Inloggen
Zoek in kronieken
Aanwezig jaargangen:
Start - 1813 - 1814 - 1815 - 1816 - 1817 - 1818 - 1819 - 1820 - 1821 - 1822 - 1823 - 1824 - 1825 - 1826 - 1827 - 1828 - 1829 - 1830 - 1831 - 1832 - 1833 - 1834 - 1835 - 1836 - 1837 - 1838 - 1839 - 1840 - 1841 - 1842 - 1843 - 1844 - 1845 - 1846 - 1847 - 1848 - 1849 - 1850 - 1851 - 1852 - 1853 - 1854 - 1855 - 1856 - 1857 - 1858 - 1859 - 1860


Bevat   Exact
 

Kronieken uit 1852


01 januari 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 31 december. Te Capelle aan den IJssel is de 27e december op de werf van de scheepsbouwmeester P. Bakhuyzen de kiel gelegd voor een barkschip (opm: ESTAFETTE), groot 220 lasten, voor rekening ener rederij van de heren M.C. Lapidoth & Co te Amsterdam, zullende gevoerd worden door kapt. D. Hofker en bestemd voor de grote vaart.


  DC - Dordtsche Courant

In de avond van den 22 dezer tussen 8 en 9 ure is een vaartuig geladen met 30 lasten tarwe, van Zevenbergen naar Antwerpen, bevaren door de schipper Van Dort, naar men zegt, bij het teloorgaan van een baken, gestoten tegen het oude hoofd van Walzoorden in de Westerschelde. Het vaartuig bekwam dadelijk een lek en is geheel gezonken, hebbende de schipper, zijn vrouw en twee zeer jonge kinderen nauwelijks de tijd gehad zich te redden, met behulp van de veerboot van Walzoorden, welke juist van Hansweert kwam terugvaren, onder geleide van de veerman Adriaansens, die de nood van het vaartuig even bemerkende, zich haastte ter hulp te snellen, en het genoegen mocht smaken de schipper en zijn gezin behouden aan wal te brengen, hebbende deze echter nagenoeg niets van het zijne kunnen redden.


  DC - Dordtsche Courant

Zondag is van Den Helder per het Nederlands koopvaardijschip JOHANNA MARIA CHRISTINA, kapt. C.N. Gorter, naar Batavia vertrokken een detachement sterk 86 man suppletie-troepen van het koloniaal werfdepot, onder het bevel van de 1ste luitenant G. van der Meer, medegeleiders de 1ste luitenant der artillerie Von Speyer im Hoff en de officier van gez. 3de klasse L. Ploem. Eerstgenoemde zal na volbrachte zending repatriëren.


  DC - Dordtsche Courant

Valparaiso, 2 oktober. Het schip DOCTRINA ET AMICITIA, kapt. Wijnands, van Amsterdam alhier aangekomen, heeft op reis zwaar weder doorgestaan, waardoor enige schade aan romp en tuig geleden en de bezaansmast gebroken is. De kapitein denkt echter binnen weinige dagen de reis naar San Francisco voort te zetten.


  DC - Dordtsche Courant

Advertentie. De houders van connossementen aan order over goederen, alhier van Palermo aangebracht per het schip HILCHIENA WILKENS, kapt. A.H. Karssies, worden verzocht zich ten spoedigste te melden ten kantore van de scheepsmakelaar J.B. ’t Hooft te Dordrecht, liggende het schip sedert den 26 dezer gereed tot lossen.


  DC - Dordtsche Courant

Advertentie. Aan de respectieve deelhebbers in de Maatschappij van Dordrechtsche Scheepsreederij wordt kennis gegeven, dat door heren commissarissen, met en benevens de Commissie van zes heren deelhebbers, daartoe volgens art. 19 der Statuten benoemd, de Rekeningen en Balance, door Directeuren overgelegd, goedgekeurd, gesloten en ten hunnen decharge getekend zijnde, van nu af aan gedurende veertien dagen er visie van al de leden zullen liggen, ten Kantore van de Heren Klerk en Voogd, op de Kuipershaven alhier, en verder, dat ingevolge art. 20 der gemelde Statuten, het dividend door Directeuren en Commissarissen bepaald zijnde op twintig gulden voor ieder aandeel, dezer uitdeling ontvangbaar is van heden tot 11 januari 1852 ingesloten, bij de mede-directeur F.C. Déking Dura, alhier, bij wien de quitantiën in blanco verkrijgbaar zijn.
Dordrecht, 31 december 1851.


02 januari 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 1 januari. Het Nederlandse kofschip ALIDA MARGARETHA, van Caen met een lading graan naar Amsterdam bestemd, is bij het afzakken van de rivier Orne aan de grond geraakt en heeft ten gevolgde van deze een lek bekomen (opm: zie NRC 040152).


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Sylt, 23 december. Het schip TRIENTJE, kapt. Schoon (opm: buitenlander), van Leith naar Hamburg, is gisteren nacht op de hoogte van dit eiland gezonken. De equipage is gered.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Advertentie. Door Mr. P. Brongers, Notaris te Mensingeweer, zal, op maandag 12 januari aanstaande, des namiddags te drie uren, in het gemeentehuis te Eenrum, publiek te koop worden aangeboden een overdekt schip, genaamd de JONGE HERO (opm: binnenvaarder), thans ligende te Eenrum, groot volgens meetbrief 38 tonnen, met mast, zeilen, ankers, touwen en verder opgoed, alsmede een daarbij behorende schilboot, toebehorende aan de landbouwer F.D. van Oosten, en bevaren door de schipper Lubbert J. van Dijken.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Advertentie. Uit de hand te koop: Een welbevaren tjalkschip, groot 46 zeetonnen. In 1842 nieuw uitgehaald, met een kompleten inventaris. Te bevragen bij P. Stratingh & Co., te Delfzijl.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Groningen, 1 januari. Sedert onze laatste opgave zijn alhier weder twee nieuwe zeeschepen in de haven gebracht om opgetuigd te worden, en wel dinsdag de schoenerkof HINDERIKA MARGARETHA, groot ongeveer 70 last, kapt. J.J. Korte, van Nieuwe Pekela, gebouwd bij J.J. van der Werff, te Hoogezand, en gisteren de schoener ANTJE, groot 80 last, kapt. K.J. Klasen, van Oude Pekela, gebouwd bij I. Hooites, te Hoogezand.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Te Holtenau is binnengekomen, om te overwinteren, het Nederlandsche schip HEIKA PRINS, kapt. Prins, van Koningsbergen, met ballast.


  LC - Leeuwarder Courant

Te koop een welonderhouden tjalkschip, 28 ton, te bevragen bij H. Schotsman, scheepstimmerbaas te Workum.


03 januari 1852


  JC - Javasche Courant

Te Batavia angekomen schepen:
December 30 – Nederlandse bark HONG GOAN thans hernaamd ENGTHAIJ, kapt. Tjan Tongsang, van Cheribon de 24ste December – dito HAP GEEN, kapt. Naridien, van Samarang de 16de dito – dito schoener TJINSENG REMBANG, kapt. The Bianseng, van dito de 15de dito.
December 31 – Nederlandse brik PASEKAN, kapt. Tan Pikgiok, van Pekalongan de 23ste december – dito schip WADIE ATOOL RACHMAN, kapt. Said bin Hoesien Segaf, van Indramaijoe de 27ste dito passagier de heer T. Ebeling, en mevr. de wed. Ebeling – ditto bark ELLEN, kapt. H. Chevalier, van Samarang de 24ste dito.
Januari 1 – Nederlandse brik TARTAR, kapt. Sie Kongpat, van Pekalongan de 20ste december – dito bark MAGMOEDIE, kapt. T. Mckenzij, van Brama de 2de december – dito dito BATAVIA, kapt. Tan Inghok, van Pekalongan de 31ste dito – dito schip de STAD DORDRECHT, kapt. J. van Nassau, van Onrust.
- Van Batavia vertrokken schepen:
Dec. 31 – Bremer schip ERNST MORITZ ARNDT, kapt. A. Haake, naar Nederland – Nederlands dito ALFULCK, kapt. Sech Abdul Kadier Baradja, naar Soerabaija – dito bark AMA NATTER RACHMAN, kapt. Abdul Jalil, naar Indramaijoe – dito dito JACOBA HELENA, kapt. J.M. Pfeil, naar Onrust.
Januari 1 – Nederlandse bark POLKUS SA-ADA, kapt. Oewa Lamoong, naar Pontianak.
Januari 2 – Nederlands schip OEIJ SINJO, kapt. Kwee Samiang, naar Cheribon.
- Ter rede van Batavia liggende schepen:
Zr. Ms. korvet BOREAS, VAN SPEIJK, stoomschip SURINAME, MERAPI, schoener ARUBA, gouvernements schoener ZEEMEEUW, ANADIJOMENE; Nederlandse schepen AMANA TULBARIE, ZEEMEEUW, LUCONIA, DILIGENTIA, MARSOEK, INDIA, DJOEDOEL WADOED, de STAD DORDRECHT, WADIE ATOOL RACHMAN; barken HOKSOEN, BATAVIA WADIE ATOOL BARIE, BALGIS, J.C.J. VAN SPEIJK, JOAN, NOORD, SEGAFFIE, TREMBANG, FATAHOOL HAER ATIAT TOOLBARIE, JAN DANIEL, AZIA, CHRISTINA, de VROUW ANNA HENDRIENA, BORNEO, MARIJ EN HILLEGONDA, GENERAAL MICHIELS, INDRAMAIJOE, REIJERWAARD, FATHOOL HAIR, SCHOUWEN, GELDERLAND, JENOER, HONG GIAN thans hernaamd ENGTHAIJ, ELLEN, MAGMODIE; brikken HAP HEEN, PASEKAN, TARTAR, schoeners JONGE PIETER, BENKOELEN, MARY ANN SOPHIA, TJINSENG REMBANG – Engels schip THOMAS CHODWICK bark LONDEN –Zweedse schepen SWEA, MARIA CHARLOTTE; brik ALCYOA – Pruisisch schip RICA – Hamburgs schip SINCAPOER – Frans schip PATRIE – Deens schip HARPIJE – Bremer schip PATRIOT, HERDER.
- Van Indramaijoe vertrokken schepen:
December 26 – Nederlandse bark ANJER, kapt. P. Esink, naar Amsterdam via Batavia.
December 27 – Nederlandse bark WADIE ATOOL RACHMAN, kapt. Said Sech bin Hoesin Segaf, naar Batavia.
- Ter rede van Idramaijoe liggende schepen:
Nederlandse bark JAVAAN.
- Te Cheribon aangekomen schepen:
December 22 – Nederlandse schoener GAI GOAN, kapt. Tan Houtjoan, van Batavia de 17de december.
December 23 – Nederlandse schoener TJINSING REMBANG, kapt. Thee Biangsing, van Samarang de 15de december.
December 26 – Nederlandse schoener GOANLIE, kapt. Sotisiang, van Batavia de 20ste december.
- Van Cheribon vertrokken schepen:
December 23 – Nederlandse schoener TJINSING REMBANG, kapt. Thee Biangsing, naar Batavia.
December 24 – Nederlandse schoener GAI GOAN, kapt. Tan Houtjoan, naar Rembang – dito bark HONG GOAN thans hernaamd ENG THAIJ, kapt. Tjan Tongsan, naar Batavia.
- Ter rede van Cheribon liggende schepen:
Nederlands schip KONINGIN DER NEDERLANDEN, bark THETIS, schoener GOANLIE, en ALMAS.
- Te Tagal aangekomen schepen:
December 22 – Nederlandse bark INGLIE, kapt. Tan Ingsoan, van Cheribon de 19de december.
- Van Tagal vertrokken schepen:
December 23 – Nederlandse bark INGLIE, kapt. Tan Ingsoan, naar Rembang.
- Ter rede van Tagal liggende schepen: Nederlandse bark FLORA.
- Te Pekalongan aangekomen schepen:
December 21 – Nederlandse bark GOANLIE, kapt. I-Hingliem, van Cheribon de 18de december.
December 23 – Nederlandse bark LACHMADIE, kapt. Sech Achmat bin Sadik Jamanie, van Batavia de 5de december.
December 24 – Nederlandse bark INGLIE, kapt. Tan Ingsoan, van Tagal de 23ste december.
- Van Pekalongan vertrokken schepen:
December 22 – Nederlands schip LODEWIJK ANTHONIE, kapt. J. van der Meulen, naar Nederland.
December 23 – Nederlandse brik PASEKAN, kapt. Tan Pikgiok, naar Batavia.
December 24 – Nederlandse bark GOANLIE, kapt. I-Hingliem, naar Grissee.
December 26 – Nederlandse bark INGLIE, kapt. Tan Ingsoan, naar Grissee.
December 27 – Nederlandse kotter ELISABETH, kapt. L. Bordondao, naar Soerabaija.
- Ter rede van Pekalongan liggende schepen:
Nederlands schip JAVA, bark LACHMADIJ.
- Van Pasoeroewan vertrokken schepen:
December 18 – Nederlandse bark de AMSTEL, kapt. J. van Duijn, naar Amsterdam.
- Ter rede van Pasoeroewan liggende schepen:
Nederlandse schepen FLEVO, ANNA EN ELISE, en bark MATHILDA.
- Van Probolingo vertrokken schepen:
December 24 – Nederlands schip de ZWIJGER, kapt. J.H. Mugge, naar Nederland via Panaroekan.
- Te Banjoewangie aangekomen schepen:
December 12 – Nederlands schip WALVISCH, kapt. Th. Schmit, van Pasoeroewan de 30ste november – dito dito GENERAAL LIST, kapt. G.A. Sandman, van Pasoeroewan de 30ste dito – dito dito MAXIMILIAAN THEODOOR, kapt. K. Latjes, van Soerabaija de 21 dito.
December 13 – Nederlands schip TRITON, kapt. H. Olie, van Soerabaija, de 1ste december.
December 14 – Nederlands schip VIER GEBROEDERS, kapt. C. Vonck, van Pasoeroewan de 10de december – dito dito CLARA HENRIETTE, kapt. N.D. de Boer, van Soerabaija de 7de dito.
December 15 – Nederlands schip MARIA ELISABETH, kapt. K.J. Jonker, van Pasoeroewan de 10de december – dito dito ’S GRAVENHAGE, kapt. C.J.N. Blok, van dito de 11de dito – dito dito ZORGVLIED, kapt. J.G. Appel, van Soerabaija de 11de dito.
December 16 – Nederlands schip HECTOR, kapt. Persille, van Sumanap de 12de december – dito dito ELISABETH ANTHONIA, kapt. J. Veenstra, van Samarang de 10de dito.
December 17 – Z.M. schoener brik SIJLPH, luitenant ter zee 1ste klasse Siedenburg, van Soerabaija de 13de december, passagiers de pembekel Noersiman en echtgenote, met 4 bedienden.
December 18 – Nederlands schip DUIVELAND, kapt. J.C.. Kreije, van Pasoeroewang de 13de december.
- Van Banjoewangie vertrokken schepen:
December 13 – Nederlandse schoener ARROW, kapt. Pa Oonrust, naar Soerabaija.
December 14 – Nederlands schip de HOOP VAN CAPPELLE, kapt. D.T. Browning, naar Nederland – dito dito GENERAAL LIST, kapt. G.A. Sandman, naar Amsterdam – dito dito WALVISCH, kapt. T.H. Schut, naar dito – dito dito MAXIMILIAAN THEODOOR, kapt. K. Latjes, naar dito
December 15 – Nederlands schip TRITON, kapt. H. Olie, naar Amsterdam – dito dito ZORGVLIED, kapt. J.G. Appel, naar Tjilatjap.
December 16 – Nederlands schip CLARA HENRIETTE, kapt. N.D. de Boer, naar Amsterdam – dito dito MARIA ELISABETH, kapt. K.J. Jonker, naar Rotterdam.
December 17 – Nederlands schip PRINSES SOPHIA, kapt. P.S. Matzen, naar Amsterdam – dito dito HECTOR, kapt. Persille, naar Tjilatjap – dito dito VIER GEBROEDERS, kapt. C. Vonck, naar Amsterdam.
December 18 – Nederlands schip EENSGEZINDHEID, kapt. K. Haasnoot, naar Amsterdam.
- Ter rede van Banjoewangie liggende schepen:
Nederlandse schepen ’S GRAVENHAGE, ELISABETH ANTHONIA, DUIVELAND, en Zr.Ms. schoener brik SIJLPH.
- Te Sumanap aangekomen schepen:
December 17 – Nederlandse brik SIE KANOEGRAHAM, kapt. Palembang, van Palembang de 24ste november.
December 19 – Nederlandse schoener MARIA, kapt. Pa Talieman, van Grissee de 16de december.
- Van Sumanap vertrokken schepen:
December 20 – Nederlandse schoener Mooftah Halvaradje Ketjil, naar Soerabaija.
- Te Tjilatjap aangekomen schepen:
December 24 – Nederlandse bark ZORGVLIED, kapt. J.G. Appel, van Soerabaija,
- Van Tjilatjap vertrokken schepen:
December 24 – Nederlandse brik VICE ADMIRAAL LUCAS, kapt. J.K. de Weerd, naar Schiedam.
- Ter rede van Tjilatjap liggende schepen:
Nederlandse barken ZORGVLIED, en CHARLOTTA.
- Van Panaroekan vertrokken schepen:
December 18 – Nederlands schip CORNELIS WERNARD EDUARD, kapt. J.M. Kleinhouwer, naar Rotterdam.
December 21 – Nederlands schip OOST-INDIEN, kapt. E.E. Mos, naar Amsterdam.
- Te Wijnkoopsbaai aangekomen schepen:
December 22 – Nederlands schip JEANNETTA EN CORNELIA, kapt. T.K. Veldman, van Batavia.
- Van Wijnkoopsbaai vertrokken schepen:
December 20 – Nederlands barkschip JEANNETTE EN CORNELIA, kapt. T.K. Veldman, naar Amsterdam.


  JC - Javasche Courant

Batavia, 2 januari. Alhier ligt ter rede de Nederlands-Indische bark HONG GUAN, thans hernaamd ENG THAY.


04 januari 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 3 januari. Volgens een schrijven uit Caen is het kofschip ALIDA MARGARETHA (opm: bouwjaar 1848, kapt. Jan Tiddes Bart), zie ook PGC 130152), hetwelk op de rivier Orne gestrand is – zie ons nommer van 2 dezer – ten gevolge van de bekomen schade afgekeurd. De lading, welke zwaar beschadigd is, was men nog steeds bezig te lossen.


06 januari 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 5 januari. Het kofschip GERRITJE KOUMANS, kapt. Oldenburger, van Randers met haver naar Londen bestemd, is de 24e december met verbroeide lading te Arendal binnengelopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. De Onroerende Goederen, bestaande in: de Scheepstimmerwerf aan den Mond van de Rivier de Yssel, met Heerenhuis, Arbeiderswoningen, Erven en Landerijen, staande en gelegen in de Gemeenten Capelle op d’Yssel en Kralingen, op den 2den Januarij 1852, door de Notarissen Dalen en Lambert, residerende te Rotterdam, in het Gemeentehuis, op den hoek van ’s Gravenweg en de Korte Kade, te Kralingen, in 15 Perceelen geveild, zullen op Vrijdag den 9den Januarij 1852, des namiddags ten vijf ure, door voornoemde Notarissen, ter zelfder plaats, zoowel separaat als bij combinatien, worden afgeslagen en toegewezen. (opm: Een deel van de nalatenschap van Jan Hoogendijk, firmant van de firma W. & J. Hoogendijk en Co. Cornelis Hoogendijk Wzn, zoon van Jans broer Willem, werd op 9 januari eigenaar van o.m. de in Kralingseveer gelegen scheepstimmerwerf en het reparatiedok; de directie kwam in hand van diens oudste zoon Willem Cornelis Hoogendijk.)


  AH - Algemeen Handelsblad

Hellevoetsluis, 4 januari. ZWALUW, kapt. Spaanderdam, Nantes, is tegen het Scheelhoek aan de grond vastgeraakt, doch met assistentie weder af en op het kanaal gekomen.


  DC - Dordtsche Courant

In het afgelopen jaar zijn voor Dordrecht ingeklaard de volgende schepen, als: 45 met stukgoederen, 15 met zout, 14 met zout en katoen, 4 met zout, palmolie, olijfolie en dividivi, 8 met zout, katoen, zwavel en dividivi, 29 met steenkolen, 3 met kolen en slijpstenen, 1 met cement, 2 met vuurstenen, 14 met porseleinaarde, 1 met bruinsteen (als bijlegger), 39 met ijzer, 4 met zaad, 1 met ballast, van Groot-Brittannië; 7 met hout, 3 met hennip, 3 met lijnzaad, 4 met pik en teer, van Rusland; 27 met hout, 2 met teer, 1 met pik en teer, 8 met stokvis en levertraan, van Noorwegen; 1 met ijzer, 2 met teer, van Zweden; 1 met raapzaad, van Denemarken; 1 met granen, 1 met hout, 1 met lijnzaad, 1 met raapkoeken, van Pruisen; 1 met lijnzaad, van Holstein; 1 met sumak, van Hannover; 2 met meekrap, 1 met wijn, 2 met granen, 3 met zaad, 1 met marmer, 1 met stukgoederen (als bijlegger), van Frankrijk; 1 met wijn, matten, zoethout en drogerijen, van Spanje; 1 met zout, van Portugal; 6 met zwavel, 14 met essence, manna, amandelen, olijfolie, sumak, zwalen, vruchten enz. van Sicilië; 8 met suiker, koffie, rijst en bindrottingen, van Oost-Indië; 2 met salpeter, van Peru; 1 met suiker, van Brazilië. Totaal 288 ingekomen schepen. Ingekomen in 1851, 288 schepen, in 1850, 297, minder in 1851, 9 schepen.
Uitgeklaard: 42 schepen met stukgoederen en vee, 1 met stukgoederen, 4 met tarwe, 5 met lijnzaad, 6 met schors, 1 met bonen, 14 met bruinsteen, 10 met beenderen en knoken, 1 met kaas en 98 met ballast, naar Groot-Brittannië; 7 met ballast, naar Rusland; 6 met hoepen en dakpannen en 29 met ballast, naar Noorwegen; 1 met ballast, naar Zweden; 8 met ballast, naar de Oostzee; 2 met hoepen naar Bremen; 1 met stukgoederen, 17 met spoorijzer, 6 met oud ijzer, naar Pruisen; 1 met hoepen, naar Oost-Vriesland; 1 met beenderen en knoken, 2 met tras, 4 met bruinsteen, 8 met hout, naar Frankrijk; 1 met zout, naar België; 1 met ballast, naar Portugal; 4 met suiker, naar de Middellandse Zee; 1 met steenkolen, 6 met ballast, naar Oost-Indië; 1 met stukgoederen, naar San Francisco en Valparaiso; 1 met passagiers, naar Noord Amerika. Totaal 290 uitgaande schepen. Uitgegaan in 1851, 290 schepen, in 1850 226, meer in 1851, 64 schepen.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Advertentie Verkoop van zeeschepen. Ten overstaan van Mr. J.W. Quintus, notaris te Groningen, zullen, op vrijdag 16 januari 1852, des avonds te 7 uur, ten huize van de logementhouder H. van der Laan, aan de Grote Markt te Groningen, publiek worden verkocht:
- Het sterk gebouwde kofschip de STAD KAMPEN, in 1844 nieuw uitgehaald van de werf van de heer I. Hooites, te Hoogezand, groot 111 tonnen of 59 lasten, lang 23,75, wijd 4,44 en hol 2,37 ell., gevoerd door kapt. D. van der Zee, liggende thans te Harlingen. Adres bij de heren Repko & Co., aldaar. (opm: verkocht, verdoopt in LAMMEGINA MARGONDA, kapt. A. Ellens)
- Het snelzeilend schoener-kofschip J.H. GRAAF VAN RECHTEREN, in 1845 van dezelfde werf als boven uitgehaald, groot 103 tonnen of 54 lasten, lang 23,45, wijd 4,34, en hol 2,78 ell., gevoerd bij kapt. G. Hoeksema, thans liggende aan de werf De Dageraad, van de scheepsbouwer J.L. Ceuvel, te Amsterdam. (opm: verkocht, verdoopt in MARIA, kapt. M. Priebee)
- Het in den jare 1844 nieuw uitgehaald tjalkschip de VROUW CATHARINA, groot 82 tonnen, met kompleten inventaris, zoals hetzelve is bevaren door de Wedw. H.H. de Boer en thans is liggende aan de Groenmarkt bij de St. Jansboog, te Groningen. Om te aanvaarden 8 dagen na de finale toeslag. (opm: waarschijnlijk binnenvaarder)
Nadere informatiën en conditiën ten kantore van de Notaris.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Advertentie. Mr. J.C. van Slooten, notaris te Veendam, zal, ten verzoeke van zijne principalen, publiek veilen en verkopen het wélbevaren kofschip CATHARINA, groot pl.min. 90 roggelasten, laatst bevaren door kapt. J.H. Duintjer, en thans te Harlingen liggende, met al deszelfs opgoederen van masten, zeilen, ankers, touwen, boot, koksgereedschappen en verder toebehoren, waarvan de inventaris ten huize van verkoop ter lezing ligt. (opm: verkocht met behoud van naam; kapt. B.E.F. Schelts)
Deze verkoop zal plaats hebben op woensdag 21 januari 1852, des avonds te 7 uur, ten huize van de logementhouder D. Everts, te Veendam.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Advertentie. Verkoping van een tjalkschip. Op vrijdag 30 januari 1852, des avonds te 6 uur, zal, in het Gemeentehuis te Sappemeer, publiek verkocht worden het bevaren tjalkschip, genaamd JANTINA (opm: binnenvaarder), groot 70 tonnen, met boot, opgoed en toebehoren, in 1846 nieuw uitgehaald, liggende thans bij de Hoogezandster brug te Hoogezand, – laatst bevaren door de Weduwe H.D. de Boer.
Nader te bevragen ten kantore van de Notaris te Sappemeer, Mr. C. Hartman Busmann.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Advertentie. Uit de hand te koop op aannemelijke voorwaarden een welbevaren kofschip, genaamd de VRIENDSCHAP, groot 90 zeetonnen, met de complete inventaris, zo als dezelve thans is liggende te Harlingen. Tot aanwijs en bezichtiging kan men zich vervoegen bij H. Kok, te Harlingen; terwijl de inventaris voorhanden is bij de eigenaar kapt. Roelf R. Sap, te Veendam, bij wien nader informatie te bekomen is.


07 januari 1852


  JC - Javasche Courant

- Te Samarang aangekomen schepen:
December 29 – Nederlands stoomschip PADANG, kapt. A.H. Bisschip Grevelink, van Batavia 28 december, met 10 passagiers.
December 31: Nederlandse bark RIDDERKERK, kapt. M. Noltee, van Macao 13 december.
- Van Samarang vertrokken schepen:
December 27 - Zr.Ms. stoomschip ARDJOENO, kapt.luit.t.zee A.J. Voet, koersstellende om de noordwest; Nederlandse bark JUNO, kapt. W.J. Chevalier, met enige passagiers naar Nederland.
December 28 – Nederlands stoomschip KONINGIN DER NEDERLANDEN, kapt. G. Curtis, met drie passagiers en Zr.Ms. troepen naar Soerabaija.
December 31 – Nederlands stoomschip PADANG, kapt. A.H. Bisschop Grevelink, met vijf passagiers en bannelingen naar Soerabaija.
Januari 1 – Nederlandse bark NAUWAN ELJOESOOR, kapt. C. Monteiro, naar Soerabaija.
- Ter rede van Samarang liggende schepen:
Zr.Ms. roei-kanonneerboot No.14, Nederlandse fregat EMMA GONDA SARA CLASINA, Nederlandse barken DOROTHEA HENRIETTE, RIDDERKERK, EMILIE SHAT ELVRET, NAGA LAUR, BACH MASTORA, en FATAHOOL HAIR, Nederlandse brikken FAVORIE, SALMA en FIEDHA RACHMAN, Nederlandse schoeners LOUISE en BIENTANG TOEDJOE, en twee buitenlandse schepen.
- Te Soerabaija aangekomen schepen:
December 25 - Nederlandse bark SALMA, kapt. Said Ibrahim Albabassij, van Samarang 23 december met Zr.Ms. troepen en bannelingen; Nederlandse bark JADUL KARIM, kapt. Said Mohamat bin Hoesin Atas, van Batavia 20 december.
December 29 – Nederlands stoomschip KONINGIN DER NEDERLANDEN, kapt. G. Curtis, van Batavia 25 december, met 7 passagiers en Zr.Ms. troepen en bannelingen.
December 30 – Nederlandse bark SAID MASKOOR, kapt. Abdul Kasim, van Batavia 23 december met twee passagiers.
- Van Soerabaija vertrokken schepen:
December 25 – Nederlandse kotter LITTLE TOT, kapt. Katjoong, naar Toeban; Nederlandse bark PRESIDENT VERKOUTEREN, kapt. C.F. Eijlerts, naar Nederland via Banjoewangie.
December 28 – Nederlandse schoener GLEANER, kapt. J.F. Thierbach, naar Batavia; Nederlandse bark MANSOOR SARIE BANJERMAAS, kapt. Hadjie Mohamat Ijasin, naar Grissee, Nederlandse bark GOANSEEN, kapt. Tan Tekkiem, naar Grissee, Nederlandse schoener FATHOOL MOEBARAK, kapt. Pa Salea, naar Grissee.
- Ter rede van Soerabaija liggende schepen:
Zr.Ms. wachtkorvet NEHALENNIA, Zr.Ms. stoomschepen VESUVIUS, BATAVIA, PHOENIX, HEKLA, BORNEO, ONRUST, ETNA, Zr.Ms. schoenerbrik BANKA, Zr.Ms. stoomadviesvaartuig TJIPANAS, en de koopvaardijschepen: Nederlands stoomschip KONINGIN DER NEDERLANDEN, Nederlandse fregatten LUCIA MARIA, HELENA, ISIS, FANNY, SARA LYDIA en EL MACHLAAR, Nederlandse barken FATAL MAAN, MOSAMBIQUE, NEERLANDS KONINGIN, WILLEM DE CLERCQ, ELIZE, ADERAAK, NAIM BALGIER, CAMBA TORIDA, ABDUL HASSIEM, JADUL RACHMAN, AL ALAWIE, ASSAD DULLAH, SALMA, JADUL KARIEM en TATAS BANJERMASSING, de Nederlandse schoeners ZEEMANSHOOP, SOEIKIT, MERCURIUS, INDRAM ELJOESOER en FATAAL MOEBIEN, en de Nederlandse boot GOANSEENG.


08 januari 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 7 januari. Ongeveer ten 1 ure had het 4-jarig zoontje van de kapitein D.B. Kolk, voerende het kofschip VEENDAM, in de Wijnhaven liggende, het ongeluk al spelende over boord te vallen en onmiddellijk te verdrinken.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Helder, 6 januari. Naar wij vernemen, zijn twee schepen op Vlieland gestrand: een Italiaanse brik en een kof, van Suriname komende, zijnde van de equipage der brik vier man omgekomen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Smirna (opm: Izmir), 15 december. De 13e dezer is van hier vertrokken de Nederlandse kof GEERTRUIDA, kapt. Homveldt, bestemd naar Amsterdam, na alvorens te Tschesme en Samos rozijn te hebben geladen. De Nederlandse kof DRIE GEBROEDERS, kapt. Venster, ligt hier in lading voor Amsterdam, terwijl de Nederlandse hoeker-schoener KOOPHANDEL, kapt. Valkenier, de 11e vertrokken is om te Salonika (opm: Thessaloniki) rogge voor Vlaardingen in te nemen. Thans blijft alhier nog slechts de schoener TRIEST, kapt. Hoveling, op een bevrachting wachten.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Fayal (opm: Azoren), 16 december. De 8e dezer arriveerde alhier masteloos en met overgeschoten (opm: overgegane) lading het schoenerschip PIET HEIN, kapt. Zeven, van Havana naar Rotterdam bestemd. Men is thans bezig om de lading, suiker en tabak, die gedeeltelijk beschadigd is, te lossen. Twee man der equipage zijn in een zware storm op de 20e november (opm: 1851) over boord geslagen.


09 januari 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 8 januari. Heden middag ten 2 ure is van de werf Het Wapen van Harlingen, van de heer F. Haverkamp, met goed gevolg te water gelaten het barkschip de STAD NIJMEGEN, groot 220 last, gebouwd voor rekening van de heer A. Graadt van Roggen en gevoerd zullende worden door kapt. P.W.B. Millink.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Groningen, 6 januari. Zijn onze ingewonnen berichten juist, en wij hebben geen redenen daaraan te twijfelen, dan hebben onze kofschippers over ’t algemeen geen gunstig jaar gehad. Enige reders hebben bij het einde des jaars in plaats van, zo als gewoonlijk, iets over te houden, nog moeten bijpassen. Van daar ook, dat de aandelen in schepen buitengewoon goedkoop en bijkans niet te plaatsen zijn. Het gevolg daarvan is alsmede, dat op de werven te Veendam en Pekel-A nog onderscheidene kof- en andere schepen liggen, die te vergeefs op kopers wachten. Het is dus te verwachten, dat in 1852, ten minste uit dit gewest, niet zo vele schepen in de vaart zullen gebracht worden, als dit in ’t afgelopen jaar het geval was.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Helder, 7 januari. Volgens nadere informatie zou het één der beide zondagnacht (opm: 4-5 januari) op Vlieland gestrande schepen zijn het Nederlands kofschip KONING WILLEM kapt. Lutje (opm: bouwjaar 1840, kapt. R.H. Lutje), van Suriname naar Amsterdam, waarvan de equipage en de loods gered zijn, terwijl van het andere, een Italiaanse brik, van Brazilië naar Hamburg met een lading huiden en verfhout, de equipage, op vier man na, en de Engelse loods, gered zouden zijn. (opm: zie ook NRC 110152 en AH 170152)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Elseneur, 3 januari. Het hier in averij binnengelopen kofschip IDA JACOBA, kapt. Bosker, van Stettin (opm: Szczecin) naar Rotterdam bestemd – waarvan wij vroeger melding maakten – heeft heden de reparatiën zo ver voltooid, dat men de lading gerst wederom kon innemen.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Advertentie. Vrijdagmorgen tussen 12 en 1 uur, zal van de Noorderwerf van stapel lopen het nieuw gebouwde schoenerschip, genaamd D' OMMELANDEN, groot plus min. 140 tonnen, hetwelk gebouwd is bij de heren K. Kater & Meulman, voor rekening van de heren E. Wierenga c.s., van Ezinge, en dat bevaren zal worden door kapt. L. Wierenga van Ezinge.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Advertentie. Mr. J.C. van Slooten, Notaris te Veendam, zal, ten verzoeke van Albert Klaassens Pruim, op woensdag 21 januari 1852, des avonds te 7 uur, ten huize van de logementhouder D.E. Everts, publiek veilen en verkopen een welbevaren tjalkschip, genaamd HINDERIKA (opm: kapt. Albert Klaassens Pruim), groot 41 tonnen, met deszelfs komplete inventaris tot de buitenvaart, thans liggende bij de werf van Harm Jans Bieze, te Veendam, alwaar het alle dagen kan worden bezien.
(opm: kapt. Pruim had zijn in 1843 door scheepstimmerman Bieze op speculatie gebouwde en in 1844 nieuw aangekochte tjalk bij Bieze ingeruild als aanbetaling op de nieuwe galjoot DAGERAAD; de tjalk ging waarschijnlijk terug naar de binnenvaart, waar kapt. Pruim ook was begonnen)


10 januari 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Kaap de Goede Hoop, 18 november 1851. Vertrokken WOLTEMADE, kapt. F. Guyt Jr. naar Akyab.


 MCO - Middelburgsche Courant

Vlissingen, 9 januari. Van Antwerpen is de Schelde afgekomen en naar zee gezeild de HARRIET, kapt. Soeten, naar New York, met passagiers (opm: ongetwijfeld landverhuizers).


11 januari 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Schiedam, 10 januari. Heden is alhier op de scheepstimmerwerf De Nijverheid door de scheepsbouwmeesters C. Gips & Zn de kiel gelegd van een barkschip, groot 350 gemeten lasten bestemd voor de grote vaart. Hetzelve zal de naam voeren van PAUL JOHAN en gebouwd worden voor een rederij onder directie van de heren De Groot, Roelants & Co.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Helder, 9 januari. De beide schepen, zondag 4 dezer op Vlieland gestrand en vergaan, zijn de Nederlandse schoenerkof KONING WILLEM, kapt. R.H. Lutje, van Suriname naar Amsterdam, beladen met suiker en katoen, de equipage is gered maar schip en lading zijn, op enig katoen na, verloren.
Het andere is de Genuese brik H. DUCA DI GENOVA, kapt. J.B. Viela, met mahonie en ander hout van St. Domingo naar Amsterdam bestemd. Het schip is verbrijzeld, de kapitein en drie man van de equipage zijn daarbij omgekomen. (van een en ander maakten wij reeds in onze nommers van 8 en 9 dezer melding)


12 januari 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Texel, 10 januari. Heden morgen is alhier tussen de zogenaamde Kleine Keet en het fort Kijkduin gestrand het Nederlands kofschip GESINA JANTINA, kapt. Rosema (opm: zie PGC 130152), van Rouaan met een lading koolzaad naar Amsterdam. Het schip en de bemanning verkeerde door de sterke branding in het grootste gevaar. Te vergeefs trachtte men met de reddingboot het schip te bereiken; zij werd teruggeslagen. Alstoen nam een bootsgezel, C. Dito, het stoute besluit om met een lijn om het lijf zwemmende het schip te bereiken. Met moeite mocht hem dit gelukken. Nu wilde men nog eens de reddingboot langs de lijn, die thans aan het schip was bevestigd, in zee brengen, maar ook dit was te vergeefs. Eindelijk slaagde men er in de equipage langs de lijn naar het strand te brengen. Het schip en de lading zijn verloren.


  AH - Algemeen Handelsblad

Amsterdam, 10 januari. De schoenerkof KONING WILLEM, op Texel gestrand, is verbrijzeld.


13 januari 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Veendam, 10 januari. Gisteren avond had, in een buitengewone vergadering van het zeemans-collegie alhier, de plechtige uitreiking plaats van een gouden medaille met toepasselijke opschriften, vanwege de Franse republiek geschonken aan de gezagvoerder van het Nederlands kofschip NIJVERHEID, H.P. Puister, die op de 27e augustus l.l, bij een hoge zee, de bemanning van het brandend schoenerschip JOSEPHINE redde en na een gastvrije verzorging behouden aan wal gebracht (opm: zie NRC 100951). De heer J. Sannes werd, zowel bij zijn voordracht: “Over enige deugden, tot wier beoefening vooral het beroep van de menslievende zeeman aanleiding geeft”, als vooral bij zijn hartelijke toespraken aan de edele redders, die, op één na, allen tegenwoordig waren, met aandacht gevolgd, terwijl de heer A. Winkler Prins, door de voordracht van een gedicht, getiteld: “Brand op zee, of het vergaan van het Franse schoenerschip JOSEPHINE”, de luister van deze plechtigheid verhoogde. Een vergadering van ongeveer vier à vijfhonderd mannen en vrouwen bevond zich in de zaal en bracht een onvergetelijke avond door.


  AH - Algemeen Handelsblad

Vlie, 8-10 januari. Het schip WIKINGEN, kapt. O.L. Larsen, van Tschesmé, als bijlegger, is met verlies van ankers en kettingen en meer schade, met assistentie van een loodsboot de 5de dezer in de haven van Terschelling gebracht.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

De Nederlandse kof ALIDA MARGARETHA, kapt. J.F. Barth (opm: kapt. Jan Tiddes Bart, zie NRC 040152), van Pekela, met een lading rogge van Caen naar Amsterdam bestemd, is, volgens bericht uit eerstgenoemde plaats van de 2e januari, in de nacht van 26 op 27 december op een zandbank beneden de rivier van Caen gestrand. Men hoopte de lading en de inventaris voor het grootste gedeelte te bergen. Het schip was echter aan alle zijden open en lag geheel onder water.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Advertentie. Mr. B. Haitzema Viëtor, Notaris te Winschoten, gedenkt, ten verzoeke van de heer J.H. Teijen c.s., op woensdag 21 januari 1852, des avonds te 6 uur, ten huize van de kastelein P. de Jonge, te Nieuwe Pekela, in openlijke veiling te verkopen een welbevaren kofschip, genaamd MARGARETHA, groot 108 tonnen of ruim 80 roggelasten, in den jare 1847 nieuw van de bijl te water gebracht, bevaren door kapt. H.B. de Boer, met de complete inventaris, thans liggende te Antwerpen. (opm: geen koper gevonden)


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Advertentie. De notaris J.J. De Blécourt, te Wildervank, zal, ten verzoeke van de weduwe van wijlen Hindrik Jans Puister, te Veendam, publiek veilen en verkopen het welbevaren koftjalkschip, genaamd FENNEGIENA, groot 63 tonnen, met kompleten inventaris, in den jare 1845 nieuw uitgehaald, thans liggende bij de werf De Groote Leeuw, aan de Kadijk, te Amsterdam, laatst bevaren door Lucas H. Puister.
Deze verkoop zal gehouden worden ten huize van de logementhouder E.J. Duintjer, te Veendam, op woensdag 28 januari 1852, des voormiddags te 10 uren, zullende het inventaris in tijds ten huize van verkoop en verder alom ter lezing liggen. Nader informatiën zijn te bekomen bij genoemde Weduwe Puister, te Veendam, alsmede ten kantore van gemelden Notaris.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Groningen, 8 januari. Vrijdag namiddag liep hier met het beste gevolg van stapel het voor rekening van de heren E. Wieringa en consorten, van Ezinge, op de Noorderwerf van de heren K. Kater en A. Meulman alhier gebouwde schoenerschip OMMELANDEN, groot 100 roggelasten, zullende bevaren worden door kapt. L.S. Wieringa, van Ezinge.
Tegelijkertijd werd de kiel gelegd van een schoener, groot 115 roggelasten. Ook wordt op die werf druk gewerkt aan een schoener van 80 roggelasten. Beide deze schepen worden gebouwd voor rekening van de eigenaren der werf, de heren Kater en Meulman.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Helder, 10 januari. Na het woeden der hevige stormen van de gepasseerde nacht vernam men hier hedenmorgen, omstreeks 5 uur, het stranden van een schoener- of kofschip in de nabijheid van het Falga. Velen spoedden zich naar de plaats des onheils, om zo mogelijk hulp te bieden. Inmiddels trachtte men, niettegenstaande de duisternis en de hevige branding der zee, de reddingsboot behoorlijk bemand in zee te brengen. Met de uiterste inspanningen mocht men daarin slagen, doch alle moeite, die men aanwendde om het in gevaar zijnde schip te bereiken, was, uit hoofde het holle der zee, vergeefs; ontzettend was het noodgeroep der equipage bij het steeds toenemende gevaar.
In dit dreigend ogenblik neemt Corn. Dito, een bootsgezel, het schier ongelooflijke, maar niet minder manmoedig besluit, om, na zich een lijn om het lichaam te hebben gebonden, waarvan men het andere einde aan land hield, te beproeven het schip al zwemmende te bereiken. Huiverend zag men hem zich te water begeven, en ten spel aan de woedende golven, die zich als steile rotsen verhieven, werd hij tot twee malen toe door stortzeeën teruggeslagen, maar door menslievendheid geprikkeld, grijpt hij telkens nieuwen moed en heeft eindelijk het geluk het schip, het doel zijner opoffering, te bereiken. Nu in gemeenschap met het land zijnde, trachtte men de reddingboot op de door hem meegevoerde lijn uit te halen, waarin men aanvankelijk scheen te zullen slagen; doch dicht bij het schip genaderd zijnde brak de lijn door de woede eener zee, waarop de boot vol water geraakte en met de bemanning op het strand werd geslagen.
Bedoelde boot hierdoor voor het ogenblik onbruikbaar geworden zijnde, besloot C. Dito een stuk hout met eene lijn naar land te doen drijven, ten einde daarmede zware lijnen uit te halen, waar langs men de equipage door de branding heen zou kunnen redden. Dit plan, hoe hachelijk anders, gelukte volkomen, en verkleumd en verstijfd als zij waren, van koude en water, kwam de equipage met C. Dito behouden aan wal. Met blijdschap en dankbaarheid werd hij begroet, en, zo iemand, hem vooral komt eene beloning toe, geëvenredigd aan zijn manmoedig en menslievend gedrag.
Later vernam men, dat het kofschip is genaamd GEZINA JANTINA, kapt. H. Rosema (opm: GEZIENA JANTINA, bouwjaar 1848; kapt. Hindrik Rozema, zie ook NRC 120152), van Rouaan met koolzaad naar Amsterdam. De lading is beschadigd en zal mogelijk gedeeltelijk geborgen worden; het schip zal weg zijn.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Oude Pekela, 8 januari. Heden ontving men hier het verblijdend bericht, dat onze plaatsgenoot, kapt. A. Kiers, voerende het kofschip MARGARETHA, dat, den 9 december l.l. uit Texel vertrokken, den 2 januari j.l., dus na een reis van 115 dagen, gelukkig te Marseille was gearriveerd. Sedert een geruime tijd waande men hier, evenals te Marseille, kapt. Kiers reeds verloren, en dit werd niet alleen veroorzaakt door de buitengewoon lange reis, maar ook door een bericht uit de Engelse zeetijdingen, dat een soortgelijk schip, als de MARGARETHA, en van gelijke lading, door een Engelse brik in de grond zou zijn gezeild. Kapt. Kiers schrijft, dat hij reeds de 34e dag na zijn vertrek uit Texel de vuurtoren van Marseille in het gezicht heeft gehad, maar toen door een opkomenden storm genoodzaakt was weder ruime zee te kiezen, en dat hij de overige 81 dagen zich in de Golf van Leon heeft moeten ophouden, zonder wegens de veelvuldige stormen vroeger de haven zijner bestemming te kunnen bereiken, ofschoon men hiertoe herhaalde pogingen had aangewend. Kapt. Kiers bericht verder, dat zij in al die tijd geen land aangedaan hebben.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Delfzijl, 9 januari 1852. Heden had alhier, in de vergadering van het Genootschap Nut en Oefening, de plechtige uitreiking plaats van twee allerkeurigst bewerkte medailles en van twee getuigschriften, door de Maatschappij tot Redding van Schipbreukelingen, gevestigd te Rotterdam, toegewezen aan de schipper Jan H. Kort en aan zijn stuurman Hendrik P. Jager, en wel aan eerstgenoemde van de grote en aan laatstgenoemde van de gewone zilveren medaille.
Zij hadden zich deze onderscheiding waardig gemaakt, door dat zij in de nacht van de 11e september des afgelopen jaars hun leven in de waagschaal stelden, om de schipbreukelingen te redden van het Nederlandsche tjalkschip de TWEE GEBROEDERS, tehuis behorende te Bergummerdam, in Friesland, en gevoerd door de schipper Roelf Aukes de Groot; welk schip op de zogenaamde Bosplaat in het zeegat van Norderney was gestrand, en waar het hun met grote inspanning van krachten en zelfopofferden moed mocht gelukken, al de ongelukkige schipbreukelingen aan het verslindend element te ontwringen. (opm: zie NRC 160951)


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Londen, 7 januari. Het stoomschip AMAZON, behorende aan de maatschappij die de postpakketdienst op West-Indië verricht, de 2de dezer van Southampton vertrokken en de volgende dag de Scilly eilanden reeds voorbijgevaren zijnde, is op die hoogte bij stormweder in brand geraakt en door het vuur binnen korte tijd vernield. Van de aan boord zijnde 156 personen hebben, zoveel men weet, slechts 21 op een boot het leven gered (opm: zie PGC 160152). De oorzaak van de brand is niet bekend. Het was een nieuw schip, dat zijn eerste reis deed.


14 januari 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 13 januari. Het schip KOOPHANDEL, kapt. Hoeksma, van Nickerie te Texel binnen, heeft de 10e dezer in de Noordzee een stortzee over gehad, en daardoor de voorsteng en kluiverboom verloren.


15 januari 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 14 januari. Volgens brief van kapt. Kiers, voerende de Nederlandse kof MARGARETHA, na een reis van 115 dagen van hier te Marseille aangekomen, had hij de 34e dag na zijn vertrek uit Texel de vuurtoren van Marseille in het gezicht, doch was door een opkomende stom genoodzaakt weder zee te kiezen en had 81 dagen in de Golf van Leon moeten kruisen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Wainflick (opm: Wainfleet All Saints), 11 januari. Het schip VENILIA, kapt. Smith, van Seaham Harbour naar King’s Lynn bestemd, is op de hoogte van Skegness gestrand en totaal verbrijzeld. De kapitein en twee man der equipage zijn hierbij omgekomen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Middelburg, 12 januari. De directie deelt mede, dat op maandag de 26e dezer de stoomboot de STAD VLISSINGEN de geregelde dienst van Vlissingen op Rotterdam en op Antwerpen weder zal aanvangen. Het snelvarend en goed ingericht schip, pas verbeterd door een geheel nieuwe ketel, wordt het reizend publiek ruimschoots aanbevolen. (opm: beknopt)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londonderry, 10 januari. Het te Pekel-A te huis behorend kofschip ARENDINA, kapt. Dik (opm: bouwjaar 1837, kapt. Egbert Jans Dik), van Ibrail (opm: Brặila) op hier bestemd, is op de bank van Red-Castle gestrand. De equipage is gered. Het schip heeft bereids vier voeten water in het ruim. (opm: zie ook NRC 160152 en PGC 200152)


  AH - Algemeen Handelsblad

Groningen, 12 januari. Bij de scheepsbouwmeesters Kater & Meulman op de Noorderbinnenwerf alhier is de 8e januari des namiddags ten 2 ure van stapel gelopen het nieuw gebouwde schoenerschip genaamd de OMMELANDEN, groot plm. 140 ton, gebouwd voor rekening van de heer E. Wieringa c.s, van Ezinge. Het schip zal na voltooid te zijn bevaren worden door kapt. L. Wieringa, van Ezinge.


16 januari 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londonderry, 10 januari. Van het gestrande kofschip ARENDINA – zie ons nommer van gisteren – heeft men een gedeelte der lading gelost en hoopt men, mocht het weder gunstig blijven, ook het andere gedeelte, alhoewel beschadigd, te kunnen bergen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 26 november. Met verlangen ziet men hier het schroefstoomschip PADANG te gemoet, als het eerste van drie vaartuigen van een onderneming, welke zo veel zal bijdragen tot verlevendiging van de handel en een snel verkeer in onze Oost-Indische archipel. Er is reeds een Amerikaanse stoomboot, de CITY OF GLASGOW, thans de naam JAVA dragende, in de vaart van hier op Singapore.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 28 november. De Javasche Courant meldt: De 9e november is ter rede van Batavia gearriveerd het stoomschip JAVA, kapt. G. Batter, met de brieven en pakketten uit Nederland.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 28 november. Wij zijn in staat het navolgende mede te delen nopens een genomen proeve om zekere boomschors, in de handel genaamd lantong, te bezigen tot bedubbeling van schepen onder het koper.
De proef is genomen met Zr.Ms. schoenerbrik BANKA. In januari 1849 zijn te Onrust verschillende plaatsen onder het koper van die bodem met gemelde schors bekleed, en in de maand oktober j.l, toen de BANKA te Soerabaija in het drijvend droogdok werd genomen, is van die gelegenheid gebruik gemaakt om zich van het resultaat der aanbrenging van die boomschors te overtuigen. Het is daarbij gebleken, dat de teerdelen, waarmede de lantong doorweekt was, vóór dat dezelve was aangebracht, nagenoeg geheel waren opgelost, en dat daardoor de schors de nodige verbinding met de vaste huid miste.
Te gelijkertijd ontwaarde men bij het afnemen der bedubbeling met vilt, welke op andere plaatsen van dien bodem was aangebracht, dat deze nog in een goede staat verkeerde.
Een ter zake gestelde commissie heeft dan ook het gevoelen uitgebracht, dat de bedubbeling met de lantong moet worden afgekeurd, uithoofde van hare ijlheid en geringe zelfstandigheid, ontstaan door het oxideren van het koper, waaronder hetzelve zich bevindt; en dewijl die grondstof, bij een tijdsverloop van slechts drie jaren, bewezen heeft geen goede eigenschappen voor de verdubbeling van schepen onder het koper in zich te verenigen, daar zij de vaste huid niet conserveert en geen tegenstand voor het indringen van het water kan aanbieden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 28 november. In scheepsvrachten valt het volgende te melden: het Engelse schip PANAMA is beladen met rijst à GBP 3 en suiker à GBP 4 voor Amsterdam. Het Engelse schip EUPHROSYNE is gecharterd voor rijst en suiker à GBP 3.15 naar Valparaiso.
Het Engelse schip ELISA HART is nog zonder bestemming. Het Hamburger schip ELBE werd voor Hamburg bevracht à GBP 3.
Wat Nederlandse schepen betreft is de ANNA MARGARETHA gecharterd voor Rotterdam rijst à NLG 75, suiker à NLG 80 en arak à NLG 110.
De OCEAAN in Holland gecharterd à NLG 80 voor alle goederen, laadt voor bevrachters rekening suiker à NLG 85 en arak à NLG 115, en voor vervrachters rekening tot opvulling van de disponibele ruimte rijst à NLG 65.
De EENDRAGT MAAKT MAGT laadt suiker en arak volgens bepaling zo men wil tot een gemiddelde vracht van NLG 85.
De GELDERLAND laadt suiker en arak, zo men zegt à NLG 80 en NLG 115. De CLARA HENRIETTE laadt op de kust, zijnde in Holland bevracht à NLG 78. Disponibel zijn nog: de ZEEMEEUW en NOORD, terwijl de PHILIPS VAN MARNIX; JAVA en SARA LYDIA voor eigen rekening laden. Het Zweeds schip SOLIDE laadt voor eigen rekening naar Zweden, de ALCYON, het Engels schip INCONSTANT en het Pruisisch schip WILHELMINE zijn zonder bestemming. Het Engelse schip ENCHANTRESS gaat naar Singapore.


  AH - Algemeen Handelsblad

Wij hebben indertijd gemeld, dat het schip THEODORAEN SARA, kapt. A. van Oosterom, van Batavia naar Amsterdam, de 17de december jongstleden tussen Goudstaart en Eddystone overzeild en gezonken is, zijnde de equipage door het Engelse barkschip CORINTHIAN opgenomen en naar Plymouth gebracht.
Ons is thans medegedeeld een openbare verklaring, door de bemanning van het verongelukte vaartuig afgelegd, en waaruit blijkt, dat de bedoelde ramp geheel is veroorzaakt door aanzeiling van de bark CORINTHIAN, en door achteloosheid aan boord van laatstgenoemde bodem, maar geenszins door enige nalatigheid, verzuim, misslag of slecht beheer aan boord der THEODORA EN SARA of van enig persoon, behorende tot de verongelukte bark.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Groningen, 15 januari. Den 9den dezer is, in een buitengewone vergadering van het Zeemanscollege te Veendam, aan de kapt. H.P. Puister, gezagvoerder van het Nederlandse kofschip NIJVERHEID, plechtig uitgereikt een gouden medaille met toepasselijk opschrift, hem geschonken door de Franse regering, ter zake van het redden op den 27 augistus l.l., bij hoge zee, van de bemanning van het brandende Franse schoenerschip JOSEPHINE, welke bemanning hij na een gastvrije verzorging behouden aan wal bracht.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Londen, 10 januari. Volgens door de onderzeese telegraaf ontvangen bericht heeft het Nederlands kofschip GEERTRUIDA, kapt. R.R. Tunteler, op de reis van Amsterdam naar Lissabon, de 5e dezer, 6 passagiers en 19 man der equipage van de verbrande Engelse stoomboot AMAZON te Brest aan de wal gebracht (opm: zie PGC 130152). Hieromtrent zijn nader meer uitvoerige berichten ontvangen, waaruit blijkt, dat die passagiers en manschappen zich in twee boten geborgen hadden, de ene van welk het Nederlandsch galjootschip GEERTRUIDA, kapt. Tunteler, zondagavond te zes uren, en de andere maandagmorgen ten zeven uren bereikte, waar de schipbreukelingen met de meeste menslievendheid opgenomen en verpleegd werden, terwijl de kapitein zijn voorgenomen koers veranderde, om hen in de naastbijgelegen haven te brengen. De aanblik der ongelukkigen was hartverscheurend, want behalve al de akeligheden, waaraan zij bij het in brand geraken der stoomboot waren blootgesteld geweest, hebben zij geen tijd gehad om iets, zelfs van hun klederen, te redden, en velen van hen waren dus bijna naakt aan het onstuimige weder op zee blootgesteld.


17 januari 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 16 januari. De Engelse brik RESOLUTION, kapt. Th. Orme, van Liverpool met zout naar Zierikzee, laatst van Douvres, is de 15e dezer bij Kamperduin door het volk verlaten, hetwelk door kapitein Reinitz, voerende het schip JAVA COERIER, van Batavia te Texel binnen, gered en aldaar is aangebracht.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 16 januari. Het schip LUCONIA, kapt. Pronk, van New York te Batavia aangekomen, moet aldaar een nieuwe mast inzetten.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Manilla, 15 november. Het Nederlands barkschip BANTAM, kapt. Klein, van Samarang naar Californië bestemd, is den 30e oktober (opm: 1851) alhier, met verlies van masten, binnengelopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Gothenburg, 8 januari. De 6e dezer is bij Morups Rif (opm: Zweedse westkust), aan de grond zittend gevonden, het Nederlandse kofschip MARTINA JOHANNA, van Dantzig (opm: Gdansk) naar Frankrijk bestemd, zijnde van het volk verlaten. Nadat men de masten gekapt had, gelukte het het schip in vlot water ten anker te brengen, en zal men het waarschijnlijk van daar naar Warburg (opm: Varberg) boegseren (opm: slepen met behulp van sloepen) om te repareren. (opm: zie ook: PGC 200152 en NRC 230152) bj 1829


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Kapt. R.H. Lutje, gevoerd hebbende het de 4e januari j.l. te Vlieland gestrande Nederlandse schoenerschip KONING WILLEM, van Suriname naar Amsterdam gedestineerd geweest, als daartoe behoorlijk geauthoriseerd, is voornemens op dinsdag de 27e januari 1852, des voormiddags ten 10 ure, door een bevoegd beambte publiek te doen verkopen 50 balen katoen, nat en door zeewater beschadigd, geborgen uit de lading van gemeld schip, alsmede een aanzienlijke partij scheepstuigagie, bestaande uit kettingkabel, ankers, zeilen, staand en lopend want, enz, alles afkomstig van bovengemeld schip, zullende de goederen daags te voren gekaveld liggen en voor een ieder te zien zijn. Nadere informatiën op franco aanvragen te bekomen bij P. Noordberg te Vlieland en de heren Zunderdorp & Co, scheepsagenten te Texel.
Vlieland, 16 januari 1852.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Uit de hand te koop, een Nederlands gebouwd, gekoperd en kopervast barkschip, groot ca. 120 gemeten lasten, wordende in de bevrachtingen voor de Nederlandsche Handel-Maatschappij opgenomen. Nadere informatie zijn de bekomen bij de makelaars Montauban van Swijndregt te Rotterdam.


  RC - Rotterdamsche Courant

Advertentie. Publieke verkoping, op maandag den 19 januari 1852, des morgens ten 11 ure, in het Fransche Koffiehuis, te Rotterdam van 66 tonnen Riga zaai lijnzaad, minder en meerder door zeewater beschadigd vers uit zee aangebracht van Riga met het schip de VREDE, kapitein H.G. Potjewijd, thans liggende in een pakhuis aan de Leuvehaven, oostzijde, wijk I, n.° 218.
Nadere onderrichtingen bij Jan van Wageninge en Zoon en Wm. en ALBs. Smalt en Co.


  AH - Algemeen Handelsblad

Gisteren is in het Nieuwe Diep door kapt. F.G. Reintiz, met het schip JAVA COURIER, komende van Batavia, aangebracht de bemanning van het Engelse brikschip RESOLUTION, kapt. T. Orbe, van Liverpool naar Zierikzee, welke bemanning gisteren morgen door eerstgenoemde kapitein bij Kamperduin is opgenomen.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Oproeping. De opperstrandvonder in het Ressort van Texel roept bij deze op al degenen, die enig recht vermenen te kunnen doen gelden op navolgende aan de Stranden van dat Ressor taangespoelde of door Bergers uit zee aangebrachte goederen, te weten:
Enig eiken wrakthout, een ijzeren zeeton, 2 Oostzeese en Noorse balken, een scheepsboot en 2 stukken rondhout, alles ongemerkt, een scheepssloep,gemerkt Chanticleer-London, Joh. Patrick, een zilveren cilinder-horologie en enige mans klederen gemerkt I.A.T.
Ten einde zich, voorzien van hun bescheiden, te vervoegen ten kantore van hem Opperstrandvonder.
Texel, januari 1852.


  JC - Javasche Courant

Advertentie. Verkoop van een barkschip. Op een nader door het vendu-departement te bepalen dag, zullen de ondergetekenden op vendutie verkopen het Nederlands-Indische barkschip BALGIS, groot 226 Amsterdamse lasten, met deszelfs inventaris, zo als hetzelve alhier ter rede is liggende.
A. van Ommeren & Co.


18 januari 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 17 januari. Door de Nederlandsche Handel Maatschappij zijn bevracht de volgende 15 schepen als:
Voor Rotterdam, KOLONEL KOOPMAN, kapt. J.J. Klein; THERESIA, kapt. M.A. Smits; IJSSEL, kapt. A. Messen; ERASMUS, kapt. H.F. Scharper; EUROPA, kapt D. Keus; GENERAAL MICHIELS, kapt. T. van Straaten; VALPARAISO, kapt. J. van der Meijden; EVERDINA ELISABETH, kapt. C.J. Tonjes.
Voor Amsterdam: PLANCIUS, kapt. J.J. Rotgans; KONING WILLEM II, kapt. H.B. Eeftingh; MERCURIUS, kapt. K. Wiardi; ADELAAR, kapt. L.A.J. Boulet; MAGDELENA, kapt. A.P. Klein.
Voor Dordrecht: CLARA ANNA MARIA, kapt. B.J. Stapert qq.
Voor Schiedam: WILLEM I, kapt. J.J. Muntendam.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 17 januari. Aangaande de Engelse brik RESOLUTION, kapt. Orme, van Liverpool naar Zierikzee – zie ons vorige nummer – wordt, volgens brief van het Nieuwe Diep van de 16e dezer, het volgende gemeld: Bovengenoemde brik was op de 11e dezer Ostende Z.Z.O. 13 mijlen gezonken, doch het volk had zich in de boot gered, waarin het vier etmalen, zonder voedsel had rondgedreven, toen het door kapt. F.G. Rienits, voerende het schip JAVA COERIER, met veel moeite werd gered. Kapt. Orme en zijn verder equipage betuigen openlijk hun dank aan kapt. Reinits, niet alleen voor de moeite die hij heeft aangewend om hen te redden, maar ook voor het gulle onthaal dat zij aan boord hebben genoten.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Grimsby, 14 januari. Het Nederlandse kofschip HOOP, kapt. Mugge, van Shields naar Konstantinopel, is hier zwaar lek, met verlies van zeilen en andere schade binnengebracht.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Mauritius, 19 november. De Nederlandse bark, KONINKLIJKE NEDERLANDSCHE YACHTCLUB, kapt. Van Lindern, van Batavia naar Rotterdam bestemd, is de 7e alhier in zeer lekke staat binnengelopen; moet lossen om te repareren.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Elseneur, 11 januari. Gisteren heeft alhier een hevige storm gewoed; het schip VROUW NEELTJE, kapt. Kranenborg, van Dantzig (opm: Gdansk) naar London, heeft daardoor een anker verloren.


19 januari 1852


  AH - Algemeen Handelsblad

Vlissingen, 17 januari. Heden morgen is de order gekomen, dat Zr. Ms. stoomschip GEDEH, commandant de kapt.ter zee Smit van den Broecke, over een week naar de West-Indiën moet vertrekken ter afhaling van de equipage van Zr. Ms. korvet AMPHITRITE, welk schip ongeschikt is bevonden om de reis naar Europa te kunnen maken.


20 januari 1852


  DC - Dordtsche Courant

Brouwershaven, 17 januari. BIESBOSCH, kapt. M. Vogelsang, van Batavia naar Dordrecht, met verlies van bezaansmast en fokkera gearriveerd.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlissingen, 17 januari. Naar men verneemt, heeft Zr.Ms. stoomschip GEDEH bevel ontvangen om zich de 25e dezer maand naar de West-Indiën te begeven tot het afhalen der equipage van Zr.Ms. brik AMPHITRITE, welke laatste bodem geheel ongeschikt is om de reis naar Europa te ondernemen. (opm: zie NRC 260152)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Plymouth, 16 januari. Heden arriveerde alhier het Nederlands kofschip HILLECHINA, kapt. Gruppelaar, van Amsterdam naar Livorno. Aan boord van deze bodem bevonden zich 13 personen van het verongelukte stoomschip AMAZON, welke door kapt. Gruppelaar op 48º10’ N.B. en 06º52’ W.L. opgevist zijn.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Portsmouth, 16 januari. Het schip VROUW GELIE, kapt. Mennen, van Amsterdam naar Darien (opm: waarschijnlijk in Connecticut, USA), heeft in de alhier gepasseerde nacht gewoed hebbende storm bij St. Helens (opm: bij Bembridge, Isle of Wight) hevig gestoten, doch is thans bij de Modderbank liggende. (opm: zie ook AH 150552)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Sylt, 14 januari. Het Nederlandse schip ANNECHINA, kapt. Bakker, van Rouaan met rogge naar Hamburg gedestineerd, is eergisteren op Hornumerstrand gestrand. De bemanning is gered. Met de berging der lading, grotendeels doornat, is men thans bezig. Het schip zelf is zeer ontramponeerd. (opm: zie NRC 050252)


 PGC - Provinciale Groninger Courant

De Nederlandse kof ARENDINA, kapt. Dik, van Ibraila naar Londen gedestineerd, is, volgens bericht van daar van de 10de, op de banken van Red-Castle, in het Lough van Londonderry, vervallen (opm: zie NRC 150152), zit hoog op het strand, heeft zware schade aan de boeg en vier voet water in het ruim, het volk is gered. Volgens bericht van dien datum was een gedeelte der lading geborgen en hoopte men, indien het weder bedaarde, ook het overige gedeelte, ofschoon beschadigd, te bergen; het schip zit gevaarlijk.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

De Nederlandse kof MARTINA JOHANNA, gevoerd geweest door kapt. Van Driesten, van Dantzig naar Lorient, is, volgens brief van Gothenburg van de 8ste januari, de 6de dito bij het Morups-rif door het volk verlaten, vast zittende gevonden; nadat de masten gekapt zijn geworden, is het schip weder af- en ten anker gebracht, en hoopte men hetzelve Warberg binnen te brengen, om gerepareerd te worden. Volgens een bericht van Gothenburg van de 8ste is van daar een stoomboot vertrokken, om een schip, vermoedelijk de MARTINA JOHANNA, uit Warberg naar eerstgenoemde plaats te brengen.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Advertentie. Uit de hand te koop een overdekt kofschip, groot volgens meetbrief 113 tonnen, met deszelfs staand en lopend want, zeil, treil, ankers, kettingen, touwen en verderen in den besten staat zich bevindenden inventaris. Nader onderricht te bekomen bij R.A. de Ruiter, zaakwaarnemer te Harlingen. Brieven franco.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Advertentie. Uit de hand te koop het kofschip ONDERNEMING, gevoerd door kapt. R.D. Lovius, groot 126 zeetonnen. Prijs en conditiën te vernemen bij de heren A. Meulman, te Groningen, en Zeilmaker & Co. te Harlingen, alwaar het schip is liggende.
(opm: het schip wordt niet verkocht, vertrekt in ballast naar Danzig en strandt op 7 april 1852 op de Deense kust, zie NRC 160452)


22 januari 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Belfast, 17 januari. Het Nederlandse schoenerschip MERWESTROOM, kapt. Vernes, van deze plaats naar Liverpool bestemd, is heden met overgeslagen (opm: overgegane) ballast uit zee teruggekomen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Nexø (opm: Bornholm), 12 januari. De tjalk ENGELINA HELENA, kapt. De Boer (opm: ENGELINE HELEENE, smaktjalk, bouwjaar 1847, kapt. Jacob H. de Boer), van Libau (opm: Liepaja) met gerst naar Nederland bestemd, is gisteren avond in een sneeuwstorm buiten ons eiland gestrand en verbrijzeld. De kapitein en één man der equipage zijn verdronken (opm: zie NRC 300152).


23 januari 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Nexø (opm: op Bornholm), 12 januari. Het Nederlands kofschip SOPHIA, kapt. Hansen, van Libau (opm: Liepaja) naar Stralsund, is volgens brief van Lübeck van de 16e dezer, wegens stormweer te Christiansø (opm: ten noordoosten van Bornholm) binnengelopen, doch heeft de 14e de reis voortgezet.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Coleraine (opm: Noord-Ierland), 13 januari. De hoeker HERMAN, kapt. Schipman (opm: HERMANN, in 1851 vertuigd tot schoener, kapt. H. Schipman; Belgische vlag, ex-Noord-Nederlands visserschip, bouwjaar 1803), van Antwerpen naar Londonderry, is in de storm van 8 dezer bij Lough Foyle over zijde geslagen, doch met gebroken masten, verlies van anker enz. weder gerecht, en met twee voet water in het ruim op White Park Strand gezet. Thans is het schip geheel wrak en de lading verloren. Het volk is gered.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Sylt, 14 januari. De lading rogge van het bij Hornum gestrande schip ANNECHINA, kapt. Bakker – zie ons nummer van 20 dezer – is grotendeels onbeschadigd. Bereids is een beduidende hoeveelheid gelost.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Elseneur, 17 januari. De kof IDA JACOBA, kapt. Bosker, van Stettin (opm: Szczecin) naar Rotterdam bestemd, heeft eergisteren na geëindigde reparaties onze haven verlaten.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Tjellbacka (opm: Fjällbacka), 12 januari. De 8e dezer is in Flasköe een van Dantzig (opm: Gdansk) met een lading hout naar London bestemde Nederlandse schoener binnengelopen, welke daar nog ligt.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Gothenburg, 14 januari. Het stoomschip FREYA vertrok de 8e dezer naar Warberg (opm: Varberg), om het Nederlandse schip MARTINA JOHANNA, kapt. R.J. van Driesten (opm: kof, bouwjaar 1829, kapt. Reinder Jans van Driesten), hetwelk op de reis van Dantzig (opm: Gdansk) naar Frankrijk bij Morupstänge gestoten heeft en te Warberg binnenkomen is, herwaarts te slepen. Naar wij zo even vernemen is hetzelve met het schip in sleeptouw opkomende. (opm: zie NRC 170152 en PGC 200152; geen nadere gegevens gevonden; de kof is vermoedelijk constructive total loss verklaard)


 PGC - Provinciale Groninger Courant

De kof HENDRIK EN UBBO, kapt. Mulder, heeft, volgens bericht van Elseneur van de 14de dezer, de 11de dito op de rede aldaar een anker verloren.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Het schip PETRUS JACOBUS, kapt. De Jonge, van Amsterdam naar Civita Vecchia, is de 31ste december in de Straat van Gibraltar gepraaid.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

De schepen FROUKE EGBERDINA, kapt. Lukje, en AURORA, kapt. Brouwer, beide van Elseneur met staven naar Port á Port, hebben, met hulp van een stoomboot de 14de dezer de haven van Elseneur verlaten.


24 januari 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Ipswich, 20 januari. Het op heden alhier van Groningen gearriveerde schip AGATHA HENDRIKA, kapt. Bernardus, heeft 22 dagen met aanhoudend stormweder in de Noordzee gekampt. Het schip heeft het stuurboordszwaard verloren.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Torbay-Brixham, 10 januari. Heden kwam alhier met verlies van grote ra binnen het van Newcastle naar Batavia bestemde Nederlandse barkschip ALBRECHT BEYLING, kapt. Van den Erve.


  DC - Dordtsche Courant

Stavanger, 9 januari. De schooner MAGDALENA CHRISTINA, kapt. C. Boye, van Newcastle naar Bergen, is den 7 dezer op de zuidkust van Jedderen verongelukt. Vier man der equipage en een passagier zijn daarbij omgekomen, doch de kapitein en de jongen gered.


  DC - Dordtsche Courant

Advertentie. Openbare Vrijwillige Verkoping. De notaris J.L. Rijsoort, residerende te Charlois, als last hebbende van zijn principalen, daartoe voor de Onroerende Goederen behoorlijk gemachtigd, is van mening om, op zaterdag 7 februari 1852, des voormiddags te tien ure, te Katendrecht, in de herberg genaamd Het Wapen van Katendrecht, in het openbaar te veilen en onmiddellijk daarna bij afslag te verkopen 1/60e aandeel in het te Dordrecht te huis behorende fregatschip, genaamd BERNHARD HERTOG VAN SAXE WEIMAR, gevoerd wordende door kapt. P.A. Hazewinkel, groot 430 lasten, bevracht door de Handel-Maatschappij en zijnde, volgens de zeetijdingen, vertrokken van Batavia naar Nederland in dato 26 oktober 1851.
Alle nadere informatiën zijn inmiddels te bekomen ten kantore van genoemde Notaris.


25 januari 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 24 januari. Op een verzoek van de heren IJpeus Rodenhuis Pz, zeehandelaar, Gilles Valckenier, fabrikant en Jacobus Sjoerds Hannema, fabrikant en binnenlandse handelaar, allen te Harlingen, is hun door het departement van binnenlandse zaken een uitstel van twee maanden bewilligd tot het in werking brengen der stoombootdienst tussen die stad en Amsterdam over Enkhuizen, welk uitstel gerekend wordt in te gaan met de 16e februari 1852. (opm: vermoedelijk de nieuwe ijzeren stoomboot HARLINGEN, die dan de dienst zou aanvangen)


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Volgens bericht van kapt. J.H. Jonker, voerende het schoenerschip SALLANDT, hadden vier manschappen zijner equipage de 17de december jl. in de Baai van het Griekse eiland Tenos het ongeluk met een kleine sloep om te slaan, waarbij drie hunner in de golven hun dood vonden. Twee van hen, brave en oppassende vaders van huisgezinnen, laten hun weduwen, de ene met twee, de andere met zeven nog kleine kinderen in de meest hulpbehoevende omstandigheden achter. Naast God houden deze zwaar beproefde weduwen en wezen het oog gericht op U, menslievende landgenoten! met de nederige bede, dat Gij door Uw liefdegaven zult willen medewerken ter vezrachting van haar treurig lot en ter verheldering der voor haar zo donkere toekomst. Van elke gift zal in dit Blad dankbaar melding gemaakt worden, met welker ontvangst zich gaarne zullen belasten de HH. J. Kalff & Comp., Gebroeders van Ulphen, Cargadoors, en Prof.S. Muller ,te Amsterdam.


26 januari 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 25 januari. Bij het bericht der stranding van het kofschip GESINA JANTINA, kapt. Rosema – zie ons nommer van 11 dezer – werd het kloekmoedig gedrag van de bootsgezel C. Dito vermeld. Het gedrag van deze jongeling is zeker boven alle lof; maar naast zijn naam mogen die van de bootsgezellen Klaas Duit, Arend Duin, Aai Hoogerwerf, Nicolaas Hettering en Willem Zeeman hierbij niet in de schaduw worden gesteld. Zij toch hadden tot twee malen toe het schier onmogelijke beproefd, om het schip met de reddingsboot te bereiken, doch de hoge zeeën wierpen hen telkens terug. Zonder hun medewerking en hun beleid, bij het vieren en leiden van de lijn, die men C. Dito om het lijf had geslagen ware het aan deze, bij de woedende branding der zee, nimmer gelukt zwemmende het schip te bereiken. (opm: zie NRC 140552)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Op de 25e dezer is te Harlingen op de werf van de scheepsbouwmeesters D. & L. Alta de kiel gelegd van een kopervast schoenerschip genaamd WILLEM, groot ongeveer 140 lasten, voor rekening van de heren Barend Visser & Zoon en gevoerd zullende worden door kapt. Jan H. de Weerd.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Curaçao, 16 december 1851. De korvet Zr.Ms. AMPHITRITE, commandant Spanjaard, is hier de 18e november binnengelopen en moest er sedert blijven, vermits dit schip op zijn reis naar Nederland een zwaar lek bekomen heeft, hetwelk hoogst moeilijk en niet dan met grote kosten zal te herstellen zijn, blijvende het dan altijd nog de vraag, of het die kosten wel waardig is. In ieder geval wordt hier de komst tegemoet gezien van de commandant der zeemacht, de kolonel Stort, aan wie kennis van het gebeurde is gegeven. De AMPHITRITE heeft, behalve enige passagiers voor Nederland, enige pakken dépêches voor het department van koloniën medegenomen, welke nu, bij gebrek aan directe scheepsgelegenheid, hier worden opgehouden. (opm: zie NRC 200152)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Curaçao, 16 december. De 9e dezer was de ZEESTER nog niet op St. Thomas aangekomen. Evenmin zijn hier nog gearriveerd de ABRAM en de PRINS VAN ORANJE, alhoewel zij volgens de laatste berichten uit Europa, reeds de 14e november zeilden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Een brikschip of schoener te koop gevraagd, groot ca. 120 à 130 last, onverschillig welke vlag. Opgaven worden verzocht te adressseren aan de makelaar I.J. van der Meulen, O.Z. Voorburgwal 68 te Amsterdam.


  AH - Algemeen Handelsblad

New York, 10 januari. Het schip ALABAMA, kapt. Meyers, van Baltimore naar Rotterdam, is bij Hawkin’s Point in vier voet water aan de grond geraakt, doch is dicht gebleven.


27 januari 1852


  DC - Dordtsche Courant

Het Pruisische schip RHEIN, kapt. Meijer, met 250 passagiers en beladen met stukgoederen, van Rotterdam naar New York bestemd, is in de nacht van 5 januari op Corson’s Inlet bij Kaap May gestrand en gedeeltelijk vol water gelopen; het zit echter niet gevaarlijk en zal waarschijnlijk kunnen worden afgebracht; 30 passagiers waren bereids gered en men hoopte ook de overigen te redden.


  DC - Dordtsche Courant

Advertentie. Eergisteren overleed ten gevolge van een val in het ruim van het gaffelschip BUITEN VERWACHTING mijn waarde oom Jan Blom, in de ouderdom van 64 jaren.
Dordrecht, 23 januari 1852., Jacob Blom.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

De lading rogge van het schip ANNECHIENA, kapt. Bakker (opm: de hektjalk ANNECHIEN, kapt. Andries Bakker heeft vermoedelijk eerst enige tijd in de binnenvaart gevaren voordat in maart 1850 een zeebrief werd verkregen), van Rouaan naar Hamburg, bij Hörnum (opm: op Sylt) gestrand, is grotendeels droog gebleven en bereids daarvan een aanzienlijk gedeelte gelost (opm: het schip ging verloren).


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Volgens brief van Fjälbacka van de 12de januari, was een Nederlandse schoener met hout van Dantzig naar Londen bestemd, de 8ste dito in Fläskön binnengelopen. (vermoedelijk het schip JOHAN GERARD, kapt. Huges.)


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Advertentie. Ten overstaan van Mr. J.W. Quintus, notaris te Groningen, zal, op maandag 9 februari 1852, des avonds te 7 uur, ten huize van Mejufvrouw de Wedw. Bontekoe, aan de Groote Markt aldaar, publiek worden verkocht het sterk gebouwde kofschip, genaamd LAMMEGINA (opm: LAMMEGIENA), groot 50 roggelasten, met complete inventaris, in den jare 1840 nieuw gebouwd op de werf van G.K. de Vries, te Groningen, liggende thans in de Zuiderhaven te Groningen, door de kapitein A. Ellens in eigendom bevaren. Om te aanvaarden 8 dagen na den toeslag. Te bezien vóór en op de verkoopdag.
N.B. 1/3 van den koopprijs kan over dit schip tegen behoorlijke interest en verzekering blijven uitstaan. (opm: koper kapt. J.K. Hangelbroek, nieuwe naam MARGRIETHA)


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Advertentie. Mr. H. van Bolhuis, notaris en procureur te Leens, zal, ten verzoeke van S.A. Medum, te Zoutkamp, op vrijdag 6 februari 1852, des namiddags te 3 uren, ten huize van de kastelein J. Knol, te Zoutkamp, publiek te koop presenteren een in den jare 1848 nieuw gebouwd overdekt schip of vaartuig, FORTUNA genaamd, groot 14 tonnen, met opgoederen en toebehoren, thans liggende in de haven van Zoutkamp en laatst door Jacob P. Buitjes als schipper bevaren. (opm: binnenvaarder)


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Advertentie. Verkoping van een tjalkschip. Op vrijdag 30 januari 1852, des avonds te 6 uur, zal in het Gemeentehuis te Sappemeer, publiek verkocht worden het hecht en welbevaren tjalkschip, genaamd JANTINA, groot 70 tonnen, met boot, opgoed en toebehoren, in 1846 nieuw uitgehaald, liggende thans bij de brug te Hoogezand, laatst bevaren door de weduwe H.D. de Boer. Nader te bevragen ten kantore van de notaris te Sappemeer, Mr. C. Hartman Busmann. (opm: binnenvaarder)


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Advertentie. Mr. S.C.H. Piccardt, notaris te Pekela, daartoe gemachtigd, gedenkt op dinsdag 3 februari 1852, des avonds te 7 uren, ten huize van T. Koops, te Oude Pekela, publiek te presenteren te verkopen een welbevaren kofschip, genaamd de VRIENDSCHAP, groot 100 ton, in den jare 1838 nieuw uitgehaald, bevaren door kapt. A.H. Karsijns, thans liggende te Rotterdam. Zullende de inventaris in tijds ter lezing liggen ten huize van verkoop.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Advertentie. Nieuwe stoomboot-dienst tussen Amsterdam en Harlingen, vice versa. Voorlopige Aankondiging. Bij open water zal omstreeks half februari e.k. In de vaart gebracht worden tussen de steden Amsterdam, Enkhuizen en Harlingen, vice versa, de buitengewoon snellopende en uitmuntend ingerichte nieuwe ijzeren stoomboot HARLINGEN.
Vertrek van Amsterdam, des zondags, woensdags en vrijdags, des morgens te 7 uur.
Vertrek van Harlingen, des maandags, donderdags en zaterdags, des morgens te 8 uur.
Met deze stoomboot-dienst zal in onmiddellijk verband staan een diligence-dienst tussen Harlingen, Leeuwarden en Groningen, vice versa.
Nadere informatiën zullen te bekomen zijn bij de directie te Harlingen, bij de heer J. Meijerink in de Nieuwe Stadsherberg te Amsterdam, en bij de heer J. Top te Enkhuizen.


  LC - Leeuwarder Courant

Harlingen, 23 januari. Heden is op de scheepstimmerwerf van de Heren D. en L.Alta, alhier, de kiel gelegd voor een kopervast schonerschip genaamd WILLEM. (opm: zie AH 301152)


28 januari 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 27 januari. Gisteren is aan de fabriek van de heren Paul van Vlissingen en Dudok van Heel met het beste gevolg te water gelaten het voor rekening van de heren W. van der Heyden & Co van ijzer gebouwde stoomschip WILLEM III, bestemd voor het vervoer van passagiers en goederen russen de steden Nijmegen en Arnhem.


29 januari 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 28 januari. Te Oude Pekel A is de 23e januari van de werf van de scheepsbouwmeester H.K. de Wijk met goed gevolg te water gelopen het kofschip AASTROOM, gebouwd voor een rederij onder directie van de heer E.H. Waalkens, zullende gevoerd worden door kapt. A.H. Karsijns.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 28 januari. Volgens brief van kapt. G.J. Hayen, voerende het Nederlands galjootschip DE KOOPHANDEL, van hier naar Boston, was hij de 12e dezer aldaar, na een reis van 80 dagen, gearriveerd. Kapt. Hayen meldt verder, dat hij de 28e dag na zijn vertrek van Helvoet op 100 mijlen afstands van Boston stond, en de overige 52 dagen onder aanhoudend stormweder bezig geweest is om de baai van Boston te bereiken en dat schip en tuig toen zo onhandelbaar van ijs waren, dat hij genoodzaakt was zich naar de stad te laten opslepen. De equipage bevond zich in welstand.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Zoltkamp, 26 januari. Het schip VRIENDSCHAP, kapt. De Ruiter, van Groningen naar London, is de 24e dezer alhier lek, met verlies van boot en meer andere schade, uit zee teruggekomen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Wigtown (opm: Schotland), 24 januari. Gisteren kwam, omtrent 5 mijlen van onze haven, een Nederlandse kof ten anker, van Liverpool naar Rotterdam bestemd. Deze morgen heeft men in een hevige storm uit het Zuiden de fokkenmast overboord gekapt. Op dit ogenblik heeft men de noodvlag gehesen en is een schip aangenomen om de kof binnen te slepen. (NB. Hoogstwaarschijnlijk de Nederlandse kof HELENA, kapt. v.d. Velde, welke de 20e van Liverpool naar Rotterdam vertrok). (opm: zie NRC 010252, 120252)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Kapt. Stuart, voerende het schip ROBERT SEPPINGS, van Maurititius bij Broadstairs (opm: Ramsgate) gearriveerd, rapporteert de 20e december ontmoet te hebben, het Nederlandse schip HENRIETTE MARIA, kapt. Atkes, 104 dagen reis hebbende van Moulmain (opm: Birma) naar Falmouth. De kapitein zeer ziek zijnde, zo werd door kapt. Stuart zijn dokter met medicijnen naar boord gezonden en bleef hij tot de 22e bij de HENRIETTE MARIA, op welke datum kapt. Atkes was overleden. De schepen bevonden zich toen op 02°04’ Z.B. en 19°58’ W.L. (zie ook JC 280852)


  DC - Dordtsche Courant

Aangaande het Pruisische schip RHEIN, kapt. Meijer, bij Kaap May gestrand, verneemt men uit Boston, d.d. 13 januari, nader, dat de lading op de kust is gelost en al de passagiers gered zijn geworden. Het schip zat vol water, doch men had hoop hetzelve, met behulp van een stoomboot, vlot te krijgen.


30 januari 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Dublin, 26 januari. Het Nederlandse barkschip HENRIETTE MARIA, kapt. ….. (voor wijlen Atkes), van Moulmain (opm: Birma) om orders naar Queenstown bestemd, is heden in onze baai ten anker gekomen, aangezien men ten gevolge van het slechte weer en averij aan de zeilen Queenstown niet bereiken kan. (opm: kapt. Atkes was op 22 december 1851 op 02º04´ZB 19º58´ WL op 57-jarige leeftijd overleden, zie NRC 290152 en JC 280852)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Gatehouse (opm: Gatehouse of Fleet, Schotland), 26 januari. Het van Liverpool naar Rotterdam bestemde Hollandse kofschip HELENA, kapt. v.d. Velde, bevindt zich thans hier ter rede, hebbende ten gevolge van het slechte weer een gering lek en, buiten de overboord gekapte fokkemast, nog andere schade aan rondhout en tuig bekomen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Bornholm, .. januari. Van de uit drie man bestaan hebbende equipage van het op dit eiland gestrande tjalkschip ENGELINA HELENA, kapt. De Boer, is slechts de stuurman gered. (opm: zie NRC 220152)


31 januari 1852


  RC - Rotterdamsche Courant

Het brikschip HEPPENS, kapt. A. Hansen, van Amsterdam naar Suriname, te Madeira binnen, heeft den 9 dezer de reis voortgezet.


01 februari 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 31 januari. Men leest in de Staats-Courant het volgende:
Reeds vroeger is medegedeeld, dat op de 17e december jl. het Nederlandse koopvaardijschip (opm: zie NRC 221251) THEODORA EN SARA, kapitein A. van Oosteroom, geconsigneerd aan de Nederlandsche Handel-Maatschappij, op de terugreis van Batavia naar Amsterdam in het Britsch Kanaal door het Britse koopvaardijschip CORINTHIAN overzeild en ten gevolge daarvan gezonken was. De kapitein benevens de passagiers en het scheepsvolk werden echter gered en aan boord van evengenoemd Britsch schip behouden te Plymouth aan land gebracht.
De heer Luscombe, Nederlands consul in die haven, kennis genomen hebbende van de bijzonderheden, welke bij dit voorval hadden plaats gehad, en bespeurende dat er door de CORINTHIAN toebereidselen gemaakt werden om wederom in zee te steken, oordeelde het nodig onverwijld pogingen in het werk te stellen tot verkrijging van arrest op dat schip. Hij liet zich daarvan niet terughouden door de weigering van de Londense correspondenten der reders van de THEODORA EN SARA om de gevolgen daarvan voor hunne rekening te nemen, en nam dus de verantwoordelijkheid op zich van het gevraagd arrest, waartoe het bevel van het hof der admiraliteit niet lang achterbleef.
De reders van het verongelukte schip maakten evenwel zwarigheid de handeling des consuls goed te keuren, hetzij dat zij zich niet durfden verlaten op hun goed recht, hetzij om andere reden, en werd de consul door hen aangeschreven om het arrest te doen opheffen en het Britse schip vrij te stellen van alle vervolging.
De heer Luscombe, de ganse toedracht der zaak kennende, en zich volkomen in staat achtende om daarover een juist oordeel te vellen, heeft dan ook niet geaarzeld de verantwoordelijkheid der zaak geheel op zich te nemen en op de ingeslagen weg te volharden, en hij heeft dien ten gevolge het genoegen mogen smaken zijne loffelijke en welberaden pogingen met zodanig gunstig gevolg bekroond te zien, dat de reders van het schip CORINTHIAN, ten gevolge ener schikking met hem, deze zaak hebben afgemaakt met betaling ener som van GBP 1050. Door deze handelswijze van de heer Luscombe zijn alzo de belanghebbenden te Amsterdam, ondanks hen zelve in bezit gesteld van een som, na aftrek der onkosten, van ruim NLG 10.000.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 31 januari. Van een geachte hand uit Liverpool ontvangen wij de volgende nadere bijzonderheden omtrent het ongeluk aan het kofschip HELENA overkomen, waarvan wij in ons nummer van 29 januari, art. Wigtown (opm: Schotland) en 30 januari, art. Gatehouse of Fleet, reeds melding maakten. Het Nederlands schoenerkofschip HELENA, van Dordrecht, gevoerd door kapitein G.J. van der Velde, en bestemd met een lading zout en stukgoederen, van Liverpool naar Rotterdam, vertrok uit onze haven met een zuidelijke wind op de 20e dezer. In de morgen van de 22e werd hetzelve door een zware storm overvallen, die weldra tot een vreselijke orkaan aangroeide met hemelhoge zee. De volgende dag gelukte het kapitein van der Velde in de baai van Wigtown voor 2 ankers en 150 vademen ketting ten anker te komen. De orkaan in woede toenemende, was hij genoodzaakt de fokkemast, boegspriet en gehele tuigage overboord te kappen, ten einde het schip te behouden. Na vier dagen in doodsgevaar met de storm geworsteld te hebben, werd het schip op zondag de 25e dezer, door een schoener en sloep, met 11 personen bemand, welke van Garlieston ter redding waren aangesneld, in een lekke staat, in de baai van Wigtown gebracht.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

New-Romney, 28 januari. In de storm van gisteren heeft het Nederlandse kofschip HILLECHINA, kapt. Brakke (opm: bouwjaar 1832, kapt. Harm Hendriks Brakke), van Nantes komende, een lek gesprongen, waarop men het schip ten westen van Dungeness op strand heeft gezet, waar hetzelfde op dit ogenblik vol water zit.


02 februari 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Belfast, 28 januari. Het van deze plaats met een lading tarwe naar Rotterdam vertrokken kofschip ALIDA PETRONELLA, kapt. Pottjewijd (opm: Jan Boeles Pottjeswijd) is heden met overgeslagen (opm: overgegane) lading uit zee teruggekomen, hebbende zware stormen uit het zuid-westen doorgestaan.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Mandal, 20 januari. Het schip ANNA AUGUSTA, kapt. Kuijper, van Rotterdam naar Genua, is de 18e dezer met zware schade te Kleven (opm: oostelijk van Mandal) binnengelopen. Het moet lossen om te repareren. (opm: het schip was dus naar Noorwegen verwaaid)


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Op 12 februari 1852 zal te Delfzijl publiek verkocht worden het in 1839 nieuw uitgehaalde kofschip SIJBRAND JAN, liggende te Delfzijl, groot 124 ton, gevoerd door kapt. G.H. Strootman.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Op 18 februari zal te Groningen publiek verkocht worden het kofschip DOLPHIJN, groot 100 roggelasten, gevoerd door kapt. J.N. Besier.


03 februari 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Plymouth, 30 januari. Het Nederlandse brikschip AMERIKA, kapt. Ruiter, van Rotterdam naar Boston, is, na 30 dagen uit te zijn geweest, heden met verlies van zeilen, verschansingen en meer andere schade in deze haven binnengelopen. Hetzelve had alreeds 24º W.L. bereikt, doch is door slecht weer teruggestormd. Een man der equipage is met een zee overboord geslagen en verdronken.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

St. Helena, 22 december. Het op 18 dezer alhier van Batavia gearriveerde en de volgende dag naar Middelburg vertrokken schip MIDDELBURG, kapt. Roderkerk, heeft bij Kaap de Goede Hoop vele stormen doorstaan en was genoodzaakt 570 balen koffij over boord te werpen.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Groningen, 2 februari. Uit een door de Staatscourant medegedeelden staat der Nederlandsche koopvaardijvloot blijkt, dat deze op ult. December 1851 telde 1.860 schepen, metende 210.753 last (tegen 1.793 schepen, metende 198.462 last op ult. December 1850). Het getal nieuw gebouwde schepen, welke in 1851 zeebrieven bekomen hebben, beloopt 167, met 17.794 last.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Groningen, 2 februari. In het vorig jaar zijn 19.919 schepen de Sont gepasseerd (849 meerder dan in 1850), waarvan 2.060 onder Nederlandse vlag (154 meerder dan in 1850).


04 februari 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 3 februari. Te Joure is de 30e januari van de werf van de scheepsbouwmeesters S. Geerts & Zoon met het beste gevolg van stapel gelopen de kopervaste schoener LOUISE ALBERTINE, groot plm. 150 roggelasten, onder directie ener rederij van R.S. Geerts en gevoerd zullende worden door kapt. H.P. Hinlopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 3 februari. Volgens brief van Texel van de 2e dezer was de vorige morgen in de Eijerlandsche Gronden vervallen en verbrijzeld een kof, volgens het gevonden journaal de TWEE GEBROEDERS, kapt. J.J. Baumann (opm: buitenlander), van Leer met haver naar Londen gedestineerd. Van de equipage had men niets vernomen en was die waarschijnlijk daarbij verdronken. Enige zeilen en een stuk zwaar touw waren geborgen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Uit de hand te koop een extra welbezeild, hecht en sterk Nederlands kofschip, voorzien van complete inventaris, gebouwd in 1846, groot volgens meetbrief 113 tonnen, thans liggende te Rotterdam. Voor nadere in formatiën vervoege men zich bij de cargadoors Kuyper, Van Dam & Smeer.


  JC - Javasche Courant

Advertentie, Verkoop van Goederen. Op donderdag de 18e maart 1852, des voormiddags ten tien ure, voor het commissiehuis van Jan Scheltema te Samarang, zal, ten verzoeke van Mr. Herman Agatho Des Amorie van der Hoeven, advocaat en procureur bij de Raad van Justitie te Samarang, wonende aldaar, en voor zoveel des noods (opm: voor zoverre noodzakelijk) woonplaats kiezende ten zijnen kantore, ten deze handelende voor en van wege Barsiek Andreas, koopman, wonende te Batavia, en ten laste van Hendrik Ehrencron, wonende te Rembang, aan de meestbiedende worden verkocht een brik, genaamd FAVORI, groot negenenzestig lasten, lang vijfenzestig voeten, breed negentien voeten en acht duimen, diep tien voeten en 6 duimen, met al derzelver opgoed en toebehoren, zo en in dier roege als dezelve in beslag is genomen, en thans liggende ter rede van Samarang; in eigendom toebehorende aan Hendrik Ehrencron voornoemd, en gevoerd wordende door de schipper Intje Achmat, uit kracht ener in executoriale vorm uitgegeven grosse ener akte van hypotheek, op de 23e februari 1850, ten overstaan van Mr. Pieter Jacob Hoijer, commissaris uit de Raad van Justitie te Samarang, gepasseerd, en om betaling te erlangen ener som van NLG 5.000 recepis, zijnde het bedrag waarvoor de gemelde brik, bij akte voorschreven, is verbonden aan executants principaal voornoemd, met de renten dier som, sedert de 23e februari 1850, gerekend tegen ¾ pCt.’s maands; in beslag genomen bij proces-verbaal van de 23e december 1851.
Gemelde brik met toebehoren wordt door de executant q.q. ingezet op een som van NLG 3.000,-
H.A. Des Amorie van der Hoeven.


05 februari 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Falmouth, 31 januari. Het Nederlandse kofschip VENILIA, kapt. Eddes, van Rotterdam naar Philadelphia, is, na 35 dagen op zee te zijn geweest, heden lek en met andere schade alhier binnengelopen; de 21e januari is een matroos overboord geslagen en verdronken.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Tondern (opm: Tonningen, nu Tønder), 24 januari. Het te Sappemeer te huis behorende schip ANNECHINA, kapt. Bakker, met een lading rogge van Rouaan naar de Elve (opm: Elbe) bestemd, hetwelk de 12e dezer bij Sylt gestrand is – zie ons nommer van 23 januari, art. Sylt – kan wegens het jaargetijde voor als nog niet afgebracht worden. Evenwel heeft men de hoop, dit naderhand te kunnen bewerkstelligen. Van de lading zijn 733 tonnen (opm: vaten) rogge onbeschadigd en 274 tonnen beschadigd gelost. Ook nog een kleine hoeveelheid linnen, zo mede de inventaris heeft men geborgen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Men vraagt uit de hand te koop een puik raaschip, onverschillig welke vlag, ter grootte van plm. 120 roggelasten. Adres bij de makelaar J.J. van der Meulen, O.Z. Voorburgwal 68, Amsterdam. (opm: dezelfde aanvraag als in NRC 260152?)


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Publieke Verkoping om contant geld, aan Den Helder, op zaterdag de 7de februari 1852, des middags ten 12 ure, in het Lokaal “Tivoli”, van de tuigage van het Nederlands kofschip GEZINA JANTINA, kapt. H. Rozema, op de reize van Rouaan naar Amsterdam, bij Kijkduin gestrand, bestaande in zeilen, staande en lopend touwwerk, rondhouten, ankers, kettingen,kabeltouw, boot, watervaten en hetgeen verder gepresenteerd zal worden.


06 februari 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Den Helder, 4 februari. Heden is door een loodsboot aangebracht de equipage van het schip de TWEE GEBROEDERS, kapt. Bauman, welke bodem door een Deense brik aangezeild en naderhand, als vroeger gemeld (opm: NRC 040252), in de Eijerlandse Gronden vervallen is. De equipage was door de brik opgenomen en naderhand op de loodsboot overgegaan.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Christiansand, 17 januari. Naar men verneemt, moet een Nederlandse kof, welke de 7e van Drontheim met haring naar de Oostzee vertrok, gedurende de laatste storm in de Scheeren verongelukt zijn, aangezien er wrakstukken en een roef, ogenschijnlijk aan zodanig schip behorende, aangedreven zijn.


  AH - Algemeen Handelsblad

Ten aanzien van het bekende ontslag van de baron van Raders als gouverneur van Suriname, bevat een breif uit Weenen het volgende:
De 21ste juni 1851 was het Oostenrijkse koopvaardijschip VENEZIA, kapt. Rennieri Czar, uit Texel naar de Nederlandse kolonie Suriname gezeild. Bij aankomst te Suriname woedde onder de bemanning der oorlogs- en koopvaardijschepen aldaar de gele koorts met buitengewone hevigheid, ten gevolge waarvan de kapt. en 5 matrozen als offers vielen. De nog gezond gebleven drie matrozen, benevens de scheepsjongen, verlieten het schip en dwaalden het land door. Op bevel van de gouverneur aldaar werd nu het schip als een goed zonder eigenaar voor de spotprijs van NLG 5.100,- verkocht. De Oostenrijkse regering bracht tegen deze wederrechterlijke handelwijze haar beklag in en had het genoegen, dat zij niet tevergeefs vertrouwd had op de billijkheid en rechtvaardigheid der Nederlandse regering, daar thans langs diplomatische weg het bericht ontvangen is, dat de gouverneur van Suriname, baron van Raders, teruggeroepen en tevens de verzekering gegeven is, dat de belangen der bij deze zaak betrokkenen in de uitgestrektste zin zullen behartigd worden.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Advertentie. Ten overstaan van Mr. J.W. Quintus, notaris te Groningen, zullen op woensdag 18 februari 1852, des avonds te 7 uur, ten huize van de kastelein J.H. Eekhoff, in het Koffiehuis De Pool, aan de Groote Markt, aldaar, publiek worden verkocht:
Het sterk gebouwde kofschip, genaamd DOLFIJN (opm: DOLPHIJN), groot 100 roggelasten, met complete en beste inventaris, zo als hetzelve laatst is bevaren geweest door kapt. J.N. Besier, en thans is liggende in het Oosterdok te Amsterdam.
Verder het snelzeilend smakschip de DRIE GEBROEDERS genaamd, groot 44 roggelasten, met complete inventaris, zo als hetzelve wordt bevaren door kapt. S.E. Coerkamp (opm: kapt. J.E. Coerkamp), en thans is liggende te Delfzijl. (opm: beide schepen werden waarschijnlijk niet verkocht)


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Advertentie. Mr. H.J. Offerhaus, notaris te Delfzijl, zal, op donderdag 12 februari 1852, des avonds te 6 uren, ten huize van de logementhouder K.W. Hazenhoek, te Delfzijl, publiek verkopen het in den jare 1839 nieuw uitgehaald Nederlands kofschip genaamd SIJBRAND JAN, groot 124 gemeten tonnen, met deszelfs volledigen inventaris, thans liggende in de haven van Delfzijl, en bevaren geweest door de scheepskapitein G.H. Strootman.
De conditiën van verkoop en inventaris zullen ter lezing liggen bij de heren J.S. Tromp en Zoon, te Woudsend, bij kapt. G.H. Strootman, te Appingedam, en ten kantore van bovengenoemde notaris. (opm: verkocht, nieuwe naam TWEE VRIENDEN, kapt. L.K. Faber)


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Groningen, 5 februari. Dinsdag arriveerde alhier de schoenergaljoot GRIETJE, groot ongeveer 120 ton, zullende bevaren worden door kapt. K.J. Scholtens, van Wildervank, gebouwd bij A.W. Hooites, te Hoogezand. Dit is het eerste nieuwgebouwde schip, dat dit jaar alhier arriveert om te worden opgetuigd, en naar men verneemt zal het door vele gevolgd worden.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Groningen, 5 februari. Van den Helder schrijft men van de 2de dezer aan het Handelsblad.
Bij het groot getal zeerampen, hetwelk wij deze winter, tengevolge der hevige stormen, te betreuren hebben, heeft zich weder een nieuwe schipbreuk gevoegd. In de nacht tussen zaterdag en zondag jl. is op de Eijerlandsche Gronden een kofschip verbrijzeld, volgens informatiën te Groningen te huis behorende en genaamd de TWEE GEBROEDERS, kapt. J.J. Baumann, met een lading haver uit Oostfriesland naar Londen bestemd. Er heeft bijna niets van het schip geborgen kunnen worden, en van de equipage, die men overigens onderstelt daarbij te zijn omgekomen, zijn gisteren reeds twee lijken op Texel aangespoeld.


07 februari 1852


  JC - Javasche Courant

Advertentie. Verkoping van een barkschip. De ondergetekenden zullen op hun vendutie van donderdag de 12de dezer, precies ten elf ure, voor rekening van belanghebbenden verkopen het Nederlands-Indische barkschip BALGIS, met deszelfs inventaris, zo als hetzelve alhier (opm: Batavia) ter rede is liggende.
A. van Ommeren & Co.


10 februari 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 9 februari. Men meldt uit Vlissingen d.d. 5 februari dat door de harde noordwestenwind de Engelse brik FRIENDS tegen het Delfzijlse kofschip IDUNA (opm: UDONIA, kapt. J.C. Eilts) is gezeild. Dit laatste is daardoor wegens een gat in de boeg en verdere averij aldaar binnen de haven gekomen. De eerste heeft enige schade aan het want.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Advertentie. Mr. H.J. Offerhaus, notaris te Delfzijl, zal, op donderdag 12 februari 1852, des avonds te 6 uren, ten huize van de logementhouder K.W. Hazenhoek, te Delfzijl, publiek verkopen het in het jaar 1838 nieuw uitgehaald Nederlands kofschip, genaamd MARIA LOUIZA, groot 74 gemeten tonnen, met deszelfs volledige inventaris, thans liggende te Brake bij Bremen, en bevaren geweest door kapt. J.H. Leeuw.
Nadere informatiën zijn te bekomen en de inventaris zal ter lezing liggen ten kantore van bovengenoemden notaris, bij de heer B. Romeling te Zuidbroek en bij de scheepskapitein J.H. Leeuw te Zuidbroek.
Verder wordt publiekelijk te koop aangeboden 3/4 van 1/24 Aandeel in het Nederlands kofschip ALIDA JACOBA, gevoerd wordende door kapt. B.J. Amsinga.
Mr. H.J. Offerhaus, notaris.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Advertentie. Uit de hand te koop het Nederlands kofschip HESPERUS, bevaren geweest door kapt. S.B. de Jong, groot volgens meetbrief 127 ton, met al deszelfs staand en lopend want, en verder de gehele inventaris, zoals het thans is liggende te Harlingen.
Gegadigden gelieven zich te adresseren bij de heren J.S. Tromp & Zoon, te Woudsend. Nadere inlichtingen omtrent schip en inventaris te bekomen bij de heren I. & S. Wiarda, scheepsmakelaars te Harlingen.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Groningen, 10 februari. Men schrijft van het Nieuwe Diep van de 4e februari: Hedenmiddag is alhier door de Loodsboot No. 3, schipper T. Giek, aangebracht de equipage, bestaande uit 3 man van het kofschip de TWEE GEBROEDERS, kapt. Baumann, van Leer met een lading haver naar Londen bestemd. (zie ons vorig nummer)


11 februari 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Den Helder, 9 februari. Tussen zaterdag en zondag nacht (opm: resp. 7 en 8 februari) is in de Eijerlandsche Gronden vervallen een Oldenburger galjootschip, genaamd NORDSTERN, van Christiansand met een lading delen naar Bordeaux. De equipage, bestaande uit zes man, is met veel moeite gered en behalve enige zeilen en trossen zal het schip verloren zijn. Van de lading hoopt men een groot gedeelte te kunnen redden.


  JC - Javasche Courant

De te Samarang te huis behorende schoener TIK-SING, groot 23 lasten, gevoerd door Ho Taij Tjiang, is op de 19de januari 1852 op de kust van Madura, ter hoogte van Aroos-Baja, gestrand.
De 5de december van Samarang uitgezeild, bereikte het vaartuig nagenoeg zijn bestemming (Singapore), doch werd toen door storm teruggeslagen tot onder de Maduresche wal, alwaar hetzelve, na 12 dagen worstelens en na vergeefse poging tot ankeren, eindelijk is op strand geraakt en verbrijzeld.
De equipage en passagiers hebben zich gered en zijn aan wal verzorgd en bijgestaan.
Er is weinig van de lading en de inventaris gered; men hoopte nader nog iets van het wrak te kunnen bergen.


  JC - Javasche Courant

In de avond van de 20ste januari jl., is het Nederlandse schip KONING WILLEM II, gezagvoerder G. van Eijk Menkman, op de buitenrede van Banjoewangie, dicht bij de Depfordsklip geankerd, en bij het kenteren van het getij, op die klip vastgeraakt.
Met behulp van de toegezonden prauwen, is met de meeste spoed een gedeelte der lading gelost, waardoor het schip, begunstigd door het springgetij, in de avond van de 21ste januari weder vlot geraakt. Het scheen weinig schade te hebben bekomen, en was volgens de peiling der pompen, volkomen waterdicht. De gezagvoerder zou nog een gedeelte der lading lossen, om het schip op 16 voeten diepgang te brengen, en vervolgens naar Soerabaija stevenen, ten einde het vaartuig aldaar te doen inspecteren.


  JC - Javasche Courant

Te Banjoewangie zijn op de 20ste januari j.l. aangekomen, de gezagvoerder en de verdere equipage van het Nederlandse schip EENDRAGT MAAKT MAGT (opm: bark, bouwjaar 1850, kapt. L.P. Anderson, zie o.a. NRC 160452), welke bodem op de 18de december te voren, bij stormachtig weder en hoog lopende zee, is vastgeraakt op de zuid-oosthoek van Meinderts-droogte. Dezelfde dag reeds was het wrak, door de hevige golfslag, zodanig uiteen gewerkt, dat het verlaten moest worden. Het schip was voor particuliere rekening beladen met rijst, suiker en arak.
De gezagvoerder, 1ste stuurman en 10 matrozen, zijn de 22ste januari met een prauw naar de Meinderts-droogte gegaan, ten einde, zo mogelijk, iets van de inventaris van het schip te redden.


12 februari 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Tonningen, 6 februari. Het schip REGINA HILLEGINA, kapt. Scholtens, van Odense naar Amsterdam bestemd, is hier met verbroeide lading binnengelopen. Bereids is een aanvang met lossen gemaakt.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. T. der Kinderen, Jan Corver, H.J. Rietveld, C.A. Schröder en B.D. Bosscher, makelaars, zullen op maandag 1 maart 1852, des avonds ten 6 uur, in de Nieuwe Stads-Herberg aan het IJ, ten overstaan van de notarissen Commelin & Weyland, verkopen:
- Het extra ordinair, welbezeild, gekoperd en met koperen bouten voorzien Nederlandse driemast galjootschip, genaamd NICOLAAS WITSEN, gevoerd door kapitein P.F. Lange; volgens meetbrief lang 30 ellen, 70 duimen, wijd 6 ellen, 12 duimen, hol 3 ellen, 63 duimen, en alzo gemeten op 160 lasten. (opm: zie AH 020352)
- 1/64 Aandeel in het fregatschip CHRISTINA AGATHA, gevoerd door kapt. O.P. Lap.
- 2/32 Aandelen in het brikschip TRITON, gevoerd door kapt. P. Rijntjes.
- 4/60 Aandelen in het schoener kofschip ALIDA, gevoerd door kapt. Alb. Hub Oldenburger.
Breder volgens inventaris, en bericht bij bovengemelde makelaars of cargadoors B.D. Bosscher.


  DC - Dordtsche Courant

Dordrecht, 11 februari. Zr.Ms. stoomschip GEDEH, is zaterdag namiddag van Vlissingen naar Curaçao gestoomd.


  DC - Dordtsche Courant

Dordrecht, 11 februari. Directeuren van het zeemans-collegie te Dordrecht ontvingen dezer dagen een bericht van kapt. P.A. Kleinberg, voerende het schip ANNA, van Schiedam, meldende, dat hij 12 oktober 1851, kruisende in de Chinese Zee, van Shanghai naar Rotterdam bestemd, twee boven water uitstekende klippen ontwaarde, welke niet op de kaart van Norie geplaatst waren. Volgens zijn peilingen der omliggende eilanden en observaties, bevond hij dat deze klippen lagen op 3º28’ NB 107º43’ OL; er scheen veel branding in de omtrek daarvan. Hij zeilde er op drie vierde mijl afstands voorbij, doch de gelegenheid ontbrak om van boord te gaan ter afloding.


  DC - Dordtsche Courant

Dordrecht 11 februari. Het oorlogsstoomschip AMSTERDAM, sedert juli 1850 op ’s rijks werf te Amsterdam in aanbouw, zal den 19 dezer, ’s konings verjaardag, te water gelaten worden. Dit vaartuig is lang 57,20 ellen en 10,40 ellen breed, met twee stoomwerktuigen, tezamen van 300 paardenkracht, en zal 8 stukken zwaar geschut voeren.


13 februari 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 12 februari. Volgens brief van Texel van de 11e dezer, is van de in de buitengronden van het Eijerland gestrande Oldenburger galjoot NORDSTERN, kapt. Braue, van Christiansand naar Bordeaux – zie ons nummer van 11 dezer, art. Den Helder – het grootste gedeelte de lading delen, benevens de gehele tuigage en de zeilen geborgen en aan het Oude Schild opgeslagen.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Te Tonningen ligen zeilklaar, om met de eerste gunstige wind te vertrekken, de schepen: WICHERDINA, kapt. Degenhardt, van Stettin naar Rouen; GEERDINA, kapt. Van den Berg (opm: kapt. Luitje Arends van der Borg, zie NRC 200252), van Dantzig naar Londen; MARIA AURELIA, van Carlscrona naar Amsterdam, en Lydia, kapt. Pott, van Koningsbergen naar Blakeney.


14 februari 1852


  DC - Dordtsche Courant

Het te Dordrecht thuis behorende kofschip HELENA, kapt. v.d. Velde (opm: kapt. G.J. van de Velde), van Liverpool naar Rotterdam bestemd, te Gatehouse met zware schade binnengelopen, is aldaar nagezien en afgekeurd. De lading wordt gelost. (opm: zie NRC 290152 en 010252)


  DC - Dordtsche Courant

Gorinchem, 11 februari. Nadat ter terechtzitting der arrondissementsrechtbank te dezer stede, op den 4 dezer was behandeld, de hoogst belangrijke zaak van het openbaar ministerie tegen Lambertus de Ruyter, kapitein der stoomboot de ADMIRAAL DE RUYTER, varende van Tiel op Rotterdam, beschuldigd van door nalatigheid en onvoorzichtigheid, op 27 oktober ll., het zwaar geladen vaartuig van de zandschipper Dirk van Breijen waarop zich, behalve deze, deszelfs knecht, huisvrouw en twee kinderen bevonden, op de hoogte van het Papendrechtse Veer, zodanig te hebben overvaren, dat hetzelve onmiddellijk is gezonken, met dat gevolg, dat bij deze ramp gezegde kinderen het leven hebben verloren en de knecht is gekwetst geworden; bij welke behandeling een aantal getuigen, ook ter ontlasting zijn gehoord en de beklaagde door de advocaat ’t Hooft uit Rotterdam is verdedigd, zo dat die terechtzitting ruim 7 uren heeft geduurd, heeft gezegde rechtbank heden, bij een zeer gemotiveerd vonnis de beklaagde schuldig verklaard aan al de hem bij dagvaarding ten laste gelegde feiten en dezelve veroordeeld tot de straf van eenzame opsluiting voor de tijd van zes weken, mitsgaders in twee geldboetes als van NLG 25,- en NLG 8,- met de kosten.
De overgrote menigte, welke bij de behandeling dezer gewichtige zaak tegenwoordig was en tot het einde derzelve verbleef; de zorg en moeite zo door de officier van justitie als door de verdediger van de beklaagde daaraan besteed, getuigden van het buitengewone belang, dat allerwege in deze zo veel gerucht gemaakt hebbende gebeurtenis is gesteld, gelijk dan ook het talloze publiek de redevoeringen te dier gelegenheid, zo door het openbaar ministerie als de verdediger der beklaagde, uitgesproken, met gepaste stilte heeft aangehoord, blijkbaar bezield met een gevoel van diep medelijden voor de ongelukkige zandschipper die, door het hem overkomen onheil, eensklaps kinderloos en tevens van zijn bestaansmiddelen is beroofd geworden.


  DC - Dordtsche Courant

Kapt. H. de Groot, voerende het kofschip HARMONIE, 1 februari jl. te Newcastle gearriveerd, schrijft van daar in dato 9 dezer, onder andere: Dat hij op zijn reis van Dantzig naar Newcastle vijfendertig etmalen op zee heeft doorgebracht, om vanaf Elseneur zijn bestemmingsplaats te bereiken, gedurende al die tijd met zware stormen en moeilijke zeeën te kampen heeft gehad, geen schepen heeft ontmoet dan de REGINA ELISABETH, kapt. Verstok, van Dantzig naar Brest bestemd, welke vijf dagen in Noorwegen is binnen geweest en daarna, in de storm van 11 januari ll., zijn deklast en verschansing verloren had, maar de 20ste januari aan de noordkant van Doggersbank een schip, naar zijn mening een Engelse brik, heeft zien drijven, die beide masten en boegspriet had verloren en waarop een Vlaardinger vissersschuit jacht maakte.


16 februari 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 29 december. Scheepsvrachten. Van Nederlandse schepen zijn gecharterd: de NOORD naar Rotterdam met rijst voor NLG 68, suiker NLG 80, cassia (opm: Padang-cassia = valse kaneel, heeft scherpere smaak dan goede Ceylon-kaneel) NLG 100, en arak NLG 115, en enige dagen later de ZEEMEEUW naar Amsterdam tot NLG 62,50 voor een lading rijst, terwijl de VAN SPEYK geheel en de JACOBA HELENA en JAN DANIEL grotendeels voor eigen rekening worden beladen. De NIEUW LEKKERLAND verzeilde naar Soerabaija ter lossing van een lading steenkolen. In de laatste dagen zijn nog gearriveerd de SCHOUWEN en REIJERSWAARD, welke beide ter bevrachting zijn aangeboden, benevens de RIDDERKERK van China naar Samarang bestemd. De bevrachtingen van vreemde schepen waren in deze maand zeer belangrijk, als: naar Hamburg en Bremen de MARQUIS OF BUTE, SWEA en RIGA tot GBP 2.15/-, INCONSTANT, SINGAPORE en HERDER tot GBP 2.17/6, wordende alle met rijst en suiker beladen; naar New York, de HARPEY tot GBP 3.2/6, en zijn nog bovendien hier ladende MARIA CHARLOTTA voor Zweden, en de ERNST MAURITS ARENDS voor Bremen, welke beide in Europa waren gecharterd, terwijl het Bremer schip PATRIOT, en het Engelse schip THOMAS CHODWICK onlangs van China aangekomen, nog geen bestemming hebben.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

(Geen plaats of datum) Op 19 november l.l. arriveerde het stoomschip PADANG, kapt. Bisschop Greveling, van Rotterdam op de rede van Batavia.


17 februari 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Dardanellen, 26 januari. Het bij de Barbers Point gestrande schip JOHANNA JULIANA, kapt. Nyman, van Amsterdam naar Konstantinopel (opm: Istanbul) – zie ons nommer van 13 dezer – is zonder schade vlot gebracht en thans bezig om dat gedeelte der lading, hetwelk men heeft moeten lossen, weder aan boord te nemen.


  DC - Dordtsche Courant

Dordrecht, 16 februari. Gisteren in de late avond begaven zich drie mannen, met een boot, naar het brikschip ABEONA, hetwelk op sleephelling aan het Nieuwe Werk te Rotterdam, ligt te timmeren, vermoedelijk met het doel om het te beroven. Het schip gezwaveld zijnde, was het ruim, waar het doel van hun tocht geborgen was, gesloten. Terwijl twee der dieven de waker, die volgens zijn verhaal overrompeld was, vasthielden, slaagde de derde er enige moeite, in, om een der luiken te openen. De ogenblikkelijk uitstromende zwavellucht bedwelmde hem echter en deed de dief stikkende naar beneden storten. Zijn makker, hem een gil van smart horende slaken, namen de vlucht. Een echter geraakte bij het mede in de boot springen, in het water en verdronk onmiddellijk; zijn lijk is heden morgen opgevist. Omtrent het lot van de derde is men onzeker.


  DC - Dordtsche Courant

Dordrecht, 16 februari. Batavia. Op den 9 dezer arriveerde alhier de eerste stoomboot van de onderneming van de heer W. Cores de Vries en komt die boot in de volgende maand in de geregelde vaart tussen hier en Padang, het is niet te betwijfelen of deze dienst zal nuttig werken tot verlevendiging van de handel tussen Java en Sumatra.


  LC - Leeuwarder Courant

Te koop: een groot veerschip, met volle tuigagie, lang 14 el 496 streep (44 voet), aan de werf van de scheepsbouwmeester O.L. Lantinga te Ylst.


18 februari 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 17 februari. De 15e dezer is Zr.Ms. stoomschip BROMO buiten dienst gesteld.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Publieke Verkoping op Texel. Coninck Westenberg & Co., makelaars en scheepsagenten te Texel, als lasthebbenden van hun principaal, zijn voornemens op maandag de 1ste maart 1852, des namiddags 4 ure, ten huize van de logementhouder W. Mooye, aan de Burg aldaar, door het ministerie van de notaris J.L. Kikkert, publiek te doen verkopen 414 blokken mahonie-, 112 blokken ceder-, 8 blokken esperal- en plus minus 360 stukken pokhout, uitmakende de gedeeltelijke geborgen lading van het Sardinische brikschip DUCA DI GENOVA, van St. Domingo naar Amsterdam gedestineerd geweest, liggende gemelde goederen in en bij het pakhuis op de haven van Texel.
Nadere informatiën zijn op franco aanvragen te bekomen ten kantore van genoemde Makelaars en bij de Heren Gebr. Zurmuhlen en Taylor, Makelaars te Nieuwe Diep.


  JC - Javasche Courant

Nadere berichten nopens het stranden van de Engelse bark MARY AND ANN, op de klippen nabij Kangean, onder Sumanap, vermeld in de Javasche Courant van 10 januari jl. no. 3, doen het volgende weten:
Genoemde bodem was op de 12de oktober 1851 van Shanghai vertrokken, bevracht met een volle lading thee en bestemd naar Sydney.
Op de 13de november jl., opwerkende in het vaarwater tussen de eilanden Urk en Kangean, geraakte het schip vast op een rif, gelegen in het west-noordwesten van Urk, doch na een gedeelte der lading over boord te hebben geworpen, slaagde men er in hetzelve op de 14de weder in vlot water te brengen.
In de nacht van hetzelfde etmaal, geraakte het vaartuig andermaal vast op een koraalrif aan de zuidzijde van het eiland Kangean, waarop hetzelve gebleven, en in de nacht van 17 november, onder hevige windvlagen uit het zuiden uit elkander geslagen en in een wrak veranderd is.
Door het hoofd van Kangean is hulp verleend in het redden van een gedeelte der lading en enkele scheepsartikelen; hoezeer overigens diens handelingen door de gezaghebber niet worden geroemd, Een onderzoek deswege is ingesteld. De gezagvoerder en verdere bemanning hebben zich over Sumanap naar Soerabaija begeven.


  JC - Javasche Courant

Door Zr.Ms. stoomschip ARDJOENO is van Palembang ter rede van Batavia opgebracht de onder Noord-Amerikaanse vlag varende schoener FLIRT, gezagvoerder Walter Gibson.
Volgens bekomen mededeling, zoude deze persoon zich hebben schuldig gemaakt aan hoogverraad, door een poging aan te wenden, welke zijns ondanks niet is gelukt, om zich in aanraking te stellen met de sultan van Djambi, en die vorst aan te sporen tot opstand tegen zijn souverein, het Nederlands-Indische gouvernement.
Naar men evenwel verneemt, zou de raad van justitie te Batavia geen termen gevonden hebben tot bekrachtiging der voorlopige aanhouding van de gezagvoerder der Amerikaanse schoener the FLIRT, W. Sibson.


  JC - Javasche Courant

Batavia, 15 februari. Heden is alhier aangekomen het stoomschip MACASSER, kapt. K.W.E. Bergner, van Rotterdam vertrokken op 30 oktober 1851.


19 februari 1852


  DC - Dordtsche Courant

Uit Malta wordt d.d. 8 februari geschreven: Op 1 dezer heeft alhier een zware storm uit het N.O. gewoed, waarbij een barkschip, met granen geladen, kort bij deze haven totaal is verbrijzeld. het schip aan stukken geslagen zijnde, heeft men nog niet kunnen bemerken tot welke natie het behoort. Het onstuimige weder heeft ook veel nadeel in de haven zelf veroorzaakt.


20 februari 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Middelburg, 17 februari. Heden is van de werf der Commercie Compagnie met het beste gevolg te water gelaten het schoenerschip (opm: brik) ZWALUW, gevoerd zullende worden door kapt. E.N.F. van Wulven, en bestemd voor de grote en kleine vaart, waarna onmiddellijk de kiel voor een ander schip gelegd is.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hellevoetsluis, 19 februari. Volgens hier ontvangen bericht is er een kof, geladen met hout, bij Goedereede gestrand. (opm: GEERDINA, zie NRC 210152)


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Groningen, 19 februari. Naar men verneemt, heeft de Britse regering een beloning toegekend aan de Nederlandse gezagvoerder van het kofschip GEERTRUIDA, kapt. Tunteler, wegens zijn menslievende en edelmoedige handelwijze, betoond in het opnemen van een 25-tal personen, afkomstig van de Engelse, op zee verbrande stoomboot AMAZON. Hare Maj. de Koningin van Engeland heeft genoemde kapitein een gouden medaille met een inscriptie, vermeldende zijn menslievende daad, geschonken.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

De 13de dezer is alhier binnengebracht het schip de JONGE JOHANNA, kapt. Splieto, komende van Dantzig en bestemd naar Yarmouth, met verlies van anker en ketting; het schip is lek en heeft meer andere zeeschade; moest lossen om te repareren.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Zr.Ms. transportschip PRINS WILLEM FREDERIK HENDRIK, kommandant luitenant 1e klasse Matthijsen, de 16de december jongstleden te Rio Janeiro aangekomen, is de 28ste dier maand van daar naar Batavia vertrokken. Aan boord heerste een gewenste gezondheid en was alles wel.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Advertentie. Uit de hand te koop een smakschip, groot 60 roggelasten, met complete en uitmuntende inventaris, ten jare 1842 gebouwd, liggende thans in de Lemmer. Nadere informatie bij de eigenaar de heer A.H. Tromp, te Woudsend, of bij de heer J. Slot, te Groningen.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Advertentie. Uit de hand te koop het extra welbezeild en goed onderhouden kofschip met complete inventaris ALIDA MARIA, gevoerd door kapt. T.A. Steffens, groot 80 gemeten tonnen, of plus min. 60 lasten, in 1841 gebouwd, komende eerstdaags te Groningen van Amsterdam. Te bevragen bij I.A. Hooites te Hoogezand. (opm: waarschijnlijk had scheepsbouwer Hooites de kof, bouwjaar 1841, ingenomen als aanbetaling op de schoener-galjoot JONGE ANDRIES die voor dezelfde rederij in aanbouw was; mogelijk is de kof naar het buitenland verkocht)


  LC - Leeuwarder Courant

Te koop: een in 1845 nieuw gemaakt overdekt snikschip met roef, groot 10 ton, liggend aan de helling van D.D. van der Veen te Franeker.


  LC - Leeuwarder Courant

Gevraagd: Tien à twaalf scheepstimmerlieden kunnen dadelijk vast werk bekomen bij D. en L. Alta, scheepsbouwmeesters te Harlingen.


21 februari 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Goedereede, 19 februari. Gepasseerde nacht, omstreeks een ure, is aan de noordzijde van dit eiland gestrand het Nederlandse kofschip GEERDINA, gevoerd geweest door kapitein L.A. van den Borg (opm: kapt. Luitje Arends van der Borg), met een lading balken, komende van Dantzig (opm: Gdansk) en gedestineerd naar London. De equipage is gered; de inventaris, alsmede de lading hoopt men binnen weinige dagen te kunnen bergen, doch het schip zal vermoedelijk weg zijn. NB. Wij maakten van het bovenstaande reeds gisteren uit Hellevoetsluis enige melding. (opm: zie ook PGC 060452)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 20 februari. Door de Nederlandsche Handel-Maatschappij zijn bevracht de volgende vijftien schepen als:
Voor Rotterdam: MAASSTROOM, kapt J.F. Hoogeveen Heymans; AMBOINA, kapt. R.J. Rijken; VAN OLDEBARNEVELD, kapt. J.W. Verberne; DOELWIJK, kapt. D.H. Kramer; JACOBUS, kapt. A van der Kolff; PANTALON, kapt. M.F. Remmers; SOUBURG, kapt. J. van Delft Cz.
Voor Amsterdam: VICE-ADMIRAAL RIJK, kapt. J. Bakker qq; DOCTRINA ET AMICITIA, kapt. F.C.H. Wijnandts; ST. MICHAEL, kapt. P.J. Plinzenga; JOHANNES ALBERTUS, kapt. J.C. Londt Hz; GEBROEDERS, kapt. B. G. Flik; GRAAF VAN LIMBURG STIRUM, kapt. H.H. Smit; NEDERLAND EN ORANJE, kapt. L. van der Plas.
Voor Schiedam: ANNA, kapt. P.A. Kleijnenberg.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 20 februari. Het schip JONGE JOHANNES, kapt. Splido, van Dantzig (opm: Gdansk) naar Yarmouth, is, volgens brief van Delfzijl van de 18e dezer, de 14e dito aldaar lek, met verlies van anker en ketting en meer andere schade, binnengelopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Portsmouth, 17 februari. Heden arriveerde alhier, met verlies van kluiverboom, verschansing en meer andere schade, het Nederlandse barkschip JACOBUS, kapt. van der Kolff, van Rotterdam naar Batavia bestemd. Hetzelve is gisteren avond af en aan St. Catherines (opm: St. Catherine’s Point, zuidpunt Isle of Wight) in aanzeiling geweest met het te Brixham te huis behorende schoenerschip HOPE, kapt. Harris, van Antwerpen naar Belfast gaande. De bemanning van laatstgenoemde bodem is op de JACOBUS overgesprongen en hier aangebracht; het schip vermoedt men dat gezonken is, daar de zijde tot op het water verbrijzeld was.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Helder, 19 februari. Bij het vertrek der post vernemen wij dat op de Vliesche Horst (opm: Vliehors) een tjalk met lijnzaad is gestrand; de equipage zou te Vlieland aangebracht, maar het schip, verloren zijn. (opm: JANNEKE, zie volgend bericht)


  DC - Dordtsche Courant

Naar men uit de Engelse dagbladen verneemt, heeft kapt. R.R. Tunteler, voerende het Nederland galjootschip GEERTRUIDA, die enige passagiers en schepelingen van de op zee verbrande Britse poststoomboot AMAZON menslievend aan boord genomen, verpleegd en in Frankrijk aan land gebracht heeft, deswege van Hare Britse Majesteit een gouden eerpenning, van de Britse admiraliteit een verrekijker en van de poststoomboot-maatschappij, waaraan het verbrande vaartuig toebehoorde, een som van 50 pond sterling ontvangen.


22 februari 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 21 februari. De Nederlandse tjalk JANNEKE, kapt. Jonker (opm: smaktjalk, bouwjaar april 1851; kapt. Kornelis Lammerts Jonker), van London met lijnzaad herwaarts gedestineerd, is, volgens brief van Texel, van de 20e dezer, de 18e dito op de Vliehors bij de Eijerlandsche gronden gestrand en zal weg zijn; de tuigage is geborgen en men hoopt ook de lading te kunnen bergen. (zijnde dit het schip gisteren gemeld).


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Tonningen, 17 februari. De Nederlandse kof CATHARINA, kapt. Waterborg, van Bremen naar Kopenhagen bestemd, is hier heden, na op de Figenplaat gestoten te hebben, binnengelopen. Het schip dicht gebleven zijnde, zal men zonder oponthoud de reis vervolgen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 21 februari. Heden middag is van de werf van de scheepsbouwmeester J. Jonker aan de Kinderdijk met het beste gevolg te water gelopen het barkschip ABEL TASMAN, groot 370 gemeten lasten, gevoerd zullende worden door kapt. J. Hensing en gebouwd voor rekening van de heer P. Varkevisser te Scheveningen. Deze bodem is het eerste grote schip, dat op genoemde timmerwerf gebouwd wordt.


23 februari 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 22 februari. De Nederlandse-Indische kustvaardijvloot telde in 1846 260 schepen, metende 22.848 last; in 1847 271 schepen metende 23.081 last; in 1848 274 schepen, metende 23.518 last; in 1849 276 schepen, metende 23.714 last.
Waarvan aan Europese reders toebehoorden: in 1846 56 schepen, metende 5.029 last; in 1847 62 schepen, metende 5.487 last; in 1848 59 schepen, metende 5.028 last; in 1849 57 schepen, metende 4.918 last.
De scheepsruimte aan Europese reders toebehorende, was dus van het geheel in 1846 22 pCt: in 1847 23.8 pCt; in 1848 21.4 pCt; in 1849 20.7 pCt.
En de gemiddelde grootte van de vaartuigen aan Europeanen toebehorende in 1846 94,1 last; in 1847 88,5 last; in 1848 85,2 last; 1849 86,3 last.
(opm: beknopt, uittreksel uit het Koloniaal Verslag over het jaar 1849).


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Stoomgelegenheid van Rotterdam naar Batavia via de Kaap de Goede Hoop. Voor passagiers zal in het begin van april derwaarts vertrekken het expresselijk daartoe uitmuntend ingerichte schroefstoomschip AMBON, kapitein. R.W. Besier. Doordien er van de stoomkracht zal worden gebruik gemaakt, stelt men zich voor de overtocht, in betrekkelijk zeer korte tijd, te zullen doen. Adres ten kantore van de cargadoor Wm. Ruys J.Dzn.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Royan (opm: Gironde monding), 15 februari. Het Nederlandse schip (opm: kof) ZWIJGER, kapt. Wijland, naar Rotterdam bestemd, heeft de 13e dezer ter rede van Le Verdon-sur-Mer anker en kabel verloren en is hier terug gekomen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Portsmouth, 19 februari. Het barkschip JACOBUS, kapt. van der Kolff, is in de haven gehaald om te repareren.


24 februari 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Verkoop bij rechtelijk gezag, van een Frans barkschip genaamd ALBERT, liggende in de Haringvliet binnen deze stad, lang 28 el 90 duim, wijd 4 el 90 duim, hol 3 el 91 duim, en alzo groot 246 tonnen, met al deszelfs staande en lopend want, ankers, touwen, zeilen en verdere scheepsgereedschappen, ingevolge van inventaris. Gevoerd geweest door kapitein Adolphe Pierre Crysostome Pilloquin, en waarvan medereder zegt te zijn, de heer Albert Le Maitre, koopman te Dieppe; ten verzoeke van de heren P.A. van Es & Comp. scheepsbevrachters te Rotterdam, ten dezen domicilie kiezende ten kantore van de voor hen occuperende heer procedeur W.S. Burger Jr, aan de Haringvliet, wijk 12, No. 37 te Rotterdam, rekwiranten uit krachte van een vonnis, gewezen door de arrondissements-rechtbank te Rotterdam, in dato de acht en twintigste januari 1852, geregistreerd de vierde februari daaraanvolgende, ten kantore van de heer ontvanger Van Berkel, in zake van de rekwiranten als eisers contra voornoemde kapitein A.P.C. Pilloquin, gedaagde, bij hetwelk hij is gecondemneerd om aan de eisers te betalen, een somma van negen duizend negen honderd negen gulden zeven en dertig cents, wegens bodemerijschuld met de interessen en kosten, en daarvoor hetzelve schip en toebehoren speciaal verbonden en executabel en daarna arrestanten op hetzelve schip en toebehoren.
De executanten hebben het voorgeschreven schip en toebehoren ingezet voor een somma van vijftien duizend gulden.
De verkoop zal plaats hebben ter audientie van de arrondissements rechtbank te Rotterdam, op woensdag de 17e maart 1852, des voormiddags ten elf ure.
De memorie van lasten is gedeponeerd ter griffie van meer gemelde rechtbank en kopie derzelve ligt ter visie ten kantore van voorgenoemde procureur W.S. Burger Jr. te Rotterdam, bij wie ook nadere informatiën te bekomen zijn.
Rotterdam, 23 februari 1852, W.S. Burger Jr. Procureur
(opm: bodemarij of bodemerij [van bodem = schip] omschrijft Mr. J.A. Molster als eene overeenkomst tussen een geldschieter en een geldopnemer, waarbij eene som gelds wordt opgeschoten, met beding van premie en onder verband van schip of goed of beide, met dat gevolg, dat indien het verbondene, geheel of gedeeltelijk, door toevallen op zee vergaat of vermindert, de geldschieter zijn recht op de opgeschoten penningen en op de premie verliest, voor zoover dit een en ander niet op hetgeen overblijft kan worden verhaald; maar indien het verbondene schip behouden ter plaatse zijner bestemming aankomt, de hoofdsom, benevens de premie moet betaald worden)


  DC - Dordtsche Courant

Dordrecht, 23 februari. Het Staatsblad No. 15 bevat een besluit van den 7, houdende dat, in afwachting dat de nieuwe regeling van het loodswezen zal kunnen worden tot stand gebracht, de loodsgelden, berekend naar de bestaande tarieven voor de vaart op de havens van dit rijk, worden verminderd met twintig ten honderd voor zeilschepen, vijfentwintig ten honderd voor de schepen door stoomboten gesleept, en dertig ten honderd voor stoomvaartuigen. De commissarisgelden, de kosten van het aan boord zetten van de loods en de bodengelden, waar deze, volgens de bijzondere reglementen op het loodswezen, boven en behalve het loodsgeld, worden gevorderd, zullen voortaan niet meer door de scheepsgezagvoerders, maar uit de algemene kas van het loodswezen worden betaald. Bij ijsgang zal, met wijziging in zoverre van art. 97 van het algemeen reglement op de loodsdienst van 5 juli 1835 (Staatsblad No. 21), slechts anderhalf in plaats van dubbel loodsgeld verschuldigd zijn.


  DC - Dordtsche Courant

Het Belgische schip MARIE, van Antwerpen naar Sidney, en verscheidene Belgen, onder andere ook de Belgische consul voor Sidney, aan boord hebbende, vertrok op 25 mei 1851 van Antwerpen, kwam na een spoedige reis te Port Adelaïde aan, loste daar een gedeelte van zijn lading en zette op 15 september koers naar Sidney. Op die tocht, bij de baai van Portland, is het schip vergaan en al de passagiers en de bemanning verongelukt.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Groningen, 23 februari. Zaterdag namiddag is tot genoegen van vele toeschouwers van stapel gelopen van de werf van K.K. de Vries, buiten het Klein-Poortje, bij Groningen, het aldaar gebouwd galjootschip genaamd CHRISTINA CHRISTINA, groot ruim 50 last, kapt. J.H. Tunteler, van Groningen.


  LC - Leeuwarder Courant

Notaris Brandsma verkoopt een nieuw scheepshol, groot 26 last, staand in de timmerschuur te Ezumazijl; eigen aan Woudstra, scheepstimmerbaas aldaar.


25 februari 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 24 februari. Van de Nederlandse consul-generaal te Bergen in Noorwegen is, onder dagtekening van de 9e februari j.l, het navolgende bericht ontvangen:
In het morgenblad uit Christiania (opm: Oslo) van 24 januari j.l, leest men: Des nachts tussen de 14e en de 15e januari heeft te Cristiansund (opm: Kristiansund) een vreselijk storm gewoed. Daags te voren stak een Nederlandse kof in zee, uit Solvor. Deze is waarschijnlijk vergaan, dewijl er op Smolen (opm: Smøla), nabij Cristiansund, een stuk van een roef is gevonden; insgelijks zijn hier op het eiland stukken hout gevonden, veel gelijkende naar wrakhout van een kofschip. De kof was te Drontheim met haring afgeladen.
In de scheepslijst van de Nederlandse vice consul te Drontheim vindt men, dat hij de 15e december 1851 de zeepas geviseerd heeft van kapitein H.R. Giezen, voerende de kof GEERDINA BEERTA, groot 32 lasten, bemand met 4 koppen, en te huis behorende te Veendam, gaande naar de Oostzee met haring. Het is derhalve allerwaarschijnlijkst, dat het gezegde bodem is, welke in die storm vergaan is. (opm: onjuist, zie NRC 090352)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

In de jongste vergadering van aandeelhouders in de Zwolsche Reederij op Hull is besloten tot het brengen in de vaart van een stoomschip en worden er reeds maatregelen beraamd om aan dat besluit gevolg te geven.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Verkoping van een hoekerschip. Men is van mening, ten overstaan van een daartoe bevoegd beambte, op woensdag de 17e maart 1852, aanvangende des voormiddags ten tien ure, te Middelharnis, in het openbaar, om kontant geld, te verkopen: een bijzonder sterk en buitengewoon goed onderhouden hoekerschip genaamd MIDDELHARNIS, met deszelfs algehele inventaris en visserstoebehoren; zijnde dit schip in de laatste jaren gebezigd te Haringvaart, maar ook vroeger, en daartoe zeer goed ingericht, ter koopvaardijvaart, groot 80 tonnen.
Nadere inlichtingen te bekomen ten kantore van de boekhouder G.C.M. Kolff te Middelharnis.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. De makelaars H. Montauban van Swijndregt, Fredrik van Dam, F.N. Montauban van Swijndregt, W. van Dam H.Hzn. en W.H. Montauban van Swijndregt te Rotterdam zijn van mening, op last van hun meesters, op dinsdag de 9e maart 1852, des middags ten 12 ure, in de zaal op de Scheepsmakershaven, wijk 1 No. 499 publiek te verkopen: het Nederlands gebouwd, gekoperd en kopervast snelzeilend barkschip GERARDINA, laatst gevoerd door kapt. M.J. Witsch, volgens meetbrief lang 27,60 el, wijd 5,09 el, hol 3,74 el en alzo groot 123 lasten, met al deszelfs rondhouten, staande en lopend want, zeilen, ankers, kettingen en touwen en verdere scheepsgereedschappen. zo als het schip thans is liggende achter Het Witte Hart, vóór het pand Zeelust. Blijvende voormeld schip inmiddels uit de hand te koop.


26 februari 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 25 februari. De 24e februari is te Nieuwendam van de werf van de scheepsbouwmeester W.H. Meursing, met goed gevolg van stapel gelaten het schoener brikschip genaamd ARGO, groot 130 gemeten lasten, gebouwd voor rekening ener rederij onder directie van de heren Gebr. Goedkoop te Amsterdam, en zullende gevoerd worden door kapt. B.J. Scherpbier.
Waarna de kiel is gelegd voor een barkschip, groot 220 gemeten lasten, genaamd MARIA CATHARINA, voor rekening ener rederij, onder directie van de heer S. Prins te Wormerveer en zal gevoerd worden door kapt. K. Poel.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 25 februari. Het schip NIJVERDAL, kapt. H.R. Giezen, van Dundee naar Zwolle, in Texel binnen, heeft bij het opzeilen anker en ketting verloren en is wegens tegenwind in het Nieuwe Diep teruggekomen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Ramsgate, 22 februari. Het te Veendam te huis behorende schip NIJVERHEID, kapt. H.P. Puister, van Amsterdam naar Bayonne, is hier heden lek en met onklare pompen binnengelopen. Het moet lossen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Harwich, 21 februari. Het schip GEERTINA, kapt. Legger (opm: tjalk GEERTIENA, kapt. Jan Jans Legger), van Amsterdam naar Londen, is hier heden zwaar lek en met verlies van anker en ketting binnen gebracht, hebbende op het Sunksand (opm: de Sunk Sands) aan de grond gezeten. De lading wordt gelost.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 25 februari. Te Groningen is jongstleden zaterdag (opm: 21 februari) van stapel gelopen van de werf van K.K. de Vries, buiten het kleine poortje, het aldaar gebouwde galjootschip CHRISTINA CHRISTINA, groot ruim 50 last, kapt. J.M. Tunteler, van Groningen.


27 februari 1852


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Het schip de ZWIJGER, kapt. Weyland, van Bordeaux naar Rotterdam, is op 15 februari te Royan uit ze teruggekomen, hebbende ter rede van Verdon een anker en touw verloren.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Advertentie. Verkoping van een tjalkschip. Op maandag 8 maart 1852, des avonds te 6 uur zal, ten huize van J.J. Bouwma, kastelein te Sappemeer, publiek verkocht worden het hecht en welbevaren tjalkschip genoemd GEERTRUIDA, groot 43 tonnen, met opgoed en toebehoren, invoege is bevaren door B.J. Wijnstok en thans liggende bij de Borgercompagniester brug te Sappemeer. Nader te bevragen ten kantore van de notaris Mr. C. Hartman Busmann. (opm: binnenvaarder)


28 februari 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 27 februari. Te Harlingen is op de werf Welgelegen van de scheepsbouwmeesters D. & L. Alta de kiel gelegd voor een barkschip ter grootte van 240 à 250 lasten, genaamd LUIT. ADMIRAAL STELLINGWERF, gevoerd zullende worden door kapt. M.C.E. Mispelblom Beijer, voor rekening ener rederij onder directie van de heren Zeilmaker & Co alhier.


  DC - Dordtsche Courant

Antwerpen, 26 februari. Een telegrafische depêche alhier ontvangen, bericht het vergaan van het Belgische barkschip PHILOMÈNE, kapt. Bulcke. De equipage is gered. (Op 27 december was dit schip te Vera Cruz aangekomen. Men vermoedt dus dat hetzelve is verongelukt op zijn reis van die haven naar Laguna of Havannah.)


  JC - Javasche Courant

Indramaijoe, 16 februari. Heden is van hier vertrokken naar Batavia de Nederlands-Indische bark FATHAR RACHMAN, thans hernaamd SEGAFFIE, kapt. Sech Salim bin Abdul Rachman Drahim.


  JC - Javasche Courant

Volgens berichten van Soerabaija, is in de nacht van 17 november 1851 een Engels schip, gevoerd door Nolian, groot 350 lasten, beladen met 7.000 kisten thee, komende van China en bestemd naar Engeland, op de klippen, nabij het eiland Kangean, onder Sumanap, vastgeraakt. De door de gezagvoerder gevraagde hulp is terstond verleend geworden. Nadere berichten zouden volgen: de hier gegevene werden de 18de november jl. van Kangean verzonden, doch kwamen ten gevolge van tegenwind, pas de 25ste december te Sumanap.
Uit Soerabaija zoude, zo mogelijk, nog getracht worden hulp te brengen.


29 februari 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 28 februari. Heden namiddag is op de werf De IJhoek met het beste gevolg te water gelaten het brikschip ANNA EN CHRISTINE, metende 152 lasten. Deze brik is gebouwd voor een rederij onder directie van de heren J.F.P.A. Abbema en H. van Geldrop. De kiel was in de maand juni van het vorige jaar gelegd.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Penzance, 24 februari. Het Nederlandse kofschip HENDRINA, kapt. Boiten (opm: HINDERINA, kapt. Jacob Jans Buiten, zie PGC 0203252, 090352, 060452 en NRC 040352), van Rotterdam geladen met lijnzaad naar Belfast bestemd, stiet gisterenmiddag ten 2 ure op de rotsen nabij Runnelstone, liep onmiddellijk vol water en sloeg op zijde. De equipage nam haar toevlucht tot de boot en werd door het te Salcombe te huis behorende vissersvaartuig FARMERS DELIGHT opgenomen, hetwelk als nu met nog meer andere vaartuigen de kof op sleeptouw nam met het voornemen dezelve bij Sennen Cove (opm: pal bij Land’s End) op strand te brengen. Zij waren echter, bij de Longships gekomen zijnde, door de invallende nacht en harde stroom, genoodzaakt het schip te laten slippen. Ook de stoomboot DUKE OF CORNWALL trachtte naderhand nog de kof op te slepen, doch werd eveneens door de duisternis genoodzaakt er van af te zien.
Deze morgen zag men de HENDRINA ongeveer 6 mijlen van de Longships drijven en opnieuw gingen verscheidende vaartuigen van de wal er heen, welke echter alle heden avond terug kwamen, daar het niet mogelijk was het schip naar strand te boegseren. Wellicht zullen de loodsboten van de Sorlings (opm: Scilly Isles) haar ontmoeten en op een der eilanden binnen brengen. De equipage is door de FARMERS DELIGHT te Falmouth aangebracht.


02 maart 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Delfshaven, 1 maart. Heden is van de werf De Onderneming van de scheepsbouwmeester H. de Hoog alhier met goed gevolg te water gelaten het barkschip JACOBA CORNELIA, groot 260 gemeten lasten, gevoerd zullende worden door kapt. G.H. Lodewijks, gebouwd voor rekening ener rederij onder directie van de heren Vaesen en Steinhaus, alhier, en bestemd voor de grote vaart. Onmiddellijk daarna is de kiel gelegd voor een schip van gelijke grootte (opm: zie NRC 110352, de bark WILHELMINA), hetwelk mede bestemd is voor de grote vaart.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Portsmouth, 27 februari. Heden is hier, met verlies van zeilen en meer andere schade, binnengelopen het Nederlandse schip ANNA ELISABETH, kapt. Harken, van Havana naar Amsterdam bestemd.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rome, 20 februari. De lading van het te Civita Vecchia van Amsterdam gearriveerde schip PETRUS JACOBUS, kapt. De Jong, is in drie lichters overgeladen, om daarin naar onze stad te worden gebracht. Eén van deze vaartuigen heeft gedurende een storm veel geleden en veel water ingekregen, waardoor 22 kisten suiker beschadigd zijn.


  AH - Algemeen Handelsblad

Verkoping van schepen op 1 maart 1852 in de Nieuwe Stads Herberg aan het IJ te Amsterdam: het driemast gekoperd galjootschip NICOLAAS WITSEN, kapt. P.F.Lange: NLG 8.200, in slag NLG 1.300, koper C.S. Oolgaardt (opm: een makelaar; nieuwe naam JACOBUS ANTHONIE onder kapt. H.H.T. Mellema).


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Groningen, 1 maart. Vrijdag arriveerde hier in de haven het kofschip de JONGE BAREND, groot 74 ton, kapt. T.B. Oortjes, van Veendam, gebouwd op de werf van R. Pik, te Wildervank.
En zaterdag het schoenerschip GEZINA, groot ongeveer 70 last, kapt. H.L. van Sluis, van Groningen, gebouwd bij E.H. Meursing, te Hoogezand.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Groningen, 1 maart. In de Hamburger Börsenhalle van 27 februari leest men een bericht uit Gibraltar waarin gewaarschuwd wordt tegen de zeerovers in de wateren van Noord-Afrika, die o.a. de 20ste januari jacht maakten op een Nederlands vaartuig, dat zeker hun buit ware geworden, ware 't niet door een Frans oorlogstoomschip ontzet. Alle koopvaardijschepen, zegt het bericht verder, die onder de Afrikaanse kust door windstilte worden overvallen, lopen evenzeer gevaar. De rovers zijn Kabijlen, en zij kruisen tussen Kaap Tresforcas en het Rif met 50 à 60 lange boten, die zij Cabaros noemen.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Het schip GEERTINA, kapt. Legger, van Amsterdam naar Londen, is, na op het Sunk Sand gezeten te hebben, zwaar lek en met verlies van anker en ketting te Harwich binnengebracht. Het heeft de lading gelost.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

De kof HENDRINA, kapt. Buiten (opm: HINDERINA, zie o.a. NRC 290252), van Rotterdam naar Belfast, is op de middag van de 23ste februari bij Runnelstone gestrand, vol water gelopen en op zijde gevallen; doch het volk gered en de 24ste dito te Falmouth binnengebracht.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Het schip NIJVERHEID, kapt. Puister, van Amsterdam naar Bayonne, is op 22 februari lek en met verstopte pompen te Ramsgate binnengelopen. Het moest lossen.


03 maart 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 2 maart. De Zeepost deelt in haar nummer van heden mede, dat het schip ZES GEZUSTERS, kapt. Ruhaak, van Batavia herwaarts gedestineerd, wegens tegenwind te Liverpool binnengelopen is, doch dat hetzelve, na een Engelse Kanaalloods en enige manschappen ter assistentie bij de pompen aangenomen te hebben, zonder lossen de reis zou voortzetten.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Kapt. J.R. Boeling van het kofschip ALIDA, te huis behorende te Pekel-A, de afzetting van het been in het Stads Ziekenhuis aan de Coolsingel te Rotterdam met het beste gevolg ondergaan hebbende en na een verpleging van ongeveer 13 weken, gisteren volkomen hersteld naar boord is terug gekeerd, acht zich verplicht met alle lof te gewagen, van de gelukkig uitgevoerde kunstbewerking en de uitmuntende goede zorg en behandeling, aldaar ondervonden, waarvoor hij bij deze aan de directie, beambten en alle goede vrienden en bekenden, die van hun belangstelling zo ruimschoots bewijzen gegeven hebben, zijn oprechte dankbaarheid betuigt en vooral hulde doet aan het Edel Achtbaar Bestuur, dat een gesticht heeft daargesteld, waar de vreemdeling, zo wel als ieder ander, zo menslievend en zorgvuldig behandeld wordt en dat tot wezenlijk nut en sieraad van Rotterdam kan strekken.
J.R. Boeling.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. De opperstrandvonder in het Ressort Terschelling roept bij deze op allen en een iegelijk, die vermenen mochten enig recht van reclame te kunnen doen gelden op de navolgende sedert de 9de januari 1851 in zee opgeviste en aangebrachet goederen, als:
Een chaloup, gemerkt ENDEAVOUR, London, met zwarte rand, zes vaten teer en 16 Noorse balkjes van verschillende lengte, ten einde zich deswege, voorzien van de nodige bewijzen, ten spoedigste te vervoegen bij hem opperstrandvonder aldaar.
Terschelling, 22 november 1851.


  AH - Algemeen Handelsblad

Verkoping van schepen op maandag 1 maart, in de Nieuwe Stads Herberg aan het IJ:
- Het gekoperd galjootschip NICOLAAS WITSEN, kapt.P.F. Lange, NLG 8.200, in slag NLG 1.300, Koper C.S. Oolgaardt (opm: een makelaar)
- 1/16 part galjootschip CHRISTINA AGATHA, niet geveild.
- 1/32 part brik TRITON, niet geveild.
- 4/60 parten schoener kof ALIDA, niet geveild.
- NLG 250 aandeel Stoomsleepdienst aan het Nieuwe Diep 128 procent. Koper H. Salm.
- NLG 250,- dito 128 procent. Koper H. Salm.


04 maart 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 3 maart. Aan de werf van de heer Fop Smit onder de gemeente Nieuw Lekkerland wordt de kiel gelegd van een ijzeren barkschip, genaamd CALIFORNIA, groot ongeveer 400 lasten, voor rekening van de heren Louis Bienfait & Zoon te Amsterdam. Dit schip is het eerste, dat van die grootte in ons land van ijzer vervaardigd wordt.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 3 maart. Men meldt uit Kampen d.d. 2 maart: Gisteren kwam één der boten van de Rijn- en IJssel Stoomboot Maatschappij, de DRUSUS, op de hoogte van het Katerveer met een zeilschip zodanig in aanraking, dat een gedeelte der raderkast, die tot keuken diende, verbrijzeld werd. Gelukkig zijn bij dit ongeval geen mensenlevens te betreuren.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Scilly St.Mary’s, 28 februari. De 25e dezer werd alhier door het schip ALLEGRO, bijgestaan door loods- en andere vaartuigen, binnengesleept het wrak van het te Veendam te huis behorend schip HENDRINA – zie ons nommer van 29 februari, art. Penzance. Hetzelve is gisteren morgen in de haven gehaald en men heeft onmiddellijk de lading lijnzaad in vaten in een beschadigde staat gelost. Het schip heeft een groot gat in de bodem, waardoor een gedeelte der lading is verloren gegaan. In de kajuit heeft men enig geld gevonden.


05 maart 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Berwick, 28 februari. Het te Sappemeer te huis behorend kofschip ZELDENRUST, kapt. Veldt, van Bo’ness naar Harburg bestemd, is op Ross Sands, in de nabijheid van Holy Island in een zinkende staat op strand gezet en zal waarschijnlijk weg zijn. De bemanning, zo mede zeilen, tuig, enz, is gered. Ook hoopt men de lading te kunnen bergen.
(opm: kapt. Ede Geerts Jonker, Sappemeer, bevoer sinds juli 1841 de smak ZELDENRUST; familielid Ede Geerts te Velde, geboren oktober 1828, monsterde in september 1850 als stuurman; nadat kapt. Jonker op 25 maart 1852 op 72-jarige leeftijd te Sappemeer was overleden volgde Te Velde hem waarschijnlijk op, maar hiervan is geen sluitend bewijs gevonden)


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Groningen, 4 maart. Hedenmorgen is van de werf Het Hoofd, van F.U. van der Werff, buiten het Kleine Poortje alhier, met het beste gevolg van stapel gelopen een schoenerschip, groot ongeveer 95 last, lang 86, wijd 22 en hol 12 voet, zullende bevaren worden door kapt. J.F. Huisman Hz., van Groningen; de naam van het schip is nog niet bekend (opm: EDZARD). Daar het weder gunstig was, waren er vele toeschouwers, die de rijk met vlaggen versierde bodem met genoegen zagen te water lopen.


06 maart 1852


  AH - Algemeen Handelsblad

Groningen, 4 maart. Hedenmorgen is bij de scheepsbouwmeester F.U. van der Werf op de werf Het Hoofd, buiten het kleine poortje alhier, onder het wapperen der vlaggen met het beste gevolg van stapel gelopen een schoenerschip, groot plm. 95 roggelasten, hetwelk zal bevaren worden door kapt. J.F. Huisman Hzn, van Groningen.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. G.J. Boelen, makelaar, zal op maandag de 22ste maart 1852, des avonds ten 6 ure, te Amsterdam, in de Nieuwe Stads Herberg, aan het IJ verkopen:
10 32 parten in het Nederlands kofschip MARSEILLE, kapt. A.J. Oltmans, groot volgens Nederlandse meetbrief 129 tonnen of 63 lasten; thans liggende te Alkmaar. Nadere inlichtingen bij bovengemelde makelaar.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Uit de hand te koop: Een zeer goed schip, genaamd BLOKZIJLDER JAGT, groot 31 ton, voorzien van een goede inventaris, liggende op de Prinsengracht te ’s Hage. Nadere informatie bij W. Buys aan het schip en bij R.C. Lepper, Kantoorboekverkoper in de Beurssteeg, No. 117, te Amsterdam.


  JC - Javasche Courant

Advertentie. In opvolging va het bepaalde bij art. 1.036 van het burgerlijk wetboek, worden de onbekende schuldeisers in de boedel van wijlen John Pace, in leven gezagvoerder van het Nederlands-Indische particuliere schip JUSTINA, bij deze opgeroepen, ten einde op zaterdag de 20ste maart eerstkomende, des morgens ten 10 ure, in de vergaderzaal der weeskamer alhier tegenwoordig te zijn bij de aflegging van rekening en verantwoording van het door die kamer gevoerde beheer in opgemelde boedel, en de door haar voor te stellene rangschikking en wijze van voldoening der crediteuren.
Samarang, 24 februari 1852, namens de Weeskamer voornoemd, de secretaris Weeraat.


  JC - Javasche Courant

Advertentie. Edictale citatie. De 5e maart 1852, ten verzoeke van Petronella Gasinjet, zonder beroep, wonende thans te Bangkaliang, eiland Madura, op de 17e december 1837 te Macao in China gehuwd met Charles Lindstedt, laatstelijk gedomicilieerd te Batavia, heb ik, Johannes Pieter Brouwer, deurwaarder bij de Raad van Justitie te Batavia gedagvaard genoemde Charles Lindstedt:
- aangezien gedaagde op de 16e juni 1840 als gezagvoerder van het barkschip VROUW ELISABETH is vertrokken van hier naar China.
- Aangezien hij met gemeld schip, na zich te Singapore te hebben opgehouden, op of omtrent de 5e oktober 1840 van daar is vertrokken.
- Aangezien sedert die tijd nooit iets met zekerheid is vernomen geworden van schip noch van de opvarenden zodat dit vaartuig waarschijnlijk met al deszelfs opvarenden is vergaan.
Om te compareren ter terechtzitting van de Raad van Justitie te Batavia op vrijdag de 11e juni 1852 ten einde alsdan van zijn aanwezen te doen blijken. (opm: sterk bekort)


  JC - Javasche Courant

Batavia, 3 maart. Heden is van hier vertrokken de Nederlands-Indische bark BALGIS, kapt. Intje Hamsa, naar Soerabaija. (opm: of de verkoping is niet doorgegaan, of de nieuwe eigenaren hebben het schip niet hernaamd, zie JC 070252)


08 maart 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 7 maart. Gisteren ochtend heeft Zijne Majesteit de fabriek der heren Paul van Vlissingen en Dudok van Heel te Amsterdam bezocht en met belangstelling de onderhanden zijnde werken bezichtigd. Het heeft Hoogstd. behaagd aan het op de werf der fabriek voor rekening van de Amsterdamsche Stoomboot Maatschappij voor de vaart van Rotterdam op Duinkerken in aanbouw zijnde schip op verzoek van de directeur der maatschappij de naam te geven van PRINS VAN ORANJE.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Gibraltar, 24 februari. Het Nederlandse kofschip VIER GEBROEDERS, kapt. Sietsema, van Cardiff naar Galatz (Galati, Roemenië), zit in de nabijheid van Punta Mala (opm: betekent: slechte hoek; positie 7’ N.N.O. van Gibraltar) op strand. (opm: het betreft de VIER GEBROEDERS VEENHOVEN, kapt. Harm Kaspers Sietsema, zie NRC 130353 en 260352)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

St. Ubes (opm: Setubal), 21 februari. Heden is alhier met verbroeide lading binnengelopen het Nederlandse schip JACOB (?), van Odessa naar Amsterdam. (opm: het vraagteken is van de redactie van de NRC)


09 maart 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 8 maart. Aangaande het schip (opm: hoeker) TWEELINGEN, kapt. Willem Schep, van Vlaardingen naar Lissabon, de 22e december l.l. van Portsmouth vertrokken, heeft men sedert niets vernomen. (opm: zie NRC 190257 en 220657)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 8 maart. In ons nommer van de 25e februari komt een bericht voor van de Nederlandse consul-generaal te Bergen is Noorwegen, medegedeeld door de Staats-Courant, waarin gezegd wordt; dat de kof GEERDINA BEERTA, kapt. H.R. Giezen, in de storm van de 14e op de 15e januari in de scheren bij Cristiansund (opm: Kristiansund) vermoedelijk zou vergaan zijn. Deze veronderstelling is blijkbaar onjuist, daar gemelde kof de 3e maart de Sont is gepasseerd.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Door de Nederlandse consul-generaal te Smirna (opm: Izmir) is onder dagtekening van 23 februari j.l, bericht, dat van daar bevracht is het Nederlandse galjootschip SALLAND, kapt. Jonker, met rozijnen naar Hamburg. Van daar was in ballast vertrokken het Nederlandse galjootschip (opm: schoener) AGATHA, kapt. Zeilinga, om te Tarsus lijnzaad voor Amsterdam te gaan innemen. Dergelijke bevrachtingen zullen ook de BOREAS en de BARON VAN ZUYLEN VAN NYEVELT naar Nederland bekomen.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Groningen, 8 maart. Vrijdag arriveerde alhier het galjootschip ELZIENA ENGELIENA, groot 58 ton, zullende bevaren worden door kapt. H.H. Lever, van Wildervank, en aldaar gebouwd bij R.G. van der Werf.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Het wrak van de kof HENDRINA (opm: HINDERINA, zie o.a. NRC 290252), kapt. Buiten, van Rotterdam naar Belfast, bij Runnelstone gestrand, is in de morgen van 27 februari te Scilly binnengesleept; een gedeelte der lading lijnzaad is beschadigd gelost; ogenschijnlijk heeft het schip een groot gat in de bodem, waar lijnzaad uit gespoeld is.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Advertentie. Mr. S.C.H. Piccardt, notaris te Pekela, zal op vrijdag 19 maart 1852, des avonds te 5 uur, te Nieuwe Pekela, ten huize van G.J. Kramer en ten verzoeke van Fr.L. Drenth, scheepstimmerman te Oude Pekela, op schade en bate van de schipper Harm W. Schortinghuis, bij publieke veiling verkopen: Een in den jare 1849 bij voornoemde Drenth uitgehaald tjalkschip, genaamd HOLLANDERS TROUW (opm: binnenvaarder), groot 54 tonnen, met opgoed, liggende te Nieuwe Pekela, laatst door H.W. Schortinghuis gevoerd.
Nadere informatiën zij te bekomen bij J.H. Rutering te Nieuwe Pekela
.
NRC 100352
Antwerpen, 8 maart. Gisteren is alhier van Zierikzee gearriveerd, gesleept door de stoomboot AMSTERDAM, de Nederlandse brik JOHANNES ALBERTUS, kapt. J.C. Londt Hzn, om een lading steenkolen voor Batavia in te nemen. Dit is het eerste schip, dat alhier een lading voor de Nederlandse koloniën inneemt.


10 maart 1852


  JC - Javasche Courant

Advertentie. Degenen welke genegen mochten zijn, ongeveer 4.000 pikols suiker, lading oorspronkelijk bestemd voor het op de Boompjes-eilanden gebleven Deense barkschip THORWALDSEN, over te voeren van Samarang naar Kopenhagen, worden verzocht zich schriftelijk te adresseren; uiterlijk vóór 15 maart aanstaande, ten kantore van de ondergetekenden, met bekendstelling van condities; zullende de voordeligste inschrijver in aanmerking komen.
Batavia, 8 maart 1852, B. Sanier, Suermondt & Co.


  JC - Javasche Courant

Batavia, 8 maart. Heden is alhier gearriveerd het Engelse stoomschip JAVANESE, kapt. R. Kilgour, van de Kaap de Goede Hoop op 22 januari j.l. vertrokken. (opm: dit schip komt als BANDA onder Nederlandse vlag)


11 maart 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. De makelaars H. & F.N. en W.H. Montauban van Swijndregt en F. & W. van Dam, te Rotterdam als last hebbende van hun meester, zijn van mening te veilen op dinsdag de 30e maart 1852, des middags ten twaalf uur, in de zaal op de hoek der Scheepmakers- haven en Bierstraat, wijk 1 No. 499, het Nederlands gekoperd en kopervast barkschip, genaamd CELEBES, gevoerd door kapitein J.J. van der Eb, volgens meetbrief lang 29,4 el, wijd 5,89 el, hol 4,23 el (opm: el = meter) en alzo groot 326 tonnen of 175 lasten, met al deszelfs rondhout, staand en lopend want, geschut, ankers, kettingen, touwen, zeilen en verdere zeer complete inventaris, in het laatst van 1851 op Java nieuw gekoperd, zo als hetzelfde is liggende in de Zalmhaven aan de Scheepstimmerwerf, van de heren Gebr. Visser.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Delfshaven, 10 maart. Heden is alhier op de werf De Onderneming van de scheepsbouw-meester H. de Hoog de kiel gelegd van een barkschip, genaamd zullende worden WILHELMINA, groot 265 gemeten lasten, voor rekening ener rederij onder directie van de heer P. de Boer te Rotterdam en bestemd voor de vaart op de Indiën.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Cardiff, 5 maart. Gisteren is bij visitatie van het Nederlandse schip CORNELIA, kapt. Deinum, aan boord van die bodem verborgen gevonden een hoeveelheid van 16 pond tabak en sigaren, ten gevolge waarvan 5 man der equipage elk met een pond sterling zijn beboet. Nog een andere kwantiteit is in de zeilkooi gevonden. (opm: zie NRC 130352)


  DC - Dordtsche Courant

Het Nederlandse schip KOMEET, kapt. Draijer, voor wijlen Wiesseman, van Hongkong en Batavia, is 23 januari jl. te St. Helena binnengelopen. Kapt. Wiesseman was op zee overleden.


  DC - Dordtsche Courant

Dordrecht, 10 maart. In ons nummer van 26 februari vermeldden wij, volgens een bericht van de Nederlandse consul te Bergen, het vermoedelijk verongelukken van het Nederlandse kofschip GEERDINA BEERTA, kapt. H.R. Giezen. Thans blijkt het ongegronde van dit bericht, daar evengenoemde kof de 4de dezer ter rede van Kopenhagen is gearriveerd, komende van Drontheim met haring.


12 maart 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 11 maart. Men meldt uit Groningen d.d. 10 maart: Het verdient de aandacht, dat van het Nederlandse kofschip ANNA ALIDA, kapt. H.J. Kortrijk (opm: bouwjaar 1835; kapt. Harmannus Johannes Kortrijk), met een lading haver van Groningen naar Londen bestemd en de 27e december des vorigen jaars van de Zoutkamp uitgezeild, sedert niets is vernomen tot grote ongerustheid van vele belanghebbenden en betrekkingen der equipage.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Het schip ELISABETH, kapt. De Boer, op zijn reis van Bremen met stukgoederen naar Stettin te Elseneur aangekomen, heeft volgens bericht van daar van de 6e maart, in de nacht van 28 februari tussen de Elbe en de Weser bij een sneeuwstorm ankers en kettingen moeten kappen, en daarop, bij de pogingen om zich van de kust te verwijderen, een zwaard verloren. De kapitein had het verlorene weder aangevuld en was gereed om de reis voort te zetten.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Groningen, 11 maart. Dinsdag arriveerde alhier het galjootschip FENNEGIENA ARENTINA, ongeveer 120 ton, gebouwd bij J.A. Hooites, te Hoogezand, zullende bevaren worden door kapt. H.B. de Jonge, van de Nieuwe Pekela, en gisteren een galjoot, genaamd YNSKE WILDERVANCK, groot 100 last, gebouwd op de werf van de heer W.C. Wildervanck, te Hoogezand. Deze bodem zal bevaren worden door kapt. J.A. Potjer, van Sappemeer.


13 maart 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 12 maart. In ons nommer van eergisteren deelden wij een uit de Shipping and Mercantile Gazette overgenomen bericht mede uit Cardiff, betreffende een hoeveelheid tabak en sigaren, welke aan boord van het Hollandse schip CORNELIA verborgen gevonden waren. Heden bevat datzelfde blad een brief, gedagtekend uit Cardiff 9 maart, van de volgende inhoud:
Mijnheer! In uw blad van heden vind ik een bericht, waarin gemeld wordt, dat er 16 pond tabak en sigaren aan boord van het onder mijn bevel varende Nederlandse schip CORNELIA zijn verborgen gevonden; dat vijf man van de equipage dienstgevolge ieder met GBP 1 zijn beboet en het schip in beslag is genomen; verder dat nog een grote hoeveelheid tabak in de zeilkooi verborgen was. Ik neem de vrijheid Ued. te melden, dat dit bericht, met uitzondering van de gevonden 16 pond tabak, geheel onwaar is, en dat slechts vier man mijner equipage zijn beboet. Het schip is niet in beslag genomen, evenmin heeft men nog meer tabak verborgen gevonden. Ik geloof dat Ued. met mij zult instemmen, dat uw correspondenten slechts de waarheid zonder enige bijvoeging moesten mededelen, daar een bericht, als of mijn schip in beslag was genomen, natuurlijk ongerustheid aan mijn reders moet baren.
Met de plaatsing van deze regels, zult Ued. zeer verplichten.
Ued. Dw. dienaar, C.T. Deinum, gezagvoerder van het Nederlandse schip CORNELIA.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hartlepool, 9 maart. Het Nederlandse schip BROEDERTROUW – zie ons nommer van gisteren – ligt nog steeds in dezelfde positie en voor het grootste gedeelte onder water. Men is bezig met de toebereidselen om het schip recht te brengen.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Publieke Verkoping op Vlieland. Kapt. K.L. Jonker, gevoerd hebbende het te Vlieland gestrande Nederlandse tjalkschip JANNEKE, is voornemens, op woensdag 17 maart 1852, des morgens ten 10 ure, aldaar publiek te doen verkopen de van genoemd tjalkschip geborgen (geheel nieuwe) zeilen, tuigage, ankers, kettingen, scheepsboot en wat verder zal worden aangeboden.
Nadere informatiën zijn op franco aanvragen te bekomen bij de scheepsagent P. Noordberg, te Vlieland en de makelaars J. Zunderdorp en W.J. Hidde Bok, te Texel.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Publieke Verkoping op Vlieland. Kapt. K.L. Jonker, gevoerd hebbende het te Vlieland gestrande Nederlandse tjalkschip JANNEKE, is voornemens, als daartoe behoorlijk geautoriseerd, aldaar op woensdag 17 maart 1852, des avonds ten 7 ure, ten overstaan van de heer Mr. Wm. Bok, sub Agent van Lloyds, te Texel, publiek te doen verkopen de uit genoemd tjalkschip geborgen lading, bestaande uit ongeveer 45 last Egyptisch lijnzaad, alles in meerdere of mindere mate door zeewater beschadigd.
Nadere informatiën zijn op franco aanvragen te bekomen bij de Scheepsagent P. Noordberg, te Vlieland en de Makelaars J. Zunderdorp en W.J. Hidde Bok, te Texel.


  DC - Dordtsche Courant

In een vergadering van reders en assuradeurs te Rotterdam, bijeengeroepen en gepresideerd door een commissie uit de kamer van koophandel en fabrieken, is, op voorstel van haar president, bij acclamatie unaniem het wenselijke erkend en besloten tot het daarstellen van een Matrozen-Logement, zo als zulks te Londen, Liverpool en elders bestaat. Tot leden dier commissie, welke door de vergadering met de uitgestrektste volmacht is voorzien, zijn dadelijk bij volstrekte meerderheid benoemd de heren C. Vlierboom, H. van Rijckevorsel, J.R. Veder, W. Ruys JDz. en T.J. Plate, allen kooplieden en reders aldaar. Aan deze commissie is door de vergadering de bevoegdheid gegeven zich andere leden te assumeren.


  DC - Dordtsche Courant

Hartlepool, 9 maart. Het fregatschip BROEDERTROUW, kapt. Hordijk, van Dordrecht alhier aangekomen om een lading steenkolen voor Hongkong in te nemen, is gisteren omgeslagen en vol water gelopen, en ligt in een gevaarlijke positie. Een sleepboot welke aan die zijde lag waar het schip overviel, is dien ten gevolge gezonken. De BROEDERTROUW heeft bij de val op de boot zijn stengen gebroken. Men neemt heden maatregelen om het schip weder recht te krijgen en in vlot water te brengen.


  JC - Javasche Courant

De 27e februari jl. is door de gezagvoerder van het Nederlandse schip JOAN, C.F. van Assendelft de Coningh, 3 à 4 mijlen beoosten de hoek van Indramaijoe, opgevist de bemanning van de verongelukte Deense brik THORWALDSEN, bestaande uit de kapitein, twee stuurlieden en elf mindere schepelingen, benevens een Deens zeeofficier als passagier. Genoemde brik is de 25ste februari jl. van Batavia naar Soerabaija onder zeil gegaan, doch dezelfde nacht gestrand op de Boompjes-eilanden; de bemanning heeft zich in twee sloepen gered en getracht op de Boompjes-eilanden te landen, hetgeen is mislukt, zodat zij zijn afgedreven tot beoosten Indramaijoe. De THORWALDSEN had enig ijzer geladen, en is totaal vergaan.


14 maart 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 13 maart. De in de Staats-Courant van april 1851 vermelde concessie, welke de 10e dier maand door de minister van Binnenlandse zaken aan de heren N.J. van der Lee en mr. A.J. van Roijen tot het aanleggen een stoomsleepdienst op het Reitdiep van Groningen naar de Zoutkamp en tot in de zee was verleend is, bij beschikking van 8 dezer, onder zekere bepalingen, overgeschreven op de Groninger Stoom-Sleep-Maatschappij, waarvan commissarissen zijn de heren Jhr. Mr. O.Q.J.J. van Swinderen, H.B. Onnes en A de Monchy, en bestuurder de heer N.J. van der Lee, allen te Groningen woonachtig. (opm: zie NRC 270352)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. De makelaars H. & F.N. en W.H. Montauban van Swijndregt en F. & W. van Dam, te Rotterdam, als last hebbende van hun meester, zijn van mening te veilen, dadelijk na de afloop van de veiling van het barkschip CELEBES, bepaald op dinsdag 30 maart 1852, des middags te 12 uur, in de zaal op de hoek der Scheepmakershaven en Bierstraat, wijk 1 No. 499:
- Het Nederlands gezinkte hoekerschip genaamd DE VROUW JOHANNA, gevoerd door kapitein L. van der Borden, volgens meetbrief lang 21,10 el, wijd 4,12 el, hol 2,69 el (opm: el = meter), en alzo groot 104 tonnen of 55 lasten, met al deszelfs rondhout, staande en lopend want, ankers, kettingen, touwen, zeilen en verdere inventaris, zo als hetzelve is liggende aan de Scheepstimmerwerf van de heer H. de Hoog, te Delfshaven.
- 4/30 Aandelen in het schoenerschip EEFKE MARIA, thans gevoerd wordende door kapitein J.F. Bart, groot 56 lasten, varende onder directie van de heer B.H. Ketor (opm: B.H. Viëtor), te Winschoten.
- 2/50 Aandelen in het brikschip CATHARINA MARIA, thans gevoerd wordende door kapitein M.J. Logger, groot 261 tonnen of 138 lasten, varende onder de directie van de heren Schloss & Hencke.
- 1/300 Aandeel in het fregatschip WILLEM DE EERSTE, thans gevoerd door kapitein J.J. Muntendam.
- 1/300 Aandeel in het fregatschip OUD NEDERLAND, thans gevoerd wordende door kapitein J.L. de Boer.
De beide laatsten, groot circa 550 lasten en varende onder directie van de Schiedamsche Scheeps-Reederij.


  AH - Algemeen Handelsblad

Harlingen, 12 maart. Heden is op de werf Welgelegen van de scheepsbouwmeesters D.& L. Alta alhier de kiel gelegd van een schoenerschip genaamd STAD LEEUWARDEN, groot ongeveer 110 rogge-lasten, voor rekening ener rederij onder directie van de heren Barend Visser & Zoon, gevoerd zullende worden door kapt. B.T. Stoffels.


15 maart 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Scilly St. Mary’s, 9 maart. Gisteren heeft men het beschadigde gedeelte der lading lijnzaad van het alhier binnengebrachte verlaten Nederlandse kofschip HENDRINA verkocht (opm: zie NRC 290252). Nog ongeveer 100 qrs, welke droog zijn, zijn onverkocht


16 maart 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Zaltbommel, 12 maart. De stoomboot ADMIRAAL DE RUITER, varende tussen Tiel en Schiedam, kreeg heden een belangrijke schade aan haar machine, zodat zij haar reis niet kon vervolgen. Men vermoedt, dat het wel drie weken kan aanlopen, eer zij haar geregelde vaart weder zal kunnen hervatten.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 15 maart. Te Wildervank zijn met het beste gevolg te water gelaten:op 12 maart j.l. van de werf van de scheepsbouwer R.G. van de Werf het nieuw gebouwde schoener-galjootschip SOPHIA, groot nagenoeg 115 tonnen, voor rekening van en gevoerd zullende worden door kapt. B.L. Brongers, van Wildervank, en op 11 maart j.l. van de werf van de scheepsbouwer R. Pik het kofschip ANTJE, groot 80 tonnen, voor rekening van en gevoerd zullende worden door kapt. H.P. Puister, van Veendam.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Openbare Vrijwillige Verkoping van na te melden aandelen in zeeschepen.
De notarissen Dalen & Lambert, residerende te Rotterdam, als last hebbende van hun principalen, zijn van mening om op dinsdag de 23e maart 1852, des middags ten 12 uur precies, in het Notarishuis aan de Geldersche Kade te Rotterdam, publiek te veilen en te verkopen:
- Een/zestiende aandeel in het Nederlands barkschip FORMOSA, gevoerd door kapitein J.F. Verschuur, varende onder het boekhouderschap van de heren Pistorius en Bicker Caarten, te Rotterdam, in den jare 1839 nieuw gebouwd, groot 268 lasten, thans op reis naar een haven beoosten de Kaap de Goede Hoop.
- Een/achtste aandeel in het Nederlands fregatschip D’IJSSEL, gevoerd door kapitein A. Messen, varende onder het boekhouderschap van de heer W.C. Versluys te Rotterdam, in den jare 1840 nieuw gebouwd, groot 301 lasten, thans met militairen op reis naar Java en voor retour bevracht door de Nederlandsche Handels-Maatschappij.
- Een/achtste aandeel in het Nederlands barkschip CANTON, gevoerd door kapitein H.J. Tweehuis, varende onder boekhouderschap van de heer W. C. Versluys te Rotterdam, in den jare 1845 nieuw gebouwd, groot 205 lasten, thans liggende te Rotterdam en bestemd naar Kaap de Goede Hoop.
- Een/zestiende aandeel in het Nederlands barkschip MACAO, gevoerd door kapitein K.H. de Groot, varende onder het boekhouderschap van de heer W.C. Versluys te Rotterdam, groot 200 lasten, thans in lading te Rotterdam en bestemd naar Samarang en Macasser.
- Een/zestiende aandeel in het Nederlands brikschip SIRÈNE, kapitein C.F. Staatsken, varende onder het boekhouderschap van de heer W.C. Versluys te Rotterdam, in den jare 1846 nieuw gebouwd, groot 136 last, thans op reis naar Brazilië en Java.
Nadere informatiën inmiddels te bekomen ten kantore van de notarissen Dalen & Lambert, aan de Zuidblaak te Rotterdam.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Te Amsterdam ligt in lading naar Batavia, om in de volgende maand (opm: april) te vertrekken het nieuw gebouwd en gekoperd tweedeks campagne-barkschip TELEGRAPH, gevoerd door kapt. J.B. Rolufs.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Groningen, 16 maart. De in de Staatscourant van april 1851 vermelde concessie, welke den 10den dier maand door den Minister van Binnenlandse Zaken aan de heren N.J. van der Lee en mr. A.J. van Roijen, tot het aanleggen ener stoomsleepdienst op het Reitdiep van Groningen naar de Zoutkamp en tot in zee, was verleend, is, bij beschikking van den 8 dezer, onder zekere bepalingen, overgeschreven op de Groninger Stoomsleep-Maatschappij, waarvan commissarissen zijn de heren jhr. mr. O.O.I.J. van Swinderen, H.B. Onnes en A. de Monchy, en bestuurder de heer N.J. van der Lee, allen te Groningen woonachtig.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Het fregat-schip BROEDERTROUW, kapt. Hordijk, van Dordrecht te Hartlepool aangekomen, om een lading steenkolen voor Hong Kong, is op 8 maart in het dok aldaar omgeslagen, ligt zeer gevaarlijk op zijde, heeft de stengen verloren en is op een stoomsleepboot gevallen, die daardoor gezonken is. – Volgens bericht van Hartlepool van de 9de dito had men reeds maatregelen genomen om het schip te rechten en in vlot water te brengen, daar het gedeeltelijk onder water lag.


17 maart 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Opening der stoomvaart tussen Amsterdam en Lemmer, vice versa.
De stoomvaart met de WILLEM II, tussen Amsterdam en Lemmer, in correspondentie met de diligences van Lemmer op Leeuwarden en Heerenveen, als mede de binnenboot en barge van Lemmer op Groningen v.v. zal op de 22e dezer worden hervat.
Vertrek der zeeboot:
Van Amsterdam: maandags, woensdags en vrijdags, ’s morgens ten 7 ure.
Van Lemmer: dinsdags, donderdags en zaterdags, voormiddags ten 10 ure.
Vertrek der diligence:
Van Leeuwarden: dinsdags, donderdags en zaterdags ‘s morgens ten 5 ure.
Van Lemmer: dadelijk na aankomst der zeeboot.
Vertrek der diligence:
Van Heerenveen: bovengemelde dagen ’s morgens ten 6 ure.
Van Lemmer: dadelijk na aankomst der zeeboot.
Vertrek der barge:
Van Groningen naar Strobos: maandags, woensdags en vrijdags, ’s avonds ten 9 ure.
Van Strobos naar Groningen: dadelijk na aankomst der binnenboot.
Vertrek der binnenstoomboot:
Van Strobos: op vermelde dagen, na aankomst der barge.
Van Lemmer: op even vermelde dagen, dadelijk na aankomst der zeeboot.
Doorlopende kaartjes voor de reizigers ter voldoening der vracht in eens van Amsterdam naar Groningen of Leeuwarden en omgekeerd, zullen verkrijgbaar zijn gesteld:
Te Amsterdam: aan het kantoor der stoomboot op de IJbrug.
Te Groningen: bij de heer J. van Elmpt, buiten de Apoort.
Te Leeuwarden: bij de Wed. E. van der Wal in de Posthoorn.
Vracht met doorlopende kaartjes naar Groningen of omgekeerd:
Grote kajuiten der buiten- en binnenboot en barge NLG 8,10.
Voorkajuiten der buiten- en binnenboot en barge NLG 5,30.
Vracht met doorlopende kaartjes naar Leeuwarden of omgekeerd:
Grote kajuit der stoomboot en diligence NLG 6,80
Voorkajuit der stoomboot en diligence NLG 4,00
Kinderen beneden de 10 jaar betalen halve vracht, zo mede gewone reisbagage minder dan 12½ Nederlandse pond vrij van vracht en overschepen.


18 maart 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 28 januari. Javasche Courant van 10 januari. Volgens berichten van Soerabaija, is in de nacht van 17 november 1851 een Engels schip, gevoerd door Nolian, groot 350 lasten, beladen met 7000 kisten thee, komende van China en bestemd naar Engeland, op de klippen, nabij het eiland Kangean, onder Sumanap, vast geraakt. De door de gezagvoerder gevraagde hulp is terstond verleend geworden, nadere berichten zouden volgen. De hier gegevene werden de 18e november jl. van Kangean verzonden, doch kwamen ten gevolge van de tegenwind pas den 25e december te Sumanap. Uit Soerabaija zoude zo mogelijk nog getracht worden hulp te brengen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 28 januari. Scheepsvrachten door gebrek aan disponibel product flauw. De JOHANNA MARIA (opm: Vaesen & Steinhaus, kapt. L. Keus) ligt in lading voor Rotterdam, de DANKBAARHEID AAN DE NEDERLANDSCHE HANDEL-MAATSCHAPPIJ is in Europa bevracht voor China en terug; de MERCATOR laadt voor rederij/rekening; de ELISABETH ligt in lading naar Rotterdam, heeft hier een kleine hoeveelheid suiker tot NLG 72 bekomen en zal verder voor eigen rekening met rijst opvullen; de JAN DANIEL laadt suiker à NLG 70; de RIDDERKERK laadt te Samarang suiker à NLG 75 en NLG 80; de REIJERWAARD laadt grotendeels te Soerabaija voor eigen rekening; de HESTER te Batavia geheel voor eigen rekening; de DOELWIJK wacht op bevrachting in Nederland; de JAN DE WIT is zonder bestemming; de ALBATROS moet naar Soerabaija om te lossen.
De Zweedse schepen HERMELIN en SKOGMAN liggen in lading voor Zweden en de ROBERT PEEL is vertrokken naar Akyab. De Engelse schepen THOMAS CHODWICH en CHATTAM vertrokken naar Singapore, de MAZEPPA naar Port Adelaide, de BRITISH SOVEREIGN op avontuur naar Ceylon. Het Hamburger schip HANNIBAL vertrok naar China en de CHRISTIAAN naar Benkoelen om peper voor China te laden. Het Russische schip NADESHKA laadt voor eigen rekening. Het Engels schip COURIER is bevracht naar Bremen à GBP 2.15 en de ASIA is te Singapore gecharterd tot GBP 2.17/6, om hier een lading voor Bremen te laden. De Nederlandse schepen HENDRIKA, CERES, SAMARANG en JOHANNES MARINUS zijn nog zonder bestemming, zo mede de Zweedse schepen MARY en SIR CHARLES FORBES.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Op donderdag de 25e maart 1852, des morgens ten half tien ure, aan de Haven te Maassluis, van:
- Een extra welbezeild Nederlands koopvaardij hoekerschip, genaamd CHRISTINA CORNELIA, laatst gevoerd door kapitein Simon Post, groot 47 lasten of 88 tonnen, liggende in de haven te Maassluis, tevens geschikt voor de haring en kabeljauwvisserij, met masten, rondhout, staand en lopend want, ankers, ketting-kabels, touwwerk, zeilen en verder complete inventaris.
- Een Haring-Buisschip, met masten, rondhout, ankers, kabel, zeilen, haringvleet, enz. enz,
- en wijders van enige scheepsgoederen.
Nadere informatie ten kantore van de notaris Reeser, te Maassluis.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Bahia, 18 februari. Heden is alhier aangekomen het schip CURAÇAO, van Rotterdam en Fernambucq (opm: Pernambuco, Brazilië). Op laatstgenoemde plaats heeft de bemanning de beginselen der gele koorts opgedaan, waaraan de gezagvoerder P. Kuyt en de kok zijn overleden. De overige leden der equipage zijn aan de betere hand. Het schip zal onder commando van de eerste stuurman A.C. Ouwehand spoedig de reis naar St.George d’Elmina (opm: Elmina, Ghana) vervorderen.


  DC - Dordtsche Courant

Dordrecht, 17 maart. Zr.Ms. schoenerbrik de LANSIER, onder bevel van de luitenant ter zee 1ste klasse, G.C. Alvarez, is op 12 december ll., na een reis van 46 dagen, van Hellevoetsluis te St. George d’Elmina aangekomen; zou de reis naar de kaap de Goede Hoop en Batavia voortzetten.


  DC - Dordtsche Courant

Advertentie. Wekelijkse dienst Dordrecht en Londen, voor passagiers, goederen en vee, het nieuw gebouwd snelvarend Nederlands stoomschroefschip STAD DORDRECHT, kapt. J.H. Stuit. Vertrekt van Dordrecht naar Londen zaterdag 27 maart, des morgens. Adres te Dordrecht bij de directie, of bij de Cargadoors Visser en Van der Sande, en te Londen bij Hall en Zoon, 6 Circus Minories.


19 maart 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 29 januari. Volgens particulier schrijven van Batavia, dd. 28 januari, was op die dag van Rotterdam, laatst van Simonsbaai, van waar het schip op de 11e januari is vertrokken, aangekomen het stoomschip MACASSER, kapt. Bergner, zijnde de tweede stoomboot der onderneming W. Cores de Vries, en bestemd voor de pakketvaart in Indië.
Het stoomschip PADANG was 15 januari met een volle lading goederen en een aantal passagiers van Batavia naar Padang vertrokken en had, op de proefreis van Batavia naar Soerabaija en terug, uitmuntend aan de meest gespannen verwachting voldaan. Het schip werd elk ogenblik te Batavia terug verwacht.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 18 maart. Volgens brief van kapt. Rijken, voerende het schip GOUVERNEUR GENERAAL ROCHUSSEN, van de Kaap de Goede Hoop in dato 25 januari, was hij aldaar tot herstel van enige schade, welke het schip in een zware storm met orkaanvlagen de 31e december l.l. op 24º Z.B. en 62º O.L. bekomen had, binnen gelopen. Het schip was dicht gebleven en de lading, zo ver men zien kon, niet beschadigd.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 18 maart. Volgens brief van kapt. Hofman, voerende het schip MARGARETTA SIMONETTA (opm: MARGARETHA SIMONETTA), in dato Soerabaija 20 januari, moest hij aldaar enige schade aan het roer, enz, repareren.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 18 maart. Berichten uit Lissabon in dato 8 maart delen mede, dat aldaar sedert de 6e dito een hevige storm gewoed had, waarin bijna alle aldaar liggende schepen schade hadden bekomen. Het Nederlandse schip (opm: kof) HUNDEREN, kapt. A. Klok, had de grote boot, de boegspriet en de kraanbalken verloren.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Groningen, 18 maart. Heden zal van Groningen vertrekken het schoenerschip de OMMELANDEN, groot 148 ton, nieuw gebouwd op de werf van Kater en Meulman, voor rekening van de heren E.M. Wieringa c.s., van Ezinge, en gevoerd wordende door kapt. L.S. Wieringa. Wij wensen de Ezinger-rederij geluk met deze eerste bodem, en hopen, dat daardoor anderen mogen worden aangemoedigd om haar voorbeeld na te volgen.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Groningen, 18 maart. Dinsdag arriveerde alhier de schoenergaljoot HARMANNA, groot ca. 80 last, kapt. R.H. Veling, van Veendam; gebouwd bij P. Smit aldaar.


  LC - Leeuwarder Courant

Notaris G. Posthuma te Dockum zal verkopen: een scheepstimmerwerf met schuur en aanbehoren benevens een woonhuis daarnaast, staande en gelegen te Birdaard, bij de eigenaren T. en K.S. van der Werff in gebruik.


20 maart 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Zwolsche Stoomboot Maatschappij. Hervatting der dienst 1852.
Van Zwolle: zondag 14 maart, ’s morgens zeven uur.
Van Amsterdam: maandag 15 maart, ’s morgens elf uur.
Door de indienstbrenging der tweede stoomboot DE STAD AMSTERDAM, zal de vaart gedurende dit ganse jaar, dagelijks van Amsterdam en van Zwolle plaats hebben, uitgenomen des woensdags.
In correspondentie met de spoortreinen, met Alkmaar, het Nieuwe Diep, Meppel, Assen, Groningen en Veendam.


  JC - Javasche Courant

Advertentie. Verkoping van een fregatschip. In de loop van de volgende maand zullen de ondergetekenden op vendutie verkopen: het Nederlands-Indische fregatschip JADOEL WADOET (opm: ook JADUL WADOET), vroeger genaamd PRINS VAN ORANJE, met deszelfs inventaris, zoals hetzelve alsdan ter rede zal zijn liggende. (opm: zie JC 170452, NRC 180751 en OP 150653)
A. van Ommeren & Co.


21 maart 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 20 maart. Door de Nederlandsche Handel-Maatschappij zijn bevracht de navolgende 22 schepen als:
Voor Rotterdam: VROUW JOHANNA, kapt. C. v.d. Hoeven; DEN ELSHOUT, kapt. P.F. Rijken; DOGGERSBANK, kapt. J.M. Jansen; JOHAN JACOB, kapt. L. van Geelkerken; BANCA, kapt. B.C. ten Ham; WELTEVREDEN, kapt. H. Teerlink; ROTTERDAM, kapt. P. Vis; OLIVIER VAN NOORD, kapt. O. Kievyt; FOP SMIT, kapt. K.J. Swart; MARIA ANNA, kapt. L.G. Verbeek.
Voor Amsterdam: ADMIRAAL PIET HEIN, kapt. J. v.d. Linden; JAN PIETERSZOON KOEN, kapt. J. Verloop; JOHANNA MARIA CHRISTINA, kapt. C.N. Gorter; REGINA, kapt. A. Gersen; TWEE GODFRIEDS, kapt. W.C. Brandligt; HENDRIKA BARTINA, kapt. J. Hofker; TELEGRAPH, kapt. J.B. Roluts; EENDRAGT, kapt. M. v. Velthoven; ALBRECHT BEILING, kapt. K. v.d. Erve; PRINS VELDMAARSCHALK, kapt. D.C. Rietbergen; en JOANNA JACOBA, kapt. J.H. v.d. Horst (de vier laatstgenoemde schepen van Schiedam).
Voor Middelburg: WALCHEREN, kapt. S. Ouwehand.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 20 maart. De 19e maart is van de werf De Nijverheid te Schiedam door de bouwmeesters C. Gips & Zn met goed gevolg te water gelaten het brikschip BANTAM, kapt. B.G. van der Bolck, groot 187 gemeten lasten, voor rekening ener rederij onder directie der heren Loncq en Cool.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 20 maart. Op de werf van de heer Fop Smit aan de Kinderdijk is de kiel gelegd voor een schroefstoomboot, bestemd om van Gorinchem op Vianen en vice versa in de vaart te komen, waartoe concessie gevraagd en verkregen is door de schipper der barges, welke thans tussen die beide plaatsen varen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 20 maart. Het Nederlandse kofschip NIJVERHEID, kapt. H.P. Puister, van Amsterdam naar Bayonne, hetwelk lek te Ramsgate binnengelopen was, heeft de reis van daar, na gedane reparatiën, vervolgd. Van de lading kaas heeft men 1500 stuks, welke door zeewater beschadigd waren, te Ramsgate verkocht.


23 maart 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Naar Batavia ligt in lading om vermoedelijk de 10e april te vertrekken het nieuw gebouwd campagneschip FOP SMIT, kapt. K.J. Swart, voorzien van uitmuntende en zeer ruime inrichtingen voor passagiers. Adres ten kantore van Wm. Ruys J.Dzn. (opm: het schip lag te Rotterdam in lading)


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Groningen, 23 maart. Morgen tussen 12 en 1 uur des middags zal van de werf van de heer E.H. Meursing, buiten de Kranepoort alhier, van stapel lopen het schoenerschip ZEPHYR, groot 180 ton, zullende onder directie van de heer P.C.W. Calkoen te Amsterdam bevaren worden door kapt. Tjeerd Visser van Den Helder.


24 maart 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Verkoping van aandelen, in het notarishuis te Rotterdam op dinsdag 23 maart:
- 1/16e Aandeel in het Nederlandse barkschip genaamd FORMOSA, in trekgeld NLG 1700.
- 1/8e Aandeel in het Nederlandse fregatschip genaamd DE IJSSEL, in trekgeld NLG.500.
- 1/8e Aandeel in het Nederlandse barkschip genaamd CANTON, in trekgeld NLG 1600.
- 1/16e Aandeel in het Nederlandse barkschip genaamd MACAO, in trekgeld NLG 1000.
- 1/16e Aandeel in het Nederlandse barkschip genaamd SIRENE, in trekgeld NLG 1000.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 22 maart. In ons nommer van 19 dezer deelden wij de aankomst van het stoomschip MACASSER, kapt. Bergner, op de 28e januari te Batavia mede, komende het laatst van de Kaap de Goede Hoop, en zulks op grond van een hier ter stede ontvangen en aan ons medegedeelde brief van een geacht handelshuis te Batavia, welke die aankomst per post scriptum berichtte. Wij vernemen thans echter, dat elders bij een geacht handelshuis mede een brief uit Batavia is ontvangen, waarbij weliswaar wordt gemeld, dat dat gerucht in omloop was geweest, doch dat de uitkijker op de toren zich had vergist en dat de binnenkomende een andere stoomboot was. Om de zeldzame spoed, waarmede anders de reis van de Kaap de Goede Hoop ware afgelegd, kunnen wij te gereder geloof aan deze mededeling geven, welke wij ook ten nutte van belanghebbende niet menen te mogen verzwijgen. (opm: zie JC 180252, de MACASSER was op 15 februari te Batavia aangekomen)


  AH - Algemeen Handelsblad

Verkoping van schepen op maandag 22 maart, in de Nieuwe Stads Herberg aan het IJ:
- 1/32 part in het kofschip MARSEILLE, kapt. A.J. Oltmans. NLG 290, in slag NLG 10, opgehouden.
- 1/32 in dito NLG 300, opgehouden.
- 1/32 in dito NLG 360, in slag NLG 8, koper G.J. Boelen.
- 1/32 in dito NLG 290, in slag NLG 1, koper G.J. Rolland Holst.
- 1/32 in dito NLG 290, in slag NLG 1, koper G.J. Boelen.
- 1/32 in dito NLG 300, in slag NLG 2, koper G.J. Boelen.
- 1/32 in dito NLG 300, opgehouden.
- 1/32 in dito NLG 300, in slag NLG 6, koper G.J. Boelen.
- 1/32 in dito NLG 300, opgehouden
- 1/32 in dito NLG 300, koper G.J.Boelen.


  JC - Javasche Courant

Advertentie. Editale Citatie (opm: rechterlijke beschikking). Op de 19 maart 1852, ten verzoeke van de firma Hughan Muller, gevestigd te Batavia, mede namens de te Tranquebar gevestigde huizen van negotie Birch & Co., P.A. Ramasamy & Co. en Verappy Chetty, heb ik, Johannes Pieter Brouwer, deurwaarder bij de Raad van Justitie te Batavia, gedagvaard Hans Bender, zonder bekende woonplaats in Nederlands-Indië, eigenaar van de brik CLARA, om op de 23e juli 1852 te verschijnen ter zitting van de Raad van Justitie te Batavia, ten einde te horen eisen, dat het de Raad van Justitie behage Hans Bender voornoemd te condemneren om aan eiseresse q.q. te betalen de som van NLG 9.548,15, met de wettelijke renten van de dag der dagvaarding, van welke gelden NLG 9.308,15 de waarde vertegenwoordigen van door hem, Bender, ten jare 1850, in de maanden augustus en september te Tranquebar ingeladen, naar Batavia vervoerde en aldaar verkochte doch niet verantwoorde koopmansgoederen, alles behoorlijk bewezen door cognossementen, en NLG 240 voor ter leen gegeven gelden zijn verschuldigd.
Voorts het arrest van 17 maart 1852, gelegd op de assurantie-premiën, op de 11e april 1852 door de Bataviasche Assurantie Maatschappij aan hem Bender verschuldigd en zich onder haar berusting bevindende, welk arrest aan de schuldenaar is betekend, te verklaren goed en van waarde met veroordeling van de gedaagde in alle kosten van het geding. (opm: bekort)


25 maart 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Akyab, 19 januari. Aangekomen WOLTEMADE, kapt. F. Guyt Jr. van Kaap de Goede Hoop.


26 maart 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Gibraltar, 5 maart. Het Nederlandse schip VIER GEBROEDERS VEENHOVEN, kapt. Sietzema, van Cardiff naar Galatz (opm: Galati) bestemd, hetwelk de 24e februari op Punta Malaga (opm: Punta Mala) gestrand is geweest, is heden nagezien en zal met de lading, die nog aan boord is, verkocht worden.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Advertentie. Stoomboot te koop. Er wordt te koop aangeboden een stoomboot, lang over stevens 36 ellen 65 duim, wijd buitenkant van de berghouten 5 ellen 18 duim, buiten de raderkasten 9 ellen 78 duim, hol 3 ellen 28 duim, hebbende een diepgang van 1 el 20 duim; dezelve is in den jare 1840 nieuw gebouwd, en voorzien van een balansmachine van ruim 60 paardenkracht, zuinig in brandstoffen, zijnde zowel de boot als machine van een sterke constructie en in een goeden staat. Dezelve is zeer geschikt ten gebruike in Zeeland of Zuiderzee, liggende ter bezichtiging in de stadshaven te Nijmegen. Reflecterenden gelieven zich te adresseren bij de ondernemers der stoomboten WILLEM DE EERSTE en KONINGIN DER NEDERLANDEN te Nijmegen.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Advertentie. Groninger Stoomsleep-Maatschappij. Aanvang van de dienst op vrijdag den 26sten maart 1852. Voorlopig tarief:
Van Groningen naar Aduarderzijl en omgekeerd NLG 0,22 per ton.
Van Groningen naar Zoutkamp en omgekeerd NLG 0,32 per ton.
Van Groningen naar Zee en omgekeerd NLG 0,50 per ton.
Van en naar tussenliggende plaatsen in evenredigheid van de afstand. Indien de stoomsleper is besteld, en voor de tot het gebruik bepaalde tijd wordt afgezegd, zal daarvoor NLG 10,00 worden betaald. Het sleeploon wordt bij de bestelling betaald. Het door zijne Excllentie de Minister van Binnenlandse Zaken goedgekeurde reglement ligt bij de kapitein der sleepboot ter inzage.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Groningen, 25 maart. Gisteren namiddag te 2 uur deed de stoomsleepboot de HUNZE, onder bevel van kapt. C.A. Boomgaard, hare proeftocht door de kof AGATHA HENDERIKA, kapt. B. Bernardus, van Groningen, van hier naar de Zoutkamp te brengen. In een stevige noordenwind was de boot te 5½ uur aan hare bestemming. Deze morgen is zij hier teruggekeerd.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Groningen, 25 maart. Gisteren arriveerde alhier het galjootschip ANTJE EN JANSJE, groot ongeveer 95 last, zullende worden bevaren door kapt. A. Krol, van Sappemeer, gebouwd bij U. van der Werff, te Hoogezand.


27 maart 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Groningen, 24 maart. Gisteren te ongeveer 12 ure is van de buitenwerf buiten de Kranepoort van de heer E.H. Meursing met goed gevolg te water gelaten het schoenerschip ZEPHYR, groot plm. 180 zeetonnen, gebouwd voor rekening van de heer P.C.W. Calcoen c.s. te Amsterdam en bevaren zullende worden door kapt. F. Visser. Daarna is de kiel gelegd van een ander schoenerschip, plm. 200 ton groot. De ZEPHYR is alreeds bevracht voor een reis van Archangel op Amsterdam.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Groningen, 24 maart. Gisteren is de sleepstoomboot, bestemd tot de dienst op het Reitdiep, binnen deze stad gekomen. Het is te wensen, dat deze onderneming, voor dit gewest de eerste van dien aard, stand zal kunnen houden en weldra haar plan zal kunnen volbrengen om een tweede boot in de vaart te brengen.


  DC - Dordtsche Courant

Dordrecht, 26 maart. Op 8 april aanstaande zal van Harderwijk naar het Nieuwe Diep vertrekken een detachement suppletie troepen, sterk 70 onder-officieren en manschappen, onder commando van de 2de luitenant Niclou, van het Oost-Indische leger, thans met verlof alhier te lande, en de officier van gezondheid 3de klasse Ten Kate van Loo, om op de 10de daaraanvolgende over te gaan aan boord van het schip ANTONIE EUGENIE, ten einde naar Suriname te worden overgevoerd.


  JC - Javasche Courant

Volgens berichten van Soerabaija, is te Sumanap op de 12de maart aangekomen de 3de stuurman van het Nederlandse schip CATHARINA, met een brief van de gezagvoerder van die bodem, houdende mededeling, dat hij op een halve mijl beoosten Gilie-Lawak, op een koraalrif met zijn bodem vast was geraakt, in een zeer gevaarlijke positie verkeerde en uit dien hoofde dringend om hulp verzocht. Onmiddellijk zijn twee kruisboten, verschillende prauwen en twee schoeners van de sultan derwaarts vertrokken om hulp te verlenen. De 13de ontving men echter te Sumanap de tijding dat het schip niet bij Gilie-Lawak naar een plaats, genaamd Karang-Kombang, tussen de eilanden Sapoedi en Poetran, vast zat en van de oostelijkste hoek van het eiland kon gezien worden. Het schip had toen de masten reeds verloren. De eerst aanwezende officier der marine te Soerabaija is door de resident verzocht geworden, een gereed liggend stoomvaartuig naar de plaats des ongeluks te zenden. De CATHARINA, kapt. D. Lammers, was de 5de maart jl. met een lading koffie van Samarang vertrokken.


  JC - Javasche Courant

Advertentie. Pakketvaart tussen Batavia en Singapore.
Voor het land. De directeur der producten en civiele magazijnen brengt bij deze ter kennis van gegadigden, dat de dienst der pakketvaart tussen Batavia en Singapore door het gouvernement aan een particuliere onderneming zal worden afgestaan en dezelve diensvolgens publiek zal worden uitbesteed op de navolgende voorwaarden:
Art. 1. De aannemer zal de gouvernements pakketten en dépêches tussen Batavia en Singapore en de tussenliggende plaatsen Muntok en Riouw, ten spoedigste en langs de kortste weg met stoomschepen overvoeren.
Art. 2. De voor de overvoer te bezigen stoomschepen moeten zijn rader- of schroefschepen, voorzien van alles, wat tot de bemanning en uitrusting van een goed zeeschip behoort; van genoegzame kracht om de overtocht altijd binnen de bepaalde tijd te volbrengen, en met de nodige ruimte tot de overvoer van ten minste 20 (twintig) passagiers der 1ste klasse, 100 (een honderd) passagiers der 2de klasse en 100 (een honderd) lasten vrachtgoederen. Dezelve zullen tevens geschikt moeten zijn om een aan de grootte geëvenredigde wapening te voeren en als oorlogsbodem te dienen.
Een daartoe door het gouvernement te benoemen commissaris zal de meerdere of mindere geschiktheid der aangeboden schepen en der middelen tot ontscheping van passagiers bij ongelukken, en tot blussing van brand, zomede van het verdere materieel beoordelen, en de daaraan bevonden gebreken, welke verbeterd moeten worden, aanwijzen.
De aannemer is verplicht zich aan die beoordeling en aanwijzing te onderwerpen.
Art. 3. Het gouvernement zal ten allen tijde over de schepen van de aannemer tot andere einden kunnen beschikken, en die doen inrichten voor deszelfs gebruik, tegen betaling ener schadeloosstelling en vrijstelling van de overvoer der mailpakketten, met doorbetaling aan de aannemer der met hem overeen te komen subsidie.
Art. 4. Het gouvernement kan, wanneer het oordeelt dat daartoe redenen bestaan, een commissie aan boord van het voor de reis naar Singapore aangewezen schip zenden, om hetzelve te inspecteren.
Indien deze commissie voor de afreis mocht bevinden, dat de toestand van het vaartuig, deszelfs machines, uitrusting of bemanning, de richtige overbrenging der mailpakketten doet betwijfelen, of dat die overbrenging in het geheel niet verzekerd is, zullen de gebreken door de aannemer ten spoedigste, ten genoege der commissie, moeten worden verbeterd; en zo lang zulks niet heeft plaats gehad, van zodanig vaartuig door hem geen gebruik mogen worden gemaakt.
Bijaldien de aannemer niet in staat mocht zijn, in de plaats van zulk een ongeschikt bevonden vaartuig een ander te bekomen, zal het gouvernement in de overvoer der mailpakketten voorzien.
In zodanig geval zal echter het bepaalde bij art. 14, hieronder, op de aannemer worden toegepast.
Deze commissie zal bevoegd zijn een gedeelte of de gehele reis mede te doen, dan wel bevelen te geven en te doen uitvoeren, welke strekken kunnen om kennis van de toestand van het schip te verkrijgen.
Art. 5. Het gouvernement zal een mail-agent met de overbrenging der pakketten enz. belasten, en deze tot dat einde van een instructie voorzien.
Deze mail-agent en zijn bediende zullen kosteloos worden overgevoerd.
Art. 6. De aannemer of zijn dienaren zullen zich met de overvoer van brieven of pakketten niet mogen belasten.
In geval van overtreding van deze bepaling, zal de aannemer verbeuren een boete van één honderdmaal de waarde der voor de overgevoerde brieven aan het gouvernement verschuldigde vracht.
Art. 7. Aan de mail-agent zal op ieder schip een goede en altijd voor hem bestemde hut worden aangewezen; hij zal in alles worden behandeld als een passagier der 1ste klasse en zijn bediende zal worden gelogeerd en gevoed gelijk een passagier der 2de klasse.
Art. 8. Verder zal aan de mail-agent worden aangewezen een goede, behoorlijke afgesloten plaats tot berging der aan zijn zorgen toevertrouwde mailpakketten, zomede een geschikte hut voor het sorteren der voor Batavia bestemde brievenpakketten, terwijl op iedere plaats, waar pakketten moeten ontvangen of afgegeven, een goede sloep van het schip met het benodigde scheepsvolk ter zijner beschikking moet worden gesteld.
De mail-agent zal in alle gevallen, waarin bij het contract niet mocht zijn voorzien, het recht van beslissing hebben, en zal moeten worden aangemerkt als de vertegenwoordiger of de agent van het gouvernement, en als overal buiten Batavia de gouvernements rechten uit te oefenen.
De aannemer zal niettemin het recht behouden om de beslissing van de agen later aan de goed- of afkeuring van het gouvernement te onderwerpen.
Art. 9. Het schip, bestemd tot de overvoer der mailpakketten, zal van Batavia vertrekken op de dag, welke telkenreize na de aankomst der vorige mail aldaar van gouvernementswege in de Javasche courant wordt bekend gemaakt.
De aannemer is verplicht om drie dagen vóór de bepaalde dag van vertrek, aan het gouvernement op te geven welk stoomschip voor het doen der reis naar Singapore wordt bestemd.
Art. 10. Het tijdstip van vertrek van Singapore zal door de mail-agent worden bepaald.
Art. 11. De reis van Batavia naar Singapore, zomede die van Singapore naar Batavia, zal moeten worden volbracht binnen de tijd van vier maal vierentwintig uren.
Art. 12. Onder de bij het vorige artikel genoemde vier maal vierentwinting uren is begrepen een vertoeven van drie uren, zowel te Riouw als te Muntok.
De mail-agent is evenwel bevoegd deze tijd van drie uren te verlengen of te verkorten.
Art. 13. Wanneer het schip niet binnen de bepaalde tijd te Singapore of te Batavia aankomt, verbeurt de aannemer een boete van NLG 1.000,- (een duizend) gulden, in geval de aankomst binnen vierentwintig uren, en van NLG 2.000,- (twee duizend) gulden, in geval de aankomst meer dan vierentwintig uren dan de bepaalde tijd plaats heeft.
Wanneer het schip meer dan tweemaal vierentwintig uren te laat in Singapore aankomt, met het gevolg, dat de verzending der brievenpakketten van daar niet meer kan plaats hebben, zal de aannemer verbeuren een boete van twintigduizend gulden (zegge NLG 20.000,-).
Alleen wanneer de aannemer aantoont, dat de niet tijdige aankomst toe te schrijven is aan hevige stormen, zeeschade, plotseling ontstane gebreken aan de machinerieën of andere niet te voorziene toevallen, waartegen geen middelen door hem konden worden aangewend, en wanneer alzo de niet tijdige aankomst in geen opzicht kan geweten worden aan de schuld of nalatigheid van de aannemer, zullen deze boetes niet worden toegepast.
Art. 14. Bijaldien de aannemer in gebreke blijft om aan het contract naar behoren te voldoen, zullen de nadelen, daaruit voor het gouvernement voortspruitende, op hem worden verhaald; blijvende het recht van het gouvernement onverkort, om in ieder geval bij niet voldoening door de aannemer aan zijn verplichting, ontbinding van het contract te vorderen, met vergoeding van kosten, schaden en interessen.
Wanneer door omstandigheden van buitengewone aard, waarin door de aannemer niet is kunnen worden voorzien, de mail gedurende een korte tijd, niet door de schepen van de aannemer, noch door andere door hem daartoe op zijn risico en kosten aangewezene en van gouvernementswege daartoe geschikt gekeurde schepen, kan worden overgevoerd, zal in de dienst door het gouvernement geheel ten koste van de aannemer worden voorzien; terwijl voor die tijd, in ieder geval een gedeelte der subsidie zal worden ingehouden, berekend in evenredigheid van het getal reizen, dat het schip niet gebezigd is, en het totaal getal reizen, in ieder jaar, en zulks onverminderd de verplichting van de aannemer om meerdere kosten aan het gouvernement te vergoeden.
Art. 15. Het gouvernement zal het recht hebben om de pakketten en dépêches en ook het schip tot de overvoer daarvan bestemd, niet te doen vertrekken, zonder daarvoor enige schadevergoeding schuldig te zijn; met doorbetaling evenwel van de overeengekomen subsidie.
Art. 16. Het gouvernement zal steeds over het een derde gedeelte der laadruimte van het schip en van de bestaande ruimte voor passagiers van de verschillende klassen, onverschilling voor Muntok, Riouw of Singapore, op de heenreis, en van die plaatsen naar Batavia of terugreis, kunnen beschikken, tegen de voldoening van de bij tarief van de aannemer bepaalde vracht voor de overvoer van goederen en passagiers.
Drie dagen vóór het vertrek van het schip zal van de hoeveelheid te verzenden goederen en het aantal passagiers, alsmede de plaats van bestemming, aan de aannemer worden kennis gegeven; en zal deze moeten zorg dragen dat het schip gereed ligt om de goederen in te nemen.
Art. 17. Te Muntok en Riouw zal op de heenreis door de eerste plaatselijke autoriteit aan de gezagvoerder van het schip worden opgegeven over hoeveel ruimte voor goederen en passagiers op de terugreis zal worden beschikt.
Art. 18. De inscheping en lossing der goederen zal geschieden of dezelfde wijze als met particuliere goederen plaats heeft.
Art. 19. Onder het een derde gedeelte der ruimte is niet begrepen die, benodigd voor de persoon, met de overbrenging der mailpakketten belast, en voor zijn bediende.
Art. 20. De gouvernements passagiers der 1ste klasse zullen gelogeerd en gevoed worden geheel op dezelfde wijze als de particuliere passagiers van die klasse.
De gouvernements passagiers der 2de klasse zullen gelogeerde en gevoed worden, zo als bepaald is bij ’s gouvernements tarief voor de overvoer van militairen; de spijzen zullen hun echter toebereid moeten worden verstrekt.
Art. 21. Indien, hetzij te Batavia of elders, meer gouvernements goederen en passagiers ter verzending mochten aanwezig zijn dan het een derde gedeelte der ruimte van het schip (waarover het gouvernement recht heeft te beschikken) kan bevatten, zullen die goederen en passagier gelijk staan met particuliere goederen en passagiers, en zal het gouvernement gelijke rechten hebben als particulieren.
Art. 22. Bijaldien het blijkt, dat de aannemer het tarief geheel of gedeeltelijk vermindert, hetzij bij publieke aankondiging, dan wel onder ’s hands, zal het gouvernement dadelijk in die vermindering delen.
Art. 23. De betaling der jaarlijkse subsidie zal plaats hebben te Batavia, bij een vierde gedeelte, na verstrijking van ieder kwartaal.
Art. 24. De aanneming zal geschieden, bij inschrijving, welke tweeledig zal plaats hebben, namelijk: voor het geval de overvoer slechts eenmaal ’s maands, en voor het geval dezelve tweemaal ’s maands plaats heeft.
Op het inschrijvingsbiljet zal, behalve de naam des inschrijvers, moeten vermeld zijn:
- hoeveel stoomschepen voor de dienst worden beschikbaar gesteld;
- of de schepen van hout of van ijzer gebouwd zijn;
- de naam en de ruimte in tonnen of lasten;
- de plaats waar de schepen gebouwd zijn; of de stoomschepen schroef- of raderboten zijn;
- of, indien het schroefboten zijn, de machinerieën onder de waterlijn geplaatst zijn;
- de paardenkracht, de diepgang (geladen) en de snelheid der boten;
- het verbruik van steenkolen in de 24 uren, van ieder schip;
- met welk kaliber van geschut dezelve desnoods zullen kunnen gewapend worden;
- en voorts het tijdstip, waarop de schepen gereed zullen zijn om voor de pakketvaart te
dienen, alsmede hoe lang, voor dat tijdstip, de schepen te Batavia aanwezig zullen zijn
ten einde door de in art. 2 bedoelde commissie te worden onderzocht.
Het biljet zal verder moeten bevatten een opgaaf van de volle ruimte tussen de dekken, tot berging van passagiers der 2de klasse en troepen, van ieder schip, en van de jaarlijks te genieten subsidie. Hetzelve zal voorts moeten vergezeld zijn van een tarief, houdende te maximum cijfers voor de overvoer van passagiers en vrachtgoederen naar de verschillende aanlegplaatsen.
Art. 25. Het gouvernement zal niet gehouden zijn de pakketvaart aan diegene af te staan, die de minste subsidie eist, maar zal dezelve toekennen aan hem, die het voordeligste geheel aanbiedt, ter beoordeling van het gouvernement.
Art. 26. Het contract zal worden aangegaan voor vijf achtereenvolgende jaren.
Art. 27. De aannemer is verplicht tot een borgstelling van twee gegoede personen voor de richtige betaling der eventueel door hem te verbeuren boetes en aan het gouvernement te vergoeden schaden en interessen.
Art. 28. Bij een vernieuwde uitbesteding zal, wanneer twee of meer gegadigden op dezelfde voor het gouvernement meeste voordelige voet hebben ingeschreven, de voorkeur aan de vorige aannemer worden gegeven.
Gegadigden worden verzocht hun inschrijvingsbiljetten, welke gesloten moeten zijn en op het adres zullen moeten aanwijzen, dat dezelve voor de hierbedoelde uitbesteding moeten dienen, te willen inzenden op dinsdag de 19de oktober aanstaande, des voormiddags vóór twaalf ure, aan het bureau van de ondergetekende; zullende na dat uur geen inschrijvingen meer aangenomen worden.
Batavia, 24 maart 1852 de directeur voornoemd, De Veer.


28 maart 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 27 maart. De heren ondernemers der stoombootvaart tussen Middelburg en Rotterdam besloten hebbende om één hunner stoomboten door een nieuw ijzer stoomjacht te doen vervangen, is daarvan op heden aan de scheepstimmerwerf van de heer F. Smit onder Nieuw Lekkerland de kiel gelegd.


29 maart 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Penzance, 24 maart. Het kofschip IRIS, kapt. Steenken, van Girgenti naar Amsterdam bestemd, is hier heden met verlies van boegspriet en meer andere schade binnengelopen, welke averij het schip ten gevolge van aanzeiling met een Griekse brik bekomen heeft.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. De aandelen in zeeschepen, l.l. dinsdag door de notarissen Dalen & Lambert, in het locaal voor publieke verkopingen aan de Geldersche Kade te Rotterdam geveild, en welke in bod zijn gebracht te weten:
- 1/16e aandeel in het barkschip FORMOSA op NLG 1700,
- 1/8e aandeel in het fregatschip D’IJSSEL op NLG 500,
- 1/8e aandeel in het barkschip CANTON op NLG 1.600,
- 1/16e aandeel in het barkschip MACAO op NLG 1000,
- 1/16e aandeel in het brikschip SIRENE op NLG 1000,
zullen op morgen de 30e maart 1852, des voormiddags ten 10 uur precies, terzelfder plaatse door voorgenoemde notarissen worden afgeslagen en toegewezen.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. De Makelaars H. & F.N. en H.W. Montauban van Swijndregt en F. & W. van Dam, te Rotterdam, als last hebbende van hun meesters, zijn van mening te veilen, dadelijk na de afloop van de veiling van het barkschip CELEBES, bepaald op dinsdag 30 maart 1852, des middags ten twaalf ure, in de Zaal op de hoek der Scheepmakershaven en Bierstraat, Wijk 1, No. 499: Het Nederlands gezinkte hoekerschip, genaamd de VROUW JOHANNA, gevoerd door kapt. L. van der Borden,volgens meetbrief lang 21,10 el, wijd 4,12 el, hol 2,69 el en alzo groot 104 tonnen of 55 lasten, met al deszelfs rondhout, staand en lopend want, ankers, kettingen, touwen, zeilen, en verdere inventaris, zo als hetzelve is liggende aan de Scheepstimmerwerf van de Heer H. de Hoog, te Delftshaven.
4/30 aandelen in het schoenerschip EEFKA MARIA, thans gevoerd wordende door kapt. J.T. Bart, groot 56 lasten, varende onder directie van de Heer B.H. Vietor, te Winschoten.
2/50 aandelen in het brikschip CATHARINA MARIA, thans gevoerd wordende door kapt. M.J. Logger, groot 261 tonnen of 138 lasten, varende onder directie van de Heren Schloss & Hencke.
1/300 aandeel in het fregatschip WILLEM DE EERSTE, thans gevoerd wordende door kapt. J.J. Muntendam.
1/300 aandeel in het fregatschip OUD NEDERLAND, thans gevoerd wordende door kapt. J.L. de Boer.
De beide laatste groot circa 550 lasten en varende onder directie van de Schiedamsche Scheeps-Reederij.


30 maart 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 29 maart. De scheepsbouwmeester F. Smit onder de gemeente Nieuw Lekkerland zal aan zijn timmerwerf te Slikkerveer onder de gemeente Ridderkerk een droog dok daarstellen, waarin de schepen kunnen worden gelicht, welke onder water moeten worden gerepareerd. Dit drijvend dok, hetwelk aan zijn eds. (opm: zijn edeles) werf onder de gemeente Nieuw Lekkerland reeds in aanbouw is, zal met een stoommachine van 12 paardekracht werken.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Groningen, 29 maart. Vrijdag arriveerde alhier het kofschip THELINA, groot 70 last, kapt. H.P. de Boer Sap, van Wildervank, gebouwd bij de wedw. W.J. Pattje, bij de Waterhuizen; en heden namiddag arriveerde het kofschip DAGERAAD, groot 50 last, kapt. A.K. Pruim, van Veendam, gebouwd bij H. Bieze aldaar.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Advertentie. Naar New-Orleans. Op zaterdag den 10den april e.k. vertrekt van Emden direct naar New-Orleans het schone , snelzeilende en voor passagiers bijzonder doelmatig ingerichte schoenerschip MARIA AGNES, kapt. Joh. Westhuis, groot 150 last. De vracht voor iedere passagier is NLG 70,00.
Belanghebbenden kunnen nadere informatiën bekomen bij de directie van de Oostfriesche Maatschappij voor Duitsche landverhuizers, te Emden.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Volgens bericht van de Zoltkamp van de 28e maart is de 26e dito bij Schiermonnikoog gestrand een Engelse brik; waarvan de equipage te Schiermonnikoog zou aangekomen zijn.


31 maart 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 30 maart. Het schip ALBERDINA GEZINA, kapt. G.A. Valk (opm: kof, kapt. Geert Albertus Valk), van hier naar Elbing (opm: Elblag), is volgens rapport van loodsen wegens lekkage op de westwal van de rede van ’t Vlie op strand gezet. (opm: zie NRC 010452)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Verkoping van aandelen in het Notarishuis te Rotterdam op dinsdag 30 maart:
- 1/16e Aandeel in het Nederlands barkschip, genaamd FORMOSA; in trekgeld NLG 1700, daarboven NLG 460. Verkocht.
- 1/8e Aandeel in het Nederlands fregatschip, genaamd D’IJSSEL; in trekgeld NLG 5500, daarboven NLG 1100. Verkocht.
- 1/8e Aandeel in het Nederlands barkschip, genaamd CANTON; in trekgeld NLG 1600, daarboven NLG 550. Verkocht
- 1/16e Aandeel in het Nederlands barkschip, genaamd MACAO; in trekgeld NLG 1000, daarboven NLG 550. Verkocht.
- 1/16e Aandeel in het Nederlands barkschip (opm: brik), genaamd SIRENE; in trekgeld NLG 1000, daarboven NLG 600. Verkocht.


  JC - Javasche Courant

Het Deense barkschip THORWALDSEN, gezagvoerder Larsen, is op deszelfs reis van Batavia naar Samarang, op de 25ste februari 1852, op een der klippen van de Boompjes-eilanden gestrand. De gezaghebber geen mogelijkheid ziende om het schip, hetwelk door een groot lek reeds nagenoeg vol water gelopen was, te redden, besloot hetzelve de volgende dag met de equipage te verlaten, ten einde te trachten de wal van Java te bereiken. Na gedurende tweemaal 24 uren tegen wind en stroom te hebben geworsteld, is de equipage door het Nederlandse schip JOAN, gezagvoerder Van Assendelft De Coningh opgenomen, en op de 6de dezer ter rede Batavia aangekomen.


01 april 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Verkoping van schepen en aandelen, in het notarishuis te Rotterdam op dinsdag 30 maart.
- barkschip CELEBES, NLG 17000 opgehouden.
- Chronometer NLG 200, opgehouden.
- hoekerschip VROUW JOHANNA, NLG 5000 opgehouden.
- vier 1/30 aandelen in het hoekerschip EEFKA MARIA, ieder tot NLG 350 opgehouden.
- twee 1/50 aandeel in het brikschip CATHARINA MARIA, ieder NLG 900 opgehouden.
- 1/300 aandeel in het fregatschip WILLEM I, NLG 250, opgehouden.
- 1/300 aandeel in het fregatschip OUD NEDERLAND, NLG 250, opgehouden.
Zijnde het barkschip CELEBES, gecombineerd met de chronometer, later verkocht tot NLG 17500.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Capelle op den IJssel, 31 maart. Op heden is alhier met het beste gevolg van de werf van P. Bakhuysen te water gelopen het barkschip WENA, groot ca. 280 lasten en gevoerd zullende worden door kapt. Des Ruelles, gebouwd voor een rederij onder boekhouderschap van de heren Pistorius en Bicker Caarten te Rotterdam.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 31 maart. Van de Nederlandse consul te Brest is bericht ontvangen van het vergaan van het Nederlandse galjootschip NIJVERHEID, kapt. Puister (opm: kof, bouwjaar 1829; kapt. Hindrik Pieters [Hazewinkel] Puister; zie ook NRC 210352), van Veendam. Gezegd vaartuig was de 12e februari j.l. van Amsterdam naar Bayonne met een lading kaas, tabak, loodwit, enz. vertrokken. Sedert de 8e maart had hetzelve reeds veel water binnen gekregen en is eindelijk op 3 mijlen afstands van het eiland Penfret (opm: 9’ zuidelijk van Concarneau), één der Glenan-eilanden (opm: Isles de Glénan), gezonken. De bemanning, bestaande uit 4 koppen, is behouden aan wal gekomen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Brouwershaven, 30 maart. Het alhier van Batavia gearriveerde barkschip ZES GEZUSTERS, kapt. Ruhaak, is zwaar lek, makende 6 duimen water in het uur.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 31 maart. Het schip ALBERDINA GEZINA, kapt. G.A. Valk, van hier naar Elbing (opm: Elblag), op de westwal van ’t Vlie op strand gezet – zie ons vorige nommer – zal volgens bericht van daar van de 29e dezer, weg zijn. Het volk was gered.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 31 maart. Volgens bericht van de Zoltkamp van de 28e dezer, was de 25e dito bij Schiermonnikoog gestrand een Engelse brik, waarvan het volk gered en te Schiermonnikoog zou aangekomen zijn.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Cork, 27 maart. Het alhier van Galatz (opm: Galati) gearriveerde schip GEZINA, kapt. Post, stiet heden morgen op een steenbank nabij Hurleys. Hetzelve zal moeten lichten om nagezien te worden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Gibraltar, 21 maart. Het Nederlandse schip VIER GEZUSTERS VEENHOVEN, kapt. Sietsema (opm: kof VIER GEBROEDERS VEENHOVEN, kapt. Harm Kasperts Sietsema), hetwelk op Punta Mala gestrand is, zoals wij vroeger mededeelden, is de 17e dezer ter plaatse verkocht, daarna door de koper vlot en in onze haven gebracht. (opm: zie NRC 080352, 130352 en 260352 en AH 070553)


02 april 1852


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Groningen, 1 april. De stoomsleper de HUNZE heeft zaterdag de 27ste dezer de nieuwe schoener de OMMELANDEN, kapt. Wieringa, van Aduarderzijl met tegenwind en in de stroom tot onder Oostmahorn gesleept, in drie uur tijds, en des maandags daaraanvolgende van daar tegen de vloed op binnen 2½ uur in volle zee gebracht, zodat met deze tweede proef ten volle bewezen is, dat de boot geheel aan het voorgestelde doel beantwoordt.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Het schip VIER GEBROEDERS VEENHOVEN, kapt. Sietsema, van Cardiff naar Galatz, bij Punta Mala gestrand, is nagezien en zal, volgens bericht van Gibraltar van de 15de maart, met de inhebbende lading verkocht worden. (opm: zie PGC 120352 en 160352)


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Het schip ALBERDINA GEZINA, kapt. Valk, van Amsterdam naar Elbing, is, volgens rapport van loodsen, wegens lekkage op de wal van de rede van het Vlie op strand gezet.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Advertentie. Mr. J. Rengers Hora Siccama, Notaris te Hoogezand, zal, ten verzoeke der erven Wichger Hooites Meursing, op schade en bate van de erven Lammert Fransens de Wit en vrouw, op maandag 5 april 1852, 's morgens te 10 uur, ten huize van H.J. Nieboer, publiek aan de meestbiedende verkopen een tjalkschuitshol, de VRIENDSCHAP genaamd, groot 45 tonnen, laatst bevaren door Harm Lammerts de Wit, thans liggende te Hoogezand bij de werf van de heer Wildervanck.


  LC - Leeuwarder Courant

Te koop: een overdekt kofke 7 ton, thans liggend bij de scheepstimmerwerf van Jan Ydes Bergsma te Makkum.


03 april 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Scilly Isles, 29 maart. De romp van het alhier binnengesleepte kofschip HENDRINA, van Veendam, zal heden verkocht worden. (opm: zie NRC 290252)


  JC - Javasche Courant

Zr.Ms. stoomschip BORNEO, op de 26e maart ter rede van Soerabaija aangekomen, heeft van Sumanap het bericht mede gebracht, dat het Nederlandse koopvaardijschip CATHARINA, hetwelk te Karang-Kembang, tussen de eilanden Sapoedie en Poetra was aan de grond geraakt, met hoog water is vlot gekomen, en dat de ter assistentie gezonden prauwen hetzelve onder zeil hadden gezien, koers stellende om de zuid.
De BORNEO heeft op deszelfs reis herwaarts (opm: naar Soerabaija) ook de eilanden Kangean en Bawean aangedaan. Een onderzoek op Kangean en de omliggende eilanden naar de geredde goederen van het Engelse schip MARY AND ANN heeft niet geleid tot enige ontdekking van ontvreemding of achterhouding derzelve. De vorst van Sumanap verzekerde trouwens, dat hij bij het vertrek van de gezagvoerder van dat vaartuig naar Soerabaija was tegenwoordig geweest en dat deze alstoen verklaard had dat alles in orde was.


04 april 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 3 april. Men meldt uit het Nieuwe Diep d.d. 1 april, dat Zr.Ms. fregat DOGGERSBANK, kapt.t/zee A.J. de Smit van den Broecke, die dag is in dienst gesteld.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 3 maart. Directeuren der hier ter stede gevestigde Zuid-Hollandsche Maatschappij tot Redding van Schipbreukelingen hebben in hun vergadering van gisteren besloten te doen uitreiken de zilveren medaille aan kapitein Gijsbert van der Gaauw, voerende het Nederlandse hoekerschip MARIA JOHANNA, tehuis behorende te Vlaardingen, en vijftig gulden, om onder zijn bemanning te verdelen, voor het op 6 november j.l, op 51º20’ N.B. en 00º40’ W.L. redden en aan zijn boord opnemen der equipage, bestaande in negen personen van de Zweedse brik DESPUTE, gevoerd door kapitein Gustaf Hansen, te huis behorende te Stockholm, alsmede die van de Engelse brik SULTANA, gevoerd door kapitein Andrew Nicol, te huis behorende te Newcastle (opm: waarschijnlijk Newcastle-upon-Tyne), bestaande uit tien personen, welke schepen de vorige nacht op elkander gelopen waren, met dat ongelukkig gevolg, dat zij beide zijn gezonken, en welke geredde personen veilig door hem te Dartmouth aan wal zijn gebracht.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 3 april. Heden namiddag is op de werf De Boot van F. Groen in de Groote Wittenburgerstraat alhier met het beste gevolg te water gelaten het barkschip JULIE CLAIRE, gemeten op 200 lasten en gebouwd voor rekening van de heer G.W. van Barneveld Kooy. De bodem zal door kapt. H. de Wijn gevoerd worden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Texel, 2 april. Gisteren is in de buitenlandse Eijergronden (opm: bedoeld zal zijn de Eijerlandse gronden) vervallen en gestrand het Hannoverse everschip JOHANNA GEZINA, kapt. Chr. Schulte, met een lading ijzer- en aardewerk van Hull naar Bremen. De equipage heeft zich in een boot gered en is op Eijerland aangekomen. Van lading en tuig hoopte men bij stil weder zo veel mogelijk te redden. Het schip zou weg zijn. (opm: zie NRC 070452)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Texel, 2 april. Van het bij Vlieland gestrande schip ALBERDINA GEZINA, kapt. Valk, was de tuigage en een grote partij rails geborgen. Men hoopte de gehele lading te bergen.


06 april 1852


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Het in ons vorige nummer geplaatste bericht van de te Schiermonnikoog gestrande brik, wordt verder gemeld, dat dezelve gevoerd werd door kapt. Robersen en heette ROBERT SEUFIELD. Ook zou de equipagie waarschijnlijk weg zijn. (opm: zie PGC 300352)


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Het schip ALBERDINA GESINA, kapt. Valk, van Amsterdam naar Elbing, op de Westwal van het Vlie op strand gezet zal, volgens bericht van daar van de 29ste dezer, weg zijn; het volk was gered. (opm: zie PGC 020452)


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Het schip GESINA, kapt. Post, van Galatz te Queenstown om order binnengelopen, is volgens bericht van daar van de 27ste maart in de haven aan de grond geraakt en moet lossen om te repareren.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Het schip ANNA ELISABETH, kapt. de Jonge, zou te Yonghal landverhuizers voor Boston innemen.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Het schip HENDRINA, gevoerd geweest door kapt. Buiten (opm: kof HINDERINA; zie o.a. NRC 290252; de zeebrief werd op 24 april geretourneerd onder vermelding ‘schip verongelukt’), van Rotterdam naar Belfast, te Scilly door het volk verlaten binnengesleept (vroeger gemeld) zou de 29ste maart publiek verkocht worden.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Advertentie. Mr. H.J. Offerhaus, notaris te Delfzijl, zal op dinsdag 13 april 1852, des voormiddags te 10 uren, in de Marktstraat te Delfzijl, tegen contante betaling, publiek verkopen de geborgen inventaris van het gestrande Nederlandse kofschip GEERDINA, gevoerd geweest door den scheepskapitein L.A. van der Borg (opm: zie NRC 210254), bestaande uit ankers, ankerkettingen, zeilen, staand en lopend want, enz.


 LIM - Liverpool Mail, Liverpool

Cadiz, 26 maart. Op 22 maart woedde hier een zware oostelijke storm, waardoor aan verscheidene Engelse schepen schade werd toegebracht. De ROBINA (opm: brigantijn), kapt. Young, uit Glasgow, kreeg schade aan de tuigage en de verschansing als gevolg van een aanvaring met de Spaanse bark BETICA.
(opm: de namen van de overige Engelse schepen zijn niet overgenomen; de schade aan de brik BETICA, de ex-Belgische en daarvoor Nederlandse LOUISA AUGUSTA [bouwjaar 1826, zie ook NRC 091146] is onbekend; haar final fate is evenmin bekend; de registers van B.V. noemen de BETICA voor het laatst in 1858)


07 april 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Uit het Koloniaal Verslag over 1849:
De in 1849 in Nederlands-Indië gebouwde schepen waren:
Voor rekening van Europeanen: een bark, groot 468 tonnen en een brik, groot 170 tonnen.
Voor rekening van Arabieren: een bark, groot 146 tonnen, een dito, groot 249 tonnen.
Voor rekening van Chinezen: een schoener, groot 72 tonnen, een dito groot 32 tonnen en een dito, groot 86 tonnen.
Voor rekening van inlanders: een schoener, groot 92 tonnen en een dito, groot 70 tonnen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 6 april. Heden namiddag is alhier voor rekening van de heer E. Serruys met het beste gevolg van de werf St. Joris te water gelaten het door de scheepsbouwmeesters De Jong, Kortelandt & Anthony nieuw gebouwde driemast schoenerschip JULIA, groot ongeveer 180 gemeten lasten, bestemd voor de grote vaart.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 6 april. Het schip WILLIAM GORRING, kapt. Holmes, van Cardiff, is de 1e dezer te Littlehampton binnengelopen met weggeslagen achtersteven, zijnde in aanzeiling geweest met het barkschip ELISE SUSANNE, kapt. N.A. Dijkama, van Rotterdam naar Cardiff.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Nieuwe Diep, 5 april. Van het in de Eijerlandse gronden gestrande schip JOHANNA GESINA, kapt. Schulte – zie ons nummer van 4 dezer – is een groot deel der lading aarde- en ijzerwerk, zomede de tuigage, geborgen. Het schip zelve echter, vreest men, zal weg zijn.


08 april 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Queenstown, 3 april. Het op de 23e maart alhier gearriveerde schip GERTRUDE, kapt. Caspers, van Alexandrië naar Dordrecht, is lek en moet repareren. Hetzelve heeft op de overtocht veel slecht weder ondervonden.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Groningen, 7 april. Dat al wat nieuw is, bij sommigen tegenstand vindt, is bekend. Vandaar dan ook, dat het hoegenaamd niet mag verwonderen, dat zich hier en daar stemmen verheffen tegen de dezer dagen alhier in werking gebrachte stoomsleepdienst op het Reitdiep. Er zijn mensen, die, van elke zaak maar één zijde zien, namelijk de hun door jarenlange ondervinding bekende. Zo is het ook hier. Men weet, dat tot nu toe verscheidene sjouwerlieden werk vonden, door de schepen langs het Reitdiep te trekken, en nu er een boot komt die de schepen zal slepen, redeneert men natuurlijk, dat daardoor aan die sjouwerlieden groot nadeel zal worden toegebracht. Zo schijnt het ook; maar het is zo niet. In de eerste plaats heeft men ook nu nog, als de schepen gesleept worden, dikwerf de hulp van sjouwerlieden nodig; ten anderen zullen bij lange niet alle schepen van de stoomsleper gebruik maken; en aangezien de afzending van granen rechtstreeks uit onze haven naar Engeland maar al te dikwijls tot groot nadeel van den handel werd vertraagd, doordien de schepen niet naar zee konden komen, en dit het gevolg heeft gehad, dat nu veel haver over Harlingen met stoomboten werd verzonden, zo wordt thans door de sleepdienst de oorzaak daarvan voor een goed deel weggenomen en mag men met grond verwachten, dat dus juist door de sleepdienst de vaart op Groningen belangrijk zal toenemen, en laat het zich ook voorzien, dat daarbij tenminste evenveel handen werk zullen vinden, als tot heden het geval is geweest.


09 april 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Kinderdijk, 7 april. Heden is van de werf van de heren J. & K. Smit alhier met het beste gevolg te water gelaten het barkschip OTTO, groot 373 gemeten lasten. Dit schip is bestemd voor de grote vaart en zal worden gevoerd door kapt. P. Flens Johz. onder boekhouderij van de heer M. Lels alhier.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Te Delfzijl gearriveerd den 6den april, het schip de FENNA, kapt. E.A. Venninga, van Osterisöer, hebbende aan boord één man van de equipage van het onder Noorwegen verongelukte kofschip SOPHIA KLAZINA, kapt. H. Wolthekker (opm: zie NRC 140452), komende van Hamburg en bestemd naar Noorwegen, om aldaar een lading hout in te nemen; de equipagie, bestaande uit 4 man, was gered en te Osterisöer aangebracht.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Groningen, 8 april. Van dinsdag op woensdagnacht l.l. had schipper A. van der Veen, voerende het tjalkschip GEERTRUIDA, groot 37 ton, op het Reitdiep bij Platvoet, ongeveer 1½ uur van Groningen, het ongeluk met zijn schip op een onder water staanden paal te stoten en te zinken. De equipage redde zich, en gisteren riep men de hulp der stoomsleepboot de HUNZE in, die des namiddags te 2 uur vertrok en drie uur later het op sleeptouw genomen schip, soms over den grond heen, behouden voor de stad bracht. Men prijst algemeen de edelmoedigheid der rederij en de bereidwilligheid van den kapitein der stoomboot, daar de in behoeftigen toestand verkerende bewoners van het gezonken schip, dat thans op de werf wordt hersteld, slechts weinig voor deze dienst zullen hoeven te betalen.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Groningen, 8 april. Dinsdag arriveerde alhier het kofschip CATHARINA, groot 69 ton, kapt. H.B. Drok, van Nieuwe Pekela, gebouwd bij J.K. Mulder te Sappemeer; en heden de schoener-galjoot SOPHIA, groot 110 ton, kapt. B.L. Brongers, van Wildervank, gebouwd bij R.G. van der Werf aldaar.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Groningen, 8 april. In de namiddag van eergisteren is van de werf van den heer W.W. Kuiper, te Oude Pekela, met het beste gevolg te water gelopen het nieuwgebouwde schoenerschip JOHANNA ELIZABETH, groot 90 roggelasten, voor rekening eener rederij, onder directie van den heer J. Teengs Telting, te Alkmaar, en gevoerd zullende worden door kapt. W.J. Bakker, van Oude Pekela.
Verblijdend, zegt de berichtgever, is het voorzeker te noemen, dat ook dezen bodem, de 2e van dat soort, even als den voorgaande, op deze werf gebouwd, weder de hoge goedkeuring van alle deskundigen ten deel mag vallen, zodat dan ook weldra weder de kiel voor een dergelijk schip zal gelegd worden.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Groningen, 8 april. Uit de lijst der nieuwe brik-, schoener- en kofschepen, die gedurende 1851 te Groningen zijn binnengebracht om opgetuigd te worden, blijkt, dat het aantal dier schepen bedroeg 65; waarvan 2 brikken, 1 schoenerschip en 5 kofschepen, allen van Groningen; overigens 2 schepen van Foxhol, 18 van Hoogezand, 1 van Kiel, 4 van Martenshoek, 1 van Muntendam, 1 van Stadskanaal, 5 van Sappemeer, 16 van Veendam, 1 van Waterhuizen en 8 van Wildervank.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Aangaande het schip ALBERDINA GESINA, kapt. Valk, van Amsterdam naar Elbing, bij het Vlie gestrand - zie ons vorig nummer - wordt gemeld, dat de tuigage en 265 spoorstaven geborgen en op Vlieland aangebracht waren, terwijl men hoopte de gehele lading te zullen bergen.(opm: zie PGC 020452 en 060452)


 GRC - Groninger Courant

Termunterzijl, 7 april. Binnengekomen de 2e de VRIENDSCHAP,kapt. Kraan en JANKE HOOITES,kapt. Munning, beide van Noorwegen.


10 april 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 9 april. Volgens brief van kapt. K.J. Jonker, voerende het fregatschip MARIA ELISABETH, in dato Kaap de Goede Hoop 10 februari j.l, was hij met genoemd schip aldaar in goede staat aangekomen, aan boord hebbende de equipage van het Engelse schip HILTON GROVE, bestaande uit de kapitein Joseph T. Taylor, met vrouw, 3 kinderen en 15 manschappen , welke hij op de 22e januari j.l, op 28º ZB 51º OL had gered uit twee boten, waarmede zij op de 18e bevorens het schip in een brandende staat hadden gelaten. De HILTON GROVE was een nieuw schip, van Newcastle met een lading steenkolen naar Aden bestemd.
In the South African (opm: deen krant) vinden wij een dankbare vermelding van kapitein Taylor, voor de liefderijke verzorging, welke hij met zijn schipbreukelingen van kapitein Jonker en zijn equipage hadden genoten. (opm: zie NRC 140452)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 9 april. Volgens brief van kapt. Visser, voerende het schip MERCURIUS, van Batavia naar Amsterdam gedestineerd, in dato St. Helena 21 februari, had hij de 31e december een hevige orkaan doorgestaan en daardoor stengen, ra’s, kluiverboom, benevens tuig en zeilen verloren, zo mede was daarbij de top der grote mast gesprongen. Na zich te St. Helena van een en ander voorzien te hebben, zou hij de reis voort zetten.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Falmouth, 6 april. Heden is alhier met schade aan het roer en verlies van zeilen binnengelopen het Nederlandse schip ELISE, kapt. Visser (voor wijlen Dirks) van Suriname naar Amsterdam bestemd.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Kaap de Goede Hoop, 3 maart. De schepen ANTOINETTE MARIA, kapt. Day, van Batavia naar Rotterdam, en ERNST MAURITZ ARNDT, kapt. Haucke, van dito naar Falmouth, zijn de eerste de 19e en de laatste de 21e fabruari in de Tafelbaai binnengelopen. Beide schepen hebben de 24e en 25e januari op 27º Z.B. en 61º O.L. hevige stormen doorgestaan en daarin zeilen verloren en andere schade bekomen. Van de ANTIONETTE MARIA heeft men een gedeelte van de lading over boord geworpen.


11 april 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 10 april. Het barkschip KONINKLIJKE NEDERLANDSCHE YACHTCLUB, kapt. Van Delft, van Batavia naar Rotterdam bestemd, te Mauritius binnengelopen, had volgens de laatste berichten aldaar zijn schade gerepareerd, de lading weer aan boord genomen en zou de 2e januari zijn reis vervolgen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Antwerpen, 9 april. Het schip THETIS, kapt Bohu (opm: buitenlander), van Palermo herwaarts gedestineerd, is, volgens brief van Tunis, van de 31e maart, op de kust van Afrika totaal verongelukt, van Tunis was een vaartuig derwaarts afgezonden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Openbare vrijwillige verkoping in het gebouw Musis Sacrum, te Schiedam, op vrijdag de 23e april 1852, des voormiddags ten 10 uur, van scheepsaandelen en toebehoren.
De notarissen Bremmer & Lechner, residerende te Schiedam, zijn van mening in het openbaar te veilen en te verkopen:
- 8/300 Aandelen in het fregatschip genaamd de STAD SCHIEDAM, groot 432 last, thans van zijn reis naar Java te Texel binnengelopen.
- 7/800 Aandelen in het barkschip genaamd de EENDRAGT, groot 420 last, thans bevracht door de Nederlandsche Handel-Maatschappij voor een terugreis van Java of Sumatra naar Amsterdam.
- 7/300 Aandelen in het fregatschip genaamd OUD NEDERLAND, groot 550 last, thans liggende te Schiedam.
- 8/250 Aandelen in het fregatschip genaamd PIETER CORNELISZOON HOOFT, groot 479 last, thans op zijn terugreis van Java
(Allen varende onder directie van der Schiedamsche Scheeps-Reederij)
- 1/50 Aandeel in het barkschip genaamd LOOPUYT, groot 173 last, varende onder het boekhouderschap van de heren de Groot, Roelants & Co, thans, volgens de laatste berichten, zeilende in de Chinese zee.
- 1/24 Aandeel in het brikschip genaamd VICE-ADMIRAAL LUCAS, groot 159 last, varende onder het boekhouderschap van de heren A. Prins & Co, op zijne terugreis van Java.
Zijnde inmiddels voorlichtingen te bekomen ten kantore van voorgenoemde notarissen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 10 april. Dinsdag de 6e dezer is van de werf van de scheepsbouwmeester W.W. Kuiper te Pekel-A met goed gevolg te water gelaten het schoenerschip genaamd JOHANNA ELISABETH, groot 90 rogge-lasten, voor rekening van de heer J. Teengs Telting en rederij te Alkmaar, zullende gevoerd worden door kapt. W.J. Bakker.


12 april 1852


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Men biedt te koop aan een snelzeilend, in het jaar 1850 van eikenhout nieuw gebouwd, Pruisisch brikschip, ijzervast, groot 114 roggelast. Te bevragen bij de cargadoors Van Veen en Koli, te Amsterdam.


13 april 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Norden, 8 april. Het te Groningen te huis behorende tjalkschip TJAKKELINA, kapt. Schaaf (opm: TJAKELINA, bouwjaar 1846; kapt. H.G. Schaaf), van Frederikstad (opm: Fredrikstad) met een lading raapzaad naar Amsterdam bestemd, is hedenmorgen op het eiland Juist gestrand. De bemanning is gered, maar een gedeelte der lading hoopt men nog te kunnen bergen. Het schip is zeer beschadigd. (opm: zie NRC 160412)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 12 april. De Nederlandse stoomboot AMBON, kapt. R.W. Bezier, ligt thans te Rotterdam zeilklaar voor Batavia.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Groningen, 12 april. Vrijdag arriveerde alhier het kofschip KLAASSINA ARENDINA, groot 109 ton, kapt. H.L. de Groot van Wildervank, gebouwd bij S. Leeuwes aldaar.


14 april 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 13 april. Van een vriendelijke hand ontvangen wij onderstaande vertaling van de brief van kapt. Taylor aan kapt. K.J. Jonker, voorkomend in The South African Commercial Advertiser (zie ons nummer van zaterdag 10 dezer.)
Kaapstad, 10 februari 1852.
Aan kapt. Jonker van het Nederlandse schip MARIA ELISABETH!
Daar wij in de Kaapstad bij elkander zijn, maken wij van de eerste gelegenheid gebruik, om u onze hartelijke dank te betuigen voor de zo vriendelijke, liefdadige en zorgvolle wijze, waarmee wij aan boord van de MARIA ELISABETH, onder uw gezag zijn behandeld geworden, na ons van de waterdood gered te hebben, door ons aan boord op te nemen, toen wij in open boten rondzwalkten (hebbende vier dagen van te voren ons schip THE HILTON GROVE, in brandende staat verlaten, op 30° Z.B. en 53° O.L. Daar wij reden hebben, onze welmenende dank te betuigen aan de Bestuurder des Heelals, door onze levens alzo te redden, zijn wij niet minder gevoelig en dankbaar voor Zijn liefde, door de MARIA ELISABETH met zulk een gezagvoerder en zulke scheepsgezellen, te beschikking gesteld hebben, om Zijn wil te volvoeren; want niets kan de sympathie, liefdadigheid en oppassing te boven gaan, die ons te beurt viel gedurende ons verblijf op dat vaartuig. Daarom herhalen wij onze erkentelijkheid, wijl wij niets anders bezitten om u aan te bieden.
Dat het steeds strelend voor uw gevoel moge zijn te gedenken, dat gij mannen en vaders wedergegeven hebt aan vrouwen en kinderen, wier gebeden met de onze zullen ineensmelten, om de voortdurende welvaart en het geluk af te smeeken, voor alle aan wie wij zoveel verschuldigd zijn.
Wij blijven, na de verzekering onzer hoogachting, uwe Dw. Dienaren:
J.F. Taylor, kapt, en familie; A. Hood, 1e stuurman; A. Joss, 2e stuurman; D. Scott, timmerman; J. Graham, kok; Th. Thomas, R. Wallace, W. Bambridge, Th. Jones, N. Berry, Th. Sharer, J. Calthnes, J. Watson, allen matrozen; A. Reed, J. Pickering en W. Moloney, allen leerlingen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 13 april. Het Nederlands kofschip SOPHIA KLAZINA, kapt. Wolthekker, van Hamburg naar Noorwegen, is, volgens brief van Delfzijl van de 7e dezer, op de kust van Noorwegen verongelukt, doch het volk gered.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. G.J. Roland Holst, F. der Kinderen, Jan Corver, H. Salm, H.I. Rietveld, P.C. de Gijselaar, C.A. Schröder, B. Bakker Wz, P. Blom en G.J. Boelen, makelaars, zullen op maandag de 17e mei 1852, des avonds ten half zes ure te Amsterdam, in de Nieuwe Stads Herberg, aan het IJ, ten overstaan van de notaris F.W. Fabius verkopen:
- 1/20 part in het gekoperd fregatschip PASSAROEANG, kapt. C.C.B. Fullbrun, gemeten op 413 lasten.
- 1/16 part in het gekoperd barkschip JAVA, kapt. L. Tuk, gemeten op 338 lasten.
- 1/10 part in het gekoperd fregatschip HESTER, kapt. A. Viëtor, gemeten op 443 lasten.
- 1/16 part in het gekoperd barkschip EENSGEZINDHEID, kapt. K. Haasnoot, gemeten op 228 lasten.
- 1/32 part in het gekoperd barkschip CHRISTINA AGATHA, kapt. O.P. Lap gemeten op 321 lasten.
- 1/32 part in het gekoperd barkschip CATHARINA JOHANNA, kapt. J.B. Jaski, gemeten op 330 lasten.
- 1/16 part in het gekoperd fregatschip SARA JOHANNA, kapt. H. Sweijs, gemeten op 409 lasten.
- 1/16 part in het gekoperd barkschip PRESIDENT VERKOUTEREN, kapt. C.F. Eijlerts, gemeten op 349 lasten.
- 1/16 part in het gekoperd fregatschip SUSANNA CHRISTINA, kapt. I.J.H.Stolte, gemeten op 252 lasten.
- 1/32 part in het gekoperd barkschip JAN DANIEL, kapt. J.H. Zeeman, gemeten op 334 lasten.
- 1/32 part in het gekoperd barkschip MARGARETHA IDA, kapt. H. Hagers, gemeten op 343 lasten.
- 1/16 part in het gekoperd barkschip FOP SMIT, kapt. K.J. Swart, gemeten op 290 lasten.
- 2/32 parten in het gekoperd barkschip WHAMPOA, kapt. W.C. Kuyk, gemeten op 246 lasten.
- 2/36 parten in het gekoperd barkschip JAPARA, kapt. L. van Haften, gemeten op 237 lasten.
- 2/36 parten in het gekoperd barkschip IDA ELISABETH, kapt. M.A. Overgaauw, gemeten op 232 lasten.
- 2/32 parten in het gekoperd barkschip CORNELIS SMIT, kapt. D.O. van der Wal, gemeten op 382 lasten.
- 1/16 part in het gekoperd fregatschip AGNETA, kapt. W.N. Crap Hellingman, gemeten op 361 lasten.
- 1/16 part in het gekoperd fregatschip OOST–INDIA PAKET, kapt. B. Bakker Gzn, gemeten op 392 lasten.
- 1/16 part in het gekoperd barkschip BATAVIER, kapt, D. Grim, gemeten op 315 lasten.
- 1/16 part in het gekoperd barkschip JAVA KOERIER, kapt. F.G. Rienitz, gemeten op 284 lasten.
- 1/16 part in het gekoperd barkschip CHINA, kapt. D.A. Zylstra, gemeten op 194 lasten.
- 2/40 parten in het gekoperd barkschip GRAAF VAN NASSAU, kapt. E. Sanders, gemeten op 350 lasten.
- 2/80 parten in het gekoperd fregatschip DOCTRINA & AMICITIA, kapt. T.C.H. Wynandts, gemeten op 368 lasten.
- 1/16 part in het gekoperd fregatschip PHILIPS VAN MARNIX, kapt. E. van Duyn, gemeten op 612 lasten.
- 1/16 part in het gekoperd barkschip WATERLOO, kapt. W.W. van Epen, gemeten op 405 lasten.
- 1/32 part in het gekoperd barkschip SARA ALIDA MARIA, kapt. H.A. Teekelenburg, gemeten op 399 lasten.
- 1/30 part in het gekoperd barkschip ANNA MARGARETHA, kapt. J.J.S. Rühl, gemeten op 318 lasten.
- 1/16 part in het gekoperd barkschip URANIA, wijlen kapt. E.K. de Boer, gemeten op 163 lasten.
- 1 aandeel à NLG 10.000 in het gekoperd barkschip SIRIUS, kapt. H. Mulder, gemeten op 274 lasten.
- 3 aandelen ieder à NLG 1000 in het gekoperd fregatschip STAD TIEL, wijlen kapt. E.M. Chevalier, gemeten op 496 lasten.
- 1/32 part in het kofschip CLARA DOROTHEA, kapt. W.T. Fenenga, gemeten op 68 lasten.
- 1 aandeel groot NLG 1000 in de Nederlandsche Kofscheep-Reederij.
- 2 aandelen ieder groot NLG 1000 in de Amsterdamsche Stoomboot Maatschappij.
- 2 aandelen iedere groot NLG 1000 in de Reederij van de Drijvende Droogdokken tot het Repareren van Schepen.
- 2 schuldbekentenissen, ieder groot NLG 500, ten laste van dezelfde rederij.
- 5 aandelen, ieder NLG 500, in de Societeit van Nederlandsche Scheepsbouw & Scheepvaart.
Breder volgens biljetten en notities, en bericht bij bovengemelde makelaars, en bij de cargadoors Hoyman & Schuurman te Amsterdam.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 13 april. Volgens een telegrafische dépêche uit Batavia was aldaar voor 25 februari nog aangekomen het stoomschip MACASSER, kapt. Bergner, van Rotterdam, laatst van Kaap de Goede Hoop. Het schip EENDRAGT MAAKT MAGT, kapt. Anderson, was volgens het bericht gestrand (opm: zie JC 110252, NRC 150452 en 160452).


  JC - Javasche Courant

Het Nederlandse schip CATHARINA, gezagvoerder Lammers, hetwelk te Karang-Kembang, tussen de eilanden Sapoedie en Poetran was aan de grond geraakt, doch met hoog water weder vlot gekomen en van de ter assistentie gezonden prauwen onder zeil was gezien, is op de 22e maart te Soerabaija binnengelopen ten einde de geleden schade te herstellen.


15 april 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 26 februari, Het barkschip EENDRAGT MAAKT MAGT is op de 18e december j.l. bij Meinderts-Droogte in Straat Bali totaal verongelukt. De equipage is gered en te Sourabaya aangekomen. (opm: zie JC 110252)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 26 februari. De KONING WILLEM II is wegens bekomen lek genoodzaakt geweest naar Sourabaya terug te keren om te lossen en te repareren.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 26 februari. Scheepsvrachten. Zoals reeds gemeld, zijn de scheepsvrachten op nieuw lager gegaan, terwijl het aantal vracht of lading voor eigen rekening zoekende bodems dagelijks meerdert. Het Nederlandse schip JOHANNES MARINUS werd bevracht à GBP 2.10 voor rijst naar Bremen, het Engelse schip RADJAH OF SERAWACKA GBP 2.7/6 naar Londen of GBP 2.15/- naar het vasteland voor een gehele lading rijst , terwijl de ALBATROS te Sourabaya tabak laadt voor GBP 5.- met 10% per ton van 1600 Amsterdamse pond netto gewicht en suiker à NLG 75 zonder meer, NHM-conditie. De RIDDERKERK heeft te Sourabaya enige suiker tot NLG 75 bekomen en laadt overigens voor eigen rekening. De DIONIJSIA CATHARINA vertrekt, bij gemis aan enig bepaald bod voor Europa, naar Banka met rijst voor NLG 10.000 bij de roest (opm: som ineens). De NIJVERHEID laadt te Samarang 3000 pikol suiker voor eigen rekening. Alhier liggen in lading de HENDRIKA, CERES, JAN DE WIT, JOHANNA MARIA, grotendeels voor eigen rekening, suiker bijladende à NLG 70. De ALDEBARAN en HONGKONG zijn ter bevrachting aangeboden, terwijl nog zonder bestemming zijn de Nederlandse schepen GOEDE VERWACHTING, HENRIETTE CLASINA, THERESIA, WILLEM BARENDSZ, het Pruissische schip ADOLF WERNER en het Deense schip THORWALDSEN. Door de Factorij (opm: der NHM) zijn ter belading opgenomen DOELWIJK en WILLEM I, benevens het Nederlands-Indisch schip GENERAAL MICHIELS.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 14 april. Men meldt uit Vlissingen d.d. 10 april: Het Belgisch driemast koopvaardijschip DUC DE BRABANT, te Antwerpen te huis behorende en gevoerd door kapt. M.C. Smit, op 8 dezer met een stijve koelte uit het noorden het nauw van het vaarwater vóór Bath willende passeren, had het ongeluk aan de grond te geraken, het roer te breken en met alle zeilen bij op de zo gevaarlijke zandbank voor Bath geheel vast te geraken. De luitenant ter zee 1e kl. B.H. Staring, Zr.Ms. kanonneerboot No.20 commanderende en van dit voorval ooggetuige zijnde, begaf zich ogenblikkelijk met zijn boot in de nabijheid van het zich in groot gevaar bevindende schip en had het geluk, door zijn spoedig en doelmatig aangebrachte als energieke hulp, het zover te brengen, dat met vereende krachten van beide bodems het schip weder in diep water kwam en alzo voor zware averij aan romp en lading, zo niet voor totaal verlies, bewaard werd.


  DC - Dordtsche Courant

Zondag is van Den Helder vertrokken het Nederlands schip ANTONIE EUGENIE, kapt. C. Meijer, bestemd naar Suriname, overbrengende een detachement koloniale troepen, sterk 70 man, onder bevel van de luitenant van het Oost-Indische leger H.A. Niclou, alsmede de officier van gezondheid Ten Kate van Loo.


  DC - Dordtsche Courant

Naar men verneemt, is het in dienst gestelde rijksfregat DOGGERSBANK, kapt. ter zee J. de Smit van den Broecke, gedestineerd om in de loop der maand juli een reis te doen naar de Middellandse Zee. Na een reis van een anderhalf jaar zou bedoeld fregat, in afwachting van nadere destinatie, weder in het Nieuwe Diep binnenvallen.


16 april 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 15 april. Heden is op de werf De Boot van de scheepsbouwmeester F.F. Groen alhier de kiel gelegd voor een nieuw te bouwen barkschip, groot 250 lasten, hetwelk genaamd zal worden JACOBA EN CHRISTINA, voor rekening van de heren G.W. van Barneveld Kooy en rederij, en bestemd voor de vaart op Oost Indiën.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 26 februari. In de avond van de 20e januari j.l. is het Nederlands schip KONING WILLEM II, kapt. Van Eijk Meulman, op de buitenrede van Banjoewangie (opm: Banyuwangi), dicht bij de Devonsklip, geankerd en bij het kenteren van het getij op de klip vastgeraakt. Met behulp van de toegezonden praauwen is met de meeste spoed een gedeelte der lading gelost, waardoor het schip, begunstigd door het springtij, in de avond van de 21e januari weder vlot is geraakt. Het scheen weinig schade te hebben bekomen en was volkomen dicht gebleven. De gezagvoerder zou nog een gedeelte der lading lossen om het schip op 16 voeten diepgang te brengen en vervolgens naar Sourabaya stevenen, ten einde het vaartuig aldaar te doen inspecteren.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 26 februari. Te Banjoewangie zijn op de 20e januari j.l. aangekomen kapt. Anderson en de verdere equipage van het Nederlands schip EENDRAGT MAAKT MAGT (opm: bark, bouwjaar 1850; kapt. L.P. Anderson), welke bodem op de 18e december te voren (opm: 1851) bij stormachtig weder en hoog lopende zee op de zuidoosthoek van Meinderts-Droogte is vastgeraakt. Dezelfde dag reeds was hetzelve door de hevige golfslag zodanig uiteen gewerkt, dat het verlaten moest worden. Het schip was voor particuliere rekening beladen met rijst, suiker en arak. De gezagvoerder, 1e stuurman en 10 matrozen zijn de 21e januari met een praauw naar het wrak gegaan, ten einde zo mogelijk iets van de inventaris te redden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 26 februari. In de nacht van 25 op 26 oktober 1851 is het Nederlands schip REMBRANDT VAN RHIJN, kapt. Grivel, met donker weder in het Engels kanaal tegen een schoener aangezeild, waarvan men, niettegenstaande genoemd schip dadelijk is bijgedraaid, niets meer heeft gezien. De REMBRANDT VAN RHIJN had de kluiverboom verloren en enige andere mindere schade bekomen. Twee schepelingen van de schoener werden opgevist, slepende aan einden touw achter het schip. Volgens mededeling der geredde schepelingen was het aangezeilde vaartuig de Engelse schoener PROVIDENCE, kapt. Pirer, groot 80 ton, van Port à Port naar Londen bestemd, bemand met vijf man. De twee geredde Engelse matrozen zijn mede naar Batavia genomen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 26 februari. Nadere berichten nopens het stranden van de Engelse bark MARY AND ANN op de klippen nabij Kangean onder Sumanap, vermeld in de Javasche Courant van 10 januari j.l, doen het volgende weten. Genoemde bodem was op de 12e oktober 1851 van Shanghai vertrokken, bevracht met een volle lading thee en bestemd naar Sydney. Op de 13e november j.l, opwerkende in het vaarwater tussen de eilanden Urk en Kangean, geraakte het schip vast op een rif, gelegen in het west-noord-westen van Urk, doch na een gedeelte der lading over boord te hebben geworpen, slaagde men er in hetzelve op de 14e weder in vlot water te brengen. In de nacht van hetzelfde etmaal geraakte het vaartuig andermaal vast op een koraalzijde aan de zuidzijde van het eiland Kangean, waarop hetzelve gebleven en in de nacht van de 17e november, onder hevige windvlagen uit het zuiden, uit elkander geslagen en in een wrak veranderd is. Door het hoofd van Kangean is hulp verleend in het redden van een gedeelte der lading en enkele scheepsartikelen, hoezeer overigens diens handelingen door de gezaghebber niet worden geroemd, Een onderzoek deswege is ingesteld. De gezagvoerder en verdere bemanning hebben zich over Sumanap naar Soerabaija begeven.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 26 februari. Men leest in de Singapore Free Press van 5 maart j.l.:
Wij geloven, dat de opening der stoomvaart in de Indische Archipel de grote gebeurtenis van 1852 zal zijn. Twee krachtige schroefstoomschepen zijn thans in het zuidelijk gedeelte van de Indische Archipel in de vaart, namelijk de PADANG en de MACASSER, en een derde, de AMBON, wordt weldra te Batavia verwacht. De PADANG vaart tussen Batavia en de Westkust van Sumatra, en, daar dit schip een inhoud heeft van ongeveer 1000 tonnenlast, verwacht men, dat dit vaartuig alleen voldoende zal zijn tot het vervoer van passagiers en goederen tussen Batavia en Padang, met inbegrip van het vervoer der troepen, zodat er niet langer vracht voor inlandse vaartuigen zal zijn te verkrijgen, behalve tussen de grotere en kleinere plaatsen der Westkust.
De MACASSER en, naar wij menen, ook de AMBON zijn bestemd om in de maandelijkse gemeenschap tussen Batavia en de Oostwaarts gelegen Nederlandse bezittingen te voorzien; de ene om op de vaart naar Menado en Ternate, Macasser aan te doen, en de andere om over Soerabaija, Bima en Amboina naar Banda te stomen. De laatste vaart zal dadelijk geopend worden, en dan zal men een geregelde maandelijkse stoomgemeenschap hebben naar een punt, ongeveer 400 mijlen afstands van het naaste gedeelte van Australië en 2600 van de hoofdstad.
Deze maatregel van het Nederlandse gouvernement (red: hier begaat de S.F.P. een dwaling, dewijl dit, gelijk bekend, een particuliere, doch geenszins een gouvernements-onderneming is), waardoor op eens een geregelde maandelijkse stoomvereniging tussen Europa en zijn meestverwijderde en verspreid liggende bezittingen in Oost-Indië is tot stand gebracht (opm: bedoeld zal zijn via de Engelse overland-mail van Singapore naar Engeland) moet beschouwd worden als de schitterendste ´coup de vapeur´, waarvan tot dusverre de jaarboeken der stoomvaart gewag maakten. Wij hebben geen reden om te veronderstellen, dat de Nederlanders voornemens zijn hun stoomliniën van Banda tot Australië uit te strekken, doch wanneer een ondernemende natie eens uit haar slaap ontwaakt, dan is het niet te voorzien, waar de grenzen van haar streven zijn.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Norden, 11 april. Van de gestrande tjalk TJAKKELINA, kapt. Schaaf – zie ons nommer van 13 dezer – is slechts een gedeelte der takelage geborgen, van de lading echter niets.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Arendal, 29 maart. In de vorige week is bij Lyngoer (opm: zuidoostelijk van Rysør, Noorwegen) gestrand de Nederlandse kof SOPHIA KLASINA, kapt. Wolthekker, van Hamburg in ballast naar Fredrikstad bestemd. De bemanning is gered, het schip was echter niet te behouden. Een gedeelte der geborgen inventaris, alsmede het wrak, zullen morgen publiek verkocht worden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Thisted, 9 april. De te Harlingen te huis behorende kof ONDERNEMING, kapt. R.D. Lovius (opm: kapt. Rinze Douwes Lovius), van deze plaats in ballast naar Dantzig (opm: Gdansk) bestemd, is eergisteren avond bij Orum (opm: waarschijnlijk Deense W-kust) gestrand. De equipage is gered, maar het schip geheel wrak. Deze bodem, welke de 2e dezer van Harlingen vertrok, werd de 4e daaraanvolgende zeer lek en dewijl men het vaartuig niet van lager wal kon houden, heeft men het op strand gezet om het leven der bemanning te redden.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. G.J. Roland Holst, F. der Kinderen, Jan Corver, H.L. Rietveld en A. Roland Holst, Makelaars, zullen op maandag de 19de april 1852, des avonds ten 6 ure, te Amsterdam, in de Nieuwe Stads Herberg,aan het IJ, verkopen:
1/10 part in het Nederlandse fregatschip CORNELIS HOUTMAN, kapt. J.A. Rolman,groot 308 gemeten lasten.
1/20 part in hetzelfde schip.
2/55 part in het Nederlandse barkschip SIRIUS, kapt. H. Mulder, groot 274 gemeten lasten.
2/55 part in hetzelfde schip.
1/40 part in het Nederlandse barkschip MATHILDE, kapt. H.G. Wriborg, groot 308 gemeten lasten.
1/40 part in hetzelfde schip.
1/30 part in het Nederlandse driemast schoenerkofschip CORNELIUS DASSE VIËTOR, kapt. A.A. Borgman, groot 101 gemeten lasten.
1/15 part in het Nederlandse kofschip ALIDA, kapt. A.H. Oldenburger, groot 83 gemeten lasten.
2/32 part in het Nederlandse kofschip de NIJVERHEID, kapt. W.J. Bakker, groot 63 lasten.
5 aandelen in de Stoomboot-Reederij, voor het slepen van schepen aan het Nieuwe Diep, ieder groot NLG 250,-.
Breder volgens biljetten en bericht bij bovengemelde Makelaars.

PGC 160452
Groningen, 15 april. Sedert de opgave, in het vorig nummer dezer courant gedaan, arriveerden alhier dinsdag de galjoot NICOLA UIL, groot 80 last, kapt. H.G. Meijer, van Veendam, gebouwd bij J.J. van der Werff, te Hoogezand, en gisteren de schoener-galjoot TECLA JOHANNA, groot 110 ton, kapt. W. dieters, van Hoogezand, gebouwd bij H. Nijhuis te Sappemeer.


  LC - Leeuwarder Courant

Bekendmaking. De ondergetekende thans scheepsbouwmeester alhier, is voornemens zich met e.k. mei te vestigen te Woudsend, op de grote scheepstimmerwerf en helling, genaamd ‘de Hoop’, verzoekt door deze vriendelijk gunst en recommandatie van heren scheepsreders en schippers, zowel in het bouwen van nieuwe vaartuigen als van vertimmeringen enz. Grouw, Johs.C. Sjollema


17 april 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 16 april. Op heden is aan de werf van de heer Ary Pot te Bolnes onder directie van de heer Cornelis Smit te Alblasserdam, als bouwmeester, met het beste gevolg te water gelaten het barkschip SALATIGA, groot 230 gemeten lasten, gevoerd zullende worden door kapt. J.N. Besier, zullende varen voor rekening der heren G. Schimmelpenninck & Co te Deventer en bestemd voor de grote vaart.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Harlingen, 15 april. Met de scheepsbouw gaat het hier zeer naar wens. Er staan op de werf van de heren D. & L. Alta drie grote schepen nevens elkander in aanbouw.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hellevoetsluis, 16 april. Heden vertrok van hier de stoomboot AMBON, kapt. R.W. Besier, naar Batavia.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Arendal, 30 maart. Het wrak van de gestrande kof SOPHIA KLASINA, kapt. Wolthekker – zie ons nommer van gisteren – is heden voor 157 sps. (opm: specie-daalders, klinkende munt) verkocht, waarna een accoord met de loodsen is getroffen om hetzelve voor 100 sps. te Lyngsør te brengen. De inventaris is grotendeels geborgen, zomede het goed der bemanning.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. De notaris Dirk Cornelis Kley, residerende te Capelle op d´IJssel, als daartoe door de Arrondissements Rechtbank behoorlijk gecommitteerd, zal op zaterdag de 24e april 1852, des voormiddags ten 10 ure, ter herberge van J. Voorlander te Capelle op d´IJssel publiek verkopen een huis, schuur en erf, getekend no. 24, binnendijks en een buitendijks daarvoor gelegen scheepstimmerwerf met twee scheepshellingen en schuur, no. 24b, te zamen staande en gelegen voor de Keetensche Polder te Capelle op d´IJssel, strekkende van de polderboezem tot in de rivier de IJssel, te zamen groot 22 roeden en 60 ellen, en verhuurd tot de 30e september 1864 ad NLG 70 per jaar. (opm: een van de voormalige scheepshellingen van de firma W. & J. Hoogendijk en Co)
Beide percelen zijn te aanvaarden op de 15e mei 1852. Zijnde nadere informatiën te bekomen bij bovengenoemde notaris.


  DC - Dordtsche Courant

Volgens bericht van het marine-departement, heeft Zr.Ms. stoomschip VESUVIUS, op een onlangs bewerkstelligde tocht van Soerabaija naar Makassar, en van daar terug naar Batavia, de in die vaarwaters gelegen plaatsen, bekend als schuilhoeken van zeerovers, nauwkeurig onderzocht, doch geen verdachte vaartuigen ontmoet.


  DC - Dordtsche Courant

Advertentie. Te Dordrecht ligt in lading naar Batavia, om in het begin van mei e.k. te vertrekken, het snelzeilend, gekoperd en kopervast barkschip TIMOR, kapt. F. Agema.
Adres voor goederen en passagiers bij de cargadoors Visser & Van der Sande, te Dordrecht.


  JC - Javasche Courant

Advertentie. Verkoop van een fregatschip. De ondergetekenden zullen op hun vendutie van woensdag de 21e dezer, precies ten 11 ure, voor rekening van belanghebbende verkopen het Nederlands-Indisch schip JADUL WADOET, vroeger genaamd PRINS VAN ORANJE, groot volgens meetbrief 511 lasten, met deszelfs inventaris, zoals hetzelve ter rede (opm: van Batavia) is liggende.
A. van Ommeren & Co.


18 april 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Openbare vrijwillige verkoping in het gebouw Musis Sacrum te Schiedam, op vrijdag de 23e april 1852, der voormiddag ten 10 ure, van scheepsaandelen en toebehoren. De notarissen Bremmer & Lechner, residerende te Schiedam, zijn van mening in het openbaar te veilen en te verkopen:
- 8/300 aandelen in het fregatschip genaamd DE STAD SCHIEDAM, groot 432 last, thans van zijn reis naar Java te Texel binnengelopen.
- 7/300 aandelen in het barkschip, genaamd DE EENDRAGT, groot 420 last, thans bevracht door de Nederlandsche Handelmaatschappij voor een terugreis van Java of Sumatra naar Amsterdam.
- 7/300 aandelen in het fregatschip genaamd OUD NEDERLAND, groot 550 last, thans liggende te Schiedam.
- 8/250 aandelen in het fregatschip genaamd PIETER CORNELISZOON HOOFT, groot 479 last, thans op zijn terugreis van Java.
Allen varende onder directie der Schiedamsche Scheeps-Reederij.
- 1/50 aandeel in het barkschip, genaamd LOOPUYT, groot 173 last, varende onder het boekhouderschap van de heren De Groot, Roelants & Compagnie, thans, volgens de laatste berichten, zeilende in de Chinese Zee.
- 1/24 aandeel in het brikschip, genaamd VICE-ADMIRAAL LUCAS, groot 159 last, varende onder het boekhouderschap van de heren A. Prins & Compagnie, op zijn terugreis van Java.
Zijnde inmiddels inlichtingen te bekomen ten kantore van voornoemde notarissen.


20 april 1852


 GRC - Groninger Courant

Termunterzijl, 15 april. De 12e dezer is van hier vertrokken de ANJE (opm: kof, ex-JANKE HOOITES), kapt. M.F. Munning, naar Noorwegen.


21 april 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Bridport, (opm: 14’ N.W. van Weymouth), 16 april. Heden is alhier met zware schade binnengelopen het te Emden te huis behorende schoenerschip TRITON, kapt. Bakker, van Cardiff n. Breden (opm: waarschijnlijk Bremen) bestemd. Hetzelve is bij Chiselcove in aanzeiling geweest met een te Rotterdam te huis behorende kof, welke van Liverpool met een lading zout naar Libau (opm: Liepaja) gedestineerd was. De Nederlandse kof (wiens naam men niet kon gewaar worden) is onmiddellijk na de aanzeiling gezonken. Van de equipage zijn vier man omgekomen, alleen de kapitein, diens broeder en een jongen hebben zich in de boot gered en zijn te Portland aangekomen. (opm: zie NRC 240452)

NRC 210452
Rotterdam, 20 april. Door de Nederlandsche Handel-Maatschappij zijn heden bevracht de volgende 32 schepen:
Voor Rotterdam: BOREAS, kapt. P.G. Visser; EMILIE, kapt. P.F. Marker; VICE ADMIRAAL GOBIUS, kapt. M.W. Zwart; SOERABAYA, kapt. A.M. Swarts; FACTORY, kapt. J. Jansen; EDUARD, kapt. J.M. de Winter; PADANG, kapt. A.A. van der Linden en STAD TIEL, kapt. W.B. Derks.
Voor Amsterdam: OCEAAN, kapt. C.J. Doeksen, POLLUX, kapt. J. Kooy; JAVA COURIER, kapt. F.G. Rienitz; A.R. FALCK, kapt. P. van Duyvenboden; JAVAAN, kapt. G.J. Teensma; LOUISA MARIA, kapt. D. Herderschee; CHRISTINA AGATHA, kapt. O.P. Lap; CORNELIA, kapt. P.B. Rolufs; ECHO, kapt. C. de Lanoy; ELISABETH & ANTOINETTE, kapt. H.A. Besier; GOEDE VERTROUWEN, kapt. T.C.H. Kock; ZEEMANSHOOP, kapt. D. Duinker; VRIENDSCHAP, kapt. H.W. de Boer; ADMIRAAL VAN HEEMSKERK, kapt. P. Kiey; GRAAF VAN LIMBURG STIRUM, kapt. H.H. Smit; STAD NIJMEGEN, kapt. P.W.B. Mellink; ORION, kapt. C.M. Borghorst en JACOB CATS, kapt. J. Koning; de beide laatsten van Dordrecht.
Voor Schiedam: PROTEUS, kapt. J.B. de Boer en OUD NEDERLAND, kapt. J.L. de Boer.
Voor Dordrecht: TIMOR, kapt. F. Agema; MACHTILDA CORNELIA, kapt. N.J. Nannen en SUMATRA, kapt. J.A. Keeman.
Voor Middelburg: STAD ZIERIKZEE, kapt. D. Ochtman.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Openbare Vrijwillige Verkoping van na te melden aandelen in zeeschepen. De notaris John Antony Groshans, residerende te Rotterdam, als daartoe lasthebbende van zijn principalen, is voornemens om op dinsdag de 4e mei 1852, des voormiddags ten 11 ure precies, in één zitting, bij opbod en afslag, in het Notarishuis aan de Geldersche Kade, te Rotterdam, publiek te veilen en te verkopen:
- Een zestiende aandeel in het Nederlands fregatschip BANCA, gevoerd door kapt. B.C. ten Ham, in het jaar 1837 nieuw gebouwd, groot 343 lasten, thans op reis naar Java, derwaarts verrokken 4 april 1852, en bevracht door de Nederlandsche Handel-Maatschappij voor de terugreis.
- Een twintigste aandeel in het Nederlands fregatschip DOGGERSBANK, gevoerd door kapt. J.M. Jansen, in het jaar 1839 nieuw gebouwd, groot 375 lasten, thans op reis naar Java, derwaarts vertrokken 24 februari 1852 en bevracht door de Nederlandsche Handel-Maatschappij voor de terugreis.
- Een twintigste aandeel in het Nederlands fregatschip DILIGENTIA, gevoerd door kapt. H.F. Horneman, in het jaar 1839 nieuw gebouwd, groot 366 lasten , thans op reis naar Java, derwaarts vertrokken 6 september 1851, en bevracht door de Nederlandsche Handel-Maatschappij voor de terugreis.
- Een tweeëndertigste aandeel in het Nederlands fregatschip ADMIRAAL ZOUTMAN, gevoerd door kapt. H.G. Hinrichs, in het jaar 1836 nieuw gebouwd, groot 364 lasten, thans op reis naar een haven beoosten de Kaap de Goede Hoop, en derwaarts vertrokken 14 september 1851.
Al de gemelde zeeschepen varen onder het boekhouderschap van de heren C. Vlierboom & Zonen, te Rotterdam. Nadere informaties zijn inmiddels te bekomen ten kantore van de genoemde notaris Groshans, in de Lombardstraat te Rotterdam.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Op vrijdag de 30e april 1852, des namiddags ten 6 ure, zal, ten overstaan van de notaris Abraham van den Broecke Azn, en getuigen, in het Nederlands Logement, in de abdij te Middelburg, in het openbaar bij opbod en afslag worden te koop gepresenteerd: een hecht en sterk gebouwd schooner-kofschip, genaamd de AREND, groot volgens Nederlandse meetbrief 69 last of 130 ton, gevoerd worden door kapt. S. Doodenhuis, thans liggende in de Kaai te Middelburg, met deszelfs complete inventaris, bestaande in zeilen, staand en lopend wand, ankers, kettingen, kombuis- en kajuitsgoederen enz. Daags vóór en op de dag der verkoping te zien, op vertoon van een permissiebiljet, te bekomen ten kantore van voornoemde notaris Van den Broecke, alwaar nadere inlichtingen te bekomen zijn. Inmiddels uit de hand te koop.


  AH - Algemeen Handelsblad

Verkoping van schepen op maandag 19 april, in de Nieuwe Stads Herberg aan het IJ:
- 1/10 part in het fregatschip CORNELIS HOUTMAN. NLG 4.450, in slag NLG 50, opgehouden.
- 1/20 part in dito: NLG 2.450, in slag NLG 50, opgehouden
- 2/55 part in het barkschip SIRIUS: NLG 500, koper F. der Kinderen.
- 2/55 in dito NLG 450, in slag NLG 5, opgehouden.
- 1/40 par tin het barkschip MATHILDE: NLG 1.050, in slag NLG 100, koper H.J. Rietveld.
- 1/40 in dito NLG 1.225, in slag NLG 25, koper F. d. Kinderen.
- 1/30 in het schoener-kofschip CORNELIUS DASSE VIËTOR: NLG 150, in slag NLG 10, opgehouden.
- 1/15 part in het kofschip ALIDA: NLG 345, in slag NLG 5, opgehouden.
- 2/32 part in het kofschip NIJVERHEID: NLG 520, in slag NLG 5, opgehouden.
- een aandeel in de Stoomboot-Reederij aan ’t Nieuwediep, groot NLG 250: 130 procent, koper J. Corver.
- een dito: 130 procent. koper B.D. Bosscher
- een dito: 129½ procent, in slag ½ procent, opgehouden
- een dito: 130 procent, in slag ½ procent, koper B.D.Bosscher.
- een dito: 130 procent, opgehouden.


  JC - Javasche Courant

Soerabaija, 9 april. Heden is alhier aangekomen van Batavia het Nederlandse stoomschip JAVANESE, thans hernaamd BANDA, kapt. J.B. Schipper, met drie passagiers, zijnde de 6e april van Batavia vertrokken. (opm: het schip lag op 3 april nog als Engels stoomschip JAVANESE ter rede van Batavia en is dus tussen die dag en 6 april verdoopt)


22 april 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Akyab, 13 februari. Uitgezeild WOLTEMADE, kapt. F. Guyt Jr. naar Rotterdam.


  DC - Dordtsche Courant

Dordrecht, 21 april. Wij vernemen, dat aan boord van het schroefstoomschip CAMERTON, op deszelfs reis van Hull naar Rotterdam, de stoompijp gesprongen is, waarbij men het noodlottig verlies van twee der stokers te betreuren heeft, waarvan de ene kort daarna, de andere later, na verschrikkelijk lijden, bezweken is, terwijl een derde nog in bedenkelijke toestand verkeert. Intussen is dit ongeval, nog op zee zijnde, spoedig hersteld, en heeft het binnenkomen van het schip slechts enige uren vertraagd, terwijl ook het vertrek der boot en de geregelde vaart daardoor geen of de minste belemmering zal ondergaan. De assistentie, in deze omstandigheid door de stoomboot GLEN ALBYN aan de CAMERTON bewezen, verdient loffelijke en dankbare vermelding.


  DC - Dordtsche Courant

Dordrecht, 21 april. Blijkens een van de Nederlandse consul-generaal te Rio Janeiro ontvangen bericht, op 15 maart, is bij keizerlijk decreet van de 5de dier zelfde maand bepaald, dat de anker- en tonnengelden in Brazilië, welke tot nu toe 900 rs. per ton bedroegen, te rekenen van 1 juli aanstaande op 1/3 of 300 rs. verminderd worden.
Door genoemde consul-generaal wordt, onder dezelfde dagtekening, tevens kennis gegeven, dat de gele koorts wederom was uitgebroken en reeds vele slachtoffers gemaakt had. Voornamelijk de koopvaardijschepen werden het meest geteisterd, hebbende enige slechts een klein gedeelte van hun bemanning behouden; andere, die reeds vertrokken waren, zijn uit zee teruggekomen, ten gevolge der sterfte onder het scheepsvolk. De twee in genoemde haven zich bevindende Nederlandse schepen, zijnde de SYRENA, schipper Straatsteen, en de CATHARINA MARIA, schipper Logger, beiden van Rotterdam, waren, tot op het tijdstip der afzending van dit bericht, van de ziekte verschoond gebleven, en waren de manschappen dier bodems volmaakt wel.


  DC - Dordtsche Courant

Advertentie. In lading, om in mei te vertrekken.
Te Amsterdam: Het gekoperd en kopervast fregatschip ADMIRAAL VAN HEEMSKERK, kapt. P. Kley
Het gekoperd en kopervast barkschip SUMATRA, kapt. J.A. Keeman.
Te Dordrecht: Het gekoperd en kopervast fregatschip ORION, kapt. C.M. Borghorst.
Het gekoperd en kopervast barkschip JACOB CATS, kapt. J. Koning.
Het gekoperd en kopervast barkschip TIMOR, kapt. F. Agema.
Adres: te Amsterdam, bij J. Daniels en Zoon en Arbman, te Rotterdam bij Vlierboom en Suermondt en te Dordrecht bij Visser en Van der Sande.


23 april 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 22 april. Het schip JACOBA HAZEWINKEL, kapt. Boon, van hier naar Dantzig (opm: Gdansk), is de 20e dezer lek, met slagzijde en meer andere schade te Harlingen binnengelopen. Het moet lossen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Cuxhaven, 20 april. De Nederlandse tjalk VERTROUWEN, kapt. Ploeg, naar Odenzee (opm: Odense) bestemd, is hier binnengelopen en op de werf gehaald om nagezien te worden.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Groningen, 22 april. Dinsdag arriveerde alhier het kofschip MARGRETHA, groot 80 last, kapt. R.H. Stutvoet, van Veendam, en gebouwd bij J. Bodewes, te Sappemeer.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Oude Pekela, 19 april. Heden zijn weder alhier het Benedenste Vallaat doorgelaten 2 nieuw gebouwd kofschepen, zijnde de BETJE PRONK, kapt. Vos, en de OVERWINNING, kapt. Hubert. Bij die gelegenheid is al weder ten duidelijkste gebleken, hoe noodzakelijk het is, dat ons vaarwater worde verbeterd en uitgediept, immers hadden deze beide bodems, met een diepgang van 3½ voet, meer dan 2 dagen nodig, om de plaatsen hunner voorlopige bestemming te bereiken, zijnde een traject van weinig meer dan 700 roede. – Men zegt, dat ons bestuur dan ook thans meer dan ooit deze zaak ter harte neemt, en over deze materie Z.M. onze geëerbiedigde Koning dezer dagen te Groningen wenst te onderhouden.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Advertentie. Ten overstaan van Mr. C. de Ranitz, notaris te Groningen, zal, op woensdag 12 mei 1852, des avonds te 7 uur, ten huize van de kastelein J.H. Eekhoff, in het Koffiehuis De Pool, aan de Grote Markt aldaar, publiek worden verkocht een overdekt tjalkschip, genaamd de VROUW GEERTRUIDA, groot 84 tonnen, met inventaris, laatst bevaren door kapt. J.P. Jonkman (opm: binnenvaarder), en thans liggende te Groningen aan de Singel, nabij de St. Walburgsboog, om te aanvaarden 8 dagen na de toeslag, en kunnen gegadigden zich ter bezichtiging vanaf heden vervoegen bij J.P.Jonkman, sluiswachter van de Spilsluizen.


24 april 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 23 april. Volgens brief van kapt. Petersen, voerende het schip CLAUDIUS CIVILIS, in dato Cardiff 19 april, was hij de vorige dag op order der loodsen aldaar ter rede, op acht vademen water geankerd. Tegen de middag geraakte het schip aan de grond en stootte door de hoge deining en harde wind onderscheidene malen, kwam met de vloed op dieper water en werd in de voorhaven gebracht. Het maakte water en moet in het dok halen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Weymouth 20 april. De Nederlandse kof, welke ten gevolge van de aanzeiling met de TRITON gezonken is (zie ons nummer van 20 dezer, art. Bridport), is gebleken te zijn de MARIA JOHANNA (opm: kof, bouwjaar 1838; kapt. W.J. Astra), van Rotterdam, van Liverpool naar Libau (opm: Liepaja) bestemd.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Een nieuw, hecht, van best eikenhout gebouwd en nog op stapel staand kopervast fregatschip, in de kiel 132 voet lang, kunnende 1000 ton of 500 last lading bevatten, wordt in een Oostzeehaven te koop gepresenteerd. Het schip is voorzien van twee vaste dekken, een vaste verschansing van 46 voet en vaste bak, ijzeren knieën en pompen en is op de doelmatigste en smaakvolste wijze voor de Indische vaart uitgerust. Nadere informaties zijn op franco aanvragen te bekomen bij de heren Hoyman & Schuurman te Amsterdam.


  DC - Dordtsche Courant

Advertentie. Heden overleed alhier na een ziekte van bijna zeven weken, in de ouderdom van ruim 65 jaren, onze geliefde vader Jan Schouten, scheepsbouwmeester en houtkoper, Lid der Provinciale Staten en van de Raad dezer Stad, Ridder in de Orde van de Nederlandsche Leeuw.
Dordrecht, 23 april 1852, Jan Schouten Jr., A.J. Schouten.


  DC - Dordtsche Courant

Advertentie. Heden ontvangen wij het treurig bericht dat onze geliefde zoon Abraham Hendrik, baas-timmerman aan boord van het barkschip JAN VAN HOORN, op 18 april, slechts 3 dagen vóór de binnenkomst van genoemd schip, in de ouderdom van 28 jaren, is overleden.
Dordrecht, 22 april 1852, A. de Boos, H. de Boos, geb. Van Randwijk.


  DC - Dordtsche Courant

Advertentie. In lading naar San Francisco direct, om spoedig te vertrekken te Dordrecht het gekoperd en kopervast barkschip JAN VAN HOORN, kapt. J. Bouten.
Adres: te Amsterdam, bij J. Daniels en Zoon en Arbman; te Rotterdam bij Vlierboom en Suermondt en te Dordrecht bij Visser en Van der Sande.


  DC - Dordtsche Courant

Advertentie. Geregelde dienst tussen Dordrecht en Keulen, om op de 1, 11 en 21 van iedere maand van hier te worden opgesleept per stoomschip DORDRECHT.
Thans ligt in lading naar Keulen, om op 1 mei 1852 te vertrekken, het schip VROUW GEERTRUIDA, kapt. W. Broene.
Adres bij Visser en Van der Sande, te Dordrecht.


  JC - Javasche Courant

Advertentie. Op donderdag de 6e mei aanstaande en volgende dagen zullen door de vendumeester te Indramaijoe publiek worden verkocht, voor rekening van wie zulks mocht aangaan, de onderstaande goederen, afkomstig van het op de 25e februari j.l. op de Boompjes-eilanden verongelukte brikschip THORWALDSEN:
6.000 of meer staven Zweeds ijzer, 300 planken (delen), 24 ijzeren kettingen (diverse dimensiën), 3 zware ankers, stengen, raas, zeilen, touwwerk, blokken, watervaten, rondhouten, koperen pompen, enz.enz., en eindelijk het wrak, zo als het al of niet zal liggen op een der klippen van de Boompjes-eilanden.
De geborgen goederen kunnen vóór de vendutie op Indramaijoe worden bezichtigd en tevens bij de assistent-resident aldaar inzage worden verkregen van de lijst der geredde voorwerpen, als ook ten kantore van B. Sanier, Suiermondt & Co.


25 april 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 24 april. Men leest in het Franse dagblad Marine: Er wordt thans voor rekening van een buitenlands huis, te Liverpool, een schip gebouwd met geheel ijzeren masten; doch welke overigens het aanzien van houten hebben, dewijl ze als deze geschilderd zijn. Zij zijn aldus zamengesteld: het onderste gedeelte van de mast bestaat uit cilinders van geslagen ijzer, ongeveer 70 voet hoog, in welke weder andere cilinders – welke het bovenste gedeelte van de mast uitmaken – zijn gevoegd; doch hetwelk met een zodanige juistheid is verricht, dat het nauwelijks te onderscheiden is. Ten einde deze nieuwe soort masten zo hecht mogelijk te maken, zijn over de gehele lengte van de cilinders en wel op bepaalde lengte van elkander, ijzeren banden geslagen. (Red: Reeds verscheidene malen werd door de Engelse bladen bovenstaande uitvinding als iets nieuws meegedeeld, zo als thans ook wederom het Franse dagblad Marine doet, waaruit bovenstaand extract genomen is. Geen dezer bladen deelt echter mee, waar die uitvinding plaats had en wie er de eerste proef van namen, terwijl het nauwelijks te geloven is, dat dit uit onkunde plaats had. Sedert jaren toch varen Nederlandse schepen met ijzeren masten en velen daarvan bezochten de Engelse havens. De uitvinder en eerste toepasser van deze thans zo doelmatig bevonden uitvinding in het zeewezen is de heer Fop Smit van Nieuw-Lekkerland, te Kinderdijk, bij wie op dit ogenblik thans mede een geheel ijzeren schip voor de Indische vaart in aanbouw is. Wij delen deze bijzonderheid mee, op dat niet in latere tijd, hetgeen reeds zo vaak plaats had, de vreemdeling zich de eer ener een uitvinding aanmatige, die ons vaderland rechtmatig toekomt.)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlissingen, 22 april. De Spaanse brik NUEVO CID, kapt. d’Arrigunaga, die ten gevolge van het aandrijven van het Russische kofschip ANNA MARIA, kapt. B. Bröring, op de 10e april 1851, nabij deze stad is gezonken, bleef sedert die tijd in gezonken toestand. Daar alle pogingen om gemelde bodem te lichten vruchteloos waren, zo besloot men om een premie uit te loven aan degene, die het schip op strand zou brengen. Deze maatregel is met een gunstige uitslag bekroond, daar het heden aan de heer Fillus is gelukt, om de brik zover het strand op te slepen dat dezelve bij laag water droog loopt, zodat men nu gemakkelijk het lek zal kunnen stoppen, teneinde de brik binnen de haven te halen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Queenstown, 20 april. Het schip PIETER CORNELISZN HOOFT, kapt. De Boer, van Batavia naar Schiedam, alhier binnengelopen, is lek. De kapitein zal zo goed mogelijk de schade herstellen en de reis zonder lossen voortzetten.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Dover 21 april. De schoener ORIELTON, kapt. Wiliams, van Galatz (opm: Galati) naar Newcastle bestemd, is gisterenavond bij Goodwind Sands in aanzeiling geweest met het te Rotterdam te huis behorende stoomschip BORDEAUX, kapt. Frantzen, van die plaats naar Bordeaux bestemd. De ORIELTON is onmiddellijk daarna in diep water gezonken; de equipage heeft zich in haar eigen boot gered en is daarmee hier aangekomen. De stoomboot scheen geen schade bekomen te hebben.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Heden overleed alhier, na een ziekte van bijna zeven weken, in de ouderdom van ruim 65 jaren, onze geliefde vader Jan Schouten, scheepsbouwmeester en houtkoper, lid der Provinciale Staten en van de Raad dezer stad, Ridder der Orde van de Nederlandse Leeuw.
Dordrecht, 23 april 1852, Jan Schouten jun. A.J. Schouten. Enige kennisgeving.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hellevoetsluis, 23 april. Heden zeilde het schip FOP SMIT, kapt. K.J. Swart, van hier naar Batavia. (opm: eerste reis)


26 april 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 25 april. Van een geachte hand zijn wij, ter liefde van de waarheid en voor de reputatie der equipage van het Nederlandse stoomschip BORDEAUX, verzocht het volgende extract uit het journaal en uit de voor het tribunaal te Havre afgelegde verklaring van het scheepsvolk van bovengenoemde bodem te plaatsen, ter wederlegging van hetgeen in de Shipping and Mercantile Gazette van 22 dezer voorkomt, omtrent het aanzeilen van die stoomboot met het Engelse schoenerschip ORIELTON – zie ons nommer van gisteren uit Dover – waaruit men zou kunnen opmaken dat de bemanning van meergenoemde stoomboot zich na de aanzeiling het lot der Engelse schipbreukelingen volstrekt niet had aangetrokken.
Extract uit de verklaring van kapt. M.J. Frantzen en verder scheepsvolk van het Nederlandse stoomschip BORDEAUX, afgelegd voor het tribunaal te Havre, alwaar gemeld stoomschip ter herstelling van schade was binnengelopen: Wij ondergetekenden, gezagvoerder, officieren en manschappen van het Nederlandse stoomschip BORDEAUX, verklaren bij deze, dat wij in de nacht van de 20e op de 21e april 1852, komende van Rotterdam, bestemd naar Bordeaux, zijnde des nachts ten tien en een half uur in peiling, als volgt: het vuurschip van de Noord Sand Head in ’t Noord en Zuid Voorland West, koersende om de W. t. Zuiden per kompas, hebbende de eerste stuurman de wacht en zijnde de kapitein aan het dek, zagen wij een vaartuig vooruit tegen ons liggende en uit het Kanaal komende, met de wind van het Zuiden, tonende deszelfs licht, waarop wij ons roer bakboord draaiden om volgens de scheepswetten elkander aan bakboordzijde te passeren. Hieraan scheen voornoemd vaartuig niet te voldoen, maar legde zelfs omgekeerd het roer stuurboord, zodat, vóór het tijd was ons roer om te leggen en elkander aan stuurboordzijde te passeren, voormeld vaartuig, zo het scheen, voor ons willende gaan, recht voor de boeg kwam. Voor elkander echter te raken, was onze machine gestopt en werkte reeds achteruit; doch de vaart zo spoedig niet kunnende stoppen, liep voornoemd vaartuig, zijnde een schoener, ons met deszelfs stuurboordsboeg op onze bakboordsboeg, waarop onmiddellijk deszelfs voortuig naar beneden kwam en twee man bij ons aan boord oversprongen. Door onze achterwaartse beweging waren wij spoedig van elkander klaar, doch verzocht de kapitein van voornoemde schoener om hulp om hem en de equipage af te halen, zijnde het schip in zinkende staat, op welk verzoek wij de eerste stuurman met twee man in de boot tot hulp zonden, en zo dicht mogelijk nabij de schoener bleven. Omstreeks twintig minuten hierna kwam de boot aan boord terug, met zich voerende de kapitein en equipage van de schoener. Voor echter dezelve aan boord waren, zagen wij de schoener plotseling zinken, namen voornoemde equipage aan boord, om te Dover aan wal te zetten. Uiterlijk hadden wij in het geheel geen schade, peilden van ogenblik tot ogenblik de pomp en bevonden geen water bij dezelve, zodat wij gerust onze koers konden vervolgen, liepen het Engelse Kanaal in en zetten te een ure na middernacht de voornoemde equipage in hun eigen boot van boord, onder Dover, bestaande dezelve uit de kapitein en zes man, zijnde de bemanning van de Engelse schoener ORIELTON van Milford, komende met zaad uit de Zwarte Zee en bestemd voor New Castle (opm: Newcastle). Door genoemde kapitein is aan ons bekend, dat hij gezien heeft, dat wij ons roer bakboord hadden, door eerst ons groen- of stuurboordlicht en daarna het rode of bakboordlicht te zien. De volgende dag hielden wij bepaald onderzoek naar onze schade, en oordeelden met gemeen overleg, dat het noodzakelijk was te Havre binnen te lopen tot herstelling der schade en lekkage.


27 april 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 26 april. In het morgenblad van Christiania (opm: Oslo), van de 8e april wordt bericht, dat des nachts tussen de 23e en 24e maart, in de nabijheid van Lyngöer (opm: Lyngør) gestrand is de kof KLASINA, van Groningen, gevoerd door kapt. H. Wolthekker (opm: SOPHIA KLAZIENA, bouwjaar 1846; kapt. Hindrik Wolthekker), op de reis van Hamburg naar Frederikshald. De manschappen, vijf in getal, zijn in de scheepsboot te Lyngöer aan wal gekomen; een groot deel van de inventaris en goederen der manschappen is geborgen en het wrak verkocht voor 157 specie-daalders. (opm: zie NRC 140452 en 260452)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Barend Bakker Wz, makelaar, zal op maandag 24 mei 1852, des avonds ten 6 ure, in de Nieuwe Stads-Herberg aan het IJ te Amsterdam, ten overstaan van de notarissen Houtman & Franke verkopen een extra ordinair, welbezeild gekoperd en kopervast barkschip, varende onder Nederlandse vlag, genaamd BATAVIER, gevoerd door kapt. D. Grim, volgens Nederlandse meetbrief lang 37 ellen 50 duim, wijd 6 ellen 79 duim, hol 5 ellen 45 duim en alzo gemeten op 617 tonnen of 326 lasten. Breder volgens inventaris en nadere informatie bij bovengemelde makelaar.


  DC - Dordtsche Courant

Advertentie. De ondergetekende verzoekt bij de herstemming als lid der Kamer van Koophandel en Fabrieken niet meer in aanmerking te worden genomen, bedankt de kiezers voor de eer hem aangedaan; zijn hoge jaren doen hem dit besluit nemen, hoe vererend die betrekking ook moge zijn.
Dordrecht, 26 april 1852, Jacobus de Voogd.


28 april 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 27 april. In ons nommer van 25 april hebben wij uit het Franse dagblad Marine een bericht overgenomen, waarbij, als ware het een nieuwe uitvinding, werd medegedeeld, dat te Liverpool een schip werd gebouwd met geheel ijzeren masten. Wij deden dit vergezeld gaan van de opmerking, dat deze uitvinding te danken is aan de heer Fop Smit van Nieuw Lekkerland te Kinderdijk, en dat dus de eer daarvan niet aan het buitenland toekwam. Thans vinden wij in het te Liverpool uitkomend dagblad the Liverpool Times van 25 maart te dien aanzien het volgende bericht: Enige maanden geleden, vestigden wij de aandacht onzer lezers op een buitenlands schip, dat toenmaals in het Stanley Dock lag en van geheel ijzeren masten voorzien was. Dit schip heeft sedert de reis naar Shanghaï gedaan, is thans alhier (Liverpool) teruggekomen en ligt in het Prince’s Dock. Het is de OLIVIER VAN NOORD, kapt. Kievijt (opm: de scheepsbouwer was Wed. E. Visser & Co, Rotterdam). De ondermasten van dit schip bestaan uit cilinders van gesmeed ijzer, ter hoogte van ongeveer 70 voet. De lassen, welke zeven voeten van elkander staan, zijn op een nauwelijks zichtbare wijze zamengevoegd. In het inwendige van de masten zijn twee dikke ijzeren platen aangebracht, die, elkander van onder tot boven kruisende, de gehele lengte van de mast doorlopen en aan dezelve stevigheid en sterkte geven. De masten zijn in de gewone kleur geschilderd en zo net afgewerkt, dat zelfs oude zeelieden dezelve voor gewone houten masten zouden aanzien, wanneer men hen niet het tegenovergestelde verhaalde.


  JC - Javasche Courant

Advertentie. Verkoop van en barkschip. De ondergetekenden zullen in de loop van de volgende maand, voor rekening van belanghebbende, op vendutie verkopen het Nederlands-Indische barkschip JADOEL KARIEM, met deszelfs inventaris, zo als hetzelve als dan ter rede (opm: van Batavia) zal zijn liggende.
Batavia, 27 april, A. van Ommeren & Co.
(opm: vergelijk JC 140852)


29 april 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 28 april. In ons nommer van 7 april deelden wij een bericht mede, omtrent het aanzeilen van het Nederlandse barkschip ELISE SUSANNE, met het Engelse schip WILLIAM GORRING. Thans zijn wij in staat gesteld, onze lezers het volgende extract uit een brief van kapt. N.A. Dijkama, voerende eerstgenoemde bodem, d.d. Cardiff 22 april, mede te delen: Wij bevonden ons des nachts zeilende in het Engelse Kanaal af en aan Shoreham, toen wij een Engelse kotter vooruit zagen, welke wij meenden dat voornemens was het schip te praaien, ons echter te dicht naderende, lieten wij het schip in de wind lopen. Dan, alvorens hetzelve stil lag, was de kotter reeds onder de boeg en met een gedeelte van haar dek onder water, waarop onmiddellijk de equipage, bestaande uit 4 man, bij mij aan boord sprong. Het schip, als nu deinzende (opm: achteruitvarend), geraakte de kotter vrij en zeilde bij de wind om de oost voort, Wij brasten ook bij de wind en zetten onze boot uit, waarmee wij het Engelse scheepje spoedig op zijde waren, en toen wij bevonden dat hetzelve dicht gebleven was, ging de bemanning weder aan boord en vervolgde haar reis. Dit alles is in minder dan 1½ uur gebeurd. De oorzaak van dit ongeluk is aan onoplettendheid van de zijde der Engelsen te wijten, daar, volgens hun eigen getuigenis, bij mij aan boord afgelegd, drie man beneden waren en de vierde, zijnde de schipper, aan het roer zat te slapen, Ook scheen het mij toe, dat allen, en voornamelijk de schipper, die bijna niet te verstaan was, te veel sterke drank gebruikt hadden. De schade van de kotter is: aan een zijde een gedeelte der verschansing aan stukken en het zeil gescheurd; wij hebben daarbij een ijzeren stampstag verloren, terwijl een voet lengte van de schuurhuid en van het koper beschadigd is.
Verder meldt kapt. Dijkama, dat het scheepsvolk te Cardiff zeer schaars was maar dat in weerwil van de pogingen der ronselaars, het zijne tot nog toe aan boord bleef. Intussen waren de pogingen van één der eerste ronselaars om zijn volk te verleiden van dien aard, dat de bootsman van de ELISE SUSANNE, hierover woedend geworden, tot dadelijkheden oversloeg, die hem een aantal vensterruiten benevens een dag opsluiting hebben gekost, maar toch het gevolg hadden dat men verdere pogingen staakte.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Kopenhagen 24 april. De te Amsterdam thuis behorende kof ANTINA FRANSINA, kapt. Gust, van Elbing (opm: Elblag) met een lading tarwe naar Amsterdam bestemd, is op de hoogte van Torbek Rif met een Rostocker schip in aanzeiling geweest, en tengevolge daarvan heden alhier met verlies van mast en meer andere schade binnengelopen. Dezelve zal in de haven halen om te lossen en te repareren.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Shields 24 april. De Nederlandse bark MAPPA, kapt. Mulder, van Rotterdam, was hedenmorgen bij het inkomen der haven, ten gevolge van de hoge zee en het zware tij, bijna op de rotsen gedreven, doch heeft het gelukkig nog geklaard; zij heeft wel gestoten, doch ogenschijnlijk geen schade bekomen.


30 april 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 29 april. Volgens brief van kapt. J. Muller in dato 24 april l.l. is het Nederlandse barkschip MAPPA na een zeer voorspoedige reis van 42 uren zonder loods of behulp van een stoomboot in de beste staat te North Shields gearriveerd.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Cowes, 26 april. Het alhier lek binnengelopen kofschip ARIANE, kapt. Bekkering (opm: kapt. H. Beckering, zie NRC 100652), van Amsterdam naar Ancona bestemd, is in de haven gehaald en moet lossen om te repareren.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. De aandelen in de schepen BLANCA, DOGGERSBANK, DILIGENTIA en ADMIRAAL ZOUTMAN, die op a.s. dinsdag de 4e mei publiek zouden worden geveild, zijn uit de hand verkocht.
J.A. Groshans, notaris.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

De kof ANTONIA FRANCINA, kapt. Gast (opm: kapt. Berend Hendriks Gust), van Elbing met weite etc. naar Amsterdam bestemd, is den 24 dezer te Koppenhage met verlies van een mast en zeer beschadigd binnengelopen, zijnde bij het Torbek Riff door een Rostocker schip aangezeild geworden; het schip moest in de haven worden gehaald en lossen om te repareren.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Groningen, 29 april. Den 19 april l.l. vertrok van hier naar Dordrecht of Gorinchem het tjalkschip EENDRAGT, groot 79 ton, geladen met koolzaad en boekweit, gevoerd door kapt. R.A. Meijer (opm: binnenvaarder), van Groningen. In de avond van den 23 genaderd zijnde aan de Friese kust, in de nabijheid van de Zwarte Haan, waaide er een aanhoudende oostenwind, waardoor het zand begon te malen. Men besloot aldaar te blijven, tot de zandmaling bedaarde; en daar aan boord alles wel was, ging de equipage, bestaande uit de kapitein, zijn vrouw en vijf kinderen, en een knecht, te bed. De vrouw echter, nog enig werk te verrichten hebbende, bleef nog op, en wel tot hun geluk, want enige tijd later ontdekte zij water in het anders vast en gesloten vaartuig. Zij maakte gerucht, en nauwelijks had men de tijd om de reeds vast in slaap zijnde kinderen te redden, want in een ogenblik was het schip met de ene zij onder water. Spoedig bleek, dat het schip door het felle malen van het zand gebroken was. Aan de beurtman van Groningen op Amsterdam heeft de gehele equipage haar behoud te danken, daar deze alles aanwendde om te redden, wat gered kon worden. Later zijn zij door de schippers Berend Kuhl en Jan Tijssens, van Gasselternijveen, opgenomen en liefdadig verpleegd, en vervolgens alhier teruggebracht. Schip en lading zijn totaal weg.


 GRC - Groninger Courant

Termunterzijl, 26 april. Binnengekomen de EENDRAGT (opm: kof), H.A. Scheppers van Noorwegen.


  LC - Leeuwarder Courant

Notaris J.S. Bokma te Akkrum verkoopt op de scheepstimmerwerf aan de Palsloot te Akkrum scheepstimmermans-goederen.


01 mei 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 30 april. Heden namiddag ten 2 ure is van de werf der heren Erven B. Pot in het Elshout met het beste gevolg te water gelaten het barkschip HOLLANDS TROUW, groot pl.m. 380 gemeten lasten, bestemd voor de grote vaart, voor rekening ener rederij onder directie van de heer J. Vroege te Alblasserdam.


02 mei 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 29 april. De Nederlandse bark JUNO, kapt. Chevalier, van Batavia naar Dordrecht, is de 2e maart bij Kaap Agulhas (opm: uiterste zuidpunt Afrikaans vasteland) verongelukt. Vijf passagiers hebben daarbij het leven verloren.


03 mei 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

New York, 16 april. Zeilklaar COLONEL MAULE, P. Dorward, naar Rotterdam. (opm: bark, gebouwd Quebec 1849, Engelse vlag, werd na lossing in Rotterdam gekocht door W. Bunge & Co, Rotterdam, kreeg de nieuwe naam HENRIETTE en Jan Marinus van der Veen als kapitein),


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Nieuwe Schans, 28 april. Heden is alhier op de scheepstimmerwerf van de heren Viëtor en De Wijk met het beste gevolg te water gelaten het schoenerschip HELENA BRONS, groot plm. 100 roggelasten, hetwelk bevaren zal worden door de kapt. H. van Ingen onder directie van de heer H.T. Kranenborg. Ook is op dezelfde werf de kiel gelegd van het schoenerschip ST. VITUS, groot 135 lasten, hetwelk bevaren zal worden door kapt. H. Middel onder directie van de heer Mr. B. Haitsema Viëtor.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 2 mei. De stoomboot GOUVERNEUR VAN EWIJCK, kapt. J. Blad, van Hull naar Kampen en herwaarts gedestineerd, is, volgens brief van Texel van de 1e dezer, de vorige morgen, in de Eijerlandse gronden, aan de grond vastgeraakt, doch na een gedeelte der lading in een Terschellinger loodsschuit gelost te hebben, met grote moeite in vlot water gebracht. Het heeft de reis voortgezet.


04 mei 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Ramsgate 30 april. Het Nederlandse barkschip NEDERWAARD, kapt. Meijer, van Batavia naar Rotterdam bestemd, kwam hedenmorgen op de Goodwind Sands aan de grond, maar is met adsistentie van de wal weder afgebracht. Hetzelve heeft ankers en kettingen verloren en is, na daarvan opnieuw van hier te zijn voorzien geworden, onder het Noord Voorland (opm: North Foreland) ten anker gegaan.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Yarmouth (eiland Wight), 30 april. Hedenmorgen is tengevolge van de zware mist in Compton Bay (opm: zuid van Freshwater) gestrand de Nederlandse bark JAPARA, kapt. Van Haften, van Baltimore, met een lading tabak en meel naar Rotterdam bestemd. Het schip ligt in een gevaarlijke positie; bereids zijn de grote en fokkemast overboord gekapt.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 4 mei. Wij hebben dagbladen uit Curaçao ontvangen tot 20 maart. De 13e dezer (opm: maart) was met goed gevolg van de werf der heren Van der Meulen & Co van stapel gelopen een schoener met name YSABELLA, metende 92 ton. Dit is het 27e vaartuig, dat op gemelde werf is gebouwd.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Op 24 mei 1852 zal te Amsterdam openbaar verkocht worden het onder Nederlandse vlag varende kofschip PAULINA, gevoerd door kapt. J.J. Bakker, volgens Nederlandse meetbrief lang 24 el 62 duim (opm: = 24,62 meter), wijd 5 el 40 duim en hol 2 el 65 duim en alzo gemeten op 83 lasten.


 OHC - Opregte Haarlemsche Courant

Amsterdam, 2 mei. Den 1ste in Texel binnengekomen TROPICUS, kapt. Popcken, TRITON, kapt. Rijntjes en HEPPENS, kapt. A. Hansen, alle drie van Suriname.


  DC - Dordtsche Courant

Dordrecht, 3 mei. Volgens particulier bericht van de Kaap de Goede Hoop, was het barkschip JUNO (opm: bouwjaar 1843), kapt. W.J. Chevalier, van Banjoewangie bestemd naar deze stad, in dato 2 maart jl., des namiddags te 1 ½ uur, door zeer dik en mistig weder, op de rotsen van Kaap Agulhas vastgeraakt en verongelukt; vijf der passagiers, zijnde twee dames en drie kinderen, verloren bij poging tot redding jammerlijk het leven, en wel door het omslaan der boot, veroorzaakte door stoten van het schip, terwijl de overige vijf passagiers, benevens de gehele bemanning, met zeer veel moeite, alleen het leven hebben gered en behouden aan wal gebracht werden, zonder echter iets van het hunne te kunnen bergen, alzo het schip bereids 2 ure geheel onder water bedolven lag, en ogenschijnlijk de masten door de bodem gestoten waren, zodat alstoen reeds als volkomen wrak te beschouwen viel, en men dus vreesde weinig van schip of lading te kunnen bergen.


  DC - Dordtsche Courant

Door het departement van binnenlandse zaken is, bij resolutie van 26 april, aan de heren P.J.M. van der Meulen en J.W. de Groot, te Vreeswijk, vergund, de stoomboot ERASMUS, dienende tot vervoer van passagiers, goederen en vee tussen Cuilenburg (opm: Culemborg) en Rotterdam, onder zekere bepalingen ook te mogen bezigen tot het slepen van schepen van Rotterdam naar Arnhem, Lobith en tussengelegen plaatsen, stroom op- en afwaarts, langs de rivieren de Lek en de Rijn en, bij gebrek aan genoegzame waterstand, langs de Waal.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Advertentie. Ten overstaan van Mr. J.W. Quintus, notaris te Groningen, zal, op donderdag 13 mei 1852, des avonds te 7 uur, ten huize van de kastelein G.F. Rasker, in de herberg Het Ameland te Groningen, publiek worden verkocht een sterk en welgebouwd kofschip, de VROUW GEERTRUIDA (opm: binnenvaarder) genaamd, groot 71 tonnen, met complete inventaris, zo als hetzelve is liggende in het Schuitendiep, bij de Poelpoortenboog te Groningen, en in eigendom wordt bevaren door K.H. Reussien.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Advertentie. Uit de hand te koop een kofschip, genaamd EMMA OBBINA, laatst gevoerd door B.A. Potjer, groot 116 tonnen, gebouwd in 1841, met deszelfs zeer goede inventaris, liggende te Dordrecht, te bevragen bij Kater en Meulman te Groningen. (opm: de kof wordt verkocht en vaart met behoud van naam verder onder kapt. W. Meijer)


05 mei 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 4 mei. Te Nieuwendam is de 1e mei van de werf van de scheepsbouwmeester W.H. Meursing met goed gevolg te water gelaten het schoener-brikschip AREND, groot ca. 130 gemeten lasten, voor rekening ener rederij onder directie van de heren Gebr. Goedkoop te Amsterdam en dat gevoerd zal worden door kapt. L. Hus, waarna wederom de kiel is gelegd voor een brikschip genaamd ANNA LENA, groot 130 gemeten lasten, voor rekening ener rederij onder directie van de heer Th. Wehlburg te Amsterdam, en zullende gevoerd worden door kapt. J.C. Siedenburg.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 4 mei. Het schip de STAD NIJMEGEN, kapt. P.W.B. Mellink, van hier naar Batavia, is hedenmorgen uit Texel naar zee gezeild. (opm: eerste reis).


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Op maandag de 17e mei 1852, des morgens om 11 ure, zal door de Rechtbank te Amsterdam, zitting houdende op het Paleis van Justitie, aan de meestbiedenden of hoogst mijnenden worden verkocht op verzoek van Jan Daniels & Zoon & Arbman, cargadoors alhier, het onder Braziliaanse vlag varende brikschip VIRGINIA, kapt. M.N. Barboza, liggende Oosterdok. Hetzelve meet 255 Nederlandse tonnen of 135 lasten en is lang over steven 26,40 el (opm: = 26,40 meter), wijd 5,32 el en hol 4,90 el.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Uit de hand te koop het smakschip ONS GENOEGEN, laatst gevoerd door kapt. G.J. Teensma, groot volgens Nederlandse meetbrief 59 tonnen of 31 lasten. Hetzelve is te bevragen bij de Heer E.A. Zeilinga, te Nieuwendam, alwaar het schip is liggende.


06 mei 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 5 mei. Volgens brief van kapt. Van Haften, gevoerd hebbende het barkschip JAPARA, van Baltimore naar Rotterdam – zie ons nommer van 4 dezer, art. Yarmouth –, in dato Compton Bay (eiland Wight) 1 mei, waren alle pogingen om het schip van het strand af te brengen, vruchteloos gebleven en daardoor alle hoop op behoud verloren, zijnde er bereids 6 voeten water in het ruim. De lading van het tussendek was onbeschadigd gelost en bereids te Cowes opgeslagen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Het schip DE JAGER, kapt. Bok, van Amsterdam in de Piraeus aangekomen, heeft op de reis veel slecht weer doorgestaan en daardoor waarschijnlijk schade aan de lading bekomen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlie, 1 mei. De stoomboot GOUVERNEUR VAN EWIJK, kapt. J. Blad, van Hull naar Amsterdam, alhier binnen, heeft door zware mist op de Eijerlandse gronden gezeten, doch geen schade bekomen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Bristol, 1 mei. Het Nederlandse schip CLAUDIUS CIVILIS, kapt. Petersen, heeft te Cardiff aan de grond gezeten en is heden hier gebracht om in het dok te repareren.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 5 mei. In een de 30e april gehouden buitengewone algemene vergadering van de Zwolsche Reederij-Maatschappij, op welke van de 82 uit te brengen stemmen 76 werden vertegenwoordigd, is besloten tot het aanleggen van een stoombootvaart tussen Zwolle en Hull, met behoud tevens van enige zeilschepen, en tot het vergroten van het kapitaal der maatschappij met NLG 60.000.


  DC - Dordtsche Courant

Op de Zeehondenplaat is dezer dagen verongelukt de Franse sloep ALEXANDRE, gevoerd geweest door kapt. J.J. Tessel, geladen met granen, van Caen naar Rotterdam bestemd; de equipage, bestaande uit 5 man, is door de Zuid-Hollandse reddingschokker no. 2 geborgen en hier behouden aangebracht; van schip en lading is weinig aangebracht.


  DC - Dordtsche Courant

Reval, 23 april. Gisteren werd van Baltisphort bericht, dat, o.a. tussen Rogoe en Packerort in het drijfijs aangekomen was het Nederlandse kofschip CATHARINA ISABELLA, kapt. Waker (opm: bouwjaar 1848; kapt. Roelf Geerts Waker), met stukgoederen van St. Petersburg bestemd. Volgens bericht van heden morgen bevonden zich 14 schepen op die hoogte, door het vele ijs in de bocht kon men ze niet bereiken. (opm: het schip bleef behouden)


  DC - Dordtsche Courant

Tafelbaai, 9 maart. Het schip HENDRIK WESTER, kapt. Reijnders, van Tjilatjap naar Amsterdam, is alhier, wegens ziekte van de equipage, binnengelopen


07 mei 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 6 mei. Het schip MARGRITA, kapt. H.H. Nieboer, van Amsterdam naar St. Petersburg, is de 4e dezer zwaar lek en met meer andere schade te Harlingen binnengelopen. Het moet lossen om te repareren.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 6 mei. De Nederlandse kof TWEE GEBROEDERS, kapt. Koolma, van Amsterdam naar Napels, is volgens brief van Texel van 5e dezer, de 3e dito op Burgzand aan de grond vastgeraakt, doch de volgende dag, na een gedeelte van de lading suiker in een lichter gelost te hebben, in vlot water gekomen. Het heeft de lading weder ingenomen en zal de reis voortzetten.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hamburg 4 mei. Volgens een bericht der loodsen is het schip SINGAPORE, kapt. Jager, van Batavia op hier bestemd, bij Blankenese vastgeraakt; men was bezig de lading te lossen; het schip was dicht gebleven.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Uit de hand te koop: Het schoener kofschip, genaamd EMMA OBBINA, laatst gevoerd door kapt. B.A. Potjer, in 1841 gebouwd en plus minus 80 rogge lasten, thans liggende te Dordrecht. Informatiën zijn te bekomen bij de Heren Sandbergen en Co., te Dordrecht; F. Zeilinga, te Amsterdam en Kater & Meulman, te Groningen.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Groningen, 6 mei. Gisteren is alhier door de stoom-sleepboot de HUNZE binnengebracht het kofschip HARMANNA HENDRIKA, kapt. J.H. Pluktje, komende van Bordeaux en geladen met wijn, voor rekening van de heren A. Haakma Janssonius en J.H. Wichers. Dit is de eerste maal sedert 1817, dat een schip direct van daar, en beladen met wijn, alhier de haven is binnengelopen.
De goede verwachting, die men voor handel en scheepvaart in dit gewest koesterde van de nieuwe stoomsleepdienst, schijnt zich alleszins te zullen bevestigen. Met genoegen kunnen wij melden, dat reeds onderscheiden scheepskapiteins dezer dagen daarvan gebruik hebben gemaakt, en dat zelfs door veelvuldige aanvraag de sleepboot de HUNZE heden namiddag te een uur met twee schepen langs het Reitdiep naar zee is gestoomd.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Groningen, 6 mei. Dinsdag is alhier gearriveerd het bij Ipe Hooites te Hoogezand gebouwd galjootschip de JONGE ANDRIES, groot ongeveer 90 last, zullende gevoerd worden door kapt. T.A. Steffens, van Amsterdam, en tevens het galjootschip GEERTRUIDA HENDRIKA, groot om de 70 last, gebouwd bij G.O. van der Werf te Martenshoek, welke gevoerd zal worden door kapt. J. Voorzee, van Sappemeer.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Groningen, 6 mei. Den 27 april jl. is van de werf van de scheepsbouwmeesters Viëtor en De Wijk, bij de Nieuwe Schans, met het beste gevolg te water gelaten een nieuw gebouwde schoenerschip, gevoerd zullende worden door kapt. Van Ingen, onder het boekhouderschap van de heer Kranenborg, en is dadelijk wederom de kiel gelegd voor een dito schoener, die gevoerd zal worden door kapt. Middel, onder het boekhouderschap van de heer B. Haitzema Viëtor.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Het schip ANNECHIENA JOHANNA, kapt. Rozema, van Koningsbergen, is, volgens bericht van Lynn van den 2 mei, den 1sten dito op de rede aldaar aan de grond vastgeraakt, doch was de volgende dag, den 2den, waarschijnlijk zonder schade, weder in vlot water gekomen.


08 mei 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 7 mei. De 6e dezer is te Zwolle van de werf van de scheepsbouwmeester W.R. van Goor met het beste gevolg te water gelaten het nieuwe barkschip SAGITTA, gebouwd voor rekening van de heren Fraissinet & Van Baak te Amsterdam, en zullende gevoerd worden door kapt. T.D. Lieuwen.


09 mei 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Uit de hand te koop: Een goed onderhouden tjalkschip, groot 78 tonnen, voorzien van een complete en genoegzaam nieuwe inventaris. Te bevragen franco, bij de griffier Van Wage te Brouwershaven.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Uit de hand te koop of te huur, Drie scheepstimmerwerven met loodsen, koepel en woonhuis, te Maassluis; kunnende de koper de helft van de koopprijs daarop gevestigd laten, tegen interest van 4½ % ’s jaars. Te bevragen bij de notaris Reeser aldaar.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 7 mei. Volgens brief van kapt. F.C. Overeem, voerende het schip NOORD HOLLAND, van Suriname in Texel binnengekomen, had hij, in de nacht van 1 op 2 april een stortzee overgekregen, waardoor de verschansing aan bakboordzijde wegsloeg en 10 stutten verbrijzeld werden, terwijl de hut met de voorraadprovisie mede van boord sloeg. Het schip was desniettemin vrij dicht.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Cowes, 4 mei. Men heeft heden van hier op nieuw een aantal arbeiders en gereedschappen naar Compton Bay afgezonden, om te dienen bij het vlot brengen van het aldaar gestrande barkschip JAPARA, kapt. Van Haften; men koestert de hoop, dat zulks nog heden, met hoog water zal gelukken.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hamburg, 5 mei. Het schip SINGAPORE, kapt. Jager, van Batavia op hier bestemd, hetwelk bij Blankenese aan de grond is geraakt – zie ons nommer van gisteren – zit nog steeds vast, gisteren avond zijn twee stoomboten tot adsistentie afgezonden. Het schip is nog dicht.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hamburg, 5 mei. Het schip AMOR, kapt. Woller, van Koningsbergen (opm: Kaliningrad) met tarwe naar Amsterdam bestemd, is hier heden lek binnengelopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Verkoping van het schip SPECULANT te Koningsbergen (opm: Kaliningrad). Op de 9e juni dezes jaars zal te Koningsbergen, gerechtelijk worden verkocht: het fraaie snelzeilende, voor 3½ jaar geheel van eikenhout gebouwde, kopervaste en gekoperde barkschip SPECULANT, liggende in de haven van Pillau (opm: Baltyisk). De ondergetekende biedt zijn diensten aan tot de aankoop van genoemd schip, hetwelk hij als zeer deugdzaam kent, en is gaarne bereid daarover nadere inlichtingen te geven. Het schip SPECULANT met inventaris, is de vorige maand gerechtelijk op ca. 15.000 thalers, Pruissisch courant, gewaardeerd.
Koningsbergen, 3 mei 1852. Gustav Moeller, scheepsmakelaar.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 8 mei. Aangaande het in de Compton Bay (eiland Wight) gestrande barkschip JAPARA, kapt. van Haften, waarvan wij reeds meermalen melding maakten, wordt van Cowes d.d. 5 dezer gemeld, dat het vlot gebracht was en door de stoomboot QUEEN aldaar was binnengesleept. Omtrent de schade, die het schip zonder twijfel aan kiel en bodem heeft geleden, kon men nog niet oordelen. De tussendeks lading was in goede staat gelost en opgeslagen. Het overige gedeelte, dat zich in het onderruim bevond, was, doordien dit vol water stond, natuurlijk beschadigd en zou met de meeste spoed gelost worden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hamburg, 6 mei. Het schip SINGAPORE, kapt. Jager, van Batavia – zie ons nommer van gisteren – is zonder schade vlot gebracht en voor deze stad gekomen.


10 mei 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlissingen, 7 mei. Zr.Ms. stoomschip GEDEH, onder bevel van de kapt.luit. H. Wipff, wordt eerstdaags binnen deze stad verwacht om gedokt te worden, ten einde het koper en de loze kiel te onderzoeken, die mogelijk bij het vastzitten op het strand te Curaçao enige schade heeft bekomen. Naar men verneemt, is gemelde bodem bestemd voor de dienst in Oost-Indië.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Calmar (opm: Kalmar), 3 mei. Het schip SOPHIA, kapt. De Buhr, van Windau (opm: Ventspils) met rogge naar Schiedam, is de eerste dezer in een hevige orkaan bij Oeland (opm: Øland) gestrand.


11 mei 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Volgens bericht van kapt. Visser, voerende het barkschip MARY EN HILLEGONDA, van de Kaap de Goede Hoop in dato 30 maart l.l, was hij de 22e dier maand, na hevige stormen te hebben doorstaan, uit hoofde van lekkage en ziekte van enige der equipage verplicht geweest de Simonsbaai binnen te lopen. De kapitein veronderstelde dat het lek, na het lossen van een gedeelte der lading, spoedig gevonden en hersteld zou zijn, en hij de reis weldra zou kunnen hervatten. De passagiers waren in goede welstand, en zouden de reis per stoomboot, via Engeland, voortzetten.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Het schip DOROTHEA HENRIETTE, kapt. Smit, van Samarang naar Rotterdam, hetwelk de 29e maart in de Simonsbaai is binnengelopen, was volgens bericht van daar lek.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Het schip MARGRITA, kapt. Nieboer, van Amsterdam naat Petersburg, is de 4e mei zwaar lek te Harlingen uit zee teruggekomen. Het moest lossen om te repareren.


12 mei 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 11 mei. Volgens een brief van kapt. J.D. Nordlohne, voerende het Nederlandse schoenerschip PIO NONO, d.d. St. Thomas 17 april 1852, blijkt, dat hij, na de 23e februari van hier, bestemd naar Havana, vertrokken te zijn, de reis op de gewone wijze heeft volbracht tot op 17º19’ N.B. en 26º20’ W.L; dat hij de 23e maart, op een korte afstand, een Engelse brik, in een zinkende staat verkerende, praaide, welke bleek te zijn de VICTORIA, gevoerd door kapt. James Thompson, te huis behorende te Sunderland en komende van Cardiff, beladen met ijzer en bestemd naar Wilmington, waarvan hij de equipage, bestaande uit acht personen, aan boord der PIO NONO opnam, terwijl de VICTORIA weinige minuten daarna in de diepte verzonken is. Dat sedert de 6e april, gemelde kapitein Thompson, zijn stuurman en een gedeelte der equipage, zich zo onbehoorlijk en baldadig gedroegen door vechtpartijen en wreedheden aan te richten, dat kapitein Nordlohne het voor zijn veiligheid en die der equipage hoogst gevaarlijk achtte, hen langer aan zijn boord te houden, waarop hij van koers veranderde en naar het eiland St. Thomas stevende, waar hij de 13e april binnenliep en vervolgens de ruwe gasten van de VICTORIA aan land heeft gezet, en hen daarna behoorlijk aan de rechter heeft aangeklaagd, hebbende hij een omslachtig protest en solemnele (opm: beëdigde) verklaring van het gebeurde voor de bevoegde autoriteit afgelegd en daarna zijn reis naar Havana vervolgd. (opm: zie ook NRC 130653)


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. G.J. Boelen, Makelaar, zal op maandag de 24ste mei 1852, des avonds ten 6 ure, te Amsterdam, in de Nieuwe Stadsherberg, aan het IJ, verkopen: Een extra ordinair welbezeild Nederlands kofschip, genaamd VEREENIGING, gevoerd door kapt. M. Ouwehand, volgens Nederlandse meetbrief lang 22 ellen, 60 duimen; wijd 4 ellen, 52 duimen; hol 2 ellen, 52 duimen en alzo gemeten op 114 tonnen of 60 lasten. Breder volgens inventaris en bericht bij bovengemelde Makelaar of bij de Cargadoors Canne & Balwe.


13 mei 1852


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Verkoping te Callantsoog. Schipper Albert Jacobs, gevoerd hebbende het te Callantsoog gestrande tjalkschip die HOFFNUNG, zal op vrijdag de 14de dezer maand mei, des voormiddags ten elf ure, te Callantsoog in het openbaar doen verkopen het hol of casco van voormeld tjalkschip, benevens zeilen, ankers, touwwerk, rondhout en wat verder van de tuigage geborgen is, mitsgaders 50 staven nieuw ijzer, 525 bossen nieuw bandijzer, 712 bossen nieuw spijkerijzer, 468 stukken gegoten ijzer, alles geborgen uit bovengemeld tjalkschip en liggende in het magazijn te Callantsoog, alwaar de goederen daags voor en op de dag der verkoping kunnen worden bezichtigd.


14 mei 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Helder, 12 mei. Gisterenavond is in een daartoe belegde vergadering van de raad dezer gemeente, bij gepaste redevoering, door de voorzitter aan C. Dito, sloepenman alhier, de gouden medaille uitgereikt, hem van wege Z.M. de koning geschonken voor kloekmoedig gedrag bij het redden der schipbreukelingen van het hier voor enige tijd gestrande kofschip GESINA JANTINA, kapt. Rosema. (opm: zie NRC 120152)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 13 mei. Wij ontvingen heden het bericht, dat het fregatschip ’S GRAVENHAGE, kapt. C.J. Ninck Blok, in de gepasseerde nacht op de Banjaard aan de grond geraakt was. Bij de directie der Zuid Hollandsche Redding-Maatschappij is daaromtrent de volgende brief van de heer van Maenen uit Brouwershaven ontvangen:
De 12e mei 1852; de wind W.Z.W, bramzeilskoelte. Des morgens ten 4½ ure kwam het schip ’S GRAVENHAGE, kapt. C..J. Ninck Blok, uit zee lopen in het zeegat van Brouwershaven, en liep tussen de witte tonnen no. 1 en 2 (dus op de Banjaard) aan de grond, hebbende een kanaalloods van Goeree aan boord. De reddingschokker No. 2, bevond zich op dat ogenblik in de nabijheid onder zeil, kort bij de ton no. 2, bemande een schooner, bij gebrek aan loodsen, daar er geen loodsboten te zien waren, liep vervolgens bij ’S GRAVENHAGE aan boord, alwaar hij om 5 uur aankwam, en zo spoedig als mogelijk was een anker en kabel uitbracht. Daarna begon men op het schip koffie en tin overboord te werpen tot na hoog water; het schip werkte maar werd niet vlot. Middelerwijl kwam de kotter WILLEM VAN HOUTEN aan, en werkt met voornoemde schokker samen, om het stuurboordsanker en ketting uit te brengen, dat ’s middags tussen 3 en 4 uur uitstond; op dat ogenblik arriveerde de loodsboot no. 10 van de rede van Brouwershaven en schoot onmiddellijk opzij van het schip en nam een partij tin over; niettegenstaande er vóór hem vier vaartuigen gearriveerd waren, om te lichten en die daartoe gereed waren. De reddingschokker no. 2 schoot na het uitbrengen van het anker opzij van de loodsboot, en heeft zoveel tin overgenomen, over de loodsboot heen, als mogelijk was. De loodsboot verliet vervolgens het schip, des avonds ten 6 ure, zonder de equipage te bergen; de schokker haalde dadelijk in zijn plaats naast het schip, nam vervolgens de equipage over met een groot gedeelte der plunjes. Het schip was zwaar lek geworden en werd om 7 uur verlaten. In de verwarring bij het verlaten van het schip zijn 6 à 7 man, matrozen en jongens, in een boot gesprongen en bij de loodsboot aangekomen. De voornoemde reddingsvaartuigen en de loodsboot bleven vervolgens bij het schip, om te zien of er bij hoogwater nog werking in hetzelve zou komen. Om half negen vertrok de loodsboot en de kotter WILLEM VAN HOUTEN met de voornoemde schokker om 9 uur en kwamen de twee laatstgemelden ten 11 uren te Brouwershaven aan, behouden aanbrengende de kapitein, stuurlieden en matrozen, in het geheel 24 of 25 personen; mensenlevens zijn er gelukkig niet te betreuren.
NB. Naar wij zo even vernemen (8 ure des avonds) is er een bericht bij de N.H.M. ontvangen, waarbij gemeld wordt dat de ’S GRAVENHAGE vlot is gekomen en hedenmorgen ten elf ure te Brouwershaven is binnengebracht.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 13 mei. Het schip CATHARINA, kapt. Pekelder, van Gent naar Hamburg, is de 11e dezer te Delfzijl lek binnengelopen. Het moet lossen om te repareren.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

London, 11 mei. Het schip CAREN EN CECILIA, kapt. Hindeblad (opm: buitenlander), van Java naar Europa bestemd, is ten gevolge van slecht weder, gedurende de reis ondervonden, de 5e februari lek te Mauritius binnengelopen en zou moeten lossen om te repareren.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Warnemünde, 10 mei. De Nederlandse kof GESINA JANTINA, welke op de 21e november aº.pº. (opm: anno passato, verleden jaar) bij Arendzee (opm: Ostseebad Kühlungsborn) gestrand is (opm: zie NRC 291151), is vlot gekomen, en heden hier in de haven gebracht.


  AH - Algemeen Handelsblad

(Geen plaats of datum) Volgens brief van kapt. Wijgers, voerende het schip WILLEMINA JELTINA, in dato Benicarlo (opm: 4’ Z.W. van Vinaròs, Spanje) 29 april j.l. was aldaar verongelukt het Nederlandse schip SJAADEMA, kapt. J.H. Smit.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Op den 11 dezer is te Delfzijl zwaar lek binnengebracht het Oldenburger kofschip CATHARINA, kapt. Pekelder, komende van Gent en gedestineerd naar Hamburg; moet lossen om te repareren.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Volgens brief van kapt. Wijgers, voerende het schip WILLEMINA JETTINA, in dato Benicarlo den 29 april, was aldaar verongelukt het Nederlands schip SJAARDAMA, kapt. G.H. Smit. (opm: de kof, bouwjaar 1846, werd ter plaatse verkocht)


15 mei 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Capelle a.d. IJssel, 14 mei. Op de werf der heren W. & J. Hoogendijk & Co alhier is heden met gelukkig gevolg te water gelaten het barkschip BÉATRIX, hetwelk gevoerd zal worden door kapt. Ed. Verschoor, voor rekening der rederij onder directie der heren Schloss & Hencke te Rotterdam.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 14 mei. Als een vervolg op hetgeen wij reeds gisteren, aangaande het stranden van het schip ’S GRAVENHAGE, kapt. C.J. Ninck Blok, hebben gemeld, delen wij thans de onderstaande, bij de directie der Zuid-Hollandsche Redding-Maatschappij ontvangen brief mede, gedateerd uit:
Brouwershaven, 13 mei 1852, De wind W.Z.W, bramzeilskoelte. Het schip ’S GRAVENHAGE werd gisterenavond verlaten, om reden de wind naar het westen schoot en de zee zich verhief, waardoor het dek golfde en men zeer vreesde voor het nederstorten der masten, door welke omstandigheid de loodsboot en daarna de schokker no. 2 het raadzaam oordeelden, om van het schip af te gieren, en het toen niet te berekenen was, dat er bij windverheffing mogelijkheid zou bestaan om de equipage over te nemen; te meer, daar de nacht viel en de lucht, zwaar met buien bezet was. Toen de equipage over was, verhief zich het weder en de zee, waardoor men genoodzaakt was, het anker van de loodsboot en daarna van de schokker te laten slippen en naar binnen te zeilen, na echter tot na hoog water gewacht te hebben. Hedenmorgen om twee uur zeilde de kotter WILLEM VAN HOUTEN, weder naar het schip en nam de kapt. Block, de 2e stuurman en de baas timmerman, op verzoek van eerstgemelde, mee. Met de dag bespeurden wij, dat het schip van de Banjaard af en op de Ooster zat, aldaar tussen ton no. 2 en 3, zodat het schip alleen kan zijn vlot geworden, door het sterk verschuren van het zand, zijnde één ketting uitgelopen en één gebroken, alsmede het kabeltouw, zo als wij later bevonden. Om 6 uur kwamen wij aan boord van het schip, waarop zich toen niemand bevond en dat nog verlaten was, en was de kapitein van de kotter voornemens om het zwaar anker en het kabel van de kotter voor het schip uit te brengen en te beproeven daarop af te gieren en verdere maatregelen te nemen, om het schip af te brengen; doch wij zagen de sleepboot KINDERDIJK uit de Goeree komen, op een mijl afstands en besloten toen deze te seinen, waarop zij met alle spoed naar ons toeliep. Vervolgens nam de kapitein van de kotter, op verzoek van kapt. Block, het bevel over de werkzaamheden op zich, om het schip af te brengen, en werd de nog uitstaande ketting zonder anker ingewonden, de trossen van de stoomboot vastgemaakt en de nodige zeilen bijgezet, om mede te werken, naar gelang van de omstandigheden. Met behulp van één en ander is het schip in vlot water gekomen en te Brouwershaven behouden aan de duc d’alven (opm: dukdalven) gebracht. Gedurende alle de werkzaamheden van heden hebben geen loodsen of loodsboten zich aangemeld noch hun dienst aangeboden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Brouwershaven, 13 mei. Het alhier binnengekomen schip ’S GRAVENHAGE, kapt. Ninck Blok, heeft onmiddellijk een aanvang met lossen gemaakt.


  AH - Algemeen Handelsblad

Nassau, N.P, 29 maart. Het schip VROUW GELIE, kapt. Mennen, van Amsterdam naar Darien, is 15 maart l.l. bij Abaco (opm: Bahama’s) totaal verongelukt (opm: mogelijk West-Indische zeebrief).


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. De verkoop van het door de Makelaar Barend Bakker Wz., ten overstaan van de Notarissen Houtman en Franke, in publieke veiling aangeslagen barkschip, genaamd BATAVIER, gevoerd door kapt. D.Grim, tegen de 24ste dezer maand, zal geen plaats vinden, als zijnde uit de hand verkocht.


  LC - Leeuwarder Courant

Te koop: een hecht Hektjalks-hol, 67 ton, bij S.W. Zwat, scheepsbouwmeester te Grouw.


16 mei 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 15 mei. Heden is te Amsterdam op de werf IJhoek van de heren Abbema en Van Cleef de kiel gelegd van een klipperschoener, groot 100 gemeten lasten, voor rekening ener Amsterdamse rederij, welke de naam zal erlangen van HERWIJNEN en gevoerd zal worden door kapt. Warssen. (Hbl).


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Havre, 12 mei. Omtrent het schip COURIER, van Samarang met een lading koffij, suiker en indigo naar Havre bestemd, hetwelk de 13e december in een beschadigde toestand in de Indische Oceaan voor het laatst gezien is, koers zettende naar Mauritius om te repareren, heeft men sedert niets vernomen en is men alzo bevreesd, dat dit schip totaal verloren is. (opm: Frans schip, zie NRC 191151)


17 mei 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Falmouth, 12 mei. Heden is alhier met onklare pompen binnengelopen het Nederlandse barkschip VROUW JOHANNA, kapt. Van der Hoeven, van Rotterdam naar Batavia bestemd.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 27 maart. Javasche Courant van 27 maart. Volgens berichten van Soerabaya is te Sumanap op de 12e maart aangekomen de 3e stuurman van het Nederlandse schip CATHARINA, met een brief van de gezagvoerder van die bodem, houdende mededeling, dat hij op een halve mijl beoosten Gilie-Lawak, op een koraalrif met zijn bodem vast was geraakt, in een zeer gevaarlijke positie verkeerde en uit dien hoofde dringend om hulp verzocht. Onmiddellijk zijn twee kruisboten, verschillende praauwen en twee schoeners van de sultan derwaarts vertrokken om hulp te verlenen. De 13e ontving men echter te Sumanap de tijding dat het schip niet bij Gilie-Lawak (opm: Gelilawak), maar op een plaats, genaamd Karang-Kombang, tussen de eilanden Sapoedie en Poetran, vast zat en van de oostelijkste hoek van het eiland kon gezien worden. Het schip had toen de masten reeds verloren. De eerst aanwezende officier der marine te Soerabaya is door de resident verzocht geworden een gereed liggend stoomvaartuig naar de plaats van het ongeluk te zenden. De CATHARINA, kapt. D. Lamers, was de 5e maart jl. met een lading koffie van Samarang vertrokken. (NB. Volgens een later bericht schijnt het dat deze bodem totaal verongelukt is [opm: onjuist, zie JC NRC 180552, 200552 en 150652].)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rio de Janeiro, 13 april. Het Nederlandse schip SIRENE, kapt. Staafkens (opm: (opm: brik, bouwjaar 1847; kapt. C.T. Staatsken), met een lading koffij, bestaande uit 3320 balen, van hier naar het Kanaal bestemd, is bij het verlaten der haven in de nabijheid van het fort Lage op de rotsen gestrand en verongelukt. De kapitein en twee matrozen zijn er bij omgekomen.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. P. Blom, makelaar, zal op maandag de 17de mei 1852, na afloop der geannonceerde veiling van diverse scheepsaandelen, nog presenteren te verkopen: 5 aandelen, ieder à NLG 1.000,-,in het gekoperd fregatschip STAD TIEL, gevoerd door kapt. W.B. Dirks, gemeten op 496 lasten, thans liggende alhier. Iemand nader onderricht begerende, spreke met bovengenoemde makelaar.


18 mei 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia 27 maart. Het barkschip RIJSWIJK, kapt. Bijl, van Californië, kwam lek aan en is naar Soerabaya vertrokken om te timmeren. Ook de NEERLANDS KONINGIN, kwam lek van Banjoewangie (opm: Banyuwangi) alhier aan, heeft zijn lading gelost en is daarna mede naar Soerabaya vertrokken om te timmeren. Het barkschip VLASHANDEL ligt mede aldaar in reparatie.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 27 maart. De te Samarang gereed liggende retourlading, bestemd voor het verongelukte Deense schip THORWALDSEN, bestaande uit 4.000 picols suiker, zal door het Nederlandse schip DE MAAS, kapt. Lutzow, naar Kopenhagen worden overgebracht.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 17 mei. De Zeepost meldt omtrent het verongelukken van het schip CATHARINA, in ons nummer van gisteren medegedeeld, het volgende:
Het schip CATHARINA, kapt. Lamers, de 5e maart van Samarang naar Amsterdam vertrokken, is volgens brief van Batavia, na de 11e maart op een rif bij het eiland Gelilawak gestoten en 24 uur vast gezeten te hebben, zonder vreemde hulp vlot geworden en lek te Soerabaija aangekomen; de kapt. dacht dat de lading onbeschadigd zou zijn, doch moest lossen, om het schip te kunnen nazien. Het door ons gemelde bericht, dat dit schip totaal gebleven zou zijn, is door twee particuliere correspondenten d.d. Batavia 27 maart opgegeven.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Bermudas, … april. Het schip ZODIAC, kapt. Popken, van Rotterdam naar Boston, is, na enige koffie over boord geworpen te hebben, masteloos en in zwaar beschadigde staat alhier binnengelopen.


  AH - Algemeen Handelsblad

(Geen plaats of datum). Het schip EVERDINA ELISABETH, kapt. Tonjes, is volgens brief van Rotterdam van 17 mei l.l. onder noodtuig van San Francisco te Hongkong aangekomen.


  AH - Algemeen Handelsblad

Publieke gerechtelijke verkoop van schepen te Amsterdam de 17e mei 1852: het Braziliaanse brikschip VIRGINIA: NLG 8500, koper Luter.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Openbare verkoping te Zwolle op 15 juni 1852 van het hol van het hier te lande van eikenhout gebouwd Nederlands galjootschip WEST INDIË, lang 29,80 el (opm: = 29,80 meter), wijd 6,12 el, hol 3,45 el en alzo gemeten op 289 tonnen of 152 lasten, gevaren hebbende op de kolonie Suriname, thans liggende te Zwolle aan de werf van de heer W.R. van Goor. Geschikt voor woning of tot berging van goederen. Te bevragen bij de kapitein T.D. Lieuwen, aan boord van genoemd scheepshol.

DC 180552
Dordrecht, 17 mei. Van Capelle aan de IJssel meldt men, van 14 mei: Op de werf der heren W. en J. Hoogendijk en Co. alhier, is heden met gelukkig gevolg te water gelaten het barkschip BÉATRIX, hetwelk gevoerd zal worden door kapt. Ed. Verschoor, voor rekening der rederij, onder directie der heren Schloss en Hencke, te Rotterdam.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Advertentie. Naar New-York zal, omstreeks het einde van mei, van Amsterdam vertrekken het snelzeilend gekoperd driemastschip PRINS HENDRIK, kapt. H. Smit, hebbende uitmuntende inrichtingen voor kajuits- en tussendeks-passagiers. Nadere informatiën te bekomen bij de cargadoors Kranenborg & Zonen, te Amsterdam.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Delfzijl, 14 mei. Heden is van de scheepstimmerwerf De Goede Verwachting, onder Farmsum, toebehorende aan de heer P.J. Vos, te Delfzijl, met goed gevolg te water gelopen het thans onder Nederlandse, vroeger onder Kniphauser vlag varende schoenerschip AMICITIA ET FIDES, groot na vertimmering ongeveer 100 roggelasten, door de scheepskapitein Bernard Hilbers Schoe, voor rekening der rederij onder het boekhouderschap van de heer Johannes Harmannus Rottinghuis te Delfzijl, zullende worden bevaren. Dat schip, hetwelk vroeger buitengewoon sterk, doch kort van bouw was, is, onder directie van de kundige scheepsbouwmeester Hendrik Schreuder, behalve de daaraan gedane zeer aanzienlijke vernieuwingen, in het midden doorgezaagd, en daarin een ruimte van nagenoeg 19 Groninger voeten opnieuw er tussen gebouwd. De constructie van samenvoeging en de daarmee in het verband staande vernieuwingen worden door deskundigen als zeer sterk, vast en goed voldoende geoordeeld, wordende het schip, na deze verandering, als zeer schoon gebouwd geroemd, zodat de bouwmeester daarvoor alle lof en ere toekomt.


19 mei 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 27 maart. In de Javasche Courant is een advertentie verschenen, volgens welke bij inschrijving zal worden aanbesteed het vijfjarig vervoer der brievenmalen tussen Batavia en Singapore door middel van stoomboten, gedreven hetzij door schepraderen, hetzij door schroeven, alsmede tot het onderhouden der gemeenschap maandelijks en tweemalen ’s maand. Genoemde vaartuigen moeten tenminste 20 reizigers der eerste, 100 reizigers der tweede klasse, minstens 100 last carga kunnen bevatten en des noods als oorlogstoomboten gebruikt worden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 27 maart. Het barkschip VLASHANDEL ligt te Soerabaija in reparatie.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Verkoping van schepen. Maandag 17 mei, in de Nieuwe Stads Herberg aan het IJ. 1/20 part in het fregatschip PASSAROEANG. NLG 3.000,-. NLG 550,00. Rietveld. – 1/16 part in het barkschip JAVA. NLG 2.850,-. NLG 175,-. Opgeh. – 1/10 part in het fregatschip HESTER. Niet geveild. – 1/16 part in het barkschip EENSGEZINDHEID. NLG 2.550,-. NLG 300,-. Bosscher. – 1/32 part in het barkschip CHRISTINA AGATHA. NLG 1.800,-. NLG 200,-. Opgeh. – 1/32 part in het barkschip CATHARINA JOHANNA. NLG 1.600,-. NLG 10,-. Opgeh. – 1/16 part in het fregatschip SARA JOHANNA. NLG 3.100,-. NLG 1.200,-. Bosscher. – 1/16 part in het barkschip PRESIDENT VERKOUTEREN. NLG 3.550,-. NLG 400,-. Rietveld. – 1/16 part in het fregatschip SUSANNA CHRISTINA. NLG 2.300,-. NLG 550,-. Blom. – 1/32 part in het barkschip JAN DANIEL. Niet geveild. – 1/32 part in het barkschip MARGARETHA IDA. Niet geveild .- 1/16 part in het barkschip FOP SMIT. Niet geveild. - 2/32 part in het barkschip JAPARA. Niet geveild. – 2/36 part in het barkschip IDA ELISABETH. Niet geveild. – 2/32 part in het barkschip CORNELIS SMIT. Niet geveild. – 1/16 part in het fregatschip AGNETA. NLG 2.750,-. NLG 200,-. Bosscher. – 1/16 part in het barkschip BATAVIER. Niet geveild. – 1/16 part in het fregat OOST-INDIA PACKET. Niet geveild. – 1/16 part in het barkschip JAVA COERIER. NLG 2.300,-. NLG 100,-. B. Bakker. – 1/16 part in het barkschip CHINA. NLG 1.950,-. NLG 100,-. dito – 1/40 part in het barkschip GRAAF VAN NASSAU. NLG 1.400,-. NLG 450,-. Boelen. – 1/40 part in dito. NLG 1.725,-. NLG 200,-.Idem. – 1/80 part in het fregatschip DOCTRINA ET AMICITIA. NLG 800,-. NLG 50,-. Idem. – 1/80 part in dito. NLG 750,-. NLG 100,-. Der Kinderen. – 1/16 part in het fregatschip PHLIPS VAN MARNIX. NLG 2.675,-. NLG 1.200,-. Dito. – 1/16 part in het barkschip WATERLOO. NLG 3.550,-. NLG 500,-. Dito. – 1/32 part in het barkschip SARA ALIDA MARIA. NLG 2.000,--. NLG 400,-. Van der Meulen. – 1/30 part in het barkschip ANNA MARGARETHA. NLG 1.450,-. NLG 350,-. Rietveld. – 1/16 part in het barkschip URANIA. NLG 1.000,-. NLG 20,-. Dito. – NLG 10.000,- Aandeel in het barkschip SIRIUS. NLG 550,-. NLG 250,-. Der Kinderen. – NLG 1.000,- Aandeel in het fregatschip STAD TIEL. NLG 350,-. NLG 50,-. Dito. – NLG 1.000,- Aandeel in Dito. NLG 400,-. NLG 50,-. Dito. – NLG 1.000,- Aandeel in Dito. NLG 430,-. NLG 30,-. Rijnolds. – 1/32 part in het kofschip CLARA DOROTHEA. NLG 120,-. NLG 30,-. J. Corver. – NLG 1.000,- Aandeel in de Kofscheeps-Reederij, 40 procent 3 procent C.A. Schröder. – NLG 1.000,- Aandeel Amsterdamsche Stoomboot-Maatschappij, 31 ¼ procent. ¼. Bouhof. – NLG 1.000,- Aandeel in Dito, 32 ¼ procent Dito. – NLG 1.000,- Aandeel Reederij Drijvende Droogdokken, 111 procent 5 procent C.A. Schröder. – NLG 1.000,- Aandeel in Dito, 110 ½ procent 6 procent Holst. – Een schuldbekentenis van NLG 500,-, ten laste der Reederij Drijvende Dokken. 100 procent 2 procent Rietveld.- Een Dito NLG 5.00,-. 101 procent 1 procent Corver. – NLG 1.000,- Aandeel in de Sociëteit Nederlandsche Scheepsbouw en Scheepvaart. 41 procent 4 procent. Der Kinderen. – NLG 1.000,- in Dito. 41 ½ procent 3 procent Oolgaard. – NLG 1.000,- in Dito. 41 ½ procent 3 procent Der Kinderen. – NLG 1.000,- in Dito. 43 ½ procent 1 procent Oolgaard. – NLG 1.000,- in Dito. 43 3/4 procent 1 procent Dito. – NLG 1.000,- Aandeel in het fregatschip de STAD TIEL. – NLG 1.000,- in Dito. – NLG 1.000,- in Dito. – NLG 1.000,- in dito. – NLG 1.000,- in Dito. De vijf laatstgenoemden niet geveild.


20 mei 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Door de Nederlandsche Handel-Maatschappij zijn bevracht de volgende 32 schepen, als:
Voor Rotterdam J.C.J. VAN SPEIJK, kapt. J. Noltee; NOVA ZEMBLA, kapt. L. Heykoop; ADMIRAAL VAN KINSBERGEN, kapt. A. Glazener; HENDRIK JAN, kapt. P. Wap; KAREL AUGUST, kapt. J. van Vollenhoven; ABEL TASMAN, kapt. J. Hensing; JACOBA CORNELIA, kapt. G.H. Lodewijks.
Voor Dordrecht: IDA WILLEMINA, kapt. B.P. van Wijland; BROEDERTROUW, kapt. A.J.B. Hordijk.
Voor Amsterdam: AFRIKA, kapt. C. Onman, ZEEMEEUW; kapt. H.L. Kaijzer; TRITON, kapt. H. Olie; ANNA MARGARETHA, kapt. J.J.S. Ruhl; WASSENAAR, kapt. A. Hofstee; PEKING, kapt. K.H. Leonhardt; WILLEM ERNST, kapt. B.J. Doornik; JACOB ROGGEVEEN, kapt. H. Rolff; ADMIRAAL DE RUYTER, kapt. G.M. Titsingh; JOHANNA HENDRIKA, kapt. K. Hoek; CHINA, kapt. J.G. Appel; STRAAT BALIE, kapt. G. Mulder; ELISABETH ANTONIA, kapt. J.H. Schippers; WATERLOO, kapt. W.W. van Epen; WILHELMINA LUCIA, kapt. J.P. Carst; WILLEM EN CAREL, kapt. T. de Meester; HENRIETTE, kapt.J.W.J. Witsen Elias; MENTOR, kapt. kapt. D.A. Zijlstra; ARGO, kapt. B.J. Scherpbier; ANNA EN CHRISTINA, kapt.J.C. Voon.
Voor Middelburg: COMMERCIE COMPAGNIE, kapt. M. Butijn; PHOENIX, kapt. P.J. Kasse; PAULINE, kapt. B.J. Post.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 19 mei. Aangaande het schip CATHARINA, kapt. Lamers, van Samarang naar Amsterdam bestemd, luidde het eerste bericht, dat wij daaromtrent ontvingen, dat deze bodem totaal zou verongelukt zijn; een latere tijding evenwel, alhier ontvangen en ons door een vriendelijke hand toegezonden, gaf het gebeurde met de CATHARINA op, zoals dit door ons is medegedeeld geworden, aan de echtheid waarvan bij ons niet de minste twijfel bestaat.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Shields, 15 mei. Gedurende een onweder op de 12e dezer is kapt. De Groot, voerende het te Pekel-A te huis behorende kofschip GEORGE, en diens zoontje door een bliksemstraal getroffen, welke eerstgenoemde bij de arm langs ging, het hemd verbrandende, en op het hoofd van laatstgenoemde nederkwam en het haar verzengde. Aanvankelijk geloofde men, dat beiden zwaar gekwetst waren, doch zij zijn met de schrik vrijgekomen.


  DC - Dordtsche Courant

Volgens de Zeepost is het schip CATHARINA, kapt. Lamers, op 5 maart van Samarang naar Amsterdam vertrokken, niet totaal verongelukt, zoals wij in ons vorig nummer mededeelden; maar, na de 11de maart op een rif bij het eiland Gelilawak gestoten en 24 uren vastgezeten te hebben, zonder vreemde hulp vlot geworden en lek te Soerabaija aangekomen; de kapitein dacht dat de lading onbeschadigd zou zijn, doch moest lossen, om het schip te kunnen nazien.


21 mei 1852


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Groningen, 20 mei. Dinsdag arriveerde alhier het kofschip ANKE BERG, groot ongeveer 90 last, zullende gevoerd worden door kapt. E.F. Wierenga, van Sappemeer, gebouwd bij Jelle Berg.


22 mei 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Naar Batavia zal in de loop der maand juni vertrekken het nieuw gebouwd barkschip ABEL TASMAN, kapt. J. Hensing, zijnde uitmuntend ingericht voor passagiers en goederen. Adres ten kantore van M. Varkevisser.


  JC - Javasche Courant

De 18e dezer is te Batavia aangekomen het Amerikaanse stoomschip RAJAH WALIE, kapt. W.W. Smith, de 24e januari j.l. vertrokken van Boston, Mass. (opm: komt onder Nederlandse vlag)


24 mei 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Uit de hand te koop een sterke paviljoens-poon, groot 36 ton volgens meetbrief; beste inventaris en strijkende mast. Dagelijks te bezichtigen tot de 1e juni a.s. bij schipper Philippus Blom, aan boord, liggend buiten de Vuilpoort te Dordrecht.


25 mei 1852


  AH - Algemeen Handelsblad

Verkoping van schepen, gehouden te Amsterdam op 24 mei 1852:
- het kofschip PAULINA, kapt. J.J. Bakker: NLG. 3.500, in slag NLG 950, opgehouden,
- het kofschip VEREENIGING, kapt. M. Ouwehand: NLG 3.200, in slag NLG 200, koper G.R. Boelen (opm: makelaar).


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Groningen, 24 mei. Zaterdag arriveerde alhier het kofschip ANNA DEULING, groot 50 ton, kapt. H.H. van der Beek, van Veendam, gebouwd bij H.D. Holthuis te Wildervank.


  JC - Javasche Courant

Advertentie. Op zaterdag de 3e juli 1852, des voormiddags ten 10 ure, zal door tussenkomst van het vendu-deparetement te Batavia en ten verzoeke van de Factorij der Nederlandsche Handel-Maatschappij aldaar, ten deze handelende zo voor zich als in hoedanigheid van gemachtigde van de te Batavia gevestigde huizen van negotie Adam & Co., Büsing, Schröder & Co., Pitcairn, Syme & Co. en Burt, Myrtle & Co., domicilie hebbende gekozen ten kantore van Mr. Fokko Alting Mees, advocaat en procureur, wonende te Batavia, dewelke in deze als zodang voor de executante occupeert ten laste van de arabier Sech Achmat bin Salim Banama, koopman, wonende alhier, aan de meestbiedende worden verkocht een barkschip, genaamd FATOOL HAIR, groot 159 lasten, met al deszelfs opgoed en toebehoren, zo en in dier voege als hetzelve in beslag is genomen en thans is liggende alhier op de rede (opm: Batavia), in eigendom toebehorende aan genoemde Sech Achmat bin Salim Banama, en gevoerd wordende door Sech Oemar, uit kracht van de grosse ener notariële obligatie, op de 22e maart 1852 sub no.99 voor de notaris J.C. Meijer en getuigen te Batavia gepasseerd, groot NLG 15.000 recepis. Gemeld barkschip en toebehoren wordt door de executante ingezet op een som van NLG. 10.000.
F. Alting Mees.
(opm: de naam van het schip wordt ook geschreven als FATHOOL HAIR)


26 mei 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 25 mei. Bij het Departement van Buitenlandse Zaken zijn, door tussenkomst van het Britse gezantschap bij het Nederlandse hof, ontvangen, teneinde aan de belanghebbenden te worden uitgereikt, twee gouden medailles en twee kijkers, welke door de Britse regering zijn toegekend aan Roelf Remmerts Tunteler, kapitein van het schip GEERTRUIDA, en aan Sjoert Pieters Gruppelaar, kapitein en eigenaar van het schoener-kofschip HILLICHIENA, ter zake van hun menslievend gedrag bij gelegenheid van het in zee verbranden van het Engelse stoomschip AMAZON.


  JC - Javasche Courant

De ter rede van Soerabaija liggende schoener FATHOOL MOEBIEN is thans hernaamd in DE ARK. (opm: omstreeks 20 juli lag de schoener DE ARK niet meer ter rede van Soerabaija. Het vertrek is niet gevonden)


27 mei 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Skibbereen (opm: Zuidwest-Ierland), 20 mei. De 17e dezer is bij Castletownsend onder meer andere wrakstukken aan strand gedreven een gedeelte van een spiegel van een schip, gemerkt LOUISA CHRISTINA. (opm: mogelijk buitenlander; de Nederlandse bark van die naam onder kapt. L.C. Peters bleef in de vaart)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Norden, 22 mei. Het schip JOGCHEMINA, kapt. J.P. Stuitje, van Rotterdam naar Hamburg, is de 20e dezer zwaar lek te Neuharlingersiel binnengebracht. Het moet lossen.


  DC - Dordtsche Courant

Advertentie. Te Dordrecht ligt in lading naar Batavia, voor goederen en passagiers, om op 30 mei e.k. te vertrekken, het snelzeilend nieuw gekoperd en kopervast barkschip MACHTILDA CORNELIA, kapt. N.J. Nannen. Adres bij de Cargadoor J.B. ’t Hooft, te Dordrecht.


  DC - Dordtsche Courant

Advertentie. Heden is van de pers gekomen: Bijdragen tot een levensschets van Jan Schouten, Scheepsbouwmeester en Houthandelaar te Dordrecht, Lid van de Stedelijke Raad, Ridder van de orde van de Nederlandse Leeuw, Lid der Provinciale Staten van Zuid-Holland, Dichter, Kunstverzamelaar, Gedeputeerde Groot-Meester Nationaal van de Symbolieke Graden van de Orde van Vrijmetselaren in het Koninkrijk der Nederlanden, onderhorige Koloniën en Landen, enz. enz. Prijs 40 cents. Te bekomen bij de boekhandelaren Blussé en Van Braam, H.R. van Elk en H. Lagerwey te Dordrecht, bij de uitgever P.J. Persijn te Hoorn en verder alom.


28 mei 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 27 mei. Volgens bericht van kapt. Ruhaak, voerende het barkschip NOORD, te Brouwershaven binnen, had het schip MOZAMBIQUE, kapt. Bouman, van Batavia naar Rotterdam, de 29e maart te St. Helena binnengelopen, schade aan het roer bekomen, doch zou binnen acht dagen gereed zijn de reis voort te zetten.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Waterford, 22 mei. Het Belgisch barkschip PROGRÈS (opm: bouwjaar 1847), kapt. A. van der Heyde, van Oostende naar Liverpool, is in de morgen van 20 dezer op de Smalls aan de grond geraakt, en ongeveer 16 mijlen ten Z.O. van Tuskar Light (opm: positie 52º2’ N.B. 5º54’ W.L.) vol water en over zijde liggende van het volk verlaten, hetwelk door de schoener R.E. WARD, kapt. Baillie, van Liverpool naar Dordrecht bestemd, gered en aan boord van een alhier te huis behorende smak overgegeven is.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Groningen, 27 mei. Dinsdag zijn in de haven alhier twee nieuwgebouwde zeebodems gearriveerd, zijnde de schoener-galjoot TRITON, groot 80 last, kapt. R.H. Nagel, van Veendam, gebouwd bij H.T. Holthuis te Wildervank, en de galjoot de TWEELINGEN, groot 55 ton, kapt. W.J. Poorta, van Wildervank, gebouwd bij T. Pik en Zoon te Veendam.


  LC - Leeuwarder Courant

Lemmer, 19 mei. Heden is van de werf de Herstelling, van de scheepsbouwmeester C.P. Bakker alhier, met goed gevolg te water gelaten het schooner schip BERTHA VICTORIA, groot 140 tonnen, gebouwd voor rekening ener rederij onder directie van de heren J.S. Tromp en Zoon te Woudsend.


29 mei 1852


  DC - Dordtsche Courant

Advertentie. Te Dordrecht ligt in lading naar Valparaiso, om spoedig te vertrekken, het Nederlands gekoperd en kopervast barkschip FLORA, gevoerd door kapt. …… Adres bij Sandberg & Co., scheepsmakelaars. (opm: kapt. M.F. Tijdeman was overleden, kapt. A. Kooymans volgde hem op).


01 juni 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 31 mei. Volgens brief van de Zoltkamp, van de 29e dezer, heeft de stoomboot DE HUNZE, op sleeptouw hebbende de schepen ENGELINA (opm: kof), kapt. J.W. Ketelaar, en HINDERKINA, kapt. R.H. Waterborg, beiden van Groningen naar Londen, eerstgemeld schip in het Friesche Gat bij het rif moeten laten slippen, waardoor het, volgens rapport van loodsen, in gevaarlijke toestand verkeerde. (opm: zie PGC 040652)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Liverpool, 29 mei. Het schip (opm: kof) VROUW GRIETJE, kapt. H.H. Pot, van deze plaats naar Nerva bestemd, is de 20e mei op 50º N.B. en 7º W.L. in een zinkende staat verlaten. De equipage is gered. (opm: zie NRC 050652)


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Uit Narva meldt men van de 19e mei, dat dit jaar de scheepvaart aldaar was geopend door het arriveren van het Hannovers schip AGHETA JULIANA, kapt. De Haan. Nog was aldaar den 20 dito aangekomen het Nederlands schip ARENDINA HARMINA, kapt. Hazewinkel, komende van Stavanger, met haring.


02 juni 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Elseneur, 27 mei. De te Wildervank te huis behorende kof GESINA, kapt. Smits, van Amsterdam naar Elbing (opm: Elblag) bestemd, is hier gisteren met schade aan de grote mast en takelage binnengelopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Openbare vrijwillige verkoping. De notarissen Dalen & Lambert, residerende te Rotterdam, als last hebbende van derzelver principalen, zijn van mening, om op dinsdag de 15e juni 1852 des middags ten 12 ure precies in het lokaal der notarissen aan de Geldersche Kade te Rotterdam publiek te veilen en te verkopen een hecht, sterk en extra wel bezeild galjas everschip, genaamd GEZINA, in den jare 1845 in Hanover nieuw gebouwd, thans liggende in de Haringvliet zuidzijde, nabij de Oude Hoofdpoort, te Rotterdam, zijnde lang 18 ellen 48 duimen (opm: = 18,48 meter) , wijd 5 ellen 74 duimen en hol 1 el 82 duimen, en alzo groot ongeveer 40 lasten, met al deszelfs rondhout, staand en lopend wand, zeilen, ankers, kabels en verdere complete inventaris. Zijnde nadere informatie te bekomen ten kantore van voornoemde notarissen, aan de Zuidblaak, te Rotterdam.


  JC - Javasche Courant

De 23e mei is van Soerabaija vertrokken de Nederlandse bark SAFOERA, thans hernaamd FATAHOOL MOEBARAK, kapt. Mohamat Arip bin Mohamat Tahar, met bestemming naar Bandjermasin via Sumanap.


03 juni 1852


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Ch. Ament en H.F. Brugman, Makelaars, zullen op maandag de 14de juni 1852, des avonds ten 6 ure te Amsterdam, in de Nieuwe Stads Herberg aan het IJ, ten overstaan van de Notaris J.G. Pouw presenteren te verkopen:
1. Een extra ordinair Welbezeild kofschip,genaamd de VROUW CATRIENE, gevaren hebbende in de beurt van Amsterdam op Harlingen, zijnde zeer geschikt om als lichterschip gebruikt te worden, gevoerd geweest door B.W. van der Meer; volgens meetbrief lang 18 ellen 80 duimen; wijd 4 ellen 38 duimen; hol 2 ellen 6 duimen, en alzo gemeten op 113 tonnen. – Breder volgens biljet met inventaris.
2. Een hechte, sterke en welbetimmerde koorsnschuit, genaamd BARTELS, groot volgens meetbrief 19 tonnen.
Nader onderricht bij bovengenoemde Makelaars.


  AH - Algemeen Handelsblad

Heden is op de werf IJhoek, van de Heren Abbema en Van Cleef, de kiel gelegd van een barkschip, groot 200 gemeten lasten, voor een rederij onder directie van de Heer Justus van Maurik, hetwelk gevoerd zal worden door kapt. J. van Zijp, en welk schip bestemd is voor de grote vaart en de naam heeft gekregen van DERKINA TITIA.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlie, 3 juni. Vertrokken. JACOBUS ANTHONIE, kapt. H.H.T. Mellema, naar Archangel.
(opm: eerste reis van de galjoot JACOBUS ANTHONIE ex-NICOLAAS WITSEN, onder kapt. Hayke Haykes Teunis Mellema.


04 juni 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 3 juni. Het Nederlandse schip KONING WILLEM II (opm: bark, bouwjaar 1842), kapt. H.B. Eeftingh, van Amsterdam naar Batavia, is de 9e april j.l. op 02º NB 21º WL op zee verbrand. De equipage is door kapt. Wriborg, voerend het schip MATHILDE, van Banjoewangi (opm: Banyuwangi) in Texel binnen, gered en aldaar aangebracht. (opm: zie ook NRC 130752)


  AH - Algemeen Handelsblad

Amsterdam, donderdag 3 juni. Op 29 mei heeft het schip (opm: Belgische ex-Zuid-Nederlandse schoener) CLÉMENCE, kapt. O.A. Ninteman, te Liverpool aangebracht de equipage van het Hollandse schip (opm: kof) VROUW GRIETJE, kapt. Pot, bestaande uit 10 personen, welk vaartuig op deszelfs reis van Liverpool naar Nerva is verongelukt. (opm: zie NRC 010652)


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Groningen, 3 juni. Het is ons gebleken, dat, naar aanleiding van een deswege gedaan onderzoek, de schepen ENGELINA, kapt. Ketelaar, en HENDERIKA (opm: HINDERKINA), kapt. Waterborg, zonder enig gevaar in zee zijn gekomen, en dat mitsdien onze correspondent (uit Zoutkamp) niet juist onderricht scheen (opm: zie NRC 010652).


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Groningen, 3 juni. Dinsdag arriveerde alhier de schoenergaljoot MEVROUW WINCKEL, groot 107 ton, kapt. J.J. van der Veen, van Sappemeer, gebouwd bij R.F. Berg aldaar, en heden de galjoot GEZINA REINA, groot 115 ton, kapt. R.R. Sap Jr., van Veendam, gebouwd bij J. Bieze aldaar.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Zeetijdingen. Het schip JOHANNA GESINA, kapt. Lukens, van Riga, op den Kwaden Hoek aan den grond vastgeraakt, is in den nacht van den 31 mei, na drie lichters gelost te hebben, door de stoomboot KINDERDIJK weder af- en op het Kanaal gebracht.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Advertentie. Zwolsche Stoomboot-Maatschappij. De twee in dienst gestelde stoomboten, de STAD ZWOLLE en de STAD AMSTERDAM, varen gedurende dit dienstjaar dagelijks, uitgezonderd des woensdags, van Zwolle 's morgens te zeven uur; van Amsterdam 's morgens te elf uur, in directe verbinding met de Hollandsche- en Rijn-spoortreinen (opm: twee spoorweg-maatschappijen), met Alkmaar, het Nieuwe Diep, met Meppel, Assen, Groningen en Veendam.


05 juni 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Littlehampton, 1 juni. De te Amsterdam te huis behorende kof VROUW GRIETJE, kapt. H.H. Pot, van Liverpool met zout naar Nerva bestemd, welke op de 20e mei in zinkende staat door het volk verlaten werd – zie ons nommer van 1 dezer, art. Liverpool – is ongeveer 50 mijlen ten Noordwesten van de Scilly-eilanden door kapt. Griffen, voerende het schip ANN, drijvende gevonden en heden morgen alhier in de haven gebracht. (opm: zie ook AH 040652, NRC 070652 en GRC 220253); de zeebrief werd door de consul in Londen geretourneerd met de bemerking ‘schip verongelukt’, waarna op 6 augustus royement volgde; het schip moet zijn afgekeurd)


  DC - Dordtsche Courant

Dordrecht, 2 juni. Het getal der van Dordrecht varende raschepen bedraagt 28; allen delende in de bevrachtingen der Nederlandsche Handelmaatschappij en metende tezamen 10.244 lasten, terwijl van verschillende charters in de vaart op Europese en andere havens één schip is afgekeurd en daarentegen één alhier nieuw gebouwd schoenerschip benevens twee van elders gekomen kofschepen, door rederijen alhier zijn aangekocht, waardoor het getal van dat soort van charters is geklommen tot 25 schepen metende 1.977 lasten.
Het aantal en de tonnen inhoud der schepen, die niet tot de dienst der openbare middelen van vervoer behoren, was 59 vaartuigen tezamen metende 2.668 tonnen.
Er bestaat hier een stoomsleepdienst, welke in 1848 werd daargesteld, en reeds twee stoomboten, de ene van circa 300, de andere van circa 200 paardenkrachten in dienst heeft. Zij is bestemd tot het opslepen van schepen naar al de Rijnhavens, Mannheim ingesloten.
In het afgelopen jaar werden ingeklaard 285 schepen, metende 27.301 lasten. 267 schepen, waarvan 127 in ballast en 140 geheel of gedeeltelijk beladen, vertrokken naar zee.
De schroefstoomboot op Londen heeft, in 1851, 45 reizen naar deze stad en 43 van hier naar Londen gedaan. Deze onderneming heeft een zware concurrentie met de vele tussen Londen en Rotterdam varende stoomboten vol te houden; het schijnt echter dat zij, vooral bij de veehandelaren, goed staat aangeschreven, en een ruim aandeel heeft in de uitvoeren van levend vee, waarin de uitgaande ladingen voornamelijk bestonden. Van Londen vermeerderde ook de aanvoer van goederen, gedeeltelijk tot doorvoer naar de Rijn bestemd; zodat gemelde onderneming geacht kan worden een gunstige invloed op de scheepvaart en de handelsbetrekkingen dezer gemeente uit te oefenen.
De werven en scheepsbouw verkeerden in dezelfde toestand als het vorige jaar. Drie schepen, een tweemastschoener, een driemastschoener en een barkschip, werden in 1851 te water gelaten; en twee daarvan voor rekening van alhier gevestigde rederijen uitgerust.


  JC - Javasche Courant

De 17e februari j.l. zijn te Boero, en de 20e daaropvolgende te Amboina aangekomen de gezagvoerder van het Engelse schip EMPEROR OF CHINA, benevens een passagier en 20 man der equipage. Dit schip, bestemd naar China, verliet de 11e oktober des vorigen jaars de stad Londen, en was de 10e februari j.l. op de hoogte van het eiland Pinanko, van daar koers stellende om het rif van het eiland Velthoen te vermijden. In de nacht van de 11e februari stiet het schip op een rif, blijkende te zijn het Kokos-rif, en liggende op 124º20’OL en 06º45’ZB. Alle inspanning werd tevergeefs aangewend om het vaartuig weder vlot te krijgen. In korte tijd liep het geheel vol water, zodat men besloot zicht in de boten te redden. De 15e februari werden de schipbreukelingen opgenomen door het Amerikaanse schip FAR WEST, gezagvoerder Breand, bestemd naar Hongkong, doch de 17e daaraanvolgende te Boero weder aan wal gezet op grond dat niet genoeg provisiën aan boord waren. Nadat de schipbreukelingen te Amboina zijn verpleegd, werden zij van daar de 7e april per het schip JADUL KARIEM, gezagvoerder Scheel, naar Soerabaija gezonden. Gedurende hun verblijf te Amboina is één man der equipage overleden.


06 juni 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Deal, 2 juni. Het Nederlandse schip ADMIRAAL VAN KINSBERGEN, kapt. Glazener, van Rotterdam naar Batavia, is op de hoogte van Zuid-Voorland (opm: South Foreland) met een onbekende schoener in aanzeiling geweest en dientengevolge met lichte averij onder Duins (opm: The Downs) binnengelopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Openbare verkoping op rechterlijke autorisatie. Donderdag de 24e juni 1852 en volgende dagen, telkens des voormiddags ten 10 ure te beginnen, zal in het openbaar worden geveild binnen de stad Vlissingen, aan de Nieuwendijk, bij het Tuighuis der Artillerie: Het gezonken geweest zijnde Spaanse brikschip NUEVO CID, gevoerd geweest door kapt. J.B. de Arrigunaga, liggende in de haven aldaar, met deszelfs inventaris, bestaande in: rondhouten, masten, touwwerk, zeilen, ijzerwerk, blokken, ankers, kettingen, watervaten, een boot en een sloep, en de volgende materialen, als: 8 zware dennen masten, een partij dito dito gebroken, 9 grenen riga balken, 5 zware kabels van 10 tot 14 duim, diverse trossen van 5 tot 7 duim, 4 blokken, 3 kaapstanders, een zware ketting lang 168 Nederlandse ellen dik 0,040 kompleet, diverse kettingen van onderscheidene afmetingen, een partij ribhout en panlatten, en hetgeen meer zal worden geveild. Zijnde de goederen der lading twee dagen vóór de verkoping te zien in de pakhuizen in de Nieuwstraat, wijk H, nr. 265, en in de Kalkhokstraat, wijk K, no. 136; en schip met inventaris, op de kaai, waaraan hetzelve schip ligt gemeerd. Inlichtingen te bekomen bij de scheepsmakelaars De Groot en Hector, te Vlissingen. Brieven worden verzocht franco te zenden.


07 juni 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 6 juni. De gezagvoerder van het Engelse schip MARLBOROUGH, van Calcutta in het Kanaal gearriveerd, rapporteert dat de 15e april j.l, toen hij St. Helena verliet, aldaar ter rede kwamen, het Engelse schip HEROINE, komende van Mauritius, en het Nederlandse schip LUCIA MARIA, komende van Batavia, welke schepen onklaar van elkander geraakten, en enige ogenblikken elkander op zijde bleven, alvorens vrij te komen. De schade, welke de schepen bekomen hadden, was bij zijn vertrek nog niet te bepalen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Littlehampton, 3 juni. De heer Van den Bergh, Hollandse consul te Portsmouth, heeft heden in naam der rederij, het kofschip VROUW GRIETJE, hetwelk hier in een zinkende staat is binnengesleept – zie ons nummer van 5 dezer – opgeëist.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Openbare vrijwillige verkoping. De notarissen Beijerman & Cazaux, residerende te Rotterdam, zijn voornemens op dinsdag de 15e juni 1852, des middags ten 12 ure, in het Huis der Notarissen aan de Geldersche kade te Rotterdam in het openbaar, in één zitting, bij opbod en afslag te verkopen:
- Een hecht en sterk gebouwd overdekt aakschip, genaamd DE JONGE PETRUS, blijkens meetbrief geijkt op 47 tonnen, met staand en lopend want, zeilen, ankers en verdere inventaris.
- Een hecht en sterk gebouwd overdekt kraakschip, genaamd DE VROUWE ANTONIA, blijkens meetbrief geijkt op 39 tonnen, insgelijks met staand en lopend want, zeilen, ankers en verdere inventaris.
Beide vaartuigen liggen aan de noordzijde van de Haringvliet nabij het Zeekantoor te Rotterdam, en kunnen aldaar door gegadigden worden bezichtigd, terwijl intussen nadere informaties te bekomen zijn, ten kantore van genoemde notarissen, aan het West-Nieuwland alhier.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. J.C. Koeroo, H.J. Jansen en Johs. Voetelink, Deurwaarders te Zwolle, zullen op dinsdag de 15de juni 1852, des middags ten 12 ure, ten huize van de Heer J.B. Scheuer, in het Logement “De Zeven Provinciën”, buiten de Kamperpoort, te Zwolle, in het openbaar en aan de meestbiedenden verkopen:
Het Hol van het hier te lande van eikenhout gebouwd Nederlands galjootschip WEST INDIË, lang 29 el 80 duim, wijd 6 el 12 duim, hol 3 el 45 duim, en alzo gemeten op 289 ton of 152 last; gevaren hebbende op de Kolonie Suriname, thans liggende aan de Werf van de heer W.R. van Goor te Zwolle,en zulks met al het zich daarin of daaraan bevindende zink, koper, ijzer, lood,enz. bevattende dit scheepshol tot sloping een aanzienlijke partij gaaf en zwaar eikenhout aan balken, planken, krommers, enz.; zijnde het tevens nog in die staat, dat hetzelve tot woning of tot berging van goederen alleszins geschikt is. Leverbaar 1 juli 1852; te bevragen bij de kapt. T.D. Lieuwen, aan boord van genoemd scheepshol, en dagelijks van af de 5de juni e.k. te bezichtigen. Zegt het voort. (opm: of het hol op de veiling een koper vond is niet bekend; in juni 1853 werd de zeebrief geroyeerd onder vermelding ‘schip gesloopt’)


08 juni 1852


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Openbare Verkoping op rechterlijke authorisatie. Donderdag de 24ste juni 1852 en volgende dagen, telkens des voormiddags ten 10 ure te beginnen, zal in het openbaar worden geveild binnen de stad Vlissingen, in het Koffijhuis “Den Prinsentuin”:
Een belangrijke partij door zeewater beschadigde goederen, voortkomende uit het gezonken geweest zijnde Spaanse brikschip NUEVO CID, gevoerd geweest door kapt. J.B. de Arrigunaga, bestaande in ongeveer:
90.000 ellen grauw, blauw, gestreept en fijn wit linnen, 12.000 ellen jaconats, 111 stukken zwart en gekleurd satijn en zijde, 216 stuks verlakte kalfsvellen, 8.000 suikerhouwers, ten dienste der bewerking van het suikerriet in de Koloniën, 9.000 Nederlandse ponden zink in bladen en zinkspijkers, 20.000 Nederlandse ponden ijzeren spijkers, 3.500 flessen Eau de cologne, 2 zware ijzeren vuurmonden voor ovens of stoomfabrieken, een partij kristal, glaswerk, koperen vijzels met stampers, koperen en ijzeren sloten, ijzeren bankschroeven, scharen, messen, vorken, ijzerboren, ijzeren snij-ijzers, koperwerk, snuifdozen, pistolen, sabels, jachtgeweren, gekleurd en matglas, een partij ledige kisten en hetgeen meer, tot de lading behorende, zal worden gepresenteerd,


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Groningen, 7 juni. Den 5 dezer vertrok uit deze haven het schoenerschip EDZARD, kapt. J.F. Huisman, met ballast naar Newcastle, van daar met eene lading steenkolen naar Alexandrie en dan met bonen of zaad terug naar de Noordzee.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Groningen, 7 juni. Hedenmorgen arriveerden alhier de schoenerkof FENNEGIENA, groot 70 last, kapt. L.H. Puister, van Veendam, gebouwd bij W. Bodewes, te Martenshoek, en de schoener-galjoot EMMA MARIA, groot 76 ton, kapt. G.O. Sap, van Wildervank, gebouwd bij H. Boerema te Kiel.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Groningen, 7 juni. Uit Termunterzijl, den 3den juni, bericht men ons:
Op Pinkster-maandagmorgen te 8 uur deed de Leer-Delfzijlster stoomboot KRONPRINZESSIN MARIE op haar pleiziertocht van Delfzijl naar Emden en Leer de haven Termunterzijl aan, om passagiers voor die tocht op te nemen. Groot was het getal, die van deze gelegenheid gebruik maakten, juist niet, maar zeer groot het aantal toeschouwers, uit de omstreken te zamengevloeid, om getuige te zijn van deze eerste keer, dat een stoomboot de haven bezocht, bijzonder des avonds, toen de Emder stoomboot KRONPRINZ VAN HANNOVER de passagiers weder te Termunterzijl aanbracht. De dijken en de kaaijen aan weerszijde der haven waren allerwege met toeschouwers bezet.


09 juni 1852


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. G.J. Roland Holst, H. Salm, H.J. Rietveld, C.A. Schröder, B.D. Bosscher en C.S. Oolgaardt, Makelaars, zullen op maandag de 28ste juni 1852,des avonds ten 6 ure, te Amsterdam, in de Nieuwe Stads-Herberg, aan het IJ, ten overstaan van de notaris Mr. P. Lijndrajer Jr., verkopen:
- 2/32 parten in het gekoperd fregatschip MARIA, kapt. H.D. van Wijk.
- 2/40 parten in het gekoperd barkschip POLLUX, kapt. J. Kooy.
- 1/100 part in het gekoperd fregatschip PRINS FREDERIK DER NEDERLANDEN, kapt.P. Huidekoper.
- 1/20 part in het gekoperd fregatschip ELIZE, kapt.J.F. Deetering.
Breder volgens biljetten en bericht bij bovengemelde Makelaars.


10 juni 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 9 juni. Het Admiraliteitshof te Londen heeft 4 juni uitspraak gedaan in de zaak wegens de aanzeiling van het barkschip JACOBUS, kapt. A. van der Kolff, van Rotterdam naar Batavia, met de Engelse schoener HOPE, kapt. Harris, van Antwerpen naar Belfast – zie ons nommer van 21 en 23 februari j.l. – en de eigenaars van de JACOBUS veroordeeld in de schade, veroorzaakt door het verongelukken van laatstgenoemd schip.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 9 juni. Het schip ARIANE, kapt. Bekkering (opm: kof, bouwjaar 1839; kapt. Hinderikus Beckering), van Amsterdam naar Ancona, lek te Cowes binnengelopen (opm: zie NRC 300452), is aldaar afgekeurd geworden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Elseneur, 4 juni. De hier met schade binnengelopen kof GESINA, kapt. Smits, van Amsterdam naar Elbing (opm: Elblag) bestemd – zie ons nommer van de 3e dezer – heeft heden, na geëindigde reparatie de reis vervolgd.


11 juni 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 9 juni. Heden is in tegenwoordigheid van de minister van marine het oorlogsstoomschip SOEMBING aan ’s Rijks werf alhier gebouwd, met het meest gewenste gevolg te water gelaten.


12 juni 1852


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Jan Corver en J.J. van der Meulen, makelaars, zullen op maandag 28 juni 1852,des avonds na 6 ure, te Amsterdam, in de Nieuwe Stads Herberg, aan het IJ, ten overstaan van daartoe bevoegde beambten, verkopen:
- 2/40 part in het gekoperd Nederlands barkschip GRAAF VAN NASSAU, kapt. E. Sanders, gemeten op 350 lasten.
- 2/80 part in het gekoperd Nederlands fregatschip DOCTRINA ET AMICITIA, kapt. T.C.H. Wynandts, gemeten op 368 lasten.
- 1/16 part in het gekoperd Nederlands barkschip de AMSTEL, kapt. H.H. Rademaker, gemeten op 385 lasten.


  DC - Dordtsche Courant

Her barkschip DOROTHEA HENRIETTE, kapt. D. Smit, van Samarang naar Rotterdam, in de Simonsbaai (Kaap de Goede Hoop) binnen, heeft, na van de geleden schade hersteld te zijn, op 29 april ll. de reis voortgezet. Van de lading waren 500 zakken koffie, meer of min door zeewater beschadigd, verkocht. De bark MARY EN HILLEGONDA, kapt. L. Visser, van Batavia naar Rotterdam, mede in de Simonsbaai binnen, zou tegen 1 mei de reis voortzetten. Van de lading waren omtrent 250 kanassers suiker, 100 zakken koffie en een grote hoeveelheid bindrotting, alles min of meer beschadigd, verkocht.


13 juni 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. De makelaars H. & F.N. & W.H. Montauban van Swijndregt en F. & W. van Dam, te Rotterdam, als lasthebbende van hun meesters, zijn van mening, te veilen op woensdag de 23e juni 1852, des middags ten 12 ure, in de zaal op de hoek der Scheepmakershaven en Bierstraat, wijk I, no. 499 het Nederlands gebouwd, gekoperd en kopervaste brikschip, genaamd WILLEM, laatst gevoerd door kapt. C. Vermey, volgens meetbrief lang 26,50 el, wijd 5,17 el, hol 3,85 el en alzo groot 234 tonnen of 124 lasten, met al deszelfs rondhout, staande en lopend wand, geschut, ankers, kettingen, touwen, zeilen en verdere inventaris, zoals hetzelve is liggende aan de scheepstimmerwerf Rotterdamsch Welvaren, aan de Hooge Zeedijk, alhier.
NB. Dit schip deelt in de bevrachtingen van de Nederlandsche Handel-Maatschappij.
(opm: de brik, bouwjaar 1826, kwam in handen van J. Serruys, Oostende en ging als LÉON weer in de vaart; in 1854 verkocht aan L. Denduyts, Oostende, verlengd en vertuigd tot bark; nieuwe naam VICTORINE)
En voorts het Nederlands kofschip, genaamd ZORGVLIET, gevoerd door kapt. P.H. Fekkes, volgens meetbrief lang 22 el, wijd 4,02 el, hol 2,06 el en alzo groot 81 tonnen of 43 lasten, met al deszelfs rondhout, staande en lopend want, ankers, kettingen, touwen en verdere inventaris, zo als hetzelve is liggende aan het einde der Nieuwehaven, aan de noordzijde.
(opm: de ZORGVLIET, bouwjaar 1832, werd na de veiling voor NLG 1.700 onderhands verkocht aan kapitein W.A. Wierikx te Zierikzee; nieuwe naam VROUW PAULINA)


14 juni 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De 10e dezer is van de scheepstimmerwerf De Nijverheid te Schiedam door de scheepsbouwmeesters C. Gips & Zonen met goed gevolg te water gelaten het nieuw gebouwde barkschip JACOBUS MARTINUS, groot volgens meetbrief 196 last of 372 ton, en bestemd voor de vaart op Oost-Indië, gevoerd zullende worden door kapt. J. Gagestein onder directie van de heer M. Kerdel.


15 juni 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 23 april. Scheepsvrachten. Wij hebben wederom deze maand geen bevrachtingen van Nederlandse schepen te melden, behalve de CORNELIA EN HENRIETTA, welke voor de reis naar Japan is aangenomen. De DRIE VRIENDEN laadt thans voor eigen rekening, zodat nog zonder bestemming zijn de WILLEM BARENDS, ALDEBARAN en PRINS FREDERIK DER NEDERLANDEN, terwijl binnenkort nog enige schepen van tussenreizen hier verwacht worden. Ter bevrachting worden nog aangeboden het Engelse schip BRITON, en het Bremer schip JOHANNA CEASAR.
Uit later van Soerabaija ontvangen tijdingen is gebleken dat het schip CATHARINA, in ons vorig bericht gemeld, bij het eiland Sapoedi niet is gebleven, maar heeft gestoten en later vlot geraakt en te Soerabaija is aangekomen om te repareren.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Cargalijst Rotterdam. COLONEL MAULE, P Dorward van New York met 160 stukken Mahoniehout, 84 balen katoen, 3 kisten koopmansgoederen, een partij rogge, katoen, Order; 1.261 zakken rogge, Order buiten de stad.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Rotterdam, 10 juni. Hedenmorgen, omstreeks 9 uur, heeft bij het inladen van waterleggers in het fregatschip NOVA ZEMBLA een verschrikkelijk ongeluk plaats gegrepen, zijnde een der vaten, na tot een voldoende hoogte opgehesen te zijn, door het breken van de strop in het ruim gestort en op het hoofd van de kapitein L. Heykoop (opm: Lambertus Heykoop) nedergekomen, die daar toevallig aanwezig was en plotseling door deze ramp de dood vond. Dit treffend ongeluk is nog te meer betreurenswaardig, dewijl gemelde kapitein algemeen bemind en geacht was.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Groningen, 14 juni. Zaterdag arriveerde alhier de galjoot HERMINA NEPPERUS, groot 115 ton, kapt. S. Brouwer, van Veendam, gebouwd bij H. Bieze aldaar.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Oude Pekela, 10 juni. Volgens een heden alhier ontvangen schrijven uit Bornholm, was door visserlieden den 3 mei j.l. in zee drijvende gevonden en aldaar aangebracht een scheepsklerenkist, waarop stond H. Suilman. Bij het openen daarvan was het uit de papieren, die onder meer andere goederen in de kist aanwezig waren, gebleken, van de Oude Pekela herkomstig te zijn, en daar men weet, dat genoemde persoon als stuurman geplaatst was op de van hier varende kof MERCATOR, kapt. J.H. Polter, zo is men over het lot van die bodem en equipage hoogst beducht, als zijnde sedert geruimen tijd van Koningsbergen naar Nederland vertrokken.


16 juni 1852


  AH - Algemeen Handelsblad

Verkoping van schepen op maandag 14 juni, in de Nieuwe Stads Herberg aan het IJ
- Het kofschip de VROUW CATRIENE, kapt. B.W. van der Meer, gevaren hebbende in de beurt van Amsterdam op Harlingen: NLG 2.025, in slag NLG 100, koper C. Ament.
- De koornschuit BARTELS: NLG 110, in slag NLG 10, koper C. Ament.


  JC - Javasche Courant

Advertentie. Verkoop van een afgekeurd schip. Op dinsdag de 29e dezer zullen op publieke veiling worden verkocht, voor rekening van belanghebbenden, in de pakhuizen van Adam & Co. op Kalimaas, de romp en inventaris van het Bremer schip HERMANN VON BECKERATH, kapt. Kahle. Het schip zal eerst voor afbraak worden verkocht zo als hetzelve thans op de rede van Soerabaija ligt, met deszelfs ondermasten, pompen, anker en ketting, en vervolgens de inventaris met de boten, enz., in partijen zo als die gerangschikt zijn in gemelde pakhuizen.
Soerabaija, de 7e juni 1852, Adam & Co., agenten.
(opm: in 1841 gebouwd als VELOCE bij de Carlsholmen Werft, Jacobstad - Finland, 1847 verkocht aan G. Lönings Solm, Bremen, en verdoopt HERMANN VON BECKERATH, 240 commerciele lasten)


17 juni 1852


  DC - Dordtsche Courant

Dordrecht, 16 juni. Uit de overlandmail aangebrachte Javaanse couranten, van 31 maart tot 24 april, ontlenen wij het navolgende: Zr.Ms. stoomschip BORNEO, op 26 maart te rede van Batavia aangekomen, heeft van Sumanap het bericht medegebracht, dat het Nederlandse koopvaardijschip CATHARINA, hetwelk, te Karang-Kembang, tussen de eilanden Sapoedie en Poetra was aan de grond geraakt, met hoog water was vlot gekomen, en dat ter assistentie gezonden prauwen hetzelve onder zeil hadden gezien, koers stellende om de zuid. Volgens later bericht is het, op 22 maart, te Soerabaija binnengelopen, ten einde de geleden schade te herstellen.
De BORNEO heeft ook de eilanden Kangean en Bawean aangedaan en een onderzoek ingesteld naar het aanwezen van zeerovers in die streken, doch geen verdachte vaartuigen aangetroffen; terwijl, volgens bekomen mededelingen, zich in de laatste tijden aldaar geen roversprauwen vertoond hebben.


  DC - Dordtsche Courant

Dordrecht, 16 juni. Zr.Ms. stoomschepen PHOENIX en SURINAME hebben een kruistocht, ter opsporing van zeerovers, bewerkstelligd op de Zuid- en Westkust van Borneo. Het deswege ontvangen rapport van het marinedepartement meldt het navolgende:
De PHOENIX ontmoette op reis twee prauwen, varende onde der Lingasche vlag. Daar dezelve, zo ten aanzien van haar bewapening als het niet in order zijn der passen en manifesten, verdacht voorkwamen, heeft de commandant van genoemd stoomschip vermeend, dezelve tot een nader onderzoek naar Java te moet opbrengen.
Vrezende met de voorraad steenkolen Batavia niet te kunnen bereiken, is de PHOENIX, met de beide prauwen op sleeptouw, naar Samarang gestevend, alwaar de opvarenden in verhoor zullen worden genomen.


  DC - Dordtsche Courant

Dordrecht, 16 juni. Maandag morgen greep op de rivier, in de nabijheid van Rotterdam, het volgende ongeluk plaats: De stoomboot STAD BONN, van daar naar boven stomende, kwam op de hoogte van Fijenoord in aanraking met een praam, ten gevolge waarvan de laatste gezonken en een vrouw omgekomen is. De stoomboot was echter, naar men verzekert, in haar vaarwater.


  DC - Dordtsche Courant

Schiedam, 15 juni. Het Russische barkschip CONCORDIA, kapt. A. Christiaansen is op 13 mei o/s. in de Witte Zee door het Nederlandse schip PICTURA overzeild en gezonken. De kapitein is met zijn equipage op 21 mei o/s. te Archangel aangekomen. (opm: de afkorting o/s is ons onbekend)


  DC - Dordtsche Courant

Mauritius, 23 april. Het Nederlandse barkschip RABENHAUPT, kapt. Prange, van Singapore naar Cowes, is hier de 20e dezer lek met schade aan het tuig binnengelopen, hebbende op 68º O.L. hevige stormen doorgestaan.
Bij het vertrek der post komt er nog een Nederlands schip de haven inwerken, hetwelk men mede veronderstelt dat lek is; verdere bijzonderheden ontbreken nog.


  DC - Dordtsche Courant

Het schip IJSSEL, kapt. Messen, heeft bij het verzeilen van Batavia naar Patjitan, op het rif Purmerend gestoten, en zal moeten kielen om de geleden schade te repareren.


  DC - Dordtsche Courant

Volgens een van Zr.Ms. consul-generaal in Griekenland ontvangen bericht, is op 6 mei j.l. in de Piraeus aangekomen het Nederlandse kofschip EGBERTINA ANNA, kapt. J.A. Schuring, komende van Windschoten met suiker en kaneel.


18 juni 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 17 juni. Bij de scheepsbouwmeester F.U. van der Werff op de werf Het Hoofd, buiten het Kleinepoortje te Groningen, is zaterdagmiddag 12 juni met het beste gevolg van stapel gelopen de schoenergaljoot GEERTJE, groot pl.m. 70 lasten, zullende gevoerd worden door kapt. P. Mooi, van Pekela.
Ook is diezelfde dag te Martenshoek bij de scheepsbouwmeester G. Bodewes met het beste gevolg van stapel gelopen de schoenergaljoot SOPHIA KLAASINA, groot ongeveer 90 roggelasten, kapt. H. Wolthekker, van Groningen.


  AH - Algemeen Handelsblad

Volgens een bericht van de Nederlandse consul-generaal te Havanna van de 29e mei heeft de Nederlandse brik MARCO BOZARIS (opm: bouwjaar 1824), kapt. P. de Boer, toebehorende aan de heren B. Kooy te Amsterdam, komende van Hartlepool met een lading steenkolen, de 11e mei j.l. schipbreuk geleden op de klippen van Colorado (opm: niet te traceren, waarschijnlijk Cubaanse noordkust). De kapitein en de bemanning, en hetgeen aan boord heeft kunnen gered worden, zijn de 20e dier maand door de goulet CASUALIDAD naar Havana overgebracht. Het wrak benevens de lading en de inventaris zijn verkocht geworden.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Groningen, 17 juni. Dinsdag arriveerde alhier de galjoot MARCHINA CATHARINA, groot 60 last, kapt. D.J. Mulder, van Veendam, gebouwd bij G.R. Bok te Gasselternijveen.


19 juni 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 18 juni. Door de Nederlandsche Handel-Maatschappij zijn bevracht geworden de navolgende 30 schepen:
Voor Rotterdam: NOORD, kapt. H.R. Ruhaak; JAN DANIEL, kapt. J.H. Zeeman; CORTGENE, kapt. J.A. Scott; SARA LYDIA, kapt. B. van der Tak; MENADO, kapt. N.N.; GENERAAL VAN DEN BOSCH, kapt. F. Parlevliet; WENA, kapt. J.F. des Ruelles; JULIA, kapt. J. Teygeler; OTTO, kapt. P. Flens.
Voor Amsterdam: VRIENDEN, kapt. J.A.T. Tydeman; CLARA HENRIETTE, kapt. N.D. de Boer; OUD-ALBLAS, kapt. N. Kruymel; JAVA, kapt. L. Tak; WILHELMINA ARNOLDA, kapt. J.L. Mulder; GELDERLAND, kapt. A. van Oosteroom; NIJVERHEID, kapt. J.A. Mooi; JAN VAN BRAKEL, kapt. W.L. Esinck, JAN HENDRIK, kapt. H. de Jong; PHILIPS VAN MARNIX, kapt. E. van Duyn; DOROTHEA, kapt. H. Visser; CORNELIA, kapt. J.J.C. Noodt; SUSANNA CHRISTINA, kapt. J.J.H. Stolte; LAURA & ADÈLE, kapt. K.L. Swart; JULIE CLAIRE, kapt. H. de Wijn.
Voor Dordrecht: BATO, kapt. W.F. Broeksmit.
Voor Schiedam: MAASNYMPH, kapt. C. van der Steen; LOUISE PRINSES DER NEDERLANDEN, kapt. G.G. Lion; H. WILLEBRORDUS, kapt. P. Lommerse; BANTAM, kapt. B.G. van der Bolck.
Voor Middelburg: ZWALUW, kapt. E.N.F. van Wulven.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Jan Corver, B.D. Bosscher en J.J. van der Meulen, makelaars, zullen op maandag de 28e juni 1852, ’s avonds na 6 ure, te Amsterdam in de Nieuwe Stads Herberg aan het IJ verkopen, ten overstaan van daartoe bevoegde beambten:
- 2/40 part in het gekoperd Nederlands barkschip GRAAF VAN NASSAU, kapt. E. Sanders, gemeten op 350 lasten,
- 2/80 part in het gekoperd Nederlands fregatschip DOCTRINA ET AMICITIA, kapt. T.C.H. Wijnandts, gemeten op 368 lasten,
- 1/16 part in het gekoperd Nederlands barkschip DE AMSTEL, kapt. H.H. Rademaker, gemeten op 385 lasten,
- 1/8 part in het gekoperd barkschip URANIA, wijlen kapt. E.K. de Boer, gemeten op 163 lasten.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Het galjas-everschip, genaamd GEZINA, thans liggende in de Haringvliet te Rotterdam, l.l. dinsdag door de notarissen Dalen en Lambert, in het lokaal voor publieke verkopingen, aan de Geldersche Kade te Rotterdam geveild, zal op morgen de 22e juni 1852, des middags om 12 uur, door voornoemde notarissen terzelfder plaats, worden afgeslagen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Men presenteert uit de hand te koop het op de zeilage gebouwde, schone en kopervaste nieuwe barkschip FREDERIKE WILHELMINE, Pruissische vlag, nieuwe constructie, alhier gemeten op 329 tonnen of 174 lasten, en liggende in het Oosterdok. Die hierop reflecteren, gelieven zich ter verdere informatiën, voor de 26e juni a.s. te adresseren bij de cargadoors Van den Bey & Co, IJgracht, no. 10, te Amsterdam.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Uit de hand te koop het extra snelzeilend en in 1847 nieuw gebouwd, onder Pruissische vlag varende, ijzeren barkschip FORTSCHRITH, met deszelfs complete inventaris, groot volgens Nederlandse meetbrief 316 tonnen. Nadere informatiën zijn te bekomen bij de heer Ph. van Ommeren en de makelaars Montauban van Swijndregt, te Rotterdam. (opm: zie NRC 060752)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Het Amerikaanse stoomschip RAJAH WALIE, kapt. W.W. Smith, is de 15e dezer van Batavia naar Soerabaija vertrokken. (opm: het schip lag medio juli nog ter rede van Soerabaija, zie ook JC 240752; volgens JC 210852 was gezagvoerder C. Darling)


  AH - Algemeen Handelsblad

Heden is alhier aan de werf der Koninklijke Fabriek van Stoom- en Andere Werktuigen, van de heren Paul van Vlissingen & Dudok van Heel, voor rekening ener rederij onder het beheer van de heren Joh. Bletz en S.A.C.Dudok van Heel, de kiel gelegd van een ijzeren barkschip, groot ruim 200 lasten ,hetwelk genaamd zal worden HERMINE MARIE ELIZABETH en gevoerd door kapt. U. Bonjer.


  DC - Dordtsche Courant

Advertentie. Te Dordrecht ligt in lading naar Batavia, om op 15 juli e.k. te vertrekken, het snelzeilend, gekoperd en kopervast fregatschip BATO, kapt. W.F. Broeksmit, hebbende uitmuntende inrichtingen voor passagiers, en voerende een bekwaam scheepsdoctor. Adres bij de gezamenlijke cargadoors te Dordrecht.


20 juni 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Havana, 29 mei. Het schip MARCO BOZARIS, van Amsterdam naar deze plaats bestemd, is de 11e mei op het Colorado Rif verongelukt. De bemanning is gered. Schip, lading en inventaris zijn verkocht geworden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Te Rotterdam ligt in lading naar Batavia om 20 juli te vertrekken het nieuw gebouwd en gekoperd Nederlands barkschip WENA, kapt. J.F. des Ruelles, hebbende zeer goede inrichting voor passagiers. Adres bij Wambersie & Crooswijk. (opm: eerste reis)


21 juni 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 20 juni. Te Nieuwendam is de 17e juni van de werf van de scheepsbouwmeester W.H. Meursing met goed gevolg te water gelaten het schoenerschip ANTILOPE, groot ca. 55 gemeten lasten, voor rekening van de heren Haantjes en Schermer te Wormerveer, en gevoerd zullende worden door kapt. G.M. Gnodde.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Bridlington, 17 juni. Het Nederlandse schip ADRIANUS WILHELMUS, kapt. Bok, van Hartlepool naar Aden bestemd, is hier, ten gevolge ener aanzeiling met een brik, met verlies van boegspriet, ingestoten boeg en meer andere schade binnengelopen. Bij het binnenkomen der haven heeft hetzelve nog aan de grond gezeten en daarbij het roer verloren.


22 juni 1852


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie.Men presenteert uit de hand te koop: Het op de Zeilage gebouwde schone en kopervaste nieuwe barkschip FREDERICE WILHELMINE, Pruisische vlag, nieuwe constructie, alhier gemeten op 329 tonnen of 174 lasten en liggende in het Oosterdok. Die hierop reflecteren gelieve zich ter verdere informatiën voor de 26ste juni te adresseren aan de Cargadoors Van den Bey & Co., IJgracht, No. 10, te Amsterdam.


  DC - Dordtsche Courant

Dordrecht, 21 juni. Uit Schiedam wordt geschreven d.d. 18 juni: Men is hier ijverig bezig met het aanleggen van een sleephelling, bestemd voor de grootste schepen, bij de werf De Nijverheid, voor rekening van enige ingezetenen dezer stad onder bestuur van de heren D. Gips en Zonen.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Groningen, 21 juni. Heden arriveerde alhier de schoener-galjoot JOHANNA, groot ongeveer 70 roggelasten, kapt. W. Kranenborg van Hoogezand, gebouwd bij A.W. Hooites aldaar.


23 juni 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 22 juni. Het schip REGINA, kapt. A. Gersen, van hier te Batavia aangekomen, heeft de 29e februari de grote en fokkestengen verloren, waardoor de bramstengen, spieren, bramra, enz. braken en de zeilen zwaar werden beschadigd. Het had met waarloos rondhout, tuig en zeilen zo goed mogelijk een en ander voorzien en zou te Batavia repareren.


24 juni 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 23 juni. De 19e dezer hebben directeuren der stoomboot- en diligencediensten Harlingen aan het departement van binnenlandse zaken te kennen gegeven, dat zij genoodzaakt zijn die diensten tot nadere aankondiging te staken, dewijl de raderen der stoomboot zodanig zijn beschadigd, dat zij geheel vernieuwd moeten worden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Bridlington, 19 juni. De Nederlandse bark ADRIANUS WILHELMUS, kapt. Bok, van Hartlepool naar Aden bestemd, welke alhier met averij is binnengelopen – zie ons nommer van 21 dezer – is heden met de stoomboot BLACK EAGLE naar Hull gesleept om aldaar te repareren.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. In de loop van de volgende maand (opm: juli) zal van Amsterdam naar Batavia vertrekken het nieuw gebouwd gekoperd tweedeks campagne-barkschip JULIE CLAIRE, gevoerd door kapt. H. de Wijn.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Jan Corver, B.D. Bosscher en J.J. van der Meulen, Makelaars, zullen op maandag 28 juni 1852, des avonds na 6 ure, te Amsterdam, in de Nieuwe Stads Herberg, aan het IJ, ten overstaan van daartoe bevoegde beambten, verkopen:
- 2/40 part in het gekoperd Nederlands barkschip GRAAF VAN NASSAU, kapt. E. Sanders, gemeten op 350 lasten.
- 2/80 part in het gekoperd Nederlands fregatschip DOCTRINA ET AMICITIA, kapt. T.C.H. Wynandts, gemeten op 368 lasten.
- 1/8 part in het gekoperd Nederlands barkschip URANIA, wijlen kapt. E.K. de Boer, gemeten op 163 lasten.
Het 1/16 part in het barkschip AMSTEL, vroeger geannonceerd, is uit de hand verkocht.


  RC - Rotterdamsche Courant

New York, 8 dezer. De Belgische bark HARRIET, kapitein H.H. Soeten, den 4de van hier naar Antwerpen vertrokken, is lek uit zee teruggekomen.
(opm: het schip, bouwjaar 1802, werd ter plaatse afgekeurd en verkocht voor de sloop)


25 juni 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 24 juni. Gisterenavond hebben directeuren der Zuid-Hollandsche Maatschappij tot Redding van Schipbreukelingen, in het gebouw van de Maatschappij tot Nut der Zeevaart, in tegenwoordigheid van vele gezagvoerders van schepen, als buitengewone leden, met een gepaste toespraak van de voorzitter, de heer W. van Houten alhier, de grote zilveren medaille plechtig uitgereikt aan kapitein K.J. Jonker, voerende het hier te huis behorende Nederlandse fregatschip MARIA ELIZABETH, voor het in de Indische Zee redden der equipage van het verbrande Britse barkschip HYLTON GROVE (bereids is ons nummer van de 7e juni breedvoerig vermeld). Vervolgens werden nog uitgereikt zilveren medailles: aan W.A. Bowbyes en Gerrit van Duyn, voerende de eerste de redding-kotter WILLEM VAN HOUTEN, en de tweede de redding-schokker No. 2, en zulks als erkentelijke beloning voor hun in het belang der scheepvaart tot heden betoonde vlijt door het verlenen van hulp en bijstand aan binnenkomende schepen; en tevens om te strekken tot aanmoediging om daarin met ijver stoutmoedig voor te gaan, zelfs met trotsering van eigen gevaren, teneinde het doel, waartoe zij bestemd zijn, met nauwkeurige inachtneming der aan hun gegeven instructiën, te bereiken. Eén en ander maakte op de bekroonden en verdere aanwezigen een diepe indruk, terwijl als blijk van algemene tevredenheid, de gehele plechtige handeling met luide toejuiching werd bekroond. Op nieuw is derhalve de belangrijke strekking der Zuid-Hollandsche Redding Maatschappij gebleken, die waarlijk in haar zowel bestuurde werking tot eer van ons vaderland verstrekt.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. De makelaars Abr. van den Broecke Jz, Z. Snyder, J.J. de Kanter en P. de Bruyne te Middelburg, als lasthebbende van hun meesters, zijn van mening op donderdag de 15e juli 1852, des avonds ten 6 ure, in het Nederlandsch Logement, in de abdij alhier, publiek aan de meestbiedende te koop aan te bieden het snelzeilende Nederlandse barkschip MIDDELBURG, bekend op de bevrachtingslijst der Nederlandsche Handel-Maatschappij, benevens deszelfs inventaris, zijnde gemeld schip ten jare 1835 te Middelburg gebouwd, en in de maand februari van Batavia gearriveerd; tot aan de waterlijn bekleed met geel koper en boven de waterlijn met rood koper; lang 41,65 ellen (opm: = 41,65 meter), wijd 8,01 ellen, hol 5,87 ellen, groot 870 tonnen, liggende in één der binnenhavens van deze stad. Het genoemde schip is twee dagen vóór en op de verkoopdag te zien, op vertoon van een permissie-biljet, verkrijgbaar bij de notaris Abr. van den Broecke Az, ten wiens overstaan de verkoping zal worden gehouden. Nadere onderrichting, benevens inzage van de voorwaarden van verkoop, zijn te verkrijgen bij bovengenoemde makelaars.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Bericht aan heren scheepsreders. In de loop der maand augustus aanstaande zal een zeer aanzienlijke hoeveelheid machinerieën, waartoe enige schepen benodigd zullen zijn, ter verzending naar de Oost-Indiën, waarvan de ontlossing op de rede van Passaroeang (opm: Pasuruan) moet plaatsvinden, gereed liggen. Heren scheepsreders, die genegen zijn deze machinerieën met hun schepen over te voeren, gelieven de conditiën van vracht schriftelijk en franco kenbaar te maken, aan de Koninklijke Fabriek van Stoom- en andere Werktuigen, firma Paul van Vlissingen en Dudok van Heel, Oostenburgergracht bij het Funen, alwaar alle mogelijke inlichtingen verkregen en de voorwerpen opgemeten kunnen worden.
Amsterdam, 23 juni 1852.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hull, 21 juni. De Nederlandse bark ADRIANUS WILHELMUS, kapt. Bok, is hier heden binnengesleept om te repareren.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 22 juni. De stoomboot PEARL, van Hartlepool naar Rotterdam bestemd, is in de nacht van de 19e dezer in brand geraakt en is gisterenmorgen op 45 mijlen afstand van Yarmouth verlaten. De bemanning is gered.


26 juni 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 25 juni. Op 24 juni is aan de werf der Koninklijke Fabriek van Stoom- en Andere Werktuigen, firma Paul van Vlissingen en Dudok van Heel, te Amsterdam met goed gevolg te water gelaten het ijzeren stoomschip genaamd PRINS VAN ORANJE, gebouwd voor rekening der Amsterdamsche Stoomboot Maatschappij onder directie van de heer Paul van Vlissingen, bestemd voor de vaart tussen Rotterdam en Duinkerken.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 25 juni. Naar wij vernemen zal aanstaande zaterdag (opm: 26 juni) namiddag ten 2 ure van de werf Het Wapen van Amsterdam in de Groote Wittenburgerstraat te Amsterdam te water worden gebracht het barkschip ALMELO, gebouwd door de heer F. Haverkamp.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Bermudas, 2 juni. De schoener ZODIAC, kapt. Popken, welke op deszelfs reis van Rotterdam naar Boston alhier binnengelopen is, heeft de reparatie geëindigd en zal binnen enige dagen de reis vervolgen.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Te Koop: een hektjalk met deszelfs beurtveer, nagenoeg nieuw, met complete inventaris, varende in het Rijn- en IJssel-Beurtveer van Deventer op Rotterdam. Adres Lett. E., bij de heer Plug, hoek der Scheepmakers- en Glashaven, te Rotterdam.


27 juni 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 26 juni. Heden namiddag is op de werf De Stad Amsterdam van de heer F. Haverkamp met goed gevolg te water gelaten het barkschip ALMELO, groot 240 lasten en gebouwd voor rekening van de heren H. & D. Rahusen alhier. Het schip is bestemd voor de vaart op Oost-Indië en zal door kapt. Auffmort gevoerd worden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Krimpen aan den IJssel, 26 juni. Heden is alhier van de werf van de scheepsbouwmeester J. Otto met het beste gevolg te water gelaten het barkschip SCHOONDERLOO, groot 250 gemeten lasten, gevoerd zullende worden door kapt. A.F. Marmelstein voor rekening van de heer T. van Holst te Delftshaven en bestemd voor de grote vaart.


29 juni 1852


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Tot billijke prijs op aannemelijke voorwaarden uit de hand te koop: Een in Pruisen naar Amerikaans model extra op de Zeilage gebouwd wordend kopervast schoenerschip, groot 120 à 130 lasten, waarvan het model alhier te bezichtigen is en waarover alle verlangd wordende inlichtingen alhier te bekomen zijn op schriftelijke franco aanvragen onder Lett. C.C. Bureau Handelsblad.
N.B.Wijzigingen of veranderingen in de inrichting en bouw kunnen op verlangen van gegadigden daaraan gebracht worden.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Groningen, 28 juni. Den 25 dezer arriveerde alhier de schoenergaljoot JOHANNA MARCHINA, groot ongeveer 50 last, kapt. L.E. Koning, van Veendam, gebouwd bij W. Bodewes, te Martenshoek; en hedenmiddag het kofschip ELZIENA, groot 58 ton, kapt. J.H. Duintjer, van Veendam, gebouwd bij R.G. Berg te Sappemeer.


30 juni 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Te Rotterdam ligt in lading naar Batavia voor goederen en passagiers, waartoe hetzelve uitmuntend is ingericht, het nieuw, extra op de zeilage gebouwd en gekoperd barkschip OTTO, kapt. W. Flens Jr. Dit schip is voorzien van een toestel om zeewater drinkbaar te maken en voert een geëxamineerde scheepsdokter. Adres ten kantore van Kuyper, van Dam & Smeer en Hudig & Blokhuyzen. (opm: eerste reis)


  AH - Algemeen Handelsblad

Verkoping van schepen op maandag 28 juni, in de Nieuwe Stads Herberg aan het IJ.
- 2/40 part in het barkschip GRAAF VAN NASSAU: NLG 3.300, in slag NLG 500, koper G.J. Boelen.
- 2/80 part in het fregatschip DOCTRINA ET AMICITIA: NLG 1.650, in slag NLG 120, opgehouden.
- 1/8part in het barkschip URANIA: NLG 800, in slag NLG 100, opgehouden.
- 2/32 part in het fregatschip MARIA: NLG 3.900, koper C.A. Schröder.
- 2/40 part in het barkschip POLLUX: NLG 1.900, in slag NLG 100, koper P. Blom.
- 1/100 part in het fregatschip PRINS FREDERIK DER NEDERLANDEN: NLG 725, in slag NLG 70, koper J. Corver.
- 1/20 part in het fregatschip ELIZE: NLG 3.350, in slag NLG 200, koper C.A. Schröder.


03 juli 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 2 juli. Heden liep van de werf van de heren Gebr. Visser met het beste gevolg van stapel het gekoperd schoenerschip de GOUDKUST, gebouwd voor rekening van het handelshuis van de heer H. van Rijckevorsel alhier en hoofdzakelijk bestemd voor de vaart en de handel op de kust van Guinea.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Antwerpen, 1 juli. Het schip NUEVO CID, kapt. Arriganaga, van hier naar Havana, bij Vlissingen gezonken doch sedert weder boven water gebracht en op strand gezet, is, buiten de inventaris, voor 3.070 BFrs. verkocht.


04 juli 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 3 juli. Z.M. heeft, beschikkende op het request van directeuren der Zwolsche Reederij-Maatschappij, de wijziging van de statuten der naamloze vennootschap, strekkende tot vergroting van haar kapitaal met een som van NLG 60.000, goedgekeurd.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Te Rotterdam ligt in lading naar Kaap de Goede Hoop en Batavia het nieuw gebouwd, gekoperd Nederlands barkschip BEATRIX, kapt. E. Verschoor, hebbende uitmuntende inrichtingen voor passagiers, om einde augustus te vertrekken.
Adres bij P.A. van Es & Co. (opm: eerste reis)


05 juli 1852


  AH - Algemeen Handelsblad

Helvoetsluis, 2 juli. Binnengekomen WOLTEMADE, kapt. F. Guyt Jr. van Akyab
Cargalijst Rotterdam. WOLTEMADE, kapt. F. Guyt Jr. van Akyab met 5.257 balen rijst, order.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. G.J.Roland Holst, J. Corver, H.J. Rietveld, A. Roland Holst en C. Schelten Oolgaardt, Makelaars, zullen op maandag 19 juli 1852, te Amsterdam, des avonds ten 6 ure, in de Nieuwe Stads-Herberg aan het IJ, verkopen:
- Een extra ordinair welbezeild gezinkt kofschip, genaamd ANTONIA, gevoerd door kapt. W.A. Hendriks, gemeten op 123 tonnen of 165 lasten.
- Een extra ordinair welbezeild kopervast kotterschip, genaamd KOMEET, groot 29 tonnen, welk vaartuig in drie achtereenvolgende wedstrijden de prijs heeft behaald en bekroond is met de gouden medaille.
- Een chronometer, gemaakt door P. v.d. Berg. Te zien bij de Wed. Hulst van Keulen.
- Een zestiende part in het galjootschip, genaamd NEERLANDS WELVAREN, gevoerd door kapt. O. Hanssens. Groot 98 tonnen of 52 lasten, varende onder directie van de heer A.A. Bohlman, thans liggende in Rotterdam.
Nader onderricht bij bovengemelde makelaars.


06 juli 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 5 juli. Heden is van de werf der Koninklijke Fabriek van Stoom- en Andere Werktuigen, firma Paul van Vlissingen en Dudok van Heel, in tegenwoordigheid van heren commissarissen der Friesche Stoomboot-Reederij, gevestigd te Harlingen, met goed gevolg te Amsterdam te water gelaten het ijzeren stoomschip genaamd FLEVO, gebouwd voor rekening van genoemde rederij en bestemd voor de vaart tussen Harlingen en Amsterdam.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Cuxhaven, 3 juli. Volgens hier ontvangen rapport hadden de 15e juni de schepen DIRKJE ADAMA 100 en SPITSBERGEN 700 robben geslagen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Glückstadt, 2 juli. Het schip MARIA, kapt. Schmidt, van Polsgaarde naar Amsterdam, is alhier met onklare pompen binnengelopen. (opm: niet bekend, of dit wel een Nederlands schip is)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Husum, 1 juli. Het Nederlandse schip HOOP, kapt. Jachtman, hetwelk hier gisteren van Amsterdam kwam, heeft gedurende de overtocht enig water gemaakt, zodat de lading tabak een weinig beschadigd is.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. De makelaars Montauban Van Swijndregt en Van Dam te Rotterdam, zijn van mening, op last van hun meester, op woensdag de 4e augustus 1852, ’s middags om 12 uur, in de zaal op de Scheepmakershaven, wijk 1. No 499, publiek te verkopen het extra snelzeilende onder Pruissische vlag varende ijzeren barkschip FORTSCHRITT, laatst gevoerd door de gezaghebber G.T. Range, in 1847 nieuw gebouwd, volgens Nederlandse meetbrief lang 34,30 el, wijd 6.29 el, hol 2.96 el en alzo groot 316 tonnen, met al deszelfs staand en lopend want, ankers, touwen, zeilen, kettingen en verdere scheepsgereed-schappen, zo als hetzelve thans is liggende in de Haringvliet zuidzijde binnen deze stad.
(opm: ellen waren sinds 1820 gelijkgesteld met meters)


 MCO - Middelburgsche Courant

Middelburg, 5 juli. Gisteren is naar zee gezeild het barkschip MERCURIUS, kapitein W. Veeneman, van deze stad naar Newcastle.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Groningen, 1 juli. Zaterdag arriveerde alhier de schoenergaljoot GEERTRUIDA, groot 74 ton, kapt. L.A. van der Borg van Farmsum, gebouwd bij Van der Werff te Martenshoek.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Vrijdag is van de Zuiderwerf van de scheepsbouwmeester E.K. de Vries alhier van stapel gelopen het kofschip DUETHE CHRISTINA, groot 55 last zullende bevaren worden door kapt. J. Austuling van Groningen. (opm: DOETHEA CHRISTINA, kapt. J.R. Astuling)


07 juli 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Zierikzee, 5 juli. Heden liep alhier met het beste gevolg te water het barkschip DRIE VRIENDEN, gebouwd voor rekening ener rederij onder directie der heren De Jong en Keller, op Stads-Werf onder toezicht van de scheepsbouwmeester C. Maks, groot ongeveer 400 Java-lasten en bestemd voor de grote vaart.
Onmiddellijk daarna is de kiel gelegd voor een barkschip genaamd MARINUS WILLEM, voor rekening dierzelfder rederij.


08 juli 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Sheerness, 3 juli. Het schip MERCURIUS, kapt. Hausschild, met een lading tarwe van Amsterdam naar Londen bestemd, is hedenmorgen twee mijlen benoorden deze plaats, in de nabijheid van het Maplin-Sand gezonken. De kapitein is hier aangekomen.


  DC - Dordtsche Courant

Dordrecht, 7 juli. Gedurende de zes eerste maanden van 1852 zijn voor de eerste maal Nederlandse zeebrieven verleend aan 76 schepen, metende 7.466 lasten, als: binnenlands gebouwde 11 barken, 7 brikken, 12 schoeners, 13 koffen, 23 galjoten en 3 tjalken; en buitenlands gebouwde 1 bark, 2 schoeners, 1 kof, 2 sloepen en 1 stoomboot. Gedurende hetzelfde tijdvak in 1851 zijn Nederlandse zeebrieven verleend aan 126 schepen, metende 14.697 lasten.


09 juli 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 8 juli. Het barkschip WITTE CORNSZ. DE WITH (opm: WITTE CORNELISZOON DE WITH), kapt. Van Rossem, de 16e (opm: juni), na een reis van 52 dagen, met 193 passagiers en een lading stukgoederen, van hier te New York aangekomen, heeft de 15e mei des avonds op 49º27’ NB 24º WL in een hevige storm uit het Noordwesten, een stortzee overgekregen, die het schip geheel opzij wierp, waarbij de twee boten, de jol met de ijzeren davids, passagierskombuis, huizen boven de luiken en een gedeelte der verschansing overboord geslagen en verder bijna alles van dek meegenomen werd. Twee landverhuizers en een matroos werden van het dek geslagen en verdronken. De lading was geheel overgeworpen, alle de ijzeren stutten in het onderruim weggeslagen en krom, de kooien der passagiers aan stuurboord vernield. Des namiddags van de 16e mei bedaarde het weder en kon men het schip weer recht brengen. Sedert die datum werd de reis met goed weder voortgezet. Het schip, dat geheel dicht gebleven schijnt, zou na ontlossing in het droge dok halen, om de nodige herstellingen te doen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Christiaansand (opm: Kristiansand), 26 juni. Kapt. Larsen, alhier aangekomen, heeft de 21e dezer bij de Engelse kust in brandende staat drijvende gevonden het Engelse stoomschip PEARL, (zie ons nommer van 25 juni art. Londen). Hij heeft nog gepoogd het schip naar de wal te boegseren (opm: slepen met behulp van sloepen), doch was genoodzaakt hiervan af te zien, daar het schip begon te zinken, van het tuig heeft hij nog iets geborgen en hier aangebracht.


10 juli 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Ieder, die iets te vorderen heeft van het schip ADRIANA, kapt. D. van Gendt, gelieve daarvan opgave te doen vóór de 15e juli 1852 aan de boekhouder Ad. Van der Lely te Maasland.


11 juli 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 10 juli. De Nederlandse tjalk de VLIJT, kapt. Van Driel, van Groningen met haver naar Londen, is in de nacht van de 2e dezer bij Ameland gestrand, doch het volk gered. (opm: waarschijnlijk was Eisse Harms Orssel de kapitein van deze in Denemarken gebouwde kof; de eerste zeebrief van 13 april 1852 werd reeds op 9 juli geroyeerd wegens ‘schip verongelukt’)


12 juli 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. G.J. Roland Holst, J. Corver, H.J. Rietveld, A. Roland Holst en C. Schelten Oolgaardt, makelaars, zullen op maandag de 19e juli 1852, ’s avonds ten 6 ure, te Amsterdam, in de Nieuwe Stads Herberg, aan het IJ, verkopen:
- Een extra ordinair welbezeild, gezinkt Nederlands kofschip, genaamd ANTONIA, en gevoerd door kapt. W.A. Hendriks, gemeten op 123 tonnen of 65 lasten.
- Een zestiende part in het galjootschip, genaamd NEERLANDS WELVAREN, gevoerd door kapt. O. Hanssen, groot 98 tonnen of 52 lasten, varende onder directie van de heer A.A. Bohlman, thans liggende te Rotterdam.
Nader onderricht bij bovengemelde makelaars.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. C.S. Oolgaardt, Makelaar,zal op maandag de 19de juli 1852, des avonds ten zes ure, na afloop der geannonceerde veiling, in de Nieuwe Stads Herberg aan het IJ, ten overstaan van een daartoe bevoegd beambte, verkopen:
- Het extra ordinair, snelzeilend kopervast kotterschip, genaamd de VLINDER, groot 7 tonnen. Met al deszelfs rondhouten, opstaand en lopend want, touwen, zeilen en andere scheepsbehoeften, als bij dezelve kotter zijn, liggende in het Westerdok aan de Dijk. Hierbij te leveren: Een sloep met 2 riemen.
- Een nieuw gebouwde kopervaste vierriems wedstrijdsgiek. Gebouwd volgens model op de Tentoonstelling te Londen, lang 14 ellen, 16 duimen.
- Een kopervaste zesriems Plaizier-giek (Zee-Giek) lang 10 ellen, 75 duimen, breed 1 el, 27 duimen; hierbij te leveren 6 riemen.
Beiden te bezichtigen in de Engelse Sloepmakerij, Droogbak, No. 1
Nader onderricht bij bovengemelde Mmakelaar, Damrak, No. 81.


13 juli 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam 12 juli. Directeuren der Zuid-Hollandsche Maatschappij tot Redding van Schipbreukelingen hebben opnieuw besloten te doen uitreiken, de grote zilveren medaille, benevens een eervol getuigschrift, aan H.C. Wriborg, gezagvoerder van het Nederlandse barkschip MATHILDE, te huis behorende te Amsterdam; als hebbende de 9e april, op zijn reis van Java naar laatstgenoemde stad, en wel op 02º02’ NB 19º0’ WL de equipage gered van het verbrande Nederlandse barkschip KONING WILLEM DE TWEEDE (opm: KONING WILLEM II, bouwjaar 1841), gevoerd door kapt. H.B. Eeftingh, bestemd van Amsterdam naar Batavia en bestaande uit 18 personen, hebbende hij hen voorts alle mogelijke bijstand verleend, aan zijn boord met zeemans-hartelijkheid verpleegd en veilig in het vaderland teruggebracht. (opm: zie ook NRC 040652, JC 110852 en NRC 060852; de posities in zowel de JC als de NRC wijken [sterk] af van die hierboven genoemd)
Directeuren hebben mede zeer vererende melding gemaakt van de edele handelwijze van kapt. J. van Delft, voerende het Nederlandse barkschip SOUBURG, mede bestemd naar Java, die met de meeste bereidwilligheid zo veel provisie heeft afgestaan, als hij met enige mogelijkheid kon missen, en wel uit hoofde kapt. Wriborg, met een dubbele equipage, beducht was spoedig gebrek aan levensmiddelen te zullen krijgen.


14 juli 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. De makelaars Montauban van Swijndregt & van Dam te Rotterdam zijn van mening, op last van hun meester, op woensdag de 4e augustus 1852, des namiddags ten half een ure, in de zaal op de Scheepsmakershaven wijk 1, no. 499, publiek te verkopen het extra snelzeilend, gekoperd en kopervast Nederlands barkschip de JONGE CORNELIS, laatst gevoerd door de gezaghebber C. Verheij, lang 30,80 el (opm: = 30,80 meter), wijd 5,40 el, hol 4,68 el, en alzo groot 346 tonnen of 183 lasten, met al deszelfs staand en lopend want, ankers, touwen, zeilen, geschut en verdere scheepsgereedschappen, zo als hetzelve is liggende in de Zalmhaven binnen deze stad.
(In AH 230752 staat deze advertentie ook, echter enigszins anders: zoals hetzelve is liggende in de Haringvliet, Zuidzijde, voor het Woonhuize, wijk 12, No. 40, te Rotterdam. Het voorschreven schip deelt in de bevrachtigen der Nederlandsche Handelmaatschappij.)


15 juli 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

(Uit het verslag van Gedeputeerde Staten van Zuid Holland over 1851)
Gedeputeerde staten maken gewag van de werven en scheepsbouw, zo ten opzichte van de binnenlandse als van de buitenlandse scheepvaart.
Te Rotterdam kon de toestand der werven niet zeer gunstig worden genoemd, vermits de ijver voor het bouwen door de lage vrachten tegengewerkt werd. Zij moesten dus voornamelijk werk vinden in herstellingen.
Te Schiedam daarentegen hebben de werven voortdurend in een bloeiende staat verkeerd.
Te Dordrecht zijn die op dezelfde hoogte als in 1850 gebleven.
Op de overige werven aan de rivieren in dit gewest heeft over het algemeen veel bedrijvenheid (opm: bedoeld wordt bedrijvigheid) geheerst, en kon haar toestand als vrij voldoende worden beschouwd. Het getal der werven, der op stapel gezette en afgelopen schepen en der arbeiders was als volgt:
Binnenlandse scheepvaart: 128 scheepstimmerwerven, 60 schepen op 1 januari 1851 op stapel, 119 schepen in de loop van het jaar op stapel gezet, 129 van stapel gelopen, 528 arbeiders op de werven.
Buitenlandse scheepvaart: 34 scheepstimmerwerven, 31 schepen op 1 januari 1851 op stapel, 27 schepen in de loop van het jaar op stapel gezet, 28 van stapel gelopen, 1021 arbeiders op de werven.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 14 juli. De 12e juli ten 2 ure des namiddags is van de scheepstimmerwerf van de heer F. Smit onder de gemeente Nieuw Lekkerland met het beste gevolg te water gelaten de ijzeren schroefstoomboot ZEDERIK, bestemd voor een beurtvaart tussen Gorinchem en Vianen, voor rekening van de ondernemers der bargedienst tussen die plaatsen, welke bargedienst door de in werking brengen dezer schroefstoombootvaart zal komen te vervallen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. F. der Kinderen, H.I. Rietveld en D.F. Stieven, makelaars, zullen op maandag de 2e augustus 1852, des avonds ten 6 ure, in de Nieuwe Stads Herberg aan het IJ, ten overstaan van een daartoe bevoegd beambte, verkopen een extra ordinair, welbezeild, kopervast schoener-kofschip, varende onder Nederlandse vlag, genaamd AMSTEL, gevoerd door kapt. G.W. Kernkamp, volgens Nederlandse meetbrief lang 25 ellen 70 duimen, wijd 5 ellen 11 duimen, hol 3 ellen 4 duimen (opm: 25,70 x 5,11 x 3,04 meter), en alzo gemeten op 177 tonnen of 94 lasten, met deszelfs complete inventaris. Nader bericht bij gemelde makelaars. (opm: het schip, bouwjaar 1834, werd tenslotte verkocht voor de sloop, zie o.a. AH 240852)


  DC - Dordtsche Courant

Dordrecht, 14 juli. De ondernemers van de Dordrechtsche stoombootdienst op Rotterdam, volkomen bereid om van hun zijde mede te werken tot voldoening aan het verlangen van het geëerde publiek, geven kennis dat, ofschoon bij vroegere gelegenheid de aanleg van een extra dienst hun op verlies is te staan gekomen, zij nochtans de proef nog eens wagen zullen, en daartoe, met aanstaande zondag te beginnen tot de maand september, in verband met de eerste trein van Rotterdam, van hier te 4½ ure derwaarts zullen stomen.


  DC - Dordtsche Courant

Dordrecht, 14 juli. De vierde haringjager is gisteren middag te Vlaardingen aangekomen, met slechts 104 tonnen. De vangst was verminderd.


16 juli 1852


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Groningen, 15 juli. Gisteren zijn alhier gearriveerd de schoener CORNELIA, groot 95 last, kapt. J.H. Leeuw, van Appingedam, gebouwd bij J. Hooites te Hoogezand, en de schoenergaljoot CATHARINA, groot 101 ton, kapt. H.H. Duintjer, van Veendam, en aldaar gebouwd bij J.A. Bieze.


  LC - Leeuwarder Courant

Te koop: een overdekt jagtschip, liggende aan de werf van de scheepsbouwmeester Van der Werf te Dokkum.


17 juli 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 23 mei. Scheepsvrachten. Ter bevrachting zijn aangeboden het Bremer schip METTA en het Zweedse schip VANADIS. Het Deense schip CECROPS is bevracht naar Hamburg à GBP 2.15. Het Bremer schip JOHANA CAEZAR vertrok naar Makassar en het Engels schip DUMFRESSHIRE naar Singapore. De Engelse schepen GRANGE en HECTOR werden bevracht naar Bremen voor rijst en suiker à GBP 2.10, de BOADICEA naar Triëst à GBP 3,-. De Nederlandse schepen LOOPUIJT, VAN DER PALM en SOOLO laden rijst à NLG 60, suiker à NLG 70, en arak à NLG 95, wordende echter alle drie vermoedelijk ten dele voor rederijrekening beladen. De CAMELEON en JONGE JAN zijn bevracht naar Rotterdam met gedwongen adres rijst NLG 63, suiker NLG 73 en arak NLG 98. Te Sourabaya laden de WILLEM BARENDZ en de ALDEBARAN, gedeeltelijk rijst voor rederijrekening, en laden voorts bij arak à NLG 90, rijst à NLG 60 en tabak à 66 per 1600 Amsterdamse ponden, is NLG 53,62½ per maatschappij last. De GOEDE VERWACHTING heeft een charter bij de maand naar China, de HENRIËTTE CLASINA laadt suiker à NLG 70 en tabak à NLG 60 maatschappij tarief en zal vermoedelijk voor rederijrekening opvullen met rijst.


  DC - Dordtsche Courant

Batavia, 22 mei. Dezer dagen is alhier het aantal particuliere stoomschepen weder vermeerderd, door de wel ingerichte nieuw Amerikaanse schroefstoomboot RADJA WALIE, welke alhier onder Nederlandse vlag zal worden gebracht. Nu één jaar geleden hadden wij slechts 1 particuliere stoomboot op Java, en thans zijn er reeds 6, en zal binnen weinige weken dit getal op 7 worden gebracht, wanneer het schroefstoomschip AMBON, van de heer Cores de Vries, alhier zal zijn gearriveerd.


18 juli 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 17 juli. Op 14 mei j.l. had er een vreselijk toneel plaats aan boord van de schoener HENRIETTE ELISABETH, gevoerd door kapt. J.F. Meijer, van Nickerie naar Paramaribo bestemd. Die avond stak er een hevige wind op en was het stikdonker. De kapitein en stuurman stonden omstreeks 11 ure ter rechterzijde op het dek, toen zij opeens een zware schok voelden. Tegelijkertijd werd ter linkerzijde een vaartuig bemerkt, zijnde, zoals later bleek, de schoener CURAÇAONAAR, gevoerd door kapt. H.A. Hot, hetwelk de HENRIETTE ELISABETH reeds zo nabij was genaderd, dat de boom van de fokkemast der laatste in drie stukken gebroken werd. Eén der stukken trof de man, die aan het roer stond, op de borst, terwijl de kapitein aan het hoofd gekwetst en de stuurman dodelijk gewond werd, zodanig, dat hij ondanks alle aangebrachte hulp spoedig daarna de geest gaf. De man aan het roer leefde nog tot de volgende morgen omstreeks 8 ure, als wanneer hij ook de laatste adem uitblies. De kapitein, die na het bekomen van de hoofdwonde bewusteloos op het dek was nedergezegen, werd gelukkig behouden. Nadat het ongeluk gebeurd was en het vaartuig zware averij bekomen had, besloot de kapitein weder naar Nickerie terug te keren. De volgende dag werden de twee lijken aldaar aan wal gebracht en met de meeste deelneming ter aarde besteld.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Het Zandje, bij Lekkerkerk, 17 juli. Heden ’s namiddags ten 5 ure is van de werf van J. van Duivendijk met het beste gevolg te water gelaten het Nederlandse barkschip BULGERSTEIN, groot 300 lasten, gevoerd zullende worden door kapt. AJ. Maas voor de rederij onder directie van de heren Pistorius en Bicker Caarten, en bestemd voor de grote vaart.


19 juli 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 18 juli. De 15e juli is te Nieuwendam van de werf van de scheepsbouwmeester W.H. Meursing met goed gevolg te water gelaten het schoenerschip CORNELISZOON, groot 75 gemeten lasten, voor rekening van de heer C. Dijserinck te Haarlem, en zullende gevoerd worden door kapt. K.J. van Hemert.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

(Uit het verslag van Gedeputeerde Staten van Noord-Holland over het jaar 1851)
In 1851 zijn van stapel gelaten te Amsterdam 8 barken en 2 brikken, te Medemblik 1 tjalk, te Monnickendam 2 schoeners van 56 en 68 last, te Muiden 1 schoener, 4 tjalken en 6 botters, te Nieuwendam 1 bark van 177 en 2 schoeners van 127 en 82 last. Buitendien is van de werf der heren Van Vlissingen & Van Heel te Amsterdam een ijzeren schoener te water gelaten: het eerste ijzeren schip, dat te Amsterdam gemaakt werd. (opm: dit is onjuist; omstreeks 1842 bouwde Chr. Verveer te Amsterdam al ijzeren schepen).


20 juli 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Aan een particuliere brief uit Batavia, gedagtekend 23 mei j.l, ontlenen wij het volgende. De 10e mei is het schroefstoomschip MAKASSER, van de stoomboot-onderneming van de heer C. de Vries, des morgens ten 11 ure vastgeraakt op het Neerstuk, een koraal- en steendroogte ter rede van Batavia, doch de volgende morgen ten 5 ure gelukkig weder vlot gebracht door Zr.Ms. stoomschip BORNEO, dat onmiddellijk na het ongeval ter hulpe toesnelde. Uit de omstandigheid, dat dit het vierde schip is, dat in een groot jaar op klaar lichte dag op of nabij de rede der hoofdstad vastraakt, zou men mogen afleiden, dat de afbakening der vaarwaters zelfs daar te wensen overliet.


  AH - Algemeen Handelsblad

Verkoping van schepen te Amsterdam op 19 juli 1852: gezinkt kofschip ANTONIA, kapt. W.A. Hendriks: NLG 4.800, in slag NLG 200, opgehouden. (opm: de kof, bouwjaar 1832, werd alsnog verkocht en gesloopt, zie NRC 030153)


  DC - Dordtsche Courant

Advertentie. De scheepmakers C. Gips & Zonen zullen, indien het water de vereiste hoogte bereikt, op aanstaande woensdag avond te half acht ure, van hun werf De Merwede alhier te water laten het barkschip EUTERPE.
Dordrecht, 19 juli 1852.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Het schip INDIA, kapt. Pronk, van Banjoewangie naar Rotterdam, is volgens bericht van Mauritius van 18 mei, de 23e april zwaar lek binnengelopen. De lading is gelost en het schip zou op de helling worden gehaald om te worden nagezien.


21 juli 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 20 juli. Het schip de HOOP, kapt. J. Jagtman (opm: buitenlander), van Husum in ballast herwaarts gedestineerd, is volgens brief van Delfzijl van de 18e dezer, de 14e dito Borkum zuid-oost 4 mijl, in zinkende staat verlaten, doch het volk door kapt. Oortgiese, voerende het schip ETTA, gered.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. In naam des Konings. Verkoping bij executie. Ter terechtzitting der Arrondissementsrechtbank van Rotterdam, Kamer van Vacatie, zitting houdende in het Paleis van Justitie, aan het Haagsche Veer aldaar, op woensdag de 25e augustus 1852, des voormiddags ten 11 ure, van een schoener-kofschip, genaamd JOHANNA CHRISTINA, zijnde volgens meting lang 20 ellen 78 duimen (opm: = 20,78 meter), wijd 3 ellen 56 duimen en hol 1 el 65 duimen, en over zulks geijkt op 54 tonnen of 29 lasten, in de Nederlanden te huis behorende, met al deszelfs staand en lopend want, ankers, touwen, zeilen en andere scheepsgereedschappen, liggende te Rotterdam in de Blaak Noordzijde, en zulks ingevolge onderstaande inventaris: 2 zware ankers, 1 tui-anker, 1 werpanker, 2 ankerkettingen, 1 kurkzak, 3 zware takelblokken met een mantel, 4 watervaten, 1 koevoet, 2 landvastkettingen, 1 paar schinkelhaken, enige waarloze blokken, 2 loden met de daarbijbehorende lijnen, 1 stuurtalie met de blokken, 2 grote luikskleden, 2 voorluikskleden, 1 kabelgatskleed, 1 groot zeilkleed met dekkleed, 1 bezaan zeilkleed, 1 grootzeil, 1 bezaanzeil, 1 stagfok, 2 jagers, 1 gaffeltopzeil, 1 leizeil, 1 breedfok, 1 schuilzeil, 1 kluiver, 1 stormkluiver, enige stokken en haken, 1 windas aan de mast, 1 Nederlandse vlag, 1 kombuis met een ketel en pot, 1 bijl, 1 zaag, 2 schrobbers, 2 kompassen, 1 logglas, 2 nieuwe trossen, 1 kabelslag, ongeveer 100 vademen lang, 1 zware kabel, mede van dezelfde lengte, een dekkleed over de trossen, 1 boei en 1 scheepstrap, 2 koperen pompen met toebehoren, 1 houten pomp, 3 ijzeren blokken, 6 zuigers, 4 pompzwengels, 4 pompemmertjes, 2 slagputsen, 3 teer- en smeerputsen, 1 watertrechter, 1 smeerpot, 1 zwartselpot, 1 oliekruik, enige verfpotten en kwasten, 3 ballastschoppen, 2 korenschoppen, 1 houten schiemansstoel, 3 handspaken, 1 slijpsteen met bak en toebehoren. En voorts een boot, met roer, mast, spriet en vijf riemen, zeil en fok. Gevoerd geweest door wijlen Jan Jans Louwerens, laatstelijk gedomicilieerd aan boord van hetzelve vaartuig. Gearresteerd ten laste van de gezamenlijke erfgenamen van Jan Jans Louwerens. Ten verzoek van de heren Jan Veenhoven Hendrikszoon, griffier bij het kantongerecht van het kanton Hoogezand, wonende aldaar en Hayo van Bruggen, negotiant, woonachtig bij Groningen, woonplaats kiezende ten kantore van mr. Jacobus Bakker, procureur bij de Arrondissementsrechtbank van Rotterdam, wonende aldaar aan het Westnieuwland, wijk 4, no. 92. Bij proces-verbaal van beslag van de deurwaarder Daniel Hendrik Corne, te Rotterdam, de 7e juli 1852, behoorlijk aan de gearresteerden betekend de 10e juli daaraanvolgend, zijnde het beslag en de akte van betekening behoorlijk geregistreerd door de ontvanger Van Berkel, te Rotterdam en overgeschreven in de registers der hypotheken te Rotterdam, de 10e juli 1852. De verkoop zal geschieden bij opbod en daarna bij afslag ter terechtzitting voornoemd. Het voornoemd schip en toebehoren wordt door de executanten ingezet op een som van NLG 3000. De memorie van lasten is gedeponeerd ter griffie der gemelde Rechtbank en afschrift derzelve ligt ten kantore van voornoemde procureur mr. J. Bakker, bij wie ook nadere informaties te bekomen zijn.


  AH - Algemeen Handelsblad

Verkoping van schepen. Maandag 19 juli, in de Nieuwe Stads Herberg aan het IJ.
- Een welbezeild gezinkt kofschip ANTONIA, kapt. W.A. Hendriks. NLG 4.800,-. NLG 200,-. Opgehouden.
- Een welbezeild kopervast kotterschip KOMEET. NLG 3.100,-. NLG 80,-. Opgehouden.
- Een chronometer NLG 50,-. NLG 2,-. J. Corver.
- 1/16 part in het galjootschip NEERLANDS WELVAREN. NLG 775,-. NLG 25,-. G.J.R. Holst.
- Een snelzeilend kotterschip de VLINDER. NLG 540,-. NLG 10,-. Opgehouden.
- Een nieuw gebouwde vierriems wedstrijdsgiek. NLG 300,-. Opgehouden.
- Een kopervaste zesriems pleiziergiek (zeegiek). NLG 150,-. NLG 5,-.Opgehouden.


22 juli 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vertrokken.
Van Bolderaa, den 11 dezer. ONDERNEMING, kapt. Schaap (opm: vervanger voor kapt. Sybe Jacobs Dekker die op 18 juli in Riga zou overlijden), naar Elseneur.


  RC - Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 21 juli. Door de Nederlandsche Handels Maatschappij zijn op heden bevracht geworden de navolgende 27 schepen, als:
Voor Rotterdam: JAPARA, kapitein ……(opm: C.C. Kramers), JOHANNA MARIA, kapt. J. C.F. Lupcke Jr.; CERES, kapt. F. Mellema; ELIZABETH, kapt. P. Serlé; NIEUW LEKKERLAND, kapt. M.B. Hoffman; REIJERWAARD, kapt. P. Wierickx; EUGENIE, kapt. E.G. Bargman; KENAU HASSELAAR, kapt. O. Lindeman; HENDRIKA, kapt. H. Reiniersen; CATHARINA, kapt. W. Calander; ADMIRAAL ZOUTMAN, kapt. H.G. Hinrichs.
Voor Amsterdam: CATHARINA MARIA, kapt. J.B. Jaski; CORNELIA & HENRIETTE, kapt. T. Gollards; ZEELAND, kapt. F. de Winter; AERDT VAN NES, kapt. L. Hazewinkel; CASTOR, kapt. P.F. de Lange; GENERAAL BARON VAN GEEN, kapt. G. Rotgans, DELTA, kapt. J.G. Kunst; de beide laatste voor Dordrecht; JACOBA HELENA, kapt. J.M. Pfeil; CATHARINA MARIA, kapt. M.G. Logger; AMERICA, kapt. F. Ruiter; SALATIGA, kapt. J.N. Besier; HOLLANDSCH TROUW, kapt. J.C. Kreije, en BEATRIX, kapt. E. Verschoor, de zes laatste allen van Rotterdam.
Voor Middelburg: DELFT, kapt. B.J. Muller, en GERARDUS JACOBUS, kapt. H.B.C.H. Ruysch, beide van Rotterdam.
Voor Schiedam: MERCATOR, kapt. J. Poort.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. J.N.A. Meijer, makelaar, zal op woensdag 28 juli, voormiddags ten 10 ure, op de werf De Toren van Cordaan, Kadijk, over de Kerkstraat, te Amsterdam ,ten overstaan van de notaris A.B.Zuure, verkopen: een partij scheepshout, ijzer, gereedschappen en materialen waarbij een onafgewerkte zolderschuit, kunnende aldaar verder worden afgetimmerd, enz., enz. Alles nagelaten door wijlen de Heer G.J. Hartman, Breder bij notitie omschreven, bij genoemde Makelaar verkrijgbaar.


  DC - Dordtsche Courant

Advertentie. Publieke Vrijwillige Verkoping, in het Nederlands Koffijhuis van J. Zahn, te Dordrecht, op zaterdag 24 juli 1852, des voormiddags te half twaalf ure, ten overstaan van de notaris Wouter Dirk Nibbelink, residerende te Zwijndrecht, van een bijzonder sterk gebouwd, extra goed onderhouden, snelzeilend en gemakkelijk ingericht waterschip, genaamd WILLEM, zijnde een overdekt paviljoenschip, lang over steven achttien ellen en acht palmen, wijd vier ellen negen palmen en vijf duimen en hol een el negen palmen en een duim, met al deszelfs staand en lopend want, rondhout, ankers, kettingen, touwen, zeilen en verdere scheepsbehoeften, als in de inventaris vermeld en zo als hetzelve schip is liggende in de Nieuwe Haven te Dordrecht, alwaar hetzelve zal kunnen worden bezichtigd acht dagen voor de verkoping.
Alsmede een grote roeiboot, met twee paar riemen, haak, zwaarden, roer en zeiltuig.
Alles bij biljetten breder omschreven.
Administratie van de Particuliere Domeinen des Konings.


23 juli 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Dordrecht, 22 juli. Gisteren avond ten 7½ ure is van de werf De Merwede bij de scheepsbouwmeesters C. Gips & Zonen alhier met het beste gevolg te water gelaten het nieuw gebouwd en gekoperd barkschip EUTERPE, gebouwd voor rekening ener rederij onder directie van de heer J. van Wageningen Dzn, en gevoerd zullende worden door kapt. A. Kuijpers.


  LC - Leeuwarder Courant

De schuldeisers in het faillissement van J.G. Aukes, vroeger scheepstimmerman te Woudsend, worden verwittigd dat de door de Ed. Achtb. Heer Rechter-Commissaris opgemaakte staat van rangschikking der Schuldvorderingen met de justificatoire bescheiden, ter griffie der Arrondissements-Regtbank te Sneek is nedergelegd.
De curator Mr. B.S.Stienstra.


24 juli 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Naar Fernambucq (opm: Pernambuco) en Bahia ligt te Rotterdam in lading, om de 10e augustus te vertrekken, het gekoperd en kopervast nieuw gebouwd schoenerschip GOUDKUST, gevoerd door kapt. Th.D. de Wit, voor goederen en passagiers. Te bevragen bij de reder H. van Rijckevorsel en bij de cargadoors Kuyper, van Dam & Smeer.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Het extra snelzeilend kopervast kotterschip de VLINDER, met daarbij zijnde sloep, benevens de nieuwgebowude kopervaste vierriems wedstrijds-giek, en de kopervaste zesriems pleizier giek (zeegiek); maandag 19 juli ll., in de Nieuwe Stads-Herberg aan het IJ, in publieke veiling opgehouden, blijven uit de hand te koop. Te bevragen bij de Makelaar C.S. Oolgaardt, Damrak No. 81.
N.B. Bij bovenstaande kotter wordt tevens geleverd 2.500 (? Hierna een onleesbaar teken) ijzeren ballast,en is dezelve voorzien van een ijzeren kiel ter zwaarte van 400 (hier hetzelfde teken).


25 juli 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 24 juli. Bij vonnis van de correctionele kamer van de arrondissementsrechtbank, ter dezer stede van de 15e juli jl. zijn de directeuren der stoomboot maatschappij Overflakkee en Goederede, ter zake van het in hun stoomboot van dien naam gebruiken van een stoomketel, zonder de vereiste akte van vergunning, op een zichtbare plaats in het vaartuig aangeplakt, aanwezig te hebben, in strijd met de bepalingen van het koninklijk besluit van 26 september 1833 (Staatsblad No. 58), ieder veroordeeld in een geldboete van NLG 10 en in de kosten.


26 juli 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Passen voor vaartuigen te Curaçao en onderhorigen. Zeepassen of zeebrieven worden verleend voor schepen en vaartuigen, toebehorende aan onderdanen van het Koninklijk der Nederlanden, welke het burgerrecht in de kolonie genieten.
Ofschoon enig vaartuig niet geheel toebehoort aan ingezetenen die het burgerrecht in de kolonie genieten en andere Nederlandsche onderdanen, die geen vaste ingezetenen zijn, ook daarin aandeel hebben, wordt echter voor een dusdanig vaartuig een zeebrief gegeven. De zeebrieven worden door de gouveneur in naam des konings uitgegeven, en gelden voor een tijd van twaalf achtereenvolgende maanden na de dag der afgifte, welke bepaling in de zeebrief wordt uitgedrukt. In verband tot het verbod van de Afrikaanse slavenhandel is aan de schepen of vaartuigen, voor welke zeebrieven worden verleend, de vaart op de kust van Guinea, de Straat van Gibraltar en in de Middellandse Zee niet toegestaan. Vaartuigen der kolonie in vreemde havens aankomende alwaar een consul of agent van het rijk gevestigd is, is de schipper gehouden om zich binnen drie maal vier en twintig uren na zijn aankomst bij die consul of agent te vervoegen en aldaar zijn zeebrief te vertonen. De kustvaarders moeten mede van een pas voorzien zijn, met welke zij vrijelijk uit en in kunnen varen. Vaartuigen, die op de visserij varen, bekomen daartoe een visserpas. (opm: ontleend aan het verslag voor de Staten-Generaal van het beheer van Curaçao en onderhorigen over het jaar 1849)


27 juli 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Het Nederlandse stoomschip RAJAH WALIE, kapt. D. van Proijen is de 20e juli van Batavia naar Samarang vertrokken (opm: eerste reis onder Nederlandse vlag; de naam van het schip wordt ook geschreven als RADJA WALIE en als RAJAH WALLIE)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Whitstable, 22 juli. Het schip MERCURIUS, kapt. Hauschildt, van Amsterdam naar Londen, bij Maplin Sand gezonken, is gelicht en alhier binnenbebracht.


28 juli 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Odessa, 16 juli. Het schip MAGRIETA, kapt. De Groot, van Berdianska (opm: Berdiansk) naar Schiedam, is met verlies van masten en meer andere schade te Kertch (opm: Kertsj) binnengelopen.


  JC - Javasche Courant

Van de schout-bij-nacht, commandant van Zr.Ms. zeemacht in Oost Indië en inspecteur der marine, zijn de volgende berichten ontvangen.
Nadat in de namiddag van 23 juni bij die vlag-officier een bericht was ingekomen, afkomstig van het binnengekomen Nederlandse schip BANKA, nopens het stranden van een schip op het westelijke rif van Prinsen-Eiland (ingang van Straat Sunda), is de volgende morgen Zr.Ms. stoomschip MERAPI, onder bevel van de kapitein-luitenant-ter-zee H.J. van Maldeghem, op zijn last naar de plaats van het ongeval vertrokken, teneinde de nodige hulp te verlenen. Met genoegen mag men thans vermelden, dat die maatregel door de bevelhebber van het stoomschip met zoveel spoed en ijver is uitgevoerd, dat hij na twee etmalen in de morgen van de 26e reeds is teruggekeerd, en zijn pogingen met een gelukkige uitslag zijn bekroond geworden. Het verslag van de commandant der MERAPI bevat dienaangaande hoofdzakelijk het volgende.
Het strekt mij tot een waar genoegen UHEG, de gunstige afloop mijner zending naar het Prinsen-Eiland te kunnen meedelen. Na het verlaten der rede van Batavia, de 24e, was ik in de vroege ochtend van de 25e op de hoogte van de westhoek van dat eiland (opm: 06º36’ ZB 105º06 OL), stuurde naar het rif dat daarvan omstreeks ½ D. mijl (opm: Duitse mijl = 7407 meter) afsteekt, en ontdekte al spoedig het wrak, waarvan de gezagvoerder van de BANKA melding maakt. De zee liep buiten de straat hoog; op het rif was de branding hevig en sloeg met veel geweld over het verongelukte schip, welke voor- en achtereinde slechts voor een gering gedeelte zichtbaar waren. Toen men het rif omtrent ¼ mijl was genaderd, werd een wapperende vlag gezien, hetwelk geen twijfel overliet dat er nog mensen te redden waren. Ik zond een sloep met twee officieren, met last om de gunstige positie daartoe op te nemen, daar het duidelijk was, dat het wrak zonder groot levensgevaar niet rechtstreeks te naderen was. De sloep naderde het rif, tot dat de overgeblevene schepelingen, op het bemerken dat er redding kwam, zich langs deszelfs binnenkant met een door hen vervaardigd vlot naar het strand van het eiland begaven. De sloep stuurde nu buiten de slag der branding, terwijl ik met de MERAPI op ¼ mijl (opm: 1850 m) afstands dezelfde koers volgde, tot dat het strand door de sloep genaderd kon worden en de schipbreukelingen zich door middel van een vlotje daarin konden begeven. Dankzij de bedaardheid en het overleg der officieren, met die moeilijke taak belast, reeds om 10 uur waren allen, die de ramp hadden overleefd, ten getale van 16, behouden aan boord gebracht. Onder hen bevond zich de gezagvoerder L. van Geelkerken, die mij nu het volgende verklaarde.
Hij was met het schip (JOHAN JACOB opm: bark JOHANN JACOB, bouwjaar 1843), te huis behorende te Rotterdam, rederij der H.H. Bonke en Co, de 19e juli j.l, na met zonsondergang goed bestek te hebben gehad, en dus vermoedelijk misleid door sterke oostelijke stromen, omstreeks middernacht vervallen op het Kasuaris-rif van het Prinsen-Eiland. De branding nam eensklaps zodanig toe, dat alle pogingen om het schip te redden, zelfs om sloepen uit te zetten, vruchteloos waren, en de manschap genoodzaakt werd aan stuurboordzijde aan rustijzers (opm: versterkingen ter bevestiging van het staande want), enz. hun lot af te wachten. Na nauwelijks een half uur vast zitten, sloeg het schip midden door, en werd men genoodzaakt van het voor naar het achterschip te vluchten, waarbij reeds enige mensen zijn weggeslagen. Eindelijk kwamen de spiegel en achtersteven geheel boven water drijven, en bleven de meesten der geredden alleen behouden, door zich vast te klemmen aan de vingerlingen (opm: draaipunten) van het roer. Het achterdeel van het schip verminderde echter zo snel, dat er niets overbleef dan te trachten naar het voorschip te komen, dat, dwars geslagen zijnde, nu gedeeltelijk door het achterschip werd beschermd. De één voor en de andere na, nam nu elk zijn toevlucht tot dit laatste middel, maar bij die gelegenheid werden opnieuw enigen door de golven verslonden. De dag aanbrekende en de overgeblevene enigszins nader met de gesteldheid der zaken bekend rakende, begaven zij zich met een vlot door de branding naar de wal, en hebben, eenmaal de weg tussen deze gevaarlijke reven kennende, vervolgens enige levensmiddelen kunnen afhalen, waarmee zij onder andere bij onze aankomst bezig waren. Hun enig voedsel gedurende deze 5 bange dagen bestond uit rauw zout vlees en spek en een weinig slecht water uit een zandputje, in de nabijheid hunner ontscheping toevallig ontdekt. Het spreekt vanzelf dat bij hun komst aan boord alle hulp is verleend, die hun akelige toestand vorderde. De 16 personen, welke van de 25, die zich tijdens het ongeluk aan boord van de JOHAN JACOB bevonden, behouden bleven, zijn bij aankomst ter rede van Batavia met de MERAPI, dadelijk aan boord van Zr. Ms. korvet BOREAS ter verpleging opgenomen en van kledingstukken voorzien. Als vermist en vermoedelijk verdronken worden 9 personen opgegeven. (opm: zie ook JC 010952, NRC 161052 en 171052 voor opgave van namen van bemanningsleden en passagiers).


29 juli 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Dordrecht, 28 juli. Heden morgen is op de werf van de scheepsbouwmeester S. Schouten alhier de kiel gelegd voor het nieuw te bouwen barkschip JUNO, groot ruim 300 lasten, voor rekening ener rederij onder directie van de heren Sandberg & Co en gevoerd zullende worden door kapt. W.J. Chevalier.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Elseneur (opm: Helsingör), 23 juli. De te Pekel-A te huis behorende schoenerkof GESINA HENDRIKA, kapt. Breeland, met een lading gerst van Riga naar de Maas bestemd, is hier heden lek in de haven gekomen en zal gedeeltelijk moeten lossen om de schade te herstellen.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Door verandering van zaken uit de hand te koop een buitengewoon hecht, sterk bezaan-gaffelschip, groot 92 tonnen, met een lopend tuig, alle zijlagie geheel nieuw, met deszelfs kostelijke en complete inventaris, voor de vaart op zeedijken en stranden. Informatie bij de eigenaar A. Ritmeester, te Ellewoutsdijk. Brieven franco.


  DC - Dordtsche Courant

Dordrecht, 28 juli. Aan boord van het aan het Nieuwediep van Batavia binnengekomen Nederlandse koopvaardijschip ELIZE, kapt. Detering, bevindt zich een schoon luipaard, van Soerabaya medegebracht, hetwelk gedurende de reis zo zeldzaam mak is geworden, dat het toelaat, dan enkele manschappen der equipage de hand in zijn hok steken en het strelen. Het is bestemd als geschenk voor het genootschap Natura Artis Magistra, te Amsterdam.


  DC - Dordtsche Courant

Dordrecht, 28 juli. In de Amerikaanse dagbladen leest men het volgende middel om in nood verkerende schepen te ontdekken. Een koopman te New York heeft in zijn instructies aan de bevelvoerders zijner schepen ten plicht gesteld, om elke morgen bij het aanbreken van de dag, en elke avond, vóór het ondergaan der zon, een man in de mast te zenden, die de horizon moet rondzien, ten einde te ontdekken, of in de nabijheid enig schip zich bevindt, hetwelk hulp nodig heeft. Dit is een voortreffelijk voorschift, hetwelk door iedere reder behoorde te worden opgevolgd: want men heeft dikwerf vernomen, dat schepen, die bijstand nodig hadden, zijn gepasseerd, zonder dat men zich om hen bekreunde of wel doordien zij niet waren gezien. Indien deze maatregel, algemeen werd ingevoerd, zouden menig schip en vele mensenlevens kunnen behouden blijven.


30 juli 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Dantzig (opm: Gdansk), 24 juli. Het Nederlandse kofschip ALIDA, kapt. Boeling, hetwelk de 22e dezer uit onze haven zeilde, bestemd naar Amsterdam, is heden wegens ziekte van de kapitein geretouneerd.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Elseneur (opm: Helsingör), 24 juli. De Nederlandse kof ANTJE WITSENBURG, kapt. Middel, van Antwerpen naar St. Petersburg bestemd, is gisteren op onze rede door een Noorweegse schoener aangezeild en heeft daarbij de boegspriet verloren, welke schade ter rede zal hersteld worden.


31 juli 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 30 juli. Zr.Ms. korvet SUMATRA gaat eerdaags in het droge dok te Vlissingen, daar gemeld schip op de reis in de Middellandse Zee gestoten heeft. De état-major roemt zeer de beleefdheid overal op reis, en vooral aan de hoven van de grote heer en van de Egyptische onderkoning, genoten. Gemeld schip schijnt, even als het fregat PRINS VAN ORANJE, tegen half augustus wederom gereed te moeten zijn.


  DC - Dordtsche Courant

Liverpool, 26 juli. De schoener HARLEQUIN, kapt. Lukes, welke ll. zondag van hier naar Rotterdam vertrok, is op de rivier met een stoomboot in aanzeiling geweest en heeft daardoor enige schade bekomen. Dezelve is heden alhier teruggekomen en in het dok gehaald om te repareren.


01 augustus 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 31 juli. Heden namiddag is op de scheepstimmerwerf De Stad Harlingen, van de heer F. Haverkamp, met het beste gevolg te water gelaten het barkschip ALCYONE, groot plm. 250 lasten, gebouwd voor rekening van de heren Van Eeghen en Co. Het schip zal door kapt. A.P. Sandberg Jr. gevoerd worden en is bestemd voor de grote vaart.
En is daarna de kiel gelegd op de werf Het Wapen Van Amsterdam van een barkschip, groot plm. 250 last, genaamd CLIO, gebouwd zullende worden voor rekening ener rederij onder directie van de heer F.A. Jas en gevoerd door kapt. W. ter Haar, bestemd voor de grote vaart.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. De makelaars H.F.N. & W.H. Montauban van Swijndregt en F. & W. van Dam te Rotterdam, als last hebbende van hun meesters, zijn van mening te veilen op dinsdag de 31e augustus 1852, des middags ten twaalf ure, in de zaal op de hoek de Scheepmakerhaven en Bierstraat, wijk 1, No. 499 het Mecklenburger, in den jare 1849 te Wismar gebouwde, gedeeltelijk kopervaste schoenerschip JUPITER, gevoerd door kapitein J.J. Cordes, volgens meetbrief lang 22,40 el (opm: = 22,40 meter), wijd 4,64 el, hol 2,57 el, en alzo groot 119 tonnen, met al deszelfs rondhout, staand en lopend want, ankers, kettingen, touwen, zeilen en verder inventaris, zo als hetzelfde ligt aan de gewezen Marine-Werf, te Rotterdam.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlie, 29 juli. Heden arriveerde alhier SPITSBERGEN, kapt. H. Stokfleth, van Groenland, met 1.000 robben.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Brielle, 31 juli. Heden vertrok van hier naar zee de HARLINGEN, kapt. P. v.d. Meer, met bestemming naar Harlingen. (opm: mogelijk de stoomboot HARLINGEN, die schade aan de raderen had, na geëindige reparatie)


02 augustus 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Harlingen, 30 juli. Gisteren liep de Harlinger Groenlandsvaarder DIRKJE ADEMA hier de haven binnen met een vangst van 200 robben en een kleine vis (opm: walvis). De andere, SPITSBERGEN, wacht nog voor de haven op hoger vloed en zal waarschijnlijk heden avond binnenlopen. De laatste brengt 1.000 robben aan. De vangst is dus niet zeer groot.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Elseneur (opm: Helsingör), 28 juli. De te Pekel-A te huis behorende schoenerkof GEZINA HENDRIKA, kapt. Breeland, van Riga naar de Maas, heeft eergisteren na geëindigde reparatiën onze haven verlaten.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Hervatting der stoomboot- en diligence-diensten Harlingen.
De directie maakt bekend, dat de diensten van gemelde stoomboot en diligence tussen Amsterdam, Enkhuizen, Harlingen, Leeuwarden en Groningen, woensdag 4 augustus hervat zullen worden. Vertrek der stoomboot:
Van Amsterdam, zondag, woensdag en vrijdag, ‘s morgens 7 uur. Van Harlingen, maandag, donderdag en zaterdag, ‘s morgens 8 uur.
Vertrek der diligence:
Van Harlingen, direct na aankomst der stoomboot. Van Groningen, zondag, woensdag en vrijdag, ’s avonds 11 uur. Van Leeuwarden, maandag, donderdag en zaterdag, ’s morgens 5 uur.
Informatiën zijn te bekomen te Amsterdam: bij de heer J. Meijerink, in de Nieuwe Stads-Herberg aan het IJ; te Enkhuizen bij de heer H. Fop; te Harlingen bij de directie, te Leeuwarden bij mejuffrouw wed. L. Beugelaar; te Buitenpost, bij de heer D. Wadman; en te Groningen bij mejuffrouw wed. J.A. Bulsing.
Harlingen 1852


04 augustus 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Nieuwe Diep, 1 augustus. De stoomboot TEXEL heeft heden haar eerste geregelde tocht van hier naar het eiland Texel gedaan. De muziekvereniging, die zich welwillend voor deze gelegenheid had geleend, gaf aan die tocht, welke door vele ingezetenen werd meegemaakt, een feestelijk aanzien. De overvaart geschiedde binnen het half uur en daar de boot zeer gemakkelijk is ingericht, twijfelen wij niet of de ondernemers zullen slagen, aangezien deze dienst voorziet in de lang gevoelde behoefte, namelijk een versnelde en meer geregelde gemeenschap tussen het eiland Texel en het Nieuwe Diep.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Te Rotterdam ligt in lading naar Batavia voor goederen en passagiers, waartoe hetzelve uitmuntend is ingericht, het nieuw, extra op de zeilage gebouwd, gekoperd Nederlands barkschip HOLLANDS TROUW, kapt. J.C. Kreye. Gezegd schip is voorzien van een reddingboot en voert een bekwame scheepsdokter. Adres ten kantore van Kuyper, Van Dam & Smeer en Hudig & Blokhuyzen.


  AH - Algemeen Handelsblad

Verkoping van schepen op maandag 2 augustus, in de Nieuwe Stads Herberg aan het IJ het welbezeild kopervast schoener-kofschip AMSTEL, kapt. G.W. Kernkamp. NLG 4.350, in slag NLG 5. Opgehouden. Een chronometer niet geveild.


  AH - Algemeen Handelsblad

Rotterdam, 2 augustus. Heden middag zaten 4 man buitenboord te werken van het schip GENERAAL CHASSÉ (opm: fregat, kapt. J.M. de Winter), liggende aan de Willemskade alhier. De stelling, waarop zij waren, brekende, vielen allen in het water, 3 van welke men met moeite heeft gered, terwijl de 4de, de zoon van wijlen kapt. B., is verdronken.


05 augustus 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 4 augustus. De 16e dezer zal te Hellevoetsluis in dienst gesteld worden Zr.Ms. brik de AREND. Het bevel over die bodem zal opgedragen worden aan de kapt.luit ter zee J.R. Cantier.


06 augustus 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

In de wekelijkse vergadering van het collegie Zeemanshoop te Amsterdam werd in de avond van 3 augustus aan kapt. H.C. Wriborg, die in de ochtend van de 10e april l.l, op de hoogte van 02º20’ N.B. en 19º W.L. van Greenwich, met zijn onderhebbend schip MATHILDA, de equipage van het in brand geraakt en in staat van zinken zich bevindend Nederlands schip KONING WILLEM II met grote zelfopoffering heeft gered, op verzoek van de Zuid-Hollandsche Maatschappij tot het Redden van Schipbreukelingen te Rotterdam, een grote zilveren medaille en getuigschrift uitgereikt, hem door die maatschappij ter herinnering aan dat feit toegekend. Het bestuur van Zeemanshoop, voegde hierbij een door de heren Benten en Zonen, te Amsterdam keurig bewerkte zilveren beker, voorzien van een zeer toepasselijke inscriptie. De waarnemende voorzitter van het collegie, de heer C. Koert, sprak bij die gelegenheid kapt. Wriborg hartelijk toe, hetgeen door deze werd beantwoord. (opm: zie ook JC 110872 en NRC 130752)


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Groningen, 2 augustus. Vrijdag arriveerde alhier de schoenergaljoot SOPHIA KLAASIENA, groot ongeveer 90 last, kapt. H. Wolthekker van Groningen, gebouwd bij G.J. Bodewes te Martenshoek.


08 augustus 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 7 augustus. De heer C. Scheffer, ingenieur der 1e klasse bij de marine, heeft te ’s Gravenhage bij Gebr. J. & H. van Langenhuysen een vlugschrift uitgegeven, bevattende een allerbelangrijkst uitgewerkt ‘Plan tot daarstelling van een geregelde driemaandelijkse pakketvaart voor passagiers en stukgoederen tussen Nederland en Java met ijzeren schroefstoomschepen’. Tot die vaart wil hij zeilschepen inrichten met auxilair (opm: hulp-) stoomvermogen, even als die voor de pakketvaart tussen Engeland en de Kaap de Goede Hoop worden gebruikt; de vaart zou van Nederland via Batavia kunnen plaats hebben in 70 dagen, met inbegrip van het oponthoud op twee pleisterplaatsen, S. Vincent (Kaap Verdische Eilanden) en de Simonsbaai (Kaap de Goede Hoop), en dus slechts enige dagen langer dan de reis per overlandmail. Zij zouden in goedkoopheid, gemak en gezondheid de overlandmail-reis overtreffen, iets duurder, maar ook veel korter en minder wisselvallig zijn dan die met gewone koopvaardijschepen.


10 augustus 1852


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Ten overstaan van de notaris Schmolk, te ’s Gravenhage, zal op maandag, de 23e augustus 1852, des avonds ten 7 ure, in het Venduhuis der Notarissen aldaar, in het openbaar, worden verkocht vijf 1/340 aandelen in de ’s Gravenhaagsche Scheepsreederij, opgericht de 1ste juli 1839 ,ieder groot NLG 1.000,-; kunnende bezichtigd worden ten kantore van genoemde notaris in het Noordeinde, Wijk E, No. 329, alwaar tevens in tijds de voorwaarden dezer Verkoping ter inzage zullen liggen.


11 augustus 1852


  AH - Algemeen Handelsblad

Helvoetsluis, 9 augustus. Uitgezeild WOLTEMADE, Hus naar Newcastle.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. H.I. Rietveld, makelaar, zal op maandag de 23ste augustus 1852, des avonds ten 6 ure, te Amsterdam, in de Nieuwe Stadsherberg aan het IJ, ten overstaan van de deurwaarder B. Farret, verkopen:
- het extra ordinair, welbezeild gezinkt schoener-kofschip de ONDERNEMING, varende onder Nederlandse vlag, gevoerd door kapt. H.H. Vierow, volgens Nederlandse meetbrief lang 23 ellen, 60 duimen, wijd 4 ellen, 20 duimen, hol 2 ellen, 63 duimenen alzo gemeten op 116 tonnen of 61 lasten.
- de snelvarende barges MERCURIUS en HENDRIKA SUSANNA, laatst gebruikt in de vaart van Amsterdam naar het Nieuwe Diep, vice versa, respectievelijk gemeten op 44 en 30 tonnen.
- 1/20 part in het Nederlandse barkschip ADMIRAAL PIET HEIN, gemeten op 354 lasten.
- 1/20 part in het Nederlandse fregatschip CORNELIS HOUTMAN, gemeten op 308 lasten.
- 1/30 part in het Nederlandse fregatschip OOST-INDIEN, gemeten op 354 lasten.
- 1/30 part in hetzelfde schip.
- 1/30 part in het Nederlandse barkschip WILHELMINA ARNOLDA, gemeten op 120 lasten.
Alles breder bij inventaris en biljetten, en bericht bij bovengemelde makelaar.


  JC - Javasche Courant

Het schip KONING WILLEM II (opm: bark, bouwjaar 1842, zie NRC 040652), kapt. H.B. Eeftingh, van Amsterdam naar Batavia, is de 9e april op 02º NB en 31º WL verbrand, doch het volk door kapt. H.C. Wriborg, voerende het schip MATHILDE, van Banjoewangie in Texel binnen, gered en aldaar aangebracht.


12 augustus 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 11 augustus. Op de 28e mei is te Elmina (opm: St. George d’Elmina) verongelukt het Nederlandse schoenerschip GOUVERNEUR VAN DER EB (opm: bouwjaar 1845), kapt. J. Klok. De equipage is gered. Men zie verdere bijzonderheden onder de rubriek Koloniën.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

St. George d’Elmina, 10 juni. Tussen de 27e en 28e mei l.l. strandde tussen dit fort (opm: Elmina, Ghana) en het Engelse hoofdkasteel Cape-Coast-Castle (opm: Cape Coast), het schoenerschip GOUVERNEUR VAN DER EB, gevoerd door kapt. J. Klok, te Rotterdam te huis behorende en kortelings van Nederland aangekomen. Het schip was door de felle zee en hevige branding spoedig geheel verloren. De equipage bleef behouden. Van de goederen der lading werd nog betrekkelijk veel gered door de ijver en de onvermoeide hulp, zowel van de gouverneur als van de Nederlandse ambtenaren, terwijl de hoogste lof wordt toegezwaaid aan de gouverneur der Engelse bezittingen, op welk gebied het ongeluk plaatsvond, die met de meeste bereidwilligheid en voorkomendheid alle mogelijke hulp en bijstand verleende, waardoor veel bewaard bleef, dat anders gewis verloren zou gegaan zijn. Hetgeen een zeldzaamheid en alleen aan de goede zorg en medewerking der Nederlandse en Britse autoriteiten is toe te schrijven is, dat er noch van het wrak, noch van de lading, iets door de negers is geroofd, dat te meer opmerking verdient, daar de stranding buiten het bereik van het geschut der forten plaats had. De gezondheidstoestand der Nederlandse ambtenaren was voldoende.
De ST. GEORGE DE LA MINA, kapt. Van der Hoeven, en de hoeker CURAÇAO, kapt. Ouwehand, zouden tegen de laatste helft der maand juni de terugreis naar Rotterdam aannemen en tevens de equipage van het gestrande schip overbrengen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. F. der Kinderen, H.J. Rietveld en D.F. Stieven, makelaars, zullen op maandag de 23e augustus 1852, in de Nieuwe Stads-Herberg aan het IJ, te Amsterdam, verkopen het kopervast schoonerkofschiphol, genaamd AMSTEL, gemeten op 177 tonnen, of 94 lasten, benevens een aanzienlijke partij scheepsgereedschappen, waaronder rondhouten, want, ankers, touwen, zeilen, enz; breder bij notitie, en bericht bij bovengemelde makelaars.


  AH - Algemeen Handelsblad

Door sterfgeval te koop: het gefourneerde bedrag, groot duizend guldens, zijnde de 1ste en 2de termijn op 1/20 aandeel van het in aanbouw zijnde brikschip op de werf “De Haan”, alhier. Zullende varen onder directie van de Heren C.A. van Oven en A.G. Last Jr. Te bevragen bij A. Roos, Makelaar te Amsterdam.


13 augustus 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. De makelaars Montauban Van Swijndregt en Van Dam te Rotterdam zijn van mening, op last van hun meester, te veilen op dinsdag de 31e augustus 1852, des namiddags ten half één ure, in de zaal op de hoek der Scheepmakershaven en Bierstraat, wijk 1, no. 499 het Nederlands gebouwd, snelzeilende, kopervaste en van een nog nieuwe Muntzmetalen huid (opm: legering van ca. 60% koper en 40% zink; ook wel ‘naval-brass’ genoemd) voorziene schoenerschip POLARIS, gevoerd door kapt. J.J. Hansen, volgens meetbrief lang 22,60 el (opm: = 22,60 meter), wijd 4,29 el, hol 2,67 el, en alzo groot 115 tonnen of 61 lasten, doch ladende plus minus 80 roggelasten, met al deszelfs rondhout, staande en lopend want, ankers, kettingen, touwen, zeilen en verdere inventaris, zo als hetzelve ligt in de Wijnhaven, bij het kantoor van de heren Hudig & Blokhuyzen. Het voorschreven schip is inmiddels uit de hand te koop.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Door de makelaars Montauban Van Swijndregt en Van Dam te Rotterdam zal nog worden geveild, na afloop der veiling van het schip POLARIS, op dinsdag 31 augustus 1852, te half één ure, in de zaal op de hoek der Scheepmakershaven en Bierstraat, het hol van het gezinkte kofschip MEXICO, volgens meetbrief lang 24,50 el, wijd 4,53 el, hol 2,67 el en alzo groot 132 tonnen of 70 lasten; en voorts nog twee boten, liggende in de Zalmhaven, aan de Scheepstimmerwerf van de heren Gebr. Visser. (opm: van de kof, bouwjaar 1839, onder kapt. Th.D. de Wit werd de zeebrief op 13 oktober 1852 naar Den Haag teruggezonden onder vermelding ‘schip gesloopt’)


14 augustus 1852


  DC - Dordtsche Courant

Dordrecht, 13 augustus. Op de stoomboot de STAD HEUSDEN werd gisteren, op een half uur afstands van deze stad, de fokkemast door de hevige wind met zulk een geweld naar beneden gerukt, dat een der knechten, na alvorens een wonde aan het been bekomen te hebben, door dezelfde over boord werd geworpen.


  JC - Javasche Courant

Advertentie. Verkoping van een barkschip. De ondergetekenden zullen op vrijdag de 27e dezer op vendutie verkopen het Nederlands-Indische barkschip JADUL KARIEM, groot circa 120 lasten, met deszelfs inventaris, zo als hetzelve alhier te rede is liggende.
A. van Ommeren & Co.


  JC - Javasche Courant

De ter rede van Soerabaija liggende Nederlandse schoener ZEEMANSHOOP (opm: niet in Nederland geregistreerd; waarschijnlijk Indische zeebrief) is thans herdoopt in ISREEN. (opm: de ZEEMANSHOOP lag ten minste sedert medio maart 1852 op de rede van Soerabaija)


  JC - Javasche Courant

Advertentie. Nederlandsch-Indische Stoomboot-Maatschappij. Na arrivement van de overlandmail in de maand september aanstaande, zal het stoomschip JAVA, kapt. Batten, van hier vertrekken via Soerabaija naar Port Adelaide en Melbourne (Port Phlip) in Nieuw-Holland (opm: Australië), zijnde passage voor een kajuitspassagier bepaald op GBP 60 tot Port Adelaide en GBP 75 tot Melbourne (Port Philip). Nadere informatiën zijn te bekomen te Soerabaija bij de heren Frazer, Eaton & Co., en alhier bij MacLaine, Watson & Co.
Batavia, augustus 1852.


15 augustus 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 14 augustus. Volgens rapport van loodsen is gisteren nacht op de Noordvaarder verongelukt een binnenkomende Nederlandse tjalk, de naam onbekend.


16 augustus 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 23 juni. Scheepsvrachten. De METTA en VANADIS in onze vorige vermeld vertrokken beiden bevracht à GBP 2.10 en GBP 2.15, tot inneming van lading naar Padang, de eerste voor een gemengde lading rijst, peper en cassia (opm: Padang-cassia = valse kaneel, heeft scherpere smaak dan goede Ceylon-kaneel) voor Bremen, het andere met koffij naar Noord-Amerika; het Nederlandse schip DANKBAARHEID AAN DE NEDERLANDSCHE HANDEL MAATSCHAPPIJ, zonder lading voor bevrachters rekening uit China alhier gearriveerd zijnde voor een reis naar China over Batavia uit en te huis gecharterd, werd bevracht naar Rotterdam voor rijst à NLG 57 en voor suiker à NLG 70, terwijl de DYONISIA CATHARINA voor Amsterdam heeft aangenomen 250 koyangs (opm: kojang = 30 pikol of circa 60 kg) rijst à NLG 63, 1500 picols suiker à NLG 73, en 100 leggers arak à NLG 95, zullende de overige ruimte voor reders rekening worden opgevuld. De STRAAT SUNDA bedong voor rijst NLG 65 en de PRINS FREDERIK DER NEDERLANDEN voor suiker NLG 70, arak NLG 105 en maatgoederen (opm: volumineuze lading) NLG 80 beiden naar Amsterdam; de CHRISTIAAN HUYGENS werd genomen voor een reis naar de Golf van Perzië en terug à NLG 21000 bij de roes (opm: onafhankelijk van het gewicht of de hoeveelheid van de ingenomen lading) terwijl het Engelse schip ELEONORA bevracht werd naar Cowes om orders à GBP 2.10 voor rijst en GBP 4.10 voor tabak. Aan de CASSIOPEA is tevergeefs GBP 2.10 voor rijst geboden, zodat thans deze bodem en het Zweedse schip CECILE de enige nog onbevrachte alhier aanwezig zijn. Bij de geneigdheid der houders van producten tot verkopen voorzien wij een verbetering der vrachten, tenzij er van China, Sydney en uit de archipel vele der zonder emplooi aanwezige schepen herwaarts stevenen.


17 augustus 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 23 juni. De 17e februari j.l. zijn te Boero (opm: Buru), en de 26e daaropvolgende te Ambonia (opm: Ambon)aangekomen, de gezagvoerder van het Engelse schip EMPEROR OF CHINA, benevens een passagier en 20 man der equipage. Dit schip, bestemd naar China, verliet de 11e oktober des vorigen jaars de stad Londen, en was de 10 februari j.l. op de hoogte van het eiland Pinanko, vandaar koers stellende om het rif van het eiland Velthoen te vermijden. In de nacht van de 11e februari stiet het schip op een rif, blijkende te zijn het Kokos-rif, en liggende op 124º20’ oosterlengte en 60º45’ zuiderbreedte (opm: deze positie is fout; moet zijn: 06º45’ Z.B. 124º20’ O.L.). Alle inspanning werd vergeefs aangewend om het vaartuig weer vlot te krijgen. In korte tijd liep het geheel vol water, zodat men besloot zich in de boten te redden. De 15e februari werden de schipbreukelingen opgenomen door het Amerikaanse schip FAR WEST, gezagvoerder Breand, bestemd naar Hongkong; doch de 17e daaraanvolgende te Boero (opm: Buru) weer aan wal gezet, op grond dat niet genoeg provisiën aan boord was. Nadat de schipbreukelingen te Amboina (opm: Ambon) zijn verpleegd, werden zij van daar de 7e april j.l. per het schip JADUL KARIEM, gezagvoerder Scheel, naar Soerabaija gezonden. Gedurende hun verblijf te Amboina is één man der equipage overleden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 16 augustus. Het schip de ONDERNEMING, kapt. Eisinga (opm: hektjalk, bouwjaar 1847, sinds 1849 in de zeevaart; kapt. Pieter Gerrits Eisinga), van Amsterdam naar Londen, is op de gronden van Terschelling gestrand. De tuigage en een gedeelte der lading zijn beschadigd geborgen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Ramsgate, 13 augustus. Het schip HENDRIKA, kapt. P. Collenteur, van Rotterdam naar Rouen bestemd, is hier heden lek en met andere averij binnengelopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Dartmouth, 13 augustus. Heden kwam het schip AMSTEL, kapt. Van Duijn, van Girgenti naar Dantzig (opm: Gdansk) bestemd, alhier met verlies van fokkera, zeilen en meerder schade binnen.


  DC - Dordtsche Courant

Dordrecht, 16 augustus. Zaterdag morgen is te Vlaardingen gearriveerd de hoeker OP HOOP VAN ZEGEN, schipper Hendrik Bijl, aldaar te huis behorende, met 55 ton haring. Nog kwam die dag een hoeker wegens ziekte van de schipper binnen met 8 ton. De vangst is alzo zeer schraal.


  DC - Dordtsche Courant

Batavia, 23 juni. Vrachten. Gedurende deze maand had uit gebrek aan scheepsruimte zowel als aan ter verscheep liggende producten weinig verandering in de koers plaats. De DYONISIA CATHARINA, terug van deszelfs tussenreis laadt hier suiker voor NLG 73,-Rijst voor NLG 63,- en arak voor NLG 95,- per last zonder meer. De DRIE GEBROEDERS laadt te Samarang suiker voor NLG 75,- zonder meer en huiden voor NLG 90,- met 15 procent. De CHRISTIAAN HUYGENS is opgenomen voor de golf van Perzië; zijn wij wel onderricht voor de ronde som van NLG 21.500,-. De DANKBAARHEID AAN DE NEDERLANDSCHE HANDELMAATSCHAPPIJ, van China terug, ligt thans in lading naar Holland; zo wij vernemen moet dit schip tot NLG 57,- per last rijst hebben aangenomen.


  AH - Algemeen Handelsblad

Northshields, 13 augustus. Binnengekomen WOLTEMADE, Hus van Rotterdam.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Amsterdam, 12 augustus. Door toezending van de heer A. van der Eb, gouverneur van de Nederlandse bezittingen ter kuste van Guinea, zijn met het brikschip ST. GEORGE DE LA MINA, kapt. W. van der Hoeven aangebracht een jonge gevlekte panter, een grote zeldzame aap en een nog zeldzamer vogel welke dieren door de rederij aan de vereniging Natura Artis Magistra te Amsterdam ten geschenke zijn aangeboden. Voor de tentoonstelling zijn nog ontvangen twee kisten inhoudende voortbrengselen van Afrika, alsmede verschillende zeldzame voorwerpen, door negers aan de kust van Guinea vervaardigd en aldaar in gebruik. Hoewel deze voorwerpen thans eerst zijn aangeboden zullen zij evenwel nog op de tentoonstelling worden geëxposeerd.
NRC 180852
Dordrecht, 17 augustus. Gisteren namiddag, omstreeks half zes ure, is van de werf van de scheepsbouwmeester Jan Schouten alhier met het beste gevolg te water gelaten het nieuw gebouwd en gekoperd Nederlands barkschip EVA JOHANNA, gebouwd voor rekening ener rederij onder directie van de heren G. Mauritz en gevoerd zullende worden door kapt. H. den Boer. Onmiddellijk daarna is de kiel gelegd voor dezelfde rederij voor een schip, hetwelk de naam zal voeren van JAN SCHOUTEN.


18 augustus 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 17 augustus. Eén der stoomboten, varende van Zwolle op Amsterdam – de STAD AMSTERDAM – van daar vertrokken, arriveerde in de morgen van 13 dezer van laatstgenoemde plaats zeer vroegtijdig te Zwolle. Na haar vracht gelost te hebben, stoomde dezelve weder het Zwarte Water op, om de bark SAGITTA, die sedert verscheidene weken dicht bij deze stad aan de grond had gezeten en nu door het hoge watergetijde vlot was gekomen, naar buiten te brengen. Dit verricht zijnde is de boot in haar terugkomst met zoveel kracht tegen de brug te Hasselt geraakt, dat één der raderkasten en de bottelarij veel schade hebben bekomen; en toen zij hedenmorgen zou vertrekken, verspreidde zich opeens op de steiger en de boot een geduchte wolk van stoom, zodat het schijnt, dat de machine mede schade heeft geleden, daar de boot niet kon varen. De directie heeft terstond order gesteld, om de pakgoederen per zeilschip, en de passagiers benevens de meest pressante artikelen per Kamper stoomboot te verzenden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Te Hoogezand, Sappemeer, Muntendam, Veendam, Wildervank en Groningen bestaan 51 werven, op welke in 1848 en 1850 tezamen 103 nieuwe zeeschepen zijn gebouwd, terwijl een aanzienlijk gedeelte van de gezagvoerders der Nederlandse koopvaardijvloot in genoemde plaatsten met der woon (opm: metterwoon) zijn gevestigd. Te Pekel-A zijn 14 werven, waarop in 1849 en 1850 werden gebouwd 27 nieuwe zeeschepen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. H.J. Rietveld en B.D. Bosscher, makelaars, te Amsterdam, zullen op maandag de 6e september 1852, ’s avonds om 6 uur, in de Nieuwe Stads Herberg, aan het IJ aldaar, verkopen: het extra ordinair, welbezeild Nederlands, gekoperd tweedeks barkschip ELIZE, gevoerd door kapt. J.F. Detering, volgens Nederlandse meetbrief lang 37 ellen 50 duimen (opm: = 37,50 meter), en alzo gemeten op 586 tonnen of 310 lasten. Breder volgens inventaris en bericht bij bovengemelde makelaars.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Te Rotterdam ligt in lading naar Batavia voor goederen en passagiers, waartoe hetzelve uitmuntend is ingericht het nieuw, extra op de zeilage gebouwd gekoperd Nederlands barkschip HOLLANDS TROUW, kapt. J.C. Kreye. Gezegd schip is voorzien van een reddingboot en vaart een bekwame scheepsdokter. Adres ten kantore van Kuyper, Van Dam & Smeer en Hudig & Blokhuyzen. (opm: eerste reis)


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Wordt te koop gepresenteerd: Een snelzeilend eikenhout brikschip, groot volgens Nederlandse meetbrief 155 tonnen, zijnde in 1830 in Pruisen met geheel nieuwe inventaris uitgehaald, liggende voor deze stad. Te bevragen bij Van Veen & Koli, cargadoors alhier.


  JC - Javasche Courant

De 5e augustus is op de klippen bij het eiland Raäs verongelukt de bark ALOEWIE (opm: uit Oost-Indië), gevoerd door de banjarees Soegoet, komende van Bandjermasin en Bima, en aan boord hebbende paarden, welke door de toegebrachte hulp van het hoofd van genoemd eiland gered en naar Bezoekie zijn vervoerd, zijnde het vaartuig zelve geheel verloren gegaan.


19 augustus 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 18 augustus. Directeuren van de hier ter stede gevestigde Zuid-Hollandsche Maatschappij tot Redding van Schipbreukelingen hebben eenparig besloten te doen uitreiken de gouden medaille en een vererend getuigschrift aan de majoor Stephen J. Hill, gouverneur en gezagvoerder van de Britse bezittingen op de Goudkust, voor zijn kosteloos bewezen diensten en krachtig verleende bescherming, aan de bemanning en een gedeelte der lading van het op gemelde kust, nabij Cape-Coast-Castle (opm: Cape Coast), gestrand en verbrijzeld Nederlands schoenerschip GOUVERNEUR VAN DER EB, gevoerd door kapt. J. Klok, alhier te huis behorende. Wij juichen van harte een dergelijk besluit toe, omdat het steeds een nuttige strekking zal hebben ten behoeve van onze scheepvaart en onze handel in het algemeen, die op gemelde kust gedreven wordt, en door zulk een onderscheiding onderlinge en vriendschappelijke betrekking tussen de verschillende opperhoofden bevorderd wordt. (opm: zie NRC 120852)


  DC - Dordtsche Courant

Dordrecht, 18 augustus. Den 28 dezer zal van Harderwijk vertrekken, om de 29ste daaraanvolgende te Rotterdam te embarkeren, aan boord van het fregatschip DELFT, gezagvoerder B.J. Muller, een detachement suppletietroepen, sterk 150 onder-officieren en manschappen, onder bevel van de 1ste luitenant van het Oost-Indische leger G. Fretzen, en medegeleiders de 2de luitenants der infanterie H. Brinkgreve, H.F. Meijer en de 2de luitenant der artillerie A. Heijligers.


20 augustus 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Te Schiedam ligt in lading, naar Batavia, om vermoedelijk voor de 10e september te vertrekken, het op de zeilage nieuw gebouwd, gekoperd barkschip JACOBUS MARTINUS, kapt. J. Gagestein, hebbende een uitmuntende inrichting voor passagiers. Adres bij de reder M. Kerdel, en bij de cargadoors De Groot, Roelants & Co. (opm: eerste reis)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 19 augustus. Door de Nederlandsche Handel-Maatschappij zijn bevracht geworden de navolgende 8 schepen, als:
voor Rotterdam: HONGKONG, kapt. M. van der Putten; SAMARANG, kapt. D.L. Immink. Voor Amsterdam: ALBATROS, kapt. K.P. Haasnoot; GOEDE VERWACHTING, kapt. F.H. Zeijlstra; RIDDERKERK, kapt. H. Noltee, van Rotterdam; CHRISTIAAN HUYGENS, kapt. A.J. Ihlower, van Schiedam.
Voor Middelburg: JOHANNES MARINUS, kapt. J. van Delft, Jr. , van Rotterdam.
Voor Schiedam: JACOBUS MARTINUS, kapt. J. Gagestein.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. De makelaars Montauban van Swijndregt en Van Dam te Rotterdam, zijn van mening op last van hun meester te veilen op dinsdag de 31e augustus 1852, des namiddags om half één, in de zaal, op de hoek der Scheepmakershaven en Bierstraat, wijk 1, no. 499: het Nederlands gebouwd, snelzeilende, kopervaste en van een nog nieuwe Muntzmetalen huid (opm: legering van ca. 60% koper en 40% zink; ook wel ‘naval-brass’ genoemd) voorziene schoenerschip POLARIS, gevoerd door kapt. J.J. Hansen, volgens meetbrief lang 22,60 el (opm: = 22,60 meter), wijd 4,29 el, hol 2,67 el, en alzo groot 115 tonnen of 61 lasten, doch ladende plus minus 80 roggelasten, met al deszelfs rondhout, staande en lopend want, ankers, kettingen, touwen, zeilen en verdere inventaris, zo als hetzelve ligt in de Wijnhaven, bij het kantoor van de heren Hudig & Blokhuyzen. Het voorschreven schip in inmiddels uit de hand te koop.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Door de makelaars Montauban van Swijdregt en Van Dam, te Rotterdam, zal nog worden geveild, na afloop der veiling van het schip POLARIS, op dinsdag 31 augustus 1852, om half één, in de zaal op de hoek der Scheepmakershaven en Bierstraat: het hol van het gezinkte kofschip MEXICO, volgens meetbrief lang 24,50 el (opm: = 24,50 meter), wijd 4,53 el, hol 2,67 el en alzo groot 132 tonnen of 70 lasten; en voorts nog twee boten. Liggende in de Zalmhaven aan de scheepstimmerwerf van de heren Gebr. Visser.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 19 augustus/ Het kantoor te Zwolle, dat met vrucht de rederij der onlangs aldaar gebouwde zeeschepen administreert, beijvert zich om wederom de inschrijving op een te bouwen schoener of bark voltekend te krijgen, welk schip genoemd zal worden de MINISTER THORBECKE. Men vleit zich de kiel er voor spoedig te zullen zien leggen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Thisted, 13 augustus. Het schip TWEE GEZUSTERS, kapt. Brink, van hier met gerst naar Hull bestemd, is eergisteren met onklare pompen uit zee teruggekomen. De lading, die gedeeltelijk beschadigd is, wordt gelost.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Amsterdam 16 augustus. Met het schip PRINS FREDERIK DER NEDERLANDEN, kapt. P. Huydekooper, is in goede staat op Java aangebracht een plant van de konings-kina, afkomstig van de hoogleraar De Vries. Men meende gegronde hoop te mogen voeden dat deze plant behouden zou blijven en de hortilanus op Buitenzorg had er reeds drie stekken van kunnen nemen, die zeer krachtig stonden. De regering heeft de genoemde gezagvoerder voor de door hem in deze betoonde zorg een premie van NLG 500 toegekend.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Groningen 19 augustus. Dinsdag zijn alhier twee nieuwe schoenerschepen gearriveerd, beide gebouwd op de werf van de heer E.H. Meursing te Hoogezand, zullende bevaren worden het ene genaamd CHRISTINA JACOBA, groot 80 last, door kapt. H.J. van Calker van Hoogezand, het andere groot 75 last, door kapitein G. Haverbult van Groningen.


21 augustus 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

St. George d’Elmina, 21 juni. Op de 27e mei l.l. is te Lagos gestrand de Engelse schoener-brik RANAVALLA MANJAKA. De equipage is behouden. Van schip en goederen is niets gered.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Sydney, 8 mei. Het schip SPHINX, kapt. Wigman, de 6e april van Canton te Launceston (v.D.L.) (opm: van Diemen’s Land = Tasmanië) gearriveerd, heeft bij het naar binnen zeilen op de Porpoise rotsen gestoten. Hetzelve zal na ontlossing der lading in het dok gehaald worden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Kroonstad (opm: Kronstjadt), 11 augustus. Het schip GEERDINA CORNELIA, kapt. Van Borkum, van Londen komende, is de gepasseerde nacht met dik weer aan de zuidelijke oever van ons eiland aan de grond gekomen en zeer lek geworden. De nodige maatregelen zijn genomen om het schip hulp te bieden.


23 augustus 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Kroonstad (opm: Kronstjadt), 13 augustus. Het in de nabijheid van ons eiland aan de grond geraakte schip GERDINA CORNELIA – zie ons nommer van eergisteren – is vol water gelopen. De lading wordt in lichters gelost en men hoopt daarmede heden klaar te komen. Dit gedaan zijnde zal men beproeven om het schip vlot te brengen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 22 augustus. Eergisteren is aan de werf van de heren J. & K. Smit onder de gemeente Nieuw Lekkerland kiel en steven gericht voor een barkschip genaamd LUCTOR ET EMERGO, groot ongeveer 300 lasten.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Gibraltar, 7 augustus. Het Nederlandse schip EENDRAGT, kapt. Klein, van Odessa, is hier met gebroeide lading binnengelopen. Met de lossing is bereids een aanvang gemaakt.


24 augustus 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Elseneur opm: Helsingör), 19 augustus. Het schip MARIE, kapt. Zeilinga, van Riga naar Amsterdam, is alhier lek binnengelopen en bezig met lossen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. De veiling van het schip POLARIS, aangekondigd te Rotterdam, op de 31e dezer maand augustus, zal geen voortgang hebben, zijnde uit hand verkocht; doch zal nu, na afloop van de veiling van het schip JUPITER, bepaald op dezelfde dag, ’s middags om 12 uur, geveild worden: het hol van het gezinkte kofschip MEXICO, volgens meetbrief lang 24,50 el, wijd 4,53 el, hol 2,67 el en alzo groot 132 tonnen of 70 lasten; en nog twee boten. Liggende in de Zalmhaven, aan de scheepstimmerwerf van de heren Gebr. Visser.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Schiffs-Auction. Für Rechnung, wen es angeht, soll hierselbst das im Jahre 1848 hier von Kiel auf aus eichen Holz neu erbaute, Kupferfeste und mit Muntz’s Metal-Boden versehne, 202 Normallast grosse Barkschiff SPECULANT aus freier Hand am 10t. September a.c. Nachmittag 3 Uhr im unteren Locale der Börsenhalle durch den Unterzeichneten öffentlich meistbietend verkauft werden.
Das Inventarium ist vollständig und im besten Zustande und kann das Verzeichnis desselben bei Herren Dade & Houtkoper, in Amsterdam, jederzeit eingesehen werden, wo selbst auch, wie beim Unterzeichneten, nähere Auskunft erteilt wird.
Köningsberg, im August 1852. Robt. Kleysenstüber, Vereideter Schiffs-Mäkler & Abrechner.


  AH - Algemeen Handelsblad

Verkoping van schepen, gehouden te Amsterdam in de Nieuwe Stads Herberg aan het IJ op 23 augustus: het schoener-kofschipshol AMSTEL, NLG 1.000, in slag NLG 400, koper G.J. Boelen (opm: makelaar namens een sloper; op 17 september werd de zeebrief geroyeerd met als reden ‘schip gesloopt’; zie verder o.a. NRC 150752).


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Uit de hand te koop het in 1841 nieuw gebouwde schoener-kofschip MARTHA ELISABETH, kapt. J.J. Koster, groot volgens Nederlandse meetbrief 114 tonnen of 60 lasten, liggende aan de werf Het Schaap te Groningen.


25 augustus 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 23 augustus Op de laatste februari van dit jaar, bevond zich een Nederlands barkschip op de terugreis van Cheribon (opm: Ceribon) naar Batavia. Dat schip, de JOAN, kapt. C.F. van Assendelft de Coningh, was met westelijke wind, kruisende omstreeks 18 Engelse mijlen, beoosten de punt van Indramayoe (opm: Indramayu). Om 10 uur ’s ochtends ontdekte de kapitein met de kijker op grote afstand een Europese sloep, die een andere dergelijke op sleeptouw had. Eén dier vaartuigen had aan een opgestoken riem een noodvlag waaien. Dadelijk gaf de gezagvoerder bevel daarheen koers te zetten en fluks werd aan dat bevel voldaan, zodat men een uur daarna de boten met de schipbreukelingen behouden aan boord mocht zien, benevens hun boten, waarin zich niet minder dan 15 personen bevonden. Het was de equipage van de Deense brik THORWALDSEN, die met ijzer bevracht van Batavia naar Samarang was bestemd.
Volgens het verhaal van de Deense kapitein Larsen, bleek het, dat zij in de nacht van de 25e februari met een stijve westelijke wind op het noorderlijkste der Boompjes-eilanden waren verongelukt. Reeds de volgende morgen waren zij genoodzaakt met de beide boten het wrak te verlaten. Na vergeefs te hebben beproefd aan de oostkant op één der Boompjes-eilanden te landen en nadat zij er tussen de koraalriffen hun dreg hadden verloren, besloot men naar de punt van Indramayoe over te steken. Door de felle west-moesson en de sterke stroom was men echter te laag gekomen en beoosten de punt vervallen, zodat de schipbreukelingen waarschijnlijk nog in geen twee of drie dagen het land hadden kunnen bereiken, aangezien de harde moesson hen steeds oostwaarts afdreef. Op dat ogenblik werden zij door kapt. Van Assendelft de Coningh gezien en gered.
De toestand, waarin zich de schepelingen bevonden, was verschrikkelijk: van de weinige medegenomen mondbehoefte was het enige vat water, doordat dit vocht in een bierton was gevuld, schier onbruikbaar geworden. Door het aanhoudend en met inspanning arbeiden in een gloeiende zon waren allen ten hoogste afgemat en verlangden vurig naar een verfrissende dronk waters, welke zij niet vonden. Daarbij brachten hen de aanhoudende stortregens geen verkwikking, maar vermoeiden hen, zodat zij in zeer deerniswaardige toestand aan boord werden gebracht.
Maar zodra waren niet de kapitein, zijn beide stuurlieden, benevens elf matrozen en jongens en ook een passagier behouden binnen boord gebracht, of hun ellende nam een einde. Met de liefderijkste hartelijkheid werden zij door kapt. Van Assendelft ontvangen en met de meeste gastvrijheid en zorg van alle mogelijke verkwikkingen voorzien, terwijl de weinige geredde goederen uit de beide boten werden overgenomen, en van die boten zelf de ene, een Noordsche jol, op dek geborgen en de grootste, aan twee sterke paardenlijnen (opm: touwwerk waarop men normaliter langs de ra staat wanneer men de zeilen zet of reeft) bevestigd, op sleeptouw werd genomen. De 28e februari was reeds een belangrijke dag voor de gezagvoerder van de JOAN; op die dag had hij het levenslicht aanschouwd. Geheel zich overgevende aan de eigenaardige gewaarwordingen, door zulk een dag vooral teweeg gebracht, bij hen, die zich ver van al hun betrekkingen en verwanten bevinden, had kapt. Van Assendelft zich ’s ochtends onder de indruk gevoeld van de herinneringen van de genoegens door hem op die dag zo vaak in de schoot van zijn familie gesmaakt. Het was hem echter bewaard op die dag een dubbel en edel genot te smaken, waardoor die dag onvergetelijk zou blijven. Op die dag mocht hij, de zoetste plichten der mens vervullende, een vijftiental natuurgenoten van een waarschijnlijke ondergang redden en de roem der hartelijkheid van de Nederlandse zeeman, op welke roem wij allen prijs stellen, op eervolle wijze bij de vreemdeling bevestigen. Ere zij kapt. Van Assendelft voor zijn menslievende behandeling.
Wij hebben hierboven gesproken van een passagier. Die passagier was de Deense luitenant Schieve, die de overtocht met de THORWALDSEN had gemaakt. Deze was zo zeer getroffen door de gulle en hartelijke wijze, waarop allen waren behandeld, dat hij kapt. Van Assendelft, op de 5e maart de volgende brief schreef.
“5 maart. De ondergetekende, verzoekt UEd. deze regels van dankbaarheid en erkentenis aan te nemen, die ik u in zulk een ruime mate verschuldigd ben voor de edele en welwillende ontvangst, welke ik aan boord van UEds. (opm: Uw edeles) schip JOAN, genoten heb, en mijn hoogste wens is door daden te bewijzen, wat ik gevoel, en hoe ik UEd. schone en edele behandeling waardeer. Ik wens hartelijk dat deze dag voor u, gedurende een lange reeks van jaren, nog terugkere, en hoop dat die u de blijvende herinnering verschaffe aan dit voor u zo gedenkwaardig jaar. Zo UEd. in het vervolg deze regels nog eens der lezing waardig mocht achten, schenk mij dan telkens een vriendschappelijk herdenken. Verblijvende met achting, Ueds. toegenegen vriend; A.W. Schieve, luit. ter zee bij de Deense marine. “.
Teneinde in het vervolg te voorkomen, dat die riffen, waarop reeds zovele kielen en mensenlevens verloren zijn gegaan, niet bij voortduring de oorzaak worden van het verongelukken van mensen en schepen, ware het raadzaam ze van een vuur of seinlichten te voorzien. Wij bevelen deze gewichtige aangelegenheid dan ook ten dringendste aan in de zorg des bestuurs.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Te Amsterdam wordt te koop aangeboden: een gekoperd tweedeks barkschip, varende onder Nederlandse vlag, voorzien van een complete inventaris, aanbrengende plm. 200 Java lasten, nu liggende te Amsterdam. Nadere inlichtingen te bekomen bij de cargadoors Hoyman & Schuurman, aldaar.


  AH - Algemeen Handelsblad

Amsterdam, 24 augustus. Van het schip LUCIE, kapt. Van der Schaft (opm: fregat, bouwjaar 1839, kapt. J. van der Schaft), de 7e december 1851 van Batavia naar Rotterdam vertrokken, heeft men sedert niets vernomen.


  AH - Algemeen Handelsblad

Verkoping van schepen op maandag 23 augustus, in de Nieuwe Stads Herberg aan het IJ:
- kofschip de ONDERNEMING: NLG 5.050, in slag NLG 10, opgehouden.
- barge MERCURIUS: NLG 425, in slag NLG 100, koper A. Roos.
- barge HENDRIKA SUSANNA: NLG 325, in slag NLG 60, koper G.J. Roland Holst.
- 1/20 part in het barkschip ADMIRAAL PIET HEIN: NLG 5.000, in slag NLG 20, opgehouden.
- 1/20 part in het fregatschip CORNELIS HOUTMAN: niet geveild.
- 1/30 part in het fregatschip OOST-INDIËN: NLG 1.100, in slag NLG 20, opgehouden.
- 1/30 part in dito: NLG 1.100, in slag NLG 40, opgehouden.
- 1/30 part in het barkschip WILHELMINA ARNOLDA: NLG 550, in slag NLG 10, opgehouden.
- een schoener-kofschiphol AMSTEL: NLG 1.000, in slag NLG 400, koper G.J. Boelen.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. De veiling van het schip POLARIS, aangekondigd te Rotterdam, op de 31ste dezer maand augustus, zal geen voortgang hebben, zijnde uit de hand verkocht. Doch zal nu na afloop der veiling van het schip JUPITER, bepaald op dezelfde dag des middags ten 12 ure, geveild worden het hol van het gezinkt kofschip MEXICO, volgens meetbrief lang 24,50 el, wijd 4,53 el, hol 2,677 el en alzo groot 132 tonnen of 70 lasten en nog twee boten, liggende in Zalmhaven aan de scheepstimmerwerf van de heren Gebrs. Visser. Voorts een pleizierjacht, groot volgens meetbrief 9 tonnen, met alle deszelfs scheepsgereedschappen, zo als hetzelve is liggende in de Nieuwe Haven nabij het kantoor van de heren Robt. Twiss & Zonen.


  JC - Javasche Courant

De 14e dezer is van Soerabaija vertrokken de Nederlandse schoener ISREEN, kapt. Sech Abdulla bin Jafar Moharie, voorheen genaamd ZEEMANSHOOP, naar Balie Ampenan.


26 augustus 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Cowes, 22 augustus. De Nederlandse bark CERES, kapt. Mellema, van Rotterdam naar Batavia, en de Engelse schoener ECONOMY, kapt. Roberts, van Portmadoc naar Hamburg, zijn eergisteren bij Wight met elkander in aanzeiling geweest. Beiden hebben enige schade bekomen en zijn heden hier binnengelopen.


27 augustus 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 26 augustus. Van de Noorder-binnenwerf te Groningen, behorende aan de scheepsbouwmeesters C. Kater en A. Meulman, is de 24e dezer met goed gevolg van stapel gelopen het schoenerschip JACOB VAN CLEEFF, groot ruim 80 lasten, gevoerd zullende worden door kapt. H. Rozema.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Delfzijl. Kapt. Zoutman van het schip de VROUW IDA, van Wismar naar Brussel, heeft na gedane reparatie den 20 augustus de lading wederom ingenomen en de reis weder voortgezet.


28 augustus 1852


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Uit de hand te koop het in den jare 1841 uitgehaalde extra snelzeilende schoener-kofschip MARTHA ELISABETH, gevoerd door kapt. J.J. Koster, groot volgens Nederlandse meetbrief 114 tonnen of 60 lasten, liggende te Amsterdam aan de Werf Het Schaap. Te bevragen bij de cargadoors Kranenborg & Zonen te Amsterdam, de heren Bonnes & Zoon te Groningen en bij de kapitein te Finsterwolde (provincie Groningen).


  JC - Javasche Courant

Kapt. C.M. Borghorst, voerende het schip ORION, van Dordrecht, rapporteert gepraaid te hebben op de 21e augustus 1852 in Straat Sunda het Amsterdamse schip HENRIETTE MARIA, kapt. Wigmink, van Liverpool naar Manilla bestemd, hebbende op de hoogte van Kaap de Goede Hoop veel slecht weder doorgestaan en aan het tuig enige schade bekomen.


29 augustus 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 28 augustus. Het schip SJAMKA, kapt. H.P. Egberts, van Woldersum herwaarts gedestineerd, is de 23e dezer lek te Harlingen binnengelopen en had de 26e dito de lading gelost om te repareren.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Lynn (opm: King’s Lynn), 24 augustus. Het schip MAGDALENA, kapt. Schut, dat gisteren alhier van Stettin (opm: Szczecin) arriveerde, is hier ter rede lek gesprongen, waardoor het onderste gedeelte der lading zeer beschadigd is.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Norden, 24 augustus. Het schip IDA, kapt. Zoutman, van Wismar naar Brussel, laatst van Delfzijl, is gisteren met schade te Greetsiel binnengebracht.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Stoomvaart tussen Rotterdam en Duinkerken. Het nieuw gebouwde ijzeren stoomschip PRINS VAN ORANJE, kapt. D. Visser, zal voor zijn eerste reis van hier vertrekken, zondag de 5e september. Adres bij Johs. Ooms en Co, agenten.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Openbare vrijwillige verkoping. Op dinsdag de 31e augustus 1852, ’s middags om 12 uur, aan de Spaansche Kade, over het Hotel Weimar, te Rotterdam, ten overstaan van D.H. Oorne, van de overdekte paviljoen poon, genaamd DE VROUW ADRIANA, groot, volgens meetbrief, 47 tonnen, met deszelfs complete inventaris, zodanig als dezelve ter voormelde plaats is liggende en van heden af voor een ieder te zien is.


30 augustus 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. De makelaars H, F.N. & W.H. Montauban van Swijndregt en F. & W. van Dam, te Rotterdam als lasthebbende van hun meesters zijn van mening te veilen op morgen de 31e augustus 1852, ’s middags om 12 uur, in de zaal op de hoek van de Scheepmakershaven en Bierstraat, wijk 1, no. 499: het Mecklenburger, in het jaar 1849 gebouwde, gedeeltelijk kopervaste schoenerschip JUPITER, gevoerd door kapt. J.J. Cordes, volgens meetbrief lang 22,40 el, wijd 4,64 el, hol 2,57 el, en alzo groot 119 tonnen, met al deszelfs rondhout, staand en lopend want, ankers, kettingen, touwen, zeilen en verdere inventaris, zo als hetzelve ligt in de Haringvliet, te Rotterdam.


31 augustus 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Naar Batavia en Samarang ligt te Amsterdam in lading, om in de loop der maand september te vertrekken: het nieuw gebouwd en gekoperd Nederlands campagne barkschip ALMELO, kapt. B. Auffmorth, varende een bekwame scheepsdoctor, en zijnde dit schip door deszelfs ruime en nette inrichtingen voor de overtocht van passagiers bijzonder aan te bevelen. Adres bij de reders de heren H. en D. Rahusen, of bij cargadoors Hoyman en Schuurman, te Amsterdam. (opm: eerste reis)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Shields, 27 augustus. Heden zijn door de ambtenaren 13 pond tabak en 3 pond cigaren verborgen gevonden aan boord der Nederlandse kof ADOLF EDUARD, kapt. Horn, heden alhier van Middelburg gearriveerd. Vijf man der equipage zijn voor dat misdrijf gezamenlijk met GBP 7 beboet, benevens de kosten. Ook aan boord van de Nederlandse schoener SJOUMENTA, kapt. Scholten, heeft men tabak en cigaren gevonden, ten gevolge waarvan de kapitein met GBP 2 beboet is en mede in de kosten.


01 september 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Verkoping van schepen te Rotterdam op dinsdag 31 augustus:
- Het Mecklenburger schoenerschip JUPITER, verkocht voor NLG 8.325.
- Het hol van het kofschip MEXICO, verkocht voor NLG 660.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 31 augustus. Het schip LAMINA, kapt. W.A. de Boer, van Harlingen naar Noorwegen, is met gebroken mast aldaar uit zee teruggebracht.


  JC - Javasche Courant

Advertentie. De ondergetekenden zullen op dinsdag de 14e dezer op vendutie verkopen, voor rekening van wie zulks zouden mogen aangaan, het wrak en hetgeen verder mocht aanwezig zijn van het Nederlandse schip JOHAN JACOB, liggende of niet liggende op een der reven van het Prinsen-Eiland.
A. van Ommeren & Co.


  JC - Javasche Courant

Volgens het Anjer-rapport van doorgezeilde schepen, van 27 augustus, is het Nederlandse schip AMICITIA, kapt. D. Crap Hillingman (opm: bark, kapt. D. Crap Hellingman), de 26ste aldaar gepasseerd, aan boord hebbende drie schipbreukelingen van het bij Christmas-eiland verongelukte schip VICE-ADMIRAAL RIJK (opm: bark, bouwjaar 1846), welke personen op dat eiland 56 dagen in de grootste ellende hadden doorgebracht.
Van een verplichtende hand heeft de redactie hieromtrent de volgende bijzonderheden vernomen. De drie geredde personen, te weten de heer Pieter Graat, opper-stuurman,
Carel Kipping, matroos, en de heer Roelof Arnold Herman Tollius Bennet, passagier, hebben verklaard:
- dat zij de zevende maart dezes jaars, met het Nederlandse barkschip, genaamd VICE-ADMIRAAL RIJK, beladen met stukgoederen, van Ramsgate zijn vertrokken, koers stellende naar Batavia.
- dat de equipage van die bodem was samengesteld uit negentien personen, als: de heer J. Bakker, gezagvoerder; de heer Pieter Graat, opper-stuurman; F. Schelkes, tweede stuurman; H. Vuijk, derde stuurman; M. Zeilstra, bootsman; Monson, zeilmaker;
Matzen, timmerman; E. Hollander, kok; Carel Kipping, P. Visser, P. van der Wal, L. Ringsma, M. Zwensen, E. Hansen, matrozen; J. Booij, J. Terhagen, W. Bakker, J. Valkema, en P. Engelhart, lichtmatrozen, en de heer Tollius Bennet, die zich als passagier aan boord bevond.
- dat zij tot op de zevenentwintigste juni jongstleden de reis tot op de hoogte van Christmas-eiland, zonder onheilen, hebben voortgezet.
- dat zij de avond van die dag, ongeveer ten half acht ure, terwijl de opperstuurman de wacht overnam, om de zuid zijn overstag gegaan, zeilende het schip in goede staat, met dik buiig weer, naar gissing op twee en een halve mijl bezuiden Christmas-Eiland; dat zij ten half tien ure, de lucht afgeschoond zijnde, dat eiland in zicht kregen, noord ten oosten half oost, op een afstand, naar gissing van drie mijlen; dat zij toen om de noord zijn overstag gegaan, en alle dienstdoende zeilen bij hadden, sturende noord; dat zij, na een half uur die richting te hebben gevolgd, het meer genoemde eiland op een afstand van circa twee en een halve mijl ten noord noordoosten van het schip hadden; onder welke omstandigheden de opperstuurman de wacht overgaf aan de kapitein, en volgens gebruik zich naar de kooi begaf.
- dat de meergemeld opperstuurman P. Graat, omstreeks half vier ure in de morgen van de achtentwintigste juni ontwaakte, door het geschreeuw van de tweede stuurman; “Er komt een zware bui opzettten. Op je roer!”
- dat hij daarop naar het dek ijlde, land ontdekte en last gaf om de achterra’s op te halen; nadat die last, met veel moeite zo spoedig doenlijk ten uitvoer gebracht was, vernam hij dat het schip bereids gestoten had, waarop hij zich naar de zogenaamde hel begaf, en deze reeds vol water vond; vervolgens kapte hij de sjorrings der boten, doch, daar het schip hard begon te zinken, vluchtte alle man naar en in de kleine sloep, welke in de davits hing. Door de plotselinge last welke deze daardoor ontving, vierde de voortalie af en sloeg de boot over kop, zodat de gehele equipage in zee stortte; intussen hadden de bovengenoemde opperstuurman en de matroos Kipping het geluk uit de boot te kunnen springen en het dek te bereiken der hut, welke middelerwijl aan stuk was geslagen; op dit ogenblik ontmoetten zij de heer Bennet en de kok E. Hollander, in zee zwemmende, welke zij beiden opnamen.
- dat zij alzo vier in getal, tegen vier ure na de middag op de noordwestpunt van Christmas Eiland strandden, waarbij de kok het leven verloor; hier werd een in de hut aanwezige vlag opgeslagen, zonder gedurende de vierendertig dagen welke zij op dat punt verbleven, door een der verschillende schepen welke passeerden, ontdekt te worden, waarom zij besloten naar de zuidwestpunt van het eiland te gaan, die zij, na een tocht van acht dagen bereikten; hier zetten zij andermaal de vlag op, waartoe zij twee dagen nodig hadden, omdat zij in hun verzwakte toestand tegen de steile rotswanden moesten opklimmen.
- dat zij de drieëntwintigste augustus op deze plaats zijn ontdekt en gered door de gezagvoerder D. Crap Hillingman, van het Nederlandse barkschip AMICITIA, die hen aan boord opnam, verpleegde, en zaterdag de achtentwintigste behouden ter rede van Batavia aanbracht.
- dat de omstandigheden volstrekt niet hebben toegelaten om iets hoegenaamd van de scheepspapieren of van de aan boord zijnde goederen te redden of te bergen, en dat de genoemde geredden gedurende hun verblijf op Christmas Eiland niets hadden om in hun behoeften te voorzien, dan de vogels welke zij vingen en onbereid moesten verslinden, benevens het zoete water, hetwelk daar door de aanhoudende regens voorhanden was.
Wijders verklaarden de drie gemelde personen, dat gedurende de reis alle mogelijke naarstigheid, en toezicht zijn aangewend, zowel door de gezaghebber als door ieder man der equipage, en dat alzo het verlies van schip en lading aan geen andere dan de hiervoor beschreven omstandigheden kan worden geweten.
De gezagvoerder van het Nederlandse schip OLIVIER VAN NOORD, P. Kievift (opm: bark, kapt. O. de Kievyt), de 30ste augustus ter rede van Batavia aangekomen, rapporteert dat hij, de 24ste augustus des avonds, omstreeks 9 ure toen hij Christmas Eiland oost langs zeilde, op 3 mijl gegiste afstand op dat eiland een groot vuur heeft zien branden. Dit is dus geweest, op de dag na dien, waarop de drie schipbreukelingen van het schip VICE-ADMIRAAL RIJK, door de AMICITIA gered zijn. (opm: zie o.a. NRC 151152)


  JC - Javasche Courant

Batavia, 31 augustus. Alhier zijn aangekomen: de 27e augustus het Nederlandse schip VICE ADMIRAAL GOBIUS, kapt. W.M. Zwart, vertrokken van Rotterdam de 16e mei; de 28e augustus het Nederlandse schip JUNO, kapt. L.W. van Rijn van Alkemade, vertrokken van Port Wakefield de 1e augustus, en het Nederlandse schip A.R. FALCK, kapt. P. van Duijvenboden, met enige passagiers, vertrokken van Amsterdam de 5e mei; de 29e augustus het Nederlandse schip AMICITIA, kapt. D.C. Hellingman, met enige passagiers, vertrokken van Amsterdam de 5e mei, het Nederlandse schip POLLUX, kapt. J. Kooij, met een passagier, vertrokken van Amsterdam de 21e mei, en het Nederlandse schip ROTTERDAM, kapt. P. Vis, met een aantal passagiers en Zr.Ms. troepen, vertrokken van Rotterdam de 16e mei; de 30e augustus het Nederlandse schip TELEGRAPH, kapt. J.B. Rolufs, vertrokken van Amsterdam de 3e mei, het schip OLIVIER VAN NOORD, kapt. O. Kievijt, vertrokken van Liverpool de 25e mei, en het Nederlandse schip JOHANNA JACOBA, kapt. J.H. van der Horst, vertrokken van Hongkong de 25e juli.


02 september 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Delfshaven, 31 augustus. Heden is bij de scheepsbouwmeester H. de Hoog van de werf De Onderneming met goed gevolg te water gelaten het barkschip WILHELMINA, groot 269 gemeten lasten, gebouwd voor rekening ener rederij onder directie van de heer P. de Boer te Rotterdam, bestemd voor de vaart op Indië en zullende gevoerd worden door kapt. J.C. van der Zweep.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Heden (1 september) is met goed gevolg te water gelopen van de werf de Nachtegaal van de heer W.H. Meursing te Amsterdam het nieuw gebouwd barkschip ELISABETH EN JACOBA, groot ca. 170 gemeten lasten, gevoerd zullende worden door kapt. Jochems, onder directie van de heer G. Blaauw en is onmiddellijk daarna de kiel gelegd van een nieuw te bouwen schoenerschip, hetwelk genaamd zal worden MARIANNA, en gevoerd zullende worden door kapt. Tjebbes, onder directie van de heren H. & D. Rahusen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

(Geen plaats of datum) De 1e september is op de werf van de scheepsbouwmeester J. Kater, Pzn te Monnickendam, de kiel gelegd van een barkschip groot circa 200 lasten, genaamd zullende worden QUATRE-BRAS, voor rekening ener rederij, onder de directie van de heren Craandijk en Dercksen te Amsterdam, en gevoerd zullende worden door kapt. F.B. Bondin.


03 september 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 2 september. Het te Mauritius binnengelopen schip RHIJN, kapt. Brandligt, van Java naar Amsterdam bestemd, had volgens bericht van daar op zee een lek bekomen.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Rotterdam, 27 augustus. Enige dagen geleden had te Rotterdam ene treffende gebeurtenis plaats. Op het schip ELIZABETH, liggende aan de Westerkade, viel een matroos, die boven in de mast aan het werk was, plotseling naar beneden, zodat zijn dood onvermijdelijk scheen. Gelukkig echter bleef hij maar bezwijmd aan een ijzerblok hangen. In een ogenblik snelden vier zijner kameraden naar boven, maakten hem met de grootste moeite los en droegen hem naar beneden. Daar werd hij met een extra oorlam bijgeholpen en liep weg alsof er niets gebeurd was.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Advertentie. Te koop een extra best tjalkschip met een uitmuntende inventaris, groot 25 roggelasten, geschikt tot binnen- en buitenvaart, zit thans op de werf om te bezien, kan dadelijk bevaren worden zonder daar iets aan of bij te doen.
Te bevragen bij de heren P. Stratingh & Co. te Delfzijl.


04 september 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hellevoetsluis, 3 september. Heden zeilde van hier naar Soerabaija het nieuwgebouwde schip SALATIGA, kapt. J.N. Besier.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Brielle, 3 september. Het nieuw gebouwde stoomschip PRINS VAN ORANJE kapt. D. Visser, de 2e dezer van Texel vertrokken, op reis van Amsterdam naar Rotterdam, arriveerde heden alhier.


  JC - Javasche Courant

Aan de werf der stoomboot-maatschappij (opm: te Kampen) is steeds voortdurende werkzaamheid. Onderscheidene weken is het geleden, dat er wederom een nieuwe ijzeren stoomboot op stapel is gezet, en men vordert daaraan reeds zichtbaar. Deze boot heeft de naam van GRAAF VAN RECHTEREN gekregen, die aan de boot, die verleden jaar werd gebouwd, ook reeds was gegeven, doch welke naam in STAD CUIJLEMBURG werd veranderd, toen ze aan een Zuid-Hollandse vennootschap werd verkocht om tussen Cuijlemburg en Rotterdam te worden in de vaart gebracht. Mocht de thans in aanbouw zijnde als vijfde boot bij de Rijn- en IJssel Stoomboot-Maatschappij in de vaart komen, dan zal ze bij de tegenwoordige dagelijkse dienst zeker niet te onpas zijn.


  JC - Javasche Courant

Batavia, 3 september. Alhier zijn aangekomen: de 30e augustus het Nederlandse schip JAVAAN, kapt. G.J. Teensma, vertrokken van Amsterdam de 18e mei; de 1e september het Nederlandse schip PADANG, kapt. A.A. van der Linden, vertrokken van Rotterdam de 24e mei, het Nederlandse schip BATAVIA, kapt. H. Poort, met een aantal passagiers, vertrokken van Rotterdam de 24e mei, en de Nederlandse brik GRAAF VAN LIMBURG STIRUM, kapt. H.H. Smit, met een passagier, vertrokken van Amsterdam de 20e mei; de 2e september het Nederlandse stoomschip RADJA WALLIE, kapt. G. Schuit, met 6 passagiers en Zr.Ms. troepen, vertrokken van Samarang de 1e september.


05 september 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Delfshaven, 4 september. Heden is op de werf De Onderneming, toebehorende aan de scheepsbouwmeester H. de Hoog, de kiel gelegd voor een barkschip genaamd ROBERTUS HENDRIKUS, groot plm. 280 lasten, voor rekening ener rederij onder directie van de heren Vaesen & Steinhaus te Rotterdam, bestemd voor de grote vaart.


06 september 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Ridderkerk, 4 september. Heden nacht is het drijvend dok op de werf van de heer J. Smit aan het Slikkerveer met de herstelde stoommachine van 10 paardekrachten droog gemalen, welke proef men nu als gelukt kan beschouwen. Een eerste proeve op de eerste dezer mislukte door het defect worden der machine.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Heden nacht overleed tot bittere droefheid van mij en mijn vier kinderen mijn dierbare echtgenoot D.H. de Boer, in leven gezagvoerder van het fregatschip PIETER CORNELISZN HOOFT, in de ouderdom van bijna 58 jaren.
Schiedam, 5 september 1852, M. Grote, wed. D.H. de Boer


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Uit de hand te koop, te bevragen bij de Notaris Schellinger te Nieuwendam en de Scheepsmakelaars F. Valk en Zoon te Zaandam, een compleet hektjalkschip, groot 59 ton, liggende in de haven te Nieuwendam.


07 september 1852


  AH - Algemeen Handelsblad

Verkoping van schepen, gehouden te Amsterdam in de Nieuwe Stads Herberg aan het IJ op 6 september: het gekoperd tweedeks barkschip ELISE, kapt. J.Th. Detering, NLG 39.000, in slag NLG 7.000, koper P. Blom (opm: een makelaar)


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Advertentie. Uit de hand te koop het extra snel zeilend schoenerkofschip, genaamd MARTA ELIZABETH (opm: MARTHA ELISABETH), gevoerd door kapt. J.J. Koster, groot volgens meetbrief 114 tonnen of 60 lasten, in den jare 1841 nieuw uitgehaald. Te bevragen te Amsterdam bij de heren Kranenborg & Zn., te Groningen bij B. Onnes & Zn. en bij de boekhouder H.H. Buiskool te Beerta.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Het brikschip DER RINGENDE JACOB, kapt. Wilcken, met steenkool van Sunderland naar Stettin, is de 16e augustus op 55°44’ NB en 00º20’ OL. gezonken, doch het volk gered door kapt. Reintrock, voerende het te Stettin te huis behorende schip THEODOR, dat de 21e dito onder de Holmen van proviand voorzien is geworden door kapt. Mooi, voerende het schip TIESSINA, van Dantzig te Amsterdam aangekomen.


  JC - Javasche Courant

Benkoelen, 1 september. Men heeft alhier tijding ontvangen, dat bij het eiland Engano een Engels schip met kostbare lading gestrand en totaal verbrijzeld zou zijn en een gedeelte der opvarenden zich op dat eiland zouden bevinden. Zr.Ms. stoomschip HEKLA is onverwijld op de 11e augustus derwaarts vertrokken, doch wegens hevige stormen teruggekeerd en in de Paeloebaai binnengelopen en had de 20e de tocht hervat over Padang, waar steenkolen ingenomen moesten worden.


  JC - Javasche Courant

Batavia, 6 september. Alhier zijn aangekomen: de 3e september het Nederlandse schip ADMIRAAL VAN KINSBERGEN, kapt. A. Glazener, met enige passagiees, vertrokken van Diel (opm: waarschijnlijk Deal) de 6e juni, het Nederlandse schip STAD NIJMEGEN, kapt. P.W.B. Willink, met twee passagiers, vertrokken van Amsterdam de 4e mei, het Nederlandse schip MACHTILDA CORNELIA, kapt. N.J. Nannen, vertrokken van Dordrecht de 4e juni, het Nederlandse schip TERNATE, kapt. T. Carst, vertrokken van San Francisco de 8e mei, en het Nederlandse schip SULTANA, kapt. A. Schade, vertrokken van China de 9e juli; de 5e september de Nederlandse brik BOREAS, kapt. P.G. Visser, vertrokken van Boston de 8e mei, en de 6e september het Nederlandse schip ELIZABETH EN ANTOINETTE, kapt. H.A. Bezier, vertrokken van Amsterdam de 17e mei.


09 september 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Bergen, 1 september. De schepen SOEBLOMSTEN, kapt. Holm en CERES, kapt. Visser (opm: kof, kapt. J.W. Visser), beiden naar Amsterdam bestemd, zijn op de rivier in aanzeiling geweest en alhoewel dezelve weinig schade bekomen hebben, zijn zij echter geretourneerd om te repareren.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Elseneur, 5 september. De Nederlandse kof FOSSINA SIERS, kapt. Boiten, van Dantzig (opm: Gdansk) naar Bordeaux bestemd, is gisteravond lek in onze haven binnengelopen.


  DC - Dordtsche Courant

Dordrecht, 8 september. Uit een staat der Nederlandsche rederijen in 1851 blijkt dat zij bij het opmaken van die staat bestond uit 1.533 schepen, waaronder 1.455 metende 194.599 lasten, en 78 met onbekende maat. Voorts dat zij telt 76 schepen van 1-25, 357 van 25-50, 377 van 50-100, en 567 boven de 100 lasten. Voor Rotterdam worden opgegeven 197 fregat, bark-, brik- en schoenerschepen, met 51.442 lasten, en 32 galjoot-, kof-, tjalk- en smakschepen, met 1.976 lasten.


  DC - Dordtsche Courant

Dordrecht, 8 september. Nog vernemen wij goederhand, dat de hoge Nederlandse regering, ingevolge rekwest van de kamer van koophandel en fabrieken te Amsterdam, heeft goedgevonden te bepalen, dat Zr.Ms. korvet SUMATRA, op 15 september via Gibraltar naar Australië zal vertrekken en na daar enige tijd vertoeft te hebben, zijn reis naar Java zal voortzetten, terwijl Zr.Ms. fregat DOGGERSBANK in de maand december van Nederland regelrecht naar Australië zal stevenen, om daar geruime tijd gestationeerd te blijven, en vervolgens naar Nederland terug te keren. De bestemming dier bodems is voornamelijk om het recht en de politie der zeevarenden onder Nederlandse vlag, overeenkomstig onze wetgeving in Australië te handhaven, vooral tegen onverhoopte bandeloosheid der bemanning.


  AH - Algemeen Handelsblad

Londen, 6 september. Binnengekomen REINAUW ENGELKENS (opm: kof), kapt. S.C. Rosenbeek, van Rotterdam.


10 september 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Kingston, 5 september. Heden is alhier met verlies van boegspriet en met meer andere averij binnengelopen het Nederlandse barkschip ZEEMEEUW, kapt. Kaiser, van Liverpool naar Batavia en Soerabaija bestemd. Deze schade is veroorzaakt door aanzeiling met een Engels schip in het St. George’s Kanaal.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Naar Batavia zal in het laatst dezer maand (opm: september) vertrekken het nieuw gebouwd gekoperd barkschip ALCYONE, kapt. A.P. Sandberg Jr.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Groningen, 9 september. Heden arriveerde alhier het schoenerschip CORNELIS COERT, groot 118 ton, kapt. L. Schut, gebouwd bij H.H. Hooites te Hoogezand.


11 september 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Directeuren der hier ter stede gevestigde Zuid-Hollandsche Maatschappij, tot Redding der Schipbreukelingen, hebben in hun vergadering van heden besloten, te doen uitreiken: de grote zilveren medaille en loffelijk getuigschrift, als:
aan R.R. Tunteler, voerende het Nederlandse kofschip GEERTRUIDA, te huis behorende te Zuidbroek, als hebbende op de 4e januari ll. in de Baai van Biscaye, een gedeelte der passagiers en equipage, tezamen vijfentwintig personen, die zich reeds in twee boten bevonden, van de verbrande Engelse stoomboot AMAZON, gered, en hen in hun deerniswaardige toestand allermenslievendst verpleegd en te Brest aan wal gebracht. (opm zie o.a. NRC 260552)
Aan C.T. van Assendelft de Coningh, voerende het Nederlandse barkschip JOAN, hier ter stede te huis behorende, als hebbende op zijn reis van Cheribon naar Batavia, de laatste februari l.l, de equipage van het op de Boompjes Eilanden gestrande Deense brikschip THORWALDSEN, gevoerd door kapt. Lasner, komende van Batavia en bestemd naar Samarang, gered, hen met alle mogelijke zeemanshartelijkheid bejegend en veilig te Batavia aan wal gebracht. (opm: zie o.a. NRC 170552)
Aan W. van der Hoeven, gevoerd hebbende het Nederlandse brikschip ST. GEORGE DE LA MINA, hier ter stede te huis behorende, voor zijn grote diensten met gevaren gepaard, de 27e mei ll. bewezen, in het redden der equipage van de op de Goudkust nabij Cape Coast Castle gestrande en totaal verbrijzelde Nederlandse schoener GOUVERNEUR VAN DER EB, gevoerd door kapt. J. Klok, en insgelijks hier ter stede te huis behorende. (opm: zie NRC 190852)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Konstantinopel (opm: Istanbul), 26 augustus. Het schip THETIS, kapt. Van Duyn, de 25e dezer alhier van Amsterdam gearriveerd, heeft in de Dardanellen aan de grond gezeten en ten gevolge daarvan averij bekomen.


  JC - Javasche Courant

Batavia, 10 september. Alhier zijn aangekomen: de 6e september het Nederlandse schip CHRISTINA, kapt. O.P. Lap, vertrokken van Liverpool de 18e mei; de 9e september het Nederlandse schip (opm: bark) ZEEMANSHOOP, kapt. D. Duinker, vertrokken van Amsterdam de 25e mei, het Nederlandse schip FACTORIJ, kapt. J. Janzen, vertrokken van Boston de 29e mei, en de 10e september het Nederlandse schip JACOBA, kapt. F.J. Bourssewils, vertrokken van Simons-baai (opm: Zuid Afrika) de 4e augustus.


13 september 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Grimsby, 9 september. De schroefstoomboot BURGEMEESTER HUIDEKOPER, van Hull naar Amsterdam bestemd, is heden wegens schade aan de schroef alhier binnengelopen en op het droge gezet om te repareren.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Elseneur (opm: Helsingör), 9 september. Het kofschip MARIA, kapt. Zeilinga, met een lading lijnzaad naar Amsterdam bestemd, heeft heden, na geëindigde reparatie, onze haven verlaten.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Publieke Verkoping op donderdag de 14de oktober 1852, des voormiddags ten 10 ure, in het Koffijhuis genaamd “DeTuintjes”, te Huisduinen, gemeente Helder ten overstaan van de Notaris J. Schoor, van:
Het hol of casco van het nabij Huisduinen gestrande Engelse brikschip genaamd STARLING, gevoerd geweest door kapt. Sutee, benevens de daarvan geborgen inventaris, bestaande in staand en lopend want, ankers, zeilen, scheepsgereedschappen, enz.
De goederen zullen daags voor en op de verkoopdag op en bij de plaats der stranding kunnen worden bezichtigd.
Nadere informatiën zijn te bekomen bij de Gebrs. Zurmuhlen en Taylor, Scheepsmakelaars aan het Nieuwe Diep en bij voornoemde Notaris. Brieven franco.


14 september 1852


  DC - Dordtsche Courant

Dordrecht, 13 september. De 25ste dezer zal van Harderwijk een detachement suppletietroepen, sterk 150 onderofficieren en manschappen, vertrekken, om de 26ste daaraanvolgende over te gaan, op stroom voor Rotterdam, aan boord van het schip SAMARANG bestemd naar Oost-Indië. Het zal gecommandeerd worden door de kapt. van het Oost Indische leger G.J. Oosthout; medebegeleiders de 2de luitenant der infanterie L.W.A. Kessler en P.M.J. Penning Nieuwland; de 2de luitenant der artillerie W.B. Scheij, officier van gez. 3de klasse C.A. de Neve en Apotheker 3de klasse A.A. Backer Overbeek.


 OHC - Opregte Haarlemsche Courant

Cowes, 9 september. Het schip JOHANNA CATHARINA, kapt. Reis, van Gothenburg naar de Kaap de Goede Hoop, is alhier met verlies van boegspriet, zeilen en meer andere schade wegens aanzeiling binnengelopen.


  LC - Leeuwarder Courant

Te koop: een overdekte tjalk, liggend aan de werf van L.W. Werksma, te Akkrum.


15 september 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Uit de hand te koop een snelzeilend Pruisisch schoenerschip, groot circa 120 à 125 rogge lasten, met complete inventaris. Nadere informatiën worden gegeven op franco aanvragen onder letter B, adres P.J. van Dijk, boekhandelaar te Schiedam.


  JC - Javasche Courant

Batavia, 14 september. Alhier zijn aangekomen: de 10e september het Nederlandse schip PROTEUS, kapt. P.B. de Boer, vertrokken van Newcastle de 28e april, en de 11e september de Nederlandse brik JOHANNES ALBERTUS, kapt. J.C. Londt, vertrokken van Antwerpen de 1e april.


16 september 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 15 september. Heden, 15 september, is te Amsterdam van de werf Het Witte Kruis van de scheepsbouwmeesters Jerems. Meijjes & Zonen in de Kleine Kattenburgerstraat alhier met goed gevolg te water gelaten het barkschip SUSANNA GEERTRUIDA, groot ca. 200 lasten, en van de werf De Haan van de scheepsbouwmeesters J.R. Boelen & Zoon in de Grote Bikkerstraat het schoenerschip BACKENHAGEN.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Falmouth, 12 september. De Nederlandse brik ZWALUW is door de administratie der in- en uitgaande rechten alhier in beslag genomen, omdat er verscheidene vaten genever aan boord verborgen waren.


  DC - Dordtsche Courant

Advertentie. Het water de vereiste hoogte bereikende, zullen de scheepmakers C. Gips en Zonen op aanstaande donderdag de16de dezer maand, des namiddags ten zes ure, van hun Werf te water laten het barkschip TAGAL.
Dordrecht, 15 september 1852.


  DC - Dordtsche Courant

Volgens een schrijven van kapt. Keeman, voerende het barkschip SUMATRA, d.d. Rio de Janeiro 14 augustus 1852, lag hij aldaar te timmeren, en dacht binnen 14 dagen à drie weken tot vertrek weder gereed te zijn. De aard der schade is echter niet op te geven, aangezien een brief door de kapt. op 21 juli verzonden per het oorlogsschip PRINS FREDRIK nog niet is aangekomen.


17 september 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Kertch (opm: Kertsj), 27 augustus. Het schip MARGRIETHA, kapt. De Groot, van Berdianski (opm: Berdiansky) naar Schiedam, alhier met schade binnengelopen, zal over 8 à 10 dagen gereed zijn om de reis weder voort te zetten.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Dordrecht, 16 september. Heden namiddag, ten 6 ure, is van de werf de Merwede, van de scheepsbouwmeesters C. Gips en Zn, met het beste gevolg te water gelaten: het nieuw gebouwd en gekoperd tweedeks barkschip TAGAL, gebouwd voor rekening der maatschappij de Dordrechtsche Scheepsreederij, en gevoerd zullende worden door kapt. Göbel. Daarna is de kiel gelegd voor een schip, hetwelk de naam zal voeren van MARIA JACOBA, voor rekening ener rederij, onder directie van de heer J. van Wageningen Dzn alhier, en gevoerd zullende worden door kapt. K.F. Lammerts.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Na het aflopen van het barkschip SUSANNA GEERTRUIDA, op de werf het Witte Kruis, van de scheepsbouwmeesters Jerems. Meijjes & Zonen, te Amsterdam, in ons vorige nummer gemeld, is onmiddellijk de kiel gelegd (opm: 15 september) voor een barkschip, groot plm. 210 lasten, genaamd WAALSTROOM, gevoerd zullende worden door kapt. J.O. Wynmalen, Czn, voor een rederij onder directie van de heer A. Graadt van Roggen aldaar, en bestemd voor de grote vaart.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Groningen, 16 september. Dinsdag is alhier gearriveerd de schoenergaljoot SJOUKJE ALIEDA, groot 110 ton, kapt. J.C. Hazewinkel van Muntendam, gebouwd bij P. Smit te Veendam.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Het Hanovers kofscheepje DRIE GEBROEDERS, kapt. Feddes, met raapzaad van Tettensersiel naar Amsterdam, is volgens brief van Ameland van de 9e september, die namiddag bij zware storm bij het naar binnenzeilen van het Amelander N. O. gat, bij de zwarte ton verongelukt en zal met de lading weg zijn. Het volk is gered.


18 september 1852


  DC - Dordtsche Courant

Op 13 dezer heeft het provinciaal gerechtshof van Gelderland uitspraak gedaan in de zaak van L. de Ruyter, kapt. der stoomboot ADMIRAAL DE RUYTER, varende van Tiel op Rotterdam. Gemelde kapitein wordt beschuldigd van onwillige manslag, gepleegd op 27 oktober van het vorige jaar, als hebbende op de hoogte van het Papendrechtse Veer de zwaar geladen aak van de zandschipper D. van Breijen overvaren, met het ongelukkig gevolg, dat de beide aan boord zijnde kinderen der schippers zijn omgekomen en diens knecht gewond werd. Bij vonnis van 11 februari jl. was de beklaagde te dezer zake door de arrondissementsrechtbank te Gorinchem veroordeeld tot eenzame opsluiting, voor de tijd van zes weken, NLG 25,- en NLG 8,- boete en de kosten, welke vonnis bij arrest van het hof van Zuid-Holland van 3 april jl. is bevestigd. Tegen deze uitspraak voorzag zich L. de Ruyter in cassatie en bij arrest van 29 juni jl. werd het arrest van het hof van Zuid-Holland vernietigd en de zaak tot een nieuw onderzoek naar het hof van Gelderland verwezen, welk hof nu bij arrest van heden, de uitspraak van de rechtbank te Gorinchem bevestigd, en dus andermaal de beklaagde veroordeeld heeft tot eenzame opsluiting voor de tijd van zes weken, NLG 25,- en NLG 8,- boete en in de kosten, als schuldig aan onwillige manslag door onvoorzichtigheid. De heer mr. J.M. de Kempenaer heeft de beklaagde verdedigd.


  JC - Javasche Courant

Advertentie. Na terugkomst van de Moluccos, vermoedelijk in de loop der maand november, de dag nader te bepalen, zullen de ondergetekenden in publieke vendutie verkopen het Nederlands-Indische barkschip VROUW ANNA HENDRINA, groot 199 lasten, met deszelfs inventaris.
Soerabaija, 6 september, B.J. van Eck & Co.


19 september 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 24 juli. Van scheepsvrachten valt wegens gebrek aan schepen weinig te zeggen. Dat dezelve hoger zullen gaan, houden wij alleszins zeker. Wij kunnen echter voor heden enkel vermelden de bevrachting alhier van het Zweedse schip CECILE naar Antwerpen, en het Hamburger schip NAPOLEON naar Hamburg, beiden voor rijst en suiker à GBP 3.5/- en te Samarang van de, op Bali te laden, geweigerd en vertrok ter verdere ontlading naar de kust; het Engelse schip GENERAL SALE, bevracht voor Amsterdam à GBP 3.5/- voor suiker, GBP 4./- voor arak en GBP 5./- voor tabak, werd niet zeewaardig bevonden en vertrok dientengevolge naar Singapore. De CASSIOPEA laadt te Soerabaija voor Sydney zo men wil à GBP 4./- voor suiker, welk bod door het enige alhier nog disponibele schip, zijnde de EXELLENT (Zweedse vlag) voor Californië is geweigerd.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hamburg, 16 september. Met het gisteren van Gardenstown (opm: Schotland) gearriveerde Nederlandse schip ANNECHINA (opm: ANNEGIENA), kapt. H.R. van Laten, is alhier aangebracht de bemanning van het Nederlandse schip EENDRAGT, kapt. Bos (opm: tjalk, kapt. Kier Jans Bos). Laatstgenoemde bodem, met een lading beenderen van Flensburg naar Aberdeen bestemd, was de 13 j.l. op 54º12’ N.B. en 06º56’ O.L. door een onbekend schip aangezeild, en wel zo hevig, dat de equipage hetzelve twee uren later in een zinkende toestand verliet en door kapt. Van Laten werd opgenomen. De EENDRAGT is kort na de opname der equipage aan boord van de ANNECHINA gezonken.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Tonningen (opm: Tönning), 14 september. De Nederlandse tjalk MARGARETHA ALIDA, kapt. Lenning, van Dantzig (opm: Gdansk) met tarwe naar Amsterdam bestemd, is hier heden met verbroeide, en hoogst waarschijnlijk door zeewater beschadigde, lading binnengelopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Pillau (opm: Baltyisk), 14 september. De op de 10e jl. van hier vertrokken Nederlandse kof TWEELINGEN, kapt. Poort, van Koningsbergen (opm: Kaliningrad) naar Londen bestemd, is heden wegens contrarie wind uit zee terug gekomen.


20 september 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Javasche Courant, 30 juni. De 22e maart jl. zijn door de sultan van Tidor opgezonden de gezagvoerder van de Engelse bark BLANCHE, James Fitherington, te Singapore te huis behorende, benevens de equipage, bestaande uit 10 man, welke bark op de hoogte van Patanie, op de oostkust van het eiland Halmaheira, geheel vergaan is, zonder dat men iets van de lading kon redden.


21 september 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Mauritius, 5 augustus. Het alhier op de 23e juni j.l. lek binnengelopen barkschip RHIJN, kapt. Brandligt, van Java naar Amsterdam bestemd, is afgekeurd geworden. De lading zal met de SCIENCE, kapt. Westcott, verzonden worden.


  DC - Dordtsche Courant

Volgens schrijven van kapt. N. Kruymel, voerende het barkschip OUD-ALBLAS, d.d. Honolulu 3 juni 1852, was hij de vorige dag aldaar van volk voorzien, waarmede hij de volgende dag de reis naar Java weder zou voortzetten.


  DC - Dordtsche Courant

Advertentie. Naar San Francisco direct ligt in het Nieuwe Diep in lading, om in de volgende maand te vertrekken, het gekoperd en kopervast fregatschip ISIS, kapt. A.F. Giesse. Adres voor goederen en passagiers bij de cargadoors J. Daniels & Zoon en Arbman te Amsterdam, Vlierboom & Suermondt te Rotterdam en Visser & Van der Sande te Dordrecht, of bij de kapitein aan boord.


22 september 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 21 september. Door de Nederlandsche Handel-Maatschappij zijn bevracht geworden de navolgende drie schepen als:
Voor Amsterdam: VALPARAISO, kapt. J.W. Kernkamp. NIJVERHEID, kapt. G.F. Bus, (van Rotterdam).
Voor Dordrecht: J.C. SCHOTEL, kapt. N.N.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Wij vernemen van goeder hand, dat het voornemen des ministers van marine is, drie oorlogschepen met hulp-stoomvermogen (schroef) te doen aanbouwen, als twee te Amsterdam en één te Vlissingen. Bereids zijn de nodige bevelen gegeven om de plannen voor die schepen te ontwerpen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Liverpool, 18 september. Het Amsterdamse schip JOHANNA CATHARINA, kapt. Hjelmström, gisteren van hier naar Rio-Janeiro uitgezeild, is op Burbo, Z.W. van het Formby-vuurschip aan de grond geraakt, doch zal waarschijnlijk met hoog water weder vlot komen. Een stoomsleepboot bevindt zich in de nabijheid.


  JC - Javasche Courant

Batavia, 19 september. Heden is van hier vertrokken naar Banka het schip JADUL KARIM, kapt. Abdul Rachman bin Soe. (opm: zie JC 140852. Het schip is door kopers niet verdoopt, dan wel de verkoping vond geen doorgang)


23 september 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Brielle, 22 september. Gisteren avond omstreeks half negen ure arriveerde de stoomboot WITTE CORNELISZ DE WIT van Rotterdam en bekwam bij het inkomen der haven bij het ruwe weder, waarschijnlijk door een puntige steen of ander scherp voorwerp, een lek, waardoor de boot zo spoedig vol liep, dat men die niet verder heeft kunnen brengen dan tot aan de zogenaamde Steenenkade, alwaar dezelve geheel gezonken ligt. Gelukkig had men nog de tijd om de passagiers af te laten, 9 koebeesten te lossen en de goederen aan de wal te brengen. Daar de machinist het eerst het ongeval bemerkte, is het zeer waarschijnlijk dat het gat in die kamer is ingeslagen.
Zo als het zich laat aanzien zal de schade voor de ondernemers nogal aanzienlijk zijn, daar het zelfs veel zal kosten om de boot vlot te krijgen en geen tijd te verspillen valt, vermits de doortocht om in en uit de haven te komen tot op dit ogenblik is gestremd, tengevolge waarvan de boot ADMIRAAL TROMP heden morgen ook niet heeft kunnen vertrekken.
Ps. Half drie ure. Tengevolge het vallen van het water, was de boot nu tot onder de ramen boven en was men werkzaam het gat te zoeken, om dat zo mogelijk te stoppen en de boot daarna leeg te pompen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Liverpool, 18 september. Het Amsterdamse schip JOHANNA CATHARINA, kapt. Hjelmström, van hier naar Rio Janeiro bestemd, het welk op Burbo (opm: Barbo?) aan de grond was geraakt – zie ons nommer van gisteren – is met het volgende tij weder vlot gekomen en heeft zichtbaar zonder schade de reis vervolgd.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Stavanger, 17 september. De Nederlandse kof JOHANNA, kapt. v.d. Baan, van Archangel met rogge naar Amsterdam bestemd, is hier gisteren met overgeschoten lading en verlies van boegspriet binnengelopen. De kapitein is bevreesd dat de lading mede door zeewater beschadigd is, en zal dezelve dus lossen en nazien.


  DC - Dordtsche Courant

Advertentie. Naar Batavia ligt in lading te Dordrecht, om 15 oktober te vertrekken, het snelzeilend, gekoperd en kopervast barkschip J.C. SCHOTEL, kapt. J.P. van Beest Holle. Adres voor goederen en passagiers bij de cargadoor Visser & Van der Sande te Dordrecht, en Vlierboom & Suermondt te Rotterdam.


24 september 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Brielle, 23 september. In ons bericht betrekkelijk de stoomboot WITTE CORNELISZN DE WIT gaven wij reeds ons vermoeden te kennen; dat er uitzicht bestond om die boot boven water te krijgen. Met genoegen kunnen wij heden melden, dat, dank de bereidwilligheid, behulpzaamheid en ijver onzer medeburgers, de boot gisteren avond omstreeks 10 ure binnen de stad aan de kant is gebracht en men nu alle hoop koestert dezelve boven water te zullen houden, hebbende inmiddels de stoomboot MAARTEN HARPENSZ TROMP dan ook heden morgen de reis naar Rotterdam kunnen doen, terwijl gisteren die dienst door de stoomboot SOUVERIN is waargenomen. Naar men verneemt bestaat het voornemen om de defecte boot zo goed als mogelijk te dichten en dezelve daarna onmiddellijk te vervoeren naar de sleephelling van de algemene sleephellingsociëteit te Delfshaven, om aldaar te worden in order gebracht hetgeen men meent, dat weldra zal kunnen geschieden zodat men zich mag vleien genoemde, wezenlijk fraaie en gemakkelijke, boot weder spoedig in de vaart te zien gebracht.


  AH - Algemeen Handelsblad

Brielle, 22 september. Gisteren avond heeft de van onze stad op Rotterdam varende stoomboot WITTE CORNELISZOON DE WIT, bij het binnenkomen onzer haven een lek bekomen, dat zo belangrijk was, dat de boot een weinig vooruitgeschoten zijnde zonk. De passagiers zijn aan wal gezet, met de ontscheping der goederen is men bezig.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Groningen, 23 september. Hedenmorgen ongeveer 10 uur is alhier bij de Steentilpoortenboog op een onder water staande en zelfs bij laagwater onzichtbare paal gestoten het tjalkschip DE TWEE GEBROEDERS, kapt. J.G. de Groot, beladen met 30 last rogge, als lichter van het te Delfzijl liggende galjootschip HARMANNA, kapt. R.H. Veling, met een lading rogge bestemd naar Groningen. Ogenblikkelijk was het even bedoeld tjalkschip op weinig boord na onder water. Het natte graan wordt thans in andere schepen overgeworpen, om DE TWEE GEBROEDERS zo mogelijk te lichten. Men zegt dat op die hoogte nog meer dergelijke palen tot groot gevaar bij laag water in de grond staan, waaraan naar men meent reeds voor ongeveer zes jaren is gewerkt om ze er uit te krijgen, doch al doen vruchteloos.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Groningen, 23 september. Dinsdag namiddag te 4 uur sloeg de bliksem, vergezeld van hevige knetterende donderslag, in de grote mast van het kofschip CATHARIENA JOHANNA, kapt. B.H. Kuiper, dat geladen met ballast en gaande op avontuur tijdens het ongeluk aan wal te Aduarderzijl lag. De mast is geheel verpletterd en de bliksem schijnt een uitweg te hebben genomen uit het dek aan bakboordzijde, althans daar is het dek gebarsten. De grote mast is aan de snauwmast blijven hangen, waardoor men in de gelegenheid was de ra’s te kunnen afnemen en de mast zo goed mogelijk met touwen bij elkaar te houden. Bij het openen van het vooronderluik kwam de kapitein een dikke stiklucht tegemoet. Van de schepelingen die juist in de roef thee dronken is gelukkig niemand gekwetst. Het schip is heden hier in de haven teruggebracht om hersteld te worden.


25 september 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlie, 22 september. Het schip ONDERNEMING, kapt. Laubach, van Sunderland naar … (opm: niet vermeld), is alhier lek, met verlies van zeilen en meer andere schade binnengelopen. Het ligt in de haven van Terschelling en moet lossen om te repareren.


  JC - Javasche Courant

Batavia, 24 september. Alhier is aangekomen de 22e dezer het Nederlandse schip STAD TIEL, kapt. W.R. Derks, met drie passagiers, vertrokken van Amsterdam de 6e juni.


26 september 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 25 september. De tjalk TWEE GEBROEDERS, kapt. De Groot, aan boord hebbende 31 last rogge uit het schip HERMANNA, kapt. Veling, van Archangel naar Groningen, te Delfzijl binnen, heeft volgens bericht uit Groningen van de 23e dezer op een onder water staande paal gestoten en is onmiddellijk gezonken. Men is bezig de lading te lossen.


27 september 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Kampen, 25 september. De nieuw gebouwde stoomboot GOUVERNEUR-GENERAAL DUYMAER VAN TWIST, gebouwd op de werf der Rijn- en IJsselstoomboot-Maatschappij alhier, is heden met goed gevolg van stapel gelopen. Zij is bestemd voor de vaart van Deventer op Rotterdam.


28 september 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlie, 23 september. Het schip AGATHA JACOBINA, kapt. R.J. Kramer, van Brussel naar …., is met adsistentie van een Terschellinger loodsboot met gebroken spil en verlies van ankers in de haven van Terschelling gebracht.


29 september 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Nexö (Bornholm), 17 september. Het schip GEBINA MARIA, kapt. Lindeboom (opm: kof GEBIENA MARIA, bouwjaar 1846; de zeebrief van kapt. Reinder Hindriks Nagel was 26 juni 1852 geroyeerd, mogelijk wegens verkoop aan kapt. Lindeboom die verder onbekend is), van Riga naar Bremen, is alhier op de zuidoost-kust gestrand doch het volk gered. (opm: zie NRC 011052)


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Uit de hand te koop: Een paviljoenscheepje, lang 58 en wijd ruim 13 voet, geschikt tot het bevaren van de Leydschendam, thans wordende bevaren door S. Bentheim in het beurtveer van Meppel op Deventer en Zutphen, gebouwd te Meppel in 1846. Te bevragen bij de eigenaar S. Bentheim, te Meppel. Brieven franco.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Te koop: Een fraai paviljoen statieschip, groot 48 ton, bijzonder ingericht voor passagiers (bezaantuig), inventaris compleet, thans gebezigd worden in het beurtveer van Bergen op zoom, Schiedam en Delft. Te bevragen bij de eigenaar N.J. Oosterwaal, te Bergen op Zoom.


  AH - Algemeen Handelsblad

Uit de hand te koop: Een ijzeren schroefstoomboot, van 30 paardenkracht, met inventaris, lang 30 el, breed 2,90 el. Een stoomwerktuig, van 25 paardenkracht, hoge drukking met twee stoomketels. Adres met franco brieven bij Keyser & Schwertz, Commissionair in Stoom- en andere Werktuigen, op het Water, No. 87, te Amsterdam.


  JC - Javasche Courant

Batavia, 28 september. Alhier zijn aangekomen: de 24e dezer het Nederlandse schip WALCHEREN, kapt. S. Ouwehand, vertrokken van Hongkong de 17e juli; de 27e dezer het Nederlandse schip CHINA, kapt. J.G. Appel, met een passagier, vertrokken van Amsterdam de 15e juni, het Nederlandse schip STRAAT BALIE, kapt. G. Mulder, vertrokken van het Nieuwediep de 18e juni, en het Nederlandse schip DOROTHEA, kapt. H. Visser, vertrokken van Amsterdam de 1e juni.


  JC - Javasche Courant

Het schip BETSY, gevoerd door de Chinees Tja HieTjiauw, komende van Soerabaya en bestemd om te Sumanap zout op licentie naar Palembang over te voeren, is op zondag 12 september, op de klippen bij het eiland Gilielawa geheel verongelukt en uiteengeslagen.
De gezagvoerder heeft zich beklaagd, dat het schip door de bewoners van het eiland Giligenteng zoude beroofd zijn geworden, doch deze aanklacht is geheel ongegrond bevonden, daar hij met de equipage, uithoofde van de hoge zeeën, het schip heeft moeten verlaten, en volgens berichten, heeft men om dezelfde redenen het schip niet kunnen bereiken.


  JC - Javasche Courant

Advertentie. Edictale Citatien. In den jare 1852, de 22e september, ten verzoeke van Mr. Henricus Klein, advocaat en procureur, wonende te Batavia, agerende voor en vanwege Petronella Gasinget, zonder beroep, wonende thans te Bangkallang, eiland Madura, op de zeventiende december 1837 te Macao in China gehuwd met Charles Lindstedt, laatstelijk gedomicileerd te Batavia, heb ik, Johannis Pieter Brouwer, deurwaarder bij de raad van justitie te Batavia, en aldaar op Noordwijk woonachtig, ingevolge daartoe door de requirante bekomen vonnis van de raad van justitie te Batavia, de 17e september 1852 gewezen, ten derdenmale gedagvaard: genoemde Charles Lindstedt, dewelke op de 17e juni van het jaar 1840 als gezagvoerder van het barkschip de VROUW ELISABETH (opm: waarschijnlijk in Oost-Indië thuis behorend), is vertrokken van hier naar China; die, na zich te Singapore te hebben opgehouden, op of omtrent de 5e oktober 1840 van daar is vertrokken, en van wie sedert die tijd nooit iets met zekerheid is vernomen, en wiens vaartuig met al deszelfs opvarenden, hoogst waarschijnlijk is vergaan;
om te compareren ter terechtzitting van de raad van justitie te Batavia, op vrijdag de 31e december aanstaande, des morgens ten negen ure;
ten einde alsdan van zijn aanwezen te doen blijken; zullende in geval van niet verschijning, door de requirante worden voortgeprocedeerd tot de verklaring van vermoedelijk overlijden, en door de eiseres verzoek worden gedaan tot het aangaan van een tweede huwelijk.
Afschrift van dit exploit heb ik aangeplakt aan de hoofddeur van de gehoorzaal van de raad van justitie te Batavia; een tweede afschrift heb ik overgegeven aan de officier van justitie bij de raad van justitie te Batavia, exploit doende ten kantore van ZEdG., en sprekende aldaar met ZEdG. in persoon, die dit oorspronkelijke met gezien heeft getekend; terwijl eindelijk dit exploit door mij wordt geplaatst in de Javasche Courant.
J.P. Brouwer.
Gezien, de Officier van Justitie bij de Raad van Justitie te Batavia, K.H. Nolthenius.


30 september 1852


  DC - Dordtsche Courant

Volgens schrijven van kapt. Keeman, voerende het barkschip SUMATRA, d.d. Rio de Janeiro 1852, was hij aldaar de 14de juni binnengelopen om zijn schaden ter herstellen welke hij in de nacht van 18 op 19 juni op 5º26’ NB 15º WL door aanzeiling met een onbekend schip had bekomen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Appledore, 26 september. Het alhier gearriveerde Nederlandse schip WAAKZAAMHEID heeft op de reis naar Archangel veel stormweder ondervonden en dien ten gevolge een anker en enige zeilen verloren.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Thisted, 23 augustus. De te Veendam te huis behorende kof LAMMECHINA, kapt. Prins (opm: smak, ook wel LAMMECHIENA, bouwjaar 1838, kapt. Jan Remkes Prins), van Rotterdam met een lading stukgoederen naar St. Petersburg bestemd, is in de nacht van 22 dezer bij Wangsaa (ca. 2½ mijl van hier) gestrand en onmiddellijk vol water gelopen, zodat dezelve als wrak kan beschouwd worden. De equipage is gered. Van de inventaris en lading is nog maar weinig geborgen. (opm: zie ook NRC 051052, 131052 en 141052)


  DC - Dordtsche Courant

Dordrecht, 29 september. Zondag is te Rotterdam, van Harderwijk over Amsterdam per spoor aangekomen een detachement suppletietroepen, sterk 150 officieren, onder-officieren en manschappen, hetwelk terstond is overgegaan aan boord van het Nederlandse fregatschip SAMARANG, kapt. D.L. Immink, liggende aan de Willemskade aldaar en bestemd naar Batavia. Nadat de troepen aan boord waren, is het schip terstond op stroom gehaald en, door de stoomboot RESERVE gesleept wordende, heeft de reis een aanvang genomen.


01 oktober 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Nexö (Bornholm), 21 september. De gestrande kof GEBINA MARIA, kapt. Lindeboom, van Riga naar Bremen bestemd – zie ons nommer van 29 dezer – is geheel wrak.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Nexö (Bornholm), 21 september. Eergisterenavond is aan de oostzijde van dit eiland gestrand het te Harlingen te huis behorende kofschip JOSINE WILHELMINE, kapt. Roelfs (opm: JOSINA WILHELMINA, bouwjaar 1833; kapt. C.F. Roelfs), van Dantzig (opm: Gdansk) met een lading raapzaad naar Westzaan bestemd. De bemanning is behouden, het schip echter is niet te redden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Elseneur (opm: Helsingör), 26 september. De te Veendam te huis behorende kof FOSSINA SIERS, kapt. Boiten, van Dantzig (opm: Gdansk) naar Bordeaux bestemd, welke alhier met averij was binnengelopen, heeft heden na geëindigde reparatie onze haven verlaten.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Thisted, 24 september. Men is heden bezig met lossen uit de bij Wangsaa gestrande kof LAMMECHINA – zie ons vorige nommer. Bereids zijn 190 balen koffie, 5 k. (opm: kisten) wijn en 5 manden suiker geborgen.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Groningen 27 sept. Hedenmorgen arriveerde in de haven binnen deze stad het schoenerkofschip TJAAKINA WIGERDINA, ongeveer 70 last, kapt. J.W. Stuit van Veendam, gebouwd bij W. Pattje te Foxhol.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Groningen, 30 september. Dinsdag is alhier gearriveerd het kofschip KLAZINA MARIA, groot ruim 50 last, kapt. Hendk. J. Douwes van Veendam, en aldaar gebouwd bij Jacob Pik.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Groningen, 30 september. Heden arriveerde alhier het schoenerschip ARENDINA, groot ruim 90 last, kapt. G.J. Dik van Nieuwe Pekela, gebouwd bij Ipe Hooites te Hoogezand.


  LC - Leeuwarder Courant

Te koop: een veerschip groot 22 ton, met wijde warings, ronde luiken enz, lang 11 el 650 streep (41 voet 3 duim), wijd 3 el 480 streep (12 voet), hol naar rato, 9 jaren oud, bij O.L. Lantinga, scheeps- en bouwmeester te Ylst.


  LC - Leeuwarder Courant

Te koop: een halfsleten tjalkje, 33 ton, liggende te Rohel bij Augustinusga; te bevragen bij F.J. v.d. Meulen aldaar.


02 oktober 1852


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Ter bezichtiging blijven nog liggen tot en met de 5e dezer het te koop gepresenteerde brikschip OLIVIA (Westerdok) en de schoener EMMA ELISE (Oosterdok). Nadere informatiën bij de cargadoors Van Veen & Koli.


  JC - Javasche Courant

Soerabaija, 22 september. Het Nederlandse stoomschip JAVA, kapt. G. Batten, is heden van hier vertrokken naar Nieuw Holland (opm: Australië).


  JC - Javasche Courant

De Nederlands-Indische schoener ARDJOENO, vroeger genaamd KIM HOK LIONG, behorende aan Tjim Tjoe, te Balie Bading, gezagvoerder Tjo Aloe, stuurman J. Diederiksen, groot 30 lasten, bemand met 14 koppen, en ongewapend, is volgens opgave, in de avond van dinsdag, de 1ste september l.l., ten 11 ure 30 min. op de Bril (opm: rif te Zuiden van Macassar) geraakt, hebbende toen vóór ½ en achter 1 vadem water.
De stuurman J. Diederiksen en 5 manschappen, tot gemelde schoener behorende, aan boord van Zr.Ms. stoomschip SURINAME, ter rede van Macassar, gekomen zijnde om bericht van het ongeval te geven, verliet dat stoomschip daarop, de 9de september l.l., des voormiddags ongeveer ten 10 ure 45 min., die rede, op sleeptouw hebbende de kruisboot no. 18.
Bij het eiland Tanahkeke harde zuidoosten wind en hoge zee ontmoetende, was het zeker dat men die avond het gestrande vaartuig niet meer in het gezicht kon bekomen; weshalve onder de westkant van het eiland geankerd werd, tot dat rechtstreeks op de genoemde bank kon koers gesteld worden.
Ten 2 ure in de Hondewacht van de 10de, ging de SURINAME onder stroom, koers stellende op de noordpunt van de Bril; ten … (onleesbaar) ure werd de daarop gestrande schoener gezien; ten 9 ure genoegzaam genaderd zijnde, werd de kruisboot met de stuurman Diederiksen en de manschappen, tot de schoener behorende, benevens de grote sloep van de SURINAME, met de Europese roeiers bemand, en de luitenant 2de klasse T. P. du Rieu afgezonden, om te onderzoeken of er mogelijkheid was het vaartuig van de bank af te brengen, zo niet, dan zo veel mogelijk van hetzelve te redden.
Uit dat onderzoek bleek, dat het vaartuig geheel verlaten en uitgeplunderd was; dat het zo hoog op de N.O. kant der bank was; geslagen en zo lek was, dat er geen mogelijkheid bestond het er af te brengen.
Volgens opgave van de stuurman Diederiksen, die in de Hondewacht van de 8ste, ten 3 ure met de enigste aan boord zijnde sloep, naar Macassar was vertrokken, waren er bij zijn vertrek prauwen (paduakans) bij het vaartuig, zodat waarschijnlijk de achtergebleven manschappen met die prauwen zijn vertrokken of medegenomen; diezelfde prauwen hebben ook waarschijnlijk alles wat aan boord was medegevoerd; zelfs een werp, dat door genoemde stuurman vóór zijn vertrek was uitgebracht, met de daarop gestoken trossen. De schoener zat nu veel hoger, dan toen die door hem verlaten werd.
Drie zeilen, als: 1 kluiver, 1 stagzeil en 1 fok, die nog aangeslagen waren, zijn met de sloep aan boord gebracht; terwijl de equipage van de kruisboot nog enig blok- en touwwerk geborgen heeft; alles evenwel van weinig waarde.
Op de middag werd het raadzaam geoordeeld, weder te vertrekken, ten einde nog vóór de nacht een ankerplaats te bereiken, en die niet op zee door te brengen met de kruisboot op sleeptouw, welke bij de toenmalige harde Z.O. wind, met hoge zee, verontrustend slingerde.
Het voornemen was, tussen Lagkan en Tanahkeke te ankeren, doch de westelijke stroom bracht het stoomschip bewesten laatstgenoemd eiland, alwaar het ten 7 ure ankerde.
Des morgens van de 11de kwam de SURINAME ter rede van Macassar terug.


03 oktober 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 2 oktober. Volgens brief van Texel van de 1e dezer was de vorige nacht in de Eijerlandse gronden gestrand een schoener, de naam onbekend. Het volk was vermoedelijk daarbij omgekomen, zijnde de sloep aldaar aan land gespoeld.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Queenstown, 27 september. Het te Wildervank te huis behorende kofschip JANTJE NANNINGA, kapt. Meihuizen (opm: kapt. Engbert Melchior Meihuizen), van Carthagena naar Newcastle, is de 21e dezer bij de Portugese kust gezonken. De equipage is door het schip CHRISTIANA, kapt, Nielsen, gered en alhier behouden aangebracht.


  AH - Algemeen Handelsblad

Londen, 29 september. Gisteren is het Nederlandse schip ZES GEZUSTERS, het welk door onze regering (opm: Engelse) gehuurd is, met ruim 300 landverhuizers van hier naar Australië vertrokken. De kapitein, stuurman en verdere equipage zijn allen Nederlanders.


04 oktober 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Helder, 2 oktober. In de nacht tussen 30 september en 1 oktober is in de Eijerlandse gronden een schoenerbrik gestrand, genaamd HELENE (opm: een Deens schip). Verdere berichten omtrent de plaats van herkomst of bestemming zijn nog niet bekend. De bemanning is zeker omgekomen. Dit maakt men op uit een aan het strand gedreven sloep. De lading, zegt men, bestaat uit spoorijzer.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Portsmouth, 20 september. Het alhier van Livorno gearriveerde Nederlandse schip CHRISTINA JACQUELINE, kapt. A.H. Dijkhuis, heeft op de reis veel slecht weder gehad, waardoor hetzelve raas en zeilen verloren en de fokkemast gekraakt heeft.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hoekzijl (opm: Hooksiel), 29 september. Het Nederlandse schip CLAZINA, kapt. Huisman (opm: buitenlander), van Bremen naar Oldersum bestemd, is gisteren in onze nabijheid gestrand. De equipage is gered en ook een gedeelte van het tuig. Schip en lading zijn echter als verloren te beschouwen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Helsingfors (opm: Helsinki), 23 september. Volgens berichten uit Berga is de Nederlandse kof JANTINA GEZINA, kapt. J.H. Mulder (opm: bouwjaar 1839; kapt. Jan Harms Mulder), van Havre met stukgoederen naar St. Petersburg bestemd, op de klippen bij Högbarn gestrand en zal wrak zijn. Met de berging der lading is onmiddellijk een aanvang gemaakt. (opm: zie NRC 151052 en 281052)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Christiansand (opm: Kristiansand), 27 september. Heden is alhier lek en met verlies van zeilen binnengelopen het Nederlandse kofschip REINA, kapt. De Haan, van Wick met haring naar Stettin (opm: Szczecin) bestemd. Hetzelve moet lossen om te repareren.


05 oktober 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Ramsgate, 1 oktober. Het Nederlandse schip JAN ALBERTUS, kapt. Kros, van Marseille naar Rotterdam bestemd, is heden, na 74 dagen reis, alhier lek binnengelopen en moet lossen om te repareren.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Bergen, 24 september. Het schip ELLIDA, kapt. Zwaneveld (opm: waarschijnlijk buitenlander), van Archangel, met rogge naar Vlaardingen, is in de nabijheid van Stadt (opm: Stadtlandtet, 62º10’ N.B. 05º10’ O.L.) totaal verongelukt, doch het volk gered.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Reval (opm: Tallinn), 24 september. Ter rede van Baltishport, is de 19e dezer met slagzijde binnengelopen, de Nederlandse kof GERTRUDE, kapt. Goosens, van Kroonstad (opm: Kronstjadt) met rogge naar Amsterdam bestemd.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Christiania (opm: Oslo), 27 september. Volgens berichten uit Smörholmen, is aldaar een te Amsterdam te huis behorende kof binnengelopen, welke naar die plaats bestemd is, komende met een lading pek en teer van Stockholm. Dezelve was zes weken in zee geweest, en was wegens gebrek aan provisie en water, zomede verlies van zeilen, gedwongen een noodhaven te kiezen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Thisted, 28 september. Uit de bij Wangsaa gestrande Nederlandse kof LAMMECHINE (opm: LAMMECHINA), kapt. Prins – zie onze nommers van 1 dezer en vroeger – zijn 189 zakken koffie en 3000 pond suiker, 60 vaten meekrap, 9 kisten wijn en 16 kisten machinerieën enz. geborgen. Al deze goederen zijn, aangezien het schip dadelijk na stranding vol is gelopen, onder water geweest, en het heeft door het onstuimige weder veel moeite gekost dezelve uit het schip te krijgen. De meekrap, koffie en suiker zullen de 5e oktober in publieke veiling verkocht worden. Ook de scheepsinventaris is gered; het schip is, zo als bereids vroeger medegedeeld, wrak.


  DC - Dordtsche Courant

Dordrecht, 4 oktober. Van alle kanten zijn berichten ingekomen omtrent de storm, die zaterdag gewoed heeft. Behalve de schade, aan huizen en bomen toegebracht, hebben nog de volgende ongelukken plaats gehad. Aan de Moerdijk hebben onderscheidene mensen hun bezittingen, enkele zelfs het leven, verloren. Het beurtschip van St. Annaland, nabij Oostduivenland ten anker liggende werd geheel verbrijzeld, doch de schepelingen gelukkig gered. Nabij de Ouden Doel (Zeeland) is een visschokker door de woedende storm omgeslagen. Evenzo de veerschuit tussen Willemstad en Buitensluis. Te Arnhem, heeft, tussen de Velper en St. Eusibius barrières, een omvallende boom een kind getroffen en aan het hoofd zwaar gewond. Nabij Utrecht werden de seinpalen van de spoorweg en de telegraaf uit de grond gerukt. Voor de Willemstad zonk een geladen tjalkschuit in de diepte, waardoor de schipper met zijn vrouw en drie kinderen, benevens de knecht, een prooi der golven zijn geworden. Te ’s-Hertogenbosch woei de gehele voorgevel van een huis af. Twee mensen werden daarbij door brokken steen slechts lichtelijk gekwetst en een drietal kinderen tegen de grond geworpen, zonder echter enig letsel te bekomen. In het gezicht van Zierikzee heeft een betreurenswaardig ongeluk plaats gevonden. Schipper Van Dord, in de beurt van Bergen op Zoom op die stad varende, een man van bijna 80 jaar, welke dit beurtveer met twee zijner zonen waarneemt, vertrok naar Bergen op Zoom, hebbende naar gissing aan boord 25 à 30 passagiers. Plotseling raakt het vaartuig bij een hevige windvlaag aan de grond, op de punt van de zogenaamde Dorschman. Onmiddellijk liet men het anker vallen; doch weinige ogenblikken daarop was het vaartuig vol water. Al spoedig vertrokken uit Zierikzee een paar schippers met hun vaartuigen ter hulp. Tegelijk naderde de stoomboot STAD VLISSINGEN, welke tevergeefs pogingen deed om de in nood verkerenden te redden. Aan de stoomboot ZIERIKZEE, die mede genaderd was, gelukte het nabij het wrak ten anker te komen en met de sloep 10 personen te redden. Een van de twee mannen der equipage, die de sloep bestuurden, is later slachtoffer geworden van zijn edele pogingen, om andermaal de schipbreukelingen te bereiken en van het wrak te brengen. Van dezen zijn door schipper De Weerd nog 9 personen en later, volgens geruchten, nog 4 door een hoogaars van M. van der Ploeg gered. Het juist getal verdronkenen op te geven, is nog niet mogelijk, daar men niet bepaaldelijk het aantal passagiers weet. Intussen is het zeker dat verscheidenen daarbij zijn omgekomen, waaronder de bejaarde schipper Van Dord, een man der equipage van de stoomboot, benevens een vrouw en een kind, te Zierikzee te huis behorende.


  DC - Dordtsche Courant

Amsterdam, 2 oktober. Volgens brief van Texel van de 1ste dezer, was de vorige nacht in de Eijerlandsche gronden gestrand een schoener, de naam onbekend; het volk was vermoedelijk daarbij omgekomen, zijnde de sloep aldaar aan strand gespoeld.


06 oktober 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlie, 3 oktober. Aan strand alhier is gevonden een gedeelte van een journaal, gehouden aan boord van het schip HELENE, kapt. Peter Schinkel, vermoedelijk afkomstig van het schip HELENE, in de Eijerlandse gronden gestrand, en waarvan vroeger melding gemaakt is.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. C.A. Schröder, Makelaar, zal op maandag 18 oktober 1852, des avonds ten 6 ure, te Amsterdam, in de Nieuwe Stads Herberg, aan het IJ, verkopen: Een extraordinair welbezeild kofschip, genaamd HENDRIKA MARGRETHA, gevoerd door kapt. H.H. Oldenburger. Volgens Nederlandse meetbrief lang 22 ellen, 10 duimen; wijd 4 ellen, 26 duimen; hol 2 ellen, 38 duimen. En alzo gemeten op 53 lasten. Breder bij inventaris en bericht bij bovengemelde Makelaar en de cargadoors Dade & Houtkooper.


07 oktober 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 6 oktober. De Nederlandse kof ANNECHIENA ENGELINA, kapt. Smit (opm: ANNEGINA ENGELINA, bouwjaar 1842; kapt. Hindericus Hindriks Smit), van Amsterdam met stukgoed naar Stettin (opm: Szczecin), is volgens brief van Stettin van 3 dezer de vorige nacht in de nabijheid van Swinemünde (opm: Swinoujscie) gestrand en vol water gelopen. Men is bezig zo veel mogelijk te bergen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Cuxhaven, 3 oktober. De Nederlandse kof CONCORDIA, kapt. Stuit (opm: bouwjaar 1815, kapt. Jan Ooites Stuit), in ballast van Harlingen naar Noorwegen bestemd, is de 30e september j.l. bij Helgoland gezonken. De bemanning is door kapt. Haacke, voerende de Hannoverse schoener PAX, gered en alhier aangebracht. (opm: een bericht in NRC van 31 maart 1853 meldt, dat de bemanning al op 28 september door de PAX was gered)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Kopenhagen, 30 september. Volgens een bericht uit Ringkøbing van de 29e dezer, is in de nacht van de 24e bij Huneby (opm: nabij Blokhus, Jammerbocht) gestrand, het te Rotterdam te huis behorende everschip TWEE GEZUSTERS, kapt. Tennes (opm: kapt. P. Teunis), van Bremen met tabak naar Aalborg bestemd. De bemanning is gered. Met de berging van schip en lading had men de 25e wegens het stormachtige weder nog niet kunnen beginnen.


  DC - Dordtsche Courant

Dordrecht, 6 oktober. Op zaterdag 2 oktober lag de beurtschipper tussen Prinsland en Rotterdam, bezuiden Ooltgensplaat, voor anker, toen door de geweldige rukwinden plotseling de ankerketting vaneen sprong, waardoor het schip op de droogte geraakte en met een gewisse ondergang bedreigd werd. Gelukkig lag op enige afstand de brik THEODOR, kapt. F. Nicjahr, die, het gevaar ziende, onmiddellijk zijn sloep met vijf man te water bracht, met een stevige tros aan boord, die men bij het in gevaar verkerende beurtschip bracht. Daarmede had men het geluk het schip weder vlot te krijgen. De bereidwillige hulp, door deze brave kapitein bewezen, redde alzo het vaartuig van een bijna zekere ondergang en verdient te meer loffelijke melding, daar door het ruwe weder de vijf personen in de sloep hun leven in gevaar brachten. Het scheepsvolk van de brik en ook de Hollandse loods, die zich onder de vijf personen in de sloep bevond, weigerden volstrekt enige beloning hoegenaamd voor hun edelmoedige daad aan te nemen.


  DC - Dordtsche Courant

Amsterdam, 4 oktober. De Deense schoenerbrik HELENE, kapt. P. Schinkel, met ijzeren spoorstaven van Cardiff naar Hamburg, is, volgens brief van Texel van 2 oktober, in de nacht tussen 30 september en 1 oktober in de Eijerlandsche Gronden gestrand en zit vol water, buiten de tweede bank tegen het strand in 12 voeten water; de equipage, die zich vermoedelijk met de boot heeft willen redden, is daarbij omgekomen, zijnde een lijk reeds aangespoeld; uit aan strand gespoelde papieren blijkt, dat tot de equipage hebben behoord de personen Claus Rüter, T.J.H. Becker en Tijs Tim; van de tuigage en zeilen was een gedeelte te Cocksdorp aangebracht.


08 oktober 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 7 oktober. Het schip MARGARETHA, kapt. Paap (opm: tjalk MAGRIETHA, bouwjaart 1849; kapt. Jan Jans Paap, zie ook NRC 091052 en 121052), van Dantzig (opm: Gdansk) met tarwe naar Amsterdam, is, volgens brief van Norden van de 4e dezer, op Juist gestrand en zal weg zijn; men hoopte het volk te redden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De in de Eijerlandse gronden gestrande schoener HELENE – zie ons nommer van 8 en 6 oktober – is gevoerd geweest door kapt. P. Schenkel, en bestemd met spoorstaven naar Hamburg of Bremen. De equipage, die uit 9 man heeft bestaan, is met de sloep omgekomen; reeds zijn drie lijken te Texel aangespoeld. Het schip zit nog in zijn geheel en men hoopt bij handzaam weder de lading te bergen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De Franse schoener LE GUERIER, kapt. Barrateau, van St. Valery sur Seine naar Newcastle, is, volgens brief van Texel van de 6e dezer, de vorige nacht, achter het zanddijkshuis gestrand en zou weg zijn. Het volk heeft zich met de sloep gered. Nog was aldaar achter de Wester aangespoeld een zwart geschilderd naambord, waarop met vergulde letters “Sceptre”.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Stralsund, 4 oktober. In de nacht van de 2e op de 3e dezer is in de nabijheid van Rügen gestrand het te Veendam te huis behorende tjalkschip MARGARETHA GEZINA, kapt. Schaap (opm: MAGRETA GEESINA, kapt. Albert Harms Schaap, zie ook DC 091052 en NRC 141052), van Stockholm met teer en andere goederen naar Amsterdam bestemd. Nadere berichten ontbreken nog.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Helsingborg, 4 oktober. In de gepasseerde nacht woedde alhier een verschrikkelijke storm, waardoor veel schade aan de scheepvaart berokkend is en enige totale verliezen te betreuren zijn. Onder deze laatste tellen wij ook het te Sappemeer te huis behorende kofschip AFINA, kapt. Post (opm: AAFINA, bouwjaar 1835; kapt. Heere Roelfs Post), van Londen met suiker naar Koningsbergen (opm: Kaliningrad) bestemd, hetwelk bij Råå (opm: ten zuiden van Helsingborg) gestrand is en hoogstwaarschijnlijk weg zal zijn. De bemanning is gered.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Elseneur (Helsingör), 8 oktober. Sedert gisterenavond heeft het hier vreselijk uit het Z. en Z W. gestormd, zodat verscheidene schepen gestrand zijn of andere schaden hebben bekomen. Heden namiddag kwamen alhier in de haven de schepen MARGARETHA, kapt. Goudschaal met verlies van boegspriet, voorsteng en andere schade; en HENDRIK PIETER, kapt. Vil, met een lek; de laatste van Amsterdam naar St. Petersburg bestemd.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Groningen, 4 okobert. Onderscheidene vaartuigen op de rivier voor Willemstad verkeerden in gevaar en lieten zich zonder zeilen voortdrijven. Een vaartuig zijnde een geladen tjalkschuit kon de wind geen weerstand bieden en zonk in de diepte zonder dat het de schepelingen, zijnde de schipper met zijne vrouw en drie kinderen, benevens de knecht, gelukt is zich te redden die allen ene prooi der golven zijn geworden.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Groningen, 4 oktober. Gisteren viel te Scheemda het kind van de schipper J. de Jong over boord. De aldaar gestationeerde commies T.T. Bakker ging spoedig te water en haalde het kind op tijd er uit en zelfs onder het schip vandaan. Bakker is reeds vroeger als soldaat in 1822 wegens menslievende daden begiftigd met een zilveren medaille en een premie van NLG 30. In 1823 diende hij aan boord van Zr.Ms. brik DE GIER, onder bevel van de kapitein ter zee Van Son. In de Middellandse Zee sprong hij over boord en redde zijne medeschepelingen, blijkens een vererend getuigschrift afgegeven door de commandant. In 1852 de 27 april redde hij het kind van de te Scheemda liggende schipper Molenkamp van een gewisse dood.
Men zou hier niet zo veel van zeggen, doch het verdient te meer vermelding daar hij, Bakker, vader is van acht kinderen en thans de ouderdom van 51 jaren bereikt heeft.


09 oktober 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 8 oktober. Omtrent het schip MARGARETHA (opm: MAGRIETHA, zie NRC 081052), kapt. Paap, op het eiland Juist gestrand – zie ons vorig nommer – wordt van Norden gemeld, dat het nog onzeker was of de lading geborgen zou kunnen worden. Het volk had zich gered.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 8 oktober. De Nederlandse tjalk HEILINA, kapt. H. Panjer, van Groningen naar Londen, is, volgens brief van de Zoltkamp van de 6e dezer, gezonken, doch het volk is gered (opm: zie PGC 221052 en NRC 231052).


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Brouwershaven, 7 oktober. Kapt. Maire, voerende het schip GOELETTE, rapporteert dat er een galjoot op de Banjaard is gestrand, verder had hij niets kunnen ontdekken; ook het lot der equipage was hem onbekend. Er wordt onmiddellijk assistentie van hier derwaarts gezonden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Ramsgate, 5 oktober. Het Nederlandse schip ONDERNEMING, kapt. Zwanenburg, van Amsterdam naar Gibraltar, is alhier met verlies van grote boom, twee ankers met kettingen en meer andere averij binnengelopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Weymouth, 5 oktober. De Nederlandse oorlogsbrik DE AREND, luit. ter zee 1e kl. Cambier, van Hellevoetsluis naar de West-Indië, is de 5e dezer met verlies van kluiverboom ter rede van Portland binnengelopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Tonningen, 3 oktober. De Nederlandse tjalken VREDE, kapt. Hazelhoff, naar Wolgast; GEERTINA, kapt. Legger, naar Dantzig (opm: Gdansk) en VROUW STEENHUIZEN, kapt. Gort, naar Rügenwalde (opm: Darlowo) bestemd, allen met stukgoed van Bremen komende, zijn alhier binnengelopen. Allen hebben in de laatste stormen enige schade bekomen, doch zo onbeduidend, dat de reizen zonder oponthoud zijn voortgezet.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Swinemünde (opm: Swinousjcie), 4 oktober. De inventaris van het gestrande schip ANNECHINA ENGELINA – zie ons nommer van eergisteren, art. Rotterdam – is bijna geheel geborgen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Kopenhagen, 4 oktober. In de storm, welke hier eergisteren woedde, is buiten de reeds gemelde Nederlandse ever TWEE GEZUSTERS (onder meer andere schepen) nog bij Saltholm (opm: eiland oostelijk van Kopenhagen) op strand geraakt, het Nederlandse schip BEERTA SCHURINGA, kapt. De Vries, van Dundee naar Stettin (opm: Szczecin) bestemd. Men heeft een akkoord gesloten om de schepen, die op strand zitten, af te brengen.


  DC - Dordtsche Courant

Dordrecht, 8 oktober. Uit Zierikzee meldt men d.d. 5 oktober: Gisteren namiddag, te 3 ure, werd het wrak van het verongelukte beurtschip in onze haven gebracht door de schipper L. de Weerdt, die zich des nachts te half vier ure naar de plaats des ongeluks had begeven, ten einde te beproeven, wat er van schip en lading was te redden, hetgeen door het stormachtige weder niet vroeger had kunnen plaats hebben. Hij was daartoe bepaaldelijk door de commissaris Nolet aangenomen. Van de lading was bijna alles verdwenen en is slechts gered een kistje en doosje met geld, aan twee der passagiers toebehorende, zodat, behalve de 12 mensenlevens, die het onheil heeft gekost, ook het verlies aan goederen en gelden aanzienlijk is.


  DC - Dordtsche Courant

Dordrecht, 8 oktober. L.l. dinsdag is van Vlissingen met de stoomboot de SCHELDE vertrokken, een detachement infanterie, sterk 100 man, onder bevel van de kapt. Klap, afgezonden ter versterking van het garnizoen van het fort Bath, alwaar, naar men verneemt, ernstige ongeregeldheden moeten plaats hebben, veroorzaakt door de poldergasten, die aan de bedijking van de nieuwe polder werkzaam zijn.


  DC - Dordtsche Courant

Dordrecht, 8 oktober. Uit Gorinchem meldt men dat de 4de dezer aldaar is aangekomen de nieuwe gebouwde schroefboot ZEDERIK, bestemd om tussen Gorinchem en Vianen dienst te verrichten. Deze boot, op de scheepstimmerwerf van de heer F. Smit, aan de Kinderdijk gebouwd, laat en opzichte van snelheid, goede inrichting en netheid, niets te wensen over.


  DC - Dordtsche Courant

Het schip HELENE, kapt. Schinkel, op Eijerland gestrand, zit nog in zijn geheel; men hoopt bij bedaard weder de lading te kunnen bergen; 12 zeilen, een kabeltouw, 2 draaibassen, een koperen pomp, benevens enig gekapt lopend touwwerk zijn aan de wal gebracht en van het volk, dat uit 9 man bestaan heeft, reeds drie lijken aangespoeld.


  DC - Dordtsche Courant

Het Franse schip de GUERRIER, kapt. Barrateau, van St. Valery naar Newcastle, is in de nacht van de 6de achter het Zanddijkshuis gestrand en zal weg zijn; het volk is gered.


  DC - Dordtsche Courant

Straalsund, 4 oktober. Het schip MARGARETHA GEZINA (opm: MAGRETA GEESINA, zie NRC 081052), kapt. Schaap, met stukgoederen van Stockholm naar Amsterdam, is gisteren bij Rügen gestrand.


  JC - Javasche Courant

Batavia, 8 oktober. Alhier zijn aangekomen: de 7e oktober het Nederlandse schip ABEL TASMAN, kapt. J. Hensing, met 7 passagiers, vertrokken van Rotterdam de 26e juni, het Nederlandse schip AFRIKA, kapt. C. Ouman, vertrokken van Amsterdam de 21e juni, en het Nederlandse schip JACOB ROGGEVEEN, kapt. H. Rolff, met 5 passagiers, vertrokken van Amsterdam de 26e juni.


10 oktober 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

’s Gravenhage, 9 oktober. Men meldt uit Scheveningen: Gisterenmorgen vertoonde zich een stoomboot voor de kust, in het gezicht van deze plaats. Men ontdekte al spoedig, met het gewapende oog (opm: met behulp van een kijker), aan de vlag, dat het een Engels vaartuig was. Tegen de avond werd de noodvlag gehesen. Er werden toebereidselen gemaakt tot redding in geval van stranding, die echter door ervaren zeelieden voor niet zeer waarschijnlijk werd gehouden. De wind nam intussen steeds in hevigheid toe. Met een pink in zee te gaan, bij de N.N.W. storm, die er woei, was geheel onmogelijk. De reddingsboot van de N.- en Z.-Holl. Reddingsmaatschappij begaf zich, onder toezicht van de heer A. Varkevisser, bij afwezigheid van diens vader, naar het strand en het was tegen ongeveer half negen, dat de afzending plaats had, en de redding, begunstigd doordien het schip buitengewoon ver op de kust was geworpen, van zes der schipbreukelingen onmiddellijk volgde; de overigen verkozen, daar het gevaar geweken was, aan boord te blijven, en het lage water af te wachten. Het schip heet THE RED ROVER, kapt. Thomas Cullen, ballast in lading hebbende, komende van Londen en bestemd naar Groningen. Behalve de equipage en de stokers, de tien in getal, waren er drie heren aan boord, die, naar men verneemt, met de kapitein eigenaars van het vaartuig zijn. Het schip is geheel nieuw en doet zijn eerste reis. Men zegt, dat een defect aan de machine oorzaak is geweest, dat THE RED ROVER voor de kust heeft moeten ankeren, en dat zij, door het breken der beide ankerkettingen op het strand is geraakt. De heer Bridge, Engels kabinetskoerier, heeft zich weder verdienstelijk gedragen.
Er waren gisteren in de loop van de dag, nog drie vaartuigen voor de wal, die echter nog zee hebben kunnen kiezen. Deze morgen heeft er intussen weder een stranding, aan de westzijde van Scheveningen, op de hoogte van Loosduinen plaats gehad; het scheepje is waarschijnlijk één degenen welke gisteren gezien zijn. Het vaartuigje is SIRENE genaamd, kapt. Beckman. Het kwam van Stettin (opm: Szczecin) en was bestemd naar een Franse haven nabij Cherbourg. Het was bemand met zeven koppen, waarvan er helaas vijf verdronken zijn. De kapitein en een scheepsmaat zijn, op een pomp of balk drijvende, door wakkere Scheveningers gered. De schipbreukelingen zijn dadelijk bij de heer Maas ingebracht en daar door deze met de meeste zorg en hartelijkheid verpleegd. Het vaartuig had de 7e september Stettin, en de 11e dier maand Swinemünde (opm: Swinousjcie) verlaten. Schip en lading zullen waarschijnlijk weg zijn. Een groot aantal ingezetenen der residentie heeft zich gisteren en heden naar Scheveningen begeven, om getuige te zijn van de onafgebroken pogingen, die gisteren en heden daar werden aangewend, om bij mogelijke stranding der in gevaar zijnde schepen hulp en bijstand te verlenen. Geen pogingen zijn daartoe onbeproefd gelaten.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Wijk aan Zee, 8 oktober. Nadat alhier de gehele dag verscheidene schepen voor het dorp op en neer hadden gekruist, om zo mogelijk zee te kunnen halen of de haven te bereiken, strandde in de namiddag, omstreeks vier uur, twee uren benoorden ons dorp, een Deense schoenerbrik, van Holstein, met granen geladen en zes man equipage; de namen van het schip en van de kapitein zijn nog onbekend. Nauwelijks stond het schip of de equipage kapte de masten, om daardoor, zo mogelijk, de geweldige stoting te voorkomen. In allerijl waren de reddingboten van Wijk-aan-Zee en Egmond toegesneld om de nodige bijstand te verlenen. De avond begon reeds te vallen, terwijl men van beide zijden ijverde om de ongelukkige equipage, wier ontzettende toestand allen met deernis vervulde, te redden; doch spoedig waren de redders van Wijk-aan-Zee en Egmond uitgeput van kracht en onvermogend om tegen de zo verschrikkelijke storm op te worstelen, om de ongelukkigen te bereiken. De tijd was kostbaar; de avond, de duisternis en de vloed dreigden met wis verderf. Door de plaatselijke bestuurders N. Vink van Wijk-aan-Zee en C. Planteijdt, van Egmond, werd besloten om de reddingboot terug te seinen en die van Wijk-aan-Zee, als beter zee kunnende bouwen, met nieuwe manschap uit te rusten. De Egmonder loodsen bemanden nu de boot en hun edele opoffering werd bekroond, daar het hun gelukte zes mensen aan een wisse dood te ontrukken. Zowel aan de directie als aan de manschap, komt alle lof toe voor de weldoordachte en edele poging ter redding aangewend.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 9 oktober. Gisteravond is te Scheveningen gestrand het Engelse schroefstoomschip THE RED ROVER, kapt. Cullen, van Londen in ballast naar Groningen en de Pruissische brik SIRENE, kapt. Beekman, van Stettin (opm: Szczecin) naar Frankrijk, bestemd. (Voor nadere bijzonderheden zie Binnenland art. ’s Gravenhage)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Noordwijk aan Zee, 9 oktober. In de nacht van de 8e op de 9e oktober is bezuiden Noordwijk aan Zee gestrand de galjas ELISABETH, kapt. Kruse, geladen met tarwe, komende van Katingsiel (Sleeswijk) bestemd naar Londen. De gehele equipage is gered. (Waarschijnlijk het schip, waarvan in het bericht Wijk aan Zee, onder de rubriek Binnenland wordt melding gemaakt)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 9 oktober. De Deense galjas EMANUEL, kapt. Paulsen, van Hamburg met haver naar Londen, is, volgens brief van Texel van de 8e dezer, de vorige morgen tussen de Wester en de Koog gestrand; het volk heeft zich gered en men hoopte de inventaris en de lading te bergen. Nog zouden, volgens aldaar ontvangen bericht, drie schepen gestrand zijn.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Texel, 9 oktober. In de nacht van de 7e op de 8e dezer is in de nabijheid van Kijkduin gestrand het Engels brikschip STERLING, kapt. G. Sutters, van Schiedam naar Sunderland gedestineerd. De equipage is gered.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Cuxhaven, 7 oktober. De Nederlandse kof MARCHINA, kapt. De Boer, van Dantzig (opm: Gdansk) met hout naar Londen bestemd, is alhier lek binnengelopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Carolinensiel, 4 oktober. Gisterenavond is een met tarwe beladen Nederlands schip lek in de Harle binnengelopen; een gedeelte der lading is in lichters gelost. Nadere berichten ontbreken nog.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Helsingborg, 5 oktober. Het schip AFINA, kapt. Post, hetwelk bij Råå gestrand is – zie ons nommer van gisteren – is geheel wrak.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Elseneur (opm: Helsingör), 6 oktober. De brik EDUARD, kapt. Doodt, van Memel (opm: Klaipeda) naar Hull is hier gisterenavond lek in de haven gekomen.


11 oktober 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Capelle a/d IJssel, 9 oktober. Op heden is van de werf van de heer P. Bakhuizen, met het beste gevolg te water gelaten het barkschip ESTAFETTE, varende onder directie van de heren M.C. Lapidoth en Co te Amsterdam, en zullende gevoerd worden door kapt. D. Hofker, en daarna onmiddellijk de kiel gelegd van een barkschip genaamd KLAZINA, onder directie van de heer F.S. Sparnaaij en Zoon te Rotterdam, hetwelk gevoerd zal worden door kapt. D. Wels Browning.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Wijk-aan-Zee, 9 oktober. Het twee uren (opm: gaans, dus plm. 10 km) benoorden deze plaats gestrande en verbrijzelde schoenerschip was genaamd, FRAUE CHRISTINE, kapt. H.C. Kock, komende van Stralsund, met tarwe, gedetineerd naar Poole in het Engelse kanaal. De Egmonder loodsen, welke de equipage, bestaande uit zes man, gered hebben zijn: Jan Schol, Arie Wijker, Jan Wijker, Aldert Wijker, Cornelis Wijker, Glein Krab en Kos Zwart Pz.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 10 oktober. Volgens een van Zr.Ms. consul-generaal te Smirna (opm: Izmir), onder dagtekening van de 27e september jl. ontvangen bericht, zijn aldaar de navolgende Nederlandse schepen aangekomen: van Amsterdam, Malta en Syra (opm: Ano Síros, Cycladen) , de schoener JONKVROUW GEERTRUIJ, kapt. De Boer; van Triëst de schoener AMSTEL, kapt. Ouwehand, welk vaartuig naar Tschesme is vertrokken om aldaar rozijnen voor Amsterdam in te nemen; van Amsterdam en Korfu de kof DRIE GEBROEDERS, kapt. Venster, met enige koopgoederen; van Vlaardingen en Messina de hoeker OCEAAN, kapt. Van Duffelen; van Rotterdam en Genua de schoener HOLLANDER, kapt. Cordia; van Triëst de schoener KOERIER, kapt. Schaap. Te Smyrna (opm: Izmir) werd voorts nog verwacht de galjoot BOREAS, kapt. Van Gelderen. Vijf der voormelde schepen zouden vrachten naar Nederland innemen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Brouwershaven, 8 oktober. Gisterennamiddag kwam hier zonder loods binnen de Franse schoener HENRY, kapt. Lemaire, welke berichtte dat er een galjoot gestrand was tussen de beide vuurtorens. Tegelijk kwam van daar hetzelfde bericht. Dadelijk gingen een gedeelte der reddingsvaartuigen, vergezeld van de beste sloepgasten, per wagen naar de eerste vuurtoren, brachten de reddingsboot af en verder naar het draailicht, om van daar het Nieuwe Zand te kunnen bereiken. Daar gekomen, vernam men van de strandwachters, dat het schip omstreeks 3 uren aan de grond was geraakt en ten 5 ure reeds was verbrijzeld en met de equipage in de golven verdwenen; het wrakhout deed blijken dat het een pleit was geweest; op de naamborden was vermeld CATHARINA ANVERS (opm: CATHARINA, gaffelschip, thuishaven Antwerpen, kapt. Michel Michelsen, bouwjaar ca. 1814). Het schip was, als naderhand bleek, reeds een half uur vergaan, voordat de tijding hier kwam. De dag van gisteren en deze voornacht waren stormachtig uit het N.W, aanhoudende donkere zware luchten met hooggaande branding; het volk heeft bij de reddingsboot bijzonder veel activiteit aan de dag gelegd; de schokker is met gebroken mast naar binnen gewaaid. (Wij maakten hiervan reeds in ons nummer van eergisteren enige melding)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Wijk-aan-Zee, 9 oktober. Gisterennamiddag is, 2 mijlen benoorden ons dorp, gestrand het schoenerschip FRAU CHRISTINE, kapt. Koch, van Stralsund met tarwe naar Poole bestemd. De bemanning is gered; schip en lading echter geheel weg. (De bijzonderheden aangaande deze stranding, hebben wij reeds onder het rubriek Binnenland medegedeeld)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Folkstone, 7 oktober. De Nederlandse kof VOORWAARTS, kapt. Pybes, van Rotterdam naar Nantes, is alhier met verlies van ankers en ketting binnengelopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Kaap de Goede Hoop, 20 augustus. Het schip HECTOR, kapt. Brocks, van Batavia naar Nederland bestemd, is de 28e juli, ongeveer 25 mijlen ten zuiden van Port Natal, in een zinkende staat op strand gezet. (opm: waarschijnlijk Engelse vlag)


12 oktober 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 10 oktober. De Zweedse schoener OSCAR, kapt. Tullefsen, van hier in ballast naar Zweden, is volgens brief van Harlingen, van de 8e dezer, de 6e dito in de nabijheid van Workum gestrand en zal weg zijn, doch het volk gered.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 10 oktober. Volgens brief van Texel van de 9e dezer, lagen ¾ mijlen van de Wester masteloos ten anker, twee schepen, de namen onbekend. Door de hoge zee kon men geen adsistentie afzenden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 10 oktober. Van het schip EMMANUEL, kapt. Paulsen, van Hamburg naar Londen, achter de Wester gestrand – zie ons nommer van 10 dezer – is slechts weinig geborgen, de lading spoelt langs het strand en zal wel met het casco totaal weg zijn.
Naar men verneemt, zijn tegelijk met één der gestrande schepen, nog 11 schepen voor de wal geweest, waarvan twee schoeners totaal verongelukt zijn.
Op de Texelse stranden zijn verscheidene delen en balken aangedreven.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 10 oktober. De Hannoverse kof CLARA, kapt. Witrock, van Schiedam in ballast en met enige vaten jenever naar Libau (opm: Liepaja), is, volgens brief van Texel van de 9e dezer, de vorige dag op de Vliehors gestrand, doch het volk gered en op het Eijerland aangebracht.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 11 oktober. Kapt. Visser, voerende het stoomschip DE STOOMVAART, van Hamburg, alhier aangekomen: rapporteert gezien te hebben, op strand bij de Noordvaarder bij Terschelling, een Zweedse brik, beladen met teer en bestemd naar de Middellandse Zee, en op strand op het Oosteinde van Terschelling, een bark beladen met lijnzaad. Nog rapporteert genoemde kapitein de 9e dezer, 8 mijlen bewesten Helgoland, door het volk verlaten, gezien te hebben, de Engelse schooner VINTAGE OF ARBROATH, had vier man aan boord gezonden om het schip naar de Elve (opm: Elbe) te brengen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 11 oktober. Volgens brief van de Zoltkamp van de 9e dezer, was de 5e dito wegens stormweer in het Friesche Gat geankerd, een kof, de naam onbekend; uithoofde men er niets meer van had vernomen, vreesde men dat het schip verongelukt zou zijn. (opm: kof LAMINA, bouwjaar 1843, kapt. Willem Alberts de Boer; zie ook NRC 141052).
De 8e dezer waren aldaar aangespoeld drie kledingkisten, waarvan twee zonder en één met deksel, waarop ingesneden J.W. 1845 en beschilderd met een hoekerschip; een schaaf, gemerkt J.N.B. 1796, enig beddengoed, een spil, een kindertafeltje, enig proviand en wrakhout, en een gegrondverfde steven van een barkas enz; ook op de kust van Vierhuizen was veel wrakhout aangespoeld, benevens een fles, waarin een briefje van de volgende inhoud: “In de laatste ogenblikken, kapt. E.H. Ahrens, schip MARIE, van Rostock. “.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Texel, 10 oktober. Heden wordt alhier binnengesleept een schooner, beladen met hout, waarvan geen der equipage aan boord was, volgens rapport van de loodsen is het DE CAROLINA van Drontheim.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Glückstad, 7 oktober. Het schip EMANUEL, kapt. Spiesen, van Büsum naar Amsterdam, is alhier met gescheurde zeilen en gebroken roeren binnengelopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Norden, 7 oktober. Volgens een bericht van Grietzyl (opm: Greetsiel) zijn op het Pilsumer Wad gestrand de schepen GOEDE VRIENDEN, kapt. Van Dijk (opm: smak, kapt. Jochum Tjaards van Dijk, zie PGC 121052, NRC 141052 en 161052), van Peterhead naar Bremen bestemd, en GOEDE HOOP, kapt. Teerling (opm: buitenlander; Borkumer?). Aan boord van eerstgenoemde bodem heeft men slechts de kapitein (welke zich aan de mast had vastgebonden) dood gevonden, de overige manschappen hebben hun dood in de golven gevonden; van de lading zijn enige vaten traan geborgen zomede iets van het tuig; al het mogelijke wordt aangewend om nog meer te redden. De equipage van de HOOP zal ook wel geheel omgekomen zijn; nadere berichten omtrent dat vaartuig ontbreken echter nog.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Norden, 7 oktober. Het op Juist gestrande schip MARGARETHA (opm: MAGRIETHA), kapt. Paap – zie onze nommers van 8 en 9 dezer, rubriek Rotterdam – is geheel uit elkaar geslagen. Ook van de lading is niets geborgen.
Nog is op het Hamburger Sand een kof gestrand, waarvan echter alle bijzonderheden ontbreken. (opm: CATHARINA, zie NRC 141052)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Elseneur, 6 oktober. Men heeft heden een aanvang gemaakt met de ontlossing van de Nederlandse kof HENDRIK PIETER, kapt. Vil, welke alhier lek is binnengelopen – zie ons nummer van 8 dezer. Het grootste gedeelte der lading is beschadigd.


  DC - Dordtsche Courant

Dordrecht, 11 oktober. Op 2 oktober geraakte het schip de VROUW DIEWKE, geladen met kalk, in het Hoornsche gat aan de Zuidwal aan de grond, verliezende spoedig fok en kluiffok, en alle bedwang van het roer. Hulp werd spoedig aangebracht door een visschuit uit de haven, toebehorende aan J. Schouten, doch welke alleen kon strekken om het leven te redden van de schipper Sjoerd Hoekstra, zijn vrouw, twee kleine kinderen en de knecht.


  DC - Dordtsche Courant

Hellevoetsluis, 10 oktober. Heden in het gezicht de loodsboot no. 10, schipper J. Smit, op sleeptouw hebbende een everschip, hetwelk masteloos in zee is opgevist. Men zegt dat de equipage op een Pruisische brik is overgegaan, hoewel de officiële bijzonderheden vooralsnog ontbreken.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Zoutkamp, 4 oktober. Volgens brief van Christiania van de 27e september lag te Smörholmen met verlies van zeilen een Nederlandse kof, beladen met pik en teer en bestemd van Archangel naar Amsterdam, hebbende 6 weken reis. (vermoedelijk het schip LUCAS WIGCHER, kapt. Pik.)


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Delfzijl. Volgens bericht, aangebracht per stoomboot, zou het smakschip de GOEDE VRIENDEN, kapt. J.T. van Dijk (opm: zie NRC 121052) totaal verongelukt zijn, komende van Peterhead naar Bremen, beladen met traan en haring. De equipage moet daarbij omgekomen zijn, de kapitein is te Pilsum aangespoeld en begraven.


13 oktober 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 12 oktober. De Zweedse brik BETTEY, kapt. J.P.H. Schmidt, van Stockholm met teer naar Venetië, is in de nacht van de 8e op de 9e dezer, op de Noordvaarder bij Terschelling gestrand, doch het volk gered en op Terschelling aangebracht; zijnde dit de brik, door kapt. Visser gemeld. (zie ons vorig no.).


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 12 oktober. De Nederlandse kofschepen LAMMEGINA, kapt. Prins (opm: LAMMECHINA, kapt. J.R. Prins, zie o.a. NRC 300952) en MAGRIETHA, kapt. A.J. Hazewinkel (opm: buitenlandse vlag), zijn volgens brief van Delfzijl van de 9e dezer verongelukt, doch het volk van beide gered.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 12 oktober. Het schip JANTINA, kapt. E.J. Dik (opm: tjalk, kapt. Egbert Jans Dik), van Dantzig (opm: Gdansk) herwaarts gedestineerd, is volgens brief van Norden van de 9e dezer, met zware schade te Grietzijl (opm: Greetsiel) binnengelopen.
Nog was, volgens bovengemelde brief, de 8e dezer op het eiland Juist gestrand het schip DE JONGE WICHER, kapt. S.D. Kuitze (opm: kof, bouwjaar 1834; kapt. Sytse Derks Kuitze; het schip ging verloren), van hier naar Stettin (opm: Szczecin). Het zat echter niet zeer gevaarlijk en hoopte men de lading, hoewel nat en beschadigd, te kunnen bergen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Texel, 11 oktober. Het schip GEORGE WASHINGTON, kapt. Beck, van Drobach (opm: Drøbak, Oslofjord) naar Harlingen, is gisteren alhier, door het volk verlaten, binnengebracht (en niet de CAROLINE, van Drontheim, zo als gisteren gemeld).


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlie, 8 oktober. Heden nacht is op de westkust van dit eiland (opm: Vlieland) gestrand een kof, waarvan het volk gered en op Texel is aangebracht; de naam onbekend (vermoedelijk het schip CLARA, kapt. Wittrock, van Schiedam naar Libau (opm: Liepaja), zie ons vorig nr.).


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlie, 9 oktober. Heden is alhier door de loodsboot no. 2 in zinkende staat binnengebracht een Nederlandse galjoot, te huis behorende te Rotterdam. Het is naar Harlingen gesleept.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlissingen, 8 oktober. Het schip HENDRIK WESTERS (opm: bark HENDRIK WESTER), kapt. Reynders, van Amsterdam naar Constantinopel (opm: Istanbul), is hier met gescheurde zeilen en meer andere schade binnengelopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 12 oktober. Op de 8e dezer is op de werf Hollandia van de scheepsbouwmees- ters Blok & Matthijsen (opm: te Amsterdam) de kiel gelegd voor een schoenerschip, groot ongeveer 100 gemeten lasten, voor rekening ener rederij onder directie van de heren Gebr. Heemskerk te Amsterdam. Het zal de naam dragen van JACOBA CHRISTINA, en gevoerd worden door kapt. R.H. Lutje.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hamburg, 9 oktober. Het schip JUFFER GRIETJE, kapt. Kliphuis (opm: zie NRC 141052), van Elbing (opm: Elblag) naar Londen, is de 3e dezer, bij Wangerooge binnengekomen en wrak geworden; de lading is zwaar beschadigd.


  JC - Javasche Courant

Dordrecht, 28 juli. De kiel is gelegd voor een barkschip, genaamd JUNO, groot ongeveer 320 lasten, te bouwen voor rekening ener rederij onder directie van de heren Sandberg & Co. alhier, gevoerd zullende worden door kapt. W.J. Chevalier, en bestemd voor de grote vaart.


  JC - Javasche Courant

In de Javasche Courant van 29 september jl. werd melding gemaakt van het verongelukken van het schip BETSY, bij het eiland Gilielawa, enz.
Bij nader onderzoek, door een commissie vanwege Z.H. de sultan van Sumanap, en bij een door de gezaghebber van het schip afgelegde verklaring, is gebleken, dat de eilandbewoners geen goederen, tot het schip behorende, hebben gestolen, maar al de aangespoelde behoorlijk zijn geborgen geworden. De gezagvoerder, daar hij de als gestolen opgegeven goederen, waaronder koperen lillas, in het wrak zelf van het schip heeft teruggevonden, ontkent nu ook geklaagd te hebben dat er diefstallen hadden plaats gehad.


14 oktober 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hamburg, 9 oktober. Het schip JUFFER GRIETJE, kapt. N.N., voor wijlen Kliphuis (opm: hektjalk, bouwjaar 1847; kapt. Pieter Sietses Kliphuis; zie ook NRC 131052), van Elbing (opm: Elblag) naar Londen, is de 3e dezer bij Wangerooge binnengekomen; de lading is zwaar beschadigd en het schip als wrak te beschouwen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 13 oktober. Ten aanzien van de stranding van de Engelse stoomboot RED ROVER, te Scheveningen, behorende aan mevrouw de wed. W.G. Wijnen en Zn, te Londen, vernemen wij nog de volgende bijzonderheden: de boot was is de voornacht van donderdag op vrijdag in het zicht van Egmond aan Zee. Ten vijf ure ontdekte men Zandvoort. De storm, in hevigheid steeds toenemende, bracht de boot nader bij de kust en spoedig kwam zij in het zicht van Scheveningen. Een ketting van zestig vademen werd uitgeworpen, alle man zette zich aan het pompen. Ten twee ure ’s middags brak de ketting, toen liet men het grote anker vallen met de langste ketting. Ten drie ure loste men noodschoten en werd de noodvlag gehesen, werden de boten klaar gemaakt en werd het voornemen opgevat het schip te verlaten. Daarna raadpleegde de bevelvoerder de gehele equipage en werd besloten de storm uit te blijven rijden op het anker. Ten 9 ure de grote ketting brekende, werd het schip tegen de kust geworpen en strandde.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 13 oktober. Het schip LAMINA, kapt. De Boer, van Noorwegen met hout, is, volgens brief van de Zoltkamp van de 11e dezer, in de Lauwers gestrand, doch het volk gered, zijnde dit de kof waarvan wij in ons nommer van 12 dezer melding maakten.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 13 oktober. De Nederlandse kof LAMMEGINA, kapt. Prins, in ons vorig nommer gemeld, was gedestineerd van Rotterdam naar St. Petersburg, en de 22e september bij Wangsaa gestrand, zoals wij dit bereids in ons nommer van 10 oktober art. Thisted mededeelden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Dover, 10 oktober. Het Nederlandse schip GEERTRUIDA, kapt. Leschen, van Amsterdam naar New York bestemd, is hier lek binnengelopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Dunmore, East Waterford, 9 oktober. De Nederlandse brik ZWALUW, kapt. Visser, van Waterford naar Liverpool, is tengevolge van contrairie wind ter rede van Hook geankerd.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Lowestoft, 10 oktober. Heden is alhier een met hout en talk beladen Nederlandse kof in ontramponeerde toestand binnengebracht.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Cuxhaven, 11 oktober. Gisterenavond is alhier door de stuurman en 4 man der equipage van het stoomschip STOOMVAART binnengebracht de Engelse schoener VINTAGE, kapt. Petrie, van Rotterdam naar Newcastle bestemd, welke bodem door voornoemde stoomboot, bij Helgoland door het volk verlaten was drijvende gevonden – zie ons nommer van 12 dezer artikel Amsterdam. De bemanning der VINTAGE is door de brik AUGUST opgenomen en
mede gisterenavond hier aangebracht.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Bremerhaven, 10 oktober. De Nederlandse kof ZEELUST, kapt. De Boer, van Frederikstad naar Harlingen bestemd, is hier gisterenmorgen lek, met gebroken roer en verlies van zeilen binnengelopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Bremerhaven, 10 oktober. De Nederlandse tjalk ANNA SOPHIA, kapt. De Vries, van Londen met stukgoederen naar Amsterdam bestemd, is heden met verlies van zeilen, anker, ketting, boten etc. op onze rede geankerd.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Norden, 9 oktober. Eergisterenavond is op het Pilsumer Watt gestrand het Nederlandse schip JANTINA, kapt. Dik van Dantzig (opm: Gdansk) met tarwe naar Amsterdam bestemd. De bemanning is gered en ook de lading kan geborgen worden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Norden, 9 oktober. Het schip JONGE WICHER, kapt. Kuitze, van Amsterdam met koffij, tabak, arak, etc. naar Stettin (opm: Szczecin) bestemd, is gisterenavond op het eiland Juist gestrand. De equipage heeft zich met de boot gered. Aangezien de stranding met hoog water plaats greep, zit het schip vrij hoog. Evenwel moet er volgens zeggen van een eilander reeds veel water in het ruim zijn, en het voorluik opengebarsten wezen. NB. van bovenstaande melding maakten wij reeds gisteren uit Amsterdam enige melding.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Norden, 9 oktober. Uit het gestrande schip GOEDE VRIENDEN - zie ons nommer van 12 dezer - is in het geheel 37 ton traan en 7 tonnen haring geborgen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Norden, 9 oktober. De op het Hamburger Sand (opm: 5 mijl noordwest van Greetsiel) gestrande kof – zie ons nommer van 12 dezer – is gebleken te zijn de CATHARINA, kapt. Egberts (opm: waarschijnlijk buitenlander), met ijzer van Bo’ness op hier bestemd. Van dit schip is niets geborgen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Helgoland, 10 oktober. De Nederlandse kof TWEE GEBROEDERS, kapt. Orre (opm: bouwjaar 1839; kapt. Klaas Jans Orre), van Dantzig (opm: Gdansk) met tarwe naar Amsterdam, en de tjalk ELISABETH, kapt. Ernst (opm: waarschijnlijk buitenlander), van Noorwegen met hout naar Vegesack (opm: aan de Weser) bestemd, zijn gedurende de laatste stormen op Sandinsel gestrand. De equipagiën zijn gered. Een gedeelte der lading van het schip TWEE GEBROEDERS en van het tuig der beide schepen, heeft men geborgen. Van de houtlading heeft men nog niets aan wal kunnen brengen. De beide schepen zijn wrak.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Helgoland, 10 oktober. De Nederlandse smak ANNA GIONA, kapt. Veendorp, van Fohr met raapzaad naar Zaandam; zomede de koffen ANNA GEBERDINA en VROUW HENRIKA, beiden met hout naar Noorwegen naar Nederland bestemd, zijn wegens tegenwind op onze rede geankerd.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Straalsund (opm: Stralsund), 9 oktober. De lading van het gestrande Nederlandse tjalkschip MARGARETHA GESINA (opm: MAGRETA GEESINA), kapt. Schaap - zie ons nommer van de 8e dezer - is geborgen. Het schip is voor wrak verkocht.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Openbare verkoping te Noordwijk aan Zee en Noordwijk Binnen. Op vrijdag de 15e oktober, zal ten overstaan van mr. J.G. Kist, griffier bij het Kantongerecht Noordwijk, worden verkocht:
Ten 11 ure bij de bergplaats van C. van der Schalk, te Noordwijk aan Zee, het casco of wrak met de masten, van het bezuiden Noordwijk aan Zee gestrande galjasschip ELISABETH, gevoerd geweest door kapt. Paul Kruse, mitsgaders de geborgen ankers, zeilen en verdere inventaris en gereedschappen.
En ten 2 uur in het logement Het Hof van Holland, te Noordwijk: circa 30 lasten tarwe, geborgen uit voornoemd schip, liggende in het pakhuis te Noordwijk aan Zee. De goederen zijn op de verkoopdag te zien.


  DC - Dordtsche Courant

Dordrecht, 13 oktober. In de Nieuwe Rotterdamsche Courant van gisteren leest men: Wij zijn verzocht het volgende te plaatsen:
Gisteren werd alhier algemeen het gerucht verspreid, dat het fregatschip DELFT, kapt. B.J. Muller, met man en muis bij de Azorische eilanden zou zijn verongelukt. Dit bericht is geheel onwaar en er bestaan ook geen redenen of tijdingen hoegenaamd, die daartoe aanleiding hebben kunnen geven. Het gehele bericht met het daarbij gevoegd verhaal van het ongeluk, schijnt een verzinsel, dat van alle grond ontbloot is en waarvan, zo wij hopen, al de gevolgen door de uitstrooier niet zijn berekend.


  DC - Dordtsche Courant

Vlie, 8 oktober. Heden nacht is op de West Punt van dit eiland gestrand een kof, de naam onbekend; de equipage is door de bewoners van het eiland Texel gered.


  DC - Dordtsche Courant

Volgens brief uit de Zoltkamp van 9 dezer, was de 5 dito wegens stormweder in het Friese gat geankerd, een kof, de naam onbekend, uithoofde men er niets meer van had vernomen, vreesde men, dat het schip verongelukt zou zijn; de 8ste dezer waren aldaar aangespoeld: drie klederkisten, waarvan twee zonder en één met deksel, waarop ingesneden J.W. 1845 en beschilderd met een boekerschip; een schaaf, gemerkt J.N.B. 1796, enig beddengoed, een spil, een kindertafeltje, enig proviand en wrakhout en een gegrondverfde steven van een barkas, enz,; ook op de kust van Vierhuizen was veel wrakhout aangespoeld, benevens een fles, waarin een briefje van de volgende inhoud: “in de laastste ogenblikken, kapt. E.H. Ahrens, schip MARIE VAN ROSTOCK.”


15 oktober 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 14 oktober. Het Russisch fregat SUOMI, kapt. Levon, van Kertch (opm: Kertsj, Krim), laatst van Falmouth, met lijnzaad naar Hull, is volgens brief van Terschelling van de 10e dezer, de vorige morgen aldaar op de Noord Oosthoek gestrand, doch het volk, bestaande uit 17 man, door de reddingboot gered en op Terschelling aangebracht.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Lowestoft, 10 oktober. De Nederlandse kof, waarvan wij gisteren melding maakten, is gebleken te zijn het schip HOUTHANDEL, van Haarlem, naar die plaats met een lading hout van Christiaansand (opm: Kristiansand) bestemd; hetzelve heeft het roer verloren en is, met adsistentie van drie vaartuigen, alhier binnengebracht.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Bremerhaven, 11 oktober. De Nederlandse kof TWEE GEZUSTERS, kapt. J. Keun, van Fredrikstad naar Harlingen bestemd, is hier met verlies van zeilen binnengelopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Carolinerzyl (opm: Carolinensiel), 9 oktober. Het schip JUFVROUW GRIETJE – zie ons nommer van gisteren art. Hamburg – is, na drie lichters gelost te hebben, vlot gekomen en hier in de haven gebracht. De lading is voor het grootste gedeelte zwaar door zeewater beschadigd, en zal waarschijnlijk in de volgende week publiek verkocht worden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Swinemünde (opm: Swinousjcie), 9 oktober. Nadat men herhaalde vergeefse pogingen heeft aangewend ter berging der lading van het alhier gestrande schip ANNECHINA ENGELINA, kapt. Smid – zie ons nommer van 7 oktober, art. Rotterdam – is schip en lading heden in publieke veiling voor αβ 2600 pr crt (opm: 2600 Thaler Pruissische courant) verkocht.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Helsingfors (opm: Helsinki), 2 oktober. Volgens een bericht uit Borga (opm: Porvoo) is de lading van het schip JANTINA GESINA (opm: JANTINA GEZINA), kapt. Mulder – zie ons nommer van 4 dezer – op 4 stukken lood na, geheel geborgen. Het schip beschouwde men als wrak.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Elseneur (opm: Helsingφr), 9 oktober. De te Veendam te huis behorende kof EOLUS, kapt. Steenhuizen, van Antwerpen met machinerieλn naar St. Petersburg bestemd, is hier heden met verlies van kluiverboom, zeilen, enz, binnengelopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Naar Batavia, Samarang en Sourabaya ligt te Amsterdam in lading om in de loop der maand oktober te vertrekken het nieuw gebouwd en gekoperd tweedeks barkschip SAGITTA, kapt. T.D. Lieuwen. Adres voor passagiers en goederen bij de cargadoors Hoyman & Schuurman te Amsterdam (opm: eerste reis)


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Te koop: Een bijzonder snelzeilend barkschip A L, van eikenhout in Zweden gebouwd, groot circa 400 ton. Te bevragen bij de Makelaar Hendrik Gullen.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Het schip MARGINA, kapt. Mulder, van Berdianski naar Antwerpen te Brouwershaven binnengelopen heeft schade en moet de lading, die broeiende is, lossen.


  FP - Frankfurter Postzeitung

Frankfurt. De Bondscommissaris Fischer heeft 27 kanonneerboten met volledige loggertuigage, tezamen met de tjalk PHOCA, alle behorende tot de voormalige Duitse vloot, in de haven van Vegesack te koop aangeboden, waarvoor op 28 oktober 1852 een openbare veiling zal worden gehouden.
(opm: de PHOCA, ex-Nederlandse DE VROUW ALIDA, zie WZ 110849, in 1853 waarschijnlijk als THEODOR PREUSSER terug in de commerciële vrachtvaart, geen nadere gegevens)


16 oktober 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 23 augustus. Het schip JOHAN JACOB is op de reis herwaarts op het Prinsen-eiland totaal verongelukt (opm: zie JC 280752). De REGINA heeft bij het vertrek van Tjillatjap gestoten, zal moeten lossen en repareren. De FOP SMIT zal gedeeltelijk met nieuw koper moeten worden voorzien. De PRINS VELDMAARSCHALK en de RABENHAUPT hebben zeeschade.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 23 augustus. Scheepsvrachten. De CAPELLA laadt te Samarang koffij en suiker à NLG 85 en huiden à NLG 115 voor Amsterdam. De ZEEVAART heeft voor tabak te Samarang liggende NLG 80 geweigerd; laadt thans tabak à NLG 76 voor Amsterdam en heeft voor suiker een bod van NLG 80 voor Rotterdam. De ARDJOENO laadt te Soerabaya 2000 picol suiker voor rederijrekening en tabak à NLG 76 voor Amsterdam. Het Amerikaanse schip SATISFACTION vertrekt naar Makassar. Het Engelse schip CALDEN is gecharterd naar Californië GBP 4.10. De ROBERT SMAL naar Amsterdam à GBP 3.2/6 voor rijst East India Camp. Ratel (opm: verminkt bericht, waarschijnlijk: East India Company, plaats niet traceerbaar; zie de krant Zeepost) en NLG 110 voor arak maatschappijtarief. De THOROSS (opm: scheepsnaam onleesbaar door beschadiging in de krant) ARBUTHNOT vertrok naar Singapore. De CASIOPIE werd gecharterd naar Sydney. De ELISA THORNTON laadt voor rederijrekening naar Engeland. De CHAMPION vertrekt naar Adelaide, kon wegens gemis van een voldoende bewijs van zeewaardigheid geen andere chartering bekomen. De EXCELENT is voor rederijrekening beladen naar Cowes om orders. Het Franse schip GABRIËL wordt door de agenten beladen voor Bordeaux. Het Zweedse schip DAVID CARNOGIE laadt suiker à GBP 3 voor Gothenburg. Het Bremer schip AUGUSTE wordt naar Bremen vermoedelijk voor rederijrekening beladen. De GEORGE WASHINGTON laadt mede voor rederijrekening naar Bremen; de MARGARETHA is gecharterd naar Bremen à GBP 3, zomede het te Padang liggende Hamburger schip HAMBURG.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 15 oktober. Betrekkelijk de stranding onder Noordwijk, nabij Katwijk, van de Hamburger galjas ELISABETH, kapt. P. Kruse, komende van Tonningen (opm: Tönning) en bestemd naar Londen, ontlenen wij aan het Handelsblad het volgende: Het was reeds half acht ure in de avond, toen de heer D. Guyt, bestuurder van de reddingboot te Katwijk aan Zee, verzocht werd te hulp te komen. Onmiddellijk snelde deze ijverige man, die, als rustend koopvaardijkapitein, berekenen kon, dat met het nu wassende water de nood der schipbreukelingen hoger moest klimmen, met zijn gereedstaande boot en de nodige manschappen naar Noordwijk, bracht zijn boot te water en richtte die op het in nood verkerende schip. Een eerste tocht mislukte, doch bij de tweede tocht werd, niettegenstaande de boot zelfs tot op het dek van het schip geslagen werd, zo men meende, de gehele equipage behouden aan wal gebracht, doch door de duisternis had men niet opgemerkt, dat nog een man, in het want vastgebonden was achtergebleven. Ook deze wilde men redden, en op het voorbeeld van de edele grijze bestuurder, sloegen de Katwijkers, hoe vermoeid en afgemat, weder handen aan het werk en ondernamen een derde tocht, bij welke de bewusteloos in het want hangende laatste man, werd losgemaakt, en met deze de gehele bemanning in minder dan 2½ uur, en dat op zulk een afstand, door de Katwijkers gered.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Norden, 11 oktober. De 5e dezer is op het eiland Borkum gestrand het schip HENDRIKA, kapt. Boswijk (opm: kapt. Harmannus Eertwijns Boswijk), van Fredrikstad met een lading hout naar Termunterzijl bestemd. De bemanning is gered. Ook het tuig en de lading zijn geborgen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Norden, 11 oktober. Uit het meergemelde op Pillsumer-Watt gestrande schip GOEDE VRIENDEN, heeft men nog 38 tonnen haring geborgen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Norden, 11 oktober. De lading van het schip JONGE WICHER. Kapt. Kuitze, van Amsterdam naar Stettin (opm: Szczecin) – zie ons nummer van eergisteren – is zwaar beschadigd geborgen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Tonningen (opm: Tönning), 11 oktober. De Nederlandse kof ZWAANTINA, kapt. Schuur (opm: kapt. Derk Berends Schuur), van Rostock met gerst naar Amsterdam bestemd, is hier voor de stad gezonken (opm: zie RC 281052),


  JC - Javasche Courant

Batavia, 15 oktober. Alhier zijn aangekomen: de 11e oktober het Nederlandse schip ADMIRAAL DE RUYTER, kapt. Titsing, vertrokken van Amsterdam de 26e juni; de 13e oktober het Nederlandse schip VAN DER WERF, kapt. P.C. Rosier, vertrokken van Amsterdam de 16e juni.


17 oktober 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 23 augustus. Wij hebben de namen dergenen, die bij de schipbreuk van de JOHAN JACOB als vermist en vermoedelijk verdronken werden opgegeven, niet medegedeeld, ten einde daardoor te voorkomen, dat deze of gene onzer lezers geheel onverwacht en onvoorbereid de namen van vrienden of betrekkingen mochten lezen. Wij laten dezelve nu volgen. Zij zijn: Dr. J.C. Holscher, passagier, J. Kamerbeek, scheepsdokter, R. Fokker, zeilmaker, C. Luiken, A. Bahlman en O. Oelsen, matrozen, H. Rademaker, hofmeester, G. Weezenbeek en F. Oelsen, lichtmatrozen.
Behouden zijn gebleven: L. van Geelkerken, kapitein, S. Lammers, opperstuurman, J.H. Hessels, 2e stuurman, J. Spanjersberg, 3e stuurman, F. Zizow, bootsman, C.F. Schultz, kok, J.A. Kleinzorgen, timmerman, H. Brandt, 2e timmerman, M. Hennig, J.N. van Leeuwen, M. van der Plaat, C. Kennedy, J. Chambbel, K. Stiffens, en A. Larsen, matrozen, en A. Baart, lichtmatroos.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 16 oktober. De schepen GESINA JANTINA (opm: GEZINA JANTINA), kapt. Pronk, van St. Petersburg herwaarts gedestineerd, en CATHARINA, kapt. Nieting, van Umea (opm: Umeå) naar Harlingen, zijn, volgens brief van de Zoltkamp van de 13e dezer, bij Oostmahorn gearriveerd; het eerste aan boord hebbende de equipage van het schip MARIA (opm: MARIE, zie RC 121018), kapt. Ahrens, van Riga naar de Maas (zie ons nummer van 12 dezer), het laatste lek en met verlies van zeilen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Kopenhagen, 11 oktober. De 4e dezer is bezuiden dit eiland gezonken een Nederlandse tjalk, volgens enige geborgen papieren, de GESINA, van Groningen, kapt. Banthing (opm: vermoedelijk GEZIENA, kapt. Albert Wiebes Bantingh).


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Carolinerzijl (opm: Carolinensiel), 12 oktober. Het te Veendam te huis behorende schip CATHARINE, kapt. Veling (opm: kof CATHARINA, kapt. Roelf Harms Veling), met een lading krenten van Amsterdam naar Londen bestemd, is de 9e dezer in zinkende staat in de Harle (opm: riviertje in Ost-Friesland, met aan de monding Carolinensiel) binnengelopen. Hetzelve is naderhand op deze rede gebracht, waar men thans bezig is om de zwaar beschadigde lading te lossen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 23 augustus. Volgens bericht van de gezagvoerder van het Nederlandse fregatschip LOUISA MARIA heeft hij op de 1e mei j.l. op 03º24’ N.B. en 19º W.L. een fokkemast, steng en bramsteng met deszelfs tuig drijvende gezien, welke hij uit een merk in het marszeil zijnde een cirkel, waarin de woorden Thomas Templeman, Lopen near Eastcoker – Somerset, veronderstelt toebehoord te hebben aan een Engels schip, dat kort vóór die datum verbrand moet zijn en op 6 à 700 ton geschat wordt. Verscheidene blokken, enig ijzerwerk, benevens de marszeil-ra met toebehoren zijn er afgehaald en het marszeil heeft hij met het bovenstaande teken gemerkt gevonden.


18 oktober 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Helgoland, 13 oktober. Het schip TWEE GEBROEDERS en de tjalk ELISABETH – zie ons nommer van 14 dezer – zijn wrak en zullen verkocht worden. De lading tarwe uit eerstgenoemd schip is gedeeltelijk beschadigd en wordt morgen openlijk verkocht. Van de lading hout van de ELISABETH heeft men, zo veel mogelijk was, geborgen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Norden, 13 oktober. Het schip AMICE TEKELINA, kapt. Bakker, van Horumersiel met raapzaad naar Groningen en Amsterdam bestemd, is met zeeschade te Grutziel (opm: Greetsiel) binnengelopen. Het droge gedeelte der lading werd in lichters gelost.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rostock, 14 oktober. Het schip JOHANNA MARIA, kapt. Van Hagen (opm: buitenlander), is bij Grömitz (opm: Lübecker Bocht) gestrand en geheel wrak. De deklast is over boord geworpen en de overige lading in een slechte staat geborgen.


19 oktober 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 18 oktober. Men leest in het dagblad l’Indicateur van Bordeaux: Bij gelegenheid der feesten, welke tijdens het verblijf van de president der Franse republiek te Bordeaux werden gegeven, was het voortreffelijk Nederlands stoomschip BORDEAUX, tussen onze stad en Rotterdam varende, verlicht. Het was hetzelfde vaartuig, dat bij de aankomst des presidents, zo sierlijk gevlagd was, en het gebruikelijke saluut loste, toen hij te Quinconces aan land stapte. De vindingrijke wijze, waarop het vaartuig over het geheel geïllumineerd was, bracht een schitterende uitwerking teweeg. De reder, de heer Van Hoey Smith, van Rotterdam, had de reis met zijn stoomschip naar Bordeaux gemaakt, ten einde zelf de toebereidselen te leiden. De heer Van Hoey Smith, op het feestmaal, door de leden van de kamer en de rechtbank van koophandel gegeven, tegenwoordig zijnde, werd door de president, de heer Duffour Dubergier, aan Lodewijk Napoleon voorgesteld. Z.K.H. heeft de heer Smith op de hartelijkste wijze voor zijn oplettendheid bedankt, en scheen verrukt over deze kiese voorkomendheid. Wij zijn verheugd dit te kunnen mededelen, en alzo het schone deel te erkennen, dat een vreemdeling aan onze feesten heeft genomen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Arendal, 3 oktober. De Engelse brik RICHARD AND HANNAH, kapt. Pearson, van Sunderland naar het Nieuwe Diep, is de 29e september op de hoogte van Texel gezonken, doch het volk gered en alhier aangebracht.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rio Janeiro, 13 september. Het van Londen naar Batavia bestemde schip VRIENDEN, kapt. Tydeman, is de 2e september alhier lek binnengelopen, makende 17 duimen water in het uur. Moet lossen om te repareren.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rio de Janeiro, 13 september. Het schip SUMATRA, kapt. Keeman, van Amsterdam naar Batavia, hetwelk de 14e juli alhier is binnengelopen, heeft de 7e september na geëindigde reparatie de reis vervolgd.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Fernambucq (opm: Pernambuco), 20 september. Het schip HELENA ETTINA, kapt. Lucht, de 21e augustus van hier naar Hamburg vertrokken, is lek te Rio Grande de Norte binnengelopen.


  AH - Algemeen Handelsblad

Verkoping van schepen, gehouden te Amsterdam in de Nieuwe Stads Herberg aan het IJ op 18 oktober: het kofschip HENDRIKA MARGRETHA, kapt. H.H. Oldenburger, lang 22 el, wijd 4,26 el, hol 2,38 el en alzo gemeten op 53 last: in veiling opgehouden.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Te Termunterzijl is gearriveerd het schip AGATHA, kapt. Riepma, van Noorwegen met hout, met verlies van boegspriet, boot, ketting, kabel enige zeilen en andere schade.


20 oktober 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 19 oktober. Volgens brief van kapt. Pedersen, voerende het schip CLAUDIUS CIVILIS, van Cardiff naar San Francisco, te Rio de Janeiro binnengelopen, in dato de 13e september, had bij bezuiden de Falk-eilanden (opm: Falklandeilanden, of Malvinas) hevige stormen en orkanen doorstaan en daardoor zware schade aan schip en lading bekomen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 19 oktober. Het schip VRIENDSCHAP, kapt. Wijbes, van Pillau (opm: Baltiysk) herwaarts gedestineerd, is, volgens brief van de kapitein in dato Stralsund de 10e oktober, aldaar na veel storm doorstaan te hebben in goede staat binnengelopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Ramsgate, 15 oktober. Het schip ONDERNEMING, kapt. Zwanenburg, van Amsterdam naar Gibraltar, hetwelk alhier met averij is binnengelopen – zie ons nommer van de 9e dezer –
heeft heden na geëindigde reparatie de reis voortgezet.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 19 oktober. Door de Nederlandsche-Handel-Maatschappij zijn bevracht de navolgende 6 schepen, als:
Voor Rotterdam: FORMOSA, kapt. J.Th. Verschuur; VAN DER PALM, kapt. R.A. Ogterop, van Schiedam; SCHOONDERLOO, kapt. A.F. Marmelstein.
Voor Amsterdam: STAD UTRECHT, kapt. F.P.J. Jaski; SAGITTA, kapt. T.D. Lieuwen; ALMELO, kapt. B. Aufmorth.


  JC - Javasche Courant

Batavia, 19 oktober. Alhier zijn aangekomen: de 15e oktober Het Nederlandse schip VROUW JOHANNA, kapt. C, van der Hoeven, vertrokken van Rotterdam de 4e mei, de Nederlandse brik KAREL AUGUST, kapt. K.G. Bouten, vertrokken van Rotterdam de 23e juni, het Nederlandse schip HENDRIK JAN, kapt. P. Wap, vertrokken van Rotterdam de 26e juni, het Nederlandse schip WILHELMINA LUCIA, kapt. P.G. Carst, vertrokken van Amsterdam de 26e juni, het Nederlandse schip WILLEM EN CAREL, kapt. F. de Meester, vertrokken van Amsterdam de 6e juli, en het Nederlandse schip GENERAAL VAN DEN BOSCH, kapt. T. Parlevliet, vertrokken van Rotterdam de 10e juli.
De 16e oktober: het Nederlandse schip WATERLOO, kapt. W.W. van Epen, mert drie passagiers en Zr.Ms. troepen, vertrokken van Amsterdam de 4e juli, de Nederlandse schoener JOHANNA HENDRIKA, kapt. K. Hoek, vertrokken van Amsterdam de 22e juni, het Nederlandse schip JAN VAN BRAKEL, kapt. W.L. Esink, vertrokken van Vlissingen de 22e juni, het Nederlandse schip EENDRAGT, kapt. M. van Velthoven, vertrokken van Newcastle de 2e juni, en het Nederlandse schip PAULINE, kapt. B.J. Post, vertrokken van de Kaap de Goede Hoop de 8e september.


21 oktober 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Cardiff, 17 oktober. Het Nederlandse fregatschip GENERAAL CHASSÉ, kapt. J.M. de Winter, van hier met een lading steenkolen naar San Francisco bestemd, is gisteren bij het verlaten van het dok aan de grond geraakt. Hetzelve is heden weer vlot gekomen, doch heeft een zwaar lek, zodat hetzelve naar Penarth is gebracht om aldaar te repareren. (opm: zie NRC 221052, 231052 en 161152)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Poole, 17 oktober. Het schip MARGARETHA, kapt. Bekkering, hetwelk hier heden van Groningen arriveerde, heeft op de reis veel slecht weder gehad en daardoor de fokkera verloren en meer andere schade bekomen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Valparaiso, 1 september. Het schip PARAMATTA, van Callao naar Engeland, is op de hoogte van Kaap Hoorn verongelukt. De bemanning is door het Nederlandse schip JAVA’S WELVAREN, kapt. Boelhouwer, gered en alhier aangebracht. (opm: zie NRC 221052)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Carolinerzyl (opm: Carolinensiel), 14 oktober. Van de geloste lading tarwe uit het schip JUFFER GRIETJE, kapt. Kliphuis – zie ons nommer van de 15e dezer – zijn 27 lasten zwaar beschadigd en 15 lasten weinig of in het geheel niet. Alles wordt morgen publiek verkocht.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Bolderaa (opm: Bolderāja), 12 oktober. De Nederlandse kof ANNA, kapt. Rieze, van Libau (opm: Liepaja) met rogge naar Nederland bestemd, is hier gisteren avond met gebroken grote mast en onklare pompen binnengelopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 20 oktober. Aan de Algemeene Statistiek van de Handel en Scheepvaart van het Koningrijk der Nederlanden, ontlenen wij onderstaande vergelijkende staat der op ultimo december 1850 en op ultimo 1851 in de vaart aanwezige Nederlandse zeeschepen en derzelver lastdragende inhoud.
Blijkens het officieel jaarlijks rapport aan Z.M. den Koning over de Staat der Nederlandsche Koopvaardijvloot, over het jaar 1850, is er een vermindering gekomen in het
aantal schepen en derzelver lastdragenden inhoud.
Daaruit blijkt dat er op ultimo december 1850 aanwezig waren 1793 schepen metende 198.462 lasten, terwijl in de statistieke tabellen over 1850 vermeld zijn 2395 schepen, metende 224.666 lasten, daarstellende een vermindering van 602 schepen en 26204 lasten.
De oorzaak dezer vermindering ligt daarin, dat sedert jaren in de rapporten behelzende de opgaven der schepen en lasten, vaartuigen zijn begrepen, waarvan de eigenaars of schippers de verleende zeebrieven niet vernieuwd hebben en derhalve, ofschoon er geen officiele aanleiding tot afschrijving bestond, vermoedelijk niet meer in de vaart zijn, en dus op een officiele staat der koopvaardij niet verder behoren vermeld te worden.
Op deze staat worden dus nu alleen gevonden schepen, waarvoor, blijkens de registers gedurende een der laatste vier jaren, de zeebrieven voor het eerst afgegeven of vernieuwd zijn.


  DC - Dordtsche Courant

Volgens ontvangen bericht van Menado, is op 8 augustus aldaar aangekomen het schoenerschip MARY GODDARD, kapt. N. Koens, van Texel, hebbende 148 dagen reis en veel slecht weder ondervonden.


22 oktober 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 21 oktober. Volgens brief van kapt. Van Nouhuys, voerende het barkschip GRAAF DIRK in dato Hong Kong de 23e augustus j.l, had hij een vracht naar Singapore en terug naar Hong Kong aangenomen, en dacht de 26e dier maand van daar te vertrekken.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 21 oktober. Luidens een schrijven van kapt. Boelhouwer, voerende het schip JAVA’S WELVAREN, van Amsterdam naar San Francisco, d.d. Valparaiso de 1e september j.l, was hij, de 31e augustus bevorens aldaar binnengelopen tot herstelling van enige schade, bekomen in verscheidene zware stormen rond Kaap Hoorn doorgestaan en tot ontscheping der equipage van het Engelse schip PARAMATTA, kapt. Curran, van Callao naar Delaware-baai bestemd geweest, op de 27e juni bevorens, op 48º36’ Z.B. en 61º50’ W.L. gezonken, zie ons vorig nommer, art. Valparaiso.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlissingen, 19 oktober. Het barkschip HENDRIK WESTER, kapt. Reynders, van Amsterdam naar Konstantinopel (opm: Istanbul), alhier binnengelopen (opm: zie NRC 131052), heeft de 15e dezer de reis voortgezet.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Dover, 19 oktober. Het brikschip ST. GEORGE DE LA MINA, kapt. J.J. van der Eb, van Rotterdam bestemd naar de kust van Guinea, is met mistig weder en door verleiding van stroom bij de Singels (opm: ondiepten in de inham bij Winchelsea, 10 mijl west van Dungeness) aan de grond geraakt en met adsistentie van de kustwachters er af en hier binnengebracht. Het schip heeft zwaar gestoten.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Lemvig, de 10e dezer. Het Nederlandse kofschip SWANETTA GERHARDINA, kapt. Van Ingen (opm: kapt. F.H.K. van Ingen), van Dublin naar Dantzig (opm: Gdansk), is in de nabijheid van Aargab (opm: Ǻrgab, 8 mijl zuidwest van Ringkøbing) verongelukt, doch het volk gered.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Cardiff, 18 oktober. Het schip GENERAAL CHASSÉ – zie ons nommer van gisteren – is te Penarth op het droge gehaald, en zal moeten lossen. Hetzelve loopt met ieder tij vol.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Naar Batavia ligt in lading voor passagiers en goederen het nieuw gebouwd en gekoperd barkschip SCHOONDERLOO, kapt. A.F. Marmelstein, om in de loop van november te vertrekken. Adres bij Wm. Ruys J.Dzn. alhier. (opm: eerste reis)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Queenstown (opm: Cobh, Ierland), 17 oktober. Heden is alhier lek, met verlies van scheg, kluiverboom, zeilen enz. binnengelopen het Nederlandse schip PRINS HENDRIK, kapt. Goedkoop, van Liverpool naar Port-Philip bestemd. Deze bodem is in de nacht van de 11e op de 12e dezer in aanzeiling geweest met het Russische barkschip HIOMA (opm: HILMA, zie NRC 231052), van Liverpool naar Cadix bestemd, welk schip in de morgen van de 12e daaraanvolgende is gezonken en waarvan de equipage door de PRINS HENDRIK is opgenomen en hier aangebracht.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Advertentie. Op zaterdag de 23 oktober 1852, des namiddag te 4 uren, zal door een bevoegd beambte, à contant of krediet, ten huize van J.A. de Boer te Zoutkamp ter verkoop worden aangeboden een overdekt kof scheepje DE VREDE, groot 14 tonnen bevaren door J.P. Bos, in zodanige staat als met dezelver inventaris in de haven te Zoutkamp liggende.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Het schip HEILINA, kapt. Panjer (opm: tjalk, kapt. Hindrik Harms Panjer), van Hull naar Bremen, is volgens bericht van Antwerpen van 21 oktober, de 28 september op 54°NB 04°OL. verongelukt, doch het volk is door kapt. Eekhoff, voerende het schip DRIE GEBROEDERS, van Hamburg te Antwerpen aangekomen, gered.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Kapt. De Groot, voerde het schip HOUTHANDEL, van Christiansand naar Harlingen te Lowestoft binnen, (zie ons vorig nummer) meldt van daar, dat in de storm van de 6e oktober op enige mijlen van Texel zijn roer en roerpen brak, dat hij na enige tijd drijvende een Engelse visser seinde om hem in Texel binnen te brengen die hem op sleeptouw nam, doch bij het verschijnen van meerdere vissersvaartuigen weder liet drijven, dreigde weg te zeilen en de equipage en later ook hemzelven dwong het schip te verlaten. Daarna had hij het schip weder op sleeptouw genomen, doch in plaats van naar onze kust, naar Engeland gevoerd alwaar men voor schip en lading GBP 400 bergloon vroeg.


23 oktober 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Queenstown (opm: Cobh, Ierland), 19 oktober. De Russische bark, welke tengevolge ener aanzeiling met het Nederlandse schip PRINS HENDRIK gezonken is, was genaamd HILMA, van Cadix naar Helsingfors (opm: Helsinki) bestemd, en niet HIOMA van Liverpool naar Cadix bestemd, zoals gisteren abusievelijk gemeld is.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Cardiff, 19 oktober. Het schip GENERAAL CHASSÉ, waarvan wij reeds meermalen melding maakten, is thans bezig met lossen. Het schijnt veel geleden te hebben en moet nagezien worden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Antwerpen, 21 oktober. Gisteren is met het alhier van Hamburg gearriveerde Hanoverse kofschip DRIE GEBROEDERS, kapt. Eckhoff, aangebracht de bemanning van het schip HEILINA, kapt. Panjer, welke bodem op zijn reis van Hull naar Bremen verongelukt is. (opm: zie NRC 091052)


  JC - Javasche Courant

Advertentie. Stoomschip RAJAH WALIE. Na aankomst der verwacht wordende landmailboot van Singapore, zal genoemde stoomboot onmiddellijk van hier rechtstreeks naar Sydney vertrekken. Informatiën hieromtrent te bekomen bij de agenten.
Batavia 19 oktober 1852, Paine. Stricker & Co., agenten.
(opm: een landmailboot is een stoomschip, dat passagiers, post en enige lichte goederen vervoerde van Suez naar Singapore, als aansluiting op het stoomschip van Engeland naar Alexandrië, waarbij passagiers, post en goederen met koetsen van Alexandrië naar Suez – over land dus – werden vervoerd)


  JC - Javasche Courant

Batavia, 22 oktober. De 20e dezer zijn alhier aangekomen de Nederlandse schepen VERONICA, kapt. K. Wilger, vertrokken van Amsterdam de 15e juni, en J.C.J. VAN SPEIJK, kapt. J. Noltee, vertrokken van Rotterdam de 26e juni.


24 oktober 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Penzance, 19 oktober. Heden bevindt zich op de hoogte van onze haven het Nederlandse schip EOLUS, kapt. Slichtenbree van Suriname naar Amsterdam. Deze bodem is de 8e dezer op 48º N.B. en 10º W.L. in aanzeiling geweest met het schip IJUBIMIR, welke gisteren met averij te Queenstown (opm: Cobh, Ierland) is binnengelopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Lynn (opm: King’s Lynn), 20 oktober. Aan boord van het alhier gearriveerde Nederlandse schip VROUW WILHELMINA, kapt. Koning, zijn 131 pond tabak en sigaren en 1 vat jenever verborgen gevonden, tengevolge waarvan het schip door de douane in beslag is genomen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Cuxhaven, 21 oktober. Het schip MARCHINA, kapt. Boer, van Dantzig (opm: Gdansk) naar Londen, alhier in de haven liggende, is zwaar lek geworden en moet lossen om te repareren.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Bremerhaven, 20 oktober. Het schip ANNA SOPHIA, kapt. De Vries, van Londen naar Amsterdam, alhier met schade binnengelopen, heeft gelost en is op de helling gebracht. Van de lading is de cacao en de rijst zwaar beschadigd bevonden, en zal eerstgemelde bijna geheel en van de rijst circa 200 balen verkocht worden.


  AH - Algemeen Handelsblad

Amsterdam, 23 oktober. Volgens brief van J.C.F. Meijer, stuurman aan boord van het schip GRONINGEN, van Rotterdam naar Nickerie, in dato Engels Kanaal, 15 oktober, was kapt. J.H. Stoelman de vorige dag bij het overgaan der briksboom over boord geslagen en niet tegen staande de pogingen te redden, verdronken.


25 oktober 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 24 oktober. Onder dagtekening van de 7e oktober j.l. wordt door Zr Ms. consul generaal te Smirna (opm: Izmir) bericht, dat aldaar, sedert de 27e september tevoren waren aangekomen: de Nederlandse schoener KOERIER, kapt. Schaap, in ballast van Triëst; het galjootschip BOREAS, kapt. Van Gelderen, van Vlaardingen, Gibraltar en Malta met enige koopgoederen; de schoener LUMINA, kapt. H.J. Brouwer, van Triëst, in ballast; de kof DINA EN IMMECHINA, kapt. J. de Jongh.
Van Smirna waren de 29e september vertrokken de Nederlandse schoener JONKVROUW GEERTRUI, kapt. De Boer; de schoener DRIE GEBROEDERS, kapt. J. Venster, welk laatste vaartuig 300 vaten rozijnen te Samos voor Amsterdam is gaan innemen. De 7e oktober j.l. waren van Smirna naar Rotterdam vertrokken: de Nederlandse schoener HOLLANDER, kapt. J. Cordia; de schoener LUMINA, naar Alicante en Hamburg; de kof DINA EN IMMECHINA, naar Tschesme en Stettin (opm: Szczecin). De OCEAN, kapt. Van Duffelen, zou waarschijnlijk de 9e oktober met een lading vruchten naar Vlaardingen vertrekken. De vrachten naar Nederland bedroegen NLG 50 à NLG 52 per last.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Queenstown (opm: Cobh, Ierland), 20 oktober. Het Nederlandse schip PRINS HENDRIK, kapt. Goedkoop, hetwelk alhier met averij is binnengelopen – zie ons nommer van 22 dezer – moet de lading, bestaande uit meel en zout, lossen en in het dok halen, om aldaar te repareren.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Norden, 20 oktober. Te Grietzijl (opm: Greetsiel) is een blauw geschilderd naambordje aangedreven, waarop met vergulde letters W.A. de Boer, Groningen, 1843, te lezen staat. (opm: zie LAMINA, NRC 141052)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Swinemünde (opm: Swinousjcie), 20 oktober. De lading van het schip ANNECHINA ENGELINA – waarvan wij vroeger melding maakten – is voor het grootste gedeelte in gezonde staat en brengt goede prijzen op. Zelfs dat gedeelte hetgeen enigszins beschadigd is, bedingt bijna de marktprijs.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Verkoop van een vaartuig. Op 2 november 1852, des middags ten 12 ure, zal ten huize van de Herbergier F. van Meurs, aan de Waal, te Nijmegen, ten overstaan van een bevoegd ambtenaar, in het openbaar,ten verzoeke van de beneficiaire erfgenamen van wijlen de echtelieden Pieter Maessen en Maria Koppel, te Nijmegen, aan de meestbiedende, tegen contante betaling, worden verkocht: Het overdekte vaartuig, genaamd de GOEDE VERWACHTING, met toebehoren, geijkt op 72 tonnen, waarmede het beurtveer tussen Nijmegen en Amsterdam is bediend geweest en hetwelk kortelings nieuw is uitgehaald. Het vaartuig ligt in de Haven te Nijmegen, alwaar het dagelijks kan bezichtigd worden.


26 oktober 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 25 oktober. Volgens brief van kapt. Slichtenbree Jr, voerende het schip EOLUS, van Suriname in Texel binnen, was hij de 8e dezer op 48º33’ N.B. en 09º55’ W.L aangezeild door de Oostenrijkse brik GLUIBIMIR, kapt. F. Radimiri, waardoor de brik de boegspriet verloor, zware schade aan de boeg bekwam en de kapitein, de stuurman en twee matrozen onmiddellijk op de EOLUS oversprongen. Na twee etmalen gelukte het de brik te naderen, waarop de kapitein met zijn volk op hun eigen schip overgingen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Leba, 21 oktober. Eergisteren avond is bij Weidan (opm: waarschijnlijk is bedoeld Windau [Ventspils]) gestrand het Nederlandse smakschip TRIENTJE, kapt. Lieberg (opm: TRIJNTJE, bouwjaar 1838; kapt. Teunis Manus Liberg, zie ook PGC 021152), met raapolie naar Rotterdam bestemd. De bemanning is geborgen doch het schip geheel wrak. Van de lading hoopt men wanneer het weder bedaart, ook nog iets te kunnen bergen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Dantzig (Gdansk), 21 oktober. Het Nederlandse kofschip ONDERNEMING, kapt. Kassiens (opm: H.L. Karssies), hetwelk de 28e september j.l. onze haven verliet met een lading graan naar de Zuiderzee bestemd, is heden met slagzij en verlies van schanskleding (opm: verschansing) geretourneerd.
Ook het schip JOHANNA, kapt. Lodewijks, hetwelk de 18e dezer van hier vertrok, is heden uit zee teruggekomen, evenwel zonder schade.


27 oktober 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Men zal ten overstaan van een bevoegd beambte, op last en ten overstaan van heren agenten van Lloyd´s, op maandag de 1e november e.k, des namiddags ten één ure, te Scheveningen verkopen het hol van het gestrande Engelse stoomschip RED ROVER, liggende op het strand benoorden Scheveningen. Nadere informatie bij de heren John Hudig & Zoon, agenten van Lloyd´s te Rotterdam, en bij de heer P. Varkevisser, Brits consulair-agent te Scheveningen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. G.J. Roland Holst, F. der Kinderen, J. Corver, H. Gullen, H. Salm, H.J. Rietveld, C.A. Schröder, B.D. Bosscher, A.W. Abrahamsz, P. Blom en G.J. Boelen, makelaars, zullen op maandag de 22e november 1852 in de Nieuwe Stads Herberg aan het IJ te Amsterdam, ten overstaan van de notarissen Commelin en Weijland, verkopen:
- Het extra ordinair welbezeild gekoperd en kopervast fregatschip, genaamd HELENA, varende onder Nederlandse vlag en gevoerd door kapt. H. Wittebol. Volgens meetbrief lang 40 ellen 75 duimen, wijd 6 ellen 98 duimen, hol 6 ellen 17 duimen en alzo gemeten op 780 tonnen of 412 lasten.
- Het extra ordinair welbezeild gekoperd fregatschip, genaamd JAPAN, varende onder Nederlandse vlag en gevoerd door kapt. P.H. Willers. Volgens meetbrief lang 34 ellen 70 duimen, wijd 6 ellen 24 duimen, hol 5 ellen 33 duimen en alzo gemeten op 513 tonnen of 271 lasten.
- Het extra ordinair welbezeild gekoperd barkschip, genaamd WILLEM ERNST, varende onder Nederlandse vlag en gevoerd door kapt. W.J. Doornik. Volgens meetbrief lang 29 ellen 65 duimen, wijd 6 ellen 52 duimen, hol 4 ellen 74 duimen en alzo gemeten op 407 tonnen of 214 lasten.
En dat met al derzelver rondhouten, opstaand en lopend want, ankers, touwen, zeilen en andere scheepsbehoeften, als breeder bij de inventaris is omschreven.
Nader onderricht bij bovengemelde makelaars of de cargadoors Hoyman & Schuurman, De Vries & Co en Lublink Van Meeteren & Co, te Amsterdam.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 26 oktober. Te Muiden is de 23e oktober op de werf van de scheepsbouwmeester P. Pauw de kiel gelegd van een brikschip, groot ongeveer 280 tonnen, bestemd voor de grote vaart, hetwelk zal worden gevoerd door kapt. W. Halbertsma onder directie van de heren Jan Corver & Co te Amsterdam.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Dover, 23 oktober. Het schip ST. GEORGE DE LA MINA, kapt. J.J. van der Eb, zal, na gelost te hebben, op de sleephelling worden gehaald ten einde op nieuw te koperen (opm: schip opnieuw van een koperen beplating te voorzien). Overigens schijnt de bekomen schade niet tegen te vallen en daar het schip, niettegenstaande het hevige stoten, niet lek was geworden, dacht de kapitein spoedig in staat te zijn de reis te vervolgen.


  JC - Javasche Courant

Advertentie. Op de 1e september 1852 overleed te Banda de heer Johan Frederik Engelbertus Hartog, in leven gezagvoerder van de particuliere bark LOUIZA ANTOINETTA (opm: Oost-Indische zeebrief), diep betreurd door zijn familie.
Debiteuren en crediteuren in deszelfs boedel worden verzocht binnen de tijd van drie maanden aangiften of betalingen te komen doen ter secretarie van de Wees- en Boedelkamer te Banda.
Banda, 22 september 1852, namens de Wees- en Boedelkamer, de secretaris Hartog.


  JC - Javasche Courant

Batavia, 26 oktober. Alhier zijn aangekomen: de 21e oktober het Nederlandse schip IDA WILLEMINA, kapt. B.F. van Wijland, met enige passagiers, vertrokken van Dordrecht de 25e juni, en de Nederlandse bark ANNA MARGARETHA, kapt. J.J. Ruhl, met een passagier, vertrokken van Rotterdam de 4e juli.
De 22e oktober het Nederlandse schip OTTO, kapt. P. Flens, vertrokken van Rotterdam de 23e juli.
De 23e oktober het Nederlandse schip MENADO, kapt. P.A. Schaap, vertrokken van Rotterdam de 10e juli, het Nederlandse schip NOORD, kapt. H.R. Ruhaak, vertrokken van Rotterdam de 24e juli, en het Nederlandse schip CORTGENE, kapt. J.A. Scott, vertrokken van Suriname de 26e juni.
De 24e oktober de Nederlandse bark de AMSTEL, kapt. H.H. Rademaker, vertrokken van Amsterdam de 24e juli, het Nederlandse schip MENTOR, kapt. D.A. Zijlstra, vertrokken van New York de 22e juli, het Nederlandse schip AERD VAN NES, kapt. L. Hazewinkel, met een passagier, vertrokken van Mauritius de 26e september.
De 25e oktober het Nederlandse schip BATO, kapt. W.F. Broeksmit, vertrokken van Dordrecht de 21e juni, het Nederlandse schip NOVA ZEMBLA, kapt. J.C. Jansen, met twee passagiers, vertrokken van Rotterdam de 4e juli, het Nederlandse schip ANNA EN CHRISTINA, kapt. J.C. Joon, vertrokken van Amsterdam de 4e juni, en het Nederlandse schip MARGARETHA JOHANNA, kapt. M. Schou, vertrokken van Liverpool de 14e juli.


28 oktober 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 27 oktober. Heden is voor rekening van de firma de Wed. B.W. van Starckenborg van Straten op de werf De Witte Olyphant van de scheepsbouwmeesters J. Meijjes & Zonen te Amsterdam de kiel gelegd van een barkschip, groot ongeveer 200 gemeten lasten, hetwelk genaamd zal worden HENRICUS GERARDUS en gevoerd door kapt. H. Prins, bestemd voor de grote vaart.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 27 oktober. Van een geachte hand ontvangen wij het volgende uittreksel uit een brief, in dato Helvoetsluis de 26e oktober: Gisterennamiddag omstreeks drie ure seinde de Goedereede “een scheep in nood”. Wij vroegen waar het schip was en men antwoordde daarop “bij de Goedereede in vlot water.” De wind was toen Z.Z.W, verstopte lucht met harde koelte. De KINDERDIJK maakte terstond stoom en stoomde omstreeks half 5 uur de haven uit. Tegen 7 à 8 uur des avonds begon het geweldig te stormen en de wind liep naar het N.W; ten 10 ure des avonds kwam een schokker op de kanaalhaven, meebrengende de equipage der op de Ooster verongelukte Oostenrijkse brik PEGNO DI AMICITIA en tegelijk het verwarde bericht, dat de KINDERDIJK ook zou gebleven zijn. Hedenmorgen met de dag, na de nacht in doodsangst te hebben doorgebracht, vroegen wij aan de Goedereede waar de KINDERDIJK was en de Goedereede antwoordde dit niet te weten, om 9 uur herhaalden wij die vraag en kregen toen ten antwoord, dat de KINDERDIJK zonder schip naar Helvoet kwam. Om 11 uur hedenmorgen kwam de KINDERDIJK alhier, hebbende een verschrikkelijke nacht gehad en in groot gevaar verkeerd. Het schip heeft enige doch niet zeer belangrijke schade bekomen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hellevoetsluis, 27 oktober. Men verkeert in grote ongerustheid omtrent het lot der ijssloep, met 9 man, welke de 25e dezer tot redding der Oostenrijkse brik vertrokken is, zomede over de loodsboot No. 2


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Brouwershaven, 26 oktober. Het op de Ooster gestrande Oostenrijkse brikschip PEGNO DI AMICITIA - zie ons nommer van gisteren, art. Hellevoetsluis – was met een lading rogge van Odessa naar Brouwershaven om orders bestemd. Het schip is in de gepasseerde nacht totaal verbrijzeld, zodat er niets hoegenaamd is geborgen. De bemanning is, zoals wij bereids mededeelden, door de schokker-loodsafhaler van deze plaats gered en behouden te Hellevoetsluis aangebracht, welke schokker gevoerd werd door schipper B. Edelenbosch, bij wie zich mede aan boord bevonden de weled. gestr. heer Penning Nieuwland, onder-inspecteur der loodsen; de heer Dierendonck commissaris; de binnenloodsen J. Meerman, H. Metzon en J. Edelenbosch, welke allen onverwijld op het vertonen der noodseinen naar zee zijn gestevend, om zo mogelijk hulp en bijstand te verlenen. Te Ouddorp zijn enige wrakstukken en wijnvaatjes, vermoedelijk van bovenstaand schip afkomstig, aangespoeld.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 26 oktober. De Engelse brik THOMAS, kapt. Thompson, van Newcastle met steenkolen herwaarts gedestineerd, is, volgens brief van Texel van de 25e dezer, de vorige middag achter de Wester gestrand, en dezelfde nacht door het ontvlammen der steenkolen in brand geraakt. Het volk heeft zich met de sloep gered.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Tonningen (opm: Tönning), 23 oktober. Eindelijk is het na veel moeite en inspanning gelukt om het Nederlandse schip ZWAANTINA, hetwelk hier ter rede gezonken is – zie ons nommer van de 16e dezer – boven water en in de haven te brengen. Een groot gedeelte der lading is geborgen, echter geheel nat. Het schip heeft veel geleden en zal wel totaal weg zijn.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Helsingfors (opm: Helsinki), 14 oktober. Het wrak van het in de nabijheid van Borgå (opm: Porvoo) gestrande Nederlandse schip JANTINA GESINA (opm: kof JANTINA GEZINA) – zie ons nommer van de 4e en 15e dezer – is in de storm van de 4e en 5e dezer geheel verbrijzeld.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Namsos, 6 oktober. Het schip ODIN, kapt. Stibolt, van hier naar Amsterdam bestemd, heeft aan de grond gezeten, en is met verlies van deklast uit zee teruggekomen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Thisted, 20 oktober. De Nederlandse kof SIKKOLINE HOOITES, kapt. De Jong (opm: smak SIKKELINA HOOITES, bouwjaar 1833; kapt. Gobbe Teunis de Jong) uit Schiermonnikoog, van Amsterdam met stukgoederen naar Stettin (opm: Szczecin) bestemd, is gisterenavond ten 11 ure op Agger (opm: 5 mijl noordoost van Thyborøn) gestrand en geheel wrak. De ganse bemanning, waaronder zich ook de kapitein zijn vrouw en kinderen bevonden, zijn gelukkig gered. Van de lading is heden een gedeelte geborgen en men hoopt bij gunstig weder morgen de rest te bergen; een groot gedeelte is echter beschadigd dewijl er veel water in het ruim is. (opm: zie NRC 311052)


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Uit de hand te koop een in dit voorjaar nieuw uitgehaald brikschip, groot circa 140 roggelasten, varende onder Pruisische Vlag en liggende in het Westerdok alhier. Nadere informatiën bij Jansen en Müller, cargadoors, Oude Waal over de Kraansluis te Amsterdam.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Kapt. H.A. Möller, voerende de Hamburger schoener CARL, gekomen van London, heeft op de hoogte van Urk verloren een scheepssloep, Engels maaksel, buiten grondverf en binnen geel geverfd; zo dezelve gevonden is of iemand enig naricht van dezleve kan geven, gelieve zich bij J.C. van Over en Zonen, cargadoors alhier te vervoegen.
Amsterdam, 28 oktober 1852.


  DC - Dordtsche Courant

Dordrecht, 27 oktober. Den 25 dezer heeft de minister van binnenlandse zaken aan de heren Gebroeders Zur Mühlen en Taylor, makelaars en scheepsagenten aan het Nieuwe Diep, onder zekere bepalingen, vergunning tot wederopzeggens toe, verleend voor een geregelde stoombootdienst tot vervoer van reizigers en goederen tussen het Nieuwe Diep, Texel en Harlingen.


  DC - Dordtsche Courant

Volgens bericht van Gibraltar is het Nederlands smaldeel bestaande uit Zr.Ms. fregatten DOGGERSBANK en PRINS VAN ORANJE, korvet SUMATRA en stoomschip GEDEH, gezamenlijk onder het opperbevel van de schout-bij-nacht J.F.D. Bouricius, den 10 dezer, na 24 dagen reis van Texel en 6 uren van Tanger, aldaar in de baai geankerd, onder het lossen van 21 kanonschoten. De volgende dag stapte de schout-bij-nacht onder het lossen van 17 saluutschoten aan wal, om een bezoek bij de gouverneur af te leggen, en woonde de parade van het garnizoen bij. Het eskader vertrok de 18de van Gibraltar, zijnde de schout-bij-nacht en de officieren bevorens door de gouverneur op een diner genodigd. De 19de werd het eskader door de Engelse stoomboot BENTINCK, op de hoogte van Cadix, in goede staat gepraaid.


  DC - Dordtsche Courant

De kapt. ter zee, Jhr. H.A. van Karnebeek, adjudant des konings, zal het bevel op zich nemen van Zr.Ms. fregat PRINS FREDERIK DER NEDERLANDEN, bestemd naar Oost-Indië


  DC - Dordtsche Courant

Advertentie. Weggedreven op dinsdag 26 oktober 1852 van de werf der Gebr. B. Pot in het Elshout aan de Lek, en diezelfde dag opgevist door een staatsiepoon, in het Spanjaardsdiep, bij Borles een stuk hout, lang ongeveer 34 voet, dik 11 duim, breed ongeveer 2 voet, afgeschrapt naar de mal, aan 5 ½ duims platen.
De eigenaars van voornoemd stuk hout verzoeken dringend de schipper van genoemde poon hun de nodige aanwijzing te doen, ten einde weder in het bezit van hetzelve te geraken, onder belofte van een goede beloning.


29 oktober 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hellevoetsluis, 27 oktober. Deze gemeente ligt in diepe rouw gedompeld. Het bericht van gisteren heeft zich helaas bevestigd en 9 varensgezellen zijn een prooi der golven geworden. Acht weduwen, waaronder drie, welke in zwangere toestand verkeren, bewenen het verlies hunner echtgenoten, 26 kinderen dat hunner vaders! De droefheid gaat alle beschrijving te boven. Een vader werd beroofd van zijn drie kinderen, welke hem steeds tot steun waren en wier bijstand hij nu moet derven. Groot is dan ook de verslagenheid der gehele gemeente over dit verlies. (opm: dit betreft zeer waarschijnlijk de ijssloep, zie NRC 281052, art. Hellevoetsluis)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Schroefstoomboot RED-ROVER. De van dit bij Scheveningen gestrande schip geborgen voorwerpen bestaande in: een paar kostbare machines, elk 20 paardenkracht (nominaal), onlangs in de beste orde in het schip gezet, en daarbij behorende nieuwe tubulairketel (opm: waterpijpstoomketel) van de beste b.b. platen, een overvloed van stoom producerende; een nieuw geslagen ijzeren schroef (propeller); nieuwe puike masten, sparren, zeilen, ijzerdraad-want, boten en riemen, kombuizen, kachels, kajuitsgoed, bedden voor twaalf hutten en andere zaken meer, die alle gaaf, althans weinig beschadigd geland, en bij de heer P. Varkevisser te Scheveningen, te bezichtigen zijn, zijn uit de hand te koop, zullende de heren John Hudig & Sons, Lloyd’s-agenten te Rotterdam, elk bod ter goedkeuring aan de eigenaars of assuradeurs opgeven. Nadere informatiën bij de heren John Hudig & Sons voornoemd, en bij de heer P. Varkevisser te Scheveningen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 28 oktober. De Nederlandse kof HOPENDE ZEEMAN, kapt. M. Ouwehand, van Newcastle met steenkolen herwaarts gedestineerd, is volgens brief van Texel van de 27e dezer, de vorige morgen achter de Zanddijk aldaar gestrand en zal weg zijn, doch het volk benevens des kapiteins vrouw en twee kinderen door de Kooger reddingboot, bemand met de equipage van de Engelse schoener THOMAS, gered.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Groningen 28 okt. Vrijdag arriveerde alhier het schoenerschip ZEEPLOEG, groot 95 last, kapt. J. Koster van Finsterwold, gebouwd bij J.H. Hooites te Hoogezand.


30 oktober 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlissingen, 28 oktober. Heden is alhier aangebracht de kapitein van het Hamburger barkschip VESTA benevens zijn equipage, welke deze morgen reeds vroegtijdig gered werden door kapt. H. Bowbyes, voerende het Nederlandse schoenerschip DOLPHIJN, te huis behorende te Scheveningen. Voormelde equipage de vorige avond hun schip verlaten hebbende, ’t welk voor de monding der Schelde op een bank geraakt was, zwalkte gedurende de ganse nacht op zee, telkens door het ongestadig weder en de zware zeeën bedreigd wordende omver te slaan. Zij naderden deze morgen verstijfd en afgemat de zandbank genaamd de Noorden-Rassen, alwaar het onmogelijk was door de brekers heen te werken, toen de DOLPHIJN aan kwam zeilen, wier manschap, aan welks hoofd kapt. Bowbyes staat, het met de meeste krachtinspanning gelukken mocht negen ongelukkigen, die aan de rand des grafs waren, behouden over te nemen, terwijl laatstgemelde gezagvoerder niet in gebreke bleef aanstonds voor verschoning van klederen te zorgen en zoveel mogelijk was alles te verschaffen wat hun ten dienste kon staan tot hij de wal met hen bereikt had.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 29 oktober. Alhoewel wij reeds herhaalde malen van het vergaan van de Oostenrijkse brik PEGNO D’AMICITIA, op de Ooster, zomede van het redden van de equipage van die bodem melding maakten, zo komen wij, ter liefde van de waarheid en om hulde aan verdiensten te bewijzen, daarop nog eens gaarne terug, om te berichten, dat schipper Ary Voogt, van Hoogvliet, voerende de aldaar te huis behorende visschokker, genaamd DE ROTTERDAMSCHE VISCHMARKT, de eerste was welke bij het in gevaar verkerende schip aan boord is gekomen. Toen hij namelijk in de voormiddag van de 25e dezer ten 11½ ure bij de steile punt van de Ooster viste, ontwaarde hij, dat er een brik op denzelve aan de grond zat, welke de vlaggen tot noodsein had opgezet. Terstond spoedde hij zich derwaarts om de equipage enz. alle hulp en bijstand te verlenen. Twee personen, de scheepsinstrumenten, kaarten, papieren, goederen der equipage, enz. zijn daarop door hem overgenomen. Ook verlangde hij, dat de overige equipage bij hem zou overkomen, doch deze wilde het schip nog niet verlaten. Alstoen is hij, met een lijn van het schip aan boord vastgemaakt, achter hetzelve ten anker gekomen om, ingeval dat de nood het vorderde, de equipage te redden. In de namiddag ten 4 ure kwam de loodsschokker van Brouwershaven daar ter plaatse, waarop dan ook de equipage des avonds ten 7¼ ure is overgegaan. Alstoen overtuigd zijnde, dat hij geen verdere diensten kon bewijzen, was het voor hem onnodig langer bij het schip te vertoeven. Hij kapte derhalve het anker, waarbij hij nog 35 vadem touw verloor, en kwam met veel gevaar onder zeil en ten 10 ure tot binnen de Goedereesche haven ten anker, van waar hij de volgende morgen ten 7 ure naar Hellevoetsluis is vertrokken en aldaar de beide geredde schepelingen aan land gezet en de goederen aan de eigenaars teruggegeven heeft.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hellevloetsluis, 28 oktober (’s avonds). De Engelse brik GIPSEY zit nog op Scheelhoek aan de grond, het schip werkt met de vloed zwaar, zodat men denkt dat hetzelve niet in vlot water zal komen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Ystad, 17 oktober. Het schip VIJF GEZUSTERS, kapt. Kuyper, van Dantzig (opm: Gdansk) naar Amsterdam, is gisteren alhier lek en met schade aan de lading binnengelopen. Het moet lossen om te repareren.


  AH - Algemeen Handelsblad

Amsterdam, 29 oktober. Heden is met goed gevolg van de werf De Vrede, op de Kadijk alhier, te water gelaten het door de scheepsbouwmeester Cornelis de Graaf gebouwde schoenerschip ANNA MARIA WILHELMINA, gebouwd voor rekening van de heren Gebr. Nieuwenkamp.


  DC - Dordtsche Courant

Amsterdam, 28 oktober. De Engelse schoener TRIO, kapt. J. Ingram, van Dordrecht naar Newcastle, is, volgens brief van het Nieuwe Diep van de 27ste dezer, aldaar masteloos, door de stoomboot AMSTERDAM binnengesleept.


  JC - Javasche Courant

Batavia, 29 oktober. Ahlier is de 25e dezer aangekomen het Nederlandse schip MAASNYMPH, kapt. C. van der Steen, vertrokken van Londen de 29e juni.


31 oktober 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 30 oktober. Heden is door de scheepsbouwmeesters J.R. Boelen & Zonen van de werf De Haan te Amsterdam te water gelaten het brikschip LOUISE ROELOFFIENE, kapt. A. Struyk, groot ca. 135 last, varende onder directie van de heren C.A. van Oven en A.G. Last Jr, en is daarna de kiel gelegd van een barkschip, groot ca. 250 last, kapt. D. Schuymer, varende onder directie van de heer Q. Blaauw, beiden bestemd voor de grote vaart.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Thisted, 24 oktober. De ontlossing en berging der lading van het alhier gestrande Nederlandse schip SIKKOLINA HOOITES – zie ons nommer van de 28e dezer) is heden beëindigd. Slechts enige zakken koffij, enige kazen en vaatjes haring zijn verloren gegaan; een niet onbeduidend gedeelte echter, waaronder 125 zakken koffij, is, aangezien het wrak onmiddellijk na de stranding vol water is gelopen en men bij de redding steeds met hoge zee te kampen had, zwaar beschadigd. Men heeft tot nu toe nog maar een voorlopig onderzoek gedaan, morgen zal de schade nader opgemaakt worden. De geavarieerde (opm: beschadigde) goederen zullen zo spoedig mogelijk verkocht worden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Alle degenen, welke iets te vorderen hebben van, of verschuldigd zijn aan, of enige goederen of papieren onder zich mochten hebben, betreffende de beneficiaire nalatenschap van wijlen Rembertus Kroon, in leven koopvaardij-kapitein, gevoerd hebbende het kofschip genaamd CATHARINA HENDRIKA, vroeger gewoond hebbende te Delfzijl, doch laatst zonder vaste woonplaats en op de 29e september laatstleden overleden, aan boord van hetzelve kofschip, hetwelk thans te Rotterdam is liggende, gelieve daarvan opgave of aangifte te doen, ten kantore van de notaris Willem Simon Burger Wz, aan de Geldersche Kade, wijk 2, no. 48, te Rotterdam, vóór of op de 1e december aanstaande.


01 november 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hjörring, 24 oktober. Het schip GEBKELINA LUCRETIA, kapt. Dommering (opm: GEPKELINA LUCRETIA, kof, bouwjaar 1841; kapt. Jan Dommering), van St. Petersburg naar Groningen, is in de nabijheid van Lokken (opm: 10 mijl zuidwest van Hjörring, Jammerbocht) gezonken. Het volk heeft zich met de boot gered.


02 november 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hellevoetsluis, 31 oktober. De equipage van de brik GIPSEY, op Scheelhoek aan de grond, als vroeger gemeld, is heden avond alhier aan wal gekomen. Men heeft een begin gemaakt met de lading steenkolen over boord te werpen en daar het schip nog dicht is, heeft men hoop hetzelve er af te brengen.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Kapt. C.A. Levon, gevoerd hebbende het Russische fregatschip SUOMI van Brahéstadt in Finland, met een lading lijnzaad van Kertch naar Hull gedestineerd, daartoe behoorlijk geauthoriseerd , zal op donderdag de 11de november 1852, voormiddags ten 10 ure, te Hoorn, op Terschelling, publiek verkopen: Het casco of bij verbrijzeling de wrakken van genoemd fregatschip, alsmede de geborgen tuigage, bestaande in staand gekapt want, gescheurde zeilen, ankers, kettingen en meerdere scheepszaken; en voorts des avonds aldaar te Westerschelling, een partij van plus minus 22 last licht beschadigd en wellicht nog te bergen partij zwaar beschadigd lijnzaad, uit gemeld schip. Nadere informatie bij C. Zunderdorp, Scheepscommissionair en Agent van voorschreven schip, te Terschelling.


  DC - Dordtsche Courant

Dordrecht, 1 november. Wij vernemen, dat de heer P. Huidekoper, gezagvoerder van het koopvaardij-fregat de PRINS FREDERIK DER NEDERLANDEN, met die bodem voor weinige dagen in het Nieuwe Diep binnen gekomen, voor de Leidse academie-tuin heeft aangebracht een kist met planten van Oost-Indië, welke onder de zeldzaamste behoren, die ooit naar Europa zijn gevoerd. Behalve de bomen, die de gutta-percha en de gutta-gom opleveren, bevindt zich daarbij een schoon exemplaar van de Sumatrase Kamferboom (Dryobalanops Camphora Colebr). Deze planten bevinden zich in een volmaakt goede toestand; en het laat zich voorzien, dat zij zullen behouden blijven.


  DC - Dordtsche Courant

Hellevoetsluis, 28 oktober 1852. Waarde landgenoten! Een verschrikkelijke ramp heeft in deze gemeente plaats gegrepen. Den 26 dezer des namiddags circa 3 ure, ontwaarde men alhier door sein van de Goedereede, dat zich een schip op de steile punt van de Ooster in nood bevond. De wind was zuidwest met stijve koelte en dik verstopte lucht. Nimmer lieten de wakkere varensgezellen van Hellevoetsluis zich tevergeefs roepen om daar waar het nodig was, zelfs met in de waagschaal stelling van eigen leven, ter hulpe toe te snellen. Zonder enige aarzeling begaf zich dan ook terstond van hier een ijssloep, bemand met negen moedige zeelieden naar de plaats des ongeluks; dan, helaas! Zij zijn van die plaats niet teruggekomen, maar overweldigd geworden door en uitschietende noordwesten stormwind, gepaard met hemelhoge zee, waardoor zij allen hun graf in de golven vonden, nalatende acht weduwen en zesentwintig wezen.
Waarde landgenoten! Dit is de grootste ramp die, bij mensenheugenis, Hellevoetsluis in zulk een gering ogenblik getroffen heeft. Weemoedig zien allen elkander aan, diep bewogen met het verschrikkelijke lot der ongelukkigen.
Allen in deze gemeente zullen gaarne een offer van weldadigheid uitreiken, maar wat zal dat baten tot leniging ener vreselijke ramp.
Landgenoten! Zo ooit, dan is het nu dat er gerekend wordt op uw milde bijdragen, en de Hemelse Vader stemme uw harten tot liefde en mededeelzaamheid, zonder welke de toekomst der ongelukkigen beneden de grenzen der wanhoop is.
De leden der commissie:
H. Boonders, havenmeester van het kanaal door Voorne.
A. Canneman, kapitein-ingenieur.
P. Gallas, scheepsagent.
W.J. Jolly, directeur en commandant der marine.
R. Kraijenhof, burgemeester.
A. Mes en Zoon, scheepsagenten.
C.J. Speelman, equipagemeester.
A.E. Thierens, onder-inspecteur van het loodswezen.
B.P.W. Verweyde, directeur van het postkantoor.
W.A. Tenckinck, secretaris der gemeente.
D. Mair, scheepsagent.
A.W. Hoogendoorn, scheepsagent.
A. Bruch, koopman.
P. van der Made Dz., koopman.
W. Vermaes, aannemer.
G. de Lang, chirurgijn.
De leden der commissie, benevens de heren J.B. ’t Hooft, Sandberg & Co, Gerard Mauritz en Visser en Van der Sande, scheepsmakelaars te Dordrecht, zullen zich volgaarne met de ontvangsten uwer liefdegiften belasten.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

De lading van het te Swinemünde aangebrachte schip ANNECHIENA ENGELINA, kapt. Smit, van Amsterdam naar Stettin - vroeger gemeld - had weinig schade geleden en werd tegen goede prijzen verkocht.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Het schip TRIJNTJE, kapt. Liberg, van Pillau naar Rotterdam, is volgens brief van Leba van 21 okt. de 12 dito bij Wiedan gestrand en zal weg zijn, men hoopte de lading te bergen. (opm: zie NRC 261052


  LC - Leeuwarder Courant

Mr. de Carpentier te Koudum zal verkopen een scheepshelling met 2 belendende woningen staande nabij Balk onder Harich.


03 november 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Palermo, 23 oktober. Het schip HENDRIK, kapt. De Jonge (opm: kof, bouwjaar 1846; kapt. IJ.D. de Jonge), van hier naar Dordrecht vertrokken, is in de nabijheid van deze haven gestrand en gebarsten. De lading wordt geborgen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Kopenhagen, 23 oktober. Het schip HILLEGONDA IDA, kapt. Hendriks, van Riga naar St. Malo, is hedennacht in de Droogden (3 mijl zuidoost van Dragor, zuidelijke invaart van de Sont) gestrand en zal waarschijnlijk weg zijn (opm: zie PGC 091152).


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. De ondergetekende, door aankoop, eigenaar geworden van de scheepstimmerwerf, bekend onder de naam: Gebroeders Tulp, beveelt zich beleefdelijk in ieders gunst, belooft een prompte en civiele behandeling, en wenst zich het vertrouwen, hetwelk zijn vader in een ander gedeelte dezer gemeente bijna 32 jaar zo ruim mocht genieten, waardig te maken.
Zwartsluis (Oude Sluis), 1 november 1852, Jacob Prins Jr.


04 november 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Dordrecht, 3 november. Hedenmorgen is op de werf De Merwede van de scheepsbouw-
meesters C. Gips & Zoonen alhier de kiel gelegd van een barkschip genaamd HELLEVOETSLUIS, groot omstreeks 320 gemeten lasten, voor een rederij onder directie der heren J.B. ’t Hooft en F.C. Deking Dura, zullende gevoerd worden door kapt. W.J. Vos.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 3 november. Het zal niet ondienstig zijn, zegt de Provinciale Groninger Courant, heren reders en gezagvoerders van schepen opmerkzaam te maken, dat men in de Engelse havens somtijds bij internationale reizen de Nederlandse schepen nog dubbel vuurgeld (opm: Lighthouse dues) laat betalen, vooral op kleine plaatsen, waar de ambtenaren met de nieuwe wetgeving niet goed bekend zijn. Dezer dagen zijn door de eigenaar van een te Veendam te huis behorend schip wegens te veel betaald vuurgeld in een Schotse haven de nodige bescheiden aan de minister van buitenlandse zaken gezonden, en daarop is het te veel betaalde door des ministers bemiddeling aan de eigenaar gerestitueerd.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Ostende, 30 oktober. Heden is alhier met verlies van zeilen binnengekomen, de Nederlandse kof ELISABETH, kapt. Smits, v. Amsterdam naar Livorno bestemd.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

London, 1 november. Aangaande het schip GESINA, kapt. Smit (opm: smak GEESINA, bouwjaar 1847; kapt. Berend Hindriks Smit), van Firth of Forth naar Koningsbergen (opm: Kaliningrad), de 30e augustus de Sont gepasseerd, heeft men sedert niets vernomen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Plymouth, 31 oktober. Het Nederlandse schip LUCRETIA, kapt. Bragt, vanTriëst naar …. (opm: onleesbaar), is alhier met gebroeide lading binnengelopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Grimsby, 30 oktober. Het Nederlandse schip MARIA REIFINA, kapt. de Groot, van Koningsbergen (opm: Kaliningrad) naar Weymouth, is alhier lek en met verlies van sloep en verschansing binnengelopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Elseneur (opm: Helsingör), 30 oktober. Het schip DELPHIN, kapt. Jansen, van St. Petersburg naar Amsterdam, is alhier met schade aan de boeg en verlies van boegspriet binnengelopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Op de 28e oktober 1852, overleed te Bloemendaal, in de ouderdom van ruim 57 jaren, de heer Gerard Mauritz Roentgen, Ridder van de Orde van de Nederlandsche Leeuw, vroeger directeur der Nederlandsche Stoomboot-Maatschappij, te Rotterdam.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. De burgemeester van Loosduinen (nabij ’s Gravenhage), als daartoe gemachtigd, zal op woensdag de 10de november 1852, des ochtends ten 9 ½ ure, onder de gemeente van Loosduinen, publiek, ten overstaan van de notaris Schiefbaan, om contant geld doen verkopen enige eiken balken, kromhouten, grenen of vuren masten en balken, eiken delen enz., zijnde een gedeelte der lading van het op de 9de oktober 1852 onder dezelve gemeente gestrande Pruisisch galjasschip, genaamd SIRENE, gevoerd door kapt. Beckmann; alsmede: wrakhout, masten, ankers, kettingen, ijzer, touw- en zeilwerk enz. van gezegd schip, alles dagelijks te bezichtigen ter ligplaats in het Duin bij het strand aan het slag naar gezegde gemeente, terwijl een anker met kabelketting te zien ligt voor het Gemeentehuis te Loosduinen.
Liggende de voorwaarden ter lezing aan het Gemeentehuis te Loosduinen; bij de heer H. Ulrici, te Amsterdam, en bij genoemde notaris.


  DC - Dordtsche Courant

Dordrecht, 3 november. Den 6 dezer zal van Harderwijk naar Rotterdam vertrekken, om aldaar op het Nederlandse barkschip NIJVERHEID, kapt. G.T. Bus, naar Java te worden ingescheept, een detachement troepen, groot 150 officieren en manschappen.


05 november 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Cuxhaven, 2 november. Het Noorweegse schip THORMINDE, kapt. Lynneberg, van Drammen naar Nederland bestemd, is op circa 30 mijlen N.N.O. van Texel verongelukt. De bemanning is gered en hier aangebracht.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Stolpmünde (opm: Ustka), 30 oktober. De Nederlandse tjalk JONGE BOUKE, kapt. Botje, van Stralsund naar Dantzig (opm: Gdansk) bestemd, is alhier met enige schade aan de zeilen binnengelopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Visby, 30 oktober. De kof MARIA ANNA, kapt, Engelen, van St. Petersburg met rogge naar Elseneur (opm: Helsingör) bestemd, is eergisteren in een lekke staat bij Gothem (opm: O-kust Gotland) op strand gezet. De bemanning is gered.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Sacbye, 28 oktober. Het te Leeuwarden te huis behorende tjalkschip CATHARINA ANNECHIENA, kapt. Bekkering (opm: bouwjaar 1849; kapt. J.J. Bekkering, Wildervank), naar Randers bestemd, is eergisteren bij Lyngrad (opm: waarschijnlijk Lynga, pal boven Helsingborg) gestrand. De equipage is behouden aan wal gebracht.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Uit de hand wordt te koop aangeboden het gezinkt driemast galjootschip VRIESLAND, groot 303 gemeten tonnen, varende onder Nederlandse vlag en thans liggende te Schiedam. Te bevragen bij de heren A. Prins & Co aldaar en bij de eigenaren, de heren Barend Visser & Zoon te Harlingen.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Kapt. J.P.H. Schmidt, gevoerd hebbende het op het Eiland Terschelling gestrande Zweedse brikschip BETTY, met een lading teer van Stockholm naar Venetië bestemd geweest, behoorlijk geautoriseerd, zal op woensdag de tiende november 1852, voormiddags ten tien ure, op de Havenwal te Terschelling, door een bevoegd beambte publiek doen verkopen: De tuigage, geborgen van voorschreven brikschip, waarbij twee stel zeilen, waarvan enige geheel nieuw; Twee volle kettingen à 90 vadem van 1 en 1 1/16; twee kettingankers; een tuianker en werp; een complete lier en dito pompspil en toebehoren; voorts touwwerk, gekapt staand en lopend goed, kabel, paarden- en jaaglijnen en verdere scheepszaken. Informatiën bij Scheeps-Commissionairs H. Stobbe en Liberg, te Terschelling.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Groningen 1 nov. Van de Zuiderwerf van de scheepsbouwmeester G.H. de Vries alhier liep zaterdag met goed gevolg van stapel het nieuwgebouwde kofschip KARSIENA, groot 50 last, zullende bevaren worden door kapt. J.H. Waterborg van Groningen.


06 november 1852


  DC - Dordtsche Courant

Cuxhaven, 2 november. Het Noorse schip THORMINDE, kapt. Lynneberg, van Drammen naar Holland bestemd, is op circa 30 mijlen N.N.O. van Texel verongelukt; de bemanning is gered en hier aangebracht.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 5 november. Het schip TWEELING, kapt. W.J. Poorta, van Koningsbergen (opm: Kaliningrad) naar London, is lek, met overgeworpen lading en meer andere schade in Texel binnengelopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 5 november. Volgens brief van Texel van de 4e dezer was die nacht in de Eijerlandse gronden gestrand een schip, vermoedelijk een brik, naam onbekend. (opm: zie NRC 071152)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 5 november. Volgens brief van de Zoltkamp van de 2e dezer, was op de Wittetonsrug over Oostmahorn gestrand een kof, geladen met hout en bestemd naar Harlingen. Het had vissers bij zich ter adsistentie. (opm: zie NRC 091152)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Grimsby, 2 november. Het Nederlandse schip HERSTELLING, kapt. Wiersma (opm: kof, kapt. D.J. Wiersma), van Riga naar Amsterdam, is 90 mijlen oost-ten-noorden van Flamborough Head (opm: 54º15’ N.B. 2º25’ O.L.) verongelukt, doch het volk gered. (opm: zie NRC 151152)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Gibraltar, 26 oktober. Het Nederlandse schip IDA REINA, kapt. Breeland, van Galatz (opm: Galati) naar Queenstown (opm: Cobh, Ierland), is de 18e alhier lek binnengekomen en zal moeten lossen om de schade te herstellen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Elseneur (opm: Helsingör), 31 oktober. De Nederlandse kof HENDRIK PIETER, kapt. Vil, welke alhier met averij is binnengelopen, heeft de schade hersteld en is heden begonnen met de lading weder in te nemen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Elseneur (opm: Helsingör), 31 oktober. Het schip ELEONORA JOHANNA, kapt. Balk, van Riga naar Harlingen, is alhier met verlies van boegspriet binnengelopen.


07 november 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 6 november. De Zweedse brik CATHARINA, kapt. J.F. Sundquist, van Sundwall (opm: Sundsvall) naar Genua, is volgens brief van Texel van de 5e dezer, de vorige nacht in de Eijerlandse gronden gestrand en zal weg zijn, doch het volk, benevens des kapiteins vrouw, gered. Men hoopte de lading te bergen – zijnde dit de brik, gisteren gemeld.


08 november 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Reval (opm: Tallinn), 29 oktober. De Nederlandse kof GEZINA, kapt. De Boer, van Kroonstad (opm: Kronsjtadt) met lijnzaad naar Amsterdam bestemd, is bij Klein Rogoe (opm: nabij Kurkse) aan de grond gevaren, doch met adsistentie zonder schade vlot gekomen en heeft de reis vervolgd.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

(Geen plaats of datum) In het Handelsblad van gisteren leest men het volgende ingezonden artikel van Terschelling in dato 1 november betreffende onderscheidene strandingen welke op de kusten aldaar in de laatste dagen hebben plaats gehad:
De 8e oktober 1852 strandde alhier het Zweedse schip BETTEY, kapt. Schmidt, met teer, op de Noordvaarder. Dadelijk begaven zich vaartuigen naar die plaat om de vereiste hulp te bieden en het gelukte aan Ane van Keulen, Jacob van Keulen, Tjerk de Haan, Willem Molenaar en Cornelis R. Gorter met een boot aan boord te komen, nadat zij drie malen, en eens vol water, was teruggeslagen, en kapitein en volk met levensgevaar te redden.
De 9e oktober 1852 verviel op het oostelijk buitenstrand het Russische fregatschip SUOMI, kapt. Carel A. Levonie met nog 16 man equipage, beladen met lijnzaad en van Kertch (opm: Kertsj) naar Hull bestemd. Zo spoedig de oostelijke reddingboot ter plaatste des onheils was gekomen, begaven zich de navolgende personen in dezelve, als Willem P. Hooiman, Jan Pals, Klaas Pals, Calel Köhding, Wijbrand Dekker en Tijs J. de Boer. Voor de eerste maal in de branding gekomen overviel hun zulk een storting, dat de boot vol water geraakte en men haar in allerijl moest optrekken om ze te ledigen. Na geledigd en op nieuw in orde gebracht te zijn, gingen dezelfde mensen een nieuwe poging wagen, maar even vruchteloos, want tot een buitenbank genaderd, werden zij in de branding niet slechts op nieuw door stortzeeën overvallen, maar zo hevig tegen de grond geslagen, dat de reddingboot in haast op nieuw moest opgetrokken worden. Voor de derde maal werd nu de proef genomen, maar thans op leven en dood, want het bleek, toen men reeds dicht bij het schip genaderd was, dat de boot niet alleen vol water maar ook met zand gevuld geraakte en het meer dan nodig was om dadelijk terug te keren, omdat de boot denkelijk voor altijd onbruikbaar was geworden, ieder ogenblik vrezende, dat bij elke rijzende golf zij zelf in de golven hun graf zouden vinden.
Dadelijk werd er gezonden om de westerse reddingboot, maar deze was zeer ver verwijderd, en inmiddels naderde de duisternis van de avond. Een landbouwer met name Hendrik Lodewijk, die, ware hij niet weerhouden, mede in de boot zou zijn geweest, waagde het nu te paard zich in zee te begeven om een van het schip afgevierde boei op te vissen, doch de afstand van de boei was te groot en het water te hol, en hij was verplicht na zijn kloekmoedige en gewaagde poging onverrichter zake terug te keren. Laat in de avond komt dan eindelijk de verwachte reddingboot en dadelijk zijn zes personen, merendeels echtgenoten en vaders, gereed om in de boot te stappen, namelijk Jan Pals en W.P. Kooyman, die beide in de eerste boot de vermoeienissen en gevaren reeds hadden gedeeld, en P.W. Kooyman, Oene Boon, Tjebbe Ree en C.J. Kuypers. Omstreeks 10 ure stak de boot van wal, zijnde het laag water geworden en het water iets slechter (opm: iets vlakker, dus minder zee), en nauwelijks is een kwartier verlopen, of de boot keert terug, de gezagvoerder en vijftien zijner schepelingen in veiligheid stellende. Menende dat alle manschappen geborgen waren, maakte men zich reeds gereed om naar het naastbij zijnde dorp te gaan, toen men nog een man miste. Op nieuw werd de boot te water gebracht en, ofschoon door het inbreken van de vloed het water holler en het gevaar groter was, had men het geluk, ondanks de boot eenmaal door de branding dwars geslagen werd, ook de laatste persoon te redden.
Komt aan de moed en de volharding der redders alle eer toe, niet minder moet hier de lof vermeld worden der Noord- en Zuid-Hollandsche Redding Maatschappij, die zich zo vele opofferingen getroost en door deze weder het kostbare leven van zeventien mensen gered heeft. De nieuwe boot, door de heer A. Zwaal alhier gebouwd naar een bijzondere constructie, heeft zo voldaan, dat de wens menigmalen is geuit, dat alle boten zo mochten worden ingericht. Alle autoriteiten hebben gewedijverd om hulp te verlenen en door medewerking de pogingen tot redding te doen gelukken.
Op de 24e oktober 1852 verviel door verleiding van stroom en dikte (opm: slecht zicht) op de Noordergronden van het Vlie een Engels brikschip, genaamd ANDES, kapt. Barnes, bemand met 12 man equipage. Terwijl een menigte vaartuigen van Terschelling zeilden, waren er vijf mensen op de Noordvaarder, waarvan drie zich begaven aan boord van een Urker visschuit, waarvan de schipper dadelijk zich gereed maakte om onder zeil te gaan. Eer een uur voorbij was, waren zij het schip genaderd, maar de eerste poging om aan boord te schieten, mislukte. De proef werd herhaald, terwijl men nu door niets dan branding zeilen moest en ook deze gelukte niet. Genoopt door het gekerm der schipbreukelingen, gaf de Urker schipper met gehele in gevaarstelling zijner nieuwe schuit een bewijs van zeldzame stoutmoedigheid door recht op het schip aan te zeilen met volle zeilen. Zij geraakten met het voorste gedeelte des vaartuigs boven op het schip tussen de twee masten, zodat het want een ogenblik vast geraakte achter de fokkera, die gelukkig brak en nederviel zonder iemand te kwetsen. Terwijl het schip met het aflopen des waters afgierde, had men de tijd gehad om de nodige touwen over te werpen en vijf man over te krijgen. Eén touw had men maar kunnen vastmaken en brak af door het hevige werken. Ongelukkig had de gezagvoerder nog enige goederen willen medenemen, maar daardoor had hij zich de gelegenheid benomen om door deze pogingen gered te worden, want in die tijd was het touw gebroken en de schuit weggeslagen zonder de mogelijkheid om weder aan boord te komen. De namen der stoutmoedigen waren Klaas van Urk, Teunus van Urk, Cornelis Ros, Klaas de Boer, Reinier Bouwman, Tjerk Berends de Haan en Tjerk Alta.
Het schip was dadelijk gebroken en werkte zo zwaar, dat de nokken der ra´s op het water vielen, terwijl de stortzeeën over het schip heen liepen, zodat het schip slechts ogenblikken te zien was. In deze toestand ontdekte een der loodsschuiten, terwijl hij op een vierde mijl afstands genaderd was, dat er nog een man aan boord was, die langs het loefwant was opgeënterd tot in de mars. Ofschoon het reeds vier uren in de namiddag was en de lucht dik en verstopt, de wind hevig en het water zeer hol was en alle vaartuigen zich poogden te bergen, begaven zich vier man, zijnde Jacob Zwart, schipper, Jan Hakvoort, loodsmans- leerling, Willem de Bree en Klaas Tot, matrozen, in een kleine boot, gedreven door medelijden met de kermende zeeman, die zij van verre hoorden, en ofschoon het gevaar onbeschrijfelijk groot was. Door beradenheid en inspanning is het hun mogen gelukken de gezagvoerder te redden en behouden aan wal te brengen, in welke poging zij getrouw zijn bijgestaan door S. Tromp en P. de Bree, loodsen, P. Pie, leerling, en P. Rab, H. Starrenburg en Douwe Rijkeboer, inwoners van Terschelling, die het vaartuig bestuurden terwijl de boot afstak om de redding te volbrengen. Zes man der equipage van de brik was dadelijk van boord gegaan met de sloep bij het aan de grond geraken en is aan het buitenstrand dezes eilands behouden aangekomen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

(Geen plaats of datum) Naar hetgeen blijkt, begint men zich er zeer aan te laten gelegen liggen om onze zeemacht, zo spoedig de omstandigheden het toelaten, te doen delen in de voordelen, welke aan oorlogsschepen kunnen verschaft worden door de toepassing van een matig stoomvermogen en de werking der waterschroef. Op last van de minister van Marine zijn en worden plannen ontworpen voor de verschillende stoom-schroef schepen, welke men aanvankelijk verlangt te bezitten en waartoe er drie te Amsterdam en één te Vlissingen op de Rijkswerven moeten gebouwd worden. Aan twee dier schepen zijn de namen MEDUSA en BORNEO gegeven en voor het eerstgenoemde, een korvet, zijn de voorbereidende werkzaamheden hier reeds met kracht aangevangen en zal men spoedig kunnen overgaan tot het op stapel zetten van deze nieuwe soort van schepen, welke voor de dienst in de koloniën vooral zo bijzonder nuttig zullen kunnen zijn, en daarbij zeer veel minder kostbaar in het gebruik dan gewone stoomschepen, terwijl zij als oorlogsschepen ook meerdere waarde hebben.


  AH - Algemeen Handelsblad

Rotterdam, 7 november. Hedenmiddag zijn van Harderwijk over Amsterdam per spoor alhier aangekomen 150 officieren en manschappen, welke terstond daarna zijn geëmbarkeerd aan boord van het daartoe aan de Willemskade gereed liggende Nederlandse barkschip NIJVERHEID, kapt. G.T. Bus, ten einde daarmede naar Java te worden overgevoerd. Het schip is terstond op stroom gehaald, doch daar hetzelve vrij diep gaat en de eb reeds was doorgekomen, alvorens alles gereed was, zal morgen ochtend het schip eerst van deze stad vertrekken, alsdan gesleept zullende worden door de stoomboot BROUWERSHAVEN.


09 november 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Elseneur, 8 november. De te Amsterdam te huis behorende kof JONGE ANDREAS, kapt. Steffens, van St. Petersburg met lijnzaad naar Rotterdam bestemd, is hier heden met overgeworpen lading in de haven gekomen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 8 november. De Nederlandse kof ELISABETH MARIA, kapt. J.R. Wever, van Noorwegen naar Harlingen, is, volgens brief van de Zoltkamp van de 6e dezer, op de Wittetonsrug aan de grond vastgeraakt, zijnde dit de kof in ons nommer van 6 dezer vermeld.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De Nederlandse kof AEOLUS, kapt. Steinhagen heeft na geëindigde reparaties de haven verlaten.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

St. Petersburg, 21 oktober. De stroom drijft vol ijs, en tussen hier en Kroonstad (opm: Kronsjtadt) heeft het zich vastgezet. Alhier liggen ondermeer andere ingevroren de schepen: JANTINA, kapt. De Boer; JOHANNA, kapt. Kranenborg, ANNEGIENA, kapt. Schuring en JACOB SYNES, kapt, Schut. Ongeveer 200 schepen liggen in het ijs vast, waarvan verscheidene nog van Kroonstad zullen kunnen komen. De schepen EMELIE, kapt. Herkema en ST. PETERSBURG PACKET, kapt. Teensma, zijn met lichters te Kroonstad liggende.


  DC - Dordtsche Courant

Dordrecht, 8 november. Uit Middelharnis wordt van 5 november gemeld:
Eergisteren bracht een onzer stuurlieden J. de Korte, behalve een rijke lading haring met zijn hoeker, een achttal schipbreukelingen aan, die met levensgevaar geworsteld hadden, bij Bree-veertien in de Noordzee. Een kof, varende onder Papenburger vlag (Oost-Vriesland), kapt. Fiet, uit een Engelse zeehaven gekomen, geladen met steenkolen, had de noodvlag gehesen. De Korte zet door de holle zee koers naar de kof; en heeft het geluk, na veel inspanning, acht mensenlevens te redden, onder welke de vrouw des kapiteins met een zuigeling van negen maanden. De moeder had haar kind bij het bannen des gevaars om het lijf gebonden. Het mislukt haar het reddende schip te beklimmen. Zij valt met het wicht in zee, doch wordt met veel moeite gered, terwijl het kind van haar los raakt en in de sloep der kof valt; zonder letsel bekomen te hebben wordt ook het kind binnen boord gebracht. Van verdere onheilen verschoond gebleven, zijn alle schipbreukelingen alhier aan wal gekomen. Schrik en ontsteltenis zijn vermoedelijk oorzaak, dat de vrouw van de kapitein sedert een paar dagen vlagen van krankzinningheid vertoont. De geredden zijn naar Rotterdam vertrokken.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Het schip CATHARINA CORNELIA, kapt. De Jonge, van Odense naar London, is de 2 november ter rede van Yarmouth binnengelopen.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Men meldt uit Kopenhagen van de 29e oktober, dat men hoopte de lading van het schip HILLEGONDA IDA, kapt. Hendriks (opm: kof, bouwjaar 1828, kapt. A. Hendriks; zie NRC 031152), in Droogden gestrand, te bergen.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Men meldt uit Stettin d.d. 2 nov. kapt. Van der Zee, voerende het schip JONGE ALBERT uit Heerenveen, van Stralsund naar het Noorden bestemd, bericht dat hij in de storm van de 3e oktober in de nabijheid van Ystad een op de lading drijvend in zinkende toestand verkerend jachtschip bemerkt heeft, daarheen gestuurd en met groot gevaar en moeite eerst twee man der equipage en toen nog na wending van zijn schip, een derde, zijnde de kapitein, gered heeft.


 GRC - Groninger Courant

Delfzijl, 5 november. Binnengekomen ANNECHIENA, kapt. Donga, van Brewich.
(opm: op 8 januari 1853 werd de zeebrief naar Den Haag opgezonden en zonder vermelding van reden geroyeerd; vermoedelijk was de kof, bouwjaar 1830, kapt. Albert Jans Donga, verkocht voor de sloop; kapt. Donga verkreeg in juni een nieuwe kof ANNECHIENA)


10 november 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Rotterdam-Duinkerken. De eigenaars van het Franse stoomschip ESTAFETTE, kapt. Sueur, varende tussen Duinkerken en Rotterdam, het agentschap voor deze dienst , aan de ondergetekende hebbende opgedragen, zo nemen zij de vrijheid hiervan de handel kennis te geven.
De afvaarten zijn bepaald als volgt:
Van Rotterdam 3, 13 en 23 van iedere maand,
van Duinkerken 8, 18 en 28 van iedere maand.
Terwijl alle verdere inlichtingen zijn te bekomen ten kantore van Smith & Co Rotterdam.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Alblasserdam, 8 november. Op heden is van de werf van de heer F. Kloos, scheepsbouw- meester, met het beste gevolg te water gelaten het nieuw gebouwd barkschip VOORWAARTS, groot ca. 380 last, bestemd voor de grote vaart onder het boekhouderschap van de heer C.G. van der Lee alhier.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 9 november. De Amsterdamse bark CAMELEON, kapt. van Wijhe, van Batavia naar Rotterdam, te Helvoet binnen, heeft bij de Kaap de Goede Hoop gedurende een maand zwaar stormweder gehad en daarin de grote- en fokkemast gekraakt en een gedeelte van verschansing en galjoen verloren. Het schip is overigens goed dicht gebleven.


11 november 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 10 november. Gisteren is te Nieuwendam van de werf van de scheepsbouw-
meester W.H. Meursing met goed gevolg te water gelaten het barkschip MARIA CATHARINA, groot 225 gemeten lasten, voor rekening ener rederij onder directie van de heer S. Prins te Wormerveer en zullende gevoerd worden door kapt. K. Poel.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 10 november. Het brikschip GOUVERNEUR ELSEVIER, kapt. Kuijt, van hier naar Curaçao, is de 8e dezer wegens contrarie wind, echter zonder schade, ter rede van Vlissingen binnengelopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Mauritius, 9 september. Het te Rotterdam te huis behorende fregatschip IJSSEL, kapt. Messen, van Patjitan (opm: Pacitan) naar Rotterdam bestemd, is de 25e augustus alhier lek binnengelopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Elseneur (opm: Helsingör), 4 november. De Nederlandse kof MARGARETHA, kapt. Hubert, van St. Petersburg met lijnzaad naar Amsterdam bestemd, is alhier met overgeschoten lading en verlies van anker in de haven gekomen.


  RC - Rotterdamsche Courant

Zeilklaar te Helvoetsluis HENRIETTE, C.H. van der Veen (opm: bark ex-COLONEL MAULE, kapt. J.M. van der Veen, zie NRC 030552) naar Cardiff.


  RC - Rotterdamsche Courant

Zeilklaar te Helvoetsluis HENRIETTE, C.H. van der Veen (opm: bark ex-COLONEL MAULE, kapt. J.M. van der Veen, zie NRC 030552) naar Cardiff.


12 november 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Brielle, 8 november 1852. Eén uwer geabonneerden heeft met bevreemding in het Algemeen Handelsblad van de 2e november j.l, no. 6521, gelezen, dat de stoomboot de PRINS VAN ORANJE, kapt. D. Visser, van Duinkerken komende, zich bij het binnenkomen alhier, voor inklaring circa één uur heeft moeten ophouden. Gemelde stoomboot op zaterdag j.l. langs deze wacht naar zijn bestemming uitklarende heeft men de kapitein op het genoemde artikel attent gemaakt, welke daarna in het bijzijn van twee getuigen heeft verklaard, dat het medegedeelde in gezegd Handelsblad betrekkelijk het oponthoud, geheel bezijden de waarheid is, ja hem zelfs niets bekend was nopens het plaatsen van zodanig artikel, als wordende, zoals bij de scheepvaart over bekend was, alhier de in- en uitklaring met de meeste spoed in het belang van de handel bewerkstelligd, voor zoveel zulks met de verschillende belangen verenigbaar is, hetwelk de toets des onderzoeks kan doorstaan.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 12 november. Het schip ELISABETH MARIA, kapt. J.R. Wever, van Noorwegen naar Harlingen, op de Wittetonsrug gestrand – zie ons nommer van 6 dezer – is volgens brief van Zoltkamp van de 10e dezer, de 8e dito weder in vlot water en bij Oostmahorn ter anker gekomen. Het had de ankers moeten laten slippen, die later weer opgehaald werden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Aberdeen, 9 november. De te Veendam te huis behorende kof HARMONIE is de 4e dezer op 38º N.B. en 28º O.L. door kapt. Lee, voerende het schip UEA, in zinkende toestand verlaten drijvende gezien. Het schip HARMONIE, kapt. Doewes, van St. Petersburg naar Amsterdam bestemd, is de 31e oktober de Sont gepasseerd. (opm: kapt. H.A. Doewes heeft zijn kof ROELFINA in 1850 aan kapt. J.J. Mulder verkocht, nieuwe naam HARMONIE, zie verder o.a. NRC 231152)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Ramsgate, 9 november. Het te Emden te huis behorend schip ANTJE BRONS, kapt. Muller, van die plaats naar Bordeaux bestemd, heeft tegen het Westerhavenhoofd gestoten en daardoor de boegspriet gebroken.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Konstantinopel (opm: Istanbul), 30 oktober. Volgens alhier ontvangen bericht zouden in de Dardanellen twee Engelse, twee Oostenrijkse, vier Griekse schepen en een kof verongelukt zijn; één van die schepen was genaamd MARIA, en gevoerd door een zekere Peters; slechts één man der equipage was daarvan gered.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Stolpemünde (opm: Ustka), 7 november. De Nederlandse kof JONGE BOUKE, kapt. Botje, welke hier met averij aan de zeilen is binnengelopen, heeft die schade hersteld en de 4e dezer de reis voortgezet.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

De schepen JONGE ANDRIES, kapt. Steffens (opm: galjoot, kapt. T.A. Steffens), naar Rotterdam, en JOHANNA MARGERETHA, kapt. Huberth (opm: JOHANNA MAGARETHA, kapt. Pieter A. Hubert), naar Amsterdam, beide van Petersburg, zijn de eerste de 3e november en de tweede de 4e november met overgeworpen lading in de haven van Elseneur binnengelopen.


13 november 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hjörring, 6 november. De Nederlandse kof ANTJE SIETSIA, kapt. Huisman (opm: galjoot ANJA SIETSIA, bouwjaar 1851; kapt. Nantko Jans Huisman), van St. Petersburg met rogge naar Amsterdam bestemd, is hedenmorgen bij Horne (opm: vlak ten zuiden van Hirtshals) gestrand. De bemanning is gered. Of het schip behouden kan worden, is voor alsnog onzeker. (opm: zie NRC 151152)


  AH - Algemeen Handelsblad

Nieuwe Diep, 11 november. Men is op ’s rijks marinewerf ijverig bezig met het klaar maken van het oorlogsfregat PALEMBANG; naar men verzekert, wordt het in de eerste dagen der maand januari van het volgende jaar in dienst gesteld en zou de bestemming naar Oost-Indië wezen.Verder wordt nog in de loop dezer maand de kanonneerboot No. 38 in dienst gesteld.


  DC - Dordtsche Courant

Amsterdam, 10 november. De Hannoverse kof NEPTUNUS, kapt. H. Drijer, van de Elve, met tarwe en bonen, naar Londen, is, volgens brief van Texel van den 10 dezer, de vorige nacht, op het Eijerland gestrand, doch men zou trachten het af te brengen; de lading wordt gelost.


  DC - Dordtsche Courant

Het schip BARBARA, kapt. Orhaus, van Stockholm naar Vlaardingen, is, 30 oktober, bij Doggersbank gezonken, doch het volk gered.


  DC - Dordtsche Courant

Lerwick, 3 november. De vishoeker GOEDE VERWACHTING, schipper Versteeg van Vlaardingen, is in een hevige storm uit het Z.O., van de Schotse kust gestormd en alhier binnen gelopen. Hij was zes weken in zee, en heeft 250 vaten haring gevangen.


  JC - Javasche Courant

Batavia, 12 november. Gisteren is alhier aangekomen het Nederlandse schip JAVA, kapt. L. Tuk, met 2 passagiers en Zr.Ms. troepen, vertrokken van Amsterdam de 26e juli.


  JC - Javasche Courant

Grissee, 3 november. Met een praauw van Lombok is alhier aangekomen de stuurman Cauteron van het Nederlands-Indisch barkschip WADIAT TULBARIE, gezagvoerder Sech Achmat bin Mohamad Baoeseer, met het bericht, dat het genoemde vaartuig de 3e oktober te
8 ure namiddags in de Straat Allas, op de kust van Lombok bij Punt Segar, schipbreuk heeft geleden. Door de ijverige hulp van de radja van Lombok en de hoofden der bevolking is de lading Sandelwoodpaarden met al wat aan boord was, behouden geworden.


  JC - Javasche Courant

Advertentie. Benodigd NLG 50.000 op bodemarij, onder verband van het Nederlandse schip DOCTRINA ET AMICITIA, gezagvoerder T.C.H. Wijnandts, en de eventueel door hetzelve te verdienen vrachtpenningen, liggende genoemd schip thans ter rede Soerabaija.
Gegadigden worden verzocht hun inschrijvingsbiljetten voor op op de 20e dezer, des voormiddags, in te zenden ten kantore van de notaris J.C. Meijer in de Binnen-Nieuwpoortstraat te Batavia, kunnende zij inlichtingen bekomen bij de ondergetekenden.
Batavia, 6 november 1852, Haager & Schuurman.


15 november 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Javasche Courant, 1 september. Volgens het Anjer-rapport van doorgezeilde schepen van de 27e augustus is het Nederlandse schip AMICITIA, kapt. D. Crap Hellingman, de 26e aldaar gepasseerd, aan boord hebbende drie schipbreukelingen van het bij Christmas-Eiland (opm: 10º30’ Z.B. 105º30’ O.L.) verongelukte schip VICE-ADMIRAAL RIJK, welke personen op dat eiland 56 dagen in de grootste ellende hadden doorgebracht. De drie geredde personen hebben verklaard (opm: voor verklaring zie JC 010952; zie ook NRC 100253).
Nadat deze berichten ontvangen waren, ontstond het vermoeden, dat zich op Christmas-Eiland, behalve de door de AMICITIA geredden, nog andere schepelingen, afkomstig van het verongelukte koopvaardijschip, konden ophouden; dientengevolge is Zr.Ms. stoomschip SAMARANG, onder bevel van de luitenant-ter-zee 1e klasse J.J. Wichers, door de schout-bij-nacht, commandant van Zr.Ms. zeemacht in Oost Indië en inspecteur der marine, onmiddellijk derwaarts gezonden, tot het instellen van een nauwkeurig onderzoek. Die last, met de meeste zorg en ijver ten uitvoer gebracht, heeft tot uitkomst gehad, dat men geen enkel spoor, zelfs van de aanwezigheid van mensen, heeft bespeurd, en ook niets van een vuur heeft ontwaard. Ten overvloede zijn nog kanonschoten gelost tot het wekken der aandacht in het hoogst onwaarschijnlijke geval, dat zich mensen in het hoge en bijna ondoordringbare binnenland mochten ophouden. De SAMARANG had gedurende de reis harde koelten en hoge zee, eveneens bij het herhaald stomen langs en oponthoud bij het eiland, hetwelk na 1½ etmaal is verlaten, toen de commanderende officier de stellige overtuiging had verkregen, dat er niets meer te verrichten viel.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 28 september. Scheepsvrachten. Het schip VICE ADMIRAAL RIJK is de 28e juni op het Christmas eiland totaal verongelukt, zie hierboven.
Voorts valt van Nederlandse schepen het volgende te melden: de SPHYNX, van Australië gearriveerd, was weer derwaarts bevracht; de MACAO is vertrokken naar Macasser; de CANTON laadt suiker en tabak te Samarang voor Amsterdam à NLG 85 zonder meer, maatschappij tarief; de AMICITIA, laadt gouvernements thee à NLG 100 zonder meer (staat gelijk met NLG 68 voor rijst), suiker voor NLG 80 en de overige artikelen à NLG 85; de JUNO laadt voor Rotterdam rijst à NLG 78 en suiker à NLG 83; de JACOBA voor Rotterdam koffij à NLG 75 en suiker à NLG 85; de TERNATE is bevracht naar China voor NLG 15000 bij de roes (opm: onafhankelijk van het gewicht of de hoeveelheid van de ingenomen lading). Het Engelse schip, ELEONORA is in China gecharterd om hier te laden voor Cowes om order à GBP 3.15, de EANEDALE is vertrokken naar Singapore, de EMMA EUGENIA laadt rijst en suiker à GBP 3.5 en arak à GBP 3.10 voor Bremen. Het Bremer schip LOUISE CESAR bevracht naar China en terug voor 2200 dollars bij de roes en de GELLERT à GBP 3.10 naar het Nieuwe Diep. Er is momenteel gebrek aan disponibel scheepsruimte.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Harwich, 11 november. Kapt. Milne, voerende het schip JESSIE, van Hamburg alhier gearriveerd, rapporteert, dat hij op 50 mijlen afstand van Flamborough Head een ontramponeerde Nederlandse kof gepasseerd is, zijnde volgens de papieren het schip HERSTELLING, kapt. Wiersma, van Riga met een lading hout naar Amsterdam bestemd. Reeds in ons nommer van 6 dezer, art. Grimbsby, maakten wij van dit schip melding.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Dartmouth, 11 november. Het Oldenburgse schip ANNA ELISE, kapt. Oltmans, van Hamburg naar Porto Rico bestemd, is deze morgen door een Nederlandse kof aangezeild en kort daarna gezonken. De bemanning is door de loodsboot RANGER van deze plaats gered en alhier aangebracht.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Dardanellen, 30 oktober. De Nederlandse kof ALBERTA SCHURINGA, kapt. Smit, van Newcastle komende, heeft bij Barberspoint op een zandbank aan de grond gezeten, doch is, na een gedeelte der lading kolen overboord geworpen te hebben, met assistentie in vlot water gebracht.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hjörring, 7 november. De in deze nabijheid gestrande Nederlandse kof ANTJE SIETSIA (opm: ANJA SIETSIA) - zie ons nommer van 13 dezer - is wrak geworden en ook de lading is verloren; van het tuig is nog iets geborgen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Elseneur (opm: Helsingör), 9 november. Het schip BOUWINA, kapt. Knol (opm: kof, bouwjaar 1841; kapt. Gerrit Knol), van St. Petersburg naar Amsterdam, is bij Segersted (opm: Segerstad op Öland) zwaar lek op strand gezet. De lading wordt beschadigd geborgen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Elseneur (opm: Helsingör), 10 november. De kof JONGE ANDREAS, kapt. Steffens, van St. Petersburg met lijnzaad naar Amsterdam bestemd, alhier in averij binnen, heeft na geëindigde reparatie onze haven verlaten.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Reval (opm: Tallinn), 5 november. De Nederlandse kof ANTJE SLEEUWIJK, kapt. De Jonge, van Antwerpen met machinerieën naar Kroonstad (opm: Kronstjadt) bestemd, is eergisteren wegens contrarie wind alhier binnengelopen.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. De notaris Goslings, te Harlingen, zal op woensdag de 17de november 1852, des middags 4 ure precies, in het Heren-Logement van D. Minnema, aldaar, in het openbaar verkopen pl.m. 150 vaten potas, meerder of minder beschadigd door zeewater, liggende in Entrepôt, aangebracht van St. Petersburg per het kofschip KLAASSINA BRUINS, kapt. J.F. Smid. Te bezichtigen op de dag van verkoop, van des voormiddags 9 tot 4 ure namiddags, in het Ppakhuis in de Roepersteeg, Wijk C, No. 132.
Nadere informatiën te bekomen bij voornoemde notaris en de heer J. Vellinga, cargadoor te Harlingen.


16 november 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Wij hebben in ons nommer van gisteren de namen van degenen, die bij de schipbreuk van het Amsterdamse barkschip VICE ADMIRAAL RIJK als vermist en vermoedelijk verdronken werden opgegeven, niet medegedeeld, teneinde daardoor te voorkomen, dat deze of gene onzer lezers geheel onverwacht en onvoorbereid de namen van vrienden of betrekkingen mochten lezen. Wij laten dezelve nu volgen. Zij zijn: J. Bakker, gezagvoerder; F. Schelkes, tweede stuurman; H. Vuijk, derde stuurman; M. Zeilstra, bootsman; Monson, zeilmaker; Matzen, timmerman; E. Hollander, kok; P. Visser, P. van der Wal, L. Ringsma, M. Zwensen, E. Hansen, allen matrozen; J. Booij, J. Terhagen, W. Bakker, J. Valkema en P. Engelhart, allen lichtmatrozen. Behouden zijn gebleven: P. Graat, opperstuurman; C. Kipping, matroos en de heer R.A.H.T. Bennet, die zich als passagier aan boord bevond.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Yarmouth-Norfolk, 12 november. Bij Winterton-on-Sea zit, volgens een zo even ingekomen bericht, een Nederlandse kof aan de grond. Nadere berichten ontbreken nog.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Cardiff, 12 november. Het Nederlandse schip (opm: fregat, bouwjaar 1827) GENERAAL CHASSÉ (opm: fregat, bouwjaar 1828; zie NRC 211052, kapt. J.M. de Winter, hetwelk alhier voor enige tijd gestrand is – zie onze nommers van 23 oktober en vroeger – is na ontlossing der lading geëxpertiseerd en afgekeurd. (opm: zie NRC 211052)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Dantzig (opm: Gdansk), 11 november. Het Nederlandse schip MARGARETHA, kapt. Wicher Nannes Riensema, voor wijlen Harding, van Memel (opm: Klaipeda) naar Rotterdam bestemd, is alhier met slagzijde en verlies van anker, ketting, grote boom, verschansing en andere schade binnengelopen. Kapt. Harding is op zee gestorven. De lading bevindt zich in goede staat en behoeft niet gelost te worden.
(opm: kapt. Klaas Freerks Harding, oud 43 jaar, is op 9 november aanboord van de kof MARGARETHA op de positie 54o25’ NB 18o20’ OL overleden)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 15 november. Heden vertrok van deze stad het fregatschip HENDRIKA, toebehorende aan de heren A. van Hoboken & Zonen, beladen met een partij machinerieën, uitmakende twee complete suiker-toestellen, bestemd voor twee fabrieken op het eiland Java, beide vervaardigd in de werkplaatsen van de heren Van Vlissingen, Van Heel en Derosne, Cail & Co, te Amsterdam, benevens het materiaal voor een ijzeren stoomsleper, met deszelfs werktuigen en 12 dito goederen lichters, ten dienste ener door de heer Ridder de Stuers op Java opgerichte stoomsleepvaart-onderneming. Ook dat materieel is afkomstig uit de fabriek van de heren Paul van Vlissingen & Dudok van Heel te Amsterdam.


  DC - Dordtsche Courant

Sheerness, 12 november. Er zijn hier twee Nederlandse barken binnengelopen, waarvan één later gebleken is te zijn de J.C. SCHOTEL, kapt. Beest Holle, van Dordrecht naar Batavia; tussen het andere schip en de wal was nog geen communicatie


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Het schip GEERDINA CORNELIA, kapt. Van Borkum, van Petersburg naar Noordzee, is bij Amager gestrand doch na een gedeelte der lading gelost te hebben weder af en de 6 november te Kopenhagen binnengebracht.


17 november 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 16 november. Het schip ELISABETH EN ANTOINETTE, kapt. Besier, heeft bij het verzeilen van Batavia naar Tagal (opm: Tegal) op Pasop gestoten en is naar Soerabaija vertrokken om te kielen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Het schip SOERABAIJA, kapt. Swart, van Batavia naar Passaroean, is lek te Soerabaija binnengelopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Het schip REGINA, kapt. Gersen, van Tjilatjap (opm: Cilacap) naar Amsterdam vertrokken, is met schade uit zee teruggekomen en de 20e september te Soerabaija binnengelopen om te repareren.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Het schip EDOUARD, kapt. De Winter, was, volgens brief van Batavia, te Port Wakefield (opm: 50 mijl noordwest van Adelaide) zonder equipage liggende, daar allen met de derde stuurman gedeserteerd waren. (opm: zie NRC 181152)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Mauritius, 9 september. Het Nederlandse barkschip RHIJN, kapt. C. Brandligt (opm: in 1823 gebouwd als fregat transportschip Zr.Ms. DE ZEEMEEUW; in 1832 door de marine afgekeurd; in 1835 door kapt. Coenraad Brandligt aangekocht en als bark RHIJN in de vaart gebracht), van Java naar Amsterdam, hetwelk hier in de verlopen maand met averij binnen kwam, is door de kapitein, aangezien het schip te zware reparatiën moest ondergaan, geabandonneerd. De romp en ondermasten zijn voorts voor $ 1255 verkocht. Het droge gedeelte der lading is in de Engelse bark SCIENCE, kapt. Westcott, overgeladen welke daarmee de 1e dezer de reis naar Amsterdam aanvaard heeft. (opm: zie o.a. NRC 030952 en 210952)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 16 november. Alhier zijn aangekomen de 15e dezer de Nederlandse bark JULIE CLAIRE, kapt. H. de Wijn, met vier passagiers, vertrokken van Amsterdam de 29e juli, het Nederlandse schip NIJVERHEID, kapt. J.N. Mooi, vertrokken van Amsterdam de 23e juli, het Nederlandse schip CORNELIA, kapt. J.J.C. Noodt, vertrokken van Amsterdam de 23e juli, het Nederlandse schip KOOPHANDEL, kapt. P.L. Dupain, vertrokken van Rotterdam de 9e augustus, en het Nederlandse schip EDUARD, kapt. J.M. de Winter, vertrokken van Australië de 1e oktober.
De 14e november is de Nederlandse bark VERONICA, kapt. K. Welger, van hier vertrokken naar China.


  JC - Javasche Courant

Voor de dienst der pakketvaart tussen Batavia en Singapore, waarvoor de inschrijvingsbiljetten tot de 19de oktober konden worden ingezonden, zijn geen zodanige biljetten ingekomen.
Alleen is bij de directie der producten ingekomen een missive van de heer Cores de Vries, te kennen gevende, dat hij zich moest onthouden om aan die uitbesteding deel, te nemen, op grond dat hem, bij het met hem reeds gesloten contract voor de stoomvaartdienst tussen Batavia en Padang, de voorkeur was verzekerd voor iedere uitbreiding, welke aan de particuliere stoompakketdienst van Java op de buitenbezittingen en andere plaatsen van de Indische archipel, door het gouvernement mocht gegeven worden, waarom hij da ook vermeende de voorkeur te hebben voor de maildienst naar Singapore.
Men verneemt, dat van gouvernements wege aan de heer Cores de Vries is te kennen gegeven dat, zonder in het minst de rechtmatigheid zijner mening ten deze te erkennen, hij, nu er geen inschrijvingen waren ingekomen, door het gouvernement werd uitgenodigd, om met enige spoed mede te delen, of hij bereid is de bedoelde pakketdienst aan te nemen, en zo ja, onder welke voorwaarden.


18 november 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 17 november. Wij vernemen thans van een zeer geachte zijde, dat het aan ons uit Batavia medegedeelde bericht omtrent de desertie der equipage van het te Port-Wakefield liggende Nederlandse fregatschip EDOUARD, kapt. De Winter – zie ons nommer van gisteren – geheel bezijden de waarheid is, en dat slechts de 3e stuurman en drie matrozen zijn weggelopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 17 november. Het schip MARIA, kapt. H. Faber (opm: kof, kapt. Haike Faber), van St. Petersburg naar Harlingen, is de 18e dezer (opm: oktober) in de Noordzee gezonken, doch het volk door kapt. Mathiesen, voerende de Deense brik PRINCES CAROLINE, gered en te Hull aangebracht en later te Rotterdam aangekomen; kapt. Faber betuigt aan kapt. Mathiesen zijn dank, voor de menslievende behandeling waarmede zij aan boord verpleegd zijn. (opm: zie ook PGC 010253)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Sheerness, 13 november. De tweede Nederlandse bark, waarvan wij in ons laatste bericht de naam nog niet konden opgeven – zie ons nommer van 16 dezer – is de JAVA PACKET, kapt. Van der Meyden, van Rotterdam naar Akyab bestemd. De kapiteins van Beest Holle en Van der Meyden rapporteren, dat zij bij het verlaten van Hellevoetsluis (11 dezer) een stijve koelte uit het O.Z.O hadden, welke ten 10 ure des avonds naar het W.Z.W. uitschoot, ter middernacht naar het noorden en ten 5 ure in de volgende morgen weer O.t.N. was. De gehele nacht door hadden zij stormweder gehad en waren daardoor en door de sterke stroom tussen de Westrocks, Gunfleet en Sunk geraakt, zodat zij zich ’s morgens op een korte afstand van het Sunk vuurschip bevonden, alwaar zij de assistentie van twee vaartuigen hebben aangenomen, welke hen hier te anker brachten. Bovengenoemde kapiteins hebben heden loodsen aangevraagd en denken morgen ochtend hun respectieve reizen naar Batavia en Akyab te vervolgen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Yarmouth-Norfolk, 13 november. Het te Pekel-A te huis behorende schip WELDAAD, kapt. Stubbe, van Newcastle naar Carthagena bestemd, is bij Winterton-on-Sea (opm: 7 mijl noord van Great Yarmouth) op strand gedreven en totaal verbrijzeld. De bemanning is gered.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Elseneur (opm: Helsingör), 11 november. De kof HENDRIK PIETER, kapt. Vil, van Amsterdam met stukgoederen naar St. Petersburg bestemd, alhier in averij binnen, heeft heden na geëindigde reparatiën onze haven verlaten.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Elseneur (opm: Helsingör), 12 november. Volgens berichten uit Visby (opm: op Gotland) d.d. 6 dezer is de te Emden te huis behorende brik CATHARINA, kapt. Poort, van Riga met granen naar de Maas gezeild, de 4e dezer aldaar lek uit zee teruggekomen, hebbende bij het verlaten van Bolderāja aan de grond gezeten. De lading werd in lichters gelost.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Thisted, 11 november. De te Sappemeer te huis behorende kof ANNA MARIA, kapt. Zwiers (opm: bouwjaar 1851; kapt. Swier Tiemens Swiers), van Stettin (opm: Szczecin) met zink en balken naar Londen bestemd, is gisterennacht bij Wangsaa (opm: Vangså, 8 mijl zuidwest van Hanstholm) gestrand. De bemanning is gered, en ook de lading zal geborgen worden. Van de toestand van het schip laat zich echter nog niets zeggen, het zit droog en dicht aan strand. (opm: zie NRC 261152)


  DC - Dordtsche Courant

Dordrecht, 17 november. Donderdag ll. had te Amsterdam een eenvoudige, maar niettemin indrukwekkende plechtigheid plaats. De weleerw. heer dr. E.B. Swalue, hield op het dek van het voor Java bevrachte barkschip de VALPARAISO, enige uren vóór het vertrek van die bodem van voor die stad, een toespraak tot de bemanning, bestaande uit 16 koppen, waarvan slechts 4 vreemdelingen. Kort en krachtig herinnerde Z. Eerw. aan het eerlijk, maar moeilijk bedrijf van de zeeman, hetwelk nog steeds in ere en achting was in Nederland, wanneer slechts de zeelieden zich waardiglijk gedroegen. Hij vermeldde, hoe hij voor enige jaren gelegenheid gehad had, om onze zeelieden, die toen op de Schelde gestationneerd waren, te leren kennen ook van hun goede zijde en dat hij alzo ook belang stelde in hun lot. Hij sprak van de gevaren, waaraan zij blootgesteld waren en vermaande hen, om God steeds voor ogen te houden, onder wiens hoede zij altijd veilig waren. Hij vermaande hen tot ondergeschiktheid aan hun hoofden, tot vredelievendheid, tot hulpvaardigheid onderling en tot matigheid en zedelijkheid. De kapitein beval hij rechtvaardigheid, vastheid en welwillendheid aan, en eindigde met een hartelijk gebed, hetwelk hij in schrift de gezagvoerder overhandigde, benevens enige andere gebeden, welke eerstdaags onder de titel: “Gebeden voor Zeelieden”, voor rekening van het collegie Zeemanshoop en ten voordele van het te stichten Zeemanshuis, in het licht zullen verschijnen. De kapitein beantwoordde deze toespraak op echte zeemanswijze, waarop de bemanning, waarvan velen hun tranen niet bedwingen konden, de predikant een krachtige handdruk gaf en beloofde het toegesproken woord te zullen behartigen. Dit schip vertrekt zonder sterke drank aan boord. De kapitein vond zeer gemakkelijk een equipage, welke op die voorwaarde de dienst aanvaardde. Bij het vertrek der predikant hief het scheepsvolk een driemaal herhaald hoera aan.


  DC - Dordtsche Courant

Sheerness, 13 november. De beide Hollandse barken, welke wij onze vorige opgaven, dat met hulp alhier zijn binnengebracht zijn: de bark J.C. SCHOTEL, kapt. J.P. van Beest Holle, van Dordrecht naar Batavia, en de bark JAVA PACKET, kapt. H. v.d. Meyden, van Rotterdam naar Akyab.
Het blijkt, uit de rapporten der gezagvoerders, dat zij Hellevoetsluis de 11de verlieten, ongeveer te 6 ure na de middag, en dat zij, door de hevige storm en de sterke stroom op de oostkust, tussen de zogenaamde West Rocks, Gunfleet en Sunk bezet geraakt zijn. Zij rapporteren verder, dat, bij het uitzeilen uit Hellevoetsluis de wind was van het O.Z.O. hard waaiende, en dat deze ongeveer 10 ure na de middag plotseling liep naar het W.Z.W. en des nachts wederom naar het N., terwijl te 5 ure in de morgen van de 12, de wind weder liep naar het O. ten N.
Gedurende de gehele nacht woei bij al de windsveranderingen een hevige storm, en was buitengewone donker met een dikke stofregen.
Bij het aanbreken van de dag bevonden de schepen zich dicht bij het zogenaamde Sunk-light-schip, en kort daarna riepen zij de hulp van twee smakschepen in, en werden in deze haven binnengebracht. De diensten door de smakschepen bewezen, zijn bij compromis hier opgemaakt en de J.C. SCHOTEL en de JAVA PACKET, zullen bij gunstig weder hun koers vervolgen.
P.S. Loodsen zijn voor de J.C. SCHOTEL en de JAVA PACKET aangevraagd voor morgen ochtend, om de schepen weder uit te brengen, ten einde zij hun reis voortzetten.


  DC - Dordtsche Courant

Sheerness, 14 november. De wind is opnieuw naar het oosten gelopen met regen, en onderscheiden schepen, die de 12de hier binnenliepen voor de storm, zijn weder vertrokken.


  DC - Dordtsche Courant

Rotterdam, 16 november. Het schip ELISABETH EN ANTOINETTE, kapt. Besier, heeft bij het verzeilen van Batavia naar Tagal, op Pasop gestoten en is naar Soerabaya vertrokken, om te kielen.


19 november 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Lekkerkerk, 17 november. Heden is op de werf van de scheepsbouwmeester J. van Duivendijk onder deze gemeente de kiel gelegd voor het barkschip genaamd MINISTER THORBECKE, groot ruim 300 gemeten lasten, bestemd voor de grote vaart en gevoerd zullende worden door kapt. A. Bennik, voor rekening ener rederij onder directie van de heer A.S. Smits alhier.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 18 november. De op ’s Rijks werf te Nieuwediep op stapel staande schoener MACASSER is nagenoeg voltooid en moet nog gekoperd worden. Dezelve zal, naar men verneemt, met de eerste dagen van het volgende jaar van stapel lopen. De bestemming is waarschijnlijk naar Oost Indië.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 29 september. Het schip DOCTRINA ET AMICITIA, kapt. Wijnandts, van San Francisco alhier aangekomen, heeft op een rif in de Molukse zee gestoten en daardoor lekkage bekomen. Het is de 16e dezer naar Sourabaija vertrokken om te repareren.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Grangemouth, 13 november. Kapt. Kuypers, voerende het schip GEORGE FRIEDRICH, van Dantzig (opm: Gdansk) alhier gearriveerd, rapporteert, dat hij de 4e dezer, op 57º43’ N.B. 02º20’ O.L, een door het volk verlatene ontramponeerde Nederlandse kof gepasseerd is. Het weer was te stormachtig om verdere bijzonderheden op te nemen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Holtenau, 15 november. Het schip GESINA BEERTA, kapt. Giezen (opm: GEERDINA GIEZEN, kapt. H.R. Giezen), van Flensburg met katoen naar Lynn (opm: King’s Lynn) bestemd, is in de nacht van de 13e dezer bij het binnenhalen aan de grond geraakt, echter zonder schade te bekomen. Eergisteren is men begonnen met het schip te lossen. Het zat evenwel heden morgen ten 11 uur nog vast.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Christiaansand (opm: Kristiansand), 12 november. De Nederlandse kof JACOBUS BEGEMAN, kapt. Rink, van Koningsbergen (opm: Kaliningrad) met tarwe naar Yarmouth bestemd, is hier lek binnengelopen en moet lossen om te repareren.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Stavanger, 12 november. Volgens berichten uit Egersund, zijn aldaar van de 4e tot de 7e dezer binnengelopen de Nederlandse koffen VROUW TRIENTJE, kapt. Visser, van Amsterdam met stukgoederen naar Stettin (opm: Szczecin), met slagzij en andere schade, en SARA ANNA CORNELIA, kapt. Rabe, van Amsterdam met stukgoederen naar Rostock, met verlies van boten, zeilen en schade aan het roer (opm: zie NRC 191252, 231152 en 271252).


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Bergen, 11 november. Het tjalkschip ETTINA, kapt. De Jonge, van Londen met stukgoederen naar deze plaats en Stavanger bestemd, is aldaar met verlies van bezaanmast aangekomen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Kopenhagen, 13 november. De schoener BEERTA HENDRIKA, kapt. Stuit, met een lading lijnzaad van Riga naar Amsterdam bestemd, is de 10e dezer bij Dragöe (opm: Dragor) vastgeraakt, doch is na gedeeltelijke ontlossing met assistentie van de wal, weder vlot gekomen en heden met de lichters alhier gearriveerd.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Lernig (opm: Lemvig), 11 november. Eergisteren is bij Rijnensteen (opm: vermoedelijk in de omgeving van Nymindegab) gestrand de Nederlandse kof HET FORTUIN, kapt. G.A. Brouwer (opm: HET FORTUIN VAN DOCKUM), bouwjaar 1848; kapt. Geert Andries Brouwer), van Oporto met een lading wijn naar Bremen bestemd. De bemanning is gered, zomede is de lading en een gedeelte van de inventaris in goede staat geborgen. Over het schip zelf is voor als nog niets met zekerheid te zeggen.
(opm: De Nederlandse consul te Hamburg zond de zeebrief in mei 1853 naar Den Haag met de opmerking ‘schip verongelukt’. Eerder in haar kortstondige bestaan, op 9 oktober 1849, was de kof als ALBERDINA onder kapt. A.A. Wolkammer op Ameland ook al eens gestrand [zie NRC 151049] waarna de zeebrief om die reden was geroyeerd, vermoedelijk omdat de kans op berging nihil werd geacht. Het hol werd echter geborgen en op 5 juli 1850 door koopman O.A. Brouwer, Dokkum, gekocht, op 28 augustus 1850 als HET FORTUIN VAN DOCKUM verkocht aan kapt. G.A. Brouwer die de kof opkalefaterde om er mee naar zee te gaan.
Nu gebeurde in Denemarken wat eerder op Ameland had plaatsgevonden: de kof werd opnieuw geborgen en hersteld. De nieuwe eigenaar H.P. Ruger uit Struer bracht de FORTUNA onder kapt. J. Mathiesen weer in de vaart. In mei 1862 werd de firma Andrup & Co. uit Limbig, de nieuwe eigenaar. Een kapitein Petersen heeft er tot 1868 mee gevaren, waarna het spoor dood loopt; sloop van deze taaie kof met minimaal drie levens is waarschijnlijk)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

St. Petersburg, 9 november. Het schip ALEXANDER, kapt. Bakker, van Amsterdam herwaarts gedestineerd, is de 7e dezer lek te Kroonstad (opm: Kronsjtadt) binnengebracht; de lading was waarschijnlijk onbeschadigd gebleven.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Het schip ANTJE SLEESWIJK, kapt.de Jong, te Lemmer tehuis behorende en van Antwerpen naar Croonstad, is de 5 november te Reval wegens tegenwind en mist binnengelopen.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Het schip WILHELMINA CATHARINA, kapt. Fenenga, van Flensburg naar Firth of Forth, is de 13 november lek en met andere schade te Cuxhaven binnengelopen en in de haven gekomen.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Het schip MARGARETHA, kapt. Harding uit Pekela, van Memel naar Rotterdam, is de 10 november met slagzijde, verlies van anker en ketting, gebroken braadspil en grote zeilboom enz. te Danzig binnengelopen, hebbende bij Neufahrwasser aan de grond gezeten.


20 november 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. De verkoop van het barkschip, WILLEM ERNST, kapt. W.J. Doornik, op deszelfs terugreis van Batavia naar Amsterdam, aangeslagen tegen 22 november aanstaande, zal geen voortgang hebben, en zullen de schepen HELENA, kapt. Wittebol, en JAPAN, kapt. Willers, afzonderlijk worden verkocht en niet tezamen daarna in slag worden gelegd, zoals vroeger bij biljetten was omschreven.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. IJzeren stoomboot te koop. Wordt te koop aangeboden een snelvarende ijzeren zee-stoomboot, lang 39,5, wijd 5,12 en hol 2,69 Nederlandse ellen, voorzien van een paar stoomwerktuigen van lage drukking, van een gezamenlijk vermogen van 90 paardenkracht met zijn complete inventaris. Voornoemde boot, welke tot het laden van een niet onaanzienlijke hoeveelheid goederen kan worden ingericht, bevindt met de daarin geplaatste stoomwerktuigen, in de best mogelijke staat. Te bevragen bij de Friesche Stoomboot-Reederij, adres de heer D. Kraijer te Harlingen, en bij de heer Paul van Vlissingen te Amsterdam.


  RC - Rotterdamsche Courant

Hei barkschip HENRIETTE, kapt. J.M. van der Veen, van Rotterdam naar Cardiff, is den 13 dezer te Sheerness binnengelopen.


  JC - Javasche Courant

Op een nader te bepalen dag zal ten kantore van de notaris N. Schrant een inschrijving voor bodemerij op het Franse driemastschip ISLY, kapt. P. Cahour, van Nantes, en op deszelfs lading, geopend worden; de dag van inschrijving en de gevraagde som zullen nader bekend gemaakt worden.
Voor nadere informatiën adressere men zich aan de agenten R. Kervel & Co.
Soerabaija, 6 november 1852.


  JC - Javasche Courant

Tot op de 24ste dezer, des middag ten 12 ure, zullen ten kantore van de notaris Z.A. Eekhout, te Soerabaija, biljetten worden aangenomen van inschrijving op wissels, tot een bedrag van ongeveer NLG 30.000,-, getrokken door kapt. A. Gersen op de rederij van zijn onderhebbende bodem REGINA, liggende te Soerabaija, ter zake van averij grosse op denzelven.
Soerabaija, 8 november 1852, notaris van Sonsbeek, als generale gemachtigde van S. van Soest.


  JC - Javasche Courant

Batavia, 19 november. De 16e dezer zijn alhier aangekomen het Nederlandse schip ZEELAND, kapt. F. de Winter, vertrokken van Liverpool de 28e juli, het Nederlandse schip GELDERLAND, kapt. A. van Oosteroom, met enige passagiers, vertrokken van Amsterdam de 29r juli, het Nederlandse schip SUMATRA, kapt. J.A. Keeman, vertrokken van Rio de Janeiro de 7e september.
De 17e dezer zijn alhier aangehomen de Nederlandse brik BANTAM, kapt. B.G. van Bolck, vertrokken van Schiedam de 11e juli, en de Nederlandse bark ALBLASSERDAM, kapt. P.G. Pott, vertrokken van Wakefield de 6e november.


21 november 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Texel, 19 november. Het schip LOUISE CHRISTINE, kapt. Peters, van hier naar Suriname, is heden uit zee terug gekomen, Hetzelve is in aanzeiling geweest met de Franse schoener ALCYON, kapt. Morzon, van Rotterdam naar St. Brieux bestemd, waarvan de equipage op de LOUISE CHRISTINE is overgesprongen en alhier aangebracht. De ALCYON is de 16e dezer te Harwich binnengebracht.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Advertentie. Verkoop van een kofschip. Uit de hand te koop op aannemelijke voorwaarden, het kofschip HESPERUS, groot 127 gemeten tonnen met complete inventaris, thans liggende te Harlingen. Gegadigden gelieve zich te adresseren bij kapt. R. Helmers. (opm: de kof werd verkocht aan kapt. R.J. Adema, Harlingen, nieuwe scheepsnaam ANTJE ANTJE)


22 november 1852


  AH - Algemeen Handelsblad

Texel, 19 november. Terug uit zee de LOUISA CHRISTINA, kapt. L.C. Peters, naar Suriname, is in aanzeiling geweest met het Franse schip ALCYON, kapt. Malson, van Rotterdam naar St. Brieuc gedestineerd (opm: zie RC 231152). De equipage, bestaande uit vier personen, is door kapt. L.C. Peters gered en alhier aangebracht.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Te koop: Een in aanbouw zijnde schoener, in het voorjaar klaar kunnende zijn, groot ongeveer 150 ton of 80 gemeten lasten. En een in aanbouw zijnde tjalk, lang 52 voet, wijd 12 ½ voet. Te bevragen bij C.P. Bakker, te Lemmer.


23 november 1852


  RC - Rotterdamsche Courant

Texel, den 19 dezer. Het barkschip LOUISA CHRISTINA, kapt. L.C. Peters, van Amsterdam naar Suriname, is den 19 dezer in het Nieuwe Diep uit zee terug gekomen, zijnde in aanzeiling geweest met den Franse schoener ALCYON, kapt. L. Moizanon, van Rotterdam naar St. Brieux, welks bemanning op de LOUISA CHRISTINA is over gesprongen en in het Nieuwe Diep aangebracht. (De ALCYON is te Harwich binnen gebracht.)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Falmouth, 18 november. Het Nederlandse driemast schoenerschip PRINSES CHARLOTTE (opm: barkentijn PRINCES CHARLOTTE), kapt. Harms, van Rotterdam naar San Francisco bestemd, is heden met verlies van zeilen, ra’s, vermoedelijk gebroken roer en meer andere schade, alhier gearriveerd. Deze schade is veroorzaakt door een hevige storm uit het Z.W. in de nacht van de 16e op de 17e dezer, zijnde de wind zo hevig, dat er geen mogelijkheid bestond om de gegeide zeilen (opm: de zeilen waren reeds opgehaald, maar nog niet langs de ra’s opgebonden) vast te maken, waardoor men genoodzaakt was, dezelve af te snijden en te kappen, teneinde het schip en overig tuig, met de masten, te behouden. Passagiers en equipage zijn allen wel.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Queenstown (opm: Cobh, Ierland), 17 november. Het Nederlandse schip PRINS HENDRIK, kapt. Goedkoop, hetwelk de 17e oktober alhier met schade wegens aanzeiling is binnengelopen, heeft de reparatie geëindigd, en hoopt na de lading wederom te hebben ingenomen, waarmee hier een aanvang is gemaakt, spoedig de reis te kunnen voortzetten.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Holtenau, 18 november. De Nederlandse kof GEERDINA BEERTA, kapt. Buze, is bij Friedrichsort (opm: in de aanloop van Kiel) aan de grond geraakt, doch gisteren middag, na twee lichters gelost te hebben, vlot en hier in de haven gekomen. Heden is men begonnen om de lading weder aan boord te nemen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rostock, 18 november. Uit Stavanger meldt men in dato de 12e dezer, dat aldaar met gebroken roer, verlies van boten, zeilen, enz, binnen is gelopen, de Nederlandse kof SARA ANNA CORNELIA, kapt. Rabe, van Antwerpen met stukgoed op hier bestemd.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Pillau (opm: Baltyisk), 15 november. De op gisteren van hier naar Koningsbergen vertrekkende Nederlandse kof SJOUKE BOON, kapt. Bultjes, was door het vele ijs, dat zich in het Haff bevindt, genoodzaakt terug te keren.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Kroonstad (opm: Kronsjtadt), 12 november. Het op de 7e alhier van Amsterdam gearriveerde schip ALEXANDER, kapt. Bakker, heeft ten gevolge van het vele ijs een zwaar lek bekomen. De kapitein hoopt evenwel dat de lading, met welker ontlossing men heden begonnen is, nog onbeschadigd zal zijn.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Het schip ANNA CATHARINA, kapt. Grilk, van Rotterdam, hetwelk bij Packerort (opm: Parker Ort, thans: Pakri Neem, Estland) anker en touw verloren heeft, was de 8e dezer bij Skereadden (opm: niet gevonden), teneinde het schip voor stranden te behoeden, genoodzaakt de masten te kappen en is hier gisteren met noodtuig in de haven gekomen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Elseneur (opm: Helsingör), 14 november. De schoener VICTORIA, kapt. Janssen, van Riga met rogge naar de Maas bestemd, is hier heden met overgeschoten lading binnengelopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Elseneur (opm: Helsingör), 15 november. Het te Veendam te huis behorende kofschip ZWIJGER, kapt. Weyland, van Dantzig (opm: Gdansk) met tarwe naar Hull bestemd, is met overgeschoten lading en onklare pompen alhier aangekomen. Hetzelve heeft op de rede moeten ankeren, dewijl het door de Z.O. storm, die heden woedt, niet mogelijk is het schip in de haven te brengen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Stockholm, 12 november. De schoener EILIDA, kapt. Schut (opm: waarschijnklijk buitenlander), van Kopenhagen komende, is zondagavond (opm: 7 november) bij Dalarö (opm: 59º08’ N.B. 18º25 O.L, 16 mijl zuidoost van Stockholm) verongelukt.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

St. Petersburg, 8 november. Onder meer andere overwinteren alhier en te Kroonstad (opm: Kronsjtadt) de navolgende Nederlandse schepen als: JANTINA, kapt. De Boer; SARA, kapt. Botje; GESINA ALIDA, kapt. Botje; ALEXANDER, kapt. Bakker; GEORG, kapt. De Grooth; SIEKA, kapt. De Groot; HENDRIKA JANTINA, kapt. Hazewinkel; DE VIJF GEBROEDERS, kapt. Holscher; JAN HERO, kapt. Naatje; JOHANNA, kapt. Kranenborg; GEZINA, kapt. Pinksterboer; DE HARMONIE, kapt. Roelfsma; AALTJE PRONK, kapt. Schuur; JANTINA ROELINA, kapt. Schreuder; ANNEGINA, kapt. Schuring; CATHARINA, kapt. Scheltz; ANNA MARGARETHA ADRIANA, kapt. Stenger; JACOB SYNES, kapt. Schut; ST. PETERSBURG PAKKET, kapt. Teensma; BETJE PRONK, kapt. Vos; AUKJEN, kapt. Veenstra en GESINA, kapt. De Boer.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

St. Helena, 21 september. Het schip STRAAT SUNDA, kapt. Holm, van Batavia naar Amsterdam, heeft zware stormen doorgestaan en daardoor lekkage en meer andere schade bekomen en 250 balen rijst overboord moeten werpen. Hetzelve heeft alhier de nodige reparatie gedaan, en is thans weer gereed om de reis voort te zetten.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Lowestoft, 19 november. Kapt. Carpenter, van Dantzig (opm: Gdansk) naar Londen, alhier binnengelopen, heeft de 10e dezer, bij de Fern Eilanden (opm: Farne Islands, 55º38’ N.B. 01º37’ W.L.) gezien, een masteloze, vol water drijvende en door het volk verlaten Nederlandse kof. (opm: HARMONIE, zie volgend bericht)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Stavanger, 8 november. Heden is alhier aangebracht de bemanning van de in de Noordzee verlaten Nederlandse kof HARMONIE, kapt. Mulder (opm: bouwjaar 1835; kapt. Jurjen Jans Mulder, Veendam), van Amsterdam naar Stettin (opm: Szczecin) bestemd. (zie NRC 121152, voorgaand NRC 231152, PGC 031252, PGC 071252 en PGC 010253)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Falmouth, 19 november. Het schip JONGE JACOBUS, kapt. Van Rijn, van Newcastle naar Barcelona, is alhier lek en met meer andere schade, binnengelopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Pillau (opm: Baltyisk), 17 november. De Nederlandse kof MARTHA, kapt. Nieboer, is hier heden, geholpen door de stoomboot MERCAR, welke een doortocht door het ijs gebaand heeft, van Koningsbergen (Kaliningrad) gearriveerd.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Helsingsfors (opm: Helsinki), 11 november. Volgens een schrijven uit Ekenäs (opm: Tammisaari), d.d. 8 dezer, is aldaar door enige visserslieden een man gered (opm: P.J. de Roos, zie NRC 130153), welke zij op een klip gevonden hebben. Volgens zijn zeggen is hij kok geweest op het Nederlandse schip HARMONIE, kapt. Korll (opm: onjuist, kapt. Karll), van Newcastle met kolen enz. naar Reval (opm: Tallinn) bestemd, en zou die bodem de 3e dezer op circa 1 mijl west van Hanguöd (opm: in de Tammisaaren Saaristo Archipel) gezonken en de overige bemanning waaronder ook de kapitein zijn familie, daarbij omgekomen zijn. (opm: zie NRC 241152, 181252 en 220958)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Elseneur (opm: Helsingör), 17 november. De Nederlandse kof ZWIJGER – zie ons nommer van gisteren – is heden lek in de haven gekomen.


  AH - Algemeen Handelsblad

Verkoping van schepen op 22 november 1852 in de Nieuwe Stads Herberg aan het IJ te Amsterdam:
- Fregatschip HELENA: NLG 28.000, in slag NLG 15.000, koper G.J. Boelen. (opm: makelaar)
- Fregatschip JAPAN: NLG 23.000, koper H.J. Rietveld. (opm: makelaar; koper C. Gijselaar e.a., vertuigd naar bark, nieuwe naam PHOEBUS en kapitein C.P. Beck)


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Publieke Verkoping op Texel. Kapt. C.H. Dreijer, als daartoe behoorlijk geautoriseerd, presenteert op woensdag de 24ste november e.k., des middags 12 ure, te de Cockdorp in Eijerland, ten overstaan van de te Texel residerende notaris Mr. Willem Bok, publiek te verkopen het door hem gevoerd geweest zijnde Hannoverse everschip NEPTUNUS, zo als hetzelve thans op de Eijerlandsche Stranden is zittende, benevens de daarvan geborgen tuigage, bestaande in 8 stuks zeilen, 2 ankers, 2 kettingen, kabeltouw, staand en lopend touwwerk, scheepsboot, rondhouten en wat verder zal worden gepresenteerd. En eindelijk: Circa 1 last paardenbonen en 1 last tarwe, uit genoemd schip gelost, en zwaar door zeewater beschadigd.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Het schip GEERDINA BEERTA, kapt. Giezen, van Flensburg naar Lynn, is volgens brief van Holtenau van de 15 november in de nacht van de 14 dito zonder schade op het rif van Friedrichsort geraakt en had een lichter bij zich. Volgens bericht van de 18 dito was het schip van het rif af en te Holtenau binnengekomen.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Het schip BEERTA HENDERIKA, kapt. Stuit, van Riga naar Amsterdam, is de 10 nov. bij Dragør aan de grond geraakt, doch met behulp van het land en na een gedeelte der lading in lichters gelost te hebben, af en de 13 dito te Kopenhagen binnengekomen.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Het schip ANTINA, kapt. Westers (opm: galjoot, kapt. J.A. Westers), van Stettin naar London, is de 14 november in zinkende staat te Yarmouth (opm: Great Yarmouth) binnengebracht en was bezig met lossen.


24 november 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 23 november. Aangaande het de 3e dezer bij Ekenäs (opm: Tammisaari) gezonken kofschip HARMONIE, kapt. S. Korll, te huis behorende te Pekel A – zie ons vorig nommer – wordt volgens particulier bericht van Helsingfors (opm: Helsinki) van de 1e dezer gemeld, dat daarbij zijn omgekomen de kapitein (opm: P. Karll), diens vrouw, hun beide kinderen, de stuurman R. Korll en de matrozen H.B. Mortaag en J. Tietsema, terwijl de geredde persoon is de kok P.J. de Roos.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 23 november. Men meldt uit Hellevoetsluis in dato 20 november, dat de brik DE PIJL buiten dienst is gesteld en het état-major op non-activiteit gesteld is geworden.


  JC - Javasche Courant

Soperabaija, 20 november. De alhier ter rede liggende schoeners SOEIKIT en FATHAL RACHMAN zijn herdoopt. De SOEIKIT Is thans genaamd de WALVISCH en de FATHAL RACHMAN heet nu SALAPARANG.


25 november 1852


  DC - Dordtsche Courant

’s Gravenhage, 23 november. Het hier te huis behorende paviljoenschip de VIJF GEZUSTERS, schipper P. Schaap (opm: binnenvaarder), geladen met steenkolen en stukgoederen, is l.l. zondag op de hoogte van de Willemstad verongelukt. De inventaris is gedeeltelijk geborgen. Gisterenavond zijn de vrouw en 6 kinderen hier aangekomen.


  DC - Dordtsche Courant

’s Gravenhage, 23 november. Men schrijft uit Hellevoetsluis, van 23 november: Men verneemt, dat een voornaam zeeschilder, in overleg met de heer Penning Nieuwland, onder-inspecteur over het loodswezen te Brouwershaven, een aanvang heeft gemaakt met een fraai schilderij in olieverf te schetsen, van het gebeurde bij de redding van de equipage van het Oostenrijkse brikschip PEGNO D’AMICIZIA, welk schilderstuk ten voordele van de weduwen en wezen der wakkere varensgezellen van Hellevoetsluis, die op 26 oktober jl. bij de pogingen, daartoe aangewend, zo ongelukkig zijn omgekomen, zal worden verloot.


  DC - Dordtsche Courant

Volgens nadere berichten uit Triëst, bij het K.K. Oostenrijkse consulaat-generaal te Amsterdam, hebben de bijdragen ter ondersteuning van de nagelaten weduwen en wezen van de verongelukte 9 Hellevoetsluizer zeelieden zulk een gunstige voortgang gehad, dat reeds een som van NLG 2.622,74 aan genoemd consulaat-generaal is kunnen worden overgemaakt, om aan het gemeentebestuur van Hellevoetsluis ter verdeling onder de ongelukkige betrekkingen te worden ter hand gesteld.
De treurmars, dat 9 Hollandse zeelieden, in hun pogingen tot bijstand en redding van het Oostenrijkse schip PEGNO D’AMICIZIA en deszelfs equipage, de dood in de golven hadden gevonden, heeft de algemene deelneming van de Triëster handels- en zeemansstand opgewekt. Een gevoel van diepe droefheid en dankbare bewondering voor Neêrlands strandbewoners bezielde allen, en gaarne gaf iedereen zijn sympathie voor dezen en voor het bevriende Nederland, in ruime bijdragen voor de ongelukkige weduwen en wezen, te kennen. De zee assurantie-maatschappijen te Triëst hebben NLG 1.020,-, de Oostenrijkse Lloyd NLG 200,- en her beurs-comité NLG 1.300,- bijgedragen.


  DC - Dordtsche Courant

Amsterdam, 23 november. Volgens brief van kapt. Boelhouwer, voerende het schip JAVA’S WELVAREN, van hier naar Californië, in dato Valparaiso 30 september, had bij de geleden schade hersteld en dacht, 2 oktober, de reis naar San Francisco voort te zetten; aan boord was alles wel.


  DC - Dordtsche Courant

Lowestoft, 19 november. Kapt. Carpenter, van Dantzig naar Londen, alhier binnengelopen, heeft den 10 dezer, bij de Feru Eilanden (opm: mogelijk Farø eiland ten Noorden van Falster), gezien een mastenloze, vol water drijvende en door het volk verlaten Nederlandse kof.


26 november 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 25 november. Heden werd op ’s Rijks werf te Amsterdam de kiel gelegd voor de korvet MEDUSA, de eerste oorlogsbodem der Nederlandse zeemacht, welke bestemd is om als zeilschip tevens voorzien te worden van een hulpstoomvermogen en waterschroef. Wij vernemen, dat de wapening dezer korvet, welk een grote lengte verkrijgt, zal bestaan uit geschut van 60 en 30 ponds kogel in een doorlopende batterij. De aanbouw wordt zeer bespoedigd, teneinde zodra mogelijk van zodanig vaartuig gebruik te kunnen maken.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 25 november. Het schip ANNECHINA JOHANNA, kapt. A. Rozema (opm: kof ANNECHIENA JOHANNA, bouwjaar 1849; kapt. Andries Rozema), de 18e oktober van Bo’ness naar Koningsbergen (opm: Kaliningrad) vertrokken, is de 17e dezer op 60º02’ N.B. en 02º46’ O.L. in zinkende staat door de equipage verlaten, die door kapt. J.C. Andersen, voerende het schip APOLLO, gered en de 11e dezer te Grimstad is aangebracht, vanwaar kapt. Rozema, de 18e dezer, met de overige manschappen, te Groningen is aangekomen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlissingen, 23 november. Het schip NEERLANDS WELVAREN, kapt. Hansen, van Marseille alhier binnen, is zwaar lek en moet lossen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Aberdeen, 22 november. De VROUW MARGARETHA, kapt. Vlas (opm: tjalk VROUW MARGRIETHA, bouwjaar 1839; kapt. Jacob Berends Vlas), van Wismar naar Leith, is de 19e dezer in de bocht bij Port-Lathen gestrand. De bemanning is gered en men is thans bezig met de lading te lossen. Het schip is vol water gelopen.

NRC 261152
Thisted, 17 november. Van het in de nacht van de 9e op 10e dezer bij Wangsaa (opm: Vangså) gestrande kofschip ANNA MARIA, kapt. Swiers, is de gehele lading geborgen, het schip is wrak. (opm: zie NRC 181152)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Strömstadt, 10 november. Het schip JOHANNES, kapt. Hansen, van Noorwegen naar Antwerpen is de 7e dezer bij Tjalbacka gestrand, doch later masteloos en wrak, te Floron binnnengebracht.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Aldborough, 20 november. Het schip CATHARINA, kapt. Zeegers, van Koningsbergen (opm: Kaliningrad) naar Plymouth, is alhier lek, met verlies van verschansingen, boot en anker binnengelopen, hebbende de 9e dezer een storm doorstaan.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Lübeck, 22 november. De tjalk TJAPKA SCHURINGA (opm: TJAPKO SCHURINGA), kapt. H.F. Drent, van Stockholm met een lading ijzer naar Nederland bestemd, is bij Bornholm gezonken; de bemanning is gered. (opm: zie ook NRC 031153)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Lübeck, 22 november. Het schip VERTROUWEN, kapt. Meeter van Stolpmünde (opm: Ustka) naar Leith, is de 18e dezer wegens storm te Kungsbackafjorden (opm: ten zuiden van Göteborg) binnengelopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Calmar (opm: Kalmar), 8 november. Het schip ELSINA, kapt. Berghuis (opm: kof ELSIENA, bouwjaar 1848; kapt. Harm Middel Berghuis), van Memel (opm: Klaipeda) naar Bordeaux bestemd, is aan de zuidelijke hoek van Öland zwaar lek op strand gezet.


 GRC - Groninger Courant

Lijst van de Nederlandse schepen, welke de Sont gepasseerd zijn.
Elseneur, 20 november. H.A. Oldenburger, CATHARINA CORNELIA, van Koningsbergen naar Salcombe, met tarwe. (opm: tijdens deze reis is de kof vermist, zie NRC 310353 en 070553)


27 november 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Ostende, 24 november. Het Nederlandse schip SOPHIA, kapt. Brongers, van Bayonne naar Antwerpen bestemd, is hier lek binnen gelopen en moet lossen om te repareren.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Reval (opm: Tallinn), 16 november. Onder meer andere zal alhier overwinteren moeten het Nederlandse kofschip ANTJE SLEESWIJK, kapt. De Jongen.


  JC - Javasche Courant

Batavia, 26 november. Alhier is aangekomen de 23e november het schip ELISABETH ANTONIA, kapt. J.H. Schippers, vertrokken van Texel de 3e augustus.


29 november 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Helder, 27 november. Heden is met het schip MAGDALENA, kapt. A.P. Klein, komende van Batavia, aangebracht de equipage van een Engelse schoener, die zich op de Gronden (vermoedelijk Eijerlandse Gronden) in zinkende staat bevond.


30 november 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 28 november. De Engelse schoener IRENE, kapt. A. Goodridge, van Newcastle naar Valencia, is de 24e dezer in een hevige storm op de Gronden (vermoedelijk Eijerlandse Gronden) verongelukt, doch het volk door kapt. A.P. Klein, voerende het schip MAGDALENA, van Batavia in Texel binnen, met veel moeite gered en in het Nieuwe Diep aangebracht.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 28 november. Het schip DEN NYE PRÖVE, kapt. A. Dam, van Kopenhagen herwaarts gedestineerd, is volgens brief van Kopenhagen van de 24e dezer, na in een hevige storm zeilen gekapt te hebben, te Mandahl (opm: Mandal) binnengelopen. Aangaande de lading wordt niets gemeld.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 29 november. Volgens brief van kapt. H. Sweijs, voerende het schip SARA JOHANNA, van hier naar Londen, in dato Nieuwe Diep 28 november, had hij, na de 25e dezer bij Orfordness in het gezicht der vuren een Engelse loods aan boord gekregen te hebben, door toenemend stormweer weder zee moeten kiezen en in de nacht van de 25e op de 26e dezer een vliegende storm doorgestaan, waardoor het groot- en voormarszeil uit de lijken sloegen en was hij alzo genoodzaakt geweest op de rede van Texel terug te komen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Farsund, 13 november. Het schip (opm: schoenerkof) EPPIEN, kapt. K.J. Potjewijd, van Londen naar St. Petersburg, is alhier met schade aan tuigage en zeilen binnengelopen en moet gedeeltelijk lossen (opm: zie PGC 070653).


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Verkoop bij rechterlijk gezag van het gekoperde Belgische fregatschip, genaamd PRINCESSE CHARLOTTE, liggende in de Haringvliet, binnen deze stad, lang, volgens meetbrief, 43 el 10 duim (opm: 43,10 meter), wijd 7 el 31 duim, hol 5 el 96 duim en alzo groot 835 tonnen, met al deszelfs staand en lopend want, ankers, kettingen, touwen, zeilen en verdere scheepsgereedschappen, ingevolge inventaris, gevoerd geweest door kapt. Vincent de Best, ten verzoeke van de heren Kuyper, Van Dam & Smeer, cargadoors te Rotterdam, te deze domicilie kiezende ten kantore van de voor hen occuperende heer procureur W.S. Burger Jr, aan de Haringvliet, wijk 12, nommer 47, te Rotterdam. Rekwiranten uit krachte van een vonnis, gewezen door de Arrondissements Rechtbank te Rotterdam, in dato 15 november 1852, geregistreerd de 16e daaraanvolgende, ten kantore van de heer ontvanger Van Berkel, in zake van de rekwiranten als eisers contra voornoemde kapt. Vincent de Best, als gedaagde, bij hetwelk hij is gecondemneerd (opm: veroordeeld), om aan de eisers te betalen een somma van drieduizend negenhonderd negenendertig gulden drie en negentig cent, wegens aan hem gedane avances (opm: voorschotten)en te zijne behoeve gedane uitschotten (opm: betalingen), met de interessen en kosten en daarvoor hetzelve schip en toebehoren speciaal verbonden en executabel; en daarna arrestanten op hetzelve schip en toebehoren. De executanten hebben het voorschreven schip en toebehoren ingezet voor een somma van twaalfduizend gulden. De verkoop zal plaats hebben ter audiëntie van de Arrondissements Rechtbank te Rotterdam, op woensdag de 22e december 1852, des voormiddags ten 11 ure precies. De memorie van lasten is gedeponeerd ter griffie van meergemelde rechtbank en kopie derzelve ligt ter visie ten kantore van voornoemde procureur W.S. Burger Jr, te Rotterdam, bij wie ook nadere informaties te bekomen zijn.
Rotterdam, 30 november 1852, W.S. Burger Jr, procureur.


  AH - Algemeen Handelsblad

Harlingen, 26 november. Heden is van de werf Welgelegen door de scheepsbouwmeesters D. & L. Alta met goed gevolg te water gelaten het kopervast schoenerschip WILLEM, groot 191 ton, gevoerd zullende worden door kapt. Jan H. de Weerd voor rekening van de firma Barend Visser & Zoon alhier. (opm: zie LC 270152)


 PGC - Provinciale Groninger Courant

De schepen VOORWAARTS, kapt. Pijbes en ANNECHIENA HARMINA, kapt. Stutvoet, beide van Nantes naar Rotterdam, zijn de 21 nov. ter reede van St. Nazaire uit zee teruggekomen.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Het schip JANTINA, kapt. De Jonge, van Amsterdam naar Stettin, is de 23 nov. bij het vertrek van Amsterdam buiten het Oosterdok tegen een stoel geraakt, heeft daardoor lekkage bekomen en is in het dok teruggekomen, moet lossen om te repareren.


01 december 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Le Palais (Belle Île, Fr), 25 november. In de storm van de 23e op de 24e dezer is alhier op de kust met man en muis verongelukt een Nederlandse kof, beladen met wijn.


  AH - Algemeen Handelsblad

Nieuwendam, 30 november. Heden is alhier van de werf van de scheepsbouwmeester W.H. Meursing met goed gevolg te water gelaten het schip ANNA LENA, groot 140 gemeten lasten, voor rekening ener rederij onder directie van de heer F. Wehlburg te Amsterdam en zullende worden gevoerd door kapt. J.C. Siedenburg.
Hierna werd de kiel gelegd voor een barkschip, groot circa 240 lasten.


  JC - Javasche Courant

Advertentie. Bodemarij tot een bedrag van NLG 46.000 wordt gevraagd op het Nederlandse schip REGINA, kapt. A. Gerzen (opm: bark REGINA, bouwjaar 1847; kapt. A. Gersen, het schip bleef in de vaart), in averij liggende ter rede van Soerabaija.


  JC - Javasche Courant

Advententie. Bodemarij. Op maandag de 6de december 1852, zal ten kantore van de notaris N. Schrant, de inschrijving voor de bodemarij van het Franse schip ISLY, kapt. P. Cahour, van Nantes, en op deszelfs lading gesloten worden; de benodigde som wordt op ongeveer NLG 30.000,- recepis geschat.
Gegadigden worden mitsdien uitgenodigd, hun inschrijvingsbiljetten op gemelde dag, 6 december 1852, ten kantore van de notaris N. Schrant, te Soerabaija in te zenden, kunnende zij inlichtingen bekomen bij de agenten P. Kervel & Co.
Soerabaija, 23 november 1852.


02 december 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 1 december. Heden is van de werf De Boot van de heer F.F. Groen in de Groote Wittenburgerstraat alhier met het beste gevolg van stapel gelopen het barkschip JACOBA EN CHRISTINA, groot 250 lasten en gebouwd voor rekening van de heer Barneveld Kooy.
Naar wij vernemen, zal binnen 14 dagen op dezelfde werf het schip ELIZE HENRIËTTE te water worden gelaten.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

(Geen plaats of datum) Het aan ’s Rijks werf te Amsterdam gebouwde oorlogs-stoomschip SINDORO, onlangs in dienst gesteld onder bevel van van de luit. ter zee 1e klasse Westerouwen van Meteren, verliet heden het Marinedok en stoomde naar het Nieuwe Diep om aldaar getuigd en verder gereed gemaakt te worden voor een reis naar West Indië. De stoomwerktuigen, waarvan het schip voorzien is, hebbende 150 paardenkracht, werden alhier in de Koninklijke Fabriek der heren P. van Vlissingen en Dudok van Heel vervaardigd en zijn onder de persoonlijke zorg van onze verdienstelijke stadgenoot, de heer Radier, in orde gebracht. Gedurende de tijd, dat het stoomschip aan de lands werf lag, hebben de commandant en officieren velen, die dit verlangden, in de gelegenheid gesteld schip en werktuigen te bezichtigen en werd daarvan dan ook met belangstelling en genoegen gebruik gemaakt en ieder met de meeste beleefdheid en voorkomendheid door de heren officieren ontvangen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Portsmouth, 27 november. Heden werd alhier, met verlies van fokkemast, stengen, kluiverboom, zeilen, verschansing en meer andere schade binnengebracht de Nederlandse schoener ZEEBLOEM, kapt. Zeilinga, van Liverpool naar Amsterdam bestemd. Eén man der equipage is uit de voortop gevallen en tengevolge daarvan overleden


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Plymouth, 27 november. Het Belgische schip MARIE EMILIE, kapt. Lams, van Hartlepool naar Singapore, heeft in de storm van 23 dezer de masten verloren en is, met adsistentie van de Nederlandse kof HERMANNA, kapt. Veling, en een loodskotter, hier binnengebracht.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Falmouth, 27 november. Het Nederlandse schip LEEUW, kapt. Muller, van Hartlepool naar Ceylon, is hier heden met verlies van boten, zeilen, kombuis, enz. binnengelopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Magavissey (opm: Mevagissey, Cornwall), 26 november. Het van Amsterdam naar Corfu en Syra (opm: Siros, Cycladen) bestemde Nederlandse schip HARMINA ANNEGINA, kapt. Schippers, is alhier lek, met verlies van boegspriet, voorzeilen en meer andere schade binnengelopen. Het schip heeft 21 dagen reis, is reeds 38 mijlen ten Z W. van de Sorlings (opm: Scilly Islands) geweest.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Elseneur (opm: Helsingör), 26 november. De Nederlandse kof ZWIJGER, kapt. Weyland, naar Hull bestemd, heeft heden na geëindigde reparatie de haven verlaten.


  AH - Algemeen Handelsblad

Amsterdam, 1 december. Aangaande het schip LIBRA, kapt. Trip (opm: bark, bouwjaar 1842, kapt. U. Trip), de 10e mei 1852 van Akyab (opm: in Birma) naar Rotterdam vertrokken, heeft men sedert niets vernomen.


03 december 1852


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Het schip HARMONIE, gevoerd geweest door kapt. Mulder uit Veendam, van Amsterdam naar Stettin, is de 9 november op 57°NB 02ºOL drijvende gezien (opm: zie NRC 231152) door kapt. Halle voerende het schip ECONOMY, te London aangekomen, vroeger was het door twee schoeners bezocht.


04 december 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Milford, 28 november. Het Nederlandse schip THETIS, kapt. Van Duyn, 56 dagen reis hebbende van Konstantinopel naar Holland, is alhier lek, met onklare pompen, verlies van zeilen en boten, binnengelopen. Een man der equipage is de 18de oktober over boord geslagen en verdronken.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. De makelaars H.F.N. & W.H. Montauban Van Swijndregt en F. & W. van Dam, te Rotterdam, als lasthebbende van hun meester, zijn van mening te veilen, op dinsdag de 14e december 1852, des middags ten 12 ure, in de zaal op de hoek der Scheepmakershaven en Bierstraat, wijk 1, no. 499: het snelzeilend Nederlands kofschip CATHARINA HENDRIKA, laatst gevoerd door nu wijlen kapt. R. Kroon, volgens meetbrief lang 20,80 el (opm: 22,80 meter), wijd 3,72 el, hol 1,82 el, en alzo groot 63 tonnen of 33 lasten, met al deszelfs rondhout, staande en lopend want, ankers, touwen, zeilen en verdere inventaris, zo als hetzelve is liggende in de Haringvliet, aan de zuidzijde, te Rotterdam. (opm: het schip werd op 30 maart 1853 opnieuw in veiling gebracht, zie NRC 160353)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Helder, 1 december. De oorlogsstoomboot SINDORO, commandant luit. ter zee 1e klasse Van Meteren, is volgens bericht kort na haar vertrek buiten de stad op een zandbank geraakt en zal moeite hebben er met het lage water af te komen, ten zij de wind noord-west wil draaien.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rendsburg, 29 november. Het schip ZWAANTJE ELISABETH, kapt. Jager, van Riga met lijnzaad naar Ierland bestemd, is alhier met gebroken roer binnen gelopen, doch zal, zodra deze schade hersteld is, de reis weder voortzetten.


  DC - Dordtsche Courant

Dordrecht, 3 december. In de Amsterdamsche Courant leest men: Dezer dagen is alhier verkocht het eerste gedeelte der belangrijke bibliotheek, nagelaten door de heer J. Schouten, scheepsbouwmeester te Dordrecht. Dit gedeelte bestond uit manuscripten, authographen, albums, getijde- en passieboeken, prentwerken, een historische atlas in 27 kunstboeken, een tweede dito, inhoudende portretten, in 37 kunstboeken en derde atlas, met portretten van leden van het huis van Oranje, in 18 kunstboeken. Om in bijzonderheden te treden en op te geven wat de enkele stukken opbrachten, daartoe hebben wij hier geen ruimte; alleen melden wij, dat de historische atlas en de tweede atlas, inhoudende portretten, zijn gekocht voor NLG 4.565,-, door de boekhandelaar Jacobus Radink en wel voor zijn eigen rekening. De derde atlas, met portretten van het huis van Oranje, is gekocht voor NLG 1.616,- en het eigendom geworden van een hooggeacht liefhebber te dezer stede. Het geheel heeft de belangrijke som opgebracht van NLG 15.000,-. Te bejammeren is het, dat de catalogus niet meer uitgewerkt, en ook niet in de Franse taal verkrijgbaar gesteld was. Dat zou de liefhebbers beter hebben doen zien wat er verkocht werd en de overledene door het verzamelen van zo groot een letterkundige schat, een Europese naam hebben geschonken.


  JC - Javasche Courant

Ten vervolge op de berichten in de Javasche Courant van 24 november jl. no. 91, kunnen wij het volgende mededelen:
De 21e oktober jl. zijn te Benkoelen per prauw toop van de heer Duclos van het eiland Engano aangebracht 7 schipbreukelingen, zijnde een Chinees, twee Bengalezen, een Zuid-Amerikaan en drie personen, van Manilla afkomstig.
Deze lieden ondervraagd zijnde, verklaarden dat zij negen maanden te voren met de Engelse schoenerbrik BRIGANTINE, gevoerd door kapt. George, met een bemanning van 44 koppen, en inhebbende een lading opium, van Bombay naar China vertrokken, en na een reis van twintig dagen, in een donkere stormachtige nacht, op de klippen bij het eiland Engano gestrand zijn.
Van het verbrijzelde vaartuig aan land gekomen, waren zij door de bevolking goed ontvangen en behandeld, doch waren de kapitein, de stuurman en enige anderen, ten gevolge van het slechte voedsel (het eiland leverde slechts pisang, obies en kladdie op) overleden.
Te Benkoelen zijn die lieden op last van de assistent-resident verpleegd, en met de eerste gelegenheid naar Batavia verzonden.


  JC - Javasche Courant

De 12de september jl. is op Ternate aangekomen Timothy Paige, gezagvoerder van de Amerikaanse bark URIEKA (opm: mogelijk EUREKA), die verklaarde dat zijn onderhebbend vaartuig, liggende te Maba, op de kust van Halmaheira, wegens zware lekkage de reis niet kon voortzetten, en de resident verzocht een commissie te benoemen, ten einde dit te constateren.
Het onderzoek dier commissie, de afkeuring van het vaartuig ten gevolge gehad hebbende, is hetzelve op verzoek van de gezagvoerder, met machtiging van de resident, publiek voor NLG 2.000,- verkocht.
De gezagvoerder zou met zijn equipage, passagiers en goederen, met het schip de VRIENDSCHAP, gezagvoerder Tavenier, naar Makassar vertrekken.


05 december 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 4 december. Het schip CATHARINA, kapt. G. Wilderman (opm: buitenlander), van Riga herwaarts gedestineerd, is volgens brief van Riga van de 27e november, op de kust van Arendsburg (opm: Kuressaare) gestrand, vol water gelopen en zal met de lading weg zijn, uithoofde men wegens de vorst het ver in zee zittende schip niet kan naderen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Nieuwediep, 3 december. Het stoomschip SINDORO, kommandant luit. ter zee 1e klasse Van Meteren, hetwelk op Pampus aan de grond is geweest – zie ons nummer van 4 dezer – is zonder enige schade vlot gekomen en heden hier gearriveerd.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Port Louis (opm: ten zuiden van Lorient, Bretagne), 28 november. Het Nederlandse kofschip JONGE CATHARINA, kapt. Mink (opm: kapt. J.P. Mink Jr.), van Cardiff naar Malta bestemd, is op de Engelse kust vergaan (opm: onjuist, zie NRC 101252). De equipage is gered en hier aangebracht.


06 december 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Veendam, 3 december. De tot dusverre bekende som, welke in de hier ter plaatse gevestigde zee-assurantiën over dit jaar moet opgebracht worden, bedraagt reeds de somma van NLG 60.950, op een ingeschreven kapitaal van NLG 1.265.600, zijnde dus plm. 5 pct, en zal, zo er nog enige onverhoopte ongelukken bij komen, wel tot 6 pct. stijgen, hetwelk wel aanzienlijk mag genoemd worden, te meer, daar de scheepvaart dit jaar niet zeer voordelig uitgevallen is.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 5 december. Het Hannoverse everschip WANDER, kapt. Möller, van Glasgow met ijzer naar Altona, is volgens brief van Harlingen van de 3e dezer, de 29e november in de Noordzee gezonken, doch het volk door kapt. H.G. Pott, voerende de Nederlandse kof CATHARINA ELISABETH gered en te Harlingen aangebracht.


07 december 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Pauillac (opm: monding Gironde), 30 november. Het Nederlandse schip BROEDERTROUW, kapt. Dijkama, van Liverpool naar Haiti bestemd, is met averij op onze rede binnengelopen. Twee man der equipage zijn door een zee overboord geslagen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Christiaansand, 9-19 november. Zeilklaar TWEE GEZUSTERS, kapt. Keun, naar Harlingen.
(opm: de kof, bouwjaar 1811, kapt. Johan Antony Keun, is tijdens de reis van Christiansand naar Harlingen vermist)


 PGC - Provinciale Groninger Courant

De kof JOHANNA MARGARETHA, kapt. Hubert uit Pekela, naar Amsterdam met lijnzaad, heeft, onder meer andere schepen, de 29 november de haven van Elseneur verlaten.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Van Zr. Ms. consul-generaal te Bergen in Noorwegen, is de mededeling ontvangen dat aldaar met schade was binnengekomen het Nederlandse kof ETTINA, kapt. H. de Jonge van Groningen, komende van London met stukgoederen voor Bergen, Stavanger en Kristiansand. Het schip had door zware stormen veel geleden en moest lossen om te repareren.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Volgens een van de Nederlandse viceconsul te Stavanger ontvangen bericht, is kapt. J.J. Mulder genoodzaakt geweest de met 4 man der equipage van de kof HARMONIE van Veendam, op ene reis van Amsterdam naar Stettin, het schip als wrak op de Noordzee te verlaten (opm: zie NRC 231152). De bemanning is door Salvesen voerende het schoenerschip HERCULES van Dröbak opgenomen en te Stavanger aangebracht.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Advertentie. In de loop deze maand zal ter verkoop worden aangeboden op nader te bepalen tijd en plaats het kofschip genaamd MARIA CATHARINA, groot 98 ton, met al des zelfs toebehoren, liggende te Amsterdam.
Informatie te bekomen bij de scheepskapt. R.H. Mulder te Nieuwe Schans.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Advertentie. Uit de hand te koop het in 1845 gebouwd Nederlandse kofschip DE EENIGE BROEDER, groot 46 roggelasten, gevoerd geweest door kapt. A.H. Wolkammer.
Te bevragen bij dezelve te Farmsum, alwaar het schip is liggende. Brieven franco.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Het schip CERES, kapt. Zelling (opm: kof, kapt. Wilke Jans Zelling), van Cardiff naar Lissabon, is de 24 oktober op 54°30’ NB 70°25’ WL (opm: zie ook NRC 151252 en NRC 090153 waarin de positie: 45º30’ NB 07º25’ WL [tov meridiaan Parijs !]) in zinkende staat door het volk verlaten, door kapt. Larré, voerende het schip JEUNE BASQUAISE, van Duinkerken naar Bayonne bestemd, gered en te Bayonne aangebracht is.


08 december 1852


  JC - Javasche Courant

Batavia, 7 december. Alhier zijn aangekomen:
De 3e december de Nederlandse bark JACOBA CORNELIA, kapt. G.H. Lodewijk, vertrokken van Port Wakefield de 17e oktober.
De 5e december de Nederlandse schepen ANTOINETTA MARIA, kapt. J. Day, met een passagier, vertrokken van Hellevoetsluis de 17e augustus, DELTA, kapt. J.G. Kunst, vertrokken van Hellevoetsluis de 22e augustus, DELFT, kapt. B.J. Muller, met Zr.Ms. troepen, vertrokken van Rotterdam de 3e september, JACOBA HELENA, kapt. J.M. Pfeil, vertrokken van Rotterdam de 3e september, JAN DANIEL, kapt. J.H. Zeeman, vertrokken van Hellevoetsluis de 18e augustus, en GERARDUS JACOBUS, kapt. H.B.C.H. Ruysch, met twee passagiers, vertrokken van Hellevoetsluis de 22e augustus.


09 december 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Reval (opm: Tallinn), 26 november. De Nederlandse kof AEOLUS, kapt. H.E. Steenhuizen (opm: kapt. Harm Everts Steenhuisen), van Antwerpen met machineriën naar Kroonstad bestemd, is op Stoneskär (niet te traceren, waarschijnlijk Finse Zuidkust) gestrand en onmiddellijk vol water gelopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 8 december. De 6e december ten 10 ure des morgens, is te Katwijk aan Zee gestrand het kofschip HENDRIKA, van Veendam, kapt. R.S. van Deest (opm: kapt. Reinder Simons van Deest), komende van Amsterdam en bestemd naar Nantes, geladen met beenzwart. De equipage is met veel krachtsinspanning gered. Van de zeelieden, die zich bij deze gelegenheid in de reddingboot begeven hebben, verdient loffelijke melding te worden gemaakt, doch inzonderheid van twee mannen te paard, G. Hoek en J. Barnhoorn, die, in weerwil van het onstuimige element en eigen levensgevaar, alle pogingen hebben aangewend om de schipbreukelingen behouden aan het strand te brengen.

NRC 101252
Locmariaquer, 1 december. In de nabijheid van Pont Labbé (opm: Pont-l’Abbé, 11 mijl west van Concarneau) is dezer dagen aan strand komen drijven het wrak van de Nederlandse kof de JONGE CATHARINA - zie ons nommer van 5 december artikel Port Louis.


10 december 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Holtenau, 6 december. De schepen LAMBERTHA, kapt. Karst uit Schiermonnikoog, en HENDRIK PIETER, kapt. Vil, beiden van Amsterdam met stukgoederen naar St. Petersburg bestemd, zijn, na de Sont gepasseerd en bereids tot Dagö (opm: Hiiumaa eilanden, 75 mijl zuidwest van Tallinn !) geavanceerd te zijn, door het vele ijs genoodzaakt geworden terug te keren en de 3e alhier binnen te lopen. Eerstgenoemde bodem heeft schade aan zeilen en tuigage bekomen en één man der equipage verloren; het schip zelf echter heeft niet geleden en de kapitein denkt dat de lading onbeschadigd zal wezen. Het schip zal alhier overwinteren.


12 december 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 11 december. Op de werf van de scheepsbouwmeester J. Smit aan het Slikkerveer onder Ridderkerk is de kiel gelegd voor een barkschip van circa 350 gemeten lasten, genaamd OUDERKERK AAN DEN AMSTEL, voor rekening ener rederij onder directie van de heer Wm Ruys J.Dzn, alhier.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hellevoetsluis, 11 december. Heden is alhier door de Loodsboot No. 2, schipper A. van Santen, binnengebracht een Nederlandse sloep, genaamd TRITON, kapt. P. Abeele, geheel door de equipage verlaten en te huis behorende te Nieuwe Diep, komende van Antwerpen met een lading steenkolen en bestemd naar het Nieuwe Diep. De equipage is met eigen boot behouden te Goedereede aangekomen.


14 december 1852


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Advertentie. Mr. B. Haitzema Viëtor, notaris te Winschoten, gedenkt op dinsdag de 25e januari 1853 des avonds te 5 uur ten huize van de weduwe J. Tiddens te Scheemda in openlijke veiling te verkopen het kofschip MARTHA ELISABETH, bevaren door Jan Jans Koster, groot 80 roggelasten met des zelfs volledige inventaris, in den jare 1841 nieuw gebouwd, thans liggende te Amsterdam. De verkoop conditiën en de inventaris liggen ter lezing ten kantore van de notaris B. Haitzema Viëtor. (opm: nieuwe naam HENDRIKA, kapt. H.E. Boswijk).


15 december 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 27 oktober. Vrachten naar Engeland GBP 2.2/- à 2.10/-, naar New York USD 10 à 12. Het Nederlandse schip JAN HENDRIK is naar Batavia gezeild, waarheen de BROEDERTROUW en IDA ELISABETH ook zullen vertrekken, terwijl de TERNATE van daar wordt gewacht en de SPHYNX van Singapore is aangekomen. Per MARY ANN zijn naar Hamburg uitgevoerd 4400 kn. (opm: kanasters) cassia (opm: Padang-cassia = valse kaneel, heeft scherpere smaak dan goede Ceylon-kaneel), 219 kn. steranijs, 100 kn. anijsolie, 150 kn. gallen, enz.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 14 december. Volgens brief van Texel van de 12e dezer, was vermoedelijk in de nacht van de 9e op de 10e dito, in de buitengronden van het Eijerland verongelukt, een kof, de naam onbekend; op de Robbebol waren aangedreven, enig wrakhout, een gedeelte van een vleet, en naambordje, waarop “Margrita”, benevens een deksel van een scheerdoos, waarop met uitgesneden letters “J C Godfry F.W. Genters W.C.“
Nog was de 10e dito op de Stufferslaan gedreven een wrak, waarachter op het naambord met gele letters staat “Emilie Elisabeth von Riga” (het laatste hoogstwaarschijnlijk afkomstig, van het Russische schip EMILIE ELISABETH, van Riga, kapt. De Boer, van St. Petersburg naar Liverpool, de 14e november op het Gunfleet Sand verongelukt).


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 14 december. Het schip ANNA EN MIENTJE, kapt. Hazewinkel, van …..(opm: geen plaatsnaam ingevuld) is de 11e dezer, lek en met verstopte pompen, te Delfzijl binnengelopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 14 december. Blijkens een door Zr.Ms. consul te Bayonne medegedeeld bericht, is aldaar door de Franse brik le JEUNE BASQUAIRE, aangebracht de manschap van het in zee verongelukte Nederlandse vaartuig (opm: kof) CERES, kapt. W.J. Zelling, met een lading steenkolen van Cardiff naar Lissabon bestemd, De gehele equipage, bestaande uit zes koppen, is de 26e november gered geworden, dankzij de onvermoeide inspanning en het edelmoedig gedrag van de kapitein en van de bemanning van genoemd Frans vaartuig. (opm: zie PGC 071253 en NRC 090153)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 14 december. Volgens een van de Nederlandse consul te Nantes ontvangen bericht, zijn op de kust van Bretagne verongelukt de twee Nederlandse schepen ECHO, kapt. Bonder, en de JONGE CATHARINA, kapt. Mink. Gelukkig zijn daarbij geen mensen omgekomen, zijnde de manschappen van het eerste vaartuig te Belle Île (opm: zuid van Quiberon) en die van laatstgenoemde bodem te Port-Louis (opm: Z. van Lorient) behouden aangebracht.


  JC - Javasche Courant

Batavia, 14 december. Alhier zijn aangekomen:
De 12e dezer de Nederlandse bark HENDRIKA, kapt. H. Reiniersen, met een passagier, vertrokken van Rotterdam de 23e augustus.
De 13e december de Nederlandse bark REIJERWAARD, kapt. P. Wierikx, met twee passagiers, vertrokken van Rotterdam de 25e augustus.


16 december 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 15 december. Sedert enige dagen is men bezig geweest de stoomketel, afkomstig van de gestrande stoomboot RED ROVER, wegende plm. 15.000 Nederlandse ponden, van het strand, ter plaatse waar hij uit het stoomschip genomen is, te vervoeren naar het Scheveningsche kanaal. Met belangstelling is dat werk door velen waargenomen en ieder wil gaarne recht laten wedervaren aan het beleid en het goed overleg waarmee de eigenaar, de heer J. Vrijhof, van de nieuwe Sluis, de wijze van vervoer verordent en bestuurt. Dat zware gevaarte, dat de reis naar de Kinderdijk moet maken, zal bij de Koninginnenbrug over het Scheveningsche kanaal te water worden gelaten, om van daar, drijvende tussen twee pramen, door de Koninginnengracht, de Z.O. Binnensingel en het Zieken te worden gesleept naar zijn bestemming.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Dover, 12 december. Heden is alhier met schade wegens aanzeiling binnengelopen het Nederlandse schip JONGE WALRAVE, kapt. Gnodde, van Newcastle naar Trapani (opm: Sicilië) bestemd.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Corunna (opm: La Coruña), 3 december. Het Nederlandse schip HYLKE TROMP, kapt. Mooi, van Amsterdam naar Gibraltar en Genna (opm: waarschijnlijk wordt Genua bedoeld) bestemd, is lek en met meer andere averij te Barquero (15 mijlen oost van Kaap Ortegal) binnengelopen. Hetzelve moet lossen om de bekomen schade te herstellen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Tonningen (opm: Tönning), 11 december. Het schip JONGE HENDRIK, kapt. Wever (opm: kof, bouwjaar 1838; kapt. Tidde Jakobs Wever), van Hamburg naar de Eider, is bij het naar binnenzeilen op de Linnenplaat gestrand. (opm: zie NRC 181252)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 15 december. Heden namiddag is op de werf De Boot van de heer F.F. Groen alhier met goed gevolg te water gelaten het barkschip ELIZE HENRIËTTE, groot 250 gemeten lasten, gebouwd voor rekening van de heren Broen & Co, gevoerd zullende worden door kapt. Detering. Onmiddellijk daarna is op dezelfde werf en voor rekening van dezelfde heren de kiel gelegd voor het barkschip AMSTERDAM, groot 200 lasten en gevoerd zullende worden door kapt. Wedemeijer.


  RC - Rotterdamsche Courant

Elseneur, gepasseerd den 9 dezer ELSINA, J.E. Besseling, van Libau naar Delfshaven en MARGARETHA, W.N. Riensema, voor wijlen K.F. Harding van Memel naar Rotterdam.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Publieke Verkoping op Texel. Coninck Westenberg & Co., scheepsmakelaars te Texel, presenteren op maandag de 20ste december 1852, des morgens elf ure, op de Havendijk, nabij het Oude Schild, aldaar, ten overstaan van de te Texel residerende notaris Johannes Ludovicus Kikkert, publiek te verkopen 20 stuks nieuwe zeilen, 4 rollen nieuw zeildoek en kleding, 9 trossen van verschillende lengte en dikte, 1 lichte kabel, 3 schijven nieuw touw, 1 nieuwe stag, 1 ankerketting, lang 60 vadem, enige einden ketting, 2 werpankers,1 sloep, 1 scheepsboot met toebehoren, 1 giek, 1 lier compleet, een grote partij gekapt want, staand- en lopend touwwerk, gekapte kabels en trossen, een koper stuurrad, een dito gang, blokken, ijzerwerk,rondhouten en verdere scheepsgoederen.
Alles afkomstig van het Zweedse brikschip CATHARINA, gevoerd geweest door kapt. J.F. Sundquisth. Nadere informatiën zijn op franco aanvrage te bekomen bij opgemelde makelaars.


17 december 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Wordt te koop gevraagd een schoener of brik, uit het vaarwater, gekoperd en kopervast, met complete inventaris en verder in goede staat, om spoedig zee te kunnen kiezen. Franco bericht onder nommer 8282 aan het bureau dezer courant.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Bahia (opm: Brazilië), 19 november. De Nederlandse bark LAURA EN ADÈLE (opm: bouwjaar 1851), kapt. K.L. Swart, van Amsterdam naar Batavia, is de 13e oktober op 02º Z.B. 21º W.L. verbrand. De bemanning is gered. (opm: zie NRC 241252)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Mandahl (opm: Mandal), 30 november. Het schip ANNACHIENA, kapt. Patje, van Stettin (opm: Szczecin) naar Belfast, is alhier met schade en met overgeworpen lading binnengelopen. Het moet lossen om te repareren.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Bergen, 3 december. De schoener DOROTHEA, kapt. Larsen, van hier met een lading stokvis en traan naar Amsterdam bestemd, heeft in de Noordzee masten, boegspriet en zeilen verloren, en is als wrak in deze nabijheid binnengebracht.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Openbare verkoping te Harlingen op 15 januari 1853 van het kofschip PIETER, gevoerd door kapt. Jan H. de Weerd, volgens Nederlandse meetbrief lang 25,50 el, wijd 4,84 el en hol 2,05 el, en alzo gemeten op 140 tonnen. Het schip is liggende te Harlingen (opm: bekort)


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Uit de hand te koop een snelzeilend Nederlands brikschip, oud vijf jaren, groot volgens meetbrief 158 tonnen of 83 lasten, met al deszelfs rondhout, staande en lopend want, ankers, touwen en verdere complete inventaris. Te bevragen bij de cargadoors J.C. van Oven & Zonen, Binnenkant te Amsterdam.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Kapt. Hazewinkel, van Amsterdam te Bayonne aangekomen, meldt van daar van de 6 december, dat zijn schip in november door een stortzee plat op de zijde geslagen werd, waardoor de ballast tot aan het dek geworpen, de pompen verstopt geraakten en hij veel schade aan tuig en zeilen geleden had, het was hem echter gelukt na veel moeite het schip recht te krijgen dat echter dicht gebleven was waarna hij na op nieuw hevige stormen doorstaan te hebben de 27 november te Bayonne aangekomen is.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Advertentie. Mr. B. Haitzema Viëtor, notaris te Winschoten, gedenkt op donderdag de 6 januari 1853 des avonds te 5 uur ten huize van de logementhouder Eggo van Dijk te Winschoten in openlijke veiling te verkopen het kofschip MARIA CATHARINA, laatst bevaren door R.H. Mulder, groot 98 tonnen met des zelfs volledige inventaris, thans liggende te Amsterdam. Zijnde het inmiddels uit de hand te koop en te bevragen bij de scheepskapt. R.H. Mulder te Nieuwe Schans. (opm: koper kapt. Klaas P. Kiewit; zelfde scheepsnaam)
B. Haitzema Viëtor.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Advertentie. Uit de hand te koop het welbevaren kofschip JACOBA JOHANNA, groot 99 ton met deszelfs inventaris, liggende te Amsterdam. Te bevragen bij kapt. H.K. de Groot te Nieuwe Pekela. (opm: nieuwe naam ALIDA, kapt. G. van der Werff)


  LC - Leeuwarder Courant

De Ondergetekende maakt door deze bekend, dat hij zich als scheepstimmerman verplaatst heeft van Ylst naar Sneek, buiten het Oost aan de Houkesloot en beveelt zich in ieders gunst. Uit hoofde hiervan is er bij afbraak te koop: een beste Helling met sleep en spil, en een voor 4 jaren nieuw gebouwde timmerschuur, staande en gelegen te Ylst en inmiddels te vernemen bij de Ondergetekende te Sneek.
Sybe K. Nydam


  LC - Leeuwarder Courant

De notarissen G. Postma en J. de Wal te Dockum zullen presenteren te verkopen: een scheepstimmerwerf c.a. aan de Stadswal te Dockum; N. Ronner in huur.


18 december 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Helsingfors (opm: Helsinki), 7 december. De Nederlandse kof HARMONIE, welke vroeger door ons als gezonken gemeld is - zie ons nommer van 23 november - is de 6e november hij Hitis aan de grond gevonden. Nadat men de zeilen, touwwerk en enig oud ijzer van het schip geborgen had, is hetzelve de 26e daaraanvolgende door de storm in diep water gevoerd, en aldaar, naar men vermoedt, gezonken. Vóór de aanstaande lente zullen hoogstwaarschijnlijk geen verdere navorsingen mogelijk zijn. Echter zal men, wanneer het weer bedaart, geen poging onbeproefd laten.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Tonningen, 13 december. Het schip JONGE HENDRIK - zie ons nommer van eergisteren - zal hoogstwaarschijnlijk weg zijn (opm: inderdaad ‘verongelukt’). Kapt. Wever is gisteren met zijn manschappen en loodsen alhier aangekomen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

St. Nazaire, 12 december. De stoomboot ELVE, kapt. Emmerik, van Rotterdam naar Bordeaux, is alhier, wegens gebrek aan steenkolen, binnengelopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Delfshaven, 18 december. Heden is alhier op de werf De Onderneming van de scheepsbouwmeester H. de Hoog de kiel gelegd voor een barkschip, groot 230 gemeten lasten, genaamd JOHANNA, voor rekening van de heer T. van Holst en bestemd voor de grote vaart.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Veendam, 16 december. Gisteren namiddag is alhier met het beste gevolg van de werf van de scheepsbouwmeester Ph. Rogaar te water gelaten het nieuw gebouwde schoenerschip ORION, groot 80 roggelasten, gebouwd voor rekening van de heren J. Veenhoven Hzn te Hoogezand en de Erven J. Giezen te Muntendam. Het schip zal bevaren worden door kapt. J. Buiten alhier.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Harderwijk, 16 december. Den 23 dezer zal vanhier vertrekken naar het Nieuwe Diep, een detachement sterk 80 onderofficieren en manschappen, om op den 25sten daaraanvolgend over te gaan aan boord van het schip (opm: 2-deks brik) JUNO, gezagvoerder J.A. de Lang, bestemd naar de West-Indien, onder bevel van den, van verlof terugkerende, 1sten luitenant der artillerie M. Boei; onder dat detachement zijn begrepen, vier onderofficieren, welke, uit die kolonie, bij het instructie bataillon te Kampen zijn gedetacheerd geweest.


  JC - Javasche Courant

Batavia, 17 december. Alhier zijn aangekomen:
De 14e dezer het Nederlandse schip GOEDE VERWACHTING, kapt. F.H. Zeijlstra, vertrokken van Amoy de 18e november.
De 15e dezer de Nederlandse schepen KENAU HASSELAAR, kapt. O. Lindeman, met vier passagiers, vertrokken van Rotterdam de 27e augustus, STAD AMSTERDAM, kapt. A. Stokvliet, vertrokken van Fernando de 16e september, VIER GEZUSTERS, kapt. P. Verschuur, vertrokken van Kaap de Goede Hoop de 18e oktober, en CLARA HENRIETTE, kapt. N.D. de Boer, vertrokken van Singapore de 5e december.


19 december 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 18 december. Directeuren der hier ter stede gevestigde Zuid-Hollandsche Maatschappij tot Redding van Schipbreukelingen ontvingen dezer dagen een missive van de gouverneur en commandant en chef der Engelse bezittingen op de Goudkust, gedateerd Cape Coast Castle, 23 november l.l, waarbij hij in allervriendelijkste bewoordingen zijn dank betuigt, voor de, zoals hij zich uitdrukt, keurige gouden medaille en het zeer loffelijk getuigschrift, hem door gemelde maatschappij aangeboden, als een bewijs harer erkentelijkheid en voor zijn bewezen diensten en krachtige bijstand, verleend aan de bemanning van het aldaar gestrande en totaal verbrijzelde Nederlandse schoenerschip, genaamd GOUVERNEUR VAN DER EB, gevoerd door kapt. J. Klok, hier ter stede tehuis behorende (opm: zie NRC 120852). Gemelde gouverneur voegt daarbij de plechtige belofte, steeds alle mogelijke hulp te zullen verlenen aan schepen, behorende aan onderdanen van Zr.Ms. de koning der Nederlanden, welke door zoveel banden van innige vriendschap en overeenstemmende gevoelens aan het Britse rijk zijn verbonden, en doet hulde aan de Maatschappij, die zo buitengewoon erkentelijk is en hoge waarde stelt op daden, ten behoeve der zeelieden aangewend.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 18 december. Te Groningen is van de Noorderwerf van Kater en Meulman met goed gevolg te water gelaten het kopervast schoenerschip, genaamd de TWEE KORNELISSEN, groot 184 ton, hetwelk bevaren zal worden door kapitein B.A. Potjer, onder directie van de heer R. Meijhuizen, te Sappemeer, waarna weer twee kielen zullen gelegd worden voor schoenerschepen van 120 en 180 ton.
Ook is met goed gevolg van de Zuiderwerf van G.K. de Vries een nieuw gebouwd kofschip, (opm: FENNECHINA), groot 45 last, te water gebracht, hetwelk bevaren zal worden door kapt. F.H. Waterborg, van Groningen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rostock, 15 december. Volgens berichten uit Stavanger zijn aldaar de 1e dezer in publieke veiling verkocht 1180 broden suiker en 25 balen papier, alles min of meer door zeewater beschadigd en afkomstig uit het aldaar in averij binnengelopen Nederlandse schip SARA ANNA CORNELIA, kapt. Rabe – zie ons nommer van 23 november.


20 december 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Falmouth, 16 december. Het Nederlandse kofschip HELENA CATHARINA, kapt. De Boer, van Amsterdam naar Beyruth bestemd, is hier zwaar lek en met verlies van zeilen binnen gelopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

(Uit het verslag over de Kolonie Curaçao over 1850). In het jaar 1850 is door de handel te Curaçao een naamloze vennootschap opgericht onder de benaming Curaçaosche Pakketvaart-Maatschappij, welke, na bekrachtiging van het bestuur, in april voor de tijd van 3 jaren is in werking getreden met een kapitaal van NLG 45.000. Zij bepaalt zich tot de vaart tussen Curaçao en St. Thomas en bezigt daartoe twee snelzeilende vaartuigen, ingericht voor passagiers en geschikt tot overvoer van goederen, welke regelmatig 2 malen in de maand varen en in verband met de Engelse stoompakketboten de correspondenties naar en van het moederland overbrengen. Een overeenkomst tussen het gouvernement van Curaçao en de maatschappij verzekert de correspondentie met die vaartuigen tegen een uitkering van NLG 600 ’s jaars. Van die pakketvaartmaatschappij wordt ook gebruik gemaakt voor de correspondentie met de eilanden St. Eustatius en St. Martin.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 27 oktober. Scheepsvrachten. In het begin der maand werd de PRINSES SOPHIA naar Rotterdam bevracht met suiker voor NLG 85, rijst NLG 75 en arak NLG 110 en later de GRAAFSTROOM NLG 87,50 voor suiker en NLG 80 voor 2000 pikols koffij, echter onder beding om het grootste gedeelte te Samarang te gaan laden, terwijl men dezer dagen voor de VAN DER WERFF naar Amsterdam bedong NLG 87,50 voor suiker en NLG 80 voor rijst.
De MARGARETHA IDA en MARIA laden te Soerabaija suiker voor NLG 85 en huiden voor NLG 115. De nu aangekomen schepen AMSTEL, MARGARETHA JOHANNA en DE SCHELDE zijn nog onbevracht, moetende beiden eerstgenoemde de aangebrachte ladingen te Samarang en Soerabaija gaan lossen. Van Engelse schepen werd voor de EDEN GBP 3.15/- voor suiker naar Amsterdam geweigerd, en verzeilde dit schip naar Singapore; de JACATRA werd voor GBP 4.2/6 naar Australië bevracht, en de GLENHUNTLY met een lading koffij naar Boston voor GBP 4.
Aan disponibele scheepsruimte bestaat gebrek. De talrijke bevrachtingen in Europa gesloten tot overbrenging van landverhuizers naar Australië, deed en in Europa en hier vermoeden, dat een groot tal dier schepen, ter bekoming ener retourlading op hier zou komen. Op grond hiervan dacht men in oktober, november en december de vrachten per vreemde vlag te zien dalen op GBP 2. Belangrijke inkopen van product zijn in dat vooruitzicht gedaan, vooral op order uit Engeland en Duitsland. Nu melden de jongste berichten, dat in Australië de equipages van meer dan 200 schepen naar de mijnen zijn vertrokken, die bodems zijn dus verlaten. Aangenomen, dat daarvan vermoedelijk een vierde naar Java zou zijn gestevend, kan men zich de misrekening alhier voorstellen, door dit wegblijven veroorzaakt. De pakhuizen zijn alom opgepropt vol; en de nieuw afgevoerde producten vinden geen kopers, omdat niemand geneigd is verdere orders uit te voeren alvorens zeker te zijn van scheepsruimte. De vrachten zullen echter niet belangrijk rijzen, omdat er geen hoge vrachten kunnen worden betaald van die producten, waarvan de inkoop was gebaseerd op een afscheping tegen lage vracht.


21 december 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 27 oktober. De Nederlands-Indische schoener ARDJOENO, vroeger genaamd KIM HOK LIONG, behorende aan Tjim Tjoe te Balie Bading, gezagvoerder Tjo Aloe, stuurman J. Diederiksen, groot 30 lasten, bemand met 14 koppen en ongewapend, is volgens opgave, in de avond van dinsdag de 1e september l.l, ten 11 ure 30 min. op de Bril (bank aan de westkust van Zuid-Sulawesi, minder dan een dag zeilen vanaf Ujung Pandang) geraakt, hebbende toen voor ½ en achter 1 vadem water. De stuurman J. Diederiksen en 5 manschappen, tot gemelde schoener behorende, aan boord van Zr Ms. stoomschip SURINAME ter rede van Macassar (opm: Ujung Pandang) gekomen zijnde om bericht van het ongeval te geven, verliet dat stoomschip daarop de 9e september l.l, voormiddags ongeveer ten 10 ure 45 min, die rede, op sleeptouw hebbende de kruisboot no. 18, teneinde te onderzoeken of er mogelijkheid was het vaartuig van de bank af te brengen, zo niet, dan zoveel mogelijk van hetzelve te redden. Uit dat onderzoek bleek, dat het vaartuig geheel verlaten en uitgeplunderd was; dat het zo hoog op de noordoostkant der bank was geslagen en zo lek was, dat er geen mogelijkheid bestond het er af te brengen. Volgens opgave van de stuurman Diederiksen, waren er bij zijn vertrek praauwen (paduakans) bij het vaartuig, zodat waarschijnlijk de achtergebleven manschappen met die praauwen zijn vertrokken of meegenomen, Diezelfde praauwen hebben ook waarschijnlijk alles wat aan boord was meegevoerd; zelfs een werp, dat door genoemde stuurman vóór zijn vertrek was uitgebracht, met de daarop gestoken trossen. De schoener zal nu veel hoger, dan toen die door hem verlaten werd. Drie zeilen, als 1 kluiver, 1 stagzeil en 1 fok, die nog aangeslagen waren, zijn met de sloep aan boord gebracht, terwijl de equipage van de kruisboot nog enig blok- en touwwerk geborgen heeft, alles evenwel van weinig waarde. Des morgens van de 11e kwam de SURINAME ter rede van Macassar terug.

NRC 211252
Advertentie. G.J. Roland Holst, makelaar, zal op maandag de 27e december 1852, des avonds ten 6 ure, te Amsterdam in de Nieuwe Stads Herberg, aan het IJ verkopen: een extra-ordinair welbezeild brikschip, genaamd VASCO DE GAMA, gevoerd door kapt. J.C. Töpper, en varende onder Portugese vlag. Volgens Nederlandse meetbrief lang 28 el 10 duim (opm: = 28,10 meter), wijd 5 el 87 duim hol 3 el 52 duim; en alzo gemeten op 258 tonnen of 136 lasten. Benevens afzonderlijk: een partij kaarten en een chronometer van Arnold & Drent. Breder bij inventaris en bericht bij bovengemelde makelaar.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 20 december. Heden is van de fabriekswerf van de heren Paul van Vlissingen en Dudok van Heel te Amsterdam te water gelaten het ijzeren barkschip HERMINE MARIE ELISABETH, groot 220 lasten, gevoerd zullende worden door kapt. U. Bonjer, gebouwd voor rekening van de heren Joh. Bletz en S.A.C. Dudok van Heel, en daarna de kiel gelegd voor een nieuw barkschip van gelijke grootte, zullende genaamd worden GEERTRUIDA HENRIËTTE (opm: HENRIETTE EN GEERTRUIDA), voor rekening van de heren P. Holtzman en J.P. Dudok van Heel.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Falmouth, 17 december. De alhier lek binnengelopen Nederlandse kof HELENA CATHARINA, kapt. De Boer, van Amsterdam naar Beyruth, is heden nagezien en moet lossen om te repareren.


  DC - Dordtsche Courant

Advertentie. De heren deelhebbers in de Maatschappij van Dordrechtsche Scheepsreederij, worden bij deze opgeroepen om te compareren, op woensdag de 29ste dezer, des middags ten twaalf ure, in het Hof van Holland alhier, ten einde de bij art. 19 der Statuten bepaalde Commissie van zes personen te benoemen.
Dordrecht, 20 december 1852. J.S. Vriesendorp, J. de Voogd, F.C. Déking Dura, directeuren.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Het schip GEERTINA, kapt. Legger, van Danzig met weit en staven naar London bestemd, is volgens bericht van Sandefjord van de 9 december met gebroken roer te Laurvig binnengelopen.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Het wrak van het schip HARMONIE, gevoerd geweest door kapt. Korll, van Newcastle naar Reval bij Hangoudd gezonken, is de 6 november bij Skarmaren gezien en zijn daarvan enige zeilen, touwen, enige oud ijzer en een spil geborgen. Het schip in later in een storm naar zee gedreven en vermoedelijk in diep water gezonken.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Advertentie. Verkoop van een kofschip. Uit de hand te koop op aannemelijke voorwaarden, het kofschip HESPERUS, groot 127 gemeten tonnen met complete inventaris, thans liggende te Harlingen. Gegadigden gelieve zich te adresseren bij kapt. R. Helmers.


22 december 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Bordeaux, 19 december. Alhier is gearriveerd het stoomschip BORDEAUX, kapt. P.J. van Emmerik, van Rotterdam, laatst van Paimboeuf, waar dezelve wegens gebrek aan kolen was binnengelopen.


23 december 1852


  DC - Dordtsche Courant

Dordrecht, 22 december. Als een zeldzaamheid wordt uit Rotterdam aan het Handelsblad gemeld, dat door de equipage van het schip AMBOINA, kapt. Rijken, te Rotterdam van Java binnen, op de reis is gevangen een haai, welke kort daarna aan boord is geopereerd en verlost van 67 jongen. Een exemplaar daarvan zal worden, of is misschien op dit ogenblik reeds, naar Amsterdam, aan het Zoölogisch genootschap opgezonden, met een certificaat alle bijzonderheden vermeldende. Zulk een groot getal jongen op éénmaal van haaien is, zo niet onbekend, dan toch zeker zeldzaam.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 22 december. Zaterdag namiddag (opm: 18 december) is van de buitenwerf van de heer E.H. Meursing te Groningen met goed gevolg te water gelaten het aldaar nieuw gebouwde schoenerschip HOOITE MEURSING, groot ongeveer 150 last, zullende bevaren worden door kapt. B.J. Hubert, van Nieuwe Pekela.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Curaçao, 6 november. De 28e september heeft men op Bonaire zware regens gehad. De buien kwamen uit het zuidwesten op en de hevige zuidwestenwind dreef drie Amerikaanse vaartuigen, die er bezig waren zout te laden, en de Nederlandse schoener TWEE BROEDERS op strand. Twee der Amerikaanse vaartuigen kwamen er zonder enige schade af; het derde, een barkschip, brak het roer en de schoener TWEE BROEDERS kwam in deze haven met averij aan.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hellevoetsluis, 22 december. Heden arriveerde alhier het stoomschip ELVE, kapt. J.J. Hansen, van Hamburg, waarna de vaart (opm: op Hamburg) gesloten werd wegens ijs. (opm: deze werd pas weer in maart 1853 hervat).


24 december 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 23 december. Directeuren der hier ter stede gevestigde Zuid-Hollandsche Maatschappij tot Redding van Schipbreukelingen hebben in vergadering van heden besloten te doen uitreiken:
Aan A.P. Klein, gezagvoerder van het Nederlandse barkschip MAGDALENA, de grote gouden medaille en NLG 100 om onder zijn equipage te verdelen, voor zijn uitstekende, met alle mogelijke zeemansbeleid de 24e november op 49º N.B. en 5º W.L. aangewende hulp en bijstand om de equipage, bestaande in vijf personen, van het in zinkende staat verkerende Engelse schoenerschip ICENI, gevoerd door kapt. A. Goodridge, te huis behorende te Sunderland, te redden en hen veilig in het Nieuwediep aan wal te brengen.
Aan F.W. Pronk, voerende het Nederlandse schoener-galjootschip GESINA JANTINA (opm: GEZINA JANTINA), te huis behorende te Veendam, de gouden medaille voor zijn redding op een hoogst gevaarlijke wijze der equipage, bestaande in negen personen, van de ten noord-oosten van Ameland gezonken Zweedse (opm: Pruisische, thuishaven Rostock zie NRC 171052) schoener MARIE, gevoerd door kapt. E.A. Ahrens, te huis behorende te Rostock en hen na buitengewone gelukkige pogingen onder Oostmahorn, waarvan zij naar de Zoltkamp veilig zijn vertrokken, te hebben binnengebracht.
Aan Hendrik Verschoor, voerende het Nederlandse hoekerbuisschip ALINA, te huis behorende te Vlaardingen, de grote zilveren medaille en NLG 50 om onder zijn bemanning te verdelen, voor het redden van het Nederlandse buisschip de VREDE, gevoerd door kapt. A.J. Booeveld, te huis behorende aan de Rijp, welke hij op de hoogte van 56º10’ N.B. de 31e oktober j.l. met verlies van het roer en in hoogst reddeloze toestand heeft aangetroffen en, na hetzelve tien dagen op sleeptouwte hebben gehad, veilig op de rede van Texel te hebben binnen gebracht. (opm: vermoedelijk twee vissersschepen)
Aan Jan de Korte, voerende het Nederlandse hoekerschip ONBESTENDIGHEID, te huis behorende te Middelharnis, de grote zilveren medaille en NLG 50 om onder zijn equipage te verdelen voor het op de 29e oktober l.l. op de hoogte van Doggersbank, op 54º30’N.B. en 02º O.L, redden der equipage , bestaande in zeven personen, van het in zinkende toestand verkerende Hannoverse kofschip ACHILLES, gevoerd door kapt. W.L. Velt, te huis behorende te Papenburg, en hen veilig te Middelharnis aan wal te brengen (opm: waarschijnlijk was de ONBESTENDIGHEID eveneens een vissersschip)
Aan Robert Watson, voerende het Engelse schoenerschip ELIZA WATSON, te huis behorende te Leith, de grote zilveren medaille en vijf gouden souvereinen (opm: een Engelse munt) om onder zijn equipage te verdelen, voor het op de 29e oktober op de Doggersbank redden der equipage, bestaande in tien personen, van het masteloze en in zinkende toestand verkerende Nederlandse galjootschip HERSTELLING, gevoerd door kapt. D. Wiersma, te huis behorende aan de Lemmer, en hen veilig te Grimsby aan wal te brengen.
Aan A. Bruce, voerende het Britse koopvaardijschip HIBBERT, te huis behorende te Liverpool, de grote zilveren medaille voor het op de 14e oktober l.l. op 02º Z.B. en 21º W.L. redden der equipage, bestaande in negen personen, van het verbrande Nederlandse barkschip LAURA EN ADÈLE, gevoerd door kapt. K.L. Swart, te huis behorende te Amsterdam, en hen veilig te Bahia aan wal te brengen. (opm: zie ook NRC 091153)
Aan J.L.L. Penning Nieuwland, onder-inspecteur over het Loodswezen, en C.F van Dierendonck, commissaris der loodsen te Brouwershaven, ieder de grote zilveren medaille en NLG 50, te verdelen onder de personen, uitmakende de bemanning der schokker, voor het op de 25e oktober l.l. bij onstuimig weder redden der equipage van de Oostenrijkse brik PEGNO D’AMICIZIA, gevoerd door kapt. A.P. Lupar, komende van Odessa en bestemd naar deze plaats, op de Ooster gestrand en verbrijzeld, en hen veilig te Hellevoetsluis aan wal te brengen.
Aan H.W. Bowbyes, voerende het Nederlandse schoenerschip DOLPHIJN, te huis behorende te Vlissingen, de zilveren medaille voor het op de 28e oktober op zijn reis, komende van Sunderland, redden der bemanning, die zich reeds in haar boot in doodsgevaar bevond, van het gestrande Hamburger brikschip VESTA, gevoerd door kapt. A. Metus, en haar veilig te Vlissingen aan wal te brengen.
Zijnde bij al deze medailles gevoegd een getuigschrift, waarin de edele daden zijn vermeld.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 23 december. Het schip WILHELMINA LUCIA, kapt. J.P. Carst, de 16e oktober van hier te Batavia aangekomen, heeft schade aan het koper en aan de tuigage bekomen en moet naar Soerabaija verzeilen om te repareren.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Kopenhagen, 17 december. Het schip BEERTA HENDRIKA, kapt. Stuit, van Riga naar Amsterdam, alhier binnengelopen – als vroeger door ons gemeld – heeft heden weder de reis voortgezet.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Verkoping binnen Hellevoetsluis ten huize van de logementhouder Kruijskamp op donderdag de 30e december 1852, des voormiddags ten elf ure, om contant geld, van het Nederlands sloepschip TRITON, metende 22 ton, met de daarbij behorende inventaris, zo als hetzelve is liggende in de haven te Hellevoetsluis; voorts ruim 12 hoed (opm: inhoudsmaat, plm. 12 hl.) steenkolen. Informatiën te bekomen bij de heer P. Gallas te Hellevoetsluis en de notaris Van Kruijne te Brielle. (opm: zie NRC 121252)


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Het schip DANKBAARHEID, kapt. Valk, van Newcastle naar Lissabon, is de 16 dec. met verlies van kluiver, boegspriet en met gescheurde grote mast te Cowes binnengelopen, zijnde in aanzeiling geweest.


  LC - Leeuwarder Courant

Te koop: een half veer van Sneek op Franeker v.v. Te bevragen bij J. de Ruiter te Sneek.


25 december 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Dover, 21 december. Het Nederlandse brikschip ST. GEORGE DE LA MINA, kapt. van der Eb, van Rotterdam, laatst van deze plaats, naar St. George d’Elmina bestemd, is heden met verlies van zeilen, gebroken ra’s, enz. uit zee teruggekomen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Scilly St. Mary’s, 12 december. De hier ter rede liggende Nederlandse kof CERES, kapt. J.W. Visser, naar Cartagena bestemd, heeft in de op 17 dezer gewoed hebbende storm anker en ketting verloren en is slechts met veel moeite de stranding kunnen ontkomen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Husum, 20 december. Het Nederlandse schip VROUW WILLEMTINA, kapt. Glim, van Leeuwarden op hier bestemd, is in de nacht van 16 op 17 dezer bij Osterhever (opm: 3 mijl noord van Garding) op strand gedreven. (opm: zie NRC 271252)


  JC - Javasche Courant

Batavia, 21 december. Alhier is heden aangekomen het Nederlandse schip NIEUW LEKKERLAND, kapt. M.E. Hoffman, vertrokken van Rotterdam de 6e september.


27 december 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Husum, 22 december. Het schip VROUW WILLEMTINA, kapt. Glim, van Leeuwarden op hier bestemd, hetwelk als vroeger gemeld bij Osterhever op strand gedreven, is vlot en zal waarschijnlijk morgen aan de stad komen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Blijkens een onder dagtekening van de 8e december j.l. van Zr.Ms. consul te Stockholm ontvangen bericht, zijn nabij Öland drie Nederlandse vaartuigen verongelukt en wel:
De TJAPKO SCHURINGA, kapt. H.F. Drent, uit Veendam, gaande van Stockholm naar Rotterdam met een lading ijzer. De gehele bemanning is gered geworden. (opm: NRC 261152)
De kof BOUWINA, kapt. Krol (opm: Knol), van Veendam, komende van St. Petersburg met bestemming naar Rotterdam met een lading rogge enz. (opm: NRC 151152)
En de kof ELZIENA, kapt. Berghuis, van Pekel A, op deszelfs reize van Memel (opm: Klaipeda) naar Bordeaux met een lading duigen. (opm: NRC 261152)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Scheveningen, 26 december. Heden morgen is alhier gestrande tjalk ANNEGIENA, kapt. E.J. de Jong (opm: kapt. Eeldert Jans de Jonge), van Amsterdam naar London met haardas. De equipage, bestaande uit drie man, is door de reddingboot der Noord en Zuid Hollandsche Redding-Maatschappij gered en aan wal gebracht.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Falmouth, 23 december. Het Nederlands schip HELENA CATHARINA, kapt. De Boer, van Amsterdam naar Beyruth, hetwelk alhier lek is binnengelopen – zie ons nommer van 21 dezer – is nagezien en begonnen met de lading te lossen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Gibraltar, 16 december. Het Nederlandse schip IDA REINA, kapt. Breeland, van Galatz (opm: Galati) naar Queenstown (opm: Cobh, Ierland), hetwelk de 18e oktober alhier lek is binnengelopen – zie ons nummer van 6 november – heeft de reparatie geëindigd en is klaar om de reis te hervatten.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rostock, 23 december. Aangaande het schip SARA ANNA CORNELIA, kapt. Rabe, van Amsterdam herwaarts gedestineerd, met schade te Egersund binnengelopen – zie ons nommer van 19 dezer en vroeger – wordt van daar gemeld, dat wegens de menigte aldaar met schade binnengelopen schepen de reparatie slechts langzaam voortging, van de lading waren 1393 suikerbroden en 25 balen papier beschadigd verkocht en was het overige gedeelte opgeslagen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Sourabaya, 25 september. Het schip ELISABETH EN ANTOINETTE, kapt. Besier, alhier aangekomen, heeft op de reis van Batavia naar Tegal gestoten, en is bezig met koperen.


28 december 1852


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 27 december