Inloggen
Zoek in kronieken
Aanwezig jaargangen:
Start - 0 - 189 - 1801 - 1803 - 1805 - 1806 - 1808 - 1813 - 1814 - 1815 - 1816 - 1817 - 1818 - 1819 - 1820 - 1821 - 1822 - 1823 - 1824 - 1825 - 1826 - 1827 - 1828 - 1829 - 1830 - 1831 - 1832 - 1833 - 1834 - 1835 - 1836 - 1837 - 1838 - 1839 - 1840 - 1841 - 1842 - 1843 - 1844 - 1845 - 1846 - 1847 - 1848 - 1849 - 1850 - 1851 - 1852 - 1853 - 1854 - 1855 - 1856 - 1857 - 1858 - 1859 - 1860 - 1861 - 1862 - 1863 - 1864 - 1865 - 1866 - 1867 - 1868 - 1869 - 1870 - 1871 - 1872 - 1873 - 1874 - 1875 - 1876 - 1877 - 1878 - 1879 - 1880 - 1881 - 1882 - 1883 - 1884 - 1885 - 1886 - 1887 - 1888 - 1889 - 1890 - 1891 - 1892 - 1893 - 1894 - 1895 - 1896 - 1897 - 1898 - 1899 - 2018


Bevat   Exact
 

Kronieken uit 1855


01 januari 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Texel, 30 december. De JACOBUS, kapt. Bette (opm: buitenlander), van Koningsbergen naar Schiedam, is hier heden als bijlegger binnengelopen met verlies van zeilen, grote boot, ingeslagen verschansing en meer andere zeeschade.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Sheerness, 29 december. Het schip (opm: fregat) MARGARETHA JOHANNA, kapt. M. Schou, van Newcastle naar Soerabaija, is hier lek binnengelopen. (opm: zie NRC 040155)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Texel, 30 december. De stoomboot LEEUWARDEN, die naar Londen was vertrokken, is hier heden met lekkage uit zee teruggekomen.


02 januari 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 1 januari. Men schrijft van Knocke op de Vlaamse kust van de 29e december j.l: Gisteren is alhier op de kust aangedreven het lijk van een persoon, ca. 35 à 40 jaren oud, welke een koperen plaat op de borst had met de woorden Hollandsch Loodsman van Vlissingen. Het is zeer waarschijnlijk, dat deze loods zich aan boord bevonden heeft van een of ander schip, naar Antwerpen bestemd, dat in de omstreken van de Paardenmarkt (opm: thans Binnen Paardenmarkt geheten, in 1855 een bank die liep van Het Zwin tot Ostende) met man en muis vergaan is. Dezelfde dag is aldaar een stuk van een wrak aangedreven van circa 80 voet lengte, en te oordelen naar de zware ijzeren verbindingskanten, is dit gedeelte afkomstig van hetzelfde schip, waarvan reeds de 23e een stuk te Heyst en een ander te Blankenberg aangedreven is. (opm: zie NRC 281254)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlie, 29 december. Het schip HILLECHINA, kapt. H.J. Schuring, van Anklam (opm: Mecklenburg-Vorpommern) naar Schiedam, is heden alhier als bijlegger binnengekomen wegens lekkage en andere zeeschade. Het ligt thans in de haven van Terschelling.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 1 januari. Volgens rapport van kapt. Bregante van het schip HORGEUS, te Genua voor Newcastle binnen, is het schip EDZARD (opm: tweemast schoener, bouwjaar 1852), kapt. G.J. Bakker, van Amsterdam naar Savona, in de Golf van Leone (opm: Golf van Lion) gezonken. Het volk is door eerstgenoemde bodem gered. (opm: zie PGC 040155)


  DC - Dordtsche Courant

Advertentie. Aan de respectieve deelhebbers in de Maatschappij van Dordrechtsche Scheepsreederij wordt kennis gegeven, dat door Heren Commissarissen, met en benevens de Commissie van zes Heren Deelhebbers, daartoe volgens art. 19 der Statuten benoemd, de rekeningen en balance, door directeuren overlegd, goedgekeurd, gesloten en ter hunner decharge getekend zijnde, van nu af aan gedurende veertien dagen ter visie van al de leden zullen liggen, ten kantore van de Heren Klerk en Voogd, op de Kuipershaven alhier, en verder, dat, ingevolge art. 20 der gemelde Statuten, het dividend door directeuren en commissarissen bepaald zijnde op veertig gulden voor ieder aandeel, deze uitdeling ontvangbaar is van heden tot de 11de januari 1855 ingesloten, bij de mede-directeur F.C. Déking Dura, alhier, bij wie de kwitanties in blanco verkrijgbaar zijn.
Dordrecht, 30 december 1854.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Op de werf van B. Spoelstra bij Heerenveen, provincie Friesland, te koop een hektjalk, lang 66 voet, wijd 14 voet 9 duim, en een dito, lang 62 voet, wijd 14 voet 3 duim.


 MCO - Middelburgsche Courant

Door het barkschip WESTKAPELLE, gezagvoerder M. Rooderkerk, is de 7e november l.l. de tehuisreis van Batavia ondernomen, geladen met suiker, koffie en tin. Schip en equipage waren in goede staat.
De 28e december l.l. is van de rede van Portsmouth gezeild het schip (opm: bark) ZEEPAARD, gezagvoerder J. Giltjes.
Zaterdag avond is, voor Vlissingen bestemd, aldaar gearriveerd JOHANNES EN ADRIANUS, D. de Ruiter, van Sunderland met steenkolen. (opm: na lossing werd de kof verkocht aan M.C. de Crabe & Zoon, Vlissingen; nieuwe scheepsnaam WESTERSCHOUWEN, opnieuw onder kapt. T.D. de Ruiter)


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Laurkullen (opm: Laurkollen aan de Oslofjord, thans Larkollen; 59º19’ N.B. 10º40’ O.L.), 10 december. Heden is alhier aan het strand gevonden een scheepsroer met borgpen, waarop met vergulde letters A.T. Hazewinkel – 1849 te lezen. Het is hoogstwaarschijnlijk afkomstig van een Nederlandse kof, welke in de nabijheid gebleven is, waarschijnlijk het schip GEERTRUIDA, kapt. A.T. Hazewinkel, te huis behorende te Wildervank. (opm: de kof, bouwjaar 1849, was 10 oktober 1854 uit het Vlie naar Stettin vertrokken, zie NRC 201254).


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Rotterdam, 28 december. Het kofschip ETTJE BERG, kapt. H.R. Post, uit Sappemeer, waarvoor enige tijd vrees bestond, dat het door aanzeiling in het Kanaal zou verongelukt zijn, is volgens brief van gezegde kapitein van de 19e december j.l. behouden te Malta aangekomen.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Het schip (opm: bark) ADOLF VAN NASSAU, kapt. D. Doornbos Borchers, van Londen naar Adelaïde, te Fowey met schade binnengelopen – vroeger gemeld - is nagezien en de bezaans- en grote mast bevonden gebarsten te zijn. Het heeft de 23e december een aanvang gemaakt met lossen om te repareren.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Pillau (opm: Baltiysk), 24 december. Gisteren avond is alhier bij een hevige storm uit het NW het ijs aan het drijven geraakt en zijn daardoor onderscheidene schepen en lichters verongelukt, waarvan het volk is gered. De Nederlandse schepen REDITE, kapt. G.E. Hoveling, en MARIA ANNA, kapt. H. Duit, hebben schade bekomen.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Pillau (opm: Baltiysk), 24 december. Het schip (opm: kof) GRIETJE DE GROOT, kapt. J.J. Mulder, van Koningsbergen (opm: Kaliningrad) naar Antwerpen, is lek te Dantzig (opm: Gdansk) binnengelopen.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Norden, 26 december. Het schip (opm: kof) BETJE PRONK, kapt. J.O. Vos, uit Delfzijl, van Koningsbergen (opm: Kaliningrad) met tarwe naar Groningen bestemd, is gisteren op de Eems gezonken, doch het volk, uitgezonderd een man, genaamd Pieter Sloot, gered.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Advertentie. Uit de hand te koop een nieuw in schuur zittend tjalkschip (opm: nog in de timmerschuur op de blokken staand), groot plm. 65 tonnen. Te bevragen bij de eigenaar G.J. Bos te Appingedam.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Advertentie. Uit de hand te koop een nieuw gebouwd tjalkscheepshol, groot 20 lasten, zeer geschikt tot het vervoer van koren en ook om op de Wadden te schillen (opm: op schelpen te vissen). Te bevragen te Appingedam bij de scheepsbouwer J.P. van Dam.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Op de werf van B. Spoelstra bij Heerenveen te koop: een hektjalk, lang 18,744 el (opm: 18,744 meter) (66 voet) en wijd 4,90 el (14 voet 9 duim) en een dito, lang 17,608 el (62 voet) en wijd 4,050 el (14 voet 3 duim).


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Men is voornemens op dinsdagen de 16e en 30e januari 1855, provisioneel en finaal, telkens des namiddags precies om 2 uur, ten huize van de kastelein P.S. Klijnsma te Sloten, publiek, bij strijk- en verhooggeld te verkopen een hecht en welonderhouden tjalkschip, thans liggende aan de Veermanskaai te Sloten, de DRIE GEBROEDERS genaamd, groot 77 tonnen, met complete en zich in beste staat bevindende inventaris, alles zodanig hetzelve thans wordt bevaren door de eigenaar J.S. Visser (opm: binnenvaarder) te Sloten, en bij wie nadere informatiën zijn te bekomen. Aanvaarding en betaling binnen acht dagen na de finale toewijzing. Inmiddels uit de hand te koop.


 MCO - Middelburgsche Courant

Door het barkschip WESTKAPELLE, gezagvoerder M. Rooderkerk, is de 7e november l.l. de tehuisreis van Batavia ondernomen, geladen met suiker, koffie en tin. Schip en equipage waren in goede staat.
De 28e december l.l. is van de rede van Portsmouth gezeild het schip (opm: bark) ZEEPAARD, gezagvoerder J. Giltjes.


03 januari 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Haarlem, 2 januari. Heden morgen ten half vier uren is ongeveer drie vierde uur (opm: gaans; plm. 3750 m.) benoorden Zandvoort ten gevolge van de geweldige storm, die deze nacht gewoed heeft, op het strand gezet Zr.Ms. stoomschip CYCLOOP, luit. Zwaanshals, van Elseneur (opm: Helsingör) naar Vlissingen bestemd (opm: zie OP 110455). De bemanning is, naar men verneemt, op twee man na gered. Een detachement dragonders is van hier ter bewaring der orde naar de plaats des onheils vertrokken, en bereids zijn een paar officieren van het departement van marine per spoortrein van twee uren alhier aangekomen, die onmiddellijk de reis hebben voortgezet.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 2 januari. Aangaande de schipbreuk van het Engelse barkschip EXPRESS, van Shields, kapt. Shael, van Cardiff naar Singapore, en de redding der equipage van dat schip door het Nederlandse barkschip WELTEVREDEN, kapt. H. Teerlink, van Swansea te Batavia aangekomen, kortelings medegedeeld in ons nommer van 29 december j.l, vernemen wij thans van een geachte zijde de volgende bijzonderheden, zijnde een extract uit het journaal van de EXPRESS:
De 28e augustus bevonden wij ons op 38º Z.B. en 22º O.L, lenzende (opm: voor de wind weglopend) met dichtgereefd marszeil en fok, in een verschrikkelijk hoge zee. Omstreeks 12 ure des nachts brak er een zware stortzee achter over het hek van het schip, welke de lantaarns, kajuitskap en de giek, die in de davits hing, dwars over het dek sloeg en de kajuit met water vulde en daardoor verscheidene personen kwetste. Het schip niet langer lenzende kunnende houden, besloten wij bij te draaien met de kop op zee, maakten de fok en voormarszeil vast en draaiden ten 1 ure des nachts bij om de WZW. Het schip stampte vreselijk, nam veel water over en wij bespeurden ook veel water bij de pomp. De wind nam steeds toe, kregen ten 3 ure een zware breker of stortzee over, welke de kluiverboom, voorbramsteng, verschansing, boeg en waterstagen wegnam en een ogenblik daarna brak de grote ra en viel op het dek, waardoor het dek in stukken geraakte. Onmiddellijk spijkerden wij zeildoek op de gaten, doch kregen toch zeer veel water beneden; zetten het barkzeil bij, hetwelk onmiddellijk wegsloeg. Wij spanden toen een lijzeil in het bezaanwant tot steun van het schip om het schip met de kop op de zee te houden. Al het volk, dat er nog op het dek kon zijn, in zo verre zij niet gekwetst waren, moest aanhoudend pompen. Ten 6 ure in de morgen brak de grote steng en viel op de grote stagen, welke ook braken, en een ogenblik daarna deed het schip een zo geweldige stamp, dat de grote mast beneden het dek brak en op de bezaansmast viel en dezelve medenam, alsmede de beide pompen, en het dek aan beide zijden openscheurde. Met diezelfde pomp brak ook de stuurketting en het rad van het roer en sloeg de eerste stuurman overboord, terwijl alweder verscheidene van het volk zwaar gekwetst werden. Deze zee nam verder alles mede, wat er zich op het dek bevond. Toen het schip van het tuig bevrijd was, stond er 6 voet water in het ruim. Wij spijkerden zeildoek op het beschadigde dek en schepten het water uit de kajuit. Tot op de 2e oktober vervolgden wij met een steeds toenemend lek schip onze reis, op welke dag wij een schip in het gezicht kregen, zijnde de Engelse bark BLANCHE, die echter geen hulp kon of wilde verlenen. Wij kregen naderhand de WELTEVREDEN te zien, die recht op ons aankwam. Met veel moeite kregen wij de boot te water, waarmede wij in verschillende tochten het Nederlandse schip bereikten.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 2 januari. De Zeepost van 2 januari deelt mede een lijst van onderscheidene schepen, welke in het jaar 1854 verongelukt, verbrand, afgekeurd, gesloopt of vermist zijn. Onder deze vinden wij de volgende:
Scheepsnaam: Gezagvoerder:
ADMIRAAL DE WINTER E.H. Sissing
ADMIRAAL GRAAF VAN HEIDEN (opm: onjuist, zie NRC 080655) W. Drenth
ADRIANA PETRONELLA A.A. Brockx
AERT VAN NES F.M. Carsjens
* ALBERDINA [NRC 210254] H. Woortman
ALBERDINA LAMMECHIENA P.K. Duiven
ALETTA CHARLOTTA J.J. Lupkes
AMANDUS [NRC 051054] H. Reineke
ANNA JANTINA H.R. de Haan
ANNEGIENA (opm: ook ANNECHINA) K.V. Veendorf
ANNETTE L.H. Singer
ANTINA C.A. Brouwer
BERNARDINE [NRC 031154] Frederiks
BERTHA MARIA [NRC 090154] P.J. Haken
BETJE PRONK J. Vos
BROEDERSCHAP J. Goedknegt
CATHARINA E.H. Dik
CATHARINA L.J. Zoeler
* CATHARINA ELISABETH K.J. de Groot
CATHARINA HARMINA O.T. Pik
* CATRINA (opm: CATHARINA) G.F. Waterborg
COURIER T. van Vliet
CORNELIA [NRC 301054] T. Kimsiang
DELTA J.G. Kunst
DOELWIJK J.H. Zeeman
EDZARD G.J. Bakker
ESMERALDA [1853, NRC 130154] Tollens
EVERHARDUS [NRC 160154] C.J. Bakker
EELJE (opm: of EELTJE, zie NRC 151154) S.H. Siccama
GEBROEDERS H.E. Kemper
GEERTINA H.F. Dijkstra
GEERTRUIDA A.T. Hazewinkel
* GERRITJE KOUMANS H.J.H. Smeding
GESINA [ook GESIENA, NRC 1202154] Feddes
GEZUSTERS T.W. de Vries
HARMINA P.S. Brouwer
* HENDRIK W. van der Hoeven
HENDRIK WESTER R.J. Reinders
HENDRIKA G.J. Scholtens
* HENDRIKA P. Admiraal
HENDRIKA JANTINA J.K. Bart
HELENA W.J. Gialts
HENRIETTE KLASINA T. Hagen
HERMANUS P.H. Heikema
’s-HERTOGENBOSCH (opm: onjuist, zie NRC 031154) E.J. van der Braak
HESTER A. Viëtor
HILLECHINA T.P. de Boer
IDA Buiten (opm: verm. Boiten)
IDA ELISABETH (opm: ook IDA ELIZABETH) M.A. Overgaauw
JACOBA H.L. Bakker
JANDINA H.B. v.d. Werf
JOHANNA W.W. Meedendorp
JOHANNA JULIANA B.H. Nijman
JOHANNA MARIA [AH 000854] P.S. Gerdes
JONGE ARIE W. Kal
JONGE HERO R.E. Brouwer
JONGE JACOB B.J. Rijnberg
JONGE JACOB A. Boer
JUNO N.J. Smaal
KAASHANDEL D.J. Zijlstra
KLASINA ELISABETH (opm: voorbarig, zie NRC 200255) O.E. Mulder
KOOGER POLDER K. Brouwer
LAMBERTHA [NRC 170154] J.E. Karst
MAPPA J. Muller
MARGARETHA ELISABETH H.E. Hoff
MARIA J.H. Swart
MARIA J. de Boer
MARIA SOPHIA M. van Gijsel
MARTHA ANNETTA [NRC 160154] Drok
MEIKA J.D. Flik
MINERVA (opm: mogelijk MINIMA) H. van Weerden Poelman
* de NOORD H.R. Ruhaak
ONDERNEMING F.O. Heida
PHOENIX H.J. de Boer
REINA J. de Haan
* SARA ANNA CORNELIA H.J. van Wijk
SJEUKE BOON B.H. Bultje
STAD DORDRECHT L. van Haften
STAD HASSELT J. Goedkoop
SUMATRA, (opm: Nederl. oorlogskorvet) Wipff
TADJIL MOELOOK [NRC 300354] S.S. bin Achmat Hobies
TWEE GEBROEDERS Scholl
TWEELINGEN DANIEL EN WILCO H.F. Klein
UDO FREDERIK A. Kiers
VLASHANDEL N.F. Hoek
VOORWAARTS F.H. Pijbus (opm: Pybes)
VRIENDSCHAP J.J. Stenger
VROUW ELISABETH W.L. Stuit
VROUW NEELTJE C. de Goede
WOLTEMADE H. Hus
ZEELUST [NRC 290754] N.N.
Vermist:
CECILIA G.T. van Yperen
EOLUS G. Slichtenbree Jr.
ELIZABETH (opm: ook: ELISABETH) G.H. Esbra
GERMANIA [AC 000254] S. Ouwehand
GEERTRUIDA [NRC 201254] A.T. Hazewinkel
JANTINA [NRC 201254] J.G. Olthof
ONDERNEMING [NRC 230454] H.G. Flik
HELENA BRONS [NRC 230454] H.W.C. van Ingen
N.B. Sommige namen zijn met * getekend. Dit teken is daar geplaatst om aan te duiden, dat die schepen op de Nederlandse kust waren verongelukt.
(opm: over de cursief geschreven scheepsnamen staan geen berichten in Kroniek 1854;
de cursief geschreven en onderstreepte scheepsnamen staan wel in Kroniek 1854 maar
werden in Zeepost niet vermeld)


  JB - Javabode

Advertentie. Publieke verkoping van een barkschip. De ondergetekenden zullen op dinsdag de 16e januari aanstaande voor een der recherche pakhuizen aan de Kleine Boom, voor rekening van belanghebbenden op vendutie verkopen het gekoperd Nederlands barkschip JACATRA, groot 252 gemeten lasten, benevens al deszelfs masten, rondhouten, zeilen, staand en lopend want, ankers, kabel-kettingen, waterketels en vaten, barkas, sloepen, scheepsprovisiën, enz, enz.
A. van Ommeren & Co. (opm: zie JB 100355)


  JB - Javabode

Melbourne, 27 oktober 1854. Heden kwam alhier aan van Londen en Plymouth, na een reis van slechts 88 dagen, het Nederlands barkschip AUSTRALIË, kapt. D.B. Jochems, toebehorende aan de heren Blaauw & Co. te Amsterdam, met 266 passagiers. Ten gevolge van het bericht van de arts van de passagiers, dat de kinderziekte aan boord heerste, werd het schip onder quarantaine gesteld. Daar het schip één van zijn ankers verloren had, werd hij verplicht de baai verder in te lopen, ten einde te Melbourne een andere te kopen. Het bericht van de arts bleek onjuist, en dat wat hij als kinderziekte had aangezien, was alleen maar het gezicht van een kindje dat tandjes begon te krijgen. Ter geruststelling van de vrienden van de passagiers, bij wie het bericht voor enig onrust had kunnen brengen, en de zorg voor de naam van het schip, hebben de agenten van de maatschappij, de heren Lange en Ploos van Amstel van de medische afdeling verzocht om de bekendmaking dat de AUSTRALIË niet onder quarantaine lag, hetgeen ook de volgende morgen in de kranten verschenen is. Vol lof zijn de passagiers over de handelswijze van kapt. Jochems, en zij hebben hem een gouden horloge geschonken, vergezeld van een brief in het Engels, waarvan de vertaling luidt:
“Kapitein Jochems, Nederlands barkschip AUSTRALIË
Mijnheer! Wij ondergetekenden, kajuits- en tussendeks passagiers aan boord van de AUSTRALIË, komende van Londen en Plymouth en zeilende onder “temperance principles” (opm: ‘drooglegging’) verheugen ons te kunnen getuigen, ter ere van u kapitein, dat dit stelsel door u stipt en getrouw is nageleefd. Niettegenstaande de vele moeilijkheden, mijnheer, die u heeft moeten doorstaan in het aanwezen van bijna 300 zielen, onverwachts aan uw goede zorg overgelaten, en die gedeeltelijk van levensmiddelen heeft moeten voorzien, ten gevolge van de opzettelijke nalatigheid en laaghartige handelingen van de uitrusters van het schip, de heren Griffiths, Newcombe & Co te Londen, die na de eigenaars van uw bodem en de passagiers door hun bedrog in een kolk van teleurstellingen gedompeld te hebben, hen verlieten om zich daaruit te redden. Niettegenstaande al die moeilijkheden, heeft u, niet alleen door uw bekwaamheid in de zeevaartkunde de achting van uw passagiers verworven, maar ook gedurende de reis alles op zulk een eerlijke wijze en voldoende wijze geregeld, dat zij de goedkeuring van iedereen aan boord wegdroeg, die men u benijden, doch niet ontroven kan. Uit aanmerking van onze plicht, de vele gunsten die wij van u genoten hebben, en de daardoor op ons rustende verplichting erkennende, bieden wij u dit geschenk aan en verzoeken u hetzelve, ofschoon het niet in evenredigheid staat tot uw verdiensten, wel te willen aannemen.
(w.g.) De passagiers”
(opm: de AUSTRALIË was op 28 oktober 1854 te Port Philip aangekomen en vertrok van daar reeds weder op 3 november via Sydney naar Java; het schip kwam op 8 januari aan ter rede van Batavia)


  JB - Javabode

Vlissingen, 26 oktober. Heden heeft Z.E. de minister van Marine, aan ´s Rijkswerf alhier, een zeer eigenaardige en echt maritieme doopplechtigheid verricht. Gisterenavond was de kiel gelegd van een grote schroefstoomboot; vanmorgen werd die kiel door die staatsdienaar bezichtigd, een naambordje werd hem aangereikt; Z.E. spijkerde het met de vlugheid van een ervaren scheepstimmerman voor aan de kiel, en het te vervaardigen fregat met stoom-schroefvermogen is genaamd EVERTSEN. Het werkvolk van de Rijkswerf werd met een halve dag, met behoud van loon begunstigd. Morgen zal zijne Excellentie de terugreis naar ’s-Gravenhage aannemen.
De beide rijksfregatten DE RUYTER en DOGGERSBANK liggen nog altijd ter rede.


  OP - Oostpost

Te Soerabaija ligt ter rede de schoener FATHAL RACHMAN, thans hernaamd SELAPARANG.


04 januari 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Texel, 1 januari. Heden is op de Vliehors gestrand een schoener of kof; verdere bijzonderheden onbekend.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Portsmouth, 31 december 1854. Het Nederlandse schip (opm: fregat) LOUISA MARIA, kapt. D. Herderschee, van Callao naar Antwerpen bestemd, is alhier met gekraakte fokkemast en wegens gebrek aan provisiën binnengelopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Sheerness, 31 december 1854. Aangaande het schip MARGARETHA JOHANNA, kapt. Schou, van Newcastle naar Soerabaya, alhier met schade binnengelopen - zie ons nommer van 1 dezer - wordt gemeld, dat het ten anker liggende vaartuig geen water maakte.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Kaap de Goede Hoop, 25 november 1854. Het Nederlandse schip (opm: fregat) SARA JOHANNA, kapt. L.P. Wassenaar, heeft in de laatst gewoed hebbende stormen schade aan ankers en kettingen bekomen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 3 januari. Aangaande het Nederlandse oorlogsstoomschip CYCLOOP, luit. Zwaanshals, van Elseneur (opm: Helsingör) naar Vlissingen, bezuiden Zandvoort gestrand – zie ons nommer van gisteren – meldt men heden, dat het roer is uitgestoten en het achterschip zwaar beschadigd. Ogenschijnlijk zal het niet afgebracht kunnen worden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 3 januari. Tussen Katwijk en Noordwijk is gisteren ochtend bij zeer onstuimige zee een driemaster bij de derde bank op het strand gedreven en uit elkander geslagen. Van de 18 manschappen, welke men aanvankelijk in het want had gezien, zijn slechts vier personen in bewusteloze staat aan wal gebracht. Daaronder bevinden zich twee Javanen. Van de overigen heeft men niets vernomen. Het strand was een paar uren later met drijfhout bedekt. De naam van het schip, schijnbaar een Engels of Amerikaans, is onbekend (opm: DRUID, zie NRC 050155).
De menslievende en wakkere personen, die het meest tot redding der vier matrozen hebben bijgedragen, zijn: J.D. en C. van Duivenbode, C. Guyt, G. de Vreugd, J. van Rijn, C. van der Plas, G. van der Zwart en A. Vooys.


  DC - Dordtsche Courant

Dordrecht, 3 januari. In het afgelopen jaar zijn voor Dordrecht ingeklaard de volgende schepen, als: 36 met steenkolen, 6 met steenkolen en steen, 14 met stenen, 1 met steenkolen en soda, 53 met zout, 18 met zout en katoen, 1 met zout en sulphate de soda, 3 met zout, katoen, myrabolanus, maïs, hout, divi divi en harst, 29 met ruw ijzer, 15 met spoorijzer, 1 met ijzer en stenen, 1 met ijzer en aarde, 16 met porseleinaarde, 1 met porseleinsteen, 1 met porseleinaarde en stenen, 32 met stukgoederen, 3 met guano, en 1 met ballast, allen van Groot-Brittannië; 6 met lijnzaad, 3 met teer en pik, 1 met lijnzaad en pik, 1 met hout, en 2 met rogge, allen van Rusland; 11 met hout, 9 met stokvis en levertraan, en 1 met rogge, allen van Noorwegen; 1 met teer en stafijzer, 1 met teer en pik, en 3 met teer; allen van Zweden; 3 met raapzaad, en 1 met boekweit, beiden van Denemarken; 3 met raapzaad, 2 met rogge, 1 met hout, en 1 met hennip, allen van Pruisen; 1 met teer, en 1 met raapzaad, beiden van Lubeck; 9 met lijnzaad van Holstein; 2 met raapzaad van Cuxhaven; 1 met stukgoederen van Hamburg; 2 met meekrap en zwavel, 1 met meekrap, amandelen en anijs, en 2 met vuurstenen, allen van Frankrijk; 4 met zout, en 1 met zout en kurk, beiden van Portugal; 6 met zwavel, 3 met zwavel, sumak en vruchten, en 1 met zout, allen van Sicilië; 1 met rogge van Konstantinopel; 1 met salpeter van Peru; 1 met rogge en stukgoederen, en 1 met harst en hout, beiden van Noord-Amerika; 5 met koffie, suiker, tin en bindrotting, en 1 met sigaren, tabaksbladeren, indigo, peper, koffie, huiden, tin en bindrotting, beiden van Java, en 1 met ballast (als bijlegger) van Nieuwe Diep. Totaal ingekomen 327 schepen, zijnde 23 meer dan in 1853.
En zijn uitgeklaard de volgende schepen, als: 146 met ballast, 32 met stukgoederen en vee, 15 met beenderen en knoken, 36 met bruinsteen, 2 met bruinsteen en schors, 1 met bruinsteen en hoepen, 12 met schors, 1 met schors en lijnzaad, 2 met schors en bonen, 2 met schors, lijnzaad en snuit van vlas, 3 met hoepen, 1 met hoepen en bonen, 3 met bonen, 1 met tarwe, en 1 met lijnzaad en vlas, allen naar Groot-Brittannië; 4 met ballast naar Rusland; 17 met ballast, 1 met hoepen, 3 met dakpannen, en 1 met stukgoederen, allen naar Noorwegen; 1 met ballast naar Zweden; 2 met hoepen, 1 met stukgoederen, en 1 met onbewerkte hardsteen, allen naar Bremen; 2 met stukgoederen, 1 met ongemalen tufsteen, 1 met ballast, allen naar Hamburg; 3 met ongebakken straatstenen naar Oost-Vriesland, 7 met oud ijzer, 2 met suiker, 1 met ballast en 1 met glas en stenen, allen naar Pruisen; 4 met ballast naar Denemarken; 10 met ongemalen tufsteen, en 7 met bruinsteen, beiden naar Frankrijk; 3 met ballast naar Portugal; 1 met suiker naar Griekenland; 1 met suiker naar Konstantinopel; 2 met suiker naar Sicilië, en 6 met ballast naar Bengalen (Akyab). Totaal uitgeklaard 341 schepen, zijnde 61 meer dan in 1853.


  DC - Dordtsche Courant

Dordrecht, 3 januari. In de loop van het jaar 1854 zijn te Schiedam aangekomen 555 schepen. In 1853 was dat getal slechts 452.
Te Maassluis gedurende het jaar 1854 ingeklaard 24 en uitgeklaard 376 schepen.


 MCO - Middelburgsche Courant

De Burgemeester der Gemeente Knokke, gelegen aan de Vlaamse kust, heeft aan het Nederlands-Vlissingse loodswezen aanschrijving gedaan, dat aldaar is aangespoeld en vervolgens ter aarde besteld het lijk van de schipper der Loodskotter No. 9, genaamd H.J. Maas, welke persoon de 5e november van verleden jaar buiten Westkapelle was verdronken. Aan de zilveren plaat welke door hem, in dienst zijnde, gedragen werd, waarop tevens zijn naam gegraveerd was, heeft men aanstonds het lijk herkend.


  AH - Algemeen Handelsblad

Amsterdam, 3 januari. De Nederlandse schoener BERTHA, gevoerd geweest door kapt. H. Menses, van Grangemouth naar Amsterdam bestemd, is volgens bericht van het Vlie van de 1e januari, de vorige morgen (opm: 31 december 1854) op de Hors gestrand. (opm: zie volgend bericht)


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Genua, 26 december. Het schip EDZARD, kapt. Bakker, van Amsterdam naar Savona, is de 20e dezer bij de Golf van Leone (opm: Golf van Lion) gezonken, doch het volk gered en alhier aangebracht. (opm: zie NRC 020155)


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Advertentie. Ten overstaan van Mr. J.W. Quintus, notaris te Groningen, zal op donderdag de 18e januari 1855, des avonds te 7 uur, ten huize van de erven E.J. Tiddens in het Huis de Beurs te Groningen met meerdere goederen publiek worden verkocht het schoener-galjootschip genaamd MARGARETHA (opm: MARGRETA), groot 62 zeetonnen, in den jare 1851 nieuw uitgehaald, met complete inventaris, zo als hetzelve is bevaren geweest door kapt. J. Beckering, en thans is liggende op de binnenkant te Amsterdam, om te aanvaarden dadelijk na de toeslag. Te bevragen bij de heer H.B. Onnes, te Groningen en bij opgemelde kapt. J. Beckering, te Amsterdam. (opm: het schip werd voor 4.500 gulden verkocht aan kapt. Evert Gust, Groningen; nieuwe scheepsnaam JULIA, vernoemd naar zijn echtgenote)


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Van zeeschade aan schepen is ons tot hiertoe nog niets bekend, wel is ergens aan naambord en nog enige kleinigheden aangespoeld maar dit is naar men denkt van een reeds vroeger gestrand schip. Overigens vermenen wij alleen nog dat zaterdag jl. H. Brongers Postema van de Pesumer visschippers ene lading schelvis en kabeljauw te Pesum in zijn schip geladen te hebben om van daar naar het Wierumer gat te stevenen, maandag bij de hevige storm voor zijn anker weggestormd en ten oosten van Pesum op het strand geraakt. Ook is een visschip op Pesum op zij geslagen en vol water gelopen. Volk was hier niet aan boord.


05 januari 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlie, 2 januari. De op de Hors gestrande kof of schoener is volgens aangespoelde papieren gebleken te zijn de Nederlandse kof BERTHA, kapt. H. Menses, van Grangemouth naar Amsterdam bestemd. Na drie vruchteloze pogingen tot redding met de reddingboot, is de equipage omgekomen. (opm: de schoener was eind 1853 gebouwd in La Rochelle, Frankrijk; zie NRC 060155)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 4 januari. Aan de fabriek der Nederlandsche Stoomboot Maatschappij te Fijenoord is gisteren met goed gevolg te water gelaten de ijzeren schroefstoomboot STAD GOES, bestemd voor de vaart tussen die stad en Rotterdam.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 4 januari. De Amsterdamsche Courant, een vroeger bericht aanvullende en nader bevestigende, meldt heden, dat het stoomschip, hetwelk een zending naar Japan heeft volbracht, de SOEMBING is geweest, gecommandeerd door de kapt.luitenant Fabius.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 4 januari. Gisteren is bij Katwijk gestrand het schip DRUID, te Greenock te huis behorende, op reis van Sunderland naar St. Thomas. Het is willens op het strand gezet, daar het, zwaar lek zijnde, in zinkende staat verkeerde. De stuurman en drie matrozen, waaronder twee zwarten, zijn gered. De overigen zijn allen verongelukt en het schip verbrijzeld. (opm: zie ook NRC 040155 en LC 090155)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Falmouth, 1 januari. Het schip (opm: schoenerkof) LUCRETIA, kapt. A. Bragt, van Bordeaux naar Liverpool bestemd, is hier lek en met andere schade binnengelopen. Men heeft op zee een gedeelte der lading over boord moeten werpen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Tarragona, 29 december 1854. De Nederlandse kof HYLKE TROMP, kapt. H.P. Mooy, welke de 19e van hier naar Liverpool uitklaarde, is in een storm op de 23e tegen de kant gedreven. Het schip zelf schijnt geen schade bekomen te hebben, maar het gehele tuig is met het onklaar raken van andere schepen gekapt. Ook enige kabels zijn verloren.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 4 januari. Het Handelsblad deelt nog het volgende mede, omtrent de stranding van het oorlogsstoomschip de CYCLOOP, waarvan wij bereids in onze nommers van gisteren en eergisteren melding gemaakt hebben.
Naar men verneemt, heeft de bevelhebber van ’s Rijks stoomschip CYCLOOP zich in de nacht van de eerste op de tweede januari in de destijds woedende storm uit het noord-westen, bij gebrek aan steenkolen en derhalve bij ontstentenis van het middel om de nodige kracht te ontwikkelen ten einde de wind het hoofd te bieden, genoodzaakt gezien om, tot behoud der bemanning, het schip met hoogwater op het strand te zetten, hetwelk dan ook is gelukt, zijnde slechts drie personen, te weten de officier van gezondheid De Haan, de machinist, en één der matrozen, die, zonder het bevel daartoe af te wachten, van boord zijn gegaan, vermoedelijk verongelukt. De manschap is te Zandvoort onder dak gebracht en reeds grotendeels naar het Nieuwe Diep vertrokken, met achterlating van enige schepelingen, ten einde al hetgeen nog in en op het schip is te bewaken, en hetwelk zonder veel bezwaar daarvan zal kunnen worden af- en uitgenomen. Op het afbrengen van het schip bestaat voor alsnog weinig of geen uitzicht.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Men presenteert te koop een Nederlands kofschip, gemeten op 44 lasten of 83 tonnen, of circa 66 roggelasten, geclassificceerd bij de Lloyds op 5/6.
Franco informatie bij De Grijs & Co. te Amsterdam.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Uit de hand te koop een wel onderhouden hektjalkshol, gemeten op 56 ton, bevaren en te bevragen bij schipper Jakob G. van der Zee, liggende aan de werf van S. Zwat, scheepsbouwmeester te Grouw.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Uit de hand te koop een hektjalkschip, groot 54 ton, gebouwd in 1845, bij schipper J. de Jong, liggende bij de werf van J. Sjollema te Woudsend.


06 januari 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hellevoetsluis, 5 januari. Het stoomschip HOLLANDER is op Scheelhoek aan de grond geraakt, doch weder vlot gekomen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hellevoetsluis, 5 januari. Het schip CYGNET heeft met het onder zeil gaan het Nederlandse kofschip VROUW MARIA aangezeild.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Texel, 4 januari. Den 1e dezer is op de oostpunt van Terschelling gestrand de Engelse schoener STRANGER, van Westport, kapitein Hamby, met haver van Gothenburg naar Londen. De equipage heeft zich gered, de lading zal weg zijn. Het schip is gebroken.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlie, 3 januari. Door een nadere poging is het de plaatselijke bestuurder der Noord- en Zuid-Hollandsche Reddingmaatschappij, met een sloep gelukt de kapitein en 2 man te redden van het gestrande schip BERTHA – zie ons nommer van gisteren (opm: en NRC 060155) – zijnde één man verongelukt. De sloep was bemand met de volgende zeelieden: E.F. Molenaar, J. Molenaar, A.A. Visser, C. Zeylemaker, V.J. Pronker, C.A. Bruin, J. Schenkhuis.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Texel, 3 januari. De bovengenoemde schoener zat nog in zijn geheel en hoopte men de lading te bergen. (opm: de BERTHA, zie ook AH 020155)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Bridlington, 1 januari. Het schip (opm: kof) WILLEM JACOBUS, kapitein Collenteur, van Frankrijk naar Leith, is gisteren op Flamborough Head gestrand, doch de volgende dag weder af en met verlies van twee ankers alhier in de haven gebracht; is lek en moet lossen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Cuxhaven, 1 januari. Alhier liggen onder meer anderen ter rede de Nederlandse schepen: LEWE VAN NIJESTEIN; HOLLANDER; VLIJT; NIESSINA BEERTA; TJAKINA WICHERDINA; MARIA; HERMANUS HESSELAAR; VIER GEBROEDERS; HENDRIKA, kapt. Vlas; HENDRIKA, kapt. De Boer; WELDAAD; JONGE JACOB; FOKKINA; ROELFINA en ALPHA.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Norden, 30 december 1854. Van het in de Eems gezonken Nederlandse kofschip BETJE PRONK – zie ons nommer van 31 december 1854 – zijn enige zeilen en gekapt touwwerk geborgen.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Gedurende het jaar 1854 zijn te Hamburg aangekomen 4896 schepen, waarvan 410 onder Nederlandse vlag.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Op het strand achter Warffum is aangedreven een zwart vierkant bordje met een opgewerkt verguld wapen, bestaande in twee toortsen of fakkels, een anker en ene pijl, kruislings door elkander en op het eiland Rottum een stuk van de verschansing van een schip, waarop de naam ALWINE (opm: buitenlander).


  JB - Javabode

Advertentie. Met referte aan de annonce in de Javasche Courant van de 16e december 1854 no. 100 wordt bekend gemaakt, dat de daarbij geannonceerde verkoop van het schip (opm: fregat, bouwjaar 1830) JEANNETTE PHILIPPINE c.a.(opm: cum annexis = met toebehoren) zal plaats hebben op de 16e instede van op de 17e januari 1855.
Soerabaija, de 28e december 1854, Fraser, Eaton & Co.
(opm: de JEANNETTE PHILIPPINE lag volgens de Oostpost op 7 februari 1855 niet meer ter rede van Soerabaija, een herdoping wordt niet gemeld)


07 januari 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hamburg, 4 januari. De Nederlandse kof LANDMAN, kapt. Karsiens (opm: A.H. Karsijns), van Oporto naar Brake bestemd, is gisteren met verlies van anker en ketting te Cuxhaven binnengelopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Thisted, 31 december 1854. De lading van het op de 13e dezer bij Grönhoi (opm: Gronhoj; Jammerbocht; 57º18’ N.B. 09º39’ O.L.) gestrande schip CLASINA ELISABETH (opm: KLASIENA ELIZABETH, bouwjaar 1851), kapt. O.E. Mulder – zie ons nommer van 21 december – is, alhoewel beschadigd, bijna geheel geborgen en zal de 11e januari publiek verkocht worden. (opm: zie NRC 200255)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Te Rotterdam ligt in lading naar New York het nieuw gebouwd en gekoperd Nederlandse barkschip VAN BOSSE, kapt. W. v.d. Hoeven. Adres Wambersie & Crooswijck. (opm: eerste reis)


08 januari 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 7 januari. Naar men verneemt heeft de gehele expeditie van oorlogsstoom- sleepboten naar de Sond slechts gediend om een 14 of 15-tal graanschepen te doen slepen, als door de AMSTERDAM wellicht 12 en door de CYCLOOP een drietal. Overigens waren de gesleepte bodems zeer klein en hebben dan ook een onbeduidende hoeveelheid graan aangebracht. Een dier oorlogsstoomboten, de kostbare CYCLOOP, is thans, gelijk men weet, op onze kusten gestrand.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 7 januari. Men meldt uit Vlissingen aan de Amsterdamsche Courant:
De in aanbouw zijnde schepen op de verschillende rijkswerven, welke naar een model van een Engels scheepsbouwkundige in konstruktie (opm: aanbouw) waren, welk model in de laatste dagen van het ministerie Enslie afgekeurd en de sloping van het reeds aangebouwde werd bevolen, zullen nu, met intrekking van dat bevel, naar dat model worden voltooid; vermoedelijk omdat de aanbouw te vergevorderd was, en men ook hier van twee kwaden, het minste moest kiezen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Cuxhaven, 5 januari. De alhier binnengelopen Nederlandse koffen CORNELIA JACOBA, kapitein v.d. Meer, van Hobroe (opm: Hobro), en de HOOP, kapitein Jonkhoff, van Memel (opm: Klaipeda), beide naar Schiedam bestemd, zullen moeten lossen om te repareren. Eerstgenoemde is met slagzij binnengelopen en de laatste met zeeschade.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Norden, 2 januari. Hedenmorgen is het schip VIJF GEBROEDERS, kapitein B.K. Heins (opm: tjalk, bouwjaar 1847; kapt. Berend Klaas Heins), van Hamburg met boekweit en gerst naar Amsterdam bestemd, nadat het anker, ketting en touw verloren had, tegen de dijk geslagen en wrak geworden. De bemanning, waaronder ook de vrouw van de kapitein, is met veel moeite gered. Van de vleet (opm: tuigage) is iets geborgen, van de lading zal wel niets te behouden zijn.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Te Rotterdam ligt in lading naar Batavia en Soerabaija voor goederen en passagiers, waarvoor hetzelve uitmuntend is ingericht, het nieuw gebouwde campagne-barkschip SCHEVENINGEN, kapt. H.D. Breuning. Adres ten kantore van P. Varkevisser & Zonen te Rotterdam, en De Coningh & Bert te Amsterdam.


09 januari 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Elseneur (opm: Helsingör), 2 januari. De Nederlandse kof GESINA JELTINA (opm: HENRIETTE EN JELTINA), kapt. F. Wunderlich, van Assens naar Rotterdam bestemd, is alhier lek en met onklare pompen binnengelopen. Het moet lossen om te repareren.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Bij de bouwmeester van het alhier te huis behorende barkschip VAN BOSSE is thans een dergelijk schip in aanbouw, en zijn de ondergetekenden in staat gesteld tot het geven van nadere inlichtingen alsmede tot het in onderhandeling treden wegens de verkoop van genoemd schip.
Rotterdam, 9 januari 1855, Wambersie & Crooswijck


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Publieke verkoping op maandag de 15e januari 1855. des middags ten 12 ure, aan de Zuidblaak, voor Amicitia, te Rotterdam, ten overstaan van D.H. Corne, van een overdekt tjalkschip genaamd de JONGE FIETJE, groot 49 tonnen, met deszelfs complete inventaris, van heden af aldaar te bezichtigen (opm: vermoedelijk binnenvaarder).


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 8 januari. Te Middelburg is de 6e januari op de werf de Volharding de kiel gelegd van een schip ter grootte van ca. 400 gemeten lasten, genaamd STAD MIDDELBURG, voor rekening ener rederij onder directie van de heren Den Bouwmeester Borsius en v.d. Leijé.


  DC - Dordtsche Courant

Dordrecht, 8 januari. Men schrijft den Den Helder, van 4 januari: Gisteren is alhier met een vaartuig aangebracht de equipage van Zr.Ms. stoomschip CYCLOOP, commandant Zwaanshals, en op het wachtschip gedetacheerd. Groot, hoewel helaas niet algemeen was de blijdschap van de betrekkingen der schepelingen. Allen roemen om het zeerst de manhaftigheid en welberadenheid van de heer De Man, 1ste officier aan boord van dat schip en van de 1ste machinist Isenburg, zonder wier tegenwoordigheid van geest in de gevaarlijkste ogenblikken misschien grotere onheilen waren te betreuren geweest.


 MCO - Middelburgsche Courant

Middelburg, 8 januari. Met genoegen vermelden wij dat het terrein, door het Gemeentebestuur aan de heren Den Bouwmeester, Borsius & Van der Leyé alhier in erfpacht afgestaan tot daarstelling ener scheepstimmerwerf, met de 1e september 1854 is in gebruik genomen en als toen omrasterd, waarna met het graven ener helling en het bouwen ener loods is aangevangen. Dezer dagen is daarop de kiel gelegd en zijn de stevens gericht van een barkschip, groot circa 400 gemeten lasten, voor rekening ener rederij onder directie van genoemde firma en de naam zullende voeren van STAD MIDDELBURG.


 MCO - Middelburgsche Courant

In het jaar 1854 zijn voor de eerste maal zeebrieven uitgereikt aan 9 fregatten, 43 barken, 19 brikken, 53 schooners, 35 galjoten, 23 tjalken, 1 brigantijn, 18 koffen, 1 sloep, 1 jagt, 1 everschip, 1 rinkelaar, 7 hoekers, 1 hoekerbuis, 3 bomschepen, 1 vissloep en 3 stoomboten, totaal 220 schepen, metende 27.318 lasten, waarvan 199 binnen- en 21 buitenlands gebouwd. In 1853 werden voor de eerste maal zeebrieven uitgereikt aan 183 schepen, metende 21.713 lasten. (opm: zie NRC 060155)
In het jaar 1854 zijn op de Nederlandse kusten verongelukt zeventien schepen, te weten vijf Nederlandse en twaalf onder vreemde vlag; onder de laatstgenoemden telt men de Engelse stoomboot EARL OF DOUGLAS. Voor zover men nu reeds weet zijn in het afgelopen jaar in het geheel verongelukt, afgekeurd of gesloopt 77 Nederlandse koopvaardijschepen, benevens drie welke vermist zijn en de oorlogskorvet SUMATRA die verbrand is. Van vreemde bodems bedraagt eerstgemeld getal 298, waaronder acht stoomboten.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Ten overstaan van Mr. J.W. Quintus, notaris te Groningen zal op donderdag de 18e januari 1855, des avonds om 7 uur, ten huize van de Erven E.J. Tiddens, in het Huis De Beurs, te Groningen, met meerdere goederen publiek worden verkocht het schoener- galjootschip, genaamd MAGARETHA, groot 62 zeetonnen, in den jare 1851 nieuw uitgehaald met complete inventaris, zoals hetzelve is bevaren geweest door de kapitein J. Beckering, en thans is liggende op de Binnenkant te Amsterdam. Om te aanvaarden dadelijk na de toeslag. Inmiddels uit de hand te koop. Te bevragen bij de heer H.B. Onnes, te Groningen, en bij bovengemelde kapitein J. Beckering, te Amsterdam


  AH - Algemeen Handelsblad

Verkoping van schepen te Amsterdam in de Nieuwe Stads-Herberg aan het IJ op 8 januari 1855: het schoenerkofschip ONDERNEMING, kapt. G.T. de Jong: NLG 3000, in slag NLG 500, koper C.S. Oolgaardt (opm: makelaar, waarschijnlijk namens kapt. F. de Jong, Amsterdam; de naam van het schip, bouwjaar 1833, werd niet gewijzigd)


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Advertentie. Mr. Veenhoven, griffier te Hoogezand, zal op verzoek van de kapt. G.W. Bakker te Sappemeer c.s. op woensdag 17 jan. 1855 des avonds te 6 uur in het gemeentehuis te Sappemeer, publiek verkopen. Het welbevaren kofschip JOHANNA, groot 124 ton of 90 roggelasten met completen inventaris, voorzien van een goed certificaat van bureau Veritas, thans liggende te Rotterdam gevoerd geweest door genoemde kapt. bij wie nadere informatie zijn te krijgen, alsmede ook bij de heren Kuiper, van Dam en Smeer te Rotterdam.
Zullen de condities van verkoop tijdens ter lezing liggen ten kantore van de griffier.
(opm: koper voor NLG 8.400 werd kapt. Jan Koster Bart, Pekela, nieuwe scheepsnaam DRIE GEZUSTERS)
Mr. H. Veenhoven
LC 090155
Groningen, 7 januari. Het aantal nieuw gebouwde brik-, schoener-, galjoot- en kofschepen, die gedurende dit jaar op onderscheidene werven in stad en provincie zijn gebouwd en in de havens alhier zijn overgebracht om daar te worden opgetuigd ten einde zee te kunnen kiezen, mag weder met recht aanzienlijk genoemd worden. Behalve de nieuw gebouwde tjalkschepen, zijn er 59 van bovengenoemd charter aangebracht. Bovendien zijn op vier scheepswerven alhier ook nog tien nieuwe loodsboten (opm: rinkelaars) gebouwd.


  LC - Leeuwarder Courant

Leeuwarden, 8 januari. Het aantal ladingen hout, gedurende het jaar 1854 te Harlingen aangevoerd, heeft bedragen 252, waarvan 51 uit de Oostzee en 201 uit Noorwegen.


  LC - Leeuwarder Courant

Amsterdam, 6 januari. Dinsdag morgen omstreeks 10 ure dreef bij zeer onstuimige zee aan het strand tussen Katwijk en Noordwijk een driemastschip, hetwelk later is gebleken te zijn geweest het schip the DRUID, van Greenock, kapt. L. Boyle, met steenkolen naar de West bestemd, waarvan de bemanning, 18 in getal, in het want was geklommen. Toen het schip de derde bank was genaderd, stootte de kiel, met dat ongelukkig gevolg, dat zes personen in één ogenblik de dood in de golven vonden. Bij de tweede stoot viel de grote mast en bij de derde stoot spleet het schip aan splinters. Een ogenblik daarna zag men vier personen, die zich aan een stukje hout vastklampten, met de dood worstelen. Het strand was ten 12 ure met allerlei drijfhout bedekt. Van de overige manschappen, die zich aan boord bevonden, heeft men sedert dinsdag middag 3 ure niets meer vernomen. Slechts vier personen zijn behouden aan wal gebracht, waaronder twee Javanen in bewusteloze toestand. (opm: zie NRC 040155)


10 januari 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Le Conquet, 3 januari. De 29e december 1854 is bij Molèna (opm: Île-Molène, nabij Brest) onderste boven aangedreven, een schoener-kof, beladen met tabaksstelen, kastanjes, enz; het schip is sedert verbrijzeld en van de equipage is niets bekend. Op een van de twee aangespoelde naambordjes staat: Frans en op het andere Wilkens. (opm: schoener-galjoot FRANS WILKENS, bouwjaar 1854, kapitein-eigenaar Hendrik Hendriks. Engelsman)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Liverpool, 6 januari. Het op gisteren van hier naar Adelaide vertrokken Nederlands schip (opm: bark) HENRIETTE, kapitein J. van Loenen, heeft aan de grond gezeten en is dientengevolge lek uit zee teruggekomen. (opm: zie NRC 120155)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Bandol (opm: 43º08’ N.B. 05º45’ O.L.), 31 december. Het schip DE HOOP, kapt. Hanssens, van Karlshamn naar Marseille, is alhier, met verlies van verschansingen en deklast en met meer andere schade, binnengelopen, doch zal bij gunstige gelegenheid, zonder repareren, de reis voortzetten. Kapitein Hanssens rapporteert, dat hij in de Golf van Lyon in een hevige storm op een kabellengte afstand heeft zien verongelukken een brik, de naam onbekend (opm: schoener EDZARD, kapt. G.J. Bakker, zie NRC 020155).


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Op woensdag de 17e januari 1855 zal publiek worden verkocht in het Gemeentehuis te Sappemeer, des avonds ten 6 ure, bij contant geld het kofschip genaamd JOHANNA, groot 124 ton of 90 Rogge-lasten, met een complete inventaris, voorzien van een goed certificaat van de Veritas, liggende te Rotterdam, gevoerd door kapt. G.W. Bakker.
Te bevragen bij dezelve te Sappemeer of bij de heren Kuyper, Van Dam & Smeer te Rotterdam. (opm: voor NLG 8.400 werd kapt. Jan Korter Bart, Nieuwe Pekela, eigenaar van dit in 1838 gebouwde schip; de nieuwe naam werd DRIE GEZUSTERS)


  JB - Javabode

Batavia, 8 januari. De 6e dezer kwamen hier aan de Nederlandse schepen GEERTRUDE, kapt. J. Lourens, de 29e september vertrokken van Rotterdam, en GELDERLAND, kapt. Crap Hellingman, de 28e september vetrokken van Amsterdam.
Gisteren kwamen hier aan de Nederlandse schepen OOSTERLING, kapt. F.J. Nahmens, de 28e september vertrokken van Amsterdam, en VREDE, kapt. J.L. ter Brugge, de 7e juli (opm: 1854) vertrokken van Schiedam. (opm: van beide barken de eerste reis)
Heden kwamen hier aan de Nederlandse schepen OOST INDIEN, kapt. C.C. Mos, de 4e december vertrokken van Geelong, en AUSTRALIE, kapt. Jochems, komende van Sydney.


11 januari 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Bremerhaven, 5 januari. De Nederlandse kof HENDRIKA, kapitein H.E. Boswijk, met een lading hout van Memel (opm: Klaipeda) naar Termunterzijl bestemd, is hier lek, met verlies van stengen, ra’s, zeilen, roer, ankers, touwen en andere schade binnengebracht. De bemanning is gered. (opm: zie NRC 140155)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 10 januari. Volgens brief van kapitein Zwanenburg, voerende het schip ANNA MARIA HENRIËTTA, van Rio de Janeiro naar Hamburg, in dato Nieuwediep 9 dezer, was hij genoodzaakt geweest aldaar binnen te lopen om schade aan de tuigage te repareren. Overigens waren schip en lading in goede staat.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Thisted, 4 januari. De 1 dezer is op Agger onderste boven aangedreven een schoener, volgens een aangespoeld journaal het schip ZELDENRUST, van Rendsburg? (opm: het vraagteken is door de NRC geplaatst, maar zie NRC 130155); van Greifswald naar Londen gedestineerd.


 MCO - Middelburgsche Courant

Zeetijdingen. Heden is van Rammekens naar zee gezeild het fregatschip KONING WILLEM II, gezagvoerder W. Blaakhert (opm: rederij Spoors en Sprenger, Middelburg).
Heden zeilt naar zee het fregatschip PHOENIX, gezagvoerder J.E. Verhulst, naar Cardiff en Hongkong.


 MCO - Middelburgsche Courant

Men schrijft ons heden uit Vlissingen: De veranderde wind welke een paar dagen geleden ruim een dertigtal schepen van deze rede naar Schotland, Zweden, Noorwegen en Denemarken deed vertrekken, heeft hier weinig van de drukte verminderd, en wordt telkens dit verlies weder aangevuld door verschillende bodems, waaronder enige met landverhuizers, de Schelde afkomende en wier vertrek door andere bestemming nog steeds van andere wind is afhangende. Hier onder bevinden zich vijf Amerikaanse schepen, elk behalve hun equipage met ongeveer 300 landverhuizers aan boord, en deze geraken door dit oponthoud bijna zonder proviand. Gewoonlijk worden de schepen met passagiers van Antwerpen naar New York vertrekkende, voor 77 dagen geproviandeerd; de reis derwaarts wordt veelal gemaakt binnen 40 à 50 dagen, terwijl sommige schepen hier reeds zes weken liggen. Men ziet dus de ganse dag een massa sloepen, om voorraad van water en proviand aan de wal op te doen, heen en weder varen, hetgeen hier een ongekende levendigheid veroorzaakt.


12 januari 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Liverpool, 10 januari. Het schip HENRIETTE, kapitein van Loenen, wegens aan de grond komen uit zee geretourneerd – zie ons nommer van 10 dezer – is geïnspecteerd, en het schip geen schade hebbende bekomen, zo heeft men de reis naar Adelaide op nieuw aanvaard.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Cuxhaven, 8 januari. Het schip (opm: schoener) HOLLANDER, kapitein S.H. van Houten, van Hamburg naar Montevideo, alhier uit zee teruggekomen, heeft, wegens stormweer, schade aan de boeg bekomen, de kluiverboom gebroken en een anker en ketting verloren.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Greifswald, 7 januari. Het Nederlandse schip HENDRIKA, kapitein Plukker, van Koningsbergen (opm: Kaliningrad) naar Amsterdam bestemd, is hier de 30e december met verlies van boegspriet, zeilen en andere schade binnengelopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rönne (Bornholm), 30 december 1854. In de gepasseerde nacht is alhier gestrand het te Emden te huis behorende kofschip LYDIA, kapitein Pot, van Memel (opm: Klaipeda) met lijnzaad naar Engeland bestemd. De bemanning is gered. Het schip is vol water gelopen en als wrak te beschouwen. De lading hoopt men, alhoewel beschadigd, te bergen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 11 januari. Omtrent de reis en het stranden van Zr.Ms. Stoomschip CYCLOOP wordt in de Haarlemsche Courant van goederhand het volgende gemeld: Na bekomen bevel van de minister van Marine, en na water en steenkolen te hebben ingenomen, heeft de CYCLOOP de 24e december 1854, tegelijk met de AMSTERDAM, de reis van Elseneur (opm: Helsingör) naar Vlissingen aangenomen. In de nacht van 24 op 25 december heeft men spoedig de AMSTERDAM uit het gezicht verloren. De wind, die uit het noordwesten begon toe te nemen, vertraagde de voortgang van de CYCLOOP bovenmate, en het bleek alras, dat dit schip, bruikbaar in de Zuiderzee, niet geschikt was voor een tocht in dit jaargetijde in de Noordzee. De 25e december kwam er, door het breken van de stuurreep, zulk een geweldige stortzee over, dat een der matrozen van het voorschip in de werkende machine werd geworpen en verbrijzeld; de werpankers op de bak, met de bouten, werden uitgerukt en mede in de machine geslingerd; – het tuig van boegspriet en kluifhout geraakte buiten boord; – verscheidene der schepelingen werden gewond en een gedeelte der voorverschansing spoelde in zee. De kommandant besloot alstoen tot achter Skagen af te houden en de schade zo goed mogelijk te herstellen. De 27e werd het goed weder, het anker opnieuw gelicht en de Noordzee in gestoomd. Tot des namiddags van de 28e liet het zich goed aanzien, met een vaart van 40 mijlen in het etmaal doch alstoen begon het uit het noordwesten te stormen en heeft dit aangehouden tot op het ogenblijk van de stranding. Niets werd verzuimd om het schip, zonder stoom, aan de wind te houden; doch het werd telkens dwarszee’s geworpen. Een nieuwe bezaan werd, met gevaar voor de mast, en het uit de lijken waaien van het zeil, aangeslagen. Een grote presenning werd in het want afgerold; doch alles tevergeefs. Bij de onmogelijkheid van waarnemingen, en alleen met het lood in de hand, was de plaats, waar men zich bevond, niet met juistheid te bepalen. De 31e december verhief zich de storm met een hevigheid, als de oudste der schepelingen niet geheugde; – de zee kookte en het schip was bijna niet meer te regeren. Maandag waren nog voor 24 uren steenkolen voorhanden, terwijl het zeker was, dat, bij gebrek hiervan, het schip reddeloos verloren zou zijn. Door het hevig werken was het bijna niet meer te houden en werden de pompen telkens door kolengruis verstopt, en was benedendeks niets meer droog. Des avonds was de storm nog toegenomen, de voorraad kolen tot 12 uren verminderd en terwijl de tekenen ener aanstaande noodlottige beslissing steeds zichtbaarder werden, besloot de kommandant af te houden om zo mogelijk de rede van Texel te bereiken. In diezelfde nacht werd de halfdeks-verschansing en de stuurboordssloep met de davids weggeslagen. Te half vijf loodde men 14 vademen, en kwart voor vijf ure kwam de eerste breker over, viel het schip over zijde, en werd het onder aanhoudend stoten tegen de duinen bij Zandvoort geworpen. Met veel moeite werd de raderkastboot over boord gezet en een lijn naar de wal gebracht. Met de dag kwam de reddingboot van Zandvoort te hulp, en te elf ure werd het schip verlaten. Voor de verpleging van officieren en equipage is bij uitnemendheid gezorgd, en de bewezen hulpvaardigheid en deelneming zijn niet genoeg te roemen. Bij de schipbreuk zijn vermist de officier van gezondheid De Haan, benevens twee matrozen.
De état-major bestond verder uit de luitenant 1e klasse O.V. Zwaanshals, kommandant; luitenant 1e klasse J.G. de Man, 1e officier: luitenant 2e klasse H.D. Slegt en J.A.H. Hugenholtz; adelborst 1e klasse, D.G. baron van Welderen Rengers; adm. 2e klasse A.A. Lagaay en scheepsklerk A.Y. Stuart.
Ten aanzien van de omtrent het gestrande schip te nemen maatregelen, schijnt nog niets beslist te zijn.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. C.A. Schröder, makelaar, zal op maandag de 22e januari 1855, des avonds ten 6 ure, te Amsterdam in de Nieuwe Stads Herberg aan het IJ verkopen een extra ordinir, welbezeild schoener-kofschip, varende onder Nederlandse vlag, genaamd MARSEILLE, gevoerd door kapt. A.J. Oltmans, volgens Nederlandse meetbrief lang 23 ellen 80 duimen, wijd 4 ellen 30 duimen, hol 2 ellen 61 duimen, en alzo gemeten op 119 tonnen of 63 lasten.
Breder bij inventaris en bericht bij bovengenoemde makelaar of de cargadoors Gebr. van Ulphen.
(opm: voor 12.050 gulden aangekocht door Willem Pauw, Purmerend; nieuwe kapitein F.D. Fokkes, in 1857 werd de scheepsnaam gewijzigd in CORNELIS)


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. G.J. Roland Holst, Jan Corver, H.I. Rietveld en C.S. Oolgaardt, makelaars, zullen op maandag de 22e januari 1855, des avonds te 6 ure, te Amsterdam in de Nieuwe Stads Herberg aan het IJ verkopen:
- 1/16e aandeel in het Nederlands fregatschip SARA JOHANNA, kapt. L.P. Wassenaar q.q., gemeten op 409 lasten.
- 1/20e aandeel in het nieuw gebouwd Nederlands fregatschip ZAANSTROOM, kapt. D. Hofker, gemeten op 319 lasten.
- 1/40e aandeel in het Nederlands barkschip MATHILDA, kapt. A. Icke q.q., gemeten op 309 lasten.
- 1/12e aandeel in het Nederlands brikschip SARA, kapt. E.F.A. Roszbergen q.q., gemeten op 94 lasten.
Breder bij biljetten omschreven en bericht bij bovengenoemde makelaars.


13 januari 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Pillau (opm: Baltiysk), …januari. Alhier overwinteren onder meer anderen de Nederlandse schepen HILLECHINA CATHARINA, kapt. Mooi, van Winschoten, EDZARDINA CATHARINA, kapt. Post, van Delfzijl, en LOUIS HERMAN, kapt. Plate, van Leeuwarden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Aalborg, 6 januari. Het bij Agger aangedreven schip – zie ons nommer van 11 dezer – is gebleken te zijn het schip ZELDENRUST, uit Rendsburg.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 11 januari. Volgens brief van Norden van 6 januari was de 1e dezer op het eiland Juist met het volk verongelukt een met rogge beladen schip, vermoedelijk het schip WILHELMINE, kapt. Jansen, van Stettin (opm: Szczecin) naar Rotterdam, hebbende men onder de aangedreven voorwerpen een kist gevonden, waarop H.M. Groenewold 1852 – Potkum, welke Groenewold volgens opgave der bewoners van Juist, als stuurman bij kapt. Jansen in dienst was.


  DC - Dordtsche Courant

Elseneur, 6 januari. Het schip MATHILDE, kapt. Uppeddieck, van Riga naar Holland, is met lekkage, boven water, alhier binnengelopen (opm: buitenlander, zie ook NRC 140355).


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. De makelaars H.F.N. & W.H. Montauban van Swijndrecht en F. & W. Van Dam, te Rotterdam, zijn van mening, als last hebbende van hun meesters, op dinsdag de 23e januari 1855 des middags ten 12 ure, in de Zaal op de hoek van de Scheepmakershaven en Bierstraat, Wijk 1, No. 499, publiek te veilen en de 30e januari 1855 terzelfder ure en plaats af te slaan: Het snelzeilend Nederlands gebouwde, gekoperde en kopervaste barkschip MOZAMBIQUE (opm: MOSAMBIQUE, bouwjaar 1839), laatst gevoerd door kapt. T.J.J. Bouman, volgens meetbrief lang 39 el, wijd 7,35 el, hol 5,53 el en alzo groot 705 tonnen of 372 lasten, met al des zelfs rondhout, staande en lopend want, geschut, ankers, kettingen, touwen, zeilen en verdere inventaris, zo als hetzelve is liggende aan de Scheepstimmerwerf van de heren Gebr. Visser te Rotterdam. Zijnde inmiddels uit de hand te koop en te bevragen bij bovengenoemde makelaars. (opm: het schip werd aangekocht door Van Dulken en Van Dorp & Co, Amsterdam; nIeuwe scheepsnaam MALIJER en kapitein P.R. Bok)


  JB - Javabode

Batavia, 12 januari. Heden is hier aangekomen het Nederlandse schip LOUISA JACOBA JOHANNA, kapt. B.C. Deurholt, komende van China.


14 januari 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Helgoland, 9 januari. Gisteren is hier aan strand gevonden een scheeps-kippenbank (opm: waarschijnlijk is hier de kippenplank bedoeld, een loopplank met daarop dwarslatjes gespijkerd), waaraan een stuk zeildoek met de naam H.E. Boswijck bevestigd was, en een kompashuisje, met kompas van L.J. Harri te Amsterdam. (red: hoogstwaarschijnlijk van het schip HENDRIKA, kapitein Boswijk, zie ons nommer van 11 dezer, art. Bremerhaven)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Norden, 9 januari. Het schip ANNA, kapitein Heeren, van Dantzig met balken naar Antwerpen bestemd, is de 4e dezer op Borkan (opm: waarschijnlijk wordt Borkum bedoeld) gestrand. De bemanning is, met uitzondering van twee man, die vroeger door een stortzee overboord geslagen zijn, gered. Het schip is totaal wrak. De vleet (opm: inventaris) is geborgen en met de berging der lading is men bezig.


15 januari 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 14 januari. De 12e dezer is te Groningen met goed gevolg te water gebracht de schoenergaljoot MARGRIETHA ANTIENA, groot circa 60 lasten, zullende gevoerd worden door kapt. H.P. Jager, van Groningen, gebouwd bij K.K. de Vries buiten het Kleinpoortje bij Groningen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Gravesend, 11 januari. Het Nederlandse schip MARGARETHA JOHANNA, kapt. Schou, van Newcastle naar Sunderland bestemd (opm: Soerabaija, zie NRC 190155), hetwelk de 29e december 1854 lek te Sheerness binnenliep – zie ons nommer van de 1e en 4e dezer – is heden hier aangekomen om te repareren.


16 januari 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 15 januari. De 9e januari is te Pillau (opm: Baltiysk) voor rekening ener Amsterdamse rederij te water gelaten een barkschip van circa 180 lasten, genaamd AMSTERDAM.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hellevoetsluis, 15 januari. Het schip STAATSRAAD VAN DER HOUVEN is heden van hier gesleept naar Brouwershaven vertrokken. (opm: eerste reis van deze bark, kapt. F. Heymericks)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Elseneur (opm: Helsingör), 9 januari. Het schip (opm: schoenerkof) HENRIETTE JELTINA, kapt. F. Wunderlich, van Assens naar de Maas, alhier met schade binnengelopen, moet lossen om te repareren. (opm: zie NRC 090155)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Uit de hand te koop à contant het hol van de stoomboot d´IJSSEL, liggende te Delfshaven, alwaar aan boord nadere informatiën te bekomen zijn.


  DC - Dordtsche Courant

De directeur van marine te Amsterdam zal, als daartoe gemachtigd, onder nadere goedkeuring van Z. Exc. de minister van marine, ad interim, op donderdag de 25 dezer, bij inschrijving trachten aan te besteden: het afbrengen van het bezuiden Zandvoort gestrande Rijks stoomschip CYCLOOP, met het vervoeren van die bodem naar Hellevoetsluis.


  DC - Dordtsche Courant

Te Lübeck zijn in het afgelopen jaar aangekomen 17 en te Kiel 23 Nederlandse schepen.
De haven van Pillau is in 1854 door 196 Nederlandse schepen, 13.357 lasten metende, bezocht – Vertrokken 183 Nederlandse schepen, metende 12.623 last.


  DC - Dordtsche Courant

Antwerpen, 14 januari, Per telegrafische depeche van Dartmouth verneemt men, dat de Belgische brik DANIEL, kapt. K. Meulenaar zoon, van Antwerpen naar Konstantinopel, in de nacht van vrijdag op zaterdag, bij Start-Point, verongelukt is. De equipage is gelukkig gered.


  DC - Dordtsche Courant

Advertentie. Te Amsterdam ligt in lading naar Batavia, Samarang en Soerabaija, voor goederen en passagiers, het Nederlands gekoperd barkschip JAN SCHOUTEN, kapt. J. Coening Meijer. Adres bij de cargadoors Jan Corver & Comp. aldaar en Gerard Mauritz te Dordrecht.


 MCO - Middelburgsche Courant

Middelburg, 15 januari. Van Brouwershaven wordt geschreven: Het bericht in de Amsterdamsche Courant, dat op de Banjaard de romp van het schip HENDRIKA zou aanwezig zijn (opm: zie NRC 051254), waarin men nog lijken uit de top van de mast heeft zien liggen, is onjuist, daar er weinige dagen na het stranden van genoemd schip niets meer van het casco te zien was.


 MCO - Middelburgsche Courant

Middelburg 15 januari. Na een verblijf van ruim vier weken vertrok den 10e dezer van de Hellevoetsluise rede, met bestemming naar Batavia per het schip (opm: bark) MARIA MAGDALENA, gezagvoerder T.H. Popken, onder bevel van de majoor van de artillerie R.J. Kellerman, medegeleidende de officieren van gezondheid 3e kl. H.J. Alken en W.J. Cramer, een detachement, sterk 110 onderofficieren en manschappen, voor het leger in Oost-Indië.


17 januari 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 25 november. Op een bericht, de 20e oktober van Anjer bij de vice-admiraal commandant der zeemacht ontvangen, dat het Nederlands particuliere schip HENDRIK WESTER, gezagvoerder R.J. Reijnders, van Whampoa (opm: Huangpu) naar Bremen bestemd, op de Alcestes-klip in straat Gaspar gestrand was en hulp van Batavia wachtte, werd Zr.Ms. stoomschip BATAVIA nog diezelfde nacht naar de plaats van het ongeval gezonden om alle pogingen tot redding aan te wenden. Daar aangekomen vond men het schip in een reddeloze staat en verlaten op een der Noordelijkste Alcestes reven in 1½ vadem klipgrond. Een groot gedeelte der lading, enig tuig, en de bemanning waren reeds te Billiton aan de wal gebracht. Het is de BATAVIA mogen gelukken de drie masten met stengen en ra´s, benevens ankers en kettingen en verdere zware voorwerpen van het wrak af te halen en te redden. Daarna stoomde die oorlogsbodem naar Tjeroetjoep, de hoofdplaats van Billiton, om de bemanning en een gedeelte der geredde lading, voor zo veel de bergruimte toeliet, aan boord te nemen, en kwam met een en ander de 5e dezer te Batavia terug. (opm: zie NRC 141254)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 25 november. De 11e dezer kwamen te Ternate aan de schipbreukelingen van het verongelukte Nederlandse schip AERT VAN NES (opm: AERD VAN NES), gevoerd geweest door kapitein F.M. Carsjens. In gezelschap van de ALCYONE van Sydney vertrokken, leed de AERT VAN NES in de nacht van de 16e op de 17e april 1854 schipbreuk in de Torresstraat op het zogenaamde Detached Rif. Te vergeefs poogden zij in de sloepen de ALCYONE te bereiken; na vele wederwaardigheden kwamen zij, over Timor, Laut, Wonimi, Kolona, Tamboekoe, Bangaai en Soela, te Ternate aan, waar zij zo veel mogelijk van het nodige werden voorzien. (opm: zie o.a. NRC 210754 en 210155)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 27 november. Scheepsvrachten. De arrivementen van vrachtzoekende schepen bleven gering en werden slechts de volgende Nederlandse bodems genomen: de ANNA voor koffij, te Samarang te laden, à NLG 120 naar Rotterdam, en de HENDRICA, voor koffij en suiker, te Passaroeang à NLG 122,50, mede naar Rotterdam. Voorts werden enige buitenlandse bodems bevracht, waaronder het Amerikaanse schip WITCH OF THE WAVE, van 1500 ton, à NLG 110 voor suiker en koffij naar Amsterdam, en het Hamburger schip TELL voor suiker NLG 120 voor suiker hier en op de kust te laden, voor Amsterdam.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 16 januari. Heden avond omstreeks 8 ure is alhier brand ontstaan in de kajuit van het Amsterdamse hoekerschip SUSAN ELIZABETH, kapt. Koning, liggende aan het einde der Leuvehaven nabij de voormalige Witte Poort. Door spoedig toesnellen van de brandweer is men er in geslaagd het vuur, dat nog de overhand niet had genomen, te blussen. Nopens de aangebrachte schade of de oorzaak is tot dus ver niets bekend.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Te Rotterdam ligt in lading naar Batavia, Samarang en Soerabaija het nieuw gebouwd campagne barkschip ALMONDE, kapt. H.G. Surie, uitmuntend ingericht voor passagiers en voerende een bekwame scheepsdokter. Dit schip is bijzonder geschikt tot het laden van machineriën. Adres Wambersie & Crooswijck. (opm: eerste reis, maar vanwege ijs medio maart nog niet vertrokken)


  JB - Javabode

Batavia, 17 januari. De 13e dezer is hier aangekomen het Nederlandse schip ESTAFETTE, kapt. Rietveld, de 5e december vertrokken van Sydney.
De 14e dezer is hier aangekomen het Nederlandse schip NIJVERHEID, kapt. J.A. Mooi, de 24e september vertrokken van Amsterdam, en het Nederlandse schip MADURA, kapt. T. Drayer, de 8e oktober vertrokken van Rotterdam.
Heden is hier aangekomen het Nederlandse schip DOGGERSBANK, kapt. Clowting, komende van Amsterdam.


18 januari 1855


  DC - Dordtsche Courant

Batavia, 25 november. Vrachten steeds rijzende, en uit gebrek aan Hollandse schepen, hebben vreemde, neutrale en gelijkgestelde vlaggen, overvloedig vracht tot schone koersen bedongen. De Hollandse bark ANNA bekomt NLG 120,- voor een lading koffie te Samarang in te nemen. De HENDRIKA van China terug van een verloren reis werd door de factorij opgenomen tot NLG 122,50 voor half suiker en koffie; dit schip moet eerst gedokt worden. De CATHARINA JOHANNA (opm: bark) was in Holland vercharterd, terwijl de BEATRIX in de gewone bevrachting der Maatschappij is gevallen.
Het Amerikaanse clipperschip WITCH OF THE WAVE groot 1.500 ton bekomt NLG 110,- voor koffie en suiker. De Hamburgse bark TELL is gecharterd tot NLG 120,- terwijl de Engelse ONTARIO GBP 4.17/6 voor suiker en GBP 5.7/6 voor arak bekomt.


  DC - Dordtsche Courant

Batavia, 25 november. De commissie tot verbetering der Indische zeekaarten, heeft ter kennis van belanghebbenden gebracht dat de gezagvoerder Ten Boekil, van het Nederlands schip NASSAU, heeft bericht, dat het Nederlandse barkschip LAMINA ELISABETH, in de vorige maand heeft gestoten op een rif in de nabijheid van Groot Natuna, gelegen volgens opgave van de gezagvoerder in de navolgende peilingen: Poelo Kamoedi en Poelo Jantie bijna in elkander N. t. O. ¾ O. Goenong Ranay N. t. W. 7/8 W, het naaste hoge land bij de oostkant van Natuna W.N.W. ¾ W. De zuidpunt van idem W. ½ N. De hoek van Poelo Tanjong Lagong W.Z.W. 7/8 W. à W. t. Z. Breedte en lengte volgens waarneming 3 gr. 38 min. N. en 108 gr. 30 min. O., lengte volgens peiling 108 gr. 24 min. 30 sec. O.


  DC - Dordtsche Courant

Batavia, 25 november. De JACATRA, na op Onrust gerepareerd te hebben, vertrok de 19 dezer naar Holland, doch kwam de 23 wederom uit zee terug met zware lekkage. (opm: zie ook NRC 040355)


19 januari 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Winschoten, 15 januari. Heden liep met goed gevolg bij de scheepsbouwmeester Holtmans in de Pekel-A van stapel het schoenerschip AUGUSTA, groot 110 lasten, gebouwd voor rekening ener rederij onder directie van D. Mulder & Zn, en gevoerd zullende worden door kapt. H.E. Rabe.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Aanbesteding. Op donderdag de 25e januari, des voormiddags ten 11 ure, zal door de directeur van marine te Amsterdam aan ‘s Rijks werf aldaar worden aanbesteed het afbrengen van het bezuiden Zandvoort gestrande Rijksstoomschip CYCLOOP, met het vervoeren van die bodem naar Hellevoetsluis.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 17 januari. Het schip MARIA, kapt. Meijer, van Danzig (opm: Gdansk) herwaarts gedestineerd, is de 4e dezer, na in de nacht van 31 december op 1 dezer een orkaan doorgestaan te hebben, met schade te Mandahl (opm: Mandal) binnengelopen. Het moet lossen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlie, 15 januari. Heden is door 2 Terschellinger loodsen binnen gebracht een in zee gevonden masteloos schip in ballast, zonder equipage; naam nog onbekend. (opm: zie NRC 220155)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 16 januari. De Amsterdamse bark MARGARETHA JOHANNA, kapt. Schou, van Newcastle naar Soerabaya, welke de 3e januari lek te Sheerness binnenliep - zie ons nommer van 15 januari en vroeger – ligt thans in het East-India dok (opm: havenbassin in Londen) te lossen en zal daarna in het droge dok halen om te repareren. Het schip, dat zeer diep met ijzer geladen is, werd twee dagen nadat het van Newcastle vertrok, door hevig stormweder belopen, hetwelk tot in het Kanaal aanhield. Ten gevolge hiervan begon het zo hard te lekken, dat men met alle krachten de pompen nauwelijks lens kon houden. De equipage weigerde om die reden verder te gaan en de kapitein nam een loods, welke hem te Sheerness binnenbracht. Het schip schijnt veel geleden te hebben. (opm: door de grote lading ijzer een [te] grote stabiliteit, en daardoor een zeer wreed schip op zee)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Thisted, 7 januari. De 4e dezer is alhier aan strand gevonden een naambordje, waarop met vergulde letters ASTREA te lezen is.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Port-Mahon, 31 december. Het schip ANNA ELISA, kapt. Boer, van Hartlepool met kolen naar Marseille, is de 19e dezer op de rotsen ten zuiden van Campos op 24 mijlen afstands van Palma (opm: de Mallorca) geworpen; vijf man der equipage kwamen bij dit ongeluk om het leven. De lading is geheel verloren en ook het schip bevindt zich in een zeer slechte conditie.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Kopenhagen, 11 januari. De Nederlandse kof GIJSBERTA WILHELMINA, kapt. Priebee, van Memel (opm: Klaipeda) komende, is hier binnengelopen om te repareren.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 18 januari. Het alhier te huis behorende brikschip BOREAS (opm: kapt. W.G.J. Schiedges), de 25e november te Singapore van Swansea aangekomen, zou, na de lading gelost te hebben, tegen medio december naar Akyab (opm: Sittwe) verzeilen om aldaar met rijst te worden beladen naar Cowes om orders, tot GBP 5 per ton naar een haven in Groot-Brittannië en GBP 5.5 à 5.10 naar een haven op het vasteland tussen Havre en Hamburg, beide havens inbegrepen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 18 januari. In de nacht van de 11e dezer is op het eiland Bornholm gestrand het te Vlaardingen te huis behorende schip (opm: hoeker, bouwjaar 1842) PANAMA, kapt. H. de Goede. Het vaartuig is verbrijzeld doch de equipage gered. Het vaartuig was op reis van Vlaardingen naar Libau (opm: Liepaja).


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Men is van mening, ten overstaan van de notaris G.J. Spruyt te Ouderkerk aan den IJssel, op vrijdag de 26e januari 1855, des middags ten 12 ure, op de scheepstimmerwerf van K. Kok te Stormpolder in het openbaar te veilen en te verkopen een overdekt hektjalkschip, genaamd ANNA MARIA, groot 72 tonnen, met roer en zwaarden daarbij behorende, thans liggende nabij bovengenoemde werf. Nadere informatiën ten kantore van genoemde notaris.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. De makelaars H.F.N. & W.H. Montauban van Swijndregt en F. & W. van Dam te Rotterdam zijn van mening, als lasthebbenden van hun meester, op dinsdag de 30e januari 1855, dadelijk na de afslag van het schip MOZAMBIQUE, zullende plaats hebben des middags ten 12 ure in de zaal op de hoek der Scheepsmakershaven en Bierstraat, wijk 1 no. 499, te veilen en aan de meestbiedende of hoogstmijnende te verkopen twee achtste aandelen in het gekoperd en kopervast barkschip PHOEBUS, gevoerd door kapt. C.J. Beck, volgens meetbrief lang 34,30 el, wijd 6,39 el, hol 5,27 el, en alzo groot 513 tonnen of 271 lasten, met deszelfs inventaris, zo als hetzelve thans is liggende te Rotterdam in de Leuvehaven aan de westzijde nabij de Leuvebrug, kunnende dagelijks bezichtigd worden. Het schip vaart onder directie van de heren P.C. de Gijzelaar en A. Hulsen te Amsterdam. De veiling zal van elk een/achtste aandeel afzonderlijk geschieden. Nadere onderrichting te bekomen bij de bovengemelde makelaars en bij de makelaar H.J. Rietveld te Amsterdam. De voorschreven aandelen zijn inmiddels uit de hand te koop.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. De notaris Goslings te Harlingen zal, ten verzoeke van de heer R.A. de Ruiter, zaakwaarnemer aldaar, op woensdag de 31e januari 1855, des namiddags ten 3 uur provisioneel en des avonds ten 7 uur finaal, ten huize van D. Steenstra aan de Vischmarkt te dier stede, publiek presenteren te verkopen een welbezeild overdekt kofschip, genaamd de VROUW SJOERDJE, tot dusverre gevaren hebbende in het beurtveer van Harlingen op Amsterdam, laatst gevoerd geweest door schipper K. de Vries, groot volgens meetbrief 102 tonnen, met zeil, treil, ankers, kettingen, staand en lopend want en verder scheepstoebehoren, zodanig dit schip thans is liggende in de Noorderhaven te Harlingen.


20 januari 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amoy, 3 november. Het Nederlandse schip (opm: bark) REGINA, kapt. Ingerman, is alhier met gekraakte fokkemast, verlies van zeilen, enz, van Hongkong gearriveerd.


  DC - Dordtsche Courant

Dordrecht, 19 januari. Uit Hellevoetsluis meldt men van 16 dezer: Het schip MARIA MAGDALENA, kapt. J.M. van der Veen, bestemd naar Batavia, is gisteren middag weder ter rede geankerd, doch heden morgen onder begunstiging ener frisse koelte uit het oosten, naar zee gegaan en goed en wel in zee gekomen. Aan boord van dat vaartuig bevinden zich 110 manschappen en onder-officieren voor het Oost-Indische leger, onder commando van de van verlof terugkerende majoor der artillerie Kellerman, en mede begeleid door de 2de luit. Van Son en de officieren van gezondheid der 3de klasse Van Alken en Cramer.


  DC - Dordtsche Courant

Brouwershaven, 17 januari. Alhier is een loodskotter gestationeerd, waarmede van heden af de loodsdienst voor dit zeegat zal worden uitgeoefend, en waarop, naar men verneemt, loodsen van Hellevoetsluis en Brielle zijn geplaatst, die van tijd tot tijd zullen worden verwisseld.


21 januari 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Brielle, 20 januari. Van de toren ontwaart men een schip, vermoedelijk een brik, zittende op de Westplaat bij het nieuwe gat met de kop om de west. Een klein vaartuig is in deszelfs nabijheid. Nadere bijzonderheden ontbreken nog. Alleen kan men zien, dat de fokkemast met gegeide (opm: opgetrokken zeilen) zeilen nog staat. Men is met de reddingboot naar de plaats der stranding vertrokken. Wegens de duisternis en hoge zee vreest men echter, dat zij geen hulp zal kunnen verlenen. (opm: zie NRC 220155)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 20 januari. Het schip EUPHRASIE, kapt. Denys, van Antwerpen naar Mogador (opm: Essaouira), bij Zandvoort gestrand – zie ons nommer van 13 december – is weder af en gisteren in het Nieuwe Diep gekomen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia- De Java-Bode zegt van de heer F.M. Carsjens, gezagvoerder van het verongelukte Nederlandse schip AART VAN NES (opm: fregat AERD VAN NES), het volgende te vernemen, dat wij overnemen tot completering van het deswege bereids gemelde (opm: zie NRC 170155 en eerdere berichten).
Op de 7e april jl. geraakte gemeld vaartuig op het zogenaamde Great-Detached rif bij de ingang van Torresstraat aan de grond, en was weldra zo reddeloos, dat men besluiten moest hetzelve te verlaten. Zulks werd in twee sloepen bewerkstelligd, doch ging met groot levensgevaar gepaard, dewijl de sloepen door de hoge branding dadelijk halfvol water liepen, waardoor het drinkwater en de levensmiddelen, die men in haast had medegenomen, grotelijks beschadigd werden. Gedurende die gehele dag moest er met de uiterste krachtsinspanning geroeid worden, ten einde buiten de branding te blijven en niet op het rif verbrijzeld te worden. Eerst in de avond gelukte het hun rond het rif en buiten gevaar te komen. Allen waren uitgeput en afgemat van vermoeienis.
Sedert die tijd hebben zij 18 dagen rondgezworven, nu en dan onbewoonde eilanden aandoende, om wilde vruchten, bladeren, oesters en krabben tot voeding hunner uitgeputte lichamen te zoeken. De ellende, waaraan zij blootgesteld waren, was somtijds inderdaad allerbitterst. Gekweld door honger en dorst, waren hun aangezichten door de zon verbrand, en hun lippen door de droogte en dorst gezwollen en gebarsten. Bovendien hadden zij met een sterke Z.O. wind en een hoge zee te worstelen, zodat zij voor de wind moesten sturen, om niet door de zware golven overstelpt en bedolven te worden.
Op de 5e mei kregen zij twee eilanden in het gezicht, waarschijnlijk de Tenimber eilanden Laara en Timor-Laut. Hier werden zij door 9 roversvaartuigen aangevallen die hen van alles wat zij nog hadden, beroofden en hun zelfs geen hoed tot hoofddeksel overlieten. Als door een wonder zijn zij met hun zevenen dit gevaar in de sloepen ontvlucht.
Nu was echter hun toestand nog ellendiger. Zonder voedsel en klederen ter bedekking van het lichaam waren zij aan honger, dorst, vocht, koude en hitte blootgesteld. Niets was hun tot voedsel overgebleven dan een stuk ham van 2 of 3 pond, waarmee zij zich gedurende nog 8 dagen zwervens moesten behelpen, zodat zij zelfs hun toevlucht tot het leder hunner schoenen moesten nemen. Op de 14e mei kwamen zij weder op een eiland aan, doch allen waren zo uitgeput, afgemat en uitgehongerd, dat geen van hen kon blijven staan. Eindelijk op de 26e mei landden zij op de oostkust van het eiland Celebes, landschap Toemboekoe, alwaar zij door de Radja van voedsel (sago en djagon) voorzien werden. Voorts moesten zij zich aldaar een lang oponthoud getroosten, en nog 78 dagen in een prauw rondzwerven, alvorens zij de 11e oktober te Ternate aankwamen.
Zoowel door het hoofd des bestuurs als door de ingezetenen aldaar, werden zij op de vriendelijkste wijze ontvangen; en hadden het geluk om op de 20e oktober van daar met het stoomschip MADAGASCAR naar herwaarts te vertrekken. Ook de gezaghebber van die bodem, de heer H. Chevallier, heeft de ongelukkigen op de edelmoedigste wijze verpleegd en geholpen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 25 november. Men bericht ons van Bezoek (opm: Besoek, thans Besuk) in dato 10 november, dat de zeeroverij tussen die plaats en Soerabaya hand over hand toeneemt. Bijna kan geen praauw die tocht meer doen zonder aangerand te worden. Een praauw van de suikerfabriek te Olean in de residentie Bezoekie (opm: Besoeki, thans Besuki), suiker naar Soerabaya overvoerende, is op twee achtereenvolgende tochten geheel door de zeerovers uitgeplunderd en van een andere prauw zouden, volgens het schrijven van de berichtgever, verscheidene opvarenden door hen gewond zijn geworden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 25 november. Wij hebben bereids de uitslag medegedeeld van de zending der stoomboot SOEMBING, commandant Fabius, die van rijkswege in last had met het gouvernement in Japan onderhandelingen aan te knopen, ten einde concessiën voor de Nederlandse handel te verwerven. Dit bericht wordt bevestigd door de Java-Bode van 18 november j.l. die daaromtrent het volgende schrijft:
Op 15 dezer is ter rede alhier (Batavia) geankerd Zr.Ms. stoomschip SOEMBING, kapt. luit. ter zee G. Fabius, komende van Japan en hebbende de rede van Decima op 26 oktober j.l. verlaten. Naar men zegt is die bodem met een staatkundige zending naar dat rijk belast geweest, en zou de uitslag daarvan allergunstigst zijn. Met de meeste vriendschap te Nagasaki ontvangen en met beleefdheden overstelpt, terwijl schepen ener andere natie de wal niet naderen mochten, en op zulk een behandeling niet roemen konden, zo zou de keizer van Japan, ook voor de handel van zijn oudste Europese bondgenoot nog enige havens, waarschijnlijk Sinode en Hakodadie (opm: Hakodate), dezelfde die aan de Noord-Amerikanen en Engelsen zijn toegestaan, hebben geopend, en de Nederlandse natie doen delen in al de voorrechten aan anderen reeds toegekend. Wij hopen dat deze gelukkige uitslag dier zending voor de Nederlandse handelsstand grote voordelen moge afwerpen, en wij weldra in staat zijn mogen meer bijzonderheden omtrent deze gewichtige zaak in ons blad op te nemen.


22 januari 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Brielle, 21 januari. Het schip, op de ribben van het Nieuwe Gat gestrand (opm: zie NRC 210155), is gebleken te zijn, het Pruisische barkschip FREIHANDEL, kapt. Zornow, van Stettin (opm: Szczecin) naar Antwerpen bestemd. De equipage, uit 9 man bestaande, is door de bomschuiten MARIA ELISABETH en CASTOR EN POLLUX gered en heden avond hier aangekomen. Van de inventaris is weinig geborgen. Het schip is lek, zonder roer en van achteren uit zijn verband gewerkt door de zee; twee der masten zijn door de equipage gekapt, De lading bestaat uit houten pijpduigen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlie, 15 januari. De brik, gisteren gemeld – zie ons nommer van 19 dezer – is gebleken te zijn een Engels schip, in ballast, door de equipage verlaten. Op deszelfs spiegel stond MAID OF KENT – Rochester. Dezelve is met krijt beladen (opm: mogelijk gebruikt als ballast)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Mandal, 5 januari. De te Amsterdam thuis behorende schoener MARIA, van Amsterdam naar
Danzig (opm: Gdansk) bestemd, is lek, met verstopte pompen en andere averij in Kleven (opm: 58º01’ N.B. 07º29’ O.L.) binnengelopen en zal moeten lossen om te repareren.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Holtenau, 18 januari. Het Nederlandse schip GRETINA HILLECHIENA, kapt. Sprik, van Memel (opm: Klaipeda) met gerst naar de Maas, is hier lek en met overgeslagen lading binnengelopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Tonningen (opm: Tönning), 17 januari. De Nederlandse schepen ROELINA, kapt. Rosenbeck; AUKJE GEPKELINA, kapt. Duintjer; IDA, kapt.Gerdes; EMANUEL, kapt. Bloem; MARIA JANNA JACOBA BERENDINA, kapt. v.d. Veen; LAMMECHINA, kapt. Koops; CORNELIA BECKMAN en JOHANNES, kapt. Elsingh, liggen hier voor de haven in het ijs. Dezelve waren respectievelijk 15 en 16 dezer gezeild, doch kwamen ten gevolge van ijsgang terug. Wanneer de oostwind aanhoudt, dan kan de toestand dezer schepen gevaarlijk worden, dewijl er dan te weinig water zal zijn om ze in zekerheid te brengen.
De Eider drijft vol ijs, en het is te vrezen dat zulks in de aanstaande nacht nog zal toenemen.
De Nederlandse schepen ONDERNEMING, kapt. Lever; ANNECHINA, kapt. Emmelkamp; VREDE, kapt. Hazelhoff; ANNETTE CATHALINA, kapt. Kramer; CASTOR & POLLUX, kapt. De Vries; REGINA HILLECHINA, kapt. Scholten; CATHARINA, kapt. Drok; JOH. HERMANUS, kapt. Boekhout; GEZINA, kapt. Klooster; VROUW JANNSKE, kapt. Visser; ANNECHINA, kapt. Van Laten en TWEELINGEN, kapt. Schoemaker, die mede gemeld, doch wegens ijs geretourneerd zijn, liggen hier in de haven.
Wegens averij en verhitte lading hebben alhier gelost en liggen nog in de haven de Nederlandse schepen JOHANNES, kapt. Gronenberg; ANTHONIA FRANCISCA kapt. Gust en KLASINA MARIA, kapt. Douwes.


23 januari 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Portsmouth, 18 januari. De Nederlandse bark LOOPUIJT, kapt. C.C. Boumeester, van Singapore naar Hamburg bestemd, is hier met verlies van anker en ketting en gebroken spil binnengelopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Portsmouth, 18 januari. Het van Rotterdam naar Liverpool bestemde Nederlandse kofschip VROUW MARTHA, kapt. v.d. Wiel, is hier zwaar lek en met verlies van grote boom binnengelopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Plymouth, 19 januari. Het Nederlandse schip CATHARINA, kapt. Zeegers, van Bordeaux naar Rotterdam, is alhier met schade binnengelopen.


  DC - Dordtsche Courant

21 januari te Plymouth binnen, door tegenwind, EUTERPE, kapt. A. Kuipers, van Batavia naar Dordrecht, alles wel aan boord. (opm: vergelijk NRC 190355)


  AH - Algemeen Handelsblad

Verkoping van schepen te Amsterdam op 22 januari 1855: het schoener-kofschip MARSEILLE, kapt. A.J. Oltmans: NLG 11600, in slag NLG 450, koper C.H. Schröder (opm: een makelaar namens Willem Pauw, Purmerend).


  AH - Algemeen Handelsblad

Pillau (opm: Baltiysk), 10 januari. Gisteren is het alhier voor Amsterdamse rekening op de werf van de scheepsbouwmeester Becker nieuw gebouwde barkschip KOOPHANDEL, groot circa 180 lasten, met goed gevolg van stapel gelopen.


24 januari 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Publieke verkoping op dinsdag de 6e februari 1855, des middags ten 12 ure, in het koffijhuis de Visscherij aan de Vlaardinger Poort te Schiedam, ten overstaan van D.H. Corne, van een hecht en sterk, snelzeilend en goed onderhouden hektjalkschip, zijnde ongeveer 3 jaren oud, genaamd ROELFIENA WOLTERS, met deszelfs complete inventaris, groot 90 tonnen, zeer geschikt voor buiten- en binnenvaart, kunnende van heden af aldaar worden bezichtigd.


  JB - Javabode

Batavia, 20 januari. Heden is hier aangekomen het Nederlandse schip MARIA JULIE, kapt. J.A. Bruynseels, de 14e december vertrokken uit een Australische haven.


25 januari 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 24 januari. Door de Nederlandsche Handel-Maatschappij zijn bevracht de navolgende 8 schepen, als:
Voor Rotterdam: ZES GEZUSTERS, kapt. G.H. Ruhaak; en JULIE, kapt. J. van Vollenhoven.
Voor Amsterdam: IJSTROOM, kapt. N.D. Steenveld; HENRIETTE GEERTRUIDA, kapt. P. Buys jr; GOUVERNEUR GENERAAL ROCHUSSEN, kapt. P.F. Rijken (van Rotterdam) en NAGASAKI, F.A. Bunnemeyer (van Rotterdam).
Voor Dordrecht: JAN VAN HOORN, kapt. M.J. Logger en JAN SCHOUTEN, J.Coening Meijer.


26 januari 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Dartmouth, 21 januari. Heden is alhier met verlies van bezaanmast, ingestoten zijde en andere schade binnen gelopen, het te Vlaardingen thuis behorende hoekerschip ZEEVAART, kapt. W. Kal, van Vlaardingen naar Malta. Het schip is gisteren morgen om 5 uur, met een donkere lucht op de hoogte van Salcombe in aanzeiling geweest met het Engelse schoenerschip CHARLES NAPIER, van Glasgow naar Rouaan bestemd, welke bodem met verlies van fokkera, kluiverboom en andere schade te Salcombe is aangekomen. Drie man van de equipage der ZEEVAART zijn bij de aanzeiling op de Engelse schoener overgesprongen, doch later weder op hun eigen schip overgebracht.(opm: zie ook DC 270155)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Wells, 22 januari. De Nederlandse schoener DIANA, kapt. D.D. Visser, van Hartlepool naar Konstantinopel (opm: Istanbul), is bij Burnham gestrand. Wanneer het weder bedaart, dan zal het schip, na de lading gelost te hebben, vlot gebracht kunnen worden. (opm: zie latere berichten en NRC 200355)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Delfzijl, 20 januari. De volgende schepen zijn alhier in de haven liggende, om te overwinteren: HOOP EN LIEFDE, kapt. Nieland, van Amsterdam naar Geestemünde; de WELVAART, kapt. Suk, van dito naar Hamburg; de TWEE GEBROEDERS, kapt. Slankenberg (opm: B.W. Slangenberg), en MEISKINA, kapt. Harkema, beiden van dito naar Bremen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Jan Corver, makelaar, zal als last hebbende van zijne principalen, op maandag de 5e februari 1855, des avonds ten zes ure, in de Nieuwe Stads-Herberg te Amsterdam, ten overstaan van de notaris J.L. Kabel, presenteren te verkopen: een extra ordinair welbezeild, gezinkt schoener-kofschip, genaamd HENRIËTTA, varende onder Nederlandse vlag en gevoerd door kapt. A. de Haan, volgens Nederlandse meetbrief lang 24 ellen 20 duimen, wijd 4 ellen 89 duimen, hol 2 ellen 68 duimen, en alzo gemeten op 141 tonnen of 74 lasten. Verder met al deszelfs rondhouten, opstaand en lopend want, ankers, touwen, zeilen en andere scheepsbehoeften, als breder bij de inventaris is vermeld. Nader onderricht begerende, spreke men met bovengenoemde makelaar.
(opm: het schip, bouwjaar 1837, werd aangekocht door de Firma Bontekoning & Aukes, Amsterdam; als FREDERIK HENDRIK ging kapt. Edzo Alberts Hoff er mee naar zee)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Delfzijl, 22 januari. Het schip VROUW CATHARINA, kapt. Broekman, van Groningen naar Norden, alhier bij de dijk gestrand, is weder af en in de haven gebracht.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Delfzijl, 22 januari. Het schip SJOUKE, kapt. Dirks, van Neuhaus (aan de Elbe) naar Groningen, is alhier met schade binnengebracht, hebbende twee dagen in het ijs bezet geweest.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Delfzijl, 22 januari. Het schip (opm: schoener) WIJBRANDUS UDO, kapt. D.S. Brouwer, van hier naar Newcastle en Suriname, is bij het uitzeilen op het Steenen hoofd aan de grond vastgeraakt, doch heeft geen hinder van het drijfijs. (opm: zie NRC 020255)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. De makelaars H.F.N. & W.H. Montauban van Swijndregt en F. & W. van Dam te Rotterdam zijn van mening op dinsdag de 30e januari 1855, des middags ten 12 ure in de zaal op de hoek der Scheepsmakershaven en Bierstraat, wijk 1 no. 499, over te gaan tot de afslag van het snelzeilend Nederlands gebouwd, gekoperde en kopervaste barkschop MOZAMBIQUE, laatst gevoerd door kapt. T.J.J. Bouman, volgens meetbrief lang 39 el, wijd 7,35 el, hol 5,53 el en alzo groot 705 tonnen of 372 lasten, met al deszelfs rondhout, staand en lopend want, geschut, ankers, kettingen, touwen, zeilen en verdere inventaris, zo al hetzelve is liggende aan de scheepstimmerwerf van de heren Gebr. Visser te Rotterdam, en waarvoor bij de opveiling de 23e januari 1855 is geboden NLG 30.400. Nadere onderrichting te bekomen bij de bovengenoemde makelaars.


27 januari 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 26 januari. Het provinciaal gerechtshof van Zuid-Holland heeft dezer dagen het volgende voor de handel niet onbelangrijk vonnis gewezen: Gezien de stukken;
- Overwegende ten opzichte der feiten waaromtrent tussen partijen geen verschil bestaat;
- Dat der appellanten schip (opm: fregat) MAAS, kapt. J.N. Lotzow, op de reis van Falmouth naar Kopenhagen, bevracht met een lading suiker, waarin voor des geïntimeerden rekening ter waarde aan R. zes en veertig duizend drie honderd negen en zestig, vier en twintig; of drie en vijftig vier vijfden pct. van het gehele bedrag van het averij-gros, door storm en lekkage, genoodzaakt is geworden, de 9e oktober 1852 te Hellevoetsluis, als naaste haven binnen te lopen, van daar naar Rotterdam is opgesleept, gelost, gerepareerd, vervolgens de reis heeft voortgezet en op de 10e januari 1853 op de Zweedse kust te Caholm is verongelukt.
- Dat der appelanten cargadoors de averijkosten te Rotterdam gemaakt, op de 28e dec. 1852 hebben doen verzekeren op behouden varen tot een bedrag van vijf duizend acht honderd guldens, en de 17e januari achttien honderd drie en vijftig nog tot een bedrag van zeven honderd guldens, en alzo ten belope van zes duizend en vijf honderd guldens.
- Dat de premie dier verzekering, ad een honderd drie en zestig guldens vijftig cents, op aangifte der appelanten zelve is gebracht in de algemene averij-rekening en van deze averij, ten belope van zes duizend zes honderd zeven en twintig guldens vier en vijftig cents, door het schip te Rotterdam geleden, op de 1e april 1853, door de koninklijke dispatcheur Wessberg te Gothenburg is opgemaakt een behoorlijke dispatche (opm: dispache, een door een dispacheur gemaakte opstelling waarin wordt aangegeven welke kosten onder averij grosse vallen en welke als averij particulier worden aangemerkt), blijkens welke een gedeelte ad vier duizend zeven honderd een en veertig guldens drie en tachtig cents, is gebracht in de averij-gros en daaronder een honderd twaalf NLG negentig cent voor het aandeel der averij-gros en bovengemelde premie, terwijl de overige vijftig guldens zestig cents zijn gebracht onder de achttien honderd vijf en negentig guldens een en zeventig cents particuliere averij ten laste van het schip, en alzo de gehele premie pro rata parte over de gemene en bijzondere averij is verdeeld, terwijl de geïntimeerde voor zijn aandeel in de averij-gros, ad drie en vijftig vier vijfde percent heeft moeten dragen en werkelijk dat bedrag aan de appellanten heeft betaald.
- Dat na de ramp en het dus niet behouden varen van het schip, de appellanten door tussenkomst van hun cargadoors van de assuradeurs hebben ontvangen bovenvermelde assurantie penningen ad zes duizend vijfhonderd guldens.
- Dat de geïntimeerde, origineel eiser, de appellanten origineel gedaagden voor de arrondisements-rechtbank te Rotterdam, heeft doen dagvaarden en gevorderd betaling ener som van tweeduizend vier honderd twaalf gulden drie en negentig cent, als moetende uitmaken het aandeel, waarop de geïntimeerde pro rata parte van het door hem betaalde gedeelte der premie, gerechtigd zou zijn in de door appellanten, origineel gedaagden ontvangen assurantie penningen.
- Dat de arrondisements-rechtbank te Rotterdam bij vonnis van de negen en twintigste mei 1854, die vordering heeft toegewezen en de appellanten, origineel gedaagden, veroordeeld tot betaling dier som aan de geïntimeerde, origineel eiser, en voorts het vonnis verklaard uitvoerbaar bij lijfsdwang en bij voorraad, niettegenstaande verzet, hoger beroep of cassatie, doch alsdan onder borgtocht.
- Dat de appellanten van dit vonnis voor dit gerechtshof zijn gekomen in hoger beroep en partijen voorts hebben geconcludeerd, zo als blijkt in hun schriftelijke overgelegde conclusie.
En alsnu ten aanzien van het recht:
- Overwegende, dat in de polis van assurantie, waarop de appellanten zich beroepen, in de beoordeling van welker aard en strekking hier niet wordt getreden, het interest der assureerden is vermeld te bestaan in voorgeschoten averij gelden.
- Dat die assurantie evenzeer als het voorschot zelf, is gedaan, in communem utilitatem (opm: in het algemeen belang) van beide, schip en lading;
- Dat immers de wetgever bij art. 699, no 19 en 20, wetboek van koophandel, de bodemerij *) premie van geldsommen opgenomen, tot dekking der onkosten in averij-gros vallende en de premie om die kosten te doen verzekeren, onder averij-gros gebracht heeft, geenszins als waren assurantie premiën onkosten van zelven aan die voorschotten verbonden, – als wanneer de bepaling geheel overbodig zou wezen, – maar omdat de verzekering zelve ten voordele van schip en lading strekt; beschouwing welke alleen, maar dan ook volkomen de anders afwijzende wetsbepaling uitlegt en rechtvaardigt.
*) (opm: bodemerij [van bodem = schip] omschrijft Mr. J.A. Molster als eene overeenkomst tussen een geldschieter en een geldopnemer, waarbij eene som gelds wordt opgeschoten, met beding van premie en onder verband van schip of goed of beide, met dat gevolg, dat indien het verbondene, geheel of gedeeltelijk, door toevallen op zee vergaat of vermindert, de geldschieter zijn recht op de opgeschoten penningen en op de premie verliest, voor zoover dit een en ander niet op hetgeen overblijft kan worden verhaald; maar indien het verbondene schip behouden ter plaatse zijner bestemming aankomt, de hoofdsom, benevens de premie moet betaald worden)
- Dat de appellanten dan ook de premie van assurantie in de averij-gros gebracht hebben, en dus zelven met der daad hebben erkend, en voor zoveel het van hen afhing bevestigd, het Vinculum juris (opm: rechtsketen) tussen de assurantie en de gemene belangen van schip en lading bestaande.
- Dat zij appellanten aan de ene zijde de premie van assurantie met het voorschot van de geïntimeerde, voor zover het aandeel van deze daarin betrof, hebben terug bekomen en aan de andere zijde van de assuradeurs uitbetaling van het bedrag, waarvoor dat voorschot was verzekerd, hebben erlangd.
- Dat mitsdien, zowel de beginsels van billijkheid, waarop het in handelszaken zo zeer aankomt, als de uitdrukkelijke bepalingen der wet vorderen, dat de geïntimeerde, te wiens laste de premie van assurantie als gemene averij is gekomen, daarin voor zijn aandeel gedragen, en van dat bedrag uitbetaling heeft gedaan, ook voor zijn aandeel in de bereids aan de appellanten uitbetaalde assurantie penningen dele.
O., dat het bedrag van dat aandeel door de geïntimeerde gesteld, aan de zijde der appellanten niet is wedersproken;
O., dat het vonnis, waarvan beroep, alzo wel en terecht is gewezen en het hoger beroep daarvan ingesteld is ongegrond;
- Gezien de art. 246 en 699, no. 20, wetboek van koophandel, art. 315, 586, 616 en 56 van het wetboek van burg. rechtsvordering;
- Rechtdoende in hoger beroep; doet hetzelve te niet, bevestigt het vonnis der arrondisements-rechtbank te Rotterdam op de negen en twintigste mei 1854, tussen partijen gewezen; gelast dat het geheel en volkomen gevolg zal hebben en veroordeelt de appellanten in de kosten van het hoger beroep.
Gedaan en gewezen enz.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Harwich, 23 januari. Het Nederlands fregatschip LUCIA MARIA, kapt. Papineau, van Gothenburg met een lading hout en staal naar Port Adelaide bestemd, is op het Ship Wash Sand aan de grond geraakt, doch met adsistentie vlot en hier binnengesleept.


  JB - Javabode

Batavia, 26 januari., Heden is hier aangekomen het Nederlandse schip (opm: bark) ALBRECHT BEIJLING, kapt. G.L. Muller, komende van Australië.


28 januari 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 9 december. De scheepsvrachten blijven zich souteneren (opm: handhaven). De schepen CHRISTIAAN HUYGENS, GEZINA, PRINCES CHARLOTTE en CAMELEON werden door de Factorij bevracht tot NLG 120 voor koffij en suiker, zodat alleen nog beschikbaar blijft de NEHALENNIA, welke echter eerst de aangebrachte lading moet lossen. Het Zweedse schip JACOB werd tot GBP 6.5/- voor koffij, suiker en rijst naar Californië gecharterd.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 27 januari. Bij de heren P. Bakhuyzen & Zn te Capelle op den IJssel is gisteren de kiel gelegd voor een fregatschip van ongeveer 396 gemeten lasten, hetwelk de naam zal voeren van JOHANNES ANTHONIUS en gebouwd worden voor rekening ener rederij onder directie van de heer D. Keus te Rotterdam.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlie, 19 januari. Heden is alhier van Hamburg binnengelopen het schip GEZINA, kapt. Egberts, met gebroken giek. Het ligt thans in de haven van Terschelling.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Brouwershaven, 25 januari. Het schip COURIER, gisteren gemeld, is heden door de Zuid-Hollandse reddingskotter WILLEM VAN HOUTEN binnen gebracht en op de slikken aan de binnenrede aan de grond gezet (opm: zie NRC 300155).


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hellevoetsluis, 27 januari. De Kanaalhaven is tot aan de monding met ijs bezet, zodat daar geen schepen meer op kunnen worden geborgen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Sheerness, 24 januari. Het Nederlandse schip HARMINA NEPPERUS, kapt. Brouwer, van Rotterdam naar Corfu, heeft GBP 100 moeten betalen voor de hulp die aan dat schip verleend is.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Melbourne, 27 oktober. Het alhier van Londen gearriveerde barkschip TWEE GEZUSTERS, kapt. De Wilde, is de 13e juli op 30º Z.B. en 10º W.L. in aanzeiling geweest met het Engelse schip CHINA, te Sydney aangekomen. Beide schepen hebben daarbij schade bekomen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Boulogne, 25 januari. Het te Delfzijl thuis behorende kofschip CAROLINA, kapt. J.J. Kip, van Hamburg naar Rouaan bestemd, is op de hoogte van de Singels (opm: ondiepten in de inham bij Winchelsea, 10 mijl west van Dungeness) in aanzeiling geweest en dientengevolge hier met schade binnengebracht. (opm: zie volgend bericht en NRC 020255)


29 januari 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 28 januari. Wij namen gisteren een bericht uit Le Précurseur (opm: een Antwerpens dagblad) over, betreffende het te Delfzijl thuis behorende kofschip CAROLINA, kapt. Kip, van Hamburg naar Rouaan bestemd – zie ons vorig nommer. Blijkens een bericht, voorkomende in de Shipping and Mercantile Gazette van 26 dezer, was de mededeling van Le Précurseur niet geheel juist en wij laten daarom nogmaals het bericht uit het Engelse blad hier in zijn geheel volgen:
Boulogne, 25 januari. Kapt. Pearce, voerende het schip JUDY, rapporteert dat hij de 24e dezer, op de hoogte van Dungeness, een kof in het gezicht kreeg met alle zeilen bij. De kluiverschoot was los en dewijl dit voor enige tijd zo bleef, kwam hij tot het vermoeden dat het schip verlaten moest zijn; hield er naar toe, en nabij gekomen zijnde, praaide hij, doch bekwam geen antwoord. Hij bracht toen zijn boot te water en daarmee begaven zich drie man aan boord van de kof, welke werkelijk bleek verlaten te zijn. Men peilde onmiddellijk de pompen en vond daarbij 8 duim water, pompte daarop lens en bracht het schip in de haven van Boulogne, waar het nu behouden aan de wal vast ligt en geen water meer maakt. Het schip is zeker in aanzeiling geweest, daar de verschansing in de midscheeps aan stukken is. De gehele schade kan echter met 5 sh. gerepareerd worden. De bemanning moet het schip in de grootste haast verlaten hebben, daar men niets mede genomen heeft. De kaarten en octant van de kapitein lagen nog op de kajuitstafel; twee horlogiën hingen aan het beschot met een kanarievogel en enige vrouwenkledingstukken. Het schip, dat nog geheel nieuw schijnt te zijn (opm: bouwjaar 1854), is genaamd CAROLINE, behoort te Delfzijl thuis, en werd gevoerd door kapt. Kip. Het was met een kostbare lading spelter (opm: spiauter, mengsel van lood en tin) en krenten van Hamburg naar Rouaan bestemd.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 28 januari. Het Nederlandse kofschip HENDRIKA, kapt. P.B. Vlas (opm: tjalk HINDERIKA, bouwjaar 1847; kapt. Berend Berends Vlas), van Uetersen, met boekweit herwaarts gedestineerd, is, volgens brief van Ameland van 23 dezer, aldaar in het gat totaal verongelukt, doch het volk is gered.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Plymouth, 25 januari. Het Nederlandse schip (opm: schoener) VLIJT, kapt. B.H. Engelsman, van Hamburg heden alhier gearriveerd, is op de hoogte van Bevezier (opm: Beachy Head) in aanzeiling geweest met een Belgische kof en heeft tengevolge daarvan schade aan verschansing en tuig bekomen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hellevoetsluis, 28 januari. Volgens rapport van een uit zee gekomen sloep bevestigt het zich, dat de (opm: brik) KAREL AUGUST in het gat is. Volgens bericht van die sloep, zit er op de Hinder aan de grond een kof met aardappelen geladen, naar Antwerpen bestemd. De equipage is op een andere inkomende kof aan boord (opm: zie volgend bericht).


30 januari 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hellevoetsluis, 29 januari. De op de Hinder gebleven kof, is de Hamburger kof NEPTUN, kapt. Holtz, van Hamburg met aardappelen naar Antwerpen bestemd.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Brouwershaven, 29 januari. De brik COURIER, de 25e dezer door de reddingvaartuigen van den Ooster voor deze haven geborgen (opm: zie NRC 280155), zal de lading lossen om verder geëxpertiseerd te worden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Wells, 26 januari. De Nederlandse schoener DIANA, kapt. Visser, van Hartlepool naar Konstantinopel (opm: Istanbul) bestemd – zie ons nommer van 26 dezer – zit nog steeds vast en zal, daar het schip met peil hoog water gestrand is, hoogstwaarschijnlijk niet voor de naaste springtijen vlot kunnen gebracht worden. Het schip zit echter niet gevaarlijk en zal geen verdere schade bekomen.


  AH - Algemeen Handelsblad

Batavia, 24 november. Het schip JACATRA, kapt. Buys, is heden lek uit zee teruggekomen.


31 januari 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 30 januari. Op 24 dezer had in het lokaal Zeemanshoop, te Amsterdam, de jaarlijkse algemene vergadering plaats van de aldaar gevestigde scheepsreders. Nadat door de voorzitter der permanente commissie uit de Amsterdamse rederijen, de heer A. van Geuns, de vergadering was geopend, werd een verslag uitgebracht nopens de verrichtingen gedurende het jaar 1854. Hieruit bleek, dat deze commissie met levendige belangstelling de zaak van de afschaffing van het tonnengeld naging, waaraan de dierbaarste belangen der rederijen zo nauw zijn verbonden.
Dat deze commissie gedurende het gehele jaar ijverig werkzaam was geweest tot verkrijging ener strafwet, ter beteugeling van de wanorde en bandeloosheid, onder de equipagiën aan boord onzer koopvaardijschepen. In overeenstemming met de Kamers van Koophandel en Fabrieken in onze voornaamste handelssteden, heeft zij op deze zaak aangedrongen, en hare pogingen in dezen mochten met goed gevolg bekroond worden, daar de regering de bepaalde toezegging heeft gedaan, over dit onderwerp een ontwerp van wet aan de vertegenwoordiging in te dienen, welk ontwerp alsnu spoedig tegemoet gezien mag worden.
Bij het onderzoek naar de oorzaken, die het gebrek aan tucht en discipline op onze koopvaardijschepen heeft doen geboren worden, bleek het aan de commissie, dat de gebruikelijke monsterrol hiertoe wellicht enigszins meewerkte. Zij heeft daarop de monsterrol naar hare inzichten gewijzigd en het gebruik van deze aan heren reders aanbevolen; welke maatregel, aanvankelijk althans, wel schijnt te slagen.
Eveneens heeft de vraag: door welke middelen men de Duitse landverhuizers zou kunnen bewegen, om zich in een Nederlandse haven, en vooral in Amsterdam, naar Amerika of Australië in te schepen, de aandacht der commissie getrokken.
Behalve nog verschillende andere werkzaamheden van minder gewicht, heeft de commissie eindelijk, gelijktijdig met een gelijk aanzoek uit Rotterdam, van de Nederlandsche Handel- Maatschappij gevraagd en verkregen, dat voortaan, behalve de gewone expertise, ook de verklaringen der Lloyds Français Veritas als bewijs voor de zeewaardigheid der door haar bevrachte schepen zouden worden aangenomen.
Na het uitbrengen van dit rapport en het goedkeuren der rekening en verantwoording van de penningmeester, heeft de vergadering, ter vervulling van twee vacaturen, in de commissie ontstaan door het uittreden der heren B.D. Boscher en A. Kooy, die, volgens de bepalingen van het reglement, niet herkiesbaar waren, in de commissie benoemd de heren C. Faber Boissevain en H. Rahusen. De president heeft daarop de uittredende leden toegesproken en hun voor hun ijver en hun belangstelling dank gezegd, terwijl een der aanwezigen, Jhr. C. Hartsen, aan de overige leden der commissie de dank der vergadering betuigde.
Daarna is de vergadering nog mededeling gedaan van een missive van de commissie uit assuradeurs aldaar, waarbij deze bericht gaf, dat zij met de 1e januari van dit jaar een nieuwe expertise op de Nederlandse schepen had ingevoerd, met welker verklaringen de Nederlandsche Handel-Maatschappij genoegen nam. De expertise onderscheidt de schepen in die voor de grote vaart, Atlantische vaart, en grote en kleine kustvaart, terwijl de hoedanigheid van het schip door de letters A, B, C of D zal aangeduid worden. De eerste klasse zal onderverdeeld worden in afd. 1 en 2; terwijl daarbij tevens het getal jaren zal worden uitgedrukt, gedurende hetwelk het schip waarschijnlijk nog tot deze klasse zal behoren.
Nadat de voorzitter op het grote belang had gewezen, die deze expertise voor de rederijen had, is de vergadering gesloten geworden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Publieke veiling van schepen in de zaal op de hoek van de Scheepsmakershaven en Bierstraat op dinsdag 30 januari 1855:
- het barkschip MOZAMBIQUE: opgehouden à NLG 30.500,
- 2/8e aandeel in het barkschip PHOEBUS: opgehouden à NLG 5325 per 1/8e aandeel.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlissingen, 28 januari. Niettegenstaande de rivier voor Antwerpen vol drijfijs is, kwam gisteren nog af de stoomboot TELEGRAPHE, kapt. De Groof, naar Londen bestemd. Een tweede stoomboot moet echter, naar wij vernemen, wegens de zware mist en het drijfijs, nabij Lillo aan de grond gekomen zijn.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 8 december. Het Nederlandse schip (opm: fregat) DOGGERSBANK, kapt. J.H. Clowting, met een lading van de factorij naar Nederland bestemd, gisteren alhier van Bantam gearriveerd, heeft gestoten en zal waarschijnlijk moeten lossen om nagezien te worden. (opm: zie NRC 090355)


  JB - Javabode

Batavia, 30 januari. de 28e dezer is hier aangekomen het Nederlandse schip ZWALUW, kapt. J.A.C. Gerlach, de 23e september vertrokken van Amsterdam.
De 29e dezer zijn hier aangekomen de Nederlandse schepen TWEE GEZUSTERS, kapt. J.J. de Wilde, de 17e december vertrokken van Melbourne, en DUIVELAND, kapt. J.C. Viersma, de 19 december vertrokken van Melbourne.
Heden zijn hier aangekomen de Nederlandse schepen CLAUDIUS CIVILIS, kapt. J.F.D. Petersen, komende van Amsterdam, en LEMINA ELISABETH, kapt. N.N., komende van Singapore.


01 februari 1855


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Mr. H.J. Offerhaus, notaris te Delfzijl, zal als last hebbende van zijne meesters, op dinsdag 6 februari 1855, des avonds om 6 uur, te huize van de logementhouder K.W. Hazenhoek, te Delfzijl, publiek veilen en verkopen het in den jare 1846 nieuw uitgehaald en wel onderhouden Nederlands kofschip DE TWEE ZUSTERS, laatst gevoerd geweest bij nu wijlen kapt. Egbert Rentes Huisman, en voorzien van een goed certificaat van het Bureau Veritas, volgens meetbrief lang 22,60 el, wijd 4,59 el, hol 2,17 el, en alzo groot 100 tonnen, met des zelfs complete inventaris, zoals hetzelve is liggende in de Haven van Delfzijl. De conditiën van verkoop en de inventaris zullen ter lezing liggen ten huize van de heer B. Romeling, te Zuidbroek, en ten kantore van bovengenoemde notaris.


02 februari 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Delfzijl, 29 januari. Het schip WIJBRANDUS UDO, kapt. Brouwer, van hier naar Newcastle en Suriname, op het Steenenhoofd vastgeraakt – zie ons nommer van 26 januari – is weder afgebracht en in de haven gekomen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Wyck auf Föhr, 25 januari. Het schip ALPHONSUS MARIA, kapt. J.B. Vlas (opm: galjoot, bouwjaar 1854; kapt. Jacob Berends Vlas), van Groningen naar Londen (opm: zie NRC 091254), in de haven van Amrun liggende, na op strand gezeten te hebben – zie onze nummers van 21 december 1954 en vroeger – zal verkocht worden. (opm: verkocht aan A. Poulsen, Wyck auf Föhr, Denemarken, dat in 1864 Duits werd; nieuwe scheepsnaam UNION, final fate onbekend)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Duinkerken, 27 januari. De EMMA, kapt. De Meester, eergisteren van Messina alhier aangekomen, was de 24e dezer op de hoogte van Dungeness in aanzeiling met het te Delfzijl thuis behorende schip CAROLINE, kapt. J.J. Kip, van Hamburg naar Rouaan. De bemanning van het Nederlandse vaartuig heeft zich op de EMMA geborgen, waarbij kapt. Kip het leven verloor; De CAROLINE is kort daarop verdwenen. (red: zie het bericht in ons nommer van 29 januari, volgens hetwelk de CAROLNE te Boulogne is binnengebracht).


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 9 december. Het schip PRINSES AMELIA, kapt. Groeneveld, van Amsterdam alhier aangekomen, heeft de grote mast gebroken en het grootste gedeelte der tuigage verloren.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Openbare verkoping op vrijdag de 9e februari 1855, des voormiddags ten 11 ure, te Katwijk aan Zee, voor het pakhuis van J.D. Plokker, van aldaar geborgen goederen, afkomstig van het op de 2e januari 1855 nabij Katwijk gestrande Engelse barkschip THE DRUID, gevoerd geweest door wijlen kapt. L. Boyle, bestaande in scheepsbalken, rondhout en wrakhout, vier zeilen, touwwerk, oud ijzer, een vlag, ongeveer 12000 pond grove Sunderlandse steenkolen, 500 pond gruis dito, een vat bloemmeel, een vaatje citroensap (beschadigd), een blik lijnolie en drie vaten met ijzeren banden. Alles daags voor de verkoop te bezichtigen, en zijn nadere onderrichtingen te bekomen ten kantore van de notaris A.E. Roest van Limburg, te Katwijk aan den Rijn.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Het Nederlandse ijzeren stoomschip LEEUWARDEN, kapt. P. Dijker, vertrekt geregeld elke zaterdag van Harlingen en Nieuwe Diep naar Londen. Adres bij Bernelot, Moens & Co.
(opm: 2 februari was een vrijdag; dit betreft waarschijnlijk de laatste aankondiging van afvaart van dit schip, dus op 3 februari 1855, vóór de voor het schip fatale reis van Londen naar Oporto, zie hiervoor diverse latere berichten)


03 februari 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 2 februari. Zo als in der tijd werd bericht, zijn te Groningen in het vorige jaar een tiental loodsrinkelaars gebouwd, ten behoeve van ’s rijks loodsdienst. Een der vaartuigen vertrok van daar de 31e oktober met onderscheidene personen aan boord, die uit liefhebberij de proeftocht op de Noordzee mee wilden doen. Sedert die tijd is echter niets verder van schip en scheepsvolk vernomen (opm: zie NRC 211154), en is men tot de overtuiging gekomen, dat het vaartuig in het begin van november met man en muis moet zijn vergaan.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Jan Corver, makelaar, zal als last hebbende van zijne principalen, op maandag de 5e februari 1855, des avonds om zes uur, in de Nieuwe Stads-Herberg te Amsterdam, ten overstaan van de notaris J.L. Kabel, presenteren te verkopen een extra ordinair wel bezeild gezinkt schoener-kofschip genaamd HENRIETTA, varende onder Nederlandse vlag, gevoerd door kapt. A. de Haan, volgens Nederlandse meetbrief lang 24 ellen, 20 duimen, wijd 4 ellen, 89 duimen, hol 2 ellen, 68 duimen en alzo gemeten op 141 tonnen of 74 lasten. Verder met al des zelfs rondhouten, opstaand en lopend want, ankers, touwen, zeilen en andere scheepsbehoeften, als breder bij de inventaris is vermeld. Nader onderricht begerende, spreke men met bovengenoemde makelaar.


  JB - Javabode

Batavia, 3 februari. Gisteren middag ten 5 ure ging een sloep van de Nederlands-Indische schoener POGOAN ZEPHYR, van Palembang alhier ter rede aangekomen, in weerwil van het waaien der blauwe vlag, naar de wal. In de mond der rivier gekomen sloeg zij om en een der inlandse matrozen verdronk. De overige zich in de sloep bevindende personen, zijnde de Chinees Oey Kim-ling, gezagvoerder van die schoener, en drie inlandse matrozen, werden gered.


  JB - Javabode

Batavia, 31 januari. Heden is hier aangekomen het Nederlandse schip CORNELIS HOUTMAN, kapt. J.H. Rolman, de 27e november vertrokken van Sydney.


04 februari 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Canton, 9 december. De Nederlandse schepen JOHANNA, kapt. J. Bik, en ALMELO, kapt. Aufnorth (opm: B. Auffmorth), zijn alhier voor $ 1600 per maand bevracht. De eerste vertrekt naar Shanghai en de laatste zal wellicht naar Australië bestemd worden en krijgt in dat geval $ 400 per maand meer.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Uit de hand te koop een snelzeilend Nederlands kofschip, oud 5 jaren, groot 75 rogge-lasten. Te bevragen bij de cargadoors J.C. van Oven & Zonen.


 MCO - Middelburgsche Courant

Volgens bericht van de gezagvoerder E.N.F. van Wulven, uit Batavia van 9 december l.l. waren de goederen voor die plaats bestemd gelost uit de bark MARIA, en zou die gezagvoerder de volgende dag naar Samarang zeilen om daar de verdere lading te lossen en zijn lading naar Nederland in te nemen. Schip en equipage waren in de besten staat.


 MCO - Middelburgsche Courant

Voor Antwerpen is ter rede van Vlissingen en wegens ijsgang op de Schelde in de haven aldaar aangekomen de LIBRA, H.R. Giezen, van Memel (opm: Klaipeda), met rogge.


05 februari 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Dover, 1 februari. Heden is alhier in de baai opgevist een scheepsnaambord, waarop met vergulde letters De LAUWERZEE te lezen is. Bovendien drijft er veel wrakhout. (NB: het schip [opm: brik] LAUWERZEE, kapt. P. ter Huyzen Kuyper, van Newcastle naar Nickerie vertrokken, is bereids de 11e januari Folkestone gepasseerd).


06 februari 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 5 februari. Door de Nederlandsche Handel-Maatschappij zijn bevracht de navolgende 15 schepen, als:
Voor Rotterdam: KOOPHANDEL, kapt. L. Crevecoeur, SOERABAIJA, kapt. A.M. Swarts, de KAAP HOORN, kapt. W.C. Kuyk, en SCHEVENINGEN, kapt. K.D. Breuning.
Voor Amsterdam: DILIGENCE, kapt. L. Smit, OOST INDIEN, kapt. E.E. Mos, ADELAAR, kapt. L.A.J. Boulet, ADMIRAAL PIET HEIN, kapt. L. Hazewinkel, LOUISA MARIA, kapt. D. Herderschee, DOCTRINA ET AMICITIA, kapt. P. Haagsma, THEODORA MACHTILDA, kapt. D. Boelhouwer, en CATHARINA EN GEERTRUIDA, kapt. C.L. Knaudt.
Voor Dordrecht: TIMOR, kapt. F. Agema.
Voor Middelburg: MARINUS WILLEM, kapt. P. van Duijn, en SUSANNA EN ELISABETH, kapt. C. Ouwehand.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Ramsgate, 3 februari. De te Pekel-A thuis behorende schoener LUMINA, kapt. H.J. Brouwer (opm: LUMMINA, bouwjaar 1851; kapt. Hendrik Jans Brouwer), van Memel (opm: Klaipeda) met lijnzaad naar Duinkerken bestemd, is op het Goodwin Sands verongelukt. De bemanning is behouden en met de reddingboten alhier aangebracht. (opm: zie ook NRC 080255 en DC 130255)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Wells, 2 februari. De alhier gestrande Nederlandse schoener DIANA – zie ons nommer van 30 januari – heeft men na ontlossing der lading, geschoord om het schip daardoor in de hoge zee te steunen. Men hoopt nog altoos het schip bij goed weder vlot te brengen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 5 februari. De 1e februari werden op de werf De Hoop van de heer T.J. Tinkelenberg te Medemblik de kiel gelegd en de stevens gericht van een schoener- brikschip, genaamd FENNA, groot 128 last, onder het boekhouderschap van de heren Spekman en Hurlbrink te Amsterdam bestemd voor de vaart op Suriname en gevoerd zullende worden door kapt. J.C. Caspers, terwijl in de eerste dagen der volgende maand op dezelfde werf de kiel zal worden gelegd en de stevens zullen worden gericht van een schoener-brikschip, voor dezelfde vaart bestemd, onder dezelfde boekhouders, genaamd de STAD MEDEMBLIK, groot ongeveer 150 last en gevoerd zullende worden door kapt. J. Visser.


 MCO - Middelburgsche Courant

De notaris D.J. van de Horst Serlé zal op woensdag 7 febr.1855 des voormiddags ten 11 ure, aan het Hoofd te Arnemuiden, in het openbaar aan de meest biedende, verkopen een aldaar liggende boeierschuit, genaamd DE JONGE CATHARINA en daarna afzonderlijk de tot die schuit behorende inventaris als: ankers, zeilen, touwwerk en verdere benodigdheden.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. De notaris G. Zandstra te Balk zal op vrijdag de 9e februari 1855, des namiddags 5 uur, ten huize van de kastelein Wijbe Laffra te Sloten, finaal veilen en verkopen een hecht en best onderhouden overdekt tjalkschip, de DRIE GEBROEDERS genaamd, groot 77 ton, met complete inventaris, thans liggende aan de Veermanskaai te Sloten, eigen aan Johs. Sijbes Visser, dadelijk na de finale toewijzing te aanvaarden, waarop slechts geboden is de som van NLG 989.


07 februari 1855


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Er wordt te koop gevraagd een voor de houtvaart geschikte kof, neutrale vlag, ter grootte van ongeveer 150 à 200 Nederlandse zeetonnen, en met inventaris.
Adres bij Canne & Balwé, Geldersche Kade no. 100.


  JB - Javabode

Op de 22e januari, ’s morgens om 08.00 uur is de gezagvoerder van het alhier ter rede liggende schip AMBOINA, P.A. Schaap, vergezeld van de scheepsarts, de 3e stuurman en vier matrozen, op weg van boord naar de wal met de sloep omgeslagen, waarbij de gezagvoerder, de dokter en twee matrozen het leven hebben verloren.
Onbekendheid met de gewone landingsplaats aan de mond van de rivier was de oorzaak, dat de sloep in de zware en hoog staande branding eerst tegen de naar de haven liggende bank werd geworpen, en daarna omsloeg.
De drie personen die gered zijn hebben dat geluk te danken aan hun tegenwoordigheid van geest, doordien twee van hen, zijnde de derde stuurman en een matroos, zich aan de sloep, die nog verscheidene malen door de golven werd omgekanteld, hebben vastgehouden, waardoor zij, na verscheidene malen door de golven heen en weer gesleept te zijn eindelijk met de sloep aan het strand zijn geworpen.
Een andere matroos heeft met behulp van één der riemen van de sloep zich vijf uur boven water gehouden, en is toen op drie palen oostwaarts van Bezoekie aan wal gekomen.
Het ongeluk van boord van het vaartuig waargenomen zijnde, heeft de tweede stuurman, vergezeld van de bootsman en vier matrozen in een andere boot hun makkers te hulp willen komen, doch ook hun boot geraakte door de zware branding op het strand, waarbij echter geen der opvarenden enig letsel bekomen heeft.
Het schip, welks equipage met negen matrozen verminderd was, heeft door het uitwerpen van twee ankers tot dusverre weerstand kunnen bieden aan de sinds drie dagen hoge zee, waardoor de communicatie met de wal belet wordt, zodat de eerste stuurman zich met slechts de helft der manschappen aan boord bevindt. De namen der verongelukten zijn, volgens opgave van de geredde manschappen, gezagvoerder P.A. Schaap, Bonifacius Setteler doctor, vermist, Harmen Eikema Nzn., vermist, Jan Couman, Adrianus Lezer, wiens lijk heden is opgevist.
Het schip behoort aan de heren A. van Hoboken & Zonen te Rotterdam, en is door de Nederlandsche Handel-Maatschappij bevracht.


  JB - Javabode

Batavia, 5 februari. Gisteren is hier aangekomen de Nederlandse bark BURGEMEESTER VAN REENEN, kapt. Van der Meer van Kuffelen, de 22e december vertrokken van Melbourne.
Heden is hier aangekomen de Nederlandse bark AMICITIA, kapt. Jan Janse, de 7e oktober vertrokken van Amsterdam.


08 februari 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Ramsgate, 5 februari. Alhier is aangebracht een gedeelte van het tuig en de inventaris, zo mede 30 vaten lijnzaad, van de op het Goodwind Sands verongelukte Nederlandse schoener LUMMINA, kapt. H.J. Brouwer – zie ons nommer van 6 dezer. Ook te Broadstairs zijn 30 vaten lijnzaad aangebracht.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rye, 4 februari. Het Nederlandse schip CONCORDIA, kapt. van Santen, van Liverpool naar Dordrecht bestemd, is alhier met verlies van zeilen, enz binnengebracht. Aangezien het lopend tuig bevroren was en dien tengevolge de zeilen niet gegeid of neergenomen konden worden, zo heeft men die weg moeten snijden, om de masten te behouden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Elseneur (opm: Helsingör), 30 januari. Het alhier gearriveerde Nederlandse schip (opm: schoenerkof) HILKE, kapt. P.H. Wey, van Danzig (opm: Gdansk) naar Antwerpen bestemd, is in de verlopen nacht door ijsgang driftig geraakt en heden morgen ten noorden van Kronborg aan de grond geraakt. (opm: zie NRC 090255)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Wivenhoe, 4 februari. Het schip PRECOSIA (opm: PRECIOSA?), kapt. Albers, van Londen naar Amsterdam, alhier met adsistentie binnengebracht – zie ons nommer van 4 dezer – is op last der admiraliteit, ter vergoeding van bergloon, in beslag genomen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 8 februari. De Belgisch-Hollandsche Spoorweg-Maatschappij is door aankoop in het bezit gekomen van de beide stoomboten AMICITIA 1 en 2, waarmede tot hiertoe de dienst tussen deze stad en Antwerpen werd waargenomen. Zij zullen na de hervatting der scheepvaart tussen Rotterdam en de Moerdijk, in verband met de spoortreinen van Antwerpen, in dienst gesteld worden.
De Nederlandsche Stoomboot-Maatschappij, die eertijds met de directie der AMICITIA 1 en 2 een overeenkomst heeft getroffen, is nog in het bezit van de concessie; het is echter onzeker of deze een nieuwe dienst op Antwerpen zal organiseren.


  DC - Dordtsche Courant

Advertentie. Te Amsterdam ligt in lading naar Java, om bij open water 15 maart te vertrekken: Het snelzeilend barkschip TIMOR, kapt. F. Agema, van Dordrecht. Adres: te Amsterdam bij J. Daniels en Zoon en Arbman, te Rotterdam en Dordrecht bij Visser en Van der Sande, of bij de kapitein aan boord.


 MCO - Middelburgsche Courant

Zeetijdingen. De 6e dezer is te Vlissingen voor Antwerpen bestemd ter rede en wegens ijsgang op de Schelde in de haven gekomen de Nederlandse schoener ARNOLDINA CATHARINA, gezagvoerder J.F. de Jonge, van Triëst met fruit.
Door een vijftigtal zeeschepen wordt thans de haven van Vlissingen, wegens ijsgang, gebruik gemaakt; zijnde een naar Hamburg, vijf naar Schiedam, een naar Brussel en de overige bodems naar Antwerpen bestemd.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Antwerpen, 6 februari. Het schip BERNARDINE, kapt. De Jong, van Memel (opm: Klaipeda) op hier bestemd, is in de nabijheid van de Sond verongelukt. (opm: zie volgend bericht)


09 februari 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Antwerpen, 7 februari. De bemanning van de kof BERNARDINA – zie ons vorige nommer – heeft zich volgens bericht van Elseneur (opm: Helsingör) in de boot gered en is aldaar aangekomen. Het schip, dat gekenterd in het ijs bezet ligt, zal wel waarschijnlijk totaal weg zijn. (opm: zie ook NRC 150255)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 8 februari. Uit Ter Heijden wordt d.d. 8 februari geschreven: Alhier is zo even, des middags 4 uur, een kof gestrand, welke geen vlag hebbende men dus niet weet tot welke natie zij behoort. De reddingsboot der Zuidhollandsche Maatschappij doet ijverige pogingen om het schip te bereiken, doch te vergeefs. Men zal trachten door een mortier een kogel met een lijn aan boord te brengen. Het water is wassende. Men vreest dat de equipage er niet van gered zal kunnen worden. De reddingsboot van Scheveningen was ook ter redding toegesneld, doch kon door het ijs de hoofden niet passeren. (opm: zie NRC 100255)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Elseneur (opm: Helsingör), 1 februari. De Nederlandse kof HILKE, kapt. Wey – zie ons nommer van gisteren – is vlot en in de haven gebracht. (opm: zie NRC 150255)


  LC - Leeuwarder Courant

Leeuwarden, 8 februari. Naar wij vernemen zal de reeds lang verwachte stoombootdienst tussen Dokkum en Leeuwarden vice versa eindelijk met het aanstaande voorjaar een aanvang nemen. De stoomboot is thans nog te Coblentz (opm: Koblenz, Rijnland-Palts) in aanbouw, doch zal tegen de gemelde tijd gereed zijn. (opm: zie LC 290655)


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Uit de hand te koop een hek-tjalkschip, genaamd de TWEE GEZUSTERS, groot 48 tonnen, met deszelfs toe- en aanbehoren, zo als het te Leewarden is liggende. Informatiën te bekomen bij R. Bloembergen Santee te Leeuwarden.


10 februari 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 9 februari. Zijn wij wel onderricht, dan is het gisteren nacht aan de reddingboot van Ter Heyden gelukt de equipage van het aldaar des namiddags gestrande scheepje (opm: zie NRC 090255 en 110255) te redden. De schipbreukelingen moeten zich niet minder dan 7 uren in het want hebben vastgeklemd gehouden. Het schip zelf was geheel onder water.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Brouwershaven, 9 februari. Het gisteren gearriveerde schip VEREENIGING, kapt. Fekkes, van Newcastle, heeft averij. (opm: zie NRC 120255)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Verkoping bij rechterlijk gezag van het brikschip CONJUNCTUR, uit Lübeck, liggende te Schiedam, met al deszelfs staand en lopend want, ankers, touwen, zeilen, en verdere scheepsgereedschappen ingevolge inventaris, gevoerd geweest door kapt. Conrad Lentz, en volgens meetbrief lang 25,00 ellen, wijd 5,82 ellen, hol 3,20 ellen, en alzo groot 109 lasten of 207 tonnen. Ten verzoeke van de heren Jansen & Van der Burg, kooplieden te Schiedam, ten deze domicilie kiezende ten kantore van de voor hen occuperende heer procureur Willem Simon Burger Junior, aan de Haringvliet, wijk 12, nommer 47 te Rotterdam.
Requiranten uit krachte van een vonnis, gewezen door de Arrondissements-Rechtbank te Rotterdam in dato 22 januari 1855, geregistreerd op de expeditie de 27e januari d.a.v. ten kantore van de heer ontvanger Van Berkel, gewezen in zake van hun ed. als eisers, en voornoemde kapt. Conrad Lentz als gedaagde, bij hetwelk deze is veroordeeld om aan de eisers te betalen een som van NLG 17.833, 31 wegens bodemarij-schuld met de interessen en kosten, en daarvoor genoemd schip, toebehoren, lading en vracht speciaal verbonden en executabel en daarna arrestanten op hetzelve schip en toebehoren.
De executanten hebben het voorschreven schip en toebehoren ingezet op en voor een som van NLG 1000.
De verkoop zal plaats hebben ter audiëntie van de Arrondissements-Rechtbank te Rotterdam op maandag de 5e maart 1855, des voormiddags ten elf ure.
(opm: bodemarij of bodemerij [van bodem = schip] omschrijft Mr. J.A. Molster als eene overeenkomst tussen een geldschieter en een geldopnemer, waarbij eene som gelds wordt opgeschoten, met beding van premie en onder verband van schip of goed of beide, met dat gevolg, dat indien het verbondene, geheel of gedeeltelijk, door toevallen op zee vergaat of vermindert, de geldschieter zijn recht op de opgeschoten penningen en op de premie verliest, voor zoover dit een en ander niet op hetgeen overblijft kan worden verhaald; maar indien het verbondene schip behouden ter plaatse zijner bestemming aankomt, de hoofdsom, benevens de premie moet betaald worden)


  DC - Dordtsche Courant

De Amsterdamsche Courant bevat de volgende bijzonderheden, betreffende de Rijn- en IJssel stoomboot-maatschappij, medegedeeld ter nadere bevestiging van een vroeger bericht, waarbij op gezag van verschillende aandeelhouders in gezegde maatschappij, de ontbinding derzelve werd aangekondigd, en zulks op grond, dat zij onder zo verregaande nadelige omstandigheden niet langer mag bestaan, blijkende 1° dat in de 17 jaren van het bestaan der maatschappij nagenoeg geen rente is betaald; 2° dat het maatschappelijk kapitaal van NLG 424.000,- totaal is verloren, omdat dit met de 4 stoomboten, gebouwen en de fabriek nog met NLG 50.000,- preferente schuld is bezwaard; 3° omdat uit de overgelegde balans van het laatste boekjaar 1853 blijkt, dat het batig saldo slechts bedraagt NLG 1.390,06; 4° omdat, zo als uit de kapitaal-rekening blijkt, de maatschappij is beneden de waarde, in art. 51 der statuten bepaald, n.l. 60 procent, waardoor de ontbinding als van zelve moet volgen, gesterkt door art. 47 van het wetboek van koophandel; 5° omdat de gevoerde administratie tot nog toe het bewijs heeft geleverd, dat de maatschappij schijnt te bestaan, om steden en enkele personen voordelen toe te voegen, ten koste der aandeelhouders.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Door verandering van betrekking uit de hand te koop een extra snel zeilend en goed onderhouden tjalkschip met een uitmuntende inventaris, groot 74 ton, hetwelk bij de laatst gehouden Yacht-club te Amsterdam de eerste prijs behaald heeft.
Informatiën bij K. Brink te Hoorn. Brieven franco.


 MCO - Middelburgsche Courant

Door het admiraliteitshof te Londen zijn de 3 dezer voor goede prijs verklaard de aldaar wegens schending der blokkade opgebrachte Nederlandse schepen VROUW ALIDA, gezagvoerder H.J. Lever, van Riga naar Zwolle (opm: zie NRC 090754 en 090555), en ANNEGINA JANTINA, gezagvoerder S.G. Oostra, van Riga naar de Maas (opm: zie NRC 130754); beide met de vracht, doch zijn de ladingen vrij gegeven tegen vergoeding der kosten van neming.
(opm: de kof ANNECHINA JANTINA, bouwjaar 1847, geladen met rogge, kapt. Simon Goukes Oostra, was 23 mei 1854 door het Engelse oorlogsschip ARCHER in beslag genomen onder beschuldiging van het verbreken van de blokkade voor Riga; tijdens de op 3 februari 1855 door de Admiralty Court Marshal gehouden veiling werd de kof gekocht door de firma Doyer & Kalff te Zwolle; de naam werd fractioneel gewijzigd in ANNACHINA JANTINA; kapitein Oostra behield nog kortelings het commando; zie verder NRC 230654, 260654, 130754)


  JB - Javabode

Advertentie. De ondergetekenden zullen op woensdag de 28e februari 1855 voor een der recherche pakhuizen aan de Kleine Boom, voor rekening van wie zulks mocht aangaan, publiek verkopen het gekoperd Engels barkschip JESSIE, groot 573,68 tons Engels register, in 1840 gebouwd, lang 119, breeds 27 en diep 20 Engelse voeten, benevens al deszelfs masten, rondhouten, zeilen, ankers, kettingen, barkas en sloepen, vaatwerk, scheepsprovisiën, enz. enz.
Vaupel & Co.


  JB - Javabode

Uit Melbourne wordt gemeld, dat de stoomboot WANGA WANGA het Nederlandse koopvaardijschip SCHIEDAM heeft gepraaid, zijnde de SCHIEDAM geheel ontmast geworden. (opm: mogelijk fregat STAD SCHIEDAM, bouwjaar 1836, kapt. T.A. Wulp)


  JB - Javabode

Batavia, 9 februari, Heden zijn hier aangekomen de Nederlandse barken ZEENIMPH, kapt. J.W.J. Witsen Elias, komende van Amsterdam, en ARDJOENO, kapt. S.R. Post, mede komende van Amsterdam.


11 februari 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 10 februari. Volgens brief van kapt. ter Huizen Kuiper, voerende het schip de LAUWERZEE, van Newcastle naar Nickerie, in dato Douvres (opm: Dover), 10 januari, had hij het naambord uit het galjoen (opm: uitbouw aan de boeg) verloren. (red: sedert te Douvres aangebracht, zie ons nommer van 5 dezer)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Linden, 8 februari. Het Nederlandse schip MARGARETHA JOHANNA, kapt. Schou, van Newcastle naar Soerabaija, hetwelk de 3e januari alhier lek binnenliep – zie ons nommer van 19 januari – heeft de lading ijzer gelost en is in het droge dok gehaald om nagezien te worden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Plymouth, 7 februari. De Nederlandse kof DOLPHIJN, kapt. Holman, van Livorno komende, welke de 5e dezer van hier naar Londen vertrok, is heden met verbroeide en omgeslagen (opm: overgegane) lading uit zee teruggekeerd.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 10 februari. Wij zijn verzocht het volgende extract (opm: uittreksel) te plaatsen uit een rapport van de heer W. van der Goes, directeur der reddingsboot te Ter Heyde, aan directeuren der Zuid-Hollandsche Maatschappij tot Redding van Schipbreukelingen alhier, gedagtekend Hondsholredijk (opm: Honselersdijk), 9 februari:
Gisteren namiddag (opm: 8 februari) ten ongeveer 2 ure strandde het kofschip KLAZINA MARGARETHA, kapt. Johan Heinrich Top (opm: Johan Hendrik Top uit Veendam), geladen met gerst van Tralenburg (opm: Trelleborg) in Zweden, bestemd naar Schiedam, en te huis behorende te Veendam in Groningen, na lang in de Noordzee te hebben gezworven en ten gevolge van bekomen lekkage. Het schip was vol water, de equipage afgemat en op levensbehoud bedacht. Men had besloten het schip op strand te zetten, doch het bleef bij laag water op de buitenbank zitten, alwaar de branding hevig was en het schip spoedig brak, zodat de equipage haar behoud zocht in het want, met hoop op redding, welke hoop evenwel flauw was wegens de grote afstand der redmiddelen. Intussen was van Ter Heyde het schip ontdekt en spoedig was de reddingboot, de mortier, enz, in beweging gesteld. Ten 3 ure ging de ijzeren boot bij dam no.16 – bijna een uur afstand van Ter Heyde – te water, bemand met 12 manschappen, vol goede moed. Men kwam door de eerste branding, die vrij hevig was, doch het was onmogelijk de buitenbank en het schip te naderen. De hevige zeeën die zij overkregen en later de afmatting en de koude, noodzaakten hen, hoewel niet ver van het schip verwijderd – het schip stond ongeveer 6 kabellengten (opm: ca. 1100 m.) uit de wal – naar het strand terug te keren, alwaar de bemanning verstijfd en doornat terug kwam. Een half uur later deed men een tweede poging met de ijzeren boot, nu bemand met 8 manschappen, gedeeltelijk anderen. Zee op zee kregen ze over en de riemen sloegen hun uit de handen. Men hield echter vol in de hoop op beter gevolg, maar de branding en de zee waren zo sterk, dat ook deze poging mislukte, onder de ogen van de in doodsangst verkerende en om hulp roepende schipbreukelingen en in het gezicht van een menigte toeschouwers, die allen ook de boot voor verloren hielden. Na vruchteloos pogen bereikte men het strand weder. De stuurman was gewond aan het oog, de overigen waren verlamd en verkleumd van koude en doornat.
De mortier werd toen geladen. Men wierp, maar helaas, de sterke wind in dwarse richting en de grote afstand waren oorzaak, dat de kogels het schip niet bereikten. De lading werd versterkt, doch toen braken de lijnen. Ook dit reddingmiddel mislukte dus en de equipage achtte zich verloren, even als de aanwezigen op het strand dit dachten.
De wind was NO met gereefde marszeilkoelte, de branding hoog en woest en het water wassende. Tegen 7 ure sloeg het schip over de buitenbank heen en raakte dwars en geheel onder water, kraakte hoe langer hoe meer, en men vreesde voor de val van de mast, als wanneer alles verloren zou zijn.
Het was intussen duister geworden. Op het strand werden vuren gestookt en lantaarns gebrand, ten einde de in doodsnood verkerende equipage te bemoedigen en haar te kennen te geven, dat nieuwe middelen tot haar redding werden beraamd. Inmiddels was het zo donker geworden, dat men het wrak niet meer kon zien. Ieder der aanwezigen deed zijn best om de equipage van de reddingboot moed in te spreken en op te wekken, en hierdoor aangevuurd, uitgerust en versterkt, besloot men een nieuwe poging te wagen. Ten 10 ure werd de boot andermaal te water gebracht, bemand met 7 koppen, waaronder een fikse nieuwe stuurman. Men stak van wal; vol moed en met inspanning van alle krachten trachtte men door de branding heen en achter het schip om te komen. Vier malen werd de boot vol water van het schip afgeslagen, de vijfde maal op het schip en daarna over het schip heen geworpen. Toen kreeg men een eind touw vast en in die toestand, welke hoogst gevaarlijk was, lieten de vier mannen der equipage van de kof zich langs de stag glijden en vallen, begrijpende, dat indien deze laatste poging mislukte, het met hen gedaan was aangezien de mast begon te wankelen en hun handen als bevroren waren. Deze poging nu gelukte, en men had de zelfvoldoening een voor een de vier mannen, waaruit de equipage bestond, te grijpen en in de reddingboot te halen, waarna men het wrak los liet en de boot liet drijven. Men was in het eerst niet in staat iets te doen. Enigszins hersteld zijnde, legde men de riemen uit en men had het geluk het strand te bereiken, waar iedereen alles voor verloren had gehouden. De manschappen van de kof zowel als van de boot was geheel uitgeput en bijna bevroren, zo zelfs, dat ze niet in staat waren te lopen en gedragen moesten worden. De redding werd alzo heden nacht ten half twee ure volbracht en de bevolking van Ter Heide beijverde zich om allen te ondersteunen en te helpen, hetgeen door de gehele equipage dankbaar werd erkend.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 10 februari. Heden is aan de fabriekswerf van de heren Paul van Vlissingen en Dudok van Heel te Amsterdam de kiel gelegd van een ijzeren stoomschroefschip, groot 550 tonnen, voor rekening van de aldaar gevestigde Stoom-Schroefschooner-Reederij in aanbouw en bestemd voor de vaart op Hull.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Alhier ligt in lading naar New York om spoedig na open water te vertrekken het nieuw gebouwd en gekoperd campagne barkschip VAN BOSSE, kapt. W. v.d. Hoeven. Adres Wambersie & Crooswijck. (opm: eerste reis)


12 februari 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Te Dordrecht ligt in lading naar Java om ultimo maart te vertrekken het naar het model van een beroemd Amerikaans scheepsbouwmeester nieuw gebouwd, gekoperd en kopervast medium-clipperschip KOSMOPOLIET, kapt. J. Bouten. Dit schip is geheel op de zeilage gebouwd en bevat buitengewoon ruime en met alle gemakken voorziene inrichtingen, in de campagne voor passagiers eerste klasse en in het tussendek voor passagiers tweede klasse, terwijl hetzelve alsmede voorzien is van een bekwame scheepsdokter. Voor nadere inlichtingen vervoege men zich bij de kapitein aan boord, of te Amsterdam bij de heren J. Daniels & Zoon & Arbman, te Antwerpen bij de heren Ch. Grisar en W.J. Marsily, en te Rotterdam en Dordrecht bij de heren Visser & Van der Sande, waar mede inzage te bekomen is van de tekening van schip en betimmering.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Brouwershaven, 8 februari. Het schip VEREENIGING, kapt. Fekkes, van Newcastle met steenkolen naar Rotterdam, is heden bij het opzeilen naar de binnenrede, door het kofschip WILHELMINE JOHANNA, kapt. Heersma, aangezeild; waarbij eerstgemelde belangrijke schade aan het schip en tuigage heeft bekomen. (opm: zie NRC 100255, DC 130255 en NRC 190255)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlissingen, 9 februari. Heden morgen hebben zich experten aan boord begeven van het kofschip TREKVOGEL, gevoerd door kapt. M. Lovius, en hebben zij de lading rogge in zulk een broeiende staat bevonden, dat tot een onmiddellijke ontlossing moet overgegaan worden. Deze bodem, naar Antwerpen bestemd, wordt wegens ijsgang hier ter rede opgehouden.


13 februari 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 12 februari. De ’s-Gravenhaagsche Nieuwbode, hulde brengende aan de bootsgezellen en andere personen, onder directie van de heren secretaris en ontvanger der gemeente Monster, die in de nacht van donderdag op vrijdag de equipage van een onder Ter Heijden gestrande kof hebben gered – zie ons nommer van gisteren – meent echter niet te mogen verzwijgen, dat de Scheveningse bootslieden, die geheel buiten hun schuld verhinderd werden verder te komen dan het eerste stenen hoofd, op het strand zijn verbleven en nog bij vallend water, ten 10 ure ’s avonds, pogingen hebben willen aanwenden om het schip te bereiken, waarin zij echter belet zijn. Het blad verneemt, dat het een onmogelijkheid was met wagen en paarden verder te komen dan de hoofden, vermits de opening, die voor vaartuigen tussen de hoofden en de duinen moet bestaan, door ijs en sneeuw was verstopt. Alleen de vermelding van dit verzuim zal voldoende zijn om hen, die belast zijn te zorgen, dat men het strand met wagen en paarden kan berijden, voor het vervolg oplettender doen zijn. Het schip (opm: KLAZINA MARGARETHA, zie NRC 110255), zijnde een Groninger kof, was gevoerd door kapt. Top, komende van Tralienborg (opm: Trelleborg)bestemd naar de Maas en geladen met gerst. Men vreest, dat van de lading niets of slechts weinig zal gered worden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Texel, 11 februari. Het schip (opm: schoenerkof) HENDRIKA GESINA, kapt. H.H. Kwint, van Koningsbergen (opm: Kaliningrad) naar Groningen, is alhier als bijlegger met schade aan de lading binnengelopen.


  DC - Dordtsche Courant

Brouwershaven, 9 februari. Gisteren alhier aangekomen: VEREENIGING, kapt. F. Fekkes, van Newcastle, WILHELMINA JOHANNA, kapt. H.H. Heerma, van Memel, beiden naar Rotterdam: MARIA ELIZABETH, kapt. Tjakkes, van Randers naar Schiedam. De twee eerstgenoemde schepen zijn binnen Dwars in den Weg in aanzeiling geweest, hebbende de eerstgenoemde daardoor zware averij bekomen. De VEREENIGING is eindelijk tegen de SUMATRA gekomen, die daardoor ook enige niet belangrijke schade heeft bekomen.
(zie ook NRC 120255)


 MCO - Middelburgsche Courant

Volgens bericht van de gezagvoerder Van Wulven uit Samarang van 6 januari l.l, was het barkschip MARIA toen voor twee derde reeds beladen en hoopte hij half januari de terugreis te kunnen aannemen. Onder de equipage waren enige zieken en ongestelden geweest, doch reeds aan de beterhand; overigens was alles wel aan boord.


 MCO - Middelburgsche Courant

Het schip (opm: kof) LIBRA, gezagvoerder H.R. Giezen, van Vlissingen naar Antwerpen opgevaren zijnde, heeft bij Neuzen (opm: Terneuzen) aan de grond gezeten en zware lekkage bekomen.


 MCO - Middelburgsche Courant

Gisteren is te Veere ter rede gekomen de Nederlandse schoener DE BURGER, gezagvoerder P.J. Bartelse, van New Castle naar Middelburg met steenkolen.


14 februari 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 13 februari. Men verneemt, dat door het Engelse Admiraliteitshof het schip (opm: kof) JEANNE MARIE, kapt. Kolle, van Riga naar Amsterdam, dat te Londen opgebracht is, prijs is verklaard. De lading zal echter tegen vergoeding der onkosten vrij gegeven worden. (opm: zie NRC 110754 en 140255)


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Uit de hand te koop een welbezeild, goed onderhouden kofschip, groot 152 gemeten tonnen, ladende circa 100 rogge-lasten. Te bevragen bij de cargadoors Kranenborg & Zoonen te Amsterdam.


  JB - Javabode

Advertentie. De resident van Soerabaija maakt bekend, dat op de 24e februari e.k. in het openbaar zal worden verkocht de gouvernements-schoener DORIS, zo als die hier is liggende in het bassin, met dies tuig en inventarisgoederen.


15 februari 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Elseneur (opm: Helsingör), 3 februari. De schepen HISKIA, kapt. J.B. Mulder, van Norrköping naar Engeland (opm: zie NRC 080355) en HILKE, kapt. Wey, van Dantzig (opm: Gdansk) naar Antwerpen, zijn hier liggende (opm: wegens ijsgang), de laatstgemelde heeft bij Kronborg aan de grond gezeten – zie ons nommer van 9 februari – doch geen schade bekomen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Elseneur (opm: Helsingör), 3 februari. Het schip BERNHARDINA (opm: ook BERNARDINE), kapt. De Jong, van Memel (opm: Klaipeda) naar Antwerpen, bij Lapgrond door het volk verlaten – zie onze nommers van 8 en 9 dezer – is door enige loodsen te Hornbeck (opm: Hornbæk, 56º05’ N.B. 12º27’ O.L.) aan strand gebracht, alwaar de lading beschadigd gelost wordt. Wat er van het schip zal worden, is nog zeer twijfelachtig. De equipage is alhier aangekomen. (opm: zie NRC 140355)


  DC - Dordtsche Courant

Hellevoetsluis, 13 februari. Gisteren is er een kof op de Ooster aan de grond geraakt; de naam is nog onbekend. De wind N.O. De rede is overdekt met ijs.


  DC - Dordtsche Courant

Brielle, 13 februari. Van de kijkpaal is een inkomende kof te zien. Liggende achter de hoek van Holland. Morgen zal men trachten dezelve bij het houten baken te bergen.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. De notaris J. Piccardt, te Hoogezand, zal ten verzoeke van zijne principalen, op dinsdag 20 dezer des avonds om zes uur, ten huize van de logementhouder K.J. Neven, te Hoogezand, publiek presenteren te verkopen om contant geld het in den jare 1847 nieuw uitgehaald en welonderhouden Nederlands kofschip EMILIE, groot 109 tonnen, met des zelfs complete inventaris, laatst gevoerd door kapt. H.P. Heikema, van Appingedam en thans liggende te Delfshaven aan de scheepswerf van de heer De Haan, alwaar het dagelijks is te bezichtigen. (opm: de schoenerkof werd op 23 april opnieuw in veiling gebracht; kopers, voor NLG 8.600, werden Gebr. Goedkoop, Amsterdam 3/4e part en P. Visser Azn, Sliedrecht; nieuwe scheepsnaam NOORDSTER, kapt. Jacob Goedkoop)


17 februari 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Kinsale, 12 februari. Het te Dordrecht te huis behorende barkschip URANIA, kapt. P. Klein, van Liverpool met een lading stukgoederen naar Dordrecht bestemd, is hier lek en, na een gedeelte der lading over boord geworpen te hebben, binnengelopen. Morgen zal het schip nagezien worden.

DC 170255
Brouwershaven, 14 februari. Op de Ooster is een kof aan de grond geraakt, de naam onbekend. De reddingssloep is er naar toe tot assistentie. Veel drijfijs op stroom.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Binnen kort zal, op nader te bepalen tijd en plaats (opm: zie AH 050355) te Delfzijl, publiek worden verkocht het wel onderhouden en sterk gebouwd Nederlands kofschip, genaamd UDONIA, groot 158 zeetonnen, met complete inventaris, thans liggende in de haven van Delfzijl en laatst bevaren geweest door de scheepskapitein J.C. Eilts.
Delfzijl, 12 februari 1855, Mr. H.J. Offerhaus, notaris.


18 februari 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Mauritius, 7 december. De Nederlandse bark NAGASAKI, kapt. F.A. Bunnemeijer, van Londen naar Melbourne bestemd, welke alhier de 7e oktober met schade binnenliep – als vroeger gemeld (opm: NRC 221254) – heeft de reparatiën bijna geëindigd.


19 februari 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 18 februari. Wij zijn verzocht het bericht uit Brouwershaven, voorkomende in ons nommer van 12 dezer, in zo verre te rectificeren, dat niet het schip VEREENIGING door de WILHELMINA JOHANNA, maar de laatste door de eerste is aangezeild.


20 februari 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Shields, 16 februari. De Nederlandse kof CHRISTINA CATHARINA, kapt. Hazewinkel, welke hier gisteren avond van Zwolle arriveerde, heeft een zware stortzee overgehad, waardoor de kajuit vol water geslagen is.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Aalborg, 14 februari. De Nederlandse kof KLAZINA ELISABETH (opm: KLASIENA ELISABETH), kapt. O.E. Mulder, welke, zo als vroeger gemeld, bij Grönhoi (opm: Gronhoj; Jammerbocht; 57º18’ N.B. 09º39’ O.L.) gestrand is – zie ons nommer van 21 december (opm: en 7 januari 1855) – is voor αςβ 3200 (opm: thalers), inclusief alle kosten, verkocht.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Friedrichstadt, 14 februari. Alhier overwinteren de schepen ENGELINA MEINDERDINA, kapt. Swienk, van Odense naar Nederland, MARGRIETHA, kapt. Hangelbroek, van Dantzig (opm: Gdansk) naar Brussel, ELSINA CATHARINA, kapt. Scholtens, van Koningsbergen (opm: Kaliningrad) naar Londen, KARSINA, kapt. Waterborg, van Karrebecksminde naar de Maas, en GESINA, kapt. Banting, van Odense naar dito (opm: Maas).


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Elseneur (opm: Helsingör), 6 februari. Men heeft gisteren de geborgen lading – 800 ton (opm: vaten) zaad – van het alhier verongelukte schip BERNARDINA, kapt. De Jong – zie ons nommer van 9 dezer – in publieke veiling verkocht. (opm: zie ook NRC 240255)


21 februari 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 20 februari. De rederij van het Nederlandse schip (opm: bark) FACTORIJ, kapt. Janzen, bestemd via Liverpool naar Batavia, thans liggende in de buitenhaven van het Voornsche kanaal, heeft het uitijzen (opm: in open water brengen) en in zee brengen van die bodem aanbesteed voor een som van zevenhonderd gulden; het ijs is gebroken en het schip ligt reeds aan de mond van de haven, doch het menigvuldige drijfijs maakt het vooralsnog onmogelijk om het naar zee te brengen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Carthagena, 8 februari. De Nederlandse schoener NIJVERHEID, kapt. A.A. Metus, welke de 24e januari van Livorno naar Antwerpen vertrok, is door hevig stormweder belopen, heeft daarin een zwaar lek bekomen, en is dientengevolge genoodzaakt geworden alhier eergisteren binnen te lopen. Het schip zal moeten lossen om te repareren. (opm: zie NRC 110355)


  JB - Javabode

Advertentie. Op heden ontving ik de voor mij en mijn familie zo hartverscheurende tijding, dat mijn zoon P.A. Schaap, gezagvoerder van het Nederlandse schip AMBOINA, de 22e dezer bij het naar de wal varen van de rede van Bezoekie door het omslaan der sloep op bijna 29 jarige leeftijd zijn graf in de golven heeft gevonden.
Soerabaija, 25 januari 1855, A. Schaap, gezagvoerder van het Nederlandse schip BEZOEKIE. (opm: bekort)


  OP - Oostpost

Soerabaija, 21 februari. Men schrijft ons uit Rembang, dat deze plaats zo wel als het Gouvernement in het vertrek van de kundige en bekwame scheepsbouw- meester de heer Broekhoff een groot verlies heeft geleden. Gedurende 18 jaren heeft de heer Broekhoff, onder de firma Browne & Co., hier in Indië den lande gewichtige diensten bewezen, getuige de menigvuldige vaartuigen van allerlei charter, welke door de zorg van gemelde heer te Dassoon goedkoop en goed zijn afgebouwd, waardoor hij zich dan ook het vertrouwen van het Gouvernement heeft weten te verwerven. Wij wensen hem en zijn familie een voorspoedige reis naar het vaderland.


  OP - Oostpost

Advertentie. Vendutie. Op een nader te bepalen dag zal alhier bij publieke veiling worden verkocht het alhier ter rede liggend Engels brikschip VOLANTE, met deszelfs rondhouten, tuig, zeilen, ankers, kettingen en verdere inventaris, zo als hetzelve hier te rede is liggende. Nadere informatiën te bekomen ten kantore van de agenten, Frazer, Eaton & Co. (opm: zie JB 140455 en OP 020555)


23 februari 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Portsmouth, 17 februari. De Nederlandse hoeker VERWISSELING, kapt. Riedijk, van Newcastle naar Lissabon, is hier lek binnengelopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Wells, 19 februari. Het alhier gestrande schip DIANA, kapt. D.D. Visser – zie ons nommer van 6 dezer – heeft in de laatste tijd zoveel geleden, dat het hoogstwaarschijnlijk totaal zal verloren zijn


24 februari 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 23 februari. Van het op de 20e december 1854 van Hellevoetsluis naar Sunderland uitgezeilde brikschip WILLEM JAN (opm: ex AGENORA, b.j. 1827), kapt. H. Baggus, is sedert niets meer vernomen. Dit vaartuig is dus ongetwijfeld met man en muis een prooi der golven geworden. Hetzelve behoorde aan de rederij van de heren Betz & Co te Vlaardingen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Elseneur (opm: Helsingör), 16 februari. Het wrak van het alhier gestrande schip BERNARDINA, kapt. De Jonge – zie ons nommer van 20 dezer – zal heden met anker en ketting publiek verkocht worden.


  DC - Dordtsche Courant

Wells, 19 februari. De DIANA van Dordrecht, kapt. Visser (opm: schoenerbrik, bouwjaar 1847; kapt. D.D. Visser), op 22 januari op de kust bij Burnham, gestrand, is geheel verongelukt.


  DC - Dordtsche Courant

Queenstown, 18 februari. Het schip LYRA (opm: buitenlander), kapt. Bell, van Akyab naar Amsterdam bestemd, is hier heden met schade aan het roer binnengelopen.


  JB - Javabode

Batavia, 24 februari. Naar wij vernemen heeft Zr.Ms. stoomschip BORNEO, commandant luit.t.zee 1e klasse Uhlenbeck, op de 15e februari van Samarang herwaars gestoomd, op de hoogte van Indramayoe op een klip gestoten, waardoor het zulk een zwaar lek bekwam, dat het zich op dat ogenblik in zeer hachelijke toestand bevond. Zr.Ms. stoomschip ETNA, commandant luit.t.zee 1e klasse P.A. Mathijsen, zich in de nabijheid bevindende, heeft die bodem daarop op sleeptouw genomen en naar Onrust gesleept om de nodige herstellingen te ondergaan.


  JB - Javabode

Op de 30e januari ll. is op de riffen van het Prinsen Eiland totaal vergaan de Olderburger brik VISURGIS, kapt. A.G. Hayssen, op reis van China naar Londen.
Terwijl het schip binnen weinige uren geheel werd verbrijzeld, hebben de opvarenden ten getale van 10 en een passagier, zich door zwemmen naar het Prinsen Eiland kunnen redden; alleen van enig, van het verbrijzeld schip aangespoeld, voedsel moesten zij aldaar 16 dagen leven, zonder door een der vele straat Sunda in en uitgaande schepen te worden opgemerkt. Na eindelijk een vlot vervaardigd te hebben, is een gedeelte der manschap met deze naar de wal van Java overgestoken en mocht gelukkig de Meeuwen baai bereiken. Aldaar vonden zij bij het Inlands hoofd en de inwoners de beste ontvangsten spoedige hulp en werden de 11 schipbreukelingen achtereenvolgend afgehaald en naar Tjiringin vervoerd alwaar zij door de assistent resident en andere ingezetenen alleredelmoedigst onthaald en van het nodigste voorzien werden.
De ongelukkigen zijn laatstleden zondagavond in een prauw ter rede van Batavia aangekomen, doch hebben van de schipbreuk niets gered, zodat zij zichzelf met enige aangespoelde doeken tegen de invloed van het weder moesten wapenen.


26 februari 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Malaga, 13 februari. Het Nederlandse schip TEXEL, kapt. Scherpbier, van Napels naar Suriname, is hier gisteren met ernstige schade binnengelopen. Het schip bekwam die averij de 25e januari in een aanzeiling met de Engelse bark FANNY, van Shields naar Genua, op de hoogte van het eiland Ivica (opm: Ibiza). Twee man der FANNY zijn op de TEXEL overgesprongen, en men vreest, dat het Engelse schip gezonken is.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Men vraagt uit de hand te koop een schoenerschip, circa 100 rogge-lasten groot. Opgaven van prijs en verdere bijzonderheden franco onder letter D.K. aan de boekhandelaar P.M. Bazendijk te Rotterdam.


27 februari 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Lissabon, 19 februari. Het schip LOUISA SOPHIA, kapt. Hollander, van Jersey naar Cardiff bestemd, is de 16e dezer alhier binnengelopen. (opm: vermoedelijk geheel verwaaid als gevolg van zware NW-stormen)


  DC - Dordtsche Courant

Dordrecht, 26 februari. Directeuren der te Rotterdam gevestigde Zuid-Hollandsche Maatschappij tot Redding van Schipbreukelingen, hebben in hun jongste vergadering besloten te doen uitreiken: aan W.F. Broeksmit, voerende het Nederlands koopvaardij-fregatschip BATO, te huis behorende te Dordrecht, de gouden medaille, en aan zijn stuurman A. van der Eijk de zilveren medaille, benevens loffelijke getuigschriften aan hen toegekend, voor het redden der equipages, als: op 2 juli, die van het de 25 juni gestrande Engelse fregatschip FATYMA, gevoerd door W. Hardie, komende van Melbourne en bestemd naar Singapore, bestaande in drieëntwintig personen; op 4 juli, de equipage, bestaande in twaalf personen benevens kapiteinsvrouw en drie kinderen, van het op de 20 juni gestrande Engelse barkschip THOMASIN, kapt. Holmes, komende van Sydney en bestemd naar Singapore; op 8 juli, de equipage, bestaande in dertien personen, van het op de 28 juni gestrande Engelse schip ELISABETH, gevoerd door kapt. H. Churchill, komende van Melbourne en bestemd naar Moulmain, welke schepen in de Torres-straat zijn gestrand, en waarvan de bemanningen zich op Raine-, Bird- en Booby-eiland en gedeeltelijk in de sloepen bevonden, en welke schipbreukelingen hij, na 6 juli 11 personen aan het schip ROYAL EXCHANGE overgegeven en de overigen aan zijn boord met zeemanshartelijkheid verpleegd te hebben, de 25 juli te Batavia veilig heeft aan wal gezet, terwijl vier apprentices (opm: leerlingen) van het schip FATYMA mede naar Nederland zijn vervoerd, die bij hun aankomst dadelijk de reis naar Engeland hebben vervolgd.
NRC 280255
Kertch (opm: Kertsj, Krim), 30 januari. Het alhier ter rede liggende Nederlandse schip (opm: bark) JOHANNA MARGARETHA, kapt. J. van Dalen, is door ijsgang van de ankers gedreven en ligt nu bij Camishburum (opm: Kamish Burun, thans Arshintsevo, Krim) zeer gevaarlijk in het ijs bezet.


28 februari 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Livorno, 19 februari. De alhier van Amsterdam gearriveerde schepen GEBROEDERS ZELLING (opm: galjoot), kapt. J.D. Hochland, en JANTINA, kapt. De Vries, hebben schade aan de lading.


  JB - Javabode

Batavia, 27 februari. De 24e dezer zijn hier aangekomen de Nederlandse barken VOORWAARTS, kapt. G.F. Bus, de 12 januari vertrokken van Melbourne, REMBRANDT VAN RHIJN, kapt. Van Wijngaarden, de 15e januari vertrokken van Sydney, en PER ASPERA AD ASTRA, kapt. J. Admiraal, komende van Rotterdam.
Gisteren zijn hier aangekomen de Nederlandse barken AZIA, kapt. C. Abrahams Jr., de 15e november vertrokken van Amsterdam, PALEMBANG, kapt. J. Hoekstra, de 17e november vertrokken van Rotterdam, CORNELIS GIPS, kapt. Van Ryn van Alkemade, de 26e januari vertrokken van Melbourne, LAURA EN ADELE, kapt. J.F. Donema, de 11e november vertrokken van Amsterdam, JAVA KOERIER, kapt. J.G. Kunst, komende van Liverpool, TAGAL, kapt. J.F.H. Göbel, komende van Australië, en WILHELMINA, kapt. J.C. van der Zweep, komende van Rotterdam.


01 maart 1855


  DC - Dordtsche Courant

Corunha, 16 februari. De bark THETIS (opm: buitenlander), van Cardiff naar Californië is op 2 februari gezonken. De equipage is gered.


02 maart 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 1 maart. Het schip (opm: schoener) CORNELIA WILHELMINA, kapt. G. Hoeksma, van hier naar Konstantinopel (opm: Istanbul), is volgens brief van de kapitein in dato 13 februari, de 10e dito dwars van Gallipoli (opm: Dardanellen, 40º24’ N.B. 26º40’ O.L.) aan de grond vastgeraakt, doch, na een gedeelte der lading gelost te hebben met adsistentie van manschappen, daartoe door de Nederlandse consul te Gallipoli afgezonden, weder in vlot water gebracht. Het schip was dicht gebleven, had niets geleden en zou, na de lading weder ingenomen te hebben, de reis voortzetten.


03 maart 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hellevoetsluis, 2 maart. Het schoenerschip ST. HELENA, kapt. M. Sterkenburg, van Batavia naar Rotterdam, gisteren bij Scheelhoek aan de grond geraak, is heden nacht met adsistentie vlot en ten 3 ure op de rede ten anker gekomen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Falmouth, 27 februari. Heden zijn alhier in averij binnengelopen de Nederlandse schepen ANNA MARIA, kapt. Muntendam, en URANIA (opm: bark), kapt. J.C. Stapert, beide van Suriname naar Amsterdam bestemd. Eerstgenoemd schip heeft de verschansingen, zeilen, boten, kombuis, watervaten enz. verloren, en laatstgenoemde, die mede de boten en verschansingen verloor, heeft bovendien nog de beide masten gekraakt en is lek.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Scilly (opm: Zuid-Ierland), 26 februari. Het Nederlandse schip (opm: kof) GEERTRUIDA HENDRIKA, kapt. J.C. Voorzee, van Malaga naar Liverpool bestemd, is hier eergisteren met verlies van rondhout, boten en anker en andere schade binnengelopen. (opm: zie NRC 080355)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Corunna (opm: La Coruña), 18 februari. Het Nederlandse fregatschip ADMIRAAL TROMP, kapt. J. van Tubergen, van Batavia naar Amsterdam, is hier gisteren lek binnengelopen en zal moeten lossen om te repareren.


  JB - Javabode

Batavia, 1 maart. Heden is hier aangekomen de Nederlandse bark WILDEMAN, kapt. S. Berkelbach, de 29e oktober vertrokken van Rotterdam.


04 maart 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 10 januari. Scheepsvrachten. Sinds ons laatste bericht zijn door de Factorij alhier nog de navolgende schepen bevracht, als SARA JOHANNA, GRAAF VAN NASSAU, CHRISTIAAN HUYGENS, GEZINA, CAMELEON en PRINCES CHARLOTTE, alle tegen NLG 120 per last zonder meer naar Nederland, terwijl later nog de SARA LYDIA genomen werd tot NLG 115 zonder meer om alhier vol te laden. De NEHALENNIA is bestemd naar Akyab (opm: Sittwe) om een lading rijst voor Bordeaux, en de JAQUELINE EN ELISE naar dezelfde plaats voor reders rekening. De BEZOEKIE zal waarschijnlijk te Bezoekie (opm: Besuki) lading bekomen. Ter bevrachting blijven nog aangeboden de GERTUDE, QUATRE BRAS, OOST INDIEN en AUSTRALIE.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Openbare vrijwillige verkoping, in één zitting. De notarissen Dalen en Lambert, residerende te Rotterdam, als last hebbende van derzelver principaal, zijn van mening om op dinsdag de 13e maart 1855, des middags ten 12 ure precies, in het lokaal der publieke verkopingen, aan de Geldersche Kade te Rotterdam, in één zitting publiek te veilen en aan de meestbiedende of eerstmijnende te verkopen een hechte, sterke, welbetimmerde, overdekte hektjalk, genaamd MARTHA JOHANNA, bevaren wordende door de eigenaar Jacob Jans Wester en thans liggende in de Leuvehaven, nabij de Leuvebrug te Rotterdam; lang 11 ellen, 33 duimen, wijd 3 ellen, 37 duimen en hol 1 el, 55 duimen, en over zulks groot 59 tonnen volgens meetbrief van dato 3 mei 1854; zulks met deszelfs rondhout, staand en lopend want, zeilen, ankers, kabels, touwwerk en verdere inventaris. Dadelijk te aanvaarden.
Zijnde dat schip inmiddels uit de hand te koop.
Nadere informatiën begerende, adressere men zich ten kantore van de voornoemde Notarissen Dalen en Lambert, aan de Zuidblaak te Rotterdam.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Kilrush (opm: Clare, Ierland), 27 februari. Het schip (opm: kof) HELENA THECLA, kapt. H.F. Diepenbroek, van Palermo naar Liverpool, is in de nacht van 25 op 26 dezer in een zware mist in Doonbly-Bay (opm: Doonbeg Bay, 52º44’ N.B. 09º32 W.L; Ierse Westkust !) gedreven en ligt aldaar zeer gevaarlijk. Wanneer evenwel het weder met een ZO. of O. wind bedaard blijft, dan zal het schip er nog wel uit te brengen zijn. (opm: zie NRC 110355 en 140455)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 9 januari. Het te Rotterdam te huis behorende barkschip JACATRA, kapt. Th. Buijs Jz, welk laatstelijk voor de tweede maal met schade en lek alhier uit zee terugkwam (opm: zie NRC 181154 en DC 180155) , zal de 16e dezer publiek worden verkocht.
(opm: de bark, bouwjaar 1839, werd verkocht, ongetwijfeld binnen Oost-Indië, zie DC 030455; de teruggezonden zeebrief bereikte Den Haag op 25 juni)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Canton, 15 januari. De Nederlandse bark ALMELO, kapt. Aufnorth (opm: B. Auffmorth), is alhier gecharterd à $ 1500 per maand en de JOHANNA (opm: bark), kapt. J. Bik, à $ 1400; de eerste voor een en de laatste voor twee jaren. Mocht men de schepen naar Australië of San Francisco bestemmen, dan zullen zij daarvoor $ 400 en $ 200 extra genieten.
De Nederlandse bark MERCATOR is via Amoy naar Java bevracht voor NLG 15000, en van daar naar Holland à NLG 95 per last. (opm: de in dit bericht genoemde dollars zullen waarschijnlijk Mexicaanse dollars zijn)


05 maart 1855


  AH - Algemeen Handelsblad

Uit Melbourne wordt geschreven, dat het Nederlandse barkschip AUSTRALIË, kapt. D.B. Jochems, met 266 passagiers van Londen komende, na 88 dagen reis aldaar was aangekomen. De passagiers hebben aan de kapitein, als blijk van erkentelijkheid voor de goede zorgen en verpleging aan boord van zijn schip genoten, een gouden horologie ten geschenke aangeboden, vergezeld van een buitengewoon hoffelijk schrijven.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Mr. H.J. Offerhaus, notaris te Delfzijl, zal als lasthebbende van zijn meesters op donderdag 15 maart 1855, des voormiddags ten 11 ure, ten huize van de logementhouder G. ter Steeg te Delfzijl, publiek veilen en verkopen het wel onderhouden en sterk gebouwd Nederlands kofschip, genaamd UDONIA, groot 158 zeetonnen, met complete inventaris, thans liggende in de haven van Delfzijl, en laatst bevaren geweest door de scheepskapitein J.C. Eilts. De veilconditiën, alsmede de inventaris, zullen bij tijds ter inzage liggen ten kantore van bovengenoemde notaris, terwijl dienaangaande almede nader onderricht is te bekomen bij de heren Canne & Balwé te Amsterdam, en Kuyper, Van Dam en Smeer te Rotterdam. (opm: het schip, bouwjaar 1828, werd gekocht door H.T. Doornbosch en kapt. O.B. Vos; nieuwe scheepsnaam ANNETTE CORNELIA)


06 maart 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Antwerpen, 4 maart. Het schip (opm: bark) H. LIDUNA, kapt. P. Lommerse, van Akyab (opm: Sittwe) alhier binnen, is in het dok op zijde gevallen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 5 maart. Wij vernemen, dat het de heer J.P. Dudok van Heel, thans in Egypte, is mogen gelukken voor de firma Paul van Vlissingen & Dudok van Heel te Amsterdam door een tussenkomst en ijverige bemoeiingen van de consul-generaal der Nederlanden, de heer S.W. Ruyssenaars te Alexandrië, een contract met de pacha van Egypte te sluiten voor de levering van sleepboten en ijzeren lichters tot daarstelling ener stoomsleepdienst op de Nijl.


07 maart 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 6 maart. Aangaande het schip (opm: bark) LUCONIA, kapt. E.J. Bödeker, van Tjilatjap (opm: Cilacap) naar Rotterdam, te Brouwershaven binnen, wordt volgens brief van Rotterdam van 5 dezer gemeld, dat het van 15 tot 19 februari voortdurend slecht weder doorgestaan en daardoor veel schade bekomen had. De 16e februari was het op zijde geworpen, waardoor 3 à 4 voeten water in het schip kwam en men veel koffij pompte. De lading is zo zwaar broeiende, dat de damp door het volkslogies opstijgt.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 6 maart. Volgens brief van kapt. F.H. Groote, voerende het schip (opm: bark) ZORGVLIET, van New York herwaarts gedestineerd, in Texel binnen, had hij gedurende de gehele reis veel storm doorgestaan. Op de gronden had hij een stortzee over gehad, waardoor de stutten en rusten aan bakboordzijde naar binnen geslagen, en de boot, de sloep, de kajuitskap en de kombuis verbrijzeld waren en de deklast over boord was geworpen. Het schip had 5 à 6 voeten water in het ruim gekregen en door zwaar werken veel geleden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Antwerpen, 5 maart. De Nederlandse bark COMMERCIE COMPAGNIE, kapt. J.H. Horn, van Havana met een lading suiker naar deze stad bestemd, is gisteren namiddag onder het opslepen nabij Bath aan de grond geraakt. Het schip is met hoog water niet vlot gekomen en men heeft dus heden lichters afgezonden. Het schip behoort te huis te Middelburg. (opm: zie volgend bericht)


  JB - Javabode

In het laatst van november 1854 kwam een sleepstoomboot gereed, bestemd voor de afvoer van steenkolen in de rivier te Bandjermasin. De romp van dit vaartuig werd te Dassoon (Rembang) gebouwd en het stoomwerktuig met ketel in de Fabriek voor de Marine, het Stoomwezen en de Nijverheid te Soerabaija vervaardigd. Verschillende proeftochten, met dit vaartuig ondernomen, leverden de beste uitslag op. De 7e februari j.l. zou het vaartuig naar zijn bestemming vertrekken.


08 maart 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Antwerpen, 6 maart. Het Nederlandse schip COMMERCIE COMPAGNIE, kapt. Horn, hetwelk bij Bath aan de grond geraakt was – zie ons nommer van gisteren – is vlot en hier ter rede gekomen (opm: zie NRC 120355). Het heeft slechts weinig schade bekomen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Openbare verkoping à contant op dinsdag de 13e maart 1855, des voormiddags ten 11 ure, aan de Noordkust te Goedereede, van het hol of casco van het aldaar gestrande Engelse brikschip WEST HENDON, met de inventaris in kavelingen. Informatiën te bekomen bij de heer P. Gallas te Hellevoetsluis.
(opm: koper werd koopman Mattheus Witvliet uit Middelharnis; deze borg de brik, zie SMG 120555, om haar op 22 juni weer te verkopen, zie verder NRC 300555)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Dartmouth, 4 maart. Het Nederlandse schip ALBINA, kapt. K. Zwanenburg, van Marowijne, 60 dagen reis hebbende naar Amsterdam, is hier heden met gebroken roer, verlies van zeilen, boten, enz. binnengelopen. Het schip heeft zeer slecht weder doorgestaan.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Scilly (St. Mary’s), 2 maart. Het schip GEERTRUIDA HENDRIKA, kapt. J.C. Voorzee, van Malaga naar Liverpool, de 24e februari alhier in averij binnengelopen – zie ons nommer van 3 dezer – is thans bezig om de lading te lossen. (opm: zie NRC 250355)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Elseneur (opm: Helsingör), 24 februari. De Nederlandse kof HISKEA, kapt. J.B. Mulder, van Norrköping naar Engeland bestemd, welke de 29e januari hier wegens ijsgang binnenliep – zie onze nommers van 8 en 9 februari – moet ten gevolge van broeiing de lading lossen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

New York, 21 februari. Aangaande het Nederlandse schip (opm: kof) JANTINA ROELINA, kapt. H.C. Schreuder, hetwelk de 14e november met een lading granen van hier naar Cork vertrok, heeft men sedert niets vernomen.


 MCO - Middelburgsche Courant

Gisteren is ter rede van Veere gearriveerd de kof ADOLF EDUARD, kapt. G.T. Teensma, van Seaham naar Middelburg bestemd met steenkolen.


09 maart 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 8 maart. De stoomboot LEEUWARDEN, kapt. P. Dijker, van Londen naar Oporto, is volgens bericht van Londen van 6 maart, bij het binnenkomen van Oporto gestrand en geheel wrak geworden. Het volk is gered. (opm: zie diverse latere berichten)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 10 januari. Het Nederlandse fregat DOGGERSBANK, kapt. Clowting, hetwelk, als vroeger gemeld, van Bantam komende, alhier met schade ter rede kwam – zie ons nommer van 31 januari – ligt thans op Onrust (opm: eilandje benoorden Tanjung Priok) te timmeren. De schade bepaalt zich tot het roer en het verlies van een gedeelte der loze kiel. De lading, die men gelost heeft, is geheel onbeschadigd.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 10 januari. Het in Straat Sapoedie (opm: Selat Sapudi) gestrande Nederlandse schip ADRIANA PETRONELLA, gevoerd geweest door kapt. A.A. Brockx – zie ons nommer van 18 november 1854 – is met hoog tij van de klippen geraakt en onmiddellijk gezonken.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 10 januari. Het schip (opm: fregat) JEANNETTE PHILIPPINE, kapt. J. Oelhoorn, is te Soerabaija afgekeurd en zal publiek verkocht worden (opm: 16 januari, zie DC 030455).


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Bij de bouwmeester van het alhier te huis behorend barkschip VAN BOSSE is thans een dergelijk schip in aanbouw en zijn de ondergetekenden in staat gesteld tot het geven van nadere inlichtingen, alsmede tot het in onderhandeling treden wegens de verkoop van bedoeld schip.
Rotterdam, 7 maart 1855, Wambersie & Crooswijk.


10 maart 1855


  JB - Javabode

Batavia, 9 maart. Heden is van hier vertrokken naar Soerabaija het Nederlands-Indische barkschip JACATRA, thans hernaamd SOOT ALGAIR en gevoerd door kapt. Sech Bargebee. (opm; zie JB 030155, volgens de Regeerings Almanak voor Nederlandsch-Indie, jaargang 1856, SO-OOT ALGAIR, eigendom van Sech Abdulrazak bin Mohamet Sulma, te Soerabaija)


  JB - Javabode

Batavia, 7 maart. Heden zijn hier aangekomen het Nederlandse schip NEDERLAND, kapt. P. Huidekoper, de 17e november vertrokken van Amsterdam, en de idem schoener PIO NONO, kapt. Van Megchelen, de 27e januari vertrokken van Launceston.


11 maart 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 10 maart. De stoomboot LEEUWARDEN, kapt. P. Dijker, van Londen naar Oporto, als vroeger (opm: 8 maart) gemeld bij laatstgoemde haven gestrand, zou volgens telegrafisch bericht van Londen van 9 dezer, bij goed weder, ofschoon met zware kosten, afgebracht worden. (opm: zie LC 160355 en 150455)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Heelvoetsluis, 10 maart. Even zo als bij de aanvang van deze winter het Voornsche Kanaal bij Hellevoetsluis een interessant gezicht opleverde van wege een grote naar zee bestemd vloot, even zo is thans omgekeerd het geval door de navolgende binnen de sluis aldaar liggende uit zee binnengekomen schepen, als
Naam schip Naam gezagvoerder Van
MALVINA de Jong Batavia
ST. HELENA Sterkenburg dito
ELISE SUSANNE Cars Fzn dito
KAREL AUGUST Bouten dito
EMELIE Latz Port-au-Prince
MARIE HARDY Guthry St. Domingo
SOUTH CAROLINA Stewart New York
TAROLINTA Smith dito
ERNESTINE Frerichs New-Orleans
KOOPHANDEL Haijen Boston
DELAWARE Patton Charleston (USA)
LAMARTINE Zernichow Triëst
EENDRAGT Leisler dito
MARIA ELIZABETH v.d. Velde Alicante
BOREAS Van Gelderen Smirna (opm: Izmir)
ANSELME Anbriet Nantes
JEAN BAPTISTE MARIE Moyon dito
EMILIE Robson Sunderland
ONE Farrow dito
FORTUNA Steinhagen Liverpool
ELIZE SUZAN Watt Newcastle
JOHANNES Pieper Cardiff
IJZERSTAVEN Gust dito
AUDACIOUS Thompson Yarmouth
ELISABETH Matthews Poole
ANNA MARGRETHA ADRIANA Stenger Memel (opm: Klaipeda)
MERCUUR Rottgers dito
ANTOINETTE Christoffers dito
MARY Rieper Ystad
ARON Christensen dito
PETER WILHELM Ipsen Odense
ADOLPHINE Rasmussen dito
ENTYQUARY Rasmussen dito
GODE HINSIGH Rasmussen dito
JENNY MARY Johnson dito
LAURA Svane Assens
DANMARK Gude Kopenhagen
ELINNA Lyngbye dito
CAMILLA Poesen Holbeck
FRADENESMINDE Kjoller dito
ROSE Schan Svendsen
HILDA Svendsen dito
GREVENDE KNUTH Ring Svendborg
KIERSTINE MARIE Nielsen dito
CIMBRIA Warrer Weile
AVANCE Thusland Randers
ORNEN Bahr Aarhus
MARIA Krogh Aalborg
ANDREAS Stibolt Tromsoe
ALIDA FENINGA Dik Stockholm
en in de buitenhaven:
Zr.Ms. stoomschip AMSTERDAM kapt.luit. Spanjaard
GEERTINA HARMINA Dijkstra Londen
MERCUUR de Haan Liverpool
IVANHOE Cairns Leith
EENDRAGT Kwakkelstein Noordzee


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlissingen, 8 maart. Het schip (opm: kof) LIBRA, kapt. H.R. Giezen, uit deze haven naar Antwerpen opgevaren, heeft bij Terneuzen aan de grond gezeten en daardoor zware lekkage bekomen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Kilrush (opm: Clare, Ierland), 6 maart. Het schip HELENA THECLA, kapt. H.F. Diepenbroek, van Palermo naar Liverpool, hetwelk de 25e februari in Doonbeg Bay is gedreven – zie ons nommer van 4 dezer – heeft, aldaar ten anker liggende, zo hevig gestoten, dat men de ankers heeft moeten slippen. Het schip ligt nu onder Waterguard-station en alhoewel het niet zwaar lekt, zal men hoogstwaarschijnlijk toch de lading moeten lossen. (opm: zie NRC 140455)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Carthagena, 24 februari. Het Nederlandse schip NIJVERHEID, kapt. A.A. Metus, hetwelk alhier lek binnenliep – zie ons nommer van 21 februari – heeft eergisteren de reis na geëindigde reparatie voortgezet. (opm: zie NRC 150355)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Kopenhagen, 1 maart. Volgens ontvangen bericht ligt wegens ijsgang te Rörvig (opm: 55º56’ N.B. 11º43’ O.L.) het schip CORNELIA, met tarwe van Holbeck naar Leith.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 10 maart. Heden morgen ten 7 uur, de Maas nog vast liggende, stoomde de zeestoomsleepboot de KINDERDIJK, van hier uit het Boerengat naar de Nieuwesluis, alwaar zij zonder enige averij om 9 uur behouden aankwam. Van hier tot Charlois bood het ijs weinig weerstand; van daar tot Schiedam des te meer; van die plaats tot het Noordguil (opm: Noordgeul) was de rivier veelal vrij van ijs; daarentegen kostte het veel inspanning daardoor tot de Nieuwesluis te komen, hebbende het ijs veelal nog een dikte van 8 Rijnlandse duimen (opm: 8 x 2,61 = ca 21 cm). Het gelukken en het spoedige van die tocht moet toegeschreven worden aan de grote stoomkracht en aan de sterkte der boot. Het ijs is sedert los en drijft door.
Het is intussen opmerkelijk, dat sedert enige dagen zich weinig of geen vloed in de rivier vertoonde, hetwelk toe te schrijven is aan de stuwing van het water, dat van boven komt.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Waterford-Passage (opm: 52º14’ N.B. 06º57’ W.L.), 6 maart. Gisteren is alhier met verlies van zeilen, boegspriet, verschansingen, enz. binnengelopen het Nederlandse barkschip HARMINA MARIA ELIZABETH, kapt. Bonjer, 130 dagen reis hebbende, van Batavia naar Amsterdam. Het schip zal naar Waterford opzeilen om aldaar te repareren. (opm: zie volgend bericht)


12 maart 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Waterford-Passage, 7 maart. De hier binnengelopen Nederlandse bark HARMINA MARIA ELIZABETH, kapt. Bonjer – zie ons nummer van gisteren – is heden nagezien en vertrekt naar Waterford om te lossen en te repareren.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 11 maart. Heden namiddag ten één ure is de voor de Nederlands-Belgische spoorweg in dienst gestelde stoomboot de STAD ROTTERDAM uit deze haven de rivier opgevaren en heeft het ijs, dat in de Noord nog niet gebroken was, voor de zo lang gestremde vaart weder open gemaakt, en de reizigers van deze dienst, van Antwerpen te Dordrecht aangekomen, naar hier overgebracht. Met zekerheid kan men melden, dat reeds morgen (12 maart), des morgens ten half negen ure, de reizigers met deze boot naar de Moerdijk zullen worden gevoerd, waardoor de afstand tussen deze stad en Antwerpen merkelijk verkort zal zijn.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 11 maart. Naar men verneemt is in een op eergisteren gehouden vergadering van deelhebbers in de stoombootvaart tussen Rotterdam en Hamburg besloten, aan deze onderneming meerdere uitbreiding te geven en uit hoofde van het toenemende verkeer tussen deze stad en Harburg ten spoedigste een geregelde stoomboot communicatie met genoemde haven daar te stellen. Door deze nieuwe verbinding onzer stad met het noordelijk spoorwegnet, wordt niet alleen in een lang gevoelde behoefte voorzien, maar de daarstelling daarvan geeft een vernieuwd bewijs van ondernemingsgeest onzer stadgenoten, welke alleszins toejuiching en krachtdadige ondersteuning verdient.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 11 maart. Uit Antwerpen wordt met de meeste lof melding gemaakt van het gedrag van de kommandant en de equipage van Zr.Ms. kanonneerboot No. 34, op de Schelde gestationeerd, welke tijdens het stranden te Bath van de Nederlandse bark COMMERCIE-COMPAGNIE, kapt. Horn – zie ons nommer van 7 dezer – gedurende 3 dagen alle adsistentie heeft verleend en zelfs een gedeelte van de lading aan boord genomen, waardoor de COMMERCIE-COMPAGNIE weder vlot geworden en behouden te Antwerpen aangekomen is. (opm: zie NRC 230355)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 11 maart. Het schip (opm: hoeker) KLEINKINDEREN, kapt. L. van der Weyden, van Konstantinopel (opm: Istanbul) naar St. Ubes (opm: Setubal), is, volgens brief van Gallipoli (opm: Gelibolu, in de Dardanellen) van 23 februari, de 21e dito 1 mijl beoosten die haven gestrand, ofschoon het zeer hoog zat, hoopte men dat het afgebracht zou kunnen worden. (opm: zie DC 200355 en NRC 090955)


13 maart 1855


  DC - Dordtsche Courant

Van Fowey vertrokken, 8 maart, ADOLF VAN NASSAU, kapt. Borchers (opm: bark, kapt. N. Doornbos Borchers; vermoedelijk bestond de lading uit Engelse gestraften), van Londen naar Australië, na geëindigde reparatie.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Mr. B. Haitzema Viëtor, notaris te Winschoten, gedenkt op donderdag de 15e maart 1855, des avonds ten 6 ure, ten huize van Mej. de Wed. Wisseman te Winschoten in openlijke veiling te verkopen het schoener-kofschip IDA REINA, gevoerd geweest door kapt. A.A. Breeland, thans liggende te Amsterdam, in den jare 1847 nieuw gebouwd, gemeten op 172 tonnen, met deszelfs complete inventaris.
De verkoop-voorwaarden en de inventaris liggen ter lezing ten verkoophuize, alsmede ten kantore van de notaris B. Haitzema Viëtor.
(opm: het schip werd gekocht door H.T. Kranenborg, Groningen; nieuwe scheepsnaam HELENA BRONS en kapitein H.H. van Emmen)


14 maart 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Alblasserdam, 13 maart. Heden is met goed gevolg te water gelaten van de werf van de heer C. Smit het barkschip MARIA DIEDERIKA, groot 380 gemeten lasten, zullende gevoerd worden door kapt. A. van Marion, voor rekening ener rederij onder directie van de heer J.J. Kam te Delfshaven.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Publieke verkopingen in het Notarishuis aan de Geldersche Kade te Rotterdam, op dinsdag 13 maart: een hecht, sterk, welbetimmerd en goed zeilende overdekte hektjalk met toebehoren: verkocht voor NLG 1.305 (opm: de MARTHA JOHANNA, zie NRC 020355).


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Elseneur (opm: Helsingör), 3 maart. Van de lading van het schip HISKEA, kapt. J.B. Mulder, van Norrköping naar Engeland, alhier met schade binnengelopen – zie ons nommer van 8 dezer – zijn 139 tonnen beschadigd verkocht.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Elseneur (opm: Helsingör), 4 maart. Het wrak van het alhier verongelukte schip (opm: kof) BERNARDINE, kapt. De Jong – zie ons nummer van 20 februari en vroeger – is heden nacht door het ijs van strand en gedurende de dag een eind weegs in een ZZO-richting voortgedreven. (opm: zie NRC 160355)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Elseneur, 5 maart. Onder meer anderen liggen hier nog ter rede de schepen: GESIENA JELTINA (opm: schoenerkof HENRIETTE EN JELTINA), kapt. Wunderlich, van Assens naar Rotterdam; MATHILDE, kapt. Uppendiek, van Riga naar Nederland; CAROLINE, kapt. Bonjer, van Stettin (opm: Szczecin) naar Londen; HISKEA, kapt. J.B. Mulder, van Norrköping naar Nederland; MOWE, kapt. Meijer, van Memel (opm: Klaipeda) naar de Maas, en HILKE, kapt. P.H. Wey, van Dantzig (opm: Gdansk) naar Antwerpen.


  JB - Javabode

Batavia, 13 maart. Heden is hier aangekomen de Nederlandse bark GENERAAL MICHIELS, kapt. D. de Wilde, komende van Perzië.


15 maart 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Floris der Kinderen, Jan Corver, H.J. Rietveld, C.A. Schröder, B.D. Bosscher, B. Bakker Wzn, C. Ament, P. Blom, G.J. Boelen, A. Roland Holst en J.J. van der Meulen, makelaars, zullen op maandag de 2e april 1855, des avonds ten 6 ure, ten overstaan van een bevoegd beambte, in de Nieuwe Stadsherberg aan het IJ te Amsterdam verkopen: een extra ordinair, welbezeild, gekoperd en kopervast driemast schoenerschip, genaamd TWEE GODFRIEDS, gevoerd door kapitein W.C. Brandligt; volgens Nederlandse meetbrief lang 34 ellen, wijd 5 ellen 53 duimen, hol 3 ellen 88 duimen, en alzo gemeten op 324 tonnen of 171 lasten. Breder bij inventaris, en bericht bij bovengenoemde makelaars, of bij de cargadoors B.D. Bosscher en Zoon.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Carthagena, 28 februari. Het Nederlandse schip NIJVERHEID, kapt. A.A. Metus, van Livorno naar Antwerpen, hetwelk hier vroeger in averij binnenliep doch na gerepareerd te hebben de 22e dezer de reis op nieuw aanvaardde – zie onze nommers van 21 februari en 11 maart – is de 24e andermaal lek uit zee teruggekomen en moet de lading lossen om te kunnen repareren.


16 maart 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Elseneur (opm: Helsingör), 6 maart. Het wrak van het schip BERNARDINE – zie ons nommer van 14 dezer – is naar Helsingborg gedreven en zal aldaar in de haven gebracht worden.


  AH - Algemeen Handelsblad

Winschoten, 13 maart. Heden namiddag is te Oude Pekela te water gelaten het schoenerschip ZEEMEEUW, groot 110 lasten, van de werf van H.K. de Wijk, voor een rederij onder directie van de heer H.T. Kranenborg, en gevoerd zullende worden door kapt. Sikkema (opm: kapt. Jacobus Goedhardus Sikkema).


  LC - Leeuwarder Courant

Leeuwarden 15 maart. Volgens berichten uit Oporto was het aldaar gestrande Nederlandse stoomschip LEEUWARDEN, kapt. P. Dijker, met geringe schade aan de machine in de haven van Oporto gebracht en zou terstond na de reparatie, die slechts een paar dagen zou nodig hebben, met een lading vee naar Southampton vertrekken om zo vervolgens weder geregeld in de vaart tussen Harlingen en Londen te komen. (opm: zie NRC 080355 en 190355)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Kinderdijk, 15 maart. Heden is van de scheepstimmerwerf van de heren J. en K. Smit alhier met het beste gevolg te water gelaten het barkschip genaamd JOHANNA EN GEERTRUIDA, groot circa 400 gemeten lasten, bestemd voor de grote vaart, voor rekening ener rederij onder directie van de heer M. Lels, te Alblasserdam, zullende worden gevoerd door kapt. P. Flens.
Onmiddellijk daarna werd op dezelfde scheepswerf de kiel gelegd voor een barkschip, genaamd IDA ELISABETH, groot ongeveer 400 lasten, voor rekening van de heer W. Ruys J.Dzn te Rotterdam.


17 maart 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Papendrecht, 16 maart. Heden is hier van de werf van de scheepsbouwmeester J. van Duyvendijk van stapel gelaten het campagne-barkschip GUURTJE EN MARIA, groot 378 lasten, gebouwd onder het opzicht van de heer C. Smit en voor rekening ener rederij, onder directie van de heren P. Varkevisser & Zonen, te Rotterdam, zullende gevoerd worden door kapt. F.J. Boursse Wils.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlaardingen, 16 maart. Heden namiddag is alhier van de werf Dammes-Erve, van de heren S. van Gijn & Zoon, met goed gevolg van stapel gelaten het barkschip ZWERVER, groot 380 gemeten lasten, zullende gevoerd worden door kapt. D.A. Koekeles, en daarna de kiel gelegd voor een barkschip van gelijk charter (opm: PIETER SCHOENMAKER), beide voor rekening ener rederij onder directie van de heer P. van den Arend, te Rotterdam.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 16 maart. De 13e dezer is te Pekel-A te water gelaten het schoenerschip ZEEMEEUW, groot 110 lasten, van de werf van H.K. de Wijk, voor een rederij onder directie van de heer H.T. Kranenborg, en gevoerd zullende worden door kapt. Sikkema.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Cowes, 13 maart. Het schip GOEDE VERWACHTING, kapt. de Lange, van Nickerie naar Rotterdam, alhier binnengelopen – zie ons nommer van 15 dezer – heeft de boten, verschansingen, zeilen, enz. verloren, opgeslagen dek en overgeworpen lading. Twee man der equipage zijn over boord geslagen.


  AC - Amsterdamsche Courant

Winschoten, 15 maart. Gisteren is te Oude Pekela met goed gevolg te water gelaten het schoenerschip GRAAF ADOLF, groot 100 lasten, gebouwd op de werf van de scheepsbouwmeester J. Kuiper voor een rederij onder directie van de heer D. Mulder alhier en gevoerd zullende worden door kapt. G. Prange.


18 maart 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. De makelaars H.F.N, W.H. Montauban van Swijndregt en F. & W. van Dam te Rotterdam zijn van mening, op last van hun meester, op dinsdag de 3de april 1855, in de zaal op de Scheepmakershaven, wijk 1, No. 499, publiek te verkopen: het Nederlands snelzeilend kofschip RUDOLF, laatst gevoerd door kapitein J.J. Buiten, volgens meetbrief lang 19 el 80 duim, wijd 3 el 90 duim, hol 1 el 75 duim en alzo groot 61 tonnen, met al deszelfs staand- en lopend want, ankers, kettingen, touwen, zeilen en verdere scheeps-gereedschappen, zo als hetzelve thans is liggende in de Wijnhaven zuidzijde, binnen deze stad.
(opm: voor NLG 2.600 werd koper Penn & Bauduin, Dordrecht; nieuwe scheepsnaam VOLHARDING en kapitein A.F. Lammerts)


19 maart 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 18 maart. Volgens bericht van Oporto, was het aldaar gestrande Nederlandse stoomschip LEEUWARDEN, kapt. P. Dijker, met geringe schade aan de machine in de haven van Oporto gebracht (opm: zie LC 160355), en zou terstond na de operatie, die slechts een paar dagen zou vereisen, met een lading vee naar Southampton vertrekken, om vervolgens weder geregeld tussen Harlingen en Londen in de vaart te komen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hellevoetsluis, 18 maart. Het schoenerschip GOUDKUST, kapt. C. Ouwehand, gisteren alhier van de Kust van Guinea gearriveerd, is deze nacht aan de Noordwal tegen het Steenendam gedreven; doch later met adsistentie in vlot water gebracht.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Brouwershaven, 17 maart. Kapt. A. Kuipers, voerende het barkschip EUTERPE, gisteren alhier van Batavia gearriveerd, is de 11e maart, ’s avonds circa 9 ure, op de hoogte van Zuid-Voorland (opm: South Foreland), door een Engelse bark aangezeild. De naam kon men met geen mogelijkheid te weten komen. De EUTERPE verloor daarbij de kluiverboom en bekwam verder schade aan de waterstagen en kraanbalken.

NRC 200355
Texel, 17 maart. In de Eijerlandsche Gronden is een schoener-kof gestrand, naam onbekend. Het heeft adsistentie van een schuit, die haar naar Vlieland of Terschelling zal trachten te brengen.


20 maart 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Wells, 16 maart. Laatstleden dinsdag werd alhier in publieke veiling verkocht de romp en inventaris van de bij Burnham (opm: Burnham on Crouch) gestrande Nederlandse schoener DIANA – zie ons nommer van 23 februari en volgende. De romp bracht GBP 120 op (opm: zie DC 240455), en voor het overige werd een goede prijs betaald.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Texel, 18 maart. Heden arriveerde alhier het schip (opm: schoener) HARMONIE, kapt. R.R. Tunteler, van Havana, met ingeslagen verschansing en meer andere schade.


  DC - Dordtsche Courant

Konstantinopel, 1 maart. Bij de vuurtoren van Gallipolli is een Nederlandse kof (in ballast) op de rotsen gedreven en zal hoogstwaarschijnlijk wrak worden. (opm: waarschijnlijk hoeker KLEINKINDEREN, zie NRC 120355)


21 maart 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Texel, 19 maart. De schepen MAGDALENA, kapt. Klein, van Batavia, en A.R. FALCK, kapt. P. van Duivenbooden, van Passaroeang (opm: Pasuruan), beide alhier binnen, zijn bij het binnenkomen in aanvaring geweest en hebben beide daardoor vrij belangrijke schade bekomen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Volgens het Koloniaal Verslag van Suriname over 1852 bestond Zr.Ms. zeemacht in de West-Indiën uit de navolgende schepen en vaartuigen van oorlog, als: de korvet HELDIN, de brikken de KOERIER en de AREND, de schoeners SCHORPIOEN en de WESP, het stoomschip CURAÇAO, de kanonneerboten NICKERIE, de 25e januari 1853 (opm: 1852) te water gelopen en de 16e mei in dienst gesteld, en de COPPENAME, de 16e november te water gelopen om nader in dienst gesteld te worden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Te Rotterdam ligt in lading naar Batavia, Samarang en Sourabaya voor goederen en passagiers, waartoe hetzelve uitmuntend is ingericht, het extra op de zeilage nieuw gebouwde campagne barkschip GUURTJE EN MARIA, kapt. F.J. Bourse Wils.
Adres ten kantore van P. Varkevisser & Zonen alhier, en De Coningh & Bert te Amsterdam. (opm: eerste reis)


22 maart 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hobart Town, 13 december 1854. Het Nederlandse barkschip HOOP VAN CAPELLE, kapt. J.R. Bok, de 24e november van Launceston naar Bengalen vertrokken, is de 4e december 1854 bij het uitzeilen op Rig Islands flats (opm: 41º00’ Z.B. 146º44’ O.L.) gestrand.


  DC - Dordtsche Courant

Amsterdam, 20 maart. Volgens brief van kapt. J. Goedkoop, voerende het schip PRINS HENDRIK, op 3 januari van Londen te Melbourne aangekomen (opm: vermoedelijk met een lading Engelse gestraften), had hij voorbij de Kaap de Goede Hoop hevige stormen doorgestaan en daardoor enige zeilen verloren.


23 maart 1855


  LC - Leeuwarder Courant

Amsterdam, 20 maart. Heden is aan de fabriekswerf van de heren Paul van Vlissingen en Dudok van Heel alhier de kiel gelegd van een ijzeren schroef-stoomboot, genaamd BURGEMEESTER ZIJLSTRA, voor rekening der te Harlingen gevestigde Friesche en Overijsselsche Stoomboot-Reederij in aanbouw en bestemd voor de vaart tussen Harlingen en Zwolle.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 22 maart. Directeuren der hier ter stede gevestigde Zuid-Hollandsche Maatschappij tot Redding van Schipbreukelingen hebben in hun jongste vergadering besloten te doen uitreiken aan F.A.B. Hugenholtz, voerende het Nederlandse stoomschip AMBON, benevens aan zijn eerste stuurman I.J. van Leeuwen, ieder de grote zilveren medaille en loffelijk getuigschrift voor het op hun reis van Madura naar Sambas op de 4e mei (1854) redden der equipage, bestaande in 22 personen, van het omgeslagen en in zinkende staat verkerende brikschip ZEELUST, en hen te Batavia veilig aan wal te brengen. (opm: zie NRC 290754)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 22 maart. Men zal zich herinneren, dat in het begin dezer maand het Nederlandse barkschip DE COMMERCIE-COMPAGNIE, kapitein J. H. Horn, te huis behorende te Middelburg, bij Bath op een zeer gevaarlijke wijze aan de grond geraakte. Het kwam van Havana en had een dure lading in. Gelukkig geraakte het vlot en bereikte behouden de plaats van bestemming, zijnde Antwerpen. Aan dat vlot worden is echter de meeste en gepaste hulp toegebracht door de luit. 2e klas onzer marine de heer C.J. van der Haak, die aldaar in station de Kanonneerboot No. 34 kommandeerde; door zijn doeltreffende maatregelen, gesecondeerd door de activiteit van de tot zijn equipage behorende loods Rijnberg, bekwam men het gunstige resultaat, dat zo veel kapitaal deed behouden blijven. Dezer dagen ontving deze luitenant daarvoor een verplichtend schrijven van de eigenaren van die bodem, onder bijvoeging van een geschenk van NLG 100 voor de equipage der bedoelde boot, en gelijktijdig een hoogst vererende en zeer net geschreven dankerkentenis der assuradeurs te Antwerpen, waarbij aan hem tevens op zeer kiese wijze een prachtig gouden cylinderhorologie werd aangeboden, benevens NLG 200 voor de onder hem staande bemanning.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 22 maart. Het schip (opm: kof) JONGE HENDRIK, kapitein H. Sleeboom, van Newcastle herwaarts gedestineerd, is, volgens brief van North Shields, aldaar door de stoomboot JURROW (opm: waarschijnlijk YARROW) aangevaren en heeft daardoor zware schade bekomen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 22 maart. Volgens telegrafisch bericht uit Bremerhaven, zijn de alhier te huis behorende schepen ANTOINETTE MARIA, kapitein J.P. Huezer, van Batavia naar Rotterdam (opm: naar Bremen, zie volgend bericht), en VIER GEZUSTERS, kapitein P. Verschuur, van dito naar Bremen, in de nabijheid van Bremerhaven gestrand. Eerstgenoemde bodem is totaal weg en de laatste had reeds 17 voet water in het ruim. De equipage van de ANTOINETTE MARIA is gered en te Bremerhaven aangekomen. Van de equipage der VIER GEZUSTERS was nog niets bekend.


24 maart 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 23 maart. In het bericht nopens het vergaan van de schepen ANTOINETTE MARIA en VIER GEZUSTERS, voorkomende in ons nommer van gisteren, is een klein abuis ingeslopen. Er staat namelijk, dat de ANTOINETTE MARIA, kapt. Huezer, van Batavia naar Rotterdam bestemd was. Wij zijn echter heden onderricht, dat zulks niet het geval is, en dat dit schip, even als de VIER GEZUSTERS, naar Bremen moest.


  JB - Javabode

Batavia, 21 maart. Heden is hier aangekomen de Nederlandse bark JAN VAN HOORN, kapt. M.J. Logger, de 16e februari vertrokken van Melbourne.


25 maart 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 24 maart. Aangaande het bij Bremerhaven gestrande fregatschip VIER GEZUSTERS, kapt. Verschuur – te Delfshaven, en niet als vroeger gemeld te Rotterdam te huis behorende – vernemen wij heden per telegrafische dépêche d.d. Bremerhaven 23 maart, dat het schip bij Horumerseihe (opm: Horumersiel, 10 mijl NNW van Wilhelmshaven) op strand zit. De bemanning is gered. Men was bezig om de lading te lossen en koesterde de hoop, dat het schip afgebracht zou kunnen worden. (opm: zie latere berichten)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Scilly (St. Mary’s), 20 maart. Van de lading van het alhier in averij liggende Nederlandse schip GEERTRUIDA HENDRIKA, kapt. J.C. Voorzee – zie ons nommer van 8 dezer – zullen heden 168 kistjes beschadigde rozijnen verkocht worden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Pillau (opm: Baltiysk), 18 maart. Het schip (opm: schooner) REDITE, kapt. G.E. Hoveling, welke in het Haff ingevroren was, is hier met nog anderen in de haven gekomen. De schepen hebben veel geleden door het ijs, en het heeft veel geld en moeite gekost om dezelve te bergen. (opm: zie PGC 020155)


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Op woensdag de 11e april 1855, des voormiddags om elf uur, zal op de Havenwal van het eiland Terschelling publiek om contant geld worden verkocht het hol van het voor de vaart door wettelijk benoemde experts afgekeurde Nederlands kofschip, genaamd EGBERDINA ANNEGIENA, gevoerd geweest bij wijlen kapitein D.H. Ebeling, van Pekela, op de reis van Dantzig naar Amsterdam zwaar beschadigd en vol water binnengebracht te Terschelling; alsmede bij kavelingen de tuigage van dat schip, bestaande in ruim 20 stuks zeilen, staand en lopend wand, touwwerk, ankers, kettingen, rondhout, en meerdere scheepsvoorwerpen.
Nadere informatiën bij de heer C. Ruygh, scheepscommissionair en bij de notaris J. Reedeker Fz., op Terschelling. Het schip, bouwjaar 1829, werd verkocht voor de sloop; zie ook NRC 131154)


26 maart 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Bremen, 22 maart. De Nederlandse schepen VIER GEZUSTERS, kapt. Verschuur, en ANTOINETTE MARIA (opm: bark, bouwjaar 1836), kapt. J.P. Huezer, beiden van Batavia naar Bremen bestemd, zijn de 20e dezer in de monding van de Jahde (opm: Jade) aan de grond gekomen. Eerstgenoemd schip is door de stoomboot SIMSON, van Bremen, in zinkende staat naar Horumersiel gesleept en daar op het strand gezet. Laatstgenoemde is totaal verloren. De equipagiën van beide schepen zijn gered. Volgens later ontvangen telegrafisch bericht – zie ons vorige nommer – was men bezig om de lading van de VIER GEZUSTERS te lossen en koesterde men de hoop, dat het schip afgebracht zou kunnen worden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Texel, 22 maart. Het schip (opm: kof) BAREND, kapt. J. Dijk, van St. Ubes (opm: Setubal) naar Harlingen, is de 17e dezer in de buitengronden van het Eijerland vervallen, doch na zwaar gestoten en circa de helft der lading over boord geworpen te hebben, weder af en in de haven van Terschelling gebracht, zijnde dit het schip vroeger gemeld.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Pillau (opm: Baltiysk), 19 maart. Behalve het gisteren gemelde schip is heden onder anderen nog in de haven gekomen het schip (opm: MARIA ANNA) van kapt. H. Duit. Hiermede zijn nu alle schepen, die in het ijs bezet waren, geborgen.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. C.A. Schröder en C.S. Oolgaardt, makelaars, zullen op maandag de 2e april, des avonds ten 6 ure, te Amsterdam in de Nieuwe Stads-Herberg aan het IJ verkopen:
- 1/60e aandeel in het Nederlands gekoperd barkschip JUNO, kapt. W.J. Chevalier, varende onder directie van de heren Santberg & Co. te Dordrecht.
- vijf aandelen, ieder groot NLG 1.000, in het gekoperd Nederlands fregatschip de STAD TIEL, kapt. W.B. Derks, varende onder directie van de heer P.A. Reuchlin te Tiel.
- 1/64e aandeel in het Nederlands ijzeren barkschip HENRIETTE GEERTRUIDA, kapt. P. Buys Jz., varende onder de directie van de heren P.H. Holtzman en J.J. Dudok van Heel alhier
- 2/60e aandeel in het Nederlands schoenener schip TEXEL, kapt. H.J. Hubert, varende onder directie van de heer C.E. Smit te Koog aan de Zaan.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Alle degenen, welke iets te vorderen hebben van of verschuldigd zijn aan de boedel van wijlen Harm Jans Polter, in leven koopvaardij-kapitein van beroep, gewoond en overleden te Nieuwe Pekela, worden verzocht daarvan tegen de 15e april a.s. opgave of betaling te doen aan een der ondergetekende executeuren testamentair in de nalatenschap.
Nieuwe Pekela, 19 maart, K.H. Polter, P.J. Polter


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Het gemeentebestuur te Genemuiden nodigt allen uit, die genegen zijn aldaar een scheepstimmerwerf voor de buitenvaart op te richten, waarbij het niet aan medewerking van dat bestuur zal ontbreken en het uitzicht bestaat, dat onmiddellijk de kiel voor een kof of schoener kan gelegd worden. Men adressere zich met franco brieven aan de burgemeester der gemeente Genemuiden.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Op donderdag 29 maart 1855, voormiddags om elf uur, zal bij het Domeinpakhuis te Hoorn, op het eiland Terschelling, publiek om contant geld worden verkocht het wrak en de geborgene tuigage van het op de 4e december 1854, op de Bos, beoosten Terschelling, gestrande Noorse brikschip COLUMBIA gevoerd geweest bij kapt. Johannes Müller met lijnzaad beladen geweest, gekomen van Kertsch en bestemd geweest naar Hull; bestaande het geborgene in tien stuks zeilen, twee zware ankers en kettingen, lopend en staand gekapt touwwerk, wand en verder scheepsgoed. Nadere informatie bij de heer Cornelis Zunderdorp, scheepscommissionair op Terschelling.


27 maart 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 26 maart. De stoomboot LEEUWARDEN, kapt. Dijker, van Londen naar Oporto, bij laatstgemelde haven gestrand – zie ons nommer van 9 dezer – zat, volgens bericht van Oporto van de 14e dezer, nog op strand en bestond er weinig kans om het schip af te brengen. (red: reeds vroeger werd van daar gemeld, dat het schip vlot was – zie ons nommer van 19 maart)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Brouwershaven, 16 maart. De sleepboot is alhier gearriveerd om de JOHANNES MARINUS op te slepen. Blijft de wind zo als nu, dan zal de SCHEVENINGEN morgen naar zee gaan.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Op donderdag de 29e maart 1855, voormiddags te 11 ure, zal bij het Domeinpakhuis te Hoorn op het eiland Terschelling publiek om contant geld worden verkocht het wrak en de geborgen tuigage van het op de 4e december 1854 op de Bos, beoosten Terschelling gestrande Noorse brikschip COLUMBIA (opm: zie NRC 091254), gevoerd geweest bij kapt. Johann Müller, met lijnzaad beladen geweest, komende van Kertsch (opm: Kertsj) en bestemd geweest naar Hull, bestaande het geborgene in tien stuks zeilen, twee zware kettingen, twee ankers, lopend en staand gekapt want, touwwerk en verder scheepsgoed. Nadere informatie bij de heer C. Zunderdorp, scheeps-commissionair op Terschelling.


28 maart 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 27 maart. Het schip (opm: tjalk) MEISKINA, kapt. B.J. Harkema, van hier naar Bremen, is volgens brief van Delfzijl van 25 dezer, de 21e dito aldaar met 5½ voeten water in het ruim en met gebroken boord binnengelopen, hebbende op de Eemshorn gestoten. Het moet lossen om te repareren.


  JB - Javabode

Batavia, 26 maart. Gisteren is hier aangekomen de Nederlandse bark JAN VAN GALEN, kapt. J.R. Smit, de 21e februari vertrokken van Port Adelaide.
Heden is her aangekomen de Nederlandse bark RABENHAUPT, kapt. L.R. Reyken, de 6e februari vertrokken van Sydney.


  OP - Oostpost

Advertentie. Verkoop bij executie. Op een nader te bepalen dag in de maand mei e.k. zal door het vendukantoor te Grissee worden verkocht de brik genaamd REIJIN, benevens een 117½/552e aandeel in het driemastschip ATIAHAL RACHMAN, beide liggende op de rede van Grissee, en toebehorende aan de Arabier Sech Mohamat bin Osman Bahasoan.


30 maart 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 29 maart. Van de werf der Nederlandsche Stoomboot Maatschappij te Fijenoord is heden met goed gevolg te water gelaten het ijzeren stoomschip BATAVIER, bestemd voor de vaart tussen Rotterdam en Londen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Rotterdamsche Stoomvaart-Vereeniging.
Dienst tussen Rotterdam en Hamburg. Het schroef-stoomschip ELVE, kapt. J.J. Hansen, vertrekt van Rotterdam naar Hamburg dinsdag 3 april en verder tot nadere aankondiging elke tien dagen, en van Hamburg de 8e april en verder elke tien dagen.
Dienst tussen Rotterdam en Harburg. Het schroef-stoomschip GROSSFÜRST CONSTANTIN, kapt. Kossow, waarvan het eerste vertrek van hier kort na de ophanden zijnde koffijveiling zal plaats hebben. De verdere regeling dezer dienst zal nader worden aangekondigd.
De agenten P.A. van Es & Co


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 29 maart. De Rotterdamsche Telegraaf-Maatschappij deelt heden het volgende bericht mede d.d. Hellevoetsluis 29 maart: Het schip (opm: bark) VAN BOSSE, kapt. W. v.d. Hoeven, heden van hier naar New York vertrokken met ruim 16 voet diepgang, is door de zeeloods A. van der Schree een geheel nieuw gevonden vaarwater uitgebracht, hetwelk zoveel dieper is, dat in dat nieuwe vaarwater met weinig water aan de wal, een schip van 20 voet had uit kunnen gaan, terwijl door het gewone vaarwater een schip van 15 voet gevaar zou lopen van te stoten.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hellevoetsluis, 29 maart. Het stoomschip VICE ADMIRAAL RIJK, kapt. Burman, gisteren naar Curaçao vertrokken, is wegens een defect aan de machine, per stoomboot KINDERDIJK teruggesleept en op de Kanaalhaven gebracht.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Bremerhaven, 23 maart. Heden werd alhier met de Oldenburger loodskotter aangebracht, de bemanning, enige zeilen, boten en iets van de lading van het verongelukte Nederlandse barkschip ANTOINETTE MARIA, kapt. J.P. Huezer – zie ons nommer van 26 dezer.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Bremerhaven, 25 maart. Met de Bremer kof ANTON, kapt. Seeman, werd hier heden aangebracht een gedeelte der lading, als huiden, suiker, rijst en thee, zomede enige zeilen enz, uit het bij Horumerzijl (opm: Horumersiel) gestrande (opm: d.w.z. door de bergers op het strand gezette) Nederlandse fregatschip VIER GEZUSTERS, kapt. Verschuur – zie ons nommer van 26 dezer. Kapt. Seeman bericht, dat het stoomschip SIMSON de VIER GEZUSTERS gisteren morgen naar de rede van Hoekzijl (opm: Hooksiel) heeft geboegseerd en dat men het schip met de pompen lens kon houden. Nog 4 vissers-evers en 2 vaartuigen van Wangerooge, zijn van de lading vol gemaakt. Alles is echter beschadigd.


  LC - Leeuwarder Courant

Harlingen, 28 maart. De vaart van hier naar Amsterdam is nog steeds gestremd. Gisteren heeft de stoomboot HARLINGEN, die reeds enige reizen naar het Nieuwe Diep heeft gemaakt, op nieuw getracht de reis naar Amsterdam te volbrengen. Door het vele ijs heeft de boot evenwel niet verder kunnen komen dan tot Enkhuizen, vanwaar zij weder herwaarts terugkeerde.


  LC - Leeuwarder Courant

Harlingen, 28 maart. Heden middag heeft de Groenlandsvaarder DIRKJE ADAMA onze haven verlaten, gesleept door de op Amsterdam varende sroomboot HARLINGEN.


  LC - Leeuwarder Courant

Harlingen, 28 maart. Heden middag ten 4½ ure is met goed gevolg van de werf der heren D. & L. Alta alhier te water gelaten met staande masten en tuig, het schoenerschip ZEEMEEUW, groot 115 à 120 rogge-lasten, gebouwd voor rekening van het handelshuis Barend Visser & Zoon en gevoerd zullende worden door kapt. O.J. Zwaal. Door deskundigen wordt de bouw van deze bodem wederom zeer geroemd.


  LC - Leeuwarder Courant

Harlingen, 28 maart. Maandag morgen werd ook weder de stoomvaart tussen deze stad en Hull voor dit jaar heropend. De Nederlandse stoomboot MINISTER THORBECKE ging die dag des voormiddags 11 uur uit onze haven, vol geladen met vlas, cichoreiwortelen, kaas, beenderen en boter. Het handelsverkeer tussen deze provincie en Hull schijnt reeds aanmerkelijk toe te nemen, en wel zodanig, dat, terwijl vroeger slechts een enkele keer in een jaar één zeilschip, alleen met beenderen beladen, van hier naar Hull vertrok, bovengenoemd stoomschip nu reeds goederen heeft moeten achterlaten wegens gebrek aan ruimte. Al weder een bewijs voor de waarheid, dat een verbetering van communicatie gewoonlijk een vermeerdering van handel te weeg brengt.


31 maart 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Door de Nederlandsche Handel-Maatschappij zijn bevracht de navolgende 32 schepen, als:
Voor Rotterdam: LOUIS, kapt. P.A. Hövig; VAN OLDENBARNEVELD, kapt. A. Meyboom; GENERAAL VAN DEN BOSCH, kapt. F. Parlevliet; ABEL TASMAN, kapt. J. Hensing; CERES, kapt. T. Mammes; JOHANNA MARIA, kapt. M.A. Overgaauw; AMERICA, kapt. J.F. Meermans; EUGENIE, kapt. E.J. Bargman; RIDDERKERK, kapt. H. Pesant; PRESIDENT RAM, kapt. J.R. Ulrich; ALMONDE, kapt. H.G. Surie.
Voor Amsterdam: ELIZA HENRIETTE, kapt. J.F. Detering; PHOEBUS, kapt. C.F. Beck; GEBROEDERS, kapt. B.G. Flik; POLLUX, kapt. J. Kooy; HENRIETTE, kapt. J. van Loenen; ALBATROS, kapt. K.P. Haasnoot; DIONYSIA CATHARINA, kapt. H.J. de Boer; VIJF GEBROEDERS, kapt. P. Dekker; JOHANNA MARIA CHRISTINA, kapt. C.N. Gorter; AMPHITRITE, kapt. D. Grim; DE ZWAAN, kapt. H.F. Zeijlstra; STAD LEYDEN, kapt. C.C. Ruige; VRIJE HANDEL, kapt. D. van Ketwich; NIEUW HOLLAND, kapt. L. Tuk; ZAANSTROOM, kapt. D. Hofker; MATHILDA, kapt. B. van Olst; STAATSRAAD VAN DER HOUVEN, kapt. F. Heijmeriks.
Voor Dordrecht: OSIRIS, kapt. G.C. Crans; KOSMOPOLIET, kapt. J. Bouten.
Voor Middelburg: ONDERNEMING, kapt. J. Johansen.
Voor Schiedam: BERNHARD HERTOG VAN SAXEN WEIMAR, kapt. P.H. Hazewinkel (van Dordrecht).


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 30 maart. De stoomboot LEEUWARDEN, kapt. Dijker, van Londen naar Oporto, bij laatstgenoemde haven gestrand – zie ons nommer van 27 dezer – zou, volgens bericht van Oporto van de 16e dezer, als wrak verkocht worden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Bremerhaven, 25 maart. Heden namiddag zijn hier weder vijf vaartuigen met beschadigde lading uit het Nederlandse schip VIER GEBROEDERS – zie ons nommer van gisteren – aangekomen en in de voorhaven gelegd. De gezagvoerders van deze schepen berichten, dat de VIER GEBROEDERS gisteren avond door de stoomboot SIMSON naar Fahrbuck (opm: niet gevonden, waarschijnlijk een veerstoep [Fährebrücke]) gesleept is.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Elseneur (opm: Helsingör), 22 maart. Het Nederlandse schip HISKEA, kapt. J.B. Mulder, alhier in averij binnen – zie onze nommers van 8 en 14 dezer – heeft de reparatie geëindigd en de lading weder aan boord genomen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Bij notariële akte in dato 21 maart, 1855, is tussen de ondergetekenden, Johannes Hendricus Seeuwen, Johannus Arnoldus Anthonius Seeuwen, beiden wonende te Rotterdam, en Theodorus Hermanus Bernardus Snijders, Johannus Henricus Meijer JHz. en Johannes Meijer Pz, alle wonende te Schiedam, een vennootschap aangegaan, bepaaldelijk ten doel hebbende de uitoefening der zaken van cargadoors te Schiedam, en zulks voor de tijd van tien achtereenvolgende jaren, welke gerekend worden te zijn aangevangen met de eerste januari dezes jaars en mitsdien zullen eindigen de een en dertigste december achttien honderd vier en zestig, met dien verstande dat, wanneer door geen der vennoten minstens zes maanden te voren en dus vóór of op de eerste juli achttien honderd vier en zestig, een schriftelijke opzegging heeft plaats gehad, de vennootschap nog voor een jaar op dezelfde voet zal zijn gecontinueerd, en zulks van jaar tot jaar, tot zolang een dusdanige opzegging zal hebben plaatsgehad. De firma der vennootschap zal zijn Seeuwen & Co, welke voorlopig slechts door de drie eerst ondergetekenden zal worden getekend, zonder die echter immer te mogen bezigen tot het tekenen van obligatiën, promessen, borgtochten, acceptatiën in blanco, of het opnemen en negotieren van gelden, al ware zulks ten behoeve van deze firma, waartoe dus, indien zulke opneming of negotiatie nodig mocht zijn, altijd de particuliere handtekeningen van al de vennoten vereist zullen worden; hebbende de eerst ondergetekende zich uitdrukkelijk het recht voorbehouden om zijn handelszaken te Rotterdam gevestigd, onder diezelfde firma te blijven continueren, zonder dat de andere vennoten echter daarmede iets het minste te maken hebben.
Schiedam, 30 maart 1855.
J.H. Seeuwen, J.A.A. Seeuwen, T.H.B. Snijders, J.H. Meijer JHz, J. Meijer Pz.


  JB - Javabode

Advertentie. Door de ondergetekenden wordt uit de hand te koop aangeboden het nieuw Russisch barkschip IDEALET, hebbende slechts één reis gedaan, kopervast en gekoperd, met deszelfs complete inventaris, zo als hetzelve thans alhier ter rede is liggende. Het schip is groot volgens meetbrief 239 Russische lasten en in Engeland gemeten 435 ton, en heeft te Madras 551 tonnen kolen uitgeleverd. De inventaris ligt bij de ondergetekenden ter inzage.
Batavia, 31 maart 1855, Kreglinger, Dummler & Co.


01 april 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 1 april. Heden namiddag is de Nederlandse stoomboot LEVANT, kapt. Day, in de rivier voor deze stad, op de hoogte van het Katendrechtsche Veer, met de kotter ROBERT & ELISABETH, kapt. J. Hobart, in aanzeiling geweest, ten gevolge waarvan de kotter, die geladen was met kaas, bestemd naar Maidstone, is gezonken. Door de schok sloeg de man aan het roer van de kotter over boord. Hij werd echter door de schipper van een in de nabijheid liggend vaartuig gered. Men verneemt verder, dat als de waterstand het toelaat, aanstaande maandag pogingen in het werk gesteld zullen worden om de kotter te lichten.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Pillau (opm: Baltiysk), 20 maart. De schepen FIDES, kapt. Walker, REDITE, kapt. Hoveling, ELISE, kapt. Koning, en MARIA ANNA, kapt. Duit, alhier binnengebracht – zie onze nommers van 25 en 26 dezer – hebben alle enige schaden in het ijs bekomen, die zij hier zullen repareren. De drie eerstgenoemden moeten gedeeltelijk, de MARIA ANNA geheel lossen om dat te bewerkstelligen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 31 maart. Het schip (opm: bark) KONING WILLEM III is heden van de werf De Boot van de bouwmeester F.F. Groen te Amsterdam te water gelaten. Dit vaartuig, groot 225 lasten, is gebouwd voor rekening van de heer J.D. Kramer, en zal worden gevoerd door kapt. H.H. Zeylstra.


02 april 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 14 februari. Omstreeks de helft van januari jongstleden bevond zich ten gevolge van het stoten op een rif, dicht bij de Oosthoek van Madura, in gevaar van zinken het Nederlands koopvaardijschip BULGERSTEYN, gezagvoerder Mus, beladen met gouvernements produkten. Daar te Soerabaija geen andere stoomschepen aanwezig waren om dat schip hulp te verlenen, dan de voor de rivier van Bandjermassin bestemde sleepboot, gezagvoerder Van der Wedden, werd deze er heen gezonden. De 26e januari j.l. kwam genoemde sleepboot met het schip behouden op de rede van Soerabaija aan. (opm: zie NRC 090455)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 14 februari. Op de 22e januari ´s morgens om 8 uur is de gezagvoerder van het op de rede van Bezoekie liggende schip AMBOINA, kapt. P.A. Schaap, vergezeld van de scheepsdokter, de 3e stuurman en vier matrozen, zich van boord begevende, met de sloep omgeslagen, waarbij de gezagvoerder, de dokter en twee matrozen het leven verloren. Het schip behoort toe aan de heren Van Hoboken & Zoon te Rotterdam en is door de Nederlandsche Handel Maatschappij bevracht. (opm: zie NRC 050455)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 14 februari. De 9e december 1854 was van Makasser naar Singapore vertrokken de Engelse schoener SAYDSCHKAN, gezagvoerder W. Ogle, en de 14e daaraanvolgende in Straat Makasser bij stormweder omgeslagen en onmiddellijk gezonken. Behalve de equipage waren er nog 3 Chinezen, 6 Boeginezen en een inlandse vrouw aan boord. Twee inlandse matrozen van die bodem waren, na twee etmalen op losse planken te hebben rondgedreven, door een praauw-paduakan (groot Makassars-Buginees handelsvaartuig) opgenomen en te Makasser aangebracht. De overige personen zijn vermoedelijk omgekomen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 14 februari. Scheepsvrachten. Sedert het opmaken van ons vorig bericht werden de volgende Nederlandse schepen genomen: naar Nederland de OOST-INDIËN à NLG 105 voor rijst en NLG 135 voor arak (opm: rijstbrandewijn), welke bevrachting nog in een gedeelte onzer berichten opgenomen is, de AUSTRALIË ter overbrenging der lading van het afgekeurde schip JACATRA (opm: een Engels schip) à NLG 112,50, zijnde de deswege met de GERTRUDE gevoerde onderhandelingen afgesprongen wordende laatstgemelde bodem nu door de Factorij à NLG 115 te Cheribon (opm: Cirebon) beladen. Door hetzelfde lichaam werd nog opgenomen de ESTAFETTE à NLG 112,50 en de ZEENYMPH à NLG 90 voor suiker en NLG 85 voor koffij, te Passaroean (opm: Pasuruan) te laden. De MADURA is in de gewone bevrachting der Nederlandsche Handel Maatschappij opgenomen, de LOUISE JACOBA JOHANNA neemt hier suiker en te Padang koffij in à NLG 110, de CLAUDIUS CIVILIS bedong voor rijst NLG 85, suiker NLG 95 en arak NLG 120, de GELDERLAND laadt te Soerabaya suiker à NLG 95, de KINDERDIJK werd voor rijst te Akyab (opm: Sittwe) te laden à GBP 5.5 genomen. De ALBRECHT BEIJLING laadt rijst te Indramajoe (opm: Indramayu) à NLG 85 en de BURGEMEESTER VAN REENEN bekomt NLG 90 voor suiker, NLG 80 voor rijst, hier en op de kust te laden. De DUIVELAND en NEÊRLANDS KONING worden door de agenten naar Rotterdam beladen. De DOGGERSBANK en CORNELIS HOUTMAN waren reeds in Europa voor de thuis reis via Akyab (opm: Sittwe) bevracht, zomede de ZWALUW voor een reis naar China en terug. Alhier zijn nog disponibel de NIJVERHEID en AMICITIA, die beide hun lading nog op de kust moeten ontlossen. Te Soerabaya werd de QUATRE BRAS voor suiker en huiden à NLG 103 naar Amsterdam genomen. Intussen is nog bevracht de AMICITIA tot NLG 85 voor rijst en NLG 90 voor suiker, alhier en te Soerabaya te laden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Scheveningen, 31 maart. In het laatst van verleden jaar is, gelijk men weet, tussen Scheveningen en Wassenaar gestrand een Deens scheepje, dat op het strand is verkocht. In de afgelopen nacht is het de heren Vrijhoff, van Nieuwersluis, en K. Schouten, van Scheveningen, mogen gelukken het vlotbaar te doen worden en af te brengen. Men is er onmiddellijk mede gezeild naar de Maas.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Bremen, 29 maart. Naar wij vernemen zijn gisteren weder vijf vaartuigen met rijst en suiker beladen uit het Nederlandse schip VIER GEZUSTERS – zie onze nommer van 31 maart – en liggen nog andere vaartuigen gereed om beladen te worden. Het schip zal evenwel nog beduidend moeten lichten voor het naar Bremerhaven gaan kan.


  AH - Algemeen Handelsblad

Harlingen, 29 maart. Van de werf Welgelegen is gisteren namiddag met goed gevolg te water gelaten het schoenerschip de ZEEMEEUW, groot ongeveer 120 last, voor rekening van het handelshuis Barend Visser & Zoon gebouwd door de bouwmeesters D. & L. Alta. Tegen gewoonte alhier was dit vaartuig geheel opgetuigd, en dit lokte des te meer aanschouwers. Deskundigen roemen zeer de bouw en de inrichting van dit schone vaartuig.


  AH - Algemeen Handelsblad

Harlingen, 290 maart. De stoomboot HARLINGEN heeft de 27e dezer nog eens beproefd of de zee vrij van ijs was. Zij is tot nabij Enkhuizen geweest, maar kon de reis niet verder voortzetten, moest hier terugkeren en vaart deswege nu nog van Harlingen naar het Nieuwediep.


03 april 1855


  DC - Dordtsche Courant

Dordrecht, 2 april. Het te Batavia op 16 januari op publieke vendutie verkochte, afgekeurde schip JACATRA (bark, bouwjaar 1839, kapt. Th. Buijs Jzn) heeft circa NLG 40.000,- opgebracht, terwijl voor het afgekeurde schip JEANNETTE PHILIPPINE (opm: fregat, bouwjaar 1830, kapt. N.Rademaker) te Soerabaija NLG 27.000,- betaald werd.
De kustvaart, thans geheel en al in handen zijnde van Arabieren en Chinezen, schijnt behoefte aan meerdere schepen te gevoelen.


  AH - Algemeen Handelsblad

Verkoping van schepen, gehouden te Amsterdam in de Nieuwe Stads Herberg aan het IJ op 2 april 1855: het gekoperd driemast schoenerschip TWEE GODFRIEDS: NLG 30.000, in slag NLG 7000, koper G.J. Boelen (opm: een makelaar, handelend voor Wed. J. d’Arripe & Co; nieuwe scheepsnaam ADÈLE, kapt. J. de Vries)


04 april 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Bremerhaven, 29 maart. Sedert ons laatste bericht (opm: NRC 310355) zijn nog te Fahrbuck (opm: Fährebrücke?) circa 1700 zakken rijst, 100 kanassers (opm: mand van grof rottingriet) suiker, 20 kisten thee, 18 balen gom, enz. gelost uit het aldaar gestrande Nederlandse schip VIER GEZUSTERS, kapt. Verschuur, van Batavia naar Bremen – zie ons nommer van 2 dezer. Men had gedacht, dat het schip heden met hoog water vlot zou komen, maar is hierin teleurgesteld. Hetzelve maakte weder meer water, zodat de nog aan boord zijnde lading geheel onder staat.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Floris der Kinderen, Jan Corver, H. Gullen, H. Salm, H.J. Rietveld, A. Roos, B.D. Bosscher, C. Ament, P. Blom, G.J. Boelen, A. Roland Holst, C.S. Oolgaardt en J.J. van der Meulen, makelaars, zullen op maandag de 30e april 1855, des avonds ten 6 ure, te Amsterdam in de Nieuwe Stadsherberg aan het IJ, ten overstaan van de Notaris J.A. Hoog, verkopen: een extra ordinair welbezeild gekoperd en kopervast barkschip, genaamd MATHILDA, gevoerd door kapitein A. Icke; volgens Nederlandse meetbrief lang 37 ellen 40 duimen, wijd 6 ellen 57 duimen, hol 5 ellen 35 duimen, en alzo gemeten op 309 lasten. Breder bij inventaris en bericht bij bovengenoemde makelaars, of bij de cargadoors Hoyman en Schuurman. (opm: zie AH 010555)


  JB - Javabode

Batavia, 3 april. Heden is hier aangekomen de Nederlandse bark TWEE GEBROEDERS, kapt. C. Verwey, komende van Liverpool.


  OP - Oostpost

Advertentie. Op vrijdag de 13e april zal in ’s lands entrepot pakhuizen alhier, ten overstaan van de ondergetekenden, bij publieke veiling voor rekening van belanghebbenden worden verkocht het beschadigde gedeelte van de lading van het alhier in averij liggend Nederlandse schip ERASMUS, kapt. A. Scharper, bestaande in 1636 krandjangs suiker, 995 zakken koffie en 196 bossen rotting.
De agenten van opgenoemde bodem, Fraser, Eaton & Co.


05 april 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. C. A. Schröder, makelaar, zal op maandag 23 april 1855 te Amsterdam, des avonds ten 6 ure, in de Nieuwe Stadsherberg aan het IJ, ten overstaan van een daartoe bevoegde beambte, verkopen een extra ordinair welbezeild, in den jare 1847 nieuw gebouwd schoener-kofschip, varende onder Nederlandse vlag, genaamd EMILIE, gevoerd door kapitein H.P. Heikema, volgens Nederlandse meetbrief lang 23 el, wijd 4 el 69 duim, hol 2 el 28 duim, en alzo gemeten op 109 tonnen of 58 lasten. Breder bij inventaris en bericht bij bovengenoemde makelaar, of de cargadoors Nobel & Holzapfel.
(opm: de schoenerkof werd tijdens op 23 april 1855 voor NLG 8.600 verkocht aan de Firma Gebr. Goedkoop, Amsterdam; onder kapt. J. Goedkoop ging het schip als NOORDSTER weer naar zee; voor kapt. Heikema werd rond 13 mei een nieuwe EMILIE, een schoenerbrik, tewater gelaten, zie AH 160555)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 4 april. Heden is van de werf de Vrede van de scheepsbouwmeesters Blok & Matthijsen in de Groote Wittenburgerstraat te Amsterdam te water gelaten het brikschip LOUISA, groot 150 lasten, gebouwd voor rekening van de heer Ths. Wehlburg en gevoerd zullende worden door kapt. J.C. Siedenburg.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Middelburg, 2 april. Alhier is overleden de heer J.J. Sprenger, in leven scheepsreder en agent der Nederlandsche Handel-Maatschappij, in de ouderdom van 73 jaren.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Bremerhaven, 31 maart. Kapt. Verschuur van het gestrande Nederlandse schip VIER GEZUSTERS is heden met een commissie van deskundigen naar de Jahde (opm: Jade) vertrokken om zijn schip te onderzoeken en te beslissen of het afgebracht zal kunnen worden of afgekeurd moet worden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Heden ontvingen wij het treurig bericht, dat op de 22e januari plotseling te Bezoeki is overleden mijn hartelijk geliefde jongste zoon Pieter Amerik, gezagvoerder van het Nederlandse koopvaardijschip AMBOINA, in de jeugdige leeftijd van bijna 29 jaren. Wat wij in hem verliezen en vooral zij, die weldra met hem hoopte verenigd te worden, zal ieder kunnen beseffen, die hem van nabij gekend heeft.
Rotterdam, 1 april 1855, E. Schaap-Drost


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Te koop een welbezeild brikschip, van eikenhout gebouwd en gekoperd, varende onder Zweedse vlag. Te bevragen bij de makelaar Hendrik Gullen.


06 april 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlaardingen, 5 april. Heden werd op de werf Dammes-Erve, toebehorende aan de heren S. van Gijn & Zoon alhier, de kiel gelegd voor het barkschip CHERIBON, groot 400 gemeten lasten, en daarna die voor een schoenerschip, beide voor de rederij van de heer P. van Rossem te Rotterdam.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 5 april. Te Alblasserdam is dezer dagen (opm: 29 maart) van de werf van de heer C. Smit met het beste gevolg te water gelaten het aldaar voor rekening van de heren Van Overzee en Co alhier nieuw gebouwde barkschip VESTA, groot 228 lasten, gevoerd zullende worden door kapitein J. van Vollenhoven en bestemd voor de grote vaart.
Op dezelfde werf zal een nieuw schip worden gebouwd voor rekening ener nieuwe rederij, zich alhier dezer dagen gevestigd hebbende.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 5 april. Men meldt uit Zandvoort, d.d. 4 april, aan het Handelsblad: De werkzaamheden aan Zr.Ms. stoomschip CYCLOOP, zijn reeds 3 weken in volle gang en worden dagelijks met kracht doorgezet. Vrijdag j.l. is een aanvang gemaakt met de opvijzeling, waardoor het schip reeds bijna een Nederlandse el (opm: een meter) is gerezen, zodat de hoop bestaat, dat het schip zaterdag tot de kiel geheel zichtbaar zal zijn.


07 april 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Bremerhaven, 3 april. Op nieuw zijn hier vijf vaartuigen met lading uit het gestrande Nederlandse schip VIER GEZUSTERS gearriveerd.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

New York, 21 maart. De Nederlandse bark TERNATE, kapt. C.M. van Putten, van Amsterdam naar Savannah bestemd, is de 12e maart bij een zware mist in de nabijheid van Ossahaw (opm: Ossabaw Sound, 11 mijl bezuiden Savannah; 31º50’ N.B. 81º01’ W.L.) gestrand en verbrijzeld. De bemanning werd door een Amerikaanse schoener van het wrak gered en te Tybee (opm: Tybee Island, 12 mijl OZO van Savannah) aan land gezet, van waar zij naar Savannah getransporteerd zijn. Ook een klein gedeelte van de inventaris is geborgen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Maassluis, 5 april. Van de werf Hollands Trouw alhier werd heden met goed gevolg te water gelaten het barkschip ZWARTE ZWAAN. Dit schip, gebouwd voor rekening van de heer J.C. Offers Azn. e.a. te Rotterdam, is bestemd voor de grote vaart en zal gevoerd worden door kapt. J. Muller.


  DC - Dordtsche Courant

Dordrecht, 6 april. Met de aanvang dezer week (opm: maandag 2 april) is in dienst gesteld de stoomboot d’IJSSEL, varende tussen Rotterdam en Gouda.


08 april 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 7 april. De 5e dezer is van de werf van de bouwmeester W.H. Meursing te Nieuwendam te water gelaten de schoenerbrik HONIGBIJ, gebouwd voor rekening van de heer J. Spekham Duijvis te Koog aan de Zaan, en gevoerd zullende worden door kapt. A. Oltmans.


09 april 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 7 april. Volgens nadere berichten aangaande het barkschip BULGERSTEYN, kapt. Mans, met koloniale producten van Samarang, naar Rotterdam bestemd en hetwelk als vroeger gemeld (opm: NRC 020455) bij de Oosthoek van Madura gestoten had, verneemt men, dat er 650 balen koffij over boord geworpen zijn om het schip wederom vlot te krijgen. Het schip, door een gouvernements-stoomboot naar Soerabaija gesleept, werd aldaar ontlost ten einde het lek te ontdekken. De expert en de gezagvoerder dachten beiden, dat de BULGERSTEYN niet veel geleden had, daar hij op een zandbank gezeten heeft en er geen werking of ontzetting te bespeuren viel; zij vermoeden dat de naden waren opengewerkt. Men hoopte ook, dat er verder niet veel schade aan de lading zou zijn, daar men slechts eens suiker bij de pomp had ontdekt.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 7 april. Volgens brief van kapitein F.D. Faber, voerende het schip (opm: kof) JOHANNA WILHELMINA, in dato Galatz 19 maart was hij, na de 11e dito van Konstantinopel (opm: Istanbul) vertrokken te zijn, de 15e dito op de Donau bij fort Fult door de Russen aangehouden en belet verder op te zeilen, hij had zich daarop in persoon naar Galatz begeven, en op aanraden van de Nederlandse consul vracht aangenomen, daar deze hem verzekerd had, dat de schepen binnen een paar dagen zouden kunnen opzeilen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hoekzijl (opm: Hooksiel), 1 april. Het schip BERNARDUS, kapt. Meijer, met rijst uit het schip VIER GEZUSTERS, kapt. Verschuur, van Batavia naar Bremen, is alhier zwaar lek binnengelopen, hebbende gestoten.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Bremerhaven, 4 april. Het Nederlandse schip VIER GEZUSTERS zal, met de lading die nog aan boord is, de 10e dezer openlijk op strandingsplaats verkocht worden.


10 april 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. De makelaars H, F.N, W.H. Montauban van Swijndregt en F. & W. van Dam te Rotterdam, zijn van mening, als lasthebbende van hun meesters, op dinsdag de 1e mei 1855, des middags ten twaalf ure, in de zaal op de Scheepmakershaven, wijk 1, No. 499, publiek te veilen het snelzeilend Nederlands nieuw opgetimmerd en nieuw gezinkt kofschip de AMSTEL (opm: bouwjaar 1839), gevoerd door kapitein W. van Duijn, volgens meetbrief lang 22 el 40 duim, wijd 4 el 23 duim, hol 2 el 28 duim, en alzo groot 96 tonnen of 51 lasten, met al deszelfs staand- en lopend want, ankers, kettingen, touwen, zeilen en verdere inventaris, zo als hetzelve is liggende aan de scheepstimmerwerf van de heer De Haan te Delfshaven. Het schip is volgens certificaat van het Bureau Veritas Lloyd Français, afgegeven te Rotterdam in dato 26 maart 1855, gerangschikt 5/6 G.I.I, voor vier jaren. Te bevragen bij bovengemelde makelaars, de heren Kuyper, Van Dam & Smeer te Rotterdam, en de heren Nobel & Holzapffel te Amsterdam.


11 april 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Kampen, 9 april. De stoomboot STAD DEVENTER, die gisteren van hier met passagiers en goederen naar Amsterdam vertrok, kreeg, even in zee zijnde, gebrek aan de machine, waardoor zij ten anker moest gaan. Heden middag ten een ure, is zij hier voor de stad weder gearriveerd, gesleept door de stoomboot WESTVRIESLAND, terwijl de passagiers heden morgen op zee overgenomen zijn door de boot van Zwolle op Amsterdam, die op die wijze hun reis hebben kunnen vervolgen. De reparatie aan de STAD DEVENTER is, zo men zegt, van dien aard, dat de dienst dier maatschappij van hier op Amsterdam wel enige dagen geschorst zal blijven.


  OP - Oostpost

Omtrent de reis en het stranden van Zr.Ms. stoomschip CYCLOOP wordt van goederhand het volgende gemeld:
Na bekomen bevel van de minister van marine, en na water en steenkolen te hebben ingenomen, heeft de CYCLOOP de 24e december, tegelijk met de AMSTERDAM de reis van Elseneur naar Vlissingen aangenomen. In de nacht van 24 op 25 december heeft men spoedig de AMSTERDAM uit het gezicht verloren. De wind die uit het noordwesten begon toe te nemen, vertraagde de voortgang van de CYCLOOP bovenmate. En het bleek alras, dat dit schip, bruikbaar in de Zuiderzee, niet geschikt was voor een tocht in dit jaargetijde in de Noordzee.
De 25e december kwam er, door het breken van de stuurreep, zulk een geweldige stortzee over, dat een der matrozen van het voorschip in de werkende machine werd geworpen en verbrijzeld; de werpankers op de bak, met de bouten, werden uitgerukt en mede in de machine geslingerd; het tuig van boegspriet en kluifhout geraakte buiten boord; verscheidene der schepelingen werden gewond en een gedeelte der voorverschansing spoelde in zee. De commandant besloot alstoen tot achter Skagen af te houden en de schade zo goed mogelijk te herstellen.
De 27e werd het goed weder. Het anker opnieuw gelicht en de Noordzee ingestoomd. Tot ’s namiddags van de 28e liet het zich goed aanzien, met een vaart van 40 mijlen in het etmaal; doch alstoen begon het uit het noordwesten te stormen en heeft dit aangehouden tot op het ogenblik van de stranding.
Niets werd verzuimd om het schip, zonder stoom, aan de wind te houden; doch het werd telkens dwarszee’s geworpen. Een nieuwe bezaan werd, met gevaar voor de mast, en het uit de lijken waaien van het zeil, aangeslagen. Een grote presenning werd in het want afgerold, doch alles tevergeefs. Bij de onmogelijkheid van waarnemingen, en alleen met het lood in de hand, was de plaats, waar men zich bevond, niet met juistheid te bepalen.
De 31e december verhief zich de storm met een hevigheid, als de oudste der schepelingen niet geheugde; de zee kookte en het schip was bijna niet meer te regeren. Maandag waren nog voor 24 uren steenkolen voorhanden, terwijl het zeker was, dat, bij gebrek daarvan, het schip reddeloos verloren zou zijn. Door het hevig werken, was het bijna niet meer te houden en werden de pompen telkens door kolengruis verstopt, en was benedendeks niets meer droog. Des avonds was de storm nog toegenomen, de voorraad kolen tot 12 uren verminderd en terwijl de tekenen ener aanstaande en noodlottige beslissing steeds zichtbaarder werden, besloot de commandant af te houden, om zo mogelijk de rede van Texel te bereiken.
In diezelfde nacht werd de halfdeks verschansing en de stuurboordssloep uit de davits weggeslagen. Ten half vijf loodde men 15 vademen, en kwart voor vijf ure kwam de eerste breker over, viel het schip over zijde, en werd het onder aanhoudend stoten tegen de duinen bij Zandvoort geworpen. Met veel moeite werd de raderkastboot over boord gezet, en een lijn naar de wal gebracht. Men de dag kwam de reddingsboot van Zandvoort te hulp, en te elf ure werd het schip verlaten.
Voor de verpleging van officieren en equipage is bij uitnemendheid gezorgd, en de bewezene hulpvaardigheid en deelneming zijn niet genoeg te roemen. Bij de schipbreuk zijn vermist de officier van gezondheid De Haan, benevens twee matrozen. De état-major bestond verder uit de luitenant 1e klasse C.V. Zwaanshals, commandant; luitenant 1e klasse J.G. de Man, 1e officier; luitenants 2e klasse H.D. Slegt en J.A.H. Hungenholz; adelborst 1e klasse D.G. baron van Welderen Rengers; adm. 2e klasse A.A. Lagaay en scheepsklerk A.Y Stuart.


12 april 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Nieuwe Diep, 10 april. Heden is Zr.Ms. korvet met stoomvermogen MEDUZA, commandant J.A. van Maldeghem, in dienst gesteld.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 11 april. Men verzekert, zegt het Journal d’Anvers, dat één der twee stoomboten, bestemd voor de vaart tussen Antwerpen en New York, en die op de werven van de heren P. van Vlissingen en Dudok van Heel te Amsterdam in aanbouw zijn, binnen een veertien dagen van stapel zal lopen. De tweede stoomboot is mede reeds ver gevorderd. Men denkt, dat het eerste vertrek van deze nieuwe dienst in de maand juni zal plaats hebben.


  DC - Dordtsche Courant

Hellevoetsluis, 10 april. De Deense brik DANMARK, is heden morgen hier ter rede drift geraakt en tegen de Noordwal aan de grond gekomen; zij heeft de stoomboot KINDERDIJK bij zich tot assistentie.


13 april 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 12 april. Het kofschip de JONGE JACOB, kapt. B.J. Rijnberg, van Hamburg met garst naar Antwerpen, is volgens brief van Delfzijl van 10 dezer, de 8e dito op de Eemshoornplaat (opm: Emshorn Plate) gestrand en zal met de lading weg zijn, Het volk, uitgenomen de stuurman, is in bewusteloze toestand uit het want gered door kapt. Bossinga, voerende het schip WIA GEZIENA, van Newcastle naar Groningen, wegens storm op de Eems binnengelopen. Het volk had de scheepspapieren en het goed in de boot geborgen, maar deze werd verbrijzeld en was daardoor alles verloren gegaan.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. De makelaars H.F.N. en W.H. Montauban van Swijndrecht en F. & W. van Dam te Rotterdam, zijn van mening op last van hun meester op dinsdag de 1e mei 1855, des middags ten 12 ure, dadelijk na de veiling van het kofschip de AMSTEL, in de zaal op de Scheepmakershaven, wijk 1, No. 499, te veilen het Nederlands gezinkt tweemast galjoot- of brigantijnschip KOOPHANDEL (opm: bouwjaar 1834), laatst gevoerd door kapitein G.J. Hayen, volgens meetbrief lang 26 el 40 duim, wijd 5 el 30 duim, hol 2 el 87 duim, en alzo groot 178 tonnen of 94 lasten, met al deszelfs rondhout, staand- en lopend want, ankers, kettingen, touwen, zeilen en verdere inventaris, zo als hetzelve is liggende in de Wijnhaven, nabij het postkantoor te Rotterdam. (opm: koper B. van Loon & Zoon, Harlingen; nieuwe scheepsnaam FRITS EN BETSY, kapitein H. van Loon)


  AH - Algemeen Handelsblad

Rotterdam, 12 april. Heden vertrekt van deze stad de Nederlandse bark CAROLINA, kapt. V. de Best, naar New York, aan boord hebbende een 200-tal landverhuizers, waaronder slechts 12 Duitsers. De anderen zijn alle van Charlois (opm: nu deel van Rotterdam), Overmaasche en Buitensluis.


14 april 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Seafield (Meltown Malbay [opm: Milltown Malbay, 52º51’ N.B. 09º24’ W.L.]), 7 april. Het schip HELENA THECLA, kapt. H.F. Diepenbroek, van Palermo naar Liverpool, hetwelk ten gevolge van averij de 2e maart in Doonbeg-baai op strand werd gezet – zie onze nommers van 4 en 11 maart – is aldaar verkocht. De lading is naar Kilrush (opm: Clare, Ierland) gebracht. (opm: de schoenerkof, bouwjaar 1850, kapt. Hindrik Josephs Diepenbroek, werd naar Engeland verkocht, nu COLNE)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. De notaris C.J. van der Halen te Brouwershaven zal ten verzoeke van zijn principaal op maandag de 23e april 1855, des morgens ten 10 ure, aan de haven te Brouwershaven publiek om contant geld verkopen de inventaris van het afgekeurde Pruisische brikschip COURIER, gevoerd geweest door kapt. C.W. Viegut, bestaande in staand en lopend want, zeilen, rondhout, ankers, kettingen enz.
En daarna ten huize van F. van ’t Hof aldaar het casco van gemeld schip.
Nadere informatiën te bekomen te Brouwershaven bij voornoemde kapitein en de heer agent Van Maenen.


  DC - Dordtsche Courant

Volgens de Précurseur (opm: Antwerps dagblad) zijn gedurende het eerste trimester anno 1855 606 schipbreuken bekend geworden. Dezelve verdeelden zich over de maanden als volgt: januari 262, februari 180, maart 164, tezamen 606 schepen. In hetzelfde tijdsverloop in 1854, bedroeg dit getal 680.


 MCO - Middelburgsche Courant

Heden is alhier in de haven binnengekomen het schip (opm: bark) COMMERCIE-COMPAGNIE, van Middelburg, gezagvoerder Horn, laatst van Antwerpen, gesleept door de stoomboot PRINCES MARIANNE.


  JB - Javabode

Advertentie. Op de 24e april 1855 zal alhier bij publieke veiling worden verkocht het Engels brikschip VOLANTE, groot 154½ tonnen, met deszelfs masten, rondhouten, tuig, zeilen, ankers, kettingen en verdere inventaris, zo als het thans alhier ter rede is liggende. Nadere informatiën te bekomen ten kantore van de agenten, Frazer, Eaton & Co. (opm: zie JB 210255 en OP 020555)


  JB - Javabode

Batavia, 11 april. Heden zijn hier aangekomen de Nederlandse schepen CHINA, kapt. F. Mulder, de 10e december vertrokken van Liverpool, en DILIGENTIA, kapt. A.T. Horneman, de 28e februari vertrokken van Geelong.


15 april 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 14 april. Op heden is van de werf van de heren Gebr. Pot aan de Elshout met het beste gevolg te water gelaten het barkschip S. VAN HEEL, groot circa 400 lasten, gevoerd zullende worden door kapt. A.H. van der Waal, bestemd voor de grote vaart voor rekening ener rederij onder directie van de heer J. van Delft Czn te Overschie.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Harlingen, 14 april. Met zekerheid kunnen wij thans berichten, dat de bij Oporto gestrande stoomboot LEEUWARDEN de 26e der vorige maand aldaar als wrak verkocht is. Elf manschappen der equipage van die boot zijn hier aangekomen en brengen deze tijding mede.


16 april 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 15 april. Morgen, maandag 16 dezer des namiddags ten 4 ure, zal van de werf van de Gebr. Visser alhier van stapel worden gelaten het fregatschip BURGEMEESTER HOFFMAN, gebouwd voor rekening van het handelshuis van de heer H. van Rijckevorsel alhier en gevoerd zullende worden door kapt. N.A. Dijkema.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. B.D. Bosscher, makelaar, zal op maandag de 30e april 1855, des avonds ten 6 ure, te Amsterdam in de Nieuwe Stadsherberg aan het IJ, ten overstaan van de deurwaarder B.D. Beets, verkopen een extra ordinair welbezeild, gekoperd en kopervast barkschip, genaamd BANTAM, gevoerd door kapitein F.H. Klein; volgens Nederlandse meetbrief lang 30 ellen 10 duimen, wijd 6 ellen 2 duimen, hol 4 ellen 72 duimen, en alzo gemeten op 380 tonnen of 200 lasten. Breder bij inventaris en bericht bij bovengenoemde makelaar.
(opm: na de veiling werd koper F.L. Gregory Pierson, Amsterdam, nieuwe naam IDA, kapt. F.W. Mulder)


17 april 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. H.J. Rietveld en G.J. Boelen, makelaars, zullen op maandag de 30e april 1855, des avonds ten 6 ure, te Amsterdam in de Nieuwe Stadsherberg aan het IJ, ten overstaan van een daartoe bevoegd beambte, verkopen een extra ordinair welbezeild gekoperd en kopervast barkschip, genaamd de VIER GEBROEDERS, voorzien van een certificaat van Lloyd’s Français (Veritas), afgegeven den 15e februari 1854, als 5/6 L 2.1 voor drie jaren, laatst gevoerd door kapitein G.F. Wiegmink, volgens Nederlandse meetbrief lang 42 ellen 18 duimen, wijd 6 ellen 6 duimen, hol 4 ellen 52 duimen, en alzo gemeten op 392 tonnen of 207 lasten. Breder bij inventaris en bericht bij bovengenoemde makelaars, of bij de cargadoors Hoyman en Schuurman.
(opm: kopers van dit in 1830 als fregat getuigde schip werden Michiel de Wit [6/8e], De Rijp, en J. en A. Salm, Amsterdam; nieuwe kapitein P.J. Haken)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 16 april. Heden liep van een der werven van de heren Gebrs. Visser alhier te water het fregatschip BURGEMEESTER HOFFMAN, groot ca. 450 Java-lasten en gevoerd zullende worden door kapitein N.A. Dijkama, terwijl onmiddellijk daarna de kiel werd gelegd van het brikschip GUINEA, voornamelijk bestemd voor de handel en de vaart op de westkust van Afrika, en zulks beiden voor rekening van het handelshuis van de heer H. van Rijckevorsel alhier, zodat hierdoor op de drie werven van de heren Gebrs. Visser weer drie bodems voor genoemd handelshuis in aanbouw zijn.
Behalve een aantal genodigden met hun dames, waren daarbij, meer dan gewoonlijk bij dergelijke gelegenheden, zeer veel toeschouwers tegenwoordig, die door hun opkomst ongetwijfeld een blijk hebben willen geven van hun sympathie met het denkbeeld des reders, om een Rotterdamse bodem de naam te doen dragen van de geachte burgemeester van de tweede handelsstad van Nederland, en daardoor als het ware te delen in de welverdiende hulde, hem op die wijze gebracht. Na het aflopen van het schip, is door de heer van Rijckevorsel aan de heer burgemeester een keurig diner aangeboden in het Grand Hotel des Pays-Bas alhier, dat tevens vereerd werd met de tegenwoordigheid van heren wethouders, van leden van de gemeenteraad, de gemeente-ontvanger en secretaris en een aantal verdere genodigden. Een menigte toasten aan het heil van koning en vaderland, de regering en de gemeente van Rotterdam, de bloei van handel en scheepvaart enz. enz. gewijd, werden met de meeste geestdrift toegejuicht.
Tezelfder tijd werd door de heer van Rijckevorsel nog een ander diner gegeven aan boord van het te water gelopen schip, en wel aan de gezagvoerders der thans hier aanwezig zijnde schepen van, en een aantal andere personen, in betrekking staande tot meergenoemd handelshuis. Ook daar gaf gulheid en heusheid de toon, en werden bij menige dronk de weldaden herdacht, die door de ijverige Rotterdamse handel over stad en land verspreid.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 15 april. De stoomboot LEEUWARDEN, kapt. Dijker, op de baar bij Porto gestrand, is de 26e maart als wrak verkocht voor NLG 18.000.


18 april 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Capelle a/d IJssel, 16 april. Heden is op de werf van de heren W. & J. Hoogendijk & Co met goed gevolg te water gelaten het barkschip KEMANGLEN, groot pl.m. 290 gemeten lasten, zullende gevoerd worden door kapt. H.H. Smit, onder directie en voor rekening ener rederij van de heren F.S. Sparnaay & Zoon te Rotterdam.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Schiedam, 16 april. Heden namiddag is met het beste gevolg van de scheepstimmerwerf de Nijverheid, van de heren C. Gips en Zonen alhier, te water gelaten, het nieuw gebouwde en gekoperde barkschip CORNELIA MATHILDA, groot ongeveer 400 Java-lasten, voor rekening van de heren A. Prins & Co alhier, bestemd voor de grote vaart. Het zal gevoerd worden door kapt. J.J. Muntendam.


19 april 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Portsmouth, 15 april. De Nederlandse kof MARGARETHA GESINA, kapt. J.W. Stuit, van Oporto naar Hamburg bestemd, is alhier zeer lek binnengelopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Sciliy (St. Mary’s), 13 april. Het Nederlandse schip GEERTRUIDA HENDRIKA, kapt. J.C. Voorzee, van Malaga naar Liverpool bestemd, hetwelk de 24e februari alhier in averij binnenliep – zie ons nommer van 3 maart – heeft de reparatie geëindigd, de lading weder aan boord genomen en zal binnen een paar dagen gereed zijn om de reis weder te aanvaarden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Cuxhaven, 16 april. De Nederlandse kof JUFVROUW ANNETTE, kapt. Hubert, van Hamburg naar Koningsbergen (opm: Kaliningrad), is hier lek binnengelopen en moet lossen om te repareren.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Openbare verkoping op 8 mei 1855 te Rotterdam in het Notarishuis aan de Geldersche Kade alhier, van het Nederlands gekoperd en kopervaste barkschip MARY EN HILLEGONDA, gevoerd door kapt. L. Visser, volgens meetbrief lang 40,70 el, wijd 7,24 el, hol 5,51 duim, en alzo gemeten op 722 ton of 381 lasten.
(eerst op 14 oktober 1856 werd het inmiddels tot hol onttakelde schip, bouwjaar 1835, voor NLG 8.000 verkocht aan Cornelis Smit, reder, koopman en scheepsbouwer te Alblasserdam; de koop werd geacht te zijn gesloten met terugwerkende kracht tot 24 januari 1856, waarschijnlijk in een deal met de in aanbouw zijnde nieuwe bark MARY EN HILLEGONDA die op 2 september 1856 zou worden opgeleverd; als BEIJENKORF ging het schip onder kapt. T. Vogelesang weer in de vaart)

AH 190455
Advertentie. Jan Corver, makelaar, zal op maandag de 30e april 1855, des avonds om zes uur te Amsterdam, in de Nieuwe Stadsherberg aan het IJ, verkopen: een extra ordinair wel bezeild kofschip, varende onder de Nederlandse vlag, genaamd MARIA ELIZABETH, gevoerd door kapt. D.H. Tjakkes, liggende te Schiedam. Volgens Nederlandse meetbrief lang 23 ellen, 40 duimen; wijd 4 ellen, 18 duimen, hol 2 ellen, 32 duimen en alzo gemeten op 101 tonnen of 53 lasten. Breder bij inventaris en bericht bij de bovengemelde makelaar, de cargadoors Kranenborg & Zonen te Amsterdam, of Loncq & Cool te Schiedam.
(opm: koper Jan Corver & Co, Amsterdam, nieuwe naam REMELIA JOHANNA, kapt. H.J. Stuiver)


20 april 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 19 april. Het schip (opm: galjoot) ZWAANTINA, kapt. D.B. Schuur, van hier naar Stettin (opm: Szczecin), is de 14e dezer lek te Medemblik binnengelopen, hebbende aan de grond gezeten. Het moet lossen om nagezien te worden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 19 april. Volgens brief van kapt. Buykes, voerende het schip AMBARAWA, van Patjitan herwaarts gedestineerd, was hij genoodzaakt geweest de 23e februari l.l. aan de Kaap de Goede Hoop wegens ziekte der equipage binnen te lopen, hebbende drie man daarvan gedurende de reis verloren. Hij hoopte echter spoedig weder te kunnen vertrekken. Het schip was overigens in goede staat.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Antwerpen, 18 april. De Nederlandse brik GOUVERNEUR BARON VAN ZUYLEN VAN NIJEVELT, kapt. De Jonge, heden in ballast van onze stad vertrokken, is op de hoogte van fort St. Marie aan de grond geraakt. Het schip zit niet gevaarlijk; men hoopt het met hoog water vlot te krijgen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Elseneur (opm: Helsingör), 14 april. De Nederlandse kof DIANA, kapt. H.J. Fijn, van Londen naar de Oostzee bestemd, is met een Engelse brik in aanzeiling geweest en dientengevolge met schade aan de boegspriet alhier binnengelopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Mauritius, 9 februari. Het Nederlandse fregatschip JUPITER, kapt. G.J. van der Mei, van Batavia, laatst van Banjoewangie (opm: Banyuwangi) naar Amsterdam bestemd, is hier de 1e februari masteloos binnengelopen. Het schip bekwam deze schade de 24e januari in een orkaan uit het ONO en ZZO, zich toen bevindende op 25º Z.B. en 63º O.L. Ook in de onmiddellijke nabijheid van dit eiland hebben zware stormen gewoed, die zeker veel schade aan de schepen, die zich op deze breedtes bevonden, zullen toegebracht hebben. (opm: zie NRC 210455)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Naar Padang voor passagiers, waartoe bijzonder is ingericht het nieuw gebouwd en gekoperd barkschip VESTA, gevoerd door kapt. J. van Vollenhoven, voerende een geëxamineerde scheepsdokter. Adres bij de reders Van Overzee & Co, en bij de cargadoors Hudig & Blokhuyzen en Kuyper van Dam & Smeer, en te Amsterdam bij De Coningh & Bert. (opm: eerste reis)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. H.J. Rietveld en A. Roos, makelaars, zullen op maandag de 30e april 1855, des avonds ten 6 ure, te Amsterdam in de Nieuwe Stadsherberg aan het IJ, verkopen een extra ordinair welbezeild gekoperd brikschip, varende onder Nederlandse vlag, genaamd JUNO, laatst gevoerd door kapitein J.A. de Lang, volgens Nederlandse meetbrief lang 25 ellen 80 duimen, wijd 4 ellen 89 duimen, hol 4 ellen 21 duimen, en alzo gemeten op 236 tonnen of 125 lasten. Breder bij inventaris en bericht bij bovengenoemde makelaars of bij de cargadoors Hoyman en Schuurman te Amsterdam. (opm: zie AH 010555)


  AH - Algemeen Handelsblad

Amsterdam, 19 april. Heden is op de werf De Boot in de Groote Wittenburgerstraat alhier de kiel gelegd van een bark, groot 240 lasten, die de naam zal voeren van ANNA JUSTINA, voor rekening van de heren Groen & Bos.


21 april 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 20 april. Aangaande het schip JUPITER, kapt. Van der Meij, van Banjoewangie naar Amsterdam gedestineerd, met schade te Mauritius binnengelopen – zie ons vorig nommer – wordt, volgens brief van de kapitein, in dato 9 februari, gemeld: dat het de 24e januari, op 25º Z.B. en 63º O.L. door een hevige orkaan was belopen, en daardoor de grote mast, de voor- en bezaan-stengen, alle tuigage en zeilen, de hut, alle watervaten en twee sloepen verloren en de grote boot gebroken had; door het mastgat en het volkslogies was water ingekomen, zodat er 26 duim water in het schip stond. Het moet lossen om te repareren.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. De makelaars H.F.N. en W.H. Montauban van Swijndrecht en F. & W. van Dam te Rotterdam, zijn van mening, op last van hun meester, op dinsdag de 8e mei 1855, des middags ten 12 ure, in de zaal op de Scheepmakershaven, wijk 1, No. 499, publiek te veilen het Nederlands gekoperd en kopervast barkschip de MARY EN HILLEGONDA, gevoerd door kapitein L. Visser, volgens meetbrief lang 40 el 70 duim, wijd 7 el 24 duim, hol 5 el 51 duim, en alzo groot 722 tonnen of 381 lasten, met al deszelfs rondhout, staand- en lopend want, geschut, ankers, kettingen, touwen, zeilen en verdere inventaris, zo als hetzelve is liggende in de Nieuwe Berghaven te Rotterdam.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Norden, 14 april. Van de lading van het schip (opm: kof) JONGE JACOB, kapt. B.J. Rijnberg, van Hamburg naar Antwerpen, op de Eemshoornplaat (opm: Emshorn Plate) gestrand – zie ons nommer van 13 april – zijn 24 vaten harst alhier en 20 vaten harst (opm: hars of pek) te Greetsiel geborgen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Antwerpen, 19 april. Het te Vlissingen gearriveerde Belgische schip ATALANTE, kapt. Vent, van Samarang komende, heeft in de Wielingen nabij de Paardenmarkt (opm: thans Binnen Paardenmarkt geheten, in 1855 een bank die liep van Het Zwin tot Ostende) aan de grond gezeten en daardoor een zwaar lek bekomen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Antwerpen, 19 april. De Nederlandse brik GOUVERNEUR BARON VAN ZUIJLEN VAN NIJEVELT, welke als gisteren gemeld bij fort St. Marie gestrand was, is met hoog water, vlot gekomen en heeft zonder enige schade de reis vervolgd.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlie, 18 april. De stoomboot AMSTEL vertrok heden van hier naar Harburg. (opm: eerst getraceerde reis).


24 april 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Te Rotterdam ligt in lading naar Batavia voor goederen en passagiers het extra op de zeilage nieuw gebouwd Nederlands barkschip ZWERVER, kapt. D.A. Koekelis, hebbende uitmuntende inrichtingen voor passagiers. Er bevindt zich een melkgevende koe aan boord, is geschikt tot overvoer van machineriën en voerende tevens een geëxamineerde dokter. Adres bij de cargadoors Vlierboom & Suermondt. (opm: eerste reis)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Te Rotterdam ligt in lading naar Batavia en Soerabaija voor goederen en passagiers, waartoe hetzelve uitmuntend is ingericht, het nieuw, extra op de zeilage gebouwd Nederlands gekoperd barkschip MARIA DIEDERIKA, kapt. A. van Marion, voerende een geëxamineerde scheepsdokter. Adres ten kantore van Kuyper, Van Dam & Smeer en Hudig & Blokhuyzen alhier, en de Wed. Jan van Wezel & Zoon te Amsterdam. (opm: eerste reis)


  DC - Dordtsche Courant

Wells, 20 april. De kopers van de te Dordrecht te huis behorende schoener DIANA (opm: zie o.a. NRC 200355), onlangs bij Burnham gestrand, hebben verscheidene malen tevergeefs beproefd, om dat schip vlot te krijgen; het zal op de plaats moeten gesloopt worden.


  AH - Algemeen Handelsblad

Verkoping van schepen, gehouden te Amsterdam in de Nieuwe Stads Herberg aan het IJ op 23 april 1855: het in den jare 1847 nieuw gebouwde kofschip EMILIE: NLG 8000, in slag NLG 600, koper Anthony Roos namens Gebr Goedkoop; nieuwe scheepsnaam NOORDSTER, kapt. J. Goedkoop).


25 april 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. C. Ament en J.J. van der Meulen, makelaars, zullen op maandag de 30e april 1855, des avonds na 6 ure, te Amsterdam in de Nieuwe Stads-Herberg aan het IJ verkopen:
- 1/16e Part in het gekoperd Nederlands brikschip ANNA EN CHRISTINA, gevoerd door kapt. J.C. Joon, gemeten op 287 tonnen, liggende te Amsterdam en varende onder directie van de heren J.F.P.A. Abbema en M. van Geldrop.
- 1/28e Part in het schoener-kofschip HIJLKE TROMP, gevoerd door kapt. H.P. Mooij, gemeten op 63 lasten, varende onder directie van de heer H.A. Tromp te Woudsend.
Breder bij biljetten en bericht bij bovengemelde makelaars.


  OP - Oostpost

Wij zijn van goederhand geïnformeerd, dat de grote meerderheid der assuradeuren te Amsterdam zich heeft verenigd, tot het vestigen van een nationale inrichting tot expertise en classificatie van al de schepen, welke onze havens bezoeken, en van de schepen voor de Oost-Indische vaart, die in de havens van Zuid-Holland en Zeeland te huis behoren.
Het doel dier vereniging is, assuradeuren wekelijks te informeren van de toestand der schepen, die zich in onze havens bevinden en tevens ten behoeve der rederijen certificaten van bevinding der schepen af te geven.
Men bericht ons, dat de certificaten tegen een geringe vergoeding aan belanghebbenden zullen worden uitgereikt, en dat de Nederlandsche Handel-Maatschappij voor haar bevrachtingen de aldus af te geven certificaten als geldig zal aannemen.
De ingestelde expertise is op 1 januari in werking gekomen, en een commissie uit het midden van assuradeuren met de leiding der zaak is belast, bestaande uit de heren Hartsen, Langerhuizen, Gulcher, Van Eeghen en Matthes.
Tot experts te Amsterdam zijn aangesteld H.W. Schokker en J.H. Schippers, en te Rotterdam B.J. Martens.
Wij vernemen tevens met genoegen, dat een gedeelte der Rotterdamse assuradeuren zich voorlopig aan de vereniging heeft aangesloten.


26 april 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 25 april. Door de Nederlandsche Handel-Maatschappij zijn bevracht de navolgende 27 schepen, als:
Voor Rotterdam: KLAZINA, kapt. D. Wels Browning, VIER GEBROEDERS, kapt. C. Vonck; JACOBA HELENA, kapt. D.C. Rietbergen; HOLLANDS TROUW, J.C. Kreije; JONGE JAN, kapt. A. Hoogenstraten; ALCOR, kapt. F.J. van Oppen; GENERAAL DE STUERS, kapt. F. Fokkens, en KONING EN VADERLAND, kapt. B.A.F. van Bruggen.
Voor Amsterdam: LEWE VAN NEIJENSTEIN, kapt. R.H. Borgers; ANJER, kapt. H. Biesthorst; WASSENAAR, kapt. A. Hofstee; OOST INDIA PACKET, kapt. B. Bakker Gz; DANKBAARHEID, kapt. W. Postma; CHRISTINA AGATHA, kapt. H. de Visser; KONING WILLEM II, kapt. G. van Eyk Menkman; SARA ALIDA MARIA, kapt. H.A. Tekelenburg; AGNETA, kapt. W.N. Crap Hellingman; en MARIA ELISE, kapt. M. van der Putte.
Voor Dordrecht: JEANNETTE EN CORNELIA, kapt. T.K. Veldman; FLORA, kapt. A.A. van der Wijk; J.C. SCHOTEL, kapt. J.P. van Beest Holle, en HELLEVOETSLUIS, kapt. W. J. Vos.
Voor Middelburg: WILHELMINA CATHARINA, kapt. N.M.O. de Groot Stiffry; PHOENIX, kapt. J.E. Verhulst.
Voor Schiedam: ANNA, kapt. P.A. Kleynenberg, FORMOSA, kapt. M.A. Smits, en TRIJNTJE FENNA, kapt. J.F. des Ruelles, de beide laatste van Rotterdam.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hjørring, 19 april. De schoenerkof MARCHINA, kapt. H.H. Reussien, van Newcastle met stukgoed naar Stettin (opm: Szczecin), is bij Hirtzhigs (opm: waarschijnlijk Hirtshals) gestrand. Het volk is gered. Het schip is waarschijnlijk wrak en of er nog iets van de lading kan worden geborgen, is onzeker.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Cuxhaven, 21 april. De Nederlandse tjalk ANTINA, kapt. Joosten, van Kiel, en de kof MARGARETHA HILLECHINA, kapt. Oostra, van Norrköping komende, beide naar Amsterdam bestemd, zijn alhier voor noodhaven binnengelopen. Eerstgenoemde is zwaar lek en moet lossen.


  DC - Dordtsche Courant

Advertentie. Naar Batavia ligt in lading, te Amsterdam om op 15 mei e.k., in het Nieuwe Diep, tot vertrek gereed te liggen, het snelzeilend Nederlandse barkschip J.C. SCHOTEL, kapt. J.P. van Beest Holle.
Adres voor goederen en passagiers bij de heren J. Daniels & Zoon & Arbman te Amsterdam en Visser & Van der Sande te Dordrecht en te Rotterdam of bij de kapitein aan boord.


27 april 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 26 april. Heden is van de werf van de scheepsbouwmeesters P. Bakhuijzen & Zoon te Capelle aan den IJssel te water gelaten het campagne barkschip JAN VAN SCHAFFELAAR, groot 400 lasten, gebouwd voor rekening ener rederij onder directie van de heer H. Hartog alhier en gevoerd zullende worden door kapt. H. van Hees.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 26 april. Heden is aan de fabriekswerf van de heren Paul van Vlissingen en Dudok van Heel te Amsterdam met goed gevolg te water gelaten het ijzeren schroef-stoom-fregatschip BELGIQUE, groot 2.000 ton, gebouwd voor rekening van de directie der transatlantische stoomvaart-maatschappij gevestigd te Antwerpen en bestemd voor de vaart tussen Antwerpen en New York.


28 april 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 27 april. Te Pillau is de 21e april van de werf van de scheepsbouwmeester C.G. Eggert te water gelaten het schip LIVORNO PACKET, gebouwd voor rekening van de heer Mr. F.U.H. Reiger te Amsterdam, gevoerd zullende worden door kapt. G.J. Melenberg.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Krimpen aan den IJssel, 27 april. Heden is op de scheepstimmerwerf van de heer Jan Otto alhier met het beste gevolg te water gelaten het campagne-schip (opm: fregat) TONIA, groot circa 400 gemeten lasten, gebouwd voor rekening ener rederij onder directie van de heer Hendrik Veder te Rotterdam, en zullende gevoerd worden door kapt. C.F. Zeeman.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 27 april. Kapt. Koning, voerende de Nederlandse kof JOHANNA MARCHIENA, gisteren uit Rostock te Gent aangekomen, verklaart, dat zijn schip van 2 januari tot 12 april in het ijs in de Oostzee op twee mijlen afstands van Kopenhagen vastgezeten heeft.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlissingen, 26 april. De Nederlandse kof TWEE GEBROEDERS, kapt. Hitman, naar zee bestemd, is in de haven gelopen wegens ziekte van kapitein en stuurman.


29 april 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 28 april. Heden morgen werd op de stedelijke begraafplaats alhier het stoffelijk overschot ter aarde besteld van de weledele heer W. Suermondt Bz, die de 23e dezer in bijna 70-jarige leeftijd overleed. Behalve de leden der familie zag men daar een buitengewoon groot aantal belangstellende vrienden en andere stadgenoten, gezagvoerders van schepen en anderen verenigd, om de laatste eer te helpen bewijzen aan de man, die om zijn degelijk en echt christelijk karakter en om alles wat hij in verschillende betrekkingen ten nutte des handels en der maatschappij verricht heeft, de algemene achting en genegenheid genoot, en als een der voornaamste reders en kooplieden te recht onder de steunpilaren des Rotterdamse handels geteld werd. Toen de Rechtbank van Koophandel hier nog bestond, was hij een tijd lang voorzitter daarvan, terwijl hij tot zijn dood toe een der commissarissen van de Nederlandsche Handel-Maatschappij en lid der Kamer van koophandel en fabrieken alhier geweest is. ’s Mans verlies wordt dus niet alleen door zijn weduwe en talrijk geslacht, maar ook door vele anderen diep betreurd, en sterk was dan ook de aandoening bij de godsdienstige toespraak, die de weleerw. heer W. Mark, predikant bij de Episcopaalse gemeente hier ter stede, bij het geopend graf zijns ontslapen vriends hield.

NRC 300455
Advertentie. Uit de hand te koop een hecht en sterk gebouwd tjalkschip, lang 76 voet, wijd 17½ voet, hol 7½ voet. Te bevragen bij de scheepsbouwmeester J. Pauw te Edam.


01 mei 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 12 maart. Scheepsvrachten. De Nederlandse schepen WILHELMINA en NEDERLAND werden in de gewone Maatschappij-bevrachtingen opgenomen. De MARY GODDARD werd door de Factorij à NLG 87,50 voor suiker en koffij, op de kust te laden, genomen. Verder bedongen de AMICITIA NLG 90 voor suiker alhier en NLG 95 op de kust, en NLG 85 voor rijst op Indramayoe (opm: Indramayu), de VOORWAARTS NLG 77,50 voor rijst op Indramayoe en NLG 85 voor suiker alhier, de TAGAL NLG 85 voor suiker op de kust, NLG 110 voor arak en NLG 100 voor maatgoederen, beide alhier, de CORNELIS GIPS GBP 5 voor rijst van Akyab (opm: Sittwe) naar Nederland, en voorts te Soerabaija de NEPTUNUS NLG 90 voor suiker. Nog onbevracht, doch veelal ook nog niet disponibel, zijn de NIJVERHEID, PALEMBANG, AZIA, WILDEMAN, JAVA KOERIER, PIO NONO en de direct te Soerabaija gearriveerde VAN DER WERFF. Enige buitenlandse schepen worden voor reders-rekening beladen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 30 april. Naar wij vernemen, zal aanstaande donderdag de 3e mei des namiddags van de scheepstimmerwerf De Nijverheid (opm: C. Gips & Zoon) te Schiedam te water worden gelaten het nieuw gebouwde barkschip LAURENTIUS EN EMILIA.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. B.D. Bosscher, makelaar, zal op maandag de 14e mei 1855, des avonds ten 6 ure, te Amsterdam in de Nieuwe Stads-Herberg aan het IJ, ten overstaan van een daartoe bevoegd beambte, verkopen een extra ordinair, welbezeild, gekoperd en kopervast barkschip, genaamd ANTONIE EN EUGENIE, gevoerd door kapt. C. Meijer, volgens Nederlandse meetbrief lang 29 ellen 50 duimen, wijd 5 ellen 65 duimen, hol 4 ellen 40 duimen en alzo gemeten op 326 tonnen of 172 lasten. Breder bij inventaris en bericht bij bovengenoemde makelaar. (opm: het schip, bouwjaar 1827, werd verkocht voor de sloop)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 12 maart. De 30e januari j.l. is tegen de ochtend ten 3½ ure onder een hevige storm op het rif ten NW van het Prinsen-eiland gestrand en reddeloos uiteengeslagen het Oldenburgse brikschip VISURGIS, komende van Macao en bestemd naar Londen. De equipage, bestaande uit de gezagvoerder van die bodem, G.A. Hayssen, twee stuurlieden en zeven manschappen, benevens een passagier, genaamd Wisemann, hadden met zwemmen door de zware branding heen gelukkig het eiland bereikt en aldaar een verblijf opgeslagen. Gedurende meer dan 12 dagen hadden zij zich op het onbewoonde Prinsen-eiland opgehouden en door de jacht in hun onderhoud weten te voorzien, toen zij uit de aan wal gespoelde voorwerpen van de brik en met behulp van hout en bamboes, dat zij op het eiland hadden gekapt, een vlot konden samenstellen. Vier hunner ondernamen met dat vlot in zee te steken en trachtten de vaste wal van Java te bereiken, met dat gelukkig gevolg, dat zij de 11e februari j.l. in de Meeuwen-baai (Bantam) aankwamen en aldaar aan de bevolking van de dessa Djoengkoelan hun ongeluk verstaanbaar maakten. De 18e februari kwamen deze schipbreukelingen te Batavia aan. De agenten van de gemelde bodem zouden voor hun verdere verpleging zorg dragen. Betrekkelijk de overblijfselen van het verongelukte schip zomede de lading, bestaande uit kamfer, kaneel en zijden stoffen, zijn geen nadere berichten ontvangen dan hetgeen men van de schipbreukelingen heeft vernomen, die getuigd hebben, dat daarvan niets hoegenaamd te verwachten zou zijn, aangezien het vaartuig geheel uit een was geslagen


  DC - Dordtsche Courant

Vrachten. Er is voldoende scheepsruimte geweest voor de behoefte. Door de factorij zijn opgenomen de ZEENYMPH ad NLG 90,- voor suiker en NLG 85,- voor koffie te Passaroeang te laden. De MARY GODDARD NLG 87,50 voor koffie en suiker te Pacalongan en Soerabaya te laden. De WILHELMINA heeft factorij tarief bekomen. Door particulieren zijn bevracht de volgende schepen: de AMICITIA NLG 90,- voor suiker hier, en NLG 85,- voor rijst te Indramayoe te laden voor Holland. CORNELIS GIPS, GBP 5,5/ om een lading rijst te Akyab te laden; Kanaal om orders. De VOORWAARTS NLG 77,50 voor rijst te Indramayoe; NLG 85,- voor suiker, NLG 95,- voor was en NLG 100,- voor arak hier te laden voor Holland. TAGAL NLG 85,- voor suiker te Soerabaya en NLG 110,- voor arak hier, voor Holland. LOUISA (Zweden) is bevracht voor GBP 4,- de ton, om hier te laden voor Amsterdam. Nog ter bevrachting aangeboden de Hollandse schepen AZIA, PALEMBANG, JAVA KOERIER, NIJVERHEID, WILDEMAN, NEDERLAND en PIO NONO.


  AH - Algemeen Handelsblad

Verkoping van schepen, gehouden te Amsterdam in de Nieuwe Stads Herberg aan het IJ op 30 april 1855:
- Het barkschip BANTAM: NLG 18.000, in slag NLG 10, opgehouden. (opm: zie NRC 160455)
- Het barkschip VIER GEBROEDERS: NLG 17800, koper H. Salm. (opm: zie NRC 170455)
- Het barkschip MATHILDA: NLG 30200, in slag NLG 9500, koper H.J. Rietveld (opm: een makelaar handelend voor scheepsbouwmeester C.E. Duyts Czn; nieuwe scheepsnaam WELVAART, nieuwe kapitein J.N. Mooi).
- Het kofschip MARIA ELISABETH: NLG 7100, in slag NLG 50, koper J. Corver (opm: een makelaar handelend namens Jan Corver & Co; zie AH 190455).
- Het brikschip JUNO: NLG 8200, in slag NLG 400, koper B.D. Bosscher (opm: een makelaar handelend namens Frederik Haverkamp, scheepsbouwmeester en koopman te, Amsterdam; vermoedelijk werd de brik door Haverkamp flink vertimmerd [zie het grote prijsverschil], want eind september verkocht hij het schip onderhands voor NLG 21.000 aan Joh. Beuns & Zn e.a., Amsterdam; nieuwe kapitein werd E.F.A. Roszberger).


02 mei 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 1 mei. Door de heren P. Smit c.s. is vergunning gevraagd voor een stoombootdienst van Rotterdam en Antwerpen vice versa en tussengelegen plaatsen tot dagelijks vervoer van passagiers en goederen onder de firma van Fop Smit Junior & Comp. (opm: zie NRC 190755 en 170256)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 12 maart. Zr.Ms. stoomschip BORNEO, onder bevel van Luit.t.Zee 1e kl. Uhlenbeck, op de 15e februari van Samarang herwaarts gestoomd, heeft op de hoogte van Indramayoe op een klip gestoten, waardoor het zulk een zwaar lek bekwam, dat het zich op dat ogenblik in een zeer hachelijke toestand bevond. Zr.Ms. stoomschip ETNA, Luit.t.Zee 1e kl. P.A. Mathijsen, zich in de nabijheid bevindende, heeft die bodem daarop op sleeptouw genomen en naar Onrust gesleept om de nodige herstellingen te doen ondergaan.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Delfzijl, 27 april. Het schip VRIENDSCHAP, kapt. H.J. Sterenborg, van Noorwegen herwaarts gedestineerd, is op het eiland Borkum gestrand, doch het volk gered. (opm: zie NRC 040555)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 12 maart. De schepen ERASMUS, kapt. Scharper, van Banjoewangie (opm: Banyuwangi) naar Rotterdam, SCHOONDERLOO, kapt. Marmelstein, van dito naar dito, en ANNA EN ELISE, kapt. Jaski, van dito naar Amsterdam, zijn te Soerabaija binnengelopen, het eerste lek en de beide laatsten met schade.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Te koop een kopervast schoenerschip van pl·m. 140 rogge-lasten, thans in de maak, hetwelk spoedig klaar kan zijn op de werf Het Hoofd, buiten het Kleine Poortje te Groningen bij F.W. van der Werff.


  OP - Oostpost

Soerabaya, 2 mei 1855. Op de vroege morgen van maandag 30 april, ongeveer ten twee uur brak alhier in de kampong Tambak Gringsing, achter de Constructiewinkel, een zeer zware brand uit, die spoedig een allerdreigendst aanzien kreeg. Het is echter door spoedig doelmatig aangebrachte hulp mogen gelukken de voortgang te stuiten en was men dezelfde morgen de brand geheel meester. Men zegt dat ongeveer 180 bamboezen woningen zijn vernield. Van ongelukken heeft men niets vernomen, alleen beklagen zich een aantal burgers dezer plaats en vele kapiteins der op de rede liggende schepen over verlies van hun linnengoed, dat bij die gelegenheid een prooi der vlammen is geworden, aangezien er in die kampong vele waslieden woonden. Men zegt dat de brand door de onvoorzichtigheid van een wasman is veroorzaakt geworden.


  OP - Oostpost

Soerabaya, 2 mei 1855. Op dinsdag de 17e april kwam alhier ter rede aan het Amerikaanse schip GRECIAN, kapt. Ilsley, Het kwam van Liverpool, had de rede van Rio Janeiro aangedaan en laatstelijk Balie Lombok en was bestemd voor Manilla. Al spoedig verspreidde zich het gerucht, dat dit schip in staat van zelfontbranding der lading, die uit manufacturen en steenkolen bestond, het laatste gedeelte der reis had volbracht en in die staat alhier op de rede het anker had laten vallen. Wij zijn door een vriendelijke hand in staat gesteld onze lezers een nauwkeurig verslag te geven van de ramp die de GRECIAN getroffen heeft, en van de verstandige en doeltreffende maatregelen door de gezagvoerder genomen, om de noodlottige gevolgen van dat ongeluk zoveel mogelijk te keren.
Op zaterdag de 7e april, bij de zuidelijke ingang van Straat Lombok, ontdekte men n.m. ten 4 ure, dat er uit de kolen in de midscheeps een gasachtige damp omhoog steeg, waarop elk gedeelte van het vaartuig onmiddellijk onderzocht werd, terwijl men de kolen op verscheidene plaatsen met ijzeren stangen peilde. Geen buitengewone hitte, alsmede geen enkele oorzaak tot vermoeden van brand bevindende, meende men dat het gas alleen van de oppervlakte der kolen werd ontwikkeld; en veronderstellende dat er enig regenwater door het grootluik op de kolen was gelekt, besloot men naar Ampenan op te werken, en daar zoveel mogelijk kolen te ontlossen, totdat de oorsprong der gasontwikkeling zou gevonden zijn. Ten 9 ure ’s avonds werd het schip nogmaals onderzocht, en alles in orde bevonden, zodat er geen reden tot verontrusting bestond. Een uur later echter kwam men tot de treurige overtuiging dat er brand in het schip was, en ogenblikkelijk daarop steeg er een zware rookkolom door het grootluik naar boven. Onmiddellijk werd de brandspuit gereed gemaakt. Doch alvorens men een enkele stroom water omlaag kon krijgen, werden rook en gas zo dik en verstikkend, dat niemand het langer omlaag kon uithouden, en allen half flauw en bewusteloos het tussendek moesten verlaten.
De gezagvoerder zag weldra, dat er niets kon gedaan worden, dan het schip luchtdicht te maken, hetwelk in een zeer korte tijd werd bewerkstelligd, door het luik en elke opening, die slechts enige rook doorliet, zorgvuldig dicht te maken.
Inmiddels werden er seinschoten gedaan om een loods, teneinde het vaartuig naar Laboan Tring te brengen, en haar vast te zetten en te laten zinken. Tegen middernacht ankerde het schip te Ampenan, waar de heer J.P. Freyss, die door de seinschoten uit zijn slaap gewekt was, aan boord kwam, ten einde de oorzaak van het schieten te vernemen. Hij bood alle in zijn macht zijnde hulp aan.
Het schip alstoen nogmaals onderzocht wordende, bevond men de planken buiten boord aan de waterlijn zeer warm, en de koppen van al de bouten bijna geheel heet; en ook de hitte op het dek toonde aan dat er een grote massa vuur in het schip was. Ten 3 ure in de nanacht kwam de serang van een schoener, die onder het bestuur van de heer Freiss stond, aan boord, om het schip naar Laboan Tring te loodsen, waarop men het anker liet slippen en de nodige zeilen bijgezet werden. Men het aanbreken van de dag begon men in de buitenhuid van het vaartuig onder water gaten in het schip te boren en ten 11 ure ’s morgens grondde hetzelve met zes voet water in het hol. De dekplanken enz. waren toen bijzonder heet.
Nadat de boten waren uitgezet, kwam de schoener van de heer Freiss langszijde en werden alle losse goederen van het dek in dezelve geladen. Ten 9 ure ’s avonds was er reeds veertien voeten water in het hol, en alles aan boord was nu zo heet dat men, een uitbarsting der vlam vrezende, aan boord van de schoener overging, die afstak en op een genoegzame afstand ten anker ging. Thans kon men niet anders verwachten dan het schip de volgende morgen, óf gezonken en omgeslagen, óf verbrand te vinden. Allen verlieten het vaartuig met bezwaarde harten. Het had hen zolang tot een genoeglijke woning verstrekt; en de gedachte van in een vreemd land, zonder vrienden, zonder geld en bijna zonder klederen achter te blijven, was alles behalve bemoedigend. Bovendien was het voor deze zeelieden bijzonder smartelijk te zien, hoe een zo schoon schip der vernieling ten prooi was, zonder dat er de minste kans op redding bestond.
Des zondags in de namiddag was het vaartuig geheel en al in een dikke rook gehuld, en ten 3 ure ging de gezagvoerder met de scheepsofficieren naar boord en bevonden zij zeventien voet water bij de pomp.
Dit water was kokend heet, en de stoom die door elke opening van het schip ontsnapte, bewees dat het grootste gedeelte der vuurmassa door het water overwonnen was. Als toen werd om het scheepsvolk en de brandspuit gezonden, en het grote luik opengemaakt, toen het vuur uit de zijde onder het opperdek losbarstte en verscheidene uren arbeids veroorzaakte, eer men het meester kon worden. Met aan aanbreken van de dag kwamen er drie hoofden van de Radja van Lombok aan boord, die alle mogelijke hulp aanboden. Zij zonden onmiddellijk tweehonderd man ten einde bij het leeg pompen van het schip behulpzaam te zijn. De gaten onder water werden nog voor het grootste gedeelte zo goed mogelijk weder dicht gemaakt. Inmiddels werd de brandspuit aan de gang gemaakt en alles wat slechts bereikt kon worden, door de waterstroom zo mogelijk afgekoeld. Nog slaagde men er in om al de overige gaten buiten boord dicht te maken, hebbende als toen negentien voet water bij de pomp. Dewijl het schip nog altijd zeer heet was, en men alzo veronderstellen moest dat er nog enig vuur was overgebleven, moesten de brandspuit en pompen onophoudelijk werken en alles ontlost worden, wat maar enigszins binnen het bereik was. Lading en provisiën werden grotendeels nat, en merendeels beschadigd. Zo moest de equipage tot de volgende vrijdag blijven doorwerken, zodat allen uitgeput van hitte en vermoeienis waren, en het vaartuig zonder de hulp der inlanders zeker verbrand zou zijn. Grotelijks roemt de gezagvoerder dan ook hun hulpvaardigheid, alsmede die van de heer Freiss, die het vaartuig geen ogenblik verlaten heeft en zich met het bevel over de inlanders belast had. Op zaterdag de 14e ankerde het vaartuig te Ampenan, waar de gezagvoerder een bezoek bij de Radja aflegde, die elke dankbetuiging en beloning voor de inlanders van de hand wees, belovende hen uit eigen middelen te zullen betalen; desniettemin deed de gezagvoerder wat hij kon om hen iets ten geschenke te geven.
Na enige vruchteloze pogingen om het vroegere geslipte anker alsmede de ketting terug te krijgen, verliet de GRECIAN in de avond van zondag de 15e de rede van Ampenan. Het vaartuig was toen binnen boord nog zeer heet, en alles moest aanhoudend nat gehouden worden. Dinsdag de 17e arriveerde het te Soerabaija, en begon men onmiddellijk te ontlossen. Nadat het tussendek ledig was, werd het vuur gevonden; en bemerkte men dat het veel uitgebreider was dan men gedacht had. Het schip is zodanig beschadigd en verbrand, dat het in Indië te veel zou kosten, om hetzelve te repareren.
(opm: de GRECIAN was blijkbaar niet erg beschadigd, want ze vertrok op 30 mei onder kapt. F. Insley van Soerabaija naar Amsterdam)


  OP - Oostpost

Te Soerabaija ligt ter rede de brik VOLANTE, thans hernaamd ATIATOOL WADOET (opm: zie OP 210255; en ook OP 160555: de ATIATOOL WADOET vertrok op 8 mei 1855 onder kapt. Sech Aboebakar Basaib van Soerabaija op
haar eerste reis onder de nieuwe naam naar Grissee)


03 mei 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Shanghay, 8 maart. Het alhier op de 28e januari j.l. van Hongkong gearriveerde Nederlandse schip (opm: bark) JOHANNA, kapt. J. Bik, heeft op de rivier aan de grond gezeten. De onbeduidende schade, die het schip bekwam, is bereids gerepareerd.


  AH - Algemeen Handelsblad

Rotterdam, 2 mei. Heden is voor de stad aangekomen het voor rekening van de heren C. Vlierboom & Zn. alhier te Bremerhaven nieuw gebouwd driemastschip BELLONA, kapt. B.C. ten Ham, groot ongeveer 400 lasten.


04 mei 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 3 mei. De Rheinische und Ruhr Zeitung meldt uit Duisburg, dat de 29e der vorige maand aldaar een nieuw gebouwde schroefstoomboot, die bestemd is om tussen Rotterdam en ´s-Gravenhage te varen, haar proeftocht heeft gedaan.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Schiedam, 3 mei. Heden is met het beste gevolg van de scheepstimmerwerf De Nijverheid alhier door de scheepsbouwmeesters C. Gips & Zonen te water gelaten het barkschip LAURENTIUS EN EMILIA, groot 354 gemeten lasten, gebouwd voor rekening ener rederij onder directie van de heren De Groot, Roelants & Co en gevoerd zullende worden door kapt. A. Knappert Jr.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

St. Ubes (opm: Setubal), 16 april. De Nederlandse schoener MARNE, kapt. Beukema, van Livorno naar Londen, is hier de 11e zeer lek binnengelopen en moet de lading olie en marmer lossen om te repareren.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Norden, 29 april. De 23e dezer is op het eiland Borkum gestrand de te Pekel-A te huis behorende kof VRIENDSCHAP, kapt. Sterrenborg, van Laurwig (opm: Larvik) met balken en spieren naar Groningen bestemd. De bemanning is gered. Ook de vleet (opm: inventaris) is voor het grootste gedeelte in zekerheid, zomede zijn ca. 100 balken en een hoeveelheid spieren geborgen. Het schip is wrak. (red: bereids kortelijk in ons nommer van 2 mei gemeld)
(opm: de bemanning bestond uit kapt.Harmannus J. Sterenborg, en waarschijnlijk stuurman Hinderk H. de Raad, de matrozen Jan Holstein en Pieter L. Visscher en kok Jan Geert Jansen)


  AH - Algemeen Handelsblad

Volgens brief van Kaapstad in dato 16 februari zou het Engelse schip TAMATAVE, kapt. Histop, het overgebleven gedeelte der lading van het afgekeurde schip (opm: fregat) ’s-HERTOGENBOSCH, kapt. E.J. van der Braak, van Batavia naar Amsterdam bestemd, via Londen vervoeren.


05 mei 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 4 mei. Van een geachte zijde ontvangen wij het volgende extract uit een brief van kapt. D. Dunlop, voerende het schip (opm: fregat) MENADO, van Rotterdam te Hongkong gearriveerd, d.d. Hongkong, 14 maart 1855, hetgeen wij gaarne ter kennisse van belanghebbenden brengen:
De 17e februari bevond ik mij reeds voor de Chinese vaarwaters, doch kon door de zware mist en stilte het land niet naderen, tot dat wij eindelijk de 24e met stormweder alhier gearriveerd zijn. Terzelfder tijd is er een Engels schip op de Pratas Shoal (opm: 20º40’ N.B. 116º45’ O.L.) gebleven. De reis door de Molukkos en Noordelijke Stille Oceaan naar hier zou mij, wat de vaarwaters aanbetreft, zeer goed bevallen, uitgezonderd de Dampierstraat, alwaar ik verschrikkelijk met stilte en zware stroom gesukkeld heb, en daar men, alhoewel ik de nieuwste kaart en directie van de luit. Gregorij aan boord had, geen grote bestekkaart daarvan bekomen kan, zo zou ik iedere zeeman, die voor de eerste maal door deze passage stevenen wil, afraden zulks tegen de middag te ondernemen, dewijl men, indien men er eenmaal in is, geen ankerplaats dan in het nauwste gedeelte kan bekomen en als het stil wordt, men door de vliegende stroom langs verscheidene koraalriffen gedreven wordt en het schip alsdan met de boten boegseren (opm: trekken met behulp van sloepen) moet. Tot twee keren was ik dicht tegen de reven aan, doch door veel inspanning zijn wij gelukkig vrij daarvan gekomen en arriveerden in drie dagen door deze passage, in de Noordelijke Stille Oceaan.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlaardingen, 3 mei. Gisteren arriveerde voor deze stad het driemast-schoenerschip DE VREDE, kapt. van Rijn, met een lading rogge; dit schip op een der werven te Libau (opm: Liepaja) voor rekening van de heer Hoogendijk alhier gebouwd, voldoet zeer aan de verwachting; ook verneemt men, dat aldaar meerdere bestellingen van schepen voor Nederlandse rederijen zijn gedaan.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 3 mei. Van de werf van de scheepsbouwmeester H. Drop de Zeeuw, te Vlaardingen, is gisteren met het beste gevolg van stapel gelopen het brikschip LUIT.-ADM. CALLENBURG, groot 100 gemeten lasten, zullende worden gevoerd door kapt. P.L. Schep, gebouwd voor rekening ener rederij, onder directie van de heren Gebr. den Breems. Onmiddellijk daarop is de kiel gelegd van een schoenerschip, genaamd JAN VAN HARWEGEN, groot 70 gemeten lasten, voor rekening van de heer M. den Breems Jz.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 3 mei. Op de werf van de heren S. van Gijn en Zoon te Vlaardingen is gisteren de kiel gelegd van een schoenerschip, genaamd POMONA, groot 55 gemeten lasten, voor rekening van de heren van Harwegen en van Breems.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Zierikzee, 3 mei. Heden is alhier van de werf de Goede Intentie van de scheepsbouw- meester J. Strickaert met goed gevolg te water gelaten het campagne-schip (opm: bark) ELISABETH, groot ongeveer 350 Java-lasten, gebouwd voor rekening ener rederij onder directie van de heer D. Keus te Rotterdam en gevoerd zullende worden door kapt. H.F. Klok.


  DC - Dordtsche Courant

Dordrecht, 4 mei. Volgens ontvangen bericht van de Kaap de Goede Hoop, zijn uit de Tafelbaai vertrokken: 29 januari l.l. Zr.Ms. fregat DE RUYTER, onder bevel van de kapt. ter zee F.X.R. ’t Hooft, en de volgende dag Zr.Ms. schoener REMBANG, luit. 1ste klasse T. Hansen, beiden naar Batavia.


  JB - Javabode

Batavia, 4 mei. De 2e dezer zijn hier aangekomen de Nederlandse schepen ZEELAND, kapt. T. de Winter, de 12e januari vertrokken van Amsterdam, en ZAANSTROOM, kapt. D. Hofker, de 14e januari vertrokken van Amsterdam.
Gisteren is hier aangekomen het Nederlandse schip THEODORA MACHTILDA, kapt. D. Boelhouwer, de 12e januari vertrokken van Amsterdam.
Heden is hier aangekomen de Nederlandse bark JOAN MELCHIOR KEMPER, kapt. B. van der Plas, komende van Liverpool.


06 mei 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 5 mei. Aan de Indépendance Belge wordt uit Ostende van de 4e dezer geschreven, dat de Engelse mailboot DOVER bij Ostende op de kust is geworpen. De passagiers en bemanning zijn met de reddingboot gered. De DOVER zal waarschijnlijk verloren zijn.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlaardingen, 5 mei. Heden werd op de werf Dammes-erve, toebehorende aan de heren S. van Gijn & Zoon, de kiel gelegd van het barkschip IDA MARIA DE RAADT, groot 140 gemeten lasten, voor rekening van de heren Warmelo & Van der Drift alhier.


07 mei 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 6 mei. Nopens de oorzaak van de medegedeelde vechtpartij aan boord van het te Antwerpen tot vertrek gereed liggende schip H. LIDUINA, zijn wij in staat mede te delen, dat deze te zoeken is in een misverstand bij de uitdeling der levensmiddelen aan de zich aan boord bevindende Italiaanse landverhuizers, welk misverstand voornamelijk is toe te schrijven aan de omstandigheid dat de Italianen in hun taal zich niet verstaanbaar genoeg voor het scheepsvolk konden uitdrukken. Enige Italianen wilden toen de kajuit binnentreden. De eerste stuurman trachtte hun zulks te beletten, waarop een matroos, onbekend met de oorzaak van het geschil, toesnelde en terstond tot dadelijkheden overging. Alsnu ontstond een worsteling tussen de Italianen en de stuurman en de matroos, welke laatste aan een der landverhuizers met een mes in de buik en op het aangezicht wonden toebracht, aan de gevolgen waarvan deze in het gasthuis te Antwerpen is overleden. Men voegt er bij, dat nog een andere Italiaan gewond is, terwijl ook de aanvallers wonden hebben bekomen.
De gezagvoerder van de H. LIDUINA was op het ogenblik, dat dit voorviel, afwezig, daar hij zijn rekeningen met de cargadoors afsloot; anders zou dit betreurenswaardig voorval waarschijnlijk geen plaats gehad hebben, daar te meer deze Italiaanse landverhuizers over het algemeen geschikte lieden zijn. De eerste stuurman en de matroos zijn in verzekerde bewaring genomen en aan boord van de bodem bereids door andere personen vervangen


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. De makelaars H., F.N. en W.H. Montauban van Swijndrecht en F. & W. van Dam te Rotterdam, zijn van mening, als lasthebbendenvan hun meester, op dinsdag de 8e mei 1855, des middags ten 12 ure, in het Notarishuis aan de Geldersche Kade, publiek te veilen 7/300 aandelen in het fregatschip WILLEM DE EERSTE, kapt. F.J. Niedfeldt, varende onder directie van de Scheepsreederij te Schiedam.


08 mei 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 7 mei. Op de 1e mei j.l. is van de werf van de scheepsbouwer S.J. Leeuwes te Wildervank met goed gevolg te water gelaten het schoener-galjootschip GEZINA MENSINGA, groot 85 last, zullende gevoerd worden door kapt. J. Pot, van Oude Pekela.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Portsmouth, 5 mei. Het alhier binnengelopen Nederlandse schip (opm: fregat) ADMIRAAL TROMP, kapt. J. van Tubergen, van Batavia, laatst van Corunna (opm: La Coruña), naar Amsterdam bestemd, is lek.


09 mei 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 6 mei. Door de Admiraliteit zijn gisteren enige prijsgemaakte schepen verkocht, waaronder het galjootschip JEANNE MARIE (opm: zie NRC 140255), groot 100 tonnen, voor GBP 619, en het galjootschip (opm: mogelijk kof) VROUW ALIDA (opm: zie MCO 100255), van 110 tonnen, voor GBP 370. Deze schepen zijn te Hoogezand resp. Veendam gebouwd.
(opm: de kof JEANNE MARIE werd teruggekocht door Jeremias Meijjes Johzn en c.s., Amsterdam)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Publieke verkoping in het Notarishuis aan de Geldersche Kade te Rotterdam gehouden op dinsdag 8 mei 1855:
- Het Nederlandse barkschip MARY EN HILLEGONDA: NLG 21000, opgehouden (opm: zie NRC 190455).
- 7/300e Aandeel in het fregatschip WILLEM DE EERSTE: NLG 700 per aandeel, opgehouden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Openbare vrijwillige verkoping te Schiedam in Musis Sacrum op woensdag de 16e mei 1855, des voormiddags ten elf ure, van het Nederlands snelzeilend kofschip CORNELIA, laatst gevoerd door kapitein W. Beekman, lang 21 el en 45 duim, wijd 4 el en 2 duim en hol 1 el en 91 duim, en alzo groot 73 ton of 39 last, met al deszelfs staand en lopend want, ankers, kettingen, touwen, zeilen en verdere scheepsgereedschappen, zoals hetzelve thans ligt in de Buiten Haven der stad Schiedam, geclassificeerd volgens certificaat van de Veritas Lloyds Français 5/6 1.1. voor 3 jaar, zijnde inlichtingen te bekomen ten kantoren van de cargadoors Loncq en Cool te Schiedam, en Cranenburg en Zonen te Amsterdam en van de notaris Lechner, te Schiedam.
(opm: de kof, bouwjaar 1847, werd verkocht aan kapt. A.E. de Haan, Pekela, nieuwe scheepsnaam JANTJE)


  JB - Javabode

In het jaar 1841 leed het Nederlandse koopvaardijschip OVERIJSSEL schipbreuk op Bali, en werden de opvarenden en passagiers van alles beroofd. Het is bekend, dat de gezagvoerder en enige der passagiers, de dag na de schipbreuk aan boord willende gaan, om nog een en ander te redden, gewapenderhand werden verdreven door de bevolking, die schip en lading prijs hadden verklaard. Daarop is de bekende krijg gevolgd. De Balische vorsten hebben de kracht leren kennen der Nederlandse wapenen. Na drie jaren strijdens heeft het Gouvernement hen gedwongen, om af te zien van hun vermeend strandrecht en van hun aloude gebruiken, met betrekking tot handel en scheepvaart en de aanraking met Europeanen.


  JB - Javabode

Batavia, 8 mei. Heden is hier aangekomen het Nederlandse schip CALIFORNIA, kapt. M. de Wijn, komende van Melbourne.


10 mei 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 9 mei. Op de 5e dezer is van de werf van de heer E.H. Meursing te Groningen van stapel gelopen een schoener-barkschip – voor zo ver ons bekend nog zonder bestemming – groot 135 gemeten lasten.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hellevoetsluis, 9 mei. Het kofschip VOLHARDING, kapt. Lammers, naar St. Malo bestemd, is hier ter rede met de Engelse brik ELISA in aandrijving geweest, waardoor de kof de bezaanmast en de brik de boegspriet verloren heeft.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Harwich, 6 mei. Het Nederlandse schip (op: fregat) LUCIA MARIA, kapt. G. Papineau, van Gothenburg naar Adelaïde, hetwelk hier de 27e januari j.l. in averij binnenliep, heeft de reparatiën geëindigd en is heden uit de haven gehaald.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. H. Vriesendorp, J.P.M. Boonen, E. Mauritz, A.C. van Wageningen Jr, P.J. de Kanter Jr, H. Boonen, D. de Jongh Wz, J. Vriesendorp en B. de Witt, makelaars, presenteren, als lasthebbenden van hun principalen, ten overstaan van een bevoegd beambte, op zaterdag 19 mei, des middags ten half één ure precies, ten huize van J. van Zahn in het Nederlandsche Koffijhuis over het Marktplein te Dordrecht bij openbare veiling te verkopen een extra ordinair, snelzeilend, in 1854 nieuw gekoperd en kopervast barkschip (opm: bouwjaar 1846) genaamd SPHYNX, varende onder Nederlandse vlag, en gevoerd door kapitein G. Wigman, volgens Nederlandse meetbrief lang 29,60 ellen, wijd 5.08 ellen, hol 3.93 ellen, en alzo gemeten op 263 tonnen of 139 lasten, liggende in de Kalkhaven te Dordrecht, en breder bij de inventaris omschreven. Nadere onderrichting te bekomen bij bovengenoemde makelaars en de cargadoors Visser & van der Sande te Dordrecht.
(opm: zie DC 220555)


  DC - Dordtsche Courant

Dordrecht, 9 mei. Op de werf van de scheepmakers Corns. Gips en Zonen alhier, is gisteren de kiel gelegd van een barkschip genaamd JONKHEER MR. VAN DE WALL VAN PUTTERSHOEK, groot 330 gem. lasten, hetwelk gebouwd zal worden voor rekening ener rederij onder directie van de heer J. van Wageningen Dzn.


  DC - Dordtsche Courant

Akyab, 28 februari. Kapt. J. v.d. Linden, voerende het schip LOUISA KROONPRINSES VAN ZWEDEN, van Dordrecht alhier aangekomen, rapporteert de 25 dezer, op 19 gr. 14 min. N.B. en 92 gr. 58 min. O.L., dicht aan lij vooruit gezien te hebben de branding ener blinde klip, die op geen der kaarten vermeld is; door onmiddellijk te wenden, was hij spoedig van die klip vrij geraakt.


11 mei 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Kinderdijk, 10 mei. Heden is van de scheepstimmerwerf van de heer T. Kloos alhier met het beste gevolg te water gelaten het barkschip VLAARDINGEN, groot ca. 370 gemeten lasten, gebouwd voor rekening ener rederij onder directie van de heren Van der Drift & Van Dusseldorp te Vlaardingen en zullende gevoerd worden door kapt. M.S. van Dusseldorp.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hellevoetsluis, 10 mei. Het schip WESTHENDON is van het Goereese strand af en ligt in de kanaalhaven.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Naar Batavia, Samarang en Soerabaija ligt te Amsterdam in lading voor goederen en passagiers het nieuw gebouwd en gekoperd tweedeks barkschip KONING WILLEM III, kapt. H.H. Zeijlstra, vertrekt 31 dezer. Te bevragen bij de cargadoors B.D. Bosscher & Zoon, Amsterdam. (opm: eerste reis)


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. De notaris Goslings te Harlingen zal aldaar op zaterdag de 12e mei 1855, des namiddags 2 uur precies, publiek tegen contante betaling verkopen ongeveer 10 lasten door zeewater beschadigde haver van de lading van het alhier in averij binnengelopen tjalkschip JOHANNA CATHARINA, kapt. J.W. Kuipers, liggende deze goederen op de graanzolders boven het wijnpakhuis van de heer Menalda aan de Noorderhaven, alwaar zij des voormiddags van de dag van verkoop zijn te bezichtigen. (opm: zie LC 010655 en NRC 080755)


12 mei 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 11 mei. Ten aanzien van het afbrengen van de op 2 januari j.l. bij Zandvoort gestrande Rijks-stoomboot CYCLOOP verneemt men, dat er sedert eergisteren alle hoop bestaat, dat die bodem bij de eerste hogere vloed of wel met één der springgetijden, invallende in de aanstaande week, in zee zal kunnen worden gebracht om vervolgens naar deszelfs bestemming Hellevoetsluis, door een andere Rijksstoomboot op sleeptouw genomen, te worden gevoerd. Met loffelijke ijver heeft men thans gedurende ongeveer twee maanden gearbeid, zodat, hoe dan ook de afloop moge zijn, de bestuurders van het werk volgens de getuigenis van deskundigen aanspraak mogen maken op tevredenheid en goedkeuring van hetgeen zij tot dusverre hebben verricht, ondanks de aan zodanige onderneming onvermijdelijke tegenspoeden, waarmede ook zij dikwerf te kampen hebben gehad. De minister van marine en de staatsraad-commissaris des konings in Noord-Holland, alsmede onderscheidene hooggeplaatste ambtenaren, hebben op de 3e dezer de werkzaamheden in ogenschouw genomen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Bremerhaven, 8 mei. Het Nederlandse schip VIER GEZUSTERS, kapt. Verschuur – zie ons nommer van 8 april – is hier heden van Fahrbuk (opm: zie NRC 310355, Fährebrücke?) aangekomen, gesleept door de stoomboot SIMSON.


 SMG - Shipping and Mercantile Gazette (London)

De WEST HENDON, gevoerd geweest door kapt. C. Thompson, is van het strand van Goederede vlot getrokken en het kanaal in gesleept (opm: zie NRC 080355 en NRC 300555).
NRC 130555
Elseneur, 7 mei. De Nederlandse kof ONDERNEMING, kapt. Braunstahl, van Amsterdam naar de Oostzee bestemd, is hier lek binnengelopen en zal moeten repareren.


14 mei 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 13 mei. De CYCLOOP is gisteren, gelijk reeds kortelings gemeld, door de hoge vloed en sterke wind in vlot water geraakt en ligt aan haar ankers. Onmiddellijk is daarvan per telegraaf naar Hellevoetsluis bericht gezonden. Nog deze morgen verwacht men, dat een Rijksstoomboot van daar naar Zandvoort zal vertrekken om de afgebrachte bodem op sleeptouw te nemen en naar Hellevoetsluis te brengen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Harlingen, 12 mei. Voor rekening van enige reders te dezer stede is hier op de werf Welgelegen bij de Gebr. Alta de kiel gelegd voor een schoenerschip van circa 135 lasten.


15 mei 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Stralsund, 11 mei. De 8e dezer is bij Dornbusch op het eiland Rügen gestrand de Nederlandse kof GOEDE VERWACHTING, kapt. R.J. Riensema, van Stettin (opm: Szczecin) met hout naar Schulperzijl (opm: Schülpersiel, Eidermonding) bestemd. De bemanning is gered. De inventaris en lading hoopt men te kunnen bergen. Het schip zelf is wrak. (opm: zie NRC 080655)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

(passage uit het verslag van de vice-consul der Nederlanden te Stockholm over het tweede halfjaar van 1854) In de vrachtvaart heerste gedurende het tweede halfjaar meer levendigheid dan in het eerste. Naar Amsterdam werd bedongen voor ijzer NLG 30 à NLG 28, voor teer NLG 30 à NLG 28; naar Rotterdam voor ijzer NLG 30, voor teer eveneens NLG 30; naar Dordrecht voor teer NLG 30 à NLG 40, alles per last van 15 schipp.ijzer (opm: onbekende maat) of 13 tonnen teer, met 5% kaplaken (opm: beloning voor de kapitein boven de vracht). Voor rogge naar Rotterdam of Schiedam NLG 30 en 5% per last. Het aantal der gedurende 1854 in de haven van Stockholm aangekomen schepen was veel aanzienlijker dan in vele jaren; onder dezelve bevonden zich 8 schepen, welke met zout van St. Ubes (opm: Setubal) en Lissabon aankwamen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 14 mei. In ons nommer van 11 mei deelden wij van de Kinderdijk mede, dat aldaar in de namiddag van de voorgaande dag met goed gevolg was te water gelaten het barkschip VLAARDINGEN. Naar wij nader vernemen heeft daarbij het volgende plaatsgehad. Toen het schip bijna van de helling was afgelopen, raakte het met de voorsteven grond en bleef met nog ongeveer 10 voeten lengte op de werf zitten. Het verloor daarop het evenwicht en helde tot aan de rusten over. Het water, dat met het aflopen weggedrongen was, keerde nu terug en lichtte de kop; het schip richtte zich weder op en ging zonder enige verdere stoornis, van de helling. Het geheel heeft slechts een oponthoud van enige minuten veroorzaakt.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Haarlem, 14 mei. Zr.Ms. stoomschip CYCLOOP, dat zaterdag l.l. zo gelukkig van het strand af in vlot water was gebracht, is in de daaropvolgende nacht, door het breken van de kettingkabel, waaraan het voor anker lag, wederom op het strand gedreven. Het ligt evenwel thans niet zo hoog als het gezeten heeft, en men hoopt het met de eerste springvloed, donderdag of vrijdag e.k. wederom af te brengen. Er was zaterdag jl. geen stoomboot aanwezig om het vlotgemaakte schip op sleeptouw te nemen, dat trouwens door de woelige zee en de NW. wind ook niet wel mogelijk zou geweest zijn.


  DC - Dordtsche Courant

Dordrecht, 14 mei. Bij beschikking van de 7 dezer, is aan de heer J. Verschure, te Waalwijk, onder de firma van Jacobus Verschure en Co., behoudens zekere bepalingen, vergunning , tot wederopzegging, verleend voor een stoombootdienst, tot vervoer van reizigers, goederen en vee, van het Capelse veer op Rotterdam en omgekeerd, en tussenplaatsen.


  DC - Dordtsche Courant

Dordrecht, 14 mei. De 22 dezer zal van Harderwijk vertrekken, om op de 23 daaraanvolgende, op stroom voor Rotterdam, over te gaan aan boord van het schip JACOBA HELENA, gezagvoerder D.C. Rietbergen, een detachement suppletietroepen, sterk 130 onder-officieren en manschappen, bestemd naar de Oost-Indië, onder bevel van de van verlof naar Java terugkerende kapitein der infanterie J. Schneiders.


  AH - Algemeen Handelsblad

Verkoping van schepen, gehouden te Amsterdam in de Nieuwe Stads Herberg aan het IJ op 14 mei 1855: het gekoperd en kopervast barkschip ANTONIE EN EUGENIE, kapt. C. Meijer: NLG 12.000, in slag NLG 40, koper C. Ament.


16 mei 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 15 mei. Men meldt uit Galatz, dat aldaar in de nacht van 25 op 26 april een dépêche van de generaal Luders uit Kischeneff is ontvangen, waarin hij kennis geeft van de minister van buitenlandse zaken te St. Petersburg bevel ontvangen te hebben om de vaart op de Donau vrij te laten voor alle schepen onder neutrale vlag, op voorwaarde echter, dat zij elk voorzien zijn van een certificaat van de minister van koophandel hunner natie, meldende dat het schip bevracht is door een handelaar dier natie en bestemd naar een haven van dat land, welks vlag het voert. Bijvoorbeeld: een Nederlands schip kan alleen bevracht worden door een Nederlandse koopman en bestemd worden naar een Nederlandse haven. Dit bericht heeft de vrachtprijzen doen dalen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Men verneemt, dat de CYCLOOP thans wederom afgebracht is en dat de SINDORO afgezonden is om het stoomvaartuig op sleeptouw te nemen. Men verwacht, dat de boot nog heden voorbij Scheveningen zal varen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Te Rotterdam ligt in lading naar Batavia het nieuw, extra op de zeilage gebouwde Nederlandse gekoperde barkschip ZWARTE ZWAAN, kapt. J. Muller, hebbende uitmuntende inrichtingen voor passagiers. Adres bij de cargadoors D. Burger & Zoon. (opm: eerste reis)


  AH - Algemeen Handelsblad

Hoogezand, 14 mei. Gedurende drie opvolgende dagen zijn van de werf van de heer E.H. Meursing alhier te water gelaten het schoenerschip ALBERDINA, kapt. E.S. Scherpbier, de EMELIE (opm: schoenerbrik EMILIE), kapt. H.P. Heikema, en de WATERKWARTIER (opm: schoener WESTERKWARTIER), kapt. E. de Lange.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Ten verkoop uit de hand of ter bevrachting wordt aangeboden het bijzonder snelzeilend, gekoperd clipper-fregatschip WITCH OF THE WAVE, varende onder Amerikaanse vlag, gevoerd door kapt. S.V. Shreve, groot ongeveer 1.500 tonnen, liggende in het Nieuwediep. Nadere informatiën te bekomen bij de cfargadoors De ries & Co. te Amsterdam.


17 mei 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 16 mei. Heden is aan de werf van de heer F. Kloos te Alblasserdam de kiel gelegd van een barkschip, hetwelk de naam zal dragen van HONINGBIJ, groot zullende zijn circa 370 lasten, bestemd voor de grote vaart en zullende varen voor rekening ener rederij onder directie van de heer J. van Delft Cz. te Overschie.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 16 mei. Volgens telegrafisch bericht uit Hellevoetsluis, is de SINDORO, slepende de CYCLOOP, aldaar heden tussen 2 en 3 ure binnengekomen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 16 mei. Van de werf van de scheepsbouwer R.D. Pik te Wildervank is de 8e dezer met goed gevolg te water gelaten het nieuw gebouwde schoener-galjootschip de HERSTELLING, groot circa 80 last, gevoerd zullende worden door kapt. P.K. Duiven, van Wildervank. Jongstleden zaterdag de 12e mei liep te Boven-Wildervank insgelijks van stapel de schoener-galjoot ELISABETH JACOBINE, groot plm. 90 last, gebouwd bij de scheepsbouwer H.R. van der Werf en gevoerd zullende worden door kapt. C.G. Holscher, van Wildervank.


18 mei 1855


  LC - Leeuwarder Courant

Ameland, 15 mei. In de vroege morgen van de 13e dezer strandde bij harde noordenwind en hoge branding op een zeer gevaarlijk punt tegenover het dorp Ballum de Deense schoener MARIA, kapt. C.D. Schöer, met rogge van Kjöge naar Schiedam gedestineerd. De schepelingen, ten getale van zes, hadden zich in het want begeven, doordien het schip dadelijk door de brandingen bedekt werd, waaruit dezelve met groot gevaar en met achterlating van alles na twee vruchteloze pogingen door de reddingboot der Noord- en Zuid-Hollandsche Redding Maatschappij, onder der burgemeesters directie en bemand door J.D. Visser, J.E. Visser, J.D. Dokter, L.I. Kanger, G.G. Visser en S.G. Klip gelukkiglijk gered werden. Met laag water werd door middel van boten een gedeelte der tuigage en der zwaar beschadigde lading geborgen. Het schip is echter verloren te achten.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. De notaris E. Meijer te Holwerd zal ten verzoeke van Jhr. van Heeckeren, burgemeester van Ameland, op zaterdag de 19e mei 1855, des morgens 9 uur, bij het pakhuis van strandvonderij-goederen te Ballum publiek tegen gereed geld verkopen pl.m. 60 lasten door zeewater beschadigde rogge, afkomstig van de lading van het op de 13e dezer gestrande Deense schoenerschip MARIA, kapt. C.D. Schöer, gekomen van Kjöge en bestemd geweest naar Schiedam.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Texel, 17 mei. Het schip ADMIRAAL TROMP, kapt. Van Tubergen, van Probolingo, laatst van Falmouth, is door de Engelse stoomboot VICTORIA, kapt. Wave, alhier binnengesleept.


  AH - Algemeen Handelsblad

Groningen, 15 juni. Heden werd bij de heren Kater & Meulman alhier aangekocht een in aanbouw zijnde schoener van pl.m. 85 lasten, genaamd CORNELIA EN ALIDA en zal tevens de kiel gelegd worden van een schoener van plm. 100 lasten, genaamd CLARA WILHELMINA, beide voor rekening van de heren Schrijver & Van Rossum te Amsterdam en zullende gevoerd worden door de kapiteins H. van Weerden Poelman en J. Zuiderduin.


19 mei 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Akyab (opm: Sittwe), 28 maart. De Nederlandse schepen MARGARETHA IDA (opm: bark), kapt. H. Hagers, van Rotterdam, en LODEWIJK ANTHONY (opm: fregat LODEWIJK ANTONIE), kapt. K.H. Leonhardt, van Sydney, zijn beide alhier verongelukt. Eerstgenoemd schip de 18e maart op de bank voor onze rede en de laatste de 24e op de rotsen aldaar. (opm: zie NRC 200555)


  AH - Algemeen Handelsblad

Amsterdam, 18 mei. Uit Appingedam schrijft men, dat van de werf van de scheepsbouw- meester H.H. van der Werf aldaar te water is gebracht het nieuw gebouwd schoener-brikschip STAD APPINGEDAM, groot 110 lasten, voor rekening ener rederij onder boekhouderschap van de heer J.H. Rottinghuis te Delfzijl, zullende gevoerd worden door kapt. Johannes Bebingh.


  JB - Javabode

Advertentie. Op de vendutie van dinsdag de 22 dezer zal voor rekening van belanghebbenden worden verkocht een afgekeurde fokkemast, afkomstig van het Nederlandse schip RABENHAUPT.


  JB - Javabode

Batavia, 19 mei. De 16e dezer zijn hier aangekomen de Nederlandse barken GENERAAL BARON VAN GEEN, kapt. G. Rotgans, de 16e januari vertrokken van Rotterdam, en SARA ALIDA MARIA, kapt. H.A. Tekelenburg, de 25e januari vertrokken van Amsterdam.
De 17e dezer zijn hier aangekomen de Nederlandse barken MARIA MAGDALENA, kapt. J.M. van der Veen, de 16e januari vertrokken van Rotterdam, en STAATSRAAD VAN DER HOUVEN, kapt. F. Heijmeriks, met 9 passagiers, de 17e januari vertrokken van Rotterdam.
Heden is hier aangekomen de Nederlandse bark ZES GEZUSTERS, kapt. G.W. Ruhaak, komende van Bushire.


20 mei 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 19 mei. Heden is van de werf Het Witte Kruis van de scheepsbouwmeesters Jeremias Meijjes & Zonen te Amsterdam van stapel gelopen het voor hun rekening gebouwde barkschip HENRIËTTA, groot circa 220 lasten, zullende worden gevoerd door kapt. K. Haasnoot.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Zierikzee, 18 mei. Heden werd met het beste gevolg te water gelaten het barkschip HAAMSTEDE, groot 390 gemeten lasten, zullende gevoerd worden door kapt. H.H. de Boer, gebouwd op de Stads-Commerciewerf van de heer C. Smit door de scheepsbouwmeester C. Maks, voor rekening ener rederij onder directie der heren M.C. de Crane & Zoon alhier.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 19 mei. Naar wij vernemen hebben de zeilproeven met Zr. Ms. korvet met stoomvermogen MEDUSA, de 15e dezer genomen, niet aan de verwachting beantwoord. Het schip moet, ten gevolge van zijn rankheid, bij het zeilen geweldig overliggen, zodat voor twee marszeilen lopende, de patrijspoorten onder water liepen. Met hoopt deze zwarigheid weg te nemen door het schip zwaarder te ballasten, of anders zou men genoodzaakt zijn de masten in te korten, die reeds op het eerste gezicht voor deskundigen te lang waren.
Naar men zegt moet ook het inzetten van een grotere stoomketel in Zr.Ms. schroefschoener MONTRADO, aan ’s Rijks werf te Amsterdam, de verwachting hebben teleurgesteld.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 19 mei. Aangaande de equipagiën van de schepen MARGARETHA IDA, kapt. Hagers, van Rotterdam naar Akyab (opm: Sittwe), en LODEWIJK ANTHONIE, kapt. Leonhardt, van Sydney naar dito, beiden bij laatstgemelde haven verongelukt - zie ons vorig nommer - wordt volgens brieven van de kapiteins van daar in dato 26 maart gemeld, dat van eerstgenoemde bodem, de gehele bemanning was behouden; van de laatste waren slechts 9 man gered, de overige daarbij omgekomen. De schepen waren beiden totaal weg.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Stockholm, 11 mei. Volgens berichten uit Sandhamn, heeft de Nederlandse kof ANNA ELISABETH, kapt. Schuur, met steenkolen en kettingen van Newcastle komende, gisteren aldaar op het Rif gestoten. Het schip kwam echter weder af en is naar Körsso-Sand gedreven, alwaar het gezonken is. Nadere bijzonderheden ontbreken nog. (opm: zie NRC 260555)


21 mei 1855


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Uit de hand wordt te koop aangeboden een goed onderhouden Nederlands kofschip, groot volgens meetbrief 69 ton, en ttans liggende te Amsterdam. Nadere informatiën zijn te bekomen bij de cargadoors Dade & Houtkoper.


22 mei 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

St. Ubes (opm: Setubal), 8 mei. Het schip de MARNE, kapt. Beukema, van Livorno naar Londen, alhier met schade binnengelopen – zie ons nommer van 4 dezer – heeft de reparatie volbracht en is gereed om de reis voort te zetten.


  DC - Dordtsche Courant

Dordrecht, 21 mei. Zaterdag is in het Nederlandsch koffijhuis alhier in publieke veiling het barkschip SPHYNX verkocht voor NLG 24.600,- aan de heren J. van Oldenborgh en Zonen alhier. Voorts is aan gemelde heren verkocht een chronometer voor NLG 370,-; een simphisometer voor NLG 15,-, een sextant voor NLG 90,- en kaarten en boeken in massa voor NLG 25,-. (opm: de nieuwe kapitein van de SPHYNX werd A.A. Kruisinga)


  DC - Dordtsche Courant

Akyab, 28 maart. Op 22 maart bevond zich op deze hoogte een masteloos en in zinkende staat verkerend schip van circa 450 ton.


  AH - Algemeen Handelsblad

Falmouth, 16 mei. Het schip TRITON, kapt. Arends, van Cardiff naar Lissabon, is de 1e dezer op 42ºNB en 11º40’WL gezonken. Het volk is gered.


  LC - Leeuwarder Courant

Gorredijk, 7 mei. Heden is alhier van de werf De Nijverheid der heren Van der Sluis en Posthuma te water gelaten het eerste alhier gebouwde tweemast zeeschip, zijnde een kofschip, genaamd de VIER GEBROEDERS, groot circa 70 lasten, bevaren zullende worden door kapt. Fedde Woudstra, van de Lemmer.


23 mei 1855


  JB - Javabode

Timor Koepang, 26 maart. Gisteren namiddag heeft hier ter plaatse een hevige storm gewoed, waarbij vele ongelukken hebben plaatsgevonden.
Zo is de Gouvernements kruisboot No. 40, die aldaar ter rede lag, tegen 4 ure des namiddags, na twee ankers te hebben verloren, aan het drijven geraakt en nabij Minikie door het overnemen van geweldige stortzeeën, waardoor het vaartuig vol water liep, het onderste boven geslagen. Twee roergangers en zes matrozen hebben daarbij hun dood in de golven gevonden.
Ten 5½ ure braken twee ankers der te Makassar te huis behorende Nederlands-Indische kotter HELPER, gezagvoerder Dalla, die daarvoor alhier ter rede lag en nabij de kampong Solon, niet ver af van deze plaats gelegen, is gestrand. Geen mensenlevens zijn daarbij te betreuren geweest.


  JB - Javabode

Batavia, 21 mei. Gisteren zijn hier aangekomen de Nederlandse bark DANKBAARHEID, kapt. W. Postma, de 9e januari vertrokken van Liverpool, de dito brik MACHTILDA, kapt. B. van Olst, de 14e januari van Amsterdam vertrokken, de dito bark JEANNETTE, kapt. T. Visser, de 24e januari van Londen vertrokken, de dito bark HENRIETTE GEERTRUIDA, kapt. P. Buys, de 17e januari uit Nederland vertrokken, en de dito brik CATHARINA GEERTRUIDA (opm: eerste reis), kapt. C.L. Knaud, de 12e januari van Amsterdam vertrokken.
Heden is hier aangekomen de Nederlandse bark ROBERTUS HENDRIKUS, kapt. R.H. Mulder, de 30e maart van Sydney vertrokken.


24 mei 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. A. Roos, B. D. Bosscher en B . Bakker Wzn, makelaars, zullen op maandag de 11e juni 1855, des avonds ten 6 ure, te Amsterdam in de Nieuwe Stadsherberg aan het IJ, ten overstaan van de notaris C. B. van Rinsum, verkopen een extra ordinair welbezeild, gekoperd en kopervast barkschip, varende onder Nederlandse vlag, genaamd ANNA MARGARETHA, laatst gevoerd door kapitein J.J.S. Ruhl, volgens Nederlandse meetbrief lang 37 ellen, wijd 6 ellen, 94 duimen, hol 5 ellen, 41 duimen, en alzo gemeten op 326 lasten of 607 tonnen. Breder volgens inventaris en bericht bij bovenvermelde makelaars of bij de cargadoors B. D. Bosscher en Zoon. (opm: zie AH 120655)


  DC - Dordtsche Courant

Vertrokken van Akyab, 29 maart, de (opm: bark) STAD NIJMEGEN, kapt. H.P. Cruys, naar de Kaap de Goede Hoop; de (opm: schoener-brik) AREND, kapt. L. Hus, van Amsterdam hier aangekomen, heeft, door het stoten op een rif, een lek bekomen.


25 mei 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Krimpen aan den IJssel, 24 mei. Heden is op de scheepstimmerwerf van de heer J. Otto alhier de kiel gelegd voor een schip, groot pl.m. 430 gemeten lasten, hetwelk de naam zal voeren van PRESIDENT VAN RIJCKEVORSEL, en gebouwd worden voor rekening ener rederij onder directie van de heer Hendrik Veder te Rotterdam.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Elseneur (opm: Helsingør), 19 mei. Het schip BETTY, kapt. Peters, van Riga naar de Maas, is alhier door een Engels oorlogsschip als prijs opgebracht.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Ten overstaan van Mr. J.W. Quintus, notaris te Groningen, zal, op woensdag de 6e juni 1855, des avonds om zeven uur, ten huize van de weduwe G.F. Rasker, op de hoek van het Ameland, te Groningen, publiek worden verkocht het welgebouwde smakschip genaamd GEZIENA DERKIENA, groot 29 lasten, met des zelfs opgoed en toebehoren, zoals hetzelve tot dusverre is bevaren door de scheepskapitein Jan Jans Kok Jr. en thans liggende te Appingedam. Om te aanvaarden 8 dagen na de toeslag, en te betalen in één termijn 3 maanden na de dag van verkoop. (opm: het schip, bouwjaar 1849, werd wegens wanbetaling geveild en aangekocht door scheepsbouwer Pattje, houtkoperse Margaretha S. Meihuizen en houtkoper Douwe J. Romkes, vermoedelijk de voormalige financiers van kapitein Klok; het consortium heeft het schip doorverkocht, waarschijnlijk aan kapt. A.A. Postema uit Delfzijl, nieuwe scheeposnaam IDA JASPERDINA)


26 mei 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Stockholm, 14 mei. De Nederlandse kof (opm: schoenerkof, bouwjaar 1851) ANNA ELISABETH, kapt. G.G. Schuur, met kolen en kettingen van Newcastle op hier bestemd, welke de 9e dezer in Korsö-Sand gezonken is – zie ons nommer van 20 dezer – was door het ijs daar henen gedreven. De bemanning is gered.


  DC - Dordtsche Courant

Dordrecht, 25 mei. Men meldt van Hellevoetsluis van 24 mei: Heden namiddag is op het alhier ter rede liggende, uitgaande barkschip SUMATRA, kapt. H. Grivel, de matroos H.F.H. Segersteyn, geboren te Stockholm, uit de kruistop op het dek gevallen en schier verbrijzeld. Na in het gasthuis alhier overgebracht te zijn, is hij spoedig overleden.


27 mei 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 26 mei. Door de Nederlandsche Handel Maatschappij zijn bevracht de navolgende 36 schepen, als:
Voor Rotterdam: COLUMBINE, kapt. A.J. Andresen; HUGO GROTIUS, kapt. J. Glazener; VIJF VRIENDEN, kapt. C. Johan; GOUVERNEUR-GENERAAL DUYMAER VAN TWIST, kapt. C.E. Hoeksma; KONING WILLEM II, kapt. L.R. Giesen; NEDERLAND, kapt. F. Ruiter; KONINKLIJKE NEDERLANDSCHE YACHT-CLUB, kapt. M.C. van Noijen; KAREL AUGUST, kapt. A.G. Bouten; EGMOND EN HOORNE, kapt. A. Glazener; JACOB, kapt. J.F.C. Börger; MARIA DIDERIKA, kapt. A. van Marion; ZWERVER, kapt. D.A. Koekelis; GUURTJE EN MARIA, kapt. T.J. Boursse Wils; ZWARTE ZWAAN, kapt. J. Muller; S. VAN HEEL, kapt. A.H. van der Waal; BURGEMEESTER HOFFMAN, kapt. N.A. Dijkama.
Voor Amsterdam: WILLEM DANIËL, kapt. T. de Meester; ADOLF VAN NASSAU, kapt. D.D. Borchers; ZEEMANSHOOP, kapt. P.H. Barkey; ZWALUW, kapt. H. Uitermark; ALCYONE, kapt. H.C.Haacke; WILLEM DE CLERCQ, kapt. P. Ouwehand; IMMAGONDA SARA CLASINA, kapt. N. Rademaker; TRITON, kapt. H. Olie; ADMIRAAL DE RUYTER, kapt. S. Stapert; ANNA MARIA WILHELMINA, kapt. H. de Wijn; KONING WILLEM III, kapt. H.H. Zeijlstra; ANNA, kapt. W.H. Cramer, van Dordrecht; ZWIJGER, kapt. P.P. Hoogland, van Dordrecht.
Voor Schiedam: HENRIETTE ELISABETH SUSANNA, kapt. C. van Veen; CORNELIA MATHILDE, kapt. J.J. Muntendam.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 26 mei. Kapt. Giezen, voerende de kof TWEE GEZUSTERS, van Zwolle, heeft op zijn reis van Londen naar Koningsbergen (opm: Kaliningrad), de 9e dezer de bemanning gered van het Pruisische fregat VORWÄRTS, kapt. Brandhoff, van Liverpool naar Danzig (opm: Gdansk), met 774 ton zout, 102 ton mahoniehout en restant lading portwijn. De VORWÄRTS is spoedig daarna gezonken.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 26 mei. Volgens brief van kapt. de Wijn, voerende het ijzeren schip CALIFORNIA, in acht-en-zeventig dagen van Liverpool te Melbourne aangekomen, zou hij tegen 24 maart van daar naar Batavia vertrekken; aan boord was alles wel.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Te Rotterdam ligt in lading naar Batavia het nieuw gebouwd fregatschip BURGEMEESTER HOFFMAN, kapt. N. A. Dijkama, hebbende een campagne met zeer ruime inrichtingen voor passagiers, waarvoor het schip bijzonder is ingericht. Adres bij de reder H. van Rijckevorsel en bij de cargadoors Kuyper, van Dam & Smeer, Hudig & Blokhuyzen en W. Ruys J.Dz. (opm: eerste reis)


28 mei 1855


  AH - Algemeen Handelsblad

Adveretentie. Te koop een Nederlands galjasschip, groot 43 tonnen, met staand en lopend want, ankers, kettingen en zeilen. Te bevragen bij G. Veen, zeilenmaker te Haarlem.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. C. Zunderdorp, scheeps-commissionair te Terschelling, als gevolmachtigde van kapt. Thomas Ferris, gevoerd hebbende het voor Terschelling totaal verbrijzelde Engelse barkschip PROSPERO, met een lading stukgoederen van Liverpool naar Hamburg gedestineerd, zal op dinsdag de 5e juni e.k. te West-Terschelling in het logement genaamd Het Scheepje publiek om contante betaling doen verkopen de navolgende van voorschreven schip en lading geborgen goederen, te weten: 15 blokken mahonij- en 2 dito walnoten-hout, 5 vaten en enige losse stukken kokosnootolie, 3 vaten borax, zo vol als wan, 1 baal cacaobonen en een scheepsanker, alles zo gaaf als beschadigd, waarvan 9 blokken mahonijhout en 1 vat borax liggen op het naburige eiland Vlieland en al het overige op Terschelling. Nadere informatiën bij voornoemde C. Zunderdorp te Terschelling en bij de heer W.J. Hidde Bok, vice-consul van Groot-Britannië op Texel.


29 mei 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Swansea, 25 mei. Het schip JOHANNA, kapt. Kwint, van Cardiff naar Lübeck, is alhier lek binnengelopen. (opm: zie NRC 150655)


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. De notaris E. Meijer te Holwerd zal op donderdag de 7e juni 1855, des voormiddags 9 uur, bij het pakhuis van strandvonderij-goederen te Ballum op Ameland tegen gerede betaling publiek verkopen de compleet geborgen tuigage van het de 13e mei te voren aldaar gestrande Deense schoenerschip MARIA, groot ca. 70 lasten, gevoerde geweest bij kapt. C.D. Schöer, bestaande principaal in 16 zeilen (meest nieuw), 2 ankerkettingen, 5 ankers, 1 kabeltros, 2 nieuwe trossen, stag, want en verder staand en lopend touwwerk, blokken, ra’s, en verdere rondhouten, watervaten, boot, lier, pompspil, kombuis, kachel, sloep, koksgereedschap, enz.
Voorts des nademiddags ten 4 ure, ten huize van de kastelein van der Laag te Ballum, het hol of casco van genoemd bij of tegen over het dorp Ballum op strand zittend schip, in 1854 nieuw uitgehaald, zo hetzelve alsdan nog aanwezig is, of wel, bij verbrijzeling, de wrakken van hetzelve.
Nadere informatiën bij genoemde kapitein, bij Jhr. Van Heeckeren, burgemeester van Ameland en bij de notaris.


30 mei 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. De makelaars H. T. N. en W. H. Montauban van Swijndregt en F. & W. van Dam, last hebbende van hun meester, zijn van mening op vrijdag de 8e juni 1855, des namiddags ten half een ure, in de zaal aan de Scheepmakershaven, Wijk 1, No. 400, te Rotterdam, te veilen het hol van het Engelse brikschip WEST HENDON, gevoerd geweest bij kapitein C. Thompson, gemeten op 163 Engelse tonnen, met deszelfs masten en boegspriet, voorts een partij gereedschappen van hetzelve schip afkomstig, bestaande in ankers, kettingen, touwen, zeilen, enz. alles bij kavelingen zo als dezelve genummerd zullen zijn liggende, op de nader op te geven plaats. Zijnde inmiddels uit de hand te koop.
(opm: zie NRC 080355; Witvliet verkocht het hol, gebouwd Stockton, Engeland 1839, onderhands op 22 juni 1855 voor NLG 3.600 door aan de firma De Cock, Hop & Van Wijngaardt, kooplieden te Rotterdam, en loods Tjerk Scheepsma te Hellevoetsluis; nieuwe scheepsnaam MARIA en kapitein N. Voorendijk)


  AH - Algemeen Handelsblad

Joure, 27 mei. Heden is alhier te water gelaten het schoener-galjootschip de GOEDE BEDOELING, zullende gevoerd worden door kapt. J.E. Kros onder de directie van de heren Van den Bey & Co.


 GRC - Groninger Courant

Termunterzijl, 26 mei. Vertrokken de 22e mei ANJE, kapt. Munning, JANTINA, kapt. Horning, en ROELINA OOSTRA, kapt. Pronk, alle drie naar Noorwegen.


  JB - Javabode

In juni 1854 werd Zr.Ms. schroefstoomschip SAMARANG op de helling der oude Landswerf gehaald tot het ondergaan ener vertimmering, noodzakelijk geworden door de vertering der schroefbouten, welke de houten bekleding aan het ijzeren geraamte verbinden.
Deze stomer is op de lastlijn lang 38 el, wijd 7 el, en woog bij het ophalen, met de vaste werktuigdelen aan bood, plm. 165 ton. Deze bewerking was hier nog met geen schip van deze grootte uitgevoerd en liep zeer goed en spoedig af, wanneer men in aanmerking neemt dat zij in een nauw bestek moet plaats hebben en de richting der helling bovendien met die der rivier een beduidende hoek maakt.
Met even gunstige uitslag is de 16e dezer het weder te water brengen volbracht in tegenwoordigheid van de resident en vele andere ingezetenen; het voornemen om reeds de vorige dag daartoe over te gaan was toen verijdeld door het spoedig afnemen van de waterstand.
Het schip liep vlug en eenparig van de helling af, brak twee zware bossen bamboes door midden, welke om de vaart te stuiten tegen de rechteroever der rivier aan palen waren verbonden, en lag toen vlot in het vaarwater. Geeft het aflopen van een schip altijd een trots en levendig tafereel, zoveel te meer was dit te midden der dicht bebouwde stad het geval, Weinig minuten voor de terugkeer in haar element, stond de SAMARANG daar nog als een betrekkelijk grote masse tussen de overige gebouwen op de wal.
Onmiddellijk verhaalde men de stomer naar de equipage werf, om het een en ander aan boord te geven, voorts de rivier uit en naar het bassin van het nieuwe marine etablissement, alwaar zij enige uren na het te water brengen, onder de ketelbok gemeerd lag.
Nadat de stoomketels, het versnellingrad en de masten zullen zijn ingezet, zal in het droge dok de nieuwe koperen huid worden aangebracht, en aan het achterschip het nodige geschieden tot het aanwenden van een vergrote voorstuwer.


  JB - Javabode

Advertentie. De reeds aangekondigde vendutie van het Nederlandse driemastschip PRINS HENDRIK zal plaats hebben op maandag de 4e juni 1855, precies ten ½10 ure. (opm: zie JB 160555)


31 mei 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Texel, 29 mei. Gisteren is in de Noordergronden vervallen het Zweedse kotterschip CHAMPION, kapt. Jacobsen, van Holmstad naar Rotterdam. De equipage is gered door schipper Boon van de Loodsboot No.5.


01 juni 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 31 mei. Heden is van de werf van de heer W. C. Hoogendijk, te Capelle op d’ IJssel, met het beste gevolg te water gelaten het campagne barkschip genaamd HERMAN, groot 338 gemeten lasten, voor rekening van de heer N.A. Koning, te Rotterdam, zullende gevoerd worden door kapt. M. van Velthoven; en is daarna de kiel gelegd van het fregatschip MATADOR, groot 400 gemeten lasten, voor rekening van dezelfde firma. (opm: dit schip werd in 1857 opgeleverd als CADSANDRIA)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Soerabaya, 7 maart. Het te Rotterdam te huis behorende fregatschip ERASMUS, kapt. Scharper, hetwelk de 20e januari jl. van Banjoewangie (opm: Banyuwangi) naar Rotterdam vertrok, heeft ten gevolge van slecht weder een lek en andere schade bekomen, was dien tengevolge genoodzaakt te retourneren en kwam hier heden ter rede, om de geleden schade te herstellen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 12 april. Scheepsvrachten. Nadat de PIO NONO tot GBP5,- via Akyab (opm: Sittwe) naar Nederland werd vervracht, en de AZIA suiker accepteerdetot NLG 80, werd bekend, dat de Factorij verscheidene schepen, waaronder de HENRIETTE CORNELIA, PALEMBANG, WILDEMAN en HENRIETTE MARIA, in haar gewone bevrachtingen opnam, gingen daardoor de vrachten iets hoger, en bedong de VAN GALEN NLG 82,50 voor rijst en NLG 92,50 voor suiker, alhier en te Soerabaija te laden, en later nog de RABENHAUPT NLG 80 voor rijst en NLG 90 voor suiker, alhierte laden, beiden naar Amsterdam. Alhier zijn dus alleen nog disponibel de TWEE GEBROEDERS en NEDERLAND, maar waarvan men zegt, dat een naar Japan zal gaan, terwijl de andere mede in de gewone bevrachting der Factorij zal worden opgenomen. Te Samarang is de VAN DER WERFF ladende tot NLG 90 naar Amsterdam. Te Sooerabaija is de NEPTUNUS tot NLG 82 ladende. Het aldaar aangekomen schip OUDERKERK AAN DEN AMSTEL is mede door de Factorij genomen, en de JAVA KOERIER laadt voor eigen rekening.


  AH - Algemeen Handelsblad

Aangaande het schip INDUSTRIE, kapt. J. van Dijk, de 20e april 1854 van Sydney vertrokken heeft men sedert niets vernomen. (opm: deze tweemast-schoener, bouwjaar 1847, is het eerste in Nederland [door Fop Smit, Kinderdijk] van staal gebouwde zeilschip)


  AH - Algemeen Handelsblad

Het Amerikaanse clipperschip GEO.L. SAMPSON, kapt. Cobb, van New York naar San Francisco, is de 3e mei 1855 op 14º33’NB en 35º00’WL tot op het water afgebrand. De equipage, bestaande uit 28 man, heeft zich gered; 18 man zijn overgenomen door kapt. Hazelhoff, voerende het Nederlands schip OOSTERGOO, van Banjoewangie (opm: Banyuwangi) in Texel binnen, en de overigen door het Amerikaanse schip NORTHERN EAGLE, van Boston.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Kapt. Imke Wessels Kuipers, voerende het tjalkschip JOHANNA CATHARINA, geladen met haver en bonen, liggende in de haven van Harlingen, gedestineerd naar Londen, vraagt door deze een geldlening op bodemerij (opm: bodemerij [van bodem = schip] omschrijft Mr. J.A. Molster als eene overeenkomst tussen een geldschieter en een geldopnemer, waarbij eene som gelds wordt opgeschoten, met beding van premie en onder verband van schip of goed of beide, met dat gevolg, dat indien het verbondene, geheel of gedeeltelijk, door toevallen op zee vergaat of vermindert, de geldschieter zijn recht op de opgeschoten penningen en op de premie verliest, voor zoover dit een en ander niet op hetgeen overblijft kan worden verhaald; maar indien het verbondene schip behouden ter plaatse zijner bestemming aankomt, de hoofdsom, benevens de premie moet betaald worden) onder verband van schip en lading, tegen behoorlijke premie. Iemand, hiertoe genegen, gelieve zich te adresseren aan de cargadoor J.F. Vellinga te Harlingen, voor of op de 7e juni 1855. (opm: zie LC 110555 en NRC 080755)


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Een ieder, die iets te vorderen heeft of verschuldigd is aan de firma R. & M. van der Zee, scheepstimmerlieden bij Harlingen, gelieve daarvan opgaaf en betaling te doen ten kantore van de heer Goslings, notaris te Harlingen. Verder wordt bericht, dat bovengenoemde firma is ontbonden onder bepaling, dat Meindert van der Zee met de liquidatie daarvan is belast en verder de zaken voor zijn rekening alleen zal vervolgen.


02 juni 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 1 juni. Naar wij vernemen, zal Zr.Ms. korvet MEDUSA, waarop een andere batterij is geplaatst en meer ballast is gegeven, zeer spoedig op nieuw beproefd en daarbij ook het drinkwater en victualie aan boord gebracht worden, voor een buitenlandse reis benodigd.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 1 juni. Volgens brief van kapt. J. Goedkoop, voerende het schip (opm: fregat) PRINS HENDRIK, in dato Batavia, 11 april, was hij genoodzaakt wegens bekomen lekkage naar Onrust te verzeilen om te worden nagezien. (opm: zie NRC 040755)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Te Schiedam ligt in lading naar Batavia om in de laatste helft der maand juni te vertrekken het nieuw gebouwde campagne-barkschip CORNELIA MATHILDE, kapt. J.J. Muntendam, uitmuntend ingericht voor passagiers en voerende een bekwame scheepsdokter. Adres bij de cargadoors A. Prins & Co te Schiedam en bij de heren Kuyper, van Dam & Smeer te Rotterdam. (opm: eerste reis)


  JB - Javabode

Batavia, 31 mei. Heden is hier aangekomen de Nederlandse bark CLIO, kapt. J. Wijnmalen, de 18e april vertrokken van Sydney.


03 juni 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Jan Corver, makelaar, zal op maandag de 11e juni 1855, des avonds ten 6 ure, te Amsterdam in de Nieuwe Stads-Herberg aan het IJ, ten overstaan van de notaris R. J. Toe Laer, verkopen een extra ordinair, welbezeild, gezinkt schoener-kofschip, varende onder Nederlandse vlag, genaamd DOLPHYN, laatst gevoerd door kapt. J.R. Dobbenga, volgens Nederlandse meetbrief lang 25 ellen, 68 duimen; wijd 4 ellen, 57 duimen; hol 2 ellen, 92 duimen; en alzo gemeten op 152 tonnen of 80 lasten; benevens een snelzeilende plezierboeijer, met bijzonder goed ingerichte sierlijke kajuit, voorzien van slaapplaatsen, vóór in volkslogies, kombuis, enz, en wijders met een complete inventaris.- Breder bij inventaris en biljetten en bericht bij bovengemelde makelaar.
(opm: met behoud van naam werd het schip aangekocht door Zeilmaker & Co, Harlingen, en ging onder kapt. Z. Helmers weer naar zee)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rangoon (opm: Yangon), 5 april. Het alhier op de 6e maart van Hartlepool gearriveerde Nederlandse schip ELISABETH EN JOHANNA, kapitein Ballot, heeft op de uitreis op China Backur (opm: mogelijk China Bhātkur, thans in Bangla Desh) op strand gezeten, doch slechts onbeduidende schade.bekomen. Het schip is thans bezig om een lading rijst voor Rotterdam in te nemen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Akyab (opm: Sittwe), 11 april. De Nederlandse schoener AREND, kapitein Hus, welke – als bereids kortelings gemeld – in de nacht van 26 maart door stilte op de rotsen is gedreven en dien ten gevolge alhier lek en met meer andere schade binnenkwam, heeft de reparatie geëindigd.


04 juni 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 3 juni. Hoewel de spoorwegen reeds naar al de Rijnoevers leiden en aan de reizigers zeer grote voordelen aanbieden, houden de stoombootmaatschappijen niet op om met hen mede te dingen. Vooral de oudste dier maatschappijen, de Nederlandsche Stoomboot-Maatschappij te Rotterdam heeft zich weder nieuwe middelen van vervoer aangeschaft op een wijze, die voorzeker op prijs gesteld zal worden. Zo men de pogingen nagaat, door deze maatschappij in de laatste jaren in het werk gesteld, al hetgeen zij gedaan heeft voor de vermeerdering en verbetering der boten voor het vervoer van reizigers en goederen zonder haar uitmuntende organisatie uit het oog te verliezen, dan moet men zeggen, dat sedert de associatie der stoomboot-maatschappijen van Coblenz en Dusseldorp zij zowel door het matige harer prijzen als door het in stand houden der persoonlijke billetten in alle dele aan de wens van het publiek heeft beantwoord.
De maatschappij heeft op haar eigen werf te Fijenoord weder twee stoomboten laten bouwen, de RHEINLANDER en de HOLLANDER, die door soliditeit van bouw en sierlijkheid van inrichting uitmunten en die wat haar snelheid betreft, zeker een eerste rang onder de beste Rijnboten zullen innemen. Deze boten zijn slechts bestemd voor het vervoer van passagiers en vooral voor de dagdienst tussen Keulen en Mainz.
Volgens het tarief heeft de maatschappij thans drie dagelijkse diensten van Keulen, Coblenz, Mainz en Mannheim en is het te verwachten, dat het publiek de lofwaardige pogingen van de maatschappij naar verdensten zal ondersteunen.


05 juni 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 4 juni. Te Vlaardingen is de 2e dezer op de werf van de scheepsbouwmeester A. Otto met het beste gevolg te water gelaten het campagne-barkschip (opm: fregat) HENRIËTTE MARIA, groot ongeveer 500 Java-lasten, en gebouwd voor rekening van de heren Louis Bienfait & Zoon te Amsterdam.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Liverpool, 1 juni. Het schip HARMONIE, kapt. Hansen, van hier naar Galatz bestemd, is gisteren bij het naar zee gaan, doordien het schip in de wending weigerde, tegen de Seacombe Wall aangevaren en heeft daardoor de boegspriet verloren en nog enige andere, onbeduidende schade bekomen.


07 juni 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Norden, 2 juni. De tjalk GESINA, kapt. Koops (opm: vermoedelijk buitenlander) met zout van Altona naar Papenburg bestemd, is in de storm van 31 mei op Langeoog gestrand. De bemanning en de inventaris zijn gered, van de lading zijn slechts enige ledige zakken geborgen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Bremerhaven, 2 juni. In de nacht van de 31e mei is de Nederlandse tjalk HOOP OP WELVAART, kapt. J.M. de Vries, van Bisserup (opm: op Vestsjælland) met een lading gerst naar Amsterdam bestemd, in de nabijheid van Fedderwarden (opm: benoorden Wilhelmshaven) totaal vergaan. De bemanning heeft zich gered en is op genoemde plaats aangekomen. (opm: zie volgend bericht)


  AH - Algemeen Handelsblad

Wilmington, 17 mei. Binnengekomen JOHANNA WILHELMINA, kapt. H.D. de Groot, van Dordrecht.


08 juni 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Fedderwarderzijl (opm: Fedderwardersiel), 2 juni. Men heeft nog een gedeelte van de lading en de inventaris van het alhier gestrande Nederlandse tjalkschip HOOP OP WELVAART, kapt. J.M. de Vries – zie ons nommer van gisteren – kunnen redden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Stralsund, 4 juni. De geborgen lading uit het bij Hiddensee (opm: 54º32’ N.B. 13º06’ O.L.) gestrande Nederlandse kofschip GOEDE VERWACHTING, kapt. R.J. Riensema – zie ons nommer van 15 mei – zal hier morgen verkocht worden. Het wrak is bereids op de strandingsplaats verkocht.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Aalborg, 2 juni. Volgens bericht uit Thisted is de Nederlandse kof ADMIRAAL GRAAF VAN HEYDEN, gevoerd geweest door kapt. Drent, welke de 17e augustus A.P. (opm: verleden jaar) op de reis van Gloucester naar Koningsbergen (opm: Kaliningrad) op Harborre (opm: Harboøre) Strand, vastgeraakt is, de 16e mei j.l. vlot gekomen en de volgende dag in het Aggerkanaal binnengebracht.


09 juni 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 8 juni. Aangaande het schip GESINA, kapt. Doekes, van hier naar Livorno, de 15e november 1854 uit Texel vertrokken, is sedert niets vernomen.


  DC - Dordtsche Courant

Men meldt uit Leiden het volgende: Voor het overbrengen van enige zeldzame Japanse gewassen, met het schip ARGO, van Batavia herwaarts is aan kapt. D. Huijsers en aan stuurman R. Weber, door jhr. Von Siebold, erepresident van de Koninklijke Nederlandsche Maatschappij tot Aanmoediging van den Tuinbouw, de zilveren medaille der Maatschappij aangeboden.


10 juni 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Alblasserdam, 9 juni. Heden namiddag ten half twee ure is van de werf van de heer Corns. Smit met het beste gevolg te water gelaten het barkschip TWEE CORNELISSEN, groot 392 lasten, zullende gevoerd worden door kapt. J.C. Kreije, bestemd voor de grote vaart, voor rekening van de heer J. Vroege.
Onmiddellijk daarna is de kiel gelegd van een nieuwe bodem voor rekening van de heren E. Suermondt, Zonen & Co, groot circa 400 Java-lasten, genaamd MARY EN HILLEGONDA, zullende gevoerd worden door kapt. E.T. Prater.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Barbados, 3 mei. De Nederlandse brik WIJNANDA LUCRETIA, kapt. W.W. de Jong, van Suriname naar Amsterdam bestemd, is hier de 25e april lek binnengelopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. De makelaars H.F.N. & W.H. Montauban van Swijndregt en F. & W. van Dam te Rotterdam, als lasthebbende van hun meesters, zijn van mening op dinsdag de 26e juri 1855, des middags ten 12 ure in de zaal aan de Scheepsmakershaven, wijk 1 no. 499, te veilen het Nederlands kofschip, genaamd ELISABETH VAN LEIDEN, gevoerd geweest door nu wijlen kapt. H.K. Smits (opm: Harmannus Kasper Smits), volgens meetbrief lang 22 el, wijd 4 el 31 duim, hol 2 el 30 duim, en alzo groot 99 tonnen of 52 lasten, met al deszelfs rondhout, staand en lopend want, ankers, kettingen, touwen, zeilen en verdere inventaris, zo als hetzelve is liggende in de Haringvliet aan de Zuidzijde te Rotterdam.
(opm: de kof ELIZABETH VAN LEIDEN, bouwjaar 1851, werd gekocht door kapt. Jelle de Boer, Harlingen; nieuwe scheepsnaam EENSGEZINDHEID)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Publieke verkoping op vrijdag de 15e juni 1855, des morgens ten 11 ure, op het plein achter de beurs aan de Noordblaak te Rotterdam, ten overstaan van D.H. Corne, van een goed onderhouden en soliede gaffelschip, genaamd de VROUW JOHANNA, groot 96 tonnen, met deszelfs completen inventaris, welke in kavelingen zal worden verkocht, zijnde hetzelve twee dagen bevorens aldaar te bezichtigen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Ligt in lading naar Batavia, Samarang en Soerabaya het nieuw gebouwd en gekoperd Nederlands barkschip LAURENTIUS EN EMILIA, kapt. A. Knappert Jr, hebbende uitstekende inrichting voor passagiers en voerende een geëxamineerde scheepsdokter. Adres bij P.A. van Es & Co alhier en De Groot, Roelants & Co te Schiedam. (opm: eerste reis)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Ligt in lading naar Batavia, Samarang en Soerabaya voor goederen en passagiers het nieuw gebouwd, gekoperd Nederlands barkschip JACOB, kapt. J.F.C. Börger, hebbende bijzonder doelmatige en elegante inrichtingen voor passagiers en voerende een geëxamineerde scheepsdokter. Adres bij P.A. van Es & Co en Vlierboom & Suermondt. (opm: eerste reis)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Ligt in lading naar Batavia, Samarang en Soerabaya voor goederen en passagiers het nieuw gebouwd, gekoperd Nederlands campagne-fregatschip ELIZABETH, kapt. A.F. Klok, hebbende bijzonder uitmuntende inrichting voor passagiers en voerende een geëxamineerde scheepsdokter, om in het laatst der maand juli te vertrekken. Adres bij de heer D. Keus of bij de cargadoors P.A. van Es & Co. (opm: eerste reis)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Te Rotterdam ligt in lading naar Batavia, Samarang en Soerabaya voor goederen en passagiers, waartoe uitmuntend is ingericht, het extra op de zeilage nieuw gebouwd barkschip VLAARDINGEN, kapt. M.S. van Dusseldorp, vertrekt ultimo juli. Adres bij de cargadoors P. Varkevisser & Zonen alhier, en De Coningh & Bert te Amsterdam. (opm: eerste reis, schip vertrok pas op 10 september van Hellevoetsluis, echter naar Akyab [Sittwe])


12 juni 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Groningen, 9 juni. De scheepsbouw gaat in dit gewest jaar op jaar belangrijk vooruit, zowel wat de bouworde der vaartuigen betreft als ook het aantal, hetwelk in de vaart wordt gebracht. Er gaat geen week voorbij zonder dat hier enige koffen, schoeners enz, in de haven komen, om daar opgetuigd te worden. Op dit ogenblik liggen hier niet minder dan 23, waaronder zeer fraaie, zodanige schepen in deze haven. ’t Is te verwachten, dat dit getal binnenkort nog aanmerkelijk zal worden vermeerderd, vermits op onderscheidene werven er nog zijn, die zo goed als voltooid zijn, behalve het optuigen.


  AH - Algemeen Handelsblad

Verkoping van schepen te Amsterdam in de Nieuwe Stads-Herberg aan het IJ op 11 juni 1855:
- Het gekoperd en kopervast barkschip ANNA MARGARETHA, kapt. J.J.S. Ruhl: NLG 31800, in slag 11000. Koper: H.J. Rietveld (opm: een makelaar handelend voor Mr. F.U.H. Reiger, Amsterdam; nieuwe scheepsnaam PROVINCIE DRENTHE, kapt. H. Beckering).
- Het gezinkt schoenerkofschip DOLPHIJN, kapt. J.R. Dobbenga: NLG 5.025, in slag NLG 425, koper J.J. van der Meulen.


  LC - Leeuwarder Courant

Leeuwarden, 11 juni. Bij beschikking van de minister van binnenlandse zaken van de 6e dezer is aan de Friesche en Overijsselsche Stoombootreederij onder bestuur van de heren J. Foekens, J.F. Fontein en L. Hannema te Harlingen tot wederopzegging vergunning verleend voor een schroefstoombootdienst van Harlingen naar Zwolle en tussengelegen plaatsen aan het Zwartewater, heen en terug, tot vervoer van reizigers, goederen en vee.


13 juni 1855


  JB - Javabode

Soerabaija, 6 juni. De 5e dezer is het fraaie ijzeren barkschip CALIFORNIE, dat reeds enige tijd geleden hier was aangekomen, langs zijde van de kiellichter gezonken. Eerst heeft het vaartuig zijn evenwicht verloren en is op zijde geslagen. De juiste oorzaak van het zinken is ons onbekend.


  OP - Oostpost

Het Nederlands-Indische stoomschip AMBON heeft op zijn reis van Madura naar Sambas op de 4e mei (opm: 1854) de 22 opvarenden van de in zinkende staat verkerende brik ZEELUST gered. Kapt. F.A.B. Hugenholtz en 1e stuurman I.J. van Leeuwen kregen daarvoor in februari (1855) een zilveren medaille van de Zuid-Hollandsche Maatschappij tot Redding van Schipbreukelingen te Rotterdam. (opm: bekort en ge-restileerd)


  OP - Oostpost

Soerabaija, 6 juni. Heden is van hier vertrokken de Nederlands-Indische bark FATAHOOL HAIR, thans hernaamd KOORNIA, kapt. Kamalodin, bestemd naar Banjermassing.


14 juni 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 13 juni. Heden is voor rekening der heren Pistorius & Bicker Caarten alhier van de werf van de bouwmeester Cornelis van Duivendijk te Hendrik-Ido-Ambacht met goed gevolg te water gelaten het barkschip BREDERODE, groot circa 350 lasten, zullende gevoerd worden door kapt. P. Schoolwerth, en bestemd voor de grote vaart.
Dadelijk daarna is de kiel gelegd voor een nieuw schip, dat de naam zal voeren van TOLLENS, groot circa 400 lasten, voor rekening van dezelfde rederij.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Falmouth, 10 juni. Het Nederlandse schip WESTPHALIA, kapt. Ouwehand, van Amsterdam naar Lissabon, is alhier binnengelopen om een lek te stoppen.


  DC - Dordtsche Courant

Te St. Helena aangekomen, 20 april, TAMATAVE, kapt. Simpson, van de Kaap de Goede Hoop naar Londen, met het restant der lading van het afgekeurde schip ’S HERTOGENBOSCH (opm: zie o.a. NRC 170554), van Batavia naar Amsterdam; heeft de reis voortgezet.


15 juni 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 14 juni. Heden is te Dordrecht van de werf De Merwede, van de scheepsbouw- meesters, de heren C. Gips en Zonen, met goed gevolg te water gelaten het campagne-fregatschip MINISTER PAHUD, gebouwd voor rekening ener rederij onder directie van de heer Wm. Ruys J.Dzn, alhier, zullende gevoerd worden door kapt. J.M. Pfeill.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 14 juni. Heden is aan de fabriekwerf van de heren Paul van Vlissingen en Dudok van Heel te Amsterdam te water gelaten het voor rekening der aldaar gevestigde Stoomschroef-Schooner-Reederij van ijzer gebouwde stoomschroefschip NOORD-HOLLAND, welk schip bestemd is voor de vaart van Amsterdam op Hull en gevoerd zal worden door kapt. J. Blad.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 14 juni. Men leest in Le Précurseur het volgende: De trans-atlantische stoomboot CONSTITUTION voor de dienst tussen Antwerpen en New-York is gereed om te Amsterdam van stapel te lopen. De stoomboot BELGIQUE voor dezelfde linie wordt in de maand augustus te Antwerpen verwacht en zal de dienst in september openen. Men verzekert ons dat de vier stoomboten voor de linie van Brazilië bij dezelfde scheepsbouwers van de CONSTITUTION en de BELGIQUE te Amsterdam besteld zijn.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Swansea, 10 juni. Het schip (opm: ever) JOHANNA, kapt. E.H. Kwint, van Cardiff naar Lübeck, alhier met schade binnengelopen – zie ons nommer van 29 mei – is afgekeurd. (opm. uit AH: later voor GBP 80 verkocht)


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Uit de hand wordt te koop aangeboden een kopervast en gekoperd brikschip, varende onder Deense vlag, liggende te Amsterdam, groot volgens Nederlandse meetbrief 116 last of 220 ton. Nadere informatiën bij B.J. van Hengel, cargadoor te Amsterdam.


16 juni 1855


  JB - Javabode

Advertentie. In de loop van de maand augustus, dag nader te bepalen, zal te Soerabaija worden verkocht het Nederlands-Indisch stoomschip JAVA, met masten, tuig, machinerie, enz., zo als hetzelve aldaar ter rede is liggende. Nadere inlichtingen te bekomen bij de heren Fraser, Eaton & Co. aldaar.
Intussen is genoemd stoomschip uit de hand te koop, te bevragen bij MacLaine, Watson & Co., alhier.
Batavia, 15 juni 1855


  JB - Javabode

Soerabaija, 9 juni. Wij hebben melding gemaakt van het zinken van het ijzeren barkschip CALIFORNIA. Heden vernemen wij, dat door de doeltreffende maatregelen der firma Lloyd & Patten, scheepstimmerlieden alhier, het schip weder boven water is en nog slechts 5 voeten water in het ruim staat.


  JB - Javabode

Banjermassin, 1 juni. De 19e mei is op de hoogte van Poelo Dato gezonken het Nederlands-Indische barkschip ALMANSOOR SARIE, met 100 koyangs steenkolen. Terstond heeft de resident van Banjermassin hulp gezonden, zodat nog een gedeelte der zeilen is gered, doch ongelukkig is daarbij een man met vrouw en kind verdronken.
Twee dagen later is nagenoeg op dezelfde hoogte omgeslagen het Nederlands-Indische barkschip FATHOOL HAIR, komende van Palembang, geladen met rotting en kadjang-matten. De equipage is gelukkig gered.


18 juni 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 17 juni. Nadat de 15e dezer te Alblasserdam de ALBLASSERWAARD te water was gelaten, werd terstond de kiel opgehaald van een barkschip, genaamd EERSTELING, voor een nieuwe rederij onder directie van de heren Kuypers & Co.


  AH - Algemeen Handelsblad

Alblasserdam, 16 juni. Heden namiddag is alhier van de werf des heren Corn. Smit te water gelaten het aldaar nieuw gebouwde barkschip ALBLASSERWAARD, groot 392 gemeten lasten, gevoerd zullende worden door kapt. E. von Lindern voor de grote vaart onder directie van de heer F.H. von Lindern alhier.


19 juni 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hellevoetsluis, 17 juni. Het schip (opm: bark) ZWARTE ZWAAN, kapt. J. Muller, is heden van hier naar Batavia vertrokken. (opm: eerste reis)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 18 juni. Heden is van de werf van de heer J. Pot aan de Elshout met het beste gevolg te water gelaten het barkschip DAVO, groot volgens rijksmeting 260 lasten, gevoerd zullende worden door kapt. H, Wijtenhorst, en zullende varen voor rekening van de heren G. Schimmelpenninck & Co te Deventer.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hellevoetsluis, 18 juni. De kapitein van de alhier gearriveerde stoomboot SEA GULL rapporteert, dat er ogenschijnlijk op de bol van de Hinder een Engelse kolenbrik gebleven is, waarvan de wrakstukken ronddrijven. (red: De equipage van de gebleven brik NORVAL, kapt. Thompson, is gisteren nacht op Goeree aangekomen.)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. H.I. Rietveld en J.H. Rocquette, makelaars, zullen op maandag de 2e juli 1855, des avonds ten 6 ure, te Amsterdam in de Nieuwe Stads Herberg aan het IJ verkopen:
- Een extraordinair welbezeild, gekoperd en kopervast brikschip, varende onder Nederlandse vlag, genaamd SARA, laatst gevoerd door kapt. E.F.A. Roszberger, volgens Nederlandse meetbrief lang 25 ellen; wijd 4 ellen, 5 duimen; hol 3 ellen, 94 duimen; en alzo gemeten op 94 lasten of 177 tonnen.
- 1/40 part in het Nederlands gekoperd fregatschip CLAUDIUS CIVILIS, gevoerd door kapt. J.F.D. Petersen, groot 362 gemeten lasten; benevens een scheepsbarkas.
Breder volgens inventaris en biljetten, en bericht bij bovengemelde makelaars.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Naar Batavia, om waarschijnlijk in de loop der maand juli te vertrekken, het nieuw gebouwd en gekoperd Nederlands campagne-fregatschip TONIA, kapt. C.T. Zeeman, hebbende uitmuntende inrichtingen voor passagiers en varende een bekwame scheepsdokter. Adres bij Wm. Ruys J.Dzn, alhier. (opm: eerste reis)


 MCO - Middelburgsche Courant

Den 15 mei is op 8º12’ N.B. en 26º50’ W.L.gepraaid het barkschip MERCURIUS, gezagvoerder F. Nepperus Fzn, van Batavia naar Middelburg, met schade aan de verschansingen.


20 juni 1855


  AH - Algemeen Handelsblad

Bolnes, 19 juni. Heden is op de werf van de scheepsbouwmeester A. Pot de kiel gelegd van het barkschip ADRIANA PETRONELLA, groot 350 last, voor rekening van de heren P. Varkevisser & Zonen te Rotterdam, gevoerd zullende worden door kapt. A.A. Brocx.


  OP - Oostpost

Omtrent het zinken van het ijzeren barkschip CALIFORNIA, groot 800 ton, kunnen wij het volgende mededelen.
Dit fraaie schip, dat aan de kiellichter van Lloyd & Paton lag, ten einde van onder nagezien, schoongemaakt en geverfd te worden, was op maandag de 2e dezer, door het breken van een der bij dat werk vereist wordende touwen, gezonken. Na dit ongelukkig voorval hebben echter de heren Lloyd en Sullock al hun pogingen ingespannen, om het vaartuig wederom boven water te brengen. Dat zulks voor een zo groot schip vrij wat bezwaren en moeilijkheden opleverde, behoeft geen betoog. Door een tweede lichter aan de andere zijde van het schip aan te brengen, zijn evenwel de ijverige pogingen met die gewenste uitslag bekroond, dat de CALIFORNIA een week later in even goede staat als voor het ongeval op de rede van Soerabaija ten anker lag. Wij hebben gemeend de onvermoeide pogingen der heren Lloyd en Sullock, even zeer als het ongeval zelf, aan het publiek te moeten mededelen.


21 juni 1855


  DC - Dordtsche Courant

Vlissingen, 17 juni. Heden kwam alhier als bijlegger ter rede de Napolitaanse bark EUROPA, kapt. Esposita, van Palermo met stukgoederen en citroenen, naar Dordrecht bestemd. Het schip heeft drie maanden reis en vele schade geleden aan de tuigage.


23 juni 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Stralsund, 19 juni. Het Nederlandse schip (opm: tjalk) JELTINA ROELINA, kapt. A.R. Lukkien, van hier met een lading rogge naar Nederland bestemd, is gisteren namiddag bij Darss (opm: Darsser Ort, 54º28’ N.B. 12º30’ O.L.) gestrand en heeft twee voeten water in het ruim. De bemanning is gered. Of schip en lading te behouden zijn, zal van wind en water afhangen. (opm: zie NRC 280655)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Uit de hand te koop wordt aangeboden het extra snelzeilend, gekoperd clipperschip MONSOON, gevoerd door kapt. J. Bogard, klasse A.1, varende onder Engelse vlag, van Akyab (opm: Sittwe) in het Nieuwe Diep aangekomen met pl.m. 1400 tonnen rijst. Te bevragen bij de cargadoors Hoyman & Schuurman te Amsterdam.


  JB - Javabode

Batavia, 23 juni. Heden is hier aangekomen de Nederlandse bark KAAP HOORN, kapt. W.C. Kuyk, met twee passagiers, de 15e april vertrokken van Rio Janeiro.


24 juni 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 23 juni. Woensdag j.l. (opm: 20 juni) is op de werf van de heren Paul van Vlissingen en Dudok van Heel de kiel gelegd van een voor rekening der Amsterdamsche Stoomboot-Maatschappij te bouwen ijzeren stoomschip voor de vaart van Amsterdam op Hamburg, in vervanging van het thans dienst doende houten stoomschip WILLEM DE EERSTE, kapt. J.H. Savert.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 23 juni. De 21e is voor de Arrondisements-Rechtbank te Middelburg behandeld de zaak van het Openbaar Ministerie tegen M. Buteyn, oud-gezagvoerder van het barkschip COMMERCIE-COMPAGNIE, van Middelburg. Op grond der art. 406 en 408 van het Wetboek van Strafrecht heeft de officier van justitie de eis uitgesproken van een confinement van ten minste 2 maanden en ten hoogste 2 jaar, benevens geldboete.
De verdediger van de beschuldigde, mr. P.J.G. van Diggelen heeft hoofdzakelijk betoogd dat de aan hem ten laste gelegde feiten geenszins in de termen vallen van misbruik van vertrouwen, bedoeld bij die artikelen, aangezien de verplichtingen van de scheeps-gezagvoerder uitsluitend zijn geregeld bij het Wetboek van Koophandel.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Grimsby, 21 juni. Het te Schiedam te huis behorende fregatschip STAD SCHIEDAM, kapt. Wulp, hetwelk ter rede van Hartlepool bezig was om een lading kolen voor Ceylon in te nemen, is de 16e aldaar in een zware storm van het anker geslagen en de 18e alhier binnengelopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Scarborough, 21 juni. De 19e is in Curyton-baai aan strand gedreven, een ontramponeerde scheepsboot. Van binnen in de spiegel staat geschilderd RIGA van Rotterdam.
Red. Het schip RIGA, kapt. de Witt, van Rotterdam, is de 2e juni uit Hellevoetsluis vertrokken en 3 dagen later te Hartlepool gearriveerd en is, voor zover onze berichten lopen, nog aldaar liggende.


25 juni 1855


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Uit de hand wordt te koop aangeboden het goed onderhouden Nederlandse kofschip IDA MARIA, groot 52 last rogge. Een gedeelte van de koopprijs kan als voorschot op het schip blijven staan. Nadere informatiën zijn te bekomen bij de cargadoors Dade & Houtkoper. (opm: op 14 juli werd het schip, bouwjaar 1844, door H. ter Poorten voor NLG 3.600 verkocht aan kapt. Wessel Meeter, Zwolle; nieuwe scheepsnaam JANSJEN onder kapt. Jacob S. Pik)


26 juni 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 25 juni. Heden is aan de werf der Nederlandsche Stoomboot-Maatschappij te Fijenoord, de kiel gelegd van een ijzeren schroefstoomschip, groot circa 250 lasten, voor rekening der Rotterdamsche-Stoomvaart-Vereeniging, onder directie van de heer James Smith, en bestemd voor de vaart van Rotterdam op Hamburg en Harburg.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Brouwershaven, 25 juni. Het schip GUURTJE EN MARIA, kapt. F.J. Bourse Wils, is hier heden ter rede aangekomen, op reis van Rotterdam naar Batavia. (opm: eerste reis)


  DC - Dordtsche Courant

Dordrecht, 25 juni. In de zitting van de gemeenteraad van zaterdag waren afwezig de Heren van der Elst en Blussé van Zuidland.
De voorzitter bericht aan de vergadering, ingevolge haar, in vorige zitting, kenbaar gemaakt verlangen, geslaagd te zijn in de verhuring van het Willigenbosch in twee nagenoeg gelijke delen aan de Heren J. Schouten en C. Gips en Zonen, voor 10 cents per vierkante el, bedragende voor de 66 roeden NLG 660,-. Tot heden was die huur NLG 140,-. Hierdoor is nu voor beide de gelegenheid open om lange schepen te bouwen.


  DC - Dordtsche Courant

Advertentie. Te Dordrecht ligt in lading naar Dantzig, om in de loop van 8 à 10 dagen bepaald te vertrekken: Het Nederlands kofschip CATHARINA ALLAGONDA, kapt. L. Thaden. Adres bij de cargadoors Sandberg en Co.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Uit de hand te koop een in de haven van Terschelling liggend goed bezeild en hecht gebouwd everschip met inventaris, gevaren hebbende onder Hanoverse vlag, groot pl.m. 40 roggelasten. Te bevragen bij de eigenaren A.R. Zwaal en H.L. Blok, aldaar woonachtig.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Ten verkoop of ter bevrachting wordt aangeboden het in 1847/48 te Rochester, Mass., nieuw gebouwde en gekoperde Amerikaans tweedeks barkschip BROTHERS, gevoerd door kapt. R. Crowell, laatst komende van Samarang, groot ongeveer 600 tonnen en thans liggende in het Entrepotdok.
Nadere informatiën zijn te bekomen bij de cargadoor Thos. Breuker alhier.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Heden ontving ik de hoogst smartelijke tijding, dat mijn dierbare echtgenoot Christian Bernard Janssen, gezagvoerder van het Nederlandse schoenerschip LOUISE HELENA, na een ziekte van weinige dagen de 15e dezer te Koningsbergen in de ouderdom van 42 jaar is overleden. Allen, die de brave overledene gekend hebben, zullen beseffen, wat ik met mijn vier jonge kinderen in hem verlies.
Amsterdam, 19 juni 1855, Wed. C.B. Janssen, geb. Gerdes


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Uit de hand te koop het onder Engelse vlag varende barkschip PONS AELII, 7½ jaar oud, kopervast en van metaal-koperen huid voorzien, gevoerd door kapt. W.B. Eccelston, hebbende alhier ongeveer 300 lasten rijst van Akyab (opm: Sittwe) aangebracht, zijnde bij Lloyd’s voor 9 jaar geclassificeerd, liggende in het Oosterdok. Te bevragen bij Jan Corver, makelaar alhier.


27 juni 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Delfzijl, 23 juni. Het schip VIJF GEBROEDERS, kapt. D.B. Brouwer, van Hamburg met hout herwaarts gedestineerd, is gisteren op de Eemshorn gestrand en zwaar lek geworden, doch zal waarschijnlijk afgebracht kunnen worden. Een gedeelte van de deklast is geborgen. (opm: de tjalk, sinds juni 1854 in de vaart, is waarschijnlijk afgekeurd en verkocht; de zeebrief werd in maart 1856 geretourneerd en geroyeerd; kapt. Derk Berends Brouwer verkreeg in maart de tjalk weldaat die hij in JANNA verdoopte)


28 juni 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Stralsund, 23 juni. Het bij Darss (opm: Darsser Ort) gestrande Nederlandse schip JELTINA ROELINA, kapt. Lukkien, van hier naar Nederland bestemd – zie ons nommer van 23 dezer – is, nadat men 29 last rogge gelost had, vlot gekomen. De geloste lading is droog, maar hetgeen nog aan boord is, is grotendeels doornat van zeewater en zal in publieke veiling verkocht worden. Het schip is zwaar lek en zal met de geborgen lading hier gebracht worden.


29 juni 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 28 juni. Heden is alhier voor rekening van de heren C. Vlierboom & Zonen van de scheepstimmerwerf St. Joris met het beste gevolg te water gelaten het door de scheepsbouwmeesters De Jong, Kortlandt & Anthony gebouwde campage-fregatschip PRINSES AMALIA, groot 430 lasten, zullende gevoerd worden door kapt. L.W. van Rijn van Alkemade.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Lekkerkerk, 28 juni. Heden is alhier op de werf van de scheepsbouwmeester H. de Jong de kiel gelegd van een campagne-barkschip, groot circa 320 gemeten lasten, hetwelk de naam zal dragen van MR ISAAK DA COSTA, gevoerd zullende worden door kapt. M. Löschen en bestemd voor de grote vaart voor rekening ener Rotterdamse rederij (opm: Ames & van Dam, Rotterdam).


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hellevoetsluis, 28 juni. Heden vertrokken van hier de schepen BURGEMEESTER HOFFMAN, kapt. N.A. Dijkama, naar Batavia en JAN VAN SCHAFFELAAR, kapt. H. van Hees, naar Cardiff. (opm: voor beide schepen de eerste reis)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Brielle, 28 juni. De schepen ORION, kapt. Roelfsema, en MEIKE, kapt. Hazewinkel, zijn bij de Molenhaven aan de grond gevaren. De laatste heeft, aldaar zittende, schade bekomen door aanzeiling van de brik RESOLUTION, kapt. Collings.


  LC - Leeuwarder Courant

Leeuwarden, 28 juni. De Arrondissements Rechtbank alhier heeft dinsdag j.l. uitspraak gedaan in de zaak van de Dokkumer trekschippers tegen de directie der Rhijn- en IJssel-Stoomboot Maatschappij te Kampen. Overeenkomstig de gedane eis heeft de rechtbank het contract van aanneming tot levering van een ijzeren schroefstoomboot voor de vaart van Dokkum en Leeuwarden vice versa, ter zake van niet-levering op de bepaalde tijd, vernietigd en de verweerders veroordeeld tot teruggave aan de eisers ener som van NLG 4000, door hen als eerste termijn van betaling gestort, met vergoeding van kosten, schaden en interesten en wijders in de kosten van het rechtsgeding. Met betrekking tot het in de vaart brengen der stoomboot tussen beide steden, die thans te Coblenz (opm: Koblenz) is vervaardigd, vernemen wij, dat dit eindelijk binnen zeer korte tijd zal plaatsvinden, naar alle waarschijnlijkheid nog in de loop der volgende maand. (opm: zie LC 090255 en 100755)


30 juni 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 29 juni. Door de Nederlandsche Handel-Maatschappij zijn bevracht de navolgende 27 schepen, als:
Voor Rotterdam: JULIA, kapt. A. van der Kolff; NIJVERHEID, kapt. E.L. Kerkstra; MINISTER THORBECKE, kapt. A. Bennik.
Voor Amsterdam: IDA, kapt. F.W. Mulder; ZORGVLIET, kapt. F.H. Groote; JAN PIETERSZ. KOEN, kapt. J. Verloop; JOHANNA HENDRIKA, kapt. K. Hoek; PEKING, kapt. A.J.T. Tydeman; DOROTHEA, kapt. A. van der Kolk; JACOB ROGGEVEEN, kapt. J. Vos van Marken; CASTOR, kapt. P. Esink; ALIDA WILLEMINA, kapt. G.E. Doornbos; AMSTERDAM, kapt. C. Tjebbes; TASMANIA, kapt. B.J. Jonker; SENIOR, kapt. K.L. Swart; LOUISA, kapt. J.C. Siedenburg; FACTORIJ, kapt. J. Jansen, TONIA, kapt. C.F. Zeeman, en KEMANGLEN, kapt. H.H. Smit, alle drie van Rotterdam; LOOPUYT, kapt. C.C. Bouwmeester, van Schiedam; ADMIRAAL VAN HEEMSKERK, kapt. J. Koning, en OUD ALBLAS, kapt. N.N, beide van Dordrecht.
Voor Schiedam: JACOBUS MARTINUS, kapt. J. Gagestein; H. WILLEBRORDUS, kapt. J. de Boer.
Voor Dordrecht: ORION, kapt. C.M. Borghorst.
Voor Middelburg: SCHOUWEN, kapt. J. Kroll; MINERVA, kapt. J.A. van Boven.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Brielle, 29 juni. De schepen ORION en MEIKE, welke, als gisteren gemeld, bij de Molenhaven aan de grond waren gevaren, zijn later vlot gekomen en naar zee gezeild.


01 juli 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 30 juni. De 28e juni heeft de Arrondissements-Rechtbank te Middelburg uitspraak gedaan in de zaak van Marinus Buteyn, gewezen gezagvoerder van het barkschip COMMERCIE-COMPAGNIE, beschuldigd van misbruik van vertrouwen in bovengenoemde betrekking. De rechtbank heeft hem finaal vrijgesproken, doch het Openbaar Ministerie heeft appel aangetekend, zodat hij nog in verzekerde bewaring is gebleven.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Roermond, 28 juni. De stoombootdienst van hier op Rotterdam en v. v, onderneming J. L. Baudrihaye c.s, onder de firma L. de Rijk & Co, zal in de loop van de maand juli aanstaande een aanvang nemen. Men roemt zeer de inrichting der stoomboten, zowel wat belangt het gemak van de reizigers als met opzicht tot de sierlijkheid van vorm en inrichting.


02 juli 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 10 mei. In de morgen van de 26ste maart had aan boord van de gouvernements civiele schoener ANADYOMÈNE, die in de laatste helft van maart van Muntok naar de verschillende distrikten dier residentie was vertrokken tot overbrenging van gelden, goederen en vivres (opm: levensmiddelen), een muiterij onder de inlandse opvarenden plaats gehad, ten gevolge waarvan de gezagvoerder Bloys van Treslong zwaar werd gewond.
Twee matrozen, Bitjoe en Amat no. 2, hadden de gezagvoerder, terwijl deze zich achteruit op het dek bevond, op het onverwachts omvergeworpen en hem met hun scheepsmessen onderscheidene steken toegebracht, waarvan een op de linker zij in de buik en een in de linker borst nabij het hart. De gezagvoerder verloor echter zijne tegenwoordigheid van geest niet, hij sprong op, verdedigde zich zo goed mogelijk tegen de hernieuwde aanvallen der booswichten, tot dat een der Europese stuurlieden, die inmiddels naar de kajuit was gesneld om wapenen te halen, met een dolk en een sabel terug kwam. Op het gezicht dezer wapenen deinsden de aanvallers terug en werden zij met behulp van het scheepsvolk in het ruim gesloten.
In de avond van dezelfde dag ankerde de ANADYOMÈNE in de Klabat-baai bij Tandjong-Mantong (opm: Tg Mantun). De gezagvoerder verkeerde toen in een bedenkelijke toestand. Hij liet zich dadelijk naar de wal brengen en gaf de administrateur van Blinjoe (opm: Belinyu) van het voorgevallene kennis, met verzoek om hem met de militaire macht bij te staan en de nodige transportmiddelen te verstrekken om ter geneeskundige behandeling naar Blinjoe te worden overgebracht.
Aan dit verzoek werd ten spoedigste voldaan, terwijl de officier van gezondheid te Batoeroessak (opm: Baturussa) naar Blinjoe (opm: Belinyu) werd ontboden om de nodige geneeskundige hulp aan de heer Bloys van Treslong te verlenen.
De twee hoofdmisdadigers en nog drie andere personen, die het meest verdacht voorkwamen, werden gearresteerd en naar Muntok opgezonden. De overigen werden ontwapend, doch bij gebrek aan genoegzaam scheepsvolk, aan boord gelaten om bij aankomst te Muntok in verzekerde bewaring te worden genomen.
De ANADYOMÈNE vervolgde de 1e april, met toevoeging van een andere bemanning en een militair geleide, haar reis onder bevel van de luitenant-ter-zee Ruysch Lehman de Lehnsveld, die daartoe door de stations-kommandant was aangewezen.
De heer Bloys van Treslong vermeende dat er gegronde vermoedens bestonden, dat reeds te Muntok het komplot was beraamd, waarvan de gehele inlandse bemanning, misschien op een paar uitzonderingen na, had kennis gedragen, om hem en zijn twee Europese stuurlieden gedurende de reis te vermoorden en zich daarna van het zich aan boord bevindende geld, ongeveer NLG 13000, meester te maken, ten einde zich daarmee naar Singapore te begeven.
Deze vermoedens worden bevestigd door de verdachte houding van de bemanning, die, terwijl de moordaanslag op de kapitein plaats had, zonder de minste poging om hem te helpen, de strijd werkeloos bleef aanzien, en zich toen eerst aan zijn zijde schaarde, toen men bespeurde dat de aanslag was mislukt.
De gearresteerden werden gehoord. Bitjoe bekende zonder omwegen dat het voornemen bestond om, na de kapitein en de stuurlieden te hebben vermoord, het vaartuig te plunderen en zich daarna met de buit in de grote sloep naar Singapore te begeven, de schoener aan haar lot overlatende.
De zaak zal bij terugkomst van de ANADYOMÈNE te Muntok voor de bevoegde rechter worden gebracht.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 10 mei. Scheepsvrachten. Van de in ons vorig bericht vermelde schepen TWEE GEBROEDERS en NEDERLAND is de eerste door de factorij in de bevrachting opgenomen, terwijl de laatste, zo ook de HENRIETTE CORNELIA voor de Japanse reis zijn bevracht. De CHINA bedong NLG 97 voor suiker, alhier en te Indramajoe te laden, en MERCATOR NLG 97,50 voor suiker, te Soerabaija te laden, beiden naar Amsterdam. De VIJF GEBROEDERS en RESIDENT VAN SON zijn door de factorij bevracht tot NLG 95. terwijl nog onbestemd zijn de JAN DE WITT, BANTAM, OSIRIS, ZEELAND en ZAANSTROOM, maar welke alle nog naar de kust moeten om te lossen. De CATHARINA wordt voor eigen rekening beladen.


03 juli 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rendsburg, 29 juni. Het schip ROELINA, kapt. Rosenbeek, met gerst van Bisserup (opm: op Vestsjælland) naar Antwerpen bestemd, heeft gisteren op de Eider gestoten en een zwaar lek bekomen. Het schip is met adsistentie ener stoomboot en manschappen hier binnen gebracht om met de meest mogelijke spoed te lossen en te repareren.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Te Rotterdam ligt in lading naar Batavia, Samarang en Soerabaya voor goederen en passagiers, waartoe uitmuntend is ingericht het nieuw gebouwd en gekoperd Nederlandse barkschip KEMANGLEN, kapt. H.H. Smit. Adres bij de reders F.S. Sparnaaij & Zoon en bij de cargadoors Vlierboom & Suermondt. (opm: eerste reis)


  DC - Dordtsche Courant

Batavia, 10 mei. Vrachten wederom iets beter, door de Factorij NLG 95,- en particulier NLG 97,- en 97½ besteed. De schepen JAN DE WIT, ZEELAND en ZAANSTROOM liggen nog onbevracht.
De OSIRIS moet repareren en de PRINS HENDRIK (opm: zie NRC 040755) wordt of is afgekeurd. De Bremer brik CANOPUS is gecharterd voor Melbourne tot GBP 5,- dooréén. Voor de reis naar Japan zijn dit jaar twee schepen, de NEDERLAND en HENRIETTE CORNELIA, door het gouvernement genomen.


  DC - Dordtsche Courant

Akyab, 8 mei. Wij hebben hier een zware storm uit het noordwesten gehad, welke grote verwoestingen heeft aangericht. Al de schepen ter rede zijn drift geweest en hebben meer of mindere schade bekomen.


04 juli 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 2 juli. Aangaande het schip (opm: fregat) JUPITER, kapt. G.J. van der Meij, van Banjoewangie (opm: Banyuwangi) herwaards gedestineerd, de 1e februari masteloos en met andere schade te Mauritius binnengelopen, wordt, volgens brief van de kapitein in dato 5 mei, gemeld, dat het had moeten kielen, doch, buiten het verlies van enige bladen koper, geen verdere schade aan de romp had bekomen. De kapitein dacht, na de gezonde lading ingenomen te hebben, de 14e of 15e mei de reis voort te zetten.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 2 juli. Het schip (opm: fregat, bouwjaar 1838) PRINS HENDRIK, kapt. J. Goedkoop, de 28e maart van Port-Philip te Batavia aangekomen, had op de reis schade bekomen en is, volgens brief van daar van 10 mei, afgekeurd. (opm: het schip arriveerde op 3 mei van Onrust ter rede van Batavia, zie ook NRC 020655 en 050855)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 2 juli. Het Nederlandse schip TRITON, kapt. Olie, van Amsterdam naar Batavia, is de 30e juni op de hoogte van Dungeness in aanzeiling geweest met de Franse stoomboot PARIS & LONDRES, van Nantes naar Londen, en heeft aan dit vaartuig zo veel schade toegebracht, dat het spoedig daarna gezonken is. Van de bemanning is een gedeelte op het Nederlandse schip overgesprongen en de overige door de stoomboot RETRIEVER gered en te Dover aan wal gezet.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Falmouth, 1 juli. Het te Rotterdam te huis behorende barkschip ELISE SUSANNE, kapt. Kuyt, van Rotterdam via de Kaap-Verdische eilanden naar Calcutta, is de 27e juni alhier met schade binnengelopen en is heden weder naar Rotterdam geretourneerd om aldaar te repareren.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Konstantinopel (opm: Istanbul), 21 juni. Het Nederlandse schip HOLLANDIA, kapt. Smit Petersen, van Galatz naar Engeland om orders, in de Bosphorus in aanzeiling geweest en heeft daarbij een mast gebroken. Het schip zal hoogstwaarschijnlijk moeten lossen om te repareren.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rangoon (opm: Yangon), 4 mei. Het te Zierikzee te huis behorende barkschip ELISABETH JOHANNA, kapt. J.A. Ballot, van hier met een lading rijst naar Engeland bestemd, is de 26e april op Hastings-Shoal aan de grond geweest. Het kwam echter het volgende tij vlot en zette de reis voort.


  JB - Javabode

Batavia, 2 juli. Heden is alhier ter rede aangekomen het Nederlandse schip DOCTRINA ET AMICITIA, gezagvoerder P. Haagsma, hetwelk Falmouth de 13e april bevorens verlaten had, zijnde dus de reis van af de Engelse kust in de korte tijd van 78 dagen volbracht. (opm: het schip was de 2e april van de rede van Texel vertrokken)


  JB - Javabode

Batavia, 3 juli. De 1e juli zijn hier aangekomen de Nederlandse barken POLLUX, kapt. J. Kooy, de 19e maart vertrokken van Liverpool, GOUVERNEUR-GENERAAL ROCHUSSEN, kapt. C. La Seur, de 26e maart vertrokken van Rotterdam, ABEL TASMAN, kapt. J. Hensing, de 2e mei vertrokken van Akyab, en HENRIETTE, kapt. J. van Loenen, de 2e juni vertrokken van Adelaide.
Gisteren zijn hier aangekomen de Nederlandse barken KOOPHANDEL, kapt. L. Crevecoeur, de 25e maart vertrokken van Rotterdam, EERSTELING, kapt. H. Schelkes, de 16e mei vertrokken van Akyab, en JOHANNA MARIA, kapt. M.A. Overgaauw, de 22e maart vertrokken van Londen. (opm: hierboven is de DOCTRINA ET AMICITIA al vermeld, die niet opnieuw is opgenomen)
Heden is hier aangekomen het Nederlandse schip DILIGENTIA, kapt. Smit, komende van Londen, de dito bark SCHEVENINGEN, kapt. Bruening, met 9 passagiers, komende van Rotterdam, en de dito brik GEBROEDERS, kapt. B.C. Flik, de 1e april vertrokken van Liverpool.


05 juli 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 4 juli. Te Elbing (opm: Elblag) is de 27e juni van de werf van de bouwmeesters G. & H. Mitzlaff te water gelaten het brikschip KOERIER, groot 200 lasten, gebouwd voor rekening van de heren P. Scheffer & Zn te Amsterdam, zullende gevoerd worden door kapt. T.J. Rotgans.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 4 juli. Het schip PASSAROEANG, kapt. Fullbrun, van Banjoewangie (opm: Banyuwangi) herwaarts gedestineerd, is volgens brief van de kapitein in dato Simonsbaai 2 mei, de 30e april aldaar lek binnengelopen. Het moet lossen om te repareren. Overigens was alles wel.


  DC - Dordtsche Courant

Akyab, 5 mei. Gedurende een zware storm is de Hollandse bark GEZUSTERS, kapt. E. Verginius, voor zijn ankers gedreven en in aanraking gekomen met de Engelse bark YEOMAN, aan welke het enige schade heeft veroorzaakt.


06 juli 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Penzance, 2 juli. Het te Groningen te huis behorende kofschip de VREEDE, kapt. G.G. Potjewijd, van Newcastle met een lading steenkolen naar Sevilla bestemd, is op zee lek gesprongen en deze namiddag circa 12 mijlen van Mounts Bay (opm: Cornwall) gezonken. Het volk is gered en behouden alhier aangebracht.


07 juli 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Curaçao, 9 juni. Volgens kennisgeving van de gouverneur a.i. van deze kolonie zal de in dienst gestelde ijzeren schroefschoener VICE ADMIRAAL RIJK, gezagvoerder H.J. Rusman, op de 12e en 27e van iedere maand, van hier naar het eiland St. Thomas vertrekken ter overbrenging en afhaling der Europese brievenmalen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Curaçao, 9 juni. Op de 15e mei is van de werf der heren Van der Meulen & Co alhier met het beste gevolg te water gelaten de schoener MARACAIBO; zijnde het veertigste vaartuig op die werf gebouwd.


  JB - Javabode

Batavia, 4 juli. Heden is hier aangekomen de Nederlandse bark JAVA, kapt. S.S. van Dam, de 19e mei vertrokken van Akyab.


08 juli 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 6 juli. Het Nederlandse schip JOHANNA CATHARINA, kapt. Kuyper (opm: I.W. Kuipers), van Carolinerzyl (opm: Carolinensiel) naar Londen bestemd, heeft vóór 3 juli op de Eijerlandsche Gronden gestoten, heeft daardoor een lek bekomen en is gezonken. De bemanning is gered. (opm: zie LC 110555 en 010655)


09 juli 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. On sale at a moderate price the A.1 bark ONTARIO, of Liverpool, lying Willemskade, length 125 7/10 ft, breadth 29 3/10 ft, depth 20 7/10 ft, 694 tons register, built at Quebec in 1852, recoppered last voyage in London, abundantly found in stores. If not sold immediately will be sent to sea.
For inventories and further particulars, apply to R. Twiss H.son


10 juli 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 9 juli. De stoomboot de STAD ROERMOND, toebehorende aan de onderneming van de heren L. de Rijk & Cie en bestemd om tussen Roermond en deze stad te varen, heeft de 5e dezer een proeftocht tot Grave gedaan en daarbij volkomen aan de gekoesterde gunstige verwachting beantwoord. Zij arriveerde onder de muziek-uitvoering van het zich aan boord bevindende muziekgezelschap van Roermond en werd wederkerig zeer feestelijk ontvangen en door een muziekgezelschap uit Grave begroet.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. De Commissie van de Stads-Commercie-Werf te Zierikzee, in ervaring zijnde, dat bij al de geschiktheid, welke deze en de daartegenover liggende werf, genaamd De Goede Intentie, aanbiedt, om nieuwe koopvaardij-schepen, zelfs van het grootste charter, te bouwen, en de haven dier gemeente voor de scheepvaart de best mogelijke gelegenheid bezit, er echter te dezer plaats een grote en volstrekte behoefte bestaat om schepen van 3 à 400 lasten overkant te leggen of zogenaamd te kielhalen, ten einde dezelve van onderen te kunnen nazien, herstellen, koperen, enz. Zij looft dus, ingeval die zaak tot stand komt, een prijs uit van NLG 150, en NLG 75, zo dezelve niet tot uitvoering komt, aan degenen, die daartoe het geschikste, zekerste en minkostbaarste plan binnen de tijd van twee maanden aan haar zal indienen, met aanwijzing van de plaats, waar dat werk daar te stellen, en aanbieding van een tekening en berekening van kosten, voor het zelve benodigd.
Zierikzee, 9 juli 1855.
De Commissie voornoemd: M.C. de Crane, D. v.d. Vliet en W.D. de Jonge.


  LC - Leeuwarder Courant

Uittreksel uit het verslag van gedeputeerde staten van Friesland over 1854:
Door de hoge vrachtlonen wierpen de rederijen in het algemeen belangrijke voordelen af. Gedurende 1854 werden afgebouwd 13 zeeschepen, als te Harlingen 1 schoenerschip, groot 218 ton, te Lemmer 1 dito, groot 149 ton, te Joure 1 dito van 150 ton, 1 galjoot van 70 en 4 tjalkschepen van te zamen 200 last, te Nijehaske 5 schepen, te zamen van 417 ton. In aanbouw waren te Lemmer 1 schoenerkofschip en 1 brik.
Er behoorden te Friesland te huis 90 zeeschepen, waarvan te Leeuwarden 9, groot 1040 ton, te Harlingen 40, groot 5981 ton, te Dokkum 5, van 100 tot 120 ton ieder, te Makkum 1, te Heeg 6, te Gaastmeer 3, op Schiermonnikoog 25 en te Staveren 1. Uit de laastste vijf gemeenten is de tonnen-inhoud niet opgegeven.


  LC - Leeuwarder Courant

Leeuwarden, 9 juli. De zo lang te gemoet geziene stoomboot voor de vaart tussen Dokkum en Leeuwarden v.v. is eindelijk j.l. (opm: zie LC 290655) zaterdag namiddag (opm: 7 juli) hier van Coblenz (opm: Koblenz) naar Dokkum gepasseerd. Voor menigeen onder de toegestroomde menigte was het schouwspel geheel vreemd, daar het thans de eerste maal zal zijn, dat onze land-stad een stoomboordienst erlangt en velen vroeger nog nimmer zodanig vaartuig hadden gezien. Ongetwijfeld zal dit versnelde middel van vervoer zijn invloed op de handel tussen beide steden doen gelden en in allen gevalle het onderling verkeer zeer doen toekomen. Heden namiddag heeft de stoomboot een proefvaart gedaan. Het gemeente-bestuur van Dokkum. Benevens andere genodigden en een muziekcorps bevonden zich op het met vlaggen versierde, alleszins nette en ruime vaartuig. Ten 4¾ ure kwam de boot hier aan en om 6½ ure vertrok zij weder naar Dokkum


11 juli 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Simonsbaai (Kaap de Goede Hoop), 9 mei. De Nederlandse bark JOHANNA CATHARINA, kapt. C.J. van Loon, van Akyab (opm: Sittwe) naar Amsterdam, is hier heden met vijf voeten water in het ruim binnengelopen. Het schip heeft dit lek in een hevige storm van 3 op 4 dezer bekomen. (opm: zie NRC 190755)


  JB - Javabode

Van Samarang wordt ons bericht, dat aldaar ter rede op de 5 dezer des avonds ten 8 ure, brand is ontstaan in de Siamese wankang KIMPO GOAN, gezagvoerder Khou Tjoa. Aan boord van het mede te dier rede liggende Nederlands Indische barkschip JUSTINA, kapt. E. Lewis, werd door de stuurman De Gee het eerst die brand ontdekt. Onmiddellijk snelde hij met een der boten naar het brandende vaartuig en was zo gelukkig 5 Siamese Chinezen uit levensgevaar te redden. Intussen was ook de bootsman van het wachtschip met enige sloepen op zijde van de in nood zijnde wankang gekomen, en viste 13 reeds over boord gesprongen inlandse matrozen op, waarna men de brandende romp op sleeptouw nam en naar de buitenrede bracht, alwaar ten 3 ure de masten over boord vielen en de kruidkamer sprong. In de morgenstond zonk het wrak geheel en al.
Grote dank is men verschuldigd aan genoemde stuurman van de JUSTINA en de bootsman van het wachtschip. Hun vlugge en doeltreffende handelingen toch hebben niet alleen het leven van 18 personen gered, maar ook al de op de rede liggende schepen voor grote rampen behoed. De oorzaak van het ongeluk zelve ligt in het duister, ofschoon sommigen haar aan kwaadwilligheid willen toeschrijven. Omtrent de daardoor teweeggebrachte schade is ons geen opgave ingekomen.


  JB - Javabode

Men leest in de Javasche Courant van heden: Zuid- en Ooster-afdeling van Borneo. De laatste berichten behelzen, dat de 22e mei door een hevige windvlaag bij Poeloe Datoe is vergaan de Nederlands Indische bark ALMANSOOR SARIE, bestemd naar Soerabaya en geladen met steenkolen, getha-pertja en rotting.
Een matroos, een vrouw en haar kind verloren daarbij het leven.
Het verlies van schip en lading wordt geschat op NLG 24.000,-.
De stoomsleper, ter hulp gezonden, had niet van de lading kunnen redden.
De volgende dag sloeg op dezelfde hoogte om de Nederlands Indische bark TOELKOEL HAER, geladen met was, rotting kadjang enz., bestemd voor Samarang. De opvarenden hadden zich met de boten gered. Het verlies wordt begroot op NLG 11.000,-.


  OP - Oostpost

Advertentie. Landraad, verkoping op rechterlijk gezag. Op een nader de bepalen dag zal door de ondergetekende, deurwaarder bij de Landraad te Soerabaija, ten laste van de inlander Hadjie Samsoedin bin Djoesoep, en ten faveure van de Maleise vrouw Intje Naima, publiek worden verkocht het ter rede van Soerabaija liggende Nederlands-Indisch schip (opm: bark) ADERAAK, gevoerd geweest door Mohamed bin Hadjie Samsoedin, groot 95 lasten, lang 74 voeten en 8 duimen, breed 18 voeten en 4 duimen, diep 10 voeten en 4 duimen.
Soerabaija, 27 juni 1855, de deurwaarder voornoemd C.L. Dinsbach.


12 juli 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Te Rotterdam ligt in lading naar Batavia, Samarang en Soerabaija, mede voor passagiers waartoe uitmuntend is ingericht het Nederlandse nieuw gebouwd en gekoperd barkschip MARIA AGNES, gevoerd door kapt. R.A. Tange. Adres ten kantore van Hudig & Blokhuyzen en Kuiper, van Dam & Smeer alhier, en Wed. Jan van Wesel & Zn te Amsterdam. (opm: eerste reis)


13 juli 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 12 juli. Heden is van de werf van de scheepsbouwmeester H. de Hoog te Delfshaven met goed gevolg te water gelaten het aldaar nieuw gebouwd fregatschip HEBE, groot 343 gemeten lasten, voor rekening van de heren C.J. Jut & Co te ´s Gravenhage; gevoerd zullen worden door kapitein O. Kivijt. Daarna is voor rekening van die zelfde heren onmiddellijk de kiel gelegd voor een clipperschip, groot ongeveer 400 gemeten lasten, dat genaamd zal worden SOPHIA KONINGIN DER NEDERLANDEN, en gevoerd door kapitein L. Klein, beiden bestemd voor de grote vaart.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 12 juli. Het schip (opm: bark) VERONICA, kapitein K. Welger, van Callao naar Londen, is de 15e mei lek te Valparaiso binnengelopen. (opm: ter plaatse afgekeurd)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Pekela-A, 7 juli. Het schip (opm: kof) VROUW MARGRIETHA, kapt. H.H. Nieboer, van Memel (opm: Klaipeda) naar Engeland, is op de Zweedse kust verongelukt, doch het volk gered.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Brielle, 12 juli. Heden arriveerde alhier de stoomboot RIJNSPOORWEG, komende van Hull en gesleept door de stoomboot OCEAN QUEEN. (opm: mogelijk een nieuw binnenstoomschip, gebouwd te Hull)


14 juli 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 13 juli. Dinsdag de 10e dezer is van de werf van de scheepsbouwmeester Jakob Mulder bij de Vier Verlaten te Groningen van stapel gelopen het kofschip HUNSINGO, kapt. A. Oostema, van Warfhuizen, groot ongeveer 50 rogge-lasten.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hellevoetsluis, 13 juli. Als een bijzonderheid is het der vermelding waardig, dat op gisteren het Nederlands barkschip JUNO, gevoerd door kapt. J.O. Kluin, diepgaande ruim 17 voet Rijnlands of 54 Nederlandse palmen (opm: 5,40 meter) door de stoomsleepboot KINDERDIJK de Goedereede uit naar zee gesleept is, onder zo min op het Pampus als op de Hinder grond geraakt te hebben. Op de Hinder peilde men niet minder dan 19 voet en men was met hoog water alhier slechts 10 Nederlandse duimen (opm: 10 cm.) boven de gemiddelde waterstand.


15 juli 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Ligt in lading naar Batavia, Samarang en Soerabaya het nieuw gebouwd en gekoperd Nederlandse barkschip LAURENTIUS EN EMILIA, kapt. A. Knappert Jr, hebbende uitstekende inrichting voor passagiers en voerende een geëxamineerde scheepsdokter.
Adres bij P.A. van Es & Co alhier, en De Groot, Roelants & Co, te Schiedam. (opm: eerste reis)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Te Rotterdam ligt in lading naar Batavia, Samarang en Soerabaya voor goederen en passagiers, waartoe uitmuntend is ingericht, het extra op de zeilage nieuw gebouwd barkschip VLAARDINGEN, kapt. M.S. van Dusseldorp. Vertrekt ultimo juli. Adres bij de Cargadoors P. Varkevisser & Zonen, alhier en De Coningh & Bert te Amsterdam. (opm: eerste reis)


16 juli 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Tonninga (opm: waarschijnlijk Tönning), 12 juli. De Nederlandse tjalk (opm: mogelijk smak) VIER GEBROEDERS, kapt. J.J. Vermeulen, van Mollerup naar Antwerpen, is op circa 3 mijlen afstands van hier gestrand. Het schip is wrak en zit met hoog water geheel onder.


17 juli 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Kinderdijk, 16 juli. Heden is alhier van stapel gelopen het door de heer Fop Smit, voor rekening van het handelshuis van den heer H. van Rijckevorsel te Rotterdam nieuw gebouwde ijzeren clipper campagne fregatschip TERNATE, groot ca. 400 gemeten lasten, lang 175 voet en gevoerd zullende worden door kapitein Th. Cars Thz. Het is bestemd voor de vaart en de handel op de tropische landen. Deskundigen roemen zeer de fraaiheid van de bouw, de vormen en de inrichtingen van dit schip en vooral de doelmatigheid van de verdeling en betimmering der kajuit, welke aan ruimte, luchtigheid en smaakvolle versiering niet te wensen overlaat. Men verheugt zich in het denkbeeld van de heer Fop Smit, om het model van dit schip, kunstig en getrouw nagebootst, naar de wereldtentoonstelling te Parijs te zenden, mede als een nieuwe proef van de vooruitgang van de scheepsbouwkunst in ons vaderland.


  DC - Dordtsche Courant

Bij beschikking van Z.M. d.d. 10 dezer, is aan de Zwolsche stoomboot -maatschappij onder zekere bepalingen, voorlopig en tot wederopzegging, vergunning verleend voor een schroefstoombootdienst van Zwolle op Meppel en omgekeerd, langs het Zwartewater en het Meppelerdiep, tot vervoer van reizigers en goederen.


18 juli 1855


  JB - Javabode

Batavia, 16 juli. De 14e dezer zijn hier aangekomen het Nederlandse schip AGNETA, kapt. Crap Hellingman, de 25e mei vertrokken van Port Philip, en de dito bark ALCOR, kapt. F.J. van Oppen, de 17e juni vertrokken van Adelaide.
Gisteren is hier aangekomen de Nederlandse bark KOSMOPOLIET, kapt. J. Bouten, de 11e april vertrokken van Dordrecht. (opm: waarschijnlijk aankomst van eerste reis)
Heden is hier aangekomen het Nederlandse schip DOGGERSBANK, kapt. Kerkhoven, de 19e maart vertrokken van Akyab.


19 juli 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 18 juli. Heden namiddag is aan het etablissement te Fijenoord met het beste gevolg te water gelaten het aldaar geheel nieuw gebouwd en fraai ingericht ijzeren stoomschip ZEELAND 2, bestemd voor de vaart van Rotterdam op Middelburg.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 18 juli. Te Pillau (opm: Baltiysk) is de 14e juli van de werf van de scheepsbouwmeester Reimer te water gelaten het schoenerschip JOHANNES, groot ongeveer 70 lasten, gebouwd voor rekening van de heren Dade & Houtkoper te Amsterdam, en gevoerd zullende worden door kapt. H. ter Poorten.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Uit het verslag van Gedeputeerde Staten van de provincie Zuid Holland over 1854: De scheepsbouw is in 1854 ten gevolge van de hoge vrachten en de daardoor zich uitbreidende handelsvloot, weder vrij levendig geweest. In 1854 zijn 154 schepen voor de binnenlandse en 45 voor de buitenlandse scheepvaart (opm: in Zuid Holland) van stapel gelopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Mauritius, 22 mei. Het Nederlandse schip WAALSTROOM, kapt. J.F. Graadt van Roggen, is de 28e april op 08º Z.B. en 84º O.L. door een orkaan belopen, heeft daarin schade bekomen en is de 12e dezer alhier binnengelopen om te repareren.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 18 juli. Het schip (opm: bark) QUATRE BRAS, kapitein F.B. Bondix, van Banjoewangie (opm: Banyuwangi) alhier voor de stad aangekomen, heeft de 16e april op het Kaapsche Rif een hevige storm doorgestaan, en daardoor veel aan zeilen en tuigage geleden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 18 juli. Het schip (opm: bark) JOHANNA CATHARINA, kapitein C.J. van Loon, van Akyab (opm: Sittwe) herwaarts gedestineerd, met schade te Simons-Baai binnengelopen – zie ons nommer van 11 dezer – moet, volgens brief van daar van 11 mei, lossen om te repareren.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 18 juli. Bij beschikking van de 16e dezer is aan de heren Pieter Smit, Jan Smit, Leendert Smit en Fop Smit junior, wonende de eerste, derde en vierde onder Nieuw-Lekkerland en tweede onder Ridderkerk, vergunning tot wederopzegging en voor zoveel het Nederlandse grondgebied betreft, verleend voor een stoombootdienst tussen Rotterdam en de uiterste grenzen op de Schelde in de richting van Antwerpen en omgekeerd, en tussenplaatsen, onder de firma van Fop Smit junior en Co, tot dagelijks vervoer van reizigers, goederen en vee. (opm: zie NRC 020555 en 170256)


20 juli 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Sydney, 2 april. Het Nederlandse schip (opm: bark) SUSANNA CHRISTINA, kapitein J.J.H. Stolte, alhier van Liverpool gearriveerd, is door het Admiraliteitshof voor GBP 2450 verkocht, alsmede een gedeelte der lading, tot dekking der bodemerij-brief, waarmede het schip van Mauritius is gekomen, alwaar het, als vroeger gemeld, in averij is binnen geweest.
(opm: bodemarij of bodemerij [van bodem = schip] omschrijft Mr. J.A. Molster als eene overeenkomst tussen een geldschieter en een geldopnemer, waarbij eene som gelds wordt opgeschoten, met beding van premie en onder verband van schip of goed of beide, met dat gevolg, dat indien het verbondene, geheel of gedeeltelijk, door toevallen op zee vergaat of vermindert, de geldschieter zijn recht op de opgeschoten penningen en op de premie verliest, voor zoover dit een en ander niet op hetgeen overblijft kan worden verhaald; maar indien het verbondene schip behouden ter plaatse zijner bestemming aankomt, de hoofdsom, benevens de premie moet betaald worden; zie ook NRC 080854, 110954 en 121054; nieuwe naam: CITY OF SYDNEY)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Marine. Openbare aanbesteding op 's Rijks Werf te Hellevoetsluis, op woensdag de 25e juli 1855, des voormiddag ten 11 ure, van de levering en het stellen van acht ijzeren kappen over kanonneerboten. Bestek en voorwaarden, benevens de tekening waarnaar deze leverantie moet geschieden, liggen ter visie van gegadigden, ten burele van de Hoofd-Ingenieur op voormelde werf, bij wie tevens alle verdere Inlichtingen verkregen kunnen worden. De inschrijvings-biljetten zullen op zegel geschreven en met vermelding der namen van borgen, behoorlijk gecachetteerd, uiterlijk op bovengenoemd uur ter secretarie van voorschreven werf beooren te zijn ingeleverd, wordende na die tijd geen meer aangenomen.
Hellevoetsluis, 16 juli 1855.
De Directeur en Kommandant der Marine, F.W. Freudenberg.


21 juli 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 20 juli. De 17e dezer werd te Delfzijl door twee visschuiten aangebracht een gedeelte der lading en inventaris van het op de 15e dezer in de Rottumergronden gestrande Amerikaanse barkschip MARY ANNAH, kapitein L.H. Beattie, komende met een lading katoen en harst (opm: hars of pek) van Mobile, bestemd naar Hamburg en hebbende een Engelse loods aan boord, Men hoopte, zo niet de gehele lading en inventaris, althans een groot gedeelte daarvan te bergen. Het schip zal allerwaarschijnlijkst weg zijn.


  JB - Javabode

Batavia, 20 juli. Heden is hier aangekomen het Nederlandse schip de ZWAAN (opm: eerste reis van deze bark), kapt. H.T. Zeijlstra, komende van Nederland.


22 juli 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 21 juli. Aan het Slikkerveer te Ridderkerk wordt weder een scheepstimmerwerf gemaakt, zodat dit nu de vijfde werf voor zeeschepen is, die men aan de dijk van daar naar IJsselmonde vindt.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 20 juli. Volgens brief van kapt. Baak Ezn, voerende het schip (opm: bark) EENDRAGT, liggende te Oud-Calabar, is het schip DECIMA, kapt. Stern, de 8e mei l.l…..(opm: hier breekt het bericht af en is ook niet elders in de krant te vinden)


23 juli 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlie, 19 juli. Het schip (opm: tjalk) BRUNO, kapt. F.G. Visser, komende van Lübeck, is alhier gearriveerd met gebroken spil en verlies van kettingen en ankers. Het vaartuig ligt in de haven (opm: baai) van Terschelling.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Kinderdijk, 21 juli. Heden zijn op de werf van de scheepsbouwmeesters J. & K. Smit alhier de kielen gelegd van de stoomboten, bestemd voor de vaart van Rotterdam naar Antwerpen, welke de naam zullen dragen van TELEGRAAPH No. 1 en 2. Aan die stoomboten zullen geen kosten worden gespaard, om snelheid en fraaie inrichting te verkrijgen. De machines van lage drukking worden vervaardigd aan het etablissement Fijenoord naar de beste constructie. Zij zullen in het aanstaande voorjaar in de vaart worden gebracht, zodat men dan weder, even als vroeger met de stoomboten AMICITIA 1 en 2, de reis in eens door van Rotterdam tot Antwerpen zal kunnen doen.


25 juli 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

St. Thomas, 15 juni. De Nederlandse ijzeren schroefstoomboot VICE ADMIRAAL RIJK, kapitein Rusman, welke de geregelde maildienst tussen deze plaats en Curaçao waarneemt, is hier heden van laatstgenoemde plaats gearriveerd en heeft de overtocht in de korte tijd van 77 uren volbracht. Door genoemd schip is de bemanning van de Engelse brik ATRATO gered, welke op Klein Curaçao gestrand is.


  JB - Javabode

Batavia, 22 juli. Heden is hier aangekomen de Nederlandse bark RIDDERKERK, kapt. A.H. Pesant, de 22e april vertrokken van Londen.


  OP - Oostpost

Soerabaija, 23 juli 1855. Alhier ligt ter rede het barkschip PRINS HENDRIK, thans hernaamd FULKUS SO-OOT.


26 juli 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 25 juli. Het schip (opm: kof) ROELFINA GERARDINA, kapitein G.W. Lohman, van hier naar Liverpool, is, volgens telegrafisch bericht van Boulogne, aldaar heden met verlies van de grote mast en van tuigage, na aangezeild te zijn, binnengelopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

San Francisco, 16 juni. Het Nederlandse schip BATAVIER, kapt. J. Noltee, het welk de 10e dezer alhier van Cardiff arriveerde, heeft de grote en voorsteng verloren. (opm: zie volgend bericht)


27 juli 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 26 juli. Het bericht, dat wij gisteren nopens het Nederlandse barkschip BATAVIER, kapt. Noltee, uit San Francisco mededeelden, is gebleken onjuist te zijn. Het schip heeft wel gedurende de reis slecht weder ondervonden en daarin schade aan tuig en zeilen bekomen, maar heeft niet, zoals gemeld, de stengen verloren.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 26 juli. Het schip CHARON, kapitein Schulte, van Koningsbergen met lijnzaad herwaarts gedestineerd, is, volgens brief van daar van de 21e dezer, te Pillau (opm: Baltiysk) lek binnengelopen en moet lossen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlissingen, 25 juli. Heden is alhier als bijlegger, wegens ongesteldheid van de kapitein, binnengelopen het Nederlandse kofschip FREERK JAN, kapt. G.H. Smit, van Memel (opm: Klaipeda) met vlas naar Boulogne bestemd.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Naar Batavia voor goederen en passagiers, waartoe hetzelve uitmuntend is ingericht, het op zeilage nieuw gebouwd en gekoperd campagne-fregatschip PRINCES AMALIA, kapt. L.W. van Rijn van Alkemade. Hetzelve voert een geëxamineerde Scheepsdokter en heeft een melkgevende koe aan boord, en zal in de eerste helft van september vertrekken. Te bevragen bij de reders C. Vlierboom & Zonen, en de Cargadoors Vlierboom & Suermondt. (opm. eerste reis)


  LC - Leeuwarder Courant

Harlingen, 23 juli. Binnen enige dagen wordt alhier verwacht de door de Friesche Stoomboot-Reederij in Engeland aangekochte stoomboot STAR, bestemd, naar men zegt, voor de vaart van hier op Amsterdam. Men wil, dat deze boot, die aanmerkelijk groter is, de beide zo uitmuntende stoomschepen, in de vaart op Amsterdam gebezigd, nog in snelheid overtreffen zal en dus een nieuwe verbetering in onze communicatie met Nederland’s hoofdstad zal aanbrengen. De stoomboot FLEVO, toebehorende aan de Friesche Stoomboot-Reederij en thans van hier op Amsterdam varende, zal, naar men verzekert, voortaan voor het traject van laatstgenoemde stad op de Lemmer gebezigd worden. Het nieuw aangekochte stoomschip zal hier eerst nog verder worden opgetuigd en in orde gebracht worden.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. De notaris Goslings te Harlingen zal aldaar in het Heeren-Logement van D. Minnema op woensdag de 8e augustus 1855 finaal in het openbaar veilen en verkopen het hol of casco van het in 1854 nieuw gebouwd Deens schoenerschip MARIA, thans liggende in de haven van Harlingen, groot plm. 70 rogge-lasten, met de daarbij aanwezig zijnde inventaris, zijnde inmiddels uit de hand te koop. Informatiën zijn te bekomen bij genoemde notaris en bij de firma Zeilmaker & Co te Harlingen. (opm: koper werd G.A. Croockewit te Amsterdam)


28 juli 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 27 juli. Door de Nederlandsche Handel-Maatschappij zijn bevracht de navolgende 14 schepen, als:
Voor Rotterdam: VICE-ADMIRAAL GOBIUS, kapt. A.A. van der Linden; HENDRIKA, kapt. L.G. Verbeek.
Voor Amsterdam: LUCIA MARIA, kapt. G. Papineau; PROV. DRENTHE, kapt. H. Beckering; GRAAF VAN NASSAU, kapt. E. Sanders; AUSTRALIE, kapt. D.B. Jochems; NEDERLAND, kapt. P. Huidekoper; MARIA AGNES, kapt. R.A. Tange; SAMARANG, kapt. P.L. Dupain; SALATIGA, kapt. J.N. Besier, de beide laatste van Rotterdam.
Voor Dordrecht: CHRISTIAAN HUYGENS, kapt. A.J. Ihlower, van Schiedam.
Voor Middelburg: COMMERCIE COMPAGNIE, kapt. J.H. Horn; NOORDSTER, kapt. J. Luteyn.
Voor Schiedam: H. LIDUINA, kapt. P. Lommerse.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Frederikshavn, 21 juli. De Nederlandse schoener-kof ALBERTINA LAMMECHIENA, welke de 12e september van het vorige jaar op Altskagen strandde en de 3e november daaraanvolgende door één onzer handelshuizen aan strand werd gekocht, is eindelijk de 14e dezer vlot en hier in de haven gebracht.


  DC - Dordtsche Courant

Z.M. heeft aan de heer Paul van Vlissingen en vier anderen, te Amsterdam, bewilliging verleend tot het oprichten van de naamloze vennootschap: “Nederlandsche Pletterij”. Het kapitaal der maatschappij zal bestaan in een som van NLG 500.000,-, verdeeld in 500 aandelen van NLG 1.000,-.


  JB - Javabode

Batavia, 27 juli. Heden is hier aangekomen het Nederlandse schip NIEUW HOLLAND, kapt. N.N. (opm: eerste reis van deze clipper, onder kapt. L. Tuk), komende van Nederland.


29 juli 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Texel, 28 juli. Heden arriveerde alhier het schip STAR, kapt. De Jong, van Londen. (opm: waarschijnlijk het aangekochte stoomschip, zie LC 270755)


30 juli 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 29 juli. Naar men verneemt, wordt Zr.Ms. schroef-schoener MONTRADO eerstdaags van ’s Rijks werf te Amsterdam te Nieuwediep verwacht. Bedoeld oorlogsvaartuig is thans voorzien van een machine van 75 paardekrachten en men vleit zich, dat het alsnu aan de verwachting zal voldoen.


01 augustus 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Havana, 10 juli. De Nederlandse brik JEANNETTE, kapt. Zuiderdam (opm: ex-CATHARINA MARIA, bouwjaar 1851; L. Zuiderduin), welke de 25e mei van Amsterdam naar hier vertrok, is de 2e juli in de nabijheid van St. Domingo verongelukt (opm: zie NRC 210955). De bemanning is gered en alhier aangebracht per het schip HONOR, kapt. Madaviage.


  JB - Javabode

Batavia, 30 juli. De 28e dezer zijn hier aangekomen de Nederlandse schepen KONING WILLEM II, kapt. L.R. Gresen, de 22e april vertrokken van Amsterdam, JOHANNA MARIA CHRISTINA, kapt, J.N. Gorter, de 26e april vertrokken van Amsterdam, en STAADSRAAD BAUD, kapt. De Jong, de 2e mei vertrokken van Amsterdam, de dito barken EUGENIE, kapt. E.J. Bergman, de 20e april vertrokken van Rotterdam, PRESIDENT RAM, kapt. J.R. Ulrich, de 22e april vertrokken van Rotterdam, en BELLATRIX, kapt. Sandberg, de 2e mei vertrokken van Amsterdam.
De 29e dezer zijn hier aan gekomen de Nederlandse schepen LOUISA MARIA, kapt. D. Herderschee, de 1e april vertrokken van Antwerpen, GENERAAL VAN DEN BOSCH, kapt. F. Parlevliet, de 28e april vertrokken van Londen, de dito barken TIMOR, kapt. Agema, de 3e april vertrokken van Amsterdam, en LOUIS, kapt. Hövig, de 4e april vertrokken van Vlissingen.
Heden zijn hier aangekomen de Nederlandse schepen AMPHITRITE, kapt. D. Grim, de 26e april vertrokken van Amsterdam, en SOERABAYA, kapt. A.M. Swarts, de 4e april vertrokken van Vlissingen, de dito barken STAD LEYDEN, kapt. C.C. Ruige, de 18e april vertrokken van Amsterdam, ADELAAR, kapt. Boulet, de 5e april vertrokken van Texel, GOUVERNEUR-GENERAAL DUYMAER VAN TWIST, kapt. Halbertsma, de 18e april vertrokken van Rotterdam, en ALMONDE, kapt. H.G. Surie, de 28e april vertrokken van Rotterdam.


03 augustus 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 9 juni. De regering heeft dezer dagen machtiging verleend tot daarstelling van een ligplaats voor het ten dienste van het marine-établissement op Onrust in aanbouw zijnde drijvend droogdok, zomede van een nieuwe smederij voor 12 vuren, verdeeld over 8 haarden, en tot vernieuwing van de onbruikbare sleephelling. De ijzerwerken, benodigd voor de bouw van de nieuwe smederij, zullen bij de fabriek voor de marine, het stoomwezen en de nijverheid te Soerabaja worden aangemaakt.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 9 juni. Scheepsvrachten. Van de hier aanwezige schepen vielen de volgende in de jongste bevrachting van de Nedelrandsche Handel-Maatschappij: OSIRIS, ZAANSTROOM, ECHO, STAATSRAAD VAN DER HOUWEN en MATHILDA. Door de factorij werden alhier op gelijke conditiën nog genomen ZEELAND en JEANNETTE, en à NLG 105 voor koffij te Padang te laden de BANTAM (opm: brik). Naar Rotterdam werd bevracht ROBERTUS HENDRICUS à NLG 100 voor suiker en koffij hier te laden. Naar Amsterdam hier en op de kust te laden bedong de GENERAAL BARON VAN GEEN NLG 100 voor suiker en tabak, NLG 90 voor rijst en NLG 120 voor arak en lichte goederen, en de CLIO NLG 100 voor suiker en NLG 87,50 voor tabak. De JAN DE WIT is nog bezig op de kust te lossen. De SARA ALIDA MARIA wacht de volgende mail af. De DANKBAARHEID vertrok ter verdere ontlossing naar Singapore.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Akyab (opm: Sittwe), 2 juni. De 28e mei heeft alhier een hevige storm gewoed. Een lichter, beladen met 209 zakken rijst voor het Belgische schip INDIA, is daardoor gezonken.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Marseille, 1 augustus. Het Nederlandse schip ANNA LOUISA (opm: schoenerkof, bouwjaar 1834), kapt. H. Brouwer, van Galatz naar Amsterdam, is de 24ste juli bij Kaap Bon (opm: 37º05’ N.B. 11º02’ O.L.) gezonken. De equipage is gered, doch schip en lading zijn weg. (opm: zie NRC 290955)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. De makelaars H.F.N. & W.H. Montauban van Swijndregt & F. & W. van Dam, te Rotterdam zijn van mening, als last hebbende van hun meester, op dinsdag de 21e augustus 1855, des middags ten twaalf ure, in de zaal op den hoek der Scheepsmakershaven en Bierstraat, wijk 1, no. 499, publiek te veilen het Nederlandse gekoperd en kopervast fregatschip ISIS, gevoerd door kapt. A.F. Giesse, volgens meetbrief lang 43 el 33 duim; wijd 8 el 36 duim; hol 5 el 71 duim, en alzo groot 919 tonnen of 486 lasten, met als deszelfs rondhout, staand en lopend want, geschut, ankers, kettingen, touwen, zeilen en verdere inventaris, zo als hetzelve is liggende in de Nieuwe Berghaven te Rotterdam. (opm: zie DC 230855)


  LC - Leeuwarder Courant

Harlingen, 30 juli. Niet zonder leedwezen berichten wij, dat de vangst van de dezer dagen teruggekeerde, alhier te huis behorende walvisvaarder DIRKJE ADAMA dit jaar als geheel mislukt te beschouwen is. Te laat aan de robbenkust gekomen, heeft men niet meer dan 30 robben kunnen slaan, terwijl men, daarna verderop ter visserij gezeild, door ijs en mist belet werd om de walvissen, die echter niet in grote getale aanwezig waren, nabij te kunnen komen. De vangst bestaat dan ook slechts in een zogenaamde botkop, een kleinere soort van vis, tot het geslacht der walvissen behorende. Op reis is men een witte ijsbeer machtig geworden, die, naar wij vernemen, door de reders, de heren Barend Visser & Zoon alhier, aan het zoölogisch genootschap Natura Artis Magistra te Amsterdam ten geschenke zal worden aageboden.


04 augustus 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 3 augustus. Zr.Ms. korvet met hulpstoomvermogen MEDUSA, kapt.luit.t.zee J. van Maldeghem, welke bodem belangrijke veranderingen heeft ondergaan, zal binnen kort een nieuwe proefreis van Vlissingen naar het Nieuwediep ondernemen. Men vleit zich, dat het schip thans meer aan zijn bestemming zal beantwoorden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 3 augustus. Het schip CALIFORNIA, kapt. M. de Wijn, van Batavia te Soerabaija aangekomen, is, volgens brief van daar van de 5e juni, de vorige dag bij het kielen wegens het breken der takels op zijde gevallen en vol water gelopen. Het schip was op de zandbank gehaald en men zou trachten het met laag water te lichten. (opm: zie NRC 310855)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hellevoetsluis, 3 augustus. Het stoomschip BATAVIER is heden van hier naar zee vertrokken.


  DC - Dordtsche Courant

Batavia, 8 juni. De vrachten zijn stijgende. Men bedong naar Nederland voor suiker en koffie hier te laden NLG 100,-, andere goederen in evenredigheid.


  DC - Dordtsche Courant

Advertentie. Te Dordrecht ligt in lading naar Batavia, voor goederen en passagiers, het Nederlands snelzeilend gekoperd barkschip EVA JOHANNA, kapt. H. de Boer, om in de loop der maand augustus te vertrekken. Adres bij de scheepsmakelaar Gerard Mauritz alhier, en bij de scheepsmakelaars Kuyper, Van Dam & Smeer te Rotterdam.
Foto AH 040855


  JB - Javabode

Advertentie. Op woensdag de 8e augustus zullen de ondergetekenden voor één der recherche pakhuizen publiek verkopen het wrak van het op de Princen-eilanden gestrande Oldenburger brikschip VISURGIS en voorts de geredde goederen, tot lading en inventaris van genoemd schip behorende (opm: volgt een lange lijst goederen)


  JB - Javabode

Advertentie. Op de vendutie van woensdag de 8e augustus aan de Kleine Boom , zullen verkocht worden de geredde goederen van het verongelukte stoomschip PHOENIX, bestaande tot nu toe in het ondervolgende: (opm: volgt een lange lijst met inventarisstukken)
Vaupel & Co.


  JB - Javabode

Advertentie. Te koop het onder Bremer vlag varende brikschip LOUISE CAESAR, kapt. C. Muller, gemeten 95 lasten, zo als hetzelve thans ter rede van Soerabaija is liggende. Nadere informatiën bij de heren Adam & Co. te Soerabaija en de agenten alhier,
C. Bahre & G. Kinder.


  JB - Javabode

Soerabaija, 23 juli. Heden is alhier op de buitenrede aangekomen het Deense barkschip CECROPS, kapt. Bogsen. Aan boord van dat vaartuig bevonden zich de bemanning en passagiers van het Engelse stoomschip PHOENIX, gezagvoerder Chilot, dat de 23e der vorige maand (opm: dus juni) van Sydney naar Batavia gestoomd was, doch in Straat Torres een algehele schipbreuk had ondergaan. De equipage en passagiers was het echter gelukt zich met enige goederen te redden. De schipbreukelingen werden aan boord van genoemde Deense bark met zeemanshartelijkheid opgenomen, waar hun de meeste deelneming en een uitmuntende verzorging ten deel viel.


  JB - Javabode

Batavia, 3 augustus. De 1e dezer is hier aangekomen het Nederlandse schip AMERIKA, kapt. Meerman, de 4e juni vertrokken van Buenos Aires.
Gisteren is hier aangekomen de dito bark CERES, kapt. Mannes, de 26e april vertrokken van Rotterdam.
Heden is hier aangekomen de dito bark JULIE, kapt. Rijken, komende uit Nederland.


05 augustus 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 4 augustus. Men meent, dat de onlangs na een ruim drie-jarig verblijf in de West van Curaçao te Hellevoetsluis binnen gekomen brik Zr.Ms. KOERIER als wachtschip te Rotterdam zal komen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 4 augustus. Het schip PRINS HENDRIK, gevoerd geweest door kapt. J. Goedkoop, met schade te Batavia binnengelopen en afgekeurd (opm: zie NRC 040755), is de 4e juni aldaar voor NLG 15300 en de inventaris voor NLG 18500 verkocht. (opm: nieuwe naam FOLLUK)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 4 augustus. Het schip MATHILDE, kapt. B. van Olst, van Amsterdam te Batavia gearriveerd, is de 13e april op 39º20’ Z.B. en 62º17’ O.L. door een zware bui belopen, ten gevolge waarvan het tuig, de zeilen, enz, over boord zijn geslagen, het schip ontramponeerd en de kapitein, tot behoud van schip en lading, genoodzaakt is geweest te kappen en de reis onder noodtuig voort te zetten.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 9 juni. De berichten, van Timor, lopende tot de 31e maart 1855, behelzen het volgende:
- Op de rede van Koepang (opm: Kupang) geraakte de gouvernements kruisboot No. 40, des namiddags ten 4 ure, na twee ankers te hebben verloren, aan het drijven. De djoeragan (opm: djuragan = schipper) liet dadelijk klein zeil bijzetten, ten einde Poeloe Boeroeng of Parittie (opm: Pariti) te bereiken; doch, op de hoogte van Minihie gekomen zijnde, nam het vaartuig drie geweldige stortzeeën over, liep bijna vol water en sloeg om. Twee roergangers en zes matrozen verloren daarbij het leven.
- De kotter HELPER, gezagvoerder Dolla, was, na twee ankers te hebben verloren, bij de kampong Salor gestrand, doch de equipage gered.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. De makelaars H.F.N. & W. H. Montauban van Swijndregt en F. & W. van Dam te Rotterdam, zijn van mening, als last hebbende van hun meesters, op dinsdag de 21e augustus 1855, des namiddags ten half één ure, in het lokaal op de Scheepsmakershaven, wijk 1, no. 499, publiek te verkopen het snelzeilend Nederlands kofschip WILLEM EN JACOBUS, laatst gevoerd door kapt. P. Collenteur, volgens meetbrief lang 21 el 30 duim, wijd 3 el 90 duim, hol 1 el 88 duim en alzo groot 69 tonnen, met al deszelfs staand en lopend want, zeilen, ankers, kettingen, touwen en verdere scheeps-gereedschappen, zo als hetzelve thans is liggende aan het Wolfshoek binnen deze stad. Zullende er na de verkoop van gemeld schip nog een kaasstelling, bij voornoemd schip behorende, apart worden geveild.


06 augustus 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Nieuwe stoombootdienst tussen Rotterdam en Bristol voor passagiers en goederen in directe verbinding met Cardiff, Newport, Gloucester en het overige zuidelijke gedeelte van Engeland. Het nieuw gebouwde Nederlandse ijzeren schroef-stoomschip MAAS, kapt. J. van Knapen, zal in de loop der volgende maand aanvangen met geregeld tussen Rotterdam en Bristol te varen, zullende de juiste vertrektijden later aangekondigd worden. Adres ten kantore van Boutmy & Co. (opm: zie NRC 180955)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Amsterdamsche Stoomboot-Maatschappij.
- Vaart tussen Amsterdam en Hamburg. De stoomschepen WILLEM DE EERSTE en de STOOMVAART vertrekken, zo van Amsterdam als van Hamburg, geregeld iedere vijf dagen, de 4e, 9e, 14e, 18e, 24e en 29e van iedere maand. De directie maakt mede de handel bekend, dat haar op Hamburg varende stoomschepen tevens goederen voor Harburg bestemd, aannemen.
- Vaart tussen Amsterdam en Harburg. Het schroefstoomschip de AMSTEL vertrekt geregeld iedere 10 dagen, van Amsterdam de 2e, 12e en 22e en van Harburg de 7e, 17e en 27e van iedere maand.
Verdere informatiën zijn te bekomen bij de directeur Paul van Vlissingen, Buitenkant, bij de Kalmarkt U. no. 66, en bij de cargadoors Blikman & Co, Buitenkant, bij de Bantammerstraat, en de Wed. Jan Salm & Meijer, Singel, bij de Stroomarkt.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 5 augustus. Woensdag j.l. (opm: 1 augustus) is van de werf van de scheepsbouwmeester J.H. Bieze Jz. te Veendam met goed gevolg van stapel gelaten het nieuw gebouwde schoenerschip AFINA VAN LINGE, groot plm. 90 last, gebouwd voor rekening van en bevaren zullende worden door kapt. Pieter J. Maathuis alhier.


07 augustus 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 6 augustus. Uit Vlissingen wordt d.d. 3 augustus, het volgende gemeld:
Uit echte bronnen kan ik u mededelen, dat Zr.Ms. Stoomboot SOEMBING, gecommandeerd door luit. ter zee 1e kl. Hansen, te Java door het koloniaal bestuur is aangekocht, en door dat bestuur ten geschenke zal worden aangeboden aan de keizer van Japan; dat dit stoomschip onverwijld derwaarts zal stevenen, vergezeld van Zr.Ms. stoomboot GEDEH, op welke laatste de état major (opm: staf) en de bemanning van de SOEMBING bij aankomst te Japan zal overgaan, om naar Java terug te keren. (opm: zie NRC 030955)


08 augustus 1855


  JB - Javabode

Met leest in het Soerabayasch Nieuws- en Advertentieblad van woensdag 1 augustus het volgende:
Van goederhand vernemen wij het volgende:
Omstreeks het begin van juni jl., strandde op een der Paternoster klippen de schoener TYRO, komende van Macassar en bestemd naar Lombok, alwaar zich aan boord bevond de heer Freis Jr., handelaar te Balie. Na geheel verlies van de schoener bleef de heer Freis met enige opvarenden op een der klippen, ter bewaking van hetgeen zij van het gestrande vaartuig hadden kunnen redden. De sloep met enige manschappen werd van daar uitgezonden, om, ware het mogelijk, hulp te zoeken, met een brief in vier talen. Deze sloep kwam te Ampenan, van waar hulp werd gezonden, doch op de plaats komende waar de heer Freis was achtergebleven, was er niets meer te vinden. De ter hulp gezonden prauw kwam onverrichter zake terug met het bericht dat er volgens gerucht drie prauwen van het eiland Kemoedon waren gekomen naar de klip, waar de heer Freis met de geredde goederen zich bevond en dat de opvarenden dier prauwen de goederen geroofd en de heer Freis vermoord zouden hebben. Zo spoedig dit bericht op Java was aangekomen, stoomde Zr.Ms. stoomschip BATAVIA, luitenant ter zee 1e klasse De Man, naar het eiland Kemoedon, ten einde de zaak te onderzoeken; de 25e juli keerde genoemd stoomschip hier ter rede.
Naar wij vernemen, was een groot gedeelte der bevolking te Kemoedon bij de nadering van het stoomschip gevlucht. Terstond bij de aankomst aldaar werd een sloep naar de wal gezonden; het hoofd van de plaats was niet te vinden, zodat de zoon en een volgeling van het hoofd dier plaats aan boord van de BATAVIA werden gebracht, die evenwel beweerden niets van de moord van de heer Freis te weten. De huizen en de aldaar liggende prauwen, werden alsnu op last van de commandant onderzocht, met het gevolg dat in een der prauwen enige kledingstukken werden gevonden, die door een bediende van de heer Freis, als het eigendom van zijn heer werden erkend. De huizen en al de prauwen die nabij Kemoedon lagen, werden verbrand. Toen de BATAVIA onder stoom zou gaan, kwam een handelsprauw langszijde, die een gebonden inlander overleverde, door de opvarenden beschuldigd, als tegenwoordig te zijn geweest bij de moord van de heer Freis. Deze inlander is terstond in verzekerde bewaring genomen, doch niet tot bekentenis willen komen. Hoewel het als zeker kan worden beschouwd, dat de heer Freis door de inwoners van Kemoedon vermoord is geworden, zijn er nog geen duidelijke berichten, hoe de zaak zich zou hebben toegedragen.


  JB - Javabode

Batavia, 6 augustus. Heden zijn hier aangekomen de Nederlandse barken PER ASPERA AD ASTRA, kapt. J. Admiraal, de 22 juni vertrokken van Hong Kong, en IJSTROOM, kapt. Deterding, de 22e april vertrokken van Amsterdam.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Te Zierikzee ligt in lading naar Batavia direct, om 20 augustus bepaald te vertrekken: het nieuw gebouwd, gekoperd Nederlands campagne-fregatschip ELISABETH, kapt. H.F. Klok, hebbende bijzonder gemakkelijke en elegante inrichtingen voor passagiers en voerende een bekwame scheepsdokter. Adres bij de heer D. Keus, of bij de cargadoors P.A. van Es & Co, te Rotterdam. (opm: eerste reis)


09 augustus 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Bremerhaven, 5 augustus. De Nederlandse kof VROUW MARIA, kapt. Hoogendijk, van Benicarlo (opm: Spaanse oostkust, 40º25’ N.B. 0º24’ O.L.) met wijn naar Bremen bestemd, is gisteren op Meyersleedge (opm: Meyers Legde, Weser monding) aan de grond gekomen. Het schip is na een gedeelte der lading in lichters gelost te hebben, vlot gekomen en hier met adsistentie van een stoomboot binnengebracht.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Elseneur (opm: Helsingör), 4 augustus. Het schip (opm: galjoot) STELLA MARIS, kapt. H.H. Feijen, van Stockholm naar de Maas, is alhier na in de droogten aan de grond gezeten en 500 tonnen (opm: vaten) rogge gelost te hebben, door een stoomboot binnengesleept. (opm: zie NRC 090955)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. De makelaars H. Vriesendorp, J.P.M. Boonen, E. Mauritz, A.C. van Wageningen Jr, P.J. de Kanter Jr, H. Boonen, D. de Jongh Wzn, J. Vriesendorp en B. de Witt, te Dordrecht, zijn van mening, als last hebbende van hun meesters, op zaterdag de 18e augustus 1855, des middags ten twaalf ure precies, ten huize van J. Zahn, in het Nederlandsch Koffijhuis over het Marktplein bij openbare veiling te verkopen het extra-ordinair, welbezeild, gezinkt galjoot-barkschip URANIA, laatst gevoerd door kapt. P. Klein, volgens meetbrief lang 29 ellen 60 duimen, wijd 5 ellen 69 duimen, hol 2 ellen 92 duimen, en alzo gemeten op 219 tonnen of 115 lasten, met al deszelfs staand en lopend want, zeilen, ankers, kettingen, touwen en verdere scheeps-gereedschappen, zoals hetzelve thans is liggende in de Kalkhaven. (opm: zie NRC 190855)


  DC - Dordtsche Courant

Dordrecht, 8 augustus. In de zitting van de gemeenteraad van gisteren waren afwezig de heren: Blussé, Timmers Verhoeven, Van Dorsser, Déking Dura en Thierens.
De notulen der vorige bijeenkomst werden gelezen en goedgekeurd.
Is mede ingekomen een adres van de scheepsbouwmeesters C. Gips en Zonen, houdende verzoek aan de raad om hun enige percelen gronds te verhuren, gelegen onder Papendrecht, bezijden van de Kevie, ter oprichting van een sleephelling aldaar voor Oost-Indische-, en andere schepen. Op voorstel des voorzitters zal het verzoek in handen van burgemeester en wethouders ten fine van onderzoek gesteld worden en de daarbij behorende schetstekening ter visie van de leden worden gelegd.


11 augustus 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Deal, 9 augustus. Het Nederlandse schoenerschip GOUVERNEUR VAN DER EB, kapt. H.J. Lutzow, van Rotterdam naar St. George d'Elmina bestemd, het welk de 30e juli alhier door contrarie-wind binnengelopen was doch later weder vertrok, is de 7e dezer met schade aan de zeilen en verlies van voorbram-ra uit zee terug gekomen, maar heeft heden de reis op nieuw aanvaard.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 10 augustus. Gisteren namiddag ten 1 ure liep te Ridderkerk van de werf van de heer A. Pot te water het aldaar voor rekening van de heren Blaauw & Co te Amsterdam nieuw gebouwde campagne-fregatschip ANNA DIGNA, groot 500 lasten. Men had het uur gesteld op 1½ ure, doch onverhoeds liep het schip een half uur vroeger gelukkig af. Het schip is bestemd voor de grote vaart en zal gevoerd worden door kapt. C. Ouman.


  DC - Dordtsche Courant

Binnen weinige dagen, zegt de Prov. Utrechtsche. Courant, zal van Rotterdam naar de Kaap de Goede Hoop onder zeil gaan het fregat PRINSES MARIANNE, waarmede tussen de veertig en vijftig reizigers als landverhuizers naar Zuid-Afrika vertrekken. Slechts enkelen gaan er familiebetrekkingen bezoeken, doch de overigen denken zich in landbouwbedrijf of in fabriek- of trafieknijverheid aldaar te vestigen. Onder de laatsten bevindt zich een tiental ingezetenen uit gemelde stad, welke, naar het zeggen is, niet onbemiddeld zijn. Zo doende worden de banden, welke Zuid-Afrika aan Nederland hechten, versterkt en vermeerderd, en inderdaad voor hem, die als landverhuizer zich elders wil vestigen, verdient Zuid-Afrika verre de voorkeur boven Noord- of Zuid-Amerika of wel Australië. Immers is het niet onverschillig of men zijn eigen taal zal kunnen behouden en onder landgenoten of Nederlandse afstammelingen worden opgenomen, wanneer men in het vreemde land de voet zet.


12 augustus 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Delfshaven, 11 augustus. Heden is alhier bij de scheepsbouwmeester H. de Hoog op de werf De Onderneming de kiel opgehaald voor een clipperschip (opm: NOORD-BRABANT), lang 175 voeten, voor een rederij onder directie van de heren P. Rademakers & Co, en zullende gevoerd worden door kapt. H.R. Bok.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlissingen, 10 augustus. Het Nederlandse barkschip EDOUARD MARIE, kapt. H. Eeltjes, van Banjoewangie (opm: Banyuwangi) naar Middelburg, zit in de Wielingen tegen het vaste land aan de grond. Men is bezig een gedeelte der lading te lossen. Ook vertrekt een stoomboot van Vlissingen ter adsistentie. (opm: zie volgend bericht)


13 augustus 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlissingen, 11 augustus. Het schip EDOUARD MARIE, kapt. Eeltjes – zie ons nommer van gisteren – is na gedeeltelijke lossing der lading met adsistentie afgesleept. Behalve verlies van trossen en een anker schijnt die bodem weinig geleden te hebben.


14 augustus 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlissingen, 13 augustus. De Nederlandse stoomboot GIRONDE, kapt. Van Emmerik, van Havre naar Rotterdam bestemd, is alhier met schade aan de machine binnengelopen. Het had de as gebroken. (opm: zie NRC 160855)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 13 augustus. Men verneemt, dat Zr.Ms. brik KOERIER, commandant kapt. luit. ter zee Dittlof Tjassens, onlangs uit Curaçao te Hellevoetsluis binnengekomen, de 15e dezer maand buiten dienst en het état-major (opm: staf) op non-activiteit zal worden gesteld.
Zr.Ms. schroefschoener MONTRADO, kommandant Andreae, is de 11e dezer van Amsterdam te Nieuwediep gearriveerd. De machine voldoet bij uitstek, het traject tussen Amsterdam en het Nieuwediep door het Noord-Hollandsch Kanaal is, met inbegrip van het oponthoud aan vlotbruggen en sluizen, in omstreeks tien uren tijds afgelegd.


15 augustus 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 14 augustus. Naar wij vernemen, zal in het begin der volgende maand van hier weder een stoombootdienst worden geregeld naar Antwerpen, met de stoomboten AYMON EN LOUISE No. 1 en 2, welke tot nu toe alleen de dienst deden tussen Bergen op Zoom en Rotterdam.


  JB - Javabode

Batavia, 13 augustus. De 11e dezer is hier aangekomen het Nederlandse schip BERNHARD HERTOG VAN SAXEN WEIMAR, kapt. P.H. Hazewinkel, de 20e april vertrokken van Rotterdam.
Heden is hier aangekomen het Nederlandse schip NAGASAKI, kapt. F.A. Bunnemeijer, de 14e juli vertrokken van Melbourne.


  OP - Oostpost

Soerabaija, 10 augustus. Heden is van hier vertrokken het Nederlands-Indische schip RAYAN, thans hernaamd GATMEER, kapt. Sech Abdul Rachman bin Achat Sjowie, bestemd naar Amboina.


16 augustus 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlissingen, 14 augustus. De Nederlandse stoomboot GIRONDE, alhier l.l. zondag (opm: 12 augustus, zie ook NRC 140855) gearriveerd, is gisteren naar zijn bestemming gesleept door de stoomboot PRINCES MARIANNE.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Nieuwe Diep, 15 augustus. Het schip EMANUEL, kapt. Kelterer, van Dantzig (opm: Gdansk) naar Cardiff, is op de Noorderhaaks gestrand doch de equipage gered en door een Groenlandse sloep aan wal gebracht. (opm: zie NRC 170855)


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. De makelaars F. der Kinderen, J. Corver, J. de Rooy en G.J. Boelen zullen op 3 september 1855 te Amsterdam in de Nieuwe Stads Herberg aan het IJ openbaar verkopen het gezinkt brikschip GEERTRUIDA, varende onder Nederlandse vlag, gevoerd door kapt. D.R. Nolles, volgens Nederlandse meetbrief lang 23,10 ellen, wijd 4,79 ellen en hol 3,18 ellen en alzo gemeten op 156 tonnen of 83 lasten. (opm: zie AH 040955)


17 augustus 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Te Rotterdam, ligt in lading naar Java, om tegen ultimo september te vertrekken: het nieuw gebouwde ijzeren campagne clipper-fregatschip TERNATE, gevoerd door kapt. T. Cars Tz. Het schip, geheel op zeilage gebouwd, bevat buitengewoon ruime en elegante inrichtingen voor passagiers en voldoet in alle opzichten aan de vereisten van de tegenwoordige tijd. Informatiën zijn te bekomen bij de reder H. van Rijckevorsel, en de cargadoors Hudig & Blokhuizen, Kuyper, Van Dam & Smeer en Wm. Ruys J.Dzn. (opm: eerste reis)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 16 augustus. Te 's Hertogenbosch is de 15e dezer uit Maastricht het bericht ontvangen, dat de nieuwe schroefstoomboot der Sociëteit van Navigatie op de Zuidwillemsvaart op haar reis van Maastricht naar 's Hertogenbosch bij sluis No. 15, gestoten heeft en gezonken is. Of er bij deze gelegenheid mensenlevens te betreuren zijn, is nog niet bekend.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Nieuwe Diep, 15 augustus. Het schip EMANUEL, kapt. Kelterer, van Dantzig (opm: Gdansk) naar Cardiff, als gisteren gemeld op de Noorderhaaks gestrand, zit reeds onder water en zal vermoedelijk weg zijn. Men heeft enig touwwerk geborgen.


18 augustus 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Callao, 10 juli. Het te Schiedam te huis behorende schip (opm: fregat) OUD NEDERLAND, kapt. Riepert, van de Chincha-eilanden (opm: Bahia de Pisco, Peru; 13º39’ Z.B. 76º24’ O.L.) naar Engeland bestemd, is hier gisteren lek binnen gekomen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Te Rotterdam ligt in lading naar Java, om 10 september te vertrekken, het nieuw gebouwd en gekoperd Nederlands campagne-barkschip HERMAN, kapt. M. van Veldhoven. Dit schip heeft een zeer ruime en bijzonder elegante en doelmatige inrichting voor passagiers eerste en tweede klasse, en voert een geëxamineerde scheepsdoctor. Informatiën zijn te bekomen bij de cargadoors Wambersie & Crooswijck.


19 augustus 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Verkoping van schepen te Dordrecht op 18 augustus (opm: zie NRC 090855) het galjoot-barkschip URANIA: NLG 8300; verkocht.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hellevoetsluis, 18 augustus. Het schip HOLLANDS ACRA, kapt. A. Verveen, is heden van hier uitgezeild naar de kust van Guinea. (opm: waarschijnlijk de eerste reis na aankoop)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Akyab (opm: Sittwe), 31 mei. De Nederlandse bark EERSTELING, kapt. Schilkens (opm: H.J.W. Schellekens), welke alhier bezig was rijst te laden, is de 26e dezer in een zware storm van de ankers geslagen en op de kust gedreven. De bark is echter zonder zichtbare schade vlot gebracht.


20 augustus 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 19 augustus. Men meld uit Kampen, d.d. 18 dezer:
De stoomboot de STAD DEVENTER is, nauwelijks een half uur van de stad verwijderd, zo even weer teruggekomen op sleeptouw van de KINSBERGEN. Door het springen van twee bouten van de ketel, waarbij een stoker belangrijk gekwetst is, kon de vaart niet worden vervolgd, doch zijn de passagiers terstond met de KINSBERGEN naar Amsterdam vervoerd.
De nachtdienst is zaterdagavond gestaakt, doch zal zondag op de bepaalde tijden weer plaats hebben.


21 augustus 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlissingen, 17 augustus. Zr.Ms. fregat PRINS VAN ORANJE, welke bodem sedert twee jaren buiten dienst en geheel onttakeld in ‘s rijks-dok was liggende, is deze week in het droge dok gehaald, om daar te worden nagezien. Vermoedelijk zal dit schip, dat vroeger een sieraad onzer zeemacht was, tot het doen van een zeetocht in orde worden gebracht.
Zr.Ms. korvet met hulpvermogen MEDUSA, kapt.-luit. Van Maldaghem, aan welke bodem, wiens masten nu verkort zijn, een meerdere breedte aan de kiel is aangebracht, zal ter rede dezer stad halen, tot het verrichten ener nieuwe proefreis naar het Nieuwe Diep, zullende bij goede uitslag voor een reis naar Java worden gedesigneerd.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Glückstadt (opm: aan de Elbe), 16 augustus. Het schip ARGO, kapt. Pieper, van Tonningen (opm: Tönning) naar Antwerpen, is alhier met schade binnen gelopen.


  DC - Dordtsche Courant

Vlie, 16 augustus. Te Vlieland is aangespoeld een zwart geverfd naambord, waarop met gevulde letters: MINERVA.


22 augustus 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hellevoetsluis, 21 augustus. Het stoomschip ELVE is op de Beningen bij het Spuy aan de grond gevaren. Er zijn twee sloepen van hier tot adsistentie bij.


  OP - Oostpost

Advertentie. Door de ondergetekenden zal op dinsdag de 28e augustus a.s. ten 10 ure in hun pakhuizen op de Kaliemaas voor rekening van belanghebbenden publiek verkocht worden het Bremer brikschip LOUISE CAESAR, gemeten 194 ton, met gehele inventaris, bestaande in masten, rondhouten, tuigage, zeilen ankers, kettingen, sloepen etc., zoals hetzelve ter rede alhier is liggende.
Soerabaija, 22 augustus 1855, Adam & Co.


  OP - Oostpost

Soerabaija, 17 augustus. Het Nederlands-Indische schip PRINS HENDRIK, thans hernaamd FULKUS SO-OOT, kapt. said sech bin Hoesin Segaf (opm: de naam lijst incompleet) is heden van hier vertrokken naar Padang via Sumanap.


  OP - Oostpost

De ter rede van Soeabaija liggende bark ASSAT DULLAH is thans hernaamd DJOEMOEROOT.


23 augustus 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 22 augustus. Volgens bericht van kapt. Schaap q.q, voerende het Nederlandse fregatschip LOEVESTEIN, was genoemde bodem de 6e mei jl. van Adelaïde (Australië)
vertrokken en de 19e juni daaraanvolgende te Valparaiso aangekomen, zijnde de reis alzo in het korte tijdsbestek van 44 dagen volbracht. Aan boord was alles wel.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hellevoetsluis, 22 augustus. De stoomboot ELVE, welke aan de grond gevaren was, is gisteren avond vlot gekomen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Uit de hand te koop een kofschip, groot 69 tonnen of 50 commercie-lasten. Te bevragen bij de makelaars Montauban van Swijndregt te Rotterdam.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Elseneur (opm: Helsingör), 18 augustus. De Nederlandse kof WENDELINA, kapt. Mulder, van Memel (opm: Klaipeda) met een lading vlas naar Kirkcaldy bestemd, is hier heden lek binnengelopen. (opm: zie volgend bericht)


  DC - Dordtsche Courant

Dordrecht, 22 augustus. Gisteren heeft het te Rotterdam in publieke veiling aangeslagen fregatschip ISIS de som van NLG 37.200,- opgebracht. De koper is de heer Pieter de Boer en anderen aldaar. (opm: nieuwe scheepsnaam CORNELIA en kapitein G. de Vries)


24 augustus 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 22 augustus. De Nederlandse schepen (opm: barken) WHAMPOA, kapt. H.H. Kramer, van Akyab (opm: Sittwe) naar Rotterdam, en MACAO, kapt. A.L. Hoffman, van Rangoon (opm: Yangon) naar Cowes, lagen de 22e juni ter rede van St. Helena te repareren, zijnde in aanzeiling geweest. Laatstgenoemde heeft beduidende schade aan de boeg bekomen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Cuxhaven, 21 augustus. De Nederlandse schonerkof WEMELINA, kapt. J.K. de Boer, van Liverpool naar Hamburg bestemd, is gisteren in de Wester-Till (opm: vaarwater onder het eiland Pellworm; 54º28’ N.B. 08º39’ O.L.) gestrand. Het schip is verloren, doch de bemanning en een gedeelte van de inventaris gered en alhier aangebracht.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 23 augustus. Heden is onder Papendrecht op de werf van de heer J. Smit Cz, van Alblasserdam, de kiel gelegd voor een campagne-barkschip, genaamd de LANDBOUW, groot plm. 400 gemeten lasten, voor rekening ener rederij onder directie van de heren Vaesen & Steinhaus alhier.


25 augustus 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Elseneur (opm: Helsingör), 19 augustus. Het schip WENDELINA, kapt. Mulder, van Memel (opm: Klaipeda) naar Kirkaldy, alhier lek binnengelopen – zie ons nommer van 23 dezer – moet gedeeltelijk lossen om te repareren. (opm: zie NRC 210955)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Nieuwe Diep, 23 augustus. Heden middag kwam hier ter rede, komende van Vlissingen, Zr.Ms. korvet met stoomvermogen MEDUSA, kommandant kapt. ter zee J. v. Maldeghem; gezegde korvet moet sedert de ondergane verbeteringen, op de reis zeer goed hebben voldaan.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Nieuwe Diep, 23 augustus. Heden middag vertrok van hier Zr.Ms. schoener met stoomvermogen MONTRADO, kommandant J. Andreae, bestemd voor een proeftocht in de Noordzee en het Kanaal.


  JB - Javabode

Batavia, 24 augustus. Gisteren is hier aangekomen het Nederlandse schip SUSANNA ELISABETH, kapt. C. Ouwehand, de 1e juli vertrokken van Macao.
Heden is hier aangekomen de dito bark EGMOND EN HOORN, kapt. A. Glazener, komende van Australië.


26 augustus 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Falmouth, 23 augustus. Het alhier gearriveerde Nederlandse schip ANNECHINA, kapt. De Jonge, van Ibraïl naar Vlissingen bestemd, heeft schade bekomen en zal dien tengevolge een gedeelte van de lading moeten lossen.


27 augustus 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Middelburg, 25 augustus. Heden morgen is alhier door het provinciaal gerechtshof uitspraak gedaan in de zoveel gerucht gemaakt hebbende zaak van M. Butijn, gewezen gezagvoerder van het schip de COMMERCIE COMPAGNIE. De beschuldigde is van al de hem ten laste gelegde feiten vrijgesproken en op vrije voeten gesteld. Een grote menigte toehoorders woonde de terechtzitting bij, hetwelk kan getuigen van de algemene belangstelling, welke deze zaak bij het publiek heeft verwekt. De beschuldigde had tot advocaat gesteld, mr. P.J.G. van Diggelen alhier.


28 augustus 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 27 augustus. Door de Nederlandsche Handel-Maatschappij zijn bevracht de navolgende negen schepen, als:
Voor Rotterdam: GERTRUDE, kapt. J. Lourens; CORNELIS WERNARD EDUARD, kapt. N.N. (opm: J.M. Kleinhouwer).
Voor Amsterdam: ELISABETH EN JACOBA, kapt. J.G. Lucas; BURGEMEESTER VAN REENEN; kapt. A.W.F. van der Meer van Kuffelen; ZEENYMPH, kapt. J.W.J. Witsen Elias; MARIA ELISABETH, kapt. K.J. Jonker, (van Rotterdam); DUIVELAND, kapt. J.C. Viersma, (van Middelburg).
Voor Schiedam: LOUISA JACOBA JOHANNA, kapt. J.J. Deurholts (van Rotterdam).
Voor Dordrecht: HOOP VAN CAPELLE, kapt. J.R. Bok, (van Rotterdam).


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Elseneur (opm: Helsingör), 23 augustus. De Nederlandse schoener JOHANNA PETRONELLA, kapt. G.R. Hazewinkel, van Koningsbergen (opm: Kaliningrad) met lijnzaad naar Dordrecht bestemd, is eergisteren tussen Anholt en Kullen (opm: Kattegat) omgeslagen. De kapitein en stuurman zijn door een Nederlandse kof gered en gisteren hier aangebracht. (opm: zie NRC 080955 en 151155)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Zoltkamp, 25 augustus. De Zweedse schoener SOFIA, beladen met hout, is in het Vriesche gat gestrand en heeft de masten en het roer verloren; het volk is gered.


29 augustus 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 28 augustus. Gisteren is op de werf van de heren W. en J. Hoogendijk & Co te Capelle a/d IJssel met gelukkig gevolg van stapel gelopen het barkschip ODILIA MARGARIETA, voor rekening van de heren Schloss & Co en gevoerd zullende worden door kapitein C.F. Hazelhoff.
Tegelijkertijd is de kiel opgehaald van het barkschip genaamd ALLEGONDA JACOBA, groot ca 450 Java lasten, mede voor rekening van genoemde firma.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. F. der Kinderen, J. Corver, H.J. Rietveld, C.A. Schröder, B.D. Bosscher, R.W. Hartgerink en G.J. Boelen, makelaars, zullen op maandag de 24e september 1855, des avonds ten zes ure, te Amsterdam in de Nieuwe Stads Herberg aan het IJ, ten overstaan van de notarissen Commelin en Weyland, verkopen een extra ordinair welbezeild, gekoperd en kopervast pinkschip, genaamd DE VRIENDSCHAP, gevoerd door kapitein H.W. De Boer, volgens Nederlandse meetbrief lang 32 ellen 4 duim, wijd 5 ellen 86 duim, hol 4 ellen 85 duim, en alzo gemeten op 405 tonnen of 214 lasten. Breder bij inventaris en bericht bij bovengenoemde makelaars en de cargadoors Hoyman en Schuurman.


  JB - Javabode

Advertentie. Met referte tot de advertentie, geplaatst in de Java-Bode van de 16e juni l.l. wordt bij deze bekend gemaakt, dat de verkoop van het stoomschip JAVA alsnu zal plaats vinden bij publieke veiling te Soerabaija voor de pakhuizen van de ondergetekenden aan de Kalimaas aldaar op dinsdag de 18e september aanstaande, zullende het schip en de machinerie elk afzonderlijk worden geveild.
Nadere informatiën te bekomen bij Fraser, Eaton & Co.


  JB - Javabode

De 4e juli kwamen te Banjermasin aan de djoeragan said Abdoellah bin Achmat Alhabassi en negen opvarenden van de Nederlands-Indische schoener AMANATUL BARIE. Deze schoener van de 26e juni van daar vertrokken met een lading, bestaande uit lijnwaden ter waarde van circa NLG 1.100,
Gouvernements-goederen ad NLG 350, en NLG 1.865 aan geld, bestemd voor Sampit. De 30e juni was de schoener volgens verklaring der opvarenden door een hevige windvlaag op de hoogte van Malataijor omgeslagen en hadden zij nauwelijks de tijd gehad zich met de sloep te redden. Na vijf dagen zonder eten of drinken op zee te hebben doorgebracht, was het hun gelukt Banjermasin te bereiken. De waarde van het verloren vaartuig wordt geschat op NLG 1.000,-


  JB - Javabode

Batavia, 27 augustus. De 25e dezer is hier aangekomen de Nederlandse bark MARIA ELISA, kapt. M. van der Putte, de 15e mei vertrokken van Amsterdam.
Heden is hier aangekomen het dito schip WASSENAAR, kapt. A. Hofstee, de 14e mei vertrokken van Amsterdam.


  OP - Oostpost

Soerabaija, 28 augustus. Heden is van hier vertrokken het Nederlands-Indisch schip ASSAT DULLAH, thans genaamd DJOEMOEROOT, gevoerd door kapt. Oei Boe, bestemd naar Balie (Padang)


30 augustus 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Cagliari, 22 augustus. Het Spaanse schip VILLANOVA is hier de 18e met verlies van boegspriet en andere schade binnengelopen, zijnde in aanzeiling geweest met het Nederlandse schip (opm: hoeker) OCEAAN, kapt. G. van Duffelen, van Rotterdam naar Malta bestemd. (red: de OCEAAN lag de 2e augustus te Gibraltar gereed om naar Malta te vertrekken).


31 augustus 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 10 juli. Scheepsvrachten. Van de in ons vorig bericht vermelde disponibele Nederlandse schepen is de SARA ALIDA MARIA in de bevrachting der Nederlandsche Handel Maatschappij opgenomen, terwijl de JAN DE WIT NLG 100 voor suiker en NLG 95 voor tabak bedong, te Soerabaija te laden naar Amsterdam. De EERSTELING werd door de Factorij opgenomen à NLG 100 voor suiker en lichte goederen en à NLG 112,50 voor koffij. De Java bedong NLG 110 voor suiker, NLG 125 voor arak (opm: rijstbrandewijn) en NLG 95 voor rijst hier en op de kust voor Amsterdam te laden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 10 juli. Zuid- en Ooster-Afdeling van Borneo. De laatste berichten behelzen, dat de 22e mei door een hevige windvlaag bij Poeloe Datoe is vergaan de Nederlands Indische bark ALMAN SOORSARIE, bestemd naar Soerabaija en geladen met steenkolen, getah-pertja (opm: rubber) en rotting. Een matroos, een vrouw en haar kind verloren daarbij het leven.
Het verlies van schip en lading wordt geschat op NLG 24000. De stoomsleper, ter hulp gezonden, had niets van de lading kunnen redden.
De volgende dag sloeg op dezelfde hoogte om de Nederlands Indische bark TOELKOEL HAER, geladen met was, rotting kadjang (opm: dunne rotan om tot korven, matten of manden te vlechten) enz. bestemd voor Samarang. De opvarenden hadden zich met de boten gered. Het verlies wordt begroot op NLG 11000.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Lekkerkerk, 29 augustus. Heden is van de werf van de scheepsbouwmeester J. van Duivendijk alhier met het beste gevolg te water gelaten het barkschip BILLITON, groot 320 lasten, voor rekening ener rederij onder directie van de heer H.W.A. Voorhoeve te Rotterdam, zullende gevoerd worden door kapt. H. ten Zeldam Ganswijk en gestemd voor de grote vaart. En is daarna de kiel gelegd van het barkschip WILLEM DE ZWIJGER, groot 400 lasten, voor rekening van de heer H. Hartog te Rotterdam, zullende gevoerd worden door kapt. W.L. van den Dries.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Delfzijl, 29 augustus. Het schip (opm: tjalk) IMKE GIEZEN, kapt. H. Puister, van Anklam (opm: Mecklenburg-Vorpommern) naar Amsterdam, is alhier met gebroken mast en meer andere schade binnengelopen.


01 september 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 31 augustus. Het schip CALIFORNIA, kapt. M. de Wijn, als vroeger (opm: NRC 040855) gemeld te Soerabaija op zijde gevallen en vol water gelopen, is volgens brief van daar van de 5e juli, de 7e juni weder gericht, leeg gepompt en schoongemaakt. Het zou binnen weinige dagen naar Tjilatjap (opm: Cilacap) verzeilen om aldaar geladen te worden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Melbourne, 19 juni. Het alhier van Londen gearriveerde Nederlandse barkschip TRIJNTJE FENNA, kapt. J.F. des Ruelles, is in februari j.l. in het Engelse Kanaal in aanzeiling geweest met de schoener CAROLINE, van Liverpool naar Noorwegen bestemd. Laatstgenoemde schip heeft veel geleden; drie mensen verloren daarbij het leven en de andere drie, waaronder de kapitein en stuurman, zijn gered.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Calcutta, 10 juli. Het Nederlandse schip (opm: brik) HARMONIE, kapt. W.E. Hageman, van Akyab (opm: Sittwe) naar Falmouth bestemd, is de 10e juli lek te Saugor (opm: Saugor Island, in de monding van de Ganges) binnengelopen. Het moet lossen en zal daarna hier in het dok gebracht worden om te repareren. (opm: zie NRC 200955)


02 september 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 1 september. Van een vriendelijke hand hebben wij het volgende extract (opm: uittreksel) uit het journaal van kapt. K.D. Breuning ontvangen, gehouden aan boord van het barkschip SCHEVENINGEN, op de reis van hier naar Batavia:
Op zondag 20 mei l.l, des namiddags ten drie ure, ontwaarden wij in het N.O. een voorwerp, veel gelijkende op een eiland, en in vorm overeenkomende met dat, genaamd Toppershoedje, in Straat Sunda. De kapitein ging met de verrekijker in de barkstop en bleef steeds van mening niet anders dan land te zien. Volgens bestek waren wij op 36º19’ Z.B, en 03º47’ O.L. van Greenwich, en daar op deze hoogte geen rots, klip of eiland op de kaart bekend was, besloot de kapitein om af te houden, ten einde, indien het werkelijk iets dergelijks was, te trachten het nauwkeurig te onderzoeken, en zo mogelijk ten algemenen nutte, de lengte en breedte er van te bepalen.
Alzo hielden wij af en bleven, al naderende, bij de vroeger geuite mening, tot dat een Noord-Oostelijke afwijking van het voorwerp hieraan enigszins deed twijfelen. Wij hadden echter sedert enige dagen dergelijke afwijking ondervonden en dachten dat dit ook hier het geval zou zijn, terwijl het al meer en meer om de noord trok. Wij stuurden N. ten O. en kwamen op het denkbeeld, dat het een omgekanteld schip mocht wezen, daar de spiegelgladde oppervlakte de gedachte van land te zien, geheel deed verdwijnen. Van lieverlede kreeg het meer en meer het aanzien van een verongelukt schip, waartoe het echter nog al groot was, terwijl die opinie versterkt werd doordien het voorwerp scheen geplankt te zijn, en dewijl er geen branding of iets gevaarlijks in de omtrek te zien was, besloten wij er dicht langs te houden, ten einde het zo juist mogelijk op te nemen.
Op ongeveer een halve mijl afstands bespeurden wij een streep vet of traan op het water en werden te gelijkertijd een walgelijke reuk gewaar, kunnende wij echter volstrekt niet bepalen wat er eigenlijk gezien werd.
Tot op twee kabellengten afstands genaderd, zagen wij tot aller verwondering een zeegedrocht van verschrikkelijke grootte, en aan het eerst naderend einde een staart, veel gelijkende op een uitstekend rif, hebbende een kwalachtige kleur; aan de zijde bevond zich een reusachtige vin en iets daarboven een blaasgat. De gedaante van het lichaam was eivormig, enigszins ingebogen op een derde gedeelte van voren af van waar een geelachtige witte streep afdaalde tot op de vin; door die deuk werd het lichaam in twee ongelijke delen verdeeld, welke beiden zeer regelmatig een geribde bedekking hadden, het meest overeenkomende met de delen ener geklonken boot, welke ribben van verschillende kleur en wel om de andere geelachtig grauw en bruinachtig zwart waren, op de naden afgescheiden door een streep, gelijk aan de kleur van de staart. Van de kop, welke onder water stak, konden wij niets zien; alleen zagen wij het gedrocht water opblazen tot op halver hoogte van het lichaam. Nauwkeuriger konden wij het gedrocht niet onderzoeken, want de zon was ondergegaan en werd het te duister om het schip te wenden. Volgens algemeen gevoelen en voor zo ver zichtbaar, was het lichaam lang 120, breed 40, en hoog 40 voeten, terwijl de staart 30 voet lang en 8 voet breed was. Wij beschouwen het als een nimmer of ten minste zeer zeldzaam gezien zeegedrocht, althans geen der schepelingen zei ooit iets van het bestaan van zulk een monster gehoord te hebben.


03 september 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 10 juli. Op 26 juni verlieten Zr.Ms. stoomschepen GEDEH, kapt.-luit. ter zee G. Fabius, en SOEMBING, kapt. luit ter zee 1e kl. G.C.C. Pels Rijcken, te samen de rede, koers stellende om de Noord. Naar men zegt, begeven zich die beide bodems naar Japan tot overbrenging van de koninklijke geschenken aan de keizer van dat rijk, en bevinden zich aan boord de daarmede belaste adjudant des konings, de luit.-kolonel Graaf van Lynden en Zr.Ms. ordonnans-officier, de 1e luit. Baron van Hardenbroek. Ook zou laatstgenoemde bodem onder die geschenken behoren, en uit dien hoofde in Japan verblijven, voor enige tijd bemand en uitgerust zo als hij thans is, onder zeer gunstige voorwaarden voor de zich daarop bevindende officieren en opvarenden. (opm: zie NRC 070855)


04 september 1855


  AH - Algemeen Handelsblad

Verkoping van schepen, gehouden in de Nieuwe Stads Herberg aan het IJ te Amsterdam op 3 september 1855: het gezinkt brikschip GEERTRUIDA (opm: zie AH 160855), kapt. D.R. Nolles: NLG 10500, in slag NLG 600, opgehouden.


05 september 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Antwerpen, 4 september. De Belgische brik MÉLANIE ISABELLE, kapt. Lundt, gisteren middag uit deze haven naar Rio Janeiro vertrokken, is op de hoogte van Bath totaal verbrand. De oorzaak van de brand is onbekend. Gelukkig is er niemand bij omgekomen. (opm: zie verder NRC 090955 en 011055)


06 september 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Dover, 3 september. Het Nederlandse schip (opm: tjalk) HEIDEWIKA, kapt. J.J. Pekelder, van Hartlepool naar de Eider bestemd, is op de hoogte van Doggersbank gezonken. De equipage is gered en alhier aangebracht.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 5 september. De 30e augustus is van de werf van de scheepsbouwmeester C.P. Bakker aan de Lemmer te water gelaten het brikschip ELIZA, groot ongeveer 250 tonnen, gebouwd voor rekening van de heren L. Hoyack & Co te Amsterdam, en gevoerd zullende worden door kapt. D.J. Wiersma.


  DC - Dordtsche Courant

Dordrecht, 5 september. De notulen der vorige vergadering worden gelezen en goedgekeurd.
Vervolgens aan de orde zijnde de verhuring van een stuk gronds onder Papendrecht voor een sleephelling aan de scheepsbouwmeesters C. Gips en Zonen, worden de beraadslagingen daarover geopend. De heren Jantzon en Van Dorsser brengen hun bezwaren in tegen de plaats, waar genoemde inrichting zal gevestigd worden. De heer ’t Hooft tracht die op te lossen. Na nog enige discussies daarover, stelt de voorzitter de vraag voor: zal genoemde plaats tot een sleephelling aan gemelde scheepsbouwmeesters worden afgestaan? 14 leden zijn er vóór, 1 tegen, zijnde de heer Jantzon. Nu tot de voorwaarde overgaande, werden deze door de voorzitter voorgelezen, artikelsgewijze aan de goedkeuring van de gemeenteraad onderworpen en door dezen, met enige wijzigingen, o.a. ten doel hebbende, om voor de bezoekers der plaats van uitspanning te Papendrecht het uitzicht zoveel mogelijk onbelemmerd te houden, en verder om de huurprijs meer in evenredigheid met andere verhuurde percelen te verhogen – aangenomen.
Na de behandeling derzelve wordt het gehele contract, met de daarin gebrachte wijzigingen, in omvraag gebracht en aangenomen; terwijl burgemeester en wethouders gemachtigd worden, om aan requestranten hun verzoek, volgens bovengemelde voorwaarden, toe te staan, behoudens goedkeuring deswege van gedeputeerde staten. Uit de voorwaarden blijkt, dat het genoemde stuk gronds groot is 2 bunders 87 roeden en 49 ellen, en aan de heren C. Gips en Zonen, in plaats van voor NLG 365,- voor NLG 500,- ’s jaars zal worden afgestaan, en wel voor 50 jaar in huur en 25 jaren in optie.


  DC - Dordtsche Courant

Vervolg en slot van het uittreksel uit het jaarlijks verslag van de toestand der gemeente Dordrecht, over het jaar 1854.
Het getal der alhier te huis behorende binnenlandse schepen en vaartuigen, niet als openbare middelen van vervoer gebezigd, is 55 vaartuigen, metende 2.591 ton.
Op al de werven, hier en aan de grens dezer gemeente, onder de Mijl gelegen, heeft veel bedrijvigheid geheerst.
Voor de buitenlandse scheepvaart zijn uit zee hier binnengekomen 327 schepen, metende 25.862 lasten, tegen 297 schepen, metende 25.048 lasten in 1853.
Van deze stad vertrokken naar zee, geheel of gedeeltelijk beladen, 158, en in ballast 183 schepen.
Negen alhier te huis behorende schepen zijn, voor de Nederlandsche Handel-Maatschappij bevracht, elders binnengekomen: 6 te Amsterdam, 2 te Rotterdam en 1 te Schiedam.
Van deze stad zijn vertrokken 4 schepen naar Akyab, 9 via Engeland naar Australië en 3 via Engeland naar Californië. De uitzending van schepen uit deze haven, naar de Britse koloniën, voornamelijk naar Australië, is voortdurend aanzienlijk te noemen.
De op Londen varende stoomboot STAD DORDRECHT heeft, in 1854, 33 reizen heen en terug gemaakt, en 5.499 ossen, kalveren, schapen, lammeren en varkens naar Engeland gevoerd. De retouren hebben bijna uitsluitend in transitogoederen bestaan en bijna 1.950 lasten bedragen.
Op de twee werven voor de aanbouw van raschepen, heeft wederom veel bedrijvigheid geheerst.
De in 1853 op stapel gezette 5 barkschepen en een medium-clipperschip zijn allen te water gelaten; bovendien zijn nog drie barkschepen op stapel gezet. Het getal der hier te huis behorende raschepen is met twee vermeerderd, van Amsterdam naar hier gebracht. Daarentegen zijn 2 schepen afgekeurd, een verongelukt en een verkocht, zodat het getal der hier te huis behorende raschepen geklommen is tot 39, tezamen metende 13.979 lasten.
Van de schepen van verschillende charters, varende op Europese en andere havens, is een kofschip vermist, terwijl twee andere zijn aangekocht; het getal daarvan is geklommen tot 22, metende 1.868 lasten.
De rederijen verkeerden tot dusverre in gunstige toestand.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Openbare veiling te Amsterdam op 24 september 1855 van het kofschip CORNELIA, gevoerd door kapt. F.D. Fokkes, volgens Nederlandse meetbrief lang 24 ellen, wijd 4,83 ellen en hol 2,59 ellen en alzo gemeten op 133 tonnen of 70 lasten.


07 september 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 6 september. Z.M. heeft aan A. Kooij c.s, allen te Amsterdam, bewilliging verleend tot oprichting ener sleepdienst-maatschappij.


08 september 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 7 september. Nopens het vergaan van de te Brielle te huis behoord hebbende schoener JOHANNA PETRONELLA, kapt. Hazewinkel, van Koningsbergen (opm: Kaliningrad) met lijnzaad naar Dordt bestemd – zie ons blad van 28 augustus – welke op de 21e augustus l.l. In het Kattegat is omgeslagen, vernemen wij nog de volgende bijzonderheid, dat de kapitein en de stuurman in zee gesprongen zijn en het hun gelukt is, de in zee drijvende sloep te bereiken, in welke zij zonder riemen met een hoge zee, dan eens boven en dan eens onder water, ruim een half uur hebben rondgezwalkt, als wanneer zij door het beleid en de menslievende pogingen van kapt. Wegener van Wildervank, schip MARTHA, zijn gered en te Elseneur (opm: Helsingör) teruggebracht.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 7 september. Volgens een bericht van de kommandant van Zr.Ms. schoenerbrik MAKASSAR, gedagtekend uit Aberdeen de 25e augustus j.l, was aldaar binnengevallen de haringbuis OP HOOP VAN ZEGEN, schipper Jan Meuldijk, van Zwartewaal, welke de 24e dier maand, 20 mijlen bezuiden Aberdeen, in zinkende staat had gezien een Noorse smak, genaamd BJORGINE, geladen met steenkolen, waarop hij afgehouden en de kapitein, L.A. Olsen, benevens de vier man der bemanning, gered had. Twee uren daarna was het vaartuig gezonken.


  JB - Javabode

Van de administrateur van Soengijliat was het bericht ontvangen, dat de gezagvoerder en een gedeelte der bemanning van de Indische schoener FATAL WAHAP, welke blijkens het medegedeelde in ons no. 57, komende van Balie en bestemd naar Singapore, op een klip, tussen Billiton en de Karimata eilanden gelegen, had gestoten; het zinkende vaartuig met de enige aanwezige boot hadden verlaten, koers stellende naar Billiton, onder belofte aan de negen achterblijvende personen, waaronder twee vrouwen, dat zij bij behouden aankomst de boot terug zouden zenden.
Toen de achtergeblevenen, na vier dagen nog geen hulp zagen opdagen, verlieten zij het volgelopen vaartuig en begaven zich op een door hen vervaardigd vlot, waarmede zij op de 7e dag door honger en vermoeienis uitgeput, behouden te Reboh, district Soengijliat, aankwamen; aldaar was hun de nodige hulp verleend; zij werden over Muntok naar Singapore gezonden.
Omtrent het lot der naar Billiton vertrokken schipbreukelingen was nog niets bekend.


  JB - Javabode

Batavia, 7 september. De 5e dezer is hier aangekomen de Nederlandse bark CLASINA, kapt. D. Wels Browning, de 20e mei vertrokken van Hellevoetsluis.
Heden zijn hier aangekomen de dito barken JACOBA CHRISTINA, kapt. J.C. Berk, komende van Amsterdam, en ZWERVER, kapt. D.A. Koekelis, komende van Rotterdam.


09 september 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 8 september. Heden is van de fabriekswerf van de heren Paul van Vlissingen en Dudok van Heel te Amsterdam met goed gevolg te water gelaten het aldaar gebouwde ijzeren schroef-stoomschip BURGEMEESTER ZIJLSTRA, bestemd voor de vaart van Harlingen op Zwolle.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 8 september. Omtrent de nieuwe proefvaart van de MONTRADO, die weder aan het Nieuwe Diep is binnengelopen, meldt de Utrechtsche Courant, dat het tuig is gebleken te hoog te zijn. Er is derhalve aan het ministerie aanvraag gedaan, om dit te mogen veranderen. Men meent, dat het vertrek van die bodem naar Oost-Indië dien ten gevolge weder een paar maanden zal vertraagd worden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hontenisse, 7 september. Betrekkelijk het op de hoogte van Bath verbrande schip (opm: zie NRC 050955), verneemt men het navolgende:
Het schip (opm: Belgische brik, zie latere berichten) MELANIE ISABELLE, kapt. Smidt, reders Storms & Co, met een rijke lading en zes passagiers, bestemd naar Rio de Janeiro, was op de middag van de 3e dezer van Antwerpen uitgezeild. Omstreeks vier uur bemerkte men een dikke rook, die uit het voorste gedeelte van het schip opsteeg. Passagiers en equipage deden alle mogelijke moeite om de voortgang van de brand te stuiten, doch vruchteloos; men poogde toen het schip te doen zinken, maar ook alle aangewende pogingen daartoe mislukten. Zonder iets hoegenaamd te kunnen redden, moesten passagiers en schepelingen zich in de sloepen begeven, nadat het brandende schip op de bank Valkenisse gestrand was. Des avonds ten 9 ure was de grote mast reeds overboord gevallen en toen de vloed des anderen daags ochtends de vlammen kwam smoren, was er van het wrak slechts het onderste gedeelte over. De oorzaak van de brand is onbekend.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 8 september. Het schip (opm: hoeker) KLEINKINDEREN, kapt. L. van der Weijden, van Galatz naar Nederland, is de 19e augustus lek te Konstantinopel (opm: Istanbul) binnengelopen. Het moet lossen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Elseneur (opm: Helsingör), 3 september. Het Nederlandse schip STELLA MARIS, kapt. H.H. Feijen, van Stockholm naar Nederland bestemd, alhier in averij binnengelopen (opm: zie NRC 090855), heeft heden na geëindigde reparatiën de reis voortgezet.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Ik verneem, dat het schip de HOOP VAN CAPPELLE, waarvan boekhouders zijn de heren Reuchlin, Moll en Dutilh, van nieuw koper moet worden voorzien (opm: zie NRC 220355). Het zal mij aangenaam zijn aan mijn mede-reders in dat schip, zoveel in mij is, daaromtrent licht te geven, gelijk over verder verschil van gevoelen tussen de boekhouders en de vroegere kapitein.
D. Forbes Browning


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Delfzijl, 5 september. Het schip (opm: kof) VIER GEZUSTERS, kapt. J.H. Dik, van Laurvich (opm: Larvik) naar Temunterzijl, is de 2e dezer op Borkum gestrand, doch het volk is gered en de tuigage geborgen. (opm: zie volgend bericht)


11 september 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Norden, 6 september. Op de 2e dezer is op Borkum gestrand het Nederlandse schip VIER GEZUSTERS, kapt. Dik, met hout van Oudsoen naar Termunterzijl bestemd. De bemanning is gered en men is bezig tuig en lading te bergen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Nieuwediep, 9 september. Heden morgen stoomde uit onze haven, bestemd naar Vlissingen, Zr.Ms. schroefschoener MONTRADO, kapt.t.zee 1e kl. J. Andreae, Gezegde oorlogsbodem zal enige veranderingen aan deszelfs tuig ondergaan en daarna voor de dienst in Oost Indië worden gereed gemaakt.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Tonningen (opm: Tönning), 7 september. De Nederlandse smak CATHARINA SOPHIA, kapt. J. Spanjer, van Ystad met erwten naar Dordrecht bestemd, is hier lek binnengelopen en men is bezig de lading te lossen. (opm: zie ook DC 161055)


12 september 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 11 september. Te Nieuwendam is l.l. zaterdag (opm: 8 september) van de timmerwerf van de scheepsbouwmeester W.H. Meursing te water gelaten het schoener-brikschip WILHELMINA EN HENRIETTE, groot 112 lasten, gebouwd voor rekening van de heer P.L. Smidt te Amsterdam en zullende worden gevoerd door kapt. H.A. de Boer.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Liverpool, 8 september. Het Nederlandse schip (opm: bark) JAVA PACKET, kapt. L.A. Heykoop, van Callao naar Engeland, is de 5e juli lek te Valparaiso binnengelopen.


  JB - Javabode

Batavia, 11 september. De 9e dezer zijn hier aangekomen de Nederlandse barken J.C. SCHOTEL, kapt. J.P. van Beest Holle, de 31e mei vertrokken van Amsterdam, HOLLANDS TROUW, kapt. N.H. Henker, de 2e juni vertrokken van Rotterdam, WILHELMINA CATHARINA, kapt. N.M.O. de Groot Stiffry, de 5e juni vertrokken van Rotterdam, VAN BOSSE, kapt. W. van der Hoeven, de 7e juni vertrokken van New York, en JULIA, kapt. A. van der Kolff, de 28e juli vertrokken van Port Adelaide, en de dito brik ANNA, kapt. P.A. Kleinenberg, de 5e juni vertrokken van Rotterdam.
Gisteren zijn hier aangekomen de dito schepen INDIA, kapt. d´Armond Jerkens, de 20e mei vertrokken van Rotterdam, en VIER GEBROEDERS, kapt. C. Vonck, de 6e juni vertrokken van Rotterdam, en de dito bark ZWALUW, kapt. Uitermark, de 4e augustus vertrokken van Geelong.
Heden is hier aangekomen het Nederlandse schip JACOBA HELENA, kapt. Wagtendonck, komende van Rotterdam.


13 september 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Groningen, 11 september. Zoals bekend is hebben vóór enige tijd enige invloedrijke personen uit deze stad en provincie het voornemen opgevat, om een geregelde communicatie met stoomboten, het zij van Groningen, het zij van Delfzijl, op Londen tot stand te brengen. Het maatschappelijk kapitaal was op plm. NLG 80.000 gesteld, doch vermits de deelneming zeer gering is geweest, viel dit plan in duigen. Thans verneemt men nader, dat andere personen deze zaak wederom zullen opvatten en waarschijnlijk tot een gewenst einde brengen, daar de boerenstand het belang van een rechtstreekse verbinding met de Londense markt begint in te zien en het deze toch niet aan het benodigde kapitaal ontbreekt.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Op zaterdag de 15e september 1855, des namiddags ten vijf ure, zal, ten huize van C. Griep te Bath publiek verkocht worden het kopervast wrak, met nog inhebbende lading, van het bij Vinkenisse verbrande Belgische brikschip MELANIE ISABELLE, kapitein Harm Smith. Nadere informatien te bekomen bij de heer F.V. De Groof, expediteur te Bath, Zeeland.


  DC - Dordtsche Courant

Men schrijft uit Suriname van 5 augustus: Op 23 juli arriveerde voor deze stad Z.Exc. de generaal-majoor Schimpf, nieuw benoemd gouverneur der kolonie Suriname, met het schip WILLEM DANIEL. Op 24 juli, des morgens ten 9 ure, stapte de gouverneur, onder een salvo van 13 schoten, van het fort Zeelandia en Zr.Ms. brik de LIJNX, aan wal. Bij het binnentreden van het gouvernementsgebouw, werd Z.Exc. door de oud-gouverneur en de leden van de koloniale raad ontvangen, waarop terstond alle verschillende autoriteiten aan Z.Exc. werden voorgesteld.


14 september 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Gallipoli, 29 augustus. Het schip (opm: schoener) POLLUX, kapt. J. Molenaar, van Brindisi naar Galatz, is de 17e dezer alhier binnengelopen en ligt met een groot aantal schepen wegens tegenwind op de rede.


  LC - Leeuwarder Courant

Leeuwarden, 13 september. Te Harlingen is aangekomen Zr.Ms. kanonneerboot No. 38, ten einde te beproeven enige matrozen en jongens in ’s Rijks zeedienst aan te werven. Dien tengevolge zal de heer commandant van die kanonneerboot dagelijks des voormiddags van 9 tot 12 ure ten raadhuize aldaar zitting houden tot het aannemen van vrijwilligers voor ’s Rijks zeedienst en tevens tot het geven van de verlangd wordende inlichtingen.


15 september 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Stettin (opm: Szczecin), 10 september. Het Nederlandse schip (opm: kof) VEREENIGING, kapt. F.J. Frankema, van Londen met oud ijzer op hier bestemd, is in de nacht van de 1e op de 2e dezer in het Kattegat gestrand. De bemanning en inventaris zijn gered. Het schip is wrak en zit vol water.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Amsterdam-Harburger Stoomboot Maatschappij
De directie maakt hiermede bekend, dat van heden aan tot op nadere kennisgeving haar schroefstoomboten GEORG V, kapt. Jürgen Kröger, en ERBGROSSHERZOG FRIEDRICH FRANZ, kapt. W. Ahrens, geregeld zullen afvaren om de vijf dagen van Amsterdam naar Harburg en Hamburg, etc, vice versa. En haar vrachten voortaan vijf procent beneden die der andere van hier naar genoemde plaatsen varende stoomboten zullen worden gesteld.
Nadere informatien bij de cargadoors:
de heren F. Gompertz, alhier,
“ “ W.P. Knaepen & Co, Rotterdam
“ “ Heinz & Rumpf, te Harburg.
“ “ T.G. Voigt, te Hamburg.
“ “ Jac. Glashoff, te Glückstadt.
Amsterdam, 12 september 1855
W. Ramann, direkteur


  JB - Javabode

Batavia, 12 september. Heden arriveerde hier de Nederlandse bark VRIJE HANDEL, kapt. D. van Ketwich, de 9e mei vertrokken van Liverpool.


16 september 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Brielle, 14 september. In de vergadering van aandeelhouders der Brielsche en Nieuwesluissche Stoomboot-Onderneming, heden alhier gehouden, is besloten een nieuwe stoomboot in de vaart te brengen. Dit zal voorzeker veel tot de geregelde dienst tussen deze stad en Rotterdam bijdragen en zowel in het belang van het publiek als der onderneming zelve zijn.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam 15 september. Velen onzer lezers zullen zich nog herinneren, dat wij in de maand juli van het afgelopen jaar alhier het bericht ontvingen, dat drie onzer grote koopvaardij- schepen, met name DOELWIJK, HESTER, en AARD VAN NES, op hun reizen van Sydney naar Batavia in de Torresstraat zijn verongelukt. De nadere bijzonderheden, die wij van deze schipbreuken vernamen, waren zeer onbeduidend. Thans is bij de boekhandelaren Gebr. Kraay te Amsterdam een werkje in het licht verschenen, getiteld: Het vergaan van het Nederlandsch fregatschip AERD van NES, benevens de lotgevallen der bemanning, bij haar jammerlijk rondzwerven gedurende bijna zes maanden, beschreven door F.M. Carsjens, gezagvoerder van die bodem. Zij, die nu van een der bovengemelde schipbreuken een zakelijk en onopgesmukt verhaal willen lezen, zullen het in dat boekske vinden en kunnen wij aanraden de geringe uitgave te doen. (opm: zie NRC 290754, 290754 resp. 210754)


18 september 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 17 september. De 13e dezer is van de werf van de scheepsbouwmeesters G. & H. Mitzlaff te Elbing (opm: Elblag) te water gelaten het barkschip POSTILJON, groot 200 lasten, gebouwd voor rekening van de heren Craandijk & Dercksen te Amsterdam en gevoerd zullende worden door kapt. J.C. van de Poll.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 17 september. Z.M. heeft aan directeuren en commissarissen der te Dordrecht gevestigde Dordrechtsche Scheepsreederij bewilliging verleend tot verlenging van de duur dezer naamloze vennootschap voor de tijd van 15 achtereenvolgende jaren.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Brielle, 17 september. Heden arriveerde alhier van Bristol het Nederlandse stoomschip MAAS. (opm: eerst getraceerde reis, zie advertentie NRC 060855)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam. 17 september. Volgens brief van kapt. J. Hoekstra, voerende het schip (opm: fregat) PALEMBANG, van Batavia herwaarts gedestineerd, heeft hij op de hoogte van de Kaap de Goede Hoop zeer zware stormen doorgestaan en lek schip bekomen. Men hoopte het lek spoedig te vinden en zou, na dit hersteld te hebben, de reis vervolgen.


19 september 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 18 september. Omtrent het verbranden van het Belgische schip MELANIE ISABELLA vernemen wij nog de volgende bijzonderheden.
Omstreeks 5 ure des namiddags was het schip zeilende op de hoogte van Vinkenis (Westerschelde), toen men eensklaps uit het voorluik brand ontdekte, welke zo in hevigheid toenam dat de gezagvoerder, bedacht op behoud van het schip en lading, het schip dadelijk op strand zette. Enige gepraaide en ter hulp toegeschoten vaartuigen, waaronder de schokker, aan boord waarvan zich bevond de heer J.G. Ravesteyn, controleur commandeur van de ambulante recherche te water, benevens de heer Bodde, visiteur bij dezelfde middelen, beijverden zich zeer om de arme schipbreukelingen op te nemen en hen van het nodige te voorzien. Hun dankbaarheid was dan ook onuitsprekelijk aan die edele mensenvrienden. Des avonds ten 9 uur zijn de passagiers behouden te Bath aan wal gebracht en door tussenkomst van de consulaire agent van België, de heer S.S. Pick, van alles voorzien en behoorlijk verzorgd naar Antwerpen getransporteerd.
Men is steeds met ijver en activiteit werkzaam om de lading te redden. Men hoopt nog zeer veel te behouden. Het schip is nagenoeg tot het water afgebrand (opm: zie DC 220955).


  OP - Oostpost

Advertentie. Op dinsdag de 25e september 1855 zullen door Mehlbaum & Co. voor de pakhuizen van de heren B.J. van Eck & Co. (opm: te Soerabaija) voor rekening van belanghebbenden verkocht worden de gedeeltelijke lading van de Nederlands-Indische bark VICE-ADMIRAAL GOBIUS, kapt. A.A. van der Linden, zullende nader de te verkopen goederen worden bekend gemaakt.
(opm: een in twee opzichten vermeldenswaardige advertentie: a) de heer Sikko Parma twijfelde aan een vermelding, dat Van der Linden al in 1855 het gezag voerde, hetgeen hiermede bevestigd wordt; b) waarom Nederlands-Indische bark?; de VICE-ADMIRAAL GOBIUS is op 17 oktober 1855 onder kapt. Van der Linden van Soerabaija naar Hobert Town (Australië) vertrokken)


  OP - Oostpost

Advertentie. Vendutie te Grissee op zaterdag de 29e september 1855 van het barkschip ATTIAT THUL MAULAH en inventaris, toebehorende voor de helft aan de erfgenamen van wijlen sech Salim bin Oemar Allan, en voor de andere helft aan de erfgenamen van wijlen said Asil bin Zeijn Aljuffrie, mitsgaders van alle roerende en onroerende goederen, door laatstgenoemde Arabier nagelaten.


  OP - Oostpost

Ter rede van Soerabaija ligt onder meer anderen de brik LOUISE CAESAR, thans hernaamd SO-OOTDIN. (opm: zie OP 260955)


20 september 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Calcutta 8 augustus. Het Nederlandse schip GENERAAL LIST (opm: fregat, bouwjaar 1842), kapt. K. Latjes, hetwelk de 25e juni van Saugor (opm: Saugor Island, in de monding van de Ganges) naar Londen vertrok, is op zee lek geworden en dien ten gevolge geretourneerd. Hetzelve had echter het ongeluk om bij Saugor, op sleeptouw van een stoomboot, op de bank te stoten, waardoor het schip in zinkende staat op het strand is gezet. Wrak en lading zijn alhier verkocht.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Calcutta, 8 augustus. Het schip HARMONIE, kapt. Hageman, van Akyab (opm: Sittwe) naar Europa, hetwelk als vroeger gemeld, de 10e juli alhier in avarij binnenkwam, is thans bezig te repareren. De schade aan de lading is onbeduidend. (opm zie NRC 010955)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 18 september. Onder de Noord-Amerikaanse bladen, die aan de kwestie van de
Sond-tol thans de meeste aandacht schenken, behoort in de eerste plaats de Evening Post. Dit blad herinnert aan de zending van de Deense admiraal Monnier naar Parijs, met de Orde van de Olifant voor keizer Napoleon, benevens aan het verzoek om vriendschappelijke tussenkomst. Het blad maakt daarbij tevens de opmerking dat de president der Verenigde Staten te ver gegaan is om terug te kunnen keren. Wanneer Denemarken na 12 april de geringste poging mocht wagen om de tol met geweld te heffen, zal Amerika met gewelddadige en represaille-maatregelen moeten antwoorden. De Evening Post schat reeds de waarde der Deens-West-Indische eilanden St. Thomas, St. Croix en St. John en werpt op eerstgenoemd eiland om de voortreffelijke ligging voor een maritiem- en handels-station, een begerig oog.
Daar ook Pruissen van plan is te weigeren de Sond-tol te betalen en alle handelsstaten bij de afschaffing daarvan belang hebben, zo is het te hopen dat Denemarken verstandig genoeg zal zijn geen nuttenloze tegenstand te beproeven. In gelijke zin redeneren de meeste Amerikaanse bladen. In weerwil hiervan gelooft de New-Yorker correspondent van de Times dat de regering te Washington de zaak minder ernstig opneemt, hoewel het een bedenklijk voorteken is, dat het denkbeeld van overzeese veroveringen in de Verenigde Staten dagelijks meer bijval vindt.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Nieuwe stoomvaart-dienst tussen Antwerpen en Rotterdam en tussenliggende plaatsen, met het fraaie snelvarende stoomjacht AYMON LOUISE.
Aanlegplaatsen: Rotterdam, aan het Oude Hoofd; agenten: W. van Eyk en Comp, in de Toerijstuin.
Van Antwerpen: Van Rotterdam:
Vrijdag 21 sept. ’s morgens 5½ u. donderdag 20 sept. ’s nachts 1½ u.
Maandag 24 “ “ 9 u. zaterdag 22 “ ’s morgens 4 u.
Woensdag 26 “ “ 10½ u. dinsdag 25 “ ‘ morgens 6½ u.


  DC - Dordtsche Courant

Advertentie. Directeuren en commissarissen der naamloze vennootschap, onder de benaming van Maatschappij van Dordrechtsche Scheepsreederij, maken bij deze bekend, dat de tijd van duur der gezegde Maatschappij, welks termijn de 26 augustus 1855 was geëindigd, weder is verlengd voor vijftien jaren, en alzo tot de 26 augustus 1870, en wel op de Statuten en nadere wijzigingen vermeld, zo in de Aktens van Oprichting en Uitbreiding der voorzeide Maatschappij, gepasseerd te Dordrecht, de eerstgemelde de 26 augustus 1825, voor de Notaris C. van der Werff Bzn., en de laatstgenoemde de 29 december 1829, voor de Notaris H. Verhoeff, als in het koninklijk besluit van 8 april 1832, no. 25, ter goedkeuring der nadere bepaling van het kapitaal dezer Maatschappij op NLG 204.000,-, - verdeeld in 510 actiën, elk groot NLG 400,-, en bij de tegenwoordige verlenging op dezelfde som en dezelfde aandelen is bepaald gebleven, - en zulks overeenkomstig de koninklijke bewilliging, bij besluit van dato 27 juni 1855, no. 76, en de gepasseerde Akte, de 12 september 1855 voor de Notaris H. Schuyten, te Dordrecht, welke Akte en laatstgemeld koninklijk besluit zijn geplaatst in de Nederlandsche Staats-Courant van 18 september 1855, No. 221.
Dordrecht, 19 september.
J.S. Vriesendorp, Jacobus de Voogd, F.C. Déking Dura, Directeuren.
A. van der Linden Fz., Jonkhr. J.C. Jantzon van Erffrenten van Capelle, A. Vos van Hagestein, Commissarissen.


21 september 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Nassau (Bahama eilanden), 13 augustus. De Amsterdamse bark (opm: brik) JEANNETTE is in ontredderde staat op Acklin-eiland gevonden – zie ons nommer van 1 augustus. De lading genever, kaas enz. is te Long Cay (opm: Albert Town, 22º36’ N.B. 74º21’ W.L.) verkocht.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Cuxhaven, 18 september. De Nederlandse schoener HENDRIKA ANNECHINA, kapt. de Boer, van Hamburg naar Memel (opm: Klaipeda) bestemd, is hier ter rede, door het stoomschip OTTER aangezeild. Beide schepen bekwamen schade.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Elseneur (opm: Helsingör), 14 september. De Nederlandse kof WENDELINA, kapt. Mulder, van Memel (opm: Klaipeda) met vlas naar Aberdeen bestemd, alhier in averij binnengelopen, heeft heden na geëindigde reparatie de reis voortgezet. (opm: zie NRC 230855)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. J. Corver, C.A. Schröder en A.W. Abrahamz, makelaars, zullen op maandag de 8e oktober 1855, des avonds ten zes ure, te Amsterdam in de Nieuwe Stads Herberg aan het IJ, ten overstaan van de notarissen Commelin en Weyland, verkopen een extra ordinair welbezeild, gekoperd tweedeks fregatschip, varende onder Nederlandse vlag, genaamd MARIA, gevoerd door kapt. H.D. van Wijk, volgens Nederlandse meetbrief lang 37 ellen 75 duimen; wijd 6 ellen 43 duimen; hol 5 ellen 56 duimen en alzo gemeten op 600 tonnen of 317 lasten. Breder bij inventaris en bericht bij bovengenoemde makelaars.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. R. Bloembergen Santee te Leeuwarden zal op donderdagen de 27e september 1855 provisioneel, en de 4e oktober daaraanvolgende finaal, telkens des nademiddags 5 uur, ten huize van R.J. Brouwer in het schippershuis op het Vliet aldaar, verkopen een overdekt hektjalkschip, genaamd de JONGE SJOERD, groot 50 tonnen, met al derzelver toe- en aanbehoren, zijnde een best inventaris, zo als het op de dagen van verkoop opgetuigd voor het huis van Brouwer zal zijn liggende en alsdan te bezichtigen.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. De directie der Stoombootdienst tusschen Nieuwediep, Texel en Harlingen maakt bekend, dat met oktober a.s. de dienst op Harlingen, tot nader aankondiging in het voorjaar, zal worden gestaakt en alzo de boot dit jaar voor het laatst de 29e september van Harlingen vertrekt. Het publiek wordt opmerkzaam gemaakt, dat de stoomboot TEXEL, na de reparatie aan de machine aan de fabriek van de heren Van Vlissingen, gedurende deze zomer de dienst tussen het Nieuwediep en Harlingen vice-versa, 2 maal per week, en tussen het Nieuwediep en Texel dagelijks zonder het minst verlet heeft volbracht, terwijl met de 1e oktober dezelfde boot als naar gewoonte haar winterdienst tussen het Nieuwediep en Texel zal voortzetten.


22 september 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Men schrijft uit Hellevoetsluis, van de 18e dezer, het volgende aan de Schiedamsche Courant:
In de morgen van gisteren had aan boord van het Nederlandse barkschip CAROLINA, kapt. De Best, komende van New York en bestemd naar Rotterdam, liggende in het Kanaal van Voorne, een oproer plaats. Drie matrozen zijn op het onverwachts bij de kapitein in de kajuit gedrongen en hebben gedreigd hem te zullen vermoorden. De kapitein en onder-stuurman hebben zij geslagen en hun het goed van het lijf gescheurd. De kapitein heeft zijn pistool, een revolver, gegrepen en door dat voor te houden, hen op een distantie gehouden. Toen de kapitein weder in de kajuit gegaan was, hebben de drie matrozen met de voeten en een handspaak getracht de deur open te breken. Op dit ogenblik kwamen juist de commissaris van politie en waterschout aldaar aan, en lieten zich aan boord van de bodem brengen. Na een ingesteld onderzoek heeft hij de drie matrozen van boord verwijderd en hen in verzekerde bewaring gesteld. Naar wij verder vernemen zouden diezelfde personen zich ook schuldig hebben gemaakt aan diefstal. Heden morgen zijn zij onder behoorlijk geleide getransporteerd naar Rotterdam. Het ware te wensen, dat spoedig een wet op de tucht op de koopvaardijschepen wierd uitgevaardigd, daar men zo licht moord en doodslag te verwachten heeft. Was juist de heer Boonzajer, 1ste commissaris van politie aldaar niet aangekomen, zo hadden er voorzeker de grootste ongelukken kunnen plaats grijpen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 21 september. Het schip (opm: kof) JACOBA HAZEWINKEL, kapt. A.J. Pik, is volgens brief van Delfzijl van de 18e dezer, de 11e dito in de Noordzee gezonken, doch het volk gered en aldaar aangebracht.


  DC - Dordtsche Courant

Te Bath is dinsdag (opm: 18 september) openbaar verkocht aan een Rotterdammer, het onlangs verbrande Belgische brikschip MELANIE ISABELLE, kapt. H. Schmidt, met nog inhebbende lading, voor NLG 710,-.


  JB - Javabode

Batavia, 21 september. Heden zijn hier aangekomen de Nederlandse barken HENRIETTE ELISABETH SUSANNA, kapt. C. van Veen, komende van Aden, en KANDANGHAUER, kapt. W. Zeelt, komende van Amsterdam.


23 september 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 22 september. Aan de fabriekswerf van de heren Paul van Vlissingen en Dudok van Heel te Amsterdam is op heden met goed gevolg te water gelaten één der stoomsleepboten, bestemd voor de dienst op de Nijl, aldaar in aanbouw voor rekening van de onderkoning van Egypte. (opm: zie NRC 060355, 300955 en 251155)


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. De griffier J.J. Heep te Holwerd zal op donderdag de 27e dezer, des voormiddags ten 9 ure precies, ten huize van A.W. Post, kastelein in het Moddergat onder Nes, tegen gerede betaling aan de meestbiedenden verkopen:
- 739 beste zware Frederikstadse balken, van 4 tot ruim 7 el, in kavelingen van een tult en daarbeneden, en ruim 200 planken;
- De geborgen tuigage en scheepsgoederen van het voor de Engelsmansplaat gestrand schoenerschip SOPHIE, kapt. Apenes, van Fredrikstad in Noorwegen, bestaande in 2 ankers en kettingen, 1 zwaar ankertouw, 13 zeilen, stag en want, lopend touwwerk en kettingen, rondhout, watervaten, koksgoed, en verder scheepsaanbehoren, meest alles nieuw.


24 september 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 23 september. In de afgelopen week is te Delfshaven op het nieuw aangekochte gedeelte der scheepswerf De Onderneming van de heer H. de Hoog voor rekening der heren P. Rademakers & Co de kiel gelegd voor een driemast klipperschip (opm: fregat), genaamd NOORD-BRABAND, bestemd voor de grote vaart, groot omstreeks 350 gemeten lasten en gevoerd zullende worden door kapt. R. Bok.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Openbare vrijwillige verkoping. Gerrit Wenk junr, notaris, residerende te Rotterdam, is voornemens, als daartoe lasthebbende van zijn principaal, op dinsdag de 9e oktober 1855, des middags ten 12 ure, in het Lokaal voor Publieke Verkopingen aan de Geldersche Kade aldaar, in één zitting publiek te veilen en aan de meestbiedende of eerstmijnende te verkopen een overdekt tjalkschip, genaamd de VROUW AALTJE, te huis behorende te Blokzijl, groot 34 tonnen, liggende te Overschie bij de scheepmaker W. Tak en gebrand met de letters 510 Rott 1854, met al deszelfs zeilen, ankers, mast, touwen, staand en lopend want en verdere gereedschappen, volgens inventaris, zijnde gemeld vaartuig steeds geweest in eigen gebruik. Nadere informatiën zijn te bekomen ten kantore van de voornoemde notaris Wenk aan de Noordblaak wijk 4 no. 181 te Rotterdam, als ook bij gemelde scheepmaker W. Tak, te Overschie. En zal het te veilene van stonden aan dagelijks te bezichtigen zijn.


25 september 1855


  AH - Algemeen Handelsblad

Verkoping van schepen, gehouden te Amsterdam op 24 september 1855:
- Het gekoperd en kopervaste pinkschip de VRIENDSCHAP, kapt. H.W. de Boer: NLG 19100, koper: J.J. v.d. Meulen.
- Het gezinkt kofschip CORNELIS, kapt. F.D. Fokkes: NLG 5500, in slag NLG 225, koper: P. Blom.


26 september 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 25 september. De Staatscourant vermeldt, dat gedurende het jaar 1854 eerste zeebrieven zijn verleend aan 28 zeeschepen en vaartuigen voor de vaart binnen Nederlands Indië, waarvan 14 aan schepen, in den vreemde gebouwd.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. H. Vriesendorp, J.P.M. Boonen, E. Mauritz, A.C. van Wageningen Jr, H. Boonen, D. de Jongh Wzn, J. Vriesendorp en B. de Witt, makelaars, presenteren als lasthebbenden van hun principalen, ten overstaan van een daartoe bevoegde beambte, op zaterdag de 6e oktober 1855, des middags ten 12 ure precies, ten huize van J. Zahn in het Nederlandsch Koffijhuis over het Marktplein te Dordrecht, bij openbare veiling te verkopen: een extra ordinair snelzeilend, gezinkt kofschip, genaamd ANTHONIJ, varende onder Nederlandse vlag, en gevoerd door kapt. W.J. Nipperus, volgens Nederlandse meetbrief lang 25,82 ellen, wijd 4,67 ellen, hol 2,73 ellen, en alzo gemeten op 146 tonnen of 77 lasten, liggende in de Kalkhaven te Dordrecht, en breder bij de inventaris omschreven.
Nadere onderrichting te bekomen bij bovengenoemde makelaars of bij de cargadoor J.B. ‘t Hoofd te Dordrecht.
Onmiddellijk na afloop van bovenstaande veiling zullen nog worden geveild twee 1/30e aandelen in het barkschip GRAAF DIRK III, gevoerd door kapt. C.J. Rotgans.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. De notaris Th. van Uije Pieterse te Vlissingen zal op dinsdag 2 oktober 1855, des morgens 10 ure, op de Bierkaai aldaar om contant geld presenteren te verkopen: het Nederlandse kofschip de VROUW PAULINA, liggende in de Bierkaai te Vlissingen aan de IJzeren Brug, groot 77 tonnen of 41 lasten, met al deszelfs staand en lopend want, zeil en treil en verdere complete inventaris en wel: eerst het casco met de masten, vervolgens de inventaris stuksgewijze en daarna alles in massa. Inmiddels uit de hand te koop.


  OP - Oostpost

Soerabaija, 26 september. Alhier ligt in lading naar Banka via Batavia en Grissee het Nederlands-Indische schip SO-OOT DIN, kapt. sech Sehan bin Said Baouseer. (opm: ex-Bremer brik LOUISE CAESAR; de SO-OOT DIN is op 3 oktober van Soerabaija naar bovengenoemde bestemmingen vertrokken)


27 september 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 26 september. Gisteren is van de werf van de scheepsbouwmeesters C. & A. van der Giessen in de Stormpolder voor de rederij van de heer J.R. Veder alhier te water gelaten het fregatschip, genaamd HELENA EN ANNA, groot circa 450 gemeten lasten, hetwelk zal gevoerd worden door kapt. J.C.F. Lupcke Jr.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 26 september. Heden is te Vlaardingen van de scheepstimmerwerf van de heren L. van Dam & Co te water gelaten het nieuw gebouwde barkschip, genaamd CORNELIA, voor een rederij onder directie van de heer H. Kikkert. Het zal gevoerd worden door kapt. J.A. Schagen van Leeuwen en is bestemd voor de grote vaart.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Portsmouth, 23 september. De Nederlandse kof MARIA REISINA, (opm: MARIA ROEFINA) kapt. De Groot, met een lading hout, rijst en palmolie van Liverpool naar Koningsbergen (opm: Kaliningrad) bestemd, is gisteren in een zware mist binnen de Owers geraakt en aldaar moetende ankeren, is het schip ten gevolge van de zware stroom, op het anker gedreven en heeft een gat in de bodem gestoten. Weldra bespeurde men dat het schip spoedig zinken zou, en besloot dus hetzelve op strand te zetten. Dit besluit werd met adsistentie van loodsvaartuigen volvoerd en toen het schip met aflopend tij droog kwam, heeft men het gat zo goed mogelijk met zeildoek dicht gespijkerd. Ten acht ure hedenmorgen kwam de kof weder vlot en werd de reis al pompende naar Portsmouth aanvaard, doch daar de wind zeer schraal werd, zo kon dezelve slechts met behulp van de stoomboot, die door de Nederlandse consul, de heer v.d. Berg, was afgezonden, volbracht worden, welke het schip dan ook heden middag ten 3 ure behouden in de haven sleepte. (opm: zie NRC 031055)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Gibraltar,18 september. De Nederlandse kof STAD GRONINGEN, kapt. J. Rasker, van Livorno met marmer naar Liverpool bestemd, is de 7e dezer op de hoogte van Kaap de Gatt (opm: Cabo de Gata, bij Almeria) gezonken. De bemanning is door de MARSALA, kapt. Pirate, van Palermo naar Liverpool gaande, gered en de 14e alhier geland.


28 september 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 27 september. Te Monnickendam is dezer dagen op de werf van de bouwmeester J. Kater Pzn de kiel gelegd van een clipper-schoener, groot 160 lasten, voor rekening van de heren Craandijk & Dercksen te Amsterdam.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Gothenburg, 22 september. De Nederlandse kof ARENDINA ELISABETH, kapt. J.H. Dallinga, van Harlingen naar de Maas bestemd, is de 19e dezer op de hoogte van Lysekil gestrand en wrak geworden. (opm: zie NRC 051055)


29 september 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 18 september. Het schip STINA, kapt. Bootsman, met koolzaad naar de Zaan gedestineerd, is volgens telegrafisch bericht uit Emden van heden morgen, te Greetsiel met schade binnengelopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Texel, 27 september. Met Zr.Ms. stoomschip SINDORO, luit. Cazaux, is alhier van Malta aangebracht de bemanning van het Nederlandse schoenerschip ANNA LOUISA, kapt. H. Brouwer, van Galatz naar Amsterdam bestemd, de 24e juli j.l. bij Kaap Bon verongelukt – zie ons nommer van 3 augustus j.l.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Te koop een kofschip, groot plm. 85 rogge-lasten, 4 jaar oud, voorzien van certificaat Veritas 1e klasse. Reflecterenden gelieven zich met franco aanvragen te adresseren bij de makelaar J.J. van der Meulen, N.Z. Voorburgwal over het paleis te Amsterdam.


  JB - Javabode

Batavia, 29 september. Gisteren is hier aangekomen het Nederlandse schip AMSTERDAM, kapt. C.J. Tjebbes, komende van Melbourne.
Heden zijn hier aangekomen de dito bark CHRISTINA AGATHA, kapt. H. de Visser, komende van Amsterdam, de dito dito FORMOSA, kapt. Smit, komende van Rotterdam, en de dito dito ANJER, kapt. H.G. Bieshorst, komende van Amsterdam.


30 september 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 28 september. Uit Amsterdam wordt d.d. 23 september aan de Independence Belge het volgende geschreven:
Gisteren is op de werf van de heren Paul van Vlissingen en Dudok van Heel alhier van stapel gelopen een der sleepboten, bestemd voor de sleepdienst op de Nijl, die door tussenkomst van de Heer Ruyssenaers, consul-generaal van Nederland te Alexandrië, besteld zijn voor Saïd-pacha, onder-koning van Egypte (opm: zie NRC 060355). Op het bericht dat de onder-koning de algemene tentoonstelling te Parijs zou komen bezoeken en zich van daar naar Amsterdam begeven om de uitgestrekte etablissementen van de heren Van Vlissingen en Van Heel te bezichtigen, hadden deze de nodige toebereidselen gemaakt om de voorname bezoeker op een waardige wijze te ontvangen. De sleepboten, welke gebouwd zijn volgens het stelsel van de door de heren Van Vlissingen en Van Heel gebouwde Rhijn-, Main- en Maas-boten, zullen tegen het einde van oktober van Amsterdam vertrekken, zijnde de machines van 150 paardenkracht reeds gereed. Als een bewijs van hetgeen de industrie in onze eeuw vermag, kan dienen, dat deze stoomboten en een twintigtal lichterschepen, in februari l.l. besteld, op de Nijl reeds in dienst zullen treden in de maand december aanstaande.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Brielle, 29 september. Het stoomschip MAAS, kapt. J. van Knapen, is heden van hier naar Bristol vertrokken. (opm: eerste commerciële uitreis)


01 oktober 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Brielle, 30 september. Het stoomschip CAESAREA is hier heden van Londen binnengekomen. (opm: opleveringsreis, het schip was naar Nederland verkocht en werd in SEINE verdoopt – zie NRC 071055)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 30 september. Door de koning der Belgen zijn aan een aantal personen beloningen voor betoonde daden van moed en zelfopoffering uitgereikt. Daaronder komen ook voor de loodsen Struyk en Van der Kuil en de roeiers Benée, Dijkgraaf, De Munck, De Meijer en Venijn, van het Hollandse loodswezen. Aan genoemde personen was het de 21e maart 1855 gelukt, een man, behorende tot de bemanning van een Belgische schip, uit zee te redden, waarin hij was gevallen door het omslaan der jol, in welke hij zich bevond. De eerste twee hebben de zilveren medaille ontvangen en van de overige is eervolle melding gemaakt.
Ook werd aan A. Mortelmans, kajuitsjongen bij de handelsmarine, de vergulde zilveren medaille uitgereikt en wel om het volgende feit: bij het verbranden van het schip MẾLANIE ISABELLE ter rede van Bath, en terwijl men trachtte zoveel mogelijk te redden, herinnerde Mortelmans zich dat er een kind tussendeks lag te slapen. Hij drong door de vlammen en de rook derwaarts, nam het kind in zijn armen, droeg het op het dek en daarna in de boot en redde het dus van een anders wisse dood. De klederen van Mortelmans waren bij die gelegenheid geheel en al verbrand.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Brielle, 30 september. Aangekomen Zr.Ms. schoener ATTALANTE, luit. 2e klasse Kroef, van Texel.


02 oktober 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 1 oktober. Het schip NICOLINE, Hansen, van hier naar Kopenhagen vertrokken, is de 30e september met schade in het Ooster Dok teruggekomen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hong Kong, 9 augustus. De Nederlandse schepen EMILIE, ALMELO, JOHANNA en CHRISTINA zijn alhier op de kust varende. De KENAU HASSELAAR vertrekt binnenkort van hier naar San Francisco.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Norden, 26 september. Voor enige dagen is op het eiland Juist een naambordje aangedreven. Op hetzelve is in een blauwe grond met vergulde letters geschilderd
18 JACOBA 46. Op de keerzijde van het bordje is de naam J.G. Boon ingesneden.


  DC - Dordtsche Courant

Bij de begroting voor de zeemacht voor 1856 wordt o.a. NLG 3.995.154,- uitgetrokken voor het materieel; dit is nog NLG 110.743,- meer dan voor 1855 voor dit onderwerp is verleend. Voor het eskader in de Oost-Indiën worden verlangd: 2 fregatten 2de klasse, 1 korvet met stoomvermogen, 9 schoenerbrikken, 1 schoener, 1 schoener met stoomvermogen, 11 stoomschepen en 2 wachtschepen, bemand met 2.277 koppen. Voor de West-Indiën worden verlangd: 1 korvet 2de klasse, 2 brikken 1ste klasse, 2 schoeners, 1 stoomschip, 2 kanonneerboten; bemand met 530 koppen. Voor de binnenlandse dienst worden verlangd: 3 wachtschepen, 1 instructiebrik en 9 kanonneerboten; bemand met 946 koppen. Voor kruistochten en ter verwisseling worden verlangd: 2 fregatten 1ste klasse, 1 fregat 2de klasse, 1 korvet met stoomvermogen, 1 korvet, 1 schoenerbrik, 1 schoener, 3 stoomschepen, 2 transportschepen, 1 schroefstoomschip en 1 schroefstoomschoener; bemand met 2.385 koppen; tezamen 6.138 koppen, omgerekend 400 Oost-Indische inlandse matrozen – en in alles bezet met 690 vuurmonden. De schepen buiten dienst, in aanbouw, gereed of in conservatie, zijn: 5 linieschepen, 5 fregatten, 1 geraseerd (opm: van masten en tuig ontdaan) fregat, 5 korvetten, 4 brikken, 2 schoenerbrikken, 1 transportschip, 6 stoomschepen, 2 fregatten met stoomvermogen, 1 korvet idem, 1 schoener idem, 36 kanonneerboten, groot model en 11 klein model.
De minister verklaart, dat de toestand van het droge dok te Willemsoord nog verre is van geruststellend; dat, naar het oordeel ener commissie, met het onderzoek belast, een radicale vernieuwing, door het aanleggen van een omgekeerd verwulf, het enige middel zou zijn om een goed dok te verkrijgen.


03 oktober 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam 2 oktober. Directeuren der hier ter stede gevestigde Zuid-Hollandsche Maatschappij tot Redding van Schipbreukelingen hebben in hun vergadering van gisteren besloten te doen uitreiken:
De gouden medaille aan mr. Somerset Grove, kolonel in dienst der Engelse Oost-Indische Compagnie voor zijn op de 23e februari1853 buitengewone hulp, bewezen aan de equipage van de op de kust van Cheduba (opm: 18º50’ N.B. 93º30’ O.L.), op de reis van deze stad naar Akyab (opm: Sittwe) gestrande en totaal verbrijzelde Nederlandse bark BOERHAAVE (opm: zie NRC 300453), hier ter stede te huis behorende, door in hun deerniswaardig lot en totaal gebrek aan voeding te voorzien, benevens behulpzaam te zijn om Akyab (opm: Sittwe) te bereiken, alwaar hun verder alle onderstand werd verleend, en de gelegenheid verschaft om naar het vaderland terug te keeren.
De grote zilveren medaille aan Pieter Wap, toenmaals gezagvoerder van de Nederlandse bark HENDRIK JAN, voor op zijn reis van Sydney naar Soerabaija op de 10e april 1854 redden der equipage van een Indische schoener SOPHIE (opm: zie NRC 290754), gevoerd door Philip le Gallais, bestaande in 16 mannen en 2 vrouwen, in de Straat Endeavour op derzelver reis van Macasser naar Melbourne gestrand en totaal verbrijzeld, welke ongelukkigen reeds hun toevlucht tot de boot hadden genomen, en verscheidene dagen in dezelve met groot gebrek aan voedsel, hadden doorgebracht; dezelve aan boord met menslievendheid te ontvangen, hen behoorlijk van het nodige te voorzien en veilig te Soerabaija aan wal te brengen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Verkoping binnen de stad Brielle, ten huize van logementhouder Harttenroth, om contant geld, op donderdag de 11e oktober 1855, des middags ten 12 ure, van het verongelukte Engelse ijzeren schroefstoomschip EARL DOUGLAS, zittende tegen de vlakten van de Westplaat.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. H.J. Rietveld, makelaar, zal op maandag de 5e november 1855, des avonds ten 6 urer, te Amsterdam in de Nieuwe Stads Herberg aan het IJ verkopen een extra ordinair, wel bezeild, gekoperd en kopervast fregatschip, genaamd OOST-INDIËN, varende onder Nederlandse vlag, gevoerd door kapt. E.E. Mos; volgens Nederlandse meetbrief lang 38 ellen 40 duimen, wijd 7 ellen 7 duimen, hol 5 ellen 91 duimen, en alzo gemeten op 713 tonnen of 377 lasten. Breder bij inventaris en bericht bij bovengemelde makelaar of bij de cargadoors Hoyman & Schuurman te Amsterdam.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Portsmouth, 30 september. Het Nederlandse kofschip MARIA ROEFINA, kapt. De Groot, van Liverpool naar Koningsbergen (opm: Kaliningrad), hetwelk hier de 23e lek werd binnengebracht – zie ons nommer van 27 september – heeft de reparatie geëindigd en zal morgen beginnen met de lading weder in te nemen. Ongeveer 22 ton rijst van de lading, is in beschadigde staat verkocht.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rangoon (opm: Yangon), 1 augustus. Het Nederlandse fregatschip WILLEM DE EERSTE, kapt. T.J. Niedfeld, hetwelk de 27e juli van hier naar Falmouth vertrok, is gisteren met verlies van zeilen uit zee teruggekomen.


  JB - Javabode

Batavia, 2 oktober. Heden is hier aangekomen de Nederlandse bark MAKASSAR, kapt. H. van der Meyden, komende van Rotterdam.


04 oktober 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 3 oktober. Volgens brief van kapt. P.J. Detering, voerende het schip (opm: bark) IJSTROOM, in dato Batavia 10 augustus, heeft hij op de reis van Texel een orkaan doorgestaan en daardoor lekkage bekomen.


05 oktober 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Lysekil, 24 september. De Nederlandse kof ARENDINA ELIZABETH, kapt. Dallinga, van Harlingen naar Noorwegen bestemd, welke de 19e dezer op de hoogte van onze haven gestrand is – zie ons nommer van 28 september – is als geheel wrak te beschouwen. De bemanning is gered en het grootste gedeelte van de inventaris geborgen. (opm: zie NRC 191055)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Soerabaija, 8 augustus. Het schip (opm: fregat) DOCTRINA ET AMICITIA, kapt. P. Haagsma, van Batavia alhier aangekomen, heeft ten gevolge van doorgestane stormen lekkage bekomen en veel geleden; de koperen huid moet dien tengevolge geheel afgenomen en vernieuwd worden, doch hoopt de kapitein nog voor het einde dezer maand gereed te zijn om de reis te vervolgen.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. R. Bloembergen Santee te Leeuwarden zal op donderdagen, de 11e oktober provisioneel en de 18e daaraanvolgende finaal, telkens des namiddags ten 5 ure, ten huize van R.J. Brouwer in het schippershuis op het Vliet aldaar, verkopen een wel onderhouden overdekt tjalkschip, genaamd de VIER GEBROEDERS, groot 66 tonnen, met derzelver toe- en aanbehoren, zo als het op de dagen van verkoop opgetuigd voor het huis van Brouwer zal zijn liggende en alsdan te bezichtigen.


06 oktober 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Texel, 5 oktober. Gestrand op de Noorderhaaks een Portugese schoener, van Sevilla naar Hamburg met olie. Van 6 man der equipage zijn 4 gered, 2 verdronken. Het schip zit zeer gevaarlijk.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Strömstadt, 26 september. De Nederlandse kof JOHANNA, kapt. Stamhuis, van Delfzijl in ballast naar Christianiafjord (opm: Oslofjord) bestemd, heeft de 23e dezer op ongeveer 3 mijlen van hier op een klip gestoten en is dientengevolge gezonken. De bemanning is door loodsen en vissers gered. Ook gelukte het een gedeelte van den inventaris te bergen. Het schip is totaal wrak en bereids voor 40 αβ (opm: thalers) verkocht.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Rotterdam-Havre. Afvaarten van beide havens:
4, 9, 14, 19, 24, 29 van iedere maand in verbinding voor passagiers en goederen met de geregelde Amerikaanse postschepen tussen Havre, New York en New Orleans.
De stoompacket SEINE, kapt. Wittenberg, vertrekt naar Havre dinsdag 9 dezer.
Rotterdam-Bordeaux.
Directe dienst in 3 à 4 dagen in correspondentie met de spoorweg tussen Bordeaux en Bayonne, en de stoomboten tussen Bayonne, St. Sebastien, Bilbao en Santander.
De stoompacket GIRONDE, kapt. Van Emmerik, vertrekt van Rotterdam de 21e oktober en van Bordeaux de 31e oktober.
Adres ten kantore van Smith & Co te Rotterdam, P. Grandin te Havre, en Albrecht & Fils te Bordeaux.


  JB - Javabode

Men leest in de Javasche Courant van heden:
Wester-Afdeling van Borneo. De 3e september jl. zijn te Pontianak aangekomen, de gezagvoerder en de bemanning van het verongelukte barkschip DJOHAIA, toebehorende aan de sultan Moeda van Bandjermasin en beladen met steenkolen voor Pontianak.
Volgens verklaring der opvarenden, waren zij de 30e juli van Bandjermasin vertrokken en hadden de volgende dag water in het schip ontdekt. Alle pogingen hadden zij tevergeefs aangewend om het lek te ontdekken, tot welk einde men een gedeelte der lading over boord had geworpen. Toen echter, niettegenstaande het aanhoudend pompen, het water in het schip steeds was vermeerderd, werd door de opvarenden besloten hetzelve op het land te sturen, als het enige middel om het vaartuig voor zinken te behoeden.
De 2e augustus was het schip beoosten Poeloe Mankob, zuidkust van Borneo, gestrand en werd alstoen weder al het mogelijke door de opvarenden in het werk gesteld om het lek op te sporen, terwijl de overgebleven lading, tot op 50 tonnen na, in zee werd geworpen.
Alles bleek echter vruchteloos te zijn, en daar het vaartuig meer en meer in reddeloze toestand verkeerde, besloten de opvarenden, op de 12e dag na de stranding, met de boten te vertrekken. Op 24 augustus waren zij behouden te Soekadana aangeland, van waar zij, na alle hulp te hebben ondervonden, verder naar Pontianak waren doorgereisd.
Toen men deze tijding te Pontianak ontving, was sedert de stranding ongeveer een maand verlopen, en zou het wrak, volgens verklaring der opvarenden wel niets meer te vinden zijn, aangezien het schip reeds bij hun vertrek vol water was gelopen en op een zijde lag.
De posthouder van Soekadana heeft echter zijn onderhorige hoofden aanbevolen, om in geval er iets van de gestrande bark mocht worden opgevist, daarvan onverwijld mededeling te doen.
De schipbreukelingen zijn, na ook te Pontianak van het nodige te zijn voorzien, naar Samarang gezonden, van waaruit beter gelegenheid bestaat om naar Bandjermasin terug te keren.


  JB - Javabode

Batavia, 5 oktober. Gisteren is hier aangekomen het Nederlandse schip BAREND WILLEM, kapt. J.W. Reibers, de 23e augustus vertrokken van Sydney.
Heden zijn hier aangekomen de Nederlandse barken KONINKLIJKE NEDERLANDSCHE YACHTCLUB, kapt. C.M. Nooyen, de 12e juni vertrokken van Rotterdam, en ADMIRAAL DE RUITER, kapt. S. Stapers, komende van Amsterdam.


07 oktober 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 6 oktober. Van goederhand vernemen wij, dat de rederij onder directie van de heer J. van Hoey Smith alhier, op nieuw een, en wel haar vierde, stoomschip uit Engeland heeft ingevoerd. Hetzelve is genaamd de SEINE, gevoerd door kapt. Wittenberg, en is bestemd om haar dienst tussen Rotterdam en Havre uit te breiden.
Wij kunnen niet anders dan deze uitbreiding der stoomvaart toejuichen, daar zij het vertier onzer handelstad aanzienlijk vermeerdert en aldus tot haar welvaart medewerkt.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 10 augustus. Van Samarang wordt gemeld, dat aldaar ter rede op de 5e juli, des avonds ten 8 ure, brand is ontstaan in de Siamese wankang (opm: zeegaande Chinese jonk, platbodem, van 100 - 150 ton) KINPO GOAN, gezagvoerder Khou Tjoa. Aan boord van het mede te dier rede liggende Nederlands-Indische barkschip JUSTINA, kapt. Lewis, werd door de stuurman De Gee het eerst die brand ontdekt. Onmiddellijk snelde hij met een der boten naar het brandende vaartuig en was zo gelukkig 5 Siamese Chinezen uit levensgevaar te redden. Intussen was ook de bootsman van het wachtschip met enige sloepen op zijde van de in nood zijnde wankang gekomen, en viste 13 reeds over boord gesprongen inlandse matrozen op, waarna men de brandende romp op sleeptouw nam en naar de buitenrede bracht, alwaar ten 3 ure de masten overboord vielen en de kruitkamer sprong. In de morgenstond zonk het wrak geheel en al.
Grote dank is men verschuldigd aan genoemde stuurman van de JUSTINA en de bootsman van het wachtschip. Hun vlugge en doeltreffende handelingen toch hebben niet alleen het leven van 18 personen gered, maar ook al de op de rede liggende schepen voor grote rampen behoed. De oorzaak van het ongeluk zelve ligt in het duister, ofschoon sommigen haar aan kwaadwilligheid willen toeschrijven. Omtrent de daardoor te weeg gebrachte schade is nog geen opgave ingekomen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Texel, 5 oktober. Heden morgen is in het Westergat gestrand de Napelse schoener IMPROVISTO, kapt. Vianna, met een lading olie van Sevilla naar Hamburg bestemd. De equipage, uit 6 man bestaande, heeft zich door zwemmen trachten te redden, en zijn daarbij 2 man omgekomen. Het schip zit zeer gevaarlijk en zal bij aanhoudende hevige wind weg zijn.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Norden, 2 oktober. De Nederlandse tjalk HEIKINA, kapt. G.G. Geltes, met een lading hout van Dantzig (opm: Gdansk) naar Halte (opm: westelijk van Papenburg) bestemd, is gisteren op het eiland Juist gestrand. De bemanning is gered en men is bezig om de lading en de vleet (opm: inventaris) te bergen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Stromness, 1 oktober. Het schip (opm: vissersvaartuig) REGT DOOR ZEE, kapt. v.d. Linden, is hier zeer lek binnengelopen en is thans bezig om de lading haring en zout te lossen. (opm: zie NRC 141055)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Gibraltar, 29 september. Het heden alhier gearriveerde Nederlandse schip ZEEMEEUW, kapt. Zwaal, van Triëst naar Stettin (opm: Szczecin) bestemd, heeft te Tarifa aan de grond gezeten en dien tengevolge een lek bekomen. (opm: zie NRC 121055)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Verkoping van schepen in het Nederlansche Koffijhuis te Dordrecht, op zaterdag de 6e oktober 1855:
- Het kofschip ANTHONIJ, in trekgeld NLG 75, in veiling NLG 6400, in slag afgelopen, koper: Van Veen en Kooi, te Amsterdam.
- 1/30e Aandeel in GRAAF DIRK III, in trekgeld NLG 10, in veiling NLG 2050, in slag afgelopen.
- 1/30 Aandeel in dito dito, in trekgeld NLG 10, in veiling NLG 2200, in slag NLG 300 daarboven, opgehouden.
- De twee 1/180 aandelen in het schip ’S HERTOGENBOSCH zijn elk voor NLG 380,- verkocht.


08 oktober 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

St. Thomas, 10 september. Volgens berichten van St. Domingo moet aldaar de 25e en 26e augustus een hevige storm gewoed hebben, welke veel schade aan de scheepvaart berokkend heeft. Onder meer anderen moet er ook een Nederlandse kof gebleven zijn.


09 oktober 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 8 oktober. Het schip MARGARETHA, kapt. A.C. Schaap, van Newcastle alhier aangekomen, heeft op de Zuiderzee twee ankers verloren.


  DC - Dordtsche Courant

Hellevoetsluis, 7 oktober. De Engelse brik GLEANER, eergisteren aan de grond geraakt op de Bol van het Westgat, is door assistentie van de Goeree, vlot gekomen en per BROUWERSHAVEN op het kanaal gesleept.


  AH - Algemeen Handelsblad

Verkoping van schepen, gehouden te Amsterdam op 8 oktober 1855 in de Nieuwe Stads Herberg aan het IJ: het gekoperd tweedeks fregatschip MARIA, kapt. H.D. van Wijk: NLG 35.200, in slag 1800, koper H.J. Rietveld (opm: een makelaar handelende namens W.L van Coeverden en medereders, Amsterdam; nieuwe naam LOUISE WILHELMINE en kapitein F.G. van Campen).


10 oktober 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Publieke verkopingen in het Notarishuis aan de Geldersche Kade te Rotterdam op dinsdag 9 oktober: een overdekt tjalkschip, genaamd de VROUW AALTJE, groot 34 tonnen, met zeilen, ankers, mast, touwen, enz. In trekgeld NLG 950, daarboven NLG 50, verkocht.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Ridderkerk, 9 oktober. Gisteren namiddag ten ongeveer half vier ure, had op de werf van de scheepsbouwmeester Jan Smit aan het Slikkerveer alhier een treurig ongeluk plaats. Men was namelijk bezig met het afbreken ener oude houten loods, en daarmee reeds zo ver gevorderd, dat nog slechts de zeven zware gebinten, door enig latwerk aan elkaar verbonden, overeind stonden. Het daartoe gebezigde latwerk schijnt te licht geweest te zijn, althans het week, en de binten vielen met een vreselijk geweld omver. Zeven personen, op dat ogenblik onder die binten aanwezig, waaronder ook de heer J. Smit, verkeerden in een ogenblikkelijk levensgevaar. Zes wisten zich echter, hetzij door hun vlugheid, hetzij door toeval te redden, en kwamen óf met een lichte wonde óf met de schrik vrij; de zevende echter, zijnde zekere A. van Hout, 13 jaren, wiens vader, op enige passen van hem verwijderd, mede op de werf werkzaam was, had het ongeluk onder een vallend bint te geraken, met dat gevolg, dat hij letterlijk op de plaats dood bleef, zijnde de linkerarm en het rechterbeen bijna geheel verbrijzeld, terwijl ook aan het hoofd een belangrijke kneuzing ontdekt werd.


  JB - Javabode

Batavia, 8 oktober. De 6e oktober zijn hier aangekomen de Nederlandse barken S. VAN HEEL, kapt. Van der Waal, de 22e juni vertrokken van Rotterdam, COPERNICUS, kapt. Van Marion, de 29e juni vertrokken van Rotterdam, JACOB, kapt. Borger, de 9e juli vertrokken van Rotterdam, en SENIOR, kapt. K.L. Swart, de 9e september vertrokken van Hobart Town.
Heden is hier aangekomen de idem bark CORNELIA MATHILDA, kapt. J.J. Muntendam, de 23e juni vertrokken van Schiedam.


11 oktober 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hellevoetsluis, 10 oktober. Het stoomschip SEINE is heden van hier vertrokken naar Havre. (opm: eerste reis)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 10 oktober. Het bomschip OUDE HERSTELLING, stuurman (opm: schipper) L. Smit, met kaas naar Yarmouth gedestineerd, is volgens brief van het Nieuwe Diep van de 9e dezer ten gevolge van het ontvreemden der landvasten, aldaar in de haven op de stenen geraakt, vol water gelopen en daarna gezonken.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Brouwershaven, 10 oktober. Volgens ontvangen bericht van de vuurtoren is heden morgen ten 8½ ure, op de Banjaard gestrand en totaal verbrijzeld een schoenerschip, de naam onbekend. Van de equipage is, voor zover men kon bespeuren, niemand gered. De reddingschokker was buiten. De wind NW, storm.


12 oktober 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Brouwershaven, 11 oktober. Volgens later ontvangen bericht is de soort van het schip, hetwelk, als in ons vorig nommer medegedeeld, gisteren op de Banjaard is verongelukt, niet bepaald op te geven. Het werd zo spoedig omvergeworpen, dat men niet met zekerheid kon zien, of het een brik of een schoener was; en er is niets naders bekend geworden. (opm: zie NRC 141055)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Gibraltar, 1 oktober. Het Nederlandse schip ZEEMEEUW, kapt. Zwaal, van Triëst naar Stettin (opm: Szczecin), hetwelk de 29e september alhier lek binnenliep – zie ons nommer van 7 dezer – heeft een gedeelte der loze kiel verloren en zal moeten lossen om te repareren
.
NRC 131055
Texel, 11 oktober. Alhier zijn heden binnengelopen de schepen EENDRAGT, kapt. Lijsber, als bijlegger van Stockholm naar Rotterdam, met overgeworpen lading, CATHARINA FREDERIKA (opm: kof), kapt. A.P. Smit, van Frederikstad, met verlies van voortuig, en ANNA MARTHA (opm: kof), kapt. H.B. Korfker, als bijlegger van Memel (opm: Klaipeda) naar Schiedam, met overgeworpen lading en andere zeeschade.


13 oktober 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Uit de hand te koop een kofschip, varende onder Nederlandse vlag, gemeten op 96 tonnen, in 1846 nieuw uitgehaald, voorzien van complete inventaris en certificaat van Veritas, en zijnde mede bekend bij de experten der Amsterdamse assurantie compagniën. Nadere informatien bij de heer G. Jansz, zeilenmaker, Haarlemmer-Houttuinen T T 65, te Amsterdam.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 12 oktober. Het schip (opm: bark) JOHANNA MARIA, kapt. J.J. de Jong, van Shields naar Hongkong, is, volgens bericht van Deal van de 11e dezer, aangezeild en heeft daardoor schade aan stuurboord boven water en aan de bezaansteng bekomen, doch was dicht gebleven. Het zou te Ramsgate binnenlopen om te repareren.


  JB - Javabode

Batavia, 12 oktober. Heden zijn hier aangekomen het Nederlandse schip WILHELMINA CLARA, kapt. H. de Wijn, de 7e juli vertrokken van Amsterdan, de dito bark WILLEM DE CLERCQ, kapt. Ouwehand, komende van Amsterdam, en de dito bark KONING WILLEM III, kapt. S.H. Zeilstra, de 22 juni vertrokken van Amsterdam.


  JB - Javabode

Batavia, 12 ioktober. Ter rede van Batavia ligt de Nederlands-Indische bark DJABIR, thans hernaamd ZEVEN GEZUSTERS, kapt. Mohamad.


14 oktober 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlaardingen, 13 oktober. Kapitein Van Noord, voerende het hospitaalschip de DRIE GEBROEDERS, komende van de Noordzee, rapporteert, dat hij de 11e oktober des morgens om 9 uur zich bevond Schouwen Z.O. op 2 mijlen afstand met stormweder en dikke lucht, bij zich hebbende een Amerikaanse schoener en een Nederlands barkschip, beiden met hem om de Noord koersende, tot op 12 vadem water, waarop kapt. Van Noord vol hield, en gelukkig boven de steile punt zeilde, 't welk gemelde schepen niet gelukken mocht, die, volgens vermoeden van kapt. van Noord, ongetwijfeld ten gevolge der dikke lucht en stormweder uit de N.W. op den Banjaard verbrijzeld en de manschappen daarbij omgekomen zijn. (opm: zie NRC 121055)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlie, 11 oktober. Gisteravond is voor deze haven gestrand het Hamburger schoenerschip MINERVA, kapt. Heydenn, met steenkolen van Grimsby naar Hamburg. De equipage is gered, doch het schip zal weg zijn. (opm: zie NRC 181055)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlissingen, 12 oktober. Het te Amsterdam te huis behorende schip (opm: bark) PLANCIUS, kapt. S.J. Rotgans, heeft gisteren hier ter rede schade aan de spil bekomen, hetwelk in de haven zal worden gerepareerd.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Kirkwall, 9 oktober. Het Nederlandse vissersvaartuig REGT DOOR ZEE, schipper van der Linden, hetwelk den 1e oktober hier lek binnenliep – zie NRC van 7 dezer – is afgekeurd. Dit vaartuig is 57 jaar oud en totaal verrot en wanneer het op zee door slecht weder was belopen, dan was zeker de gehele bemanning, 14 in getal, daarbij omgekomen, dewijl er in geval van nood, zelfs geen boot aan boord was.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Helgoland, 11 oktober. Gisteren is in een hevige N.W. storm op Sand-Insel (opm: waarschijnlijk wordt het eilandje Düne oostelijk van Helgoland bedoeld) gestrand de Nederlandse tjalk ANNECHINA, kapt. Bekkering (opm: ANNECHIENA, kapt. J.J. Bekkering), van Amsterdam naar Tonningen (opm: Tönning) bestemd. De equipage is gered. (opm: zie NRC 221055)
In die storm zijn eveneens gestrand de (opm: buitenlandse) turftjalken FR. GEERTJE, schipper De Buhr, VENNO, kapt. Dieckman, en VIER GEBROEDERS, kapt. Kihlohr. De equipages zijn gered.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlissingen, 12 oktober. Heden namiddag omstreeks 2 ure is van de Marinewerf te water gelaten Zr.Ms. kuilkorvet met stoomvermogen PRINSES AMALIA, welke in 1853 is op stapel gezet en waarvan de indienststelling bepaald schijnt te zijn tegen het aanstaande voorjaar. Op het ogenblik dat het vaartuig te water liep, stortte de tribune in, die voor de autoriteiten en hun dames opgeslagen was. Het ongeluk had slechts weinig betekenende kneuzingen en overigens schrik en verwarring ten gevolge.


15 oktober 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Deal, 12 oktober. Door het alhier binnengelopen Nederlandse schip (opm: brik) LAUWERZEE, kapt. Ter Huyzen Kuiper, is de 6e dezer op 54º N.B. en 00º49' O.L. het wrak van een schoener gepasseerd, waarop in vergulde letters HENDRIK AL te lezen stond. Door het slechte weder kon men niets verder opnemen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Falmouth, 12 oktober. Het schip VROUW AALJE, kapt. Van Ketwig, van Newcastle naar Konstantinopel (opm: Istanbul), is hier met schade wegens aanzeiling binnengelopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Cuxhaven, 1 oktober. De Nederlandse koffen HERMINA, kapt. Bakker, van Brevig naar Groningen, en EENDRAGT, kapt. Schuitema, van Oudsoen naar Delfzijl, en de tjalk IDA JASPERDINA, kapt. Bootsman, van Heiligenhafen naar Dordrecht, bestemd, zijn alhier binnengelopen. De beide eerste met verlies van zeilen enz. de laatste met verstopte pompen. Ook de Nederlandse koffen MARIANNA MARGARETHA, kapt. Hut, van Antwerpen naar Lübeck, en WINSCHOTERZIJL, kapt. H.J. Mooy, van Fredrikstad naar Termunterzijl bestemd, zijn hier voor noodhaven binnengelopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Texel, 13 oktober. Heden vertrok van hier naar Hull het stoomschip NOORD HOLLAND, kapt. Blad. (opm: eerste reis)


16 oktober 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 15 oktober. Op ’s Rijks werf te Amsterdam heeft de publieke aanbesteding plaats gehad van het opmetselen en verrichten van de verdere voorzieningen en werkzaamheden ter reconstructie van de grote scheepshelling no. 2, waarvan de aannemer werd de heer J. Rietsnijder voor de som van NLG 20490.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Cuxhaven, 13 oktober. De Nederlandse kof HILLECHINA, kapt. Jonge, van Fredrikstad naar Harlingen, is hier met verlies van boegspriet en zeilen binnengelopen en het schip ONDERNEMING, kapt. Koetse, van Frederikstad naar Delfzijl wegens tegenwind.


  DC - Dordtsche Courant

Wijk aan Zee, 12 oktober. Het smakschip CATHARINA SOPHIA, kapt. Spanger van IJstad met erwten geladen naar Dordrecht, gisteren op de hoogte van ons dorp gestrand, is heden nacht geheel uit elkander geslagen, terwijl het strand met wrakhout en erwten als bezaaid was, De equipage is door onze reddingsboot aan wal gebracht.
(opm: volgens de in 1846 door Jan Pattje, Waterhuizen aan kapt. Johannes H. Spanjer verstrekte bijlbrief was het schip een tjalk; zie ook NRC 131055)


  DC - Dordtsche Courant

Zierikzee, 12 oktober. Alhier is aangebracht een plank, waarop staat: FRIENDS OF LIBERTY en daaronder LYNX. Volgens alhier ontvangen bericht, zouden een of meer schepen op de Banjaard gestrand zijn.


  DC - Dordtsche Courant

Cuxhaven, 12 oktober. Alhier is lek en met verstopte pompen binnengelopen de tjalk IDA JASPERDINA, kapt. Bootsman, van Heiligenhafen naar Dordrecht bestemd.


17 oktober 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Brouwershaven, 16 oktober. Het schip BROEDERLIEFDE, kapt. Sap, van Memel (opm: Klaipeda), is hier heden binnengekomen met verlies van anker en kabel. (opm: zie NRC 231055)


  JB - Javabode

Batavia, 14 oktober. Heden is hier aangekomen de Nederlandse bark JEANNETTE CORNELIA, kapt. Veldman, de 16e mei vertrokken van Hamburg.


18 oktober 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 17 oktober. De Hamburger schoener MINERVA, kapt. Heydenn, van Grimsby naar Hamburg, bij ’t Vlie gestrand – zie ons nommer van 14 dezer – is volgens brief van Texel van de 16e dezer, met de lading in het zand geweld en zal totaal weg zijn. De tuigage en de zeilen zijn geborgen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Coxhaven, 14 oktober. De Nederlandse kof EENDRAGT, kapt. Camminga, met een lading raapzaad van Stettin (opm: Szczecin) naar Amsterdam bestemd, is hier lek en met verstopte pompen binnengelopen.


19 oktober 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlie, 16 oktober. Ahier is als bijlegger binnengekomen het schip VERTROUWEN, kapt. Enninga, van Anklam (opm: Mecklenburg-Vorpommern), wegens lekkage en andere zeeschade.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 17 oktober. De stoomboot FLEVO, de 17e des morgens ten 8 ure met moeite de haven van Harlingen uitstomende, bleef, in weerwil dat alle kracht werd aangewend, bewegingloos in zee liggen. Intussen hoorde men aan boord, dat de directie aan een machinist-leerling de boot had toevertrouwd en de machinist die morgen had bedankt.
De directie zag zich genoodzaakt, na een uur toevens, de kleine boot uit te zetten en de oude machinist op te zoeken, welke aan boord kwam en binnen 2 minuten de machine weer in volle werking bracht, zodat de passagiers vrolijk wegstoomden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Lysekil, 8 oktober. Het wrak van de gestrande Nederlandse kof ARENDINA ELISABETH – zie ons nommer van 5 dezer – is, ongeborgen op de strandingsplaats, voor 1001 αβ Bco (opm: thalers) verkocht.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Men is van mening, ten overstaan van de te 's Gravenhage residerenden notaris C.J. Schiefbaan, op dinsdag de 23e oktober 1855, des voormiddags ten 10 ure, aan het strand te Loosduinen, in het openbaar à contant te verkopen het ter plaatse voormeld gestrande schoener-galjootschip, ANNE MARIA DOROTHEA, met inventaris. Alles dagelijks te dier plaatse te bezichtigen.


  LC - Leeuwarder Courant

Leeuwarden, 18 oktober. De 13e oktober j.l. is op het Oosteinde van het eiland Ameland, ten gevolge van in zee bekomen lekkage en andere schade op de reis van Ostrisöer naar Termunterzijl, gestrand het Nederlands tjalkschip ZWAANTINA, kapt. S.J. Gruppelaar, beladen met hout. De equipage, bestaande uit drie personen, is gered, en de lading en tuigage onder directie van de burgemeester geborgen. Het schip echter is, als geheel wrak geworden, verloren.


20 oktober 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 19 oktober. De schepen REGINA HILLECHIENA (opm: kof), kapt. Scholtens (opm: H.J. Scholten), van Ystad herwaarts gedestineerd, en MARGARETHA (opm: kof), kapt. De Jong (opm: P.M. de Jonge), van de Oostzee naar de Maas, zijn volgens brief van Delfzijl van de16e dezer, de 13e dito aldaar binnengelopen, het eerste met gescheurde zeilen en het laatste met gescheurde zeilen en slagzijde.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Yarmouth, 16 oktober. Het schip ELIZABETH, kapt. Palmer, van Stockton (opm: Stockton-on-Tees) naar Rotterdam, is alhier met gebroken grote mast binnengebracht.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Heden overleed onze waarde en zeer geachte vader en behuwd-vader, de weledele heer Hubertus Montauban van Swijndregt in de ouderdom van 76 jaren.
Rotterdam, 16 oktober 1855 Uit aller naam F.N. Montauban van Swijndregt


  JB - Javabode

Batavia, 17 oktober. Heden is hier aangekomen het Nederlandse schip ECONOMIST, kapt. Olivier, de 12e juni vertrokken van Napels.


21 oktober 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Elseneur (opm: Helsingör), 15 oktober. De kof CATHARINA, kapt. Evers, van Dantzig (opm: Gdansk) met een lading hout naar Londen bestemd, is hier heden lek binnengelopen en moet lossen om te repareren.


22 oktober 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Helgoland, 18 oktober. De Nederlandse tjalk ANNECHINA, welke op Sand-Insel (opm: waarschijnlijk wordt het eilandje Düne beoosten Helgoland bedoeld) gestrand is – zie ons nommer van 14 dezer – is totaal verbrijzeld.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Archangel, 6 oktober. Het Nederlandse schip EENSGEZINDHEID, kapt. P. de Groot, kwam gisteren na een voorspoedige reis van 20 dagen voor onze baar aan, doch had het ongeluk daarop vast te raken. Spoedig daarna verhief zich een hevige storm, welke het vaartuig in korte tijd totaal wrak maakte. De bemanning is gered.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. J. de Rooij, makelaar, zal op maandag de 12e november 1855, des avonds ten 6 ure, te Amsterdam in de Nieuwe Stads Herberg aan het IJ verkopen: een extra ordinair welbezeild, in den jare 1846 nieuw gebouwd schoener-kofschip, varende onder Nederlandse vlag, genaamd HIJLKE TROMP, gevoerd door kapt. H.P. Mooi, volgens Nederlandse meetbrief lang 23 el 40 duim, wijd 4 el 55 duim, hol 2 el 50 duim en alzo gemeten op 118 tonnen of 62 lasten. Breder bij inventaris en bericht bij bovengemelde makelaar. Het schip ligt alhier in de Scheepsmakershaven.


23 oktober 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 22 oktober. Heden is aan de werf van de heer Cornelis Smit te Alblasserdam van stapel gelopen het barkschip MAARTEN VAN ROSSEM, groot omtrent 400 lasten, zullende gevoerd worden door kapt. G.F. Rijken. Dit schip is bestemd voor de grote vaart en gebouwd voor de rederij te Zaltbommel onder administratie der heren van Overzee & Co te Rotterdam.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 22 oktober. De 21e oktober werd te Medemblik van de scheepstimmerwerf van de heren Tinkelenberg & Zonen met het beste gevolg te water gelaten het schoener brikschip FENNA, gebouwd voor rekening van de heren Spekman en Hurrelbrink te Amsterdam, en gevoerd zullende worden door kapt. J. Caspers, terwijl onmiddellijk daarna de kiel werd gelegd van een brikschip, genaamd HARMANUS, groot plm. 150 gemeten lasten, voor dezelfde rederij.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 22 oktober. Het schip (opm: kof) ELSIENA, kapt. J.H. Duintjer, van Horsens naar Groningen, is, volgens brief van de Zoltkamp van de 20e dezer, na de 9e dito voor het Vriesche Gat te zijn geweest en een loods aan boord gekregen te hebben, teruggestormd en de 13e dito te Steurorth op de Elve binnengelopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Brouwershaven, 22 oktober. Het schip BROEDERLIEFDE, kapt. Sap, zette heden van hier haar reis naar Antwerpen voort. (opm: zie NRC 171055)


  DC - Dordtsche Courant

Men schrijft uit Vlissingen dato 18 oktober, aan de Amsterdamsche Courant: Heden zal men Zr.Ms. schroefstoomschoener MONTRADO, luit. ter zeer Andrea, uit ‘s rijks dok ter rede dezer stad halen, om binnen weinige dagen de reis naar Java te ondernemen (opm: zie NRC 241055).
Men is hier beducht voor het lot van Zr.Ms. schoener ATTALANTE, luit. ter zee 1ste klasse Kroeff, aan boord van welke bodem zich een wetenschappelijke commissie bevond, om in de Noordzee zekere proeven met het aan boord nemen van water te nemen. Hier binnengevallen schepen, welke met vreselijke stormen moeten worstelen, en welker gezagvoerders de oorlogsschoener hebben gezien, en later niet meer konden ontdekken, zijn zeer bevreesd dat een zeeramp dat schone vaartuig heeft getroffen; die vrees vond hier voedsel, doordien de schoener slechts voor weinige dagen op reis was, en men tot heden van het binnenvallen in een der Britse zeehavens niets heeft vernomen.
Ter wegneming van de bezorgdheid, welke hier bovengesteld bericht uit Vlissingen nopens Zr.Ms. schoener ATTALANTE doet ontstaan, en wel in het belang van diegenen, wier betrekkingen zich dáár aan boord bevinden, bevat de NRC een schrijven uit Utrecht, d.d. 21 van de luit. ter zee 1ste klasse J. van Gogh, waarin deze meldt, dat hij zaterdag 20 dezer, ’s namiddags ten 4 ure, gemeld vaartuig in de Noordzee verlaten heeft, en het toen in goede staat zeilende was op de hoogte van Kamperduin.


24 oktober 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 23 oktober. Men schrijft uit 's Gravenhage aan de Amsterdamsche Courant, dat Zr.Ms. schroefschoener MONTRADO, die, blijkens de in de vorige week op de rede van Vlissingen gedane proeftocht, thans in alle opzichten, als stoomschip en zeilschip, voldaan heeft, met de eerste gunstige gelegenheid het vaderland zal verlaten, met bestemming naar Oost-Indië. Tegen medio november zou de MEDUSA insgelijks derwaarts vertrekken.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Terschelling, 14 oktober. Het Deense schip MARIA, kapt. Asmussen, van Aarhus naar Londen, is alhier in de nabijheid verongelukt.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Gibraltar, 13 oktober. De alhier in averij binnengelopen schoener ZEEMEEUW, kapt. Zwaal – zie NRC van 12 dezer – gaat voort met de lading te lossen. Het grootste gedeelte is zwaar beschadigd en zal publiek verkocht worden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Sydney, 15 juli. Het Nederlandse schip (opm: fregat) BAREND WILLEM, kapt. J.W. Retgers, hetwelk de 29e juni alhier arriveerde, heeft ten gevolge van slecht weder verscheiden zeilen en een gedeelte der verschansing verloren. Een man is van fokkera gevallen en heeft daarbij het leven verloren.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Nieuwediep, 22 oktober. Het schip PRUDENCE kapt. Hazewinkel Hzn, van Londen met rijst naar Amsterdam, is gisteren nacht in de Eijerlandsche gronden gestrand, doch het volk gered. (opm: zie volgend bericht)


  JB - Javabode

Batavia, 21 oktober. Heden zijn hier aangekomen de Nederlandse barken GUURTJE EN MARIA, kapt. B. Wels, de 28e juni vertrokken van Rotterdam, JOHANNA HENDRIKA, kapt. Haek, de 30e juni vertrokken van Liverpool, en KONING EN VADERLAND, kapt. Van Bruggen, de 22e juli vertrokken van San Francisco.


  OP - Oostpost

Soerabaija, 24 september. Heden werden bij het hoofd van het eiland Ra-as, onder Sumanap, door een djoeragan van die plaats acht schipbreukelingen aangebracht, die hij op een reis naar Panaroekan drijvende in zee op een omgeslagen vaartuig had gered. Deze schipbreukelingen waren opvarenden van een schoener, toebehorende aan zekere Pa Maleija, van Soerabaija, en gevoerd door de Chinees Tam. Zij waren op een reis van Balie naar Soerabaija op de hoogte van Talagawoeroeng door een hevige wind overvallen, waardoor de schoener was omgeslagen. (opm: door de namen van de eigenaar en de gezagvoerder zal de naam van deze schoener waarschijnlijk zijn te achterhalen; de Oostpost citeert dit bericht uit de Javasche Courant, vandaar een maand verschil)


25 oktober 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 24 oktober. Het schip PRUDENCE, kapt. Hazewinkel Hzn, van Londen herwaarts gedestineerd, in de Eijerlandsche gronden gestrand – zie ons vorig nommer – is volgens brief van Texel van 24 dezer, na een gedeelte der lading in een lichter gelost te hebben, de vorige avond weder af en voor de Roggesloot ten anker gebracht.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 24 oktober. Het schip (opm: bark) GEZUSTERS, kapt. E. Verginius, van Akyab (opm: Sittwe) naar hier gedestineerd, is de 14e augustus lek te Simonsbaai binnengelopen.
(opm: zie DC 011255)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Sydney, 15 juli. De desertie van het scheepsvolk blijft hier voortdurend bestaan en brengt de kapiteins soms in grote ongelegenheid. Er is bijna niet één Nederlands schip in onze haven, waarvan niet het grootste gedeelte der equipage gedurende het verblijf hier weg loopt.
Ofschoon het aan de ijverige nasporingen van de politie hier dikwijls gelukt hen weder aan boord te brengen, zo gaat er soms een geruime tijd verloren, alvorens men alle op een schip behorende matrozen op het spoor is. Kapt. A. Glazener Jr. (opm: bark EGMOND EN HOORNE), welke zeilklaar ligt, kan niet uitzeilen, uit gebrek aan scheepsvolk. Wellicht dat de hoge gages, die men in dit land de matrozen aanbiedt, de hoofdoorzaak van die menigvuldige deserties is.


  DC - Dordtsche Courant

Vlie, 19 oktober. Alhier zijn aangespoeld: 20 drieduims grenen planken, gemerkt C.F.W., 2 Noorse balken benevens een gaffel.


27 oktober 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Harwich, 24 oktober. Het Nederlandse schip (opm: sloep) EENDRAGT, kapt. C. Kaspersma, van Londen naar Workum, is heden morgen in de Swin door een stoomboot aangezeild en alhier met zware averij binnengebracht.


  DC - Dordtsche Courant

Te Sydney zeilklaar, 17 juli, EGMOND EN HOORNE (opm: fregat), kapt. A. Glazener, naar Batavia, kon wegens gebrek aan volk de reis niet voortzetten (opm: vermoedelijk gedrost om in Australië te blijven).


  JB - Javabode

Batavia, 22 oktober. Heden is hier aangekomen de Nederlandse bark HUGO GROTIUS, kapt. J. Glazener, de 11e juli vertrokken van Rotterdam.


29 oktober 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Cuxhaven, 26 oktober. De stoomboot GOUVERNEUR VAN EWIJCK, van Hamburg naar Amsterdam, is met schade aan de machine uit zee teruggekomen en alhier op de rede geankerd.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Kaap de Goede Hoop (Simonsbaai), 26 augustus. Het Nederlandse schip (opm: bark) RABENHAUPT, kapt. Rijken (opm: L.R. Rijkens), van Java naar Amsterdam bestemd, is hier heden met averij binnen gelopen.


30 oktober 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Husum, 26 oktober. Het schip WILLEM, kapt. Kröger, van Tetenbüllspieker (opm: Eiderstedt; 54º21’ N.B. 08º49’ O.L.) naar Amsterdam, is alhier met verhitte lading binnengelopen.


31 oktober 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Antwerpen, 30 oktober. De Nederlandse kof ELSINA CATHARINA, kapt. W.H. Scholten, van Antwerpen naar Hamburg bestemd, is de 28e dezer op de hoogte van Texel in zinkende staat geabandonneerd. De equipage is gered en alhier aangebracht. (opm: zie NRC 151155)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Ramsgate, 27 oktober. Het Nederlandse schip (opm: brik) HERMANUS FRANCISCUS, kapt. E.H. Mastdorp, van Amsterdam naar New-York bestemd, is hier met verlies van zeilen, anker en ketting binnengelopen. (opm: zie NRC 031155)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

San Francisco, 19 september. Het Nederlandse schip (opm: bark) GEERTRUIDA MARIA, kapt. C. Spiegelberg, van hier naar Callao bestemd, is na op 15º N.B. en 46º W.L. (opm: voor de lengte dient waarschijnlijk 146º00’ te worden gelezen) te zijn geweest, de 7e dezer met schade uit zee geretourneerd. Het schip werd de 8e en 9e augustus op bovengenoemde hoogte door een orkaan belopen, nadat het reeds de 5e op 24º NB en 119º W.L. er een doorgestaan had.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 30 oktober. Kapt. Apeness, voerende het schip CHRISTIAN AUGUST, rapporteert de 12e dezer op 55º38’ N.B. en 06º11’ O.L. gepasseerd te zijn een Nederlandse kof, masteloos en door het volk verlaten.(opm: zie ook NRC 021155)


  JB - Javabode

Omtrent het thans ter rede van Batavia liggende fregatschip, WILLEMINA EN CLARA (opm: eerste reis), gezagvoerder H. de Wijn, nemen wij het volgend, uit een Amsterdams dagblad getrokken artikel over.
Bedriegen wij ons niet, dan was voorzeker de blik van vele stadsgenoten en vreemdelingen dezer dagen reeds dikwijls op een fraai, nieuw, kampagne fregatschip gevestigd ongeveer op de hoogte van de Kweekschool in lading liggende, en dat door zijn ranke en sierlijke bouw en tuigage, de aandacht der wandelaars langs de Buitenkant onwillekeurig aantrekt en boeit. Levendig belangstellende in alles wat de vaderlandse nijverheid betreft, en hogelijk ingenomen met hetgeen haar tot eer verstrekt, maken wij er ons een genoegen van en geloven tevens een plicht te vervullen, door enige regels te wijden aan de WILLEMINA EN CLARA, geheel volgens systeem van de scheepsbouwmeester F.F. Groen op zeilage en lading gebouwd, en door onpartijdige deskundigen met de meeste lof besproken, niet twijfelende aan het snelzeilen en goed manoeuvreren van deze bodem, in alles buitengewoon hecht en sterk verbonden niet alleen, maar tevens met zoveel pracht volbouwd.
De afmeting is als volgt: oversteven, lang 43,75 Nederlandse el; binnen de huid, wijd 10,20; hol 6,25. Is de uiterlijke vorm gunstig en bekoorlijk, reeds bij de eerste voet op het dek, ontwaart de bezoeker dat het inwendige het uitwendige niet beschaamt. Al dadelijk toch wordt de aandacht getrokken door een zogenaamde laadlier, van buitengewone kracht, waaraan een middel verbonden is om twee pompen met zo grote spoed te doen werken, dat men in vijf minuten 1.500 Nederlandse kannen water daarmede opbrengt. Zo is ook de kleine ijzeren gangspit, voor op de bak, bijzonder gemakkelijk tot verhalen ingericht, en laat deze benevens de zeer doelmatige ankerpompspil niets te wensen over. De grote en voorbramtoppen zijn voorzien van conductors en bliksemafleiders, eenvoudig en doelmatig aangebracht. Ook verdient nog, eer wij het dek verlaten, een geheel verborgen perspomp vermelding, achter op het schip geplaatst, en bestemd om zonder putsen de kampagne schoon te maken en tevens voor brandspuit ingericht.
Zeldzaam rijk en prachtig is de kajuit, en de aanblik als men haar, langs de gemakkelijke trap afgedaald, binnentreedt, is inderdaad betoverend. Hoog en ruim van afmeting, zo groot dat men des verkiezende een deel voor damessalon kan afschutten, en met uitstekende smaak gedecoreerd, betimmerd met de fijnste houtsoorten, van fraai verguld lofwerk op witte grond voorzien, levert ieder gedeelte overvloedige stof tot beschouwing, en tot hulde tevens aan allen die, tot de voltooiing en verfraaiing bijdroegen; terwijl bij al die schoonheid en pracht het doeltreffende nergens vergeefs wordt gezocht, maar de kleinste ruimte aan nut of gemak is dienstbaar gemaakt. Behalve de goed ingerichte kapiteinskamer, en een grote kamer met keurige ijzeren ledikanten, net behangen en gedrapeerd, en geheel zo comfortabel ingericht, dat men veeleer een elegant boudoir dan een scheepsvertrek denkt binnengetreden te zijn, heeft men buitendien 12 zeer ruime, met ledikanten en andere gemakken voorziene passagiersvertrekken, waarin goed gezorgd is voor verse lucht en licht, alle uitkomende in de grote kajuit, en die niet alleen geheel afzonderlijk gebruikt, maar ook desverkiezende verenigd kunnen worden, door het openen van binnendeuren. Alles, in één woord, is met het grootste comfort voor passagiers ingericht, en meer gemak, ja weelde zouden wij haast zeggen, is aan boord van een soortgelijk schip niet denkbaar, terwijl onder de vele voordelen, die deze bodem hun aanbiedt, ook dit niet mag worden voorbijgezien, dat er een zeer ruime gelegenheid is voor berging van passagiersgoederen, gedurig en zonder moeite voor hen toegankelijk, en die zich aan de voorkant der grote kajuit bevindt, alwaar tevens de verblijven van de stuurlieden en de dokter worden aangetroffen.
Wij brengen welgemeende hulde en lof aan de heer G.W. van Barneveld Kooy, voor wiens rekening deze zo uitstekend fraaie bodem werd gebouwd, dat hij een kundig scheepsbouwmeester als de heer F.F. Groen onbekrompen gelegenheid schonk zijn studie zó in praktijk te brengen. Viel deze daardoor een benijdenswaard geluk te beurt, dat menig talentvol man, helaas! mist, hij mocht zich tevens verheugen in de loffelijke medewerking van de Gebr. Schulte, in wier meer en meer gerenommeerde fabriek het ijzer en gietwerk werd vervaardigd, terwijl de heer P. Schut, scheepsbeschieter, er mede blijkbaar een eer in gesteld heeft zich in zijn vak te onderscheiden. Hartelijk wensen wij, dat het gunstig getuigenis van deskundigen over de volbrachte arbeid, alleszins door de geschiedenis der WILLEMINA EN CLARA, bevestigd worde, en deze bodem lang zij en blijve niet slechts een bron van voordeel, maar tevens een sieraad onzer koopvaardijvloot, en de eer der Nederlandse scheepsbouwkunst op de grote wateren glansrijk ophoude!


  JB - Javabode

Batavia, 30 oktober. Gisteren zijn hier aangekomen de Nederlandse barken DOROTHEA, kapt. A. van der Kolk, de 17e juli vertrokken van Napels, JOHANNA CHRISTINA, kapt. J.H. van Santen, de 25e juli vertrokken van Amsterdam, NIJVERHEID, kapt. Kerkstra, de 28e september vertrokken van Melbourne, en JACOB ROGGEVEEN, kapt. J. van Marken, de 14e september vertrokken van Sydney, en de dito brik LOUISA, kapt. Siedenburg, de 14e juli vertrokken van Livorno.
Heden zijn hier aangekomen de dito bark VAN VAN BRAKEL, kapt. Hessing, komende van Amsterdam, en de dito bark ZWARTE ZWAAN, kapt. Muller, komende uit Nederland.


  OP - Oostpost

Batavia. Ten 10 ure 30 minuten namiddag van de 20e oktober, bemerkte men van Zr.Ms. korvet BOREAS, alhier ter rede, dat er uit de kajuitspoorten van het Nederlands koopvaardijschip EGMOND EN HOORNE rook opsteeg, welke snel toenam. Het genoemde schip had zijn vlag omgekeerd gehesen.
Terstond werd de barkas met de brandspuit en twee sloepen van de korvet ter hulp gezonden, onder de luitenant ter zee 2e klasse J.C. Oudraat, vergezeld van een wacht van mariniers, terwijl de BOREAS aan de andere oorlogsvaartuigen (de BANDA en ARUBA) sein werd gedaan om insgelijks hulp te verlenen. Ook een menigte koopvaarderssloepen boden zich aan, en werden onverwijld naar het brandende schip gezonden. Hoezeer dit laatste bijna op de grenzen van de rede lag, kwamen de ter hulp snellende vaartuigen spoedig in zijn nabijheid, zodat na een zeer kort verloop van tijd de brandspuiten aldaar in werking waren. Ook van het havendepartement waren twee grote brandspuiten gezonden.
Doordien de brand in het ruim ontstaan, en de luiken tot afwering van lucht dichtgespijkerd waren, bleek het water van de spuiten onvoldoende te zijn om de brand te blussen. De luitenant Outraat, in overleg met de opperstuurman, besloot derhalve het vaartuig buiten de ter rede liggende schepen te brengen, en het op een geschikte plaats op droog te zetten, ten einde de overige schepen voor schade te behoeden, en zo mogelijk nog een gedeelte van lading en inventaris te redden. Dit werd op enige afstand bewesten de rivier met het beste gevolg ten uitvoer gebracht.
Ten 8 ure des avonds van die dag duurde het smeulen in het brandende schip nog voort, en was zelfs toenemend. De brandspuit van de BOREAS was intussen onbruikbaar geworden, weshalve men de barkas bezigde tot het overbrengen der geredde goederen naar de BOREAS.
Gistermorgen (21) ten 7 ure was de brand nog aan het toenemen. Ofschoon door de genoemde oorlogsbodems en door een paar koopvaardijschepen de meeste ijverige hulp werd betoond, bleek het echter dat het blussen van de brand niet mogelijk was. Het gelukte evenwel een groot gedeelte van de goederen, instrumenten, tuigage en inventaris behouden op de BOREAS over te brengen, hetwelk niet weinig te danken was aan de voorbeeldige inspanning en stipte orde welke de bemanningen der oorlogsvaartuigen alles tot hulp en redding aanwendden.


01 november 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hamburg, 29 oktober. De stoomboot GOUVERNEUR VAN EWIJCK, welke met schade uit zee geretourneerd is – zie ons nommer van 29 oktober – is heden aan de stad gekomen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Cuxhaven, 29 oktober. De Nederlandse ever KROOGER KOOG, kapt. Brouwer, van Amsterdam naar Memel (opm: Klaipeda), is alhier met averij binnengelopen.


02 november 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Margate, 30 oktober. De Nederlandse schoener JANTJE MEIJER, kapt. D.T. de Jonge, is deze morgen op de Kentish Knock (opm: ook wel Knock, Kinters Knock en/of Kentis Knock genoemd; bank in de aanloop naar de Theems; 51º37’ N.B. 01º31’ O.L.) geraakt en totaal vergaan. De equipage heeft zich in de boot gered, is later opgevist en alhier aangebracht. (opm: zie NRC 151155)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Memel (opm: Klaipeda), 25 oktober. Het schip (opm: kof) AURORA, kapt. P.G. Lestuijver, alhier in de haven liggende, is in een hevige storm uit het westen driftig geworden en aan de grond vastgeraakt. (opm: zie NRC 041155)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Björring, 25 oktober. Kapt. Sörensen, van Engeland te Nyekiobing (opm: Nykøbing) aangekomen, rapporteert de 14de dezer op 5539’ N.B. en 0554’ W.L, drijvende gezien te hebben een Nederlandse kof, masteloos, door het volk verlaten en met schoon dek. (opm: zie ook NRC 311055)


  LC - Leeuwarder Courant

Leeuwarden, 1 november. De 28e oktober l.l. is op het eiland Ameland gestrand ten gevolge van in zee (opm: op 26 oktober tijdens een storm) bekomen lekkage, verlies van mast en andere schade, het Nederlands kofschip GEZIENA, kapt. J.I. van der Woude(opm: GEZINA GEZINA, bouwjaar 1840; kapt. Jan Imes van der Woude), in ballast van Duinkerken naar Hartlepool bestemd. De schepelingen, vijf in getal, zijn gelukkiglijk gered, terwijl de tuigage en scheepsgoederen geborgen zijn. Het schip is echter geheel wrak geworden en zal verloren zijn. (opm: zie volgend bericht en DC 031155)


  LC - Leeuwarder Courant

De notaris E. Meijer te Holwerd zal op donderdag de 8e november 1855 des morgen 9 uur, bij het pakhuis van strandvonderij-goederen te Nes op Ameland publiek tegen gerede betaling verkopen de bijna compleet geborgen tuigage, gedeeltelijk zo goed als nieuw, van het op de 28e oktober 1855 gestrande Nederlandse kofschip GEZIENA GEZIENA, kapt. J.I. van der Woude, bestaande onder andere in 18 zeilen, 2 ankerkettingen, 4 ankers, 2 trossen, enden dito, paardelijnen, stag, want en ander lopend touwwerk, watervaten, spil, boegspriet, rondhout, koksgereedschappen en een sloep.
Nadere informatiën bij de heer burgemeester van Ameland en bij de kapitein.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Uit de hand te koop een hektjalkschip, genaamd de TWEE VRIENDEN, groot 68 tonnen (24 lasten), met complete inventaris, zo als het ter bezichtiging aan de scheeps- timmerwerf van Wiebe S. van den Berg te Heeg is liggende. Conditiën te vernemen bij R. Bloembergen Santee te Leeuwarden/ (opm: zie ook LC 301155)


03 november 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Helgoland, 30 oktober. De Nederlandse kof ELSINA ENGELINA, kapt. H.H. Lever, van Koningsbergen (opm: Kaliningrad) met lijnzaad en hennep naar Rotterdam bestemd, is gisteravond in een storm uit het oosten op Sand-Insel (opm: waarschijnlijk wordt het eilandje Düne beoosten Helgoland bedoeld) gestrand. De bemanning is gered en ook een gedeelte van de inventaris en lading, welke geheel nat is. Het schip is als wrak te beschouwen. (opm: zie NRC 111155)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Deal, 31 oktober. De gezagvoerder van het alhier in averij binnengebrachte Nederlandse schip HERMANUS FRANCISCUS, van Amsterdam naar New York bestemd, heeft GBP 110 moeten betalen aan de bemanning van het vaartuig, die het schip op een veilige ankerplaats heeft gebracht. (opm: zie NRC 311055 en 061155)
Aan een andere bootsbemanning is GBP 53 toegekend voor de hulp, die zij aan het Nederlandse schip DOLPHIJN, kapt. de Jonge, van Amsterdam naar Napels bestemd, bewezen heeft.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Thisted, 27 oktober. De 25e dezer is bij Tolböll (opm: Tolbøl; 56º48’ N.B. 08º16’ O.L.) gestrand de kof MARGARETHA, kapt. J.J. Pomper, van Brevig (opm: Brevik) met hout naar Delfzijl bestemd. De equipage is gered. Het schip is onmiddellijk na de stranding uit elkander geslagen en er was tot gisteren nog maar weinig van inventaris en lading geborgen. Men hoopt echter van het laatste nog een groot gedeelte te kunnen redden. Van de inventaris zal veel verloren zijn.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Konstantinopel (opm: Istanbul), 22 oktober. De Nederlandse schoener JENNY, kapt. L. Struyk, met een lading suiker op hier bestemd, is de 10e oktober bij Soandere (opm: niet gevonden) aan de grond geraakt, doch kwam met behulp van een stoomboot vlot.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 2 november. Zr.Ms. schepen de AREND en de WESP zijn buiten dienst en het état-major (opm: de staf) op non-activiteit gesteld, om als kostschip te Rotterdam te dienen.


  DC - Dordtsche Courant

De schipper G. van Duin, voerende de schokker van de Zuid-Holllandsche Redding-Maatschappij, van zijn kruistocht aangekomen, bericht, dat hij in de laatste dagen in zee zijnde, grote verbetering heeft bevonden in het gebruik van de geleide-merken voor het Brouwershavense zeegat, als wordende het licht op de Houten Kant, des nachts doorgaande veel sterker, en veel westelijker gezien, om de zeeman van de gevaarlijke Banjaard te leiden.


  DC - Dordtsche Courant

Het schip GESINA GESINA (opm: GEZINA GEZINA, zie o.a. LC 021155), kapt. J.J. van der Woude, in ballast van Duinkerken naar Hartlepool, is op 28 oktober in reddeloze staat, met gekapte bezaansmast, bij Nes op Ameland gestrand, zijnde de 26 door een storm belopen en door het overgaan van de ballast plat op zijde geworpen, het volk is gered, doch het schip zal weg zijn.


  JB - Javabode

Batavia, 2 november. De 30e oktober is hier aangekomen de Nederlandse bark TASMANIA, kapt. B.J. Jonker, de 28e september vertrokken van Adelaide, en de Nederlands-Indische bark OOSTERLING, kapt. J.H. Walter, de 6e oktober vertrokken van Hongkong.
De 31e oktober zijn hier aangekomen de Nederlandse bark TRITON, kapt. H. Olie, de 28e juni vertrokken van Amsterdam, en de dito schoener ANNA MARIA WILHELMINA, kapt. Fisscher, de 7e juli vertrokken van Amsterdam.
Heden is hier aangekomen de Nederlandse bark FACTORIJ, kapt. Jansen, komende van Liverpool.


04 november 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Openbare verkoping op ‘s Rijks werf te Hellevoetsluis op donderdag de 8e november 1855, des voormiddags om 9½ uur, van de navolgende voor ’s rijks dienst af gekeurde artikelen, als: twee loodsboten en toebehoren, lichte vaartuigen, touwwerk, zeilen, vaatwerk, uitrusting-, artillerie- en kommalie goederen, mot. etc.
Al hetwelk daags te voren van 9 tot 12 en van 1 tot 3 ure ter bezichtiging zal liggen, terwijl alsdan tevens van de voorwaarden van verkoop ter secretarie van opgemelde werf inzage verkregen kan worden.
Hellevoetsluis, de 30ste oktober 1855.
De Directeur en Commandant der Marine, F.W. Freudenberg


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Bridlington, 31 oktober. Het Nederlandse schip (opm: kof) ONDERNEMING, kapt. D.H. Tjakkes, van Newcastle naar Amsterdam bestemd, is alhier lek met verlies van boegspriet en voorsteven en andere schade binnengelopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Liverpool, 1 november. Het op 11 september Te Valparaiso aangekomen Nederlandse schip (opm: fregat) IJSSEL, kapt. A. Messen, van Callao naar Engeland bestemd, is lek.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Memel (opm: Klaipeda), 29 oktober. Het schip AURORA, kapt. Lestuiver, alhier in de haven aan de grond vastgeraakt – zie ons nommer van 2 november – is weder in vlot water gekomen.


05 november 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Norden, 31 oktober. De Nederlandse kof KLASINA (opm: mogelijk KLAZIENA), kapt. A.F. Nanning, in ballast naar Noorwegen bestemd, is op Bandsand (opm: waarschijnlijk Bant Sand, een plaat nabij Bantsbalje, 53º33’ N.B. 07º00’ O.L, Duitse wad) verongelukt. De equipage heeft zich in de boot gered.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 4 november. De van Amsterdam op het Nieuwediep langs het Noord-Hollandsche kanaal varende passagiersstoomboot CONSTANTIA is de 2de in volle vaart bij West Grafdijk op de dijk gelopen. Alle pogingen ter afkrijging waren in den beginne vruchteloos. Ten 6½ ure is het echter gelukt dezelve weer vlot te krijgen en de tocht voort te zetten. Het ongeval is veroorzaakt doordien een in volle gang achter aankomende sleepboot in zijn zogwater geraakte. Dit, gevoegd bij het stormachtige weder, veroorzaakte, dat men de nodige stuur op het roer miste.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. H.J. Rietveld & G.J. Boelen, makelaars, zullen op maandag de 19e november 1855, des avonds ten 6 ure precies, te Amsterdam in de Nieuwe Stads Herberg aan het IJ, ten overstaan van een daartoe bevoegd beambte, verkopen een extra ordinair welbezeild gekoperd en kopervast barkschip genaamd de OCEAAN, gevoerd door kapt. J.C. Doekzen; volgens Nederlandse meetbrief lang 36 ellen 80 duimen, wijd 6 ellen 91 duimen, hol 5 ellen 20 duimen, en alzo gemeten op 597 tonnen of 315 lasten. Het schip staat bij Veritas bekend en aangetekend 5/6 L.2.1, zijnde het certificaat afgegeven 11 augustus 1855.
Breder bij inventaris en bericht bij bovengenoemde makelaars, of bij de cargadoors Hoyman & Schuurman.


  JB - Javabode

Batavia, 1 december. Heden is hier aangekomen de Nederlandse bark CASTOR, kapt. Esink, de 11e augustus van Amsterdam vertrokken.


06 november 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 5 november. Volgens brief van kapt. J. Dietrichson, voerende het schip HARMONIE, van Fredrikstad herwaarts gedestineerd, in dato Lyngöer (opm: Lyngør, nabij Gjeving; 58º38’ N.B. 09º07’ O.L.) 28 oktober, was hij aldaar met verlies van deklast en watervaten binnengelopen, na twee malen van voor `t Vlie teruggestormd te zijn. Het schip geen belangrijke schade bekomen hebbende, hoopte de kapitein met de eerste gunstige wind de reis weder aan te nemen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Ramsgate, 2 oktober. Aan de bemanning van het vaartuig, dat assistentie aan het Nederlandse schip HERMANUS FRANCISCUS heeft verleend, is een beloning van GBP 156 toegekend. (N.B: in een vroeger bericht, zie ons blad van 3 dezer, was GBP 110 opgegeven.)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Harwich 2 oktober. Door een alhier gearriveerd vaartuig is in zee drijvende gezien en verlaten een Nederlandse kof. De fokkemast, roef en boten waren weg.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Mauritius, 5 september. Het Nederlandse schip (opm: fregat) KONING WILLEM II, kapt. W. Blaakhert, van Akyab (opm: Sittwe) naar Middelburg, is hier de 29e augustus lek binnen gelopen en is bezig de lading te lossen. (opm: zie NRC 110256)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Verslag over de Staat der Koloniën over het jaar 1853.
Het Nederland eskader in Nederlands Indië was per 1 januari 1853 te samen gesteld uit 29 schepen, bemand met 2053 Europeanen en 559 inlanders, namelijk:
Zr.Ms. fregat PRINS HENDRIK DER NEDERLANDEN, de korvetten VAN SPEIJK, BOREAS en NEHALENNIA, de brik HAAI, de adviesbrik PYLADES, de schoener-brikken PADANG, DOLPHIJN, BANKA, BANDA, AMBON, SAPAROEA, LANSIER, EGMOND en SYLPH, de schoeners ARGO en ARUBA, de roei-kanonneerboot No. 14, en de stoomschepen ARDJOENO, MERAPI, ETNA, VESUVIUS, HEKLA, PHOENIX, SURINAME, SAMARANG, BORNEO, CELEBES en BATAVIA.
Bij het sluiten van het jaar (1853) bestond de zeemacht uit 2 fregatten, 4 korvetten, 1 brik, 1 adviesbrik, 7 schoener-brikken, 2 schoeners, 1 kanonneerboot en 10 stoomschepen, te samen 28 schepen, met een bemanning van 2246 Europeanen en 552 inlanders
De completering der aan Zr.Ms.schepen toegevoegde inlandse bemanning liet weder veel te wensen over.
Gouvernements-schoeners en kruisboten:
Gedurende 1853 waren in dienst drie schoeners van het 1e charter, een schoener van het 2e charter, een stoom-adviesvaartuig en 55 kruisboten.
Maritiem etablissement op Onrust.
Nadat in mei de machtiging tot de aanleg van een drijvend droogdok voor dit etablissement in Indië was ontvangen, is de uitvoering aldaar geregeld bij besluit van 19 juli 1853. De bouw zal plaatshebben bij de scheepsbouwmeesters H. Brouwne en Co te Dassoon in de residentie Rembang, die door vroegere leveringen aan het Gouvernement zich daarvoor als geschikt hebben doen kennen, ten einde geen stoornis te brengen in het gewone werk voor het zeewezen op de landstimmerwerven. Het dok zal groter en in enige punten beter ingericht zijn dan dat van Soerabaija, en wel lang 73, breed 22 en hoog 9 Nederlandse ellen (opm: meters), zodat zware fregatten met hulpstoomvermogen en stoomschepen van groot charter in hetzelve zullen kunnen opgenomen worden.
De werkzaamheden ten behoeve van de oorlogsmarine hebben niet veel te beduiden gehad. Het is opzettelijk vermeden voorzieningen van enige omvang aan Zijner Majesteits schepen op Onrust te doen bewerkstelligen, tot dat er een dok en andere hulpmiddelen zullen zijn, die het werk spoedig doen aflopen en daardoor de uitwerking der ongezondheid van het eiland verminderen. (opm: beknopt)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 5 november. Heden morgen te 8½ ure zijn de stoomboten JOHAN DE WITT en KOOPHANDEL op de rivier, even boven Kralingen, in volle vaart tegen elkander gevaren. De beide vaartuigen hebben aanzienlijke schade bekomen.


  DC - Dordtsche Courant

Dordrecht, 5 november. Aan de Firma van Jacobus Verschure en Co. te Waalwijk, is een uitstel van zes maanden bewilligd tot het in werking brengen der stoombootdienst van het Capelsche veer op Rotterdam en omgekeerd, welk uitstel gerekend wordt in te gaan met 7 november.


  AH - Algemeen Handelsblad

Verkoping van schepen, gehouden op 5 november 1855 te Amsterdam in de Nieuwe Stads Herberg aan het IJ:
- Het gekoperd en kopervast fregatschip OOST-INDIËN, kapt. E.E. Mos: NLG 40.100, in slag NLG 2200, koper: C.S. Oolgaard.
- Het gezinkt kofschip ONDERNEMING, kapt. W.J. de Groot: NLG 2475, in slag NLG 75. Opgehouden.


07 november 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Te Rotterdam ligt in lading naar Batavia en Soerabaya voor passagiers en goederen het nieuw en op de zeilage gebouwde gekoperde barkschip CORNELIA, kapt. J.A.N. Schagen van Leeuwen, hebbende uitmuntende inrichting voor passagiers en voerende een geëxamineerde scheepsdokter. Het vertrek is bepaald op 26 november. Adres bij de cargadoors P. Varkevisser & Zonen alhier, en Blikman & Co te Amsterdam. (opm: eerste reis)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 8 september. De berichten uit Banka over juli 1855 luiden onder meer andere als volgt: Van de administrateur van Soengijliat was het bericht ontvangen, dat de gezagvoerder en een gedeelte der bemanning van de Indische schoener FATUL WAHAP, welke komende van Balie en bestemd naar Singapore, op een klip, tussen Billiton en de Karimata eilanden gelegen, had gestoten, het zinkende vaartuig met de enige aanwezige boot hadden verlaten, koers stellende naar Billiton, onder belofte aan de negen achterblijvende personen, waaronder twee vrouwen, dat zij bij behouden aankomst de boot terug zouden zenden.
Toen de achtergeblevenen na vier dagen nog geen hulp zagen opdagen, verlieten zij het volgelopen vaartuig en begaven zich op een door hen vervaardigd vlot, waarmede zij op de zevende dag, door honger en vermoeienis uitgeput, behouden te Reboh, distrikt Soengijliat, aankwamen. Aldaar was hun de nodige hulp verleend; zij werden over Muntok naar Singapore gezonden. Omtrent het lot der naar Billiton vertrokken schipbreukelingen was nog niets bekend


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. F.der Kinderen, J. Corver, H.J. Rietveld, A. Roos, G.J. Boelen en J.J. van der Meulen, makelaars, zullen op maandag de 19e november 1855, des avonds om 6 uur, te Amsterdam in de Nieuwe Stads Herberg aan het IJ verkopen een extraordinair welbezeild gekoperd en kopervast barkschip, varende onder Nederlandse vlag, genaamd VAN DER WERF, gevoerd door kapt. P.C. Rosier, volgens Nederlandse meetbrief lang 37 el 05 duim; wijd 6 el 89 duim; hol 5 el 35 duim, en alzo gemeten op 607 tonnen of 321 lasten.
Breder bij inventaris en bericht bij bovengemelde makelaars of bij de cargadoors F. der Kinderen & Zoon.


  JB - Javabode

Batavia, 6 november. De 4e dezer zijn hier aangekomen de Nederlandse brik KAREL AUGUST, kapt. Gerrebrands, de 29e juni vertrokken van Rotterdam, en de dito bark SCHOUWEN, kapt. J. Kroll, de 22e juli vertrokken van Rotterdam.
Heden zijn hier aangekomen de Nederlandse bark MINISTER THORBECKE, kapt. Bennik, komende van Rotterdam, en de dito schepen TONIA, kapt. C.F. Zeeman, komende van Rotterdam, en GOEDE VERWACHTING, kapt. Boysen, komende van Amsterdam.


08 november 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Kanaal door Voorne, 8 november. Heden vijfentwintig jaar geleden werd het Voornsche Kanaal voor de scheepvaart geopend.
Die opening brengt ons vele herinneringen voor de geest, zowel met betrekking tot koning Willem de Eerste, door wiens middelen dat kanaal werd daargesteld, als tot de kundige en schrandere schout bij nacht der Koninklijke Marine J.C. May, die het eerste denkbeeld dezer vooral in de gevolgen zo gewichtige onderneming heeft aangegeven. Zij herinnert ons ook de namen van de destijds en thans nog in leven zijnde waardige hoofdingenieur bij de waterstaat J.W. de Thomeze, onder wiens hoofddirectie dit werk aangevangen en voltooid werd, en van de kundige ingenieur, thans hoofdingenieur bij de waterstaat A. Greve, aan welke laatste de uitvoering en dien ten gevolge de verantwoording van dat werk was opgedragen
Ja, als wij een vluchtige blik werpen op de vele duizendtallen zeeschepen, die vanaf de opening van dat kanaal tot op de huidige dag en nog immer bij opklimming hetzelve bevaren, als wij de ogen richten op de uitbreiding van handel en scheepvaart in dit gedeelte van ons koninkrijk, en het Rotterdam en Schiedam van toen, bij het Rotterdam en Schiedam enz. van nu vergelijken, dan schromen wij niet te zeggen, dat veel van dat alles, door de daarstelling van het Voornsche Kanaal verkregen of bereikt werd.
Van het Voornsche Kanaal wappert heden tot aandenken aan dat vijfentwintig jarig bestaan, de vaan van Nederland. Wellicht wordt door vele belanghebbenden deze dag in aangename herinnering gebracht, en wij eindigen deze regelen met de gewis eenparige wens, dat het Voornsche Kanaal steeds een bron blijve van toenemende voorspoed en welvaart.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 7 november. Het schip STAD UTRECHT, kapt. F.P.J. Jaski, van hier naar Sydney, is volgens telegrafisch bericht van Portsmouth, de 6de dezer aldaar lek binnengelopen, hebbende bij de Galloper gestoten. (opm: zie NRC 101155)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlissingen, 4 november. De Nederlandse schepen PRINS VELDMAARSCHALK (opm: bark), kapt. G. de Vries, en JOHANNES ALBERTUS (opm: brik), kapt. J.C. Londt, beiden van Akyab (opm: Sittwe) naar Antwerpen bestemd, zijn in het Kanaal van Belgische loodsen voorzien.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Brest, 1 november. Het schip LAMBERTUS, kapt. Freerichs, van Antwerpen naar Triëst, is alhier zwaar lek binnengelopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Singapore, 22 september. De Nederlands-Indische bark ALMAN SOORSARIA (opm: ALMAN SOORSARIE ?, zie NRC 310855), van Banjermassing naar Soerabaya, is de 22e mei bij Pulo Dato gezonken.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Mr. J.J. de Sitter, notaris te Groningen, gedenkt op vrijdag de 16de november 1855, des avonds ten 7 ure, ten huize van mejufvrouw de Wed. Bontekoe, in de Unie aan de Groote Markt te Groningen, tegen contante betaling publiek te verkopen een nieuw schoenerschip, genaamd GERHARDINA JOHANNA, groot plm. 85 rogge lasten, met complete inventaris, als zeilen, touwwerk, kettingen, ankers, stuurmans- en koksgereedschappen enz, liggende in de Zuiderhaven te Groningen, in dit najaar uitgehaald door wijlen kapt. L.C.H. Revixit van Naerssen. Te aanvaarden daags na de toeslag en alle dagen te bezien.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Aldborough (opm: 53º50’ N.B. 00º07’ W.L.), 5 november. Naar men verneemt is er een Nederlands schip, genaamd ANNA (opm: ANNA BERENDINA, zie NRC 091155), op onze kust gestrand.


  DC - Dordtsche Courant

Hellevoetsluis, 7 november. Door kapt. R.IJ. Visser, voerende de Nederlandse kof (opm: galjoot) WILLEM FREDERIK, is 31 oktober in de Noordzee op 57° N.B. en 5° 30’ O.L. gezien een verlaten schoener, plat op zij liggende. Dezelve was waarschijnlijk met teer beladen geweest, daar er vele teertonnen om heen dreven, was zwart geschilderd met een witte rand van boven en een witte rand op de ballast diepte.


  DC - Dordtsche Courant

Amsterdam, 6 november. Volgens brief van kapt. C.A. Kruisinga, voerende het schip (opm: bark) BOSPHORUS, in dato Amoy 30 augustus, was hij de 5 dito aldaar van Kongpoot aangekomen, en hoopte hij tegen medio september van daar naar Singapore te vertrekken; aan boord was alles wel.


  DC - Dordtsche Courant

Penang, 18 augustus. De CORNELIA, van Akyab naar Falmouth, de 4 dezer lek hier binnengelopen, is naar Singapore om te herstellen vertrokken; de lading is hier opgeslagen.


  AH - Algemeen Handelsblad

Winschoten, 3 november. Gisteren namiddag is van de werf van de scheepsbouwmeester B.B. Drenth te Oude Pekela met goed gevolg te water gelaten het galjootschip GRIETJE KOERS, groot ongeveer 90 lasten. Voor een rederij onder directie van de heer J. Koers, en bevaren zullende worden door kapt. H.R. Kuiper.


09 november 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Harwich, 5 november. Het schip (opm: kof) ANNA BERENDINA, kapt. H.M. Kwint, van Londen naar …, is de 3e november op de baar van Orfordness gestrand. Adsistentie is derwaarts afgezonden. (opm: zie NRC 081155 en 281155)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 8 november. Als een voorbeeld van bijzondere snelle reis door een Nederlands schip gedaan, strekke het barkschip MARIA JACOBA, gebouwd aan de werf van de heren C. Gips & Zoonen te Dordrecht en gevoerd door kapt. K.F. Lammerts, hetwelk de 11e augustus j.l. met een lading steenkolen van Cardiff na een reis van 98 dagen te Hongkong arriveerde.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Portsmouth, 6 november. Het schip (opm: bark) REMBRANDT VAN RHIJN, kapt. J.H. van Wijngaarden, van Amsterdam naar Triëst, is alhier met schade wegens aanzeiling binnengelopen. (opm: zie NRC 231155)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Shields, 6 november. Op de OTTODINE, kapt. Boag, van Amsterdam alhier aangekomen, is voorlopig beslag gelegd door de douane, omdat er 44 pond tabak aan boord gevonden zijn.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Stavanger, 29 oktober. Het kofschip CATHARINA, kapt. H.B. Drok, van Koningsbergen (opm: Kaliningrad) met lijnzaad naar Zaandam bestemd, is gisteravond lek en met schade aan de zeilen binnengelopen; het schip had stormweder doorgestaan en zal waarschijnlijk moeten lossen.


10 november 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Dordrecht, 9 november: Nadat dezer dagen door de scheepsbouwmeesters C. Gips & Zonen aan belanghebbenden en belangstellenden een lijst ter tekening was aangeboden voor een aan de Veerdam te Papendrecht te bouwen sleephelling met een maatschappelijk kapitaal van plm. NLG 100.000, verdeeld in twintig aandelen, en nadat al spoedig voor het benodigde kapitaal was ingeschreven, heeft eergisteren een eerste vergadering van deelhebbers plaats gehad, waarin de statuten der nieuwe onderneming zijn vastgesteld. Daarbij is o.a. de bouw dier helling opgedragen aan de heren C. Gips & Zonen, bijgestaan door een commissie uit de aandeelhouders, bestaande uit de heren F.C. Déking Dura, J. van Wageningen Dz, en Mr. A. Blussé, en is aan voornoemde heren daarbij gehele volmacht gegeven om zulks uit te voeren op de wijze, als zij voor de onderneming het meest oirbaar mochten achten. Zodra de bouw voltooid zal zijn, zal voornoemde onderneming verder beheerd worden door de heren C. Gips & Zonen, onder de firma Gips & Co.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Brouwershaven 9 november. Door de loodskotter No. 9 is hier binnengebracht het Nederlandse kofschip VOLHARDING, kapt. Lammers, met ijzer van Cardiff naar Dordrecht. Gemeld kofschip heeft veel slecht weder doorgestaan, twee man der equipage zijn overboord geslagen en verdronken, terwijl het veel averij heeft bekomen door aanzeiling van een hem onbekend barkschip.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 9 november. Het schip STAD UTRECHT, kapt. Jaski, van hier naar Sydney, met schade te Portsmouth binnengelopen (opm: zie NRC 081155), zou, volgens brief van daar van de 6e dezer, waarschijnlijk gedeeltelijk moeten lossen en in het droge dok halen om te repareren.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

New York, 22 oktober. Het schip ANNA, kapt. Rasschen, van hier naar Rotterdam, is, na tot op 30 mijlen van Sandy-Hook in zee te zijn geweest, teruggekomen om een gedeelte der lading te lossen, zijnde te zwaar beladen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Ridderkerk, 9 november. Heden is met goed gevolg van de werf van de heer J. Smit Jzn. alhier te water gelaten het fregatschip MARIA ELIZABETH MARGARETHA, groot 450 lasten, gebouwd voor rekening ener rederij onder directie van de heer Wm. Ruys J.Dzn. te Rotterdam.


  DC - Dordtsche Courant

Dordrecht, 9 november. Het stoomschip STAD DORDRECHT, kapt. J.H. Stuit, heeft op zijn terugreis van Londen ten 4 ure in de morgen van ll. woensdag een Engelse visserman overzeild, waarvan het hem niet dan met grote moeite en inspanning van tijd en krachten is mogen gelukken slechts twee man te kunnen redden, hebbende de overige 6 schepelingen de dood in de golven gevonden.


11 november 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 10 november. Met de 11e dezer zal de te Vlissingen liggende kanonneerboot No. 71, bemand met tien koppen, in dienst worden gestemd met bestemming om onder bevel van de scheeps-onderofficier A.J. van Ecker tijdelijk naar Leiden te vertrekken ten einde aan boord jongelingen onderricht te geven ter aanvankelijke opleiding in de zeedienst.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 10 november. Het schip (opm: bark) TRIJNTJE FENNA, kapt. J.F. des Ruelles, van Melbourne naar Batavia, is de ... september ten gevolge van hevige storm, lek te Soerabaya binnengelopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Helgoland, 6 november. De Nederlandse kof ELSINA ENGELINA, kapt. H.H. Lever, de 29e oktober op Sand-Insel (opm: waarschijnlijk wordt het eilandje Düne beoosten Helgoland bedoeld) gestrand – zie ons nommer van 3 dezer – is als wrak te beschouwen en van de lading is slechts een gedeelte doornatte hennep en een kleinigheid beschadigd lijnzaad geborgen. Een en ander is, even als het wrak en het daarin onder water gebleven gedeelte der lading, bereids in publieke veiling verkocht.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 10 november. Volgens gerucht heeft de stoomboot (opm: de STAD DORDRECHT) der Dordtsche Stoomboot Maatschappij op Londen in zee een Engelse visschuit overvaren, ten gevolge waarvan enige der opvarenden verdronken en twee personen door de bemanning van gemelde boot gered en te Dordrecht aangebracht.


12 november 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hartlepool, 6 november. Het schip AMALIA, kapt. Vint, van Dordrecht naar Shields, is alhier binnengesleept, hebbende bij het binnenlopen in deze haven op de baar gestoten. Het zal nagezien worden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Soerabaija, 28 augustus. Het schip (opm: fregat) VICE ADMIRAAL GOBIUS, kapt. A.A. van der Linden, van Londen naar Hobart Town, alhier binnengelopen, heeft schade bekomen.


13 november 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 12 november. Het volgende leest men in een brief van kapt. J.K. Annokkee, voerende het Nederlandse barkschip BUITENZORG, onder dagtekening Shanghay, 6 september aan zijn reders, de heren P. Varkevisser en Zonen, geschreven:
Wij zouden reeds van hier zijn vertrokken, ingeval ons geen ongeluk belet had, namelijk zondagmorgen, de 12e augustus hebben wij zware donder en weerlicht gehad, tengevolge waarvan een bliksemstraal in de voortop neerkwam, waardoor de bramsteng geheel, de marssteng van boven een weinig spleet en deze twee duim in het slothout naar beneden zette, en zo van onder de hieling uit elkaar sloeg en de mast bij de oren trof, die er ook aan splinters aanbleven. Het liet zich aanzien, dat de gehele top van de mast af was. Toen is de slag (opm: donderslag) bij marsschoten neergegaan en langs de stuurboords ketting over het grote luik buiten boord. Gelukkig is er niemand door getroffen, want drie man stonden geen vijf voet van de fokkemast af.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 12 november. Op de werf van de scheepsbouwmeester W.H. Meursing te Nieuwendam is de kiel gelegd voor een clipper-brikschip van plm. 130 lasten, voor rekening van de heren Haantjes & Schermer te Wormerveer.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Begroting van Marine over het dienstjaar 1856, memorie van antwoord.
Wat aangaat de aanbouw van oorlogsschepen bij particulieren, zo zal de regering zich van het beoordelen van de al of niet gunstige uitslag van die maatregel onthouden, tot dat eerst de afbouw en beproeving dier schepen zal aangetoond hebben, in hoeverre deze, zowel wat de kosten als wat de deugdelijkheid der schepen betreft, al dan niet voordelig is. Men vergete intussen niet dat een der beweegredenen tot die aanbouw geweest is het verlangen om spoedig te voorzien in de bestaande behoefte aan stoomschepen van klein charter voor de Oost-Indische dienst.
Reeds bij de behandeling der vorige begroting heeft het hoofd van het departement van marine aangetoond, waarom hij, hoewel wetende dat op het etablissement Feyenoord geen houten schepen gebouwd werden van dusdanig charter als hij behoefde, toch die aanbouw aan dat etablissement heeft opgedragen. Hij heeft toenmaals gezegd, dat vooreerst de toevallige omstandigheid, dat juist een ingenieur der marine directeur der fabriek en als zodanig geheel bekend was met de aanbouw van oorlogsschepen en ten andere het wenselijke en de noodzakelijkheid aangetoond, dat bij het vervaardigen van een stoomschip de fabrikant der machines en de bouwmeester van het schip in één persoon verenigd en voor de goede uitslag aansprakelijk waren. Aan deze beide oorzaken is het toe te schrijven, dat de eerste proef van aanbouw bij particulieren bij de Nederlandsche stoomboot-maatschappij genomen werd, al werd dan ook het schip onder surveillance en verantwoording van de directeur dier maatschappij op een andere werf vervaardigd.
Geheel en al deelt de regering in het gevoelen van die leden, welke beweren dat bij een aanbouw van dien aard geen onbepaalde concurrentie moet plaats hebben, die vermoedelijk tot niets anders leiden zou, dan tot een beoordeling, waaruit men geen deugdelijke gevolgtrekking voor de toekomst kan opmaken, over het al of niet voordelige van de maatregel zelve.
De regering stemt toe dat de beide schepen met hulpstoomvermogen MEDUSA en MONTRADO bij de eerste beproeving niet voldaan hebben aan hetgeen zij zich daarvan had voorgesteld. De veranderingen, later daarop zonder aanzienlijke kosten toegepast, hebben evenwel ten gevolge gehad, dat de bestaande gebreken zijn verholpen, zodat de MONTRADO, na opnieuw beproefd te zijn en in allen dele voldaan te hebben, nu reeds op reis naar haar bestemming is, en de MEDUSA die reis nog in deze maand zal aanvaarden (opm: zie diverse eerdere berichten en NRC 170156). Om uit het op eenmaal niet volkomen gelukken der eerste schroefschepen, op ’s rijks werven gebouwd, enige gevolgtrekkingen over de bekwaamheid en oefening der ingenieurs voor de scheepsbouw hier te lande te trekken, komt de regering gewaagd voor.
Ten einde men zich van een behoorlijk toezicht overal wat de scheepsbouw betreft zou kunnen verzekeren, en ook om meer eenheid in de aanbouw te behouden, is een der hoofdingenieurs, die algemeen erkend is als kundig en ervaren in zijn vak, tot directeur van scheepsbouw aangesteld.
De kosten der MEDUSA zijn NLG 425.500 en die van de MONTRADO NLG 185.650.
De begeerte der regering om de wensen der Japanse regering onbekrompen en tijdig te gemoet te komen, heeft aanleiding gegeven tot het besluit om het stoomschip SOEMBING aan het Departement van Koloniën af te staan.
De aloude betrekkingen van Nederland met het Japanse rijk, de even oude gewoonte van het wisselen van geschenken tussen de Nederlandse en Japanse regeringen, de belangrijke gevolgen, die de zucht naar het bezit van stoomschepen in Japan reeds voor de Nederlandse industrie heeft, en nog meer die welke er in het vervolg uit kunnen voortvloeien, in overweging genomen zijnde, heeft men die zaak beschouwd als geheel in het welbegrepen belang van de staat te geschieden.
De vrees om het Oost-Indisch eskader te verzwakken kon zekerlijk doen aarzelen om daartoe over te gaan; doch destijds (in de maand maart) waren de laatste officiële rapporten van daar nog niet van dien aard, dat men dat bezwaar groter moest achten dan het belang, hetwelk er in de zaak gesteld werd. Om echter spoedig te voorzien in het gemis, dat daaruit zou kunnen ontstaan, is Zr.Ms. stoomschip AMSTERDAM toen naar Oost-Indië uitgezonden.
Later zijn de berichten aangaande de staat der oorlogsstoomschepen in Oost-Indië ongunstiger geworden, zodat men de vrees moest koesteren, dat de dienst aldaar in de loop van het volgend jaar niet dan met moeite zou kunnen volgehouden worden zo als dat nodig is, en heeft men, niet om het gemis van de SOEMBING, maar om de zwakke toestand van onze stoomvloot in het algemeen, op nieuwe aanbouw moeten aandringen. Na het bekomen dier berichten zijn vervolgens afdoende maatregelen genomen. De schroefschoener MONTRADO is reeds naar Oost-Indië vertrokken; eerstdaags zal de schroefkorvet MEDUSA, zo als vroeger is gezegd, derwaarts volgen, en weldra ook het stoomschip PHOENIX, terwijl de aangevangen aanbouw ook in het vervolg in staat zal stellen de stoomvloot meer in overeenstemming met de van haar gevorderde diensten te houden.
Het afstaan aan het Departement van Koloniën van het stoomschip SOEMBING op zich zelf, heeft alzo weinig invloed kunnen hebben op de dienst in Oost-Indië, door de uitzending van de AMSTERDAM, en het gemis van het vaartuig in de getalsterkte onzer schepen zal spoedig aangevuld zijn, wanneer de machtiging ingevolge de wet verleend wordt, om de voor de verstrekking te restitueren som weder voor de aanbouw van een nieuw stoomschip te kunnen aanwenden.
Het stoomschip SOEMBING is van 150 paardenkracht en afgestaan voor de som van NLG 250.000.


  DC - Dordtsche Courant

Hartlepool, 6 november. Het schip AMALIA, kapt. Vint (opm: waarschijnlijk buitenlander), van Dordrecht naar Shields, is alhier binnengesleept, hebbende bij het binnenlopen van deze haven op de baar gestoten; zal nagezien worden.


  AH - Algemeen Handelsblad

Verkoping van schepen, gehouden op 12 november 1855 te Amsterdam in de Nieuwe Stads Herberg aan het IJ: het in 1846 nieuw gebouwde kofschip HYLKE TROMP, kapt. H.P. Mooi, liggende te Rotterdam: NLG 7550, in slag NLG 1200, koper P. Blom.


14 november 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Falmouth, 11 november. Het alhier van Sevilla gearriveerde Nederlandse schip HARMINA, kapt. Veling, heeft olie gepompt.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Openbare verkoping te Amsterdam op 3 december 1855 van het gekoperd en kopervast barkschip CATHARINA, kapt. D. Lamers, volgens Nederlandse meetbrief groot 373 tonnen of 197 lasten. (opm: zie AH 041255)


  JB - Javabode

Batavia, 13 november. De 11e dezer is hier aangekomen de Nederlandse bark PEKING, kapt. J.C. Croese, de 17e juli vertrokken van Amsterdam.
Heden is hier aangekomen de idem bark NEERLANDS KONINGIN, kapt. K. Vonck, komende van Rotterdam.


15 november 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 14 november. Men schrijft uit Hellevoetsluis: Het bevel over Zr.Ms. brik de AREND, welke de 15e dezer herwaarts vertrekt om te Rotterdam als kostschip dienst te doen, is opgedragen aan de luit.t.zee 1e kl. F.L. Geerling.
Zr.Ms. stoomschip CYCLOOP zal waarschijnlijk op een particuliere werf worden gerepareerd.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 14 november. Directeuren der hier ter stede gevestigde Zuid Hollandsche Maatschappij tot Redding van Schipbreukelingen hebben in hun jongste vergadering, gehouden 12 dezer, besloten te doen uitreiken:
Aan Matheus Correwijn, voerende het Belgisch vissersvaartuig DE HOOP, de grote zilveren medaille en een honderd franken om onder zijn equipage te verdelen voor het de 26e oktober op de hoogte van Texel redden der equipage van de in een zinkende staat verkerende Nederlandse kof, genaamd ELSIENA CATHARINA, gevoerd door kapt. W.H. Scholten en hen veilig te Antwerpen aan wal te brengen. (opm: zie NRC 311055)
Aan C. Wegener, voerende de Nederlandse schoener-galjoot VROUW MARTHA, te huis behorende te Wildervank, de grote zilveren medaille voor het op de 21e augustus redden van kapt. G.R. Hazewinkel en diens stuurman, zijnde het overige der equipage verdronken, van het Nederlandse schoenerschip JOHANNA PETRONELLA, op de hoogte van Kattegat door een windhoos omgeslagen en hen veilig te Elseneur (opm: Helsingør) aan wal te zetten. (opm: zie NRC 280855)
Aan George Emptage, voerende de Engelse logger ECLIPSE, de grote zilveren medaille en 5 pond sterling om onder zijn equipage te verdelen voor het op de 29e oktober redden der bemanning, bstaande in zeven personen, van het op het Longsand (opm: ook wel Knock, Kinters Knock en/of Kentis Knock genoemd; bank in de aanloop naar de Theems; 51º37’ N.B. 01º31’ O.L.) gestrande Nederlandse schoenerschip JANTJE MEIJER, gevoerd door kapt. D.T. de Jonge, en hen veilig te Margate aan wal te zetten. (opm: zie NRC 021155)
Zijnde deze medailles vergezeld van getuigschriften, waarin de bijzonderheden hunner daden zijn vermeld.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Madeira, 20 oktober. Het Amerikaanse schip KALAFAT, van Cardiff naar Florida, is op zee gezonken. De bemanning is door de Nederlandse bark VAN DER PALM, kapt. van Hees (opm: G. Strang van Hees), gered en alhier geland.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Elseneur (opm: Helsingör), 9 november. Heden is alhier in de haven gekomen het kofschip ISABELLA, kapt. Douwes, van Koningsbergen (opm: Koningsbergen) met hout en hennepolie naar Antwerpen bestemd. Men heeft gedurende de reis olie gepompt en zal dus een gedeelte der lading lossen om de vaten na te zien. (opm: zie NRC 171255)


  DC - Dordtsche Courant

Te Falmouth is lek binnengelopen, 13 november, JACOB CATS, kapt. v.d. Wind (opm: fregat, kapt. A. v.d. Vrindt), van Akyab naar Dordrecht.


16 november 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Door de Nederlandsche Handel-Maatschappij zijn bevracht de navolgende 11 schepen, als:
Voor Rotterdam: MACAO, kapt. A.L. Hoffman; VIER GEZUSTERS, kapt. A.F. Marmelstein;
d' ELMINA, kapt. P.C. Teengs.
Voor Amsterdam: KOOPHANDEL, kapt. H. de Boer; ANNA DIGNA, kapt. C. Ouman; WILHELMINA LUCIA, kapt. J.P. Carst; JOHANNA CATHARINA, kapt. J.J. van der Gouwe; AMSTERDAM, kapt. A.H.U. Wehdemeijer; EQUATOR, kapt. J.G. Appel; LOUISE KROONPRINSES VAN ZWEDEN, kapt. J. van der Linden, van Dordrecht.
Voor Dordrecht: CORNELIS GIPS, kapt. H. van Rijn van Alkemade.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Falmouth, 12 november. Het schip ANNEGINA, kapt. Jonker, van Sevilla, alhier om order binnengelopen, heeft olie gepompt.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Falmouth, 14 november. Het Nederlandse fregatschip JACOB CATS, kapt. A. van der Wind, van Akyab (opm: Sittwe) naar Dordrecht bestemd, is alhier met gebroken fokkemast en andere schade binnengelopen.


17 november 1855


  JB - Javabode

Batavia, 17 november. De 15e dezer is hier aangekomen de Nederlandse bark OTTOLINA, kapt. J.J. Prange, de 26e juli vertrokken van Rotterdam.
Heden is hier aangekomen het idem schip TELEGRAPH, kapt. P.B.. Rolufs, komende van Amsterdam.


20 november 1855


  AH - Algemeen Handelsblad

Verkoping van schepen, gehouden op 19 november 1855 te Amsterdam in de Nieuwe Stads Herberg aan het IJ:
- Het barkschip VAN DER WERF, kapt. P.C. Rosier: NLG 34.500, in slag NLG 7000, koper G.J. Roland Holst (opm: een makelaar handelend namens Wed. B.W. van Starckenborg van Straten, Amsterdam; nieuwe kapitein D. Arnold)
- Het barkschip OCEAAN, kapt. J.C. Doeksen: NLG 24.200, in slag NLG 800, opgehouden.


  DC - Dordtsche Courant

Falmouth, 16 november. De TONY, kapt. K. Lussen (opm: vermoedelijk buitenlander), van New York naar Dordrecht, de 10 hier lek binnengelopen, is deze morgen op de rotsen geraakt tussen de havendam en het Fish-strand, doch weer vlot geworden en binnen de havendam gebracht.


21 november 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 20 november. Men leest het volgende in de Indépendance Belge:
De Belgische bark EUPHROSINE, heeft op ongeveer 36 mijlen van Ostende in volle zee opgevist een matroos van het Nederlandse schip ANTJE JANSJE, naar Londen bestemd. Deze matroos verklaart aldus gehandeld te hebben om aan de slechte behandeling van de gezagvoerder te ontkomen. De Nederlandse consul heeft een onderzoek ingesteld.
(NB. Het schip ANTJE EN JANSJE, kapt. A. Krol, is de 15e november van Koningsbergen (opm: Kaliningrad) op de Thames gearriveerd.)


  JB - Javabode

Van Singapore wordt medegedeeld, dat aldaar op de 26 oktober is aangekomen kapitein Dunlop, de tijding van het verlies van zijn onder Nederlandse vlag varend schip MENADO medebrengende.
Het vaartuig strandde in de morgen van de 19e oktober op de South Sands ten gevolge van zware stroom en rukwinden. Hetzelve was van Calcutta naar Hongkong bestemd met een lading opium, rijst en katoen. Slechts tien kisten opium en enige scheepsinstrumenten zijn gered en het wrak werd in namiddag van de 20e verlaten. De bemanning is door de Hamburgse brik AUGUSTE KAUFMAN opgenomen en naar Malakka overgebracht. Het wrak is te Singapore voor 4.000 dollar en de carga voor 5.200 dollar verkocht geworden.
Kapt. Dunlop en de opvarenden van de MENADO zijn de 16e dezer met de Nederlandse bark BOSPHORUS, kapt. Kruisinga te Batavia van Singapore aangekomen.


  JB - Javabode

Batavia, 21 november. De 17e dezer is hier aangekomen de Nederlandse bark LOOPUYT, kapt. C. Bouwmeester, de 24e juli vertrokken van Hamburg.
De 19e dezer zijn hier aangekomen het dito schip GRAAF VAN NASSAU, kapt. Sanders, komende van Amsterdam, het fregat AUSTRALIE, kapt. D.B. Jochems, komende van Amsterdam, de dito bark ORION, kapt. Borghorst, komende van Rotterdam, en de dito bark ZORGVLIET, kapt. F.H. Groste, komende van Amsterdam.
Heden is hier aangekomen het dito schip ADMIRAAL VAN HEEMSKERK, kapt. Koning, komende van Amsterdam.


  OP - Oostpost

De 8e oktober was in de Poeloe Baaij (Benkoelen) met verlies van fokkemast en andere schade binnengelopen Zr.Ms. schoenerbrik SYLPH, bestemd naar Batavia. Het vaartuig was in zodanige staat, dat het zonder voorafgaande belangrijke reparatiën, tenzij gesleept wordende, de reis niet zou kunnen voortzetten.


22 november 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 21 november. Het schip (opm: kof) HELENA CATHARINA, kapt. G. de Boer, van Galatz naar Rotterdam, is de 9e november met schoon dek, overgeworpen lading, verlies van zeilen en met meer andere schade, te Port Mahon binnengelopen, hebbende op de hoogte van de Balearische eilanden gedurende elf dagen hevige stormen doorgestaan.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlieland, 18 november. In de Vlie-gronden is gestrand de Hannoverse kof NICOLINE, kapt. Hugij, met rogge naar Schiedam bestemd. De equipage is gered, het schip zal weg zijn. Men is bezig met schuiten lading en tuig te bergen.


23 november 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Terschelling, 19 november. Het schip (opm: kof) JOHANNA MULDER, kapt. D.T. Faber (dit moet zijn T.D. Faber = Tjerk Derks) van Karrebecksminde naar Amsterdam, is heden morgen op het oosteinde van het eiland gestrand, doch het volk gered. Men is bezig de lading, die zwaar beschadigd is, te bergen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Portsmouth, 19 november. Kapt. van Wijngaarden van de Nederlandse bark REMBRANDT VAN RHIJN, van Amsterdam naar Triest bestemd, alhier met schade wegens aanzeiling binnengelopen – zie ons nommer van 9 dezer – rapporteert omtrent dat ongeluk het volgende:
In de nacht van 3 dezer werd ik met een stijve koelte uit het Noorden op de hoogte van het vuur van Owers door een tweemastschip aangezeild. Wij hadden een lantaarn met een schitterend licht onder de boegspriet. De vreemdeling had geen vuur en verwijderde zich onmiddellijk nadat de schepen klaar waren, zonder zich verder over ons te bekommeren.
De stuurboordboeg van de REMBRANDT VAN RHIJN, is geheel ontzet en uit elkander, Het schip is evenwel dicht gebleven.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Lyngoer (opm: Lyngør, nabij Gjeving; 5838’ N.B. 09º07’ O.L.), 3 november. Het schip HARMONIE, kapt. Diedrichsen, van Fredrikstad naar Amsterdam bestemd, is alhier met verlies van de deklast binnengelopen. Dit schip is tot twee malen van de Hollandse kust afgestormd. Eergisteren heeft het op nieuw de reis aanvaard.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Gothenburg, 14 november. Volgens alhier ontvangen berichten van Lysekil, is de 9e dezer met schade wegens aanzeiling te Mollösund (opm: 58º04’ N.B. 11º29’ O.L.) binnengelopen een Nederlandse kof, met een lading kolen van Shields naar Carlshamn bestemd. Nadere bijzonderheden ontbreken.


24 november 1855


  DC - Dordtsche Courant

Kapt. P. Vernes, voerende het schoenerschip MERWESTROOM, de 9 dezer te Bergen van Dordrecht aangekomen, meldt van daar het volgende: “Wij ontwaarden de 4 dezer op 56° 43’ N.B. en 3° 13’ O.L. en barkschip in reddeloze toestand, vermenende dat hetzelve een noodvlag toonde; er dicht bijkomende bleek het een stuk zeil te zijn, dat van de achtermast woei. Op de spiegel stond BARON HOLBERG. De fokkemast was bij het dek afgebroken; het boven groottuig lag over boord; het schip dreef op deszelfs houtlading. Daar het ons onmogelijk was om het schip mede te slepen, vervolgden wij onze reis, zijnde het schip door het volk verlaten (en zo wij hopen door een ander opgenomen), de voldoening hebbende, indien er nu redding nodig was geweest, zulks door ons niet zou verzuimd zijn.”


  JB - Javabode

Batavia, 24 november. De 21e dezer zijn hier aangekomen de Nederlandse bark MENTOR, kapt. Zeijlstra, de 11e augustus van Amsterdam vertrokken, en het dito schip EUROPA, kapt. H. Poort, met 25 passagiers, benevens enige kinderen en vijf Javaanse bediendes, de 23e juli van Rotterdam vertrokken.
Gisteren is hier aangekomen de dito bark OUD ALBLAS, kapt. Cruimel. komende van Amsterdam.
Heden zijn hier aangekomen de dito barken JULIE CLAIRE, kapt. A. van Oosteroom, komende van Amsterdam, NEDERLAND EN ORANJE, kapt. Van der Plas, mede komende van Amsterdam, en SCHELDE, kapt. H.A. van Rheede, komende van Rotterdam.


25 november 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 24 november. Gisteren is van het Nieuwe Diep vertrokken het stoomschip CAÏRO, gebouwd op de werf van de heren Van Vlissingen & Co te Amsterdam en bestemd om dienst te doen op de Nijl. (opm: zie o.a. NRC 060355 en 291255)


27 november 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlissingen, 25 november. Heden is alhier aangekomen de stoomboot PRINS VAN ORANJE, kapt. Hoogedijk, van Rotterdam naar Duinkerken, ten einde alhier voorraad van steenkolen aan boord te nemen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Arendal, 18 november. Het schip ELVINE, kapt. Schröder, van Umea naar Amsterdam, is alhier met schade wegens aanzeiling binnengelopen. Het moet lossen om nagezien te worden.


28 november 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Harwich, 25 november. Het Nederlandse kofschip ANNA BERENDINA, kapt. Kwint, van Londen om de Noord bestemd, hetwelk de 3e dezer op Baudsey Beach (opm: nabij Orfordness) strandde – zie ons nommer van 9 november – is eergisteren vlot en heden alhier aangekomen.


  JB - Javabode

Batavia, 26 november. Gisteren is hier aangekomen de Nederlandse bark IDA, kapt. Mulder, de 7e augustus vertrokken van Amsterdam.
Heden is hier aangekomen de dito bark A.R. FALCK, kapt. D. van Duivenbode, de 7e augustus van Amsterdam vertrokken.


29 november 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Alkmaar, 25 november. Eergisteren is in het Noord-Hollandsch-kanaal nabij Boekel, onder onze gemeente, het schip (opm: brik) NOORD-HOLLAND, kapt. P. Fijn, met stukgoederen bestemd naar de Saramacca, aangevaren door het binnengekomen schip de JAVAAN, en heeft daardoor aanmerkelijke schade bekomen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Kopenhagen, 23 november. De Nederlandse schoenerkof MARGARETHA, kapt. E. Gust, van Koningsbergen (opm: Kaliningrad) naar Newcastle bestemd, is in de nacht van 18 op 19 dezer bij storm en dikke lucht ten zuiden van Neyor gestrand. De bemanning is gered. Of het schip geborgen kan worden is nog onzeker (opm: schip was in 1857 nog in de vaart). De lading lompen hoopt men te bergen.


30 november 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Exmouth, 27 november. De Nederlandse sloep MARIA, kapt. Molenaar, van Malaga naar Amsterdam bestemd, is hier gisteren lek en met verlies van zeilen en gaffel binnengelopen. (opm: zie NRC 031255)


  LC - Leeuwarder Courant

Leeuwarden, 29 november. Door de heren J. Foekens c.s, bestuurders der Friesche en Overijsselsche Stoombootreederij te Harlingen, aan wie in juni l.l. concessie werd verleend tot het aanleggen ener stoombootdienst tussen Harlingen en Zwolle, is dezer dagen verzocht om de tijd van in werking brengen dier dienst – december 1855 – met 6 maanden te prolongeren. De adressanten hebben de gestelde termijn niet in acht kunnen nemen, omdat de te Amsterdam in aanbouw zijnde stoomboot niet voor het einde dezer maand in gereedheid zal zijn en het alsdan invallende winterseizoen het raadzaam maakt om met de opening der dienst tot het voorjaar te wachten. (opm: zie NRC 251255)


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. R. Bloembergen Santee te Leeuwarden zal op donderdag de 6e december 1855, des avonds 6 uur, ten huize van R.J. Brouwer op het Vliet te Leeuwarden, finaal verkopen een hektjalkschip, genaamd de TWEE VRIENDEN, groot 68 tonnen (24 lasten) met complete inventaris, zoals het op de verkoopdag opgetuigd voor het huis van Brouwer zal zijn liggende, en waarop tijdens de provisionele verkoping op donderdag de 23e november NLG 1775 is geboden. Dadelijk te aanvaarden.


01 december 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hellevoetsluis, 30 november. Bij de zesde ton is gezonken de Engelse schoener ISABELLA, kapt. Stephenson, van Newcastle met steenkolen naar Schiedam bestemd. Van de equipage is niets bekend.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 30 november. Het stoomschip GROSZFÜRST CONSTANTIN, van Rotterdam naar Harburg, is volgens rapport van loodsen de 28e dezer in de haven (opm: in de baai) van Terschelling gebracht, zijnde aan boord brand ontstaan, die bereids belangrijke schade had veroorzaakt. Men was bezig zoveel doenlijk van de lading te bergen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 30 november. Volgens brief van kapt. T.C. de Boer, voerende het schip (opm: schoener) HENRIËTTE, in dato Konstantinopel (opm: Istanbul) 19 dezer, was hij van af zijn voorgenomen vertrek op de 8e dezer naar Galatz, daarin verhinderd door de heersende sterke N.O. winden. De berichten omtrent de waterstand aan de Sulina bleven ongunstig; er waren sedert zijn arrivement geen schepen van de Donau gekomen, dan een uitgaand Grieks schip, hetwelk bij de Sulina van zijn ankers was geslagen; de kapitein daarvan berichtte, dat aldaar zes schepen waren gestrand, waaronder 2 Nederlandse, waarvan de namen niet bekend zijn. (opm: zie NRC 210156 en 130356)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Christiansand, 15 november. De Nederlandse kof GRIETJE HUISMAN, kapt. J.J. Mooij, gepasseerde dinsdag onze haven verlatende, had het ongeluk op Dydingsholmen, aan de grond te geraken. Het schip kwam echter spoedig vlot en retourneerde om te repareren.


  DC - Dordtsche Courant

Van Simons Baay vertrokken, 13 september, GEZUSTERS, kapt. Verginius, van Akyab naar Amsterdam, na gerepareerd te hebben.


02 december 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 9 oktober. Scheepsvrachten. Sedert ons vorig bericht hadden vele arrivementen plaats, waarvan echter het merendeel bevracht was of door de agenten beladen wordt. De voor chartering aangeboden bodems werden grif opgenomen, en bestonden uit de volgende schepen: VAN BOSSE NLG 115 voor rijst, NLG 122 voor lichte goederen, INDIA NLG 110 voor rijst, NLG 122,50 voor suiker, NLG 140 voor arak (opm: rijstwijn), beide naar Rotterdam, MACASSAR NLG 125 voor rijst, NLG 117,50 voor koffij, COPERNICUS NLG 115 voor rijst, NLG 115 voor suiker, NLG 145 voor arak, beide naar Amsterdam. Het schip BAREND WILLEM, aan de Factorij aangeboden, bekomt van dit lichaam NLG 114 zonder meer voor suiker, koffij en lichte goederen. Het door de Nederlandsche Handel Maatschappij bevrachte schip COLUMBINE doet een tussenreis voor de Factorij naar Australië.


03 december 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Exmouth, 30 november. De Nederlandse sloep MARIA, kapt. Molenaar, van Malaga naar Amsterdam, welke de 26e jl. alhier lek binnenliep – zie ons nommer van 30 november – zal naar Exeter vertrekken, om aldaar te repareren.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hongkong, 15 oktober. De Nederlandse barkschepen CHRISTINA, kapt. Kramer, van hier naar Stangbay (opm: waarschijnlijk wordt Sjanghai bedoeld), en GENERAAL MICHIELS, kapt. De Wilde, van hier naar Amoy bestemd, zijn beide alhier uit zee teruggekeerd. De schepen hebben van 24 op 25 september een typhoon doorgestaan, waarin beide zware schade bekwamen, terwijl de CHRISTINA daarenboven nog hevig lek werd, zodat het met 17½ voet water in het ruim hier aankwam.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hongkong, 15 oktober. Het Nederlands-Indische schip PILADES, van Amoy alhier aangekomen, heeft een lek en andere zware schade bekomen.


04 december 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 3 december. Het schip (opm: bark) CHRISTINA AGATHA, kapt. H. de Visser, de 28e september van hier te Batavia aangekomen, heeft veel stormen en de 3e september een orkaan doorgestaan, waardoor het de boegspriet en enige bladen koper verloren heeft.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vite (opm: hier wordt Vlie bedoeld), 1 december. De brand op de Mecklenburgse stoomboot GROSSFÜRST CONSTANTIN – zie ons nommer van 1 december – is heden geblust. Men is onafgebroken bezig met lossen. Het is gelukkig dat de kapitein Terschelling heeft kunnen bereiken, anders was alles een prooi der vlammen geworden en had men hoogst waarschijnlijk mensenlevens te betreuren gehad. De schade van een en ander is nog niet bekend.


  AH - Algemeen Handelsblad

Verkoping van schepen, gehouden op 3 december 1855 te Amsterdam in de Nieuwe Stads Herberg aan het IJ: het gekoperd en kopervast schip (opm: bark, zie AH 141155) CATHARINA, kapt. D. Lamers: NLG 18300, in slag NLG 8000, koper A. Roland Holst (opm: een makelaar handelend voor zijn opdrachtgever).


  LC - Leeuwarder Courant

Kennisgeving. De vaart met het stoomschip VRIESLAND tussen Amsterdam en Harlingen en daarmede in correspondentie staande diensten naar Leeuwarden en Groningen zal tot nader aankondiging op en met 9 december gesloten worden, zullende alzo dit jaar die dag voor het laatst van Harlingen vertrekken. (opm: de naam VRIESLAND komt hiermede voor het eerst voor; mogelijk betreft dit het aangekochte Engelse stoomschip STAR, zie LC 270755)


05 december 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Jan Corver, H.J. Rietveld, C.A. Schröder, B. D. Bosscher en P. Blom, makelaars, zullen op maandag 17 december 1855 in de Nieuwe Stads Herberg aan het IJ te Amsterdam verkopen een gekoperd en kopervast fregatschip genaamd PALEMBANG, laatst gevoerd door kapt. J. Hoekstra, groot 366 lasten, met als deszelfs rondhouten, opstaand en lopend want, als breder bij de inventaris is vermeld. Iemand nader onderricht begerende spreke met bovengemelde makelaars, of met de cargadoors Hoyman & Schuurman te Amsterdam.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Belgische Trans-Atlantische Stoomboot-Maatschappij. Dienst tussen Antwerpen en New York. De A 1 Belgische stoomboot BELGIQUE, kapt. A.H.L. Tack, groot 2500 tonnen en van 500 paardenkracht, zal van Antwerpen via Southampton naar New-York vertrekken de 29e december aanstaande. Voor passagiers en goederen adressere men zich aan de cargadoors Visser en Van der Sande te Rotterdam en te Dordrecht, agenten voor Nederland van bovengenoemde maatschappij.


  JB - Javabode

Batavia, 5 december. In de voornacht van de 2e dezer, ongeveer ten 11 ure, hoorde een wachthebbende matroos aan boord van het hier ter rede liggende Nederlands koopvaardijschip JULIE CLAIRE tussendeks een geknetter als dat van brandend hout. Ogenblikkelijk tussendeks springende ontwaarde hij aan bakboord brand, die men echter dadelijk meester werd. Twee balken en een gedeelte van het dek zelf waren reeds verschroeid. Dit ongeval wordt toegeschreven aan moedwil en het vermoeden is gevallen op een der opvarenden, een Hanoveriaan van geboorte, die in verzekerde bewaring is genomen.


06 december 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 5 december. Wij vernemen, dat op de fabriekswerf van de heren Paul van Vlissingen en Dudok van Heel op gisteren de kiel gelegd is van een ijzeren fregatschip, hetwelk genaamd zal worden LOUISE, aldaar in aanbouw voor een rederij, onder directie van de heren Joh. Blett en J.P. Dudok van Heel te Amsterdam, voor welke directie aldaar mede gebouwd wordt een ijzeren brikschip, genaamd WALBERG, groot 100 lasten.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Pillau (opm: Baltiysk), 1 december. Het schip TRITON, kapt. Unruh, van Amsterdam naar Stockholm, is alhier met schade binnengelopen.


  DC - Dordtsche Courant

Aangaande het stoomschip GROSZFÜRST CONSTANTIA, van Rotterdam naar Harburg, wegens ontstane brand in de haven van Terschelling binnengebracht, wordt van Vlieland de 29 november gemeld, dat de brand in het achteronder in de lading ontstaan was; men was dadelijk begonnen de lading in lichters te lossen, doch had de brand nog niet geblust, en vreesde de kapitein het achtergedeelte van het schip onder water te zullen moeten zetten, ten einde die meester te worden.


07 december 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Milford, 3 december. De Nederlandse bark CAMELEON, kapt. Ruigen (opm: J.C. Ruige), van Amsterdam naar Liverpool bestemd, is de 30e november bij Bardsey eiland (opm: westelijk van Wales; 52º45’ N.B. 04º47’ W.L.) in aanzeiling geweest met de Nederlandse bark ECHO, kapt. D. Kuijper, mede van Amsterdam naar Liverpool bestemd. De CAMELEON heeft de kluiverboom, verschansing en bakboords-anker verloren, zo mede schade aan de boeg bekomen (opm: zie NRC 161255). De stuurman en zeven man zijn op de ECHO overgesprongen. Van laatstgenoemd schip is verder niets bekend. (opm: zie NRC 121255)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

St. Giorgio (eil. Lissa), 17 november. Het schip (opm: fregat) WILLEM ERNST, kapt. H.D. Visser, van Triëst naar Falmouth, is alhier met schade binnengelopen en zal naar Malta verzeilen om te repareren. (opm: zie NRC 291255)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. H. Salm, H.J. Rietveld, B.D. Bosscher, B. Bakker Wz. en P. Blom, makelaars, zullen op maandag de 24e december 1855, des avonds ten 6 ure, te Amsterdam in de Nieuwe Stads Herberg aan het IJ verkopen: een extra ordinair welbezeild, gekoperd en kopervast fregatschip, varende onder Nederlandse vlag, genaamd ZEELAND, bekend bij Veritas 5/6 L.C, gevoerd door kapt. F. de Winter, volgens Nederlandse meetbrief lang 38 ellen 30 duimen, wijd 6 ellen 58 duimen, hol 4 ellen 97 duimen; en alzo gemeten op 557 tonnen of 294 lasten. Breder bij inventaris en bericht bij bovengemelde makelaars.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. De notaris J.A. Zaal Stroband te Harlingen zal, ten verzoeke van R.A. de Ruiter, zaakwaarnemer aldaar, op woensdag de 19e december 1855, des namiddags te 3 uur precies provisioneel, en des avonds te 7 uur precies finaal, in het koffijhuis Rusland te dier stede publiek presenteren te verkopen: 1/8e in het welbezeild Nederlands kofschip CATHARINA, gevoerd wordende door kapt. J.G. Nieting, nu liggende in de Zuiderhaven te Harlingen en in de tot dat kofschip thans behorende zeilen, ankers, touwen en verdere scheepsgoederen, zijnde dit kofschip geijkt op 127 tonnen en dit aandeel behorende tot de onder benef. van invent. (opm: beneficie van inventaris, d.w.z. genot van boedelbeschrijving) aanvaarde nalatenschap van wijlen H.G. Nieting, in leven koopvaardij-kapitein te Harlingen, en de boedel van deszelfs nagelaten weduwe.


  LC - Leeuwarder Courant

Leeuwarden, 6 december. De 28e november is in brandende staat te Terschelling binnengebracht het stoomschip GROSZFÜRST CONSTANTIN, bestemd van Rotterdam naar Harburg. De reeds belangrijk beschadigde lading, uit suiker, koffij enz. bestaande, is zo veel mogelijk geborgen.


08 december 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 7 december. Heden is op de werf 's Lands Welvaren, toebehorende aan de heer A. van der Werff de Willigen, de kiel gelegd voor een hoekerbuisschip, genaamd de JONGE WOUTER, voor rekening van de heren W. van Rossem & Zonen alhier en bestemd voor de haringvisserij. Als een bijzonderheid voegt men hierbij, dat de reder, die reeds een 87 jarige leeftijd heeft bereikt, circa 70 jaren onafgebroken hetzelfde bedrijf heeft uitgeoefend.


  DC - Dordtsche Courant

Dordrecht, 7 december. Gisteren heeft te Alblasserdam een verschrikkelijk ongeluk plaats gehad. Her barkschip ZES GEZUSTERS, kapt. G.H. Ruhaak, door de sleepboot de RESERVE, van Rotterdam naar de werf van de heer C. Smit gesleept, is, nadat genoemde bodem door de stoomboot was los gelaten, de aan boord behorende Rotterdamse roeier, met zijn bootje, bij het in de haven halen van gemeld schip, tussen het schip en de kant in de klem geraakt, met dat ongelukkig gevolg, dat het bootje geheel en de roeier zijn beide benen werden verpletterd. Geen operateurs aldaar zijnde, in de ongelukkige, zijnde, naar men verneemt, vader van 5 kinderen, per de sleepboot RESERVE, onder de zorg en geleide van de chirurgijn De Haan, naar Rotterdam vervoerd.


  DC - Dordtsche Courant

Londen, 4 december. Het alhier ter rede gearriveerde schip ANNA CROWELL, is de 2 dezer op de rivier in aanzeiling geweest met het te Rotterdam te huis behorende stoomschip BATAVIER, kapt. W. Smith, van hier naar Rotterdam bestemd. De ANNA CROWELL bekwam daarbij zware schade, en ook de stoomboot bekwam zoveel schade in de boeg, dat zij hevig lek werd en dientengevolge genoodzaakt was om de reis op te geven.


  JB - Javabode

Batavia, 7 december. Gisteren zijn hier aangekomen de Nederlandse barken JAN PIETERSZOON KOEN, kapt. J. Verloop, de 6e augustus vertrokken van Rotterdam, DEN ELSHOUT, kapt. E.F. Bonjer, de 28e augustus vertrokken van Rotterdam, en MARIA ADRIANA, kapt. S. van der Held, komende van Rotterdam.
Heden is hier aangekomen de dito bark MARIA AGNES, kapt. Tange, komende van Amsterdam.


09 december 1855


  RC - Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 8 december. Aangaande het stoomschip GROSZFÜRST CONSTANTIN, van Rotterdam naar Harburg, in brandende staat te Terschelling binnengebracht, wordt gemeld, dat de lading zwaar beschadigd was bevonden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Kralingen, 8 december. Heden is alhier van de werf van de scheepsbouwmeester W.C. Hoogendijk met het beste gevolg te water gelaten het campagne-barkschip SAMUEL HENDRICUS, groot circa 325 lasten, bestemd voor de grote vaart, zullende gevoerd worden door kapt. A. Pronk, voor rekening ener rederij onder directie van de heren G.H. Stoltenberg & Zoon te Rotterdam.
Onmiddellijk daarna is de kiel gelegd van een fregatschip, genaamd KAREL EN HENRICUS (opm: KAREL HENDRIKUS), groot 380 lasten, zullende gevoerd worden door kapt. Van Geer, mede voor rekening van gemelde rederij.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Elseneur (opm: Helsingör), 2 december. De sedert de 25e november alhier aangekomen schepen, waaronder 18 onder Nederlandse vlag, hebben heden met een gunstige gelegenheid de reis voortgezet.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Tonningen (opm: Tönning), 5 december. Het schip (opm: kof) GUSTAAF WILLEM, kapt. A. Kassens, van Koningsbergen (opm: Kaliningrad) naar Nantes, is wegens het ijs en in een alhier geheerst hebbende storm op strand gedreven en lek geworden. De Eider is vol drijfijs.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Pillau (opm: Baltiysk), 4 november. Het Nederlandse kofschip MARGARETHA, kapt. J.K. Hangelbroek, van Altona met zandstenen en andere goederen naar Koningsbergen (opm: Kaliningrad) bestemd, kwam heden uit zee aan, doch kon door de zware eb en ijsgang de haven niet bereiken. Dewijl op het schip alles bevroren was, kon men de ankers niet gebruiken en dreef het dien ten gevolge tegen de Nordermole (opm: de noordelijke pier), alwaar het spoedig daarna zonk. De equipage, uit 4 man bestaande, heeft men gelukkig nog kunnen redden.


11 december 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 10 december. Op de 7e dezer is te Pekel A met goed gevolg te water gelaten het schoener-kofschip UDO FREDERIK, groot 110 lasten, gebouwd op de werf van de scheepsbouwmeester F. Drenth voor rekening ener rederij onder directie van de heer H.T. Kranenborg en bevaren zullende worden door kapt. J.J. v.d. Werf.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 10 december. Van een geachte hand ontvangen wij het volgende extract uit een brief van kapt. W. van der Hoeven, gezagvoerder van het barkschip VAN BOSSE, van New-York te Batavia aangekomen:
Van de linie (opm: evenaar) tot op de rede van Batavia deed ik de reis in 52 dagen, hetwelk zeker tot de kortste passages behoort, die gemaakt worden. Ik koester geen twijfel, of deze voorspoedige reis heb ik voornamelijk te danken, aan het zo goed mogelijk volgen der nieuwe routen, ons door de zeil- en windkaarten van Maury aangewezen. (opm: M.F. Maury, 1806–1873, Noordamerikaans zeeofficier, oceanograaf en meteoroloog; de kaarten verschenen in 1845)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 10 december. Het schip CONSTANTIA EN ELISABETH, gevoerd geweest door kapt. Schoonenbosch, van Akyab (opm: Sittwe) naar Falmouth, is, volgens brief van de eerste stuurman, in dato Tafelbaai 5 oktober, aldaar met gebroken roer binnengelopen na aanhoudend stormweer te hebben doorgestaan. Een gedeelte der lading moest gelost worden. De kapitein en de equipage waren aldaar ziek aangekomen en in het hospitaal opgenomen, alwaar de kapitein overleden was.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Norden, 6 december. De 2e dezer is op het eiland Binkum (opm: waarschijnlijk wordt Borkum bedoeld) gestrand de Nederlandse tjalk GEERTINA, kapt. Legger (opm: waarschijnlijk de kof GEERDINA, kapt. T.T. Legger), met steenkolen van Schotland naar Hamburg bestemd. De equipage en het grootste gedeelte van de inventaris is geborgen. Schip en lading zijn verloren.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Elseneur (opm: Helsingör), 5 december. Naar men verneemt zijn er drie koffen (opm: zie ook NRC 131255 en 141255) op de kust van Zweden verongelukt, en daaronder de te Pekel-A te huis behorende AFINA, kapt. Jonker. (opm: kof AFINA JONKER, kapt. J. Groenewold)


12 december 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 11 december. Gisteren is van de werf der Nederlandsche Stoomboot-Maatschappij te Fijenoord met het beste gevolg te water gelaten het ijzeren schroefstoomschip MAASSTROOM, groot circa 250 gemeten lasten, gebouwd voor rekening der Rotterdamsche Stoomvaart Vereniging, onder directie van de heer James Smith, en bestemd voor de vaart op Hamburg en Harburg.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Newport (opm: Graafschap Monmouth), 8 december. In de beide laatste dagen zijn er vele wrakstukken in onze baai op strand gedreven. Onder deze bevindt zich ook een klein eiken bord, circa 3 voet lang, waarop met vergulde letters het woord ECHO te lezen staat. (red: Hoogstwaarschijnlijk afkomstig van de Nederlandse bark ECHO, kapt. D. Kuiper, welke de 30e november bij Bardsey Eiland in aanzeiling was met de Nederlandse bark CAMELEON, kapt. J.C. Ruige, zie ons blad van 7 december.)


  JB - Javabode

Batavia, 11 december. De 9e dezer zijn hier aangekomen het Nederlandse schip SCHOON VERBOND, kapt. J. Veenstra, de 1e september vertrokken van Amsterdam, en de dito bark DIANA, kapt. Van Bochove, de 23e oktober vertrokken van Sydney.
Heden zijn hier aangekomen de Nederlandse barken CONSTANTIA, kapt. C.J. Caleshoek, de 30e augustus vertrokken van Amsterdam, CORNELIA. kapt. Jaski, komende van Liverpool, en ZALTBOMMEL, kapt. J.C. Jutta, komende van Rotterdam, en het dito schip LUCIA MARIA, kapt. N.N. (opm: kapt. G. Papineau), komende van Amsterdam.


13 december 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hellevoetsluis, 11 december. Het alhier van Hayti (opm: Haïti) gearriveerde schip (opm: kof) RIGA, kapt. T.D. de Witt, is met het op het Kanaal komen, door de harde ZW wind en gaande vloed, aan de Oostwal zeer hoog aan de grond geschoten en heeft daardoor nog enige schade aan de boeg bekomen. Daar er geen vooruitzicht was om het schip hetzelfde tij eraf te krijgen zonder lichten, heeft men, het jaargetijde in aanmerking nemende, de stoomboot KINDERDIJK (welke de MISSISSIPPI juist op de rede sleepte) gerequireerd, welke het schip gelukkig er af sleepte. Het ligt nu voor de sluizen om morgen ochtend te schutten en de reis te vervolgen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hellevoetsluis, 11 december. De Sappemeerse schoener JACOBINA, kapt. Potjer, alhier van Messina aangekomen, is even beoosten de haven, bij de Kalkhaven op de keien geraakt en heeft zich eveneens door de BROUWERSHAVEN, welke de MARIA MAGDALENA gesleept had, doen afslepen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 12 december. Aangaande de bij Helsingborg gestrande kofschepen AFINA JONKER (opm: zie NRC 111255) en AFINA HILLECHINA, wordt van daar d.d. 5 dezer gemeld, dat de eerstgenoemde wrak is, doch de laatstgenoemde vlot was gekomen en in de haven gebracht om aldaar te lossen en te repareren. De equipagiën van beide schepen zijn behouden.


14 december 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hellevoetsluis, 13 december. Het alhier heden van Boston (Engeland) aangekomen schip (opm: kof) VIER GEBROEDERS, kapt. F.K. Woudstra, ligt bij Pampus. Het heeft heden beide ankers verloren en ligt nu voor ankers, welwillend verstrekt door het schip ALIDA SINNINGA (opm: ALIDA SINNIGHE), kapt. E.H. Dik, van Stockholm, welk laatstgenoemd vaartuig mede aldaar is liggende.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 13 december. Volgens brief van kapt. Gnodde, voerende het schip JONGE WALRAVE, in dato 14 november uit Sulina, was hij aldaar de 6e november van Galatz aangekomen, doch had nog geen gelegenheid tot lichten gevonden, zowel door gebrek aan lichters, als door het onstuimige weder.
Sedert 12 oktober had geen schip in zee kunnen steken, zodat het aantal van te Sulina liggende bodems van alle natiën tot 500 was geklommen, waarna slechts een honderdtal de baar gepasseerd was. Bovengemeld schip is na een reis van drie dagen, vóór de 29 november te Constantinopel (opm: Istanbul) aangekomen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Gothenburg, 4 december. De kof AFINA AGATHA, kapt. J.B. Mulder, van Memel (opm: Klaipeda) met lijnzaad naar Rotterdam bestemd, is alhier met averij binnengelopen. (opm: zie NRC 040256)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Gothenburg, 5 december. Gisteren nacht is op Danmarka Lilja (opm: niet gevonden) een met lijnzaad beladen Nederlandse kof gestrand (opm: zie NRC 111255). Het schip is weg en ook vreest men dat de equipage omgekomen is, daar reeds twee lijken aan strand zijn gedreven. De naam van het vaartuig heeft men nog niet kunnen gewaar worden. (opm: CERES, zie NRC 171255)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Galatz, 11 december. Het schip EMMA, kapt. P.H. de Boer, van Antwerpen herwaards gedestineerd, is aan de mond van de Sulina gestrand en zal vermoedelijk weg zijn. (opm: zie NRC 210156 en 130356)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Malta, 5 december. Het Nederlandse schip GEERTRUIDA, kapt. Steenveld, van Ibraïl komende, is de 20e november alhier lek en met verstopte pompen binnengelopen.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Verkoop van het welbezeild kofschip ZEELUST. De notaris J.A. Zaal Stroband te Harlingen zal aldaar op woensdag de 19e december 1855, des namiddags te 3 uur precies provisioneel, en des avonds te 7 uur precies finaal, ten huize van W.F. Simmer in het koffijhuis Rusland, publiek verkopen het welbezeild Nederlands kofschip genaamd ZEELUST, gevoerd door kapt. N.L. van der Wal, lang 22 el 97 duim, wijd 4 el 67 duim, hol 2 el 19 duim, geijkt op 55 lasten of 104 tonnen, met gehele inventaris, zodanig als het is liggende in de Zuiderhaven te Harlingen. Alles breder bij billetten omschreven en dadelijk na de toewijzing te aanvaarden. Nadere inlichtingen zijn te bekomen bij de kapitein en genoemde notaris.


15 december 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 14 december. Door de Nederlandsche Handel-Maatschappij zijn bevracht de navolgende 4 schepen, als:
Voor Rotterdam:MALIJER, kapt. P.B. Bok; JOAN, kapt. A. van der Tak.
Voor Amsterdam: ARDJOENO, kapt. S.R. Post; HERMINA, kapt. K.B. de Weerd.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 14 december. Directeuren hier ter stede gevestigde Zuid-Hollandsche Maatschappij tot Redding van Schipbreukelingen hebben in hun jongste vergadering besloten te doen uitreiken:
Aan F. de Jong, voerende het Nederlandse kofschip DE JONGE RINKE de grote zilveren medaille en vijftig gulden om onder zijn equipage te verdelen voor het de 25e oktober laatsl. op zijn reis van Noorwegen naar Stavoren bij stormachtig weder met zijn eigen boot redden der bemanning van het op zijde geworpen en in zinkende staat verkerende Nederlandse kofschip VROUW MARTHA gevoerd door P. van der Wiel, komende van Gothenburg en bestemd naar Londen, en hen in het Vlie veilig aan wal te zetten.
Aan J. Meuldijk, voerende de te Zwartewaal te huis behorende vishoeker HOOP OP ZEGEN, de zilveren medaille voor het redden op de 24e augustus op 56º30’ N.B, 18 Nederlandse mijlen van de wal (opm: 56º30’ N.B. 02º10’ W.L.), der equipage, bestaande uit vijf personen, van de Noorweegse smak BJÖRGINE, gevoerd door Andreas Olsen, geladen met steenkolen, te huis behorende te Bergen, en hen veilig te Aberdeen aan wal te zetten.
Zijnde bij deze medailles gevoegd loffelijke getuigschriften, waarin die edele en menslievende daden omslachtig zijn vermeld.


  JB - Javabode

Batavia, 14 december. Gisteren zijn hier aangekomen de Nederlandse barken EVERDINA ELISABETH, kapt. C.J. Tonjes, de 23e augustus vertrokken van Rotterdam, ELISABETH, kapt. H.F. Klok, de 28e augustus vertrokken van Zierikzee, en COMMERCIE COMPAGNIE, kapt. J.H. Horn, komende van Amsterdam.
Heden is hier aangekomen de Nederlandse bark ALBLASSERDAM, kapt. P.G. Pott, komende van Rotterdam.


16 december 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 15 december. Te Dordrecht is de 13e dezer op de werf van de scheepsbouw- meester Jan Schouten de kiel gelegd van de bark VEREENIGING, groot plm. 150 gemeten lasten, voor een rederij aldaar onder directie van de heren A. Sandberg en P. van der Slik.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Te Rotterdam ligt in lading naar Batavia en Samarang het nieuw gebouwd, gekoperd Nederlands barkschip MAARTEN VAN ROSSEM, kapt. G.F. Rijken, groot 400 lasten, hebbende bijzonder ruime inrichtingen voor passagiers en voerende een geëxamineerde scheepsdokter. Adres bij de reders de heren Van Overzee & Co en bij de cargadoors P.A. van Es & Co te Rotterdam. (opm: eerste reis)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 14 december. Het schip (opm: brik) ELIZA, kapt. D.J. Wiersma, van Newcasle naar Charleston, is, volgens telegrafisch bericht van Ramsgate, op het Long Sand gezonken. Het volk heeft zich met de boot gered en is te Ramsgate aangekomen. (opm: zie volgend bericht)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 15 december. Het schip ELIZA, gevoerd geweest door kapt. Wiersma, van Londen naar Charleston, op het Long Sand gezonken (opm: zie voorgaand bericht en NRC 181255), is, volgens telegrafisch bericht van Harwich van de 14e dezer, aldaar door visserslieden binnengebracht.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 14 december. Aangaande het schip CAMELEON, kapt. J.C. Ruige, van hier naar Liverpool, met schade te Milford binnengelopen (opm: zie NRC 071255), wordt, volgens brief van de kapitein in dato 9 dezer, gemeld, dat de kluiverboom met al wat daaraan vast was, de boeg- en waterstagen, verschansing, potdeksel, het galjoen met enige stutten en de boegspriet waren weggeslagen, terwijl de voorsteven dwars af en in het midden doorgespleten was. Nog was het bakboords- anker met 45 vademen ketting verloren en enige planken aan bakboordverschansing gebroken. Het schip was volkomen dicht gebleven, en was men alstoen bezig om 200 ton van de lading suikerbroden te lossen, ten einde te lichten en de steven te repareren. De lading was tot dusverre bijna onbeschadigd gebleven.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Portsmouth, 10 december. Het schip HARMONIE, kapt. Visser, van Newcastle naar Konstantinopel (opm: Istanbul), is alhier lek, met verlies van zeilen en wegens ziekte van de kapitein binnengelopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Lissabon, 4 december. Het te Rotterdam te huis behorende clipper-fregatschip TERNATE, kapt. Cars Tnz (opm: T. Carst Tzn), van die plaats naar Batavia bestemd, is hier heden met verlies van fokke-mast en andere schade binnengelopen. (opm: zie NRC 220256)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Malta, 5 december. Het schip GEERTRUIDA, kapitein Homveld, van Ibraïla naar Falmouth, alhier binnengelopen, is lek en heeft verstopte pompen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 15 december. Het schip (opm: schoener) WELMOET, kapt. F. Olberding, van Sevilla naar Stettin (opm: Szczecin), als bijlegger in Texel binnen, is volgens brief van het Nieuwe Diep van de 12e dezer zwaar lek en met behulp van twee pompen bijna niet boven water te houden. Het heeft de 6e en 7e dezer op de kust van Noorwegen een orkaan en gedurende de reis veel slecht weder doorgestaan en olie gepompt.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Delfzijl, 12 december. Het schip (opm: smak) IDA JASPERDINA, kapt. A.A. Postema, van Heiligenhafen, laatst van Cuxhaven naar Dordrecht, is alhier lek en met verlies van anker en ketting binnengelopen. Het moet lossen om te repareren.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Elseneur (opm: Helsingör), 9 december. Het schip (opm: kof) FROUWINA, kapt. J.G. Bakker, van Memel (opm: Klaipeda) naar Bremen, is op de Zweedse kust verongelukt, doch het volk gered. (opm: zie NRC 201255)


17 december 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 16 december. Op de 15e dezer des voormiddags ten 10 ure, is met goed gevolg van de werf van J. van Duyvendijk Tzn. te Lekkerkerk te water gelaten het barkschip VONDEL, groot ca. 315 gemeten lasten, zullende gevoerd worden door kapt. B. Verhagen, bestemd voor de grote vaart en gebouwd voor rekening ener rederij onder boekhouderschap der heren Pistorius & Bicker Caarten alhier.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 16 december. Kapitein G.J. Haijen, voerende het stoomschip ELVE, heden alhier van Havre gearriveerd, rapporteert dat hij op de 15e dezer gepraaid heeft het stoomschip ADMIRAAL VERHUELL, kapt. J. Hus, van Rotterdam naar Havre. Het schip lag met overgeslagen lading onder Singels (opm: ondiepten in de inham bij Winchelsea, 10 mijl west van Dungeness) geankerd en ging naar Dover om steenkolen in te nemen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Gothenburg, 7 december. Het op Danmarks Lilja (opm: niet gevonden) verongelukte schip CERES – zie ons nommer van 14 dezer – is totaal verbrijzeld en ook de lading lijnzaad geheel verloren. Naar men zegt zijn er nog drie lijken aangespoeld, zodat de bemanning schijnt omgekomen te zijn. (opm: de CERES, kapt. R. Klaassens, was op reis van Memel [Klaipeda] naar Gainsborough)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Elseneur (opm: Helsingör), 10 december. De schoener-kof ISABELLA, kapt. Douwes, van Koningsbergen (opm: Kaliningrad) naar Amsterdam, heeft heden na geëindigde reparatie de reis voortgezet. (opm: zie NRC 151155)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Port Mahon (opm: op Minorca), 7 december. De Nederlandse bark (opm: brik) HONIGBIJ, kapt. A.J. Oltmans, van Livorno met marmer naar Antwerpen bestemd, is de 5e dezer in zinkende staat verlaten. De equipage is hier gisteren aangekomen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Port Mahon, 7 december. Het schip (opm: kof) HELENA CATHARINA, kapt. G. de Boer, van Galatz naar Rotterdam, alhier met schade binnengelopen, heeft de lading, waarvan één last beschadigd is bevonden, gelost.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Singapore, 27 oktober. Het te Rotterdam te huis behorende fregatschip MENADO, kapt. D. Dunlop, van Calcutta met een lading katoen, rijst en opium, naar Hongkong bestemd, is de 18e oktober in Straat Malacca gestrand en verbrijzeld (opm: zie ook NRC 030156, 060156 en 060656). De bemanning en 10 kisten opium zijn gered en door het schip AUGUSTA KAUFMAN, van Singapore naar Calcutta gaande, te Malacca aangebracht.


18 december 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Harwich, 14 december. Het schip (opm: brik) ELIZA, gevoerd geweest door kapt. Wiersma, van Londen naar Charleston, alhier door het volk verlaten binnengebracht (opm: zie NRC 161255), is lek en maakt twee voeten water in het uur.


  DC - Dordtsche Courant

Hellevoetsluis, 16 december. De ABEL TASMAN (opm: bark, kapt. J. Hensing), gisteren bij Den Bommel aan de grond geraakt, is heden vlot gekomen, en tot hier op de haven gesleept.


  DC - Dordtsche Courant

Advertentie. De Heren deelhebbers in de Maatschappij van Dordrechtsche Scheepsreederij worden bij deze opgeroepen om te compareren, op donderdag de 27 dezer, des middags ten twaalf ure, in “Het Hof van Holland”, alhier, ten einde de bij art. 10 der statuten bepaalde commissie van zes personen te benoemen.
Dordrecht, 17 december 1855.
J.S. Vriesendorp, J. de Voogd, F.C. Déking Dura, directeuren.


  AH - Algemeen Handelsblad

Verkoping van schepen, gehouden op 17 december te Amsterdam: het gekoperd en kopervast fregatschip PALEMBANG, kapt. J. Hoekstra: NLG 22000, in slag NLG 5000, koper H.J. Rietveld (opm: een makelaar handelend voor zijn opdrachtgever)


19 december 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 18 december. Het schip (opm: kof) REMKE, kapt. E.J. Scherpbier, van Stockholm herwaarts gedestineerd, is wegens ijsgang te Medemblik binnengelopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlissingen, 16 december. Het barkschip STAD ROTTERDAM, kapt. J. Speenhof, met maïs van Galatz hier binnengekomen, ligt thans onder reparatie. De lading wordt met het Deense brikschip CORA, kapt. Plum, en de Nederlandse kof AURORA, kapt. Lestuiver, van hier naar Cork verzonden.


  JB - Javabode

In ons No. 97, meldden wij de aankomst alhier ter rede van Zr.Ms. stoomschip GEDEH, kapitein-luitenant ter zee G. Fabius. Naar wij thans vernemen, is de zending naar Japan zeer gunstig uitgevallen. Het drijven van handel op de stad Nagasaki is uitsluitend aan Nederland veroorloofd, zullende de die plaats aandoende schepen een equipage moeten hebben, uitsluitend uit Nederlanders bestaande. De stoomboot SOEMBING is als een welkom geschenk door de Japanse regering aangenomen, en de bemanning van dat schip in dienst van het Japans bestuur overgegaan. De commandant van dat vaartuig zal, boven zijn traktement als zeeofficier in Nederlandse dienst, NLG 550,- ’s maands van het Japanse gouvernement genieten. Ook vernemen wij nog dat alle vernederende etiquetten zijn afgeschaft, en de Japanse regering met de beste gevoelens van vriendschap jegens Nederland gezind is.


  JB - Javabode

Batavia, 18 december. De 15e dezer is hier aangekomen het Nederlandse schip ELISABETH ANTONIA, kapt. J. Jansen, de 17e augustus van Amsterdam vertrokken.
De 16e dezer zijn hier aangekomen de Nederlandse barken HENDRINA, kapt. C.M. Pompe, de 28e augustus vertrokken van Rotterdam, H. WILLEBRORDUS, kapt. J.D. de Boer, de 17e juli vertrokken van Hamburg, en H. LIDUINA, kapt. H. Lammerse, de 19e oktober vertrokken van Sydney.
Heden zijn hier aangekomen het Nederlandse fregat SAMARANG, kapt. P.L. Dupain, komende van Rotterdam en de dito barken WILLEM DANIEL, kapt. P. de Meester, komende van Amsterdam, LAURENTINA EMILIA, kapt. Knappert, komende van Rotterdam, en SOUBURG, kapt. H.B.L. Evers, komende van Amsterdam.


20 december 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 19 december. Aangaande het op de Zweedse kust gestrande schip FROUWINA, kapt. J.G. Bakker – zie ons nommer van 16 dezer – wordt van Bremen gemeld, dat men hoopte bij gunstig weder de helft der lading te bergen.


  DC - Dordtsche Courant

Advertentie, Sourabaija, De Heer G.R. Curtis, te Sourabaija, neemt de vrijheid zich bij Heren Reders in Holland aan te bevelen, tot het repareren van zeeschepen van alle grootten, op zijn aldaar gevestigd en daartoe volkomen ingericht Etablissement, hebbende hij het voorrecht belanghebbenden te kunnen refereren aan de WelEd. Heer W. Cores de Vries, te Sourabaija, ter bekoming der voldoende informatiën.


  DC - Dordtsche Courant

Advertentie. Bij akte van 14 december 1855 voor de te Dordrecht residerende Notaris Huibert Schuyten en getuigen verleden, is door of vanwege de Heren Jacobus de Voogd Junior, Koopman en Reder, wonende te Dordrecht, voor zijn Firma Klerk en Voogd, voor een twintigste aandeel, Mr. Adolph Blussé, Reder en Koopman, wonende te Dordrecht, voor zijn Firma van Gebroeders Blussé voor een twintigste aandeel, Jacob van Wageningen Dirkszoon, wonende te Dordrecht, voor een twintigste aandeel, Jacob Buys ’t Hooft, Cargadoor en Reder, en Frederik Cornelis Déking Dura, Koopman en Reder, beiden wonende te Dordrecht, tezamen voor een twintigste aandeel; Hendrik Brunner, Koopman en Reder, wonende te Dordrecht, voor een twintigste aandeel, Pieter Gips Corneliszoon, Scheepsbouwmeester, wonende te Dordrecht, voor zijn Firma van Cornelis Gips en Zonen, voor een twintigste aandeel, Albert Jan Verbeek van der Sande, Koopman en Reder, wonende te Dordrecht, voor zijn Firma van Herman van der Sande Hendrikszoon, voor een twintigste aandeel, Thomas Matthijs Sandberg, Cargadoor en Reder, wonende te Dordrecht, voor zijn Firma van Sandberg en Compagnie, voor een twintigste aandeel, Hendrik Herman van der Sande, Cargadoor en Reder, wonende te Dordrecht, voor zijn Firma van Visser en van der Sande, voor een twintigste aandeel, Jan Barend Bonke, Scheepsreder, wonende te Rotterdam, voor een twintigste aandeel, Fop Smit van Nieuw Lekkerland, Scheepsbouwmeester, wonende aan de Kinderdijk, gemeente Nieuw Lekkerland, voor een twintigste aandeel, Pieter Smits Franszoon, Koopman en Reder, wonende te Dordrecht, voor een twintigste aandeel, Cornelis Smit, ridder der order van de Nederlandschen Leeuw, Scheepsbouwmeester, wonende te Alblasserdam, voor een twintigste aandeel, Jacobus van Hoboken, Koopman en Scheepsreder, wonende te Rotterdam, voor zijn Firma van A. van Hoboken & Zonen, voor een twintigste aandeel, Pieter Blussé van Zuidland, Grondeigenaar, wonende te Dordrecht, voor een twintigste aandeel, Johannes Theodorus Henricus Nieveler, Koopman en Winkelier, wonende te Dordrecht, voor een twintigste aandeel, Adrianus Vos van Hagestein, Koopman, wonende te Dordrecht, voor een twintigste aandeel, Jonkheer Hendrik Lodewijk Willem van den Santheuvel, Grondeigenaar, wonende te Dordrecht, voor een twintigste aandeel, Johannes de Mandt, Koopman en Kassier, wonende te Dordrecht voor zijn Firma van Hooghwinkel en Compagnie, voor een twintigste aandeel, en Jan Smit Corneliszoon, Scheepsbouwmeester, wonende te Alblasserdam, voor een twintigste aandeel, aangegaan een Vennootschap tot de oprichting en het onderhoud ener sleephelling, met al hetgeen daarbij behoort, op de grond in eigendom toebehorende aan de gemeente Dordrecht, gelegen naast de Veerdam te Papendrecht, en wederverhuring der sleephelling tot het herstellen, koperen en zo voorts van zeil- en stoomschepen, welke Vennootschap is aangevangen met de dagtekening der voorschrevene Akte en zal voortduren tot de laatste december 1905 of wel tot de laatste december 1930; in welk laatste geval voor het einde van 1904 van deze verlenging zal blijken door een nieuwe Akte.
De Vennootschap zal gevestigd zijn te Dordrecht, onder de Firma van Gips en Compagnie, waarvan alleen de Beheerders de tekening zullen hebben, zijnde elk voormeld aandeel niet verder dan in evenredigheid van hetzelve verplicht tot inbreng ter oprichting der Sleephelling en in het dragen der verliezen; terwijl het ganse beheer der Vennootschap is opgedragen aan de Firma van Cornelis Gips en Zonen, met dien verstande, dat de Beheerders nimmer gerechtigd zullen zijn tot enige geldopnemingen ten behoeve dezer Vennootschap, onder welke vorm of benaming ook, tenzij zij daartoe mochten worden gemachtigd.
Dordrecht, 19 december 1855.


21 december 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 20 december. Nadat wij enige dagen bij een vrij hevige Oostenwind strenge vorst hadden, heeft zich de Maas gisteren voor de stad gezet en is de rivier, met uitzondering van een groot wak, dat zich aan de zuidoever, van af de Draaisteeg tot beneden het Katendrechtsche veer uitstrekt, een ijsvlakte. De communicatie met de sleephelling wordt door middel van een opening, die men ter breedte van een schouw in het ijs gehakt heeft, onderhouden.
Tot heden morgen was de Maas aan het Katendrechtse veer nog drijvende, doch ook daar heeft dezelve zich thans gezet, zodat de overtocht mede zeer moeilijk is.
De scheepvaart is natuurlijk geheel gestremd en met uitzondering van enige schepen, die nog in lossing of lading liggen, hebben alle schepen de Boompjes en kade verlaten en een veilige ligplaats opgezocht.
Minder gelukkig als de bovengenoemde zijn het Nederlands driemast-schoenerschip VREDE, kapt. van Rhijn, en de Engelse stoomboot COLUMBINE geweest. Eerstgenoemde bodem, van hier naar New-York bestemd, is bij het weggaan even boven Katendrecht op de bank aan de grond gevaren en daar het water in de laatste dagen ten gevolge van de oosten wind zo aanmerkelijk is weggelopen, in weerwil van alle pogingen, niet weder vlot geworden. Het schip ligt bijna ingevroren, is vrij sterk op zijde gevallen en zit bij ongunstig weder niet zonder gevaar. (opm: zie NRC 231255)


22 december 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Texel, 21 december. De schepen EPIMACHUS (opm: kof), kapt. H.L. Draaijer, van hier naar Constantinopel (opm: Istanbul), en IDA JACOBA (opm: kof), kapt. E.G. Bosker, van hier naar Genua bestemd, zijn bij het uitzeilen in aanzeiling geweest. De EPIMACHUS heeft de reis voortgezet, doch de IDA JACOBA is met enige schade in het Nieuwe Diep teruggesleept.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 21 december. Heden voormiddag omstreeks 10 ure werd te Amsterdam het stoffelijk overschot van de heer B. Kooy Jzn, lid van de gemeenteraad, één der voornaamste industriëlen dier stad, in de Noorderkerk aldaar ter aarde besteld. Reeds vroegtijdig was het kerkgebouw opgevuld met een talrijke menigte, die uit belangstelling en deelneming was opgekomen om het lijk van de man, wiens uitgebreide werkkring aan zovelen arbeid en brood verschafte en tot krachtige steun was, ter laatste rustplaatse te zien vergezellen. Ongeveer 350 tal bazen en werklieden, van de fabrieken des overledenen, hadden zich verenigd en vormden een schier onafzienbare trein, terwijl achttien dergenen, die meer onmiddellijk onder de heer Kooij werkzaam waren, het lijk grafwaarts droegen. Dáár verzamelden zich de bloedverwanten des overledenen, de gezagvoerders der rederij, geëmployeerden van het kantoor, de bazen en werklieden der fabrieken, en sprak de heer J.J. Kooij, vader des overledenen, met een bewogen gemoed, een kort doch hartelijk woord, aan allen zijn dank betuigende voor de laatste eer aan de overledene bewezen, waarna onder begeleiding van het orgel het 1e en 4e vers van het 182e Evang. Gezang werd aangeheven en de plechtigheid, die zichtbaar op allen een diepe indruk maakte gesloten werd. (opm: Barend Kooy was een belangrijke reder van zeeschepen en tevens suikerfabrikant)


  DC - Dordtsche Courant

Hellevoetsluis, 19 december. De schepen gisteren vertrokken gemeld, zij alle wel in zee gekomen, behalve de Engelse brik DAPPER, welke bij het uitgaan op de Hinder heeft gestoten; dit schip ging 12½ voet diep en met deze gelegenheid komt er weinig water aan de wal.
De schepen ERASMUS en TWEE ANTHONY’S, welke op de rede zeilklaar lagen, worden met assistentie van sloepen en stoomboot op de Kanaalhaven geborgen voor het ijs. Veel drijfijs op stroom. (opm: zie NRC 271255)
IVANHOE is van de tweede vlotbrug terug gekomen. OCEAN HOME, op de vlakte aan de grond gemeld, zit zo droog dat de stoomboot KINDERDIJK er niet bij kan komen, een lichter ligt op zijde en een sloep van Hellevoetsluis tot assistentie.
Bij de Kwak ligt de Engelse schoener ELISABETH, met ijzer naar Rotterdam bestemd.


  JB - Javabode

Advertntie. Wordt te koop aangeboden het Nederlands-Indisch barkschip NAGALAUT, gevoerd door kapt. Winter, met deszelfs inventaris, thans liggende ter rede van Samarang. Nadere informatën te bekomen bij de agenten, B. Kopersmit & Co., Samarang.


  JB - Javabode

Batavia, 20 december. Heden zijn hier aangekomen het Nederlandse schip PROVINCIE DRENTHE, kapt. H. Beckering, de 5e september vertrokken van Amsterdam, en de dito bark ALIDA WILLEMINA, kapt. G.E. Doornbos, de 11e augustus vertrokken van Amsterdam.


23 december 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 22 december. De schepen de VREDE en COLUMBINE (opm: zie NRC 211255) hebben accoord getroffen om zich door te laten ijzen (opm: door het ijs naar open water laten brengen). Door het meerdere water, dat er ten gevolge van de westenwind aan de wal is gekomen, was eerstgenoemd schip met hoog water bijna geheel gericht en het laatste lag vlot. Het is voor de VREDE vooral te hopen dat deze gelegenheid mag aanhouden, want dat zal de werkzaamheden veel verlichten en bespoedigen.
De schoener ZWALUW, kapt. F. Goedknegt, van Nantes komende, zit in de Maassluissche Scheur (opm: zie NRC 271255) en nog een kof tussen de Oude Maas en Nieuwe Sluis, beide in het ijs bezet.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlissingen, 19 december. Het kofschip FROUKE EGBERDINA, kapt. G.J. Lukje, van Antwerpen naar Gibraltar bestemd, heeft op de rede van Rammekens een anker en ketting verloren, waardoor het heden de reis niet heeft kunnen vervolgen.


24 december 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Sheerness, 20 december. Het Nederlandse schip (opm: kof) VROUW MARIA, kapt. P. Collenteur, van Rotterdam naar Rouaan, is alhier lek binnengebracht.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Jan Corver en B. Salm, makelaars, zullen op maandag de 7e januari 1856, des avonds ten 6 ure, te Amsterdam in de Nieuwe Stads Herberg aan het IJ verkopen: een extra ordinair welbezeild kofschip, genaamd de IJZERSTAVEN, varende onder Nederlandse vlag, gevoerd door kapitein K.B. Gust, volgens Nederlandse meetbrief lang 21 ellen, wijd 3 ellen 88 duimen, hol 1 el 75 duimen, en alzo gemeten op 63 tonnen of 33 lasten.
Breder volgens inventaris en bericht bij bovengemelde makelaars, of bij de cargadoors Kranenborg & Zonen.


25 december 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 24 december. Z.M. heeft aan de Friesche en Overijsselsche Stoombootreederij, onder het bestuur van de heren J. Foekens, J.F. Fontein en L. Hannema te Harlingen, een uitstel van zes maanden bewilligd tot het in werking brengen der schroefstoombootdienst van Harlingen naar Zwolle en tussen gelegen plaatsen aan het Zwarte Water, heen en terug, waarvoor aan die rederij, bij beschikking van 6 juni 1855, no. 173, vergunning werd verleend, welk uitstel gerekend wordt te zijn ingegaan met de 6e december 1855. (opm: zie LC 301155)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Lissabon, 10 december. Het schip (opm: kof) CATHARINA ISABELLA, kapt. R.G. Waker, van hier naar Amsterdam, is zwaar lek uit zee teruggekomen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Cadix, 10 december. Het schip (opm: brik) WILHELM, kapt. Velt, van Amsterdam naar Konstantinopel (opm: Istanbul), alhier binnengelopen, is lek en moet, na 15 dagen quarantaine gehouden te hebben, de lading, die enigszins beschadigd is, lossen om te repareren.


  DC - Dordtsche Courant

De Engelse stoomboot SWANLAND, donderdag van Rotterdam naar Hull vertrokken, is op de hoogte van de Oude Maas voorbij Vlaardingen in het ijs bezet geraakt, en zit geheel ingevroren. De lading gist is zaterdag in schietschouwen gelost en te Vlaardingen aangebracht. Het schip ligt midden in het vaarwater en het zal nog vrij wat moeite kosten, om het in een veilige haven te brengen.


  DC - Dordtsche Courant

Hellevoetsluis, 21 december. Aangaande het schip OCEAN HOME, kapt. Merryman, van New Orleans naar Rotterdam, op de vlakte aan de grond vastgeraakt, wordt gemeld, dat er meer water bij het schip kwam en men hoop had bij de Slikken te kunnen bergen; van de lading was een lichter geborgen.


  DC - Dordtsche Courant

Hellevoetsluis, 23 december. De DIAMOND, kapt. Leng, van Newcastle naar Dordrecht bestemd, is heden, na op strand gezeten te hebben, met assistentie op de Marinehaven alhier gebracht.


  AH - Algemeen Handelsblad

In december (opm: 5 december, onderweg van Galatz naar Amsterdam) is bij Sulina verongelukt het Nederlandse schip (opm: schoener) ZWOLSCHE DIEP, kapt. H.R. Velthuis. Het volk is gered. (opm: zie NRC 230156 en 130356)


26 december 1855


  JB - Javabode

Batavia, 25 december. De 22e dezer zijn hier aangekomen de Nederlandse schoener HENRIETTE EN CORNELIA, kapt. Hartmans, de 1e december vertrokken van Decima (Japan), en de dito bark ANNA CHRISTINA, kapt. J.C. Joon, komende van Amsterdam.
De 23e deze is hier aangekomen de dito bark SALATIGA, kapt. Bezier, komende van Londen.
Gisteren zijn hier aangekomen de dito barken JOHANNA GEERTRUIDA, kapt. Flens, komende van Rio de Janeiro, KEMANGLEN, kapt. H.H. Smit, komende van Rotterdam, en JOHANNA, kapt. N.N. ,komende van Amsterdam.
Heden is hier aangekomen dito bark HENDRIKA, kapt. L. Verbeek, mede komende van Amsterdam.


27 december 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Maassluis, 25 december. Het schip de ZWALUW is heden namiddag ten half vier uren goed en wel op de haven gekomen (opm: zie NRC 231255)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Zoltkamp, 23 december. De schepen (opm: koffen) GEZIENA JANTINA, kapt. H.R. Vissinga, en HILLECHINA SCHOLTENS, kapt. G.J. Scholtens, beide van Groningen naar Londen, zijn bij Oostmahorn gevaarlijk in het ijs vastgeraakt.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Galatz, 10 december. Het schip (opm: brik) MATHILDA BARBARA (opm: mogelijk MACHTILDA BARBARA), kapt. D. Kat, van hier naar Vlissingen, is de 3e dezer bij de Sulina driftig geworden en heeft door aandrijving belangrijke schade bekomen. Het is dicht gebleven.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hamburg, 22 december. De koude was heden 12º F. (opm: -11º C.), in de Beneden-Elve was veel drijfijs. Te Glückstadt overwinteren onder meer andere de volgende schepen: ELISABETH, kapt. Brouwer, van Bordeaux, PAULUS, kapt. O.G. Molema, van Marseille, HILLECHINA CATHARINA, kapt. G.J. Mooy, van Bayonne en GIRONDE (ss), kapt. P.J. van Emmerik, van Rotterdam, alle naar Hamburg bestemd.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Elseneur (opm: Helsingör), 20 december. De koude was alhier 6º-3ºF. De Nederlandse kof MINA WILLEM, kapt. Bakker, van Sunderberg in ballast naar Landscrona bestemd, is hier heden in de haven gekomen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Skagen, 16 december. Heden morgen is op Alt-Skagen gestrand de Nederlandse kof HILLECHINA, kapt. H.H. Brakke jr, met een lading koffij, suiker, rijst, enz. van Amsterdam naar Kopenhagen bestemd. Van de vijf koppen die de bemanning uitmaakten, zijn drie gered en twee verdronken. Onder eerstgenoemden bevindt zich de kapitein. Het schip is geheel uit elkander geslagen en door het stormachtige weder is er maar weinig van de lading geborgen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hellevoetsluis, 25 december. Niet zonder moeite is gisteren de stoomboot KINDERDIJK door het ijs en de schepen, in de kanaalhaven liggende, gewerkt en heeft buiten om Brouwershaven bereikt. Volgens een van daar ontvangen bericht beproeft de stoomboot KINDERDIJK nog heden adsistentie toe te brengen aan het beneden het Plaatsche Hoofd op de slikken vastzittende Amerikaans fregatschip OCEAN HOME, kapt. Merryman, van New-Orleans naar Rotterdam bestemd.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hellevoetsluis, 25 december.
Alhier overwinteren de volgende schepen, als:
PIETER CORNELISZ HOOFT, kapt. Koens, van Rotterdam naar Batavia.
JEANNETTE, kapt. Visser, van dito naar dito
TWEE ANTHONY’S, kapt. Klomp, van dito naar dito
ERASMUS, kapt Scharper, van dito naar dito
REBECCA, kapt. Johnston, van dito naar Glasgow
CURLEW, kapt. Revy, van dito naar Sunderland
EMMA, kapt. Mackenzie, van dito naar Newcastle
GLOUCESTER, kapt. Connor, van dito naar dito
THESIS, kapt. de Zeeuw Baggus, van Vlaardingen naar Bergen
FORTUNA, kapt. Den Breems, van dito op avontuur
NEWA, kapt. Roode, van Kaap Hoyti naar Rotterdam
MAAS (ss), kapt. Van Knapen, van Bristol naar dito
ELISABETH, kapt. Palmer, van Stockton naar dito
SARA ANN, kapt. Parlett, van Boston (Eng.) naar Schiedam
HAPPY RETURN, kapt. Hargrave, van Londen naar dito
AMERANT, kapt. Probst, van Akyab (opm: Sittwe) naar Vlaardingen
JAN JACOB, kapt. Schaap, van Bo’ness naar Dordrecht
DIADEM, kapt. Leng, van Newcastle naar dito


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hellevoetsluis, 26 december. Het van Batavia naar Rotterdam bestemde schip (opm: bark) KOOPHANDEL, kapt. L. Crevecoeur, is gisteren bij het binnenkomen op Pampus aan de grond geraakt. Het is later vlot gekomen en op de Kanaalhaven gebracht.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Brielle, 25 december. Het schip CORNELIA, kapt. Kroon, is van het Stenen Baken op de haven gekomen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie Mr. J.C. van Slooten, notaris te Veendam, zal ten verzoeke van mejufvrouw de Wed. Kant Jacob W. Stuut, op donderdag de 10e januari 1856, des avonds ten 7 ure, ten huize van de logementhouder D.E. Everts te Veendam publiek veilen en verkopen: het Nederlands schoener-kofschip, genaamd TJAKINA WICHERDINA, groot 93 tonnen, door nu wijlen Kant J. W. Stuut bevaren geweest, geregistreerd bij het Bureau Veritas d.d. 28 november 1853, voor 5 juni 3/3-6-1-1, thans liggende in het Zalmgat te Rotterdam; en zulks met al deszelfs opgoederen en toebehoren, van masten, rondhouten, ankers, kettingen, touwen, zeilen en verdere annexen, volgens gedrukte inventaris, ten huize van verkoop ter inzage voorliggende.


  DC - Dordtsche Courant

Vlissingen, 20 december. Het Franse schip LOUISE, kapt. Gouthard, van Antwerpen naar Morlaix, gisteren ter rede liggende, werd door harde wind en zware stroom zo ver neergedreven, dat de bemanning, vrezende het leven tussen de banken bewesten deze stad te zullen verliezen, het schip verliet, De kapitein alleen wilde niet van boord gaan. Na veel moeite en inspanning aan land geroeid, zag men eerst het dreigende gevaar, waarin de moedige kapitein verkeerde. Het gelukte twee der Belgische loodsen het schip en de kapitein des nachts binnen te brengen na verlies van ankers en kettingen.


  DC - Dordtsche Courant

Hellevoetsluis, 24 december. Het schip OCEAN HOME, kapt. Merryman, van New Orleans naar Rotterdam, zit nog steeds aan de grond; men heeft gisteren 120 balen katoen over boord geworpen, welke heden aan land gevlet worden.


28 december 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 27 december. Aangaande de schepen HONG KONG (opm: bark), kapt. N.H. Keuker, de 15e november 1854 van Calcutta naar Falmouth vertrokken, en sedert de 8e februari 1855 op 05º17’ N.B. en 23º07’ W.L. gepraaid; SUSANNA GEERTRUIDA (opm: bark), kapt. D. Steenveld Szn, de 27e december 1854 van Passaroeang (opm: Pasuruan) te Banjoewangie (opm: Banyuwangi) aangekomen en sedert daar herwaards vertrokken (opm zie ook NRC 050356); NEPTUNUS (opm: kof), kapt. J.H. Cappen, in oktober 1855 van Newcastle naar Harlingen vertrokken (opm: zie ook NRC 050356); en ECHO (opm: bark), kapt. D. Kuiper, van hier naar Liverpool, de 20e november 1855 uit Texel vertrokken en de 30e dito bij Bardsey overzeild (opm: zie NRC 071255 en 121255), heeft men sedert niets vernomen.


29 december 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 28 december. Kapitein Dijker, voerende het stoomschip CAÏRO, van hier naar Alexandria (opm: zie NRC 251155), schrijft uit Malta, in dato 17 december j.l:
Wij zijn gelukkig gisteren te Malta gearriveerd, na wederom veel storm te hebben doorgestaan, zodat ik de 14e dezer genoodzaakt was onder Sicilië ten anker te gaan, om reden ik Malta niet kon bezeilen door de sterke wind en hoge zee, van waar wij de volgende dag wederom naar Malta zijn gestevend.
Onder Malta komende, ontdekte ik een Nederlandse bark, zijnde de WILLEM ERNST, kapt. H.D. Visser, komende van Triëst, geladen met tarwe, naar Falmouth – zie ons nommer van 7 dezer. Dit schip te laag voor Valetta komende, hield op ons aan, zodat ik een half uur ongeveer op hem gewacht heb. Op verzoek van kapt. Visser, om hem naar Valetta te slepen, aangezien het schip lek was en daarbij verstopte pompen had, heb ik zulks gedaan en kwam diezelfde avond met hem in de Marca Scirocco-Baay op het eiland Malta ten anker, waarvan ik hem de volgende morgen veilig in de haven van Valetta heb gebracht. Heden krijg ik weder steenkolen aan boord en hoop morgen te vertrekken.
(opm: de CAÏRO was één van de schepen, voor Egyptische rekening te Amsterdam gebouwd en op eigen kracht uitgebracht)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Ilfracombe, 24 december. Het schip ELISABETH, van Galatz en Konstantinopel (opm: Istanbul) naar Rotterdam bestemd, is hier heden met verlies van verschansing, boten, zeilen en andere schade binnengebracht.


  JB - Javabode

Batavia, 29 december. Heden is hier aangekomen de Nederlandse bark VRIENDENTROUW, kapt. N.N. (opm: kapt. D. Grevelink), komende van Adelaide.


  JB - Javabode

(opm: het stoomschip JAVA wordt in de Javabode van 29 december 1855 nog vermeld als liggende ter rede van Soerabaija, zonder vermelding van kapitein, agent of bestemming, mogelijk om te slopen?)NRC 301255
Bath, 24 december. Een Spaanse brik, geladen met suiker van Havana naar Antwerpen, welke de 20e door de Belgische stoomboot DE KLOK, kapt. Van Es, zou binnengebracht worden, doch welke boot daarin door het breken van een cilinder werd verhinderd, is, door verlies van ankers en veel drijfijs boven op de ballastplaat geraakt. Nadat zaterdag 22 dezer de Belgische rivierloods Kierstein, op last van het Belgische loodswezen uit Antwerpen over land ter assistentie afgezonden, met zeer veel moeite aan boord was gezet, heeft de equipage met beide loodsen zondag morgen 8 uur tot behoud van hun leven het schip moeten verlaten, en zijn zij met zeer veel zelfopoffering en levensgevaar van de loodskwartiermeester Rijnberg, benevens enige manschappen van Zr.Ms. kanonneerboot no. 34, gecommandeerd door de luit.ter zee Servatius, gelukkig aan wal gebracht. Des nachts van diezelfde dag is de Belgische loods Van der Heijden, benevens bovengemelde commandant Servatius met de loods Rijnberg en enige manschappen weder naar de brik gegaan en mochten zij het bijzonder gelukkig voorrecht smaken het schip behouden in de haven te brengen. Morgen zal men denkelijk beginnen met de lading te lossen. Het schip is de ALESSANDRO, van Bilbao, kapt. Ricolo.


30 december 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Te Rotterdam ligt in lading naar Batavia, Samarang en Sourabaya voor passagiers en goederen het nieuw op de zeilage gebouwde campagne-barkschip SAMUEL HENDRICUS, kapt. A. Pronk. De inrichting zo gemakkelijk mogelijk gemaakt zijnde, is voor familiën en verdere passagiers dit schip wel aan te bevelen, voerende een geëxamineerde scheepsdokter. Adres bij de heren G.H. Stoltenberg & Zoon, en de cargadoors P. Varkevisser & Zonen aldaar, en De Coningh & Bert te Amsterdam. (opm: eerste reis)


31 december 1855


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 30 december. Gisteren is aan de Fabriek van Stoom- en andere Werktuigen van de heren Paul van Vlissingen en Dudok van Heel te Amsterdam de kiel gelegd voor een ijzeren fregatschip, groot circa 300 gemeten lasten, zullende genaamd worden STAD ENSCHEDE, voor rekening ener rederij onder directie van de heren Wed. B.W. van Starkenborg van Straten. Dit schip zal gevoerd worden door kapt. M.I.B. Noordhoek Hegt, en bestemd zijn voor de grote vaart.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Osterrisoer, 17 december. Het schip AMSTERDAM PACKET, kapt. Thiis, van Gothenburg met rogge naar Amsterdam bestemd, is hier de 14e dezer in averij binnengekomen en moet lossen om te repareren.