Inloggen
Zoek in kronieken
Aanwezige jaargangen:
Start - 0 - 189 - 191 - 1813 - 1814 - 1815 - 1816 - 1817 - 1818 - 1819 - 1820 - 1821 - 1822 - 1823 - 1824 - 1825 - 1826 - 1827 - 1828 - 1829 - 1830 - 1831 - 1832 - 1833 - 1834 - 1835 - 1836 - 1837 - 1838 - 1839 - 1840 - 1841 - 1842 - 1843 - 1844 - 1845 - 1846 - 1847 - 1848 - 1849 - 1850 - 1851 - 1852 - 1853 - 1854 - 1855 - 1856 - 1857 - 1858 - 1859 - 1860 - 1861 - 1862 - 1863 - 1864 - 1865 - 1866 - 1867 - 1868 - 1869 - 1870 - 1871 - 1872 - 1873 - 1874 - 1875 - 1876 - 1877 - 1878 - 1879 - 1880 - 1881 - 1882 - 1883 - 1884 - 1885 - 1886 - 1887 - 1888 - 1889 - 1890 - 1891 - 1892 - 1893 - 1894 - 1895 - 1896 - 1897 - 1898 - 1899 - 1900 - 1901 - 1902 - 1903 - 1904 - 1905 - 1906 - 1907 - 1908 - 1909 - 1910 - 1911 - 1912 - 1913 - 1914 - 1915 - 1916 - 1917 - 1918 - 1919 - 1950 - 1995 - 2019 - 2020


Bevat   Exact
 

Kronieken uit 1912


01 januari 1912


Krant:
 VCO - Vlissingsche Courant

Vlissingen, 30 december. Door de Rotterdamsche Lloyd werd heden aan de Koninklijke Maatschappij „De Schelde" alhier de bouw opgedragen van een vrachtboot type “Pontianak”.


02 januari 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlissingen, 31 december. Het Belgische stoomschip ANTIGOON, van Bilbao bestemd naar Antwerpen, is wegens dikke mist uit zee komende op de steenglooiing van het Westerhavenhoofd vastgelopen en blijven zitten. De sleepboot WASHINGTON heeft met hoog water nog getracht het vlot te slepen, doch tevergeefs. Om 09.15 uur ’s avonds is het stoomschip met assistentie van twee sleepboten echter vlot gekomen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Ramsgate, 29 december. De alhier binnengelopen schoener LEENTJE is met oliezaadkoeken geladen. De ventilator is weggeslagen en daarom vreest men dat de lading is beschadigd. De kapitein rapporteert, dat hij zeer slecht weer heeft doorstaan.
(opm: schip was onderweg van Harburg naar Southampton, kapt. Koopman.)


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Westerbroek, 30 december. Gisteren is van de werf van de firma Wortelboer & Co. met goed gevolg te water gelaten een stalen sleepkaan van plm. 875 ton, voor de See- und Kanal-Schifffahrt Wilhelm Hemsoth Aktiengesellschaft te Dortmund.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 2 januari. Het stoomschip LEICESTER van Grimsby binnenkomende, is gisternacht bij het invaren van de St. Jobshaven, tegen het aan de Lloydkade liggende stoomschip SINDORO van de Rotterdamsche Lloyd, gelopen. De voortrossen waaraan de SINDORO gemeerd lag, braken door de schok van de aanvaring. Ook een meerpaal brak af. Het stoomschip LEICESTER kreeg aan bakboord zijde een gat van een vierkante meter boven de waterlijn.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 2 januari. De reparaties aan het stoomschip SOPHIE H, dat te Marseille wordt gerepareerd, zullen a.s. donderdag zijn afgelopen. Onderwijl zal dan het stoomschip geheel zijn gelost.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart.
De Raad voor de Scheepvaart te Amsterdam heeft heden een onderzoek Ingesteld naar het vergaan in de nacht van 5 op 6 december van het schoenerschip RIVAL, schipper J. Drost te Schiedam, reder P. van Warendorp te Amsterdam. Uit het verhoor van de kapitein bleek, dat deze stuurman diploma kleine vaart had; de stuurman was onbevaren en ongediplomeerd. Het schip was goedgekeurd door de Scheepvaartinspectie; men was op reis van Londen naar Gotenburg. Enige dagen was voor de Jutlandse kust gekruist en wel tot 2 december. De wind nam toe tot een zuidooster storm; er werd bijgedraaid. Het schip dreef steeds naar het noordwesten. De 5e december zag men een licht. De zeilen woeien stuk en, toen de ankers gepresenteerd waren, braken de kettingen. Gepoogd werd toen in de haven van Christiansund binnen te lopen, wat mislukte. De schoener is toen gestrand.
De bemanning, onder wie de eigenaar, zijn door de branding naar het strand gelopen. Schip en lading glas zijn verloren. Gehoord wordt vervolgens de eigenaar P. van Warendorp, die opgeeft van beroep Rijnschipper te zijn. Hij heeft een zeeschip aangeschaft, omdat hij daarin meer verdienste zag. Zelf heeft hij het scheepje opgetuigd. Aan boord was, behalve de kapitein en de stuurman, een bevaren matroos en een 15-jarige kok. De navigatie werd geheel aan de kapitein overgelaten. De Raad zal later uitspraak doen.
(opm: zie ook Kroniek 1911, NNO 071211)


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Te Dordrecht zijn in het afgelopen jaar binnengekomen 77 zeestoomschepen, metende 309.792 m³ en 9 zeilschepen, metende 7.575 m³, tegen 78 zeestoomschepen met 317.179 m³ en 11 zeilschepen met 6.658 m³ in 1910.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Scheepsbouw. Te Bolnes is van de werf van de Gebr. Pot te water gelaten de barge TIRONE, groot 130 ton, voor rekening van een Engelse maatschappij.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Scheepvaartbeweging.
In 1911 zijn te IJmuiden binnen gekomen: 2.268 stoomschepen met 11.178.342 m³ bruto, en 60 zeilschepen met 92.857 m³ bruto, totaal 2.328 schepen met 11.271.199 m³ bruto, en vertrokken 2.267 stoomschepen met 11.176.735 m³ bruto en 55 zeilschepen met 100.392 m³ bruto; totaal 2.322 schepen met 11.277.127 m³ bruto.
Totaal in en uit in 1911 – 4.650 schepen met 22.548.326 m³ bruto in 1910 4.600 schepen met. 22.185.795 m³ bruto. In 1911 dus meer 50 schepen met 362.531 m³ bruto.
Door de sluizen werden in 1911 naar en van zee geschut 28.799 vaartuigen, met een inhoud van 24.290.076 m³.
Te Harlingen zijn in 1911 binnengekomen 378 stoomschepen bruto 937.151 m³, 11 zeilschepen bruto 4.362 m³, totaal 389 schepen bruto 941.513 m³ en vertrokken 379 stoomschepen bruto 939.093 m³, 11 zeilschepen bruto 4.362 m³, totaal 390 schepen bruto 943.455 m³.
In 1910 was de toestand als volgt: Binnengekomen 408 stoomschepen bruto 1.040.829 m³, 6 zeilschepen bruto 3661 m³, totaal 414 schepen bruto 1.044.400 m³, en vertrokken 411 stoomschepen bruto 1.047.400 m³, 6 zeilschepen bruto 3.661 m³, totaal 417 schepen bruto 1.051.061 m³.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

1 januari: Aangekomen te Frontera, HOOGEZAND I, kapt. Wyrdeman, met verlies van zeilen en boot. (opm: Volgens Pertes: HOOGEZAND I, kapt. Wyrdeman, 198 ton, o/v Dysart naar Frontera met een lading hout, arriveerde 1 januari te Frontera met stormschade door zwaar weer.)


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 2 januari. Door de sleepboot JOHANNES Is alhier binnengebracht de te Groningen thuis behorende schoener-aak NIEUWE ZORG, kapt. G. Arbeider, welke de vorige week op Ameland strandde en vervolgens werd afgebracht. De berging was aangenomen door de heer F. de Jong te Ameland. De aanzienlijke schade wordt te Groningen gerepareerd.
(opm: het NNO 030112 geeft een correctie, dit schip is de RES NOVA, zie ook RN 040112)


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Scheepsbouw. Westerbroek, 1 januari. Van de werf van de fa. Wortelboer & Co. werd met goed gevolg te water gelaten een stalen sleepkaan, groot ongeveer 875 ton, voor rekening van de See und Kanal Schiffahrt Wilhelm Hemsoth Aktiengesellschaft te Dortmund. In aanbouw zijn nog een dito kaan voor Duitse rekening en drie parelwielmotorboten voor Belgische en Franse rekening.
Door deze firma is te Delfzijl een terrein van plm. 2 ha. aangekocht, waarop een grote werf zal worden aangelegd, zowel voor nieuwbouw als voor reparatie. In maart 1912 wordt door deze nog jonge, maar ondernemende firma ook de nieuwe werf in gebruik genomen.


03 januari 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 2 januari. Naar de scheepvaart verneemt heeft de Rotterdamsche Lloyd in de afgelopen week behalve bij de Kon. Mij. “De Schelde” te Vlissingen, ook een nieuw vrachtstoomschip type “Merauke” besteld bij de firma Bonn & Mees alhier.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Flensburg, 2 januari. Op de 21e november is het Nederlandse stoomschip ALKAID in het Wilhelmskanaal (opm: Noord-Oostzeekanaal) in aanvaring geweest met de ewers FRIEDA MARGARETHA en WILHELMINA. Het Seeamt deze zaak behandelende beweerde, dat de ALKAID tijdens de aanvaring vermoedelijk niet voldoende naar het roer luisterde. Schuld aan de aanvaring kan niet worden uitgesproken.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 3 januari. In het avondblad van 21 dec. deelden wij mee dat de GEORGE ALLEN met schade van Rotterdam op de Tyne was aangekomen. Er was niet gemeld waardoor. Thans is het bekend geworden, dat voornoemd stoomschip met het Nederlandse stoomschip ZUID HOLLAND in aanvaring is geweest.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Londen, 2 januari. Het op 21 december met schade van Rotterdam op de Tyne aangekomen stoomschip GEORGE ALLEN is 20 december op 1½ mijl NW van het Maas vuurschip in aanvaring geweest met het Nederlandse stoomschip ZUID HOLLAND en heeft daarbij de voorsteven gebroken en verscheidene platen verbogen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

- De sleepboot SEINE van Soerabaja naar Rotterdam, passeerde 29/30 december Gibraltar.
- De sleepboot DONAU, van Rotterdam naar Pernambuco met een zuiger op sleeptouw, vertrok 31 december van Portland.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 2 januari. Gedurende de maand december werden langs hier uitgevoerd 5 nieuwe ijzeren schepen. Het aantal uitgevoerde schepen gedurende het jaar 1911 bedraagt 97.


04 januari 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 3 januari. De firma Hudig & Veder alhier heeft met de Rotterdamsche Droogdok Maatschappij een contract gesloten voor de bouw van een stoomschip groot 5.500 ton draagvermogen. Het zal de naam ARUNDO voeren.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Scheepsbouw. Hendrik-Ido-Ambacht, 3 januari. Heden is van de werf van de firma Jonker & Stans alhier te water gelaten de 3-deks passagiers- en goederenstoomboot PORTO ALEGRE voor de firma J. Constant Kieviets & Co. Ltd. te Dordrecht, bestemd voor de dienst op de Amazone rivier, met een laadvermogen van 800 ton op 8’ 6” diepgang. Het schip wordt geklasseerd onder Bureau Veritas. De twee machines, tezamen 1.200 ipk en ketels worden vervaardigd aan de Alblasserdamsche Machinefabriek te Alblasserdam.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepvaart in 1911.
Zoals wij reeds bij de aanvang van 1911 konden gewagen, waren de vooruitzichten betreffende de scheepvaart in het algemeen niet ongunstig en grotendeels hebben zich deze goede verwachtingen verwezenlijkt, zodat de rederij over het geheel met meer voldoening op het afgelopen jaar zal terugzien dan in de laatste jaren het geval is geweest, terwijl de vooruitzichten voor 1912 van dien aard zijn, dat de toekomst met vertrouwen wordt tegemoet gezien en een voor de rederij lonend bedrijf mag worden verwacht.
De grote ontwikkeling in de wereldhandel brengt natuurlijk met zich een levendiger verkeer. Dientengevolge hadden niet alleen de geregelde lijnen van de grote stoomvaart maatschappijen volop werk, maar vonden ook de schepen in vrije vrachtvaart geregeld een meestal lonend emplooi, doordien de vrachten door de toenemende vraag naar passende ruimte, vooral voor de houtvaart, niet onbelangrijk zijn gestegen.
Van de Oostzee en Witte Zee verkeerde de vrachtenmarkt vooral in de laatste maanden in een vaste en willige stemming en was het dit jaar eens de beurt aan reders om de vracht en condities te stellen, in tegenstelling met de vorige toen de bevrachters meester van het terrein waren. In het begin van het seizoen was het wel is waar alsof de positie onveranderd zou blijven, toen wederom tot NLG 11½ van de lagere golfhavens werd afgesloten, doch alras bleek het dat de reders vast op hogere cijfers hielden en kon slechts ruimte worden afgesloten tot NLG 1 hogere vracht. Terwijl in de aanvang tot circa NLG 13 van Hernösand was afgesloten, moest men voor zomeraflading NLG 15 – NLG 15½ besteden en van de Noordelijk gelegen havens zelfs tot NLG 18 – NLG 19, welke verbetering eveneens te constateren viel van de Finse havens, alsmede van Petersburg en Kroonstad.
De Witte Zee vrachten bewogen zich bij het openen van het seizoen op NLG 19 à 19½, doch spoedig bleek dat er ook van daar hogere koersen moesten worden aangelegd, zodat weldra NLG 21½ à NLG 22 en later NLG 25 à NLG 27 per tult voor balken van Archangel naar Nederlandse havens kon worden bedongen, terwijl van Mesane werd afgesloten tot NLG 23 à NLG 24. Voor vrachtspeculanten die in het begin van het jaar tot de toen bestaande vrachten belangrijke zaken hebben afgesloten, was de loop van de gebeurtenissen verre van gunstig en ongetwijfeld zal hier en daar wel een veerliespost zijn te boeken.
Wat de vaart op de Nederlandse havens, meer speciaal op Amsterdam en Rotterdam betreft, kan worden geconstateerd dat de inklaringen voor Amsterdam slechts een kleine vooruitgang aantonen bij het vorig jaar, n.l.:
2.358 schepen metende 10.112.792 m³
in 1910 2.284 schepen metende 10.060.055 m³
Voor Rotterdam was de vermeerdering van meer betekenis. Tot 24 december werden ingeklaard : 9.425 schepen metende 51.154.402 m³
in 1910 9.354 schepen metende 49.747.894 m³.
Zoals boven reeds gezegd, was 1911 voor de rederijen gunstiger dan sedert lange tijd het geval was. Eén van de gevolgen is geweest de meerdere levendigheid in de aanbouw van nieuwe schepen.
De Nederlandse rederijen, die blijkens ons vorig verslag eerder een tekort aan scheepsruimte hadden, waarom wij verdere aanbouw waarschijnlijk achtten, gingen hiertoe vrijmoediger over dan ooit te voren. Nog nooit te voren is zo’n grote hoeveelheid tonnenruimte in aanbouw geweest als thans; in de bloeitijd van onze vaderlandse zeilvaart moge het aantal in aanbouw zijnde schepen veel groter geweest zijn, de tonnenmaat er van verzinkt bij het tegenwoordige cijfer in het niet.
In het afgelopen jaar heeft de Nederlandse vloot evenwel geen grote vermeerdering ondergaan, een gevolg van het uit de vaart geraken van een groot aantal schepen. De vermeerdering zal over het komende jaar vermoedelijk zoveel te groter zijn.
Het gebruik van motoren in zeeschepen verkeert nog vrijwel in het stadium van proefnemingen. Waar in het buitenland echter een aantal grote schepen daarvan worden voorzien, zal spoedig blijken, of men aan de scheepsmotoren voor zeeschepen praktische waarde kan toekennen. Uit het jaarverslag van de Suezkanaal Maatschappij over 1910 bleek, dat de Nederlandse vlag van de vierde op de derde plaats gekomen was zowel wat aantal schepen als tonnenmaat betreft en thans alleen Engeland en Duitsland boven zich heeft. In verband met dit prachtig resultaat denkt men onwillekeurig: Hoe zal het gaan na de opening van het Panamakanaal, die in de loop van 1913 schijnt verwacht te mogen worden? Kort na de opening van het. Suezkanaal werd hier te lande de Stoomvaart Maatschappij “Nederland" opgericht, die dus vrijwel van het begin af gebruik maakte van deze verkeersweg. Zal Nederland in het Panamakanaal een even eervolle plaats innemen? Dit valt nog niet te zeggen; wel lopen reeds enige tijd geruchten over een lijn onder Hollandse vlag, die door dat kanaal zal gaan, doch zekerheid hieromtrent schijnt er nog niet te bestaan. Toch wordt vermoedelijk achter de schermen wel aan het plan gewerkt. Afgescheiden hiervan is het aantal verbindingen onder onze vlag wederom uitgebreid. In de eerste plaats werd door de nieuw opgerichte Indische Lloyd een lijn geopend van Rotterdam op Bombay. Voorts werd door de Holland-Amerika Lijn en de firma Hudig & Veder gezamenlijk voortgezet de Burg-lijn van Rotterdam op Savannah, vroeger – doch de laatste tijd weinig intensief – geëxploiteerd door de Stoomvaart Maatschappij “Amsterdam”.
De in 1910 bij wijze van proef door de Koninklijke Paketvaart Maatschappij geopende verbinding tussen Java en Siam werd bestendigd, terwijl voor de lijn Java-Australië van die Maatschappij een regeringssubsidie werd verkregen, waardoor deze op vastere basis kwam. De Holland-Amerika Lijn bestelde een passagiersstoomschip van ruim 32.000 ton en twee goederenboten van 10.000 ton. Dit passagiersschip wordt, behalve door zijn grootte, een merkwaardig schip, daar het het eerste Nederlandse zeeschip is met 3 schroeven, met 3 schoorstenen en waarin een turbinemachine is geplaatst.
Het verkeer op de lijnen van de Nederlandsche Scheepvaart Unie blijft reusachtig toenemen, waarom het nodig is de vloten voortdurend uit te breiden. Zo bracht de Stoomvaart Maatschappij „Nederland" in de vaart de dubbelschroefmailboot KONINGIN DER NEDERLANDEN (8.176 ton) en de goederenboten KARIMOEN (6.463 ton), KARIMATA (5.500 ton), KAMBANGAN (5.462 ton) en CALCUTTA (6.000 ton). Zij bestelde twee dubbelschroef mailboten van ruim 8.000 ton benevens twee goederenboten van 5.500 ton en verkocht de stoomschepen KONINGIN REGENTES (3.793 ton) en KONINGIN WILHELMINA (4.279 ton). Voor de Rotterdamsche Lloyd kwam gereed de goederenboot PALEMBANG (6.674 ton). Thans zijn nog in aanbouw vier dergelijke boten en de BURMAH (5.000 ton).
Voor rekening van de Koninklijke Paketvaart Maatschappij kwamen in de vaart de stoomschepen KOEMAI, SAMPIT (elk 345 ton) en INDRAGIRI (346 ton), benevens de motorboot SEMBILAN (372 ton). De stoomschepen VAN CLOON en VAN OVERSTRATEN (elk 4.500 ton) werden te water gelaten, terwijl thans nog in aanbouw zijn twee stoomschepen van 4.500 ton, twee van 1.750 ton, een dubbelschroefstoomschip van 2.500 ton en een tankboot van 1.300 ton. De stoomschepen VAN IMHOFF (1.944 ton) en VAN NEK (3.037 ton) gingen verloren.
De Koninklijke Hollandsche Lloyd ging een lening aan van NLG 6½ miljoen. Deze moet dienen tot gedeeltelijke betaling van twee nieuwe dubbelschroefpassagiersboten van 14.000 ton, die besteld zijn. Zijn deze schepen gereed, dan hoopt men een 14-daagse passagiersdienst te kunnen onderhouden.
De Koninklijke Nederlandsche Stoomboot Maatschappij bracht de stoomschepen BACCHUS (2.255 ten), AMOR (2.325 ton) en CALYPSO (2.258 ton) in de vaart. Besteld werden de stoomschepen CHARON (3.300 ton), FORTUNA, LUNA en FAUNA (elk 1.300 ton). Het stoomschip TJIMANOEK (5.620 ton) van de Java-China-Japan Lijn kwam gereed. Mede kwam gereed het stoomschip ORANJE NASSAU (3.721 ton) van de Koninklijke West-Indische Maildienst. Dit schip is belangrijk groter dan de tot dusver voor die vaart gebezigde. Voorts bestelde deze Maatschappij nog twee grote schepen.
Voor rekening van de Scheepvaart- en Steenkolen Maatschappij kwamen in de vaart de stoomschepen NOORD-HOLLAND (1.006 ton) en ZUID-HOLLAND (1.837 ton). Verkocht werden de stoomschepen ZUID-HOLLAND (1.167 ton) en WATERLAND (486 ton) en de zeelichters SCHEEPVAART II en SCHEEPVAART I (elk 681 ton). Besteld werd een stoomschip van 2.000 ton.
De Stoomvaart Maatschappij „Zeeland" heeft de nachtdienst verlegd van Queenborough naar Folkestone, Waardoor een snellere verbinding verkregen werd. Een reorganisatie kwam tot stand, waardoor de financiële toestand weer op een gezonde basis kwam. Verkocht werd het stoomschip ENGELAND (1.648 ton).
De Nederlandsche Stoomvaart Maatschappij „Oceaan" verloor haar stoomschip IXION (3.488 ton), doch kocht de stoomschepen DARDANUS (4.335 ton) en SARPEDON (4.663 ton) aan.
De Hollandsche Stoomboot Maatschappij verloor haar stoomschip ZAANSTROOM (899 ton). Een vergelijk kwam tot stand met de andere rederijen, die eveneens een lijn van Amsterdam op Leith onderhouden.
De in het vorige jaar door de heer J.J.A. van Meel aangekochte Engelse stoomschepen ACARA, LANGDALE, WENSLEYDALE en SWALEDALE werden dit jaar geleverd. Zij ontvingen de namen GRAMSBERGEN (4.995 ton), BEEKBERGEN (3.917 ton), STEENBERGEN (3.935 ton) en RIJSBERGEN (3.662 ton) en behoren thans aan de nieuw opgerichte Indische Lloyd te Rotterdam (kapitaal NLG 4 miljoen, waarvan NLG 1¼ miljoen geplaatst). Hiermee werd een lijn geopend van Rotterdam op Bombay.
Voorts werd door de heer Van Meel opgericht de Stoomvaart Maatschappij “Hollandia” (kapitaal NLG 1 miljoen). Hierin werd ingebracht het stoomschip DRIEBERGEN (1.884 ton), het vorige jaar reeds in de vaart gekomen, terwijl voorts in de vaart kwam het stoomschip ZEVENBERGEN (3.121 ton). Thans is nog in aanbouw het stoomschip UBBERGEN (1.900 ton).
De firma Phs. van Ommeren (Stoomvaart Maatschappij “De Maas") bestelde de tankboot MIJDRECHT (3.200 ton).
De Koninklijke Nederlandsche Maatschappij tot Exploitatie van Petroleumbronnen in Nederlandsch-Indië verkocht haar stoomschip PERLAK (1.864 ton). Besteld werd een motorboot van 1.500 ton.
De kolenboot WILLY (682 ton) van de firma W.H. Berghuis is gezonken, doch dezer dagen werd, behoudens inspectie, de Engelse stoomboot PARIS (1.229 ton) in de plaats daarvan aangekocht.
De Maatschappij Stoomschip “Yare” (330 ton) werd verkocht.
Eveneens liquideerde de Stoomvaart Maatschappij “Amsterdam”, terwijl haar laatste stoomschip, de VOORBURG (3.056 ton), verkocht werd.
Van Nievelt, Goudriaan & Co’s Stoomvaart Maatschappij kocht het stoomschip CARL LEHNKERING aan van de firma Joh. Otten & Zoon en bracht het in de vaart onder de naam POOLSTER (2.060 ton). Voorts bestelde zij twee nieuwe schepen van 3.200 ton.
Het stoomschip BRUNSWIJK (2.300 ton) van de firma Erhardt & Dekkers werd te water gelaten, terwijl het stoomschip RANDWIJK (2.600 ton) besteld werd.
De Maatschappij Stoomschip „Sophie H" bestelde het stoomschip ALICE H (3.000 ton), dat reeds te water gelaten is.
De Naamlooze Vennootschap „Houtvaart" bestelde een stoomschip van 1.300 ton.
De Stoomvaart Maatschappij „Triton" verkocht het stoomschip TEXEL (2.062 ton).
De firma Solleveld, Van der Meer & T.H. van Hattum bestelde de stoomschepen OOSTDIJK (3.000 ton) en WESTERDIJK (3.200 ton).
De motorboot ZEEMEEUW (400 ton) van de firma Vermeer & Van den Arend kwam in de vaart.
Het stoomschip ALIDE (816 ton) van Noord-Nederlandsche Scheepvaart Maatschappij werd verkocht. In de vaart kwam het stoombootje HELGOLAND (269 ton) van P. Wagenborg te Wildervank.
Verkocht werden het stoomschip TEUTONIA (3.199 ton) en de motorschoener SCANDINAVIA (461 ton) van Wm. H. Müller & Co’s Algemeene Scheepvaart Maatschappij.
Voor rekening van de firma Karl Schroers is in aanbouw het stoomschip KARL SCHROERS (1.900 ton).
De Vrachtvaart Maatschappij “Bothnia'' bestelde het stoomschip EPSILON (3.200 ton). Behoudens inspectie werd verkocht het stoomschip CELAENO (2.704 ton) van Hudig & Veder’s Stoomvaart Maatschappij.
In 1911 kwamen in het geheel in de vaart 24 stoomschepen en motorschepen, metende 74.782 tonnen, terwijl uit de vaart geraakten 21 schepen, metende 39.477 tonnen, zodat de vermeerdering bedraagt 3 schepen en 35.305 tonnen.
In de vorige jaren was de vermeerdering:
Jaar. Schepen. Tonnenmaat.
1910 17 56.693
1909 28 97.611
1908 14 79.274
1907 7 45.261
1906 5 33.979
1905 2 8.443
1904 8 20.840
1903 9 25.376
1902 10 60.782
1901 10 34.512
1900 22 69.869
1899 15 30.890
Thans zijn nog in aanbouw 42 stoom- en motorschepen (vorig jaar 19), metende 214.400 tonnen (69.920), waarvan 29 (15) schepen, metende 100.500 tonnen (50.620) op Nederlandse werven gebouwd worden. Daar dit zeer groot aantal schepen niet alle op Nederlandse werven gebouwd kan worden, zijn verscheidene in Engeland besteld moeten worden, doch de capaciteit van de Nederlandse scheepsbouwwerven wordt toch steeds groter. Zo worden op de Koninklijke Maatschappij „De .Schelde" twee hellingen in gereedheid gebracht van 600 voet lengte, waarop dus schepen van plm. 16.000 ton gebouwd kunnen worden.
N.B. Ter voorkoming van verwarring zij hier uitdrukkelijk vermeld, dat de tonnenmaat van alle schepen in bruto-registertonnen is uitgedrukt.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De sleepboot H.A.M. 7, van Hellevoetsluis naar Soerabaja, is 2 januari met verlies van de kleppenboot H.A.M. 12, die op sleeptouw was, te Colombo aangekomen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Delfzijl, 2 januari. Heden werd alhier binnengesleept de naar Rotterdam bestemde ijzeren twee-mast schoener RES NOVA, gezagvoerder Arbeider, welk vaartuig voor enige dagen strandde nabij Ameland. Het schip was zwaar beschadigd. Een gedeelte van de lading gerst was nog in het laadruim, doch door lekkage stond deze bijna onder water. Het schip werd naar Groningen gebracht ter reparatie. De sleepboot CONCORDIA, kapt. Lolkema, die de RES NOVA naar binnen bracht, verloor op zee de vlet.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Natal, Brazilië, 13 december. De Nederlandse schoener COMPANIA ARENERA DEL VIZCAINO III, van Rotterdam naar Buenos Aires met kolen als ballast, is hier 6 december op sleeptouw van een Braziliaanse trawler binnengelopen. Het schip schijnt te Perobus, Rio do Fogo, niet ver van de kust van deze staat, op de rotsen gestoten te hebben. Gerapporteerd wordt dat de gezagvoerder, kapt. Schaap, hedenmorgen is gestorven.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Advertentie. Vrijdag 5 januari 1912, des avonds te 8 uur, zal in het café van de heer J.H. Kruize aan de Noorderhaven Z.Z. No. 27 te Groningen publiek worden verkocht:
Het ijzeren tjalkschip, genaamd NIEUWE ZORG, groot bruto 155,91 m³ of 55,02 tonnen van 2,83 m³ en netto 123,62 m³ of 43,63 tonnen van 2,83 m³ met opgoed en toebehoren, thans liggende te Groningen bij de werf van de heer W. Rubertus.
Toebehorende aan de heer P. Tattje en kinderen.
W. van Bommel van Vloten, notaris.


05 januari 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 8 januari. Naar de Scheepvaart verneemt heeft de Rotterdamsche Lloyd een stoomschip van 8.000 ton draagvermogen besteld bij de firma Wm. Gray & Co. Ltd. te West-Hartlepool. Machines en ketels worden eveneens door deze firma geleverd en zullen het schip een snelheid verzekeren van 13 mijl. Het wordt in september geleverd. De Lloyd heeft thans 7 vrachtboten in aanbouw met een totaal draagvermogen van 61.000 ton.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hamburg, 4 januari. Dertig bodemplaten zijn aan het Nederlandse stoomschip PRINSES JULIANA vernieuwd. Het stoomschip is weer in lading gelegd.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Op de N.V. Werf “De Noord” te Alblasserdam werd met goed gevolg te water gelaten de motorboot genaamd V.P.I., gebouwd voor Nederlandse rekening. Onmiddellijk daarop werd de kiel gelegd voor een Rijnschip, groot ongeveer duizend ton, ook voor Nederlandse rekening te bouwen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepvaartbeweging. Te Nieuwediep werden in het afgelopen jaar ingeklaard 34 zeilschepen, inhoud 3.517 m³, 43 stoomschepen, inhoud 52.613 m³; uitgeklaard 3 zeilschepen, inhoud 1.291 m³, 38 stoomschepen, inhoud 49.100 m³.
Bijleggers: Ingeklaard 4 zeilschepen, inhoud 6.164 m³, 58 stoomschepen, inhoud 14.986 m³; uitgeklaard 5 zeilschepen, inhoud 6.398 m³, 59 stoomschepen, inhoud 15.214 m³.
De van Friesland op Engeland varende zeilschepen worden te Harlingen, enz. uitgeklaard, doch bij terugkeer uit Engeland te Nieuwediep ingeklaard. Van daar het verschil tussen de in- en uitklaringen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van de firma Jonker & Stans te Hendrik-Ido-Ambacht, is te water gelaten de 3-deks passagiers- en goederenstoomboot PORTE ALEGRE voor de firma J. Constant Kievits & Co. te Dordrecht, bestemd voor de dienst op de Amazonerivier, met een laadvermogen van 800 ton op 8’6” diepgang. Het schip wordt geklasseerd onder Bureau Veritas. Twee machines, tezamen 1.200 ipk en ketels worden vervaardigd aan de Alblasserdamsche Machinefabriek te Alblasserdam.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Het stoomschip EMMANUEL, van Rotterdam naar Marseille bestemd, 23 december met zeeschade te Plymouth binnengelopen, heeft de reparaties zo goed als ondergaan. Heden zal het stoomschip de reis voortzetten.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 5 januari. Gedurende het jaar 1911 zijn alhier ingeklaard 930 zeeschepen, inhoud 555.464 m³, tegen 814 met 442.862 m³ in 1910; uitgeklaard 1.145 zeeschepen, inhoud 495.861 m³, tegen 905 met 460.346 m³ netto in 1910.


06 januari 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Delfzijl, 5 januari. Het hier thuis behorende tjalkschip GEERTJE, schipper L. Bos, is voor een geheime prijs naar Greetsiel in Oost-Friesland verkocht.


07 januari 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Op de werf Conrad te Haarlem is de kiel gelegd voor een nieuw hospitaalkerkschip.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hamburg, 5 januari. Het stoomschip WALBURG is in het dok onderzocht en moet aan stuurboord midscheeps zes platen vernieuwen en enige strekken, ook moeten een aantal spanten gestrekt worden.


08 januari 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 6 januari. De Sch. deelt mee dat het stoomschip dat voor de Kon. Paketvaart Mij. aan het etablissement Fijenoord is besteld, zal genoemd worden MELCHIOR TREUB. Verder zullen de beide stoomschepen in aanbouw aan de werf van de Rotterdamsche Droogdok Mij. voor de rederij Van Nievelt Goudriaan & Co. alhier DUBHE en ALCOR genoemd worden en het stoomschip voor de Mij. Houtvaart te Capelle a/d IJssel bij de firma Vuyk & Zonen wordt gebouwd, zal de naam RAP ontvangen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Delfzijl, 6 januari. Het ijzeren tjalkschip AMBULANT, eigenaar de heer Joosten te Wildervank, is voor NLG 6.500 verkocht aan de heer J. Hulshof aldaar.
(opm: zie ook advertentie NNO 161211)


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De Nederlandse sleepboot OCEAAN, met het zeilschip BIEN, van Rio de Janeiro naar Antwerpen, passeerde 5 januari St. Vincent (Cape Verde Islands).


09 januari 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Houthaven te Dordrecht.
Een wetsontwerp is ingediend tot onteigening van eigendommen in de gemeente Dordrecht, ten name van die gemeente, nodig voor het aanleggen van een houthaven met handelsterreinen, wegen, dijken, enz. in de Wieldrechtse polder aan het Mallegat op ruim 2 km. beneden de spoorbrug. Deze werken zullen een oppervlakte beslaan van ongeveer 64 ha. Door gebrek aan havenruimte moeten zij, die hout aanvoeren buitengewone kosten voor overligdagen enz. maken, een omstandigheid, die afbreuk moet doen aan de overigens gunstige factoren, welke Dordrecht voor de aanvoer van hout bezit. De voorgenomen aanleg zou ook tegemoet komen aan een bezwaar, dat daar de vaart door de spoorwegbrug oplevert wegens de grootte van de zeeboten, alsmede de inkrimping van de tijdstippen voor openstelling van de brug wegens uitbreiding van treinenverkeer.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart.
De Raad voor de Scheepvaart is hedenmiddag begonnen met het onderzoek naar het vergaan, op de Noordzee, op 21 december jl. van het stoomschip ZAANSTROOM, kapitein J. Kruyshoop, rederij de Hollandsche Stoomboot Maatschappij te Amsterdam.
Als eerste getuige werd gehoord de heer H. Snoek, inspecteur van bovengenoemde Maatschappij, belast met het toezicht op de vloot. Deze deelde mee, dat het schip geklasseerd was bij Lloyds en drie opbouwen had, namelijk voor, midscheeps en achter, onderling verbonden met een brug. Voor sliep de bemanning, midscheeps logeerden de officieren.
Het schip telde vier waterdichte schotten, de met hout afgedekte tunnel liep door het gehele schip. De drijfkracht bestond uit een triple expansiemachine. De machinekamer had een waterdicht schot met waterdichte deuren.
Een paar maanden geleden werd de ballastpomp op de lensleiding gezet, omdat het oude lenspompje niet voldoende was. Er kon alleen gepompt worden op de machinekamer. Het schip stond onder de Scheepvaart Inspectie en kreeg in 1909 een voorlopig certificaat. In Februari 1910 had het eerste onderzoek plaats. Het schip was In 1895 gebouwd. De lengte bedroeg 63 meter, de breedte 10 meter en de hoogte 5 meter. Op 9 december 1911 heeft het vaartuig het laatst gedokt; het schip was niet opnieuw geregistreerd bij Lloyds omdat er nog een kleinigheid veranderd moest worden. Men had aan boord twee reddingsboten aan bakboord en twee aan stuurboord, waarvan één werkboot. De grote ketel en de donkeyketel waren in juli jl. door het stoomwezen gekeurd.
Tot zover de verklaring van deze getuige. Ter verduidelijking wordt hier aan nog het volgende toegevoegd: Het schip vertrok op woensdag 20 december 1911, geladen met pijpaarde en steen van Fowey in Cornwall naar Amsterdam, zonder deklading en geladen tot het Plimsoll merk. Op donderdag 21 december kwam er water in het achter ruim en dat nam zo toe, dat het pompen niet hielp. Het schip maakte slagzij naar bakboord. Men was oostelijk van het eiland Wight op 2½ mijl van het Owers lichtschip. (Wordt vervolgd.)


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Naamloze Vennootschappen.
De Staats Courant No. 6 bevat de akten van oprichting van de volgende naamloze vennootschappen:
- Stoomsleepdienst “Anna Sophia” te Groningen. Doel is het aankopen en exploiteren van stoomsleepboten, met dien verstande evenwel, dat de vennootschap nimmer meer dan één boot te gelijk in eigendom zal hebben. Duur 29 jaren. Voor de eerste maal directeur de heer E. Frater Smid.
- Stoomsleepdienst “Antonia Frater” te Groningen. Doel is het aankopen en exploiteren van stoomsleepboten, met dien verstande evenwel, dat de vennootschap nimmer meer dan één boot te gelijk in eigendom zal hebben. Duur 29 jaren.
Kapitaal NLG 15.000, verdeeld in 15 aandelen, elk groot NLG 1.000, welke alle geplaatst en volgestort zijn. Voor de eerste maal directeur de heer E. Frater Smid.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Advertentie. Te koop: Een in 1894 bij Gebr. Verstockt gebouwd tjalkschip WATERGEUS, groot 158 ton of 65,92 reg. ton, klasse Germanischer Lloyd * 100 A/4 K met Schepenwet.
Dagelijks, behalve zondags, te bezichtigen bij de eigenaar L.W. Salomons te Gasselternijveen. Bij nader overeenkomst kan de helft van de koopsom er op beleend blijven.


10 januari 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Delfzijl, 9 januari. Het ijzeren tjalkschip DRIE GEBROEDERS, groot 143 m³, toebehorende aan schipper J. Boekhold te Nieuweschans, is verkocht aan H. Matroos Visser alhier voor NLG 5.000.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart. (vervolg van NRC 090112)
Bij het gisterennamiddag voortgezette onderzoek betreffende het vergaan van het stoomschip ZAANSTROOM, van de Hollandsche Stoomboot Mij., werd als tweede getuige gehoord kapitein Jan Kruyshoop. Deze verklaarde al elf jaar in dienst van de Maatschappij te zijn. In Fowey werden klei (los, en in zakken en vaten) en stenen geladen. Men laadde In het achter ruim 390 ton klei, en in het voor ruim 145 ton; daarna nog, op verzoek van een klerk, 35 ton stenen in het voor-tussendek. Het schip was niet overladen. Op 20 december te 08.45 uur vertrok de ZAANSTROOM met een stijve bries uit het WZW en een hoge ZZW deining. Om half acht toen men Start Point dwars had, ging de kapitein naar beneden. Men kreeg langzamerhand vliegend stormweer met oostenwind. ’s Nachts om half twaalf kwam de kapitein weer op de brug. Om half zeven 's morgens draaide men bij; de kapitein had al getracht het schip zuiden voor te krijgen, doch dit gelukte maar ten dele. Averij liep men niet op. Om half twee 's middags ging de kapitein andermaal rusten; hij werd echter om zes uur door de tweede machinist gewekt met de mededeling, dat het water op twee plaatsen in de tunnel liep en wit gekleurd was van klei. Toen de kapitein beneden kwam, had de tweede machinist reeds de ballastpomp aangezet. Het schip liep toen ongeveer vier mijl en lag achterover. Het plan van de kapitein was kalmer water te zoeken, dan te ankeren en vervolgens het lek te zoeken. De boten waren klaar. Men zette koers naar het Owers lichtschip, doch al spoedig werd de kapitein gewaarschuwd, dat de ZAANSTROOM betrekkelijk snel zakte. Hij hoopte nu op de bank te kunnen lopen, maar ook deze hoop bleek ijdel. Het schip zonk te snel. Daarom werden de boten klaar gemaakt en de zwemgordels uitgedeeld. Een kwartier nadat men in de boten was gegaan, zonk de ZAANSTROOM.
Te 10.20 uur 's avonds werden de schipbreukelingen opgenomen door het Engelse stoomschip WEST LAKE van Liverpool. De kapitein was in de veronderstelling, dat alle opvarenden gered waren. Helaas bleek, toen de hoofden geteld werden, dat een man, de donkeyman Zwolman, op het schip was achtergebleven en daarmee verdronken was.
Van stoten van het schip heeft niemand iets gemerkt.
De 1e stuurman W. Zorgdrager bevestigde deze verklaring en deelde mee dal hij, persoonlijk vóór het in de sloepen gaan, aan de later verdronken donkeyman een zwemvest heeft gegeven. De 2e machinist F. Deppe verklaarde als volgt: Hij had de achtermiddag wacht in de machinekamer, en had niets van stoten van het schip bemerkt. Te 1 uur, bij het smeren, zag bij echter uit twee gaatjes, ongeveer 2 voet boven de grond, het water in de tunnel komen. Hij heeft toen de ballastpomp op de tunnel gezet en de brug gewaarschuwd. Getuige herinnert zich, dat de tanks leeggepompt waren. Hij zag het geval toen nog niet ernstig in, omdat het water zakte, en is gaan eten. Terugkomend bemerkte hij, dat het water door het schot in de machinekamer kwam.
De 1e machinist, Euwe, verklaarde daarop met de kapitein te zijn gaan kijken. Deze ging weer naar boven en zei, dat hij wel zou waarschuwen als de sloepen overboord gingen. Met de 2e machinist had getuige, om toch te voorkomen, dat men hem zou vergeten, dit ook afgesproken. Nauwelijks was getuige in de machinekamer of de 2e machinist riep hem. Bij het haastig naar dek gaan hoorde getuige de telegraaf nog overgaan; hij heeft echter de machine niet meer stop gezet. Het water liep toen over de drempel de machinekamer binnen. Getuige heeft de machine niet meer stop gezet. De tweede machinist verklaart nog, dat hij van de kapitein, omtrent het verlaten van de machinekamers geen order heeft gehoord. De eerste deelt verder mee, dat de kapitein heeft gezegd: „Gaat naar beneden en laat de machine zo hard mogelijk draaien. Toen Deppe getuige riep, dacht hij, dat dit op order van de kapitein was.
Gehoord wordt vervolgens H. Tulp, kwartiermeester. Hij heeft de sloep van de eerste stuurman neergelaten, waarin ook Zwolsman zat. Er waren 10 man in deze sloep. Vermoedelijk doordat het zinkende schip nog voortliep, hield de vanglijn vast, ten gevolge waarvan de sloep telkens zeeën binnen kreeg. Getuige en de donkeyman Zwolsman zijn toen weer aan boord van de ZAANSTROOM gesprongen. Getuige zag Zwolsman het laatst midscheeps bij de koelkast. Toen getuige zag dat de vanglijn door de inzittenden van de sloep gekapt was, sprong hij overboord en werd opgepikt. Ook de donkeyman moet dit nog beproefd hebben, maar is bij deze poging verdronken. Hij werd eerst aan boord van het Engelse schip vermist.
Ten slotte wordt op verzoek van de inspecteur van de Hollandsche Stoomboot Maatschappij gehoord de walkapitein, om verklaringen af te leggen over de peilkokers. Hij deelde mee, dat het achter ruim wel van het dek af gepeild kon worden. Er waren peilkokers op de ruimen. De vullings van het achter ruim werden gepeild in de machinekamer.
Ten slotte blijkt, dat er geen peilkokers aan dek waren op de vullings, wel op de tanks.
De behandeling van de zaak was hiermee afgelopen. De Raad zal later uitspraak doen.
De ZAANSTROOM in Bristol.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Advertentie. Wegens verandering van affaire, zal op vrijdag 19 januari 1912, des avonds te 8 uur, in het café van de heer J.H. Kruize aan de Noorderhaven Z.Z. no. 27 te Groningen, publiek worden verkocht:
Het uitstekend, goed onderhouden staal-ijzeren tjalkschip genaamd AMBULANT, gebouwd in april 1904, groot bruto 206,18 m³ of 72,77 tonnen van 2,83 m³ en netto 161,49 m³ of 57 tonnen van 2,83 m³, op de werf geweest in juli 1911. Geklasseerd Schepenwet Wadvaart, met opgoed en toebehoren, liggende bij de basculebrug Eendrachtskanaal te Groningen.
Inmiddels uit de hand te koop.
Te bevragen bij de eigenaar A. Boerma aan boord, bij J.H. Kruize, voornoemd en bij de ondergetekende notaris W. van Bommel van Vloten, notaris, Munnekeholm 2, Groningen.


11 januari 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Delfzijl, 10 januari. Heden vertrok van hier via Emden naar Buenos Aires de gaffelschoener HOLLANDIA, kapt. P. Wichert. Dit vaartuig was indertijd het eigendom van de heer J. Koopman, reder te Meppel, doch heeft alhier gedurende vijf jaar onder gerechtelijk beslag in het Dok gelegen, wegens civiel geding over sleeploon. De rechtbank te Groningen stelde genoemde reder in het ongelijk en dit had ten gevolge dat het vaartuig in november jl. in het openbaar gerechtelijk werd verkocht. Het zal nu in Argentinië dienst doen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 11 januari. De lichter H.A.M. 12 door de sleepboot H.A.M. 7 verloren, is volgens een telegram uit Colombo naar Minicoy gesleept.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Advertentie. Uit de hand te koop:
Het in zeer goede staat zijnde tjalkschip AVONTUUR met volledige inventaris, groot 151 binnen-tonnen en 62 register tonnen of 178 m³. Geklasseerd bij Bureau Veritas, Kleine Kustvaart, gebouwd in 1904, liggende in het Eendrachtskanaal.
Te bevragen bij de eigenaar G. de Groot aan boord en bij J.H. Kruize, Noorderhaven, Groningen. (opm: volgens Monsterrollen en Alle Groningers: eigenaar Geert Jelles de Groot – schipper - Geboren te Groningen op 27 juli 1847. Op 15 april 1886 getrouwd met Geertje Kramer. Bruidegom 37 jaar; bruid 30 jaar. Bron: Huwelijksregister Groningen 1886 – Akte nr. 62.)


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 10 januari. Het Russische stoomschip MAIMAXA is aangekocht door het Comptoir Charbonnière Maritime (J.F. & F. Schellen in Antwerpen en Rotterdam). In den vervolge zal het stoomschip de naam JAN BLOCKX dragen en onder Nederlandse vlag varen. De thuishaven is Rotterdam. De MAIMAXA is in 1904 op de Grangemouth & Greenock Dockyard Co. te Grangemouth gebouwd en behoorde toe aan de firma E. des Fontaines te Archangel.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Gisteren werd met goed gevolg door de Rotterdamsche Droogdok Maatschappij het tankstoomschip MIJDRECHT, in aanbouw voor de firma Ph. van Ommeren te Rotterdam te water gelaten. De machines en ketels, eveneens bij Rotterdamsche Droogdok Maatschappij in aanbouw, worden achterin geplaatst, terwijl overigens het stoomschip verdeeld is in tal van oliedichte afdelingen voor het vervoer van diverse oliën. De afmetingen van het stoomschip zijn: lang 325, breed 47 en hol 24 voet. Het laadvermogen bedraagt 3.500 ton. De machines, die 1.600 ipk ontwikkelen, kunnen het beladen stoomschip een snelheid geven van 101/2 knoop.


12 januari 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Bremerhaven, 10 januari. De te Groningen thuis behorende Nederlandse tjalk NOORDSTER, kapt. Veen, met piekijzer van Middlesbrough naar Appingedam bestemd, verloor nabij Borkum het roer en kreeg nog meerdere schade. Gisterochtend is dit schip door de stoomharingvisser ALBERT op sleeptouw genomen en hedenochtend in de vissershaven te Geestemünde gebracht.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart.
De Raad voor de Scheepvaart heeft heden uitspraak gedaan inzake het vergaan, op 5 december jl., op de Jutse kust van de schoener RIVAL, reder P. van Warendorp, schipper J. Drost. De RIVAL was, met oud glas geladen, op weg van Londen naar Gotenburg.
De Raad is van oordeel, dat de RIVAL vergaan is ten gevolge van de zware en langdurige stormen uit het ZO en dat schipper noch stuurman enig verwijt treft. Dat niet gepoogd is Christianssund te bereiken is begrijpelijk, aangezien niet verwacht kon werden, dat de ZO stormen zo lang zouden aanhouden.
(opm: zie ook: NRC 020112 en de Kroniek 1911, NNO 071211)


13 januari 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 12 januari. Aan de Koninklijke Paketvaart Maatschappij te Amsterdam is gisteren voor het haar rekening door de Mij. voor Scheeps- en Werktuigbouw “Fijenoord” alhier gebouwde stoomschip VAN OVERSTRATEN afgeleverd.
Dit stoomschip is onder bijzonder toezicht en volgens de hoogste klasse van Bureau Veritas gebouwd. Lengte, breedte en holte zijn respectievelijk 383’ 5”, 48’ 6” en 29’ 11”.
Het schip laadt op een diepgang van 20’ 9” (zomervrijboord) 4.525 ton van 1.016 kg. De bruto tonnen inhoud bedraagt 4.482 ton. Inrichtingen zijn gemaakt voor 24 passagiers 1e en 26 passagiers 2e klasse. Het stoomschip is voorzien van elektrisch licht en van een inrichting voor draadloze telegrafie (Marconi); dit is het eerste schip van de K.P.M. dat deze telegraafinstallatie ontving. De voor het vervoer in de tropen onmisbare koel- en vriesinrichting is eveneens aangebracht.
De hoofmachine is van het triple-expansie systeem met cilinders van 28½, 47 en 77 Eng. duim bij een slaglengte van 48 Eng. duim. Vier stoomketels van ronde enkelzijdige vorm met een totaal verwarmd oppervlak van 9.000 vierkante Eng. voet, stoomdruk 180 lbs. per vierkante Eng. duim leveren de benodigde stoom. De ketels zijn voorzien van Howden’s inrichting voor geforceerde trek. Als hulpwerktuigen zijn in de machinekamer opgesteld 2 Weir’s voedingpompen, 1 hulp voedingpomp, 1 ballastpomp, 1 sanitarypomp, 1 zoetwaterpomp, 1 distilleertoestel, 2 astatki-pompen en 2 dynamo’s.
Op de gehouden proeftocht moest het schip 13 mijl lopen bij 70 omwentelingen in de minuut van de machine, terwijl het schip een gemiddelde diepgang heeft van 20 Eng. voet en de machine daarbij 3.150 ipk ontwikkelt. Aan de gestelde eisen werd ruimschoots voldaan.
Het stoomschip zal op 20 januari a.s. de reis naar Ned. Indië aanvaarden.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 13 januari. Uit Delfzijl wordt ons geseind, dat het alhier thuis behorende stoomschip DORDRECHT met zwaar beschadigd voorschip aldaar op de rede is gekomen. Het was waarschijnlijk in aanvaring geweest. Bij de rederij van het stoomschip alhier is niet anders bekend geworden dan dat de aanvaring heeft plaats gehad met een onbekend gebleven zeilschip.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 13 januari. Op Wilton’s Scheepswerf aan de Westkous alhier, hebben een dertigtal nageljongens, ten gevolge van een loonkwestie, het werk gestaakt. Zij zijn ontslagen en gedeeltelijk vervangen.


14 januari 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Delfzijl, 13 januari. Het te Rotterdam thuis behorende stoomschip DORDRECHT, dat heden met zwaar beschadigd voorschip alhier binnenliep, bekwam deze averij hedenmorgen te half vier door aanvaring in de Noordzee ter hoogte van het Borkumer vuurschip met een onbekend gebleven groot zeilschip. De aanvaring had plaats aan bakboordzijde, waardoor een groot gat ontstond. De bootsman, die in de kooi lag te slapen, werd dood gedrukt tussen de spanten, terwijl de donkeyman benen en ribben werden stuk gedrukt. Het lijk van de bootsman kon heden nog niet verwijderd worden. De DORDRECHT vertrok gisteravond in ballast van Hamburg en had bestemming naar Engeland (Newcastle).


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 13 januari. Volgens een telegram uit Figueira is het van Newcastle gekomen Nederlandse schip HEIKA HARMANNA tijdens slecht weer aldaar op drift geslagen. Het liep daardoor aan de grond, bleef enige uren zitten en heeft onderwijl gestoten. Volgens rapport is de lading beschadigd. (opm: kapt. Houwerzijl)


15 januari 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Delfzijl, 15 januari. Het alhier binnengekomen stoomschip DORDRECHT zal aan de werf van de firma Berg & Co. voorlopig repareren en dan gaat het stoomschip naar Rotterdam om te dokken. Wij vernemen verder dat de verongelukte bootsman uit de spanten, waarin hij bekneld zat, is gezaagd. De donkeyman is naar het ziekenhuis te Groningen gebracht.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Wapping, 13 januari. Bij het vertrek van de steiger naar zee heeft het stoomschip BATAVIER V met de schroef tegen de met papier en meel geladen lichter ATBARA geslagen, waardoor die lichter in ondiep water is gezonken.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Erith, 12 januari. De rivier opgaande is het stoomschip BATAVIER IV ter hoogte van Greenwich College in aanvaring geweest met de gesleept wordende barge RESCUE, die daardoor schade beliep aan stuurboordverschansing en steunsels. Buitendien werd de bakboordverschansing beschadigd. De BATAVIER IV is inmiddels weer te Rotterdam aangekomen.


16 januari 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart.
De Raad voor de Scheepvaart te Amsterdam heeft heden voortgezet de behandeling van de aanvaring op 2 oktober jl. op de Nieuwe Waterweg bij Vlaardingen tussen het uitvarende stoomschip WILIS, van de Rotterdamsche Lloyd, en het binnenkomende Stettinse stoomschip AUGUSTUS. Indertijd hebben de gezagvoerder en de loods van de AUGUSTUS de volgende lezing van het ongeval gegeven: De AUGUSTUS was binnengelopen met de bedoeling te bunkeren bij het kolenstation aan de Vondelingenplaat. Nog beneden de kruitboeien zijnde, aan de zuidwal, zag men de WILIS naderen en men gaf twee stoten op de fluit, waarop niet werd geantwoord. Ook toen het sein herhaald werd, kwam er geen antwoord, waarop de machine gestopt werd en het schip met gestopte machine langs de kruitboeien dreef. De kapitein was overtuigd, dat de WILIS aan stuurboord zou passeren, omdat aan de andere zijde geen ruimte was. Nogmaals gaf de AUGUSTUS twee stoten op de fluit, waarop de WILIS antwoordde met één stoot. Hierop gaf de AUGUSTUS weer twee, en tenslotte de WILIS drie stoten, waarop beide schepen volle kracht achteruit sloegen. De schepen voeren echter elkaar tegen de voorsteven.
Volgens de scheepsverklaring, door de gezagvoerder van de WILIS, de heer Adam, afgelegd, was de WILIS ongeveer voor Vlaardingen, toen hij de AUGUSTUS stuurboord vooruit aan de zuidwal zag naderen op een afstand van ongeveer 8 mijl. Een fluitsignaal is niet gehoord. De WILIS hield de noordwal en hield recht op de noordelijkste kruitboei aan. De gezagvoerder en de loods hielden de tegenligger voor een slecht gestuurd schip, omdat het meer de noordwal hield dan binnenkomende schepen gewoonlijk doen. Daarom werd er direct nog minder vaart gegeven dan men toch al voer. De WILIS heeft geen roer gegeven; even later echter één stoot op de fluit en stuurboord roer. Hierop antwoordde de AUGUSTUS met twee stoten; op de WILIS zag men toen, dat het verkeerd zou lopen. Men gaf drie stoten op de fluit en volle kracht achteruit. Men hoorde geen fluitseinen in antwoord daarop, doch zag de AUGUSTUS achteruitslaan. De aanvaring was echter onvermijdelijk, de WILIS verloor een anker, en de binnen- en de buitenboord van de ankerkluis werden gescheurd. De reis kon worden vervolgd. Kapitein Adam, heden gehoord, voegde hieraan toe, dat hij nooit heeft gezien, dat schepen aan de Vondelingenplaat aanleggen. Seinen om dit plan te kennen te geven bestaan niet. Voordat getuige zelf seinen heeft gegeven, heeft hij van de AUGUSTUS niets gehoord. De WILIS voer met eigen stoom, op de brug stonden getuige, twee stuurlui en de loods, op de bak de timmerman en de bootsman. De kruitboeien liggen midden in het vaarwater, men mag er niet aan aanleggen. Met schepen, die zo diep liggen als de Lloydschepen, kan men benoorden de kruitboeien varen.
Als getuige had kunnen weten dat de AUGUSTUS zou aanleggen, was de aanvaring vermoedelijk niet gebeurd. De president deelde mee, dat een ambtelijk onderzoek is ingesteld naar de stoomfluit van de AUGUSTUS, en dat die goed is bevonden. Nog deelde de gezagvoerder mee, dat hij op het laatste ogenblik nog geankerd heeft. De 1e stuurman van de WILIS verklaarde daarna, dat de AUGUSTUS wel het anker heeft laten vallen onmiddellijk voor de aanvaring. Het anker heeft echter niet gehouden, omdat de ankerspilman van zijn post liep, zonder het anker te remmen. Stoten op de fluit heeft deze getuige van de AUGUSTUS niet gehoord. Nog werden gehoord de kwartiermeester, de bootsman en de timmerman, wier verklaringen van de vorige niet afweken.
De Raad zal later uitspraak doen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 15 januari. Volgens een uit Baltimore ontvangen telegram zijn het Engelse stoomschip DARTMOUTH, van Plata rivier aldaar aangekomen en het op 13 januari van Rotterdam aldaar gearriveerde Nederlandse stoomschip ANDIJK in aanvaring geweest. Het eerstgenoemde stoomschip werd beschadigd, doch de averij aan de ANDIJK, indien ze er is, is nog niet bekend.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Figueira, 13 januari. Volgens nader rapport is de HEIKA HARMANNA nog in aanvaring geweest met de pier. De gehele lading is gelost en ligt op de steiger.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Ramsgate, 15 januari. De Nederlandse schoener LEENTJE, 29 december op reis van Harburg naar Southampton, met dekschade alhier binnengelopen, heeft heden de reis naar de bestemming voortgezet. (opm: kapt. Koopman)


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Delfzijl, 15 januari. Op de Eems is proef gevaren met de drie-mast schoener NIXE, welke gebouwd is bij de firma Gebr. Niestern alhier, voor rekening van de firma Jensen te Flensburg. De NIXE is 32,40 meter lang, 7,24 meter breed en laadt 310 ton op 2,80 meter diepgang; hij is getuigd als drie-mast gaffelschoener en gebouwd volgens de hoogste klasse van de Germanischer Lloyd. Het vaartuig is voorzien van een motor om het in beladen toestand een vaart van ruim zes mijl per uur te geven en van een tweede kleinere explosiemotor om de lading te behandelen, zeilen te hijsen, de ankers te lichten en het schip te verhalen. De motor is een 70 pk Kromhout motor en werkt met ruwe olie.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 16 januari. De sleepboot ROODE ZEE, gemeld als gepasseerd te Gibraltar, is aldaar aangekomen en wel om te bunkeren. Vandaar vertrekt ze naar Port Mahon, waar de sleepboot ZWARTE ZEE reeds gereed ligt. Beide sleepboten zullen dan vandaar een dok van16.000 ton naar Malvacone (Baai van Triest) slepen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 16 januari. De Nederlandse sleepboot GOUWZEE met een lange mast (ongeveer 35 meter) op sleeptouw, is gisteren van Hamburg te Southampton aangekomen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Bij akte 12 januari 1912 voor de te Rotterdam gevestigde notaris C. Klootwijk verleden, is door de heren Daniel de Groot en Anthony van Vliet, beiden scheepsbouwmeesters en wonende te Slikkerveer, opgericht een vennootschap onder de firma "De Groot & Van Vliet", gevestigd te Slikkerveer, ten doel hebbende het bouwen en repareren van schepen, aankopen van materialen daartoe en al hetgeen daarmede in de ruimste zin in verband staat.
De vennootschap is aangegaan voor onbepaalde tijd, met dien verstande, dat wanneer een van de vennoten het einde mocht verlangen, hij verplicht zal zijn, zijn medevennoot ten minste zes maanden voor de aanvang van het nieuwe boekjaar schriftelijk kennis te geven, in welk geval de vennootschap zal eindigen met het einde van het boekjaar waarin die kennisgeving zal zijn geschied. Beide vennoten zullen het recht hebben ten name van de vennootschap te handelen en daarvoor met de firmanaam te tekenen voor alle handelingen het doel van de vennootschap betreffende. Voor het aangaan van geldleningen en borgtochten, het voor aval tekenen of accepteren van wissels en ander handelspapier, het sluiten van prolongatie-leningen, het aangaan van dadingen, het vervreemden of bezwaren van onroerende goederen, het nemen op verband van schepen en alle andere handelingen of verbintenissen welke niet het doel van de vennootschap betreffende wordt de privé handtekening van beide vennoten vereist.
Klootwijk & Verlinden, notarissen.


17 januari 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Koninklijke Nederlandsche Stoomboot Maatschappij.
De directie van de Koninklijke Nederlandsche Stoomboot Maatschappij te Amsterdam heeft besloten tot de uitgifte van NLG 2 miljoen aandelen in verband met de aanbouw van zeven stoomschepen tezamen van ongeveer 20.000 ton draagvermogen, waarvan drie in het vorige jaarverslag vermeld en de overige sedert die besteld werden. Al deze schepen zullen voor het einde van het jaar in de vaart zijn. Ook de vloot van de Nieuwe Rijnvaart Maatschappij wordt opnieuw met drie stoomschepen uitgebreid. Het geplaatst maatschappelijk kapitaal wordt door deze uitgifte gebracht op NLG 8 miljoen. De nieuwe aandelen zijn gerechtigd tot het volle dividend over 1912 en worden uitgegeven tegen 112 procent. Tegenwoordige aandeelhouders hebben recht van voorkeur in dier voege, dat 3 oude aandelen recht geven tot inschrijving op een nieuw.
In de toelichting tot het prospectus deelt de directie mee dat, hoewel het winstcijfer over 1911 nog niet juist berekend kan worden, zij reden heeft om aan te nemen, dat, ondanks aanzienlijke uitgaven, over het boekjaar 1911 een dividend verzekerd is, gelijk aan hetgeen over het vorige werd uitgekeerd. De vooruitzichten van het lopende jaar worden, dank zij goede vrachten, gunstig genoemd.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Danzig, 13 januari. Het Nederlandse stoomschip VLUG is heden met het alhier thuis behorende stoomschip HORST van de rederij Emil Berenz, in aanvaring geweest, waardoor van de HORST aan bakboord meerdere platen werden ingedrukt. De oorzaak van de aanvaring wordt, behalve aan de geringe breedte ter plaatse van de aanvaring, ook geweten aan het ijs, dat daar ter plaatse bijzonder sterk was opgeschoven, waardoor het kleinere schepen moeilijk valt goede richting te houden. De VLUG bleef onbeschadigd en zette de reis naar hier voort. Het stoomschip HORST maakt water, doch kon naar hier terugkeren.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 16 januari. Volgens telegram uit Kiel is de Nederlandse koftjalk ZEEMEEUW, kapt. Houwerzijl, van Stettin naar Rotterdam bestemd, na gestrand geweest te zijn, lek en met verlies van roer aldaar binnen gelopen. (opm: zie ook NRC 200112)


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

South Shields, 15 januari. Heden is de te Duinkerken thuis behorende en met salpeter van Iquique naar Hamburg bestemde bark ANTOINETTE de Tyne binnengelopen. Het galjoensbeeld was weggeslagen; de boegspriet ontzet; twee platen aan stuurboord boeg boven de kluis beschadigd, enz. Volgens rapport is het schip verschenen vrijdag met het te Rotterdam thuis behorende stoomschip DORDRECHT in aanvaring geweest.
(Het galjoensbeeld van de ANTOINETTE is op de DORDRECHT gevonden.)


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Op de werf No. 2 van de firma Vuyk & Zonen te Capelle a/d IJssel werd de kiel gelegd voor het stoomschip WELCOME, voor rekening van de heer Pedro N. Carranza te Cayenne, Frans Guyana.


18 januari 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hamburg, 18 januari. De te Altona liggende stalen Nederlandse schoener DINA JOHANNA, vroeger te Groningen thuis behorend, groot 190 ton, is aan kapitein Henning te Este verkocht. In 1909 werd deze schoener gebouwd. (opm: is een stalen tjalk, zie ook NNO 190112)


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 18 januari. Het Nederlandse schip VOORWAARTS, van Emden naar Southampton, is bij Aldeburgh gestrand. De bemanning is gered. (opm: kapt. Van der Laan)


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Openbare vrijwillige verkoping in één zitting.
De notarissen Van der Hoeven en Kramer, residerende te Rotterdam, zijn voornemens om op dinsdag 23 januari 1912, des middags te 12 uur, in het notarishuis aan de Gelderschekade te Rotterdam, te veilen en te verkopen:
Het overdekte stalen zeil-klipperaakschip genaamd CHRISTINA, met al deszelfs staand en lopend want, roeiboot, ankers, kettingen en verdere inventaris, gebouwd te Martenshoek in 1903, in goede staat van onderhoud en volgens meetbrief groot 12721/1000 ton.
Het voormelde schip is thans liggende in de Achterhaven (Oud-Delfshaven), oostzijde, nabij de Sodafabriek te Rotterdam en kan iedere werkdag worden bezichtigd op vertoon van een toegangsbiljet, verkrijgbaar te kantore van genoemde notarissen aan de Oppert No. 155 te Rotterdam, alwaar inmiddels nadere informaties te bekomen zijn.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Harlingen, 17 januari. Het hedenmorgen naar Hull vertrokken stoomschip MIN. TAK VAN POORTVLIET is bij de stroom leidende dam door de lage waterstand aan de grond geraakt en blijven zitten.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Maassluis, 18 januari. De Nederlandse gaffelschoener CATRIENA, kapt. Brouwer, is gisteren door de stoomloodsboot voor de Waterweg op sleeptouw genomen en kwam, door het breken van de sleeptros, met de boot in aanvaring, waardoor de boegspriet van de CATRIENA verloren ging. Na weer vastgemaakt te zijn, is het aan de stoomloodsboot gelukt het vaartuig de Waterweg binnen te slepen. Het schip was op reis van Memel naar Leer.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Londen, 17 januari. Volgens telegrafisch bericht uit Baltimore is het Nederlandse stoomschip NEDERLAND aldaar aangekomen van Wilmington met schade aan de schroef door ijs. Het schip is in het dok gezet.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Het schip VOORWAARTS, kapt. Van der Laan, onderweg van Emden naar Southampton, is bij zwaar stormweer bij Dunwich gestrand. De opvarenden zijn gered. Nadere bijzonderheden ontbreken.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Naamloze Vennootschappen.
De Staats Courant No. 13 bevat de akten van oprichting van de volgende naamloze vennootschappen:
- Stoomsleepdienst “Actief II” te Groningen.
Doel is het aankopen en exploiteren van stoomsleepboten, met dien verstande evenwel, dat de vennootschap nimmer meer dan één boot te gelijk in eigendom zal hebben. Duur 28 jaren. Kapitaal NLG 6.000, verdeeld in 6 aandelen, elk groot NLG 1.000, welke alle geplaatst en volgestort zijn. Voor de eerste maal directeur de heer E. Frater Smid.
- Naamloze Vennootschap Maatschappij “Motor Schoener Oldambt” te Groningen.
Doel is het uitoefenen van vrachtvaart met motorschepen, met dien verstande evenwel, dat de vennootschap nimmer meer dan één schip in eigendom zal hebben. Duur 30 jaren. Kapitaal NLG 26.000, verdeeld in 26 aandelen, elk groot NLG 1.000. Voor de eerste maal directeur de heer J.J. Onnes.
- Stoomsleepdienst “Afina Frater” te Groningen. Doel is het aankopen en exploiteren van stoomsleepboten, met dien verstande evenwel, dat de vennootschap nimmer meer dan één boot te gelijk in eigendom zal hebben. Duur 28 jaren. Kapitaal NLG 10.000, verdeeld in 10 aandelen, elk groot NLG 1.000, welke alle geplaatst en volgestort zijn. Voor de eerste maal directeur de heer E. Frater Smid.


19 januari 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart.
De Raad voor de Scheepvaart heeft heden behandeld het ongeval, in de nacht van 5 op 6 november jl. overkomen aan het tjalkschip CATRIENA MARGRIETHA, schipper en eigenaar J. Puister te Groningen. Het schip was op reis van Krageroe naar Oldersum met een lading hout, kreeg bij Hornsriff zwaar noodweer en verloor mast, zeilen en een gedeelte van de deklast, de matroos Ernst Bolhausen verdronk, het schip werd naar de Weser en vervolgens naar Oldersum gesleept, vanwaar het na lossing naar Nederland vertrok om te repareren. Schipper Puister, als getuige gehoord, verklaarde het dienstdiploma kleine vaart te hebben: zijn schip voert 3 voorzeilen en een grootzeil, het heeft zwaarden, een roer met rad en een ruim, dat behoorlijk afgedekt kan worden en waarin 299 kub. meter geladen kan worden. Het in het ruim geladen hout was goed gestuwd; de deklast goed gesjord; het schip lag niet te diep met 1½ voet uitwatering. De deklast belemmerde het zeilen niet, alleen kon de mast niet gestreken worden. Er waren 4 man aan boord, de kok, die onbevaren was, inbegrepen. Op 5 november werd het schip onhandelbaar door zwaar stormweer, waarom getuige wat deklast overboord wierp.
De president merkte op, dat daaruit blijkt, dat de deklast te hoog is geweest. In de vooravond kreeg het schip een breker dwars, die een gedeelte van de deklast meenam; de nacht daarop wierp een tweede breker de hele deklast door elkander en sleurde de Duitse matroos overboord. De schipper kreeg het zeil om zich heen en geraakte daardoor buiten westen; toen hij weer bij kennis kwam gevoelde hij zich niet in staat het schip verder overzee te brengen. De stuurman nam het commando over; het schip werd door een sleepboot opgepikt. De verklaring van de stuurman stemde hiermee overeen.
De uitspraak volgt later.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

In het tweede jaarverslag van de N.V. Stoomvaart Maatschappij "Sophie H", alhier, zegt de directeur dat het nieuwe boekjaar aan de verwachtingen beantwoord heeft. Alleen bewogen zich in de eerste maanden van 1911 de vrachten van Zuid-Amerika voortdurend in dalende richting en aangezien het stoomschip SOPHIE H met een lading kolen van New Port naar Buenos Aires onderweg was, was men genoodzaakt een thuisvracht van Buenos Aires te accepteren, welke zo laag was, dat deze reisrekening met een verliessaldo moest worden afgesloten.
De latere reizen hebben echter ruim gelegenheid gegeven het geleden verlies weer in te halen. De bedrijfswinst bedraagt NLG 41.507, te vermeerderen met het saldo 1910 ad NLG 886, terwijl in mindering komen de diverse onkosten ad NLG 1.347, zodat er een saldo van NLG 41.046 beschikbaar blijft.
Hiervan wordt NLG 18.000 voor afschrijving bestemd en NLG 4.000 als reserve voor ketel- en reparatiefonds geboekt, terwijl aan de algemene vergadering van aandeelhouders zal worden voorgesteld het dividend te bepalen op wederom 5 pct. over het begin van dit boekjaar uitgegeven kapitaal van NLG 360.000. Een onverdeeld saldo van NLG 551 gaat dan op het nieuwe boekjaar over.
De boekwaarde van de SOPHIE H bedraagt per 31 december 1911 NLG 322.000, of uitgedrukt per ton draagvermogen plm. NLG 62,50. Gedurende dit boekjaar waren er enige averijen door aanvaring enz. De reparaties zijn voor rekening van de assurantiemaatschappijen geschied.
De aanbouw van het stoomschip ALICE H werd enigszins vertraagd. Dit stoomschip werd 19 december te water gelaten en zal tegen het einde van de maand januari door de Rotterdamsche Droogdok Maatschappij worden afgeleverd.
In de algemene vergadering van 31 januari 1911 werd toestemming verleend tot het aangaan van een lening, ter voorziening in de wegens uitbreiding van de vloot benodigde geldmiddelen.
Met de Nederlandsche Scheeps-Hypotheekbank te Rotterdam werd een overeenkomst aangegaan voor een lening groot NLG 300.000, terwijl 40 nieuwe aandelen werden uitgegeven, zodat op het ogenblik NLG 400.000 van het aandelenkapitaal geplaatst is.
De vooruitzichten voor het jaar 1912 worden in alle opzichten bemoedigend genoemd. Enige contracten, met zeer bevredigende vrachtcijfers, zijn reeds afgesloten.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Aldeburgh, 18 januari. De Nederlandse (bark?) VOORWAARTS is bij de Misner Sluice gestrand. De opvarenden, waaronder een vrouw, werden door de reddingboot gered.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 19 januari. Het stoomschip NEDERLAND, dat met losgewerkte schroef te Baltimore in het dok werd geplaatst, is gerepareerd. Morgen vertrekt het stoomschip met een lading Amerikaanse steenkool van daar naar Alexandrië.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van de firma Boele & Pot te Bolnes is te water gelaten een grote motorboot, gebouwd voor rekening van de firma Goedkoop te Amsterdam.
Te Alblasserdam is op de werf “De Noord” de kiel gelegd voor een Rijnschip, groot ongeveer 1.000 ton.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 19 januari. Het naar zee bestemde Nederlandse stoomschip BETSY ANNA kan vanwege het ijs de haven van Delfzijl niet verlaten.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Figueira, 16 januari. Zeilklaar HEIKA HARMANNA, kapt. Houwerzijl, naar Huelva.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Altona, 18 januari. Het alhier liggende stalen tjalkschip DINA JOHANNA, bevaren door kapt. Tattje, gebouwd in 1909 en metende 150 ton, is verkocht aan kapt. Henning te Este (Dld).


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Advertentie. Moesten wij voor goed 4 maanden onze broeders verliezen bij het vergaan van de OSCAR, heden trof ons weer een gevoelige slag door het verlies van ons geliefd zoontje Lammert, oud 2 jaar en 6 maanden, doch moeten ons in Gods wil schikken, wiens doel enkel wijsheid en liefde is. Hamburg, 17 januari 1912.
De diepbedroefde ouders: D. Schothorst en G. Schothorst – Voordewind.


20 januari 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Kiel, 18 januari. Bij onderzoek is gebleken, dat het hier binnengesleepte zeilschip ZEEMEEUW, kapt. Houwerzijl, geen bodemschade heeft. Na van een nieuw roer te zijn voorzien, zal de reis naar Amsterdam worden voortgezet. (Zie ons no. van 17 jan.)


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Haarlem, 20 januari. Heden overleed hier ter stede in de ouderdom van 59 jaar de heer P. Goedkoop Dzn. De overledene was sinds 23 jaar directeur van de bekende scheepswerf „Conrad" alhier.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Delfzijl, 19 januari. Het zeilschip ALPHA van G. Breedveld, is verkocht aan J. Jongst te Onstwedde voor NLG 6.000.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 10 januari. Volgens een telegram uit South Shields is het naar Antwerpen bestemde Nederlandse stoomschip OTTOLAND met defect stuurtoestel en andere schade, aldaar teruggekeerd.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 20 januari. Het stoomschip OTTOLAND zal waarschijnlijk heden de reis naar Antwerpen weer aanvaarden.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 20 januari. Volgens een telegram uit Hull is het van Newcastle on Tyne naar Catania bestemde Nederlandse stoomschip OLANDA aldaar binnengelopen en aldaar met ernstige aanvaringschade in het dok gegaan. De OLANDA is met een onbekend gebleven Frans stoomschip, dat de reis voortzette, in aanvaring geweest.
Verder vernemen wij dat de OLANDA nog niet in een droogdok is opgenomen, doch in het Alexandra Dock ligt, wachtend op de expert, die een onderzoek moet instellen. De expert vertrekt hedenavond van hier naar Hull.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 20 januari. Gisteren had op de Noordzee de proeftocht plaats van het door de Nederlandsche Scheepsbouw Maatschappij voor rekening van de Koninklijke Paketvaart Maatschappij gebouwde stoomschip VAN CLOON, volgens de hoogste klasse van Bureau Veritas. De hoofdafmetingen zijn: Lengte 383’ 6”, breedte 48’ 6”, holte 29’ 11”. Op 20’ 0” diepgang draagt dit schip 4.320 ton. De stoomwerktuigen zijn vervaardigd door de Nederlandsche Fabriek van Werktuigen en Spoorwegmaterieel alhier, volgens het triple-expansie systeem en van een vermogen van 3.200 ipk, waarmee het schip beladen een snelheid van ruim 13 Eng. mijl per uur bereiken zal. Het schip is voorzien van elektrisch licht, draadloze telegrafie, koel- en vriesinrichting en ingericht voor32 eerste klasse- en 26 tweede klasse passagiers, terwijl ruimte en inrichting aanwezig is voor een groot aantal dekpassagiers. De proeftocht slaagde in alle opzichten uitstekend en kwam het schip met de vlag van de Kon. Paketvaart Mij. in top uit zee in IJmuiden terug.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart.
De Raad voor de Scheepvaart heeft gisteren een onderzoek ingesteld naar het stranden, benoorden Ameland, op 20 december jl. van het schoener-aakschip RES NOVA, schipper-eigenaar Y. Arbeider te Groningen. Deze werd als getuige gehoord. Hij verklaarde dat de bemanning bestond uit een stuurman en een matroos; verder had hij zijn vrouw en 3 kinderen aan boord. De 7e december vertrok hij van Sonderburg met een lading gerst. 20 december zeilde men de Eems uit. De wind was toen ZZO met kalme zee en nevelig weer. Plotseling echter sloeg het weer om. Er werd 8 vadem water gelood; daarom wilde de schipper wat meer overstag gaan, doch nauwelijks was deze manoeuvre uitgevoerd of het werd dik van mist en kort daarop liep het schip vast. Boten konden niet overboord worden gezet. De noodsignalen werden van de wal af niet gezien. Mannen van de reddingboot van Nes op Ameland droegen de mensen van het schip. De schipper was overstag gegaan om wat dichter bij land te komen en verkenning te kunnen krijgen. Het schip is later afgebracht, nadat de lading overboord gezet was. De Raad zal later uitspraak doen.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

In het café van de heer J.H. Kruize te Groningen werd gisteravond verkocht het tjalkschip AMBULANT van de heer H. Boerema van Groningen. Koper werd de heer Johs. Wiltems te Hoogeveen voor NLG 5.100.


21 januari 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 20 januari. Het Nederlandse stoomschip MENADO, van Amsterdam naar Batavia, is volgens telegram uit Sabang met verlies van anker en 120 vaam ketting en verlies van een schroefblad gisteren aldaar aangekomen. Het stoomschip is onderzocht en volkomen zeewaardig bevonden; het zal de reis voortzetten.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Het Zeemanscollege “De Eendracht” te Wildervank heeft besloten zich tot de Minister van Oorlog te wenden met het verzoek, jongelingen, die enige jaren zeedienst hebben gedaan, vrij te stellen van de militieplichten, of, zo hiertegen overwegende bezwaren bestaan, de herhalingsoefeningen voor zeevarenden te stellen in de wintertijd.
Het verzoek zal in vereniging met het Zeemanscollege “Harmonie”, samen vertegenwoordigende 550 kapiteins, worden gedaan, terwijl adhesie zal worden gevraagd van Schuttevaer en andere schippersverenigingen.


22 januari 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart.
Heden heeft de Raad voor de Scheepvaart het onderzoek inzake de stranding van het motor-zeilschip SIRRA, kapt. A. Kamps, eigenaar A. Hammerstein alhier, hervat.
Op 20 november jl. is het schip geladen met steenkolen-briketten, van hier vertrokken met bestemming voor Port-de-Gilette en op 23 november gestrand op het Waldensand bij Calais.
Gehoord werd de stuurman, die verklaarde dat hij zich eigenlijk niet met de navigatie bemoeide, het Galloper vuurschip werd gepeild ten NW op 4 mijl afstand. Daarna is ZW.t.Z per kompas gestuurd. Getuige heeft nooit een deviatietafel aan boord gezien; vervolgens is Z.t.O gestuurd. Drie kwartier na die koersverandering zag getuige, die de wacht had, een wit licht met drie blinken; hij riep de kapitein, die zich niet vergewiste welk licht het was; order gaf om er boven langs te houden en weer naar beneden ging. Kort daarop strandde het schip. De Raad zal later uitspraak doen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hull, 20 januari. De steven en boegen van het stoomschip OLANDA zijn zwaar beschadigd. De voorpiek staat vol water. Het Franse stoomschip ANTOINETTE waarmee de OLANDA in aanvaring is geweest, was van Duinkerken naar de Tyne bestemd. Laatstgenoemd stoomschip zette de reis naar de Tyne voort.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Makassar, 24 december. Het wrak van de VAN NEK is gisteravond van een rif gegleden en plompverloren naar de diepte gezonken.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 22 januari. Het Nederlandse schip VOORWAARTS is vlot en te Lowestoft binnengebracht. Het roer is verloren gegaan.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Harlingen, 19 januari. Het stoomschip MIN. TAK VAN POORTVLIET kwam met het hogere watergetij van deze avond vlot en keerde in de haven terug. Morgen vertrekt de boot opnieuw naar Hull.


Krant:

 VCO - Vlissingsche Courant

Scheepsbouw. Vlissingen, 20 januari. Hedenmiddag werd van de werf van de Koninklijke Maatschappij “De Schelde” alhier met goed gevolg te water gelaten Hr.Ms. torpedobootjager JAKHALS, in aanbouw voor het Departement van Marine. Dit vaartuig is een zusterschip van de torpedobootjager BULHOND, welke de 20e december jl. van deze werf werd te water gelaten.


23 januari 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Delfzijl, 22 januari. Na afloop van de voorlopige reparatie is het stoomschip DORDRECHT heden van hier vertrokken naar Rotterdam, om aldaar te dokken.
(opm: zie ook NRC 130112, 140112, 150112 en 170112, verder AH 010212, NRC 100212)


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Lowestoft, 23 januari. Het schip VOORWAARTS kwam vlot nadat er ongeveer 10 ton lading was geworpen. Het schip is lek en zal alhier dokken.
(opm: zie ook NRC 180112, NNO 180112, NRC 190112 en NRC 220112)


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 23 januari. Door de ZW wind is het ijs, dat zich aan onze kust samengepakt had, weggedreven naar de Oost Friese kust. Het vaarwater in de haven is wederom voor het verkeer geopend. Het stoomschip DORDRECHT, dat alhier een voorlopige reparatie ondergaan heeft, kon derhalve zonder veel moeite naar Rotterdam vertrekken.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Hull, 20 januari. Het Nederlandse stoomschip OLANDA, van Shields naar Catania, is hier gedokt met zware schade aan steven en boeg en de voorpiek vol water, zijnde gisteravond 11.30 uur op 30 mijlen van Spurn in aanvaring geweest met een Frans stoomschip van Duinkerken naar de Tyne bestemd, dat de reis voortzette.


24 januari 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 23 januari. Het onlangs door de firma Berghuys aangekochte stoomschip PARIS is hedenavond onder Engelse vlag van Newcastle naar Amsterdam vertrokken. Aldaar zal het dan onder Nederlandse vlag worden gebracht.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 23 januari. Het Nederlandse stoomschip CALYPSO is te Horli in aanvaring geweest en daardoor licht beschadigd.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 24 januari. Het stoomschip BRUNSWIJK, in aanbouw voor de firma Erhardt & Dekkers alhier, dat aan de werf van de Kon. Maatschappij “De Schelde” te Vlissingen van machines wordt voorzien, stoomt heden gemeerd proef. Aanstaande vrijdag doet het de officiële proeftocht; komt dan naar hier om voor de S.H.V. te laden.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Scheepsbouw. Rotterdam, 24 januari. Van de werf van de firma Swan, Hunter and Wighan Richardson Ltd. te Wallsend, is 20 januari het voor de Rotterdamsche Lloyd in aanbouw zijnde stoomschip BURMAH (opm: moet zijn BIRMA) te water gelaten. De hoofdafmetingen zijn: Lang 400 voet, breed 501/2 voet en hol 301/2 voet. De triple-expansie machines en ketels worden door de Wallsend Slipway and Engineering Comp. Ltd. gemaakt. Het stoomschip, dat een draagvermogen heeft van 7.700 ton dwt., heeft vijf grote luiken en is voor het lossen en laden voorzien van elf stoomlieren.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 24 januari. Het onderzoek van het te Hull liggende stoomschip OLANDA is nog in gang. Hoogstwaarschijnlijk wordt het stoomschip daar voorlopig en alhier afdoende gerepareerd.


25 januari 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Zware brand te Amsterdam. Een geweldige vuurgloed aan de oostelijke hemel, die zich met grote snelheid uitbreidde en in felheid toenam, kondigde gisteravond omstreeks 7 uur een zware brand aan, welke door heel Amsterdam en in de wijde omtrek kon worden waargenomen.
De brand woedde op de uitgestrekte emplacementen van de Koninklijke Nederlandsche Fabriek van Stoomwerktuigen en Spoorwegmaterieel, die zich uitstrekken langs de Conradstraat, tussen de Oostenburgergracht en de werf Conrad van de Nederlandsche Scheepsbouw Maatschappij.
Op het achterste gedeelte van het terrein stond de zgn. timmerwerkplaats, dit is een grote houten loods, ongeveer 100 meter lang en 30 meter breed, bestaande uit twee verdiepingen. De benedenverdieping was een grote hal, waarin de spoorwagons op de chassis worden gebouwd en die tevens als houtopslagplaats diende. De bovenste verdieping bestond uit verschillende vertrekken en bevatte o.a. tekenateliers en een leerschool voor de fabrieksjongens. Vermoedelijk is in een van de schoollokalen de brand ontstaan, door welke oorzaak valt moeilijk uit te maken, daar dit gehele gedeelte van het gebouw in enkele ogenblikken in zulk een dichte rook stond, dat er niet meer in door te dringen was. Gedacht wordt aan kortsluiting als de waarschijnlijkste oorzaak.
Een uur na het uitbreken van de brand was hij bedwongen, hoewel de brandweer natuurlijk de ganse nacht de handen vol werk houdt.
De schade is moeilijk te schatten. Een van de directeuren van de fabriek deelde ons mee, dat in de timmerwerkplaats vrij veel, grotendeels afgewerkte wagons stonden, waarvan zo goed als niets meer over is, want het ganse gebouw is schoon uitgebrand.
Daar de fabriek door twee eigen centrales bediend wordt, behoeft zij niet geheel stopgezet, maar toch wel voor een groot gedeelte, nl. al de werkplaatsen, die van deze centrale de stroom betrokken. Hier staat voor tenminste NLG 75.000 aan machinerieën.
Een eerste oppervlakkig onderzoek doet hopen, dat deze niet ernstig beschadigd zijn. Doch in ieder geval zullen een 700 werklieden de eerste dagen niet aan hun gewone arbeid kunnen gaan.
Ook in de lakkerij is veel schade aangericht. Het daarnaast gelegen gebouw voor machinale houtbewerking is, dank zij het krachtig optreden van de brandweer, geheel gespaard gebleven. (opm: dit artikel is verkort weergegeven)


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 24 januari. Volgens telegram uit Santos is het Nederlandse stoomschip ZEELANDIA, van Buenos Aires naar Amsterdam, in aanvaring geweest met het van Genua naar Buenos Aires bestemde Italiaanse stoomschip ALACRITA, waardoor laatstgenoemd stoomschip zwaar en de ZEELANDIA licht beschadigd werd boven de waterlijn.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Flensburg, 23 januari. Op de 16e december jl. is het Nederlandse stoomschip APOLLO met de ebdeur van de zuidersluis te Brunsbüttelkoog in aanvaring geweest. Het Seeamt alhier, deze zaak behandelende, kwam tot de overtuiging, dat er een commando “volle kracht achteruit”, verkeerd was uitgevoerd.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Horli, 23 januari. Bij het in de haven komen is het stoomschip NEWCASTLE met het Nederlandse stoomschip CALYPSO in aanvaring geweest. Van de CALYPSO werd de verschansing en een davit beschadigd. De NEWCASTLE kreeg geen averij.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Het is thans gebleken, dat het stoomschip OLANDA, met belangrijke schade te Hull binnen, in aanvaring is geweest met het Franse stoomschip ARTHUR CAPEL. (Dit is een stoomschip groot bruto 1.039 en netto 449 register ton. Het werd het vorig jaar op de Seine gebouwd).
(opm: zie ook NRC 200112, NRC 220112 en 240112 en het RN 230112)


26 januari 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart.
De Raad heeft gisteren uitspraak gedaan in de zaak van het schoenerschip RES NOVA, schipper G. Arbeider, dat bij Ameland gestrand is. De opvarenden werden gered.
De Raad is van oordeel dat de oorzaak is het plotseling uitschieten van de ZZO wind naar het noorden en het stormweer, dat daarmee gepaard ging.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart.
De Raad heeft gisteren vervolgens uitspraak gedaan inzake de ramp, overkomen aan het Groningse stalen tjalkschip MARGRIETHA CATHARIENA (opm: moet zijn CATRIENA MAGRIETHA - NJSC, geb. 1893), waarvan op de Noordzee de mast gebroken en een gedeelte van de lading hout overboord gegaan is. Een matroos is overboord geslagen.
De Raad schrijft het ongeval toe aan zware storm en brengt hulde aan de stuurman J. Zwiers, die alle mogelijke moeite heeft gedaan om de matroos te redden en aan wie het te danken is, dat het schip in behouden haven is aangekomen.
(opm: Zie ook NNO 200112 en Kroniek 1911 – 241011)


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Delfzijl, 25 januari. De ijzeren tjalk AURORE is verkocht aan W. Jansen te West-Rhauderfehn (Pruisen). Koopprijs geheim.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 26 januari. Het stoomschip BRUNSWIJK vertrekt heden van Vlissingen naar Rotterdam (proeftocht).


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Gisteren werd van de werf van de N.V. Burgerhout’s Machinefabriek & Scheepswerf met goed gevolg te water gelaten de stalen stoomsleepboot ATLAS, lang 24, breed 5,75 en hol 2,90 meter, in aanbouw voor Hollandse rekening. Daarna werd de kiel gelegd voor een nieuwe sleepboot.


Krant:

 VCO - Vlissingsche Courant

Scheepsbouw. Van de werf van Swan, Hunter and Wighan Richardson Ltd. te Wallsend, is te water gelaten het voor de Rotterdamsche Lloyd in aanbouw zijnde stoomschip BURMAH (opm: moet zijn BIRMA), met een lading draagvermogen van 7.700 ton. De afmetingen zijn: Lengte 400 voet, breedte 501/2 voet en holte 301/2 voet.
De triple-expansie machines worden vervaardigd door de Wallsend Slipway and Engineering Comp. Ltd. Het stoomschip wordt voorzien van vijf grote luiken en van elf stoomwinches voor het vlugge laden en lossen.


Krant:

 HND - Het Nieuws van den Dag

Amsterdam, 26 januari. Het stoomschip ADONIS, van de Kon. Ned. Stoomboot Mij., dat gisteren te haf zes van IJmuiden naar Amsterdam opstoomde, is bij Buitenhuizen in het Noordzeekanaal aan de grond gevaren. Hedenmorgen vertrokken er enige sleepboten heen, om te trachten het vlot te krijgen, doch de pogingen mislukten. Het schip scheen zeer vast te zitten. De K.N.S.M. zond in de loop van de morgen een lichter om een gedeelte van de lading over te nemen. Wanneer het schip gerezen is, zal het wel spoedig vrij komen.


27 januari 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 27 januari. Het stoomschip BRUNSWIJK van de Maatschappij Stoomschip Brunswijk (directie Erhardt & Dekkers, alhier) gisteren van Vlissingen alhier aangekomen, heeft op de proeftocht ruimschoots aan alle eisen voldaan. Op de gemeten mijl werd een snelheid van 11,6 mijl behaald. Aanstaande maandag wordt dit stoomschip alhier beladen.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 27 januari. Gisteren arriveerde hier met een lading hout van Frederiksstad (Noorw.) met bestemming naar Leeuwarden de te Gasselternijveen thuis behorende koftjalk ALPHA, kapt. W. Holwerda. Genoemd schip heeft in de Noordzee zware oostelijke stormen doorstaan, waardoor het schip lek geslagen werd en voorts zware slagzij over stuurboord werd bekomen. Hierdoor kon slecht gemanoeuvreerd worden. Buiten de Eems werd het vaartuig op sleeptouw genomen door het Duitse betonningsvaartuig FRIESLAND.


28 januari 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 27 januari. Volgens een telegram uit Hamburg is het Nederlandse stoomschip PRINSES JULIANA met ijsschade en lek van Brunsbüttelkoog aldaar aangekomen. Het arriveerde te Hamburg op 26 januari.


29 januari 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hamburg, 27 januari. Het stoomschip PRINSES JULIANA zal na lossing repareren.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 29 januari. Het verleden week onder Engelse vlag te Amsterdam aangekomen stoomschip PARIS, is onder Nederlandse vlag gebracht en herdoopt in WILLY.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 28 januari. Volgens een telegram uit Mogador is het in ballast zijnde Nederlandse stoomschip AMSTEL gestrand en zit dwars, zo goed als gelijk lastig, op zandige bodem. Het achterschip rust echter op rotsen. De bemanning is aan boord gebleven, Het waait hard en er staat veel zee.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 29 januari. De Nederlandse sleepboot ZUIDERZEE vertrok gisteren van Liverpool naar Bahia met twee lichters op sleeptouw. Op iedere lichter was een duikerklok geladen.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 29 januari. Het aakschip VERTROUWEN, zaterdag van Carolinensiel met een lading tarwe bestemd voor Rotterdam, alhier aangekomen, is gedurende de laatste strenge winter op het Oost-Friese wad ingevroren. Door het schuiven van het ijs hebben de schepelingen angstige ogenblikken doorgebracht. Tweemaal heeft het ijs zich aan de zijden van het schip 7 à 8 voet boven de romp opgestapeld. Gelukkig hebben de ankers gehouden, anders was het schip zeker gestrand.


Krant:

 VCO - Vlissingsche Courant

Vlissingen, 27 januari. Een van de scheepshellingen op de werf “De Schelde” alhier wordt verlengd tot ongeveer 600 voet. In verband daarmee zal een gedeelte van het voor die helling gelegen water gedempt moeten worden, wat geschieden zal op dezelfde wijze als de Bellamykade en Pottekade gedempt zijn. Reeds is een zandzuiger aangekomen om het zand, dat van de zandbanken wordt gehaald en in bakken wordt aangevoerd, op de bestemde plaats te spuiten, met welke werkzaamheden een aanvang is gemaakt.


30 januari 1912


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Aangekochte schepen. Het door de firma W.H. Berghuys alhier aangekochte Engels stoomschip PARIS werd herdoopt in WILLY.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van de firma Gebroeders Bodewes te Lobith is te water gelaten de sleepkaan RICHARD, lang 45,50, breed 6,80 en hol 1,35 meter, gebouwd voor Duitse rekening. De kiel werd gelegd voor twee schepen van dezelfde grootte.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Verkochte schepen. Het onder voorbehoud van inspectie naar Spanje verkochte stoomschip CELAENO is nu officieel overgedragen en werd herdoopt in PRADO.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 30 januari. De zeesleepboot ATHLEET, eigenaren de heren Zwart en Frater Smit alhier, is verkocht aan de heer Ludwig Ott te Buenos Aires (Arg.). Onder Argentijnse vlag zal het worden gebezigd voor sleepdienst langs de kust. Onder bevel van kapt. John Mudrich vertrekt de boot derwaarts, met zich slepend een lichter, groot 1.800 ton, welke tegelijk steenkolen voor de sleepboot inneemt. (opm: Volgens NRC herdoopt in EMILLE)


31 januari 1912


Krant:
 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Plymouth, 27 januari. Volgens rapport is er gisteren ter hoogte van het Eddystone vuur een man van het Nederlandse schip VOORWAARTS overboord geslagen.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 31 januari. Op de met hout geladen van Frederiksstad komende Nederlandse koftjalk ALPHA, kapt. W. Holwerda, welke de 26e januari jl. met zware slagzij voor de Eems door het Duitse regeringsvaartuig FRIESLAND op sleeptouw werd genomen en alhier werd binnengebracht, is vanwege het sleeploon beslag gelegd. Naar verluidt bedraagt de eis 10.000 Mark.


01 februari 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Delfzijl, 31 januari. Het aakschip EBENHAEZER II van H. Minke is verkocht aan H. Koch in Delfzijl voor NLG 9.000.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

N.V. Houtvaart. Aan het verslag over 1911 van de N.V. Houtvaart alhier, uitgebracht in de heden gehouden jaarlijkse algemene vergadering van aandeelhouders, is het volgende ontleend:
Het stoomschip VLUG deed 9 reizen op de Oostzee en werd met ingang van december voor 4 maanden op timecharter verhuurd aan een Duitse firma. Op 27 april strandde het stoomschip VLUG in de Sont op de uitreis in de nabijheid van Kopenhagen, doch kwam met geringe schade weer vlot, zodat de boot na het ondergaan van een voorlopige reparatie te Kopenhagen, de Oostzee rondreis kon volvoeren, waarna ze te Rotterdam definitief werd gerepareerd. De schade werd geheel door de assurantie gedekt.
In juni werd een tweede stoomschip besteld bij de firma A. Vuyk & Zonen te Capelle a/d IJssel. Dit zal in mei a.s. in de vaart komen.
De directie stelde tevens aan de vergadering voor haar te machtigen met dezelfde werf te contracteren voor nog een stoomschip van dezelfde afmetingen als het eerstgenoemde, welk voorstel werd aangenomen.
De exploitatierekening liet een voordelig saldo van NLG 21.737, te vermeerderen met het saldo a.p., groot NLG 93. De onkosten beliepen NLG 1.991, de inspectiekosten van het stoomschip SIRDAR NLG 1.347, terwijl voor interest NLG 1.346 verschuldigd was, zodat de winst zich op NLG 16.324 stelt. Hiervan wordt 5 procent of NLG 5.000 afgeschreven op de boekwaarde van het stoomschip VLUG, NLG 4.688 toegevoegd aan het vernieuwingsfonds en 10 (vorig jaar 71/2) procent dividend uitgekeerd over NLG 60.000. Het geplaatste aandelenkapitaal is in het afgelopen jaar vergroot tot NLG 123.000, waarop nog te storten NLG 11.500.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart.
Hedenmiddag behandelde de Raad voor Scheepvaart de zaak van de aanvaring op 13 januari jl. nabij het buiten Elbe-vuurschip van het stoomschip DORDRECHT, kapitein D. Visser te Schiermonnikoog. Het schip is het eigendom van de Rederij Stoomvaart Maatschappij “De Maas" te Rotterdam. Na voorlezing van de scheepsverklaring, die door de vier getuigen werd bevestigd, werd als eerste getuige gehoord kapitein D. Visser. Hij verklaart, dat de DORDRECHT 2.151 bruto registerton bedraagt. Hij was gedurende 2 jaren en 3 maanden kapitein van het schip. Op de 12e januari ‘s middags omstreeks twee uur werd vertrokken van Hamburg. Het schip had ballast aan boord. Er viel een fijne motregen, de wind was oostelijk tot OZO. Des avonds om half negen werd voorbij Cuxhaven gestoomd en bij het Elbe vuurschip No. 1 koers gezet naar Jaro. Aan het eind van de hondenwacht was het schip 59 mijlen van de “Elbe 1" verwijderd. ‘s Morgens vroeg was het zicht niet mooi. Vóór het vertrek was de stoomfluit nog beproefd; deze was in orde, evenals de klok en de misthoorn. ‘s Nachts om vier uur vijftien minuten had de kapitein de wacht overgegeven aan de eerste stuurman. Hij had reeds naar beneden gefloten, dat wat langzamer gelopen moest worden. Toen hij was gaan rusten hoorde hij de stoomfluit voortdurend gaan en van andere schepen werden geen signalen vernomen. Om 4 uur 55 minuten geschiedde de aanvaring. De kapitein vloog toen aan dek en van het aangevaren zeilschip ANTOINETTE zag hij de voormast en het voortuig. Het was toen tamelijk mistig. De lantaarns waren ‘s middags omstreeks vier uur opgestoken. Aan boord waren geen wissellantaarns voorhanden. De lantaarns brandden wel twee nachten lang. Terstond na de aanvaring heeft de kapitein laten stoppen, toen hij op de brug kwam. Dek 1 werd leeggepompt. De bootsman van de DORDRECHT raakte in zijn kooi, die onder het lichtschip midscheeps was gelegen, bekneld. Binnendoor kon men er niet bij om hem te redden; de man werd later levenloos uit zijn hut gehaald. De donkeyman beliep kneuzingen, doch zijn toestand was niet levensgevaarlijk.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Op de werf van de firma L. Smit & Zoon te Kinderdijk is de kiel gelegd voor een hopper-zandzuiger, te bouwen voor Nederlandse rekening.
Van de werf van de firma L. Smit & Zoon te Kinderdijk is te water gelaten een hopper-zandzuiger, bestemd voor de haven van Soerabaja.


02 februari 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Zeelieden. Naar wij vernemen, hebben de Amsterdamse vrachtvaartrederijen, welke sedert 1 januari zijn aangesloten bij de Scheepvaartvereeniging te Rotterdam, in een gisteren alhier gehouden bijeenkomst, in overleg met het bestuur van de Scheepvaartvereeniging, besloten, met ingang van gisteren de gages van de schepelingen in overeenstemming te brengen met het bepaalde in de collectieve arbeidsovereenkomst, tussen de Scheepvaartvereeniging en de Nederlandsche zeemansvereniging Volharding te Rotterdam, gesloten.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart.
De Raad voor de Scheepvaart te Amsterdam heeft gisteren behandeld de aanvaring op 13 januari jl. nabij het buiten Elbevuurschip tussen het van Hamburg komende stoomschip DORDRECHT van de Stoomvaart Mij. “De Maas” te Rotterdam en een zeilschip, dat later gebleken is ANTOINETTE te heten en dat deze aanvaring te Shields gerapporteerd heeft. De kapitein D. Visser, als eerste getuige gehoord, bevestigde de scheepsverklaring, waaraan wij het volgende ontlenen:
De DORDRECHT voer in ballast, en maakt dan volle vaart 10 mijl. Bij het Elbe-vuurschip I had ze koers naar Yaro gezet; op het ogenblik van de aanvaring was ze 59 mijl NNW van het vuurschip verwijderd. Het was mottig en een weinig heiig; er werden mistsignalen gegeven. Reeds op de rivier waren de lantaarns aangestoken. Des nachts om 4 uur heeft de kapitein de wacht overgegeven, doch is nog enige tijd op de brug gebleven, het schip liep toen minder vaart omdat de vuren schoongemaakt moesten worden. De kapitein is kort voor de aanvaring naar de kaartenkamer gegaan; toen hij echter enige tijd gelegen had, schrikte hij op doordat de stuurman schreeuwde: “hard bakboord". De kapitein vloog naar de brug en kwam daar op het ogenblik, dat de aanvaring plaats had. Aan bakboord zag hij op één streek een zeilschip; het volgende ogenblik botsten de schepen. De stoomfluit van de DORDRECHT had voortdurend signalen gegeven. Vóór de aanvaring lag het roer van de DORDRECHT hard stuurboord. Voordat er achteruit geslagen kon worden, zaten de schepen reeds op elkaar. Van het zeilschip was een groene lantaarn gezien. De DORDRECHT beliep ernstige schade. Het opperdek was van voren aan bakboord gespleten; de huid vertoonde een grote, diepe scheur. Onmiddellijk is een tank leeggepompt om die scheur geheel boven de waterlijn te brengen, wat gelukte. Het schip heeft geen water gemaakt. De bootsman W. Koolman Is dood gevonden in zijn hut, waarvan de deur rond gebogen en plat geknepen was. Het lijk heeft men eerst twee dagen later te voorschijn kunnen brengen. Door een van de poorten kon men eerst slechts zijn hand bereiken; men voelde dat die stijf en koud was. De donkeyman was zwaar, maar niet dodelijk gewond.
De kapitein heeft onmiddellijk de boten tot op de reling laten strijken. Na de aanvaring is gestopt; het anker kon niet gepresenteerd worden, omdat het door de aanvaring uitgelopen was. Op het ogenblik van de aanvaring liep de DORDRECHT 4 á 5½ mijl. Voor de aanvaring zijn van de tegenligger geen mistsignalen gehoord. Het zeilschip had alle zeilen bij; dat het zeer veel vaart liep, blijkt uit het grote gat, dat in de DORDRECHT gestoten is.
Aan de veel te grote vaart van het zeilschip bij dikke mist en vrij stijve bries schrijft de bemanning van de DORDRECHT de aanvaring toe.
De kapitein, nader gehoord, zei nog, dat de DORDRECHT op het ogenblik van de aanvaring 5 à 6 mijl gelopen heeft. De president noemde dit bij mist een bedenkelijke vaart. De kapitein verklaarde nog, dat de lantaarns van 4 uur 's middags gebrand hadden. Er is een verwisselstel aan boord. Wanneer blijkt, dat ze minder helder worden, worden ze voorzien. De president meende, dat het dan al te laat is. Getuige merkte op, dat de lantaarns helder brandden. Het aanvarende schip was een viermastschip. Getuige was van 's middags 2 uur af aan dek geweest. Hij kwam te laat op de brug om nog iets te doen. De telegraaf stond op volle kracht, doch het schip liep minder, omdat er minder stoom stond, daar men in de machinekamer bezig was de vuren schoon te maken.
De stuurman, vervolgens gehoord, schat de gelopen vaart op 4 of 5 mijl. Dit acht hij een matige vaart. De ANTOINETTE zag hij het eerst op 3 streken aan bakboord.
Er waren slechts 3 man op wacht. Als de lantaarns moesten verwisseld worden, zou het nodig zijn, dat de uitkijk de andere lantaarns haalde. De kapitein verklaart nog in de kaartenkamer te zijn gegaan om wat te rusten. Dit heeft hij de stuurman gezegd. De stuurman zegt het zo te hebben opgevat, dat de kapitein op de brug was. Hij gevoelde zich echter de verantwoordelijke persoon. Verder verklaart hij nog de ANTOINETTE het eerst op een scheepslengte afstand gezien te hebben. Hij heeft het heklicht na de aanvaring zien verdwijnen; dit was groen. Op zijn roepen kreeg hij van de ANTOINETTE geen antwoord.
De tweede machinist verklaarde, dat de stoom uit zichzelf gezakt was sinds 4 uur tot een drukking van 125 pond. Daarna is hij op 110 gezakt toen de afsluiting op ¼ dichtgedraaid was omdat de vuren moesten worden schoongemaakt. De kapitein had hem door de spreekbuis gewaarschuwd, dat er aanstonds zachter gedraaid moest worden, waarop getuige had geantwoord, dat de stoom al gezakt was; dit was dus op de brug bekend. De schroef maakte op het ogenblik van de aanvaring 66 omwentelingen per minuut.
Tenslotte werd gehoord de matroos Van Leeuwen, die uitkijk op de bak had. Hij vertoont een dokterscertificaat van verleden week, dat zijn ogen en oren goed zijn. Om 5 uur had hij de bak moeten verlaten om de roerganger af te lossen. Hij is echter op zijn hoogst twee minuten vroeger van de bak gegaan. Juist toen hij midscheeps kwam had de aanvaring plaats. De glazen hadden toen nog niet geslagen. Nadat de verhoren afgelopen waren gaf de inspecteur voor de scheepvaart, de heer Schaap, als zijn mening te kennen, dat de aanvaring werkelijk veroorzaakt is door het teveel vaart lopen van de ANTOINETTE bij dikke mist en duisternis, al zijn er ook op de DORDRECHT fouten gemaakt en al is er wel iets op aan te merken, dat de telegraaf van de DORDRECHT op volle kracht heeft gestaan. De betekenis van dit laatste wordt echter minder ernstig door de afspraak tussen brug en machinekamer in verband met het gezakt zijn van de stoomdrukking.
Het onderzoek werd daarna voorlopig gesloten.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Nieuwe stoomschepen. Hardinxveld, 1 februari. Heden werd van de werf “De Merwede” van de firma Van Vliet & Co. alhier met goed gevolg te water gelaten een stalen zeestoomschip No. 97, lang 173’2” x 28’6” x 13’6” van het raised quarterdeck type, gebouwd onder speciaal survey Lloyds 100 A1 en voor rekening van een Engelse firma. Direct daarna werd de kiel gelegd voor een dito zeestoomschip No. 99 van dezelfde afmetingen en voor rekening van dezelfde firma.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Scheepsbouw. Bolnes, 1 februari. Van de werf van de Gebr. Pot, scheepsbouwmeesters alhier, is heden met goed gevolg te water gelaten een stalen passagiers- en goederenboot, bestemd voor de Amazone rivier in Zuid Amerika. Dit is de eerste van de drie, die op deze werf gebouwd moeten worden. De lengte is 70 meter, de breedte 12 meter en de holte 3½ meter. De totale hoogte van vlak tot zonnedek is plm. 12 meter. Deze boot zal voortgestuwd worden door 2 machines, elk van 600 pk.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Op de werf van de firma J. & K. Smit te Krimpen a/d Lek is de kiel gelegd voor een sleepboot (opm: CHARLOIS), te bouwen voor Nederlandse rekening. De sleepboot krijgt de volgende afmetingen: lengte 22 meter, breedte 5,60 en holte 2,90 meter.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf “Vooruit” te Enkhuizen is met goed gevolg van stapel gelopen de ijzeren sleepkaan ADRIANUS, lang 57 meter, breed 8,05 meter en diep 2,25 meter voor de heer W.G. Geurts te Druten. Daarna werd de kiel gelegd voor een ijzeren sleepkaan, groot 600 ton voor rekening van de heer Jac. Noels te Dordrecht.


Krant:

 VCO - Vlissingsche Courant

Vlissingen, 1 februari. Het gouvernementsstoomschip ALBATROS, gebouwd aan de werf van de Koninklijke Maatschappij “De Schelde” alhier, wordt morgen door de directie van de Marine overgenomen en vertrekt begin volgende week naar Indië.


03 februari 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 2 februari. Volgens een bericht van 20 januari van Saffi via Mogador alhier ontvangen wordt nog nader gemeld, dat er een rots door de bodem van het stoomschip AMSTEL is gedrongen en dat de ballasttank lekt. In het achterruim staat water doch de overige ruimen zijn niet lek. Het ankerspil is gebroken. Er bestaat nog een mogelijkheid het stoomschip te bergen, doch er moet geen tijd verloren gaan. De onkosten en de risico’s zijn groot. Het stoomschip zit in gevaarlijke toestand en het is niet met zekerheid te bepalen wanneer het kan worden geborgen. Bergingsmateriaal is vanuit Gibraltar en een expert is 29 januari vanuit Parijs naar de strandingsplaats vertrokken.


04 februari 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 3 februari. Volgens telegram uit Tonnay Charente is het Nederlandse stoomschip VEERHAVEN de rivier afvarende, aan de grond geraakt, doch met wassend water, licht beschadigd, weer vlot gekomen. Het is te Rochefort in het dok gegaan.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

De SOLO ligt niet meer evenwijdig met de kust. Dirkzwager’s Bergingsmaatschappij heeft de laatste tijd vooral, nu de wind eindelijk weer eens gunstig was voor het doel, hard gewerkt aan de bevrijding van het gestrande schip. De kop is wel vijftig meter omgetrokken en het schip is enige meters vooruit gekomen. Donderdag was de wind zo gunstig, dat men alle hoop had, het de volgende dag een heel eind te zullen brengen, maar jawel. Omstreeks twee uur, toen het hoog water was, stond er een stuk water minder dan de dag tevoren. De wind was omgelopen, joeg het water, het zo hoog nodige water, terug en maakte dat er niets gebeuren kon. Aan boord komen ging niet meer. Daar zaten, hoog en droog, de gasten van de heer Dirkzwager tot een uur of zes veilig opgeborgen. Voordat er van aftrekken van het schip iets komen kan, moet het nog dertig meter om.


05 februari 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 5 februari. Hedenmorgen is van het Ministerie van Buitenlandse Zaken, door tussenkomst van Hr.Ms. gezant te Tanger, bericht ontvangen dat de bemanning van het stoomschip AMSTEL zich in veiligheid bevindt en de komst van bergingsmaterieel afwacht.


06 februari 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 5 februari. Heden is het Nederlandse stoomschip DORDRECHT, dat voor enige tijd met het zeilschip ANTOINETTE in aanvaring is geweest, alhier in het dok van de Rotterdamsche Droogdok Maatschappij opgenomen om te worden onderzocht en te repareren. Naar wij verder vernemen is het stoomschip nogal belangrijk beschadigd.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Tonnay Charente, 3 februari. Het stoomschip VEERHAVEN is onderzocht en bleek ogenschijnlijk alleen een klein stuk van een schroefblad te hebben gebroken.


Krant:

 VCO - Vlissingsche Courant

Vlissingen, 5 februari. Het stoomschip SCHOUWEN van de Provinciale Stoomboot Dienst op de Oosterschelde, gebouwd op J. & K. Smit’s Scheepswerven te Kinderdijk, heeft heden op de Westerschelde de officiële proeftocht gehouden, welke in alle opzichten uitstekend is geslaagd. Zowel schip als machines voldeden ruimschoots aan de gestelde eisen.


07 februari 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 6 februari. Volgens een telegram van de kapitein van het stoomschip AMSTEL slipten de ankers en daarna is het stoomschip door storm op het strand geslagen. Het stoomschip lekt voor en achter. De machinekamer is droog. Verder seinde hij dat hij hoopte het stoomschip vlot te brengen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Delfzijl, 7 februari. De 2-mast schoener NEERLANDIA, eigenaar A. Nieveen te Stadskanaal, is onderhands verkocht aan de heer J. Mellema te Wildervank.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 7 februari. De Nederlandse sleepboten ROODE ZEE en ZWARTE ZEE vertrokken heden met een droogdok (16.600 ton) van Port Mahon naar Monfalcone.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Delfzijl, 6 februari. Met een sleepboot is heden het ijs in de haven losgemaakt. Het stoomschip BOR, dat 1 februari binnenkwam, zal nu worden gelost.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 7 februari. Volgens een telegram uit Trelleborg zijn de Sont en het Kattegat door ijs gesloten.
Volgens een telegram van het bestuur van het Kaiser Wilhelm Kanaal aan de Duitse bladen is het, trots het buitengewone sterke ijs, voor krachtige stoomschepen nog mogelijk het kanaal te passeren.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Op de werf van de firma Gebr. Pot te Bolnes is de kiel gelegd voor een lichter voor de firma Wm. H. Müller & Co. te Rotterdam.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf “Vooruit” te Enkhuizen is te water gelaten de ijzeren sleepkaan ADRIANA, gebouwd voor de heer W.G. Geurts te Druten.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van de firma J. van Limborgh & Zonen te Lekkerkerk is te water gelaten een staal-ijzeren boeieraak van ongeveer 25 last, gebouwd voor Nederlandse rekening (opm: LYDIA voor Hendrik Schouten, Capelle a/d IJssel). De kiel werd gelegd voor een aak (opm: boeieraak WILHELMINA voor rekening van M. v.d. Voorde, Oud-Beijerland).


08 februari 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart.
De Raad voor de Scheepvaart heeft heden een onderzoek ingesteld naar het vastlopen van het stoomschip POELDIJK, rederij Solleveld, v.d. Meer en Van Hattum te Rotterdam, kapt. J.R. de Vries. Op 12 december is dit schip, op reis van Carthago naar Rotterdam, met een lading ijzererts, vastgelopen op een bank bij Europa Point.
De gezagvoerder, als getuige gehoord, verklaarde, dat het kompas in verband met de aard van de lading, geen afwijking vertoonde. Na vertrek van La Goulette werd koers gezet naar de Straat van Gibraltar. De lucht was die avond inktzwart en er viel regen, doch het zicht was goed; de lantaarns brandden helder. Omdat getuige het vuur van Gibraltar niet zag, is hij ’s avonds negen uur halve kracht gaan stomen en met die vaart is hij ook vastgelopen. De opgegeven koersen bleken de Raad bij onderzoek juist te zijn. De kapitein kan van de stranding geen verklaring geven. Er moet een stroom van 2 mijlen per uur om het NW hebben gelopen; het schip heeft geen averij belopen en is met eigen middelen weer los gekomen. De Raad zal later uitspraak doen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Stettin, 7 februari. Zeven grote kruisers forceerden gisteren het ijs in de Grote Belt en stoomden door de ijsmassa. Meerdere ingevroren schepen werden daardoor vrij.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Kustendje, 2 februari. Het van Antwerpen komende en te Rotterdam thuis behorende stoomschip LA HESBAYE heeft volgens rapport 18 januari, op 10 mijl zuid van Kustendje op een onder water liggend voorwerp gestoten, waardoor de pompzode onder de pompkamer water ging maken. Tank No. 1 heeft bodemschade en verscheiden pijpen in de pompkamer zijn gebroken. Een expertise is gehouden en voorlopige reparaties zijn vereist en daarna is een bewijs van zeewaardigheid verstrekt.


09 februari 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 8 februari. Volgens een telegram uit Dartmouth is het van Rotterdam naar St. Nazaire bestemde Nederlandse stoomschip LAURA met schade aldaar binnengelopen. De boten zijn ingeslagen en het stuurtoestel is defect.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 9 februari. In aansluiting met ons bericht over het stoomschip LAURA kunnen wij U nog meedelen, dat het stoomschip door het slechte weer reeds 3 dagen vertraging had. Verder werd ons nog meegedeeld dat er twee man overboord zijn geslagen, namelijk de bootsman P.J. Nieuwenhuis van Rotterdam en de matroos S. Bigstraten van Den Helder.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 9 februari. De Nederlandse sleepboot MAAS met de bakkenzuiger PICAO, van Schiedam naar Pernambuco, arriveerde heden met alles wel ter bestemming.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Maassluis, 9 februari. Van het hedennacht alhier binnen gekomen stoomschip SOESTDYK is 3 februari in de Atlantische Oceaan de kapitein overboord geslagen en verdronken.


10 februari 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Delfzijl, 9 februari. Het ijzeren tjalkschip CORMORAN, eigenaar Pronk, thuis behorende te Hoogezand, is verkocht aan de heer R. Dost te Groningen voor NLG 9.000.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 10 februari. Het Nederlandse stoomschip FOLMINA, thans te Bremen liggende, is naar Italië verkocht. Het stoomschip FOLMINA, in 1899 te Sunderland voor de Holland Gulf Stoomvaart Maatschappij gebouwd, is groot bruto 3.638 en netto 2.339 register ton.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 10 februari. Het te Dartmouth binnengelopen stoomschip LAURA zal ongeveer 3 dagen oponthoud hebben.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hollandsche Stoomboot Maatschappij.
Zoals reeds in het Avondblad gemeld, gaat de Hollandsche Stoomboot Maatschappij te Amsterdam over tot de uitgifte van NLG 400.000 gewone aandelen, waarop tegen 105 procent de inschrijving wordt opengesteld bij de heren Van Loon & Co. aldaar. De aandelen genieten het volle dividend over 1912. In de toelichting tot het prospectus wordt eraan herinnerd, dat de Maatschappij werd opgericht in 1883 met een kapitaal van NLG 600.000. In 1891 werd een 5 procent obligatielening aangegaan, groot NLG 250.000, waarvan per resto NLG 77.000 uitstaat. Het maatschappelijk kapitaal werd in 1899 vergroot tot NLG 1.000.000 in 1900 tot NLG 2.200.000 en in 1910 tot NLG 2.250.000, waarvan NLG 50.000 preferente aandelen. Hiervan zijn geplaatst met inbegrip van de onderhavige uitgifte NLG 1.800.000 gewone en NLG 25.000 preferente aandelen. De preferente aandelen zijn in het bezit van de Hollandsche IJzeren Spoorweg Maatschappij, de Nederlandsche Handel Mij. en van de heren Van Loon & Co.
Het bedrijf, dat zich oorspronkelijk tot een weekdienst op Londen bepaalde, heeft zich gedurende de laatste 15 jaren uitgebreid tot het onderhouden van een 5-tal regelmatige lijnen in samenwerking met verschillende Engelse stoomvaart maatschappijen, op de havens: Londen, Hull, Edinburgh, Glasgow, Plymouth, Fowey, Bristol, Swansea. Deze uitbreiding van de stoomvaartlijnen heeft een krachtige ontwikkeling van de Maatschappij ten gevolge gehad en is ook ten goede gekomen aan de resultaten van het bedrijf. Het steeds toenemend verkeer eist echter meer scheepsruimte, waardoor versterking van de geldmiddelen nodig is. Van de aankoopprijs van de thans varende 7 stoomschepen ad NLG 1.956.403 zal na de afschrijving over 1912 ongeveer NLG 883.000 zijn afgeschreven. Het dividend bedroeg over de laatste jaren geregeld 7 procent. Voor zover thans te beoordelen, zijn de resultaten over het afgelopen jaar niet minder gunstig en ook voor het jaar 1912 laten zich de vooruitzichten volgens het prospectus goed aanzien. De Maatschappij bezat op 1 januari 1911 NLG 289.332 aan reserves.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart.
De Raad voor de Scheepvaart te Amsterdam heeft gisteren de volgende uitspraken gedaan:
Stranding van de ZEESTER.
Op 10 augustus is het stoomschip ZEESTER, schipper en eigenaar J.J. de Groot te Kampen, geladen met cement, op de Jutse kust gestrand. Dit is te wijten aan de schipper, daar hij het commando alvorens te gaan rusten heeft overgelaten aan een door hemzelf onbekwaam genoemde stuurman, zonder hem de nodige orders te hebben gegeven.
De schipper wordt deswege gestraft met de straf van berisping.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart. Aanvaring stoomschepen AUGUSTUS en WILIS.
Op 7 oktober 1911 is in de Nieuwe Maas, nabij de Kruithaven het Stettinse stoomschip AUGUSTUS (binnenvarend), gezagvoerder E. Jochemsen, in aanvaring geweest met het uitgaande stoomschip WILIS van de Rotterdamsche Lloyd. De Raad wijt de aanvaring aan het niet opvolgen van de verkeersvoorschriften door de AUGUSTUS; de WILIS heeft ze wel in acht genomen. Dat de fluitsignalen van de WILIS op de AUGUSTUS niet gehoord zijn, is onverklaarbaar. Voor de WILIS bestond geen aanleiding om anders te handelen dan ze gedaan heeft, zolang haar niet gebleken was dat de AUGUSTUS uit noodzaak zich aan de bestaande voorschriften niet hield.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart. Aanvaring DORDRECHT en ANTOINETTE.
In de nacht van 23 januari werd bij het Buiten-Elbe vuurschip het stoomschip DORDRECHT, rederij Stoomvaartmaatschappij De Maas te Rotterdam, kapitein D. Visser, aangevaren door het Franse barkschip ANTOINETTE. De bootsman van de DORDRECHT werd in zijn hut dood gevonden, een donkeyman was zwaar gekwetst. De Raad constateert in zijn uitspraak dat van de ANTOINETTE generlei gegevens omtrent de aanvaring verkregen konden worden. Doch ook zonder deze gegevens staat het vast dat de ANTOINETTE in het duister, bij mistig weer sneller dan met de in die omstandigheden voorgeschreven matige vaart heeft gelopen. Ook de DORDRECHT echter heeft aanzienlijk sneller dan 4 à 5 zeemijlen gelopen. Om dit te bemantelen Is in het dek-journaal geradeerd, en in het machinekamer-journaal iets bijgeschreven over het schoonmaken van vuren, waardoor de stoomdrukking verminderd zou zijn geweest zodat het schip, al stond de telegraaf op volle kracht, inderdaad niet met zijn grootste vaart zou hebben gelopen. Doordat de beide schepen te veel vaart hadden, kon de aanvaring niet meer door welke manoeuvre ook worden voorkomen, toen zij elkander zagen. Streng te veroordelen is de wijze waarop op de DORDRECHT uitkijk is gehouden. De gezagvoerder liet de dienst aan dek over aan 3 man, terwijl er minstens vier moeten zijn. Het gevolg was dat bij het verwisselen van de functies van uitkijk op de bak en roerganger het schip enige ogenblikken zonder uitkijk was. De eerste stuurman droeg de verantwoordelijkheid voor de gelopen vaart; tot zijn verontschuldiging is slechts aan te voeren dat hij niet anders deed dan zijn kapitein vóór hem.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart. Het vergaan van de ZAANSTROOM.
In de nacht van 21 op 22 december is het stoomschip ZAANSTROOM, kapt. J. Kruyshoop, van de Kon. Hollandsche Stoomboot Maatschappij, op de thuisreis naar Amsterdam in het Engels Kanaal lek geraakt en gezonken. Een donkeyman vond de dood in de golven. Het onderzoek heeft de Raad niet kunnen doen ontdekken, ten gevolge van welk feit er water in het achterschip is gekomen. De wijze van belading van het schip was echter een zodanige, dat weer en zee niet buitengewoon ruw behoefden te zijn, om een ongeluk als dat hetwelk heeft plaats gehad in de hand te werken. Voor stak het schip 14 voet, achter 18 voet en 3 duim; en achter was slechts een paar voet uitwatering, wat in dit jaargetijde gevaarlijk is. Het gedrag van de gezagvoerder en de maatregelen, door hem genomen, om het schip nog te behouden, verdienen grote waardering. Ware de machine, gelijk hij bevolen heeft, gestopt geworden, dan ware het neerlaten van de reddingboten veel gemakkelijker gegaan en had niemand het meer in zijn hoofd gekregen om, reeds in een van de reddingboten zijnde, die echter niet los kon worden gemaakt, weer redding op het zinkende schip te zoeken. De stuurman Zorgdrager, die commandant was van de bakboordsloep, had beter gedaan, als hij daarin niet het verkeerde voorbeeld aan anderen had gegeven, bovendien de aan zijn leiding toevertrouwde sloep aldus zonder commando achterlatende.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Nieuwe stoomschepen. Rotterdam, 10 februari. Naar wij vernemen zullen de door de Koninklijke Hollandsche Lloyd te Amsterdam nieuw bestelde passagiersschepen GELRIA en TUBANTIA worden genoemd. Het eerste zal vermoedelijk in april van het volgende jaar zijn eerste reis naar Zuid Amerika kunnen aanvaarden.
Met het tweede stoomschip, de TUBANTIA, zal bij tijdige aflevering in de tweede helft van juli 1913 een reis van circa 3 weken naar de Noordkaap worden ondernomen. Dit schip aanvaardt in september daarna zijn eerste reis naar Zuid Amerika, van welk tijdstip af de passagiersdienst tot een 14-daagse wordt uitgebreid.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Ontbinding Vennootschap.
De bestaande vennootschap onder de firma “Scheepsbouwmaatschappij, voorheen B. de Groot”, gevestigd te Vrijenban bij Delft, aangegaan tussen de heren Dirk Forma Junior te Delft; Gerhardus Elias de Groot te Vrijenban bij Delft; Daniel de Groot en Anthony van Vliet, beiden te Slikkerveer, gemeente Ridderkerk, ten doel hebbende het uitoefenen van het scheepsbouwbedrijf, het kopen en verkopen, zomede het verhuren van schepen en vaartuigen, benevens het optreden als expert en als agenten van assuranties in verband met scheepsaangelegenheden, alsmede het maken van ijzerconstructies, is bij akte de zes en twintigste januari negentienhonderd twaalf voor notaris Eelman te ’s-Gravenhage verleden, ingeschreven ter griffie van het kantongerecht te Delft, de zesde februari 1912, ontbonden sedert een januari negentienhonderd twaalf.
De liquidatie van de ontbonden vennootschap zal geschieden door de heer Bastiaan de Groot, scheepsbouwmeester te Vrijenban.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Scheepsbouw. Delfzijl, 10 februari. Binnenkort zal door de firma Gebr. Niestern te Farmsum, op het terrein dat zij thans als scheepswerf in het gebruik hebben een werk worden ondernomen, dat de gehele scheepvaart ten goede zal komen. Er zal n.l. in dat terrein een soort dok worden gegraven, met afmetingen van 90 bij 40 meter, hetwelk door een kanaal met het Eemskanaal in verbinding zal worden gesteld. De wallen van dit dok krijgen glooiingen, waarlangs rails gelegd worden, waarover zogenaamde patentwagens zullen lopen. Hierdoor verkrijgt men een dwarshelling van de nieuwste constructie, waardoor schepen van plm. 85 meter zonder moeilijkheden op het droge gebracht kunnen worden. Met maart a.s. denkt men met het werk te beginnen en er klaar mee te zijn tegen de maand juni. Alsdan zullen averij-schepen die hier binnen mochten vallen om te repareren en vele andere vaartuigen, die van hier bij gebrek van gelegenheid naar elders moeten gaan voor herstelling, van deze gelegenheid profiteren.
Hieraan moet nog toegevoegd worden dat de uitgegraven grond gebruikt zal worden voor het leggen van dijken om het dok.


11 februari 1912


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Gisteren werd met goed gevolg door de Rotterdamsche Droogdok Maatschappij te water gelaten het schroefstoomschip OOSTDIJK, in aanbouw voor Solleveld, Van der Meer & Th. Van Hattem’s Stoomvaart Maatschappij te Rotterdam. De hoofdafmetingen zijn: Lang 325, breed 47 en hol 24.2 voet. Het laadvermogen bedraagt 5.250 ton. Het schip is gebouwd volgens Lloyds hoogste klasse en wordt voorzien van werktuigen met een vermogen van 1.250 ipk.


12 februari 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

IJmuiden, 11 februari. Het stoomschip ISTRAR, liggende *) in het Noordzeekanaal is met het van Amsterdam komende stoomschip BETSY ANNA, tijdens mist, in aanvaring geweest. Het laatste stoomschip keerde ernstig beschadigd naar Amsterdam terug. De ISTRAR beliep ook averij. - *) Van andere zijde wordt gemeld, dat het stoomschip ISTRAR opvarende was en dat de BETSY ANNA schade aan het voorschip beliep.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 12 februari. Volgens nadere berichten is het stuurboord anker van het stoomschip ISTRAR door de aanvaring met het stoomschip BETSY ANNA losgerukt en op het laatstgenoemde stoomschip gevallen, die het naar Amsterdam heeft meegenomen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 12 februari. De gezagvoerder van het stoomschip AMSTEL heeft uit Mogador aan zijn rederij geseind, dat het stoomschip bij laag water hoog en droog, doch in goede positie zit. De bodem is zwaar beschadigd en de machines hebben geleden. De bemanning is nu aan boord. Het is stormweer en assistentie is niet aanwezig.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 12 februari. Het stoomschip LAURA, dat met schade te Dartmouth binnenliep, vertrok gisteren vandaar naar St. Nazaire.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Een gezagvoerder verdronken. Het vracht stoomschip SOESTDYK van de Holland Amerika Lijn arriveerde gisternacht 1 uur in de Nieuwe Waterweg, komende van New York. De eerste stuurman, die het bevel voerde, rapporteerde bij aankomst te Rotterdam, dat de gezagvoerder kapt. C. Zwaan, zaterdag 3 februari jl. in de Atlantische Oceaan, vermoedelijk door een duizeling bevangen, over de reling in zee is gestort en verdronken. De ongelukkige was ongehuwd.


13 februari 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 12 februari. Het stoomschip BETSY ANNA is om te repareren naar het Koninginnedok vertrokken. (opm: Zie ook NRC 120212)


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 13 februari. Volgens een telegram uit Seaham is het Nederlandse stoomschip VLUG nabij die haven op de rotsen gelopen en het maakt water.
Volgens nadere door ons ontvangen berichten was het stoomschip VLUG in ballast op reis van Londen naar Seaham; er was een loods aan boord. Door het breken van de stuurreep geraakte het schip op de rotsen waardoor er water in het achterschip en stookruim vloeide. De bemanning is gered, doch de gezagvoerder is aan boord gebleven.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 13 februari. De sleepboot ZUIDERZEE, met twee bakken op sleeptouw van Birkenhead naar Bahia, arriveerde gisteren te Ferrol.


14 februari 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlissingen, 14 februari. Het stoomschip MERAUKE, dat op de werf van de Koninklijke Maatschappij “De Schelde” in aanbouw is voor de Rotterdamsche Lloyd, heeft heden gemeerd proef gestoomd en zal zondag a.s. naar Rotterdam vertrekken en dan tevens proeftocht houden.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 14 februari. In de toestand van het bij Seaham op de rotsen gelopen stoomschip VLUG is nog geen verandering gekomen. Er is bergingsmateriaal aanwezig, doch of er al gewerkt is, is nog niet bekend. Inmiddels is op dit stoomschip 10 procent herverzekering gesloten.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf “Vredenhof" werd gisteren met goed gevolg te water gelaten een stalen motor-directiesleepboot, lang 11,50 meter, breed 2,65 meter, hol 1,35 meter. Het vaartuig zal worden voorzien van een 20 epk Kromhout petroleummotor en is gebouwd voor rekening van de heer J.C.Fl. Schmid, in scheepsleveranties, te Rotterdam.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Scheepsbouw. Delfzijl, 14 februari. Op de verschillende scheepswerven hier ter plaatse is het momenteel bijzonder druk. Bij de firma Joh. Berg te Farmsum zijn o.a. in aanbouw of in bestelling een schoener met stoomvermogen, een vrachtboot, twee sleepboten en een zestal lichters. Door de Gebr. Niestern zal binnenkort de kiel worden gelegd van een vrachtboot, bestemd voor Portugees West Afrika. Bij een diepgang van 1,30 meter is een laadvermogen van 140 ton bij contract gegarandeerd. De boot wordt voorzien van 2 compound machines, elk met een capaciteit van 100 indicateur paardenkrachten en gebouwd naar de voorschriften van de Germaanse Lloyd. Door dezelfde scheepsbouwers is van de heer H. Schuur te Groningen, thans kapitein op de koftjalk ALBERDINA, de bestelling ontvangen van een stalen zeilschoener, tevens ingericht voor een motorvaart beweging. Het laadvermogen zal plm. 225 ton bedragen. De classificatie ervan wordt naar het Bureau Veritas.


15 februari 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 14 februari. Het stoomschip ALICE H, van Rotterdam naar Buenos Aires, arriveerde heden te Las Palmas.
Londen, 14 februari. Uit Las Palmas wordt geseind, dat het Nederlandse stoomschip ALICE H met meerdere verliezen en schade door slecht weer ontstaan, aldaar is aangekomen. Een expertise is gehouden en het stoomschip is volkomen zeewaardig bevonden.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Maassluis, 14 februari. Het uitgaande stoomschip BATAVIER III is tijdens dikke mist even beneden deze plaats aan de zuidwal op de strekdam gelopen. De sleepboten TITAN en FRAM zijn besteld om hedenavond te trekken. Een gedeelte van de passagiers is per sleepboot naar Maassluis en vandaar per spoor verder naar Hoek van Holland vertrokken om vervolgens met de Harwichboot de reis te voltooien. Een ander gedeelte is aan boord gebleven. Het schip is over de dam heengevaren en zit alleen nog met het achterschip vast, maakt geen water en heeft ogenschijnlijk geen schade bekomen. De kapitein denkt hedennacht wanneer hij, door sleepboten geassisteerd, is vlot gekomen de reis verder door te zetten.
- Volgens een nader bericht zijn de sleepboten TITAN en FRAM er in geslaagd het stoomschip BATAVIER III vlot te slepen. Het stoomschip is daarna naar zee vertrokken.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Op de werf van de firma. J. van Limborgh & Zonen te Lekkerkerk is de kiel gelegd voor een stalen motorboot, metende 30 last.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Londen, 12 februari. Het gestrande stoomschip VLUG had een loods aan boord. Door het breken van de stuurreep geraakte het schip op de rotsen, waarna er water in het achterschip en in het stookruim drong. De bemanning werd met het vuurpijltoestel gered, doch de gezagvoerder bleef aan boord.


16 februari 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 15 februari. De expert van de assuradeuren is bij de strandingsplaats (Saffi) van het stoomschip AMSTEL geweest. Hij is echter naar Parijs teruggekeerd. Hij schijnt de mening toegedaan, dat het twijfelachtig is wanneer het stoomschip kan worden geborgen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Delfzijl, 15 februari. Het stalen kotterschip JANTJE, gezagvoerder P. Vellinga, thuis behorend te Groningen, is onderhands verkocht aan J. Koopmans te Groningen. Het vaartuig is in 1909 op de werf van Gebr. Niestern alhier gebouwd. Koopmans bevoer voorheen de ALBERTA.
Voor rekening van Vellinga zal aan bovengenoemde scheepswerf een twee-mast stalen schoener, tevens ingericht voor motorbeweging, gebouwd worden; classificatie naar het Bureau Veritas. Inhoud schoener 300 ton. (opm: is de schoener ALAYDE, werf no.123)


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 15 februari. Volgens bij de K.N.S.M. ontvangen telegram, is het Nederlandse stoomschip APOLLO, van Neufahrwasser naar Amsterdam bestemd, op de rede van Cuxhaven ten anker liggende, aangevaren door het stoomschip BERMUDA van de Hamburg Amerika Lijn, ten gevolge waarvan van de APOLLO de voorsteven beschadigd en enkele platen ter hoogte van de waterlijn werden gebroken. De voorpiek staat vol water.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hamburg, 14 februari. Het Nederlandse stoomschip PRINSES JULIANA heeft de schade hersteld.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Stoomvaart Maatschappij Nederland.
De heden te Amsterdam gehouden buitengewone Algemene Vergadering van aandeelhouders van de Stoomvaart Maatschappij Nederland, had ten doel behandeling van een voorstel tot wijziging van de statuten en van een voorstel om machtiging te verlenen tot het aangaan van obligatielening van ten hoogste NLG 2.000.000. Tijd, rentevoet en koers van uitgifte te bepalen door de directie, onder goedkeuring van commissarissen.
De statutenwijziging betrof o.a. artikel 4, dat voortaan zal luiden: Het kapitaal van de vennootschap wordt bepaald op NLG 25.000.000, verdeeld in 25.000 aandelen van NLG 1.000. De eerste twee series, elk NLG 3.500.000, de derde serie à NLG 3.000.000, de vierde serie à NLG 2.000.000 en NLG 2.000.000 van de vijfde serie groot NLG 3.000.000 zijn geplaatst. De nog ongeplaatste NLG 1.000.000 van de vijfde serie, de zesde serie groot NLG 5.000.000, moeten geplaatst zijn uiterlijk 1 januari 1922.
De directie bepaalt, onder goedkeuring van commissarissen, de tijd, de wijze en de koers van uitgifte van de nog ongeplaatste NLG 1.000.000 van de vijfde serie en van de zesde serie, welke niet beneden pari mag zijn. Tot de uitgifte van de zevende serie wordt de goedkeuring van de algemene vergadering van aandeelhouders vereist.
In artikel 12 wordt de mogelijkheid geopend om meer dan drie directeuren te benoemen.
De voorstellen werden door de vergadering met algemene stemmen goedgekeurd.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de N.V. Werf voorheen Rijkée & Co. te Rotterdam, is met goed gevolg te water gelaten het stalen schroefstoomschip CHARON, in aanbouw voor de Koninklijke Nederlandsche Stoomboot Maatschappij te Amsterdam. Dit stoomschip, waarvan de lengte, breedte en holte resp. 345’-0”, 48’-3” en 24’-0” bedragen, heeft een draagvermogen van 5.150 ton en zal worden voorzien van een triple compound machine van 1.000 ipk, welke door de Mij. Fijenoord vervaardigd wordt. Schip en machine worden gebouwd volgens de voorschriften van de hoogste klasse van het Bureau Veritas, met speciaal toezicht.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van de firma De Haan & Oerlemans te Heusden is te water gelaten een Sambre-schip lang 47 meter, breed 5,03 m, hol 2,30 m, groot 346 ton, voor rekening van de heer Michiels (België). Onmiddellijk daarna werd de kiel gelegd voor een dito schip van dezelfde afmetingen voor Hollandse rekening.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. Het zinken van een kraan.
Hedenmiddag stelde de Raad voor de Scheepvaart een onderzoek in naar het zinken van het “Kraanschip 415", op 21 september in de Noordzee. Gezagvoerder van de sleepboot SCHELDE, die de kraan van Rotterdam naar Genua moest slepen, was W. Verschoor te Vlaardingen. Naar de gezagvoerder verklaarde, vertrok men op 12 september van Schiedam. In twee voor-zij-tanks was ballast (270 ton water). De arm stond in zijn laagste positie. In het dek van de kraan bevonden zich 10 gaten, welke allen met roosters en ijzeren luiken door middel van beugels en bouten bevestigd waren. Ook luchtkokers en logieskap waren gesloten. De schoorsteen stond op. De 3 runners, die zich op de kraan bevonden, waren met de lichten belast en hielden de wacht. In de golf van Biscaye kreeg men slecht weer met hoge zee. Men liep voor de wind weg. De 19e september nam men de runners met behulp van een sloep aan boord van de sleepboot. Op de 21e kreeg de kraan een grote breker over. Dadelijk daarna kwam weer een golf over, waardoor de kraan „kapseisde". Dit alles was het werk van één ogenblik...
Daar het met de omgeslagen kraan op sleeptouw onmogelijk was te varen, werd de sleepkabel gekapt. De kraan zag men niet weer terug.
De sleepboot liep daarop Falmouth binnen. De gezagvoerder zei op een desbetreffende vraag, dat hij niet geloofde, dat het water door de schoorsteen naar binnen was gekomen. Dan zou het omslaan van de kraan niet zo vlug in zijn werk gegaan zijn. De zee was er ook niet van onderen tegenaan gelopen. Tijdens het stormweer werd op de sleepboot olie gestort, of deze bij de kraan nog effect had, kon men ten gevolge van het dikke weer niet zien. De Raad zal later uitspraak doen.


Krant:

 HND - Het Nieuws van den Dag

Kapitein E.M. Swaan †. — Men schrijft aan de „Nieuwe Rotterdamsche Courant":
Het stoomschip SOESTDYK, van de Holland Amerika Lijn, vertrekt morgen, onder commando van kapitein L. Rijnink, wederom naar zee.
Zoals wij reeds bij binnenkomst van het stoomschip bericht hebben, verloor het schip op de laatste thuisreis haar gezagvoerder, kapitein E.M. Swaan, die in het midden van de oceaan overboord geslagen werd en verdronk. Kapitein Swaan was in maart 1597 als stuurmansleerling bij de Holland Amerika Lijn in dienst getreden, na zijn leerschool aan de Zeevaartschool te Rotterdam te hebben doorgemaakt. Hij diende achtereenvolgens in verschillende rangen op de stoomschepen van de N.A.S.M., verscheidene jaren als eerste officier op de grotere passagiersschepen. In november 1909 werd hij tot kapitein bevorderd en sedert dien voerde hij het bevel over verschillende vrachtschepen van de Maatschappij, die in hem een van haar beste jeugdige krachten verloren heeft.
Ook onder zijn vrienden en kennissen in de Marine-Reserve was Swaan algemeen zeer gezien en bemind.


17 februari 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart. De Raad voor de Scheepvaart te Amsterdam heeft gisteren nog uitspraak gedaan in de zaak voor de stranding van het motorschoenerschip SIRRA, kapt. A. Kamps, eigenaar A. Hammerstein te Rotterdam. Op reis van Rotterdam naar La Goulette is de SIRRA onder de Engelse kust op 23 november 1911 gestrand en daarna sterk gehavend te Calais binnengesleept. De gezagvoerder Kamps en de stuurman Mulder werden ontslagen.
De Raad is van oordeel dat het ongeval te wijten is aan het verzuimen van de gezagvoerder om bestek bij te houden. Nadat hij zich aan het Galloper lichtschip verkend had, heeft hij maar op goed geluk gevaren. Wellicht was het nog goed afgelopen, indien kapitein Kamps zich aan een daarna nog in zicht gekomen vuur had verkend, maar ook dit heeft hij niet gedaan. De Raad, overwegende, dat een dienstdiploma grote vaart aan Kamps de bevoegdheid gaf om als schipper op een schip als bedoeld in art. 2 van de Schepenwet te varen: Overwegende dat, als hij, komende van de Noordzee, met ZO koers naar South Foreland heeft willen komen, zijn ongeschiktheid als schipper gebleken is.
Overwegende echter, dat hij met zijn praktische stuurmanskunst als stuurman niet onbekwaam is gebleken; verklaart A. Kamps ongeschikt om als schipper, niet echter om als stuurman op een schip als bedoeld in art. 2 van de Schepenwet te varen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 16 februari. Het Nederlandse stoomschip APOLLO is voorlopig gerepareerd en heeft de reis naar Amsterdam voortgezet. (opm: zie ook NRC 160212)


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hamburg, 16 februari. Het Nederlandse stoomschip BATAVIER VI heeft bij de Wittenbergen aan de grond gezeten.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Delfzijl, 16 februari. Heden werd alhier proef gestoomd met de nieuwe sleepboot CELEBES, kapt. B. Brand, welke voor rekening van de heer C. de Groot te Gorkum is gebouwd aan de scheepswerf van Wilmink te Gideon. De machine is een Fulton triple compound, ontwikkeling 275 ipk. Bouw en constructie voldeden aan de gestelde eisen. Er werd 10½ mijl vaart gelopen. Het vaartuig is bestemd om gebruikt te worden bij de havenwerken te Makassar (Ned. Indië).


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Voor rekening van de heer P. Vellinga zal op de werf van de Gebr. Niestern te Delfzijl, een twee-mast stalen schoener van 300 ton, tevens ingericht voor motorbeweging, gebouwd worden. (opm: is de schoener ALAYDE, werf no.123)


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 17 februari. De sleepboot CELEBES, gebouwd bij de heer Wilmink te Gideon voor rekening van de heer C. de Groot te Gorkum, heeft gisteren op de Eems proef gestoomd en ruimschoots aan de gestelde eisen voldaan.
De triple-compound machine heeft een ontwikkeling van 275 ipk en is vervaardigd in de machinefabriek "Fulton" te Hoogezand. Tijdens de proeftocht werd een vaart gelopen van 101/2 mijl. De boot zal van hier vertrekken naar Rotterdam om vandaar per stoomschip vervoerd te worden naar Makassar (Ned.-Indië) en aldaar onder commando van kapt. B. Brand dienst te doen bij de havenwerken.


18 februari 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 17 februari. Het stoomschip VLUG, dat bij Seaham gestrand was, is heden vlot en te Wallsend binnengebracht.


19 februari 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 19 februari. Met het schroefstoomschip VAN CLOON, waarmee de 19e januari jl. met leeg schip een zeer gunstig geslaagde proeftocht op de Noordzee plaats had, werden gisteren, thans beladen op de vastgestelde diepgang, de snelheidsproeven gehouden langs de gemeten mijl op de Schelde bij Vlissingen. Deze slaagden uitstekend, zijnde de verkregen gemiddelde snelheid van 4 dubbele tochten 13,45 Eng. mijl per uur, met 77 omwentelingen van de schroef, terwijl het bouwcontract slechts 13 Eng. mijl eist.
De VAN CLOON, met het zusterschip VAN OVERSTRATEN, het grootste schip van de Kon. Paketvaart Mij., gebouwd door de Ned. Scheepsbouw Mij. te Amsterdam, voorzien van stoomwerktuigen vervaardigd door de Ned. Fabriek van Werktuigen en Spoorwegmaterieel, mede aldaar, vervolgde onmiddellijk daarna haar reis naar Batavia.
VAN CLOON – collectie M. Lindenborn


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 19 februari. Het motorschip APPINGEDAM, kapt. J. Daniëls, is verkocht aan de oud-zeekapitein R. Bos alhier. Koopprijs onbekend.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Londen, 16 februari. Het Nederlandse stoomschip SENIOR is naar Engeland verkocht.


Krant:

 VCO - Vlissingsche Courant

Scheepsbouw. Van de N.V. Werf voorheen Rijkée & Co., te Rotterdam, is met goed gevolg te water gelaten het stalen schroefstoomschip CHARON, in aanbouw voor de Koninklijke Nederlandsche Stoomboot Maatschappij te Amsterdam. Dit stoomschip waarvan de lengte, breedte en holte respectievelijk 345'0", 48'3" en 24'0" bedragen, heeft een draagvermogen van 5.150 ton en zal worden voorzien van een triple compound machine van 1.600 ipk., welke door de Maatschappij Fijenoord vervaardigd wordt. Schip en machine worden gebouwd volgens de voorschriften van de hoogste klasse van het Bureau Veritas, met speciaal toezicht.


20 februari 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart. De Raad voor de Scheepvaart heeft heden een onderzoek ingesteld inzake het vastlopen van het stoomschip MINISTER TAK VAN POORTVLIET, rederij Stoomvaart Mij. Friesland te Amsterdam, kapt. J.G. Knijpinga.
De kapitein verklaarde op 17 januari 's morgens van Harlingen te zijn vertrokken, bij strenge vorst en ZZO storm, met bestemming voor Hull.
De gasboeien waren ingehaald; het schip heeft waterdichte schotten en een dubbele bodem onder de machinekamer en het voorruim, het voedingswater wordt bewaard in de achterpiek. Het schip had 186 ton lading, de grote tank was vol, de achtertank leeg, in de voorpiek was 15, in de achterpiek 6 ton voedingwater; bij elkaar had het schip 350 ton belasting. Het stak 13 voet achter, 81/2 voet voor (het moest n.l. een grote stuurlast hebben wil men het bij stormweer vrijhouden).
Het is getuige bekend, dat de diepgang in de Zuiderzee niet groter dan 36 dm. is; hij had niet voorzien, dat het zo laag water zou worden. Wanneer hij eenmaal buiten is, laat hij altijd de achtertank nog vollopen; reeds in de haven van Harlingen had men door de storm moeite gehad om slaags te komen.
Buiten de haven werd halve kracht 91/2 mijl gevaren; na 20 minuten zat het schip vast op de Pollendam; na twee dagen vergeefse pogingen gelukte het, het schip af te brengen; het had geen noemenswaardige averij, het schip voer onder loods-commando, de loods navigeerde, doch getuige kent het vaarwater volkomen. Door de ZZO storm was het buitengewoon laag water.
De Zuiderzeeloods Zeilemaker verklaarde ook uit ervaring te weten, dat het schip een grote achterlast moet hebben. Door het stormweer had het neiging om naar de Pollendam op te loeven, hoewel er bakboord roer werd gegeven; er werd goed gestuurd, doch dit hielp niet. Toen het schip vast zat, had het slechts 81/2 voet water. Bij het vertrek van Harlingen achtte getuige de waterstand niet te laag om te varen. De Raad zal later uitspraak doen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Delfzijl, 19 februari. Het houten tjalkschip AMICITIA, schipper H. Kruidhof, is verkocht aan J. Veenstra te Veendam.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Delfzijl, 19 februari. De sleepboot JAC. FRATER, kapt. J. Swart, heeft nabij Leer op het ijs de vier bladen van de schroef stuk geslagen. De boot zal alhier van een nieuwe schroef voorzien worden.


Krant:

 VCO - Vlissingsche Courant

Scheepsbouw. Van de werf van de Maatschappij voor Scheeps- en Werktuigbouw "Fijenoord", te Rotterdam, is met goed gevolg te water gelaten (opm: op 14 februari) het stalen schroefstoomschip SCHOUTEN in aanbouw voor rekening van de Koninklijke Paketvaart Maatschappij,
Dit stoomschip, ingericht voor vracht- en passagiersvervoer, wordt gebouwd volgens de hoogste klasse en onder bijzonder toezicht van Bureau Veritas. Lengte, breedte en holte zijn respectievelijk 270'-0", 40'-0" en 10'-0", terwijl de waterverplaatsing bij een diepgang van 16' zal bedragen 3.500 ton van 1.016 K.G.
Het schip zal voorzien worden van machines van het triple-expansiesysteem, welke 1.100 ipk zullen ontwikkelen, waarmede een snelheid van 101/2 mijl per uur moet bereikt worden. Op de thans vrijkomende helling zal binnenkort de kiel gelegd worden voor het stoomschip VAN LANSBERGE, eveneens te bouwen voor de Koninklijke Paketvaart Maatschappij.


Krant:

 VCO - Vlissingsche Courant

Vlissingen, 19 februari. Het stoomschip MERAUKE, gebouwd op de werf van de Koninklijke Maatschappij “De Schelde” alhier voor rekening van de Rotterdamsche Lloyd, heeft gisteren met goed gevolg proef gestoomd en is gistermiddag te Rotterdam aangekomen om zaterdag 2 maart de reis naar Nederlands-Indië te aanvaarden.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 19 februari. Het Nederlandse stoomschip VLUG is vlot gebracht en zaterdag (opm: 17 februari) op de Tyne aangekomen.


21 februari 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart. De Raad voor de Scheepvaart heeft gisteren een onderzoek ingesteld naar de aanvaring op 19 januari in de Noordzee van het stoomschip OLANDA, kapt. B. Sandersfeld, rederij Stoomvaart Maatschappij Nederlandsche Lloyd te Rotterdam en het Franse stoomschip ARTHUR CAPELLE.
De kapitein verklaarde, dat de laatste haven die hij had aangedaan, Newcastle was, waar hij steenkolen had geladen voor Catania. Wanneer hij niet op de brug is, is de staande order, dat hij geroepen moet worden, zodra het mistig wordt, de wind opsteekt of er wal in zicht komt. Op de Noordzee is de kapitein altijd in de kaartenkamer onder de brug geweest; de tweede stuurman, Van Keulen had toen de wacht. Deze heeft zijn diploma voor derde stuurman en verstaat zijn vak goed. Als de wachthebbende stuurman een schip met kruisende koers ziet, behoeft hij de kapitein niet te waarschuwen.
In het journaal staat, dat stuurman Van Keulen eerst een toplicht recht vooruit zag, daarna ook een groen vuur en eerst naderhand, met de kijker, ook nog een rood licht. Volgens de scheepsverklaring, afgelegd voor de consul te Hull, werd tegelijk met het groene vuur ook het rode gezien. De kapitein werd gewezen op het ernstige verschil tussen beide lezingen. Zoals het in het journaal opgetekend staat, merkte de president op, is het ongunstig voor de OLANDA.
De kapitein antwoordde, dat de stuurman onmiddellijk na de aanvaring een beroerte heeft gekregen en daarin 4 uur is blijven liggen. Eerst daarna gelukte het, iets uit hem te krijgen. Het netjournaal is uit de gegevens van stuurman Van Keulen, de uitkijk en de roerganger, eerst te Hull opgemaakt.
De kapitein deelde verder mee, dat hij, in de kaartenkamer liggend, plotseling een stoot op de fluit heeft gehoord. Hij is toen naar de brug gegaan en heeft de telegraaf op volle kracht achteruit gezet. De ARTHUR CAPELLE heeft 9 streken bakboord gedraaid, waarop de OLANDA haar met een hoek van 70 graden stuurboord aanvoer. Van de ARTHUR CAPELLE zijn geen fluitseinen gehoord. De voorpiek van de OLANDA stond binnen 10 minuten vol water; er werd naar Hull terug gestoomd en daar scheepsverklaring afgelegd. Getuige neemt aan, dat op de ARTHUR CAPELLE geen stuurman op de brug is geweest en dat er daardoor verkeerd roer is gegeven.
Gehoord werd vervolgens de matroos J.H. Hofman, die uitkijk had op de bak. Deze verklaart dat hij eerst een wit licht recht vooruit heeft gezien en dit ook heeft uitgezongen. Het witte licht verdaagde aan bakboord, dus de OLANDA week stuurboord. Vervolgens werd ook groen vuur gezien; een ander vuur heeft getuige niet gezien. Kort vóór de aanvaring is op de brug een stoot op de fluit gegeven. De kapitein voegde daarop aan zijn verklaring toe, dat de consul de scheepsverklaring niet anders heeft willen opmaken dan geschied is. De 2e stuurman verklaarde 4 uur na de aanvaring de kapitein hetzelfde als uitkijk en roerganger; eerst voor de consul zei hij ook rood vuur te hebben gezien. De consul wilde niet van iedereen maar een aparte verklaring opmaken; hij zei dat ieder slechts beëdigde wat hij zelf verklaard had.
De roerganger verklaarde daarna evenals de vorige getuige. Hij heeft eerst bezwaar gemaakt om de scheepsverklaring, zoals die door de consul was opgemaakt, te beëdigen, maar erin berust toen hem te kennen was gegeven, dat hij alleen beëdigde voor zover zijn eigen verklaringen betrof.
Ten slotte werd gehoord de 2e stuurman C. van Keulen. Hem werd te kennen gegeven, dat het onderzoek ook zou lopen over de vraag, of het ongeval aan een daad of nalatigheid zijnerzijds te wijten is. Hij verklaarde daarna, dat hij eerst een topvuur recht vooruit heeft gezien, hetwelk enige ogenblikken later door de uitkijk op de bak werd uitgezongen. Gedurende 3 minuten heeft hij daarna koers gehouden, waarna hij van de ARTHUR CAPELLE beide boordlichten heeft gezien. Toen gaf hij stuurboord roer nieuw commando. Het andere schip bleef in dezelfde positie. Er is 11/2 streek van de oorspronkelijke koers afgeweken. Een fluitsein heeft getuige niet gegeven. Kort daarna verdween rood en bleef groen van de tegenligger, waaruit viel af te leiden, dat deze bakboord uithaalde. Getuige gaf toen een attentie sein. Getuige houdt vol, dat hij steeds de kapitein gezegd heeft beide boordlichten, dus groen en rood, van de ARTHUR CAPELLE gezien te hebben. Dit ontkent de kapitein. De stuurman werd er daarop op gewezen, dat de kapitein zichzelf belast door het in het journaal te laten zetten zoals het erin staat. De stuurman blijft erbij en zegt dat hij geweken heeft juist omdat hij rood heeft gezien.
Ten slotte herinnert de kapitein zich, dat Van Keulen, toen het journaal, dat hij niet gezien heeft, reeds ingevuld was, in zijn, getuige's tegenwoordigheid aan de expert van assuradeuren verklaard heeft het rode vuur te hebben gezien tegelijk met het groene.
De stuurman merkt nog in verband met de nabijheid van het land op, dat beide schepen recht tegen elkaar in gelegen moeten hebben en dus elkanders beide boordlichten gezien moeten hebben. Beide schepen hadden een toplicht. Het onderzoek werd daarna voor gesloten verklaard en de uitspraak op later bepaald.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

South Shields, 18 februari. Het Rotterdamse stoomschip VLUG wordt in Swan & Hunter droogdok te Wallsend opgenomen vermoedelijk om nagezien en gerepareerd te worden. Schade nog onbekend.


22 februari 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 22 februari. Volgens een telegram uit Boulogne is het van Goole gekomen Nederlandse stoomschip NICOLAAS met het van Swansea aangekomen Noorse stoomschip ISBJORN in aanvaring geweest, waardoor beide schepen zwaar werden beschadigd.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf 's Lands Welvaren, van de heer S.S. Figee te Vlaardingen, is woensdag namiddag met goed gevolg te water gelaten het stalen loggerschip EBEN HAËZER, gebouwd voor rekening van de rederij A. Verboon, te Vlaardingen.


23 februari 1912


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van de firma J. & A. van der Schuijt te Papendrecht is te water gelaten de goederenboot STAD ZWOLLE, lang 38 meter, breed 5,70 meter en diep 2,30 meter. De boot is gebouwd voor eigen rekening en bestemd voor de dienst Rotterdam – Zwolle. De kiel werd gelegd voor een sleepboot voor buitenlandse rekening.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 23 februari. Schipper J. Salomons van Oude Pekela heeft zijn lichterschip VOORWAARTS, groot 246 ton, verkocht aan de scheepsbouwer J. Vos te Groningen en daarvoor in de plaats gekregen een nieuw gebouwd motorschip, groot 221 m³, genaamd HENDERIKA. De VOORWAARTS zal een kleine verbouwing ondergaan om daarna weer verkocht te worden.


24 februari 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Delfzijl, 23 februari. Het tjalkschip BERENTJE, schipper J. Heins, is verkocht aan A. de Boer alhier.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 23 februari. Volgens telegram uit Lissabon is het Nederlandse stoomschip DANAE, van Tarragona naar Amsterdam bestemd, bij het slippen van het anker in aanvaring gekomen met een boei. Er wordt gerapporteerd dat het stoomschip lek is.


25 februari 1912


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Gisteren is van de N.V. Scheepswerf “Dordrecht" te Dordrecht met goed gevolg te water gelaten, de passagiersboot AMSTERDAM, gebouwd voor rekening van de N.V. Stoombootdienst van Gebr. Zur Mühlen te Amsterdam. De boot is bestemd voor de dienst tussen Amsterdam en Nieuwediep.


26 februari 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Boulogne, 22 februari. Het Nederlandse stoomschip NICOLAAS dat in aanvaring is geweest met het voor anker liggende stoomschip ISBJORN heeft, ter hoogte van de machinekamer, zware schade. Van de ISBJORN zijn de steven benevens verscheidene platen aan de bak- en stuurboord boegen beschadigd.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Southampton, 24 februari. Het van Rotterdam via Antwerpen alhier aangekomen stoomschip TJIKINI heeft het bakboord anker met 15 vaam ketting en nog enige schakels verloren. Buiten en behalve dit heeft het stoomschip schade aan stuurboordzijde.


27 februari 1912


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van de firma P. & A. Ruijtenberg te Waspik, is te water gelaten de stalen sleepkaan RUDOLF, groot 500 ton, gebouwd voor de heer J. Dranen te Schijndel.
Aan dezelfde werf zal de kiel worden gelegd van een klipperschip voor buitenlandse rekening.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Scheepsbouw. Westerbroek, 25 februari. Gisteren werd van de scheepswerf van J.J. Pattje & Zoon te Waterhuizen te water gelaten een drie-mast gaffelschoener, groot 370 ton voor Duitsland. Meteen werd de kiel gelegd van een dito 3-mast gaffelschoener van plm. 270 ton, eveneens voor Duitsland. In dit laatste schip zal een 2-cilinder ruw-oliemotor van 80/90 paardenkracht uit de motorenfabriek van de heer D. Goedkoop Jn. te Amsterdam worden geplaatst.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Scheepsbouw. Martenshoek, 25 februari. Gisteren is van de scheepswerf van Gebr. Bodewes, alhier, met goed gevolg te water gelaten het drie-mast stalen schoenerschip ANNETTA, groot ruim 200 registerton. Dit schip, dat voor rekening is en bevaren zal worden door kapt. R. Mulder te Groningen, is het grootste dat in de laatste jaren voor de provincie Groningen is gemaakt.


28 februari 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De Holland-Amerika Lijn in 1911.
In het verslag over het boekjaar 1911 zegt de directie van de Nederlandsch-Amerikaansche Stoomvaart Maatschappij, Holland Amerika Lijn, alhier, o.m. het volgende:
Het passagiersverkeer, met name dat van de derde klasse westwaarts, bleef belangrijk beneden dat van 1910, terwijl daarentegen het aanbod van lading, en daarmee de goederenvrachten, betekenend beter werden.
Dit aanbod was van dien aard dat wij, bij gebrek aan voldoende eigen materieel, verplicht waren verscheidene stoomschepen te charteren. Intussen kwam de verbetering van de vrachten ons niet in dezelfde mate ten goede als aan de zogenaamde trampstomers, omdat, als geregelde vervoerder gebonden aan onze jaarcontracten, het voordeel van de stijgende vrachten door ons niet terstond ten volle werd genoten. Hieruit blijkt weer welke grote waarde een geregelde stoomvaartlijn de verschepers in het algemeen aanbiedt, omdat deze, juist door het sluiten van dergelijke jaarcontracten, gewaarborgd zijn tegen grote schommelingen en hun transacties op vaste basis kunnen sluiten.
Met onze passagiersschepen werden 44 rondreizen volbracht op New York, met onze vrachtstomers 11 reizen op New York, 20 op Boston, 19 op Philadelphia, 28 op Baltimore, 23 op Newport News en Norfolk en 1 op Montreal en Québec, terwijl, in gemeenschap met de firma Hudig & Veder, 7 reizen werden gemaakt op Savannah. Buitendien werden nog vreemde stoomschepen gecharterd voor 8 rondreizen en 5 thuisreizen. In de gemeenschappelijk met andere lijnen onderhouden Canada-vaart op Montreal en Québec werden gemaakt19 reizen met passagiers en goederen. Dit verkeer toont gaandeweg verbetering, zodat plannen tot uitbreiding daarvan worden overwogen.
De nieuwe loods met werkplaatsen aan de Wilhelminakade, met daaraan verbonden los- en laadinrichtingen, kwam in de loop van het jaar gereed. Zover daarover reeds nu kan worden geoordeeld voldoet een en ander uitmuntend. In het materieel kwam geen verandering; rampen of averijen van betekenis kwamen niet voor. Intussen contracteerde de maatschappij met de firma Harland & Wolff Ltd. te Belfast voor de bouw van een passagiersstoomschip, groot ruim 32.000 ton en met de firma Furness, Whitby & Co. Ltd. te West Hartlepool, voor de bouw van twee vrachtstomers, elk met ruim 10.000 ton draagvermogen, terwijl, behoudens inspectie, is aangekocht een zusterschip van het stoomschip ANDYK. Het nauw verband dat voor het bedrijf bestaat tussen de oost- en westkust van Amerika en Canada, maakt het wenselijk om na de opening van het Panamakanaal ook die westkust in de vaarplannen op te nemen. Met het oog daarop en op de plannen om een vaart te openen op New Orleans en enige andere Gulfhavens, zullen eerlang voorstellen gedaan worden tot verdere uitbreiding van het materieel.
De toestand van de Waterweg van Rotterdam naar zee noemt het verslag steeds vooruitgaande. Waar dit het geval is en door onze regering duidelijk is uitgesproken dat er alle reden bestaat om, langs de tot dusver gevolgde weinig kostbare weg, nog belangrijk meer diepte te verwachten, ziet de directie van de maatschappij in vol vertrouwen die verbeteringen tegemoet. In het bijzonder raakt dit de belangen van de maatschappij omdat het bezwaar wel in de eerste plaats haar grote stoomschepen geldt. Het uitgaande stoomschip toch, dat met volle uitrusting aan steenkolen, proviand, enz. van Rotterdam naar zee vertrekt, verkeert ten aanzien van zijn lading-capaciteit in ongunstiger verhouding wat de diepgang betreft, dan het inkomend stoomschip dat een groot deel van die uitrusting heeft verbruikt.
Omtrent de toekomst is het oordeel van de directie, voor zover zij zich daarover thans reeds kan uitspreken, dat de vooruitzichten niet minder gunstig zijn dan die van het vorig jaar op hetzelfde tijdstip. De winst- en verliesrekening vermeldt in het credit: Saldo Ao.Po. NLG 2.196 (v.j. NLG 2.056), exploitatierekening NLG 4.047.046 (v.j. NLG 4.826.159), daarin begrepen het avans op geliquideerde stoomschepen), interestrekening NLG 205.448 (v.j. NLG 180.861), wissels NLG 7.084 (v.j. NLG 2.813), postvervoer NLG 2.251 (NLG 2.874) en verjaarde dividenden NLG 150 (NLG 12), totaal NLG 4.264.175 (NLG 5.014.775).
Daarvan wordt bestemd: Voor afschrijving op het materieel NLG 2.134.000 (NLG 2.610.106) en op vaste goederen en etablissementen NLG 424.345 (NLG 181.035), terwijl voor uitkeringen ongevallenwet NLG 1.068 (NLG 7.257) gereserveerd wordt (v.j. bovendien NLG 50.000 voor het fonds ten behoeve van het personeel). Voor uitkering van 12 (15) procent dividend wordt NLG 1.410.000 en voor 21/4 procent belasting NLG 39.600 vereist, waarna er, na aftrek nog van de tantièmes, NLG 4.649 op nieuwe rekening overgaat.
(opm: Verkort weergegeven, de balans met activa en passiva is niet weergegeven)


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart. De Raad heeft gisteren uitspraak gedaan in de zaak van het kenteren en zinken van het KRAANSCHIP 415, op 21 september (1911) in de Noord Atlantische Oceaan. Het werd gesleept van Schiedam naar Genua door de sleepboot SCHELDE, kapt. W. Verschoor, rederij Internationale Sleepboot Maatschappij te Rotterdam.
De Raad acht de mogelijkheid dat het kraanschip is volgelopen, uitgesloten. Voor kenteren had minder gevaar bestaan, als de kraan vlak aan dek was geladen. Intussen vindt de Raad geen aanleiding om enige aanmerking te maken op de gevolgde wijze van vervoer. Het ongeluk is veroorzaakt doordat een zware breker boven in de toren van de kraan sloeg.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart. Inzake de aanvaring tussen het stoomschip OLANDA, van de Scheepvaart Maatschappij Nederlandsche Lloyd te Rotterdam, kapt. B. Sandersfeld en het Franse zeilschip ARTHUR CAPELLE, bij het Buiten-Elbe-vuurschip, besliste de Raad, dat de voorstelling van de feiten in het journaal juist is. Het is aannemelijk, dat de kapitein in strijd met de waarheid iets in het journaal zou hebben gezet, dat in zijn nadeel is. Of de schuld van de aanvaring aan de zijde van de OLANDA of van de ATHUR CAPELLE heeft gelegen, is niet uit te maken, omdat de Raad niet bekend is, wat er aan boord van laatstgenoemd schip gedaan is.
Het onderzoek heeft ook gelopen over de vraag, of de aanvaring ook is te wijten aan een daad of nalatigheid van de 2e stuurman Van Keulen. De Raad zal in verband met bovengenoemde omstandigheid op hem geen tuchtmaatregel toepassen, hoewel gebleken is, dat hij geenszins op de hoogte is van de voorschriften ter voorkoming van aanvaringen op zee. De wijze, waarop hij deze heeft toegepast, geven althans blijk van grote onervarenheid.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Delfzijl, 27 februari. Het tjalkschip DOLLARD, van de Wed. Van der Molen te Termunterzijl, is verkocht aan schipper Luurs te Norderney, voor 7.500 Mark.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 28 februari. Wij vernemen dat het thans nog te Hamburg liggende stoomschip EMPIRE TRANSPORT, na het gebruikelijke onderzoek en officiële aanvaarding door de Holland Amerika Lijn, zal herdoopt worden in SOMMELSDYK. (opm: gebouwd in 1909)


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Raad voor de Scheepvaart. De Raad voor de Scheepvaart te Amsterdam behandelde gistermiddag het stranden op de Engelse kust nabij South Would (opm: is Southwold) op 17 januari jl. van het schoenerschip VOORWAARTS, schipper G. van der Laan, reder de heer J.J. Onnes alhier.
Aan boord bevonden zich vier man en de vrouw van de schipper. Men was op weg van Delfzijl naar Southampton en had oorspronkelijk goed weer. Het kompas staat in de roef en is van het stuurrad te zien.
Men peilde op de 16e South Would (opm: is Southwold) op 10 mijlen bij een sterke oostelijke wind. Men probeerde uit de kust te blijven, doch de drift en de hoge zee zetten het schip hoe langer hoe meer naar de bank. Men had het dichtgereefd bezaan- en een stormstagzeil op. De zee was te hoog om het anker te werpen of overstag te gaan. Men zag een zwarte boei drijven op de bank en stootte al spoedig zwaar, waarbij de reddingsboot door de stortzeeën stuk geslagen werd. Men zocht een toevlucht in het want, maar het schip sloeg over de bank en liep naar het strand. De stormzeilen werden neergegooid en een anker gepresenteerd, doch dit hield niet en men strandde. De reddingsboot haalde de bemanning van het schip af en later wist men met eigen middelen het schip af te krijgen. Het schip was van onderen zwaar beschadigd. De kompassen waren goed in orde. De Raad zal later uitspraak doen.
(opm: zie ook het verslag van het RN 040312, die geeft meer details van de stranding)


29 februari 1912


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Het conflict bij de Nederlandsche Scheepsbouw Maatschappij.
Gisteravond hielden de werklieden van de Ned. Scheepsbouw Maatschappij, die niet het conflict betrokken zijn, een vergadering ter bespreking van de stand van zaken. De vergadering was door 250 personen bezocht. Besloten werd indien de directie van de Scheepsbouwmaatschappij de werktijd met het oog op de staking zou trachten te verkorten, de werklieden zich daarbij niet zouden neerleggen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf “De Noord” te Alblasserdam is met goed gevolg te water gelaten het Rijnschip MAASLAND, groot ca. 1.000 ton, gebouwd voor Nederlandse rekening.
Onmiddellijk daarna werd de kiel gelegd voor een Rijnschip met een draagvermogen van ca. 3.000 ton, eveneens voor Nederlandse rekening.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Scheepsbouw. Martenshoek, 29 februari. Dezer dagen werden van de N.V. Scheepswerven v/h Gebr. G. & H. Bodewes alhier met goed gevolg te water gelaten de stalen gaffelschoener REAL, groot 150 ton, voor Duitse rekening en de 3-mast schoener KVIK, groot 450 ton, voor Deense rekening, kapt. A. Harsbo, welke wordt voorzien van een 80 pk Kromhout ruw-oliemotor.
De kielen zijn gelegd voor enige schoenertjes en ewerschepen voor Duitse rekening.


01 maart 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

In de gisteren alhier gehouden algemene vergadering van aandeelhouders van de Stoomvaart Maatschappij “Tromp” bracht de directie verslag uit over het afgelopen boekjaar.
De balans en de winst- en verliesrekening werden goedgekeurd. Uit deze stukken blijkt dat het winstsaldo op reizen bedraagt NLG 131.247. Na aftrek van de rente op de obligatielening ad NLG 21.950 en na afschrijving van NLG 46.400 op de drie stoomschepen; dienst der lening NLG 17.560; survey stoomschip HEEMSKERCK NLG 14.471 en een deel van de survey stoomschip TROMP, blijft er een saldo NLG 45.551.
Aan aandeelhouders wordt een dividend van 7 procent uitgekeerd, terwijl NLG 34.000 bestemd zijn voor uitloten van obligaties. De heer J. van Steen is als lid van de commissie gedelegeerde aandeelhouders herkozen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart. De Raad voor de Scheepvaart heeft gisteren uitspraak gedaan in de zaak van de stranding van het stoomschip MIN. TAK VAN POORTVLIET, kapt. Knijpinga, dat op 17 januari tegen de Pollendam bij Harlingen is gevaren.
De Raad schrijft het ongeval toe aan zware storm, met aan oordeelkundige lading; bovendien was daardoor het vaarwater niet diep genoeg en toonde het schip in verband met de omstandigheid dat het van voren minder diep stak dan van achteren, neiging met de kop naar genoemde dam gezet te worden.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart. De Raad voor de Scheepvaart te Amsterdam heeft heden een onderzoek ingesteld naar de aanvaring op 20 december jl. tussen het stoomschip ZUID-HOLLAND, rederij Scheepvaart- en Steenkolenmaatschappij te Rotterdam, kapt. Th. A. Riek, en het Engelse stoomschip GEORGE ALLEN, van Sunderland. Kapitein Riek, als getuige gehoord, deelde mede, dat hij de 19e december met een frisse, ongestadige koelte en bij bewolkte lucht de Tyne was komen afvaren. Middernacht werd het zeer mistig en werden de gewone fluitsignalen gegeven. Er werd langzaam gestoomd. Half drie hoorde men op twee streken over bakboord zeer zwak een ander mistsignaal. Dit werd steeds sterker; het bleef in dezelfde peiling. De machine werd nu stop gezet. Te 3 uur 42 min. werd op 1 à 11/2 streek over bakboord-boeg een wit licht gezien. De kapitein was op de brug; de telegraaf werd achteruit gezet, en drie korte stoten op de fluit werden er gegeven. Binnen de tijd van 1 minuut, lag de ZUID-HOLLAND geheel stil.
Men zag nu twee toplichten en het boordlicht van een blijkbaar volle kracht stomend schip, waarvan het boegwater sterk opstuwde. De beide toplichten kwamen in één lijn, en de zijvuren werden nu zichtbaar, Kort daarna voer het Engelse schip, dat de GEORGE ALLEN bleek te zijn, het schip met grote kracht aan bakboordzijde vóór het grote want aan. De aanvaring scheen zo ernstig, dat de boten klaar werden gemaakt; ze behoefden echter niet gestreken te worden, omdat het schip geen water maakte.
Bij de aanvaring werkte de schroef van de GEORGE ALLEN nog. Op 500 yards afstand zag hij van dit schip de eerste lichtschijn; het ging toen draaien. De GEORGE ALLEN heeft volgens kapt. Riek niet te veel vaart gelopen, doch heeft te spoedig, toen beide schepen trachtten van elkaar vrij te blijven, weer volle kracht gevaren. De kapitein heeft op het eerste horen van een mistsignaal van een ander schip niet onmiddellijk gelijk voorgeschreven is, gestopt, omdat hij ver genoeg kon zien en meende te kunnen volstaan met voorzichtig manoeuvreren.
De stuurman zei, dat er niet onmiddellijk na het horen van het eerste mistsignaal gestopt is, omdat men dan beter achter de onderlinge positie van de schepen zou kunnen komen.
De Raad zal later uitspraak doen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van J.J. Pattje & Zonen te Waterhuizen is te water gelaten een 3-mast gaffelschoener, groot 370 ton, voor Duitse rekening.
De kiel werd gelegd voor een 3-mast schoener van plm. 270 ton, eveneens voor Duitse rekening. In dit schip zal een 2-cilinder ruw-oliemotor van 80 à 90 pk worden geplaatst van de heer D. Goedkoop te Amsterdam.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van Gebr. Bodewes te Martenshoek is te water gelaten de stalen 3-mast schoener ANNETTA, groot 200 reg. ton, die zal bevaren worden door kapt. R. Mulder van Groningen.


02 maart 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Nieuwediep, 1 maart. De nieuwe Loodsstoomboot No. 10, gebouwd te Amsterdam en bestemd voor de loodsdienst te Rotterdam, heeft bij de heden gehouden proeftocht uitstekend voldaan. Er werd een vaarsnelheid van 11½ mijl bereikt.


03 maart 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 2 maart. De sleepboten ROODE ZEE en ZWARTE ZEE, met een droogdok op sleeptouw van Mahon naar Monfalcone, arriveerden heden ter bestemming.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. De Heren Kellocks zullen op donderdag 21 maart 1912, ten 12 uur, in hun Verkooplokaal, Waterstreet, Liverpool (Engeland) in het openbaar veilen (indien niet voor die datum bij onderhandse verkoop verkocht) de ijzeren dubbelschroef stoomboot EDITH,
837 bruto register tons, 139 netto register tons, gebouwd bij A. Leslie & Co, Newcastle, in 1870. Triple expansie machines, nieuw 1892, 6 cylinders, 16½”, 26”, 41” x 30”. Twee stoomketels, nieuw 1892, 150 lbs. Afmetingen 250.6 x 30.1 x 14.4. Liggende te Holyhead.
(opm: we mogen aannemen, dat dit oude schip van de London & North Western Railway Co. voor de sloop werd verkocht, hoewel ze niet voorkomt in LCR 1912)


04 maart 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Wangeroog, 29 februari. De Nederlandse tjalk MODERATIE, 27 februari in de Blauwe Balg aan de grond gevaren, is door de tonnenlegger MELLUM vlot en op een veilige ankerplaats gebracht.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Zaterdag werd van de werf van de N.V. Burgerhout's Machinefabriek en Scheepswerf met goed gevolg te water gelaten een stalen schroefsleepboot, lang 21, breed 5 en hol 2,25 meter, voor Duitse rekening.
Dadelijk na het aflopen van deze boot werden de kielen gelegd voor een vaartuig voor rekening van het Ministerie van Oorlog, ten dienste van het korps torpedisten te Brielle en van een graanelevator voor Rotterdamse rekening.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Raad voor de Scheepvaart. De Raad voor de Scheepvaart heeft een onderzoek ingesteld naar de stranding van het schoenerschip VOORWAARTS, op 17 januari jl. nabij South Would (opm: is Southwold – Engelse kust). Schipper was G. van der Laan, reder J.J. Onnes te Groningen.
De VOORWAARTS vertrok, aldus verklaarde de schipper, van Emden naar Southampton met een lading ijzererts. Behalve de schipper en zijn vrouw waren aan boord drie man. De eerste dagen van de reis was het prachtig weer. Dit was ook het geval, toen bij goed zicht WtN op 11 mijl afstand het licht van Lowestoft de 14e gepeild werd. Koers zettende naar het Engels Kanaal begon de wind op te steken. De 17e het licht van South Would gepeild. Het schip lag bijgedraaid met stormzeilen. Ter hoogte van South Would was er een hooglopende zee en slecht weer. Er stond een ZO storm. Steeds meer werd de VOORWAARTS naar de kust gezet en werd ze tegen de banken gedreven; ’s middags werd de zwarte boei gezien. Wegens de hoge zee kon de schipper geen anker werpen, evenmin was er mogelijkheid om overstag te gaan en van de kust af te houden.
Zwaar stotende kwam de VOORWAARTS, die de werd noodvlag gehesen had, over de banken, waarbij de boot verbrijzeld werd. De opvarenden hadden hun toevlucht genomen in het want. Toen men over de bank was, werden de zeilen gestreken en wierp men het anker uit, dit hield echter niet, zodat het schip tenslotte op het strand dreef. Door de reddingboot werden de schipbreukelingen er af gehaald.
Nadat een gedeelte van de lading over boord was geworpen, kwam de VOORWAARTS bij hoog water vlot. Te Lowestoft in het dok bleek, dat het schip aan de onderzijde beschadigd was. Nog verklaarde de schipper, dat het kompas weinig deviatie had; de barometer was niet gevallen. De Raad zal later uitspraak doen.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, geen datum. De sleepboot HANS, kapt. E. Schmidt, gebouwd op de werf van de firma Wilmink te Gideon, heeft op de Eems proef gestoomd en in alle opzichten aan de gestelde eisen voldaan. De compound-machine van 130 ipk is geleverd door de fabriek “Fulton”, Fa. Gorter te Hoogezand. De boot is voor Duitse rekening en vertrekt naar het Kaiser Wilhelm-kanaal om dienst te doen bij de baggerwerken.


05 maart 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 5 maart. Het van Vlissingen te Folkestone aangekomen Nederlands stoomschip PRINSES JULIANA is met de pier aldaar in aanvaring geweest. De schade is niet groot.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 5 maart. Het door de Rotterdamsche Droogdok Mij. van Solleveld, Van der Meer en J.H. van Hattum’s Stoomvaart Mij. alhier gebouwde stoomschip OOSTDIJK heeft gisteren een goedgeslaagde beladen proeftocht gemaakt. Na afloop van die tocht vertrok het stoomschip naar Bagnoli.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart. De Raad voor de Scheepvaart heeft heden uitspraak gedaan inzake de aanvaring op 20 december 1911, tussen het stoomschip ZUID-HOLLAND van de Scheepvaart en Steenkolenmaatschappij te Rotterdam, kapt. J. Riek en het Engelse stoomschip GEORGE ALLEN, op de Noordzee dicht bij de uitmonding van de Tyne, waarvan de ZUID-HOLLAND was komen afvaren.
De Raad deelt de opvatting van kapt. Riek dat, als de GEORGE ALLEN langer had achteruitgeslagen, de aanvaring voorkomen zou zijn. Kapitein Riek heeft met de nodige voorzichtigheid en zeemanschap gemanoeuvreerd.


06 maart 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 6 maart. Van het stoomschip PRINSES JULIANA is de steven beschadigd en zijn er enige boegplaten verbogen. De schade wordt op GBP 150 geschat.
Uit Vlissingen wordt ons geseind, dat de mailboot PRINSES JULIANA in de vaart zal kunnen blijven. Het is gebleken dat slechts enkele platen gedeukt zijn.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

IJmuiden (geen datum) De Nederlandse tankboot ROTTERDAM, van de American Petroleum Cy, is heden van Amsterdam alhier aangekomen, om 900 ton kolen in te nemen, omdat de kolenwerkers te Amsterdam gestaakt hebben en weigeren dat stoomschip te beladen. Morgen zal de TANTALUS van de Stoomvaart Mij Oceaan eveneens naar hier komen om 600 ton kolen in te nemen.
Nader verneemt de Telegraaf van de Scheepvaart en Steenkolen-Maatschappij te Amsterdam, die de ROTTERDAM van kolen zou voorzien, dat de staking van de kolenwerkers slechts genoemde maatschappij betreft en voortspruit uit een kwestie over betaalde werkzaamheden. Vijftig kolenwerkers zijn hierbij betrokken, voor zover het het beladen van de ROTTERDAM betreft. Voor het beladen van de TANTALUS is minder personeel nodig. De maatschappij heeft gezorgd, dat de schepen beladen kunnen worden in IJmuiden. Waarschijnlijk zal de staking niet van langdurige aard zijn en ze staat absoluut in geen verband tot de mijnwerkersstaking in Engeland.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 5 maart. De raderboot THAMES, groot bruto 125 ton en netto 66 ton, in 1868 op de Mersey gebouwd en voorheen eigendom der London-Tilbury and Southend Railway Company is naar Nederland verkocht. Het bootje wordt door de sleepboot GOUWZEE naar Rotterdam gesleept.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Volgens bij de Holland-Amerika Lijn alhier ontvangen draadloos bericht zijn maandag l.l. (opm: 4 maart) bij het op reis naar New York zijnde stoomschip ROTTERDAM bij zwaar stormweer door een overkomende stortzee gekwetst de machinist Van Heest, bootsman Wouters, loodgieter Disse en matroos Ter Woort. De machinist Van Heest is aan de gevolgen overleden; de toestand van de bootsman Wouters is ernstig; die der beide anderen bevredigend.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart. De Raad voor de Scheepvaart heeft gisteren een onderzoek ingesteld naar de aanvaring op 22 februari in de haven van Boulogne sur Mer, tussen het Nederlandse stoomschip NICOLAAS, rederij W.H. Berghuys te Amsterdam, kapt. A. Dekkers en het Deense stoomschip ISBJÖRN.
Gehoord werd eerst, buiten ede, de 2e machinist Walleboom, die werd kenbaar gemaakt dat het onderzoek ook loopt over de vraag, of de aanvaring gevolg is van een daad of nalatigheid zijnerzijds. Hij verklaarde dat hij van 7 tot 12 uur namiddags alleen wacht had gehad in de machinekamer. De 1e machinist had de wacht altijd samen met een donkeyman. Kort nadat van de brug de order "stand-by" was gekomen, werd het tijd voor de aflossing van de wacht en moest hij de 1e machinist roepen, wiens hut zich vlak tegenover de machinekamer bevindt. Hij moest dus zijn toestellen verlaten. Als hij de donkeyman moest porren, dan moest hij òf het zelf doen, òf de stoker van stookplaats halen, zodat hij ook dan de toestellen verlaten moest. Bij de aflossing van de wacht lag de machine stop en bij de komst van de 1e machinist met de donkeyman is comparant naar bed gegaan. Nauwelijks lag hij, of hij werd wederom door de 1e machinist gepord, waarom wist hij niet. Hij meende echter, dat het was omdat men voor de rede was gekomen. In de machinekamer gekomen, ging hij aan de telegraaf staan en hanteerde tegelijkertijd de handels van het aanzettoestel.
Ondervraagd of hij dan gelijktijdig het aanzettoestel kon bedienen en op de telegraaf zien, antwoordde comparant bevestigend, maar wanneer hij dit nader moest duidelijk maken, sprak hij zichzelf onophoudelijk tegen. Waar de 1e machinist stond toen hij binnenkwam weet hij niet. Een ogenblik later verklaart hij, dat hij voor de telegraaf stond, terwijl de donkeyman het aanzettoestel behandelde. Waarom de eerste machinist naar boven is gegaan, zegt comparant niet te weten. De telegraaf stond op stop, maar er was vaart in het schip.
Op een gegeven ogenblik werd de telegraaf op halve kracht achteruit gezet. Hij stelde ook zijn toestel op halve kracht achteruit, maar heeft niets aan de donkeyman gezegd, die volgens hem op de telegraaf kon zien en heeft zich ook niet overtuigd, dat deze de order uitvoerde. Daarna kwam het commando: volle kracht achteruit. Wederom heeft comparant niets gezegd aan de donkeyman en hij weet niet of de machine volle kracht achteruit is gezet. Hij heeft het sein weer teruggegeven en zich daarna naar de voeding-donkey begeven om die af te zetten. Op dat ogenblik had de aanvaring plaats en gevoelde comparant de stoot. De 1e machinist was toen nog niet in de machinekamer terug. Niemand heeft comparant over het geval onderhouden voordat hij door de inspecteur is gehoord. Hoe de machine werkte, heeft hij niet gezien. Comparant maakt geen misbruik van sterke drank.
Een van de leden van de Raad deed opmerken dat degeen die voor de telegraaf staat, met zijn rug naar de man aan het aanzettoestel gekeerd staat.
De voorzitter, mr. Pleyte, gaf de 2e machinist daarna te verstaan, dat het de indruk maakte dat hij gedacht heeft: Als de 1e machinist van zijn wacht wegloopt, moet hij er maar voor opdraaien.
Gehoord werd vervolgens de kapitein Dekker. Deze werd de eed afgenomen. Hij deelde mee dat de 2e machinist slecht bekend stond, o.a. voor slapen op de wacht. Hij heeft hem genomen omdat er geen keus was. Kort voordat de NICOLAAS voor de pieren van Boulogne kwam, is getuige in de machinekamer geweest om te vragen of alles in orde was. Daarna heeft hij zich weer naar de brug begeven en is het schip naar de pieren gevaren, eerst met gestopte machine, daarna achtereenvolgens langzaam en volle kracht, vervolgens binnen de pieren halve kracht. Zeer langzaam werd de sluis ingevaren. De NICOLAAS moest in het havenbassin meren naast het Deense schip ISBJÖRN en bleef dus langzaam doorstomen. Getuige gaf stuurboord roer om te zwaaien en zette de telegraaf op stop. Dit sein werd beantwoord, maar niet uitgevoerd; de machine bleef doorslaan. Het daarop gegeven sein halve kracht achteruit werd eveneens beantwoord, maar wederom niet uitgevoerd. Toen haalde getuige de telegraaf snel achter elkaar vier of vijfmaal op volle kracht achteruit over; het schip bleef voortschieten. Getuige heeft daarna het anker laten vallen dat niet hield; de ISBJÖRN werd toen aangevaren. Of de beweging vóór of na de stoot uit het schip is gekomen, weet getuige niet. De eerste machinist heeft aan getuige verklaard, dat hij de machinekamer moest verlaten omdat hij een natuurlijke behoefte moest doen.
De 1e machinist Dobbinga, vervolgens gehoord, bevestigde dit. Hij heeft de 2e machinist onmiddellijk over diens verzuim onderhouden, maar deze heeft geantwoord: "Daar moet je je eigen niks van aantrekken, het laat mij ijskoud." De voorzitter vraagt nog of er misschien aan sabotage gedacht moet worden; op deze vraag antwoordt de getuige ontkennend.
Het onderzoek werd daarna geschorst tot zaterdag aanstaande.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Aan J. Meyer’s Scheepsbouw Maatschappij te Zaltbommel is opgedragen de bouw van 4 stoomboten voor de havendienst te Antwerpen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Aan de werf van de heer G. Kars te Oude Pekela is met goed gevolg te water gelaten een stalen tjalkschip, groot 70 ton, voor schipper S. de Bruin te Bolsward.
(opm: volgens NNO 040312 was de twl. op 2 maart)


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Solleveld, Van der Meer en T.H. van Hattum’s Stoomvaart Maatschappij te Rotterdam.
Aan het jaarverslag, het derde van de vennootschap, is het volgende ontleend:
Over het algemeen hebben de stoomschepen gelukkig gevaren. Het herstellen van enkele averijen werd door assuradeuren vergoed. In het vorig jaarverslag werd er op gewezen, dat de vooruitzichten voor de vrachtenmarkt in het algemeen gunstiger waren. Dit is bewaarheid geworden, en vooral gedurende de laatste maanden van het jaar zijn de vrachten zeer lonend geweest. Het door de Rotterdamsche Droogdok Mij. op 30 December 1910 opgeleverde stoomschip EEMDIJK voldoet in alle opzichten aan de gestelde verwachtingen, reden waarom de directie in de loop van dit jaar besloot gebruik te maken van een voordelig aanbod van dezelfde maatschappij, voor de bouw van een stoomschip van ca. 5.500 ton draagvermogen, dat op 1 Januari 1913 opgeleverd moet worden. Het stoomschip OOSTDIJK door dezelfde maatschappij gebouwd, is dezer dagen in de vaart gebracht. Na aftrek van onkosten, rente op de lening, gehele afschrijving van oprichtingskosten, onkosten schepenwet en onkosten op de lening, benevens een afschrijving van NLG 102.702 op de stoomschepen, bedraagt de bedrijfswinst NLG 129.476.
De directie stelt voor aan aandeelhouders 9% dividend (v. j. 4%) uit te keren, het reservefonds te brengen op NLG 20.000 en het ketel- en reparatiefonds (in de vorige balans reservefonds genoemd en waarop uit jaar de kosten van de eerste survey van het stoomschip ELLEWOUTSDIJK en van de tweede survey van het stoomschip POELDIJK zijn afgeboekt) te brengen op NLG 25.000. Na afbetaling van bedrijfsbelasting en tantièmes blijft een saldo van NLG 2.245 voor overdracht op nieuwe rekening over. De vooruitzichten voor 1912 zijn zeer gunstig. De exploitatierekening geeft met inbegrip van het saldo vorig jaar een brutowinst van NLG 293.010. Hiervan moet worden afgetrokken aan afschrijving op de schepen NLG 102.702, aan idem oprichtingskosten NLG 2.596, aan idem onkosten van de lening NLG 12.000, aan onkosten Schepenwet NLG 9.132. aan interest NLG 33.240, en aan onkosten NLG 3.862, waarna NLG 129.476 overblijft. Hiervan wordt NLG 17.050 gebracht op reserve, NLG 21.632 op ketel- en reparatiefonds en uit de rest, als boven gezegd, 9% dividend uitgekeerd, hetgeen met de bedrijfsbelasting NLG 73.980 vereist. Na betaling van NLG 14.573 tantièmes gaat de rest op nieuwe rekening over. De balans geeft als waarde van de stoomschepen aan NLG 1.408.000.


07 maart 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Gistermorgen heeft men, naar men uit Hoek van Holland aan de NRC wordt gemeld, het bij Terheijde gestrande stoomschip SOLO weer omstreeks 80 meter meer zeewaarts getrokken. Men hoopte het schip gisteravond vlot te brengen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Delfzijl, 6 maart. Het houten tjalkschip CONFIANCE, schipper J. Wijnholt, is verkocht aan schipper Leeuwerke. Koopprijs niet bekend.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Delfzijl, 6 maart. Gisteren werd alhier proef gestoomd met de nieuwe sleepboot OSCAR, kapt. Jonas, welke voor Duitse rekening (opm: voor H. Peters te Hamburg) gebouwd is op de werf van de firma E.J. Smit & Zoon te Hoogezand. De machine heeft 350 ipk. Er werd een vaart gelopen van 10½ mijl.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Gisteren zou de SOLO dan eindelijk los komen; dinsdag was het gelukt het schip een 50 meter naar voren te halen en men rekende dat het, met een beetje gunstige wind en wat zee, bij een volgende maal hoog water wel vlot zou komen. De belangstelling was gisteren dan ook ongemeen groot; de gehele jeugd van Terheijde zat, als mussen op een rijtje, boven op de palen, die tussen de stenen van de pier uitsteken. En aan het strand was er een aantal kijkers, dat, de omstandigheden in aanmerking genomen, niet onaanzienlijk genoemd mocht worden.
Tegen half vier werd met hieuwen, dit is vooruitbrengen, van het schip begonnen en alles ging best. Langzaam aan schoof de SOLO uit de zandgeul, waarin ze nu al 5 maanden vastzit. Op de rede kruisten drie sleepboten om dadelijk te kunnen vastmaken als het schip dreef. Het mocht echter niet zo zijn; voor de zoveelste maal speelde het water de bergingsmaatschappij een poets en kwam niet hoog genoeg op. Meer dan 11 meter kon men niet vooruit komen en tegen halfzes kregen de sleepboten het signaal, dat ze konden inrukken om tegen de volgende morgen terug te komen. Toen waren ze er op tijd, maar de tocht was weer tevergeefs; weer stuwden de golven niet ver genoeg het strand op en weer bleef de SOLO onbeweeglijk; er was zelfs geen werking te bespeuren. Van hieuwen kon dan ook geen sprake zijn. De reden, dat het afbrengen dezer dagen minder vlot ging dan verwacht werd, is waarschijnlijk, dat de SOLO door de aanhoudende zuidwesten wind tegen de zandbank geduwd is, die zich tegen de strekdam gevormd had.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van Gebr. v.d. Meer te Vlaardingen is woensdagnamiddag te water gelaten het stalen loggerschip ARIE, gebouwd voor rekening van de heer C. van der Toorn, te Scheveningen.


08 maart 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 8 maart. Volgens een telegram uit Philadelphia is het naar Rotterdam bestemde Nederlandse stoomschip ANDIJK in de rivier aan de grond gevaren. Het zal echter waarschijnlijk met hoog water vlot komen.
Volgens nadere berichten liep het stoomschip ANDIJK tijdens mist aan de grond en wel op modderige bodem.


09 maart 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 8 maart. Het stoomschip ANDIJK is met assistentie vlot gekomen en heeft de reis naar Rotterdam voortgezet.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 8 maart. Het Nederlandse stoomschip BATAVIER VI is bij het verlaten van het dok in aanvaring gekomen met een sleepboot; de voorsteven is beschadigd.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Antwerpen, 9 maart. Het van New York alhier aangekomen Nederlandse tankschip OCEAN heeft niet alleen veel schade door stormweer belopen, maar ook is een stoker (Antwerpenaar) overboord geslagen en zijn er nog drie van de andere opvarenden gewond. De eerste stuurman heeft een been gebroken, de matroos Schepen heeft enige ribben gebroken en de matroos Herman brak een arm. De stuurman wordt aan boord en de matrozen worden in het ziekenhuis verpleegd.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Te ’s-Gravenhage is gisteren de jaarlijkse algemene vergadering van de zeemansbond gehouden. Het jaarverslag over 1911 wees aan, dat de vereniging in ledental was toegenomen, zowel wat de zeevarende als de niet-zeevarende leden betreft. Een afdeling te Gasselternijveen werd opgericht, en men had hoop ook te IJmuiden een nieuwe afdeling te stichten.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart. In de zaak van de VOORWAARTS, reder J.J. Onnes te Groningen, schipper G. v.d. Laan, op reis van Emden naar Southampton, op 17 januari bij Southwold gestrand, oordeelt de Raad, dat het ongeval is veroorzaakt door de zware ZO storm. Schipper noch stuurman treft blaam.


10 maart 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart. De Raad voor de Scheepvaart te Amsterdam heeft gisteren voortgezet het onderzoek inzake de aanvaring in de haven van Boulogne op 22 februari tussen het stoomschip NICOLAAS van de rederij W.H. Berghuys te Amsterdam, kapt. A. Dekker, en het Deense stoomschip ISBJÖRN.
Uit het verslag van de eerste behandeling van de zaak herinnert men zich, dat de aanvaring veroorzaakt werd doordat de machines volle kracht bleven slaan, hoewel de gezagvoerder op de brug de telegraaf eerst op halve kracht, daarna op volle kracht achteruit had gezet. De tweede machinist Walleboom, die in de machinekamer voor de telegraaf stond, had de commando's wel terug gegeven, maar zich niet overtuigd of de door de donkeyman, die aan het aanzettoestel stond, wel werden uitgevoerd. Zo althans heeft hij verklaard.
Thans werd de donkeyman gehoord. Hij deelde mee dat hij, staande met zijn rug naar de telegraaf gekeerd, niet heeft kunnen zien, wat deze aangaf. Maar de 2e machinist had hem, toen hij de telegraaf hoorde overgaan, eerst gecommandeerd: "Halve kracht" en daarna "volle kracht vooruit" en de derde keer had hij gezegd: "Kom een slagje meer, nog meer". Getuige had deze orders natuurlijk uitgevoerd. Later eerst zag hij, dat de telegraaf op achteruit stond. Bij een vorige gelegenheid heeft Walleboom nog eens de telegraaf verkeerd gelezen. Getuige gelooft vast, dat er moedwil in het spel is.
Machinist Walleboom bleef volhouden niet tot de donkeyman te hebben gezegd en het verkeerd draaien van de machine niet te hebben opgemerkt.
De uitspraak zal later volgen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van de firma E.J. Smit & Zoon te Hoogezand, is te water gelaten een stalen stoomschip voor de kustvaart in Noord- en Oostzee. Het wordt gebouwd voor rekening van de heer J. Albers te Groningen en zal een draagvermogen hebben van 350 ton. Voor het varen in ballast is in het voorschip een grote piektank gebouwd, terwijl onder het achterruim een dubbele bodem is aangebracht. Op het dek bevinden zich een verzonken bak, waarop de stoom-ankerlier, mast met stoomlier, een groot luik, een dekhuis, met woonvertrekken voor de gezagvoerder, kaartenkamer, enz., achterluik met lier en mast, en een verzonken campagne. Aan het dekhuis sluit de koelkast over ketel en machine aan, welke even hoog is als het dekhuis. Op het dekhuis is een teakhouten stuurhuis gebouwd en worden ook de sloepen geplaatst. Machine en ketel, evenals het schip voor de hoogste klasse van de Germanischer Lloyd gebouwd, zijn ook door de firma E. J. Smit & Zoon vervaardigd.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van L. Wolthuis te Veendam is te water gelaten een stalen klipperaak, groot 40 ton, voor schipper J. Werk-Huizinga te Groningen. Daarna werd de kiel gelegd van een tjalkschip, groot 65 ton, voor rekening van G. Jelsema van Usquert.


11 maart 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 11 maart. Het 18 februari na stranding op de Tyne gesleepte Nederlandse stoomschip VLUG, blijkt nu veel bodemschade te hebben geleden. Het stoomschip ligt nu te Wallsend te repareren. Deze reparaties zullen hoogstwaarschijnlijk niet eerder dan a.s. april zijn afgelopen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Charlton, 8 maart. De sleepboot HEATHORNIE, van de South Metropolitan Gas-company, met een convooi de rivier opgaande, geraakte ter hoogte der ‘Tower Stairs Tier’ in aanvaring met het van de Custom House Wool Quay komende Nederlandse s.s. BATAVIER VI. De BATAVIER VI werd aan de steven en het achtergedeelte der sleep werden beschadigd.


12 maart 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Barssel, 10 maart. De Nederlandse koftjalk LARUS, in 1891 gebouwd, groot bruto 106 ton, is naar deze plaats verkocht. (opm: verkocht aan J. Hoffmann)


13 maart 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 13 maart. Naar wij vernemen is de scheepswerf aan het Kralingscheveer, ongeveer een jaar geleden gekocht door de scheepsbouwmeester W. Schram te Bolnes, thans weer verkocht en wel aan de firma Marckmann & Faasen alhier (opm: NLG 20.000 voor de werf, plus NLG 15.800 voor alle aanwezige machinerieën, gereedschappen, werktuigen en overige roerende goederen). De overdracht zal 15 maart plaats hebben.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart. De Raad heeft gisteren een onderzoek ingesteld naar de aanvaring in de Noordzee op 7 februari tussen de stoomtrawler BARENDSZ (IJM - 4), schipper S. van de Wint, rederij Maatschappij tot Beheer van Stoomtrawlers en andere Visschersvaartuigen te IJmuiden en het stoomschip GRÄNGESBERG, kapt. B. Meyer, rederij Wm.H. Müller & Co. te Rotterdam.
Het bekende 14-mast schip GRÄNGESBERG vertrok op 6 februari van Rotterdam (opm: naar Oxelösund). In de nacht van 7 op 8 februari verliet de gezagvoerder, naar hij gisteren voor de Raad verklaarde, de brug om in de kaartenkamer te gaan rusten. De 2e stuurman, die de wacht had, waarschuwde hem om 6 uur door de spreekbuis dat het dik van mist was geworden. Getuige begaf zich naar de brug en liet de telegraaf op halve kracht zetten en mistsignalen geven. Het schip had 26 mijl in 21/2 uur gelopen, waarbij een half uur mist; doch naderhand bleek, dat de verdeling van de mijlen door de stuurman willekeurig en zonder het log op te lezen, was geschied. Het schip liep nu 6 à 61/2 mijl. Kort daarna werd op 6 streken voorlijker dan dwars een stoomfluit gehoord, waarop getuige de machine stop liet zetten. Onmiddellijk daarna zag met het carnavalslicht van een trawler; getuige liet hard bakboord roer geven, doch de trawler liep de GRÄNGESBERG aan, even voor de brug en was dadelijk weer los. De averij was onbetekenend. Alleen een paar platen waren ingedrukt.
De 2e stuurman verklaarde in hoofdzaak gelijkluidend. Alleen zei hij, dat er na het bakboord-roer geven tijd genoeg was geweest om waarschuwingssignalen op de fluit te geven.
De 2e machinist deelde mee, dat niet te 05.30 uur, maar te ongeveer 6 uur halve kracht is gevaren. Het is in strijd met getuige's gegevens, dat van 4 tot 8 uur halve kracht is gevaren.
De Raad zal op een nader te bepalen datum uitspraak doen.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 13 maart. Het ijzeren tjalkschip RISICO, schipper H. Guikema van Ezinga, is voor NLG 3.700 verkocht aan O. Hagenaar van Hamburg. Onder de naam CATHARINA is het van hier vertrokken.


14 maart 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam. Ruim 7 uur gisteravond is er brand uitgebroken in de voorpiek van het stoomschip OTTOLAND, van de Stoomvaart Maatschappij Nederlandsche Lloyd, welk schip gistermorgen in het Gemeente Droogdok No. 3 in de Maashaven te Rotterdam was gezet. Bij het aanbrengen van de gloeiende bouten in die piek was er één gevallen op touwwerk en matten, tot afdekking van de lading bestemd en in die scheepsruimte aanwezig. Werkvolk van het droogdok ving de blussing aan met een op de waterleiding geplaatste slang. Spoedig daarna werd onder de leiding van de adjunct-havenmeester, de heer A.H. Sirks, ook de stoompomp van de stoomboot HAVENDIENST III in werking gesteld. Manschappen van de reddingbrigade, die op het bericht van de brand was uitgerukt, van rookhelmen voorzien, doorzochten aan boord gekomen de voorpiek en namen de blussing van het werkvolk van het droogdok met de op de waterleiding geplaatste slang over. Te 10 uur was de brand, die zich tot de voorpiek bepaalde, geblust.
Enig houtwerk, een partij matten en touwwerk zijn verbrand, terwijl de voorpiek na de blussing gedeeltelijk vol water stond. Het stoomschip OTTOLAND zelf heeft geen ernstige schade gekregen. Ook de stoomboot HAVENDIENST II was naar de Maashaven gestoomd, maar hoefde geen hulp meer te verlenen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De heden alhier gehouden algemene vergadering van de Stoomvaart Maatschappij ‘De Maas’ heeft de balans met de winst- en verliesrekening over het jaar 1911 goedgekeurd en het dividend bepaald op 4 pct (v.j. nihil).


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Naar men ons meedeelt, zullen directie en commissarissen der Rotterdamsche Droogdok-Maatschappij, alhier, aan aandeelhouders voorstellen het dividend over 1911 vast te stellen op 10 pct, evenals vorig jaar en aan houders van oprichtersbewijzen uit te keren NLG 70 (NLG 46) per bewijs.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Aan de buitengewone algemene vergadering van aandeelhouders der Nederlandsche Scheepvaart Unie op 28 dezer, zal het voorstel worden gedaan een wijziging te brengen in art. 4 der statuten, regelende de kapitalisatie der vennootschap. Het kapitaal, tot dusver bedragend NLG 21.250.000, verdeeld in 25 preferente aandelen à NLG 10.000 en 21000 gewone aandelen à NLG 1000 is in het nieuwe artikel vastgesteld op NLG 50.250.000. Op 23 december 1911 waren geplaatst NLG 150.000 preferente en NLG 16.350.000 gewone aandelen. (opm: bekort)


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf ,,Fijenoord” te Rotterdam zal zaterdag a.s. te water worden gelaten het stoomschip KRAKATAU, in aanbouw voor de Stoomvaart Maatschappij Nederland. (opm: zaterdag 16 maart)


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

In verband met de staking aan de Ned. Scheepsbouw Maatschappij, waardoor het klinkwerk geen voortgang heeft, worden morgen nog 70 werklieden van verschillende categorieën ontslagen. In het geheel heeft dan aan de Maatschappij een honderdtal werklieden, ten gevolge van de staking van de scheepsbouwers, ontslag gekregen.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Torquay, 9 maart. Ter hoogte van Ouessant is de gezagvoerder van het stoomschip POOLSTER tijdens een storm van de brug gevallen, waardoor hij een hersenschudding heeft gekregen. Te Brixham is hij heden geland.


15 maart 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart. De Raad heeft gisteren het onderzoek hervat inzake de aanvaring tussen het Rotterdamse 14-maststoomschip GRÄNGESBERG en de IJmuidense stoomtrawler BARENDSZ.
De schipper van de trawler, S. v.d. Wint, werd gisteren gehoord. Hij deelde mede, dat de aanvaring plaats had op 63˚53' NB, 04˚28' OL (opm: is hoogst waarschijnlijk 53˚53' NB, 04˚28' OL, want schip is op weg naar Oxelösund in de Oostzee, aankomst aldaar 18 maart) gegist bestek. De BARENDSZ had de toplichten en het carnavalsvuur op; alle hens was aan dek daar er gehaald werd. Op de bak stond geen uitkijk, aan de bel stond een man.
Het was dik van mist; getuige hoorde een fluitsignaal aan stuurboordzij op ongeveer twee streken. Drie minuten bleef de BARENDSZ gestopt liggen; eerst op het ogenblik van de aanvaring zag getuige de toplichten van de GRÄNGESBERG. Achteruitslaan was niet mogelijk omdat de BARENDSZ gestopt had gelegen en de lijnen bij de schroef stonden. Het schip aanmerkelijke schade; hoewel de GRÄNGESBERG aangeroepen werd, stoomde deze door zonder van de BARENDSZ notitie te nemen.
In de scheepsverklaring staat, dat de schipper, voordat hij stopte, stuurboord roer heeft gegeven. Hem werd voorgehouden, dat hij dit volgens het reglement niet had mogen doen, daar het dik was en hij de positie van de tegenligger niet kende.
De Raad zal later uitspraak doen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart. Het stoomschip VLUG van de N.V. Houtvaart te Rotterdam, kapt. A.J.L. Moritz is op 13 januari bij Neufahrwasser met het Duitse stoomschip HORST in aanvaring geweest en op 12 februari bij Seaham Harbour gestrand.
Naar deze beide ongevallen heeft de Raad voor de Scheepvaart te Amsterdam heden een onderzoek ingesteld. Aangezien de Raad van het Danziger reglement ter voorkoming van aanvaringen niet op de hoogte is, en dus niet kan oordelen over het eerstgenoemde ongeval werd de gezagvoerder van de VLUG hierover slechts kort gehoord.
Aangaande de stranding bij Seaham Harbour verklaarde de kapitein, dat de stuurinrichting elke dag werd nagezien en die dag voor het vertrek uit Londen hersteld is. Onderweg heeft de stuurinrichting goed gewerkt; 's avonds halfzeven was de VLUG op de rede van Seaham. Er stond OZO wind met sterke deining. Getuige liet het anker vallen en legde het schip met de kop naar het zuiden. 's Avonds 10 uur werd het anker opgehaald, en het schip op dezelfde plaats gehouden. Toen de loods aan boord was is er achteruitgeslagen, maar het schip wilde niet opkomen. Later is eerst gebleken, dat dit kwam doordat de stuurboordstuurketting gebroken was, er werd nu een tros overgeworpen naar een sleepboot met de bedoeling om het schip dat naar lager wal dreef op te laten slepen, maar die tros kon men niet houden, is geslipt en in de schroef geraakt.
De stranding was nu onvermijdelijk het heeft drie dagen geduurd voordat de sleepboten erin slaagden het schip vlot te krijgen. Het had bodemaverij. De kapitein is door zijn rederij geschorst, omdat hij te veel sleepgeld heeft betaald.
De Raad zal later uitspraak doen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Te Middlesbrough is te water gelaten het voor rekening van de heer Karl Schroers te Rotterdam, nieuw gebouwde stoomschip KARL SCHROERS. Het schip is 286 voet lang, 41 voet breed en 20 voet hol, heeft een draagvermogen van 3.300 ton bij geringe diepgang en zal voorzien worden van triple-expansie-machines en van de nieuwste inrichtingen voor het spoedig behandelen van lading.


16 maart 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 16 maart. Volgens een telegram uit Bridport is het Nederlandse schip ADELAAR bij het binnenlopen van de haven aldaar tegen de pier gelopen, waardoor het schip enige schade aan de boegen bekwam. Later liep het schip aan de grond, doch kwam het schip vlot en aldaar binnen. Het roer is verloren gegaan. De lading heeft niet geleden en het schip maakt, in de haven liggende, geen water. (zie ook: NNO 290312 en NNO 010412)


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de scheepsbouwwerf van de Gebr. J. & G. Verstockt te Martenshoek is te water gelaten de van staal en ijzer gebouwde zeetjalk LAMMEGIE II (*), groot 225 ton, voor rekening van H. Schling te Groningen.
Daarna werd de kiel gelegd voor een dito schip voor Duitse rekening.
(* opm: is de tjalk LAMMEGIENA II – te water op 7 maart)


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van de scheepsbouwmeesters J. & K. Smit te Krimpen a/d Lek is te water gelaten een steenkolentransporteur (opm: RHEINPREUSSEN), gebouwd voor rekening van de Steenkolen Handelsvereeniging te Rotterdam.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Scheepsbouw. Martenshoek, 15 maart. Van de werf van de heer J.W. Boerma, alhier zijn achtereenvolgens te water gelaten twee stalen schoenerschepen, te weten één voor kapt. G. Bakker, van Groningen genaamd HARMINA, groot plm. 240 ton en een dito van plm. 195 ton, genaamd MÖWE, Voor Duitse rekening. Verder is de kiel gelegd voor een stalen klipperaak, voor rekening van kapt. Tj. Kunst van Groningen,


18 maart 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Gisteren is het dan toch eindelijk gelukt de SOLO vlot te brengen en naar Rotterdam te slepen. Op het strand bij Terheijden zit geen ijzeren gevaarte meer, dat aan de storm van 30 september herinnert. Weinig heeft het echter gescheeld, of de dag van gisteren had, in plaats van één schip dat vertrok, er drie op het zand gezien.
De BUFFEL, die de zandplaat weggezogen had, die een vorige maal het afbrengen verhinderde, moest de nacht van vrijdag op zaterdag buiten blijven, omdat de kleine TRITON, die de zandzuiger naar Terheijden gesleept had, wegens de hoge zee geen kans zag om hem buiten te brengen. De bemanning bracht een bange nacht door; het vaartuig zat vlak voor de kop van een lange pier en geweldig sloeg het water over het dek. Had het anker niet gehouden, de BUFFEL zou op de wal gezet zijn.
Zaterdag kwam de WODAN te hulp, maar kreeg een tros in een rad, het anker hield niet dadelijk en met een aardige snelheid liep de boot naar de pier. Gelukkig pakte eindelijk het anker, de tros werd uit het rad gehaald en een paar uren later lag de BUFFEL behouden in de Waterweg.
De SOLO was, zoals we reeds gemeld hebben, zaterdag een 70 meter zeewaarts getrokken; 's nachts lukt het om het eigen anker binnen boord te brengen en nog een 50 meter naar voren te komen.
De zondag bracht een rustige zee, weinig branding en slechts hier en daar in de verte een witte kop. Toch kwam al een paar uur voor hoogwater beweging in het schip en terwijl de OOSTZEE, GOUWZEE, WODAN en ROZENBURG, van de firma L. Smit & Co., nader stoomden, lag het zo nu en dan zelfs even te stampen.
Voorop rammelde de winch, elk bootje in de lijnen dadelijk inpalmend, meer dan een paar centimeter per keer schoot het schip echter niet op. Daar kwam een hoge golf en plotseling kwam er schot; de SOLO raakte los uit de geul, zwaaide 90˚ om en was vlot.
De bergingsmaatschappij had tot dusver nooit reden gehad om over overmaat van geluk te klagen, maar van het ogenblik van vlot zijn af liep alles prachtig. Het binnenhalen van de lijnen, het vastmaken van de boten, het ging vlug en om half twee nam de SOLO met drie dreunende stoten op de stoomfluit afscheid van Terheijden, waar op de duinen een dichte menigte het schip zag vertrekken. Voorop stoomden de GOUWZEE en OOSTZEE, terwijl achteraan de WODAN stuurde. Het water was kalm en met een tamelijke vaart koerste men naar de Hoek. Slingeren deed het schip slechts weinig, hoewel het roer- en schroefloos was en geen water in had, alleen lag het een 10 graden slagzij.
Om half drie voer men de Waterweg binnen; daar werd de orde van schepen veranderd. De OOSTZEE bleef voorop, de WODAN achter, maar de GOUWZEE en de ROZENBURG kwamen langszij en zoals een kreupele, die op krukken steunt, ging de SOLO naar Rotterdam, zigzag, dan naar links, dan naar rechts afdrijvend, om telkens door de WODAN weer in de juiste richting getrokken te worden.
De vaart op de Waterweg van het stuurloze ijzeren gevaarte, vol roest, verveloos, het dek bezet met lijnen, trossen, katrollen, met zijn ontredderde verschansing, had soms toch iets van een zegetocht. Aan de Hoek stond een grote menigte, die wuivend groette; een vlaggensein bracht een gelukwens over en driemaal daalde de driekleur als groet. Te Maassluis, waar de kantoren van de bergingsmaatschappij gevestigd zijn en waar de bevolking de lotgevallen van de SOLO met grote belangstelling gevolgd had, stonden de hoofden zwart van zwaaiende en wuivende mensen.
De verdere tocht liep kalm; Vlaardingen, Pernis, Schiedam, de Lloyd-gebouwen werden gepasseerd; de laatsten gegroet.
De grote sleepboten werden ondertussen vervangen door twee kleinere, die de SOLO, na heel veel draaien en trekken, om even zes uur op haar plaats van bestemming brachten: Aan de Parkkade, langszij het stoomschip YRSA.
De SOLO was na een afwezigheid van 5 maanden en 17 dagen weer te Rotterdam teruggekeerd. Vanmorgen is het schip in het Gemeente-Droogdok gezet.
SOLO vlot gebracht.


19 maart 1912


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

De staking aan de Ned. Scheepsbouw Mij. De schilders, die het werk hadden neergelegd aan het droogdok voor Soerabaja, bij Schellingwoude, zijn gisteren weer aan het werk gegaan.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Groningen, 18 maart. Volgens heden alhier ontvangen telegrafisch bericht is het alhier thuis behorende schip HOOGEZAND I, kapt. R. Wyrdeman, te Frontera gestrand. Afbrengen is misschien mogelijk.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De Java-boot SOLO, in de nacht van 30 september op 1 oktober 1911 gestrand bij Monster, is zondagmiddag vlot gekomen en de Nieuwe Waterweg te halfdrie binnengesleept. De boot had ligplaats genomen aan de Parkhaven. Hedenochtend 9 uur is zij in het gemeentedok Maashaven opgenomen voor onderzoek van de experts.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Raad voor de Scheepvaart. De Raad voor de Scheepvaart te Amsterdam behandelde een tweetal ongevallen, overkomen aan het stoomschip VLUG, kapt. A.J.L. Moritz; rederij N.V. Houtvaart te Rotterdam.
Het eerste ongeval betrof de aanvaring van de VLUG nabij Neufahrwasser met het Duitse stoomschip HORST op 13 januari.
Naar gezagvoerder Moritz verklaarde, had de VLUG te Seaham kolen geladen bestemd voor de gasfabriek te Danzig. 13 januari verliet men Danzig naar Neufahrwasser. De waterweg is daar een gekanaliseerde rivier. Bij een hoek van 120 graden, welke de waterweg maakte, had een aanvaring plaats met het Duitse stoomschip HORST, dat binnenkwam. Volgens de gezagvoerder liep dit schip, tegen zijn fluitsignaal in, naar de oostwal, waarheen ook de VLUG uitweek. Dadelijk werd achteruit geslagen, de VLUG voer echter de HORST aan. De VLUG kreeg geen schade, wel de Duitser.
Daar de Raad niet in het bezit was van het havenreglement van Danzig, werd de gezagvoerder slechts gehoord en kon de Raad op het ogenblik nog geen oordeel vellen over dit ongeval.
Het tweede onderzoek van de Raad betrof de stranding van de VLUG bij Seaham op 12 februari. Men wachtte buiten de haven op de rede, totdat de sleepboten buiten kwamen om de VLUG binnen te slepen. Dit duurde te lang en men stoomde naar binnen. Toen werd bemerkt, dat de stuurinrichting niet goed werkte en het schip naar de rotsen werd gezet. Een sleepboot naderde en er werd een tros overgegooid. Deze slipte zowel op de VLUG als op de sleepboot en kwam, zoals later bleek, in de schroef van de VLUG terecht. Kort daarop stootte de VLUG. Het schip zat op de rotsen. Tevergeefs poogde men vlot te komen. Ten gevolge van de hoge branding konden de boten niet uitgezet worden. Na drie dagen kwam het bij hoog water, met behulp van sleepboten, vlot. Naar later in het dok te Newcastle bleek, had de VLUG ernstige bodemschade gekregen.
De Raad zal later uitspraak doen.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Een ontploffing. Zaterdagavond omstreeks half acht werden de bewoners van de Nieuwesluis te Zwartsluis plotseling opgeschrikt door een harde slag. Wat toch was geschied? De firma H. Appelo en Zn. verlicht haar scheepswerf en de nabijgelegen woningen van vader en zoon door middel van acetyleengas, voor het vervaardigen waarvan zich een inrichting bevindt achter de woningen. Zaterdagavond nu begon het licht in de woningen te zakken en ging de heer K. Appelo eens op onderzoek uit. De ketels, waarin het uit carbid bereide gas verzameld wordt, bevinden zich in een stenen gebouwtje, zeer sterk gemaakt van dubbele muren, waartussen turfmolm voor het doorvriezen in de winter en een dak van beton. In een van de muren bevindt zich een raampje, waarvoor aan de buitenkant een gaspitje, zodat het gebouwtje van binnen verlicht kan worden, zonder men er met vuur behoeft te komen. Toen nu de heer K. Appelo dit pitje wilde ontsteken, volgde een hevige ontploffing, zodat het gehele gebouwtje uit elkaar sprong en A. werd opgenomen, over een sloot en een mestvaalt geslingerd en op een afstand van plm. 12 meter bij een op een ander erf staand schuurtje terecht kwam. De kleren waren hem van het lichaam gerukt, terwijl hij erge brandwonden bekwam aan hoofd, armen en handen. Behalve aan het gebouwtje werd nog al materiele schade aangericht. Van verschillende naburige woningen en van een wel 50 meter verder staande school sprongen de ruiten; in het dak van de timmerwerkplaats van de heer Slot werd een gat geslagen en er werden schuttingen vernield. De toestand van de heer Appelo, die direct verbonden werd door dr. A.M. van Bolhuis, bleek bevredigend te zijn.


Krant:

 SCC - Schager Courant

Advertentie. Grote houtverkoping op woensdag 3 april 1912, des voormiddags 10 uur, bij de heer P. Ruis te ’t Zand in de Zijpe, van degelijke houtwaren, afkomstig van het te IJmuiden gesloopte schip de ATLAS, en gelegen aan het Kanaal, n.l. partij dekdelen, zware eiken balken, lang 7 meter, dik 25x30 cm., eiken huiddelen, 6x25 cm., 10x25 cm en 10x30 cm., dampalen, kruiplanken, hekpalen, en een grote partij eiken brandhout.
Notaris Vrijburg.


20 maart 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart. Hierna deed de Raad uitspraak inzake de aanvaring op 22 februari jl. in de haven van Boulogne sur Mer van het stoomschip NICOLAAS (kapt. A. Dekker; reder W.H. Berghuys te Amsterdam) met het Deense stoomschip ISBJÄRN, waaromtrent het onderzoek geschiedde in de zitting van 5 dezer.
De Raad schreef het ongeval toe aan de omstandigheid, dat de 2e machinist J. Walleboom volle kracht vooruit in plaats van volle kracht achteruit had gedraaid en ontnam hem de bevoegdheid om op een Nederlandse stoomschip als machinist te varen voor de tijd van een jaar.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Op de werf ,,De Noord" te Alblasserdam, is de kiel gelegd voor een Rijnschip, groot ongeveer 3.000 ton, voor Nederlandse rekening.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van Gebr. Van der Meer te Vlaardingen, is te water gelaten het stalen loggerschip JACOB (SCH-189), gebouwd voor rekening van de heer W. den Dulk te Scheveningen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van A.C. van Dam is te water gelaten het houten loggerschip MARTINA (VL-120) voor rekening van de heer D. van der Valk.


21 maart 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 21 maart. Volgens een telegram uit Messina is het van Genua naar Amsterdam bestemde Nederlandse stoomschip CERES te Ganzirri (Straat van Messina ten noorden van Messina) op het strand gelopen, doch werd later weer vlot gebracht. Volgens een telegram, door de rederij ontvangen, kwam de CERES onbeschadigd vlot en hedenavond wordt de reis voortgezet.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Koninklijke Nederlandsche Stoomboot Maatschappij.
Aan het verslag over 1911 uit te brengen in de Algemene Vergadering van Deelhebbers op de 1e april a.s., wordt het volgende ontleend: Het aantal reizen, door de schepen onzer Maatschappij volbracht, bedroeg 361 tegen 348 reizen in 1910. Vervoerd werden 921.395 ton goederen tegen 833.500 ton in 1910, terwijl het bruto-vrachtcijfer NLG 5.815.881 tegen NLG 4.972.951 in het voorgaande jaar bedroeg. De gang van zaken was in het afgelopen jaar in zover bevredigend, dat de allerwege gestegen behoefte aan scheepsruimte ons ruimschoots lading verschafte en het ons mogelijk maakte, betere vrachten dan in vorige jaren te bedingen, doch de arbeidsmoeilijkheden van de laatste zomer brachten ernstige stoornis te weeg. Met ingang van 1 oktober jl. verhoogden wij de lonen en gages, met welke verhoging een loonpeil boven dat van concurrerende havens bereikt werd. Deze omstandigheid en het feit, dat de lonen bij onze maatschappij een veel belangrijker deel van de op de vracht rustende onkosten uitmaken dan bij veel andere rederijen het geval is, leggen ons grote omzichtigheid op. Sedert mei 1911 werden de stortingen van de scheepsofficieren en zeelieden in het Weduwenfonds, 5 % van hun gages bedragende, voor rekening van de Maatschappij genomen. Daar de vraag van de huisvesting en voeding van de bemanning aan boord van Nederlandse schepen in de laatste tijd op de voorgrond trad, willen wij hier niet onvermeld laten, dat aan dit onderwerp door ons sedert lang de meeste zorg gewijd wordt; met name steken onze stoomboten, in latere jaren gebouwd, wat inrichting van de logiezen betreft, gunstig af bij de buitenlandse vrachtschepen, volgens wettelijke voorschriften ingericht. Wij hebben onze vloot vrijwillig aan het Staatstoezicht op de inrichting van de logiezen onderworpen. Drukten wij in het vorige jaarverslag de vrees uit, dat de Regering met haar tariefplannen de nadelige invloed van hogere invoerrechten op de doorvoerhandel en de bedrijven, die met vrije in- en doorvoer samenhangen, onderschatte, met de indiening van het wetsontwerp is die vrees gegrond gebleken. Ons bedrijf wordt in verschillende opzichten door de wet bedreigd: Hogere aanschaffingsprijs van schepen, vermeerdering van de exploitatiekosten ten gevolge van de belasting van allerlei uitrustings-artikelen en machinedelen en belemmering van ons vervoer. Inzonderheid is een bemoeilijking van de voor ons belangrijke handel in sinaasappelen en citroenen door de heffing van een invoerrecht naar het gewicht te vrezen. Wij vonden daarin aanleiding onze bezwaren in een adres bij de Tweede Kamer van de Staten-Generaal kenbaar te maken. De grootste opbloei van de zuidvruchtenhandel zou juist van volkomen vrijstelling van rechten te verwachten zijn. Onze vloot werd met de stoomschepen AMOR, BACCHUS en CALYPSO, van ongeveer 3.200 ton draagvermogen ieder, respectievelijk door de N.V. Werf voorheen Rijkée Scheepsbouw Maatschappij opgeleverd, vergroot, terwijl één stoomschip van circa 5.000 ton en drie van 1.900 ton op Nederlandsche werven in aanbouw zijn. De gemiddelde ouderdom van onze vloot, per ton draagvermogen uitgedrukt, bedroeg op 31 december jl. plm. 6½ jaar. Ons stoomschip VESTA kwam op de rede van Mazzarelli (Sicilië) in aanvaring met het Duitse stoomschip DRYADE, dat zwaar beschadigd werd. De winst op „Assurantie eigen risico" moesten wij dientengevolge met een vrij aanzienlijke reserve verminderen.
De Nieuwe Rijnvaart Maatschappij vermeerderde haar kapitaal met NLG 500.000 aandelen, die in de winst over 1911 delen. Zij kon over 1911 6% dividend over het verhoogde kapitaal uitkeren. Haar vervoer bedroeg 257.171 ton tegen 229.581 ton in 1910, terwijl zij over een vloot van 20 stoomschepen, waarvan drie in aanbouw, beschikt. Wij behouden het vaste vertrouwen, dat de Nederlandsche Regering ons tegen de invoering van de van Duitse zijde begeerde Rijntollen zal weten te vrijwaren. Aan de Prins Hendrikkade kochten wij de percelen, gelegen aan de hoek van de Binnenkant, ter afronding van ons terrein aldaar. De uitbreiding van onze vloot en de wenselijkheid, onze liquide middelen te versterken, gaven ons in januari van het lopende jaar, toen de geldmarkt gunstig was, aanleiding tot het plaatsen van NLG 2.000.000 aan aandelen, die, delende in de winst over 1912, tot de koers van 112% plaatsing vonden. De vooruitzichten voor het lopende jaar zijn, dank zij de conjunctuur op de vrachtenmarkt, gunstig.
Einde 1911 had de vloot van de Maatschappij een draagvermogen van 100.139 ton.
(opm: Verkort weergegeven)


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Raad voor de Scheepvaart. De Raad voor de Scheepvaart heeft het onderzoek voortgezet inzake de aanvaring van het stoomschip VLUG met de Duitse boot HORST in het kanaal tussen Danzig en Neufahrwasser op 13 januari jl. Gehoord werd de stuurman P. Kooimans, thans gezagvoerder van de VLUG. Deze verklaarde ongeveer in gelijke geest als kapitein Moritz op de vorige zitting van de Raad. De VLUG had de verkeerde kant van het vaarwater gehouden, doch de loods had dit door middel van signalen te kennen gegeven.
Ook werd deze getuige gehoord, naar aanleiding van de stranding van de VLUG op 12 februari in de haven van Seaham. Later volgt de uitspraak.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Scheepsbouw. Van de werf van de firma Gebr. Van der Windt te Vlaardingen, is met goed gevolg te water gelaten de sleepboot ADRIANUS, gebouwd voor rekening van de heer J. Roelofs, reder alhier.


22 maart 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 22 maart. Volgens bij de Stoomvaart Mij. Nederland ingekomen radiotelegram, heeft het stoomschip GROTIUS bij zwaar stormweer, schade opgelopen aan de beide ankerkluizen en zal het te Lissabon, waar het eerst zaterdag 23 dezer kan worden verwacht, moeten repareren.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de scheepswerf van Alb. Pronk te Vlaardingen is te water gelaten het loggerschip VISSCHERSWONING (SCH-161), gebouwd voor rekening van de heer B. Pronk te Scheveningen.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Scheepsbouw. Ruischerbrug, 22 maart. Nauwelijks is de 2-mast motorschoener van de firma Wed. IJ. de Jong, scheepswerf, verkocht aan een rederij in Duitsland, of wederom is ook een tweede ook aan genoemde firma in opdracht gegeven.
Beide motorschoeners worden ingericht met motoren van 70 pk, 2 cilinders ruw-olie geleverd door de firma Goedkoop te Amsterdam.


23 maart 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 23 maart. Volgens alhier bij de rederij ontvangen bericht is het stoomschip AMSTEL afgekeurd en geabandonneerd. Het wrak zal, zoals het daar ligt, verkocht worden.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 23 maart. Hedenochtend 9 uur is het stoomschip GROTIUS te Lissabon aangekomen. (opm: zie ook NRC 220312)


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De directie van de Stoomvaart Maatschappij ,,Triton'' alhier, zegt in haar verslag over 1911, dat de gunstige verwachtingen voor 1911, waarvan in het vorige jaarverslag gewag werd gemaakt, inderdaad in de loop van dit bedrijfsjaar verwezenlijkt zijn; hoewel de vrachtenmarkt zich in de eerste helft van het jaar nog bleef bewegen op het niveau van 1910, trad in de tweede helft een gezonde stijging in, waarvan ook deze Maatschappij met haar stoomschepen heeft kunnen profiteren. Van ernstige averijen bleef de Maatschappij verschoond en het resultaat is dan ook aanmerkelijk beter dan de directie had durven hopen.
Het voordelig saldo van de exploitatierekening bedraagt NLG 137.475 (v.j. NLG 84.945), het saldo van a. p. NLG 97. Hiervan moet worden afgetrokken de interest van de obligatielening, na aftrek van gekweekte rente NLG 16.859 (NLG 20.118) bedragende en de onkosten ad. NLG 1.191 (729), waarna een saldo van NLG 119.522 (NLG 72.065), beschikbaar blijft. Voorgesteld wordt hiervan NLG 84.752 (NLG 71.958) te bestemmen tot afschrijving op de stoomschepen, terwijl na dotaties aan ketelfonds en statutaire uitkering aan commissarissen en directie, een dividend kan worden uitbetaald van 7 pct. (nihil) en een dividendsaldo ad. NLG 1.364 op nieuwe rekening wordt overgebracht.
Onder de invloed van de betere vrachtenmarkt stegen de prijzen voor 2e hands schepen en de directie heeft daarvan gebruik gemaakt om in het laatst van 1911 het stoomschip TEXEL tot een bevredigend cijfer te verkopen, zodat de vloot bij de aanvang van 1912 bestaat uit 8 stoomschepen, welke allen in uitstekende staat van onderhoud verkeren en na de jongste afschrijvingen een waarde vertegenwoordigen boven de boekwaarde (NLG 616.936, v.j. NLG 861.556). De vooruitzichten voor 1912 worden ook gunstig genoemd, ofschoon niet mag worden onderschat, dat de resultaten sterk worden beïnvloed door stijgende exploitatiekosten en hoge kolenprijzen; zonder te spreken van oponthoud, ten gevolge van de steeds scherper wordende arbeidsverhoudingen in de onderscheidene havencentra.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Dezer dagen werd bij Delfzijl proef gevaren met de 3-mast ijzeren motorschoener OLDAMBT, gezagvoerder De Wit, reder J.J. Onnes, te Groningen. De motor heeft een capaciteit van 70 ipk, systeem Kromhout. Het vaartuig is groot 149 reg. ton, is voor zien van een Ankersmit ruw-oliemotor van 72 epk. Voor het laden en lossen wordt gebruik gemaakt van een 6 epk Ankersmit motor, eveneens werkende met ruwe olie. Schip en beide motoren werden vervaardigd op de werf van de firma E.J. Smit en Zoon te Hoogezand.
(opm: proefvaart op zaterdag 16 maart 1912)


24 maart 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 23 maart. Het stoomschip GROTIUS arriveerde hedenochtend te Lissabon. De reparaties zullen niet voor zondagmiddag afgelopen zijn, waarna het stoomschip dadelijk van Lissabon vertrekken zal. Het officiële vertrekuur van Genua is 24 uur uitgesteld.


25 maart 1912


Krant:
 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Vlissingen, 25 maart. Bij het beloodsen van het Engelse stoomschip CITY OF CHARLEROI, door de Vlissingse Loodsschoener No. 15, is deze schoener gistermorgen op de Noordzee met genoemd stoomschip in aanvaring geweest. De schoener bekwam zware averij en werd door de CITY OF CHARLEROI op sleeptouw genomen. De schoener is evenwel bij Zeebrugge gezonken. Alle opvarenden werden gered.


26 maart 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlissingen, 26 maart. Het Belgische stoomschip GARONNE, van Bayonne naar Antwerpen, is in de Wielingen in aanvaring geweest met de Antwerpse sleepboot JOHN BULL. De GARONNE is daardoor buiten het vaarwater gezonken. De equipage is hier geland. Door die aanvaring is een matroos verdronken. De JOHN BULL is met beschadigde boeg opgevaren naar Antwerpen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Falmouth, 25 maart. Het van Figueira naar Cardiff bestemde Nederlandse schip PRIMA, dat gisteren alhier binnenliep heeft de deklast mijnhout verloren.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Scheepsbouw. Veendam, 25 maart. Heden is van de werf van de heer L. Wolthuis te water gelaten een nieuw gebouwd stalen praamschip, groot plm. 58 ton, zullende bevaren worden door schipper Kruidhof van Nieuwolda.
Direct daarna is de kiel gelegd van een tjalkscheepje, groot plm. 64 ton, voor rekening van G. v.d. Wal, korenschipper te Nieuwolda.


27 maart 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Groningen, 25 maart. Volgens door de rederij ontvangen telegram is het schip HOOGEZAND I vlot en te Frontera in de haven gebracht. Ankers met kettingen benevens boten gingen verloren. (zie ook NRC 190312)


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Op de werf van Gebr. Pot te Bolnes is de kiel gelegd voor de derde Amazoneboot.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Naar men verneemt, is door de directie van de Stoomvaart Maatschappij “Triton” bij de Rotterdamsche Droogdok Maatschappij een stoomschip besteld van ca. 5.500 ton draagvermogen, op te leveren in september 1913 en bestemd voor de algemene vrachtvaart.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Naar men verneemt, hebben de heren Kurpershoek & Van Weel te Rotterdam, buiten een motorboot van 120 ton, aan de firma P. Boele Pzn. te Slikkerveer de bouw opgedragen van 2 Rijnschepen, elk van 660 ton draagvermogen, welke de naam zullen dragen: RHEINLAND en WESTFALEN.
De aflevering moet in september a.s. plaats hebben.


28 maart 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Oostburg, 27 maart. Van het in de Wielingen gezonken Belgische stoomschip GARONNE zijn verschillende goederen geborgen en aangebracht te Breskens. Langs de Zeeuws-Vlaamse kust en aan de Belgische kust komen verschillende goederen en scheepsbenodigdheden aandrijven, die zoveel mogelijk worden geborgen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Reuter seint ons uit New York: Een telegram van Willemstad (op Curaçao) meldt, dat een korporaal is gedood en drie mariniers gewond zijn bij een ontploffing aan boord van het Nederlandse oorlogschip ZEELAND, bij schietoefeningen met een drieduims-kanon.
(opm: het ongeval op Hr.Ms. pantserdekschip ZEELAND vond op 27 maart plaats)


29 maart 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Wijziging van de schepenwet. Afdelingsverslag.
Vele leden hadden de indiening van dit wetsontwerp met voldoening gezien. Zij wezen op de concurrentie, welke aan de gezagvoerders, die de wet naleven, wordt aangedaan door hen, die zonder certificaat van deugdelijkheid, soms zelfs zonder zeebrief, zee-meetbrief of monsterrol de kleine vaart, tot ver in de Oostzee uitoefenen en door hen, die in erge mate het uitwateringsmerk overladen, wat gezegd wordt vooral te Hamburg te geschieden? Zij meenden, dat het denkbeeld behoorde te worden overwogen een tweetal ambtenaren van onze Scheepvaartinspectie te Hamburg of te Altona te stationeren, die dan niet alleen op de kleine vaart te Hamburg toezicht zouden kunnen houden, maar ook af en toe Bremen, Bremerhaven, Cuxhaven en andere plaatsen zouden kunnen inspecteren. Daardoor zou voorkomen worden, dat schippers hun reis verder uitstrekken dan hun vergunning toelaat.
Ter vermijding dat de bepalingen van de Schepelingenwet van dien aard worden, dat zij de kleine vaart onbillijk drukken, werd gevraagd dat de regering bij de voorbereiding van het desbetreffend ontwerp zal laten voorlichten door de te Groningen gevestigde Bond van Gezagvoerders en andere verenigingen op dit gebied.
Enige leden vestigden de aandacht op de beweging, welke schipperskringen gaande is tegen sommige bepalingen van de Schepenwet, betreffende de keuring van gezichts- en gehoororganen van schippers enz., aan wie aan boord het houden van uitkijk kan worden opgedragen. Een adres betreffende dit punt van de Algemene Schippersbond te Groningen moet de minister hebben bereikt. Gaarne zouden deze leden vernemen welke de mening van de Minister is omtrent de in dat adres vervatte bezwaren.
Door enige leden werd er de aandacht op gevestigd, dat ten opzichte van een schipper, stuurman of machinist de Raad voor de Scheepvaart de onbevoegd-verklaring om als zodanig dienst te doen alleen kan uitspreken, wanneer de Raad een ramp door de ongeschiktheid van de betrokkene veroorzaakt acht. Zij meenden, dat ook buiten het geval, dat een ramp heeft plaats gehad, de Raad het recht behoorde te hebben de ongeschiktheid van schippers, stuurlieden en machinisten vast te stellen en op grond daarvan hun de bevoegdheid te ontnemen. Uit de uitspraken van de Raad blijkt, dat er kapiteins zijn, die grote reizen maken, terwijl zij geen kaart kunnen lezen, nauwelijks kunnen peilen, enz. Gevraagd werd, of de minister niet bereid is, bij deze gelegenheid alsnog ten aanzien van dit punt een wijziging in de wet voor te stellen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. Hedenmiddag deed de Raad uitspraak inzake de stranding van het stoomschip VLUG, kapt. A.J.L. Moritz, rederij N.V. Houtvaart te Rotterdam, op 12 februari in de haven van Seaham.
De Raad is tot de slotsom gekomen, dat de stranding van het stoomschip VLUG nabij Seaham Harbour op 12 februari 1912 het gevolg is geweest van het breken van de stuurinrichting. Zij had nog kunnen worden voorkomen, wanneer de tot bijstand van de VLUG aangenomen sleepboot wat sneller en dichter bij haar was geweest, zodat de tros spoediger en beter had kunnen worden bevestigd. Naar 's Raads mening kan de toenmalige gezagvoerder van de VLUG, A.J.L. Moritz generlei blaam treffen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. Vervolgens werd uitspraak gedaan in de zaak van de aanvaring tussen de trawler BARENDSZ (IJM - 4) en het 14-mast turretdeck-schip GRÄNGESBERG tijdens de mist op 7 februari in de Noordzee. Schipper van de BARENDSZ was S. van de Wint. Gezagvoerder van de GRÄNGESBERG, B. Meijer.
Naar het oordeel van de Raad is de aanvaring te wijten aan de verkeerde manoeuvre van de BARENDSZ. In mist toch voorlijker dan dwars een stoomfluit horende van een ander schip, welks positie niet met zekerheid kon worden vastgesteld, werd niet gestopt en voorzichtig gemanoeuvreerd, doch bakboord roer gegeven, aldus wendende naar de zijde van welke het geluid gehoord werd. Deze manoeuvre is in strijd met de artikelen 16, 28 en 22 van het Internationaal Reglement. Wel geeft de schipper op, dat de BARENDSZ reeds 3 minuten gestopt was en de vaart reeds lang uit zijn schip was. Maar al ware dit zo, dan nog draagt zij alleen de schuld van de aanvaring. Immers ook dan is zij het alleen, die zich door haar verkeerde manoeuvre gebracht heeft in de positie, welke de aanvaring ten gevolge had.
De GRÄNGESBERG immers gaat vrij uit. Wel is het op dit schip gegeven commando, hard bakboord roer, niet vergezeld gegaan van twee korte stoten op de stoomfluit (de gezagvoerder geeft op, dat hiervoor geen tijd was, doch de Raad neemt de juistheid van die reden niet aan), maar deze aanvaring staat in geen oorzakelijk verband met de aanvaring.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Te Westerbroek is (opm: op zaterdag 23 maart) van de scheepswerf van de firma Wortelboer & Co. met goed gevolg te water gelaten een stalen sleepkaan van plm. 850 ton, voor rekening van een Nederlandse firma. Nog in aanbouw zijn drie motorvaartuigen voor Belgische rekening. Tevens zijn reeds de kielen gelegd voor een stalen kaan plm. 520 ton voor rekening van de heer Ch. Buzink te Wijk bij Duurstede en voor een elevatorbak van 100 kub. meter voor rekening van de heer Willms te Loenen aan de Vecht.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Bridport, 27 maart. Vertrokken ADELAAR, kapt. Bonninga naar Weymouth voor reparatie, gesleept.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Scheepsbouw. Uit Delfzijl bericht men ons:
Twee jaar geleden werd op de werf van de firma Joh. Berg & Co. te Farmsum de kiel gelegd voor een stalen schip voor rekening van een combinatie van Duitse heren, hetwelk gevestigd en uitgerust zou worden voor een Noordpoolexpeditie. Door allerlei omstandigheden werd tijdens de bouw van het schip de combinatie ontbonden en moest met de bouw worden gestaakt. Thans is het schip onderhands verkocht aan de heer J.J. Onnes te Groningen. Het vaartuig zal als driemastschoener worden getuigd en voorzien worden van een ruw-oliemotor, welke geleverd wordt door de firma E.J. Smit & Zoon te Hoogezand.


30 maart 1912


Krant:
 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 30 Maart. De sleepboot AFIENA FRATER, op reis van Oostmahorn naar hier, zit met gebroken roer op het wad. Vermoed wordt dat assistentie reeds derwaarts vertrokken is.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Bremen, 29 maart. De te Groningen thuis behorende motorschoener ALBERTA is voor een bedrag van 900 Mark met beslag gelegd.


31 maart 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Delfzijl, 30 maart. De sleepboot AFINA FRATER, kapt. J. Swart, toebehorende aan de firma Zwart & Frater Smid alhier, is aan de grond gevaren op het Groninger Wad en kreeg een gebroken schroef. Sleepboten vertrokken ter assistentie.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 30 maart. Volgens telegram uit Hamburg is de Nederlandse tjalk ONDERNEMING inkomend op de beneden Elbe aan de grond geraakt en lek gesprongen. Assistentie is ter plaatse.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Hospitaal Kerkschip. Gistermiddag te 3 uur had zonder enige buitengewone plechtigheid, alleen in tegenwoordigheid van enige belangstellenden, de tewaterlating plaats van het nieuwe hospitaalkerkschip dat aan de werf “Conrad” te Haarlem gebouwd wordt. Van het schip is thans nog alleen de romp gereed.
De lengte van het schip is 93.6 Eng. voet, de breedte 21.3, de diepte 12.1 voet. De waterverplaatsing is 192 ton. De voortbeweging geschiedt door een Kromhoutmotor van 76 pk. De inrichting van het schip wordt: Voorin logies voor de bemanning bestaande uit 8 personen, daarachter een hut voor een verpleger en een verpleegster, dan een hut voor de kok en de hofmeester. De hospitaalruimte biedt plaats voor 8 bedden. Dan is er nog een isolatiehut, een badkamer, een provisiekamer, een apotheek en een hut voor de kapitein en de stuurman. Het schip zal aan de werf “Conrad” geheel gereed gemaakt en ingericht worden. Zoals men weet is het aan de mildheid van enige Amsterdammers te danken dat de Vereniging kon overgaan tot het laten bouwen van dit nieuwe schip.
Onder de belangstellenden werden opgemerkt: Mevrouw Van Leeuwen, echtgenote van de Commissaris van de Koningin, ds. Engelberts, lid van het bestuur van de vereniging voor het hospitaal kerkschip, de Engelse predikant Chambers, de heer en mevrouw Labouchère, de kapitein van het schip en de directeuren van de “Conrad”.
De tewaterlating geschiedde voorspoedig.


01 april 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hamburg, 31 maart. Het schip ONDERNEMING werd door de sleepboot JENNY vlot gesleept. Het restant van de lading aardappelen wordt in de Kolenhaven gelost. Een gedeelte lading was reeds in een lichter gelost.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 1 april. De Nederlandse tjalk ONDERNEMING is met assistentie vlot gekomen en te Hamburg binnengesleept. Het schip is lek.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf ,,De Noord" te Alblasserdam is met goed gevolg te water gelaten, het casco van een zeewaardige vrachtboot, groot ongeveer drie honderd ton, voor buitenlandse rekening in aanbouw. De boot zal voorzien worden van een Van Rennes motor. Onmiddellijk daarop werd de kiel gelegd voor een Rijnschip van ongeveer duizend ton, hetwelk voor Nederlandse rekening zal worden gebouwd.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Weymouth, 27 maart. Aangekomen: ADELAAR van Bridport om te repareren.


02 april 1912


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Hansweert, 31 maart. Het schoenerschip AGDA ELEONORA, kapt. Bosselaar, met fosfaat van Antwerpen naar Engeland bestemd, heeft door aanvaring met het sleepschip FENDEL, schade aan het achterschip belopen.


03 april 1912


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Alblasserdam, 2 april. Heden is van de werf “De Noord” te Alblasserdam is met goed gevolg te water gelaten het Rijnschip WESTLAND, afm. 65 x 8 x 2,50 m, groot ruim duizend ton, gebouwd voor Nederlandse rekening. Onmiddellijk daarna werd de kiel gelegd voor een Rijnschip, groot ongeveer drie duizend ton, hetwelk eveneens voor Nederlandse rekening zal worden gebouwd.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Aangekochte schepen. Door de heer E. Wagenborg, directeur van de stoombootdienst Delfzijl – Emden, is een tweede passagiersboot aangekocht en wel een raderboot.
(opm: is de VOORUITGANG II, ex. KAMPIOEN)


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Verkochte schepen. Het ijzeren tjalkschip HARMINA CATHARINA, vroeger bevaren door M. Vellinga, laatstelijk aangekocht door de scheepsbouwer Smit te Sappemeer, is thans verkocht aan D. Hartman van Zuidbroek en herdoopt in DRIE GEBROEDERS.


04 april 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Jaarverslag Rotterdamsche Lloyd.
Aan het verslag over 1911 van de Stoomvaart Maatschappij Rotterdamsche Lloyd ontlenen wij het volgende: Het boekjaar 1911 was niet minder bevredigend dan 1910. Geen van de schepen behoefde uit de lijn genomen te worden en een enkele, die met enige wanruimte van Nederlandsch Indië vertrok, vond voldoende opvulling in Brits-Indië. Het ernstige streven, om een geregelde wekelijkse cargadienst van Java via Marseille naar Nederland te verzekeren, stuit nog steeds op de grote wisselvalligheid in de afvoer van de producten uit geheel Nederlandsch Indië. Dientengevolge constateert men nog herhaaldelijk ogenblikkelijke grote opeenhoping van lading, welke de aanwezige scheepsruimte niet kan absorberen, terwijl dan de inmiddels vertrokken stoomschepen met wanruimte moesten varen, doordat de voor die schepen geboekte lading niet intijds afkwam. De hierdoor ontstane stagnatie wordt door de Maatschappij in samenwerking met de andere leden van de Batavia Vrachten Conferentie, steeds zoveel mogelijk ondervangen door het charteren van extra tonnage, welke charters echter steeds enorme verliezen opleveren. Het is toch een opmerkelijk feit, dat die aandrang van lading immer samenvalt met grote vraag naar scheepsruimte op de Oosterse markten in andere richtingen. Wij vertrouwen dan ook zegt de directie, dat de handel de opofferingen, welke de stoomvaartmaatschappijen zich getroosten, zal waarderen en de grote voordelen zal erkennen van een organisatie, welke ten allen tijde scheepsgelegenheid waarborgt tot billijk gestelde vrachten. Onder deze moeilijke omstandigheden klemt temeer de drang om voort te gaan met de uitbreiding van de vloot, teneinde te kunnen voldoen aan de hoogste eisen van het verkeer. Ook de Java-Bengalen Lijn, die in gemeenschap met de Stoomvaart Mij. Nederland wordt onderhouden, eist grotere schepen en de voorstellen van de directie tot vermeerdering van het materieel zijn dan ook gaarne door commissarissen aangenomen. Dientengevolge werden nog twee grote vrachtstoomschepen bijbesteld, terwijl drie grote in aanbouw zijnde stomers werden aangekocht. Met de grootste belangstelling wordt door ons gevolgd de bouw en constructie van motoren voor scheepsmachines; wij erkennen de mogelijkheid, dat deze een algehele omkeer belooft te brengen in het systeem van voortbeweging. Vooralsnog is de uitvinding In het stadium van proefnemingen, doch de reeds nu bereikte resultaten zullen ons waarschijnlijk de moed geven vroeger of later te besluiten tot een toepassing op onze schepen.
In het jaar 1911 bleef de Maatschappij niet van averijen verschoond. Behalve dat zij verscheidene averijen had, strandde op 30 September 1911 op de kust bij Terheijde het vrachtstoomschip SOLO, dat diezelfde dag met een volle lading de reis naar Java had aanvaard. Dank zij de sterke constructie van dit schip en niet minder de taaie volharding van de directie van de Nieuwe Berging Maatschappij, werd de gehele lading vrijwel onbeschadigd geborgen en kwam het schip 17 maart 1912 vlot. Kapitein J. Werkhoven werd door de Raad voor de Scheepvaart vrijgesproken. Het verlies dat de Maatschappij voor zover men thans kan nagaan, zal lijden door hetgeen zij op de SOLO als assurantie eigen risico lopen, is geheel gereserveerd onder de nog te verrekenen schaden.
De exploitatierekening over 1911 laat een voordelig saldo van NLG 2.618.975 (v.j. NLG 2.295.179). waarbij komt het saldo van de vorige rekening groot NNLG 18.242 (NLG 538) en interest NLG 87.970 (v.j. winst op assurantiepremies NLG 52.698). Daarvan wordt afgetrokken: voor afschrijving op de stoomschepen NLG 1.882.646 (NLG 1.253.745). id. op gebouwen NLG 36.000 (NLG 26.700), nadelig saldo assurantiepremies NLG 52.779 (v.j. interest NLG 8.525), verlies op effecten NLG 1.921 (NLG 11.210). bijdrage aan de Ned. Scheepvaart Unie (volgens overeenkomst) NLG 55.898 (NLG 39.080), bijdrage aan het ondersteuningsfonds NLG 52.907 (NLG 50.543), id. aan het vernieuwings- en reservefonds NLG 2.175 (NLG 75.000) en bedrijfsbelasting NLG 28.600 (NLG 22.687, v.j. nog reserve uitkering ongevallenwet NLG 10.000). Van het overblijvende saldo stelt de directie voor een uitdeling van 8 (v.j. 7½) procent over het kapitaal te doen, waarna, na de uitkering aan commissarissen, er een saldo van NLG 10.259 (NLG 18.242) blijft.
In 1911 werden gedaan 26 reizen in de veertiendaagse maildienst naar Java via Marseille vice versa en 26 reizen met de cargaboten naar Java vice versa. Het stoomschip TABANAN maakte in juni 1911, ter gelegenheid van de Engelse kroningsfeesten, een excursie naar Spithead. Het stoomschip PALEMBANG, geleverd door de firma Bonn & Mees, volbracht een rondreis en voldoet in alle opzichten. Het stoomschip MERAUKE, opgeleverd door de Koninklijke Maatschappij “De Schelde”, is thans op zijn eerste uitreis. Verder werden er nog in aanbouw gegeven bij de firma Bonn & Mees alhier, een vrachtboot en bij de Koninklijke Maatschappij “De Schelde” te Vlissingen eveneens een vrachtboot, die resp. genaamd zullen worden MADIOEN en SOERAKARTA.
Nog werden aangekocht drie in aanbouw zijnde vrachtboten, waarvan een bij de firma Swan, Hunter & Wigham Richardson Ltd., Wallsend on Tyne, een bij de firma Wm. Gray & Co. Ltd., West Hartlepool en een bij de firma Wm. Hamilton & Co. Ltd., Port Glasgow, die resp. genaamd worden BIRMA, ARAKAN en JACATRA. De BIRMA werd sedert opgeleverd en zal 27 april a.s. haar eerste reis aanvaarden. Hoewel het tot het nu lopend jaar behoort, wordt nog meegedeeld, dat aan de Koninklijke Maatschappij “De Schelde” te Vlissingen de bouw opgedragen werd van een nieuw dubbelschroef mailschip, van ongeveer 10.500 ton, hetwelk begin 1914 zal moeten worden opgeleverd.
De inrichting voor draadloze telegrafie wordt door de passagiers hoe langer hoe meer gewaardeerd. In de Java-Bengalen dienst werden 17 rondreizen volbracht in combinatie met de Stoomvaart Maatschappij Nederland; de resultaten worden evenals het vorig jaar, bevredigend genoemd. Het stoomschip TERNATE deed in deze vaart twee rondreizen in het drukke seizoen. De BENGALEN zal het volgende jaar vervangen worden door de BIRMA, omdat het blijkt dat grotere schepen op deze lijn gewenst zijn.
In april werden 4.000 aandelen uitgegeven, die overgenomen werden door de Nederlandsche Scheepvaart Unie. Het kapitaal bedraagt dus thans NLG 13.000.000. Het agio werd gebezigd tot versterking van het vernieuwings- en reservefonds, dat thans met NLG 1.150.000 paraisseert. Het ondersteuningsfonds verminderde in de loop van het jaar per saldo met NLG 2.907, doch vermeerderde met een bijdrage van NLG 52.907, tot NLG 350.000. De reserve ongevallenwet, per 1 januari 1911 NLG 40.000 bedragende, behoefde niet verhoogd te worden.
De assurantie-reserverekening bedraagt onveranderd NLG 1.000.000. Op 1 januari 1911 was gereserveerd voor nog lopende premies en schades NLG 88.962. Over 1911 werd geboekt aan premies op eigen schepen en op schepen van andere maatschappijen NLG 122.522, totaal NLG 211.504. Daartegenover staan de betaalde schades en restituties met NLG 57.542 en de premies van ultimo december nog lopende risico’s en nog te verrekenen schades, waaronder begrepen NLG 100.000 voor de SOLO, met NLG 206.742, zodat er een nadelig saldo is van NLG 52.779, dat ten laste van de winst- en verliesrekening is gebracht.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 3 april. Het bij Harland & Wolff voor de White Star Line nieuw gebouwde stoomschip TITANIC is gisteren van Belfast naar Southampton vertrokken; 10 dezer zal het vandaar de eerste reis naar New York doen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Nieuwe stoomschepen. Londen, 3 april. Twee stalen stoomschepen met een draagvermogen van 8.000 ton elk, bij een diepgang van 24 voet, op het ogenblik voor rekening van de firma F.C. Strick and Co. alhier in aanbouw op de werf van de firma Wm. Gray & Co. te West Hartlepool, zijn door de Stoomvaart Maatschappij Nederland te Amsterdam aangekocht voor GBP 72.500 elk. Deze stoomschepen, waarvan de hoofdafmetingen zijn, lang 400 voet, breed 53 voet 6 duim en hol 37 voet 6 duim, zijn voorzien van machines waarvan de cilinders de volgende middellijn hebben: 28, 46 en 77 Eng. duim. De slag is 48 duim. Voornoemde machines, die de stoomschepen een snelheid van 12½ tot 13 knoop kunnen geven, worden vervaardigd door de Central Marine Engine Works. Verder hebben deze stoomschepen inrichtingen voor 12 passagiers en ze moeten resp. een in september/oktober en de ander in oktober/november worden afgeleverd.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 4 april. De rederij van het Nederlandse stoomschip ALWINA deelde ons mee, dat voornoemd stoomschip gisteravond van hier te St. Nazaire was aangekomen met de Franse ketch EMIL ET MARIE op sleeptouw. Deze met cement geladen ketch werd mastloos en verlaten in het Engels Kanaal door de ALWINA aangetroffen, op sleeptouw genomen en naar St. Nazaire gesleept.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 3 april. Het Nederlandse stoomschip GELDERLAND, groot bruto 1.530 en netto 962 reg. ton, in 1900 te Blyth gebouwd, eigendom van de Stoomvaartmaatschappij Nederlandsche Lloyd te Rotterdam, dat dit jaar het derde survey heeft gepasseerd, is naar Oostenrijk verkocht. De machines van dit stoomschip, die cilinders hebben van 20½, 33 en 51 Eng. duim middellijn met een slag van 30 Eng. duim werden door de firma Mac Coll & Pollok gebouwd.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

De scheepsbouwstaking beëindigd. Ten gevolge van. een bespreking met de directie van de Nederlandsche Scheepsbouw Mij. en een commissie uit de stakende werklieden op 30 maart en 3 april, is het conflict aan de Nederlandsche Scheepsbouw Maatschappij beëindigd onder de volgende voorwaarden: De boorders en coulkers gaan vrijdag en de klinkers en tegenhouders op zaterdag a.s. aan de arbeid. De directie staat een loonsverhoging toe van 2 cent per uur, waartegenover vervalt het halve loon dat tot nu toe door haar betaald werd op feestdagen en de vrije zaterdagmiddagen in de zomer. Rancunemaatregelen zullen niet genomen worden terwijl de werklieden die gestaakt hebben, zich verbinden in geen geval nieuwe eisen te stellen inzake bestaande tarieven, voordat de schepen waarvoor thans gecontracteerd is, zullen zijn afgeleverd. (Het Volk)


05 april 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 5 april. Door de Hollandsche Stoomboot Maatschappij is aangekocht een nieuw gebouwd stoomschip van ruim 600 reg. ton, hetwelk onder de naam VLIESTROOM in de vaart zal worden gebracht.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 5 april. Het ijzeren tjalkschip TRIJNTJE SCHUITEMA, bevaren door H. Mooi van Groningen, is verkocht aan de scheepsbouwer B. Meijer te Noordhorn, die voor genoemde schipper een schoener zal bouwen van ongeveer 200 ton.
(opm: is TRIENTJE SCHUITEMA, geb. 1890, eigenaar E.J. Mooi te Groningen)


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 5 april. Gedurende het eerste kwartaal 1912 zijn alhier uitgevoerd naar Pruisen 16 nieuwe en 4 oude zeilschepen, 2 oude passagiersboten en 3 nieuwe sleepboten.
Naar Argentinië is uitgevoerd 1 oud zeilschip. Totaal 26 stuks.


06 april 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. De Directie der Nederlandsche Scheepvaart Unie bericht, dat de gelegenheid tot ruil van aandelen in de Stoomvaart Maatschappij Nederland, Rotterdamsche Lloyd en Koninklijke Paketvaart Maatschappij tegen gewone aandelen in de Nederlandsche Scheepvaart Unie na de 22 april 1912 zal zijn gesloten.
Amsterdam, 6 april 1912.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De heden gehouden buitengewone algemene vergadering van aandeelhouders der Nederlandsche Scheepvaart Unie heeft het voorstel tot wijziging der statuten (opm: zie NRC 140312) met algemene stemmen goedgekeurd (opm: sterk bekort)


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Vlissingen, 3 april. Vertrokken van de rede de AGDA ELEONORA, kapt. Bosselaar, van Antwerpen naar Bideford.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 6 april. Volgens ontvangen mededeling vertrok op 1 april jl. de alhier thuis behorende drie-mast motorschoener HEIKA HARMANNA, kapt. J. Houwerzijl, van Figueira (Portugal) naar Engeland. Het schip moest in genoemde plaats ruim twee maanden wachten wegens te weinig water op de baar, waardoor het niet kon vertrekken.


07 april 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Jaarverslag Stoomvaart Maatschappij “Nederland”.
Aan het verslag over 1911 van de Stoomvaart Maatschappij “Nederland" te Amsterdam, ontlenen wij het volgende: Het afgelopen jaar kenmerkte zich door een sterke toeneming van het vervoer van goederen, terwijl ook het passagiersvervoer zich gunstig ontwikkelde. Dientengevolge waren de bruto inkomsten aanzienlijk groter dan enig jaar te voren. Het batig saldo van de reizen daarentegen is niet in evenredigheid hoger, hetgeen te wijten is aan verhoging van bijna alle exploitatiekosten en voor een deel aan de staking van de zeelieden en bootwerkers in de afgelopen zomer.
Met de mailboten werden gemaakt 26 rondreizen. In de vrachtbootdienst werden gemaakt 87 reizen naar- en 36 reizen van Nederlands-Indië, waaronder 8 reizen met gecharterde boten, naar- en 2 van Nederlands-Indië, terwijl voor gezamenlijke rekening met andere vervoerders nog 4 reizen van Nederlands-Indië met gecharterde boten werden gedaan. In de Java Bengalen Lijn vonden 2 vrachtboten het gehele jaar en een 3e vrachtboot gedurende een gedeelte van het jaar emplooi. De bate, op de reizen van de stoomschepen bedraagt NLG 2.888.116 (v.j. NLG 2.480.190), die op de interestrekening NLG 179.960 (NLG 169.258), die op de assurantie eigen risico NLG 80.000 (NLG 216.893). Voorts zijn als baten geboekt de bijdrage tot de winst uit het agio van de geplaatste aandelen NLG 60.000 (nihil) en het saldo van de vorige rekening NLG 1.516 (NLG 534), zodat de creditzijde van de winst- en verliesrekening stijgt tot NLG 3.219.592 (NLG 2.866.376). Hiervan wordt bestemd: Voor afschrijving op de stoomschepen NLG 1.629.495 (NLG 1.435.000), id. Op huizen en erven NLG 10.000 (NLG 10.000), id. Op etablissementen IJkade NLG 22.500 (NLG26.112) en op machinedelen in magazijn NLG 2.762 (NLG8.8.869). Het verlies in wisselkoers bedraagt NLG 9.781 (NLG 9.594). Aan de reserve voor pensioenregeling wordt wederom NLG 50.000 toegevoegd, terwijl voor betaalde premies ingevolge de ongevallenwet moet worden geboekt een verlies van NLG 29.222 (NLG 24.862). Voor versterking van de reparatierekening wordt nog NLG 50.000 (NLG 80.000) bestemd. Er blijft dan een saldo van NLG 1.435.831, waarvan, gelijk reeds gemeld, 8 (7,9) procent dividend uitgekeerd wordt.
De resultaten van de in vereniging met de Rotterdamsche Lloyd bevaren Java-Bengalen-Lijn waren ook dit jaar bevredigend. Er werden 17 reizen Java- Rangoon-Calcutta en in omgekeerde richting gemaakt.
De kostprijs van de stoomschepen is NLG 25.963.322. Hierop werd tot ultimo december afgeschreven NLG 10.567.322, zodat zij thans op de balans voorkomen met NLG 15.396.000 (NLG 14.992.751). De in aanbouw zijnde schepen, waaronder ook gerekend worden de op 31 december reeds in de vaart zijnde vrachtboten KARIMOEN, KARIMATA, KAMBANGAN en CALCUTTA, (waarvan de bouwrekening echter eerst na terugkomst van de eerste reis wordt afgesloten) komen op de balans voor met NLG 5.022.763 (NLG 1.250.344). In de loop van het jaar werden aan de vloot toegevoegd het dubbelschroef mailschip KONINGIN DER NEDERLANDEN en de genoemde vrachtboten; de vroegere mailschepen KONINGIN REGENTES en KONINGIN WILHELMINA werden daarvan afgevoerd en verkocht. Het bij deze verkoop boven de boekwaarde verkregen bedrag, zijnde NLG 105.838, is op liquidatierekening van de stoomschepen gebracht.
Met het oog op het steeds toenemende vervoer, zijn ook dit jaar krachtige maatregelen tot uitbreiding van de vloot genomen. Thans zijn in aanbouw: Twee dubbelschroef mailschepen van plm. 9.300 bruto ton, de PRINS DER NEDERLANDEN bij de Nederlandsche Scheepsbouw Maatschappij te Amsterdam en de KONINGIN EMMA bij de Maatschappij Fijenoord te Rotterdam, beiden op te leveren in 1913.
Twee vrachtboten van plm. 6.900 bruto ton, de KRAKATAU bij de Maatschappij Fijenoord te Rotterdam en de KANGEAN bij de Northumberland Shipbuilding Co. Ltd. te Howden on Tyne, welke binnen enkele weken zullen worden opgeleverd; twee vrachtboten van plm. 6.600 bruto ton bij de firma Wm. Gray & Co. Ltd. te West-Hartlepool, op te leveren einde 1912; drie vrachtboten van plm. 7.700 bruto ton, waarvan een bij de Nederlandsche Scheepsbouw Maatschappij te Amsterdam, een bij de firma Wm. Hamilton & Co. Ltd., Port Glasgow en een bij Arch. Mc. Millan & Son Ltd. te Dumbarton, op te leveren in de loop van 1913. Van het kapitaal zijn geplaatst NLG 14.000.000 aandelen, alzo NLG 2.000.000 meer dan bij het uitbrengen van het vorig verslag. Deze nieuwe aandelen zijn door de Nederlandsche Scheepvaart Unie overgenomen tegen ruim 130 procent. Van het agio, daardoor verkregen, werd geboekt NLG 500.000 op de assurantie reserve rekening, die daardoor stijgt tot NLG 2.000.000, NLG 60.000 op de rekening van uitdeling, als aandeel in de winst van 1 januari tot 15 mei 1911, gedurende welk tijdperk de nieuwe aandeelhouders nog niet hadden gestort.
Het saldo groot NLG 89.771 op de rekening van afschrijving waardoor deze op de balans voorkomt met NLG 1.682.757. In de buitengewone algemene vergadering van 16 febr. 1912 is een voorstel tot wijziging van de statuten goedgekeurd, waarbij o.a. in verband met eventueel verdere uitbreiding van de vloot, het kapitaal van de vennootschap gebracht is op NLG 25.000.000.
Van de 4 procent lening anno 1907 werden 54 obligaties à NLG 1.000 uitgeloot, zodat deze op de balans voorkomt met NLG 1.797.000 (NLG 1.851.000). In de vergadering van 25 april 1911 werd machtiging verleend tot het aangaan van een obligatielening groot NLG 4.000.000. Hiervan is in 1911 NLG 2.000.000 uitgegeven. In de buitengewone algemene vergadering van 16 februari jl. is machtiging verleend tot het aangaan van een lening van nog NLG 2.000.000. Het reservefonds bedroeg op 1 januari 1911 NLG 1.472.882. In het debet van deze rekening is gebracht wegens waardevermindering van in het belegd reservefonds liggende effecten NLG 39.009. Door goedkeuring van de balans zal het gecrediteerd worden met 10 procent van de overwinst NLG 70.000 en op nieuwe rekening overgebracht worden met NLG 1.503.872.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Gibraltar, 5 april. De bemanning van de ketch EMILE ET MARIE is door het Nederlandse stoomschip PALEMBANG gered en alhier geland. Voornoemde bemanning werd opgepikt op 49º NB en 04º WL.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de scheepswerf van de heer A. de Jong te Vlaardingen is met goed gevolg te water gelaten het stalen loggerschip THOR - VL 91, gebouwd voor rekening van de rederij „Mercurius", directeuren J. en F. Pot.


09 april 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

IJmuiden, 7 april. De gezagvoerder van het heden van Hamburg binnengekomen stoomschip ITTERSUM deelt mee dat in de afgelopen nacht brand is ontstaan in de kajuit, welke met de dekslangen geblust kon worden. De kajuit brandde echter geheel uit.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 7 april. Volgens een telegram van het eiland Alderney (einde Eng. Kanaal) is het van Rotterdam naar Bilbao bestemde Nederlandse stoomschip RHENANIA op het eiland Berhou (west van Alderney) gestrand en waarschijnlijk zal dit stoomschip totaal wrak worden. De bemanning is gered. (De RHENANIA van Wm.H. Müller & Co’s Algemeene Scheepvaart Maatschappij te Rotterdam, in 1882 te Glasgow gebouwd, is groot bruto 1.277 en netto 1.098 reg. ton).


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 8 april. Van andere zijde wordt gemeld, dat het stoomschip RHENANIA tijdens dichte mist op Noir Houmet strandde en wel ’s ochtends 03 uur 30 min. Uit de drie achterruimen wordt gelost. De twee voorruimen staan onder water. De mist klaarde om 07.30 uur voormiddag op.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 8 april. Uit Alderney wordt van twee kanten gemeld, dat er koeien die aan boord waren van het stoomschip RHENANIA zijn verdronken. Het ene bericht zegt, dat er 35 en het andere, dat er 29 van die dieren zijn omgekomen. De bergingswerkzaamheden worden voortgezet.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Alderney, 7 april. Het Nederlandse stoomschip RHENANIA, van Rotterdam naar Bilbao bestemd, is tijdens dichte mist bij Berhou Island gestrand en zal waarschijnlijk totaal wrak worden. De equipage is gered. Uit drie achterruimen wordt gelost. De twee voorruimen staan onder water.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Tonningen, 8 april. De Nederlandse schoener JANTINE FENNEGINE, van Hull naar Husum bestemd, is gestrand, doch kan waarschijnlijk, na lossing van een deel van de lading, weer vlot worden gebracht.


10 april 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart. De Raad voor de Scheepvaart heeft gisteren een onderzoek ingesteld naar het vastlopen in het Noordzeekanaal op 25 januari van het stoomschip ADONIS van de Koninklijke Nederlandsche Stoomvaart Maatschappij, gezagvoerder H.Th. van Slooten.
De scheepsverklaring vermeldt, dat de ADONIS in de namiddag bij helder weer het Noordzeekanaal was opgestoomd. Omstreeks half zes werd het nevelig; er werd langzaam gestoomd en de machine werd te 6 uur stopgezet, omdat het toen dik van mist was geworden. Vervolgens werd zeer voorzichtig verder gestoomd. Bij Buitenhuizen zag men een rood licht aan bakboord aan voor een uitvarend schip. Door zuiging geraakte de ADONIS daarna te dicht onder de Noordwal en liep vast. Door de mist had men slechts één rood licht kunnen onderscheiden; had men kunnen zien, dat het er twee waren, dan zou men geweten hebben, met een voor anker liggend kruitschip te doen te hebben gehad.
De ADONIS werd door een ander schip van de Maatschappij en twee sleepboten zonder schade vlot gesleept.
De kapitein, die voor de Raad de scheepsverklaring bevestigde, zei de ligplaats van kruitschepen bij Buitenhuizen zeer gevaarlijk te achten; bij de minste aanvaring is een ontploffing het bijna onvermijdelijk gevolg.
De havenmeester van IJmuiden, hierover gehoord, zag er niet een zo groot gevaar in, maar ontkende het niet geheel. Het aanwezig zijn van een kruitschip wordt steeds, krachtens een aanschrijving van de commissaris van de Koningin, bekend gemaakt. Bovendien houdt een politieagent van Assendelft er zoveel mogelijk een wakend oog op. Dit geval is voor de Minister van Waterstaat aanleiding geweest een onderzoek door deskundigen te doen instellen aangaande de ligplaatsen van kruitschepen in het Noordzeekanaal zowel als op Rozenburg. De uitspraak van de Raad volgt later.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Scheepsbouw. Rotterdam, 3 april. Het stoomschip SCHOUTEN, gebouwd door de Maatschappij voor Scheeps- en Werktuigbouw Fijenoord, alhier, voor rekening van de Koninklijke Paketvaart Maatschappij te Amsterdam, deed op 6 dezer zijn officiële proeftocht op de Noordzee. De vereiste vaart bij een gemiddelde diepgang van 18', overeenkomende met een waterverplaatsing van 3.500 ton, was 10½ mijl, waarbij de machine 80 omwentelingen per minuut maakt en een vermogen van 1.100 ipk ontwikkelt. Aan deze eis werd op deze tocht ruimschoots voldaan.
De bouw van dit stoomschip geschiedde onder bijzonder toezicht en volgens de hoogste klasse van Bureau Veritas, lengte, breedte en holte zijn respectievelijk 270, 40 en 19 Eng. voet. Inrichtingen zijn gemaakt voor 14 passagiers 1ste klasse en 12 passagiers 2de klasse. De verlichting geschied elektrisch. Het laadvermogen bedraagt bij een diepgang van 16’ 03” (zomervrijboord) 2.150 ton van 1.016 kg. Over de gehele lengte van het schip is een dubbele bodem aangebracht; deze is ingericht voor berging van waterballast en residu. Aanwezig is een koel- en vriesinrichting.
De hoofdmachine is van het triple expansie systeem. De diameters van de cilinders zijn 19”, 31½” en 51½”, elk met een slaglengte van 50”.
De benodigde stoom wordt geleverd door twee ketels, elk met twee vuren en een totaal verwarmend oppervlak van 3.000 vierkante Eng. voet; het roosteroppervlak bedraagt 72 vierkante Eng. voet en de stoomdruk 180 lbs. Zij zijn voorzien van Howden's inrichting voor geforceerde trek, alsmede van een inrichting tot het stoken van petroleum-residu. Bovendien is nog aanwezig een hulpketel met een stoomdruk van 120 lbs., evenals de hoofdketels van het Schotse type. Verder zijn in de machinekamer opgesteld: 2 Weir’s-pompen met dito voorwarmer, 1 ballastpomp, 2 residupompen met zuig- en pers-voorwarmer, 2 dynamo-machines, waarvan de kleinste meer speciaal voor het drijven van de elektrische ventilators wordt gebruikt en de Howden's fan-machine.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

De Nederlandse motorschoener CORNELIS, van Antwerpen naar Newcastle, is wegens machineschade op de rede van Spurn Head geankerd.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Wangeroog, 9 april. Het Nederlandse schip AMICITIA, kapt. Kiestra, is gisteren in de Blauwe Balje gestrand. De drie opvarenden werden door het reddingstation alhier geland.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Wangeroog, 9 april. De Nederlandse koftjalk AMICITIA, kapt. Kiestra, met grind van Bremen naar hier bestemd, is gisteren gestrand. Door de reddingsboot FURSTIN BISMARCK zijn drie personen van dit schip gered.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Zierikzee, 7 april. Na aan de grond gezeten te hebben is hier binnengesleept (opm: door het stoomschip SPHINX) het schoenerschip AAFFIENA, kapt. Gorter, met bouwmaterialen van Andernach naar Frankrijk. Het schip is lek en moet de lading lossen.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Frederikshaven, 6 april. De Nederlandse tjalk CORMORAN, schipper Dost, van Londen naar Ronneby, is hier binnengelopen met beschadigd stuurgerei en meer andere schade.


11 april 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 10 april. Wij vernemen, dat het Nederlandsche stoomschip VLUG, van de Naamlooze Vennootschap Houtvaart alhier, dat geruime tijd op de Tyne heeft gerepareerd, herdoopt is in RIJN. Een stoomschip voor diezelfde vennootschap te Kapelle aan de lJssel in aanbouw, zal genoemd worden WAAL en nog een ander stoomschip, dat in het bezit van die vennootschap zal komen, ontvangt de naam IJSSEL.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Delfzijl, 10 april. Het aakschip NEDERLAND II, schipper J. Tabak, is gestrand nabij Norddeich. Volgens ingekomen bericht zit het vaartuig, dat geladen was met steen, reeds geheel onder water. De bemanning werd gered met de reddingboot van Norddeich. Het vaartuig was bestemd van Bröhl naar Brunshausen en passeerde voor enige dagen alhier.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Delfzijl, 10 april. Het tjalkschip ZEEMEEUW, schipper S. Wijnholt, dat voor enige dagen van hier vertrok met een lading dakpannen naar Hamburg, is nabij Norddeich gestrand. Het vaartuig zat heden reeds geheel onder water. Bemanning gered.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Spurn Head, 9 april. De schade aan de motor van het Nederlandse schip CORNELIS kon door de machinist aan boord worden gerepareerd.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Tonningen, 9 april. De Nederlandse schoener JANTINE FENNEGINE, is vlot gekomen en naar Husum vertrokken.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 11 april. Het Nederlandse stoomschip OTTOLAND is, volgens een telegram uit Lissabon, met defect roer aldaar teruggekeerd.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Hamburg, 9 april. De Nederlandse tjalk WILHELMINA is bij Neuwerk gezonken. De schipbreukelingen, twee mannen, een vrouw en drie kinderen werden door de reddingboot van Neuwerk opgenomen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 9 april. Het stoomschip NEREUS, van Koningsbergen is bij het binnenkomen met het achterschip tegen de pier gevaren. De schroef is beschadigd en het schip heeft lekkage. Het schip is geassisteerd door 2 sleepboten alhier binnengekomen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Bremen, 9 april. Door de reddingboot AUGUST HEERLEN van het station Neuwerk zijn zes personen gered van de van Norderney naar Elmshorn bestemde Nederlandse tjalk AFIENA, kapt. Tattje, die gestrand is.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 10 april. Het tjalkschip HOOP OP ZEGEN, schipper H. Pilon, is te Wilhelmshaven binnengekomen met verlies van stuurboordanker en gebroken bakboordzwaard. Het vaartuig is verzekerd bij de firma Legger en Co. te Groningen.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 10 april. Volgens hier ontvangen berichten zijn de schepen ZEEMEEUW, schipper S. Wijnhold en NEDERLAND II, schipper J. Tabak, bij Norddeich gestrand en gezonken. De bemanning van de ZEEMEEUW heeft zich in eigen boot gered, terwijl de bemanning van het aakschip NEDERLAND II door de reddingsboot van boord werd gehaald. De ZEEMEEUW is verzekerd bij de „Eendracht" te Wildervank en de NEDERLAND II bij de „Vriendschap" te Groningen.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 10 april. De alhier thuis behorende LOODSSCHOENER No. 2 kwam heden uit zee binnen met gescheurd schoenerzeil en verlies van seinbakken.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 10 april. Hedenavond arriveerde hier van Wilhelmshaven de alhier thuis behorende sleepboot ANTONINA FRATER, kapt. B. Kip, die afgelopen zondagnacht ten anker liggende op het wad bij Wangeroog, tijdens slecht weer en hoge zee het stuurboordanker heeft verloren met 90 vadem ketting. De scheepsboot sloeg uit de davits en ging eveneens verloren, terwijl de stuurhut ingeslagen werd. Aan dek werd voorts nog enige andere schade toegebracht.


12 april 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Yarmouth, 11 april. De aankomst van de gasmotorboot ZEEMEEUW heeft hier zeer de aandacht getrokken. Deze boot, geladen met machines voor de eerste “beet sugar factory” te Cantley, kon de Yare tot Cantley opvaren en de lading zo goed als voor de deuren van de fabriek afleveren.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van Gebr. Fikkers te Muntendam is met goed gevolg te water gelaten een stalen lichterschip, groot 360 ton voor een Duitse firma. Daarna werden de kiel gelegd voor een stalen tjalkschip, groot 115 ton voor R. Venema te Zuidbroek.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Nederlandsche Scheepsbouw Maatschappij.
Aan het verslag over 1911 van de bovengenoemde maatschappij, ontlenen wij het volgende: Het gehele jaar was de maatschappij goed voorzien van werk en het bedrag van uitbetaald arbeidsloon werd slechts overtroffen door dat van het jaar 1910. De contracten van de afgeleverde schepen werden echter afgesloten op tijdstippen toen de bouwprijzen van schepen laag genoemd konden worden. In de loop van het boekjaar kwam meer vraag naar nieuwe schepen en nam zelfs zo toe, dat op het einde van 1911 meermalen. van mededinging naar de bouw van schepen moest worden afgezien wegens het voor geruime tijd bezet zijn van al de hellingen. Daardoor is de maatschappij voor 1912 en voor een goed deel van 1913 ruimschoots van werk voorzien en wordt betreurd dat de capaciteit ten opzichte van ruimte en werkkrachten niet toelaat meerdere contracten af te sluiten. Daarom wordt uitgezien naar de middelen tot verbetering van die onvoldoende toestand, doch in deze kan geen besluit genomen worden alvorens een oplossing is gevonden, op welke wijze de doorvaart van slechts 18 meter van de Oosterdok spoorbrug vergroot zal kunnen worden. De over die doorvaart liggende draaibare voetbrug is evenwel reeds aangelegd op een doorvaartwijdte van 25 meter. De verbetering van de doorvaart door genoemde spoorbrug wordt geheel beheerst door de nog niet vastgestelde plannen omtrent de wijziging van het spoorwegnet in en om Amsterdam en het uitblijven van een beslissing dienaangaande heeft het bestuur reeds doen uitzien naar andere terreinen en doen overwegen het gehele bedrijf naar elders te verplaatsen.
Het feit, dat bekend is dat de wijziging van de spoorwegen in Amsterdam op het ogenblik het onderwerp van ernstige studie uitmaakt, is oorzaak, dat nog geen definitieve plannen omtrent verplaatsing van het gehele bedrijf genomen konden worden.
In 1911 werden afgeleverd: No. 108, het stoomschip KONINGIN DER NEDERLANDEN, 8.176 ton bruto, voor de Stoomvaart Mij. „Nederland"; No. 110, droogdok JULIANA, lichtvermogen 12.000 ton bruto, voor de Amst. Droogdok Maatschappij; No. 111, stoomschip CALYPSO, 2.258 ton bruto, voor de Kon. Ned. Stoomboot Maatschappij; No. 113, stoomschip HERCULES, 184 ton bruto, voor Zuid-Amerika; No. 114, m.s. SEMBILAN, 372 ton bruto, v.d. Kon. Paketvaart Maatschappij; en bleven in aanbouw op 31 december 1911: No. 112, s.s. VAN CLOON, 4.519 ton bruto, v.d. Kon. Paketvaart Maatschappij; No. 115, m.s. JUNO, enkelschroef motortankschip, plm. 2.400 ton bruto, v.d. Ned.-Indische Tank-Stoomboot Mij.; No. 116, m.s. EMANUEL NOBEL, dubbelschroef motortankschip, plm. 4.500 ton bruto, voor Belgische rekening; No. 117, droogdok voor Soerabaja, lichtvermogen 14.000 ton bruto, v.h. Departement van Koloniën; No. 118, s.s. GOUV. GEN. IDENBURG, plm. 1.000 ton bruto, v.d. Werf Conrad; No. 119, s.s. SINGKAWANG, plm. 500 ton bruto, v. d. Kon. Paketvaart Maatschappij; No. 120, s.s. „Singapore", plm. 500 tons bruto, v.d. Kon. Paketvaart Maatschappij; No. 121, m.s. ALKMAAR, triple schroef motorschip, plm. 160 ton bruto, v.d. Maatschappij „Alkmaar-Packet"; No. 122, ponton drijvende grijpemmerkraan, plm. 100 ton bruto, v.d. Haarl. Machinefabriek; No. 123, s.s. PRINS DER NEDERLANDEN, plm. 9.200 ton bruto, v.d. Stoomv. Maatschappij „Nederland"; No. 124, s.s. HOUTMAN, plm. 4.800 ton bruto, v.d. Kon. Paketvaart Maatschappij; No. 125, s.s. VAN NEK, plm. 3.000 ton bruto, v.d. Kon. Paketvaart Maatschappij; terwijl sedert opgedragen werd de bouw van:
No. 126, Dubbelschroefmotortankboot, plm. 4.500 ton bruto, v. Engelse rekening;
No. 127, Dubbelschroefmotortankboot, plm. 4.500 ton bruto, v. Engelse rekening;
No. 128, Passagiers- en vrachtschip, plm. 7.700 ton bruto, v.d. Stoomv. Mij. „Nederland". Het s.s. No. 112, VAN CLOON, werd 19 januari 1912, na zeer goed geslaagde proeftocht, afgeleverd aan de Kon. Paketvaart Maatschappij. Behalve voor het afgeleverde schip, genummerd 113, werden alle stoommachines en motoren geleverd door de Nederlandsche Fabriek van Werktuigen en Spoorwegmaterieel alhier, hetgeen ook het geval is ten opzichte van alle in aanbouw zijnde schepen, behalve van die genummerd 118 en 121.
De afgeleverde schepen en hun werktuigen voldeden alle ten volle aan de door besteders gestelde eisen. Inzonderheid is dit het geval ten opzichte van het motorschip SEMBILAN, dat, voorzien van Werkspoor-Dieselmotor, alvorens naar zijn bestemming (Ned.-Indië) te vertrekken, gedurende de afgelopen wintermaanden gebruikt werd in de vaart van hier op Engelse havens. De Dieselmotor bleek, bij een uiterst zuinig olieverbruik, als scheepsmachine ten volle betrouwbaar te zijn, hetgeen de Kon. Paketvaart Maatschappij gerede aanleiding gaf het schip naar Indië te doen vertrekken. De bovengenoemde in aanbouw zijnde en inmiddels nog bestelde motorschepen werfnummers 115, 116, 126 en 127 (en de vele aanvragen, waarop wegens het bezet zijn van de hellingen geen aanbiedingen konden worden gedaan) bewijzen dat de Dieselmotoren als werktuigen tot beweegkracht van zeeschepen, reeds nu groot vertrouwen genieten.
Het bruto winstcijfer ad NLG 136.491 (v. j. NLG 76.980) stelt in staat, na ruime afschrijvingen op bezittingen en na versterking van het Ondersteuningsfonds, aan aandeelhouders een dividend uit te keren van 7 % (v. j. nihil). Die afschrijvingen bestaan uit totaal NLG 86.698 op gebouwen, werfinrichtingen, gereedschappen, drijvende stoomkraan, terwijl de versterking van het Ondersteuningsfonds NLG 10.000 bedraagt. Van het resterend saldo van de winstrekening ad NLG 39.793, wordt o.a. uitgekeerd aan tantièmes etc. NLG 3.333 en bedrijfsbelasting NLG 962, terwijl overgeboekt wordt op nieuwe rekening NLG 497.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Harlingen, 11 april. Door de storm van de laatste dagen zijn alhier als bijleggers binnengelopen ANTJE, kapt. Hoeve, met cementplaten, van de Rijn naar Hamburg, de lading is beschadigd, een zwaard gebroken en dekschade;
de NAJADE, kapt. Groen, met lijnkoeken van Neuss naar Valkenburg, met dekschade;
de ONDERNEMING, kapt. Salomons, met dakpannen van Utrecht naar Hamburg, met lichte dekschade.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 12 april. Volgens mededeling is het schip NOORDSTER, kapt. F. Voordewind, geladen met kieszand, op Wangeroog gestrand. Het volk, dat eerst door de reddingboot van Wangeroog van boord was gehaald, is later weer, toen het weer beter was geworden, aan boord gegaan. Het schip moet geen noemenswaardige schade bekomen hebben.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 12 april. Het te Zuidhorn thuis behorende ijzeren tjalkschip AMICITIA, kapt. Kiestra, hetwelk maandag op Wangeroog strandde, is geheel wrak geworden. Het vaartuig is verzekerd op beurspolis te Amsterdam.


13 april 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart. De Raad voor de Scheepvaart heeft gisteren uitspraak gedaan inzake het vastlopen van het stoomschip ADONIS van de Koninklijke Nederlandsche Stoomboot Maatschappij in het Noordzeekanaal bij Buitenhuizen.
De ADONIS was binnenkomende.
De toedracht van zaken geeft de Raad geen aanleiding tot opmerkingen, immers, het in de wal lopen is geheel accidenteel en er valt op het bestuur van het schip generlei aanmerking te maken.
Ook de aanwezigheid van het scheepje, dat met ontplofbare stof zou zijn geladen ter plaatse, waar dit volgens art. 26 van het Bijzonder Reglement van Politie voor het Noordzeekanaal is veroorloofd, terwijl het voerde de reglementaire lichten van art. 27 van reglement, geeft de Raad, in verband met het hier behandelde ongeval, geen aanleiding tot opmerking.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Jaarverslag 1911 – Hollandsche Stoomboot Maatschappij.
Aan het verslag over 1911 van de Hollandsche Stoomboot-Mij. te Amsterdam, ontlenen wij het volgende: Het bedrijf van de Maatschappij werd In het afgelopen jaar geregeld voortgezet. In de maand januari openden de Schotse op Nederland varende rederijen een concurrerende lijn tussen Amsterdam en Londen, waardoor de in het vorige jaar aangevangen strijd om het verkeer met Schotland verscherpt werd. Een en ander heeft zijn invloed doen gevoelen op de uitkomsten van de lijnen van de Maatschappij op Londen en op Schotland. In het voorjaar werd een overeenkomst gemaakt met de Schotse reders, welke de vrede op belde lijnen herstelde en voor de toekomst gunstig belooft te zijn. Belangrijke stoornis werd ondervonden door arbeidsmoeilijkheden in de loop van de zomer te Amsterdam en in nagenoeg alle Engelse havens, op welke de Maatschappij lijnen onderhoudt; de directe en indirecte gevolgen waren belangrijke kosten en vrachtderving. De arbeidstoestanden in het Verenigd Koninkrijk, met name in de haven van Londen, vorderen nog steeds de zorg en aandacht van de directie.
Op 24 augustus werd het voormalig etablissement van de Stoomvaart-Mij. “Nederland'' aan de Handelskade te Amsterdam, daartoe van de gemeente gehuurd en voor de behoeften van de Maatschappij doelmatig verbouwd, betrokken; de nieuwe inrichting voldoet in ieder opzicht aan de daarvan gekoesterde verwachtingen voor de concentratie van het bedrijf. De vloot onderging een verlies door het vergaan van het stoomschip ZAANSTROOM, dat op 21 december jl. in het Engelse Kanaal bij stormweer zonk; de bemanning werd op één na gered. Het verlies is door verzekering gedekt. Ter aanvulling van dit verlies en ten behoeve van een noodzakelijke uitbreiding van de vloot, werd overgegaan tot de bestelling van twee stoomschepen, die in 1912, respectievelijk 1913 zullen worden opgeleverd.
Het kapitaal van de Maatschappij onderging geen verandering: Het saldo van de exploitatierekening geeft een cijfer van NLG 270.910 tegen NLG 287.237 over 1910. Na NLG 151.258 (v.j. NLG 173.304) afschrijvingen op de schepen blijft er een saldo van NLG 131.873 (v.j. NLG 130.181, na toevoeging van NLG 27.000 aan de reserve voor afschrijvingen en NLG 40.000 aan de reserve voor afrekening met andere ondernemingen). Voorgesteld wordt van dit saldo 5 (2½) procent dividend uit te keren op de preferente en wederom 7 procent op de gewone aandelen en NLG 14.000 toe te voegen aan de reserve. Op nieuwe rekening gaat NLG 2.113 over. De balans vermeldt o.a. aan activa: Stoomschepen NLG 1.090.000 (v.j. NLG 1.219.000), inventaris NLG 9.000 (NLG 10.000). etablissementen NLG 97.152 (nihil), kas en kassier NLG 79.894 (NLG 44.691), magazijngoederen NLG 15.425 (NLG 11.581), diverse debiteuren NLG 645.721 (NLG 383.471), lopende assurantie NLG 35.048 (NLG 38.063) en prolongaties en effecten NLG 187.756 (NLG 307.756). Daartegenover staan o.a. als passiva, behalve het kapitaal: 5 pct. obligatielening (waarvan NLG 45.000, v.j. NLG 50.000 in portefeuille) NLG 122.000 (NLG 133.000), rekening van afschrijving NLG 157.000 (onveranderd), reservefonds NLG 146.605 (NLG 132.332) en diverse crediteuren NLG 402.582 (NLG 231.868). De post reserve voor afrekening met andere ondernemingen, welk v.j. met NLG 40.000 paraisseerde, komt thans op de balans niet voor.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Delfzijl, 12 april. De firma Zwart en Frater Smid alhier heeft de sleepboot ANTONIA FRATER voor een geheime prijs naar Hamburg verkocht.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Delfzijl, 12 april. De firma Zwart en Frater Smid alhier heeft 4 zeesleepboten aangekocht, n.l. een van de Machinefabriek Fulton te Martenshoek, 2 van de firma Schippers en Van der Dongen te Geertruidenberg en 1 uit Rotterdam.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 13 april. Volgens alhier ontvangen bericht is het stoomschip ZEESTER met defecte machine te Esbjerg binnengelopen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Esbjerg, 12 april. Het van Mariager naar hier bestemde Nederlandse stoomschip ZEESTER is wegens gebrek aan steenkool door het Deense stoomschip JOHANSLEM van Borbjerg tot ter hoogte van Graadyl gesleept. Het werd van steenkool voorzien en een Deens gouvernementschip verleende assistentie.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Te Port Glasgow is te water gelaten (opm: op 9 april) het stoomschip JACATRA, in aanbouw voor de Rotterdamsche Lloyd. Het stoomschip, bestemd voor de vrachtvaart en het vervoer van pelgrims, is 435 voet lang, 53 voet breed en 31.9 voet hol. Het werd naar Glasgow gesleept, alwaar het van triple-expansie machines zal worden voorzien.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 13 april. Het Nederlandse stoomschip MARS rapporteert de 9e april 3 uur nm. op 57°18' Noord en 06°43' Oost de Nederlandse zeetjalk NOORDSTER gepraaid te hebben. Alles was wel aan boord. Men vermoedt dat het de NOORDSTER is die, gevoerd door kapt. Dories, te Groningen thuis behoort en 3 april van hier naar Londen is vertrokken. Aangezien het schip de gehele storm zou meegemaakt hebben, zal het hoogte gehouden hebben.
Een later bericht meldt dat genoemd schip ergens met lekkage is binnengelopen.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Rotterdam, 12 april. Volgens alhier ontvangen berichten, is het stoomschip RHENANIA nog dicht en wordt aanbevolen bergingsmateriaal te zenden ten einde te trachten het stoomschip weer af te brengen. Diensvolge zal de sleepboot ROTTERDAM met de nodige pompen naar de strandingsplaats vertrekken.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Scheepsbouw. Oude Pekela, 12 april. Van de werf van de heer J.J.G. Wortelboer werd heden met goed gevolg te water gelaten een stalen motorvrachtboot die tevens als sleepboot dienst kan doen, groot plm. 80 ton en die bevaren zal worden door kapt. Corn. Leeuwerke van Nieuwe Schans. Op genoemde werf zal de kiel worden gelegd voor een stalen klipperaak, groot plm. 80 last, voor rekening van de heer H. Wolthuis van Wildervank.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Londen, 11 april. De Nederlandse tjalk NOORDSTER, van Delfzijl naar Londen bestemd, is met lekkage te Lemvig binnengesleept.


14 april 1912


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Delfzijl, 12 april. Volgens alhier ontvangen bericht is het Nederlandse schip NOORDSTER, schipper F. Voordewind, geladen met kieszand, op Wangeroog gestrand. Het volk, dat eerst door de reddingboot van Wangeroog van boord was gehaald, is later, toen het weer gunstiger was geworden, weer aan boord gegaan. Het schip moet geen noemenswaardige schade bekomen hebben. (opm: NOORDSTER gebouwd in 1903)


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Cuxhaven, 12 april. De Nederlandse tjalk CONFIANCE, schipper Dekker, van Lemwärder naar Hamburg, is met dekschade, beschadigde zwaarden en gebroken zeilboom alhier aangekomen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van de Maatschappij voor Scheeps- en Werktuigbouw Fijenoord te Rotterdam, werd gisteren met goed gevolg te water gelaten het voor rekening van de Koninklijke Paketvaart Mij. te Amsterdam in aanbouw zijnde stoomschip DE WEERT, een zusterschip van het voor dezelfde rederij gebouwde stoomschip SCHOUTEN.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de scheepsbouwwerf No. 2 van de firma A. Vuyk & Zonen, te Capelle a/d. IJssel werd gisteren (opm: 12 april) te water gelaten het voor de N.V. Houtvaart te Rotterdam gebouwde schroefstoomschip WAAL. De afmetingen van het schip zijn: 235' x 35' 6". Machine en ketel worden geleverd door de heer George T. Grey te South Shields. Het geheel werd gebouwd naar Lloyds voorschrift haar klasse 100 A 1 en het toezicht op de bouw voor de rederij werd waargenomen door de heer A. Schippers te Rotterdam. De kielen zullen nu worden gelegd voor de bouw van een tweetal zeelichters welke bestemd zijn voor de Deutsche Dampfschifffahrts Gesellschaft “Hansa" te Bremen. Voorts is sedert korte tijd in constructie genomen het schroefstoomschip WELCOME, bestemd voor de rederij Pedro N. Caranza te Cayenne in Frans Guyana.


15 april 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdamsche Droogdok Maatschappij.
Uit het jaarverslag, uitgebracht in de heden gehouden algemene vergadering, bleek, dat gedokt werden: 510 schepen, metende tezamen 790.193 tonnen, tegen 499 schepen, met 754.111 tonnen in 1910. Bovendien werd van het vijzeldok gebruik gemaakt door 43 schepen van de binnenlandse vaart.
Na afschrijving op het materieel, is besloten tot een uitdeling van wederom 11 procent dividend. De voorgestelde wijziging van de statuten is goedgekeurd. De heer G.A. baron Tindal is tot lid van het bestuur gekozen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlissingen, 15 april. Het stoomschip TELEGRAAF XV is met assistentie van een sleepboot alhier binnengekomen. Volgens rapport heeft dit stoomschip te Zeebrugge aan de grond gezeten.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Londen, 15 april. Volgens een Reuter telegram is het nieuwe Engelse stoomschip TITANIC van de White Star Line, op zijn eerste reis van Southampton naar New York, op 42 gr. NB en 50 gr. WL in aanvaring geweest met een ijsberg en dientengevolge gezonken. De vrouwelijke passagiers zouden in de reddingboten zijn geplaatst.
De TITANIC vertrekt voor haar eerste reis.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 12 april. De AMICITIA, schipper Kielstra, (gestrand op Wangeroog), is reeds met het tweede watergetij na de stranding geheel in het zand weggezonken, zodat het als totaal verloren kan worden beschouwd. Genoemd schip behoort thuis te Zuidhorn. (opm: gebouwd in 1892 bij G.W. v.d. Werf te Stadskanaal)


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 12 april. Het op Wangeroog gestrande aakschip NOORDSTER, kapt. Voordewind, verkeert thans weer in veilige positie. De bemanning is weer aan boord. Het vaartuig is met geringe schade vrijgekomen.


16 april 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 16 april. Volgens een telegram uit Grimsby is de van Antwerpen naar Newcastle on Tyne bestemde Nederlandse motorboot CORNELIS met defecte machine aldaar binnengesleept. (opm: zie ook AH 100412 en NRC 110412)


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De heden te Amsterdam gehouden algemene vergadering van aandeelhouders van de Koninklijke West-Indische Maildienst heeft de balans en winst- en verliesrekening over het boekjaar 1911 goedgekeurd en het dividend vastgesteld op 6,6 procent. De heer Jhr. P. Hartsen werd als commissaris herkozen.
De vergadering besloot dat in de vacature, ontstaan door het aftreden van de heer R.W. Boissevain, zal worden voorzien. De voorzitter deelde mee, dat commissarissen binnen bekwame tijd een voorstel tot voorziening in de vacature aan aandeelhouders zullen doen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlissingen, 15 april. Het stoomschip TELEGRAAF XV, dat hier van Zeebrugge is binnengesleept met averij aan de schroef en het roer, is in het droogdok opgenomen om gerepareerd te worden. (opm: zie ook NRC 150412)


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlissingen, 15 april. Aan de bergingsmaatschappij Gerling te Antwerpen is vergunning verleend om te trachten de bij Zeebrugge gezonken Nederlandse Loodsschoener No. 15 vlot te brengen. (opm: zie ook NNO 250312)


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf „Vooruit" te Enkhuizen is van stapel gelopen de ijzeren sleepkraan LYDA, groot 580 ton, gebouwd voor de heer Jac. Noels te Dordrecht.
De kiel werd gelegd voor een gelijksoortig vaartuig, voor rekening van de heer H. Fiekus, te Weissenau. Eén sleepkaan is in aanbouw, terwijl de bouw van nog 4 sleepkanen aan de werf is opgedragen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

TITANIC. Van Lloyds te Londen werd hedenochtend een telegram ontvangen volgens hetwelk de TITANIC gezonken is en men vreesde, dat een groot aantal personen bij de ramp is omgekomen.
Een later Lloyds telegram meldt, dat de TITANIC gistermorgen 02 uur 20 min. op 41°16’ NB en 50°14’ WL gezonken is; voorts dat van de passagiers ongeveer 675 en van de bemanning ca. 200 als gered worden gerapporteerd.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Groningen, 16 april. Van de werf van de heer W. Rubertus aan het Noord-Willemskanaal werden met goed gevolg te water gelaten twee stalen zeetjalken, groot plm. 250 en 200 ton, voor rekening van A. Rozenga van Appingedam en K. Buining van Groningen en is de bouw opgedragen van twee zeetjalken en een schoener.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Lemvig, 12 april. Het Nederlandse zeilschip NOORDSTER heeft in de Noordzee diverse schade belopen en is tot Hornsriff gedreven. Daar werden de opvarenden door de Duitse kruiser HELGOLAND opgenomen en het vaartuig naar Thyboron-kanaal gesleept. De bemanning is later door een bergingsboot overgenomen en alhier geland. De NOORDSTER zal hier repareren.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Brunsbüttelkoog, 13 april. De Nederlandse tjalk SPECULANT, met 155 ton tarwe van Hamburg naar Groningen bestemd, is op de beneden Elbe aan de grond geraakt en lek gestoten. Door de sleepboot BEAWULF werd de tjalk later te Glückstadt binnengebracht. Het schip moet lossen.


17 april 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

In de heden te Amsterdam gehouden jaarlijkse algemene vergadering van de Stoomvaart Maatschappij “Oostzee” heeft de balans met de winst- en verliesrekening over 1911 goedgekeurd en het dividend vastgesteld op 2½ procent (v.j. nihil).
De heer D.A. Krayenhoff v.d. Leur is als commissaris herkozen, terwijl in plaats van wijlen de heer A. Vinke tot commissaris werd benoemd de heer P. van Leeuwen Boomkamp.
(opm: zie het uitgebreide verslag in NRC 180412)


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Antwerpen, 16 april. Het Deense stoomschip AJAX, van Hamburg alhier binnen, rapporteert 8 april met het te Groningen thuis behorend schip JOHANNA in aanvaring te zijn geweest. Buitendien is het stoomschip nog in aanvaring geweest met het te Gotenburg thuis behorend schip VALKYRIEN.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van de heer C. Kars te Oude Pekela is te water gelaten een ijzeren tjalk, groot 70 ton, voor schipper A. Meijer te Nieuwe Pekela.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van de scheepsbouwmeester T. Schepman te Kampen zijn met goed gevolg te water gelaten een nieuw gebouwde ijzeren klipperaak, groot 80 ton, voor rekening van schipper W. Stal, aldaar en een nieuw houten mosselvaartuig voor rekening van schipper C. Padmos Witte te Bruinisse. Op genoemde werf zal thans de kiel gelegd worden voor een nieuw te bouwen ijzeren kanaalschip, groot plm. 400 ton, voor schipper H.W. v.d. Veeweij te Oudenbosch.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 17 april. Gisteren werd alhier van Norddeich binnengebracht, gesleept door de sleepboot RELIEF, kapt. R. Borgman, het aakschip NEDERLAND II, schipper J. Tabak, welk schip tijdens de laatste storm nabij Norddeich strandde. De gehele lading van het schip was overboord geworpen, het roer en de boot waren verloren gegaan, het stuurboordzwaard was gebroken, voorts bodemschade. Het schip is doorgevaren naar Groningen om aldaar op de werf van de heer J. Vos te repareren.


18 april 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hamburg, 16 april. Door het Seeamt werd heden behandeld het vergaan van de Nederlandse tjalk AAFFIENA, kapt. Tattje, in de morgen van 9 april jl. Het schip was op reis van Norderney naar Elmshorn, toen het lek werd en totaal verloren ging. De schipper, diens vrouw en drie kinderen, benevens de stuurman werden door de reddingboot van Neuwerk gered en te Cuxhaven geland. De uitspraak was, dat de oorzaak van het vergaan werd toegeschreven aan de ouderdom van het schip en aan de heersende storm. De redding van de bemanning door de reddingboot van Neuwerk verdiende geprezen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart. De Raad voor de Scheepvaart te Amsterdam heeft heden zijn onderzoek aangevangen in de zaak tegen kapt. J.R. Reckleben, gezagvoerder van het stoomschip CERES van de Koninklijke Nederlandsche Stoomboot Maatschappij te Amsterdam, welk schip op 20 maart omhoog is gevaren in de Straat van Messina, teneinde uit te maken of dit ongeval is ontstaan door daad of nalatigheid van die gezagvoerder.
Uit het verhoor van de kapitein bleek, dat de CERES op 22 februari van Amsterdam was vertrokken en dat het schip op 29 maart te Messina was aangekomen. Men bleef daar liggen van ’s morgens tot ’s avonds 7 uur en vertrok daarna. Aanvankelijk werd ONO gestuurd en wel over een afstand van 2 mijl; toen werd het vuur van Faro recht vooruit gebracht en NO gestuurd. Wat de zeilaanwijzingen in deze aangeven weet de kapitein niet. Hij handelde zonder dit na te zien, omdat hij in deze omgeving al herhaaldelijk is geweest. Dadelijk na het veranderen van koers ging hij naar beneden om te eten. Hij meende wel een kwartier te kunnen blijven voor zijn tegenwoordigheid op dek nodig was.
De voorzitter zei, dat dit onverantwoordelijk was; immers de kaart geeft gevaren aan, zowel aan de kant van Calabrië, als aan de zijde van Sicilië.
De kapitein blijkt niet te hebben geweten, wat de Romeinen voor 2000 al wisten, namelijk dat een schip vrijkomend van de Charybdis gevaar loopt te verzeilen in de Scylla.
De koers NO werd tot tien minuten over half acht gehouden toen Faro recht vooruit was, deed de kapitein een halve streek oostelijk sturen en ging toen weer naar beneden, menend dat hij 3 à 4 zeemijlen van de kust af was. Hij bleek zich echter te hebben vergist; na twee tot twee en een halve minuut stootte het schip; de schok was niet hevig. Het schip helde over naar stuurboord. Dadelijk gaf de kapitein last met volle kracht achteruit te stomen; dit hielp echter niet; ook het uitbrengen van twee ankers mocht niet baten. Gevaar was er echter niet, waarom dan ook geen gebruik werd gemaakt van de aangeboden hulp. ’s Nachts braken de trossen en zwaaide het schip rond. Toen het ’s morgens om half negen stil water werd, deed de kapitein het schip weer in de oude stand brengen en zo gelukte het de CERES vlot te krijgen; men stoomde op naar Messina. Hier bleek uit het duikeronderzoek, dat het schip geen noemenswaardige schade had gekregen; alleen de verf was van de huid af.
Na de kapitein werden verschillende getuigen gehoord. Als eerste getuige werd gehoord de 2e stuurman H.L. Bakker, die met een stuurmansleerling tijdens het ongeval de wacht had. Hij verklaarde o.a. dat hij het licht van Faro steeds meer aan stuurboord had gezien, waarop verschillende leden van de Raad opmerkten, dat hij hieruit had moeten begrijpen dat het schip op de kust dreigde te lopen.
Vervolgens verschenen als getuige de 3e stuurman Y.J. Lipjes en J. v.d. Meulen, matroos.
De uitspraak volgt later.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Husum, 16 april. Het Seeamt van Tonningen heeft alhier de stranding nabij Nordstrand van de Nederlandse schoener JANTINA behandeld. De stranding wordt toegeschreven aan het door de stuurman verkeerd uitvoeren van het door de gezagvoerder gegeven goede roer commando. De schoener die reeds dicht bij de Wadden was, strandde daardoor. De maatregelen, na de stranding genomen, waren goed.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Jaarverslag Stoomvaart Maatschappij “Oostzee”. In aansluiting aan het bericht, opgenomen in ons avondblad van gisteren, ontlenen wij aan het verslag over 1911 van de Stoomvaart Maatschappij “Oostzee” te Amsterdam, nog het volgende:
In het vorige verslag werd er reeds op gewezen, dat de schepen voor de wintermaanden tot veel betere vrachtcijfers bevracht waren dan het jaar daarvoor. Deze reizen zijn dan ook over het algemeen zeer meegevallen. In de loop van het seizoen, vooral tegen de herfst, waren de algemene toestanden op de vrachtenmarkt veel beter en de Maatschappij heeft daarvan tot op zekere hoogte kunnen profiteren. Sedert het einde van het jaar is de toestand nog gunstiger geworden, zodat men ook voor 1912 een gunstige exploitatie verwacht. De schepen waren, zoals gewoonlijk, gedurende de winter in de vaart op de Plata rivier en gedurende de zomer en herfst voeren zij van de Witte Zee en de Oostzee tot verschillende vrachtcijfers, die echter geregeld een gestadige verbetering aantoonden. Van belangrijke averijen bleef de Maatschappij verschoond. De stoomschepen BRITSUM en HEELSUM passeerden hun survey; het laatste passeerde het no. 8 survey, waarvoor de boot de gehele maand december uit de vaart genomen moest worden. Overigens zijn alle schepen in de beste orde en voldoen geheel aan de eisen, gesteld door de scheepvaartinspectie.
De alom onder de werklieden heersende onrust geeft grote zorg aan de scheepvaart maatschappijen. De oponthouden worden overal langer en de exploitatiekosten stijgen zeer. De staking in de steenkoolmijnen in Engeland heeft een grote stoornis in het verkeer teweeg gebracht en als direct gevolg hiervan zullen de steenkoolprijzen voor het lopende jaar ongetwijfeld belangrijk verhoogd zijn.
De exploitatie gaf een voordelig saldo van NLG 206.490 (NLG 120.258) en de winst- en verliesrekening wijst na aftrek van alle exploitatie- en beheerskosten, alsmede van de interest, een zuiver winstcijfer aan van NLG 155.226 (NLG 68.263), waarvan NLG 130.000 (NLG 63.000) bestemd is voor afschrijving op de boekwaarde van de stoomschepen, terwijl een dividend van 2½ procent (v.j. nihil) uitgekeerd wordt en een onverdeeld winstsaldo van NLG 226 op nieuwe rekening overgaat.


19 april 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart. De Raad voor de Scheepvaart te Amsterdam deed uitspraak in de zaak van het stoomschip BESOEKI, van de Rotterdamsche Lloyd, gezagvoerder K.A. Bunge. Dit vaartuig was op 8 februari bij Panaroekan (Java) vastgelopen.
De Raad is door zijn onderzoek tot de slotsom gekomen, dat het vastlopen van het stoomschip BESOEKI op 8 februari het gevolg is geweest van onachtzame navigatie. De gezagvoerder had de W-koers, die de BESOEKI voorlag, toen zij Tandjong Petjinan voorbijkwam, moeten behouden tot het vuur van Panaroekan open kwam en zich behoren te vergewissen door raadpleging van de Zeemansgids, in welke richting hij, komende van om de oost, daarop aan kon sturen zonder gevaar om op het rif van Tandjong Paras te lopen. In stede daarvan is hij zonder raadpleging van de hulpmiddelen ter verzekering van een veilige vaart, koers stellende van een plaats waarvan het beslist onzeker was, omdat de wijze, waarop het verkregen was, te wensen overliet, een koers gaan volgen, die hem dicht langs banken en reven voerde, onvoldoende bekend met de miswijzing van het kompas, zonder rekening te houden met de mogelijke invloeden van stroom en getij en heeft hij, ongeacht de gevaren, die hij weten moest dat hem aan bakboordzijde bedreigde, herhaaldelijk naar bakboord uitgehouden.
Wanneer het uitzeilen van de vissersvloot uit de stranddessa’s een belemmering was voor de BESOEKI om haar koers te vervolgen of naar stuurboord te wijken, had zij behoren te stoppen, desnoods moeten ankeren.
Een aansporing voor alle officieren, belast met de navigatie, om geregeld gebruik te maken van de hulpmiddelen ter verzekering van een veilige vaart en de waarnemingen van landpunten te doen met de grootst mogelijke nauwkeurigheid, schijnt de Raad naar aanleiding van het gebeurde niet overbodig.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Appledore, 17 april. Aangekomen AGDA ELEONORA, kapt. Bosselaar, van Antwerpen.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Raad voor de Scheepvaart. De Raad voor de Scheepvaart te Amsterdam heeft uitspraak gedaan inzake het omhoog varen en weer vlot komen van de koftjalk ZEEMEEUW, toebehorende aan de schipper C. Hoogerzeil te Delfzijl, op 13 januari jl. bij het Gardenrif.
De Raad wijt het ongeval aan zorgeloze navigatie van de schipper die een noordelijker koers had moeten sturen vanaf het Gjedser vuurschip, dan hij deed. Maar dit niet doende, had hij, die toch wist dat er wellicht met de zeilen gemanoeuvreerd zou moeten worden, tijdig het ijs, dat dit belemmerde, moeten doen verwijderen. Voorts had de schipper niet moeten wachten met halzen tot het te laat was; ook heeft hij nagelaten de gedane lodingen in de kaart te zetten, aldus een ander middel, om zich van zijn standplaats te vergewissen verwaarlozend.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Scheepsbouw. Oude Pekela, 18 april. Heden werd van de werf van de heer J. de Boer alhier met goed gevolg te water gelaten een stalen klipperaak, groot plm. 80 ton, voor rekening van en bevaren zullende worden door schipper L. Wind van Groningen.


20 april 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Jaarverslag Indische Lloyd.
Aan het verslag over het eerste boekjaar van de N.V. Indische Lloyd alhier, uitgebracht in de gisteren gehouden vergadering van aandeelhouders, ontlenen wij het volgende:
Deze onderneming is opgericht met het doel een geregelde stoomvaartverbinding tussen Rotterdam, Antwerpen en Engels-Indië te onderhouden. Voor dit doel werden aangekocht de stoomschepen GRAMSBERGEN, BEEKBERGEN, STEENBERGEN en RIJSBERGEN voor een totaal van NLG 1.448.408. Zij voldoen in alle opzichten aan de gestelde verwachtingen. De kosten voor het brengen van de ketels enz. in overeenstemming met de voorschriften van het stoomwezen en de scheepvaartinspectie bedroegen NLG 66.627, waardoor de totale boekwaarde van de schepen NLG 1.515.036 bedraagt. Op dit cijfer is blijkens de winst- en verliesrekening afgeschreven NLG 49.036, waarna het materieel van de vloot met NLG 1.466.000 te boek staat.
Ofschoon wij, zegt de directie, de eerste maanden nadat de lijn was opgericht, slechts weinig lading van Rotterdam en Antwerpen naar Bombay konden secureren (opm: verzekeren) en derhalve verplicht waren in Engelse havens bij te laden, mocht het ons ten slotte gelukken een belangrijk vrachtcontract af te sluiten tegen een gunstig vrachtcijfer, hetwelk ons in staat stelt de stoomschepen in geregelde vaart met complete lading van Rotterdam direct naar Bombay te expediëren. Uit het grotere aanbod van stukgoederen blijkt dat de verschepers vertrouwen beginnen te stellen in de onderneming. Er werden geen moeilijkheden ondervonden in het boeken van voldoende terug lading van Bombay naar Antwerpen en Rotterdam tegen zeer gunstige vrachten. Met uitzondering van een enkel geval van geringe betekenis, bleven wij van averijen verschoond.
De exploitatierekening over 1911 (8 maanden) laat een voordelig saldo van NLG 131.627. Daarvan moet worden afgetrokken voor afschrijving op de stoomschepen NLG 49.036, op de oprichtingskosten NLG 7.642 en op de dienst van de scheepsverbandlening NLG 727, de bedrijfsbelasting ad. NLG 1.119, de onkosten ad. NLG 26.938, interest NLG 1.415 en reparatierekening NLG 3.826, zodat er een saldo ter verdeling blijft van NLG 40.923, waarvan zoals reeds gemeld, een uitdeling van 5 procent over het geplaatste kapitaal zal geschieden.
De balans vermeldt aan activa: Stoomschepen NLG 1.466.000, vooruit betaalde jaarpremie assurantie NLG 27.813, kas NLG 394, debiteuren NLG 180.118, oprichtingskosten NLG 12.000, dienst van de scheepsverbandlening NLG20.000, averijrekening NLG3.924, nog te verrekenen restitutie assurantiepremie NLG 2.730, exploitatierekening, nog te ontvangen NLG 30.546. Daar tegenover staan als passiva: Kapitaal NLG 815.000, lening onder scheepsverband NLG 700.000, Rotterdamsche Bankvereeniging NLG 46.321, crediteuren NLG 67.848, te betalen wissels NLG 63.268, lopende reizen NLG 4.188, nog te betalen intrest, onkosten en exploitatiekosten NLG 4.369 en winstsaldo NLG 42.012.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 20 april. De Nederlandse sleepboot ZUIDERZEE met twee bakken op sleeptouw, van Birkenhead naar Bahia, arriveerde gisteren ter plaatse van bestemming.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Jhr. J. George Reuchlin. †
De N.R.C. schrijft: Dagen van angstige spanning, van slingering tussen hoop en vrees zijn voorbij. De laatste strohalm is ontglipt en wij hebben het hoofd te buigen voor de droeve werkelijkheid. De ramp, aan het reuzenschip TITANIC op zijn eerste reis overkomen, heeft ook aan een verdienstelijk en veelbelovend stadgenoot het leven gekost. Jhr. J. George Reuchlin, mededirecteur van de Holland-Amerika Lijn, die zich aan boord bevond, behoort niet tot de geredden.
Er is iets diep tragisch in. het verlies van dit jonge mensenleven. Reuchlin, gevormd in het bedrijf, kende de gevaren van de oceaan uit eigen aanschouwing, maar tevens wist hij alle technische verbeteringen in de scheepsbouw naar waarde te schatten. Ook deze reis moest dienstbaar gemaakt worden, om met eigen oog alle moderne voorzorgsmaatregelen te aanschouwen. Vermoedelijk is een onwrikbaar vertrouwen in het weerstandsvermogen van de bodem, die hem overbracht, in weinige uren beschaamd, doordien wat zovele vakmannen als onmogelijk beschouwden, toch geschiedde.
De naam van zijn vader is verbonden aan de oprichting van onze trans-Atlantische stoomvaart. Sedert een aantal jaren mocht de vader het voorrecht smaken ook zijn zoon krachtig deel te zien nemen aan de veel omvattende taak, het bestaande uit te breiden en te ontwikkelen. Bescheiden in zijn optreden als de jonge Reuchlin was, hebben wellicht alleen zij die met hem samenwerkten, of hem meer van nabij leerden kennen, ten volle zijne grote gaven kunnen waarderen van ijver en toewijding, van kennis en heldere koopmansblik. Sinds enige tijd was hij lid van de Kamer van Koophandel, waarin hij zijn vader was opgevolgd. Een grote belofte voor de toekomst, zegenrijke vruchten ook voor ruimere kring, zijn met Reuchlin verloren gegaan. In de volle kracht van zijne 38 jaren is Reuchlin ons ontvallen, werkende aan de taak die hij zich tot levensdoel gesteld had. Geen weemoedige hulde kan aan de laatste rustplaats van de sympathieke jongen man geuit worden; geen steen zal zijn graf dekken. Maar bij zijn oudere en jongere vrienden, bij allen die hem gekend en bemind hebben, zal zijn nagedachtenis blijven. Met innige droefheid delen zij in het onuitsprekelijk leed van zijn gezin en van zijn ouders. Aan hun en aan ons zijn grote verwachtingen ontnomen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Zierikzee, 17 April. De reeds gemelde ijzeren schoener AAFFIENA is, na de lading te hebben gelost, naar Rotterdam gesleept, waar het schip aan de werf van de heren Van der Giessen zal repareren. De lading zal later door het schip naar Dielette worden gebracht.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Hamburg, 17 april. Het Nederlandse schip ALBERDINA, met ijzer naar Zweden bestemd, is te Brunsbüttel binnengesleept. Het heeft de grote mast gebroken en de kajuit vol water.


21 april 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 20 april. Volgens een telegram uit Sydney C.B. is het Nederlandse stoomschip SOPHIE H met gebroken schroef te Louisburg (Nieuw Schotland) aangekomen van New York.


22 april 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 22 april. Nadat er afgelopen vrijdag nog pogingen zijn gedaan om het Nederlandse stoomschip RHENANIA, dat ten westen van Alderney op het eiland Berhou is gestrand, vlot te slepen en nadat er nog gepompt is, heeft men het stoomschip zo als het daar ligt aan plaatselijke slopers aldaar verkocht.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Stoomvaart Maatschappij Nederland.
De heden te Amsterdam, onder leiding van de voorzitter van het college van commissarissen G.A. baron Tindal, gehouden algemene vergadering van aandeelhouders van de Stoomvaart Maatschappij Nederland was weer druk bezocht, in verband met het aftreden van de oudste directeur, Jhr. L.P.D. Op ten Noort.
De voorzitter zei dat aandeelhouders zeker met groot leedwezen van het desbetreffende besluit van de heer Op ten Noort zullen hebben kennis genomen. Sedert 1876 – dus bijna 36 jaar – heeft deze de belangen van de Maatschappij gediend, eerst als inspecteur en na 1894 als directeur, nadat hij eerst aan het hoofd had gestaan van de Koninklijke Paketvaart Maatschappij. Aan zijn grote toewijding, zijn werkkracht en zijn kennis van zaken is voor een groot deel te danken, dat de Maatschappij zich thans in zulk een bloeiende toestand bevindt.
Op ten Noort heeft het belang van de Staat in het oog gehouden, maar lette daarnaast op de belangen van de Maatschappij en van het personeel. Spreker brengt hem voor zijn werkzaamheid hulde en wenst hem nog vele jaren van goede gezondheid toe !
Namens de directie sloot de heer C.A. den Tex zich bij de van grote waardering getuigende woorden aan. Hij herinnerde er aan hoe ter gelegenheid van het 25-jarige bestaan van de Maatschappij hulde is gebracht aan twee van haar oprichters, aan Prins Hendrik der Nederlanden en aan J.L. Boissevain.
Op ten Noort werkte voorts in de door Boissevain aangegeven richting en hoe groot de bewondering van de directie voor zijn arbeid is, zal wellicht straks in een intiemere bijeenkomst nog kunnen worden gezegd. Thans wenst spreker reeds uiting te geven aan het gevoel van dank dat de leden van de directie koesteren voor de afgetreden oudste directeur. Hij werkte steeds opbouwend, nimmer afbrekend. De mannen van het personeel hebben dat ondervonden en de schepen van de Maatschappij is het aan te zien. (applaus).
De heer J.T. Cremer, president van de Nederlandsche Handel Maatschappij, was de tolk van de aandeelhouders. Hij prees het heldere oordeel, het kloeke verstand en de grote toewijding van de heer Op ten Noort en herinnerde aan de geschiedenis van de hedendaagse Nederlandse scheepvaartbeweging, ten einde het grote aandeel dat Op ten Noort in de ontwikkeling daarvan heeft gehad te kunnen aangeven. De oprichting van de Koninklijke Paketvaart Maatschappij, waarvan Op ten Noort administrateur werd, was de uiting van de nieuwe geest in Nederland, die meende dat het uit moest zijn met het systeem van “laisser faire”, dat men zich moest los maken van het gevoel van machteloosheid, dat zo menigeen tot werkeloosheid doemde, als het gold het op touw zetten van grote zaken in Nederland en door Nederlanders. Dank zij de Stoomvaart Maatschappij Nederland en de Rotterdamsche Lloyd kwam de Koninklijke Paketvaart Maatschappij tot stand; het kapitaal liet zich niet onbetuigd en ook de regering werkte mee. Een gelukkige greep was toen de benoeming van Op ten Noort tot administrateur. Hij vertrok naar Indië en legde daar de grondslag voor de uitbreiding in Indië en over de omringende landen, welke thans bereikt is. Helaas overviel de onvermoeide werker toen de ziekte, gevolg van het klimaat, die zovelen voorgoed een knak geeft. Op ten Noort overwon gelukkig de gevolgen, dank zij de toewijdende zorg van zijn echtgenote. Met onverzwakte kracht kon hij zich toen in Nederland aan de belangen van de Koninklijke Paketvaart Maatschappij blijven wijden.
Maar wij danken meer aan Op ten Noort, zei de spreker. Wij danken hem de oprichting van de Nederlandsche Scheepsbouw Maatschappij, waardoor voorkomen werd, dat het oude, hier ter stede eens zo bloeiende bedrijf te gronde ging en ook de Nederlandsche Fabriek van Werktuigen en Spoorwegmaterieel heeft zijn medewerking gemaakt tot een van de zaken, waarop Nederland trots kan zijn. Voorts werkte hij mee aan de totstandkoming van de Java-China-Japanlijn, de Zuid-Amerikalijn, enz.
Wij hopen, zei spreker, dat zijn trouwe hulp aan al deze bedrijven niet moge ontvallen en wij blijven, ook nu hij aftreedt als directeur van de “Nederland”, in hem zien de nestor van de Nederlandse scheepvaart, de man aan wie mede te danken is de oprichting van de Nederlandsche Scheepvaart Unie, een pijlenbundel (Eendracht maakt macht!) aan welke nog verscheidene pijlen mogen worden toegevoegd! Al worden in ons land de dingen wel eens al te klein gezien, dankzij mannen als Op ten Noort kunnen er binnen onze landpalen toch ook grote dingen geschieden. Met hun hulp streven wij voorwaarts als verziende mogendheid, als nijverheids- en handelsland.
Tenslotte is het spreker een aangename taak te kunnen meedelen dat ook de regering uiting wenst te geven aan haar waardering voor het werk van de heer Op ten Noort. De Minister van Landbouw, Nijverheid en Handel zou gaarne tegenwoordig zijn geweest, om hiervan persoonlijk getuigenis af te leggen. Tot zijn leedwezen is hij echter verhinderd aanwezig te zijn. Spreker is het nu een bijzonder genoegen te kunnen meedelen, dat het H.M. de Koningin behaagd heeft, Jhr. L.P.D. Op ten Noort te benoemen tot Commandeur in de Oranje-Nassauorde !
De heer Op ten Noort verklaarde diep geroerd te zijn door al wat men hem vandaag wel heeft willen zeggen en niet minder door de hoge onderscheiding. Hij herinnerde eraan dat baron Tindal reeds deelnam aan de leiding van de “Nederland” voor spreker de directie aanvaardde en wenste hem toe, dat hij nog vele jaren de voorzitterszetel moge bekleden. Zijn mededirecteuren dankte spreker voor hun samenwerking en hij herinnerde aan het devies van de Maatschappij: “Wie varen wil, zij onvervaard, maar lette op gevaren”. De heer Cremer duidde spreker aan als een van de genen die de natie gewekt hebben uit haar apathie. Wat hem zelf betrof verklaarde spreker dat hij slechts heeft voortgebouwd op de grondslagen, gelegd door Jan Boissevain en P.E. Tegelberg, welke laatste nog steeds deel uitmaakt van het college van commissarissen en hier aanwezig is. Een ander deel van de hem gebrachte dank bracht spreker over op commissarissen en verder op het personeel van de Maatschappij. In de 18 jaren dat ik directeur van de Nederland ben geweest hebben wij geen grote rampen te betreuren gehad, zei spreker.
Dan beantwoordde spreker de vraag waaraan in het bijzonder de ontwikkeling van de Maatschappij gedurende de laatste jaren te danken is geweest. En hij antwoordde hierop: Aan de vlucht welke onze koloniërs hebben genomen, dank zij de uitnemende maatregelen welke door ’s Lands regering zijn getroffen; de voor een deel ruimere begrippen en het openstellen van de buitenbezittingen. Ten gevolge van een en ander nam de bloei van onze koloniën in hoge mate toe en is het vervoer, zowel van reizigers als van goederen, vice versa, belangrijk gestegen.
Spreker eindigde met nogmaals zijn erkentelijkheid te betuigen. (toejuichingen).
Tot directeur werd daarna met algemene stemmen benoemd de heer W.H.J. Oderwald, procuratiehouder van de Maatschappij. Als tweede stond op de voordracht de heer J.H. Hammel, administrateur van de Koninklijke Paketvaart Maatschappij, die zich vervolgens gekozen zag tot commissaris. Jhr. Op ten Noort werd eveneens tot commissaris benoemd.
Herkozen werden als commissarissen de heren: mr. I.C. de Vries en M.P. Voute.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van de N.V. Scheepswerf “Dordrecht” te Dordrecht is met goed gevolg te water gelaten het Rijnschip BRANGAENE, metende 103,50 x 12 x 2,80 meter, bestemd voor de N.V. Transport-Maatschappij te Rotterdam. Op de vrijgekomen helling zal de kiel worden gelegd voor een zeehopper-barge voor Engelse rekening.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van de heer J. de Boer te Oude Pekela is met goed gevolg te water gelaten een stalen klipperaak, groot 80 ton, voor schipper L. Wind te Groningen.


23 april 1912


Krant:
 TEL - De Telegraaf

Stranding Schoenerschip AAFFIENA. De Raad voor de Scheepvaart onderzocht het stranden nabij Zierikzee op 8 april jl. van het schoenerschip AAFFIENA, schipper J.M. de Jonge te Veendam, reder G.W. Gorter te Groningen. De schoeneraak AAFFIENA meet bruto 99 register tonnen en voert aan zeilen een bezaan, een groot zeil, een stagfok, een kluiver en een buitenkluiver. De reder was aan boord, zo'n beetje als kapitein hoewel bij geen diploma's had, doch de eigenlijke kapitein acht hem wel bekwaam. Dan waren er verder aan boord, behalve de reder en de kapitein, twee jongens van 15 en 16 Jaar. Men kwam van Andernach langs de Rijn en ging naar Dordrecht om vandaar naar de Normandische kust te gaan, doch toen men reeds eenmaal uitgevaren was, keerde men terug vanwege het slechte weer. Men had Engelse kaarten aan boord en een kompas waarover gepeild kan worden. In Dordrecht had men het schip zeeklaar gemaakt. Toen men voor goed uitvoer, was het weer nog al ruw. Men had dan ook twee reven in 't grootzeil. Toch ging men uit, doch voor Schouwen weigerde het schip over stag te gaan toen het stuurboord over lag. De reder stond aan het roer, de kapitein vóór aan de zeilen met de jongens. De kapitein liet nog een anker vallen, doch dat hield niet en men strandde.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Nieuwediep, 22 april. Heden werd alhier een proeftocht gehouden met het Nederlandse stoomschip LUNA, gebouwd te Krimpen a/d IJssel voor rekening van de Koninklijke Nederlandsche Stoomboot Mij. Het stoomschip heeft aan de gestelde eisen voldaan en vertrok van hier naar Riga. Er werd een vaarsnelheid van 10¾ mijl behaald.
(opm: opgeleverd door Scheepswerf A. Vuyk & Zonen, Capelle a/d IJssel - Werf No. 390)


24 april 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart. De Raad voor de Scheepvaart te Amsterdam heeft heden uitspraak gedaan in de zaak van het stoomschip CERES van de Koninklijke Nederlandsche Stoomboot Mij., gezagvoerder J. Reckleben, hetwelk op 20 maart was vastgelopen.
De Raad schrijft de stranding van de CERES toe aan slechte navigatie, zowel van de gezagvoerder Reckleben als van de stuurlieden Bakker en Lipjes. Maar de laatsten hebben zich er toe bepaald verkregen orders uit te voeren en het slechte voorbeeld van de gezagvoerder te volgen.
De gezagvoerder treft het verwijt, dat door zijn daad en nalatigheid het aan zijn zorgen toevertrouwde schip aan de grond is gelopen. De tekortkomingen, waarop hem bij het onderzoek, gelijk hiervoor gemeld, is gewezen, zijn zó ernstig dat daarvan een gestrenge tuchtmaatregel het gevolg behoort te zijn. Ter zake van het door zijn daad en nalatigheid veroorzaken van het aan de grond lopen van het Nederlandse stoomschip CERES straft de Raad Reckleben, gezagvoerder, wonende te Amsterdam, met ontneming van de bevoegdheid om als schipper op een vaartuig, als bedoeld in artikel 2 van de Schepenwet, te varen voor de tijd van drie maanden.
CERES 1911 – collectie M. Lindenborn.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Harlingen, 23 april. Het Nederlandse schip ANTJE, kapt. Hoeve, als bijlegger hier binnengelopen, heeft gerepareerd en neemt de lading cementplaten weer in, om met de eerste gunstige gelegenheid de reis voort te zetten. (opm: zie ook NNO 120412)


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart. De Raad heeft gisteren een onderzoek ingesteld naar de stranding bij Zierikzee op 8 april van het schoenerschip AAFFIENA, schipper J.M. de Jonge te Veendam, reder G.W. Gorter te Groningen.
De gezagvoerder deelde mede, dat de eigenaar Gorter die zich aan boord bevond, gemonsterd was. Hij speelde eigenlijk baas, hoewel hij geen radicaal had, maar volgens getuige, die inderdaad eigenlijk stuurman was, verstond de man zijn vak goed. Er waren verder nog twee matrozen aan boord, jongens van 15 en 16 jaar. De reis ging van Andernach naar Normandië. Over de rivier was de AAFFIENA naar Dordt gevaren, en daar opgetuigd voor de zeereis. Ook was daar gemonsterd.
Bij tamelijk ruw weer voer men uit. Voor Schouwen weigerde het schip over stag te gaan door de hoge zeeën. Gorter stond aan het roer, getuige was met de jongens aan de zeilen bezig. Men liet het anker vallen, doch dit hield niet; het schip geraakte toen aan de grond. Door het tij geraakte het los, maar werd daarna weer op de zeewering geworpen, waar het afgesleept is om naar Zierikzee te worden gebracht.
Op desbetreffende vragen van de voorzitter deelde getuige nog mede, dat het schip spoedig weer van Zierikzee zal uitvaren. Een van de jongens gaat niet mee of hij vervangen zal worden door een bevaren man weet getuige niet.
Vervolgens werd Gorter gehoord, die mededeelde als opvarend reder te zijn gemonsterd door de waterschout te Dordrecht. Volgens hem was De Jong schipper en voerde deze ook inderdaad het bevel over het schip. Getuige heeft altijd gevaren, maar is niet op de zeevaartschool geweest, omdat hij afgekeurd is voor zijn ogen. Zijn werk aan boord bestond o.a. in het wachtlopen. De genomen maatregelen neemt getuige voor zijn verantwoording.
De Raad zal later uitspraak doen.


25 april 1912


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Op de scheepswerf van Gebr. Koopman te Zwijndrecht is de kiel gelegd voor een stalen sleepboot voor rekening van de heer P. Boudewijn te Rotterdam.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Te Papendrecht is op de werf van de firma T. van Duivendijk de kiel gelegd voor een schip van 525 ton, te bouwen voor Hollandse rekening.


26 april 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Wm. H. Müller & Co’s Algemeene Scheepvaart Maatschappij.
In haar verslag over 1911 zegt de directie van Wm. H. Müller & Co’s Algemeene Scheepvaart Maatschappij te Rotterdam, dat het verkeer van de geregelde lijnen op Londen, Aberdeen, Middlesbrough, Hamburg en Noord Spanje wederom bevredigend was. Echter oefende een langdurige werkstaking te Londen haar nadelige invloed uit op de Londenlijn. De ertsboten vonden geregeld emplooi in de vaart op Zweden, Spanje en Zuid Rusland. De reeds in het vorige jaarverslag geconstateerde verbetering van de vrachtenmarkt hield aan. De aard van het bedrijf van de Maatschappij brengt intussen mee, dat zij slechts in beperkte mate afhankelijk is van de algemene vrachtenmarkt, daar de stoomschepen bijna zonder uitzondering of in geregelde lijnen of onder langdurige vrachtcontracten varen.
Het stoomschip TEUTONIA in 1892 gebouwd, werd naar Italië verkocht. De tankschoener SCANDINAVIA werd na afloop van het vijfjarige vrachtcontract door de betrokken petroleum maatschappij overgenomen. De resultaten van de deelneming bij derden waren wederom gunstiger dan het vorig jaar. Al laten de bedrijfsoverschotten de uitkering van een hoger dividend toe, zo meent de directie toch het dividend van de laatste jaren à 6 procent ook voor het afgelopen jaar te moeten handhaven en de beschikbare winst te gebruiken voor buitengewone afschrijving en versterking van het onverdeeld winstsaldo, waardoor een zekere stabiliteit ook in de uitkering van het dividend wordt verzekerd. De beschikbare middelen wijzen op wenselijkheid van uitbreiding van het bedrijf. Dit punt heeft dan ook de volle aandacht van de directie. (opm: sterk verkort weergegeven).


27 april 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

IJmuiden, 27 april. De Nederlandse zeetjalk NIEUWE ZORG, kapt. Wybrands, thans te Kopenhagen liggend, is onderhands aan de rederij Ferd. Andersen & Co. aldaar verkocht. Het schip krijgt nu een motor en zal in de vaart komen onder de naam HORN???K (onleesbaar). (opm: volgens database Marhisdata naam HORNBÆK).


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf “Vredenhof”, firma wed. J.L. Ceuvel, zijn te water gelaten een stalen motor directiesleepboot, voorzien van een 28 pk Kromhout petroleum motor en een stalen luxe motorjacht, beide voor Amsterdamse rekening.


28 april 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Stoomvaart Maatschappij “Amstel”
Amsterdam, 29 april. De heden te Amsterdam gehouden algemene vergadering van aandeelhouders van de Stoomvaart Maatschappij “Amstel” aldaar, heeft de balans en winst- en verliesrekening goedgekeurd. Uit een en ander bleek, dat het voordelig saldo van de exploitatierekening bedroeg NLG 51.210. Dit bedrag, vermeerderd met het saldo van de vorige rekening à NLG 192, doch verminderd met het nadelig saldo van de interest rekening à NLG 11.012 laat een beschikbaar winstsaldo van NLG 40.329 (v.j. NLG 22.015). Op voorstel van het bestuur is besloten NLG 32.480 voor afschrijving te bestemmen en NLG 7.959 op nieuwe rekening over te brengen. Deze grote overboeking werd raadzaam geoordeeld met het oog op de inmiddels ingekomen berichten van de stranding van het stoomschip AMSTEL op de kust van Marokko. In verband met deze stranding ligt het in de bedoeling van het bestuur een voorstel tot liquidatie in te dienen, indien althans het stoomschip AMSTELDAM tegen een alleszins bevredigende prijs zal zijn te verkopen.
De heren B.C.E. Zwart en H.A.D. van den Wall Bake zijn respectievelijk als commissaris en als directeur herkozen. (opm: zie ook NRC 280612)


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Scheepsbouw. Rotterdam, 29 april. Op de 24e april heeft er met het nieuwe stoomschip KARL SCHROERS op de Noordzee een proeftocht plaats gehad, die de meest bevredigende uitkomsten heeft opgeleverd. Na deze tocht vertrok het stoomschip onder commando van kapt. De Leeuw van Middlesbrough naar Rotterdam.
De hoofdafmetingen van dit stoomschip zijn: Lang 286, breed 41 en hol 20 voet 6 duim. Het draagvermogen is 3.300 ton. Het schip dat twee grote ruimen heeft is voor het lossen en laden van de lading van de nieuwste machines voorzien. De triple-expansie machines hebben cilinders van 20½ - 33 en 54 Engelse duim middellijn. De slag is 36 Eng. duim.
De stoom wordt door twee aan een zijde stookbare ketels, die onder een druk van 180 lbs. werken, geleverd.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 29 april. Het op 21 april van de Tyne te Amsterdam aangekomen stoomschip KANGEAN (nieuw stoomschip van de Mij. Nederland) is lang 445 voet en heeft een draagvermogen van 8.700 ton. Het is volgens het “deepframe type” gebouwd met dubbele cellulaire bodem en grote hoge ballasttanks. Het kan daarom een grote hoeveelheid waterballast meevoeren. De triple-expansie machines hebben cilinders van 27½ - 46½ en 80 Engelse duim middellijn en de slag is 54 Eng. duim. De proeftocht verliep geheel naar wens en een snelheid van 13 knoop werd gemakkelijk behaald. Verder heeft het stoomschip 3 reddingboten, voorzien van Mills patentinrichtingen en davits voor het behandelen van die boten.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de scheepswerf en machinefabriek ’t Hondsbosch te Alkmaar liep met goed gevolg te water de nieuwe stalen vrachtmotorboot GORREDIJK, lang 71 voet, breed 13 voet, hol 6 voet, gebouwd voor rekening van de Stoomboot Maatschappij v/h firma E. & S. & C. St. Martin te Rotterdam. Het vaartuig, bestemd voor de dienst in Friesland, wordt voortbewogen door een Kromhout scheepsmotor uit de fabriek van de firma D. Goedkoop Jr. te Amsterdam.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van de scheepsbouwmeester I.S. Figee te Vlaardingen, is te water gelaten het stalen loggerschip ENA, gebouwd voor rekening van de Maatschappij tot Beheer van Steamtrawlers en andere Vissersvaartuigen te IJmuiden.


29 april 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Scheepsbouw. Rotterdam, 29 april. Voor enige tijd werd op de werf van de firma Joh. Berg & Zoon te Delfzijl een schip op stapel gezet, dat dienst moest doen voor de Zeppelin expeditie naar de Noordpool. De toen te Hamburg gevestigde combinatie, die deze expeditie zou uitrusten, heeft echter het schip verkocht aan de firma Spielmann & Co. te Hamburg en die firma verkocht het vaartuig weer aan de heer J.J. Onnes te Groningen.
Het schip, dat in den vervolge de naam INGEBORG zal dragen, wordt 4 mei te water gelaten en heeft de volgende hoofdafmetingen: Lang 36, breed 7,50 en hol 3,10 meter. Het wordt als driemast gaffelschoener getuigd en geklasseerd Germanischer Lloyd, Atlantische vaart E. Verder zal de INGEBORG voorzien worden van een Dieselmotor sterk 150 pk, in aanbouw op de werf Gusto te Schiedam. Buitendien wordt er op dek, voor het laden en lossen, een motor geplaatst. Verder wordt het schip van een dubbele bodem, groot 115 m³, in vier delen verdeeld, en van strijkende masten voorzien. Dit laatste om het vaartuig geschikt voor de Rijnvaart te maken. Het laadvermogen is ruim 400 ton bij ten hoogste 3 meter diepgang. Over 5 maanden wordt de INGEBORG in de vaart gebracht.


30 april 1912


Krant:
 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 30 april. Volgens alhier ontvangen bericht is het tjalkschip MARIA ROELFINA, kapt. H. Wildeman, op de Jade gezonken. Het bericht luidt: “Schip gezonken, komen over”, zodat aan te nemen is, dat het volk gered is. Voorhands ontbreken verdere bijzonderheden.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 30 april. De eerste houtboot, de CONSTANCE CATHARINA, is alhier gearriveerd en wel van Riga. Het schip heeft een lading planken in van 88.610 stuks.


01 mei 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Kiel, 28 april. De motorschoener ZEEMEEUW is met schroefschade alhier in het dok gegaan. Een nieuwe schroef wordt aldaar aangezet.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rechtbank te Rotterdam. Hulp loon?
Voor de derde kamer werd gisteren in de volgende zaak gepleit. Het stoomschip RHENANIA, op weg van Bilbao naar Rotterdam, trof in het begin van Het Kanaal het stoomschip HOLLANDER aan, op weg van Bordeaux naar Rotterdam, dat stil lag met defecte machine. Daar voor de herstelling geruime tijd nodig zou zijn en de nacht begon te naderen, werd overeengekomen, dat de RHENANIA de HOLLANDER zou slepen. Dit geschiedde over een afstand van plm. 125 mijlen, tot in de nabijheid van Dover. In die tijd was de machine gerepareerd, zodat de HOLLANDER van daar met eigen kracht zijn reis voortzette, terwijl de RHENANIA te Dover moest binnenlopen, om haar sterk verminderde kolenvoorraad aan te vullen. Voor de RHENANIA werd nu als hulp loon geëist NLG 6.000, terwijl door de HOLLANDER als beloning voor verleende diensten, werd aangeboden NLG 2.500.
Mr. K.A. Rombach, voor eiser optredende, behandelt eerst de vraag, of hier al dan niet van hulp loon sprake kon zijn. Door gedaagde is beweerd, dat dit geen onderscheid maakt, daar het te betalen bedrag moet worden bepaald naar wat er gepresteerd is. Pleiter echter is van oordeel, dat er wel degelijk verschil bestaat, daar bij de bepaling van hulp loon een andere, een ruimere maatstaf wordt aangelegd. Deze regel is niet te vinden in een uitdrukkelijke wetsbepaling, doch spruit voort uit de gegevens, door de wet voor de berekening van het hulp loon opgesomd (spoed, tijd, gevaar, enz.). Dit is dan ook de algemene opvatting in onze jurisprudentie.
In gevallen van hulp loon wordt de hulp verleend onder abnormale omstandigheden, dat wil zeggen omstandigheden, waarbij hulp groter waarde heeft. De wetsbepalingen omtrent hulp loon dienen juist, om het verlenen van hulp meer wenselijk te maken. Anders zou ook een vrachtboot, als de RHENANIA, die hulp niet hebben verleend.
Pleiter komt thans tot de vereisten voor hulp loon: Dat het schip verkeerde in gevaar en dat het gebracht is naar een veilige plaats in zee. Dat de HOLLANDER inderdaad in gevaar verkeerde, tracht pleiter uit verschillende feiten aan te tonen. En wat betreft de veilige plaats: Het schip werd aangetroffen in hoge ruwe zee, en gesleept naar een beschut gedeelte, dicht bij veilige havens. Doch naar pleiters mening is dit de hoofdzaak: Het schip, dat werd gevonden met defecte machine, is gebracht in een toestand dat het weer met eigen kracht kon verder stomen. Pleiter is van oordeel, dat het brengen van een schip op een "veilige plaats in zee", (art. 581 Wetboek van Koophandel) hierin kan bestaan, dat men, het latende op dezelfde plek, het van onmanoeuvrabel maakt manoeuvrabel. De Rotterdamse rechtbank (2e kamer) gaf 3 januari jl. in beginsel deze beslissing. Doordat de HOLLANDER, gesleept wordende, zijn machine weer aan de gang kon krijgen, kwam zij op een veilige plaats.
Bovendien was de RHENANIA bereid, de HOLLANDER naar Dover te slepen, doch deze gaf er de voorkeur aan, met eigen kracht naar Rotterdam te varen; terwijl men zich vroeger achtte in gevaar, beschouwde men zich nu als veilig.
Pleiter meent dus, dat al de elementen voor hulp loon vaststaan en dat eiser dus het volste recht heeft dit te vorderen. Hij geeft tenslotte nog een opsomming van de gemaakte kosten, tijdverlies, enz.
Mr. H.J. Knottenbelt, voor gedaagde optreden, is van mening dat hier een hulp loon, zoals onze wet dat toestaat, geen sprake kan zijn, doch dat men in alle geval zich moet stellen op het standpunt, dat een dienst op zee verleend, ruim betaald moet worden: Een soort hulp loon dus in ruime zin, gebaseerd zelfs op de maatstaf, door onze wet voor hulp loon gesteld.
Over de feiten is men het eens, slechts over de juridische kwalificatie verschilt men. Pleiter acht deze van weinig belang, maar wil toch antwoorden op het zo juist omtrent "gevaar" en "veilige plaats" aangevoerde. Uit de feiten tracht hij aan te wijzen, dat een toestand van nood, zoals de wet die voor hulp loon eist, hier niet aanwezig was.
Hiervoor toch is nodig een zich in de onmiddellijke nabijheid bevindende gevaar. Men kan hulp van anderen nodig hebben, zonder dat men in gevaar verkeert. (Rechtbank Rotterdam 22 februari 1911). Ook had de HOLLANDER geen noodsignalen gegeven, slechts: "Ik kan niet manoeuvreren"
Wat betreft de "veilige plaats in zee": Dit geval kan in het enge kader van de wet niet gewrongen worden. De plaats waar de HOLLANDER gebracht werd, was niets veiliger dan die waar zij werd aangetroffen. Nu is gezegd: Een schip kan, op dezelfde plek blijvende, op een veilige plaats in zee gebracht worden: Slechts de toestand van het schip beslist. Doch dit is zeker niet de bedoeling van onze wet. Het aan boord brengen van een benodigd stuk materiaal zou dan al voldoende kunnen zijn! De enige verandering, die hier plaats vond, was, dat eerst de machine van de HOLLANDER niet werkte, later wel.
Pleiter is dus van oordeel, dat hier juridisch geen hulp loon verschuldigd is. Toch heeft gedaagde, billijkheidshalve, zijn aanbod naar de maatstaf van hulp loon berekend. Dat het inderdaad hoog genoeg is, tracht pleiter tenslotte door een opsomming van de door eiser gemaakte kosten aan te tonen. Na re- en dupliek bepaalde de rechtbank de uitspraak op donderdag 30 mei a.s. (opm: zie ook NRC 300512)


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Hedenmiddag werd met goed gevolg te water gelaten van helling No. 3 van de Nederlandsche Scheepsbouw Maatschappij te Amsterdam, de dubbelschroef hopper-kleizuiger GOUV. GEN. IDENBURG, gebouwd onder speciaal toezicht van Bureau Veritas.
Het schip lang 66 meter, breed 11,50 meter, hol 6,50 meter, diepgang plm. 5 meter, is hier gebouwd voor rekening van de werf Conrad te Haarlem en wordt voorzien van 2 triple expansie machines van 500 ipk.
Het baggerwerktuig, toebehorende aan de heer C. de Groot Azn. te Gorinchem, zal gebruikt worden voor de havenwerken te Makassar, waar grond tot op 22 meter diepte moet worden weggenomen. De verlichting is geheel elektrisch.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 1 mei. Volgens een nader bericht is het gezonken tjalkschip MARIA ROELFINA, kapt. Wildeman, als verloren te beschouwen. Het schip was verzekerd bij de Bremer Lloyd en had een lading kolen in van de Weser en bestemd voor Langeroog.


02 mei 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Lobith, 30 april. Heden liep met goed gevolg te water van de werf van de firma Gebr. Bodewes alhier het stalen Neckarschip SUSANNA, voor rekening van schipper K. Oestreicher te Neckarsteinsch. Onmiddellijk daarna werd de kiel gelegd voor een sleepkaan van 65 x 9 x 2,10 meter, eveneens zijn er nog in aanbouw twee Kempenaars voor Belgische rekening.


03 mei 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 3 mei. Volgens telegram uit Rouen is van het Nederlandse stoomschip KARL SCHROERS, van Rotterdam komende, de rivier aldaar opvarende, de krukas gebroken of beschadigd. Het stoomschip zal door twee sleepboten naar Rouen gesleept worden.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Reddingmiddelen op stoomschepen.
Naar wij uit goede bron vernemen, heeft minister Talma in bewerking een spoed-wetsontwerp, waarbij verplichtend zal worden gesteld het aanwezig zijn van voldoende reddingsmiddelen aan boord van Nederlandse passagiers- en landverhuizersschepen en verder van die vreemde schepen, welke in Nederlandse havens passagiers inschepen.
Deze nieuwe wet wordt ontworpen op aandrang van de Staatscommissie, belast met het toezicht op de doortocht van landverhuizers.
Het stoomschip CAMPANELLO van de Uranium Steamship Cy. kon donderdagmiddag te vijf uur met 43 eerste klasse- en 1.710 tussendekspassagiers uit Rotterdam vertrekken. Daar naar het oordeel van de Staatscommissie voor het toezicht geen voldoend aantal sloepen aan boord was werd, dit aantal op haar aandrang vermeerderd.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 3 mei. Door de heer J. Toxopeus alhier, kapitein van de sleepboot ALERT, is aan de firma Joh. Berg & Co. te Farmsum de bouw opgedragen van een nieuwe sleepboot. Deze boot wordt voorzien van een compound machine met een capaciteit van 130 ipk. Met 1 september a.s. moet zij gereed zijn.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Advertentie. Geboren Marten, zoon van M. Toonder en T. Toonder-Huizinga.
Rotterdam, 2 mei 1912. Thorbeckestraat 28b. Enige kennisgeving.
(opm: Dit is de bekende latere schrijver en stripauteur Marten Toonder)


04 mei 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Delfzijl, 3 mei. Gisteren kwam alhier binnen het ijzeren aakschip CONFIANCE, schipper Dekker. Het vaartuig had op het Wad aan de grond gestoten en maakte dientengevolge water. Het zal aan de werf alhier gerepareerd worden. Het schip was geladen met tarwe van Hamburg naar Munster.


05 mei 1912


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van de heer H. van der Werf te Veendam is met goed gevolg te water gelaten een motorschoener groot 140 ton, voor kapt. W. Prins. Daarna werd de kiel gelegd voor een zeetjalk, groot 200 ton, voor Duitse rekening.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Berlijn, 4 mei. (Eigen bericht.) De Tagliche Rundschau vermeldt, dat het in de Noordzee drijvende Nederlandse zeilschip NOORDSTER door het Duitse oorlogsschip HELGOLAND, dat een oefentocht maakte, op sleeptouw genomen en voor ondergang behoed is. De totaal uitgeputte bemanning van het zeilschip werd aan boord van de HELGOLAND genomen en verpleegd. Voor het invaren van de Limfjord kon het zeilschip de bemanning weer opnemen en de eigen weg gaan.


06 mei 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 6 mei. Verkochte schepen. Ter rechtszitting van de arrondissementsrechtbank alhier is heden ten verzoeke van de Nederlandsche Scheepshypotheek Bank verkocht het in 1909 te Sunderland gebouwde stoomschip HARLINGEN, groot 938 bruto registerton. Laadvermogen 1.500 ton (vroegere eigenaar F. Schulz te Memel). Koper werd de firma Furness Withy & Co. te West Hartlepool, voor NLG 180.000.


07 mei 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 6 mei. De motorboot ZEEMEEUW arriveerde hedenochtend van Bremerhaven te Skönvik. (Uit Londen wordt ons geseind, dat de ZEEMEEUW volgens een telegram uit Sundsvall in laatstgenoemd district als aangekomen is gerapporteerd. De schroefas was defect en een nieuwe as, die zich aan boord bevindt zal worden geplaatst en tevens zou de zich aan boord bevindende waarloze schroef worden aangezet).


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 7 mei. Tot vertrek naar zee ligt alhier in het Eemskanaal gereed het nieuwe stoomschip RENSIENA, gebouwd te Hoogezand bij de firma E.J. Smit & Zoon, voor rekening van kapt. J. Albers te Groningen. Dit schip, gebouwd naar de classificatie van de Germ. Lloyd, zal bestemd worden voor vrachtvaart op de Noord- en Oostzee. Het laadvermogen over zee bedraagt 300 ton. De compound machine, welke zich in het schip bevindt, heeft een capaciteit van 180 ipk. Het vaarvermogen zal ongeveer 8 knopen per uur bedragen. Het schip is van een sierlijke bouworde en buitengewoon comfortabel ingericht.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 7 mei. Ter bevordering van het vreemdelingenverkeer naar het eiland Rottum wordt binnenkort door de strandvoogd H. Toxopeus een motordienst ingesteld van Rottum naar Noordpolderzijl, het naast bij zijnde punt van de vaste wal. De motorboot is in aanbouw bij de Gebr. Niestern, alhier. Het vaartuig verkrijgt een lengte van 101/2 m. en een wijdte van 3 m. en wordt voorzien van een Brons ruwoliemotor van 8 paardenkrachten. Uiterlijk te oordelen, wordt het een zeer zeewaardig vaartuig.


08 mei 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Delfzijl, 7 mei. De heer L. Bos alhier, heeft voor NLG 6.500 het ijzeren tjalkschip DE ZWERVER, schipper H. Spieder, alhier, aangekocht.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Delfzijl, 7 mei. Het houten tjalkschip ENTREPRISE, schipper B. de Boer, dat ten gevolge van het jongste stormweer bij Wangeroog zonk, is vlot gebracht. Het lekke schip wordt naar hier gesleept om te worden gerepareerd.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Kon. Maatschappij "De Schelde", Scheepsbouw- en Werktuigenfabriek te Vlissingen.
In de vergadering waren vertegenwoordigd 418 aandelen, uitbrengende 81 stemmen.
Het verslag, de balans en de winst- en verliesrekening werden goedgekeurd en het dividend vastgesteld op 8 %. Als commissaris werd herkozen de heer C.R.C. Wibaut, terwijl voor twee leden en twee plaatsvervangende leden in de commissie van aandeelhouders werden gekozen resp. de heren Is. van Raalte, jhr. A.A. van Teijlingen, P. Dumon Tak en D. Hudig.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Koninklijke Maatschappij "De Schelde", Scheepsbouw en Werktuigenfabriek te Vlissingen. Aan het verslag over 1911, uitgebracht in de hedenmiddag gehouden vergadering van aandeelhouders, wordt het volgende ontleend:
Gedurende dit boekjaar heerste levendigheid in alle afdelingen van het bedrijf; de contracten voor nieuw werk konden worden afgesloten tot lonende prijzen. De onderhandelingen met de Regering betreffende uitbreiding en wijziging van het erfpachtcontract zijn in het afgelopen jaar voortgezet en zullen, naar de directie verwacht, binnenkort tot een bevredigende oplossing leiden.
Afgeleverd werden: Twee torpedobootjagers, genaamd WOLF en FRET, aan de Koninklijke Nederlandsche Marine; één onderzeeboot, genaamd ONDERZEEBOOT II, aan de Koninklijke Nederlandsche Marine; één gouvernements-stoomschip, genaamd ZWALUW, aan het Departement van Koloniën; één mailsteamer, genaamd ORANJE NASSAU, aan de Koninklijke West-Indische Maildienst te Amsterdam. Complete machine-installaties werden vervaardigd voor het: Stoomloodsvaartuig No. 9; voor de stoomschepen PALEMBANG voor de Rotterdamsche Lloyd en de ZUID-HOLLAND voor de Scheepvaart- en Steenkolen-Maatschappij te Rotterdam. In het geheel werden afgeleverd: plm. 8.100 tonnen waterverplaatsing schepen; plm. 25.600 indicateur paardenkrachten machine-installaties; 42 stoomketels met een gezamenlijk verwarmend oppervlak van 72.818 vierkante voeten (8.123,5 vierkante meter). Bovendien werden verschillende reparaties uitgevoerd.
Op 1 januari 1912 bedroeg de waarde van de nog niet afgeleverde orders circa NLG 5.000.000, terwijl in 1912 tot op heden voor een bedrag van plm. NLG 3.000.000 aan nieuwe orders werd bijgeboekt. Ter voorziening in de behoefte aan kasmiddelen, veroorzaakt door dit groot bedrag gecontracteerde orders, dat bovendien aanschaffing van werktuigen enz. dringend nodig maakte, hebben commissarissen en directie gebruik gemaakt van de bevoegdheid, hun verleend bij besluit in 1905 door aandeelhouders genomen, om de vijfde serie aandelen, groot NLG 200.000, uit te geven. Deze 200 aandelen zijn op 1 april laatstleden aan de Rotterdamsche Bankvereeniging voor de koers van 110 % verkocht, zij delen ten volle in de winst, over 1912 te maken.
Op de balans per 31 december 1911 komen o.a. voor onder het actief: Onuitgegeven aandelen NLG 1.200.000 (evenals v. j.), obligaties in portefeuille NLG 91.000 (NLG 98.000), gebouwen enz. NLG 1.617.643 (NLG 1.833.118), belegde fondsen NLG 71.573 (NLG 63.621), magazijngoederen NLG 376.217 (NLG 352.754), debiteuren NLG 295.945 (NLG 253.896), Rotterdamsche Bankvereeniging NLG 196.067, en werken in behandeling NLG 2.591.797 (NLG 2.811.592) en onder; het passief: Kapitaal. NLG 2.000.000 (evenals v, j.), obligaties NLG 1.082.000 (NLG 1.120.000), Staat der Nederlanden, erfpacht taxatie NLG 202.522 (NLG 200.522), crediteuren NLG 487.489 (NLG 470.604) en voortuitbetaling op werken in behandeling NLG 2.668.720 (2.035.367).
De bruto bedrijfswinst bedraagt NLG 322,542. Hiervan werd bestemd voor afschrijving NLG 232.782 (v. j. NLG 204.533). Netto winst alzo NLG 89.760 (evenals v. j.). Hieruit wordt aan aandeelhouders weer 8 % dividend uitgekeerd.
Aan arbeidsloon werd uitbetaald NLG 1.036.583.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Gisteren werd met goed gevolg te water gelaten van de werf van Verschure & Co.'s Algemeene Binnenlandsche Stoomvaart Maatschappij, alhier, de passagiers- en goederenboot MEPPEL II, bestemd voor de dienst Amsterdam - Meppel van genoemde maatschappij. De afmetingen zijn: lengte 39,10 meter, breedte 5,30 meter en holte 2,35 meter. De boot wordt voorzien van een verticale compound stoommachine van 160 ipk. Machine en ketel worden in de eigen fabrieken van genoemde maatschappij vervaardigd.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Aan de werf van E.J. Smit & Zn. te Hoogezand, werd in aanbouw gegeven voor Noorse rekening een stalen zeesleepboot van tweehonderd pk, die door speciale vorm en constructie van de boeg tevens dienst zal kunnen doen als ijsbreker.
Afgeleverd werden: Een vrachtboot van 350 ton deadweight en 200 ipk machine voor Groningse rekening, benevens een lichter voor Bremen.
Deze week zullen te water worden gelaten een lichter voor Bremen en de eerste van een drietal lichters, bestemd voor Zuid Amerika.
Tevens zijn nog in aanbouw twee lichters voor Noord Duitsland, twee sleepboten en een petroleum tankmotorschip voor Rotterdam.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Heden werd met goed gevolg te water gelaten van helling No. 5 van de Nederlandsche Scheepsbouw Maatschappij alhier, het stalen schroefstoomschip SINGKAWANG, in aanbouw voor de Koninklijke Paketvaart Mij. De hoofdafmetingen zijn: Lengte tussen de loodlijnen 185'-0", breedte op buitenkant spanten 31'-0", holte in de zijde 11'-6", aantal ipk 375, snelheid 81/2 knoop. De waterverplaatsing op een gemiddelde diepgang van 9'-0" is 1.050 ton van 1.016 kg.
De stoomwerktuigen worden vervaardigd door de Nederlandsche Fabriek van Werktuigen & Spoorwegmaterieel te Amsterdam.
Het schip is voorzien van gedeeltelijk verzonken bak, middendekhuis met brugdek en kampanje, waarin zich respectievelijk de logiezen voor bemanning, hutten voor passagiers en hutten voor officieren en machinisten bevinden, evenals badkamer, enz.
Op het brugdek heeft men de kapiteins- tevens kaartenkamer. Ter bediening van de laadbomen aan fokke- en bezaansmast dienen 4 stuks 7" x 10" stoomlieren. Schip en machines zijn geclassificeerd bij Bureau Veritas.
Op de vrij gekomen helling No. 5 zal direct een aanvang gemaakt worden met de bouw van het triple-schroef motorschip ALKMAAR voor de passagiersdienst Amsterdam - Alkmaar van de N.V. Maatschappij "Alkmaar Packet" te Alkmaar. Dit schip krijgt de volgende afmetingen: Lengte 42 meter, breedte 8 meter, holte 3,55 meter. Voorzien van 3 Kromhout motoren elk van plm. 80 pk.
Op de helling No. 3 is inmiddels de kiel gelegd voor het stalen schroefstoomschip VAN NEK, in aanbouw voor de Kon. Paketvaart Mij. De afmetingen hiervan zijn: Lengte 325'-6", breedte 43'-10", holte 25'-0". De triple expansie machines van 1.300 ipk, de ketels en hulpwerktuigen worden geleverd door de Nederlandsche Fabriek van Werktuigen & Spoorwegmaterieel te Amsterdam.


09 mei 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Sundsvall, 6 mei. De Nederlandse motorschoener ZEEMEEUW is door het stoomschip WILTON (van Gefle) alhier binnengesleept.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 9 mei. Het Nederlandse stoomschip EXPORT, in 1902 door de firma Rijkee & Co. alhier voor de N.V. Rotterdam-Londen Stoomvaart Maatschappij (L. Geuken) gebouwd, groot bruto 844 en netto 511 register ton; lang 200.9, breed 31.1 en hol 13.2 voet, is heden aan de heer A.K. Fernström te Karlshamn verkocht. Het stoomschip heeft een triple-expansie machine met cilinders die de volgende middellijn hebben: 15⅜, 25 en 40 Engelse duim. De machines werden door de Maatschappij Fijenoord alhier geleverd.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de Scheepswerf "Dordrecht" te Dordrecht is te water gelaten het casco van de passagiers- en vrachtboot NIEUWEDIEP, in aanbouw voor de firma Zur Mühlen te Amsterdam. De boot is bestemd om met het onlangs door dezelfde werf afgeleverde stoomschip AMSTERDAM een geregelde dienst te onderhouden tussen Amsterdam en Nieuwediep.


10 mei 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De Koninklijke Hollandsche Lloyd in 1911.
Uit het verslag van de directie van de Koninklijke Hollandsche Lloyd te Amsterdam over 1911 blijkt, dat de schepen van de Maatschappij gedurende het boekjaar 37 rondreizen maakten, waarvan 17 met de passagiers- en 20 met de vrachtschepen. De exploitatierekening wijst, met inbegrip van de van de Staat ontvangen gelden ten bedrage van NLG 800.000 een bate aan van NLG 1.063.838 (v.j. 1.448.775). Na aftrek van het nadelig saldo van de interestrekening blijft er beschikbaar NLG 880.738.
Voorgesteld wordt hiervan NLG 578.100 voor afschrijvingen te bestemmen en het daarna overblijvende winstsaldo van NLG 307.638 in mindering te brengen van het verliessaldo van de vorige balans à NLG 488.457, waardoor dit tot NLG 180.819 wordt teruggebracht.
Zoals uit bovenstaande cijfers blijkt, zijn de financiële uitkomsten van het afgelopen jaar belangrijk beter dan die van de voorafgaande jaren. Dit resultaat is te danken zowel aan verdere toeneming van het passagiersvervoer als aan betere inkomsten uit het vrachtbedrijf.
Het aanbod van lading uit Argentinië bleef volgens de directie, het gehele jaar door schaars, bij lage vrachten. Daarin is sedert kort in beide opzichten verbetering gekomen, echter te laat om nog op het boekjaar 1911 van invloed te kunnen zijn. Het vervoer naar en van Brazilië blijft zich voortdurend verder ontwikkelen. In de haventoestanden van Buenos Aires laat afdoende verbetering nog steeds op zich wachten, met het gevolg dat het oponthoud van de vrachtschepen alsdan nog langer duurt dan voorheen.
De Maatschappij is dit jaar voor belangrijke averijen gespaard gebleven. In het einde van het vorige verslagjaar nog hangende proces over de aanvaring tussen het stoomschip HOLLANDIA en het stoomschip SPARTA luidde de uitspraak van het Admiraliteitshof te Londen gunstig voor de Kon. Hollandsche Lloyd, zodat het in verband met die aanvaring in het vorige jaar afgeboekte verlies van de rekening over 1911 weer ten goede komt.
De vooruitzichten voor het lopende jaar worden, voor zover die zich thans reeds laten beoordelen, niet onbevredigend genoemd.
Ten slotte herinnert het verslag eraan dat dankzij de steun van het onder leiding van de Nederlandsche Handelmaatschappij en de Twentsche Bankvereeniging B.W. Blijdenstein en Co. gevormde syndicaat ter overneming van een obligatielening, kon worden overgegaan tot de bestelling van twee nieuwe dubbelschroef-passagiers-stoomschepen GELRIA en TUBANTIA, waarvan het in de vaart brengen ongetwijfeld tot grote versterking van de organisatie zal leiden. De levering van de schepen zal echter niet vóór 1913 kunnen plaats hebben.


11 mei 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 10 mei. In ons avondblad van 28 februari deelden wij mee, dat het door de Holland-Amerika Lijn aangekochte stoomschip EMPIRE TRANSPORT was herdoopt in SOMMELSDYK. Thans kunnen wij meedelen dat dit stoomschip in de vaart Rotterdam – Baltimore (Neptune Lijn) is geplaatst en op 8 juni de eerste reis naar Baltimore zal aanvaarden.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Verkochte schepen. Delfzijl, 10 mei. Het tjalkschip ONRUST, schipper P. Schut, groot 135 ton, thuis behorende te Wildervank, is verkocht aan schipper A. Smit (voorheen schipper op het tjalkschip DRIE GEZUSTERS). Koopprijs geheim.
- Schipper H. v.d. Werf, vroeger aan boord op het schip ZWAANTINA, heeft aangekocht een tjalkschip, groot 84 ton, van Leeuwarden. Het schip vaart onder de naam DRIE GEBROEDERS.
- Het schip NEELTJE PAULINA, groot 232 ton, vroeger bevaren door schipper M. van Dijk, is thans alhier verkocht aan schipper P. Broeckaart van Hontenisse voor NLG 9.500 en zal voortaan varen onder de naam DRIE GEBROEDERS.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 11 mei. De sleepboot MINA van de heer H. v.d. Hall alhier, is naar Archangel verkocht. Het schip is hedenochtend met een Russische bemanning van hier naar zee vertrokken.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 11 mei. Het onlangs op Wangeroog gestrand tjalkschip van De Boer, dat in begin van deze week weer werd afgebracht, is door de scheepsbouwmeester Roelfs alhier aangekocht. Het vaartuig, waarvan de bodem beschadigd is, wordt naar hier gesleept om te repareren. (opm: is de ENTREPRISE, zie ook NRC 080512)


13 mei 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Nieuwediep, 13 mei. De Texelse loodsschoener No. 3, schipper Molenaar, is heden hier binnengekomen met gebroken kluifhout, gescheurde boegspriet, beschadigd tuigage en ontzet voorschot, zijnde in het Engelse Kanaal in aanvaring geweest met het Nederlandse stoomschip THEMISTO. (opm: zie ook AH 220812, AH 051012 en AH 261012)


14 mei 1912


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Amsterdam, 13 mei. De SEMBILAN, het eerste Nederlandsche Diesel-motorschip, gebouwd door de Nederlandsche Scheepsbouw Maatschappij met motoren van de Nederlandsche Fabriek van Werktuigen en Spoorwegmaterieel voor de Koninklijke Paketvaart Maatschappij, is gisteren na een zeer voorspoedige reis te Sabang aangekomen. Het traject van Aden naar Sabang werd zonder oponthoud in 16 dagen afgelegd.


15 mei 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart. In de gisteren te Amsterdam gehouden zitting van de Raad voor de Scheepvaart heeft de voorzitter, mr. Th.B. Pleyte, hulde gebracht aan de nagedachtenis van wijlen mr. Taco Henny, oud-voorzitter van de Raad van Tucht, en later tijdelijk voorzitter van de Raad voor de Scheepvaart.
De Raad behandelde daarna de zaak van het vergaan op 9 april bij Wangeroog van het tjalkschip AMICITIA, schipper en eigenaar J. Kiestra te Zuidhorn.
Op 1 april was men vertrokken van Bremerhaven. Na het vertrek liep de AMICITIA volgens verklaring van de schipper even aan de grond; later bleek het vaartuig water te maken. Het zonk hoe langer hoe dieper; in een sloep hebben de opvarenden de schipper, zijn vrouw en de stuurman, het zinkende schip verlaten. Het is middendoor gebroken.
De Raad zal later uitspraak doen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart. De Raad heeft uitspraak gedaan in de zaak van de stranding van de schoeneraak AAFFIENA, reder G.W. Gorter te Groningen, schipper J.M. de Jonge te Veendam. De AAFFIENA is op 8 april bij Zierikzee gestrand.
De Raad meent de oorzaak daarvan te moeten zoeken in het feit, dat de reder, die toen het commando over het schip voerde, besloot anker op te gaan, hoewel er een harde bries uit het W ten N stond, het buiig was en de zee hoog ging. Toen de zeilen revende, gelijk hij deed, kon hij niet met zekerheid weten, dat zijn schip voldoende gang zou krijgen om veilig, met zekerheid van slagen, te kunnen wenden. In plaats van ankerop te gaan, had hij moeten blijven liggen waar hij lag. De Raad neemt niet aan, dat in enkele minuten, die tussen het ankerop gaan en de poging tot wenden zijn verlopen, de wind zodanig is toegenomen, dat daaraan de mislukking van de poging moet worden toegeschreven. Maar al ware dit anders, dan nog zou het anker opgaan in de gegeven omstandigheden verkeerd zijn geweest en men zou dit aan boord hebben begrepen, als men zijn plicht had gedaan en de barometerstand van de vorige avond en die morgen had opgenomen en vergeleken. De vage angst voor het verlopen van de douane-volgbrief had geen reden mogen zijn om schip en lading in de waagschaal te stellen.
Nog geeft de Raad als zijn mening te kennen, dat voor al deze feiten de verantwoordelijkheid rust op de gezagvoerder. Immers met zijn toestemming was het, dat de reder bevel voerde.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 14 mei. Het Gouvernementsvaartuig PARAMARIBO, enige jaren geleden van West Indië naar hier gebracht, is heden verkocht om te worden gesloopt aan de Mij. Holland te Hendrik-Ido-Ambacht voor NLG 23.000.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Nieuwe schepen. Rotterdam, 14 mei. Aan de Maatschappij voor Scheeps- en Werktuigbouw Fijenoord werd heden door de Koninklijke Paketvaart Maatschappij te Amsterdam de bouw opgedragen van een stoomschip type "Van der Hagen". Een tweede dergelijk stoomschip werd in opdracht gegeven aan de N.V. Werf voorheen Rijkée & Co. De stoomwerktuigen en ketels voor dit schip zullen vervaardigd worden door de Maatschappij Fijenoord.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 15 mei. De sleepboot GOUWZEE met twee bakken op sleeptouw, van Rotterdam naar Toulon, arriveerde heden ter plaatse van bestemming.


16 mei 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Stoomvaart Maatschappij “Hollandia”.
Aan het verslag over het eerste boekjaar van de Stoomvaart Maatschappij “Hollandia”, alhier, ontlenen wij het volgende:
Voor de algemene vrachtvaart werden aangekocht, de aan de werf van Irvine’s Ship Building & Dry Docks Co. Ltd. te West Hartlepool in aanbouw zijnde stoomschepen DRIEBERGEN, groot 8.250 ton dwt. en ZEVENBERGEN, groot 5.400 ton dwt., welke respectievelijk 1 oktober 1910 en 2 mei 1911 werden afgeleverd. Deze stoomschepen werden ingebracht voor resp. NLG 257.250 en NLG 362.500. Blijkens de winst- en verliesrekening is op deze cijfers afgeschreven voor het stoomschip DRIEBERGEN NLG 15.750 en het stoomschip ZEVENBERGEN NLG 17.500, zodat het materieel van de vloot op 31 december 1911 per saldo te boek staat voor totaal NLG 586.500. In de loop van het afgelopen boekjaar werd gecontracteerd voor de bouw van een derde stoomschip van dezelfde afmetingen als het stoomschip DRIEBERGEN, hetwelk in de loop van het volgend jaar zal worden afgeleverd. Van averijen van enige betekenis bleef de Maatschappij verschoond.
De exploitatierekening over 1911 laat een voordelig saldo van NLG 87.714. Daarvan moet worden afgetrokken voor de afschrijving op de stoomschepen, op oprichtingskosten en op de dienst van de scheepsverbandlening totaal NLG 38.883, de bedrijfsbelasting ad. NLG 360, de onkosten ad. NLG 17.003, de interest ad. NLG 17.025 en de reparatierekening ad. NLG 698, waarna een saldo ter verdeling blijft van NLG 14.245. De directie stelt voor hiervan 5 procent dividend over het geplaatste kapitaal uit te keren.
De balans per 1 januari vermeldt aan activa, behalve de vloot, Disconto Maatschappij NLG 397, vooruit betaalde assurantiepremie NLG 28.334, debiteuren NLG 77.567, exploitatierekening nog te ontvangen NLG 39.361, dienst van de scheepsverbandleningen NLG 11.650, nog te verrekenen restitutie assurantiepremie NLG 1.000 en kas NLG 109, waar tegenover aan passiva staan: geplaatst kapitaal NLG 262.000, leningen onder scheepsverband NLG 375.375, crediteuren NLG 21.919, interest NLG 1.642, saldi kapiteins NLG 3.325, exploitatierekening en onkosten nog te betalen NLG 1.775, lopende reizen NLG 58.830, te betalen wissels NLG 5.445, benevens het sado winst en verlies.
Zevenbergen – collectie R. Martens.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Gisteren is van de werf van de Rotterdamsche Droogdok Maatschappij met goed gevolg te water gelaten het stoomschip DUBHE, gebouwd voor rekening van Van Nievelt, Goudriaan & Co's Stoomvaart Maatschappij en bestemd voor de algemene vrachtvaart.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de scheepswerf van de heer A. de Jong te Vlaardingen is woensdagmiddag (opm: is 15 mei) te water gelaten het loggerschip BALDER VL-92, gebouwd voor rekening van de Maatschappij "Mercurius", directeuren F. en J. Pot.


17 mei 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 15 mei. Het Nederlandse stoomschip ARIADNE (ex. GENERAL GORDON) van de Stoomvaart Mij. “Ariadne” (W. Ruys & Zonen) te Rotterdam, groot bruto 1.281 en netto 803 ton, in 1885 bij A. Stephen & Sons te Glasgow gebouwd, is naar Italië verkocht.


Krant:

  DS - Dagblad Scheepvaart

Advertentie. Uit de hand te koop de motorschoener HEIKA HARMANNA, gebouwd van staal in 1910 te Delfzijl, laadvermogen 270 tons op 2,60 meter diepgang, geclassificeerd Bureau Veritas voor Atlantische vaart, voorzien van een 38 PK Kromhout-motor. Nadere inlichtingen verstrekt Jacq. Pierot Jr., makelaar in schepen, Rotterdam. (opm: zie NRC 160812)


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Scheepsbouw. Groningen, 17 mei. Dat op de Groningse werven goede schepen gebouwd kunnen worden, kan men thans zien aan de Oosterhaven, waar een fraai stalen 3-mast schoener ligt, gebouwd op de werf van de Gebr. Bodewes te Martenshoek.
De kapt. A. Marsbo zal eerstdaags met dit schip, genaamd KVIK de eerste reis doen naar Goole. Het schip is gebouwd voor de Deense rederij te Nyköping en is ca. 450 ton groot, is uitgerust met een 80 pk. motor aan dek voor laden en lossen. Er zijn drie ballasttanks, die samen 100 ton ballast kunnen bevatten. Het schip ziet er bijzonder fraai uit, een lust voor zeemansogen.


18 mei 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart. De Raad voor de Scheepvaart heeft heden een onderzoek ingesteld naar het vergaan op 9 april bij Alderney van het stoomschip RHENANIA van de firma Wm. Müller & Co. te Rotterdam, kapt. J.E. Vegter. Deze werd door de Raad gehoord.
Hij verklaarde, dat het zijn vierde reis was met de RHENANIA. Het schip was gebouwd in 1883 en mat bruto 1.227 en netto 787 ton. Het had 19 koppen bemanning aan boord, w.o. 2 stuurlieden en 2 machinisten. De officieren waren allen gediplomeerd. Er waren 3 kompassen aan boord, een op de bovenbrug, een in het stuurhuis en een achter. Ook was er een Thomson peiltoestel aan boord, een handlood, een reservelood en een blue-back.
Op 4 april was de RHENANIA van Rotterdam met een lading stukgoed en vee vertrokken met bestemming naar de Franse kust bij Spanje in de Golf van Biscaye. In het achterruim was ook enig ijzer geladen.
De kapitein wist niet of het Thomson stuurkompas gecompenseerd was, het kompasjournaal werd geregeld bijgehouden. Door een abuis van de stuurman is te laat opgemerkt, dat de deviatie op alle koersen dezelfde was.
De kapitein erkende, dat hij toen hij bij het uitzetten van de koersen niet in de lichtcirkel van Kaap La Hogue (opm: is Cap de La Hague) kwam, gelijk hij verwachtte, het lood niet gebruikt heeft.
De president merkte op dat hij dan zeker bemerkt zou hebben, dat hij teveel door de sterke stroom om de zuid werd gezet, te meer daar hij niet zeker was van zijn bestek.
Uit het verdere verhoor bleek, dat hij de nacht om de zuid werd gezet, te meer daar hij niet zeker was van zijn bestek.
Uit het verdere verhoor bleek, dat hij de nacht van de zevende om twee uur in een mistvlaag was geraakt, die spoedig weer optrok; een half uur later kwam de RHENANIA opnieuw in een mistbank; om 3 uur riep de uitkijk: "Land vooruit", maar het was te laat, het schip liep met volle kracht op de rotsen bij Alderney, waar het tot de 22e bleef zitten. Daarna is het afgezakt en gezonken; de opvarenden hebben zich in de boten gered.
Nog verklaarde de kapitein, dat hij kort voor de stranding de lichten van een ander schip had gezien, wat hem gesterkt had in zijn vertrouwen, dat hij de goede koers had gevolgd. De volgende dag heeft hij nog enige andere schepen gezien.
Aanmerking werd hem erop gemaakt, dat hij in de mist te snel gevaren had. In verband hiermee werd voorlezing gedaan van een schriftelijke verklaring van een Engelse loods, dat stroom en tij in deze buurt zó sterk zijn, dat men volle kracht moet stomen om koers te behouden. De kapitein legde voorts nog over een verklaring van de burgemeester van Alderney, dat er in de laatste jaren op dit punt vele schepen vergaan zijn en dat er nu een vuurtoren met zeer sterk licht zal gebouwd worden.
De eerste stuurman, de heer J. Zimmerman, vervolgens gehoord, verklaarde dat hij toen ’s avonds 8 uur op de brug kwam, het licht van Catherine’s Point nog zag. Met dit licht en dat van Barfleur had hij een kruispeiling genomen. Tot 12 uur werden geen lichten waargenomen, behalve van passerende schepen. Getuige heeft Kaap La Hogue niet gezien. Om 12 uur, toen getuige de brug verliet, was het helder weer.
De derde stuurman, J.B.A. Lamette, verklaart om 12 uur de wacht te hebben overgenomen. Als koers werd hem overgegeven WZW ½ W. Hij had speciale opdracht om te letten op het licht van Kaap La Hogue, maar heeft dat niet gezien, evenmin dat van Casquette. Getuige meende buiten de lichtcirkel van deze vuren te zijn.
Tenslotte werd nog gehoord de matroos J.C. Mooyman, die de wacht had.
De Raad zal later uitspraak doen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 17 mei. Messrs. Blane Wright and Co. alhier delen mee dat het Nederlandse stoomschip ARIADNE door hen is verkocht aan een Londense firma en niet naar Italië zoals gemeld. (opm: zie NRC 170512)


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Cuxhaven, 16 mei. De Duitse tjalk ANNA, kapt. Wulff, met klinkers van Ellenserdam komende, heeft afgelopen nacht bij het derde Elbe vuurschip op een wrak gestoten en is onmiddellijk gezonken. De bemanning is door de Nederlandse tjalk CORNELIA gered.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 18 mei. Het alhier thuis behorende tjalkschip DRIE GEBROEDERS, schipper Kappen, op reis van Hamburg naar Dortmund, heeft nabij Norderney tijdens een hevige onweersbui averij gekregen aan zeilen en zwaarden. De sleepboot NORDERNEY, die daar juist passeerde, heeft het schip op sleeptouw genomen en alhier binnen gebracht om te repareren. (opm: Drie Gebr. gebouwd in 1909)


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Scheepsbouw. Oude Pekela, 17 mei. Heden is van de werf van de heer J.J.G. Wortelboer met goed gevolg te water gelaten een stalen motorboot, groot plm. 80 ton, genaamd TRUITJE, voor rekening van kapt. T. Leeuwerke van Nieuwe Schans.


19 mei 1912


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van Gebr. Van der Meer te Vlaardingen is zaterdagmiddag (opm: is 18 mei) te water gelaten het loggerschip PROEFNEMING I, gebouwd voor rekening van de rederij „Proefneming" te Vlaardingen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Te IJmuiden is aangekomen om naar Scheveningen te worden gesleept, de stalen logger SCH-374 (STERNA) welke op de werf van Gebroeders Boot te Leiderdorp vervaardigd werd voor de nieuw opgerichte Visscherij Mij. „Sterna" te Scheveningen.


20 mei 1912


Krant:
 VCO - Vlissingsche Courant

Scheepsbouw. Vlissingen, 18 mei. Hedenmiddag werd van de werf van de Koninklijke Maatschappij "De Schelde" alhier met goed gevolg te water gelaten het stoomschip PONTIANAK, gebouwd voor de Stoomvaart Maatschappij Rotterdamsche Lloyd te Rotterdam en bestemd voor de vrachtvaart op Nederlands-Indië. De laatste beletselen werden weggenomen door mevr. J.A. Bekken-la Bastide. De hoofdafmetingen van het schip zijn: Lengte tussen de loodlijnen 430 Eng. voet, breedte buitenkant grootspant 55 Eng. voet, holte in de zijde 29,6 Eng. voet, laadvermogen 9.000 ton. Het schip, voorzien van een dieptank, is van het awning deck type, hoofdzakelijk bestemd voor de vrachtvaart, doch tevens ingericht voor het vervoer van een groot aantal tussendek passagiers.
De officieren hebben hun hutten en verblijven op het bovendek; boven die hutten bevindt zich het sloependek. Het brugdek strekt zich uit boven de salon, waarop zich ook bevindt de kapiteinskamer en daarboven de kaartenkamer en commandobrug. Het logies van de bemanning bevindt zich voor onder het bovendek.
Aan boord zijn opgesteld 14 stoomlieren, die lading kunnen verwerken door middel van laadbomen aan de twee paalmasten en 6 laadbomen, die bevestigd zijn aan speciaal daarvoor aangebrachte stalen kokers, die tevens als luchtkokers dienst doen. Bovendien is er een zware laadboom tot het hijsen van lasten van 30 ton.
Het schip is voorzien van een brandblus- en ontsmettingsapparaat, systeem Halley. De verlichting geschied elektrisch.
De Brown stuurmachine wordt van de brug af behandeld door middel van een telemotor.
Het schip is gebouwd onder toezicht en volgens de Rules van Bureau Veritas en in de hoogste klasse geclassificeerd.
De voorstuwingsmachine zal zijn van het triple compound systeem met cilinders van 281/2, 48, 821/2 duim bij 54 duim slag en in staat om 3.750 ipk te ontwikkelen.
De stoomketels zijn vier in getal, 2 single ended en 2 double ended met gezamenlijk verwarmingsoppervlak van 10.450 vierkante Eng. voet en voorzien van Howden's forced draught en Schmidt's over-verhitter. De stoomdruk is 200 lbs.
De schroef heeft 4 bladen, van Stone & Martin's brons vervaardigd. De snelheid van het schip zal 121/2 mijl zijn bij een diepgang van 23 voet.
In de machinekamer worden verder opgesteld: Een centrifugaal circulatiepomp met twee machines, 2 afzonderlijke voedingspompen, verdamper, ballastpomp, dekpomp, zoetwaterpomp en in de stookplaats: 2 hydraulische as-ejectors van het "Schelde" type.


21 mei 1912


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de scheepswerf „Nicolaas Witsen'' van de firma W.F. Stoel & Zoon te Alkmaar is met goed gevolg te water gelaten een stalen directie-motorboot, tevens ingericht om te slepen, lang 53 voet, breed 10 voet en met een motor van 26 pk.
De boot is bestemd voor de Koninklijke Nederlandsche Maatschappij tot Exploitatie van Petroleumbronnen in Nederlands Indië.


22 mei 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Fredrikstad, 18 mei. De Nederlandse klipperaak POOLSTER, kapt. Veen, van Lynn herwaarts bestemd, is lek door de te Hamburg thuis behorende stoomtrawler SPERBER alhier binnengesleept. Het schip werd vanaf Hanstholm gesleept.
20 mei zal een expertise gehouden worden.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart. De Raad voor de Scheepvaart heeft gisteren een onderzoek ingesteld naar de stranding van het stoomschip PRINSES JULIANA, schipper en eigenaar P. Bul te Groningen. De PRINSES JULIANA was met een lading hout op reis van Memel naar Rendsburg en is op 27 november nabij Darsser-Ort gestrand. De bemanning wilde het schip niet verlaten toen de reddingboot te hulp was gekomen. Het werd los gesleept en op 30 november in Warnemünde binnengesleept.
De schipper en eigenaar, de heer Bul, was, hoewel gedagvaard, niet verschenen. Tegen hem werd verstek verleend en de zaak buiten zijn tegenwoordigheid behandeld. Van de 6 getuigen was er slechts één aanwezig. Alleen deze, de 17-jarige lichtmatroos Buitenkamp, werd dus gehoord. Hij was lichtmatroos en een zekere Klugkist. Deze had de wacht gehad. Hij verklaarde, dat er twee matrozen aan boord waren met de stuurman, getuige met de kapitein. Een aparte uitkijk was er niet.
Toen het ongeval geschiedde stond getuige niet aan het roer. Hij weet nu niet meer welke koers er gestuurd werd. In de, ook door getuige ondertekende, te Rostock afgelegde scheepsverklaring staat, dat ten gevolge van het dikke weer de vuurtoren van Darsser-Ort voor een ander licht is aangezien. Getuige antwoordt op bijna alle hem gestelde vragen, dat hij het niet meer weet. Later verklaart hij, dat de kapitein aan het roer stond bij de stranding en hij uitkijk had. Of hij tevoren een vuur gezien en de kapitein gewaarschuwd heeft, herinnert hij zich niet.
De president mr. Pleyte, waarschuwde daarop de getuige ernstig om niets achter te houden en liet hem vervolgens de eed afleggen. Daarna hield de president hem voor dat er alle reden was om zijn bewering, als zou hij zich niets meer herinneren, niet te geloven, daar hij op de zeevaartschool voor zijn rang leert en als "goed bij" bekend staat.
Nogmaals ondervraagd, zei getuige driftig: "Ik weet er geen steek van, ik kan niets meer vertellen. Het staat allemaal in de scheepsverklaring".
De president wees de getuige daarna op het gevaar waaraan hij zich blootstelde om zich een strafvervolging op de hals te halen wegens meineed. "En ik zal het er niet bij laten zitten", voegde de president erbij.
De zitting werd daarna voor een kwartier geschorst. Na heropening van de zitting vroeg de president: "Wie heeft met je over de zaak gesproken, voordat je hier gehoord werd?"
Getuige: "Niemand". President: "Heeft schipper Bul er ook met je over gesproken?".
Getuige: "Geen een". President: "Heeft je schipper je ook gezegd wat je voor de Consul zou moeten verklaren?" Getuige: "Nee". President: "Was het avond, toen je bij de Consul kwam?" Getuige: "Weet ik niet".
President: "De secretaris zal dit antwoord notuleren en dan zal ik het aan de officier van Justitie meedelen".
Op verdere vragen verklaarde getuige dat hij met de kapitein op de brug was. Wat hij en wat de kapitein deed, weet hij niet meer. Evenmin, of hij door de kijker een licht gezien heeft. Met moeite krijgt de president er later uit, dat getuige een vuur aan bakboord gezien heeft toen het schip op het strand zat. Hoe het strandde, of het schip stootte, of het water maakte, of er vóór het ongeval gelood is, getuige weet van dat alles niets af.
De behandeling van de zaak werd daarna geschorst.
(opm: zie ook NRC 271111, NRC 281111 en NRC 301111, verder NRC 290512 )


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. Gistermiddag werd door de Raad voor de Scheepvaart behandeld de zaak van het stoomschip PRINSES JULIANA, kapt. P. Bul te Groningen. Dit vaartuig strandde op 27 november jl. nabij Darsser-Ort in de Oostzee aan de Pommerense kust. De PRINSES JULIANA, geladen met hout, was bestemd voor Rendsburg aan het Keizer Wilhelm kanaal.
Het schip was bij hevige wind en hoge zee aan de grond geraakt. De reddingboot had grote moeite om het vaartuig te bereiken, doch de bemanning wenste het niet te verlaten. Met behulp van een Svitzer-stomer geraakte het schip weer vlot en werd het door de bergingsstomers RÜGEN en FRERIKSHAVN zonder schade op 30 november te Warnemünde binnengebracht.
De kapitein was niet ter terechtzitting verschenen; tegen hem werd verstek verleend. Van de getuigen was alleen verschenen de lichtmatroos Janz Buitenkamp, die nog op de Zeevaartschool te Groningen gaat en daar wordt opgeleid voor stuurman op de grote vaart. Hij heeft reeds achttien maanden gevaren.
Van het ongeval zegt deze getuige zich niets meer te herinneren.
De voorzitter: "Dat herinner je je nog wel!".
Getuige: "Ik weet niets!".
Uit het verdere verhoor blijkt dan ook, dat deze matroos zich zo goed als niets meer herinnert - of herinneren wil - van alles, wat gebeurde.
Nu wordt de getuige door mr. Pleyte de eed afgenomen en de voorzitter wijst hem er nog eens met klem op, hoe onvoorzichtig en onverantwoordelijk het voor een zeventienjarige jongen is om te blijven volhouden, dat hij zich van alles, wat geschiedde, ook niet het minste herinnert. Een stranding is toch waarlijk geen dagelijks werk. En nogmaals vraagt de voorzitter de getuige, mee te delen wat er voor en tijdens het ongeval aan boord is voorgevallen.
De heer Schaap, lid van de Scheepvaart Inspectie, wijst getuige er op, dat het schier onmogelijk is dat hij zich absoluut niets meer zou herinneren van het ongeval. Heeft getuige's vader hem misschien s morgens, voordat hij uit Groningen vertrok, aangeraden om ter zitting niets te verklaren en zich te houden aan de verklaring indertijd afgelegd te Rostock? Dat ontkent getuige ten stelligste en op de verdere vragen antwoord hij: "Ik weet niets!". De voorzitter schorst de zitting om getuige de gelegenheid te geven, nog eens na te denken over de zaak.
Na heropening vraagt de voorzitter: "Heeft schipper Bul met jou over deze zaak gesproken, aan boord, voordat je naar de consul ging?" Getuige: "Geen een heeft er met mij over gesproken". Voorzitter: "Waar was die consul? Was het een Nederlandse, Duitse, Engelse?"
Getuige: "Een Nederlandse. Hij woont in Rostock".
Voorzitter: "Zijn jullie allemaal gehoord?". Getuige: "Behalve de kok".
Voorzitter: "Moesten jullie tekenen?". Getuige: "Ja".
Voorzitter: "Kwam de consul aan boord?". Getuige: "Wij kwamen op zijn kantoor".
Voorzitter: "Was het overdag of 's avonds?". Getuige: "Dat weet ik niet".
De voorzitter verzoekt de secretaris dit antwoord vast te leggen, opdat de officier van Justitie ervan in kennis kan worden gesteld.
Voorzitter: "Wie waren op de brug?". Getuige: "Dat weet ik niet!".
Voorzitter: "Bedenk je goed! Je staat te liegen". Getuige: "De kapitein en ik".
Voorzitter: "Zag je vuur?". Getuige: "Ja, aan bakboordzij, toen we op het strand zaten".
Voorzitter: "Waar logeerde je op het schip?". Getuige: "Achter op het schip".
Voorzitter: "Is je bedje ook nat geworden?". Getuige: "Mijn bedje?".
Voorzitter: "Ja zeker. Je gedraagt je hier als een kleine jongen, hoogst ongepast, hoogst onfatsoenlijk en je staat bovendien te liegen. Daarom wordt je ook als een kleine jongen behandeld". Getuige: "Mijn bed is niet nat geworden".
Voorzitter: "En droop er geen water langs de wanden van het schip? Was de vloer niet nat?".
Getuige: "Weet ik niet!".
Het onderzoek in deze zaak werd daarna geschorst.
(opm: Dit verslag uit het Alg. Handelsblad is ook opgenomen om het verschil in verslaggeving door de kranten te laten zien).


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Werk voor de Marinewerf. Naar wij vernemen heeft de directie van de Nederlandsche Scheepsbouw Maatschappij aan de directie van de Marinewerf het aanbod gedaan om een groot koopvaardijschip te doen bouwen op de Rijkswerf. De Scheepsbouw Maatschappij is door de buitengewone drukte op haar werf niet in staat zelf het schip te bouwen. Mocht het Departement van Marine besluiten tot de bouw van dit schip, dan zou althans voor geruime tijd de noodzakelijkheid van het ontslaan van enige honderden werklieden worden verschoven. Wij zijn niet in staat het bericht te bevestigen, daar degenen tussen wie de correspondentie wordt gevoerd, voor het ogenblik geen inlichtingen menen te moeten verstrekken.


23 mei 1912


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van de heer L. Wolthuis te Veendam is te water gelaten een staal-ijzeren tjalkschip, groot 66 ton voor schipper G. Jelsema te Usquert. De kielen werden gelegd van twee schepen, een voor J. Bakker te Nieuwolda en voor G. Vos te Wildervank.


24 mei 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Fredrikstad, 20 mei. De Nederlandse klipperaak POOLSTER werd door de stoomtrawler SPERBER 30 uur gesleept; er was geen akkoord gemaakt. Het schip is voor 25.000 Kr. verzekerd. (opm: zie ook NRC 220512)


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de Scheepsbouwwerf "De Hoop" van de Firma Gebroeders Boot te Leiderdorp, werd met goed gevolg te water gelaten de voor rekening van de Stoomboot Maatschappij „De Volharding" te Leiden, nieuw gebouwde stalen passagiersboot VOLHARDING 18. De machine en ketel en de elektrische lichtinstallatie worden vervaardigd door de Goudsche Machinefabriek te Gouda, terwijl de betimmering van de salon opgedragen is aan de firma Hasselman & Pander te Leiden.
Aan de firma Gebroeders Boot werd ook de bouw opgedragen van een tweede nieuwe boot, namelijk de VOLHARDING 19.


25 mei 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 25 mei. Het door de firma Karl Schroers aangekochte Belgische stoomschip HOUTHANDEL is verdoopt in RIDDERKERK (opm: de RIDDERKERK vertrok op 31 mei 1912 op de eerste reis onder de nieuwe naam van Rotterdam naar Rouaan).


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlieland, 25 mei. De Nederlandse gaffelschoener MARIA, kapt. Hylkema, gisteren van Vlieland vertrokken naar Hamburg, ligt met noodsein tegen de Engelse Hoek op lager wal. Sleepboot en stoomreddingboot van Terschelling gaan ter assistentie. Wind noord. Zee ruw.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Terschelling, 25 mei. Het volk van de gestrande MARIA is gered door een vlet van de NEPTUNUS; de motorboot kon niet bij het schip komen.
Volgens een later uit Vlieland ontvangen telegram is de gaffelschoener MARIA over de rug van de Engelse Hoek heen geslagen; door sleepboten opgepikt en komt het Oostgat binnen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Aan de werf „Vooruit" te Enkhuizen is van stapel gelopen de ijzeren sleepkaan REDEMPTOR, groot 500 ton, gebouwd voor de heer Wilh. Kempken te Boppard am Rhein. De kiel is gelegd voor een dergelijk vaartuig voor rekening van de heer A. de Vries te Rotterdam.


26 mei 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Bouw van een koopvaardijschip op de Marinewerf.
Naar het Handelsblad van welingelichte zijde verneemt, heeft de conferentie, gistermiddag gehouden tussen minister Colijn, de schout-bij-nacht, directeur van de Marinewerf, de hoofdingenieur en de heer Goedkoop, directeur van de Nederlandsche Scheepsbouw Maatschappij, een zodanig resultaat gehad, dat de Minister na afloop aan de vertegenwoordigers van de werklieden kon meedelen, dat de mogelijkheid bestaat dat op de Marinewerf voor particuliere rekening een schip zal worden gebouwd; dat vermoedelijk daaromtrent dinsdag aan de werklieden zekerheid kan worden verschaft en dat, indien deze onderhandelingen slagen, het ontslag van de werklieden, althans voorlopig, geheel zal zijn voorkomen. Ook met het tweede kamerlid voor Amsterdam, de heer J.R. Snoeck Henkemans, heeft de Minister een onderhoud gehad. (opm: zie ook AH 220512)


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Holland-Gulf Stoomvaart Maatschappij.
Blijkens het verslag over 1911 van de Holland-Gulf Stoomvaart Maatschappij alhier, bedroeg het voordelig saldo van de reisrekeningen NLG 147.996 tegen NLG 97.155 in het vorige jaar. De directie stelt voor van het totaal van de brutowinst ad. NLG 155.310 (v.j. NLG 107.051) na betaling van de onkosten en het saldo van de interestrekening ad. NLG 1.339 een bedrag van NLG 72.500 (NLG 65.000) af te boeken en te voegen bij de rekening van afschrijving en reserve voor buitengewone reparatie, welke daardoor zal vermeerderen tot NLG 535.738.
Uit dit reservefonds worden de kosten van de survey van het stoomschip ALWINA, groot NLG 7.035 bestreden, waarna deze rekening per saldo NLG 528.700 bedraagt. Op de obligatielening werd weer NLG 29.000 afgelost, zodat nu nog NLG 247.000 uitstaat. Ofschoon behorende tot het volgende verslag, deelt de directie nu reeds mee, dat zij, daar de prijzen van de schepen aanmerkelijk zijn gestegen, het stoomschip FOLMINA tot een alleszins bevredigend cijfer hebben verkocht. Dit schip staat te boek voor de originele waarde met NLG 521.892 en moet er dus met het oog op de netto opbrengst van circa NLG 260.000 aan de rekening van afschrijving het verschil van plm. NLG 260.000 worden ontnomen. Daaruit is op te maken, zegt het verslag, dat de boekwaarde van de schepen na vele jaren weer tot normale verhouding is teruggebracht, aangezien bij een eventuele verkoop van de schepen deze de som zouden opbrengen, waarvoor zij per saldo te boek staan. Na deze afschrijving toch blijft er op de rekening van afschrijving een bedrag van plm. 269.000 over en dit bedrag is ruim voldoende voor de waardevermindering van de overige schepen van de Maatschappij, in aanmerking nemende dat de nieuwe ketel en de grote reparatie van het stoomschip THEODORA uit de reserve werden betaald en dit schip nu ook nog die waarde vertegenwoordigt, welke op de balans vermeld staat. Op het effectenbezit is zeer voldoende afgeschreven. De beschikbare gelden bedragen plm. NLG 570.660, waarvoor de Maatschappij weer materieel kan aanschaffen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 25 mei. De sleepboot ANTONIA FRATER, van Delfzijl naar Griekenland, arriveerde heden te Vigo om te bunkeren.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Terschelling, 25 mei. De gaffelschoener MARIA is door sleepboten hier binnengebracht. Het schip was gestrand doordat het hedennacht een defect aan het roer had gekregen.


28 mei 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 27 mei. De sleepboot WILHELMINA, sterk 210 ipk., onlangs door de makelaar Jac. Pierot Jr. Naar Sulina verkocht en onder eigen stoom van Schiedam derwaarts vertrokken, is heden ochtend 10.30 uur behouden ter bestemming (Sulina) aangekomen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 25 mei. Het in de vorige maand te Port Glasgow te water gelaten stoomschip SAMARINDA, aldaar in aanbouw voor de Rotterdamsche Lloyd, is lang 445, breed 55.3 en hol 37.3 Eng. voet en wordt bestemd voor het vervoer van passagiers en pelgrims. Het wordt geheel elektrisch verlicht en voorzien van brandblus- en desinfectieapparaten.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van de N.V. Werf v/h Rijkée & Co. te Rotterdam is (opm: op 23 mei) met goed gevolg te water gelaten het stalen schroefstoomschip FAUNA, in aanbouw voor de Koninklijke Nederlandsche Stoomboot Maatschappij te Amsterdam. Dit stoomschip heeft een laadvermogen van 2.000 ton en wordt gebouwd volgens de hoogste klasse van het Bureau Veritas. De machine en ketels met een vermogen van 900 ipk, worden vervaardigd door de Maatschappij Fijenoord te Rotterdam.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Martenshoek, 27 mei. Dezer dagen werden van de N.V. Scheepswerven v/h G. en H. Bodewes met goed gevolg te water gelaten een stalen gaffelschoener, groot 150 ton, en twee ewerschepen, groot ca. 100 ton.
De kielen zijn gelegd voor drie ewerschepen een gaffelschoener en een galjas, alles voor Duitse rekening.
Door de heer E. Frater Smid te Groningen is aan bovengenoemde firma de bouw opgedragen van een sleepboot met triple expansie machine van 300 ipk.


29 mei 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Bouw koopvaardijschip op Marinewerf.
Gisteren zijn, zo meldt het Handelsblad, de besprekingen van de commandant van de Marinewerf, de directeur van scheepsbouw en de hoofdingenieur met de directeur van de Nederlandse Scheepsbouw Mij., de heer Goedkoop, voortgezet. Een definitieve beslissing werd nog niet genomen. De conferentie zal vandaag in Den Haag worden voortgezet.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Geen ontslag aan de Marinewerf.
Naar aanleiding van de hangende kwestie betreffende het ontslag van werklieden aan ’s Rijks Marinewerf te Amsterdam, deelt het Nederlands Correspondentie-bureau mee, dat de besprekingen, die hedenochtend tussen de interim Minister van Marine, de heer Colijn en de directie van de Nederlandse Scheepsbouw Mij. hebben plaats gehad, hebben geleid tot zodanig voorlopig resultaat, dat aan het voorgenomen ontslag op 1 juli a.s. vermoedelijk geen gevolg behoeft te worden gegeven.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlissingen, 29 mei. Op de helling van de werf van de Koninklijke Maatschappij “De Schelde” te Vlissingen, waarvan de 18e mei het stoomschip PONTIANAK voor de Rotterdamsche Lloyd te water werd gelaten, wordt thans de kiel gelegd voor het stoomschip SOERAKARTA, een zusterschip van de PONTIANAK.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart. De Raad voor de Scheepvaart te Amsterdam heeft gisteren uitspraak gedaan in de zaak van het vergaan van het tjalkschip AMICITIA, schipper en eigenaar J. Kiestra te Zuidhorn, op 8 april bij Wangeroog.
Naar 's Raads oordeel is de geringe breedte van het vaarwater nabij Wangeroog de oorzaak van de stranding; men heeft het te nauw genomen, doch men heeft door het geregeld uitsteken van de plechtgaard alle in redelijkheid te eisen voorzorgsmaatregelen genomen. Deze hebben intussen niet mogen baten.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart. Voorts deed de Raad uitspraak inzake het vergaan bij Alderney van het stoomschip RHENANIA, van de firma W.H. Müller & Co. te Rotterdam, gezagvoerder J.E. Vegter te Onstwedde.
De Raad is tot de slotsom gekomen, dat de schipbreuk van het stoomschip RHENANIA is veroorzaakt, doordat de vuren ten gevolge van over het land hangende mist verduisterd waren en aan boord van de RHENANIA niet zijn gezien.
Dientengevolge is niet bemerkt, dat het schip uit zijn koers geraakte, en dat de sterke stroom het schip, dat slechts weinig vaart had, naar de klippen toedreef.
De Raad is van oordeel, dat op de wijze, waarop het schip door de gezagvoerder J.E. Vegter is bestuurd, geen aanmerking valt te maken.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart. Inzake de stranding van het stoomschip PRINSES JULIANA, schipper-eigenaar P. Bul, op 27 november bij Darseroord (opm: is Darsser Ort) aan de Pommersche kust, nam de Raad de volgende beslissing:
De stranding van het stoomschip PRINSES JULIANA is kennelijk te wijten aan het niet houden van behoorlijk bestek en het verzuim om, zo vaak als zulks mogelijk is, de plaats van het schip op zee te bepalen.
De schipper is van 12 tot 4 uur in de nacht van 25 op 26 november 1911 op de brug geweest en op hem rust de volle verantwoordelijkheid van de gevolgde wijze van varen.
Er is niet gebleken, dat er omstandigheden waren, die het onmogelijk maakten het schip volgens de regelen van de stuurmanskunst behouden over zee te brengen.
De stranding van het stoomschip PRINSES JULIANA is gevolg van de daad van de schipper Pieter Bul, wonende te Groningen, en de Raad voor de Scheepvaart straft hem deswege met ontneming van de bevoegdheid om als schipper op een schip, als bedoeld in art. 2 van de Schepenwet, te varen voor de tijd van een jaar.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Koninklijke Paketvaart Maatschappij te Amsterdam.
Heden werd met goed gevolg te water gelaten van helling No. 2 van de Nederlandsche Scheepsbouw Mij. te Amsterdam, het stalen schroefstoomschip SINGAPORE, in aanbouw voor de Koninklijke Paketvaart Mij. De hoofdafmetingen zijn: Lengte tussen I.l. 185 voet, breedte op buitenkant spanten 31 voet, holte in de zijde 11 voet 6 duim. Aantal ipk 375. Snelheid 81/2 knoop. De waterverplaatsing op een gemiddelde diepgang van 9' is 1.050 ton van 1016 kg.
De stoomwerktuigen worden vervaardigd door de Nederlandsche Fabriek van Werktuigen en Spoorwegmaterieel, alhier. Het schip is voorzien van gedeeltelijk verzonken bak, midden-dekhuis met brugdek en kampanje, waarin zich respectievelijk de logiezen voor bemanning, hutten voor passagiers en hutten voor officieren en machinisten bevinden, evenals badkamer en w.c.'s. Op het brugdek bevindt zich de kapiteins-, tevens kaartenkamer. Ter bediening van de laadbomen aan fokke- en bezaansmast dienen 4 stuks 7" x 10" stoomlieren. Schip en machines zijn geclassificeerd bij Bureau Veritas.
Op de vrij gekomen helling No. 2 zal direct een aanvang gemaakt worden met de bouw van het stoomschip HOUTMAN voor de Kon. Paketvaart Mij., voor haar dienst Java - Australië. Dit schip krijgt de volgende afmetingen: Lengte tussen l.l. 392', breedte op buitenkant spanten 49', holte tot bovendek 28' 9", waterverplaatsing op 22' is 8.775 ton. De machines zullen vervaardigd worden door de Nederlandsche Fabriek van Werktuigen en Spoorwegmaterieel, alhier.


30 mei 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rechtbank te Rotterdam. – Hulp loon ?
Heden heeft de rechtbank uitspraak gedaan in de zaak, waarvan de pleidooien door mrs. K.A. Rombach en H.J. Knottenbelt zijn opgenomen in het Avondblad D van 1 dezer.
Het stoomschip RHENANIA, op weg van Bilbao naar Rotterdam, trof in het begin van Het Kanaal het stoomschip HOLLANDER aan, op weg van Bordeaux naar Rotterdam, dat stil lag met defecte machine. Daar voor de herstelling geruime tijd nodig zou zijn en de nacht begon te naderen, werd overeengekomen, dat de RHENANIA de HOLLANDER zou slepen. Dit geschiedde over een afstand van plm. 125 mijlen, tot in de nabijheid van Dover. In die tijd was de machine hersteld, zodat de HOLLANDER van daar met eigen kracht zijn reis voortzette, terwijl de RHENANIA te Dover moest binnenlopen om haar kolenvoorraad aan te vullen.
Voor de RHENANIA werd geëist hulp loon en wel NLG 6.000, terwijl voor de HOLLANDER werd ontkend, dat hier hulp loon zou verschuldigd zijn, doch werd aangeboden, als een voor de verleende diensten ruim voldoende beloning NLG 2.500.
De rechtbank besliste, dat hier hulp loon moet worden betaald; dat toch de HOLLANDER, toen zij door de RHENANIA werd aangetroffen, niet kon manoeuvreren of stomen en dat wel op een woelige zee, bij dalende barometer en weldra naderende nacht; dat dus de HOLLANDER toen verkeerde in een toestand van nood en daarmee voldeed aan de omschrijving van art. 580 Wetboek van Koophandel; dat ten gevolge van het slepen de schroef van de HOLLANDER weer is gaan werken en dat het schip, dat eerst verkeerde in nood, is gebracht op een plaats, vanwaar het zelfstandig de reis kon voortzetten; dat het dus wel niet volgens de letterlijke woorden van art. 561 Wetboek van Koophandel is gebracht "in een veilige plaats op zee of in een behouden haven", maar dat toch hebben plaats gehad handelingen, waardoor het schip uit een toestand van nood is gered.
De rechtbank besliste voorts dat, in aanmerking genomen de tijd, het getal van de behulpzame personen, de aard van de dienst, enz., alle feiten waaromtrent tussen partijen geen verschil bestaat, terwijl het slepen voor de RHENANIA wel bijzondere moeilijkheden doch geen bepaald gevaar had opgeleverd, een hulp loon van NLG 2.500 hier voldoende geacht moest worden. (opm: zie ook NRC 010512)


31 mei 1912


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Rotterdam, 30 mei. Het voor N.V. Houtvaart alhier nieuw gebouwde stoomschip WAAL heeft even buiten de Tyne in ballast proef gestoomd en in alle opzichten aan de gestelde eisen voldaan. Er werd een vaarsnelheid bereikt van 10,6 mijl.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Londen, 30 mei. Volgens telegram uit Dover is een klein Nederlands zeilschip ter hoogte van Varne in aanvaring geweest met de Engelse schoener JAMES W. FISHER. Het Nederlands schip heeft daarbij de boegspriet verloren en zette, naar gerapporteerd werd, koers naar Dover. (opm: dit is de Nederlandse gaffelschoener SCHOUWEN II, kapt. Mellema)


01 juni 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Java-China-Japan Lijn. - Jaarverslag 1911.
Aan het jaarverslag van 1911 (het tiende jaarverslag) van de Java-China-Japan Lijn te Amsterdam, is het volgende ontleend:
Aan het contract met de Regering werd voldaan; er werden 11 reizen op de Chinalijn, 11 reizen op de Japanlijn en 2 reizen volgens de gecombineerde route gemaakt. Voorts werden nog 12 reizen buiten contract volbracht.
Het stoomschip TJIMANOEK, gebouwd bij de Maatschappij voor Scheeps- en Werktuigbouw "Fijenoord" te Rotterdam, werd op 7 juni opgeleverd en aanvaardde op die datum de reis naar Java, waar het op 27 juli d.a.v. aankwam.
De revolutie in China was oorzaak dat de schepen van de Maatschappij vaak met belangrijke wanruimte van Java moesten vertrekken, hoewel in tegenovergestelde richting over het algemeen voldoende lading werd aangeboden en werd enkele malen tot charteren overgegaan. Wij hadden dan ook, zegt het bestuur, niet voor alle schepen geregeld emplooi en gingen, in verband hiermee er toe over, het stoomschip TJIKINI in time-charter af te staan voor een reis van Nederlands-Indië naar Europa en terug. De besmetverklaring door Nederlands-Indië van Hongkong en van de in China door onze schepen aangelopen havens, gaf aanleiding tot overdreven strenge toepassing van de quarantainebepalingen, terwijl het reizen van passagiers van die havens via Singapore niet aan enige belemmering onderworpen was. Hierdoor werd aan onze dienst aanzienlijke schade en enorme last veroorzaakt en kon het passagiersvervoer zich niet verder ontwikkelen. Dientengevolge kon slechts met grote moeite en kosten de dienstregeling worden gehandhaafd.
In verband met het geringe vervoer naar Yokohama, werd met goedkeuring van de Nederlands-Indische regering besloten het geregeld aandoen van die havens te staken en in plaats daarvan Amoy, zowel op de thuisreizen als op de uitreizen, aan te lopen.
De teruggekeerde rust in China blijkt nu reeds een gunstige invloed op ons bedrijf te hebben en de toekomst voor 1912 laat zich beter aanzien.
Aan het voornemen een geregelde vaart op Saigon te openen kon nog geen gevolg worden gegeven, uit hoofde van de mislukking van de rijstoogst en van te lage vrachten.
Het saldo van de exploitatierekening bedraagt NLG 635.735 (v.j. NLG 572.135), te vermeerderen met het saldo a.p. groot NLG 117 (NLG 1.990). Daartegenover staan als lasten in de winst- en verliesrekening: Interest rekening NLG 50.085 (NLG 15.911), afschrijving op de stoomschepen NLG 377.352 (NLG 290.066), id. op magazijngoederen te Hongkong NLG 977 (NLG 797), id. op bezittingen te Hongkong NLG 5.999 (NLG 10.330) en reserve voor pensioenfonds NLG 15.000 (nihil), zodat er een winstsaldo blijft van NLG 186.439, waarvan 6 (v.j. 5) procent dividend uitgekeerd wordt. Na betaling van de bedrijfsbelasting gaat dan NLG 1.489 op nieuwe rekening over. De assurantierekening eigen risico liet een winst van NLG 7.561, waarmee het assurantie reservefonds wordt vermeerderd, terwijl NLG 49.934 moet worden gereserveerd voor onafgedane schaden. Ten einde een betere voorziening van de toekomst van het varend personeel te verzekeren, werd besloten een pensioenfonds te stichten, waar tegenover de bijdrage van de Maatschappij in het spaarfonds zal komen te vervallen en de hiervoor reeds gereserveerde gelden in het pensioenfonds zullen worden gestort. In verband hiermee is blijkens de winst- en verliesrekening een eerste bedrag van NLG 15.000 voor dit pensioenfonds gereserveerd.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Kamer van Koophandel te Delfzijl.
Het verslag van de Kamer van Koophandel en fabrieken te Delfzijl over 1911 noemt de toestand over het algemeen gunstig.
De buitenhaven werd op de vereiste diepte gehouden; nog steeds blijft echter het euvel bestaan, dat het lossen van hout reeds bij enigermate sterke NW tot NO winden wordt belemmerd doordat de zgn. vlotten uit elkaar slaan en ook lichtervaartuigen veel hebben te verduren.
De scheepvaart was in 1911 bevredigend, de aanvoer van hout is sedert 1910 met 11 procent, die van chilisalpeter met 46 procent toegenomen, terwijl ook meer steenkool dan vroeger werd aangevoerd.
De uitvoer bleef in 1911 stationair. Het aanbrengen van de elektrische verlichting en van de stoomkranen heeft bij de haven grote verbeteringen teweeg gebracht. Het gebruik van de kranen neemt sterk toe. Een nieuwe stoomvaartlijn op Londen is ingelegd.
(opm: verkort weergegeven).


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vertrek hospitaalkerkschip DE HOOP.
Het nieuwe hospitaalkerkschip DE HOOP is hedenmorgen van Amsterdam vertrokken voor zijn eerste reis, welke zal duren tot eind september. Het zal eerst koers zetten naar Noord Schotland en de Shetland Eilanden en dan onze haringvloot volgen. Schipper is de heer F. Harding, dokter de heer G.J. Folpmers, predikant ds. W.J.M. Engelberts.
(opm: verkort weergegeven).


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 1 juni. De sleepboot OOSTZEE met 2 bakken op sleeptouw, van Fishguard naar Marseille, arriveerde gisteren ter plaatse van bestemming.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 1 juni. Heden arriveerde hier de eerste van de vier, de ELEVATOR No. 3, aan de werf Conrad te Haarlem in aanbouw zijnde nieuwe graanelevators voor “The Independent Grain Elevator Co.” alhier. De machine wordt bij de Rotterdamsche Droogdok Mij. gemonteerd en verwacht wordt dat in de loop van de volgende week die elevator in werking wordt gesteld.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Londen, 31 mei. Volgens telegram uit Dover is de Nederlandse gaffelschoener SCHOUWEN II, kapt. Mellema, van Newcastle naar Douarnenez bestemd, aldaar binnen gelopen met enige schade door aanvaring.


Krant:

 SCC - Schager Courant

Advertentie. Houtverkoping op woensdag 12 juni 1912, ’s morgens 10 uur, aan de Binnenhaven naast de werf De Lastdrager te Helder, van een grote partij houtwaren, afkomstig van het schip ATLAS, w.o. eiken planken, 30 voet lang, 4 en 6, vuren en grenen dekdelen, eiken dek- en kielbalken, kromhouten, leggers, masten 16 meter lang, stengen, rondhout, enz. enz. En een grote partij hekpalen en brandhout. Voor het vervoer gemakkelijk aan weg en water gelegen.
Deurwaarder W. Biersteker.


02 juni 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 30 mei. De stoomschepen MARGIORA (ex. ARDJOENO) en COZZIKAS (ex. SALAK), beide in 1891 door de Maatschappij “De Schelde” te Vlissingen gebouwd, zijn door de firma P. Cozzika & Co. (opm: te Piraeus) aan de Compagnie de Navigation Mixte te Marseille verkocht.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Nieuwediep, 1 juni. De Nederlandse sleepboot MAAS, arriveerde heden van Cuxhaven alhier met het Noorse zeilschip JOHNSON op sleeptouw. Laatstgenoemd vaartuig wordt hier gesloopt.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 30 mei. Een stalen stoomschip met een draagvermogen van 9.000 ton bij een diepgang van 25 voet; lang 420 voet, breed 54 voet en hol 30 voet 3 duim en thans in aanbouw bij de firma Wm. Gray & Co. te West Hartlepool voor de firma F.C. Strick & Co. Ltd. alhier, om in februari van het volgend jaar te worden afgeleverd, is voor ongeveer GBP 81.000 aan de Holland Amerika Lijn verkocht. De machines, waarvan de middellijnen van de cilinders zijn: 28 – 46 en 77 Eng. duim bij een slag van 48 Eng. duim, worden door de Central Marine Engine Works gebouwd. De snelheid van dit stoomschip wordt 12½ knoop.


03 juni 1912


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Dover, 31 mei. De Nederlandse gaffelschoener SCHOUWEN II, kapt. Mellema, van Newcastle naar Douarnenez, is alhier aangekomen met enige schade door aanvaring en verlies van boegspriet.
De schoener JAMES W. FISHER (zie vorige no.) is met schade aan stuurboord boeg en een weinig water makend, hier binnen geassisteerd. Het schip was op reis van Guernsey naar Londen.


04 juni 1912


Krant:
 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Scheepsbouw. Ruischerbrug, 4 juni. Zaterdag liep met goed gevolg te water van de werf van de wed. IJ. de Jong bij Ruischerbrug een 2-mast stalen motorschoener voor Duitse rekening. Door de zelfde eigenaren zijn aan deze bovengenoemde firma nog twee dergelijke schepen in verbouw gegeven. Verder is nog in aanbouw een salon-motorboot, ook voor Duitse rekening.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Advertentie. Uit de hand te koop: Het goed onderhouden tjalkschip genaamd De WELDAAD, groot 158 tonnen, thans liggende aan de werf van de heer W. Rubertus, Noord Willemskanaal.
Te bevragen bij W.P. Alberts, Turfsingel 9, of bij de heer P. de Vries, Westerbadstraat 17.


06 juni 1912


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Een schip van gewapend beton. Maandag is voor rekening van de heer J. van Dort, graanfactor te Rotterdam, de eerste in Nederland gebouwde motorboot vervaardigd van gewapend beton, te water gelaten. Het. schip, dat een draagvermogen bezit van 100.000 kg, is te Vrijenban (aan de Zwet) bij Delft, vervaardigd.


07 juni 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Schiedam, 6 juni. De zuiger JAVA, 16 maart van hier naar Batavia vertrokken, is heden aldaar aangekomen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

IJmuiden, 6 juni. De schoener HERMINA GEZINA van Groningen is verkocht aan de rederij A. Holdmann te Hamburg en vertrok heden onder de naam WILHELMINE naar Holtenau.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De stalen bark THALASSA (ex. VAN GALEN) in 1891 door de firma J.F. Meursing te Amsterdam gebouwd, is door de firma Wachsmuth und Krogman te Hamburg verkocht voor GBP 4.500.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 6 juni. Het stalen stoomschip USSA, groot bruto 1972 en netto 999 register ton, met een laadvermogen van ongeveer 3.450 ton bij een diepgang van 19 voet 3 duim (Eng.); gebouwd in 1911 te Port Glasgow door de Clyde Shipbuilding and Engineering Company, die ook de machines leverde, is aan de Koninklijke Nederlandsche Stoomboot Maatschappij te Amsterdam verkocht. De cilinders van de machine hebben middellijnen van 22, 35 en 50 Eng. duim. De slag is 30 Eng. duim. (opm: herdoopt in OBERON)


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 7 juli. Het zeilschip DOLFIJN, kapt. Beck, is alhier binnengekomen met gebroken zeilen en beschadigde ankerspil, opgelopen tijdens slecht weer in de Bans Balg.
Een en ander werd hier gerepareerd. Het schip werd binnen gesleept door de sleepboot ENGELINA, kapt. Zwart, en was op reis van Hamburg naar Dortmund.


08 juni 1912


Krant:
 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 8 juni. Het ijzeren tjalkschip ESPERANCE kapt. H.H. Dost, op reis met een lading grint van Bremen naar Wangeroog, heeft op het wad nabij Wangeroog op een hoogte gestoten, waardoor het vlak is omhoog gebogen en enige spanten zijn gebroken.
Het schip is heden naar Groningen vertrokken om te repareren.


09 juni 1912


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Koninklijke Paketvaart Maatschappij. Jaarverslag 1911.
Aan het verslag over 1911 ontlenen wij het volgende: De Maatschappij had in het verslagjaar het verlies te betreuren van twee schepen, de VAN IMHOFF en de VAN NEK, die op 18 oktober verbrandde. Andere ongevallen waren betrekkelijk zonder betekenis.
In dit verlies moest worden voorzien, terwijl de steeds klimmende eisen van het verkeer een nieuwe zeer grote uitbreiding van de vloot nodig maakten.
In de loop van het jaar kwamen in dienst de nieuwe stoomschepen SAMPIT, KOEMAI en INDRAGIRI en het motorschip SEPOETIH. Het motorschip SEMBILAN, het eerste van de schepen, dat van een dieselmotor werd voorzien, werd een tijd lang in Europa beproefd en onlangs na het welslagen van de proefneming, naar Indië gezonden.
Op het einde van het verslagjaar waren nog elf stoomschepen voor de Maatschappij in aanbouw. In het begin van 1912 werden nog vier schepen besteld, één daarvan zal ook van een dieselmotor voorzien worden.
Alle bestellingen zijn aan Nederlandse werven gegeven, met uitzondering van die van een van de Australië-boten, welke boot, met het oog op de overvulling van die werven, in het buitenland wordt gebouwd.
De uitvoering van de overeenkomsten met de regering had zonder stoornis plaats en de Maatschappij bleef ook buiten contract krachtig werkzaam. De vaarten op Australië en Siam werden geregeld volgehouden, hetgeen wederom grote offers meebracht. De regering heeft met de Maatschappij een overeenkomst gesloten, waarbij de Staat tot een maximum van NLG 150.000 's jaars, de helft van het eventuele verlies van de Australië lijn vergoedt, in de vorm van een renteloos voorschot, terug te betalen uit eventuele winst op die lijn; in de laatste maanden van het verslagjaar heeft die overeenkomst gewerkt. De nieuwe boten voor die lijn zullen eerst in november 1912 en januari 1913 gereed komen. Vermoedelijk is nog een tijdperk van verlies te verwachten, maar het bestuur hoopt op betere tijden en is niet van plan het aandeel, dat voor de Nederlandse vlag op die vaart verworven is, prijs te geven.
Wederom nam het particulier vervoer, waaronder het doorvoerverkeer, aanzienlijk toe, terwijl het gouvernementsvervoer nagenoeg gelijk bleef. Gedurende korte tijd werden twee schepen door het Gouvernement in dienst genomen voor de Timor-expeditie.
Het voordelig saldo van de reizen van de stoomschepen bedroeg in 1911 NLG 3.165.611, tegen in 1910 NLG 3.246.535, in 1909 NLG 2.030.346 en in 1908 NLG 2.026.016.
De afschrijving op de vloot wordt gesteld op NLG 1.344.374 en die op etablissementen op NLG 66.015.
De in 1911 geboekte premies wegens het lopen van eigen risico op de vloot bedroegen NLG 346.326. Daartegenover werd aan schades geboekt NLG 373.690, terwijl voor onafgedane schaden NLG 449.182 moet worden gereserveerd. In 1910 werd uit dien hoofde NLG 169.684 gereserveerd, zodat het nadelig saldo van de rekening assurantie eigen risico NLG 306.861 bedraagt, hetwelk ten laste van de assurantie reserverekening wordt gebracht. Deze rekening komt dientengevolge op de balans voor met NLG 993.138.
Van het agio, bij de plaatsing van de aandelen 9e en 10e serie bedongen, na aftrek van alle onkosten NLG 724.036 overlatende, werd NLG 67.500 overgeboekt op de winst- en verliesrekening; als aandeel in de winst over 1911 van de nieuw geplaatste aandelen, die recht hebben op het volle dividend, doch eerst in mei 1911 werden volgestort. Van het resterende werd NLG 420.000 overgeboekt ter verhoging van de rekening van afschrijving, zodat deze op de balans voorkomt met NLG 1.000.000.
Met het saldo groot NLG 236.556 werd de in artikel 27 van de statuten genoemde reserverekening aangevuld, welke daardoor stijgt tot NLG 1.400.000, zijnde het door de statuten voorgeschreven maximum à 10% van het geplaatste aandelenkapitaal.
Het bestuur stelt voor een uitdeling van 9% over het op 31 december 1911 geplaatste kapitaal van NLG 14.000.000 (v.j. 10% over 12 miljoen).


10 juni 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 10 juni. Wij vernemen dat het stoomschip SOLO weer afdoende aan Wilton’s werf alhier zal worden gerepareerd en dat het het voornemen is het stoomschip weer in de geregelde vaart te brengen. (Het stoomschip SOLO strandde tijdens de hevige storm van 30 sept. 1911 uitgaande naar Batavia ter hoogte van Monster en kwam eerst 17 maart daarop volgende vlot en alhier binnen. Bij expertise is gebleken, dat de SOLO door die stranding een schade van ongeveer NLG 120.000 had geleden).


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 9 juni. Het Nederlandse stoomschip IJSTROOM is op de Theems in aanvaring geweest en daardoor zwaar beschadigd.


11 juni 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 10 juni. Volgens telegram uit Hamburg is het van Methil komende Nederlandse stoomschip DORDRECHT bij Blankenese aan de grond geraakt. Assistentie is gezonden.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 11 juni. Het stoomschip DORDRECHT arriveerde heden van Newcastle te Hamburg.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 10 juni. Het Belgische stoomschip PRINCESSE MARIE JOSE was gisterochtend in aanvaring met het Duitse stoomschip JUNO, het Engelse stoomschip SHELDRAKE en het Nederlandse stoomschip IJSTROOM.
Door de aanvaring van het Belgische stoomschip met de IJSTROOM, hetwelk aan de kade gemeerd lag, geraakte de IJSTROOM op drift en kwam onder de London Bridge, waar het met hoog water beklemd geraakte. De JUNO kwam dwars voor de London Bridge te liggen, doch werd naderhand door sleepboten weggetrokken. De SHELDRAKE bekwam belangrijke schade aan de bovenbouw. De grote mast en de schoorsteen van de IJSTROOM werden beschadigd, terwijl stuurboord boeg en de bovenbouw van het achterschip ook ernstig beschadigd werden. De PRINCESSE MARIE JOSE bekwam lichte schade aan bakboord boeg. De London Bridge en de kade werden eveneens beschadigd.


12 juni 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 12 juni. In het avondblad van 11 juni deelden wij reeds mee, dat het stoomschip DORDRECHT nabij Blankenese aan de grond geraakt, te Hamburg was aangekomen. Uit Londen wordt ons geseind, dat het stoomschip DORDRECHT, na gelicht te zijn was vlot gekomen en dat het naar Hamburg is gesleept.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 12 juni. Het nieuwe stoomschip DUBHE, alhier gebouwd voor Van Nievelt Goudriaan & Co’s Stoomvaartmaatschappij te Rotterdam, heeft heden proef gestoomd en heeft de reis naar Hull aanvaard.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 12 juni. Tijdens kruisen op het wad voeren gisteren de zeetjalken ALBERDINA, kapt. Westers, en de HOOP, kapt. Groen, van Groningen zodanig tegen elkaar, dat eerstgenoemd schip met de kluiverboom door het zeil van de HOOP drong, waardoor dit scheurde, en een deel van de reling werd ingedrukt. De ALBERDINA brak haar kluiverboom.


13 juni 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 13 juni. De gisteren met het nieuwe Nederlandse stoomschip DUBHE gehouden proeftocht heeft in alle opzichten voldaan. Buitengaats werd ruim 10 mijl behouden.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Een mooie daad. Aan boord van het stoomschip WILLEM I, dat op reis was van Sabang naar Nederland, is een verkoping gehouden, welke zeker de vermelding waard is.
Door de gezagvoerder was bekend gemaakt, dat er 's morgens om 10 uur een vendutie zou plaats hebben van de door de matroos Bakker aan boord nagelaten goederen.
Genoemde matroos, een zeer oppassend man, 27 jaar oud, getrouwd en vader, was te Soerabaja door het los liggen van een stuk van de reling overboord geslagen en verdronken.
Natuurlijk waren alle passagiers en de gehele bemanning, voor zover zij niet door dienst verhinderd was, tegenwoordig.
Als vendumeester trad de 1e officier op, daarin bijgestaan door de administrateur van het schip, terwijl de heer J.C. Mann uit Medan belangeloos als venduhouder optrad.
De wijze, waarop laatstgenoemde dit deed is boven alle lof verheven. Voor de aanvang van de verkoping, die op het voordek gehouden werd, wijdde hij een paar woorden aan de nagedachtenis van de overledene, wees hij op de treurige omstandigheden, waarin de weduwe achterblijft, en wekte vooral zijn mede-Delianen op hun bekende hulpvaardigheid te doen blijken.
Dat dit beroep niet tevergeefs is geweest, volgt wel hieruit, dat het hele boeltje, misschien, zoals het daar lag, een NLG 40 waard, NLG 2.028 opbracht, waarvan meer dan een vierde door een zevental Delianen werd betaald.
Niemand had op zo een opbrengst durven hopen. De gezagvoerder voelde zich dan ook gedwongen om 's avonds allen, inzonderheid de heer Mann, ook namens de weduwe hartelijk dank te zeggen voor het welslagen van de vendutie, terwijl ook een matroos naar voren trad om namens zijn collega's dank ter zeggen voor de ondervonden steun.


14 juni 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hamburg, 13 juni. Het stoomschip DORDRECHT, dat nabij Blankenese aan de grond heeft gezeten, is in een dok onderzocht en volkomen onbeschadigd bevonden.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Dover, 12 juni. Het schip SCHOUWEN II heeft na volbrachte reparatie de reis naar Douarnenez voortgezet.


15 juni 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Delfzijl, 14 juni. Het ijzeren tjalkschip NEERLANDIA, schipper A. Boeree te Oude Pekela, is verkocht aan A. van der Molen te Delfzijl voor NLG 4.600.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Winschoten, 14 juni. De ijzeren zeetjalk BROEDERTROUW, kapt. B. Liemberg, is voor NLG 8.000 het eigendom geworden van de heer J. Salomons te Gasselternijveen (Dr.).


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 15 juni. Volgens een telegram uit Nicolaistad is het Nederlandse stoomschip TERSCHELLING, van Jacobstad naar Barry bestemd, bij het verlaten van de haven aan de grond gevaren, doch is na enige lading te hebben geworpen vlot gekomen. Duikers zijn aangenomen om de toestand van de bodem van het stoomschip te onderzoeken. Inmiddels is het geloste gedeelte lading weer herscheept.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. De Raad voor de Scheepvaart nam gistermiddag in behandeling de stranding op 25 mei in het Zeegat van Terschelling van de zee-aak MARIA, schipper en eigenaar E. Hylkema te Groningen.
Als eerste getuige werd gehoord de schipper E. Hylkema, oud 55 jaar. Deze verklaart, met zijn aak van uit Uhrmetz bij Koblenz vertrokken te zijn met bestemming naar Hamburg. Het schip was geladen met stenen. Aan boord bevonden zich 8 man, waaronder het gezin van de schipper. Op de 23e mei, des nachts om 3 uur vertrok hij van uit Uhrmetz en werd gesleept tot Vreeswijk. Getuige kan noch lezen, noch schrijven en verklaart geen vlag aan boord te hebben gehad. Bij het begin van de reis was het weer goed, doch vrij plotseling kwam een hevige bui opzetten uit de richting NNO met het gevolg, dat beide boegstagen
en de waterstag braken. De bui was, hoewel hevig, van korte duur. Later bleek, dat ook de roerkoning gebroken was. Het schip werd toen op het strand van Terschelling geworpen en maakte veel water. De stoomreddingboot BRANDARIS die ter hulp kwam, kon echter niet langszij komen. Een vlet van de firma Zur Mühlen kon echter de boot bereiken en heeft het volk kunnen redden. De schipper verklaart verder, dat hij de overtuiging had, dat van het schip niets meer zou terecht komen. De zwemvesten die zich aan boord bevonden, werden niet gebruikt. Later werd de MARIA geborgen en op Terschelling binnengebracht.
Tenslotte verklaart getuige nog dat het deze reis voor de tweede maal was dat hij buitenom, benoorden de Wadden heeft gevaren. De eerste keer was hij vanuit Hamburg vertrokken met bestemming naar Rotterdam. Hij had toen hout aan boord.
De Raad achtte het niet nodig ook de stuurman H.W. Gras te horen.
Uitspraak volgt later.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. Hierna nam de Raad in behandeling de stranding en het totaal verloren gaan nabij Wangeroog op 27 april van het tjalkschip MARIA ROELFINA, schipper Harm Wildeman te Delfzijl, eigenaar T. Wildeman te Delfzijl.
Gehoord werd het eerst H. Wildeman, oud 32 jaar, die sedert 4 jaar met de MARIA ROELFINA vaart.
Nadat de Raad de zitting had geschorst, verklaarde de voorzitter dat de Raad zich niet bevoegd acht deze zaak te onderzoeken, omdat het niet betrof een schip dat de zee bevoer.
De heer Schaap, inspecteur voor de scheepvaart in het 4e district Groningen, verzocht beslag te mogen leggen op het journaal van de schipper.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Scheepsbouw. Westerbroek, 14 juni. Aan de werf van de firma Wortelboer en Co. liggen ter aflevering gereed een sleepkaan, groot 860 ton, voor een Rotterdamse firma en een Parelwiel-motorboot voor Belgische rekening.
Heden namiddag werd aan deze werf te water gelaten een stalen sleepkaan, groot 520 ton voor rekening van de heer Ch. J. Burink te Wijk-bij-Duurstede.
In aanbouw zijn 2 Parelwiel-motorboten, terwijl nog de kielen zullen worden gelegd voor enige sleepkanen van plm. 860 ton.


17 juni 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 17 juni. Het stoomschip IJSTROOM, verleden week aangevaren door een Belgische stoomboot, zaterdagavond door 3 sleepboten van Londen alhier aangebracht, is in het Koninginnedok opgenomen. De schade bedraagt NLG 192.000.


18 juni 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 18 juni. De van Hamburg naar St. Petersburg bestemde Nederlandse tjalk ANNETTE is volgens een telegram uit Malmö met gebroken helmstok aldaar binnengesleept. Een expertise zal worden gehouden.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 18 juni. De USSA, onlangs aangekocht door de Koninklijke Nederlandsche Stoomboot Mij. te Amsterdam, is herdoopt in OBERON.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepstijdingen. Rotterdamsche Lloyd. SAMARINDA, arriveerde 17 juni van Glasgow te Rotterdam. (opm: Eerste reis na oplevering van de werf)


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 18 juni. Gesleept door de sleepboot VITESSE, kwamen hier gisteren binnen het tjalkschip CONCURRENT en het aakschip ANNA, schippers Pronk. Genoemde schepen zijn op het wad nabij Carolinersziel met elkaar in aanvaring geweest. Van de ANNA werd de voorboeg ingedrukt en zijn enige spanten gebroken, van de CONCURRENT werd het bakboord boord ingedrukt, terwijl bovendien de zeilboom brak en het zeil scheurde. De ANNA is verzekerd bij de Maatschappij Oranje, de andere bij de Eendracht te Wildervank.


19 juni 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hamburg, 18 juni. De gezagvoerder van het van Sundsvall alhier aangekomen stoomschip KALMAR rapporteert ter hoogte van Utklippen het stoomschip SKANDIA te hebben aangetroffen, dat pogingen deed de met defect roer drijvende schoener ANNETTE op sleeptouw te nemen. (opm: zie ook NRC 180612)


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Scheepsbouw. Rotterdam, 19 juni. Gisteren werd het door de Maatschappij voor Scheeps- en Werktuigbouw Fijenoord alhier gebouwde vrachtstoomschip KRAKATAU aan de Stoomvaart Maatschappij Nederland te Amsterdam opgeleverd.
Gebouwd naar de plannen van de heren M.A. Cornelissen en S.G. Vlaker onder bijzonder toezicht van Lloyds en volgens de hoogste klasse van dit Bureau, voldoet dit schip aan alle eisen, die aan een modern vrachtstoomschip gesteld mogen worden.
Lengte, breedte en holte bedragen respectievelijk 420'-0", 55'-0" en 29'-6". De bruto tonnenmaat bedraagt 8.733 reg. ton. De diepgang met zomer vrijboord is 28'-6". Het laadvermogen bedraagt 10.100 van 1.016 kg. Op een diepgang van 25'-9", waarbij het schip een laadvermogen heeft van 8.550 ton, zal het schip een snelheid moeten bereiken van 121/2 mijl per uur.
Het schip is voorzien van elektrisch licht, bezit 22 stoomlieren en heeft ruimte tot berging van 2.000 ton waterballast. De machines zijn van het direct werkend triple expansie systeem met drie cilinders, elk op afzonderlijke krukken en in staat om bij 80 omwentelingen per minuut 3.480 ipk en 86 omwentelingen 4.150 ipk te ontwikkelen. De afmetingen van de cilinders zijn 271/2", 47" en 851/2", alle met een slaglengte van 53". De benodigde stoom wordt geleverd door 2 dubbele en 2 enkele ketels van het Schotse type met een totaal verwarmend oppervlak van 10.500 en een gezamenlijk roosteroppervlak van 282 vierkante Eng. voet en voorzien van Ottensener oververhitters. Verder zijn zij ingericht met Howden's systeem van geforceerde trekking, waarvoor een Howden's fan in de machinekamer is opgesteld, welke gedreven wordt door twee machines.
Verder zijn in de machinekamer opgesteld 1 ballastpomp, 1 Woodeson's voedingspomp met voorwarmer, 1 turbo-voedingspomp, 1 lucht- en circulatiepomp en 1 voedingspomp voor de hulp condensorinstallatie, 1 duplex centrifugaalpomp, 1 verdamper en 1 distileer, benevens 1 turbo dynamo voor de elektrische verlichting.
De overtocht van Rotterdam naar Amsterdam had zonder de minste stoornis plaats en werd tot volle tevredenheid van de directie van de Maatschappij Nederland volbracht.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Door Van Nievelt, Goudriaan & Co's Stoomvaart Maatschappij is aan de Rotterdamsche Droogdok Maatschappij de bouw opgedragen van een schip van 5.500 ton laadvermogen, duplicaat van het de vorige week aan genoemde firma afgeleverde stoomschip DUBHE en van het voor de firma nog in aanbouw zijnde stoomschip ALCOR, dat over circa 2 maanden in de vaart zal komen.


20 juni 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 20 juni. De nieuwe stoomsleepboot RUBIS, 290 pk, door de makelaars De Ruyter & Van der Hilst naar Frankrijk verkocht, is gisteren na volbrachte proeftocht, onder eigen stoom van hier via Vlissingen en Le Havre naar Parijs vertrokken.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 20 juni. Hedennacht is het vrachtstoomschip SUMATRA, van de Mij. Nederland, dat in het IJ bij de IJkade lag, door de storm van de boeien geslagen en tegen één van de drie golfbrekers terecht gekomen. De golfbreker werd zwaar beschadigd; het schip bekwam geen noemenswaardige averij.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Geen zeeschip in de zin van de wet.
De Raad voor de Scheepvaart, uitspraak doende in de stranding van de zee-aak MARIA, schipper en eigenaar E. Hylkema te Groningen, was van oordeel, dat het schip geen zeeschip was in de zin der wet van 28 mei 1869, maar een binnenvaartuig en achtte zich op die grond onbevoegd in dezen, uitspraak te doen.


21 juni 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De Stoomvaart Maatschappij Zeeland in 1911 - Jaarverslag.
In het verslag over 1911 zegt de directie van de Stoomvaart Maatschappij "Zeeland" te Vlissingen o.m. het volgende: Het nieuwe materieel, zowel als de omgebouwde raderschepen hebben de verwachtingen, die wij daar van hadden, niet beschaamd. In alle opzichten voldoen deze schepen op uitstekende wijze aan de diensten, die er van verwacht werden. In de loop van het jaar werd de oude dagboot ENGELAND boven de boekwaarde verkocht. De verlegging van de nachtdienst van Queenborough naar Folkestone behoeft ons in veel opzichten niet te berouwen. Deze verandering is voor het verkeer een volkomen succes, terwijl technisch geen bezwaren werden ontmoet. Na de enorme toeneming van het reizigersvervoer over 1910, gedeeltelijk toe te schrijven aan Passiespelen te Ober-Ammergau, enz., had de directie over 1911 geen vermeerdering van betekenis verwacht; de uitkomst bewees echter het tegendeel. Toch valt uit het cijfer van de ontvangsten voldoende na te gaan, dat de verlegging financieel offers heeft gekost. Tegen het einde van 1911 was het mogelijk, de schuld aan The Fairfield Shipbuilding Cy. voor de nieuwe nachtboten, op 1 januari 1911 groot NLG 840.000, geheel af te betalen, terwijl in december tevens kon overgegaan worden tot uitloting van obligaties van de 3 procent lening 1886. De uitloting, welke sedert 1900 niet kon plaats hebben, omvatte de gehele achterstand ten bedrage van 899 obligaties, welke betaalbaar werden gesteld op 2 januari 1912. In omloop bleef daarna NLG 1.957.000. De inlossing van de volgens rooster in de maand juni 1912 uit te loten obligaties zal van 1 juli 1912 af plaats hebben.
Op de buitengewone algemene vergadering van aandeelhouders van 29 juni 1911 is besloten tot uitbreiding van het maatschappelijk kapitaal met NLG 1.000.000, terwijl voorts machtiging werd verleend tot het aangaan van een 4 procent geldlening tot een maximum bedrag van NLG 800.000, terwijl tevens werd besloten tot afkoop van de preferentie van de aandelen serie B, waarvoor NLG 145.650 nodig was. Van de volmacht tot lenen van ten hoogste NLG 800.000 is slechts gebruik gemaakt tot een bedrag van NLG 450.000. Anderzijds is dit de aanleiding geweest, dat ook in verband met de jaarlijkse dotatie van NLG 50.000 aan het ketelfonds, ook dit jaar de netto winst nog bestemd moest worden voor afschrijving op de schepen en andere eigendommen van de Maatschappij.
(opm: verkort weergegeven, er zijn geen activa en passiva weergegeven).
De vloot van de Maatschappij bestond op 31 december 1911 uit 7 stoomschepen, tezamen groot 45.719 m3 met 61.500 pk. Het ketelfonds vermeerderde met de jaarlijkse bijdrage van NLG 50.000 en NLG 2.493 gekweekte rente tot NLG 102.495. Hiervan is NLG 98.847 in effecten belegd, waarvan de beurswaarde op 31 december 1911 NLG 99.155 bedroeg. Het fonds tot aflossing van de hypothecaire lening ad. NLG 2.810.898, onder beheer van de Mij. tot Expl. van Staatsspoorwegen, vermeerderde met de maandelijkse bijdragen ad. NLG 140.545 en NLG 87.066 gekweekte rente enz. tot NLG 2.639.766. Bij het uitbrengen van dit verslag is de hypothecaire lening geheel afgelost.
In 1911 werden 731 reizen afgelegd, zijnde één reis meer dan in het vorige jaar. Bovendien is ook een extra reis gemaakt naar Spithead van 22 tot 25 juni 1911, ter bijwoning van de vlootrevue, gehouden op de rede aldaar de 24e juni 1911. De bruto opbrengsten beliepen in 1911 NLG 2.455.720 (tegen NLG 2.603.847 in 1910 en NLG 2.409.223 in 1909), waarvan uit het vervoer van reizigers en bagage NLG 1.064.964 (v.j. NLG 1.221.390), uit het vervoer van brievenmalen enz. NLG 556.583 (NLG 556.099) en aan huur van hutten op de stoomschepen en buitengewone ontvangsten NLG 267.790 (NLG 250.490). De exploitatiekosten bedroegen NLG 1.614.922 of gemiddeld NLG 2.209 per reis, tegen NLG 1.545.452 of gemiddeld per reis NLG 2.117 in 1910. De verhouding van de exploitatiekosten tot de ontvangsten was in procenten 65.761, tegen59.352 in 1910, 56.219 in 1909, 60.424 in 1908 en 68.817 in 1907. Vervoerd werden 154.801 (v.j. 148.842) reizigers en 61.183 (57.277) ton goederen. Terwijl het aantal vervoerde passagiers dus steeg van 148.842 in 1910 tot 154.801 in 1911, ging echter de opbrengst terug van NLG 1.221.390 tot NLG 1.064.964 en verminderde derhalve met NLG 156.425. Ook de opbrengst van het goederenvervoer verminderde met NLG 9.485, ofschoon het vervoerde kwantum goederen vermeerderde met 3.906 ton.
Zoals uit het voorafgaande blijkt, beliepen in 1911 de ontvangsten NLG 2.455.720, de uitgaven NLG 1.614.922, gevende een voordelig saldo van NLG 840.798 (v.j. NLG 1.058.394). Hiervan moet worden afgetrokken: Het nadelig saldo van de interestrekening NLG 116.676 (NLG 154.269), bijdrage t.b.v. het ketelfonds NLG 50.000 (v.j. nog ketelfonds raderboten NLG 55.083), de te betalen vergoeding voor opheffing van de preferentie van de aandelen Serie B NLG 145.650 (nihil), zodat de beschikbare winst bedraagt NLG 528.471 (NLG 799.042), welke voor afschrijving op schepen en andere eigendommen bestemd is.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 20 juni. De firma Solleveld, Van der Meer & T.H. van Hattum’s Stoomvaart Mij. alhier, heeft aan de Rotterdamsche Droogdok Mij. de bouw opgedragen van een stoomschip van 5.500 ton laadvermogen, duplicaat van het thans voor genoemde firma bij haar in aanbouw zijnde stoomschip WESTERDIJK.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. van de werf "Vredenhof" werden met goed gevolg te water gelaten een stalen motor-directieboot, voorzien van een 20 pk Kromhout motor, gebouwd voor Amsterdamse rekening en een motor-directieboot, voorzien van een 26 pk Kromhout ruw olie motor, ten dienste van de havendienst van de gemeente Amsterdam.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Donderdag namiddag is met goed gevolg van de werf van Gebr. Van der Meer te Vlaardingen te water gelaten het loggerschip "SCH-340", gebouwd voor rekening van de Visscherij Maatschappij „Scheveningen".


22 juni 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 22 juni. Het door de firma Swan Hunter & Wigham Richardson Ltd. aan hun werf te Wallsend voor rekening van de Engelse Admiraliteit gebouwde droogdok, is thans gereed. Bij een lengte van 610 en een breedte van 114 Engelse voeten, heeft het dok een oppervlak van 3.500 m2 (dus nagenoeg één hectare). Het lichtvermogen bedraagt 32.000 ton en is het daardoor in staat super-dreadnoughts te dokken.
Het vervoer van dit dok is opgedragen aan L. Smit & Co's Sleepdienst te Rotterdam.
Hedenochtend 6.20 uur vertrok het dok van Wallsend, gesleept door de sleepboten ROODE ZEE, ZWARTE ZEE, OCEAAN en OOSTZEE, naar de Medway bij Sheerness, alwaar het door de Admiraliteit wordt gestationeerd.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. De Hollandsche Stoomboot Maatschappij alhier, heeft aan de Rotterdamsche Droogdok Maatschappij de bouw opgedragen van een nieuw stoomschip, af te leveren in het einde van het volgende jaar. Dit stoomschip zal een laadvermogen hebben van 1.370 ton, wordt lang 254, breed 37 en hol 18 voet 6 duim. De vaarsnelheid zal 13 mijl bedragen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de scheepswerf „Nicolaas Witsen'' van de firma W.F. Stoel & Zoon te Alkmaar zijn met goed gevolg te water gelaten een stalen motorjacht, lang 56 voet, breed 91/2 voet, gebouwd voor rekening van de heer A.J.N. Nijman te Amsterdam, benevens een stalen lichter, lang 30 voet, gebouwd voor Engelse rekening.


23 juni 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Delfzijl, 22 juni. Heden kwam alhier binnen het Nederlandse zeilschip EGBERDINA, schipper Alberts, welke op de Weser in aanvaring is geweest met een zeeboot. De EGBERDINA had ingedrukt boord en een gat in de stuit. Het schip ging naar Groningen om te repareren.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van de scheepsbouwmeester J. Verwey te Vlaardingen is te water gelaten de passagiersstoomboot DE MAASNIMPH, gebouwd voor rekening van de firma Wilton en Van Reede te Rotterdam en de Brielsche Stoombootmaatschappij.


24 juni 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Scheepsbouw. Rotterdam, 24 juni. Na gehouden proeftocht op de Noordzee werd op 22 dezer het door de Maatschappij voor Scheeps- en Werktuigbouw Fijenoord te Rotterdam gebouwde vracht- en passagiersstoomschip DE WEERT aan de Koninklijke Paketvaart Maatschappij te Amsterdam opgeleverd. De tocht werd tot volle tevredenheid van de directie van deze maatschappij volbracht.
Gebouwd onder "bijzonder toezicht" en volgens de hoogste klasse van Bureau Veritas naar de plannen van de heren M.A. Cornelissen en A.C. Metzelaar, zal dit schip bij de vloot van de Paketvaart Mij. worden gevoegd. Lengte, breedte en holte zijn resp. 270, 39 en 16 Eng. voet. Inrichtingen zijn gemaakt voor 14 passagiers 1e en 12 passagiers 2e klasse. De verlichting geschiedt elektrisch.
Het laadvermogen bedraagt bij een diepgang van 14' 5" (zomer vrijboord) 2.150 ton van 1.016 kg. Een dubbele bodem, over de gehele lengte van het schip, is ingericht voor berging van waterballast. Het schip is voorzien van een vries- en koelinrichting.
De hoofdmachine is van het triple-expansie systeem. De diameters van de cilinders zijn 19”, 31½” en 51½” elk met een slaglengte van 39”.
De stoom wordt geleverd door 2 ketels, elk met 2 vuren en een totaal verwarmend oppervlak van 3.000 en een rooster oppervlak van 72 vierkante Eng. voet; stoomdruk 180 lbs. Zij zijn voorzien van Howden's inrichting voor geforceerde trek, alsmede van een inrichting tot het stoken van petroleum residu. Bovendien is nog aanwezig een hulpketel met een stoomdruk van 126 lbs, evenals de hoofdketels van het Schotse type.
Verder zijn in de machinekamer opgesteld: 2 Weir's pompen met dito voorwarmer, 1 ballastpomp, 2 residupompen met zuig- en persvoorwarmer, 2 dynamo machines, waarvan de kleinste meer speciaal voor het drijven van de elektrische ventilators wordt gebruikt en de Howden's fanmachine.
De vereiste vaart bij een gemiddelde diepgang van 16', overeenkomende met een waterverplaatsing van 3.500 ton, is 101/2 mijl, waarbij de machine 80 omwentelingen per minuut maakt en een vermogen van 1.100 ipk ontwikkelt.
Na te Rotterdam lading ingenomen te hebben, zal dit stoomschip op 29 juni a.s. de reis naar Indië aanvaarden, alwaar het zusterschip SCHOUTEN een maand geleden reeds is aangekomen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hamburg, 22 juni. Het Nederlandse stoomschip FLORES heeft nabij Kranhöft aan de grond gezeten en heeft ook een drijvende heistelling aangevaren, waardoor dit vaartuig en een boot beschadigd werden. De FLORES schijnt onbeschadigd te zijn gebleven.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Maassluis, 24 juni. Het stoomschip GORREDIJK geraakte gisteren bij het binnenkomen van de Waterweg op het Zuiden aan de grond, doch kwam met rijzend water zonder assistentie weer vlot en stoomde naar Rotterdam op.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 24 juni. Alhier heeft op de Eems proef gestoomd de bij Wilmink te Gideon gebouwde sleepboot ELLA, kapt. Schlüssü, bestemd voor Hamburg om aldaar bij de havenwerken dienst te doen. De compound machine van 130 ipk is geleverd door de fabriek “Fulton” te Hoogezand. Het vaartuig heeft in alle opzichten aan de gestelde eisen voldaan. Tijdens de proeftocht werd een vaart gelopen van negen mijl.


25 juni 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Tijdens het oefenen in het roeien van de bemanning van het stoomschip RIJNDAM van de Holland Amerika Lijn, thans te New York, is een van de reddingboten aangevaren door een ferryboot, met spoorwagons beladen.
De vertegenwoordiger van de Maatschappij bericht, dat er drie personen als gevolg van dit ongeluk vermist worden, n.l. de bedienden Du Mez en Siergmann en de tremmer Wiegnink; twee bedienden, Van der Sluys en Denies werden gewond.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Bij akte op de 11e juni 1912 voor de notaris mr. S.J. van Zyst te Rotterdam verleden, op het ontwerp waarvan de Koninklijke Bewilliging is verleend bij besluit van de 11e mei 1912 No. 88, is opgericht: de Naamloze Vennootschap Furness’ Scheepvaart en Agentuur Maatschappij, gevestigd te Rotterdam.
De akte van oprichting is in haar geheel met de Koninklijke Bewilliging geplaatst in het Bijvoegsel tot de Nederlandsche Staatcourant van de 25e juni 1912, No. 146.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van de scheepsbouwmeester A. de Jong te Vlaardingen, is maandag te water gelaten het stalen loggerschip ADRIANA, gebouwd voor rekening van de heer Jac. Joh. van der Zwan te Scheveningen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. Vergaan AMSTEL.
Vervolgens stelde de Raad voor de Scheepvaart, onder voorzitterschap van mr. Kirberger, een onderzoek in naar het vergaan van het stoomschip AMSTEL op 27 januari in de baai van Safi op de Afrikaanse kust. Gezagvoerder was kapt. J.E. Panjer, te Watergraafsmeer; rederij Stoomvaart Maatschappij ,,Amstel'' te Amsterdam.
Naar de gezagvoerder verklaarde, had hij 11 jaar op de AMSTEL gevaren. Het schip had een inhoud van 1.507 netto registerton; het aantal paardenkrachten bedroeg ongeveer 800. Buiten de ballasttanks was er 630 ton ballast. Volgens kapt. Panjer was dit bij goed weer voldoende, bij slecht weer niet.
Met volle ballast, maar zonder lading vertrok de AMSTEL van Mellila naar Safi, waar graan geladen zou worden. De 22e kwam men op de open rede van Safi aan, en werd op één mijl afstand van de kust geankerd. Er lagen nog drie andere schepen. Men kon niet dadelijk gaan laden wegens de branding.
Op 26 januari was het goed weer; de barometer stond op 764. 's Avonds echter begon de lucht te betrekken en stak de wind op. De kapitein gaf order, om volle stoom op te maken en de vuren op te stoken. Inmiddels was de sterkte van de wind tot 10 toegenomen; de barometer was gevallen tot 757. Het schip viel voortdurend af, of vooruit of achteruit gestoomd werd. Men liet de ankers vallen, doch deze krabden mee en de AMSTEL liep op het strand, er werden maatregelen genomen, om niet op de klippen te stoten.
Op het ogenblik, dat de AMSTEL op het strand zat, mankeerde er niets aan de machines of het roer, intussen knapte het weer op. De gezagvoerder telegrafeerde om assistentie naar Gibraltar, doch deze verscheen niet. Vier dagen later stak een hevige ZW storm op en sloeg de AMSTEL op de rotsen stuk.
In verband met een kwestie met assuradeuren moesten gezagvoerder en enige leden van de bemanning nog enige maanden te Safi blijven, alvorens naar het vaderland terug te keren.
De gezagvoerder zei nog op een desbetreffende vraag, dat de AMSTEL wel van het strand afgebracht zou zijn, wanneer er dadelijk assistentie was gekomen.
Voorts deelde hij mee, dat de AMSTEL in ballast, bij storm een onhandelbaar schip was.
De machinist zei vervolgens, dat de machines onophoudelijk doorsloegen en dat er alle mogelijke averij aan de machines kwam, omdat het schip gestoten had.
De stuurman bevestigde, dat het schip ongeladen niet goed naar het roer luisterde.
Later volgt uitspraak.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Rotterdam, 24 juni. Na gehouden proeftocht op de Noordzee werd op 22 dezer het door de Maatschappij voor Scheeps- en Werktuigbouw „Fijenoord" gebouwde vracht- en passagiersstoomschip DE WEERT (zie Ochtendblad 14 april) aan de Koninklijke Paketvaart Maatschappij te Amsterdam opgeleverd. De tocht werd tot volle tevredenheid van de directie van deze Maatschappij volbracht. Na te Rotterdam lading ingenomen te hebben, zal dit stoomschip op 29 juni a.s. de reis naar Indië aanvaarden.


26 juni 1912


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van J. & K. Smit te Krimpen a/d Lek is te water gelaten de zeewaardige sleepboot CHARLOIS, gebouwd voor binnenlandse rekening.


27 juni 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hamburg, 25 juni. Het Nederlandse stoomschip DORDRECHT is in de Indiahafen in aanvaring geweest met de Noorse bark TRAFALGAR, waardoor van dit schip de tuigage beschadigd werd. Van de DORDRECHT is de commandobrug en het hekwerk beschadigd.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hamburg, 26 juni. Het te Kiel thuis behorende stoomschip FRANZ, tot nu toe in de vrachtvaart zijnde tussen Kiel en Hamburg, is naar Amsterdam verkocht.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 27 juni. Naar wij vernemen, is de Amerikaanse pantserdekkruiser ATLANTA, groot 9.000 ton en in 1884 te Chester gebouwd, verkocht aan de N.V. Frans Rijsdijk’s Scheepslooperij te Hendrik-Ido-Ambacht. Het schip zal door de sleepboot ROODE ZEE van de firma L. Smit & Co. uit Charleston naar hier gesleept worden. De ROODE ZEE stelt ten dien einde heden de kompassen en vertrekt morgen naar Amerika. Zoals gebleken is bij het transport van het 32.000 ton dok heeft de ROODE ZEE een inrichting voor draadloze telegrafie aan boord.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Een koopvaardijschip op de Marinewerf. Op de helling van 's Rijks werf, waar in de laatste jaren achtereenvolgens onze grote pantserschepen KONINGIN REGENTES, HERTOG HENDRIK, TROMP, HEEMSKERCK en ZEVEN PROVINCIËN op stapel gestaan hebben, wordt een koopvaardijschip, dat voor rekening van de firma Goedkoop (Nederlandsche Scheepsbouw Mij.) gebouwd wordt. Tot nog toe is de Marinewerf nog nooit voor particulieren gebouwd. Hoewel de kiel van deze petroleum-tankboot eerst gelegd wordt, wanneer in augustus de drie op stapel staande pantserboten te water zijn gelaten, wordt de volgende week reeds begonnen met het vervaardigen van spanten en ander materieel, dat van de Scheepsbouw Maatschappij naar de Marinewerf vervoerd wordt. De petroleum-tankboot, welke bestemd is voor de Anglo Saxon Petroleum Company, doch onder Engelse vlag zal varen, heeft een lengte van 346 voet en een breedte van 46 voet .Het schip is dus iets langer dan de ZEVEN PROVINCIËN (331 voet) en minder breed (55 voet). De bouw van de tankboot geschiedt naar de plannen van de Scheepsbouw Mij., onder leiding van de Marine-ingenieur C. Penning, die destijds ook belast was met de bouw van de ZEVEN PROVINCIËN. Het aantal werklieden, dat de tankboot bouwt, bedraagt ongeveer 250. Wanneer er wel een nieuw pantserschip op stapel gezet zou worden, zouden er ook ongeveer evenveel arbeiders aan de bouw werkzaam geweest zijn. Blijkens een kennisgeving buiten aan de poort van de werf, worden er zelfs nu jongens gevraagd, wat echter ook bij de bouw van een pantserschip geschied zou zijn. Onder het personeel op de werf is, zoals begrijpelijk is, het bericht, dat er nu weer werk zal zijn, en er geen sprake is van ontslag, met grote vreugde ontvangen. Een zusterschip van de petroleum-tankboot wordt bij de firma Goedkoop zelf gebouwd; deze zal in december van het volgend jaar gereed moeten zijn, terwijl de andere in augustus 1913 geleverd moet worden. Nu er op de Marinewerf een koopvaardijschip gebouwd wordt, doet zich het eigenaardige geval voor, dat Lloyds agenten ook op de bouw van dit koopvaardijschip toezicht moeten houden. Behalve de drie pantserboten van 500 ton waterverplaatsing, welke nu op de grote helling staan, zullen de kleinere hellingen nog bezet worden door een tweetal boten voor Rijksloodsdienst en voorts zijn er nog verschillende oorlogsschepen in reparatie, zodat er in de eerste tijd op de Marine IJwerf werk in overvloed is.


28 juni 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 28 juni. Het Nederlandse stoomschip AMSTELDAM, groot bruto 1.230 en netto 773 reg. ton met een draagvermogen van 2.000 ton dwt. In 1907 door de Campbeltown Shipbuilding Company gebouwd, is voor ongeveer GBP 16.090 verkocht. Het stoomschip dat in 1911 het eerste survey heeft ondergaan, heeft machines met cilinders van 18 3/16, 27½ en 45 Eng. duim middellijn en de slag is 33 Eng. duim. Deze machines zijn vervaardigd door de firma Hutson & Sons.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 28 juni. De sleepboot SEINE van de Int. Sleepdienst Mij. te Rotterdam, is gisteravond 10 uur met twee bakken op sleeptouw, met alles wel te Soerabaja aangekomen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van de heer J. de Boer te Oude Pekela is te water gelaten een stalen bolschip groot 100 ton, voor schipper Corn. de Jonge van Oude Pekela, terwijl de kiel wordt gelegd voor een stalen klipperaak, groot 90 ton, voor de heer W. Klein te Appingedam.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 28 juni. Hoewel we reeds de maand juli genaderd zijn kon tot heden van een drukke scheepvaartbeweging in onze haven niet gesproken worden. Integendeel het was eerder slap. Behalve met het lossen van de Chili-schepen, is er weinig verdiend door de bootwerkers. Het schijnt thans dat de slappe periode voorbij is, want momenteel liggen acht boten in lossing, te weten zes hout- en twee kolenboten. Handen komen tekort om de werkzaamheden weer naar behoren te regelen.


02 juli 1912


Krant:
 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 2 juli. De motortjalk ALBERTA II, vroeger bevaren door schipper Bogeholt, is thans verkocht aan schipper J. Kiestra van Zuidhorn voor geheime prijs. Het schip is herdoopt en heet thans WOLBERDINA.


03 juli 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 2 juli. Het stoomschip MADURA van de Stoomvaart Mij. Nederland, groot 3.351 ton bruto en gebouwd in 1897 aan de werf van de Nederlandsche Scheepsbouw Mij. te Amsterdam, is verkocht aan de Koninklijke Nederlandsche Stoomboot Mij. alhier en herdoopt in SIRIUS.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. Op 21 mei jl. diende voor de Raad de zaak van het stoomschip PRINSES JULIANA, kapt. P. Bul te Groningen, welk schip op 27 november 1911 gestrand was bij Darserort (opm: is Darsser Ort) in de Oostzee. Het was geladen met hout, bestemd voor Rendsburg. Bij hevige wind en hoge zee was het aan de grond geraakt. De reddingboot had moeite het schip te bereiken. Met hulp van een Svitzer stomer raakte het weer vlot; de bergingsstomers RÜGER en FREDERIKSHAVN brachten het 30 november zonder schade te Warnemünde binnen.
In die zitting van 21 mei kon alleen worden gehoord de 17-jarige lichtmatroos Jans Buitkamp van Groningen, die op de meeste vragen antwoordde, dat hij zich niet herinnerde, dit en dat niet wist, zodat hij zich menige berisping van de president op de hals haalde. De kapitein was niet verschenen. Tegen hem werd verstek verleend.
De Raad, het ongeval wijtende aan nalatigheid van de schipper, ontnam hem de bevoegdheid om gedurende een jaar als zodanig op een Nederlands stoomschip te varen.
Tegen deze uitspraak was de schipper bij memorie van 18 juni in verzet gekomen, zodat de zaak gisteren andermaal voor de Raad diende. Na enige ogenblikken in advies te zijn gegaan, besloot de Raad de gehele zaak opnieuw te behandelen en werd nu in de eerste plaats de schipper gehoord.
Hij verklaart, dat het schip aan bouw heeft gekost NLG 36.000, uitrusting NLG 5.000, dus totaal NLG 41.000; er staat nu nog NLG 23.000 hypotheek op. Het had 18 februari 1911 averij en werd op de werf gezet. Wegens deze averij en de laatste, waarover nu de zaak handelt, werd door de assurantie plm. 72 procent uitbetaald. Het schip is geclassificeerd door de Germanischer Lloyd voor de grote kustvaart.
Getuige heeft dienstdiploma voor de kleine zeilvaart en dispensatie om op een stoomschip te varen. Nieuwe dispensatie is door hem aangevraagd.
Aan boord waren gewoonlijk 7 man. Daar waren voorts twee kompassen, waarvan een in het stuurhuis op de commandobrug. Beide waren behoorlijk gesteld. Er was geen peiltoestel aan boord. Eén van de kompassen was echter een streek miswijzend. De log aan boord was een patentlog. Voorts was daar een Oostzeekaart.
De lading bestond, als boven gezegd, uit hout; de deklast was 5 voet hoog en behoorlijk vastgezet. Gekoerst werd WtZ 180 mijlen; vervolgens ZW 29 mijlen. (De voorzitter laat de schipper die koersen op de kaart tekenen). De schipper verklaart, dat zijn zoon stuurde, na de kaart te hebben geraadpleegd.
Het raadslid Bakker wijst hem er op, dat terwijl bedoeld werd bezuiden Bornholm te gaan, de koers genomen werd benoorden. Uit deze tegenstrijdigheid volgde de rest van de navigatie.
De voorzitter voegt de schipper toe, dat zijn verklaringen bij zijn verzet al niet veel opheldering geven. Gevraagd wat hij nog te zeggen heeft, verklaart de schipper dat het schip slecht te sturen was, wegens slecht weer.
De voorzitter wijst de schipper nog op het opvallende, dat omtrent het valse vuur, waarop hij zich beriep, niets in het journaal voorkomt.
De volgende getuige is de 1e machinist Dijkema. Hij verklaart, dat hij te 2 uur 's nachts een wit vuur aan bakboord had gezien, dat op en neer ging; maar dat kon ook toe te schrijven zijn aan het slingeren van het schip. Hij kent de vuren niet uit elkaar.
Zijn broer, de stoker, bevestigt die verklaring in zover, dat hij te 12 uur en te 2 uur een vuur zag; het was niet hetzelfde.
De lichtmatroos Jans Buitkamp, uit de vorige zitting niet gunstig bekend, verschijnt nu als getuige. Gevraagd om de eed af te leggen, weigert hij.
"Waarom niet?", vraagt de voorzitter. "Dat doe ik niet!". Onverschillig lachende ging hij heen. Aan de schipper wordt opgedragen de deviatie-tafel in te leveren en omtrent de zaak de uitspraak op later bepaald.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Advertentie. Heden ontvingen wij de treurige tijding, dat onze geliefde zoon en broeder Willem Hofstede in de Oostzee verdronken is in de bloeiende leeftijd van 16 jaar en negen maanden. Diep bedroefd geven wij hiervan kennis aan familie, vrienden en bekenden.
Groningen, juli 1912. Wed. J.R. Hofstede en familie.
(opm: zie ook AH 170712 en AH 190812)


04 juli 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 4 juli. Heden heeft men met de aan de Werf Gusto te Schiedam gebouwde steenkool-elevator, voor rekening van de Steenkolen Handels-Vereeniging alhier vervaardigd, proef gestoomd.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 4 juli. Volgens een hier gisteren ontvangen telegrafisch bericht is onze plaatsgenoot L. Oosterhuis, matroos aan boord van een van de stoomboten van de rederij J. de Poorter en Zoonen te Rotterdam, in de Oostzee overboord gevallen en jammerlijk verdronken.


Krant:

 VCO - Vlissingsche Courant

Vlissingen, 3 juli. De torpedobootjagers JAKHALS en BULHOND, gebouwd op de werf van de Koninklijke Maatschappij "De Schelde" alhier, worden respectievelijk 23 juli en 5 augustus in dienst gesteld.


Krant:

 VCO - Vlissingsche Courant

Vlissingen, 3 juli. Het stoomschip PONTIANAK op de werf van de Koninklijke Maatschappij "De Schelde" alhier in aanbouw voor de Rotterdamsche Lloyd, zal deze week gemeerd stomen. Daarna worden in de binnenhaven de kompassen gesteld en zal de PONTIANAK de volgende week naar Rotterdam vertrekken en dan tevens de officiële proeftocht worden gehouden.


05 juli 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Neufeld, 2 juli. De Nederlandse tjalk DE HOOP, geladen met tarwe, is bij Doram aan de grond geraakt.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Scheepsbouw. Rotterdam, 5 juli. Het stoomschip KRAKATAU van de Stoomvaart Maatschappij Nederland, gebouwd door de Maatschappij voor Scheeps- en Werktuigbouw Fijenoord, vertrok 29 juni jl. van Amsterdam, toegeladen tot een gemiddelde diepgang van 26’ 9” en hield in Stokes Bay op de Admiraliteits-basis de snelheids-proeftocht. Het gemiddelde van 8 runs heen en weer gaf een snelheid van 13,8 mijl met ongeveer 4.900 ipk en 87 omwentelingen. Daar alles in de beste orde werd bevonden, vervolgde dit stoomschip na afloop van deze tocht de reis naar Java. Op order van de directie van de Stoomvaart Maatschappij Nederland zal het schip op deze reis 11 mijl moeten lopen. Het contract eiste voor deze proeftocht een snelheid van 12¼ mijl op een diepgang van 25’ 9”.


07 juli 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart. De Raad voor de Scheepvaart te Amsterdam heeft uitspraak gedaan in de zaak betreffende het ongeval op 27 januari overkomen aan het stoomschip AMSTEL. De Raad is van oordeel, dat de oorzaak van de ramp is te wijten aan het buitengewoon zachte weer en de hevige zuidwester storm, welke, zoals vaststaat, in de nacht van 26 op 27 januari 1912 de rede van Safi, die geheel openligt voor westelijke en zuidelijke winden, heeft geteisterd. Zodra de barometer begon te dalen, heeft de gezagvoerder die maatregelen genomen, welke in de gegeven omstandigheden aangewezen waren. Ware het schip geladen geweest, dan had het vermoedelijk niettegenstaande de storm naar het roer geluisterd; de ballasttanks echter, welke voor een schip als de AMSTEL voldoende zijn te achten, waren geheel gevuld, zodat ook in dit opzicht geen verzuim is gepleegd. Wel is waar had men door op de reis van Mellila naar Safi, b.v. te Gibraltar, meer provisiekolen in te nemen, waarvoor nog ruimte was, de diepgang van het schip enigszins kunnen vergroten, doch voor deze maatregel bestond voor de gezagvoerder geen aanleiding, nu de hoeveelheid voorradige kolen ruim voldoende was, zodat die maatregel ongewoon geweest zou zijn. Evenmin was er voor de gezagvoerder reden niet te voldoen aan de hem gegeven instructie om met een ongeladen schip in de winter de rede van Safi te bezoeken, daar een dergelijke hevige storm als in de nacht van 26 op 27 januari 1912 heeft gewoed een zeldzaam verschijnsel op die rede is.


08 juli 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 8 juli. De sleepboot POOLZEE, met een baggermolen en een bak op sleeptouw, van Rotterdam naar Port Said, arriveerde gisteren ter plaatse van bestemming.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Te Lekkerkerk is van de werf van T. van Duivendijk te water gelaten een van staal gebouwd Rijnschip genaamd MERWEDE II. De kiel werd gelegd van een graanlichter, beiden voor Nederlandse rekening.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Te Kinderdijk is op de werf van Gebr. Jonker de kiel gelegd van een sleepboot van ongeveer 500 ton.


Krant:

 VCO - Vlissingsche Courant

Vlissingen, 6 juli. Hedenmiddag vertrok het stoomschip PONTIANAK van de fabriek "De Schelde" naar de Eerste Binnenhaven voor het stellen van de kompassen op morgen.
Woensdag a.s. vertrekt het schip naar Rotterdam voor het houden van de proeftocht.
De PONTIANAK komt onder bevel van de gezagvoerder J. van Werkhoven.


09 juli 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 9 juli. De sleepboot ZUIDERZEE met een zuiger op sleeptouw van IJmuiden naar Lissabon, is heden aldaar aangekomen.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 9 juli. Gedurende het 2e kwartaal werden alhier 48 nieuwe vaartuigen, waaronder lichters, schoeners, enz., naar het buitenland uitgevoerd. Al deze schepen werden op verschillende scheepswerven in deze provincie gebouwd, bijna alle voor Duitse rekening.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Advertentie. Heden ontvingen wij de treurige tijding, dat onze geliefde zoon en broeder Lambertus Cornelis Oosterhuis, in de Noordzee over boord is gevallen en daardoor de dood in de golven heeft gevonden, in de bloeiende leeftijd van 37 jaar en acht maand.
Diep bedroefd geven wij hiervan kennis aan familie, vrienden en bekenden.
Delfzijl, juli 1912. H. Oosterhuis en J. Oosterhuis-Boompaal.
(opm: zie ook NNO 040712)


10 juli 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 10 juli. De sleepboot NOORDZEE met een baggermolen op sleeptouw, van IJmuiden naar Bahia, is heden aldaar aangekomen. Alles wel.


11 juli 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlissingen, 10 juli. Het stoomschip PONTIANAK heeft bij de heden gehouden proeftocht naar Rotterdam goed voldaan.


Krant:

 VCO - Vlissingsche Courant

Vlissingen, 10 juli. Het stoomschip PONTIANAK gebouwd op de werf van de Koninklijke Maatschappij "De Schelde" alhier voor rekening van de Rotterdamsche Lloyd, is heden te half twee uur, na een wel geslaagde proeftocht, in de Rotterdamse Waterweg binnengelopen.


12 juli 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 12 juli. Het voor enige tijd verkochte Nederlandse stoomschip ARIADNE (ex. GENERAL GORDON, is nu weer verkocht en wel aan de firma M. Fernandez & Co. te Vila Garcia. In den vervolge zal het stoomschip de naam COMPOSTELA dragen. (opm: zie NRC 170512)


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 12 juli. In het avondblad van 27 juni deelden wij o.m. mee dat het Nederlandse stoomschip AMSTELDAM voor ongeveer GBP 16.000 was verkocht. Thans wordt er uit Londen gemeld, dat koper is de heer W.H. Vernall aldaar en wel voor GBP 15.500. Het stoomschip zal de naam dragen POMARON.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf „Vooruit" te Enkhuizen is heden van stapel gelopen een ijzeren sleepkraan, groot 500 ton, gebouwd voor de heer Jos. Fiekers te Weissenau bij Mainz. De kiel werd gelegd voor een dergelijk vaartuig voor rekening van de heer A.J. Vermeulen te Waspik.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 12 juli. Het klipperaakschip NEDERLAND, bevaren door schipper J. Stam, is onderhands verkocht aan schipper H. Wildeman van Delfzijl, die enige tijd geleden zijn schip MARIA ROELFINA bij Wangeroog heeft verloren.


15 juli 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 14 juli. Het van Koningsbergen komende stoomschip EUTERPE is in het Kaiser Wilhelm Kanaal door aanvaring licht beschadigd. (opm: zie ook NRC 160712, AH 090812 en AH 210812)


16 juli 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Scheepsbouw. Rotterdam, 15 juli. Het van de werf van de firma A. Vuyk & Zonen te Capelle a/d IJssel met goed gevolg te water gelaten stoomschip WELCOME, gebouwd voor rekening van de heer Pedro N. Carranza te Cayenne (opm: in Frans Guyana), lang 210 voet en breed 32 voet, wordt te South Shields bij de firma G.T. Grey voorzien van een triple compound stoommachine, die het een snelheid van 12 knoop zal geven. Het schip is speciaal ingericht voor het vervoer van levend vee in tropische zeeën. Schip en machine worden gebouwd onder speciaal toezicht van Lloyd’s en dat van de heer A.M. Schippers, scheepsbouwkundig ingenieur te Rotterdam.

NRC 160712
Rotterdam, 16 juli. De Nederlandse sleepboot ZWARTE ZEE is hedenochtend met het werkschip KENT te Madeira aangekomen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Brunsbüttelkoog, 14 juli. Het Nederlandse stoomschip EUTERPE is met het stoomschip NORDSTRAND in aanvaring geweest. De EUTERPE (inmiddels te Amsterdam aangekomen) werd licht beschadigd. De averij door het andere stoomschip belopen, is nog niet bekend. (opm: zie ook NRC 150712, AH 090812 en AH 210812)


17 juli 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

IJmuiden, 16 juli. Het Nederlandse stoomschip HILVERSUM, heden van Archangel aangekomen, is door het uit het roer lopen bij het binnenkomen in de grote schutsluis tegen het hardstenen contrefort gelopen. Het stoomschip bekwam een groot gat aan stuurboord voorsteven boven de waterlijn. Het sluishoofd bleef ogenschijnlijk onbeschadigd. Het stoomschip is naar Amsterdam opgestoomd.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. Man over boord.
Naar het overboord slaan van een van de opvarenden van het ijzeren tjalkschip ALPHA uit Groningen, stelde gistermiddag de Raad voor de Scheepvaart een onderzoek in.
De ALPHA was op weg van Kotka (Finland) naar Groningen met een deklast van ongeschaafd hout, 11/2 meter hoog opgestapeld.
De 26e juni, toen men zich bij kalm weer in de Oostzee bevond, vroeg de 16-jarige kok W. Hofstede de stuurman, of hij even scheepsbeschuit en een ketel koffie mocht halen. Terwijl hij hiermee te loevert op de deklast stapte, sloeg hij plotseling over boord. Hij schoot voorover in het water. De stuurman wierp de drenkeling een reddingboei toe en schreeuwde: "Willem grijp de boei toch". Hofstede pakte de boei echter niet vast, evenmin greep hij de hem toegeworpen loodlijn. Ongeveer 6 minuten bleef de drenkeling nog drijven, geen beweging makende, noch een schreeuw uitende. Daarop verdween hij in de golven.
De stuurman, als getuige gehoord, vermoedde dat Hofstede, die op die reis al eens zeeziek geweest was, uitgegleden was. Er bestond geen kans, om de drenkeling met de boot te redden, daar het strijken ervan te lang duurde.
De Raad zal later uitspraak doen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. Gistermiddag deed de Raad voor de Scheepvaart ook uitspraak, inzake de stranding van het stoomschip PRINSES JULIANA op 26 november bij Darsser Ort, schipper was P. Bul uit Groningen.
Bij verstekvonnis was de schipper de bevoegdheid ontnomen, om gedurende één jaar als schipper op een Nederlands schip te varen.
De schipper kwam tegen deze uitspraak in verzet en enige tijd geleden werd de zaak opnieuw behandeld en de schipper, die bij de eerste behandeling niet aanwezig was, gehoord.
's Raads overtuiging, dat het ongeval van de PRINSES JULIANA, op 26 november 1912 in de Prerower Bocht overkomen, gevolg is van een daad van de schipper Pieter Bul, is door het gehouden nieuwe onderzoek niet geschokt.
De Raad blijft bij zijn mening, dat schipper Bul er maar op los gevaren heeft.
Wanneer men als waar aanneemt, dat het verslag van de reis, door schipper en stuurman getekend en in het journaal vervat, dat dat door hen de Consul Generaal te Hamburg ter tekening is aangeboden en zonder enig voorbehoud voor verbetering en onjuistheden aan de voorzitter van de Raad is ingezonden, een onwaar beeld geeft van de gedane reis en als waar aanneemt, wat de schipper voor de Raad meedeelde, dat de kompassen te Groningen verkeerd zijn gesteld, dat de deviatietafel niet deugde en dat op westelijke koersen een streek oostelijke deviatie moet worden toegepast, dan blijft nog de grief tegen de wijze van de schipper van varen bestaan, dat hij door slordig of geen bestek houden ten noorden van Bornholm is terecht gekomen, terwijl hij ten zuiden daarvan moest wezen.
De log is niet afgelezen, de zeekaart niet ingezien, het lood niet geworpen toen een en ander behoorde te geschieden.
De schipper is 's nachts te 12 uur afgevaren van een onzeker bestek, wat, gegeven de weersgesteldheid en de aard van het vaarwater, roekeloos was; wanneer hij zich van te voren behoorlijk had voorbereid om de te ondernemen reis en de koers in de kaart had gezet, wanneer hij, gelijk de zeilaanwijzingen aanraden, van Adlergrund af W 1/2 N (magn.) gestuurd had tot Dornbusch dwars was en vandaar ZW ten W 3/4 W (magn.) naar Gjedser, dan had hij alle gevaren ontlopen. Had een loding minder dan 9 vadem water gegeven, dan had men daaraan kunnen bespeuren, dat het schip om de zuid werd weggezet en iets uit kunnen sturen.
De Raad acht de mogelijkheid niet uitgesloten, dat een misleidend walvuur de gevolgen van de slechte zeemanschap erger gemaakt heeft en dat het schip met zijn grote deklast belangrijk meer drift heeft gehad dan waarop gerekend is en neemt daarin aanleiding de opgelegde straf van twaalf maanden schorsing te verminderen tot negen maanden.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de scheepsbouwwerf No. 2 van de firma A. Vuyk & Zonen te Capelle aan de IJssel is met gunstig gevolg van stapel gelopen het stalen schroefstoomschip BIENVENIDO, in aanbouw voor rekening van de heer Pedro N. Caranza te Cayenne en bestemd voor veetransport van Zuid- op Noord-Amerika. Op de open gekomen plaats zal de kiel gelegd worden voor het stoomschip IJSEL, groot 2.000 ton, voor rekening van de Maatschappij "Houtvaart" te Rotterdam, en een zusterschip van het onlangs afgeleverde stoomschip WAAL, voor dezelfde firma.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Port Talbot, 17 juli. Verschenen nacht is het stoomschip KILDALE bij het verlaten van de haven in aanvaring geweest met het stoomschip ROSSUM, waardoor laatstgenoemd stoomschip aan stuurboord boeg werd beschadigd. Het eerstgenoemd stoomschip beliep eveneens lichte averij.


18 juli 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Nieuwe Rijnsleepboot. Rotterdam, 18 juli. Sedert de aanvoer van transitogoederen in onze haven vermeerderde, heeft men gaandeweg ook het draagvermogen van de sleepkanen vergroot en dientengevolge meest ook de sleepkracht worden vermeerderd. Het aantal thans varende Rijnschroefsleepboten, die merendeels zeer krachtig zijn, is heden met een boot, die 700 ipk. kan ontwikkelen, vermeerderd.
De N.V. Machinefabriek en Scheepswerf van P. Smit Jr. alhier, heeft voor de firma Stinnes te Mühlheim am Ruhr een boot vervaardigd, die tot de grootste van de Rijnschroefsleepboten moet worden gerekend.
Het vaartuig, genaamd MATHIAS STINNES 23, dat voortbewogen wordt door 4 schroeven (2 assen; op iedere as 2 schroeven), is lang 46,20, breed 8,35 en hol 3,60 meter; heeft twee triple expansie machines (sterk 700 ipk.) en de stoom voor die machines wordt geleverd door twee aan ene zijde stookbare ketels (4 vuren).
Buiten de voortstuwende kracht zijn er meerdere hulpmachines aan boord. Zo ook is er een krachtige "van" (ventilatie-machine) aan boord, die de vereiste temperatuur op de stookplaat en machinekamer houdt. De ketels hebben een verwarmend oppervlak van 374 m3, en zijn ingericht voor het leveren van oververhitte stoom. Buiten en behalve dit is er ook een dynamo aan boord, die het geheel van elektrisch licht voorziet. Een gecombineerd stoom- en handstuur-toestel bevindt zich op de brug. In de midscheeps aan dek bevinden zich 5 grote strang- (tros) winches en even zoveel klemmen voor het gemakkelijk bedienen en vastzetten van de strangen.
Er wordt met deze boot niet op beetings, maar wel op de klemmen gesleept. Op de bak bevindt zich een groot ankerspil voor het bedienen van twee, ruim een 1/2 ton zware, boegankers.
Voor de bemanning is op ruime wijze gezorgd. De kapitein (Herr Krachten) heeft zijn logies in het voorschip en de verdere bemanning, bestaande uit stuurman, machinisten en matrozen (12 man) hebben hun verblijf in het achterschip; waar ter hunne gerieve een badkamer met douche is ingericht.
Hedenochtend heeft de MATHIAS STINNES 23 "aangemaakt" en niet minder dan 5 grote kanen mede naar boven genomen. Ze had op sleeptouw de: VALLENDAR II 2.122; de NOACH 2.088; de KRONOS 1.950; de RICHARD WAGNER 1.860 en de PHILALETIS 1.260 ton. Alle van de Verein Spediteure und Schiffer Rheinschiffahrts G.m.b.H. Tezamen dus 9.250 ton. (De trekkracht van de MATHIAS STINNES 23 is berekend op 10.000 ton.
Ten laatste moet nog getoefd worden, dat de bunker capaciteit van deze boot groot is 130 ton en dat er voor het varen op de Boven-Rijn een Marcotti's rookverbrandingsapparaat zal worden gebruikt.
Op voornoemde werf staat nog een grote sleepboot, hoewel groter van afmetingen maar even sterk als de MATHIAS STINNES 23, voor de firma Kupper te Homberg op stapel.


20 juli 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 20 juli. Het in dit jaar aan de werf van de firma J. & A. van der Schuyt te Papendrecht gebouwde stoomschip STAD ZWOLLE, groot 200 ton en voorzien van triple expansie machine met oppervlak condensatie, is door de scheepsmakelaar Pierot alhier, naar Engeland verkocht. (opm: is een binnenvaart passagiersschip)


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Delfzijl, 19 juli. Het tjalkschip WELDAAD, vroeger bevaren door de heer G. de Winter van Groningen, is onderhands verkocht aan de heer W. Wolthuis alhier, die het nu RISICO doopte.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Nantes, 19 juli. Het stoomschip LAURA heeft schade aan stuurboord in het midden van ruim no.1 juist boven de ballasttank belopen. Er zijn spanten verbogen, verscheidene platen gebogen of gebroken en tevens zijn er klinknagels losgewerkt en geknapt. Het schip maakt een weinig water. Het schip kan na voorlopige reparaties de reis naar het Ver. Koninkrijk voortzetten. Wij vernemen nader, dat de LAURA, thans te St. Nazaire liggende, afdoende wordt gerepareerd en daarna naar Rotterdam vertrekt. (opm: zie ook NRC 080812)


21 juli 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Bijgeloof. Naar aanleiding van bezwaren van Griekse handelaars en kooplieden om hun goederen toe te vertrouwen aan het stoomschip CHARON van de Koninklijke Nederlandsche Stoomboot Mij. te Amsterdam – Charon was de bekende figuur uit de onderwereld in de mythologie – heeft de rederij de naam veranderd in JASON.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 20 juli. Heden werd door de N.V. Werf v/h Rijkée & Co. alhier met goed gevolg te water gelaten het stalen schroefstoomschip FORTUNA, in aanbouw voor de Koninklijke Nederlandsche Stoomboot Mij. te Amsterdam. Het schip heeft een laadvermogen van 2.000 ton en wordt door de Mij. Fijenoord voorzien van een machine met een vermogen van 900 ipk.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf "De Noord" te Alblasserdam, is met goed gevolg te water gelaten, het stalen Rijnschip „Th. No. 14", met een draagvermogen van drieduizend ton. Onmiddellijk werd op de vrijkomende helling de kiel gelegd voer een stoomschip, te bouwen voor buitenlandse rekening.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Verkochte schepen. Het in dit jaar aan de werf van de firma J. & A. van der Schuyt te Papendrecht gebouwde schroefstoomschip STAD ZWOLLE, groot 200 ton, is naar Engeland verkocht. (opm: is een binnenvaart passagiersschip)


22 juli 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 22 juli. De Nederlandse sleepboot ROODE ZEE, met het oude Amerikaanse oorlogsschip ATLANTA op sleeptouw, vertrok gisteren van Charleston naar Rotterdam.


23 juli 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

IJmuiden, 22 juli. Alhier is aangekomen de nieuwe sleepboot JULIA, gebouwd voor de Vereenigde Steenkolenhandel (afdeling IJmuiden), op de werf van de firma W.M. Jacobs te Haarlem.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Advertentie. Heden de 22e juli ontvingen wij het treurige bericht uit Monte Carlo, dat onze geliefde broeder Hendrik, in de ouderdom van 27 jaar, bij het vergaan van de TITANIC de 14e april op zo jammerlijke wijze het leven verloor.
Groningen, Steentilstraat 34. – K. Bolhuis en H. Bolhuis-Oostindiër.


24 juli 1912


Krant:
 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Gotenburg, 20 juli. De Nederlandse schoener OOSTZEE, van Näset naar Stettin, is ten zuid oosten van Farö gestrand. De bemanning is geland.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Scheepsbouw. Hoogezand, 23 juli. Door de Provinciale Waterstaat te Groningen werd aan de firma E.J. Smit & Zn. alhier, de bouw opgedragen van een drijvende hijsbok, welke bij de uitvoering van provinciale werken dienst zal moeten doen. Het toestel zal bestaan uit een ponton, waarop de 11 meter lange tweebenige bok en de zware hijslier opgesteld worden. Bij het ontwerp deed zich het bezwaar voor, dat de ponton niet breder mocht zijn dan 5,80 meter, waardoor het moeilijk was haar de vereiste stabiliteit te geven voor het hijsen van zware lasten. Door een bijzondere inrichting is dit bezwaar ondervangen. De bokpoten zowel als de schoren, welke de bok beletten achterover te vallen, worden geheel in vakwerkconstructie uitgevoerd.
Het toestel zal dienst doen bij het inzetten van sluisdeuren, bij het wegnemen en plaatsen van spoorbruggen, bij het lichten van gezonken schepen, enz. Behalve dit vaartuig heeft de firma E.J. Smit & Zoon nog in aanbouw:
Een petroleum motorschip voor Rotterdamse rekening; twee sleepboten van respectievelijk 250 ipk en 200 ipk; een sleepboot voor een Noorse reder; zeven lichters, waarvan drie voor Zuid Amerika en vier voor Duitse rekening.


25 juli 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 21 juli. Volgens telegram uit West Hartlepool is het Engelse stoomschip ROUEN, van Hartlepool naar Rouen bestemd, tijdens dikke mist nabij Hartlepool in aanvaring geweest met het van Zaandam naar Hartlepool bestemde Nederlandse stoomschip BETA, ten gevolge waarvan de ROUEN schade bekwam aan de boeg en de BETA aan bakboord boeg. Beide schepen liggen thans in de haven van Hartlepool.


26 juli 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 20 juli. Wij vernemen, dat heden de definitieve verkoop van het stoomschip WATERLAND, van de Scheepvaart en Steenkolen Maatschappij alhier aan de firma Furness Withy and Co. Ltd. te West Hartlepool heeft plaats gehad.
Dit stalen schroefstoomschip, dat in het vervolg de naam WARRIOR zal dragen komt in de geregelde vaart Rotterdam - Stockton on Tees - Middlesbrough en terug.
De WATERLAND in 1903 te Newcastle gebouwd is groot bruto 507 en netto 303 registerton. De machines vervaardigd door de firma Mac Coll and Pollock hebben cilinders met 13, 21 en 34 Engelse duim middellijn en de slag is 34 Engelse duim. Het stoomschip is lang 164, breed 25 en hol 11 Engelse voet.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Voor rekening van de Nederlandsche Dekschuiten Mij. werd aan de scheepsbouw firma S. Seijmonsbergen te Amsterdam de bouw opgedragen van 21 dekschuiten van ca. 100 ton, die gebouwd zullen worden onder toezicht van het Technisch Scheepvaart Bureau "Nautica".

NNO 260712
Delfzijl, 26 juli. Gisteren kwam alhier binnen om te repareren het tjalkschip DRIE GEBROEDERS, schipper D. Hartman, op reis van Herne naar Holtenau. Het kreeg tijdens het ankeren nabij Ditzum het ankerspil geheel over de kop, waardoor dit scheepsdeel geheel stuk ging en reparatie noodzakelijk was.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 26 juli. Heden vertrok naar zee het voor Duitse rekening gebouwde schoenerschip WILHELMINA, kapt. B. Schoenmaker. Dit vaartuig, groot 297 m³ netto, gebouwd bij de Wed. IJ. De Jong te Ruischerbrug, is voorzien van een Kromhout ruwoliemotor (twee cilinder) met 70 paardenkrachten. Wat bouw en constructie betreft, ziet het schip er flink uit.


27 juli 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 27 juli. De Nederlandse sleepboot GOUWZEE, met twee bakken op sleeptouw, van Rotterdam naar Port Said, arriveerde gisteren ter plaatse van bestemming.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Delfzijl, 26 juli. Het tjalkschip ZWERVER, schipper Spieker, is voor geheime prijs verkocht aan de heer L. Bos alhier, die het schip nu EETJE doopte.


28 juli 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 27 juli. Het onlangs naar Engeland verkochte riviervaartuig STAD ZWOLLE is heden met 90 ton keislag naar Londen vertrokken. Aldaar neemt het een partij cement in om daarna de reis naar Liverpool voort te zetten.


29 juli 1912


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Te Kinderdijk is van de werf van de firma L. Smit & Zoon te water gelaten een drijvende hijsbok, gebouwd voor binnenlandse rekening en bestemd voor de havenwerken te Soerabaya.


30 juli 1912


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf "De Merwede" van de firma Van Vliet & Co. te Hardinxveld is te water gelaten een stalen sleepkaan, lang 88,50 meter, breed 11 meter en hol 12,50 meter, voor rekening van een Belgische firma. (opm: 1.750 ton)
Onmiddellijk daarna werd de kiel gelegd voor een nog grotere sleepkaan (opm: 2.350 ton), voor rekening van de heer Van Ooijen te Rotterdam, alsmede voor een stalen zeestoomschip, lang 178'-3" bij 28'-0" bij 13'-5", van het welldeck type, voor rekening van een Engelse firma.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 30 juli. Het op 22 april van Piraeus te Liverpool aangekomen Griekse stoomschip BACCHUS, thans nog aldaar in reparatie, groot bruto 3.078 en netto 1.883 reg. ton, in 1902 door de firma R. Duncan & Co. te Port Glasgow gebouwd, is aan de N.V. Furness Scheepvaart en Agentuur Maatschappij alhier verkocht. Het stoomschip is lang 325 voet 2 duim, breed 48 voet 7 duim en hol 21 voet 4 duim. De triple expansie machine heeft middellijnen van 24 – 40 - 65 Eng. duim en de slag is 42 Eng. duim. In de loop van de volgende maand komt dit stoomschip naar Rotterdam. (opm: wordt ZANDBERGEN)


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 30 juli. In de Curaçaose Courant van 5 juli komt het volgende voor: De Nederlandse schoener PRISCILLA is op reis van Colon naar Curaçao bij de kust van Goagira vergaan. De schipper T.C. Vanterpool, tevens eigenaar van het schip, zomede de verdere bemanning zijn gered en bevinden zich thans op Aruba, waar vandaan zij hier binnenkort verwacht worden. De PRISCILLA is een in 1899 te Liverpool gebouwde en te Saba thuis behorende schoener, groot bruto 135 en netto 69 reg. ton.
(opm: PRISCILLA – roepletters TPDE – 195,97 m³)


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Martenshoek, 30 juli. Op 54-jarige leeftijd is alhier overleden de heer H.W. Bodewes, sedert 1903 lid van de raad van de gemeente Hoogezand. (opm: Harmannus Wijnandus Bodewes, overleden op 29 juli 1912)


31 juli 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Cuxhaven, 29 juli. De Nederlandse tjalk AMICITIA, kapt. Kasper, met dakpannen van Nederland naar Harburg, is hier voor anker liggend aangevaren door het met stenen van Halmstad naar Waverort bestemde Nederlandse tjalk JOHANN, kapt. Schier. De AMICITIA verloor het voortuig en werd lek in de haven gesleept. De JOHANN, waarvan de bakboord reling is ingedrukt, is eveneens in de haven gesleept om te repareren. (opm: dit is waarschijnlijk de ex. Ned. tjalk GERRITTINA, geb. in 1897/98, nu Duitse vlag)


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Delfzijl, 30 juli. Het 2-mast schoenerschip VRIENDSCHAP, gezagvoerder K. Beck, is voor geheime prijs verkocht aan L. Boerma, die het schip de naam gaf van OSCAR.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Scheepsnamen. Ingevolge opdracht van H.M. de Koningin zijn aan de twee torpedojagers in aanbouw bij de Koninklijke Maatschappij “De Schelde” te Vlissingen, de namen LYNX en HERMELIJN gegeven, aan de twee torpedojagers in aanbouw bij de Maatschappij voor Scheeps- en Werktuigbouw “Fijenoord” te Rotterdam de namen VOS en PANTER en aan de drie pantserboten in aanbouw op ’s Rijks werf te Amsterdam de namen BRINIO, FRISIO en GRUNO.


01 augustus 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 31 juli. De Nederlandse sleepboot DONAU is heden van Soerabaja te Falmouth aangekomen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Gisteren werd met goed gevolg van de werf Gusto te Schiedam te water gelaten de stalen romp van een zeewaardige hopper, in aanbouw voor buitenlandse rekening.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden



Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

De reddingmiddelen aan boord. De Vereeniging van Nederlandsche gezagvoerders en stuurlieden ter koopvaardij heeft zich met een adres gewend tot de Minister van Landbouw, Nijverheid en Handel, waarin wordt betoogd, dat een groot deel van de schepelingen volstrekt niet of zeer onvoldoende is geoefend in het omgaan met reddingboten. Aangetoond wordt, dat niemand behoort aangemonsterd te worden die niet kan overleggen een bewijs van een daartoe in het leven te roepen commissie van onderzoek, dat hij voldoende vertrouwd is met het te water brengen van reddingboten, met het besturen van die boten en met het roeien en zeilen en in de tweede plaats, dat maatregelen behoren genomen te worden, hiertoe strekkende, dat zij die voorgenoemd bewijs kunnen overleggen gedwongen worden door geregelde oefening hun vaardigheid ten deze te behouden. Daarom verzoekt de Vereeniging de Minister het daarheen te willen leiden dat:
1º. één of meer commissies in het leven geroepen worden, met het genoemde onderzoek belast;
2º. een cursus in het leven geroepen wordt, waar men in de gelegenheid gesteld wordt, zich in het omgaan met reddingmiddelen, speciaal met reddingboten te bekwamen;
3º. de rederijen verplicht worden zorg te dragen, dat geregeld door het gehele personeel met de reddingsboten wordt geoefend.


02 augustus 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Delfzijl, 1 augustus. Het zeilschip VOORUITGANG, schipper T. Vroom, is voor een geheime prijs verkocht aan C. Veninga, schipper op het zeilschip HOOP OP BETER. Dit laatste vaartuig zal nu bevaren worden door J. Veninga.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf „Vredenhof'' alhier is met goed gevolg te water gelaten een motor-directieboot, en een motor-directie sleepboot, beiden voorzien van een 20 pk. Kromhout petroleum motor. Verder een 50-tons stalen dekschuit. Alle gebouwd voor Amsterdamse firma's.


03 augustus 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 3 augustus. De sleepboot SIMSON met een baggermolen op sleeptouw, van Renfrew naar Port Said, arriveerde gisteren met alles wel op de plaats van bestemming.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Men meldt ons uit Haarlem: Na een zeer kortstondige ongesteldheid is in de ouderdom van 68 jaar te Haarlem overleden de heer A.D. Zur Mühlen, directeur van verschillende stoombootmaatschappijen, ridder in de orde van de Nederlandse Leeuw.
(opm: overleden op 2 augustus dhr. Adriaan David Zur Mühlen)


04 augustus 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Bunkeren. Rotterdam, 3 augustus. Meer en meer blijkt het, dat het bunkeren in de Nieuwe Waterweg door buitenlandse reders op prijs wordt gesteld. Telkens komen er stoomschepen, waaronder zeer grote, de Waterweg binnen, die een omweg moeten maken om zich in voornoemde weg naar zee van steenkolen te gaan voorzien. Zo ook heden.
Het gisteren van Londen naar Lyttleton (Australië) bestemde Engelse stoomschip CORINTHIC van de Oceanic Steam Navigation Co. Ltd. (Ismoy Imric & Co. te Liverpool) White Star, groot bruto 12.231 en netto 7.832 reg. ton, kwam hedenochtend ongeveer 6 uur de Waterweg binnen, stoomde naar de steigers van de fosfaatfabriek Holland op; lag daar omstreeks 9 uur gemeerd en even later kon met het bunkeren een aanvang worden gemaakt. Eerst met drie transporteurs en later bijgestaan door de nieuwe transporteur-elevator WESTFALEN, alle van de Steenkolen Handels-Vereniging alhier.
Hedenavond om half zes kon dit grote stoomschip, waarop zich een groot aantal passagiers bevond, weer vertrekken. In de tussentijd was er niet minder dan 2.153 ton steenkool in de bunkers geladen.


05 augustus 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 5 augustus. De sleepboot ZUIDERZEE, met een baggermolen en een sleepbootje op sleeptouw, van Antwerpen naar St. Petersburg, passeerde gisteren Kroonstad.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Maassluis, 5 augustus. Hedennacht is de Maassluise logger MA-21, ZUID-HOLLAND van de reder A.C. Buynink, op de Maasvlakte nabij het Brielsche Gat gestrand. Twee man van de equipage gingen met de scheepsboot van boord en zijn hedenochtend door de sleepboot KIJKDUIN ter hoogte van Scheveningen opgepikt. Tien man zijn door de stoomreddingboot PRINS HENDRIK DER NEDERLANDEN van Hoek van Holland, gered en aldaar geland, terwijl een van de opvarenden, genaamd Smith, verdronk, De logger, die totaal wrak werd had 14 last haring aan boord.


08 augustus 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 7 augustus. Het Nederlandse stoomschip LAURA dat bij het passeren van de sluis tussen de dokken van Penhouet en St. Nazaire ernstige schade beliep, naar wij vernemen op zich onder water bevindende stenen, is nu zover gerepareerd, dat het te St. Nazaire weer in lading is kunnen gelegd worden. (opm: zie ook NRC 200712)


09 augustus 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 8 augustus. De Nederlandse sleepboot MAAS, met een baggermolen op sleeptouw, arriveerde hedenmiddag met alles wel, van Schiedam te Pernambuco.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. De Raad stelde een onderzoek in naar de aanvaring in het Keizer Wilhelm-kanaal op 13 juli jl. tussen het Duitse stoomschip NORDSTRAND en het Nederlandse stoomschip EUTERPE, kapt. H. Wegener te Watergraafsmeer, rederij Koninklijke Nederlandsche Stoomboot Maatschappij (KNSM).
Kapitein Wegener verklaart, dat zijn schip, metende 1.537 m3, geklasseerd bij Veritas, van Koningsbergen vertrokken met een loods aan boord, de 13e 's middags het kanaal opstoomde. Weer en zicht waren goed. Bij het zien van het andere schip werd getelegrafeerd "achteruit", maar het schip ging vooruit. Het gegeven sein in aanmerking genomen had de NORDSTRAND niet mogen doorvaren. Ankers werden uitgeworpen, maar de aanvaring volgde.
De 1e stuurman M. Houber van Goes, verklaart, dat hij tijdens het ongeval op de bak stond. De boot werd gestreken, ten einde de achtertros uit te brengen; hetgeen ook geschiedde. De EUTERPE lag met de kop enigermate in het midden van het kanaal; daarna dwars daarvan. Toen volgde de aanvaring aan stuurboordzij.
Vervolgens werd gehoord de machinist W.J. van Duyn. Hij verklaart dat de kapitein telegrafeerde, achteruit te draaien. Aan dit commando werd voldaan; daaromtrent is getuige zeker. Hoe nochtans het schip vooruit kon gaan kan hij niet verklaren. Iets dergelijks had hij echter ook eens met een ander schip ondervonden.
De inspecteur Leffens wijst getuige erop, dat, al loopt het aanzetmachinetje één weg en al stonden de scharen op achteruit, toch één ogenblik te voren de machine op vooruit kon hebben gewerkt. Getuige verklaart, dat de machine meteen heeft gedraaid.
Tenslotte werd gehoord W.D.G. Reinders, die als derde machinist op de EUTERPE had gefungeerd. Hem stelt de inspecteur Leffens dezelfde vraag, maar getuige kan niet preciseren hoelang het "ogenblik" duurde van het overlopen van het aanzetmachinetje over vooruit naar achteruit. De Raad zal later uitspraak doen. (opm: zie ook AH 210812)


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. Hierna deed de Raad uitspraak inzake het tjalkschip ALPHA uit Groningen, waarvan (wij verwijzen naar het verslag van de zitting op 16 juli jl.) de 16 jarige kok W. Hofstede op 26 juni jl. bij kalm weer in de Oostzee overboord sloeg en verdronk.
De Raad was van oordeel dat het ongeval niet te wijten is aan verzuim van maatregelen ter verzekering van de veiligheid van de opvarenden voorgeschreven en dat Hofstede verdronken is, omdat hij, niet kunnende zwemmen, door de val in het water vermoedelijk zo ontdaan was, dat hij het besef niet had de hem toegeworpen reddingsmiddelen te grijpen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Gisteren (opm: 8 augustus) werd met goed gevolg van de werf van de Rotterdamsche Droogdok Maatschappij te Rotterdam het stoomschip ALCOR te water gelaten. Dit stoomschip, onder toezicht van Bureau Veritas gebouwd, is voor rekening van Van Nievelt, Goudriaan & Co's Stoomvaart Maatschappij aldaar. Het stoomschip is lang 351, breed 48 en hol 24 voet 6 duim, heeft bij een diepgang van 20 voet 6 duim een laadvermogen van 5.600 ton.


10 augustus 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 10 augustus. Het nieuwe stoomschip RANDWIJK, groot 4.000 ton, voor rekening van de firma Erhardt & Dekkers alhier door de firma Jan Smit Czn. te Alblasserdam gebouwd en door de Koninklijke Maatschappij "De Schelde" te Vlissingen van machines voorzien, heeft heden op de gemeten mijl te Vlissingen proef gestoomd. Wij vernemen dat een snelheid van 11 mijl werd behaald. Morgenochtend vertrekt dit stoomschip naar hier om een lading steenkool in te nemen.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Scheepsbouw. Hoogezand, 8 augustus. De firma E.J. Smit en Zoon alhier heeft na een welgeslaagde proeftocht op de Eems aan de Rotterdamsche Droogdok Maatschappij, pas afgeleverd een stalen sleepboot van 250 ipk, die dienst zal doen bij het verhalen van schepen en voor het vervoer van personeel van die maatschappij.
Verder is opdracht ontvangen tot het bouwen van:
a. Een stalen driemastschoener, voorzien van een 120 pk Dieselmotor, voor de voorstuwer en complete elektrische verlichting. Dit schip zal plm. 400 ton lading dragen, waarvan de helft zal bestaan uit petroleum, die vrij in het ruim geladen wordt. Het schip wordt dus als tankschip gebouwd in de hoogste klasse van Veritas. Het is besteld door een Franse reder. b. Een zeelichter van plm. 800 ton draagvermogen voor Hamburger rekening. Dit schip wordt gebouwd onder speciaal toezicht van de Germanischer Lloyd.
c. Een zandzuiger van 300 ipk, die volkomen zeewaardig zal zijn en ook als sleepboot dienst zal kunnen doen. Dit schip krijgt hoogste klasse Germanischer Lloyd.


12 augustus 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Pillau, 10 augustus. In de nabijheid van Neukrug is het met steen geladen Nederlandse schip OOSTZEE gestrand. Aan boord bevinden zich de gezagvoerder met zijn gezin en 3 zeelieden. Het is nog de vraag of deze mensen kunnen worden gered. Er waait een harde storm, zodat het van hier uit onmogelijk is een sleepboot naar de strandingsplaats te zenden. Het schip is ernstig lek.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Bij de N.V. Werf Hubertina, v/h W.H. Jacobs te Haarlem, is met goed gevolg te water gelaten de stalen sleepboot ZUIDERZEE, gebouwd voor rekening van de heer J.H. Bergmann, sleepdienst alhier. De boot is gebouwd onder toezicht van het Technisch Scheepvaart Bureau "Nautica" te Amsterdam.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van de heer C. Kors te Oude Pekela is met goed gevolg te water gelaten een stalen bolpraam groot 45 ton voor Gebr. Bosma te Nieuw-Scheemda. Daarna werd de kiel gelegd van een schip van 80 ton voor schipper H. de Haan te Oude-Pekela.


13 augustus 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Pillau, 10 augustus. Het Nederlandse schip OOSTZEE ligt 40 km vanaf Kahlberg (tussen Schmergrabe en Neukrug). De hoge zeeën hebben het schip totaal op het strand geworpen en het staat nu met het voorschip geheel omhoog. De bemanning moet zich inmiddels in veiligheid hebben gebracht. Wanneer de zee kalmer wordt kan men aannemen dat het schip geheel droog komt te zitten.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 13 augustus. Gisteren arriveerde de Nederlandse sleepboot ROODE ZEE, met het oude Amerikaanse oorlogsschip ATLANTA, van Charleston naar Hendrik-Ido-Ambacht op sleeptouw, te Horta. Na steenkool te hebben ingenomen, zal de reis worden voortgezet.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 13 augustus. Wij lezen in de Curaçaosche Courant het volgende:
Het stoomschip ORANJE NASSAU vertrok op 21 juli tegen 6 uur in de namiddag van Puerto Cabello, Tegen 8 uur ’s avonds hoorde men een hevige knal in een van de achter-ruimen en merkte men dat er brand was uitgebroken. Onmiddellijk nam de gezagvoerder Nieman maatregelen om te blussen; men liet vijf slangen werken, terwijl het schip naar Puerto Cabello terug stoomde, waar het in de voorhaven ten anker kwam. Gelukkig, dank zij het manmoedig optreden van de opvarenden, was men de brand spoedig meester en kon de ORANJE NASSAU de reis naar Curaçao doorzetten, waar het schip de volgende dag tegen 10 uur ’s morgens binnenviel.
De in de achter-ruimen zich bevindende goederen zijn grotendeels door water beschadigd en wordt onder toezicht van de Lloyds agent alhier de voor Curaçao bestemde lading geïnspecteerd om daarmee te handelen volgens de voorschriften voor de averijregeling.
De voor andere havens bestemde lading werd op aanraden van experts naar haar bestemming meegenomen, om aldaar te worden gelost.


14 augustus 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Pillau, 12 augustus. De gezagvoerder van het nabij Neukrug gestrande Nederlandse schip OOSTZEE deelt ons mee, dat zijn schip door hevige storm geteisterd op het strand is geslagen. Een aan de Schlei thuis behorende jongeman genaamd Koster, die als scheepsjongen dienst deed, is overboord geslagen. Direct nadat het schip op het strand zat, werd het weer door een zee weggeslagen en daarmee was het lot van het schip beslist. De tweede breker die overkwam zette het schip geheel op het droge. Wanneer de storm bedaard en het schip niet teveel verzand is, zal men pogingen doen het vlot te brengen.
De OOSTZEE was twee jaar geleden in Nederland gebouwd, behoorde te Wildervank thuis en had kunststeen voor de firma Peters te Koningsbergen geladen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Ernstig ongeluk aan boord van de VULCANUS. Een ernstig ongeluk heeft hedenmorgen, door tot nu toe onopgehelderde oorzaak, plaats gehad aan boord van de VULCANUS, het met Dieselmotoren uitgeruste schip van de Nederlandsch Indische Tankstoomboot Maatschappij. De VULCANUS, die zoals men weet reeds verschillende reizen maakte, zou hedenavond opnieuw vertrekken. Het schip lag bij de werf van de Nederlandsche Scheepsbouw Maatschappij en had verschillende herstellingen ondergaan. Plotseling sprong vanmorgen omstreeks half twaalf met een geweldigen knal de luchtkast van de motor uiteen, met het noodlottig gevolg, dat een vijftal personen, die zich aan boord bevonden, meer of minder ernstig werden gewond. De 27-jarige tweede machinist Roodekerke werd het onderste gedeelte van de linkerarm totaal weggeslagen, terwijl de bovenarm gedeeltelijk verbrijzeld werd. De bankwerker Van Aggelen van de Nederlandsche Fabriek van Werktuigen en Spoorwegmaterieel werd inwendig gekneusd, vermoedelijk breuk van het bekken, terwijl hij een dijbeenbreuk bekwam. De derde machinist Lehman werd aan de schouder gewond; een van de oren werd hem afgeslagen. Twee andere opvarenden, een Engelsman en een Hollander, werden niet ernstig gewond. Per motorboot van de Nederlandsche Scheepsbouw Maatschappij werden de beide ernstig gewonden naar het Binnen-Gasthuis vervoerd. De drie overigen werden er per autoziekenwagen heen gebracht. Bij informatie aan het gasthuis deelde men ons mede, dat het verbrijzelde deel van de linkerarm van de 2e machinist vermoedelijk zou moeten geamputeerd worden. De toestand van de overige gewonden liet zich gunstig aanzien.


15 augustus 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 15 augustus. De Nederlandse sleepboot SCHELDE met lichters op sleeptouw vertrok 13 augustus van Spezia naar Dakar.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Uit de hand te koop:
De zeewaardige vrachtboot PRINSES JULIANA, 225 ton d.w. op 2,40 m. diepgang.
Klasse + 100 A.K. (grote kustvaart) Germ. Lloyd. Gebouwd 1910.
35,06 x 6,18 x 2,55 m. Compound surf. cond. 200 ipk.
Nadere inlichtingen verstrekt Jacq. Pierrot Jr., makelaar in schepen, Witte Huis, Rotterdam.
Telefoon Nos. 9323 en 5441. Telegram adres: Pierrot- Rotterdam.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van den scheepsbouwmeester W. van Goor te Kampen, is te water gelaten een nieuw motorschip voor de heer H. Westerhuys Pzn., beurtschipper van Kampen op Amsterdam, groot ongeveer 65 last.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Te Farmsum is te water gelaten het voor Franse rekening gebouwde vrachtstoomschip GENERAL ARCHINARD, lang 53 meter. De machine krijgt een capaciteit van 400 ipk. (opm: de werf is Gebr. Niestern, datum 13 aug.)


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van Alb. Pronk te Vlaardingen is woensdag namiddag met goed gevolg te water gelaten het loggerschip SCH-88, ZEEVOGEL. Het schip is gebouwd voor eigen rekening.


16 augustus 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 16 augustus. De stalen Nederlandse motorschoener HEIKA HARMANNA, groot bruto 207 en netto 164 reg. ton, in 1910 door de firma Gebr. Niestern te Delfzijl gebouwd, is naar Engeland verkocht.


17 augustus 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 17 augustus. De sleepboot OOSTZEE, met een baggermolen en een bak op sleeptouw, van Rotterdam naar St. Petersburg, arriveerde gisteren ter plaatse van bestemming.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 17 augustus. Volgens een telegram uit Soerabaja is het Nederlandse stoomschip CALCUTTA met een lichter in aanvaring geweest waardoor het stoomschip licht beschadigd werd. De tornmachine is defect. Het stoomschip vertrok naar Calcutta om te repareren.


18 augustus 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 17 augustus. De Nederlandse schoener AGDA ELEONORA, kapt. Bosselaar, is in de Golf van Biscaye totaal verloren gegaan. De gehele bemanning is gered en te Ardrossan geland.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Scheepsbouw. Rotterdam, 17 augustus. Te Leeuwen zijn van de werf van de heren Meyer te water gelaten 2 kanaalschepen voor Hollandse en 1 kanaalschip voor Belgische rekening, benevens een lichterschip voor rekening van de firma Jansen te Lith.
Men is begonnen met de bouw van vier schepen voor de firma Basill Hané & Cie. te Rouen. Deze week werden ook nog binnengesleept een drietal zee-lichters van de Duitse aannemersfirma Philipp Holzmann uit Frankfort, om op dezelfde werf omgebouwd te worden in elevatorschepen.


19 augustus 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Stettin, 18 augustus. Het gestrande Nederlandse schip OOSTZEE is onbeschadigd vlot gebracht en thans te Pillau aangekomen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 19 augustus. Het stoomschip SOLO, dat de 30e september van het vorig jaar bij Ter Heide op het strand liep en 17 maart daaraanvolgende vlot kwam, is nu zo goed als geheel aan Wilton’s werf gerepareerd. Morgenmiddag verlaat dit stoomschip het dok. Onder de naam DJEBRES vertrekt dit stoomschip begin oktober van hier naar Hamburg, om op 8 oktober vandaar de reis naar Indië voort te zetten. Het stoomschip zal gevoerd worden door kapt. H.C.M. van Houten.


20 augustus 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Ardrossan, 17 augustus. Het Noorse stoomschip MODESTA is met de bemanning van het Nederlandse schip AGDA ELEONORA alhier aangekomen. Verleden dinsdag is dit schip in de Golf van Biscaye verongelukt.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Aangekocht schip. Hendrik-Ido-Ambacht, 20 augustus. De N.V. Scheepsslooperij “Holland” alhier heeft van de Deense marine aangekocht voor de sloop, het Deense pantserschip ODIN.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Over het Panamakanaal. De Verenigde Staten worden momenteel geheel bezig gehouden door het Panamakanaal. Dit nadert zijn voltooiing en nu dient de regering natuurlijk alles, wat bij zo’n kanaal nu eenmaal te pas komt, wettelijk vast te stellen. Huis van Afgevaardigden en Senaat zitten beide dan ook druk in de Panamawetgeving. Zoals vanzelf spreekt, is de geldkwestie wederom de tere juffer, waarover heel wat te doen is. Door het heffen van tol moet het Kanaal rendabel gemaakt worden en hiertegen zal van geen zijde oppositie worden gevoerd. Het grote kapitaal immers, dat in het Panamakanaal gestoken is, mag niet renteloos daar liggen, hoe hoger de rente zelfs op te voeren is, hoe beter. Zoals we reeds zeiden, het heffen van tol wordt dan ook door alle landen, die in de toekomst van het Panamakanaal gebruik zullen maken, volkomen logisch geacht. De basis van het rendabel maken vindt dus algemene goedkeuring. Nu komt evenwel een ander vraagstuk om de hoek kijken, het vraagstuk, van bevoorrechting. Zoals men weet, plegen de mogendheden met elkaar handelsverdragen te sluiten, waarbij aan elkaar over en weer de bevoorrechte plaats wordt toegekend, elkaars invoerproducten dus minder worden belast, enz. Ogenschijnlijk zou men zo zeggen, dat ook ten opzichte van het Panamakanaal iets dergelijks kon gebeuren en de Unie derhalve met enige mogendheden een dergelijk traktaat kon aangaan door voor de bevoorrechte mogendheid of mogendheden de scheepvaarttollen lager te stellen en zich in de eerste plaats zelf op de voorgrond stellen kon en zorgen dat de Amerikaanse scheepvaart door haar vrijheid van scheepvaarttol te verlenen, een geduchte voorsprong verkreeg op haar concurrenten. Dat lag zelfs voor de hand, zou men zeggen, alhoewel dit, waar bij het Panamakanaal zulke reusachtige belangen van de algemene handel zijn betrokken, niet zonder de nodige protesten, naar verwachting van de andere landen, die een daadwerkelijk aandeel in de scheepvaart, die van het Kanaal gebruik zal maken, zou aflopen. Van een algemene bevoorrechting van Amerikaanse schepen kon evenwel geen sprake meer zijn, daarvoor had Engeland, dat hoogstwaarschijnlijk de meeste schepen door het Kanaal zal zenden, algemeen vrachtschipper, als het is over het wereldrond, gezorgd, door met de Unie een verdrag dienaangaande te sluiten, het z.g. Hay-Pauncefote-verdrag. Natuurlijk moest Engeland daarvoor wat geven en dit deed het, door aan de Unie de haar toekomende rechten, om gezamenlijk controle over het Kanaal, dat twee oceanen met elkaar zou verbinden, uit te oefenen, af te staan. Voor de Unie was dit heel wat waard, want zodoende kreeg zij geheel en al de vrije hand. De hoofdbepaling van het verdrag is deze, dat van een bevoorrechting, van welke handelsvloot ook, geen sprake kan zijn, het Kanaal zou open en vrij zijn voor alle handels- en oorlogsschepen van alle natiën. Aan duidelijkheid laat dit heel weinig te wensen over. Nu zegt men wel eens: Verdragen zijn er alleen, om geschonden te worden. En zij, die deze stelregel willen verdedigen, kunnen thans met natte vinger wijzen op het Hay-Pauncefote-verdrag. Waar thans de Amerikaanse regering geroepen was, het systeem van de vrije doorvaart tegen dezelfde tolheffing wettelijk vast te leggen, heeft de zucht, zich zelf te bevoordelen, de overwinning behaald op de eerlijkheid, zich aan het gesloten verdrag te houden. De gehele Amerikaanse handelsvloot vrij te stellen van de scheepvaarttol was een onmogelijkheid, dat zou een al te grof over boord werpen van het verdrag zijn geweest. Neen, men pleegt in dergelijke gevallen, door de mazen van het net door te kruipen en op een “nette" manier, d.w.z. door sofisterij (opm: spitsvondigheid) zich aan de drukkende band voor een deel te onttrekken. Dat heeft de Unie gedaan en zij heeft er dit op gevonden, dat de Amerikaanse handelsvloot over het algemeen wel dezelfde rechten zal betalen, in overeenstemming met het verdrag, doch de Amerikaanse kustvaart vrijgesteld zijn zal, waar deze niet beschouwd kan worden, als te concurreren met de internationale handel en dus niet valt onder de bepalingen van het verdrag. De grote vraag in dezen is deze, wat men onder kustvaart wil verstaan en de Amerikanen zijn wel zo handig, daaraan de uitgebreidste uitlegging te geven, die maar mogelijk is. Met wat goede wil is zelfs een tocht van San Francisco naar New York als kustvaart te beschouwen. Engeland heeft reeds geprotesteerd tegen deze uitlegging van het verdrag. Of het echter veel baten zal? De meerderheid zowel in Senaat als in het Huis van Afgevaardigden was van dien aard, dat er slechts weinig kans bestond, dat een van beiden het Hay-Pauncefote-verdrag zou handhaven en het is gebleken, dat dit ook niet is geschied. Beide lichamen hebben met overgrote meerderheid de Amerikaanse kustvaart vrijgesteld. Alleen president Taft zou door zijn veto de wet kunnen vernietigen, doch hij heeft te kennen gegeven, de wet te zullen tekenen. Wel heeft hij in een bijzondere boodschap aangedrongen in een aanvullend besluit andere naties controle op de vrijdom van tol te waarborgen, doch of men daaraan zal willen?
Ook zou Taft, inziende, dat de Verenigde Staten door deze tolvrijdom in moeilijkheden zullen komen, aanbevolen, in de wet op te nemen, dat vreemde natiën het recht zullen hebben, deze kwestie voor Amerikaanse gerechtshoven te doen uitmaken, hetgeen wel mooi klinkt, doch dat geen natie hoogstwaarschijnlijk zal willen beproeven, zoals licht begrijpelijk is. Engeland zal, in overeenstemming met een ander traktaat, volgens hetwelk alle geschillen, voortvloeiende uit de uitlegging van een handelstraktaat, daarheen zullen worden verwezen, trachten, de zaak te doen uitmaken voor het Haagsche Hof van Arbitrage. Het mooiste is nu evenwel echter, dat Amerika, dat zich zelf op dit punt als een toonbeeld prees voor de hele wereld en aandrong op navolging, ook dit traktaat wel aan de dijk zal zetten en zal weigeren, zich hieraan te onderwerpen. Wel is er nog een stroming in de Unie, die op de oneerlijke handelwijze van de regering wijst, edoch.... traktaten zijn er slechts, om te worden geschonden.


21 augustus 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hamburg, 19 augustus. Met ketelschade is het Nederlandse stoomschip WILLY naar hier gesleept. Aan de werf van Blohm & Voss ligt het stoomschip te repareren.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Ardrossan, 17 augustus. Volgens rapport van de kapitein van het verongelukte Nederlandse schip AGDA ELEONORA, is zijn schip door het overgaan van de lading vergaan. Men heeft nog getracht de lading te tremmen, maar plotseling sloeg het schip om en verdween in de diepte. (opm: zie ook NRC 180812 en NRC 200812)


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rudkjöbing, 19 augustus. De met kolen van Kings Lynn naar hier bestemde te Groningen thuis behorende tjalk POOLSTER geraakte afgelopen zaterdagavond, zonder loods binnenkomend, op de klippen aan de grond. Heden voormiddag is het schip, nadat er een werpanker was uitgebracht, door een motorboot vlot gebracht. De reis werd daarop voortgezet.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. Gistermiddag hield de Raad zitting onder voorzitterschap van de heer Kirsbergen, ter behandeling van een klacht tegen J.L. Schuit, gezagvoerder van het stoomschip WAAL, rederij N.V. Houtvaart te Rotterdam.
De gedaagde werd ten laste gelegd dat hij van Ramsö gevaren was, geladen met hout en met een deklast van meer dan 5% van het draagvermogen, zonder dat hij voorzien was van een certificaat voor de houtvaart.
De heer Schuit erkende de feiten. De WAAL, die de 22e mei te Newcastle proef had gestoomd en een draagvermogen heeft van 2.007 ton, was vertrokken zonder het certificaat voor de houtvaart. Dit kon aan de rederij niet afgegeven worden, omdat de merken van de scheepvaart, welke op het schip moeten voorkomen, door de inspectie niet gecontroleerd konden worden. Overigens was het certificaat reeds de 17e april aangevraagd.
De heer Wolkammer, ambtenaar van de Scheepvaartinspectie te Rotterdam bevestigde dit relaas en deelde mede, dat, toen getuige de 21e juni de WAAL inspecteerde alles in orde was en de merken op het schip in overeenstemming waren met het certificaat. Overigens bevestigde getuige dat het stoomschip geheel voor de houtvaart was ingericht.
De heer Schuit deelde nog mede, dat hij in de veronderstelling verkeerde dat het certificaat hem opgezonden zou worden.
De Raad zal op een nader te bepalen dag uitspraak doen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. Uitspraak werd gedaan inzake het stoomschip EUTERPE, dat op 13 juli 1912 in het Kaiser Wilhelm-kanaal is aangevaren door het stoomschip NORDSTRAND uit Hamburg.
De Raad was van oordeel, dat het ongeval te wijten is aan de geen, die op het stoomschip NORDSTRAND het commando voerde. De EUTERPE toch bezig zijnde met vastleggen, had twee zwarte ballen gehesen; volgens de betriebeordnung van het Kaiser Wilhelm-Kanaal is dit sein een bewijs dat aan het passeren van het vaartuig, dat dit sein voert, gevaar verbonden is, zodat dit vaartuig dan ook niet gepasseerd mag worden, voordat het daartoe verlof heeft gegeven. Van de NORDSTRAND is dit verlof niet gevraagd en zonder acht te slaan op het signaal, heeft dit schip getracht ter zijde van de EUTERPE te komen, voordat het vast lag. Had de NORDSTRAND de voorschriften opgevolgd, dan ware de aanvaring niet geschied.


22 augustus 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

IJstad, 19 augustus. De Nederlandse tjalk LUDGERDINA, die met de Russische schoener PAULINA in aanvaring is geweest, werd door een douaneboot uit Kaseberna en 2 motorvissersvaartuigen alhier binnengesleept. Alhier wordt de schade gerepareerd. Het roer was zoals gemeld, verloren gegaan.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. Bij heropening werd behandeld de aanvaring nabij Dungeness op 10 mei 1912 tussen het stoomschip THEMISTO (schipper R. Teensma te Schiermonnikoog, rederij Hudig & Veder te Rotterdam) en de rijksloods-schoener TEXEL EN IJMUIDEN 3.
Het onderzoek liep hoofdzakelijk over de vraag of de rijksloods-schoener door af te vallen
langs boord had kunnen komen en zo de aanvaring vermijden.
Dit werd echter zowel door de kapitein als de stuurman van de schoener voor onmogelijk gehouden omdat niet spoedig genoeg voldoende vaart te krijgen was.
Het verdere onderzoek betrof de bewegingen die voor der aanvaring werden uitgevoerd. De (schriftelijke) verklaring van kapitein, 1e en 3e stuurman van de THEMISTO stemden overeen, dat de schoener enige keren van bakboord naar stuurboord en omgekeerd voer.
De kapitein, stuurman en een matroos van de loodsschoener verklaarden echter allen, dat zij steeds aan stuurboord van de THEMISTO waren gebleven.
Bij het einde van de zitting vroeg een van de leden van de Raad aan de kapitein van de rijksloods-schoener, of het, niettegenstaande stoomschepen voor zeilschepen moeten uitwijken, niet meermalen voorkomt, dat de zeilschepen uitwijken, zodat men daar haast op gaat rekenen?
De kapitein bevestigde dit. Maar, zei hij, we moeten dikwijls wel als we niet willen, dat dwars over ons heen gevaren wordt.
De behandeling van de zaak werd tot later datum uitgesteld, opdat ook de bemanning van de THEMISTO kan gehoord worden.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de Werf Gusto, van de firma A.F. Smulders te Schiedam, is te water gelaten de stalen romp van een zeewaardige hopper, zijnde de tweede van een viertal, welke deze firma voor buitenlandse rekening in aanbouw heeft.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Scheepvaarthuis. Naar het Handelsblad meedeelt, zal binnenkort hier ter stede een nieuw gebouw, een scheepvaarthuis verrijzen, waar de directies van de voornaamste rederijen alhier haar bureaus zullen vestigen. Opgericht werd de Naamloze Vennootschap Kantoorgebouw Het Scheepvaarthuis, met een maatschappelijk kapitaal van NLG 1.000.000. Aandeelhouders zijn de Koninklijke Nederlandsche Stoomboot Mij., de Stoomvaart Mij. Nederland, de Kon. Paketvaart Mij., de Kon. West-Indische Maildienst, de Java-China-Japan-Lijn en de Nieuwe Rijnvaart Maatschappij.
Het Scheepvaarthuis zal opgericht worden op de hoek van de Prins Hendrikkade en Binnenkant. In het geheel zullen 13 huizen gesloopt worden, n.l. de percelen Prins Hendrikkade 178 tot 114 en Binnenkant 1 tot 6, waardoor een terrein van 1.400 vierkante meter vrij komt. Het maken van de plannen voor het nieuwe gebouw is opgedragen aan de heren Gebr. Van Gendt A.Lzn. en de heer J.M. van der Aley.
De bedoeling is om de gevels zoveel mogelijk in overeenstemming te brengen met de typische omgeving van het oud-Amsterdam, waar in vroeger dagen de Oost-Indiëvaarders ter rede lagen en waar ook nu nog zoveel is, wat herinnert aan het tijdperk waarin onze scheepvaart in haar grootste bloei verkeerde.


23 augustus 1912


Krant:
 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 23 augustus. Gisteren vertrok van hier de voor Duitse rekening gebouwde sleepboot HIJDRA voor de reder Gebr. Cohr te Hamburg. Deze sleepboot, voorzien van een compound machine van 235 ipk, met 110 m³ (netto), is gebouwd en geleverd door de firma Wilmink te Groningen.


24 augustus 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Dok voor Montreal. Londen, 24 augustus. Het voor Montreal bestemde dok, dat onlangs te Barrow te water werd gelaten, is thans zeeklaar. Twee sleepboten van de firma L. Smit & Co. te Rotterdam (een sleepboot is er reeds) zullen het gevaarte over de Atlantische Oceaan slepen. Verwacht wordt dat de reis een maand zal duren. Nu juist 4 jaar geleden heeft voornoemde firma een dok naar Callao gesleept, welk sleepwerk met belangstelling door de gehele wereld werd gevolgd. En thans is er nog een konvooi van Charleston naar Nederland onderweg. In assurantiekringen zegt men, dat men tijdens het slepen van het dok voor Montreal niet zo geregeld de dagelijkse positie kan vernemen als van het admiraliteitsdok, dat gisteren van Birkenhead te Portsmouth is aangekomen.


25 augustus 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 24 augustus. Heden werd het stoomschip ALCOR, met een laadvermogen van 5.200 ton, gebouwd door de Rotterdamsche Droogdok Maatschappij alhier voor Van Nievelt Goudriaan & Co’s Stoomvaartmaatschappij alhier na geslaagde proeftocht door de rederij aanvaard. Het stoomschip vertrok daarna direct naar zee. De ketels en machines voor dit stoomschip werden eveneens door de Rotterdamsche Droogdok Maatschappij vervaardigd.
Als een bijzonderheid kan worden gemeld, dat dit stoomschip 8 augustus werd te water gelaten en er dus slechts 13 werkdagen zijn nodig geweest om dit schip geheel af te werken.


26 augustus 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hamburg, 24 augustus. Het Nederlandse stoomschip WILLY is gerepareerd en heeft de haven verlaten met bestemming naar Hull.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 26 augustus. Op het gebied van de scheepvaartbeweging valt in de laatste tijd hier niet te klagen. Geregeld liggen 4 à 5 stoomboten in lossing. Te Emden is men dit jaar tot heden over de aanvoer niet tevreden. Wel arriveren de ertsboten met hun ladingen, bestemd voor Westfalen, aldaar nog geregeld, maar de graanboten blijven achterwege. Slechts enkele boten kwamen gedurende 1912 nog maar aan, en ten bewijze, dat de aanvoer minder is dan het voorgaande jaar, kan dienen het feit, dat een van de kleinste firma's 50.000 ton graan minder kon boeken. Vele Nederlandse schippers, die anders werk konden vinden met het vervoer van granen naar de plaatsen, gelegen aan de Eems, zijn vanwege de werkeloosheid, weer met hun schepen naar hier gekomen.


28 augustus 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 28 augustus. De sleepboot ZUIDERZEE, met een bootje en een bak op sleeptouw, van Dordrecht naar Newport (Mon.), arriveerde heden ter plaatse van bestemming.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, geen datum. Het stoomschip BATAVIER III, dat gisterochtend alhier moest aankomen is pas gistermiddag ruim 5 uur aan de Boompjes voor de wal gekomen. De passagiers, ten getale van 101, hebben een angstige nacht doorgebracht. Van de 36 paarden, die te Londen aan boord gekomen waren, leefden er bij aankomst alhier nog 4, de dode en levende paarden zijn naar het abattoir overgebracht.


31 augustus 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Delfzijl, 31 augustus. Het van Norrkoping alhier aangekomen Nederlandse schip ALBERDINA, kapt. Van Zanten, verloor door stormweer in de Oostzee een derde gedeelte van de deklast.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Scheepsbouw. Westerbroek, 30 augustus. Met goed gevolg werd gisteren van de werf van de firma Wortelboer en Co. te water gelaten een stalen sleepkaan, groot plm. 865 ton, voor rekening van M. Stromeijer Lagerhaus Gesellschaft te Konstanz. De kielen van nog twee dito schepen eveneens voor Duitse rekening, zullen worden gelegd.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Droogdok voor Montreal. Rotterdam, 31 augustus. Het te Barrow-in-Furness gebouwde grote droogdok voor Montreal, is hedenmiddag 12.30 uur van Barrow i. F. vertrokken. Dit gevaarte lang 600 voet en breed 130 voet, met een lichtvermogen van 25.000 ton, wordt door twee sleepboten n.l. de ROODE ZEE en ZWARTE ZEE van de firma L. Smit & Co. alhier, naar de bestemming Montreal gesleept.


02 september 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Nieuwe schepen. IJmuiden, 2 september. Van hier is vertrokken naar Finland de nieuwe motorschoener LOKKI, gebouwd bij de Erven J. van Aller te Hasselt. Het schip is 25,50 m. lang, 5,20 m. breed en heeft een inhoud van 50 netto reg. ton.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Delfzijl, 31 augustus. Het tjalkschip RIVAL, schipper Bartelds, verkreeg nabij Wangeroog averij. Het schip heeft gebroken stuur en maakt water. De sleepboot ALERT van Delfzijl vertrok ter assistentie.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. Heden deed de Raad voor de Scheepvaart uitspraak inzake de klacht tegen J.L. Schuit, gezagvoerder van het stoomschip WAAL, rederij N.V. Houtvaart te Rotterdam. Aan deze gezagvoerder was ten laste gelegd, dat hij zonder in het bezit te zijn van een speciaal certificaat voor de houtvaart met het stoomschip WAAL, behorende aan de N.V. Houtvaart te Rotterdam, een lading hout had vervoerd van Rafsö naar Rotterdam, waarvan de deklading meer bedroeg dan 5% van het draagvermogen van het schip.
De Raad verklaarde hetgeen de schipper ten laste was gelegd voor bewezen feit en constateerde derhalve, dat hij de wet overtreden had. Toch was de Raad van oordeel, dat hij niet bevoegd was een maatregel van tucht op de schipper toe te passen, omdat de Raad was gebleken, dat het schip voldeed aan de wettelijke eisen voor het vervoer van een deklading, als waarmee het schip van Rafsö naar Rotterdam was gevaren, zodat de schipper niet kon geacht worden zich te hebben schuldig gemaakt aan een misdraging tegenover de opvarenden. In zijn vonnis sprak de Raad nog zijn verwondering uit, dat de rederij niet gezorgd had, dat het certificaat voor de houtvaart was uitgereikt.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Gisteren vertrok van IJmuiden naar Kokkola met steenkolen de voor Finse rekening op de werf van de firma J. van Aller te Hasselt nieuwgebouwde motorschoener LOKKI. Het vaartuig heeft de afmetingen 25,55 x 5,20 x 1,92 meter bij een inhoud van 75/50 registerton.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Een schipbreuk. Kapitein Bosselaar van Oude Pekela, reder en gezagvoerder van de Nederlandse schoener AGDA ELEONORA, met zijn vrouw en 2 kleine kinderen, benevens 5 schepelingen, hebben de 13e augustus de dag, waarop zoals reeds gemeld is, het schip vergaan is, angstige ogenblikken doorgebracht. Ze werden gered door het stoomschip MODESTA even voordat de schoener omsloeg en in de diepte verdween. De gezagvoerder van de MODESTA nam de schipbreukelingen aan boord en bracht hen behouden in de haven van Ardrossan (Schotland) aan land.
Een vertegenwoordiger van de „Peoples Journal” te Glasgow heeft met kapitein Bosselaar gesproken en geeft van de schipbreuk volgens de N.G.C. het volgende verhaal:
De gezagvoerder van de AGDA ELEONORA is een fors en gezet type van een Hollander met vrije en open gelaatstrekken en eenvoudige manieren. Het kleine schip was zijn eigendom en hij neemt zijn vrouw en kleine kinderen altijd mee op zijn reizen. De AGDA ELEONORA vertrok van Llanelly (South Wales) met een lading kolen aan boord van 245 ton en bestemd voor Oporto (Portugal). Alles ging goed, al hoewel het steeds ruw en slecht weer was met hoge zee. Tot men in de Golf van Biscaye kwam. Men zette, na de Scilly-eilanden gepasseerd te zijn, direct koers naar Portugal en men was ver van het naaste land verwijderd. In de nacht van maandag trof men zeer slecht weer. Het kleine van staal gebouwde schip rolde en werkte in de verbazend hoog dooreenlopende zeeën, die tegen de scheepszijden sloegen en het schip heen en weer wierpen. Het schip werd soms zo erg op zijde geworpen, dat een groot deel van het onder water liggende gedeelte boven kwam. Deze buitengewone werking veroorzaakte dat de lading overging. Bij het innemen van de lading was het schip goed vol, doch gedurende de reis zakte de lading enigermate in en kwam er enige ruimte, zodat de kolen heen en weer konden rollen. De meeste lading sloeg over naar bakboordzijde, hetgeen het schip zware slagzijde gaf. Zo goed mogelijk trachtte men de kolen weer over te werken en werden allen “naar beneden” gezonden voor dit doel, doch omstreeks 9 uur gaf de gezagvoerder order om het schip over stuurboord te doen liggen, daar men geen resultaat bereikte van het overwerken van de lading. De zeeën sloegen steeds over het schip heen en sommige brekers kwamen in het ruim. De gehele nacht werkten allen onophoudelijk door zonder enig voedsel te gebruiken, om de steenkolen over te werken, zonder resultaat evenwel.
De morgen brak aan over de somber grijze golven, terwijl het schip zich nog in zijn gevaarlijke positie bevond. Met het krieken van de dageraad hadden de golven iets van het wilde van de voorgaande dagen verloren. Opnieuw zag men uit of er ook hulp aan de horizon zou opdagen. De gezagvoerder had ontdekt, dat het schip lek was geworden. Het water vloeide langzaam in het ruim van het schip en de toestand van de opvarenden werd steeds wanhopiger. Te erger nog, daar de overkomende zeeën de boot hadden weggeslagen. Het enige hulpmiddel, om zich van het gevaarlijke schip te redden, was dus afgesneden. Beneden in de kajuit was de toestand niet minder tragisch. De jonge vrouw van de gezagvoerder zat daar met haar twee kleine kinderen, de ene een aardig blondharig blauwogig klein meisje van twee jaar — de andere een kleine jongen van 8 maanden. De wanhoop van de moeder gaat de beschrijving te boven. Omstreeks half acht ‘s morgens toen het schip dieper en dieper zonk en de vooruitzichten van redding meer en meer verdwenen, bemerkte de gezagvoerder een stoomschip in de verte en bracht terstond het bericht aan zijn vrouw. Het internationaal noodsein werd gehesen en de naderende stomer stuurde onmiddellijk koers naar het zinkende schip. Het was een strijd tussen leven en dood.
Kapitein Westervik van het Noorse stoomschip overzag de toestand onmiddellijk en beval zijn mannen een boot te water te laten. De eerste stuurman met een paar anderen gingen naar het schip. De AGDA ELEONORA was nu diep in het water en een van de mannen sprong in de boot. Toen werden de twee kinderen met de moeder in de boot gelaten en de anderen volgden. De boot verwijderde zich snel met de geredden en was nauwelijks op korte afstand, of de AGDA ELEONORA zonk.
Aan boord van het stoomschip werd men met vriendelijkheid ontvangen. Opmerkelijk was het dat de gezagvoerder van het stoomschip en de vrouw van Bosselaar van een zelfde geboorteplaats zijn. Na 4 dagen werd de bemanning te Ardrossan aan wal gezet on verder door de zorgen van de Hollandse consul naar Holland gezonden.


03 september 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 3 september. De Nederlandse sleepboot OOSTZEE met een baggermolen op sleeptouw, van Rotterdam naar Port Talbot, arriveerde heden ter plaatse van bestemming.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. Omhoog varen van de VOORWAARTS.
De raad behandelde het omhoog varen op de Eider rivier op 21 juli van het tjalkschip VOORWAARTS, schipper en eigenaar P. Huizenga te Groningen.
De schipper is in het bezit van een certificaat van zeewaardigheid; hij vaart thans twee jaren op de VOORWAARTS en maakte de laatste reis met een stuurman aan boord. De schippersvrouw, die altijd meevaart, helpt steeds een handje en werkt aan boord zo flink als een man.
De vaart door Sont of Belt was niet begrepen in het certificaat, de schipper verstrekt, doch indien hij hiermee rekening had gehouden, dan had hij geen vracht kunnen vinden. Met een lading flinten (stenen) was hij van Labö het Keizer Wilhelm-kanaal binnengekomen en de Eider opgegaan. Het weer was "donderig", de wind NW. Eensklaps geraakte het schip aan de grond; het zeil werd losgegooid en om half zeven geraakte het schip weer vlot.
Men dacht niet aan schade en bij de inspectie werd geen aangifte gedaan daar het vaartuig slechts 11/2 cm. water had gemaakt. En bij het lossen van de lading bemerkte men, dat er bodemschade was aangericht.
De heer Schaap, inspecteur van de scheepvaart, maakt de leden van de Raad er opmerkzaam op, dat het de schipper wel degelijk bekend was dat hij met het schip niet op de Noordzee mocht varen. En voorts is de heer Schaap van mening dat het ongeval toch wel degelijk mede is te wijten aan de onvoldoende bemanning van het schip. Zijns inziens moet de bemanning van een dergelijk schip minstens bestaan uit drie personen: schipper, stuurman en een derde persoon.
De zeventienjarige Kies is tweede getuige. Hij heeft nooit enige opleiding gehad en vaart al sinds drie jaren; sinds 10 februari met schipper Huizenga.
Toen het schip aan de grond liep, was hij alleen aan dek, maar terstond ging hij de schipper roepen. Op deze reis was hij de enige man aan boord buiten de kapitein. Hij kan echter niet op de zeekaart kijken noch de koersen afzetten en zou, als de schipper iets overkwam, het schip niet alleen over zee kunnen brengen. (opm: schipper is P. Huizinga)
Uitspraak in deze zaak volgt later.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. Ten slotte behandelde de Raad de zaak van de klacht tegen H.Th. van Slooten, gezagvoerder van het stoomschip NEPTUNUS van de Koninklijke Nederlandsche Stoomboot Maatschappij te Amsterdam.
De klacht van de aanklager J.J.F. Boots, liergast, loopt over het feit, dat op de route van Benicarlo naar Valencia, waar op 20 maart werd geankerd, geen behoorlijke dekwacht werd gedaan, maar dat ankerwacht werd gelopen, in plaats van zeewacht. En voorts loopt die klacht over het feit, dat Boots door de kapitein op 30 april terstond was ontslagen.
Boots heeft bij de kantonrechter vordering tot schadevergoeding ingediend.
De kapitein verklaarde, dat er aan boord voortdurend een geest van verzet heerste en hij bemerkte alras, dat Boots het volk opruide.
De gezagvoerder verklaarde voorts, dat inderdaad, ten gevolge van een misverstand, geen voldoende wacht op de bak was; als hij dit had bemerkt, dan zou hij het terstond veranderd hebben. Tevens echter verklaart hij, dat in de regel een zeewacht bestond uit een roerganger, uitkijk, 1e en 3e stuurman, of roerganger, uitkijk, bootsman en 2e stuurman.
In deze zaak volgt de uitspraak later.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. De Raad voor de Scheepvaart behandelde hedenmiddag de zaak van het overgaan van de deklading op reis van Riga naar Rotterdam aan boord van het stoomschip OTTOLAND, gezagvoerder J. Schol te Rotterdam, rederij ,,Nederlandsche Lloyd'' te Rotterdam.
De OTTOLAND meet 1.574 bruto registerton. Kapitein Schol vaart sinds 71/2 jaar op het schip. Hij vaart steeds op de Oostzee en heeft op de heenreis steeds kolen aan boord. Op de terugreis wordt dan hout meegenomen.
Op 16 mei jl. kwam het schip te Riga aan, waar 22 mei met laden werd begonnen; vierkante balken, opgevuld met ruwe planken. De OTTOLAND was volgens de wet voor de houtvaart ingericht en kon 850 standen (opm: waarschijnlijk stander) inhouden. De schipper had nog wel eens meer hout ingeladen.
Tijdens de belading was het weer goed. De kapitein zelf is steeds aansprakelijk voor het laden, welke hier door Russen werd uitgevoerd. Dit laden nu geschiedde niet oordeelkundig en de kapitein constateerde dan ook later een slechte stuwage in het onderruim.
Van 27 mei tot 1 juni bleef men voor anker liggen en op die datum werd de thuisreis aanvaard, waarvoor honderd ton kolen aan boord was. De deklast bestond uit balken en planken. Een hoeveelheid hout werd achtergelaten, daar de lading begon te hellen. De deklast werd toen vastgezet met kettingen en staaldraden; zij mat twaalf voet hoogstens. Om 12 uur 's middags werd vertrokken met NW wind, betrokken lucht, kalme zee en lichte koelte. De slagzij was toen 5 graden; enige uren later, 's middags om 5 uur, was er reeds 10 graden slagzij te constateren en deze nam toe tot 19 graden.
(opm: zie ook AH 040912 en AH 110912)


04 september 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, geen datum. Gistermiddag werd door de KONINGSHAVEN alhier stroomopwaarts gesleept het afgekeurde oorlogsvaartuig ODIN, van de Deense marine, dat gesloopt zal worden. (opm: zie ook NRC 200812)


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hamburg, 3 september. De vroeger te Groningen thuis behorende tjalk ADELAAR, groot 220 m³, is aan kapt. Neu alhier verkocht en herdoopt in OLGA.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Cuxhaven, 2 september. Hedennamiddag is de van Londen naar Kopenhagen bestemde Nederlandse schoener CITO op de rede alhier met het uitgaande stoomschip VULKAN in aanvaring geweest, waardoor het voortuig van de CITO verloren ging. De schoener is alhier binnengebracht en de VULKAN, die ogenschijnlijk lichte schade beliep, zette de reis voort.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 3 september. De in 1882 te Kinderdijk gebouwde sleepboot ZEELANDIA, groot 128 ton bruto, is aan de Shipping Federation Ltd. alhier verkocht. De vorige eigenaar was mr. W. Watkins, alhier.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. Zaak stoomschip OTTOLAND (vervolg).
Om half tien 's avonds was het dik van mist. Het schip was niet aangeladen toen het vertrok en in de Oostzee reeds had men met harde wind te kampen. Er werd echter geen noodhaven binnengelopen, maar al spoedig werd tank 3 leeggepompt. Toen men uit Riga vertrok, waren alle tanks gevuld. Gaandeweg kreeg het schip meer slagzij, tot zelfs 26 graden, welke later tot 18 graden werd teruggebracht. In Rotterdam werd het schip gelost, maar door het voortdurend lossen van de lage zijden viel de deklading gedeeltelijk overboord. In deze zaak werden een drietal getuigen gehoord (een van de getuigen was niet opgekomen). De Raad zal in deze zaak later uitspraak doen.


05 september 1912


Krant:
 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 4 september. Het onlangs aan de grond gelopen tjalkschip RIVAL, kapt. Bartelds, op reis van Hamburg naar Munster, is heden alhier door de sleepboot ALERT binnengebracht. Het schip is lek in de achtersteven en het roer is er weer achter gemaakt. Het lek heeft men dicht weten te pleisteren. De pompen geven geen water, zodat de bodem waarschijnlijk onbeschadigd is. De lading bestaat uit rogge. De schipper denkt dat hij zijn reis zonder overlading kan vervolgen tot de bestemmingsplaats. Een en ander zal worden onderzocht.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Scheepsbouw. Oude Pekela, 4 september. Van de werf van de heer J. de Boer werd heden met goed gevolg te water gelaten, een stalen klipperaak, groot plm. 100 ton, welke bevaren zal worden door schipper B. Klein van Appingedam; de kiel zal weer worden gelegd voor een dito schip, groot plm. 130 ton.


06 september 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Bremerhaven, 5 september. De van Lübeck naar Groningen bestemde Nederlandse tjalk ALBATROS, kapt. Van Veen, is lek op de Geeste gesleept.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de scheepswerf van de firma Wortelboer & Co. te Westerbroek is te water gelaten een van staal gebouwde sleepkaan, groot 865 ton, voor rekening van M. Stromijer Lagerhaus Gesellschaft te Konstanz. Nog 2 dergelijke schepen zijn besteld, eveneens voor Duitse rekening.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 5 september. Gisteravond heeft op het IJ een aanvaring plaats gehad tussen het tjalkschip WILHELMINA en het stoomschip NEREUS van de Koninklijke Nederlandsche Stoomboot Mij. Het tjalkschip moest, om zinken te voorkomen, aan de noordwal gebracht worden door de sleepboot ZWALUW. De opvarenden van de WILHELMINA konden zich in eigen boot redden.


07 september 1912


Krant:
 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Rudkjöbing, 5 september. Het schip WILHELMINA is bij Ristinge gestrand en reeds vol water. Het zal waarschijnlijk wrak worden.


09 september 1912


Krant:
 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Schiermonnikoog, 7 september. Heden bereikte ons de treurige tijding, dat onze vroegere plaatsgenoot, de heer J.E. Bakker, eerste stuurman op het stoomschip ALPHA bij het sjorren van de deklast, bij Archangel van de boot is afgegleden en verdronken.


10 september 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 10 september. Heden werd van de werf Gusto te Schiedam met goed gevolg een stalen romp van een voor buitenlandse rekening te bouwen baggermolen te water gelaten.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 10 september. Het Nederlandse schip DOLFIJN is 7 september met verlies van deklast en schade aan het tuig te West Hartlepool aangekomen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 9 september. Volgens een telegram uit Kopenhagen is het van Gefle naar Veile bestemde Nederlandse stoomschip PRINSES JULIANA in het Grunsund zwaar aan de grond geraakt. Overeenkomsten zijn getroffen om het stoomschip vlot te brengen.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Groningen, 10 september. Een treurig ongeluk heeft gistermiddag om plm. half vijf plaats gehad bij de scheepswerf van de heer J.Th. Wilmink op de Gideon. Vanaf het station te Groningen werden gistermiddag 2 kranen en 2 lieren op een korrewagen naar die werf gebracht. Aangezien het vervoer langs de trekweg Winschoterdiep moest geschieden, zouden de zware stukken bij de werf overgeladen worden op een nieuwe sleepboot, die dan de vracht naar de overkant van het water moest brengen. Een ploeg werkvolk was hiermee bezig en reeds was een van de lieren en een bovenstuk van een kraan op de boot geladen, toen men zou beginnen, met het overbrengen van een as, wegende plm. 500 kg. Dit zware stuk ontkwam de werklieden en stortte neer op het dek van de sleepboot. Door de schok begon het bovenstuk van een kraan, het welk reeds op het dek stond te glijden, met het noodlottig gevolg, dat 2 werklieden tussen dit stuk, ook van 500 kg en de verschansing van het vaartuig bekneld raakten.
In allerijl ging men aan het werk om de ongelukkigen uit hun benarde positie te verlossen en toen dit gelukt was, bleek hoe treurig het gevolg van dit ongeluk was. Eén van de twee arbeiders, de 40-jarige ongehuwde E. Schuil van Zierikzee, die nog maar enige weken op die werf werkzaam was, bleek reeds dood te zijn; hem was de borstkas ingedrukt, zoals dr. Schade van Groningen constateerde. De ongelukkige werd eerst naar de werf gebracht en later vervoerd naar zijn kosthuis, in de nabijheid, waar het lijk hedenmorgen nog lag. De andere werkman was de 20-jarige Willem Ploeg, wonende aan de Papiermolen, alhier, die enig letsel aan zijn linkerbeen had bekomen Per ziekenautomobiel van de E.N.N.A. Mij. v/h. D. Bakker, alhier, werd de gewonde naar het Academisch Ziekenhuis vervoerd. Hoewel men eerst van mening was dat het been gebroken was, bleek dit onjuist; het is verrekt. Ploeg is er dus vrij goed afgekomen. Algemeen was men op de werf onder de indruk van dit treurige ongeval.


11 september 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

IJmuiden, 10 september. Het uitgaande stoomschip ELVE, bestemd naar Rotterdam, is na het verlaten van de grote sluis op een stoel gelopen en daarna tussen de Zuidpier en de Zuiderstrekdam aan de grond geraakt, sleepboten zijn ter assistentie vertrokken.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

IJmuiden, 11 september. Het stoomschip ELVE, dat na vlot geweest te zijn na het loslaten van de sleepboten en door het vliegend stormweer weer op het strand is geslagen, zit thans dwars op het strand en zo hoog, dat men bij laag water om het schip kan heen lopen. De oorzaak van de stranding is niet een gebrek aan het stuurgerei, doch het schip, dat ongeladen was en vaart moest minderen voor aan de ELVE voorafgaande vertrekkende stoomschepen, kon tegen de storm niet opkomen. Nu blijkt, dat van de schroef een blad was afgeslagen. De sleepboot CYCLOP heeft verbinding met het stoomschip, doch kan alleen niets uitrichten, waarom om meer sleepkracht is geseind. Hedenmiddag zal met hoog water beproefd worden het stoomschip vlot te krijgen. Voor de bemanning bestaat er niet het minst gevaar. Toen het schip voor de tweede maal op het strand sloeg was het water door de aanhoudende noordwesten wind tot 1,80 m. boven A.P. gestegen.
De ELVE gestrand bij IJmuiden. (coll. onbekend)


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 10 september. Het stoomschip PRINSES JULIANA is, ogenschijnlijk onbeschadigd, vlot gebracht en neemt de geloste lading weer in.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Delfzijl, 10 september. Het tjalkschip RIVAL, kapt. Bartelds, hetwelk nabij Wangeroog averij opliep, is thans zodanig hersteld, dat het van hier naar Munster kan vertrekken. Na uitlossing gaat het schip op de werf te Groningen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 10 september. In aansluiting met het korte bericht over de heden van de werf Gusto te Schiedam te water gelaten nieuwe baggermolen, dat wij nog in ons vorig avondblad konden opnemen, dient het volgende:
Het te water gelaten vaartuig, genaamd MARS, is het derde van een viertal welke genoemde firma voor buitenlandse rekening in aanbouw heeft. De doopplechtigheid geschiedde door mejuffrouw Greta Dekker. De hoofdafmetingen van het vaartuig zijn: Lengte 41, breedte 8,80, holte 4,40 meter, hopper capaciteit 400 m³. Het schip zal worden voorzien van een triple expansie machine, welke ruim 300 ipk ontwikkelt en van een ketel van 100 m² verwarmend oppervlak, werkende onder een stoomdruk van 13,5 kg. Verder zullen de nodige stoomlieren aan boord zijn voor het bedienen van de ankers, de hopperdeuren en voor het manoeuvreren. Het vaartuig zal de reis naar zijn bestemmingsplaats onder eigen stoom volbrengen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. Gistermiddag deed de Raad voor de Scheepvaart uitspraak inzake het over boord slaan van de deklast van het stoomschip OTTOLAND (kapt. Jan Schouw) (opm: Jan Schol?). Dit had plaats op 4 en 5 juli in de Sont; de OTTOLAND was op weg van Riga naar Rotterdam en behoorde aan de Nederlandsche Lloyd.
De Raad is van oordeel, dat het schip gelijk de gezagvoerder trouwens reeds bij zijn verhoor voor de inspecteur v.d. scheepvaart erkend heeft, slecht beladen is geweest, maar ter zijner verontschuldiging kan strekken, dat hij van de afladers niet voldoende hout kreeg om de ruimen behoorlijk af te laden, hoezeer daar zijnerzijds op aangedrongen is.
Slechte belading heeft de slagzij en het grote verlies aan lading veroorzaakt en de gevaarlijke toestand, waarin het schip op zee heeft verkeerd en is binnengekomen.
De Raad meent, dat de geringe slagzij, welke het schip bij vertrek van Riga had, geen aanleiding behoefde te zijn, dat vertrek uit te stellen, maar dat, toen die slagzij gaandeweg erger werd en bij het binnenstomen van de Sont 19 graden bedroeg, alle aanleiding bestond om een of andere haven binnen te lopen, ten einde een voorziening te treffen, bijvoorbeeld door bijlading van ongeveer 25 ton kolen in de stuurboord bunkers.
Te meer bestond hiertoe aanleiding naardien de machinist had opgemerkt, dat er bij het binnenstomen van het Drogder-kanaal door het scheef hangen van het schip ternauwernood 2" water op de top van de vuurhaarden was; er bestond mitsdien kans bij vermeerdering van de slagzij, dat men de buitenvuren zou hebben moeten trekken, in welk geval het schip, dat toch al moeilijk stoom kon houden, hulpeloos zou zijn geweest.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. Vervolgens werd uitspraak gedaan in de zaak van het tjalkschip VOORWAARTS, dat op 21 juli in de Eider omhoog voer. Schipper en eigenaar van de VOORWAARTS was P. Huizinga te Groningen.
De Raad is van oordeel, dat het vastlopen van de VOORWAARTS aan overmacht is te wijten en in het nauwe vaarwater van de Eider in de gegeven omstandigheden niet te vermijden is geweest.
Voor het schip was een bewijs van deugdelijkheid afgegeven, geldig op het ogenblik van vertrek en vermits een schipper, voorzien van dat bewijs, bij geen enkele wetsbepaling verplicht wordt zich binnen bepaalde wateren op te houden en de hoofdinspecteur voor de scheepvaart bij generlei wetsbepaling bevoegd is verklaard het verkeer van de schepen, van bewijzen van zeewaardigheid voorzien, tot bepaalde wateren te beperken, kan van een misdraging van de schipper ten opzichte van de opvarenden niet de rede zijn, al heeft hij andere wateren bevaren dan door de hoofdinspecteur aangewezen.
Overwegende daar artikel 11 van het K.B. van 22 september 1909 bepaalt, dat, wanneer een schip schade heeft gelopen en in een buitenlandse haven, waar het is binnengevallen, zich een expert bevindt van de bij K.B. erkende particuliere onderzoekingsbureaus, de reis niet zal mogen worden vervolgd voordat door die expert een verklaring is afgelegd, inhoudende dat het schip naar behoren is hersteld;
overwegende, dat de schipper reeds in de morgen van 22 juli 1912, dus na het vastlopen van het schip, heeft bemerkt dat het water maakte, hetgeen het tevoren niet deed en er mede bekend was dat er schade, wellicht geringe, was ontstaan;
overwegende dat bij K.B. van 2 oktober 1909 o.a. Lloyds Register of British & Foreign Shipping en de Germanischer Lloyd te Berlijn zijn aangewezen als erkende particuliere onderzoekingsbureaus;
overwegende, dat van beide bureaus een kantoor te Tönning is gevestigd;
overwegende, dat de schipper de belopen schade door de deskundige van een van die kantoren had moeten doen opnemen en, indien zulks door de opnemer gevorderd werd, had moeten doen herstellen alvorens met de VOORWAARTS weer zee te kiezen en zulks verzuimd hebbende, zich daardoor heeft schuldig gemaakt aan misdraging ten opzichte van de opvarenden, straft Pieter Huizinga, schipper van het tjalkschip VOORWAARTS, wonende aan boord van zijn schip, deswege met de straf van een berisping.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. Tenslotte werd uitspraak gedaan, naar aanleiding van een klacht tegen de gezagvoerder H.Th. van Slooten van de NEPTUNUS van de Koninklijke Nederlandsche Stoomboot Maatschappij.
Deze klacht van de liergast J.J.F. Boots betrof het feit, dat op de route van Benicarlo naar Valencia geen behoorlijke dekwacht werd gedaan, maar ankerwacht, in plaats van zeewacht. Voorts, dat Boots door de kapitein op 30 april terstond was ontslagen.
De Raad acht bewezen, dat aan boord van het stoomschip NEPTUNUS, toen het 's avonds stomende was van Benicarlo naar Valencia op 20 maart 1912, de wacht aan dek niet is gedaan door een stuurman, roerganger, uitkijk en een derde man;
dat zulks blijkens art. 41 van het K.B. van 22 september 1909, No. 315, had behoren te geschieden en het verzuim hiervan in de zin van de wet is te beschouwen als een misdraging van de gezagvoerder H.Th. van Slooten ten opzichte van de opvarenden;
dat vermits dat verzuim generlei gevolg heeft gehad en de omstandigheden waaronder en de bedoeling waarmee het is geschied, dit verschoonbaar maken; en dat mitsdien geen aanleiding bestaat om tegen de gezagvoerder H.Th. van Slooten enige tuchtmaatregel te nemen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. In de Golf van Biscaye.
Het schoenerschip AGDA ELEONORA vertrok 6 augustus met een lading van 245 ton antracietkolen van Llanelly (bij Cardiff) naar Oporto.
Aan boord bevonden zich schipper H. Bosselaar, met vrouw en kinderen, uit Groningen en 5 man. Toen men Llanelly verliet, lag het schip, aldus verklaarde hedenmiddag de schipper recht. Het was buiig weer, er woei een topzeilskoelte. Geleidelijk werd het weer ongunstiger.
Met alle zeilen voor de wind zeilend kwam de 13e plotseling een wind opzetten. De topzeilen werden weggeslagen. Dadelijk werden de overige zeilen geborgen. Aan alle kanten kreeg men water over. De schoener sloeg naar bakboord over en kreeg een hevige slagzij. Hoewel men over stuurboord ging, sloeg het schip nog meer over.
Later bleek, dat enige klinknagels waren gesprongen, zodat een straal water het ruim binnendrong. Pompen hielp niets. Ten einde de schoener boven water te houden werd er voortdurend gestremd. Gelukkig zag men een boot in de verte. De noodvlag werd gehesen. Deze boot, de MODESTA, redde met een reddingsloep de equipage van de zinkende schoener. Ternauwernood was dit geschied, of de AGDA ELEONORA ging plat met de masten op het water liggen en zonder zich op te richten, verdween zij in de golven.....
Later volgt de uitspraak.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Heden werd met goed gevolg te water gelaten van helling No. 4 van de Nederlandsche Scheepsbouw Maatschappij te Amsterdam, het motortankschip JUNO, in aanbouw voor de Nederlandsch-Indische Tank-Stoomboot Maatschappij te 's-Gravenhage. De voornaamste afmetingen zijn: Lengte tussen loodlijnen 258'-0", breedte 43'-0", holte tot opperdek 19'-101/2". Diepgang met niet minder dan 2.450 ton benzine of kerosine, 120 ton bunkerolie, 30 ton drinkwater en 75 ton provisie, totaal 2.675 ton draagvermogen, 18-6".
Het schip is gebouwd onder de hoogste klasse van Lloyds, met speciaal toezicht. Het heeft 12 olietanks, 4 cofferdammen en 2 brandstofbunkers. Het wordt voortbewogen door een Werkspoor-Diesel-motor van 1.100 epk, gebouwd door de Nederlandsche Fabriek van Werktuigen en Spoorwegmaterieel alhier. Snelheid 101/4 mijl. Behalve de hoofdmotor heeft de JUNO een hulp-Diesel-motor tot het drijven van de ballastpomp en het vullen van de manoeuvreer-ketels, etc. en een donkeyketel tot het leveren van stoom voor de lieren en verwarming. De verlichting is elektrisch.


12 september 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

IJmuiden, 11 september. Het hier gestrande stoomschip ELVE is hedenmiddag met hoog water niet vlot gekomen nadat 3 sleepboten vergeefs getrokken hebben. Het schip zit hoog op het strand en niet gevaarlijk. Waarschijnlijk moet het uitgegraven worden.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

IJmuiden, 12 september. De positie van het stoomschip ELVE is onveranderd; het trekken door 2 sleepboten is hedennacht tevergeefs geweest.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 11 september. De Nederlandse sleepboot NOORDZEE met de hulk KENT op sleeptouw, arriveerde volgens een telegram van heden, te Buenos Aires.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 12 september. De Nederlandse sleepboten SCHELDE en DONAU slepende de eerste helft van een droogdok van Flensburg via Skagen naar Hamburg, vertrokken heden voormiddag van Flensburg.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 11 september. Het hedenmiddag onder de naam DOUKKALA van IJmuiden naar Marseille vertrokken stoomschip is de KONING WILLEM II, dat door de Mij. Nederland te Amsterdam naar Frankrijk verkocht werd. De KONING WILLEM II, in 1900 door de Maatschappij voor Scheeps- en Werktuigbouw Fijenoord alhier gebouwd, is groot bruto 4.293 en netto 2.684 reg. ton.


Krant:

 HND - Het Nieuws van den Dag

Raad voor de Scheepvaart. Vervolgens behandelde de Raad voor de Scheepvaart de schipbreuk van de schoener AGDA ELEONORA, (schipper H. Bosselaar, die met vrouw en kinderen aan boord was). Dit schip, geladen met 245 ton antracietkolen, is op de reis van Llanelly, bij Cardiff, naar Oporto, in de Golf van Biscaye op 13 Augustus (7 dagen na het uitzeilen) door een stormwind overvallen, die de topzeilen wegsloeg. De overige zeilen werden dadelijk geborgen, maar het water sloeg aan alle zijden over en het schip kreeg een hevige slagzij naar bakboord. De romp was lekgesprongen en het water drong het ruim binnen, in die mate, dat pompen niet hielp; de noodvlag werd, bij nadering van een schip, gehesen en dit vaartuig, de MODESTA, redde met een sloep de opvarenden van de zinkende schoener, die kort daarna geheel op zij sloeg en wegzonk. De uitspraak in deze zaak volgt later.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Groningen, 12 september. Reuter seint ons, dat het Nederlandse vaartuig EVERT HENRIKA, kapt. Pronk uit Groningen, gisteren te Nykjöbing op Falster is binnengelopen en dat de kapitein heeft gerapporteerd, dat zijn 20-jarige stuurman Thomas Rink de Vries uit Franeker, gisternacht bij een storm op de Oostzee overboord is geslagen en verdronken.
(opm: Zie onderstaande overlijdensadvertentie, ook daarin naam niet juist weergegeven, naam van schip moet zijn HENDERIKA - NWGL)


13 september 1912


Krant:
 NNO - Nieuwsblad van het Noorden



Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

IJmuiden, 12 september. De sleepboten TITAN, HERCULES en CYCLOP zijn er tot heden niet in geslaagd de ELVE vlot te slepen. Wegens de lagere waterstand wordt dit steeds moeilijker. Door de N.V. Sleepdienst Vischploeg is aangenomen twee ankers op het schip uit te brengen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 12 september. De Nederlandse sleepboten POOLZEE en LAUWERZEE vertrokken heden van Wallsend on Tyne naar Lagos met een droogdok van 258 voet lang en 81 voet breed en met een hefvermogen van 3.000 ton op sleeptouw.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

IJmuiden, 13 september. De sleepboten hebben het vlot slepen van het stoomschip ELVE opgegeven. Een inschrijving om het stoomschip vlot te brengen wordt gehouden. Het stoomschip maakt water. Waarschijnlijk heeft het op een in de nabijheid zittend wrak gestoten.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 13 september. Alhier heeft gisteren op de Eems de voor Duitse rekening gebouwde sleepboot ADLER proef gestoomd en daarbij in alle opzichten uitstekend voldaan.
Deze boot is gebouwd op de scheepswerf en machinefabriek van de heren Boon, Molema en De Cock te Hoogezand. De machine heeft een capaciteit van 140 ipk. Tijdens de proeftocht werd een vaart gelopen van acht mijl. Kapitein P. van Zuilen zal het vaartuig naar Hamburg brengen.


14 september 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

IJmuiden, 13 september. Het bergen van het gestrande stoomschip ELVE werd heden opgedragen aan de Nieuwe Bergingsmaatschappij Dirkzwager & Co. te Maassluis.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 14 september. De sleepboot ATLAS van de “Stoombootreederij voor het Slepen van Schepen aan het Nieuwediep en te IJmuiden van en naar Zee” te Amsterdam, met een baggermolen op sleeptouw van Renfrew, arriveerde heden alles wel, te Buenos Aires (plaats van bestemming).


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Kopenhagen, 12 september. De Nederlandse schoener CITO is na te Cuxhaven voorlopig te zijn gerepareerd, van Londen alhier aangekomen. De schoener is op de rede van Cuxhaven met het stoomschip VULKAN in aanvaring geweest.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Koningsbergen, 10 september. Op de 10e augustus strandde het Nederlandse schip OOSTZEE nabij Neukrug. Het Seeamt, deze zaak behandelende was van oordeel, dat de stranding aan de toen heersende storm en hoge zeegang moet worden toegeschreven.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Barry, 12 september. Volgens rapport heeft het Nederlandse stoomschip TERSCHELLING te Limango aan de grond gezeten. De bodem is beschadigd. Het moet voor reparatie in het droogdok.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 14 september. Het stoomschip TERSCHELLING is volgens een telegram uit Cardiff van Barry aldaar aangekomen. Het stoomschip is heden met schade aan de bodem in het droogdok geplaatst.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Amsterdam, 14 september. Heden werd met goed gevolg te water gelaten van de helling No. 5 van de Nederlandsche Scheepsbouw Maatschappij te Amsterdam de stalen motorsalonboot ALKMAAR, gebouwd voor de N.V. Maatschappij "Alkmaar Packet" te Alkmaar voor haar dienst Amsterdam - Alkmaar. Het schip liep geheel gereed betimmerd, de motoren gemonteerd en afgeschilderd van de helling.


16 september 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 16 september. De sleepboot OOSTZEE met een bergingsvaartuig op sleeptouw, van Barrow naar de Theems, arriveerde heden ter plaats van bestemming.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 16 september. De kapitein van de sleepboot GOUWZEE, te Cuxhaven binnen, rapporteert dat van de door hem gesleept wordende baggermolen SMALLAND gistermorgen, tijdens stormweer het vlak zwaar lek is geslagen en de molen om 1 uur, bij Norderney vuurschip is omgeslagen en gezonken. De bemanning is om elf uur met levensgevaar van boord gehaald.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Brunsbüttelkoog, 14 september. Het met 135 ton ruwijzer voor Uekerminde bestemde Nederlandse schip CONCORDIA, kapt. Dost, is alhier op de rede geankerd liggende in aanvaring geweest met het stoomschip H.A. NOLZE. De CONCORDIA verloor daardoor het voortuig benevens een anker en 35 vadem ketting. Buitendien werd de steven beschadigd en het schip lek. De sleepboot BORKUM bracht het vaartuig alhier binnen.


17 september 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 16 september. Het Nederlandse stoomschip KARL SCHROERS, van Archangel naar Bristol, geraakte volgens telegram uit Tromsø aan de grond, doch kwam met lichte schade weer vlot en liep te Tromsø binnen om onderzocht te worden. Het heeft de reis voortgezet.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Delfzijl, 16 september. De schepen EETJE, kapt. L. Bos, van Altena naar Grossensiel en NEDERLAND, kapt. Wildeman, van Hamburg naar Veendam, zijn 13 september nabij Cuxhaven in aanvaring geweest. Beide schepen werden door de sleepboot AFINA FRATER te Cuxhaven binnengesleept.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de scheepswerf "Nicolaas Witsen" van de firma W.F. Stoel & Zoon te Alkmaar is met goed gevolg te water gelaten een stalen veer-motorboot, lang 39 voet, breed 9 voet en voorzien van een 8 - 10 pk 1-cilinder motor. De boot is gebouwd voor rekening van de gemeente Schoonhoven.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Cuxhaven, 17 september. De navolgende schepen liggen hier wegens tegenwind in de haven: HOOP OP ZEGEN, kapt. Slump, RISICO, kapt. Kunst, EBENHAEZER, kapt. Salomons, HENRIETTE, kapt. Balk, EDORA, kapt. Zuidema, EERSTELING, kapt. Lei, STAD GRONINGEN, kapt. Koenen, EETJE, kapt. Bos, HARMINA, kapt. Diepenveen, EBENHAEZER, kapt. Veen, LUCINA, kapt. Ensing, CONFID, kapt. Harmsen, NEPTUNUS, kapt. Kunst, REHOBOTH, kapt. Kunst, NEDERLAND, kapt. Wildeman, VRIENDSCHAP, kapt. Fekkes, MARGIENA GEZIENA, kapt. Bolhuis, COSMOPOLIET, kapt. Tuyl, JANTIENA, kapt. Bonninga, CHRISTINA, kapt. Boontjes, ONDERNEMING, kapt. Krook, en de sleepboot GEERTRUIDA met JANTJE, kapt. Wijngaarden, en VEENDAMMERWERF, kapt. Kunst.
Ter rede liggen DINA, kapt. Duut en JANNA, kapt. Dost.


18 september 1912


Krant:
 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Martenshoek, 17 september. Van de N.V. Scheepswerven v/h. Gebr. G. & H. Bodewes alhier werd gisteren met goed gevolg te water gelaten de stalen zeesleepboot HELENA FRATER voor rekening van de heer E. Frater Smid te Groningen. De kielen zijn gelegd voor twee dergelijke sleepboten voor een Antwerpse firma, bestemd voor Zuid-Amerika en voor een gaffelschoener, groot 200 ton, voor Hamburger rekening.


19 september 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 19 september. De sleepboten POOLZEE en LAUWERZEE met het droogdok voor Lagos op sleeptouw, vertrokken gisteren van Plymouth.


20 september 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 19 september. Het stoomschip ZANDBERGEN (ex. BACCHUS) aangekocht door Furness Scheepvaart & Agentuur Maatschappij vertrok heden van Cardiff naar Las Palmas.
(opm: zie ook NRC 300712)


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Maassluis, 20 september. Zware ankers op stalen trossen zijn op het te IJmuiden op het strand geraakte stoomschip ELVE uitgebracht en de gijnen aan boord gesteld. Het bergingsvaartuig BUFFEL is bezig een geul te zuigen van diep water naar het strand; terwijl heden met het maken van een zakkendam en het graafwerk een aanvang is gemaakt.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 20 september. Het van Bremen naar Montrose bestemde Nederlandse schip NOORDSTER is lek de Tees binnengelopen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 20 september. Volgens een telegram uit Hamburg is de naar Bremen bestemde Nederlandse tjalk DISPONIBEL met een sleepboot in aanvaring geweest, waardoor de DISPONIBEL zeer zwaar werd beschadigd. Om te kunnen repareren moet de lading worden gelost. (opm: kapt. Feenstra)


21 september 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hamburg, 19 september. De tjalk DISPONIBEL was in aanvaring met de sleepboot GUSTAV ADOLF. (opm: zie ook NRC 200912)


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hamburg, 20 september. De lading van het Nederlandse schip DISPONIBEL is gelost en het schip is naar een werf in Kohlbrand verhaald.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. In zijn zitting van gistermiddag deed de Raad voor de Scheepvaart uitspraak in de zaak van de AGDA ELEONORA, op 13 augustus jl. in de Golf van Biscaye vergaan. Schipper was Harm Bosselaar te Rotterdam.
Uit het verhoor aan de schipper Harm Bosselaar afgenomen is de Raad niet gebleken, dat er aan de inrichting of uitrusting van het schip en de belading daarvan iets heeft ontbroken. De bemanning was voldoende. De maatregelen, door de schipper genomen in het belang van opvarenden, schip en lading, komen hem juist voor.
Grote lof komt toe aan kapt. Isak Smedevig van het Noorse stoomschip MODESTA, die de schipbreukelingen te hulp kwam en de verantwoordelijkheid aanvaardde voor het strijken van de boot. Dankzij de heldhaftige onverschrokkenheid van Hjalmar Pedersen, 1e stuurman, Olav Saetre, 2e stuurman en Peder Brokjob Perdersen, 2e machinist, zijn de negen in doodsgevaar verkeerd hebbende personen behouden gebleven.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. De Raad behandelde daarna de zaak van het stoomschip de WAAL, kapt. J.L. Schuil.
Op de reis van Ursfiken (Zweden) naar Rotterdam is door onverklaarbare oorzaak een zware slagzijde ontstaan, zodat het nodig was, een gedeelte van de deklast overboord te werpen.
De kapitein verklaarde ter zitting dat het schip meet 764,8 netto registerton; het kreeg in juli jl. een certificaat van zeewaardigheid voor de houtvaart voor de tijd van één jaar.
Het schip vertrok op 25 juni van Rotterdam naar Stockholm met een lading cokes.
Deze lading werd in een paar dagen geheel leeg gelost en op 29 juni vertrok het schip naar Stugsund. Over deze reis werd 26 uur gestoomd. Op Stugsund werd een lading hout ingenomen, waardoor het achterruim geheel gevuld was.
In het voorruim was nog enige plaats en deklast was nog niet ingenomen toen men deze haven verliet. Het vaartuig had toen nog niet de minste slagzij.
De deklast, die later werd ingenomen, mat 14 voet voor en 11 voet achter. Deze last was door een sluiting met spanschroeven bevestigd. De verschansing was ongeveer 5 voet hoog. Toen later Ursfiken was verlaten, was de diepgang van het schip 15,2 voet voor, 18,3 voet achter. Het schip lag toen geheel recht.
Het weer was goed. Om 5 uur 's morgens buiten gekomen, stak de wind, die NNO was, vrij hevig op; zware zeeën kwamen over het vaartuig en al spoedig kreeg het schip slagzij. Het was niet mogelijk, een noodhaven binnen te lopen; het schip werd daarom met de kop op zee gedraaid en met de gehele equipage werd scheepsraad gehouden. Er werd besloten een deel van de deklast te werpen. Aldus geschiedde en nu ging het manoeuvreren veel beter, zodat het schip de reis naar Rotterdam kon voortzetten.
Nog dient vermeldt, dat zeven tanks aan boord waren, waarvan tanks 2, 4 en 5 voorzien waren van middenschotten.
Behalve de kapitein werden in deze zaak nog een tweetal getuigen gehoord. De eerste machinist A. Dae en de 2e stuurman J.B.A. Lamet.

NNO 210912
Groningen, 21 september. Men schrijft ons: Het Seeamt te Brake deed in zijn jongste zitting de volgende uitspraak: Tussen 4 en 8 april van dit jaar is bij sterke NW storm de Nederlandse tjalk AMICITIA, in eigendom toebehorende aan en bevaren door kapt. Johan Kielstra, van Zuidhorn, tegenover de Lloydbrug op Wangeroog gestrand en sterk lek geslagen, zodat het door de bemanning moest worden verlaten. Het schip is verloren gegaan. De bemanning werd door de Wangerooger reddingboot aan land gebracht. Dat het schip verloren ging is waarschijnlijk toe te schrijven aan de omstandigheid, dat het schip met zijn zware grindlading meermalen met de bodem van de zee in aanraking kwam. In hoever ouderdom en gesteldheid van de tjalk aan het euvel meegewerkt hebben is niet vastgesteld kunnen worden. De gesteldheid van het vaarwater was goed, zodat de stranding daar niet aan is te wijten. Het reddingwezen van Wangeroog trad tijdig op en bracht de redding tot een gelukkig einde. (opm: zie ook NNO 100412, NNO 120412, NRC 150412, NRC 150512 en NRC 290512)


22 september 1912


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de scheepswerf "Nicolaas Witsen" van de firma W.F. Stoel & Zoon te Alkmaar, is met goed gevolg te water gelaten een stalen vrachtmotorboot, lang 92 voet, breed 16 voet, laadvermogen 80 ton en waarin geplaatst wordt een 24 pk petroleummotor. De boot is gebouwd voor rekening van de heer L.M. de Fouw Jr. te Alkmaar en bestemd voor de dienst Alkmaar - Rotterdam.


23 september 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Scheepsbouw. De onderzeeboot No. 3 op de werf van de Kon. Maatschappij “De Schelde” te Vlissingen gebouwd voor rekening van het Departement van Marine, heeft op de rede aldaar proef gevaren en zaterdagnamiddag (opm: 21 sept.) in het dok duikproeven gedaan. Deze week zal langs de gemeten mijl boven en onder water gevaren worden, terwijl het droge dok voor opneming in gereedheid wordt gebracht.


24 september 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De Staats Courant No. 228 bevat de statuten van de naamloze vennootschap:
Maatschappij Zeevaart te Rotterdam.
Doel: Het kopen, huren en verhuren en in het algemeen de exploitatie, in de meest ruime zin, van eigen of gehuurde schepen, alsmede deelnemen in zaken van anderen die dit zelfde doel beogen. Duur: Tot 31 december 1941. Kapitaal: NLG 1.000.000, verdeeld in 1.000 aandelen van NLG 1.000, waarvan 280 geplaatst en volgestort. De vennootschap wordt onder toezicht van tenminste 3 en ten hoogste 5 commissarissen bestuurd door een directie, bestaande uit ten hoogste 3 personen of een firma. Voor de eerste maal zijn tot directeuren benoemd: De heren W.C. Hudig en J.C. Veder, beiden reder en cargadoor te Rotterdam.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Aangekochte schepen. Rotterdam, 23 september. De firma G.B. Pas en Zonen, scheepsslopers te Bolnes, heeft volgens het Hbl. te Londen de raderstoomboot MAGNUS aangekocht. Dit schip, groot 618 ton, werd in 1864 gebouwd, ligt nu te Gibraltar en heeft dienst gedaan tussen Gibraltar en Tanger.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Verkochte schepen. Rotterdam, 23 september. Naar het Hbl. verneemt zijn de stoomschepen COPPENAME, MAROWIJNE, SARAMACCA en SURINAME van de Kon. West-Indische Maildienst, die voor het vervoer van bananen een geregelde dienst onderhouden tussen Paramaribo en New York, verkocht aan de United Fruit Company te New York.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Verkochte schepen. Rotterdam, 23 september. Naar de Telegraaf verneemt, wordt het stoomschip SOEMBAWA, metende 3.375 bruto registerton, gebouwd in 1892 (opm: is 1899) door de Nederlandsche Scheepsbouw Maatschappij te Amsterdam, toebehorende aan de Stoomvaart Mij. Nederland, na inspectie in het droogdok, overgenomen door de Koninklijke Nederlandsche Stoomboot Mij., die het onder de naam HECTOR in de vaart zal brengen.


25 september 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 25 september. De Nederlandse sleepboot MAAS met twee zelf lossende kolenlichters op sleeptouw is heden met alles wel van Spezia te Dakar aangekomen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlissingen, 25 september. De 13e september ’s avonds, is nabij Dungeness (Engels Kanaal) de Vlissingse loodsschoener No. 9 in aanvaring geweest met een toen onbekend gebleven stoomschip. Dat stoomschip stoomde onmiddellijk weg en nam in het geheel geen notitie van het aangevaren schip, niettegenstaande door de loodsschoener naar de naam van het stoomschip werd gevraagd. Zelfs de jol werd uitgezet die het stoomschip nog na geroeid is, om verbinding met hetzelve te krijgen, doch tevergeefs; het stoomschip bleef doorvaren. Het mocht aan het loodsbestuur gelukken, het stoomschip te ontdekken en het bleek nu te zijn: Het Nederlandse stoomschip PRINS WILLEM V van de West-Indische Lijn. (Het stoomschip PRINS WILLEM V arriveerde 11 sept. van Paramaribo te Amsterdam).


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf Gusto van de firma A.F. Smulders te Schiedam is gisteren te water gelaten de stalen romp van een zeewaardige hopper, zijnde de laatste van een viertal, welke deze firma voor buitenlandse rekening in aanbouw heeft.


26 september 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 25 september. Wij vernemen dat het Nederlandse stoomschip PONTIANAK gisteren nabij Makassar aan de grond raakte, doch dat het met eigen middelen weer vlot kwam en dat ruim 1 water maakte.
Uit Londen werd ons het volgende geseind: Volgens een telegram uit Soerabaja is het Nederlandse stoomschip PONTIANAK na aan de grond te hebben gezeten aldaar aangekomen. Het stoomschip was zonder assistentie vlot gekomen. In het voorruim staat 14 voet water. Verder werd er nog gerapporteerd, dat het stoomschip naar Batavia zal vertrekken om aldaar te repareren. Er is schade aan de lading, doch die schade bepaalt zich tot de goederen in het voorruim.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 26 september. Wij vernemen dat de Nederlandse motorschoener SIRRA te Dordrecht van een nieuwe Dieselmotor wordt voorzien. Binnen enkele dagen is dit vaartuig weer gereed en zal dan naar Düsseldorf vertrekken om aldaar een lading vuurvaste steen voor St. Petersburg te gaan laden.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. De Raad behandelde daarna de aanvaring op 4 september jl. op het IJ tussen het stoomschip NEREUS, gezagvoerder J.C. v.d. Laag, te Amsterdam en het tjalkschip WILHELMINA, schipper en eigenaar J. Tigelaar te Hoogeveen.
Schipper Tigelaar is op de dag van de aanvaring van Wormerveer gekomen met een lading lijnkoeken en meel, bestemd voor Elburg. Hij wilde door de Oranjesluizen de Zuiderzee opvaren. Het weer was goed en, het midden houdend van het vaarwater van het IJ, zette de WILHELMINA van het Centraal Station koers naar het rode vuur aan de kop van het IJ. Even voor de rode ton zag de schipper een stoomboot op zich afkomen, die twee stoten op de fluit gaf. De WILHELMINA antwoordde met één stoot en gaf zoveel mogelijk stuurboord over.
Weer liet de ander twee stoten horen, de WILHELMINA zag nu het groene licht van het vreemde schip in haar onmiddellijke nabijheid. Juist bij het steigertje kwam de boot vlak achter het zwaard van de WILHELMINA in aanvaring met de tjalk en wel zo, dat de boegspriet van de WILHELMINA op de steiger lag.
Het schip maakte water. Vrouw en kinderen werden in de sloep geholpen en naar de stad gebracht en 5 minuten later reeds was de WILHELMINA gezonken. Het vaartuig werd gelicht en op een helling gebracht, waar het thans nog in reparatie ligt.
Als getuige in deze zaak compareerde voorts o.a. de loods J. Groeneveld voor de Raad.
Hij bevond zich met de kapitein van de NEREUS op de brug. Dit schip stoomde om 8 uur van de IJ-kade met bestemming naar Hamburg. Het liep met volle kracht 81/2 à 9 mijlen; bij het uitvaren maakte het niet meer dan 3 mijlen. De NEREUS zat aan de rode tonnen-kant en zag boven het Wilhelmina-dok uit een wit licht naar de zuid. Toen dit licht vrij kwam van het dok, zag de loods, dat het behoorde bij een vaartuig, dat bij de wind lag.
De loods gaf twee stoten, als bewijs, dat hij naar bakboord uitweek. Het vaartuig ging toen overstag. De loods liet de machine stoppen en gaf weer twee stoten. Het vaartuig loefde ook op. De loods liet volle kracht achteruit stomen, drie stoten op de fluit geven en het anker vallen. De loods had de zuidwal genomen om sleepboten en andere vaartuigen te mijden. Geluid-seinen zijn niet van de tjalk vernomen. Getuige verklaart, dat aan de oostzij van de WILHELMINA nog een kruisend vaartuig viel waar te nemen.
De kapitein van de NEREUS, die thans varende is, had een schriftelijke verklaring afgelegd. Hiermede was het verhoor afgelopen. De Raad zal later, besluiten, of nog andere getuigen zullen gehoord.


27 september 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 26 september. Het stoomschip PRINSES JULIANA, dat op reis van Gefle naar Veile in het Grunsund aan de grond heeft gezeten, is op een werf te Groningen onderzocht en onbeschadigd bevonden. Naar wij vernemen is dit stoomschip door de makelaar Jacq. Pierot Jr. naar Engeland verkocht.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 26 september. Naar aanleiding van het bericht van de Vlissingse loodsschoener No. 9 met het stoomschip PRINS WILLEM V in ons ochtendblad van 26 dezer, heeft het Hbl. zich gewend tot de Koninklijke West-Indische Maildienst om inlichtingen. Van bevoegde zijde vernam het HBL. daar het volgende:
De dag na de botsing, kwam de PRINS WILLEM V te Amsterdam van Paramaribo binnen. De gezagvoerder heeft dadelijk de botsing gerapporteerd. Na een technische beschrijving omtrent de oorzaak van de aanvaring, welke volgens de gezagvoerder te wijten was aan het niet laten zien van de zijlichten op de loodskotter, rapporteert de kapitein, dat hij dadelijk na de botsing, waarbij de boegspriet van de kotter beschadigd werd, gestopt heeft. Nadat de gezagvoerder zich overtuigd had, dat het loodsvaartuig niet of slechts zeer weinig beschadigd was en hij begreep, dat gevaar voor de opvarenden uitgesloten was, stoomde hij door. De gezagvoerder deelde voorts nog mee, dat hij van het uitzetten van een boot niets gezien had. Op verzoek van de inspectie van het loodswezen, werd aan haar door de directie van de K.W.I.M. meegedeeld, hetgeen de gezagvoerder van de PRINS WILLEM V gerapporteerd had.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 26 september. De Nederlandse sleepboten DONAU en SCHELDE, met het tweede gedeelte van het droogdok voor de Reiherstiegwerft te Hamburg op sleeptouw, vertrokken hedenochtend van Flensburg via Skagen naar Hamburg.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Alblasserdam, 26 september. Heden werd van de werf van de N.V. Werf De Noord (directeur de heer J.U. Smit) te Alblasserdam met goed gevolg te water gelaten het stalen Rijnschip genaamd TH. No. 15. De afmetingen van dit schip zijn 100 x 13 x 2,80 meter en het laadvermogen van dit schip is ongeveer 3.000 ton. Onmiddellijk daarop werd de kiel gelegd voor een Rijnschip van ca. 1.000 ton. Beide Rijnschepen zijn voor binnenlandse rekening in aanbouw.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Groningen, 27 september. Een zeilschip, aan de mond van de Theems voor anker liggende, werd dinsdagavond door de sterke wind los gedreven en voer aan tegen het Nederlandse zeilschip ANNETTE, kapt. Mulder, van Groningen, dat bij het hoofd van Southend lag. De ANNETTE leed aanmerkelijke schade. De schipper liet twee van zijn mannen in de vlet het wegdrijvende schip na roeien om er de naam van te weten te komen. Voor de vlet het schip had bereikt, werd ze overvaren door een vissersvaartuig. Een van de twee mannen hield zich zwemmende boven, tot het stoomschip DUKE OF ABERCORN hem oppikte, maar de ander verdronk. (opm: Moet zijn ANNETTA – kapt. R. Mulder)


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

De Nederlandse 4-mast bark JEANNETTE FRANCOISE, kapt Visser, thans op reis van Buenos Aires naar Hamburg, is, naar de “Hamb. Börsenh.” Verneemt, verkocht aan Robert Mattson te Mariehamn.


28 september 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Tussen de Vereeniging van gezagvoerders en stuurlieden ter koopvaardij en de Vereeniging van machinisten op die schepen is een fusie tot stand gekomen met het doel, samen te werken tot verkrijging van betere toestanden aan boord van de schepen en van hogere gages. Uit de besturen van die verenigingen is een commissie benoemd, die deze actie zal voeren. De commissie heeft reeds tal van stukken verzameld uit allerlei landen, waaruit zou blijken, dat - behalve bij de grote maatschappijen - de koopvaardij-officieren hier te lande In ongunstiger conditie verkeren dan bij de meeste zeevarende volkeren het geval Is. Allereerst heeft deze commissie zich nu gewend tot de te Rotterdam gevestigde redersvereniging met een adres, waarin de toestanden worden uiteengezet, met verzoek om een onderhoud, ten einde zo mogelijk langs vredelievende weg tot een goede oplossing te komen. Vermoedelijk zal binnenkort ook een dergelijk adres werden gericht tot de rederijen te Amsterdam.
Buiten deze actie zullen vallen, de Stoomvaartmaatschappij Rotterdamsche Lloyd, de Stoomvaart Maatschappij Nederland en de Ned. Stoomvaartmaatschappij Oceaan te Amsterdam.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 27 september. Volgens een telegram uit Kustendje is de Nederlandse Dieselmotorboot VULCANUS bij het invaren van het dok tegen de kop van de pier gelopen en werd daardoor beneden de waterlijn beschadigd. Het schip is een weinig lek.


30 september 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 29 september. Volgens een telegram uit Port Said is het van Rotterdam naar Java bestemde stoomschip BOGOR van de Rotterdamsche Lloyd in het Suezkanaal en wel in de sectie Kabret, aan de grond gevaren. Een sleepboot van de Suezkanaal Company is ter assistentie vertrokken.
Londen, 30 september. Het stoomschip BOGOR zit nog steeds aan de grond. Een gedeelte lading wordt gelost.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 30 september. Het stoomschip BOGOR, van Rotterdam naar Java bestemd is nadat er 500 ton lading was gelost, vlot gekomen. Het geloste gedeelte van de lading is weer herscheept.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Kustendje, 27 september. Twee tankplaten en een hoekijzer van de Nederlandse motorboot VULCANUS zijn resp. gebogen en gekraakt. Een expertise zal worden gehouden.


01 oktober 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 30 september. Het stoomschip BOGOR heeft geen schade bekomen en heeft de reis van Suez naar Java voortgezet.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. De Raad voor de Scheepvaart deed gistermiddag uitspraak omtrent de aanvaring op 4 september jl. op het IJ tussen het stoomschip NEREUS, gezagvoerder J.C. v. d. Laag te Amsterdam en het tjalkschip WILHELMINA, schipper en eigenaar J. Tigelaar te Groningen.
Naar het oordeel van de Raad had de loods Groeneveld, die erkent de fluitseinen en de roercommando's te hebben gegeven, in plaats van voor de tweede maal 2 korte stoten te doen horen en daarbij hard bakboordroer te geven, terstond moeten stoppen en volle kracht achteruit moeten slaan, waarbij zo nodig een of meer ankers hadden kunnen worden gepresenteerd. Aan het nalaten van die manoeuvre is de aanvaring, die ongeveer 50 meter ten zuiden van de grens van het grootscheeps-vaarwater plaats had, te wijten. Van de WILHELMINA mocht niet worden verwacht, dat dit schip de zuidwal, die het steeds gehouden heeft en nog hield, zou verlaten, enkel en alleen omdat de NEREUS geliefde haar bakboordwal op te zoeken, en dit zonder noodzaak, immers, terwijl haar voorgeschreven andere manoeuvre mogelijk was.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. De Raad deed daarna uitspraak in de zaak betreffende het ontstaan van zware slagzijde bij het stoomschip de WAAL, op de reis van Ursfiken (Zweden) naar Rotterdam. Dit had ten gevolge, dat het nodig was een gedeelte van de deklast overboord te werpen.
De Raad is van oordeel, dat het schip een te grote deklast voerde, wat bewezen wordt door het feit, dat, toen 20 standaards hout waren geworpen, het handelbaar is gaan worden en recht was te houden; maar voor een gezagvoerder is het bezwaarlijk door andere hulpmiddelen te bepalen hoever hij kan afladen, dan door het nagaan van de diepgang van zijn vaartuig en de stabiliteit er van. De Raad meent, dat het daarom verkieslijk is, dat de commissie tot vaststelling van de uitwatering bij het afgeven van vergunningen voor het voeren van dekladingen hout, de mogelijkheid van opslorping van water door gezaagd hout in aanmerking neemt.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. Gistermiddag stelde de Raad voor de Scheepvaart een onderzoek in naar het aan de grond varen in de Groene Sont op 8 september jl. van het stoomschip PRINSES JULIANA, schipper J. Struik, te Groningen; reder en eigenaar P. Bul te Groningen. Als eerste getuige werd gehoord de schipper, die verklaringen aflegde omtrent de koers van het schip, de aanwezigheid van kaarten en kompassen op de brug. De kompassen waren in goede staat; zij waren vóór de reis onderzocht. Op reis had men NW wind, daarom werd de weg door de Groene Sont gekozen in plaats van door het Kattegat of de Grote Belt. De voorzitter vraagt wat de oorzaak geweest is van het aan de grond varen. Getuige weet dit niet te zeggen. Hij hield het roer op de vuurbakens achter het schip, wijl die vóór het schip nog niet zichtbaar waren. Ook bij het vastvaren waren zij nog niet zichtbaar. Getuige geeft toe dat de schuld te wijten kan zijn geweest aan onachtzaamheid zijnerzijds. Als tweede getuige werd gehoord de matroos Hendrik Bul. (opm: zoon van reder)
De voorzitter vraagt of kapitein Struik op eigen gezag door de Groene Sont voer, of dat dit hem was bevolen door de eigenaar van het schip P. Bul. Getuige verklaart, dat dit in overleg geschiedde, wijl de wind NW stond en men de zware zee wilde vermijden. Daarop vraagt de Raad aan getuige of hij het lood niet had moeten uitwerpen, toen de lichten niet zichtbaar waren. Getuige verklaart, dat men de richting hield op de vuren achter. Derde getuige was P. Bul, eigenaar van het schip. Ook hij verklaart, dat door de Groene Sont werd gevaren en niet door het Kattegat of de Grote Belt, na gemeenschappelijk overleg, om de zware zee te vermijden; de wind was NW. Getuige weet omtrent het vastlopen van het schip geen nadere bijzonderheden mee te delen. Hij veronderstelt echter dat het onheil is te wijten aan enige onoplettendheid van de schipper, wijl deze meer had moeten uitzien naar bakboord. Uitspraak volgt later.


02 oktober 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

IJmuiden, 1 oktober. Het hier op het strand geraakte stoomschip ELVE is deze middag met de kop naar zee gebracht en komt waarschijnlijk hedennacht vlot.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 1 oktober. Op de 27e september werd van de werf van de firma William Gray & Co. Ltd. te West Hartlepool het stoomschip ARAKAN, dat aldaar voor rekening van de Rotterdamsche Lloyd wordt gebouwd, te water gelaten. Het stoomschip dat volgens de hoogste klasse van Lloyds wordt gebouwd heeft de volgende hoofdafmetingen: Lengte over alles 412 voet 6 duim, breed 53 voet 6 duim en hol 29 voet 7½ duim.
Het stoomschip heeft een cellulaire dubbele bodem, een achterpiek-tank en achter de machinekamer een ruimafdeling voor waterballast. In het geheel kan 2.200 ton waterballast worden meegenomen. De door de Central Marine Engine Works vervaardigde machines zijn van het triple expansie systeem waarvan de cilinders 23 – 46 en 77 Eng. duim middellijn hebben. De slag is 48 duim.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 2 oktober. Volgens een telegram uit Coruña is het droogdok, dat door de Nederlandse sleepboten LAUWERZEE en POOLZEE van de Tyne naar Lagos (bocht van Benin) zou worden gesleept, van die sleepboten op drift geslagen, in de Sicira rivier terug gevonden. De reders van de sleepboten LAUWERZEE en POOLZEE delen nu het volgende mee: Blijkens een telegram van de gezagvoerder van de sleepboot POOLZEE te Corcubion binnen, zijn de beide sleepboten LAUWERZEE en POOLZEE op 20 september in een orkaan van het dok losgeslagen en is het dok op de Spaanse kust gestrand.
De gezagvoerder van het dok telegrafeert uit Puertoson, dat het dok bij Queringa is gestrand en dat het volk in veiligheid is.
Volgens een via Londen ontvangen bericht is het dok in Maros, ogenschijnlijk aan de grond gelopen. De rederij van de sleepboten heeft de nodige orders gegeven om het dok op te sporen. Het dok was 29 september op 41ºN en 9ºW gepraaid door het stoomschip SIPTOK te Gibraltar binnen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Maassluis, 2 oktober. Nadat de zandzuiger BUFFEL gedurende een aantal dagen heeft gezogen ter plaatse waar het stoomschip ELVE te IJmuiden op het strand is gelopen, is men er in geslaagd het stoomschip ELVE, dat 31 meter van de laagwaterlijn zit, 16 meter met de kop naar zee te hieuwen. Hedennacht met hoogwater is het stoomschip ELVE 6 meter om-gehieuwd. Het stoomschip maakt geen water en de vooruitzichten om het stoomschip vlot te brengen zijn gunstig.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Scheepsbouw. Westerbroek, 1 oktober. Heden werd met gunstig gevolg van de werf van de firma J.J. Pattje en Zonen te Waterhuizen te water gelaten de staal-ijzeren twee-mast gaffelschoener SENATOR DANTZIG, groot plm. 250 ton, terwijl de kiel is gelegd van een dito gaffelschoener van 170 ton, beide voor Duitse rekening.
De vorige week vertrok van genoemd werf de nieuw gebouwde drie-mast motor gaffelschoener GERHARD; eveneens voor Duitse rekening. Dit schip is uitgerust met een 2-cilinder Kromhout ruwolie-motor van 110 à 90 pk en aan dek een donkey voor het drijven van twee stoomlieren. (opm: juiste naam is SENATOR DANTZIGER)


03 oktober 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 2 oktober. Behalve het reeds in ons vorig nummer gemeld bericht, dat het droogdok bij Queringa is gestrand en dat de bemanning is gered, seint Lloyds nog dat er assistentie naar de strandingsplaats is vertrokken.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 3 oktober. Het te IJmuiden op het strand gelopen ELVE is weer 10 meter naar zee gehieuwd.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart. In zijn heden gehouden zitting heeft de Raad behandeld de oorzaak van de stranding nabij IJmuiden op 11 september jl. van het stoomschip ELVE, kapt. R. Giezen te Rotterdam, rederij P.A. van Es & Co. aldaar.
De kapitein verklaart in de zes jaar van zijn dienst wel meer met ballast te hebben gevaren. Het schip meet 920 ton bruto; in ballast tekende het voor 6, achter 10, dus gemiddeld 25 palm. Geladen maakt het 10 mijl in het uur. Het schip was bestemd om te Rotterdam te dokken. ’s Avonds om 6.30 uur ging het van Amsterdam het Noordzeekanaal in naar IJmuiden met eigen kracht. De wind was NNW. Aan de Handelskade was alles in orde; het schip heeft alleen het eigenaardige, dat het niet te best stuurt. Te IJmuiden gekomen werd geen bezwaar gezien, ook niet door de loods Leegwater, om naar buiten te gaan. Op de brug was getuige met de loods en de roerganger, voorts vormden 5 man de dekbemanning. Door de wind dreef het achterschip tegen het remwerk van de sluis, doch beliep geen schade. Volle kracht stuurboordroer werd gegeven om de noord. Maar het schip zat te veel aan de zuidwal. Men ging stuurboord roer volle kracht vooruit tussen boei 5 en 4, maar het lukte niet; toen liet men de ankers, het eerst het bakboordanker, vallen. Een paar sleepboten waren nabij. Een Vischploeg aan stuurboordzij riep aan of hulp verlangd werd, maar het aanbod werd afgewezen, daar het schip voor het doel te licht geacht werd.
De ACHILLES en de CYCLOP, beide recht achteruit, maakten het schip achter vast aan stuurboord en bakboord en brachten het vlot. Het was toen halftwaalf; een plotselinge wending van de CYCLOP had echter tot gevolg, dat het schip al spoedig weer vast raakte.
(Voor het vervolg van het verslag van deze zitting zie NRC 041012)


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Delfzijl, 1 oktober. Van de werf van Gebr. Niestern te Delfzijl is een stalen dubbelschroef-stoomboot, met plm. 250 ton draagvermogen, te water gelaten. Hierin zal een machine van 200 ipk worden gesteld. Dit stoomschip is voor Portugese rekening gebouwd en zal als passagiers- en vrachtboot dienst doen in Portugees West Afrika. (opm: is bouwno. 120 de BOM JESUS)


04 oktober 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart. (vervolg). Bij de behandeling van de oorzaak van de stranding nabij IJmuiden op 11 september jl. van het stoomschip ELVE, kapt. R. Giezen te Rotterdam, rederij P.A. van Es & Co. aldaar, zegt de kapitein nog, dat hij de stuurman had gevraagd, of hij dronken was. “Neen”, was het antwoord, “alleen maar lollig”.
De zeeloods J. Leegwater van Den Helder, verklaart, dat aan bakboordzij langs de rode ton 5 geroepen werd: stoppen! Toen ging de kop de zuid in. Pogingen om het schip om de noord te krijgen, gaven niets; het schip ging maar steeds om de zuid en raakte vast. De ACHILLES slaagde er niet in een tros vast te krijgen. Getuige had ook wel opgemerkt, dat de stuurman, hoewel schijnbaar niet dronken, toch niet zo kalm was als had behoord.
A.J. van Leeuwen, schipper van de Vischploeg, verklaart de ELVE door de sleepboten te hebben zien afbrengen; maar de tweede stranding heeft hij niet gezien.
Voorts werd gehoord de vletterman Dirk Boom, van IJmuiden. Hij zegt, gevraagd te hebben of er hulp nodig was, waarop gevraagd werd: ”Wie ben jelui? Wat moet je hebben?” Geantwoord werd: “Zeg maar, of je hulp verlangt; de rest zullen we wel uitmaken, als je vlot bent!” Van de ELVE werd een lijn in de vlet geworpen, welke door getuige aan de lijn van de Vischploeg werd vastgemaakt. Getuige meende in de stem van degene, met wie hij sprak, de stem van de loods Leegwater te herkennen.
Vervolgens werd gehoord de vletterman A.B. v.d. Wind, die deze verklaring bevestigt.
De loods zegt, omtrent dit gesprek in het onzekere te zijn. Hij heeft ook niet gezien, dat er een lijn afgesneden werd.
J. v.d. Graaf, kapitein van de CYCLOP verklaart, dat de lijn aan het achterschip daarvan werd vastgemaakt. Aan de kapitein van de ACHILLES werd geen order gegeven, noch afspraak gemaakt en met de ELVE werd geen overleg gepleegd. Na een kwartier of twintig minuten was het schip vlot. Waarom de ACHILLES de tros losgooide, of dat de tros door de ELVE losgegooid werd, weet getuige niet. Had de ELVE intijds een of twee ankers geworpen, dan ware zij niet voor de tweede maal gestrand.
Verdere behandeling van de zaak werd geschorst tot woensdag a.s., ten einde te horen de 1e stuurman A.W. Eschauzier van Rotterdam, ter beoordeling, of het ongeval aan enige daad of nalatigheid zijnerzijds is te wijten. (opm: zie ook NRC 031012 voor het eerste deel)


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 3 oktober. Volgens afgelopen nacht ontvangen telegrammen uit Muros via Coruña is de toestand van het in de Sierra Murosbaai gestrande dok ernstig en door het slechte weer kunnen de sleepboten het niet naderen. De verzekering op dit dok gesloten bedraagt GBP 67.000.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 4 oktober. Het van Hull naar Rouen bestemde Nederlandse stoomschip WILLY is volgens een telegram uit Rouen in de Seine aan de grond gelopen.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Advertentie. Heden overleed, na langdurig lijden, in de ouderdom van 50 jaren, onze lieve man, vader, behuwd- en grootvader, de heer W. Duit, gezagvoerder van het s.s. FARMSUM.
Rotterdam, 1 oktober 1912. Bergweg 277a. Uit aller naam: T. Duit-Sterrenberg.
De teraardebestelling zal plaats hebben maandag 7 oktober op de begraafplaats Crooswijk.


05 oktober 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 4 oktober. De Nederlandse zeesleepboten SCHELDE en DONAU, met het tweede gedeelte van het voor Hamburg bestemde dok op sleeptouw, passeerde hedenmiddag 4 uur Cuxhaven.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 5 oktober. De kapitein van de Nederlandse sleepboot POOLZEE telegrafeert over het gestrande droogdok voor Lagos uit Noya het volgende:
Ponton No. 1 grotendeels vernield, No. 2 zwaar beschadigd, No. 3 schijnbaar goed, No. 4 benedenzijde totaal weg, No. 5 idem en No. 6 lek. De bodem is onzichtbaar. Het strand bestaat uit rots en zand. Volgens mijn inzicht is het dok in deze toestand niet af te brengen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. De Raad stelt een verder onderzoek in inzake de aanvaring nabij Dungeness op 10 mei 1912 tussen het stoomschip THEMISTO (schipper K. Teensma te Schiermonnikoog, rederij Hudig & Veder te Rotterdam) en de rjjksloodsschoener TEXEL EN IJMUIDEN No. 3. Het onderzoek van de vorige zitting liep hoofdzakelijk over de vraag, of de rijksloodsschoener door af te vallen langs boord had kunnen komen en zo de aanvaring vermijden. Thans werden als getuigen enige van de bemanning van de THEMISTO gehoord. De eerste getuige W. Boll 1e stuurman op de THEMISTO verklaarde, dat, toen hij om half drie op de brug kwam, de wind NO was. De afstand van de rijksloodsschoener was ongeveer vijf mijlen. Om twintig minuten vóór drie was de vaart van de THEMISTO ongeveer 8 mijlen per uur. Voortdurend was getuige met de 3e stuurman op de brug. Hij heeft de schoener steeds in het oog gehad. De kapitein heeft gevraagd: „Wat voert die schoener uit?" omdat het vaartuig telkens van stuurboord naar bakboord voer. Daarop heeft getuige meer ruimte gegeven. Een van de leden van de Raad vraagt of de THEMISTO veel schade heeft gehad. Waarop getuide bevestigend antwoordt, als ook dat de vaart van de schoener zeer groot was. Volgens de verklaring van getuige was op het dek van de schoener geen mens dan een leerling. Vóór de aanvaring heeft de schoener verscheidene malen van stuurboord naar bakboord en omgekeerd gevaren. Getuige heeft dat zelf gezien, daar hij van half drie tot de aanvaring voortdurend op de brug was geweest. Als tweede getuige, werd gehoord A. Gravemaker, 3e stuurman op de THEMISTO. Hij verklaarde om half drie op de brug te zijn gekomen en deelde mee, hoe de ligging van de schoener toen en daarna was tot aan de aanvaring; zijn verklaringen komen overeen met die van de vorigen getuige. De aanvaring had midscheeps plaats, waarbij de schok nogal groot is geweest. Ook volgens deze getuige zijn de loodsen niet op dek geweest van de loodsschoener. Getuige zelf is steeds met de stuurman op de brug geweest Als derde getuige werd gehoord P. van der Geest, matroos te Schiermonnikoog. Getuige is geen matroos meer op de THEMISTO, wel nog als lampenist in dienst erop. Toen de aanvaring plaats had, volgens getuige nog even vóór drie uur, was hij nog bij het roer, waar hij tot drie uur moest blijven. Ook deze getuige legt omtrent de bewegingen, die de schoener vóór de aanvaring heeft gemaakt, dezelfde verklaringen af als de twee voorgaande getuigen; alleen kan hij zich niet precies de tijd herinneren van de bewegingen, die de schoener maakte vóór de aanvaring. Daarop werd de zitting gesloten. Uitspraak volgt later.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Door de Mij. „Zeevaart", directie W.C. Hudig en J.C. Veder te Rotterdam, is aan de Rotterdamsche Droogdok Mij. de levering opgedragen van een stoomschip van 5.500 ton draagvermogen. Het schip moet in 1914 geleverd worden en zal onder de naam LETO in de vaart worden gebracht.


07 oktober 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 6 oktober. Volgens een telegram uit Rouen is het Nederlandse stoomschip WILLY met assistentie en nadat er 300 ton was gelicht vlot gekomen. Daarna werd de rivier verder opgestoomd. (opm: zie ook NRC 041012)


08 oktober 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 8 oktober. Het stoomschip WILLY, dat in de Seine aan de grond heeft gezeten, gaat voor onderzoek in een droogdok. Ogenschijnlijk heeft het geen schade geleden.


09 oktober 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 8 oktober. Het voor Lagos bestemde droogdok dat in Murosbay op de Spaanse kust de 20e september jl. is gestrand, is als geheel wrak geabandonneerd. De sleepboten zullen nog trachten hun inventaris te bergen en keren daarna naar hier terug.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 9 oktober. De sleepboot OCEAAN met een baggermolen op sleeptouw, van Rotterdam naar Buenos Aires, arriveerde gisteren ter plaatse van bestemming.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Heden werd met goed gevolg te water gelaten van helling No. 1 van de werf van de Nederlandsche Scheepsbouw Maatschappij, alhier, het stalen dubbelschroef motortankschip EMANUEL NOBEL, gebouwd voor rekening van de Soc. An. d'Armement, d'Industrie et de Commerce te Antwerpen. De voornaamste afmetingen zijn: Lengte over alles 390'-6", breedte 51'-0", holte 29'-0", draagvermogen bij 22'-6" diepgang 6.250 ton, snelheid op 22'-6" diepgang 11 knopen. Het schip heeft 16 tanks, 8 zomertanks, 4 cofferdammen en één pompkamer. Totaal kan 5.670 ton olie vervoerd worden.
De voortbeweging van het schip geschiedt door twee Werkspoor Dieselmotoren, elk van 1.100 epk. Het schip werd naar de eisen van Bureau Veritas gebouwd, onder toezicht van de heer J.C.F. Muller, inspecteur van de S.A. d'Armement, d'Industrie et de Commerce.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Scheepsbrand. Gisteravond halfelf brak een zware scheepsbrand uit in het achterruim van het stoomschip HALLUMSHIRE, liggende aan het terrein van de Holland-Amerika-lijn aan de Wilhelminakade te Rotterdam en gecharterd door die lijn voor een reis naar Boston en Philadelphia. Het schip was geladen met ruim 100 ton balen geperste lompen, voorts met paraffine, stukgoed, haring enz. De vlammen sloegen hoog op; het gehele achterruim was een vuurzee gelijk. De brandweer werkte met 12 stoom- en 8 sectiespuiten. Met ruim 24 stralen werd water gegeven, onder welke 9 stralen van de stoompomp van de terreinen. Vele autoriteiten waren aanwezig, onder wie de president-directeur, de heer J.V. Wierdsma. Te middernacht was het grootste gevaar geweken, doch de brand woedde nog krachtig voort. Het stoomschip moest heden vertrekken. Vermoedelijk is een baal lompen in aanraking gekomen met een werklamp.


10 oktober 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hardinxveld, 9 oktober. Heden werd van de werf “De Merwede” van de firma Van Vliet & Co. alhier met goed gevolg te water gelaten een stalen sleepkaan No. 100, lang 95 meter, breed 12 meter en hol 2,80 meter, groot ongeveer 2.400 ton, voor rekening van de heer B. van Ooyen te Rotterdam. Binnen enkele dagen zal de kiel worden gelegd voor een sleepkaan No. 105, voor rekening van de heer F. Kegels te Wintham.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hamburg, 9 oktober. De Nederlandse tjalk DISPONIBEL, beschadigd door aanvaring met de sleepboot GUSTAV ADOLF 2, is aan de Korneschen Werft gerepareerd en heeft de haven weer verlaten. (opm: zie ook NRC 200912 en 210912)


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart. In de gisteren gehouden zitting van de Raad is het onderzoek voortgezet inzake de stranding nabij IJmuiden op 11 september jl., van het stoomschip ELVE, kapt. R. Giezen te Rotterdam, rederij P.A. van Es & Co. aldaar. In de eerste plaats werd gehoord de 1e stuurman A.W. Eschauzier. Het onderzoek loopt ook over de vraag of het ongeval is te wijten aan een daad of nalatigheid zijnerzijds.
Getuige verklaarde dat hij, bij het gaan uit de sluis, op de bak was met twee man. Het bakboord-anker ging beter dan het stuurboords. De wind was vrij sterk. Toen de mannen met de laatste tros bezig waren, hoorde hij onder de brug roepen: “Stoppen" en riep toen: “Klaar voor je anker!", Maar de kop sloeg om de Zuid. Hij zette toen een man achteruit en vroeg: „Zal lk het anker laten vallen" „Nog niet", werd geantwoord, waarop hij riep “Maar dan is het te laat" Daarop werd geroepen: ,,Val anker". Getuige stootte toen 30 vaam uit. maar het anker sloeg niet aan; het schip zat te dicht bij de pier. Volgens getuige was de stranding het gevolg van het te laat laten vallen van het anker. Het schip zat met de kop naar het westen bij de buitenpier en liep toen vast op 12 vaam van het strand. Drie sleepboten waren achteruit. Getuige zag drie vletterlui aan boord; de tros werd door hen vastgemaakt. De kapitein en de loods waren met getuige op bet achterschip. Toen begon men te trekken en na tien minuten was het schip vlot. Het was achteruit afgetrokken. Getuige zag de ACHILLES naar het schip toekomen aan stuurboordzij. Ware die sleepboot dichtbij geweest, dan zou getuige de tros hebben overgeworpen. Hij zag de boot komen dwars van de bak. Van de brug werd gecommandeerd: “Vallen je anker!" Weer liet getuige het bakboordanker vallen, maar weer hield het niet. Toen kwam het schip dwars voor het strand.
In de vorige zitting had de kapitein, R. Giezen, verklaard, dat de stuurman dronken was. Hij zou dat hebben opgemerkt, toen hij geroepen had: ,,Gooi los". Hij had geroepen en tegen hem gezegd: ,,Je bent dronken!" Getuige had daarop geantwoord: ,,Ik ben lollig. Je zult moeten waarmaken, dat je zegt dat ik dronken ben". Getuige verzekert nu, dat hij niet onder de invloed van sterke drank was; terwijl de kapitein blijft verklaren, dat hij de indruk had van wel. De binnenloods C. Rijkeboer verklaarde, dat hij volstrekt niet had opgemerkt, dat getuige dronken was; hij was alleen wat druk.
De vletterman G. Duits, van Amsterdam, verklaarde, dat hij wel had opgemerkt dat er een buitengewoon vrolijke stemming onder het volk heerste. Hij had dit ook opgemerkt bij de eerste stuurman; al was deze niet bepaald dronken. Getuige had de woordenwisseling tussen de kapitein en de stuurman op de brug gehoord.
J.J. Smit, kapitein van de ACHILLES, te IJmuiden, verklaarde, dat één bootje van De Vischploeg bij het schip was, toen hij met de sleepboot kwam. Vier gingen met de vlet er heen. Getuige zag geen tros van De Vischploeg. Kort daarop kwam de CYCLOP. Intussen lag de vlet aan bakboord van de ELVE en de CYCLOP raakte eveneens vast. De tros van de ACHILLES zat aan stuurboordzij. Na een half uur was de ELVE vlot en werd met het achterschip naar het NW getrokken. Wie echter los gegooid heeft weet getuige niet. Door de zware wind werd de ELVE afgedreven en raakte weer vast. Het was niet mogelijk er bij te komen, anders had de ACHILLES misschien het schip kunnen afbrengen. De vletterman G. King verklaarde, dat de eerste stuurman in de nacht van het ongeval niet was zoals hij wezen moest; hij deed gek, zonder dat men daarom zeggen kon, dat hij dronken was. Zo raadde hij het volk van de ELVE aan de mannen van Zurmühlen niet te helpen.
De stuurman verklaart verontwaardigd geweest te zijn, dat de loods niet deed wat hij had moeten doen. Toen van De Vischploeg een lijn was overgegooid was getuige er voor, dat deze hulp zou worden aangenomen, omdat ze het eerst aangeboden was. Maar toen de lijn was afgeknepen, zei hij met betrekking tot de mannen van Zurmühlen: „Geef ze nu de hand!".
De vletterman P. Kramer, van IJmuiden, verklaard, dat toen hij met King op de brug van de ELVE kwam, om de kapitein assistentie aan te bieden, de eerste stuurman hem uitschold, zeggende: „Als het aan mij lag, dan kwam er geen lijn aan de sleepboot vast; jelui bent dieven en kraaien van Zurmühlen!" Toen, na het goedvinden van de kapitein om de hulp aan te nemen, getuige met King achterop was, hoorde hij de stuurman zeggen: ,,Laat ze maar scharrelen!"
J. Kruger Jr., vletterman te IJmuiden, behorende tot de CYCLOP, bevestigt eveneens, dat volk werd gehaald, omdat de bemanning van de ELVE in het eerst niet wilde helpen.
De stuurman, gevraagd waarom die scheldwoorden ,,dieven en kraaien" werden gebruikt, verklaarde, dat die op Terschelling ten opzichte van de mannen van Zurmühlen gebruikelijk zijn. Ook de vletterman G. Buijs verklaarde, dat de stuurman de vletterlui uitschold.
Na het verhoor van al deze getuigen, wijst de voorzitter, mr. Pleyte, de stuurman erop, dat het niet op zijn weg had gelegen, redding maatregelen te beletten.
,,Niet de kapitein, maar de loods gaf de order!", antwoordde getuige.
De voorzitter beduidde hem, dat hij toch niet had mogen optreden tegen het goedvinden van de kapitein in. Getuige zei, dat hij wel opvliegend van aard is, maar op bedoelde dag toch geen sterke drank had gebruikt. De Raad zal later uitspraak doen.


11 oktober 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Norrtälje, 8 oktober. De van Harwich naar Zweden bestemde Nederlandse schoener NOORDKAAP heeft in de Oostzee zeer slecht weer doorstaan. Nabij Gotland beliep het schip zware schade aan de zeilen en kon slechts met grote moeite alhier binnenlopen.


12 oktober 1912


Krant:
 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Scheepsbouw. Hoogezand, 11 oktober. Op de werven van de firma E.J. Smit en Zoon alhier is van de heer B. te Bremen opdracht ontvangen tot het bouwen van een motorsleepboot en twee lichters, voor de dienst op de kanalen in Oldenburg. De sleepboot zal gedreven worden door een Ankersmit ruw-oliemotor. Tevens is opdracht ontvangen van de Roland Linie te Bremen tot het bouwen van een tweetal lichters, welke voor de dienst in Zuid-Amerika bestemd zijn, terwijl twee overeenkomstige lichters aan dezelfde lijn zijn afgeleverd. Verder zijn nog in aanbouw een motortankschip, een driemast-tankmotorschoener, twee sleepboten, een zandzuiger, een zeelichter, een drijvende bok voor de Prov. Waterstaat te Groningen.


14 oktober 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Neuharlingersiel, 12 oktober. Het Nederlandse schip ANTIENA MARIA ligt bij Langeoog lek. Ogenschijnlijk wordt de lading overgescheept.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 14 oktober. Het bergingsvaartuig BUFFEL, dat een geul tracht te graven naar en langs het te IJmuiden gestrande stoomschip ELVE, is er zover mee gevorderd, dat hij nu langszij de ELVE ligt.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 14 oktober. Het stoomschip WILLY, dat op de Seine aan de grond heeft gezeten, is te Hull in een droogdok nagezien. De schade was gering. Slechts 9 klinknagels waren defect.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 14 oktober. De van Duitsland via Rotterdam naar St. Petersburg bestemde Nederlandse motorschoener SIRRA is met defecte machine te Cuxhaven binnengelopen. De krukaskoppeling is defect.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Simbrishamn, 11 september. De Nederl. kotter ARNOLDINA, kapt. Wildeman, van St. Petersburg naar Bogense, is met gescheurde zeilen alhier binnengelopen om te repareren.


15 oktober 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Uleaborg, 9 oktober. Het met cement geladen Nederlandse zeilschip POOLSTER heeft zeer slecht weer doorstaan. Een man sloeg overboord en een boot ging verloren.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. In zijn hedenmiddag onder voorzitterschap van mr. Pleyte gehouden zitting stelde de Raad voor de Scheepvaart een onderzoek in naar de oorzaak van de aanvaring op 13 september jl. tussen het stoomschip PRINS WILLEM V van de Koninklijke West-Indische Maildienst en de Vlissingse loodskotter No. 9.
Als eerste getuige werd gehoord J. de Bruin, kapitein van de PRINS WILLEM V. Getuige verklaarde te 12 uur 's middags uit Harbour te zijn vertrokken. Bij de aanvaring was getuige met de stuurman op de brug. De zee was kalm, de wind veranderlijk. Om 8.40 heeft getuige de loodskotter in het zicht gekregen en als zodanig herkend aan het schitterend witte licht. Toen lag de kotter op bakboordboeg van de PRINS WILLEM V op een afstand van vier a vijf mijlen. De kapitein heeft daarop per spreekbuis gelast, dat de machinist over een half uur zou stoppen. Getuige heeft bij de kotter geen boordlicht gezien. Toen de machine om negen uur stopte, dreef het schip nog vier a vijf minuten door. Getuige heeft toen gecommandeerd: bakboordroer, maar kon niet zeggen of de stuurman daartoe nog de tijd heeft gehad vóór de aanvaring plaats had. Na de aanvaring heeft de kotter naar de naam gevraagd van het stoomschip, en de kapitein van het stoomschip naar die van de kotter, zonder dat men elkander daarop heeft geantwoord. Getuige zag, dat de kotter met een lamp achter bij het stoomschip naar de naam keek. Getuige veronderstelde, dat de kotter toen de naam had gelezen. Als oorzaak van de aanvaring veronderstelde getuige het niet laten zien van de zijlichten op de loodskotter.
De tweede getuige H. Willemse, loods schipper 1e klasse te Vlissingen beweerde van het stoomschip het eerst het toplicht gezien te hebben om 8.45 en daarna een rood licht. De kotter was toen op drie mijl afstand van Dungeness. De zee was kalm, de wind ZW. De kotter lag voor over bakboordboeg. Door de kotter is toen een groen licht ontstoken, telkens afgewisseld door een rood licht. Twintig minuten later had de aanvaring plaats, waarbij de kotter aanzienlijke schade opliep. Daarop heeft getuige onmiddellijk een boot laten uitzetten, om de naam van het schip te weten te komen, toen hij op zijn vraag daarnaar geen antwoord had gekregen. Volgens getuige waren de zijlichten aan de kotter duidelijk zichtbaar en de vaart gering.
Verder werd gehoord W.J. Brandsma, stuurman 3e klasse, te Meppel. Getuige verklaarde vóór het ongeval de wacht te hebben gehad op de brug. De kapitein is gelijktijdig met hem op de brug gekomen. Het eerst heeft hij van de kotter gezien het witte licht. Bij de aanvaring was de vaart van het stoomschip zeer gering. Als oorzaak meende getuige te moeten opgeven, dat de kotter geen boordlichten heeft laten zien.
M.K. Hommes, matroos van de PRINS WILLEM V verklaarde, op de uitkijk te zijn geweest bij de aanvaring. Toen getuige het witte licht zag van de kotter heeft hij twee stoten als waarschuwingssignaal aan de kapitein gegeven. Gekleurd licht heeft hij niet gezien, slechts een kleine flambouw. Het witte licht zag hij meest vooruit, nu en dan even aan bakboord. De kotter is dwars tegen de PRINS WILLEM V aangekomen zonder grote schok, want de vaart was zeer gering.
De laatste, getuige. W. Koster, loods te Vlissingen, verklaarde op de loodskotter aanwezig te zijn geweest bij de aanvaring. Van het ogenblik, dat de kotter het stoomschip zag tot de aanvaring verliepen ongeveer 45 minuten. Vóór de aanvaring is door de kotter groen en rood licht ontstoken, evenals door de PRINS WILLEM V, die met rood licht de kotter aanvoer. Volgens getuige is door de kotter het groene licht ongeveer een half uur vóór de aanvaring het eerst getoond. Toen de aanvaring had plaats gehad, heeft de kotter naar de naam gevraagd van het stoomschip, dat daarop antwoordde, doch onverstaanbaar.
Later zal de Raad uitspraak doen. De op heden bepaalde uitspraken werden tot Iatere datum uitgesteld.


16 oktober 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Maassluis, 15 oktober. Het Nederlandse stoomschip ELVE, dat 10 september te IJmuiden aan de grond liep, is hedenavond door de Nieuwe Bergingsmaatschappij alhier, vlot gebracht. (opm: zie ook NRC 110912, NRC 2, 3, 10, 14 en 291012)


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Brunsbüttelkoog, 16 oktober. De met hars in vaten van Harburg naar Prestö bestemde Nederlandse tjalk CONCURRENT, kapt. Scholten, is op een boei gevaren en moet hier door duikers worden onderzocht.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 16 oktober. Het gisteren vlot gekomen stoomschip ELVE is hedenochtend op eigen kracht van IJmuiden naar hier gestoomd. Het stoomschip heeft een gedeukte bodem en gaat, naar wij vernemen, naar Wilton’s werf alhier om te repareren. Het stoomschip ELVE wordt begeleid door de sleepboot IJMUIDEN.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 16 oktober. De Nederlandse sleepboot MAAS met de walvisvaarder G.D. 1 op sleeptouw van Las Palmas naar Newcastle, arriveerde gistermiddag ter bestemming.


17 oktober 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Kiel, 15 oktober. Het met hout van Kjoge naar Hamburg bestemde Nederlandse schip HENDRIKA JOHANNA heeft op het strand gezeten. Een bergingsstoomschip bracht het schip vlot. Schade werd niet geleden. (opm: kapt. Oosterwijk)


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Westkapelle, 17 oktober. Gisteravond, ongeveer 9 uur, had er tussen Westkapelle en Zoutelande een aanvaring plaats tussen het Engelse tweemast stoomschip RALPH GREYKE, kapt. Addy, en het Deense stoomschip VIKING. Aan boord van het Engelse stoomschip, dat dadelijk veel water maakte en spoedig zonk, bevonden zich 13 man benevens een Hollandse loods, zij konden allen in de eigen boten redden en zijn behouden te Westkapelle aangekomen.
Uit Vlissingen wordt gemeld, dat de VIKING met een gat in de boeg juist boven de waterlijn, in de haven aldaar is gekomen.
Het bergingsvaartuig REDDER van Gerlings te Antwerpen, naar de RALPH GREYKE uitgegaan, is te Vlissingen teruggekeerd. Het stoomschip zit onder water.
De VIKING die alhier in de haven kwam, is opgestoomd naar Antwerpen, onder begeleiding van een sleepboot.


18 oktober 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Cuxhaven, 16 oktober. Het met steenkool naar Schwarzenhutten bestemde stoomschip PRINSES JULIANA is met machineschade alhier binnengelopen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 17 oktober. Volgens een telegram uit Gefle is de lading oliekoeken van de Nederlandse schoener ZWAANTJE CORNELIA door broeiing beschadigd. De omvang van de schade is echter nog niet vastgesteld.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 18 oktober. Een expertise over het stoomschip ELVE, dat thans op slip van Wilton’s werf staat, is gehouden. Gebleken is dat er 20 bodemplaten zijn beschadigd, die deels moeten vernieuwd of gestrekt worden. Verder heeft de machine ook nogal geleden. De reparaties zullen ongeveer 10 dagen duren.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de Grangemouth werf van de Greenock and Grangemouth Dockyard Co. Ltd. is met goed gevolg te water gelaten (opm: op 12 oktober) het stoomschip EIBERGEN, nieuw gebouwd voor rekening van de N.V. Furness Scheepvaart & Agentuur Maatschappij te Rotterdam.
Het stoomschip is gebouwd volgens de eisen van de Nederlandse wet en zal in de hoogste klasse van de British Corporation geclassificeerd worden. De afmetingen zijn: Lang 279', breed 40' en hol 20' 61/2". De triple expansie machines zullen geleverd worden door de firma Richardsons Westgarth & Co. Ltd. te Middlesbrough.


19 oktober 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Scheepsbouw. Delfzijl, 18 oktober. Gisteren werd alhier proef gestoomd met de nieuw gebouwde passagiers- en goederenboot GENERAL ARCHINARD, welke voor Franse rekening werd gebouwd, bij de firma Joh. Berg en Co. Het vaartuig heeft een inhoud van 281 reg. ton en een machine van 390 ipk. De boot is bestemd voor Dakar (Afrika).


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de Werf Gusto van de firma A.F. Smulders te Schiedam is gisteren te water gelaten de stalen romp van een zeewaardige baggermolen, in aanbouw voor buitenlandse rekening. De hoofdafmetingen van dit vaartuig zijn: Lengte 54 meter, breedte 9,20 meter, holte 3,40 meter. Deze baggermolen, welke op een diepte van 15 meter zal kunnen baggeren, zal worden voorzien van een compoundmachine, welke 350 ipk ontwikkelt, en van twee ketels van een totaal verwarmend oppervlak van 140 vierkante meter, werkend met een stoomdruk van 8 kg. Het vaartuig zal de reis naar zijn bestemming onder eigen stoom volbrengen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Scheepsbouw. Londen, 18 oktober. Het te Hull in aanbouw zijnde stoomschip TASMAN, bestemd voor de Koninklijke Paketvaart Maatschappij te Amsterdam, werd afgelopen week te water gelaten. Dit voor de vaart Java-Australië bestemde stoomschip heeft de volgende hoofdafmetingen: Lang 392 voet, breed 49 voet 6 duim en hol 28 voet 9 duim. Het is geheel onder toezicht van Bureau Veritas gebouwd en kan een grote hoeveelheid waterballast zowel in de cellulaire bodem als in de piektanks meevoeren.
De triple expansie machines hebben cilinders van 29¼ - 48½ en 84 Eng. duim middellijn en de slag is 54 Eng. duim. Vier ronde ketels, werkende met een druk van 170 lbs. leveren de stoom.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de Scheepswerf "Nicolaas Witsen" van de firma W.F. Stoel & Zoon te Alkmaar, is met goed gevolg te water gelaten een stalen directiemotorboot, voor rekening van de firma Phs. van Ommeren, te Rotterdam.


22 oktober 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 21 oktober. In het avondblad van 26 september deelden wij in het kort mee, dat de PONTIANAK aan de grond had gezeten en met 11 voet water in het voorruim te Soerabaja was aangekomen. Thans lezen wij het volgende in het Bataviaasch Nieuwsblad van 25 september: Het stoomschip PONTIANAK, vrachtboot van de Rotterdamsche Lloyd, zaterdagavond van Makasar naar Soerabaja vertrokken, is zondagavond bij de Kangean-eilanden op een rif gelopen en kreeg voor een lek waardoor het voorruim vol water liep. Draadloos gaf de PONTIANAK van het ongeluk bericht aan het station Sitobondo. Voordat hulp kwam opdagen, was het schip met eigen middelen weer vlot gekomen en zette de reis voort naar Soerabaja, alwaar het gistermorgen aankwam. Naar de agenten ons meedelen, kan de schade nog niet worden opgegeven, omdat wegens de sterke stroom en de aanwezigheid van zoveel haaien op de rede van Soerabaja niet gedoken kan worden. Het schip zal, wegens gebrek aan dokgelegenheid, vermoedelijk naar Singapore vertrekken om dan hersteld te worden.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlissingen, 22 oktober. Hedenochtend is op de werf van de Koninklijke Maatschappij “De Schelde” de kiel gelegd van het stoomschip INSULINDE, dat voor rekening van de Rotterdamsche Lloyd alhier zal worden gebouwd. Het stoomschip dat 500 voet lang wordt, is het grootste stoomschip ooit op deze werf gebouwd.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlissingen, 22 oktober. Het Engelse stoomschip RALPH CREYKE, dat in de nacht van 16 op 17 dezer met het Deense stoomschip VIKING nabij Westkapelle in aanvaring kwam en zonk, was verzekerd voor GBP 3.000 bij een Engelse maatschappij, welke te Londen gevestigd is. Deze maatschappij heeft de berging van het wrak op zich genomen en dit werk toevertrouwd aan de duiker Van Gelder te Vlissingen.


23 oktober 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Bandholm, 21 oktober. Het met cokes van Hamburg komende Nederlandse schip GOEDE GUNST is in het Kaiser Wilhelmkanaal in aanvaring geweest. Het vaartuig is door het stoomschip DAHLSTRÖM naar hier gesleept.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Amsterdam, 28 oktober. Door de firma Gebroeders Goedkoop is aan de firma D. Goedkoop Jr. de levering opgedragen:
1e. Van een vrachtmotorboot voor haar goederendienst Amsterdam - IJmuiden, en
2e. Van een directie-motorboot.
De vrachtmotorboot wordt gebouwd op de werf „'t Hondsbosch" van de firma Bosman te Alkmaar en wordt voorzien van een Kromhout ruw-olie motor van 35 pk.
De directiemotorboot wordt vervaardigd op de werf van de firma Wed. J.L. Ceuvel te Amsterdam en zal voorzien worden van een 20 pk Kromhout-motor. De schepen zullen resp. in januari en maart 1913 afgeleverd worden.


24 oktober 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 24 oktober. De sleepboot ZUIDERZEE, met drie bakken op sleeptouw, van IJmuiden naar Venetië, arriveerde heden ter plaatse van bestemming.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Nykjobing, 22 oktober. De voor hier bestemde Nederlandse tjalk HOOP OP ZEGEN is binnenkomende op Ringholf Hage aan de grond gevaren. Met visserlieden is een bergingscontract gesloten en inmiddels is reeds met de lossing een aanvang gemaakt. Wegens laag water kan men het schip nog niet vlot brengen.


25 oktober 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Scheepsbouw. Door de firma W. Ruys & Zn. te Rotterdam is aan de Rotterdamsche Droogdok Maatschappij de bouw opgedragen van een nieuw stoomschip van 5.500 ton laadvermogen, duplicaat van het thans voor die firma bij dezelfde Maatschappij in aanbouw zijnde stoomschip TEXEL.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Het schip LEENTJE, voorheen bevaren door kapt. Koopman, is te Cardiff onderhands verkocht en vertrekt van daar met kolen naar Rio Grande onder Argentijnse vlag.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Hamburg, 23 oktober. Nabij loods 8 is het Nederlandse schip RESNOVA in aanvaring geweest met een door de sleepboot ZIETEN gesleept wordende kaan. Eerstgenoemd schip kreeg schade aan het achterschip.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Nykjöbing, 22 oktober. De Nederlandse tjalk HOOP OP ZEGEN, kapt. Kieboom, met 165 ton tarwe herwaarts, is bij het binnenkomen aan de grond geraakt en kan door de lage waterstand nog niet worden vlot gebracht. Er is met vissers contract gemaakt en met het lossen van de lading begonnen.


26 oktober 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 25 oktober. De met steenkool van Charlestown naar Stege bestemde Nederlandse tjalk NOORDSTER is in het Skagerrak in diep water gezonken. De opvarenden zijn te Frederikshavn geland.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. Door de Raad voor de Scheepvaart werd uitspraak gedaan in de zaak betreffende de aanvaring op 10 mei 1912 nabij Dungeness tussen het stoomschip THEMISTO (kapt. R. Teensma te Rotterdam; rederij Hudig & Veder te Rotterdam) en de loodsschoener TEXEL & IJMUIDEN 3. De Raad is van oordeel, dat het zeer wel mogelijk was, dat het voor de THEMISTO in de gegeven omstandigheden geraden was, voor de loodsschoener voorbij te gaan, gelijk zij ook deed, maar dat de 1e stuurman, die op de brug de wacht had, dit doende meer bakboord uit had moeten gaan sturen, daar de THEMISTO volgens de bepalingen ter voorkoming van aanvaringen op zee (art. 20) als stoomschip voor de loodsschoener uit de weg moest gaan en bovendien, nu zij bakboord opging, mede ingevolge gemelde bepalingen (art. 28) twee stoten op de stoomfluit had moeten geven, hetgeen is nagelaten. Naar het oordeel van de Raad had de 1e stuurman te veel er op vertrouwd, dat de loodsschoener voor de wind zou rondgaan, een manoeuvre, welke, wellicht maar toch in ieder geval, onzeker was.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Antwerpen, 26 oktober. Het van Bombay alhier aangekomen stoomschip RIJSBERGEN heeft in het Suezkanaal gestoten. Verder heeft het op de reis slecht weer doorstaan, waardoor een hoeveelheid water in het schip is gedrongen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Nieuwediep, 26 oktober. Nabij Egmond is een stoomschip gestrand. De sleepboten TITAN en HERCULES vertrekken ter assistentie.


27 oktober 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 26 oktober. De Zeemansvereniging Volharding heeft, aldus lezen wij in Het Volk, in een hier ter stede gehouden vergadering, naar aanleiding van de slechte voeding aan boord van de schepen van de Holland-Amerika-Lijn, speciaal wat de zorg ervoor en de bereiding ervan betreft, een motie aangenomen, waarin wordt uitgesproken, dat, waar de voeding een onderdeel van het loon is, de zeelieden ten volle aanspraak mogen doen gelden op goede met zorg bereide voeding. Deze motie zal aan de directie worden toegezonden.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

IJmuiden, 26 oktober. Het Noorse stoomschip CERES, met houtpulp naar Velsen bestemd, is nabij Egmond gestrand. De van hier ter assistentie vertrokken sleepboten ACHILLES en CYCLOP hebben vastgemaakt en zullen trachten het stoomschip vlot te slepen.


28 oktober 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Frederikshaven, 25 oktober. De opvarenden van het Nederlandse schip NOORDSTER werden door het mailstoomschip SKAGEN gered. De SKAGEN heeft de NOORDSTER nog op sleeptouw gehad, doch moest het loslaten. Het vaartuig zonk op 10 zeemijl WtN van Höjen in 25 meter water. (zie ook NRC 261012, NRC 131112 en NRC 261112)


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

IJmuiden, 27 oktober. Het bij Egmond gestrande Noorse stoomschip CERES is hedennacht met hoog water vlot gesleept en is ogenschijnlijk onbeschadigd gebleven.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de scheepswerf van de firma Wed. A. van Duijvendijk te Papendrecht werd met goed gevolg te water gelaten het 500 ton grote stalen lichterschip ANTONIA 2, gebouwd voor rekening van de Internationale Guano & Superphosphaatwerken te Zwijndrecht.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van de heer J.G. Wortelboer te Oude-Pekela is heden met goed gevolg te water gelaten een ijzeren lichterschip, groot 180 ton, voor rekening van een Duitse firma.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Naar de Hamburger Börsenhalte verneemt is de Nederlandse bark JEANNETTE FRANCOISE verkocht aan de firma E. Krabbenhöft.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Scheepsbouw. Hoogezand, 26 oktober. Van de bekende scheepswerven van de firma E.J. Smit en Zoon alhier werd dezer dagen het 500ste schip te water gelaten, terwijl van de werf van de zelfde firma te Westerbroek eveneens een schip te water ging. Het eerste van deze schepen was het petroleumtankschip DAVENTRIA voor rekening van de firma Phs. van Ommeren te Rotterdam. Dit schip is bestemd voor transport van petroleum in de ruimen van Nederland naar diverse Duitse havens. Het is daartoe voorzien van een vijftig pk. ruwoliemotor, benevens van een kleinere motor welke de petroleumpomp aandrijft, die de ruimen leegzuigt. De pijpleiding bij deze pomp behorend is zó ingericht, dat de pomp afzonderlijk of tegelijk kan zuigen of persen van ieder van de vier petroleumruimen, de cofferdammen, achterpiek, buitenboord onder water of op een slangaansluiting op het dek. Dit was het 500e schip van de firma Smit & Zoon. Mede werd te water gelaten de ponton voor de drijvende hijsbok, in aanbouw voor de Provinciale Waterstaat te Groningen. Direct na het te water laten werd begonnen met het opzetten van de bok, het aanbrengen van de tuien en het inmetselen van de ballast, welke bij het hijsen als tegenwicht moet dienen. Het schip, dat heden van de werf te water wordt gelaten, is een zeewaardige schroefsleepboot in aanbouw voor de heer Hanssen te Porsgrund (Noorwegen). Dit schip wordt gebouwd onder speciaal toezicht van „Det Norske Veritas". Op de werven zijn thans in aanbouw: 3 stoomschepen, totaal met 725 ipk, 3 motorschepen, totaal met 200 epk, benevens 7 lichters.


29 oktober 1912


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. In zijn gisteren gehouden zitting heeft de Raad een onderzoek ingesteld in zake de aanvaring op 24 juli jl. in het Engels Kanaal tussen het Engels stoomschip ROUEN en het Nederlandse stoomschip BÈTA, gezagvoerder K. Rijkeboer te Zaandam. Rederij de Vrachtvaart Mij. ”Bothnia" te Amsterdam.
Het Engelse schip was op de reis van Hartlepool naar Rouen. Voorlezing geschiedde van de scheepsverklaring van de Engelse kapitein.
Kapitein Rijkeboer verklaart, dat hij de 23e juli van Zaandam was vertrokken met bestemming naar West-Hartlepool. De volgende dag in de voormiddag was het regenachtig met mist. Met de stoomfluit werd signaal gegeven. Het schip liep 8 à 8½ mijl. Te 12 uur was het zwart van mist. De machine werd op zo zacht mogelijk gezet. Getuige gaf één stoot met de fluit. Te 12.07 hoorde hij een stoomfluit rechts vooruit. Na een lange stoot te hebben gegeven, liet getuige de machine stoppen en hoorde een korte stoot. Hij antwoordde met een korte, zag geen schip en gaf hard stuurboord roer. Daarna hoorde hij drie stoten, antwoordde met drie stoten en liet de machine met volle kracht achteruit slaan. Toen kwam het schip in zicht en volgde de aanvaring. De ROUEN beliep schade aan de boeg en de BÈTA aan bakboordzij. De ROUEN had een snelle vaart; de BÈTA geen of liep hoogstens 1½ mijl. Vervolgens werden gehoord de 1e stuurman W. Dekker, de machinist W. Willemse en de matroos S. Cusveller. Hun verklaringen bevestigen in hoofdzaak die van de gezagvoerder. Alleen viel de voorzitter, mr. Kirberger en enkele raadsleden de eenstemmige verklaring op, dat zij na het ongeval elkaar absoluut niet hadden gesproken over de tijden, die in het journaal, hetwelk te Hartlepool werd ingevuld, opgetekend waren. Cusveller bevestigde ook de verklaring van de kapitein, dat het Engelse schip nog snelle vaart had, wat bleek uit het boegwater. De kapitein van dat schip riep: „full speed ahead!" en liet toen ook stoppen. De Raad zal later uitspraak doen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. Door de Raad werd uitspraak gedaan in zake de stranding van het stoomschip ELVE nabij IJmuiden op 11 september jl.; kapt. A. Giezen, te Rotterdam, rederij P.A. van Es.
De tweede stranding was waarschijnlijk voorkomen, indien de gezagvoerder aan de CYCLOP niet het bevel had gegeven het achterschip over bakboord naar de zuid te trekken, voordat de ACHILLES voor had vastgemaakt of de ELVE haar anker had laten vallen. Er op te rekenen, dat deze laatste sleepboot de voortros tijdig zou weten vast te maken, is, zo al vergeeflijk, toch niet goed te keuren.


01 november 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 1 november. Reeds eerder deelden wij mee dat het stoomschip CARA, van Galveston naar Rotterdam bestemd, was verkocht. Thans vernemen wij dat de Hollandsche Lloyd (Zuid-Amerika Lijn) de CARA heeft gekocht. Dit in 1905 te Port Glasgow gebouwde stoomschip, groot bruto 4.006 en netto 2.584 reg. ton heeft bij een diepgang van 23 voet een draagvermogen van 6.600 ton. De triple expansie machine heeft cilinders met 25 – 41 en 67 Eng. duim middellijn. De slag is 45 Eng. duim. De snelheid is bij een gebruik van 24 ton kolen 9 mijl. De prijs is GBP 37.000. (opm: dit schip is herdoopt in KENNEMERLAND)


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Ten gebruike op de Adriatische Zee is voor Oostenrijkse rekening bij de scheepswerf en machinefabriek van de stoombootrederij voorheen J. en A. van der Schuijt te Papendrecht besteld een salon-passagiersboot lang 50 meter, breed 6,50 meter en hol 3,25 meter. Het geheel zal comfortabel worden ingericht en elektrisch worden verlicht.
- De heren J. van Limbergh & Zonen hebben opdracht ontvangen voor het bouwen van een
Rijnschip, groot 300 ton, voor Nederlandse rekening.
- Te Kinderdijk is van de werf van de firma Gebr. Jonker te water gelaten een sleepkaan,
groot 800 ton, gebouwd voor buitenlandse rekening.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Burnt Island, 28 oktober. De Nederlandse tjalk DOLFIJN is gisteren nabij St. Davids achter de ankers aan de grond gedreven, doch kwam met het volgende hoogwater weer vlot en waarschijnlijk zonder schade.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 1 november. Gisteren is alhier gearriveerd de nieuw gebouwde sleepboot HELENA FRATER en heeft op de Eems proef gestoomd en ruimschoots aan de gestelde eisen voldaan. De boot is gebouwd op de scheepswerf van Gebr. Bodewes te Martenshoek, onder toezicht van Germanischer Loyd en Schepenwet. De triple-compound machine heeft een ontwikkeling van 350 ipk. en is geleverd door de fabriek Fulton, directeur de heer Gorter te Martenshoek. De boot zal bevaren worden door kapitein F. Hekman, van hier.


02 november 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Scheepsbouw. Londen, 1 november. Het nieuwe dubbelschroef stoomschip IXION (Holt. Line) is 29 oktober te Greenock te water gelaten. Dit voor de dienst Australië en Oost Azië bestemde stoomschip is lang 503, breed 60 en hol 42 voet 6 duim. Het laadvermogen is ongeveer 14.000 ton.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Bremen, 31 oktober. Op de alhier aangekomen Nederlandse schoener ZWALUW is, wegens op de Elbe gemaakte averij beslag gelegd.


04 november 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 4 november. Uit Londen werd ons gisteren geseind: Volgens een telegram uit Hull zijn het naar Hong Kong bestemde Engelse stoomschip GLENROY en het naar Amsterdam op reis zijnde Nederlandse stoomschip RIJNSTROOM in aanvaring geweest. Eerst genoemd stoomschip werd zwaar beschadigd. De RIJNSTROOM zette de reis voort. Omtrent schade, indien ze er is, is niets bekend. (Het stoomschip RIJNSTROOM arriveerde gisteren van Hull te Amsterdam, Red.)


05 november 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 4 november. Het Batavisch Nieuwsblad meldt het volgende: Vermeldden wij enige dagen geleden dat de bij de Polo Eilanden gestrande PONTIANAK zulke ernstige averij heeft opgelopen dat deze stomer naar het Singapore-dok zou moeten worden gesleept, omdat hier geen gelegenheid bestaat het schip te dokken, men kwam ons hedenmiddag melden dat de PONTIANAK in het Priokse dok ligt. Men heeft de reparatie aangedurfd. De PONTIANAK is het grootste schip dat in ons dok heeft gelegen


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 5 november. Wij vernemen dat het op 18 oktober van Wilmington naar Bremen vertrokken Engelse stoomschip KING ROBERT, behoudens bodemonderzoek, aan de Hollandsche Lloyd (Zuid Amerika Lijn) is verkocht. Dit in 1904 te Port Glasgow gebouwde stoomschip, groot bruto 3.886 en netto 2.514 reg. ton, behoort aan de Glasgow King Shipping Co. Ltd. (J.A. Walker & Co.) te Glasgow. De hoofdafmetingen zijn: Lang 344.8, breed 49.8 en hol 17 voet 9 duim. De machine is van het triple expansie systeem, waarvan de cilinders 25, 41 en 67 Eng. duim diameter hebben. De slag is 45 Eng. duim. Verder heeft het stoomschip een dubbele bodem en vaart waterballast. (opm: dit schip is herdoopt in GOOILAND)


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 5 november. Het Nederlandse stoomschip NEDERLAND, dat 30 oktober van New York naar hier vertrok, heeft 24.007 vaten petroleum geladen. Men deelde ons mee, dat dit de grootste lading vaten petroleum is, die ooit werd vervoerd.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Het vrachtstoomschip SOERAKARTA, op de werf van de Kon. Maatschappij "De Schelde" te Vlissingen voor de Rotterdamsche Lloyd in aanbouw, zal in de tweede helft van november te water worden gelaten.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 4 november. Het Montreal droogdok arriveerde de 1e november van Barrow te Montreal, gesleept door de sleepboten ZWARTE ZEE en ROODE ZEE.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 2 november. De Nederlandse sleepboot SEINE, met een baggermolen en een bak op sleeptouw, arriveerde 1 november met alles wel te Soerabaja.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Bremen, 3 november. Het beslag op de Nederlandse tjalk ZWALUW is, na borgstelling, opgeheven.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Groningen, 5 november. Een zeer treurige tijding heeft een Groningse familie ontvangen. De Nederlandse schoener GEERTJE, kapitein Kramer, is namelijk gisteren zeilende in de nabijheid van Logstaer gekenterd en gezonken, waarbij helaas de echtgenote en het zesjarig zoontje van de kapitein het leven hebben verloren. De vier mannelijke personen konden worden gered. Een dochtertje bevindt zich bij familie hier ter stede.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Martenshoek, 4 november. Van de werf van de heer J.W. Boerma, scheepsbouwer alhier, is te water gelaten een stalen motorschip genaamd GEZIENA, groot plm. 260 ton, voor rekening van en bevaren zullende worden door Joh. Minke van Groningen. Het schip wordt voorzien van een ruw-olie motor van 45 epk, welke geleverd zal worden door de heer D. Goedkoop van Amsterdam.
Op dezelfde werf zal de kiel worden gelegd voor een schoenerschip van plm. 130 ton voor Duitse rekening.


06 november 1912


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de scheepswerf "Nicolaas Witsen", firma W.F. Stoel & Zoon te Alkmaar, is met goed gevolg te water gelaten een stalen vrachtmotorboot, lang 66 voet, breed 131/2 voet en met een 20 pk petroleummotor, gebouwd voor rekening van de heer Albs. Schut te Krommenie.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Villa Real, 28 oktober. Het stoomschip AMSTELDAM, dat 16 oktober uitgaande op de baar vastraakte, kwam 21 oktober met assistentie van een sleepboot vlot, ankerde buiten om de lading te completeren en zette 24 oktober de reis voort, ogenschijnlijk onbeschadigd.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Cuxhaven, 1 november. De Nederlandse aak GEORGIUS, schipper Van der Wal, met rogge van Altona naar Oldenburg bestemd, is verschenen nacht tijdens een NW storm op drift gegaan en geraakte in een gevaarlijke positie. Het vaartuig verloor anker en 60 vadem ketting en werd in de haven gesleept.


07 november 1912


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Het stoomschip SOERAKARTA, voor de Rotterdamsche Lloyd in aanbouw op de werf van de Kon. Maatschappij "De Schelde", wordt zaterdag 23 november te water gelaten.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. De firma Vermeer & Van den Arend te Rotterdam heeft aan de werf "De Noord" de bouw opgedragen van een dubbel-schroef motorzeeboot van ca. 600 ton draagvermogen. Evenals de ZEEMEEUW van dezelfde rederij, zal deze boot voorzien worden van twee zuiggasmotoren van tezamen 300 ipk, te leveren door de Machinefabriek Drakenburgh v/h Van Rennes te Utrecht. (opm: wordt de ZEEAREND)


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Schip omgeslagen. Maandagavond is bij de familie M. te Groningen telegrafisch bericht ontvangen, dat het Groningse schip GEERTJE, kapt. H. Kramer, op weg van Nykjöping (opm: moet zijn: Nykøbing in de Limfjord) naar Aalborg de 4e dezer bij Laegstoer is omgeslagen. Het schip was leeg. Aan boord waren behalve de kapitein, diens vrouw G. Slangenberg, hun 5-jarig zoontje en een viertal manschappen. Van hen werd de kapitein gered, de vrouw en het kind hebben de dood in de golven gevonden.
Men kon ons niet meedelen of de bemanning gered is. Enige zekerheid omtrent de oorzaak van het ongeluk kon men ons ook niet geven. GEERTJE was een nieuw schip. Het is verleden jaar bij de scheepstimmerwerf Bos te Groningen (opm: is niet juist, gebouwd in 1910) van de helling gegaan. Het schip was aanvankelijk geladen met hout. Vermoed wordt, dat het schip wegens te hoge deklast gekanteld is. (opm: Niet correct ! Eerder wordt gezegd dat het schip leeg is.)


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Lemvig, 5 november. Behalve de schipper, heeft ook de overige bemanning van het Nederlandsche schoenerschip GEERTJE (zie Ochtendblad) zich kunnen redden. De lijken van de vrouw en het kind van de schipper zijn door een duiker geborgen. Het schip dat zonder ballast zeilde, bevond zich op reis naar Aalborg om aldaar een lading zwavelerts voor Hamburg in te nemen. Het is in 4 vaam water gezonken.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Groningen, 7 november. Dinsdagavond hebben wij melding gemaakt van het droevige scheepsongeluk van de twee-mast schoener GEERTJE, kapt. H. Kramer van Groningen, waarbij de vrouw van de kapitein, de 40-jarige Geertje Kramer en het 6-jarige zoontje het leven lieten.
Het schip kwam leeg van Nyköping (opm: moet zijn: Nykøbing in de Limfjord) met bestemming naar Aalborg om daar te laden. In een brief van de kapitein aan zijn familie hier ter stede, wordt het treurige ongeval ongeveer als volgt weergegeven: Met heel mooi weer werd de reis van Nyköbing met het lege schip aanvaard. Omdat het schip leeg was, werd besloten twee reven in het grootzeil te steken. 's Namiddags tussen een en twee uur begon de lucht bewolkt te worden en werd het weer buiig. Daar men echter geen windhozen bemerkte, maakte men zich niet bezorgd. Later bleek evenwel, dat er toch windhozen waren, want plotseling werd het schip in de nabijheid van Logstaer (Opm: moet zijn Løgstør) door een ervan gekanteld.
De kapitein riep daarop zijn vrouw, die op het dek was en het kind bij zich had toe: "Houdt je aan de ruimbalk vast, ik ga de boot halen". Hij sprong daarop in de boot, sneed de vanglijn los en ging eerst de 3 mannen, die in het water lagen, redden, hetgeen hem gelukte. Hierop keerde men naar het schip terug, doch van vrouw en kind was niets meer te bespeuren. Ze waren in het ruim gevallen en verdronken, tenminste, dat mag helaas verondersteld worden. De mannen hebben zich daarna in de boot gered.
Gistermorgen is een duiker naar de ongeluksplaats vertrokken om de twee lijken op te zoeken, die hoogstwaarschijnlijk nog wel in het ruim zullen liggen.
Het stalen schip was twee jaar geleden gebouwd op de werf van de heer Smit te Sappemeer.
Op telegrafisch verzoek van de kapitein heeft de familie zich hedenmorgen naar hem begeven.


08 november 1912


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Port au Prince, 22 oktober. Het Nederlandse stoomschip PRINS MAURITS stootte 13 oktober bij vertrek van hier aan de grond en beschadigde de stang van het roerblad. Het schip werd onderzocht en zeewaardig bevonden.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Advertentie.


09 november 1912


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. Daarop deed de Raad uitspraak inzake de aanvaring op 24 juli in het Engelse Kanaal tussen het Engelse stoomschip ROUEN en het Nederlandse stoomschip BÈTA (gezagvoerder K. Rijkeboer te Zaandam. Rederij: Vrachtvaart Mij. ”Bothnia" te Amsterdam).
De Raad is van oordeel, dat de BÈTA niet te grote vaart had; dit is o.a. hieruit gebleken, dat blijkens de verklaring van de 3e stuurman Wessel de loglijn, die hij, voordat de aanvaring plaats had, inhaalde, recht naar beneden stond. De gezagvoerder heeft kennelijk met koelbloedigheid en overleg de nodige bevelen gegeven. Toch heeft de gezagvoerder zich niet gehouden aan de wettelijke voorschriften. Immers, hij had niet mogen geven de korte stoot en 2 maal de 3 korte stoten, daar volgens art. 15 van de Bepalingen ter Voorkoming van Aanvaringen op Zee, vastgesteld bij K.B. van 24 april 1897, van de BÈTA, welke nog vaart liep, geen ander sein had mogen worden gegeven, dan telkens een lange stoot met een tussenpoos van ten hoogste 2 minuten of, toen de BÈTA geen vaart meer liep, telkens 2 lange stoten met een tussenpoos van ongeveer een seconde. De gezagvoerder heeft de geluidseinen gegeven, bedoeld bij art. 28 van gemelde bepalingen, maar daarbij over het hoofd gezien, dat deze alleen mogen worden gegeven, indien men het andere schip ziet, hetgeen bij de BÈTA met de ROUEN niet het geval was. Bovendien is het uitwijken voor een schip, dat men niet ziet, en zelfs het achteruitslaan voor een schip, dat men niet ziet, hetgeen door de BÈTA is gedaan, welke immers naar stuurboord opging en later achteruit sloeg, een bedenkelijk iets. De Raad wil daarmee allerminst zeggen, dat de aanvaring is veroorzaakt door het geven van bedoelde onjuiste seinen of door het uitwijken naar stuurboord en het achteruitslaan, maar de Raad moet er toch zeer nadrukkelijk op wijzen, dat gezagvoerders zich nauwkeurig dienen te houden aan de bij gemelde bepalingen voorgeschreven seinen en zoveel mogelijk zich moeten onthouden van manoeuvres, die moeten strekken tot het ontwijken van schepen, welke men niet ziet. Hierbij moet opnieuw de aandacht er op worden gevestigd, dat de praktijk heeft bewezen, dat men zich bij mist ten zeerste kan vergissen in de richting van het geluid, dat men hoort. In het onderhavige geval waren de seinen, welke van de BÈTA werden gegeven, antwoorden op gelijke seinen, welke men hoorde van het tegenkomende schip, maar zelfs dit mag niet geschieden en levert geen reden op om af te wijken van de wettelijke voorschriften.
Wat de ROUEN betreft, acht de Raad waarschijnlijk, dat deze een te snelle vaart had, immers de gehoorde getuigen verklaarden, dat de ROUEN vrij sterk boegwater had. Zag men van de ROUEN de BÈTA niet, hetgeen zeer aannemelijk is, dan heeft men daar eveneens verkeerde geluidseinen gegeven.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. Vervolgens werd uitspraak gedaan betreffende het omhoogvaren op 15 september in de Fehmarn Belt van het stoomschip EUTERPE (gezagvoerder H. Wegener te Watergraafsmeer. Rederij Kon. Ned. St. Mij. te Amsterdam).
Naar 's Raads oordeel is de stranding te wijten aan de nalatigheid van de 1e stuurman, immers aan het feit, dat deze het vuur van Mariën voor dat van Markelsdorf heeft aangezien. Hoe de 1e stuurman deze beide vuren heeft kunnen verwisselen, is de Raad niet duidelijk. De karakters van de beide lichten lopen daartoe te ver uit elkaar. Dat dikte boven de wal de reden daarvan zou zijn geweest, acht hij, de door de getuigen afgelegde verklaringen in aanmerking genomen, niet aannemelijk.
Als verzachtende omstandigheid moge gelden, dat hij geen gelegenheid had de kaart op de brug in te zien, terwijl hij evenmin de brug kon verlaten, omdat hij het schip niet aan de roerganger en de uitkijk kon toevertrouwen. Ter zake van zijn nalatigheid past de Raad op de betrokkene Gossen Rijkeboer, van beroep 1e stuurman te Amsterdam, de straf van berisping toe. De zoeven voor de betrokkene genoemde verzachtende omstandigheid is de Raad aanleiding er op te wijzen, dat de gezagvoerder zijn 1e stuurman, van wie hij wel zegt een zeer goede indruk te hebben gekregen, doch die hij niet van vroeger kende, en die zijn eerste reis deed als 1e stuurman en bovendien nimmer door de Fehmarn Belt was gekomen, in dat vaarwater alleen met een roerganger en een uitkijk de wacht op de brug heeft laten doen, terwijl de kaart niet op de brug kon worden geraadpleegd. Waar die gelegenheid niet bestond, had de gezagvoerder zijn 1e stuurman niet zonder deskundige hulp behoren te laten. De Raad sprak tevens als zijn mening uit, dat het zeer gewenst is op de brug van een schip een inrichting te doen plaatsen, opdat daar de kaart van het vaarwater kan worden geraadpleegd.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. De PRINS WILLEM V en een loodskotter.
Ten slotte deed de Raad uitspraak inzake de aanvaring tussen de PRINS WILLEM V van de Kon. West-Indische Maildienst (opm: kapt. J. de Bruin) en de Vlissingse LOODSKOTTER No. 39 (opm: schipper H. Willemse), op 13 september jl. in de Noordzee. Naar 's Raads oordeel is de aanvaring te wijten aan schuld zowel aan de zijde van de schoener als aan de zijde van het stoomschip PRINS WILLEM V. De PRINS WILLEM V had, toen zij het loodssein voor IJmuiden gehesen had en de loodsschoener dit niet met een gelijk sein beantwoordde, dit laatste schip niet moeten gaan praaien, of, had zij daartoe ernstige redenen, zo voorzichtig moeten naderen, dat alle gevaar voor aanvaring uitgesloten was. Maar, gelijk gezegd, ook de schoener treft schuld. Deze had met het tonen van zijn boordlicht niet moeten wachten tot het stoomschip zo dicht genaderd was, dat er gevaar voor aanvaring begon te ontstaan, en in elk geval had men aan boord van dit vaartuig het boordlicht duidelijker, immers telkens gedurende langer dan 2 seconden, buiten boord moeten tonen. Enkel aan het feit, dat dit tonen telkens zo kort duurde — een feit door de daarmee belaste getuige erkend — kan het worden geweten dat men aan boord van de PRINS WILLEM V geen boordlicht van de schoener heeft opgemerkt en dus de positie van dit vaartuig niet dan toen het te laat was, heeft kunnen bepalen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Frederikshaven, 6 november. De Nederlandse tjalk POOLSTER, met krijt van Aggersund naar Buxtehude, is in de Limfjord, west van Nibe, aan de grond geraakt en moet lichten om vlot te komen.


10 november 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hendrik-Ido-Ambacht, 8 november. Door de N.V. Scheepsslooperij Holland alhier is voor de sloop aangekocht de Spaanse pantserkruiser, genaamd LEPANTO, groot 5.000 ton.


11 november 1912


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 9 november. De sleepboot SEINE van de Intern. Sleepdienst Mij. met een baggermolen en bak op sleeptouw arriveerde 1 november 's namiddags te Soerabaja. Alles wel.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Westerbroek, 9 november. Van de werf van de firma Wortelboer en Co. werd met goed gevolg te water gelaten een stalen sleepkaan van ongeveer 850 ton voor Duitse rekening. Op deze werf worden de kielen gelegd van 2 dergelijke schepen en van een elevatorbak van 250 ton, welke dienst zal doen bij de baggerwerken in Belgrado (Servië). Voorts zijn nog door een Duitse firma in opdracht gegeven 4 sleepkanen, elk van 1.500 ton, waarvan vermoedelijk 2 zullen worden gebouwd op de nieuwe werf van deze firma te Delfzijl.


12 november 1912


Krant:
 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 11 oktober. Gisteren heeft hier de nieuwgebouwde sleepboot VIOD proef gestoomd. Deze boot van de reder B. Evers alhier, gebouwd bij de firma Boon, Molema en de Cock te Hoogezand, heeft een lengte van plm. 20 meter, is voorzien van een compoundmachine met 180 ipk. en heeft tijdens de gehouden proeftocht ruimschoots aan de gestelde eisen voldaan.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Vlissingen, 9 november. De Terneuzensche Courant meldt, dat de stoomschepen JENNY en HARALD van de Terneuzense rederij A.C. Lensen in andere handen zijn overgegaan voor GBP 21.000.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. De vorige week werd van de werf van de firma William Gray & Co. Ltd. te West-Hartlepool te water gelaten het voor de Maatschappij Nederland nieuw gebouwde stalen schroefstoomschip BOETON. Het schip, dat in de hoogste klasse in Lloyd's Register wordt opgenomen, heeft een lengte over de steven van 412.6 voet, een breedte van 53.6 voet en een holte van 29.71/2 voet.
Het is een fraai gemodelleerd schip van het dubbeldek type, met geheel shelterdeck. Het heeft een cellulaire dubbele bodem en achterpiek-tank voor waterballast en bovendien een diepe tank of ruime afdeling voor waterballast achter de machinekamer, gevende een waterballast capaciteit van 2.100 ton. Het gehele schip is toegerust met de meest verbeterde inrichtingen. De triple-machines zijn geleverd door de Central Marine Engine Works van de bouwmeesters en hebben cilinders van 21, 46 en 77 duim diameter met 48 duim slag en vier grote stalen ketels geschikt voor 180 lbs. druk per vierkante duim. Er is voorts nog een inrichting aangebracht om de naar de schoorsteen gaande gassen te benutten tot verwarming. Het schip en machines zijn gebouwd onder toezicht van de heer S.G. Visker, bijgestaan door de heer W. Feykes vanwege de reders.


13 november 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart. In zijn gisteren gehouden zitting heeft de Raad een onderzoek ingesteld betreffende het vergaan op 25 oktober jl. in het Skagerrak van het tjalkschip NOORDSTER, schipper G. Dories, reder Geert Veen, beiden te Groningen.
Het schip was op de reis van Charlestown naar Skage, met steenkolen in lading. Het ongeval kostte geen mensenlevens; de bemanning, 3 koppen, is te Frederikshaven geland. De schipper verklaarde, dat behoorlijk kompas, patentlog met klokje en Engelse kaarten aan boord waren. Het schip was bij de uitreis, oorspronkelijk van Appingedam naar Londen, in goede orde. Omtrent de inrichting van het schip beantwoorde getuige alle hem door de voorzitter gestelde vragen naar genoegen. De 16e werd uitgevaren van Charlestown en koers gezet naar Skage. Bestek enz. werd behoorlijk In het journaal ingeschreven, maar dat is bij het ongeval verloren gegaan. Zondagavond was de wind zuid: Skage was in zicht, maar het weer werd slecht en bleef slecht. Het was een ZO storm. Woensdag d.a.v. kreeg het schip slagzij, door het overgaan van de lading. Er was niets aan te doen, doordien er te veel zee overkwam; ook was er een gat in de presenning. Een stoot had het schip niet gekregen. Donderdagmorgen werd een noodsein gehesen, toen een boot in zicht kwam, maar het sein werd niet opgemerkt. Later kwam een postboot, die de bemanning afbracht. Dertien uur lang werd het schip nog gesleept, maar het sloeg over en verdween in de diepte. Gehoord werd ook nog de bovengenoemde reder, tevens stuurman. De Raad zal later uitspraak doen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Aan de N.V. Werf Zeeland te Hansweert is de bouw opgedragen van een passagiers- en vrachtboot voor Nederlands-Belgische rekening. De boot wordt voorzien van een Polar-Diesel motor van 470 epk en van een elektrische installatie voor verlichting, ingericht voor het vervoer van 800 à 1000 passagiers.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Te Vlaardingen is dinsdagnamiddag van de werf van Gebr. Van der Meer te water gelaten het zeevissersvaartuig JACOBUS PIETER, gebouwd voor rekening van de heer M. van der Zwan Dzn. te Scheveningen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Cuxhaven, 10 november. De Nederlandse motorschoener OLDAMBT kapitein De Wit, is met defecte motor alhier binnengelopen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Londen, 11 november. De Nederlandse schoener RES NOVA, geladen met cokes, is nabij Hals gestrand. Een bergingsstomer is ter assistentie derwaarts vertrokken.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Frederikshaven, 9 november. Met Svitzer is contract gemaakt om de gezonken Nederlandse gaffelschoener GEERTJE te lichten. Het bergloon zal circa 18.000 kronen bedragen. Het schip is voor 30.000 kronen verzekerd.


15 november 1912


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Aalborg, 12 november. De schoener RES NOVA, uit Groningen, eergisteren bij Hals gestrand is hedennacht met hoogwater vlot gebracht, doch even later weer vastgeraakt.
Het Svitzer stoomschip EXPRESS sleepte het schip hedenmorgen weer af en bracht het hier binnen. De schoener heeft beide ankers en kettingen verloren, heeft schade aan het roer en is ogenschijnlijk lek.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Londen, 13 november. Volgens telegram uit Cardiff is het Nederlandse stoomschip BARENDRECHT aldaar in het dok geplaatst met bodemschade en beschadigd roer.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Londen, 13 november. Volgens telegram uit Hamburg is het naar Java bestemde Nederlandse stoomschip BALI met beschadigde ketels uit zee teruggekeerd.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 13 november. De baggerwerken in onze haven zijn voor dit jaar weer afgelopen. In het geheel werd plm. 460.000 m³ slib gebaggerd. De gemiddelde diepte van de haven bedraagt thans 9 meter n. A.P. In de vaargeul staat dan ongeveer 30 voet water. De aannemers, de heren Kraijenveld & Noordenne van Sliedrecht, hebben hun materiaal reeds weggevoerd.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 13 november. De bij de Gebr. Niestern (scheepsbouwers alhier) gebouwde passagiers- en goederenstoomboot BOM JESUS heeft op de Eems proef gestoomd en ruimschoots aan de gestelde eisen voldaan. De compound machine, geleverd door de Machinefabriek Fulton te Hoogezand, heeft een ontwikkeling van 180 ipk.
Er werd tijdens de proeftocht een vaart gelopen van ruim acht mijl. Onder commando van kapt. D. Geertsema zal de boot van hier vertrekken naar Luanda (Portugees Afrika).


16 november 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 15 november. Door de Stoomvaart Mij. Nederland werd heden gecontracteerd met William Hamilton te Port Glasgow voor de bouw van een vrachtboot van 420 x 54.6 x 30 voet, met een d.w. capaciteit van 9.750 ton en met een vaarsnelheid, geladen, van 12 mijl.
Verder werd gecontracteerd met William Gray te West Hartlepool voor de bouw van twee vrachtboten, geheel gelijk aan het bovengenoemde schip, zodat voor de Stoomvaart Mij. Nederland thans in aanbouw zijn 10 vracht- en twee mailboten.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Kopenhagen, 14 november. Het Nederlandse schip POOLSTER is in de Limfjord aan de grond gevaren, kwam na het werpen van 70 ton lading vlot. Het schip heeft geen schade geleden. (opm: zie ook RN 091112)


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Scheepsbouw. Schiedam, 16 november. Heden werd met goed gevolg van de werf Gusto van de firma A.F. Smulders alhier, te water gelaten de stalen romp van een baggermolen, welke deze firma voor buitenlandse rekening in aanbouw heeft. De hoofdafmetingen van dit vaartuig zijn: Lengte 37,50 meter, breedte 7,20 meter, holte 2,85 meter. Deze baggermolen, welke op een diepte van 14 meter zal kunnen baggeren, zal worden voorzien van een compound machine die 150 ipk ontwikkeld en van twee ketels met een gezamenlijk verwarmd oppervlak van 115 m², werkende op een stoomdruk van 8 kg. Verder zullen de nodige stoomlieren aan boord aanwezig zijn voor het bedienen van de ankers en voor het manoeuvreren. Het vaartuig zal naar zijn bestemmingsplaats worden gesleept.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 14 november. Het Nederlandse stoomschip HEELSUM van Kotka heden binnengekomen, heeft door de storm een gedeelte deklast verloren.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 14 november. Het hospitaalkerkschip DE HOOP is heden van zijn laatste reis terug gekomen en ging naar Amsterdam om daar te worden opgelegd.


Krant:

 SCH - Schuttevaer

Schuttevaer, 16 november 1912: Over het droeve scheepsongeluk van de tweemast-schoener GEERTJE, kapitein H. Kramer uit Groningen, waarbij de vrouw van de kapitein, de 40 jarige Geertje Kramer en het 6 jarige zoontje het leven lieten, kan het Nieuwsblad van het Noorden nog het volgende mededelen: Het schip kwam leeg van Nykoping met bestemming naar Aalborg om daar te laden. In een brief van de kapitein aan zijn familie te Groningen wordt het treurige ongeval als volgt weergegeven. Met heel mooi weer werd de reis van Nykoping met het lege schip aanvaard, om dat het schip leeg was werd besloten twee reven in het grootzeil te steken. ‘s-Namiddags tussen een en twee uur begon de lucht bewolkt te worden en werd het weer buiig. Daar men echter geen windhozen bemerkte, maakte men zich niet bezorgd. Later bleek evenwel, dat er toch windhozen waren want plotseling werd het schip in de nabijheid van Logstaer door een ervan gekanteld. De kapitein riep daarom zijn vrouw, die op het dek was en het kind bij zich had toe: Houdt je aan de ruimbalk vast, ik ga de boot halen. Hij sprong daarop in de boot, sneed de vanglijn los en ging eerst de 3 mannen die in het water lagen redden, hetgeen hem gelukte. Hierop keerde men naar het schip terug, doch van vrouw en kind was niets meer te bespeuren. Ze waren in het ruim gevallen mag verondersteld worden. De mannen hebben zich daarna in de boot gered. Een duiker is naar de ongeluksplaats vertrokken om de twee lijken op te zoeken, die hoogstwaarschijnlijk nog wel in het ruim zullen liggen. Het stalen schip was twee jaar geleden gebouwd op de werf van den heer Jac. Smit te Sappemeer. Voor de berging werd met Svitzer contract gemaakt van ca. 18.000 Kr. Het schip was verzekerd voor 30.000 Kr.


17 november 1912


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Heden werd van de Werf Guste van de firma A.F. Smulders te Schiedam te water gelaten de stalen romp van een baggermolen, welke deze firma voor buitenlandse rekening in aanbouw heeft. De hoofdafmetingen van dit vaartuig zijn: lengte 37,50 meter, breedte 7,20 meter, holte 2,85 meter. Het vaartuig zal naar zijn bestemmingsplaats gesleept worden.


18 november 1912


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Delfzijl, l5 november. Het motorschip ALBERTA, kapt. Klugkist, op reis van Dortmund naar Groningen, is alhier door de sleepboot NORDERNEY binnengesleept, met gebroken schroef.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Lögstör, 13 november. Hedenmiddag is de berging stomer KATTEGAT hier in de haven gekomen na enige dagen gewerkt te hebben aan de lichting van de gezonken schoener GEERTJE uit Groningen. Met hulp van duikers heeft men het op de zijde liggende schip opgericht en daarna trossen aangebracht. Zodra het weer het toelaat zal de schoener door de KATTEGAT gelicht en hier in de haven gebracht worden, waar hij dan door de bemanning weer wordt in bezit genomen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van de firma A. Vuyk en Zonen te Capelle a/d IJssel is met goed gevolg te water gelaten het stalen schroefstoomschip IJSSEL (opm: YSSEL), in aanbouw voor de N.V. Maatschappij "Houtvaart" te Rotterdam. Het schip, dat een laadvermogen heeft van 2.000 ton op een diepgang van l6'-4", is van het raised quarterdeck type, lang 235'-0", breed 35'-6" en hol 17'-6" en voorzien van vier grote laadhoofden, stoomstuurinrichting, stoomanker-machine, en alle nodige hulpwerktuigen voor het vlug laden en lossen. Het is speciaal gebouwd voor de houtvaart en zal worden uitgerust met een triple expansie machine van plm. 800 ipk, stoom ontvangende van een grote hoofdketel met 3 vuren, terwijl een Blake's patent donkeyketel aan boord is geplaatst voor de bediening van de stoomlieren. Machine en ketel zullen geleverd en gemonteerd worden door de Holborn Engineering Works G.T. Grey te South Shields. Het vaartuig is in alle opzichten een zusterschip van het stoomschip WAAL, in het begin van het jaar aan dezelfde rederij geleverd en werd gebouwd, onder speciaal toezicht van Lloyd’s Register voor haar klasse 100 A 1.
Onmiddellijk na, de stapelloop werden toebereidselen gemaakt voor het leggen van de kiel van het stalen schroefstoomschip WAALSTROOM van 2.000 ton draagvermogen voor de Hollandsche Stoomboot Maatschappij alhier. Aan bovengenoemde firma is voorts nog opdracht gegeven voor de bouw van twee stoomschepen voor de algemene vrachtvaart van resp. 2.000 en 4.000 ton draagvermogen, voor rekening van de Koninklijke Stoomboot Maatschappij te Amsterdam.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Verkochte schepen. Londen, 16 november. De Nederlandse motorboot OLDAMBT, groot 196 ton bruto, gebouwd te Hoogezand in 1912, is voor GBP 4.250 verkocht.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Groningen, 18 november. Het stalen schoenerschip GEERTJE, kapt. Kramer, dat een paar weken geleden bij Logstaer kantelde, en bij welk ongeval de vrouw en het zoontje van de kapitein het leven lieten, is gelicht en zou hedenmorgen vandaar naar hier worden gesleept ter reparatie, welke op de scheepswerf van de Gebr. Bos aan het Reitdiep zal geschieden De Zeeassurantie Mij., dir. de heer L.J. Koning alhier, vergoedt de schade. Het lijk van het jongetje is door de duiker gevonden. Voor het vinden van het lijk van de vrouw heeft kapt. Kramer 100 kronen uitgeloofd.


19 november 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Scheepsbouw. Lobith, 18 november. Van de werf van de Gebr. Bodewes te Lobith is met goed gevolg te water gelaten een ijzeren sleepkaan, groot plm. 860 ton, genaamd HELENE VAN DORSTEN, schipper Konrad Neuer te Eberbach Baden.
In aanbouw zijn de EMILIE 23, Kempenaar voor La Meuse te Antwerpen en de St. ANTONIUS, Sambre-kaan, voor Belgische rekening. De kiel wordt gelegd voor een Kempenaar eveneens voor La Meuse, terwijl nog verscheidene Kempenaars voor Belgische rekening in opdracht zijn.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 18 november. De sleepboot LAUWERZEE, van Rotterdam naar Rio Grande met een lichter, vertrok 17 november van Plymouth.
De sleepboot NOORDZEE, van Rotterdam naar Bahia, vertrok 15 november van Portland.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Londen, 17 november. Het Nederlandse stoomschip DORDRECHT, van Hamburg, is gisteren in aanvaring geweest met het uitgaande Spaanse stoomschip JUNIO, naar Lissabon, bij het inkomen van de Tyne. Beide schepen verkregen schade aan de boeg, de JUNIO keerde terug. Volgens een telegram uit South Shields is de steven van het stoomschip JUNIO dat met het stoomschip DORDRECHT in aanvaring was, beschadigd. De DORDRECHT kreeg behalve een beschadigde steven nog zo ernstige andere averij dat het nog juist bijtijds de haven kon bereiken.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Londen, 17 november. Volgens een telegram uit Hamburg heeft het inkomende Nederlandse stoomschip ZEESTER schade gekregen aan de boeg door aanvaring met het naar Havre uitgaande stoomschip THÉRÈSE & MARIE waarvan enige platen boven de waterlijn werden ingedrukt.


20 november 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Motorschip JUNO. Omdat er in de laatste tijd veel belangstelling is gewekt en betoond in de vervaardiging en het gebruik van motoren op zeeschepen is het van de Nederlandsch Ind. Tankboot Maatschappij een gelukkige gedachte geweest om met het motortankschip JUNO, dat zondag (opm: 17 nov.) heeft proef gestoomd, een tocht te maken, waaraan deskundigen op motor- en zeevaartgebied konden deelnemen.
Deze tocht, van Wiltons werf tot de gasboei buitengaats en terug, werd bijgewoond, niet alleen door Nederlanders, doch ook door Franse en Engelse deskundigen.
Gedurende de tocht hebben wij schip en machines bezien en kunnen door welwillende inlichtingen, ons door de heer R.A. Meijer, technisch-adviseur van de Nederl. Indische Tankboot Mij. verstrekt, het volgende meedelen:
De zich in dit motorschip bevindende machine-installatie is vervaardigd door de Nederlandsche Fabriek van Werktuigen- en Spoorwegmaterieel te Amsterdam. De hoofdmotor Is een zescilinder Werkspoor Dieselmotor van 1.200 epk, werkende volgens het enkelwerkende viertakt systeem. De voor- en achteruitbeweging van het schip wordt door onmiddellijke omkering van de motor verkregen. Deze omkering geschiedt even gemakkelijk als vlug; gemakkelijk, doordat een kleine, door lucht gedreven omkeermachine, de nodige kracht levert, om het omkeermechanisme in beweging te brengen. In hoofdzaak bestaat dit mechanisme uit twee assen, waarop on-ronde schijven geplaatst zijn, die de klephefbomen doen bewegen, waardoor op het juiste ogenblik de kleppen worden geopend. Een van deze assen dient voor de vooruit- en de andere voor de achteruitbeweging. De assen kunnen nu ieder op hun beurt in de positie gebracht worden, waarin zij de hefbomen doen werken. Om de motor van vol vooruit op vol achteruit te brengen, zijn circa 9 seconden nodig. De omkeerbeweging is grotendeels gelijk aan die, welke reeds op vroegere scheepsmotoren van de Nederlandsche Fabriek werden toegepast, met name op de VULCANUS en de SEMBILAN. De VULCANUS was niet alleen de eerste, door de Nederlandsche Fabriek gebouwde omkeerbare scheepsdieselmotoren, maar ook de eerste dusdanige motor voor een zeeschip, dat in de wereld in de vaart werd gebracht. Dit schip is nu twee jaar in geregelde dienst en behoort aan dezelfde maatschappij, die nu de JUNO bezit en waarvoor nog vier scheeps-Dieselinstallaties in uitvoering zijn bij de Nederlandsche Fabriek.
Bij de SEMBILAN van de Koninklijke Paketvaart Maatschappij is rekening gehouden met de ervaringen, die werden opgedaan met de VULCANUS en dit schip was een dusdanig succes, dat de eigenaar overging tot het bestellen van een tweede Dieselmotorschip, de LOUDON, waarvoor een machine van gelijke sterkte als die van de JUNO in aanbouw is.
In het geheel zijn nu op de Nederlandsche Fabriek nog Dieselmotoren in de maak voor 9 zeeschepen, met een totaal vermogen van 15.000 epk. Deze belangrijke opdrachten zijn grotendeels te danken aan de baanbrekende stappen, die de Nederlandsche Fabriek op het gebied van scheepsdieselmotoren heeft gedaan en heeft kunnen doen, doordat zij haar ervaringen op Dieselmotoren-gebied heeft kunnen paren aan die ten opzichte van de scheepsmachines. Daarbij kwamen ingrijpende verbeteringen, die, sedert de eerste machines werden aangebracht, voornamelijk te danken zijn aan de technische directeur, de heer C. Kloos.
Een van de geoctrooieerde uitvindingen is de wijze, waarop het demonteren van de zuigers plaats heeft. Men vindt dit toegepast op de machine van de Juno; bovendien valt nog aan deze machine op te merken de grote toegankelijkheid tot alle delen.
Verder deelde men ons mee, dat onze Nederlandse industrie op dit gebied van de scheepsdieselmotor vooraan staat. In niet geringe mate te danken aan de maatschappijen. die het initiatief genomen hebben tot het aanschaffen van schepen, voorzien van Dieselmotoren en aan de Nederlandsche Fabriek het vertrouwen hebben geschonken.
De hoofdmotor van de JUNO maakt bij volle kracht 122 omwentelingen per minuut. Zonder bezwaar kan de snelheid van de machine, en daardoor ook die van het schip, verminderd worden. De zekerheid van het manoeuvreren is even groot als bij stoommachines het geval is. In de machinekamer vindt men verder drie grote luchtreservoirs en een hulpcompressor, gedreven door een Dieselmotor, om deze reservoirs te vullen. De lucht uit deze reservoirs dient voor het aanzetten van de hoofdmotor, telkens als van draairichting veranderd wordt. De motor voor de hulpcompressor heeft een vermogen van 100 paardenkrachten. Met een viertal hefbomen kan de machinist de machine bedienen; het is opvallend met welk een gemak hij de bevelen, die door de telegraaf van de brug worden overgebracht, ten uitvoer brengt. Het vervallen van grote stoomketels — en daardoor besparing in personeel — is mede een van de grote voordelen van de Dieselmotoren-installatie op schepen, om niet te spreken van het uitwinnen van ruimte, het gemakkelijk bunkeren, de reinheid van het bedrijf en last not least, de grotere afstanden die men kan afleggen met hetzelfde gewicht aan brandstof tegenover stoominstallaties, zodat men de brandstof daar kan inslaan waar zij het goedkoopst te verkrijgen is. Naast de hoofdmachine met toebehoren is nog in de machinekamer aanwezig een donkeyketel, dienende voor de lieren, ankermachine en stuurmachine, benevens de hulppompen. Deze ketel wordt door de warme uitlaatgassen van de hoofdmotor verhit; zodat de anders verloren gaande energie nu nuttig wordt gebruikt. De ketel kan ook direct met brandstofolie gestookt worden, hetgeen in de havens, wanneer de motor stilstaat, moet geschieden. Verder vinden wij in de machinekamer een condensor voor afgewerkte stoom van de stoomhulpwerktuigen, voorts een evaporator om uit zeewater zoetwater te kunnen maken voor ketelvoeding en koelwater voor de zuigers van de hoofdmotor. Voor het lossen van de tanks is een centrifugaalpomp in een afzonderlijke pompkamer geplaatst. Deze pomp wordt door de Dieselmotor van de hulpcompressor gedreven, hetgeen het voordeel heeft, dat men geen open vuur aan boord behoeft te hebben gedurende het liggen in petroleumhavens, waar de aanwezigheid van benzine uiterst scherpe voorschriften in dat opzicht noodzakelijk maken. Tenslotte zij nog vermeld, dat de motor het schip een snelheid van ca. 10 knopen per uur verleent.
Het schip kan brandstof meenemen, toereikend voor een reis van 30 dagen. Het brandstofverbruik per 24 uur is ongeveer 5 ton gasolie.
Verder zij nog vermeldt, dat de middellijn van de cilinders van de motor 1½ Eng. duim groter zijn dan van de SEELANDIA en dat de slag 1 meter is. Van het schip zelf kan worden gemeld, dat het groot is bruto 2.345, netto 1.385 reg. ton en een laadvermogen heeft van
2.400 ton benzine, petroleum of residu. Deze hoeveelheid wordt in 6 dubbele tanks gestuwd en gasdruk, die zich ontwikkelt, wordt door een bijzondere automatische regulateur in evenwicht gehouden.
Om te voorkomen, dat zich ontwikkelende gassen een weg naar de machine kunnen banen, zijn in het voor- en achterschip kofferdammen aangebracht, die steeds met water zijn gevuld. Op het achterschip bevinden zich voor het lossen van de lading een centrifugaal en een duplex pomp. Deze zijn in staat om 200 ton lading per uur te verwerken. Om alle gevaar voor ontbranding te voorkomen, worden deze pompen door een bijzondere hulpmotor bediend. Aan het noenmaal, op de terugtocht naar Rotterdam gehouden, voerde het eerst de heer Loudon het woord, hulde brengende aan de vervaardigers van schip en machines. Daarna sprak de heer Muysken, die in het bijzonder het enorme aandeel prees, dat de heer Kloos heeft gehad in het vervaardigen van de machines. Tenslotte zij nog meegedeeld, dat de te Nieuwediep gehouden proeftocht uitstekend heeft voldaan; dat toen met stormachtig weer 10¼ mijl werd behouden en dat er nog vier schepen van bovengenoemde Mij. op stapel staan, waaronder er zijn van 5.050 met 1.700 ipk. Op deze tocht waren geen Marineautoriteiten. Zij hadden verschenen zondag reeds hun belangstelling getoond.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Delfzijl, 19 november. Het Nederlandse tjalkschip JANTJE SLUIS, schipper Havinga, is voor NLG 4.000 verkocht aan schipper K. Holwerda van Groningen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Hamburg, 17 november. Op het Nederlandse stoomschip ZEESTER werd namens de rederij van het Franse stoomschip THÉRÈSE & MARIE beslag gelegd. (opm: zie ook RN 191112)


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hamburg, 18 november. Het beslag op het Nederlandse stoomschip ZEESTER is na borgstelling opgeheven.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Aalborg, 16 november. De gezonken Nederlandse schoener GEERTJE is door twee Svitzer stomers gelicht en te Logstör binnengebracht. Het schip heeft diverse schades. Het lijk van de vrouw van de kapitein is nog niet gevonden.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

South Shields, 17 november. Het Rotterdamse stoomschip JAN BLOCKX, van hier naar Antwerpen met 2.020 ton steenkolen, strandde op Herd Sands doch werd later door de sleepboten PRESIDENT en BEN LEDI vlot gesleept. Het schip zette de reis voort. Schade, als ze er is, onbekend. (De JAN BOCKX arriveerde 18 nov. te Antwerpen, Red.)


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Delfzijl, 18 november. Het tjalkschip AVONTUUR, schipper De Groot, heeft op zijn reis van Kiel naar Emden, ter hoogte van Wangeroog, zijn zeilboom gebroken.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Antwerpen, 18 november. Het Nederlandse tankstoomschip LA CAMPINE, van hier naar New York, heeft op de rivier twee ankers verloren.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Antwerpen, 18 november. Het van Bombay alhier aangekomen Rotterdamse stoomschip GRAMSBERGEN heeft door slecht weer enige schade belopen.


21 november 1912


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Het Nederlandse stalen 4-mast barkschip JEANNETTE FRANCOISE, 2.292 bruto reg. ton, is aan Duitse kopers verkocht. Het schip is in 1892 te Krimpen Lek gebouwd en was het laatst eigendom van de heer J.A. Vroege te Scheveningen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De Nederlandse sleepboot THAMES is gisteren behouden te Soerabaja aangekomen met het droogdok “Soerabaya 1” op sleeptouw, behorende aan de Droogdok Mij. Soerabaya te Amsterdam en is 350 voet lang en 81 voet breed. In het dok was een kraanponton geladen bestemd voor de Koninklijke Paketvaart Maatschappij. De gesleepte afstand bedroeg 9.000 zeemijlen, verreweg de grootste afstand die ooit door één sleepboot met een dok op sleeptouw is afgelegd.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De sleepboot ZWARTE ZEE, van Montreal naar Rotterdam, arriveerde 19 nov. te Bermuda met gebrek aan kolen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

South Shields, 17 november. Het Nederlandse stoomschip DORDRECHT dat inkomende in aanvaring is geweest met het Spaanse stoomschip JUNIO is in het droogdok gezet voor een onderzoek; boegplaten, enz. aan stuurboordzijde zijn belangrijk beschadigd, van de ballast waterlijn tot beneden.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Londen, 19 november. Volgens telegram uit Hamburg is het Nederlandse stoomschip POMONA aldaar van Amsterdam aangekomen met schade aan het achterschip, door aanvaring met een nog onbekend schip.


22 november 1912


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf "Vooruit" te Enkhuizen liep gisteren van stapel een ijzeren sleepkaan, groot 500 ton, gebouwd voor de heer H.J. Slokkers te Oud Gastel (N.B.). Daarna werd de kiel gelegd voor een dergelijk vaartuig voor rekening van de heer N.M. van Lent te Rotterdam.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 21 november. Volgens de Shipping Gazette is het stoomschip EIBERGEN, te Grangemouth in aanbouw voor de Furness Scheepvaart en Agentuur Maatschappij te Rotterdam, aan Schotse eigenaars verkocht, terwijl het Engelse stoomschip SALTBURN, 13 november van Bremen te Rotterdam aangekomen, door bovengenoemde Maatschappij is aangekocht. De SALTBURN was vroeger eigendom van de firma Furness Withy & Co. te West Hartlepool en heet nu ALBERGEN.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Hamburg, 19 november. Het stoomschip POMONA was op de beneden Elbe in aanvaring met het van Grimsby komende Engelse stoomschip MARYLEBONE, dat schade aan platen boven de waterlijn bekwam.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

South Shields, 20 november. Het reeds gemelde Rotterdamse stoomschip DORDRECHT, opgenomen in Smith's East Pontoon Dock te North Shields met ernstige aanvaring-schade, zal aldaar repareren.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Livorno, 15 november. Het Hollandse stoomschip OBERON is hedenmorgen hier binnengekomen met geringe schade. Genoemd schip is in aanvaring geweest met het Griekse schip BILLIO.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Groningen, 21 november. Het Nederlandse kofschip VOORWAARTS van de reder J.J. Onnes alhier is voor geheime prijs verkocht aan de heer Koopman, oud gezagvoerder alhier.


23 november 1912


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Amsterdam, 21 november. Voor de vrachtvaart op Brazilië werd door de Koninklijke Hollandsche Lloyd aangekocht het Engelse stoomschip HILLMERE, groot 3.550 ton bruto en 2.299 ton netto, gebouwd te Port Glasgow in 1905. Het zal worden verdoopt in SALLAND.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Delfzijl, 20 november. Het tjalkschip VIER GEBROEDERS, kapt. Smid, op reis van hier naar Hamburg, is met gebroken zeilboom op de rede teruggekeerd.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Batavia, 23 oktober. Het Rotterdamse stoomschip PONTIANAK stootte 22 september ten noorden van het eiland Kangean op een rif. Het schip werd hier in het droogdok gezet en men vond aan bakboordzijde een scheur van acht voet lang en verschillende diepe deuken. De reparaties zullen waarschijnlijk zes weken duren.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 23 november. Gisteren heeft alhier op de Eems proef gestoomd het motortankschip DAVENTRIA, kapt. K.E. Seven en heeft in alle opzichten aan de gestelde eisen voldaan. Het schip is groot 212 m3 (netto) en is gebouwd op de werf van E.J. Smit & Zoon te Hoogezand. Het schip is van hier vertrokken naar Hamburg om aldaar te laden voor Antwerpen.


25 november 1912


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 23 november. Het naar Duitsland verkochte Nederlandse barkschip JEANNETTE FRANCOISE werd volgens Fairplay verkocht voor GBP 8.000.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 22 november. Alhier is bericht ontvangen, dat de Nederlandse schoener JANNA, kapt. Dost, 20 dezer van Rochester met verlies van zeilen te Alloa is aangekomen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 22 november. Het uitgaande stoomschip KENNEMERLAND is in aanvaring geweest met de stoomhopper MAASMOND XVI, waardoor laatstgenoemd schip een gat in de bakboord boeg bekwam. De KENNEMERLAND zette de reis voort.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Delfzijl, 22 november. Het alhier thuis behorende schoenerschip JOHANNA ELISABETH, groot 326 m3 netto, schipper en eigenaar de heer R. Groenewold, is voor geheime prijs verkocht naar Zweden. (opm: verkocht naar Duitsland en herdoopt EMANUEL)


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Delfzijl, 22 november. Het Nederlandse schoenerschip LEENTJE, eigenaar de heer Koopman te Groningen, is verkocht voor onbekende prijs naar Buenos Aires.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Lögstör, 18 november. De schade van het schip GEERTJE is niet belangrijk. De reparatie kan waarschijnlijk hier plaats hebben.


Krant:

 VCO - Vlissingsche Courant

Scheepsbouw. Vlissingen, 23 november. Hedenmiddag werd van de werf van de Koninklijke Maatschappij "De Schelde" alhier met goed gevolg te water gelaten het stalen schroefstoomschip SOERAKARTA voor de stoomvaart maatschappij Rotterdamsche Lloyd te Rotterdam en bestemd voor de vrachtvaart op Ned. Indië.
De laatste beletselen werden weggenomen door mejuffrouw Annie Martin, dochter van de hoofdingenieur van de Mij. "De Schelde". De SOERAKARTA is een zusterschip van de PONTIANAK, hetwelk afgelopen mei van dezelfde werf en dezelfde helling te water liep en waarvan destijds een uitvoerige beschrijving werd gegeven.


26 november 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart. In zijn gisteren gehouden zitting heeft de Raad uitspraak gedaan inzake het vergaan van het tjalkschip NOORDSTER, geladen met steenkolen en op weg van Charlestown naar Stege, in het Skagerrak op 25 oktober. Schipper was G. Dories, reder Geert Veen te Groningen. De drie opvarenden werden gered.
Naar ’s Raads oordeel is de ramp veroorzaakt door de slagzij, welke het schip heeft gekregen. Deze is belangrijk verergerd door het water, dat in het ruim drong, toen de presennings scheurden. In elk geval heeft dit scheuren niet plaats gehad dan geruime tijd na het ontstaan van de slagzij. Deze laatste is vermoedelijk ontstaan door het overgaan van de lading. Hoe het gekomen is, dat de presennings zijn gescheurd, kan niet met zekerheid worden vastgesteld. Men heeft niet waargenomen, dat de luiken waren opgezet, zodat opzetting van de luiken door de overgaande lading uitgesloten schijnt.
Ook is het scheuren niet ontstaan door schavielen van de kamelen, evenmin is het aannemelijk, dat een bootstakel of een haak of iets dergelijks er een scheur in gemaakt heeft. Het komt de Raad voor, dat het scheuren eenvoudig moet worden geweten aan de zware druk van de overkomende brekers. Dit acht hij temeer aannemelijk waar de presennings 4 jaar oud waren en een geruime tijd onder water waren geweest.
Hoe voorzichtig men op schepen in de kleine vaart ook met presennings moge omgaan, een 4-jarig gebruik van deze kleden acht de Raad te lang.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart. In zijn heden gehouden zitting heeft de Raad een onderzoek ingesteld naar aanleiding van het breken van de stuurboord as van het stoomschip SINDORO, op 4 augustus op de Noordzee. Kapitein van de SINDORO is A. van Leeuwen te Vlaardingen; rederij is de Rotterdamsche Lloyd te Rotterdam. Als getuigen werden gehoord P. Bourgingnon, machinist, C.M. v. d. Mark, expert voor de scheepvaartinspectie. R.C. Heijdenaar, inspecteur van de Lloyd en Hermans, werkbaas op Wiltons werf, allen te Rotterdam. De Raad zal later uitspraak doen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Brand aan boord van de SINDORO. Vanochtend heeft men broeiing ontdekt in de lading van het stoomschip SINDORO van de Rotterdamsche Lloyd, dat gisteravond uit Ned. Oost-Indië aan de Lloydkade alhier is aangekomen, en wel in het grote ruim, dat is afgeladen met een grote hoeveelheid tabak en verder met kopra, kapok, koffie en suiker. Een aantal brandspuiten en de reddingsbrigade, die waren uitgerukt behoefden voorlopig geen hulp te verlenen en konden naar hun standplaatsen terugkeren. Van de stoomboten van de havendienst, die langs zijde van de SINDORO waren verschenen, is alleen de “Havendienst III” ter plaatse gebleven, om eventueel hulp te kunnen verlenen. Inmiddels werd het ruim, waarin het broeide zo goed mogelijk luchtdicht afgesloten; men hoopt zodoende niet alleen uitbreiding van de brand te voorkomen maar ook het vuur te verstikken. Tot dusver was er alleen rook, en waren er geen vlammen zichtbaar.
Vanmiddag om 2 uur zijn de luiken weer geopend. Na de opening ontsnapte een hoeveelheid stoom, die men er vanmorgen voor het zoveel mogelijk luchtdicht afdekken, met een stoompomp had ingeblazen. Rook kwam er niet meer uit, men is nu met de lossing van dit ruim opnieuw aangevangen, men had er vanochtend wegens de rook mee moeten eindigen. Toen men vanmiddag de luiken opende, lagen de stoomboot “Havendienst III” met vier slangen, de stoomboot “Company” van Wilton's scheepswerf met een slang en stonden ook de handbrandspuiten 32, 33, 34 en 35 elk met een op de waterleiding geplaatste slang gereed om water te geven. Bovendien was de reddingsbrigade ter plaatse en lagen de stoomboten “Havendienst I” en IV klaar om zo nodig hulp te verlenen. Al dit materiaal is ingerukt zonder dat het enige hulp heeft verleend. Vanmiddag om kwart voor vieren zijn een viertal handbrandspuiten, een paar stoomboten van de havendienst en de stoomboot “Company”, benevens enige brandslangen op het terrein van de Rotterdamsche Lloyd in werking gesteld, omdat de vlam uit ruim 3 te voorschijn kwam, nadat men daarin enige tijd met de lossing bezig was geweest. Door een grote hoeveelheid water tegelijkertijd in het ruim te werpen, hoopt men de brand tot dit ruim te beperken. Men denkt, dat de schade groot zal zijn.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Delfzijl, 23 november. Het Nederlandse tjalkschip DANKBAARHEID, schipper B. Metus, op reis van Rotterdam naar Munster, voer tegen Brug 15 (in het Eemskanaal) waardoor die brug schade bekwam. Het schip zelf heeft echter geen noemenswaardige schade bekomen.


27 november 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Nadat gistermiddag onder de leiding van de hoofdman, de heer A.J. ten Hope, het zichtbare vuur in het smokende grote ruim van de aan de Lloydkade alhier liggende SINDORO met een I4-tal waterstralen in korte tijd gedoofd was, is dat ruim weer gesloten en zo goed mogelijk afgedekt. Niet voor 5 uur hedenmorgen wordt het grote ruim, waarin inmiddels een grote hoeveelheid stoom wordt geblazen, heropend. Dan zal men zien, hoe de toestand is, en als kan, de lossing zo spoedig mogelijk hervatten.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De SINDORO. Vanmiddag om twaalf uur heeft hoofdman Ten Hope het aanwezige brandweermateriaal, op spuit 32 en de stoomboot “Havendienst III” na, doen inrukken. Terzelfder tijd ging het werkvolk schaften en bleef de bewaking van het achterruim aan de brandweer toevertrouwd. Een uur later werd er vuur gezien tussen de pakken tabak en gaven de mannen van spuit 32 water met een slang op de waterleiding.
Vanmiddag omstreeks 3 uur had men klaarblijkelijk de haard van de brand bereikt en wel aan bakboordzijde bij de bakboordtunnel. Daar stegen voortdurend rookwolken op en daar heeft de tabak al heel erg geleden. Dit gedeelte van de lading had vrijwel het aanzien van een mestvaalt, de losse, natte en ten dele verkoolde tabaksbladeren werden er opgeschept in manden. Heel het personeel van de Rotterdamsche Lloyd werkte uit alle macht aan het ruimen van de lading en zal daar, zoals het voornemen is, in een stuk mee doorgaan tot de ruimen 3 en 4 leeg zijn. De schade blijkt zeer aanzienlijk te zijn. De SINDORO zelf heeft voor zover men kan beoordelen geen schade van betekenis geleden. De brandweer blijft ter plaatse om zo nodig dadelijk hulp te kunnen verlenen. De “Havendienst III” ligt klaar met vier slangen op de stoompomp.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Scheepsbouw. Rotterdam, 26 november. Aan de scheepsbouwfirma A. Vuyk & Zonen te Capelle a/d IJssel is opdracht gegeven voor de bouw van twee stoomschepen voor de algemene vrachtvaart van resp. 2.000 en 4.000 ton draagvermogen voor rekening van de Koninklijke Nederlandsche Stoomboot Mij. te Amsterdam.
Op dezelfde werf zijn toebereidselen gemaakt voor het leggen van de kiel van het stalen schroefstoomschip WAALSTROOM van 2.000 ton draagvermogen voor de Hollandsche Stoomboot Maatschappij te Amsterdam.


28 november 1912


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 27 november. De Nederlandse sleepboot ZWARTE ZEE arriveerde 25 november van Montreal te Port au Prince (Haïti) om een oud oorlogschip van daar naar Hendrik-Ido- Ambacht te slepen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Amsterdam, 26 november. Het Nederlandsche stoomschip NEREUS van de Koninklijke Nederlandsche Stoomboot Mij. is naar het buitenland verkocht.
(Het stoomschip NEREUS werd in 1898 gebouwd en meet 782 br. reg. ton).


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Amsterdam, 26 november. Het te Rotterdam liggende Duitse stoomschip CAPTAIN W. MENZELL 2.529 bruto ton, netto 1.615 ton aan Nederlandsche kopers verkocht. Het schip is in 1903 te Flensburg gebouwd en heeft een draagvermogen van 3.750 ton zwaar goed.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 27 november. Het afkomende stoomschip BESTEVAER is in de binnenhaven op een remstoel gelopen en met een gat in de boeg naar het droogdok te Amsterdam teruggekeerd.


29 november 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 29 november. In ons avondblad van 2 oktober gaven wij een korte beschrijving van het nieuwe stoomschip ARAKAN. Thans lezen wij in de Shipping, dat de proeftocht met dat stoomschip ten genoege van belanghebbenden is afgelopen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Skagen, 28 november. De Nederlandse tjalk ENERGIE, schipper Eefting, met hout van Kagerö naar Emden, is met gebroken grote boom alhier in de haven gekomen en zal repareren aleer de reis voortgezet wordt.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Martenshoek, 29 november. Van de N.V. Scheepswerven v/h. Gebr. G. & H. Bodewes alhier werden met goed gevolg te water gelaten: Een stalen zee sleepboot, waarin geplaatst zal worden een triple expansie machine van 300 ipk, bestemd voor Zuid Amerika, en een galjas, groot 130 ton, voor Duitse rekening. De kielen zijn gelegd voor enige ewerschepen en galjassen voor Duitse rekening, en een zee sleepboot voor Zuid-Amerika. Voorts is aan de firma de bouw opgedragen voor een stalen 3-mast gaffelschoener, groot 375 ton, eveneens bestemd voor Zuid-Amerika.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Groningen, 29 november. Woensdagmiddag strandde op “De Vorm” (Urk), tijdens een harde wind uit het ZW, het met lijnzaad geladen klipperschip RISICO, schipper E. Kunst uit Groningen, komende van Rotterdam en bestemd naar Stroobos. Het schip zat erg gevaarlijk. Dadelijk waren Urker vaartuigen bij de hand en met behulp van de sleepboot STAD ZWOLLE werd de klipper van de stenen getrokken en in de haven gesleept. Het schip maakt naar de Zw.Crt. meldt, geen water en de lading is onbeschadigd.


30 november 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart. In zijn gisteren gehouden zitting heeft de Raad een onderzoek ingesteld in zake het uit elkaar springen van het inblaasvat van de hoofdmotor van het motorschip VULCANUS, op 14 augustus jl. in de haven van Amsterdam.
Rederij van de VULCANUS is de Nederlandsch Indische Tankstoomboot Mij. in Den Haag. Bij het ongeluk heeft een machinist een arm verloren en zijn verschillende personen verwond.
Gehoord werd de heer C. Kloos, ingenieur, technisch leider van de machineafdeling van de Nederlandsche Fabriek van Werktuigen en Spoorwegmaterieel te Amsterdam. Het schip is in 1910 gebouwd, de machines heeft getuige ontworpen. Er waren twee motoren, over welker werking getuige inlichtingen gaf. Ze zijn door Lloyds onderzocht. Het inblaasvat dient om de olie te verstuiven. De ervaring, met deze vaten opgedaan, is goed. Zij moeten 100 atmosfeer druk kunnen verdragen, maar niet meer dan 60 à 65 werd ervan gevergd. Aangaande hetgeen aan het ongeval was voorafgegaan, deelt getuige mee, dat de kruk en bout waren gebroken; het stuk kwam op de plaat neer. De as van de motor was verwrongen; de kleppenstand wat slecht geworden. In de afgelopen zomer is de VULCANUS aan de fabriek ter reparatie geweest; de motor was er toen uit. Aan de details was niets gedaan. Na de reparatie ging men aan boord proef draaien. De avond voor het ongeval liet men de motor op lucht draaien. Toen na het ongeval een onderzoek naar de mogelijke oorzaak werd ingesteld, bleek getuige, dat het buisje aan de motor, dat ook dient om lucht In te persen, gescheurd was. Getuige gelooft, dat er te hoge druk was opgeperst, en het vat in de laatste tijd wat verzwakt was. Gehoord werden ook de kapitein en de machinisten A.A. Rooderkerk, van Rotterdam en S. Glastra van ’s-Gravenhage. De Raad zal later uitspraak doen.
VULCANUS – Collectie M. Lindenborn.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 29 november. Volgens telegram uit Kopenhagen is het van Sundsvall naar Rotterdam bestemde Nederlandse stoomschip LOUISE aldaar binnengesleept. Het is niet bekend of en welke schade het schip heeft.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 29 november. Naar wij vernemen zal binnenkort de Holland Amerika Lijn drie nieuwe vrachtstoomschepen nl. de NOORDERDYK, OOSTERDYK en WESTERDYK in de vaart brengen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 29 november. Het Nederlandse stoomschip PRINSES JULIANA is door de makelaar Jac. Pierot Jr. naar Kopenhagen herverkocht.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 29 november. Op de 9e juni heeft er op de Theems een aanvaring plaats gehad. Het aan de Fresh Wharf liggende stoomschip IJSTROOM werd door de PRINCESSE MARIE JOSE aangevaren. Het Admiraliteitshof, deze zaak behandelende, sprak de IJSTROOM vrij.
(opm: zie ook NRC 110612 en NRC 170612)


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 30 november. Men seint ons uit Londen Het stoomschip LOUISE (zie ochtendblad 30 nov.) heeft roerschade en zal worden gerepareerd.


01 december 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlissingen, 30 november. De reparatie aan het stoomschip ORANJE NASSAU van de Stoomvaart Maatschappij Zeeland kwam heden niet gereed, waardoor het stoomschip gisteravond niet in de vaart kon komen, het werd vervangen door het stoomschip MECKLENBURG. De ORANJE NASSAU is de vorige week met het achterschip tegen de pier te Folkestone gevaren, waardoor een plaat moest worden vernieuwd en het schip van binnen gedeeltelijk moest worden uitgebroken. Hoogstwaarschijnlijk zal men met de reparatie, welke door de Maatschappij "De Schelde" wordt uitgevoerd, maandag a.s. gereed komen.


02 december 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Risör, 27 november. Het met duigen van Lovisa naar Londen bestemde Nederlandse schip CONFIANCE III is door het bergingsvaartuig RISÖR alhier binnengesleept. In de afgelopen nacht woedde er een zware Z tot ZO storm.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Norderney, 1 december. Het met oliekoeken geladen Nederlandse schip VOORWAARTS, te Groningen thuis behorende, is met averij aan een zwaard, zeil en stuurgerei door het stoomschip FRISIA 3 alhier binnengesleept. De VOORWAARTS had de noodvlag voor gehesen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 2 december. Volgens de Shipping Gazette is het Griekse stoomschip AGHIOS SPYRIDION naar Nederland verkocht en zal in WILLIAM FREDERIK worden herdoopt.
Dit stoomschip, groot 1.123 registerton bruto en 763 reg. ton netto, werd in 1883 te Greenock gebouwd. Het is lang 218.8 voet, breed 33.2 voet en hol 17 voet 3 duim.


03 december 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Kristiansand, 30 november. Voor enige tijd is het stoomschip ELG met de Nederlandse kof GERHARDINE in aanvaring geweest. Laatstgenoemd schip zonk.
Het alhier gevestigde "Seegericht" heeft de rederij van het stoomschip ELG veroordeeld tot betaling van 9.671 Kronen, vermeerderd met de verschenen rente.


04 december 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 4 december. De sleepboot NOORDZEE, met de bok “Adelaar” op sleeptouw van Rotterdam naar Bahia, arriveerde heden te Dakar.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Norderney, 2 december. De Nederlandse tjalk VOORWAARTS, schipper Huizinga, van Harburg met lijnkoeken naar Leeuwarden bestemd, geraakte onklaar en werd met schade aan zwaard, roer en zeilen door de sleepboot FRISIA III naar hier gesleept.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Risör, 27 november. De te Hoogezand thuis behorende kof CONFIANCE III, met duigen van Lovisa naar Londen bestemd, is 25 dezer door het bergingsvaartuig RISÖR alhier binnengebracht. Afgelopen nacht woedde alhier een storm uit Z tot ZO.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Risico van sleepreizen. De Internationale Sleepdienst te Rotterdam schrijft d.d. 31 november aan Fairplay o.a. dat van zovele zijden is gewezen op het gevaar aan sleepreizen verbonden, dat het nodig is ook eens de keerzijde in het licht te stellen. Juist is bericht ontvangen, schrijft de Maatschappij, dat onze oceaansleepboot THAMES te Soerabaja met een droogdok van Glasgow goed is aangekomen. Te noemen zijn onder de grote sleepreizen:
- Twee baggervaartuigen, Emden - Shanghai 10.750 mijl.
- Een baggervaartuig, Amsterdam - Shanghai 10.650 mijl.
- Een baggervaartuig, Amsterdam - Shanghai 10.650 mijl.
- Twee tankschepen, Rotterdam - Singapore 8.350 mijl.
- Een rader-stoomboot, Antwerpen - Bussorah 6.700 mijl.
- Twee baggervaartuigen, Rotterdam - Soerabaja 9.000 mijl.
- Een baggervaartuig, Dordrecht - Soerabaja 9.000 mijl.
- Zes elevatorbakken. Rotterdam - Soerabaja 9.000 mijl.
- Een droogdok, Glasgow - Soerabaja 9.000 mijl.
De verzekerde waarde en ook de premie was in de genoemde gevallen zeer uiteenlopend. Assuradeuren weten echter, dat een vrij grote zekerheid voor goede aankomst bestaat voor gesleepte vaartuigen, die aan geschoolde degelijke handen zijn toevertrouwd, onverschillig over welke afstand gesleept wordt.


05 december 1912


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. Gistermiddag deed de Raad voor de Scheepvaart uitspraak betreffende het springen van het inblaasvat van de hoofdmotor van het motorschip VULCANUS op 14 augustus in de haven van Amsterdam. Kapitein H.J. van Hall te Rotterdam; rederij Nederlandsch-Indische Tankstoomboot. Mij. te 's-Gravenhage.
De Raad is in dezen van oordeel, dat de scheepsramp de wenselijkheid heeft aangewezen van het aanbrengen van een wijziging in de inrichting van de inblaasvaten in de geest als thans reeds aangebracht. De toestand, waarin de kop van het gesprongen inblaasvat is aangetroffen, duidt op de ondeugdelijke toestand daarvan, immers op onvoldoende verbinding van het metaal van de kop met dat van de wand van het vat. De spanning, waaronder dergelijke vaten steeds moeten staan, om hun taak te kunnen vervullen, kan aanleiding gegeven hebben tot vervorming van de cilinderwand en, in verband met de minder deugdelijke lassing van de kop, tot de plaats gehad hebbende ontploffing. Het onderzoek heeft geen tekortkomingen aan het licht gebracht, zo min van de personen belast met het toezicht op de werktuigen van de VULCANUS, als van die, belast met de bediening daarvan.


06 december 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Scheepsbouw. Van de werf van de Gebr. Pot alhier is heden met goed gevolg te water gelaten de derde van de hier te bouwen passagiersschepen bestemd voor de vaart op de Amazone rivier in Zuid Amerika. Hier te lande worden op verschillende werven 12 van zulke schepen gebouwd voor rekening van Constants Kievits te Dordrecht.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Londen, 6 december. Aan boord van het van Amsterdam komende Nederlandse stoomschip IJSTROOM is hier op de rivier brand uitgebroken, die echter sedert geblust is. Van de lading zijn 500 balen houtskool door het vuur vernield. Het schip zelf heeft ogenschijnlijk geen schade.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 5 december. Het stoomschip NEREUS, van de Kon. Ned. Stoomboot Mij. te Amsterdam, 1.050 ton zwaar goed ladende, is voor 145.000 Kronen aan Pettersen & Ullenaess te Porsgrund (Noorw.) verkocht en zal in de Europese vaart worden gebezigd.


07 december 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Scheepsbouw. Hedenmiddag 3 uur werd met goed gevolg van de werf van de Rotterdamsche Droogdok Maatschappij het schroefstoomschip WESTERDIJK, in aanbouw voor Solleveld, Van der Meer & T.H. van Hattum's Stoomvaart Maatschappij alhier, te water gelaten. Dit stoomschip, dat een laadvermogen heeft van 5.500 ton wordt voorzien van machines die 1.250 ipk kunnen ontwikkelen. Zij worden eveneens vervaardigd door de Rotterdamsche Droogdok Maatschappij.
De gebruikelijke ceremonies werden verricht door mej. A. Solleveld. Direct na het te water laten bracht de heer De Gelder, directeur van de Rotterdamsche Droogdok Maatschappij zijn hulde aan de reders van dit nieuwe schip, die ook in ongunstige tijden schepen lieten bouwen en getoond hebben door hun energie ze toch lonend te kunnen doen varen.
Daarna sprak de heer Van der Meer. In welgekozen woorden bracht hij zijn dank aan de heer De Gelder voor de hulde aan zijn firma gebracht en zinspeelde op de goede verstandhouding tussen bouwmeesters en reders en hoopte dat hij over 15 maanden weer getuige mocht zijn van het te water laten van het stoomschip NOORDDIJK, eveneens besteld bij de Rotterdamsche Droogdok Maatschappij. (opm: In dit artikel werd de verkeerde naam NOORDWIJK genoemd, die reeds in de vaart was, is hersteld in NOORDDIJK)


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 6 december. Men seint ons uit Londen: De Nederlandse tjalk MARTHA, van Groningen op de Tyne gekomen, heeft zeer slecht weer doorstaan. De lading is beschadigd.
(opm: zie ook NRC 091212)


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 7 december. Men seint ons uit Londen: Volgens een telegram uit Portsmouth is er gerapporteerd, dat de door de sleepboot DONAU gesleepte pers lek is. (De DONAU vertrok 3 dec. met een pers op sleeptouw van Rotterdam naar Curaçao.)


Krant:

  RC - Rotterdamsche Courant

Het hoofdbestuur van de schippersvereniging Schuttevaer heeft, naar haar orgaan meldt, een adres verzonden aan de Provinciale Staten van Groningen, met het verzoek, wel aan de brugwachters van provinciale bruggen te willen opdragen, door seinen de schippers attent te maken, welke van twee schepen die gelijktijdig de brug naderen, mag doorvaren.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van de firma Bonn & Mees te Rotterdam is met goed gevolg te water gelaten de hopper M.O.P. 212 C., gebouwd voor rekening van de werf Conrad te Haarlem en bestemd voor het Argentijnse Gouvernement. De machines worden gemaakt aan de werf Conrad te Haarlem en de ketels bij Gebr. Stork te Hengelo.
Onmiddellijk daarna is de kiel gelegd voor het stoomschip MADIOEN, een zusterschip van het stoomschip PALEMBANG, voor rekening van de Rotterdamsche Lloyd te Rotterdam.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Londen, 5 december. Het Admiraliteitshof heeft het stoomschip IJSTROOM vrijgesproken van schuld aan de aanvaring op de Theems op 9 juni jl. met het stoomschip PRINCESSE MARIE JOSÉ en het laatste veroordeeld tot vergoeding van de schade van de IJSTROOM.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Londen, 5 december. Het Griekse stoomschip AGHIOS SPYRIDION, 1.225 ton bruto 755 netto, gebouwd te Greenock in 1883, 248.2 x 33.2 x 17.3 voet, is naar Nederland verkocht en herdoopt in WILLEM FREDERIK.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 6 december. Het Nederlandse stoomschip NEDERLAND, van hier via Immingham naar New York bestemd, wordt te Immingham opgehouden wegens machineschade. De reparatie zou ongeveer een week duren.


09 december 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 9 december. De Nederlandse sleepboot IRIS van de Intern. Sleepdienst Mij. alhier, is door de makelaar Jacq. Pierot Jr. naar Italië verkocht.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 9 december. De Nederlandse sleepboot MAAS met het nieuwe stoomschip IJSSEL op sleeptouw, arriveerde gistermiddag 12 uur van hier te South Shields, om aldaar van machines te worden voorzien.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

South Shields, 6 december. De met aardappelen geladen en van Groningen alhier aangekomen tjalk MARTHA heeft 30 dagen voor de reis nodig gehad. Hevig stormweer heeft dit schip doorstaan, waardoor aan beide zijden van het schip gedeelten verschansing zijn weggeslagen, waardoor de lading werd beschadigd.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 9 december. Men seint ons uit Londen: Volgens een telegram uit Cuxhaven geraakte het Nederlandse stoomschip LOUISE op het Osterrif aan de grond, maar kwam met assistentie weer vlot. Na expert onderzoek werd het stoomschip toegestaan de reis voort te zetten. Een bewijs van zeewaardigheid werd verstrekt.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Londen, 6 december. Aan boord van het van Amsterdam komende Nederlandse stoomschip IJSTROOM is hier op de rivier brand uitgebroken, die echter sedert geblust is. Van de lading zijn 500 balen houtskool door het vuur vernield. Het schip zelf heeft ogenschijnlijk geen schade.


10 december 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Brand in het stoomschip WALCHEREN. Het stoomschip WALCHEREN is hedenochtend te 03.15 uur, zonder hulp van sleepboten, de Nieuwe Waterweg binnengekomen en naar hier opgestoomd. Het stoomschip is aan de Derde Katendrechtse Dam gestopt en zal met hoog water, vanmiddag tussen 4 en 5, ligplaats nemen in de Spoorhaven, om daar gelost te worden. De brand in ruim 3 is met eigen middelen geblust, in dit ruim, dat geladen was met kopra, mais, rijst, rotting, enz., staat het bluswater ongeveer twee meter hoog.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 9 december. De Shipping Gazette heeft een schrijven van de rederij van het stoomschip IJSTROOM ontvangen, dat de brand aan boord van dat stoomschip niet kan ontstaan zijn door hitte van een stoompijp.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

(geen datum). Kapitein Veldhans, de gezagvoerder van de te Hamburg liggende Hollandse driemaster ANTJE, wordt sedert 5 dezer vermist. Men denkt aan een ongeluk.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbrand. Rotterdam, 9 december. De kustwacht aan de Hoek van Holland heeft bericht ontvangen, dat aan boord van het van Java naar Rotterdam bestemde stoomschip WALCHEREN een hevige brand is uitgebroken. Het vuur woedt in luik 3. Op verzoek om sleepboothulp zijn de sleepboten ROZENBURG en ROTTERDAM vertrokken naar de Noord-Hinder, op welke hoogte de WALCHEREN werd gesignaleerd. De schade wordt vrij belangrijk geacht.
Behalve de sleepboten ROZENBURG en ROTTERDAM, die van Maassluis waren vertrokken, is ook nog de sleepboot SIMSON van IJmuiden, ter assistentie in zee gegaan. De laatstgenoemde sleepboot heeft geen hulp verleend.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbrand. Rotterdam, 10 december. De WALCHEREN, waarover in het ochtendblad een en ander is meegedeeld, is vannacht te 03.15 uur te Rotterdam binnengekomen. Bevestigd wordt, dat de brand woedde in luik drie en dat het vuur met eigen middelen is geblust door het onder water zetten van dit ruim, waarin zich een lading bevond van rotting, rijst, kopra en mais.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Londen, 7 december. Volgens telegram uit Shields zijn het Griekse stoomschip D. NEGROPONTES, naar Savona bestemd, en het Nederlandse stoomschip EUGENIE, van Rotterdam, met elkaar in aanvaring geraakt, ten gevolge waarvan de EUGENIE schade bekwam aan de voorsteven en hier in het dok moest worden geplaatst. De D. NEGROPONTES zette de reis voort.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 10 december. Het stoomschip KANGEAN dat 28 november met brand aan boord te Lissabon binnen liep, is gisteren vandaar naar Amsterdam vertrokken.


11 december 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 11 december. Het stoomschip NEDERLAND, dat te Immingham enige machinereparaties heeft ondergaan, heeft de reis van daar naar New York voortgezet en is inmiddels Wight gepasseerd.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 10 december. De reparatie van het stoomschip EUGENIE zal 8 dagen duren. (opm: zie ook RN 091212)


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 10 december. De Nederlandse sleepboot MAAS, met het nieuwe stoomschip IJSSEL op sleeptouw, arriveerde 8 december van hier te South Shields, waar de IJSSEL van machines zal worden voorzien.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Londen, 9 december. Volgens telegram uit Cuxhaven is het Nederlandse stoomschip LOUISE tijdens mist op het Osterreef aan de grond geraakt, doch met assistentie van vijf sleepboten weer vlot gekomen. Het stoomschip is onderzocht en zette na een certificaat van zeewaardigheid te hebben ontvangen, gisteravond de reis naar Rotterdam voort.
(De LOUISE is 10 dec. te Rotterdam aangekomen. Red.)


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Scheepsbouw. Delfzijl, 11 december. De sleepboot ANNA AUGUSTE, gebouwd bij Botje en Ensing te Groningen, met een hoogdruk machine van 100 ipk, heeft gisteren op de Eems proef gestoomd en ruimschoots aan de gestelde eisen voldaan. De boot is voor Duitse rekening gebouwd en zal van hier vertrekken naar Hamburg om aldaar havendiensten te verrichten.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 11 december. Hedennacht is de sleepboot HELENA FRATER, slepende de schoener VELOX, kapt. Mulder, na met mist en harde wind te kampen gehad te hebben, te Londen aangekomen.


12 december 1912


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Soerabaja, 15 november. Het Nederlandse stoomschip REAL is vijf dagen te laat hier aangekomen, hebbende bij Stroomenkaap op een rif gezeten. De schade is niet belangrijk.


13 december 1912


Krant:
 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 13 december. Alhier heeft op de Eems proef gestoomd de op de werf van Wilmink te Gideon nieuwgebouwde (voor rekening van Schligting te Hamburg) sleepboot HYDRA. Het heeft een machine van 150 ipk. Bij de proefvaart werd 9½ mijl gelopen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Nyborg, 10 december. De Nederlandse schoener ADRIANA, kapt. Müller, met tarwe naar Rotterdam bestemd, is op de kust van Lolland aan de grond geraakt. Het schip kwam later met assistentie van een bergingsstomer vlot en alhier binnen; het zal hier onderzocht worden.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 12 december. Het Nederlandse stoomschip BETA uit Amsterdam, in 1899 uit staal gebouwd, metende 1.260 netto register ton, is aan de Hamburgse rederij Spielmann & Co. verkocht.


14 december 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Delfzijl, 13 december. Heden kwam alhier binnen het Nederlandse tjalkschip VOORWAARTS, kapt. Kruizinga, welke op reis van Harburg naar hier ten gevolge van slecht weer beide zwaarden en scheepsboot verloor. (opm: is VOORWAARTS, geb. in 1903, kapt. P. Huizinga van Groningen)


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Londen, 14 december. Volgens telegram uit Hamburg heeft de uitgaande Nederlandse schoener ZEEMEEUW door aanvaring schade bekomen aan de boeg.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Londen, 12 december. In verband met de brand aan boord van het Nederlandse stoomschip IJSTROOM, van Amsterdam liggende aan de Fresh Wharf, is gezegd dat deze is ontstaan door oververhitting van de stoompijp, doch de agenten delen mee dat dit niet het geval is; de stoompijp is gedekt op de gewone manier, met een ijzeren plaat en hierover was een presenning gespreid waarop de zakken houtskool acht of negen hoog gestuwd waren. De bovenste lagen geraakten in brand, alleen de onderste niet, deze werden door bluswater beschadigd, de presenning waarop de zakken lagen is niet in brand geweest, doch werd gescheurd bij het blussingswerk. Hieruit ziet men dat de stoompijp niets met de brand te maken heeft gehad.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Naar men ons mededeelt ligt de VELOX, kapt. Mulder, te Londen gereed om door de sleepboot HELENA FRATER naar Hamburg te worden gesleept.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Scheepsbouw. Delfzijl, 14 december. Heden vertrok van hier voor de eerste reis, met bestemming naar Antwerpen, de drie-mast motorschoener INGEBORG, kapt. De Witt. Dit schip heeft een Dieselmotor van 150 epk en een draagvermogen van circa 400 ton, terwijl het voorts een dubbele bodem voor ballasttank bevat. Het is gebouwd op de werf van de firma Johs. Berg alhier, onder klasse Germ. Lloyd voor de Atlantische vaart. De motor is geleverd door de N.V. Werf „Gusto" te Schiedam. Reder is de heer J.J. Onnes te Groningen.


15 december 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hamburg, 13 december. Het te Otterndorf thuis behorende zeilschip HELENE is nabij Freiburg met de afkomende Nederlandse 3-mast schoener ZEEMEEUW in aanvaring geweest. De HELENE kreeg schade aan het roer. (opm: zie ook AH 141212)


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van den heer L. Wolthuis te Veendam is te water gelaten een staal-ijzeren praamschip, groot 95 ton, voor A. Kuiper te Annerveenschekanaal.
In aanbouw is een staal-ijzeren tjalkschip, groot plm. 100 ton en een praamschip voor J. Klunder van Appingedam, groot 90 ton.


16 december 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 16 december. Men seint ons uit Londen: Volgens een telegram uit Dover is de Nederlandse LOODSSCHOENER No. 9, te Vlissingen thuis behorende, na in aanvaring te zijn geweest, met weggeslagen boegspriet en beschadigde boeg aldaar binnengelopen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Hamburg, 13 december. De Nederlandse schoener ZEEMEEUW (zie Avondblad 14 dezer) was in aanvaring met het te Otterndorf thuis behorende zeilschip HELENE, dat schade bekwam aan het roer.


17 december 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlissingen, 16 december. De LOODSSCHOENER No. 9 is in aanvaring geweest met het van Batoum naar Antwerpen bestemde stoomschip DULSAC. (opm: volgens NRC 241212 is het aanvarende schip, de Oostenrijkse DUBAC geweest)


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Bremerhaven, 15 december. De met een lading meel van Bremen naar Emden bestemde Nederlandse tjalk NIEUWE ZORG, kapt. Folkers, is gisteravond 7 uur met schade en met verlies van anker en ketting door de sleepboten UNTERWESER 16 en GEERTE binnengesleept en in de oude voorhaven gelegd.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Groningen, 16 december. Het schip VOORWAARTS, kapt. Van der Laan, van Apenrade met haver naar Zaandam, is gisteren te Cuxhaven binnengelopen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 16 december. Men seint ons uit Londen: Volgens een telegram uit Kiel is het met steenkool van Newcastle on Tyne naar Rendsburg bestemde Nederlandse stoomschip DUIVELAND in het Kaiser Wilhelm Kanaal in aanvaring geweest met het Duitse stoomschip PERUVIA. De DUIVELAND beliep door die aanvaring schade.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 17 december. Omtrent het stoomschip DUIVELAND vernemen wij, dat de schade aan dat stoomschip boven water zit, dat er een expertise wordt gehouden en dat door het stoomschip de reis naar Rendsburg wordt voortgezet. Verder deelde men ons mee, dat de DUIVELAND tijdens de aanvaring gemeerd lag en lossende was.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 14 december. Op 2 november heeft er op de Humber een aanvaring plaats gehad tussen het Engelse stoomschip GLENROY en het Nederlandse stoomschip RIJNSTROOM. Het Admiraliteitshof, uitspraak in deze zaak doende, gaf alleen de schuld aan de RIJNSTROOM.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlissingen, 17 december. Door de Java-China- Japan-Lijn te Amsterdam is aan de Koninklijke Maatschappij "De Schelde" alhier de bouw opgedragen van een stoomschip dat genaamd zal worden TJIKEMBANG.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Villa Real, 12 december. Het Nederlandse stoomschip JOSEPHINA, met erts naar Antwerpen bestemd, is 7 december bij het verlaten van de haven op de baar aan de grond gevaren. Met assistentie van een sleepboot kwam het stoomschip de volgende dag vlot. Daarna ankerde de JOSEPHINA buiten de baar en nadat op 10 december de lading gecompleteerd was, werd de reis voortgezet.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Gisteren werd van de werf "De Merwede" van de firma Van Vliet & Co. te Hardinxveld met goed gevolg te water gelaten een stalen zeestoomschip No. 103 genaamd GÖTHE, Stockholm van het raised quarterdeck type, lang 173' 2".
Direct daarna werd de kiel gelegd voor een stalen stoomschip No. 104, lang 178' 3" van het Well deck type. Beide schepen worden voor rekening van een Engelse firma gebouwd.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Londen, 14 december. Volgens telegram uit Hamburg is de Nederlandse gaffelschoener ZEEMEEUW, kapt. Jonker, uitgaande naar Engeland, bij Freiburg in aanvaring geweest met het Duitse zeilschip HELENE en heeft schade aan de boeg gekregen. De HELENE kreeg schade aan het roer.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Brouwershaven, 15 december. Volgens rapport van de vuurtoren te West-Schouwen zit een twee-mast schoener in de branding op Nieuwezand. De equipage staat op het voorschip, dat gedeeltelijk onder water staat. De reddingboot van Burghsluis is langszij.
- Later. De equipage, bestaande uit 5 man is door de reddingboot van Burghsluis gered en aldaar geland. Het schip is wrak, scheepsnaam nog onbekend.
- Later. De kustwacht rapporteert, dat de gestrande schoener is de MARIE ANNA, kapt. E. Broze, geladen met steenkolen, komend van Dysart en bestemd voor Trequier. Een berging contract met de Coöperatieve Bergings-Maatschappij is afgesloten.
(opm: in de NRC 191212 wordt het schip genoemd als MARIANNE)


18 december 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Cuxhaven, 16 december. Het schip VOORWAARTS (zie vorig ochtendblad) werd hier binnengesleept met verlies van zeilen.


19 december 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Ouddorp, 18 december. Aan het strand alhier is gevonden een pakje brieven, telegrammen, rekeningen, enz., geadresseerd aan kapt. Brozee, gezagvoerder van de MARIANNE. De brieven zijn in het Frans geschreven. (opm: zie ook RN 171212)


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hamburg, 20 december. De voor rekening van Gebr. Cohrs alhier te Groningen gebouwde sleepboot HYDRA is na proeftocht, aan de Woermann Linie doorverkocht. (opm: zie ook NNO 131212)


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van de firma L. Smit & zonen te Kinderdijk is te water gelaten de baggermolen ENGELAND, in aanbouw voor binnenlandse rekening.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf „Vredenhof", firma wed. J.L. Ceuvel, werden te water gelaten een stalen pakschuit, voor rekening van de heer J. Balhuizen, voor de dienst Amsterdam - 's-Gravenhage; een motor-goederen en passagiersboot, voor rekening van de heer D. Goedkoop Jr., voorzien van een 45 pk Kromhout ruwolie-motor; twee zeewaardige lichters, groot 150 ton, voor Ned.-Indië; een stalen dekschuit, voor Amsterdamse rekening.
De kielen werden gelegd voor twee zeewaardige lichters en een motor-tankboot, alle voor Ned.-Indië, twee motorjachten, een passagiers-motorboot, een ponton lichter en een dekschuit, alle voor Amsterdamse rekening.
De firma Gebr. Goedkoop heeft aan de Arnhemsche Stoomsleephelling Maatschappij, directie J.J. Prins te Arnhem, de bouw opgedragen van een grote en krachtige sleepboot, welke 1 oktober 1913 afgeleverd zal worden. Deze boot zal bestemd zijn voor het slepen van zeeschepen in de havens van Amsterdam en op het Noordzeekanaal.


20 december 1912


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Op de 19e december werd op de N.V. werf "De Noord" te Alblasserdam met goed gevolg te water gelaten het casco van het stoomschip SAINT MICHEL. De afmetingen van dit stoomschip zijn: 155 x 26 x 121/2 voet. De grootte bedraagt plm. 600 ton deadweight. Het stoomschip is gebouwd onder toezicht van Lloyds en is speciaal ingericht voor vrachtgoederen en passagiers. Het is voor buitenlandse rekening gebouwd met bestemming voor de tropen.
Onmiddellijk daarop werd de kiel gelegd voor het Rijnschip AMSTELLAND, welk schip ongeveer duizend tonnen zal zijn en gebouwd zal worden voor binnenlandse rekening.
- Van de werf van de heer C. Kars te Oude Pekela is te water gelaten een stalen bolpraam, groot 80 ton, voor E. de Haan aldaar.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Bremerhaven, 17 december. Het van Hamburg naar Yarmouth bestemde Nederlandse schip DOLFIJN, kapt. Rozinga, is wegens slecht weer binnengelopen en in de Geestemünder haven gemeerd. (opm: is DOLPHIJN, geb. 1912, kapt. A. Rozinga)


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Scheepsbouw. Waterhuizen, 20 december. Van de werf van de heren J.J. Pattje & Zonen is met gunstig gevolg te water gelaten een staal-ijzeren twee-mast gaffelschoener, groot plm. 175 ton, terwijl de kiel werd gelegd voor een dito schip, beide voor Duitse rekening.
(opm: is schoener ADOLF met bno. 100. Kiellegging van schoener HERMANN, bno. 101)


21 december 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Scheepsbouw. Schiedam, 20 december. Heden werd met goed gevolg te water gelaten van de werf Gusto van de firma A.F. Smulders te Schiedam, de stalen romp van een 400-tons kraan, bestemd voor het lichten van gezonken onderzeeboten, welke deze firma voor rekening van een buitenlands gouvernement in aanbouw heeft. De hoofdafmetingen van het schip zijn: Lengte 50 meter, breedte 34 meter, holte 4,40 meter. Het lichten geschiedt door middel van twee kranen, elk met een hefvermogen van 200 ton, terwijl op het dek de nodige ruimte zal zijn voor het aan boord plaatsen van een onderzeeboot. De kraan zal worden voorzien van twee compound machines van 300 pk elk en twee verticale machines van 150 pk elk. Tevens zullen er twee ketels aanwezig zijn van een totaal verwarmd oppervlak van 200 m2, werkend met een stoomdruk van 8 kg. Verder zullen zich op de kraan de nodige stoomlieren bevinden voor het bedienen van de ankers en het manoeuvreren. De kraan zal de reis naar haar bestemming onder eigen stoom volbrengen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Cuxhaven, 20 december. De Nederlandse schoener ZEEMEEUW is te Cuxhaven binnengesleept. (opm: zie RN 171212)


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 21 december. Op 19 dezer werd een geslaagde proeftocht gehouden met het stoomschip MIJDRECHT, gebouwd bij de Rotterdamsche Droogdok Mij. voor de N.V. Stoomvaart Maatschappij “Mijdrecht” (Phs. van Ommeren) alhier. De afmetingen van het schip zijn 325 x 47 x 24 voet en het laadvermogen is 4.500 ton. Het schip is bestemd voor het vervoer van olie en is daartoe verdeeld in 22 oliedichte compartimenten. De machines zijn, zoals op tankschepen gebruikelijk, achterin geplaatst. De machines zijn in staat ca. 1.800 ipk te ontwikkelen, waarmee een snelheid van 10½ à 11 mijl in de gewone dienst bereikt zal worden. Het schip is voorzien van elektrisch licht, Howdens forced draft, Schmidt’s oververhitters, onderwater kloksignalen en al dergelijke moderne inrichtingen op nieuwerwetse tankschepen gebruikelijk.


23 december 1912


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 22 december. De sleepboot SEINE, met de bak HAM 12, van Minicoy naar Soerabaja, arriveerde gistermiddag met alles wel ter bestemming.
— De sleepboot THAMES vertrok 18 dec. v.m. van Batavia naar Zuid-Afrika.
— De te Havre aangekomen Nederlandse sleepboot MAAS zal aldaar het aan de werf van de Chantiers de Graville gebouwde stoomschip ADJAME (gebouwd voor de Société des Chargeurs Réunis), op sleeptouw nemen. Dit voor de West Afrika-rivieren bestemde passagiers- en mailschip zal zo spoedig als het weer het toelaat de reis, per sleepboot MAAS, naar Grand Bassam aanvaarden.


24 december 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlissingen, 24 december. De Nederlandse LOODSSCHOENER No. 9, welke de 15e december in het Engelse Kanaal met het Oostenrijkse stoomschip DUBAC in aanvaring is geweest, is te Vlissingen binnengebracht om gerepareerd te worden.
(opm: zie ook NRC 161212 en NRC 171212)


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlissingen, 24 december. Het stoomschip SOERAKARTA, in aanbouw op de werf van de Kon. Mij. “De Schelde” te Vlissingen voor de Rotterdamsche Lloyd, welk schip de 23e november werd te water gelaten, zal in februari de eerste reis naar Oost Indië aanvaarden.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Delfzijl, 23 december. De motorboot TELEGRAAF XVI, met stukgoed van Amsterdam naar Borkum, heeft tussen hier en de bestemmingsplaats de drijfstang gebroken, ten gevolge waarvan het vaartuig alhier in de haven is teruggekeerd om te repareren.


25 december 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Delfzijl, 24 december. Gisteren werd proef gestoomd met de nieuw gebouwde sleepboot PORS, welke bestemd is voor Porsgrund, Noorwegen. Deze boot werd gebouwd aan de werf van E.J. Smit & Zoon te Hoogezand en heeft een compound machine van 170 ipk.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 24 december. Naar het Hdbl. verneemt, is door de Maatschappij Nederland te Amsterdam weer met de Nederlandsche Scheepsbouw Mij. te Amsterdam gecontracteerd voor de bouw van een nieuw mailstoomschip, groot 11.200 reg. ton, waarvan de afmetingen zullen zijn als volgt: Lengte tussen de loodlijnen 503’ 6”, breedte 60’ 4” en holte 31’.
(opm: dit is bouwnummer 130 – JAN PIETERSZOON COEN)


27 december 1912


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. De firma E.J. Smit & Zn. te Hoogezand heeft opdracht ontvangen tot het bouwen van een schroefstoomschip van ca. 200 ton draagvermogen, voor rekening van Ch. Cornelder & Zonen's Scheepsagentuur te Rotterdam. Het schip, dat de naam TELEGRAAF 17 zal dragen, zal worden gebouwd volgens de hoogste klasse van Bureau Veritas, met speciaal toezicht op schip, machines en ketels en wel in de klasse kustvaart.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 24 december. De sleepboot NOORDZEE arriveerde 21 december van hier te Bahia met een bak op sleeptouw.
De sleepboot MAAS vertrok 21 december van Havre naar Graad Bassam, westkust van Afrika, met het Franse stoomschip ADJAME op sleeptouw.


28 december 1912


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart. De Raad voor de Scheepvaart heeft gisteren een onderzoek ingesteld inzake de brand aan boord van het stoomschip WALCHEREN, gezagvoerder E.P. Roes, rederij de Rotterdamsche Lloyd. De brand brak uit bij Triest, toen het schip op reis was naar Rotterdam.
Blijkens de verklaring van de kapitein bestond de voornaamste lading uit fijngemalen kopra. De beschikbare blusmiddelen voor geval van brand waren brandslangen en brandgranaten. De brand werd eerst bemerkt nadat Kaap Finisterre gepasseerd was; hij woedde toen in het derde ruim, waarin alle lading in gonjezakken verpakt was. De bovenste laag poonak (fijngemalen kopra) bleek geheel verkoold. Na enige tijd begonnen de vlammen uit te slaan; tot dusverre was het slechts broeien geweest, waaraan de kapitein de brand dan ook toeschreef. Men slaagde erin het vuur met brandslangen te bedwingen. Na het verhoor van de kapitein werd het onderzoek in deze zaak geschorst.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 27 december. Op 23 december is van de werf van de firma William Gray & Co. Ltd. te West Hartlepool het stoomschip BATJAN, in aanbouw voor de Stoomvaart Maatschappij Nederland te Amsterdam te water gelaten.
Dit in de hoogste klasse van Lloyds geplaatste stoomschip is lang 412.6, breed 53.6 en hol 29.7½ voet. Het stoomschip heeft een cellulaire dubbele bodem, een achterpiektank en een dieptank of ruimafdeling achter de machinekamer, alles ingericht voor waterballast. In het geheel kan 2.100 ton waterballast worden meegevoerd. Er zijn aan boord 23 laadbomen, waaronder er één die 30 ton kan dragen, en 12 winches. De machines zijn van het triple expansie systeem en hebben cilinders van 28, 46 en 77 Eng. duim middellijn. De slag is 48 Eng. duim. Vier stalen ketels, werkende onder een druk van 180 lbs., leveren de stoom. Verder is er nog een oververhitter aan boord volgens het systeem van de machinebouwer en een hoofdcondensor type C.M.E.W.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Vigo, 24 december. Het Engelse stoomschip GLENMORVEN, van Algiers naar Yarrow, is met verlies van roer door het Nederlandse stoomschip CASTOR, van Rotterdam naar Alexandria, alhier binnengesleept. Aanbevolen wordt het schip na tijdelijke reparatie naar de bestemming te doen slepen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Vlissingen, 24 december. De Nederlandse LOODSSCHOENER No. 9, welke de 15e dec. in het Engels Kanaal werd aangevaren door het Oostenrijkse stoomschip DUBAC, is alhier binnengebracht om gerepareerd te worden.


30 december 1912


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Brest, 26 december. De Nederlandse sleepboot MAAS met het Franse stoomschip ADJAME van Havre naar Grand Bassam, is hier binnengelopen wegens slecht weer.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Nantes, 24 december. Na onderzoek is het reeds gemelde Rotterdamse stoomschip LEONORA onzeewaardig verklaard. Dokken is noodzakelijk.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Port Said, 27 december. Het stoomschip KANGEAN, van Java naar Amsterdam, is te Port Said aangekomen met verlies van een schroefblad. Duikers zijn aangenomen om hetzelve te vernieuwen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Scheepsbouw. Van de werf van de Maatschappij voor Scheeps- en Werktuigbouw Fijenoord te Rotterdam, is met goed gevolg te water gelaten het stalen dubbelschroef stoomschip MELCHIOR TREUB, in aanbouw voor de Koninklijke Paketvaart Maatschappij te Amsterdam. Dit stoomschip, ingericht voor passagiers- en vrachtvervoer, is bestemd voor de sneldienst Batavia-Singapore-Laboean Deli van deze Maatschappij. Het wordt gebouwd volgens de hoogste klasse en onder „bijzonder toezicht" van Bureau Veritas. Lengte, breedte en holte zijn resp. 350, 48 en 21 Eng. voet, terwijl de waterverplaatsing bij een diepgang van 14 Eng. voet zal bedragen 3.775 ton van 1.016 kg. Twee machines van het triple-expansie systeem, elk met 4 cilinders, welke tezamen 3.500 ipk. ontwikkelen, zullen het schip in gewone dienst een snelheid van 14¼ mijl moeten geven.
Op de thans vrijgekomen helling zal onmiddellijk een aanvang gemaakt worden met de kiellegging van het stoomschip SLOET VAN DE BEELE, eveneens voor Koninklijke Paketvaart-Maatschappij.