Inloggen
Zoek in kronieken
Aanwezige jaargangen:
Start - 0 - 189 - 191 - 1813 - 1814 - 1815 - 1816 - 1817 - 1818 - 1819 - 1820 - 1821 - 1822 - 1823 - 1824 - 1825 - 1826 - 1827 - 1828 - 1829 - 1830 - 1831 - 1832 - 1833 - 1834 - 1835 - 1836 - 1837 - 1838 - 1839 - 1840 - 1841 - 1842 - 1843 - 1844 - 1845 - 1846 - 1847 - 1848 - 1849 - 1850 - 1851 - 1852 - 1853 - 1854 - 1855 - 1856 - 1857 - 1858 - 1859 - 1860 - 1861 - 1862 - 1863 - 1864 - 1865 - 1866 - 1867 - 1868 - 1869 - 1870 - 1871 - 1872 - 1873 - 1874 - 1875 - 1876 - 1877 - 1878 - 1879 - 1880 - 1881 - 1882 - 1883 - 1884 - 1885 - 1886 - 1887 - 1888 - 1889 - 1890 - 1891 - 1892 - 1893 - 1894 - 1895 - 1896 - 1897 - 1898 - 1899 - 1900 - 1901 - 1902 - 1903 - 1904 - 1905 - 1906 - 1907 - 1908 - 1909 - 1910 - 1911 - 1912 - 1913 - 1914 - 1915 - 1916 - 1917 - 1918 - 1919 - 1950 - 1995 - 2019


Bevat   Exact
 

Kronieken uit 1916


01 januari 1916


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De ECUADOR gestrand.
Lloyds seint ons uit Londen, dat het Nederlandse stoomschip ECUADOR, van Buenos Aires naar Rotterdam, gistermorgen Dover passeerde op weg naar de Theems. Het schip bekwam averij en men meldde, dat het op een mijn was gelopen. Later werd gemeld, dat de ECUADOR op de Bake-zandbank aan de grond was gelopen. Een sleepboot is uitgegaan om hulp te verlenen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van de N.V. Werf ‘De Noord’ te Alblasserdam is met gunstig gevolg te water gelaten het aldaar voor de Scheepvaart & Steenkolen Mij. te Rotterdam in aanbouw zijnde stoomschip HOOGLAND, groot 1.700 ton. De hoofdafmetingen zijn: 230'-6" x 34'-4" x 17'-3". Dit stoomschip is gebouwd onder de hoogste klasse Eng. Lloyd (klasse 100 A 1), de machine en ketel worden vervaardigd door de Alblasserdamsche Machinefabriek. De cilinderafmetingen van de machine zijn 171/2 x 29 x 46 duim en de slag is 36 duim.
Op de vrijkomende helling werd onmiddellijk de kiel gelegd voor een stoomschip groot ongeveer 4.000 ton, hetwelk voor buitenlandse rekening gebouwd zal worden.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepvaartbeweging.
Gedurende 1915 zijn de Nieuwe Waterweg binnengekomen 3.950 schepen waaronder 3.725 stoomschepen, 71 zeilschepen, 3 zeelichters, 5 vreemde sleepboten, 2 bunkerboten, waarvan 1 aan de Vondelingenplaat en een te Schiedam bunkerde, 72 bijleggers, 50 marinevaartuigen, 8 stuks baggermateriaal, 8 proefstomers, 1 plezierjacht, 4 elevators, 1 droogdok, tegen 8.214 in 1914. Vertrokken zijn 3.774 stoomschepen, 69 zeilschepen, 182 zeelichters, hoofdzakelijk Belgisch materiaal, 2 bunkerboten, 47 sleepboten, 34 marinevaartuigen, 38 stuks baggermateriaal, 76 diverse proefstomers, enz., totaal 4.222 schepen, tegen 8.242 in 1914. De vissersvloot is hieronder niet begrepen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De ELLEWOUTSDIJK op een mijn gelopen.
Gisteravond tegen halfacht zijn de schipbreukelingen van de ELLEWOUTSDIJK met de BATAVIER III hier aan de Boompjes aangekomen. Kapitein R. Teensma en 23 man, allen gezond en wel, niemand gedeerd.
Men weet dat het schip de vorige avond (woensdag), voor de rederij Solleveld, Van der Meer & T.H. Van Hattum’s Stoomvaart Maatschappij was uitgevaren in ballast, met bestemming Portland (Maine), om graan te halen voor de ‘Belgische Relief Commissie’ en dat het tegen half twaalf in zee was. Al heel spoedig daarop, nog geen half etmaal later, is het schip op een mijn gelopen en gezonken. Maar daarom treurde de bemanning niet, zij zong boven op het opperdek staande van de BATAVIER III, die daar in het donker al nader kwam, het hoogste lied uit.
Zij zong en zij juichte, blij, er zo goed te zijn afgekomen, al hebben de mannen al hun goed verloren. Verheugd, daar weer hun vrouw en hun kinderen, hun verwanten en kennissen aan de wal te zien. En de blijdschap was wederkerig.
Maar de heer Solleveld, die ook bij de aankomst tegenwoordig was, vond het toch maar een hard gelag, dat dit ongeluk het schip was overkomen, al was ook hij innig dankbaar, dat er geen mensenlevens te betreuren waren.
Aan boord ontmoetten we dadelijk een aantal manschappen van de ELLEWOUTSDIJK en na een ogenblik zoeken ook de kapitein, de heer R. Teensma, kalme Hollandse zeeman, die rustig het gebeurde vertelde, hoffelijk de pers te woord staande, al had hij ook zoeven zijn gade aan de wal opgemerkt. We namen dus kapitein Teensma maar even in beslag.
Ziehier waarop hetgeen we vernamen neerkomt:
Om halfelf donderdagmorgen ongeveer was het schip bij goed weer en een slechts weinig deinende zee, dicht bij het Galloper lichtschip, op ongeveer een ½ mijl afstand er vandaan, klaarblijkelijk op een mijn gestoten.
Van achter had de mijn het schip geraakt. Heel het vaartuig sidderde en alles vloog letterlijk aan flarden. Het roer sloeg weg, de roersteven, de schroef, alles verbrijzelde onder een demonisch geweld. De kapitein, die tijdens het ongeluk op de brug was, gaf dadelijk de nodige bevelen. Zijn hut was letterlijk uit elkaar gebarsten en niets viel meer te redden, geen scheepspapieren, geen instrumenten, geen kleren, alles was verdwenen. De tafel lag aan kleine stukjes, de stoelen waren volkomen weggevaagd. Vóór, in het volkslogies stond de boel in brand; vermoedelijk doordat de kachel omgevallen was. En het water kwam met massa's binnen door de tunnel en op andere plaatsen o.a. door het enorme gat, dat in het achterschip geslagen was. Alle hens ging dan in de boten, een boot aan stuurboord- en een aan bakboordzijde en het schip werd verlaten. In 20 à 30 minuten was het gezonken.
Maar veel korter, ongeveer 10 minuten, toefden de mannen in de boten. Want van alle kanten was het ongeluk opgemerkt, was de slag van de ontploffing gehoord en er was hulp genoeg aanwezig. In de buurt bevonden zich de KAWI van de Rotterdamsche Lloyd, de BATAVIER III de BATAVIER V, een boot van de Maatschappij ‘Zeeland’, een boot van de ‘Belgian Relief Commissie’ en naar de BATAVIER III roeiden de mannen, die weldra daar aan boord waren. Zo geweldig was de rook, door de ontploffing veroorzaakt, dat van de BATAVIER III het hele schip niet te zien was. Alle schepen namen maatregelen, om de bemanning van het verongelukte schip, zo nodig, hulp te verlenen.
Uit de aard der zaak leverde hetgeen verder de bemanning vertelde, niet veel nieuws op.
Een was er onder hen, wie de zenuwen op de borst waren geslagen, en dat was geen wonder, hij was met moeite uit zijn verblijf te voorschijn gehaald. Hij zag nog wat bleek, maar hij zou weldra de narigheid vergeten zijn.
De enige dode aan boord, was de poes. Zij kreeg met het schip een zeemansbegrafenis.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Alblasserdam, 1 januari. Donderdag (opm: 30 december) werd van de werf ‘De Noord’ (directeur de heer J.U. Smit) alhier met gunstig gevolg te water gelaten het stalen stoomschip genaamd HOOGLAND, afmetingen 230'-6" x 34'-4" x 17'-3", groot ongeveer 1.700 ton. Dit stoomschip is gebouwd onder de hoogste klasse Eng. Lloyd voor Nederlandse rekening (klasse 100 A 1) de machine en ketel worden vervaardigd door de Alblasserdamsche Machinefabriek. De afmetingen van de machine zijn 17½” x 29” x 46”, slag 36”.Op de vrijkomende helling werd onmiddellijk de kiel gelegd voor een stoomschip, groot ongeveer 4.000 ton, hetwelk voor buitenlandse rekening gebouwd zal worden.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De Raad voor de Scheepvaart heeft een onderzoek ingesteld en uitspraak gedaan inzake de aanvaring en stranding van de sleepboot HOLLAND in de Witte Zee op 5 oktober jl.
Schipper van de HOLLAND is E. de Boer; eigenaar van het vaartuig het Bureau Wijsmuller te ‘s-Gravenhage.
De schipper, als eerste getuige gehoord, verklaarde, dat het schip onder Hollandse vlag voer en dat het een certificaat van deugdelijkheid bezat.
Getuige moest het vaartuig naar Archangel brengen en voer te dien einde 15 september van Rotterdam uit.
De reis was voorspoedig totdat het schip begin oktober in de buurt van Archangel kwam. Het weer was vrij goed. Op 4 oktober verloor de HOLLAND het bakboordanker.
Getuige veronderstelt dat het kwam door de deining die er 's nachts was geweest.
Men bleef toen uitsluitend aangewezen op het stuurboordanker.
Te 8 uur 's morgens veranderde de wind van NW in ZW en nam voortdurend in hevigheid toe. Er kon geen volle kracht meer gestoomd worden.
Het schip maakte veel water en de kaartenhut dreigde omver te gaan.
Ten gevolge van minder goed geklonken naden maakte het schip ook door de zijden water. De zes luiken waren goed gesloten, de pompen bleven steeds bij.
Te halfzes besloot getuige met het vaartuig terug te keren. Men kon toen goed sturen.
In vijf vaam water ging de HOLLAND voor anker liggen en men liet op plm. 25 vaam na, de gehele ketting vieren.
Te 7 uur kwam een schoener voor de boeg. Het vaartuig vertoonde geen lichten.
Door de stoom op te houden en hard stuurboordroer te geven, gelukte het de HOLLAND nog juist even uit te wijken, zodat de schoener achter kwam te liggen.
Men kon elkander niet verstaan. Getuige vermoedt, dat de ankerkettingen van de beide vaartuigen in elkander vast geraakten.
Gedurende twee uur kon men niet los komen. Op de HOLLAND werd nog ge tracht de ketting in te hieuwen, doch dat gelukte niet. De kust was vanwege de duisternis niet te zien. Op een gegeven ogenblik stiet de HOLLAND met het achterschip tegen de schoener, zij gierde echter weer af.
Het gelukte niet de ketting te kappen en de schepen botsten ten tweede male tegen elkaar. Deze keer bleef de HOLLAND vastzitten en kapte men het anker teneinde met de kop op het strand te komen. Deze poging slaagde. De schoener raakte los en dreef weg onder het geven van noodseinen. Men heeft van het schip niets meer gehoord of gezien. De toestand aan boord werd uiterst gevaarlijk en na gehouden scheepsraad besloot men bij het rijzen van het water de HOLLAND te verlaten en op het strand te kamperen. Dat is geschied. Toen men de volgende morgen aan boord terugkeerde, bleek het houtwerk weggeslagen te zijn en de masten waren losgeraakt. Getuige ging aan wal en telefoneerde naar Archangel om hulp van een sleepboot. Wegens het slechte weer kwam deze pas na verloop van acht dagen. De wind liep in die tijd om en het schip kwam nog gevaarlijker te zitten, zodat de opvarenden vele bange uren beleefden.
Toen de 13e oktober eindelijk de sleepboot kwam, brak de motor. De verdere berging werd door de firma Altius beredderd. Getuige begaf zich per sleepboot met zijn bemanning naar Archangel, ten einde meer hulp te halen. Er werden toen verschillende sleepboten uitgezonden. De HOLLAND is tenslotte in Archangel binnengesleept en gedokt. De koelkast bleek ingedrukt en de roersteven was men kwijt; ook de inventaris bleek teloor te zijn gegaan De gezagvoerder verklaarde nog, dat men getracht heeft een zware stalen tros uit te brengen, om als anker te gebruiken; dit gelukte echter niet. De tweede getuige, de 1e machinist P.J Monthe, verklaarde, dat de machine van de HOLLAND uitstekend werkte. Wat het gebeurde betreft, deelde getuige mee dat, toen de HOLLAND in 5 vaam water voor anker lag, met de gezagvoerder werd afgesproken, dat de machine voortdurend gereed zou blijven om te manoeuvreren. Getuige bleef achterin tot een matroos hem kwam waarschuwen, dat er een schip in zicht was. De eerste machinist begaf zich toen naar de machinekamer en is daar gebleven tot de kapitein hem zei, dat het schip op het strand zat.
De stokers en de tweede machinist liepen voortdurend naar het dek. Zij waren zeer angstig. Aan dek waren ijzeren scharnierenluiken, die een weinig trokken, omdat zij van geslagen ijzer waren. De hoekijzers waren niet gelast en maakten dus naden. Dientengevolge waren de kolen in de bakboordbunker voortdurend nat. Het water werd echter door de pompen goed bijgehouden. Getuige achtte de HOLLAND volkomen zeewaardig. Toen de eerste machinist in de nacht van de stranding aan dek kwam, was het stormweer. Sneeuw en hagel sloegen hem in het gezicht. 't Was stikdonker en er stond veel branding. De machine heeft tot het einde toe uitstekend gewerkt. Toen getuige later te Archangel in de machinekamer kwam, was nog alles in orde, alleen zat er zand tussen de metalen. Het was daar aangespoeld toen de machinekamer vol water was gelopen. Toen men in verband met de zware storm terugkeerde, was er nog 10 à 12 ton kolen, een voorraad, voldoende voor plm. 48 uren, aan boord. De verklaringen van de laatste getuige, de matroos K. Koning, kwamen met die van de gezagvoerder en de eerste machinist overeen.
De Raad is van oordeel, dat de oorzaak van de stranding van de sleepboot HOLLAND moet worden toegeschreven aan het feit, dat dit vaartuig, tijdens hevige storm ten anker liggende, is aangevaren door een ander vaartuig, waarbij het anker van laatstgenoemd vaartuig in de ketting van de HOLLAND is gekomen, waardoor de schepen niet vrij van elkander konden komen. De HOLLAND is bij het hierop gevolgde gieren aan de grond geraakt en gestrand. Doordat zich in de ankerketting geen sluitings bevonden en men de kettingbak, welke als zoetwater tank gebruikt werd, niet kon bereiken, was men niet in staat de ketting te ontsluiten om zodoende te trachten voor de zee weg te komen. Door deze gebreken in het grondtakel, is, naar 's Raads mening, de stranding mede veroorzaakt. Een ankerketting behoort van sluitings voorzien te zijn en de Raad nam met instemming kennis van de mededeling van de Scheepvaartinspectie dat maatregelen genomen zijn om te voorkomen, dat op sleepboten de kettingbak tevens als watertank wordt gebruikt.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 30 december. Het Nederlandse stoomschip ELISABETH, van Sundsvall heeft door slecht weer een gedeelte deklast verloren.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

’s-Gravenhage, 30 december. De Nederlandse zeesleepboot ZEELAND arriveerde gisteren van Dakar te Brest. Alles wel.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Advertentie. Hollandsche Stoomboot Maatschappij, Amsterdam. Zeeliedenstaking.
De Hollandsche Stoomboot Maatschappij biedt aan te betalen aan matrozen en stokers.
De hoogste gage die na alle plaats gehad hebbende verhogingen voor dezelfde categorie betaald wordt door: De Stoomvaart Maatschappij Nederland, de Koninklijke Nederlandsche Stoomboot Maatschappij, de Koninklijke Hollandsche Lloyd of de Koninklijke West-Indische Maildienst.
Of: Een minimumloon van NLG 21,- per week inclusief voedingsgeld. De Hollandsche Stoomboot Maatschappij neemt aan, dat met dit aanbod iedere aanleiding tot staking vervallen is. - De Directie. (opm: zie ook AH 100116)


02 januari 1916


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Het motortankschip HERA, gebouwd voor rekening van de Nederlandsch-Indische Tankstoomboot Maatschappij, te 's-Gravenhage, door de N.V. Scheepswerf ‘Dordrecht’ te Dordrecht, onder speciaal toezicht van Lloyds Register in de hoogste klasse 100 A 1, voor het vervoer van petroleum in bulk, heeft met goed gevolg proef gestoomd.
De afmetingen van het schip zijn als volgt: Lengte tussen de loodlijnen 163', grootste breedte 28'-6", holte op grootspant 12', diepgang bij volle belading met 450 ton 10 voet. Voor de voortstuwing zijn door de Kromhout Motorenfabriek van de firma D. Goedkoop Jr. te Amsterdam geleverd en in het schip opgesteld 2 viercilinder Kromhout middeldruk motoren, vormende een dubbelschroef installatie met een totaal vermogen van 550 pk effectief bij 225 omwentelingen per minuut, die aan het schip een snelheid geeft van 11 zeemijlen per uur. Een door Werkspoor te Amsterdam geleverde horizontale stoomketel, die met olie gestookt wordt, levert stoom voor het drijven van anker- en dek-lieren en voor de verwarming van het schip. De firma Groeneveld & Co. te Amsterdam bezorgde de elektrische verlichting, waarvoor de stroom geleverd wordt door een dynamo, aangedreven door een hulpmotor, die evenals de hoofdmachines, geleverd en gemonteerd werd door de Kromhout Motorenfabriek. Dezelfde motor is tevens ingericht tot het drijven van een luchtcompressor en van twee lenspompen. Het schip, dat geheel gereed is en voor zee uitgerust, zal zeer spoedig zijn eerste reis aanvaarden.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van Gebr. v.d. Meer te Vlaardingen is te water gelaten een stalen loggerschip, gebouwd voor rekening van de heer H.G. Lammers te Katwijk aan Zee.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Groningen, 31 december. Het Nederlandse schip ZEEHOND, kapt. Van Dijk, is met verlies van boot en met dekschade van Porsgrund te Leith aangekomen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepvaartbeweging. In 1915 zijn te Harlingen binnengekomen 248 stoomschepen met een inhoud van 662.873 m3 en 10 zeilschepen met een inhoud van 3.476 m3, totaal 258 schepen met een inhoud van 666.349 m3 en vertrokken 250 stoomschepen met een inhoud van 668,543 m3 en 10 zeilschepen met een inhoud van 3.476 m3, totaal 260 schepen met 672.019 m3 inhoud.
In 1914 zijn hier binnengekomen 336 stoomschepen met 968.850 m3 inhoud en 1 zeilschip met 225 m3 inhoud, totaal 367 schepen met 969.105 m3 inhoud en vertrokken 364 stoomschepen met 963.210 m3 inhoud en 1 zeilschip met 225 m3 inhoud, totaal 365 schepen met 963.435 m3 inhoud.
Voor 1913 waren de totaalcijfers: Aangekomen 469 schepen met 1.161.624 m3 en vertrokken 471 schepen met 1.167.324 m3 inhoud.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepvaartbeweging. Gedurende het jaar 1915 zijn de zeehaven te Zaandam binnengelopen 46 stoomschepen met een gezamenlijke inhoud van 62.940 bruto registerton (Eng. meting) of 178.120 m3, tegen 75 stoomschepen met 163.690 bruto reg. ton (463.242 m3) in 1914 en 179 stoomschepen met een inhoud van 386.221 bruto reg. ton (1.093.005 m3) in 1913.
Van de binnengelopen schepen voeren 11 onder Nederlandse, 29 onder Zweedse, 5 onder Deense en 1 onder Noorse vlag. Alle schepen waren beladen met gezaagd hout. Balken, kolders, juffers, sparren en rijst werden in 1915 niet aangevoerd.
In de haven van Westzaan kwam in 1915 geen enkel schip binnen.


03 januari 1916


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Nederlandse scheepsbouw in 1915.
In het afgelopen jaar werd van de verschillende scheepsbouwwerven in Nederland te water gelaten voor de zeevaart ca. 103.000 ton scheepsruimte tegenover ca. 100.000 ton in 1914.
Gebouwd werden aan de werf:
Nederlandsche Scheepsbouw Mij. te Amsterdam, 3 stoomschepen met ca. 16.000 brt. ton.
Wilton's Machinefabriek en Scheepswerf te Rotterdam, 3 stoomschepen met ca. 2.300 ton.
Mij. voor Scheeps- en Werktuigbouw ‘Fijenoord’ te Rotterdam, 4 stoomschepen met ca. 7.600 ton.
Rotterdamsche Droogdok Maatschappij te Rotterdam, 7 stoomschepen met ca. 25.000 ton.
Bonn & Mees te Rotterdam, 1 stoomschip met ca. 7.500 ton.
Werf v/h Rijkée & Co. te Rotterdam, 3 stoomschepen met ca. 4.100 ton.
P. Boele Pzn. te Slikkerveer, 1 stoomschip met ca. 500 ton.
Werf v/h Jan Smit Czn. te Alblasserdam, 3 stoomschepen met ca. 5.800 ton.
Werf ‘De Noord’ te Alblasserdam, 1 stoomschip met ca. 1.700 ton.
Jonker & Stans te Hendrik-Ido-Ambacht, 1 stoomschip met ca. 1.300 ton.
Werf ‘Dordrecht’ te Dordrecht, 2 stoomschepen met ca. 1.400 ton.
Werf ‘De Merwede’ te Hardinxveld, 5 stoomschepen met ca. 3.200 ton.
A. Vuyk & Zonen te Capelle a/d IJssel, 5 stoomschepen met ca. 11.000 ton.
Koninklijke Mij. ‘De Schelde’ te Vlissingen, 2 stoomschepen met ca. 14.000 ton.
J. Meyer's Scheepsbouw Maatschappij te Zaltbommel, 2 stoomschepen met 1.700 ton.
E.J. Smit & Zn. te Hoogezand, 1 stoomschip 250 ton.
Aan het einde van 1915 was op de verschillende Nederlandse werven nog in aanbouw of in aanbouw gegeven voor de zeevaart ca. 262.000 ton scheepsruimte, tegenover ca. 116.000 ton aan het einde van 1915 en wel op de werf:
Nederlandsche Scheepsbouw Mij. te Amsterdam, 6 stoomschepen met ca. 39.000 ton.
Mij. voor Scheeps- en Werktuigbouw Fijenoord te Rotterdam, 7 schepen met ca. 35.000 ton.
Wilton's Machinefabriek & Scheepswerf te Rotterdam, 4 stoomschepen met ca. 4.800 ton.
Bonn & Mees te Rotterdam, 2 stoomschepen met ca. 14.500 ton.
Werf v/h Rijkée & Co. te Rotterdam, 5 stoomschepen met ca. 8.700 ton.
Koninklijke Maatschappij ‘De Schelde’ te Vlissingen, 4 stoomschepen met ca. 38.000 ton.
Werf Gusto te Schiedam, 4 stoomschepen met ca. 9.900 ton.
J. & K. Smit's Scheepswerven te Kinderdijk en Krimpen a/d Lek, 4 stoomschepen met ca. 9.600 ton.
Werf v/h Jan Smit Czn. te Alblasserdam, 2 stoomschepen met ca. 4.000 ton.
Werf ‘De Noord’ te Alblasserdam, 3 stoomschepen met ca. 8.000 ton.
Jonker & Stans te Hendrik-Ido-Ambacht, 2 stoomschepen met ca. 3.300 ton.
Werf 't Huis de Merwede te Papendrecht, 1 stoomschip met 2.000 ton.
Werf v/h Wed. A. van Duivendijk te Papendrecht, 1 stoomschip met 1.000 ton.
Werf ‘Juliana’ te Papendrecht, 1 stoomschip met ca. 2.000 ton.
Huiskens & Van Dijk te Dordrecht, 2 stoomschepen met ca. 4.000 ton.
Werf ‘Dordrecht’ te Dordrecht, 4 stoomschepen met ca. 8.800 ton.
Werf ‘Baanhoek’ te Sliedrecht, 2 stoomschepen met ca. 4.400 ton.
Werf ‘De Merwede’ te Hardinxveld, 5 stoomschepen met ca. 3.500 ton.
T. van Duyvendijk te Lekkerkerk, 1 stoomschip met ca. 2.000 ton.
A. Vuyk & Zonen te Capelle a/d IJssel, 3 stoomschepen met ca. 8.000 ton.
C. van der Giesen te Krimpen a/d IJssel, 5 stoomschepen met ca. 8.000 ton.
Werf ‘Rijn & Maas’ te Heusden, 2 stoomschepen met ca. 2.000 ton.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Rotterdam, 3 januari. Het Nederlandse stoomschip ALCOR, van Rotterdam naar New York, is met verlies van drie schroefbladen te Queenstown aangekomen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Londen, 31 december. Volgens een draadloos telegram van het stoomschip NOORDWIJK, van Portland M. naar Rotterdam, dato Land’s End 31 december, heeft het Noorse stoomschip GAEA het roer verloren en ligt het thans geankerd op 49˚-45' N en 06˚-23' W, na tweemaal door de NOORDWIJK op sleeptouw te zijn genomen. De NOORDWIJK heeft de helft van de bemanning opgenomen, de andere helft is aan boord van de GAEA gebleven.


04 januari 1916


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepvaartbeweging. Gedurende het jaar 1915 kwamen te Delfzijl binnen: 108 zee-stoomschepen inhoudende 309.678 m3; 28 zee-zeilschepen inhoudende 11.017 m3; 490 binnenstoomschepen, laadvermogen 38.031 ton; 931 binnenzeilschepen, laadvermogen 137.765 ton. Hierbij zijn niet gerekend de schepen die rechtstreeks uit zee door de sluizen gaan.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepvaartbeweging te Nieuwediep.
In het jaar 1915 werden te Nieuwediep ingeklaard 8 zeilschepen met een inhoud van 2.078 m3 en 9 stoomschepen met een inhoud van 9.922 m3. Uitgeklaard worden 6 zeilschepen met een inhoud van 1.482 m3 en 7 stoomschepen met een inhoud van 7.812 m3. Als bijleggers werden ingeklaard 4 stoomschepen en uitgeklaard 3 stoomschepen, resp. met een inhoud van 2.213 en 2.191 m3.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Amsterdam, 3 januari. Volgens bij de Kon. West-Indische Maildienst van de kapitein ontvangen telegram is het stoomschip ECUADOR gistermiddag 4 uur te Gravesend aangekomen en aldaar geankerd.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Delfzijl, 3 januari. Het koftjalk-schip SIEKA, kapt. H. Schothorst van Zuidbroek, is alhier binnengekomen met gebroken zeilboom. Het schip heeft te Emden cokes geladen en is bestemd voor Christiania (opm: nu Oslo). Na van een nieuwe zeilboom voorzien te zijn zal het schip de reis voortzetten.


05 januari 1916


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Op een mijn gelopen.
Volgens te Rotterdam ontvangen berichten is het stoomschip ALKAID, van Van Nievelt, Goudriaan & Co. te Maassluis, binnengekomen met een deel van de bemanning aan boord van het stoomschip LETO, dat bij de Galloper op een mijn is gelopen. De ALKAID trachtte het te slepen, doch werd door het breken van de trossen daarin belet. De LETO drijft nog rond met drie man aan boord.
De LETO is een stoomschip van de Mij. Zeevaart te Rotterdam, is bruto 3.224 ton groot en in 1914 gebouwd. Zij bevond zich thans op de reis van New York naar Rotterdam.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Maassluis, 4 januari. Door Dirkzwagers signaalstation te Hoek van Holland is een draadloos bericht van de volgenden inhoud ontvangen: Het van New York naar Rotterdam bestemde Nederlandse stoomschip LETO is hedenavond 8 mijl O ten Z van de Galloper op een mijn gelopen en vervolgt de reis naar Rotterdam. Nadere bijzonderheden ontbreken.
5 januari. Het stoomschip ALKAID is hedenmorgen alhier binnengekomen met de kapitein en 21 man van het stoomschip LETO Het stoomschip LETO drijft nog rond met 3 man aan boord. De sleepboten WITTE ZEE en OOSTZEE zijn hedenmorgen te 04.15 uur ter opsporing vertrokken.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 6 januari. Volgens draadloos bericht van het Nederlandse stoomschip NOORDWIJK dato 3 januari 2 uur namiddag redde dit stoomschip de 2e januari de gehele bemanning van het stoomschip GAEA (opm: zie ook AH 030116), zette zijn eigen mensen aan boord en nam de GAEA weer op sleeptouw. De sleeptros brak opnieuw doch de 3e januari voormiddag nam de NOORDWIJK de GAEA nogmaals op sleeptouw. Positie 30 mijl zuid van Falmouth.
Volgens een later ontvangen draadloos bericht van het stoomschip NOORDWIJK arriveerde dit stoomschip 3 januari 's avonds met het stoomschip GAEA op sleeptouw te Falmouth. De NOORDWIJK zette gisteren de reis naar Rotterdam voort.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

IJmuiden. 5 januari. Het van Buenos Aires binnenkomend Nederlands stoomschip DELFLAND is op de pier gelopen en vol water tussen de zuidpier en de strekdam aan de grond gezet. Het stoomschip is geladen met graan, huiden, vet en stukgoed.
Later bericht. Het stoomschip DELFLAND is zover met het achterschip weggezakt, dat er met hoogwater met roeiboten overheen gevaren wordt. De deklading (vaten olie) spoelt aan. Een gedeelte van de bemanning is aan wal gekomen. Het weer is te ruw om op het schip te werken. Het boven-voorschip steekt nog boven water uit. Het stoomschip zit 300 meter west van de kleine zuidpier in de richting naar het noordoosten. Het schip zit niet gevaarlijk voor de scheepvaart.
Nader seint men ons nog uit IJmuiden: Het dek- en machinepersoneel, tezamen ruim 20 man, van de DELFLAND zijn van boord gehaald en alhier aangebracht. Volgens hun mening is het stoomschip ter hoogte van de machinekamer gescheurd daar deze het eerste onder water stond. De achter ruimen zijn opengesprongen en staan geheel onder water; de voorruimen, met graan geladen, staan nog droog.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Rotterdam, 5 januari. Door Solleveld en Van der Meer & T.H. van Hattum’s Stoomvaart Maatschappij is aan de Rotterdamsche Stoomvaart Maatschappij de bouw opgedragen van een stoomschip groot 6.200 ton voor de algemene vrachtvaart.

RN 050116
IJmuiden, 5 januari. Het van Buenos Aires hedennacht binnenkomend stoomschip DELFLAND, van de Koninklijke Hollandsche Lloyd, is tijdens een zware bui op de Noorderpieren geraakt en lek gestoten. Tussen de pieren werd het aan de grond gezet. Het achterschip ligt reeds onder water. Sleepboten zijn in de omtrek. Het volk is aan boord gebleven, daar het schip niet dieper zinken kon. De DELFLAND is 4.302 bruto en 2.762 netto reg. ton groot en werd in 1905 gebouwd.
Later bericht. Met hoogwater kan met roeiboten over het achterschip heengevaren worden. De deklading (vaten olie) spoelt aan. Het weer is te ruw om op het schip, dat niet gevaarlijk voor de scheepvaart zit, te werken. Een gedeelte van de bemanning is aan wal gekomen. Later bericht. De directie van de Kon. Holl. Lloyd deelt mee, dat het schip waarschijnlijk met de kiel op een van de basaltblokken van de pier is gegleden. Een duiker is aan het werk gesteld om de situatie te onderzoeken. Het stoomschip is geladen met graan, huiden, vet en stukgoed. Van de deklading zijn reeds een groot aantal vaten vet en andere voorwerpen aangedreven.
DELFLAND aan de grond. (Coll. onbekend)


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Thisted, 30 december (1915). Een grote Nederlandse schoener is op de reis naar Amsterdam buitengaats van het Thyborön-kanaal gestrand en zit zodanig, dat het moeilijk te bergen zal zijn. De bemanning is geland. Een Svitzer berging stomer zal zodra de weergesteldheid het toelaat, zijn werkzaamheden beginnen.


06 januari 1916


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Amsterdam, 5 januari. Volgens heden bij de rederij ontvangen telegrafisch bericht, is het stoomschip ECUADOR thans te Gravesend gemeerd. Alle opvarenden zijn ongedeerd. Het stoomschip ligt voor 31 voet en achter 20 voet. Getracht zal worden een gedeelte van de lading te lossen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Maassluis, 6 januari. Inkomende boten hebben niets van het stoomschip LETO (zie vorig Avondblad) gezien. De beide sleepboten die naar Avonmouth moesten en tegelijk naar de LETO zouden zoeken, hebben niets gerapporteerd, zodat het vrijwel zeker is dat de LETO, met de 3 mannen, die nog aan boord waren, is gezonken.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Rotterdam, 5 januari. Volgens alhier ontvangen bericht is het stoomschip NOORDWIJK 3 dezer ‘s avonds met het stoomschip GAEA op sleeptouw te Falmouth aangekomen. De NOORDWIJK heeft gisteravond de reis naar hier voortgezet.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De LETO op een mijn gelopen.
Weer is een Rotterdams schip het offer geworden van de gevaarlijke oorlogstoestanden ter zee. Hedennacht 12 uur is te Scheveningen draadloos telegrafisch bericht ontvangen, dat het stoomschip LETO van de fa. Hudig & Veder, op weg van New York naar hier, 3 mijl ten oosten van het vuurschip Galloper op een mijn gelopen is. Hedennacht om 4 uur is binnengekomen het stoomschip ALKAID van de fa. Van Nievelt, Goudriaan & Co., met aan boord 21 man van de equipage van de LETO, onder wie de kapitein. Deze heeft gerapporteerd, dat de LETO op zee ronddreef met nog drie man aan boord.
De zeesleepboten OOSTZEE en WITTE ZEE, van de fa. L. Smit, zijn uitgegaan om de LETO te zoeken.
De LETO is een stalen schroefstoomschip, metende 3.224 ton bruto en 1,905 ton netto en werd in 1914 gebouwd.
Aldus het eerste, vroeg in de morgen hier ontvangen bericht.
Sedert heeft de gezagvoerder zijn verklaringen kunnen doen aan de rivierpolitie en ten kantore en uit zijn verklaringen en die van de mede-opvarenden van de LETO is het volgend verhaal samen te stellen: Om één uur gistermiddag liep de LETO op bovengenoemde plaats op de mijn. Er werd een zware ontploffing gehoord en dadelijk bleek de toestand zeer ernstig. Zienderogen liep het water in het schip. De kapitein. R. Teensma, gaf dus dadelijk order om de boten uit te zetten, hetgeen bij het stormachtige weer een moeilijke taak was. Inmiddels werden noodsignalen gegeven.
Alle boten, waarmee het beproefd werd sloegen stuk, één boot, ter ere van wijlen de maker zij het hier vermeld: ‘De Vos’ patent, weerstond de slagen en in deze boot wisten de 21 man van de LETO weg te komen, naar de ALKAID, die de hulpseinen gehoord had en bijgedraaid was, vrij dicht bij de LETO. Aan boord van de ALKAID werden de mannen met de bekende zeemanshartelijkheid opgenomen.
Daar intussen de LETO drijven bleef, meenden zeven leden van de bemanning, dat zij terug konden keren om te trachten te redden wat er te redden was, ja zelfs de LETO op sleeptouw te nemen, waar toe de kapitein van de ALKAID zich bereid verklaarde. Voorzien van sleeptrossen begaven zij zich weer naar de LETO: De 1e, 2e en 3e stuurman, de 1e en 2e machinist, een bootsman en een matroos. Inderdaad slaagden zij er in nog al wat kleine eigendommen te redden, doch de sleeptrossen knapten herhaaldelijk af. Het werd toen donker en de mannen, wensten naar boord van de ALKAID terug te gaan. Eigenaardig genoeg weigerden drie man met de vier anderen mee te gaan, zij bleven op de LETO, n.l. de tweede stuurman H. Loets, de bootsman P. Zaandam en de matroos A. Lodewijk. Vermoedelijk zagen zij in de toestand van de LETO geen gevaar. Van hun lot weet men niets. Daar er echter in de buurt van de LETO vrij wat trawlers en andere kleine vaartuigen waren, veronderstelt men dat zij, indien er gevaar intrad, wel van boord zullen zijn gehaald. De LETO, schip en lading, was voor NLG 700.000 verzekerd, behalve het Regeringsgraan, dat het schip inhield en niet tegen molest verzekerd was.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

De Nederlandse grote scheepvaart in 1916.
Deel I. De algemene toestand van de wereldscheepvaart stond gedurende het afgelopen jaar, evenals in 1915, onder de invloed van de vele afwisselende omstandigheden, die zich ten gevolge van de Europese oorlog en van de door de oorlogvoerende mogendheden op economisch en militair gebied achtereenvolgens genomen maatregelen voor aanval en verdediging voordeden. Het uit de markt blijven van de handelsvloten van de centrale mogendheden en de opeising van verreweg het grootste deel van de geallieerde vloten voor oorlogsdoeleinden verminderden zodanig de scheepsruimte op de wereldzeeën, dat er voortdurend een grote wanverhouding bestond tussen vraag naar en aanbod van ruimte, een wanverhouding, nog toenemend door de voortdurende torpederingen (volgens officiële verklaring uit Berlijn voor de handelsvloten van de geallieerde mogendheden alleen sedert het begin van de oorlog tot einde november jl. een scheepsruimte vertegenwoordigend van 3.636.500 ton) en welke verliezen door de allengs moeilijker geworden toestanden aan de scheepbouwwerven niet in gelijke mate door nieuw-aanbouw konden worden aangevuld. Bovengenoemde omstandigheden waren oorzaak, dat de neutrale scheepvaart in de wereldhavens het meest op de voorgrond trad en de internationale markt beheerste. Meer nog dan 1915 was 1916 een veelbewogen jaar voor de scheepvaart. Tegenover de bovengenoemde voordelen stonden de verdere talrijke eisen, door de oorlogvoerende mogendheden in de loop van het jaar gesteld, de belemmeringen en beslommeringen, die daarvan het gevolg waren en de gevaren waaraan het bedrijf was blootgesteld. Ook de Nederlandsche scheepvaartwereld heeft daarvan ruimschoots haar aandeel gehad. In januari en februari vooral liepen herhaaldelijk Nederlandse schepen op mijnen. Voor een deel konden deze schepen echter met meer of minder schade nog in veilige haven worden gebracht. De meeste rampen hadden plaats op de hoogte van de Galloper bank. Somberder werd nog de toestand in de aanvang van de tweede helft van maart ten gevolge van de torpedering van het stoomschip TUBANTIA, van de Koninklijke Hollandsche Lloyd, in de nacht van 15 op 16 maart, de 18e gevolgd door die van het stoomschip PALEMBANG van de Rotterd. Lloyd. Door deze beide tegenover een neutrale natie gepleegde misdrijven, van wie de dader officieel onbekend bleef, bleek de veiligheid ter zee ook voor neutrale schepen ernstig te zijn verminderd en dreigde, evenals in aug. 1914, de scheepvaart van en naar Nederland te zullen worden stopgezet. Vooral de torpedering van de TUBANTIA, de trots van de Nederlandse koopvaardijvloot wekte grote verontwaardiging bij het Nederlandse volk. Wij zullen thans over het verloop van deze zaak, de lezers van het Handelsblad waarlijk voldoende bekend, niets meer zeggen. Het pleit moet nu toch eenmaal na afloop van de oorlog worden beslist door de uitspraak van een gemengde commissie.
Onder de indruk van die gebeurtenissen maakten de rederijen bezwaar haar eigendommen aan de bestaande gevaren ter zee te wagen en de zeevarenden van alle rangen achtten het levensgevaar te groot om onbeschermd de Noordzee over te steken. Het gevolg was, dat na gehouden conferenties van vertegenwoordigers van zeelieden-verenigingen met de Regering, het vertrek van verscheidene schepen van Nederland werd vertraagd en beurtvaarten op Engeland tijdelijk werden stopgezet. De Stoomvaart Maatschappij Nederland, Rotterdamsche Lloyd en Koninklijke Hollandsche Lloyd namen onmiddellijk na de torpedering van bovengenoemde stoomschepen het besluit geen verdere afvaarten te doen plaats hebben alvorens nadere berichten omtrent de bedoeling van de Duitse regering ten opzichte van neutrale schepen zouden zijn ingekomen. Nadat echter in de zitting van de Duitse Rijksdag van 5 april het besluit was afgekondigd, dat neutrale schepen door de Duitse onderzeeërs zouden worden geëerbiedigd, werden op 12 april de uitgaande vrachtdiensten heropend. De Holland Amerika Lijn had de grote Nederlandse sleepboot THAMES afgehuurd, teneinde, uitgerust met een grote hoeveelheid reddingmateriaal en draadloze telegrafie-installatie, hare uitgaande boten te begeleiden tot het Kentish Knock vuurschip en haar thuis varende stoomschepen van dit vuurschip naar de Nederlandse kust. Door de Regering was, teneinde de gevaren voor het varen naar Het Kanaal te verminderen, op 1 april de sleepboot ATLAS, voorzien van een installatie voor draadloze telegrafie, bij de Noord Hinder gestationeerd, om bij mogelijke ongevallen hulp te verlenen. Voorts werden eenmaal per dag de schepen, die zich daarvoor kwamen aanmelden, tussen de Noord Hinder en de Engelse territoriale wateren door de sleepboten-mijnenlichters TITAN en SIMSON voorafgegaan. De Regering nam daarmee echter generlei verantwoordelijkheid op zich; was daarentegen van oordeel, dat de vaart om Noord-Schotland en Ierland veel minder gevaarlijk was dan die door Het Kanaal. Niettegenstaande het tijdverlies en de belangrijke extra kosten, aan die route verbonden, lieten zowel de Stoomvaart Mij. Nederland als de Rotterdamsche Lloyd elk een thuiskomend stoomschip 28 maart van Plymouth de reis om de Noord voortzetten. Uitgaande vertrokken 12 april van de Stoomvaart Mij. Nederland drie vrachtboten om de Noord. De Kon. Hollandsche Lloyd heropende dezelfde dag de vrachtdienst op Zuid-Amerika, aanvankelijk nog door Het Kanaal. Sedert wordt door de meeste Nederlandse rederijen aan de route om de Noord de voorkeur gegeven. Van de maatregelen tot beveiliging door begeleiding tussen de Noord Hinder en de Galloperbank werd door de scheepvaart echter weinig gebruik gemaakt, zodat de Regering deze dienst eind april ophief. Nadat enige weken de diensten op Nederlands-Indië door vrachtboten waren waargenomen, het passagiersvervoer derwaarts derhalve geheel stil had gestaan, vertrokken op 3 mei vier mailboten, twee van de Mij. Nederland en twee van de Rotterdamsche Lloyd (een van de Rotterd. Lloyd via het Suez kanaal, de drie andere via de Kaap) om Noord-Schotland met een zeer groot aantal passagiers, en wel nadat door de Regering met de rederijen een overeenkomst was tot stand gekomen tot deelneming in het molestrisico van de Oost-Ind. mailschepen. Echter bleef het risico voor de rederijen nog van dien aard, dat de directies besloten haar grote, kostbare mailboten op te leggen, daar zij deze tot de bestaande voorwaarden en met het oog op de verwachte commerciële eisen na afloop van de oorlog niet aan de gevaren op de Noordzee wensten te wagen. Voor de scheepvaart in 't algemeen begonnen die gevaren eerst merkbaar te verminderen na het antwoord van de Duitse regering van 4 mei op de bekende Amerikaanse nota van 20 april, waarin Duitsland afstand deed van de „rücksichtslosen" duikbotenoorlog en er in toestemde, dat de Duitse duikbootcommandanten zich voortaan zouden houden aan de internationale regels van het Volkenrecht betreffende het aanhouden, onderzoeken en vernietigen van handelsvloten, volgens welke regels geen koopvaardijschepen zonder waarschuwing in de grond mogen worden geboord, tenzij deze trachten zich te verzetten of te vluchten, terwijl aan de opvarenden gelegenheid moet worden gegeven zich te redden. De Kon. Holl. Lloyd hervatte op 24 mei het passagiersvervoer naar Zuid-Amerika. Na enige maanden van betrekkelijke kalmte werd de Nederlandse scheepvaartwereld op 7 oktober weer opgeschrikt door de torpedering o.a. van het grotendeels met regeringsgraan beladen stoomschip BLOMMERSDIJK van de Holland Amerika Lijn, drie mijlen buiten het Nantucket-vuurschip. Met de verschijning van een Duitse onderzeeër aan de Amerikaanse kust vreesde men, dat een nieuwe periode zou worden geopend in de Duitse duikbotenoorlog. Scheepvaartwaarden ondergingen belangrijke dalingen, doch na een geruststellende verklaring van de Duitse regering konden deze zich binnen enige dagen krachtig herstellen. De Duitse duikboot verdween even spoedig van de Amerikaanse kust als zij onverwachts gekomen was. En de Duitse regering erkende de onwettigheid van de torpedering door de rederij van de BLOMMERSDIJK vergoeding van de schade voor verlies van het schip te verzekeren en de Nederlandse regering de lading graan te vergoeden. (wordt vervolgd).


07 januari 1916


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Zeeliedenstaking.
Langzaam breidt de zeeliedenstaking zich uit. Met elk binnenkomend schip van de betrokken rederijen voegen zich een paar man bij de stakers. Naar van werkliedenzijde werd meegedeeld, is het stoomschip RIJNLAND met een onvolledige bemanning van hier naar IJmuiden vertrokken. Daar hoeft het schip de bemanning aangevuld en het is met een vertraging van 24 uur naar zee gegaan.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

IJmuiden, 7 januari. Uit het stoomschip DELFLAND (zie vorig Avondblad) zijn heden 700 zakken droge mais gelost, benevens 20 vaten vet. De sleepboot PERNIS is met een blazer en duikertoestellen gearriveerd. Hedenochtend zouden de duikers met het dichtmaken van het schip beginnen


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Nederland en de oorlog. Onderzeeboot gezonken.
Het Departement van Marine deelt mee, dat gisteren door de NOORD-BRABANT ter hoogte van het zeegat van Texel buiten de territoriale wateren een Engelse onderzeeboot werd aangetroffen, die noodseinen deed. De gehele bemanning, ten getale van 33 koppen, werd door de Nederlandse kruiser gered en te Den Helder aangebracht. De onderzeeboot is in zee gezonken.
Men meldt ons nog uit Nieuwediep: Toen Hr.Ms. NOORD-BRABANT donderdagmorgen van Nieuwediep naar buiten stoomde, werden in de richting van de Noorderhaaks door de wacht hebbende noodseinen opgemerkt. Naderbij komende bleken die seinen te zijn afgegeven door de Engelse onderzeeër E 17, die in de nabijheid van onze kust op patrouille zijnde, vermoedelijk door misleiding van de stroom ‘s nachts in de Haaks gronden was gestrand en zwaar lek was geworden. De bemanning had het vaartuig door aanhoudend pompen boven water weten te houden. Kort nadat de bemanning, sterk 35 man, waaronder drie officieren, in twee sloepen naar de NOORD-BRABANT was overgebracht, zonk de E 17.
(De E 17 is een van de nieuwste onderzeeërs van de Engelse marine. De waterverplaatsing is 730 ton boven water en 825 ondergedompeld. De snelheid is 16 mijl boven en 10 onder water. De bewapening bestaat uit 4 torpedolanceerbuizen van 53 cm. en 2 kanonnen van 7,6 cm. In deze oorlog zijn reeds verscheidene boten van de E-klasse vernield. Red.)


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van I.S. Figée te Vlaardingen is te water gelaten het stalen loggerschip PALLAS, gebouwd voor de heer C. Verver te Bloemendaal.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Door Solleveld, Van der Meer & T.H. van Hattum's Stoomvaart Maatschappij te Rotterdam, werden aan de werf ‘Gusto’ te Schiedam, twee voor de vrachtvaart bestemde stoomschepen van 6.200 ton in aanbouw gegeven, oplevering medio 1917.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Naar wij vernemen is aan Verschure & Co's Scheepswerf en Machinefabriek te Amsterdam, voor Noorse rekening de bouw opgedragen van een stoomschip van 2.200 ton.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. Dinsdag 11 januari, 2 uur namiddag, onderzoek betreffende het stranden en vergaan van de schoener GEZIENA op de Engelse kust nabij Sunderland op 6 december jl. Schipper J.P. Klugkist, eigenaar J.F. van Dijk, beiden te Groningen. Te 3 uur onderzoek betreffende het stranden en vergaan van de kof ZEEMEEUW nabij Sandgate (bij Folkestone) op 28 oktober jl. Schipper-eigenaar Fr. Koopman uit Groningen. Daarna voortzetting van het op 30 december jl. geschorst onderzoek inzake de klacht van de hoofdinspecteur voor de Scheepvaart tegen T. Eppinga, schipper van de schoener HELENA.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Rotterdam, 6 Januari. Het stoomschip BATAVIER IV heeft, volgens door de rederij ontvangen draadloos bericht, in zee opgepikt de drie man die aan boord van het stoomschip LETO waren gebleven. Zij hadden het schip in zinkende staat verlaten. De BATAVIER IV nam hen mee naar Londen. (opm: zie ook RN 060116)


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Aanvaring. Men meldt ons uit IJmuiden:
De Nederlandse koftjalk CONFIANCE, kapt. Hendriks, van Londen naar Haarlem, is voorgaats van IJmuiden bij het beloodsen door de stoomloodsboot aangevaren, waardoor de boegspriet gebroken werd en schade belopen werd aan de zeilen. Door de stoomloodsboot is het vaartuig tot de pieren gebracht, waarna het op eigen kracht binnenkwam.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

N.V. Werf Zeeland te Hansweert.
Door de aandeelhoudersvergadering van de N.V. Werf Zeeland te Hansweert is het dividend vastgesteld op 10%, terwijl balans en winst- en verliesrekening werden goedgekeurd. Het arbeidsloon steeg van NLG 32.251 in 1911 tot NLG 58.678 in 1915 en de verwerkte orders in die zelfde tijd van NLG 70.300 tot NLG 238.800. Er is voor NLG 432.800 werk onderhanden, waarbij niet gerekend is NLG 181.500 voor te leveren machines die niet aan de werf worden gemaakt. Er liggen twee schepen in afwerking, terwijl op stapel staat een vrachtboot van 1.000 ton en nog twee dito schepen besteld zijn.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdamse rederijen in 1915.
Aan het overzicht dat de Scheepvaart geeft van de staat van de rederijen in Nederland, ontlenen wij het volgende voor wat Rotterdam betreft: De Holland Amerika Lijn heeft een overeenkomst getroffen, waardoor een groot gedeelte van het kapitaal, dat zich in Duitse handen bevond, in Nederlandse terugkwam. Om te voorkomen, dat deze aandelen wederom in buitenlands bezit zouden geraken, werd opgericht de N.V. Gemeenschappelijk Eigendom van aandelen Holland Amerika Lijn met een kapitaal van NLG 7.125.000, waarvan geplaatst NLG 3.185.000. Van de in aanbouw zijnde schepen kwam er nog geen gereed. Aangekocht werden de vrachtboten EEMDIJK (6.180), MAASDIJK (6.065) en POELDIJK (4.226), waarvan eerstgenoemde op een mijn liep en verloren ging. Het stoomschip POTSDAM (12.522) werd naar het buitenland verkocht. Vele schepen werden gecharterd, terwijl een aantal schepen in de La Platavaart gebezigd werden.
Voor de Rotterdamsche Lloyd zijn thans in aanbouw een mailschip van 9.600 ton en 5 vrachtboten van 7.050 ton, waarvan de SITOBONDO (7.057) reeds te water is gelaten. Het stoomschip BENGALEN (2.676) werd verkocht. De in het vorig jaar opgerichte N.V. Algemeene Stoomvaart Mij. (Wambersie & Zoon) was niet gelukkig. Doordien haar schepen in time-charter voeren, profiteerde zij niet van de hoge vrachten, terwijl het derde stoomschip, dat in aanbouw was, de VAN STIRUM (3.284) nooit geleverd is, doch door het Engelse gouvernement is gerekwireerd terwijl het dezer dagen is getorpedeerd.
De Nederlandsche Stoomvaart Mij. Oceaan kocht de stoomschepen VEGHTSTROOM (1.339) en ELVE (899) aan.
De Nederlandsche Lloyd en Scheepvaart- en Steenkolen Mij. hadden het verlies van twee schepen te betreuren, die op mijnen liepen, nl. de SCHIELAND (1.106) en OLANDA (2.138).
In de vaart kwamen de GAASTERLAND (1.091), DIRKSLAND (1.858), MIDSLAND (1.085) en SCHOKLAND (1.113). In aanbouw zijn nog de OOSTERLAND (1.200), ST. JANSLAND (1.900), ST. PHILIPSLAND (2.000), HOOGLAND (1.300) en een stoomschip van 1.900 ton, waarvan de OOSTERLAND en HOOGLAND reeds te water zijn gelaten. Verkocht werd het stoomschip OTTOLAND (1.574).
De firma Phs. Van Ommeren bracht de tankstomer BARENDRECHT (3.704) in de vaart, kocht het stoomschip CONSTANCE CATHARINA (1.037) aan en verkocht de stoomschepen KATENDRECHT (2.155) en DORDRECHT (2.151). Thans is in aanbouw de tankmotor PENDRECHT (1.500).
De firma P.A. van Es & Co. bracht in de vaart het stoomschip BERNISSE (951) en bestelde de stoomschepen ELVE (950) en AMSTEL (800). Zij verkocht het stoomschip ELVE (899), terwijl de AMSTEL (853) op een mijn liep.
Het stoomschip BATAVIER I (1.013) van de Scheepvaart Mij. v/h Smith & Co. kwam gereed, terwijl zij het stoomschip HOLLANDER (759) verkocht. Dit schip werd onder de naam OTIS TARDA in de vaart gebracht door de nieuwe rederij L. & L. Pieters, die nog het stoomschip OTIS TETRAX (800) in aanbouw heeft.
De American Petroleum Company verloor het stoomschip CHESTER (2.568).
De Noord-Nederlandsche Scheepvaart Mij. verkocht haar stoomschip CONSTANCE CATHARINA (1.036) en liquideerde.
Evenzo de Stoomvaart Mij. Tromp, die haar stoomschepen HEEMSKERCK (2.183), KORTENAER (2.151) en TROMP (2.751) verkocht. De onder dezelfde directie staande N.V. Kolen- en Scheepvaart Kantoor verkocht haar enige schip, de JAN BLOCKX (1.366) en liquideerde eveneens.
Voorts liquideerde de Stoomvaart Mij. Sophie H, die haar stoomschip SOPHIE H (2.930) verkocht en werd het enige stoomschip van Karl Schroers Stoomvaart Mij. de KARL SCHROERS (1.871) verkocht.
De nieuw opgerichte Dordtsche Stoomschip Mij., waarbij de Rotterdamse firma P.W. Louwman geïnteresseerd is, kocht het stoomschip WOUDRICHEM (4.015) aan, terwijl genoemde firma haar stoomschip LOUISE (2.045) verkocht.
De rederijen onder directie van Wm. Ruys & Zonen verkochten de stoomschepen AMELAND (2.554), MARKEN (2.587) en WALCHEREN (3.531). De turbinestomer TURBINIA (3.164) kwam in de vaart, terwijl nog 2 stoomschepen van 3.550 en één van 4.200 ton in aanbouw zijn.
De N.V. Furness' Scheepvaart- en Agentuur Mij. verkocht de stoomschepen VRIJBERGEN (4.226), ZEVENBERGEN (3.121) en STEENBERGEN (3.735) terwijl haar stoomschip ALBERGEN (1.777) verloren ging. Zij bestelde 3 stoomschepen van 4.700 ton.
De rederijen onder directie van Jos. de Poorter verkochten de stoomschepen THEODORA (859), LAURA (3.154) en JOHANNA (1.120), terwijl het stoomschip JOSEPHINA (1.295) werd, verbeurd verklaard. De nieuwe stoomschepen LEONORA (1.155) en FOLMINA (1.158) kwamen in de vaart, waarvan laatstgenoemd echter weer verkocht werd. Thans zijn nog 4 stoomschepen in aanbouw.
De firma Gebr. Van Uden verkocht het stoomschip VEERHAVEN (2.509), doch kocht een ander, dat dezelfde naam ontving (3.003), aan. Thans zijn nog 11 stoomschepen in aanbouw, nl. 4 van 3.550 ton, 1 van 2.500 ton, 1 van 1.900 ton, 3 van 1.400 ton, 1 van 800 ton en 1 van 700 ton.
De N.V. Houtvaart verkocht haar stoomschip RIJN (1.285), terwijl het stoomschip NOORD (1.250) voor haar werd te water gelaten en een nieuw stoomschip RIJN (2.030) in aanbouw is.
De Mij. Zeevaart verkocht het stoomschip CALLISTO (3.521) en bestelde een stoomschip van 3.550 ton.
Van Nievelt, Goudriaan & Co's Stoomvaart Mij., die haar stoomschip POOLSTER (2.060) verkocht, bracht in de vaart de stoomschepen BELLATRIX (3.525), PROCYON, THUBAN (elk 3.566), ALCOR en ALGENIB (elk 3.551). Het stoomschip ALPHARD (3.550) werd te water gelaten en 2 schepen van resp. 3.550 en 4.700 ton zijn in aanbouw.
Solleveld, Van der Meer en T.H. van Hattum's Stoomvaart Mij. verkocht de stoomschepen KINDERDIJK (2.180) en POELDIJK (2.205), terwijl zij de stoomschepen RIJNDIJK (3.557) en MAASDIJK (3.556) in de vaart bracht. Dezer dagen zonk het stoomschip ELLEWOUTSDIJK (2.223) doordien het op een mijn liep.
Het stoomschip KATWIJK (2.040) van Erhardt en Dekkers werd getorpedeerd; het stoomschip NAALDWIJK (2.000) is in aanbouw.
De Overzeesche Vrachtvaart Mij. bestelde een stoomschip van 615 ton, terwijl het stoomschip HAMBORN (1.229) van de N.V. Handels- en Transport Mij. Vulcaan werd opgebracht. Een definitieve beslissing betreffende de verbeurdverklaring is nog niet genomen. De nieuwe zee-rederij van W. Van Driel's Stoomboot- en Transportondernemingen bestelde 6 schepen van verschillende afmetingen, waarvan de WILLEM VAN DRIEL SR. (2.521) reeds in de vaart kwam.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

's-Gravenhage, 6 januari. De hopper DIOMEDES is volgens alhier ontvangen telegram 26 december van Haarlem via het Panamakanaal te Vladivostok aangekomen; alles wel. Dit schip is het laatste van de 3 schepen door de Werf Conrad te Haarlem voor de Russische regering gebouwd. Het contract voor het bouwen was voor het uitbreken van de oorlog afgesloten.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

's-Gravenhage, 6 januari. De sleepboot FRIESLAND van Bureau Wijsmuller SIeepvaart Mij. alhier is, na de baggermolen INGENIEUR SAGHAROW van Honolulu naar Vladivostok gebracht te hebben, naar Rusland verkocht en reeds afgeleverd.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Amsterdam, 6 januari. Volgens een bij de directie van de Koninklijke West-Indische Maildienst ontvangen telegrafisch bericht, is het stoomschip ECUADOR thans te Gravesend geankerd. Alle opvarenden zijn ongedeerd. Het stoomschip ligt voor 31 voet, achter 20 voet. Men zal trachten een gedeelte van de lading te lossen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Queenstown, 4 januari. Het Nederlandse stoomschip ALCOR is naar de Passage West Docks gebracht om gerepareerd te worden.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 5 januari. Het duikeronderzoek van het stoomschip DELFLAND (zie vorig No.) heeft aangetoond, dat een gat van ongeveer een vierkante meter ter hoogte van de machinekamer is gestoten en dat bij ruim 3 de platen over een lengte van drie meter gescheurd zijn. Ongeveer 300 vaten vet zijn uit de ruimen gespoeld en met veel luiken en houtwerk aan het zuiderstrand gedreven. Ze worden aldaar geborgen, om morgen over land naar het Binnenkanaal te worden gebracht. Vandaar worden die goederen naar Amsterdam verscheept. De berging van schip en lading is opgedragen aan de Sleep- en Bergingsdienst L. Smit & Co. te Rotterdam, die met de firma Van der Tak en de duikersploeg Sperling morgen bij gunstig weer met de bergingswerkzaamheden een aanvang zullen maken.
De lading bestaat uit: 32.995 zakken graan en zaad, 4.195 ton graan, los en gestort, 900 vaten en 75 kisten vet, 600 balen wol, 3.000 gezouten huiden en 2.000 balen houtextract.
6 januari. Met de lossing van het stoomschip DELFLAND is men heden begonnen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 5 januari. De stoomtrawler BETSY deelt mee, dat hij 4 januari in de voormiddag 11.30 uur, op 35 mijl NW van IJmuiden gepasseerd is een boven water uitstekende geel geschilderde mast, vermoedelijk aan een gezonken koopvaardijschip verbonden.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 5 januari. Volgens een hier ontvangen particulier bericht, heeft de van Londen naar Haarlem bestemde koftjalk CONFIANCE de schade in Harwich hersteld en ligt thans zeilklaar om de reis naar de bestemmingsplaats voort te zetten. (opm: zie ook RN 111215 en RN 171215)


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Falmouth, 4 januari. Het Noorse stoomschip GAEA, met steenkool van Glasgow naar Savona, verloor het roer en een anker met ketting, heeft buiten andere averij schade aan brug en boten. Vanaf 50 mijl WZW van Bishop’s is de GAEA door het Nederlandse stoomschip NOORDWIJK gesleept en later door de sleepboot VICTOR alhier in de haven gebracht. (opm: zie ook RN 110116)


08 januari 1916


Krant:
 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Veerdienst Enkhuizen - Stavoren.
In de personenveerdienst Enkhuizen - Stavoren is na een wel geslaagde proeftocht ook het tweede nieuwe stoomschip de C. BOSMAN in de vaart gebracht, zodat deze dienst — in aansluiting op de sneltreinen van de H.IJ.S.M. — vanaf 2 januari wordt uitgevoerd door twee grote, modern ingerichte dubbelschroef schepen.
De R. VAN HASSELT is reeds enige tijd geleden in dienst gesteld.
Daar deze schepen door hun bouw en inrichting, een rustiger overtocht, ook bij het ongunstige weer van dit jaargetijde, waarborgen, is hiermee zeer zeker een belangrijke verkeersverbetering tot stand gekomen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

IJmuiden, 7 januari. Uit ruim 1 en 2 van het stoomschip DELFLAND werden hedenmorgen 500 zakken mais geborgen. Het weer is te slecht om met groot materiaal langszij te komen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Harlingen, 6 januari. Het tjalkschip SPES MEA, schipper Borst, heeft alhier binnenkomende een gedeelte van de remmingswerken van een van de bruggen omver getrokken. Het schip bekwam geen schade, doch op dit ogenblik is de scheepvaart aan die zijde van de brug gestremd.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Aan de scheepsbouwmeesters Gebr. Boot te Leiderdorp is de bouw opgedragen van 29 vissersvaartuigen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Verkochte schepen. - Het stoomschip BENGALEN (Zie Ochtendblad 28 december) werd verkocht naar Haugesund voor NKr. 2.000.000. (Norg. Hand. og Sjof. Tid.).


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Kalmar, 5 januari. De Nederlandse ijzeren kof ALBATROS, schipper Drenth, met kolen naar hier bestemd trachtte met eigen hulp, daar een loods niet naar buiten kon komen, te Degerhamn (opm: op Öland) binnen te lopen, doch werd door het zware ijs ten zuiden van hier op een rif geschoven, waar het schip zo zwaar stootte dat het lek werd. Vermoedelijk zal het, als de ijstoestand het veroorlooft, hier in de haven worden gebracht.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Londen, 7 januari. Het Nederlandse stoomschip TERSCHELLING, van Pensacola naar Rotterdam, is te Bermuda aangekomen voor reparatie.


09 januari 1916


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. In 1915 werden van Delfzijl met bestemming naar het buitenland uitgevoerd 40 meest in de provincie Groningen nieuw gebouwde schepen, waaronder 14 stoomschepen en 3 motorboten.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Verkochte schepen. - Het stoomschip FLORES, van de Stoomvaart Maatschappij Nederland, is voor geheimen prijs door de makelaar Arie Schippers te Rotterdam, naar het buitenland verkocht.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Rotterdam, 8 januari. Volgens alhier ontvangen telegram heeft het stoomschip TERSCHELLING (Zie Avondblad 8 jan.) slechts geringe machineschade en zal de reparatie ten hoogste twee dagen duren.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

IJmuiden, 8 januari. Het stoomschip DELFLAND is heden onbereikbaar. De zee loopt tot op de commandobrug. De vaten met vet en olie, geladen in het beneden ruim, zijn losgeraakt en spoelen overboord. Ongeveer 400 vaten, benevens enige kisten vet, die aan wal zijn gespoeld, werden geborgen. Veel bergingsmateriaal is hier aangekomen.


10 januari 1916


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

IJmuiden, 10 januari. De lossing uit het stoomschip DELFLAND wordt geregeld voortgezet. Hedenmorgen werden 1.000 balen gelost. Er wordt ook met een stoomkraan gewerkt.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

De zeeliedenstaking.
De zeeliedenstaking aan de Hollandsche Stoomboot Maatschappij is nog slepende. Tot dusver ondervindt de dienst geen vertraging en de directie rekent er op, dat dit ook niet zal gebeuren. De directie deelde ons mee, dat zij gemerkt heeft, dat de staking eigenlijk geheel tegen de zin van de stakers zelf is. Bij herhaling hebben de zeelieden haar dit zelf meegedeeld. Op sommige schepen is gemonsterd op de condities van de Maatschappij ‘Nederland’, welke ongunstiger zijn, dan die van de Hollandsche Stoomboot Mij. De equipages meenden, dat de Zeeliedenbond geen bezwaar daartegen had. Verschillende equipages zijn hier echter weer van teruggekomen en hebben op nieuwe condities gemonsterd. De lonen waren toen hoger dan bij andere maatschappijen. Bij het binnenkomen echter, zegden de zeelieden opnieuw op, op order van de Zeemansbond. De MAASSTROOM vertrok zaterdag; de equipage monsterde op voorwaarde, dat zij over 14 dagen weer kon opzeggen. Op het laatste ogenblik mankeerde op het schip een stoker. De andere stokers zeiden, dat zij niet on-voltallig naar zee wilden. Er werd een andere stoker bij-gemonsterd; men weigerde echter met deze naar zee te gaan. Tenslotte ging men echter toch naar zee met één stoker minder.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Rotterdamsche Droogdok Maatschappij.
De disconto maatschappij te Rotterdam en de firma’s Wed. Gerbert Rebel te Amsterdam Heldring & Pierson te ‘s-Gravenhage berichten dat op 14 februari te hunne kantoren de inschrijving zal zijn opengesteld op 500 aandelen aan toonder, ieder groot NLG 1.000 van de Rotterdamsche Droogdok Maatschappij tot de koers van 180 procent. De uit te geven aandelen genieten het volle dividend over het jaar 1916. Aandeelhouders hebben bij de inschrijving recht van voorkeur met dien verstande, dat vier oude aandelen recht geven op een nieuw aandeel ad NLG 1.000. De betaling moet geschieden op 1 februari.
Aan de toelichting op de prospectus ontlenen wij het volgende:
De Rotterdamsche Droogdok Maatschappij heeft sinds haar oprichting in 1902 jaar op jaar haar bedrijf belangrijk uitgebreid dooraankoop van nieuw terrein, aanbouw van grotere werkplaatsen en aanschaffing van meerdere gereedschappen. Over de jaren 1910 – 1914 heeft het dividend respectievelijk bedragen 10, 10, 12, 13 en14%, terwijl het bedrag van de afschrijvingen van NLG 131.000 over 1910 tot NLG 459.000 over 1914 geleidelijk steeg. Hoewel de resultaten over 1915 nog niet volledig zijn te overzien, meent de directie inmiddels reeds in het vooruitzicht te kunnen stellen, dat het dividend over 1915 althans niet lager zijn zal dan dat over het voorgaande jaar. Dit wederom gunstige resultaat draagt geenszins het karakter van oorlogswinst, doch moet beschouwd worden als een gevolg van een gezonde en normale ontwikkeling van het bedrijf. De oorlogstoestand heeft, afgescheiden van de zorgen en beslommeringen daardoor veroorzaakt, integendeel veeleer een ongunstige invloed op de bedrijfsuitkomsten gehad. Door het bedrijf onmiddellijk aan te passen aan de gewijzigde omstandigheden is het tot nog toe echter mogelijk geweest deze ongunstige invloed te beperken. Zelfs heeft de scheepsbouwindustrie in zoverre profijt van die omstandigheden kunnen trekken, dat door overvloedige vraag naar nieuwe schepen tal van nieuwe bouwcontracten konden worden afgesloten, waardoor voor de eerstkomende jaren aan de werven voldoende werk gewaarborgd tegen prijzen, die, buitengewone moeilijkheden voorbehouden, lonend zullen blijken te zijn. De Maatschappij heeft dan ook thans reeds contracten afgesloten voor de bouw van 15 nog af te leveren schepen met een totaal laadvermogen van circa 100.000 ton. De directie vindt hierin voldoende aanleiding krachtig voort te gaan met verdere uitbreiding van het bedrijf, welke uitbreiding vermoedelijk ook gepaard zal gaan met aankoop van nieuw terrein. Hoewel de beschikbare kasmiddelen momenteel nog geen versterking eisen, acht men het wenselijk reeds thans met het oog op bedoelde toekomstige uitbreidingen het geplaatste maatschappelijk kapitaal te vergroten. Bij de oprichting van de vennootschap bedroeg dit NLG 1.000.000, in voorgaande jaren is het tot NLG 2.000.000 verhoogd en zal thans door uitgifte van 500 nieuwe aandelen op NLG 2.500.000 worden gebracht.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 8 januari. Hr.Ms. pantserschip HERTOG HENDRIK, onder bevel van de kapitein ter zee J.F. Hosang, is 6 dezer van Malaga vertrokken, ter voortzetting van de reis naar Nederland.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 8 januari. Het van hier naar Londen vertrokken stoomschip BATAVIER IV, is 6 januari in het Barrow Deep, nabij de Engelse kust, aan de grond geraakt. Een sleepboot is ter assistentie gezonden. Op de BATAVIER IV bevinden zich ook de 3 geredde schipbreukelingen van het Nederlandse stoomschip LETO.
Later bericht. Het stoomschip BATAVIER IV is vlot en 7 januari ‘s voormiddags 10.50 uur te Gravesend aangekomen.


11 januari 1916


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

De zeeliedenstaking.
Naar men ons meedeelt heeft de firma W.H. Berghuys toegestemd in een toeslag met NLG 10 per maand. Voor het stoomschip WILLY van deze firma is thans opnieuw gemonsterd.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Londen, 8 januari. Het Nederlandse stoomschip ZEELAND, van de Tyne naar Londen, is nabij de gezonken Head-boei gestrand.
Later bericht - Het stoomschip ZEELAND is vlot gekomen. (opm: zie ook RN 140116)


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Redding van het Noorse stoomschip GAEA door het Nederlandse stoomschip NOORDWIJK.
Omtrent deze kranige redding, waarvan wij onder Zeetijdingen reeds berichten, wordt ons nog het volgende meegedeeld, dat doet zien welke moeilijkheden onze onverschrokken Janmaats te overwinnen hadden.
Op de reis van Portland Maine naar Rotterdam ontmoette het stoomschip NOORDWIJK, kapt. C. Kleykamp, 30 december 1915 's morgens 8 uur in het Engelse Kanaal een drijvend stoomschip, aan bakboord op 5 mijl afstand, welk stoomschip het noodsignaal voerde en bleek de Noorse GAEA van Christiania te zijn.
Pogingen werden aangewend, om dit schip op sleeptouw te nemen, welke echter ten gevolge van het slechte weer herhaaldelijk faalden. De zware sleeptrossen braken en toen de weersgesteldheid steeds ongunstiger werd, met zeer hoge zee, kwam de GAEA in een hachelijke positie, zodat men seinde de bemanning te redden. Het was inmiddels avond geworden. Aan boord van de NOORDWIJK werd de zee rondom door middel van vier elektrische reflectors verlicht, een reddingboot met vijf vrijwilligers bemand te water gelaten, olie in zee gestort en vervolgens werden negen man van de equipage van de GAEA overgebracht.
Daarna werd enige malen getracht ook het overige gedeelte van de bemanning te redden, deze pogingen mislukten echter door de hoge wilde zee en daar de nacht zeer donker was, werd besloten de volgende dag af te wachten.
De NOORDWIJK bleef in de nabijheid, na aan de GAEA geseind te hebben, dat zij achter haar anker moest stomen. De GAEA bleek met vooruitwerkende machine achter haar anker, met 160 vadem ketting, tamelijk goed te liggen. Daarop bleef de NOORDWIJK gedurende nacht en dag om haar heen cirkelen, totdat 's morgens 8 uur van de 1e januari gedurende een zeer zware storm uit het zuidwesten de ankerketting van de GAEA brak en men van genoemde boot om hulp seinde. Het weer was echter zodanig, dat geen reddingsboot uitgebracht kon worden, hoewel zich vijf vrijwilligers voor de boot beschikbaar gesteld hadden. Dit waren: 1e stuurman F.J.D. Paré, 2e stuurman W. Vrolijk, 2e stuurman J.A. Mellema, 2e machinist L. Mos en matroos Joh. Huurman. Op 2 januari 's morgens 06.30 seinde men van boord van de GAEA, dat het schip lek was, met verzoek hen te redden. Van de NOORDWIJK werd toen, de zee rondom met reflectors beschenen, een boot met vijf vrijwilligers te water gelaten en het laatste gedeelte van de bemanning gered. Daarop ging een gedeelte van de bemanning van de NOORDWIJK op de GAEA over en werden opnieuw pogingen in het werk gesteld, om laatstgenoemde boot op sleeptouw te krijgen. Dit had echter geen resultaat, daar de sleeptros afbrak. In de morgen van de 3e januari was het weer afnemend en werd te 7 uur de sleeptros op de GAEA overgebracht. De kapitein van deze boot wenste met zijn equipage weer terug te keren, aan welk verzoek voldaan werd. De sleeptros werd op de stuurboord ankerketting vastgemaakt en aan bakboord met 30 vadem uitgestoken. Daarop keerden de manschappen van de NOORDWIJK weer naar dit schip terug, met uitzondering van een stuurman, die achterbleef om toezicht te houden. Nadat met slepen begonnen was, werd het weer steeds beter en werd langzaam stomende, een vaart van 3½ mijl gemaakt. Ten 9.20 nm. van de 3e januari kwamen de schepen in 10 vadem water op de rede van Falmouth ten anker en werd met de sleepboot VICTOR van Falmouth overeengekomen, de GAEA de volgende morgen binnen te slepen. De GAEA werd op een veilige plaats in de haven ten anker gelegd, de aan boord achtergebleven stuurman teruggehaald en daarop door de NOORDWIJK ten 11 uur voormiddag van de 4e januari koers gezet naar Rotterdam.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdamsche Droogdok Maatschappij.
Op 14 dezer wordt de inschrijving open gesteld op 500 aandelen aan toonder, ieder groot NLG 1.000 van de Rotterdamsche Droogdok Maatschappij, tot de koers van 180% en genietende het volle dividend over het jaar 1916. Aandeelhouders hebben het recht van voorkeur met dien verstande, dat 4 oude aandelen recht geven op één nieuw aandeel van NLG 1.000. Door de uitgifte zal het maatschappelijk kapitaal op NLG 2.500.000 worden gebracht. Het prospectus wijst op de goede en normale ontwikkeling van het bedrijf. De Maatschappij heeft thans reeds contracten afgesloten voor de bouw van 15 nog af te leveren schepen met een totaal laadvermogen van circa 100.000 ton en er is voldoende aanleiding krachtig voort te gaan met verdere uitbreiding van het bedrijf, welke uitbreiding vermoedelijk, ook gepaard zal gaan met aankoop van nieuw terrein.


12 januari 1916


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. De Raad voor de Scheepvaart stelde gistermiddag een onderzoek in betreffende het stranden en vergaan van de schoener GEZIENA op de Engelse kust nabij Sunderland, op 6 december jl. (Schipper J.P. Klugkist, eigenaar J.F. van Dijk, beiden te Groningen). De schipper verklaart ter zitting, dat hij in het bezit is van het dienstdiploma voor de grote zeilvaart. De GEZIENA werd in 1892 in Winschoten gebouwd. De schipper heeft twee jaar als stuurman gevaren, voordat hij als schipper ging varen. De bemanning bestond uit vier koppen. De 25e november vertrok men uit Frederikstad met mijnstutten aan boord met bestemming naar West-Hartlepool. Men had een goede reis tot bij de Engelse kust en daar men het mijnenveld ontweek, heeft men geen last gehad van de mijnen. In de avond van 5 december werden lichten waargenomen, nadat men ‘s nachts was bijgedraaid en was blijven liggen. De 6e ging men onder zeil; het was toen nog duistere nacht, maar men wachtte niet tot het lichter werd, omdat men zodra mogelijk wenste te landen. Men ging dus onder zeil en zag toen een zoeklicht. Twee keer probeerde men over stag te gaan, hetgeen telkens mislukte. Daarop stootte het achterschip. Men had tevoren hoegenaamd niets van de branding gemerkt. Aanstonds werd nu geflambouwd. De stuurman kon niets meer redden, daar plotseling de storm was opgestoken. In deze zaak werden, behalve de schipper, nog twee getuigen gehoord, namelijk de stuurman en een matroos. De inspecteur van de Scheepvaart acht het van groot belang of de Raad bij zijn uitspraak tot de conclusie zal komen of deze ramp is te wijten al dan niet aan de oorlogstoestand. Want, indien bewezen is, dat de ramp daaraan wel is te wijten, dan zal de Regering aan de opvarenden een uitkering moeten doen. In deze zaak zal de Raad later uitspraak doen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. Daarna werd voortgezet het op 30 december jl. geschorste onderzoek inzake de klacht van de Hoofdinspecteur voor de Scheepvaart tegen T. Eppinga, schipper van de schoener HELENA. Gehoord werd de heer G.J. Steenstra, eigenaar van de HELENA. Hij deelt mee, dat hij het bevel, voerde over het schip, maar dat hij in de meeste gevallen overleg pleegde met Eppinga. De voorzitter, mr. Kirberger, maakt Eppinga de opmerking, dat deze het zich niet moet laten aanleunen, slechts in naam schipper te zijn. Dat is iets, wat bovendien niet mag voorkomen. Tot de heer Steenstra zegt de voorzitter, dat hij hem aanraadt, niet meer zoiets te doen. Uitspraak in deze zaak volgt later.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. De Raad stelde een onderzoek in betreffende het stranden en vergaan van de kof ZEEMEEUW nabij Sandgate (bij Folkestone) op 28 december jl. Schipper-eigenaar Fr. Koopman uit Groningen. De schipper deelt mee, dat de ZEEMEEUW een stalen twee-mast kof is. Behalve getuige waren aan boord nog vier personen. De 26e oktober vertrok de ZEEMEEUW van Rotterdam met bestemming naar Portsmouth. Het schip was met stropapier geladen. Men had de schipper geraden zoveel mogelijk de kust te houden. In de buurt van Folkestone ging men voor anker; 's avonds om elf uur was het westenwind en bevond getuige zich in de witte sector van het licht van Dungeness. Getracht werd het anker te hieuwen, maar dit gelukte niet en het tweede anker durfde men niet te presenteren, daar dit toch verloren zou zijn. Men dreef af naar de kust. Er werd scheepsraad gehouden en besloten, naar de bocht van Dungeness te zeilen. Men ging op weg, doch nabij Sandgate strandde het vaartuig. Het ging geheel verloren. Nog werd in deze zaak als getuige gehoord de stuurman. Uitspraak in deze zaak volgt later.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Naar de N.R.C. verneemt, heeft Hudig & Veder's Stoomvaart Mij. behalve voor het nieuwe stoomschip CELAENO, dat 1 oktober a.s. door de Rotterdamsche Droogdok Maatschappij moet worden geleverd, enige tijd geleden met dezelfde scheepsbouwers nog gecontracteerd voor de bouw van een stoomschip van 6.250 ton, te leveren in mei 1918 en een stoomschip van 7.000 ton, waarvan de aflevering in augustus 1918 moet plaats hebben.


13 januari 1916


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Collectieve arbeidsovereenkomst.
Tussen de Scheepvaart Vereeniging te Rotterdam (reders), de Stoomvaart Maatschappij Rotterdamsche Lloyd en de Nederlandsche Zeemans-Vereeniging Volharding is opnieuw een collectieve arbeidsovereenkomst aangegaan, welke 31 december 1918 zal eindigen. Deze overeenkomst heeft voor de Rotterdamse zeelieden de volgende verbeteringen gebracht.
De gages zijn verhoogd met 7 gulden per maand, bij de Rotterdamsche Lloyd met 8 gulden. Ter beoordeling volgen hier de gages, die nu voor de Scheepvaart Vereeniging gelden, dus voor de algemene vrachtvaart en week- en beurtboten: Bootsman NLG 57 tot NLG 60, timmerman NLG 57 tot NLG 60, matroos-lampenist NLG 54, matroos NLG 51, donkeyman NLG 57 tot NLG 60, olieman NLG 57 tot NLG 60, stoker NLG 55, tremmer NLG 44.
Voor schepelingen van tankschepen zijn deze gages NLG 2 hoger. De oorlogstoeslagen op deze gages bedragen 15% voor de grote vrachtvaart en 25% voor de Noordzeevaart. Bij vervoer van ladingen van neutrale buitenlandse havens, naar een haven van een oorlogvoerend land, zal daarenboven een extra toeslag van 25% worden betaald. In de werktijd is de arbeidstijd op zee van de vrije nachtgasten met een uur daags verkort. De navolgende feestdagen zullen, zowel op zee als in binnen- en buitenlandse haven als zondag gelden: Nieuwjaarsdag, 2e Paasdag, Hemelvaartsdag. 2e Pinksterdag en de Kerstdagen. Voorts is een begin gemaakt met de invoering van de vrije zaterdagmiddag in buitenlandse havens, door te bepalen dat op die dag gewoon scheepswerk, na 12 uur 's middags te verrichten, als overwerk zal gelden. Het overwerkgeld is van 25 cent verhoogd tot 30 cent en speciaal voor de donkeyman (bij de Rotterdamsche Lloyd ook voor bootsman en timmerman) tot 35 cent.
In de nieuwe loonregeling met de Scheepvaart-Vereeniging zijn nu ook voor de eerste maal de lonen voor koks opgenomen. Deze zijn nu bepaald op NLG 60 voor koks zonder en NLG 75 voor koks met diploma Kookschool van de Scheepvaart-Vereeniging. Het daggeld voor zeelieden, te Rotterdam aan boord werkende, is met NLG 0,50 per dag verhoogd en met de Scheepvaart Vereeniging vastgesteld op een minimum van NLG 3 per dag voor hen, van wie de maandgage meer dan NLG 30 bedraagt, NLG 2,25 voor hen, van wie de gage lager dan NLG 30 is. Nog is hangende een beslissing om aan de verwanten van de zeelieden gedurende de reis ¾ van de verdiende gage op rekening te betalen. Met de Rotterdamsche Lloyd is nog overeengekomen, dat aan matrozen, stokers en tremmers, die weer opnieuw met het schip meegaan, waar zij mee thuisvoeren, of op een ander schip worden overgeplaatst een premie van NLG 10 zal worden betaald.
Door Volharding is thans aan de Holland Amerika Lijn verzocht eveneens de gages met NLG 7 te verhogen en tot invoering van een regeling van de werktijd over te gaan.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Het bij de Rotterdamsche Droogdok Maatschappij in aanbouw gegeven stoomschip van 6.250 ton (zie Avondblad) is bestemd voor de Maatschappij Zeevaart aldaar.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Harlingen, 11 januari. Het Nederlandse schoenerschip JANTJE, kapt. Meulman, te Harlingen binnengekomen met steenkolen van Shields naar Leeuwarden, heeft een defect aan de roerbeweging.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Newcastle, 8 januari. Er wordt gerapporteerd, dat het stoomschip WESTLAND gisterochtend aan de Noordzijde van het bassin van Northumberland Dock onklaar kwam van de stenen beschoeiing.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Regeringsmaatregel inzake verkoop van schepen.
Naar wij vernemen, is de Regering bedacht op het reserveren van de nodige Nederlandse scheepsruimte voor de aanvoer van graanladingen, voornemens over te gaan tot het nemen van de volgende maatregelen, die dezer dagen zijn tegemoet te zien:
1e. Verbod van uitklaring van schepen, tenzij vanwege de rederij de verklaring wordt afgelegd, dat het schip uitvaart om weer op een Hollandse haven terug te keren;
2e. verbod van verhuring van schepen naar het buitenland, op charter.
Wordt door het verbod sub 1. bedoeld het verkopen van Nederlandse schepen naar het buitenland tegen te gaan ook de schepen op de werven voor Nederlandse rekening in aanbouw, zullen niet naar het buitenland verkocht mogen worden.


14 januari 1916


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Door de Visscherij Mij. ‘De Eendracht’ te Vlaardingen is aan de werf van de heer H. te Veldhuis te Papendrecht opdracht gegeven voor de bouw van een stalen zeillogger. Aan bovengenoemde werf is door de Visscherij Mij. ‘Vrede’ eveneens te Vlaardingen de bouw opgedragen van een stalen zeillogger. Een stoomlogger NEERLANDIA III is thans op de werf van de heer De Ridder te Delfshaven in aanbouw voor dezelfde rederij.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart.
De Raad voor de Scheepvaart houdt zitting op dinsdag 18 januari, 2 uur namiddag, onderzoek betreffende het breken van roer en schroefraam van het stoomschip SUMATRA, mogelijk ten gevolge van het aan de grond stoten in het Suezkanaal op 27 juni jl. Gezagvoerder P.A. Prange uit Watergraafsmeer, rederij Stoomvaart Mij. Nederland te Amsterdam.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Het stoomschip MAASHAVEN op een mijn gelopen.
De Rotterdamsche Lloyd ontving bericht van het gisteren van hier vertrokken stoomschip GOENTOER, dat het heden in de Noordzee de bemanning heeft gered van het Rotterdamse stoomschip MAASHAVEN, dat op een mijn gelopen was.
De MAASHAVEN behoorde aan de firma Gebr. Van Uden. Het schip was groot 2.609 bruto en 1.689 ton netto, gebouwd in 1906. De 10e dezer was het op reis van Norfolk naar Rotterdam, Dover gepasseerd.
Nader vernemen wij, dat de MAASHAVEN drijvende is gebleven met brand in het voorschip.
Door de GOENTOER zijn 14 man gered en 8 door het stoomschip PRINSES JULIANA van de Maatschappij Zeeland.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 13 januari. Het stoomschip ZEELAND, dat 7 januariin het Black Deep aan de grond voer, is 8 januaridoor de Nederlandse sleepboot THAMES vlot gesleept.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 13 januari. Het tankstoomschip NEW-YORK, dat 31 december met schade aan het achterschip te Avonmouth arriveerde, wordt door de Nederlandse sleepboten OOSTZEE en WITTE ZEE naar hier gesleept om te repareren. Het, konvooi is reeds enkele dagen onderweg.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 13 januari. De motorschoener ANGELINA, groot 355 ton bruto en 185 ton netto, in 1910 te Hansweert gebouwd, van de N.V. Zeemotorschip Angelina (J. van Rompu te Terneuzen) is naar Noorwegen verkocht.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Amsterdam, 13 januari. De van Fredriksstad aangekomen koftjalk OOSTZEE, kapt. Tammes, zal na lossing van de houtlading worden uitgerust met een Kromhout motor.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Groningen, 14 januari. Uit Delfzijl meldt men ons: Gisteren woedde hier een harde NW storm gepaard gaande met regenbuien. Om ongeveer half zes was het water, dat zeer onstuimig was zó hoog gestegen, dat de golven tot aan de kruin van de dijk sloegen. De alhier op de rede liggende schepen MARGINA, kapt. Paap en SIEKA, kapt. Schothorst, respectievelijk met een lading cokes van Emden bestemd naar Gotenburg en Christiania, zijn hedennacht op drift gegaan en liggen vlak tegen de dijk nabij Weiwerd. De sleepboten ENGELINA, kapt. Zwart en NORDERNEY, kapt. Toxopeus, zijn ter assistentie vertrokken. De SIEKA is door de sleepboot ENGELINA alhier in de haven gesleept, maar de MARGINA zat reeds geboeid aan de grond.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 14 januari. Gisteren arriveerde hier de te Groningen thuis behorende schoener DINA kapt D.K. Kajuiter, welk schip 11 december 1915 met een lading hout van Gotenburg (Zw.), met bestemming naar Zaandam, vertrok. Op 15 december strandde het schip bij Skagen maar werd, nadat de deklast over boord was geworpen, de volgende dag door twee bergingsboten genaamd EXPRES en SVAVE, thuis behorende te Frederikshaven, vlot gesleept en te Skagen binnengebracht. De overboord geworpen deklast dreef grotendeels op het strand aan en werd nadat het schip weer zeewaardig was gemaakt, opnieuw aan boord genomen, waarna de reis op 30 december werd voortgezet, waarna de stormen van de laatste dagen in de Noordzee werden doorgemaakt. Ter hoogte van de Kifshoorns, richting Doggersbank en Hollandse kust, passeerden ze vijftien drijvende mijnen en twee wrakken. Bij Schiermonnikoog kreeg het schip een zware breker over, waardoor de seinbakken wegsloegen, het stagzeil scheurde, voorpiek en kettingbakken gedeeltelijk vol water sloegen en meer dekschade verkregen werd, waarna werd afgehouden naar de Eems, alwaar het door een Duits regeringsvaartuig werd binnengebracht.
De lading zal waarschijnlijk te Groningen worden gelost en met kleine vaartuigen binnendoor naar Zaandam worden gebracht. Het schip is voor geheime prijs verkocht aan de heer Onnes te Groningen en zal na gelost te zijn, worden afgeleverd.


15 januari 1916


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 13 januari. Wegens vliegend stormweer, kon heden niet aan de DELFLAND gewerkt worden en kwam al het materiaal naar binnen.
Hedenmorgen bereikte het buitenwater nog twee uur na hoog water een stand van ruim 2,15 boven A.P. Er wordt de ganse dag niet geschut, wegens water boven peil. Men verwacht tegen hedennacht een zeer hoge waterstand. Het binnengekomen stoomschip VULCANUS wordt alhier opgehouden wegens water boven peil. Later bericht. Het stoomschip VULCANUS is van zijn trossen geslagen en zonder ongevallen gemeerd aan de Toeristensteiger. Het water is 2,92 boven A.P.
14 januari. De bergers hebben sedert woensdagavond, wegens het zwaar stormweer, niets meer uit het stoomschip DELFLAND kunnen lossen. Al het bergingsmateriaal, de beide zuigers en de sleepboten, liggen hier in de buitenhaven vastgemeerd, daar het onmogelijk is bij het schip te komen. De elevator No. 1 van de firma Korthals Altes uit Amsterdam is inmiddels hier gearriveerd en heeft ligplaats genomen in het Binnentoeleidingskanaal. Men zal trachten met deze elevator de losse mais uit het schip te halen. Door de zware zeeën, welke over het achterschip rollen, werkt het stoomschip enigszins en is men tevens bevreesd, dat de bezaansmast zich spoedig begeven zal. Van de lading is heden wederom een aantal vaten vet aan het Zuiderstrand gespoeld. Als dit weer zo blijft aanhouden, wordt de positie van het stoomschip er niet gunstiger op.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Amsterdam, 14 januari. Het verkochte Nederlandse stoomschip TROMP is gisteren aan de Noorse rederij Alf Lunde afgeleverd.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Haarlem, 14 januari. De koftjalk CONFIANCE, welke buitengaats van IJmuiden met de daar kruisende stoomloodsboot in aanvaring was, heeft de lading gelost on zal hier repareren.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Hoog water. Uit Delfzijl meldt men ons: Met de stormvloed van eergisteravond was de hoogste waterstand 4,32 meter boven A.P. In het Noorderhoofd van de haven alhier is tijdens de storm een groot gat geslagen. Grote basaltstenen zijn er door het onstuimige water uitgerukt en weggeslagen. Wel een bewijs, dat het water enorm veel kracht heeft. Nader wordt meegedeeld, dat het koftjalkschip SIEKA, kapt. Schothorst, dat hier met de zware storm op de rede erg heeft te kampen gehad, daarbij een anker met 75 vadem ketting is kwijt geraakt.
Hedenmorgen omstreeks zes uur zijn de sleepboten, n.l. NORDERNEY, ALERT en ENGELINA uit de haven vertrokken om te beproeven het schoenerschip MARGINA, kapt. E.H. Paap, dat bij Weiwerd aan de grond is geraakt, er af te trekken, hetgeen hun echter nog niet is mogen gelukken.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Rodvig, 15 januari. Binnengekomen CATRIENA MAGRIETHA, kapt. Puister, van Karlskrona naar Schiedam met verlies van anker met 60 vadem ketting en andere kleine dekschade.


16 januari 1916


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Scheepsbouw Maatschappij Nieuwe Waterweg.
Over enkele weken zal de Scheepsbouw Maatschappij Nieuwe Waterweg een aanvang maken met de bouw van haar eerste schip. Weliswaar zullen dan de verschillende gebouwen en werkplaatsen nog niet alle gereed zijn, maar het werk zal daarop niet behoeven te wachten. Alweer ten gevolge van de buitengewone tijdsomstandigheden is het niet mogelijk geweest, op de voorgenomen tijd tot de voltooiing van de werken voor deze nieuwste en grootste scheepsbouwwerf in ons land te geraken. Men heeft zich echter, waar dit nodig en mogelijk was, zo goed als het ging weten te behelpen of andere wegen gezocht, zodat men althans met het bouwen van schepen binnenkort kan beginnen. De ganse inrichting van deze werf, die, zoals men weet, aan de Maas onder Schiedam ligt, is groot opgevat. Op het uitgestrekte terrein liggen aan de rivier een vijftal hellingen, van afmetingen die het mogelijk maken schepen te bouwen, in lengte de ROTTERDAM van de Holland Amerika Lijn met 40 tot 45 meter overtreffende. Naast en achter die hellingen liggen de zeer grote werkplaatsen en ter rechterzijde van de rivier af gezien, bevindt zich de dokhaven, die 460 meter landinwaarts loopt, 11,60 meter diep is en waarvan de ingang een breedte van 230 meter heeft. In die haven komen twee dokken te liggen, een 10.000 tons-dok en een van de helft van die capaciteit. Een daarvan is gereed, maar zal, ten gevolge van het daaraan verbonden gevaar, wel niet kunnen worden overgebracht. De gehele breedte van de werf aan de rivierkant bedraagt 600 meter. De grote werkplaatsen, gieterij, smederij, machinewerkplaats, ketelmakerij, enz., enz., zijn alle uitgerust met de meest moderne machines en werktuigen en zodanig geplaatst dat de stukken gemakkelijk na de een bewerking voor de volgende kunnen worden overgebracht. Bovendien is daarbij gerekend op mogelijke uitbreiding, waarvoor dan de gebouwen niet alleen vergroot, maar ook aaneen gebouwd kunnen worden. Overal is voor de zachte Hollandse bodem van zware betonnen funderingen gebruik gemaakt en zo rusten b.v. de hellingen op een aantal ingeheide betonnen palen. De bouw van de gehele fabriek is door Hollandse firma's uitgevoerd.
Het kantoorgebouw, modern en eenvoudig ingericht, dat eveneens zo nodig vergroot kan worden, bevat ruime, helder verlichte tekenkamers, waar ingenieurs en tekenaars reeds druk bezig zijn met de ontwerpen voor het eerste schip, dat de werf zal afleveren. Het is zeker spijtig, dat deze nieuwe grote onderneming te danken is aan het initiatief, de ondernemingsgeest en het geld van hoofdzakelijk anderen dan Nederlanders, zij mogen echter voor andere instellingen van gelijke aard een aansporing in de goede richting zijn en zij zal aan enige duizenden mensen werk verschaffen.


17 januari 1916


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Op de werf van J. & K. Smit's Scheepswerven te Lekkerkerk is te water gelaten het nieuw gebouwde stoomschip ZEEUWSCH-VLAANDEREN, bestemd voor de Provinciale Dienst op de Westerschelde. Het zal op de Alblasserdamsche Machinefabriek van machines en ketels worden voorzien.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

In de nacht van zaterdag op zondag is in het Noordzeekanaal het stoomschip BERKELSTROOM van de Hollandsche Stoomvaart Maatschappij in aanvaring gekomen met de ponthaven van het Rijks Overzetveer aan de Hembrug aan de zuidelijke oever van het kanaal, naar men meent, doordien het schip uit zijn roer is gelopen. De schade wordt begroot op ongeveer duizend gulden.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 15 januari. Hr.Ms. HERTOG HENDRIK is om 12.45 uur gistermiddag het lichtschip Noord Hinder gepasseerd, zij zal vannacht ankeren en komt hedenmorgen 11 uur ter hoogte van IJmuiden om daarna door te stomen naar Nieuwediep.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 14 januari. Het stoomschip DELFLAND heeft veel door storm geleden. De boten zijn uit de davits geslagen en er is veel schade over het gehele dek. Het schip is ongeveer vier voet over de gehele lengte gezakt en de achterruimen zijn onder water weggezakt. De achterdekken zijn veel gerezen en veel lading is weggespoeld. Heden werd niets van de lading geborgen. Veel goederen zijn aan strand aangespoeld. De positie is ongunstiger geworden.
De Elevator No. II is van Amsterdam alhier aangekomen om bij de lossing van het stoomschip DELFLAND te assisteren, doch kon wegens de storm nog geen dienst doen.
De lichter ‘Neeltje’ met 91 zakken lijnzaad, 170 zakken mais, circa 100 kg losse mais, 401 vaten en 14 kisten vet, 123 zakken kanariezaad en de lichter ‘Nieuwe Zorg’ met 844 zakken lijnzaad, 1.794 zakken mais, circa 80.000 kg gestort 85 vaten en 2 kisten vet zijn hedenmorgen naar Amsterdam opgevaren.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Harboöre, 12 januari. De hier gestrande Nederlandse schoener MARCHIENA (opm: schipper-eigenaar H. van der Laan uit Groningen) ligt zo hoog, dat de zee haar geen schade kan doen. De lading planken is geborgen. Met een fabrikant te Esbjerg werd contract gemaakt om het schip af te brengen voor 6.000 Kronen, maar de plaatselijke bergers protesteren daartegen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Hamburg, 14 januari. De Nederlandse kof ALBATROS is vlot gekomen en te Degerhamn binnengesleept De lading wordt, aldaar gelost. (opm: zie ook AH 080116)


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Shanghai, 20 december. Het Nederlandse stoomschip TJILIWONG, dat 10 december te Kulangsu (opm: Gulangyu), Amoy (opm: tegenwoordig Xiamen), aan de grond heeft gestoten, is hier onderzocht. De schade bleek zeer gering te zijn.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Marseille, 12 januari. Het te Frioul liggende stoomschip BILLITON is aangevaren door het Franse stoomschip SINAI. Beide schepen kregen lichte schade.


18 januari 1916


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. Donderdag 20 januari, 01.30 namiddag. Onderzoek betreffende het stoten van het stoomschip VOLENDAM op de oostpunt van het eiland Lobos nabij de kust van Uruguay op 27 september jl. Gezagvoerder D. Boerema; rederij Vrachtvaart Maatschappij Edam, beiden te Amsterdam.
Vrijdag 21 januari, 01.30 uur namiddag, onderzoek betreffende het door een mijn getroffen en in zinkende toestand verlaten worden van het stoomschip LETO op 4 januari jl. nabij het Galloper vuurschip. Gezagvoerder R. Teensma; rederij Maatschappij Zeevaart, beiden te Rotterdam.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 17 januari. Het Nederlandse stoomschip ALWINA, van de Holland Gulf Stoomvaart Maatschappij, sedert bijna een jaar door de Engelse regering te Falmouth opgehouden, is vrijgelaten. Het vertrok 14 januarivan Falmouth naar hier. De ALWINA vertrok 18 januari 1915 met een lading erts van Huelva naar Rotterdam en moest 20 januari daaropvolgende te Falmouth binnenlopen. De lading erts was reeds lang geleden vrijgegeven.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 17 januari. Het stoomschip MAASHAVEN is op 6 mijl oost van Calais gestrand en als totaal verloren te beschouwen. (opm: schip was 13 januari op een mijn gelopen)


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

South Shields, 14 januari. Hedenavond is het Noorse stoomschip VAARLI van Sunderland alhier aangekomen om te repareren. Bij het verlaten van Amsterdam is het stoomschip in aanvaring geweest met het Nederlandse stoomschip HOLLAND. Volgens rapport heeft de Holland lichte averij.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 17 januari. Zaterdagavond plm. half vijf is de schoener MARGINA kapt. Paap welke door de jl. storm van de ankers op de Eems was weggeslagen en nabij Weiwerd aan de grond vast liep, is door de sleepboten NORDERNEY en ENGELINA weer vlot gebracht en alhier in de haven gesleept. Het schip schijnt geen averij bekomen te hebben.


19 januari 1916


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Uitspraken. De Raad voor de Scheepvaart deed gisteren uitspraak betreffende de klacht tegen T. Eppinga, schipper van de schoener HELENA. Door de bekentenis van Eppinga en de verklaring van getuige Steenstra is, aldus de uitspraak, hetgeen de eerste bij de klacht is ten laste gelegd, bewezen. De Raad is van oordeel, dat die feiten een misdraging opleveren van de schipper Eppinga tegenover de schepelingen. De schepelingen toch mogen eisen, dat het hoogste gezag op het schip wordt uitgeoefend door degeen, wie het toekomt, de schipper, zolang deze daarin niet door ziekte als anderszins wordt verhinderd en indien hij, hoewel voor zijn taak berekend, dit gezag vrijwillig overlaat aan een stuurman, verstoort hij zelf de orde op het schip. De schepelingen weten dan niet meer tot wie, in het bijzonder in uren van gevaar, zij zich hebben te wenden en wiens bevelen zij ten slotte moeten opvolgen; moeilijkheden zullen allicht tussen de schipper en hem, die feitelijk het gezag uitoefent, ontstaan; de onwettige, mede door de schipper geschapen, toestand kan in een woord nadelen voor de opvarenden meebrengen. De Raad wil in deze zaak aan de schipper echter een lichte straf opleggen, daarbij in aanmerking nemende, dat hij blijkbaar heeft gehandeld op afkeurenswaardige aandrang van de eigenaar G.J. Steenstra. De Raad straft T. Eppinga, schipper van de schoener HELENA, wonende te Groningen, ter zake vermeld, met de straf van berisping.
AH 190116
De Raad voor de Scheepvaart deed gisteren uitspraak betreffende het stranden en verloren gaan van het schoenerschip GEZIENA.
De Raad is van oordeel, dat de stranding van de GEZIENA een gevolg is van het mislukken van de pogingen om over stag te gaan. Deze mislukking was vermoedelijk voorkomen, indien de schipper terstond bij zijn onder zeil gaan in de ochtend van de 6e december ook zijn grootzeil had bijgezet, daar dan gemakkelijker met het schip gemanoeuvreerd had kunnen worden. De omstandigheid, dat de lichten op de Engelse kust geblust waren, is zeker mede aanleiding tot de ramp geweest, daar de schipper niet met juistheid wist hoe ver hij van de kust verwijderd was.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. Breken van roer en schroefraam.
De Raad een onderzoek in betreffende het breken van roer en schroefraam van het stoomschip SUMATRA, mogelijk ten gevolge van het aan de grond stoten in het Suezkanaal op 27 juni jl. Gezagvoerder van de SUMATRA is P.A. Prange uit Watergraafsmeer. De boot behoort aan de Stoomvaart Maatschappij Nederland te Amsterdam. Als eerste getuige in deze zaak werd de gezagvoerder gehoord. Hij verklaarde dat de oorzaak van het aan de grond stoten gezocht moet worden in de achterwaartse stroom, waardoor het schip minder goed stuurde en het bakboord achterschip tegen de bakboordwal geduwd werd. Er was weinig wind, mooi zicht. Het schip liep hoogstens een mijl of drie, vier. De loods bevond zich tijdens het stoten aan boord. Zonder dat iets bijzonders gemerkt werd, bereikte men met eigen kracht Suez. Daar lag de SUMATRA enige tijd voor anker en vervolgde toen haar weg. De volgende ochtend bleek het roer een weinig gezakt te zijn. In de middag te twaalf uur werden daarom enige platen aangezet, waarvoor het schip even stil lag. Bij het weer aanzetten van de machine keek getuige over boord en zag het kieleinde een heel eind naar achteren steken. Onmiddellijk werd weer gestopt, scheepsraad gehouden en met verminderde kracht naar Suez teruggekeerd. Het roer draaide ook toen nog gewoon; doch alleen op de bovenste vingerring. De gehele schroefsteven hing er als het ware aan. Vier weken moest de SUMATRA op de rede van Suez blijven wachten om gedokt te worden. De reparatie duurde negentien dagen. Daarna kreeg de boot een certificaat van deugdelijkheid om naar Indië te varen en weer terug naar Nederland. Thans ligt de boot te Amsterdam gedokt. Schroefraam en roer worden hier vernieuwd.
De verklaring van de eerste machinist C.J. Boon kwam geheel met die van de gezagvoerder overeen.
De laatste getuige, de eerste stuurman B.A. Potjer, deelde mee, dat hij zich tijdens het stoten op de brug bevond. Het achterschip zwaaide naar bakboordwal; er was geen vaart meer in. Een bepaalde schok heeft getuige niet gevoeld, wel merkte hij dat het schip in het zand zeulde. Het vaartuig was geladen en lag vrij diep. De mogelijkheid, dat bij dit vastlopen een defect kon ontstaan, was bij getuige niet opgekomen. Na het ongeval werd niet geklaagd over slecht werken van het roer. Het onderzoek in deze zaak werd na het horen van de getuigen gesloten. Uitspraak volgt later.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Het Osnabr. Tageblatt van 17 januari jl. schrijft: Onze Nederlandse naburen hebben in het afgelopen jaar weer een aantal schepen aan Duitse firma's afgeleverd. De Hollandse scheepsbouw voor Duitse rekening heeft derhalve, ondanks de oorlog, geen schade geleden. Uit een statistiek is te zien, dat voor de firma Lehnkering & Co. te Emden op de werf van Wortelboer & Co. te Westerbroek en bij Delfzijl vijf sleepschepen ter grootte van 855, 856 en drie van 940 ton elk vervaardigd werden; verder voor de firma Schulte & Bruns te Emden twee kanaalboten, ieder van 1.033 ton inhoud. In het geheel werden op onderscheiden werven 25 boten of Rijnschepen, waaronder drie stoomsleepboten, drie éénmasters en drie motorschepen, gebouwd. In die bouw zijn o.a. ook begrepen twee boten, ieder van 940 ton, voor de firma Lehnkering & Co. Een drie-mast schoener van 560 ton staat op de werf van Bodewes te Martenshoek op stapel, buitendien op andere werven nog enige motorboten en Rijnschepen. Zoals vanzelf spreekt, bouwen de Hollanders, behalve om te voorzien in hun eigen behoefte aan kanaalschepen, loggers, tjalken, enz., ook schepen voor Engeland, Frankrijk, Noorwegen, Zweden, Rusland en de overzeese landen. Dit alles tezamen genomen, werkt de oorlog niet nadelig op de Hollandse scheepsbouw.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 18 januari. Hr.Ms. pantserschip KORTENAER, vertrok 13 januari van Willemstad naar Nederland, via Paramaribo.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 18 januari. Het Nederlandse stoomschip BENGALEN, dat naar Noorwegen werd verkocht, is verdoopt in RINGSBORG.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 17 januari. In de afgelopen nacht is het stoomschip ECUADOR van de Kon. West-Indische Maildienst, dat op zijn eerste reis van Zuid-Amerika naar Amsterdam, in het Engelse Kanaal op een mijn stiet en naar Londen ging om te repareren, vandaar behouden alhier aangekomen. Het schip werd van London af begeleid door de in Rotterdam thuis behorende sleepboot NOORDZEE, welke was meegezonden voor het geval zich de noodreparatie mocht begeven. Van een opvarende vernamen wij dat de mijn op de hoogte van Folkestone onder het bakboord-voorschip was ontploft en een gat van circa 8 voet had doen ontstaan, waardoor het water binnenstroomde en de lading uit ruim 1 wegliep. Hef schip kwam hierdoor met slagzij over stuurboord te liggen, waardoor het manoeuvreren niet zeer handig ging. Zoals vroeger gemeld werd het schip eerst nog op een zandbank gezet. Zoals wij nu vernamen kwam het met eigen kracht vlot en stoomde door naar Londen om een voorlopige reparatie te ondergaan. Er bevonden zich geen passagiers aan boord, terwijl de lading geheel uit graan bestond.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 17 januari. Het stoomschip MARS van de Kon. Nederlandsche Stoomboot Mij., dat 12 dezer van hier naar Londen vertrok, is hedenavond met defecte machines hier binnengesleept door de sleepboten POOLZEE en MAASSLUIS. Deze hadden het stoomschip overgenomen van de sleepboot WITTE ZEE, welke het bij de Noord Hinder had aangetroffen en op sleeptouw genomen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 17 januari. Hedenmorgen is uit het stoomschip DELFLAND ongeveer 400 ton mais en 30 balen wol geborgen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 17 januari. Na de bemanning, waarvan gisteren een groot gedeelte deserteerde, weer aangevuld te hebben, is het stoomschip BETSY ANNA van hier naar Newcastle vertrokken.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Hamburg, 17 januari. De van Landskrona naar Fredericia bestemde Nederlandse tjalk HOOP OP ZEGEN is nabij Vikhaeg, ten zuiden van Barsebäck op het strand gedreven. De bemanning is gered. (opm: zie ook NNO 270116 en RN 290116)


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Londen, 17 januari. Het Nederlandse stoomschip FOLMINA, in ballast van Rotterdam naar Drontheim, is ten noorden van Bergen gestrand. De positie van het schip is gevaarlijk. Een bergingsstomer is derwaarts vertrokken.
De rederij ontving een telegram, waarin vermeld werd, dat de FOLMINA in het Songefjord was gestrand; dat het schroefraam was gebroken en dat men doende was het schip lens te pompen. Volgens voornoemde rederij is de bemanning nog aan boord en heeft het stoomschip waarschijnlijk op een rots of iets dergelijks gestoten.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Calais, 18 januari. Het stoomschip MAASHAVEN zit 5 mijl van hier in slechte positie op het strand. Het eerste waterdichte schot heeft zich begeven en ruim 1 staat vol water. Er is een bergingscontract afgesloten op de basis “no cure, no pay", maar afbrengen is zeer twijfelachtig.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Helsingör, 14 januari. De Groninger tjalk SOLI DEO GLORIA heeft bij Snekkersten aan de grond gezeten, doch is waarschijnlijk onbeschadigd vlot gebracht.


20 januari 1916


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. De op de werf Conrad te Zaandam gebouwde zuiger en baggermolen Nr. 485 ligt thans te IJmuiden. gereed om door de inmiddels aldaar aangekomen sleepboot POOLZEE naar Spanje te worden overgebracht.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van J. & K. Smit's Scheepswerven te Krimpen a/d Lek is met gunstig gevolg te water gelaten het stoomschip ZEEUWSCH VLAANDEREN, bestemd voor de Provinciale Stoombootdienst in Zeeland. Het schip zal door de Alblasserdamsche Machinefabriek worden voorzien van machine en ketel.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Verkochte schepen. De met schade alhier liggende sleepboot AALTJE uit Delfzijl, is naar men verneemt, voor ca. NLG 25.000 naar Nederlands-Indië verkocht.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Verkochte schepen. De Nederlandse schoener CATHARINA, uit Gasselternijveen is verkocht aan kapt. J. Westers, vroeger gezagvoerder op de motorschoener IDA.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Door de directie van de Rotterdam-Londen-Lijn werd bij de firma Bodewes te Millingen een stoomschip besteld, groot ongeveer 1.000 ton en af te leveren in de aanvang van 1917. De machines, sterk ongeveer 700 ipk, benevens de 2 ketels, zullen worden geplaatst door Burgerhout's Machinefabriek en Scheepswerf te Rotterdam.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De RIJNDAM. Een Reuter-telegram uit Londen van gisteren meldt: Het Nederlandse stoomschip RIJNDAM stoomt vanavond naar Gravesend met de kop omlaag. Sleepboten assisteren. Alle passagiers zijn in veiligheid. Drie stokers zijn gedood, vier gewond. Voor het schip bestaat geen gevaar. Een nader bericht zegt:
“Stoomt de rivier op. Het schip helt een weinig over aan stuurboord”.
Vanochtend wist de directie van de H.A.L. niets naders omtrent dit ongeval. Vermoedelijk heeft er een aanvaring plaats gehad, hetgeen blijkt uit het doden van leden van de bemanning, die hun logies in het voorschip hebben en uit het omlaag varen met de kop. De aanvaring zou dan in de drukke zee bij Duins moeten hebben plaats gehad. Blijkens een Lloyds bericht uit Londen is de RIJNDAM gisteravond te Gravesend aangekomen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 19 januari. Het dubbelschroefstoomschip RIJNDAM, van de Holland Amerika Lijn, op de terugreis van New York naar Rotterdam, is, naar Lloyds meldt, gisteravond gesignaleerd, met de boeg benedenwaarts koersende naar Gravesend, geassisteerd door sleepboten. Alle passagiers zijn ongedeerd, maar van de bemanning zijn drie stokers gedood en vier gewond. Het schip is volkomen veilig.
Volgens een later bericht kwam de RIJNDAM onder eigen stoom de Theems op, met een weinig slagzij over stuurboord en arriveerde gisteravond te Gravesend.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 19 januari. Volgens een door de rederij ontvangen telegram is het stoomschip FOLMINA weer vlot en met pompers aan boord naar Bergen vertrokken om aldaar te repareren.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 19 januari. De hopper-zandzuiger G.A. POTHES (opm: GEOPOTES III), gebouwd op de J. & K. Smit’s Scheepswerven te Krimpen a/d Lek, heeft bij het proefstomen in alle opzichten voldaan. De lengte van het vaartuig is 60 m., de breedte 10 m. en de holte 5 m., terwijl het vaartuig voorzien is van machines die een kracht van 375 ipk ontwikkelen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Amsterdam, 18 januari. Men verneemt dat de stoomschepen COLOMBIA, VENEZUELA en ECUADOR, van de Koninklijke West-Indische Maildienst te Amsterdam, resp. groot 5.643, 3.350 en 5.000 ton, de eerste twee in 1915 en de laatste in 1914 gebouwd, naar Noorwegen zijn verkocht. Reeds vroeger verkocht deze maatschappij de PRINS WILLEM V naar Frankrijk. Twee nieuwe schepen, elk van 4.200 ton, zijn in aanbouw.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 13 januari. Heden werden uit het stoomschip DELFLAND gelost 600 ton mais en 30 balen schapenwol. Zware ankers zijn uitgebracht om te voorkomen dat het stoomschip dieper wegzakt. Per lichter ‘Prometheus’ werden 13 vaten en 4 kisten olie of margarine, 66 balen wol en 300.000 kg, losse mais naar Amsterdam verscheept.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Kopenhagen, 15 januari. De tjalk SOLI DEO GLORIA, schipper Schothorst, beladen met hout, is gisternacht bij Snekkersten gestrand, doch door de bergingsstomer BIEN weer vlot en te Elseneur binnengebracht. Het schip heeft ogenschijnlijk geen schade.


21 januari 1916


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. De Raad voor de Scheepvaart heeft gisteren een onderzoek ingesteld naar de oorzaak van het stoten van het stoomschip VOLENDAM van de Vrachtvaart Maatschappij ‘Edam’ gevestigd te Amsterdam, op de oostkust van het eiland Lobos nabij de kust van Uruguay op 27 september jl. De eerste stuurman J.J. Fellerup, verklaart dat het schip op weg was van Amsterdam naar Buenos Aires; het was in de nacht, dik van mist doch de walvuren waren te zien. Gepeild werd 9° Noord, 29° West rechtwijzend. Toen het dik van mist werd verminderde hij vaart en gaf mistseinen. Getuige was te twaalf uur op wacht gekomen, anderhalf uur daarna heeft hij een stoot gevoeld. Hij heeft de kapitein toen de mist opkwam niet gewaarschuwd, wat een van de leden hem euvel duidde als ook dat hij, drie mijlen willende lopen, niet in andere richting d.i. zuidelijker had gestuurd. Daardoor slechts twee mijlen aflopende, was het ongeval gebeurd. Getuige vroeg, bij het voortgezet verhoor schorsing van de behandeling omdat hij niet in Den Helder aanwezig was toen door de dagvaarding werd betekend; reeds 40 jaren voer hij, waarvan 33 jaren als stuurman, zonder ooit enig ongeval te hebben gehad; de voorzitter, de heer mr. Cnoop Koopmans, vond daartoe geen termen aanwezig. De kapitein D. Boerema, hierna gehoord, verklaarde ouder gewoonte de navigatie aan de stuurman te hebben overgelaten aan wie hij algemene instructies had gegeven. Getuige was niet gewaarschuwd, gewekt door de schok kwam hij boven. Toen de schok gevoeld werd, sloeg de machine vooruit doch ze werd stopgezet. Het schip schuurde over de rotsen en geraakte onmiddellijk weer los. Er stond water in het voorruim en de stookplaats. Het scheepsvolk begon met water uit te pompen doch deze pompen raakten verstopt. Daarop is een van de tanks gedicht en met een ballastpomp werd het water verwijderd. 's Morgens te 11 uur klaarde het op doch tegelijk werd het ruw weer. Het schip werd naar Montevideo gekoerst. Daar kon het niet binnen wegens quarantaine-bezwaren. Eerst tegen de middag kreeg een sleepboot verlof, het schip binnen te brengen. Nader gevraagd verklaarde getuige de stuurman niet te hebben gezegd, hoe hij moest sturen, wel welk vuur hij het eerst moest ontmoeten. De mistseinen van zijn schip had de kapitein niet gehoord. Getuige C. Kemp, 1e machinist, bevestigde de verklaring dat in het voorruim drie à vier voet water stond. Te Buenos Aires werd het schip enigszins gerepareerd, op de thuisreis bleek dat de condensor lekte en de machine niet bijzonder goed werkte. Ten slotte werden gehoord de matrozen J.H. Broggel en S. van Oostveen. De Raad zal later uitspraak doen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 20 januari. Het hier thuis behorende stoomschip WOUDRICHEM (ex. PAWEL), is naar verluidt, naar Noorwegen verkocht. (opm: deze verkoop is niet doorgegaan)


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Amsterdam, 20 januari. Naar nader vernomen wordt, zijn de drie boten van de Koninklijke West-Indische Maildienst verkocht voor ruim NLG 2.000.000 per stuk en zullen deze schepen vermoedelijk omgebouwd worden in vrachtboten.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Amsterdam, 20 januari. Het stoomschip SIRIUS van de Kon. Nederlandsche Stoomboot Mij., dat indertijd voor circa NLG 200.000 aangekocht werd, is voor NLG 1.100.000 naar het buitenland verkocht. (opm: bouwjaar 1898, ex. MADURA)


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden,18 januari. Indien de weersomstandigheden zulks toelaten zal morgen de grote kolenknijper van de Vereenigde Steenkolenhandel alhier, bij de DELFLAND in dienst gesteld worden voor de lossing van losse mais.
19 januari. Uit het stoomschip DELFLAND zijn heden geborgen 700 ton mais en lijnzaad, 40 balen wol en een vat vet. Op het stoomschip wordt thans met alle kracht gepompt. Indien het gelukt het water binnenboord voldoende te doen dalen zal men zo spoedig mogelijk trachten het stoomschip vlot te brengen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden,20 januari. De sleepboot POOLZEE is hier aangekomen om de tot vertrek gereed liggende baggermolen No. 485, welke op de werf Conrad te Zaandam gebouwd werd, naar Spanje over te brengen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Terschelling, 19 januari. De kustwacht meldt, dat een stoomschip gestrand is, NNW van de lichttoren. Om de schoorsteen zijn 3 witte banden zichtbaar. Het is overigens slecht zicht, maar opklarend.
Later bericht. De kustwacht van Ameland meldt, dat het gestrande vaartuig een Hollandse stoomtrawler is, er waaien 2 Hollandse vlaggen in de voortop. De reddingboot is uitgegaan.
Later bericht. De kustwacht van Ameland meldt, dat de reddingboot is teruggekeerd. De bemanning van de trawler is met eigen sloep van boord gegaan en door de motorreddingsboot opgenomen.
Later bericht. De kustwacht van Terschelling meldt, dat de motorreddingsboot met de bemanning van de op Bornrif gestrande trawler IJM 127, ZAANSTROOM 4, aan boord, om zes uur aangekomen is. De sleepboot NEPTUNUS met voorgemelde trawler op sleeptouw is NNO van de Brandaris en koerst west.


22 januari 1916


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Naar wij vernemen zal het mailstoomschip, dat door de Stoomvaart Mij. Nederland in aanbouw is gegeven bij de Nederlandsche Scheepsbouw Mij. te Amsterdam, de naam dragen van JOHAN DE WITT.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart.
Dinsdag 25 januari, 01.30 uur namiddag, onderzoek betreffende het aan de grond stoten van het stoomschip DELFLAND bij de ingang van de haven van IJmuiden op 5 januari jl. Gezagvoerder J. Tresson te Bussum; rederij Koninklijke Hollandsche Lloyd te Amsterdam.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 21 januari. De stoomschepen BENGALEN en BETSY ANNA, onlangs naar Noorwegen verkocht, brachten respectievelijk, op NLG 1.300.000 en NLG 350.000. Noorse reders schijnen tweedehands Nederlandse schepen zeer op prijs te stellen, hetgeen blijkt uit het feit, dat een Rotterdamse makelaar van zijn principalen in Noorwegen de opdracht gekregen heeft zekere stoomschepen aan te kopen, ongeacht de te betalen prijs, een limiet werd zelfs niet gesteld.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Vlissingen, 20 januari. Het nieuw gebouwde Deense stoomschip K.T. NYGAARD, dat aan de werf van de Kon. Mij. ‘De Schelde’ van machines en ketels is voorzien, heeft heden met goed gevolg proef gestoomd.
21 januari. Het stoomschip K.T. NYGAARD is hedenmorgen binnendoor naar Rotterdam vertrokken.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 21 januari. In Engeland blijft men wijzen op het gevaar van de te hoge vrachten, die ernstige economische gevolgen moeten hebben. Gedeeltelijk is de stijging te wijten aan de schepen die door de oorlog niet aan de vaart kunnen deelnemen, maar dit cijfer kon hoogstens een vrachtstijging van 20 pct. veroorzaken. Ernstiger is de invloed ten gevolge van het optreden van de onderzeeërs, waardoor van 5 tot meer dan 40.000 ton wekelijks verloren zijn gegaan, een verlies dat hoewel in de laatste maanden verminderd, nog blijft aanhouden. Bezwaren van laden en lossen en daardoor ontstaan langer oponthoud in diverse havens is ook een factor die de stijging van de vrachten moest in de hand werken waarbij de hoge verzekeringspremie vele reders bewoog om zelf het risico te lopen en dat te dekken door de hogere vracht. Duurder steenkool, hoger loon, eisen van meerdere bemanning zijn tenslotte als een factor te noemen die de vrachtstijging verklaart. Maar al deze factoren, tezamen verklaren niet de cijfers die thans geëist worden en die nog steeds neiging tot stijging vertonen. De Britse regering heeft getracht de abnormale toestand te verbeteren door meer schepen vrij te laten. Nu de verwarring aanhoudt gaat de Times de raad geven dat de staat alle schepen zal huren. Bijzonderheden van het plan worden aangekondigd ook ten opzichte van de neutralen. Het is wel merkwaardig hoe de neutralen steeds een doorn in het oog zijn van het City-blad.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

De gestrande Engelse onderzeeër.
Uit Schiermonnikoog meldt men ons de dato 20 januari: Op het sein, door de kustwacht gegeven, omstreeks gistermiddag, dat er nabij het Friesche Gat een onderzeeër (die later bleek de Engelse H 6 te zijn) aan de grond zat, hoorden wij al heel spoedig het geklepper van de vertrekkende reddingsboot. De tocht ging binnenwaarts en was dus veel voorspoediger dan die, welke de Marinesloep buiten om moest maken. Door stroom en branding kon deze haar doel niet bereiken en keerde weldra met haar geheel doornatte bemanning w.o. ook de commandant naar de aanlegplaats terug. Intussen had een van de onderofficieren in de reddingsboot willen plaats nemen, hetgeen hem door de burgemeester werd geweigerd, die daarvoor zeker zijn redenen zal hebben gehad. Met een kijker gewapend, kon men in het noordwesten een viertal oorlogsschepen zien, die later bleken Engelse torpedojagers te zijn, druk morse-seinen gevend met spiegels, wat bij donker weer een prachtig gezicht zou hebben opgeleverd. Daarop naderde van die kant een stoomsloep, ongeveer gelijktijdig, dat ook de reddingsboot was gearriveerd. Elf man vertrokken naar de Engelse schepen en 13 man, w.o. hun commandant, namen in onze boot plaats en ongeveer om 6 uur 's avonds kwam men bij het Paviljoen terug. De schipbreukelingen werden door onze commandant overgenomen en in het strandhotel bij de heer De Deken ondergebracht, waar zij een uitstekende verzorging genoten en voorlopig gelogeerd blijven. De Engelse commandant, Stafford geheten, is een rustig gemoedelijk en opgeruimd jonkman en gevoelt zich in het hotel geheel op zijn gemak, temeer nog, omdat hij daar ook zijn moedertaal hoort spreken. Wegens de dikke mist, was men de koers kwijt geraakt en zat de onderzeeër gistermorgen reeds om half vijf aan de grond. (opm: zie ook RN 240116)


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 21 januari. Gisteren werden uit het stoomschip DELFLAND gelost 14 balen schapenwol; 39 balen houtcompres en met de grijper 250 ton mais.
Wegens de deining kon de zuiger niet werken.
In de namiddag om 2 uur moesten alle bergingsvaartuigen voor een hevige windbui vluchten. De lichter ‘Maria’ is met 360.000 kg losse mais en 81 balen wol en de lichter ‘Ibis’ met 320.000 kg. losse mais naar Amsterdam vertrokken.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Delfzijl, 20 januari. Bij de heer H. Toxopeus. voogd van het eiland Rottumeroog, is telegrafisch bericht uit Duitsland ontvangen, dat de motorboot THEDA, welke bij de jl. storm van het eiland is weggeslagen en tot heden nog niet was teruggevonden, waarschijnlijk op de Meeuwestaart nabij Borkum is gestrand, daar aldaar een dergelijk vaartuig zit.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Terschelling, 20 januari. De kustwacht van Terschelling meldt, dat de bij Ameland gestrande stoomtrawler IJM-197 door twee sleepboten is binnengebracht. (Zie vorig No).


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Raad voor de Scheepvaart. In zijn heden gehouden zitting is door de Raad een onderzoek ingesteld betreffende het door een mijn getroffen en in zinkende toestand verlaten worden van het stoomschip LETO op 4 januari jl. nabij het Galloper vuurschip. Gezagvoerder R. Teensma, rederij Maatschappij ‘Zeevaart’ te Rotterdam. Kapitein Teensma verklaart, dat het gedurende de reis voortdurend slecht weer was geweest, alle reddingsmiddelen waren aan boord, waaronder twee sloepen, resp. voor 32 en 34 man. Met het oog op mijngevaar was de te nemen route aangegeven. Bij de Galloper was het weer goed, aan boord werd behoorlijk uitgekeken. Plotseling was er een vreselijke ontploffing aan stuurboordzijde. Het schip werd letterlijk opgeworpen, waardoor het in lading zijnde graan over boord werd gestort, Geen gelegenheid was er een onderzoek in het schip in te stellen, maar blijkbaar had het al veel water gemaakt. Het volk vloog uit het logies in de boot. Ten laatste ging ook getuige. In de buurt waren tamelijk wat schepen. Na een drie kwartier zonk het schip al dieper en dieper. Intussen voelde getuige door een schrik zich machteloos. Hij had hevige hartkloppingen, zodat de eerste stuurman het commando moest overnemen.


24 januari 1916


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Twee mensen verdronken.
De sleepboot DE BOER, van Wilton's Machinefabriek en Scheepswerf is hedenmorgen bij het verhalen van het Zweedse stoomschip OTTO SVERDRUP voor de mond van de Rijnhaven te Rotterdam omgeslagen en gezonken. Machinist en stoker gingen met het schip naar de diepte. Do overige equipage wist zich te redden. (opm: zie ook AH 230216 en 020316)


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De gestrande Engelse onderzeeër.
Uit Schiermonnikoog worden ons nog volgende bijzonderheden gemeld van de stranding van de Engelse onderzeeboot H 6.
Om halfeen, toen het bericht in het dorp kwam, dat een Engelse onderzeeër in het Friesche Zeegat gestrand was, werd de reddingsboot te water gelaten. Om 2 uur was de reddingsboot langszij van de onderzeeër, die op de zogenaamde Kuipersbult zat, bij de ingang van het Friesche Gat. Enige torpedoboten kwamen naderbij, welke bleken Engelse te zijn, ze zetten een stoomsloep uit, welke de helft van de bemanning van de onderzeeër meenam. Steeds werd er draadloos geseind met de torpedoboten. De rest van de bemanning wilde de onderzeeër niet verlaten, doch toen het duister werd, vroeg de schipper van de reddingsboot nogmaals of zij thans besloten hadden in de reddingsboot te gaan. Waarop 11 man en de commandant, na weer draadloos geseind te hebben, meegingen en werden hier ongeveer 5 uur aan wal gebracht. Volgens mededeling van de schipper zit de onderzeeër zeer gevaarlijk tegen steile wal of rif aan, waar een zeer sterke stroom bij vloed en eb langs gaat en moet de onderzeeboot als verloren beschouwd worden. Thans is de onderzeeër met water volgelopen, ofschoon hij nog gistermorgen zichtbaar was; er waren enige grote torpedoboten in de nabijheid. De boot zit op dezelfde plaats, waar ook enige jaren geleden de Noorse boot HEIDRUM strandde, die na een paar dagen totaal uiteengeslagen was en geheel in het zand weggezakt is.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Amsterdam, 22 januari. De stoomschepen COLOMBIA, ECUADOR en VENEZUELA, onlangs door de Kon. West-Indische Maildienst verkocht, zijn eigendom geworden van de Hannevig Br. te Christiania, ze zullen tussen de Ver. Staten en Zuid Amerika in de vaart worden gebracht. De overdracht, aldus meldt de Hamb. correspondent, zal in februari of maart plaats hebben.
De reder Christianson heeft een van de voor hem in Nederland in aanbouw zijnde nieuwe boten aan O. Hange in Bergen verkocht. Het schip meet 2.200 ton.
De reder Brunn in Bergen, heeft een door hem in Rotterdam in aanbouw gegeven stoomschip van 3.000 ton laadvermogen voor 1.015.000 Kr. verkocht.
De reder Ole R. Olsen heeft bij een Nederlandse werf een vrachtstomer van 2.200 ton laadvermogen besteld. Het schip zal NLG 400.000 kosten en in 1917 geleverd worden.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Hamburg, 21 januari. De te Werkendam thuis behorende tjalk HOOP OP ZEGEN is door het stoomschip HAMMERHUS masteloos op zee aangetroffen en te Kopenhagen binnengesleept. Deze van Ahus naar Stettin bestemde tjalk heeft 14 dagen op zee hulpeloos rondgedreven.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Newcastle, 20 januari. Volgens rapport heeft het stoomschip ZUID-HOLLAND het binnen Noordpierhoofd van het Northumberland Dock geraakt.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Allinge, 16 januari. Het Nederlandse zeilschip BROEDERTROUW, kapt. Eeftingh, met granietblokken van Ahus komende, heeft schade aan de zeilen en de grote boom gebroken en moest voor noodhaven alhier binnenlopen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Medan, 13 december. Op de rede van Belawan kwam het stoomschip JANSEN (opm: JANSSENS, gebouwd in 1902) bij het terug stomen om een achtergebleven passagier van het stoomschip ORANJE te halen, met dat schip in aanvaring. De statietrap van de ORANJE werd gedeeltelijk versplinterd. De boeg van de JANSEN werd beschadigd.


25 januari 1916


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Nederland en de oorlog. Op een mijn gelopen. (3 doden en 4 gewonden)
Het stoomschip APOLLO van de Koninklijke Nederlandsche Stoomboot Mij. te Amsterdam, is vrijdagavond ongeveer 6.15 uur, ter hoogte van het vuurschip Galloper, op een mijn gelopen en gezonken. 16 Personen van dit schip kwamen zaterdagmiddag half 5 te Vlissingen aan met de PRINSES JULIANA van de Mij. Zeeland. Onder hen zijn 4 gewonden van wie 1 zeer ernstig. Deze werd onmiddellijk naar het ziekenhuis overgebracht. Van de bemanning zijn 3 personen verdronken, n.l. de 2e stuurman V.A. Wallin, de stoker Cohen en de hutbediende Kooiman. De 16 geredden brachten de nacht door op het vuurschip. De APOLLO werd aan bakboord getroffen en had een lading kurk en sinaasappelen van Lissabon, bestemd voor Amsterdam, aan boord. Betreffende deze ramp vernamen wij het volgende: Het schip werd getroffen in het grote ruim aan bakboordzijde. De ontploffing was ontzettend. De mannen werden door elkaar tussen de lading ingegooid. De uitkijk viel in het ruim. Het voorschip was in twee minuten onder water. De beide boten werden uitgezet. In de ene kwamen 7, in de andere 9 man, maar helaas 3 van de opvarenden gingen met het schip, dat in 8 minuten geheel verdwenen was, mee in de diepte. Het waren de tweede stuurman Wallin, de stoker J. Cohen en de 16-jarige messroomjongen. Eerstgenoemde heeft nog noodsignalen gegeven met de stoomfluit, laatstgenoemde heeft men nog hulp horen roepen, maar het was onmogelijk, het zinkende schip te naderen, zonder gevaar te lopen, allen mee naar de diepte te worden getrokken. De uitkijk, een Russische matroos, die door de val in het ruim reeds een been en een arm gebroken had en een ernstige hoofdwond had bekomen, werd nog twee maal over boord geslagen, maar toch nog in de boot gebracht. Bij aankomst te Vlissingen is de man ter behandeling in het R.K. ziekenhuis gebracht. Ook andere schipbreukelingen hadden meer of minder ernstige, wonden en kneuzingen. Een had een gebroken arm, een ander een gescheurde bovenlip. Het kostte de gewonden en licht gekwetsten heel wat moeite de Galloper te bereiken, maar na ongeveer een uur bereikte men dit baken in zee. De Engelse zeelieden deden alles wat zij konden om het lot van hun Nederlandse kameraden te verzachten, hen te voeden, te verbinden en hun een rustplaats te geven. Zaterdagmorgen werd de passerende mailboot door seinen en schieten bericht, dat er schipbreukelingen mee te nemen waren en na een oponthoud van drie kwartier zette de PRINSES JULIANA koers naar Vlissingen, haar passagiersaantal vergroot ziende met 16 slachtoffers van de mijnenoorlog, Aan boord van de mailboot werd door de bemanning en de passagiers met grote menslievendheid voor de mannen gezorgd. Kleren werden afgestaan, velen waren gevlucht in de boten zonder schoenen, zonder jas, een 16-jarige lichtmatroos kwam zelfs zo uit de kooi. De aankomst te Vlissingen was weer echt droevig. De gewonden vooral deden een mens in verzet komen tegen al de ellende, die de oorlog reeds aan zoveel onschuldigen heeft gebracht. Een van de opvarenden, de donkeyman, was de oom van de verongelukte messroomjongen. De thuiskomst is voor hem dus dubbel droevig, al lijden ook allen naast hun eigen pijnen door het verlies van drie trouwe kameraden. Nog vernemen wij, dat het schip ongeveer 1.200 ton groot was en stond onder gezag van kapt. Burghout, die zelfs zijn scheepspapieren niet heeft kunnen redden. Bij aankomst te Vlissingen, werd hij met de stuurman door de marinecommandant gehoord. Het schip had een reis van ongeveer acht weken achter de rug en men had gedacht, nog ongeveer zestien uur te moeten varen voor men weer te Amsterdam was. De lading bestond uit vaten wijn, balen cacaobonen, kisten sinaasappelen, kurk, enz. Dit alles dreef in zee rond met het zinkende schip, dat als laatste haven Lissabon had aangedaan. Op de vorige reis lag het schip op de Theems en toen kwam een mijn tegen de ankerketting, waardoor 16 vaam ketting en het anker verloren gingen. Het schip kwam er toen echter goed af. Met de mailtrein van 6 uur 10 vertrokken de mannen naar hun woonplaatsen, deels naar Amsterdam, deels naar Rotterdam. Met de Vlissingse trein, die 10.34 aan het W.P. station te Amsterdam arriveert, kwamen zaterdag de geredden van het stoomschip APOLLO van de Kon. Ned. Stoomboot Maatschappij binnen. Het verhaal, dat de geredden ons deden, kwam hierop neer:
De APOLLO, die geladen was met sinaasappelen, wijn, kurk, hazelnoten, cacao en koffie en die op reis was van Valencia naar Amsterdam, stiet eergisteren in de nabijheid van het Galloper vuurschip op een drijvende mijn. Het weer was vrij kalm. Op de bak stond een uitkijk en op de brug bevonden zich twee personen, terwijl de gezagvoerder aan dek was. Om 6 uur hoorde de bemanning een hevige knal. De APOLLO was met het voorschip aan bakboord op een mijn gelopen. De schok was geweldig, deed de voormast over stuurboordzij tuimelen en het ankerspil naar beneden vallen. Ongelukkigerwijs werden bovendien de petroleumlichten gedoofd. Er werden 5 personen getroffen, te weten K. Lentros, H. Bobeldijk, Th. de Tobiassen, D. v.d. Heijden en een matroos, wiens naam men niet wist. Volgens de verklaringen van de getuigen was er geen paniek. De twee boten werden in drie minuten gestreken en bemand met het personeel. Er was geen tijd om noodseinen te geven, want na tien minuten dook de kop van de APOLLO reeds. Na een poos geroeid te hebben, keerden de reddingboten weer naar het schip terug. Maar op enige afstand gekomen bleek, dat de ongelukkige stomer niet meer te redden was. Het achterschip kwam geheel boven water en spoedig was de vrachtboot in de diepte verdwenen. In de boten miste men 3 man, namelijk de jeugdige stuurman Gerrit Wallin, de stoker Cohen en de hut bediende Kooiman. Wat er met hen gebeurd is, wist niemand te vertellen en er is reden genoeg om het ergste te vrezen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Nederlandse schepen vrijgelaten.
Het Hamburgse prijsgerecht deed uitspraak inzake de Nederlandse vissersvaartuigen BALDEN, ANNA JOSINA, ZAANSTROOM en OCEAAN 3, waarop de verdenking rustte, neutraliteitsschennis te hebben gepleegd en de scheepspapieren niet in orde te hebben. Het prijsgerecht besliste na onderzoek, dat de schepen vrijgelaten moesten worden. De door de eigenaars gevraagde schadeloosstelling werd afgewezen.
De rederij van de opgebrachte Nederlandse vissersschuit PIETER JAN had een vordering ingesteld van 3.000 mark. (ongeveer NLG 1.250). De eis teruggebracht op verlies door verminderde vangst en verschillende onkosten, werd niet ingewilligd.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 24 januari. Het stoomschip FOLMINA is zaterdag te Bergen aangekomen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 24 januari. Vrachten. Het grote evenement van de week is de mededeling dat de Britse en Franse oorlogsvloot, de blokkade van het continent gaan verscherpen, een mededeling die wel in de eerste plaats Duitsland en Oostenrijk betreft, maar waarvoor de neutrale mogendheden niet onverschillig kunnen blijven. Vooral in verband met de voorstellen om de gehele Britse handelsvloot onder controle van de regering te stellen is de oorlogsmaatregel die Groot Brittannië en Frankrijk treffen een bedreiging voor de scheepvaart onder neutrale vlag. Indien lading alleen kan worden vervoerd wanneer vast staat dat zowel de grondstoffen als de producten niet de grenzen zullen overschrijden van het land dat de lading aanvoert, ontstaan daaruit voor handel en nijverheid bezwaren die het economische bedrijfsleven totaal ontzenuwen.
In de oorlogvoerende landen rekent men op het protest van Amerika niettegenstaande de ontstemming welke in de Ver. Staten het gevolg is geweest van het optreden van de Duitse onderzeeërs. Behalve de reeds bestaande vraag is nu ook in Azië meer behoefte aan schepen gebleken, waardoor de vrachten naar Groot Brittannië belangrijk zijn gestegen.
Van Noord- en Zuid-Amerika blijft de vraag levendig.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 24 januari. Op de scheepswerf van Gebr. Jonker te Kinderdijk is de kiel gelegd voor een zeewaardige sleepboot, te bouwen voor Nederlandse rekening.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Amsterdam, 22 januari. Het van Valencia naar hier bestemde stoomschip APOLLO, van de Kon. Ned. Stoomboot Mij., is, volgens ontvangen draadloos bericht van het stoomschip PRINSES JULIANA, van de Stoomvaart Mij. Zeeland, bezuiden het Galloper vuurschip op een mijn gelopen en gezonken. Drie man worden vermist. De overige equipage bevindt zich aan boord van de PRINSES JULIANA op weg naar Vlissingen. (Zie ook elders in dit No.).


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 22 januari. Heden werden uit de DELFLAND gelost 143 balen lijnkoeken en 2 bakken mais. 23 januari. Uit de DELFLAND werden heden 115 balen lijnkoeken en circa 750 ton losse mais gelost. Men heeft nu weer nieuwe luiken op de ruimen aangebracht.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Calais, 21 januari. De MAASHAVEN zit rechtop tussen twee banken en rust op zandige bodem. De bergingswerkzaamheden en het vlot brengen hangen geheel van het weer af. De voorpiek en het voorruim staan vol water en ongeveer 30 platen zijn beschadigd.
Het is onmogelijk te onderzoeken of er water in ruim No. 2 staat, echter zijn de machinekamer, de ruimen No. 3 en 4 bij peiling droog bevonden.
Een gedeelte van de lading spoelt uit het voorruim.
Morgen beginnen de bergingswerkzaamheden met lichters en sleepboten.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Shields, 20 januari. Het Nederlandse stoomschip ZUID-HOLLAND, naar Rotterdam bestemd, heeft bij het verlaten van het Northumberland-dok gestoten, waardoor het lekkage heeft bekomen. Het schip is aan de Albert Edward-pier gemeerd om onderzocht te worden.
(Zie vorig No.) (De ZUID-HOLLAND arriveerde 23 januarite Rotterdam. Red.)


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Kristiansand, 20 januari. De met mijnstutten geladen Nederlandse kof LAMMEGIENA II, van Kristiania naar West-Hartlepool bestemd, is met schade over dek te Mandal binnengelopen. Een gedeelte deklast ging verloren.


26 januari 1916


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. Het stoomschip DELFLAND.
De Raad voor de Scheepvaart stelde gisteren een onderzoek in betreffende het aan de grond stoten van het stoomschip DELFLAND bij de ingang van de haven van IJmuiden op 5 januari jl. Gezagvoerder van de DELFLAND is J. Tresson te Bussum. De boot behoort in eigendom aan de Koninklijke Hollandsche Lloyd te Amsterdam.
Als eerste getuige werd in deze zaak de gezagvoerder J. Tresson gehoord. Hij deelde mee op 5 januari jl. op weg naar Amsterdam met een lading mais etc. met een stijve bries voor IJmuiden te zijn gekomen. Er was een loods aan boord die geen bezwaar maakte naar binnen te gaan. Er werd recht op het groene vuur en de pier aangehouden. De DELFLAND stoomde met volle kracht en liep tien mijl per uur. Het schip stuurde goed. Op een gegeven ogenblik, juist toen men het groene vuur dwars van bakboord had, werd het gehele schip plotseling dwars geslagen en kwam terecht op de stenen van de Noorderpier. Getuige zag even te voren het rode vuur zowel als het groene dwars. Er werd een stoot gevoeld en even daarna kreeg getuige bericht dat de machinekamer vol liep, een ogenblik heeft de machine stilgestaan, daarna werd met volle kracht achteruit gestoomd en kwam het schip weer los. Eerst ging het achterschip stuurboord uit, toen even voor het vastlopen weer bakboord. Het schip bleef bestuurbaar, hoewel het enkele ogenblikken dwars tegen zijn stuur in liep. De bemanning in de machinekamer moest bijna onmiddellijk vluchten. De tweede machinist had nog juist de tijd om de veiligheidsklep te openen en de machine volle kracht vooruit te zetten. Ruim twee en drie kregen eveneens water. Het achterschip is naderhand gezonken, het bleek gescheurd te zijn. Het voorschip kon zich, hoewel de boot bij de brug geraakt werd, boven water houden. Omtrent de oorzaak van het gebeurde weet de gezagvoerder geen verklaring te geven. Hij heeft ongeveer negen reizen met de DELFLAND gemaakt en nooit iets bijzonders aan het schip gemerkt, hoewel hij herhaaldelijk onder moeilijker omstandigheden dan op de laatste reis geschiedde de haven van IJmuiden binnenliep.
De loods H. Hanekroot verklaarde dat het weer op de bewuste avond buiig was; er stond een zuidwestelijke wind. Er was een voorvloed en getuige zag geen bezwaar het schip binnen te brengen. De vuren waren ondanks de regen te zien. Op een gegeven ogenblik werd hard bakboord roer gegeven, het schip bleef echter in dezelfde richting doorstomen en liep toen dwars over van de Noord- naar de Zuidpier, waarbij het midscheeps werd geraakt. Getuige vermoedt dat de boot eenvoudig werd opgenomen en weer neergesmakt. Eerst dacht getuige het schip aan de noordkant tegen de grond te kunnen krijgen, maar het stuur luisterde niet. Hoewel aangaande de oorzaak van het gebeurde niets met zekerheid valt te zeggen, vermoedt getuige dat door een onbekende oorzaak de plotselinge vaart van het schip verminderde waardoor de werking van de stroom op het achterschip groter werd en tenslotte het stoten veroorzaakte. Later werd getuige meegedeeld dat het spuien te 12.10 uur afgelopen was; na het spuien trekt het water gewoonlijk nog een kwartier uit. Het vaststoten geschiedde tussen half een en een uur. Het is, volgens deze loods, meer voorgekomen dat schepen in de mond van het Noordzeekanaal tegengehouden en om de noord gezet werden. De volgende getuige, de eerste stuurman A.A. Noordgraven, stond tijdens het stoten op de bak. Het scheen hem een ogenblik alsof het schip bleef zitten; onmiddellijk daarna echter ging de DELFLAND stuurboord uit. De gehele zaak speelde zich binnen een tijdsverloop van enkele minuten af. Toen het schip vast zat heeft getuige stuurboordanker uitgeworpen. Het schip lag toen dwars buiten het vaarwater. Als laatste getuige werd de 1e machinist, G.C.H. Holtreve gehoord. Hij verklaarde dat onmiddellijk nadat de stoot gevoeld was een stroom water uit de uitlatingscirculatie spoot. Overigens kwam de mededeling van deze getuige met die van de anderen overeen. Aan het slot van de zitting wees de inspecteur van de scheepvaart, de heer Sluyters, er op dat deze zaak evenals de vorige gevallen in zake het vast stoten tussen de pieren te IJmuiden weer een raadsel is gebleken. Spreker gelooft dat er aangaande de stroomwerking buiten de pieren iets niet bekend is. Hij acht het uiterst gewenst dat dienaangaande een nauwkeurig onderzoek wordt ingesteld, opdat de loodsen weten kunnen hoe zij, vooral tegen het begin van de vloed, hebben te handelen. Het onderzoek in deze zaak werd daarop gesloten. Uitspraak volgt later.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. De Raad deed gisteren uitspraak betreffende het stoten van het stoomschip VOLENDAM. De Raad is van oordeel, dat het stoten op de rotsen van het eiland Lobos en het dientengevolge lek worden van de VOLENDAM moet worden toegeschreven aan het door de stroom uit de koers raken van het schip tijdens de ingetreden mist. De wachthebbende eerste stuurman is, naar de mening van de Raad, in deze nalatig geweest. Daar hij een koers stuurde die ongeveer 2 mijl en niet 3 mijl zoals de stuurman opgaf, bij het eiland langs ging, had hij, toen het dik van mist werd en het licht van Lobos niet meer te zien was, die koers niet mogen vervolgen en kon hij niet volstaan de roerganger op het hart te drukken niet westelijker te sturen. Hij had meer uit moeten sturen, daar hij alle ruimte had, om zodoende het gevaar van door de stroom te worden ingezet, te vermijden. Het is toch bekend, gelijk in deze gebleken is, dat ter plaatse vaak een sterke stroom loopt en daarmee had de stuurman rekening moeten houden. Dat hij vertrouwd heeft op het mistsein van Lobos en, toen hij dit niet hoorde meende veilig te zijn, kan hem niet geheel verontschuldigen, immers het komt herhaaldelijk voor dat het geluid van zulke mistseinen, ook al is men in de nabijheid, wordt onderschept. Daarom straft de Raad Jan Jurgensen Fillerup, eerste stuurman, geboren 2 januari 1856 te Den Helder en wonende aldaar, door het uitspreken van een berisping.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. De uitspraak betreffende het breken van het schroefraam van het stoomschip SUMATRA, gisteren door de Raad van Scheepvaart gedaan, luidt als volgt:
De Raad is van oordeel dat de roersteven van de SUMATRA gekraakt en daarna gebroken is ten gevolge van het zwaaien van het achterschip tegen de wal. Hoewel het aan de grond lopen in het Kanaal van Suez niet als een buitengewoon ongeval is te beschouwen en het verklaarbaar is dat, toen niets abnormaals werd bemerkt bij het doorstomen, men geen bijzondere aandacht aan de toestand van het schip heeft geschonken, meent de Raad dat het beter geweest ware zo, bij aankomst te Suez, een nader onderzoek naar de toestand van de roersteven was ingesteld. Deze toch is het meest kwetsbare deel van het schip en daaraan kan, ook zonder veel uiterlijk geweld, schade ontstaan gelijk uit het onderhavige geval weer is gebleken. Ook al valt ogenschijnlijk geen schade te constateren, verdient het aanbeveling een grondig onderzoek in te stellen voor de reis wordt vervolgd.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Rotterdam, 25 januari. Het van Nieuwediep alhier aangekomen stoomschip ZEEMEEUW, van de firma J. & A. v.d. Schuyt alhier, dat geruime tijd als recherchevaartuig heeft dienst gedaan en nu door een ander vaartuig van voornoemde firma is vervangen, ligt thans aan Wilton's werf en machinefabriek alhier, alwaar het enige herstellingen zal ondergaan. Naar men verneemt, zal dit stoomschip, nadat die herstellingen zijn verricht, naar Italië vertrekken, waarheen het werd verkocht.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Het Gouvernement stoomschip DENEB, in aanbouw bij de Nederlandsche Scheepsbouw Maatschappij te Amsterdam, zal omstreeks 15 maart onder bevel van luitenant ter zee 1e klasse A.M. Kan naar Indië vertrekken.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 25 januari. Het Rotterdamse stoomschip ALCOR, dat 3 januari op reis van hier naar New York met drie gebroken schroefbladen te Queenstown binnenliep en 4 januarinaar Passage West vertrok om te repareren, heeft de herstellingen ondergaan en de reis naar New York voortgezet.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 25 januari. Het Nederlandse stoomschip ZEELAND is voor bodemonderzoek in een dok geplaatst.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 25 januari. De sleepboot POOLZEE vertrok 25 januari van IJmuiden naar Cádiz met de baggermolen No. 485.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Calais, 21 januari. Een expert, is heden aan boord van de MAASHAVEN geweest en rapporteert het volgende: Het stoomschip zit gevaarlijk en het weer is zeer slecht. Het voorruim ligt open naar zee. Het was onmogelijk ruim No. 2 te loden, doch dit ruim is droog tot op 17 voet vanaf het dek. Het eerste waterdichte schot en het aangrenzende dek hebben zich begeven, waardoor het water ook in ruim No. 2 kan doordringen. Het volkslogies is uitgebrand. De ankers kunnen niet gebruikt worden. De berger tracht de nodige ankers te krijgen om het schip te meren en de nodige lichters om het schip te lossen. Indien het weer gunstig wordt en de wind west blijft kan het schip gelicht en te Calais binnengebracht worden; berging hangt geheel van het weer af.


27 januari 1916


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 25 januari. Uit het stoomschip DELFLAND werd heden 400 ton losse mais gelost en naar Amsterdam vervoerd. De gehele dag is men bezig geweest het schip dicht te maken, hetgeen naar wens geschiedt. Een grote stoompomp is hier heden aangekomen om bij het leegpompen van het stoomschip behulpzaam te zijn.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Delfzijl, 25 januari. De sleepboot EEMS van de N.V. Eems alhier, bevaren door kapt. W. Klasens, is voor geheime prijs verkocht aan een N.V. te IJmuiden, alwaar het vaartuig wordt ingericht voor stoomtrawler. De achterste kajuit wordt er uit verwijderd, waarvoor een visruim in de plaats komt. Het zal uitsluitend voor de kustvisserij gebezigd worden.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Calais, 24 januari. Het vlot brengen van de MAASHAVEN is niet gelukt. Lichters zijn nog niet vertrokken wegens de positie van de zee.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Londen, 25 januari. Volgens telegram uit Gravesend is het van Rotterdam komende Nederlandse stoomschip BATAVIER III gistermiddag aldaar in aanvaring geweest met een onbekend gebleven uitgaand stoomschip. De BATAVIER III werd aan stuurboord achter de machinekamer dermate beschadigd en maakte zoveel water, dat het aan de grond moest worden gezet. Volgens een later uit Gravesend ontvangen telegram heeft de BATAVIER III tijdelijk gerepareerd en zal naar de Customhouse kade vertrekken.
(Het stoomschip BATAVIER III is maandagavond 6 uur te Tilbury aangekomen. Het was in aanvaring met een collier. Red.) (opm: zie ook RN 280116)


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Londen, 25 januari. Het stoomschip NOORD-HOLLAND van Rotterdam, op reis van Dagenham naar Goole, is op 7 januari in aanvaring geweest bij Chapman Light en heeft dekschade belopen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Stockholm, 22 januari. De Nederlandse tjalk HOOP OP ZEGEN ligt, nu het water gevallen is, ver op strand. Donderdag is van de rederij een opdracht gekomen om het schip te bergen in verband waarmee te Malmö werklieden zijn aangenomen om de lading te lossen.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Scheepsbouw. Oude-Pekela, 26 januari. Van de werf van de heren J. de Boer & Zn. alhier, werd heden met goed gevolg te water gelaten een stalen bolschip groot plm. 105 ton, voor rekening van schipper H. Schrik, van Nieuwe Pekela en zal weer een dito schip, groot plm. 110 ton op stapel worden gezet voor schipper J. Schuur van Delfzijl.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Stockholm, 22 januari. De bij Barsebäck gestrande Nederlandse tjalk HOOP OP ZEGEN ligt, nu het water gevallen is, hoog op het land. Te Malmö is assistentie aangekomen voor het lossen van de lading.


28 januari 1916


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

(Ingezonden) Mijnheer de redacteur,
In de ochtendeditie van uw blad van 26 dezer komt een verslag voor van het onderzoek, ingesteld door de Raad voor de Scheepvaart, naar de scheepsramp, overkomen aan het stoomschip DELFLAND, dat op 6 januari jl. bij de ingang van de haven van IJmuiden aan de grond is gelopen. Aan het slot van dit verslag wordt vermeld, dat de Inspecteur voor de Scheepvaart opmerkte, dat het een raadsel is, hoe daar in de mond van het Noordzeekanaal in de laatste tijd schepen aan de grond geraken, en dat hij aanbeval om eens een nauwkeurig onderzoek In te stellen naar eventuele veranderingen in de stromingen daar ter plaatse. Zonder iets op dit advies te willen afdingen, zij het mij toch vergund de vraag te stellen, of de oplossing van dit raadsel niet tevens in een andere richting kan worden gezocht, en ik ben zo vrij er aan te herinneren, dat in de laatste tijd herhaaldelijk is voorspeld, dat een toestand, als door de Inspecteur voor de Scheepvaart in het Noordzeekanaal wordt geconstateerd, te wachten was, zulks als gevolg van de wijziging van het Loodsreglement. In een rekwest, dat, naar aanleiding van deze wijziging - speciaal van art. 69 - door de Vereeniging van Gezagvoerders en Stuurlieden ter koopvaardij tot de Minister van Marine is gericht, wordt o.m. verklaard, dat, naar de mening van de direct bij deze maatregel betrokkenen, de gezagvoerders ter koopvaardij, en ook naar rekwestrant’s mening, het niet erg twijfelachtig is, dat al onze zeegaten in één week versperd zullen zijn door wrakken, indien de loodsen zich letterlijk aan dit voorschrift houden. Deze zaak is uitvoerig in verschillende vakbladen besproken en ook bij de begrotingsdiscussie in de Tweede Kamer aan de orde geweest. Weliswaar heeft de minister geruststellende verklaringen afgelegd, zulks inzonderheid in een door hem aan de inspecteurs van het loodswezen gerichte circulaire, maar hij heeft het gewraakte artikel toch gehandhaafd, waardoor het gevaar, aan een letterlijke uitvoering verbonden, blijft bestaan, zij het dan ook in mindere mate. Waar het gerucht van deze reglementswijziging toch ook wel zal zijn doorgedrongen tot de Raad voor de Scheepvaart, daar bevreemdt het, dat daaraan bij dit onderzoek, indien dit in uw verslag juist is weergegeven, niet meerdere aandacht is gewijd. Het niet vermelden van het advies van de loods, inzake het tijdstip van binnenlopen en diens vage mededeling, dat hij vermoedt, dat door een hem onbekende oorzaak de vaart van het schip is verminderd, brengt ook de vraag op de lippen of van de diensten, die een loods bewijzen kan en overal elders bewijst, wel in die mate partij is getrokken, als voorheen de gewoonte was, en voor de veilige vaart gewenst is? Wellicht dat uit de uitspraak alsnog blijkt, dat voor deze vraag geen reden bestaat, maar blijkt zulks niet en wordt - wat waarschijnlijk lijkt - deze ramp zonder meer toegeschreven aan de stroom - de geduldige zondebok voor zovele scheepsrampen - dan zal deze uitspraak toch een onbevredigde indruk achterlaten en voet geven aan een wantrouwen van onze loodsdienst.
U.M. de R., dankend voor de opname, verblijf ik, Hoogachtend, C.G.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Nederland en de oorlog. De gestrande Engelse onderzeeboot H 6.
Pogingen om de in het Friesche Zeegat bij Schiermonnikoog gestrande Engelse onderzeeboot H 6 af te brengen, zijn gisteren voortgezet. Tot dusver nog steeds zonder resultaat.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 27 januari. Bij onderzoek in het dok is gebleken dat de bodem van het stoomschip ZEELAND ernstig heeft geleden. De reparaties zullen geruimen tijd in beslag nemen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 27 januari. Wegens zeegang heeft men alleen de kuip op ruim 3 van het stoomschip DELFLAND kunnen plaatsen. Men zal trachten de kuip op ruim 4 in de middag te plaatsen. Door deze vertraging kan het oppompen van het schip heden niet geschieden doch men hoopt dit morgen te kunnen doen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Londen, 25 januari.
Het Stoomschip BATAVIER III was in aanvaring met de kolenboot PORTWOOD, die schade aan de steven bekwam. (opm: zie ook RN 270116)


29 januari 1916


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Maassluis, 28 januari. De uitgaande tjalk GEZIENA is te Hoek van Holland in aanvaring geweest met een zandzuiger en aldaar lek in de Berghaven gebracht. (opm: GEZIENA, op weg van Schiedam naar Londen met een lading flessen – kapt. Kooiman)


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Maassluis, 28 januari. De tjalk GEZIENA (zie vorig Avondblad) zit met laag water in de Berghaven aan de grond. Met het opkomen van de vloed stijgt het water eveneens in het schip. Met de Nieuwe Berging Maatschappij werd contract gemaakt. Men tracht thans het lek te stoppen, waarna het schip naar Schiedam zal worden gesleept om te repareren.
(opm: tjalk GEZIENA [NTGH] – bouwjaar 1902)


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van de Rotterdamsche Droogdok Maatschappij zal heden te water worden gelaten het stoomschip WAALHAVEN, in aanbouw voor de firma Gebr. Van Uden te Rotterdam.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van Burgerhout's Machinefabriek en Scheepswerf te Rotterdam, werd heden te water gelaten de vrachtboot BOEKELO, aangekocht door de firma Gebr. Scheuer alhier, aanvankelijk in aanbouw gegeven door de firma Jos. de Poorter te Rotterdam, onder de naam van HERMINA. Het stoomschip heeft een laadvermogen van 1.000 ton. De afmetingen zijn: 1800 voet lang, 30 voet breed en 14.6 voet hol. De machine van 600 ipk met afmetingen van 400 x 650 x 1.050 mm bij 700 mm slag, wordt door dezelfde fabriek geleverd.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 28 januari. Nadat er op het te IJmuiden, nabij de Zuiderpier gestrande stoomschip DELFLAND, van de Koninklijke Hollandsche Lloyd te Amsterdam, bijna van af het stranden onafgebroken door de bergingscontractante, de firma L. Smit & Co. alhier, op dat stoomschip met duikers, grijpers, zuigers, enz. is gelost en gewerkt — enkele dagen kon men wegens storm en toestand van de zee niet lossen of werken — heeft men tot resultaat gekregen, dat er ongeveer 4.000 ton mais, lijnzaad, vet, wol en lijnkoeken naar boven zijn gebracht. De te voorschijn gebrachte lading, inmiddels uit de zeelichters in andere vaartuigen overgescheept, is voor het grootste gedeelte reeds doorgezonden naar de eventuele of nieuwe bestemming. Onderwijl men met de lossing bezig was, hebben meerdere duikers de lekken, welke hoofdzakelijk bij de circulatie zitten, met schilden dicht gemaakt en zijn er bekuipingen van zwaar hout en ijzeren hoekverbanden boven de luikhoofden No. 3 en 4 aangebracht, reikende tot boven hoogwater. Gisteren heeft men met veel pomp- en zuigmateriaal - er was een pomp- en zuigcapaciteit aanwezig van 7.800 ton waterverplaatsing per uur – een proef genomen of de gestopte lekken het hielden en of er zich nog iets voordeed wat verholpen moest worden voordat men met het werkelijk pompen en vlot brengen een aanvang kan maken. Aan bakboord van de DELFLAND lag de bergingsboot REDDER met een centrifugaal waarvan de uitlaat 50 cm is, welks inlaat verdeeld wordt in 16 slangen van 10 cm, waarvan er 12 in ruim No. 2 en 1 lagen. Voor de REDDER lag de pompboot ROTTERDAM met 2 pijpen van 15 cm (duplexpompen) werkende op de machinekamer en met nog een centrifugaal van 30 cm zuigende op ruim No. 3 en daarnaast lag de pompboot DUITSCHLAND met 3 slangen van 13 cm te zuigen in de stookplaats en het kolenhok. De sleepboot GOUWZEE levert stoom voor het ankerspil van de DELFLAND wanneer het nodig is, op de ankers te kunnen hieuwen. Vanaf het voorschip zijn twee ankers met 75 vaam ketting uitgebracht, welke kettingen stijf worden gehouden. In de namiddag om 3 uur begon de ROTTERDAM op ruim No. 3, daarna de REDDER op ruim No. 2 en weer daarna de DUITSCHLAND te pompen. Om ongeveer 4 uur bleek, dat het water in de ruimen No. 2 en 3 met meer dan twee meter verminderde en het separatieschot tussen ruim 1 en 2 zich flink hield. Aan stuurboord werd daarna de zuiger JULIANA gelegd, doch door de deining en doordat de zuigbuis niet goed in ruim No. 4 kon worden geplaatst, heeft hij niet gewerkt. De vooruitzichten zijn nu zo, dat wanneer alle materiaal weer langszij is en men met nuttig effect kan werken, de DELFLAND uit de bedding zal opkomen en hoger op strand kan worden gebracht ter verdere voorziening. Eerst daarna zal het stoomschip naar Amsterdam worden gesleept.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

's-Gravenhage, 28 januari. wij vernemen zal Hr.Ms. NOORD-BRABANT waarschijnlijk in de maand april uit Nederland om de Kaap de Goede Hoop naar Indië vertrekken voor aflossing van personeel.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Bergen, 25 januari. Het Rotterdamse stoomschip FOLMINA, dat op reis van Rotterdam naar Namsos, om daar te laden, bij Naara in de Stensund aan de grond heeft gezeten, is begeleid door de bergingsstomer JASON, die het schip afbracht, hier aangekomen. De FOLMINA heeft ernstige bodemschade bekomen, die hier gerepareerd zal worden.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Malmö, 26 januari. De Nederlandse tjalk HOOP OP ZEGEN, 16 januarinabij Vikhög, in de Lomma Bocht gestrand, is gistermorgen door de bergingsstomer HERTHA en de sleepboot F.H. KOCKUM vlot gesleept en hier binnen gebracht.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Londen, 25 januari. Duikers en werklieden zijn van hier naar het stoomschip RIJNDAM gezonden om te trachten de lekkage in het schip te dichten. Tevens worden maatregelen genomen voor het lossen van lading. (De RIJNDAM is 26 januari te Londen Hole Haven [opm: Canvey Island] aangekomen. Red.)


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

De Nederlandse zeetjalk GEZIENA, kapt. Kooiman, met flessen geladen van Schiedam naar Londen, voer bij het uitvaren van de Nieuwe Waterweg tegen een zandzuiger en sloeg lek. Het, schip maakt terstond water en werd in de Berghaven van Hoek van Holland gesleept. Het schip lag met laag water aan de grond, doch met het opkomen van het water rijst het water in het schip eveneens. De stoombergingsblazer was gisteravond half acht het water meester. Men tracht het lek te stoppen en zou het schip heden naar Schiedam slepen voor reparatie.


30 januari 1916


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Vrijdag jl. is het nieuw gebouwde stoomschip GARM, ex. ZEERAAF, waarvan de bouw door de N.V. Scheepsbouwwerf ‘De Merwede’ te Hardinxveld oorspronkelijk was gecontracteerd met de Overzeesche Vrachtvaart Maatschappij te Rotterdam en door deze maatschappij naar Noorwegen werd verkocht, na gehouden proeftocht naar zee vertrokken. Het stoomschip met afmetingen van 108' x 28' x 14'-6" en met ongeveer 1.000 ton d.w. is geclassificeerd in de hoogste klasse van Bureau Veritas en geheel ingericht volgens de Noorse schepenwet. De machines 15 x 35 x 40, bij een slag van 27, welke het schip bij de proefvaart een snelheid gaven van plm. 11 Engelse zeemijlen, werden vervaardigd door de N.V. Verschure & Co's Machinefabriek te Amsterdam.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Op de scheepswerf van de firma L. Smit en Zn. te Kinderdijk is de kiel gelegd voor een patent hopperzuiger, te bouwen voor Nederlandse rekening.


31 januari 1916


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van de fa. Wortelboer & Co. te Westerbroek, is met goed gevolg te water gelaten de stalen sleepkaan LEHNKERING EN CIE. A.G. 33, voor rekening van de firma van die naam te Emden, groot 940 ton. De kielen werden gelegd voor 2 motorkanen van 450 ton voor rekening van de firma P. Presser en Co. te Frankfurt a/d Main.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Door een, met de naam IJmuider Visscherij-Exploitatie, nieuw opgerichte maatschappij zijn bij de firma Wed. J. Boot te Woubrugge twee stalen zeil-haringloggers besteld, terwijl op dezelfde werf nog een stalen zeillogger zal worden gebouwd voor de eveneens nieuw opgerichte Scheepsexploitatie Maatschappij Velsen te IJmuiden.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 29 januari. Door de Rotterdamsche Droogdok Maatschappij werd hedenmorgen met goed gevolg te water gelaten het stalen schroefstoomschip WAALHAVEN, in aanbouw voor Gebr. Van Uden alhier. Dit schip, het eerste van een drietal door genoemde rederij bij de Droogdok Maatschappij besteld, heeft een laadvermogen van 6.200 ton en zal door de bouwmeesters voorzien worden van een machine installatie, waarmee een snelheid van 10 knopen bereikt zal worden. De gebruikelijke ceremonies werden verricht door mevrouw C. Van 't Hoff.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De MAASHAVEN. Aan de tweede officier F.J. Hintertur en de matroos A. Koolwijk, van de mailboot PRINSES JULIANA van de Mij. Zeeland te Vlissingen, is een geldelijke beloning uitgereikt namens de rederij Van Uden te Rotterdam, voor hun manmoedig optreden bij het redden van de schipbreukelingen van het stoomschip MAASHAVEN, dat op een mijn was gelopen.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Scheepsbouw. Delfzijl, 31 januari. Van de N.V. Scheepsbouwwerf Farmsum v/h Gebr. Niestern, werd heden met goed gevolg te water gelaten het stoomschip MOBIEL voor rekening van de heren J.J. Onnes en H. Wellemans te Groningen, maar inmiddels verkocht naar Noorwegen. Het vaartuig heeft een laadvermogen van 600 ton en is het grootste stoomschip in deze provincie gebouwd. De machine zal geleverd worden door de machinefabriek Fulton te Martenshoek. Thans zal op voornoemde werf de kiel gelegd worden voor een stoomschip van 1.200 ton laadvermogen voor Gebr. Van Uden te Rotterdam.


01 februari 1916


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van de firma Gebr. Niestern te Delfzijl, is te water gelaten het nieuw gebouwde stoomschip MOBIEL, groot 600 ton d.w. Het zal voorzien worden van een machine van 300 ipk, te leveren door de fabriek Fulton te Hoogezand.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van Gebr. de Windt te Vlaardingen is te water gelaten de stalen logger ELISABETH, (VL-99), gebouwd voor de heer M.C. Verboon te Vlaardingen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. De in de eerste maanden van dit jaar voor de N.V. W. van Driel’s Stoomboot- en Transportondernemingen te Rotterdam, in de vaart te brengen nieuwe stoomschepen zullen de namen NOORDZEE, ZUIDERZEE en GOUWZEE ontvangen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Te Vlaardingen is van de werf van de scheepsbouwmeester A. de Jong te water gelaten het stalen loggerschip NELLY (SCH -288), gebouwd voor de heer P. Knoester Pz. te Scheveningen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 31 januari. Volgens alhier ontvangen telegram is het stoomschip MAASHAVEN vlot gebracht en in de haven van Calais binnengesleept.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 31 januari. De gezagvoerder van het Nederlandse stoomschip MAAS, gisteren van Huelva te Velzen aangekomen, rapporteert dat zaterdagnamiddag: 12.30 uur, op 5 mijl noord van de Elbo Buoy (omgeving Ramsgate) het stoomschip THUBAN (Nievelt, Goudriaan & Co.) op de eerste reis van New York naar Rotterdam, op een mijn is gelopen. De THUBAN verlangde geen assistentie en bleef drijvende. Volgens het bericht van een loods aan de firma L. Smit & Co. zou het stoomschip THUBAN tussen het Maas vuurschip en de Waterweg liggen, doch wegens de mist niet kunnen binnenkomen. De firma L. Smit & Co. heeft een sleepboot uitgezonden. Een ander bericht zegt dat de THUBAN met schade aan de grond is gezet (waar wordt niet gemeld).


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 31 januari. Het Rotterdamse stoomschip MAASDIJK, 29 januarivan hier naar New York vertrokken in ballast, heeft een ongeluk gehad en is, veel water makend, aan de grond gezet. Twee opvarenden zijn gedood. Het schip behoort toe aan Solleveld, Van der Meer & Van Hattum, is 3.556 ton groot en werd in 1915 gebouwd.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 31 januari. Blijkens bij het Departement van Marine ontvangen bericht is Hr.Ms. KORTENAER heden uit Paramaribo vertrokken. Het reisplan voor de terugreis is als volgt vastgesteld: Martinique 3 februari; vertrek, dezelfde dag; Bermuda 10 februari - 13 februari; Fayal 22 februari - 25 februari. Vermoedelijke dag van aankomst te Nieuwediep 5 maart.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 29 januari. Heden werden ongeveer 30 ton mais en een aantal vaten vet gelost. De pogingen om het stoomschip in nog gunstiger positie te brengen is niet gelukt.
30 januari. Men is er in geslaagd het stoomschip DELFLAND weer 10 meter vooruit te brengen. Het achterschip heeft men ongeveer 20 meter meer naar de Zuidpier kunnen hieuwen, zodat nu het tussendek bij hoogwater droog bleef. Met de lossing wordt voortgegaan.


02 februari 1916


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 1 februari. Volgens nadere berichten is het Nederlandse stoomschip MAASHAVEN niet te Calais maar wel te Duinkerken binnengebracht. Het ligt in het voornemen, de lading te lossen en aldaar voorlopig te repareren. De mogelijkheid is dan niet uitgesloten, dat het stoomschip onder eigen stoom naar hier komt.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 1 februari. De sleepboot BLANKENBURG van de firma L. Smit & Co. is onverrichter zake van haar tocht naar het stoomschip THUBAN teruggekeerd. (Zeer waarschijnlijk is dus het loodsrapport omtrent dit stoomschip onjuist geweest en moet mitsdien geloof gehecht worden aan het Lloyds telegram dat meldde, dat het stoomschip aan de grond was gezet).


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 1 februari. De MAASDIJK is op het strand gezet bij de Gerdler Bank. De machinekamer en de vuurplaat zijn opgeblazen en de ruimen 3 en 4 staan vol water. Het schip is op een mijn gelopen. {Zie vorig No.)


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

's-Gravenhage, 31 januari. De Nederlandse sleepboot TEAL, van Dordrecht naar Trinidad, arriveerde 26 dezer ter plaatse van bestemming. Alles wel.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Delfzijl, 31 januari. Het te Groningen thuis behorende schoenerschip DINA, groot netto 379 m3, kapt. D. Kajuiter, onlangs verkocht aan de heer J.J. Onnes te Groningen, is heden na gehouden bodemonderzoek op de werf van de N.V. Scheepsbouwwerf ‘Farmsum’ voorheen Gebr. Niestern, overgenomen.


03 februari 1916


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van C. van der Giessen & Zonen te Krimpen a/d IJssel, is met goed gevolg te water gelaten het stoomschip KIELDRECHT voor rekening van de firma Phs. van Ommeren te Rotterdam. Dit stoomschip, gebouwd onder speciaal toezicht van Lloyds, klasse 100 A 1, is voorzien van een onderwater-kloksignaal, geheel elektrisch verlicht, met stoomverwarming in de verblijven. De afmetingen zijn: Lengte 236', breedte 36’, holte tot hoofddek 18', deadweight 2.000 ton. De machine installatie bestaat uit een triple-expansie machine, diameter cilinders 17½" x 29" x 40", slag 36", met 2 ketels 12’-8" diameter x 10'-6", stoomdruk 180 lbs., te leveren door de N.V. Alblasserdamsche Machinefabriek.
(opm: de oorspronkelijke naam was NAALDWIJK, maar door opdrachtgever Erhardt & Dekkers in Rotterdam werd het casco in januari 1916 verkocht aan Van Ommeren)
Op de vrijgekomen helling zal de kiel worden gelegd voor een stoomschip van 2.200 ton d.w., voor rekening van de N.V. W. van Driel's Stoomboot- en Transportondernemingen te Rotterdam.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De PRINSES JULIANA op een mijn gelopen.
Reuter seint uit Londen: Een passagier van de PRINSES JULIANA deelde mee, dat zich aan boord van het schip een aantal Franse nonnen bevonden. De ontploffing was zeer hevig. Een groot deel van de vloer van het salon werd opengescheurd. De bemanning hielp de passagiers de reddinggordels aan te doen. De boten werden neergelaten, maar behoefden niet gebruikt te worden. De zee was gelukkig heel kalm en het schip kwam spoedig. bij de kust. De kapitein en de bemanning bleven nog aan boord, toen wij aan land gingen. De Belgische minister van justitie, een van de passagiers, zei, dat ieder zo kalm bleef dat men haast niet begrijpen kon wat er gebeurd was. De Engelsen deden alsof het gehele geval een grap was, ze zongen „Tipperary", lachten en schertsten met de vrouwen om ze gerust te stellen. Het duurde slechts 10 minuten om ons aan land te zetten, wat zonder gevaar geschiedde. Nog ontving de Tel. de volgende berichten: De passagiers van de PRINSES JULIANA vertellen, dat zij bij het horen van de ontploffing eerst meenden, dat het schip getorpedeerd was, maar later bemerkten, dat het schip op een mijn was gelopen. Er was geen spoor van een paniek. Een gezelschap, nonnen viel op de knieën en begon te bidden. Het schip was gelukkig niet ernstig beschadigd en kon met eigen kracht naar het dichtstbijzijnde punt van de kust opstomen. De mail aan boord is ongeschonden afgeleverd en van de lading is niets beschadigd. Toen de passagiers, onder wie 22 Belgische nonnen, een aantal Hollandse en Belgische onderdanen en Britse kooplieden te Londen aankwamen, kon men hun niet aanzien dat er iets gebeurd was. De 87 passagiers aan boord van de PRINSES JULIANA zijn allen aan wal gebracht. Even na 12 uur, toen de passagiers aan de lunch zaten, hoorde men een zwakke ontploffing. Het schip trilde even, maar zo weinig, dat niemand van de passagiers in het minst verontrust werd. Het schip had de mijn slechts even aangeraakt, zodat de ontploffing haar volle werking miste. Er werd een klein gat in de kiel geslagen en de boot maakte een weinig water. De kapitein besloot recht op het land aan te sturen, daar hij betwijfelde of het schip de gehele reis zou kunnen volbrengen. Men bereikte Felixstowe om 5 uur ‘s namiddag. De passagiers werden eerst naar Harwich gebracht en kwamen 10 uur 's avonds te Londen aan.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 2 februari. Het stoomschip BATAVIER I, van de Scheepv. Mij. v/h Smith & Co. te Rotterdam, groot 1.013 br. ton, gebouwd in 1915, is verkocht. (Lioyd's List).
Ook het stoomschip IBERIA moot verkocht zijn. Beide naar Noorwegen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 2 februari. Volgens, alhier ontvangen berichten is men met de lossing van hel stoomschip MAASHAVEN begonnen. Er is reeds ongeveer 250 ton gelost.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 2 februari. Gisteren zijn uit het stoomschip DELFLAND 41 balen wol, 300 ton mais en 2 kisten vet geborgen. Het achterschip is sedert maandag weer enigszins gerezen. Heden zijn naar Amsterdam opgevaren de lichter ‘Drie Gebroeders’ met 3.110 kg losse mais en de lichter ‘Morgenster’ met 81 balen wol, 432 balen kanariezaad, 28 vaten vet en 3 kisten margarine. Met de lossing van de DELFLAND wordt geregeld voortgegaan.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Delfzijl, 1 februari. Alhier is aangekomen de nieuw gebouwde sleepboot GEORGE, kapt. J.C. Boer, gebouwd op de werf van de heren J. Drewes & Co. te Gideon. Deze boot, bestemd naar Roemenië, die heden op de Eems zal proefstomen, heeft een triple-compoundmachine van 350 ipk, geleverd door Verschure & Co. te Amsterdam.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Delfzijl, 1 februari. De nieuwe Nederlandse zeesleepboot CHRISTINA FRATER, behorende aan de firma Frater Smid & Zonen, alhier, sterk 250 ipk, gebouwd onder hoogste klasse Veritas, is naar het buitenland verkocht.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Londen, 31 januari. Het op de Theems aan de grond gezette stoomschip THUBAN is vlot gebracht en zal op de Mucking Flats worden geplaatst. De gehele bemanning is ongedeerd.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Londen, 31 januari. Het stoomschip RIJNDAM ligt nog steeds vlot ter hoogte van Thameshaven, met twee Nederlandse sleepboten in de nabijheid, gereed om het stoomschip naar de bestemming te slepen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Londen, 1 februari. Lloyds meldt uit Harwich, dat het Nederlandse stoomschip PRINSES JULIANA van Vlissingen naar Londen bestemd, beschadigd en bij Felixstowe op strand is gezet. (Zie ook elders in dit No.)


04 februari 1916


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de Arnhemsche Stoomsleephelling Maatschappij is met goed gevolg het stoomschip NIEUW AMBT (opm: bouwnr. 162), in aanbouw voor de Stoomvaart Mij. Groningen te Rotterdam, met een d.w. van 608 ton, te water gelaten. Dit volgens het raised-quarterdeck type gebouwde en in Lloyds klasse 100 A 1 geplaatste stoomschip heeft de volgende afmetingen: Lengte 151, breedte 25.1 en hol 12.1 voet. Volgens de N.R.C. is dit stoomschip intussen naar Noorwegen verkocht en herdoopt in PRIMA No. 2.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van I.S. Figée te Vlaardingen is te water gelaten de stalen logger JUNO, gebouwd voor de heer C. Verver te Bloemendaal.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

De Raad voor de Scheepvaart houdt zitting op:
Maandag 7 februari. 1.30 uur namiddag, onderzoek betreffende het op een mijn lopen van het stoomschip APOLLO op 21 januari jl. nabij het Galloper vuurschip, ten gevolge waarvan het schip zonk, 3 opvarenden het leven verloren en 5 opvarenden ernstig werden gekwetst. Gezagvoerder P. Burghout; rederij Kon. Ned. Stoomboot Maatschappij, beiden te Amsterdam.
Dinsdag 8 februari, 11 uur namiddag, onderzoek betreffende het op een mijn lopen van het stoomschip MAASHAVEN op 13 januari jl. nabij het Galloper-vuurschip, ten gevolge waarvan het schip werd verlaten en waarna bij het overnemen van deze bemanning door een ander stoomschip kapitein H. de Boer van de MAASHAVEN is overleden.
Rederij: Firma Gebroeders Van Uden te Rotterdam.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 4 februari. Een Nederlands schip getorpedeerd.
Gisteravond is hier binnengekomen en heeft ligplaats genomen aan boei 17, het motorschip ARTEMIS van de Ned.-Indische Tankstoomboot Maatschappij te 's-Gravenhage. Het schip was dinsdag van hier vertrokken in ballast, naar Thameshaven, waar het brandstof voor de motor zou innemen, ten einde de reis naar New York voort te zetten. Nabij het lichtschip Noord Hinder wilde de gezagvoerder, kapt. G.C. Kühn, wegens het mijnengevaar ten anker gaan om de dag af te wachten, toen men 4 schepen zonder licht ontmoette. In het Engels werd geroepen dat men stoppen zou, waarop de kapitein deed achteruit stomen. Men voegde er de bedreiging bij: „Wanneer je tracht te vluchten, schieten we je in de grond". Toen het schip stil lag kwamen 4 zeeofficieren aan boord en nu eerst bemerkte men, tot zijn verbazing, met Duitsers te doen te hebben. Zij riepen naar hun schepen terug, dat het een Hollander was en bevalen de kapitein nog een uur in dezelfde richting door te varen en dan ten anker te gaan, waarop zij het schip verlieten. Een uur later ontmoette de ARTEMIS 2 andere Duitse schepen, die haar bevel gaven naar Zeebrugge koers te zetten. De kapitein deelde mee wat hem door de officieren van de vorige schepen was bevolen, maar de Duitsers bleven eisen, dat naar Zeebrugge zou gevaren worden. Zij bleven in de nabijheid van het schip, dat alle lichten moest doven en zodra zij maar een lichtje aan boord zagen, kwam opnieuw de bedreiging, dat het schip zou worden getorpedeerd. Na een half uur werd van één van de Duitse schepen iets geroepen, wat men niet verstond. Men meende het woord anker te onderscheiden. Eensklaps kwam de waarschuwing, dat allen het schip binnen 5 minuten moesten verlaten, want dat het in de grond geboord zou worden. Dat was omstreeks half drie. Nog geen 5 minuten waren verlopen, toen reeds een torpedo het schip ter hoogte van de machinekamer trof, terwijl de bemanning nog bezig was met het strijken van de boten. Hel schip helde sterk over en men had de grootste moeite om de boot aan bakboordzijde te water te laten.
Die aan stuurboordzijde werd veel gemakkelijker afgelaten. Een van de opvarenden werd getroffen door een scherf van de torpedo. De boten bleven in de buurt van het schip, dat ondanks het door de torpedo gemaakte gat, niet zonk, maar op zijn tanks bleef drijven. Men wilde de dag afwachten om te zien wat men tot behoud van het schip kon doen. De 1e stuurman, de heer H. Bul en een machinist keerden aan boord terug, maar zij achtten het niet raadzaam daar te blijven omdat, wanneer de Duitsers zagen dat het schip niet zonk, zij er wel een tweede torpedo op konden afzenden. Dus gingen zij weer in de boot. De Duitsers hebben niet meer op het schip gevuurd en om 7 uur, toen de dag aanbrak, waren zij uit de omtrek verdwenen. Nu keerde de bemanning aan boord terug en stelde een onderzoek naar de toestand van het schip in. Daar lag alles door elkaar, het was een ware ruïne en 3 tanks waren beschadigd. Toch kon het schip nog varen en men spande alle krachten in om het weer in orde te brengen. Om 2 uur in de namiddag was men daarmee gereed. Het Nederlandse stoomschip DRECHTERLAND, dat op reis was naar Buenos Aires, bleef nog enige tijd in de buurt, maar zonder hulp voer de ARTEMIS naar de Waterweg terug, waar zij gisteravond 8.40 binnenkwam. Enkelen van de bemanning waren licht gekwetst. De officieren zijn slecht te spreken over de houding van de bemanning, uit Chinezen bestaande. Dezen wilden niets doen en lieten alles aan de officieren over. Een Chinees was al in een reddingsboot gekropen voordat de order kwam om het schip te verlaten.
Het schip meet 3.803 ton en is in 1913 gebouwd.
Hedenmorgen begaven zich marineofficieren aan boord van de ARTEMIS om een onderzoek in te stellen. Aan het gebeurde wordt de volgende verklaring gegeven. Engeland heeft gezegd, dat het ook neutrale schepen van maatschappijen, die met Duits kapitaal werken, zou aanhouden. Waar nu in de Ned.-Indische Tankstoomboot Maatschappij veel Engels kapitaal gestoken is, vermoedt men dat de Duitsers ook dit schip als tegenmaatregel wilden aanhouden. Naar wij vernemen, hebben de directeuren van de Koninklijke Petroleum Maatschappij, de heren jhr. Loudon en H. Colijn hedenochtend te Rotterdam zich persoonlijk op de hoogte gesteld van het gebeurde met de ARTEMIS. Heden werd vanwege het Departement van Marine alhier een officieel onderzoek ingesteld naar het gebeurde met de ARTEMIS.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 3 februari. De assuradeuren over de stoomschepen THUBAN en MAASDIJK hebben een expert benoemd om rapport over beide schepen uit te brengen. Gisteren vertrok die expert van Vlissingen naar de beide vaartuigen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Maassluis, Het stoomschip RIJNDAM is hedenochtend, geassisteerd door de sleepboten ZWARTE ZEE en NOORDZEE, aan de steiger te Hoek van Holland aangekomen en is hedenmiddag met hoogwater naar Rotterdam opgevaren.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 2 februari. De motorlogger CORNELIA CLAZINA uit Katwijk, welke de vorige winter reeds enige reizen als koopvaarder maakte, is thans opnieuw daarvoor ingericht en zal binnen enkele dagen naar Engeland vertrekken.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 2 februari. Het Nederlandse motortankschip ARES, dat sedert een tweetal maanden te Amsterdam lag, heeft daar belangrijke herstellingen ondergaan en vertrok gisteren weer naar zee.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 2 februari. Uit het stoomschip DELFLAND werden heden gelost: 412 balen caoutchouc, 14 balen wol, 150 ton mais en ongeveer 150 ton lijnzaad en mais door elkaar.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 3 februari. De stoomtrawler PANADERO van de rederij Halve Maen alhier is onderhands naar Terschelling verkocht om in een bergingsvaartuig te worden omgebouwd. Voor het schip als stoomtrawler voer was het reeds onder Duitse vlag met de naam FALKENSTEIN een sleep- en bergingsvaartuig.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Delfzijl, 2 februari. Voor de koftjalk SIEKA is thans eindelijk een anker met ketting aangekomen, zodat het schip thans de reis naar Christiania zal kunnen aanvangen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Londen, 2 februari. Het Noorse stoomschip CERTO (ex. ELSA KÖPPEN, ex. ADELE KÖPPEN, ex. CONSTANCE, ex. SLIEDRECHT) 1.8I7 ton bruto, 1.117 ton netto, gebouw te Newcastle in 1895 is voor 1.250.000 Kr. aan de Dampskibs-Kap. te Christiania (opm: nu Oslo) verkocht.


05 februari 1916


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Nederlandsche Scheepsbouw Maatschappij.
De Nederlandsche Handel Maatschappij te Amsterdam bericht, dat op vrijdag 11 februari, van 9 tot 4 uur, in haar kantoren te Rotterdam en te 's-Gravenhage de inschrijving wordt opengesteld op 1.000 aandelen, elk groot NLG 1.000 in de N.V. Nederlandsche Scheepsbouw Maatschappij, recht hebbende op het volle dividend over het boekjaar 1916, tot de koers van 140%.
Houders van reeds uitgegeven aandelen hebben bij de inschrijving recht van voorkeur, met dien verstande, dat één oud aandeel recht van voorkeur geeft op één nieuw aandeel. Dit recht van voorkeur wordt uitgeoefend door inlevering van één dividendbewijs No. 17 voor elk nieuw aandeel, waarvoor wordt ingeschreven. De aandelen zijn aan toonder, doch kunnen op verzoek van een houder op naam worden gesteld. Voor zover bij de inschrijving geen gebruik gemaakt wordt van bovenomschreven recht van voorkeur, zal het overblijvende worden toegewezen aan de inschrijvers zonder recht van voorkeur. De betaling van de toegewezen aandelen moet plaats hebben ten kantore van inschrijving op vrijdag 18 februari 1916, tegen afgifte van de aandelen, voorzien van dividendbewijs No. 19 en volgende. De officiële notering op de Beurs van Amsterdam wordt aangevraagd.
Aan het prospectus ontlenen wij het volgende: De Nederlandsche Scheepsbouw Maatschappij heeft van haar oprichting in 1894 af, haar bedrijf voortdurend uitgebreid, zowel wat terrein, werkplaatsen, gereedschappen, als personeel betreft. Het werfterrein heeft nu een oppervlakte van 66.040 m2, waarvan 18.600 m2 bebouwd, tegenover 20.320 m2 met 3.565 m2 bebouwd bij de aanvang. Het aantal werklieden is thans 1.231. Meermalen werden in de laatste jaren uitnodigingen tot aanbieding voor de bouw van bredere schepen, ook van Amsterdamse scheepvaartmaatschappijen, ontvangen. Ook de afmetingen van de hellingen, het bebouwde en onbebouwde terreinoppervlak zijn te klein geworden. Daarom werd, in de onmiddellijke nabijheid van Amsterdam, een terrein gezocht en gevonden dat zich bij uitstek leent voor het bedrijf van een scheepswerf van de eerste rang. Dit terrein, gelegen aan de overzijde van het IJ, is, op aannemelijke voorwaarden, voor een tijdvak van 100 jaren, van de gemeente Amsterdam in erfpacht verkregen en bestaat uit een gedeelte grond groot 150.000 m2, waarvan 43.000 m2 door aanplemping in het IJ verkregen wordt, benevens uit een beschut bassin, ter grootte van 45.000 m2, voor het afwerken van schepen. Voor uitbreiding is tevens een zeer groot terrein beschikbaar. De aanbesteding van de eerst noodzakelijke werkzaamheden tot het in gereedheid brengen van het terrein had dezer dagen plaats. Meer en meer worden aan de Maatschappij moeilijke werken van grote omvang toevertrouwd, die tot volle tevredenheid van besteders worden uitgevoerd en financieel gunstige resultaten voor de Maatschappij gaven.
De Maatschappij is voor de eerstkomende jaren ruimschoots van bestellingen voorzien: Op 31 december 1915 waren in opdracht 13 verschillende schepen, metende bruto 52.300 ton.
Het dividend over de laatste 15 jaren bedroeg, 7, 7, 7, 7, 7, 6, 7, 8, 7, 7, 0, 7, 7, 10, 9 procent, terwijl steeds ruime afschrijvingen plaats vonden, een ondersteuningsfonds van NLG 156.073 gekweekt werd en een extra afschrijvingsfonds gevormd is met het oog op buitengewone afschrijvingen, welke door het verplaatsen nodig worden. Dit fonds bedroeg op ultimo 1914 NLG 550.000 en zal behoudens goedkeuring van aandeelhouders, nog belangrijk verhoogd worden. In verband met het feit, dat dotatie aan het extra-afschrijvingsfonds na de verplaatsing niet meer noodzakelijk zal zijn, is een statutenwijziging aanhangig, waarbij wordt bepaald dat uit de winst boven 5%, in plaats van een jaarlijks vast te stellen bedrag aan bovengenoemd fonds, een vast percentage van 15% aan een nieuw te vormen reserverekening wordt goedgeschreven en 60% aan aandeelhouders wordt uitgekeerd. Hoewel de resultaten van het bedrijf over 1915 nog niet volledig bekend zijn, blijkt toch reeds, dat deze nog gunstiger dan die van het voorafgaande jaar zullen zijn. Deze uitkomst is niet het gevolg van winsten verkregen ten gevolge van de oorlogstoestand, omdat voor alle in 1915 afgeleverde werken reeds vóór het uitbreken van de oorlog was gecontracteerd en de buitengewone omstandigheden, door stijgende onkosten en prijzen van materialen, niet dan een nadelige invloed gehad hebben. Van het maatschappelijk kapitaal, groot NLG 3.000.000, is thans NLG 1.000.000 geplaatst. In verband met de vergroting en verplaatsing van het bedrijf, wordt de uitgifte van 1.000 nieuwe aandelen nu wenselijk geacht, waardoor het geplaatste kapitaal op NLG 2.000.000 gebracht wordt.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Op de Arnhemsche Stoomsleephelling werd de kiel gelegd voor het voor de Scheepvaart Maatschappij Groningen te Rotterdam te bouwen stoomschip DRIEAMBT, een zusterschip van het dezer dagen te water gelaten stoomschip NIEUWAMBT, benevens die voor een stalen stoomdrifter met afmetingen van 95 x 19.8 x 9.10 voet en een machine installatie van 250 ipk, voor rekening van de Visscherij Maatschappij Praxis te IJmuiden.
(opm: dit is de PLEJADEN, bouwnr. 166)


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van de firma A. Pannevis te Alphen a/d Rijn, werd gisteren met goed gevolg te water gelaten een zeesleepboot, in aanbouw voor Bureau Wijsmuller's Sleepvaart Maatschappij te 's-Gravenhage. De hoofdafmetingen van deze boot zijn 28,50 x 5,85 x 2,75 meter en zij zal voorzien worden met triple-compound machines van 400 ipk. Deze boot is de eerste van 4 zeesleepboten, welke de firma Pannevis voor genoemde rederij in aanbouw heeft en wel nog een van dezelfde afmetingen en machines als de te water gelaten boot; de beide andere met afmetingen van 29 x 6,10 x 3,05 meter, en elk voorzien van een triple-compound machine van 500 ipk. Deze 4 sleepboten worden onder de G-klasse van Bureau Veritas gebouwd.
Voorts heeft Bureau Wijsmuller nog 4 zeesleepboten in aanbouw, waarvan 2 bij de firma Jonker & Stans te Hendrik-Ido-Ambacht, en 2 bij de firma Gebr. Jonker, te Kinderdijk.
De hoofdafmetingen van de 2 eerstgenoemde zijn 35,05 x 7,30 x 3,85 meter, van de 2 laatstgenoemde 35,05 x 7,60 x 4,21 meter, terwijl alle 4 voorzien worden met triple-compound machines van 800 ipk. Deze laatste 4 boten worden gebouwd, onder de A-klasse van Bureau Veritas, zijnde de allerhoogste classificatie waaronder zeesleepboten gebouwd kunnen worden. Alle 8 sleepboten moeten volgens contract, force-majeure voorbehouden, tussen maart en september 1916 worden opgeleverd. Volgens de bij Bureau Wijsmuller gevolgde gewoonte ontvangen de sleepboten tot en met 500 ipk de namen van Nederlandse admiraals, terwijl de boten boven 500 ipk naar de Nederlandse provincies genoemd worden. In dit geval zullen de kleinere onder de namen TROMP, DE RUYTER, EVERTSEN en VAN GALEN; de grotere onder de namen UTRECHT, BRABANT, LIMBURG en DRENTE in de sleepvaart worden gebracht.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Scheepsbouw. Delfzijl, 4 februari. Gisteren is van de werf van de firma Wortelboer & Co. te Westerbroek alhier te water gelaten de stalen sleepkaan LEHNKERING & Cie. A.G. 32, voor de firma van die naam te Emden. De kiel is direct gelegd voor eenzelfde schip voor genoemde firma.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Scheepsbouw. Den Helder, 2 februari. Het gouvernements-stoomschip DENEB heeft heden op de rede van Texel proef gestoomd en daarbij alleszins voldaan. Het vaartuig, gebouwd op de werf van de Gebr. Goedkoop, loopt 12½ mijl.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 3 februari. De motor-schoener IDA, van Londen naar Schiedam bestemd, is hier met defecte motor binnengelopen. Men had nog getracht de Nieuwe Waterweg zeilende te bereiken, doch dit mislukte door tegenwind. Het schip wacht hier op orders van de rederij.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 3 februari. Uit het stoomschip DELFLAND werden heden geborgen:
2 vaten vet, 172 balen quebracho extract, 75 ton mais en lijnzaad door elkaar en 4 balen wol.
Het schip had bij de stranding de volgende lading aan boord: 4.900 ton mais, 640 ton lijnzaad, 203 ton lijnkoeken, 55 ton kanariezaad, 151 ton quebracho extract, 581 ton wol, 1.050 vaten talk, 100 kisten vet, 3.000 stuks gezouten huiden.


06 februari 1916


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de scheepswerf van de Gebr. B. Pot te Elshout is te water gelaten een stalen sleepkaan genaamd DANA, groot 530 ton, gebouwd voor rekening van de heer E.J. Hazewindus te Dordrecht. Terstond daarna is de kiel gelegd voor een Kempenaar voor rekening van de heer J. Neef te Lekkerkerk. Tevens zijn de kielen gelegd voor twee zeilloggers voor rekening van de Maatschappij ‘Vertrouwen’, directeuren de heren J.C. van IJperen en H. van Heeren te Vlaardingen.


07 februari 1916


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 5 februari. De motorschoener IDA (zie vorig No.) zal de reis naar Schiedam, gesleept wordend via Amsterdam en Vreeswijk, voortzetten.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 5 februari. Het Nederlandse stoomschip ZEUS, 2 dezer van hier naar Swansea vertrokken, is wegens ketelschade uit zee teruggekeerd en opgestoomd naar Amsterdam ter reparatie.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 5 februari. Toen men deze middag het stoomschip DELFLAND, reeds zover had leeggepompt, dat men stoom op de donkey-ketel beneden in de machinekamer ging maken, kwam er plotseling zoveel wind en zee, dat door de rolling, enige slangen braken. Men moest met al het materieel naar binnen vluchten; toch is de boot weer een heel eind naar ondieper water verplaatst en zit nu met slagzij veel hoger.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 5 februari. De aan de Ned. Indische Steenkolen Handelsmaatschappij verkochte Nederlandse sleepboot AALTJE is heden als deklading met het stoomschip LOMBOK naar lndië verscheept, aangezien het vaartuig te klein was om de lange reis op eigen kracht af te leggen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Delfzijl, 3 februari. Heden is van hier vertrokken met bestemming Emden om aldaar voor Zweden te laden, het nieuwe ewerschip EMIL, gebouwd op de werf van Gebr. Bodewes te Martenshoek, is 224 m3 groot, vaart onder Duitse vlag en behoort thuis te Hamburg.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Londen, 4 februari. Het stoomschip THUBAN kan met eigen pompen het binnendringende water bijhouden.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Bergen, 31 januari. Het stoomschip OTTOLAND is met meerdere schade boven water van Baltimore alhier aangekomen. Reddingboten en verschansingen zijn deels beschadigd en deels overboord geslagen.


08 februari 1916


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart.
Donderdag 10 februari 1.30 uur namiddag, onderzoek betreffende het zinken onder de Noorse kust op 2 december 1915 van het kraanschip GOLIATH III, gesleept door het sleepschip GESINA JOHANNA uit Rotterdam. Schipper A. Lagendijk te Rotterdam.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. - De APOLLO op een mijn gelopen.
Gistermiddag stelde de Raad voor de Scheepvaart een onderzoek in naar de scheepsramp overkomen aan het stoomschip APOLLO. Nabij het Galloper-lichtschip liep de APOLLO van de Kon. Ned. Stoomboot Maatschappij op 21 januari op een mijn. Het schip zonk. Drie opvarenden verloren het leven en vijf leden van de equipage werden ernstig gewond. De gezagvoerder P. Burghout deelde mee, dat de APOLLO 19 koppen telde. Het schip kwam van Lissabon met een lading stukgoed; er waren 672 balen kurk deklast. Het schip lag voor 40, achter 46. De 9e vertrok het schip van Lissabon; de 14e was men bij de Downs, van waar men de 21e kon vertrekken. Om twee uur werd het anker opgehaald. De “examination-steamer" kon niet langszij komen. Van dit vaartuig werd echter geroepen: „You can go away now". Men gaf de kapitein voorts de wenk twee mijl van de ton van Kentish Knock te blijven. Er werd nog iets geroepen, maar dat verstond de gezagvoerder niet. Later bleek, dat de machinist verstaan had, dat er Duitse mijnen bij de Galloper lagen.
De officier op de “examination-steamer" achtte het niet nodig, dat het schip 's nachts ten anker zou gaan, wat de kapitein aanvankelijk van plan was. Er was geen bezwaar om door te varen. Tegen zes uur was men in de nabijheid van de Galloper. De stuurmansleerling stond aan het roer, de gezagvoerder op de brug. Op de bak stond de uitkijk. De boten waren buiten boord gedraaid. De gezagvoerder had tevoren reeds aan de machinist de instructie gegeven, dat hij de machine moest stoppen, zodra hij voelde dat het schip op een mijn liep. Om 6.03 uur 's avonds werd een hevige schok gevoeld. Hij bemerkte, dat de machines stopten en vond het niet noodzakelijk de machine-telegraaf meer over te halen. De zee spoelde over de brug, de fokkemast ging over boord en het voorschip zonk snel. Dadelijk snelde de gezagvoerder naar een van de boten, daar zijn eerste zorg moest zijn dat het volk in de boten kwam. Hij maakte de sjorrings los. De stuurboordboot werd zeer snel gevierd, daar ook de mannen, die er inmiddels in waren gesprongen, mee hielpen. Toen deze reddingboot in zee lag sneed de 2e machinist de vanglijn door, zodat de boot snel van het schip af was. Intussen nam de gezagvoerder nog een sprong en kwam juist op de rand van de boot terecht. De zee was woelig en er dreef veel kurk van de deklast. In de sloep klonk het gekerm van de gewonden. De gezagvoerder kon niet zien, hoeveel mannen er in waren. Vier à vijf minuten bleef men in de nabijheid van het schip, dat snel zonk. De gezagvoerder vond de toestand te riskant, om nog langszij het schip te blijven. Door de zuiging kon de boot meegesleept worden. Plotseling hoorde men toen de stoomfluit. Er bleken dus nog mensen op het zinkende schip te zijn. Het was te laat, om deze te redden, daar men de zuiging van het zinkende schip voelde, terwijl ook de ronddrijvende kurk en de duisternis het reddingswerk bemoeilijkten. Er dreef nog een tweede boot rond, doch deze zag de gezagvoerder eerst, toen hij bij het lichtschip was. Eén minuut na het horen van de stoomfluit zonk het schip. Men zag nog even het rode en groene licht. Later bleek, dat drie leden van de bemanning verdronken waren nl. de stoker, de bediende en de 2e stuurman. Nog bleek, dat de bemanning geen reddinggordels om had. Eén van de leden van de Raad vroeg de kapitein, waarom hij het strijken van de boten niet aan de bemanning had overgelaten, zodat hij een beter overzicht had kunnen hebben, wie nog ontbraken. De gezagvoerder antwoordde, dat hij het dichtst bij een van de boten was, terwijl alleen de stuurmansleerling op de brug was. Voorts deelde de gezagvoerder nog mee, dat hij vermoedde, dat de APOLLO op een verankerde mijn was gelopen. Later werd men van het lichtschip de Galloper afgehaald door de PRINSES JULIANA en in Vlissingen aan wal gezet. De 1e stuurman K.A. Kok was in de kaartenhut en na de ontploffing in de bakboordboot. Van de andere boot had hij niets gezien. Na de ramp deed men nog moeite om nabij het schip te komen. Het was onmogelijk het te naderen door de drijvende kurk Eén persoon, ontbrak in de boot, namelijk Kooyman. Men had hem nog horen roepen, tussen de deklast staande. In zijn sloep waren de mannen, die geschikt waren om te roeien, gekwetst.
Nog bleek uit zijn verklaringen, dat om van het logies naar de boten te komen, men over de deklast moest lopen.
Men verwachtte bij het vertrek van de Downs nog bij daglicht de Galloper te bereiken. De ankerplaats bij de Downs vond men minder goed. De stuurman had na de ontploffing een licht op het water zien drijven, in de nabijheid van het schip. Vóór het schip zonk, ging het licht uit. Men heeft niet kunnen constateren, of dit licht het Holmes-licht van de brug was.
De 1e machinist R.C. Klijn wist zich niet precies te herinneren, of er geroepen was door “examination-officer”: „There are German mines near the Galloper". Het schip liep van de Downs naar de Galloper volle kracht, 8 mijl. Na de schok had hij in de machinekamer de gebruikelijke maatregelen genomen. Hij ging daarop naar de bakboordboot, die al half gevierd was. Later bleek, dat er acht personen in waren, in plaats van negen. De uitkijk had deze ontbrekende man nog in het voorruim horen roepen. De donkeyman E. de Rooy was in de kombuis. Hij had de 2e stuurman in de nabijheid daarvan gewaarschuwd, dat het schip op een mijn was gelopen. Hij had de kapitein geholpen de stuurboordboot te vieren. Toen deze boot in zee lag sprongen enige mannen erin. Volgens deze getuige was de boot nog aan de vanglijn, vóór de kapitein in de boot sprong. Getuige had de vanglijn eerst daarna losgesneden.
Getuige had ook een licht op het water zien drijven, dat later verdween. Volgens hem had de 2e stuurman tegelijk met hem in de boot kunnen komen. Waar hij gebleven is, wist niemand.
Een van de leden van de Raad vroeg, of iemand getuige opgedragen had de vanglijn door te snijden, waarop getuige ontkennend antwoordde, intussen had men nog juist tijd om weg te roeien. Er werd nog geroepen: „Hier is een mes", waarop de vanglijn doorgesneden werd. De gezagvoerder nader ondervraagd over de kwestie van de vanglijn, antwoordde, dat hij zich in de duisternis wel had kunnen vergissen, of de boot al dan niet aan een lijn was.
De inspecteur voor de scheepvaart de heer Sluiter maakte aan het slot van de zitting de opmerking, dat de gezagvoerder en de bemanning in de gegeven omstandigheden gedaan hebben, wat ze konden doen.
Toch achtte hij het beter in de tegenwoordige omstandigheden die plaatsen in de Noordzee, die gevaarlijk zijn overdag te bevaren. Weliswaar zal men verankerde mijnen dan ook niet zien, doch bij daglicht is het redden van mensen gemakkelijker en is er dus minder kans op ongelukken. De heer Sluiter gaf dus in overweging de Noordzee tussen Kentish Knock, Galloper en Noord-Hinder steeds bij dag te bevaren. Later volgt uitspraak.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 9 februari. Omtrent het in de Theems aan de grond gezette stoomschip THUBAN wordt het volgende meegedeeld: De expertise is gehouden, waarbij is gebleken, dat het stoomschip aan stuurboord achter het aanvaringsschot is beschadigd. Het gat is vanaf de bodem 25 voet hoog en het is 13 voet breed. Bij laag water staat het ruim No. 1 nog gedeeltelijk onder water. Gisteren is het stoomschip hoger opgebracht en heden begint men met de voorlopige reparaties, die waarschijnlijk 8 à 10 dagen zullen duren.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 9 februari. Hr.Ms. pantserschip KORTENAER, onder bevel van de kapitein ter zee L.P.W. van der Wal, is 4 dezer te Fort de France aangekomen en de 5e weer vertrokken.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 5 februari. Het stoomschip ZEUS (zie vorig No.) is opgestoomd naar Amsterdam ter reparatie.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 5 februari. De motorlogger CORNELIA CLAZINA (KW-I76) is weer voor de vrachtvaart bestemd en vertrok heden naar Schiedam om voor Londen te laden.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 5 februari. Heden werden 20 ton lijnzaad en 200 balen houtextract gelost. Het stoomschip blijft over stuurboord iets meer overgaan.
— Er werd besloten ook de verdere lading uit het stoomschip DELFLAND te lossen, ten einde de ruimen vrij te krijgen voor het zetten van kofferdammen, daar het schip nog steeds te lek blijft om het drijvende te kunnen houden.
— 6 februari. Men heeft heden uit het stoomschip DELFLAND geborgen 38 balen wol, 110 ton mais en 40 ton lijnzaad.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 5 februari. Het, stoomschip ZEUS heeft te Amsterdam de ketelschade hersteld. Uitgaande wordt het hier thans wegens stormweer opgehouden.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Delfzijl, 5 februari. Gisteren is van hier vertrokken het kofschip SIEKA, kapt. Schothorst, welke op 30 december 1915 alhier is binnengekomen van Emden als bijlegger en bestemd naar Christiania. Met de jl. storm heeft het schip op de Eems een anker met 75 vaam ketting verloren, welke niet is teruggevonden, zodat, het hier van een nieuw anker en ketting is voorzien.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Gravesend, 7 februari. Lloyds meldt dat de mailboot ORANJE NASSAU van de Maatschappij Zeeland (te Vlissingen) in aanvaring is gekomen. Het schip vervolgde de reis. Of er schade aangericht is, is onbekend.


09 februari 1916


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Stoomboot Maatschappij Hillegersberg.
In de gisteren te Amsterdam gehouden jaarlijkse algemene vergadering van aandeelhouders in de Stoomboot Maatschappij Hillegersberg zijn de balans en de winst- en verliesrekening over 1915 goedgekeurd en is het dividend vastgesteld op 140 (v.j. 7½) pct., waarvan reeds werd uitgekeerd als interim-dividend 40 pct., de overige 100 pct. zullen worden uitgekeerd in de vorm van een nieuw aandeel. De heer J. George Koopman Jr. is als commissaris herbenoemd.
Aan het jaarverslag ontlenen wij het volgende:
Het afgelopen jaar is voor de rederijen in het algemeen en speciaal voor die, welke zich met de gewone vrachtvaart bezig houden, bijzonder gunstig geweest. Ongekend hoge vrachtprijzen zijn overal betaald en er is nog niets te bespeuren van enige teruggang. Weliswaar zijn de onkosten ook enorm gestegen; de iedere reis terugkerende molestverzekering is een belangrijke uitgave; steenkolen zijn overal veel duurder geworden, lonen zijn overal verhoogd en oponthouden zijn zeer langdurig, doch de bevaren vrachten waren ruim voldoende om deze verhogingen van kosten ruimschoots te kunnen dragen. In het einde van maart werd het stoomschip LARENBERG opgeleverd door de bouwmeesters A. Vuyk & Zonen te Capelle a/d IJssel. Het schip vertrok de 31e maart van Rotterdam naar Noord-Amerika en is sedertdien geregeld in de vaart geweest tussen Holland en Noord- of Zuid-Amerika. De boot heeft een draagvermogen van 5.500 ton en blijkt een grote aanwinst voor onze Maatschappij te zijn. Door de bijzondere goede resultaten konden de gelden, die waren geleend om aan de verplichtingen tegenover de bouwmeesters te voldoen, zeer spoedig geheel afgelost worden, hetgeen natuurlijk een groot voordeel is geweest.
De beide andere boten TROMPENBERG en BOOMBERG voeren ook bijna uitsluitend op Zuid Amerika. Alle schepen zijn in de beste orde.
Op hypothecaire leningen werd een bedrag van NLG 24.340 afgelost. De exploitatie gaf een voordelig saldo van NLG 671.653 en de winst- en verliesrekening wijst, na aftrek van alle exploitatie- en beheerkosten, alsmede van de interest een zuiver winstcijfer aan van NLG 643.476. Na reservering van een bedrag van NLG 28.368 voor de rijksinkomstenbelasting, waarop reeds NLG 7.182 werden betaald en na overbrenging op nieuwe rekening van een saldo van NLG 607, blijft dan over, na aftrek van de tantièmes en hetgeen op oprichtersbewijzen kan worden uitgekeerd, een bedrag van NLG 378.000 waarvan het bovengemelde dividend wordt uitgekeerd. Door de uitkering van 100 pct. in aandelen wordt het uitgegeven kapitaal van de Maatschappij gebracht op NLG 540.000, terwijl dan nog zestig aandelen van NLG 1.000 ieder, in portefeuille blijven. De schepen staan op de belans met NLG 741.899.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Stoomvaart Maatschappij Nederlandsche Lloyd.
In het verslag over 1915 wordt meegedeeld, dat ook gedurende dit jaar de Maatschappij niet voor rampen gespaard bleef; in de maand april ging het stoomschip OLANDA in de Noordzee door het stoten op een mijn verloren. Alhoewel volgens de bevrachtings-overeenkomst de boekwaarde van het schip door bevrachters werd vergoed en dit dus geen direct verlies betekent, bracht niettemin dit ongeluk, bij de tegenwoordige hoge waarde en rentabiliteit van de schepen, zeer zeker een grote winstderving met zich. In de loop van dit jaar verkocht de Maatschappij het stoomschip OTTOLAND, tot ca. NLG 350.000 boven de boekwaarde.
Het stoomschip DIRKSLAND werd in de loop van de maand augustus afgeleverd en voldoet in alle opzichten aan de gestelde verwachtingen; deze boot, alsmede onze twee andere stoomschepen, de GELDERLAND en de NEDERLAND, lopen op basis van een geruime tijd voor de oorlog gesloten overeenkomst, op time-charter met de Scheepvaart en Steenkolen Maatschappij en profiteren daardoor niet van de thans geldende hoge vrachten. De verlies- en winstrekening sluit, na 6% (evenals v.j.) afschrijving op de stoomschepen en inclusief het onverdeeld saldo à NLG 10.982 van Ao. Po. met een winst van NLG 678.279 (v.j. NLG 249.164), te verdelen als volgt: Toevoeging aan de rekening: Fonds voor extra-afschrijving en ketelvernieuwing (hetwelk hierdoor stijgt tot NLG 300.000) NLG 200.000 (NLG 25.000), dividend 25% (v.j. 9%) over NLG 1.250.000 NLG 312.500, belasting NLG 20.781, tantièmes NLG 83.459 (NLG 22.280), reserve NLG 41.729 (NLG 11.140), saldo voor te dragen NLG 19.808 (NLG 10.982).
De balans per 31 december 1915 vermeldt de volgende posten: Activa: Stoomschepen NLG 740.713 (v.j. 779.561), kassa en bankiers NLG 1.286.481 (652.355), debiteuren en crediteuren NLG 3.519 (11.042), effecten NLG 38.281 (—). Totaal NLG 2.068.996 (5.353.111).
Passiva. Geplaatst kapitaal NLG 1.250.000 (onv.). Statutair Reservefonds NLG 40.086 (NLG 28.946), Fonds voor extra-afschrijving voor reparatie en ketelvernieuwing NLG 100.000 (NLG 75.000), Netto winst NLG 678.279 (NLG 249.164).


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Algemeene Groninger Scheepshypotheekbank.
ln de heden gehouden algemene vergadering van aandeelhouders van de Alg. Groninger Scheepshypotheekbank werd het jaarverslag uitgebracht, waaraan het volgende is ontleend. Het jaar 1915 heeft voor de Bank gunstige resultaten opgeleverd. Het sluiten van leningen gaf eigenaardige moeilijkheden en vereiste door de ongekend hoge prijzen van de vrachtboten bijzondere zorg. Het te verstrekken percentage van de tegenwoordige waarde moest zo laag gesteld worden, dat zeer vele aanvragen zonder nadere behandeling ter zijde werden gelegd. De gewone verplichte aflossingen ondervonden hier en daar bezwaren, terwijl daarentegen zeer belangrijke bedragen, meest geheel onverwacht, onverplicht werden terugbetaald. Gaven de hoge vrachten aanleiding tot meerdere amortisaties, totaal aflossingen kwamen veelvuldig voor, doordat vele zeeboten van eigenaar verwisselden. Deze handel werd vooral in Nederland en Scandinavië van die aard, dat niet alleen vele schepen uit de vaart, waaronder zeer oude, doch ook schepen in aanbouw zelfs meerdere malen tijdens de bouw verkocht werden. Het saldo van de leningen bedroeg op 31 december 1914 NLG 10.737.329 en op 31 december 1915 NLG 10.891.984, verdeeld over 724 leningen. Afgelost werden 59 leningen. Aan het eind van 1914 stond aan pandbrieven uit NLG 10.721.400, aan het eind van 1915 NLG 10.765.800. De bruto winst bedroeg NLG 146.059, waarvan NLG 30.000 zal worden afgeschreven voor de reserve voor koersverschillen en NLG 1.500 op het kantoorgebouw. De netto winst bedraagt dus NLG 114.559, het onverdeeld gebleven saldo a.p. is NLG 30.636, zodat ter verdeling beschikbaar blijft NLG 145.195.
Hiervan wordt volgens de statuten 10% aan de reserve en 4% van het gestorte kapitaal aan aandeelhouders uitgekeerd. Voorgesteld wordt NLG 36.140 op nieuwe rekening over te brengen en NLG 28.180 aan de reserve toe te voegen. Dan kan het dividend evenals v. j. op 12% worden bepaald, terwijl het oprichtersdividend dan NLG 36,50 zal bedragen. De gezamenlijke reserves zullen dan bedragen NLG 307.086.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. De Raad deed heden uitspraak inzake het lek worden en zinken van het stoomschip LETO op 4 januari 1916 nabij het Galloper-vuurschip.
De Raad is van oordeel, dat het lek worden van de LETO moet worden toegeschreven aan de ontploffing van een zich in het vaarwater bevindende mijn, welke tevoren niet was ontdekt. De Raad is voorts van mening, dat de pogingen om het schip te behouden te spoedig zijn opgegeven. De Raad wenst voorts de aandacht te vestigen op de volgende twee punten: Men heeft in de eerste schrik onmiddellijk na de ontploffing het schip verlaten toen de machinekamer nog vrijwel droog was, zonder te pogen althans de niet aan de grote machine gekoppelde lenspompen aan te zetten. Had men dit gedaan, dan zou, door de werking van deze pompen, het water in de machinekamer allicht beperkt zijn, waren de kolen uit de bunkers althans niet in die mate in de machinekamer gevloeid en de leidingen waarschijnlijk niet verstopt geraakt.
Aanbeveling zal het, naar 's Raads mening, verdienen zo — in voorkomende gevallen — bij het verlaten van de machinekamer de lenspompen zo mogelijk, worden aangezet om het indringende water zoveel mogelijk te beperken. Voorts is uit dit — gelijk ook uit andere gevallen — gebleken, dat de lensleidingen, door het indringen van kolen uit de lading of uit de bunkers in de pompflessen, verstopt geraken.
Wenselijk zal het zijn, dat maatregelen worden beraamd om in dit euvel te voorzien.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. De Raad deed uitspraak betreffende het stoten van het stoomschip DELFLAND.
De Raad is van oordeel, dat de ramp, aan de DELFLAND overkomen, moet worden toegeschreven aan een misgissing in de kracht van de stroom. Daardoor is het schip, in plaats van stuurboord uit de haven in te draaien, ongeveer in de voorliggende koers recht door gelopen totdat het op de stenen bij de Noordpier stootte.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. De Raad stelde heden (opm: op 8 februari) een onderzoek in betreffende het op een mijn lopen van het stoomschip MAASHAVEN op 13 januari jl. nabij het Galloper vuurschip, ten gevolge waarvan het schip werd verlaten en waarna bij het overnemen van deze bemanning door een ander stoomschip kapt. H. de Boer van de MAASHAVEN is overleden. Rederij firma Gebroeders Van Uden te Rotterdam. Als eerste getuige werd gehoord M. Ellis, eerste stuurman; hij verklaart, dat de MAASHAVEN op reis was van Buenos Aires naar Rotterdam en met katoenzaad en granen was geladen. Reeds negen jaar voer getuige op dit vaartuig. De MAASHAVEN had een moeilijke reis achter de rug; de bemanning bestond uit 23 koppen en aan boord waren twee boten met een capaciteit voor 26 man. Een voldoende aantal reddingsgordels was aan boord. De MAASHAVEN vertrok op 12 januari van de Downs; een loods was aan boord, die meeging tot het Galloper vuurschip. Daar ging men voor anker; de volgende morgen ging de loods van boord en het schip stoomde verder op. Tegen twaalf uur in de middag geschiedde het ongeluk. Toen de kapitein zich op de brug bevond met een van de matrozen kreeg het voorschip een schok. Getuige begaf zich toen met de kapitein naar het achterschip, waar terstond de stuurboordboot werd gestreken. Getuige deelde reddinggordels uit. Ook de bakboordsloep werd uitgezet, maar deze geraakte met een man aan boord op drift. Later werd deze sloep weer bijgehaald. Het schip werd verlaten, terwijl het water over het voorschip stroomde en het logies in brand stond. De machinekamer was nog droog. De boot, waarin ook getuige zich bevond, trachtte naar het vuurschip te roeien. Uit deze boot zijn een aantal personen overgegaan in de andere boot. De bemanning van de stuurboordboot werd opgenomen door de GOENTOER, maar daar het stuurgerei van dit schip defect was, kon het geen moeite doen om ook de mannen uit de andere boot op te pikken, die later werd opgenomen door de PRINSES JULIANA. Men was er algemeen van overtuigd, dat de MAASHAVEN, die zeer snel wegdreef in de richting van het mijnenveld, wel spoedig zou zinken.
J.H. Baas, 2e stuurman, verklaart onder meer, dat toen de bakboordboot, waarin hij had plaats genomen, een eindweegs van de MAASHAVEN was verwijderd, een man aan dek verscheen. De manschappen in de boot, waaronder ook getuige, verkeerden in de mening, dat deze man door de GOENTOER is gered. Toen de boot de PRINSES JULIANA had bereikt, is de kapitein van het berghout geslagen en gewond; buiten kennis werd hij op de PRINSES JULIANA overgebracht, waar hij terstond onder behandeling werd genomen. Echter is hij kort daarna gestorven. Door de PRINSES JULIANA zijn veertien man overgenomen; acht door de GOENTOER. Men verkeerde klaarblijkelijk eerst in de veronderstelling dat de GOENTOER negen man had gered en meende derhalve, dat de gehele bemanning was gered. Een viertal getuigen werd nog in deze zaak gehoord.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Vlissingen, 7 februari. Betreffende het bericht over de aanvaring van de ORANJE NASSAU kunnen wij meedelen, dat zondagmorgen de ORANJE NASSAU op de Theems tegen een voor anker liggend schip is aangedreven, doch geen averij bekwam, op gewone tijd te Vlissingen aankwam en hedenmorgen weer op gewone tijd naar Engeland vertrok.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Amsterdam, 8 februari. Volgens particulier bericht is de Nederlandse schoener DOLFIJN, kapt. Beck, 21 januari bij Dragör met de bemanning verongelukt. De DOLFIJN was 87 ton groot en werd in 1897 gebouwd. Kapitein Beck was tevens reder.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 7 februari. De lichter IBIS is hedenmorgen met 44 balen lijnkoeken, 2 vaten vet, 4 balen wol, 630 balen houtextract en 300.000 kg mais, ex. stoomschip DELFLAND naar Amsterdam vertrokken.
Heden werd uit de DELFLAND 296 balen houtextract, 5 balen wol en 100 ton mais geborgen. ’s Namiddags 5 uur moest men wegens slecht weer vluchten, waarbij van een van de bergingsvaartuigen het roer verloren ging.


10 februari 1916


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Van de RIJNDAM.
De RIJNDAM van de Holland Amerika Lijn, die zoals men weet door het op een mijn lopen beschadigd werd en te Gravesend binnenviel met drie stokers gedood en vier gewond, is nu in het dok van Wilton opgenomen om de nodige herstelling te ondergaan.
Op advies van dr. Bohré werd gistermiddag in het ziekenhuis opgenomen de 32-jarige stoker Johannes B.A. Mistel, wonende Eendrachtstraat 140b. De man had aan boord van het stoomschip RIJNDAM, dat in de Noordzee op een mijn liep, door de ontploffing een ernstige kneuzing aan het achterhoofd bekomen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 9 februari. Het Nederlandse stoomschip LOMBOK uit Amsterdam Is op de Theems gedokt met enige schade aan bakboordboeg ten gevolge van aanvaring met een havenhoofd. (opm: zie ook RN 110216)


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 9 februari. Het stoomschip BLÖTBERG dat aan de Holland Amerika Lijn is verkocht, is verdoopt in BLOMMERSDIJK.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Amsterdam, 9 februari. De Vrachtvaart Mij. Edam alhier heeft haar 3 schepen, EDAM, 2.381 ton bruto, VOLENDAM, 2.035 ton bruto en MONNIKENDAM, 1.984 ton bruto, voor totaal NLG 1.700.000 naar Noorwegen verkocht. Deze schepen werden resp. gebouwd in 1901,1897 en 1899.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Gravesend, 6 februari. Het stoomschip ORANJE NASSAU was in aanvaring met het voor anker liggende stoomschip PRETORIA, van Baltimore komende, dat schade bekwam stuurboord boven de waterlijn.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Londen, 7 februari. De Nederlandse galjoot HENDRIKA, kapt. Buisman, van Schiedam naar Londen, passeerde heden Gravesend, gesleept met verlies van roer, hebbende op Sunk Sand gestoten.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Londen, 7 februari. De Nederlandse schoener CITO, kapt. Salomons, met flessen van Leerdam naar Yarmouth bestemd, heeft 4 dezer in stormweer in Corton Roads de zeilboom gebroken en werd aldaar in de haven gesleept door de sleepboot YARE. Door het stoten tegen de Noordpier, heeft het schip later ook schade bekomen aan de verschansing.


11 februari 1916


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van Gebr. Van der Windt te Vlaardingen is te water gelaten het stalen stoomloggerschip ELISE (VL-50), gebouwd voor rekening van de rederij IJzermans te Vlaardingen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. Zinken kraanschip.
Gistermiddag stelde de Raad voor de Scheepvaart een onderzoek in naar het zinken onder de Noorse kust op 2 december 1915 van het kraanschip GOLIATH III, dat gesleept werd door het sleepschip GESINA JOHANNA uit Rotterdam. L. Gouda, schipper van de treiler IJM 59 was 's nachts op 14 mijl NO ten N van het vuurschip De Haaks. In de verte zag hij op 27 november een wit heklicht, dat opgelopen werd. Tegelijkertijd werd order gegeven stuurboord uit te wijken. Op een gegeven ogenblik stootte hij met stuurboordboeg tegen de achterzijde van een vaartuig, dat geheel in duisternis gehuld was. Het was een bok, die geen licht had en waarop zich niemand bevond. De schok was niet erg. De treiler voer over de sleeptros heen. De sleepboot, die de bok sleepte, stopte niet na de botsing, doch voer door. De schipper praaide daarop de sleepboot en daarvan riep men hem toe, dat het licht van de bok vermoedelijk uitgewaaid was. De sleep voer door naar Bergen. De machinist W. Willemse van de sleepboot deelde mee, dat hij in Nieuwediep was binnengelopen, wegens het slechte weer. Toen men van daar vertrok was alles in orde. Op de 27e zag hij van het dek een treiler achter zich, doch wist eerst niet, dat de sleep geraakt was. Later werd een onderzoek ingesteld, doch er werd niet gehoord, dat er water in de bok stond. Iets abnormaals werd niet aangetroffen.
Op 2 december bemerkte hij, dat de machines slecht werkten en het achterschip naar beneden werd getrokken. De bok kon hij niet zien door de sneeuwstorm. De trossen braken. Hij sleepte de bok op een afstand van 150 meter. De bok bleek gezonken te zijn. Men liep 4 à 5 mijl. De bok was een oude monitor met een cementen vloer, en was een sterk schip. A. Lagendijk, de schipper van de sleepboot deelde mee, dat de bok goed in orde was. Het zinken had plaats op 50 mijl van de Noorse kust. Er was gedurende de reis veel deining in het water. Van de aanvaring met de treiler had hij niets bemerkt. De nacht van de aanvaring bleef hij in de nabijheid van de bok. De volgende morgen onderzocht hij de bok. Deze had geen water gemaakt. De sleepboot was reeds zo diep naar beneden getrokken, dat men de trossen niet kon bereiken, gelukkig braken de trossen, anders zou de sleepboot nog omgeslagen zijn. Van de bok zag men niets meer. De voorzitter mr. Cnoop Koopmans: Het is toch een vreemde geschiedenis met die bok?
De schipper: Ik vermoed, dat hij op een mijn gelopen is. Door het leven van de motor en de storm kan ik de ontploffing niet gehoord hebben. A. Dik, machinist, werd ten slotte gehoord. De zijlantaarns van de bok brandden, of het heklicht aan was, wist hij niet. Hij was in de machinekamer, toen de bok zonk, en de motor zwaarmoedig begon te werken. Hij hoorde twee knallen, en de motor sloeg door; hij kreeg geen schade.
De inspecteur de heer Bouman merkte op, dat het schip in goede staat uit Rotterdam vertrok. Het ongeval was hem een raadsel. Later volgt uitspraak.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De ARTEMIS. Het Ministerie van Buitenlandse Zaken deelt ons mee, dat, inzake de torpedering van de ARTEMIS het zeer ernstig vertoog door tussenkomst van de Nederlandse gezant te Berlijn tot de Duitse regering gericht, onder overleg ging van het ambtelijk proces-verbaal van de getuigenverklaringen, zich gekruist heeft met een demarche van de Duitse regering. Deze heeft door tussenkomst van haar gezant in Den Haag aan de Minister van Buitenlandse Zaken meegedeeld dat zij, na onderzoek van het gebeurde, waartoe zij ook de Nederlandse getuigenverklaringen tegemoet zag, eventueel bereid zou wezen tot genoegdoening en schadeloosstelling en dat zij reeds voorlopig haar leedwezen over het voorgevallene betuigde.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Zeilschip verkocht. Het 3-mast zeilschip EUROPA, dat hier in de haven ligt en toebehoorde aan de heer T. Tammes, is in handen van een Hollandse combinatie overgegaan voor de prijs van NLG 37.000. (opm: zie ook AH 180816)


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Vlissingen, 10 februari. Nog steeds worden door een Engelse maatschappij pogingen aangewend, om de bij Felixstowe op een klip gezette mailboot PRINSES JULIANA, van de Stoomvaart Maatschappij Zeeland, die dinsdag 1 februari op een mijn liep, te bergen. Er wordt gepompt om het schip leeg te krijgen. Veel kans op het welslagen van deze pogingen bestaat er echter niet.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 10 februari. Uit het stoomschip DELFLAND werd gisteren geborgen 72 balen wol, 122 balen houtextract en 30 ton mais. Stoompompen zijn nu binnen in het schip en de machinekamer opgesteld om morgen weer met verder oppompen aan te vangen. Ondanks alle pompkrachten die door de fa. Smit in huur zijn genomen van anderen is men er niet in geslaagd de DELFLAND drijvende te krijgen. Duikers van de firma Tak brengen de lading op terwijl een bergingsvaartuig van Gerling ligt te pompen. Er is een grote lekkage in de machinekamer en deze is nog niet voorzien. Sleepboten van contractanten varen heen en weer. In de nacht wordt niet gewerkt om onbekende redenen, niet in het belang van het schip.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Dover, 7 februari. Het Nederlandse stoomschip OOSTERDIJK verloor hedenmorgen in de Downs een anker met 120 vaam ketting. (Het stoomschip OOSTERDIJK arriveerde 8 februari van Baltimore te Rotterdam. Red.)


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

North Woolwich, 8 februari. Hedenmorgen te 04.10 uur, toen het van Amsterdam komende Nederlandse stoomschip LOMBOK Gallion Reach opvoer om het Royal Albert Dock binnen te varen, kwam het in botsing met Lambert's Jetty, eigenaars W. Cory and Son, gooide 2 kranen omver, bracht grote schade toe aan de Jetty en kreeg zelf lichte schade aan bakboordboeg. Persoonlijke ongelukken hadden niet plaats. (Zie vorig No.)


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJsberichten. Rotterdam, 9 februari. Volgens alhier ontvangen uit Sundsvall is het stoomschip LEONORA, dat aldaar geruime tijd door het ijs werd opgehouden, in open water gekomen en naar hier vertrokken. Ook het stoomschip WAAL heeft heden Sundsvall verlaten.
Het Nederlandse stoomschip HEELSUM heeft eveneens open water bereikt en passeerde 7 februari Norrtälje, op weg naar Amsterdam.


12 februari 1916


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 11 februari. Hr.Ms. pantserschip KORTENAER, onder bevel van de kapitein ter zee L.P.W. van der Wal, is 10 dezer te Bermuda aangekomen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 11 februari. Het Nederlandse stoomschip MAASDIJK, dat 29 januari op reis van Rotterdam naar Portland (Maine) door een mijn ernstig werd beschadigd en daarna op strand werd gezet, is als een totaal verlies te beschouwen. Berging is onmogelijk.
(De MAASDIJK, groot bruto 3.556 reg. ton, werd in 1915 gebouwd).


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 10 februari. Wegens slecht weer werd heden op het stoomschip DELFLAND niet gewerkt. De lichter ‘3 Gebroeders’ is hedenmorgen met 359 balen houtextract, 116 balen wol en 215 ton mais en de lichter ‘Bremerhaven’ met circa 150 ton natte lijnzaad naar Amsterdam vertrokken. Hedennamiddag heeft men nog 57 balen wol uit het stoomschip DELFLAND geborgen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Bogense, 7 februari. De bergingsstomers KATTEGAT en HELSINGÖR zijn heden bij Einsiedelsborg op eiland Fyn (Denemarken) aangekomen om te trachten de aldaar in december jl. tijdens stormweer gezonken Nederlandse schoener ENTERPRISE (opm: ENTREPRISE) te lichten. (opm: volgens database Marhisdata is dit een tjalk)


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Raad voor de Scheepvaart. Aangevaren of op een mijn gelopen.
De Raad te Amsterdam heeft een onderzoek ingesteld naar het zinken onder de Noorse kust op 2 december 1915 van het kraanschip GOLIATH III, gesleept door de sleepboot GESINA JOHANNA uit Rotterdam. Schipper was A. Lagendijk te Rotterdam. Het eerst werd als getuige gehoord L. Gouda, schipper van de ‘IJmuiden 59’, Deze verklaarde dat hij zich met zijn schip op 27 november 1915 's avonds omstreeks 7 uur, ongeveer 14 mijlen NO ten O van het vuurschip Haaks bevond. Het was buitengewoon donker. Een half uur te voren had de wacht een wit licht gezien aan stuurboordzijde. Omstreeks 7 uur stootte de ‘IJmuiden 59' tegen een donker voorwerp en raakte het met stuurboordboeg en bakboordachterzijde. De ‘IJmuiden 59' voer met volle kracht, maar toch was de schok niet zeer hevig. Getuige heeft na de aanvaring de sleepboot toegeroepen, dat zijn schip de sleep had aangevaren en dat het heklicht niet brandde. Daarna heeft de ‘IJmuiden’ haar weg vervolgd. De getuige W. Willemsen, machinist van de sleepboot, verklaarde, dat de sleep in goede staat uit Dordrecht is vertrokken. Op 27 november werd de sleepboot gepraaid door de ‘IJmuiden 59’, die vertelde dat de bok was aangevaren. De volgende dag heeft getuige met de kapitein alles op de bok nagezien; men kon niets vinden en de diepgang was dezelfde als in Dordrecht. Voor zover men kon oordelen was er geen water in de bok. De reis is toen, zonder dat zich iets bijzonders voordeed, weer voortgezet, Op 2 december begon eensklaps de machine van de sleepboot langzamer te lopen, het was alsof de boot achteruit werd getrokken en de achtersteven begon te zinken. Toen braken de twee trossen, waarmee de bok met de sleepboot was verbonden en de achtersteven van de GESINA JOHANNA kwam weer boven water. Het was pikdonker en er woedde een hevige sneeuwstorm, zodat men op de sleepboot niet kon zien, wat er met de sleep gebeurde. De afstand tussen bok en sleepboot bedroeg ongeveer 150 meter. De kapitein van de GESINA JOHANNA deelde mee, dat het verhaal van de aanvaring hem vrij onwaarschijnlijk leek, daar bij onderzoek hoegenaamd niets aan de GOLIATH werd gevonden; zelfs was de verf niet eens beschadigd. De volgende morgen, na het praaien door de ‘IJmuiden 59’, brak de tros, waarmee de sleepboot en sleep met elkaar waren verbonden. Er is toen een nieuwe tros aangebracht en met de machinist heeft de kapitein een nauwkeurig onderzoek op de GOLIATH ingesteld. Het ruim heeft hij door de pompgaten gepeild, water werd niet gevonden. De poten van de bok staken naar achteren, over het schip uit. Op 1 december is nog een staaldraad en een ankerketting bijgezet, daar de tros alleen niet meer vertrouwd werd. Op 2 december werd de sleepboot eensklaps naar achteren getrokken en de achtersteven geraakte onder water. De trossen knapten door en de achtersteven kwam weer boven. Getuige meent, dat de bok waarschijnlijk op een mijn gestoten is. Hij meent ais vaststaande te moeten aannemen, dat in elk geval de oorzaak van het zinken niet in de aanvaring op 27 november moet worden gezocht. Getuige A. Dik, motordrijver op de sleepboot, was beneden in de machinekamer, toen het ongeluk gebeurde. Hij hoorde twee vrij hevige knallen en de machine maakte 600 à 700 slagen, liep toen weer regelmatig en bekwam geen schade. De Raad zal later uitspraak doen.


13 februari 1916


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Naar wij vernemen is door Solleveld, Van der Meer & T.H. van Hattum’s Stoomvaart Maatschappij, te Rotterdam, bij de Rotterdamsche Droogdok Maatschappij een stoomschip besteld met een laadvermogen van 6.200 ton, te voorzien van machines, die het in geladen staat een vaarsnelheid verzekeren van 10 mijl, op te leveren eind december 1918.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van de scheepsbouwmeester T. Schepman te Kampen is te water gelaten een nieuw gebouwde ijzeren Noordzee-motorblazer, gebouwd voor Hollandse rekening.


14 februari 1916


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 11 februari. Het Nederlandse stoomschip CALLISTO, dat naar Noorwegen is verkocht, heeft de naam NORDFJELD ontvangen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Vlissingen, 11 februari. De mailboot PRINSES JULIANA, die bij Felixstowe op een klip is gezet, ligt daar nu 10 dagen; bij hoog water slaat het water over het sloependek, terwijl door de overslaande golven aan verschillende delen van het schip al meer en meer schade wordt toegebracht.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Amsterdam, 11 februari. Het naar Noorwegen verkochte stoomschip FLORES, vroeger van de Stoomvaart Mij. ‘Nederland’, is heden van hier naar Delaware Breakwater v.o. vertrokken.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 11 februari. Met het leegpompen van het stoomschip DELFLAND is men in zoverre geslaagd, dat men in ruim 1, 2 en 4 het binnendringende water meester is. In de machinekamer is men zover, dat stoom op de donkeyketel wordt gemaakt. Ruim 3 is echter nog zeer lek, zodat de pompen met de hoogste capaciteit het slechts kunnen bijhouden. Als met hoogwater het schip rijst en de bodem vrij komt zullen de duikers bij de bodemgaten trachten te komen om deze te dichten.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 12 februari. Het stoomschip DELFLAND is met hoog water vlot geweest, in de machinekamer kan men op de vuurplaten lopen. Er is stoom op de donkeyketel. Aangezien het getij gisteren niet hoog genoeg was voor de duikers om onder de bodem van het schip te komen, heeft men een deel van de lading omgewerkt om het schip stuurboordslagzijde te doen krijgen. Met hoog water zal nu worden getracht bij de gaten te komen. Gelukt dit niet, dan zal met behulp van een zandzuiger ruimte worden gemaakt onder ruim 3.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Bogense, 11 februari. De Nederlandse schoener ENTREPRISE (zie vorig No.) is gelicht en in het Odense fjord gebracht. Nadat het schip is dichtgemaakt, gaat het naar Kallundborg.


15 februari 1916


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart.
De Raad voor de Scheepvaart houdt zitting op woensdag 16 februari, 1.30 uur namiddag, onderzoek in zake het op een mijn lopen van het stoomschip MAASDIJK op 30 januarijl. in de Theemsmonding, ten gevolge waarvan 2 opvarenden werden gedood en 2 anderen gekwetst. Rederij Firma Solleveld, V. d. Meer & Van Hattum te Rotterdam.
Vrijdag 18 februari, 1.30 uur namiddag, onderzoek betreffende het stranden van het stoomschip IJSSEL op 24 december jl. op de Vliehors. Gezagvoerder G. Spanjer, rederij Scheepvaart Mij. Houtvaart, beiden te Rotterdam.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Vlissingen, 13 februari. Het nieuwe sleepschip DEUTSCHLAND metende 860 ton, gebouwd op de werf De Hoop te Pannerden is naar Duitsland vertrokken.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 13 februari. Het gisteren binnengekomen stoomschip OOTMARSUM heeft na het vertrek uit New York zwaar weer doorstaan, waardoor schade aan de scheepsboten belopen werd.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 13 februari. Het stoomschip MARS heeft in Amsterdam de machineschade hersteld en vertrok gisteravond naar Kopenhagen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 13 februari. Het stoomschip DELFLAND, van de Koninklijke Hollandsche Lloyd, dat sedert begin januari aan de grond zat, is hedenochtend met hoog water en met de hulp van al het aanwezige materiaal door de firma L. Smit & Co. te Rotterdam vlot gebracht. Het stoomschip ligt thans in de binnenhaven, alwaar men de lekken verder zal dichtmaken.
Beide ankers heeft men laten slippen doch deze worden gevist.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Bogense, 12 februari. Het schip ENTREPRISE (zie vorig No.) had nog 25 ton rogge aan boord welke per spoor naar Kopenhagen zullen worden gebracht. De 80 ton lading, welke zich aan boord van de bergingsboot KATTEGAT bevinden, zijn door dat vaartuig te Kopenhagen binnengebracht. De ENTREPRISE heeft zware bodemschade.


16 februari 1916


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 15 februari. Het stoomschip LEONORA, van Sundsvall naar Rotterdam, is noordelijk van Frederikshaven gestrand.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 15 februari. Hr.Ms. pantserschip KORTENAER, onder bevel van de kapitein ter zee L.P.W. van der Wal, is 13 dezer van Bermuda vertrokken.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Vlissingen, 14 februari. De Nederlandsche motorlichter NEPTUNUS I van Dordrecht naar Dieppe bestemd heeft op zee een defect aan de motor gekregen. Het schip werd door het stoomloodsvaartuig COERTZEN op de haven van Vlissingen gesleept. Het defect aan de motor werd door de Maatschappij ‘De Schelde’ gerepareerd waarna de NEPTUNUS I binnendoor naar Rotterdam is vertrokken.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Vlissingen, 14 februari. Te beginnen met donderdag 17 dezer zal de dienst van de Maatschappij Zeeland beperkt worden. De boten zullen dan maandag, woensdag, vrijdag en zaterdag van Vlissingen vertrekken en zondag, dinsdag, donderdag en zaterdag van Engeland.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 14 februari. Het stoomschip DELFLAND is thans dicht en heeft verlof bekomen om morgenochtend 6 uur op te slepen naar het dok te Amsterdam. De ankers zijn gevist en aan boord van de DELFLAND gebracht.
Uit het stoomschip werden, alvorens het schip kon worden afgebracht, de volgende goederen geborgen: 3.333 balen en 150.000 kilo losse lijnzaad, 534 balen lijnkoeken, 5.373 balen en 4.872.000 kilo losse mais, 972 vaten, 57 kisten en 16 blikken vet, 464 balen wol, 1.497 balen houtextract en 560 balen kanariezaad.
- 15 februari. Het stoomschip DELFLAND is hedenmorgen 9 uur naar Amsterdam opgesleept.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 14 februari. Het stoomschip HEELSUM is gisteren hier aangekomen van Sundsvall, waar het schip twee maanden is opgesloten geweest door de sterke ijsgang in de Oostzee. Het was het eerste schip van een reeks van 20 welke met de hulp van een krachtige ijsbreker die haven zouden trachten te verlaten.


17 februari 1916


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. De Raad deed gistermiddag uitspraak betreffende het vergaan van het kofschip TJAKIENA. Uit het gehouden onderzoek volgt naar het oordeel van de Raad, dat de TJAKIENA door enig ongeval met man en muis is vergaan; welke de oorzaak was, is niet aan het licht gekomen. Het is echter niet gebleken, dat deze was gelegen in een of ander gebrek van het vraagtuig of van de uitrusting.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. De Raad deed gistermiddag uitspraak betreffende het verloren gaan van de door de motorboot GESINA JOHANNA gesleepte drijvende bok GOLIATH III. De Raad vermag de oorzaak van liet verloren gaan van de GOLIATH III, bij gebrek aan gegevens, niet vast te stellen. Uit het rapport van de Scheepvaartinspectie en uit de getuigenverklaringen omtrent de voorzieningen te Nieuwediep getroffen, is gebleken, dat de bok GOLIATH III in volkomen zeewaardige toestand is vertrokken. Ook de aanvaring van de sleep door de JULIE STREIFF (IJM-59) heeft volgens de getuigenverklaringen aan de bok geen schade veroorzaakt.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. De Raad deed gistermiddag uitspraak betreffende het lek worden van het stoomschip MAASHAVEN. De Raad is van oordeel dat door het ontploffen van een zich in het vaarwater bevindende mijn, de MAASHAVEN lek is geworden: Het vaartuig is echter, naar de mening van de Raad, te spoedig en in wanorde verlaten. Men heeft alles nagelaten om zich te overtuigen of de toestand van het schip inderdaad zo gevaarlijk was als men meende en nagenoeg de gehele bemanning, met de eerste stuurman aan het hoofd, is overhaast in de stuurboordboot gegaan, zodat de bakboordboot door één man werd gevierd, waarin de kapitein en de tweede stuurman later plaats namen. Een sloepenrol was niet aan boord en er waren op de reis geen bootoefeningen gehouden, hetgeen zeker tot de wanorde heeft bijgedragen. De Raad acht het voorts te betreuren dat de tweede stuurman, toen hij uit de bakboordboot op de PRINSES JULIANA was overgegaan, bij de kapitein van dit vaartuig niet op heeft aangedrongen, te trachten de man die op de MAASHAVEN was achtergebleven, te redden.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. De Raad deed gistermiddag uitspraak betreffende de ondergang van het stoomschip APOLLO. De Raad is van oordeel, dat de ramp is veroorzaakt door het stoten van de APOLLO op een mijn. Men kan de gezagvoerder en de overige leden van de bemanning geen verwijt ervan maken, dat zij van boord zijn vertrokken, zonder de volstrekte zekerheid te hebben, dat allen in de boot waren, noch dat door hen geen meerdere pogingen zijn aangewend de vermisten te zoeken. Met het oog op het snel zinken van het schip, de ronddrijvende balen kurk, de woelige zee, de omstandigheid, dat verscheidene mannen gewond waren en slechts enkelen konden roeien (van de bakboordboot was ook het roer vernield), zouden deze pogingen de levens van de andere opvarenden in zeer groot gevaar hebben gebracht. De Raad verenigt zich echter met het door de inspecteur ter zitting betoogde; dat het beter ware geweest met het vertrek van Duins te wachten tot de volgende dag. Het traject toch tussen Duins en Galloper-vuurschip blijkt met het oog op de mijnen een zeer gevaarlijk gedeelte te zijn en het is, behoudens bijzondere omstandigheden, aan te bevelen dat de schepen, die op reis naar Nederland dit traject moeten afleggen, dit doen bij daglicht, omdat, indien een ongeval plaats vindt, de redding bij daglicht gemakkelijker kan geschieden dan in de duisternis. Deze zaak geeft de Raad nog aanleiding de rederijen aan te bevelen, zolang de oorlogstoestand duurt, er voor te zorgen, dat niet alleen op de brug een voor de gehele bemanning voldoend aantal reddingsgordels aanwezig is, maar dat eveneens ter plaatse waar het volkslogies is, zich een hoeveelheid gordels bevindt, gelijk aan het aantal manschappen, dat daar pleegt te vertoeven. Het is toch mogelijk, dat ten gevolge van het stoten op een mijn het schip zodanig wordt getroffen, dat het zeer moeilijk, zo niet ondoenlijk is, voor hen, die in het logies verblijven, naar de brug te komen, teneinde daar zich van een reddingsgordel te voorzien.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. De dertigste januari jl. is het stoomschip MAASDIJK, rederij firma Solleveld v.d. Meer & Van Hattum te Rotterdam in de Theemsmonding op een mijn gelopen, ten gevolge waarvan de 3e machinist E.J. Verbeeke en de donkeyman N. de Rot gedood, de tweede machinist Oerlemans en de tremmer Wolkering licht gewond werden. Naar dit ongeval stelde de Raad voor de Scheepvaart hedenmiddag een onderzoek in. Het eerst werd gehoord de gezagvoerder R. Teensma. Hij deelde mee, dat de MAASDIJK op weg was naar Noord Amerika. Het schip deed de derde reis, getuige maakte voor het eerst de overtocht op de MAASDIJK mee. Er waren voldoende reddingsboeien aan boord, zowel in het logies als op de brug. De bemanning bestond uit 26 koppen. Het was mooi weer doch een weinig heiig. Des avonds te tien uur verliet de MAASDIJK met ballast geladen Rotterdam; het schip lag achter 5½ en voor 8½ voet diep. Toen men in de Engelse wateren was waarschuwde een torpedoboot de gezagvoerder dat hij twee mijl beoosten Swift Canal moest houden. Een Grieks schip met een loods aan boord bevond zich aan bakboordzijde achter de MAASDIJK. Getuige wilde dit vaartuig voor laten lopen teneinde een wegwijzer te hebben, doch dit gelukte niet. Aan stuurboord had de MAASDIJK drie tegenkomers. Zestien à 17 mijl van de Elleboogsboei had vlak onder de machinekamer de ontploffing plaats. Het was toen goed weer en heldere zee. De machinekamer en de ketel liepen dadelijk onder; ook ruim drie kwam vol water. De derde machinist en een donkeyman die zich tijdens het ongeval op de stookplaats bevonden zijn bij de ramp omgekomen. Een tremmer is door een luchtkoker van de stookplaats naar boven gekomen. Hoe zulks geschiedde is hem zelf een raadsel gebleven. De reddingboten waren stukgeslagen, de bemanning wist zich in een giek en een werkboot te redden. Toen men zag dat de boot niet zonk ging men later weer aan boord. Het voorschip hield zich goed, het achterschip zonk steeds dieper. Patrouilleboten hebben de MAASDIJK naar de Theems gesleept en de boot daar, om zinken te voorkomen, op een bank gezet. Getuige vermoedde dat de bodem geheel uit de machinekamer is geslagen. De machine was geheel aan stukken gescheurd en het schip bleek gebroken. Een bergingsvaartuig was niet te krijgen. In de Theemsmonding heeft getuige nog zeven andere beschadigde vaartuigen gezien. Getuige liet de achterballast scheppen, doch dit mocht niet baten. De tweede februari verliet de bemanning op acht personen na de MAASDIJK. Getuige bleef omdat hij hoopte een expert aan boord te krijgen. Het bleek echter dat deze niet langszij kon komen. De vrijdag daaropvolgende heeft de rest van de bemanning, waaronder de gezagvoerder, het schip verlaten. De boot was gebroken, de toestand hopeloos en hulp niet te krijgen. Later is getuige nog enige malen aan boord geweest, doch het bleek hem dat niets gedaan kon worden om het vaartuig te behouden. De verklaringen van de tweede en laatste getuige, de 1e machinist S. de Wijs, kwamen geheel met die van de gezagvoerder overeen. Volgens zijn mening had de MAASDIJK wellicht behouden kunnen worden indien terstond assistentie met pompen ter plaatse aanwezig was geweest. Het onderzoek in deze zaak werd daarop gesloten. Uitspraak volgt later.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Uitvoerverbod van schepen.
Naar aanleiding van ons bericht, ais zou de uitvoer van schepen, door tussenkomst van de makelaar Pierrot verkocht, reeds zijn verboden, deelt men ons mee, dat dit verbod zich ook uitstrekt tot alle, door andere makelaars naar het buitenland verkochte schepen die nog niet onder buitenlandse vlag zijn gebracht. Voor het stoomschip CALLISTO van de firma Hudig & Veder, dat naar Noorwegen is verkocht, is het uitvoerverbod opgeheven. In scheepvaartkringen verwacht men een nieuwe ministeriele beschikking, waarbij de uitvoer zal worden toegestaan van schepen, die reeds verkocht waren bij het verschijnen van het uitvoerverbod.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Verboden passagiersvervoer.
De stokers A. P. en G. T. en de donkeyman F. V. behoorden in september van het vorig jaar tot de bemanning van het stoomschip ARIE SCHEFFER, dat in geregelde vaart tussen Rotterdam en Havre voer. In genoemde maand waren twee van hen aan de wal te Havre en ontmoetten in een café aldaar enige Belgen, waaronder een drietal, die te kennen gaven, dat zij er nog wel wat voor over hadden, om met één of ander schip naar Nederland te kunnen gaan. Hoewel sedert geruime tijd met de ARIE SCHEFFER geen passagiers meer vervoerd werden wegens het oorlogsgevaar op zee, hebben de beide genoemde stokers aan drie van de Belgen gezegd dat er met de ARIE SCHEFFER wel gelegenheid was om naar Nederland te gaan en vorderden zij volgens de aanklacht daar voor 100 francs; dan zouden zij de Belgen gelegenheid geven zich aan boord te verbergen. De drie Belgen hebben het aanbod aangenomen en de stokers verborgen hen achter de ketels en later gedurende de reis in de bunkers.
Zij namen de donkeyman in het complot, die daarom ook meedeelde. Eenmaal op zee hebben de drie mannen nog 275 frcs. van de Belgen gevorderd en gekregen.
Bij aankomst te Rotterdam werden de Belgen aan boord ontdekt. Zij verkeerden in deerniswekkende toestand, mede door de weinige en slechte voeding, die hun door de drie mannen verstrekt was.
Tegen de drie zeelieden werd verbaal opgemaakt en ter zake van het verbergen van passagiers in strijd met het verbod van de rederij, veroordeelde de Rechtbank alhier hen ieder tot 1 maand gevangenisstraf.
Heden in hoger beroep terechtstaande voor het Gerechtshof te 's-Gravenhage, vorderde de waarnemend Procureur-Generaal bevestiging van het vonnis.
Mr. Van Toen, alhier pleitte vrijspraak op grond dat z.i. geen enkel van de ten laste gelegde feiten is bewezen en dat beklaagden de Belgen niet aan boord hebben gebracht noch aldaar hebben verstopt.
Bovendien was het aan beklaagden niet bekend, dat zij verplicht waren van de aanwezigheid van de Belgen aan de kapitein van het schip kennis te geven. Ook zouden, volgens de verdediger, beklaagden niet bekend zijn geweest met het verbod om passagiers mee te nemen. Subsidiair vroeg pleiter oplegging van een geldboete, mede met het oog op het gunstig verleden van alle beklaagden.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

BANDOENG. Volgens hier te lande ontvangen berichten is aan het stoomschip BANDOENG van de Rotterdamsche Lloyd een ongeval overkomen in de nabijheid van de Theemsmonding. Vermoedelijk is het op een mijn gelopen. Vier sleepboten zijn ter assistentie nabij de BANDOENG, die met het voorschip zeer diep is weggezakt. De rederij ontving een telegram meldende, dat het schip buiten gevaar is en denkelijk aan de grond gezet zal worden. De BANDOENG was op de thuisreis van Java 12 februari in de Duins geankerd. Het schip meet 5.851 ton en werd in 1910 gebouwd. Het is een vrachtboot. Het schip was op de Rotterdamse Beurs verzekerd voor een miljoen gulden. De lading bestaat hoofdzakelijk uit pakken Sumatra tabak, waarvan er 3.000, ter waarde van NLG 1.000.000 voor Rotterdam en de overige voor Amsterdam bestemd zijn.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 16 februari. Het stoomschip FOLMINA te Bergen binnengelopen om aldaar de door stranding belopen belangrijke schade te herstellen, moet o.m. ook een nieuw schroefraam ontvangen. Dit schroefraam wordt aan Wilton's Machinefabriek en Scheepswerf alhier gemaakt en zal per scheepsgelegenheid naar Bergen worden verzonden. De reparaties zullen ongeveer 6 weken duren.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Delfzijl, 15 februari. Heden zijn van hier vertrokken met bestemming naar Emden, voor rekening van de firma Lehnkering & Co. aldaar, de nieuw gebouwde lichterschepen No. 32 en No. 38, groot 940 ton en respectievelijk gebouwd op de werven van de firma Wortelboer & Co. te Westerbroek en Farmsum. Op de werf te Farmsum is weer de kiel gelegd voor een dergelijk vaartuig en voor dezelfde rederij. De schepen zijn bestemd voor de vaart op het Dortmund-Ems Kanaal.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Fredrikshavn, 14 februari. Het stoomschip LEONORA kwam na het leegpompen van alle tanks vlot, doch geraakte vervolgens wederom aan de grond. Assistentie werd aangenomen. Het schip zit zeer vast.
Later bericht. De LEONORA strandde op Syfstensrlff, een halve zeemijl ten NO van hier en is circa drie voet in de zandgrond gezonken. De Svitser stomer EXPRES is op de strandingsplaats, doch de kapitein van de LEONORA heeft de aangeboden hulp voorlopig nog afgewezen.
(Volgens te Rotterdam ontvangen telegram is de LEONORA weer vlot en zal zij, nadat de gewone formaliteiten hebben plaats gehad, de reis voortzetten. Red.)


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Kopenhagen, 12 februari. De Deense marine heeft een in Nederland, bij Gebr. G. & H. Bodewes te Martenshoek gebouwde sleepboot van 68 br. reg. ton aangekocht. Het schip is genaamd FREMAD II.


18 februari 1916


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart.
Dinsdag 22 februari, 1.30 uur namiddag, onderzoek betreffende het kantelen en daarna zinken van de sleepboot DE BOER tijdens het slepen van het Zweedse stoomschip OTTO SVERDRUP van de Wilton Werf naar de Rijnhaven op 24 januari jl., ten gevolge waarvan 2 opvarenden van de sleepboot verdronken. Gezagvoerder M. Braam te Rotterdam.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De gestrande Engelse onderzeeër H 6.
De Engelse duikboot H 6, die reeds in een holte van de Kupersbult ten NW van Schiermonnikoog vlot lag, is bij de vliegende storm, over de bank heen geslagen en door de Nederlandse bemanning, die aan boord was, binnengaats gebracht. Het schip wordt vermoedelijk nog heden door een Nederlandse torpedoboot naar Nieuwediep gebracht.
(opm: zie ook NNO 220116, RN 240116 en 280116)


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 17 februari. Volgens alhier ontvangen telegram is het stoomschip BANDOENG te Northfleet geankerd. Niemand is gekwetst. In het voorruim staat 26 voet water. De waterdichte schotten zijn intact.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 18 februari. Het stoomschip EEMSTROOM van Hull, heeft op zee op een wrak gestoten en daardoor alle schroefbladen gebroken. Het schip is hier binnengesleept door de sleepboot GOUWZEE. Van hier is het stoomschip naar Amsterdam gesleept door de sleepboten MAASSLUIS en PERNIS.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Delfzijl, 16 februari. De sleepboot NORDERNEY, kapt. K. Toxopeus, groot netto 36 m3, thuis behorende te Delfzijl, is onderhands verkocht naar Christiania (Noorwegen), prijs geheim.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Hoogezand, 16 februari. Door de firma E.J. Smit & Zoon alhier, is heden aan de heer G. Doeksen te Terschelling verkocht de zeesleepboot STORTEMELK, gebouwd naar de voorschriften en onder speciaal toezicht van de Germ. Lloyd en Scheepvaart Inspectie. De boot, die aan de werf van de firma bijna gereed ligt, zal behalve als zeesleepboot, ook als schelpenzuiger worden uitgerust.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 17 februari. Volgens een Lloyds-telegram uit Londen, heeft het stoomschip VEENDIJK van de N.A.S.M., dat 14 februari van New York naar Rotterdam vertrokken is, brand in de lading gekregen. Het stoomschip VEENDIJK is naar New York teruggekeerd.
De VEENDIJK is 6.874 ton groot en werd in 1915 gebouwd.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 17 februari. Het stoomschip LEONORA (zie vorig No.) is te Frederikshavn aangekomen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Swansea, 14 februari. De Nederlandse schoener MARS, kapt. Van der Veen, van Workington hier aangekomen, was 9 dezer nabij het Skerries-vuur in aanraking met een onbekend gebleven stoomschip.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 16 februari. Het door de heer Ph. van Ommeren te Rotterdam aangekochte stoomschip CONSTANCE CATHARINA uit Harlingen is in Amsterdam aan de nieuwe rederij overgegaan en herdoopt in WOENSDRECHT. Het stoomschip ligt hier klaar om bij gunstig weer naar Newcastle te vertrekken.


19 februari 1916


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Solleveld van der Meer en T.H. van Hattum's Stoomvaartmaatschappij.
Aan het in de heden gehouden vergadering uitgebrachte jaarverslag is het volgende ontleend:
De vrachtenmarkt was gedurende de loop van het jaar zeer gunstig zodat, niettegenstaande de enorme verhoging van de bedrijfskosten, voor molestpremie, steenkolen, materialen enz. zeer goede resultaten bereikt werden. In mei l.I. heeft de Maatschappij twee van de oudste stoomschepen, de KINDERDIJK en POELDIJK, tegen een voor die tijd zeer goede prijs naar Noorwegen verkocht. Het met die verkoop behaalde winstcijfer, benevens het verschil ten gunste van de liquidatierekening van het vergane stoomschip ELLEWOUTSDIJK ten gevolge van de lage boekwaarde van dit stoomschip, is na aftrek van de statutaire tantièmes overgebracht naar een liquidatierekening van de stoomschepen. Het stoomschip EEMDIJK passeerde dit boekjaar de No. 1 survey. De kosten daarvan werden op het ketel en reparatiefonds afgeboekt. De door de Rotterdamsche Droogdok Maatschappij in maart en juni afgeleverde stoomschepen RIJNDIJK en MAASDIJK voldoen in alle opzichten aan de gestelde verwachtingen. Zeer te betreuren is dat op de voorlaatste dag van het jaar het stoomschip ELLEWOUTSDIJK hetzelfde lot heeft getroffen als het stoomschip HOUTDIJK in het begin van de oorlog, namelijk te vergaan door het stoten op een mijn. Het schip is gezonken, maar de bemanning is gelukkig behouden aan wal gekomen. Ter vervanging van dit stoomschip is een ander besteld, dat echter eerst aan het einde van 1917 kan worden opgeleverd en in zoverre is dus het vergaan van de ELLEWOUTSDIJK een verlies, daar wij thans niet van de gunstige vrachtenmarkt kunnen profiteren.
Onze vordering op assuradeuren staat geboekt op het hoofd diverse debiteuren. Behalve het ter vervanging van het stoomschip ELLEWOUTSDIJK aan de werf Gusto te Schiedam bestelde stoomschip van circa 6.200 ton draagvermogen, is bij dezelfde werf een tweede stoomschip van dezelfde capaciteit besteld, op te leveren in juni 1917 en bovendien aan de Rotterdamsche Droogdok Mij. de bouw opgedragen van een dergelijk stoomschip, op te leveren in augustus 1918. De winst- en verliesrekening geeft met inbegrip van NLG 1.063 saldo vorig jaar een avans van NLG 2.505.166. Hiervan wordt NLG 506,20 besteed voor afschrijving stoomschepen, NLG 4.750 voor afschrijving effecten en NLG 4.267 voor afschrijving op een lopende averij gros. Voorts komt in mindering voor interest NLG 17.916 en voor onkosten NLG 21.820, waarna een nettowinst overblijft van NLG 1.950.291 (NLG 322.793 v.j.). Hiervan wordt NLG 620.000 (v.j. NLG 177.395) gestort in het reservefonds, dat hierdoor wordt opgevoerd tot NLG 800.000 of evenveel als het gestorte maatschappelijk kapitaal. Voorts gaat NLG 144.133 (v.j. NLG 25.390) in het ketel- en reparatiefonds, dat hierdoor stijgt tot NLG 300.000 Voor tantièmes wordt NLG 287.584 en bedrijfsbelasting NLG 53.200 uitgetrokken, waarna een dividend van 100% (v.j. 10%) kan worden uitgekeerd en NLG 45.374 op nieuwe rekening overgaat. De in het verslag genoemde rekening liquidatie stoomschepen komt in het credit van de balans voor met een bedrag van NLG 800.849, een bedrag, dus evenzeer gelijk aan het gestorte maatschappelijk kapitaal.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. De Raad stelde gisteren een onderzoek in naar het stranden op 24 december jl. van het stoomschip IJSSEL op de Vliehors.
Het stoomschip, van de rederij Scheepvaart Maatschappij Houtvaart te Rotterdam, was volgens de gezagvoerder G. Spanjer, die als getuige gehoord werd, 1.258 register ton groot. Het was van Hernösand met een lading hout naar Rotterdam vertrokken. Het schip was afgeladen en had een deklast van 12 voet vóór en 8 voet achter. Om de drie voet waren twee stutten. De stuurman en de gezagvoerder hadden bij het laden toezicht gehad. Te Hernösand lag het schip in het ijs en daar de tanks bevroren waren, kon niet voorkomen worden, het schip slagzij kreeg. Met die slagzij is het schip vertrokken. De gezagvoerder zag daar geen bezwaar in, aangezien hij meermalen op de IJSSEL met slagzij gevaren heeft. Bij het vertrek was de slagzij 7 graden; op de Noordzee is de slagzij door het verladen van de kolen tot 3 à 4 graden verminderd. Aanvankelijk ging de reis goed, maar in de Noordzee kreeg men slecht weer, zwaar stormweer. Een deel van de deklast ging verloren, waarop het schip opnieuw gesjord werd. De gezagvoerder voer op gegist bestek. In de nacht van 24 december loodde hij te 3.30 uur 18 vaam. Na die tijd loodde bij niet meer en te 6.50 uur bleef het schip op de Vliehors zitten. Er werd full speed achteruit gestoomd, maar het hielp niet, want het was vallend water. Tot ‘s avonds acht uur bleef het vaartuig zitten. Toen werd het met de hulp van twee sleepboten afgesleept. Het schip, dat geen water maakte, is te Rotterdam in het droogdok geweest; het bleek niet veel schade belopen te hebben.
De gezagvoerder verklaarde gedacht te hebben, dat hij veel westelijker stond. De oorzaak van de stranding schrijft hij toe aan het kompas, dat te Rotterdam nagezien, bleek niet goed te werken: er zat een draadje in, waardoor de roos vaststond. Op de reis heeft hij daarvan niets gemerkt. Ook de stuurman niet, die dat anders stellig gerapporteerd zou hebben. Ook acht de gezagvoerder het niet voor onmogelijk, dat hij tegen de verwachting in meer vloed dan eb gelopen heeft. De gezagvoerder werd er op gewezen, dat hij vastgelopen is, doordat hij van 3.30 tot 6.50 niet gelood heeft. Hij had volgens de leden, die deze opmerking maakten, zacht aan moeten varen, de dag moeten afwachten en geregeld moeten loden. De gezagvoerder zei het loden nagelaten te hebben, omdat hij, denkend westelijker te zijn, zulks niet nodig oordeelde. Ook de inspecteur voor de scheepvaart sprak als zijn mening uit, dat het voorzichtiger was geweest als de gezagvoerder meer gelood had. De Raad zal later uitspraak doen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Maassluis, 18 februari. Het 15 dezer naar Londen vertrokken stoomschip BREDA is heden uit zee teruggekeerd met verlies van bakboordanker met ketting en 15 vaam van de stuurboord ankerketting. Een deel van de voordeklast is overboord geslagen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Het door de Holland Amerika Lijn aangekochte stoomschip GRANGESBERG zal herdoopt worden in BEUKELSDIJK.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Rotterdam, 18 februari. Het stoomschip VEENDIJK zal morgen weer van New York vertrekken. (opm: zie ook RN 180216)


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

IJmuiden, 19 februari. Hedennacht arriveerde hier de Nederlandse schoener HELENA, kapt. V. d. Meeden, welke de 10e dezer met flessen van Schiedam naar Londen vertrok. Reeds de 12e kwam het schip op de Theems, doch werd door een storm belopen en tot voorbij Texel teruggedreven, tot men er tenslotte in slaagde hier binnen te komen.


20 februari 1916


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Stoomvaart Maatschappij Zeeland.
Het Fin. Weekblad v.d. Fondsenhandel had tot de directie van de Stoomvaart Maatschappij Zeeland de vraag gericht, of de PRINSES JULIANA, welk schip onlangs door een ongeval was getroffen, tegen molestrisico verzekerd was. De directie antwoordde hierop, dat het haar beter voorkomt, dat aandeelhouders, die inlichtingen wensen aangaande de Maatschappij, zich rechtstreeks tot haar wenden. Het Fin. Weekblad tekent hierbij aan, dat de directie van de Zeeland dus blijkbaar geen publiciteit wenst. Het blad verklaart echter uit andere bron met beslistheid te kunnen meedelen, dat de PRINSES JULIANA niet tegen molestrisico verzekerd was, evenmin als enig ander schip van de Maatschappij Zeeland. Eerst nu het kalf verdronken is, dempt men de put; thans is de directie van de 'Zeeland' doende om haar diverse schepen te verzekeren. Wanneer de PRINSES JULIANA niet geborgen kan worden — waarop helaas kans is — dan staat de Maatschappij voor een boekverlies van ruim NLG 500.000 (blijkens het laatste jaarverslag staan de in 1909 gebouwde schepen — PRINSES JULIANA, ORANJE NASSAU en MECKLENBURG — voor ruim NLG 11/2 miljoen te boek; de oude schepen zijn nagenoeg geheel afgeschreven), doch dit verlies is, bij de enorme stijging van de scheepsprijzen, in werkelijkheid veel groter. Een schip als de PRINSES JULIANA zou thans zeker voor geen twee miljoen te krijgen of te bouwen zijn. Het kapitaal van de 'Maatschappij Zeeland' is NLG 2.020.500.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Rotterdam, 18 februari. Volgens door de rederij ontvangen telegram, dato gisteren namiddag zijn van het stoomschip BANDOENG op ruim 1 na alle ruimen droog; ook het boven-tussendek, waaruit begonnen werd met de lossing van de lading tabak. Indien het duikerrapport bevredigend luidt, zal door autoriteiten waarschijnlijk toestemming worden gegeven, tot verdere lossing in het Greenland Dock.


21 februari 1916


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. De firma Gebr. De Boer te Lemmer ontving van de Maatschappij IJsland te IJmuiden opdracht tot de bouw van een motor- en een zeilharinglogger.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de scheepswerf ‘De Hoop’, van de heer J.J. Bodewes te Pannerden, liep te water de van staal gebouwde motorvrachtboot BAVARIA IX, voorzien van een Skandia ruwoliemotor van 30 pk en met een draagvermogen van circa 100 ton. Daarna werd de kiel gelegd voor een zeillogger voor Hollandse rekening.


22 februari 1916


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Douglas, 16 februari. Het te Groningen thuis behorende schip JANTINE FENNEGIENE, kapt. Kramer, met kolen van Ayr naar Teignmouth bestemd, is alhier binnengelopen met gebroken grote boom. stagfok, voorschoenerzeil en verder doorhangend tuig. Het dekhuis is vernield.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 20 februari. Volgens particulier bericht heeft de te Yarmouth binnengesleepte gaffelschoener CITO, kapt. Salomons, de lading te Norwich gelost en werd daarna in het dok opgenomen. De schade bleek beduidend groter te zijn dan aanvankelijk gedacht werd, zodat het vermoedelijk naar een Nederlandse werf zal komen om de geleden schade te herstellen.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Scheepsbouw. Winsum, 20 februari. Gisteren werd aan de scheepstimmerwerf van de Gebroeders Sissing met goed gevolg te water gelaten een nieuwe motorboot voor de heren Van de Scheer en Medendorp te Usquert en werd de kiel gelegd voor een dito motorboot voor rekening van de stoomzuivelfabriek te Middelstum.


23 februari 1916


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

LA FLANDRE op een mijn gelopen.
Het stoomschip OUSEL (zie ook elders in dit blad onder Oorlog) heeft maandagavond om 18.05 uur, toen het de reis van het Kentish Knock vuur naar Rotterdam voortzette, gezien, dat het tankstoomschip LA FLANDRE plotseling, fel brandende, snel in de diepte verdween. LA FLANDRE, naar wij vernemen, reeds naar het buitenland( Amerika) verkocht, was niet verzekerd; de lading wel. De boten van de A.P.C. lopen alle voor eigen risico.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart.
De Raad voor de Scheepvaart stelde gisteren een onderzoek in naar het kantelen en daarna zinken van de sleepboot DE BOER, tijdens het slepen van het Zweedse stoomschip OTTO SVERDRUP van de Wilton werf naar de Rijnhaven op 24 januari jl. ten gevolge waarvan twee opvarenden van de sleepboot verdronken
Gezagvoerder van de DE BOER was M. Braam te Rotterdam, die als eerste getuige werd gehoord. Hij verklaarde nooit moeite met de sleepboot te hebben gehad, het was een levendig vaartuig, zoals de scheepsterm luidt. Op de ochtend van de 24e januari liet getuige zijn sleepboot vastmaken aan het voorschip van de OTTO SVERDRUP. De boot werd in de mond van de Rijnhaven vooruit gesleept. Er kwamen twee andere sleepboten achteraan. De OTTO SVERDRUP zelf had geen stoom op. Aan boord van de DE BOER bevonden zich vier man en een passagier. Er werd tamelijk lang gesleept. In de Rijnhaven zwaaide de stomer zodat toen de DE BOER aan de achterkant kwam te liggen. Alles verliep normaal. Toen de stomer bijna rond getrokken was, kwamen er een paar bootjes de rivier op en af, vandaar dat getuige de kop van het schip nog wat op zij trok en de trossen enigszins inkortte. De DE BOER lag toen dwars voor het schip; er zat niet veel vaart in de stomer.
Voor de trossen stijf waren helde de DE BOER over. Het gat in de rooster op de machinekamer liep vol en de sleepboot, zonk snel.
Toen de boot ten tweede male overhelde riep getuige de man op het dek toe de trossen te kappen. Bij de pogingen om dat te doen viel de man overboord. Hij werd echter gered. Ook getuige zelf slaagde er niet in de trossen los te krijgen. Getuige wijt het gebeurde aan het feit dat een paar banden van de stoomketel gebroken zijn, waardoor deze ruim 20 cm. naar bakboordzijde overgevallen moet zijn. Hij vernam dit pas later toen de boot gelicht was. Op een desbetreffende vraag van een van de leden, verklaarde getuige dat de sleepboten niet onder de scheepvaartinspectie staan, wel echter onder het toezicht van de Rijnvaartcommissie. De tweede getuige W. Slot bevond zich tijdens het ongeval aan boord van de Zweedse stomer. Hij gaf van daar uit de commando's aan de sleepboten. Het was doodstil weer en stil water. Toen het ongeval plaats had, was men juist begonnen met trekken. De OTTO SVERDRUP liep geen vaart. Getuige heeft de sleepboot niet zien omslaan. Men meldde hem het gebeurde in de bak van het schip, waar de trossen terstond los gelaten werden. Getuige liet ook het anker vallen; men was reeds te ver om nog boeien te werpen. Hulp was terstond ter plaatse. Getuige weet geen verklaring van het gebeurde te geven. Aan de vaart van het schip kan het niet gelegen hebben. De verklaringen van de derde getuige de dekknecht J. Doense, die voor het ongeval bij de stuurstelling van de DE BOER stond, kwamen met die van kapitein Braam overeen. De kapitein van de sleepboot ENGINEERING, A. Roza, sleepte eveneens de OTTO SVERDRUP. Tijdens het ongeval met de DE BOER lag zijn vaartuig achter. De voorste sleepboot, in dit geval dus de DE BOER, gaf getuige het sein dat getrokken moest worden. Getuige zag dat de ander dwars achter het schip aantrok. Daarna kwam bij weer naar voren en toen eensklaps zag getuige hem kantelen. Wat daarvan de oorzaak is weet hij niet. Rosa zelf heeft twee jaar op de DE BOER gevaren, doch nooit enige last met de boot ondervonden. Aan wind of stroom kan het gebeurde niet geweten worden. De laatste getuige, J. Koenen was nachtstoker aan boord van de DE BOER. Hij heeft tijdens het verrichten van zijn werkzaamheden niets bijzonders aan de boot gemerkt. Voor zover hij weet stond er geen water op de plaat. Het onderzoek werd hierop gesloten. Uitspraak volgt later.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

N.V. Houtvaart te Rotterdam.
Het jaarverslag deelt mee, dat ook deze Maatschappij, in aanmerking genomen dat zij slechts beschikte over betrekkelijk kleine schepen, die uit de aard der zaak in verhouding duurder zijn in exploitatie dan grotere boten, volop gebruik heeft kunnen maken van de buitengewoon gunstige omstandigheden, die het afgelopen jaar voor de algemene vrachtvaart heeft gebracht. De directie schroomde, dan ook niet om aan de vergadering voor te stellen het dividend over 1915 vast te stellen op 100%. Dit dividend kan gegeven worden na ruime afschrijving op het materieel, namelijk NLG 132.000 en storting in het vernieuwingsfonds van NLG 59.937, waardoor dit is gebracht op NLG 200.000. Het verslag deelt dan voorts mee dat in juni 1915 is gecontracteerd voor de bouw van een nieuw stoomschip, groot ongeveer 3.000 ton, hetwelk 1 augustus a.s. moet worden afgeleverd. De oudste boot van de Maatschappij, de RIJN, vroeger genaamd VLUG, werd in mei met een winst van NLG 144.075 naar Denemarken verkocht. Gedurende de eerste maanden van het jaar maakten de boten enige reizen naar Zuid Amerika en Curaçao, doch vonden daarna weer zeer lonend emplooi in de Oostzeevaart. Het verslag wijst er tenslotte op dat de onkosten belangrijk zijn toegenomen. Vooral de telkens terugkerende molestverzekering vormt een belangrijke verhoging van de bedrijfskosten, daar de directie er naar streeft steeds zoveel mogelijk de volle marktwaarde van de schepen te verzekeren.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 22 februari. Door de Kon. Ned. Stoomboot Mij. te Amsterdam is aan de scheepswerf Gebr. Bodewes te Lobith de bouw opgedragen van een vrachtstoomschip van 1.250 bruto register ton en een laadvermogen van 1.750 ton. Afmetingen: 150' x 36’-6" x 23’. Snelheid 10 Eng. mijlen. De machine van 850 ipk met twee ketels wordt vervaardigd door de Alblasserdamsche Machinefabriek. Oplevering november 1917.
Aan dezelfde werf wordt binnenkort de kiel gelegd voor een vrachtstoomschip van 180' x 28' x 14’-6", laadvermogen 950 ton, waarvoor de machine van 550 ipk met 2 ketels geleverd zal worden door Verschure & Co's Machinefabriek te Amsterdam. De bouw van dit stoomschip zal geschieden voor rekening van de N.V. Van Driel's Stoomboot en Transport Ondernemingen te Rotterdam. Aflevering oktober 1916.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 21 februari. De gaffelschoener REMKE, kapt. E. Brouwer, welke 27 januarivan Larvik vertrok en waarover het lange uitblijven men zich reeds ongerust maakte, is gisteren hier aangekomen met bestemming naar Zaandam. Dadelijk na vertrek uit Larvik werd het schip door een zware storm belopen en had daarmee gedurende de gehele reis van 3 weken te kampen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 21 februari. Het stoomschip EEMSTROOM vertrok gisteravond naar Hull na in Amsterdam een nieuwe schroef te hebben gekregen. (opm: zie ook RN 180216)


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Hamburg, 21 februari. De te Groningen thuis behorende tjalk AEGIENA met 115 ton mais van Nyborg naar Fakse, heeft bij Raagoe gestoten en is met lekkage te Bandholm aangekomen. Het schip moet waarschijnlijk lossen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Bremen, 19 februari. Het te Martenshoek nieuw gebouwde zeilschip EMIL, groot netto 79,06 reg. ton, is voor rekening van schipper Friedr. Jess onder Duitse vlag gebracht en heeft Hamburg als thuishaven. (opm: gebouwd bij Gebr. Bodewes, bouwnr. 596)


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Batavia, 24 december. Een verdachte schoener aangehouden in de Indische wateren.
De Java Bode deelt mee, dat een kleine schoener van ongeveer 40 ton de MABROEK genaamd, te Ampenan door de autoriteiten is aangehouden, omdat de scheepspapieren niet in orde waren. Aan boord bevonden zich een zestal Duitsers, in het bezit van enkele vuurwapens en een klein aantal patronen. De lading bestond uitsluitend uit proviand voor een lange reis. Het drinkwater was o.a. in blikken geborgen, welke op het ladingsmanifest, als gevuld met klapperolie waren aangegeven. Bij nauwgezet onderzoek naar de herkomst, doel enz. van de schoener en zijn bemanning, bleek, dat zekere formaliteiten als monsterrol enz. niet in orde waren. In afwachting daarvan werden wapens en munitie in verzekerde bewaring genomen. De bemanning bleef vrij. De schoener stond onder toezicht. Dit toezicht blijkt onvoldoende te zijn geweest, zodat de schoener onbemerkt is kunnen vertrekken, de wapens enz. in de steek latende. Aangezien de telegrafische gemeenschap tussen Ampenan en Boeleleng gestoord was, duurde het enige tijd, voor maatregelen tot vervolging van de schoener konden worden genomen. welke vervolging tot nu toe geen resultaat heeft opgeleverd.


24 februari 1916


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De LA FLANDRE.
De namen van de vermoedelijk bij de scheepsramp met het stoomschip LA FLANDRE omgekomen zijn: kapitein F. van der Laan, Amsterdam; 1e stuurman P.H. de Jonge, Rotterdam; 2e stuurman Hendrikus Leonardus van der Weijde, Vlissingen; 3e stuurman L.G. Leniere, Vlissingen (Ostende); bootsman Karl Sjöblom, Abö; timmerman Johan Klein, Amsterdam; kok G.F. van Grenen, Amsterdam; koksmaat M.F. Creman, Amsterdam; hofmeester M. v.d. Berg, Amsterdam; bediende C.J. Klop, Amsterdam; matroos F. Bal, Scheveningen; matroos M. Foet, Scheveningen; matroos W. Vink, 's-Gravenhage; matroos M. de Heyer, Scheveningen: matroos P. de Graaf, Scheveningen; 1e machinist F.M. Meppelder, Rotterdam; 3e machinist P.G. de Coster, Vlissingen; 4e machinist G. Schipper, Rotterdam; donkeyman K. Jager, Amsterdam; olieman J.L.A. Becker, Amsterdam; stoker H. Haneveld, Amsterdam; stoker B. Boot, Amsterdam; tremmer J. Oosterop, Amsterdam; tremmer D. Croese, Amsterdam; stoker C. Luckner, Amsterdam; stoker C. Hauser, onbekend; F. Maghiele, onbekend; O. Johannesen (valse naam).
Naar men ons meedeelt, was de LA FLANDRE naar New York verkocht, te leveren 1 juli a.s. Het schip kan dus niet geleverd worden. Met 1 juli zou het door een schip van veel groter omvang, dat voor de Maatschappij te Newport News in aanbouw is, vervangen worden. Niet alleen de schepen van de A.P.C. doch ook de ladingen van die maatschappij waren steeds onverzekerd.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Maatschappij Zeevaart te Rotterdam.
Ook het jaarverslag van deze Maatschappij constateert de zeer bijzondere omstandigheden waarin het scheepvaartbedrijf in het afgelopen jaar verkeerde. Vrachtcijfers zijn van ongekende hoogte en ook valt in niet geringe mate een stijging waar te nemen van de exploitatiekosten en een toeneming van de gevaren van de zee. De vier schepen van de Maatschappij, de ARUNDO, CALLISTO, LETO en THEMISTO, waren het gehele jaar in de vaart tussen Noord- en Zuid Amerika en de Nederlandse havens en bij het afsluiten van de charters stelde de directie de conditie dat de ladingen geconsigneerd zouden worden aan de Nederlandse Regering, de Nederlandsche Overzee Trust Maatschappij, of de Commission for Relief in Belgium. Op alle reizen waren de schepen tegen molest verzekerd. De exploitatierekening sluit met een saldo van NLG 1.680.794, terwijl de interestrekening een bate aanwijst van NLG 3.213. De directie stelt voor, om hiervan in de eerste plaats een bedrag van NLG 275.125 af te schrijven op de stoomschepen ARUNDO en THEMISTO. Voorts NLG 500.000 te reserveren voor aanbouw en andere doeleinden en verder de kosten van de uitgifte van aandelen en dienst van de obligatielening à NLG 30.016 en materialen à NLG 4.985 geheel af te schrijven. Gebruik makende van de gunstige resultaten, verdient het alleszins aanbeveling, om het reparatiefonds met een dotatie van NLG 120.000 te versterken. Door uitloting van 20 obligaties is het bedrag van de lening teruggebracht tot NLG 305.000. Hoewel niet behorende tot het boekjaar, deelt het verslag nog mee dat het stoomschip CALLISTO voor goede prijs naar Noorwegen is verkocht, terwijl het stoomschip LETO de 4e januari op een mijn gelopen en gezonken is. Dit is een gevoelig verlies voor de Maatschappij. Hoewel het stoomschip voor hoger dan de boekwaarde tegen molest was verzekerd, zal de winstderving onder de tegenwoordige omstandigheden belangrijk zijn. Met de Rotterdamsche Droogdok Maatschappij is gecontracteerd voor een nieuw stoomschip van 6.200 ton draagvermogen, te leveren in oktober 1916, en voor een zusterschip, dat in 1918 gereed moet zijn, benevens van een stoomschip, waarvan de levering in augustus van laatstgenoemd jaar moet plaats hebben.
Als nettowinst is na aftrek van de reeds genoemde cijfers NLG 736.000 overgebleven, waaruit zoals reeds gemeld een dividend van 50% (v.j. 10%) wordt uitgekeerd.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Te Vlaardingen is van de werf van A.C. Dam te water gelaten het houten loggerschip WILLEM VAN DER ZWAN, gebouwd voor de heer Arie van der Zwan te Scheveningen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Een ernstige scheepsramp, 28 mensen verdronken. Een ramp, ernstiger dan nog in deze rampvolle tijd ook ter zee zich heeft afgespeeld, trof thans de Rotterdamse vloot.
De LA FLANDRE, een schip van de American Petroleum Company alhier, 2.047 bruto en 1.278 netto ton groot, gebouwd in 1888, doch nog kortelings zee ingaande gerepareerd, is maandagmiddag, bij het noodlottige Galloper vuurschip op een mijn gelopen en de gehele bemanning van 30 mensen, op 2 na, is omgekomen. Twee man zijn gered en hier aangebracht door het Engelse stoomschip OUSEL, van Manchester naar Rotterdam varende. We geven hier het verhaal van de geredde opvarenden:
Wij hebben Wolkers en De Heyer gesproken en van Wolkers, een vierkante en rap vertellende en opgewekte man, het verhaal van de ramp gehoord.
Maandagmiddag om halftwee waren we van de Duins vertrokken, zo vertelde hij. Ik had de wacht van 4 tot 8 en zou om halfzes door de vierde machinist worden afgelost om te gaan eten. Ik kwam om vijf minuten voor zes in de dienstgang, toen ik een vreselijke ontploffing op het achterschip hoorde. Dadelijk begreep ik het: Op een mijn gelopen. Ik was vlak bij mijn hut en snelde die binnen om een lijfboei te halen en vloog daarmee naar het dek om te helpen bij het vieren van de boten. Maar dadelijk aan dek zag ik dat er geen kans zou wezen om een boot buiten te krijgen, want we zonken snel. Ik keek rond en zag 4 meter van het schip een stuk hout, volgde mijn ingeving en sprong overboord om het te pakken. Dat gelukte. Het was een groot stuk, van voldoende drijfkracht, in het midden was er een lijn aan vast met een lijfboei. De boei had ik niet nodig. die richtte ik los en smeet haar naar kameraden, die ik op korte afstand hoorde schreeuwen. Ik ontdekte toen ook een zessport ladder en daar zwom ik met mijn hout naar toe, bond het hout aan de ladder en er tussen in hangend, mijn ene arm om het hout, de andere om de ladder, was ik veilig voor wegzinken.
In de verte, het was naar ik later hoorde 3/4 mijl, zag ik het Galloper vuurschip en ik bedacht, dat mijn enige redding zou wezen om daarheen te zwemmen. Dit beproefde ik ook, maar de stroom zette mij zo hard om de zuid, dat er geen denken aan was, bij de Galloper te komen. Toen deed ik wat ook het beste was, ik bleef op de plaats van de ramp, hopende dat een schip de ontploffing zou hebben gehoord en hierheen varen en een boot uitzetten zou. Zo is het dan ook gegaan. Een boot van de OUSEL heeft mij gevonden. Twintig minuten later ontdekten we De Heyer. Ik ben precies een uur te water geweest, maar ik geloof niet, dat ik er schadelijke gevolgen van heb ondervonden. Hier „De Heyer" is ook weer helemaal in orde. Zo leek het inderdaad. Doch deze tweede geredde, een klein magere matroos had niet de welbespraaktheid van zijn makker. Hij had trouwens weinig te vertellen: Was overboord geraakt, had een stuk hout gepakt en herinnert zich verder niet veel meer.
De bemanning van LA FLANDRE bestond, als gezegd uit 30 man, de kapitein was een Amsterdammer, Van der Laan, tijdelijk gezagvoerder. De eigenlijke gezagvoerder, die wij ook ontmoet hebben, was wegens een oogziekte twee reizen achtergebleven en had juist order gekregen om hier het bevel over LA FLANDRE weer op zich te nemen. Zijn gelukkig gesternte heeft hem gered. De achtentwintig ongelukkigen die het slachtoffer van deze ramp waren, zijn op twee Belgen na, Hollanders, de matrozen bijna allen Scheveningers, de stokers Amsterdammers.
Rotterdammers waren de eerste stuurman De Jong, de eerste machinist Meppelder en de vierde machinist Schippers. Er is weinig of geen hoop dat één van deze 28 nog is opgepikt door een boot van een ander schip. Het was zeer donker en er ging een hoge zee. De wind was ijskoud. Het schip had een boekwaarde van ruim NLG 200.000 en was niet verzekerd. De lading was voor NLG 300.000 geassureerd op de Londense beurs.
(opm: dit artikel verkort weergegeven)


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Uit Londen, d.d. 21 februari. Bij onderzoek is gebleken, dat het stoomschip BANDOENG aan stuurboordzijde bij het aanvaringsschot 6 voet boven de kiel in ruim 1 is opengereten over een lengte van 12 voet bij een hoogte van 10 voet. Met de lossing van voorruim en grootruim wordt voortgegaan. Donderdag zullen de verschillende deskundigen beslissen over de verder te nemen maatregelen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Amsterdam, 23 februari. Het stoomschip JAN PIETERZOON COEN van de Stoomvaart Mij. Nederland, het eerste schip dat de reis van Nederland naar Indië om de Kaap deed, arriveerde 20 februari te Batavia.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Londen, 22 februari. Volgens telegram van Connah’s Quay (Flintshire) is de motorboot HERA van Groningen (?), aldaar aan de grond gelopen, doch verwacht men, dat het schip met het volgende tij zal vlot komen. (opm: zie ook RN 290216)


25 februari 1916


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Groningen, 25 februari. Het Nederlandse schip MARGIENA (opm: MARCHIENA), kapitein H. van der Laan, 9 december te Harböra gestrand, is heden te Lemvig binnen gebracht. (opm: zie ook RN 290216)


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart.
De Raad voor de Scheepvaart houdt zitting op: Woensdag 1 maart, 1.30 uur namiddag, onderzoek betreffende:
a. De klacht van de Hoofdinspecteur v.d. Scheepvaart tegen G.J. Buis uit Scheveningen, schipper van de MARTINA (SCH-222), ter zake van overtreding van art. 46(4) van het K.B. van 29 november 1913 (Staatsblad 418);
b. De aanvaring op 29 januari in de Noordzee tussen een torpedojager en de logger MARTINA (SCH-222), (schipper G. J. Buis, reder W. den Dulk Jac.Zn., beiden te Scheveningen) ;
c. Het aan de grond lopen van de stoomtreiler ZAANSTROOM IV (IJM-197) op het Bornrif op 14 januari (schipper E.B. Groen uit Egmond aan Zee, rederij “Zaanstroom" te Zaandijk).
Donderdag 2 maart, 1,30 uur namiddag, onderzoek betreffende:
a. De klacht van de hoofdinspecteur v.d. Scheepvaart tegen N.C. Pruis, wonende te Rotterdam, gezagvoerder van het stoomschip MOORDRECHT, ter zake van overtreding van art. 48(1) van de Schepenwet (Stbl. 407).
b. Het inzakken van de vuren van de beide hoofdketels en het lek worden van de donkeyketel aan boord van het stoomschip BARENDRECHT tijdens een uit- en thuisreis in 1915. Gezagvoerder J. Coerkamp, rederij firma Phs. van Ommeren, beiden te Rotterdam.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van de firma I.S. Figée te Vlaardingen is te water gelaten de stalen logger ELSA (IJM-85), gebouwd voor de Mij. tot Beheer van Steamtrawlers en andere Visschersvaartuigen te IJmuiden.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

LA FLANDRE getorpedeerd?
Men wijst ons uit nautische kringen, naar aanleiding van ons uitvoerig verslag betreffende de ramp van LA FLANDRE op een 'onwaarschijnlijkheid' dat dit schip inderdaad op een mijn is gelopen. Dat de ontploffing op het achter schip heeft plaats gehad, gelijk Wolkers en De Heyer beiden constateerden doet de mijn-mogelijkheid sterk verminderen. Bovendien spreekt de bemanning van de OUSEL van een Duitse duikboot die dit Engelse schip achtervolgde. Het is in de volle schemer zeer mogelijk dat LA FLANDRE en OUSEL door de Duitse duikbootbevelhebber werden verward.
Men zal deze mogelijkheid in het oog dienen te houden.
Omtrent de schade die.de American Petroleum Company lijdt door het vergaan van LA FLANDRE vernemen wij nog nader, dat het schip naar New York verkocht was voor NLG 600.000, waarbij de faciliteit was bedongen, dat de levering eerst behoefde te geschieden, wanneer het groter schip dat de Company in bestelling heeft gegeven, was afgeleverd. De lading petroleum was ook niet verzekerd, daar de assurantiepenningen op een dergelijke lading en de vracht zo hoog lopen, dat dit een zeer nadelige invloed zou hebben op de prijzen van het product dat de directie door haar tactiek, waarbij groot risico gelopen werd, 40 à 50 shilling beneden de prijs kon houden, die elders wordt gevraagd, zeer ten bate van de kleine burgers, waaronder het grootst aantal verbruikers van petroleum zijn.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Geweigerd te varen met een contrabande-lading.
De rechtbank te 's-Gravenhage deed heden uitspraak in de zaken tegen J. Van T. en E. A. R., beiden alhier en E. L. H. (thans in militairen dienst), machinisten en stuurlieden op de grote vaart, beschuldigd van desertie van het Nederlandse tankschip J. B. AUGUST KESSLER op 7 augustus 1915 te Port Said. Genoemd vaartuig was op weg van Singapore naar Gibraltar en geladen met benzine met bestemming naar een Engelse haven. Beklaagden weigerden te Port Said de reis verder mee te maken, met het oog op het oorlogsgevaar in de Middellandse Zee in verband met de lading van het schip. De gezagvoerder had hun te Port Said, toen zij te kennen gaven niet verder mee te willen varen, hun gage uitbetaald en hen niet verhinderd van boord te gaan.
De Rechtbank achtte beklaagden schuldig aan desertie, verwierp het verweer van de verdediger van een van de beklaagden die straffeloosheid van zijn cliënt pleitte, mede op grond dat het schip contrabande vervoerde en van oordeel zijnde dat beklaagden als zijnde scheepsofficieren een gestrenge straf moest worden opgelegd, veroordeelde zij ieder hunner tot 1 maand gevangenisstraf.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 24 februari. Van de werf van de heer A.J. Van Dam te Overschie is te water gelaten de motorboot JONG HOLLAND, gebouwd voor de Utrechtsche Zendings Vereeniging, welke boot bestemd is voor de zendingsdienst op Nieuw-Guinea.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Groningen, 23 februari. Het Nederlandse schip NEPTUNUS, kapt. Visser, is van Christiania te Tynedock aangekomen met verlies van een boot, een gedeelte deklast en meer andere schade.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Amsterdam, 24 februari. De stoomschepen EDAM en VOLENDAM, welke door de Stoomvaart Maatschappij ‘Edam’ onlangs naar Noorwegen werden verkocht, hebben van de Nederlandse regering verlof gekregen om de Nederlandse haven te verlaten. Het stoomschip EDAM ligt te Amsterdam en het stoomschip VOLENDAM te Maassluis in het dok ter inspectie.


26 februari 1916


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van de heer C. Kars te Oude Pekela, is te water gelaten een ijzeren tjalkschip, groot 112 ton, voor schipper E. de Jonge aldaar.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van A. de Jong te Vlaardingen is te water gelaten het stalen loggerschip ANNA SOPHIA (IJM-254), gebouwd voor de Visscherij Maatschappij ‘Spurn’ te IJmuiden.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

IJmuiden. 25 februari. Het nieuw gebouwde stoomschip OMBILIN, hetwelk heden bij de proeftocht aan de gestelde eisen voldeed, is voor de binnenkomst door de Koninklijke Paketvaart Maatschappij overgenomen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Het stoomschip BANDOENG. De rederij ontving een telegram van haar agenten te Londen dato 23 februari, meldende dat de tabak uit ruim 1 en uit het boventussendek van ruim 2, totaal circa 2.800 pakken en ook de verdere uit ruim 1 geloste lading, voor zover gezond, eind van deze week naar Holland zal worden doorgezonden per General Steam Navigation Cy’s stoomschip GANNET. De beschadigde lading uit ruim 1 en de voordeklast zullen worden verwerkt naar het achterdek van de BANDOENG, waardoor het schip in behoorlijke trim komt om onder eigen stoom de reis naar Londen te vervolgen. De sleepboot NOORDZEE zal het schip op die tocht begeleiden.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 25 februari. Hr.Ms. pantserschip KORTENAER, van Ned.-Indië naar Nederland, arriveerde 22 februari te Fayal en zou 24 februari de reis voortzetten.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 24 februari. De schoener CITO zal de schade in Dordrecht herstellen. Het schip vertrok 21 februari van Yarmouth. (opm: zie ook RN 100216 en 220216)


28 februari 1916


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van de firma Gebroeders Pot te Bolnes, is met goed gevolg te water gelaten (opm: zaterdag 26 februari) het stalen zee-motortankschip HESTIA, in aanbouw voor de Nederlandsch-Indische Tankstoomboot Mij. te 's-Gravenhage.
Het schip is gebouw onder speciaal toezicht van de Engelse Lloyd en de Scheepvaartinspectie.
De hoofdafmetingen zijn: 190' x 32’-6" x 14’-0" en zal op een diepgang van 12' een draagvermogen hebben van 875 ton. Het schip is een trunkdeck type met bak en verhoogd achterdek. Als voortstuwing zal een Werkspoor Dieselmotor van 600 ipk dienen, die aan de boot een snelheid van 8 knopen geeft.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 26 februari. De motorboot CORNELIS uit Terneuzen is verkocht naar Noorwegen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 25 februari. Het stoomschip POELDIJK, hedennacht van New York alhier binnen, heeft in het buiten-toeleidingkanaal naar de sluizen een anker met 15 vaam ketting verloren.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 25 februari. Het nieuw gebouwde stoomschip OMBILIN, hetwelk heden bij de proeftocht aan de gestelde eisen voldeed, is voor de binnenkomst door de Koninklijke Paketvaart Mij. overgenomen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Groningen, 25 februari. Het Nederlandse schip MARGIENA, kapt. Van der Laan, 9 december te Harböre gestrand, is heden te Lemvig binnengebracht.


29 februari 1916


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 28 februari. De Noorse motorboot STEADY, ex. CORNELIS, 26 februari van hier naar Newcastle vertrokken, is 27 februari met defecte motor, gesleept door de sleepboot BLANKENBURG, uit zee teruggekeerd.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Connah’s Quay, 22 februari. De tankboot HERA is gisteravond met hoog water en met assistentie vlot gekomen en heden naar Queens Ferry vertrokken om de lading te lossen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Hamburg, 26 februari. De schoener MARCHIENA werd te Lemvig binnengebracht door de bergingsstomer VESTERHAVET.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Haarlem, 27 februari. De Nederlandse 3-mast schoener DINA HENDERIKA, kapt. Eggens, welke sedert zijn laatste binnenkomst van Port Madoc hier werd opgelegd, is thans uit de haven vertrokken om te Amsterdam cokes te laden voor Noorwegen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De MECKLENBURG op een mijn gelopen en gezonken.
De rustige zondagnamiddag te Vlissingen werd plotseling gestoord door de verschijning van bulletins aan enkele ramen. Menend nader nieuws van Verdun te vernemen, spoedden de wandelaars er zich heen en verbluft las men de tijding:
De MECKLENBURG is op een mijn gelopen en gezonken. Bemanning en passagiers zijn gered en op weg naar Engeland.
Eenzelfde bericht werd door een matroos van de Zeeland-Maatschappij per fiets naar de huisgenoten van de leden van de bemanning gebracht en dadelijk begeerde men natuurlijk meer bijzonderheden. De 2.885 ton grote MECKLENBURG (in 1910 gebouwd) een van de nieuwe mailboten (de op een mijn gestoten PRINSES JULIANA - en de alhier liggende ORANJE NASSAU zijn de beide andere) was zaterdagmorgen uitgevaren en werd zondagavond terugverwacht. Om 7 uur had ze Tilbury Docks verlaten en stootte om halftwaalf op een mijn, vermoedelijk bij het Galloper lichtschip. Zij had 22 passagiers aan boord. Hun namen zijn hier niet bekend, men bezit te Vlissingen slechts de lijst van de vertrekkende reizigers. De bemanning telt een 50 leden, onder commando van de gezagvoerder Reedeker, de eerste officier Kuyler en de tweede officier Beneker. Eerste machinist is Van der Pol. Zoals bekend is, zijn alle opvarenden gered, aan boord van drie schepen. Deze zouden zijn de WESTERDIJK, de SAN MARINDA en de PRINS DER NEDERLANDEN. Ook de mail werd van boord gehaald. De MECKLENBURG is dus enige tijd drijvende gebleven; een uur, beweert men, wat echter nog niet bevestigd is. Aan de haven verzamelden zich veel belangstellenden, waaronder familieleden van de opvarenden, maar zij moesten zich tevreden stellen met het kort, doch gerust stellend bericht aan het kantoor van de Maatschappij ‘Zeeland’. Zouden ze waarlijk allen gered zijn? vroeg me een Belgisch heer en met tranen in de ogen vertelde hij mij uit Den Haag gekomen te zijn om zijn vrouw en drie kinderen af te halen, die van het uitbreken van de oorlog af in Engeland vertoefd hadden. leder stelde hem gerust met de verzekering, dat men op de waarheid van kapt. Reedeker's bericht natuurlijk mocht vertrouwen, maar de angst bleef en die spanning heerst ook bij de familieleden van de bemanning.
Mijn man, verhaalde me een vrouw van een van de opvarenden, verliet ons gisterochtend kalm als altijd, maar zoals steeds dacht ik aan de mijnen en kwam de vraag op, zal ik hem nog terugzien? En dat hij hetzelfde dacht gevoelde ik, toen hij ons slapende, kindje zo innig kuste. Maar we verzwegen onze gedachten om elkaar niet te bezwaren.
Na de PRINSES JULIANA was de vrees groter geworden bij ons. Vroeger ging 't zo goed op de lijn en wisten we nu maar waar en wanneer de schepen, die ze opgepikt hebben, aankomen. Ze zijn allen gered, ja, maar werd niemand gewond? En zo vragen velen.
Mij kwamen ze 't zeggen, zei een andere vrouw, de MECKLENBURG is op een mijn gelopen, maar allen zijn gered. Ik stond stijf van schrik en hoorde niet of men zei gered of verdronken; maar ja, gered. Weet je 't vast? Is het vast? vroeg ik.
„Moeke, paatje is toch niet verdronken?" vroeg een aanvallig kind van drie jaar. Hij komt terug. Ja kind en wat zal-ie vanmiddag veel aan je gedacht hebben. En zo is een spanning in meer dan vijftig gezinnen te Vlissingen en omgeving. Wat een weerzien als allen terugkeren!
De dienst van de Zeeland-Maatschappij blijft voorlopig gestaakt, er zijn wel raderboten, maar deze liggen sedert 't mijnengevaar stil, daar ze door zuiging van de raderen het gevaar voor die rampvolle ontmoetingen verhogen.
Nog lezen wij in de Scheepvaart: Nader werd bekend door een draadloos telegram, dat het stoomschip WESTERDIJK van de Holland Amerika Lijn, dat zondagmorgen 4 uur in zee was op weg van Rotterdam naar Baltimore, 46 van de opvarenden van de MECKLENBURG aan boord had, terwijl ook het stoomschip SAMARINDA van de Rotterdamsche Lloyd, eveneens onder charter van de Holland Amerika Lijn, op weg van Rotterdam naar New York, in de nabijheid was.
Later werd geseind, dat de WESTERDIJK 46 passagiers en 19 leden van de bemanning aan boord had, onder wie de kapitein van de MECKLENBURG. De SAMARINDA heeft 3 passagiers en 12 leden van de bemanning van de MECKLENBURG aan boord, terwijl ook het stoomschip PRINS DER NEDERLANDEN van de Kon. West-Indische Maildienst opvarenden zou hebben gered. Blijkens de berichten moet niemand van de opvarenden zijn verdronken. De verschillende schepen hebben de geredden meegenomen naar Engeland. De Maatschappij Zeeland verliest aldus reeds het tweede van haar drie moderne mailschepen. Volgens bericht uit Vlissingen zou de Maatschappij hierin aanleiding vinden om de maildienst, die reeds beperkt was, geheel te staken. Dit zal wel niet geheel juist kunnen wezen, daar het moeilijk is aan te nemen, dat een dienst, onder overeenkomst met de Nederlandse Staat geheel zou worden stopgezet. Vermoedelijk zal de Regering wel moeten contracteren met andere maatschappijen voor het postvervoer, daar het wel niet in de bedoeling kan liggen, Nederland geheel van de verbinding met Engeland te isoleren.
De MECKLENBURG was niet verzekerd. Naar we vernemen was de Maatschappij ‘Zeeland’ juist doende het schip op de Rotterdamse beurs te verzekeren, doch de hoge premies scheen de Maatschappij af te schrikken.


01 maart 1916


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Met de schipbreukelingen van de MECKLENBURG op de TUBANTIA. - a/b. TUBANTIA.
Met het stoomschip TUBANTIA van de Kon. Hollandsche Lloyd kwamen gisteravond tegen half acht te IJmuiden de equipage en enige passagiers van het stoomschip MECKLENBURG aan, dat zondagmorgen bij het Galloper-vuurschip op een mijn liep. Toen de toplichten van de grote stomer, waarover kapt. K.H.K. Wijtsma het bevel voert, zichtbaar werden, was het bij de grote IJmuidense sluizen dadelijk een en al bedrijvigheid. Toch waren slechts enkele familieleden van de geredde passagiers van de MECKLENBURG in IJmuiden aanwezig, daar het merendeel van deze passagiers nog in Engeland is achtergebleven. Een van de eerste geredden, die wij op het dek herkenden, was de heer Nierstrasz, directeur van de Hollandsche Stoomboot Maatschappij, die met de MECKLENBURG naar Nederland zou terugkeren. De andere geredden bevonden zich juist in de eetsalon, waar ook de gezagvoerder van het vergane schip van de Maatschappij ‘Zeeland’ was. Een strijkje deed zich er horen. Op het achterschip stonden het machinepersoneel, stewards en matrozen van de MECKLENBURG. Een drietal van hen had ook op de PRINSES JULIANA van dezelfde Maatschappij de mijnontploffing meegemaakt. Door de welwillendheid van de directie van de Kon. Holl. Lloyd konden wij tot Amsterdam mee opstomen en nadat het officiële onderzoek door de marineautoriteiten was afgelopen, deelde de kapitein van de MECKLENBURG, de heer W. Reedeker, in de mooie rooksalon ons het een en ander mee over de ramp: “Om half 12 waren wij, aldus begon de kapitein, die de MECKLENBURG destijds als nieuw schip uit Glasgow gehaald had, dichtbij de Galloper. Ik stond op de brug. Plotseling voelde ik een hevige schok. Ik, de 2e officier en de Hollandse loods, die op de brug stonden, vielen ondersteboven. Luiken en stutten vlogen in de hoogte en vielen rondom ons; ook de antenne van de ‘draadloze’ werd vernield. Toen wij weer opgekrabbeld waren, gaf ik dadelijk bevel de sloepen te strijken. Al aanstonds bemerkte ik, dat de kop van het schip bijna onderging. Vermoedelijk was door de ontploffing, of het een mijn geweest is, kan ik natuurlijk niet precies zeggen, het voorschip van onderen opengescheurd. Eerst dacht ik, dat het schip nog zou blijven drijven, daar het enige tijd niet verder zonk. Ik gaf bevel de sloepen te strijken. Er was onder de passagiers geen paniek; tot hen had ik ook gezegd, dat het schip zou blijven drijven. De passagiers, die eerst naar het sloependek waren gegaan, begaven zich daarop naar het promenadedek. Tot zover werden de sloepen gestreken en alles geschiedde door middel van het Welin's patent zeer snel. Alle passagiers gingen in vier boten met enkele leden van de equipage voor het roeien. Enkele passagiers waren in nachttoilet uit hun hutten gekomen. In veel deining roeiden de sloepen weg. Ik bleef met 40 man van de equipage aan boord en trachtte het schip nog te redden. Ik onderzocht de ruimen, totdat plotseling het schip hevig overhelde naar bakboord. U heeft wel de plaatjes van de TITANIC gezien, zo was het precies. Alle hens aan het dek. Twee boten werden gevierd en wij waren nog met een scheepslengte van de MECKLENBURG af, of zij verdween. Het was een vreselijk gezicht voor me..."
Kapitein Reedeker was vol lof over de houding van zijn equipage tijdens de ramp. „Gelukkig waren, zo ging de kapitein voort, drie schepen in onze nabijheid. De PRINS DER NEDERLANDEN was ons nog vlakbij gepasseerd; ook de WESTERDIJK en de SAMARINDA hebben de ontploffing gezien. Bemanning en passagiers werden door deze schepen opgenomen. Van de WESTERDIJK werden wij afgehaald door een Engels patrouillevaartuig, dat ons naar het wachtschip bracht en daarop naar Deal. Verscheidene passagiers bleven daar achter. De scheepspapieren heb ik kunnen redden. De gehele equipage en ongeveer 16 passagiers keren nu met de TUBANTIA naar het vaderland terug. Op dit schip waren de schipbreukelingen allerhartelijkst ontvangen. Op onze terugtocht zag ik de twee masten van mijn vroeger schip nog net boven water uitsteken", zo eindigde de echte Hollandse zeeman zijn sober verhaal. Omringd door de stewards vernamen wij ook van hen nog enkele bijzonderheden. Een van de stewards, die in kooi was tijdens de ontploffing, werd door de schok tegen de andere kooi geslingerd, aldus vertelde hij ons. Toen hij begreep, wat er gebeurd was, ging hij met zijn collega's naar de hutten, om te zien of alle passagiers op het dek waren. Er waren plm. 50 passagiers, onder wie enkele vreemdelingen, een Rus, een paar Belgen en een correspondent van de ‘Petit Parisien’. leder was voorzien van een zwemgordel. Ondanks de woelige zee, ging alles ordelijk toe. Een passagier, die zijn koffer wilde meeslepen, hield hij tegen. Eerst vrouwen en kinderen in de sloepen, klonk het over het dek.
De stewards hadden ook niets kunnen redden, evenmin als de andere leden van de equipage en de passagiers. Als een bewijs, hoe hevig de kracht van de ontploffing was, deelde een van hen, die ook op de PRINSES JULIANA geweest was en dus over mijnen kon oordelen, mee, dat de stutten van het beneden-schip door het dek heengeslagen werden.
Een passagier en een paar leden van de bemanning werden gewond. Het aan boord halen van de schipbreukelingen over de stormladders bij zware deining was lang niet gemakkelijk. Het machinepersoneel vertelde ons, dat na de ontploffing, de vuren werden getrokken. Daar op enkele plaatsen de stoomleiding sprong, was er beneden in het schip veel rook. Een stoker redde zich door een luchtkoker, waarin juist vóór deze reis ijzeren treden waren gemaakt, om in ogenblikken van gevaar aan het dek te komen. Bij het strijken van de laatste sloep van het schip onderscheidden zich twee man, de kwartiermeester Van der Kop en de matroos Kokelaar, die de sloep lieten vieren. Met grote moeite kwamen beide daarna in de sloep. Het berghout, dat zich langs het schip uitstrekt, stond al ver onder water. Volgens enige mannen vlogen tijdens de ontploffing stukken ijzer van het schip tot boven het kraaiennest uit. Zo tekenden wij op de rustige vaart door het Noordzeekanaal uit de mond van de Hollandse zeelieden, die ondanks mijnengevaar toch blijven varen, een en ander op en wij dachten daarbij aan de vele schepen, die reeds in de nabijheid van Galloper- of Sunk-lichtschip gezonken zijn. Hun aantal vermeerdert steeds, en het spreekt vanzelf, dat er bij het naderen van dit gebied enige angst ontstaat, vooral onder de passagiers. Typisch was het te lezen, wat de kapitein van de TUBANTIA, die vlak over het wrak van de juist gezonken MALOYA van de P & O Lijn gevaren was, in een gedrukte kennisgeving aan de passagiers meegedeeld had. Hij stelde hen gerust, dat een groot schip niet zo gauw zou zinken en spoorde hen aan tot kalmte bij een eventuele mijnontploffing. Toch ging er een zucht van verlichting onder allen op, toen men de Hollandse kust naderde en in de helverlichte salons, waar de muziek zich deed horen, was al het gevaar weer gauw vergeten bij het binnenvaren van IJmuiden.
Tegen 12 uur naderden wij de Rietlanden, waar het grote schip meerde. De loopbrug werd uitgelegd. De ‘witjassen’ van de Maatschappij kwamen aan boord; de atax-chaffeurs op het terrein waren in actie, en buiten de loodsen stond het vol met familieleden, ook van de ‘Mecklenburgers’. Het lag echter in de bedoeling van de Maatschappij, om de equipage van het vergane schip aan boord van de TUBANTIA te laten overnachten, waarna deze vanochtend vroeg met een extra-trein naar Vlissingen terugkeren.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De MECKLENBURG op een mijn gelopen en gezonken.
Uit Londen wordt aan de Tel. geseind. De passagiers en de bemanning van de Nederlandse mailboot MECKLENBURG zijn maandagmiddag te Deal aan wal gegaan. Ik had onmiddellijk daarna een onderhoud met de Engelse regeringskoerier, de heer Alfred Naar, die mij vertelde, dat zondagmorgen 10 minuten over elven een hevige ontploffing plaats vond. De MECKLENBURG was midscheeps getroffen. Er heerste absoluut geen paniek. Alleen was er enige zenuwachtigheid te bemerken onder de Belgische passagiers. De heer Naar was op het ogenblik dat het schip getroffen werd, beneden in zijn hut aan het lezen. Toen hij de ontploffing hoorde, zei hij dadelijk bij zichzelf: „dat moet een mijn zijn". Hij rende naar het dek om te zien wat er gebeurde. Het schip was reeds zinkende en een zeer grote hoeveelheid water was binnengestroomd. Ik vond - zo vervolgde de heer Naar - de passagiers aan dek bijeen; de bemanning was hen behulpzaam bij het in de scheepsboten gaan. Er waren ook passagiers in de 'smoking room' toen de ontploffing plaats greep en sommigen van hen waren door de hevige schok tegen de vloer geworpen. Slechts enkelen liepen daarbij zeer lichte verwondingen op. Dit was mijn 20e reis — zei de heer Naar — en de eerste keer, waarop een vaartuig, waarmee ik reisde, een ongeluk kreeg. De MECKLENBURG verliet zondag Londen op weg naar Vlissingen, met een totaal van 104 personen aan boord, waarvan 40 passagiers, waaronder 14 vrouwen en 3 kinderen. Er zijn geen mensenlevens te betreuren. Het schip zonk in 30 minuten; de meeste passagiers verloren al hun eigendommen. Velen, die te Deal aan land gingen, moesten wachten, totdat zij kleren hadden gekregen. Velen droegen reddingsgordels, die zij als souvenirs wilden bewaren. De te Deal gelande passagiers van de MECKLENBURG zullen vermoedelijk heden (dinsdag)avond per Batavier-lijn te Rotterdam aankomen. Onder de bemanning van de MECKLENBURG was ook de machinist Van den Heuvel, die bij het ongeluk van de PRINSES JULIANA gewond werd en dus binnen 4 weken getuige was van het op een mijn lopen van twee schepen. Naar het Nieuws verneemt was de MECKLENBURG tegen molest voor 11/2 miljoen gulden bij Lloyds verzekerd.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 23 februari. De gaffelschoener HELENA heeft heden de reis naar Londen voortgezet.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 23 februari. De sleepboot DRIE BROEDERS is naar hier gekomen en enigszins verbouwd, teneinde de kustvisserij als stoomtrawler uit te oefenen. Het vaartuig is hier in het visserij register ingeschreven met nummer IJM-275.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 23 februari. De onlangs door het stoomschip AMSTELLAND verloren en later hier aangebrachte grote scheepsboot werd ondershands aangekocht door de heer Kors Dekker alhier, die in het vaartuig een motor zal plaatsen om daarmee de kustvisserij te gaan uitoefenen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Gravesend, 24 februari. Het Nederlandse stoomschip WILLY is gisteren van hier naar Mucking Flats vertrokken voor het innemen van de uit het stoomschip LEVENPOOL geloste, voor Rotterdam bestemde lading.


02 maart 1916


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Maatschappijen stoomschepen KATWIJK, NOORDWIJK, RIJSWIJK, BRUNSWIJK, te Rotterdam.
Blijkens het jaarverslag, door de firma Erhardt en Dekkers heden uitgebracht, is op de laatste buitengewone vergaderingen besloten de boekjaren van de verschillende maatschappijen met het kalenderjaar te doen samenvallen. Het verslag over het stoomschip BRUNSWIJK loopt mitsdien over een geheel, dat van de andere maatschappijen over ongeveer een half jaar. Het verslag merkt voorts op dat de vaart zich thans bijna uitsluitend bepaalt tot het vervoer van granen van Noord- en Zuid-Amerika naar de Hollandse havens, zodat men kan aannemen dat de grotere schepen thans beduidend meer verdienen dan de kleinere en indien de vloot uit schepen van 6.000 ton bestond, zouden de behaalde resultaten nog gunstiger zijn. De schepen van de maatschappijen hier bedoeld, zijn altijd bestemd geweest voor kortere routes, waar grotere schepen niet kunnen concurreren. Intussen hebben de schepen de trans-Atlantische reizen goed volbracht, de NOORDWIJK mocht er zelfs in slagen om het ontredderde Noorse stoomschip GAEA te Falmouth binnen te slepen. Dezer dagen werd door bemiddeling van het Algemeen Handelsblad van de firma Joseph Asscher en Co. te Parijs als blijk van bewondering voor deze redding een gift voor kapitein C. Kleykamp ontvangen, ter verdeling naar diens goedvinden. Deze blijk van waardering wordt door de directie zeer op prijs gesteld. Gezien het nut dat de draadloze telegrafie op het stoomschip NOORDWIJK heeft bewezen, heeft de directie besloten tot bestelling van zulke installaties voor alle schepen. Tevens zal op de schepen elektrisch licht worden aangebracht. De directie heeft de verzekering van haar schepen, zowel tegen zeegevaar als tegen molest, zoveel mogelijk nabij de tegenwoordige marktwaarde gebracht. Ook de gages van de schepelingen zijn gestegen en bovendien werden extra vergoedingen in verband met de oorlogstoestand uitgekeerd. Het verslag maakt er voorts melding van dat de Regering maatregelen heeft genomen om zich de diensten van een belangrijk percentage van de Nederlandse koopvaardijvloot te verzekeren tegen vrachten die ver onder het huidige markt niveau liggen. De directie meent te mogen vertrouwen dat bij eventuele belasting van de oorlogswinsten de Regering met dit offer rekening zal houden. Niettegenstaande de hogere inkomsten mag het zeker een punt van overweging blijven dat het bedrijf in deze tijden van internationale verwikkelingen meer dan enig ander aan gevaren bloot staat en tevens een groot nationaal belang dient. Aan voorspellingen waagt de directie zich niet. Met het oog op de onzekere toekomst is het niet haar bedoeling een zo hoog mogelijk dividend voor te stellen. Het komt haar meer raadzaam voor zich te ontdoen van de schuldenlast, voor zover deze nog bestaat en de financiële positie te versterken door het vormen van een reserve, om, wanneer de omstandigheden dit toelaten, de vloot uit te breiden. De directie stelt derhalve voor uit de winsten, die over het laatste half jaar zijn gemaakt, 30 pct. en uit die van het stoomschip BRUNSWIJK over het gehele jaar 60 pct. dividend uit te keren. In het verslag wordt daarop de financiële positie nog uiteengezet van elk van de maatschappijen afzonderlijk. Uit de balans en winst- en verliesrekening van het stoomschip KATWIJK blijkt, dat kennelijk de Duitse regering voor het torpederen van dit stoomschip blijkbaar een behoorlijke schadeloosstelling heeft betaald, immers, de winst- en verliesrekening vermeldt een winstcijfer voor dit stoomschip van NLG 447.845, waaruit reeds een interim dividend van 100% is uitgekeerd; thans ontvangen de aandeelhouders nog een slotdividend van 10%. De overige gelden, ten bedrage van NLG 221.040, zijn gebracht op een reserve nieuwbouwfonds. Het winstcijfer van het stoomschip NOORDWIJK is NLG 126.596, van het stoomschip RIJSWIJK NLG 100.031, van het stoomschip BRUNSWIJK NLG 177.354, van het stoomschip RANDWIJK NLG 150.467 en van het stoomschip WINTERSWIJK, NLG 163.382. De uiteenlopende resultaten in verband met de verschillende grootte van de schepen heeft doen besluiten voorlopig af te zien van de vorming van een holding company.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Van Nievelt, Goudriaan en Co’s Stoomvaart Maatschappij.
Uit Rotterdam seint men ons: Wij vernemen, dat aan aandeelhouders zal worden voorgesteld, om het dividend over het afgelopen jaar, na ruime afschrijvingen en belangrijke reserves te bepalen op 100% (v.j. 16%).


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Stoomvaart Maatschappij Triton te Rotterdam.
Aan het verslag over 1915 wordt het volgende ontleend: Het verslagjaar 1915 staat geheel in het teken van de grote wereldstrijd. De Maatschappij heeft deelgenomen aan het vervoer van graan voor de Nederlandse Regering en overigens voor haar schepen in verschillende richtingen winstgevend emplooi kunnen vinden. Het stoomschip AMELAND werd naar het buitenland verkocht en in februari 1915 aan de nieuwe eigenaar afgeleverd. Bij de Rotterdamsche Droogdok Maatschappij werd ter vervanging een nieuw stoomschip besteld, groot circa 6.300 ton laadvermogen, hetwelk in mei 1916 zal worden geleverd en onder de naam AMELAND in de vaart zal worden gebracht. Ook voor levering juni 1917 werd gecontracteerd bij dezelfde bouwmeesters voor een stoomschip van gelijke grootte, hetwelk WALCHEREN zal worden gedoopt. De schepen waren ten allen tijde tegen molest verzekerd en werden de betaalde premies op de reisrekeningen afgeboekt. Gelukkig behoefde geen ongeval van ernstige aard vermeld te worden. Het proces betreffende het stoomschip AMELAND, waarvan in het vorig verslag werd melding gemaakt, is nog hangende.
Het voordelig saldo van de exploitatierekening bedraagt NLG 500.480, waarbij komt: Batig saldo interest NLG 9.934, terwijl in mindering moet worden gebracht, onkosten NLG 9.376, blijft NLG 501.038, waarvan wordt voorgesteld NLG 250.800 te bestemmen tot afschrijving op de stoomschepen, terwijl na verdere afschrijvingen, statutaire en verdere in overleg met commissarissen vastgestelde reserves en dotaties een dividend kan worden uitgekeerd van 40%, waarna een dividend-saldo ad NLG 4.773 op nieuwe rekening kan worden overgebracht.
De schepen zijn ook thans in volle exploitatie en in 1916 zal het aandeel moeten gevaren worden in het contract met de Nederlandse Regering voor de aanvoer van graan tot voeding van mens en dier.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart.
Het onderzoek inzake stoomschip BARENDRECHT en klacht tegen N.C. Pruis, gezagvoerder van het stoomschip MOORDRECHT, gaat op donderdag 2 maart niet door, doch is nader bepaald op maandag 6 maart, na de middag om 1.30 uur.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. Gisteren deed de Raad uitspraak betreffende het omslaan en zinken van de sleepboot DE BOER, slepende het Zweedse stoomschip OTTO SVERDRUP. Waar de oorzaak van de ramp in het duister ligt, is de Raad van oordeel dat tot de ramp heeft bijgedragen het feit, dat het water door de roosters van de gaten boven de machinekamer naar binnen is gestroomd en de DE BOER heeft doen vollopen en zinken. Het zal aanbeveling verdienen dat, zo men de luiken van zulke gaten niet gesloten houden kan, zodanige voorzieningen worden getroffen, dat het water niet bij een sterke helling van het schip door die gaten in de machinekamer kan lopen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. Gisteren deed de Raad uitspraak betreffende het lek worden van het stoomschip MAASDIJK. De Raad is van oordeel dat de zware averij door de MAASDIJK belopen, is veroorzaakt door de ontploffing van een zich onder water bevindende mijn. Daar de ontploffing onder de machinekamer plaats had moet daaraan mede de dood van de beide, zich op dat ogenblik in de machinekamer bevindende personen worden toegeschreven. Door de kapitein, bijgestaan door de bemanning is alles gedaan om het schip te behouden en wellicht was dit gelukt, als men tijdig hulp van een bergingsvaartuig had verkregen. Dat de MAASDIJK onder de machinekamer en niet onder het voorschip is getroffen, kan veroorzaakt zijn doordat het schip, in ballast varende, veel stuurlast had.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 1 maart. In de Verenigde Staten worden schikkingen getroffen om meer schepen van eenzelfde type te bouwen. Een maatschappij stelt voor iedere maand een schip van eenzelfde type te bouwen. Met het oog op de grote behoefte aan handelsschepen in de naaste toekomst zijn velen overtuigd, dat bouwers hun aandacht zullen moeten vestigen op het bouwen van modelschepen, want er kan op een meer economische wijze gebouwd worden indien op een grote schaal scheepsonderdelen gemaakt kunnen worden, gelijk ook de kosten, aan het bouwen van automobielen verbonden, verminderd werden, nadat een aantal volgens een bepaald model afgeleverd worden.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 1 maart. De te Rotterdam thuis behorende van hier met cokes naar Nykjöbing bestemde aak L'ESPOIR de l'AVENIR, welke met roerschade te Stockholm werd binnengesleept, is na volbrachte lossing en reparatie opnieuw door de bergers in beslag genomen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 1 maart. De Nederlandse schoener BERENDINA, kapt. Wijnstok, welke sedert laatste binnenkomst op 18 oktober werd opgelegd, heeft in Amsterdam een lading cokes ingenomen en ligt thans zeilklaar voor Gotenburg.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Delfzijl, 29 februari. De motorboot THEDA van de heer Toxopeus, voogd van het eiland Rottum, welke tijdens de storm van 15 januari jl. is weggedreven en gestrand op de Meeuwestaart nabij Borkum, is thans geheel als verloren te beschouwen, daar de boot onder het zand is geslagen. Bij de heer Mulder, scheepsbouwer te Stadskanaal, is voor rekening van de heer Toxopeus, een nieuwe motorboot in aanbouw, welke voorzien wordt van een Brons motor van 20 pk.


03 maart 1916


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Java-China-Japan Lijn.
De op 20 maart uitgeschreven algemene vergadering zou - naar de Dag. Beurscourant verneemt - ten doel hebben aan aandeelhouders machtiging te vragen tot uitbreiding van het maatschappelijk kapitaal met 2 miljoen, ten einde uitvoering te geven aan de plannen om nieuwe lijnen te openen, o.a. een verbinding met San Francisco.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 2 maart. Het stoomschip GORREDIJK, dat sedert 7 februari, op reis van Tocopilla naar hier, in de Duins voor anker heeft gelegen, is heden alhier aangekomen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Ramsgate, 28 februari. De Nederlandse tjalk HOLLAND, 68 ton groot, van Gotenburg met hout naar Rotterdam, is met verlies van beide ankers en kettingen door een havensleepboot alhier binnengebracht. De schipper is overboord geslagen en verdronken.


04 maart 1916


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Amsterdam, 2 maart. Volgens door de Kon. Hollandsche Lloyd ontvangen telegram is het stoomschip MAASLAND, van Buenos Aires herwaarts met lekkage in het voorruim te Santos aangekomen.
Volgens bij Lloyds ontvangen telegram heeft het stoomschip MAASLAND 17 voet water in ruim No. 1 en is er een deel van de lading geworpen. Het schip wordt nagezien.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Raamsdonkveer, 2 maart. Van de scheepstimmerwerf van de firma D.P. van Suilekom & Zn., alhier, is van stapel gelopen een motorboot van 110 ton, gebouwd voor rekening van M. Verschure & Zn., aldaar.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 2 maart. De Nederlandse koftjalk CATRIENA MAGRIETHA, kapt. J. Puister, kwam donderdagmorgen na een reis van zes weken van Karlskrona te IJmuiden aan, met bestemming Schiedam. De tjalk was reeds voor de jongste sneeuwstorm voor Scheveningen gekomen doch door tegenwind en sneeuwstormen weer naar het noorden gedreven. Al die tijd heeft de tjalk op zee rondgedreven. Aan boord was alles wel. Van de deklading hout die door elkaar gesmeten was, ging niets verloren.


05 maart 1916


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Hollandsche Stoomboot Maatschappij te Amsterdam.
Naar wij vernemen zal op de Algemene vergadering van aandeelhouders in de Hollandsche Stoomboot Maatschappij voorgesteld worden het dividend over het afgelopen jaar te bepalen op 27% (v.j. 13%)


06 maart 1916


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Hollandsche Stoomboot Maatschappij.
Blijkens de ter visie liggende balans en winst- en verliesrekening van de Holl. Stoomboot Mij. over het boekjaar geëindigd 31 december 1915, bedroeg de brutowinst NLG 1.663.830 (NLG 750.923), verkregen als volgt: Saldo v.j. NLG 30.685, saldo interestrekening NLG 56.048, buitengewone ontvangsten NLG 81.103, agio op aandelen NLG 100, exploitatierekening NLG 1.495.892 (NLG 704.858).
Voor afschrijvingen werden bestemd NLG 242.262, reserve voor ongevallen NLG 1.800, afschrijving op nieuwbouw NLG 100.000, reserve voor oorlogswinstbelasting NLG 200.000. De netto winst bedraagt daarna NLG 1.119.767 (NLG 704.858), waarvan aan dividend, uitkeringen, reservefonds en Rijksinkomstenbelasting NLG 1.118.887, saldo op nieuwe rekening NLG 880.
Op de balans komen o.a. de volgende posten voor:
Activa: Stoomschepen NLG 1.282.000 (v.j. NLG 1.994.000), etablissementen NLG 170.000 (NLG 178.000), kas kassiers debiteuren NLG 495.378 (NLG 374.274), lopende assuranties NLG 77.578, prolongaties en effecten NLG 680.735 (NLG 152.151). Passiva: Extra reserve NLG 185.000 (NLG 185.000), reservefonds NLG 308.477 (NLG 222.899), crediteuren NLG 323.516 (NLG 266.968), reserve voor nieuwbouw NLG 100.000, idem oorlogswinstbelasting NLG 200,000.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 4 februari. Hr.Ms. KORTENAER, op de terugreis van West-Indië naar Nederland is gisteravond voor anker gegaan in Black Deep (monding van de Theems). Hedenochtend is het schip weer onder stoom gegaan en zal trachten voor de duisternis IJmuiden te bereiken.
Later bericht. De KORTENAER is hedenochtend 10 uur het lichtschip Galloper gepasseerd.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Amsterdam, 3 maart. Volgens uit Santos bij de directie van de Kon. Hollandsche Lloyd ingekomen telegrafisch bericht is in het stoomschip MAASLAND (zie vorig No.) een lek gevonden in het voorschip aan stuurboord, 17 voet onder de waterlijn en ca. 25 voet van de boeg. Lloyds surveyors bevelen aan de 200 paarden te lossen en de lading uit de ruimen 1 en 2, waarna het schip waarschijnlijk gerepareerd zal kunnen worden, zonder het in het droogdok te plaatsen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 2 maart. Heden kwam hier binnen de Nederlandse zeetjalk CATHRIENA MARGRIETA, kapt. Puister, welke op reis van Karlskrona naar Schiedam met hout hier binnenliep om vervolgens via Gouda naar de bestemming verder te gaan. Naar kapitein Puister meedeelde had hij een reis vol wederwaardigheden en tegenspoeden achter de rug.
Op 8 januari, dus bijna twee maanden geleden, vertrok het schip uit Karlskrona en werd reeds bij het uitvaren van de Oostzee door een /zware storm belopen, waardoor een anker met 45 vadem ketting verloren werd. Ontkomen aan het gevaar van in de mijnenvelden te geraken liep men te Rödvig binnen, waar echter geen ander anker kon worden verschaft zodat dit van Kopenhagen moest komen.
Na twee weken in Rödvig te hebben gelegen zette men de reis voort en zwalkte vier weken op de Noordzee rond, dan eens storm en dan eens mooi weer meemakend. Bijna het einddoel bereikt hebbende was het schip tot bij Scheveningen gekomen, toen het opnieuw een storm moest doorstaan, waardoor het tot aan de Engelse kust werd terug geslagen. Na veel moeite kon men weer de Nederlandse kust bereiken en eindelijk hier binnenlopen. Het schip had nog enige schade over dek en aan de zeilen geleden. (zie vorig No.)


07 maart 1916


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Rechtszaken. Raad voor de Scheepvaart.
Donderdag, 9 maart, 1.30 uur namiddag, onderzoek betreffende het aan de grond lopen van het stoomschip NIOBE op 14 februari op het Anholt-rif (Kattegat). Gezagvoerder R.F. Voorham, rederij Kon. Ned. Stoomboot Mij., beiden te Amsterdam.
Maandag 13 Maart, 1.30 uur namiddag, onderzoek betreffende het stranden op de Maasbanken van de logger ARBEID ADELT (SCH-379) op 10 februari Schipper Dirk Roeleveld, reder M. de Mos Pzn., beiden te Scheveningen. Daarna onderzoek betreffende het na 2 februari jl. met man en muis vergaan op de Noordzee van de logger MERWEDE IV (SCH-192). Rederij De Merwede te Scheveningen.


Krant:

 TEL - De Telegraaf

Raad voor de Scheepvaart. Klacht tegen N.C. Pruis, gezagvoerder van de MOORDRECHT.
De Raad heeft gisteren behandeld de klacht tegen N.C. Pruis, gezagvoerder van de MOORDRECHT. De ketel van de MOORDRECHT had in zeer verwaarloosde toestand verkeerd. Kapitein Pruis gaf toe, dat de stoomverwarming de gehele winter (van juni tot januari) niet is aan geweest. Hij had er met de 1e machinist over gesproken, dat de vlamketel niet in orde was. Ook bij de directie had kapt. Pruis er over gesproken. Deze meende, dat het aan de slechte kolen of de stokers lag. De ketel is, toen de 1e machinist Roos aan boord kwam, geheel schoongemaakt. De MOORDRECHT meet 1.400 ton. De kapitein heeft vaak over het personeel geklaagd. De 1e machinist was wel voor zijn taak berekend, de 2e en de 3e minder. In Sunderland is het een en ander door deskundigen onderzocht, maar verbetering van de staat van zaken sproot daar niet uit voort. In Harlingen werd het schip wederom onderzocht en door het stoomwezen goedgekeurd. Pruis heeft daarop nog vier of vijf reizen gedaan. Telkenmale haperde er op die reizen iets aan. Kapitein Pruis vond de toestand echter niet zo bedenkelijk, dat het gevaar zou kunnen opleveren. Toen hij vond, dat het tenslotte ernstig werd, heeft hij herstel van de ketel aangevraagd; zijn verzoek is toen onmiddellijk ingewilligd. Een van de leden van de Raad vroeg kaptein Pruis of het schip een constructieve fout had; hij antwoordde, dat de ketel zwak was. In normale omstandigheden en wanneer er niet te veel van geëist wordt, voldoet hij. Kapitein Pruis heeft echter in verband met de staat van de machine enige malen geweigerd te varen. De 1e machinist Jekel getuigde, dat de ketel in hoge mate verwaarloosd en vuil was. Doordat de vlampijpen merendeels verstopt waren, kon de machine slechts ⅔ van zijn hoogste spanning halen. Vroeger had hij ook wel op dit schip gevaren, maar toen was alles in orde geweest. Te Rotterdam zijn de vlampijpen op verzoek van getuige vernieuwd. Er werd een verklaring van de gewezen 1e machinist van de MOORDRECHT, D.J. Roos, voorgelezen. Deze ontkent het hem door de firma Van Ommeren ten laste gelegde. De oorzaak van de verwaarlozing is volgens hem „het gejaag om, zodra men binnen is, weer zee te kiezen". Hij had dikwijls reparaties aangevraagd, maar dan was hem geantwoord; „Zie er maar mee te varen, Roos." De heer G.F. de Bruin, inspecteur van de firma Van Ommeren, voor de MOORDRECHT, gaf toe, dat er door de 1e machinist wel eens bij hem was geklaagd, niet vaak echter. Door de bemiddeling van getuigen hebben er dan ook wel horstellingen plaats gehad. Dit schip had slechte kolen, Engelse ‘Oostkustkolen’, van een andere soort dan de overige schepen. Bij ernstige zaken wordt op klachten steeds onmiddellijk gereageerd; minder belangrijks reparaties worden wel eens één of een paar reizen uitgesteld. Een andere inspecteur van de firma Van Ommeren, de heer J.G.W. van Dormolen, verklaarde, dat de klachten bij hem waren ingediend door machinist Roos en kapitein Pruis. Getuige had te Rotterdam met Roos samen de ketel onderzocht; daar was alle tijd voor geweest. De ketel was toen dan ook schoongemaakt. De 2e machinist J. Kortman sprak eveneens van „vuile kolen". Het was, zei hij, steeds lastig geweest, voldoende stoom te houden. De Inspecteur achtte de gezagvoerder in deze aangelegenheid niet schuldig. Hij had alles gedaan wat hij doen kon. De voorzitter merkte nog op, dat de kapitein de enige verantwoordelijke man aan boord is, vandaar dat de aanklacht alleen tegen hem kon worden ingediend. Het onderzoek in deze zaak is gesloten. De kapitein is van allen blaam vrijgesproken.


Krant:

 TEL - De Telegraaf

Raad voor de Scheepvaart. Stoomschip BARENDRECHT. Gisteren werd behandel het geval met het stoomschip BARENDRECHT van de firma Phs. van Ommeren, waarop de 25e april, op weg naar Penzacoa, de vuren van de bakboordketel ingezakt zijn. Er werd toen besloten terug te stomen met een ketel en de donkey-ketel. Er ging een vrij hoge zee. De 27e is ook het vuur van de stuurboordketel doorgezakt; de stuurman is toen 500 mijl alleen met de donkeyketel doorgevaren. Op de 30e april is de donkey-ketel gaan lekken; hij was geforceerd, was echter nog wel bruikbaar. Dit geschiedde in de buurt van de Engelse kust. In Het Kanaal is toen hulp komen opdagen in de vorm van een gouvernements-trawler. Als oorzaak gaf de stuurman op, dat er olie in de ketels was gekomen. Hij zei echter, niet te veel olie te hebben gebruikt, slechts 3 liter in 24 uur Ook de inspecteur te Falmouth vond dit niet te veel. De BARENDRECHT was een geheel nieuw schip, te Rotterdam gebouwd. Naar mening van de getuige en van experts te Cardiff was de filter te klein geweest. En dat was, zei hij, de mening van zeer veel anderen ook geweest, die zich met het geval hadden beziggehouden. Doordat er slecht gefiltreerd is, is er te veel olie in de ketel mee geslibt. De machinist meende, dat bij het proefstomen te veel olie was gebruikt en dat nadien de ketel niet was schoongemaakt. De uitspraak zal later plaats hebben.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 5 maart. Het in Amsterdam voor de Kon Paketvaart Maatschappij nieuw gebouwde stoomschip OMBILIN is gisteren voor de eerste reis naar Ned.-Indië vertrokken.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 5 maart. Het stoomschip EDAM van de Stoomvaart Maatschappij Edam in Amsterdam, dat naar Noorwegen verkocht is, werd aan de nieuwe eigenaars overgedragen en is heden onder Noorse vlag met behoud van de oude naam naar Bergen vertrokken.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Delfzijl, 4 maart. De schoener ROELFINA, kapt. H. Holwerda, thuis behorende te Gasselternijveen, gisteren van Christiania alhier aangekomen, heeft nabij Norderney bakboord anker met 26 vaam ketting verloren. Het naar Groningen bestemde vaartuig, heeft gedurende de reis enige dekschade bekomen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Wapping, 1 maart. Het Nederlandse stoomschip NICOLAAS is uitgaande bij het Surrey Dock in aanvaring geraakt met de beladen barge ELTHAM, die daarbij schade bekwam. Het stoomschip zette de reis voort, schade onbekend.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Londen, 4 maart. Volgens bij Lloyds ontvangen telegram, zijn er van het stoomschip MAASLAND verscheiden klinknagels gesprongen. De surveyors bevelen de lading te lossen. De beschadigde lading moet van de hand gedaan worden.


08 maart 1916


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van de heer J. Wilmink te Groningen is (opm: 7 maart) met goed gevolg te water gelaten een stalen vrachtstoomschip, groot 580 ton voor Noorse rekening.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. De Raad behandelde in zijn zitting van gisterenmiddag het onderzoek betreffende het aan de grond lopen van het stoomschip LEONORA op 13 februari in de Aalbekbocht (Kattegat), gezagvoerder W. Catlander, rederij Jos. de Poorter, beiden te Rotterdam.
De voorzitter, mr. Cnoop Koopmans, zei de eerste getuige, de schipper, dat de Raad het onderzoek ook zou uitstrekken tot de vraag, of het ongeval aan zijn nalatigheid is te wijten.
De rechtskundige raadsman van de gezagvoerder, mr. Seret, maakte er bezwaar tegen, dat zijn cliënt thans zou worden gehoord. Deze had immers eerst zaterdag jl. het exploot ontvangen, waarin stond vermeld, dat het onderzoek ook zou lopen over de vraag, of hij nalatig was geweest. Zodoende had hij eerst maandag, jl. pleiter kunnen raadplegen en in die ene dag had pleiter niet voldoende gelegenheid gehad, de stukken te raadplegen; onder dergelijke omstandigheden werd het recht, dat de beschuldigde heeft om zich door een rechtskundige raadsman te doen bijstaan, vrijwel illusoir. Om praktische redenen zou pleiter er geen bezwaar tegen maken, dat de beide andere getuigen werden gehoord, doch hij verzocht het verhoor van de eerste getuige alsnog aan te houden. Nadat de zitting was geschorst deelde, na heropening, de voorzitter mee, dat de Raad op dit verzoek afwijzend had beschikt, op grond van het feit, dat artikel 34 van de Schepenwet een uitstel als door pleiter gevraagd, niet kent. Integendeel bepaalt dat artikel, dat het onderzoek moet worden ingesteld op de dag, waarop de getuigen bij dagvaarding zijn opgeroepen. Bovendien is de Raad van mening, dat nog een praktisch bezwaar bestaat tegen inwilliging van het verzoek. Immers is het ongewenst, één getuige niet te horen en de anderen wel, wijl dan later af te leggen verklaring van de eerste getuige bezwaarlijk met die van de ander kan worden geconfronteerd. De Raad verklaarde zich intussen bereid de rechtskundige raadsman later in de gelegenheid te stellen, de opmerkingen te maken, welke hij naar aanleiding van het onderzoek gewenst zal achten. Daarna werd het eerst gehoord de gezagvoerder W. Catlander, die verklaart, dat de LEONORA varende was van Sundsvall naar Rotterdam. De wind was ZZW aanwakkerend; er woei een stevige sneeuwjacht. Plan bestond om te gaan ankeren, daar de kolenvoorraad volgens berekening niet groot genoeg zou zijn om de Noordzee over steken. Hij deelde voorts mee, onder welke omstandigheden de stranding had plaats gehad en meent, dat zijn kompas afweek en dat hij dientengevolge verkeerd heeft gekoerst. De dichte sneeuwval belemmerde het uitzicht. Nog werden in deze zaak gehoord de stuurman J.A. Gitz en de matroos J. van der Burg.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 7 maart. Het Nederlandse stoomschip PLUTO is bij Gibraltar in aanvaring geweest. Nadere bijzonderheden ontbreken. (De PLUTO vertrok 4 maart van Gibraltar naar Swansea. Red.)


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Haarlem, 4 maart. De hier met schade aangekomen koftjalk CONFIANCE welke hier sedert werd opgelegd, heeft thans de schade hersteld en vertrok naar Harlingen om daar voor Engeland te laden.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Kopenhagen, 4 maart. De schoener MARCHIENA, uit Groningen, na stranding aan de westkust van Jutland te Aalborg binnengebracht, is voor 43.000 Kronen aan C.A. Sogaard aldaar verkocht.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Uit Londen wordt gemeld dat het stoomschip NOORDAM, van Rotterdam naar New York, in de Gulls in aanvaring is geweest, maar de reis voortzette. Volgens de rederij kan deze aanvaring van geen betekenis zijn, daar zij geen enkel rapport ontving en de NOORDAM gisterochtend Lizard passeerde.


09 maart 1916


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Van Nievelt, Goudriaan & Co's Stoomvaart Maatschappij te Rotterdam.
Aan het elfde jaarverslag is het volgende ontleend:
De schepen waren onafgebroken in de vaart, in hoofdzaak voor het vervoer van graan van Noord- en Zuid-Amerika naar Nederland Het stoomschip ALKAID, dat, gelijk reeds in het vorig jaarverslag vermeld, met een aan de Nederlandse Regering geconsigneerde lading papierhout van Petrograd naar Velzen onderweg, in oktober 1914 door de Russische overheid verhinderd werd de reis te vervolgen, vertrok de 31e juli van Petrograd, na een verblijf in Rusland van een vol jaar. Stappen worden bij de Russische regering gedaan om vergoeding te verkrijgen van de belangrijke schade. In aanmerking nemende, dat tot de inlading van het hout eerst na van de Russische overheid verkregen uitvoervergunning werd overgegaan, acht de directie de zaak niet hopeloos. Ter zake van het op 2 augustus 1914 door Russische marineautoriteiten in de haveningang van Hangö doen zinken van het stoomschip ALCOR, werd gedeeltelijke schadeloosstelling gegeven. Op 12 april 1915 werd namelijk de waarde, die het schip op 2 augustus 1914 vertegenwoordigde, door de Russische regering vergoed, vermeerderd met 6% rente 's jaars. De eis tot schadeloosstelling wegens bedrijfsverlies over de periode van 2 augustus 1914 tot 13 april 1915 werd nog niet ingewilligd. Het stoomschip POOLSTER werd begin april tot voor die tijd redelijke prijs verkocht. Tot de verkoop was reeds vroeger besloten, daar dit schip voor het bedrijf minder geschikt was. Toegevoegd aan de vloot werden achtereenvolgens: Op 19 januari stoomschip BELLATRIX, op 18 juli stoomschip PROCYON en op 29 augustus stoomschip THUBAN, alle schepen van 6.000 ton draagvermogen, en verder van de december 1914 bestelde drie schepen van ca. 6.200 ton draagvermogen, op 23 oktober stoomschip ALCOR en op 28 november stoomschip ALGENIB, terwijl inmiddels op 21 januari 1916 stoomschip ALPHARD, eveneens van ca. 6.200 ton draagvermogen, kon worden in dienst gesteld. Deze schepen werden door de Rotterdamsche Droogdok Maatschappij gebouwd en van machines voorzien en met uitzondering van de BELLATRIX, belangrijk vóór de gecontracteerde datum afgeleverd. In overleg met de Raad van Commissarissen bestelde de Maatschappij in november, wederom bij de Rotterdamsche Droogdok Maatschappij, twee schepen van ca. 6.200 ton draagvermogen, die vermoedelijk einde 1916 gereed zullen zijn.
De vrachtkoersen waren reeds in het begin van het jaar zeer lonend. In de zomer kwam er door verminderde vraag een kleine reactie, spoedig echter weer gevolgd door een aanzienlijke stijging van de vrachten, waardoor, ondanks de enorme uitgaven voor molest en andere verzekering, de ongekend hoge kolenprijzen en een aanzienlijke stijging van alle bedrijfsonkosten, de uitkomsten van het bedrijf toch buitengewoon gunstig geworden zijn.
Gelijk uit de winst- en verliesrekening blijkt, is er, na aftrek van het nadelig saldo van de interestrekening ad NLG 25.662, van de algemene onkosten ad NLG 64.618 en na aanvulling van de reparatiefondsen met de daaraan in de loop van het jaar onttrokken bedragen, ad NLG 17.423 en NLG 80.363, een bedrijfsoverschot van NLG 3.914.082, hetwelk vermeerderd met het verschil tussen opbrengst en boekwaarde van de ALCOR en POOLSTER ad NLG 346.658 en het onverdeeld saldo 1914 ad NLG 50.883, een totaal winstsaldo geeft van NLG 4.313.623. In overleg met de Raad van Commissarissen zijn hiervan: a. afgeschreven op de vloot NLG 574.351 (waardoor de 14 stoomschepen thans te boek staan voor NLG 4 miljoen); b. verder gestort in het reparatiefonds NLG 150.000 (dat daardoor stijgt tot NLG 300.000); c. verder gestort in het fonds tot bestrijding van de kosten van survey’s NLG 270.000 (dat daardoor stijgt tot NLG 300.000); d. behoudens goedkeuring van de algemene vergadering van aandeelhouders, gereserveerd voor afschrijving op schepen in aanbouw NLG 348.658, zijnde het verschil tussen opbrengst en boekwaarde van de stoomschepen ALCOR en POOLSTER.
Het scheppen van deze reserve wordt raadzaam geacht uit overweging, dat de contractprijs voor de schepen in aanbouw niet onbelangrijk hoger is dan de normale prijs. De dan overblijvende nettowinst bedraagt NLG 2.970.614. Hiervan ontvangen allereerst aandeelhouders 4%, zijnde NLG 50.000. Na aftrek van het voor tantièmes vereiste bedrag, groot NLG 573.946, blijft ter beschikking van de algemene vergadering NLG 2.346.668. De directie heeft aan de Raad van Commissarissen in overweging gegeven, aan de algemene vergadering van aandeelhouders voor te stellen, hiervan: 1e. uit te keren een verder dividend van 96%, waarvoor NLG 1.200.000 vereist wordt; 2e. toe te voegen aan het reservefonds NLG 375.000 (dat daardoor stijgt tot NLG 625.000); 3e. te storten in het buitengewoon reservefonds NLG 500.000 (dat daardoor stijgt tot NLG 625.000 (beide reservefondsen zijn dus thans gelijk aan het aandelenkapitaal); 4e. over te brengen op nieuwe rekening het, na aftrek van de belasting, overblijvende bedrag ad NLG 188.543. Ofschoon de behaalde winst een hogere uitkering aan aandeelhouders zou toelaten, zou de directie dit ernstig moeten ontraden. Het scheepvaartbedrijf is in deze oorlogstijd meer dan enige andere onderneming blootgesteld aan gevaren en onvoorziene gebeurtenissen, die van overwegende invloed op de bedrijfsuitkomsten kunnen zijn. Krachtige versterking van de reserves acht men daarom geboden. De obligatieleningen verminderden door uitloting met NLG 80.000 en bedragen thans NLG 1.045.000. De beschikbare middelen waren voldoende, om de in het verslagjaar in dienst gestelde schepen te betalen. Met het oog op de buitengewoon hoge prijzen van schepen, is de vloot tegen molest zowel als tegen gewone gevaren van de zee zeer belangrijk boven de boekwaarde verzekerd. Hoewel vallende buiten dit verslagjaar, moet melding worden gemaakt van een ernstig ongeval aan een van de schepen overkomen. Het stoomschip THUBAN stootte 29 januari l.l. aan de Engelse kust op een mijn. Er wordt getracht het schip zover dicht te maken, dat het ter afdoende herstelling naar Rotterdam gebracht kan worden. Gevreesd moet worden, dat het schip nog geruime tijd buiten dienst zal zijn.
Op de balans per 31 december 1915 komen voor onder het debet: Stoomschepen NLG 4.000.000 (v.j. NLG 2.565.000); stoomschip in aanbouw NLG 343.724 (NLG 324.799); kassa en kassier NLG 1.062.433 (NLG 152.604); debiteuren en crediteuren NLG 475.544 (v.j. debiteuren NLG 173.637); obligaties staatslening 1914 NLG 79.000; aandelen N.V. Kantoorgebouw Scheepvaarthuis, Rotterdam NLG 200.000; onafgewikkelde averijen NLG 18.603 (NLG 13.878); vooruitbetaalde assurantiepremies NLG 227.648 (NLG 79.564); lopende reizen en materialen NLG 182.318 (NLG 18.982);
en onder het credit: kapitaal NLG 2.500.000 waarvan uitgegeven NLG 1.250.000 (als v.j.); 5% obligatieleningen NLG 1.045.000 (NLG 1.125.000); reservefonds NLG 625.000 (NLG 200.000); buitengewoon reservefonds NLG 625.000 (NLG 50.000); reserve voor afschrijving op stoomschepen in aanbouw NLG 345.658; reparatiefonds NLG 300.000 (NLG 180.000); reparatiefonds ter bestrijding van de kosten van survey's NLG 300.000; dividend 1915 NLG 1.250.000 (v.j. NLG 200.000 of 16% bij een winstsaldo van NLG 465.613); bedrijfsbelasting NLG 83.125; crediteuren — (NLG 57.852); tantième directie NLG 430.459; tantième commissarissen NLG 143.486; en winst en verlies, onverdeeld saldo NLG 188.543.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Voor binnenlandse rekening is op J. & K. Smit's Scheepswerven te Krimpen a/d Lek de kiel gelegd voor een bergingsschip (opm: FREYA, bouwnr. 681) van de volgende afmetingen: lengte 36 meter, breedte 9 meter, holte 3,50 meter.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van de heer J.G. Wortelboer te Oude-Pekela is met goed gevolg te water gelaten het ijzeren aakschip HARMKE, groot 110 ton, dat bevaren zal worden door schipper M. Flap te Musselkanaal.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Vlissingen, 7 maart. Het stoomschip SITOEBONDO, op de werf van Bonn & Mees te Rotterdam gebouwd voor de Rotterdamsche Lloyd, is alhier aangekomen, om aan de werf van de Kon. Maatschappij 'De Schelde' van machines en ketels te worden voorzien.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Deal, 5 maart. Twaalf man van het Noorse stoomschip EGERO, van North Shields naar Rouen met kolen, zijn hier geland door het van Rotterdam naar Buenos Aires bestemde Rotterdamse stoomschip ARUNDO. De EGERO is zaterdagmorgen half zeven, toen het in de Gulls voor anker lag, door een onbekend stoomschip aangevaren en gezonken. Het is een schip van 1.373 ton, in 1883 gebouwd en te Christiania thuis behorend. (Zou dit het schip zijn, waarmee de NOORDAM in aanvaring is geweest. (Zie vorig No. - Red.)
(opm: zie ook RN 080316 en 100316)


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Erith, 6 maart. Het Nederlandse stoomschip GELDERLAND, van Seaham naar Londen, dat in Erith Reach voor anker lag, is aangevaren door het opkomende Engelse stoomschip MITCHAM. Van de GELDERLAND werden twee platen aan bakboord boeg en het kluisgat beschadigd. De MITCHAM kreeg schade aan de verschansingen aan stuurboord achterschip.


10 maart 1916


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Heden is aan de werf ‘Vooruit’ te Enkhuizen met goed gevolg te water gelaten de stalen sleepkaan MARIA ELISABETH II, groot 735 ton, voor de heer Andries Buisman te Amsterdam. (opm: bouwnr. 106)


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Verkochte schepen. Het stoomschip SIRIUS, van de Kon. Ned. Stoomboot Maatschappij, onder Noorse vlag gebracht, werd verkocht aan de rederij Jac. Engers te Tonsberg.
Het werd herdoopt in HELDER en vertrok gisteren van hier naar Cardiff.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. Gistermiddag stelde de Raad een onderzoek in betreffende het aan de grond lopen van het stoomschip NIOBE op 14 februari op het Anholt-rif (Kattegat) gezagvoerder R.F. Voorham, rederij Kon. Nederlandsche Stoomboot Maatschappij, beiden te Amsterdam. De voorzitter van de Raad, mr. Cnoop Koopmans deelde de gezagvoerder mee, dat het onderzoek zich ook zal uitstrekken over de vraag, of het ongeval was te wijten aan nalatigheid zijnerzijds. De gezagvoerder vroeg daarop schorsing, teneinde rechtskundigen raad in te roepen. Getuige had niet gedacht, dat hij voor deze zaak voor de Raad zou worden gedaagd, overtuigd, dat hij gedaan heeft wat hij moest doen. Hij had derhalve geen rechtskundige geraadpleegd en toen hij de dagvaarding ontving, was het daarvoor te laat. Do voorzitter deelde de gezagvoerder mee, na heropening van de zitting dat zijn verzoek niet kon worden ingewilligd. De werkelijke termijn van dagvaarding was in acht genomen en dit zo zijnde, kent de Schepenwet geen uitstel van behandeling. Integendeel. schrijft de wet nadrukkelijk voor behandeling van de zaak in de zitting waarvoor de getuigen zijn gedagvaard. Daarop werd overgegaan tot het getuigenverhoor. Als eerste getuige werd gehoord de gezagvoerder, de heer Voorham. Deze verklaarde, dat hij reeds zes maanden met hetzelfde schip dezelfde route voer. Hij kende de weg dus goed. De 12e februari was de NIOBE vertrokken van Amsterdam naar Kopenhagen. De 14e februari kwam zij ter hoogte van Kaap Skagen. Er woei een stijve bries uit het zuiden; het zicht was goed. Getuige merkte, dat het schip oostelijk werd ingezet, in 18 minuten ½ streek en later nog weer ½ streek in twee uur. Getuige hield daarmee rekening; hij meende, dat de stroom hem afdreef en stuurde zodanig, dat hij rekende, op voldoende afstand van Anholt te passeren. Blijkbaar heeft hij zich misrekend, terwijl hij bovendien meent, dat een sneeuwbui tussen Anholt en de NIOBE het zicht op het vuur heeft belemmerd. Om tien uur is het schip vastgelopen op de zuidpunt van Anholt. Het is, na twee uur, op eigen kracht vrijgekomen. In Kopenhagen is het vaartuig onderzocht; er bleek, dat het geen schade had geleden. Alleen werd zand gevonden in de condensor. Nog werden in deze zaak gehoord de 1e stuurman P.F. Buil en de matroos K. Stapersma. De inspecteur voor de Scheepvaart constateert, dat de schipper niet de nodige zeemanschap heeft aan de dag gelegd en dat hij dus in de termen valt om een berisping te ontvangen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. De Raad deed gistermiddag uitspraak betreffende de ketelschade (inzakken van de vuren en het lek worden van de donkeyketel) belopen door het stoomschip BARENDRECHT in de maand april 1915. De Raad is van oordeel, dat het inzakken van de vuren van de stoomketel op het stoomschip BARENDRECHT is veroorzaakt door zich in die ketel bevindende cilinderolie, welke tijdens het proefstomen, waarbij gemeenlijk veel olie wordt gebruikt, daarin is gekomen. De machinist kan in deze geen verwijt treffen waar hij - in aanmerking nemende de nieuwe machines van het schip - op de reis zeer spaarzaam olie heeft gebruikt. De Raad is echter van oordeel, dat na het proefstomen de stoomketels, alvorens daarmee naar zee te vertrekken, hadden moeten worden geledigd, schoongemaakt en opnieuw gevuld. Dan was dit ongeval voorkomen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. Door de Raad werd gistermiddag voortgezet de zaak betreffende het aan de grond lopen van het stoomschip LEONORA in de Aalbekbocht (Kattegat), gezagvoerder W. Catlander, rederij Jos. de Poorter, beiden te Rotterdam (zie Avondblad van dinsdag 7 maart).
Mr. Seret voerde thans het woord als pleiter voor kapitein Voorham. Pleiter merkt op, dat de Raad, door zijn beslissing van dinsdag jl. heeft geschonden het 6e lid van artikel 34 van de Schepenwet. Spreker kan de loop der zaken slechts ten ernstigste betreuren, waar de Raad zich heeft beroepen op artikel 34, 2e lid van de Schepenwet, door de betrokkene geen gelegenheid te geven, zijn raadsman behoorlijk van de zaak kennis te doen nemen. Zijns inzien was de Raad niet bevoegd ter wille van de verdediging de zaak niet te schorsen. Het belang van de betrokkene werd ernstig benadeeld door de loop van de zaken. Pleiters cliënt, de gezagvoerder, die pleiter al sinds jaren kent als een bezadigd man, was dinsdag dan ook ten gevolge van het gebeurde, danig in de war. Pleiter komt in zijn verdediging tot de conclusie, dat de betrokkene geen blaam kan treffen en mag hij vrij uitgaan. Uitspraak volgt later.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Scheepsbouw. Van de werf van de heer Luc. Mulder te Martenshoek is met goed gevolg te water gelaten: Een stalen jacht gallias van circa 160 d.w. hetwelk inmiddels is verkocht aan een Noorse firma. Het schip is van Deense bouworde, er zal later in Denemarken een motor in geplaatst worden. Onmiddellijk is daarna de kiel gelegd voor een motorlogger voor een Hollandse rederij.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 9 maart. De 3-mast schoener EUROPA, kapitein Tammes, 24 februari van hier naar Drammen vertrokken, was te Arendal binnengelopen en heeft nu gesleept wordende de reis naar Drammen voortgezet. Volgens rapport van de gezagvoerder zijn de matrozen Smid en Swarts overboord geslagen en verdronken.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 9 maart. De Stoomvaart Maatschappij Oostzee te Amsterdam zal over het afgelopen jaar een dividend uitkeren van 60 pct. Hiervan is reeds als interim-dividend 25 pct. uitbetaald.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Delfzijl, 8 maart. Alhier zijn aangekomen de Nederlandse zeilschepen SPESMEA, schipper Houtstra; DANKBAARHEID, schipper Velvis; JOHANNA THALLEGINA, schipper Wildeman en COSMOPOLIET, schipper Tuil. Deze schepen hebben van het begin van de oorlog te Hamburg gelegen en hadden nu eerst gelegenheid te vertrekken. De reis ging met veel moeilijkheden gepaard. Het schip JOHANNA THALLEGINA verloor een zwaard.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Londen, 8 maart. Het Nederlandse stoomschip SLIEDRECHT, van Rotterdam naar Buenos Aires, passeerde Lizard, sturende om de oost. Het seinde terug te keren naar Falmouth, wegens brand in de bunkers. Later bericht. Het stoomschip SLIEDRECHT is to Falmouth aangekomen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Dover, 4 maart. De eerste stuurman en vier matrozen van het Nederlandse stoomschip ARUNDO, dat van Rotterdam naar de Plata-rivier bestemd is, zijn door een loodskotter te Dover geland. Zij rapporteerden dat zij, toen de ARUNDO in de Gulls geankerd lag, het schip in een boot verlaten hadden om assistentie te verlenen aan een stoomschip dat noodseinen gaf. Wegens het stormachtige weer konden zij dat schip niet bereiken doch dreven met de boot weg. Later werden zij door de loodsboot opgepikt en hier geland. (De ARUNDO passeerde 7 dezer 's avonds 11 uur Prawle Point. - Red.)


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Dover, 6 maart. Het uitgaande Nederlandse stoomschip NOORDAM kwam te middernacht 3 februari onklaar van het in de Gulls ten anker liggende met kolen geladen Engelse stoomschip SWIFTSURE, waarvan de voorsteven naar bakboord werd omgebogen, platen gescheurd werden en de voorpiek vol water liep. Het stoomschip stoomde op naar Dover en wordt lens gepompt. Omtrent eventuele schade aan de NOORDAM, die de reis vervolgde, is niets bekend. (Zie vorig No.)


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Gibraltar, 3 maart. Het Nederlandse stoomschip PLUTO was in aanvaring met de kolenhulk Senator No. 50.


11 maart 1916


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Hollandsche Stoomboot Maatschappij.
In aansluiting met de reeds gepubliceerde jaarcijfers, ontlenen wij aan het thans in druk verschenen verslag over het boekjaar 1915 nog het volgende: Ondanks de grote moeilijkheden, veroorzaakt door de verschillende oorlogsmaatregelen, getroffen door de oorlogvoerende naties, zette de Maatschappij in het afgelopen jaar haar bedrijf zo regelmatig mogelijk voort. Voornamelijk werd groot oponthoud ondervonden in de Engelse havens, ten gevolge van het gebrek aan geoefend werkvolk voor het lossen en laden van de schepen.
In het begin van januari werd ons door een Nederlandse rederij een voordelig aanbod gedaan voor de verkoop van ons stoomschip VEGHTSTROOM; daar dit schip, het reserveschip van de Maatschappij, het eerst in aanmerking zou komen om te worden vervangen door een beter voor alle diensten geschikt en groter schip, werd dit aanbod aangenomen.
Het verlies van de ZAANSTROOM, het grootste schip dat van onze Maatschappij op Londen voer, veroorzaakte niet alleen een belangrijke winstderving, doch ook grote moeilijkheden met het oog op de tonnage, nodig voor het verkeer op Londen. De ZAANSTROOM was tegen molest verzekerd. In augustus werd onder de naam BERKELSTROOM een nieuw stoomschip van 1.000 ton in de vaart gebracht, dat, in afwachting van het gereedkomen van een schip type “Zaanstroom", ruimschoots aan de eisen van de ogenblikkelijke toestand voldoet. Tegelijkertijd werd een duplicaat “Zaanstroom" in aanbouw gegeven bij de Rotterdamsche Droogdok Maatschappij, welk schip, naar gehoopt wordt, voor het einde van 1916 gereed zal komen.
Met het oog op de wegens de oorlogsomstandigheden zoveel hogere kostprijs van dit schip, is een bedrag van NLG 100.000 gereserveerd, waardoor het bij het in de vaart komen met een normale prijs op de balans zal kunnen komen. Het verlies van de TEXELSTROOM, dat het nieuwste en grootste schip van de Maatschappij was, veroorzaakte gedurende korte tijd enige stagnatie in de regelmatige dienst op Bristol en Swansea, waarin intussen reeds weer voorzien is. Het schip was tegen molest verzekerd. Ter vervanging van dit schip werd bij de firma Vuyk & Zonen te Capelle a/d IJssel een schip van het “Scheldestroom"-type besteld (opm: de DRECHTSTROOM, kiellegging november 1916, oplevering februari 1918), terwijl met het oog op de wenselijkheid om te allen tijde te kunnen beschikken over een geschikt reserveschip, aan de Maatschappij Fijenoord werd opgedragen de bouw van een tweede schip van hetzelfde type. Beide schepen zullen waarschijnlijk medio 1917 gereed zijn. Het verkeer tussen Engeland en Nederland (dat uit de aard der zaak uitsluitend lokaal was), hoewel, ten gevolge van de talrijke uitvoerverboden in beide landen, niet meer zo overvloedig als in de laatste maanden van het jaar 1914 en de eerste maanden van het jaar 1915, is nog voldoende om de geregelde diensten van de Maatschappij met goed gevolg gaande te houden.
De ontwikkeling van zaken in het lopende jaar is, niet te voorziene omstandigheden voorbehouden, gunstig. De schepen zijn allen tegen molest verzekerd.
Het saldo van de exploitatierekening geeft een cijfer van NLG 1.495.892 tegen NLG 704.858 over 1914. Na ruime afschrijvingen blijft een cijfer van NLG 1.119.767, als volgt te verdelen: 5 pct. dividend aan pref. aandeelhouders NLG 1.300, 5 pct. dividend aan gewone aandeelhouders NLG 110.000, 22 pct. extra dividend aan gewone aandeelhouders NLG 484.000, aan reservefonds NLG 242.000, aan uitkeringen NLG 242.000, aan Rijksinkomstenbelasting NLG 39.587; saldo op nieuwe rekening NLG 880. Ofschoon niet tot het verslag behorende, moge hier vermeld worden, dat op de 15e februari 1916 de emissie van NLG 800.000 gewone aandelen, waartoe in de algemene vergadering van aandeelhouders van 13 juni 1913 machtiging werd verleend, tegen de koers van 145 pct. heeft plaats gehad, waarmee het geplaatste aandelenkapitaal is gebracht op NLG 3.026.000. De gezamenlijke reserves van de Maatschappij, uit de balans blijkende, bereiken nagenoeg het statutaire maximum van 25 pct. van dit verhoogd kapitaal.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van J. & K. Smit's Scheepswerven te Krimpen a/d Lek is te water gelaten het stoomschip LUCTOR ET EMERGO bestemd voor de Provinciale Stoomboot Dienst in Zeeland. Het schip zal aan de Alblasserdamsche Machinefabriek worden voorzien van machines en ketels.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. De twee stoomschepen in aanbouw bij de Rotterdamsche Droogdok Maatschappij voor Van Nievelt, Goudriaan & Co's Stoomvaart Mij. te Rotterdam, zullen MIRACH en SIRRAH worden genaamd.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 11 maart. Stoomschip ADMIRAAL DE RUYTER.
Zoals bekend is ligt het stoomschip ADMIRAAL DE RUYTER, te Rotterdam thuis behorend, van het begin van de oorlog af reeds in een van de Russische Zwarte Zeehavens zonder emplooi. Het is 26 juli 1914 van Ancona te Novorossisk aangekomen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 11 maart. De Staats Courant No. 59 bevat de Kon. bewilligde akte van oprichting van de naamloze vennootschap:
Maatschappij Stoomschip Van der Duyn alhier.
Kapitaal NLG 1.400.000 in 280 aandelen van NLG 5.000, alle geplaatst en volgestort. Directie de firma Wambersie & Zoon.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Hardinxveld, 9 maart. Hedenochtend werd van de werf van de N.V. Scheepsbouwwerf De Merwede v/h Van Vliet & Co. alhier met goed gevolg voor Noorse rekening te water gelaten het stalen stoomschip No. 123, genaamd PORTO, lang 180'-0", breed 28'-0" en hol 14'-6", gebouwd onder klasse Engelse Lloyds 100 A 1.
Binnen enkele dagen zal de kiel gelegd worden voor een stalen stoomschip No. 126, lang 186'-0", breed 29'-0" en hol 14'-6", hetwelk gebouwd wordt voor Hollandse rekening en eveneens onder klasse Engelse Lloyds 100 A 1.


12 maart 1916


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Nederlandsche Reedersvereeniging.
Aan het in de jaarlijkse algemene vergadering van de Nederlandsche Reedersvereeniging te 's-Gravenhage gehouden, uitgebrachte jaarverslag over 1915 is het volgende ontleend:
Gedurende het verenigingsjaar bedroeg het aantal leden 44, vertegenwoordigende 315 schepen met 888.575 bruto register tonnen. Bij de aanvang van 1916 waren aangesloten 41 leden met 313 schepen, t. z. 918.744 bruto reg. tonnen, terwijl voor de leden in aanbouw waren 91 schepen met ongeveer 273.000 bruto register tonnen. Er wordt aan herinnerd dat de Stuwadoors-wet spoedig in werking treden zal. Wetsontwerp tot regeling van het vakonderwijs. De Vereniging heeft zich tot de Regering gericht met het verzoek om alles wat op de zeevaart betrekking heeft, uit het ontwerp te lichten, daar toch naar haar mening de regeling van het zeevaartkundig onderwijs geheel op zich zelf zal moeten geschieden, wil men bij de regeling de eigenaardige eisen, die de zeevaart stelt, behoorlijk tot hun recht laten komen. Het ontwerp van Wet tot uitvoering van het internationale Verdrag voor beveiliging van mensenlevens op zee, hetwelk zich geheel aansluit aan bedoeld Internationaal Verdrag zelf, gaf geen aanleiding tot opmerkingen. Uit de memorie van toelichting, behorende bij de suppletoire begroting van landbouw enz., met dit wetsontwerp verband houdende, blijkt, dat bij de Regering het voornemen bestaat een permanente commissie van advies in het leven te roepen en deze commissie ook desverlangd te doen adviseren over andere onderwerpen op de scheepvaart betrekking hebbende. Op het in het leven roepen van een dergelijke commissie is door de Vereniging reeds vóór en tijdens de behandeling van de Schepenwet aangedrongen. Het verslag zegt verder, dat omtrent maatregelen in verband met de oorlog in het belang en op het gebied van de scheepvaart voortdurend voeling met de Regering werd gehouden. Door de Regering werd een beroep op de Vereniging gedaan, om mee te werken tot verzekering van de aanvoer van de benodigde voedingsmiddelen, hetgeen heeft geleid tot het afsluiten van een collectief contract met de Regering, waarbij de leden op zich namen het vervoer van 100.000 ton graan, van Noord- of Zuid-Amerika, gedurende de maanden april, mei, juni en juli, tegen een vrachtencijfer 1/4 lager dan dat op dat ogenblik in de open markt te bedingen was. Nadat onder deze overeenkomst door de leden gedurende de maanden april en mei ongeveer 54.000 ton graan voor de Regering was aangevoeld, werd het contract reeds begin mei door de Regering, gebruik makende van haar bevoegdheid, opgezegd. Thans (februari 1916) is opnieuw door de Holland Amerika Lijn, de Kon. Hollandsche Lloyd en de Reedersvereeniging collectief contract met de Regering afgesloten, ditmaal voor het vervoer van 135.000 ton graan per maand van Noord- en of Zuid-Amerika, gedurende de maanden maart t/m september, tegen een vracht bedragende ongeveer van de in open markt te bedingen vrachtencijfers.


13 maart 1916


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 11 maart. De Nederlandse tjalk ALFA, schipper Buining, heeft op de Theems enige schade bekomen door aanvaring.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 11 maart. De twee stoomschepen, welke in aanbouw zijn bij de Rotterdamsche Droogdok Maatschappij voor rekening van Van Nievelt, Goudriaan & Co's Stoomvaart Mij. te Rotterdam, worden MIRACH en SIRRAH genoemd.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Amsterdam, 10 maart. De door de Kon. West-Indische Maildienst verkochte stoomschepen ECUADOR, COLOMBIA en VENEZUELA gaan met een Nederlandse bemanning, doch onder Amerikaanse vlag, van hier naar San Francisco.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 10 maart. Na een verblijf van enige maanden te Amsterdam, alwaar reparatie aan de bodem en de motoren werd uitgevoerd, is gistermiddag het motortankschip JUNO van de Ned.-Indische Tankstoomboot Mij. van hier in zee gegaan.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Delfzijl, 10 maart. Ook het te Groningen thuis behorende zeilschip ALBERDINA, kapt. Jonker, hetwelk gedurende de oorlog te Hamburg lag, kwam heden na een tegenspoedige reis van drie maanden van Hamburg alhier aan.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Lobith, 10 maart. Van de werf van de firma Bodewes te Lobith is met goed gevolg te water gelaten een ijzeren sleepschip, genaamd BAYERN 31, groot 430 last, gebouwd voor rekening van de Allgemeine Fluss Schifffahrt Ges. te Antwerpen.


14 maart 1916


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van de N.V. J. Meijer's Scheepsbouw Maatschappij te Zaltbommel, is met goed gevolg te water gelaten (opm: zaterdagmiddag 11 maart) de vrachtboot OTIS TETRAX, groot 1.500 ton, gebouwd voor de hoogste klasse en onder speciaal toezicht van Engelse Lloyd. Het stoomschip, in aanbouw voor de firma Hudig & Pieters te Rotterdam, krijgt de meest moderne laad- en losinrichting en behalve de nodige stoomlieren op derricks nog twee stoomhijskranen aan dek. Het wordt verder ingericht met elektrische lichtinstallatie en een hoofdmachine van 875 ipk met twee stoomketels, die aan het schip een vaarsnelheid zullen geven van elf knopen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van Meyer's Scheepsbouwwerf te Leeuwen is van stapel gelopen de ijzeren sleepkaan THIJSSEN 30, gebouwd voor rekening van de N.V. Vulcan te Rotterdam. Het schip meet 1.000 last.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Verkochte schepen. Volgens Fairplay zijn de stoomschepen COLOMBIA, VENEZUELA en ECUADOR (zie Avondblad 19 jan.) verkocht aan de firma W.R. Grace & Co. te New York en moet de koopsom ca. GBP 710.000 bedragen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De ZAANDIJK. De ZAANDIJK was voor NLG 800.000 door de firma R. Mees & Zoonen op Rotterdamse beurspolis verzekerd. Het graan was verzekerd voor NLG 400.000, doch niet tegen molest.
Men meldt ons uit Maassluis: Het zo juist de Waterweg binnengekomen Nederlandse stoomschip LUNA, van Dakar naar Rotterdam, rapporteert gisterochtend 12 uur het stoomschip ZAANDIJK te hebben aangetroffen, achteruit slepende met de sleepboten LAUWERZEE en ZUIDERZEE in de richting van de Engelse kust.


15 maart 1916


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Stoomvaart Maatschappij Triton te Rotterdam.
De heden gehouden algemene vergadering van aandeelhouders van de Stoomvaart Maatschappij Triton heeft de balans en de winst- en verliesrekening goedgekeurd en mitsdien het dividend vastgesteld op 40%. De heer Ph. Mees, die als commissaris aan de beurt van aftreding was, is als zodanig met algemene stemmen herkozen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Gisteren werd met goed gevolg van de Scheepswerf van de firma De Haan & Oerlemans te Heusden te water gelaten, een Rhein-Herne-Kanaalschip, lang 80 meter, breed 9,50 meter, hol 2,50 meter, groot plm. 1.380 ton, voor de heer Loock te Rotterdam. Onmiddellijk daarna werd de kiel gelegd voor een zee-stoomschip lang 180 voet, breed 28 voet, hol 14 voet 6 duim, welk schip gebouwd wordt volgens Bureau Veritas, hoogste klasse, voor rekening van Noorse reders.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Londen, 10 maart. Gisteren is het Nederlandse stoomschip THUBAN van de Mucking Flats te Gravesend aangekomen. (De THUBAN werd 1 februari op de Mucking Flats aan de grond gezet.)


16 maart 1916


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. De 1e april zal van de werf van de Kon. Maatschappij ‘De Schelde’ te Vlissingen te water worden gelaten het stoomschip BUITENZORG, bestemd voor de Rotterdamsche Lloyd.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart.
De Raad voor de Scheepvaart houdt zitting op zaterdag 18 maart, voormiddag, 10.15 uur, voor onderzoek betreffende de aanvaring op 25 januarijl. op de Theems tussen het stoomschip BATAVIER III (gezagvoerder A. den Broeder, rederij Wm. H. Müller & Co., beiden te Rotterdam) en het Engelse stoomschip PORTWOOD (rederij W. France, Fenwick & Co. Ltd. te Londen). Daarna, onderzoek, betreffende het nabij het Galloper vuurschip op een mijn lopen van het stoomschip LA FLANDRE, ten gevolge waarvan het schip is gezonken, 2 leden van de bemanning werden gered en 29 leden zijn omgekomen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Van de scheepswerf van de firma De Haan & Oerlemans te Heusden is gisteren met goed gevolg te water gelaten een Rijn-Herne kanaalschip voor de N.V. Frans Theo, alhier. Het is lang 80 m., breed 9,50 m., hol 2,50 m. en groot plm. 1.380 ton.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 15 maart. De op reis van Gotenburg naar Rotterdam te Ramsgate binnengesleepte zeetjalk HOLLAND, zal onder commando van een naar Engeland gezonden kapitein, naar Rotterdam verder zeilen ter ontscheping van de houtlading. (opm: zie ook RN 030316)


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 15 maart. De hier op goede wind wachtende en naar Frederikshald bestemde 3-mast schoener DINA HENDRIKA, kapitein en tevens reder R. Eggens uit Groningen, is onderhands aan een rederij in Terneuzen verkocht. (opm: zie ook RN 240316)


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Vlieland, 15 maart. In het Noordoost-gat is een twee-mast zeilvaartuig gestrand, waarschijnlijk een vislogger.
Later bericht. Het bij Vlieland gestrande zeilschip is een Nederlandse gaffelschoener. Het schip is vlot geraakt en in het Oostgat geankerd. (opm: zie ook RN 170316)


17 maart 1916


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Koninklijke West-Indische Maildienst.
Aan het verslag over het boekjaar 1915 ontlenen wij het volgende:
Het afgelopen jaar kenmerkte zich, over het algemeen, door groot aanbod van lading, gepaard aan lonende vrachten; hiertegenover staat echter dat de exploitatiekosten belangrijk zijn toegenomen; de molestverzekering toch vraagt ons belangrijke offers; de stijging van de prijzen van steenkolen, levensmiddelen en andere scheepsbehoeften, alsmede de toeslagen op de salarissen, die wij aan het personeel verleenden, deden de uitgaven aanmerkelijk toenemen, terwijl voorts de schepen ten gevolge van het oponthoud in de Downs reizen van langere duur maken, waaruit een verdere vermeerdering van die kosten voortvloeit. Een levendig goederenvervoer vond plaats op het traject New York - Haïti en omgekeerd; om aan de behoefte van de handel te voldoen waren wij genoodzaakt enige malen een schip te charteren, hetgeen ons door de bestaande belangengemeenschap met de Koninklijke Nederlandsche Stoomboot Maatschappij gemakkelijk gemaakt werd. Wij mogen verwachten dat de overeenkomst, gesloten tussen de Amerikaanse en Haïtiaanse regeringen, waardoor o.a. de in- en uitvoerrechten in Haïti onder controle van de Verenigde Staten van Noord-Amerika gekomen zijn, aan de commerciële ontwikkeling van dat land en aan de handel met de Verenigde Staten ten goede zal komen, waarvan wij de vruchten hopen te plukken.
Het Panamakanaal geopend zijnde, breidden wij onze lijn naar Colon, ter vermijding van de overscheping, naar de Westkust van Zuid Amerika uit; ten gevolge van de aardverschuivingen, welke het Panamakanaal tijdelijk onbevaarbaar gemaakt hebben, waren wij verplicht enige malen de schepen de langere route door Straat Magelhaen te laten volgen. Over de verkregen resultaten zijn wij, de omstandigheden in aanmerking genomen, niet ontevreden. De stoomschepen VENEZUELA, ECUADOR en COLOMBIA werden ons in de tweede helft dit jaar door de bouwmeesters geleverd en werden onmiddellijk in bedrijf gesteld. Op de reis van Montevideo naar Amsterdam had het stoomschip ECUADOR het ongeluk nabij Dover op een mijn te lopen. Ten einde de kleinere stoomschepen van onze vloot te vervangen, hebben wij drie stoomschepen besteld van de grootte en inrichting van het stoomschip ORANJE NASSAU; de bouw van twee van deze schepen is opgedragen aan de Nederlandsche Scheepsbouw Maatschappij, terwijl het derde stoomschip gebouwd zal worden door de Maatschappij Fijenoord. Het stoomschip PRINS WILLEM V, dat minder geschikt voor ons bedrijf geworden was, werd voor een prijs, de boekwaarde aanmerkelijk overschrijdende, door ons verkocht. Hoewel niet tot het verslag over 1915 behorende, willen wij niet nalaten hier te vermelden, dat wij in het begin van het jaar 1916 onze stoomschepen VENEZUELA, COLOMBIA en ECUADOR, tot een prijs de bouwkosten aanmerkelijk overschrijdende, verkochten. Deze schepen, voor de Colondienst gebouwd, waren door inrichting en diepgang voor onze andere lijnen ongeschikt. In dit boekjaar werden 41 reizen met eigen en gecharterde schepen volbracht. Het geldelijk resultaat verkregen met de exploitatie over het boekjaar 1915 is zeer bevredigend geweest. Het bruto winstsaldo, inclusief saldo Ao Po, doch na aftrek van nadelig saldo intrestrekening en koersverschil beleggingen bedraagt NLG 2.697.105 (v. j. 607.248). Afschrijving op de stoomschepen NLG 919.464 (335.926). Afschrijving op de inrichting Paramaribo NLG 70.000 (19.883). Te reserveren voor aanbouw nieuwe schepen NLG 500.000, idem diverse belangen NLG 500.000. Zuivere winst NLG 677.641 (215.902). Van dit bedrag ontvangen aandeelhouders eerst 5% NLG 175.000. Uit de overwinst ad NLG 502.641,16½ komt na aftrek van inkomstenbelasting en onverdeeld saldo aan: Reservefonds 20% NLG 89.090. Tantièmes bestuur 25% NLG 111.363. Aandeelhouders 55% = 7% superdividend NLG 245.000. Inkomstenbelasting NLG 27.531. Onverdeeld saldo NLG 29.656.
In verband met de tijdsomstandigheden en de aangekondigde oorlogswinstbelasting achten wij het gewenst de reserve voor diverse belangen met NLG 500.000 te verhogen. De bestaande “Reserve tot extra-afschrijving" brachten wij eveneens op deze rekening over. Als uw vergadering, op 31 maart 1916 te houden, de balans zal hebben goedgekeurd, wordt het dividend: Met NLG 120 (v.j. NLG 55) per aandeel van NLG 1.000 en met NLG 60 (NLG 27,50) per aandeel van NLG 500 betaalbaar gesteld.
Op de balans staan de stoomschepen te boek met NLG 6.935.000 (NLG 3.813.000), prolongaties NLG 620.883 (NLG 690.937), kas, kassiers NLG 120.829 (NLG 15.600), debiteuren NLG 811.055 (NLG 190.484) en onder de passiva crediteuren NLG 1.455.738 (NLG 482.673), reservefonds NLG 335.281(NLG 246.190), reserve div. belangen NLG 695.000 (NLG 145.000).


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 16 maart. De bemanning van het Rotterdamse stoomschip ALPHARD heeft de opvarenden gered van het Canadese zeilschip MABEL D. HINES en rapporteert daaromtrent het volgende: Op de 4e februari te 9 uur nm. zagen wij op 44°40’ N.Br. en 29°30’ W.L. met korte tussenpozen noodseinen door middel van flambouwen. Wij koersten er op aan en waren te 10.30 uur nabij gekomen. Bevonden de seinen te worden gedaan door de Canadese schoener MABEL D. HINES, thuis behorend te St. Johns en met zout van Torrevieja naar St. Johns bestemd.
Er woei een harde ZW wind, gepaard met hoge zee en deining. Wij stoomden nu zeer kort langs de lijzijde van het schip en praaiden het. Vernamen dat het schip zinkende was en de bemanning het wenste te verlaten. Daar het zeer donker was en ons schip hevig slingerde, konden wij bezwaarlijk een reddingsboot uitzetten; vroegen daarom de bemanning of zij hun schip tot de volgende morgen konden drijvende houden, hetgeen bevestigend werd beantwoord. Gedurende de nacht manoeuvreerden wij in de nabijheid van het schip en stoomden er te 7 uur vm. weer heen. Zagen alstoen de bemanning bezig hun reddingsboot uit te zetten en te bemannen. Wij namen nu positie dicht in lijzijde van de schoener, teneinde de reddingsboot gelegenheid te geven voor de zee naar onze lijzijde te kunnen roeien. Ten 07.45 vm. hadden wij de schipbreukelingen, zijnde 6 man en een hond, veilig bij ons aan boord. Daar zij hun schip in brand hadden gestoken, kon er verder niets van geborgen worden en vervolgden wij onze reis naar New York.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Terschelling, 15 maart. De kustwacht van Terschelling meldt: In het Boompjesdiep ligt geankerd de gaffelschoener SPECULANT, van Gasselternijveen, met antraciet van Emden naar Stockholm; het schip wil hier binnenlopen wegens gebrek aan drinkwater. (Zie vorig No. onder Vlieland).


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Santos, 9 maart. Het stoomschip MAASLAND lost de lading lijnzaad. De dokmeesters willen alleen toelaten, dat de gezonde lading wordt geland. De beschadigde lading zal, indien er zich een koper voordoet, worden verkocht. De gezagvoerder vermeent, dat er 1.500 ton lading is beschadigd. De beschadigde lading is aan het gisten en is in zeer slechte toestand.


18 maart 1916


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Hollandsche Stoomboot Maatschappij.
Op de heden gehouden algemene vergadering van aandeelhouders werden de balans en de winst- en verliesrekening over het afgelopen jaar goedgekeurd en werd het dividend bepaald op 27% (v.j. 13 %). De heer G.A. Baron Tindal, die als commissaris aan de beurt van aftreden was, werd met algemene stemmen herkozen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Het stoomschip LAURA, gebouwd aan Wilton's Machinefabriek en Scheepswerf te Rotterdam, voor de Holland Gulf Stoomvaart Maatschappij, aldaar, heeft op de gehouden proeftocht ruimschoots aan alle eisen voldaan. Het ligt thans in lading voor Trondheim.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. - Ramp LA FLANDRE.
De Raad voor de Scheepvaart stelde een onderzoek in betreffende het op een mijn lopen nabij het Galloper-vuurschip van het stoomschip LA FLANDRE, ten gevolge waarvan het schip zonk. Van de bemanning kwamen 29 leden om; slechts 2 werden gered. Deze twee werden met het Engelse stoomschip OUSEL aan de Hoek van Holland binnengebracht.
LA FLANDRE was een tankboot van de American Petroleum Mij. te Rotterdam, in 1888 gebouwd en groot 2.018 ton. Op 2 februari jl. was het van New York naar Rotterdam vertrokken. De 2e machinist H. Wolkers verklaart, dat men in de nabijheid van Galloper vuurschip was gekomen. Hij was aan dek. Het was donker, maar goed weer. Getuige was juist uit de messroom gekomen; hij had te 6 uur dienst. Plotseling hoorde hij een ontploffing; ging van stuurboord naar bakboord, naar zijn hut, greep een zwemgordel en toen naar dek om te helpen de sloepen (er waren er twee) overboord te zetten. Hij zelf sprong in zee. Op 4 meter afstand zag hij een stuk hout, greep dat en vond daar een stuk touw van plm. 1½ aan. In 10 à 12 seconden tijd ging het schip onder. Al zwemmende zag hij een ladder drijven, greep die en bleef tussen touw en ladder in zweven, terwijl hij zijn zwemvest naar de andere schipbreukelingen toewierp. Na een uur zwemmen werd hij opgepikt door de OUSEL. Tot tweemaal werd rond de plaats van het onheil rondgevaren, maar niets meer gezien. Het schip was aan bakboord achter getroffen. Getuige verklaart nog, dat het schip ruimschoots van reddingsmiddelen voorzien was: doch het zonk verbazend snel. Nog werden gehoord de matroos D. den Heyer en de heer Gust. Klaudee. De Raad zal later uitspraak doen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. - Aanvaring BATAVIER III.
In zijn heden gehouden zitting heeft de Raad een onderzoek ingesteld betreffende de aanvaring op 25 januarijl. op de Theems tussen het stoomschip BATAVIER III, rederij Wm.H. Müller & Co. te Rotterdam en het Engelse stoomschip PORTWOOD, rederij W. France, Fenwick & Co. Ltd. te Londen. Het eerste bericht luidde, dat de BATAVIER III werd beschadigd aan stuurboord, aan de achterkant van de machinekamer en, daar zij water maakte, op strand werd gezet. De gezagvoerder A. den Broeder verklaart, dat het schip was bemand met 28 koppen en 8 passagiers aan boord had; voorts een volle lading. Bij Sunk vuurschip kwam de loods aan boord. De gewone navigatielichten waren op. Tevens werden op order van het patrouillevaartuig drie lichten onder elkaar gehangen. Getuige was op de brug met de loods, de 1e officier en de kwartiermeester. Gestuurd werd ZW ¼ W magnetisch. Getuige moest de witte sector houden. Op ¼ mijl afstand werd een tegenkomend schip gezien. Het was aan de noord-, in plaats van aan de zuidkant. Op 4 streken stuurboord zag getuige het toplicht en het rode licht. Hij gaf twee stoten met de stoomfluit (teken van naar bakboord uitwijken). Geantwoord werd met een stoot. Toen gaf getuige weer twee stoten en liet volle kracht stomen, ten einde vóór het andere schip over te gaan. Op het laatste ogenblik gaf getuige nog stuurboord over; doch de aanvaring volgde. De BATAVIER III maakte ernstig water, zodat zij bij Gravesend aan de grond werd gezet. Daar bleef het schip van 6.30 's avonds tot de volgende middag 3 uur. Intussen was 's nachts het gat dicht gemaakt en werd met een sleepboot in de nabijheid naar Londen gevaren. Daar werd de schade hersteld en met een certificaat van zeewaardigheid teruggevaren naar Rotterdam. Het weer was goed, alleen wat heiig. Ter zake werden nog gehoord de 1e stuurman M. Brands en de matroos C. Reedijk. Zij bevestigden de verklaringen van de kapitein. De Raad zal later uitspraak doen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 17 maart. Het stoomschip DENEB, bestemd voor de Gouvernementsmarine in Nederlands-Indië is onder bevel van de luitenant ter zee 1ste klasse A.M. Kan, gisteren (donderdag) van IJmuiden vertrokken, ter aanvaarding van de reis naar Oost-Indië. De reis zal door het Suezkanaal worden afgelegd en hoopt men de plaats van bestemming, Tandjong Priok, op 11 mei bereikt te hebben.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 17 maart. Het stoomschip THUBAN, dat op reis van New York naar Rotterdam door een mijn schade beliep en op 31 januariop de Mucking Flats werd gezet en aldaar voorlopig gerepareerd, heeft de thuisreis kunnen vervolgen. Het schip is heden alhier aangekomen begeleid door de sleepboten NOORDZEE, ZUIDERZEE, LAUWERZEE en GOUWZEE.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Terschelling, 15 maart. Het vaartuig SPECULANT, thuis behorende te Gasselternijveen, op reis van Emden naar Stockholm, werd hedenmorgen in de gronden, waarover het was heengeslagen, aangetroffen. Het bleek dat men aan boord gebrek had aan drinkwater. Door de ter assistentie vertrokken motorreddingboot BRANDARIS werd hierin voorzien, waarna het schip zijn reis vervolgde. (zie vorig No.)


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Delfzijl, 17 maart. De te Groningen thuis behorende zeetjalk DE ALPHA, kapt. Doornbos, beladen met tegels bestemd naar Danzig, die ruim anderhalf jaar alhier in het Eemskanaaldok heeft gelegen, is heden naar de buitenhaven verhaald, teneinde de bodem welke buitengewoon is aangegroeid, schoon te maken en daarna bij gunstige gelegenheid naar Danzig te vertrekken.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Delfzijl, 17 maart. Het Nederlandse zeetank-lichterschip NEERLANDIA, hier de vorige maand van Hamburg aangebracht om over de Groninger wadden naar Rotterdam te worden gesleept, zal, daar hiervoor voorlopig geen vergunning werd verleend, alhier in het Eemskanaaldok worden opgelegd.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Charlton, 5 maart. De reeds gemelde Nederlandse tjalk ALFA werd, ten anker liggende, aangevaren door het stoomschip KAUKAKEE en licht beschadigd aan stuurboordboeg. Het stoomschip bekwam schijnbaar geen schade. (opm: zie RN 130316)


20 maart 1916


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van Gebr. Van der Windt te Vlaardingen, is te water gelaten de stalen stoomdrifter DE RIJN (VL-115) gebouwd voor rekening van de N.V. Maatschappij ‘Holland’ te Vlaardingen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Nederland en de oorlog. De TUBANTIA getorpedeerd.
Namens de directie van de Koninklijke Hollandsche Lloyd werd meegedeeld, dat van de bemanning niemand vermist is. Sommige leden van de bemanning werden zeer licht gewond. Eén van de stokers is aan de voet gewond.
Wat de passagiers betreft, daaromtrent deelde de directie mee, dat 's morgens nog 5 passagiers vermist werden. Drie er van meldden zich aan, zodat nog twee vermist worden. Dat zijn een Rus en een Oostenrijker.
De vierde stuurman stond op de brug — het schip zou juist voor anker gaan om de morgen af te wachten — toen hij aan stuurboord in het donkere water een witte streep zag, blijkbaar de bellenbaan van een torpedo, die met grote snelheid op het schip aankwam.
— Kijk! kijk! riep de vierde stuurman, en de eerste officier, die eveneens op de brug was, zag mede de bellenbaan. Op het geroep van de vierde officier kwam de kapitein, die in de kaartenhut op de brug was, naar buiten en op hetzelfde ogenblik was de TUBANTIA getroffen. ook de man in het kraaiennest had de bellenbaan gezien. Twee sloepen met geredden hebben een zwak zoeklicht waargenomen. Zij roeiden er heen en riepen om hulp. Het zoeklicht werd op een van de sloepen gericht. In een van de sloepen meent men, in de richting van het zoeklicht iets gezien te hebben dat op een omgekeerde boot leek — naar men veronderstelde — een onderzeeër, of een torpedoboot. Toen het lichter werd, was dit vaartuig verdwenen. De directie is overtuigd, dat geen van de passagiers is omgekomen. De kapitein heeft alle hutten laten inspecteren, alvorens van boord te gaan en geen van de schipbreukelingen heeft er iets van gezien, dat er iemand zou verdronken zijn. Vermoed wordt, dat de beide nog ontbrekende passagiers — een Rus en een Oostenrijkse — zodra zij aan land kwamen, een onderkomen hebben gezocht.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 18 maart. Het in 1915 door de firma E.J. Smit & Zoon te Hoogezand gebouwde stoomschip BREDA, zal na afloop van het charter in handen van een te Terneuzen gevestigde rederij overgaan.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 18 maart. Het stoomschip LAURA, gebouwd aan Wilton's Machinefabriek en Scheepswerf voor de Holland Gulf Stoomvaart Maatschappij, heeft op de gehouden proeftocht ruimschoots aan alle eisen voldaan. Het schip heeft hoepels geladen en vertrok heden naar Drontheim.
Alle hulpwerktuigen als stoomankerspil, stoomkaapstander, stoomstuurmachine, stoomlieren en ankers en kettingen van dit schip zijn van Nederlands fabricaat.


21 maart 1916


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van de heer A.J. van Dam te Overschie liep met goed gevolg te water een stalen motorschip genaamd J. VAN STEEN, gebouwd voor rekening van de Amsterdamse motorpakschuitendienst firma J. v. Steen. Het schip is bestemd voor de geregelde beurtvaart Rotterdam - Amsterdam vice versa. Terstond daarna werd de kiel gelegd voor een motorschip voor rekening van dezelfde firma.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De TUBANTIA getorpedeerd.
Van alle opvarenden van de getorpedeerde boot wordt nog slechts één vermist, de 42-jarige ongehuwde Rus Alexander Fuchs, koopman, 2e klasse-passagier, afkomstig uit Petersburg, die zich te Amsterdam had ingescheept met bestemming naar de Spaanse haven La Coruña. De mogelijkheid wordt aangenomen, dat hij, bij een poging om in een sloep te springen, te water is geraakt.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De PALEMBANG verloren gegaan.
Het tiende te Rotterdam thuis behorende of op Rotterdam varend schip sinds 1 januari jl. is verloren gegaan; de PALEMBANG, vrachtboot van de Rotterdamsche Lloyd. De PALEMBANG, vrijdagnacht van hier vertrokken met stukgoed, was in 1911 gebouwd op de werf van Bonn & Mees en 6.674 bruto, 4.295 netto registerton groot. De gezagvoerder, kapt. Visser, heeft in een vanochtend omvangen sober telegram de ramp als volgt aan zijn directie meegedeeld: Gezonken in 1½ uur ten noorden van de Galloper om 11.30 zaterdagmorgen. De gehele equipage is gered; kapitein, 54 man en 2 passagiers. Vier leden van de bemanning zijn licht gewond en opgenomen in het hospitaal te Harwich. De anderen zijn te Londen.
Wat is er met dit schip gebeurd? Is het, evenals met de TUBANTIA ongetwijfeld is geschied, getorpedeerd door een onderzeeboot? Men zou het aannemen, als men hoort dat drie ontploffingen op verschillende plaatsen in het schip het zinken hebben veroorzaakt. Doch het wordt onwaarschijnlijk ais men verneemt wat de stuurman van de MERAK vertelt, een gisteren hier in de Maashaven aangekomen schip dat nabij de PALEMBANG is geweest. Het was zeer helder weer, zegt hij, met ruim uitzicht. Nabij de Galloper waren een aantal vlugge Engelse torpedoboten aan het mijnenvegen. Waar die aanwezig zijn komt geen vijandige duikboot in de buurt, dat zou zelfmoord wezen. Men moet dus aannemen dat de PALEMBANG op mijnen gelopen is en wel op een aan een kabel verankerd stel mijnen, vier of vijf, waarmee het schip achtereenvolgens contact heeft gemaakt. Intussen is dit, voor de verantwoordelijkheid van wie de mijnen gelegd hebben, even afschuwelijk. De Duitsers bezitten blijkens het door onze marine in beslag genomen exemplaar, thans nieuwe duikboten, uitsluitend tot het leggen van mijnen ingericht. En zij leggen die mijnen overal in het vaarwater, met het vreselijk gevolg, dat telkens onzijdige schepen er op verloren gaan. Zonder grote woorden te gebruiken, die men in deze tijd beter inhoudt, moet men op maatregelen, die dit vreselijk bedrijf voor de toekomst keren en de veroorzaakte schade zoveel mogelijk goed maken, met kracht aandringen.
Het blijkt uit de verhalen van de geredden te Harwich dat er bij prachtig weer zaterdagmorgen snel gevaren werd. Toen ontstond de eerste ontploffing om 11.25 toen men in de buurt was van de Galloperboei.
Dat enkele mannen een schuimstreep hebben gezien en zelf weer een suizend geluid hebben gehoord, wordt ook thans meegedeeld. Onmiddellijk daarna peilde de kapitein het schip en bevond alles normaal; hij trof echter de nodige voorzorgen. De kapitein had de scheepspapieren, de enige zaken die gered zijn, in zijn boot gebracht. Bij het passeren van het Noord-Hinder lichtschip had hij, als gewoonlijk in de laatste weken, wijselijk alle vier reddingboten buitenboord gehangen en elkeen een reddingsgordel gegeven. De machine werd dadelijk achteruit en na enkele seconden stop gezet. Maar het had toch nog enige vaart, toen een halve mijl verder een tweede zware ontploffing volgde. Toen werden de vier boten snel uitgezet, want het schip maakte thans vlug slagzij naar stuurboord en begon met de voorsteven te zinken. Kapitein Visser kwam toen ook van de brug en juist stond hij, met de derde officier bij het uitzetten van de laatste boot, toen een derde ontzettende ontploffing midscheeps volgde. De bemanning zag toen brokken ijzer, hout en steenkolen over zich heenvliegen, waartegen zij zich met jassen trachtten te beschutten. Een matroos werd niettemin gewond, waarna de kapitein en de derde officier hem aan een touw neerlieten in de boot, die nog bij het schip lag. Vijf minuten na de derde ontploffing, dus om 11 uur 37, zonk de PALEMBANG. De schroef, die het laatst gezien werd, was niet in beweging, waaruit opnieuw blijkt, dat het schip geheel stil lag op het moment, dat het omlaag ging. Eerst op dit allerlaatste ogenblik liet de kapitein zich omlaag glijden in zijn boot. Zijn hond, die negen jaar lang zijn trouwe metgezel geweest was, kon hij niet meer redden. De derde explosie moet ontzettend geweest zijn. De eerste officier vertelde dat door de ontploffing zijn boot, waarin twaalf man zaten, hoog opgeheven werd, terwijl alle losse voorwerpen er uit geslingerd werden. De boot kwam neer en werd onder water gedrukt! In dit ogenblik dacht ik, dat wij verloren waren, maar de boot kwam weer boven, vol water. De mannen, die er uit geslingerd waren, werden gered. De koelbloedigheid van de eerste officier op dat vreselijk ogenblik, redde de mensen in zijn boot, waarvan er sommigen gewond waren door vallend hout, door de ontploffing losgerukt. Onder hen was de leerling Kempe, die niettegenstaande ernstige hoofdwonden, roeien bleef. “Zijn gedrag was schitterend”, zei de eerste officier, terwijl de kapitein verklaarde: “Uit die Kempe zal een prachtig zeeman groeien". Spoedig kwam er hulp van de Nederlandse kolenboot MERAK. Alle Nederlanders werden snel aan boord genomen en met de grootste vriendelijkheid behandeld. Enkele doornatte mannen kregen droge kleren en allen werden later overgebracht naar een Engels schip, waar zij ook uitstekend behandeld werden. Tenslotte werden zij allen te Harwich aan land gebracht. Vele stokers waren barrevoets en de gehele bemanning verloor al haar bezittingen. Dat zij hun leven althans konden redden is wel een groot wonder. Gelukkig was er, toen de tweede ontploffing plaats had, niemand beneden in het voorruim, anders waren zij stellig gedood. Jan Eversen van Rotterdam, door Lloyds News geïnterviewd, zei: Niemand kan met zekerheid zeggen of de PALEMBANG werd getorpedeerd of op een mijn liep; niemand zag een duikboot noch zelfs een periscoop. Niettemin gaat de Engelse pers van de veronderstelling uit dat een Duitse duikboot de schuldige is. Lloyds News stelt de vraag of Duitsland ruzie zoekt met Nederland, in de hoop van Rotterdam een vlootbasis tegen Engeland te kunnen maken.
En de Daily Telegraph heeft in een hoofdartikel verzekerd, dat dezelfde duikboot, die de TUBANTIA vernielde ook aanval op de PALEMBANG heeft gepleegd. Holland mag zich volgens het blad afvragen, welke nieuwe dingen het wanhopig geworden Duitsland thans weer zal doen. Zij zijn niet haastig of heethoofdig, de Hollanders, maar wat moeten zij tegenover zulke gebeurtenissen gevoelen? Het blad herinnert, aan Neerland's grote historie en zegt dat de grondslagen van ons vlijtig behouden bestaan worden ondermijnd door de „Duitsche Kultua" en het verzekert ons van Engelands ernstige sympathieën. Hoe kan dit land welks vrijheid door de ongehoord brutale daden van een volk dat in zijn razernij alle gevoel van menselijkheid heeft verloren, zijn welwillende neutraliteit handhaven, als de „Hunnen" blijven voortgaan het van zijn eigen bloeiend koloniaal rijk af te snijden. De Nederlanders kunnen het grote verlies, hun door het vernielen van hun schepen berokkend zichzelf vergoeden door inbeslagname van enige of van alle Duitse schepen, die in hun havens opliggen en die veel groter in aantal zijn dan die welke Portugal in beslag nam. In elk geval kan Nederland niet rustig blijven bij zulke aanvallen op de Nederlandse vlag, vergezeld van zulke materiele verliezen, eindigt de Daily Telegraph.
Het schip was — reeds in januari — verzekerd voor NLG 1.160.000, de lading voor NLG 1.000.000, beide op Rotterdamse beurspolis.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Zaterdagavond had hier ter stede een vergadering plaats van de Ned. Reders Vereniging ter bespreking van de gevaren, thans aan de zeevaart verbonden. Besloten werd een audiëntie aan te vragen bij de Minister van Marine. Op deze audiëntie, die bereids is toegestaan en hedenmiddag plaats vond, zou verzocht worden althans de grote koopvaardijschepen voortaan door één à twee torpedoboten te doen begeleiden.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Officiële Duitse verklaring. Wolff seint officieel uit Berlijn:
Naar aanleiding van de officiële mededeling van het Nederlandse departement van Marine over de ondergang van het stoomschip TUBANTIA, dat volgens de beëdigde verklaringen van de 1e officier, de 4e officier en de uitkijk, de bellenbaan van de torpedo duidelijk is gezien, wordt hierbij vastgesteld, dat een Duitse duikboot niet in aanmerking komt, daar de plaats waar het ongeval van de TUBANTIA gebeurde, minder dan 30 zeemijlen van de Nederlandse kust verwijderd was, en dus binnen het in de bekendmaking van 4 februari 1915 als voor de scheepvaart niet gevaar opleverend gebied ligt. Verder kan verklaard worden, dat daar geen Duitse mijnen zijn gelegd.
Het Duitse gezantschap te 's-Gravenhage deelt in ambtelijke opdracht mee: Duitse marineautoriteiten hebben na ontvangst van het bericht, betreffende het vergaan van de TUBANTIA een grondig onderzoek ingesteld. Nadat alle in aanmerking komende zeestrijdkrachten naar haar stations waren teruggekeerd, is het onderzoek kunnen worden voltooid. Als resultaat staat vast, dat met betrekking tot de torpedering van de TUBANTIA geen sprake kan zijn noch van Duitse onderzeeboot, noch van Duitse torpedoboot. Bovendien zijn in de nabijheid van de plaats van het ongeval van Duitse kant geen mijnen gelegd geworden.
Aan het officiële Duitse bericht valt, naar onze mening, geen andere betekenis te hechten dan dat de Duitse regering daarmee de bewijslast op Nederland legt. De bekendmaking is dan als een diplomatieke daad te beschouwen, die scherp afsteekt tegen de geruststellende voorlopige verklaring, welke indertijd binnen enkele dagen na de torpedering van de KATWIJK uit Berlijn ons land bereikte en bij een dergelijke voorlopige toezegging van onderzoek en eventuele schadeloosstelling, die ons een week na de vernietiging van de ARTEMIS uit Berlijn gewerd. Voor het ogenblik zullen wij er niets anders van zeggen dan dat deze niet op feiten berustende ontkenning niet zal bijdragen tot het bedaren van de verbittering door het vernielen van het prachtschip van onze handelsvloot hier te lande gewekt. Een ramp, die, terwijl wij dit schrijven, gevolgd wordt door het verbijsterende bericht dat de zaterdag uit Rotterdam vertrokken vrachtboot van de Rotterdamsche Lloyd PALEMBANG tegen de avond eveneens in de Noordzee zou zijn verzonken, weer door een geheimzinnig torpedo-schot getroffen!
Op de uitnodiging om te geloven dat een onderzeeër van andere nationaliteit de schuldige zou geweest zijn, gaat het Vaderland niet in: Waar het een feit van algemene bekendheid is, dat tot dusverre in de Noordzee alleen Duitse onderzeeërs hun barbaars werk hebben verricht, en Engeland het grootste belang heeft bij het niet verloren gaan van neutrale scheepsruimte, daar zou die gevolgtrekking al te zeer in strijd met de waarschijnlijkheid wezen: Ook om dit te laten slikken is men bij ons Nederlanders, niet aan het juiste adres.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Engelse verklaring. Naar aanleiding van de Duitse officiële verklaring, dat de TUBANTIA niet door een Duitse onderzeeër of een mijn tot zinken kan zijn gebracht, bericht de Britse marinestaf, dat op het tijdstip van het zinken van de TUBANTIA geen Britse onderzeeër in de buurt van het schip was.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 20 maart. Het stoomschip JAN VAN NASSAU, gecharterd door de Holland Amerika Lijn, is in de nacht van zaterdag op zondag uit New York, geladen met stukgoed, in de Rijnhaven alhier aangekomen. Op deze reis heeft dit stoomschip, door overkomende stortzeeën, in de Atlantische Oceaan dekschade gekregen. Een reddingboot is totaal, een andere grotendeels vernield. Van andere reddingboten zijn de bootsklampen weggeslagen, een van de davits is geheel verbogen en het hekwerk is op verschillende plaatsen beschadigd. Persoonlijke ongelukken hebben niet plaats gehad.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 19 maart. Het stoomschip VENEZUELA van de Kon. West-Indische Maildienst te Amsterdam, verkocht aan de Grace Steamship Cy. te New York, is vrijdagavond onder Amerikaanse vlag met dezelfde naam, doch met een Nederlandse equipage naar Cardiff vertrokken. Vandaar zal het stoomschip verder gaan naar San Francisco om op de westkust van Amerika in geregelde dienst te komen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Swansea, 14 maart. Het Nederlandse stoomschip EUTERPE, van Rotterdam alhier aangekomen, is 11 dezer in het Prince of Wales dock met het stoomschip GARIBALDI in aanvaring geweest.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Londen, 18 maart. Volgens telegram uit Leith is het Nederlandse stoomschip AMSTELSTROOM in aanvaring geweest; schade onbekend. De AMSTELSTROOM is een van de schepen van de Hollandsche Stoomboot Mij. die geregeld verbinding tussen Amsterdam en Engeland onderhoudt.


Krant:

 VCO - Vlissingsche Courant

’s-Gravenhage. Het duiken ter plaatse waar de TUBANTIA gezonken is, geschiedt met de WODAN, voor rekening van de Hollandsche Lloyd. Aan boord van de WODAN bevinden zich enkele marineofficieren.


22 maart 1916


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van I.S. Figée te Vlaardingen is te water gelaten het stalen loggerschip VESTA, gebouwd voor rekening van C. Verver te Bloemendaal.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 22 maart. Grote moeilijkheden.
Het loopt met onze scheepvaart op een eind, als er niets gebeurt. Wel zijn nog zes schepen binnengevaren, waaronder de ARY SCHEFFER waaromtrent onrust was, voorts de AMBRA van Kirkenaes met ijzererts, maar er varen geen schepen uit.
De bemanningen durven niet en de reders willen ook niet, nu daar op zee in het wilde weg getorpedeerd wordt en alom mijnengevaar bestaat. Doch meer het torpederen wekt de stemming van angst, die begrijpelijk is. Het is, als de woeste anarchie voort duurt, immers nergens veilig.
Nu komt het bericht dat het Galloper vuurschip van zijn plaats is weggeschoten en gezonken en dit vuurschip is voor de vaart niet te ontberen. Immers, onmiddellijk er buiten ligt het mijnenveld. Men heeft een oplossing aan de hand gedaan om rondom Schotland te varen, doch ook dit heeft gevaar en bezwaar. Ten eerste weet men niet, hoe het in de noordelijke zeeën met de mijnen gesteld is, ten tweede zijn de schepen daar, indien er iets gebeurt reddeloos in de eenzaamheid verloren, terwijl in het drukke Kanaalvaarwater hulp veelal nabij is. Een andere oplossing: Het convoyeren van handelsschepen door oorlogsbodems heeft dit bezwaar dat dan ook deze oorlogsbodems het mijnenrisico lopen en voorts dat, althans voor thuis varende schepen, de marinecommandant feitelijk nooit de te eisen waarborg kan op zich nemen, dat het geconvoyeerde schip geen contrabande bevat. Tenzij dus Duitsland wil verklaren geen neutrale koopvaardijschepen meer te torpederen en het mijnen strooien te beperken, ligt er geen oplossing voor de hand die onze scheepvaart uit de moeilijkheid zou brengen. Niet meer varen! roept men. Maar wij moeten toch eten! Is ons antwoord. De voeding van ons volk is geheel van de scheepvaart afhankelijk. Er wordt hier door de scheepvaartondernemers en in Den Haag door de Regering met de reders druk geconfereerd, men mag met de grootste belangstelling vragen of en waar er een uitredding zal worden gevonden. Het feit dat in ons land een groeiende verbittering tegen hen die al deze rampen veroorzaken waar te nemen valt, zal onze Regering allicht voor haar optreden een ruggensteun wezen; het volk staat achter haar.


Krant:

 VCO - Vlissingsche Courant

De treiler WHITBY is gisteren in zwaar beschadigde staat te Grimsby binnengelopen. Het is maandag (opm: 19 maart) ten gevolge van de mist in aanvaring geweest met het Nederlandse stoomschip BESTEVAER. De boeg van de treiler drong in de machinekamer van het stoomschip, welke volliep. De Nederlandse bemanning wist tijdelijke herstellingen aan te brengen, waardoor de WHITBY het schip op sleeptouw kon nemen naar de Humber, waar het op het strand is gezet.


23 maart 1916


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

LA FLANDRE op een mijn gelopen.
De heer H. Wolkers uit Amsterdam, de geredde tweede machinist van het Nederlandse stoomschip LA FLANDRE, dat bij het Galloper vuurschip op een mijn is gelopen en gezonken, heeft het volgende meegedeeld: Na maandagnamiddag half twee uit de Duins vertrokken te zijn, liep LA FLANDRE omstreeks half zes in de namiddag, bij goed weer en een kalme zee, in het zicht van het Galloper vuurschip op een mijn en verdween in de tijd van drie minuten in de diepte. De heer Wolkers kwam juist uit de eetzaal om naar de machinekamer te gaan, toen hij een vreselijke slag hoorde. Het achterschip was aan bakboordzijde door een mijn getroffen. Dit begreep hij dadelijk. Hij spoedde zich naar zijn hut en greep zijn reddingboei. Dadelijk daarop ging hij naar het sloependek, want het schip was reeds in zinkende staat. Tijd om een van de boten in zee te laten, was er niet en toen hij op een afstand van een meter of vier een stuk hout zag drijven, sprong hij in zee, en hij had het geluk dit stuk hout van ongeveer een meter lengte, waaraan een eind touw was bevestigd, te grijpen. Met dit touw heeft hij het stuk hout later aan een ladder kunnen bevestigen. Zijn reddingboei had hij inmiddels aan andere leden van de bemanning, die in de nabijheid rondzwommen, toegeworpen. Na tevergeefs getracht te hebben naar het Galloper vuurschip te zwemmen, is hij na verloop van ongeveer een uur door een boot van het Engelse stoomschip OUSEL opgepikt. Aan boord van dat stoomschip had men na het horen van de slag, die op de ontploffing van de mijn volgde, een boot uitgezet, om zo mogelijk hulp te verlenen. De matroos D. den Heijer uit Scheveningen, is het ongeveer evenzo gegaan. Hij was op het ogenblik van de ontploffing in het matrozenlogies, is eveneens over boord gesprongen en wist een ladder te pakken te krijgen. Toen men hem uit zee oppikte, had hij ten gevolge van de doorgestane koude het bewustzijn nagenoeg verloren. De beide geredden zijn van mening, dat de andere 28 leden van de bemanning van LA FLANDRE verdronken zijn. Een ander stoomschip is niet in de nabijheid gezien en met de reddingboot van de OUSEL heeft men, al roepende, nog bijna een uur in de omgeving rond geroeid, maar niets gezien of gehoord.
De gezagvoerder van het verongelukte schip was kapt. Van der Laan, de eerste stuurman De Jong, de tweede Van der Weyden, de derde Renierse (een Belg), de eerste machinist Meppelder, de derde machinist De Koster, de vierde machinist Schippers, die allen te Rotterdam of te Vlissingen woonachtig waren. De bootsman was een Fin, de timmerman kwam van IJsland, een Belgische stoker en een Belgische tremmer waren te New York aan boord gekomen. Verder waren er ook zes Scheveningers aan boord.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 23 maart. De Haven.
Behalve de DIRKSLAND, een klein kolenschip, is geen enkel Nederlands vaartuig uit onze haven vertrokken. Ook de NIEUW AMSTERDAM niet, ofschoon aan boord van dat schip, evenals trouwens op de vorige weck vertrokken NOORDAM, het aantal reddingsmiddelen, vlotten, sloepen en boeien, zeer aanmerkelijk is vermeerderd.
De bemanningen weigeren te gaan. Zijn wij wel ingelicht, dan is hun eis niet afhankelijk van de gevarenkansen, die eis geldt hun familie. Zij zouden een verhoging wensen van de uitkering aan weduwen en wezen, die de Zeeongevallen Wet toestaat. Deze verhoging zou te vergunnen zijn zonder wetswijziging. Uitgevaren wordt er intussen door Nederlandse schepen niet. Zes voor Amerika bestemde boten, die graan zouden halen, liggen te wachten op verheldering van de toestand Binnengekomen zijn zeven schepen, waarvan drie met stukgoed, twee met steenkolen en de TYR van Kirkenaes met ijzererts en de EMMA FERNSTRÖM van Karlshamn met hout.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 23 maart. De PALEMBANG.
Bij de Rotterdamsche Lloyd is telegrafisch bericht uit Londen ontvangen, dat de Engelse admiraliteit zich voorstelt, het zo te regelen, dat officieren, passagiers en equipage van de PALEMBANG gisteren (dinsdag) of heden te Deal zouden worden ingescheept, aan boord van het stoomschip ROTTERDAM van de Holland Amerika Lijn.
Aan de Tel., wordt uit Londen geseind, dat de kapitein en de officieren van de PALEMBANG maandag tegenover de consul-generaal hun verklaringen aflegden over hetgeen gebeurd is. Zij nemen allen een gereserveerde houding aan, met het oog op de officiële verklaring, die zij nog moeten afleggen. Voorts, dat een Javaanse bediende, die niet meer terug werd gezien, verloren is; hij werd waarschijnlijk door een ontploffing gedood.
Allen zijn natuurlijk verheugd weer naar huis te gaan. Waarschijnlijk zal de gewonde tweede officier, die nog te Harwich verblijft, ook naar huis gaan. In het hospitaal te Harwich blijven nog twee stokers en de leerling Kempe.
De mensen ontvingen in de loop van de dag prachtige nieuwe kleren voor rekening van de Maatschappij. De manschappen prezen wederom het uitstekende optreden van de kapitein, die werkelijk als een vader voor hen was, zoals enkele jongemannen getuigden.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 22 maart. Men is thans bezig met het lossen van een gedeelte lading uit het met averij op de Theems liggende stoomschip ZAANDIJK. De 19e dezer van hier naar de Theems vertrokken lichter N.A.S.M. 3 zal van die lading overnemen. Nadat het stoomschip ZAANDIJK voldoende is gelicht, zal men het naar hier trachten te brengen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Sundsvall, 17 maart. Ook in hoger beroep is de loods, die op 31 juli 1915 de stranding van het Nederlandse stoomschip MARS op Draghällane grond veroorzaakte, tot 75 Kronen boete veroordeeld.


24 maart 1916


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Onze Scheepvaart.
Wij vernemen uit Rotterdam dat de verschillende reeds sedert zaterdag aldaar gereed liggende en bemonsterde schepen gisteravond zouden varen.
Omtrent de conferentie van de ‘Bond van Gezagvoerders en Stuurlieden ter Koopvaardij’ en de ‘Bond van Machinisten’ met leden van de Regering, vernemen wij nog, dat daarbij ook tegenwoordig was kapitein Teensma, gezagvoerder van de KATWIJK, die destijds getorpedeerd werd. Deze deskundige gaf een uiteenzetting van de gevaren, die er thans in de Noordzee zijn. Zowel door de Minister van Marine, als door de gezagvoerders werden maatregelen ter beveiliging van de scheepvaart besproken. Er moeten op dit gebied reeds proefnemingen gedaan worden.
De vraag is gerezen, of het torpederen van de TUBANTIA voor de Raad voor de Scheepvaart behandeld zal worden. De kapitein en enige opvarenden van de TUBANTIA zijn door de inspecteur voor de scheepvaart alhier reeds gehoord. Na dit voorlopig onderzoek zal nog door een commissie uit de Raad moeten uitgemaakt worden, of het zinken in openbare zitting door de Raad voor de Scheepvaart zal worden behandeld. Verschillende andere torpederingen zijn niet naar de openbare zitting verwezen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Naar de N.R.C. verneemt, heeft de ‘Vereniging van Gezagvoerders en Stuurlieden ter Koopvaardij’ en de ‘Bond van Machinisten ter Koopvaardij’ in beginsel besloten, de gezagvoerders, stuurlieden en machinisten, die varen op schepen voor de oostkust van Engeland en naar het noorden bestemd zijn, vrij te laten om te gaan varen.
Gisteravond vergaderde de Nederlandsche Zeeliedenvereeniging ‘Volharding’ met de gemonsterde bemanningen van de stoomschepen NOORDWIJK, WINTERSWIJK, RIJSWIJK, JILDEN, THEMISTO en LARENBERG. In verband met het feit, dat verschillende schepen zonder letsel Het Kanaal op de thuisreis zijn doorgekomen, besloten de zeelieden in meerderheid zich bereid te verklaren in de nacht van vrijdag op zaterdag op deze schepen in konvooi en met begeleiding van een zeesleepboot te vertrekken. Enkele schepelingen zullen afmonstering verzoeken.
De ‘Vereeniging van Gezagvoerders en Stuurlieden ter Koopvaardij’ en de ‘Bond van Machinisten ter Koopvaardij’ hielden gisteravond een gecombineerde vergadering te Rotterdam. Na breedvoerige besprekingen werd met 222 stemmen voor en 4 stemmen tegen besloten niet te gaan varen, alvorens de door de Regering aangekondigde veiligheidsmaatregelen zijn genomen en een regeling is getroffen die een betere uitkering biedt aan nagelaten betrekkingen in gevolge de Zeeoorlogsongevallenwet. Een pensioen van NLG 360 per jaar voor weduwen van gezagvoerders, stuurlieden en machinisten, die door het oorlogsgevaar hun leven verloren, werd veel te laag geacht. Met verwondering nam de vergadering kennis van een bericht in enkele bladen, als zou door de besturen van de betrokken verenigingen reeds besloten zijn, dat enkele schepen konden vertrekken.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf ‘De Hoop’ van de heer J.J. Bodewes te Pannerden, is te water gelaten het geheel van staal gebouwde motorschip BAVARIA X, met een draagvermogen van circa 100 ton en voorzien van een Zweedse Skandia ruwolie motor van 30 pk. De kiel werd gelegd voor een motorlogger voor Hollandse rekening. Deze zal met een Standaard ruwolie motor worden uitgerust.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van A. de Jong te Vlaardingen is te water gelaten het stalen loggerschip JACOBA (SCH-332), gebouwd voor de heer A. de Jong te Scheveningen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 22 maart. Het stoomschip HEBE van de Koninklijke Nederlandsche Stoomboot Maatschappij te Amsterdam heeft gisteren zijn proeftocht gemaakt van Rotterdam naar Amsterdam. Het schip verliet ruim halfeen de mond van de Maashaven en liep om kwart over vijf te IJmuiden binnen, terwijl de schroef onafgebroken 86 omwentelingen per minuut maakte en de machine 960 pk indiceerde. De hoofdafmetingen van schip en machines, gebouwd onder toezicht van Bureau Veritas door de N.V. Boele's Scheepswerven en Machinefabriek te Bolnes zijn: Lengte tussen loodlijnen 250 vt., breedte over grootspant 36 vt. 6 duim, hol tot shelterdek. 23 vt., gemiddelde diepgang geladen 14 vt. 9 duim, laadvermogen (d.w.) 1.750 ton, diepgang proeftocht: 11 vt. 9 duim achter en 7 vt. 11 duim voor. Verplaatsing hierbij 1.825 ton. Het schip heeft een kruiserhek en ijsbreker steven. De cilinders van de triple-expansiemachine zijn 18½ bij 30 bij 48 duim, terwijl de slaglengte van de zuigers 36 duim bedraagt. De beide ketels hebben Schmidt oververhitters en werken onder Howden's gedwongen trek. (opm: N.V. Boele, bouwnr. 110)


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Amsterdam, 23 maart. Naar men verneemt, heeft de Stoomvaart Maatschappij Nederland twee vrachtschepen besteld van het type ‘Bintang’, één bij de Nederlandsche Scheepsbouw Maatschappij en één bij de Rotterdamsche Droogdok Maatschappij.
De prijs, die er voor betaald moet worden, is het dubbele van de prijs die in het vierde kwartaal van 1914 voor dergelijke schepen moest worden betaald.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 23 maart. De drie-mast schoener DINA HENDERIKA werd verkocht aan de heren De Meyer & Nelson te Terneuzen en zal bevaren worden door kapitein S. Bouman.


25 maart 1916


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 24 maart. Het bij de firma Joh. Berg & Co. te Farmsum nieuw gebouwde stoomschip FREI, voor rekening van een firma te Bergen, groot bruto 1.175,35 of 608,64 m3 netto, zal na proeftocht op de Eems en nadat de scheepspapieren in orde zijn bevonden, onder commando van kapt. Michelsen, met Noorse bemanning ledig naar Bergen vertrekken.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Grimsby, 22 maart. Het stoomschip BESTEVAER is hedenochtend 11 uur hier in een droogdok geplaatst. (zie ook VCO 220316)


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Genua, 16 maart. Het motorschip ZEEMEEUW, van Rotterdam alhier aangekomen, heeft gedurende de reis dekschade gekregen en zal onderzocht worden.


27 maart 1916


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. Uitspraken.
De uitspraak betreffende de aanvaring van het stoomschip BATAVIER III op de Theems op 25 januari 1916 luidde: Voor zover de Raad uit de te zijner beschikking staande gegevens kan nagaan, is de Raad van oordeel, dat de oorzaak van de aanvaring is gelegen in de omstandigheid, dat de PORTWOOD de verkeerde zijde van het vaarwater heeft gehouden en niet behoorlijk heeft acht geslagen op de seinen van de BATAVIER III. Voor laatst gemeld schip bestond in het gegeven geval alle reden te trachten de PORTWOOD aan stuurboordzijde voorbij te gaan.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. Uitspraken.
De uitspraak betreffende het vergaan van het stoomschip LA FLANDRE is aldus: De Raad is van oordeel, dat de LA FLANDRE op een mijn is gestoten en dientengevolge is vergaan.
Deze ramp geeft de Raad aanleiding nogmaals op te merken, dat gedurende de tegenwoordige omstandigheden tijdens de vaart over de Noordzee de reddingboten buiten boord behoren te zijn gedraaid. Ook is het een vereiste, dat er ruimschoots zwemvesten op verschillende plaatsen van het schip aanwezig zijn, niet alleen bij het sloependek, maar ook in het logies van de bemanning, gelijk de Raad reeds aangaf in zijn uitspraak over de ramp overkomen aan het stoomschip APOLLO. Weliswaar is opgemerkt, dat de bemanning menigmaal geen prijs schijnt te stellen op de zwemvesten en deze vernielt, maar daargelaten of dit in de huidige tijdsomstandigheden nog het geval is, kunnen die zwemvesten weer uit het logies verwijderd worden, nadat men de gevaarlijke zone voorbij is.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Delfzijl, 24 maart. Na een tegenspoedige reis van 3 maanden kwam gisteren alhier binnen van Glückstadt het tjalkschip JANTINA, kapt. J. de Groot, welk schip van het begin van de oorlog aldaar heeft gelegen. Gedurende de reis heeft het schip twee weken op het Duitse Wad aan de grond gezeten, waarna het eindelijk met veel moeite weer vlot kwam.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Leith, 17 maart. Het reeds gemelde stoomschip AMSTELSTROOM was hier in de haven in aanvaring met het Noorse stoomschip HAVLYST, dat schade bekwam aan stuurboord door de voorsteven van de AMSTELSTROOM en een gat beneden de waterlijn door zijn eigen bakboordanker. (opm: zie ook RN 210316)


28 maart 1916


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Verschure & Co’s Scheepswerf en Machinefabrieken.
In de gisteren gehouden algemene vergadering van aandeelhouders van de Verschure & Co’s Scheepswerf en Machinefabrieken werd het jaarverslag over 1915 uitgebracht en werden de balans en de winst- en verliesrekening goedgekeurd.
Besloten is aan aandeelhouders een dividend uit te keren van 6 procent. (vorig jaar 5 pct.)
De heer P.J.M. Verschure, die als commissaris aftrad, werd als zodanig herkozen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Rotterdamsch Droogdok Maatschappij.
In het jaarverslag over 1915 wordt er op gewezen, dat, deels als rechtstreeks gevolg van de oorlog, deels door speculaties van handelaren, die van tijdelijk gebrek aan een of andere grondstof profijt trachtten te trekken, herhaaldelijk en op onrustbarende wijze de prijzen van tal van materialen en scheepsonderdelen stijgen. Hoewel in verband hiermee een met vrij grote sprongen stijgende prijs voor nieuwe bouwcontracten bedongen werd, zullen zolang de onberekenbare prijsverhogingen van grondstoffen blijven aanhouden, alle scheepswerven, die verplicht zijn steeds geruime tijd tevoren geboekte orders af te werken, aan onaangename verrassingen blootstaan. Daarbij kwam tenslotte nog, dat door de sterk verminderde scheepvaart voor het eerst sinds de oprichting van de Vennootschap de omzet van het in de regel meer lonende reparatiebedrijf in vergelijking tot die van het voorgaande jaar, niet onbelangrijk is verminderd.
Al deze ongunstige omstandigheden in aanmerking nemende moet het zeer bevredigend worden geacht, dat de verlies- en winstrekening als financieel resultaat over het jaar 1915 opnieuw een hoger winstcijfer aanwijst.
De winst op orders over 1915, inclusief een reeds vroeger afgeschreven doch inmiddels ingekomen dubieuze vordering op een buitenlandse rederij, is gestegen tot NLG 1.179.286 (v.j. NLG 960.381), zodat na aftrek van erfpacht en interest het voor afschrijving en uitkering beschikbare voordelig saldo bedraagt NLG 1.157.122. In verband ook met de onzekere toekomst acht men wederom ruime afschrijvingen noodzakelijk, zodat hiervoor een bedrag van NLG 599.090 (v.j. NLG 459.693) is uitgetrokken, waarna er een saldo van NLG 558.031 (v.j. NLG 470.921) ter verdeling overblijft. Voorgesteld wordt hiervoor te bestemmen voor extra reserve NLG 20.000. (waardoor deze reserve stijgt tot NLG 400.000), voor fonds belangen personeel NLG 33.078,32 (waardoor dit fonds tot NLG 100.000 aangroeit) en voor gratificaties NLG 9.000, zodat na aftrek van tantièmes en verschuldigde belasting, aan aandeelhouders 15% (v.j. 14%) dividend en aan houders van bewijzen van oprichtersrechten NLG 284 (v.j. NLG 224) per bewijs kan worden uitgekeerd. Ook in het afgelopen jaar werd de fabriek wederom uitgebreid.
In 1915 werden afgeleverd de stoomschepen BELLATRIX, MAASDIJK, RIJNDIJK, TURBINIA, THUBAN, PROCYON, ALCOR en ALGENIB met een totaal laadvermogen van ca. 48.000 ton en een totale machinecapaciteit van ca. 11.000 ipk. Bovendien werd voor een elders gebouwd vaartuig een machine-installatie van 500 ipk afgeleverd en de bouw van het in januari 1916 in de vaart gebrachte stoomschip ALPHARD van 6.200 ton laadvermogen en 1.500 ipk grotendeels voltooid. Laatstgenoemd schip buiten beschouwing latende, waren op 1 januari nog in aanbouw en bestelling 15 schepen gezamenlijk met circa 97.000 ton laadvermogen en circa 27.000 ipk machinekracht, benevens 3 machine-installaties van totaal 5.000 ipk voor elders in aanbouw zijnde schepen, terwijl voor het verschijnen van dit verslag bovendien nog 3 schepen werden geboekt met een totaal laadvermogen van 22.000 ton en een totale machinecapaciteit van 6.500 ipk. Speciaal vermeld kan nog worden, dat het hierboven genoemde, aan de firma W. Ruys & Zonen afgeleverde stoomschip TURBINIA het eerste, op een Nederlandse werf gebouwde, door turbines voortgedreven schip is. Tot nog toe heeft de turbine-installatie van dat schip uit technisch oogpunt beschouwd aan de verwachtingen ten volle voldaan.
In het reparatiebedrijf heerste zoals hierboven reeds vermeld, minder bedrijvigheid dan in vorige jaren. Sinds het begin van 1916 is hierin verbetering ingetreden, deels ten gevolge van het feit dat in het buitenland blijkbaar geen voldoende werkkrachten voor herstellingen meer beschikbaar zijn, deels omdat de in verband met de hoge vrachten lang uitgestelde reparaties tenslotte toch moeten worden uitgevoerd en bovendien door oorlogsgebeurtenissen meer en meer schepen beschadigd worden. In het afgelopen jaar werd van de beide dokken gebruik gemaakt door 159 schepen, metende 437.770 registerton, met 480 dokdagen, zondagen, nachtwerk en rivierboten buiten beschouwing gelaten. Sinds de oprichting van de Maatschappij werden dus gedokt 2.221 zeeschepen, metende 5.706.269 register ton.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De moeilijkheden van de zeevaart.
De gecombineerde vergadering van de Vereeniging van Nederlandsche Gezagvoerders en Stuurlieden ter Koopvaardij en de Bond van Machinisten ter Koopvaardij heeft zaterdagavond met algemene stemmen (266) besloten, dat door de gemonsterden bij die rederijen zal gevaren worden, die reeds hebben gedaan en nog zullen doen de toezeggingen voor de verzorging van de eventueel na te laten betrekkingen op tenminste dezelfde voet als zulks is geschied bij de Maatschappij Zeeland en dat, wat de niet gemonsterden betreft, zulks bij die vorenbedoelde rederijen eerst zal plaats hebben, indien de Regering de in het uitzicht gestelde veiligheidsmaatregelen inderdaad heeft genomen.
Van dit besluit is aan de Scheepvaartvereeniging en de daarbij niet aangesloten rederijen telegrafisch kennis gegeven.
In verband met de actie van de gezagvoerders en officieren ter koopvaardij, deelt men ons het volgende mee:
Enig verlangen naar een hogere uitkering aan nabestaanden, dan door de Oorlogs-zeeongevallenwet gewaarborgd, werd nooit – schriftelijk noch mondeling - aan de reders kenbaar gemaakt. Eerst jl. vrijdag bleek in een conferentie tussen de Minister van L.N. en H. en enkele leden van de Commissie van Toezicht van de Vereeniging Zeerisico, dat de organisaties van de gezagvoerders en scheepsofficieren zich tot de Minister hadden gewend, met verzoek een wijziging van de Oorlogszeeongevallenwet te bevorderen.
Aangezien zulks om verschillende redenen niet wel mogelijk was, zegde de Minister aan de organisaties zijn medewerking toe, teneinde met de rederijen tot overeenstemming te geraken omtrent een vrijwillige verhoging van de uitkeringen aan nabestaanden.
Medewerking van de zijde van de rederijen, voor zover nodig, werd onmiddellijk op bovengenoemde conferentie in uitzicht gesteld, mits niet verkregen onder de bedreiging van niet te zullen varen van de zijde van de officieren, met name op enkele stoomschepen, wier route volstrekt geen meerdere gevaren bood, dan gedurende de laatste zes maanden het geval was geweest. Op de conferentie van jl. zaterdag, waarmee de voorzitter van de Scheepvaartvereeniging tegenwoordig was, bleek de Minister, in tegenstelling met de bewering van de organisaties, dat wel degelijk een bepaalde eis werd gesteld zonder dat tevoren enig overleg met de reders had plaats gehad en zonder dat de organisaties het resultaat van de stappen van de Minister hadden afgewacht. Onder die omstandigheden verklaarde de Minister, namens de Regering, dat indien onder de huidige omstandigheden een looneis werd gesteld, onder bedreiging van bij niet onmiddellijke inwilliging niet te zullen varen, de Regering zich geheel zou stellen aan de zijde van de rederijen.
Het besluit van de organisaties, zaterdagavond genomen, laat omtrent de werkelijke bedoelingen van de organisaties geen twijfel. Na gepleegd overleg met de Regering zal de Scheepvaartvereeniging haar houding, met betrekking tot de bij haar aangesloten rederijen, bepalen.
De kwestie van de meerdere of mindere veiligheid van het vaarwater naar Het Kanaal staat overigens geheel buiten verband met het bovenstaande en is een zaak, waar omtrent de Regering, zoals bekend, bepaalde toezeggingen heeft gedaan.
In verband met bovenstaande mededeling verzoekt het bestuur van de Vereeniging van Gezagvoerders en Stuurlieden en van de Bond van Machinisten ter Koopvaardij ons het volgende te melden:
Woensdag was door de Minister beloofd dat maatregelen zouden genomen worden voor de veiligheid van de zeevaart en donderdagavond besloot de gecombineerde vergadering van bovengenoemde organisaties dat niet zou worden gevaren, alvorens de toegezegde maatregelen zouden zijn uitgevoerd. Van dit besluit werd terstond na afloop van de vergadering kennis gegeven aan de directies van de Holland Amerika Lijn, van de Rotterdamsche Lloyd, het bestuur van de Scheepvaartvereeniging, de firma’s Lensen te Terneuzen en Jos. De Poorter.
Betreffende de verzorging van de nabestaanden wensen de organisaties dat uitkering zal worden gedaan aan de weduwe van een kapitein van NLG 1.200, 1e stuurman en 1e machinist NLG 1.000, 2e stuurman en 2e machinist NLG 800, 3e stuurman en 3e machinist NLG 600 benevens een maximum toeslag voor kinderen van NLG 350. Vaststelling van deze bedragen wordt nodig geacht, omdat meermalen de rederijen ook voor gezagvoerders en officieren niet verder willen gaan dan waartoe de wet verplicht. Zo werd aan de nabestaanden van de kapitein van de LA FLANDRE diens traktement uitbetaald tot op de dag dat het schip zonk.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Het stoomschip DUIVELAND vergaan.
De directie van de Scheepvaart- Steenkolen Maatschappij ontving bericht dat de kapitein en bemanning van het stoomschip DUIVELAND te Sheerness zijn geland. De directie maakt hieruit op, dat genoemd schip is vergaan. De bemanning bestaat uit 18 koppen waarvan er 2 gewond zijn.
Het schip, dat niet verzekerd was, was gebouwd in 1909 en mat 1.299 ton bruto en 770 ton netto. Het was 22 maart van Hull naar Londen vertrokken en thans ledig op reis van Londen naar Sunderland.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 27 maart. Van Meijer’s Scheepstimmerwerf te Tiel is te water gelaten het elevatorschip A.v.H. 50, metende 800 ton.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Nagasaki, 22 maart. Het Nederlandse stoomschip KARIMOEN, moet machines en stoomketels laten repareren en zal 25 maart weer tot vertrek gereed zijn.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De toestand in het scheepvaartbedrijf.
Van uitvaren is nog steeds onder de Nederlandse schepen geen sprake. Dit hangt af van de stuurlieden. Wellicht vaart vandaag de ‘Batavier’ weer, nadat de directie beloofd heeft het weduwenpensioen te zullen regelen in overeenstemming met de bepalingen bij de Maatschappij Zeeland geldende, n.l. tot NLG 1.200 voor de kapiteinsweduwen, NLG 1.100 voor die van de eerste machinist, NLG 1.000 eerste stuurman, enz. aanvulling van de uitkeringen volgens de Zeeongevallenwet. Maar overigens is er nog niets te zeggen. De RIJNDAM en de NOORDERDIJK, die morgen moesten varen, hebben nog niet kunnen monsteren. Hoezeer de directies zelf de toestand gevaarlijk achten, blijkt uit het feit dat de directie van de N.A.S.M, haar grootste schip ROTTERDAM zal thuishouden tot een betere toestand is ingetreden. Gebeurde er een ongeluk mee, dan had zij voor ettelijke jaren thans geen gelegenheid het te vervangen, vooral ook omdat, naar vrijwel zeker is, de Engelse regering op de STATENDAM in aanbouw, beslag heeft gelegd of spoedig leggen zal.
(opm: artikel verkort weergegeven)


29 maart 1916


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Het stoomschip SINT ANNALAND, in aanbouw voor de Scheepvaart- & Steenkolen Maatschappij op de werf Gusto van de firma A.F. Smulders te Schiedam, zal 30 dezer te water worden gelaten.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van de N.V. Scheepswerf ‘Dordrecht’ te Dordrecht, is te water gelaten (opm: 28 maart) het dubbelschroef motorschip HEBE, in aanbouw voor de Koninklijke Nederlandsche Petroleum Maatschappij te 's-Gravenhage, voor haar dienst in Nederlands-Indië. Het schip heeft de volgende afmetingen: 186' x 80' x 13'; het is geheel ingericht voor het vervoer van petroleum of benzine en zal voorzien worden van 2 Kromhout motoren, waarmee een snelheid van 10 mijl zal kunnen worden bereikt.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Het stoomschip WESTERDIJK, 17 maart van Rotterdam naar Buenos Aires vertrokken, heeft te Ponta Delgada, Azoren, de bemanning geland van de Russische schoener EKONOM en 26 maart de reis voortgezet. (opm: de schoener werd in zinkende toestand verlaten)


Krant:

 VCO - Vlissingsche Courant

Volgens een Noors blad heeft de Noorse koopvaardijvloot tot nu toe in de oorlog verloren 57 stoom- en 31 zeilschepen tot een gezamenlijke tonnenmaat van ruim 127.000 ton, waarbij niet gerekend zijn op de beschadigde en als prijs veroordeelde schepen.
Sedert 1 januari zijn 7 stoomschepen en 1 zeilschip met een verzekerde waarde van 3.700.000 Kronen in de grond geboord of op een mijn vergaan.


30 maart 1916


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Stoomvaart Maatschappij ‘Oostzee’.
In de gisteren te Amsterdam gehouden jaarlijkse algemene vergadering van aandeelhouders in de Stoomvaart Maatschappij Oostzee zijn de balans en de winst- en verliesrekening over 1916 goedgekeurd en het dividend is vastgesteld op 60 (v.j. 7½) pct., waarvan reeds werd uitgekeerd als interim-dividend 25 pct.
De heer D.A. Krayenhoff van de Leur is als commissaris herbenoemd.
Wegens onvoldoend vertegenwoordigd kapitaal werd de wijziging van de statuten tot de volgende vergadering uitgesteld.
Blijkens het jaarverslag konden de bevaren vrachten de hoge onkosten niet alleen ruimschoots dekken, doch buitendien een zéér belangrijke winst opleveren. De schepen voeren voor het grootste gedeelte met graan en zaad van Zuid Amerika naar Holland; enkele boten vervoerden ook fosfaat van Curaçao naar Zweedse havens en gedurende het seizoen waren enige boten in de houtvaart van de Witte Zee en de Oostzee.
Van grote ongevallen bleef men gelukkig verschoond. Het stoomschip HEELSUM passeerde zijn vierjaarlijkse survey en kreeg nieuwe ketels. Verder passeerden de FARMSUM en ROSSUM hun vierjaarlijkse survey. De kosten van deze reparaties waren belangrijk hoger dan in vroeger jaren het geval was, mede een gevolg van de oorlog, waardoor alle reparatiewerk belangrijk gestegen is. Aan het stoomschip WINSUM, hetwelk in bouw is bij de Antwerp Engineering Company te Antwerpen, wordt nog steeds niets gedaan; de materialen zijn nog altijd opgeborgen. Alhoewel de bouwmeesters hebben meegedeeld van plan te zijn met de bouw voort te gaan, zodra zij wederom de beschikking krijgen over hun werf, zal men wel rustig moeten afwachten tot na de oorlog, alvorens dit schip afgeleverd zal kunnen worden.
Het stoomschip LEERSUM, hetwelk in het begin van 1915 in aanbouw werd gegeven bij de firma A. Vuyk & Zonen te Capelle a/d IJssel, wordt vermoedelijk in de loop van de maand augustus (opm: 8 augustus) opgeleverd. In april verzocht en kreeg de directie machtiging van commissarissen om een aanbieding voor het in aanbouw geven van een tweede stoomschip van 6.100 ton draagvermogen, geheel gelijk aan voorgenoemd stoomschip LEERSUM, gedaan door dezelfde bouwmeesters, te aanvaarden. Dit tweede stoomschip wordt nog voor het einde van het jaar 1916 opgeleverd (opm: BUSSUM, opgeleverd maart 1917). De prijzen, welke voor deze twee schepen worden betaald, zijn zeer belangrijk beneden hetgeen nu gevorderd wordt en de directie vertrouwt, dat deze beide schepen een zéér grote aanwinst voor de vloot zullen blijken.
De vrachtenmarkt is op het ogenblik zeer vast en de vooruitzichten voor het lopende jaar zijn dan ook gunstig, doch de gevaren ter zee zijn eerder vermeerderd dan verminderd. Alle boten zijn echter verzekerd tegen molest, alhoewel de daarmee gepaard gaande uitgaven aan premies zeer belangrijk zijn en bedrijfskosten verhogen.
De exploitatie gaf een voordelig saldo van NLG 1.282.433 (v.j. 194.323) en de winst- en verliesrekening wijst, na aftrek van alle exploitatie- en beheerkosten een zuiver winstcijfer aan van NLG 1.140.083 (NLG 169.035). Besloten is op de waarde van de stoomschepen hiervan af te schrijven een bedrag van NLG 310.000 (v.j. NLG 43.000). Van hetgeen overblijft wordt, na reservering van een bedrag van NLG 43.557 voor te betalen belasting en overbrenging van NLG 3.133 (NLG 729) als saldo op nieuwe rekening, een bedrag van NLG 783.383 bestemd ter verdeling, waarvan aan aandeelhouders het voormelde dividend van 60 pct. wordt uitgekeerd. Voor houders van oprichtersbewijzen is NLG 55.000 beschikbaar.
(opm: verkort weergegeven, cijfers in de krant soms niet leesbaar)


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De staking bij de Holland Amerika Lijn.
Het hoofdbestuur van de Nederlandse Zeemansvereniging ‘Volharding’ heeft een manifest verspreid, waarin aan de burgerij het besluit tot staking door de zeelieden van de H.A.L. wordt meegedeeld en de aanleiding tot de staking wordt uiteengezet, alsmede de eisen worden genoemd, die wij gisteren reeds vermeldden. Naar aanleiding daarvan zendt de H.A.L. ons een opgave van maandgages voor ondergeschikt dek- en machinepersoneel bij Rotterdamse reders en bij de Holland Amerika Lijn, als volgt:
Dek-personeel: bootsman bij Rotterdamse reders NLG 65 - NLG 75, bij de Holland Amerika Lijn NLG 70 - NLG 80; bootsmaat NLG 56 (57 – 62 HAL); 1e timmerman NLG 65 – NLG 75 (68 – 78 HAL); 2e timmerman (40 – 60 HAL); kwartiermeester NLG 55 ( 57 HAL); matroos-lampenist NLG 53 ( 55 HAL); matroos NLG 48 – NLG 50 (53 HAL); lichtmatroos NLG 30 (25 – 40 HAL); jongen (15 – 20 HAL).
Machine-personeel: voorman of donkeyman NLG 61 (70 – 80 HAL); ketelmaker (63 - 73 HAL); magazijnmeester NLG 58 (60 - 70 HAL); koperslager ( 63 – 73 HAL); olieman NLG 58 (63 - 68 HAL): stoker NLG 56 (58 HAL); tremmer NLG 45 ( 48 HAL); jongen (20 -25 HAL). Oorlogstoeslag 15 % op alle gages.
Hieruit blijkt voldoende schrijft de H.A.L., het belangrijke verschil tenminste van onze Maatschappij, waarbij bovendien nog in aanmerking genomen moet worden, dat de opvarenden reeds na 10 reizen een reizenpremie genieten van NLG 3 per maand, die successievelijk tot NLG 9 opklimt, terwijl na 100 volbrachte reizen nog een extra maand gage wordt toegekend.
Overbodig te zeggen, dat wij onder deze omstandigheden aan de geheel onbillijke eis van een verdere verhoging niet wensen te voldoen. Aan het slot van het manifest wordt gesproken over de onwelwillende houding van de Holland Amerika Lijn tegenover haar personeel en wensen wij naar aanleiding daarvan te releveren, dat sedert het uitbreken van de oorlog; aan alle gemobiliseerden, waaronder ook de zeelieden (matrozen, stokers, tremmers, bedienden, etc.) die gedurende 6 maanden vóór het uitbreken van de oorlog in onze dienst waren, 3/4 van hun gage uitbetaald wordt. Tegenover varend personeel, dat bij de reis monstert, mag dit toch allerminst een onwelwillende houding genoemd worden.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Amsterdam, 29 maart. Als het stoomschip PRINS DER NEDERLANDEN van Plymouth vertrekt (waarschijnlijk is het schip heden vertrokken), dan gaan de stoomschepen KONINGIN DER NEDERLANDEN en KAMBANGAN, vergezeld van de sleepboot ROODE ZEE om de noord naar Indië en zal de sleepboot bij de Noorse kust op de PRINS DER NEDERLANDEN wachten.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Amsterdam, 29 maart. Het stoomschip ECUADOR, verkocht aan de Grace Steamship Cy. te New York, is gisteravond onder Amerikaanse vlag doch, met Nederlandse bemanning in zee gegaan.


31 maart 1916


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf Gusto van de firma A.F. Smulders te Schiedam, werd gisteren te water gelaten de stalen romp van het schroefstoomschip SINT ANNALAND, in aanbouw voor de Scheepvaart- & Steenkolen Maatschappij te Rotterdam.
Het stoomschip wordt gebouwd onder speciaal toezicht volgens klasse 100 A 1 van Lloyds; het is van het type verhoogd achterdek, korte bak en lange campagne, met een draagvermogen van 2.850 ton d.w. en van de volgende afmetingen: Lengte tussen loodlijnen 272'-0", breedte op het grootste spant 39'-10", holte in de zijde tot hoofddek 20'-9", holte in de zijde tot verhoogd dek 25'-0".
Het schip is voorzien van een triple-expansie machine met oppervlak condensatie, in staat het vaartuig een snelheid te geven van 10 knopen, terwijl de benodigde stoom wordt geleverd door 2 stoomketels met een verwarmend oppervlak van 336 m2, werkende onder een stoomdruk van 180 lbs. per vierkante Engelse duim.
Het schip wordt voorts voorzien van een stoomanker- en stuurlier en van de nodige stoomlaadlieren.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart.
Zaterdag 1 april, 10 uur voormiddag, uitspraken in zake:
a. het stoomschip NIOBE, b. het stoomschip LEONORA,
c. de klacht tegen N.C. Pruis, gezagvoerder van het stoomschip MOORDRECHT,
d. de stoomtrawler ETTY (IJM-22).
Woensdag 5 april, 1.30 uur namiddag, onderzoek betreffende het vergaan van het stoomschip TUBANTIA op 16 maart jl. nabij het Noord-Hinder lichtschip. Gezagvoerder K.H.K. Wijtsma uit Haarlem; rederij Koninklijke Hollandsche Lloyd te Amsterdam.
Donderdag 6 april, 1.30 uur namiddag, onderzoek betreffende het vergaan van het stoomschip PALEMBANG op 18 maart jl. nabij het Galloper lichtschip, waarbij een lid van de bemanning is omgekomen. Gezagvoerder C.W. Visser, rederij Rotterdamsche Lloyd, beiden te Rotterdam.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 30 maart. Het nieuwe stoomschip OMBILIN, van de Kon. Paketvaart Mij., was voor NLG 4.000.000 naar Zweden verkocht, doch kon niet geleverd worden omdat de Regering een consent voor uitvoer weigerde. Het stoomschip is thans voor drie maanden gecharterd op conditie, dat het na afloop van dat termijn naar Nederland terugkeert.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

New Orleans, 28 maart. Het Rotterdamse tankstoomschip ROTTERDAM is uitgaande met een lading olie in de Passes aan de grond geraakt.


01 april 1916


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Het Scheepvaarthuis.
Met ingang van 3 april worden in 'Het Scheepvaarthuis', Prins Hendrikkade hoek Binnenkant, gevestigd de kantoren van de Koninklijke Nederlandsche Stoomboot Maatschappij, de Koninklijke West-Indische Maildienst, het vrachtbureau van de Koninklijke West-Indische Maildienst en het vrachtbureau van de Holland-Zuid-Pacific Lijn.
De tijdsomstandigheden zijn oorzaak, dat deze verplaatsing zonder enige feestelijkheid geschiedt.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Gisteren is te IJmuiden in de haven aangekomen de te Leiderdorp bij de firma Gebr. Boot voor rekening van de Mij. ‘De Witte Ster’ nieuw gebouwde stalen stoomdrifter OCEANIC, welke met de merken IJM-258 in de vaart zal worden gebracht.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. De Raad deed heden uitspraak betreffende de klacht tegen N.C. Pruis, gezagvoerder van het stoomschip MOORDRECHT. De Raad is van oordeel, dat uit het onderzoek niet is gebleken, dat ten gevolge van nalatigheid van de kapitein schip of opvarenden aan ernstige gevaren zijn blootgesteld en hem dus deswege geen blaam kan treffen. Hij heeft zich steeds van de toestand van machine en ketels op de hoogte gehouden en doen houden en de inspecteurs van de Maatschappij daarvan in kennis gesteld. Toen hij de toestand te Sunderland gevaarlijk achtte, is hij niet uitgevaren, alvorens een grondig onderzoek was ingesteld en de nodige voorzieningen waren getroffen. Het komt de Raad echter voor, dat wel wat lang is gewacht met de afdoende reparatie, zoals deze tenslotte te Amsterdam is uitgevoerd.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. De Raad deed heden uitspraak betreffende het aan de grond lopen van het stoomschip LEONORA. De Raad is van oordeel dat het aan de grond lopen van de LEONORA veroorzaakt is door verkeerde manoeuvres van de gezagvoerder. Allereerst bestond er geen noodzakelijkheid om, nu hij aan stuurboord voldoende ruimte had, van Trindelen-lichtschip twee streken boven zijn koers te sturen, waardoor hij, gelijk ook geschied is, gevaar liep te dicht bij het zich daar bevindende eiland te komen. Voorts heeft de kapitein er geen rekening mee gehouden dat hij zich kon vergissen in de kracht van de stroom waarvan hij allerminst zeker was en heeft hij er niet op gelet dat hij met de koers WNW, in een vaarwater kwam waar verwacht kon worden dat de stroom anders zou zijn, dan waar hij op rekende. Hij heeft er geen acht op geslagen dat hij allengs in kalmer water kwam, hetgeen hem een waarschuwing had moeten zijn dat hij het land naderde. Toen hij eindelijk land zag, heeft hij generlei poging gedaan om zijn standplaats te controleren door van het lood gebruik te maken. Had hij zulks gedaan, dan zou hij bemerkt hebben dat hij zich op een geheel andere plaats bevond dan waar hij meende te zijn en had hij de scheepsramp kunnen voorkomen. Op deze gronden straft de Raad de gezagvoerder van de LEONORA, door hem de bevoegdheid te ontnemen als schipper te varen op een schip, als bedoeld bij artikel 2 van de Schepenwet, voor de tijd van een week.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. De Raad deed heden uitspraak betreffende het aan de grond lopen van het stoomschip NIOBE. De Raad is van oordeel, dat de NIOBE op de punt van Anholt Knob is vastgelopen door een misgissing in de kracht en de richting van de stroom, gepaard aan het niet in het zicht komen van het licht van Anholt, noch van dat van het Anholt lichtschip. De Raad is verder van oordeel, dat door de kapitein niet met de nodige zorg is genavigeerd en hierdoor mede het aan de grond lopen is veroorzaakt. Toen na 10 uur ‘s avonds het licht van Anholt lichtschip nog niet in zicht kwam, hoewel het helder weer was, had dit hem tot voorzichtigheid moeten aanmanen. Daar bij niet zeker was van zijn bestek, had bij niet in dezelfde koers volle kracht mogen blijven doorstomen, te minder nu hij volgens de log nog slechts 2 mijl van Anholt lichtschip af moest zijn. Hij had moeten stoppen en voorzichtig manoeuvreren tot hij meerdere zekerheid omtrent zijn standplaats had verkregen. Ook had hij naar de mening van de Raad op de brug behoren te zijn om de navigatie te leiden en deze niet aan de tweede stuurman mogen overlaten.
Deswege straft de Raad de gezagvoerder van het stoomschip NIOBE door het uitspreken van een berisping.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Nagasaki, 28 maart. Het Nederlandse stoomschip KARIMOEN, heden van hier naar San Francisco vertrokken, heeft hier enige machine- en ketelschade gerepareerd.


02 april 1916


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Koninklijke Hollandsche Lloyd.
Aan het verslag over het boekjaar 1915 ontlenen wij het volgende: Wij moeten tot ons groot leedwezen ons jaarverslag over het afgelopen jaar doen voorafgaan door de vermelding van de afschuwelijke ramp, die ons op 16 maart jl. trof door het torpederen in de Noordzee van ons stoomschip TUBANTIA, een ramp, die alle tegenspoeden, waarmee wij gedurende het bestaan van onze vennootschap te kampen hadden, in de schaduw stelt.
Wij zullen de bijzonderheden ervan, die uit de dagbladen reeds bekend zijn, niet behoeven te herhalen, willen er echter hier onze vreugde over uitspreken, dat er geen mensenlevens bij verloren zijn gegaan. Nadat in het verslag hulde is gebracht aan de gezagvoerder en de bemanning van de TUBANTIA, benevens allen die aan de redding van de opvarenden hebben meegewerkt, gaat het voort:
Ons stoomschip DELFLAND bekwam 4 januari jl. bij het binnenvaren te IJmuiden ernstige averij, die het noodzakelijk maakte het schip te dichten en in Amsterdam in het droogdok te plaatsen, waar het thans wordt gerepareerd. De belopen schade is door assurantie gedekt. Ook ons stoomschip MAASLAND bekwam kort voor het verschijnen van dit verslag averij ten gevolge van het stoten tegen een bruggenhoofd bij vertrek uit de haven van Buenos Aires. De geleden schade wordt voorlopig te Santos, waar het schip binnenliep, gerepareerd. Onze schepen maakten gedurende het boekjaar 55 rondreizen, waarvan 24 met de passagiers- en 31 met de vrachtschepen. Bovendien werden 13 reizen met gecharterde schepen ondernomen. In het begin van het jaar zagen wij ons door de buitensporig hoge premie, die voor molestrisico verlangd werd, verplicht een van de grote passagiersschepen (s.s. GELRIA) op te leggen, waardoor één reis in de passagiersdienst kwam te vervallen. Nog eenmaal moest een reis van een passagiersschip uitvallen, in verband met belopen averij aan het stoomschip ZEELANDIA. In de loop van het boekjaar hadden wij gelegenheid de vrachtschepen STEENBERGEN en BEEKBERGEN tot een voordelige prijs over te nemen. Het eerstgenoemde stoomschip aanvaardde 29 oktober 1915 onder de naam DRECHTERLAND, het laatstgenoemde 19 maart l.l. onder de naam GAASTERLAND zijn eerste reis in onze dienst. Wij hebben gemeend reeds nu op de aanschaffingswaarde een flink bedrag te moeten afschrijven. De oorlog bleef ook in dit boekjaar op ons bedrijf drukken door hoge molestpremies en tijdverlies ten gevolge van aanhoudingen in het Engelse Kanaal. Het aanbod van uitgaande lading bleef zeer beperkt. Daarentegen konden ook wij van de gunstige gelegenheid op de thuiskomende vrachtenmarkt profiteren, terwijl de ontvangsten uit passagiersvervoer, de omstandigheden in aanmerking genomen, bevredigend bleven.
In het afgelopen, zowel als in het aangevangen jaar namen wij op ons een zekere hoeveelheid graan voor de Nederlandse Regering tot sterk verlaagde vrachten aan te voeren.
De tussen de Nederlandse Regering en onze Maatschappij bestaande overeenkomst met betrekking tot het postvervoer werd herzien. Daarbij is met terugwerkende kracht tot 1 januari 1914 bepaald, dat de gelden, welke door vreemde staten aan Nederland worden uitgekeerd voor niet-Nederlandse brieven- en pakketpost, aan onze Maatschappij ten goede zullen komen. Een verrekening van deze gelden heeft tot dusver nog niet plaats gehad.
De exploitatierekening sluit, met inbegrip van de van de Staat ontvangen gelden ten bedrage van NLG 200.000, met een voordelig saldo van NLG 10.019.112 (v.j. NLG 2.107.562). Na toevoeging daaraan van het saldo Ao.Po. ad NLG 4.993 en van de onverdeelde overwinst 1913 ad NLG 636 en na aftrek van het nadelig saldo van de interestrekening ad NLG 149.167 (NLG 270.088), blijft een bedrag van NLG 9.875.574 (NLG 1.891.473) beschikbaar.
Voorgesteld wordt hiervan te bestemmen voor: Afschrijvingen op materieel, kantoorgebouwen en etablissementen NLG 3.078.163, reserve voor diverse belangen NLG 3.000.000, toevoeging aan het reparatiefonds NLG 450.000, idem aan het ondersteuningsfonds NLG 428.194, idem reservefonds NLG 291.858, rente aan de Staat NLG 34.265, aflossing aan de Staat uit de overwinst NLG 1.046.228, dividend op basis van 12% (v.j. 3%) NLG 1.200.000, rijksinkomstenbelasting NLG 79.800, uitkeringen volgens artikel 28 van de statuten NLG 261.716 en het saldo groot NLG 5.348 op nieuwe rekening over te brengen. De totale afschrijvingen hebben het vorige jaar NLG 1.430.814 bedragen. Het assurantiefonds werd gedurende het boekjaar wegens geboekte premies eigen risico met NLG 485.549 versterkt en op NLG 559.638 gebracht.
In de afschrijvingen op materieel enz. is begrepen dat gedeelte van de boekwaarde van het stoomschip TUBANTIA, dat niet ter Beurze of elders kon worden verzekerd en waarvoor door ons eigen-molestrisico werd gelopen. Wel behoorde die schade eigenlijk op het boekjaar 1916 thuis, maar de bijzondere omstandigheden, waaronder wij leven, doen het ons wenselijk voorkomen deze bij voorbaat af te schrijven. Deze omstandigheden zijn overigens zo onzeker, dat wij gemeend hebben U te moeten voorstellen, onder het hoofd "Reserve voor diverse belangen", NLG 3.000.000 van de winst af te zonderen.
Onder andere hebben wij in de naaste toekomst te voorzien in de kosten van aanleg van nieuwe terreinen met opslagplaatsen, kantoor- en andere gebouwen, ten opzichte waarvan wij onlangs met de gemeente Amsterdam tot overeenstemming zijn geraakt, nu ons kantoorgebouw en de terreinen, die wij aan de Rietlanden in huur hebben, voor de steeds toenemende omvang van ons bedrijf geen voldoende ruimte meer bieden.
Na betaling van de voorgestelde NLG 1.046.228, bedraagt de schuld aan de Staat nog NLG 867.052.
De balans per 31 december 1915 vermeldt o.a. de volgende posten:
Activa: Materieel (stoomschepen en tenders) NLG 13.332.929 (v.j. NLG 15.353.870); Magazijnrekening NLG 225.357 (164.151); Vooruitbetaalde assurantiepremies NLG 236.651 (214.177); Debiteuren NLG 2.394.694 (1.640.608); Onkosten lopende reizen NLG 1.348.791 (1.077.511); Kassa en kassiers NLG 2.579.449 (348.442); Effectenrekening NLG 16.657.077 (—), totaal NLG 36.801.705.
Passiva: Geplaatst aandelenkapitaal NLG 10.000.000 (onv.); 41/2% Obligatieleningen NLG 6.452.000 (6.500.000); Reservefonds NLG 451.052 (124.527); Reserve voor diverse belangen NLG 3.000.000 (—); Assurantiefonds NLG 559.638 (74.088); Fonds tot ondersteuning van het personeel NLG 500.000 (46.038); Reparatiefonds NLG 500.000 (20.000); Crediteuren NLG 1.547.952 (726.255); Vracht- en passagegeld lopende reizen NLG 922.764 (766.109).


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Zuid Nederlandsche Stoomvaart Mij. te Terneuzen.
Bovengenoemde maatschappij zal over 1915 20% dividend uitkeren.


03 april 1916


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De BREDA. - Het kleine schip van de rederij J.J.A. van Meel, dat zo kranig 250 schipbreukelingen van de TUBANTIA redde, heeft door een alarmerend dagbladbericht, waaraan de bemanning echter onschuldig is, aanleiding gegeven, dat de spanning gisteravond in onze stad nog is verhoogd. De door haar ondervonden “wederwaardigheden die van zo ingrijpende en gewichtige aard zijn, dat zij in deze tijd voor publicatie niet vatbaar zijn", kunnen geen andere dan de volgende wezen.
Na de schipbreukelingen te Hoek van Holland te hebben aan wal gezet, voer zij bij de Noord Hinder de PALEMBANG voorbij, die daar even later moet zijn getorpedeerd. Men wisselde een vlaggengroet, toen even voorbij de Noord Hinder de gezagvoerder een stoot in zijn machine voelde. Hij besprak dadelijk met de machinist het geval en besloot met deze, dat de machine, stop gezet worden zou om de oorzaak van de schok zo mogelijk weg te nemen. Gelijk plicht is, hees hij toen twee rode lantarens als sein, dat hij met een onbestuurbaar schip lag. Spoedig kwam er toen een Engels koopvaardijschip opzij met de vraag of de BREDA hulp nodig had. Die werd echter niet gewenst en de Engelsman voer door. Toen echter wat, verder de Engelse bemanning een Duitse duikboot ontdekte, schijnt bij haar de verdenking te zijn gerezen dat de BREDA met haar rode lantarens seinen aan Duitse duikboten bedoelde te geven. Dit had althans tot gevolg, dat in Londen dadelijk marine-ambtenaren aan boord kwamen die kapitein en bemanning scherp ondervroegen. Evenwel kon alle verdenking worden afgewend. Het geval is dus niet zo erg.
Aan kapitein en bemanning van de BREDA heeft op verzoek van de Kon. Holl. Lloyd, de heer Van Meel een som van NLG 1.500 aangeboden, als bewijs van dankbaarheid voor de redding van de 250 schipbreukelingen van de TUBANTIA.

RN 030416
De DUIVELAND. - Gisteravond zijn hier via Vlissingen, waar de mailboot KONINGIN WILHELMINA ze heen bracht, achttien opvarenden van de DUIVELAND veilig aangekomen. Alleen de stuurman is met een verwonde knie ter verpleging in Engeland gebleven. De kapitein vertelde omtrent het ongeval, dat op de 25e 's morgens om 08.20, nadat de DUIVELAND de 24e in ballast van Devenham (opm: waarschijnlijk Dagenham) naar Sunderland vertrokken was, een hevige ontploffing werd gehoord, die het gehele schip deed trillen. Men bevond zich toen op zes mijl ten zuiden van Kentish Knock vuurschip. In vijf minuten zonk het schip, het voorschip eerst. De bemanning heeft zich in de ijzeren reddingboot gered en is later door een Engelse torpedojager overgenomen en te Sheerness aan land gezet.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 31 maart. De door de heer R. Eggens, kapitein, tevens reder, verkochte driemastschoener DINA HENDERIKA, is gisteren onder dezelfde naam voor rekening van de nieuwe eigenaars, de heren De Meijer en Nolson te Terneuzen, van hier naar Fredrikshald afgezeild.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 31 maart. De schoener-aak ZWALUW, kapt. Schothorst, heeft de schade aan de zwaarden hersteld en zal bij de eerste gelegenheid de reis naar Karlskrona voortzetten.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Faro, 29 maart. Het Rotterdamse stoomschip DRIEBERGEN, met een lading mineralen naar de Verenigde Staten bestemd, is te Pomaron gestrand.


04 april 1916


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Zoals eerst thans is gebleken, hebben de s.s. ZAANDIJK en VEENDIJK resp. 23 januari en 12 maart jl. van Rotterdam naar New York vertrokken op hun uitreis de post in Engeland moeten lossen.
Ook de TAMBORA, die 10 februari van Batavia naar Nederland vertrok, heeft de mail moeten ontschepen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Blijkens het jaarverslag over 1915 van de Eerste Nederlandsche Scheepsverband Maatschappij, te Dordrecht, is de vennootschap in het bedoelde boekjaar voor ernstige verliezen gespaard gebleven, al ondervond het bedrijf de gevolgen van de oorlog.
De onderpanden die door de oorlog verloren gingen waren allen door verzekering gedekt en de vorderingen, welke op die schepen rusten, zijn afgelost of worden eerdaags afgelost.
Ter voortzetting van het bedrijf was de vennootschap uitsluitend op de aflossingen aangewezen, daar de verkoop van pandbrieven zo goed als geheel stil stond. De buitengewone aflossingen vloeiden echter in die mate, dat de vennootschap gemakkelijk alle soliede aanvragen kon inwilligen (opm: 70, totaal NLG 2.063.305). Een belangrijk aantal aanvragen, die op zichzelf voor inwilliging zouden zijn in aanmerking gekomen, werden met het oog op de oorlogstoestand afgewezen (opm: 56, NLG 1.147.050).
Op 31 december 1815 stond uit NLG 19.677.824; op 31 december 1814 NLG 22.314.398).
Twee van de Nederlandse onderpanden (sleepboten) werden in het afgelopen jaar ten gevolge van beslag door derden en faillissement geëxecuteerd. In 1915 gingen een Noors en een Nederlands schip door zee-evenement verloren. Van de Nederlandse onderpanden werden twee door een mijn getroffen. Een Nederlands schip is door onbekende oorzaak met man en muis vergaan. Een Engels schip werd getorpedeerd.
De brutowinst bedraagt NLG 1.248.009 (v.j. NLG 1.298.041). Uitgekeerd wordt aan dividend 20% (v.j. 12½ pct). Het gestorte kapitaal bedraagt onveranderd NLG 428.600.
(opm: bewerkt en bekort)


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Op de Maas heeft de proeftocht plaats gehad (opm: 1 april) van het stoomschip BOEKELO, gebouwd naar de hoogste klasse en onder speciaal toezicht van Lloyds door de N.V. Burgerhout's Machinefabriek & Scheepswerf te Rotterdam voor rekening van de Stoomvaart Maatschappij ‘Noordzee’, directie A. Donker en J.C. Scheuer, Amsterdam. Het stoomschip voldeed ruimschoots aan alle eisen van het bestek en werd terstond overgenomen. In de loop van deze week zal het stoomschip in ballast naar hier vertrekken om onmiddellijk in dienst te worden gesteld in de geregelde lijn Amsterdam - Goole v.v., waarvoor de firma Gebroeders Scheuer, alhier als agent optreedt.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van de heer L. Wolthuis te Veendam is te water gelaten een tjalk, groot 60 ton, voor J. Kraai te Westernieland en een praamschip, groot 65 ton voor T. Dijkstra te Alteveer.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 3 april. Het Nederlandse stoomschip TELEGRAAF 18, zaterdag van hier naar Goole vertrokken, is gisteren wegens defecte ketels uit zee teruggekeerd.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Pomaron, 29 maart. Het stoomschip DRIEBERGEN is heden, na 989 ton gelost te hebben, zonder sleepbootassistentie vlot gekomen. Het stoomschip zal de geloste lading weer innemen en daarna de reis naar Charleston voortzetten. (opm: zie ook RN 030416)


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Scheepsbouw. Het stoomschip BUITENZORG.
Zaterdagmiddag (opm: 1 april) is van de werf van de Koninklijke Maatschappij ‘De Schelde’ te Vlissingen met goed gevolg te water gelaten het stoomschip BUITENZORG, gebouwd voor de Stoomvaart Maatschappij Rotterdamsche Lloyd en bestemd voor de vrachtvaart op Nederlands-Indië.
De laatste beletselen werden weggenomen door de jongejuffrouw W.B. Fulton.
De hoofdafmetingen van het schip zijn: Lengte tussen de loodlijnen 445'-9”; breedte buitenkant grootspant 54’; holte in de zijde 37’-0"; laadvermogen 10.850 ton.
Het schip, voorzien van een dieptank, is van het awning-deck type en hoofdzakelijk bestemd voor de vrachtvaart, doch tevens ingericht voor het vervoer van een groot aantal tussendekspassagiers.
De voortstuwingsmachine zal zijn van het triple-compound systeem met cilinders van 29" -48" - 82½" bij 54” slag en in staat om 3.750 ipk te ontwikkelen.
De stoomketels zijn vier in getal, 2 single-ended en 2 double-ended met een gezamenlijk verwarmingsoppervlak van 10.450 vierk. Eng. vt. en voorzien van Howden's forced draught. De stoomdruk is 200 lbs.


05 april 1916


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Het Departement van Marine deelt mee, dat bij het onderzoek naar het tot zinken brengen van de Nederlandse schoener ELSINE HELENA is vastgesteld, dat genoemd zeilschip, met een lading hout op reis van Drammen (Noorwegen) naar Poole (Engeland), in de Noordzee op 23 dezer is aangehouden door de Duitse duikboot U 30, die het schip, op grond van vervoer van contrabande, heeft tot zinken gebracht, na de drie opvarenden, gezagvoerder, stuurman en kok, te hebben afgehaald. De duikboot heeft daarop de sloep van de ELSINA HELENA naar het lichtschip gesleept en de opvarenden aan dat lichtschip afgegeven. (opm: de juiste naam is ELZINA HELENA)


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Koninklijke Nederlandsche Stoomboot Maatschappij.
In de heden gehouden algemene vergadering van deelhebbers waren vertegenwoordigd 50 preferente en 240 gewone aandelen, rechtgevende tot het uitbrengen van 43 stemmen. Het verslag, de balans en de winst- en verliesrekening over 1915 werden voor kennisgeving aangenomen. Het dividend bedraagt NLG 75 voor elk geheel aandeel en NLG 37,50 voor elk half aandeel. De voorzitter, de heer S.P. van Eeghen, herinnerde vervolgens aan het overlijden van twee leden van de Raad van Commissarissen de heren J.J.M. Blankenheym en C.H. Labouchere. De heer Blankenheym was een van de oudste commissarissen van de Maatschappij en heeft steeds voor de Maatschappij zijn volle krachten gegeven. Ook de heer Labouchere was in het college van commissarissen zeer gezien. Beide heren zullen bij de Maatschappij in dankbare herinnering blijven voor al hetgeen zij hebben verricht. Tot commissarissen werden vervolgens gekozen de heren J. Wilmink en C.J. ter Meulen.
De heer Fred. Bastiaans bracht daarna namens aandeelhouders een woord van dank aan de directie en commissarissen voor de vele werkzaamheden, die in het afgelopen jaar moesten worden verricht.
De voorzitter dankte voor de welwillende woorden van de heer Bastiaans, doch wees er op dat steeds de directie voor de grootste moeilijkheden komt te staan. Vooral op het ogenblik is de toestand van zeer ernstige aard. Elke dag brengt zijn zorgen mee en de besluiten moeten dan door de directie worden genomen. Tussen directie en commissarissen bestaat echter steeds een aangename verhouding.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

De ELZIENA HELENA. Onze correspondent te Vlissingen seint: Wij hadden gisteren een onderhoud met de drie opvarenden van de ELZIENA HELENA. Het schip was onderweg met hout van Noorwegen naar Engeland. De stuurman en de matroos bemerkten maandag te 3 uur onder de Engelse kust een onderzeeër, en dachten eerst aan een Engelse. Het bleek de Duitse U 30. De mannen moesten direct de schoener verlaten en meehelpen te trachten door petroleum en springbussen de boot te vernietigen. Maar deze bleef op de lading drijven. Daarop werd de schoener getorpedeerd, maar ook toen zonk zij niet. De drie man werden in hun roeiboot door de onderzeeër op sleeptouw genomen naar de NOORDHINDER (opm: lichtschip), waar men half tien dinsdagavond aankwam. De bemanning van de onderzeeër behandelde de Nederlanders goed, gaf hun thee en brood en als de wind was opgestoken zouden zij aan boord van de boot genomen zijn. De kapitein moest zijn scheepspapieren in handen van de Duitsers achterlaten. Onder de Duitsers waren twee man, die vroeger onder de kapitein van de schoener dienden. De schipbreukelingen brachten de nacht op de NOORDHINDER door en gingen gisteren op de ATLAS over. Zij werden door een torpedojager te Vlissingen aangebracht. De zeelieden hadden steeds begrepen gevaar te lopen van aanhouding, daar zij verschillende malen hout naar Engeland brachten. (opm: de juiste naam is ELZINA HELENA)


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 4 april. Van de werf Vredehof van de firma Wed. J.L. Ceuvel te Amsterdam zijn in de afgelopen week te water gelaten 2 motordirectieboten en 2 werkvaartuigen van 100 ton elk, allen voor Amsterdamse rekening.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Amsterdam, 4 april. Gistermiddag zijn drie boten van de Kon. Ned. Stoomboot Maatschappij, de LUNA (bestemming West-Indië), de JAN VAN NASSAU (bestemming Noord Amerika) en de TELLUS (bestemming Spanje en Portugal) uit Amsterdam vertrokken. De schepen zullen gezamenlijk varen en vermoedelijk tussen de Noord-Hinder en de Engelse wateren voorafgegaan worden door de beide sleepboten, welke de Regering daarvoor ter beschikking heeft gesteld.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 4 april. De koftjalk OOSTZEE uit Groningen, kapt. T. Tammes, is te Amsterdam van een Kromhout motor voorzien en vertrok hedenmiddag met een lading ledige flessen voor de eerste reis van hier naar Londen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

New Orleans, 31 maart. Het tankstoomschip ROTTERDAM, dat in de Passes aan de grond raakte, is met assistentie vlot gekomen en zette de reis naar Rotterdam voort.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Hamburg, 1 april. Het Noorse (ex. Nederlandse) stoomschip EDAM, groot 2.381 ton bruto en 1.477 ton netto, in 1901 gebouwd, is voor 1.600.000 Kr. aan de Nättraby looierij te Blekinge (Zweden) verkocht.


06 april 1916


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. De TUBANTIA.
De Raad voor de Scheepvaart stelde gistermorgen een onderzoek in naar het zinken van het stoomschip TUBANTIA van de Koninklijke Hollandsche Lloyd, in de nabijheid van het lichtschip de ‘Noord-Hinder’, op 16 maart.
De Raad was aldus samengesteld: mr. A.J. Cnoop Koopmans, voorzitter, W. Allirol, L. Roosenburg, C.L.J. Kotting, D.H. Hinlopen, C.M. van Rijn, P. de Boer leden, mr. H.B. Tjeenk Willink, secretaris. De hoofdinspecteur van de scheepvaart de heer A.D. Muller woonde de zitting bij, evenals de directeur van de Lloyd, de heer Wilmink. Er was voor de behandeling van deze zaak natuurlijk zeer veel belangstelling van de zijde van gezagvoerders, stuurlieden enz. Ook merkten wij verschillende heren van het kantoorpersoneel van de Lloyd op. Er waren 11 getuigen gedagvaard.
Kapitein-luitenant ter zee C.J. Canters, chef van de torpedodienst, woonde als deskundige de zitting bij. Eerst werd gehoord de gezagvoerder van de TUBANTIA de heer K.H.K. Wijtsma. Hij deelde mee, dat de TUBANTIA op 15 maart van Amsterdam vertrok. Om 5 uur was men in zee. Eerst werd koers gezet naar het Maas vuurschip. Het doel van de reis was Zuid Amerika. Aan boord waren 80 passagiers; de bemanning was 280 koppen. In de lading waren geen ontplofbare stoffen. Alle voorzorgsmaatregelen waren genomen. De passagiers hadden kaartjes voor de sloepen. De sloepen waren buitenboord gedraaid. De passagiers waren op de hoogte van de veiligheidsmaatregelen. De bemanning had de vorige dag nog sloep exercities gehouden. De sloepcommandanten waren behoorlijk voorbereid. Het plan was, naar de gezagvoerder meedeelde, bij de Noord Hinder ten anker te gaan en daar te wachten tot het dag werd. De voorzitter: Waarom voer u 's avonds? De kapitein: Tot de Noord Hinder beschouw ik de route als ongevaarlijk. Als ik niet 's avonds vertrek, kom ik juist met donker in de gevaarlijke zone. Ik kan niet op een dag tot in de Downs komen. Voorts deelde kapt. Wijtsma mee, dat in de hutten licht brandde. Een booglamp bescheen de naam TUBANTIA. Voorts was de naam nog zichtbaar in de lichtbak tussen de schoorstenen. Tegen 2.30 uur had hij bij de Noord Hinder moeten zijn. Het zicht was een mijl of vier. Om 2.15 werd 17½ vaam water gelood. Het was zwaar heiig. De zee was woelig, er was weinig wind. De eerste officier had de wacht met de 3e en 4e. Op de bak en in het kraaiennest werd uitkijk gehouden. Het schip liep 9 mijl. Hij was in de kaartenkamer. Hij hoorde de 4e officier zeggen: „Kijk daar eens!" Juist wilde hij uit de kaartenkamer gaan, toen er een ontploffing plaats had. Hij zag een rookwolk van kruitdamp. Er viel een regen van glas en hout neer. Door de luchtdruk werd hij weer in de kaartenkamer geduwd. De ontploffing had plaats aan stuurboord. Het schip werd niet opgelicht. Het kompas bleef betrekkelijk rustig. De machines werden gestopt, en er werd achteruit gedraaid. Het schip bleef even liggen, daarop viel het 4 graden over stuurboord. Het schip lag dadelijk stil. Binnen 4 à 5 minuten waren de bakboordsloepen buiten boord. Het inschepen van de passagiers had geregeld plaats. Vuurpijlen werden afgeschoten en draadloos had men dadelijk verbinding met Scheveningen. Een half uur na de ontploffing waren ruim 4 en 2 nog droog. De machinekamer bleef nog lang droog. Eindelijk kwam het water er van boven in. De waterdichte deuren waren reeds in IJmuiden gesloten, behalve de dienstdeuren. Binnen 12 minuten waren alle passagiers van boord. De TUBANTIA was inmiddels weer recht gaan liggen; zij zonk direct vrij diep, ongeveer drie voet. De gezagvoerder keek later naar stuurboordzijde en zag, dat de gehele reling weggeslagen was. Ook waren enige sloepen vernield of beschadigd. De deuren van de salons waren stuk en ook de ‘social hall’ was zeer beschadigd. Het dek was niet opgezet. Over een grote lengte waren de patrijspoorten vernield. De koperen randen waren er uit. Voorts zag hij aan stuurboordzijde een groot stuk ijzer uit de wand uitgebogen. De ruiten van zijn hut en van de Marconi-hut waren gebroken. Kapitein Wijtsma bleef met de 1e officier en een kleine 20 man aan boord. Hij had hoop, dat de TUBANTIA nog zou blijven drijven. Tot 6.40 uur bleef hij aan boord. Er werden signalen gegeven met vuurpijlen. Ook werd het draadloze station te Scheveningen geregeld op de hoogte gehouden. Intussen was het mistig geworden. Betrekkelijk langzaam zonk het schip. Het water was van boven af in de machinekamer gekomen. Het schip viel over bakboord en verdween. Er had geen ketelontploffing plaats. De BREDA pikte de laatste sloepen op. Daarop bevonden zich ook veel passagiers en leden van de bemanning. Kort na de ontploffing was men ten anker gegaan. De ramp had plaats naar peiling op 5 mijl WZW van de Noord Hinder. Bij controle later bleek, dat niemand verdronken was. De 1e machinist H. Moss werd daarop gehoord. Hij was om 2.15 uur op weg naar de machinekamer, om de maatregelen te nemen voor het ankeren van het schip, toen de ontploffing klonk. De machines werden dadelijk gestopt en op achteruit gezet. Alle waterdichte deuren waren gesloten. Door de bunkers kwam het water op de plaat. De nooddynamo werkte uitstekend. De verlichting op het dek werkte tot het laatste ogenblik goed. Op een gegeven ogenblik kwam er water in de machinekamer. Hij meende, dat dit van onderop kwam. De ontploffing had op hem geen grote indruk gemaakt. Hij voelde een verende stoot, alsof hij op een dukdalf liep. Hij werd later door de LA CAMPINA gered. De 2e machinist J. Kuijper had de wacht. Op het bewuste ogenblik hoorde hij een zware slag en voelde het trillen van de machines. Het was 2.15 uur. Later had hij vanuit de sloep de scheur in het schip gezien. Zij liep over een kolenpoort tot aan het shelterdek. De platen waren omgekruld. De 4e machinist J.A. Wouters had de wacht in de stuurboordbunker. In de donkere bunker zag hij bij de ontploffing een geelachtig licht. Hij hoorde een ‘reuzenknal’. Een tremmer, die bij hem was, kreeg een golf water tegen zich aan, dat naar beneden in het schip viel. Steenkolen vielen naar beneden; er moet een gat zijn ontstaan. Door een luikje kwamen beiden op het tweede rooster van de stookplaats. De bunker, waar hij zich eerst bevond, was 2 meter onder water. Met een van de laatste sloepen was hij van boord gegaan.
De 4e stuurman P.C.M. van Leuven had de wacht op de brug. Hij stond bij de telegraaf aan bakboord en keek uit naar de Noord Hinder. Op vorige reizen had hij nooit drijvende mijnen gezien. Op een gegeven ogenblik zag hij een streep op het water, lichter dan de kleur van het water. Voor zover hij zien kon, zag hij deze streep, die snel naderbij kwam. De streep was niet erg breed en geleek op de zoglijn van een snel schip. Hij zag de streep op 6 streken aan stuurboord, recht op het schip aan. Hij dacht direct, dat er een torpedo afgevuurd werd. Hij had nog nooit de bellenbaan van een torpedo gezien. Hij riep: „Kijk daar eens!" Vóór hij nog de gelegenheid had naar stuurboord te lopen, hoorde hij de ontploffing en viel er een regen van glas en hout. Overste Canters vroeg getuige op hoeveel meter afstand hij de bellenbaan van het schip zag op het ogenblik, dat de ontploffing plaats had. Getuige: Op het ogenblik van de ontploffing verdween het einde van de streep, dat naar hem toegekeerd is, uit zijn gezicht. Hij stond op de brug, 16 meter hoog. Hij bevond zich 16 à 17 meter van stuurboord en 4 à 5 meter van bakboord. Op een andere vraag van overste Canters deelde getuige nog mee, dat hij geen sproeiwater voor de torpedo uit had gezien. Wel had hij de indruk, dat er onder water iets voortbewoog. Overste Canters merkte naar aanleiding hiervan op, dat men ook geen sproeiwater kan zien, wanneer de torpedo op enige diepte gesteld is. Voorts deelde de deskundige mee, dat een torpedo, welke 42 mijl loopt en op een diepte van 4 meter gesteld is, een bellenbaan heeft, die 80 meter achter de torpedo komt. Op een vraag van de heer Roosenburg deelde getuige nog mee, dat hij uit de snelheid en de breedte van de witte streep afleidde, dat deze door een torpedo, en niet door een onderzeeër zelf was veroorzaakt. Later had hij een rond gat boven water gezien in de wand van het schip, 2 meter breed en 1 meter hoog. De uitkijk P. Groot keek in het kraaiennest, of hij de Noord Hinder zag. Aan stuurboord zag hij een witte streep, welke hij duidelijk kon volgen. Overdag had hij vroeger wel eens schietoefeningen met torpedo's gezien in kanaal F bij Halfweg. Hij had de bellenbaan gezien totdat deze bijna vlak bij het schip was. Op 3 meter afstand kon hij de bellenbaan niet meer zien. Hij kan zich niet vergissen; het moet de baan van een torpedo zijn geweest. Omtrent de afstand is zijn herinnering niet duidelijk meer. In de verte zag hij later flauw licht; hij meende, dat dit afkomstig was van een zoeklicht. Het kwam uit dezelfde richting als de bellenbaan. Overste Canters deelde hierop mee, dat uit het onderzoek alhier op het torpedoatelier ingesteld, gebleken is, dat de stukken brons in de sloepen gevonden, ongetwijfeld afkomstig waren van een Schwartzkopff-torpedoluchtkamer. De voorzitter: Was het dus een Duitse torpedo? Overste Canters: Ik durf geen conclusies te trekken, daar op de stukken geen merk stond. Schwartzkopff torpedo's zijn geleverd aan Japan, Holland, Griekenland, Spanje en enige Zuid-Amerikaanse staten. Mijn conclusie is, dat de TUBANTIA zeker door een Schwartzkopff-torpedo getroffen is. De nationaliteit er van kan ik niet meedelen. Well heb ik juist van het departement nog gehoord, dat er nu weer een stuk metaal in een van de sloepen is gevonden. Ook had hij vernomen, dat er op de Wadden een bronzen torpedo gevonden was. Een en ander zal nog onderzocht worden.
Op desbetreffende vragen deelde overste Canters nog mee, dat op 6 streken men de meeste kans heeft een schip te treffen. Een Schwartzkopff-torpedo kan 1.000 meter lopen. Uit het scheikundig onderzoek was ook gebleken, dat het gevonden metaal absoluut overeenkwam met onze Schwartzkopff-torpedo's bij de marine in gebruik. Al was een torpedo op 4 meter diepte gesteld, dan kan het toch mogelijk zijn, dat het schip hoger getroffen wordt, deelde de deskundige nog mee. Naar aanleiding van een desbetreffende vraag deelde de deskundige nog mee, dat het moeilijk was uit het geluid van de ontploffing en uit de kracht af te leiden, of deze veroorzaakt was door een mijn of een torpedo. De heer Wilmink, directeur van de Lloyd deelde nog mee, dat de gevonden stukken metaal met de grootste zorgvuldigheid bewaard zijn, totdat zij ter beschikking van het Departement van Marine gesteld zijn. Ten slotte werd de 1e officier A. Vreugdenhil gehoord. Hij had ook de lichte streep op het water gezien. Hij had geen gelegenheid te waarschuwen. Terstond klonk de ontploffing. Eerst waren de passagiers een beetje overstuur, doch alles liep goed af. Enige passagiers geraakten in het water bij het stappen in de sloepen. Uit het duikeronderzoek was gebleken, dat de TUBANTIA een gat heeft, dat 12 meter lang is. Het loopt van een plaats ter hoogte van het bruggendek tot onder de kimkielen aan de bodem van het schip. De bovenzijde van het gat is juist bij de T van het woord Amsterdam, dat op de zijwanden is geschilderd. Een deel van de T is verdwenen. Eerst is het gat smal, naar onderen toelopend, doch verderop verbreedt het zich. De TUBANTIA ligt met het gat naar boven, op 7 mijl van de Noord-Hinder verwijderd. De 4e machinist A.J.C. de Groot deelde nog mee, dat hij later in de sloep een zoeklicht laag op het water had zien zwenken. Ook zag hij enige ogenblikken daarna een zwarte massa op het water, als van een ondersteboven liggend vaartuig. Van het verdere verhoor van de getuigen werd afgezien. De hoofdinspecteur de heer MuIler zei daarop de conclusie aan de Raad over te laten. De voorzitter van de Raad, mr. Cnoop Koopmans, bracht aan het slot van de zitting een woord van hulde aan de kapitein, officieren en bemanning van de TUBANTIA voor hetgeen zij voor het redden van de passagiers gedaan hadden. Later volgt uitspraak.


07 april 1916


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf ‘De Hoop’, van de heer J.J. Bodewes te Pannerden is te water gelaten de stalen motorvrachtboot BAVARIA XI. Dit is het derde van de voor de Bavarialijn gebouwde motorschepen, welke met Zweedse Skandia ruwolie-motoren voorzien zijn. De kiel werd gelegd voor een motorlogger.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

N.V. Houthandel v/h. William Pont te Zaandam.
Aan het verslag over het boekjaar 1915 ontlenen wij het volgende: Wegens het voortduren van de oorlog had de vennootschap weer met vele moeilijkheden te kampen. Van de houtwaren aan de Oostzee kon, evenmin als verleden jaar, iets verscheept worden, terwijl, voor zover export van de Witte Zee mogelijk was, door de enorme stijging van de vrachten verlies geleden werd.
Houtvoorraden. Deze zijn tot lage prijzen opgenomen, terwijl bij het verschijnen van dit verslag het grootste gedeelte tot bevredigende prijzen is verkocht.
Debiteuren. Op dit hoofd behoefde niets te worden afgeschreven. Van vroeger afgeschreven posten is inmiddels een gedeelte binnengekomen.
Wijlhuizen & Co. Zoals bekend is, drijft de vennootschap onder deze firma zaken in Rusland. Deels door het aflossen van schulden op bossen, deels door het zagen van gevelde stammen en het verplicht afwerken van onze contracten, is het bedrag, dat deze firma de vennootschap op 31 december 1914 schuldig was, vermeerderd met NLG 454.637. Over het tegoed in Rusland werd dit jaar, met het oog op de stilstand van het bedrijf, geen rente in rekening gebracht. De directeuren van de firma Wijlhuizen & Co. hebben voor de veiligheid van eigendommen en houtwaren alle mogelijke maatregelen genomen. Dat door de oorlogstoestand verlies niet kon uitblijven, is duidelijk, wanneer men denkt aan de kosten voor oorlogsmaatregelen, salarissen, koersverlies op in Rusland verkochte houtwaren, etc.
Eigendommen. Alle eigendommen verkeren in uitstekende staat en staan voor dezelfde bedragen te boek als Ao. Po. Afschrijving is niet meer nodig.
Filiaal Duisburg. In gebouwen en machinerieën werd dit jaar slechts NLG 2.837 vastgelegd. De maximumafschrijvingen, die zijn toegestaan, vonden plaats. De reserve voor dubieuze debiteuren werd opgevoerd tot RM. 107.500. De daarna overblijvende winst is gebezigd voor afschrijving op houtwaren.
Deposito's O/G. Deze post bestaat uit gelden, welke door relaties van de vroegere firma William Pont te leen zijn gegeven.
Vrachtvaart Maatschappij 'Edam'. Met de drie boten, ingebracht in de Vrachtvaartmaatschappij 'Edam', waarvan het totale aandelenkapitaal ad NLG 400.000 in het bezit van de vennootschap is, werd een winst behaald van NLG 252.015. Bij het uitbrengen van dit verslag zijn deze boten echter verkocht voor NLG 2.000.000, waarvan evenwel nog kosten betaald moeten worden. Tot heden zijn twee boten geleverd en door de koper betaald, terwijl de derde boot ter levering zal worden aangeboden bij het beëindigen van de lopende reis.
Winst- en verliesrekening. Verleden jaar werd in het jaarverslag geschreven, dat niemand kon voorspellen, welk verloop de oorlog nemen zou en het onder die omstandigheden onvoorzichtig scheen tot een uitkering op de gewone aandelen over te gaan. Besloten werd toen de balans en winst- en verliesrekening niet vast te stellen en daarmee te wachten totdat de gevolgen van de oorlog voor de vennootschap beter te overzien zouden zijn, om dan met kennis van zaken te besluiten of een aanzienlijke afschrijving al dan niet noodzakelijk zou zijn. De hoop, dat de oorlog in de loop van 1915 zou zijn beëindigd, is niet verwezenlijkt. Het wordt daarom voorzichtig geacht, alvorens de winst over 1914 en 1915 vast te stellen, voor het risico in verband met de oorlogstoestand een afzonderlijke afschrijvingsrekening te creëren en naar deze rekening over te boeken: per 31 december 1914 NLG 487.837 en per 31 december 1915 NLG 240.286, tezamen NLG 728.123. De gelden van deze rekening zouden dan kunnen worden aangewend tot bestrijding van verlies op de roebelkoers bij eventuele realisatie van de vorderingen in Rusland en verdere niet te voorziene omstandigheden in verband met de oorlog.
De winst- en verliesrekening over 1914 wijst dan een saldo aan van NLG 138.106, te verdelen ais volgt: reservefonds 10% NLG 13.810, 6% cum. pref. aandelen NLG 120.000 en bedrijfsbelasting NLG 4.296. Bovenstaande 6% op cum. pref. aandelen zijn het vorige jaar reeds op rekening aan de houders van die aandelen uitgekeerd. Eveneens werd de op deze uitkering verschuldigde bedrijfsbelasting voldaan. Verder wordt voorgesteld het saldo van de winst- en verliesrekening over 1915, dat, na vergoeding van NLG 690 (5% rente over de dotatie aan het reservefonds uit de winst van 1914), overblijft, zijnde NLG 133.333, als volgt te verdelen: reservefonds 10% NLG 13.333 en 6% cum. pref. aandelen NLG 120.000. Na goedkeuring van de balans en winst- en verliesrekening over 1914 en 1915 bedraagt het reservefonds NLG 330.861.
Balans per 31 december 1915. Activa. Kas en kassier NLG 244.881 (v.j. NLG 40.959); te innen wissels NLG 184.094 (NLG 47.778); houtvoorraad NLG 1.773.617 (NLG 1.577.010); debiteuren NLG 1.402.423 (NLG 2.161.083); deposito's u/g. NLG 212.927 (NLG 515.575); Wijlhuizen & Co. NLG 5.497.577 (NLG 5.042.939); deelneming in andere ondernemingen NLG 722.445 (NLG 426.198); reservefonds Centrale Werkgevers Risicobank NLG 20.000 (NLG 20.000); eigendommen NLG 1.158.815 (NLG 1.180.023); tezamen NLG 11.216.782.
Passiva. Preferent aandelenkapitaal NLG 2.000.000 (NLG 2.000.000); gewoon aandelenkapitaal NLG 5.000.000 (NLG 5.000.000); reserve NLG 303.027 (NLG 288.597); afschrijvingsrekening NLG 728.123 (NLG 487.837); reserve ongevallenverzekering NLG 10.000 (NLG 5.000); reserve dubieuze debiteuren NLG 105.882 (NLG 101.457); bankiers NLG 594.326 (NLG 281.116); 41/2% obligatielening Duisburg NLG 309.750 (NLG 339.250); deposito's o/g. NLG 1.064.590 (NLG 1.130.797); crediteuren NLG 802.923 (NLG 771.334; te betalen wissels NLG 150.323 (NLG 468.070); saldo winst- en verliesrekening NLG 147.834 (NLG 138.106).


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. Het PALEMBANG onderzoek.
De Raad voor de Scheepvaart stelde gistermiddag een onderzoek in naar het zinken van het stoomschip PALEMBANG op 18 maart bij het Galloper-vuurschip. Een lid van de bemanning kwam bij de ramp om. De PALEMBANG behoorde aan de Rotterdamsche Lloyd. De Raad was op dezelfde wijze samengesteld als gisteren bij het ‘Tubantia’-onderzoek. In plaats van de hoofdinspecteur was thans aanwezig de inspecteur de heer Bouman. Als deskundige woonde thans ook weer kapitein-luitenant C.J. Canters de zitting bij. Er waren ook weer veel belangstellenden uit de kringen van zeevarenden. Kapitein C.W. Visser, gezagvoerder van het vrachtschip PALEMBANG (10.500 ton groot) deelde mee, dat hij 's nachts om 12 uur Rotterdam verliet. De bedoeling was in Londen nog 2.000 ton lading in te nemen. Om 4.20 uur was hij in de Noordzee. De koers was Schouwenbank, Noord Hinder en daarna op de Noord Galloper-boei. Om 11.20 's morgens passeerde hij deze dwars aan bakboord. Er passeerden toen drie Engelse oplopende torpedojagers aan bakboord op 1½ streek voor de boeg, een weinig noordelijker dan de PALEMBANG. Een van de destroyers kwam uit de linie en zwenkte naar stuurboord uit. Dit vaartuig ging stil liggen en begon op een drijvende mijn te schieten. Het lag op vijf streken van stuurboord op 1½ mijl afstand. De PALEMBANG liep nog volle kracht, dit is 11½ mijl. De Engelse torpedojager miste, enige malen de mijn. Op een gegeven ogenblik ontplofte de mijn. Tegelijkertijd ging er door de PALEMBANG een rilling. De kapitein vroeg zich af, zou de mijn ontploft zijn of zouden wij zelf getroffen zijn. De vlaggenlijnen waren gereed, om dadelijk het sein: “wij stoppen" te hijsen. — Dat heb ik van de BANDOENG geleerd, zei de kapitein. Er bleek niets stuk te zijn. Er werd dadelijk gepeild. Inmiddels was men iets dichter bij de torpedojager gekomen. Deze bevond zich een kleine kwart mijl recht vooruit. Eerst werd geen water, in de ruimen gevonden. Voor controle liet hij nog eens overal peilen en toen bleek, dat het achterschip een voet water maakte. De PALEMBANG was inmiddels zo dicht bij de torpedojager, dat hij even hard vooruit liet slaan met bakboord-roer. Hij kwam toen 1½ mijl terug.
Plotseling kwam er een tweede ontploffing aan stuurboordzijde bij links. Het leek, of het schip uit elkaar barstte. Het helde dadelijk over. Volgens de gewoonte stonden de mensen, die geen dienst hadden, bij de sloepen. De sloepen werden gestreken. Reeds bij de eerste ontploffing had hij het S.O.S.-signaal door de marconist laten seinen, doch toen hij het gevaar niet zo erg achtte, liet hij dit sein weer afbreken. Na de tweede explosie begon het schip snel te zinken. Hij gaf 4 stoten als noodsignaal. Hij wilde opnieuw het S.O.S.-sein laten geven, doch de marconist was niet meer op zijn post. De 4e stuurman seinde daarop. De kapitein riep „zijn jullie allemaal in de boten". Het voorschip was inmiddels onder water. Toen de kapitein met enige mannen bezig was de laatste boot aan bakboord te laten vieren, volgde de 3e ontploffing aan stuurboordzijde. Hout en steenkool vlogen omhoog. Het schip scheen gebroken te zijn. Zeven minuten na de tweede ontploffing zonk de PALEMBANG. Op het ogenblik van de tweede ontploffing was de destroyer 3 à 4 mijl van de PALEMBANG af. Hij stoomde toen volle kracht weg, om een Engelse boot te waarschuwen. Bijna onmiddellijk na de 3e ontploffing was de destroyer op zeven mijl afstand. De kapitein heeft geen witte streep op het water gezien. Dezelfde destroyer kwam toen terug, om de drenkelingen op te pikken. De commandant van het Engelse oorlogsschip vroeg hem, of hij iets van een periscoop gezien had. Verder heeft hij niet met de commandant gesproken. Op de PALEMBANG waren 55 man en 2 passagiers. Later bleek, dat men er een miste. Hij was een Javaanse jongen, die wel in een van de sloepen gezeten was. Een stoker had een hoofdwond. Op het Engelse oorlogsschip werden allen voorkomend behandeld; er was ook een dokter aan boord. Toen het schip gezonken was, kwamen nog twee torpedojagers aanvaren. Kapitein-luitenant-ter-zee Canters vroeg, of men op de destroyer klaar stond, om een aanval af te slaan. De kapitein: Er werd goed uitgekeken op het vaartuig. De 1e stuurman J.F. Kort had bij de eerste ontploffing geen waterzuil bij het schip gezien. Na de 2e ontploffing ging hij in de sloep. De bellenbaan van deze torpedo had hij niet gezien. Toen hij in de sloep was, zag hij wel een borrelende, schuimende streep in de richting van de PALEMBANG op 6 streken aan stuurboord. De destroyer was toen al een heel eind weg. De bellenbaan, die hij na de 2e ontploffing kon onmogelijk op de destroyer gericht zijn. Zij ging, juist in de richting van luik 3. Door de ontploffing werden de mannen in de sloep omhoog geworpen. Zij geraakten te water. De sloep bleef drijven. Tussen de 2e en 3e ontploffing verliepen 3 minuten. De 1e machinist G. Burgerhout zag bij de tweede ontploffing allerlei aan stuurboord opvliegen. Hij vermoedt, dat het schip ongeveer stil lag, toen de 2e ontploffing plaats had. Hij was nog niet in de sloep of de 3e kwam. De torpedojager was iets achter dan dwars toen aan stuurboord. Hij verplaatste zich voortdurend. De 3e machinist A.D. Kraayenga had geen streep in het water gezien. Na de derde ontploffing stond het water spoedig gelijk met het dek van de PALEMBANG. De bootsman N. van Oosten had evenals de andere getuigen de eerste ontploffing alleen gehoord, doch er niets van gezien. Even vóór de 2e ontploffing stond hij op het sloependek. Hij zag een witte streep voor de boeg van de torpedojager snel overlopen. De streep was gericht op luik 2. Bijna op hetzelfde ogenblik, dat hij de streep zag, volgde de ontploffing. Het schip helde zwaar over. Hij meende, dat de bellenbaan 30 à 40 meter van het schip was verwijderd. De streep was ongeveer 2 meter breed. Tijdens de 3e ontploffing was hij in de bakboordboten. Getuige had nog nooit een torpedo gezien. De matroos B. H. de Rave zag vanaf het voorschip eveneens de bellenbaan. De voorzitter: Wat is een bellenbaan? Getuige: Een schuimend iets. Nog deelde de matroos mee, dat hij van het kuildek de streep voor de torpedojager zag overlopen; vóór de ontploffing plaats vond, was hij reeds naar de sloep gelopen. Van de bellenbaan, voorafgaande aan de 3e ontploffing, had hij niets gezien. De 2e stuurman A.C. Metzelaar werd tenslotte gehoord. De streep had hij geen van beide malen gezien. Wel werd hij bij de derde ontploffing uit de boot geworpen. Onmiddellijk na de 2e explosie was de torpedojager weg gestoomd.
De voorzitter: Kan een stuk van de mijn, door de torpedojager tot ontploffing gebracht, in tank 4 geslagen zijn. Kapitein Visser: Het is niet denkbaar. Uit het verhoor van de getuigen bleek nog, dat de mijn vermoedelijk niet door een granaat maar door een gewone kogel tot ontploffing gebracht was. Kapitein luitenant-ter-zee Canters merkte op, dat dit niet waarschijnlijk was. Gewoonlijk worden mijnen tot ontploffing gebracht door 3.7 cm. granaten.
Het lekken in tank 4 zal vermoedelijk niet veroorzaakt zijn door weggeslagen stukken ijzer. Dit kan echter wel veroorzaakt zijn door de trilling. De inspecteur de heer Bouman leidde ook uit de verklaringen van do opvarenden van de MEERAK af, dat de ontploffing buitengewoon zwaar was. De kapitein-luitenant ter zee Canters, concludeerde, dat de eerste ontploffing door een mijn veroorzaakt was, de 2e en de 3e door een torpedo, welke echter niet door de torpedojager afgevuurd was. De inspecteur wees er de Raad op, dat hij het noodzakelijk achtte enige opvarenden van de MERAK te horen, ten einde na te gaan, of dit schip zijn plicht verzaakt heeft, toen de PALEMBANG redding behoefde. Nog zei overste Canters, dat de eerste torpedo misschien voor de torpedojager bestemd was, doch de tweede zeker niet, want de jager stoomde weg, terwijl de PALEMBANG stil lag. Later volgt uitspraak.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 6 april. De mailboten van de Mij. Zeeland gaan niet meer naar Tilbury Docks doch naar Gravesend.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Amsterdam, 5 april. De Nederlandse motorschoener ANGELINA, 30 november 1915 van Rio Grande naar Liverpool vertrokken en waarvan men sedert niets meer heeft vernomen, wordt als vermist beschouwd.
De ANGELINA was 355 ton groot, werd in 1910 gebouwd en behoorde thuis te Terneuzen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 5 april. De door de heer W. Doeksen te Terschelling aangekochte stoomtrawler PANADERO van hier is voor bergingsvaartuig ingericht en herdoopt in NOORDVAARDER. Het schip ligt hier gereed om zijn proeftocht naar Nieuwediep af te leggen en zal bij gunstig gevolg dadelijk in dienst van de Kon. Ned. Marine worden gesteld.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Londen, 5 april. Het stoomschip MAASLAND heeft gerepareerd en 3 dezer de reis naar Amsterdam voortgezet. De beschadigde lading, ongeveer 10.000 balen, werd verkocht.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 7 april. De staking aan de Holland Amenka Lijn.
Helt bestuur van de Zeemansvereeniging ‘Volharding’ deelt ons mee, dat de staking van de matrozen en stokers aan de Holland Amerika Lijn zich geleidelijk uitbreidt, doordat ook de betrokken bemanning van de voor deze Maatschappij binnenkomende schepen weigert op de oude voorwaarden opnieuw te monsteren De stoomschepen RIJNDAM, NOORDAM en OOSTERDIJK liggen nog steeds voor het vertrek gereed, wegens tekort aan bemanning niet uitvaren.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 7 april. De ZAANDIJK is thans voor een vijftal weken op de werf van Wilton's Machinefabriek gezet ter reparatie. Het blijkt dat de voorpiek zeer zwaar beschadigd is, evenals de kiel aan de voorkant van het schip. Met kracht is men aan het werk gegaan om het geweldige gat te dichten. Een kleine rest graan, die zich nog in het schip bevond, is op een lichter overgeladen.


08 april 1916


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Wilton's Machinefabriek. Heden werd alhier de algemene vergadering van aandeelhouders gehouden van de Naamloze Vennootschap Wilton's Machinefabriek en Scheepswerf. Het jaarverslag werd uitgebracht en de balans en winst- en verliesrekening werden goedgekeurd. Het dividend over 1915 werd evenals over 1914 op 7½% bepaald. De aftredende commissaris jhr. A.R. Schuurbeque Boeye werd herkozen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

TUBANTIA onderzoek. Nu het eerste kwartaal 1916 is verstreken zonder dat het te voorzien is, wanneer tot demobilisatie kan worden overgegaan, heeft de Minister van Marine het aangevraagde buitengewone marine-krediet verhoogd van NLG 1.200.000 tot NLG 3 miljoen, om te voorzien in de bijzondere uitgaven voor het tweede kwartaal 1916.
In het hogere bedrag zijn o.a. begrepen: Schadevergoeding wegens torpedo ontploffing te Vlissingen NLG 45.000 en huur sleepboten en kosten verbonden aan het onderzoek van het wrak van de TUBANTIA NLG 200.000. Dit laatste bedrag wordt aangevraagd in verband met verschillende maatregelen, die, met het oog op de belangen van de scheepvaart op de Noordzee zijn genomen. Deze maatregelen zijn: a. Een sleepboot (ATLAS) werd ingehuurd, uitgerust als reddingsschip en gestationeerd in de Noordzee ter hoogte van het lichtschip Noord-Hinder; b. Twee sleepboten zijn ingehuurd, om Nederlandse koopvaardijschepen voor te stomen op het traject tussen Noord Hinder en de Galloper-banken, ter beveiliging tegen verankerde mijnen. Voorts werd het wenselijk geoordeeld, het onderzoek naar het wrak van de TUBANTIA waarmee door de Koninklijke Holl. Lloyd reeds een aanvang was gemaakt, van Regeringswege te doen geschieden waartoe het nodige werd verricht.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De gevaarlijke zee. Het gisteren van Amerika te IJmuiden aangekomen tankstoomschip OCEAN passeerde op de hoogte van Galloper en Noord Hinder lichtschip enige drijvende mijnen. Het is bij nacht bijna onmogelijk de route van de Duins naar het Maas vuurschip te bevaren, daar veel wrakhout, sloepen en grote wrakken van gezonken schepen zich in dit vaarwater bevinden. De mailboot PRINS HENDRIK van de Mij. Zeeland, is te half zes donderdagmiddag te Vlissingen binnengekomen. Aan boord waren 64 passagiers. De boot heeft ruim 600 postzakken meegebracht. De opvarenden hebben in de nabijheid van de Noord Hinder 5 Duitse torpedojagers en een vliegtuig gezien. Men passeerde 4 drijvende mijnen. Leden van de bemanning brachten verder het nieuws, dat de PRINSES JULIANA middendoor gebroken is. De hoop op behoud van het schip zou dus vervlogen zijn.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 7 april. Te Terneuzen is een nieuwe scheepvaart maatschappij opgericht met de heer R.E.G. Nolson als directeur. Het stoomschip BREDA is in eigendom aan die maatschappij overgegaan.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Amsterdam, 7 april. Het stoomschip HELENA, van de Kon. Ned. Stoomboot Mij., 3 dezer van Tarragona naar Lissabon vertrokken, heeft de 4e op 39°-16’ N.B. en 00°-30’ O.L. het Noorse stoomschip JUNO op sleeptouw genomen, dat de schroefas had gebroken en dit stoomschip de 5e te Carthagena binnengesleept.


10 april 1916


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Zaterdag jl. is van Rotterdam naar Gent vertrokken met een schip van 2.400 ton op sleeptouw, de door de N.V. Machinefabriek en Scheepswerf van P. Smit Jr. te Rotterdam, onlangs afgeleverde zeesleepboot BANCA, voorzien van een pompinstallatie van 1.200 ton per uur. Deze geheel van staal gebouwde boot, waarvan de hoofdafmetingen zijn: 80 x 22 x 10 voet, is ingericht voor de buiten- en binnensleepdienst, benevens voor bergingswerk. Het vaartuig, geheel elektrisch verlicht, kan een wrak, door op dek te plaatsen standaards, voorzien van elektrische schijnwerpers, belichten en door zijn 8 pompen en slangenmateriaal een geheel Rijnschip tegelijk beslaan. De hoofdmachines van de BANCA zijn van het triple-expansie systeem met oppervlakcondensatie sterk 450 pk, met cilinders van 10 x 16½ x 27, met een slag van 16 Eng. duim.
De stoom wordt geleverd door een ketel met 2 vuren, voorzien van een doorpomptoestel om bij het opstoken het water te kunnen laten circuleren. Binnenkort, zal aan de BANCA een zusterschip, de BILLITON, worden toegevoegd, dat echter voorlopig niet van een pompinstallatie wordt voorzien.
AH 100416
Scheepsbouw. Te IJmuiden is aangekomen de voor rekening van de Mij. De Marezaten aldaar, te Vlaardingen nieuw gebouwde stalen zeillogger WILLEMPJE welke binnenkort met de merken IJM-16 in de vaart zal worden gebracht.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart.
Dinsdag 11 april, 1.30 uur namiddag, onderzoek betreffende de oorzaak van een keteldefect aan boord van het stoomschip TELEGRAAF XVIII op 1 april jl. na vertrek uit Rotterdam.
Gezagvoerder Joh. Witte, rederij firma C.H. Cornelder & Zonen, beiden te Rotterdam.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Vlissingen, 7 april. De mailboot PRINSES JULIANA welke 1 februari op een mijn is gelopen en later bij Felixstowe op een bank is gezet, is door de storm van de vorige week gebroken en thans evenals het zusterschip MECKLENBURG verloren.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 7 april. De hier liggende kof MODERATIE, kapt. Venema, welke in Utrecht dakpannen had geladen voor Kopenhagen, was in Amsterdam in aanvaring met een Keulse aak waardoor schade aan het voorschip werd belopen, zodat een gedeelte van de lading moest worden gelost om de schade te kunnen herstellen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Delfzijl, 7 april. Het aakschip NOORDSTER, kapitein en eigenaar F. Voordewind, alhier, is onderhands voor een geheime prijs verkocht aan kapt. J. Westers te Rotterdam.
(opm: kapt. J. Westers Hzn, prijs NLG 3.500)


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Londen, 7 april. Het Rotterdamse stoomschip EEMDIJK, van Baltimore naar Rotterdam, is gesleept door sleepboten, St. Catherine's Point gepasseerd, laag op het water drijvend, het wordt naar Southampton gesleept. De bemanning is in veiligheid.
Later bericht. De EEMDIJK is te Southampton binnen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Londen, 7 april. Het Rotterdamse stoomschip RIJNDIJK, van Portland, M. naar Rotterdam, heeft nabij de Scilly Eilanden schade bekomen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Londen, 7 april. Volgens een draadloos bericht van het 30 maart van Rotterdam naar Buenos Aires vertrokken Rotterdamse stoomschip NOORDWIJK heeft dit stoomschip opgepikt met gebroken roer het Engelse stoomschip ALDENHAM en hoopte het hedenavond met dit stoomschip te Lissabon te arriveren. De ALDENHAM, van Sydney naar Londen, vertrok 10 maart van Port Natal.
Later bericht. De ALDENHAM, ruim 6.000 ton groot, is geladen met wol en vlees en behouden te Lissabon binnengebracht. De bemanning van de NOORDWIJK wacht dus een mooi bergloon. Een van de vorige reizen viel haar ook reeds zo’n buitenkansje te beurt. Het zijn dus echte geluksvogels.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Scheepsbouw. Winsum, 9 april. Gister werd van de scheepstimmerwerf van de Gebroeders Sissing met goed gevolg te water gelaten een nieuwe motorboot voor rekening van de boterfabriek te Middelstum en werd de kiel gelegd voor een dito boot voor de heren Werkema en Smit van Usquert.


11 april 1916


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Op de werf van de firma Wed. C. Boele & Zonen te Slikkerveer, is de kiel gelegd voor een stalen stoomschip, groot d.w. 1.000 ton, lengte 180'-0", breedte 28'-0", holte tot hoofddek 11'-6", holte tot verhoogd dek 18'-6". Het schip wordt geklasseerd Norske Veritas, hoogste klasse.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Te IJmuiden is aangekomen de voor de Visserij Maatschappij Oceaan aldaar op de werf van de firma Gebroeders Boot te Leiderdorp gebouwde stalen logger ARENDJE, welke voor de haringvisserij wordt uitgerust en in de vaart zal komen met de merken IJM-246.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. De Raad deed in zijn zitting van heden uitspraak in zake het stoomschip PALEMBANG. Uit de afgelegde verklaringen is de Raad gebleken, dat drie ontploffingen hebben plaats gehad. De eerste ontploffing is veroorzaakt door het springen van de op enige afstand van de PALEMBANG drijvende mijn, waarop door de torpedojager werd geschoten. De PALEMBANG kan door deze mijn niet getroffen zijn, al is het zeer goed mogelijk, dat de hevige beroering in het water, door het springen van de tweede mijn teweeggebracht, het schip heeft doen trillen. Men heeft echter geen water of rook bij het schip zien opstijgen en ook kreeg het schip geen schade. Dat in tank IV na de ontploffing een voet water gevonden is, zal waarschijnlijk een andere oorzaak hebben gehad; wellicht was de tank bij vertrek niet geheel lens. Met de ontploffing kan dit kwalijk in verband staan. De tweede ontploffing is veroorzaakt door een torpedo, welke, op enige afstand afgeschoten, de PALEMBANG heeft getroffen. De volkomen gelijkluidende verklaringen van de getuigen, die duidelijk - bij het heldere stille weer - de bellenbaan hebben gezien, laten daaromtrent geen twijfel. Deze torpedo kan niet door de torpedojager zijn afgeschoten, immers de bellenbaan liep op enige meters voor de boeg van dit vaartuig over en kwam dus, van de PALEMBANG afgekeerde zijde van de torpedojager tevoorschijn. De mogelijkheid is echter niet uitgesloten, dat deze torpedo op de torpedojager gericht was, doch, deze missende, de PALEMBANG heeft getroffen. De derde ontploffing moet eveneens aan een torpedo geweten worden, gelet op de verklaring van de 1e stuurman, die zeer duidelijk de bellenbaan op 6 streken aan stuurboord op de PALEMBANG aan zag komen. Deze torpedo op de PALEMBANG zelf gericht, immers de torpedojager was toen reeds op grote afstand van de PALEMBANG verwijderd. De verklaringen van de getuigen op zichzelf reeds afdoende, worden versterkt door het feit, dat geen andere drijvende mijnen dan die, waarop geschoten werd, gezien zijn en dat de PALEMBANG op het ogenblik van de tweede en van de derde ontploffing stil lag en hier dus aan het stoten op verankerde mijnen niet kan gedacht worden. Zelfs wanneer men aanneemt, dat de PALEMBANG door de stroom is meegevoerd, dan behoort hierbij gedacht te worden dat de stroom om de zuid liep en het schip dus naar bakboord werd gedreven, zodat een mijn het vaartuig aan bakboord had moeten treffen, terwijl de ontploffingen aan stuurboord hebben plaats gevonden. De Raad wenst er op te wijzen, dat de PALEMBANG alle kentekenen duidelijk zichtbaar vertoonde, waaruit naam, herkomst en nationaliteit van het schip bleken, zodat een vergissing in deze niet wel mogelijk is. Evenmin heeft enige waarschuwing plaats gehad voor de torpedo's werden afgeschoten. Tenslotte valt te vermelden, dat door de kapitein, bijgestaan door officieren en bemanning, alle maatregelen zijn genomen om de opvarenden te redden, waarvoor hun een woord van hulde toekomt.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van Gebr. G. & H. Bodewes te Hoogezand is gisteren een stalen 3-mast motorschoener te water gelaten, voor Noorse rekening, groot 500 ton. Het schip wordt voorzien van een 160 pk Bolinder motor. De kiel is gelegd voor een dergelijk schip.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De EEMDIJK en de RIJNDIJK.
Uit nadere berichten blijkt, dat de stoomschepen EEMDIJK en RIJNDIJK, beide van Solleveld, Van der Meer & Van Hattum’s Stoomvaart Maatschappij op mijnen zijn gelopen. De EEMDIJK trof dit ongeluk bij het eiland Wight. Omtrent de RIJNDIJK meldt een Lloydsbericht dat het schip vrijdagmorgen om 8 uur op een mijn liep, de plaats wordt niet gemeld. Nader seint Lloyds uit Londen dat de RIJNDIJK in laag water voor anker ligt, met ruim 4 vol water; voorts dat het beschot van de machinekamer ontzet is en een weinig doorlekt. Gelukkig heeft de bemanning geen letsel bekomen. Hedenmiddag was bericht ontvangen, dat de RIJNDIJK te Portskewett, een haven aan het Bristol Kanaal is binnengekomen. De rederij ontving nader bericht omtrent de EEMDIJK, dat het schip beschadigd is door een ontploffing in ruim II. Het wordt door de Engelse marine gelost.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Scheepsbouw. Rotterdam, 11 april. Van de werf van het etablissement Fijenoord
wordt woensdag 12 dezer, ‘s middags met hoog water, omstreeks 12 uur, te water gelaten het stoomschip BINTANG, in aanbouw voor de Stoomvaart Maatschappij Nederland te Amsterdam.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Londen, 8 april. Het stoomschip RIJNDIJK (zie vorig No.) dat op een mijn stiet, ankerde in ondiep water. Ruim vier staat vol water, Het waterdichte schot van het machineruim is ontzet en heeft lichte lekkage. Van de bemanning werd niemand gekwetst.


12 april 1916


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Gisteren werd bij de N.V. Verschure & Co's Scheepswerf en Machinefabriek alhier met goed gevolg te water gelaten het motorschip WILHELMINA, bestemd voor de N.V. Holland Gulf Maatschappij te Rotterdam. Hoofdafmetingen: 147'-6" x 25'-6" x 12'-10". In dit schip wordt geplaatst een zuiggas-motorinstallatie van 350 epk, fabricaat Machinefabriek Drakenburgh te Utrecht. Schip en machine worden gebouwd onder hoogste klasse Bureau Veritas. Op de nieuwe werf van de Maatschappij werd de kiel gelegd voor een vrachtstoomschip van 1.200 ton voor Nederlandse rekening.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Te IJmuiden is van de werf van de firma D. Boot te Alphen a/d Rijn aangekomen de voor rekening van de heer C. van Wienen Jr. nieuwgebouwde stalen zeillogger LISA II, welke met de merken IJM-305 voor de visserij wordt uitgerust.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. De TUBANTIA.
Gisteren werd uitspraak gedaan in zake het stoomschip TUBANTIA. Wij laten deze uitspraak hier in haar geheel volgen: Het dubbelschroefstoomschip TUBANTIA, groot 13.910,88 / 8.561,07 reg. ton, toebehorende aan de N.V. Koninklijke Hollandsche Lloyd te Amsterdam, vertrok 15 maart 1916, met een lading stukgoed en 80 passagiers, van Amsterdam bestemd voor Zuid Amerika. De diepgang bedroeg gemiddeld 26 voet. De bemanning bestond uit 280 personen. Onder de lading bevonden zich, blijkens het manifest, geen ontplofbare stoffen. Te 6.15 uur namiddag was men in zee en werd koers gezet op het Maas vuurschip. Voor het vertrek uit IJmuiden waren alle waterdichte deuren in het benedenschip gesloten, benevens die deuren in de bovendekken, welke niet voor de dienst onmisbaar waren. Alle patrijspoorten waren gesloten, sommige, met blinden voorzien. Aan elke passagier was een kaart uitgereikt, waarop vermeld stond de sloep, waarbij men was ingedeeld. De buitensloepen waren buitenboord gedraaid en tot op de reling gevierd. Zwemvesten, waren voor elk lid van de bemanning en elke passagier aanwezig; waarloze zwemvesten waren aan dek over de luiken verdeeld.
Het schip was helder verlicht; twee booglampen buitenboord beschenen de naam op de zijde geschilderd, terwijl eveneens twee booglampen de naam op de spiegel verlichtten. Een verlicht naambord was bovendien tussen de schoorstenen gehesen.
Te 9.59 uur passeerde men het Maas-vuurschip en werd koers gesteld W 58 Z magnetisch op het vuurschip Noord-Hinder. De kapitein wilde bij de Noord Hinder ten anker komen om bij dag nog de Downs te kunnen bereiken. Tot de Noord Hinder beschouwde hij de route als ongevaarlijk. De weersgesteldheid was heiige kim, zichtafstand 4 à 5 mijl, flauwe ONO koelte, woelige zee. De vaart van het schip bedroeg 9 à 10 mijl, welke vaart gelopen werd tot het ogenblik van de ontploffing. Te 12 uur gaf de kapitein de wacht over aan de eerste stuurman. Met die waren op de brug de derde en vierde stuurman. Er was een uitkijk op de bak en een in het kraaiennest. Te 2 uur werd de kapitein geroepen en gaf deze orders alles gereed te maken om ten anker te gaan. Er waren toen geen schepen in het gezicht en ook het Noord Hinder lichtschip werd niet waargenomen. Te 2.15 uur werd 17½ vadem gelood en begaf de kapitein zich in de kaartenkamer om de loding te controleren. De vierde stuurman stond op de brug aan bakboordzijde bij de telegraaf, de eerste stuurman was aan stuurboordzijde bezig met de machinekamer te spreken. Plotseling zag de vierde stuurman Van Leuven, naar stuurboord ziende, een streep, lichter dan de kleur van het water op 6 streken aan stuurboord, welke zich zeer snel met een, naar zijn schatting, meer dan 25 mijl vaart voortbewoog, recht op het schip aan. De streep was niet breed en geleek op de zoglijn van een schip, een rechte lijn vormend. Hij riep uit: „Kijk daar eens!" en vóór hij de tijd had naar stuurboord te lopen om de streep te volgen, had een hevige ontploffing plaats. De matroos P. Groot, die uitkijk hield in het kraaiennest, zag tegelijkertijd eveneens een streep op 6 streken aan stuurboord het schip snel naderen. De streep was wit, een kaarsrechte, smalle lijn, welke hij, wat snelheid betreft, juist met het oog kon volgen. Daar deze matroos herhaaldelijk schietoefeningen met torpedo's gezien had, herkende hij deze streep onmiddellijk als de bellenbaan van een torpedo. Voor deze streep het schip had bereikt en eer hij tijd had gehad te waarschuwen, volgde een ontploffing. Hij snelde naar de brug en deelde de eerste stuurman zijn bevinden mee, die inmiddels reeds naar stuurboord had uitgekeken en daar eveneens een witte streep op het water had gezien ter hoogte van luik III. De ontploffing had plaats in de midscheeps achter de eerste schoorsteen. Een schok deed het schip trillen, rook en kruitdamp stegen op en een regen van splinters en glasscherven kwam over de brug en de midscheeps. Het schip viel ongeveer 4 graden over stuurboord en begon spoedig dieper te liggen. De vierde machinist Wouters, die de wacht op de stookplaats had, was met een tremmer in de stuurboord bovenbunker gegaan om een schuif, die door kolen geblokkeerd was, open te maken. Hij bevond zich bij een luikje, dat hij wilde openen om de bunker te verlaten, toen hij een flauw licht, als een soort bliksemlicht, waarnam, gevolgd door een hevige knal, welke uit de midscheeps scheen te komen. Een golf water kwam naar binnen, waardoor beide mannen nat werden en de lamp, die zij bij zich hadden, werd gedoofd. De machinist hoorde kolen naar beneden vallen, waaruit hij opmaakte, dat in de bunker een gat was ontstaan, waardoor de kolen en het water naar beneden - op en tussen de ketels en de stookplaat - vielen. Met veel moeite gelukte het de machinist de kolen bij het luik te verwijderen en het luik te openen, waardoor hij en de tremmer, die buiten staat was zelfstandig te handelen, langs het tweede rooster van de stookplaats konden ontsnappen. Op de stookplaats kwam ten gevolge van de ontploffing dadelijk veel water, zodat de waterdichte deuren naar de machinekamer niet meer geopend konden worden. Het personeel, dat zich op de stookplaats bevond, begaf zich onmiddellijk naar boven. Aan dek had men inmiddels maatregelen tot redding genomen. De machine werd op stop en volle kracht achteruit gecommandeerd tot het schip stil lag. Het sein voor de schepelingen om aan dek bij de sloepen te komen werd gegeven. Draadloos werd om hulp geseind; vuurpijlen werden afgestoken. Ronden werden door het schip gedaan om alle passagiers op te zoeken, eerst door de hofmeesters, later door de officieren en ten slotte door de kapitein zelf. De bakboord sloepen werden bemand; de passagiers er in geholpen en de sloepen gestreken met behulp en onder toezicht van de officieren. De bakboord sloepen waren in ongeveer 5 minuten van boord. Daarna werden de stuurboord sloepen gestreken, waarbij bleek, dat enkele door de ontploffing waren verbrijzeld. De bemanning werd over andere sloepen verdeeld. Door het, niet gelijk vieren van één van de boten kwam deze schuin te hangen, doch deze fout werd spoedig zonder ongelukken hersteld. In ongeveer 10 minuten waren alle sloepen van boord. Doordat enkele stuurboord sloepen lek waren geslagen door de ontploffing, doch op hun luchtkasten dreven, sprongen sommige passagiers te water, doch het gelukte allen te redden. Het bakboord anker was inmiddels geworpen, waardoor de stroom de sloepen vrij van het schip zette. Een nieuwe manillatros werd aan bakboord uitgevierd, aan stuurboord hing de loglijn, ten behoeve van de sloepen, welke zich aan het schip wilden vasthouden. Het was gedurende deze tijd mistig geworden en de klokken werden geluid; uit vrees voor aanvaring. Na enige tijd kwam het stoomschip BREDA in zicht en zond de kapitein van de TUBANTIA een boot daarheen met het verzoek de ronddrijvende sloepen op te zoeken, waaraan werd voldaan. Aan boord van de TUBANTIA bleven toen de kapitein met 20 man, voor wie twee sloepen aan S.B. gereed waren. Ongeveer een half uur na de ontploffing werden ruim II en IV nog droog gepeild. Ook de machinekamer maakte geen water. Op de stookplaats werd voortdurend gepompt. De dynamo in de machinekamer was enige tijd na de ontploffing stil blijven staan, doch de hulp-dynamo aan dek werkte uitstekend, waardoor de verlichting goed bleef. Men zag bij het instellen van een onderzoek, dat een gat in de huid van het schip was geslagen, terwijl verschillende patrijspoorten met de in de huid geklonken koperen randen waren uitgerukt. Ook aan dek en in de hutten en zalen was ontzettende schade aangericht.
De TUBANTIA zonk langzaam dieper en men hoorde het water in de machinekamer en in de ruimen lopen, doordat het water door de gaten, waar eens de patrijspoorten waren, binnendrong. Te 6.38 uur voormiddag kwam water in de voor-kuil; de kapitein, ziende dat zijn schip verloren was, gaf order het schip te verlaten. Men roeide naar de tros, waaraan werd vastgemaakt op 300 meter van het schip. Te 6.53 uur dook de TUBANTIA voorover, viel daarna over bakboord op zij en zonk in de diepte weg. De sloepen, welke hadden rondgedreven, werden door het stoomschip BREDA gevonden en de meeste schipbreukelingen werden daar aan boord genomen, evenals de sloep waarin zich de kapitein bevond. Een andere sloep voer naar het Noord-Hinder lichtschip en werd de bemanning van daar door inmiddels te hulp gekomen Nederlandse torpedoboten overgenomen, terwijl anderen door het stoomschip LA CAMPINA werden opgenomen. Tijdens het ronddrijven werd door enkelen aan stuurboord van de TUBANTIA een laag op het water schijnend heen en weer draaiend zoeklicht waargenomen, dat spoedig weer verdween. Bij een later ingesteld duikeronderzoek is nog gebleken, dat de TUBANTIA gezonken is op 6½ mijl afstand van het Noord Hinder lichtschip, in peiling W ⅛ Z. Het schip ligt op zij met het gat naar boven. Het gat loopt aanvankelijk smal van de hoogte van het shelterdek naar onderen tot een breedte van 12 meter uit tot op de bodem van het schip, terwijl een gedeelte van de kimkiel is weggeslagen. De deskundige, kapitein-luitenant ter zee C.J. Canters, gaf als zijn mening te kennen, dat, hoewel uit de aard van de ontploffing niet kan worden uitgemaakt of deze door een mijn dan wel door een torpedo is veroorzaakt, de TUBANTIA door een torpedo is getroffen. De streep, welke door de 4e stuurman, de uitkijk en de 1e stuurman is gezien, is, naar zijn mening, de bellenbaan van een torpedo geweest. Bovendien zijn in de sloepen van de TUBANTIA, welke uit zee zijn binnengebracht, stukken metaal gevonden, welke volgens het onderzoek, door de Marine-torpedodienst ingesteld, afkomstig zijn van een bronzen Schwartzkopff-torpedo. Men heeft op de Nederlandse kust zulk een torpedo, waarop een exercitieladingkamer, gevonden, voorzien van het merk van de Duitse marine.
Een bronzen Schwartzkopff-torpedo kan een baan van ongeveer 1000 meter afleggen en wordt gesteld op een diepte van 2 tot 4 meter; dit hangt af van de diepgang van het doel, dat men treffen wil. Daar het gat, in de TUBANTIA geslagen, zeer groot is, valt niet met zekerheid te bepalen op welke diepte zij is getroffen. Voor zover men uit het gevonden metaal de middellijn van de torpedo heeft kunnen bepalen, meent hij, dat de mogelijkheid niet is uitgesloten, dat dit een 35 cm torpedo is geweest, in welk geval deze eerder door een torpedoboot dan door een onderzeeër is afgeschoten. Dat de TUBANTIA door een onderzeeboot zou zijn aangevaren en daardoor de ontploffing veroorzaakt, acht hij, gezien het bovenstaande, uitgesloten. De snelheid, waarmee de bellenbaan zich volgens de afgelegde verklaringen door het water bewoog, is daarvoor te groot. Ook behoeft, wanneer een onderzeeboot een ander vaartuig aanvaart, niet steeds een ontploffing te volgen. De getuige J. Wilmink omschreef de wijze, waarop de stukken metaal, in de boten van de TUBANTIA gevonden, in zijn bezit zijn gekomen. Hij heeft deze stukken ter beschikking van de Regering gesteld en is absoluut zeker dat de stukken, in de boten gevonden, dezelfde zijn als die, welke hij aan de deskundige Canters heeft overhandigd. Ook verklaarde hij, dat een onderzoek naar hetgeen de sloepen, welke genummerd waren No. 15 en 20, bevatte, is ingesteld door personeel van de agenten van zijn maatschappij te Rotterdam en dat eerst toen het metaal is voor de dag gekomen. Volgens de verklaringen van de getuigen en van de deskundige en de inhoud van het journaal, staat — naar 's Raads mening — vast: Dat de TUBANTIA zich in de nacht van 16 op 17 maart bevond in de nabijheid van het Noord Hinder lichtschip, lopende een vaart van ongeveer 9 mijl; dat naam, herkomst en nationaliteit van het schip op duidelijke en op een afstand te herkennen wijze waren aangegeven; dat voorbereidende maatregelen waren genomen om ten anker te gaan en het schip daarom te 2.20 door een hevige ontploffing aan stuurboord is getroffen in de kolenbunker, achter de eerste schoorsteen. Door deze ontploffing werd een groot gat in de huid van het schip geslagen, welk gat van de bodem van het schip zich tot ongeveer het shelterdek uitstrekte. Ook werden, naast andere schade aan het schip; verschillende patrijspoorten met de koperen bekleding uitgerukt, waardoor ter hoogte van het maindek gaten ontstonden. Door het in de stookplaats en de bunkers stromende water kwam het schip dieper te liggen en stroomde het water aldus door de bovengenoemde gaten, later ook over het kuildek, van boven in de machinekamer en de ruimen, ten gevolge, waarvan de TUBANTIA ongeveer 4 uren na de ontploffing is vol gelopen en gezonken. De getuigen Van Leuven en Groot hebben beiden een streep op het water met grote snelheid de TUBANTIA zien naderen, gericht op de plek, waar de ontploffing heeft plaats gehad, terwijl ook de getuige Vreugdenhil deze streep na de ontploffing heeft gezien. De omschrijving van wat de getuigen gezien hebben laat geen twijfel, dat de door hen geziene streep de bellenbaan van een torpedo is geweest. Uit de verklaring van de deskundige Canters is gebleken, dat de in de boten van de TUBANTIA gevonden stukken metaal ontwijfelbaar afkomstig zijn van een bronzen Schwartzkopff-torpedo. De verklaringen van genoemde getuigen en deskundige, in onderling verband en samenhang beschouwd, bewijzen, dat de ontploffing is veroorzaakt door een torpedo, welke, op enige afstand onder een hoek van 6 streken hetzij door een onderzeeër, hetzij door een torpedoboot is afgeschoten zonder enige voorafgaande waarschuwing. Deze torpedo is gebleken een bronzen Schwartzkopff-torpedo te zijn en was, blijkens de afwezigheid van enig ander schip in de nabijheid, bestemd de TUBANTIA te treffen.
Dat bij deze ramp geen mensenlevens te betreuren zijn, is gedeeltelijk te danken, aan het feit, dat de TUBANTIA is getroffen op een plek, waar geen verblijfplaatsen waren voor passagiers of bemanning. Daarnaast is echter het beleidvolle, kalme optreden van kapitein Wijtsma, op waardige wijze bijgestaan door zijn officieren en bemanning, oorzaak, dat maatregelen zijn genomen, welke de redding van alle opvarenden ten gevolge hebben gehad. Vermelding verdient voorts de handelwijze van de 4e machinist Wouters, die, zich in de bunker bevindende, waar in de nabijheid de ontploffing plaats had, zijn tegenwoordigheid van geest behield en zodoende zichzelf en de tremmer, die zich met hem in de bunker bevond, wist te redden. Aan deze allen mag een erkenning van hun kloekmoedig optreden zeker niet worden onthouden.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Zeppelin aanval. De Telegraaf schrijft: Het Nederlandse stoomschip MIDSLAND van de Scheepvaart- en Steenkolen Handelsmaatschappij te Rotterdam, was in de nacht van 3 op 4 april bijna slachtoffer geworden van de zeppelin-aanvallen. Het vaartuig was de 3e april, vroeg in de morgen van Harlingen vertrokken. Tegen donker kwam men in de nabijheid van het lichtschip Newark, bij Yarmouth. De gezagvoerder besloot daar te ankeren en liet de vuren opsteken. Ook droeg het vaartuig alle kentekenen om het als “neutraal" te doen herkennen. Het heklicht brandde nabij de Nederlandse vlag. In de morgen te 4 uur, het was nog donker en het zicht was slecht, werd de bemanning gewekt door een drietal zware slagen. Het gehele schip dreunde en algemeen vermoedde men, dat het vaartuig getorpedeerd was. De donkeyman M. Smit, die onmiddellijk na de slagen aan dek was, deelde ons mee, dat hij, boven komende, duidelijk het snorren van motoren hoorde. Hij begreep toen, dat het een zeppelin was, die bommen had geworpen. Na één minuut hoorde men wederom zware slagen, thans een negental vlak achter elkaar. Grote waterzuilen stegen omhoog; het vaartuig werd niet geraakt. Volgens de uitkijk waren de eerste drie bommen op ongeveer 50 meter van het vaartuig geworpen. Uit de plaats, waar de bommen neerkwamen en uit het feit, dat het snorren van de motoren zich van de kust verwijderde maakt men op, dat de zeppelin zich van de kust verwijderde.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De staking aan de Holland Amerika Lijn.
De directie van de Holland Amerika Lijn deelt, na gehouden bespreking met de Minister van Landbouw, Nijverheid en Handel aan haar dek- en machinepersoneel mee, dat zij uit overweging dat thans al het mogelijke moet worden gedaan om de geregelde aanvoer van graan in Nederland te verzekeren, bereid is:
1e. Aan haar personeel van de schepen welke graan aanvoeren onder het met de Regering voor de duur van de oorlog gesloten contract een door de Regering te harer beschikking gestelde graanpremie uit te betalen ten bedrage van NLG 2 per maand;
2e. Met een afvaardiging uit haar eigen personeel de overige wensen welke bij het personeel mochten bestaan, inzonderheid wat betreft de aanvulling van het dienstreglement, te bespreken.
Een en ander op voorwaarde, dat thans onmiddellijk op de gereedliggende schepen wordt gemonsterd. Hedenmiddag kwamen de stakers in het Verenigingsgebouw bijeen onder leiding van het bestuur van de Zeeliedenvereniging ‘Volharding', ten einde bovengenoemde mededeling te bespreken. Alle stakers waren ter vergadering aanwezig, met uitzondering van een 20-tal, die voor het posten waren aangewezen. Besloten werd een commissie van 9 man uit de stakers te benoemen, die tegen halfvier een onderhoud met de directie van de Holland Amerika Lijn zou aanvragen. Hedenavond zal opnieuw worden vergaderd, ten einde het resultaat van dat onderhoud mee te delen. Nadat de commissie benoemd was, ging de vergadering uiteen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 11 april. Het te Southampton binnengebrachte stoomschip EEMDIJK is door een ontploffing in ruim No. 2 aan bakboordzijde beschadigd. De bemanning heeft het schip verlaten. Het Engelse gouvernement heeft beslag op het stoomschip gelegd en laat het lossen. Sleepboten liggen langszij. Later zal het schip in een droogdok worden opgenomen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 11 april. De RIJNDIJK is te Portskewett, bij Newport binnengebracht. Het schip heeft lading in voor de Belgium Relief Commission.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 11 april. Zaterdag jl. is van Rotterdam naar Gent vertrokken met een schip van 2.400 ton op sleeptouw de door de N.V. Machinefabriek & Scheepswerf van P. Smit Jr. te Rotterdam onlangs afgeleverde zeesleepboot BANCA, voorzien van een pompinstallatie van 1.200 ton per uur. Deze geheel van staal gebouwde boot, waarvan de hoofdafmetingen zijn: 80 x 22 x 10 voet, is ingericht voor de buiten- en binnen-sleepdienst benevens voor bergingswerk. Het vaartuig, geheel elektrisch verlicht, kan een wrak door op dek te plaatsen standaards, voorzien van elektrische schijnwerpers, belichten en kan door zijn acht pompen en slangenmateriaal een geheel Rijnschip tegelijk beslaan. De hoofdmachines van de BANCA zijn van het triple-expansie systeem met oppervlakcondensatie, sterk 450 pk met cilinders van 10 x 16½ x 27, met een slag van 18 Eng. duim. De stoom wordt geleverd door een ketel met 2 vuren, voorzien van een doorpomptoestel om bij het opstoken het water te kunnen laten circuleren. Binnenkort zal aan de BANCA een zusterschip, de BILLITON, worden toegevoegd, die echter voorlopig niet van een pompinstallatie wordt voorzien.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Amsterdam, 10 april. Het stoomschip AMSTELLAND, van de Kon. Holl. Lloyd zal woensdag 12 dezer van hier naar Buenos Aires vertrekken. Het neemt de zuidelijke route.
- De stoomschepen KAMBANGAN, KRAKATAU en BAWEAN van de Stoomvaart Mij. Nederland, vertrekken morgen (dinsdagavond) van hier, om woensdagmorgen vroeg in zee te gaan. De beide eerstgenoemde varen met lading naar Java, de BAWEAN gaat in ballast naar New York om daar te laden in de dienst New York – Java. De drie schepen nemen de noordelijke route.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Terneuzen, 3 april. Alhier verkeert men in grote ongerustheid over de Nederlandse motorschoener ANGELINA, die op 30 november van Rio Grande do Sul (Brazilië) is uitgevaren. De schoener, die behoort aan rederij J.A. van Rompu alhier en die stond onder gezagvoerder Van der Laan, moest naar Liverpool, een reis van hoogstens een maand in normale omstandigheden. Sinds het vertrek uit Brazilië is niets meer van het schip gehoord.
Op de ANGELINA is te Londen herverzekering betaald tot 80%. Het schip is beladen met een kostbare lading huiden, enz.


13 april 1916


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Stoomvaart Maatschappij Nederland.
Gisteren werd van de werf van de N.V. Maatschappij voor Scheeps- & Werktuigbouw ‘Fijenoord’ te Rotterdam met goed gevolg te water gelaten, het voor rekening van de Stoomvaart Maatschappij Nederland te Amsterdam in aanbouw zijnde vrachtstoomschip BINTANG. De gebruikelijke ceremonie werd daarbij verricht door mevrouw Oderwald, echtgenote van een van de directeuren van de Stoomvaart Mij. Nederland. Dit schip wordt gebouwd onder speciaal toezicht en volgens klasse + 1 3/3 L l.b. van Bureau Veritas. Lengte, breedte en holte zijn resp. 420'-0", 54'-6" en 28'-0", terwijl de waterverplaatsing bij een diepgang van 27'-4" zal bedragen 13.600 ton van 1.016 kg. Het zal voorzien worden van machines van het direct werkende triple-expansie systeem, welke 3.800 ipk zullen ontwikkelen, waarmee een snelheid van 12¼ mijl per uur moet bereikt worden. (opm: bouwnr. 274)
Op de thans vrijgekomen helling zal de kiel gelegd worden voor het stoomschip BENGKALIS, zusterschip van de BINTANG, eveneens te bouwen voor rekening van de Stoomvaart Mij. Nederland. (opm: bouwnr. 276)


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Te IJmuiden arriveerde gisteren van de werf van de firma A. de Jong te Vlaardingen de voor rekening van de Maatschappij ‘Spurn’ aldaar nieuwgebouwde stalen zeilharinglogger ANNA SOPHIA, welke met de merken IJM-254 in het visserijregister zal worden ingeschreven.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Nederland en de oorlog. De COLOMBIA op een mijn gelopen.
De directie van de Koninklijke West-Indische Maildienst te Amsterdam, deelt ons mee, dat de heer G.D. Nieman, gezagvoerder van het stoomschip COLOMBIA, behorende aan die Maatschappij, haar als volgt draadloos seinde:
,,Liepen te 5 u. 45 waarschijnlijk op een mijn 51˚-51’5 Noorderbreedte, 01˚-56’ Oosterlengte; Galloper boei N. 161 gr. O., 3½ mijl afstand. Voorpiek en voorruim vol. Stomen langzaam naar Sunk vuurschip terug; niemand gewond; Noors stoomschip NANNA vergezelt ons; Engelse torpedoboot was bij ons om ingelicht te worden te 6 u. 45 vm."
Een tweede telegram van de gezagvoerder luidt: “Zijn 9 uur v.m. op 2 mijl oost van Long Sand vuurschip. Voorpiek en voorruim 21 voet 3 duim water. Hebben vertrouwen het schip te behouden. Zijn bevolen door Knock Deep naar Londen te stomen. Hebben North-Foreland om sleepboot gevraagd: voldoende hulp aanwezig in geval van nood.”
De COLOMBIA is gebouwd in 1915, voor rekening van de West-Indische Maildienst. Deze maatschappij heeft in de tweede helft van januari het schip verkocht aan Hannevig Brothers te Christiania voor 2 miljoen gulden. Volgens Fair PIay van 13 maart werd het schip opnieuw verkocht aan de firma W.R. Grace & Co. te New York voor 710.000 pond sterling (NLG 8.520.000). Het schip zou na aankomst te Amsterdam geleverd worden. Naar wij vernemen zal het stoomschip COLOMBIA behouden op de Theems kunnen aankomen.
De COLOMBIA heeft 4.300 ton mais voor onze Regering aan boord.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Raad voor de Scheepvaart. Keteldefect.
Door de Raad voor de Scheepvaart te Amsterdam is een onderzoek ingesteld betreffende de oorzaak van een keteldefect aan boord van het stoomschip TELEGRAAF XVIII, op 1 april jl. na vertrek uit Rotterdam.
Dit schip, behorende tot de rederij van de firma C.H. Cornelder & Zonen alhier, had, na tot afzetten van de loods bij de Hoek, op zee met lekkende ketel hulpeloos rondgedreven en was door een sleepboot teruggebracht. Nadat de beide machinisten en de kapitein hun verklaringen hadden afgelegd, sprak de inspecteur voor de scheepvaart als zijn mening uit, dat geen voldoende zorg besteed is aan het water in de ketel. Daaraan is het ongeval te wijten. Ware dit gebeurd met stormweer, dan waren er zeker mensenlevens op het spel geweest. De inspecteur stelde voor de machinist te straffen; de strafmaat liet hij aan de Raad over. De machinist verdedigde zich door op te merken, dat hij zijn volle aandacht aan de machine moest wijden, daar deze geheel uit elkaar geweest was. Zij werkte niet goed en klapperde. De hogedruk zuigerstang liep o.a. warm. Het onderzoek werd hierna gesloten. Uitspraak volgt later. (opm: zie ook AH 260416)


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 12 april. Het stoomschip DENEB, onder bevel van de luitenant ter zee 1e klasse A.M. Kan, is 8 dezer te Port-Said aangekomen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 12 april. Volgens nadere berichten ligt het stoomschip RIJNDIJK nog steeds veilig bij de Scilly eilanden, in ondiep water. De ruimen 4 en 5 maken water, maar de eigen pompen kunnen het stoomschip lens houden.
Later bericht. De RIJNDIJK ligt bij St. Mary's. Zij heeft lichte slagzijde over bakboord, maar er bestaat geen gevaar voor zinken.


14 april 1916


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 13 april. Volgens een alhier ontvangen telegram heeft het Nederlandse stoomschip BARENDRECHT, gisteren van New York te Barcelona aangekomen, de bemanning aan boord van de Russische bark IMPERATOR VARIGA, welk schip in de Middellandse Zee is getorpedeerd.


15 april 1916


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

De Koninklijke Maatschappij ‘De Schelde’ te Vlissingen.
In de hedenmiddag gehouden vergadering van aandeelhouders van de Koninklijke Maatschappij ‘De Schelde’, Scheepbouw en Werktuigenfabriek te Vlissingen, werd het verslag over 1915 uitgebracht, waaraan het volgende is ontleend: Het jaar 1915 was voor de vennootschap, ondanks de vele werken onderhanden en de belangrijke nieuw aangenomen orders (waaronder een kruiser van 7.000 ton en een onderzeeboot voor de Nederlandse Marine) financieel belangrijk minder gunstig dan het vorige jaar. Dit is voornamelijk te wijten, zowel aan de noodzakelijkheid om schepen, aangenomen voor de oorlog, toen de materiaalprijzen abnormaal laag waren, af te werken in een tijd, waarin die prijzen met sprongen omhoog gingen, als aan de moeilijkheden om leveranties uit het buitenland te verkrijgen, welke het geregeld afwerken telkens onmogelijk maakten. De verlies- en winstrekening werd voorts ongunstig beïnvloed o.a. door uitkering van ongeveer NLG 24.000 aan gezinnen van ruim 250 beambten en werklieden, die gemobiliseerd zijn en door betaling van ongeveer NLG 38.000 aan duurtetoeslag. Bovendien werd tot 1 september 1915 ongeveer NLG 7.000 subsidie gegeven aan de in 1914 opgerichte werkloosheids-verzekeringskas. Bij het ophouden van deze steun aan de werkloosheidsverzekeringskas is besloten om een zelfde toelage, n.l. 1% van de salarissen en lonen te blijven besteden voor ouderdomsvoorziening van het personeel. Sedert september bedroeg dit ongeveer NLG 3.700. Om het bedrag, nodig voor de wenselijk geachte afschrijvingen te vinden, is gebruik gemaakt van de over 1914 gevormde reserve voor uitbreiding, ten bedrage van NLG 130.000. Tenslotte kan het gewone dividend, 8%, worden uitgekeerd. Hoewel het bij de bestaande onzekerheid gewaagd is voorspellingen te doen, mag de verwachting worden geuit, dat het volgend jaar, indien de omstandigheden op de wereldmarkt zich niet al te zeer in voor de maatschappij ongunstige zin wijzigen, een beter resultaat zal opleveren. Het gemiddeld aantal werklieden bedroeg 1.710 en het grootste aantal op een gegeven ogenblik 1.750. Van de gemobiliseerde ambtenaren en werklieden kwamen door de gunstige beschikking van de Minister van Oorlog een groot aantal terug met tijdelijk verlof, ten einde het onderhanden zijnde werk voor de Marine te kunnen afmaken.
Afgeleverd werden twee schroefstoomboten, namelijk TJISONDARI aan de Java-China-Japan Lijn, en de ECUADOR aan de Koninklijke West-Indische Maildienst, beide te Amsterdam. Complete machine-installaties werden vervaardigd voor de TUBORG en de DIRKSLAND en voor de WILLEM VAN DRIEL Sr., terwijl een stoommachine werd geleverd voor het werktuigkundig Laboratorium van de Technische Hoogeschool te Delft. Het totaal aantal tonnen waterverplaatsing van de afgeleverde schepen bedraagt ongeveer 25.000, het totaal aantal indicateur paardenkrachten van de afgeleverde machine installaties bedraagt ongeveer 12.000, het gezamenlijk verwarmend oppervlak van de afgeleverde stoomketels (32 stuks) bedraagt 56.386 vierkante voet (5.188 vierkante meters). Ook werden wederom verschillende reparaties, ditmaal meestal van kleine omvang door de fabriek uitgevoerd. De totale som van de onuitgevoerde orders beliep op 31 december ongeveer NLG 18.000.000. Het arbeidsloon bedraagt NLG 1.135.561.
De verlies- en winstrekening sluit met een eindcijfer van NLG 699.799 en wijst aan de debetzijde o.a. de volgende posten aan: Interest 4½% obligatielening NLG 37.293; salarissen en algemene kosten NLG 254.677; ondersteuning gemobiliseerden en duurtetoeslag NLG 62.519; bijslag werkloosheidkas en personeel belangen NLG 10.726; kosten ongevallenwet en arbeidscontract NLG 49.869; onderhoud gebouwen NLG 17.454; interest NLG 55.744; afschrijvingen NLG 84.477; netto winst NLG 115,320, te verdelen als volgt: aandeelhouders 8% NLG 80.000, Rijksinkomstenbelasting NLG 5.320, reserve NLG 6.000 en tantièmes NLG 24.000. De creditzijde vertoont de volgende posten: Uitkomst van diverse werken NLG 684.071, huur gebouwen en erven, exploitatie woningen arsenaal enz. totaal NLG 9.953, interest NLG 4.335 en winst expeditiekantoor haven NLG 1.439.
Op de balans per 1 januari 1916 komen aan de debetzijde o.a. de volgende posten voor: Onuitgegeven aandelen NLG 1.500.000, obligaties in portefeuille 30.000; gebouwen, getimmerten en vaste inrichtingen (erfpachtcontract) NLG 2.167.412; belegd assurantie reservefonds NLG 58.620; belegd assurantie eigen risico NLG 22.198; woningen arsenaal NLG 10.000; bouwterreinen NLG 21.494; uitbreiding buiten erfpacht NLG 21.427; gebouwen, getimmerten en vaste inrichtingen (buiten erfpacht) NLG 322.404; losse machinerieën en gereedschappen NLG 70.000; gereedschappen in centraal magazijn NLG 18.000; dok te Middelburg NLG 1; magazijngoederen NLG 869.155; debiteuren NLG 461.528; Amsterdamsche Bank NLG 1.931; kassa NLG 1.230; werken in behandeling NLG 3.753.390; effecten, verbonden ten behoeve van de Centrale Werkgevers Risico-Bank e.a. NLG 169.747 en aandeel reservefonds genoemde bank NLG 16.832; Rotterdamsche Bankvereeniging (dividend rekening) NLG 2.000. De creditzijde van de balans vermeldt o.a. aandelenkapitaal NLG 2.000.000; 4½% obligatielening NLG 930.000; Staat der Nederlanden erfpacht taxatie NLG 202.522; hypotheek op de woningen Glacis en Arsenaal NLG 70.000; reservefonds NLG 127.474; assurantie reserve NLG 100.000; assurantie eigen risico NLG 22.209; Rotterdamsche Bankvereeniging NLG 103.519; crediteuren NLG 487.372; on-opgevraagde coupons NLG 2.272; on-ongevraagde dividendbewijzen NLG 2.000; te betalen interest NLG 3.395; vooruitbetaling op werken in behandeling NLG 4.469.850; reserve voor ongevallenkosten NLG 136.777; reserve blijvende rente wegens ongevallen NLG 78.743; uitgelote obligaties NLG 1.000; dividend 1915 8% (v.j. 8 %) NLG 80.000; rijksinkomstenbelasting NLG 5.320 en tantièmes NLG 24.000.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van de Rotterdamsche Droogdok Maatschappij zal hedenmiddag te water worden gelaten het stoomschip IJSELHAVEN, in aanbouw voor de firma Gebr. Van Uden.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Te IJmuiden arriveerde gisteren om van daar buitenom naar Scheveningen te vertrekken, de op de werf van de firma Gebr. Boot te Leiderdorp voor rekening van de heer W. den Dulk Jz. te Scheveningen, nieuw gebouwde stalen zeilharinglogger MARIA GEZIENA, welke met de merken SCH-267 in de vaart wordt gebracht.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de scheepswerf ‘Nicolaas Witsen’ van de firma F. Stoel & Zoon te Alkmaar is met goed gevolg te water gelaten een stalen motorjacht JOKE, lang 40 voet, met 17 pk twee-cilinder benzinemotor. De boot is gebouwd voor Rotterdamse rekening.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De staking aan de Holland Amerika Lijn geëindigd.
In een gisteravond in Diligentia gehouden vergadering van het stakende personeel van de Holland Amerika Lijn is met 170 stemmen voor, 72 tegen en 5 van onwaarde besloten de staking op te heffen. De door de directie ingewilligde eisen zijn: Ten eerste 2 gulden gage-verhoging; Ten tweede invoering van een werktijdregeling als gevraagd en Ten derde, dat de stokers geen 6 vuren meer behoeven te bedienen.
Hedenochtend 7 uur keert het personeel op de schepen terug en begint de monstering voor het naar New York bestemde stoomschip RIJNDAM, dat hedenavond laat of hedennacht zal vertrekken. Vijf schepen, die voor het vertrek gereed waren: de RIJNDAM, NOORDERDIJK, OOSTERDIJK, WESTDIJK en AMSTELDIJK waren hedenmiddag volledig bemand en zullen vanavond in zee gaan. Alle maken de reis om de Noord. De afvaart van het stoomschip NOORDAM naar New York is op 19 dezer bepaald.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De COLOMBIA. - De Nederlandse stoomboot COLOMBIA, van de Koninklijke West-Indische Maildienst te Amsterdam, die door een mijn beschadigd werd, is gisteren te Gravesend aangekomen met bestemming naar Northfleet (iets verder de Theems op).


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 14 april. Naar men verneemt is het stoomschip EEMDIJK te Southampton reeds zover gelost, dat het vermoedelijk heden in een droogdok geplaatst kan worden.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

’s-Gravenhage, 13 april. Hr.Ms. NOORD-BRABANT heeft hedennamiddag van Nieuwediep de reis naar Nederlands-Indië aanvaard.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 15 april. Aan Pieter Sperling, schipper van het Nederlands stoomschip WESTLAND (van Rotterdam), is door de Britse Board of Trade een beloning toegekend in de vorm van een zilveren gedenkplaat, als blijk van erkenning van zijn diensten jegens de bemanning van de zeiltrawler YOUNG HARRY van Lowestoft, die hij op 7 maart in de Noordzee heeft gered bij de schipbreuk van dat vaartuig.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De ALWINA voor het Engelse Prijzenhof.
Gisteren diende voor het Prijzenhof te Londen de zaak van het Nederlandse stoomschip ALWINA dat, op de thuisreis zijnde, opgebracht werd, omdat het getracht zou hebben vijandelijke schepen van steenkolen te voorzien, of zulks reeds gedaan had. De advocaat van de rederij de Holland Gulf Stoomvaart Mij., directie de firma Jos. De Poorter alhier, hield vol, dat het schip op de thuisreis niet had mogen worden opgebracht, omdat het op de heenreis contrabande zou hebben vervoerd. De advocaat van de kroon was van mening, dat de kwestie hier niet over contrabande liep, maar dat de ALWINA door een onneutrale daad direct deelnam aan de vijandelijkheden en daarom als een vijandelijk schip moest worden behandeld. Het hof doet later uitspraak.
Als toelichting op deze zaak deelt de Daily Tel. het volgende mee: De ALWINA kwam 6 november 1914 te Teneriffe aan. De 8e december van dat jaar had de slag bij de Falkland Eilanden plaats. Kort na deze slag verkocht de ALWINA haar lading steenkolen. Op de thuisreis, door de Engelse admiraal De Robeck aangehouden, verklaarde de kapitein, dat hij eerst te Teneriffe begreep, dat het doel van de reis de voorziening van Duitse oorlogsschepen was.


16 april 1916


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Nieuwediep, 12 april. Tussen strandpaal 10 en 11, nabij Callantsoog, is een sloep van de TUBANTIA aangespoeld, welke door de strandvonder aldaar voorlopig geborgen is.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Gisteren werd met goed gevolg het voor rekening van de firma Gebr. Van Uden alhier bij de Rotterdamsche Droogdok Maatschappij in aanbouw zijnde stoomschip IJSELHAVEN te water gelaten. (Zie Avondblad 11 april). Dit voor de algemene vrachtvaart bestemde stoomschip, evenals de machines, zijn volgens de hoogste klasse van Bureau Veritas gebouwd, een zusterschip van de op 29 januari jl. te water gelaten WAALHAVEN en het tweede van een bestelling van drie gelijksoortige stoomschepen, met een laadvermogen van 6.200 ton, heeft de volgende hoofdafmetingen: Lang 361.4, breed 49.9 en hol 22 voet 1 duim. De machines, van het triple expansie-systeem, welke ook door bovengenoemde werf worden vervaardigd, met cilinders van 25 x 41 x 67 en een. slag van 45 Eng. duim moeten het schip een vaarsnelheid geven van 10 mijl.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Aan de N.V. Scheepswerf en Machinefabriek 't Hondsbosch te Alkmaar is te water gelaten de stalen motorboot GOUWZEE voor de afdeling luxe motorboten van de Rederij J.H. Bergman te Amsterdam. Deze boot is lang 15,20 meter, breed 3,10 meter en geheel zeewaardig gebouwd. Een 35 pk Kromhout middeldrukmotor geeft de boot een snelheid van ruim 16 km per uur.


17 april 1916


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 15 april. Volgens een telegram uit New York zat het Nederlandse stoomschip VULCANUS bij Redhook aan de grond.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 15 april. Het gouvernementsstoomschip DENEB, onder bevel van de luitenant ter zee 1e klasse A.M. Kan, is woensdag 12 dezer van Port Said vertrokken.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De ELZINA HELENA. - De onlangs bij de Noord Hinder getorpedeerde Nederlandse schoener ELZINA HELENA drijft met de kiel boven voor de Nieuwe Waterweg. De lading spoelt er uit.
Het wrak van de schoener ELZINA HELENA wordt door de sleepboten BLANKENBURG en GOUWZEE, van de heer L. Smit, binnengesleept. (opm: zie ook NRC 290416)


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Het Panamakanaal heropend. Londen, 15 april. (Reuter). Het Panamakanaal wordt heden heropend. Het is dan 7 maanden lang voor de scheepvaart gesloten geweest.


18 april 1916


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Koninklijke Hollandsche Lloyd.
In het gebouw 'Industria' werd gistermiddag onder voorzitterschap van de heer C.J.K. van Aalst de algemene vergadering van aandeelhouders in de Koninklijke Hollandsche Lloyd gehouden. Vertegenwoordigd waren 1.986 aandelen, rechtgevende op het uitbrengen van 57 stemmen. Het jaarverslag van de directie werd voor kennisgeving aangenomen. Aan de orde was daarna de balans en de winst- en verliesrekening. De heer B.W. ter Kuile, Enschede, bracht hulde aan de directie voor de behaalde grote winst, aan commissarissen voor het voorstellen van het betrekkelijk kleine dividend. Hij gaf als zijn mening te kennen, dat deze conservatieve politiek algehele instemming verdiende. Enkele vragen om inlichtingen werden door de voorzitter van commissarissen beantwoord. Onder meer vroeg de heer Ter Kuile inlichtingen over de post "Reserve voor diverse Belangen". Van de bestuurstafel werd hierop meegedeeld, dat deze reserve nodig werd geacht met het oog op mogelijke gebeurlijkheden. Op een desbetreffende vraag van de heer Ter Kuile deelde de voorzitter mee, dat ook de eventuele oorlogswinstbelasting hieruit zou moeten worden betaald. De heer Van Aalst herinnerde hierbij aan het rekwest door de diverse stoomvaartlijnen over het ontwerp oorlogswinstbelasting aan de Tweede Kamer gezonden en sprak de hoop uit dat daaraan alsnog de nodige aandacht zou worden geschonken.
Men verliest toch niet uit het oog, dat het risico onder de tegenwoordige omstandigheden aan het in de vaart houden van kostbare schepen verbonden zo enorm groot is en zó weinig van te voren kan worden overzien, dat het hoogst onvoorzichtig zou zijn daarmee geen rekening te houden en de rederijen te beroven van de winsten gedurende de oorlog behaald, zonder dat men nu reeds kan begroten wat de verliezen kunnen zijn, die daartegenover kunnen staan. Ook door de heer Ter Kuile werd op de bijzondere positie van de stoomvaartlijnen ten opzichte van deze belasting gewezen. Wat voor de stoomvaartlijnen de winsten werkelijk zouden bedragen, was volgens spreker eerst vast te stellen als de buitengewone en enorme gevaren van de tegenwoordige oorlog geweken zouden zijn. Ook vestigde spreker de aandacht op de geweldige en waarschijnlijk van staatswege gesubsidieerde buitenlandse concurrentie, waarmee de Nederlandse scheepvaart na de oorlog te rekenen zou hebben. Balans en winst- en verliesrekening werden vervolgens goedgekeurd en het dividend bepaald op 12%.
De heer H.W.A. Deterding, die als commissaris aan de beurt van aftreden was, werd door de vergadering met algemene stemmen herkozen, met welk besluit de heer Van Aalst de Koninklijke Hollandsche Lloyd gelukwenste. Bij de rondvraag vroeg de heer Ter Kuile om inlichtingen over de mening van directie en commissarissen over de vooruitzichten van de naaste toekomst en met name of en in hoeverre de navigatie zou worden hervat. De directie deelde mee, dat de GELRIA voorlopig zou blijven opliggen; dat enkele vrachtschepen reeds weer waren uitgevaren, en dat over de kleinere passagiersschepen nog geen definitief besluit kon worden genomen. De directie zou hierover met commissarissen overleg plegen, doch hoopte, dat de omstandigheden zouden toelaten deze schepen geleidelijk weer in de vaart te brengen. Door de heer jhr. mr. Van Humalda van Eysinga, burgemeester van Deventer, werden inlichtingen gevraagd over de stand van het onderzoek naar de ramp van de TUBANTIA. In antwoord hierop deelde de heer Van Aalst mee, dat het onderzoek in handen van de Regering, dus in veilige handen is en dat commissarissen en directie zich er dus voorshands toe moeten bepalen de resultaten van deze bemoeiingen af te wachten. Het bestuur zou echter de zaak niet uit het oog verliezen. In dit verband bracht de heer Van Aalst hulde aan de directie, die onder de ontroering, welke de ramp had gewekt, haar kalmte had weten te bewaren en alle vereiste diligentie aan de dag had gelegd. De heer Van Eysinga sloot zich aan bij deze hulde aan de directie en verklaarde er prijs op te stellen eveneens hulde te brengen aan het gedrag van kapitein en bemanning van de TUBANTIA.
Nadat de directie, bij monde van de heer Wilmink haar dank had betuigd voor de jegens haar uitgesproken waardering, werd de vergadering door de voorzitter gesloten.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Maatschappij Stoomschip Parkhaven te Rotterdam.
Met inbegrip van het winstsaldo van 1914, groot NLG 12.128, wijst de winst- en verliesrekening een winst aan van NLG 344.879. Hiervan wordt NLG 50.000 gebezigd voor afschrijving op het stoomschip, dat hierdoor te boek komt te staan voor NLG 336.354. Verder wordt extra gereserveerd NLG 50.000 en voor reserve survey NLG 2.000 uitgetrokken. Uit het dan overblijvende bedrag, groot NLG 224.879, ontvangen aandeelhouders 100%, terwijl een saldo van NLG 12.522 op nieuwe rekening overgaat en het overige aan tantièmes en reserve wordt besteed.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Maatschappij Stoomschip Maashaven.
Het tot deze Maatschappij behorende stoomschip liep 13 januari op een mijn. De directie hoopt het stoomschip eind mei weer in de vaart te hebben. De winst met dit stoomschip in het afgelopen jaar behaald bedroeg NLG 218.989. Hiervan wordt NLG 50.000 voor afschrijving en NLG 20.000 voor extra reserve gebezigd. Uit het overige ontvangen aandeelhouders 50%, terwijl de rest wordt besteed voor tantièmes en reserve.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Maatschappij Stoomschip Veerhaven.
Het tot deze maatschappij behorende stoomschip werd verkocht, doch vervangen door het aangekochte stoomschip ZEVENBERGEN, dat onder de naam VEERHAVEN opnieuw in de vaart werd gebracht. Het werd onder die naam ingebracht in de N.V. Scheepvaart Maatschappij 'Noordzee', terwijl verder werd besloten het gehele bedrijf van de Maatschappij s.s. 'Veerhaven' aan genoemde nieuwe vennootschap over te doen. Voor elk aandeel van NLG 2.500 in de Maatschappij Stoomschip 'Veerhaven' ontvangen deelhebbers 5 aandelen van NLG 1.000 in de Scheepvaartmaatschappij 'Noordzee'. Het behaald winstcijfer is NLG 362.619, waaruit aandeelhouders 50% ontvangen, terwijl NLG 120.000, wordt aangewend voor uitbreiding van kapitaal, NLG 25.200 wordt gereserveerd en een saldo van NLG 107.019 op nieuwe rekening overgaat. De rest wordt voor tantièmes besteed.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Aan de werf van J.S. Figée te Vlaardingen is te water gelaten een stalen loggerschip, gebouwd voor eigen rekening.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 17 april. Volgens bij de rederij ontvangen bericht heeft het stoomschip RIJNDIJK een gat aan bakboordzijde van 20 bij 24 voet, vanaf de 3e plaat boven de kimkiel tot de 3e bodemplaat boven het zaathout. Het ligt nog steeds bij Scilly.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 15 april. Het stoomschip EEMDJJK heeft aan bakboord een gat van 15 hij 10 voet. De schotten tussen de stookplaats en het voorruim en de tunnel zijn lek. Het dek boven ruim 2 is aan stuurboord 2 voet opgezet. Er staat 8 voet water in de machinekamer. Machine en ketel zijn enigszins ontzet. Dit stoomschip dat te Southampton ligt, is thans gelost en zal heden beginnen met de voorlopige reparatie, waarna het naar hier zal gebracht worden.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 15 april. Van hier zijn twee sleepboten vertrokken om het stoomschip MAASHAVEN, dat ongeveer 31 januarimet schade te Duinkerken werd binnengebracht (of aankwam) naar hier te slepen. Als alles goed gaat wordt aan het eind van deze week dat stoomschip alhier verwacht.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Newcastle-on-Tyne, 13 april. Het stoomschip WESTLAND is in aanvaring geweest met het gemeerd liggende stoomschip ASP. Schade niet gemeld.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De ELZINA HELENA. Het wrak van de op 3 april in de Noordzee getorpedeerde Hollandse schoener ELZINA HELENA is zaterdagnacht te ongeveer 1 uur in de Vulcanhaven binnengebracht. Het scheepje drijft met de kiel boven, waarvan slechts een klein gedeelte is te zien. Het voorschip is zowat geheel door de torpedo weggeslagen, zodat de lading, bestaande uit hout, gedeeltelijk zichtbaar is. De masten, die afgeknapt zijn, steken met het onderste gedeelte op ongeveer 5 meter afstand van het schip boven water uit. Verder zijn ijzeren platen geheel verbogen, terwijl schroefbouten stukgeslagen of verwrongen zijn.


19 april 1916


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van Gebr. v.d. Meer te Vlaardingen is te water gelaten een stalen loggerschip, gebouwd voor rekening van de heer A. v.d. Toorn te Scheveningen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Scilly, 11 april. Het stoomschip RIJNDIJK is op gelijke zandige bodem in een goed beschutte positie bij Nut Rock aan de grond gezet. Voor zijn twee en achter is een anker uitgebracht. De schade is ter hoogte van ruim III; alle zich nog daar in bevindende lading, circa 350 ton is van water doortrokken. Ruim IV heeft lichte lekkage door het schot. Wegens defecte pijpen kunnen de scheepspompen het water niet bedwingen, de tunnel is vol. De bergingsboot LADY OF THE ISLES wordt morgen verwacht, doch de gezagvoerder wil haar assistentie niet aanvaarden voor hij orders van de rederij krijgt. De duiker rapporteerde, dat het gat 13 voet lang en 6 voet hoog is, beginnende bij de bodemplaten tot boven de kimkiel.


20 april 1916


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Te waterlating BORNEO.
Gistermiddag werd van één van de hellingen van de Nederlandsche Scheepsbouw Maatschappij te water gelaten het vrachtstoomschip BORNEO, in aanbouw voor de Stoomvaart Maatschappij Nederland. De hoofdafmetingen van het schip zijn: Lengte tussen de loodlijnen 420’-0", grootste breedte 54’-6", holte in de zijde tot bovendek 28’-0", hoogte van het tussendek tot bovendek 10'-0", hoogte van het bovendek tot awning deck 8'-0", hoogte kampanje dek en bakdek 7’-3". Waterverplaatsing bij 27’-4" gemiddelde diepgang in zoutwater 13.600 Eng. ton, draagvermogen bij deze diepgang 9.320 Eng. ton. Het schip is gebouwd volgens de voorschriften van de hoogste klasse van Bureau Veritas, van het awningdeck-type en heeft korte bak en kampanje. Midscheeps en onder het kampanje dek zijn de verblijven voor officieren, machinisten en bemanning. De verblijven voor opvarenden en bemanning zijn luchtig en ruim gebouwd. Een inrichting voor draadloze telegrafie zal aan boord worden aangebracht. Een dubbele bodem loopt over de gehele lengte van het schip door en dient tot het meevoeren van ballast, drink- en voedingwater en vloeibare brandstof. De voor- en achterpiek zijn voor drinkwater of waterballast ingericht, de dieptank voor waterballast. Het schip heeft drie doorlopende stalen dekken. Het bakdek is van staal, het kampanje dek van hout. Zeven waterdichte schotten verdelen het schip in 8 afdelingen. De langs-schotten van de bunkers zijn oliedicht geconstrueerd. Het schip heeft twee polemasten, elk met 5 stuks 6-tons laadbomen, die bediend worden door 10 stoomlieren, waarvan er twee, voor dubbel werk zijn ingericht en 10 stoomlieren, elk van 2 ton hefvermogen. Bovendien is aan de achterzijde van de fokkemast een stalen laadboom aangebracht voor het lichten van 30 ton. Tot de uitrusting behoren twee reddingboten, twee werkboten en een vlet. De complete machine installatie van 3.600 ipk wordt geleverd door de Ned. Fabriek van Werktuigen en Spoorwegmaterieel, alhier. Hiertoe behoren o.a. de triple-expansie machine en vier waterpijpketels, werkende onder een druk van 180 lbs. per vierkante Eng. duim. Elke ketel heeft een verw. oppervlak van 2.800 vierkante voet en een roosteroppervlak van 45.8 vierkante voet. De elektrische installatie wordt geleverd door de firma Mynssen & Co. alhier. Het schip is gebouwd volgens de plannen en onder toezicht van de heer M.A. Cornelissen S.W.I., terwijl de machine installatie wordt gebouwd onder toezicht van de heer S.G. Visker, hoofdingenieur van de ‘Nederland’. De doopplechtigheid geschiedde door de heer J.C. Jansen, oudste en gedelegeerd commissaris van de Ned. Scheepsbouw Mij.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart.
Dinsdag 25 april, 1.30 uur namiddag, onderzoek:
a. Inzake de klacht van de Hoofdinspecteur v.d. Scheepvaart tegen M. Pronk en A. Bal, schippers resp. van de loggers SCH-152 en SCH-443 ter zake van overtreding van art. 48 (4) Kon. Besluit 29 november 1913 (Staatsblad 418) (dekdienst overlaten aan een persoon).
b. Inzake de aanvaring in de Noordzee op 3 maart jl. tussen de loggers GERARDINA (SCH-443) (schipper A. Bal) en COSMOPOLITE (SCH-152) (schipper M. Pronk). Reder van beide loggers G. v. Leeuwen Hzn. Te Scheveningen.
c. Inzake het na 13 maart jl. vermoedelijk met man en muis vergaan van de stoomtrawler OCEAAN I (IJM-91) (bemanning bestond uit schipper en 10 koppen). Rederij Oceaan Visscherij Maatschappij te IJmuiden.
Woensdag, 26 april, 2 uur namiddag, onderzoek ter zake van het overboord slaan en verdrinken op 20 februari jl. van de schipper-eigenaar van het tjalkschip HOLLAND, W. Eeftingh uit Gasselternijveen, op de reis van Gotenburg naar Rotterdam.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Scheepsbouw. Waterhuizen, 19 april. Heden werd met goed gevolg te water gelaten bij Gebr. Van Diepen alhier een stalen zeillogger voor Scheveningse rekening en werden de kielen gelegd voor Noorse rekening.


21 april 1916


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Naar wij vernemen zal aan de algemene vergading van aandeelhouders van de Rotterdamsche Lloyd voorgesteld worden het dividend over 1915 te bepalen op 10% (vorig jaar 7½%).


22 april 1916


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Nederland en de oorlog. De LODEWIJK VAN NASSAU gezonken.
Men meldt ons uit IJmuiden: Het Engelse stoomschip STARLING, van Londen naar Harlingen, heeft aan de stoomloodsboot van IJmuiden afgegeven 36 opvarenden van het Nederlandse stoomschip LODEWIJK VAN NASSAU, van de Koninklijke West-Indische Maildienst (kapt. De Boer), welk stoomschip donderdag namiddag nabij de Galloper-boei door een mijnontploffing of door torpedering tot zinken is gebracht. Bij het in de boten gaan, wat zeer snel moest geschieden, want het schip zonk in enkele minuten na de ontploffing, zijn 5 mensen te water geraakt en verdronken, namelijk 2 Hollanders en 3 Curaçaoënaars. De omgekomen Hollanders zijn de olieman en de timmerman. De overige werden in de boten drijvende opgenomen door de STARLING.
De LODEWIJK VAN NASSAU was geladen met Chilisalpeter voor de Nederlandse Regering en bestemd voor Rotterdam. Het stoomschip werd in het achterschip getroffen en zonk in zes minuten. De LODEWIJK VAN NASSAU had meer dan een maand in de Downs gelegen.
Officieel. Het Departement van Marine deelt mee, dat gistermorgen te IJmuiden is aangebracht door het Engelse stoomschip STARLING van de lijn Londen—Harlingen, de bemanning van het Nederlandse stoomschip LODEWIJK VAN NASSAU, vergaan 20 april te 4 uur 45 namiddag, op 51°-50½’ N.B. en 01°-55½’ O.L., vijf man zijn verdronken: timmerman Bekker, matroos J. Klip, 2 Curaçaoënaars nl. de stokers P. Hagen en Espinoza en de stokersjongen Rozal.
Het schip was op de thuisreis, geladen met Chilisalpeter, geconsigneerd aan de Nederlandse Regering en behoorde aan de Koninklijke West-Indische Maildienst. Het schip is gezonken ten gevolge van een ontploffing, vermoedelijk veroorzaakt door een mijn.
Het officiële communiqué van de directie van de Kon. West-Ind. Maildienst luidt: Gistermorgen heeft de Engelse stoomboot STARLING, op weg naar Harlingen aan de loodsboot te IJmuiden afgegeven de bemanning van het stoomschip LODEWIJK VAN NASSAU, welk stoomschip gisteren namiddag tussen Gabbard en de Galloper-boei gezonken is, vermoedelijk ten gevolge van het stoten op een mijn. Hoewel het eerst gelukte de gehele equipage in de reddingboten te redden, werden onder de geredden vermist 5 leden, t.w. de timmerman H. Bakker, de matroos J. Klip, de 1e stoker Pedro Hagen (Curaçao), de 2e stoker E. Espinoza (Curaçao) en de stokersjongen A. Rozal (Curaçao). Gistermorgen kwam kapt. De Boer met de overige leden van de bemanning, waaronder verscheidene kleurlingen, uit IJmuiden aan het Centraal Station te Amsterdam aan. Dadelijk na aankomst ging de gezagvoerder aan zijn rederij verslag doen van het ongeval.
Een van de opvarenden deelde ons mee: s ‘Middags tussen vier en vijf uur voelden de opvarenden een schok en onmiddellijk volgde een ontploffing in het achterschip, vermoedelijk tussen luik 3 of 4 aan bakboordzijde. Het schip trilde over de gehele lengte.
De boten, vier in getal, die voor het vertrek uit Deal naar buiten waren gedraaid, werden onmiddellijk uitgezet en de bemanning nam er plaats in. De kapitein bleef met de officieren het laatst aan boord. Het schip zonk binnen korte tijd. Er is nog ruim een uur in de boten rondgevaren om naar drenkelingen te zoeken, echter zonder resultaat.
De schok was niet zeer sterk; van brand, door de ontploffing ontstaan, was niets gemerkt, wel was er veel rook. De masten en schoorstenen bleven overeind staan. De bemanning bleef kalm; er was geen paniek. Zoals te begrijpen, hebben de opvarenden niets kunnen redden. Onze zegsman had niets van een torpedoboot of een onderzeeër gezien; voor zover hem bekend, ook de andere opvarenden niet. Drijvende mijnen had hij evenmin waargenomen. Na ruim een uur te hebben rondgedreven zijn de schipbreukelingen door de STARLING opgepikt.
Nader vernemen wij, dat kapt. De Boer het volgende verslag aan de directie van de Kon. West-Indische Maildienst heeft uitgebracht:
Het stoomschip LODEWIJK VAN NASSAU vertrok 20 april te 11.30 v.m. van de Duins onder loodsmans aanwijzing naar het Sunk-lichtschip; door de Examination officier was de gezagvoerder schriftelijk aanwijzing gegeven voor de te volgen route van Sunk-lichtschip af tot Rotterdam. Na de loods bij het lichtschip afgezet te hebben, passeerde het stoomschip LODEWIJK VAN NASSAU te 4 u. 30 min. op 1½ mijl afstand de South Inner Gabbard boei. De gezagvoerder koerste daarop ZO ½ Z miswijzend, welke koers ongeveer 1 mijl benoorden de Galloper boei loopt. Te 4.45 uur vond een zeer hevige ontploffing plaats onder ruim 3 en zag men ogenblikkelijk een dikke kolom water uit de luchtkoker van dit ruim spuiten. De gezagvoerder trof dadelijk maatregelen om de bemanning in sloepen te doen gaan. Bij het strijken van de sloepen is een sloep vol water geslagen, met het treurige gevolg, dat zeven van de opvarenden te water geraakten. Het gelukte daarna twee van de drenkelingen te redden. De namen van de verdronkenen zijn hierboven reeds meegedeeld. Na 1½ uur in de sloepen rondgedreven te hebben, werden de schipbreukelingen te 6 u. 30 m. ‘s avonds opgenomen door het Engelse stoomschip STARLING, kapt. William A. Hore, behorende aan de General Steam Navigation Co., op weg van Londen naar Harlingen, dat hen te plm. 6 u. 30 v.m. van 21 april voor IJmuiden aan de loodsboot overgaf.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De EEMDIJK. – Bij het bericht van de Engelse Admiraliteit over de torpedering van de EEMDIJK, tekent de Times aan, dat, naar zij verneemt, de EEMDIJK bij nacht is aangevallen en het schip, behalve de voorzorgsmaatregelen die de admiraliteit vermeldt (de Nederlandse vlag op vier plaatsen van het boord geschilderd, een metalen Nederlandse vlag aan de voormast en een metalen rederijvlag aan de hoge mast) zijn naam aan beide boorden schitterend verlicht had.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Londen, 19 april. Het stoomschip SOERAKARTA arriveerde heden te Kirkwall. In het ruim waarin tabak geladen was, is brand ontstaan. Men is het vuur meester. In het ruim staat 8 voet water. Het stoomschip SOERAKARTA van de Rotterdamsche Lloyd is op de thuisreis en 14 april van Falmouth vertrokken.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 20 april. Volgens een Lloyds telegram uit Londen d.d. 18 april, wordt uit Frederikshavn bericht, dat het Hollandse zeilschip HOLLANDIA, op reis van Gotenburg naar Amsterdam, nabij Laesø gestrand is. Het schip is geladen met hout en maakt water. De bemanning werd gered. Het telegram vermeldt, geen nadere bijzonderheden omtrent het schip, zodat wij vermoeden, dat het de klipperaak HOLLANDIA is. die 1 april l.l. van Amsterdam te Gotenburg aankwam. De eigenaar en kapitein van genoemd schip is W. Salomons. De tjalk HOLLANDIA, kapitein Oldenburg, bevindt zich volgens de scheepvaart-index op het ogenblik te Nakskov, Denemarken.


23 april 1916


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van de Scheepsbouwmeester T. van Duijvendijk te Lekkerkerk, is met goed gevolg te water gelaten het van staal gebouwde Rhein-Herne Kanaalschip SIEGMUND, groot ongeveer 1.350 ton, gebouwd voor rekening van de N.V. Transport Maatschappij te Rotterdam.
Op de vrij gekomen helling is de kiel gelegd voor een vrachtstoomschip, groot ongeveer 1.000 ton, voor rekening van de firma Gebroeders Van Uden te Rotterdam. Het zal SCHOONHOVEN worden genaamd.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. De stalen zeesleepboot FENRIS, gebouwd door de N.V. Scheepswerven v/h Gebr. G. & H. Bodewes te Martenshoek voor rekening van de Koninklijke Deense Marine, en waarvan machine- en ketelinstallatie van 425 ipk werd geleverd door de Arnhemsche Stoomsleephelling Mij. te Arnhem, heeft met gunstig gevolg proef gestoomd. Er wordt nog gewacht op vergunning tot uitvoer. Door bovengenoemde werven werd met de Deense Marine nog gecontracteerd voor de levering van een inspectieboot met machine van 500 ipk.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van A. de Jong te Vlaardingen is te water gelaten het stalen loggerschip SCH-352, gebouwd voor rekening van de heer W. Zuurmond te Scheveningen.


24 april 1916


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf ‘Hubertina' te Haarlem is voor de Groninger-Rotterdamsche Stoombootonderneming te water gelaten een stalen zeeschip. Het is gebouwd naar de Lloyd regelen en zal na proefvaart worden ingeschreven in de klasse 100 A 1. Ketels en machines worden door dezelfde werf geleverd.


25 april 1916


Krant:
 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Scheepsbouw. Muntendam, 25 april. Van de werf van Gebr. Fikkers liep zaterdag met goed gevolg te water een stalen zeillogger, gebouwd voor rekening van de exploitatie-maatschappij 'De Oceaanster' te IJmuiden en onder toezicht van de scheepvaartinspectie. Het schip wordt verder opgetuigd, krijgt waterdichte schotten en vertrekt dan naar zijn bestemmingsplaats, waar het voor de haringvisserij wordt uitgerust. De logger, 25 meter lang, maakt een flinke indruk en doet de bouwmeesters alle eer aan. De kiel werd dadelijk gelegd voor een stalen lichter van 50 ton.


26 april 1916


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Stoomvaart Maatschappij Nederland.
Blijkens het jaarverslag over 1915 van de Stoomvaart Maatschappij Nederland te Amsterdam, ondervond de Maatschappij in hoge mate de gevolgen van de abnormale omstandigheden; desniettegenstaande heeft de Mij. getracht de dienst zo goed mogelijk vol te houden. Evenals in het jaar 1914 ondervonden de schepen groot oponthoud in de verschillende buitenlandse havens.
Aangezien het uitgaand vervoer geleidelijk zeer verminderde, moest op andere wijze getracht worden de vrachtschepen naar Nederlands-Indië op weg te brengen, waarvoor men enige malen op steenkolencharters was aangewezen. Dank zij de uitbreiding van de vloot in de jaren 1913 en 1914 kon een belangrijk aandeel van de in 1915 van Ned. Oost-Indië aangeboden lading worden vervoerd. De totale hoeveelheden van deze lading in 1913 en 1915 verscheept verschillen niet noemenswaardig. Van de hoeveelheid in 1913 verscheept, werd door de Maatschappij 21,5 pct. vervoerd, terwijl naar aandeel in het totale vervoer over 1915, 39 pct. bedroeg. Charteren om in het gebrek aan scheepsruimte te voorzien was uitgesloten. Het stoomschip J.P. COEN werd in de maand juni door de bouwmeesters, de Ned. Scheepsbouw Maatschappij, opgeleverd. Dit schip aanvaardde zijn eerste reis in september d.a.v. en heeft geheel aan de gestelde eisen voldaan.
Op de 22e september liep het betrekkelijk nieuw mailstoomschip KONINGIN EMMA op een mijn in de buurt van het Sunk lichtschip, waarvan een totaal verlies van dit mooie schip het gevolg was. Gelukkig waren er bij dit ongeval geen mensenlevens te betreuren. Tot dat het ongeluk met het stoomschip KONINGIN EMMA onze vloot trof, had de Maatschappij op haar vloot eigen molest risico gelopen. Nadien echter is de waarde van de schepen gedeeltelijk ter beurze en gedeeltelijk in eigen boezem verzekerd. De premie van dit eigen risico is verzameld onder het hoofd ‘reserve oorlogsmolest’. Met het oog op het stijgende molestgevaar zijn alle premies gereserveerd en de gehele boekwaarde van de KONINGIN EMMA ten laste van de winst- en verliesrekening gebracht.
Met de mailschepen werden gemaakt 21 reizen, in de aanvang van het jaar n.l. werden 2 malen de mails met vrachtboten vervoerd.
In de vrachtbotendienst werden 59 reizen gemaakt. Het stoomschip CALCUTTA, behorende tot de schepen van de Java Bengalen Lijn, deed om de Javamarkt te verlichten, een reis naar Nederland in de hoofdlijn. De dienst tussen New York - Java vice versa werd geregeld onderhouden; in de loop van het jaar werd deze dienst in een maandelijkse veranderd. In het 4e kwartaal van het boekjaar kwam een overeenkomst tot stand met de Holland Amerika Lijn, met het gevolg dat ook deze Nederlandse lijn een aandeel in dit vervoer kreeg. Als gevolg van de moeilijkheden van de Europese uitvoer en de verminderde afzet voor Indische artikelen op de Nederlandse markt, ontwikkelt zich het vervoer op deze lijn in beide richtingen op bevredigende wijze.
De dienst op de Java Bengalen Lijn word op de gebruikelijke wijze vervuld, voor een reis op de hoofdlijn werd het stoomschip CALCUTTA aan deze vaart onttrokken. In het 4e kwartaal van het jaar werd in vereniging met de Rott. Lloyd en de Java-China-Japan Lijn een maandelijkse dienst geopend tussen Ned.-Indië en San Francisco via Manilla en Hongkong, onder de naam van Java-Pacific Lijn. Als gevolg van de zeer abnormale omstandigheden deed zich de behoefte aan deze verbinding gevoelen.
Hoewel tot het nieuwe boekjaar behorende, wordt meegedeeld in het verslag, dat door de Nederlandse reders met onze regering een contract werd afgesloten voor de tijd van 7 maanden, ingaande 1 maart 1916, tot het vervoer van graan tegen zeer gereduceerde vrachtprijzen, waaraan echter de Maatschappij, om niet te kort te doen aan het Indische vervoer, geen deel kan nemen. Toch heeft zij gemeend zich niet te mogen onttrekken aan deelneming in de winstderving, door de vervoerende reders te lijden. De bijdrage van de Mij. beloopt circa NLG 40.000 maandelijks.
De bate op de reizen van de stoomschepen bedraagt NLG 10.012.087 (v.j. NLG 4.757.091); inclusief saldo vorige rekening ad NLG 29.739 (NLG 6.825), bedraagt de bruto winst NLG 10.011.827 (NLG 4.976.651).
Aan de debetzijde werd gebracht: Nadelig saldo van de interest rekening NLG 16.188; verlies s.s. KONINGIN EMMA NLG 2.617.000; averij rekening s.s. KONINGIN EMMA NLG
NLG 80.000; uitkeringen NLG 31.087; reserve voor pensioenregeling NLG 50.000; reparatie rekening NLG 152.000; afschrijvingen op stoomschepen NLG 2.635.400 (NLG 2.561.017); id. op etablissementen Amsterdam NLG 52.652 (NLG 50.000); id. op etablissementen Indië NLG 100.000; id. op ons aandeel in het scheepvaarthuls NLG 50.000; id. op machinedelen In magazijn NLG 2,984; reserve voor bouwkosten stoomschepen NLG 900.000; id. diverse belangen NLG 800.000. Voorgesteld wordt een dividend van 10 (v.j. 7½) procent.
De kostprijs van de stoomschepen is NLG 41.835.150; hierop werd tot ulto december afgeschreven NLG 14.418110; zodat de schepen thans op de balans voorkomen met NLG 27.422.000 (NLG 28.597.000).
De in aanbouw zijnde schepen, waaronder ook gerekend wordt het op 21 december 1915 reeds in de vaart zijnde stoomschip JAN PIETERSZOON COEN (waarvan de bouwrekening nog niet kon worden afgesloten) komen op de balans voor met NLG 4.444.427 (NLG 6.097.951). Ter vervanging van het verongelukte s.s. KONINGIN EMMA werd 22 november 1915 gecontracteerd voor de bouw van een mailschip van iets grotere afmetingen met de Ned. Scheepsbouw Mij. Dit schip zal de naam JOHAN DE WITT dragen en in het voorjaar van 1918 opgeleverd worden.
Behalve de in het vorig verslag vermelde stoomschepen BORNEO, BINTANG en BALI, die nog niet opgeleverd zijn, werd ter voorziening in de vervanging van de kleine oudere vrachtboten FLORES, TIMOR en AMBON die voor de dienst minder geschikt worden, in 1915 nog twee vrachtboten van 6.600 bruto ton type ‘Borneo’, een bij de Nederlandsche Scheepsbouw Mij. alhier en een bij de Maatschappij voor Scheeps- en Werktuigbouw Fijenoord te Rotterdam besteld, op te leveren in april 1917.
Het stoomschip FLORES werd inmiddels in het begin van het jaar 1916 verkocht.
Het zal geen betoog behoeven, zo vervolgt het verslag, dat voor de JOHAN DE WITT en deze beide vrachtboten zeer hoge prijzen betaald moeten worden. Daar de afschrijving van de vloot berekend wordt naar een vast percentage van de kostprijs van de schepen, zou de ook voor de toekomst verwachte hoge prijzen ten gevolge hebben, dat gedurende een reeks van jaren zeer grote bedragen moeten worden afgeschreven op de zeer hoge prijzen onder deze abnormale omstandigheden voor de schepen besteed, zodat de afschrijving zeer lang op de exploitatie van deze schepen zou blijven nawerken.
De directie heeft daarom gemeend reeds nu hierop bedacht te moeten zijn en een aanvang te maken met het scheppen van een reserve, waaruit men de meerdere bouwkosten zal kunnen bestrijden.
Met het oog op de dure reparatiekosten van het materieel, dat in deze tijd aan slijtage onderhevig is, werd aan de reparatierekening NLG 152.000 toegevoegd. Het reservefonds bedroeg op 1 januari 1915 NLG 1.795.845. In het debet van deze rekening is gebracht: Nadelig koersverschil bij realisatie van de in het belegd reservefonds liggende effecten ad NLG 54.693. lnclusief creditering met 10 pct. van de overwinst ad NLG 146.153 staat het geboekt op nieuwe rekening met NLG 1.887.301.
In de loop van het jaar heeft de Mij. voor de bouw van etablissementen te Tandjong Priok, met de Hollandsche Maatschappij tot het maken van werken in gewapend beton, een contract gemaakt. Het bestek was gebaseerd op de voorwaarden door de Regering aan de aannemers gesteld, voor het opspuiten met zand van de terreinen achter de kade. Dit werk werd evenwel door de Ned.-Indische regering in eigen beheer uitgevoerd. Bij de aanvang van de bouw bleek dan voor het toezicht over de uitvoering van deze bouwwerken naar Indië uitgezonden ingenieur van de maatschappij, dat de opspuiting niet met zand, doch met zeer minderwaardige specie was geschied, het gevolg hiervan is, dat de Mij. grote onkosten krijgt voor het extra funderen van de etablissementen. Daarom ziet de directie zich verplicht reeds nu een afschrijving op de etablissementen te doen. Het ondersteuningsfonds voor het personeel wordt op nieuwe rekening overgebracht met NLG 781.241.
De reserve voor pensioenregeling is op nieuwe rekening overgebracht met NLG 595.167. Op de debetzijde van de balans komen voor o.a. kassa en kassier: NLG 403.999 (NLG 214.955); gelden op prolongatie NLG 36.500 (NLG 191.000); id. à deposito NLG 2.150.000 (NLG 230.000); effectenrekening NLG 6.963.504 (NLG 2.512.863); debiteuren NLG 2.662.174 (NLG 1.958.476). Het kapitaal is onveranderd NLG 19 miljoen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Holland Amerika Lijn.
Hedennamiddag is in het Notarishuis alhier gehouden de vergadering van aandeelhouders in de Nederlandsch-Amerikaansche Stoomvaart Maatschappij (Holland Amerika Lijn). Bij verhindering van de voorzitter van commissarissen, mr. M. Mees, opende de vicevoorzitter de heer L.A.E. Suermondt de vergadering. Aan de orde was de balans met winst- en verliesrekening over het afgelopen boekjaar. De heer W.H. van Oordt H.W.Azn., die namens de commissie tot nazien van de rekening rapport uitbracht, nam deze gelegenheid te baat om namens aandeelhouders het woord te richten tot de aftredende directeur de heer J.V. Wierdsma en uiting te geven aan aller grote erkentelijkheid en dank voor al hetgeen hij voor de N.A.S.M. geweest is.
Men weet, aldus werd gezegd, dat in de laatste jaren verschillende factoren hebben meegewerkt om gunstige resultaten te bereiken, maar dat neemt niet weg, dat hij, in vereniging met andere directeuren, daartoe krachtig heeft meegewerkt Dat ge heengaat, aldus vervolgde spreker, is voor de Maatschappij een verlies. Met U gaat heen een man van grote energie. En wanneer, ge nu een welverdiende rust gaat nemen, zullen velen hier blijven denken aan de sympathieke man die de Holland Amerika Lijn tot grote welvaart heeft gebracht. (Toejuiching).
Balans, winst- en verliesrekening werden goedgekeurd en geheel in overeenstemming het voorstel van directie en commissarissen het dividend op 50 pct. vastgesteld.
Met algemene stemmen keurde de vergadering hierna een voorgestelde kleine wijziging in de statuten goed. Deze wijziging is wenselijk geworden door de uitbreiding van de Maatschappij waardoor het nodig is dat de commissie van toezicht vergroot wordt. Bij de rondvraag uitte de heer E.M. Mulder enige wensen, als b.v. het inrichten van een leeszaal voor de schepelingen aan boord van de grote schepen en zo meer, met welke wensen, zo werd verklaard, commissarissen en directie rekening zullen houden.
(opm: verkort weergegeven)


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

De BERKELSTROOM in de grond geschoten.
Gistermiddag heeft de directie van de Hollandsche Stoomboot Maatschappij bericht ontvangen van de kapitein van de BERKELSTROOM uit Harwich, volgens welk bericht het schip gezonken is en allen gered zijn. De BERKELSTROOM had een lading in van 535 ton, waarvan 70 ton cacao en vis, de rest was stukgoed, in hoofdzaak karton. De directie deelde ons voorts nog mee, dat indien er sprake kon zijn van contrabande, deze alleen zou kunnen bestaan uit de 70 ton cacao en vis. Nog vernemen wij, dat de BERKELSTROOM de gewone mail voor Engeland aan boord had. Onze Londense berichtgever seint ons nog, dat de BERKELSTROOM een lading had van strokarton en een klein percentage levensmiddelen. Verder seint hij, dat daar één boot van de BERKELSTROOM lange tijd naast de duikboot had gelegen en door het botsen beschadigd was, de gezagvoerder opmerkte, dat het voor de bemanning te erg was om in zulk een boot te worden achtergelaten. De Duitse commandant antwoordde toen: “Dat is belachelijk. Wij hebben in Duitsland geen vrienden en geen medelijden. Elk schip dat goederen naar Engeland brengt zal in de grond worden geboord". Toen verscheen een tweede duikboot en werden aan boord van de BERKELSTROOM bommen geplaatst, die het schip vernietigden. De bemanning telde, met inbegrip van de kapitein, 24 koppen. Zij bevond zich in drie boten en werd te elf uur door een Engels schip opgepikt en naar een plaats aan de Oostkust gebracht. Allen zijn nu veilig en wel te Londen. Het schip had ook enige zakken mail aan boord. De bemanning is verontwaardigd over de behandeling van de Duitsers ondervonden. (opm: zie ook AH 300416)


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Harlingen, 25 april. Het alhier liggende nieuw gebouwde schoenerschip JACOBA, strokarton ladende voor London, is lek geworden en wordt omhoog gezet om onderzocht te worden.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. In de binnenhaven te IJmuiden ligt gereed om naar Scheveningen te worden overgebracht, de op de werf van de firma Gebr. Boot te Leiderdorp voor rekening van de heer M. Verhey Jz. te Scheveningen nieuw gebouwde zeillogger ZEEAREND (SCH-276).


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

IJmuiden, 25 april. Per sleepboot GOUWZEE arriveerde hier hedenavond het te Capelle a/d IJssel voor Deense rekening nieuw gebouwde motorschip HANS MAERSK, dat te Amsterdam van motoren zal worden voorzien. (opm: casco gebouwd bij Vuyk & Zonen onder bouwnr. 440)


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. Uitspraak.
De Raad voor de Scheepvaart deed gisteren uitspraak betreffende de ketelschade van het stoomschip TELEGRAAF XVIII. Het lek worden van de ketel van de TELEGRAAF XVIII is, naar 's Raads mening, veroorzaakt doordat reeds bij vertrek uit Rotterdam te weinig water in de ketel aanwezig was. De dag van vertrek zijn de stoomlieren voortdurend in werking geweest, waarbij de afgewerkte stoom naar buiten werd gevoerd, zonder dat blijkbaar de ketel is bijgevoerd. Door het spuien is deze, reeds te geringe, hoeveelheid water bovendien nog verminderd. De eerste machinist is in deze zorgeloos geweest. Hij heeft op het peilglas niet gelet, hoewel dit toch, door het ontbreken van een schot tussen machinekamer en ketelruim, zeer gemakkelijk en bovendien zijn plicht was. Hij heeft voorts het bakboord peilglas gesloten en was zodoende niet in staat door een vergelijking van de stand van het water in beide glazen, de hoeveelheid water in de ketel te controleren. Het gebruik van twee peilglazen is juist om deze reden voorgeschreven en het getuigt van zorgeloosheid uit gemakzucht, dit controlemiddel buiten werking te stellen. Daarom straft de Raad de eerste machinist van de TELEGRAAF XVIII door het uitspreken van een berisping.


27 april 1916


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. De Raad voor de Scheepvaart stelde gisteren een onderzoek in ter zake van het overboord slaan en verdrinken op 23 februari jl. van de schipper-eigenaar van het tjalkschip HOLLAND, W. Eeftingh uit Gasselternijveen, op reis van Gotenborg naar Rotterdam. Er werd slechts één getuige gehoord, de zestienjarige matroos-kok C.H.A. Kroes. Hij verklaarde, dat de bemanning van de HOLLAND uit drie koppen had bestaan. Toen het ongeluk gebeurde, was het slecht weer, het sneeuwde en er stond een vrij straffe oostelijke wind. Getuige en de stuurman lagen in de roef, omdat de kooien onder water waren gelopen. Op een gegeven ogenblik hoorde getuige hulp roepen. Hij spoedde zich naar dek en zag de schipper, die de wacht had gelopen, te water liggen. Getuige wierp terstond een reddinggordel uit en ging daarna de stuurman roepen. De drenkeling was toen reeds 50 meter afgedreven. Verdere hulp kon niet worden geboden. Men bleef enige tijd voor de wind liggen en vervolgde toen met slecht weer de tocht naar Ramsgate. Nadat de matroos zijn verklaringen had afgelegd, verscheen de stuurman R.J. GaIliard, die eveneens als getuige was opgeroepen. Hij verklaarde door het hulpgeroep van de schipper wakker te zijn geworden. Hoewel hij zich terstond aan dek had begeven en getracht had de manoeuvres uit te voeren, die nodig waren om het schip bij de drenkeling te brengen, bleken alle pogingen tot hulpverlening tevergeefs. Het roer bleek vast te staan. Getuige vermoedt, dat de schipper zich even had willen verwijderen en toen over de verschansing gevallen is, die achter de deklast, waar het roer zich bevindt, slechts 1½ voet hoog is. Enige tijd nadat het ongeluk had plaats gevonden, zag getuige de reddingsgordel nog op het water drijven. Na het horen van deze getuige werd het onderzoek gesloten. De inspecteur voor de Scheepvaart bepleitte aan het slot van de zitting de wenselijkheid om schepen van het soort van de HOLLAND met minstens 4 koppen te bemannen. Uitspraak volgt later.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Harlingen, 26 april. Het nieuwgebouwde schoenerschip JACOBA, kapt. Boerema, alhier strokarton ladende voor Londen, is lek geworden en wordt omhoog gezet om onderzocht te worden.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Fredrikshavn, 22 april. De Nederlandse tjalk HOLLANDIA, op Nordre Rönner gestrand, is donderdag na lossing van een deel van de lading in twee dekboten, met hulp van de Svitser-stomer EKSPRESS vlot en hier binnen gebracht. De geloste lading is hier door de dekboten geland. De HOLLANDIA is zwaar lek en moet de lading lossen om te repareren.


Krant:

  DC - Dordtsche Courant

Nederlandse schepen op een mijn gelopen.
Uit IJmuiden meldt men ons: Vanaf het Nederlandse stoomschip VENUS, dat hedennacht van West-Indië te IJmuiden binnenkwam, heeft men gezien, dat het Nederlandse stoomschip DUBHE de Nederlandse sleepboot NOORDZEE en het Nederlandse stoomschip MAASHAVEN, alle drie uit Rotterdam, nabij de Galloper op mijnen stieten. De beide stoomschepen bleven echter drijvende en zouden trachten de Engelse kust te bereiken. Alleen de sleepboot NOORDZEE zonk in een paar minuten, waarbij de tweede machinist en een van de stokers verdronken. Gewapende Engelse trawlers kwamen na de ramp in de nabijheid om hulp te verlenen.
Men meldde ons hedennacht uit Hoek van Holland: De ingekomen sleepboot OOSTZEE rapporteert, dat het door haar en door de sleepboot NOORDZEE gesleepte stoomschip MAASHAVEN en de NOORDZEE op een mijn zijn gelopen.
Van de NOORDZEE zijn de 2e machinist en de stoker verdronken. De MAASHAVEN is drijvende; de kapitein en machinist zijn daar aan boord gebleven. De overige bemanning is aan boord van de OOSTZEE.
Reuter seint ons uit Londen d.d. gisteren: Lloyds meldt: De Nederlandse sleepboot NOORDZEE is gezonken.
Officieel. Het Departement van Marine deelt mee dat de Nederlandse schepen NOORDZEE, DUBHE en MAASHAVEN op de 26e april in de voormiddag te ongeveer 11 uur vermoedelijk zijn gestoten op mijnen omstreeks 3 zeemijlen magn. Noord van de Noord Galloper boei, dat is dicht in de nabijheid van de plaats waar op 12 april de COLOMBIA en op 20 april de LODEWIJK VAN NASSAU, beiden van de Kon. West-Indische Maildienst op mijnen zijn gestoten, n.l. ongeveer 3 à 3½ zeemijl NNW magn. Van dezelfde boei.
De sleepboten NOORDZEE en OOSTZEE van de firma L. Smit & Co. te Rotterdam sleepten het stoomschip MAASHAVEN van Duinkerken naar Rotterdam. Op 2 mijl afstand voor hen uit stoomde het stoomschip DUBHE van de firma Van Nievelt, Goudriaan & Co. te Rotterdam, dat vermoedelijk op een mijn stootte en begon te zinken. De NOORDZEE gooide de sleeptros los om hulp te bieden en zag, achter de MAASHAVEN om stomende ook dit schip getroffen door een ontploffing in het voorschip. Kort daarna werd de sleepboot NOORDZEE zelf getroffen, waarna ze in weinige minuten zonk. De bemanning, met uitzondering van de 2e machinist J. Warbout en de stoker H. Schippers, welke beiden verdronken, kon zich redden in een sloep en werd door de OOSTZEE in de afgelopen nacht aan de Hoek van Holland aangebracht.
De DUBHE en de MAASHAVEN bleven drijven en kregen assistentie van Engelse vaartuigen. Ook werd nog hulp verleend door het Nederlandse stoomschip VENUS dat zich in de nabijheid bevond.
Periscopen van onderzeeboten of bellenbanen van torpedo’s zijn niet gezien.
Nader seint men ons uit Rotterdam:
Het Nederlandse stoomschip MAASHAVEN van de firma Gebr. Van Uden te Rotterdam was in januari jl. toen het schip met een lading uit Zuid Amerika kwam, bij Duinkerken op een mijn gelopen en gestrand. Het schip werd toen afgebracht en te Duinkerken binnengesleept, waar het voorlopig werd gerepareerd. Daarna werd de MAASHAVEN door de sleepboten NOORDZEE en OOSTZEE van de sleepdienst L. Smit & Co. te Maassluis uit Duinkerken gesleept om naar Rotterdam te worden gebracht.
Toen de MAASHAVEN gisteravond ter hoogte van de Galloper boei kwam, zag men dat het stoomschip DUBHE, met regeringsgraan op weg van Baltimore naar Rotterdam door een mijn werd getroffen. De sleepboot NOORDZEE gooide de MAASHAVEN los om de DUBHE te hulp te komen, maar terwijl de sleepboot nog naar het getroffen schip onderweg was, liep de MAASHAVEN op een mijn. De NOORDZEE keerde daarop terug, maar werd eveneens door een mijn getroffen en zonk, waarbij de 2e machinist en de stoker, beiden uit Maassluis, verdronken. De DUBHE is drijvende gebleven en zal vermoedelijk de Theems kunnen bereiken; de MAASHAVEN bevindt zich in zinkende toestand. Engelse schepen zijn in de nabijheid om assistentie te verlenen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De COLOMBIA.
Het Nederlandse stoomschip COLOMBIA, dat op reis van Baltimore naar Amsterdam met een lading mais voor de Regering, nabij de Galloper-boei op een mijn stiet en met het voorruim en de voorpiek vol water onder assistentie van het Noorse stoomschip NANNA nog de Theems kon bereiken, is na daar een voorlopige reparatie te hebben ondergaan, weer vertrokken en dinsdagavond op eigen kracht te IJmuiden aangekomen. Onder het voorschip was nog als veiligheidsmaatregel een groot zeil gespannen.
Het schip zal te Amsterdam afdoende repareren en dan worden afgeleverd aan de Grace Steamship Company te New York, die het schip aankocht van de Noorse firma, welke de COLOMBIA met zusterschapen VENEZUELA en ECUADOR van de Kon. West-Indische Maildienst overnam, doch ze dadelijk naar Amerika verder verkocht.


28 april 1916


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Op 5 mei zal voor het Oberprisengericht te Berlijn de behandeling van de zaken betreffende de ZAANSTROOM en de BATAVIER V plaats vinden, zodat dus binnen korte tijd een beslissing mag worden verwacht, die voor de Nederlandse handel van buitengewoon groot gewicht is. Zoals men zich zal herinneren werden deze beide schepen op 17 maart 1915 door een Duitse duikboot in de Noordzee aangehouden en opgebracht naar Zeebrugge. De ZAANSTROOM, behorende aan de Hollandsche Stoomboot Maatschappij, bevond zich op haar reis van Amsterdam naar Londen en vervoerde een lading stukgoederen, grotendeels bestaande uit levensmiddelen, hoofdzakelijk eieren. De BATAVIER V van de Batavierlijn voer van Rotterdam eveneens naar Londen; haar lading bevatte eveneens levensmiddelen, doch in mindere mate. De aanhouding had plaats op grond van het vermoeden dat de schepen contrabande bevatten, d.w.z. goederen, bestemd voor de Britse strijdmachten.
Op 1 juni 1915 kwam de zaak in behandeling voor het Hamburgse Prisengericht. Naar de opvatting van dit college hadden de eigenaars van de lading te bewijzen, dat de goederen geen contrabande waren. Daar de levensmiddelen bij de ZAANSTROOM meer dan 50 pct, van de lading uitmaakten, werd dit schip zelf eveneens geconfisqueerd. Bij de BATAVIER V was deze verhouding belangrijk geringer, zodat dit schip aan de rederij werd teruggegeven. (opm: bekort)


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Scheepsbouw. Van de scheepsbouwwerf no. 2 van de firma A. Vuyk & Zonen te Capelle aan den IJssel is hedenmiddag 2.30 uur met gunstig gevolg van stapel gelopen het stoomschip OLAF MAERSK, gebouwd voor rekening van de heer A.P. Möller te Kopenhagen. Dit stoomschip, met een lengte tussen de loodlijnen van 280 voet, grootste breedte 40 voet en holte van kiel tot dek 21 voet 4 duim, heeft een laadvermogen van ongeveer 3200 ton doodgewicht bij een diepgang van 19 voet. Het werd gebouwd onder speciaal toezicht van Lloyd’s Register onder de hoogste klasse 100A 1. Het is voorzien van stoomankerspil, stoom- en handstuurmachine, terwijl een aantal stoomwinches voor vlug laden en lossen zijn aangebracht. De logiezen voor de officieren en machinisten zijn midscheeps op het brugdek, zeer geriefelijk ingericht en voorzien van stoomverwarming, terwijl de matrozen- en stokerslogiezen in het voorschip zijn aangebracht. De machines zijn van het triple-expansiesysteem en de stoomketels met oververhitting en geforceerde trek ingericht. De gehele machine-installatie wordt geleverd en gemonteerd door de Nederlandsche Fabriek van Werktuigen en Spoorwegmaterieel, genaamd Werkspoor, te Amsterdam, De montage zal aan de werf van de scheepsbouwmeester plaats hebben. De ceremonie van de doopplechtigheid bij de stapelloop werd verricht door Mevr. G. Warnderink Vinke van Bloemendaal. Op de nu vrij gekomen helling zal zo spoedig mogelijk een aanvang gemaakt worden met het leggen van de kiel voor een stoomschip van 4.000 ton draagvermogen voor rekening van de N.V. W. van Driel’s Stoomboot- & Transportondernemingen te Rotterdam. (opm: de ANTON VAN DRIEL, bouwnr. 449).


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Blijkens het verslag over het boekjaar 1915 van de Verzekeringsvereeniging De Gemengde Zeevaart-Onderlinge te Groningen zijn in 1915, 552 leden met 589 vaartuigen tot de vereniging toegetreden. In 1915 kwamen ten laste van de vereniging de schadelijke gevolgen van drie zeerampen, waarvan echter slechts twee tot betaling van kosten aanleiding gaven, waaronder het kofschip EXCELSIOR, kapt. H. Salomons, dat de 25e november 1915 verging en waarbij vier schepelingen verdronken. (opm: bekort)


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Rotterdamsche Lloyd.
Aan het verslag over 1915 van de Rotterdamsche Lloyd is het volgende ontleend:
De resultaten, door de Maatschappij in het verslagjaar 1915 behaald, doen ten sterkste uitkomen, dat in de dienst tussen Nederland en Nederlands-Indië niet die ‘oorlogswinsten’ zijn gemaakt, waarvan de jaarverslagen van de vrachtvaart-maatschappijen gewag maken.
De exploitatie van de mailschepen gaf beslist onbevredigende resultaten; het totaal van de mailreizen laat een zeer belangrijk verlies zien. De resultaten, behaald met de vrachtschepen, zijn beduidend gunstiger, hoewel die resultaten het niet kunnen halen bij de uitkomsten, die met onze moderne schepen van grote capaciteit zouden kunnen zijn behaald in de vrije vrachtvaart. De vrachten van Nederland naar Nederlands-Indië en speciaal die van Nederlands-Indië naar Nederland, hoewel in beide richtingen successievelijk verhoogd, zijn steeds zeer belangrijk gebleven beneden het vrachtcijfer, dat voor volle ladingen in de open markt kon worden bedongen. In de Java –New York Lijn, welke in oktober 1914 werd geopend door het stoomschip PALEMBANG van de Maatschappij, heeft zich het vervoer in beide richtingen sterk kunnen ontwikkelen.
De dienst New York - Java van de Java - New York Lijn werd aanvankelijk onderhouden door de Maatschappij in samenwerking met de Stoomvaart Maatschappij Nederland. Tegen het einde van het verslagjaar werd een regeling getroffen met de Holland Amerika Lijn, waarbij die lijn van november 1915 af deel uitmaakt van de combinatie.
De dienst Java - New York, werd ingericht door de leden van de Batavia Vrachten Conferentie en in 1916 zal ook de Holland Amerika Lijn geregeld een vaarbeurt in die dienst waarnemen, terwijl de Nederlandse Stoomvaartmaatschappij Oceaan, te rekenen van maart 1916 af, ook scheepsruimte zal stellen in de dienst New York - Java, zodat dan de Java – New York Lijn in haar dienst in beide richtingen zal worden onderhouden door vier Nederlandse stoomvaartmaatschappijen.
De Maatschappij heeft het door de Java-China-Japan Lijn genomen initiatief tot opening van een lijn tussen Java en San Francisco, via Manilla en Hongkong, onmiddellijk krachtig gesteund door één van de schepen voor die dienst beschikbaar te stellen.
Op 15 december 1915 opende het stoomschip ARAKAN de Java Pacific Lijn, van welke lijn de directie zeer goede verwachtingen koestert. In de bekende vrachtovereenkomst met de regering zal de Mij., hoewel ze niet effectief deel kan nemen aan het graanvervoer, zich niet aan de betaling van een retributie ad ruim NLG 30.000 per maand, onttrekken.
De exploitatierekening over 1915 laat een voordelig saldo van NLG 7.434.163 (v.j. NLG 4.338.110), interest NLG 156.223 (NLG 71.785) en saldo van de vorige rekening NLG 31.667 (NLG 28.360), zijnde tezamen NLG 7.622.054 (NLG 4.438.255).
Daarvan moet worden afgetrokken: Voor afschrijving op de stoomschepen NLG 2.752.000 (NLG 2.267.214); id. op etablissementen NLG 99.999 (NLG 182.169); reservefonds NLG 1.000.000; assurantie-reserverekening NLG 348.945 (NLG 300.000); reserve afschrijving nieuwbouw NLG 750.000; ondersteuningsfonds NLG 133.366 (NLG 48.632); reserve uitkeringen ongevallenwet NLG 5.000; reserve oorlogs-zeeongevallenwet NLG 100.000; geschat voor oorlogswinstbelasting NLG 770.000; bijdrage aan de Nederlandsche Scheepvaart Unie NLG 48.100; commissarissen NLG 6.000 (als v.j.); Rijksinkomstenbelasting NLG 99.750, zijnde totaal NLG 6.113.161, zodat er een saldo overblijft van NLG 1.508.893, waarvan wordt voorgesteld een uitdeling van 10 (v.j. 7½) pct. over het kapitaal te doen.
In 1915 werden gedaan: 26 reizen in de veertiendaagse maildienst naar Java en terug, via Napels; 32 reizen met de cargaboten naar Java en terug; 4 reizen met de cargaboten New York - Java vice versa; benevens enige reizen op andere routes en voor de aanvoer van steenkolen op de depots.
Het stoomschip PALEMBANG werd getorpedeerd. Oorlogvoerenden, aldus het verslag, hebben ieder voor zich hun onschuld aan deze misdadige aanslag op neutraal eigendom betuigd, doch wij willen hopen, dat vroeg of laat voldoende aanwijzingen zullen worden gevonden omtrent de nationaliteit van de dader. Het stoomschip PALEMBANG was tegen molest verzekerd. De aanbouw van de nieuwe schepen heeft onder de oorlogstoestand ernstige vertraging ondervonden.
In 1915 zijn nog een drietal vrachtstomers, elk van circa 12.000 ton laadvermogen, besteld. De etablissementen aan de Lloydkade en aan de IJsselhaven werden afgeschreven en komen op de balans voor met NLG 1 voor het geheel. In de dienst van de Java - Bengalen Lijn werden 15 rondreizen volbracht in combinatie met de Stoomvaart Maatschappij Nederland; de resultaten blijven bevredigend. Het uitgegeven kapitaal bleef onveranderd NLG 3.000.000. Het reservefonds bedraagt NLG 3.000.000. De assurantie-reserveverzekering is van NLG 2.000.000 verhoogd tot NLG 2.500.000. De reserve afschrijving nieuwbouw bedraagt NLG 750.000. Het ondersteuningsfonds bedraagt eveneens NLG 750.000.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Nederlandsche Scheepsbouw Maatschappij te Amsterdam.
Aan het verslag over het 22e boekjaar ontlenen wij het volgende: Het afgelopen boekjaar heeft zich gekenmerkt door zeer vele werkzaamheden. Het aantal aanvragen, ook uit het buitenland, was bijzonder groot. De resultaten van het bedrijf over 1915 zijn gunstig. Die goede uitkomst is niet verkregen ten gevolge van de oorlogstoestand, aangezien voor alle in 1915 afgeleverde werken reeds vóór het uitbreken van de tegenwoordige oorlog was gecontracteerd en de spoedig, daarna ingetreden belangrijke stijgingen van prijzen van materialen, de financiële uitkomsten van die werken minder gunstig hebben doen zijn, dan onder normale omstandigheden het geval zou zijn geweest. In 1915 werden afgeleverd 4 stoomschepen benevens het drijvend dok ‘Wilhelmina’. Op 31 december 1915 bleven in aanbouw of waren besteld: 13 schepen, terwijl sedert nog werd besteld 1 stoomschip. De Nederlandsche Fabriek van Werktuigen & Spoorwegmaterieel maakte het mogelijk de levering van alle, voor bovengenoemde schepen benodigde, stoomwerktuigen aan haar op te dragen. Bovengenoemde op 31 december 1915 in behandeling blijvende bouwcontracten voorzien de Maatschappij voor lange tijd ruimschoots van werk. In het najaar van 1915 is de directie er in geslaagd met de gemeente Amsterdam, op aannemelijke voorwaarden, tot overeenstemming te komen in zake het verkrijgen van een nieuw werfterrein en wateroppervlak, gelegen aan de overzijde van het IJ aan de noordzijde van de ingang van het zijkanaal van het IJ naar Oostzaan en ten NW van de Plantenboterfabriek. Van de zijde van woningbouwverenigingen werd het bouwen van goede arbeiderswoningen in de omgeving van het nieuwe werfterrein reeds in overweging genomen. Van het op de balans en winst- en verliesrekening voorkomende bruto winstcijfer ad NLG 416.781 wordt een versterking van het ondersteuningsfonds van NLG 25.000 en voor afschrijvingen op gebouwen en werfinrichtingen en gereedschappen enz. NLG 98.539 bestemd. De effecten, die het belegd ondersteuningsfonds uitmaakten, zijn op de rekening effecten gebracht, teneinde het grote nadelige koersverschil van tegenwoordig (op 31 december 1915 bedragende NLG 10.248) niet voor rekening van dat fonds te laten komen. Dit bedrag is begrepen in het verlies op effecten ad NLG 7.026. Na uitkering van 5% over het geplaatste kapitaal aan aandeelhouders, bedragende NLG 50.000 en uitkeringen volgens art. 16 van de statuten, bedragende NLG 59.053. tezamen NLG 109.053, blijft een bedrag over groot NLG 177.161, vermeerderd met NLG 1.166, zijnde onverdeeld dividend van 1914. Voorgesteld wordt van dit bedrag NLG 100.000 te bestemmen voor toevoeging aan het extra afschrijvingsfonds; versterking van deze reserve nodig zijnde in verband met de voorgenomen verplaatsing van de werf. Het bedrag aan aandeelhouders uit te keren wordt dan verhoogd met NLG 70.000, waardoor het uit te keren dividend op 12% (v.j. 9%) wordt gebracht.
Op de balans komen de volgende posten voor: Onder de activa: Ongeplaatste aandelen NLG 2.000.000 (onveranderd); gebouwen en werfinrichting NLG 574.889 (v.j. NLG 571.052); werktuigen en gereedschappen NLG 231.558 (NLG 238.806); kas en kassiers NLG 29.017 (NLG 42.868); prolongatie en deposito NLG 158.000 (NLG 320.000); effecten en schatkistpromessen NLG 474.242 (NLG 12.502); magazijn NLG 229.124 (NLG 189.639); debiteuren NLG 1.049.473 (NLG 1.077.604); werken in aanbouw NLG 1.328.684 (NLG 3.208.835); betaalde termijnen op scheepsmachines NLG 550.183 (NLG 1.211.545); en onder de passiva: Aandelenkapitaal NLG 3.000.000 (onv.); crediteuren NLG 552.443 (NLG 592.010); extra afschrijvingsfonds NLG 550.000 (NLG 450.080); ondersteuningsfonds NLG 181.810 (NLG 155.968) ; ontvangen termijnen op werken in aanbouw NLG 2.053.357 (NLG 4.516.115); onverdeeld dividend 1914 NLG 1.166 (—); saldo winst NLG 286.215 (NLG 243.021). In de heden gehouden vergadering werden de balans en winst- en verliesrekening goedgekeurd en het dividend bepaald op 12%. De heer J.T. Cremer werd als commissaris herkozen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Te IJmuiden is aangekomen de zeilharinglogger ENGELTJE (IJM-262), welke in opdracht van de heer Job. Gouda aldaar werd gebouwd op de scheepswerf van de firma Gebr. Boot te Leiderdorp.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Harlingen, 26 april. De lekkage van het schip JACOBA is zeer onbeduidend. Het schip ligt zeilklaar. (Zie vorig No.)


29 april 1916


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De SINDORO en de OPHIR van de Rotterdamsche Lloyd, die gelijk gemeld, a.s. dinsdagavond (opm: 2 mei) naar Nederlands-Indië vertrekken, varen niet langs dezelfde weg. De SINDORO gaat om Kaap de Goede Hoop, de OPHIR door het Suezkanaal. De brievenpost wordt met de OPHIR verzonden.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Strandgoed. Verkoop wrak ijzeren schip enz.
De burgemeester-strandvonder van Vlaardingen zal op donderdag de 4e mei a.s., des morgens te half elf, op het terrein, gelegen aan de westzijde van de scheepswerf van Gebr. van der Meer aan de Maasoever aldaar om contant geld verkopen:
- het wrak, afkomstig van het ijzeren schoenerschip ELZINA HELENA.
- twee ijzeren lieren
- twee ankers met plm. 120 vadem ketting
- twee masten en enig rondhout
- een groot en een klein zeil
- tien zeilkleden
- twee ruimkleden
- een zonnetent
- een stagfok
- enige oude zeilen, alsmede touwwerk met blokken
- twee reddingsboeien
- zes stukken ribhout
- 75 kg gele was
Te bezichtigen een uur voor de verkoop.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de scheepswerf ‘Dordrecht’ te Dordrecht is (opm: gistermiddag) te water gelaten het Deense stoomschip HELGA, metende 211’-6" x 31’-3" x 15’-6", zusterschip van de DORTHEA, eveneens op genoemde werf gebouwd. Het casco zal naar de fabriek van de Maatschappij Fijenoord worden gesleept voor het innemen van machines en ketels. Op de vrijkomende helling zal de kiel worden gelegd voor een stoomschip van ongeveer 6.300 ton voor Nederlandse rekening.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart.
Dinsdag 2 mei, in de voormiddag 11 uur, voortzetting van het op 18 februari jl. geschorst onderzoek betreffende het stranden op de Vliehors op 30 december 1915 van het stoomschip IJSSEL. Rederij N.V. Houtvaart, gezagvoerder G. Spanjer, beiden te Rotterdam.
‘s namiddags 1.30 uur, onderzoek betreffende het zinken nabij Galloperboei op 20 april 1916 van het stoomschip LODEWIJK VAN NASSAU, bij welke ramp 5 van de opvarenden verdronken. Rederij Koninklijke West-Indische Maildienst te Amsterdam; gezagvoerder N.A. de Boer; wonende te Zandvoort.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Holland Gulf Stoomvaart Mij.
Aan het jaarverslag van de Holland Gulf Stoomvaart Mij. ontlenen wij het volgende:
Het boekjaar 1915 was voor de Maatschappij een periode van vernieuwing. Slechts het oude stoomschip THEODORA was gedurende 8 maanden in exploitatie en deze leverde een bate op van NLG 84.853,18.
Toen de prijzen van de schepen dermate opliepen, dat wij dit schip, dat 23 jaar oud was, konden verkopen voor de prijs die het nieuw gekost had, meenden wij deze gelegenheid niet te moeten laten voorbijgaan, en hebben het van de hand gedaan.
Van de schepen die in aanbouw waren zijn de FOLMINA en de LAURA sedert in de vaart gekomen, terwijl de WILHELMINA en MARIA in mei a.s. gereed zullen zijn.
Ook het stoomschip HERMINA dat door de veranderde omstandigheden voor de vaart van deze maatschappij niet meer zo geschikt was, is verkocht en zal in het lopend boekjaar worden afgeleverd. Het stoomschip ALWINA, dat van oktober 1914 tot december 1914 in timecharter had gevaren onder verantwoordelijkheid van de reders A.M. Delfino & Hermano te Buenos Aires en door ons na afloop van dit timecharter bevracht werd, kwam de 19e januari 1915 te Falmouth aan om een kleine schade te herstellen, terwijl het een lading pyriet van Huelva naar Rotterdam vervoerde. Het schip werd daar door de Engelse Admiralty opgehouden, eerst voor de lading, daarna werd de lading vrijgegeven terwijl het schip tot 20 januari 1916 werd opgehouden, om eindelijk tegen borgstelling vrijgelaten te worden.
De directie spreekt aan het slot van haar verslag verbazing uit over de uitspraak van de Engelse rechtbank in hoger beroep, die de charteraars van de MARIA welke verzuimd hadden om het molest te dekken, in het gelijk stelde en dus de Maatschappij haar eis van schadeloosstelling ontzegde. Het totale winstcijfer bedraagt NLG 229.501,88 waarvan, na de nodige afschrijvingen, enz. een bedrag van NLG 126.807,81 ter verdeling overblijft. Het dividend wordt voorgesteld op 10 pct.


30 april 1916


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

De bemanning van de BERKELSTROOM vertelt.
Op het kantoor van de Hollandsche Stoomboot Maatschappij hebben wij gistermiddag enige leden van de bemanning van de BERKELSTROOM gesproken, die begin van deze week door twee Duitse U-boten vernield werd. Uit hetgeen de 1e machinist B. Schilperoort en enige matrozen, van wie enkele ook de aanhouding van de ZAANSTROOM door een duikboot bijgewoond hadden, ons meedeelden, kunnen wij het volgende overzicht geven van hun bevindingen: Om 4 u. 45 min. sloeg plotseling een granaat in het water midscheeps van de BERKELSTROOM, op korte afstand. Dit was als waarschuwing bedoeld, om te stoppen. Een onderzeeër werd voor die tijd niet gezien. De loods keek recht voor zich uit met het oog op de drijvende mijnen. De BERKELSTROOM stopte en de onderzeeërs, die dwars van het schip waren, naderden. Een van de vaartuigen voer aan de oppervlakte; de commandotoren en een klein snelvuurkanon, op het smalle dek opgesteld, waren zichtbaar. Van de andere duikboot was alleen de periscoop te zien, deze stak ongeveer een meter boven de golven. De commandant van de duikboot, die het IJzeren Kruis droeg, gaf order, dat een sloep de scheepspapieren aan boord moest brengen. De 1e stuurman en vier matrozen gingen in stuurboordboot naar de duikboot. Er werd over en weer gesproken, ook tussen kapitein Kalishoek, de gezagvoerder van de BERKELSTROOM en de duikbootcommandant. De Hollanders merkten op, dat de BERKELSTROOM niet meer dan 50 procent voedingsartikelen aan boord had, doch 8 à 10 procent, zodat het schip niet verbeurd mocht verklaard worden. Zij wezen er op, dat de ZAANSTROOM opgebracht was naar Zeebrugge en niet in de grond geboord werd, enz. Doch dit alles gaf niets, de commandant zei het schip te moeten laten zinken, daar het levensmiddelen naar Engeland vervoerde. Men zei nog wel, dat Nederland ook naar Duitsland voedsel uitvoerde, waarop do Duitsers kortweg zeiden: „Wij hebben geen vrienden meer". Inmiddels was de andere duikboot ook aan de oppervlakte gekomen. De sloep, waarin zich de 1e officier en de matrozen bevond, werd bijna verpletterd tussen beide U-boten. Een van de boten was de U 18; de ander was ongemerkt. Met een kanon werden 5 à 6 schoten in de boeg van de BERKELSTROOM gelost, wat echter niet veel gaf. De een duikboot verdween onder water, terwijl de andere de sloepen op sleeptouw nam. Plotseling verscheen toen een watervliegtuig. De duikboot schoot twee vuurpijlen af als herkenningssein. Toen dit signaal niet beantwoord werd, begreep de duikboot, dat de vliegmachine een Engelse was. Zonder zich erg te bekommeren om de sleeptros en de sloepen, dook de duikboot dadelijk onder. Gelukkig werd de tros bijtijds gekapt. Toen de sloepen op enige afstand van de periscoop van de U-boot waren, vuurde de vliegmachine met een machinegeweer. Hierop streek zij op het water neer. De aviateur schreef op een stuk hout, dat hij het geval zou rapporteren en vroeg, hoeveel onderzeeërs er geweest waren. Men kon het watervliegtuig niet dicht naderen, daar zij niet op het water stil, bleef liggen. De vliegmachine verdween daarop naar de kust. Toen kwam een duikboot weer boven, enige matrozen beklommen de BERKELSTROOM en plaatsten een paar granaten in het schip. Hevige ontploffingen volgden en spoedig verdween het schip om 10 uur in de diepte. Van de andere duikboot werd niets meer gezien. Het vermoeden bestaat, dat deze de halve tros in de schroef gekregen heeft. Om 11 uur naderde een Engelse kruiser, H.M.S. PENELOPE. De aanhouding had plaats gehad op 80 mijl W ½ Z van IJmuiden. Men was op 5 mijl afstand van deze plek en was ongeveer 5 uur in de boten geweest, toen het Engelse oorlogsschip de Hollandse schipbreukelingen opnam. Met het oog op het duikbotengevaar bleef de PENELOPE doorvaren, toen de Hollanders aan boord opgenomen werden. Later verschenen nog meer Engelse oorlogsschepen. De behandeling op de PENELOPE was boven allen lof. Wat een verschil in de wijze van optreden van Engelsen en Duitsers, zo riepen de kapitein en matrozen van de BERKELSTROOM uit. Alles wat de schipbreukelingen nodig hadden, kregen zij van de Engelsen, die als souvenirs ook nog enkele muts-linten gaven. De 1e stuurman en de vier matrozen, die in de sloepen waren met de scheepspapieren, hadden niets kunnen redden. Met de kruiser kwamen de Hollanders te Harwich aan; van daar gingen zij naar Londen. De kruiser, waarvan de Hollanders zich zeker nog lang de naam dankbaar zullen herinneren, vertrok 's nachts weer en was de volgende ochtend bij Lowestoft in het gevecht met de Duitse oorlogsschepen gewikkeld. Het achterschip van de PENELOPE werd daarbij zeer zwaar beschadigd, een aantal matrozen werden gedood. Vanwege de Marineautoriteiten is terstond bij aankomst te Rotterdam van de bemanning van de BERKELSTROOM een onderzoek ingesteld omtrent het gebeurde met dat schip.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Stoomvaart Maatschappij 'Friesland'.
In de heden gehouden algemene en buitengewone algemene vergadering van aandeelhouders werden de balans en de winst- en verliesrekening goedgekeurd en werd het dividend evenals het vorige jaar op 6 % vastgesteld. De statutenwijziging werd goedgekeurd. Tot commissarissen werden herkozen de heren jhr. J.A. van Kretschmar van Veen en K.G. Kröller.


01 mei 1916


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Stoomschip DUBHE.
De firma Van Nievelt, Goudriaan & Co. ontving het volgend telegram uit Gravesend van de gezagvoerder van haar stoomschip DUBHE:
“DUBHE is op een mijn gelopen bij de Galloper boei, arriveerde te Gravesend; alles wel".


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 29 april. Volgens bij de reder ontvangen telegrafisch bericht van de kapitein is het stoomschip DUBHE te Gravesend aangekomen. Alles wel. Tank no. 1, ruim no. 1 en voorpiektank zijn vol water. De overige ruimen zijn droog.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 29 april. Het stoomschip MAASHAVEN is bij Harwich op strand gezet. De kansen op berging zijn goed.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 29 april. Gistermiddag liep met goed gevolg te water van de scheepswerf 'Dordrecht' te Dordrecht (dir. T. Bijvoet) het Deense stoomschip HELGA, metende 211'-6" x 31'-3" x 15'-6", zusterschip van de DORTHEA, eveneens op genoemde werf gebouwd. Het casco zal morgen naar de fabriek van de Maatschappij Fijenoord worden gesleept, voor het innemen van machines en ketels. Op de vrijkomende helling zal de kiel worden gelegd voor een stoomschip van ongeveer 6.300 ton, voor Hollandse rekening.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 29 april. Blijkens bij het Departement van Marine ontvangen bericht is Hr.Ms. NOORD-BRABANT gisteren van Las Palmas vertrokken ter voortzetting van de reis naar Nederlands-Indië.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Hobro, 25 april. De Nederlandse tjalk RIVAL is zondag niet ver van hier aan de grond geraakt, doch werd heden door de bergingsboot EXPRES afgesleept en zal waarschijnlijk naar Fredrikshavn gesleept worden om aldaar te repareren. (opm: schip was op weg naar Nykjöbing)


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Indische mailboten.
De directies van de Stoomvaart Maatschappij Nederland en de Rotterdamsche Lloyd hadden gisteren een conferentie met de Minister van Koloniën, waarin de kwestie van de molest-risico nogmaals ter sprake werd gebracht. Reeds vroeger was er door de stoomvaartmaatschappijen op aangedrongen, dat de Regering, evenals dat in Engeland geschiedt, een deel van de molest-risico zou overnemen. Men weigerde zelfs te varen, zolang dit verzoek niet ingewilligd was. De directie van de Maatschappij Nederland deelde aan de Tel. mee, dat in de gisteren gehouden bijeenkomst in principe overeenstemming was verkregen. Het gevolg is, dat de boten weer zullen varen. De KONINGIN DER NEDERLANDEN vertrekt dinsdag om 11 uur; de GROTIUS dinsdag te 5 uur.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Stoomschip BERKELSTROOM.
Rotterdam, 29 april. Per BATAVIER V is gisteravond om 8.05 uur hier aangekomen de gehele bemanning van het stoomschip BERKELSTROOM, van de Hollandsche Stoomboot Maatschappij te Amsterdam, dat maandagmorgen omstreeks vijf uur op 20 mijlen van de Noord Hinder in de grond is geschoten door de Duitsers, nadat aan de equipage een kwartier gelegenheid was gegeven het schip te verlaten. De kapitein en zijn mensen begaven zich onmiddellijk naar Amsterdam en de kapitein kon geen tijd vinden, om enigerlei bijzonderheid omtrent het gebeurde mee te delen. Alleen vernamen we in de gauwigheid, dat de BERKELSTROOM met 9 kanonschoten van een duikboot tot zinken is gebracht. Vanwege de marine-autoriteiten is terstond bij aankomst te Rotterdam van de BERKELSTROOM een onderzoek ingesteld omtrent het gebeurde met dat schip.


02 mei 1916


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. De 18e februari jl. werd door de Raad voor de Scheepvaart een onderzoek ingesteld naar het stranden op de Vliehors op 24 december jl. van het stoomschip IJSSEL van de rederij Scheepvaart Maatschappij Houtvaart te Rotterdam.
De Raad hoorde toen de gezagvoerder G. Spanjer die de oorzaak van de stranding toeschreef aan het kompas dat, te Rotterdam nagezien, bleek niet goed te werken. Er zat een draadje in waardoor de roos vaststond. Op de reis heeft hij daarvan niets gemerkt.
Heden werd de behandeling van deze zaak voortgezet met het horen van de eerste stuurman W. Kimmerer.
Hij deelde mee dat de IJSSEL met een lading hout van Hernösand naar Rotterdam op weg was. Daar het schip te Hernösand in het ijs had gelegen en de tanks dientengevolge bevroren waren moest het schip, zoals vroeger ook reeds enige malen was geschied, met slagzij vertrekken.
De verklaringen van de stuurman kwamen geheel overeen met hetgeen de gezagvoerder de Raad vroeger heeft meegedeeld. Na de stranding werd de gehele deklast overboord gegooid. Voor de stranding heeft getuige geen ernstige afwijking van het kompas waargenomen, men voer op gegist bestek. Het laatste werd te 3.30 uur gelood. Te 6.50 uur bleef het schip op de Vliehors zitten. Het schip bleek waarschijnlijk ten gevolge van het scheefliggen afgedreven te zijn. Zowel getuige als de gezagvoerder dachten dat men veel westelijker stond dan in werkelijkheid het geval bleek te zijn. Het onderzoek in deze zaak werd gesloten, nadat de gezagvoerder gelegenheid gekregen had zijn vroeger afgelegde verklaring nader te motiveren. Uitspraak volgt later.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Nederland en de oorlog. De TUBANTIA.
Naar wij vernemen zijn de besprekingen die thans te Berlijn gevoerd worden over de torpedering van de TUBANTIA in zodanig stadium, dat de mogelijkheid bestaat, dat daaromtrent spoedig een definitieve beslissing kan worden verwacht. Zowel het relaas van de beëdigde verklaringen die bij het onderzoek voor de Raad voor de Scheepvaart werden afgelegd, als de materiële overtuigingsstukken die werden overgelegd, hebben de autoriteiten te Berlijn tot de overtuiging gebracht, dat het inderdaad een Duitse torpedo moet zijn geweest, waardoor de TUBANTIA tot zinken werd gebracht.
Onmiddellijk daarop zijn de voorlopige besprekingen over de schadevergoeding begonnen. Aan de zijde van de Duitse Regering bleek een bereidverklaring om de boekwaarde van de TUBANTIA te vergoeden wel verwacht te kunnen worden, doch de directeur van de Kon. Hollandsche Lloyd, de heer Wilmink, die de besprekingen voerde, voor zich overtuigd dat die boekwaarde, al te zeer achter blijft bij de marktwaarde, vond geen vrijheid op een dergelijk aanbod in te gaan. Hij keerde de vorige week uit Berlijn terug en pleegde overleg met de commissarissen van de vennootschap. Middelerwijl werden, op grond van een bereidverklaring van de bekende directeur van de Hamburg-Amerika Lijn, de heer Ballin, om een van de grootste stoomschepen van deze lijn aan de Kon. Holl. Lloyd over te doen, de besprekingen met Berlijn voortgezet. Voor de tweede maal is de heer Wilmink daarop naar Berlijn vertrokken.
Door de regeling welke thans, met zeer veel kans op welslagen, in bespreking is, wordt de kwestie boekwaarde of marktenwaarde, voor de Kon. Holl. Lloyd althans, geheel vermeden. Ook de samenhangende kwestie van de geldkoers wordt daardoor zeer beperkt. De verrekening van de koopsom toch zal dan namelijk vrijwel geheel geschieden tussen de Duitse Regering en de Hamburg-Amerika Lijn. Het verschil in waarde tussen het verloren en het aan te kopen schip — het stoomschip waarover de onderhandelingen lopen is wat tonneninhoud betreft nog iets groter dan de TUBANTIA, doch kan juist nog door de sluizen te IJmuiden — zal dan door de Kon. Holl. Lloyd worden gesuppleerd, waardoor de Hamburg-Amerika Lijn de beschikking krijgt over enige contanten. Ter plaatse waar wij onze inlichtingen verkregen, hield men zich overtuigd, dat de Engelse Regering, wanneer de overeenkomst zal zijn tot stand gekomen, de stomer van de Hamburg-Amerika Lijn die alsdan aan de Kon. Holl. Lloyd zal zijn overgegaan, als Nederlands eigendom zal erkennen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Konvooi gestaakt.
(Officieel) Het Departement van Marine deelt mee, dat de op 1 april jl. door de Regering genomen maatregel, waarbij aan de Nederlandse koopvaardijschepen gelegenheid werd geboden om op het traject tussen Noord Hinder en de Galloperbank te worden voorafgegaan door 2 sleepboten, ter beveiliging tegen verankerde mijnen, 30 april is gestaakt. Van dit konvooi is slechts gebruik gemaakt:
Op de uitreis van 1 t/m 18 april op 7 verschillende dagen door 18 schepen;
van 19 t/m 29 april door 1 schip; op de thuisreis in het geheel slechts door één schip, zodat voortzetting van de maatregel onnodig wordt geacht.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 1 mei. Het stoomschip MAASHAVEN, (zie vorig No.) had nog de gehele oorspronkelijke lading aan boord op 500 ton na. Dit maakt de zaak voor assuradeuren nog slechter, daar men eerst hoopte dat het schip te Duinkerken een aanzienlijk gedeelte van de lading zou hebben overgeladen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Londen, 23 april. Het Nederlandsche stoomschip EEMSTROOM, van Hull naar Amsterdam met kolen en stukgoed, heeft 15 april in het Albert Dock te Hull brand in ruim I, waarin katoen en katoenen garens, gehad. Het vuur was spoedig geblust. Een gedeelte van het dek werd door de hitte verbogen en van twee balken is de verf afgebrand. Omtrent schade aan de lading is niets bekend.


03 mei 1916


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van de firma Rijkée & Co. is met goed gevolg te water gelaten het stoomschip SINT PHILIPSLAND, in aanbouw voor de Scheepvaart- en Steenkolen Maatschappij te Rotterdam. Het schip heeft een draagvermogen van 3.200 ton en de volgende hoofdafmetingen: Lengte tussen de loodlijnen 295 voet, breedte 43 voet en 19 voet 9 duim hol. De machines van dit stoomschip, sterk 1.200 pk met cilinders van 21½ x 33 x 57 Eng. duim met een slag van 39 Eng. duim, ontvangen haar stoom van twee aan een zijde stookbare ketels met een verwarmend oppervlak van 4.000 vierkante voet en werkende onder een druk van 180 lbs. Deze installatie wordt geleverd door de Etablissementen Fijenoord. Het geheel wordt gebouwd onder speciaal toezicht van Lloyds en geplaatst in de hoogste klasse 100 A 1.
Genoemde Maatschappij heeft nu nog in aanbouw: een stoomschip genaamd SCHIELAND op de werf Gusto te Schiedam en een genaamd SINT JANSLAND op de werf van J. Smit te Alblasserdam.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van de firma Wortelboer & Co. te Delfzijl is te water gelaten een sleepkaan van 800 ton, gebouwd voor de firma Lehnkering & Co. te Emden. Daarna werd de kiel gelegd voor een vrachtzeeboot van ongeveer 1.000 ton.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. - De LODEWIJK VAN NASSAU.
De Raad hield gistermiddag het onderzoek inzake het zinken nabij de Galloper boei van het stoomschip LODEWIJK VAN NASSAU van de Koninklijke West-Indische Maildienst, bij welke ramp vijf van de opvarenden verdronken. Er waren zeven getuigen gedagvaard. Er was geen buitengewone belangstelling voor de behandeling van deze zaak. Het eerst werd gehoord de gezagvoerder de heer W.A. de Boer, die o.a. meedeelde dat hij zijn tweede reis maakte als gezagvoerder op de LODEWIJK VAN NASSAU die op weg was van Chili naar Rotterdam. De equipage bestond uit 41 man, er waren drie houten en een stalen boot aan boord, elk met plaats voor 42 man. Aan stuurboord en aan bakboord was een boot naar buiten gedraaid, gesjord aan de davits, gereed om gestreken te worden. Het schip was 21 januari van Chili vertrokken en was 30 dagen opgehouden in Engeland. Op 20 april mocht het schip eindelijk vertrekken. Het weer was buiig. Onder leiding van een loods werd gekoerst naar het Sunk lichtschip, waar de loods werd afgezet. De kapitein koerste toen naar de Galloper boei met het doel om tussen 51°-40’ en 51°-54’ te varen. Het schip heeft evenwel de Galloper boei niet bereikt. Om tien minuten over half vijf had de ontploffing plaats. Vooraf was niets gezien, noch mijnen, noch sporen van torpedo's. Het zicht was helder. De ontploffing, die plaats had aan bakboord in het achterschip onder ruim 3, bracht een geweldige schok teweeg, het achterschip werd enigszins opgelicht. Getuige meent een rookkolom gezien te hebben na de ontploffing en terstond daarna kwam het water door de ventilators naar boven. De kapitein liet dadelijk stoppen, het schip liep ongeveer 9 mijl, maar het schip heeft tot het laatste toe gang gehouden. Het schip begon onmiddellijk na de ontploffing te zinken. Het eerst werd de stuurboordboot (de stalen boot) gestreken, maar zodra deze op het water kwam, sloeg zij vol, nog voordat de vanglijn losgemaakt was. De bemanning sloeg gedeeltelijk overboord en de boot werd met het schip meegesleept. Waarschijnlijk ten gevolge daarvan is de vanglijn gebroken. Er waren 15 of 16 mensen in deze boot, sommigen van hen hadden de talies kunnen grijpen en klommen aan boord terug. Getuige heeft toen de bakboordboot 2 laten strijken en daarmee heeft men nog 2 man van die uit de eerste boot geslagen waren, weten te redden. Later bleek dat er 5 man vermist werden. Het schip is zeer spoedig gezonken, 5 minuten na de ontploffing was de hele bemanning reeds van boord, er was geen tijd om iets te redden, zelfs kon men geen reddinggordels aandoen. (Er stond een kist met reservegordels aan dek). Toen de tweede boot gestreken werd, helde het schip sterk naar stuurboord, het water stond reeds boven het kombuis. Kort nadat de bemanning van boord was, is het schip gezonken. Nadat de boot 1½ uur had rondgedreven, zijn de opvarenden opgepikt door een Engelse boot, die hen naar IJmuiden heeft gebracht, waar zij zijn overgegaan op de loodsboot. Desgevraagd, verklaart de kapitein nog dat hij tijdens de ontploffing zelf op de brug was. Niettegenstaande er scherp was uitgekeken, was niets bijzonders gezien.
Als tweede getuige werd gehoord de 4e machinist R.S. Weiss, die tijdens de ramp de wacht had. Deze bevestigde gedeeltelijk de verklaringen van de kapitein. Hij deelt echter mee dat hij de machine niet heeft gestopt, wijl hij daartoe geen orders had gekregen. Hij heeft niet gezien dat de telegraaf is overgegaan, ook heeft hij de bel van de telegraaf niet gezien, het Is mogelijk dat de telegraaf wel is overgegaan, maar dat hij het niet gemerkt heeft, want hij was hevig geschrokken en daardoor zeer ontdaan. Hij is direct naar boven gegaan en later niet meer in de machinekamer terug geweest. Deze getuige schat de tijd dat het schip nog drijvend is gebleven na de ontploffing op 10 minuten. Nader ondervraagt zegt getuige dat hij de telegraaf had moeten horen indien deze was overgezet.
Getuige De Boer verklaart in verband hiermee dat hij inderdaad de telegraaf heeft overgehaald. De derde machinist is later naar beneden gegaan en heeft de machine stop gezet. De eerste stuurman J.F. Hedlund bevestigt geheel de verklaringen van de kapitein. Desgevraagd zegt hij dat hij niet weet of er tijdens de ontploffing mensen in het achterschip waren. Hij heeft niemand anders in het water gezien dan de timmerman. De 2e stuurman J. Hille verklaart nog, niet te hebben gezien dat de kapitein de telegraaf overhaalde. Hij was op de brug toen de ontploffing plaats had, maar is kort daarna naar beneden gegaan. Ook deelt hij nog mee, dat toen de stuurboordboot was vol geslagen, de inzittenden elkaar verdrongen om bij de talies te komen. Nog werden gehoord de matrozen G. Kelly en A. Mekfol. De eerste legt zijn verklaringen af in het Spaans, waarbij de kapitein als tolk optreedt. De tweede, die gebrekkig Hollands spreekt, verklaart dat hij tijdens de ontploffing roerganger was. Hij heeft gezien dat de telegraaf is overgehaald.
De 1e machinist Van Zanten, eveneens als getuige gedagvaard, was niet verschenen. De uitspraak volgt later.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Harlingen, 1 mei. Het Nederlandse stoomschip RIJNSTROOM, te Harlingen gearriveerd van Hull via Amsterdam, heeft binnenkomende een staaldraad van een baggermachine in de schroef gekregen.
Het schip wordt heden in de Nieuwe Willemshaven omhoog gezet om onderzocht te worden.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Harwich, 27 april. Het stoomschip MAASHAVEN is 11/2 mijl Z ten W van Beach End boei aan de grond gezet. Het schip is onder het aanvaringsschot tussen ruim I en II getroffen. Indien onmiddellijk de nodige stappen gedaan worden, wordt het mogelijk geacht het stoomschip met het achterschip voor naar Gravesend te slepen.
28 april. De Maashaven ligt vier mijlen buiten de haven op gelijke bodem met een anker op het achterschip, dat met hoog water vlot is. In ruim I staat her, water even hoog als buitenboord, de bak en het voordek zijn totaal vernield en de huidplaten aan de zijden in midscheeps zijn zwaar verbogen. In ruim II heeft vijf voet water gestaan doch de scheepspompen kunnen het thans bedwingen. De machinekamer is droog. De oorspronkelijke lading is nog aan boord, behalve ongeveer 800 ton uit ruim I, die reeds voor het ongeluk gelost waren. De gezagvoerder wenst een contract te sluiten om het stoomschip naar Londen te slepen, waarover thans onderhandeld wordt.


04 mei 1916


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Gistermiddag om half zes is met goed gevolg te water gelaten van de werf van Rijkée het vrachtstoomschip SINT PHILIPSLAND, groot ruim 3.200 ton, gebouwd voor de Scheepvaart en Steenkolen Maatschappij.
De SINT PHILIPSLAND, die ook van een een certificaat voor de houtvaart is voorzien, is het grootste schip van deze Maatschappij, die nog in aanbouw heeft de SCHIELAND op de werf Gusto te Schiedam en de SINT JANSLAND op de werf van J. Smit te Alblasserdam.
De SINT PHILIPSLAND wordt voorzien van machines tot een capaciteit van 1.200 pk welke, evenals de 2 ketels met een verwarmend oppervlak van 4.000 vierkante voet gebouwd worden op het Etablissement Fijenoord.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 3 mei. Hr.Ms. NOORD-BRABANT is 1 mei te St. Vincent aangekomen en diezelfde dag weer van daar vertrokken ter voortzetting van de reis naar Oost-Indië.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 3 mei. Het stoomschip FRIDLAND, van Portland M. naar Rotterdam, is bij de Galloper op een mijn gelopen. Het stoomschip BATAVIER IV verleent assistentie en zal trachten het stoomschip FRIDLAND naar een Engelse haven te slepen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 3 mei. Van de werf van de firma Wortelboer & Co. te Delfzijl is te water gelaten een sleepkaan van 900 ton, gebouwd voor de firma Lehnkering & Co. te Emden. Daarna werd de kiel gelegd voor een vrachtzeeboot van ongeveer 1.000 tons.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 3 mei. Het wrak van de sleepboot op: 52º-59'-10" N.B. en 00º-26'-10" O.L. is opgeruimd. Bewaking en verlichting zijn gestaakt.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Hoek van Holland, 3 mei. Het Nederlandse tankstoomschip AMERICAN, gisteren namiddag in ballast naar Baton Rouge vertrokken, ligt 20 mijl benoorden van de Waterweg met defecte machines. Sleepboten vertrekken ter assistentie.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Hoek van Holland, 3 mei. De motor TOEKOMST, kapt. Pronk, met flessen van Schiedam naar Londen, is gisteren met defecte motor uit zee teruggekeerd.


05 mei 1916


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Te Martenshoek is donderdag (opm: 4 mei) van de werven van de N.V. v/h Gebr. G. & H. Bodewes met goed gevolg te water gelaten een schoener van 500 ton voor Noorse rekening. Het schip wordt voorzien van een 160 pk Bolinder ruwoliemotor.
(opm: waarschijnlijk de schoener NØSTED IV, bouwnr. 609).


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 4 mei. Het stoomschip DUBHE zal op de Mucking Flats worden gezet om aldaar te worden gedicht.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 4 mei. Volgens alhier ontvangen bericht zal het dokken van het te Southampton binnengebrachte stoomschip EEMDIJK eerst over ongeveer drie weken kunnen plaats hebben.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 4 mei. Volgens alhier ontvangen telegram zal het stoomschip MAASHAVEN bij gunstig weer naar Londen worden gesleept. De toestand van het schip is nog onveranderd.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 4 mei. De berging van het stoomschip RIJNDIJK dat nabij St. Mary (Scilly-eilanden) aan de grond werd gezet, is opgedragen aan de Western Salvage Co. op de basis „no euro no pay".


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 4 mei. Volgens rapport van de kapitein van het stoomschip BATAVIER IV heeft dit stoomschip het stoomschip FRIDLAND onder de Engelse kust aan Engelse patrouillevaartuigen moeten overgeven, welke het bij Black Deep aan de grond hebben gezet. Ruim I staat vol water; ruim II heeft lekkage.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 4 mei. Hedenmorgen is het Nederlandse tankstoomschip AMERICAN, dat zoals gisteren is gemeld 20 mijl benoorden de Waterweg met machineschade lag, hier zonder assistentie binnengekomen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Harlingen, 3 mei. Het stoomschip RIJNSTROOM werd hedennacht hogerop gezet. Na het vallen van het water is men erin geslaagd de staaldraad af te kappen, zodat de boot hedenmiddag of morgen naar Hull zal kunnen vertrekken.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Martenshoek, 4 mei. Van de N.V. Scheepswerven v/h Gebr. G. & H. Bodewes is met goed gevolg te water gelaten een tweede voor Noorse rekening in bestelling zijnde 500 ton motorschoener, welke voorzien worden van een 160 pk Bolinder ruw-oliemotor. De kiel zal gelegd worden voor 2 dergelijke schepen.


06 mei 1916


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van Gebr. v.d. Meer te Vlaardingen is te water gelaten het stalen loggerschip VRIENDSCHAP EN OEFENING, gebouwd voor de heer A. v.d. Toorn te Scheveningen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 5 mei. Van de werf van de heer A. van Duijvendijk te Papendrecht is te water gelaten de stalen motorvrachtboot THOR I, gebouwd voor de rederij Thor te Lekkerkerk.
— Te Lekkerkerk is voor binnenlandse rekening een stalen motorboot van 6,30 x 1,50 meter te water gelaten, voor een andere motorboot werd de kiel gelegd.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Vlaardingen, 4 mei. Het wrak van de getorpedeerde schoener ELZINA HELENA is heden door de burgemeester-strandvonder alhier verkocht voor NLG 1.825.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Amsterdam, 5 mei. Naar men verneemt zal op de 18e mei a.s. te houden buitengewone algemene vergadering aan de aandeelhouders van de Hollandsche Scheepvaart Maatschappij worden voorgesteld alle activa en passiva van de Maatschappij aan de Stoomvaart Maatschappij 'Friesland' te Amsterdam over te doen en daarna te liquideren.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Harwich, 4 mei. Het Hollandsche stoomschip MAASHAVEN is vlot gekomen en wordt nu naar de Theems gesleept.


07 mei 1916


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart.
De Raad voor de Scheepvaart deed gisteren uitspraak in de volgende vroeger behandelde zaak: Betreffende het vergaan van het stoomschip LODEWIJK VAN NASSAU.
De Raad is van oordeel, dat het vergaan van de LODEWIJK VAN NASSAU moet worden toegeschreven aan het stoten op een ontplofbaar voorwerp, vermoedelijk een onder water drijvende mijn, ten gevolge waarvan een gat in het schip is geslagen en het achterschip vol water gelopen. Dat bij deze ramp vijf mensen het leven hebben verloren meent de Raad te moeten toeschrijven aan het feit, dat het schip bij het te water laten van de boot stuurboord 1 aan de loefzijde, nog vaart liep. Door het stoten van de boot tegen de zijden van het schip, de deining welke liep en de vaart van het schip, is water in de boot gekomen dat vermeerderde toen de bemanning van de ene zijde naar de andere liep en de boot zodoende water schepte. Bij de pogingen om de talies te grijpen, zijn hoogstwaarschijnlijk de zeven man te water geraakt, wat men aan boord, doordat alle aandacht gevestigd was op de mannen die aan de talies hingen, niet heeft opgemerkt. Twee hunner hebben zich daarna in de weggedreven boot kunnen redden, de vijf anderen: De timmerman H. Beeker*, de matroos J. Klip, de stokers P. Hagen, E. Espinosa en Rozal zijn verdronken. Uit de verklaringen van de getuigen is gebleken dat geen hunner aan boord kan zijn geweest, toen de LODEWIJK VAN NASSAU zonk. Het zal naar 's Raads mening, aanbeveling verdienen dat, zolang men in de gevaarlijke zone verkeert, alle schepelingen die voor de dienst onmisbaar zijn, zich in de midscheeps verenigen bij de sloepen en dat allen voorzien zijn van een reddinggordel. Door deze maatregel kan een paniek worden voorkomen, althans beperkt en is de kans groter dat bij een ramp, als welke de LODEWIJK VAN NASSAU heeft getroffen, alle opvarenden gered worden. (*opm: H. Bekker van Amsterdam en J. Klip van Ameland)


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart.
De Raad voor de Scheepvaart deed gisteren uitspraak in de volgende vroeger behandelde zaak: Betreffende het overboord slaan en verdrinken van de gezagvoerder van het tjalkschip HOLLAND. De Raad meent het overboord slaan en verdrinken van de kapitein van de HOLLAND te moeten toeschrijven aan een ongelukkige samenloop van omstandigheden Vermoedelijk heeft de kapitein naar iets willen uitzien en heeft hij het roer een ogenblik verlaten, immers het roer was vastgezet en men heeft geconstateerd dat de kapitein de wanten nog aan had toen hij te water lag. Bij dat uitzien buiten boord zal hij het evenwicht hebben verloren met het genoemde ongelukkige gevolg. Ware de kapitein niet alleen aan dek geweest, dan had men eerder hulp kunnen bieden en was de ramp wellicht voorkomen. Uit het onderzoek is de Raad voorts gebleken dat de HOLLAND onvoldoende bemand was. De twee overgeblevenen waren niet in staat het schip te regeren en mede daaraan is het toe te schrijven dat men de bestemmingsplaats niet heeft kunnen bereiken. Op de vaart althans buiten het gebied van de kleine kustvaart behoorden zulke schepen met vier man bemand te zijn, zodat behoorlijk wacht kan worden gedaan en men, ook al ontbreekt een van hun, door welke oorzaak ook, met het schip kan manoeuvreren.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart.
De Raad voor de Scheepvaart stelde gisteren een onderzoek in naar de aanvaring tussen het stoomschip BESTEVAER (gezagvoerder E. Geertsema, rederij firma Van Ommeren te Rotterdam) en de Engelse stoomtrawler WHITBY (GY-524), op 19 maart jl. in de Noordzee. Kapitein E. Geertsema uit Rotterdam werd als getuige gehoord. Hij verklaart dat de BESTEVAER 632 netto register ton groot en 37 jaar oud is. Het schip vaart tussen Nederland en Engeland om kolen te vervoeren. Op 18 maart vertrok het schip van Rotterdam. ‘s Nachts kwamen er mistvlagen opzetten. Te 7 uur voormiddag — de gezagvoerder bevond zich met de eerste stuurman en een uitkijk op de brug — is de telegraaf bijgezet en tien minuten later werd de machinist mondeling gezegd, vaart te verminderen. De vaart werd tot 5 à 6 mijl verminderd (de gewone vaart van het schip bedraagt 9 à 10 mijl.)
Het werd dik van mist en met het oog daarop werden de voorgeschreven mistseinen gegeven. Omstreeks 8.10 uur werd op vier streken aan stuurboord een lange stoot gehoord. De gezagvoerder heeft toen gestopt, maar is blijven doorlopen, aldoor mistseinen gevend. Acht minuten later werd een tweede stoot gehoord, op plm. 3 streken. Er is toen gestopt, er werden drie stoten gegeven en hard achteruit geslagen. De aanvaring kon echter niet meer voorkomen worden. De trawler ging bakboord uit en raakte de BESTEVAER in de midscheeps. De schok was niet hevig, maar de schade door de BESTEVAER opgelopen, was zeer belangrijk: Een gat aan stuurboord van acht voet lengte. De voorsteven van de trawler was omgebogen. Op de BESTEVAER werden de boten buitenboord gezet, doch ze behoefden geen dienst te doen; het schip bleef drijvende en op 21 maart in de Humber op een bank gezet; later is het schip afgesleept.
Nadat de gezagvoerder gehoord was, ging de Raad in de raadkamer. Beslist werd, dat het onderzoek ook zal lopen over de vraag of aanvaring veroorzaakt is door een daad of nalatigheid van de gezagvoerder.
Vervolgens werden gehoord de eerste stuurman H.W. Stuit uit Haarlem en de matroos A.J. Zegers uit Rotterdam. Hun verklaringen wierpen weinig ander licht op de zaak. Alleen tekenen wij uit de verklaring van de eerste stuurman op, dat de vaart van het schip was plm. 6 mijl. Hij schatte die uit de stand van de log, hoewel hij erkent, dat hij die stand niet nauwkeurig heeft nagezien.
De inspecteur voor de scheepvaart, de heer Bouman, concludeerde dat de gezagvoerder op het horen van het eerste signaal had moeten stoppen en dat de aanvaring veroorzaakt is doordat hij toen niet gestopt heeft. Later zal de Raad uitspraak doen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart.
Donderdag a.s. zal de Raad o.a. een onderzoek instellen naar het tot zinken brengen van het stoomschip BERKELSTROOM op 24 april jl. in de Noordzee.


08 mei 1916


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de scheepswerf van de firma D.P. van Suylekom te Raamsdonksveer is te water gelaten een staten sleepkaan van 450 ton, gebouwd voor Nederlandse rekening.
Voor eenzelfde vaartuig werd de kiel gelegd.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart.
Dinsdag 9 mei a.s., 1.30 uur namiddag, onderzoek betreffende het stranden van het stoomschip FOLMINA op 14 januari jl., in de Noorse fjorden. Gezagvoerder H.A. Prins; rederij Holland-Gulf Stoomvaart Maatschappij, beiden te Rotterdam.
Donderdag 11 mei a.s., 1.30 uur namiddag, onderzoek betreffende het tot zinken brengen van het stoomschip BERKELSTROOM op 24 april jl., in de Noordzee. Gezagvoerder P.J.H. Kalishoek, rederij Hollandsche Stoomboot Maatschappij, beiden te Amsterdam.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 6 mei. Te Lekkerkerk liep van de werf van T. v. Duivendijk een kanaalschip van 1.850 ton te water, terwijl de kiel werd gelegd voor een vrachtstoomschip van ongeveer 1.000 ton.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Delfzijl, 5 mei. Van hier vertrok met bestemming naar Rottum de nieuw gebouwde motorboot THEDA, gebouwd op de werf van de heer W. Mulder te Stadskanaal voor rekening van de heer M. Toxopeus, voogd van het eiland Rottum. De boot is voorzien van een Brons motor van 18 pk met 2 cilinders. Bij een gehouden proefvaart op de Eems voldeed het schip, zowel als de motor ruimschoots aan de gestelde eisen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Van de Scheepsbouwwerf 'De Toekomst' van de firma B. de Groot te Delft, is heden met goed gevolg te water gelaten het nieuwe stalen sleepschip SYKINA, gebouwd voor rekening van de heer J.S.H. Wassenaar te Rotterdam. Dit is het derde schip dat binnen enkele maanden van deze werf te water gelaten is voor hetzelfde kantoor, terwijl er thans weer drie dergelijke schepen van grotere afmetingen door de heer Wassenaar zijn bijbesteld.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Martenshoek, 6 mei. Heden is van de werf van de heer J.W. Boerma met goed gevolg te water gelaten een stalen motorvrachtboot groot plm. 165 ton, voor rekening van en bevaren zullende worden door de heer H. Bolhuis van Hoogezand; zij wordt voorzien van een Kromhout motor van 45 pk.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Groningen, 8 mei. Heden werd met goed gevolg te water gelaten van de werf van de firma J.J. Pattje & Zonen te Waterhuizen bij Groningen het stalen loggerschip TALLINA CATHARINA, gemerkt IJM-288, voor de rederij Rienstra en De Jong te IJmuiden, kapitein H. Oostveen. (opm: bouwnr. 110)


09 mei 1916


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Conflict bij de Nederlandsche Scheepsbouw Maatschappij.
Gistermiddag legden de jeugdige werklieden van de Nederlandsche Scheepsbouw Maatschappij, bij elkaar ongeveer 250, plotseling de arbeid neer. Daarop werd aan de andere werklieden gevraagd, of zij de arbeid van de stakers wilden verrichten. Zij weigerden dit. Naar ons ten kantore van de Scheepsbouw Maatschappij werd meegedeeld, zijn deze werklieden daarop op grond van dienstweigering ontslagen. Het gevolg was, dat hedenmorgen het werk aan de werf geheel stil lag. Bij het conflict zijn een kleine duizend werklieden betrokken.
Van arbeiderszijde wordt ons omtrent dit conflict het volgende meegedeeld: Gistermiddag staakten de jeugdige werklieden, omdat zij niet tevreden waren over een hun toegekende loonsverhoging. Daarop werd namens de directie door de commandeurs aan de volwassen werklieden gevraagd, of zij bereid waren alle werkzaamheden, hun door de directie opgedragen, te verrichten. Sommigen weigerden, anderen verklaarden, dat zij er eerst met hun organisatie over wensten te spreken. Dit laatste werd — zo deelde men ons verder van arbeiderszijde mee — eveneens als een weigering opgevat. Daarop werd de werklieden aangezegd, dat de werf heden gesloten zou zijn.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van Gebr. v.d. Windt te Vlaardingen is te water gelaten het stalen loggerschip HOLLAND VIII (KW-86), gebouwd voor de Maatschappij ‘Holland’ te Katwijk aan Zee.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 8 mei. Volgens alhier ontvangen telegram zit het stoomschip MAASHAVEN thans veilig op het Mucking Flats.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Port Louis, 7 mei. Het stoomschip PATROCLUS, van de Stoomvaart Maatschappij Oceaan te Amsterdam, dat 23 april van Batavia naar New York vertrok, is hier binnengevallen. Het schip heeft 30 april een orkaan doorstaan. Het stuurgerei is beschadigd, het volkslogies ontredderd, drie boten gingen verloren en het schip kreeg uitgestrekte dekschade. De lading bleef onbeschadigd. Hier zullen reparaties worden uitgevoerd.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Kalmar, 3 mei. In november van het vorige jaar heeft het stoomschip KALMARSUND II het Nederlandse schip L'ESPOIR de I'AVENIER in de Stockholmer Scheren geborgen waarvoor een bergloon van 6.000 Kronen werd gevorderd. Aangezien het bergloon nog niet is betaald is er beslag op het schip gelegd.


10 mei 1916


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Het door de N.V. C. van der Giessen & Zonen’s Scheepswerven te Krimpen a/d IJssel voor rekening van de firma Phs. van Ommeren te Rotterdam nieuw gebouwde stoomschip KIELDRECHT heeft in de Nieuwe Waterweg met goed gevolg proef gestoomd (opm: 8 mei). Het stoomschip was oorspronkelijk in aanbouw gegeven door de firma Erhardt & Dekkers en zou de naam NAALDWIJK dragen, doch tijdens de bouw werd het overgedaan aan bovengenoemde firma. (opm: zie ook AH 030216)


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart.
De Raad stelde gisteren een onderzoek in betreffende het stranden van het stoomschip FOLMINA op 14 januari jl. in de Noorse fjorden. Gezagvoerder H.A. Prins, rederij Holland-Gulf Stoomvaart Maatschappij, beiden te Rotterdam. De gezagvoerder, als getuige gehoord, deelde mee, dat hij in ballast op weg van Rotterdam naar Namsos, om hout te halen, de 14e januari op loodsaanwijzing 's morgens 11 uur van Bergen vertrokken is met een loods aan boord. Het schip lag achter 15 voet, voor 5 voet diep. 's Middags omstreeks 5 uur moet het schip afgedreven zijn, men zag een vuur, dat men niet thuis kon brengen en dat later weer verdween. Even later is het schip op een klip geraakt en helde terstond naar bakboord sterk over. Achteruit werd een vuur gezien, waarom getuige seinen liet geven met de stoomfluit. Twee visserlui kwamen aan de wal onderzoeken wat er was. Door hun hulp kon men een tros aan de wal brengen, waar langs een gedeelte van de bemanning op de wal komen. (Het schip lag vlak tegen land). Getuige had twee boten laten uitzetten. De loods stond na de stranding maar over de reling te kijken en scheen wezenloos. Een van de vissers heeft een telegram weggebracht, om uit Bergen assistentie te vragen. De volgende morgen kwamen twee bergingsboten, maar het schip was 's nachts reeds vlot gekomen. Met behulp van de pompen van de bergingsboten heeft men het schip geheel lens gekregen. De voorsteven was vernield, de achtersteven gedeeltelijk. De kimkiel bleek later gedeeltelijk weggerukt. Door de bergingsboten is het schip naar Bergen gebracht. De 2e stuurman, G. van der Molen, bevestigde de verklaringen van de gezagvoerder. De Raad zal later uitspraak doen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. De Raad deed uitspraak betreffende het stranden van het stoomschip IJSSEL. De Raad is van oordeel, dat de oorzaak van de stranding van de IJSSEL moet worden toegeschreven aan een vergissing in het gegist bestek. De kapitein heeft verzuimd de nodige maatregelen te nemen om zijn bestek te controleren. Toen hij een koers ging sturen, die recht op de wal liep, had hij niet mogen verzuimen het lood voortdurend te gebruiken. Daarom straft de Raad de gezagvoerder van het stoomschip IJSSEL door het uitspreken van een berisping.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. De Raad deed uitspraak betreffende de aanvaring van het stoomschip BESTEVAER met de Engelse stoomtrawler WHITBY (GY-524). De Raad is van oordeel, dat de aanvaring tussen het stoomschip BESTEVAER en de treiler WHITBY (GY-524) is veroorzaakt doordat beide schepen, in de mist varende, elkander te laat hebben opgemerkt om een aanvaring te voorkomen. De kapitein van de BESTEVAER echter heeft verzuimd de nodige maatregelen te nemen om de aanvaring te voorkomen. Toen het dik van mist werd te 7 uur voormiddag van 19 maart heeft hij de telegraaf op stand-by gezet, d.w.z. de machinekamer gewaarschuwd, dat men klaar moest zijn om te manoeuvreren. De vaart van de BESTEVAER zal toen wel een weinig verminderd zijn wegens het laten zakken van de stoom, doch uit de gegevens van het journaal en de verklaringen omtrent het aantal slagen van de machine, blijkt, dat men geen matige vaart heeft gelopen, gelijk bij art. 16 van de Bepalingen ter voorkoming van aanvaringen op zee is voorgeschreven. Voorts heeft de kapitein van de BESTEVAER, toen hij te 8.10 uur een mistsein hoorde op 4 streken aan stuurboord, niet gestopt, doch is gedurende 5 minuten in dezelfde vaart blijven doorlopen. Hierdoor heeft hij in strijd gehandeld met het uitdrukkelijk voorschrift van bovengenoemd art. 16 2e lid.
Daar mede door deze nalatigheid de scheepsramp is veroorzaakt, straft de Raad de gezagvoerder van de BESTEVAER, door hem de bevoegdheid te ontnemen als schipper te varen op een schip, als bedoeld bij artikel 2 van de Schepenwet, voor de tijd van een week.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 9 mei. Het Departement van Marine deelt mee, dat in verband met het volgen van de route benoorden Schotland door de scheepvaart, eerstdaags het lichtschip Terschellingerbank weer zal worden uitgelegd. De datum zal nader worden bekend gemaakt.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 9 mei. In de zaterdag gehouden vergadering van aandeelhouders van de
Noord-Nederlandsche Scheepvaart Maatschappij (in liquidatie) werd de mededeling gedaan dat boven de reeds uitgekeerde 100%, alsnog 28% zou worden uitbetaald.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De ALWINA. - Wij hebben nu voor ons het verslag van de zitting van het Londense prijsgerechtshof, hooggerechtshof, admiraliteitsafdeling, van 5 dezer, in welke de president Sir Samuel Evans uitspraak deed inzake de vordering van de Kroon tot verbeurdverklaring van de ALWINA van de Holland-Gulf Stoomvaart Maatschappij, directie Jos. de Poorter te Rotterdam, op grond dat zij, in strijd met de neutraliteit van het schip, van kolen zou hebben voorzien of getracht zou hebben te voorzien oorlogsschepen van de vijanden van Engeland. Uit dit verslag, dat nagenoeg een pagina beslaat in de Lloyds List, blijkt, dat het schip op timecharter verhuurd was aan de heren A.M. Delfino y Hermano te Buenos Aires en op 27 oktober 1914 te Newport (Mon) uitgeklaard werd voor Buenos Aires met kolen; voorts dat het 6 november te Teneriffe arriveerde en daar geen bunkerkolen kon krijgen, met het gevolg dat de lading verkocht werd aan de Britse firma Hamilton & Co. en de ALWINA 30 december naar Madeira vertrok voor orders. Bij Funchal werden haar papieren onderzocht door de Engelsen en kreeg zij last naar Gibraltar te gaan, waar andermaal een onderzoek plaats had en verlof gegeven werd tot voortzetting van de reis naar Huelva, waar zij zwavelerts zou laden voor de Nederlandse Regering, ten behoeve van de Centrale Guano Fabrieken te Rotterdam. Op 23 januari is het schip toen in beslag genomen te Falmouth. De oorspronkelijke bedoeling; zo deed rechter Evans in zijn vonnis uitkomen, was het vervoer van contrabande voor de vijand en die bleef bestaan tot op het ogenblik, dat het schip te Teneriffe geen bunkerkolen kon krijgen en zijn lading moest verkopen aan een Britse firma, in overeenstemming met de beginselen van de prijzenwet, konden, daar de bedoeling en de reis waren opgegeven vóór de inbeslagneming van het schip, noch de lading, noch het vervoermiddel onderhevig zijn aan boete of beslag, daar het delict voorbij was. Dat zelfde beginsel werd ook gehuldigd als een schip had getracht een blokkade te verbreken. Op grond van een aantal voorbeelden en vroegere beslissingen, zelfs van 1807 af, verklaarde de rechter, daar de aflevering van contrabande aan de vijand was verijdeld en de lading aan anderen verkocht was, toen beslag gelegd werd op het schip, het schip vrij van verbeurdverklaring. Hij ging ook de vraag na of een schip, dat onderhevig was aan verbeurdverklaring, wijl het contrabande vervoerde op de uitreis, op de terugreis daaraan eveneens onderhevig bleef, indien op de uitreis het schip valse papieren voerde of een valse bestemming had, of op andere wijze een bedrieglijke handeling pleegde, om de rechten van de oorlogvoerenden te verijdelen. Z.i. moesten de neutralen recht door zee gaan, en was een schip, dat zich aan bedrieglijke praktijken schuldig had gemaakt om de oorlogvoerenden om de tuin te leiden, teneinde contrabande te vervoeren voor de vijand en zulke goederen had afgeleverd op de uitreis, ook op de terugreis aan verbeurdverklaring onderhevig. Zulks krachtens de internationale rechtsregeling. En de Order in Council van 29 oktober bepaalt, dat een neutraal schip met papieren, die een neutrale bestemming aanwijzen en toch naar een vijandelijke haven vaart, onderhevig is aan verbeurdverklaring, indien het ontmoet wordt vóór het eind van de volgende reis. Intussen, de goederen waren nooit afgeleverd aan de vijand, het schip ging vrijuit toen het gevat werd en de reder behoorde dus restitutie te ontvangen. Zijn handelwijze deed de rechter echter besluiten, dat hij zou dragen de kosten in verband met het beslag, de aanhouding en het geding, die van de borgstelling afgetrokken zouden moeten worden. Zowel van de zijde van de Kroon als van die van de rederij werd verlof gevraagd in hoger beroep te gaan, door de laatste wegens de veroordeling in de kosten. De president gaf daarvoor veertien dagen tijd.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Engelse bunkerkolen.
Aan het stoomschip WAAL, van de rederij Houtvaart te Rotterdam, bestemd om steenkolen van Cardiff naar Bizerta te vervoeren en voor de terugreis te Sfax een lading fosfaat, grondstof voor de bereiding van superfosfaat, een meststof waaraan hier te lande grote behoefte bestaat, met bestemming Amsterdam, in te nemen, wordt sedert 27 april jl. te Cardiff door de Engelse autoriteiten niet toegestaan bunkerkolen in te nemen, dan onder voorwaarde dat het na de lossing van de lading steenkolen te Bizerta van daar wordt bevracht naar Engeland of Frankrijk, tenzij door de rederij het stoomschip MAAS, momenteel niet bevracht, beschikbaar gesteld wordt voor een lading steenkolen naar Frankrijk of Italië en een lading ijzererts voor de terugreis naar Engeland. Voorts wordt de voorwaarde om naar een Engelse haven te stomen en aldaar te lossen, verbonden aan de toestemming tot het laden van bunkerkolen in het stoomschip HELENA, dat sedert 3 mei te Las Palmas ligt en in het stoomschip ELISABETH, dat 11 mei daar wordt verwacht, welke schepen na een lading kolen van Cardiff naar Rosario te hebben vervoerd, van daar op Rotterdam zijn bevracht met een lading graan, lijn- en raapzaad, bestemd voor de firma Bunge & Co. te Rotterdam en geadresseerd aan de Nederlandsche Overzee Trust Maatschappij. (De HELENA en de ELISABETH behoren aan de firma Lensen & Co. te Terneuzen. De eerste vertrok 18 april van Fernando Noronha en arriveerde 3 mei te Las Palmas; de tweede vertrok 5 mei van St. Vincent (Kaap Verdische Eilanden).


11 mei 1916


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 9 mei. Volgens bericht uit Fredrikshavn is de schoener-aak HOLLANDIA aldaar in het droogdok geplaatst. Na voorlopige reparatie en na de geloste lading weer te hebben ingenomen, zal het schip de reis naar Amsterdam voortzetten.


12 mei 1916


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Uitvoer van zee-stoomschepen.
De heer A. Schippers, makelaar in schepen alhier, heeft een adres gezonden aan de Minister van Landbouw, naar aanleiding van diens weigering aan de N.V. Scheepsbouwwerf De Merwede voorheen Van Vliet & Co. te Neder-Hardinxveld, om het stoomschip GUNNVOR I, voor rekening van de heer Erik Rusten te Bergen, Noorwegen, volgens contract dato 16 november 1915, gebouwd, uit te voeren. Adr. meent, dat de gevolgen van deze beslissing voor de Nederlandse scheepsbouwindustrie van zeer ingrijpende aard zijn en deze industrie, welke thans de grootste in ons land is, met gedeeltelijke ondergang bedreigd. Hij voert voor die mening aan, dat verscheidene scheepswerven in Nederland, welke vóór het uitbreken van de oorlog zich speciaal toelegden op de bouw van binnenschepen, zich gedurende de oorlog genoodzaakt hebben gezien hun bedrijf om te zetten in inrichtingen voor de bouw van zeeschepen. Onmiddellijk bij het uitbreken van de oorlog was de behoefte aan binnenschepen in Nederland bijna tot nihil gedaald en werd in verband daarmee de bouw van binnenschepen stop gezet. De vraag naar zeeschepen werd enige maanden na het uitbreken van de oorlog zeer levendig, het buitenland trachtte in Nederland te contracteren voor de bouw van zeeschepen. In het jaar 1918 stegen de prijzen van zeeschepen tot een ongekende hoogte en het buitenland was bereid aan Nederlandse werven orders te geven tot zeer lonende prijzen. Het gevolg van het niet kunnen leveren naar het buitenland is, dat de buitenlandse contractanten zullen weigeren de nog verschuldigde termijnen te betalen en schadevergoeding zullen eisen voor niet levering van de scheepbouwers. Mocht de minister geen toestemming geven, dat de schepen in aanbouw voor het buitenland op Nederlandse werven uitgevoerd worden, dan vreest adr. verwikkelingen van zeer ernstige aard. De scheepsbouwers zouden niet alleen in zeer grote financiële moeilijkheden komen, doch ook waarschijnlijk verplicht worden hun gehele bedrijf stop te zetten, betalingen te staken aan diegenen, met wie zij gecontracteerd hebben voor de bouw van machinerieën, ketels, enz., daar ongetwijfeld de contractanten in het buitenland niet zullen doorgaan met het betalen van de verschillende betalingstermijnen, zodra men weet, dat een schip, wanneer het eenmaal klaar is, niet uitgevoerd mag worden. Duizenden arbeiders in het scheepsbouwbedrijf, machine- en aanverwante bedrijven worden door deze toestand in hun beslaan bedreigd. Adr. besluit, dat de in het algemeen door het buitenland in Nederland gecontracteerde boten, voor de Nederlandse scheepvaart van geen belang zijn. De meeste schepen zijn 2.000 ton of kleiner en niet geschikt voor de Atlantische vaart.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. - De BERKELSTROOM.
De Raad nam gisteren in behandeling de zaak van de BERKELSTROOM, kapitein P.J.H. Kalishoek, van de Hollandsche Stoomboot Maatschappij, die 24 april in de Noordzee tot zinken is gebracht. Er was enige, hoewel geen buitengewone belangstelling. Er waren acht getuigen gedagvaard. De zitting werd bijgewoond door de heer mr. François, adjunct-commies aan het Departement van Buitenlandse Zaken, als deskundige.
De gezagvoerder, als eerste getuige gehoord, deelt mee de 23e april van Amsterdam te zijn vertrokken naar Londen. De lading bestond uit stukgoederen, waarbij o.a. cacao en vis. Getuige wist wel dat deze artikelen contrabande waren, maar zij bedroegen minder dan 50% van de lading, zodat getuige geen bezwaar zag met deze goederen aan boord zee te kiezen.
‘s Morgens om kwart voor vijf was de BERKELSTROOM op 52°-04’-30” N.B. en 02°-30’ O.L. Het was toen helder dag. Op een ogenblik waarschuwde de loods getuige dat er een schot was gevallen. Getuige kwam uit zijn hut op de brug en tegelijk viel er een tweede schot. Getuige zag aan bakboord een granaat vallen. Hij liet terstond stoppen en even later zag getuige aan bakboord de toren van een onderzeeër, op ongeveer 3 mijl afstand. Hij liet bakboordroer geven, ten einde naar de onderzeeër te koersen, het schip, dat tevoren 10 mijl vaart liep, was nog blijven doorlopen hoewel de machine gestopt was. Getuige had er geen idee van dat er gevaar dreigde en hoopte, door naar de onderzeeër te gaan, de zaak spoediger in het reine te brengen. Toen de BERKELSTROOM recht op de onderzeeër lag, liet hij de machine weer zacht aanwerken. Dichter bij de onderzeeër gekomen, meende getuige te zien, dat deze het drievlaggensein T.A.G. (hebt gij papieren?) voerde. Hij liet “ja" seinen, maar kreeg als, antwoord daarop een derde schot. Ook deze maal viel de granaat in zee. Eindelijk zag getuige dat het sein van de onderzeeër niet was T.A.G., maar T.A.D. (zendt papieren). De kapitein zond toen de 1e stuurman met 4 man in een kleine boot met de papieren naar de onderzeeër. In die tussentijd kwam de onderzeeër naar de BERKELSTROOM toe en tegelijk zag men aan bakboord de periscoop van een tweede duikboot. Deze kwam boven, voer achter de BERKELSTROOM om naar stuurboord en ging naar de eerste duikboot, maar kwam even later naar de BERKELSTROOM toe. De commandant riep door de roeper dat men het schip binnen 15 minuten moest verlaten. De kapitein liet een van de beide reddingboten en een kleine werkboot strijken, verdeelde de nog aan boord zijnde bemanning, bestaande uit 18 man, over beide boten. Hij zelf ging in de reddingboot. De eerste onderzeeboot had intussen gehesen het sein A.B., “verlaat het schip onmiddellijk". Terwijl de sloepen gestreken werden, ging de tweede onderzeeër weer naar de eerste toe en getuige liet ook daarheen roeien. De commandant van de tweede onderzeeër was toch aan boord van de eerste. Zij stonden op de brug. Toen getuige bij de onderzeeër kwam, zag hij dat deze de Duitse oorlogsvlag voerde en gemerkt was U.B. 18, welke letters hij op de toren droeg. Van de tweede onderzeeër heeft getuige geen merk gezien. De commandant van de U.B. 18 zei hem dat de BERKELSTROOM in de grond geboord zou worden; getuige protesteerde daartegen, merkte op, dat hij lang geen 50% voedingsmiddelen aan boord had. Waarop de officier antwoordde dat alles wat naar Engeland ging, contrabande was. Getuige hield vol dat hij slechts 300 manden vis en 1.000 zakken cacao aan boord had, benevens nog 450 ton strokarton en enige stukgoederen. Er ontstond enig misverstand over het karton. De cognossementen zijn in het Engels gesteld, en de Duitser scheen niet te weten wat “strawboard" was. Getuige trachtte hem dat uit te leggen, maakte hem duidelijk dat het diende om dozen, enz. van te maken. Het hielp allemaal niet, de commandant hield vol, zeggende: De Hollanders voeren maar alles naar Engeland en niets naar Duitsland. Daarom beschouwen wij alles wat naar Engeland gaat als contrabande. Getuige stelde toen voor dat de BERKELSTROOM zou worden opgebracht, maar de commandant weigerde. Ook op de voorstellen dat de contrabandelading over boord gezet zou worden en dat de BERKELSTROOM naar Holland zou terug gaan, wilde de commandant van de U.B. 18 niet ingaan. Getuige wees hem er toen op dat de lucht ongunstig stond en dat de boot, die voortdurend tegen de onderzeeër had liggen rijden, lek was. „Wij hebben geen medelijden", zei de commandant. „Wij hebben geen vrienden, dus ook geen medelijden". Ten slotte kreeg getuige gedaan dat een van de onderzeeërs de boten in de richting van de Noord Hinder zou slepen. De tweede onderzeeër kreeg toen order om de boten op sleeptouw te nemen, terwijl de eerste de BERKELSTROOM ging in de grond boren.
Nauwelijks hadden de boten vastgemaakt, of men zag de U.B. 18 lichtseinen geven van uit de toren en gereed maken om te duiken. Er waren toen reeds enige schoten op de BERKELSTROOM afgevuurd. Even later zag men een watervliegmachine naderen, die ongeveer 100 meter boven het water vloog, snel naderde en begon bommen te gooien op de onderzeeërs. De onderzeeër die de boten sleepte, begon toen ook klaar te maken en gooide de sleeptros los. Deze raakte echter onklaar achter de kikker en werd, terwijl de onderzeeër dook, meegetrokken. Wel raakte de tros weer vrij, maar raakte toen onklaar om de periscoop. De eerste boot dreigde reeds meegetrokken te worden, waarom men de tros doorsneed. De vlieger liet een papier vallen met de mededeling dat hij naar Engeland zou gaan om hulp te halen en verdween. De boten roeiden naar de BERKELSTROOM, maar men durfde niet meer aan boord gaan, daar het schip reeds met de ankers op het water lag. Kort daarop sloeg het naar bakboord over en zonk. Men heeft toen de zeilen gehesen om naar Engeland te gaan, waartoe de wind gunstig was. Bovendien hoopte men van die kant op hulp, in verband met de boodschap van de vlieger. Later heeft men de periscoop van de beide onderzeeërs nog terug gezien. ‘s Morgens omstreeks 11 uur kreeg men een Engels eskader in zicht van ongeveer twintig torpedoboten en enkele lichte kruisers. De periscopen waren toen nog in zicht. De commandant van een van de kruisers wilde de bemanning van de boten aan boord nemen en getuige waarschuwde hem dat er onderzeeërs in de buurt waren. Hij nam daarvan evenwel geen notitie, en nam de equipage van de BERKELSTROOM aan boord; de boten liet hij drijven. Met dezelfde kruiser zijn getuige en zijn mannen naar Harwich gebracht.
De 1e stuurman L. Verhoef deed daarop mededeling van zijn tocht naar de onderzeeër. Toen de eerste twee schoten gelost werden, was hij te kooi, hij stond spoedig op, en was bij het derde schot aan dek. De vaart was toen vrijwel uit het schip. Hij kreeg opdracht zich met een van de boten naar de onderzeeër te begeven. Ook hij meende het sein T.A.G. te zien, maar merkte later, dat het T.A.D. was. Getuige heeft alle papieren meegenomen, ook het journaal. Toen hij dichtbij kwam, hees de onderzeeër de Duitse oorlogsvlag, en hij zag dat de onderzeeër gemerkt was U.B. 18.
Toen hij langszij was, zag hij aan stuurboord van de BERKELSTROOM een tweede onderzeeër. Hij kreeg een matroos van de U.B. 18 aan boord en moest de commandant van de tweede onderzeeër gaan halen. Hij deed dit en toen hij terug kwam, deelde de commandant van de U.B. 18 hem mee, dat de BERKELSTROOM binnen 15 minuten in de grond geboord zou worden. Hij protesteerde, maar het hielp niet. Toen hij vroeg om terug te mogen gaan naar boord, zei de commandant, dat hij daartoe geen tijd meer had. Later kwamen de boten van de BERKELSTROOM en hoorden de gesprekken tussen de commandanten en de gezagvoerder van de BERKELSTROOM, in de zin als door de eerste getuige zijn meegedeeld.
De verklaringen van de gezagvoerder en de stuurman werden bevestigd door de 2e machinist J.A. Urbanus, de loods P. Bakker en de matrozen H. van Es en S.L. Molenaar. Voorts werden nog gehoord La Grange en Van de Vijver, kantoorbedienden bij de Hollandsche Stoombootmaatschappij, die inlichtingen gaven aangaande de cognossementen en het manifest.
Nog blijkt, dat de Duitse commandant de meeste papieren gehouden heeft, alleen de meetbrief, de zeebrief, het bewijs van zeewaardigheid en de vergunning van het Rijk. Desgevraagd verklaarde de loods nog, dat hij geen fluitsignalen had gehoord. Het eerste wat hij vernomen had, was een schot. Ten slotte werd gehoord mr. François, aan wie door de voorzitter, mr. Cnoop Koopmans, werd gevraagd of de kapitein zijn schip in gevaar stelde door met de lading, die aan boord was, uit te varen,
1. krachtens de algemeen geldende bepalingen van het volkenrecht
2. krachtens de bijzondere bepalingen, die in deze oorlog gelden.
De heer François deelde mee, dat noch volgens het algemeen geldende volkenrecht, waarvan de bepalingen ten deze zijn neergelegd in de Londense declaratie, noch wegens de bijzondere bepalingen van de Duitse Prisen-Ordnung, er in casu gevaar bestond voor de BERKELSTROOM. In de eerste plaats heeft het volkenrecht het recht tot vernietiging van een neutraal schip nooit erkend. Op de Tweede Vredesconferentie kwam deze kwestie aan de orde, maar werd niet tot oplossing gebracht. Sommige landen verklaarden zich tegen vernietiging, o.a. Engeland en Japan, andere waren er voor, o.a. Duitsland, Oostenrijk en Frankrijk. Ook bij de Londense zeerechtconferentie kwam de zaak niet tot een beslissing.
De Nederlandse regering heeft zich altijd op het standpunt gesteld, dat het recht van vernietiging niet is erkend.
Wat betreft de vraag of met de lading, welke het aan boord had, het schip was wat volgens de bepalingen genoemd wordt “sujet à confiscation", dat wil zeggen in de termen vallend om opgebracht te worden, ook deze beantwoordde deskundige ontkennend. Immers, deskundige had nagegaan in hoeverre de BERKELSTROOM contrabande aan boord had, en hij had gevonden dat behalve cacao en vis, was aan boord notenmuskaat, amandelolie, rotting, beenderolie en wollen dekens, alles relatieve contrabande, benevens nog enige goederen, die in geen geval contrabande zijn. Relatieve contrabande maakt volgens de Londense declaratie, een schip “sujet à confiscation" wanneer zij geadresseerd is aan een vijandelijke regering, of aan een zodanig adres, dat de goederen geacht kunnen worden bestemd te zijn voor of ten bate van de vijandelijke strijdkrachten en wanneer zij, berekend naar vrachtprijs, waarde, gewicht of inhoud minder dan 50% van de totale lading beslaat. Nu waren geen van de goederen aan boord van de BERKELSTROOM geadresseerd aan de Engelse regering of bestemd naar enige militaire basis of stapelplaats. De Duitse Prisen-Ordnung echter wijkt in zoverre af van de Londense declaratie, dat zij relatieve contrabande dan reeds absolute contrabande acht, wanneer zij geadresseerd is aan een particulier in het vijandelijke land. Evenwel schrijft ook deze Prisen-Ordnung voor, dat de contrabande 50% van de totale lading moet bedragen, berekend volgens een van de vier elementen, die ook voor de Londense declaratie gelden. Deskundige heeft nu berekend, dat de relatieve contrabande bedroeg, berekend naar de vracht, ongeveer ¼ van de gehele lading, naar de waarde iets minder dan ⅓, naar het gewicht ⅙ a 1/7, en naar de inhoud voor zover te berekenen ⅛ van de totale lading.
Volgens de bepaling betreffende het recht tot opbrengen, viel dus de BERKELSTROOM niet binnen dit recht. En zelfs wanneer men aanneemt dat de Duitsers, niet erkennend de declaratie van Londen, achten het recht te hebben tot in de grond boren, dan nog hadden zij i.c. dat recht niet mogen toepassen, omdat de relatieve contrabande minder dan 50% van de totale lading bedroeg, berekend volgens alle vier daarvoor geldende elementen.
In de tweede plaats vroeg de voorzitter: Heeft de kapitein van een neutraal schip de verplichting zijn papieren van boord te brengen, alvorens het schip in zodanig gevaar verkeert dat het noodzakelijk is van boord te gaan? Hierop antwoordde mr. François, dat volgens het gebruik het oorlogsschip een boot zendt om de papieren te komen inzien. Sedert de toepassing van duikboten echter is dit in onbruik geraakt, en wordt een boot van het aangehouden schip afgezonden, omdat de duikboten geen boten hebben. Ten slotte wees mr. François er nog op, dat het beschouwd zou kunnen worden als een daad, strijdig met de neutraliteit, dat de kapitein van de BERKELSTROOM zijn bemiddeling heeft verleend om de commandant van de ene onderzeeboot over te brengen naar de andere. In het algemeen toch geldt het als een schending van de neutraliteit om de communicatie te onderhouden tussen verschillende schepen van een belligerente partij. In casu evenwel moest men het bevel van de commandant van de U.B. 18 aan de gezagvoerder, om de commandant van de andere U-boot te halen, beschouwen als een voortgezette handeling vallende binnen het recht van onderzoek. De Raad zal later uitspraak doen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

De BERKELSTROOM.
Het onderzoek van de Raad voor de Scheepvaart in zake de ondergang van de BERKELSTROOM heeft een resultaat gehad dat aan duidelijkheid niets te wensen overlaat.
In strijd met alle regelen van recht, is de BERKELSTROOM in de grond geboord. Wij twijfelen er niet aan, of er zal niet alleen volledige schadevergoeding betaald worden maar ook zal de commandant van de onderzeeboot, die verantwoordelijk is voor de roekeloze en willekeurige vernietiging van een Nederlands stoomschip, zijn gerechte straf niet ontgaan. Wellicht kan het zijn nut hebben, dat het van de Duitse regering duidelijk wordt, welke geeststemming er bij die torpederende door de Noordzee kruisende jonge onderzeeboot-commandanten heerst — een geeststemming, zich uitend in de verklaring, dat zij alle goederen, die naar Engeland vervoerd worden als contrabande beschouwen willen. De Duitse regering heeft immers verklaard, dat haar bevelen loyaal door de commandanten van haar onderzeeboten worden uitgevoerd? Wij mogen van deze gelegenheid wellicht gebruik maken om onze grote waardering uit te spreken voor de uitnemende wijze, waarop de Scheepvaartraad zijn taak vervult. Met grote moed en onpartijdigheid en met degelijke kennis van zaken. Men voelt, als het onderzoek is afgelopen, dat aan het licht is gekomen, wat aan het licht moest komen en kon komen, en dat er weinig of niets meer te onderzoeken overblijft. En nu wij toch van ons eigenlijk onderwerp, de ongelukkige BERKELSTROOM, afdwalen, nog een opmerking. Wat heeft die eenvoudige en simpele openbare behandeling, die eerlijke, openlijke mededeling van wat waar is, ons in deze tijd verheugd; deze tijd, nu men zoveel geheimzinnig wil behandelen, nu men zó vaak meent, dat de waarheid, die deze of gene onaangenaam kan zijn, beter verborgen blijft en dat het politiek en in 's Lands belang voorzichtig kan zijn om achter gesloten deuren na te gaan hoe iets geweest is, om gevoeligheden te ontzien. Niemand mag of kan zich gekwetst voelen door de waarheid, die blijkt in een onderzoek in het openbaar, geleid met zoveel soberheid en onpartijdigheid als de Raad voor de Scheepvaart ook nu weer getoond heeft.
En wij hebben daarbij aan een oude, oude wens van ons gedacht, die wij reeds zo dikwijls, ook b.v. na grote spoorwegongelukken geuit hebben: Kan dat instituut van openbaar onderzoek door bekwame, onpartijdige en deskundige rechters in Nederland niet meer toepassing vinden? Kan enig onderzoek onderhands ooit dezelfde waarborgen geven, die zulk een openbaar onderzoek geeft?


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf ‘Vooruit’ te Enkhuizen, is te water gelaten de eerste van de drie stalen loggers, die aldaar thans worden aangebouwd. Voor rekening van het Departement van Marine is een stalen schoener in aanbouw.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 11 mei. Volgens een alhier ontvangen telegram heeft het stoomschip EEMDIJK het droogdok te Southampton verlaten. Men gaat nu voort met het repareren boven water. De gezonde lading wordt weer ingenomen.


13 mei 1916


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf ‘Vooruit’ te Enkhuizen is met gunstig gevolg te water gelaten het stalen loggerschip ANNA, gebouwd voor rekening van de heer H. de Boer te Katwijk aan Zee. (opm: KW-28, bouwnr. 109)


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 12 mei. Gisteren werd met goed gevolg een proeftocht gehouden met het door de Rotterdamsche Droogdok Maatschappij voor de firma Gebr. Van Uden te Rotterdam gebouwde stoomschip WAALHAVEN, welk stoomschip zoals reeds vroeger vermeld, 6.200 ton laadvermogen heeft en voorzien is van een machine installatie van 1.500 ipk.
De aflevering van dit schip is enigen tijd vertraagd geworden door het plotseling uitvoerverbod in Engeland van diverse onderdelen, die aldaar waren besteld en die dus tenslotte door de Rotterdamsche Droogdok Maatschappij zelf zijn vervaardigd.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Hoogezand, 13 mei. Van de werf van de scheepsbouwer G.J. van der Werff alhier zijn te water gelaten twee haringloggers, terwijl een derde zich in aanbouw bevindt. De eerste haringlogger is deze week afgeleverd.


15 mei 1916


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Rechtszaken. Raad voor de Scheepvaart.
Dinsdag 16 mei, in de namiddag te 1.30 uur, onderzoek betreffende het vergaan van de sleepboot Noordzee op 26 april jl. nabij de Noord Galloperboei door het stoten op een mijn, ten gevolge waarvan twee van de opvarenden zijn verdronken. Gezagvoerder H.C. de Meyer te Maassluis: rederij Smit & Co's Sleepdienst te Rotterdam.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 13 mei. Volgens een alhier ontvangen telegram neemt het stoomschip EEMDIJK de geloste lading weer in. De reparatie aan het stoomschip is van dien aard dat het op eigen stoom en zonder begeleiding naar Rotterdam kan vertrekken.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 13 mei. Aan het stoomschip WILLEM VAN DRIEL Sr., dat verschenen woensdag zich op 100 mijl van Lizard bevond, is telegrafisch order gegeven, om de Noord naar hier te stomen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Londen, 11 mei. Volgens een telegram uit Buenos Aires heeft het stoomschip TROMPENBERG, geladen met graan, de cilinder gebroken en de zuigerstang verbogen. Het schip wordt gerepareerd. Het stoomschip TROMPENBERG behoort aan de Stoomboot Mij. Hillegersberg te Amsterdam en is 28 april te Buenos Aires aangekomen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Delfzijl, 12 mei. Het zeilschip EBENHAEZER II voorheen bevaren door schipper J. Kunst, is voor de prijs van NLG 9.000 in eigendom overgegaan aan schipper A. Bonninga te Groningen.


16 mei 1916


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Scheepsbouw. Rotterdam, 16 Mei. Gisteren had op de rivier alhier de proeftocht plaats met het stoomschip OTIS TETRAX, welk vaartuig door de firma Hudig & Pieters te Rotterdam werd besteld aan de N.V. Burgerhout's Machinefabriek en Scheepswerf. Het casco werd door de N.V. Burgerhout’s Machinefabriek en Scheepswerf weer uitbesteed aan de firma J. Meijer’s Scheepsbouw Maatschappij te Zaltbommel. terwijl de gehele machine installatie door eerstgenoemde firma in haar eigen werkplaatsen werd vervaardigd. Het schip heeft de volgende hoofdafmetingen: Lengte tussen de loodlijnen 215'-0", breedte 32'-0", holte in de zijde 16’-6” en heeft een laadvermogen van 1.150 ton doodgewicht. In het vaartuig is geplaatst een machine installatie van de volgende hoofdafmetingen: H.D. 450 mm, M.D. 750 mm, L.D. 1.200 mm, gemeenschappelijke slag 900 mm. De stoom wordt geleverd door 2 scheepsketels met een diameter van 4.000 mm en een lengte van 3.150 mm, werkende met een stoomdruk van 102 lbs. De machine installatie ontwikkelde gedurende de proeftocht ruim 1.000 ipk. Verder is het vaartuig voorzien van alle moderne inrichtingen zoals op een dergelijk schip gebruikelijk, als stoomlaadlieren, stoomstuurmachine, stoomkranen, elektrische verlichting, etc. Gedurende de vaart werd een snelheid van 11,9 mijl behaald. De proeftocht is in elk opzicht geslaagd en het vaartuig werd op de proeftocht door de firma Hudig & Pieters overgenomen en geaccepteerd. Terstond is met laden begonnen en hoopt men, dat het vaartuig nog deze week de eerste reis zal aanvaarden.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Scheepsbouw. Vlissingen, 16 mei. Het dubbelschroefstoomschip PATRIA, in aanbouw op de werf van de Koninklijke Maatschappij ‘De Schelde’ alhier voor de Rotterdamsche Lloyd, zal zaterdag 20 mei a.s. te kwart voor drie te water worden gelaten.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Scheepsbouw. Rotterdam, 16 mei. Het stoomschip HOOGLAND vertrekt heden van de Tyne naar Harlingen. Dit stoomschip zal op de rede van Texel een geladen proeftocht houden.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Scheepsbouw. Rotterdam, 16 mei. Het voor de algemene vrachtvaart bestemde stoomschip NOORDZEE, dat voorzien is van een certificaat voor houtvaart en ingericht is om lang-ijzer te vervoeren, is gistermiddag om 4.30 uur voor rekening van de N.V. W. van Driel's Stoomboot en Transportondernemingen alhier, met goed gevolg van de Werf ‘De Merwede’ v/h Van Vliet te Hardinxveld te water gelaten. De afmetingen van dit stoomschip, waarvan de machines en ketel, achterin worden geplaatst, zijn: Lang 180, breed 28 en hol 14 voet 6 duim. Het laadvermogen is ongeveer 1.000 ton.
De machine van het triple expansie-systeem, sterk 700 pk met cilinders van 15 x 25 x 40 met een slag van 27 Eng. duim, worden door de stoom gevoed, geleverd door twee aan een zijde stookbare ketels welke werken onder een druk van 180 Ibs. De afmetingen van deze ketels zijn 10.8 x 10.3. Verder zij nog meegedeeld, dat het stoomschip met een ruim en twee luikhoofden voorzien wordt van 3 winches, kaapstanders, stoomankerspil, stoomstuurtoestel, enz. De verblijven voor de gezagvoerder met de stuurlieden is onder de brug in de midscheeps, die van de machinisten zijn achterin en het logies van de bemanning is in het voorschip. Het geheel werd gebouwd onder toezicht van Bureau Veritas en in de hoogste klasse van dat bureau geplaatst. De hierboven vermelde machine installatie wordt geleverd door Verschure & Co's Scheepswerven en Machinefabrieken te Amsterdam.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Scheepsbouw. Rotterdam, 16 mei. Op de gisteren vrijgekomen helling van de Werf ‘De Merwede’ te Hardinxveld, waarvan het stoomschip NOORDZEE werd te water gelaten zal de kiel worden gelegd voor een stalen stoomschip No. 127, lang 180'-0", breed 28'-0" en hol 14'-6”, hetwelk gebouwd wordt voor Noorse rekening, onder klasse Engelse Lloyd 100 A 1.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 15 mei. Het naar Noorwegen verkochte stoomschip MONNIKENDAM is onder de naam HITTEROY op 13 mei naar Barry vertrokken.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 15 mei. De stalen schoener SUSSI, groot 270 ton bruto en 237 ton netto, in 1912 bij J.J. Pattje & Zonen te Waterhuizen gebouwd, thuis behorende te Leer, is naar Bremen verkocht. (opm: SUSI, bouwnr. 97)


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 15 mei. Houtvrachten. Er valt niet anders over bevrachtingen van de Oostzee te rapporteren dan dat het bijna onmogelijk is zich laadruimte te verzekeren, de laatste notering is 220 Kronen per standaard van Söderhamn of Sundsvall of Hudiksvall naar Londen.
De vrachtkoersen voor pitchpine van de Golf van Mexico zijn verder gerezen, want alhoewel het schijnt dat in de laatste tijd geen afsluitingen tot stand zijn gekomen, hebben bevrachters hun noteringen verhoogd tot 660 Sh. per standaard naar de westkust van Italië en tot 560 Sh. naar de Britse Westkust en er bestaat goede grond aan te nemen dat prompte boten van gewone inhoud grootte nog hogere cijfers zouden kunnen bedingen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Vlaardingen, 13 mei. De door de burgemeester-strandvonder verkochte lading hout van de getorpedeerde schoener ELZINA HELENA heeft opgebracht NLG 11.683,25.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Koninklijke Hollandsche Lloyd.
Van 24 dezer af zal het passagiersvervoer per Kon. Holl. Lloyd naar Zuid Amerika hervat worden. De boten zullen om de Noord varen langs Schotland en verder via Falmouth en Vigo. Het, eerst vertrekt de ZEELANDIA op genoemde datum, voorts 21 juni de HOLLANDIA en 24 juli de FRISIA.


17 mei 1916


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Op de vrijgekomen helling van de Werf ‘De Merwede’ te Hardinxveld, waarvan het stoomschip NOORDZEE werd te water gelaten, zal de kiel worden gelegd voor een stalen stoomschip No. 127, lang 180'-0", breed 28’-0” en hol 14’-6" hetwelk gebouwd wordt voor Noorse rekening.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Gisteren werd van de werf van de Maatschappij voor Scheeps- en Werktuigbouw ‘Fijenoord’ te Rotterdam met goed gevolg te water gelaten het voor de firma P.A. van Es & Co. te Rotterdam in aanbouw zijnde vrachtstoomschip ELVE, zusterschip van het stoomschip BERNISSE, in 1915 eveneens door het etablissement Fijenoord voor de firma P.A. van Es & Co. gebouwd. Dit stoomschip wordt gebouwd volgens de voorschriften van de Germanischer Lloyd, klasse 100 A 4 ÷ E en onder bijzonder toezicht van dit bureau. Lengte, breedte en holte bedragen respectievelijk 222'-0", 34'-5" en 15'-0½". Bij een gemiddelden diepgang van 14'-9" op zomervrijboord zal het schip een draagvermogen hebben van ongeveer 1.500 ton, terwijl bij deze belasting een snelheid van 10 knopen per uur bereikt zal moeten worden. Het schip wordt voorzien van een triple-expansie machine, welke 875 ipk zal ontwikkelen. De nodige stoom zal worden geleverd door 2 cilindrische ketels. Op de thans vrijgekomen helling zal ten spoedigste een aanvang gemaakt worden met de kiellegging voor het stoomschip TEXELSTROOM, te bouwen voor rekening van de Hollandsche Stoomboot Maatschappij te Amsterdam.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Het voor de firma Hudig & Pieters te Rotterdam, door J. Meijer’s Scheepsbouw Maatschappij te Zaltbommel, gebouwde en door Burgerhout's Machinefabriek en Scheepswerf te Rotterdam van machines voorziene stoomschip OTIS TETRAX heeft gisteren met gunstig gevolg op de Maas geproefstoomd. Gedurende de vaart werd een snelheid behaald van 11,9 mijl.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Te IJmuiden arriveerde gisteren in de Vissershaven aldaar de voor rekening van de firma Wed. S.I. Groen op de werf van Gebr. Boot te Alphen aan den Rijn nieuwgebouwde stalen zeilharinglogger ILA, welke met de merken IJM-309 in de vaart zal worden gebracht.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de scheepstimmerwerf van de firma Wortelboer & Co. te Westerbroek, zijn te water gelaten de sleepkanen BAVARIA 14 en BAVARIA 15, beide van 450 ton voor rekening van de Bavaria-Linde te Bamberg. Onmiddellijk daarna werden de kielen gelegd voor een dergelijk schip voor dezelfde rederij en voor een zeevrachtboot van ca. 1.000 ton.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart.
De Raad stelde gisteren een onderzoek in betreffende het vergaan van de sleepboot NOORDZEE op 26 april jl. nabij de Noord Galloperboei door het stoten op een mijn, ten gevolge waarvan twee van de opvarenden zijn verdronken. Gezagvoerder H.C. de Meyer te Maassluis, rederij Smit & Co's Sleepdienst te Rotterdam. De gezagvoerder, als getuige gehoord, verklaart dat hij, tezamen met de sleepboot OOSTZEE opdracht had gekregen het stoomschip MAASHAVEN te halen van Duinkerken. Aan boord van de NOORDZEE waren 11 man, op de OOSTZEE 10 man. De NOORDZEE was gebouwd in 1891 en verbouwd in 1902. De twee boten (reddingsboot en werkboot) waren in orde en geproviandeerd. De reddingsgordels waren in een kist aan dek, kort bij de boten. In de logies waren geen reddingsgordels. De reddingsboot had ruimte voor 17 man, de werkboot voor 15 man.
De 24e april zijn de beide sleepboten met de MAASHAVEN van Duinkerken vertrokken, 's middags ongeveer 4 uur. Van Duinkerken is gekoerst naar Duins, waar een loods aan boord kwam. Onder zijn leiding is toen gevaren door het Edinburgh-kanaal, het Black-Deep, naar het Sunk-vuurschip, waar de loods van boord is gegaan. In de morgen van de 26e vertrokken de boten van het Sunk-vuurschip, koersende naar de Noord Hinder. Er gingen nog meer schepen mee, waaronder de DUBHE die aan bakboord vooruit was, onklaar was. Met toestemming van de kapitein van de MAASHAVEN is de NOORDZEE toen de DUBHE te hulp gegaan. Getuige gaf de stuurman last op “steady" op de DUBHE af te sturen. De NOORDZEE heeft echter de DUBHE niet bereikt, omdat toen zij nog dicht bij de MAASHAVEN was, deze op een mijn liep. De NOORDZEE ging toen terug naar de MAASHAVEN, maar liep zelf op een mijn. Getuige viel door de schok omver; toen hij weer overeind stond, zag hij het achterschip in rook en stoom. Met de 1e machinist heeft hij de werkboot te water gebracht door de talies door te snijden. Met getuige zijn nog zes man in de boot gekomen. Hij zag wel dat hij te weinig mensen in de boot had, maar hij had geen tijd om weer aan boord te gaan en de 5 andere opvarenden te zoeken. Bovendien kon hij toch niet op het achterschip komen, doordat dit niet te bereiken was door rook en stoom. Er ontstond een zware zuiging toen de NOORDZEE zonk, de boot hield zich echter goed. Toen de sleepboot gezonken was, hoorde men achteruit geroep, en zag een man die trachtte een ander boven water te houden. Beiden werden opgepikt, benevens nog een derde, die zich aan een stuk hout had vastgehouden. De twee toen nog ontbrekende opvarenden heeft men niet meer gevonden. De werkboot van de OOSTZEE heeft ook nog gezocht, evenwel zonder resultaat. Vervolgens werd gehoord de machinist J.T. Teerling, die op het ogenblik van de ontploffing in de machinekamer was. Daar was toen niemand anders. Getuige viel en raakte enige ogenblikken zijn bewustzijn kwijt. Toen hij weer bijkwam, is hij naar dek geklommen en meteen in de boot gegaan. Hij was gewond aan hals en hoofd. Getuige weet zich van de omstandigheden niet veel meer te herinneren, hij was suf van de val. Overigens bevestigt getuige ongeveer de verklaringen van de kapitein. Tenslotte werd nog gehoord de stoker Van Zelm. Deze was met de tweede machinist op het achterdek. Hij zag hem over boord springen, maar durfde hem niet volgen. Hij is toen weer midscheeps weten te komen, waar de boot was en is in de boot gegaan. De 2e machinist noch getuige konden zwemmen. De Raad zal later uitspraak doen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 16 mei. Hr.Ms. stoomschip DENEB is 14 mei in Nederlands-Indië aangekomen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 16 mei. Hr.Ms. NOORD-BRABANT heeft 15 mei St. Helena verlaten ter voortzetting van de reis naar Nederlands-Indië.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 16 mei. Het stoomschip EEMDIJK zal donderdag a.s. onder eigen stoom van Southampton naar hier vertrekken.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 15 mei. De schoener HOLLANDIA heeft te Fredrikshavn de schade voorlopig hersteld, en neemt nu de geloste lading gezaagd hout weer in ter voortzetting van de reis naar Amsterdam. (opm: zie ook RN 220416, 270416 en 110516)


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 15 mei. De koftjalk CONCURRENT, kapt. Kajuiter, op reis van Londen met een lading koffiebonen voor het Belgium Relief Committee te Rotterdam, hedenmiddag hier binnengekomen, daar het door het stormweer van hedennacht de Nieuwe Waterweg was voorbijgezeild, heeft nu de reis binnendoor via Amsterdam en Vreeswijk naar Rotterdam voortgezet.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Delfzijl, 14 mei. Het nieuwgebouwde Noorse stoomschip FEIE, bestemd naar Rotterdam, dat sinds 6 mei jl. door de Duitse marine nabij Watum werd aangehouden, is naar Emden vertrokken.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Door Duitse onderzeeërs aangehouden.
De zeetjalken FREDERIKA en CONCURRENT, beide van Londen te IJmuiden aan gekomen, werden op de heenreis van Schiedam naar Londen nabij het Galloper vuurschip door twee Duitse onderzeeërs aangehouden.
De scheepspapieren werden ingezien en later weer terug gegeven met uitzondering van de cognossementen. Echter na lang praten kreeg men ook deze terug, waarna de reis zo spoedig mogelijk werd voortgezet.


18 mei 1916


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

De Rotterdamsche Lloyd.
Van de mailschepen van de Rotterdamsche Lloyd zijn, naar de N.R.C. meldt, thans opgelegd de TAMBORA en de GOENTOER; opgelegd zullen worden de TABANAN en de INSULINDE, die op de thuisreis zijn, en de KAWI, die eerst nog een reis zal maken.
In de vaart blijven de passagiersschepen WILIS, RINDJANI, SINDORO en OPHIR.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van I.S. Figée te Vlaardingen is te water gelaten het stalen motorloggerschip ELISABETH (IJM-253), gebouwd voor rekening van de Maatschappij ‘De Spurn’ te IJmuiden.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Aangekochte schepen.
Door de in Terneuzen opgerichte rederij, directeuren R. Nolson en F. de Meijer, werden nog aangekocht de schepen ZWALUW en BERENDINA, respectievelijk groot 280 en 250 ton.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Nederland en de oorlog. Door Duitse duikboten aangehouden.
De gezagvoerders W. Salomons van de koftjalk FREDERIKA met een lading straatblokjes voor Amsterdam en D.F. Kajuiter van de zeetjalk CONCURRENT met een lading koffiebonen voor de Belgium Relief Committee te Rotterdam, beiden van Londen te IJmuiden aangekomen deelden, zoals wij in een deel van onze vorige oplage reeds met een enkel woord meedeelden, het volgende mee over een ontmoeting met twee Duitse onderzeeërs: Wij waren beiden met onze schepen beladen met lege flessen op de heenreis van Schiedam naar Londen onderweg, toen wij op 10 mijlen afstand van het Galloper vuurschip door twee Duitse duikboten werden aangehouden. Een van deze U-boten was gemerkt U-10, doch de merken van de andere konden wij niet waarnemen. Langszij van beide schepen ging toen een U-boot, maakte vast en ontscheepte een officier, die de papieren wenste te zien. Deze nam de papieren mee aan boord van zijn schip en gaf ze een tijdje later weer terug, na ons eerst bang gemaakt te hebben onze schepen naar Zeebrugge te zullen opbrengen. Zij gaven toen orders de trossen los te werpen, doch wij voldeden daar niet aan voor zij onze connossementen terug hadden gegeven, welke zij behouden hadden. Na ons nog eens gevraagd te hebben wat de Engelsen toch met die flessen deden, waarop wij antwoordden, dat wij het niet wisten, gaven zij het connossement weer terug en wierpen wij de sleeptros los, waarna de duikboten verdwenen en wij de reis konden vervolgen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De BATAVIER V vergaan.
De BATAVIER V, die gisteravond om 8 uur hier moest zijn, was om 12 uur nog niet in zicht te Hoek van Holland. Er was toen juist 24 uur geleden draadloos bericht gekomen, dat het schip met o.a. 700 ton rijst aan boord buiten de Engelse oorlogszone was gevaren. Nadien heeft men niets meer vernomen.
Gelijk bekend, is deze BATAVIER V indertijd naar Zeebrugge opgebracht. Toen echter was het schip op reis naar Engeland.
Men seint ons nader uit Hoek van Holland dat de sleepboot ZWARTE ZEE ter opsporing van de BATAVIER V vertrok. Intussen rapporteerden de gezagvoerders van het stoomschip GUARDIAN en van de motor SIGRUN I, beide van Londen met stukgoed gisteravond hier binnen, bij de Galloperboei een aantal kisten sinaasappelen, vaten olie en wrak hout te hebben zien drijven. De ongerustheid, die het uitblijven van de BATAVIER V had gewekt, werd daardoor niet weinig vermeerderd en hedenmiddag bracht Reuter zekerheid. Het schip is vergaan en er zijn mensenlevens te betreuren. Het telegram, dat wij ontvingen uit Great Yarmouth, bericht dat de BATAVIER V vanmorgen door een ontploffing is vernield en dat vier man het leven verloren hebben, de overige geland zijn. Waar wordt niet vermeld.
De BATAVIER V werd in 1902 gebouwd en mat 1.569 ton bruto en 866 ton netto. Kapitein is de heer F. Rindermann, rederij Müller & Co's Algemeene Scheepvaart Maatschappij.
Met zeldzaam geluk heeft de Batavierlijn gedurende heel de oorlogstijd de vaart tussen hier en Londen onderhouden, thans heeft zij met de BATAVIER V ook tol betaald aan de grote gevaren van de zee, als zovele schepen van andere rederijen vóór haar.
Uit Den Haag meldt men ons: Naar wij vernemen is het reddingsschip ATLAS van zijn standplaats vertrokken om een onderzoek in te stellen naar de BATAVIER V, welk schip over tijd is en dat gisteren te 12 uur voor het laatst gezien was in de omtrek van de Outer Gabbard-boei. Nog deelt men ons mee dat de bemanning van de BATAVIER V bestaat uit 28 koppen. Over het meevaren van passagiers was bij de rederij nog niets bekend.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Opgelegde mailboten. Het stoomschip KAWI van de Rotterdamsche Lloyd, dat 19 mei naar Indië vertrekt, zal nog een reis heen en weer doen en dan worden opgelegd.
Dan zullen van deze Maatschappij, evenals van de ‘Nederland’, nog 4 mailboten in de vaart blijven, n.l. de OPHIR, de RINDJANI, de SINDORO en de WILIS.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 17 mei. Lichtschip Terschellingerbank voorzien van draadloze telegrafie. Het 12 mei jl. weer uitgelegde lichtschip Terschellingerbank is voorzien van een D.T. station, waarvan het oproepsein PCM is.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 17 mei. Het stoomschip DANAE, dat zaterdag van Bordeaux te IJmuiden aankwam, is het eerste stoomschip van de Kon. Nederlandsche Stoomboot Mij., dat van Falmouth de noordelijke route nam.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Scilly, 13 mei. Het werk aan het lek van het stoomschip RIJNDIJK schiet goed op, 3 duikers zijn er voortdurend aan bezig. In ruim No. 3 is een 10 duims pomp geplaatst om het water uit te pompen, als de buitenbekisting van het lek voltooid is, hetgeen ongeveer 17 mei het geval zal zijn. Men zal het stoomschip dan vlot brengen en met het herstel binnenscheeps voortgang maken.


19 mei 1916


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Te IJmuiden is gisteren in de vissershaven gearriveerd de voor rekening van de heer J. Limbach te Santpoort op de werf van Gebr. Boot te Leiderdorp nieuw gebouwde stalen zeillogger ZEEAREND (IJM-307).


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 18 mei. Het vertrek van het stoomschip EEMDIJK van Southampton naar Rotterdam, is uitgesteld tot zaterdag.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Het vergaan van de BATAVIER V.
Bij de directie van de Batavierlijn is thans een telegram ontvangen van de kapitein van de BATAVIER V, luidende dat het schip ter hoogte van de Gabbard op een mijn is gelopen en gezonken. De 2e machinist, de 3e machinist en de messroom steward en een passagier zijn verdronken. De vier omgekomenen van de BATAVIER V zijn: de tweede machinist J. Mast, van Rotterdam, de derde machinist C. de Bruyn van Schiedam, de hofmeesters bediende C. de Ridder van Rotterdam en een passagier. Diens naam is nog onbekend.
Of zich meerdere passagiers aan boord bevonden was tot gistermiddag nog niet bekend.
Naar wij nader vernemen is het reddingsschip ATLAS, dat zijn standplaats had verlaten om een onderzoek naar de BATAVIER V in te stellen, wegens mist op 15 mijl afstand van de Outer Gabbard boei voor anker gegaan. Uit Londen seint Reuter ons, dat de overlevenden van de BATAVIER V te Yarmouth geland zijn en hebben meegedeeld dat de ontploffing, waardoor het schip te gronde ging, plaats had in de machinekamer. De verdronken passagier is een Amerikaan.


20 mei 1916


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

De BATAVIER V.
Ook naar het ongeval, aan de BATAVIER V overkomen, zal door de Marine autoriteiten een onderzoek worden ingesteld, zodra het deel van de bemanning, dat thans nog in Engeland vertoeft, hier te lande zal zijn teruggekeerd.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Java-China-Japan Lijn.
Aan het veertiende jaarverslag over 1915 ontlenen wij het volgende: Aan het contract met de Regering werd ten volle voldaan; er werden 8 reizen op de China-lijn, 7 reizen op de Japan-lijn en 7 reizen volgens de gecombineerde route naar China en Japan gemaakt. Buitendien werden talrijke reizen buiten contract volbracht zowel met onze eigen als met ingehuurde schepen in de vaart tussen Hongkong/Saigon/Java. Het stoomschip TJISONDARI deed op 8 april 1915 met goed gevolg zijn proeftocht en werd van de bouwmeester overgenomen. Gebruik makende van de gunstige stand van de vrachten naar Europa, hebben wij dit stoomschip twee maal voor een reis van de Verenigde Staten naar Europa vercharterd en daarna naar Batavia uitgezonden, waar het 28 augustus aankwam en dadelijk in onze geregelde vaart op China en Japan werd geplaatst. Ons vervoer van suiker van Java naar China en Japan was minder dan in de dadelijk voorafgaande jaren, maar dat van diverse lading nam toe, speciaal dat van industrie artikelen van Japan naar Ned.-Indië. De rijstuitvoer van Saigon naar Ned.-Indië is gedurende 1915 aan grote belemmeringen onderhevig geweest; het gouvernement van Frans Indochina vreesde eventuele heruitvoer uit Ned.-Indië naar vijandelijke bestemming en stopte plotseling op 16 januari 1915 de uitvoer van Saigon, totdat de Ned.-Indische Regering een uitvoerverbod van buitenlandse rijst uitvaardigde. Op 2 oktober 1915 werd voor de tweede maal de rijstuitvoer van Saigon naar Ned.-Indië verboden om ons onbekende redenen en wij ondervonden van deze verwikkelingen belangrijke nadelen door oponthoud van onze schepen te Saigon en het niet realiseren van de inmiddels sterk opgelopen rijstvrachten. In het algemeen bleven de vrachten in ons verkeer lang in vergelijking met de vrachtenstand in andere delen van de wereld. Het Foreign Trade Department van de San Francisco Chamber of Commerce vestigde in september 1915 onze aandacht op de verkoop van de vloot van de Pacific Mail Steamship Co. en op het feit, dat, aangezien thans alleen de Toyo Kisen Kaisha overbleef voor het onderhouden van eens geregelde stoomvaart verbinding tussen San Francisco en Oost-Azië. er een dringende nood aan scheepsruimte was ontstaan. Het kwam ons voor, dat nu het gunstige moment daar was om onze dienst naar de westkust van Amerika uit te breiden en aan Ned.-Indië een rijk afzetgebied te openen voor haar producten en de gelegenheid te bieden te profiteren van de grote vraag in Amerika naar rubber, tin, kapok, peper, enz. Wij besloten tot onmiddellijke opening van een vaart van Batavia, Semarang, Soerabaja en Makassar via Manilla en Hongkong naar San Francisco onder de naam van Java-Pacific Lijn. De handel van Nederlands-Indië met de westkust van de Verenigde Staten was voor de opening van deze lijn nog hoogst onbetekenend, maar de tot dusverre met de Java-Pacific Lijn opgedane ervaring heeft, wat de uitvoer van Nederlands-Indië betreft, onze verwachting overtroffen. Daar wij zelf het benodigde aantal schepen moeilijk konden missen en aankoop wegens de tijdsomstandigheden uitgesloten was, nodigden wij de Stoomvaart Maatschappij Nederland en Rotterdamsche Lloyd uit tot deelneming in de nieuwe vaart, welke maatschappijen wij daartoe bereid vonden. Nadat de benodigde regelingen waren getroffen door onze administrateur, die zich daarvoor naar San Francisco had begeven, vertrok op 15 december het eerste schip van Batavia. Voorlopig wordt een maandelijkse dienst onderhouden met twee van onze schepen, n.l. de TJIKEMBANG en TJISONDARI, een schip van de Stoomvaart Maatschappij Nederland en een van de Rotterdamsche Lloyd. In aanbouw is bij de Nederlandsche Scheepsbouw Maatschappij het stoomschip TJISALAK, terwijl besteld werd bij de Maatschappij voor Scheeps- en Werktuigbouw Fijenoord te Rotterdam, met kiellegging in 1916, het stoomschip TJILEBOET van hetzelfde type als het stoomschip TJISALAK. Ofschoon niet behorende tot dit verslagjaar, maken wij melding van de uitgifte op 9 maart 1916 van de tweede helft van de 4e serie groot NLG 500.000 en van de gehele 5e serie aandelen groot NLG 1.000.000 tot de koers van 125%, waardoor het gehele kapitaal groot NLG 6.000.000 thans is geplaatst.
De uitkomsten van het bedrijf blijken uit de overgelegde balans en winst- en verliesrekening. De afschrijvingen op de schepen en de bezittingen van de Maatschappij werden wederom ruim genomen. De "Assurantie Eigen Risico" laat een verlies van NLG 13.627, waarmee het "assurantie reservefonds" werd verminderd, terwijl NLG 39.320 moet worden gereserveerd voor onafgedane schaden. In verband met de uitbreiding van onze vloot achten wij het gewenst aan dat fonds een extra-dotatie à NLG 100.000 uit de winst te geven, waardoor het op NLG 467.133 komt te staan. Om dezelfde reden hebben wij het nodig geoordeeld aan het reparatiefonds NLG 100.000 toe te voegen, waardoor het tot NLG 300.000 is gestegen. De averij-rekening stoomschip TJIMAHI geeft tegenover de boekwaarde een overschot van NLG 160.891, welk bedrag is overgebracht naar de "liquidatierekening stoomschepen". De winst laat een uitkering toe van 7%.
Van het overblijvende komt ten goede: Aan de Staat der Nederlanden NLG 111.111, aan het reservefonds, ingevolge art. 27 sub 4 van de statuten NLG 16.666 aan tantièmes, enz. volgens art. 27 van de statuten NLG 60.000, aan Rijksinkomstenbelasting NLG 17.200, latende een onverdeeld saldo op nieuwe rekening over te dragen van NLG 8.655. Op de balans komen o.a. voor, onder het debet: Stoomschepen NLG 5.431.155 (NLG 4.814.472), stoomschepen in aanbouw NLG 260.399 (NLG 901.855). magazijngoederen te Hongkong NLG 31.986 (NLG 45.588), kassa en kassier te Amsterdam NLG 5.101 (NLG 3,2031), hoofdagentschap te Hongkong; NLG 239.735 (NLG 208.409), gelden uitgezet op prolongatie en à deposito NLG 1.258.813 (NLG 801.332), diverse debiteuren NLG 56.212 (NLG 31.788), assurantierekening, voor over 1916 betaalde jaarpremies NLG 81.011 (NLG 87.525), effectenrekening NLG 181.675 (NLG 144.375).
Aan de creditzijde van de balans paraisseren: Kapitaal NLG 4.500.000 (onv.), obligatielening Anno 1903 NLG 650.000 (NLG 691.000), aflosbare obligaties NLG 41.000 (NLG 40.000), on-opgevraagde posten NLG 8.890 (NLG 13.230), op 2 januari 1916 vervallende obligatiecoupon NLG 13.820 (—), deelhebbers Spaarfonds NLG 69.868 (NLG 65.463), reserve voor pensioenfonds NLG 173.124 (NLG 125.086), reserve voor koersverschillen NLG 41.000 (NLG 41.000), reserve verlies op charters NLG 150.000 (NLG 150.000), reparatiefonds NLG 300.000 (NLG 200.000), assurantie reserverekening NLG 467.133 (NLG 380.761), assurantie eigen risico (reserve voor onafgedane schaden) NLG 39.320 (NLG 57.937), liquidatierekening stoomschepen NLG 160.891 (—), diverse, crediteuren NLG 444.096 (NLG 397.001), rekening van uitdeling NLG 315.000 (—), Staat der Nederlanden NLG 111.111 (—), reservefonds NLG 34.722 (NLG 9.722), Rijksinkomstenbelasting NLG 17.200 (—).
Blijkens de winst- en verliesrekening heeft de brutowinst NLG 1.800.214 (v.j. NLG 929.882) bedragen, met inbegrip van het saldo v.j. ad NLG 5.490 en het saldo averij-rekening stoomschip TJIMAHI ad NLG 160.891. Aan afschrijvingen op stoomschepen wordt NLG 833.182 (v.j. NLG 537.248). id. op magazijngoederen te Hongkong NLG 16.218 (NLG 3.900), op bezittingen in Azië NLG 24.290 (—), en op het effectenbezit NLG 36.998 (—) aangewend. Het winstsaldo bedraagt NLG 502.777 (v.j. NLG 382.734), hetwelk verdeeld wordt als hierboven aangegeven.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van A. de Jong te Vlaardingen is te water gelaten het stalen loggerschip MAARTEN (SCH-317) gebouwd voor rekening van de heer M. Mos te Scheveningen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van Gebr. v. d. Windt te Vlaardingen is te water gelaten het stalen stoomloggerschip BETSY (VL-215), gebouwd voor de heer S. Katan, aldaar.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 19 mei. De koftjalk CONCURRENT uit Hoogezand, is onderhands verkocht aan kapt. D.R. Kajuiter en zal door deze onder dezelfde naam worden bevaren.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJsberichten. Rotterdam, 18 mei. Het van Amsterdam naar Hernösand bestemde stoomschip FOLMINA is te Oeregrund binnengelopen, daar de ijstoestand langs de kust aldaar het niet toelaat verder te stomen. Ook de stoomschepen ALWINA en LEONORA liepen aldaar binnen. Wanneer de wind naar het westen draait, zal het ijs spoedig zijn opgeruimd.


21 mei 1916


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Wm. H. Müller & Co's Algemeene Scheepvaart Maatschappij te Rotterdam.
Aan het verslag over het jaar 1915 ontlenen wij het volgende:
Aangezien het gehele bedrijfsjaar onder de invloed van de oorlog stond, kwam in het algemeen geen verandering in de reeds in het vorig jaarverslag vermelde omstandigheden. De dienst op Londen bleef niet in volle omvang, doch zonder noemenswaardige onderbreking gehandhaafd. Wel werd, zoals reeds in ons vorig jaarverslag vermeld, het stoomschip BATAVIER V in maart naar Zeebrugge opgebracht, doch de door ons uitgesproken verwachting, dat vrijspraak door het Prisengericht te Hamburg zou volgen, werd bewaarheid. De dienst op Middlesbrough vond met tussenpozen plaats naar gelang van het aanbod van lading; naar Aberdeen staakten wij de dienst wegens gemis aan voldoende vracht; het stoomschip CALEDONIA, voor deze dienst bestemd, vond geregeld emplooi in de vaart op Hull.
Naar Noord-Spanje onderhielden wij geregelde afvaarten. Onze grote ertsstoomschepen bleven in de graanvaart van Noord- en Zuid-Amerika tegen zeer lonende vrachten. Daarentegen ligt het stoomschip ADMIRAAL DE RUIJTER nog steeds in Novorossisk opgesloten.
Onze dienst op Luik, die tot nog toe een afzonderlijke maatschappij vormde en zeer bevredigende resultaten opleverde, werd met het oog op de toestand in België, onder de vlag van onze vennootschap gebracht. Dit bedrijf leed echter buitengewoon onder de oorlog.
Het stoomschip BATAVIER I, gebouwd voor de Bordeaux-dienst, bij welke wij zijn geïnteresseerd, kwam in de loop van 1915 in de vaart en voldoet in alle opzichten aan de gestelde eisen. Het stoomschip HOLLANDER, dat tot nog toe deze dienst waarnam, werd tegen goede prijs verkocht. Onze deelneming bij derden omvat thans zo goed als het gehele aandelenkapitaal van de Nederlandsche Stoomboot Maatschappij, van wie de stoomschepen BATAVIER II en BATAVIER III met onze stoomschepen BATAVIER IV en BATAVIER V samen de Batavier-Lijn vormen. Ook is onze vennootschap sedert jaren sterk geïnteresseerd bij graanelevatoren in Nederland en Roemenië. Dit bedrijf was tot nog toe zeer lonend, doch stond in 1915 zo goed als geheel stil. In mindere mate, maar toch zeer belangrijk, leed het bedrijf aan de St. Jobshaven te Rotterdam, waarbij wij — zoals in het vorig jaarverslag vermeld — eveneens zijn geïnteresseerd. Heeft de veelzijdigheid van ons bedrijf ons in staat gesteld vanaf de oprichting van onze vennootschap in 1899 steeds een bevredigend dividend uit te keren naast behoorlijke afschrijvingen en reserveringen, zo heeft zij in het afgelopen jaar er toe geleid, dat niet zulke buitengewone winsten konden worden behaald als door andere stoomvaartmaatschappijen. Toch blijft het eindresultaat zeer bevredigend. Hoewel niet onder dit boekjaar vallende, mag niet onvermeld blijven, dat wij intussen aan de Holland-Amerika-Lijn onze stoomschepen GRANGESBERG en BLÖTBERG verkochten. Deze schepen waren speciaal voor de ertsvaart van Zweden gebouwd. Na afloop van de oorlog evenwel is verder emplooi in deze vaart twijfelachtig, aangezien de betrokken mijnmaatschappij eigen stomers heeft aangeschaft. Ter toelichting van de cijfers van de winst- en verliesrekening en van de balans dient het volgende: Afschrijvingen. Wij stellen voor op de eigen vaartuigen van de Vennootschap NLG 369.326 en op de deelneming bij derden NLG 77.001 af te schrijven.
Waar, met een enkele uitzondering, de maatschappijen bij welke wij geïnteresseerd zijn, zelf voor behoorlijke afschrijving zorgden, achten wij het voorgestelde bedrag ruim voldoende.
De bezittingen van de Vennootschap komen dan met NLG 4.700.000 te boek te staan. Het Buitengewone Reservefonds bedroeg per 1 januari1915 NLG 250.000, hierbij komt de rente ad NLG 10.000, wordt NLG 260.000. Uit dit fonds zijn te bestrijden de buitengewone reparaties ten bedrage van NLG 106.885, zodat een saldo blijft van NLG 153.114.
Met het oog op de vierjaarlijkse survey van enige van onze stoomschepen stellen wij voor uit het winstsaldo hieraan toe te voegen NLG 146.885, zodat dit fonds dan komt op NLG 300.000. Het Reservefonds bedroeg per 1 januari1915 NLG 290.000, hierbij komt de gekweekte rente NLG 11.486, wordt NLG 301.486.
Volgens art. 19 van de statuten moet minstens 10% van de overwinst, in dit geval NLG 133.926, in het Reservefonds worden gestort. Wij stellen voor dit bedrag te verhogen op NLG 148.513, waardoor dit fonds stijgt tot NLG 450.000. Het Assurantiefonds bedroeg per 1 januari1915 NLG 375.000, hierbij komen de in 1915 bijgeboekte premies en rente na aftrek van betaalde schadevergoeding NLG 52.741, wordt NLG 427.741. Wij geven in overweging uit het winstsaldo hieraan toe te voegen NLG 22.258, zodat dit fonds stijgt tot NLG 450.000.
Belegd Reservefonds. De belegging van het hiervoor in aanmerking komende bedrag geschiedde op de gewone wijze. Het gehele fonds is belegd in obligaties van de gemeenten Amsterdam, Rotterdam en 's-Gravenhage, div. staatsfondsen, spoorwegobligaties en pandbrieven. Rente. Het saldo ad NLG 22.290 vertegenwoordigt het bedrag van de tot 31 december 1915 verschuldigde min de gekweekte rente.
Vinden onze voorstellen instemming, dan zou dus van het totale winstcijfer NLG 2.638.963 in de eerste plaats in mindering komen: Saldo van de Renterekening NLG 22.290, saldo van de onkostenrekening NLG 19.772, blijft NLG 2.596.900, en hiervan worden afgevoerd: a. als directe afschrijving op de bezittingen NLG 446.327, b. koersverlies Belegd Reservefonds NLG 43.194, c. naar buitengewoon reservefonds NLG 146.885, d. naar Reservefonds NLG 148.513, e. naar Assurantiefonds NLG 22.258, f. naar Reserve voor Oorlogswinstbelasting NLG 400.000, NLG 1.207.179, zodat als beschikbaar winstsaldo overblijft NLG 1.389.721.
Wij geven verder in overweging aan de algemene vergadering van aandeelhouders voor te stellen het dividend over het jaar 1915 te bepalen op 20%. Hiervan ontvingen aandeelhouders reeds krachtens art. 18 van de statuten, als uitdeling op rekening, 8%, zodat een slotdividend van 12 % zou zijn uit te keren. Voor de voorgestelde uitkering, tantièmes aan directie en raad van commissarissen, uitkering aan houders van oprichtersaandelen en rijksinkomstenbelasting zijn nodig NLG 990.340. Er blijft alsdan een onverdeeld winstsaldo, op rekening van 1916 over te dragen, van NLG 399.380.
Op de balans per 1 januari 1916 komen voor onder de activa: Vaartuigen en deelnemingen NLG 4.700.000 (v. j. NLG 4.750.000); bedrijfsoverschotten en uitkeringen (nog te ontvangen) NLG 144.096 (NLG 156.271); beschikbare geldmiddelen NLG 2.912.269 (NLG 1.842.006); belegd reservefonds NLG 246.546 (NLG 259.709); rente belegd reservefonds (nog te ontvangen) NLG 2.311 (NLG 1.928); averijen (nog te verrekenen) NLG 13.945 (NLG 24.595); en bedrijfsrekening 1916 (vooruitbetaalde premies, voorschotten aan kapiteins, enz.) NLG 50.729 (NLG 71.452). En onder de passiva: maatschappelijk kapitaal NLG 4.000.000 (als v.j.); obligatielening NLG 1.392.000 (NLG 1.454.000); buitengewoon reservefonds NLG 300.000 (NLG 250.000); reservefonds NLG 450.000 (NLG 290.000); assurantiefonds NLG 450,00 (NLG 375.000); rente (nog te betalen) NLG 15.660 (NLG 16.357); dividendbewijzen en coupons (nog niet aangeboden) NLG 12.797 (NLG 3.725); uitgelote obligaties (nog niet aangeboden NLG 1.000 (—); rekening van uitdeling: aandeelhouders (slotdiv.) NLG 480.000; directie, commissarissen, oprichtersaandelen NLG 140.000 (v.j. tantièmes NLG 20.000); Rijksinkomstenbelasting NLG 29.060 (v.j. bedrijfsbelasting NLG 11.612); reserve voor oorlogswinstbelasting NLG 400.000 (—); winst en verlies, onverdeeld saldo NLG 399.380 (NLG 365.269).


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Droogdok Maatschappij Tandjong Priok te Rotterdam.
Aan het verslag over 1915 ontlenen wij het volgende: In 1915 werden 107 dokkingen uitgevoerd met 323 dokdagen, tegenover 91 dokkingen met 350 dokdagen in 1914. De sleephelling was in 1915 gedurende 309 dagen bezet, in 1914 287 dagen. In 1914 verwisselde men 7 pontons van het 4.000-ton dok en in 1915 9 pontons. Slechts 2 niet in Indië thuis behorende schepen werden in het dok opgenomen. Met het in elkander klinken van vaartuigen, in Nederland gebouwd en naar Java uitgezonden, werd ons scheepsbouwbedrijf volop gaande gehouden. In de motorboten bouw was het niet zo levendig als in het vorige verslagjaar. De 5 motorboten, die eind 1914 onderhanden waren, werden afgeleverd en bovendien werden nog 8 motorboten in 1915 aangenomen. Met de vervanging van de stoomdrijfkracht door elektrische, werd een aanvang gemaakt.
Blijkens de winst- en verliesrekening bedroeg het saldo Ao.Po. NLG 1.128. Ontvangen werd
aan intrest NLG 20.325 (v.j. NLG 13.120), exploitatierekening NLG 163.558 (NLG 110.970), agio op aandelen 2e serie NLG 199.938. De zuivere winst bedroeg derhalve NLG 384.950 (NLG 124.622).
Af: Reserve NLG 200.000; blijft NLG 184.950. Te verdelen als volgt: aandeelhouders 12% (v.j. 15%) over NLG 1.000.000 NLG 120.000; uitkeringen krachtens art. 18 van de statuten NLG 64.087, saldo op nieuwe rekening NLG 913. De balans vermeldt o.a. onder de activa aan waarden in erfpacht NLG 419.081 (onv.), sleephelling NLG 394.831 (onv.), deposito NLG 1.007.832 (v.j. NLG 300.000), effecten NLG 165.555 (—), werktuigen en losse gereedschappen NLG 221.674, materialen NLG 233.127 (NLG 113.677), diverse debiteuren NLG 262608 (NLG 476.749), Nederlandsche Handel Maatschappij Factorij Batavia NLG 113.136 (v.j. NLG 39.424). En onder de passiva: Geplaatst kapitaal NLG 1.000.000 (v.j. NLG 500.000), diverse crediteuren NLG 128.850 (NLG 91.350), vernieuwingsfonds NLG 689.402 (NLG 589.402).


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Voor de Nieuwe Bergingsmaatschappij te Maassluis kwam gereed de stalen bergingsblazer HAAI, gebouwd door de firma Schepman te Kampen, onder toezicht en aanwijzingen van de Scheepvaartinspectie. Het vaartuig is lang 65 voet, breed 18 voet, hol 7 voet en heeft de zeer geringe diepgang van 4½ voet. Deze geringe diepgang maakt het mogelijk, zo goed als altijd langs gestrande schepen te kunnen komen om direct van uit het bergingsvaartuig hulp te kunnen bieden.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Op de werf van de firma Bodewes te Lobith, is de kiel gelegd voor het stoomschip GOUWZEE, groot ongeveer 1.000 ton, te bouwen voor rekening van de N.V. W. van Driel’s Stoomboot- en Transportondernemingen te Rotterdam.


22 mei 1916


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Fredrikshavn, 16 mei. De meergemelde Nederlandse schoener HOLLANDIA, heeft de geloste lading weer ingenomen en heden de reis naar Amsterdam voortgezet.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJsberichten. Rotterdam, 19 mei. De te Oeregrund binnengelopen stoomschepen FOLMINA, ALWINA en LEONORA, hebben, volgens alhier ontvangen telegram de reis voortgezet, waaruit blijkt, dat de ijstoestand aldaar aan de kust, verbeterd is.


23 mei 1916


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Volgens hier ter stede ontvangen telegram zou het stoomschip BERNISSE, dat met de ARY SCHEFFER in Havre werd aangehouden, gisteravond van Havre naar Rotterdam vertrekken.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

In de nacht van 24 op 25 dezer om 2 uur, zal het van Amsterdam naar Buenos Aires bestemde stoomschip ZEELANDIA, van de Koninklijke Hollandsche Lloyd, IJmuiden verlaten. De grote Nederlandse zeesleepboot WITTE ZEE, van de firma L. Smit & Co. alhier, zal dit stoomschip tot 58º NB en 03º OL begeleiden. De WITTE ZEE zal aldaar wachten op de van Java thuisvarende boten REMBRANDT en BOETON, om ze van daar naar IJmuiden te begeleiden. De stoomschepen REMBRANDT en BOETON vertrokken beide 20 dezer van Falmouth om de Noord via Kirkwall naar Amsterdam.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Amsterdam, 20 mei. Na vijf jaren achtereen in het buitenland te hebben gevaren, is gisteren de zeetjalk FREDERIK uit Groningen met een lading hout van Drammen alhier aangekomen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Malmö, 18 mei. Het reeds lang alhier liggende stoomschip EDAM, sedert aan een Noorse rederij overgegaan, is herdoopt in OBJ.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De PATRIA te water gelaten.
Zaterdagmiddag werd te Vlissingen met goed gevolg te water gelaten het dubbelschroef stoomschip PATRIA, bestemd voor het passagiers-, mail- en goederenvervoer naar Nederlands Oost-Indië, ontworpen door en in aanbouw bij de Kon. Mij. ‘De Schelde’ aldaar, voor rekening van de Stoomvaart Maatschappij Rotterdamsche Lloyd. De laatste beletselen werden weggenomen door de jongeheer Th.A.W. Ruys. In het uiterlijk voorkomen van het schip is de vorm van het achterschip een nieuwigheid, het heeft namelijk dezelfde vorm als die van een oorlogskruiser, dit heeft voordelen uit het oogpunt van snelheid en laadvermogen. Het schip wordt voortbewogen door turbines en is als zodanig ook het eerste van de Nederlandse mailschepen. Het schip, dat gebouwd is van staal met waterballast over de gehele lengte en voorzien van negen waterdichte schotten, is opgenomen in de hoogste klasse van Bureau Veritas. De hoofdafmetingen zijn: Lengte over dek 500 Eng. voeten, grootste wijdte 57 en hol tot opperdek 38 Eng. voeten. Er zijn vier verdiepingen boven het tussendek, alle acht tot tien voet hoog. In de bovenste drie afdelingen zijn de salons en hutten voor 120 eerste klasse passagiers, terwijl deze inrichtingen geheel zijn afgesloten van het verkeer met het personeel, zodat de passagiers geheel vrij zijn. In het geheel zijn er 44 tweepersoons- en 32 eenpersoonshutten. waarvan 8 tweepersoons en 5 eenpersoons op het opperdek, 33 tweepersoons en 25 eenpersoons op het brugdek en 3 tweepersoons en 2 eenpersoons op het promenadedek. De machine installatie bestaat uit 2 stel van het meest moderne type Parson's stoomturbines met tandwiel-overbrenging. leder stel bestaat uit een hogedruk- en een lage drukturbine, in welke laatste ook de achteruit-turbine zich bevindt. Zij zijn naast elkaar in de machinekamer opgesteld en zullen bij 1.550 omwentelingen per minuut van de turbines, waarbij de schroef 90 omwentelingen maakt, 7.000 paardenkrachten ontwikkelen en het schip een vaarsnelheid geven van 15 knopen.


24 mei 1916


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Het stoomschip PRINSES JULIANA, van de Stoomvaart Maatschappij Nederland, dat op het ogenblik is opgelegd, zal op 20 juni a.s. weer uitvaren.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 24 mei. De herstellingen aan het stoomschip DUBHE schieten, volgens een heden ontvangen telegram, goed op. De reparaties worden zo verricht, dat het stoomschip onder eigen stoom de reis naar Rotterdam kan aanvaarden.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 24 mei. De speciale expert, belast met de reparaties aan het s.s. EEMDIJK, bericht, dat een bewijs van zeewaardigheid voor voornoemd stoomschip wordt aangevraagd. De reparaties aan het stoomschip verricht zijn voldoende sterk om de reis naar Rotterdam te kunnen aanvaarden.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 24 mei. De reparaties aan het stoomschip RIJNDIJK, dat nabij de Scilly eilanden ligt schieten goed op. De balken voor de bekisting en cementing zijn overeind gebracht en met het stellen van de assen wordt een begin gemaakt. Het schip is vlot.
De reparaties zullen van dien aard zijn, dat het schip in staat is onder eigen stoom de reisnaar Rotterdam te kunnen aanvaarden. Volgens het heden ontvangen telegram zullen de reparaties einde volgende week (opm: ca. 2-3 juni) gereed komen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De Britse maatregelen en de Nederlandse scheepvaart.
Men meldt ons van bevoegde zijde: Het stoomschip MAASHAVEN van de Gebr. Van Uden te Rotterdam, geladen met ca. 4.000 ton graan en katoenzaadmeel is op 26 april jl. bij het Galloper-vuurschip op een mijn gestoten en is na voorlopig bij Harwich op het strand te zijn gezet, de Theems opgesleept en bij Gravesend aan de grond gezet. Tot heden staan de Engelse autoriteiten niet toe, dat voor rekening van de rederij door Engelse scheepsbouwers de nodige reparaties worden verricht of dat de lading, die tekenen van bederf begint te vertonen, geheel of gedeeltelijk in lichters wordt gelost, dan onder voorwaarde, dat het stoomschip, na afloop van de reparaties en de lossing te Rotterdam, aan een Engelse firma in huur wordt afgestaan.
Indien een en ander niet spoedig door de Engelse autoriteiten wordt toegestaan, lopen schip en lading gevaar te vergaan.
Tevens wensen de Engelse autoriteiten de uitvoer van scheepsonderdelen als stuurmachines, ankerspillen en laadlieren, welke bestemd zijn voor stoomschepen, die in aanbouw zijn op Hollandse werven, niet toe te staan, dan onder voorwaarde, dat deze schepen voor de duur van de oorlog aan Engelse firma's worden verhuurd. Dit bevestigt wederom, dat het Reuter telegram van 6 mei de maatregelen door de Britse admiraliteit genomen, niet juist weergaf. Dit Reuter-telegram, handelende over de beperking van bunkerkolen voor neutrale schepen vermeldde o.a.: Er is alleen aan zekere Nederlandse stoomvaartlijnen te kennen gegeven, dat hun, in ruil voor het afstaan van een zekere laadruimte, levering van kolen verzekerd kan worden. Groot Brittannië wil zeer gaarne, voor zover het mogelijk is, rekening houden met de speciale omstandigheden van elke scheepvaartmaatschappij, teneinde tot een oplossing te komen, die bevredigend is zowel voor de Nederlandse maatschappijen als voor Groot-Brittannië. Er worden onderhandelingen gevoerd met verschillen stoomvaartlijnen en wij vertrouwen, dat Nederland zal begrijpen, dat Engeland er geenszins op uit is onredelijke voorwaarden te stellen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De ARY SCHEFFER in Le Havre vastgehouden.
Uit Havre wordt gemeld, dat. het Hollandse stoomschip ARY SCHEFFER aldaar sinds 14 mei wordt vastgehouden. De ARY SCHEFFER onderhield, zoals bekend is, de dienst van Rotterdam op Havre. Volgens het bericht zou de bemanning door de Fransen aangehouden zijn. Bij de rederij firma Kuyper, Van Dam & Smeer, is hieromtrent nog niets bekend, naar ons op onze informatie werd meegedeeld.


25 mei 1916


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 25 mei. Hedenochtend juist kwart voor twaalf werd onder veel belangstelling, het tot nu in Nederland voor de Nederlandsch Amerikaansche Stoomvaart Maatschappij gebouwde grootste vrachtstoomschip, genaamd IJSSELDIJK, met gunstig gevolg, van een der helling der Maatschappij voor scheeps- en werktuigbouw Fijenoord alhier te water gelaten. De gebruikelijke doopceremonie van dit eerste onder het president-directeurschap van de heer Jhr. Otto Reuchlin in zijn element gebrachte vaartuig werd verricht door freule C.H. Reuchlin, kleindochter van voornoemde president-directeur. Dit schip gebouwd onder bijzonder toezicht van en geplaatst in de hoogste klasse van Lloyds (100 A 1) heeft de volgende hoofdafmetingen: lengte tussen de loodlijnen 425 voet, grootste breedte 54 voet, hol tot het bovendek in de zijde 30 voet en hol tot het shelterdeck in de zijde 38 voet 8 duim. Bij een diepgang van 28 voet 7¾ duim zal de waterverplaatsing 14.500 ton en het draagvermogen 10.350 ton bedragen. Het schip (type shelterdeck), volgens de plannen van de hoofdinspecteur van de N.A.S.M. de heer Van Helden gebouwd en ingericht, verdeeld in 6 ruimen, heeft 7 waterdichte stalen schotten dwarsscheeps, dubbele bodem en een dieptank met een capaciteit van 800 ton. In totaal kan 1.600 ton ballast worden medegevoerd. Het geheel als 1e klasse vrachtstoomschip ingerichte vaartuig voldoet aan alle bepalingen van de Nederlandse Schepenwet en is na de in de Noord-Atlantische vaart opgedane ervaringen voor meerdere veiligheid – dit is een groot belang – van bijzonder verhoogde luikhoofden (3 voert 6 duim hoog) voorzien. Behalve de zo-even genoemde dwarsscheepse stalen schotten heeft de IJSSELDIJK over de gehele lengte een langsscheeps schot. Door de grote luiken en de verdeling van de stutten kunnen grote en lange stukgoederen gemakkelijk gescheept en gelost worden. Dat er bijzondere zorg is besteed aan de inrichtingen van het laden en lossen blijkt uit het feit, dat er zich niet minder dan 36 laadbomen, ieder met een capaciteit van 5 ton, en een boom die zelfs een last van 40 ton kan dragen. De hefwerktuigen bestaan uit 21 stuks lieren 7 x 12, systeem N.A.S.M, alle in Nederland vervaardigd. Verder heeft het stoomschip dreadnought-ankers W. en Pirrie stoomstuurtoestel op het achterdek, bewogen door een telemotor vanaf de brug, ankerspil, enz. Voorts wordt het schip uitgerust met een volledig stel telefoon- en telegraaftoestellen, benevens een luidsprekende telefoon op de brug. 2 Dynamo’s (15 kilowatt, 210 volt, met 275 omwentelingen) verwekken de elektriciteit voor het algemeen en tevens voor de elektrische lichten in alle ruimen en op de dekken ten dienste van het laden en lossen. In de midscheeps bevindt zich een dekhuis voor de officieren en machinisten en te hunnen behoefte zijn de daarin gebouwde hutten zeer ruim en tevens zijn voor hen een gemeenschappelijke salon en rookkamer ingericht. Daarboven zijn aangebracht de zit- en slaapkamers, benevens de kaartenkamer van de commandant. Alles in donker mahonie uitgevoerd. Volgens het systeem N.A.S.M. zijn de koelkamers en proviandruimten alle ruim en worden kunstmatig afgekoeld door een zich in de machinekamer bevindende ijsmachine. De bemanning (stokers en matrozen) logeert in het voorschip. Voor elke wacht is een afzonderlijk logies voorzien van afzonderlijke wasplaatsen en eetkamers. De onderofficieren en het civiele personeel logeren in de midscheeps. Al deze verblijven worden gebouwd onder bijzonder toezicht van de Scheepvaartinspectie en wel voor het reeds nu verkrijgen van het certificaat. Draadloze telegrafie is ook aan boord. De IJSSELDIJK wordt voorzien van een direct werkende triple expansie machine makende 80 omwentelingen en ongeveer 4.200 ipk ontwikkelende. De snelheid zal 12 mijl bedragen. De cilinders van deze machine, alle met losse voering, hebben diameters van 28 x 46 x 77 en de slag is 54. De stoom wordt door 4 aan één zijde stookbare ketels, werkende onder een druk van 180 lbs en met geforceerde Howden’s trek, geleverd. Voorts zijn er aan boord 2 verticale Weirs voedingpompen, hulp voedingpompen, ballast- en circulatiepompen, voedingwater voorverwarmer, Morrisons’s evaporators, voedingswaterfilter, See’s archinjectors, een volledige hulpcondensor voor de lucht en circulatiepompen, enz. De schroef is van brons en uit één stuk. Als bijzonderheid dient vermeld, dat alle voorname smeedstukken, zoals assen en stangen, van vloeibaar smeedstaal zijn vervaardigd. (opm: de juiste naam is YSELDIJK, bouwnr. 273)
Op de vrijgekomen helling zal direct een aanvang worden gemaakt met de kiellegging van het stoomschip TJILEBOET, te bouwen voor rekening van de Java-China-Japan Lijn te Amsterdam.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van de N.V. C. van der Giessen & Zonen's Scheepswerven te Krimpen a/d IJssel is gisteren met goed gevolg te water gelaten het vrachtstoomschip ANDERS, groot 2.200 ton dood gewicht, voor de firma Gebr. Van Uden te Rotterdam. Dit stoomschip, gebouwd onder speciaal toezicht van het Bureau Veritas voor de klasse L 13/311; heeft de volgende afmetingen: Lengte 237’-11", breedte 36’-0", holte tot het hoofddek 18’-11". De machine installatie, geleverd door de N.V. Alblasserdamsche Machinefabriek te Alblasserdam, is van het triple-expansie systeem, cilinders 17½" x 29" x 46", slag 36", 850 ipk. Op de vrijgekomen helling zal de kiel gelegd worden voor een stoomschip groot 5.200 ton dood gewicht, te bouwen voor dezelfde rederij.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Te Vlaardingen is van de werf van de heer A. de Jong te water gelaten het stalen loggerschip MAARTEN (SCH-317) gebouwd voor rekening van de heer M. Mos te Scheveningen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Rechtszaken. Raad voor de Scheepvaart.
Heden, donderdag 25 mei, 2 uur in de namiddag, onderzoek betreffende het lek worden van het stoomschip MAASLAND op 28 februari 1916 op de reis van Buenos Aires naar Lissabon, ten gevolge waarvan Rio de Janeiro als noodhaven moest worden binnengelopen.
Rederij Koninklijke Hollandsche Lloyd te Amsterdam, gezagvoerder A. Dijker te Sloten.
Uitspraken: 1. stoomschip BERKELSTROOM, 2. stoomschip FOLMINA.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 24 mei. Hr.Ms. pantserdekschip NOORD-BRABANT, onder bevel van de kapitein-luit. ter zee J.W.F.J. de Wal, is 22 dezer te Kaapstad aangekomen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 24 mei. Aan het stoomschip DUBHE, dat in het laatst van april, op reis van Baltimore naar hier, door een mijn werd beschadigd en op de Mucking Flats werd gezet wordt geregeld gewerkt. Men denkt over 12 dagen met het dichtmaken gereed te zijn.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 24 mei. Bij de rederij te Terneuzen is bericht ontvangen, dat de Engelse admiraliteit thans het bunkeren heeft toegestaan van de stoomschepen ELISABETH en HELENA, resp. te St. Vincent en Las Palmas.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 24 mei. De motorlogger CORNELIA CLAZINA welke in de afgelopen winter als vrachtschip op Engeland voer, is thans weer voor de haringvisserij ingericht en zal vertrekken met het nummer KW-176.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Scilly, 19 mei. Het stoomschip RIJNDIJK is hedenmiddag 4 uur vlot gebracht. Het lek is goed onder bedwang. De diepgang achter is 11 voet en voor 24 voet. Bij gunstig weer kan het stoomschip in de eerste week van juni zee kiezen.


26 mei 1916


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de scheepsbouwwerf van de firma A. Vuyk & Zonen te Capelle a/d IJssel is gisteren met gunstig gevolg van stapel gelopen het stoomschip RIJN, gebouwd voor rekening van de Maatschappij Houtvaart, directie Vinke & Co. te Rotterdam. Het schip heeft de navolgende afmetingen: Lengte 280 voet, grootste breedte 40 voet en holte 22 voet en 10 duim. Op Lloyd’s zomermerk zal het een laadvermogen hebben van ruim 3.000 ton doodgewicht. De machines, welke een vermogen zullen krijgen van ongeveer 800 ipk, alsmede de stoomketels, worden vervaardigd en geleverd door de N.V. Arnhemsche Stoomsleephelling, firma J.J. Prins, te Arnhem.
Op de nu open gekomen ruimte zal zo spoedig mogelijk de kiel gelegd worden voor het stoomschip IRENE, voor de Koninklijke Nederlandsche Stoomboot Maatschappij te Amsterdam, welk schip van het kruisertype is en een draagvermogen zal bekomen van 1.750 ton doodgewicht.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Te IJmuiden is in de Binnenhaven aangekomen de nieuwe stalen zeillogger WELVAREN (SCH-292), op een scheepswerf te Hoogezand gebouwd, doch afgetimmerd door de Gebr. Boot te Leiderdorp.
Het vaartuig, voor rekening van de heer B. v.d. Zwan te Scheveningen gebouwd, zal derwaarts worden gesleept.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. De BERKELSTROOM.
De Raad deed gisteren uitspraak inzake de ramp overkomen aan de BERKELSTROOM. Waar vaststaat — aldus de Raad — dat de BERKELSTROOM door opvarenden van een Duitse duikboot tot zinken is gebracht, behoort te worden onderzocht of de kapitein schip en opvarenden aan gevaren blootstelde door met de lading, welke aan boord was, de reis naar Engeland te ondernemen. Het is de Raad gebleken, dat dit geenszins het geval is. Immers de lading welke in het ongunstigste geval als contrabande kan worden beschouwd, bleef verre beneden de helft van het totaal van de aan boord zijnde lading, berekend hetzij naar waarde, omvang, vracht of gewicht. Volgens de conclusies van de deskundige, welke de Raad overneemt en tot de zijne maakt, is een schip slechts vatbaar voor verbeurdverklaring wanneer de aan boord gevonden contrabande meer dan de helft van het totaal bedraagt, berekend naar waarde, omvang, vracht of gewicht. Afgezien dus van de vraag of een schip, dat vatbaar is voor verbeurdverklaring, vernietigd mag worden, staat het vast, dat de BERKELSTROOM wederrechtelijk door opvarenden van een Duitse duikboot tot zinken is gebracht. De kapitein van de BERKELSTROOM heeft alles gedaan wat mogelijk was om zijn schip te behouden en voor vernietiging te vrijwaren, doch hij was onmachtig tegen het jegens hem gepleegd geweld. Dat hij op bevel de scheepspapieren van boord liet gaan, kan hem niet verweten worden, nu het volgens het Volkenrecht geldend voorschrift dat de oorlogvoerende partij een onderzoek aan boord van het neutrale schip moet instellen, door de toepassing van de duikbotenoorlog in onbruik is geraakt. Had hij aan het bevel om de papieren te zenden, niet voldaan, zo zou hij schip en opvarenden in groot gevaar hebben gebracht. De Raad vestigt voorts in het algemeen belang de aandacht op de verklaring van de deskundige, waarbij deze wees op het gevaar waaraan neutrale schepen zich blootstellen door op een duikboot welke seinen geeft, of schoten lost, aan te sturen. Zodra men een sein ziet of een schot hoort, behoort men onmiddellijk te stoppen, niet van koers te veranderen en af te wachten wat de duikboot verder doen zal. De Raad wijst er echter uitdrukkelijk op, dat het bovenstaande in generlei verband staat tot de oorzaak van de onderhavige scheepsramp.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart.
Nog deed de Raad uitspraak betreffende het stranden van het stoomschip FOLMINA.
De Raad is van oordeel, dat de stranding van de FOLMINA is veroorzaakt door de hevige storm, gepaard met sneeuwbuien, waardoor het vaartuig zijn route niet kon vervolgen, maar moest gaan bijliggen, om beter weer en helderder zicht af te wachten. Door wind en stroom is daarop het schip dwars weggeslagen, tegen de klippen verdaagd, lek geworden en gestrand. Tot de ramp heeft bijgedragen, dat de FOLMINA, in ballast varende, een diepgang had achter 15' 6", voor 6’. Door de werking van de wind op het voorschip, kon nu het vaartuig niet vlug genoeg op de wind worden gebracht en is dwars weggeslagen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. De Raad nam verder in behandeling de zaak van de MAASLAND, die op 28 februari op de reis van Buenos Aires naar Lissabon is lek geworden, ten gevolge waarvan Rio de Janeiro als noodhaven moest worden binnengelopen. Rederij Kon. Holl. Lloyd te Amsterdam, gezagvoerder A. Dijker te Sloten.
Als getuigen werden gehoord de gezagvoerder, de 1e stuurman J. Molenaar, de 2e stuurman F.B. van den Berkhof, de 1e machinist J. Bendegom en de timmerman H. Lintveld. Uit de verklaringen van de 1e stuurman blijkt o.a. het volgende: De MAASLAND was ledig van Montevideo naar Buenos Aires gegaan om daar lijnzaad, vet en paarden te laden. Nadat het lijnzaad en het vet geladen waren, is het schip verhaald naar een ander dok, waar 500 paarden aan boord kwamen. In de voor-kuil werden 80 paarden aan stuurboord en 80 aan bakboord geplaatst, evenzo in de achter-kuil. Ook op de luiken werden paarden geplaatst, in daartoe opgezette stalletjes. Er is wel bezwaar gemaakt tegen het plaatsen van de paarden op de luiken, maar zij bleven daar. Bij het doorvaren van de sluis brak de tros van een van de sleepboten en liep de MAASLAND tegen een kaaimuur, ten gevolge waarvan aan bakboord boven de waterlijn enige platen werden ingedrukt. Dit scheen evenwel niet gevaarlijk, en de MAASLAND is uitgevaren. De eerste dagen was het onmogelijk te peilen; er stond een zeer hoge ZO deining, het schip slingerde zwaar en de paarden waren wild. De bedoeling was, om, zodra het schip minder zou slingeren, gangetjes te maken tussen de paarden, opdat men zou kunnen peilen. Voor dat dit nog geschied was, bemerkte men, dat ruim I water had gemaakt, dat over het schot heen in ruim II liep. Onmiddellijk werd gepompt, maar men slaagde alleen er in, te voorkomen dat het water hoger steeg. Het water stond in ruim l 30 duim. Om bij de ruimen te kunnen komen, heeft men 13 paarden over boord gezet en later nog een gedeelte van de lading lijnzaad (opm: 700 zakken). Het bleek echter noodzakelijk in Santos binnen te lopen. Daar zijn de paarden gelost en is de averij hersteld. Het bleek dat ook onder de waterlijn platen gegolfd en gedeukt waren. Nadat de 1e stuurman was gehoord, werd de zitting enige tijd geschorst. Na heropening deelde de voorzitter, mr. Cnoop Koopmans, aan de gezagvoerder, die daarop gehoord werd, mee, dat het onderzoek van de Raad ook zou lopen over de vraag of het ongeval aan zijn schuld of nalatigheid te wijten was. De gezagvoerder had geen bezwaar tegen voortzetting van de behandeling en erkende de juistheid van de door de stuurman afgelegde verklaringen. Hij gaf als verontschuldiging op, dat de lading hem vreemd was. Hij had nog nooit zo grote transporten paarden vervoerd. De andere getuigen bevestigden de verklaringen van 1e stuurman en kapitein. De uitspraak volgt later.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Amsterdam, 24 mei. Het stoomschip DELFLAND van de Koninklijke Hollandsche Lloyd, dat 5 januari jl. op reis van Buenos Aires naar Amsterdam te IJmuiden op een pier liep en zonk, later werd gelicht en 15 februari naar Amsterdam werd gesleept, zal 27 dezer weer naar Buenos Aires vertrekken.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Amsterdam, 24 mei. Het 7 mei met schade te Port Louis binnengelopen stoomschip PATROCLUS heeft 20 dezer de reis van Java naar New York kunnen voortzetten. (opm: zie ook RN 090516)


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Lekkerkerk, 22 mei. Van de werf van de firma J. van Limborgh & Zonen alhier werd te water gelaten de stalen zeilaak Hagenaar, gebouwd voor binnenlandse rekening. Het vaartuig meet 70 ton.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Van de scheepswerf van de firma H.J. van Dam te Overschie is heden met goed gevolg te water gelaten de motorvrachtboot J. v. STEEN 21, bestemd voor de Amsterdamsche Motor-Pakschuitdienst alhier. De boot is voorzien een oliemotor van 30 pk en heeft een laadvermogen van 70 ton.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Nederland en de oorlog. De mijnenlegger SCHELDE gezonken.
Het stoomloods-transportvaartuig SCHELDE, dat als mijnenlegger is ingericht, kwam hedenmorgen bij het uitvaren van de haven van Nieuwediep, ten gevolge van de sterke stroom, in aanvaring met het binnenkomende artillerie-instructieschip BELLONA.
De SCHELDE zonk binnen twee minuten. Alle opvarenden zijn gered. Commandant van de SCHELDE was de luit. ter zee 2e klasse H.A. Gregory, commandant van de BELLONA is de kapt.-luit. ter zee F.K. Weber.


27 mei 1916


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Bekendmaking. Blijkens acte de 23 mei 1816 voor de te Rotterdam residerende Notaris Maas Geesteranus verleden, is de Heer Pieter Vuyk Leendertzoon, particulier, wonende te Rotterdam, met ingang van 1 januari 1916 uitgetreden uit de te Capelle aan den IJssel gevestigde vennootschap onder de Firma: A. Vuyk & Zonen.
De vennootschap zal, tengevolge van dat uittreden tussen de overige vennoten, de Heren Leendert Vuyk, Wouter Vuyk en Pieter Vuyk Adrianuszoon, allen scheepsbouwmeester, wonende te Capelle aan den IJssel, niet zijn ontbonden, doch tussen hen voor onbepaalde tijd op de reeds gepubliceerde conditiën onder dezelfde firma worden gecontinueerd.
Schrameier Verbrugge en Maas Geesteranus, notarissen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Het conflict bij de Scheepsbouw Maatschappij.
In de gisteren in de Plantage-Schouwburg gehouden huishoudelijke vergadering van de arbeiders van de Nederlandsche Scheepsbouw Mij., die volgde op de openbare vergadering, werd, naar ‘Het Volk’ meldt, het voorstel besproken, de directie te berichten, dat het personeel bereid is het werk te hervatten op voorwaarde dat de directie toestemt in een onderhoud met de besturen van de organisaties over het ingediende program van actie, dat na de vast te stellen tijd deze actie tot een bevredigend resultaat moet leiden, daar anders tot staking besloten zal worden. Dit voorstel werd in stemming gebracht en verworpen met 244 stemmen vóór, 247 tegen, 21 blanco en 2 van onwaarde.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Te IJmuiden arriveerde gisteren van de scheepswerf van de firma I.S. Figée te Vlaardingen de voor rekening van de heer C. Verwer te Bloemendaal nieuw gebouwde stalen zeillogger VESTA, welke met de merken IJM-286 in de vaart zal worden gebracht.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Hollandsche Scheepvaart Maatschappij in Liquidatie.
Refererend aan het besluit genomen op de Buitengewone Algemene Vergadering van aandeelhouders, op 18 dezer, wordt hiermee bekend gemaakt, dat tegen intrekking van de aandelen vanaf heden zal worden betaald:
NLG 225.- voor een aandeel van NLG 50.-
NLG 112,50 voor een aandeel van NLG 25,-.
De betaling geschiedt door de Twentsche Bank Vereeniging B.W. Blijdenstein & Co., bijkantoor Prins Hendrikkade, Amsterdam.
De directie.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 26 mei. Op de scheepswerf ‘De Hoop’ (J.J. Bodewes) te Pannerden wordt een stalen stoomharingdrifter gebouwd onder toezicht van de Scheepvaartinspectie. Het schip meet 37 x 6,60 x 3,50 m. en wordt voorzien van een stoommachine van het triple-expansie systeem van 350 ipk, voor oppervlak-condensatie ingericht.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Malmö, 21 mei. Het stoomschip EDAM behoort thans aan de Siberische Compagnie te Christiania (opm: nu Oslo). Het schip heeft ongeveer 2 maanden met volle bemanning en stoom op hier in de haven gelegen. Wegens de verkoop van het schip waren moeilijkheden ontstaan; het was eerst verkocht aan R. Westin te Karlskrona voor 1.402.500 Kr. en daarna aan de Noorse rederij voor 2.000.000 Kr. Het schip, dat herdoopt was in OBJ, voert thans weer de oude naam EDAM.


28 mei 1916


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van de Rotterdamsche Droogdok Mij. is gisteren met goed gevolg te water gelaten het voor de Stoomvaart Mij. Triton te Rotterdam gebouwde stoomschip AMELAND, waarvan de hoofdafmetingen zijn: Lengte 359', breedte 49'-9½” en holte 24'-6". Het laadvermogen is 6.200 ton. De machines volgens het triple-expansie systeem, welke 1.500 ipk kunnen ontwikkelen met cilinders van 25 x 41x 68 duim middellijn en een slag van 45 duim, zullen het schip een snelheid geven van 10 mijl. Het is ingericht voor de algemene vrachtvaart met certificaat houtvaart, gebouwd onder toezicht van Bureau Veritas en geplaatst in de hoogste klasse van dat bureau.


Krant:

  DC - Dordtsche Courant

De MAASHAVEN. De Tel. bevat een telegram uit Londen naar aanleiding van het bericht van het Haagse Correspondentenbureau, waarin gezegd werd dat het stoomschip MAASHAVEN te Harwich op strand gezet, nadat het op een mijn was gelopen, op last van de Engelse regering niet mocht worden gerepareerd dan onder de voorwaarde, dat het aan een Engelse firma in huur zou worden afgestaan.
De Tel. correspondent heeft nu vernomen, dat ten eerste de MAASHAVEN handel dreef voor Duitsland en dat de firma Van Uden, eigenaresse van de MAASHAVEN op de bekende zwarte lijst staat en bij uitspraak van de ‘Scottish Court of Sessions’ gedaan 19 januari1916 door hun handel met Duitsland als vijanden van Engeland beschouwd worden.
De Engelse regering wil echter niettegenstaande deze omstandigheden toestaan, dat het schip gerepareerd wordt, echter niet opdat het weer voor Duitsland kan gaan varen, doch slechts op voorwaarde dat het schip door een Engelse firma gecharterd wordt.


Krant:

  DC - Dordtsche Courant

Lichter getorpedeerd. Een Wolff-telegram uit Berlijn meldt: Een Duitse duikboot heeft eergisteren de Belgische lichter VOLHARDING in de grond geboord.
Uit Amsterdam seint men ons: Een van de twee lichters die door de sleepboot LAUWERZEE uit Rotterdam naar Londen gesleept werden, is in de Noordzee door een Duitse duikboot getorpedeerd en gezonken. Er zijn geen mensenlevens verloren gegaan.
De LAUWERZEE heeft de andere lichter behouden in Londen gebracht.


30 mei 1916


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

De Duitse Prijsgerechten.
De Holland-Gulf Stoomvaart Maatschappij te Rotterdam, eigenaresse van het stoomschip MARIA dat de 21e september 1914 door de Duitse kruiser KARLSRUHE in de grond geboord werd, heeft een adres gericht aan de Minister van Buitenlandse Zaken, waarin zij herinnerd aan dit geval, hetwelk haar zulke belangrijke verliezen heeft berokkend, en waarover nog steeds niets naders van de Duitse regering is vernomen. Zij wil hierop nog eens wijzen, nu in zake het stoomschip MEDEA in hoger beroep een vonnis is gewezen, dat berust op dezelfde overwegingen, als waarop in haar geval in de eerste instantie het vonnis berustte. In beide gevallen toch, gaat men van de overweging uit, dat het niet te bewijzen is, dat de lading uit conditionele contrabande bestond, en wel om de eenvoudige reden dat, zolang de lading niet is afgeleverd, men niet kan bewijzen wat de bestemming van die lading zou geweest zijn. Voornoemde Maatschappij verzoekt de Minister er bij de Duitse regering krachtig op aan te dringen, het bij de uitspraken van de Prijsgerechten niet te laten, doch naar recht en billijkheid deze zaken zonder verwijl af te wikkelen. Het lange oponthoud vermeerdert toch de schade van belanghebbenden in grote mate.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. De nieuwe stalen zeillogger CATHARINA (IJM-269) op de werf van de heer A. Baars te Sliedrecht voor rekening van de heer M.B. Osendarp te IJmuiden gebouwd, is gisteren aldaar in de Vissershaven aangekomen en zal voor de haringvisserij worden gereed gemaakt.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Terneuzen, 27 mei. Het stoomschip HELENA van Rosario naar Rotterdam, vertrok 23 dezer van Las Palmas arriveerde 25 dezer te Arrecife (Lanzarote) voor het innemen van bunkerkolen en zette 26 dezer de reis naar Rotterdam voort.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Delfzijl, 27 mei. Het gisteren van hier naar Gotenburg vertrokken schoenerschip HENDERIKA, kapitein J. Swiers, mocht op order van het op de Eems gestationeerde Duitse wachtschip, de reis niet vervolgen, en is in de Bocht van Watum voor anker gegaan.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Delfzijl, 27 mei. De te Groningen thuis behorende zeetjalk WOLBERDINA, kapitein J. Kiestra, is voor geheime prijs aangekocht door de heer J. Dost te Groningen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

MAASHAVEN. Omtrent het stoomschip MAASHAVEN van Gebr. Van Uden alhier dat, naar men weet te Harwich op strand gezet, nadat het op een mijn was gelopen, op last de Engelse regering niet mocht worden gerepareerd dan onder voorwaarde, dat het aan een Engelse firma in huur zou worden afgestaan, weet de Londense correspondent van de Tel. mee te delen, dat het schip handel dreef voor Duitsland. Hoewel dit de Engelse autoriteiten volkomen bekend was, gingen zij niet verder dan de firma Van Uden op de zwarte lijst te plaatsen. Nog deelt dezelfde correspondent mee, dat blijkens een uitspraak van de ‘Scottish Court of Sessions’ van 19 januari 1916, de eigenaars van de MAASHAVEN ten gevolge van hun handel met Duitsland, als vijanden van Engeland worden beschouwd. En tenslotte, dat de Engelse regering speciale machtiging heeft verleend om het schip voldoende van steenkool te voorzien, zodat de pompen kunnen blijven werken, waardoor verhinderd wordt, dat de lading voor Holland bestemd, door water beschadigd wordt.


31 mei 1916


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Panama Kanaal.
Londen, 30 mei. Volgens alhier ontvangen telegram hebben er door de aanhoudende regen wederom aardverschuivingen plaats gehad in de Culebra doorsteek. De diepte in het kanaal is daardoor tot 22 voet verminderd. Men verwacht een kort oponthoud voor dieper gaande schepen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van de Scheepsbouw Maatschappij v/h W. van Goor te Kampen, is met goed gevolg te water gelaten een nieuwe stalen sleepboot van 350 pk voor buitenlandse rekening en is in aanbouw een vrachtboot van 1.500 ton, eveneens voor buitenlandse rekening. De machines voor beide schepen zullen geleverd worden door de Machinefabriek ‘Utrecht’ te Utrecht.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Te IJmuiden arriveerde gisteren van de werf Gebr. Boot te Leiderdorp de aldaar voor rekening van de heer J. Limbach, te Santpoort nieuw gebouwde stalen zeillogger CONDOR (IJM-308), welke voor de haringvisserij zal worden gereed gemaakt.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 25 mei. De schoener HOLLANDIA, kapt. H. Salomons, welke op de reis van Gotenburg naar Amsterdam op de Deense kust strandde en na te zijn vlot gebracht in Fredrikshavn voorlopig repareerde, is gisteren hier aangekomen en naar Amsterdam verder gegaan. Een groot aantal platen moeten vernieuwd of gestrekt worden.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Bremen, 27 Mei. Het Noorse stoomschip VOSBERGEN, groot 2.770 ton, is aan Ths. Smedgvig te Haugesund verkocht.


Krant:

 VCO - Vlissingsche Courant

Vlissingen, 31 mei. Heden werd op de werf van de Kon. Maatschappij ‘De Schelde’ alhier de kiel gelegd voor de kruiser, besteld voor rekening van de Koninklijk Nederlandse Marine.
(opm: JAVA, bouwnr. 165)


01 juni 1916


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Te IJmuiden is van de werf van de firma Wed. J. Boot te Woubrugge aangekomen de voor rekening van de heer D.C. Mühring te Haarlem nieuw gebouwde stalen zeillogger GOEDE HOOP I (IJM-295), welke van IJmuiden ter haringvisserij zal uitvaren.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Utrecht, 31 mei. Van de scheepsbouwwerf van de N.V. Yselwerf, directeuren de heren W. van Goor en J. Brouwer werd 27 mei met goed gevolg te water gelaten een voor buitenlandse rekening gebouwde stalen sleepboot. Het schip wordt gebouwd onder Germanischer Lloyd klasse grote kustvaart. De machine, stoomketel, stoomstuurmachine en stoom-ankerwinch worden vervaardigd in de werkplaatsen van de Machinefabriek Utrecht te Utrecht, dir. de heer J. Brouwer.
De afmetingen zijn de volgende: Lang 24 meter, breed 5,65 m, hol 2,90 m. De machine is van het triple-expansie type met oppervlak condensator en Klugsche stoomschuif beweging, sterk 600 ipk. De afmetingen van de cilinders zijn: 285 x 460 x 749 met een slag van 380. De ketel heeft een verwarmend oppervlak van 103 m2 met 13 atm. ketelspanning. Na het aflopen werd direct de kiel gelegd voor een stalen vrachtboot, ook voor buitenlandse rekening, lengte 215’, breed 32’, hol 16', waarvan de machine-installatie eveneens door de Machinefabriek Utrecht vervaardigd zal worden.


02 juni 1916


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Wm.H. Müller & Co’s Algemeene Scheepvaart Mij. te Rotterdam.
In de heden gehouden jaarlijkse algemene vergadering van aandeelhouders werden de balans en de winst- en verliesrekening goedgekeurd en werd het dividend over 1915 vastgesteld op 20%.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van A.C. van Dam te Vlaardingen is te water gelaten het houten loggerschip LEENDERT VAN DAM Pz. (VL-210), gebouwd voor de Visscherij Maatschappij ‘De Hoop’ te Vlaardingen.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Sappemeer, 2 juni. Van de werf van de heer Jac. Smit alhier is met goed gevolg te water gelaten een twee-mast motorschoener van 230 ton. Nu wordt de kiel gelegd voor een drie-mast schoener van 370 ton voor de Atlantische vaart.


03 juni 1916


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Delfzijl, 3 juni. Het verkeer in de haven van Delfzijl begint thans, na zeven maanden van stilstand, te herleven. Er zijn reeds enige houtboten uit de Oostzee aangekomen, waaronder een Oostenrijkse met 1500 stander hout, terwijl verscheidene schepen naar hier onderweg zijn. Men verwacht, dat de aanvoer van gezaagd hout dit jaar groter zal worden, dan hij ooit geweest is.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Rotterdam, 2 juni. Het voor de firma Gebr. Van Uden te Rotterdam, aan de werf van de Rotterdamsche Droogdok Mij. gebouwde stoomschip IJSELHAVEN, heeft op de gehouden proeftocht aan alle eisen voldaan.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Te IJmuiden is gisteren van de werf van de firma J.J. Pattje & Zonen te Waterhuizen bij Groningen, aangekomen de voor rekening van de heren Rienstra en De Jong aldaar nieuw gebouwde stalen zeillogger TALLINA CATHARINA (IJM-288), welke voor de aanstaande haringteelt zal worden uitgerust.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Rechtszaken. Raad voor de Scheepvaart.
De BATAVIER V. Maandag 5 juni te 1.30 uur namiddag, onderzoek betreffende het door een mijn getroffen worden van het stoomschip BATAVIER V op 16 mei nabij de noord boei van de Inner Gabbard, ten gevolge waarvan 4 van de opvarenden het leven hebben verloren. Gezagvoerder Fr. Rindermann, rederij Wm.H. Müller & Co., beiden te Rotterdam.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 2 juni. Het stoomschip DUBHE, op reis van Baltimore naar hier, 2 mei met schade op de Theems gebracht, zal waarschijnlijk aanstaande zondag de reis naar hier kunnen voortzetten.
RN 030616
Rotterdam, 2 juni. Het stoomschip EEMDIJK, waarin zich nog ongeveer een 3.000 ton lading bevindt, zal na gelost te zijn, aan Wilton's Machinefabriek en Scheepswerf worden gerepareerd. De grootte van de schade kan niet eerder dan na de lossing worden bepaald.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Londen, 31 mei. Lloyds seint uit Baltimore dat het Rotterdamse stoomschip SAMARINDA, van Baltimore op weg naar Rotterdam, in de monding van de Patapsco (U.S.A.) in aanvaring is geweest met het Amerikaanse stoomschip BRANDON. Beide schepen keerden met averij terug.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Londen, 31 mei. Het Nederlandse stoomschip EUTERPE is met lekke ketel van Newport te Carthagena aangekomen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De WILIS en de GOENTOER.
De directie van de Rotterdamsche Lloyd deelt ons mee dat het stoomschip WILIS op 30 juni a.s. niet naar Indië zal vertrekken; in plaats daarvan zal gaan het stoomschip GOENTOER, dat was opgelegd. Het stoomschip WILIS zal 15 juli de reis naar Indië doen.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Hoogezand, 2 juni. Bij de firma E.J. Smit & Zoon, is heden van de scheepswerf met goed gevolg te water gelaten voor rekening van de heer J.J.A. van Meel te Rotterdam het stoomschip BREDA II, groot 360 ton d.w., is een van raised-quarterdeck type. Het behaalde de hoogste klasse van Germ. Lloyd en Scheepvaartinspectie en heeft een triple-expansie machine van 250 ipk. (opm: bouwnr. 546)


05 juni 1916


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Gisteren is van de werf van de firma J.D. Brouwer Jr. te Haarlem met goed gevolg van stapel gelopen het stalen loggerschip genaamd WILHELMINA, gebouwd voor rekening van de heer J. Visser Hzn. te IJmuiden. Het schip zal binnenkort derwaarts vertrekken om te worden uitgerust en ingeschreven onder het nummer IJM 300.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van de N.V. Werf Zeeland te Hansweert is met goed gevolg te water gelaten (opm: 2 juni) de zeevrachtboot SKJOLDBORG, gebouwd voor een rederij te Haugesund (Noorwegen), 190' lang, 30' breed en 14'-6" diep en metende 1.000 ton. Het schip, dat de eerste zeevrachtboot is, die door deze werf wordt afgeleverd, is gebouwd onder speciaal toezicht van Det Norske Veritas. Op de vrijgekomen helling wordt de kiel gelegd voor een dergelijk schip, eveneens voor Noorse rekening.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 3 juni. Volgens een bericht uit New Orleans is het uitgaande Nederlandse stoomschip AMSTELDIJK gestrand. Assistentie is ter plaatse. (De AMSTELDIJK vertrok 1 juni Van New Orleans naar Rotterdam. Red.)


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Delfzijl, 2 juni. Van hier vertrok heden het voor rekening van de Heer G. Ipland te Waaskerk op de werf van de heren Boon, Molenaar & Ter Cock te Hoogezand nieuw gebouwde stoomschip genaamd GUSTAV GERHARD. Het stoomschip, hetwelk voor vertrek op de Eems proef stoomde, waarbij het zeer goed voldeed, heeft een machine van 150 ipk en is bruto 103 m3 groot.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Delfzijl, 2 juni. Na een oponthoud van drie dagen nabij Borkum door de Duitse marine, arriveerde alhier gisteren het tjalkschip CORMORAN, schipper Dost, met een lading hout van Christiania naar Groningen. Het schip had wegens tegenwind een tijdlang onder Borkum moeten laveren en werd zodoende verdacht van spionage.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Delfzijl, 30 Mei. Met het op de werf van J.Th. Wilmink te Groningen voor Noorse rekening (Bergen) gebouwde stoomschip TOMMELITER is op de Eems een goed geslaagde proeftocht gehouden. Het zal nadat nog enige kleine verbeteringen zijn verricht, van hier onder Noorse vlag en bemanning naar bestemming Noorwegen vertrekken.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Delfzijl, 30 Mei. Het bij de firma Joh. Berg & Co. te Farmsum nieuw gebouwde stoomschip VIKSÖ, 1178,63 m3 bruto, 300 ipk, voor rekening van een firma te Noorwegen, is, na op de Eems proeftocht gedaan te hebben, onder Noorse bemanning en vlag van hier binnendoor over Zoutkamp en ledig naar Bergen vertrokken.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Panama, 8 mei. Het Nederlandse stoomschip VEENDIJK heeft 5 dezer in het Panamakanaal aan de grond gestoten. Het stoomschip is onderzocht en verkreeg een bewijs van zeewaardigheid. (De VEENDIJK, van New York naar Java, vertrok 24 mei van San Francisco. Red.)


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 3 juni. Het tjalkschip OOSTZEE, voorheen bevaren door schipper Everhardus te Groningen, is door aankoop in eigendom overgegaan aan de heer J. ter Veen aldaar.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 3 juni. Het te Groningen thuis behorende tjalkschip ALBATROS, schipper Kunst, is thans aangekocht door de heer J. Houwerzijl alhier, die het schip zelf zal bevaren.


06 juni 1916


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

De Zeeland.
In het jaarverslag over 1915 van de Stoomvaart Maatschappij Zeeland wordt een woord van waardering gewijd aan de nagedachtenis van de overleden commissaris, mr. L.H.W. Regout, voor wie in de a.s. vergadering een opvolger zal worden gekozen.
Verder wordt er herinnerd aan het grote verlies dat de Maatschappij heeft gehad in februari van dit jaar, toen eerst de PRINSES JULIANA en later de MECKLENBURG op een mijn stootte, waarbij echter gelukkig geen mensenlevens te betreuren waren. Alleen de MECKLENBURG was ten dele tegen molestrisico verzekerd en de van de assurantie maatschappij ontvangen gelden dekken dan ook slechts ten dele de schade. Vooral om deze reden menen commissarissen, dat het wenselijk is de gehele winst voor afschrijving te bestemmen. Deze winst bedraagt, na storting van NLG 50.000 in het ketelfonds en een gelijk bedrag in het pensioenfonds, NLG 974.210. Er werden in 1915 slechts 369 reizen gemaakt tegen in normale tijden 4 per etmaal, dus ongeveer 1.460. De ontvangsten uit de exploitatie bedroegen in 1915 NLG 2.427.848, tegen NLG 3.268.490 in 1914 en NLG 2.695.410 in 1913. Door de Maatschappij werd voor NLG 250.000 deelgenomen in de staatslening 1915, voor NLG 100.000 in de Ned. Indische lening en voor NLG 150.000 in de Staatslening 1916.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart.
De BATAVIER V. De Raad voor de Scheepvaart behandelde gistermiddag de scheepsramp van de BATAVIER V, welk schip op 16 mei nabij de noord boei van de Inner Gabbard door een mijn getroffen werd. Vier opvarenden verloren bij deze ramp het leven. De gezagvoerder, kapt. F. Rindermann, verklaarde, dat de BATAVIER V de 15e mei van Londen was vertrokken. Het schip was volgeladen, in hoofdzaak met rijst (750 ton), verder stukgoederen en een partij goud. De BATAVIER V mat 866 ton netto; de bemanning telde 23 koppen, er waren 8 passagiers aan boord. In de morgen van 16 mei, te 09.45 uur, had de kapitein de loods afgezet bij het Sunk vuurschip, en zette hij koers naar de noord boei van de Inner Gabbard. Vandaar had men koers gezet, ZO ten O magnetisch, naar de zuid boei van de Outer Gabbard. Kort daarop had het ongeluk plaats. Het was even na hoog water en mooi, helder weer. Getuige stond op de brug met de 2e stuurman en de Hollandse loods. Hij voelde een hevige schok en zag een rookkolom aan bakboordzijde. Getuige veronderstelt echter, dat het schip geraakt is aan stuurboord. Een bellenbaan had getuige niet gezien. Er waren zeven reddingboten aan boord, drie aan bakboord, drie aan stuurboord en een achterop. Elk van deze boten kon ongeveer 33 personen bevatten, behalve één kleine aan stuurboord, die er 20 bevatten kon. Do reddingboten waren op 180 passagiers berekend. Alles in de boten was in orde. Aan de passagiers was gezegd, tot welke boten zij behoorden. Op de rookkamer lag een vlot, reddingsgordels en boeien waren binnen het bereik. De beide voorste (ijzeren) boten waren met het oog op het kompas niet naar buiten gedraaid. Er was op het ogenblik van de ontploffing geen ander schip in de nabijheid gezien, ook geen periscoop. Getuige had onmiddellijk de telegraaf op stop gezet en de fluit opengezet. Het schip helde eerst enigszins naar bakboord over, daarna zwaar naar stuurboord. De middelste bakboordboot bleek defect te zijn geraakt door de ontploffing, in de laatste bakboordboot en in de middelste stuurboordboot bleken even na de ontploffing reeds opvarenden te hebben plaats genomen. Getuige wilde zijn trommel met papieren in de stuurboordboot (de werkboot) werpen toen deze gestreken was, doch uit vrees de inzittenden te raken, wierp hij de trommel naast de boot in het water, in de hoop dat zij zou opgevist worden, wat echter niet geschiedde. Met de 1e stuurman had getuige nog getracht een boot te vieren, doch hij was toen te water geraakt, terwijl het schip omsloeg Door de bakboordboot was getuige opgenomen. Van de opvarenden, die verdronken waren (de 2e machinist, de 3e machinist, de bediende en een passagier) had getuige niets gezien. Het was twaalf uur Hollandse tijd toen het ongeluk gebeurde, vijf minuten na de ontploffing lag de BATAVIER V plat op zij. De schipbreukelingen waren opgenomen door de Engelse trawler ADÈLE. De 1e machinist en een van de stokers werden gewond. De 1e stuurman, J. Fenenga, was in zijn hut toen het schip op een mijn liep. Hij snelde naar boven. Op enige tonnetjes heeft getuige zich drijvende gehouden. Hij werd gered door de achterdekboot, waarin zich alleen de 1e machinist bevond. Getuige had de verdronken passagier, de Amerikaan Mancini nog gezien toen hij, getuige, in de reddingsboot zat, terwijl het dek al onder water stond. Mancini hield zich aan de stag vast en had een reddinggordel bij zich. Pogingen tot redding had getuige, zittende in de reddingsboot - niet meer gedaan, want hij was doodop en de kluts kwijt. De 2e stuurman, W. v. d. Molen, had getracht een van de ijzeren boten te strijken, deze boot sloeg om. Op de kiel ervan heeft getuige zich weten te redden. Later was hij door een van de andere boten opgepikt. De 1e machinist G. van Heest deelde mee, dat hij in het gelaat werd gewond door een stuk gloeiend ijzer. De machinekamer bleek vol stoom te staan. Getuige was te verbouwereerd om iets te doen tot redding van de verdronken passagier Mancini (get. bevond zich met de 1e stuurman in een van de boten). Door de stroom dreef bovendien hun boot af. Wel hadden zij nog een andere Amerikaanse passagier gered. De matroos J. van de Suis was roerganger toen het schip op een mijn liep. Hij had evenmin als de vorige getuigen iets gezien van de verdronken schepelingen. Wel had hij de verdronken passagier Mancini nog gezien. Door de zuiging kon er niets gedaan worden om hem te bereiken. De Raad zal nader uitspraak doen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. - Uitspraken.
De Raad deed gisteren uitspraak betreffende het lek worden van het stoomschip MAASLAND. De Raad is van oordeel, dat de oorzaak van het lek worden van de MAASLAND niet met zekerheid is vast te stellen. Bij vertrek uit Buenos Aires was het schip droog. Tijdens het verlaten van de haven heeft het schip gestoten, doch dit was aan bakboord zijde boven de waterlijn, terwijl geconstateerd is dat de lekkage aan stuurboord onder de waterlijn ontstaan is. Aan boord heeft men voorts niet bemerkt dat de MAASLAND na het vertrek gestoten heeft, waardoor schade zou kunnen veroorzaakt zijn. Op welk tijdstip de lekkage ontstaan is, kan evenmin met zekerheid bepaald worden. Men heeft eerst drie dagen na vertrek bemerkt dat water in ruim II stond en dit water moet daar van boven door het gat in het waterdichte schot uit ruim I ingelopen zijn. Immers in ruim II is generlei schade in de huid gevonden. Ruim I moet toen reeds nagenoeg vol water geweest zijn. Het is verklaarbaar dat men dit niet eerder heeft bemerkt, daar op dit ruim niet gepeild is en de pomp geen water gaf, ook niet toen men in ruim II water had gevonden. De pompflessen moeten verstopt zijn geweest, gelijk te Santos gebleken is, dat zij geheel door lijnzaad verstopt waren. Te Santos is geconstateerd dat een klinknagel uit een huidplaat van ruim I verdwenen was. Door het gat is het water in dat ruim gestroomd doch er moet geruime tijd verlopen zijn tussen het ontstaan van dit gat en het vollopen van het ruim door deze betrekkelijk kleine opening. Vermoedelijk is de schade dus reeds kort na het vertrek uit Buenos Aires ontstaan. De Raad is voorts van oordeel, dat de kapitein van de MAASLAND in deze nalatig is geweest. Hij is met zijn schip naar zee vertrokken zonder zich te vergewissen dat geregeld gepeild zou kunnen worden, niettegenstaande hij hierop opmerkzaam was gemaakt. Men heeft op zee de ruimen niet geregeld gepeild en daardoor de lekkage eerst bemerkt toen het te laat was er in te voorzien. Had men op ruim I geregeld gepeild, dan zou de vermeerdering van water onmiddellijk geconstateerd zijn; dan had men ook de pompen dadelijk kunnen bijzetten en kunnen voorkomen dat het water zodanig toenam dat de zakken waarin het lijnzaad geborgen was, stuk gingen, het lijnzaad in de vullingen kwam en de flessen verstopt raakten. Door het peilen gedurende bijna drie dagen na te laten, is de schade aan de lading zeer toegenomen en de MAASLAND genoodzaakt een noodhaven binnen te lopen.
De Raad vindt echter een verontschuldiging voor de kapitein dat hij onbekend was met de bezwaren verbonden aan het vervoer van een zo grote lading paarden. Voorts dat hij in Buenos Aires voor het feit gesteld was het volle aantal paarden mee te moeten nemen, krachtens een, zonder zijn voorkennis gesloten overeenkomst, terwijl hij bij de plaatsing van de paarden rekening moest houden met de voorschriften door de plaatselijke autoriteiten daaromtrent gegeven, zodat er feitelijk te weinig ruimte aan boord was om deze lading behoorlijk aan boord te nemen. Daar echter de kapitein verantwoordelijk is voor de zeewaardigheid van zijn schip, meent de Raad dat een tuchtmaatregel op hem moet worden toegepast en straft mitsdien de gezaghebber van het stoomschip MAASLAND door het uitspreken van een berisping.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart.
Voorts werd uitspraak gedaan betreffende het vergaan van de sleepboot NOORDZEE.
De Raad is van oordeel, dat de NOORDZEE hoogstwaarschijnlijk op een mijn heeft gestoten en dat dit de oorzaak van de ramp is. Voor zover is na te gaan, waren de reddingsmiddelen goed in orde en is bij het verlaten van het schip alles gedaan, wat men redelijkerwijze van schipper en scheepsvolk kan verwachten. De betreurenswaardige vermissing van de twee leden van de bemanning is niet aan enige nalatigheid van de anderen toe te schrijven.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Aanhouding van Nederlandse schepen.
Naar wij vernemen zijn dezer dagen verschillende vrachtschepen van de Stoomvaart Maatschappij Nederland en van de Rotterdamsche Lloyd door de Engelsen aangehouden. Deze boten moesten, vóór zij haar reis voortzetten, eerst de aniline lossen, die zij aan boord hadden. Alleen de RONDO, waar de 1.400 kisten die zij meevoerde, verspreid waren over de gehele lading, mocht uit Durban vertrekken, mits de lading in Indië ter beschikking van de Engelse consul zou worden gesteld.
De aniline was als gewoonlijk geconsigneerd aan de Gouverneur-Generaal van Ned.-Indië en is nodig voor de batik industrie. Terwille van deze industrie maakten de Engelsen de uitzonderingsbepaling om deze aniline, hoewel Duits product, te laten passeren. Het gerucht loopt, dat de aanhouding zou zijn te wijten aan het feit, dat vroeger verscheepte aniline niet volgens de gemaakte afspraak werd gedistribueerd.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 5 juni. Het stoomschip AMSTELDIJK (zie vorig No.) is vlot gekomen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Dordrecht, 5 juni. Zaterdag had de proeftocht plaats van het stoomschip HELGA, gebouwd voor Deense rekening door de N.V. Scheepswerf Dordrecht (Directeur J. Bijvoet) alhier, schip en machine, welke laatste geleverd is door de Maatschappij Fijenoord, voldeden aan alle eisen, terwijl een vaarsnelheid van ruim 9¼ mijl werd bereikt. Het stoomschip HELGA is een zusterschip van het op dezelfde werf gebouwde stoomschip DORTHEA, dat voor enige maanden op de Noordzee door een mijn werd opgeblazen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Londen, 3 juni. Het Nederlandse stoomschip TITAN, van de Kon. Nederlandsche Stoomboot Mij., 29 mei van Bordeaux naar Amsterdam vertrokken, is in de Duins in aanvaring geweest, heeft de steven zwaar verbogen en maakt water.
(De TITAN is 5 juni te Amsterdam aangekomen. Zij was in aanvaring met het van Sabine Pass naar Londen bestemde 2.412 netto ton grote Eng. stoomschip LACKAWANNA. Buiten de omgebogen boeg zijn er enkele platen zwaar beschadigd, waardoor het schip enig water maakt. Red.)


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Londen, 4 juni. Het stoomschip RIJNDIJK is heden, na voorlopig gerepareerd te hebben, van de Scilly Eilanden naar Rotterdam vertrokken.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Mijnengevaar.
In mei zijn op de Nederlandse kust aangespoeld 32 mijnen, waarvan 17 Engelse, 11 Duitse en 4 van onbekende oorsprong. In totaal zijn sedert het begin van de oorlog op onze kust aangespoeld 1.046 mijnen. Hiervan waren 552 van Engelse, 61 van Franse, 204 van Duitse en 229 van onbekenden oorsprong.


07 juni 1916


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 6 juni. Omtrent het stoomschip RIJNDIJK, 4 juni van Scilly herwaarts gevaren, wordt nog gemeld, dat het gelijkladig is gebracht en dat de machine gedurende 5 uur achtereen zijn beproefd. De voorlopige schade is goed gerepareerd en het schip is overal dicht.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Delfzijl, 8 juni. Het verkeer in de haven te Delfzijl begint thans, na 7 maanden van stilstand te herleven. Er zijn reeds enige houtboten uit de Oostzee aangekomen, waar onder een Oostenrijkse met 1.500 stander hout, terwijl verscheidene schepen naar hier onderweg zijn. Men verwacht, dat de aanvoer van gezaagd hout dit jaar groter worden dan hij ooit geweest is.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Van de werf van de firma Gebr. De Koster te Moerdijk, werd met goed gevolg te water gelaten het stalen Rijn-Herne-Kanaalschip, groot plm.1.400 ton, voor rekening van de N.V. Handels- en Transportmaatschappij Vulcaan te Rotterdam.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De MAASHAVEN. Het blijkt dat omtrent het stoomschip de MAASHAVEN van de firma Gebr. Van Uden, de Engelse regering de opvatting is toegedaan dat het schip behoort aan een firma die op de zwarte lijst is geplaatst. Op weg naar Nederland stootte ze op een Duitse mijn, die daar gelegd was om aan koopvaardijschepen de doortocht te versperren. Schip en bemanning verkeerden in gevaar. Hulp werd geboden door de Engelse overheid en het schip werd veilig en wel een Engelse haven binnengebracht, waar aan de MAASHAVEN een voldoende hoeveelheid steenkool werd verstrekt om de pompen aan de gang te houden en aldus de lading te behouden, die te goeder trouw voor Nederland was bestemd. De Engelse overheid betreurt het ongeval, dat door een vijandelijke daad aan het schip is overkomen en zij heeft zich van haar plicht gekweten door schip en bemanning te redden. Zij wenste de aanwezigheid van de MAASHAVEN in een Engelse haven niet en ware het niet beschadigd geweest, dan zou het schip ongetwijfeld zijn bestemming hebben gevolgd. Nu de MAASHAVEN zich eenmaal in een Engelse haven bevindt, kan van de Engelse regering, met het oog op de vijandelijke betrekkingen van de eigenaren van het schip en zijn zusterschepen, niet worden verwacht, dat zij faciliteiten verleent voor het herstel van het schip, door arbeidskracht en materiaal beschikbaar te stellen, die de regering dringend nodig heeft voor de voortzetting van de oorlog, tenzij de eigenaren in alle vorm verklaren niet langer handel te zullen drijven, waarvan het bekend is, dat hij bestemd is om de vijand hulp te verlenen. (opm: zie ook DC 280516 en RN 300516)


08 juni 1916


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Gisteren is van de werf van de firma Jonker & Stans te Hendrik-Ido-Ambacht met goed gevolg te water gelaten het stoomschip MARIA, voor de Holland-Gulf Stoomvaart Maatschappij, directie firma Jos. te Poorter te Rotterdam. De MARIA heeft de volgende hoofdafmetingen: Lengte 275 voet; breedte 40 voet; holte tot hoofddek 20 voet. Het schip is van het raised-quarterdeck type en heeft een laadvermogen, inclusief bunkers van 3.200 ton, bij een diepgang van ca. 18 voet 6 duim. Het schip is speciaal gebouwd voor de erts-, kolen- en houtvaart als zelftrimmer met 4 zeer grote luikhoofden. De triple-expansie machine, welke wordt vervaardigd door de N.V. Burgerhout's Machinefabriek en Scheepswerf te Rotterdam, zal het beladen schip een snelheid moeten geven van minstens 9 mijl. Op de vrijgekomen helling wordt onmiddellijk de kiel gelegd voor het zusterschip JOHANNA.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 7 juni. Hr.Ms. NOORD-BRABANT is 6 juni te Durban aangekomen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 7 juni. Het stoomschip DUBHE is dichtgemaakt en ligt nu in de Higham bocht geankerd. Het schip vertrekt denkelijk 8 juni naar Rotterdam.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 7 juni. De Nederlandse sleepboot NORDERNEY van de rederij K. Toxopeus te Delfzijl is naar Christiania verkocht en ligt nu met de naam KAR te IJmuiden zeilklaar om bij gunstig weer naar de bestemming te vertrekken.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Vlissingen, 7 juni. Van het stoomschip DUITSCHLAND van de Stoomvaart Maatschappij Zeeland zal de naam veranderd worden in ZEELAND.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

New Orleans, 2 juni. Van het stoomschip AMSTELDIJK, dat op strand heeft gezeten, is een anker verloren gegaan. Men zal trachten dit anker te vissen.


09 juni 1916


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hardinxveld, 8 juni. Gisteren werd met goed gevolg op de rivier de Merwede proef gestoomd door het stoomschip PORTO, hetwelk gebouwd is bij de N.V. Scheepsbouwwerf ‘De Merwede’ van Van Vliet & Co. alhier, het schip, hetwelk een afmeting heeft van 180’-0" x 28'-6" x 14'-6” behaalde een snelheid van plm. 9,75 mijl en heeft een waterverplaatsing bij een diepgang van 13'-11", in zout water van 1.500 Engelse tonnen. Het schip werd gebouwd volgens de voorschriften van de hoogste klasse Lloyd's 100 A.1. en heeft een korte brug midscheeps en bak op het voorschip. De verblijven voor officieren zijn aangebracht onder het brugdek alsmede aan de achterkant van de koelkast, terwijl de verblijven voor de bemanning in de bak zijn aangebracht. Een dubbele bodem, dienende tot het meevoeren van voeding en ballastwater, loopt over de gehele ruimte van het ruim terwijl eveneens de voor- en achterpiek tanks dienen tot het vervoeren van waterballast, totaal 215 ton. Verder heeft het schip één lang ruim doorlopende vanaf voorpiekschot tot aan de dwarsscheepse kolenbunker waarin het widespace pillaring-arrangement is aangebracht. Het kuil- en verhoogd dek zijn geheel van staal terwijl de dekken zover de bewoonde gedeelten betreft, geheel van hout zijn of met hout bedekt. Het ruim is voorzien van 2 grote luikhoofden van 15'-6" breedte. Tot het vlug laden en lossen zijn 3 masten aangebracht met 3 stuks laadbomen welke bediend worden door 3-tons stoomlieren, welke allen ingericht zijn voor dubbel werk. Het schip heeft verder een stoomankerspil, een stoomstuurwerk en een stoomkaapstand.
De logiezen voor de opvarenden zijn luchtig en ruim alsmede geriefelijk gebouwd.
De complete machine-installatie welke in het achterschip geplaatst is, is sterk 650 ihp, werd geleverd door de firma Verschure & Co., machinefabrikant te Amsterdam. Hiertoe behoort o.a. de triple-expansie machine met cilinder afmetingen van 15" x 25” X 40" en 27” slaglengte en 2 ketels, werkende onder een druk van 180 lbs. per vierk. Eng. duim en met een totaal verwarmingsoppervlakte van 1.000 vierk. voeten per ketel. De diameter van elke ketel is 10'-8", de lengte 10'-3". Het schip werd na da proefvaart direct door de Noorse eigenaren overgenomen, doch moet blijven liggen, totdat de uitvoervergunning verkregen is.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Op de helling van de werf Bonn & Mees te Rotterdam is de kiel gelegd van het voor rekening van de Rotterdamsche Lloyd te bouwen stoomschip TOSARI, groot ongeveer 10.000 ton. (opm: bouwnr. 276)


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Te Haarlem is van de werf van de firma J.D. Brouwer Jr. een stalen loggerschip te water gelaten. Het schip zal genummerd zijn IJM-300.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Hedenmorgen is van de werf van Bonn & Mees met goed gevolg te water gelaten het stoomschip SCHIEDIJK (opm: bouwnr. 275). Dit schip is een zusterschip van het onlangs bij de Maatschappij Scheeps- & Werktuigbouw Fijenoord te water gelopen stoomschip IJSSELDIJK en eveneens voor rekening van de Nederlandsch Amerikaansche Stoomvaart Mij. (Holland Amerika Lijn) gebouwd. De afmetingen van het schip zijn: Lang 425 voet, wijd 54 voet en hol tot het shelterdek 38 voet 8 duim. Het draagvermogen zal ruim 10.000 ton zijn. Over de gehele lengte heeft het schip een dubbelen bodem en aan iedere zijde een dieptank waardoor een totaal van 1.900 ton waterballast kan worden ingenomen.
Het schip heeft twee stalen masten en is geheel ingericht naar de eis van een eerste klasse vrachtschip en wordt voorzien van 36 laadbomen, een extra zware boom voor het lichten van lasten van 40 ton, 21 stoomlieren, een ijsmachine, twee dynamo’s voor verlichting, marconi, telegrafie, stoomstuurmachine met telemotor, ankerspil en dreadnought-ankers.
De verblijven voor kapitein, officieren en machinisten, als hutten slaapkamers en rookkamer zijn in de dekhut midscheeps gemaakt. Onder de bak bevinden zich de logiezen voor matrozen en stokers met afzonderlijke eetkamers en speciale wasplaatsen. Het geheel is naar de plannen van de hoofdinspecteur van de Holland Amerika Lijn geclassificeerd en onder toezicht van Lloyd's Register benevens van de Scheepvaart Inspectie gebouwd.
De stoomwerktuigen en stoomketels worden vervaardigd door de Mij. voor Scheeps- & Werktuigbouw Fijenoord en zullen het schip een snelheid geven van 12 mijl. Onmiddellijk na het aflopen van de SCHIEDIJK is de kiel gelegd voor het stoomschip TOSARI, dat gebouwd zal worden voor de Rotterdamsche Lloyd.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Reddingsschip ATLAS.
Officieel. Het Departement van Marine deelt mee, dat de dienst van het reddingsschip ATLAS, welk schip sinds 27 maart in de Noordzee in de nabijheid van het lichtschip Noord Hinder was gestationeerd, met de datum van 7 juni jl. is ingetrokken in verband met de gewijzigde route van de grote stoomvaartlijnen, waardoor de kans op ongelukken zeer veel is verminderd.
In deze dienst zal worden voorzien door Hr.Ms. politiekruiser ZEEHOND, voor zover dit met de overige diensten van dat schip overeenkomt. Dit schip zal geen bijzondere kentekenen als reddingsschip voeren.


10 juni 1916


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. De voor rekening van de heer J.J. de Niet te Scheveningen op de werf van de N.V. Scheepsbouw Mij. voorheen H. Schouten te Muiden nieuw gebouwde stalen zeillogger VREDE I (SCH-289) is gisteren te IJmuiden in de Binnenhaven aangekomen om buitenom door een sleepboot naar Scheveningen te worden gebracht.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart.
Donderdag 15 juni te 2 uur namiddag zal de Raad voor de Scheepvaart behandelen het onderzoek betreffende de stranding van het aakschip HOLLANDIA op 17 april jl. op het Borfeld-rif van Laesö.
Daarna onderzoek betreffende het vermoedelijk met man en muis vergaan van het tjalkschip DOLFIJN in het Duitse mijnenveld aan de kust van Zweden ter hoogte van het Drogden lichtschip.
Voorts onderzoek betreffende het vermoedelijk met man en muis vergaan van de stoomtrawler PRIMA VERA (IJM-47) op de Noordzee op of na 14 april 1916.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

New York, 6 juni. Van het Rotterdamse stoomschip SAMARINDA, op de Patapsco in aanvaring geweest, zijn 9 huidplaten, 13 spanten, dekplaten en dubbelingen gekraakt en gebroken. Het natte graan wordt uit ruim No. 5 gelost.


11 juni 1916


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. In de Binnenhaven te IJmuiden is aangekomen een voor de Maatschappij ‘Unie’ aldaar op de werf van de firma J. van Aller in Hasselt nieuw gebouwde stalen zeillogger, welke in de vaart zal komen met de naam MARIE LOUISE (IJM-294).


12 juni 1916


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van verschillende werven in Nederland zijn in IJmuiden drie loggers, voor Scheveningse rederijen bestemd, aangekomen, ten einde buitenom naar de bestemming te worden gebracht, n.l. (SCH-319) JOHANNA, rederij Albert Jol, gebouwd te Foxhol door de werf Gebr. Mulder; (SCH-339) MARTINA BERNARDINA, rederij B. van Leeuwen, gebouwd te Hasselt door de werf J. van Aller; (SCH-274) WIJNANDA, rederij W. den Duik Gzn., gebouwd te Hoogezand door de werf Gebr. E. & M. Coops.


13 juni 1916


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 9 juni.Het stoomschip RIJNDIJK, dat met noodreparatie van de Scilly Eilanden alhier is aangekomen, had bij aankomst nog ongeveer 3.500 ton lading (1.500 ton beschadigd en 2.000 ton gezond) aan boord. Als de lossing is afgelopen, gaat het stoomschip in een dok van de Rotterdamsche Droogdok Maatschappij.


14 juni 1916


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Nieuwe Afrikaansche Handels-Vennootschap te Rotterdam.
Aan het verslag over het afgelopen boekjaar ontlenen wij het volgende: Ons bedrijf heeft het gehele vorige jaar onder de nadelige invloed van de oorlog gestaan. Al was reeds in de eerste maanden de vrees geweken, dat onze factorijen de onmiddellijke gevolgen van de oorlogsgebeurtenissen zouden ondervinden, op indirecte wijze deden zich die gevolgen in sterke mate gevoelen. De omzet van goederen in Afrika moest dientengevolge achterblijven bij die van vorige jaren; de hierdoor ontstane winstderving kon niet op andere wijze worden goedgemaakt. Producten toch hadden met dezelfde bezwaren van kostbare overschepingen en sterk gestegen vrachten en assurantiepremies te kampen als goederen, terwijl zij, door afsluiting van een groot gedeelte van het vroegere afzetgebied, beperkte markten ontmoetten. In menig geval moesten wij ons dan ook met verkoopprijzen tevreden stellen, die weinig of geen winst lieten. De einduitslag kon onder deze omstandigheden niet anders dan hoogst onbevredigend zijn: de gehele handel met Afrika heeft slechts een winst van NLG 17.262 gelaten. Ook de andere bronnen, die in vroeger jaren zulke aanzienlijke bijdragen tot onze inkomsten leverden, bleven ditmaal in gebreke. Geen van de maatschappijen, bij welke wij betrokken zijn, kon winst ter verdeling brengen. Het enige lichtpunt, dat onze winst- en verliesrekening aanwijst, is de winst behaald door verkoop van gronden. Reeds vóór het uitbreken van de oorlog hadden wij de helft van een terrein, op Belgisch gebied aan de Stanley-Pool gelegen, tot zeer bevredigende prijs aan een andere onderneming verkocht, te leveren na beëindiging van een toen nog lopend huurcontract. De levering had in het afgelopen boekjaar plaats evenals de betaling van de koopprijs, die toelaat, na afschrijving van alle kosten voor aanbouw en onderhoud van factorijen, alsmede van de boekwaarde van het verkochte gedeelte terrein en vermeerderd met enige geïnde huren, een bedrag van NLG 105.622 in het credit van de winst- en verliesrekening te brengen. De wederhelft van het bovenbedoelde terrein is in ons bezit gebleven. Zij is aangesloten aan de Congo-Spoor, biedt een goede ligplaats aan voor de stoomboten op de bovenrivier en dient voor de opslag en het transiteren van onze voor de Belgische en Franse Boven-Congo bestemde goederen en van de afkomende producten. De nog niet genoemde cijfers van de winst- en verliesrekening behoeven geen nadere toelichting. Het eindresultaat is, dat er een luttel winst overblijft van NLG 5.305, welke wij op de reserverekening hebben overgebracht. Het zou ons verheugen, wanneer wij voor het lopende jaar op betere uitkomsten konden wijzen; onze verwachtingen dienaangaande zijn echter niet hoog gespannen. De moeilijkheid om uitvoerartikelen, en met name manufacturen, tot lonende prijzen en op aannemelijke leveringstermijn machtig te worden, neemt dagelijks toe en de vrachten zijn steeds stijgende, zodat het voorzien van onze factorij met toenemende bezwaren gepaard gaat. De nadelen, die hieruit voortvloeien, worden niet opgewogen door verhoogde waarde van de aangevoerde producten, terwijl door de beperkende bepalingen, wat hun bestemming betreft de keuze van de markten, waar zij te gelde kunnen worden gemaakt, nog geringer dan in het vorige boekjaar geworden is. Onder de balansposten verdient van die in het debet in de eerste plaats de inventaris in Afrika de aandacht. Hij bedraagt ruim NLG 530.000 minder dan in het voorgaande jaar waarvan ruim NLG 250.000 komen op de kleinere voorraad goederen, gevolg van mindere uitzending, en bijna NLG 200.000 op de post kas, wissels, debiteuren, enz., doordien wij in het begin van het jaar een aanzienlijk bedrag aan kasmiddelen, op de verschillende factorijen verspreid liggende, naar Europa lieten overkomen. De tweede post in het debet omvat ons bezit in aandelen in Belgische en Franse Congo maatschappijen. Evenals het laatste jaar is ook thans de waarde moeilijk met nauwkeurigheid te bepalen; echter achten wij haar niet te hoog geraamd. Het hoofdbestanddeel van de post bestaat uit winstaandelen Compie du Kasai, die op frs. 60 per honderdste part te boek staan; volgens de laatste berichten uit Brussel worden zij aldaar met frs. 69 betaald.
De vaartuigen in Afrika hebben wij door afschrijving van NLG 144.000 op NLG 130.000 teruggebracht, de Factorijen werden verminderd met de boekwaarde van het verkochte terrein aan de Stanley-Pool, terwijl wij op ons kantoorgebouw alhier, en op meubels en gereedschappen onderscheidelijk NLG 6.000 en NLG 1.000 hebben afgeschreven. De post 'Producten in Voorraad' is opgenomen tot de waarde, waartoe zij na 31 oktober l.l. werden verzilverd. De 'Export in Voorraad' bedroegen op die datum slechts NLG 19.895 en zijn sedertdien nog verminderd. Hetgeen nog voorhanden is, bestaat in reeds vóór de oorlog gekochte goederen van Duitse en Oostenrijkse oorsprong, waarvan de invoer thans in geen van de kolonies, waarin ons arbeidsveld gelegen is, is toegelaten. De verdere posten van de balans vereisen geen nadere toelichting; alleen dient ten opzichte van de 'Reserve Walburg' nog opgemerkt dat dit schip nog steeds ongelost te Pernambuco ligt.
Op de verkorte balans op 31 oktober 1915 komen voor aan de debetzijde: Inventaris in Afrika NLG 887.988 (v.j. NLG 1.411.761), Aandelen in Belgische en Franse Congo-Ondernemingen NLG 1.560.424 (NLG 1.560.424), Vaartuigen in Afrika NLG 130.000 (NLG 144.000), Factorijen in Afrika NLG 120.000 (NLG 130.000), Kantoorgebouwen te Rotterdam NLG 120.000 (NLG 126.000), Meubelen en gereedschappen NLG 7.000 (NLG 8.000), Exportgoederen in voorraad NLG 19.895 (NLG 72.011), Producten in voorraad NLG 205.739 (NLG 78.126), Kassa en kassiers NLG 50.584 (NLG 17.341), Debiteuren NLG 147.845 (NLG 247.729) en aan de creditzijde: Kapitaal NLG 2.108.550 (als v.j.), Reserve-Rekening (NLG 214.819 (NLG 209.134),Assurantie Reserve NLG 100.000 (als v.j.), Uitkeringsfonds NLG 262.669 (NLG 261.591), Traites NLG 16.875 (NLG 51.034), Employés in Afrika NLG 316.025 (NLG 318.905), Crediteuren NLG 141.576 (NLG 665.899), Onafgehaalde Dividenden NLG 4.669 (NLG 85.619), Reserve "Walburg" NLG 74.292 (NLG 74.659).


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van Gebr. Van der Windt te Vlaardingen is te water gelaten het stalen loggerschip MARIE (VL-49), gebouwd voor de firma H. v.d. Burg te Vlaardingen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. In de Binnenhaven te IJmuiden is aangekomen de stalen zeillogger (IJM-293) ELIZABETH, welke voor rekening van de Maatschappij ‘De Unie’ gebouwd werd bij de N.V. Weerter Scheepsbouw Mij. te Weert.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 13 juni. Het stoomschip DUBHE, dat begin mei op reis van Baltimore naar hier met ernstige schade naar de Theems werd teruggesleept, is zaterdag onder eigen stoom en met nog ongeveer 3.900 ton lading aan boord alhier aangekomen. De in Engeland uitgevoerde bekisting heeft zich goed gehouden.


15 juni 1916


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van de N.V. v/h Wed. A. van Duijvendijk te Papendrecht, is te water gelaten het voor de Steenkolen Handels Vereeniging te Rotterdam nieuw gebouwde Rijnschip SIEGLINDE van 1.000 ton.


16 juni 1916


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de scheepsbouwwerf van de firma A. Vuyk & Zonen te Capelle a/d IJssel, is met goed gevolg te water gelaten (opm: 15 juni) het stoomschip LEERSUM, gebouwd voor rekening van de Stoomvaart Maatschappij Oostzee te Amsterdam. Dit stoomschip heeft een lengte tussen de stevens van 360 voet bij een grootste breedte van 48 voet en een holte tot het hoofddek van 25 voeten 3 duim. Het werd gebouwd onder speciaal Lloyds toezicht voor de klasse 100 A 1 en is voor de algemene vrachtvaart bestemd. Het laadvermogen is 6.100 ton. De stoommachine, sterk 1.750 ipk, welke aan de Kon. Maatschappij ‘De Schelde’ te Vlissingen vervaardigd worden en het schip in beladen toestand een snelheid van 10½ tot 11 knoop kunnen geven, zullen aan de werf van de scheepsbouwmeester geïnstalleerd worden, om in de tweede helft van juli stoomklaar te worden opgeleverd. Het schip wordt toegerust met installaties voor draadloze telegrafie en onderwater kloksignalen. (opm: de doopplechtigheid werd verricht door mevr. G.W. Vinke, van Bloemendaal; bron NRC 160616)


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Gisteren werd van de werf ‘Gusto’ van de firma A.F. Smulders te Schiedam, te water gelaten de stalen romp van het schroefstoomschip SCHIELAND, in aanbouw voor de Scheepvaart en Steenkolen Maatschappij te Rotterdam en zusterschip van de SINT ANNALAND, eveneens op de werf Gusto voor genoemde Maatschappij in aanbouw. Het stoomschip wordt gebouwd onder speciaal toezicht volgens klasse 100 A 1 van Lloyds; het is van het type verhoogd achterdek, korte bak en lange campagne met een draagvermogen van 2.850 ton deadweight en van de volgende afmetingen: Lengte tussen loodlijnen 272'-0"; breedte op het grootste spant 39'-10"; holte in de zijde tot hoofddek 20'-9"; idem tot verhoogd dek 25'-0". Het schip is voorzien van een triple-expansie machine met oppervlak condensatie, in staat het vaartuig een snelheid te geven van 10 knopen, terwijl de benodigde stoom wordt geleverd door 2 stoomketels met een verwarmend oppervlak van 336 m2, werkende onder een stoomdruk van 180 lbs. per vierkante Engelse duim.
(opm: de doop werd verricht door mej. Jane Los, dochter van de directeur van de S.S.M., de heer V.R. Los, bron RN 170616)


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart.
In zijn zitting van gistermiddag deed de Raad uitspraak betreffende het vergaan van het stoomschip BATAVIER V. De Raad is van oordeel, dat de ramp hoogstwaarschijnlijk door het stoten op een mijn is veroorzaakt. De reddingsmiddelen aan boord van de BATAVIER V waren uitstekend in orde, gezagvoerder en bemanning hebben bij het verlaten van het schip hun plicht volkomen gedaan; noch aan hen noch aan inrichting van schip of reddingsmiddelen is het betreurenswaardig omkomen van de vier personen te wijten.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. In zijn zitting van gistermiddag deed de Raad een onderzoek in betreffende de stranding van het aakschip HOLLANDIA, op 17 april jl. op het Borfeld-rif van Laesö.
De kapitein-eigenaar, de heer Hendrik Salomons uit Gasselternijveen, werd als getuige gehoord. Hij verklaart, dat hij op 17 april van Göteborg naar Amsterdam vertrok, met een volle lading en een deklading gezaagd hout. Op een gegeven ogenblik zag getuige de Borfeld klip recht vooruit. Hij bracht het roer aan lij, waardoor het vaartuig overstag ging. Toen gaf getuige het roer over aan de stuurman om een paar kaarten in de roef na te zien. Eensklaps sloeg het zeil over. Het vaartuig zwaaide rond en liep vast. De 20e april werd het gesleept naar Frederikshaven, daar het averij had gekregen. Ook werd in deze zaak als getuige gehoord de stuurman. De Raad zal later uitspraak doen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. Daarna werd een onderzoek ingesteld betreffende het vermoedelijk met man en muis vergaan van het tjalkschip DOLFIJN in het Duitse mijnenveld aan de kust van Zweden ter hoogte van het Drogden lichtschip. De 6e juni werd het lijk van kapitein Beck drijvende gevonden in de buurt van Denemarken. De 8e januari vertrok het vaartuig van Lübeck naar Landskrona, de 16e januari werd het gepraaid, na die datum is er niets meer van vernomen. Alleen werd bericht ontvangen, dat een klein vaartuig in het mijnenveld aan de Zweedse kust is vergaan. Vermoedelijk is dit hetzelfde vaartuig, de DOLFIJN, waarvan wordt verondersteld, dat het de 18e januari is vergaan. Zekerheid daaromtrent bestaat echter niet. De Raad zal in dezen later uitspraak doen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Londen, 14 juni. Volgens een telegram uit Baltimore heeft het stoomschip WILLEM VAN DRIEL Sr., bij een brand in Elevator 3, van de Pennsylvania Railroad, ernstige brandschade belopen. De WILLEM VAN DRIEL Sr. was half geladen en bestemd naar Rotterdam.
Het schip behoort aan de Willem Van Driel's Stoomboot- en Transportonderneming, meet 2.521 ton bruto en is in 1915 gebouwd.
Volgens telegram uit Baltimore bevatte de Elevator 3 een aanzienlijke hoeveelheid graan uit het stoomschip SAMARINDA, dat 31 mei op reis van Baltimore naar Rotterdam met het Amerikaanse stoomschip BRANDON in aanvaring geraakte en deswege naar Baltimore terugkeerde.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Londen, 14 juni. Volgens bij Lloyds ontvangen telegram uit Penang, heeft aan boord van het Nederlandse stoomschip VAN DER PARRA een hevige brand plaats gehad. De VAN DER PARRA is midscheeps geheel verbrand en de machines zijn totaal vernield.
Daar in het telegram van persoonlijke ongelukken geen melding wordt gemaakt, mag worden aangenomen, dat deze niet hebben, plaats gehad. (De VAN DER PARRA is een stoomschip van de Kon. Paketvaart Mij. in 1899 gebouwd en bruto 559 ton groot)


17 juni 1916


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Stoomvaart Maatschappij Zeeland.
In de heden (zaterdag) te Vlissingen gehouden vergadering van aandeelhouders van de Stoomvaart Maatschappij Zeeland werd het jaarverslag over 1915 uitgebracht, waarvan reeds enkele cijfers gepubliceerd zijn, maar waaraan wij thans nog het volgende ontlenen: De moeilijkheden zijn in het jaar 1915 ontzettend toegenomen. Had de directie reeds de dienst van de raderboten van Queenborough naar Tilbury moeten stopzetten, de 17e maart 1915 werd zij door de Engelse regering genoodzaakt, ook de dienst op Folkestone op te geven en werden de schroefboten naar Tilbury gedirigeerd, waarheen deze met herhaalde onderbrekingen de dienst bleven volhouden.
Door de ernstige moeilijkheden, die reizigers naar en van Engeland ondervonden, nam het aantal passagiers geleidelijk af en verminderde het totaal aantal vervoerde passagiers tot ongeveer de helft van het vorige jaar, terwijl het goederenvervoer tot 20 maart slechts 13.187 ton bedroeg. De vooruitzichten voor 1916 zijn zeer ongunstig geworden. Naar aanleiding van de rampen van de PRINSES JULIANA en van de MECKLENBURG, zegt het verslag:
Ten einde de door het verloren gaan van beide schepen geleden verliezen te dekken, is besloten alle beschikbare middelen voor afschrijving te bestemmen. Alleen de MECKLENBURG was voor een gedeelte tegen molestrisico verzekerd en het uit dien hoofde ontvangen bedrag strekte gedeeltelijk tot dekking van het verlies.
De toekomst is zodanig, dat de uiterste voorzichtigheid geboden blijft. Het is te voorzien dat zelfs alle beschikbare geldmiddelen nog onvoldoende zullen blijken voor de betaling van nieuwe schepen, zodra de aanbouw daarvan in de plaats van de beide die verloren gingen, mogelijk zal zijn. Een en ander geeft de directie aanleiding het gehele voordelige saldo van de winst- en verliesrekening, na dotatie van NLG 50.000 aan het pensioenfonds en van NLG 50.000 aan het ketelfonds, voor afschrijving te bestemmen.
Het ketelfonds was op 31 december 1914 NLG 376.863, er kwam in 1915 bij NLG 50.000 en NLG 13.626 aan gekweekte rente, zodat dit fonds op 31 december 1915 NLG 440.489 bedroeg. Hiervan is voor een nominaal bedrag van NLG 459.000 in effecten belegd, met een boekwaarde van NLG 410.425 (v.j. 3.268.490). Zoals reeds gemeld beliepen de bruto-ontvangsten in 1915 NLG 2.427.848. Vergeleken, met de beide vorige jaren werd ontvangen aan vervoer van reizigers en bagage in 1915 NLG 1.639.897, 1914 NLG 1.520.102 en 1913 NLG 1.192.478; aan koopmansgoederen en pakketten resp. NLG 243.077; NLG 912.215 en NLG 648.798; aan brievenmalen NLG 436.396, NLG 554.830 en NLG 561.807; buitengewone ontvangsten NLG 108.476, NLG 281.342 en NLG 292.326.
In de laatste vijf jaar werden vervoerd het volgende aantal passagiers: 1911 - 154.801; 1912 - 153.811; 1913 - 169.705; 1914 - 200.582; 1915 – 100.472, terwijl het aantal tonnen (1.000 kg.) goederen resp. bedroeg: 61.183; 62.847; 70.901; 78.427 en 13.187 (voor 1915 maar tot 20 maart).
Voor het postvervoer werd ontvangen voor brievenmalen (gewaarborgde som) NLG 450.000, postpakketten (binnenlandse) NLG 72.928, waarvan af moet NLG 85.000, zijnde de geraamde vergoeding voor het vervoer van buitenlandse brievenmalen gedurende 1914 boven de gewaarborgde som, daar het door de internationale verwikkelingen niet zeker is, dat dit bedrag betaald wordt en NLG 1.531 voor zegel en leges, zodat overblijft NLG 436.396. De uitgaven bedroegen NLG 1.398.634, zodat er een voordelig verschil is van NLG 1.029.214, waarbij is te voegen het voordelig saldo van de intrestrekening ad NLG 44.996, gevende een voordelig saldo van NLG 1.074.210. Hiervan de reeds genoemde dotaties aan ketelfonds en pensioenfonds blijft een winst van NLG 974.210 (v.j. NLG 249.478), welke zoals gemeld, directie en commissarissen geheel voor afschrijving op schepen en andere eigendommen van de Maatschappij hebben bestemd. De balans wijst onder de activa o.a. aan: Kassa en kassiers NLG 200.423 (385.828); prolongaties NLG 196.000 (742.500); deposito NLG 1.720.000 (1.000.000); effecten NLG 1.074.750 (3.250); belegd ketelfonds NLG 410.425 (218.200); belegd reservefonds NLG 18.000; stoomschepen NLG 730.000 (1.591.000); diverse debiteuren NLG 278.080 (1.146.787) en onder de activa: 3% geldlening NLG 1.551.000 (1.657.000); 4% geldlening NLG 330.000 (345.000); ketelfonds NLG 440.489 (376.863) en diverse crediteuren NLG 201.389 (358.562). Het eindcijfer is NLG 4.862.230 (5.302.644). Het saldo van de exploitatierekening bedraagt NLG 1.029.214 (1.604.187).


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Te IJmuiden is gisteren in de Vissershaven aangekomen de voor rekening van de firma Busman en Koningstein op de werf van de heer G.J. van der Werff te Hoogezand nieuw gebouwde stalen zeillogger HELENE, welke met de merken IJM-312 in de vaart zal worden gebracht.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de Scheepswerf ‘Nicolaas Witsen’, firma W.F. Stoel & Zoon te Alkmaar, is met goed te water gelaten een stalen motorboot, lang 32 voet, breed 8 voet met een 10 pk motor, voor rekening van de Rijkswaterstaat en bestemd voor de Bakendienst.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Londen, 14 juni. Het stoomschip WILLEM VAN DRIEL Sr. was, toen het door de brand in de Elevator 3 beschadigd werd, reeds zo goed als afgeladen. De lading was bestemd voor Rotterdam. (Zie vorig No.)


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 16 juni. Het stoomschip MAAS van de Maatschappij Houtvaart alhier is opgelegd.
Dit schip was bevracht van Haparanda met hout naar Rotterdam, doch kon daar voor geen permissie van uitvaart krijgen. In plaats daarvan werd het schip een reis opgelegd om een lading fosfaat van Tunis te gaan halen tegen een vracht die aanzienlijk verlies zou geven. Toen de rederij te dien aanzien niet bevredigd werd, gaf zij er de voorkeur aan om niet meer te varen en het schip eenvoudig stil te leggen.
Het verlies zou, naar de directie berekende, voor die ene reis circa NLG 13.000 bedragen. Wel heeft de Regering gepoogd, door nadere voorstellen omtrent de vracht te doen, daarin tegemoet te komen, maar het verlies bleef daarmee toch zo aanzienlijk, dat de directie besloot, het schip op te leggen.


18 juni 1916


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Deal, 15 juni. De Italiaanse sleepboot HENDRIKA FRATER, met de sleepboot RAVIL II op sleeptouw, van Rotterdam naar Genua, is in de Duins gekomen met lekke ketel en gebroken davits.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De gisteren gehouden jaarlijkse algemene vergadering van aandeelhouders in de Stoomvaart Maatschappij Zeeland heeft het verslag, de balans en de winst- en verliesrekening goedgekeurd en tot commissaris gekozen de heer J.A. van Kretschmar van Veen, directeur van de Maatschappij tot Exploitatie van Staatsspoorwegen. Op voorstel van commissarissen is de directie gemachtigd zo spoedig mogelijk over te gaan tot het doen bouwen van twee nieuwe schepen ter vervanging van de verloren gegane MECKLENBURG en PRINSES JULIANA en te bekwamer tijd met de Maatschappij tot Exploitatie van Staatsspoorwegen of anderen een lening aan te gaan tot een in overeenstemming met commissarissen te bepalen bedrag. De Maatschappij tot Exploitatie van Staatsspoorwegen heeft de toezegging gedaan tot een maximum bedrag van NLG 1 miljoen te willen lenen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Te koop voor directe levering een nieuw motorschip, afmetingen 28,00 x 5,20 x 2,00 meter, zeer solide en zwaar gebouwd, voorzien van 45 epk Kromhout-motor.
Te bevragen bij H. van de Werf, Scheepsbouw, Stadskanaal.


19 juni 1916


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Rechtszaken. Raad voor de Scheepvaart.
Heden te 13.30 uur, onderzoek betreffende het verbranden van de vuurgangen van de achterketel aan boord van de sleepboot Thames. Rederij Internationale Sleepdienst Maatschappij te Rotterdam.
Donderdag 22 juni, 13.30 uur, onderzoek betreffende het door een mijn of torpedo getroffen worden van het stoomschip EEMDIJK op 6 april jl. nabij St. Catherine Point. Gezagvoerder J. Verkamman; rederij firma Solleveld, Van der Meer & Van Hattem, beiden te Rotterdam.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Rechtszaken. Raad voor de Scheepvaart.
De Raad voor de Scheepvaart deed heden uitspraak in de volgende, vroeger behandelde zaken:
1. Betreffende het tjalkschip DOLFIJN.
Op grond van het gehouden onderzoek neemt de Raad aan, dat het schip na 16 januari laatstleden met man en muis is vergaan.
2. Betreffende de stoomtrawler PRIMA VERA (IJM-47).
Op grond van het gehouden onderzoek neemt de Raad aan dat het vaartuig op of na 14 april laatstleden met man en muis in de Noordzee is vergaan. Voor zover na te gaan, verkeerde schip en machine in goede staat en waren voldoende reddingsmiddelen aan boord.
3. Betreffende het aakschip HOLLANDIA.
De Raad is van oordeel, dat de stranding van de HOLLANDIA is veroorzaakt, doordat de kapitein, om beschutting te zoeken tegen de sterke ZO wind, te dicht bij de ondiepten van de Nordre Rönner heeft gestuurd. Hij zag het land even aan lij vooruit en was dus toen reeds binnen de zich naar buiten uitstrekkende klippen. Ook had de kapitein door het lood te gebruiken, toen hij het licht van het N.W. rif niet zag, zich beter kunnen oriënteren. De Raad keurt het af, dat de kapitein, toen hij zijn schip had doen wenden, het roer aan de stuurman heeft overgegeven om de kaart te gaan raadplegen. Hij had zelf aan het roer moeten blijven om de verdere manoeuvre uit te voeren. Ook had alle hens aan dek moeten zijn toen gevaar dreigde, om de nodige werkzaamheden te kunnen verrichten.


20 juni 1916


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. De Raad stelde gisteren een onderzoek in naar het verbranden van de vuurgangen van de achterketel aan boord van de sleepboot THAMES, rederij Internationale Sleepdienst Maatschappij te Rotterdam. De heer Corn. van der Mark, expert bij de Scheepvaartinspectie uit Rotterdam, verklaarde, dat het inzakken van de vuren op 6 april in de haven van Rotterdam plaats had. Hij onderzocht het schip op 7 april en bevond, dat de vuren ernstig doorgezakt waren. Zijn indruk was — en dit werd bij later onderzoek bevestigd, hoewel de machinisten en de dienstdoende stoker verklaarden, dat het niet zo is — dat er geen water in de ketel is geweest. De deskundige acht het niet onmogelijk, dat de machinisten en de dienstdoende stoker niet goed op het peilglas hebben kunnen zien. Het personeel staat zeer gunstig bekend. Aan de eerste machinist J. Bijl en de tweede machinist H. Bakker werd aangezegd, dat het onderzoek ook zal lopen over de vraag, in hoever het ongeval aan hun schuld is te wijten.
De 1e machinist J. Bijl, die ruim twee jaar op de THAMES als eerste machinist vaart en geruime tijd tevoren anderhalf jaar als tweede machinist op de boot werkzaam was, verklaarde gedurende de zeventien jaar, dat hij bij de sleepdienst in betrekking is, nimmer averij gemaakt te hebben. Hij zegt overtuigd te zijn geweest, dat de ketel, vol water was en hij kan geen verklaring geven hoe het ongeluk is gebeurd. De stoker had de nachtwacht en de volgende dag zou opgestoomd worden. Toen de kapitein 's middags van boord ging, was de druk negen atmosfeer en stond het waterpeil goed. De volgende ochtend aan boord terugkerend, heeft hij het peilglas niet geraadpleegd. Dit had de tweede machinist Bakker gedaan. De 2e machinist H. Bakker, die twee en een half jaar dienst doet, heeft nooit ongelukken gehad, volgens zijn verklaring. Hij bleef in de namiddag van 5 april tot vijf uur aan boord, nadat hij de ketels opgepompt had. Blijkens het peilglas, waarop hij, hoewel er geen licht bij hangt, goed kon zien, waren de ketels vol. De volgende ochtend aan boord teruggekeerd, heeft hij twee van de vier peilglazen, die zich aan de twee ketels bevinden, geraadpleegd. Vóór wees het peilglas ¾ water aan; de achterste ketel was volgens het peilglas op een paar duim na vol. Volgens de 2e machinist is er te snel opgestookt. De twee spuikranen stonden altijd dicht. Het laatst was er door de 1e machinist vóór het oppompen gespuid. De heer Van der Mark verklaarde, dat een van de peilglazen van de verbrande ketel geheel verstopt is bevonden. De stoker H.V. van Loon, die als derde machinist dienst deed, deelde mee, dat als men 's nachts aan de wal stil ligt, geen wacht in de machinekamer wordt gehouden. Hij had feitelijk aan boord moeten blijven, maar is 's middags 5 april naar huis gegaan. Toen hij van boord ging, raadpleegde hij het midden peilglas; de ketels waren vol en nadat hij aan boord was teruggekeerd, ging hij weer op hetzelfde peilglas zien, er stond toen stijf ¾ water in. De 2e machinist constateerde dat ook, nadat hij de peilglazen had doorgeblazen. Getuige is daarop aan het opstoken gegaan. Twintig minuten later had het ongeluk plaats. Daarna is er gespuid. De 1e machinist deelde desgevraagd nog mee, dat er alleen gespuid wordt naar eigen gevoelen en niet naar een voorschrift. De heer Van der Mark verklaarde, dat hem verzekerd is, dat er een order bestaat, volgens welke er iedere dag moet worden gespuid. De Raad zal later uitspraak doen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Uitvoerverbod van schepen.
Er liggen in onze havens een viertal Noorse schepen die in Delfzijl, gebouwd vóór het uitvoerverbod van schepen bestond, thans elke dag voor het vertrek gereed zijn. Een verlof daartoe uit Den Haag is niet afgekomen. Voor een Deens schip HELGA, te Dordrecht gebouwd, is vrijlating verkregen. Het is zaterdagochtend uit onze haven naar zee vertrokken.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Papendrecht, 16 juni. Met goed gevolg is te water gelaten van de scheepswerf Juliana te Papendrecht, het Rijn-Hernekanaalschip, genaamd THIJSSEN 40, gebouwd voor rekening van de heren G.A. Spliethoff & A.Y. Heida te Rotterdam. Het schip heeft een lengte over alles van 79,95 m, een breedte van 9,50 m en een diepte van 2,50 m. Laadvermogen 1.377 ton.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Hulde voor redding. Door de Britse regering is aan de heer F.P. Gnodde, kapitein van het stoomschip OCEAN te Rotterdam een zilveren beker geschonken voor de redding van de bemanning van de Britse bark RAVENHILL, welke op 18 april 1916 in de Atlantische Oceaan is vergaan.


21 juni 1916


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 20 juni. De in Groningen thuis behorende gaffelschoener REMKE, reder tevens kapt. E. Brouwer, is onderhands aan de heer K. Kramer te Terneuzen verkocht en zal door kapt. H. Lukkien uit Groningen worden gevoerd.
Het schip is in Amsterdam aan de nieuwe rederij overgedragen en ligt thans te IJmuiden zeilklaar met bestemming naar Gotenburg.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Delfzijl, 19 juni. Het Nederlandse zeilschip BOREAS, kapt. Boerma, van St. Ubes met zout naar Helsingborg bestemd, is naar Emden opgebracht.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Enkhuizen, 12 juni. De beide grote raderboten GRONINGEN en HOLLAND van de veerdienst Enkhuizen—Stavoren, welke korte tijd geleden uit de vaart zijn genomen, zijn verkocht aan de firma Dahl te La Rochelle.


22 juni 1916


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Papendrecht, 21 juni. De Koninklijke Nederlandsche Stoomboot Maatschappij te Amsterdam heeft aan de heer H. te Veldhuis, Scheepswerf ’t Huis de Merwede te Papendrecht de bouw opgedragen van een stalen vrachtboot, genaamd FLORA, groot ongeveer 2.100 ton, te leveren in 1918. De machine- en ketelinstallatie werd door bovengenoemde werf opgedragen aan de Machinefabriek Kinderdijk, voorheen Diepeveen, Lels & Smit, te Kinderdijk.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 21 juni. Reuter seint uit Londen: Het Nederlandse stoomschip OTIS TARDA is gezonken. De kapitein en bemanning zijn te Yarmouth geland. De achtersteven van het schip werd door een ontploffing weggeslagen. De bemanning is in de boten overgegaan en door een voorbijkomend stoomschip opgepikt. Er is niemand gekwetst. (Red: de OTIS TARDA, ex. HOLLANDER, is op 20 dezer, in de voormiddag te 09.25 uur uit de Nieuwe Waterweg vertrokken met bestemming naar Goole. Het schip behoorde aan de firma Hudig & Pieters’ Algemeene Scheepvaartmaatschappij alhier. Het werd in 1884 gebouwd en was groot bruto 759 register ton.)


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 20 juni. Volgens particulier bericht is de in Groningen nieuw gebouwde Deense sleepboot ASKØ, van de Forenede Dampskibs Selskabet in Kopenhagen, op de reis naar de nieuwe bestemming plaats na vertrek uit Delfzijl door een Duits marinevaartuig aangehouden en naar Emden opgebracht. (opm: gebouwd bij N.V. Scheepswerf J.Th. Wilmink te Groningen)


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 20 juni. De van hier naar Christiania vertrokken Noorse sleepboot KAR (ex. NORDERNEY) is wegens storm te Farmsund binnengelopen en na voortzetting van de reis 15 juni in Christiania aangekomen. (opm: zie ook RN 080616)


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Londen, 21 juni. Volgens een telegram uit Rosario heeft het stoomschip ROSSUM, dat 16 juni van Buenos Aires naar Rotterdam vertrok, 10 mijlen beneden San Nicolas aan de grond gezeten, doch is later vlot gebracht.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Baltimore, 17 juni. De lading van het Rotterdamse stoomschip WILLEM VAN DRIEL Sr. is door de brand zwaar beschadigd. De lossing is heden begonnen. Er zal beslag op het schip gelegd worden voor bergloon.


23 juni 1916


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. De Raad deed gisteren uitspraak betreffende de ketelschade van de sleepboot THAMES.
De Raad is van oordeel, dat het doorzakken van de vuren van de achterketel op de sleepboot THAMES geen andere oorzaak hebben kan dan gebrek aan water in de ketel. Dit watergebrek moet ontstaan zijn, nadat de THAMES op 6 april aan het Prinsenhoofd was teruggekeerd. Die middag was genoeg water in de ketel anders zou reeds toen lekkage ontstaan zijn. Bovendien is de ketel nog met water van buitenboord bijgevuld. Uit de verklaringen is niet gebleken op welke wijze dit watergebrek is ontstaan, doch naar de mening van de Raad moet het gedurende de nacht, toen machinekamer en stookplaats onbeheerd waren, zijn weggelopen door de spuikranen, de enige openingen aan de ketel, waardoor water kan wegvloeien, terwijl gebleken is dat de buitenboord spuikraan ernstig doorliet. De verklaringen dat alle kranen gesloten waren, acht de Raad onaannemelijk. Men heeft zich in de waarneming daarvan vergist of wel de stand van deze kranen niet waargenomen. Ook kunnen de verklaringen van de betrokkene Bakker en de getuige Van Loon niet juist zijn, waar zij zeggen, dat het midden-peilglas vol was, toen zij in de ochtend van 7 april de stand van het water waarnamen. Zij hebben het niet, of niet goed waargenomen, het laatste is wellicht verklaarbaar, doordat het peilglas niet verlicht was en de stookplaats vrij donker, vooral voor hen, die uit het licht komen. Waar vast staat, dat de ramp door watergebrek in de ketel is veroorzaakt en er middelen zijn, om zulk gebrek bij behoorlijke controle en plichtsbetrachting te constateren voor gevaar ontstaan kan, zijn zowel de eerste als de tweede machinist nalatig geweest in het vervullen van hun plicht en is daaraan de scheepsramp te wijten. De eerste machinist had zich persoonlijk van de stand van het water in de ketel moeten overtuigen, vóór hij zich naar de machinekamer begaf. Hij mocht dit niet, gelijk hij gedaan heeft, aan de tweede machinist overlaten, omdat hij meende, op grond van zijn ervaring, op hem te mogen vertrouwen. Op die grond straft de Raad de eerste machinist door het uitspreken van een berisping. De tweede machinist heeft zich van de stand van het water in het peilglas of niet, of niet behoorlijk overtuigd. Hij heeft, volgens zijn zeggen, slechts op het midden peilglas gekeken en verzuimd ook ter controle het stuurboord peilglas te raadplegen. Daar niet bewezen is, dat hij heeft nagelaten op het midden peilglas te zien, doch zijn verzuim om de waterstand behoorlijk te controleren, is gebleken, straft de Raad de tweede machinist door het uitspreken van een berisping.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. Het gebeurde met de EEMDIJK.
De Raad stelde een onderzoek in betreffende het door een mijn of torpedo getroffen worden van het stoomschip EEMDIJK op 6 april jl. nabij St. Catherine Point. Gezagvoerder van de EEMDIJK, welk schip toebehoort aan de rederij firma Solleveld, Van der Meer & Van Hattem te Rotterdam, was J. Verkamman.
In deze zaak was een vijftal getuigen gedagvaard, van wie drie verschenen. Het eerst werd de gezagvoerder gehoord. Hij verklaarde de 18e maart uit Baltimore met een lading gestort mais naar Rotterdam te zijn vertrokken. De equipage bestond uit 24 man. De EEMDIJK bezat 2 reddingboten, ieder plaats biedend voor 26 personen. De bemanning was goed op de hoogte van het hanteren van de boten en ook wisten allen waar de zwemvesten aan boord geborgen waren. Bij dag waren de nationaliteit en de herkomst van het schip duidelijk zichtbaar. Gedurende de nacht kon de licht geschilderde naam ook onderscheiden worden. Belichting van de onderscheidingstekenen was niet mogelijk, daar de EEMDIJK geen elektrisch licht kon produceren. De 6e april ‘s avonds omstreeks tien uur bevond de EEMDIJK zich in de nabijheid van St. Catherine Point. Een patrouilleboot had getuigen order gegeven om koers te zetten naar een bepaalde haven en daar hij niet zonder loods durfde binnen varen, keerde hij terug naar de patrouillevaartuigen, waarvan bij het wenden de lichten nog zichtbaar waren. De uitkijk bevond zich op de bak, getuige en de tweede stuurman waren op de brug en ook de roerganger bevond zich aan dek. Het was helder weer met een lichte bries. Te 10.15 uur volgde op het aller onverwachtst een ontploffing. De schok was zeer hevig; het schip helde en steigerde als het ware. Een geweldige waterkolom steeg aan bakboordzijde op en stortte over de brug. Getuige liet onmiddellijk de machine stopzetten en beval de mannen in de boten te gaan. Hij achtte de schok zo hevig, dat hij een onmiddellijk zinken van het schip verwachtte. Het voorschip zonk ook inderdaad, terwijl het vaartuig aan bakboordzijde 10 à 12 vaam helde. Getuige heeft nog enige blauwlichten uit zijn hut gehaald en die afgeschoten. Er werd niet gepeild. Getuige nam plaats in de stuurboordsloep. In de haast vergat hij de scheepspapieren mee te nemen. Toen men de EEMDIJK verliet lag het schip reeds geheel stil. Men bleef echter nog enkele minuten in de nabijheid. De EEMDIJK lag weer recht met de kop diep. Engelse patrouillevaartuigen kwamen op de sloepen af en vroegen, wat er gebeurd was. Een admiraliteitsjacht kwam langszij; getuige en de overige mannen uit de sloep kwamen aan boord, alwaar de gezagvoerder rapport uitbracht. Voor zover getuige zien kon, was de EEMDIJK niet verder gezonken. Hij wilde terug, om de scheepspapieren te halen, doch de commandant van het patrouillevaartuig, een reserveofficier van de Engelse marine, ontried dit met het oog op het gevaar. Het patrouillevaartuig bleef in de nabijheid van de EEMDIJK, die niet dieper zonk. Getuige veronderstelde, dat het schip wel zou blijven drijven en wilde aan boord een onderzoek instellen, doch dit werd hem door de Engelse commandant geweigerd. Deze liet wel een boot vieren, die naar de EEMDIJK vertrok, doch de Hollanders mochten er niet op. De EEMDIJK werd met een lijn vastgemaakt en bij het krieken van de dag verschenen twee gouvernementsboten, die de EEMDIJK naar Southampton sleepten. De boot lag er reeds, toen de bemanning later daarheen werd gebracht. Te Southampton mocht men een half uur, onder geleide aan boord, om de uitrusting etc. te halen. Getuige wilde toen ook de scheepspapieren meenemen, doch dit werd niet toegestaan. De volgende dag ontving hij ze uit handen van de Nederlandse consul.
De Engelse admiraliteit heeft het schip doen lichten en lossen. Pas de derde mei mocht de bemanning weer aan boord komen. De averij bleek van ernstige aard te zijn, o.a. was er een bijzonder groot gat onder de waterlijn aan bakboordzijde. Van boven af was het water in de machinekamer gestroomd. De 26e mei is de EEMDIJK met alle medewerking van de Engelse admiraliteit, opnieuw uitgevaren. Getuige verklaarde, na het gebeurde geen journaal te hebben bijgehouden, omdat hij niet op het schip was en dus de zuivere toestand niet kon overzien. De scheepsverklaring werd naar aantekeningen opgemaakt. Een van de raadsleden, de heer Allirol, betreurde het, dat getuige, toen de mensen in de sloepen waren, niet nog een peiling heeft laten nemen. Ware dit wel geschied, allicht dat men dan aan boord teruggekeerd zou zijn, daar, naar hetgeen werd meegedeeld, de toestand minder gevaarlijk scheen dan in het eerste ogenblik van schrik werd aangenomen. De tweede getuige, de 1e stuurman K. Loggen lag in zijn hut op de bank, toen het ongeval plaats greep. Door de schok viel hij van de bank; hij ging echter weer rustig liggen, daar hij zeer vermoeid was. Enkele ogenblikken later kwam men hem waarschuwen, dat hij zich in de sloep moest begeven. Boven gekomen, moest hij midscheeps door het water waden. Voor zover hij zien kon, stond het gehele achterschip onder water. Getuige zag de toestand gevaarlijk in. Hij begaf zich met zijn sloep, het was de bakboordboot, naar het patrouillevaartuig. Bij aankomst bleek de gezagvoerder daar ook reeds te zijn. Getuige wilde naar het schip terugkeren, doch toen de kapitein zei, dat het veiliger was, nog even te wachten, is hij met zijn mannen overgeklommen. Getuige verklaart, dat de kapitein herhaaldelijk de wens te kennen gaf, naar de EEMDIJK terug te keren, doch de Engelse commandant wilde dit niet toestaan. De laatste getuige, de eerste machinist Th. Rienks, had de wacht in de machinekamer, toen de ontploffing plaats vond. Het water stroomde door de kap in de machinekamer. Toen getuige aan dek kwam, stond daar alles onder water.
Het verdere gedeelte van deze getuigenverklaring komt met de mededelingen van de gezagvoerder overeen. Toen men te Southampton aan boord ging om kleren te halen, werd getuige de toegang tot de machinekamer door een schildwacht geweigerd. Het onderzoek heeft aangetoond, dat in de machinekamer zelf geen lekkage is voorgekomen. Aan bakboordzijde bleek alles vernield. Het stuurboordgedeelte was er beter afgekomen. Getuige is van mening, dat, al was men aan boord gebleven, toch niet voorkomen had kunnen worden, dat de machinekamer vol water liep. De gezagvoerder deelde aan het slot van de zitting, op een desbetreffende vraag van de voorzitter, nog mee, stukken metaal met rubber gezien te hebben, die afkomstig moesten zijn van een cilindrisch voorwerp. De Engelse autoriteiten hadden die stukken aan boord van de EEMDIJK gevonden. De voorzitter van de Raad voor de Scheepvaart, mr. Cnoop Koopmans, verklaarde daarop, dat de Engelse admiraliteit deze stukken metaal het Departement van Marine in Nederland had doen toekomen. Een van die zijde ingesteld onderzoek heeft aangetoond, dat de stukken afkomstig waren van een torpedo waarvan het niet gelukt is, met zekerheid de oorsprong vast te stellen. Het onderzoek in zake de EEMDIJK werd na het horen van de drie genoemde getuigen gesloten. Uitspraak volgt later.


24 juni 1916


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Sommelsdijk, 24 juni. De gaffelschoener JANNA, van schipper P. Goumare te Stad aan ’t Haringvliet, heeft de firma Alberts te Middelburg voor NLG 17.000 gekocht. Het schip is voor de houtvaart van Zweden op Nederland bestemd. De zoon van schipper Goumare zal als kapitein optreden.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

’s-Gravenhage, 24 juni. Hedenochtend 10 uur werd op de sleephelling van de scheepsbouw maatschappij aan de haven te Scheveningen te water gelaten het motorloggerschip MINISTER ELOUT, hebbende een motor van 90 pk, gebouwd voor rekening van de N.V. Reederijmaatschappij Scheveningen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van de firma Gebr. Boot te Leiderdorp, alwaar het schip voor rekening van de heer P. de Best te Katwijk was gebouwd, is te IJmuiden aangekomen de nieuwe stalen zeillogger DIRK (KW-49), welke thans wordt klaargemaakt voor de haringvisserij.


25 juni 1916


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 23 juni. Het in 1910 als SOPHIE H te Vlissingen gebouwde Noorse stoomschip SIRRAH is aan de firma Christensen en Paulsen te Sandefjord verkocht.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

’s Gravenhage. In het B.a.Z. komt, voor wat betreft West-Indië, voor de volgende mededeling omtrent verkrijgbaarheid van kolen in het Panamakanaal:
Tot nadere aankondiging zijn kolen tegen het vastgestelde tarief alleen verkrijgbaar voor die schepen welke, hetzij van het kanaal gebruik maken, hetzij een van derkanaalhavens als eindbestemming hebben. Schepen van stoomvaartlijnen welke een van de kanaalhavens geregeld volgens hun vaarplan aandoen, kunnen tegen bedoeld tarief zoveel kolen laden, dat zij de eerstvolgende kolenhaven welke volgens hun vaarplan wordt aangedaan, kunnen bereiken.


26 juni 1916


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Bij acte, op den 3 mei 1916, voor de Notaris H.A.W. Weve, residerende te Rotterdam, gepasseerd, op het ontwerp waarop de Koninklijke bewilliging is verleend, bij besluit van den 19 april 1916, No. 60, is opgericht een naamloze vennootschap, onder de naam van Hudig & Pieters’ Algemeene Scheepvaat Maatschappij, gevestigd te Rotterdam.
De acte is, onder volgnummer 621, in haar geheel, met de Koninklijke bewilliging, geplaatst in het bijvoegsel tot de Nederlandse Staatscourant van 25 mei 1916, No. 123.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Het voor de vruchtenvaart gebouwde Nederlandse stoomschip MEDEA, toebehorende aan de K.N.S.M. te Amsterdam, werd, terwijl het 25 mei 1915 nabij Beachy Head met ca. 16.000 kisten sinaasappelen van Spanje naar Londen onderweg was, door de Duitse onderzeeër U28 gestopt. Na onderzoek van de met een boot van de MEDEA aan boord van de onderzeeër gebrachte scheepspapieren, werd aan de bemanning enige minuten tijd gegeven het schip in de boten te verlaten. Daarop werd door enige schoten de MEDEA tot zinken gebracht. Het Prijsgerecht te Hamburg wees in de zitting van 13 augustus 1915 de vordering van de K.N.S.M. tot vergoeding der schade toe. Overwogen daarbij werd, dat geacht werd bewezen te zijn, dat de lading door kleine vruchtenfirma’s in Spanje naar fruitmakelaars in Londen in consignatie gezonden was om aldaar in veiling verkocht te worden en van een vijandelijke bestemming van de lading niet gesproken kon worden. De lading werd dus niet voor beslag vatbaar geacht en op die grond behoefde ook het schip niet in beslag genomen, resp. tot zinken gebracht te worden.
Het Duitse rijk ging reeds dezelfde maand in hoger beroep bij het Ober-prisengericht te Berlijn. Voortdurend is de behandeling van deze zaak echter vertraagd, hoewel later aanhangig gemaakte zaken reeds lang berecht waren. Eindelijk is nu het vonnis in hoger beroep (in deze hoogste instantie) gevallen en de eis tot schadevergoeding van eigenaren van het schip en lading afgewezen. Overwogen werd nu, dat het er niets toe deed, welke de bestemming van de lading was op het ogenblik van de prijsmaking, resp. vernietiging, daar van de lading van de MEDEA wellicht later sinaasappelen in kantines of lazaretten terecht hadden kunnen komen, en derhalve ten dienste van de vijandelijke troepen hadden kunnen strekken.


27 juni 1916


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 26 juni. Volgens een Lloydsbericht uit Kirkwall is het stoomschip HOLLANDIA, van Amsterdam naar Buenos Aires, gisteravond bij het verlaten van de Kirkwall-baai gestrand. Het schip maakt geen water. Sleepboten zijn in de nabijheid.


29 juni 1916


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De rechtbank te Rotterdam heeft gisteren uitspraak gedaan in de averijgrosse-zaak van het stoomschip STELLA.
Genoemd stoomschip, geladen met hout en graan, was op de Donau aan de grond geraakt, waarbij het roer werd beschadigd. Nadat het schip was losgekomen, werd het naar Sulina gesleept, waar het roer voorlopig gerepareerd werd. Bij die reparatie had men, volgens bewering van de rederij, het roer van het schip moeten afrukken, waardoor de achtersteven beschadigd werd.
Ter zake van het gebeurde werd te Rotterdam een dispache opgemaakt (opm: een door een onafhankelijke dispacheur gemaakte opstelling waarin wordt aangegeven welke kosten onder averij grosse vallen [en via een verdeelsleutel door schip en lading of hun respectieve assuradeuren] gezamenlijk worden gedragen] en welke als averij particulier worden aangemerkt), die door de ladingontvangers op verschillende gronden werd bestreden. De voornaamste bestreden kosten van de dispache waren de machineschade en de kosten van de voorlopige reparatie te Sulina.
Ten aanzien van de machineschade besliste de rechtbank dat, waar de kapitein niet de bewijzen had aangeboden dat de schade aan de machine was toegebracht ingevolge een poging om door de werking van de machine het schip vlot te brengen op gevaar af van beschadiging, de voorwaarden door regel V I I van York en Antwerpen (opm: York-Antwerp Rules) voor het in averijgrosse brengen van machineschade gesteld niet aanwezig bleken en dat derhalve de machineschade niet in averijgrosse behoorde te worden vergoed.
Ten aanzien van de voorlopige reparatie te Sulina besliste de rechtbank dat regel X d, waarop de kapitein zich aanvankelijk had beroepen, hier toepassing miste, omdat geen van de daarin behandelde gevallen zich hier had voorgedaan.
Omtrent het later door de eisende kapitein aangevoerde, dat op grond van de beginselen van de Nederlandse wet de voorlopige reparatie te Sulina in averijgrosse behoorde te worden gebracht, ofschoon de gerepareerde schade averij-particulier van het schip was en wel omdat schip en lading door die voorlopige reparatie in plaats van een definitieve (de lossing van de lading en groot oponthoud zou hebben veroorzaakt) beiden waren gebaat, overwoog de rechtbank, dat het in de eerste plaats opmerking verdient, dat de wet onder de opsomming van de gevallen van averijgrosse niet vermeldt voorlopige reparaties van averij-particulier in een noodhaven, ofschoon ten tijde van de totstandkoming van de wet zulke voorlopige reparaties zeker evenzeer bekend waren als thans. (opm: de volgende twee argumentaties van minder belang en niet overgenomen)
Op deze gronden besliste de rechtbank, dat een noodreparatie van averij-particulier van het schip in de noodhaven naar Nederlands recht geen averijgrosse is en ontzegde aan de kapitein zijn vordering.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Te koop: direct van de eigenaar, een nieuwe tweemast schoener, met hulpmotor (Kromhout 70 pk). Afmetingen 30,00 x 6,48 x 2,69 m. Groot plm. 230 ton D.W. Lloyd + 100 A4K. Levering juli 1916 geheel uitgerust (zonder zeekaarten of nautische instrumenten). Brieven, bij voorkeur met bod, onder letter R, Kantoorboekhandel Fa. Gebr. Schollaardt, Wijnhaven 57, Rotterdam.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Door de sleepboot KATWIJK is buitenom te IJmuiden gebracht de op de werf van de firma A. Baars te Sliedrecht voor rekening van de heer M.B. Ossendorp nieuw gebouwde stalen zeillogger HENDRIKA (IJM-270), welke voor de haringvisserij wordt gereed gemaakt.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Nieuwe Afrikaansche Handelsvennootschap te Rotterdam.
In de heden gehouden vergadering deelde de voorzitter, de heer. G.Th. Philippi mee, dat zoals reeds in het jaarverslag (Zie Ochtendblad van 14 juni) is meegedeeld de oorlog een zeer slechte invloed uitoefent op de gang van zaken. Konden in het afgelopen jaar nog vrij hoge prijzen gemaakt worden van de aangevoerde producten, ook dit is thans niet meer het geval. Van uit de Belgische en Franse Congo mag alleen nog maar worden afgescheept naar Frankrijk en Engeland. Het gevolg daarvan is dat de Engelse markt zodanig overvoerd is met grondstoffen dat zij niet verwerkt kunnen worden. Palmolie en palmpitten zijn dan ook in de laatste 3 maanden met 25 à 30% in prijs teruggelopen. De vergadering nam deze mededeling voor kennisgeving aan. Tot controleur werd hierop herkozen de heer J.J. Moret en tot commissaris benoemd de heer S.J.B. Monchy Jr.


30 juni 1916


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Koninklijke Paketvaart Maatschappij.
Aan het verslag over 1915 ontlenen wij het volgende:
De overeenkomst met de Regering voor de bediening van de Paketvaart, welke op 31 december 1915 afliep, werd voor tien jaren vernieuwd, na goedkeuring van de conceptovereenkomst bij de wet. Daarbij werden onze verplichtingen tegenover de Regering belangrijk uitgebreid en in overeenstemming gebracht met de ten gevolge van de ontwikkeling van Ned.-Indië zoveel grotere verkeersbehoefte. In plaats van 13 lijnen, als in het oude contract, werden thans 30 lijnen in de overeenkomst opgenomen. De uit de overeenkomst voortvloeiende ontvangsten zullen ongeveer dezelfde blijven.
De schepen, die bij het begin van het dienstjaar in aanbouw waren, zijn sedert in de vaart gekomen. Ernstige scheepsrampen hadden niet plaats. Het jaar 1915 begon onder ongunstige vooruitzichten, maar de toestand verbeterde allengs. Wel verminderde het Gouvernementsvervoer aanmerkelijk en bleef het particuliere passagiersvervoer beneden dat van het vorige jaar, maar het particuliere goederenvervoer gaf veel betere uitkomsten dan in 1914. Het doorvoerverkeer ondervond nog ernstige belemmering, doch ook hierin kwam in de tweede helft van het verslagjaar enige verbetering. De vaart op Australië gaf, door de toeneming van het goederenvervoer op de uitreizen, betere uitkomsten dan in de vorige jaren. De vaart op Siam kon worden volgehouden en gaf een matige winst.
Het aantal geografische mijlen, door de schepen afgelegd, bedroeg 667.940 (v.j. 630.491). Bovendien werden 36.106 geografische mijlen afgelegd op de reizen naar Australië en Siam.
Het voordelig saldo van reizen van de stoomschepen bedroeg NLG 5.243.504 (v.j. NLG 3.068.817). De afschrijving op de vloot stelden wij op NLG 2.156.314 en die op onze belangrijk uitgebreide etablissementen op NLG 313.871. De in 1915 geboekte premies, wegens het lopen van eigen risico op de vloot, bedroegen NLG 476.650. Aan schaden werd geboekt NLG 114.999, waartegen in 1914 NLG 197.450 werd gereserveerd. Op de Balans per 31 december 1915 moet NLG 378.487 voor onafgedane schaden worden gereserveerd. Het voordelig saldo van de rekening Assurantie Eigen Risico bedraagt alzo NLG 180.613; dit komt ten bate van de Winst- en Verliesrekening. De netto winst bedraagt NLG 2.521.818 (v.j. NLG 975.006). Voorgesteld wordt een uitdeling van 10 pct. (v.j. 5 pct.)
Op de balans komen o.a. voor: Activa: Vloot van de Maatschappij NLG 27.489.400 (NLG 25.318.650); Schepen in aanbouw NLG 650.212 (NLG 1.905.315); Etablissementen in Indië NLG 2.475.000 (NLG 2.048.622); Deposito en Prolongatie NLG 1.114.654 (NLG 698.000); Effectenrekening NLG 1.031.389 (NLG 1.244.887); Diverse Debiteuren NLG 2.716.102 (NLG 1.880.150); Nederlandsch-Indisch Gouvernement NLG 1.065.736 (NLG 1.503.645.)
Passiva: Assurantie Eigen Risico NLG 378.487 (NLG 197.450); Ondersteuningsfonds voor het personeel NLG 1.017.940 (NLG 862.484); Deelhebbers Spaarfonds NLG 1.107.930 (NLG 937.212); Diverse Crediteuren NLG 3.377.934 (NLG 2.845.031).


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Koninklijke Maatschappij 'De Schelde'.
De Amsterdamsche Bank te Amsterdam en de Rotterdamsche Bankvereeniging te Rotterdam berichten, dat de inschrijving op NLG 2.000.000 5 pct. obligaties van de Koninklijke Maatschappij 'De Schelde', in stukken van NLG 1.000 en NLG 100 aan toonder, is opengesteld op 4 juli, tot de koers van 991/2 pct., alsmede te Vlissingen bij de heren C.R.C. Wibaut & Co. Houders van 41/2 pct. obligaties van de lening 1900 hebben het recht iedere 41/2 pct. obligatie, voorzien van coupons per 1 december 1916 en volgende, in te wisselen tegen een obligatie à NLG 1.000 of, zover de voorraad strekt, 10 obligaties à NLG 100 van bovenbedoelde uitgifte, voorzien van coupons per 2 januari 1917 en volgende. Dit recht vervalt, indien de houders niet vóór sluiting van de inschrijving met gebruikmaking van daartoe bij de inschrijvingskantoren verkrijgbare speciale inschrijvingsbiljetten op de nieuwe obligaties hebben ingeschreven. Voor de 5 pct. obligaties, waarop niet door houders van 41/2 pct. obligaties het recht van inwisseling wordt uitgeoefend, geschiedt de toewijzing, die zo spoedig mogelijk zal plaats hebben, ingeval van overtekening zoveel mogelijk pondspondsgewijs. De storting, onder bijbetaling van 16 dagen lopende rente, alsmede de voren bedoelde omwisseling, moet plaats hebben op 17 juli. Aan de inleveraars van de 41/2 pct. obligaties zal daarbij per obligatie van NLG 1.000 vergoed NLG 5 voor koersverschil en NLG 3,75 voor één maand rente a 41/2 pct., welke zij derven. Aan de toelichting van het prospectus ontlenen wij het volgende: De buitengewone algemene vergadering van aandeelhouders van 15 april 1916 heeft directie en commissarissen gemachtigd, tot uitgifte van een 5 pct. obligatielening, groot NLG 2.500.000, waarvan voorlopig NLG 500.000 in portefeuille zullen blijven. Van de bestaande 41/2 pct. obligaties van de lening 1900, groot NLG 1.500.000, zijn tot dusver afgelost 608 obligaties, zodat van die lening pro resto thans NLG 892.000 obligaties uitstaan. Het is de bedoeling, deze obligaties uit het provenu van de nieuwe uitgifte af te lossen, voor zover de houders van de 41/2 pct. obligaties geen gebruik mochten maken van het hun toegekende recht, om hun 41/2 pct. obligaties tegen nieuwe 5 pct. obligaties te verwisselen. Het rentegenot gaat in op 1 juli 1916. De eerste coupon vervalt op 2 januari 1917. Telken jare, te beginnen met het jaar 1917, zal minstens voor een nominaal bedrag van NLG 50.000 obligaties à pari worden afgelost. Tot waarborg voor de juiste betaling van rente en aflossing van deze lening zal de Maatschappij de eventuele vordering, die zij, krachtens de overeenkomst van erfpacht ten laste van de Staat der Nederlanden zal hebben, aan de Amsterdamsche Bank te Amsterdam en de Rotterdamsche Bankvereeniging te Rotterdam als commissarissen voor de geldlening ten behoeve van obligatiehouders in onderpand geven en tot gelijk doel hypothecair verband verlenen op haar erfpachtrecht. De bouwrekening stond op 1 januari 1916 op een bedrag van NLG 2.206.217. Met zekerheid kan voorspeld worden, dat de bouwrekening op 1 januari 1917 circa NLG 300.000 hoger zal zijn door de uitbreidingen, die thans onderhanden zijn. Het bedrag, waarvoor de Staat de bezittingen van 'De Schelde' kan naasten c.q., waarvoor de Staat 'De Schelde' bij liquidatie zal overnemen, is dus groter dan het gedeelte van de lening, dat nu uitgegeven zal worden. Voor de in het afgelopen jaar behaalde resultaten, de verwachtingen voor de naaste toekomst en de winst- en verliesrekening per 31 december 1915 en balans per 1 januari 1916 wordt verwezen naar het jaarverslag.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart.
Zaterdag 1 juni. 11 uur voormiddag, onderzoek betreffende het door een mijn of torpedo getroffen worden van het stoomschip RIJNDIJK op 7 april jl. op 20 mijl van de vuurtoren van Bishop. Gezagvoerder M.J.A. Stephan te Voorburg; rederij firma Solleveld, Van der Meer & Van Hattum te Rotterdam.


01 juli 1916


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Rechtszaken. Raad voor de Scheepvaart.
Het zinken van de RIJNDIJK. De Raad stelde hedenmorgen een onderzoek in betreffende het door een mijn of torpedo getroffen worden van het stoomschip RIJNDIJK op 7 april jl., op 20 mijl van de vuurtoren van Bishop; gezagvoerder M.J.A. Stephan, rederij firma Solleveld, Van der Meer & Van Hattum te Rotterdam. De gezagvoerder verklaarde dat de RIJNDIJK 6.200 ton mat en op reis was van Portland (Maine) naar Rotterdam met een lading graan. De kapitein stond op de brug met de 1e stuurman, die als uitkijk fungeerde. Het was mooi weer, kalme zee, en goed zicht. Plotseling klonk, te 8 uur 's morgens, een hevige ontploffing achter de machinekamer onder ruim IV. Het schip werd geheel opgelicht. De ontploffing had plaats aan stuurboordzijde, waar alleen een beetje rook te zien was. Alle hens, de bemanning telde 27 koppen, was op het achterdek. De boten waren de dag te voren gereed gemaakt om naar buiten gedraaid te worden. Zwemvesten lagen in het logies en op de brug. Direct werd op het gegeven attentie-sein assistentie verleend door Engelse patrouilleboten, waarvan er zich een viertal in de nabijheid bevonden, op 21/2 mijl aan stuurboord en aan bakboord. De stuurboordboot werd buitenboord gedraaid. Het schip werd op aanwijzing van de Engelse marine aan de grond gezet bij St. Mary (Scilly-eilanden). Een bellenbaan, die getuige vroeger meermalen zag, had hij ditmaal niet waargenomen. Hij kon absoluut niet zeggen, of het schip door een torpedo, dan wel door een mijn getroffen was. Wel had de gezagvoerder aan dek stukjes metaal gevonden, koper, hij had deze opgeraapt en ze bij aankomst te Rotterdam aan de Hollandse marine afgegeven. De Engelse marine autoriteiten hadden hem nog gevraagd, of hij iets gevonden had. Hij had ontkennend geantwoord, uit vrees de stukken metaal niet terug te zullen krijgen. Naar getuige had vernomen van de duikers, die het schip onderzochten, was het gat in de kim, 25 bij 22 voet groot. Het zat ongeveer 14 voet onder water. Het centrum van het gat zat 3 voet boven de kimkielen. ln 3 minuten was 800 ton graan door dit gat uit het schip gelopen. De RIJNDIJK was gedicht en had, na acht weken en twee dagen, op eigen kracht de reis naar Rotterdam voortgezet.
De voorzitter, mr. A.J. Cnoop Koopmans, vestigde er de aandacht van de gezagvoerder op, dat er geen uitkijk op de bak was geweest, terwijl de Kon. Besluiten dit voorschrijven. De gezagvoerder gaf hierop te kennen, dat dit wel de gewoonte is in de Noordzee, doch niet in de Oceaan. Op een vraag van de heer Kotting deelde getuige mee, dat de naam en de plaats van herkomst van het schip duidelijk waren aangegeven. De Hollandse vlag was voor en achter aangebracht. Bovendien woei er een aan de stok. De 3e machinist, J.C. Mulder, had de wacht in de machinekamer, toen de knal klonk. In zijn ontsteltenis was hij naar boven gelopen, doch daarna weer naar beneden gegaan om de machine stop te zetten. Er werd gepompt op ruim IV, doch dit was niet bij te houden. De voorzitter deelde na het getuigenverhoor mee, dat het de Raad gebleken is, dat de stukken me