabriek gereed, die 200 ton kaarsen per maand kan afleveren. Intussen is het wenselijk gebleken die fabricatie belangrijk uit te breiden en is daarom thans een nieuwe kaarsenfabriek te Balikpappan in aanbouw, die een productievermogen van 500 ton per maand zal hebben. Ten einde zelve in de toenemende behoeften aan zwavelzuur voor raffinage te voorzien, is een grote zwavelzuurfabriek te Balikpappan in aanbouw, die, naar verwacht wordt, in de loop van dit jaar gereed zal komen.
De vloot van de verschillende maatschappijen, uitgebreid met de 5 tanklichters en de 3 sleepboten, waarvan de gedeeltelijke voltooiing reeds in het vorig verslag werd vermeld, verkeert in uitstekende toestand, als vrucht van de grote bedragen in vorige jaren voor afdoende reparaties besteed. De uitstekende toestand van onderhoud, waarin de vloot verkeert en het als gevolg daarvan betrekkelijk zeer weinig uit de vaart zijn van de schepen, heeft het mogelijk gemaakt dat de Anglo-Saxon Petroleum Co., niettegenstaande zij een belangrijk geringer dividend ontvangen heeft op de in haar bezit zijnde aandelen in de Asiatic Petroleum Co., toch hetzelfde dividend kan uitkeren als over het jaar 1908. De Bataafsche Petroleum Maatschappij heeft op de werf van de Nederlandsche Scheepsbouw Maatschappij te Amsterdam thans in aanbouw een tankboot van circa 1.000 ton laadvermogen. De vloot werd voor „total loss" en „constructive total loss" bij derden verzekerd tegen zeer matige premie, waardoor het in eigen assurantie genomen risico belangrijk is verminderd. Het werd ook om deze reden, niet nodig geacht het eigen assurantiefonds met zo grote bedragen te crediteren als in vorige jaren. Met het volgens de nu overgelegde balans en winst- en verliesrekening daaraan toegevoegde bedraagt dit fonds thans rond NLG 3.500.000. De uitkomsten van het bedrijf over het verslagjaar waren niet zo gunstig als over het daaraan voorafgaande jaar. Wel was de verkoop, in het bijzonder van kerosine, weer iets groter dan in 1908, doch hevige concurrentie en dientengevolge gedurende een gedeelte van het jaar geheerst hebbende slechte prijzen hebben een deprimerende invloed op de verkregen winst uitgeoefend. Ook de prijzen van benzine in Europa waren gedurende het gehele jaar abnormaal laag. Dat niettegenstaande deze ongunstige omstandigheden de Bataafsche Petroleum Maatschappij, wederom na afschrijving van alle uitgaven voor nieuwe aanbouw en uitbreiding, toch slechts NLG 800.000 minder heeft kunnen uitkeren dan over het jaar 1908, mag zeker tot tevredenheid stemmen.
Het totale winstcijfer over het afgelopen jaar bedraagt NLG 12.911.283 (v.j. NLG 13.473.390) Dat, ofschoon het winstcijfer ongeveer NLG 560.000 lager is dan verleden jaar, toch hetzelfde percentage over het gewone aandelenkapitaal kan worden uitgekeerd, is een gevolg van de met commissarissen tot stand gekomen regeling, waarvan in de aanhef melding werd gemaakt. De winst bestaat uit NLG 10.825.923 (v.j. NLG 11.300.104) dividend Bataafsche en Anglo Saxon NLG 1.463.738 (NLG 1.390.279) dividend Shell, NLG 408.165 (v.j. NLG 491.112) interest en koers-, verschillen en NLG 99.912 (v.j. NLG 410.902) diverse baten. Na aftrek van administratiekosten ad. NLG 66.456 (NLG 65.943), resteert bovenvermeld winstsaldo, waarvan, evenals vorig jaar, 4% op de preferente en 28% op de gewone aandelen wordt uitgekeerd.
Onder de activa op de balans komen voor: Onuitgegeven aandelen NLG 9.620.000 (v. j. NLG 10.220.000), aandelen Bataafsche Petr. Mij. (nominaal NLG 48 miljoen) en Anglo Saxon (nom. GBP 2.400.000) onveranderd NLG 27.058.300, aandelen Shell (GBP 627.702 tot de gemiddelden kostprijs van ca. 158,25%), NLG 12.029.049 (NLG 10.456.100), kantoorgebouwen en meubilair onveranderd, NLG 155.500, kassa en kassiers NLG 6.009.535 (NLG 12.056.986), debiteuren NLG 12.422.848 (NLG 9.102.485) en vertegenwoordiger Ned.-Indië NLG 6.500 (als v. j.). Onder debiteuren komt een lening voor aan de Anglo-Saxon, groot GBP 300.000, welke ten allen tijde kan worden opgevorderd in de vorm van aandelen à pari en welke de Anglo-Saxon ten allen tijde kan aflossen in contanten of aandelen. Het saldo ad. NLG 8.805.535 vertegenwoordigt de vorderingen op de Bataafsche, de Anglo-Saxon en de Shell wegens saldi dividend 1909 en enige kleine debiteuren. Onder het passief paraisseert het aandelenkapitaal en de preferente aandelen onveranderd, met NLG 50 en NLG 1,5 miljoen, de losbare obligaties onveranderd met NLG 2.000; on-opgevraagde dividenden met NLG 11.987 (NLG 44.944), crediteuren met NLG 54.927 (NLG 602.110), reserve met NLG 2.832.283 (NLG 3.432.283), onverdeeld dividend met NLG 9.251 (NLG 1.143) en winst- en verlies met NLG 12.911.283 (NLG 13.473.390). De reserve verminderde met de waarde .van 600 aandelen, verstrekt aan de commissarissen.
Aan het verslag zijn wederom evenals verleden jaar, de balansen van de Bataafsche Petroleum Maatschappij en de Anglo-Saxon Petroleum Company Limited toegevoegd. De Bataafsche Petroleum Maatschappij keert 16,5% (v. j. 17,5%) uit over haar aandelenkapitaal van NLG 80.000.000, na afschrijving van alle exploitatie- en exploratiekosten en van alle kapitaalsuitgaven voor nieuwe aanbouw en uitbreiding. De Anglo-Saxon Petroleum Company Limited keert 10% (als v.j.) uit over haar aandelenkapitaal van GBP 4.000.000, eveneens na zeer ruime afschrijving, terwijl de „Shell" Transport and Trading Company Limited een dividend uitkeert van 22,5% (v.j. 20%) over haar gewone aandelenkapitaal, thans groot GBP 2.500.000.
In de verkorte balans van de Bataafsche paraisseren de eigendommen en rechten met NLG 87.325.912 (v.j. NLG 75.212.240), aandelen in de geconsolideerde Hollandsche Petroleum-Compagnie als v.j. NLG 1.315.743, aandelen in de Nederlandsch-Indische Tank-stoomboot Mij. NLG 2.774.625 (NLG 1.584.625), obligaties Nederland als v.j. NLG 75.416, kantoormeubilair NLG 2.967 (NLG 2.015), kassa en kassiers NLG 1.688.621 (NLG 1.011.909), debit. NLG 13.780.663 (NLG 15.669.688), goederen, zeilende en in voorraad NLG 961.382 (NLG 906.633), tankinstallaties en laboratoria NLG 2.158.004 (NLG 2.571.135), voorraad producten op 31 december 1909 NLG 11.480.450 (NLG 9.580.920), Ind. administraties NLG 7.802.387 (NLG 14.554.664). Onder het passief paraisseert het aandelenkapitaal onveranderd met NLG 80.000.000, de crediteuren met NLG 7.628.480 (v.j. NLG 6.867.812), voorschot op geconsigneerde producten NLG 7.007.497 (NLG 5.846.848), assurantie eigen risico NLG 3.500.000 (NLG 3.398.835), reserve voor te betalen cijnsen, belastingen, royalties en uitkeringen
personeel NLG 4.119.812 (NLG 2.381.018), afschrijvingsrekening met NLG 13.855.292 (NLG 9.442.656), dividend met NLG 13.200.000 (NLG 14.000.000) en saldo winst met NLG 55.091 (NLG 547.829). De balans van de Anglo-Saxon vermeldt aan eigendommen en rechten GBP 5.107.071 (v.j. GBP 4.049.476). Leasehold kantoorgebouw en kantoormeubilair GBP 3.649 (v.j. GBP 9.265) installaties in aanbouw GBP 13.866 (v.j. GBP 11.950), goederen, zeilende en in voorraad GBP 32.007 (v.j. GBP 21.814) diverse debiteuren GBP 452.533 (v.j. GBP 532.032), kas, kassiers en deposito GBP 195.454 (v.j. GBP 221.259), interim dividend 1909 GBP 200.000 (als v.j.), totaal GBP 6.004.582, waartegen het aandelenkapitaal onveranderd paraisseert met GBP 4.000.000, diverse crediteuren met GBP 942.519 (v.j. GBP 653.936), reserve voor pensioenfonds etc. GBP 25.674, afschrijvingsrekening 1907 tot 1909 GBP 595.000 (v.j. niet gespecificeerd), dividend 1909 GBP 400.000 (als v.j.) onverdeeld saldo winst op nieuwe rekening GBP 41.387 (v.j. GBP 36.036).


11 juni 1910


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 11 juni. De sleepboot OCEAAN met de baggermolen MERAPI op sleeptouw, arriveerde heden te Tandjong Priok.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van de heer H.H. Bodewes te Millingen, is te water gelaten het stalen Rijnschip K.S. 35, metende 1.600 ton en gebouwd voor de heer K. Schoers te Duisburg. De kiel werd gelegd voor een sleepkaan van 900 ton, eveneens voor Duitse rekening.


12 juni 1910


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Stoomschip PRINS WILLEM II. Sedert de laatste opgave zijn nog ingekomen voor de nagelaten betrekkingen van de slachtoffers van de ramp van de PRINS WILLEM II giften tot een gezamenlijk bedrag van NLG 1.395,70. Het totaal van de ingekomen bedragen is thans NLG 24.589,31.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Harlingen, 11 juni. De stoomboot DRACHTEN sleepte hier binnen de stoomboot
DOKKUM I, die komende van Rotterdam onderweg de schroefas had gebroken. De DOKKUM I werd ter reparatie opgesleept naar Leeuwarden.


13 juni 1910


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Whitstable, 11 juni. Terwijl het schip SPARKLING FOAM 9 juni in het Prince’s Channel voor anker lag, is het aangevaren door het stoomschip BATAVIER II. Met belangrijke schade is het vaartuig hier aangekomen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Emden, 11 juni. Op 23 januari laatstleden is de sleepboot GERRIT met woonschip Nº 23, van Rotterdam naar Brunsbüttel vertrokken. Omdat men voor het komende slechte weer bevreesd was liep het te IJmuiden binnen en bleef men daar tot 27 januari. Vandaar werd de reis voortgezet. Bij Terschellingerbank gekomen, nam de wind in kracht toe en bij Ameland gekomen bleek het dat het vaartuig in de boeg lek was gesprongen. Op 28 januari zonk dit vaartuig bij Ameland, nadat de vorige avond de 2 runners van boord waren gehaald.
Het Seeamt, deze zaak behandelende, sprak als oordeel uit, dat het zinken van Nº 23 moet worden toegeschreven aan de storm en aan de lichte constructie van dat soort schepen. De bemanning van de sleepboot heeft geen schuld en de kapitein van de sleepboot heeft voorzichtig gehandeld.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de Doesburgsche werf te Doesburg is te water gelaten een ijzeren schip, metende 150 ton, gebouwd voor schipper H. Schuring te Doesburg. Vervolgens werd de kiel gelegd voor een dergelijk vaartuig.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de scheepswerf van de heer A.C. Duyvendijk te Papendrecht is te water gelaten een stalen sleepkraan, metende 550 ton, gebouwd voor de heer F. van Duynen te Dordrecht. Daarna werden de kielen gelegd voor een motorschip en een ijzeren spits.


14 juni 1910


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 14 juni. Het 9 juni van Taltal hier aangekomen Nederlandse vier-mast schip JEANNETTE FRANÇOISE van de rederij C.J. Lels alhier, in 1893 in Krimpen van staal gebouwd, groot bruto 2.292 en netto 2.241 register ton, is voor NLG 45.000 naar Noorwegen verkocht. (opm: in AH 150610 wordt gesproken van een koopsom van NLG 55.000)


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 14 juni. De Nederlandse logger EENDRACHT (KW – 83), van de rederij N. Parlevliet Lzn. te Katwijk, is op de Noordzee met het van hier naar Aberdeen bestemde Nederlandse stoomschip CALEDONIA in aanvaring geweest en dientengevolge gezonken. De bemanning werd door het stoomschip CALEDONIA gered. (opm: zie ook NRC 100710 en NRC 120710)


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlieland, 14 juni. De Nederlandse tjalk NEERLANDIA, kapt. Hekman, van Wilhelmsburg komende is op de Noordzee tijdens dikke mist, in aanvaring geweest met het Britse schip ALFRED VAN FLENSBURG. Het bekwam schade aan het schip en het grootzeil scheurde.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 14 juni. Het van Batavia naar hier bestemde Nederlandse stoomschip SOLO is met gebroken schroefas, door het van Poti komende Engelse schip SALIENT, te Vigo binnengesleept. De Nederlandse sleepboot NOORDZEE vertrekt hedenavond van hier naar Vigo, om het stoomschip SOLO naar hier te slepen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 13 juni. De baggermolen MERAPI, gesleept door de sleepboot OCEAAN, arriveerde 11 juni te Tandjong Priok.


15 juni 1910


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Verkochte schepen. Naar wij vernemen, is het Nederlandse stalen 4-mast fregatschip JEANNETTE FRANÇOISE, laatst gevoerd door kapt. Visser, onderhands verkocht voor NLG 55.000, vermoedelijk naar Noorwegen. Het schip werd in 1892 gebouwd en heeft een bruto inhoud van 2.231 ton.
Ook moet het in de bedoeling van de rederij liggen zich te ontdoen van haar 4-m. barkschip GEERTRUIDA GERARDA, gevoerd door kapt. Kuipers, dat zich thans op reis bevindt van Taltal naar Duinkerken. Dit schip werd in 1904 gebouwd en meet 2.505 ton bruto.

AH 150610
Schepenwet. Maandagavond vergaderden in Zeemanshoop te Amsterdam de besturen van de Vereeniging van Nederlandsche Gezagvoerders en Stuurlieden ter Koopvaardij, de Vereeniging voor de Zeevaart te Rotterdam, de Amsterdamsche Machinistenvereeniging ‘Het Stoomwerktuig’ en de Vereeniging van Machinisten ter Koopvaardij.
De vergadering was door eerstgenoemde vereniging belegd ter bespreking van de vraag, wat belanghebbenden te doen staat naar aanleiding van de ten gevolge van de Schepenwet gegeven voorschriften omtrent ogen- en orenkeuring. Alle aanwezigen waren het er over eens, dat een eerste vereiste is voor doelmatige toepassing van de Wet, dat deze keuringen in twijfelachtige gevallen in de open lucht en in de machinekamer geschieden. Zelfs bleek ter vergadering, dat drie van de aanwezige verenigingen geheel onafhankelijk van elkaar, ongeveer terzelfder tijd, reeds in die geest aan de Minister gerekestreerd hadden, waarbij gewezen was op de grote belangen van de zeevaart en van de belanghebbenden, maar alle hadden een afwijzende beschikking gekregen. Met algemene stemmen werd goedgekeurd het voorstel om gezamenlijk in deze zaak op te treden, en nogmaals de Minister en straks ook de Staten-Generaal te wijzen op de grote belangen, die vereisen voorschriften als door de genoemde verenigingen reeds zijn gevraagd en opnieuw zullen worden gevraagd. Van de gelegenheid, dat men te dezer zake bijeen was, werd gebruik gemaakt, om nog meer belangen te bespreken. Zo werd gewezen op de noodzakelijkheid van invaliditeits- en van ongevallenverzekering, op het gewenste van stenografische verslagen van de belangrijkste zittingen van de Raad voor de Scheepvaart. Ten slotte werd besloten zo nodig ook op te treden, wanneer blijken mocht, waarheid te zijn, wat verluidt, dat er rederijen zijn, die trachten dispensatie te verlangen van art. 41 van de A.M. v. B. (opm: Algemene Maatregel van Bestuur) ter uitvoering van de Schepenwet (bemanning). Men was toch van oordeel, dat zelfs bij strenge handhaving van dit artikel de kwantiteit van de bemanning aan boord van koopvaardijschepen nog veel te wensen laat.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de ‘Werf ’t Kromhout’, firma D. Goedkoop Jr., werd heden met goed gevolg te water gelaten een stalen motorboot, voorzien van zeiltuig, lang 15 m, breed 3,40 m, hol 1,39 m, diepgang 0,90 m, uitgerust met een Kromhout petroleummotor van 20 epk, welke machine het vaartuig een snelheid zal geven van ongeveer 13½ km per uur. Het vaartuig is op luxueuze wijze ingericht en is bestemd voor de dienst van de Rijkswaterstaat in de provincie Overijsel.


16 juni 1910


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlissingen, 15 juni. De Nederlandse LOODSSCHOENER Nº 12 is hedennacht ter hoogte van Schouwenbank in aanvaring geweest met de Belgische vissloep MARIE JOSEPH. De sloep is met zware averij op de haven gesleept.


17 juni 1910


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Nieuwe Afrikaansche Handels Vennootschap te Rotterdam.
Aan het verslag over het afgelopen boekjaar ontlenen wij het volgende: De winsten, behaald met onze eigen zaken, zijn vrijwel gelijk aan die van het voorafgaande boekjaar. De belangrijke rijzing van de prijzen van gom elastiek, voor de meeste andere Congo-maatschappijen van zoveel gewicht, bleef daarop zonder invloed. Voor onze factorijen, op een uitzondering na, alle in het kustgebied gelegen, is dit artikel van geen betekenis. De producten, die wij van daar ontvangen, in hoofdzaken palmpitten en palmolie, verkeerden in het afgelopen boekjaar op de Europese markten in vaste stemming en de afstand tussen in- en verkoopprijzen was bevredigend; de hoeveelheid echter, die bemachtigd kon worden, was niet aanzienlijk genoeg om de buitengewone winsten met die artikelen te kunnen behalen. De aandelen Compagnie du Kasai gaven, dank zij de betere prijzen van gom elastiek, het dubbele van het voorgaande jaar. Hierbij dient opgemerkt, dat dit dividend uitsluitend betrekking heeft op het boekjaar 1908 van die onderneming; om redenen, buiten de gewone loop van haar zaken gelegen, deelde zij tot dusverre geen interim dividend over 1909 uit. De gunstige resultaten, door de Compagnie Française de l'Ouhamé et de Ie Nana bereikt, zijn eveneens voor een groot gedeelte aan de hogere gom elastiek prijzen te danken, echter ook aan verschillende bezuinigingen in het beheer en aan ruimere productie. Van de beide andere Franse maatschappijen waarbij wij betrokken zijn, heeft La Brazzaville een te bescheiden werkkring om winsten van enige betekenis te kunnen maken. Er bestaat enig vooruitzicht dat zij, door overname van verschillende factorijen in de Franse Congo, eerlang van haar krachten op een ruimer gebied zal kunnen ontplooien. De Compagnie Commerciale de Colonsation du Congo Français behaalde weliswaar een netto winst van ongeveer 5 procent van haar kapitaal, maar bij het belangrijke verliessaldo op haar balans zal nog menig jaar moeten verstrijken, eer van uitdeling sprake kan zijn. In tegenstelling met vroeger, waren de kwaliteiten die haar concessie leverde, zeer fraai; de hoeveelheid liet echter te wensen over. Werd hierboven gezegd, dat de eigen zaken van de maatschappij zich zo goed als geheel tot de kuststreek beperkten, de besluiten, door de Belgische regering genomen sedert de Congo als kolonie aan België overging, beloven hierin een belangrijke wijziging te brengen. Te beginnen met primo juli a.s. en verder telkens weer met de 1e juli van de beide volgende jaren, zal geleidelijk het gehele gebied, dat de Etat Independent voor eigen rekening exploiteerde, voor de algemene handel worden opengesteld. In de met juli a.s. te openen streken zijn reeds plaatsen voor het vestigen van factorijen uitgezocht; in die, welke in de twee volgende jaren worden geopend, zal dit eveneens worden gedaan. De directie vleit zich, dat haar eigen zaken dientengevolge een nog belangrijker bijdrage dan in de laatste jaren tot onze inkomsten zullen leveren; echter zullen in de eerste tijd voor onderzoekingen en inrichting aanzienlijke uitgaven te doen zijn, die niet onmiddellijk terug kunnen vloeien. Ten dele van de goedmaking van deze uitgaven, ten dele tot dekking van onvoorziene verliezen, onafhankelijk van de gewone loop van de zaken, is een andere bestemming gegeven aan de speciale reserve, die bij afsluiting van het boekjaar 1906/07 tegen de deelneming in de Compagnie Française de l'Ouhamé et de la Nana was gevormd. Voor het oorspronkelijke doel is deze niet meer nodig, nu deze maatschappij het gehele verliessaldo heeft ingehaald, over het afgelopen boekjaar een ruim dividend heeft gegeven en over het geheel in gunstige toestand verkeert en haar aandelen bovendien beneden pari te boek staan. Van de NLG 50.000 die deze speciale reserve bedroeg, werd over het afgelopen jaar voor een bedrag van NLG 25.675 gebruik gemaakt, ten einde enige verliezen als boven bedoeld te dekken. Hieronder wordt in de eerste plaats gerekend de aanzienlijke schade, toegebracht aan de gebouwen en goederen in enige factorijen aan de rivier gelegen, ten gevolge van een buitengewoon was van het water, verder op het plotseling uitgevaardigd verbod, niet alleen van de invoer van geweren en ammunitie maar ook van de verkoop van de reeds aanwezige voorraad, in het grootste gedeelte van het arbeidsveld. Dit verbod noodzaakte de voorraad met grote kosten en in vele gevallen met prijsgeving van de reeds betaalde rechten naar het gebied van een andere mogendheid, buiten de verboden zone gelegen, over te brengen. Na aftrek van voornoemde som blijven NLG 24.324 over, voor welk bedrag de speciale reserve thans, voor het bovengenoemde gewijzigde doel, op de balans voorkomt. Blijkens de winst- en de verliesrekening bedroeg de bruto winst NLG 364.317 (v.j. NLG 204.010), waartoe o.a.: Winst in Afrika met NLG 130.905 (v.j. NLG 122.386), dividend 1908 Compagnie du Kasas met NLG 132.965 (v.j. NLG 67.446) en dividend Compagnie Français de l'Ouhamé et de Nana, met NLG 80,799 hebben bijgedragen. De onkosten bestonden uit o.a.: Onkosten en salarissen te Rotterdam NLG 59.642 (v.j. NLG 59.917), afschrijving op vaartuigen NLG 15.000 (v.j. 25.648), en overboeking op reservefonds NLG 24.418. Op de balans paraisseren o.a. aan de debetzijde: Inventaris in Afrika NLG 686.930 (v.j. NLG 999.046), aandelen in Belgische en Franse Congo-ondernemingen NLG 1.543.840 (evenals v.j.), kas en kassiers NLG 470.885 (v.j. NLG 3.343), debiteuren NLG 419.984 (v.j. NLG 823.170).
Aan de creditzijde: Kapitaal NLG 2.108.550 (evenals v.j.), reservefonds NLG 525.000 (v.j. NLG 500.000), uitkeringsfonds NLG 169.831 (v.j. NLG 173.161), employés in Afrika NLG 237.612 (v.j. 230.488), crediteuren NLG 231.830 (v.j. NLG 643.557), dividend 1909 NLG 231.940 (v.j. NLG 105.427).
Het dividend is bepaald op 11% (v.j. 5%).


18 juni 1910


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 17 juni. Op de 15e maart werd het met teer van Algiers naar Salmete bestemde stoomschip ALCHYMIST door het Nederlandse stoomschip LEONORA in de Golf van Biscaye met defecte cilinder en machine aangetroffen. Op sleeptouw genomen bracht de LEONORA de ALCHYMIST op de rede van Southampton. Het Admiraliteitshof, deze zaak behandelende bepaalde de waarde van de ALCHYMIST op GBP 2.920 en het bergloon op GBP 500.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van de heer H. Kroeze te Hoogezand is te water gelaten de gaffelschoener MARTHA, groot ongeveer 130 ton, gebouwd voor rekening van kapitein Schutt te Hechthausen, die het schip zelf bevaren zal.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Naamloze Vennootschappen. De Staats Courant No. 140 bevat de akte van oprichting van de volgende naamloze vennootschap:
Burgerhout’s Machinefabriek en Scheepswerf te Rotterdam.
Doel het exploiteren van een machinefabriek en scheepswerf in de ruimste zin van het woord genomen, benevens de handel in machinerieën. Duur 30 jaar.
Kapitaal NLG 500.000, verdeeld in 500 aandelen, elk groot NLG 1.000.Voor de eerste maal directeur de heer H.A. Burgerhout Jr.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Houtvrachten. Houtvrachten van de Oostzee en Witte Zee zijn voor prompte laadruimte, welke op het ogenblik schaars schijnt te zijn, ietwat vaster maar overigens zijn de noteringen voor later te laden niet veel hoger, dan waartoe voor open water afgesloten werd en wordt zelfs vernomen, dat voor juli op dergelijke basis bevracht is geworden. Reders hebben gehoopt voor juli-reizen minstens 2 Sh. 6d. per standaard meer te zullen maken, maar degenen, die zich vooruit emplooi voor hun boten wensen te verzekeren, vinden het niet mogelijk noemenswaardig hogere cijfers bewilligd te krijgen.
In bevrachtingen van de pitchpine havens is het stil en de vrachtnoteringen voor het Ver. Kon. Continent zijn onveranderd laag.


20 juni 1910


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 20 juni. Het Nederlandse stoomschip SOLO, door het Engelse stoomschip SALIENT met defecte schroefas te Vigo binnengesleept, vertrok gisteren gesleept door de Nederlandse sleepboot NOORDZEE van daar naar Rotterdam.


Krant:

 MCO - Middelburgsche Courant

Vlissingen, 18 juni. Op de werf van de Koninklijke Maatschappij ‘De Schelde’ werden heden de kielen gelegd voor twee stoomschepen type VALK, genaamd ZWALUW en ALBATROS, in aanbouw voor de Gouvernements Marine. (opm: bouwnummers 136 en 137)


21 juni 1910


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 20 juni. Volgens een brief van 25 mei uit Singapore, is het Nederlandse stoomschip SARIE BANDJAR voor GBP 875 naar Hongkong verkocht en is reeds derwaarts vertrokken.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 21 juni. Volgens een telegram uit Rosario is het Nederlandse stoomschip SLIEDRECHT in de rivier aan de grond gevaren.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Goole, 20 juni. Het in ballast van Delfzijl komende Nederlandse stoomschip WILLY en het met stukgoed van Antwerpen komende stoomschip SPEN zijn in het Fanfleet Ness in aanvaring geweest, waardoor de WILLY licht werd beschadigd. De SPEN liep aan de grond, de schade is nog niet bepaald. Inmiddels is de WILLY hier aangekomen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Terschelling, 21 juni. De Noorse trawler EA 191 is hier aangekomen om op het wrak van de WILMA te werken.


22 juni 1910


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Delfzijl, 21 juni. Het aakschip JACOB, schipper Wijnhold, met een lading gerst onderweg van Emden naar Carolinersiel, is op het Norddeicherwad gebroken. Het schip is verzekerd bij de maatschappij Risico te Egmond aan Zee.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 22 juni. Uit Vlissingen seint men ons dat het stoomschip BANDOENG aan de Kon. Mij. ‘De Schelde’ van machines en ketels is voorzien, heden gemeerd heeft proef gestoomd. Na het stellen van de kompassen en het houden van de fabrieksproeftocht vertrekt het naar Rotterdam en gedurende die reis wordt tevens de officiële proeftocht gehouden. De BANDOENG zal naar wij vernemen ongeveer 3 juli de eerste reis naar Indië aanvaarden.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 22 juni. Volgens een telegram uit Rosario is het stoomschip SLIEDRECHT met assistentie vlot gekomen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Te Lobith is van de werf van de Gebr. Bodewes met goed gevolg te water gelaten een ijzeren sleepkaan, groot plm. 150 last, genaamd ANNA FRIEDRICH, schipper J. v.d. Duuk.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Londen, 21 juni. Het Nederlandse stoomschip DORDRECHT is met defecte machine van de Tyne te Hamburg aangekomen. (opm: zie ook NRC 230610, 240610 en 010710)


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Marconi’s Wireless Telegraph Company Ltd.
Aan het ons toegezonden uittreksel van het jaarverslag over het jaar geëindigd 31 december 1909, uit te brengen in vergadering van 28 dezer, ontlenen wij het volgende: In de loop van het jaar ondervond de Maatschappij, zoals bekend is, een grote teleurstelling door het afbranden van het grote krachtstation te Glace Bay (Canada). In het afgelopen jaar zouden anders uit de trans-Atlantische dienst reeds belangrijke inkomsten getrokken zijn. Intussen werden bij de wederopbouw de nieuwste verbeteringen toegepast en het bestuur vertrouwt daarom dat het oponthoud en de teleurstelling ten volle gecompenseerd zullen worden door de toekomstige resultaten.
De winst- en verliesrekening sluit met een voordelig saldo van GBP 11.432, waaruit wordt voorgesteld het dividend op de 7% cumulatieve pref. aandelen te betalen tot 30 juni 1909, zullende na opmaking van de rekening over de lopende 6 maanden de uitkering van een verder dividend overwogen worden. De belangrijkste post in de balans is het aanzienlijke bedrag ad GBP 144.279, hetwelk de Canadese Mij. aan de Marconi Company verschuldigd is. Er is thans een regeling in bewerking waardoor de Canadese Mij. vermoedelijk binnenkort in staat zal zijn zich grotendeels van die schuld te kwijten. Het aantal schepen dat een Marconi-installatie aan boord heeft, is weer enorm toegenomen, daaronder paraisseren thans ook de stoomschepen van de Stoomvaart Mij. „Nederland'' en „Rotterdamsche Lloyd" Ook op ander gebied neemt de vraag gestadig en met snelheid toe. Ook bij de aanverwante maatschappijen doet zich de uitbreiding van zaken gelden en verscheidene daarvan zijn het dividend-stadium ingetreden, zodat het grote aandelenbezit van de Marconi Mij. zeer waardevol belooft te worden. De trans-Atlantische stations werden eerst na afloop van het verslagjaar heropend en een geregelde en bevredigende dienst wordt sedert onderhouden.


23 juni 1910


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 23 juni. Uit Hamburg wordt gemeld dat de schade aan het stoomschip DORDRECHT geschat wordt op GBP 400, en dat er inschrijvingen voor die reparaties worden aangevraagd.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Colombo, 21 juli. De circulatiepomp van de van Schiedam naar Tientsin bestemde baggermolen HSIN HO , thans alhier binnen, is defect.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Koninklijke Paketvaart Maatschappij.
Aan het verslag over 1909 wordt het volgende ontleend: De zeven nieuwe schepen, in het vorige verslag vermeld, zijn in de vaart. Nog zijn te Fijenoord in aanbouw twee schepen, welke de namen ELOUT en BUYSKENS ontvingen. In verband met de uitbreiding van de vloot, werd gebruik gemaakt van de gegeven machtiging tot versterking van de geldmiddelen. De achtste serie aandelen, groot NLG 1.000.000 nominaal, is door de Nederlandsche Scheepvaart Unie overgenomen. Een obligatielening, groot NLG 1.000.000, is à pari geplaatst. De uitvoering van de overeenkomst voor de bediening van de Paketvaart had zonder stoornis plaats en de Maatschappij bleef als steeds, ook buiten contract, krachtig werkzaam. De vaart op Australië, in het vorige verslag vermeld, werd geregeld volgehouden, niet zonder offers onzerzijds. Wij hopen, zegt de directie, dat gunstiger omstandigheden in de eerst volgende jaren ons in staat zullen stellen aan de vaderlandse vlag een blijvend aandeel in die vaart te verzekeren.
Het particuliere vervoer nam aanzienlijk toe, terwijl het gouvernementsvervoer nagenoeg gelijk bleef; buitengewoon troepenvervoer had niet plaats. De vermeerdering van het particuliere vervoer wijst op een gezonde ontwikkeling van ons bedrijf; die vermeerdering hield gedurende het gehele verslagjaar aan en was in de eerste maanden van het lopende jaar krachtiger dan ooit te voren. Wat het verslagjaar betreft, moet men evenwel rekening houden met het feit dat de uitbreiding van de vloot niet onmiddellijk een daarmee evenredige vermeerdering van het vervoer ten gevolge had, zodat de uitgaven in grotere mate stegen dan de ontvangsten. Voor de positie van de Maatschappij in de Archipel is het beter, dat zij de ontwikkeling van het verkeer iets vooruit is, dan dat zij achterna komt.
Bij inschrijving werd het zoutvervoer wederom voor zes jaar, het Ombilin-kolenvervoer voor drie jaar gegund, beide tijdperken ingaande 1 januari 1910. Het vervoer van gouvernementsgoederen tussen Java en Banka, waarnaar wij vroeger vergeefs hadden meegedongen, werd ons, eveneens met ingang van 1 januari 1910 opgedragen.
Het voordelig saldo van de reizen van de stoomschepen bedroeg: In 1909 NLG 2.030.346, in 1908 NLG 2.026.016, in 1907 NLG 1.847.917 en in 1906 NLG 1.861.423.
De afschrijving op de stoomschepen werd gesteld op NLG 1.287.214, het vorige jaar op NLG 1.098.653, die op etablissementen op NLG 36.332. De in 1900 geboekte premies, wegens het lopen van eigen risico op de vloot, bedroegen NLG 323.973. Daar tegenover werd aan schaden NLG 355.647 geboekt, waarvoor in 1907 en 1908, in verband met het ongeval, het stoomschip VAN NOORT(ex. PAHUD) overkomen, NLG 300.000 werd gereserveerd. Voor onafgedane schaden wordt op 31 december 1909 NLG 64.459 gereserveerd, waardoor het voordelig saldo van de rekening Assurantie Eigen Risico NLG 203.866 bedraagt, hetwelk ten bate van de winst- en verliesrekening is gebracht. Van het agio bij de plaatsing van de aandelen 8e serie bedongen, na aftrek van alle onkosten NLG 343.121 overlatende, werd NLG 21.666 overgeboekt op de winst- en verliesrekening als aandeel in de winst over 1909 van nieuwe geplaatste aandelen, die recht geven op het volle dividend, doch eerst in mei 1909 werden volgestort. Voorts werden de onkosten, verbonden aan de uitgifte van NLG 1.000.000 obligaties in december 1909, à NLG 4.325 uit het agio afgeschreven. Van het resterende werd NLG 120.000 overgeboekt ter verhoging van de Assurantie Reserverekening, zodat deze in de balans voorkomt met NLG 1.300.000. Met het saldo groot NLG 197.129 werd de in artikel 27 van de statuten genoemde Reserverekening aangevuld, welke daardoor stijgt tot NLG 1.066.473. Voorgesteld wordt een uitdeling ad. 6% over het op 31 december geplaatste kapitaal van NLG 12.000.000. (Het dividend over 1908 bedroeg 81/2%). (opm: verkort weergegeven, voor de balans zie AH 230610)


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 22 juni. Volgens informatie van Lloyd’s Agents te Singapore, was het Nederlandse stoomschip SARIE BANDJAR naar Hongkong verkocht voor GBP 875 en vertrok het 19 mei derwaarts onder de Chinese vlag.


24 juni 1910


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hamburg, 23 juni. De schade aan de machine van het stoomschip DORDRECHT is volgens nadere berichten geschat op Duitse mark 3.400.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Met No. 145 van de Staats Courant is verzonden een afdruk van de uitspraak van de Raad voor de Scheepvaart in de zaak betreffende het klipper-zeilschip TIJDGEEST. (No.33)


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De Nederlandsche Scheepvaart Unie in 1909.
In het verslag over 1909 zegt de directie van de Nederlandsche Scheepvaart Unie het volgende:
Zoals in het vorig jaarverslag reeds werd medegedeeld, kwam de vennootschap in 1909 in het bezit van NLG 1.000.000 nominaal aandelen in ieder van de drie stoomvaart- maatschappijen Nederland, Rotterdamsche Lloyd en Koninklijke Paketvaart Maatschappij, waarvoor NLG 3.000.000 nominaal gewone aandelen van de vennootschap werden uitgegeven. Van de gelegenheid tot ruil van aandelen in de drie stoomvaartmaatschappijen tegen gewone aandelen van de vennootschap werd een zodanig ruim gebruik gemaakt, dat zij daardoor in het bezit kwam van NLG 1.018.000 nominaal aandelen in ieder van de drie in haar verbonden maatschappijen. Het bezit van aandelen in die maatschappijen is daardoor gestegen tot NLG 3.018.000 nominaal in iedere maatschappij, waartegen NLG 9.054.000 nominaal gewone aandelen van de vennootschap zijn geplaatst. Ten gevolge van de niet gelijktijdige betaalbaarstelling van de dividenden over 1909 op de aandelen van de drie stoomvaartmaatschappijen moest de gelegenheid tot ruil de 18e maart 1910 tijdelijk worden gesloten. Het is de bedoeling de gelegenheid tot deze ruil weer open te stellen na betaalbaarstelling van het dividendbewijs No. 2 van de gewone aandelen. Teneinde te voorkomen, dat de gelegenheid tot ruil moet worden gesloten, doordat alle ongeplaatste gewone aandelen zouden zijn afgegeven, komt het de directie wenselijk voor het statutair kapitaal van NLG 15.250.000 te vergroten met NLG 6.000.000 gewoon aandelenkapitaal, waardoor het nominaal op NLG 21.250.000 zal worden gebracht. Een desbetreffend voorstel zal aan de vergadering van aandeelhouders worden gedaan.
Het agio, bedongen bij de plaatsing van de gewone aandelen, is voor afschrijving op de aandelen in de stoomvaartmaatschappijen aangewend, waardoor deze waarden à pari op de balans zijn gebracht.
De winst- en verliesrekening vermeldt navolgende baten: Onverdeeld saldo 1908 NLG 2.500, te ontvangen dividenden over 1909 NLG 565.875 (v.j. NLG 212.500), interest van deposito’s NLG 6.000 (NLG 6.000), bijdragen van diverse maatschappijen NLG 120.327 (NLG 40.643), totaal NLG 694.702 (v.j. met NLG 390.000 agio op gewone aandelen NLG 649.143). De bijdragen van de diverse maatschappijen dienen tot dekking van 1 procent over het geplaatste gewone aandelenkapitaal van de vennootschap en voorts tot dekking van navolgende posten, welke in het debet van de winst- en verliesrekening geboekt zijn: zegenrechten en kosten van uitgifte gewone aandelen NLG 15.592, kosten van beheer NLG 3.944, ruilingscourtage NLG 7.597 en bedrijfsbelasting NLG 2.654. Na aftrek van deze posten blijft er een winstsaldo van NLG 662.415, waaruit, zoals reeds gemeld, 4 procent op de preferente en 7¼ (v.j. 8) procent dividend op het geplaatste gewone kapitaal à NLG 9.054.000 uitgekeerd zal worden. Op nieuwe rekening wordt NLG 2.500 overgebracht.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Stoomvaart Maatschappij ‘Zeeland’ in 1909.
Hedenmiddag werd te Vlissingen de jaarlijkse algemene vergadering gehouden van aandeelhouders van de Stoomvaart Maatschappij ‘Zeeland’, Koninklijke Nederlandsche Postvaart. Hierin werd door commissarissen het verslag uitgebracht over het 35e boekjaar, waarin zij in de eerste plaats herinneren aan het verlies, dat de maatschappij getroffen heeft door het overlijden van de commissaris Mr. Æ. baron Mackay.
In de toelichting tot de balans zeggen commissarissen, dat de nog on-uitgelote obligaties van de 3 procent lening Anno 1886, groot NLG 3.600.000, thans voor het bij aflossing verschuldigde bedrag in het credit van de balans zijn opgenomen. Het verschil tussen het nominale bedrag van de obligaties en de som, voor welke zij werden uitgegeven, werd tot dusver als verlies geboekt, zo dikwerf aflossing plaats had. Het komt commissarissen echter regelmatig voor, het verschil tussen opbrengst en verschuldigd bedrag thans voor het gehele nog onafgeloste bedrag van de lening als verlies te beschouwen en dus uit het nu voor afschrijving beschikbare te bestrijden. Voorts wordt opgemerkt, dat in het debet van deze balans de hoofden van rekening “Belegd Reserve-ketelfonds” en in het credit die van het “Reserve- en ketelfonds” niet meer voorkomen. De gelden, aan deze fondsen toebehorende, zijn, voor zover die belegd waren, gebruikt tot versterking van de kasmiddelen, in verband met de bouw van de nieuwe schroefboten, terwijl de saldo’s van het reserve- en van het ketelfonds, per 31 december 1909 bedragende NLG 29.247 respectievelijk NLG 407.967, op de stoomschepen zijn afgeschreven. De gelden van het ketelfonds behoorden feitelijk aan de thans uit de vaart gaande dagboten. Waar die schepen binnenkort zullen verdwijnen, bestaat voortaan geen behoefte aan dit fonds. Echter bestaat het voornemen, in een volgend jaar een nieuw ketelfonds te vormen, bestemd voor het laatst aangeschafte materieel.
De post te betalen wissels ad. NLG 1.468.000 vertegenwoordigt het per 31 december 1909 nog aan The Fairfield verschuldigde voor de bouw van de 3 nieuwe schroefboten, waarvoor accepten zijn afgegeven.
Met het oog op de reeds plaats gevonden afschrijvingen, ook per 31 december 1909, staan de raderstoomschepen thans op zodanig cijfer, dat commissarissen menen een deel van het overschot op de exploitatie thans ook te kunnen bestemmen voor afschrijving op andere eigendommen van de maatschappij, zodat 1°. Abattoirs: gebouwen en inventaris, 2°. Terrein, gebouwen en meubelen, 3°. Werktuigen en gereedschappen thans op de balans voorkomen met resp. NLG 30.000 (v.j. NLG 68.267); NLG 50.000 (NLG 103.785) en NLG 34.333 (NLG 43.218).
Ofschoon de drie nieuwe dubbelschroefboten reeds vóór 31 december 1909 door The Fairfield waren afgeleverd en door de Maatschappij geaccepteerd, moesten deze schepen toen nog worden gemeubileerd en gedecoreerd, waarom deze schepen nog op de balans voorkomen onder het hoofd van rekening ‘Stoomschepen in aanbouw’. Ten gevolge van de aanbouw van meergenoemde 3 nieuwe schepen, is het reserveschip WILLEM, PRINS VAN ORANJE in augustus 1909 verkocht aan de Scheepsslooperij Holland te Hendrik-Ido-Ambacht.
De vloot van de Maatschappij bestond op 31 december 1909 uit de stoomschepen NEDERLAND, DUITSCHLAND, ENGELAND, PRINS HENDRIK, KONINGIN REGENTES, KONINGIN WILHELMINA, PRINSES JULIANA, ORANJE-NASSAU en MECKLENBURG.
Van de 3 procent obligatielening Anno 1886 werden geen obligaties uitgeloot, zodat in omloop bleef NLG 2.856.000. Het door de maatschappij betaalde voorschot op kosten van vernieuwing van de ketels van de nachtboten verminderde met NLG 25.200, zodat dit voorschot op 31 december 1909 bedroeg NLG 55.083. Van de kasmiddelen was op 31 december 1909 NLG 133.650 in effecten belegd. Het hoofd “Effecten” wijst dit jaar een groter bedrag aan dan het vorig jaar. Deze verhoging is veroorzaakt doordien op 31 december 1909 nog niet gerealiseerde effecten, welke deel uitmaakten van het ketel- of reservefonds, thans mede onder dit hoofd zijn ondergebracht. Het fonds tot aflossing van de hypothecaire geldlening ad. NLG 2.810.898, onder beheer van de Maatschappij tot Expl. van Staatsspoorwegen, waarin op 31 december 1909 aanwezig was NLG 1.980.302, werd gedurende 1909 vermeerderd met: maandelijkse bijdragen NLG 140.545 en gekweekte rente NLG 71.671, zodat het op 31 december 1909 in totaal aanwijst NLG 2.192.518.
De resultaten van de exploitatie over het afgelopen jaar zijn de volgende:
Er werden 730 reizen afgelegd, zijnde drie reizen minder dan in het vorige jaar. De bruto opbrengsten beliepen NLG 2.409.223 (NLG 2.302.884), waarvan wegens het vervoer van reizigers en bagage NLG 1.059.945 (v.j. NLG 1079.800), in 1907 NLG 980.801); wegens het vervoer van koopmangoederen en pakketten NLG 617.207 (resp. NLG 575.488 en NLG 588.573); wegens het vervoer van brievenmalen enz. NLG 561.261 (resp. NLG 478.538 en NLG 317.550); wegens huur van hutten op de stoomschepen NLG 118.910 (resp. NLG 120.110 en NLG102.676), wegens buitengewone ontvangsten NLG 51.819 (resp. NLG 48.947 en NLG 44.249). Per reis werd ontvangen NLG 3.300 in 1909, tegen NLG 3.141 in 1908 en NLG 2.786 in 1907. Er werden in 1909 128.715 reizigers en 50.342 tonnen goederen à 1.000 kg. vervoerd, tegen resp. 132.946 en 54.647 in 1908 en 120.059 en 56.327 in 1907. Voor het postvervoer werd ontvangen: Brievenmalen (gewaarborgde som) NLG 450.000; de vergoeding voor het vervoer van buitenlandse brievenmalen gedurende het jaar 1909 bedraagt voor de Maatschappij, boven de gewaarborgde som circa NLG 85.000. Over 1908 werd meer ontvangen voor de buitenlandse brievenmalen dan geraamd werd NLG 9.226. Voor buitenlandse postpakketten werd ontvangen NLG 10.473 en voor binnenlandse NLG 8.853, totaal dus NLG 563.552, waarvan moet worden afgetrokken voor betaalde zegel en leges NLG 2.291. Aan brievenmalen werden vervoerd in 1909: Buitenlandse 3.006.553 kg, Hollandse 500.899 kg, totaal 3.507.452 kg, tegen in 1908 resp. 2.908.814, 447.452 en 3.356.251.
De exploitatiekosten bedroegen in 1909 NLG 1.354.458 of gemiddeld NLG 1.855 per reis, tegen NLG 1.391.494 of gemiddeld per reis NLG 1.898 in 1908. De verhouding van de exploitatiekosten tot de ontvangsten was 56,219 pct., tegen 60,424 pct. in 1908.
Het voordelig saldo bedraagt dus NLG 1.054.765 (NLG 911.390). Hiervan moet worden afgetrokken:
1e het nadelig saldo van de intrestrekening, voortspruitende uit de rente van de leningen, na aftrek van de rente van uitgezette gelden NLG 100.972 (v.j. NLG 68.906).
2e. Bijdrage ten behoeve van het ketelfonds nieuwe stoomschepen NLG 25.209, evenals v.j., zodat de beschikbare winst bedraagt NLG 928.592 (NLG 817.193), welke zowel voor het disagio op de nog niet uitgelote 2.856 obligaties van de 3 pct. geldlening Anno 1886, als voor afschrijving op schepen en andere eigendommen worden bestemd.
De vergadering van aandeelhouders van de Maatschappij ‘Zeeland’ besloot op voorstel van commissarissen om het beschermheerschap van de Maatschappij aan Prins Hendrik aan te bieden. Tot commissaris werd in de plaats van wijlen baron Mackay benoemd de heer J.T. Cremer, president van de Nederlandsche Handelmaatschappij en commissaris van de Maatschappij tot Exploitatie van Staatsspoorwegen.


25 juni 1910


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 25 juni. Uit Vlissingen seint men ons: Het stoomschip BANDOENG van de Rotterdamsche Lloyd heeft bij de gehouden officiële proeftocht uitstekend voldaan. Thans ligt het schip hier in het droogdok om te worden geschilderd.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Portsmouth, 23 juni. De Nederlandse stalen gaffelschoener DOLFIJN van Par naar Hamburg, 7 juni hier met schade binnen gelopen, heeft gerepareerd en de reis naar Hamburg voortgezet.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van T. van Duyvendijk te Lekkerkerk is te water gelaten het stalen Rijnschip L. BÖCKER 8, groot plm. 1.500 ton, voor rekening van L. Böcker & Co. te Rotterdam. (opm: 1.483 ton, afmetingen 81,94 x 10,38 x 2,53 meter)


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Kampen, 25 juni. Heden werd met goed gevolg te water gelaten van de werf van de scheepsbouwmeester W. van Goor, voorheen E. Van Goor, het voor rekening van schipper J.C. de Groot nieuw gebouwde stoomschip ZEESTER, lang 35 m, breed 6 m en diep 3 meter, bestemd voor de vaart op Engeland en de Oostzeehavens. Dit is het eerste stoomschip dat hier werd gebouwd. De machines worden geleverd door de firma Botje & Ensink te Groningen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Houtvrachten. De houtvrachten blijven voor prompt benodigde laadruimte, voornamelijk van de Oostzee vast gestemd. Reders ondervinden moeilijkheid uitgaande kolenlading te bekomen, hetgeen natuurlijk ten gevolge heeft, dat er ook, minder stoomboten aangeboden worden voor thuisreizen en voortduring van die toestand zal niet nalaten enige invloed op de Oostzeese vrachtkoersen in het algemeen uit te oefenen. Van de Witte Zee zijn de bevrachtnoteringen vrijwel onveranderd als laatst gerapporteerd. Van de pitchpine-havens is het vrij stil in bevrachtingszaken en werd maar zeer weinig ruimte voor Europese havens afgesloten, tegen cijfers, welke geenszins op verbetering duiden; 65 Sh. per standaard is op het ogenblik de beste notering voor goede havens van het Ver. Kon. Const.


26 juni 1910


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de ‘Werf ’t Kromhout’, firma D. Goedkoop Jr. alhier, werd heden met goed gevolg te water gelaten een voor rekening van de N.V. Fabriek van melkproducten ‘Neerlandia’ te Weesp, gebouwde stalen dubbel-schroef motorvrachtboot, lang 24, breed 4,25 en hol 1,62 m, uitgerust met twee 23 pk Kromhout petroleum motoren, welke het vaartuig een snelheid zullen geven van 16,2 km per uur.

NRC 270610
Amsterdam, 27 juni. Het dubbelschroefstoomschip ZEELANDIA, het tweede schip door Messrs. Alex. Stephen & Sons Ltd., Linthouse, Glasgow, voor rekening van de Koninklijke Hollandsche Lloyd te Amsterdam gebouwd, maakte vrijdag ll. een proeftocht op de Firth en verkreeg geladen een snelheid van 16 mijlen, hetgeen als een uitstekend resultaat voor een stoomschip van meer dan 7.800 reg. tonnen bruto, en de volgende afmetingen: Lengte 460 voet, breedte 55 voet en diepte 37 voet, beschouwd kan worden.
Het stoomschip ZEELANDIA is bestemd voor een post- en passagiersdienst tussen Amsterdam en verdere Europese havens en Zuid-Amerika.
Hoewel voornamelijk bestemd voor de passagiersdienst heeft dit stoomschip een groot laadvermogen en zijn voor de snelle behandeling van lading aan dek grote winches aangebracht (drie voor elk ruim), terwijl behalve de koelkamers voor de scheepsprovisie, per het stoomschip ZEELANDIA aan spoedig bederf onderhevige goederen, in daarvoor speciaal ingerichte koelkamers kunnen worden vervoerd, zoals dit reeds plaats heeft per de snelstoomschepen HOLLANDIA EN FRISIA.
De voor de passagiers gereserveerde ruimte beslaat vier dekken en biedt de gelegenheid voor het vervoer van ongeveer 110 passagiers eerste klasse, 120 passagiers van de middelklasse en 1.200 passagiers derde klasse.
De eerste klasse bevindt zich midscheeps. In geen van de hutten bevinden zich meer dan twee bedden, terwijl verscheidene vertrekken voor slechts één passagiers zijn ingericht. In geen van de hutten bevinden zich bovenbedden, terwijl in de tweepersoons hutten voor elk van de passagiers hetzelfde comfort wordt geboden, zoals klerenkast, schrijftafel, wastafel met vers water, tafel, elektrische ventilator, enz. enz. Vele slaapkamers bevatten bovendien een eigen bad, terwijl alle fraai gedecoreerd zijn.
De middelklasse is eveneens zeer comfortabel ingericht; de eetzaal bevat kleine tafels evenals de eerste klasse; de hutten, eenvoudig doch goed, zijn ingericht voor twee en vier personen. De toiletten en badkamer zijn dezelfde als in de eerste klasse.
De derde klasse bevindt zich op het hoofd- en opperdek en is voorzien van ruime eetzalen, toiletten en baden; elektrische ventilatoren zorgen voor een doelmatige ventilatie van de slaapgelegenheden.
De hutten van de officieren en machinisten bevinden zich op het sloependek en zijn van de commandobrug en machinekamer gemakkelijk te bereiken.
Voor de veiligheid van de passagiers is op uitnemende wijze zorg gedragen; de nieuwe vindingen op dit gebied zijn op stoomschip ZEELANDIA aangebracht zoals Marconi-telegraaf, het brandblusapparaat systeem Clayton, Stone-Lloyd systeem voor het sluiten van de waterdichte deuren van de commandobrug af, onderzeese seinapparaten; een elektrisch zoeklicht en telegrafische en telefonische verbindingen naar alle delen van het stoomschip. De reddingsboten zijn alle van staal en voorzien van gepatenteerde Davids.
De machines, welke eveneens vervaardigd zijn door de Firma Alex. Stephen en Sons, zijn van het dubbelschroef triple-expansion systeem en worden gevoed door drie ketels (double ended), alle voorzien van geforceerde trek, terwijl voor het verwijderen van de as een Stones Ash Expeller (as uitwerper) is aangebracht zodat de as van de vuren komend, onmiddellijk van de stookplaatsen in zee wordt geworpen, zonder over dek te worden verwerkt.
Het stoomschip vertrok zaterdagavond ll. van de Firth en kan dinsdagmorgen te Amsterdam worden verwacht.


27 juni 1910


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 26 juni. De baggermolen BROMO arriveerde 21 juni van Amsterdam te Tandjong Priok. (zie ook NRC 060410)


28 juni 1910


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Bekendmaking ingevolge art. 88 van het Wetboek van Koophandel.
Bij acte de 25 mei 1910 verleden voor de te Rotterdam residerende notaris Schrameier Verbrugge, op het ontwerp waarvan de Koninklijke Bewilliging is verleend bij besluit van 3 mei 1910 no. 47, is opgericht de Naamloze Vennootschap Maatschappij Stoomschip MINA, gevestigd te Rotterdam.
De acte in haar geheel, met de Koninklijke Bewilliging is opgenomen in de Nederlandsche Staatscourant van 28 juni 1910 No. 148.
Schrameier Verbrugge en Maas Geesteranus, notarissen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 27 juni. De sleepboot THAMES, van Spezia naar Dakar met 3 lichters, arriveerde 25 juni te Gibraltar.


29 juni 1910


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Openbare vrijwillige verkoping. De notaris M.M.C. van der Loo te Rotterdam en de waarnemend notaris G. van Meer te Amsterdam zijn voornemens om op dinsdag 12 juli 1910, des middags ten 12 ure, in het Notarishuis aan de Geldersche Kade te Rotterdam in één zitting te veilen en te verkopen de in Nederland thuis behorende stalen schroefsleepboot TONY HAL, groot 57,709 ton, met al deszelfs staand en lopend want, anker, staaldraad, kettingen en verdere inventaris en sloep. Het schip werd in het jaar 1900 gebouwd op de werf van de Wed. C. Boele & Zoon te Slikkerveer, en zijn machine en ketel in hetzelfde jaar vervaardigd door de Alblasserdamsche Machinefabriek te Alblasserdam. De machine is sterk 30 effectief paardenkracht.
Aanvaarding en betaling der kooppenningen 15 augustus 1910 of zoveel eerder als de koper mocht verlangen. De sleepboot ligt te Rotterdam in de Blaak tegenover het postkantoor en is aldaar dagelijks te bezichtigen, terwijl nadere informatiën te bekomen zijn ten kantore van genoemde notarissen, te Rotterdam aan de Noordblaak no.11a en te Amsterdam aan het Frederiksplein no. Scheepsbouw. 46, alwaar notitiën betrekkelijk de veiling te bekomen zijn en alwaar de inventarislijst ter inzage ligt.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 28 juni. Uit Bombay wordt gemeld dat het van Kurrachee (opm: thans Karachi) naar Calcutta bestemde Nederlandse stoomschip FOLMINA slecht weer heeft doorstaan en dat het met meerdere verliezen en schade te Bombay is binnengelopen. Verder werd nog gemeld dat de machine defect was (van particuliere zijde vernemen wij dat er een expertise zal worden gehouden.)


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 29 juni. Snelverkeer tussen Amsterdam en Brazilië, Argentinië. Met het nieuwe dubbelschroefschip ZEELANDIA dat de 20e juli aanstaande zijn eerste reis van Amsterdam naar Brazilië en Argentinië zal aanvaarden, is volgens het Handelsblad de Koninklijke Hollandsche Lloyd thans in staat geregeld alle drie weken een snelstomer te expediëren naar Brazilië en Buenos Aires. Daar de stoomschepen behalve de Nederlandse, ook de Engelse, Spaanse en Portugese post vervoeren, kan op een korte reisduur en spoedige lossing van de goederen in de havens van aankomst gerekend worden. Reisduur van Amsterdam naar Buenos Aires 22 dagen. Buitendien vertrekt alle 17 dagen een van de gewone poststoomschepen AMSTELLAND, DELFLAND, EEMLAND, MAASLAND, RIJNLAND en ZAANLAND.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van de Gebr. Zwolsman te Makkum met goed gevolg te water gelaten een stalen motorboot van plm. 55 ton voor passagiers en goederenvervoer, voor rekening van de heren S.B. v. d. Werf en Joh. Zwart te Sneek en een stalen beurtschip, groot plm. 60 ton, voor rekening van de heren Gebr. Reus te Enkhuizen. Daarna werden onmiddellijk de kielen gelegd voor een stalen motorboot, groot plm. 60 ton voor beurtdienst, voor rekening van de heer H. J. Weenink te Zwolle en een dito motorboot, groot plm. 20 ton. voor rekening van de heren Th. Smit en Z. Rijpstra te Harlingen.


30 juni 1910


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Bremen, 29 juni. Het Nederlandse stoomschip LEONORA heeft gerepareerd en is heden van hier vertrokken.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Tonningen, 28 juni. De met klinkerstenen van Varel naar Ehstensiel bestemde Nederlandse tjalk CONCORDIA, schipper Dost, geraakte op de Ehstensieler plaat aan de grond. Na gelicht te hebben kwam het met behulp van de visser Peters weer vlot en werd in de haven gebracht.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 28 juni. Bij het aanbieden van assistentie aan het binnenkomende toeristenschip THALIA, zijn de sleepboten ADM. DE RUIJTER en CYCLOOP binnen de pieren met elkaar in aanvaring geweest. De CYCLOOP werd midscheeps geraakt en bekwam ernstige schade aan de verschansing. (opm: zie ook AH 220710, 050810 en 150810)


01 juli 1910


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Blijkens bij het Departement van Marine ontvangen bericht is Hr.Ms. pantserdekschip FRIESLAND, onder bevel van kapitein ter zee E. de Haan, 30 juni te Nieuwediep binnengekomen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 30 juni. Volgens een telegram uit Menado, is het stoomschip BAUD, behorende aan de K.P.M, lek aldaar aangekomen. Het heeft aan de grond gezeten en daardoor werd het licht beschadigd.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hamburg, 29 juni. Het stoomschip DORDRECHT heeft aan de werf van Blohm & Voss gerepareerd, en is vanmiddag in ballast naar Newcastle vertrokken.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 1 juli. Het Nederlandse stoomschip FOLMINA, dat voor noodhaven te Bombay binnenliep, is aldaar onderzocht. Gebleken is dat 4 staande platen van de tanks zijn gebogen of gebroken, 68 voet van de luchtpomppijpen zijn beschadigd en tevens is de circulatiepomp defect. De ommanteling van voornoemde pomp moet worden vernieuwd. De rederij alhier heeft order gegeven, afdoende te Bombay te repareren.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Delfzijl, 31 juni. Alhier ligt tot vertrek gereed de stoomboot PRINSES JULIANA, te Hoogezand bij de firma E. Smit & Zoon gebouwd voor rekening van de heren Albers en Bul te Groningen, groot 190 ton en bestemd voor de vracht- en sleepdienst. Het zal gevoerd worden door kapt. J. Albers, de vroegere eigenaar van de stoomlichter RENSINA, welke thans wordt bevaren door kapt. Schaap te Groningen.


02 juli 1910


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Menado, 30 juni. Het stoomschip BAUD heeft aan de grond gezeten op het Salanlo-rif op 01° NB en 121° OL.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Nieuwe Afrikaansche Handelsvennootschap.
In de heden gehouden vergadering van aandeelhouders werd de rekening zonder debat goedgekeurd en het dividend bepaald op 11% (v.j. 5%). Tot controleur werd herbenoemd de heer B. Moret, terwijl tot lid van de commissie van toezicht werd gekozen de heer S.J.R. de Monchy Jr. en de heer G.H. Hintzen tot plaatsvervanger aangewezen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Openbare vrijwillige verkoping. De notaris M.M.C. van der Loo te Rotterdam en de waarnemend notaris G. van Meer te Amsterdam zijn voornemens om op dinsdag 12 juli 1910, des middags te 12 uur, in het Notarishuis aan de Gelderschekade te Rotterdam in één zitting te veilen en te verkopen:
De in Nederland thuis behorende stalen schroef-sleepboot TONY HAL, groot 57,709 ton, met al deszelfs staand en lopend want, anker, staaldraad, kettingen en verdere inventaris en sloep. Het schip werd in het jaar 1900 gebouwd op de werf van de Weduwe Boele & Zoon te Slikkerveer, en zijn machine en ketel in hetzelfde jaar vervaardigd door de Alblasserdamsche Machinefabriek te Alblasserdam. De Machine is sterk 30 effec. paardenkracht. Aanvaarding en betaling van de kooppenningen 15 augustus 1910, of zoveel eerder als de koper mocht verlangen.


04 juli 1910


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlissingen, 4 juli. De drie vroegere nachtboten van de Mij ‘Zeeland’, de KONINGIN REGENTES, PRINS HENDRIK en KONINGIN WILHELMINA worden geleidelijk voor de dagdienst ingericht ter vervanging van de thans nog in dienst zijnde dagboten, de NEDERLAND, DUITSLAND en ENGELAND. De KONINGIN REGENTES, is thans in zoverre gereed, dat dit schip nog deze maand in de dagdienst zal worden opgenomen.


05 juli 1910


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Het ongeluk met de NOORD-BRABANT. Het Soerabaijasch Handelsblad meldt omtrent de averij aan het oorlogsschip NOORD-BRABANT: Uit de gaten aan de onderzijde van stuurboord tussen de kiel en de kimkiel kan men reeds duidelijk zien hoe het ongeluk zich heeft toegedragen. Met een 15-mijlsvaart is de NOORD-BRABANT met stuurboord op de koraalrots gelopen. Daar ontstond een deuk en werden de moeren van een paar bouten afgebroken. Door een schok werd het schip opgewipt en kwam iets verder met dubbele kracht weer op de rots neer. Opnieuw ontstond een deuk, die over een lengte van circa 1,5 meter openscheurde, welke opening aan de rots houvast en daardoor gelegenheid gaf ook door de dubbele bodem, waarvan zoals men weet alle oorlogsschepen voorzien zijn, heen te dringen. Dit gat drong door tot in de bewaarplaats van de blikjes, die natuurlijk onmiddellijk vol water liep. Talloze blikjes spoelden weg en het is ook door dit gat dat het water verder in het voorschip drong.
Nadat dit gat ontstaan is, schijnt het schip voor de tweede maal te zijn opgewipt, want een meter of vijf verder ontwaarden wij, steeds op dezelfde hoogte, een tweede gat, nagenoeg even groot als het eerste, doch alleen in de buitenmantel. Met uitzondering van een paar ribben, tussen de dubbele bodem en de buitenmantel, die plat gebogen werden, is de dubbele bodem daar gaaf gebleven.
Weer een meter of acht verder is de buitenmantel over een lengte van zeker wel drie meter opengescheurd, doch is de dubbele bodem onbeschadigd gebleven. De huidplaten zijn over drie kwart gedeelte van de onderkant van het schip geheel naar binnen gebogen en op verscheidene plaatsen in de naden gebarsten. De averij is dus veel ernstiger dan men gedacht had. Dat het schip behouden is gebleven, is een compliment voor de werf, waarop het geconstrueerd werd. De rots, waarop het vaartuig liep, was nl. een harde koraalrots, waarvan nog brokstukken in het schip werden gevonden. De vaart van het schip was zo groot, dat het voor ruim drie vierde gedeelte over de rots heen schoof; vandaar de vele gaten in de huidplaten. Ieder koopvaardijschip zou onherroepelijk verloren zijn geweest. Hier was het de dubbele bodem die het schip behouden heeft. De commandant en de officieren zijn allen vol lof over de houding van de manschappen. Zij bleven kalm en vol besef van de ernst van de toestand. Een van de matrozen, die dicht bij de plek werkte, waar het eerste gat ontstond, pakte alvorens te vluchten nog eerst zijn muts, toen ging hij pas naar het dek.
Voor het herstellen van het schip komt heel wat kijken. De gehele onderzijde aan stuurboord tussen de kiel en de kimkiel moet er over minstens driekwart gedeelte van het schip af. Wat bij het recht buigen breekt, moet vernieuwd worden. Minstens zes maanden zal dit werk duren. Hierdoor doet zich een grote moeilijkheid voor en wel de kwestie of het dok (Het enige in Indië, dat schepen zo groot als de NOORD-BRABANT kan opnemen) zo lang geoccupeerd kan worden door één schip. Over zes maanden moet de NOORD-BRABANT naar Nederland. Men zou dus het dok zes maanden moeten missen en dan toch aan de NOORD-BRABANT in Indië niets meer hebben. De zaken zouden lelijk in het honderd lopen indien, terwijl de NOORD-BRABANT in het dok lag, iets aan een van de andere schepen gebeurde. Er zijn echter twee oplossingen. Ten eerste zou de NOORD-BRABANT in Singapore, waar meer dokken zijn, gerepareerd kunnen worden. Ook echter zou men te Soerabaja de gaten kunnen dichtmaken en de naden stoppen, waarna het schip veilig de reis naar Nederland zou kunnen doen om daar in een dok te worden opgenomen. De beslissing in deze is echter aan de vice-admiraal, die uitvoerig van het ongeluk op de hoogte is gehouden. Enkele stukken van de rots zullen onderzocht worden, teneinde de geaardheid en het ontstaan - waarschijnlijk aangroeiing - te kunnen vaststellen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Verkochte schepen.
Het Nederlandse 4-mast barkschip GEERTRUIDA GERARDA, van de firma C.J. Leis te Rotterdam, is uit de hand voor 157.000 Mark verkocht aan de Red. Actiegesell. 1896 te Hamburg.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Onze West. Curaçaose Bladen van 17 – 18 juni. De ramp van de GOUV. VAN HEERDT.
Wij ontlenen aan ‘De Wekker’ van 18 juni laatstleden hieromtrent het volgende:
Onze koloniale paketschoener GOUVERNEUR VAN HEERDT, gezagvoerder George Marchena, verliet Bonaire als gewoonlijk zondagavond, om 10 uur, met bestemming naar ons eiland. Bij de Oostkust hiervan werd de schoener in de ochtend van maandag d.a.v. door hevige stormwinden, gepaard met holstaande zee, op de rotsen aldaar geworpen en verbrijzeld. Er bevonden zich aan boord 14 personen: negen van hen, o.a. de heer A.E.J. van den Brandhof, gezaghebber van Bonaire, die met verlof voor de tijd van veertien dagen naar dit eiland kwam (waarheen zijn echtgenote hem enige dagen vroeger was vooruit gereisd, met het doel, om zijn verjaardag op ll. dinsdag met een familiefeest te vieren), genoemde gezagvoerder en de marechaussee Vos, kwamen in de golven om, en vijf, onder wie de heer Jan Debrot, die zich als passagier aan boord bevond, brachten er het leven af, echter niet zonder dat de meesten verwondingen op de puntige klippen hadden bekomen. De heer Debrot kreeg een kaakbeenbreuk en ander letsel. Dinsdag ll. werden de lijken van de heer Van den Brandhof en van de schipper Marchena aan het strand van Koera Tabak gevonden en naar de stad overgebracht, waar zij naar het St. Elisabeths-gesticht werden vervoerd. Dat van de gezagvoerder werd, begeleid door vrienden en kennissen en onder vele blijken van deelneming, naar het St. Anna-kerkhof gebracht en ter aarde besteld. Dat van de heer Van den Brandhof werd vervoerd eerst naar de woning van diens gade en om 9 uur naar de begraafplaats van de familie Hellmund, waar het bijgezet werd. Bij deze gelegenheid sprak de gouverneur van de kolonie hartroerende woorden ter herdenking, niet alleen van de heer Van den Brandhof, maar ook van de heer Marchena en de overige bij de schipbreuk omgekomenen. Daarna herdacht ds. Van den Brink in het bijzonder de zo jammerlijk omgekomen gezaghebber en wees hij o.m. op het zware van de slag, waardoor diens familie getroffen is. Het bestuur van de kolonie is bij gelegenheid van deze zeeramp zeer diligent geweest. Dadelijk na het bekend worden van de ramp, werden er alle maatregelen getroffen, die door de omstandigheden geboden werden.
(opm: zie ook AH 260710)


06 juli 1910


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 5 juli. De sleepboten TRITON en ADA arriveerden 2 juli van Rotterdam te Tandjong Priok.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 5 juli. De sleepboten ROODE ZEE en ZWARTE ZEE vertrokken gisterochtend met het droogdok AFFONSO PENNA, van ongeveer 25.000 ton hefvermogen, op sleeptouw van Barrow in Furness naar Rio de Janeiro. De afstand van deze sleep is 5.000 mijl en dit is het grootste dok dat ooit over zee werd vervoerd.
ROODE ZEE (coll. E.A. Kruidhof)


07 juli 1910


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart. Heden kwam voor de zaak van het stoomschip SOLO, kapt. Ruhaak, van de Rotterdamsche Lloyd.
Het eerst werd gehoord de gezagvoerder. Deze verklaarde, dat het schip 19 februari 1910 voltrokken was van Rotterdam naar Indië. Voor het vertrek waren de experts Bouman en Van der Mark aan boord geweest. De heenreis ging zonder mankement. Op de terugreis viel ook niets bijzonders voor, behalve het breken van een condensor. In de Middellandse Zee, tijdens het breken van de schroefas op 13 juni, te 09.20 v.m. op 41 graden 5 minuten N.B.
De gezagvoerder was in de kaartenkamer.
De 3e stuurman Jansen was op de brug. De 1e stuurman, die ook de wacht had, was eveneens in de kaartenkamer. De matroos Dijker was roerganger. De gezagvoerder voelde iets als een stoot. De eerste officier was kort te voren nog op de brug gezien. De
gezagvoerder ging naar beneden en sloot de stoomafsluiter aan stuurboord af. De 1e machinist deed hetzelfde aan bakboord. Met de 1e machinist ging de gezagvoerder in de tunnel en toen bemerkte hij, dat de schroefas afgebroken was bij de flens. De as draaide toen nog. Op 18 december 1906 wat een nieuwe as ingebracht. Dat in oktober 1905 ook een nieuwe as zou zijn ingebracht, is getuige onbekend. Scheepsraad werd gehouden en besloten naar Vigo te gaan, waar scheepsverklaring werd afgelegd. Er werd geseind om een sleepboot en toen is het schip door de sleepboot SOLLENT afgehaald. Vervolgens werd gehoord de 1e officier Kuimans. Deze verklaarde om 8 uur op wacht te zijn gekomen. Hij was, toen het ongeval plaats had, echter nog niet op de brug geweest. Getuige stond met de kapitein, de 2e en de 4e officier in de kaartenkamer. Zijn verklaring komt overigens overeen met die van de kapitein. De schroefas wat op één plaats, de schroefaskoker op 3 plaatsen gebroken. Er was geen rif of iets dergelijks te zien. Uitkijk was er niet, omdat het dag was.
De heer V.d. Mark, expert bij de scheepsinspectie te Rotterdam, gaf inlichtingen omtrent de expertise, die in het dok plaats had. Getuige had het materiaal van de as gehouden voor ijzer. Naar zijn mening is de breuk niet ontstaan door een fout in de as zelf. Dit had getuige anders moeten zien. Vermoedelijk werd zij veroorzaakt door slaan op een voorwerp onder water. De breuken in de koker corresponderen met die in de as zelf. Drie bladen van de schroef waren stuk, één slechts heel weinig beschadigd. De steven is nergens door de bladen geraakt.
De heer B. Wilton, scheepsbouwer te Rotterdam, gaf inlichtingen omtrent het inbrengen van de as. Dit geschiedde in december 1906. De as was van Siemens Martens staal. Getuige schrijft de breuk toe aan een van buitenaf komende oorzaak. De as is in mei 1909 nagezien en opnieuw ingebracht. De as gaf geen blijk ook na de breuk niet, van corrosie. De schroefbladen heeft getuige na de breuk niet gezien.
De heer Van Veen, expert van Veritas, legde verklaring af omtrent de laatste (tweede) survey in 1907. Getuige zag de as in 1906 en 1909. Op het certificaat staat, dat het is een stalen as; vergeleken bij een andere stalen as, was het metaal echter iets grover. Getuige houdt de as evenwel voor een uitmuntende as. Getuige acht dan ook uitgesloten, dat de oorzaak van de breuk lag in de as zelf.
Het is een mooie lange gave breuk, Getuige schrijft de breuk hieraan toe, dat de schroef ergens tegen heeft geslagen. De SOLO stond evenals het merendeel van de schepen van de Rotterdamsche Lloyd onder controle van Veritas.
De 1e machinist Vreeze, vervolgens als getuige gehoord, hield de as eveneens voor een zeer goede. Getuige had zich bij het ongeval onmiddellijk naar de tunnel begeven en met de kapitein een onderzoek ingesteld. Getuige had het waterdichte schot laten vallen en zich spek en werk laten brengen om een voorlopige voorziening te maken.
Ook buitenboord werd door getuige met de kapitein een onderzoek ingesteld. Te Vigo werd een duiker bij het schip gehaald en is er iemand van Veritas aan boord geweest. Daar is het schip voorlopig gerepareerd. Op weg naar Vigo is geen water gemaakt. De mening van deze getuige is ook, dat het schip ergens op gestoten heeft.
Dat de as vanzelf zou zijn gebroken, geloofd getuige niet. Hij wordt in zijn mening gesterkt door de schok, die hij voelde en omdat de bladen even na de stoot langzaam draaiden. De kapitein nader ondervraagd, verklaart onmiddellijk achteruit te hebben gekeken over het hek, doch niets te hebben gezien. Ook de 3e stuurman heeft tot de kapitein gezegd, dat hij niets had gezien. Deze stuurman is 3 jaar bij de Maatschappij. De 3e machinist, M. de Graaf, had de wacht met de 4e machinist. Getuige voelde een zware stoot en zette de machine daarna terstond stop. De machine sloeg toen zwaar door. Onmiddellijk na de schok draaide de machine even langzamer. Voorlezing werd vervolgens gedaan van de verklaring van de matroos-roerganger, Dijker, afgelegd voor de inspecteur voor de scheepvaart. Nadat nog enkele vragen waren gesteld aan de kapitein in verband met hetgeen door de getuige was verklaard, werd het onderzoek. gesloten. De Raad zal later uitspraak doen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van de firma Gebr. Pot te Bolnes is te water gelaten een benzinetankschip (opm: HAVELIA – bouwnummer 605), lang 65 meter en breed 7,75 meter. Dit schip is gebouwd voor rekening van de firma Van Ommeren te 's-Gravenhage en bestemd voor benzinevervoer op de Elbe.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad



08 juli 1910


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 8 juli. De sleepboot POOLZEE met een baggermolen en bok op sleeptouw, van Rotterdam naar Buenos Aires, arriveerde gisteren te Bahia.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Aan de werf ‘De Merwede’ van de heren Van Vliet & Co. te Hardinxveld is met zeer goed gevolg te water gelaten een stalen sleepkaan No. 85 groot plm. 2.400 ton voor rekening van de heer M. Gennip te Waspik. Voor enkele dagen werd de kiel gelegd voor een Rijnschip No. 87 voor rekening van de heer P.C. Kumph te Hirschhorn am Neckar.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Aan de werf ‘Vooruit’ te Enkhuizen is van stapel gelopen de ijzeren sleepkaan ISALA, groot 700 ton, gebouwd voor de heer Jos. Bokslag te Rotterdam. De kiel werd gelegd voor een vaartuig van dezelfde afmeting voor rekening van de heer H. Trings te Ensen (Duitsland).


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Heden werd met goed gevolg te water gelaten van de ‘Werf ’t Kromhout’, firma D. Goedkoop Jr. alhier, een motorsleepboot, bestemd voor het buitenland. Het vaartuig heeft de volgende afmetingen: 12,50 x 3,00 x 1,50 meter en zal worden voortbewogen door een 56 epk 2-cilinder Kromhout-motor van de allernieuwste constructie, die het een snelheid zal geven van 16,7 km per uur.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Koninklijke Paketvaart Maatschappij.
In de heden gehouden jaarlijkse vergadering van aandeelhouders waren vertegenwoordigd 3.481 aandelen, rechtgevende tot het uitbrengen van 75 stemmen.
Het verslag, de balans en de winst- en verliesrekening over 1909 werden goedgekeurd en het dividend werd vastgesteld op 6%.
De heer Bern. E. Ruys werd als lid van de raad van bestuur herkozen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Nederlandsche Scheepvaart Unie.
In de heden gehouden jaarlijkse vergadering van aandeelhouders van de Nederlandsche Scheepvaart Unie werden het verslag, de balans en de winst- en verliesrekening over 1909 goedgekeurd.
Het dividend werd vastgesteld op 4% voor de preferente en op 71/4% voor de gewone aandelen. De heer J.H. Beucker Andreae werd als commissaris herkozen. Het voorstel het statutaire kapitaal van NLG 15.250.000 te vergroten met NLG 6.000.000 gewoon aandelenkapitaal, waardoor het statutaire kapitaal zal worden gebracht op NLG 21.250.000 werd goedgekeurd.
De eerste alinea van art. 4 zal na verkrijging van de Koninklijke bewilliging als volgt luiden: Het kapitaal van de vennootschap bedraagt een en twintig miljoen twee honderd vijftig duizend gulden, verdeeld als volgt: 25 preferente aandelen elk groot tien duizend gulden; 21.000 gewone aandelen elk groot duizend gulden.


09 juli 1910


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. De Raad voor de Scheepvaart deed heden uitspraak in de vroeger behandelde zaak van het ongeval, overkomen aan het stoomschip SOLO, van de Rotterdamsche Lloyd, gezagvoerder H.G. Ruhaak. De SOLO kreeg op 30 juni, op de thuisreis van Nederlands Oost-Indië, in de Atlantische Oceaan op 41°05' N.B. en 09°15' W.L., op 40 mijlen afstand van de Portugese kust, een hevige schok, waarna bleek dat de schroefas op drie plaatsen gebroken was en het schip daardoor water maakte. Het schip werd naar Vigo gesleept en vervolgens naar Rotterdam, waar het 26 juni behouden binnen kwam.
De Raad wijst er op dat de zeekaarten niet aangeven, dat ter plaatse zich een rif bevindt; constateert dat het helder weer met een goed gezicht was en dat gezagvoerder en ondergeschikten geen voorzorgen hebben nagelaten om het schip veilig over zee te brengen en tevens dat zij niet nagelaten hebben maatregelen te treffen, die nuttig waren voor het behoud van schip en lading. Voorts wordt vastgesteld dat de ramp niet te wijten is aan de ondeugdelijkheid van de schroefas, doch aan het feit dat de as onder water met een hard voorwerp in aanraking is geweest, waarvan aard en herkomst nog niet is vastgesteld.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Houtvrachten.
De Oostzee-vrachtenmarkt is veel vaster gestemd, hetgeen voornamelijk toegeschreven wordt aan het feit, dat er zeer weinig uitgaande kolenvrachten aan de markt zijn. Reders vragen nu over het algemeen 2 Sh. à 2 Sh. 6d. per standaard meer dan een maand geleden, welke verhoging door bevrachters, die reeds enigen tijd moeilijkheid ondervonden hebben, zich de benodigde ruimte te verzekeren, bij de laatste afsluitingen ook bewilligd is geworden. Ten gevolge van de vastheid van de markt is er nu ook meer genegenheid van de zijde van bevrachters om ruimte op te nemen, voordat de vrachtkoersen mogelijk nog hoger gaan.
De Witte Zee vrachten zijn niet in gelijke verhouding gestegen, maar deze markt is ook stil wegens gebrek aan spoedig verscheepbare ladingen. Aan Archangel naar Londen wordt voor herfstaflading 32 Sh. 6d. gevraagd.
Aan de pitchpine Golfhavens is er nu een gestadige vraag naar stoombootruimte voor het Ver. Kon. Cont. tot ietwat verhoogde cijfers.


10 juli 1910


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

De Raad voor de Scheepvaart.
Door de Raad werd behandeld de aanvaring tussen het stoomschip CALEDONIA, toebehorende aan de firma Wm.H. Müller & Co. te Rotterdam, gezagvoerder D. Roos en het vissersvaartuig EENDRACHT (KW – 83), toebehorende aan de heer Parlevliet te Katwijk aan Zee, schipper D. Kuyt. De aanvaring had plaats in de Noordzee in de nacht van 12 juni, omstreeks 3 uur. De CALEDONIA kreeg schade aan de reling, die op twee plaatsen gebroken was, terwijl het hekwerk ontzet werd. Van de EENDRACHT sprongen zes man en de schipper over, terwijl de 13 andere opvarenden met een sloep aan boord van de CALEDONIA gehaald werden. Vervolgens werd een onderzoek op de EENDRACHT ingesteld en dit vaartuig door de CALEDONIA op sleeptouw genomen, terwijl twee man, onder wie de schipper, aan boord van de EENDRACHT bleven. Het schip was echter niet te houden en de gezagvoerder van de CALEDONIA liet het, na de twee opvarenden aan boord genomen te hebben, slippen. De EENDRACHT zonk. De gezagvoerder van de CALEDONIA, die de reis van Rotterdam naar Aberdeen en Middlesbrough, waarop de CALEDONIA een geregelde vaart onderhoudt, 75 malen maakte, verklaarde dat het die nacht zwaar miste. Hij gaf voortdurend stoten op de stoomfluit. Drie stoten op de misthoorn recht vóór zich uit horende, ten bewijze dat er een zeilschip bij ruime wind zeilende was, gaf hij stuurboord roer nieuw commando en stoomde langzaam vooruit om sneller te kunnen draaien. Daarna stoomde hij vooruit. Op dit ogenblik voer de logger vóór het stoomschip over. Vervolgens werd gestopt en onderzoek op de logger ingesteld, die even boven de waterlijn beschadigd bleek te zijn. Het gat werd met een zeil gedekt, doch daarbij werd zeer weinig medewerking van de EENDRACHT ondervonden. Volgens de gezagvoerder van de CALEDONIA werd er, toen de EENDRACHT op sleeptouw genomen was, aan boord van de logger slecht gestuurd. Anders was het vaartuig nog wel te behouden geweest. De voorzitter mr. Pleyte maakte er gezagvoerder Roos opmerkzaam op, dat de voorzichtigheid geboden had, in plaats van op het horen van de misthoorn recht voor zich uit stuurboord te geven en vooruit te stomen. gestopt te blijven liggen, na twee stoten te hebben gegeven ten bewijze dat er een stoomschip gestopt was. De gezagvoerder verklaarde de bewusten nacht een vaart van 8 mijl te hebben gelopen, (de gewone vaart is 10 à 10½ mijl.) Op het ogenblik van de aanvaring zegt hij langzaam te hebben gestoomd.
Schipper D. Kuyt, van de EENDRACHT verklaarde die nacht in kooi liggende en een sirene horende, te zijn opgestaan en aan dek gebleven te zijn. Zijn schip liep met een drie mijls vaart, en er waren telkens mistvlagen, waarom om de minuut drie stoten op de misthoorn gegeven werden. Van de CALEDONIA hoorde hij één stoot en direct zag hij dat schip, hetwelk met een vijfmijls vaart liep. Hij riep driemaal: „Stop kapitein!" en nagenoeg op hetzelfde ogenblik had de aanvaring plaats. Daar het meermalen voorkomt, dat stoomschepen, die aanvaren, doorstomen, sprong hij zodra colliste plaats had met anderen over. Dat hij met de logger voor de CALEDONIA over gelopen is, ontkent getuige; hij ontkent ook dat het gat in de EENDRACHT, 6 bij 12 voet groot, boven de waterlijn was; het was drie voet onder de waterlijn. De boeg was in elkaar gedrukt. Getuige zegt verder dat het moeilijk was de logger, als hij gesleept werd, te sturen. Hij had nog verzocht het schip naar IJmuiden, in plaats van naar Aberdeen te slepen, doch dit werd door de gezagvoerder van de CALEDONIA geweigerd. Ook zei hij onder het slepen gewenkt te hebben om niet zo snel te varen. Ook heeft hij gepompt en de donkey in werking gesteld. Getuige heeft geen examen gedaan; wel is hij een jaar op de visserijschool geweest. Drie jaar vaart hij als schipper; hij heeft aandeel in de vangst, niet in het schip, dat naar hij vermoedt verzekerd is.
President mr. Pleyte, evenals andere leden van de Raad, maakten de schipper er vooral een grief van, dat hij overgesprongen is, zonder zich te vergewissen omtrent de toestand van het schip en zonder maatregelen te nemen tot redding van de manschappen, die zich nog aan boord bevonden. De Raad schorste hierop de openbare zitting.
Nadat de zitting weer openbaar was, werd schipper Kuyt meegedeeld, dat de Raad ernstige bedenkingen heeft tegen zijn gedragingen nadat het schip was aangevaren; de Raad zal daarom overwegen of er een straf tegen hem moet worden toegepast. Stuurman J. Groen, van de CALEDONIA, deelde mee, dat schipper Kuyt zenuwachtig, opgewonden was, toen hij oversprong: één van de mannen van de EENDRACHT hielp mee om met het zeil het gat te dichten. Dit gat was een paar voet boven de waterlijn. Schipper en stuurman bleven aan boord; het andere volk van de EENDRACHT weigerde aan boord te blijven of te komen. Ook houdt de stuurman, evenals de gezagvoerder Roos vol, dat de EENDRACHT voor de CALEDONIA overgelopen is. Schipper Kuijt verklaarde, dat het gat door de aanvaring dichtgeknepen was; daardoor werd voorkomen, dat het schip dadelijk zonk. Stuurman Groen verklaarde, dat het gat aan de binnenkant niet kon worden gestopt, omdat hij er niet bij kon komen. Voor zover hij weet is er niet gepompt aan boord van de EENDRACHT. De uitkijk van de CALEDONIA bevestigde de verklaringen van gezagvoerder en stuurman. Matroos A. Volkrijk van de EENDRACHT verklaarde de misthoorn om de halve minuut gedraaid te hebben. Deze stond geheel vrij, zodat het geluid niet gedempt werd. Dadelijk na het horen van de stoot op de stoomfluit zag getuige het stoomschip CALEDONIA. Volgens deze getuige liep de steven van de CALEDONIA zes voet diep in de EENDRACHT, recht op en neer. Het gat was feitelijk onder water, zegt deze getuige. De varensgezel en arbeider Hk. Dekker, die de bewuste nacht aan het roer van de EENDRACHT stond, verklaarde nog, dat het gat zich even onder de waterlijn bevond. Stuurman Groen, nader gehoord, zegt van mening te zijn geweest, dat de EENDRACHT veilig gesleept kon worden; hij wilde alles doen om het in de naaste haven binnen te brengen; hij houdt vol, dat het gat boven water was. Of er water in het schip stond, wist hij niet. De mensen, die naar beneden gingen, hebben hem daarvan niets gezegd; hij denkt dat het water tijdens het slepen in het schip gekomen is, niet tijdens de aanvaring. Eén bruin getaand zeil werd onder het schip door vastgemaakt; het werd niet langs de steven vastgespijkerd en niet met een ander zeil versterkt. De uitspraak volgt later. (opm: zie ook NRC 140610)


11 juli 1910


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Cuxhaven, 9 juli. De Nederlandse stoombaggermolen COBRA, die bij het 5e vuurschip voor de Hanseatische Bougesellschaft baggert, is vanochtend door de baggermolen ADAM 7, met machineschade hier binnengesleept. De COBRA zal te Hamburg repareren en is vanmiddag gesleept door de GEBRUDER WEDE daarheen vertrokken.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 9 juli. De sleepboot POOLZEE met een baggermolen en een bak op sleeptouw, van Rotterdam naar Buenos Aires, arriveerde 7 juli te Bahia.


12 juli 1910


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Paramaribo, 20 juni. ‘Onze West’ zegt, dat verschenen woensdag nacht het stoomschip PRINS WILLEM III bij het binnenkomen op de bank tegenover de stad, vastraakte. Nadat de lading voor een groot deel in ponten was gelost, werd het schip de derde dag weer vlot en kon het aan de steiger meren.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlissingen, 12 juli. De mailboot KONINGIN REGENTES van de Mij. ‘Zeeland’ zal de volgende week naar Rotterdam vertrekken om in het droogdok enkele voorzieningen te ondergaan.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart. In zijn hedenmiddag te Amsterdam gehouden zitting heeft de Raad uitspraak gedaan in de zaak van de aanvaring in de nacht van 12/6 jl. in de Noordzee van het stoomschip CALEDONIA van de firma Wm.H. Müller & Co. te Rotterdam, gezagvoerder D. Roos en het vissersvaartuig EENDRACHT (KW – 83), toebehorende aan de heer Parlevliet te Katwijk aan Zee, schipper D. Kuijt. De Raad weet het ongeval aan een verkeerde manoeuvre van de CALEDONIA al is niet aan haar het verlies van de EENDRACHT te wijten.
De door de CALEDONIA genomen maatregelen waren, naar het oordeel van de Raad, niet doelmatig. Maar van de zijde van de EENDRACHT was niets gedaan tot behoud. Schipper Kuijt is een jonge man, heeft geen diploma. Hij heeft geen verantwoordelijkheidsbesef en geen zelfvertrouwen betoond. De slapenden wekte hij niet, nam geen maatregelen tot redding en zag het lijdelijk aan, dat het volk deserteerde. Geen hand heeft hij uitgestoken om het gat van het schip te dichten. Bij het handzame weer was de EENDRACHT te behouden geweest. indien niet alles was nagelaten. Eigenlijk zou zowel over de bemanning als over de schipper een oordeel moeten worden uitgesproken, maar de Raad, zich moetende bepalen tot de schipper, ontzegde schipper D. Kuijt gedurende drie maanden de bevoegdheid om op een Nederlands zeevaartuig bevel te voeren.


13 juli 1910


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlissingen, 13 juli. Wanneer de mailboot KONINGIN REGENTES van de Mij. ‘Zeeland’ in de dagdienst wordt opgenomen, zal de tegenwoordige dagboot NEDERLAND buiten dienst worden gesteld.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De Indische Marine. Het flottieljevaartuig EDI zal op het eind van dit jaar overgaan van de Indische Militaire Marine naar de Gouvernementsmarine, daar deze tak van dienst noodzakelijk met een schip moet worden uitgebreid. De Indische Militaire Marine zal echter versterkt worden en wel met 2 torpedobootjagers, die in 1911 in Indië zullen aankomen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Carolinensiel, 10 juli. De Nederlandse tjalk NIEUWE ZORG, schipper Salomons, van Wilhelmsburg met lijnkoeken naar Veendam bestemd, is hier lek binnengelopen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Amsterdam, 13 juli. Volgens bij de Stoomvaart Mij. ‘Nederland’ ontvangen telegram is het stoomschip CELEBES, dat 28 juni van Padang naar Amsterdam is vertrokken, hedenochtend met enige machineschade te Colombo binnengelopen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Hamburg, 9 juli. Op het hier liggende en te Groningen thuis behorende schip GERHARD is beslag gelegd.


14 juli 1910


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 14 juli. De Stoomvaart Maatschappij ‘Nederland’ deelt ons mee dat volgens een telegram uit Colombo de volledige reparatie aan de machine van het stoomschip CELEBES ongeveer 15 dagen zal vorderen. Uit Colombo wordt geseind dat buiten de gemelde schade aan de machine van het stoomschip CELEBES, de hoge druk stoomschuifkast is gebarsten.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Duinkerken, 11 juli. Bij het verlaten van de haven is het Nederlandse stoomschip DELFLAND in aanvaring geweest met het aan de kade gemeerd liggende stoomschip VILLE DE STRASBOURG, waardoor laatst genoemde licht boven de waterlijn werd beschadigd.
(opm: VILLE DE STRASBOURG – bouwjaar 1882, 2.167 brt, thuishaven Duinkerken)


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Hoofdinspectie Scheepvaart.
De St.-Ct. No. 163 bevat de vergelijkende opgaaf van de schepen, waarvoor in de eerste zes maanden van 1909 en 1910 voor de eerste maal Nederlandse zeebrieven zijn uitgereikt.


15 juli 1910


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Bombay, 14 juli. Aan het Nederlandse stoomschip FOLMINA is meerdere schade gevonden. De opstaande tankplaten zijn over een lengte van 38 voet gedeukt of gebroken. De mast is defect, de ballastpomp is gebroken, de condensor beschadigd en de hoofdinspuitpijp is defect.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 15 juli. De gepantserde Engelse kruiser NELSON, met een waterverplaatsing van 7.630 ton, is te Portsmouth naar Hendrik Ido Ambacht verkocht om aldaar gesloopt te worden.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Delfzijl, 14 juli. De met 130 ton oliekoeken van Wilhelmsburg naar Veendam bestemde Nederlandse tjalk NIEUWE ZORG, lek te Carolinensiel binnengelopen, heeft het grootste gedeelte lading gelost. Er staat 2 voet water in het ruim.


16 juli 1910


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 16 juli. Op de werf van de Irvines Shipbuilding and Drydock Company te West Hartlepool is de kiel gelegd voor een modern schip, groot ongeveer 5.500 ton bij een diepgang van ongeveer 21 voet. Dit voor de algemene vrachtvaart bestemde schip wordt gebouwd voor rekening van de heer J.J. van Meel alhier, als directeur van een nader te vermelden N.V. In januari van het volgende jaar moet het worden afgeleverd.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Dundee, 14 juli. Gisteren vertrok de schoener THOMAS met vissersgereedschap naar het noorden van Noord-Amerika. Het hoofddoel van de reis is echter om te trachten berichten in te winnen omtrent het lot van de Nederlandse schoener JANTINA AGATHA, die verleden jaar 29 juli van hier naar de Cumberland Golf vertrok en waarvan men tot nu toe niets heeft vernomen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Carolinensiel, 12 juli. Het tjalkschip NIEUWE ZORG (zie Ochtendblad 13 dezer), heeft 2 voet water in het ruim. Het zal hier voorlopig repareren, om daarna in Nederland grondig te worden hersteld. De lading is beschadigd en zal hier verkocht worden.


17 juli 1910


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Aan de scheepswerf en machinefabriek van de firma J. & A. van der Schuyt te Papendrecht is de bouw van 5 passagiersboten opgedragen, bestemd voor Turkije.


18 juli 1910


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 18 juli. Volgens door de rederij van het stoomschip GELDERLAND ontvangen telegrammen, heeft voornoemd stoomschip schade aan stuurboord boeg. Het schip is lek. Verder werd nog bericht dat te Hamburg zal worden gerepareerd.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 18 juli. Volgens een telegram uit Hamburg zijn het Engelse stoomschip CITY en het van Newcastle komende Nederlandse stoomschip GELDERLAND op de Elbe in aanvaring geweest, waardoor beide stoomschepen beschadigd werden. Laatst genoemd stoomschip kwam met ingedrukte boeg te Hamburg aan. (opm: Britse stoomschip CITO – geb. 1899, 819 brt, thuishaven Hull, zie ook NRC 190710)


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Het ongeval met de NOORD-BRABANT. Het Nederlandsch Zeewezen (opm: een tijdschrift) ontleent aan een particulier schrijven nog een en ander over het ongeval met de NOORD-BRABANT:
Het voorval geschiedde bij de 20-uurs proeftocht, dinsdag 31 mei, in de wateren van Bali en Lombok, op de zuidkust van het laatstgenoemd eiland op circa 2.000 meter uit de wal, op een plaats waar de kaart ruim 50 vaam water aangaf, met ‘schone’ kust.
Het was ‘s morgens ongeveer half twaalf, het schip liep 15 mijl, toen een hevige schok werd gevoeld en het schip plotseling als werd opgeheven.
Een ieder begreep dat men had gestoten, doch door de grote vaart en misschien ook de hoge zee die er stond, was het schip direct weer vrij. Onmiddellijk drong het water met volle kracht het voorschip binnen tot in enkele van de voorste bergplaatsen en begon het schip voor dieper te zinken. Het water drong zo snel op, dat de enkele toevallig aldaar aanwezig zijnde mensen nauwelijks tijd hadden zich te bergen.
Paniek, of iets wat daarnaar zweemt, heerste absoluut niet. Onmiddellijk werden kalm de nodige bevelen voor betere afsluiting en voorbereiding tegen ernstiger verloop gegeven en even kalm opgevolgd. Er heerste wederzijds vertrouwen tussen officieren en bemanning en hieraan is voor een groot deel de goede afloop te danken.
Het water namelijk wist door spreekbuizen en andere communicatiemiddelen een weg te vinden naar meer achter gelegen compartimenten, de reddingsmat gaf niets, het schip kreeg 12˚ en meer helling en lag voor over de 70 dm. diep, achter 55 dm. Voordat men wist hoe het water achteruit kwam, was de toestand hoogst zorgelijk, de hand en stoompompen konden dit water net machtig blijven, de minste complicatie kon ernstige gevolgen hebben.
Het was hard werken en toch ging alles welgemoed en met vertrouwen.
Dadelijk na het ongeval was met de draadloze telegrafie verbinding gekregen met Hr.Ms. HOLLAND en spoedig daarop was te Soerabaja het bericht door de eskadercommandant, aan boord van Hr.Ms. DE RUYTER ontvangen. Op de werf werd alles gereed gemaakt om het schip te ontvangen, als het kon direct te dokken.
De telegrammen kwamen geregeld door en werden de volgende dag gelukkig beter. Men had alle communicatieleidingen, die water naar achteren brachten, gestopt, waarop met enkele pompen het nog doordringende water kon worden bijgehouden. Het schip stoomde met 9 mijlsvaart, geëscorteerd door de inmiddels te hulp gekomen HERTOG HENDRIK naar Soerabaja. Thans was de moeilijkheid het schip over de baar te krijgen waar slechts 58 dm. water stond. De TELEGRAAF werd te hulp gezonden om eventuele sleepdiensten te verrichten. Om plm. 3 uur ’s middags, de dag na het ongeval, kwamen de schepen voor het Oostgat. De HERTOG HENDRIK nam nu de NOORD-BRABANT achterstevoren op sleper en zeulde haar zo over de bank naar binnen, terwijl het schip om 7 uur ’s avonds, onder belichting van zoeklampen, in het bassin werd gebracht.
De volgende dag werden kolen en munitie gelost, terwijl een drijvende stoomspuit langszij werd gelegd om zo nodig te helpen pompen.
Daarop werd een tent onder het schip doorgenomen, waarna vrijdag middag de pompen het water geheel meester waren en het schip wederom gelijklastig lag, gereed om in het dok te worden opgenomen, hetgeen zaterdagmorgen om 9 uur geschiedde.
Toen het schip droog stond, bleek er aan SB één gat te zijn onder victualiebergplaats, waar geen dubbele bodem is. Verder, meer naar achteren, onder de brug nog een gat, doch niet door de dubbele bodem en dan nog een scheur over plm. 20 meter in de huid van de onderen. Hier heeft het schip op de dubbele bodem gedreven. Vele spanten waren doorgebroken en zullen moeten worden vernieuwd.
Wat leerde ons het geval?
1. Dat, als het spant, er op ons volk valt te rekenen, en er een wederzijds vertrouwen heerst, nodig om de zaak tot het beste eind te brengen;
2. De waterdichte afsluitingen in onze schepen solide zijn, doch men voorzichtig moet zijn met spreekbuizen en pijpleidingen;
3. Onze schepen zeer solide zijn gebouwd en alle vertrouwen verdienen;
4. De draadloze telegrafie nog eens haar onmisbaarheid heeft bewezen;
5. De ondiepe toegang van de rede van Soerabaja in ongunstige gevallen fataal kan worden;
6. De dokkwestie onhoudbaar is en onbestaanbaar met het idee van een veilige reparatie-basis voor de vloot. Immers eerst na twee dagen binnen te zijn, kon het schip dat maar 70 dm. diepgang had, worden gedokt.
Het zijn natuurlijk al bekende zaken, maar zo’n feit voert ons de waarheden in hun naakte lijven voor ogen; alleen zulke feiten kunnen ons uit de slaap doen opschrikken.
Smit was commandant; de man was kalm onder het hele geval als altijd.
De munitie, die enige dagen onder water had gestaan, was kurkdroog bij het openen van de patronen. Wel verwacht, maar toch werd deze bevestiging met genoegen vernomen.
Wij, op de werf, hebben ook een paar dagen van aanpakken gehad, en kregen een klein proefje van mobilisatie. Het werkte best, alleen hoe, als er eens meerdere schepen met averij dokken moeten? Wat zijn wij nog over van een behoorlijke oorlogshaven! Misschien dat wij er langzamerhand komen. Een 12.000 ton dok, elektrische verlichting en elektrische kolentips, meer kaderuimte, dat alles behoort nog tot de wensen. Gelukkig staat er al wat van op het program. Maar men wil van allerlei dingen de rentabiliteit aangetoond zien en schijnt te vergeten dat het geen handelszaak, maar een oorlogshaven betreft.


19 juli 1910


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hamburg, 18 juli. Omtrent de aanvaring van het naar Hull uitgaande Engelse stoomschip CITO en het van naar Newcastle komende Nederlandse stoomschip GELDERLAND wordt nog gemeld dat deze aanvaring verschenen zondagnacht op de Beneden Elbe nabij Wittenbergen plaats had en dat de CITO zo zwaar werd beschadigd, dat men genoodzaakt was het stoomschip omhoog te zetten. Nadat de CITO voldoende was dichtgemaakt is ze door de sleepboot JOHANN PETERSEN weer vlot gebracht. De reis naar Hull werd daarop voortgezet. De GELDERLAND stoomde de rivier op en meerde in de kolenhaven.
(opm: zie ook NRC 180710)


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

De Raad voor de Scheepvaart onderzocht heden de scheepsramp op 9 juni 1910 op de Theems overkomen aan het stoomschip BATAVIER II, kapitein T. Swart, Rotterdam, eigenaar de firma Müller & Co. aldaar. De kapitein verklaarde, de 8e juni was de BATAVIER II uit Rotterdam vertrokken. In de avond werd langzaam gestoomd daar er mistvlagen kwamen opzetten. De 9e bij het opvaren van de Theems werd de kapitein door het vuurschip gewaarschuwd dat anderhalve mijl vooruit links een driemastschoener lag. Om de mist werd uiterst langzaam gestoomd, beurtelings zelfs gestopt. Op de plaats waar het schip werd aangeduid lag geen schip. Ongeveer een mijl verder de rivier op, terwijl de BATAVIER II voortdurend de mistsignalen liet horen en met hoogstens 20 slagen in de minuut voer, kwam plotseling de schoener in het gezicht en eerst toen werd gelui gehoord. Bijna onmiddellijk daarna stootte de BATAVIER II tegen het Engelse schip zonder — naar de kapitein waar nam — beduidende schade te veroorzaken. De rederij betaalde GBP 425 schadeloosstelling aan de Engelse maatschappij, hetgeen de kapitein zeer hoog vond. Deze achtte GBP 50 meer dan voldoende. Van de schoener werden geen signalen gehoord voor de aanvaring plaats had. De stuurman, de heer J. Boerstra en de uitkijk, de heer D. Klopstra, bevestigden de verklaringen van de kapitein. Uitspraak volgt later.
(opm: zie ook NRC 130610 en NRC 210710)


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Cardiff, 18 juli. De eigenaar van de loodskotter LINDA GRACE rapporteerde, dat, terwijl zijn vaartuig om een aanvaring te voorkomen met een schoener, gesleept werd door het stoomschip TROMP, het stoomschip bij het achteruitslaan tegen de kotter voer en dat de kotter dientengevolge in diep water is gezonken. Dit ongeval gebeurde verschenen zaterdag namiddag om 6 uur in peiling NW Lundy zes mijl afstand. (opm: de TROMP arriveerde 16 juli van Oporto te Barry).


21 juli 1910


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hamburg, 20 juli. Het Nederlandse stoomschip GELDERLAND, dat met het Engelse stoomschip CITO in aanvaring is geweest, is voor onderzoek en reparatie aan de Reiherstieg werf gemeerd.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De ZEELANDIA in dienst. Op het vrolijk gepavoiseerde schip, dat gisteren op zijn eerste wegvaart tot IJmuiden door enige in ons Avondblad genoemde hoge gasten werd uitgeleide gedaan, werden al spoedig, nadat het (Noordzee-) kanaal was ingestevend, de gasten verenigd aan een goed voorziene lunch, die in de eerste klasse eetzaal, alwaar tegen het dessert, na een dronk van de president-commissaris van de Maatschappij, de heer Van Aalst, op Hare Majesteit de Koningin, de heer Wilmink, een van de directeuren van de Maatschappij, het woord nam en de betekenis van de verbinding met Zuid-Amerika uiteenzette voor ons land, ook in betrekking tot de belangen ver buiten zijn grenzen, overal waar Nederlanders wonen en de Oud-Hollandse handelsgeest factorijen en koloniën heeft gevestigd, gelijk spreker heeft ervaren bij zijn bezoeken aan Argentinië en Brazilië.
Dankbaar erkent spreker de steun van een zo machtig lichaam als de Nederlandsche Handelsmaatschappij, die in een benard moment de Maatschappij voor Nederland heeft behouden, van de Nederlandse regering, wier daadwerkelijke hulp voor haar voortbestaan van geen minder waarde is geweest. Dankzij het vertrouwen van de beide lichamen is de toekomst van de stoomvaartlijn, een vertrouwen, dat spreker volkomen gegrond schijnt, gegeven ook de uitmuntende krachten, waarover zij beschikt in haar agenten, gezagvoerders en verder personeel, kan de tot Koninklijke Hollandsche Lloyd herschapen Zuid-Amerika Lijn, zich thans beroemen op het bezit van eersterangs schepen, die de toets met die van uitheemse lijnen kunnen doorstaan. Nauwelijks opgetreden in de passagiersvaart, is reeds in hoge mate ervaren, dat het de lijn niet aan de gewenste voeding zal ontbreken. Zo is reeds thans haar een toevloed van passagiers verzekerd, zo groot dat voor de thuisreis de schepen van de Maatschappij te klein zullen zijn. Zeker zou spreker thans nog niet de illusie willen wekken, aangaande dividenden voor de aandeelhouders – maar wel durft hij te verzekeren, dat bij de directie niet de minste twijfel bestaat aangaande het definitieve slagen van de lijn. Hoewel de concurrenten reeds zoveel ontzag voor de Maatschappij hebben, dat zij haar als geheel gelijkwaardig beschouwen en bij de onderhandelingen op gelijke voet behandelen, zou de directie hen ook in het tegenovergesteld geval niet vrezen. Slagen zou men, zelfs die concurrentie ten spijt. Spreker eindigde met een dronk te wijden aan de ontwikkeling van onze scheepvaart, in het belang van onze haven en ons volk, door traditie – in verband ook met zijn geografische ligging – voor de scheepvaart uitverkoren en door de scheepvaart tot grootheid en bloei gebracht. Het spreekt vanzelf dat de heer Wilmink, zo min als de heer Van Aalst, in gebreke bleef de genodigden – ministers en ook de regeringscommissaris de heer Van Gijn – voor hun tegenwoordigheid dank te zeggen. Minister Heemskerk antwoordde: Het ministeriele leven is een leven van moeite en zorg – sprak hij met kostelijke humor. Maar gelukkig bloeien toch enkele bloempjes op zijn steile weg. En zo is een dag als deze een dag van vreugde en tegelijk van gewicht. Want niet alleen brengt men enige ogenblikken door in een gezelschap, dat door zijn vriendelijkheid u tot opgewektheid stemt – maar men krijgt bovendien dingen te zien, die verband houden met grote nationale belangen. Het zijn zulke dagen, die terecht de pentekenaars in onze periodieken de stof leveren tot taferelen, die het ministerieel bestaan in een koesterend zonnig licht zetten. Op dit schip ons bevindende, aanschouwen wij daar een resultaat, ook van regeringsbemoeiing. Wel proeven wij daarvan nog niet de vruchten, die de vorige spreker ons in uitzicht stelt, maar hij deed dit in weerwil van een passende omzichtigheid, met zulk een overtuiging, dat wij – steunende op Hollandse ijver en geestkracht – inderdaad met vertrouwen de toekomst van de Koninklijke Hollandsche Lloyd tegemoet zien. In elk geval: Wij hebben thans dit schip, dat op zichzelf door doelmatige inrichting en schone afwerking een monument is, als hoedanig wij ze voor de vervolge ook in Holland hopen te zien bouwen. Zeker mag er ook aan worden herinnerd, dat wij in dit schip aanschouwen een vrucht van regeringsprotectie. Ongetwijfeld, als we hier van een teringlijder het leven wilden trachten te verlengen – zou tegen zulk een bescherming bedenking zijn te opperen. Immers, het geldt niet de mens, met zijn onsterfelijke ziel, maar een zaak van stoffelijke aard, en een zaak, die – naar wij weten – in goede handen is. Spreker besloot met Gods zegen toe te wensen aan schip en bemanning, opdat de vruchten voor de welvaart van deze Maatschappij, als element ook in de algemene welvaart van het land, de onderneming in ruime mate mogen worden toebedeeld.
Tegen half vijf had, na een “stille und glückliche Fahrt”, het schip de schutsluis te IJmuiden bereikt en werd door de gasten afscheid genomen van de voorkomende directie en de commandant en de zijnen een gelukkige vaart toegewenst. Een auto bracht de ministers naar de residentie terug.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart. De Raad heeft heden uitspraak gedaan inzake de aanvaring tussen de BATAVIER II, van de Nederlandsche Stoomboot Maatschappij onder directie van de firma Wm.H. MüIler & Co. te Rotterdam, met een Engelse driemastschoener, die in de Theems op stroom lag. De aanvaring had plaats in de namiddag van 9 juni, toen de BATAVIER II op reis was van Rotterdam naar Londen.
De Raad nam in zijn vonnis aan, dat op de BATAVIER II met het nodige beleid en de nodige voorzichtigheid is gevaren, zodat de gezagvoerder, de heer T. Swart, geen verwijt kan treffen. Het is mogelijk, dat de geluidseinen van de Engelse schoener op de BATAVIER II niet gehoord konden worden, maar dat ze gegeven zijn, is niet gebleken.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

De nieuwe zeehaven te Zaandam. Onze berichtgever schrijft: Aan de nieuwe zeehaven ten westen van de spoorlijn Amsterdam - Zaandam wordt reeds met kracht gearbeid. De oude spoorlijn is reeds gedeeltelijk doorgegraven, ten einde de opening te vormen, waardoor de oude en de nieuwe haven met elkaar in verbinding zullen komen. Ook aan de zijde van het Noordzeekanaal wordt een aanvang gemaakt met de werkzaamheden. Om het terrein, waar de nieuwe haven zal komen, is men bezig een dijk te leggen. Een zeer sterke machine die evenals een locomotief op rails loopt, gaat de polder in en schept, zoals een baggermolen dit te water doet, de grond van de IJpolder in droge toestand op. De aldus afgegraven grond komt op een transportband, die deze dijksgewijze opzij stort. Per dag wordt op deze wijze ongeveer 100 meter dijk verkregen. Voorts is men bezig aan het uitgraven en het maken van zandkistings voor de ringdijk. De duur van het werk wordt op ongeveer een jaar begroot.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 20 juli. De Nederlandse sleepboot THAMES, met drie bakken, ieder van 750 ton draagvermogen, is gisteren welbehouden in een sleep, van Spezia te Dakar aangekomen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Vlissingen, 19 juli. De dagboot NEDERLAND is buiten dienst gesteld en ligt op om verkocht te worden. De nachtboot KONINGIN REGENTES is naar Rotterdam vertrokken om te dokken en komt daarna als dagboot in de vaart.


22 juli 1910


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Blijkens bij het Departement van Marine ontvangen bericht is Hare Majesteits pantserschip PIET HEIN onder bevel van de kapitein ter zee F. Bot, 20 dezer te Bergen aangekomen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 22 juli. Wij vernemen dat de 2 grootste stoomschepen van de Holland Amerika Lijn, namelijk de ROTTERDAM en NIEUW AMSTERDAM, in het vervolg op de thuisreis niet alleen Boulogne, maar ook Plymouth zullen aandoen tot het ontschepen van passagiers. Het stoomschip ROTTERDAM, dat 9 augustus van New York vertrekt, zal deze uitbreiding van de dienst openen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van de firma Burgerhout & Zoon te Rotterdam is met goed gevolg te water gelaten de stalen romp van de sleepboot KURT VON ANDREAE, in aanbouw voor de firma Fred. Drughorn Ltd., London.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Hamburg, 20 juli. Het stoomschip GELDERLAND is nagezien. Aan stuurboord zijn 6 à 8 platen gebroken, welke vernieuwd moeten worden; voorts zijn een aantal platen verbogen. De reparatie zal ca. 6 dagen vorderen. (zie ook NRC 190710 en NRC 210710)


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

De Raad voor de Scheepvaart. Gisteren namiddag behandelde de Raad voor de Scheepvaart de zaak van de scheepsramp op 28 juni jl. overkomen aan het stoomschip CYCLOP, toebehorende aan de rederij van de firma Zur MühIen. Schipper op de CYCLOP was J. van der Graaf van IJmuiden. Binnen de pieren van IJmuiden kwam het vaartuig in botsing met de sleepboot ADMIRAAL DE RUYTER, toebehorende aan de zeesleepdienst ‘IJmuiden’, gevestigd te Amsterdam. Johannes Kruger, zeeman van beroep, die enige tijd geleden inspecteur was aan de zeesleepdienst en als gezagvoerder op de ADMIRAAL DE RUYTER heeft gevaren, was eerste getuige. Hij heeft generlei examen gedaan. Om een sleepboot te kunnen besturen moet men een certificaat hebben en getuige is uitgevaren zonder in het bezit te zijn van een dusdanig certificaat. Getuige heeft dus de wet overtreden en als mr. Pleyte, de voorzitter, hem daarop wijst, zegt getuige, dat de boot ook ingericht was als trawler en dat hij dus ook dienst deed als visserman. Uit het getuigenverhoor blijkt, dat de stuurman, die aan boord was van de ADMIRAAL DE RUYTER, wel bevoegd was om als gezagvoerder op te treden, doch de heer Alfred Schröder, directeur van de zeesleepdienst ‘IJmuiden’ was er op gesteld, dat Kruger het gezag zou voeren. De ADMIRAAL DE RUYTER lag in IJmuiden om de THALIA, een passagiersboot (opm: van de Oostenrijkse Lloyd, dat met plezierreizigers van Wight kwam), naar Amsterdam te slepen. Om acht uur liep de ADMIRAAL DE RUYTER uit, de zee was toen woelig en de CYCLOP lag aan de derde ton van de zuidelijke pier. Later liep ook de CYCLOP naar buiten om te trachten de THALIA te slepen, hoewel de CYCLOP wist, dat de ADMIRAAL DE RUYTER gecontracteerd had om de THALIA te slepen. Toen de aanvaring plaats vond, was de THALIA nog door geen van beide boten gesleept. Toen de ADMIRAAL DE RUYTER de tros wilde uitgooien om de THALIA te slepen, kwam de CYCLOP eensklaps ertussen, waardoor Kruger met zijn boot terug moest. In dit ogenblik geschiedde de aanvaring. Uit een verklaring van de heer J. Boode, bediende van de scheepsbevrachtersfirma Hooyman en Schuurman, welke schriftelijke verklaring door mr. Pleyte werd voorgelezen, bleek, dat de ADMIRAAL DE RUYTER bevel had om de THALIA naar Amsterdam te slepen. Deze verklaring werd door de heer Boode afgelegd voor de inspecteur van de scheepvaart. Ter zitting toonde getuige een getuigschrift, hem verstrekt door de directie van de zeesleepdienst ‘IJmuiden’, waarin wordt verklaard, dat hij, Kruger, de belangen van de Maatschappij steeds had behartigd en daarbij blijk had gegeven van zeemanschap. Mr. Pleyte maakt naar aanleiding hiervan de opmerking: „Dat zegt meneer Schröder, maar niet de wet!" Toen de ADMIRAAL DE RUYTER de tros wilde uitwerpen om de THALIA te slepen, drong, zoals gezegd, de CYCLOP tussenbeide. Getuige zeilde toen mee op en trachtte voor de CYCLOP langs te komen en hierdoor werd de aanvaring veroorzaakt. Getuige verklaarde, de loods op de THALIA nog toegeroepen te hebben, dat hij het schip moest slepen, doch deze deed, alsof hij niets hoorde. Als Kruger naar de reden hiervan wordt gevraagd, verklaart hij, dat de loodsen vijf procent krijgen van Zur Mühlen. Hij zelf heeft voor genoemde firma dit geld wel uitbetaald. De heer Schröder echter wenste zich nooit in te laten met dergelijke praktijken.
Tweede getuige was J. v.d. Graaf, schipper op de sleepboot CYCLOP. Hij is in dienst van de firma Zur Mühlen en in het bezit van een dienstdiploma. Om half negen ‘s morgens heeft getuige zijn ligplaats verlaten. Met de THALIA was gecontracteerd om deze binnen te slepen en dit blijkt ook uit een verklaring van de kapitein van de THALIA, waarin vermeld staat, dat de CYCLOP geëngageerd was om de THALIA binnen te slepen, zodat de andere boot geen recht had, het schip te nemen. Ook verklaart getuige, dat de loodsen van de verschillende, te IJmuiden gevestigde sleepbootrederijen gewoon zijn, percentage te nemen. Hij heeft niet geweten, waar de THALIA thuis behoorde, daar deze vorige malen niet gesleept werd. De verklaringen, afgelegd door de gezagvoerders van ADMIRAAL DE RUYTER en CYCLOP weerspreken elkander nog al eens.
Getuige Kruger, stuurman aan boord van de ADMIRAAL DE RUYTER, is in het bezit van een diploma. Ter zitting deelt hij mee, dat men aan boord van de ADMIRAAL DE RUYTER orders had om de THALIA te assisteren. Toen men bij de semafoor lag passeerde daar de CYCLOP, die naar de THALIA toe ging. De CYCLOP kwam voor de THALIA binnen. De verklaringen van deze getuige kwamen in hoofdtrekken overeen met die van Kruger maar van de bijzonderheden van de aanvaring weet hij zich weinig meer te herinneren. Getuige Jongeling die sinds vijf maanden matroos was aan boord van de CYCLOP, legt verklaringen af, die vrijwel stroken met die, door kapitein Van der Graaff afgelegd; op menig punt zijn zij dus in flagrante strijd met die van kapitein Kruger.
Vervolgens werden nog gehoord W. Helmig, matroos van de ADMIRAAL DE RUYTER. Hij heeft 13½ maand gevaren onder het gezag van Kruger; hij legt nog verklaringen af in de geest als door getuige Kruger zijn gedaan en zegt, dat de aanvaring veroorzaakt is door de CYCLOP. De zesde en laatste getuige is een matroos van de CYCLOP. Daarna worden de gezagvoerders Kruger en Van der Graaff nog enige vragen gesteld door de voorzitter en ten slotte werd de zitting geschorst tot nader te bepalen datum. Dan zullen in deze zaak de verdere getuigen worden gehoord.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 21 juli. De 2-mast gaffelschoener ZEEMEEUW, kapt. Jonker, arriveerde 20 juli van Rio Grande te Falmouth.


23 juli 1910


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Bombay, 21 september. Er is meerdere schade gevonden aan het stoomschip FOLMINA, 4 opstaande platen van de ballasttank Nº 2 zijn gedeukt of gebroken. De tank is niet lek. Volgens de mening van de experts kon het stoomschip veilig de reis vervolgen om dan later in Engeland te repareren.


25 juli 1910


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 25 juli. De Nederlandse lichter SCHEEPVAART I en het Duitse stoomschip FORTUNA zijn in het Kaiser Wilhelm Kanaal met elkaar in aanvaring geweest, waardoor beide schepen beschadigd werden.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van Gebr. Fikkers te Muntendam werden met goed gevolg te water gelaten twee staal-ijzeren lichters, elk groot 225 ton, voor rekening van de Dampfschiff-Aktien-Gesellschaft te Helmshorn. De kiel werd gelegd van een staal-ijzeren schuit, groot 40 ton, voor rekening van de heer Amsting te Scheemda.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 25 juli. De schoener ZEEMEEUW, kapt. Jonker, van Rio Grande naar Uleaborg, vertrok 23 juli van Falmouth.


26 juli 1910


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Onze West. – De GOUVERNEUR VAN HEERDT.
Een medewerker van de ‘Amigoe’ begaf zich naar het strand, waar de Gouvernementsschoener verging en schreef: Zoals reeds gezegd, is de kust hier ter plaatse tamelijk laag. De boot is op een vooruitstekende punt geslagen, te herkennen aan een witte plek, door het afschaven van de rots en daarop in zee teruggevallen. Bij uitzondering is deze in zee vooruitstekende punt boven plat, zodat men er gevoeglijk over lopen kan. Hierop zou Jan Debrot terecht gekomen zijn en van daar verder het land op gekropen. Van de andere vier geredden vertelde men ons, dat ze eerst zich met een plank te redden zochten, doch daarna het hondenhok ziende, daarop kropen en zo verder drijvend eindelijk aan land kwamen. Vlak bij de punt, waarop op de boot geworpen werd, ziet men in de diepte het anker. Ook ziet men op de bodem iets wits schemeren. Door het voortdurend bewegen van de golven kan men niet onderscheiden wat het is. Men vermoedt, ofschoon ik voor mij het niet ontdekken kon, dat het een paar lijken zijn. Wel vonden we op de kust een beentje, nog vers er op geworpen. Dit was al, wat er van het ranke scheepje en de arme slachtoffers over was. Volgens zeggen, moet de kiel op Koraal Tabaco zijn aangespoeld.


27 juli 1910


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 27 juli. Volgens telegram uit Sabang is de baggermolen HSIN HO van Schiedam naar Tientsin 23 juli aldaar aangekomen met schade aan de kimkielen, en aldaar in het dok gezet.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Kiel, 25 juli. Het stoomschip FORTUNA, dat met de lichter SCHEEPVAART I in aanvaring was, is hier aangekomen en heeft bij het hoofd vastgemaakt. De schade bevindt zich aan stuurboord boeg. De buitenhuid is vanaf de reling tot waterlijn gedeukt, deels doorsneden. De FORTUNA is lek en zal hier 150 ton lossen, die in de lichter nº 28 overgeladen worden. Na gerepareerd te hebben zal het stoomschip de reis naar Danzig voortzetten.


28 juli 1910


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Brunsbüttelkoog, 26 juli. De lichter SCHEEPVAART I, die met het stoomschip FORTUNA in aanvaring was, wordt, na voorlopig gerepareerd te hebben, naar Rotterdam gesleept om aldaar afdoende te repareren.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 28 juli. De lichter SCHEEPVAART I, vertrok vanmiddag gesleept door de sleepboot DONAU, van Brunsbüttel naar Rotterdam.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Delfzijl, 27 juli. Het aakschip NEERLANDIA, schipper Nieveen, bestemd van Papenburg naar Memel, is hier met gebroken zwaard binnengelopen.


29 juli 1910


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Londen, 29 juli. Volgens telegram uit Kiel, is het Nederlandse van Oxelösund naar Rotterdam bestemde stoomschip BLÖTBERG, aldaar binnengelopen met schade door aanvaring, makende water.


30 juli 1910


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlieland, 29 juli. Heden is tijdens een donderbui, van de Noorse bergingsboot NORROENA, op het wrak van het gezonken stoomschip WILNA liggende, de ketting gebroken. Het schip is thans hier binnen, 35 rol ijzerdraad zijn geborgen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Kiel, 29 juli. Het stoomschip BLÖTBERG (zie vorig Avondblad) was ter hoogte van IJstad in aanvaring geweest met het Noorse stoomschip STETTIN, dat de reis voortzette, zonder dat omtrent schade iets bekend werd. (opm: zie ook NRC 070910 en 080910)


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de ‘Werf ’t Kromhout’, firma D. Goedkoop Jr., werd met goed gevolg te water gelaten een stalen motordirectieboot, lang 14, breed 3 en hol 1,45 meter, voorzien van een 28 pk één-cilinder Kromhout petroleummotor, welke het vaartuig een snelheid zal geven van plm. 15 km per uur. Het vaartuig is gebouwd voor Amsterdamse rekening.


31 juli 1910


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Blijkens bij het Departement van Marine ontvangen bericht is Hare Majesteits pantserschip EVERTSEN, onder bevel van de kapitein ter zee H.A. Schoonhoven, 30 juli van Nieuwediep vertrokken ter aanvaarding van de oefeningstocht in de Noord- en Oostzee.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 30 juli. Volgens telegram uit Sabang is de baggermolen HSI HO onderzocht, zeewaardig verklaard en heeft het de reis naar Tientsin voortgezet.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Carolinensiel, 29 juli. De Nederlandse tjalk NIEUWE ZORG heeft de lading lijnkoeken in de tjalk ELIZABETH, schipper Smit, overgeladen. Van de NIEUWE ZORG is de bodem ingedrukt, voorts zijn 25 spanten aan stuurboord en 16 aan bakboord gebroken. Het schip zal ter reparatie naar Hoogezand gesleept worden.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Houtvrachten. Aan de vrachtenmarkten is het over het algemeen vrij stil in zaken, maar de houtvrachten blijven vast gestemd. Reders leggen dit seizoen veel meer zelfstandigheid aan de dag dan in vorige jaren en door zich te onthouden van afsluiting van hun boten voor emplooi in de verre toekomst, houden zij de markt meer in eigen handen, terwijl deze tactiek het speculeren in vrachten door zekere tussenpersonen zeer bemoeilijkt, omdat deze zich zodoende niet terstond kunnen dekken voor massa transporten, welke zij gewoon waren tegen bepaalde cijfers aan te nemen, om daarna tot de laagst mogelijke koersen ruimte daarvoor af te sluiten. In ieder geval wordt door zodanige houding van de reders, het risico voor vrachtspeculanten aanmerkelijk vergroot.
Van de Witte Zee is er op het ogenblik weinig vraag naar ruimte, maar ongetwijfeld zijn binnenkort meer orders van die zijde te verwachten. De Archangel-vrachten zijn genoteerd op 32 Sh. 6d. à 33 Sh. 6d., basis Engeland's oostkust, zodat deze feitelijk nog niet in dezelfde verhouding verhoogd zijn als die van de Oostzee welke op ongeveer 22 Sh. 6d. à 23 Sh. 6d. van de Lagere Golf naar Londen gebaseerd zijn, met een shilling meer van de Hogere Golf. Om in augustus te laden zijn enige grotere boten naar Londen afgesloten ad. 23 Sh. 9d. en 24 Sh. per standaard; voor kleinere boten van b.v. 300 - 400 Stds. zijn echter gemakkelijk ietwat hogere cijfers te bedingen. Van de pitchpine havens is de vraag naar ruimte bij voortduring kalm, maar de vrachten blijven vast gestemd en zelfs de schaarsheid van ladingen van andere zuidelijke havens van de Ver. Staten heeft zo goed als geen invloed op de vrachtkoersen.


01 augustus 1910


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hamburg, 31 juli. Voor het Amtsgericht te Kiel is een verklaring afgelegd inzake de aanvaring van het stoomschip FORTUNA met de Nederlandse lichter SCHEEPVAART I. Hieruit ontlenen wij dat die aanvaring heeft plaatsgehad 24 juli, 3 uur namiddag in het Kaiser Wilhelm Kanaal nabij het kilometermerk 21. Er heerste een stormachtige wind kracht 6 à 7, toen de lichter in het zicht kwam werd het vaartuig plotseling door de wind hard naar bakboord over gedrukt, zodat het dwars in het kanaal kwam te liggen. De FORTUNA had reeds de machine op langzaam gezet en daarna gestopt. Tenslotte had men het roer hard stuurboord gezet en met volle kracht achteruit geslagen om zodoende het stoomschip aan stuurboord dicht bij de glooiing te brengen. Op onverklaarbare wijze scheerde de FORTUNA plotseling en snel naar stuurboord over en op het volgende ogenblik had de aanvaring plaats. De FORTUNA werd door de met volle kracht gesleepte lichter aan bakboord boeg getroffen en tot aan de waterlijn sterk ingedrukt. Het schip bleef afgescheiden van een lek in de piektank, dicht. Aangezien de gezagvoerder van de lichter afstand deed, van de aangeboden hulp, zette de FORTUNA de reis naar Holtenau voort.
Aldaar verklaarden de experts dat de FORTUNA een gedeelte lading moest lossen en te Kiel repareren. De reparaties zullen 10 à 14 dagen in beslag nemen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 31 juli. Volgens telegram uit Kiel heeft het Nederlandse stoomschip BLÖTBERG voorlopig gerepareerd en heeft het de reis voortgezet.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 1 augustus. Het stoomschip BLÖTBERG, van Oxelösund naar Rotterdam passeerde gisteren Brunsbüttel.


02 augustus 1910


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 2 augustus. Het droogdok ALFONSA PENNA, bestemd van Barrow naar Rio de Janeiro, gesleept door de Nederlandse sleepboten ROODE ZEE en ZWARTE ZEE, arriveerde gisteren te St. Vincent.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Firma Wm.H. Müller & Co.
In de onlangs gehouden vergadering van commanditaire vennoten van de firma Wm.H. Müller & Co. te Rotterdam werden balans en winst- en verliesrekening over het boekjaar 1909 goedgekeurd.
Uit het na bestrijding van rente en afschrijving voor verdeling beschikbare winstsaldo werd vijfhonderdduizend gulden overgeschreven op de kapitaalrekening van de vennoten, welke daardoor van vier miljoen op viereneenhalf miljoen werd verhoogd, terwijl het saldo onder de vennoten werd verdeeld.
Omtrent de vooruitzichten van het lopende boekjaar werd meegedeeld, dat oordelende naar de resultaten van de eerste 6 maanden, het te verwachten winstcijfer zeer zeker niet beneden dat van 1909 zal zijn, zodat per einde 1910 een verder bedrag van een half miljoen aan de kapitaalrekening zal kunnen worden toegevoegd, om het gestort maatschappelijk kapitaal op vijf miljoen te brengen.


03 augustus 1910


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hamburg, 1 augustus. Het stoomschip GELDERLAND heeft gerepareerd en is heden vertrokken. (opm: zie ook NRC 180710, 190710 en 210710)


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hamburg, 2 augustus. De Nederlandse motorschoener SCANDINAVIA is met schade aan de beplating alhier aangekomen van Koningsbergen. Het schip is naar een werf vertrokken alwaar enige platen zullen worden vernieuwd of gestrekt.
(opm: niet gevonden waar deze schade is ontstaan)


04 augustus 1910


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 3 augustus. De 3-mast schoener VOORLICHTER, kapt. Van der Lip, welke 23 juni van Rio Hache, Venezuela, naar Hamburg vertrok, is 10 juli op 31° NB en 70° WL gepraaid. De bemanning had gebrek aan proviand, waarvan zij werd voorzien door het stoomschip BANES, dat sedert te Boston is aangekomen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 3 augustus. Het droogdok AFFONSA PENNA, bestemd van Barrow naar Rio de Janeiro, gesleept door de Nederlandse sleepboten ROODE ZEE en ZWARTE ZEE, arriveerde 1 augustus te St. Vincent, Kaap Verde.


05 augustus 1910


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 5 augustus. De Nederlandse motorschoener SAN ANTONIO is gisteren van Newcastle te Fiquiera aangekomen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van de Maatschappij voor Scheeps- en Werktuigbouw Fijenoord te Rotterdam, werd gisteren namiddag te water gelaten het voor de Hollandsche Stoomboot Maatschappij alhier, in aanbouw zijnde stalen schroefstoomschip AMSTELSTROOM. De voornaamste afmetingen zijn: Lengte tussen de loodlijnen 270', grootste wijdte 36', holte 18’. Laadvermogen 1.070 ton op een diepgang van 15’. Het schip moet dienst doen voor passagiers- en goederenvervoer. Het wordt gebouwd naar de hoogste klasse van Bureau Veritas volgens het Isherwood-systeem. Het wordt geheel elektrisch verlicht. Machines en stoomketels moeten kunnen ontwikkelen 1.400 ipk ten einde daarmee een snelheid te kunnen bereiken van 13 mijl in het uur. De 2 stoomketels hebben elk een verwarmend oppervlak van 2.000 vierkante voet per ketel. De drievoudige expansiemachine heeft cilinders met een diameter van 21½", 33", en 57" bij 39" slaglengte. Het schip is voorzien van een koelinrichting om een ruimte van 6.000 kub. voet in de zomer op 28 gr. Fahrenheit te kunnen houden. Verder is Howden's geforceerde trek aangebracht. Het schip zal 15 september geheel gereed moeten zijn.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. Hedenmiddag zette de Raad voor de Scheepvaart de behandeling voort van de aanvaring van de zeesleepboten CYCLOP, toebehorende aan de rederij van de firma Zur Mühlen, schipper J. van der Graaf en ADMIRAAL DE RUYTER, toebehorende aan den zeesleepdienst ‘IJmuiden’, schipper Johs. Kruger. De aanvaring had op 28 juni jl. binnen de pieren van IJmuiden plaats, bij gelegenheid dat beide sleepboten elkander de sleep betwistten van het stoomschip THALIA, van de Oostenrijksche Lloyd, welke schip met plezierreizigers van Wight kwam. De heer S.C.L. Reigersberg, cargadoor te IJmuiden, verklaarde dat de scheepsbevrachtersfirma Hooyman & Schuurman, agenten van de THALIA, de ADMIRAAL DE RUYTER aannamen om dienst te doen. Hij legt daarvan een bewijs over; een schrijven van de genoemde firma, waarin het heet: „voor het geval de kapitein sleepbootassistentie verlangt, hebben wij een overeenkomst met de ADMIRAAL DE RUYTER en zullen wij u zo spoedig mogelijk berichten of de sleepboot disponibel is." Dientengevolge gaf de heer Reigersberg aan de heer Kruger, de beheerder van de ADMIRAAL DE RUYTER opdracht. Volgens getuide is het te IJmuiden algemeen bekend dat de ADMIRAAL DE RUYTER de THALIA sleept. De heer Kruger kwam later op het kantoor meedelen, dat de CYCLOP hem verhinderd had, dienst te doen. De heer P. Visser, runner (opmaker van contracten), verklaarde dat hij in de morgen van 21 juli, omstreeks half elf, met de CYCLOP naar buiten is gevaren. Ter hoogte van de Semafoor zag hij een schip aankomen. Het was de THALIA, waarmee hij een contract van vijf pond maakte, om het schip van de pieren af te assisteren. Hij wist niet dat de ADMIRAAL DE RUYTER reeds contract gemaakt had. Van de agent van de firma Zur Mühlen, de heer Roggeveen, had hij order om de concurrenten alles af te snoepen, want concurrentie is vrij.
President: Ook wanneer een ander contract heeft?
De heer Visser: Ook als een ander contract had, zou ik nog geprobeerd hebben om het schip te krijgen.
Bij de pieren gekomen, wees de heer Kruger op de vlag, doch getuige beantwoordde dit met een uitroep, in fatsoenlijk Hollands overgezet, zoveel betekenend als: „ik heb daar maling aan.” Toen Kruger vervolgens riep: „Arie pak de lijn!" riep getuige terug: „Arie brand je vingers niet!" Daarop werd de tros geworpen en terwijl de tros aan boord gehaald werd, had de aanvaring plaats. (De zitting duurt voort.)


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Schiedam, 3 augustus. Heden vertrok van de werf Gusto alhier de nieuw gebouwde stoombaggermolen ADELAIDE, kapt K.G. Mulder, naar Adelaide (Australië). Het vaartuig maakt de reis onder eigen stoom. (opm: zie ook AH 230410 en RN 250810)


06 augustus 1910


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

De Raad voor de Scheepvaart. (Vervolg.) De kok A.C. Blinkhof, van de CYCLOP, verklaarde in dezelfde geest. De vletterman J. Groen, hierna gehoord, verklaarde zich tijdens de aanvaring op 500 meter afstand in een vlet te hebben bevonden. Daar hij niet door de THALIA heen kon zien, heeft hij van de aanvaring niets bemerkt. De heer Joh. Kruger Jr. nam ook slechts uit de verte waar wat er gebeurde. Hij zag de ADMIRAAL DE RUYTER aan bakboordzijde van de CYCLOP, aan stuurboord van de THALIA. De CYCLOP zag hij later op de ADMIRAAL DE RUYTER inkomen. De uitspraak in deze zaak volgt later.
(opm: zie ook NRC 150810)


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hamburg, 5 augustus. De Nederlandse motorschoener SCANDINAVIA heeft enige platen vernieuwd of gestrekt en is weer in lading gelegd.


08 augustus 1910


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 6 augustus. De Nederlandse sleepboot POOLZEE, met een baggermolen en bak op sleeptouw, van Rotterdam naar Buenos Aires, arriveerde woensdag 3 dezer op de plaats van bestemming.


09 augustus 1910


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Harlingen, 8 augustus. De stoomboot HUNZE I, die vanmorgen van Amsterdam arriveerde, kwam bij binnenkomen in aanvaring met het Zuiderhavenhoofd, daar de boot voor enige vertrekkende tjalkschepen plaats moest maken. De HUNZE I bekwam een gat boven de waterlijn aan stuurboord en schade aan de verschansing.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de Scheepswerf ‘Nicolaas Witsen’ van de firma W.F. Stoel & Zoon te Alkmaar, is met goed gevolg te water gelaten een stalen directie-motorboot, gebouwd voor rekening van het Heemraadschap van De Mark & Dintel. (N.B.).


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Kopenhagen, 8 augustus. Voor de berging van het Nederlandse schip NEERLANDIA werd aan de Svitzer Berging-maatschappij door het zeegerecht 1.500 Kr. toegekend.
(opm: zie ook AH 010610, 020610, NRC 280910 en 061010)


10 augustus 1910


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlissingen, 10 augustus. Uit de op het Plaatje van Breskens gezonken Russische drie-mast schoener CAPELLA zijn 14 balken geborgen. Men gaat steeds voort zoveel mogelijk van de inhebbende lading te bergen door de Berging Maatschappij H. Gerling en Co. uit Antwerpen.


11 augustus 1910


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 11 augustus. Het stoomschip CARL LEHNKERING arriveerde heden te IJmuiden van St. Petersburg en blijft daar 2 dagen liggen voor quarantaine.


12 augustus 1910


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 12 augustus. Volgens bij de K.H.L. van de kapitein van het stoomschip HOLLANDIA ontvangen telegram is het stoomschip na gisteren om 5 uur van Boulogne sur Mer te zijn vertrokken, heden 5.20 voormiddag bij dikke mist noordwest van de Casquets in het Engelse Kanaal in aanvaring geweest met het Duitse stoomschip SPARTA. Het stoomschip beliep schade aan de steven en komt op Amsterdam terug om de schade te herstellen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 12 augustus. De Nederlandse motorschoener SAN ANTONIO vertrok heden van Figueira da Foz naar Requejada (opm: Noord Spanje) om voor Duinkerken te laden.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 11 augustus. Het Nederlandse stoomschip SARIE BANDJER groot bruto 1.287 register ton, dat onlangs naar Hongkong werd verkocht, is geheel gerepareerd en weer verkocht naar China.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlissingen, 12 augustus. De machines en ketels van het stoomschip TJITAROEM, die op de werf van de K.M.S. alhier worden vervaardigd, zullen naar Amsterdam worden overgebracht, om daar in het schip te worden opgesteld, dat aanstaande zaterdag te Amsterdam te water wordt gelaten.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlissingen, 12 augustus. Thans wordt geregeld voortgegaan met berging van de lading van de drie-mast schoener CAPELLA. In het geheel zijn reeds 53 van de 180 greenhaertbalken geborgen.


13 augustus 1910


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 12 augustus. Volgens telegram gaat het stoomschip HOLLANDIA naar Southampton om te dokken.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Schiedam, 12 augustus. De baggermolen HSIN HO, van hier naar China, is volgens ontvangen telegram behouden te Hongkong aangekomen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 12 augustus. Het stoomschip SPARTA, dat met het stoomschip HOLLANDIA in aanvaring was is in zinkende staat te Weymouth aangekomen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 13 augustus. Het stoomschip HOLLANDIA van de Koninklijke Hollandsche Lloyd te Amsterdam, dat gistermorgen in Het Kanaal in aanvaring is geweest met het Duitse stoomschip SPARTA, is vanochtend te Southampton binnen gevallen en zal daar dokken.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Portland Bill, 12 augustus. Van het Duitse stoomschip SPARTA wordt gesignaleerd dat er onmiddellijk assistentie wordt verlangd. Er is een lek bij de kimlenspomp. Uit Weymouth wordt ´s middags 1.10 uur geseind dat het stoomschip SPARTA in zinkende staat op de rede van Portland was gesleept.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 13 augustus. Volgens een bij de rederij ontvangen bericht, zullen met de reparatie van het stoomschip HOLLANDIA 10 dagen gemoeid zijn. De aan boord zijnde passagiers vertrekken per FRISIA op 31 augustus of per ander hun door de maatschappij aangeboden gelegenheid naar Zuid Amerika. De mails zijn via Londen Post Office doorgezonden. Betreffende de lading worden nog nadere beschikkingen getroffen. Het schip komt na volbrachte reparatie te Amsterdam terug om op 12 oktober zijn geregelde beurt in te nemen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. GEERTRUIDA GERARDA. Zij, die nog iets te vorderen hebben van de rederij van het barkschip GEERTRUIDA GERARDA gelieven hun rekeningen in te dienen ten kantore van de rederij, Veerhaven W.Z. 20, voor 20 augustus e.k., zullende na die datum voor rekening van voorzegde rederij geen betaling meer geschieden.
Rotterdam, 12 augustus 1910, de boekhouder Corns. J. Lels


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. De TJITAROEM te water gelaten.
Hedenmiddag te 02.30 uur werd te Amsterdam van de werf van de Nederlandsche Scheepsbouw Mij. met goed gevolg van helling no. 2 te water gelaten het stoomschip TJITAROEM, gebouwd voor de Java-China-Japan-Lijn. De hoofdafmetingen van het volgens het ‘Isherwood’ systeem gebouwde schip zijn: Lengte 420'-0" breedte 54’-0" holte tot opperdek 30’-0". Het draagvermogen zal op 24’-0" diepgang plm. 8.000 ton bedragen. Gelegenheid voor 12 passagiers 1e klasse is gemaakt in een complex hutten met salon op het sloependek, terwijl 12 passagiers 2e klasse in de kampanje plaats vinden. De hutten van de officieren bevinden zich op het brugdek onder het sloependek, terwijl de bemanning in de bak gehuisvest wordt. De triple-expansie machine met cilinders van 28¾” x 47" x 77" diameter met 48" slaglengte, zullen aan het schip op 24'-0" diepgang een snelheid van 11½ zeemijl per uur geven. De drie stoomketels met plm. 7.800 vierkante voeten verwarmend oppervlak zijn ingericht met Howden's geforceerde trek en zullen een vermogen van 2.300 ipk kunnen ontwikkelen. De complete werktuigen worden vervaardigd door de Koninklijke Maatschappij ‘De Schelde’ te Vlissingen. Het schip is gebouwd onder de voorschriften van Lloyd’s klasse 100 A 1. en onder toezicht van de ingenieurs van de Java-China-Japan-Lijn.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Verslag van de Kamer van Koophandel (Amsterdam).
Over de Scheepvaart: Het scheepvaartverkeer op onze haven gaf reden tot tevredenheid. De belangrijke vooruitgang van het jaar 1908 bleef behouden, de inhoudsgrootte van de ingeklaarde schepen vermeerderde nog met ruim 50.000 m3. De goede naam die onze waterweg naar zee sedert de laatste uitbreiding geniet, werd ook in dit jaar bevestigd; averijen van enige betekenis kwamen op het kanaal niet voor. De verbetering in de verlichting van de havenmond te IJmuiden kwam tot stand. De westelijke vuurtoren met een elektrisch licht van 30 miljoen kaarsen sterkte, werpt zijn schijnsel ver op zee en duidt op aanmerkelijke afstand de ingang van onze haven aan. Evenals in het vorige jaar nam het Rijnvaartverkeer met onze haven ook in dit jaar aanzienlijk toe en steeg de inhoudsgrootte van de hier aangekomen Rijnschepen met ruim 27%; deze vooruitgang is in niet geringe mate te danken aan de uitmuntende stoomvaartverbinding welke Amsterdam tegenwoordig bezit met alle Rijnhavens, welke ook aan het transitoverkeer over onze haven zeer ten goede komt. De uitkomsten van het rederijbedrijf zijn ten onzent, gelijk over de gehele wereld, tamelijk gunstig geweest voor de vaste lijnen, hoogst ongunstig voor de algemene vrachtvaart. De vrachten waren over het algemeen nog slechter dan in het jaar 1908 en de geldelijke resultaten zijn dan ook zeer treurig geweest. Naar gewoonte vangen wij de afzonderlijke behandeling van de onderdelen van dit hoofdstuk aan met de Schepen ingeklaard te Amsterdam.
Jaar. Aantal schepen. Inhoud.
1890 1.675 4.200 duizend m3 bruto
1891 1.723 4.576 „ „ „
1892 1.632 4.554 „ „ „
1893 1.558 4.515 „ „ „
1894 1.666 4.936 „ „ „
1895 1.676 4.988 „ „ „
1896 1.848 5.577 „ „ „
1897 1.910 6.153 „ „ „
1898 1.871 6.076 „ „ „
1899 2.024 7.004 „ „ „
1900 2.111 7.060 „ „ „
1901 2.207 7.270 „ „ „
1902 2.041 7.342 „ „ „
1903 1.977 7.228 „ „ „
1904 2.123 7.769 „ „ „
1905 2.233 8.042 „ „ „
1906 2.373 8.599 „ „ „
1907 2.368 8.702 „ „ „
1908 2.423 9.620 „ „ „
1909 2.388 9.675 „ „ „

Er kwamen dus in het jaar 1909 40 schepen minder aan dan in 1908, doch was de inhoudsgrootte 55.000 m3 meer dan in het voorgaande jaar. Zoals uit bovenstaand staatje blijkt, was de inhoudsgrootte van de ingeklaarde schepen hoger dan enig jaar te voren.
Ook de gemiddelde grootte van de schepen was hoger dan enig jaar te voren en steeg tot 4.052 m3 tegen 3.962 m3 in het jaar 1908, toen, dank zij de opruiming van de bruggen met nauwere doorvaarten op het kanaal, de gemiddelde grootte reeds aanzienlijk was gestegen.
Verhouding van het aantal schepen tot de inhoud in m3 bruto.
in 1898 ……………….. als 1 : 3.247
in 1899 ……………….. als 1 : 3.460
in 1900 ……………….. als 1 : 3.344
in 1901 ……………….. als 1 : 3.294
in 1902 ……………….. als 1 : 3.597
in 1903 ……………….. als 1 : 3.656
in 1904 ……………….. als 1 : 3.659
in 1905 ……………….. als 1 : 3.601
in 1903 ……………….. als 1 : 3.624
in 1907 ……………….. als 1 : 3.675
in 1908 ……………….. als 1 : 3.962
in 1009 ……………….. als 1 : 4.052
De Amsterdamse vloot verkreeg ook in het jaar 1909 een belangrijke uitbreiding. Waren de twee voorgaande jaren in dit opzicht reeds belangrijk, de vermeerdering in aantal en bruto inhoud was in dit jaar nog groter. De zeilvloot verminderde door verkoop van een schip naar het buitenland tot één schip, maar de stoomvloot werd vergroot met 18 stomers. Zij bestond op ultimo december 1909 uit 184 stoomschepen met bruto 422.446 en netto 266.808 tonnen tegen op ultimo dec. 1908 171 stoomschepen met bruto 371.096 en netto 241.006 tonnen, alzo een vermeerdering van 13 stoomschepen en van bruto 51.350 en netto 25.802 tonnen tegen een vermeerdering in het jaar 1908 van 11 stoomschepen en van bruto 39.538 en netto 29.091 tonnen en in het jaar 1907 8 stoomschepen en van bruto 30.495 en netto 20.544 tonnen.
Op ultimo december 1909 waren voor Amsterdamse rekening in aanbouw 10 stoomschepen ter grootte van plm. 46.350 tonnen tegen 12 stoomschepen van plm. 39.000 tonnen in het jaar 1908.
De verhouding van de sterkte van de Amsterdamse tot de Nederlandse vloot bleef zeer gunstig en bedroeg plm. 52% tegen 53% in het jaar1908, 47% in het jaar 1907 en 44% in het jaar 1906. Een nieuwe rederij werd hier gevestigd, n.l. de Stoomvaart Maatschappij ‘Friesland’, welke een stoomschip, de MINISTER TAK VAN POORTVLIET, in de vaart bracht, ter vervanging van het stoomschip van dezelfde naam van de Hollandsche Scheepvaart Maatschappij, welk schip naar het buitenland werd verkocht. De Koninklijke Nederlandsche Stoomboot Maatschappij bracht niet minder dan 5 nieuwe stoomschepen in de vaart, de stoomschepen POLLUX, SATURNUS, MERCURIUS, MINERVA en STELLA. De vloot van de Koninklijke Paketvaart Maatschappij vermeerderde met 6 schepen, de stoomschepen ATJEH, SWAERDECROON, VAN HEEMSKERK, VAN DER HAGEN en de stoomlichters DONGGALA en MENGGALA, waartegen de stoomlichter DJAMBI verloren ging.
Van de Stoomboot Reederij ‘Baltic’ ging een stoomschip, de SNEL, door verkoop over naar de Stoomvaart Maatschappij ‘Oostzee’, die het de naam van ROSSUM gaf. Van de Stoomvaart Maatschappij ‘Amsterdam’ ging het stoomschip ZEEBURG door stranding verloren. De Stoomboot Maatschappij ‘Hillegersberg’ bracht een nieuw stoomschip, de BOOMBERG, in de vaart en de Stoomvaart Maatschappij ‘Nederland’ het nieuwe vrachtstoomschip NIAS. De Koninklijke Hollandsche Lloyd vermeerderde haar vloot met 2 stomers, de HOLLANDIA en FRISIA, beide moderne en uitstekend ingerichte mailboten, bestemd voor de voor onze haven belangrijke maildienst op Zuid Amerika.
Op de werf van de Nederlandsche Scheepsbouw Maatschappij alhier werden in het jaar 1909 gebouwd 10 zeeschepen en vaartuigen boven 100 bruto registertonnen, metende tezamen 13.860 bruto registertonnen, terwijl van de ‘Werf ’t Kromhout’ werden te water gelaten 47 vaartuigen met een inhoud van 1.790 tonnen. Op ultimo december 1909 stonden alhier op stapel 17 vaartuigen ter grootte van ongeveer 28.000 bruto registertonnen.
De Rijnvaart op onze haven nam in het jaar 1909 weer belangrijk toe.
(opm: enigszins verkort weergegeven)


15 augustus 1910


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Naar Reuter ons seint is het pantserschip EVERTSEN heden voor de middag te Kopenhagen aangekomen. Gelijk men weet komt de EVERTSEN er het oude kanon van de BREDERODE afhalen, dat de Deense regering het Nederlandse volk als geschenk geeft.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 15 augustus. Wij vernemen dat het stoomschip MAASLAND van de Koninklijke Hollandsche Lloyd te Amsterdam, dat 26 juli van Santos is vertrokken, Rotterdam zal aandoen. Verder vernemen wij dat de MAASLAND door meerdere boten zal worden gevolgd.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart. De Raad voor de Scheepvaart heeft in zijn heden te Amsterdam gehouden zitting uitspraak gedaan inzake de aanvaring van de sleepboot CYCLOP, schipper J. van der Graaff, behorende aan de rederij Zur Mühlen te Amsterdam, met de sleepboot ADMIRAAL DE RUYTER, schipper J. Kruger, van de Zeesleepdienst-Maatschappij IJmuiden, directeur de heer A. Schröder.
Uit de behandeling van deze zaak door de Raad, op 21 juli en 5 augustus jl., zij herinnerd, dat het scheepsbevrachtingskantoor Hooyman & Schuurman te Amsterdam aan de zeesleepdienst maatschappij IJmuiden de opdracht had gegeven om te zorgen voor de in- en uitklaring van het stoomschip THALIA van de Oostenrijksche Lloyd, dat met plezierreizigers van Wight kwam, en waarvan zij agente wat.
Met de rederij van de ADMIRAAL DE RUYTER werd een overeenkomst gesloten, krachtens welke deze sleepboot, indien de THALIA zulks wenste sleepdienst zou verrichten. De kapitein van de THALIA heeft toen de CYCLOP aangenomen. Deze sleepboot en de ADMIRAAL DE RUYTER hebben elkaar het sleepkarwei betwist en het gevolg daarvan was de aanvaring. De CYCLOP beliep schade aan de boeg, geschat op NLG 250 à NLG 300.
De Raad sprak als zijn oordeel uit, dat de aanvaring onvermijdelijk was geworden, toen de achter de THALIA met grote vaart aanstomende sleepboten uitsluitend dachten aan het te pakken krijgen van de lijn, van dat stoomschip uitgeworpen. Beide schippers zijn daarom te laken. Het is echter niet mogelijk te zeggen, wat de een had moeten doen, en de ander had moeten laten, en van het toepassen van maatregelen van tucht kan onder deze omstandigheden dan ook geen sprake zijn. De oorzaak van het ongeval moet worden gezocht in de op de spits gedreven naijver en concurrentiezucht van de rederijen.
De Raad verlangt allerminst de durf, de behendigheid en geestkracht bij het personeel van onze slepers te onderdrukken, doch is van mening, dat die alleen mogen worden aangewend ten bate van in nood verkerenden en niet mogen worden gebruikt zoals in het onderhavige geval tegen een mededinger, hetgeen integendeel moet worden gekeerd.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Londen, 15 augustus. Volgens telegram uit Dover is het Nederlandse stoomschip OCEAN, van Antwerpen naar Batoum, gisterenmorgen tussen Zuid en Oost Goodwin in aanvaring geweest en met schade naar Rotterdam teruggekeerd. (De OCEAN is gisteren te Maassluis binnengekomen. Red.) (opm: zie ook NRC 311210 en 060111)


16 augustus 1910


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Dover, 14 augustus. Het stoomschip HORDA (zie art. OCEAN, Ochtendblad), van Stratoni met erts naar Stettin, is met ernstige schade aan de boeg, alhier in de marinehaven geankerd.


17 augustus 1910


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 17 augustus. Het stoomschip ZAANLAND dat 12 augustus jongstleden van Santos vertrok, heeft 50.000 balen koffie voor hier aan boord.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Rotterdam, 10 augustus. Het stoomschip OLANDA, 13 augustus van Hull vertrokken, is nabij Hull aan de grond geraakt, doch kwam na het leegpompen van de ballasttanks weer vlot.


18 augustus 1910


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De 11e juli kwam het vrachtstoomschip NIAS van de Stoomvaart Mij. Nederland het bassin van het Marine etablissement te Soerabaija binnen en meerde onder de 60 ton kraan, ten einde aldaar te worden ontlast van een kleine stoomboot, die op het dek stond opgesteld en op dezelfde wijze van uit Nederland was gezonden, aldus de N. Soer. Ct. Het bedoelde bootje, de BERTA, volgens schatting 50 ton wegende, vormt het begin van de zendingen materieel, door de East Dreding Company, benodigd bij het uitgraven van de torpedohaven. Enkele autoriteiten van het Marine etablissement woonden de ontscheping bij, die zonder stoornis plaats had.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 18 augustus. De gisteravond van de Waterweg opstomende stoomschepen NYANZA en RIJSWIJK, respectievelijk van Bahia en Aviles naar hier, zijn ter hoogte van de Poortershaven met elkaar in aanvaring geweest, waardoor de NYANZA aan bakboord achter de schoorsteen en de RIJSWIJK aan stuurboord boeg werd beschadigd. Beide schepen konden de reis naar Rotterdam direct voortzetten en maken geen water.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Door de Naamloze Vennootschap J. & K. Smit's Scheepswerven te Krimpen a/d Lek is afgeleverd de schroefstoomboot NEDERLAND, gebouwd voor Gebr. Van den Boom te Rotterdam en bestemd voor een passagiers- en goederendienst tussen Helmond, Beek en Donk en Rotterdam vice versa.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van de firma P. & A. Ruytenberg te Raamsdonksveer is te water gelaten de sleepkaan ROSA BABETTA, metende 200 ton, gebouwd voor Duitse rekening. Op deze werf werd vervolgens de kiel gelegd voor een lichter van 700 ton voor Franse rekening.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van Gebr. Fikkers te Muntendam zijn te water gelaten twee staal-ijzeren lichters van 225 ton, gebouwd voor de Dampfschiff Aktien Gesellschaft te Helmshom.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van. de werf van de heer C. Appelo te Zwartsluis is te water gelaten een staal-ijzeren klipperschip, metende 100 last, bestemd voor de zeevaart en gebouwd voor schipper P. Zuidema te Groningen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf ‘De Noord’ te Alblasserdam is te water gelaten het Rijnschip D. NUMMER 40, gebouwd voor Duitse rekening. Dit schip, dat een draagvermogen heeft van ongeveer 2.500 ton, heeft de volgende afmetingen: Lang 105, breed 12 en diep 2,80 meter.


20 augustus 1910


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Cuxhaven, 19 augustus. De baggermolen COBA werd door de aanvaring met het stoomschip ALSTER aan stuurboord iets voor de commandobrug zwaar beschadigd. Door het spoedig lenspompen van de baggertanks kon de molen voor zinken worden behoed. Het werd later te Cuxhaven binnengebracht. De aanvaring had plaats terwijl de molen tussen de 4e en 5e vuurschepen aan het baggeren was.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Harlingen, 20 augustus. Heden werd alhier door de stoomboot FRIESLAND binnen gebracht, het tjalkschip HOOP OP ZEGEN, groot 73 ton, schipper P. Van Sluis, te Makkum thuis behorende. Het schip was leeg vertrokken van Terschelling, zeilde de mast met tuig over boord en trachtte door flambouwen de attentie te trekken. De reddingsvlet en sleepboot JOHANNES kwamen langszij, doch werd de hulp daarvan geweigerd, waarna de FRIESLAND arriveerde die het schip op sleeptouw nam en binnenbracht. Er bestond gevaar dat de langszij drijvende mast door de huid zou stoten. Aan boord bevonden zich, buiten de schipper, zijn vrouw en 3 kinderen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Delfzijl, 19 augustus. Van het tjalkschip OMEGA, kapt. Kuiper, dat hier vanochtend uit Emden binnenkwam, is bij het zeilen op de Eems, de mast gebroken.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Cuxhaven, 19 augustus. De met hout geladen Nederlandse schoener HEIKINA en de Deense gaffelschoener HEBE, met gerst voor Gotenburg bestemd, zijn in aanvaring geweest, waardoor de HEIKINA licht werd beschadigd. De HEBE verloor een gedeelte bakboord verschansing, benevens enig want en werd alhier binnengesleept. De HEIKINA ankerde op de rede.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 19 augustus. De sleepboot NOORDZEE, met een elevator op sleeptouw, van Kinderdijk naar Venetië, is 17 augustus aldaar aangekomen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 19 augustus. De 3-mast schoener VOORLICHTER, kapt. Van der Lip, arriveerde 19 augustus van Rio Hache te Hamburg.


22 augustus 1910


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 21 augustus. Volgens een telegram uit Pensacola heeft het naar Norfolk bestemde Nederlandse stoomschip MARIA, naar zee gaande, de baar passerende even aan de grond gezeten. Het kwam bijna onmiddellijk met behulp van een loodskotter weer vlot en zette de reis naar Norfolk voort. Men gelooft dat het stoomschip onbeschadigd is gebleven.


23 augustus 1910


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Koloniale vaartuigen. Naar Suriname verneemt, heeft het bestuur een ernstige aanbieding om de dienst van de koloniale vaartuigen over te nemen, van de K.W.I.M. ontvangen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Sassnitz, 20 augustus. De Nederlandse schoener-aak DRENTE, schipper Theissens, met gerst van Amled naar Aalborg is heden met gebroken grote mast door het te Kiel thuis behorende stoomschip FERDINAND alhier binnengesleept.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 20 augustus. Het van IJmuiden komende en naar Goole bestemde Nederlandse stoomschip ZEELAND en het naar Koningsbergen bestemde Deense stoomschip NORDSOEN zijn in aanvaring geweest. Eerstgenoemd stoomschip is met schade boven de waterlijn te Goole binnengelopen en de NORDSOEN heeft de reis voortgezet. De ZEELAND is aan het achterschip beschadigd, doch niet ernstig.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van de firma Wortelboer & Co. te Westerbroek is te water gelaten de stalen sleepkaan GERMANIA, groot 900 ton. Daarna werd de kiel gelegd voor een soortgelijk schip, beide voor Duitse rekening.


Krant:

 MCO - Middelburgsche Courant

Zaterdagmorgen is te Neuzen in het kanaal drijvende gevonden het lijk van de sedert 14 aug. van het Nederlandse stoomschip MAGDALENA vermiste 25-jarige matroos August Carl Bekker, herkomstig van Krebshagen, Schaumburg Lippe. Het lijk is hedenmorgen begraven.


24 augustus 1910


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hamburg, 23 augustus. De reparaties aan het Nederlandse stoomschip ALSTER, dat met de Nederlandse baggermolen COBA in aanvaring is geweest, worden drijvende en op de ligplaats verricht. Boven de waterlijn moeten 3 platen vernieuwd en 3 platen gestrekt worden.
ALSTER – opname omstreeks 1904 (coll. E.A. Kruidhof)


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlissingen, 24 augustus. Uit de Russische schoner CAPELLA zijn thans in het geheel 155 stuks van de uit 180 balken bestaande lading geborgen. Het beslag op de sleepboot DIRECTOR GERLING van dezelfde maatschappij als de sleepboot JOHN BULL, die met de CAPELLA in aanvaring is geweest, is thans opgeheven nadat de gevorderde borgtocht is gesteld.


25 augustus 1910


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 25 augustus. Het Nederlandse stoomschip ZEELAND, dat nabij Goole voor anker liggende door het Zweedse stoomschip NORDSOEN werd aangevaren, en daardoor aan het boven-achterschip werd beschadigd, is heden geladen van Goole naar hier vertrokken, om na de lossing aldaar, afdoende te repareren.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 19 augustus. Het 4-mast schip JEANNETTE FRANCOISE, thans behorende aan de heer J.A. Vroege alhier, wordt uitgerust voor een reis naar Ned.-Indië, om uiterlijk begin oktober te vertrekken. (Het bericht, dat het schip naar Noorwegen zou zijn verkocht, blijkt dus abusief te zijn geweest.)


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 19 augustus. Volgens ontvangen berichten van de bouwmeester van de baggermolens ADELAIDE en HSIN HO is eerstgenoemde, op reis van Schiedam naar Adelaide (Zuid Australië) 23 augustus te Port-Said aangekomen.
Laatstgenoemde baggermolen is 23 augustus behouden op de plaats van zijn bestemming (Tientsin) aangekomen.


26 augustus 1910


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hamburg, 24 augustus. Nadat 3 platen aan het stoomschip ALSTER vernieuwd waren, is het heden naar Amsterdam vertrokken.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Stettin, 25 augustus. Het gisteren van Stratoni alhier aangekomen Noorse stoomschip HORDA rapporteerde dat het in het Engels Kanaal met een Nederlands tankstoomschip (opm: OCEAN) in aanvaring was geweest, waardoor de steven werd verbogen en er een gat aan stuurboord ontstond. Bovendien verloor de HORDA anker en ketting. Het moest Dover als noodhaven binnenlopen. Aldaar werd volledig gerepareerd en het vertrok daarna naar hier.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Stettin, 25 augustus. Het Nederlandse tankstoomschip OCEAN is in de morgen van 14 augustus tijdens de mist nabij de South Goodwin in aanvaring geweest met het stoomschip HORDA. Het keerde naar Rotterdam terug om aldaar te repareren.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Boulogne, 24 augustus. De visschuit ST. PIERRE, komende van Boulogne en ter visvangst gaande, is hedenmorgen in aanvaring geraakt met het van Havre naar Rotterdam bestemde Nederlandse stoomschip ARY SCHEFFER, ten gevolge waarvan eerstgenoemd schip bijna onmiddellijk zonk. Van de 13 opvarenden zijn 7 man verdronken. De overige werden door de ARY SCHEFFER gered en hier geland. (opm: zie ook NRC 080910 en 160910)


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Rechtszaken. Met de St.-Ct. no. 199 is verzonden de uitspraak van de Raad voor de Scheepvaart, betreffende het ongeval op 8 juni 1910 overkomen aan het stoomschip BATAVIER II, opgenomen onder no. 37, in het afzonderlijk bijvoegsel ‘Verslagen en Rapporten’.


27 augustus 1910


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Delfzijl, 26 augustus. Bij het onderzoek door de duiker met de sleepboot DELFZIJL, ingesteld bij het wrak van het wrak van het Nederlandse stoomschip EMMA, in de herfst van 1909 gezonken, is gebleken, dat het stoomschip reeds voor een deel onder zand bedolven is. Echter was het nog mogelijk in de machinekamer te gaan.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 26 augustus. De sleepboot THAMES, van Spezzia naar Dakar, met drie lichters, passeerde 25 augustus Gibraltar.


28 augustus 1910


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Rotterdam, 27 augustus. Het stoomschip ARY SCHEFFER (zie Avondblad 26 aug.) heeft door de aanvaring met de visschuit ST. PIERRE midscheeps aan bakboord belangrijke schade bekomen.


29 augustus 1910


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 29 augustus. Volgens telegram uit Soerabaija is het Engelse stoomschip BILBSTER 25 dezer in de Straat van Madura gestrand. Lichters zullen ter assistentie gezonden worden.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 29 augustus. Het stoomschip FOLMINA is 27 dezer, na gerepareerd te hebben, van Bombay naar Calcutta vertrokken.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 3 augustus. Men meldt het volgende aan de Java Bode: Het stoomschip CELEBES, vrachtboot van de Stoomvaart Maatschappij Nederland, vertrok 26 juni jongstleden van Batavia via Padang naar Nederland. Een paar dagen na het vertrek van Padang werd een defect ontdekt aan de hoge druk stoomschuifkast. Een voorlopige reparatie, aan boord uitgevoerd, mocht niet baten, zodat besloten werd Colombo binnen te lopen, tot het doen van de nodige reparaties. Genoemde haven werd 13 juli jongstleden bereikt, na zeer langzaam stomen. Na onderzoek door deskundigen te Colombo bleek dat de reparaties ongeveer 20 dagen zouden duren, terwijl 2 dezer door agenten van de Stoomvaart Maatschappij Nederland alhier het telegrafisch bericht ontvangen werd, dat het schip aanstaande vrijdag, de reis naar Nederland zal voortzetten.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 3 augustus. De haven te Tandjong Priok. Naar wij vernemen is een door de heren Kraus en De Jong voorgesteld plan tot verbetering van de haven te Tandjong Priok in zeer ernstige overweging genomen. Het komt hier op neer, dat een tweede basin zal worden gegraven, ten westen en evenwijdig lopend met het eerste, waarvan het zal gescheiden zijn door het nieuwe stationsemplacement.
Belangrijke wijziging in de plannen omtrent emplacement en bouw van dit nieuwe station zal het voorstel Kraus – De Jong niet behoeven te brengen. Enkel zullen de plannen omtrent de richting van de rails, plaats van de wissels, enz. enige wijziging hebben te ondergaan.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Op de werf ‘De Noord’ te Alblasserdam is de kiel gelegd van een Rijnschip voor Duitse rekening.


30 augustus 1910


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 29 augustus. Naar wij vernemen heeft de K.P.M. aan de Wilton’s Machinefabriek en Scheepswerf alhier 2 passagiersboten in aanbouw gegeven voor de dienst in Nederlands Indië.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Londen, 30 augustus. Het stoomschip BILBSTER is vlot gebracht en nam de geloste lading weer in. Ogenschijnlijk bekwam het stoomschip geen schade.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. Door de Raad werd in behandeling genomen de aanvaring tussen de van staal en ijzer gebouwde tjalk MEMENTO MORI, schipper en eigenaar H. Houwerzijl uit Delfzijl en het te Geestemünde thuis behorende stoomvissersvaartuig MAKREELEN, (opm: MAKRELE) schipper Herman Wedeke. Deze aanvaring vond plaats in de nacht van 6 op 7 april in de Kieler Fjorde, met het gevolg dat de MEMENTO MORI, geladen met 100.000 kilo gerst voor Hamburg, zonk. De opvarenden werden gered. Het Seeambt te Bremerhaven verklaarde de 26e april na gehouden onderzoek, dat de zeeramp te wijten is aan het roekeloos, ondoordacht varen van de Duitse gezagvoerder H. Wedeke, wie dan ook de bevoegdheid om als gezagvoerder te varen werd ontnomen. Na voorlezing van de stukken en na in raadkamer te hebben vergaderd, deed de Raad uitspraak. De Raad oordeelde dat schipper Houwerzijl geen blaam kan treffen. (opm: zie ook NRC 130410 en 150410)


31 augustus 1910


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 30 augustus. Door de firma Vermeer en Van den Arend is aan de werf ‘De Noord’ te Alblasserdam opdracht gegeven voor de bouw van een zeeschip met een draagvermogen van 520 ton en voorzien van 2 motoren en 2 schroeven.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 31 augustus. De sleepboten OOSTZEE en LAUWERZEE met het sloopschip NELSON op sleeptouw, van Portsmouth naar Hendrik Ido Ambacht, passeerde vanochtend 6 uur Dungeness.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hamburg, 30 augustus. De hier in haven liggende Nederlandse drie-mast schoener VOORLICHTER, kapt. Van der Lip, groot bruto 333 en netto 291 ton, in 1902 te Martenshoek gebouwd, is naar Denemarken verkocht.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 30 augustus. De sleepboot SCHELDE vertrok 29 augustus van Liverpool naar Burutu met een hulk op sleeptouw.
- De sleepboot POOLZEE, van Rotterdam naar Buenos Aires met twee lichters, arriveerde 28 augustus te St. Vincent.


Krant:

 MCO - Middelburgsche Courant

Uit de bij Breskens gezonken Russische drie-mast schoener CAPELLA zijn tot en met maandagavond 232 balken geborgen. De werkzaamheden worden steeds voortgezet en als het weer gunstig blijft zullen die waarschijnlijk binnen een paar dagen afgelopen zijn.


01 september 1910


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart. De Raad voor de Scheepvaart te Amsterdam heeft heden behandeld het scheepsongeval, de 29e mei jl. overkomen aan het stoomschip OPHIR, van de Rotterdamsche Lloyd, gezagvoerder de heer H.M.L. Oudendijk, welk schip op reis van Rotterdam naar Batavia bij Tandzjer (opm: de oude benaming voor Tanger) is vastgelopen. Blijkens de scheepsverklaring, te Marseille afgelegd, stoomde het schip met volle kracht, toen plotseling gevoeld werd, dat het schip schuurde en er geen voortgang meer in te krijgen was. Er werd toen volle kracht achteruit gegeven, doch het schip bleef vastzitten; er werd gepeild midscheeps 3¼ vaam, voor 4 en achter 5 tot 5¾ vaam water. Het schip stootte sterk door de deining. Na enige uren slaagde men erin los te komen. Het bleek, dat een vulling van de ballasttank aan bakboord water had gemaakt, hetwelk naar een vulling van stuurboord was overgelopen. Het water werd weggepompt. Een duiker van een Frans oorlogsschip constateerde op de plaats, waar het schip geboeid is geweest, niets ernstigs. Na gehouden scheepsraad werd besloten naar Marseille te stomen, waar de geringe averij hersteld werd. Aan boord was een Engelse kaart in gebruik, die op de bewuste plaats 4¾ vaam water aanwees, terwijl de nieuwe Franse admiraliteitskaart, waarvan het bestaan de gezagvoerder niet afwist, 6 meter of ongeveer 3¼ vaam aangeeft.
Door de Raad gehoord, verklaarde de kapitein, dat er thans order is gegeven om op elk schip van de Maatschappij de Franse kaart te gebruiken. Een ogenblik voor de stranding is de OPHIR voor anker geweest in 3¼ vaam water. Getuige heeft daar meermalen geankerd. Met een Duits schip lag de OPHIR het verst van de kust. Ook de 1e stuurman, de heer T.T. de Boer, daarna gehoord, schrijft het ongeval toe aan het gebruik van een foutieve kaart. Evenals de gezagvoerder verklaart deze getuige, dat er na het ankeren niet achteruit geslagen kon worden, omdat de Duitser, waarvan boven sprake was, slechts een scheepslengte achter de OPHIR geankerd lag. De 2e stuurman verklaarde gelijkluidend, evenals de kwartiermeester, die bij de stranding ook op de brug is geweest. Het onderzoek werd daarna gesloten. De Raad zal later uitspraak doen. (opm: zie ook AH 300510 en NRC 070910)


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Advertentie. Te koop: Twee aangeruilde schepen.
1. Een schoeneraakje lang 26 m., breed 5,40 m., hol 2,05 m., draagvermogen 150 ton, 16 jaar oud met klasse Wad en Sont, snelle zeiler, met volledig tuig.
2. Een tjalkschip, lang 24 m., breed 5 m., hol 2,10 m., draagvermogen 155 ton, 20 jaar oud, ook compleet tuig. Beide schepen alsmede de tuigages zijn in uitstekende conditie en zeer goed onderhouden.
Koopprijs van de schoeneraak NLG 5.750.
Koopprijs van de tjalk NLG 5.250.
Zo nodig kan over beide schepen de helft beleend blijven.
Te bezien en te bevragen bij G.J. v.d. Werff, scheepsbouwer, Hoogezand.


02 september 1910


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van het Etablissement Fijenoord te Rotterdam, is gisteren met goed gevolg te water gelaten het stalen schroefstoomschip BUYSKES, aldaar in aanbouw voor rekening van de Koninklijke Paketvaart Mij. alhier. De hoofdafmetingen zijn: Lengte 270', breedte 40’, holte 19', terwijl de waterverplaatsing op 16' diepgang 3.500 ton bedraagt. De machines, die eveneens aan genoemd etablissement vervaardigd worden, zijn van het triple expansiesysteem en zullen aan het schip een snelheid geven van 10 mijl. De maten van de cilinders zijn 19" x 31½” x 51½" met een slaglengte van 39"; er zal ongeveer 1.100 ipk ontwikkeld worden.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Londen, 1 september. Het Duitse 3-mast schip SCHULAU (ex. VONDEL), van Antwerpen naar Callao bestemd, is bij New-Island in gevaarlijke positie verlaten, de opvarenden zijn te Ushuawaia geland. Een bergingsmaatschappij is bereid een stomer uit te zenden op de basis van 75 % van de geborgen waarde.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Leer, 31 augustus. De vroeger te Duisburg thuis behorende gaffelschoener IDA, welke in november van het vorig jaar bij IJmuiden strandde, in beschadigde toestand vlot gebracht en aan E. Van Toor Hzn. Te Vlaardingen verkocht werd, is thans aan rederij W. Bruns alhier verkocht. Het schip is herdoopt in HAJO en zal bevaren worden door kapt. Hemmes.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Hamburg, 31 augustus. De hier in de haven liggende Nederlandse 3-mast schoener VOORLICHTER, kapt. Van der Lip, is verkocht naar Denemarken.


03 september 1910


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 2 september. De stalen schoener HOOGEZAND I, kapt. Wyrdeman, arriveerde 1 september van Frontera de Tabasco te Falmouth.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 2 september. De sleepboten OOSTZEE en LAUWERZEE, met het sloopschip NELSON op sleeptouw, van Portsmouth naar Hendrik-Ido-Ambacht, arriveerde 1 september te Hellevoetsluis.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Weer een zeilschip minder.
Men meldt ons: De Nederlandse zeilvloot is wederom met een groot zeilschip afgenomen. De stalen 3-mast schoener VOORLICHTER, die in 1902 bij de scheepswerf van de Firma Gebroeders Verstockt in Martenshoek voor rekening van de heren Duinker en Goedkoop te Amsterdam werd te water gelaten, is thans naar Denemarken verkocht. Het schip is bruto 333 en netto 292 register ton groot.
De 18e augustus kwam het van Zuid Amerika te Hamburg aan, waar het thans op de helling van de firma Wichorst staat om enige reparaties te ondergaan. (opm: herdoopt in CARLA)


05 september 1910


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Schiedam, 2 september. Van de werf Gusto, van de firma A. F. Smulders te Schiedam, is heden vertrokken de 55 ton drijvende kraan ANTEE, in aanbouw voor Franse rekening. Het schip van speciaal zware constructie heeft de volgende hoofdafmetingen: lengte 28 m., breedte 11.50 m. en holte 2.70 m. Deze kraan is bestemd voor de havenwerken van Boulogne-sur-Mer, waar zij gebruikt zal worden voor het plaatsen van zware betonblokken op de zeebodem.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van Gebr. Zwolsman te Makkum is met goed gevolg te water gelaten een stalen motorvrachtboot, groot 60 ton, voor rekening van de heer H.J. Weenink te Zwolle en een motorvrachtboot groot 20 ton, voor rekening van de heren Smit en Rijpstra te Harlingen. Onmiddellijk daarna werden de kielen gelegd voor een motorvrachtboot groot 22 ton, voor rekening van de firma S. Tijmstra Jr. te Kollum en voor een motorboot groot 35 ton voor de heer W. de Vries te Joure.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Vlissingen, 5 september. De Nederlandse afhaalkotter No. 7 is in aanvaring geweest met het Duitse stoomschip ASTARTE en met zware schade door een motorboot van het Belgische loodswezen alhier in de haven gesleept.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

IJmuiden, 4 september. Het Nederlandse stoomschip FARMSUM, van Archangel naar Zaandam, heden hier aangekomen, heeft door overkomende zeeën een groot deel van de deklast balken en beide masten verloren. (opm: zie ook NRC 200910 en 240910)


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 3 september. Het gebeurt niet dikwijls dat eenzelfde schip voor dezelfde rederij bevracht, zijn 1.000e reis doet. Dit is echter onlangs het geval geweest met de Hollandse gaffelschoener DEMOCRAAT, kapitein A. de Jong. Dit kloeke zeilscheepje is dezer dagen van zijn duizendste zeereis te Gorkum teruggekeerd en het ziet er nog volstrekt niet uit, zo schrijft het Nederlandsche Zeewezen, of het aan uitscheiden denkt.


06 september 1910


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Rotterdam, 5 september. Het Nederlandse stoomschip HERMINA, zaterdag van hier naar zee vertrokken, is op de rivier alhier, ter hoogte van Delfshaven, in aanvaring geweest met het daar liggende Rijnschip PRINS VAN NASSAU V, geladen met ijzererts. Laatstgenoemd schip kreeg een groot gat in het voorschip onder de waterlijn en is door sleepboten naar de Waalhaven gesleept, waar de stoompomp ‘Hercules’ het heeft drijvende gehouden en een deel van de lading in lichters werd overgebracht. Na voorlopig te zijn hersteld, kan het schip de reis naar de Rijn aanvaarden. De HERMINA bekwam ogenschijnlijk geen schade en zette de reis voort.


07 september 1910


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart. In haar zitting van gistermiddag heeft de Raad voor de Scheepvaart te Amsterdam uitspraak gedaan inzake de stranding van het stoomschip OPHIR van de Rotterdamsche Lloyd, gezagvoerder de heer H. Oudendijk te Rotterdam. Het ongeval had plaats op 29 mei in de baai van Tanger op reis van Rotterdam naar Batavia. Het resultaat van het onderzoek van de Raad is, dat de gezagvoerder, de heer Oudendijk, niet aansprakelijk is voor het vastlopen van zijn schip. De ankerplaats was, de omstandigheden in aanmerking genomen, goed gekozen, terwijl ook op de manoeuvre van het uitlopen geen aanmerking kan worden gemaakt. Het ongeval is uitsluitend te wijten aan een gebrek van de kaart van de Engelse Admiraliteit, die een voldoende diepte aanwees om bovenbedoelde manoeuvre uit te voeren. Het gebrek van de kaart is dan ook eerst door deze stranding gebleken.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart. De Raad ging daarna over tot behandeling van de zaak betreffende de aanvaring, welke op 28 juli jl. plaats had in de Oostzee voor Kaap Santander (opm: moet zijn Kaap Sandhammaren) aan de zuidpunt van Zweden tussen het stoomschip BLÖTBERG van de firma Wm. H. Müller & Co. te Rotterdam en het Noorse stoomschip STETTIN van Drontheim. De aanvaring had ongeveer half een ‘s nachts plaats. Volgens het journaal werd toen een kwart streek aan stuurboord een zeilschip gezien, dat beide zijlichten toonde; op 2½ streek stuurboord een toplicht en een groen licht van een stoomschip en op 2 streken stuurboord dezelfde lichten van een ander stoomschip. De stuurman R. Bosschinga, die in het bezit is van een diploma grote vaart en die zich op de brug bevond, gaf toen stuurboord om het zeilschip uit de weg te gaan en zag op dat ogenblik daarvan alleen het rode licht. Een ogenblik later weer beide lichten ziende, gaf hij nog meer stuurboord. Hij was daardoor vrij gekomen van het zeilschip. Onmiddellijk daarna moest hij weer bakboord roer geven om het eerste stoomschip te ontwijken. Hij wilde toen twee waarschuwingsstoten op de fluit geven, doch door een defect aan de fluit, die niet sloot, gaf hij een lange stoot. Het stoomschip antwoordde hierop met een stoot. De BLÖTBERG heeft niet gestopt, maar getracht voor het stoomschip over te komen. Door de lange stoot is het andere stoomschip, dat bleek te zijn de STETTIN, toen vermoedelijk in de war gekomen, ten gevolge waarvan de BLÖTBERG werd aangevaren. De askoker van de BLÖTBERG was gebroken; door het lek dat hierdoor ontstond, maakte het schip veel water. Het plan was eerst het schip op strand te zetten; men slaagde er echter in het lek bij te houden en het schip behouden in de haven van Holtenau te laten binnenlopen, nadat het lek met spek gestopt was. Stuurman Bosschinga, door de Raad gehoord, bevestigde volkomen het journaal.
De kapitein, de heer D. de Wit, die tijdens de aanvaring niet op de brug is geweest, werd gehoord over de toestand, waarin de stoomfluit zich bevond. Hem werd er op gewezen, dat de oorzaak van aanvaring te vinden is op de BLÖTBERG. Hij verklaarde gewekt te zijn door het voortdurend blazen van de fluit, die hij onmiddellijk wist te sluiten. Aan getuige is niets gebleken van enig defect aan de fluit. Nadat nog een van de matrozen hetzelfde als de eerste stuurman verklaard had, was het getuigenverhoor afgelopen. De Raad zal later uitspraak doen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de ‘Werf ’t Kromhout’, firma D. Goedkoop Jr. alhier, werd heden met goed gevolg te water gelaten een stalen motorboot, lang 19,30 meter, breed 3,80 meter en hol 3,80 meter, voorzien van een 38 epk. 1-cilinder Kromhout petroleum motor, welke het vaartuig een snelheid zal geven van 13½ km per uur. Het is bestemd voor het vervoer van vis, waarvoor het een koelinrichting heeft. Het zal de reis naar zijn bestemming, zijnde de Kaspische Zee via St. Petersburg, onder eigen kracht maken.


08 september 1910


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart. De Raad voor de Scheepvaart te Amsterdam heeft heden uitspraak gedaan inzake de aanvaring tussen het stoomschip BLÖTBERG, van de Algemeene Scheepvaartmaatschappij Wm. H. Müller & Co. te Rotterdam (gezagvoerder D. de Witt), geregeld varende tussen Rotterdam en Oxelösund en het Noorse stoomschip STETTIN uit Drontheim.
De aanvaring had plaats op de Oostzee, voor Kaap Sandhammer (opm: moet zijn Kaap Sandhammaren) (zuidpunt van Zweden) op 28 juli jl. Het ingestelde onderzoek heeft de Raad tot de overtuiging gebracht, dat, hoezeer de gezagvoerder aansprakelijk is voor de deugdelijke staat van de stoomfluit, het weigeren van die fluit, waaraan de aanvaring moet worden toegeschreven, niet aan hem te wijten is. Met de manoeuvre, welke de stuurman maakte kan de Raad zich verenigen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart. De Raad nam heden in behandeling het onderzoek naar de scheepsramp, welke op 21 augustus ter hoogte van Dieppe is gebeurd ten gevolge van een aanvaring tussen het stoomschip ARY SCHEFFER, toebehorende aan Driebeek & Zonen te Rotterdam, en het stoomvissersvaartuig ST. PIERRE uit Boulogne, dat gezonken is en waarvan zes opvarenden door de bemanning van de ARY SCHEFFER zijn gered. Enigen vonden de dood in de golven.
In de scheepsverklaring van de bemanning van de ARY SCHEFFER staat, dat dit schip, op reis zijnde van Havre naar Rotterdam, in de nacht van 23 op 24 augustus nabij Dieppe de Franse stoomlogger ontmoette. Deze veranderde plotseling van koers, met het gevolg, dat het met zijn voorschip botste tegen het bakboord achterschip van de ARY SCHEFFER. Zes opvarenden van het Franse schip kon men met sloepen redden.
De schade aan het Hollandse stoomschip toegebracht was gering. Nog 1½ uur bleef men op de plaats van het onheil naar de drenkelingen zoeken, doch vergeefs. De schipbreukelingen werden te Boulogne aan wal gezet.
Als eerste getuige werd gehoord de bootsman van de ARY SCHEFFER, A. Barendregt, die reeds 41 jaar op de lijn Rotterdam-Havre vaart en gemiddeld 52 reizen per jaar maakt.
Op het ogenblik van de aanvaring had getuige wacht met de kapitein.
De kapitein was juist naar beneden gegaan, toen getuigen 2½ streek aan bakboordboeg twee vuren zag, beide wit, die hij voor deklichten aanzag. Attentieseinen werden op de ARY SCHEFFER niet gegeven. Getuige zag de lichten voor het eerst op omstreeks 5 mijl afstand; ze zakten langzamerhand. Beide schepen vervolgden hun koers. Om 3 uur 20 waren de lichten 4 streken aan bakboord; op 50 à 60 meter afstand veranderde getuige de koers met de bedoeling, voor het schip over te lopen.
Getuige zag geen gevaar voor aanvaring en heeft daarom toen de kapitein nog niet geroepen. Het vreemde schip dat niet het verplichte toplicht voerde, week geheel onverwacht dezelfde kant uit, waarop de aanvaring volgde. Op het laatste ogenblik gooide getuige nog het roer om en stampte op de grond om de kapitein te roepen, die dadelijk boven kwam. De aanvaring was niet meer te vermijden. De top- en zijlichten van de ARY SCHEFFER brandden helder; er werd een sloep gestreken, die 5 man redde en 1 man werd met een lijn opgehaald. De tweede boot had ook gestreken kunnen worden, maar getuige gelooft niet, dat hierdoor meer levens gered hadden kunnen worden.
Daarna wordt gehoord de kapitein van de ARY SCHEFFER, de heer S.H. Schol. Deze verklaart geen bepaalde uren voor wacht te hebben. Als er niets in de weg is, gaat hij naar beneden rusten, dit was ook nu het geval. Alleen als er zich iets verdachts voordoet, heeft de bootsman order getuige te roepen.
Hij is wakker geworden door het omgooien van het roer en zag in de kajuitdeur de lichten van de vissersboot, één onder de mast en één achter de schoorsteen. Het eerste wat getuige deed, was bakboord-roer commanderen om te loevert van het schip te komen, doch toen hij daarvan het kielwater zag, deed hij onmiddellijk het roer weer omgooien. Nagenoeg op hetzelfde ogenblik had de aanvaring plaats. De bemanning van het Franse schip schreeuwde om de boten uit te zetten, die zij zelf niet hadden. Onmiddellijk stond de logger overeind; zes man, die in de gelegenheid waren overboord te springen, werden gered, de anderen, onder wie de kapitein, moeten door de zuiging van het schip mee omlaag zijn getrokken. Als de mensen koelbloediger waren gebleven, had er niemand behoeven te verdrinken. De geredden erkende, dat de schuld van de ramp geheel aan hun zijde ligt; zij stelden hiervan een verklaring op, welke aan de Raad werd overgelegd. Van de rederij van het gezonken schip is niets gehoord. Nog werd gehoord de matroos, die op de ARY SCHEFFER uitkijk was; deze verklaarde ook, dat het Franse schip, hoewel het stomende was, slechts enige werklichten vertoonde, zodat er alle reden bestond om te vermoeden dat het voor de netten lag.
De kapitein verklaarde nog voor vissersschepen zo weinig mogelijk fluitseinen te geven, omdat zij die gewoonlijk niet kennen; hij gaat zo liefst zoveel mogelijk uit de weg. De Raad zal later uitspraak doen.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 7 september. De sleepboot HENDERIKA, kapt. H. v. d. Beek, gebouwd op de werf van Gebr. Bodewes en waarvan de machines geleverd zijn door de machinefabriek Fulton te Martenshoek voor rekening van de heer P. Oosterhuis alhier, heeft gisteren bij de gehouden proeftocht op de Eems in alle opzichten voldaan. De sleepboot is groot 34 m3 en heeft een machine van 135 ipk.


09 september 1910


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf ‘De Noord’ te Alblasserdam, is met goed gevolg te water gelaten het Rijnschip THIJSSEN 6, lang 102 meter, breed 14 meter en hol 0,80 meter, groot ongeveer 2.500 ton, gebouwd voor Duitse rekening. Onmiddellijk daarna werd de kiel gelegd voor een schip van dezelfde afmetingen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Door Wilton's Machinefabriek en Scheepswerf te Rotterdam, werd aan de firma Swan & Hunter te Newcastle besteld een tweede drijvend droogdok, in constructie geheel gelijk aan het reeds door deze firma geleverde; alleen zal het lichtvermogen van dit dok 4.500 ton bedragen. In de eerste maanden van het jaar 1911 wordt het te Rotterdam verwacht. Verder werd nog opdracht gegeven tot het maken van een drijvende bok van de nieuwste constructie en een lichtvermogen van 125 ton.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Vlaardingen, 8 augustus. Van de werf van de scheepsbouwmeester I.S. Figée te Vlaardingen is te water gelaten het stalen loggerschip ARIE gebouwd voor rekening van de firma Klinge & Poortman te Maassluis en bestemd voor de haringvisserij.


Krant:

 MCO - Middelburgsche Courant

De werkzaamheden op de bij Breskens gezonken Russische driemastschoener CAPELLA zijn beëindigd en het bergingsmateriaal is naar Antwerpen vertrokken.
Het schip zit zo diep onder het zand en slijk dat het als totaal verloren kan worden beschouwd. Van de 289 balken, die de lading uitmaakten, zijn er 260 geborgen.


11 september 1910


Krant:
 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Advertentie. Te koop: Het staal-ijzeren tjalkschip AMBULANT, groot 153 ton, gebouwd onder speciaal toezicht Germ. Lloyd Klasse + 100 A/4 K, met volledige en in beste staat zijnde inventaris. Te bevragen en te bezien aan de werf van Gebr. Verstockt, scheepsbouwers te Martenshoek. (opm: schip geb. in 1905 - zie ook NRC 221210)
Tevens te koop een nieuw, bij hen op de werf gereed staand staal-ijzeren tjalkje, lang 70 vt, breed 14½ vt., hol 4½ vt.


13 september 1910


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de Werf v/h Rijkée & Co. te Rotterdam is met goed gevolg te water gelaten (opm: op 10 sept.) de stalen zeesleepboot SIMSON, in aanbouw voor de Stoombootrederij voor het Slepen van Schepen aan het Nieuwediep en te IJmuiden, gevestigd te Amsterdam. De machine en ketels werden vervaardigd door Mij. Fijenoord te Rotterdam. Schip en machine zullen in de hoogste klasse van de Eng. Lloyd worden opgenomen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Door de Scheepvaart & Steenkolen Maatschappij te Rotterdam werd aan de N.V. Werf v/h Rijkée & Co. de bouw opgedragen van een stalen schroefstoomschip met een draagvermogen van ongeveer 1.100 ton, voor welk schip de machine en ketels met een vermogen van 800 ipk door de Mij. Fijenoord zullen worden vervaardigd.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van de Irvine's Shipbuilding & Dry Docks Co. Ltd. te West-Hartlepool is te water gelaten het stoomschip DRIEBERGEN, gebouwd voor rekening van een rederij onder directie van de heer J.J.A. van Meel te Rotterdam. Het schip is 289'-6" lang, 40'-2" en 20'-6½" hol. De machines van het triple expansie systeem worden vervaardigd door de firma Richardson Westgarth & Co. met cilinders van 20½, 33 en 54 duim middellijn bij 36 duim slag. Het stoomschip wordt, wat laad- en losinrichtingen betreft, op de meest moderne uitgerust.


14 september 1910


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Sønderborg, 12 september. Een Nederlandse tjalk, met lijnkoeken naar Augustenborg bestemd, is bij het eiland Linderum aan de grond geraakt. Het stoomschip CONDOR en het stoomschip EXPRESS met een lichter zijn ter assistentie vertrokken. (opm: zie AH 150910)


15 september 1910


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van de firma J. Meijer’s Scheepsbouw Mij. te Zaltbommel is met goed gevolg te water gelaten de motorboot CORNELIS van Terneuzen voor rivier- en zeevaart. De boot zal worden voorzien van een Dieselmotor van 250 pk, een elektrische hijsinrichting en verlichting. Het schip is gebouwd onder speciaal toezicht van Lloyd’s-experts en wordt in de hoogste klasse van Lloyd’s geplaatst.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van de heer P. Ruitenberg te Waspik is met goed gevolg te water gelaten een stalen sleepkaan, genaamd HUBERDINA, metende 270 last, gebouwd voor Hollandse rekening.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van de firma Gebr. Van der Rijken te Waalwijk is te water gelaten het ijzeren zeilschip PETRONELLA, gebouwd voor schipper De Jong te Made. Vervolgens werd de kiel gelegd voor een ijzeren Rjjnkast, groot 300 last.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Londen, 14 september. In het Nederlandse schip ALBERDINA, liggende nabij Henley’s Jetty, North Woolwich, is gisteravond brand uitgebroken. Het vuur werd door de brandweer geblust. Het groot ruim is ernstig beschadigd en een gedeelte van de lading stro daarin is verbrand.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Apenrade, 13 september. De bij het eiland Linderum aan de grond geraakte Nederlandse tjalk is de LARUS, schipper Buisman, van Aarhus naar Augustenborg bestemd. De naar het schip vertrokken stoomschepen met lichters zijn met de berging begonnen.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Groningen, 14 september. Men schrijft ons: In opdracht van onze regering is door onze consul, de heer Mahlstedt te Oldenburg, de redding medaille uitgereikt aan de volgende vissers uit Horumersiel: Heinrich Tjarks, C. Tiedemann, J. Janszen, R. Harms, C. Weihuizen, Mehring, Reiners en W. Weihuizen, die met levensgevaar de 3e december (1909) de bemanning van de bij de Jade gestrande Hollandse tjalk ORA ET LABORA haalden. Zoals men weet bleef van deze bemanning, uit 5 personen bestaande, slechts één in leven. Vier ervan kwamen in de reddingsboot van kou om. (opm: zie ook NRC 060110 en NNO 120110)


16 september 1910


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart. De Raad voor de Scheepvaart te Amsterdam heeft heden uitspraak gedaan inzake de aanvaring op 24 augustus jl. voor Dieppe tussen het stoomschip ARY SCHEFFER van de N.V. Havre-Stoomvaart Mij. te Rotterdam en de stoomtrawler ST. PIERRE van Boulogne, welk vaartuig is gezonken en waarvan de kapitein en enige leden van de bemanning zijn verdronken.
De ARY SCHEFFER, gezagvoerder S. Schol, was op reis van Havre naar Rotterdam. In zijn uitspraak constateert de Raad dat de ST. PIERRE, in strijd met de Bepalingen tot voorkoming van aanvaringen op zee, heeft gevaren met 2 witte lichten, een voor en een achter, beide laag boven het dek, in stede van met een wit toplicht, een groene stuurboord- en een rode bakboordlantaarn, terwijl de ARY SCHEFFER de voorgeschreven lichten brandende had. Uit de omstandigheden, dat het helder vurenzicht was en dat de ST. PIERRE eerst bakboord, daarna stuurboord heeft gegeven, wat de indruk wekt, dat men op dat vaartuig door een plotseling gevaar voor aanvaring is opgeschrikt, moet worden afgeleid, dat op de Franse trawler geen of geen voldoende uitkijk is geweest. Er is daarom geen aanleiding gevonden om de kapitein of iemand van de bemanning van de ARY SCHEFFER te laken; alleen had het geven van een attentiesein aanbeveling verdiend, toen men zag te doen te hebben met een roekeloze of onnadenkende schipper.
De man, die de wacht had, had een stoot op de stoomfluit moeten geven. Een verbod van de kapitein aan zijn ondergeschikten om de voorgeschreven seinen achterwege te laten, kan in bepaalde gevallen gebillijkt worden en vindt steun in art. 27 van de Bepalingen tot voorkoming van aanvaringen op zee.
Een algemeen gebod, om bedoelde seinen voor een bepaalde soort vaartuigen niet te geven, uit vrees dat die erdoor in de war worden gebracht, is echter niet goed te keuren, daar handhaving daarvan noodlottige gevolgen kan hebben. Niettemin beschouwt de Raad als oorzaken van deze aanvaring het ontbreken van de voorgeschreven lichten en van een uitkijk op de ST. PIERRE.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Augustenburg, 14 september. De tjalk LARUS is gisteravond vlot gesleept en hier binnengebracht om de lading lijnkoeken te lossen.


17 september 1910


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart. De aanvaring RIJSWIJK – NYANZA.
De Raad heeft gisteren behandeld de aanvaring op de Nieuwe Waterweg op 17 augustus ’s avonds, tussen het stoomschip RIJSWIJK, van de firma Erhardt en Dekkers te Rotterdam, gezagvoerder Y. Feensma (opm: = J. Teensma), en het stoomschip NYANZA, van de Nyanza Steamship Cy. Als gemachtigde van deze maatschappij trad voor de Raad op mr. Jacques Dutilh.
Als eerste getuige werd gehoord de gezagvoerder Teensma, die verklaarde dat de RIJSWIJK op genoemden datum achter de NYANZA de Maasmond binnen stoomde. Op initiatief van de loods besloot men dit schip te passeren. Getuige heeft toen zelf sterk bakboord gegeven en achteruit laten slaan, doch kon niet voorkomen, dat zijn schip de NYANZA aanvoer.
De president wees erop, dat krachtens de voorschriften op het uitwijken op de Maas, een schip, dat een ander vaartuig achterop loopt en het wil passeren, dat aan stuurboord moet doen. Kapitein Teensma antwoordde hierop, dat hij aan bakboordzijde heeft willen passeren omdat de NYANZA aan de zuidzijde van het vaarwater liep en de RIJSWIJK aan de noordzijde. Hij verklaarde verder, dat de NYANZA als zijnde het diepst liggende van de twee schepen aan de zuidzijde van het vaarwater liep. Reden om de NYANZA te willen passeren was, dat hij zo spoedig mogelijk binnen wenste te zijn. Zonder het advies van de loods had hij het niet gedaan.
De president wees erop dat zes opvarenden van de NYANZA, die aanzienlijke schade heeft, voor de rechtbank te Rotterdam hebben verklaard, dat op hun schip geen roer is gegeven. Kapitein Teensma hield het echter vol. Hij gaf enige getuigen op, die dit kunnen bevestigen. De heer H. Verlagen, loods te Maassluis, heeft de RIJSWIJK door de Maas geloodst. Als getuige gehoord, verklaart hij dat hij eerst de NYANZA niet heeft willen passeren wijl het te donker was om de tonnen te zien. De kapitein bleef erop aandringen; toen nu de rivier breder werd, heeft getuige gezegd dat men de NYANZA nu wel passeren kon en daartoe commando gegeven. Korte tijd voor de aanvaring is de RIJSWIJK naar bakboord uitgeweken; een ogenblik voor de aanvaring gierde de RIJSWIJK naar stuurboord door de zuiging van de NYANZA; hieraan, in verband met het uitwijken van de NYANZA naar bakboord wijt getuige het ongeval. Tegen het passeren van de NYANZA heeft getuige op deze plaats van de Maas geen bezwaar gehad. Ten slotte werd de loods Hoogenboom, die de NYANZA heeft binnengebracht, gehoord. Deze zegt het sein van de RIJSWIJK te hebben gehoord, waarmee deze te kennen gaf langs bakboord te willen passeren. Hij heeft toen zoveel mogelijk stuurboord gegeven. Het is niet onmogelijk dat de NYANZA ten gevolge van de stoot haar boeg naar bakboord heeft gewend. De Raad zal in deze zaak op nader te bepalen datum uitspraak doen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Rotterdam, 15 september. Van de werf van de Rotterdamsche Droogdok Maatschappij is te water gelaten het stalen schroefstoomschip MERAK, gebouwd voor rekening van Van Nievelt, Goudriaan & Co’s Stoomvaart Maatschappij aldaar. Het stoomschip heeft een laadvermogen van ca. 5.300 ton en is 330’ lang en 47’ breed en bestemd voor de algemene vrachtvaart. Dit is het derde schip dat ten behoeve van deze rederij op de werf van de Rotterdamsche Droogdok Maatschappij werd gebouwd.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Beslag op een schip.
Op het van Antwerpen komende stoomschip MINERVA (Neptun Lijn) is 13 dezer te Vlissingen beslag gelegd voor de toegebrachte schade, ontstaan door de aanvaring op 4 september van het stoomschip ASTARTE met de afhaalkotter. De ASTARTE behoort aan dezelfde rederij als de MINERVA. Door cautiestelling werd daarna het beslag opgeheven. Door de Belgische bladen wordt aan dit feit bijzonder aandacht geschonken. Sommige noemen het zelfs een schending in de Schelde-tractaten. Wij vernemen dat het stoomschip MINERVA slechts is aangehouden, nadat vanwege het Nederlandse gouvernement gevraagd was de verlangde cautie ter zake van de aanvaring met de Nederlandse loodskotter No. 7 te stellen. Toen evenwel aan dit verzoek geen gevolg werd gegeven is eerst overgegaan een van de schepen van de Neptun-lijn aan te houden. Toen dit eenmaal was geschied, was de rederij eerst bereid de cautie te stellen en werd het beslag daarna dadelijk opgeheven.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Zeemacht. De eerste torpedobootjager.
In tegenwoordigheid van de directeur voor scheepsbouw van het Departement van Marine werd hedenmiddag, op de werf van de Koninklijke Maatschappij ‘De Schelde’ te Vlissingen, met goed gevolg te water gelaten de torpedobootjager WOLF. Dit schip is de eerste torpedobootjager, welke in Nederland gebouwd wordt en evenals het zusterschip FRET, dat thans nog op dezelfde werf op stapel staat, bestemd voor de verdediging van Nederlands-Indië. De lengte van het schip is 230 voet, breedte 21.5 en holte 13.75. De romp is grotendeels vervaardigd van staal van zeer hoge breekkracht, om bij een minimumgewicht de nodige sterkte te verkrijgen. Het schip wordt voorzien van twee torpedo-lanceerkanonnen, vier kanonnen van 7,5 cm. en vier machinegeweren. De munitie-ruimen kunnen met het oog op het Indisch klimaat kunstmatig op lage temperatuur gehouden worden door middel van een verkoelingsinrichting. Over de bewoonde gedeelten van het schip worden tenten aangebracht met neerhangende kleppen in de zijde. Deze tenten kunnen door middel van een sproei inrichting nat gehouden worden om de verblijven zo koel mogelijk te houden. Het vaartuig wordt voorts voorzien van elektrisch licht, twee elektrische zoeklichten, stoomstuurinrichting, stokloze ankers met handspil, draadloze telegrafie en 3 sloepen. Om bij stilliggend schip geen stoomketels te behoeven aan te houden, wordt behalve de stoomdynamo nog een tweede dynamo aangebracht, die door een oliemotor wordt gedreven. De snelheid van het schip moet 30 zeemijlen per uur bedragen. Er zijn twee staande verticale triple-expansie machines in het schip, in staat om gezamenlijk 8.000 ipk te ontwikkelen. De cilinders hebben de volgende afmetingen: W.H. 22" diameter, M.D. 31½” en 2 L.D. 34” diameter met een zuigerslag van 18"; bij volle kracht worden ongeveer 400 omwentelingen per minuut gemaakt. De machines zijn gebalanceerd, om trilling van het schip zoveel mogelijk te vermijden. De assen zijn geheel van nikkelstaal en de schroeven van Stosse en Martin brons vervaardigd. De vier ketels zijn van het Yarrow-Schelde waterpijp type met een gezamenlijk verwarmend oppervlak van 14.500 vierkante voet en een roosteroppervlak van 275 vierkante voet. Zij zijn opgesteld in 2 verschillende gesloten stookplaatsen en werken met geforceerde luchtdruk.


19 september 1910


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen. 19 september. De Nederlandse schoener JANTINA AGATHA is 26 september 1909 in de Cumberland Golf in het ijs verongelukt. Een gedeelte van de inventarisgoederen heeft men kunnen bergen. Volgens rapport is de gehele uitgaande lading verloren gegaan. Alle opvarenden zijn gered en twee van hen zijn door de Noorse schoener THOMAS te Dundee geland. (De JANTINA AGATHA was een te Groningen thuis behorende en in 1903 te Gideon van staal gebouwde schoener, groot bruto 156 en netto 122 reg. ton). In juli van het vorig jaar vertrok dit schip met een lading koopmansgoederen van Dundee naar de Cumberland Golf om daar twee of drie plaatsen aan te doen, waaronder Kirckeston en Signata. Verder waren er buiten de bemanning aan boord 4 reizigers, waaronder een zendeling en een professor. Voor nu 4 jaar geleden had kapt. Dijkstra met de JANTINA AGATHA eenzelfde reis gedaan en heeft toen die reis in 2 maanden en 11 dagen uit en thuis afgelegd. Thuiskomende had bij enige Eskimo's meegebracht en te Dundee geland.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Maassluis, 18 september. De inkomende logger SCH 274 is gisteravond nabij het Noorderhoofd in aanvaring geweest met het naar Havre uitgaande Nederlandse stoomschip ARY SCHEFFER. Twee man van de logger sprongen op de boot over, terwijl de overige equipage zich in eigen sloep redde. De logger zonk bijna onmiddellijk en zit even boven de Reddingsteiger tegen het beloop van het Noorderhoofd. De ARY SCHEFFER, die een weinig averij aan de voorpiek beliep, kwam binnen, doch zette ‘s nachts te 2 uur de reis voort. De Berging-Mij. uit Rotterdam is heden reeds begonnen, met het bergen van netten en waarna getracht zal worden de logger te lichten. (opm: zie ook NRC 311210)


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hoek van Holland, 19 september. De SCH 274 is met twee drijvende bokken gelicht en wordt tussen de Hoek van Holland en Maassluis aan de grond gezet.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Londen, 19 september. De Noorse schoener THOMAS, 13 juli van Dundee naar Cumberland vertrokken ter opsporing van de Nederlandse schoener JANTINA AGATHA, is gisteren te Dundee terug gekeerd met twee man van de equipage van dit schip en rapporteert dat de JANTINA AGATHA 26 september 1909 in de Cumberland Golf in het ijs is verongelukt. De gehele bemanning werd gered en de proviand geborgen. De lading is echter verloren gegaan.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

IJmuiden, 18 september. Naar wordt gemeld is de sleepboot ADMIRAAL DE RUYTER, die reeds sedert geruime tijd buiten dienst gesteld werd, aan de rederij Midgard A.G. te Bremen verkocht. Deze sleepboot werd in 1907 op de werf Gideon te Groningen gebouwd en meet 30 netto reg. ton.


Krant:

 MCO - Middelburgsche Courant

Vlissingen, 17 september. In tegenwoordigheid van de Directeur van Scheepsbouw van het Departement van Marine werd hedenmiddag te half drie op de werf van de Koninklijke Mij. ‘De Schelde’ te Vlissingen met goed gevolg te water gelaten de torpedoboot WOLF.
( = Bno. 134 – t.w. op 17/09/10) (verkort weergegeven)


20 september 1910


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 20 september. In ons Avondblad C van 19 sept. deelden wij mee dat er twee opvarenden van het Nederlandse schip JANTINA AGATHA te Dundee waren geland. Wij vernemen, dat bij deze twee zich niet de gezagvoerder bevindt, kapt. Dijkstra en de overige van de bemanning bevinden zich aan boord van de walvisjager SCOTIA, welk schip begin oktober wordt terug verwacht. Verder vernemen wij dat de JANTINA AGATHA is verongelukt door het stoten tegen een ijsberg welk ongeval op 26 september 1909 op ongeveer 40 à 60 mijl van Blacklead heeft plaats gegrepen en waardoor de JANTINA AGATHA zonk.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart. De Raad voor de Scheepvaart te Amsterdam heeft heden behandeld de zaak van het stoomschip FARMSUM, kapt. W. Duit, toebehorende aan de Stoomvaart Mij. Oostzee. Dit schip, op reis van Archangel naar Zaandam, geladen met 3.500 balken, verloor op 3 september ‘s avonds 11 uur, bij stormweer op de Noordzee een deel van de deklast en de masten. Men wachtte tot het dag was en toen werd het want, dat buiten boord hing, gekapt. De oorzaak was het in beweging geraken van de 17 voet hoge deklading. De Raad hoorde het eerst de kapitein, die de scheepsverklaring bevestigde. Te Amsterdam werd gedokt en men is thans met de herstelling nagenoeg gereed. Het schip was door Russisch werkvolk gestuwd. Aan sjorrings, zoals over de deklast waren aangebracht, kent de kapitein weinig nut toe. Scheepsraad werd niet gehouden. Het aanzetwerk van de machine was gebroken en twee à drie duim van een van de bladen van de schroef was afgeslagen. De kapitein vaart een jaar op het schip, dat acht jaar oud is. De eerste stuurman C. Zeilemaker gaf inlichtingen omtrent de stuwage, die door ervaren werkvolk geschied is. Een deklast van 17 voet acht hij “behoorlijk"; er had nog wel wat bij gekund. De verschansing van het schip, dat speciaal voor de houtvaart gebouwd werd, is vrij hoog. Getuige was niet op de brug, toen een zware breker overkwam, waardoor de lading overging. Ook getuige acht de stalen sjorring van geen nut. Ze worden aangebracht uit gewoonte. De kapitein nader gehoord, verklaarde nog dat bij vorige reizen het schip meer deklast had gehad. De openbare behandeling van de zaak is hierna gesloten.
De raad zal a.s. vrijdag uitspraak doen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de scheepswerf ‘Nicolaas Witsen’ van de firma W.F. Stoel & Zoon te Alkmaar, is met goed gevolg te water gelaten een stalen motorvrachtboot, lang 66 voet, met 14 pk motor, ingericht voor het vervoer van passagiers, goederen en vee en gebouwd voor rekening van de heer D. Vorst te West Graftdijk.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Amsterdam, 20 september. Aan boord van het aan de IJkade liggende stoomschip CELEBES van de Stoomvaart Maatschappij Nederland, is brand uitgebroken in ruim 4. De drijvende stoombrandspuit JASON is erbij.


21 september 1910


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Het nieuwe oorlogsschip DE ZEVEN PROVINCIËN zal, naar wij vernemen, 6 oktober in dienst worden gesteld onder bevel van de kapitein-ter-zee F. Bauduin.
Het schip werd, zoals men weet, gebouwd op 's Rijks werf te Amsterdam en door Prins Hendrik in april 1909 te water gelaten.


Krant:

 MCO - Middelburgsche Courant

Amsterdam, 20 september. Aan boord van het vrachtschip CELEBES van de Stoomvaart Maatschappij Nederland, liggende aan de IJkade, brak hedenmiddag een zware brand uit, vermoedelijk veroorzaakt door broeiing van kopra. De brandweer werkt met veel materiaal.


22 september 1910


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van de heer G. ten Horn te Veendam is met goed gevolg te water gelaten een ijzeren aakschip, groot 250 m3, voor schipper B. Kunst te Groningen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Koninklijke Hollandsche Lloyd.
Blijkens de passagierslijst van het heden van hier naar Brazilië, Uruguay en Argentinië vertrokken stoomschip ZEELANDIA zijn zowel de 1e als 2e klasse geheel bezet. Onder de passagiers bevinden zich o.a. de gezant voor Brazilië bij de Franse Republiek, de nieuw benoemde consul-generaal van Turkije voor Brazilië en de bekende luchtreiziger Santos Dumont met familie. In de 3e klasse reizen ongeveer 800 passagiers, zodat het stoomschip na vertrek uit Lissabon meer dan 1.000 passagiers aan boord zal hebben. Ook voor de volgende in oktober, november en december vertrekkende stoomschepen is reeds levendige vraag naar plaatsen. Het stoomschip DELFLAND is gisteren van Santos naar Rotterdam en Amsterdam vertrokken met 90.500 balen koffie, terwijl voor het thans te Santos ladende stoomschip AMSTELLAND eveneens een belangrijke lading koffie bestemd is.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Nieuwe Rijnvaart Maatschappij.
Door de directie van de Nieuwe Rijnvaart Maatschappij werd aan de scheepsbouwmeesters Boele & Pot te Bolnes de bouw opgedragen van 2 nieuwe voor de Rijnvaart bestemde stoomschepen van ca. 800 ton. Dit zijn de 15e en 16e stoomschepen van genoemde Maatschappij en zullen worden genaamd BRUNSWIJK en POELWIJK.


23 september 1910


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Flensburg, 21 september. Bij bezichtiging van het Nederlandse schip LARUS is gebleken, dat de beplating aan beide zijden van de kiel is ingedeukt en dat verschillende klinknagels zijn geknapt. De reparatiekosten worden op 2.000 Mark geschat. De vertegenwoordiger van de assuradeuren is van mening dat deze reparatie goedkoper in Nederland kan worden verricht. Men is dan ook voornemens het schip naar Nederland te doen vertrekken.
(zie AH 150910 en AH 160910)


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

De schipbreukelingen van de JANTINA AGATHA.
Het Nieuwsblad van het Noorden schrijft: We zijn nu in staat een overzicht te geven in grote trekken van de schipbreuk van de JANTINA AGATHA en een beknopt relaas van het lijden en de ontberingen, die de bemanning - zoals men weet, bijna allen Groningers - door in het Noord-Amerikaanse poolland heeft moeten doorstaan. De twee mannen, die met de THOMAS te Dundee waren aangebracht, - de kok en een lichtmatroos - hebben enkele brieven meegebracht van de kapitein en van de beide stuurlieden aan hun familiebetrekkingen, waarvan we inzage of afschrift hebben gekregen. De lotgevallen zijn zeer belangwekkend. Cumberland Golf is een inham in de oostelijke kust van Baffin land aan de Davisstraat tegenover de westkust van Zuid-Groenland en ongeveer op 65 graden Noorderbreedte, als IJsland dus. Het is er een zeer onherbergzaam klimaat, daar het de milde werking van de Golfstroom mist. Havens op deze breedte in Noorwegen zijn bijna het gehele jaar toegankelijk. Cumberland Golf is echter maar gedurende hoogstens twee maanden vrij van ijs. In de golf ligt Blacklead eiland aan de zuidwestkust. Daar zijn nu een tweetal nederzettingen van Eskimo's, elk 100 à 150 man sterk. Honderden mijlen in de omtrek is verder geen menselijk wezen te bespeuren. Blacklead wordt gedurende de korte zomer aangedaan door enkele walvisvaarders, die daar in de buurt op de vangst zijn, terwijl er ook een zendingspost is, die van tijd tot tijd wordt afgelost. De heer Crauford Noble te Aberdeen heeft er voorts een factorij waar pelswerk wordt bewaard, dat er eens per jaar vandaan wordt gehaald. Kapitein Dijkstra had de reis al eens eerder gemaakt in twee maanden en negen dagen. Hij kende de weg en het land. De 29e juli vertrok hij met de JANTINA AGATHA, een mooie stalen twee-mast schoener behorende aan de heer J.J. Onnes alhier, van Dundee. Behalve de bemanning waren nog aan boord de zendeling E.W. Greenshield, die een groot half jaar verlof in Engeland had doorgebracht, en prof. Bernhard Hantzsch, een Duitse dierkundige, die plan had om voor zoölogische en antropologische onderzoekingen drie jaren door te brengen in de streek tussen de Cumberland Golf en de Pondsbaai. De aankomst was voorspoedig, de passagiers waren aan land gebracht en een lading pelswerk was ingenomen. Het was reeds laat in het jaargetijde en dus hoog tijd om te gaan, daar het ijs reeds begon op te zetten. Op 40 à 50 mijlen van Blacklead is het schip de 26e september ‘s nachts om plm. 3 uur tegen een groot blok ijs gestoten. Om 6 uur werd in het ruim 4 duim water gepeild, om 8 uur 13 duim en om 12 uur reeds 3 voet. Daar was geen pompen tegen en zo werden de boten klaar gemaakt en beladen met provisie. Het was stille zee en effen water toen om 6 uur het schip in zinkende toestand werd verlaten. Er werd natuurlijk koers gezet naar het pas verlaten Blacklead. Maar dat kon men niet dadelijk bereiken; Na 11½ uur te hebben geroeid, bereikte men land, een hoge steenrots, waar een tent werd gemaakt van een dekkleed, dat men van boord had meegenomen. We moesten op de stenen slapen en dat was wel wat fris, schrijft de stuurman. De volgende dag zijn de kapitein met de tweede stuurman en een paar anderen naar Blacklead gegaan en twee dagen later werd alles in twee grote booten en de roeiboot van het schip naar Blacklead gehaald, een tocht, die 13 uur duurde. „Daar kwamen we - aldus vertelt de eerste stuurman J.P. Klugkist aan zijn vrouw in zijn brief - bij de dominee thuis. Daar was nog al wat provisie, maar met acht personen eet men gauw wat op. Onze voornaamste kost was zeehondenvlees, maar in de laatste tijd was er niet veel meer. Brood, meel, koffie en thee waren op. In vijf dagen hebben wij bijna niets gehad dan wat water en een stukje gedroogde zeehondenworst; dat kwam, omdat we weg waren om zalm te vangen, teneinde onze voorraad weer wat aan te vullen. Maar op de plaats, waar de zalm anders is, hebben we niets gevangen. De zalm was weg en zo hadden we niets om te eten. Met dit droevig vooruitzicht maakten we ons klaar om weer terug te keren toen, juist nu de nood op het hoogst was, redding nabij bleek. Tegen de avond kwam er een roeiboot, met Eskimovrouwen bemand, om ons mee te delen, dat er een schip gekomen was om ons af te halen. Dat was een uitkomst. Dadelijk pakten we ons vistuig in en maakten we de boot klaar en twee dagen later kwamen we aan boord van het schip. Natuurlijk vielen we dadelijk op het eten aan, maar ik nam niet te veel ineens, omdat mijn maag niet aan voedsel gewend was. „Het is hier een treurig land, zo schrijft Klugkist verder, alles ijs en sneeuw. Bij de winterdag twee maanden lang maar 2 uur daglicht en 's zomers twee maanden lang geen nacht. Dan gaat de zon zowat een uur onder, maar in de schemering blijft het licht. De 25e juni gingen we nog met de slee over het ijs."
Uit een andere brief tekenen we nog aan: „Van begin oktober tot half juli was het hier geregeld een kou van 50 graden. Allen waren we in robbenvellen gekleed. Onze kost was altijd zeehondenvlees, maar we hadden altijd honger en zijn mager, hoewel gezond." De overwintering had ruim 11 maanden geduurd. De Noorse schoener THOMAS was te klein om alle schipbreukelingen mee te nemen. Daarom ging de kapitein met een deel van de bemanning op een grote walvisvaarder, de SCOTIA, over, die in oktober terug verwacht wordt. De kok en een lichtmatroos gingen, gelijk boven gemeld is, op de THOMAS. Aardig is het, dat de stuurman Klugkist, die zijn brief op 29 augustus schreef, nog even herinnert aan de voor Groningen zo bekende datum van de 28e augustus, „'t Is bij u feest, schrijft hij, maar het is hier nu niet minder feest, want er liggen hier wel twee stoomschepen en een zeilschip. We leven nu in overvloed. Waarlijk, de nood is hoog geweest, de mensen hebben hier honden gegeten om hun honger maar te stillen. Het is een merkwaardig verhaal, waard om uitvoeriger te worden beschreven. Uitgegaan om anderen te verlossen is de bemanning van de JANTINA AGATHA het slachtoffer van de redding geworden. Doordat het schip het laatste was, dat in de Golf was, moesten zij, na de schipbreuk bijna een vol jaar daar blijven en ontberingen lijden, waarvan wij ons hier geen denkbeeld kunnen vormen. Dat is nog iets anders, dan met een goed uitgeruste en geproviandeerde poolexpeditie er op uit te gaan. We hebben in onze letterkunde verscheiden verhalen van dergelijke avonturen; het verhaal van de schipbreukelingen van de JANTINA AGATHA verdient een plaats in die rij.


24 september 1910


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart. Gisteren namiddag is uitspraak gedaan in de zaak van het stoomschip FARMSUM, kapt. W. Duit wonende te Rotterdam, toebehorende aan de Stoomvaartmaatschappij Oostzee, gevestigd te Amsterdam, welk schip, op reis van Archangel naar Westzaan met een lading balken, in de avond van de 3e september op de Noordzee bij stormweer masten en deklast verloor. Volgens het gewezen vonnis heeft de Raad niet de overtuiging gekregen, dat de gezagvoerder aan de stuwage, in het bijzonder van de deklast, niet de nodige aandacht heeft gewijd. Ook valt op zijn wijze van navigatie geen aanmerking te maken en heeft bij voldoende zeemanschap voor en tijdens de ramp aan de dag gelegd. De Raad maakte daarbij de opmerking, dat, wanneer het bepalen van de lading uitsluitend blijft overgelaten aan gezagvoerder en rederij, dit het gevaar zal opleveren ook voor andere schepen, die met de overboord geworpen lading in aanraking kunnen komen. De Raad is derhalve van mening, dat het aanbeveling verdient, dat ten deze preventieve voorschriften worden gegeven.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart. De Raad heeft gisteren in openbare zitting behandeld de zaak van het stoomschip HOLLANDIA, kapt. J. Schottee de Vries, behorend aan de Koninklijke Hollandsche Lloyd te Amsterdam. Volgens de scheepsverklaring, afgelegd voor de Nederlandse consul te Southampton, was het schip 10 augustus uit Amsterdam vertrokken en 11 augustus uit Boulogne. In de ochtend van 12 augustus was het goed helder weer.
De 1e en de 4e officier waren op wacht, toen het omstreeks 4 uur mistig werd. De machinekamer werd gewaarschuwd en toen het nog dikker werd, ook de kapitein. Toen werd een stoomfluit vooruit gehoord op korte afstand. De kapitein, die inmiddels op de brug was gekomen, gaf order achteruit te stomen. Er werden drie stoten op de stoomfluit gegeven. Ook het andere schip gaf 3 stoten en onmiddellijk daarna één stoot, wat betekende, dat dit schip vooruit wilde gaan. Een stoot werd gevoeld aan bakboord boeg. Het bleek later, dat het schip, waarmee de HOLLANDIA in aanvaring was geweest, was het stoomschip SPARTA van Hamburg.
De voorsteven van de HOLLANDIA bleek te zijn beschadigd, terwijl twee buitenhuidplaten waren ingedrukt. De scheepsverklaring werd bevestigd door de kapitein en de overige personen, die haar hadden afgelegd. Daaronder was de 1e officier C. van den Bergh, die alsnu als getuige werd gehoord. Toen de mist opkwam was het 5 uur. Het schip bevond zich in het Engels Kanaal, noordwest van de Casquets. Te 05.14 gaf getuige order te stoppen. Toen de kapitein op de brug kwam lag het schip gestopt. De stoomfluit, die op de automaat stond, werd toen daaraf genomen en twee lange stoten werden gegeven. Voortdurend werd de fluit van de tegenlegger, vermoedelijk een keer of acht, recht vooruit gehoord. Getuige zag aan stuurboord het boegwater van een schip. De SPARTA moet met zijn bakboord achtersteven tegen de boeg van de HOLLANDIA zijn gekomen. Getuige antwoordt op een desbetreffende vraag, dat als de SPARTA bakboordroer had gegeven, het schip zou zijn vrijgelopen. De eerste stoot op de stoomfluit van het tegenkomende schip was door getuige gehoord een streek aan bakboordboeg; later een halve streek aan stuurboord. Toen de HOLLANDIA gestopt lag, werden op order van de kapitein de twee stoten op de fluit om de minuut herhaald. Het schip, waarmee de HOLLANDIA in aanvaring was geweest, verdween in de mist.
Na gehouden scheepsraad was besloten naar Amsterdam terug te keren. Getuige maakte zijn derde reis met de HOLLANDIA.
Kapitein Schottee de Vries, wonende te Haarlem, vervolgens gehoord, maakte eveneens de derde reis met de HOLLANDIA. De kapitein was te ruim 12 uur gaan slapen, Hij heeft in het algemeen order gegeven, dat hij, als er iets bijzonders is, moet worden gewekt. In de bewuste morgen werd hij te ruim 5 uur geroepen door de 1e officier, omdat het dik was, hij hoorde de telegraaf naar de machinekamer en vóór hij nog boven was, de stoomfluit van een ander schip. De kapitein was te 05.10 op de brug. Te 05.23 had de aanvaring plaats. Kort vóór de aanvaring plaats had, was er een uitkijk op de bak gekomen. De voorzitter vond hierin aanleiding tot de opmerking, dat er dus, ondanks de dikke mist, geruime tijd geen uitkijk op de bak is geweest. Ter verklaring zei de kapitein, dat het volk bezig was met het dekwassen en schoenen en kousen had uitgetrokken, terwijl de kwartiermeester, die gewaarschuwd moest worden, beneden was. De voorzitter maakte de opmerking dat dit was een verklaring, doch geen verontschuldiging.
Te 05.20 werd volle kracht achteruit gecommandeerd. Dit geschiedde toen het boegwater van het vreemde schip werd gezien. Op het geluld afgaande moet dit schip 1½ streek van koers zijn veranderd. Bij de aanvaring had het vreemde schip naar schatting 6 à 7 mijl vaart. Na de aanvaring heeft de HOLLANDIA nog 2 à 3 minuten achteruit geslagen, waarop het schip een half uur is blijven stil liggen. Overigens kwam de verklaring van de kapitein omtrent fluitsignalen, stoppen, aanvaring en averij overeen met die van de stuurman. De schok was niet hevig; de meeste passagiers hebben er zelfs niets van bemerkt. Nog werd gehoord de kwartiermeester S. Leyenaar, die roerganger was. Dit verhoor leverde niets nieuws op. De voorzitter deed vervolgens voorlezing van de scheepsverklaringen te Portland en van de verklaringen later voor het Ambtsgericht te Hamburg afgelegd door kapitein en bemanning van de SPARTA. Het voornaamste verschil tussen de beide scheepsverklaringen is, dat als het tijdstip van de aanvaring werd opgegeven van de zijde van de SPARTA 05.12 en van de zijde van de HOLLANDIA 05.23. Ten aanzien van de tijd, waarop de reeks van voorvallen zou zijn aangevangen, stemden verklaringen nochtans vrijwel overeen, te weten 5.7 volgens opgave van de SPARTA en 5.5 volgens de verklaringen van de zijde van de HOLLANDIA afgelegd. Er is hier dus een niet onbelangrijk verschil in de vermoedelijke duur van de voorvallen nl. van 12 minuten, volgens de voorgelezen verklaringen werd te 5.11 op de SPARTA twee streken aan bakboord voor het eerst gehoord het mistsignaal van een stoomboot. Eerst werden twee stoten op de fluit en daarna één gehoord. Te 05.12 volgde de collisie. Daarna verdween het schip, dat later is gebleken de HOLLANDIA te zijn, in dezelfde mist wolk, waarin het gekomen was. Er bestaat ook enig verschil in de aan beide zijden opgegeven koers. Verder zou, volgens de verklaring van de SPARTA, ook dit schip gestopt hebben. De door de 4e officier, de 1e en 2e machinist van de HOLLANDIA, die thans op reis zijn, afgelegde verklaringen, waarvan voorlezing werd gedaan, komen met die van de getuigen overeen.
De zitting werd bijgewoond door de heer F. Hoynck van Papendrecht, procuratiehouder van de firma Wambersie en Zoon te Rotterdam, als vertegenwoordiger van de Hamburg – Amerika Lijn. Deze richtte tot de Raad het verzoek, geen uitspraak te doen, alvorens de leden van de bemanning van het stoomschip SPARTA, die thans op zee zijn, te hebben gehoord. Nadat over dit verzoek was beraadslaagd, deelde de voorzitter mee, dat de Raad geen termen vond, om aan het verzoek, om de bemanning van de SPARTA alsnog te horen, te voldoen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Londen, 22 september. De stalen raderboot DUCHESS OF EDINBURGH van de L. & S. W. Spoorweg Mij., groot 342 ton bruto en gebouwd in 1884, werd verkocht naar Nederland om te worden gesloopt.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Aerösund, 22 september. De Nederlandse tjalk LARUS, schipper Buisman, werd na lossing van de lading 17 dezer naar Sonderborg gesleept, alwaar het schip werd nagezien.
(opm: zie ook AH 150910, 160910 en AH 230910)


25 september 1910


Krant:
 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Sappemeer, 23 september. Heden werd van de werf van de heer Jac. Smit met goed gevolg te water gelaten een stalen 2-mast gaffelschoener, groot plm. 200 ton, genaamd GEERTJE, Bureau Veritas, voor rekening van de heer H. Kramer te Groningen en werd de kiel gelegd voor een dito schip, groot plm. 150 ton, Germanischer Lloyd, voor Duitse rekening.


26 september 1910


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

De proefvaart van de PRINSES JULIANA.
Het grootste schip dat ooit in Nederland gebouwd is, de nieuwe oceaanstomer van de Maatschappij Nederland die 3 oktober a.s. zijn eerste reis naar Ned.-Indië gaat ondernemen, heeft gisteren een officiële proefvaart schitterend volbracht.
Voor deze feestelijke proeftocht heeft de PRINSES JULIANA, die 1 juni jl. bij het bezoek van de Koninklijke familie aan de hoofdstad, door H.M. de Koningin van de werf van de Nederlandsche Scheepsbouw Mij. werd te water gelaten, een prettig tochtje bij de meest aangename zee die te wensen is, van IJmuiden uit naar het lichtschip MAAS voor de Rotterdamse waterweg geraakt. Een tochtje van enige uren over een effen zee bij overheerlijk nazomer weer.
Niet minder dan 160 gasten waren aan boord met de directie van de Mij. Nederland, de heren jhr. Z.P.D. Op ten Noort, C.A. den Tex en J.B.A. Jonckheer en enige leden van de raad van commissarissen. Daar waren de directies van de zustermaatschappijen en van de Ned. Scheepsbouw Mij., de heren D. Goedkoop, directeur, en J.F.J. de Bruin Kops, de ingenieur die de ontwerper is van het schip; dan de directie van de Ned. Fabriek van Werktuigen en Spoorwegmaterieel. Van het Ministerie van Koloniën waren aanwezig de heren R. Zuyderhoff, referendaris, Joh. Viehoff, administrateur en A.W. Cremer, referendaris, terwijl van de Scheepvaartinspectie aanwezig waren, de hoofdinspecteur, de heer A.E. Arckengout Schokker en de heer H. Sluiter, inspecteur.
Voorts waren tegenwoordig prof. Mr. D. Josephus Jitta, prof. Rotgans, de heer G.P. Wijnmalen, mr. T.B. Pleyte, voorz. Van de Raad voor de Scheepvaart, dr. H.F.R. Hubrecht. Bovendien de leidende functionarissen bij de Maatschappij Nederland en bij de Nederlandsche Scheepsbouw Mij.
Omstreeks 9 uur werd van IJmuiden opgestoomd naar zee. Eerst gesleept door de CYCLOOP, voer even later de PRINSES JULIANA met eigen kracht de kanaalmond uit. Er werd rond gekoerst voor de havenmond, tot omstreeks half elf in de richting van de Nieuwe Waterweg werd gekoerst. Zo ver uit de kust varend, dat de blinkend gele duinenrij voor het ongewapend oog nog even zichtbaar was en zo, lopend over de meest effen, maar ook meest schilderachtige zee, die men zich voorstellen kan, werd voor de middag het lichtschip MAAS tot op minder dan een mijl afstand bereikt. De deelgenoten aan de tocht genoten zeer van dit uitstapje, keken naar het verrukkelijke zeegezicht, de golven en de …. voorbij hobbelende balken. Immers honderden balken of heipalen dreven in zee in de nabijheid van het lichtschip MAAS, vermoedelijk van de nu drie weken geleden over boord gestorte deklading van de FARMSUM, die in een onstuimige nacht bij de Doggersbank een 3.000 stuks Noors hout moest prijsgeven.
In de nabijheid van het lichtschip werd het onderzeese kloksignaal beproefd, dat uitnemend werkte. Behalve dit veiligheidsmiddel heeft de PRINSES JULIANA ook Marconi-telegraaf.
Bij het zwaaien voor de terugtocht passeerde de SIRACCA het plezierjacht van de Rotterdamse rederij Ruijs, welk jacht met zijn lachende sirene ons groette. Een groet die beantwoord werd door het doffe loeien van onze sirene.
Tijdens de terugtocht naar IJmuiden had in de prachtige 1e klasse eetsalon een lunch plaats, waaraan alle gasten deelnamen en waarbij herhaalde toasten werden ingesteld op allen en alles waaraan bij zulke gelegenheden heildronken worden ingesteld. Doch vermelden wij vooraf, dat jhr. Op ten Noort aan het begin van de schitterende tafel een dronk instelde op H.M. de Koningin en Haar Koninklijk Huis.
Bij de vele toasten werden er op de Maatschappij Nederland, op de Nederl. Scheepsbouw Maatschappij, op allen die aan de uitvoering van de bouw van de PRINSES JULIANA hadden meegewerkt, uitgebracht.
Ongeveer vijf uur werd IJmuiden bereikt. Van de PRINSES JULIANA gaven wij 1 juni jl. ter gelegenheid van de tewaterlating de uitvoerige beschrijving. Thans zij nog vermeld dat het schip op de officiële proefvaart 15,9 mijl liep, bij 95 slagen per minuut en als maximum 6.700 pk heeft ontwikkeld. En voorts nog, dat alle hutten bij de eerste vaart zijn bezet.
De volgende bijzonderheden over de decoratieve uitvoering, die was toevertrouwd aan de kunstenaar C.A. Lion Cachet, die daarbij de voorlichting genoot van prof. dr. F.J.L. Krämer, directeur van het Huisarchief van de Koningin, zijn ontleend aan “Het N. v.d. D.":
In het algemeen kan worden samengevat, dat de gehele decoratie ontleend is aan 's lands historie en bepaaldelijk aan het tijdperk toen de Oranjevorsten, delende in het lot der natie, onheil volle tijden beleefden. Men denke hier aan de worstelstrijd met Spanje. Chronologisch gaat deze reeks echter niet verder dan de tijd van Maurits. Deze versiering nu zet zich voort door al de ruimten voor gemeenschappelijk verkeer, zowel in de 1e als de 2e klasse.
Langs de wanden van de eetsalon ziet men achtereenvolgens voorstellingen die ontleend zijn, hier trouwens evenals elders, aan oude munten en historiepenningen. Als voorbeeld noemen we de geuzenpenning met het opschrift „Trouw tot aan den bedelnap", die op de onthoofding van Egmont en Hoorne, en op de tienden penning. Aan de lange wand is deze decoratie voortgezet door inlegwerk van lood in marmer, met gouden randversiering, waarbij o.a. emblemen met de spreuken „Eindlijk wordt de spruit een boom", „Liever Turksch dan Paapsch", enz. De zoldering is in vakken verdeeld en daartussen zijn de elektrische lampen aangebracht. In het midden is de opening, die uitzicht geeft in de deksalon. In het vierkant is die opening bekleed met grès ceramique, waarin de beeldhouwer J. Zijl verschillende voorstellingen heeft geboetseerd. Daarbij de portretten van de vier broeders van Prins Willem van Oranje, en taferelen naar munten en historieprenten van de slagen bij Heiligerlee, bij Bergen-op-Zoom en op de Zuiderzee, van het beleg van Haarlem, Leiden en Alkmaar,
Aan de deksalon zelf is vooral veel zorg besteed. De banken langs de wanden zijn bekleed met kostbaar Perzisch tapijtwerk, de tafels en stoelen met verguld bewerkt leer. Aan de wanden ziet men tegeltableaus in kleurig majolica, uitgevoerd door de Delftse fabriek ‘De Porceleyne Fles’.
De kinderkamer, in licht hout, bevat weer geschiedkundige voorstellingen, platen, die geëtst zijn in asbest-cement. Zij worden aangenaam afgewisseld door een tafereel van de Vliegende Hollander en aardige voorstellingen van Blauwbaard, Roodkapje en ‘In Holland staat een huis’; dit laatste geheel naar de prenten van Nelly Bodenheim, benevens rijmpjes en plaatjes volgens Vader Cats.


27 september 1910


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Londen, 26 september. Volgens telegram uit Hamburg, heeft het van Newcastle komende Nederlandse stoomschip ZUID-HOLLAND aldaar bij het binnenkomen door het stoten tegen een paalwerk schade bekomen aan enige platen.


28 september 1910


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Rotterdam, september. De schade aan het stoomschip ZUID-HOLLAND (zie vorig Ochtendblad) is niet groot. Bij terugkomst in Engeland wordt de averij, die zich in hoofdzaak tot de reling bepaald, aldaar hersteld.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De Raad voor de Scheepvaart te Amsterdam heeft gisteren behandeld de zaak van de stranding van het tjalkschip NEERLANDIA, schipper en eigenaar J. Karssies te Veendam. Dit schip is de 30e mei, met bestratingsblokjes geladen, op reis van Hamburg naar Kopenhagen bij slecht weer voor de rede van Kastrup vastgeraakt, Met het gevolg, dat er enige lekken ontstonden, zodat het schip 6 voet water maakte. Enige sleepboten, die ter assistentie kwamen, konden eerst het vaartuig niet afbrengen; met 4 pompon van deze boten en mannen om deze te bedienen slaagde men erin het schip droog te pompen. De lekken werden gedicht en daarna liep het schip de haven in. Als de hulp nog een half uur was uitgebleven, was zinken onvermijdelijk geweest. Het vaartuig heeft ongeveer van 8 uur 's morgens tot half vier ‘s middags vastgezeten. De schipper-eigenaar J. Karssies, verklaarde dat op het schip NLG 9.000 hypotheek rust en dat het voor NLG 10.000 verzekerd is. Het is geklasseerd, nagezien door de Scheepvaart Inspectie en heeft een certificaat van zeewaardigheid. Hij verklaarde voorts, geen schoolonderwijs te hebben ontvangen; lezen en schrijven heeft hij zichzelf geleerd. Hij was aan boord met zijn vrouw, een stuurman en een kok; in zijn bezit is een dienstdiploma. De duikers van Kastrup wilden niet zeggen, waarop het schip gestrand is; later, te Kopenhagen, hoorde de schipper, dat ter plaatse een cementblok gestort is.
Uit antwoorden op verschillende door de voorzitter gestelde vragen maakte deze de gevolgtrekking, dat de schipper zich niet voldoende op de hoogde van het vaarwater heeft gesteld. Zo heeft hij niet de Berichten voor Zeevarenden gelezen, die tegen bovenbedoeld cementblok gewaarschuwd hebben. Nadat nog de stuurman gehoord was, werd de uitspraak in deze zaak op later bepaald.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart. De Raad heeft uitspraak gedaan inzake de aanvaring op 12 augustus in het Engelse Kanaal tussen het stoomschip HOLLANDIA, van de Koninklijke Hollandsche Lloyd, en het stoomschip SPARTA, van de Hamburg Amerikanische Aktien Gesellschaft.
De Raad stelt in zijn uitspraak vast, dat het tijdsverschil van 11 minuten in de opgave van het ogenblik van de aanvaring door beide schepen te verklaren is uit de omstandigheid, dat de SPARTA een oostelijke en de HOLLANDIA een westelijke koers volgde, terwijl op laatstgenoemd schip te 4 u. 4 min. in de namiddag de tijd is opgenomen. De aanvaring moet worden geweten aan beide schepen; op de HOLLANDIA heeft een behoorlijke uitkijk ontbroken, waarvoor aansprakelijk zijn de gezagvoerder, de stuurman en de matroos, die te laat op de bak is gekomen. De gezagvoerder van de SPARTA gaat niet vrij uit, omdat hij te laat de machines heeft doen achteruitslaan. Was dit 5 minuten eerder gebeurd dan was de aanvaring voorkomen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Mailboten van de Maatschappij ‘Zeeland’.
Men meldt ons uit Vlissingen: De vroegere nachtmailboot PRINS HENDRIK van de Maatschappij ‘Zeeland’ zal, na verschillende zeer belangrijke voorzieningen te hebben ondergaan, zondag a.s. in de dagdienst overgaan. Dan zullen twee van de vroegere nachtboten in de dagdienst zijn opgenomen, er zal behalve na de PRINS HENDRIK nog de KONINGIN REGENTES en zal tenslotte de KONINGIN WILHELMINA nog volgen. Twee van de vroegere dagboten, de NEDERLAND en de ENGELAND zullen dan buiten dienst zijn gesteld.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Oude Pekela, 26 september. Heden werd met goed gevolg van de werf van de heer J. Kuiper alhier te water gelaten een ijzeren tjalkschip, groot 75 ton. Het schip zal bevaren worden door schipper H. Piek van Stadskanaal. Tevens werd de kiel gelegd voor een zelfde vaartuig, dat bevaren zal worden door schipper S. Meter van Buitenpost.


Krant:

 MCO - Middelburgsche Courant

Uitspraak van de Raad voor de Scheepvaart.
De Raad voor de Scheepvaart, heden uitspraak doende in de aanvaring van 12 aug. tussen de HOLLANDIA, van de Holl. Lloyd, met de SPARTA van de Hamburg-Amerika Lijn, achtte beide kapiteins schuldig. Op de HOLLANDIA ontbrak een goede uitkijk terwijl op de SPARTA te laat de machines waren stopgezet.


29 september 1910


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

IJmuiden, 29 september. Het hedennacht van Drontheim met een lading kopererts voor Amsterdam alhier binnengekomen Noorse stoomschip DAG en de buitengaats kruisende Stoomloodsboot No. 1 zijn in aanvaring geweest. De DAG beliep, volgens het Handelsblad, aan stuurboordzijde een gat boven de waterlijn en zette de reis voort. Van de Stoomloodsboot No. 1 is de schade nog onbekend. (opm: zie ook NRC 300910)


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de ‘Werf ’t Kromhout’ van de firma D. Goedkoop Jr. alhier werd gisteren met goed gevolg te water gelaten een stalen motorsleepbootje voorzien van een 14 pk één cilinder Kromhout petroleummotor. Het bootje is lang 11,75 meter, breed 2,50 meter en hol 1,40 meter en kan met bovengenoemde motor een snelheid bereiken van 18 km.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Hamburg, 27 september. Het Nederlandse schip ANNECHIENA heeft in het Kaiser Wilhelm-kanaal door aanvaring met de lichter FRIEDA de fokkemast gebroken en de boegspriet beschadigd. De lichter bleef blijkbaar onbeschadigd. (opm: zie ook AH 011010)


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Londen, 28 september. Volgens telegram uit Soerabaja heeft het Engelse stoomschip PAROO lichte schade bekomen door aanvaring met de stoomschepen VAN WAERWYCK en VAN NOORT en is het naar Singapore vertrokken om te repareren.
De beide Nederlandse stoomschepen zijn boven de waterlijn licht beschadigd.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Naar wij vernemen heeft de directie van de Rotterdamsche Lloyd aan de scheepsbouwmeesters Bonn & Mees te Rotterdam de bouw opgedragen van een nieuw stoomschip van ca. 8.700 ton d.w., bestemd voor de vrachtvaart op Nederlands-Indië. De machines zullen worden vervaardigd aan de Kon. Fabriek ‘De Schelde’ te Vlissingen.


Krant:

 MCO - Middelburgsche Courant

Het stoomschip PRINSES JULIANA van de Stoomvaart Mij. ‘Zeeland’, hier hedennacht te twaalf uur vertrokken, is te ongeveer halfeen (opm: 28 september) bij dikke mist in aanvaring geweest met het Belgische stoomschip PRINSES CLEMENTINE. De PRINSES JULIANA, die beschadigd werd boven het berghout, kon de reis naar Queenborough toch vervolgen. De PRINSES CLEMENTINE beliep ernstige averij en moest naar Antwerpen terugkeren om die te herstellen.


30 september 1910


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

IJmuiden, 29 september. De Stoomloodsboot No. 1 heeft bij de aanvaring met het Noorse stoomschip DAG de voorsteven ontzet gekregen, waardoor de voorpiek water maakte. Nochtans zal de dienst door haar worden waargenomen tot a.s. dinsdag, de dag van aflossing door de No. 6. Daarna gaat de No. 1 dokken.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Vlissingen, 30 september. De schade aan de mailboot PRINSES JULIANA (zie Avondblad 28 sept.) wordt op ongeveer NLG 10.000 geraamd. Het stoomschip is na voorlopige herstelling in de vaart gebleven en zal de volgende week, wanneer het toch zou opleggen, worden gerepareerd.


01 oktober 1910


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Stoomvaart Maatschappij ‘Nederland’.
Het passagiersschip PRINSES JULIANA vertrok op 1 oktober van Amsterdam naar Batavia op haar eerste reis.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Hamburg, 29 september. Het Nederlandsche schip ANNECHIENA, schipper Mulder, is na reparatie, naar de Oostzee vertrokken. (opm: zie ook AH 290910)


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Gisteren is van de ‘Werf Gusto’ te Schiedam vertrokken de emmerbaggermolen ALMIRANTE ALVES BARBOSA, gebouwd voor Franse rekening. Het schip, dat bestemd is voor de havenwerken van Rio de Janeiro, heeft de volgende hoofdafmetingen: Lengte 33 meter, breedte 7,35 meter, holte 3,05 meter.
Deze baggermolen kan werken tot op een diepte van 16 meter en heeft een opbrengstvermogen van 350 m3 per uur. Hij wordt naar zijn plaats van bestemming gesleept door de sleepboot NOORDZEE van de firma L. Smit & Co.


02 oktober 1910


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 1 oktober. De Nederlandse zeesleepboot SCHELDE, slepende de Engelse hulk DYNOMENE, arriveerde donderdagmiddag van Liverpool te Forcados.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Groningen, 1 oktober. De schoener SELINA JOHANNA, kapt. F. Boerma, is met verlies van deklast, zeilen en andere schade door storm, van Figueira te Cardiff aangekomen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Houtvrachten.
De houtvrachtenmarkten blijven vast gestemd. Het bevrachten van de Witte Zee is voor dit seizoen zo goed als geëindigd; de vrachtkoersen van daar zijn ten laatste vrij hoog gelopen n.l. 40 Sh. per Standaard Archangel - Londen en thans wordt voor oktober te laden 42 Sh. 6d. geëist. Van Zweden en Finland is het op het ogenblik enigszins moeilijk passende ruimte te bekomen. Van de pitchpine havens gaat weinig in bevrachtingen om en door gebrek aan ruimte zijn de vrachtkoersen zeer vast, met een tendens tot verhoging voor spoedig beschikbare boten.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Nederlands eskader in Oost-Indië.
Naar gemeld wordt, ligt het in het voornemen van de Minister van Marine de aflossing van de schepen, behorende tot het Nederlands eskader in Oost-Indië, zodanig te regelen dat gedurende de jaren 1911, 1912 en 1913 het eskader als volgt zal zijn samengesteld:
In 1911: de pantserschepen DE RUYTER, TROMP, HERTOG HENDRIK en ZEVEN PROVINCIËN; het pantserdekschip Holland en twee torpedobootjagers, gedurende het laatste kwartaal versterkt door nog 2 torpedobootjagers.
In het jaar 1912: De pantserschepen DE RUYTER, TROMP, HERTOG HENDRIK en ZEVEN PROVINCIËN; het pantserdekschip en 2 torpedobootjagers, gedurende het laatste kwartaal versterkt door nog 2 torpedobootjagers. In het jaar 1913: De pantserschepen DE RUYTER of KONINGIN REGENTES, HERTOG HENDRIK, TROMP en ZEVEN PROVINCIËN, het pantserdekschip HOLLAND en 4 torpedobootjagers, gedurende het laatste kwartaal 8 torpedobootjagers, waarvan 2 in reserve.
DE ZEVEN PROVINCIËN


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

DE ZEVEN PROVINCIËN. Het nieuwgebouwde pantserschip DE ZEVEN PROVINCIËN, dat te Amsterdam aanstaanden donderdag in dienst zal worden gesteld, is thans het grootste oorlogschip van onze Marine. Het is gebouwd op de Rijkswerf te Amsterdam in 1908 op stapel gezet en in april van verleden jaar door Prins Hendrik te water gelaten. Het is bestemd Voor de dienst in Oost-Indië, waarheen het 15 november a.s., via de Kaap de Goede Hoop, zal vertrekken. Het vaartuig is geheel van staal, heeft een lengte van 101,50, een breedte van 17,10, een diepte van 6,15 meter en een waterverplaatsing van 6.525 ton (1.026 kg.) zeewater. De stalen gordel heeft een dikte van 100 tot 150, geschuttorens of barbetten van 250, de commandotoren van 200 en het dek van 50 mm.
De bewapening bestaat uit 21 stukken geschut, waarvan 2 snelvuurkanonnen van 28, 4 van 15, 10 van 7.5, 4 van 3.7 en 1 mortier Van 7.5 cm. kaliber. De stoomwerktuigen hebben een vermogen van 7.500 ipk; zij bestaan uit twee aan elkander gelijke drievoudige expansie-machines, door een verticaal langscheepsschot van elkander gescheiden.
Het gecontracteerde vermogen van 7.500 pk is bij de gehouden vollekracht-proef ruim overschreden, daar gedurende gemiddeld vier uur bijna 8.600 ipk werd bereikt. Anker en stuurinrichting zullen met stoom behandeld kunnen worden.
De complete bemanning is 410 koppen. Met het bevel van de bodem wordt belast de kapitein-tor-zee F. Bauduin. Voor schip, materieel en bewapening, is op de begroeting van de Marine uitgetrokken NLG 2.768.240.


03 oktober 1910


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 3 oktober. Reeds eerder deelden wij mee, dat het rader-stoomschip DUCHESS OF EDINBURGH naar Nederland was verkocht. Thans wordt ons uit Slikkerveer geschreven dat door de N.V. Scheepswerf ‘Koophandel’ aldaar, werden aangekocht om te worden gesloopt de stoomschepen DUCHESS OF EDINBURGH en DUCHESS OF CONNAUGHT van de L. & S. W. Railway Comp. in Engeland. Beide stoomschepen zijn thans nog in de vaart en zullen eerstdaags hier aankomen. (opm: zie ook AH 240910)


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Londen, 2 oktober. Volgens telegram uit Hoganäs is het Nederlandse stoomschip MIZAR, van West Hartlepool naar Koningsbergen bestemd, bij Molle gestrand. Assistentie is ter plaatse.
Londen, 3 oktober. Het stoomschip MIZAR is met assistentie van een Svitzer stomer zonder schade weer vlot en werd te Kopenhagen binnengebracht.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Verkochte schepen.
De Nederlandse tjalk WATERPLOEG, schipper Van Veen, is volgens bericht uit Hamburg aan de firma Sternburg aldaar verkocht. Het vaartuig zal voortaan als kolenhulk worden gebruikt.


04 oktober 1910


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 1 oktober. Het nieuwe Nederlandse stoomschip DRIEBERGEN is afgelopen zaterdag (opm: 1 oktober) van West Hartlepool naar Uleaborg vertrokken, om voor Rotterdam te laden.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van de firma C. van der Giessen & Zonen te Krimpen a/d IJssel is te water gelaten een Rijnschip (opm: S.H.V. 41, bouwnummer 367), metende 1.200 last, gebouwd voor de Steenkolen-Handels-Vereeniging te Rotterdam. Het schip heeft de volgende afmetingen: Lengte 103, breedte 11,40 en diepte ?? meter.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Westerbroek, 1 oktober. Met goed gevolg werd van de werf van de firma Wortelboer & Co., scheepsbouwers alhier, te water gelaten de stalen sleepkaan BORUSSIA, groot ongeveer 875 ton, voor Duitse rekening. Onmiddellijk werd de kiel gelegd voor een dito kaan, eveneens voor Duitse rekening.


05 oktober 1910


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

IJmuiden. 4 oktober. Het van Amsterdam vertrokken stoomschip AMSTELSTROOM is in het Noordzeekanaal nabij de Hembrug in aanvaring geweest met de tjalk DIEUWERTJE CATHARINA. De tjalk werd beschadigd; de AMSTELSTROOM ondervond vertraging.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hansweert, 4 oktober. Het te water laten van de schoener ANGELINA, van de werf ‘Zeeland’ alhier, is hedenmiddag mislukt. Het achterschip is blijven zitten.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Gisteren kwamen te IJmuiden binnen, gesleept door de Nederlandse sleepboot ZUIDERZEE de motorschoener CORNELIS, die op de werf van de firma J. Meijer te Zaltbommel voor rekening van een rederij te Terneuzen werd gebouwd. Het schip zal bij de Nederlandsche Scheepsbouw Maatschappij te Amsterdam van een motor worden voorzien.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Zaandam, 4 oktober. Het tjalkschip DIEWERTJE CATHARINA, schipper Van Laar, is hedenavond in het Noordzeekanaal bij de Hembrug in aanvaring geraakt met het Nederlandse stoomschip AMSTELSTROOM en heeft daarbij drie spanten gebroken en enige lekkage bekomen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Hamburg, 3 oktober. Het Nederlandse stoomschip LEDA heeft bij Finkenwärder aan de grond gezeten. Het kwam met assistentie van de sleepboot HUMOR ogenschijnlijk zonder schade weer vlot. (De LEDA arriveerde 4 okt. te Amsterdam. Red.)


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Rotterdam, 4 oktober. Het sleepbootje MEEUW, van de Stoomsleepdienst P. Smit Jr., is hedenmiddag terwijl het een schip uit de Maashaven zou slepen omgeslagen en gezonken. De opvarenden konden zich redden.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van de firma A.J. Otto & Zoon te Krimpen a/d IJssel, is te water gelaten een stalen sleepkaan van 1.300 ton, gebouwd voor Duitse rekening. (opm: deze REMA II was het laatste schip dat Otto bouwde; de werf werd opgeheven, zie AH 051010)


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van de scheepsbouwmeester J. Kuiper te Oude-Pekela, is te water gelaten een stalen tjalk van 75 ton, gebouwd voor schipper Piek te Stadskanaal. Vervolgens werd de kiel gelegd voor een dergelijk vaartuig.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Verkochte schepen. Amsterdam, 3 oktober. De ijzeren bark WILLEM EGGERTS van de rederij Brantjes & Co. te Purmerend is aan een Engelse firma verkocht. Het schip, dat bruto 1.354 register ton meet, en thans te Amsterdam in het droogdok wordt nagezien, zal naar Londen vertrekken om een lading steenkolen in te nemen voor Kaapstad, alwaar het zal worden afgetuigd en voor hulk gebruikt.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Kopenhagen, 3 oktober. Het bij Molle gestrande Rotterdamse stoomschip MIZAR is met assistentie van een Svitzer stomer schijnbaar onbeschadigd vlot gekomen en hier binnengebracht. Het stoomschip heeft, na een attest van zeewaardigheid bekomen te hebben, de reis naar Koningsbergen voortgezet. (opm: arriveerde 5 oktober te Koningsbergen).


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Delfzijl, 4 oktober. De tjalk DRIE GEBROEDERS, schipper Wagenborg, hier aangekomen van Hamburg en bestemd naar Schiedam met boekweitdoppen, heeft op de Uithuizer Wadden gestoten en werd lek. Het schip wordt hier nagezien.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Dinsdagnamiddag is te Vlaardingen met goed gevolg van de werf van de scheepsbouwmeester A. de Jong te water gelaten het loggerschip SCH - 140, JAN. Het schip zal nog dit seizoen aan de haringvisserij deelnemen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Voorlopige aankondiging.
Op nader te bepalen dag in de maand november a.s. zal in het openbaar worden verkocht een scheepswerf met daarbij behorende gebouwen en terreinen, dwarshelling lang 93 meters, herenhuis en 12 arbeiderswoningen, zeer gunstig staande en gelegen aan de rivier de IJssel, onder de gemeente Krimpen a/d IJssel, benevens verschillende daarbij in gebruik zijnde machinerieën, waaronder: Stoommachine van 20 pk, Crossley zuiggasmotor van 38 pk, complete elektrisch-licht installatie enz.
Inlichtingen bij de heren A.J. Otto Jr. te Krimpen a/d IJssel en L.J. Otto te Rotterdam (Vijverlaan 71/4) en bij de notaris J. van der Leeden te Ouderkerk a/d IJssel.


06 oktober 1910


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De Raad voor de Scheepvaart te Amsterdam heeft heden uitspraak gedaan inzake het ongeval, de 30e mei 1910 voor de rede van Kastrup overkomen aan het tjalkschip NEERLANDIA, eigenaar en schipper J. Karssies. Het schip, met bestratingsblokjes geladen en op reis van Hamburg naar Kopenhagen, heeft op genoemde plaats op een hard voorwerp onder water gestoten. Het daardoor ontstane lek werd eerst voorlopig door duikers gedicht en daarna werd te Kopenhagen de averij definitief hersteld.
In zijn uitspraak wees de Raad er nog eens op, dat de schipper niet genoeg aandacht heeft gewijd aan de Berichten voor Zeevarenden en dat hij verzuimd heeft onmiddellijk scheepsverklaring af te leggen. De Raad heeft uit het onderzoek echter niet de overtuiging bekomen, dat het de schipper aan zeemanschap heeft ontbroken. Door de harde wind is het schip uit de koers op het harde voorwerp (vermoedelijk een daar gestort cementblok) gedreven. Schipper en bemanning hebben allen gedaan, wat zij konden en behoorden te doen om schip en lading te behouden.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De brand op de CELEBES. De Raad behandelde daarna de zaak van de brand op het stoomschip CELEBES van de Stoomvaart Mij. Nederland op 20 september. De brand brak uit, terwijl het schip voor de steigers van de Maatschappij aan de Handelskade te Amsterdam lag te lossen.
Het eerst werd als getuige gehoord de eerste officier van de CELEBES, de heer S. Stapels. Deze verklaarde, dat het stoomschip, een vrachtboot, ongeveer een week te voren uit Indië was aangekomen en hoofdzakelijk was geladen met kopra en suiker. De 15e september was men met lossen begonnen, hetwelk eerst alleen overdag, later ook 's nachts geschiedde. De brand werd 's middags 2 uur door getuige opgemerkt, die onmiddellijk met eigen middelen van het schip de brand aantastte. Kort daarna werd het bluswerk door de brandweer overgenomen. Er is een streng verbod om in de ruimen te roken. Van kortsluiting is geen sprake. Getuige vermoedt, dat gedacht moet worden aan zelfontbranding van de kopra, zeker niet aan kwade trouw.
In de nacht voor de brand was er in ruim 4, waar het vuur gewoed heeft, niet gelost. De gehele dag, die op die nacht volgde, wel. Er werd 's morgens niets verdachtst bemerkt; getuige denkt aan zelfontbranding, omdat vet poetskatoen daaraan ook onderhevig is. Bij het voorlopig onderzoek heeft een van de leden van de Raad voor de Scheepvaart met getuige in een luik, dat met ruim 4 geen communicatie heeft, een doosje vol ontbrande lucifers gevonden, dat vermoedelijk weggeworpen is door iemand, die zijn vingers brandde. Het was een luciferdoosje van een Indisch merk. Uit het vinden daarvan kan de gevolgtrekking gemaakt worden, dat het verbod om lucifers aan te steken in de ruimen wel eens overtreden wordt. Voor het merendeel hebben alleen de bovenste lagen van de kopra gebrand. Slechts op enkele plaatsen was het vuur dieper doorgedrongen. Kort voor de brand van 12 uur tot 12.30 had het volk geschaft. Er wordt gewoonlijk petroleum residu gebruikt om de zakken te merken. Getuige Brunette de Rochebrune, hoofd-brandmeester te Amsterdam, verklaart niet uit eigen ondervinding te weten, dat kopra vanzelf kan ontbranden. Wel echter vette gonjezakken. Getuige denkt daarom aan zelfontbranding. De derde officier, de heer Oranje, daarna gehoord, heeft van het broeien van de kopra niets bemerkt en van de mogelijkheid daarvan nooit iets gehoord. Aan de blauwe vlammetjes, die boven de balen kopra speelden, kon men zien, dat het gas, dat daaruit aldus opsteeg, brandde. Nadat nog enige getuigen waren gehoord, waarvan de verklaringen geen nieuw licht in de zaak ontstaken, werd het onderzoek in de zaak gesloten.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Hamburg, 4 oktober. De Nederlandse motorschoener SCANDINAVIA is wegens machineschade naar de werf gebracht.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Delfzijl, 4 oktober. De tjalk RIVAL, schipper Pronk, van Memel naar Rotterdam, is hier binnengelopen met gescheurde zeilen.


Krant:

 MCO - Middelburgsche Courant

Op de ‘Werf ’t Hondsbosch’ te Alkmaar is te water gelaten een stalen vrachtmotorboot, bestemd voor de dienst Vlissingen – Middelburg – Amsterdam. Deze boot is gebouwd voor de heer D. de Vries Sr. te Middelburg en heeft de volgende afmetingen: lang 89, breed 15,7 en hol 5,3 voet. De boot krijgt een motor van 28 pk.


07 oktober 1910


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Op de scheepswerf ‘Zeeland’ te Hansweert is de kiel gelegd voor een zeilkast van ongeveer 400 ton voor rekening van de heer J. Verhagen? te Ouddorp.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Aan de scheepsbouwmeesters A. Vuyk & Zonen te Capelle a/d IJssel is door de firma Glen & Co. te Glasgow opgedragen het bouwen van een stoomschip (opm: bnr. 375 – ZENA), metende ongeveer 2.500 ton.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Gisteren werd met goed gevolg te water gelaten van de werf van de N.V. Scheepswerf ‘Dordrecht’ te Dordrecht, de eerste van de twee in aanbouw zijnde dubbelschroef stoomponten voor de gemeente Dordrecht ten dienste van het veer op Papendrecht. Het vaartuig heeft een lengte van 30 meter bij een breedte van 7,10 meter en een holte van 2,10 meter. De machines en ketel welke bij de firma C. Gips & Zonen vervaardigd worden en een gezamenlijk vermogen van circa 200 ipk. kunnen ontwikkelen, zijn geheel achter in het vaartuig geplaatst, terwijl zich voorin een ruime kajuit bevindt. Het gehele middendek is bestemd voor het vervoer van wagens en biedt voldoende ruimte voor twee voertuigen met bespanning. Het schip zal geheel elektrisch verlicht worden en wordt de installatie daarvoor geleverd door de firma Van Seventer & Co. te Dordrecht. Het vaartuig zal vermoedelijk aan het eind van deze maand gereed komen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Enkhuizen, 6 oktober. Van de werf ‘Vooruit’ te Enkhuizen is heden van stapel gelopen de nieuwe ijzeren sleepkaan ANNA MARTHA, groot 625 ton, gebouwd voor rekening van de heer Heinrich Frings te Duitsland.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Het grootste schip van de wereld.
De 20e dezer zal de OLYMPIC van de White Star-lijn te Belfast te water worden gelaten, terwijl haar zusterschip, de TITANIC, waarschijnlijk in de maand januari a.s. zal aflopen. De afmetingen van deze schepen zijn niet officieel bekend gemaakt, maar toch weet de St. James Gazette daaromtrent het een en ander mee te delen. De OLYMPIC zal een lengte hebben van 840 voet en een inhoud van 40.000 ton. Het schip wordt ingericht voor het vervoer van 600 eerste klas, 1.200 tweede klas en 3.200 tussendekspassagiers. De kosten van dit reuzenschip bedragen 18 miljoen gulden.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 6 oktober. Het Nederlandse zeilschip VOLHARDING, schipper K. van Veen, hetwelk door aanvaring zich in zinkende toestand op de Eems bevond en door de sleepboot ENGELINA, kapt. J. Zwart te Emden, werd binnengesleept, zal alhier op de werf van Gebr. Niestern gerepareerd worden. Door de sleepboot wordt een hulp loon geëist van 2.500 Mark. Het schip is verzekerd bij de Hoogeveensche Assurantiemaatschappij.


08 oktober 1910


Krant:
 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Een nieuwe uitvinding voor de scheepvaart.
Amsterdam, 7 oktober. Op het IJ hield de sleepboot van de firma J. & A. Van der Schuyt te Rotterdam, gedreven door een Dieselmotor van de machinefabriek Augsburg te Nurnberg, een demonstratietocht. De Dieselmotor, tot dusverre als vaste motor gebruikt, kan nu voor- en achteruit werken, uitgevonden door de ingenieur Bruns, zodat grote waarde voor het scheepvaartbedrijf is verkregen, te meer daar schudden, stoten en trillen uitgesloten is.
De motor is een 2-takt motor, enkelwerkend met 6 cilinders op 6 krukken, ontwikkelende bij 300 omwentelingen 330 effectieve paardenkrachten. De zeesleepboot, waarmee hedenmorgen werd proef gestoomd vordert voor de motor 60 kg zware olie per uur. Verwacht wordt dat van deze motoren ook o.a. voor de Nederlandse onderzeeboten gebruikt zullen worden. Het is een evolutie op scheepvaartmachinegebied.


10 oktober 1910


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Londen 10 oktober. Volgens telegram uit Drontheim is het Nederlandse stoomschip HOUTDIJK, van Onega naar Rotterdam bestemd, bij Finnsnes gestrand en bekwam schade. Assistentie is naar de strandingplaats vertrokken.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Bremen, 7 oktober. Het alhier aangekomen Nederlandse motorschip ALBERTA is wegens een vordering van 1.800 Mark aan de ketting gelegd.


11 oktober 1910


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Londen, 10 oktober. Het stoomschip HOUTDIJK (zie Avondblad) heeft zware schade. Het gehele voorschip tot en met het voorruim staat vol water.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Rotterdam, 10 oktober. Zaterdag jl. (opm: 8 oktober) heeft op de Noordzee de proeftocht plaats gehad van het stoomschip MERAK, gebouwd door de Rotterdamsche Droogdok Maatschappij voor rekening van Van Nievelt, Goudriaan & Co's Stoomvaart Mij. Het schip heeft een lengte van 330 voet, een breedte van 47 voet en is hol 21 voet 7 duim. Het laadt bij een diepgang van 20 voet 3 duim, 5.200 ton.
De machine met cilinders van 22½ - 37½ - 62 diameter en 42 Eng. duim slag ontwikkelt 1.200 ipk, waarmee een vaarsnelheid bereikt werd van 10½ mijl. Na afloop van de uitstekend geslaagde proeftocht, werd het schip overgenomen en vertrok het direct naar de Zwarte Zee.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

IJmuiden, 10 oktober. Door een combinatie van heren wordt getracht hier een sleepdienst op te richten. De sleepboot GEERTRUIDA van de rederij Frater Smit te Delfzijl is voor dat doel afgehuurd. Gisteren is het vaartuig hier van Delfzijl aangekomen.


12 oktober 1910


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Hamburg, 11 oktober. De motorschoener SCANDINAVIA (zie ochtendblad 6 okt.) heeft gerepareerd en is naar de Petroleumhaven gebracht om te laden.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Emden, 10 oktober. De Nederlandse tjalk CONFIANCE, met stenen naar Borkum bestemd, is hier binnengelopen met schade aan kluiverboom enz., zijnde in aanvaring geweest met een lichter (opm: sleepkaan S.G.D.E. 10) van de sleepvaartmaatschappij Dortmund-Ems.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Londen, 12 oktober. Volgens telegram uit Nantes is het met kolen beladen Nederlandse stoomschip RIJSWIJK aan de grond geraakt, doch kwam het weer vlot en ligt het nu veilig in de haven.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Aan de werf van de heer W. Mulder te Stadskanaal is met goed gevolg te water gelaten een stalen piektjalk voor schipper J. Gerdelmann te Haren a/d Ems. De kiel werd gelegd van een tjalk eveneens voor Duitse rekening.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Stadskanaal (Bonnermond), 10 oktober. Hedenmiddag liep van de werf van de scheepsbouwmeester W. Mulder met goed gevolg te water, het stalen tjalkschip, genaamd KATHARINA, groot 210 ton, voor rekening van kapt. J. Gerdelmann van Duitsland. Hierna werd de kiel gelegd van een dito tjalk voor Duitse rekening.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Bremen, 7 oktober. Het Nederlandse motorschip ALBERTA, kapt. Bogeholt, is heden van hier naar Groningen vertrokken. (opm: zie ook AH 101010)


Krant:

 MCO - Middelburgsche Courant

Mailboot verkocht. De voormalige dagmailboot NEDERLAND van de Stoomvaart Maatschappij ‘Zeeland’ te Vlissingen is verkocht aan de Scheepsslooperij Holland te Hendrik Ido Ambacht.


13 oktober 1910


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Londen, 12 oktober. Het stoomschip HOUTDIJK (zie Ochtendblad 11 dezer) is volgens telegram uit Tromsö, met assistentie vlot gebracht, nadat contract gemaakt, een gedeelte van de lading gelost en door duikers voorlopige reparaties uitgevoerd waren, ten einde het water te kunnen uitpompen. In de voorpiek is een gat en ook de ballasttank no. 1 is lek, terwijl de voorsteven verbogen is.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Londen, 12 oktober. Volgens telegram uit Hongkong heeft het Nederlandse stoomschip TJIPANAS bij Billiton aan de grond gestoten, doch zet de reis naar Hongkong voort.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van de heer J.G. Wortelboer te Oude Pekela is met goed gevolg te water gelaten een stalen motorboot genaamd VEREENIGING II, voor rekening van Gebr. De Vries.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 12 oktober. De ijzeren zeetjalk LAMMEGIENA, kapt. Schling, thuis behorende te Groningen, is onderhands verkocht aan D. Bonninga, thans kapitein op de ZEEMEEUW.


14 oktober 1910


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Cuxhaven, 12 oktober. Een kleine Nederlandse tjalk en de ewer GESINE, uit Geversdorf, zijn hedenmorgen op Scharhörn gezonken, waarschijnlijk ten gevolge van het stoten op het wrak van de PENGWERN. Een andere Nederlandse tjalk redde de bemanning van beide vaartuigen en zette de schipbreukelingen van de GESINE af op vuurschip ELBE I. De Nederlandse schipbreukelingen vertrokken met die tjalk Elbe afwaarts.


15 oktober 1910


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Groningen, 14 oktober. Bij het bestuur van het compact „De Onderlinge Vriendschap” is telegrafisch bericht ontvangen dat de bij het compact verzekerde aak MELCHIZEDEK, schipper Bosma, op de Beneden Elbe waarschijnlijk door aanvaring tegen
een ton, lek gestoten en gezonken is. De MELCHIZEDEK, die het vorige jaar werd gebouwd op de werf te Ruischerbrug, was geladen met 140 ton lijnkoeken en op weg van Hamburg naar Akkrum. Aan boord bevonden zich de schipper, diens vrouw en zeven kinderen, die allen gered en te Bremerhaven binnengebracht zijn. Het schip zit op 4 vadem water.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Cuxhaven, 14 oktober. De gezonken tjalk MELCHIZEDEK is totaal verloren.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Hedenmiddag werd van de werf van de Koninklijke Mij. ‘De Schelde’ te Vlissingen met goed gevolg te water gelaten Hr.Ms. torpedobootjager FRET, bestemd voor de dienst in Nederlands-Indië. Het is een zusterschip van Hr.Ms. Wolf, dat op 17 september laatstleden van stapel liep en in afmetingen, inrichtingen en bewapening daaraan volkomen gelijk.


16 oktober 1910


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de ‘Werf ’t Kromhout’ van de firma D. Goedkoop Jr. werd heden met goed gevolg te water gelaten een voor de Steenkolen Handels Vereeniging alhier gebouwde stalen motorboot, lang 15 meter, breed 3 meter en hol 1,55 meter, voorzien van een 28 pk Kromhout petroleummotor, welke het vaartuig een snelheid zal geven van 141/2 km per uur.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Martenshoek, 15 oktober. Hedennacht brandde de werkplaats van Gebr. G. & H. Bodewes, scheepsbouwmeesters, gedeeltelijk af. Met één spuit wist men het vuur meester te worden. Oorzaak onbekend.


17 oktober 1910


Krant:
 MCO - Middelburgsche Courant

Vlissingen, 15 oktober. Hedenmiddag te twaalf uur werd op de werf van de Koninklijke Mij. ‘De Schelde’ te Vlissingen met goed gevolg te water gelaten Hr.Ms. torpedobootjager FRET, bestemd voor de verdediging van Ned. Oost-Indië. Het is een zusterschip van Hr.Ms. WOLF, dat op 17 sept. jl. van stapel liep en van afmetingen, inrichting en bewapening volkomen hieraan gelijk. (opm: bouwnummer 135 – t.w.l. op 15/10/10)


18 oktober 1910


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De Raad voor de Scheepvaart. De Raad voor de Scheepvaart te Amsterdam heeft gisteren uitspraak gedaan inzake de brand, die op 10 september 1910 gewoed heeft in het vracht-stoomschip CELEBES, van de Stoomvaart Maatschappij Nederland, terwijl het lag voor de steiger van die Maatschappij aan de Handelskade te Amsterdam. Omtrent de feitelijke oorzaak van de brand heeft de Raad zich geen vast oordeel kunnen vormen.
zelfontbranding van de zakken kopra, volgens de 1e officier de vermoedelijke oorzaak, komt de Raad weinig aannemelijk voor, daar tijdens de lange reis, noch tijdens de lossing daarvan iets te ontdekken is geweest en de mogelijkheid van zelfontbranding van kopra geenszins vaststaat. Van onvoorzichtigheid is niets gebleken, al zou uit het vinden van lucifersdoosjes en afgebrande lucifers in een van de ruimen zijn af te leiden, dat het strenge verbod om in de ruimen te roken of daar vuur te brengen ondanks de nauwgezetheid, waarmee voor naleving van dat verbod gewaakt wordt, wel eens wordt overtreden.
Er zijn geen termen gevonden om enige opmerkingen te maken op plaatsing, stuwage en verzorging van de lading, noch tijdens de reis, noch tijdens de lossing.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De Raad voor de Scheepvaart. De Raad heeft gisteren in behandeling genomen het ongeval van de aanvaring tussen het stoomschip ALSTER van de firma P.A. van Es & Co. te Rotterdam, schipper M. Gnodde en de zandzuiger COBA, welke aanvaring op 18 augustus op de Elbe plaats had. De ALSTER was op weg naar Hamburg. Voorbij ton M zag men recht vooruit een stoomzandzuiger liggen, die plotseling, toen er nog een afstand van 100 meter was, op bakboord overging en recht tegen de ALSTER in kwam te liggen. De afstand was te kort om naar stuurboord te draaien. Bovendien lag daar nog een andere zandzuiger. Voor haar manoeuvre gaf de COBA geen stoten op de fluit. Toen zij dwars voor de ALSTER lag gaf zij twee stoten, die door dit stoomschip met drie werden beantwoord. Ondanks stoppen en volle kracht achteruit stomen kon de aanvaring niet meer worden voorkomen. In de zandzuiger werd een gat geslagen, van de ALSTER een plaat ingedeukt. De gezagvoerder van de ALSTER, als getuige gehoord, weet geen aannemelijke verklaring voor de manoeuvre van de zandzuiger te vinden. Op de ALSTER, die geloodst werd, is geheel conform de voorschriften gevaren en wel langs de noordzijde van het vaarwater. De 1e stuurman, die zich geheel aan de verklaring van zijn kapitein heeft gerefereerd, zei thans eerst, dat de ALSTER het zuidervaarwater volgde, daarna dat hij het niet meer wist.
De Gelder, schipper op de zandzuiger COBA, welke behoort aan de Gebr. Goedkoop te Rotterdam, zegt de manoeuvre gemaakt te hebben, om zich naar twee andere in de buurt buiten het vaarwater liggende zandzuigers te begeven. Hij hield geleidelijk op ton N aan, om daarna naar zijn doel te koersen. Op 700 meter zag hij de ALSTER naderen en heeft 2 signalen gegeven. Het is niet waar, dat hij, zoals de kapitein van de ALSTER voorgeeft, plotseling dwars over het vaarwater gegaan is. De aanvaring had 300 meter buiten het vaarwater plaats.
De voorzitter, mr. Van der Zweep, wees de beide gezagvoerders op het tegenstrijdige in hun verklaringen. Ieder van hen handhaafde echter de zijne. Schipper De Gelder werd gewezen op het onwaarschijnlijke van de bewering, dat de ALSTER buiten het vaarwater zou zijn geweest; voorts op de omstandigheid, dat hij de ALSTER aan stuurboordzijde gehad moet hebben, zodat hij had moeten uitkijken. Op 500 en op 100 meter afstand van de ALSTER heeft de COBA nogmaals telkens twee fluitsignalen gegeven, toen hot stoomschip naar bakboord aanhield. De stuurman van de zandzuiger COBA bevestigde de verklaringen van de kapitein, waarna de behandeling van de zaak werd gesloten.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De Raad voor de Scheepvaart. In de Staats Courant (No. 243) zijn opgenomen de uitspraken van de Raad voor de Scheepvaart betreffende:
a. de aanvaring op 12 augustus 1910 tussen het stoomschip HOLLANDIA en het stoomschip SPARTA, en
b. de scheepsramp op 3 september 1910 overkomen aan het stoomschip FARMSUM.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Rotterdam, 17 oktober. Het van Bordeaux naar hier bestemde Nederlandsche stoomschip HOLLANDER, is volgens telegram uit Dungeness aldaar gepasseerd met machineschade, op sleeptouw van een Nederlands stoomschip.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Londen, 17 oktober. Het stoomschip HOLLANDER heeft de cilinderdeksel gebroken en wordt gesleept door het stoomschip RHENANIA.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Rotterdamsche Lloyd.
Naar wij vernemen is aan de Koninklijke Maatschappij ‘De Schelde’ de bouw opgedragen van een nieuw vrachtstoomschip voor de Rotterdamsche Lloyd.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Lizard, 16 oktober. Het Nederlandse stoomschip J.B. AUG. KESSLER, van Samboe naar Barrow, passeerde hier hedenmorgen met het van Odessa naar Bremen bestemde stoomschip THISTLEDHU op sleeptouw, welk laatste schade had. De stoomschepen waren koersende naar Plymouth.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Plymouth, 17 oktober. Het stoomschip THISTLEDHU (zie ochtendblad) is hier binnengebracht met gebroken kruk- en schroefas. Het werd nabij Penlee door het stoomschip J.B. AUG. KESSLER overgegeven aan plaatselijke sleepboten, waarna dit stoomschip de reis naar Manchester voortzette.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

IJmuiden, 15 oktober. De sleepboot GEERTRUIDA van de rederij Frater Smit, die door een combinatie van heren alhier was afgehuurd (zie ons No. van 11 nov.), is heden weer naar Delfzijl teruggekeerd. Het in deze week behaalde succes was zeer gering.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

IJmuiden, 15 oktober. Heden kwam hier van Hamburg binnen met bestemming naar Deventer, de schoener HARMIENA, kapt. Vellinga. Met de harde noordooster storm was het genoemde gezagvoerder niet mogelijk het Vlie in te lopen. De loods, die aldaar reeds aan boord genomen was, werd later op de Texelse loodskotter, die bij de Haaks kruisende was, weer afgezet.


Krant:

 MCO - Middelburgsche Courant

Uitspraak van de Raad voor de Scheepvaart.
De Raad voor de Scheepvaart deed uitspraak in de zaak van de brand aan boord van het stoomschip CELEBES, van de Stoomvaart Mij. Nederland, op 20 september.
De Raad kan geen vast oordeel uitspreken over de oorzaak van de brand. Zelfontbranding en roekeloosheid acht de Raad onaannemelijk. Overigens vindt de raad geen termen aanwezig voor op- of aanmerkingen.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Groningen, 17 oktober. In ons nummer van vrijdagavond jl. maakten we melding van het vergaan van de Groninger schoeneraak MELCHIZEDEK, kapt. B. Bosma on de Beneden-Elbe. Van de kapitein, die met zijn vrouw, vijf kinderen stuurman en matroos in het Christelijk Tehuis voor schippers, alhier zijn opgenomen, vernamen we nog de volgende bijzonderheden.
Met een vloot van 10 schepen, aldus de kapitein, zeilden we onder een flinke wind woensdagmorgen vanaf Cuxhaven. Ongeveer aan de mond van de Elbe, in de nabijheid van het vuurschip kreeg mijn schip een schok. Mijn vrouw zei: „Daar breekt weer een zwaard” (dit was n.l. al eerder gebeurd) maar ik begreep wel dat er iets anders aan de hand was. Tegen een van de bemanning zei ik: „Ga eens even peilen of we ook water maken, want het schip heeft een lelijke opstopper gehad”. De man dacht dat het gekheid was. Toen hij echter zou beginnen te peilen riep ik hem toe: „Laat maar, en gauw de boot te water", want ik zag dat de kop van het schip erg naar beneden schoot. Het was toen ongeveer 10 uur in de morgen. De boot werd te water gelaten en bemand. Ik bleef nog aan boord om te proberen of ik de papieren en mijn geld nog kon redden. Juist toen ik achteruit wilde gaan kwam een eveneens zinkende Duitse ‘Ever’ (tweemastschip) met het mijne in aanvaring, Ik hoorde de boel kraken. Bevreesd, dat de zinkende schepen de boot in hun zog zouden meenemen, verliet ik ook mijn aak, alles in de steek latende. De boot werd nu vlug afgestoten; het gehele geval had zich in minder dan een kwartier afgespeeld. De schepen in de buurt deden allen zonder uitzondering pogingen om ons te redden; aan de HARMONIE, kapt. Eefting van Gasselternijveen gelukte dit. We werden te Bremerhaven aan land gezet en vandaar door de consul in de gelegenheid gesteld om naar hier te komen.
En nu zijn we hier, arm en berooid. Het schip is wel verzekerd bij “De Onderlinge Vriendschap", doch voor hetgeen ik daar van krijg, kan ik geen nieuw schip kopen. Mijn inventaris was niet verzekerd en mijn spaarcenten zijn weg. Het schip, dat zoals men weet met lijnkoeken was geladen met Akkrum tot plaats van bestemming, is verloren; de experts hebben dit uitgemaakt. Waar de aak gezonken is, staat bij laag water 10 meter water. Voor de schipper en zijn gezin is het zeer zeker een ramp. (opm: zie ook AH 151010, NRC 261010 en 011110)


19 oktober 1910


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Rotterdam, 18 oktober. Het stoomschip HOLLANDER (zie Avondblad 17 okt.) werd van Cherbourg tot Dungeness gesleept door het stoomschip RHENANIA. Deze sleep duurde 19 uren. In die tussentijd heeft de machinist de machine afgekoppeld en toen kon men van af Dungeness alleen met hogedruk cilinder de reis naar de Nieuwe Waterweg voortzetten.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Vlissingen, 18 oktober. De vroegere dag-mailboot NEDERLAND (zie MCO 121010) werd verkocht voor NLG 42.000.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Grimsby, oktober. De Nederlandse tjalk CONFIANCE, schipper Hindriks, van Rotterdam naar Newcastle, moest vrijdag jl. hier wegens slecht weer op de rivier liggend, assistentie aannemen van de sleepboot SOLWAY. Het schip ligt nu op de rede geankerd en zal de reis voortzetten.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Martenshoek, 17 oktober. Op de scheepshellingen alhier is het tegenwoordig bijzonder slap. De firma Gebr. Verstockt, die sedert onheuglijke jaren een helling hield voor de bouw van houten schepen en de laatste 20 jaren ook het ijzeren scheepsbouwbedrijf uitoefende, heeft tegen de volgende week al haar werklieden gedaan gegeven. Al het opgedragen werk is afgelopen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart
Vervolgens heeft de Raad uitspraak gedaan in de zaak van het Russische fregatschip CITY OF BENARES, hetwelk op 1 oktober 1911 bij Westkapelle is gestrand, waarbij 9 leden van de bemanning zijn verdronken, nadat het schip doormidden was geslagen.
De oorzaak van de ramp zoekt de Raad in de onbekendheid van de gezagvoerder met de Nederlandse kust, waardoor hij het licht van Westkapelle heeft aangezien voor dat van Walcheren. Ware de gezagvoerder bekend geweest met de lichten van de Nederlandse kust, dan had hij het schip kunnen behouden. Hij zei immers zelf, dat hij het nog wel kon afbrengen. Vermelding verdient nog de mededeling van de gezagvoerder, dat hij geen vuurpijltoestel aan boord had en dat dit ook niet op de kust van Westkapelle aanwezig was. Indien men daar over zulk een toestel had beschikt, had er, naar de mening van de gezagvoerder, niemand behoeven te verdrinken, daar er zeer veel mensen op de kust waren, die zagen, dat het schip in nood verkeerde.


21 oktober 1910


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Rotterdam, 20 oktober. Het stoomschip HOUTDIJK (zie ochtendblad 13 okt.) is van Tromsö naar Drontheim vertrokken om aldaar voorlopig te repareren. Van daar vertrekt het naar hier; na lossing zal het afdoende worden gerepareerd.


22 oktober 1910


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Donderdag jl. heeft de officiële proeftocht plaats had van het stoomschip PRINSES JULIANA, vervaardigd door Wilton's Machinefabriek en Scheepswerf te Rotterdam, voor rekening van het Departement van Koloniën. De proeftocht had een uitstekend resultaat. De gecontracteerde snelheid werd ruim overschreden, terwijl ook het kolenverbruik beneden de gegarandeerde cijfers bleef. De PRINSES JULIANA is een klein stoomschip van ongeveer 400 ton, zal door de Kon. West-Indische Maildienst worden geëxploiteerd en is bestemd om een dienst te onderhouden tussen Curaçao en de Bovenwindse Eilanden. Het stoomschip zal de volgende week naar plaats van bestemming vertrekken.


23 oktober 1910


Krant:
 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Naar wij vernemen heeft de rederij van het bij Labrador gezonken schoenerschip JANTINA AGATHA aangekocht het hier thuis behorende drie-mast schoenerschip PRIMA, thans liggende te Liverpool. Kapitein Dijkstra, die vroeger gezagvoerder van de JANTINA AGATHA was, is naar Liverpool vertrokken om het bevel over die bodem op zich te nemen.


24 oktober 1910


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Londen, 21 oktober. Het Nederlandse stoomschip ROSSUM is 14 dezer, van Rotterdam te Sunderland aankomende, bij laatstgenoemde haven in aanvaring geraakt met het van Aberdeen komende stoomschip THRIFT en is daarna bij het in het dok komen tegen de sluismuur gevaren. Drie platen en de schroef werden beschadigd. Van de THRIFT werd een plaat aan bakboord gedeukt.


25 oktober 1910


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

West-Rhauderfehn, 23 oktober. De Ned. tjalk JANTJE, schipper Jansen, met een lading lood van Papenburg naar Hamburg bestemd, is zaterdagnacht bij Langeoog gestrand en gezonken. De bemanning, drie personen, werd door de reddingboot van het station Langeoog gered.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Verkochte schepen. Het verkochte schip PRIMA blijft varen onder de naaml. vennootschap Maatschappij zeilschip ‘Prima’, waarvan de heer J.J. Onnes te Groningen als directeur is opgetreden. De heer Kruize, gewezen gezagvoerder op de PRIMA, heeft voor zich zelf een 3-mast schoener in aanbouw. (opm: zie ook NNO 231010)


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Key West, 23 oktober. De Noorse bark SMEROE, van Gulfport naar Santos, is 17 okt. nabij de Yucatan Bank vol water door de bemanning verlaten, die hier geland werd door de Noorse bark VAARBUD. De SMEROE werd in brand gestoken.
(opm: dit is de ex. Nederlandse bark SMEROE – gebouwd in 1879).


26 oktober 1910


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart. Op 8 oktober jl. is buiten de uitmonding van de Elbe, bij het vuurschip, na op een onbekend hard voorwerp te zijn gestoten, het aakschip MELCHIZEDEK, schipper en eigenaar Bosma, gezonken. Gisteren heeft de Raad voor de Scheepvaart een onderzoek ingesteld in deze zaak. Gehoord werd eerst schipper Bosma, die verklaarde steeds te hebben gevaren, eerst als matroos, daarna als stuurman op de grote vaart, sinds 21 jaar als schipper op de kleine vaart. Hij heeft geen diploma; zijn schip was goedgekeurd door de Scheepvaartinspectie en verzekerd. Hij was aan boord met zijn vrouw en 7 kinderen; de twee oudste zoons waren stuurman en matroos. De 8e oktober is de MELCHIZEDEK van Harburg de Elbe afgezakt met bestemming naar een van de Friese havens. Om 6 uur werd Cuxhaven gepasseerd en binnen de tonnen op het Elbe-vuurschip aangehouden. Hier waren veel schepen bij elkaar. Plotseling stootte de MELCHIZEDEK op een hard voorwerp en zonk zó spoedig, dat de opvarenden nauwelijks tijd hadden zich in de boten te redden. Het schip was met 190 ton geladen, en had ongeveer één voet uitwatering. Het plan was binnen de aanwijs ton van de Elbe door te varen. Een van de leden van de Raad gaf te kennen dat de schipper niet binnen bovengenoemde ton had moeten varen, omdat hier veel wrakken liggen. De schipper heeft zich nog eenmaal van de boot op het schip begeven, om zo mogelijk het geld en de papieren te redden. Toen hij echter in de onmiddellijke nabijheid een ander, een Duits schip ook zag zinken, stelde hij zich weer ijlings in de boot in veiligheid. In de zitting van de Raad voor de Scheepvaart is inzake het zinken van de MELCHIZEDEK nog gehoord de oudste zoon van de schipper, de stuurman, die verklaarde niet op de kaart te kunnen lezen. Hij deelde mee dat er buiten de tonnen is gekoerst, waarop de vader zei zich in zijn verklaring te hebben vergist; hij heeft inderdaad de tonnen aan stuurboord gehad. Bij het verhoor van de jonge Bosma bleek dat hij toch wel een en ander op de kaart kon nazien.
De zitting werd daarna gesloten en de uitspraak op nader vast te stellen datum bepaald.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. De Raad voor de Scheepvaart zette gistermiddag voort de behandeling van de scheepsramp aan het stoomschip RIJSWIJK de 17e augustus overkomen, welk schip toen op de Maas in aanvaring is geweest met het Engelse stoomschip NYANZA. De RIJSWIJK voer 's avonds de Waterweg op met de NYANZA voor zich uit. Bij de Poortershaven wilde de RIJSWIJK de NYANZA voorbij lopen en gaf twee stoten op de stoomfluit. De NYANZA week plotseling bakboord uit en hoewel de RIJSWIJK achteruit sloeg en “hard bakboord" gaf, trof hij de NYANZA in het middenschip. Deze zaak werd voor de Raad van de Scheepvaart behandeld de 16e september. Van deze behandeling hebben wij destijds uitvoerig verslag gegeven en hoewel besloten werd, dat de andere getuigen niet zouden worden gedagvaard en het onderzoek in deze zaak werd gesloten, werd naderhand toch nog besloten in deze zaak een tweetal getuigen te horen, hetgeen hedenmiddag geschiedde. Eerst werd gehoord J. de Korte, kapitein van de motorboot HELENA, die tijdens de aanvaring opzij van de NYANZA lag. Getuige hoorde, dat de RIJSWIJK een tweetal stoten op de fluit deed horen. Toen deze niet door de NYANZA werden beantwoord, besloot De Korte uit te wijken naar de zuidwal. Van de aanvaring zelf heeft getuige weinig gezien. Wel zag hij nog, dat de schepen tegen elkaar oplagen.
M.M. van Emmerik, tweede getuige, heeft evenmin de aanvaring zelf gezien: na de aanvaring heeft hij wel gezien, dat de NYANZA met de kop in de Noordwal lag. Later, naar aanleiding van enige vragen en opmerkingen, verklaart getuige, dat hij vóór de aanvaring de NYANZA naar bakboord zag uitwijken. Door een van de leden van de Raad werd de bewering van getuige, dal hij de NYANZA vóór de aanvaring had zien uitwijken, ten stelligst in twijfel getrokken. Het onderzoek in deze zaak werd thans gesloten en de zitting van de Raad daarna geschorst tot drie uur.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. Nadat de zitting was heropend, werd de zaak behandeld van de scheepsramp, overkomen aan het aakschip MELCHIZEDEK. Schipper B. Bosma, de eigenaar van de MELCHIZEDEK, werd het eerst in deze zaak gehoord. Hij is sinds 21 jaar schipper voor eigen rekening in de kleine vaart. Met de MELCHIZEDEK vertrok de schipper het laatst van Harburg; zijn vrouw en zeven kinderen waren aan boord, twee zoons deden dienst aan boord. Het aakschip was verzekerd bij de ‘Vriendschap’ te Groningen en was bestemd voor Delfzijl, Akkrum of Franeker. Om zes uur in de morgen van 12 oktober voer men voorbij Cuxhaven om op aanwijzing van de tonnen naar buiten te varen. Op ongeveer 160 meter voor de rode ton stootte het schip in de nabijheid van verscheidene andere in de buurt varende schepen. De schipper bemerkte terstond dat de kop van de aak al begon te zinken. De sloep werd toen uitgezet en de schipper wilde zich naar de kajuit haasten om geld en papieren te redden. Toen hij echter zag, dat vlak in de nabijheid een Duits schip zonk, ging hij naar dek terug om te zorgen dat zijn gezin in de boot kon gaan. Het schip zonk om 9 uur 10 minuten. Het was de schipper niet bekend, dat in de buurt van de tonnen zich wrakken bevonden. Fokke Bosma werd in deze zaak als tweede getuige gehoord. Hij was aan boord van vaders schip als stuurman werkzaam. Enig examen heeft Fokke nooit gedaan. Hij zag aan boord het levenslicht en kreeg van vader les in het ‘schipperen’. Hij legt verklaringen af, overeenkomende met die, door zijn vader afgelegd. De zitting wordt hierna gesloten en de uitspraak bepaald op later datum.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. De Raad voor de Scheepvaart zal in zijn zitting van vrijdag 28 oktober a.s. een onderzoek instellen inzake de scheepsramp, op 28 september 1910 overkomen aan het stoomschip PRINSES JULIANA, toebehorende aan de Stoomvaart Maatschappij ‘Zeeland’ te Vlissingen. Voorts zal de Raad uitspraak doen inzake de OCEAAN II en de EVELINE.


27 oktober 1910


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Heden werd van Kampen naar Groningen gesleept het ijzeren stoomschip ZEESTER, gebouwd op de werf van de scheepsbouwmeester W. van Goor te Kampen, voor rekening van kapt. De Groot, om daar hij de firma Botje van een machine van 180 ipk voorzien te worden.


28 oktober 1910


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Verkochte schepen. De te Rotterdam thuis behorende zeesleepboot ADM. DE RUYTER, is verkocht aan de Deutsche Seeverkehrs Act. Gesell. ‘Midgard’ en zal voortaan de naam NORDENHAM voeren.


29 oktober 1910


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart. De Raad voor de Scheepvaart nam gisteren in behandeling het scheepsongeval op 25 september jl. overkomen aan het stoomschip PRINSES JULIANA, van de Stoomvaart Mij. ‘Zeeland’, gezagvoerder de heer A. Buskop te Vlissingen, en de PRINSES CLEMENTINE, te Antwerpen thuis behorende. Uit de scheepsverklaring door kapt. Buskop voor de kantonrechter te Middelburg afgelegd en thans op de zitting, blijkt, dat de PRINSES JULIANA in de nacht van 27 op 28 sept. uit Vlissingen vertrokken was; er was een weinig mist, buiten de haven werd volle kracht west-half-zuid gekoerst, waarbij voortdurend mistsignalen werden gegeven met de stoomfluit. Eensklaps werd het geluid van een andere stoomfluit gehoord en zag men schuins van voren aan stuurboord toplichten en een rood vuur; men gooide het roer stuurboord en stopte onmiddellijk de bakboord machine. De koers was nu ZZO. Het andere schip kwam echter met grote vaart aan stuurboord nader en botste aan deze kant tegen het achterschip, waardoor dekhout losging; het anker van de PRINSES CLEMENTINE was bovendien een voet diep in de plaat boven het berghout gedrongen; water werd er niet gemaakt. Na de aanvaring is de machine onmiddellijk stop gezet. Toen de PRINSES CLEMENTINE desgevraagd te kennen gaf, geen hulp nodig te hebben, vervolgden beide schepen de reis. Kapitein Buskop van de PRINSES JULIANA, door de Raad gehoord, voegde hieraan nog het volgende toe: Vele schepen geven de signalen niet met lichten, maar met de stoomfluit. Zodra de PRINSES JULIANA buiten de hoofden was hoorde getuige de andere stomer, die toen nog met de kop buiten lag. Buiten de haven werd het roer bakboord gelegd; aan stuurboord werden de lichten van de PRINSES CLEMENTINE gezien. Kapitein Buskop meende dat dit vaartuig stil lag om loodsen op te nemen; later heeft hij ook de loodsboten gezien. De afstand was te kort om tussen het andere schip en de Noordwal te passeren; ook komt getuige niet graag op het terrein van de loodsboten. Ten gevolge van de gemaakte manoeuvre kwam de PRINSES JULIANA met het andere schip mee te liggen, dat in strijd met zijn sein stuurboord roer oud commando heeft gegeven. Kapitein Buskop gaf op het laatste ogenblik nog bakboord oud commando om de stoot op het achterschip te verzachten. De bewering van de Belgen, dat zij bij de aanvaring alleen het rode licht van de PRINSES JULIANA hebben gezien en maar 1 stoot gehoord, is onjuist. Getuige heeft zelf de fluit bediend en flink het boegwater van het Belgische schip gezien. De Belgische zeeloods Stenders, gestationeerd te Vlissingen, hierna als getuige gehoord, verklaart als volgt. Hij kwam even voor 12 uur aan boord van de PRINSES CLEMENTINE. De kapitein zei niet zeeklaar te zijn en voor anker te willen, waarop de loods volle kracht vooruit gaf met stuurboord roer oud commando. Toen de PRINSES CLEMENTINE 1.200 meter uit de wal was, zag men het groene licht van de andere boot, die onmiddellijk 1 korte stoot gaf en rood licht toonde. De PRINSES CLEMENTINE gaf hetzelfde sein als antwoord, niet als waarschuwing. De mailboot deed daarna 2 stoten horen en toonde groen licht, waarop geantwoord werd met 1 stoot op de fluit. Toen getuige het rode vuur aan bakboord zag, schatte hij de afstand op ongeveer 300 meter. De vaart was op het ogenblik van de aanvaring bijna geheel uit het schip, de machines sloegen reeds achteruit. Op een desbetreffende vraag antwoordt de loods dat het geen algemene gewoonte is om met de stoomfluit om een loods te seinen; wel bestaan er particuliere seinen waarvoor de stoomfluit gebruikt wordt.
De loods van de PRINSES JULIANA, Verheul, bevestigt de verklaringen van de kapitein. Toen het schip ZZO voor lag, lagen de schepen parallel. Er werden toen geen mistsignalen gegeven. Het is op de rede wel de gewoonte om een sein te geven ten teken dat men het sein van een ander schip heeft begrepen, zonder dat daar dan een manoeuvre op behoeft te volgen. Het geven van dergelijke seinen is echter op de boten van de ‘Zeeland’ beslist verboden. Aan boord van de PRINSES JULIANA is bovendien beslist geen korte stoot gegeven. Uit de verdere getuigenverklaringen stippen wij nog aan die van de machinist van de PRINSES JULIANA, die meedeelde dat in het machine-journaal verzuimd is melding te maken van het achteruitslaan van de bakboord machine; vandaar de tegenstrijdigheid van dit journaal en de scheepsverklaring.
De uitspraak van de Raad in deze zaak volgt later.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Londen, 27 oktober. “Fairplay” meldt de verkoop van het Nederlandse stoomschip OBERON van de Koninklijke Nederlandsche Stoomboot Maatschappij aan de firma M. Verderame & Figli te Port Empledocle. De OBERON, een stoomschip van 900 ton bruto en te Amsterdam gebouwd in 1890, werd herdoopt in MATTEO VERDERAME.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Brunsbüttelkoog, 27 oktober. Het Duitse stoomschip BIANCA, van Hamburg naar Petersburg, is hier in de binnenhaven in aanvaring geraakt met de van Koningsbergen naar Hamburg bestemde Nederlandse motorschoener SCANDINAVIA, waarvan de boegspriet werd weggeslagen. Het stoomschip bekwam averij aan bakboordreling en commandobrug. Beide schepen kunnen na voorlopige reparatie de reis voortzetten.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Terschelling, 28 oktober. De Nederlandse tjalk VOORWAARTS, schipper Huizinga, van Frederiksund met aardappelen naar Antwerpen bestemd, is hedennacht met gebroken zeilboom alhier binnengesleept.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Schiedam, 26 oktober. Van de ‘Werf Gusto' alhier werd met goed gevolg te water gelaten de stalen romp van een zelf stomende baggermolen met persinrichting, welke de firma A.F. Smulders alhier, voor Franse rekening bouwt. De romp heeft de volgende hoofdafmetingen: Lengte 41 meter, breedte 7,50 meter, holte 3,30 meter.
De molen zal voorzien worden met twee hoofdmachines, elk van 250 pk, en de nodige stoomlieren, welke gevoed worden door twee scheepsketels, elk met een verwarmend oppervlak van 90 vierkante meter en werkend met een druk van 8 atm.
Het vaartuig dat geheel elektrisch verlicht wordt en de naam zal dragen van TALCAHUANO, zal na voltooiing onder eigen stoom de reis naar Talcahuano (Chili) ondernemen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Vrijdag (opm: 28 oktober) werd door de nieuwe sleepboot SIMSON van 950 ipk van de Stoomboot-reederij voor het Slepen van Schepen aan het Nieuwediep en te IJmuiden van en naar zee, directie de heren C.E. Zur Mühlen en A.J. de Graaf, een goedgeslaagde proeftocht afgelegd. De boot is geheel gebouwd voor het doen van lange reizen en tevens als salvage-boot ingericht, voorzien van een zware centrifugaalpomp. verplaatsbare elektrische salvagepomp, elektrisch licht, sterk zoeklicht en duiker apparaat. De boot werd gebouwd op de werf van de heren Rijkée & Co. te Rotterdam, de machines geleverd door de Maatschappij ‘Feyenoord’.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Dienstweigering aan boord van de ROTTERDAM van de Holland Amerika Lijn.
In een buitengewone terechtzitting van de strafkamer van de rechtbank te Rotterdam, is gisteren aangevangen de behandeling van de zaak tegen drie-en-zestig stokers en tremrners, allen ervan beklaagd, „als zouden zij, aangemonsterd ten overstaan van de waterschout te Rotterdam, als stokers en tremmers in ieder geval als schepelingen, op het Nederlandse stoomschip ROTTERDAM van de Nederlandsche-Amerikaansche Stoomvaart-Maatschappij Holland-Amerika-Lijn, en verplicht elke schepeling in zijn hoedanigheid van stoker of tremmer, volgens tevoren opgemaakt dienstrooster, als zodanig hun diensten te verrichten en wel de beklaagden van 1 tot 17 in de uren van 5 tot 9, de beklaagden van 18 tot 42 in de uren van 9 tot 1, en de beklaagden van 43 tot 63 in de uren van 1 tot 5 gedurende een etmaal, gezamenlijk en ten gevolge van onderlinge afspraak en samenspanning van des namiddags 5 uur van de 7e november 1909 tot de daarop volgende nacht omstreeks 2½ uur, terwijl dat schip aan de wal te Rotterdam gereed lag om naar Amerika onder stoom te gaan, en gedurende de vaart door de Nieuwe Waterweg tot buitengaats ter hoogte ongeveer van het lichtschip Maas, hun diensten als stokers en tremmers hebben geweigerd en geen enkele werkzaamheid als stoker of als tremmer hebben verricht op die uren, waarop zij daartoe ingevolge gemeld dienstrooster verplicht waren, hebbende in ieder geval gedurende voormeld tijdsverloop en ingevolge gemelde afspraak en samenspanning alle beklaagden hun diensten, elk als stoker of tremmer geweigerd op de uren, waarop zij ingevolge dienstrooster verplicht waren te werken".
Na het uitroepen van de zaak, bleken slechts zeventien beklaagden op de dagvaarding verschenen te zijn. Het verlenen van verstek tegen de niet-verschenen nam ongeveer drie kwartier in beslag. In deze zaak waren vijf getuigen gedagvaard.
Allereerst werd gehoord de heer H. Koenen van der Zee, die als kapitein van de Rotterdam verklaarde bij het monsteren door beklaagden, tegenwoordig te zijn geweest. Het gold een reis naar New York en terug, aan te vangen op zaterdag 6 november. Toen echter kon hij niet vertrekken, wegens dikke mist en moest na optrekking van die mist het getij afwachten. Hij gaf echter bevel, dat niemand het schip mocht verlaten. In de middag van 7 november hoorde getuige van de eerste machinist, dat er onder de stokers en tremmers ontevredenheid over dit bevel heerste; zij wilden zelfs afmonsteren.
Omstreeks zeven uur 's avonds zag getuige een clubje mensen op de voorplecht staan, die hem later als de stokers en tremmers zijn aangewezen. Zij verzochten af te monsteren, dreigende, bij weigering daarvan, niet aan het werk te zullen gaan. Getuige had er hun opmerkzaam op gemaakt dat afmonsteren nu niet mogelijk was, en dat zij zich, zo ze hun diensten niet verrichtten, aan dienstweigering schuldig maakten. Op verzekering van de eerste machinist, dat zij bij eventuele werkstaking, Boulogne toch wel zouden kunnen halen, was wijl beklaagden niet werkten, slechts stomen met halve kracht. Bij het lichtschip Maas constateerde getuige wederom dat beklaagden hun diensten weigerden. Ze hielden toen een z.g. vergadering. Na afloop daarvan deelden ze getuige en de eerste machinist mee wel aan het werk te willen gaan, indien er van hun werkstaking geen rechtszaak werd gemaakt. Getuige beloofde dit en tekende zelfs met de eerste machinist een desbetreffende verklaring, waarna hij enige tijd later van de machinist het bericht kreeg, dat het werk was hervat, hetgeen getuige zelf uit de grotere vaart van het schip ook afleidde. Slechts drie bleven het werk weigeren, doch twee vielen later ook bij. De derde werd te Boulogne aan land gezet. De reis naar New York en terug was verder gewoon verlopen; het was gelukkig kalm weer, wijl anders de gevolgen van beklaagden's dienstweigering ernstiger hadden kunnen zijn.
Het was getuige voorts bekend dat de stokers en tremmers in drie ploegen verdeeld waren volgens dienstrooster. Elke stoker of tremmer kon weten tot welke ploeg hij behoorde. Als tweede getuige werd gehoord de heer J.L. Edixhoven, eerste machinist, die verklaarde dat elke beklaagde wist of moest en kon weten tot welke ploeg hij behoorde. Elke ploeg nl. had een apart logies. Slechts een drietal personen had algemene dienst, d.w.z. zij werkten de gehele dag. Naar deze getuige dacht, was het geen bepaalde verplichting van hen, in te vallen wanneer dit verlangd werd, alhoewel men in gewone omstandigheden er altijd aan voldoet. Art. 7 van de monsterrol legt tevens de schepeling de verplichting op, elk bevel van zijn meerdere in rang, zelfs op zon- en feestdagen, onverwijld te gehoorzamen.
Een van deze algemene dienstmannen verklaarde ter terechtzitting niet te hebben gewerkt, omdat hij de gehele dag gewerkt had, een tweede, „omdat de anderen niet naar beneden gingen".
Direct, toen deze getuige hoorde dat men passagieren wilde, was hij naar dek gegaan en had dit verboden. Het was, naar deze getuige meedeelde, geen gewoonte er dergelijk verlof te verlenen, wanneer een schip door onvoorziene omstandigheden na de bepaalde tijd vertrekken moet. Niettemin bleven beklaagden bij hun wens en poogden een veertig van hen, getuige omver te lopen. De belhamel bij dit opstootje was beklaagde P.A. de G. Bij Maassluis poogde getuige nogmaals de kwaadwilligen tot werken over te halen, hetgeen hem niet gelukte, waarna hij van de staking mededeling deed aan de kapitein. Bij het lichtschip Maas hadden beklaagden, beslist weigerende te werken, „wat er ook met het schip gebeurde”, wederom een vergadering gehouden. Na afloop hiervan zochten ze de eetzaal op. Ook bij deze bijeenkomsten hadden zich enige beklaagden onderscheiden. Inmiddels was het één uur geworden, er zou dus een nieuwe ploeg in dienst moeten komen voor de z.g. hondenwacht. Getuige vond echter alle personen, die tot deze ploeg behoorden, in hun logies. Hij had hun één voor één tot het verrichten van hun diensten opgeroepen, doch zij bleven weigeren. Op een vraag van de president, of een werkwillige zonder gevaar van mishandeling van de zijde van de stakers, zijn werk kon verrichten, antwoordde deze g