Inloggen
Zoek in kronieken
Aanwezig jaargangen:
Start - 0 - 189 - 1801 - 1803 - 1805 - 1806 - 1808 - 1813 - 1814 - 1815 - 1816 - 1817 - 1818 - 1819 - 1820 - 1821 - 1822 - 1823 - 1824 - 1825 - 1826 - 1827 - 1828 - 1829 - 1830 - 1831 - 1832 - 1833 - 1834 - 1835 - 1836 - 1837 - 1838 - 1839 - 1840 - 1841 - 1842 - 1843 - 1844 - 1845 - 1846 - 1847 - 1848 - 1849 - 1850 - 1851 - 1852 - 1853 - 1854 - 1855 - 1856 - 1857 - 1858 - 1859 - 1860 - 1861 - 1862 - 1863 - 1864 - 1865 - 1866 - 1867 - 1868 - 1869 - 1870 - 1871 - 1872 - 1873 - 1874 - 1875 - 1876 - 1877 - 1878 - 1879 - 1880 - 1881 - 1882 - 1883 - 1884 - 1885 - 1886 - 1887 - 1888 - 1889 - 1890 - 1891 - 1892 - 1893 - 1894 - 1895 - 1896 - 1897 - 1898 - 1899 - 2018


Bevat   Exact
 

Kronieken uit 1859


01 januari 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 31 december 1858. Aangaande de schepen WILHELMINA MARIA, kapt. J. Stasse, de 25e oktober met een lading zout van Lissabon naar Vlaardingen vertrokken, en THEKLA, kapt. Nankman, 24 augustus van Archangel naar Schiedam uitgeklaard, heeft men sedert niets vernomen. (opm: de schoener WILHELMINA MARIA werd op 10 november 1858 door de bemanning verlaten; de bemanning werd gered, zie NRC 160259)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Het schip (opm: kof) CATHARINA SYPKENS, kapt. G.M. Menkema, van Kjöge naar Weymouth, is volgens brief van Arendal van 23 december, de 19e dito op de oostzijde van Tromöe, bij Arendal, gestrand en verbrijzeld.


  JB - Javabode

Advertentie. Verkoop van een schip. Op vrijdag de 28e januari 1859, zullen de ondergetekenden in een der Recherche-Pakhuizen aan de Kleine Boom, voor rekening van wie zulks zou mogen aangaan, aan de meest biedende publiek verkopen het alhier ter rede liggende gekoperde en kopervaste Nederlands bark-schip ANNA PAULOWNA, metende 325 lasten, laatst gevoerd door kapt. W. Bek Wzn. Het schip zal worden verkocht met deszelfs masten, stengen, ra’s en verdere rondhouten, staand en lopend want, een stel zeilen, 2 zware ankers, een tuiketting en anker en verdere toebehoren; vervolgens en détail de overcomplete inventaris van die bodem, bestaande uit: zeilen, divers touwwerk, trossen, kompassen, medicijnen en chirurgicale instrumenten, een barkas, sloep, etc, een en ander zo goed als nieuw.
Het schip is vanaf heden voor een ieder te bezichtigen, terwijl informatiën en inzage van de inventaris te bekomen zijn ten kantore van de agenten, de heren Hauger & Schuurman.
Gebroeders Roselje en Co


02 januari 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Harwich, 29 december 1858. Naar men zegt, is er heden namiddag een Nederlandse schoener op de West Rots gestrand.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Stornoway, 26 december 1858. De Nederlandse schoener AFINA VAN LINGE, kapt. P.J. Maathuis, van Venetië naar Queenstown om order bestemd, is alhier, na een reis van 130 dagen, met verlies van zeilen en broeiende lading binnengelopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Lissabon, 23 december 1858. Het alhier op 12 dezer van Sunderland met een lading kolen gearriveerde Nederlandse kofschip FRAUKE EGBERDINA, kapt. Lutje (opm: FROUKE EGBERDINA, kapt. G.J. Lukje), heeft ten gevolge van slecht weder zeilen, kluiverboom en relingen verloren.


03 januari 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlissingen, 31 december 1858. Zr.Ms. transportschip MERWEDE is heden van hier via Cadix (opm: Cadiz) naar Oost-Indië vertrokken.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 2 januari. Van het schip CATHARINA SYPKENS, kapt. Menkema, van Kjöge naar Weymouth, op de oostzijde van Tromöe gestrand – zie ons nommer van 1 dezer – is de equipage, met uitzondering van twee matrozen, verdronken.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Zierikzee, 1 januari. Gedurende het jaar 1858 zijn alhier uit zee gearriveerd van: Archangel 1, Cardiff 2, Cephalonia 1, Java 3, Konstantinopel (opm: Istanbul) 1, Liverpool 11, Libau (opm: Liepaja) 1, Londen 2, Newcastle 31, Newport 1, Rédon 2, Reval (opm: Tallinn) 1, Riga 1, Runcorn 3, Savanilla 3, St. Petersburg 2, St. Vincent 1, en Triëst 2 schepen.
(opm: ZZC 050159 voegt hieraan toe: in het jaar 1858 zijn alhier ingeklaard 93 schepen, waaronder 2 als bijlegger en uitgeklaard 39 met inbegrip van de 2 hierboven gemelde schepen)


04 januari 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Frederikshavn, 28 december 1858. De Nederlandse kof CERES, kapt. H.G. Bossinga, van St. Petersburg met rogge naar Rotterdam, bij Apholmen (opm: 3 km benoorden Frederikshavn) gestrand – zie NRC van 31 december (opm: zie NRC 050159, 060159 en 090159) – is vol water gelopen, heeft het roer verloren en zal wrak zijn. Het volk is gered en een gedeelte van de inventaris geborgen.


  LC - Leeuwarder Courant

Leeuwarden, 3 januari. Op de 95 werven, die in de provincie Groningen bestaan, zijn, blijkens officiële opgave, gedurende het vorige jaar 89 schepen met 8.142 vermoedelijke roggelasten gebouwd. Van deze schepen zijn, met de 18, die van 1857 waren overgebleven, 79 uit het Friese gat en 26 uit de Eems naar zee gevaren.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. De notaris A. Haagsma te Sneek zal op dinsdag 11 januari 1859, ’s namiddag 3 uur, bij Sjoerd Bokma te Sneek, verkopen: het geoctrooijeerd Veer van Sneek op Pekela, vice versa, met het daarin gebruikt wordend wel onderhouden Schip, groot 35 tonnen, de VROUW ELISABETH genaamd, met deszelfs inventaris, zodanig hetzelve is liggende in de Kolk, buiten het Hoogend te Sneek: in huur bij J. Hoving voor NLG 400 per jaar; te aanvaarden dadelijk na de verkoop; breder bij biljetten omschreven. Inmiddels uit de hand te koop. (opm: volgens LC 140159 was er NLG 2431geboden; LC 280159 vermeldde een bod van NLG 2700)


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Stoomvaart van Harlingen op Hull.
Het Nederlands ijzeren stoomschip MINISTER THORBECKE, kapt. Nepperus, vertrekt van Harlingen naar Hull op aanstaande zaterdag 8 januari 1859.
Adres voor passagiers, goederen en vee bij I. & S. Wiarda
Harlingen, den 3 januari 1859.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Stoomvaart van Harlingen naar Newcastle on Tyne en Dundee; ook voor goederen naar Stockton on Tees, Leith, Edinburg, Glasgow en omliggende plaatsen.
Het eerste klasse Engelse stoomschip CHAMPION, kapitein James Raison, vertrekt zaterdag 8 januari 1859.
Bijzonder goed ingericht voor passagiers, goederen en vee.
Adres bij de agenten van Oppen’s Zonen.


05 januari 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 4 januari. Als voorbeeld van een snelle expeditie delen wij het volgende mede: Het Nederlandse driemastschip MALEIJER, kapt. Bok, arriveerde 14 december j.l. van Hellevoetsluis te Hartlepool. De volgende dag begon men met de ontlossing der ballast (315 ton), laadde vervolgens 905 ton steenkolen en zeilde op 20 december naar King George Sound (opm: Baai nabij Albany, West-Australië; 35º4’ Z.B. 117º54’ O.L.).


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Frederikshavn, 29 december. Het alhier gestrande Nederlandse schip CERES, kapt. H.G. Bossinga, van St. Petersburg naar Amsterdam – zie ons nommer van gisteren – zal, wanneer het weder bedaard blijft, nog afgebracht kunnen worden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Frederikshavn, 2 januari. De schoener JULIA, kapt. Westerberg, van Arco naar Gothenburg, is op de Scaw gestrand.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Fahrsund (opm: Farsund, 58º4’ N.B. 6º55’ O.L.), 28 december 1858. Het Nederlandse schip FRISO, kapt. Duintjer, van St. Petersburg naar Antwerpen, is alhier met gebroken boegspriet binnengelopen.


  JB - Javabode

De 1e januari lagen te Batavia in lading:
- De Nederlands-Indische bark AMEER, hernaamd in ACHMAT POEKA, kapt. Sech Balfagie, naar Soerabaija.
- De Nederlands-Indische schoener COQUETTE, vroeger de Engelse schoener ALICE MARTEN, naar Passaroean.


 ZZC - Zierikzeesche Courant

Brouwershaven, 28 december 1858. Door schipper W. de Neef, voerende de loodskotter, gestationeerd te Brouwershaven, is op de hoogte van Westkapelle drijvende gevonden een verlaten Portugese schoener, naam onbekend; dezelve was zwaar lek, de pompen waren weggenomen, heeft het schip op sleeptouw genomen, doch hetzelve is kort daarop gezonken.


 ZZC - Zierikzeesche Courant

Advertentie. Strandvonderij.
De Burgemeester van Brouwershaven bericht, dat aldaar is aangebracht en geborgen van de Portugese schoener CONFIANCE vnnª de CAST, gezonken Schouwen Z.O, 12 vadem water, verlaten van de equipage: 47 bladen huidkoper en een stuk ketting.
Zij die vermenen tot het geborgene gerechtigd te zijn, worden voor de eerste maal ter reclame opgeroepen.
Brouwershaven, den 31 december 1858 De burgemeester voornoemd,
C. Lopse Hocke


 ZZC - Zierikzeesche Courant

Brouwershaven, 2 januari. Gedurende het jaar 1858 zijn alhier binnengekomen en uitgezeild 384 schepen.


06 januari 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 5 januari. Men schrijft van Cadix (opm: Cadiz) de 25e december van ons oefening eskader het volgende:
Ons eskader, dat zo ferm in zee was gestoken, was de tweede nacht na het vertrek uit Portsmouth reeds uit elkander geraakt. Men had veel slecht weder, en daardoor nogal averij gemaakt. Vooral de EVERTSEN en de WASSENAER. Eindelijk is men de 11e december op het bepaalde rendez-vous te Porto Santo nabij Madeira weer verenigd geworden, nadat de VESUVIUS naar Teneriffe gezonden was om de CITADEL VAN ANTWERPEN en VICE-ADMIRAAL KOOPMAN, bijaldien die schepen daarheen waren gelopen, te waarschuwen, dat de admiraal hen bij Porto Santo wachtte. Beide laatstgenoemde schepen hadden bij de komst van de VESUVIUS reeds drie dagen te Santa-Cruz gelegen. De 11e december zette het gehele eskader koers naar Cadix. De gelegenheid was vrij gunstig, zodat er van geen stoom gebruik werd gemaakt, voordat wij nabij de kust waren. De 17e december lieten de schepen het anker voor Cadix vallen. Nadat de gewone schoten en officiële bezoeken waren afgelopen, stoomde het eskader de 21e december naar de marinewerf te Caracas, om de geleden schade te herstellen. De WASSENAER is bezig om een nieuwe schroef in te zetten. Alle schepen hebben breeuwers aan boord. De EVERTSEN, die van achteren ontzet is, moet de meeste reparatie hebben. Men schat de tijd op vier weken, die er zullen nodig zijn, om de geleden schade te herstellen. Dat is wel een ongelukkig begin voor een oefeningstocht, die slechts enige maanden duren moet. Met belangstelling heeft men op `t eskader de aanneming van het budget voor de marine en de discussies gelezen, die er over hebben plaats gehad: dat de schepen met een negenmijl vaart vloot gehouden hebben, is juist; maar de gelegenheid was allergunstigst, en er werd toen zowel van stoom als van zeil gebruik gemaakt. Wanneer er alleen gestoomd of alleen gezeild was geworden, gelooft men niet, dat het vloot houden met die vaart zou hebben plaats gehad. De WASSENAER schijnt als zeilschip beter te voldoen dan de EVERTSEN, ofschoon laatstgenoemd schip enigszins meer vaart loopt; de KOOPMAN zeilt en stoomt ook harder dan de CITADEL; de VESUVIUS is een net vlug scheepje, `t welk zeer goed met het eskader kan meedoen. Het weer heeft nog niet toegelaten om oefeningen te doen plaats hebben, behalve de gewone exercities binnen boord met het geschut en geweren. Het is te hopen, dat na het vertrek uit Cadix de gelegenheid, om te oefenen gunstiger worden zal, door dat aanhoudend slechte weder verarmt alles aan boord, en de equipage lijdt geweldig nadeel aan plunjes, daar niets voor nat-worden kan worden gevrijwaard. De Spaanse zeemacht begint ook vooruit te gaan; er liggen hier verscheidene nieuwe stoomschepen en op de werf zelf is men druk aan het bouwen. De autoriteiten hebben met de meest mogelijke voorkomendheid en beleefdheid al wat wij nodig hadden ter onzer beschikking gesteld. Het is nog onzeker, waarheen de bestemming zijn zal, wanneer wij Cadix verlaten. Dit zal waarschijnlijk ook afhangen van de tijd, die wij hier moeten doorbrengen, want in ieder geval moet het eskader de komst van het transportschip de MERWEDE afwachten.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 5 januari. Aangaande het schip CERES, kapt. H.G. Bossinga – zie ons nommer van gisteren – meldt de Zeepost, dat het met pompen gedeeltelijk lens kon worden gehouden. Het grootste gedeelte der lading zou onbeschadigd geborgen kunnen worden, ongeveer 200 tonnen (opm: vaten) waren gelost en te Frederikshavn aangebracht.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 5 januari. Volgens bericht van Rendsburg van de 2e januari lagen aldaar de schepen: DIWERDINA, kapt. De Jonge, GESINA ELSINA, kapt. Deen, en EENDRAGT, kapt. Kamminga, alle van Dantzig (opm: Gdansk) naar Londen; SOPHIE, kapt. Carls, van Dantzig naar Amsterdam.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Penzance, 1 januari. Alhier is aangebracht een scheepsboot, circa 18 voet lang, van binnen gemerkt BALMORAL, Rotterdam, en enige balen katoen, een en ander op de hoogte van Mousehole opgevist. (red: de stoomboot BALMORAL, kapt. Lovius, arriveerde de 2e januari van Bristol te Brielle en deze heeft door een stortzee zijn boot verloren.)


07 januari 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Cowes, 4 januari. Het Nederlandse kofschip NEPTUNUS, kapt. De Jong, 30 december alhier van Maroïm gearriveerd, is zeer lek en moet lossen om te repareren.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Fahrsund (opm: Farsund, 58º4’ N.B. 6º55’ O.L.), 28 december 1858. De te Sappemeer te huis behorende schoener-kof MARGARETHA, kapt. Korte, van Malmö met gerst naar de Maas bestemd, is alhier met slagzijde, verstopte pompen en andere schade binnengelopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Nexoe, 25 december 1858. In de morgen van 22 dezer is op de zuidkust van Bornholm gestrand de te Pekela te huis behorende kof SIEBERLINA, kapt. L.F. Ringeling, met duigen en provisiën van Dantzig (opm: Gdansk) naar Londen bestemd. Het schip kwam met assistentie vlot en werd te Svaneke binnengebracht om te repareren.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. De makelaars F.N. Montauban van Swijndregt, W. van Dam H.Mzoon, W.H. Montauban van Swijndregt en B.C.D. Hanegraaff te Rotterdam zullen op last van hunne meesters op dinsdag de 25e januari 1859, des middags ten 12 ure, in de zaal op de Scheepmakershaven wijk 1, No. 499, publiek verkopen het snelzeilend, gekoperd en kopervast Nederlandse brigantijn schip de GIER, laatst gevoerd door kapt. W.F. Leicher, volgens meetbrief lang 25 el 30 duim, wijd 4 el 65 duim, hol 2 el 70 duim, en alzo groot 145 tonnen, met al deszelfs staand en lopend want, zeilen, ankers, kettingen en verdere scheepsgereedschappen, zo als hetzelve is liggende in de Wijnhaven aan de Punt, binnen deze stad.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Finale verkoop van een Tjalkschip.
L. Harmenzon, deurwaarder te Leeuwarden, zal op donderdag 18 januari 1859, na den middag 5 uur, bij R.J. Brouwer, in het Schippershuis aldaar, finaal verkopen: een hecht en sterk Tjalkschip, overdekt en gewegerd, de JONGE TRIJNTJE genaamd, geijkt op 28 ton, waarbij een uitmuntende inventaris; toebehorend aan Sjouke Scheepstra.
Voorlopig bod slechts NGL 600.
Provisionele verkoping van een Tjalkschip.
L. Harmenzon, deurwaarder te Leeuwarden, zal op tijd en plaats als boven is gemeld provisioneel verkopen: een hecht overdekt en gewegerd Tjalkschip, genaamd de JONGE KLAAS, groot 28 ton, met daarbij behorende zeer goeden inventaris; nader bij biljetten aangeduid; zodanig hetzelve laatst is bevaren geweest door wijlen Jan Jans de Groot.
Beide vaartuigen zijn op voornoemde verkoopdag, bij open water, ter bezichtiging liggende in het Vliet, voor het genoemde Schippershuis te Leeuwarden.
(opm: LC 180159 vult aan dat de JONGE KLAAS is uitgehaald in 1854; geboden: NLG 940)


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Uit de hand te koop: een Tjalkschip, met tuig en verder toebehoren, zoals bevaren is geweest door wijlen schipper Geert J. Drost; liggende in de Lemmer en te bevragen bij Jan S. Visser, zeilmaker aldaar. Brieven franco.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Uit de hand te koop: een hechte wel onderhouden Hektjalk, met complete inventaris, groot 52 ton (Leidsendam wijdte), bevaren en te bevragen bij K. Keimpema, aan de werf van S. Zwat te Grouw.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Te koop: een Turftjalk met mast, groot 46 ton, liggende aan de werf van T.A. Visser te Workum.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Te koop: een best halfsleten Turfschip, groot 23 ton, bij E.H. van der Zee, scheepsbouwmeester te Joure.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Te koop: een nieuwe Praam, staande op stapel, lang 11 ellen 840 strepen (40 voet), wijd 2 ellen 960 strepen (10 voet), hol naar rato, ongeveer 13 ton; benevens een wel onderhouden Veerschip, met zeil en treil, zoals het wordt bevaren, groot volgens meting 11 ton. Te bevragen bij K. Prins, scheepstimmerbaas te Woudsend.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. De finale verkoop der Scheepstimmerwerf, met huis en aanbehoren (opm: zie LC 171258), in de Benedenschans in de Lemmer, bij de eigenaar W.J. Reijenga in gebruik, is uitgesteld tot en bepaald op maandag den 10 januari 1859, des avond te 7 uur, in het Wapen van Zwol aldaar; zijnde hierop slechts geboden NGL 1200.


08 januari 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 7 januari. Gedurende het jaar 1858 zijn te Pillau aangekomen 1607 schepen (302 meer dan in het vorig jaar), waarvan 200 onder Nederlandse vlag. Aldaar overwinteren de Nederlandse schepen FROUWINA ELISABETH, kapt. De Jonge; SALLANDT, kapt. Jonker, en ZEEPLOEG, kapt. Van der Wal.
Te Koningsbergen (opm: Kaliningrad) overwinteren de schepen ELSINA, kapt. Duintjer; GESINA, kapt. Pronk; HARMONIE, kapt. Lever, en GEORGINA WUBBINA, kapt. Heins.
Te Elbing (opm: Elblag) overwintert het schip REGINA HILLECHIENA, kapt. Scholten.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Texel, 6 januari. De 4de dezer is bij Terschelling gestrand de Hannoverse tjalk VROUW JANTJE, kapt. Heijenga, met haver van Rhauderveen (opm: Rhauderfehn) naar Londen bestemd; de equipage en inventaris is gered en ook de lading zal kunnen geborgen worden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlissingen, 4 januari. Het schip (opm: kof) PIETERDINA, kapt. G. van Dalen, van Malmö naar Antwerpen, alhier lek binnen, heeft de verschansingen verloren, overgeworpen lading en meer andere schade.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Stornoway, 1 januari. Het alhier in averij binnengelopen Nederlandse schoenerschip AFINA VAN LINGE, kapt. Maathuis, van Venetië naar Cork bestemd – zie NRC van 2 januari – is bezig de zwaar beschadigde lading te lossen.


09 januari 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 8 januari. Naar men verneemt, zal Zr.Ms. fregat DE RUYTER naar Hellevoetsluis worden gebracht om van stoomvermogen te worden voorzien.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 8 januari. Volgens telegrafisch bericht is het stoomschip de JONGE PAUL, kapt. H.B. de Jongh, 7 januari te Dalarö (opm: 59º8’ N.B. 18º24.5’ O.L.) aangekomen. Aan boord was alles wel. Door ijs was men verhinderd naar Stockholm op te varen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Frederikshavn, 3 januari. De bij Apholmen gestrande Nederlandse kof CERES, kapt. Bossinga – zie NRC van 5 januari en vroeger – is, nadat het grootste gedeelte der lading gelost is, vlot en hier in de haven gebracht. Het schip heeft zwaar geleden en de helft der lading is beschadigd.


10 januari 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Dover, 7 januari. Het Belgische barkschip GUILLAUME, kapt. Hansen, van Hamburg in ballast naar Cardiff, is heden morgen bij Dungeness gestrand, doch met assistentie vlot en hier ter rede gebracht.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Aalborg, 4 januari. Het schip JOHANNES, kapt. Lyster, van Engeland komende, is volgens een alhier ontvangen bericht gezonken.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Malta, 1 januari. Het schip CATHARINA REGINA, kapt. Doll, van Odessa, om orders naar het Kanaal bestemd, is alhier lek en met verstopte pompen binnengelopen en moet lossen om te repareren. Men heeft veel graan gepompt.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Weijert Bakker Bzn, makelaar, presenteert, ten overstaan van een bevoegd beambte, op maandag de 17e januari 1859, in de Nieuwe Stads Herberg aan het IJ te Amsterdam, des avonds na zes ure, te verkopen een extra ordinair welbezeild, gekoperd en kopervast schoenerschip, varende onder Nederlandse vlag, genaamd SUSANNA, gevoerd door kapt. J.N.Z. Groenewoud, volgens Nederlandse meetbrief lang 27 ellen 41 duimen, wijd 5 ellen 14 duimen, hol 3 ellen 39 duimen en alzo gemeten op 212 ton of 112 lasten; liggende te Amsterdam aan de werf de Haan, Bikkerstraat VV 400. Breder volgens inventaris.
Iemand nader onderricht begerende, spreke met bovengenoemde makelaar.


  JB - Javabode

Decima, 18 december 1858. De 9e oktober j.l. kwam hier ter rede aan het schroefstoomschip JEDO, zijnde het tweede, dat de keizer van Japan voor zijn rekening in Nederland heeft doen bouwen, en de 15e november kwam hier ter rede aan het voor de landsheer van Fizen in Nederland gebouwde schroefschoenerschip NAGASAKI.


11 januari 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Men schrijft van Batavia d.d. 8 november:
Op 15 en 16 oktober l.l. stonden voor de raad van justitie te Soerabaija terecht de beklaagden Oemar, Daeng Mangerang, Semannah, Inalla Oewa Soenie, Matanuah en Boelie, beschuldigd van zeeroof, gepaard met moord en poging tot brandstichting, in de nacht van 4 op 5 april l.l, gepleegd aan de passagiers en opvarenden van de kotter SRIE BAKONG, op de hoogte van Beliling (eiland Bali). Het O.M. werd waargenomen door de officier van justitie mr. M.W. Scheltema, terwijl de verdediging der beklaagden aan de verschillende leden der balie was opgedragen. Uit de voorlezing der acte van beschuldiging bleek onder anderen, dat de voornoemde kotter, gezagvoerder A.M. de Grave, van Makassar, de 3e april van Banjoewangie (Java) naar Ampenan (Lombok) was vertrokken, met een lading, bestaande uit olie, huiden, gouddraad, dranken, provisies, schilderijen, zout, zeep, aardappelen, 1.957.200 Chinese keppengs (opm: halve duit) en voor een aanzienlijke som aan souvereinen en Hollandse rijksdaalders; dat reeds op de reis van Badong naar Banjoewangie de djoeroemoedie (opm: jeremudi = stuurman) Oemar (een der beklaagden) en de matroos Laeman waren verblind door de glans van het goud- en zilvergeld, hetwelk door de heren De Grave voornoemd en C. Ahier (Engelsman, huurder van de kotter), ten aanschouwing van het volk was geteld en dat zij op middelen bedacht waren om zich daarvan meester te maken; dat zij daaromtrent in overleg waren getreden met de opvarenden ener prauw sappek, door hen te Banjoewangie aangetroffen, bemand met acht personen, waaronder vijf der beschuldigden; dat twee opvarenden der prauw hadden dienst genomen op de kotter volgens toestemming van de heer De Grave, niettegenstaande de tegenwerping van de serang (opm: bootsman) Oeram, dat zij niet op de monsterrol waren ingeschreven, dat hij hen niet kende en zij van geen papieren voorzien waren; dat de prauw sappek de kotter steeds was gevolgd, des daags op enige afstand blijvende, des nachts zich naderbij houdende, zijnde zulks zo voortgegaan tot zondagavond 4 april, omstreeks middernacht, met donker weer en weinig landwind, op welke tijd de sappek zeer nabij was, terwijl de serang Oemar de wacht op het dek had, zittende op het achtergedeelte van de kajuitskap, bij de djoeroemoedie Oemar, die het roer hield, terwijl Laeman op de uitkijk voor aan het schip stond en aldaar fluisterde met Daeng Mangerang en Oesoep poea Apolla, de twee aangenomenen van de prauw, terwijl de anderen beneden sliepen; dat als toen Daeng Mangerang met een kris, verborgen onder de sarong, die hij hoog om de schouders had opgetrokken, naar het achterdek was gegaan en aan de serang, die vroeg, wat hij daar te maken had, gezegd heeft, dat hij van de djoeroemoedie wilde leren op het kompas zien en sturen en daarop de serang een stoot met zijn kris in de keel heeft gegeven, waardoor deze achterover wijkende in zee is gevallen; dat de aanval op de serang het sein was voor de slachting, waartoe ook Laeman en Oesoep poea Apolla voor aan het dek met hunne krissen gereed stonden, zijnde tegelijkertijd door Daeng Mangerang de opvarenden van de sappek toegeroepen, dat zij zouden opkomen, zijnde daarop gevolgd een geschrei en gejammer, waarvan bij elk der nog levenden de herinnering is overgebleven; dat zij, die op het dek waren, het eerst zijn afgemaakt, de kajuitsjongen Paeng, na een krissteek ontvangen te hebben, overboord is gesprongen en dat de djoeroemoedie Sidin zijn vrouw naar het vooronder heeft gesleurd en in het duister verborgen, doch zelf niet ver van haar af door Daeng Mangerang, bijgelicht door Laeman, was ontdekt en met een kris van het leven beroofd; dat de heren De Grave en Ahier, door het angstgeschrei gewekt, de kajuit zijn ontvlucht, zijnde Ahier als toen in het ruim afgemaakt, terwijl De Grave werd gevonden in het vooronder, op de kooi van de serang, terwijl hij om het leven smeekte en door Daeng met zijn kris is doodgestoken, zodat het bloed de vrouw van de djoeroemoedie, die in de nabijheid verborgen lag, bespatte; dat inmiddels de sappek langs boord van de kotter was gekomen, vier der opvarenden met de wapens in de hand waren over geklommen, terwijl de beide achtergebleven om de sappek langs boord te houden en bij de deining der zee voor stoten te bewaren; dat de zeerovers, geen menselijk geluid meer horende, hebben gemeend, dat allen dood waren en in de prauw sappek hebben overgebracht zoveel als zij daarin bergen konden van de meeste waarde, onder andere de gouden en zilveren rijksdaalders, een jachtgeweer en andere wapens, de gouden knoopjes van de serang, enz. enz. en vervolgens, om hunne gruwelen te verhelen, in de kajuit kleren en andere licht ontvlambare stoffen hebben bijeengebracht en in brand gestoken, waarna zij de kotter hebben verlaten en met de sappek zijn gevlucht, de buit verdelende onder hun tienen, bij welke gelegenheid een hunner is overhoop gestoken; terwijl het genoegzaam zeker is, dat een tweede later op Sumbawa het leven heeft verloren, toen hij zich tegen zijn vervolgers verdedigde; dat aan de slachting was ontkomen de matroos Kadir, die zich eerst heeft verstoken en daarna met de sloep gered, terwijl de vrouw van de djoeroemdie Sidin zich mede voor de moordenaars had weten te verbergen, de brand in de kajuit had geblust, en daarin geholpen door de serang Oemar, die, ondanks zijn wond, zwemmende en klauterende weer aan boord had weten te komen, de kotter de volgende ochtend op de rede van Beliling heeft gebracht, alwaar aan boord zijn gevonden de lijken van zeven inlanders en twee Europeanen, onmiskenbare blijken dragende van met krissteken wreedaardig van het leven te zijn beroofd.
Wegens al deze feiten werd door het openbaar ministerie gerequireerd de schuldig verklaring der zes beklaagden aan de misdrijven van moord, poging tot moord, roof en poging tot brandstichting, met veroordeling van de vier eersten tot de doodstraf en van de twee laatste, die in de prauw waren gebleven, tot veertig rottingslagen en twintig jaren dwangarbeid in de ketting. Nadat door de verschillende verdedigers der beklaagden het woord gevoerd, heeft de raad van justitie de 22e oktober in deze zaak uitspraak gedaan. De vier eerste beschuldigden zijn veroordeeld tot de doodstraf, doch de beide laatste vrijgesproken, op grond, dat het de rechter gebleken zou zijn, dat de een pandeling en de ander bediende was van een der veroordeelden; dat zij alzo niet konden gezegd worden uit vrije wil gehandeld te hebben, en dat het de rechter niet was gebleken, dat zij enig aandeel in de geroofde buit hadden genoten, vermits, hoezeer de buit in tienen verdeeld was, hun meester zich hun aandelen had toegeëigend.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 10 januari. Nederland verloor van zijn Oost-Indische vloot in 1858 de navolgende 17 schepen:
ADMIRAAL JAN EVERTSEN, kapt. H.A. Tekelenburg, fregat van Amsterdam (Aº. 1838, groot 570 lasten), van Batavia naar Amsterdam, met schade te Mauritius binnengelopen en aldaar in oktober 1858 afgekeurd. (opm: zie NRC 301158)
ADMIRAAL ZOUTMAN, kapt. van Eyk, fregat van Rotterdam (Aº.1837, groot 368 lasten), van Havana naar Rotterdam, 15 maart 1858 op de kust van Florida verongelukt. (opm: zie NRC 220458)
AGANIETA ADRIANA, kapt. P. Verschuur, brik van Rotterdam (Aº.1857, groot 152 lasten), 21 september te Swatow gestrand en verloren (opm: zie NRC 251158).
AKYAB, kapt. J.J. Klein, bark van Rotterdam (Aº.1835, groot 294 lasten), van Rotterdam naar Point de Galle, voor noodhaven te Batavia binnengelopen en aldaar in juli 1858 afgekeurd. (opm: zie NRC 180758)
CADSANDRIA, kapt. J.A.C. Gerlach, fregat van Rotterdam (Aº.1857, groot 391 lasten), van Batavia naar Japan, 8 augustus 1858 in een typhoon bij Nagasaki verongelukt (opm: zie NRC 161058).
CLAUDIUS CIVILIS, kapt. W.J. Lourens, fregat van Amsterdam (Aº.1836, groot 371 lasten), van Ceylon naar Rotterdam, met schade te Mauritius binnengelopen en aldaar in oktober 1858 afgekeurd. (opm: zie NRC 301158)
ELISABETH EN JOHANNA, kapt. J.R. Oomkens, bark van Zierikzee (Aº.1843, groot 215 lasten), van Samarang naar Amsterdam, te Soerabaija met schade geretourneerd en aldaar in februari 1858 afgekeurd.
FLORA, kapt. A.A. van Wijk, bark van Dordrecht (Aº. 1851, groot 326 lasten), van Hongkong naar Amoy, 1 november 1857 lek in Hanghi-baai op strand gezet en gezonken. (opm: zie NRC 010158)
GORINCHEM, kapt. R.J. Reinders, bark van Rotterdam (Aº. 1857, groot 363 lasten), van Singapore naar Kuti, in het laatst van maart 1858 op de Oostkust van Borneo verongelukt. (opm: zie NRC 190558)
HELENA, kapt. M. Hoogenstraten, 3-mast schoener van Rotterdam (Aº. 1857, groot 236 lasten), van Hongkong naar Shanghai, in november 1857 op Breakers-point gestrand en verbrijzeld. (opm: zie NRC 030158)
JACOBA HELENA, kapt. L.J. Wilhelmie, bark (opm; fregat) van Rotterdam (Aº. 1840, groot 396 lasten), van Batavia naar Rotterdam, met schade te Mauritius binnengelopen en in februari 1858 aldaar afgekeurd. (opm: zie NRC 010458)
MACHTILDA CORNELIA, kapt. L.E. Lundegren, bark van Dordrecht, bark van Dordrecht (Aº. 1843, groot 244 lasten), van Newcastle naar Hongkong, in april 1858 in de Chinese zee verongelukt. (opm: zie NRC 150658)
OLIVIER VAN NOORD, kapt. J. Timmermans, bark van Rotterdam (Aº. 1850, groot 321 lasten), van Sydney naar Batavia, 7 juni in Torresstraat vergaan. (opm: zie JB 140758)
VAN BOSSE, kapt. W.E. Hageman, bark van Rotterdam (Aº. 1854, groot 355 lasten), van Woosung naar Singapore, bij het eiland Turanee (opm: RyuKyu-Shoto) verongelukt. (opm: zie JB 051258)
VONDEL, kapt. B. Verhagen, bark van Rotterdam (Aº. 1856, groot 340 lasten), van Hartlepool naar Hongkong, 30 oktober 1857 in de Chinese Zee in een typhoon verongelukt. (opm: zie NRC 030158)
WITTE CORNELISZOON DE WITH, kapt. L. Kruymel, bark van Rotterdam (Aº. 1851, groot 295 lasten), van Java naar Rotterdam, 27 november op de Banjaard verongelukt. (opm: zie NRC 281158)
ZWARTE ZWAAN, kapt. S. Stikkel, bark van Rotterdam (Aº. 1855, groot 178 lasten), van Sydney naar Soerabaija, 21 juni in Torresstraat vergaan. (opm: zie NRC 011058)
Rotterdam was, als uit bovenstaande opgave blijkt, in 1858 al zeer ongelukkig met zijn grote vaart. Van de 17 schepen (tezamen een laadbare ruimte van 5415 lasten) verloor zij alleen twaalf (tezamen 3689 lasten) en onder deze vijf schepen van 1857.
Amsterdam verloor 2 (samen 941 lasten); Dordrecht 2 (samen 570 lasten) en Zierikzee 1 (215 lasten).


  LC - Leeuwarder Courant

Harlingen, 9 januari. Ofschoon de Groenlandsvaarders alhier ter stede in de laatste jaren ongunstig slaagden en alleen de DIRKJE ADEMA in de vaart bleef, zal toch nog dit jaar het fregat NOORDPOOL ter robbenvangst uitgerust worden, onder directie van de heren Zeilmaker en Co alhier. Omstreeks het midden der volgende maand, of zo mogelijk nog vroeger, denkt men uit te zeilen. Men hoopt dat deze onderneming met een goed gevolg bekroond word, tot opbeuring van deze tak van nijverheid.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Uit de hand te koop: een Tjalkschip, groot 25 ton, zoals het door de eigenaar Evert M. Meijer te Rottevalle wordt bevaren en bij dezelve aldaar te bevragen.


12 januari 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 11 januari. Heden is Zr.Ms. schroefstoomschip der 4e klasse CORNELIS DIRKS, gebouwd op de werf van de heren K. Smit Jr. (opm: J. & K. Smit), te Krimpen aan de Lek met het beste gevolg te water gelaten.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Brielle, 11 januari. Heden nacht is de alhier te huis behorende Loodsschokker No.1 op strand geraakt. Het zit reeds vol water en zal weg zijn. Adsistentie is derwaarts om de inventaris te bergen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Dover, 8 januari. Het Belgische schip GUILLAUME, alhier in averij binnen – zie NRC van 10 dezer – heeft een gedeelte der loze kiel verloren.


  JB - Javabode

Advertentie. Vendutie op woensdag de 19e januari 1859, op ’s lands werf, door John Pryce & Co, à 4 pct. vendusalaris, van de gouvernementsschoener DE HAAI, zoals dezelve alhier in de rivier is liggende, met staand en lopend tuig en verdere inventaris goederen.


  JB - Javabode

Advertentie. Op vrijdag 21 januari 1859 zullen de ondergetekenden precies ten 10 ure voor het lokaal van hun commissiehuis, voor rekening van belanghebbenden aan de meestbiedenden publiek verkopen het alhier ter rede liggende Nederlands-Indisch schip MARIANNA ANTOINETTA, ladende 40.000 picols.
Het schip zal worden verkocht met deszelfs masten, stengen, ra’s en verdere rondhouten, sloepen, staand en lopend want, zeilen, ankers en verdere inventaris, zo als hetzelve hier ter rede is liggende.
Het schip is vanaf heden voor een ieder te bezichtigen, terwijl informatiën en inzage van de inventaris te bekomen zijn bij Gebr. Roselje.


  JB - Javabode

De Nederlands-Indische bark AMEER, hernaamd in OEMAR BASSAU, kapt. Sech Balfagie, is de 11e dezer van Batavia naar Singapore vertrokken. (opm: vergelijk JB 050159)


  LC - Leeuwarder Courant

Harlingen, 12 januari. Gedurende het jaar 1858 zijn van de zeezijde alhier:
Ingekomen 593 schepen, metende 116.271 ton, als: 291 onder Nederlandse vlag metende 37.650 ton, 151 Engelse metende 52.177 ton, 123 Noordse metende 23.206 ton, 9 Deense metende 737 ton, 9 Pruisische metende 1.438 ton, 2 Mecklenburgse metende 371 ton, 7 Hannoverse metende 605 ton, en 1 onder Franse vlag metende 87 ton.
Uitgegaan 666 schepen metende 124.222 ton, als 372 onder Nederlandse vlag metende 52.104 ton, 170 Engelse metende 54.038 ton, 94 Noordse metende 14.880 ton, 11 Deense metende 1.064 ton, 8 Pruissische metende. 1.310 ton, 1 Mecklenburgse metende 117 ton, 9 Hannoverse metende 568 ton, en 1 onder Franse vlag metende 87 ton.


13 januari 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, … december 1858. Vrachten. De staat van zaken is niet veranderd en is het nog niet te voorzien, wanneer de zo zeer gewenste verbetering der vrachten zich zal doen gevoelen. Het getal der disponibele schepen wordt dagelijks door nieuwe arrivementen vermeerderd, terwijl van de berichten de naburige vreemde havens hoe langer hoe ongunstiger luiden. Te Singapore en te Manilla wordt zwaar goed à GBP 17/6d naar Europa verscheept, terwijl in China en Calcutta bijna geen lading te vinden is. Gelukkig echter zal de voorgenomen militaire expeditie naar Boni (Z.O. van Celebes) emplooi aan een vijftiental nationale schepen geven en zodoende de disponibele scheepsruimte verminderen. Tot dit doel zijn reeds drie schepen van groot charter tot het overbrengen der cavalerie, en een ziekenschip door het gouvernement bij inschrijving gevraagd, doch is het resultaat der aanbiedingen nog niet bekend.
Sedert onze laatste berichten kwamen ons de volgende bevrachtingen ter ore:
Naar Nederland: de Nederlandse schepen CORNELIS HOUTMAN, à NLG 35 voor rijst, van hier naar Amsterdam; TWEE GEZUSTERS laadt voor rederij rekening en neemt suiker als bijlading à NLG 42,50 naar Amsterdam; WILLEM DE ZWIJGER, die mede voor eigen rekening laadt, accepteerde NLG 35 voor 2000 pikols suiker van Passaroeang naar Rotterdam.
Te koop blijven: Engelse VERNON, ALICE MARTIN en SYDNEY.
Verkocht werd: Amerikaanse ESCORT, groot 475 ton voor NLG 25,000.
Diversen. De Nederlandse POSTILLON heeft naar Japan via Manilla aangelegd. De Nederlandse JOHANNES ANTONIUS laadt 500 ton steenkolen te Onrust voor Muntok en Riouw, tot de verbazend lage vracht van NLG 4,33 per ton.
Disponibel zijn: Nederlandse NEPTUNUS, WILHELMINA LUCIA, LOUISA, WATERLOO, DELFSHAVEN, SCHOONDERLOO, JAN SCHOUTEN, PRINS FREDERIK DER NEDERLANDEN, ARDJOENO, ALLEGONDA JACOBA, BEATRIX, COPERNICUS, ELISABETH, DELFT, HENRIETTA, WILLEM DE EERSTE, VALPARAISO, LOUISA JACOBA JOHANNA, STAD SCHIEDAM, EVERDINA ELIZABETH, ODILIA MARGARETHA, TAGEL, ABEL TASMAN, CORNELIS SMIT, JACOB, SUZANNA ELIZABETH, ALBLASSERDAM, CHERIBON, DRIE VRIENDEN, PRESIDENT VAN RIJCKEVORSEL, VOORWAARTS, SOUBURG, JOHANNA CHRISTINA, NOORD BRABANT, LOUIS MEIJER, PRESIDENT PLATO, ALMELO, LOURENS KOSTER, GENERAAL MICHIELS, JHR.MR. VAN DE WALL VAN PUTTERSHOEK, ZAANSTROOM, STAD NIJMEGEN, VIJF GEBROEDERS, JOAN JACOB, FERDINANDINA, EMMA, TERNATE, BALTIMORE, ZEEVAART, LANDBOUW, EERSTELING, ELECTRA, REGINA MARIS, CATHARINA MARIA, STAD MIDDELBURG, ACADIA, EMILIE, CHRISTIAAN LOUIS, OOST INDIA PACKET, PANTALON, SUSANNA, NIEUWLAND, ANNA PALOWNA, JOHANNA MARIA CHRISTINA, EVA JOHANNA, EENSGEZINDHEID, WELVAART, CONSTANTIA, HAAMSTEDE, IDA ELISABETH, CONSTANCE en OUWERKERK AAN DE AMSTEL (opm OUDERKERK AAN DEN AMSTEL).
In reparatie zijn echter nog de Nederlandse schepen VALPARAISO en LOUISE JACOBA JOHANNA.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam 13 januari. Door de Nederlandsche Handel-Maatschappij zijn bevracht de navolgende 7 schepen:
Voor Rotterdam: JEANNETTE, kapt. T. Visser.
Voor Amsterdam: JACOBA CORNELIA CLASINA, kapt. A.J. Delclisur; RIJNBRAND, kapt. P.F. Lange; ADMIRAAL VAN HEEMSKERCK, kapt. J. Koning (de laatste van Dordrecht).
Voor Schiedam: PRESIDENT RAM, kapt. J.R. Ulrich (van Rotterdam).
Voor Dordrecht: VEREENIGING, kapt. J. de Jongh.
Voor Middelburg: COMMERCIE COMPAGNIE, kapt. G.J. Bruker.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlissingen, 11 januari. Volgens een alhier ontvangen bericht zit bij Knokke een schoener op strand en vol water. Bijzonderheden ontbreken.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Antwerpen, 11 januari. De Belgische brik RUBENS, kapt. Nedahl, van Coalzacoakos (opm: Coatzacoalcos) komende, is op de rotsen van Punto de Arenas (bij Matanzas) gestrand doch met behulp van een stoomboot vlot getrokken en te Matanzas binnengebracht. Het schip is lek, verloor het roer en bekwam nog andere schade.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 25 november. Het op 27 oktober van hier naar Rotterdam vertrokken Nederlandse schip (opm: bark, oorspronkelijk fregat) AMBOINA, kapt. W.H. Rusman, is 17 dezer lek uit zee geretourneerd. Ook het Nederlandse schip J.C. SCHOTEL, kapt. Holle, 20 dezer van hier naar Dordrecht gezeild, is 2 dagen later teruggekomen.


14 januari 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 13 januari. Een nader schrijven van ons oefeningseskader in de Middellandse Zee aan de Utrechtsche Courant luidt als volgt:
Naar men waarschijnlijk in ‘t vaderland reeds weet, zijn wij de 9e november van Portsmouth vertrokken. Reeds in de eerstvolgende nacht geraakte het eskader uiteen, alleen de beide fregatten waren bijeen, de overige schepen waren verspreid. Het werd trouwens slecht weder, zodat de schepen averij kregen en het bij elkaar blijven bijna ondoenlijk werd. De beide fregatten leden naar het schijnt niet het minst; de WASSENAER moet reeds vroeg een blad hebben verloren, dat later bij het lichten van de schroef ontdekt werd; de EVERTSEN is er veel erger aan toe.
De reis is verre van gelukkig. Eerst oponthoud, voordat men in zee kon steken, daarna een verblijf van twee weken te Portsmouth, om steenkolen in te nemen, en toen men eindelijk van daar onder zeil ging, verloor de admiraal reeds de tweede dag de grootste helft van zijn eskader. De schuld van die tegenheden ligt ontegenzeggelijk aan het ongunstige weder, maar dat was in dit jaargetijde te voorzien, en men vreest, dat het hiermede ook wel niet zal ophouden. Frankrijk en Engeland hebben het gehele jaar door oorlogsschepen in de Middellandse Zee, doch laten ze in de regel van november tot april binnen de havens oefeningen houden, dewijl de ondervinding geleerd heeft, dat de menigvuldige stormen gedurende die tijd oefeningen meestal onmogelijk maken en slechts averij aan de schepen en ziekte onder de bemanningen veroorzaken. Ons vroeger eskader in de Middellandse Zee lag ook gedurende de wintermaanden in de havens van Mahon; waarom nu juist de ongunstigste tijd gekozen, om het Nederlandse eskader oefeningen te doen houden?
De resultaten zullen nu veel minder gunstig zijn, dan wanneer zulk een eskader in het voorjaar was geformeerd geworden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Kinderdijk, 13 januari. Heden voormiddag is van de scheepstimmerwerf van de heren J.& K. Smit alhier met goed gevolg te water gelaten de schroefschoener REINIER CLAESZEN, van vier stukken (opm: geschut), gebouwd voor rekening der marine.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 13 januari. Volgens particulier bericht van Cowes is het Nederlandse stoomschip GIRONDE, kapt. van Emmerick, van Bordeaux naar Rotterdam, eergisteren aldaar met averij aan de schroef binnengelopen. Bij goed weder zou men echter de reis voorzetten.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. R. de Haan Sz, deurwaarder te Leeuwarden, zal op donderdag den 27 januari 1859, des namiddag te 3 ure, in het logement de Posthoorn te Leeuwarden, verkopen: een overdekt, goed onderhouden en voor weinige jaren nieuw gebouwd snelzeilend Schuitje, groot elf tonnen, met complete daarbij behorende inventaris. Voorts een Koekkraam met toe en aanbehoren, en een Uitstalling of zogenaamde Kermisdisch.
Bezichtiging kan op de dag van den verkoop plaats hebben aan voormeld logement, waar het scheepje voor de wal zal liggen en de kraam en disch zullen zijn opgezet.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Ter Groenlandsvisserij wordt tegen begin februari gevraagd: een persoon, geschikt om als Onderkuiper de reis mede te maken. Hiertoe genegen zijnde, adresseren men zich, met bewijzen van bekwaamheid, in persoon of franco brieven bij de heren Barend Visser & Zoon te Harlingen.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Stoomvaart tussen Harlingen en Amsterdam.
Het schroefstoomschip BURGERMEESTER ZIJLSTRA, uitmuntend ingericht tot vervoer van passagiers en goederen, vertrekt wekelijks:
Van Harlingen naar Amsterdam, woensdags, ‘s morgens ten 8 uur.
Van Amsterdam naar Harlingen, vrijdags, ’s morgens ten 8 uur.
Bij open water, tot dat de gewone rederijen hare diensten zullen hebben hervat.
Adres te Harlingen, bij de boekhouder N.J. Schenkius.
Adres te Amsterdam, aan de stoomboot, ligplaats bij de Nieuwe Stads Herberg.


15 januari 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 14 januari. Bij ministeriële beschikking van 12 januari 1859 is de concessie voor een stoombootdienst tussen Rotterdam en de Belgische grenzen, vroeger verleend aan de heren Louis de Wilde en Van Hoegaerden, overgeschreven ten name van de heer Louis de Wilde te Rotterdam.


 ZZC - Zierikzeesche Courant

Advertentie. Strandvonderij.
De Burgemeester der gemeenten Haamstede en Burgh, c.a, zal op dinsdag de 25e januari 1859, des voormiddags ten 10 ure, aan te vangen bij Joh. de Vlieger, om contant geld, in het openbaar verkopen, de navolgende strandgoederen, als: een grote partij dekplanken en balken, een partij oude duigen, twee pompen, een ra, alsmede een aanzienlijke partij wrakhout, afkomstig van het onlangs gestrande schip WITTE CORNELISZOON DE WITH. Haamstede, den 12 januari 1859 De burgemeester voornoemd,
C.M. Bolle


 ZZC - Zierikzeesche Courant

Zeetijdingen. Volgens particulier bericht van kapt. H.W. Boon, voerende het schip (opm: kof) WESTERSCHOUWEN, in dato 13 december 1858, was genoemde gezagvoerder op zijn reis van Konstantinopel (opm: Istanbul) naar Galatz ten gevolge van slecht weer genoodzaakt te Balschik (opm: Baltsjik, 43º25’ N.B. 28º10’ O.L, Bulgarije) (aan de Zwarte Zee) binnen te lopen. Aan boord was alles wel.


  JB - Javabode

Advertentie. Uit de hand te koop het Nederlands bark-schip JAVA’S WELVAREN, kapt. G.E. Doornbos, groot 248 gemeten lasten, met deszelfs complete inventaris.
Nadere informatiën bij Paine, Stricker & Co. (opm: dit schip is niet verkocht; het vertrok op 16 februari 1859 weer van Batavia naar Pekalongan, nog onder kapt. Doornbos, en is later dat jaar, op reis naar Nederland, bij Mauritius afgekeurd en verkocht, zie o.a. NRC 170958)


  JB - Javabode

Volgens een telegram van de 1e stuurman van het Nederlandse schip VALPARAISO, kapt. H.A. Ellerman, de 21e december l.l. van hier naar Padang vertrokken, ligt het vaartuig op de rede van Anjer. De stuurman bericht dat de gezagvoerder en zijn echtgenote de 8e dezer zijn overleden, terwijl genoemde officier en enigen der bemanning ernstig ongesteld zijn.


16 januari 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 15 januari. Te Swinemünde (opm: Swinousjcie) overwinteren de Nederlandse schepen ONDERNEMING, kapt. Bekkering, en JONGE PIETER, kapt. Hamstra.


17 januari 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 16 januari. Uit Vlissingen wordt gemeld, dat Zr.Ms. oorlogsschoener DE WESP, welke onlangs van Vlissingen naar Hellevoetsluis is overgebracht, aldaar zal worden ingericht tot een instructievaartuig voor de bootsmansleerlingen, die het zullen leren op- en aftuigen, en bij gunstige gelegenheden daarmede op de Schelde kleine proeftochten zullen verrichten.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Alexandrië, 6 januari. De Nederlandse schoener GESINA, kapt. Munnix (opm: J. Munniks), welke, als vroeger gemeld, de 26e december 1858 in deze baai op strand dreef, is bezig met de lading kolen en ijzer te lossen en men hoopt het grootste gedeelte te bergen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hongkong, 2 december. Het alhier van Cochin-China gearriveerde Nederlandse schip GOUVERNEUR GENERAAL DUYMAER VAN TWIST heeft 10 november in een bui zeilen en rondhout verloren.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Canton, 30 november. De volgende Nederlandse schepen bevinden zich op dit ogenblik in China, als:
ter rede van Hongkong: VAN GALEN, kapt. Smit; VAN DER PALM, kapt. Bouwmeester; BELLONA, kapt. Kluin; DOLPHIJN, kapt. Brandligt; TWEE JEANNE’S, kapt. v. d. Windt; DOGGERSBANK, kapt. Valentien q.q.; KEMANGLEN, kapt. Möller; SCHEVENINGEN, kapt. Annokkee; BOMMELERWAARD, kapt. Loos; JACOBA, kapt. Schaap; GOUVERNEUR GENERAAL DUYMAER VAN TWIST, kapt. Hoeksma; IDA WILHELMINA, kapt. Weyland;
JACOBA EN ANNA, kapt. Petersen; LEWE VAN NIJESTEIN, kapt. Borchers; SOOLO, kapt. van der Meulen.
ter rede van Macao: E.W. VAN DAM VAN ISSELT, kapt. Kolm q.q.; ADMIRAAL PIET HEIN, kapt. Hazewinkel; MERCATOR, kapt. van der Woude.
ter rede van Whampoa: JUNO, kapt. Chevalier.
ter rede van Foo-Chew-Foo: PER ASPERA AD ASTRA, kapt. Admiraal; QUATRE BRAS, kapt. Bondix.
ter rede van Amoy: AMERIKA, kapt. Zeeman; KAREL AUGUST, kapt. Huizer.
Van bovengenoemde schepen is de JACOBA EN ANNA naar Japan, de E.W. VAN DAM VAN ISSELT naar Batavia via Singapore naar Samarang, en de KAREL AUGUST via Singapore naar Batavia bestemd. De GOUVERNEUR GENERAAL DUYMAER VAN TWIST zal binnenkort naar Amoy vertrekken en de KEMANGLEN ligt in reparatie.


18 januari 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 17 januari. Te Nieuwe Diep is voor een paar dagen weer een fraai nieuw schroefstoomschip van de fabriek van de heren van Vlissingen uit Amsterdam aangekomen, de naam voerende van HETJAZ. Het is weer bestemd voor de sleepdienst op de Nijl en alzo voor Egyptische rekening gebouwd. Dit vaartuig is van hechtere samenstelling en heeft het stoomvaartuig DAMIETTE vervangen, hetwelk ter versterking naar de fabriek van hier weder is vertrokken. De equipage aan boord van de HETJAZ bestaat uit Noorse zeelieden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Elseneur, 14 januari. Het schip ANNA MARGARETHA, kapt. Wekenborg Jr, van Baltishport naar Schiedam, heeft alhier op de rede een anker verloren.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Te koop voor een kleine prijs: een best Veerschip, zonder tuigage, groot 18 ton, zeer geschikt voor een woning en ook om goederen te vervoeren, bij C. Katje te Leeuwarden.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. De notaris H. Douma te Gorredijk zal vrijdag den 21 januari 1859, ’s namiddag 4 uur, ten huize van de logementhouder D.I. Douma te Opeinde, bij strijk en verhoog geld, presenteren te verkopen: de helft in het Beurtveer tussen Opeinde en Leeuwarden en het in beurt zijnde Schip, met mast, zeilen, touwwerk en verdere inventaris: zijnde dit intussen ook uit de hand te koop. (opm: LC 010259 meldt dat is geboden NLG 1000)


19 januari 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Triëst, 13 januari. Het alhier van Amsterdam gearriveerde Nederlandse schip MARCHINA ROSETTA, kapt. Koning, heeft veel slecht weder doorgestaan en daarin zeilen en verschansing verloren.


 ZZC - Zierikzeesche Courant

Brouwershaven, 14 januari. Binnengekomen: NORTHUMBRIA, kapt. J. Smith, van Batavia naar Rotterdam. Deze bodem heeft tegen de Ooster aan de grond gezeten doch na een gedeelte van de lading over boord te hebben geworpen en in lichters gelost, met behulp van de stoomboot KINDERDIJK alsmede door adsistentie van de kotter der Zuid-Hollandsche Redding-Maatschappij, gevoerd door kapt. Bowbyes en loodswezen, wederom af en in vlot water gebracht.


20 januari 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 19 januari. Het schip (opm: schoener) de HOOP, kapt. A. Soet, van Messina naar Vlaardingen, is volgens telegrafisch bericht met schade te Malta binnengelopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Christiansand, 14 januari. Het schip JACOB JUNIOR, kapt. Bakker, van Aarhus naar Londen, is hier wegens zeeschade binnengelopen.


21 januari 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Frederikshavn, 13 januari. De galjas LENA, kapt. Anthonissen, van Kirkcaldy naar Kopenhagen, is bij Kandestederne gestrand. Schip en lading zijn weg, doch tuig en inventaris hoopt men te bergen.


22 januari 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 21 januari. Het stoomschip JONGE MARIE, kapt. Nannings, van Landscrona herwaarts gedestineerd, is volgens telegrafisch bericht gisteren te Hellesund binnengelopen na voortdurend storm uit het Westen doorgestaan te hebben. Aan boord was alles wel.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Texel, 20 januari. Het stoomschip KROONPRINSES LOUISE is heden van hier naar Alexandrië (Egypte) vertrokken.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Bij notariële akte in dato de 14e januari 1859 is tussen de ondergetekenden Jan Barend Bonke, koopman en reder, Johannes Anthonius Marie van Berckel, koopman en reder, en Johann Jacob Bonke, particulier, allen wonende te Rotterdam, overeengekomen, om de zaken door de eerste en de tweede ondergetekende tot heden toe alhier ter stede onder de firma van Bonke & Co gedreven, voor gemeenschappelijke rekening in vennootschap voort te zetten. Deze vennootschap strekt zich uit tot alle takken van rederij en negotie, waaronder ook behoort het uitoefenen van het bedrijf van touwslager en de handel in touwwerk en de daarmee in verband staande artikelen, en zulks voor de tijd van vijf achtereenvolgende jaren, te rekenen van de 1e januari 1859 af. De firma der vennootschap zal bij voortduring zijn Bonke & Co, welke firma door de tweede en de derde ondergetekende zal worden getekend, doch niet anders dan in zaken, de vennootschap rechtstreeks betreffende, en dus nimmer zal mogen worden gebezigd tot het tekenen van promesses, schuldbekentenissen of borgtochten, waartoe altijd de particuliere handtekeningen van al de vennoten vereist zullen worden; terwijl de firma door de eerst ondergetekende alleen zal worden getekend, in zaken de rederij van de vennootschap betreffende.
Rotterdam, 22 januari 1859.
J.B. Bonke, J.A.M. van Berckel, J.J. Bonke


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Tjalkschip op gemakkelijke voorwaarden te koop. Een hecht en overdekt tjalkschip, nieuw gewegerd, genaamd DE HERSTELLING, groot 80 tonnen, met daarbij behorende zeer goede inventaris, liggende bij Heerenveen.
Te bevragen bij Cats, scheepstimmerman, aldaar.


  DC - Dordtsche Courant

Memel (opm: Klaipeda), 16 januari. De bark URANIA, kapt. Lelie, van Lissabon op hier bestemd, is in de storm, welke 12 dezer op onze kust heerste, met man en muis vergaan. (opm: waarschijnlijk geen Nederlands schip)


  JB - Javabode

Met de onlangs naar Japan vertrokken, voor het gouvernement aldaar in Nederland aangemaakte, schroefstoomschepen JEDO en NAGASAKI zijn proeftochten ondernomen, welke hebben doen blijken, dat het eerste zowel als stoom- als zeilschip niet minder goed voldoet als de JAPAN.
Ook de NAGASAKI voldoet als stoomschip zeer goed; als zeilschip zou dit schip nader worden beproefd, hoewel de gezagvoerder Jones het reeds als zodanig heeft geroemd.
De drie schoeners voldoen alzo alleszins aan de verwachting, bevinden zich in een zeer goede staat en strekken tot aanbeveling van de Nederlandse industrie in Japan.


23 januari 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 22 januari. Van het Nederlandse schip GESINA, kapt. De Haan, op 27 september van Kopenhagen naar Londen vertrokken, heeft men sedert niets vernomen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Malta, 12 januari. Het alhier in averij binnengelopen Nederlandse schip HOOP, kapt. Soet, van Messina naar Vlaardingen – zie NRC van 20 januari – is zeer lek en heeft de stengen, kluiverboom, zeilen en tuig verloren.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Mauritius, 3 december 1858. De alhier afgekeurde schepen ADMIRAAL JAN EVERTSEN, kapt. Tekelenburg, van Amsterdam, op reis van Batavia naar Amsterdam (opm: zie NRC 301158), en CLAUDIUS CIVILIS kapt. Lourens, van Amsterdam, op reis van Colombo naar Rotterdam (opm: zie NRC 301158), zijn met tuig, rondhouten enz. het eerste voor $ 5000 en het laatste voor $ 3000 verkocht.
De lading van de CLAUDIUS CIVILIS zal met het Franse schip CANTON, kapt. J. Balibo, naar Rotterdam vervoerd worden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Mauritius, 3 december 1858. Het te Schiedam te huis behorende schip LOUISE KROONPRINSES DER NEDERLANDEN, kapt. Florijn (opm: oorspronkelijk fregat, maar inmiddels bark, LOUISE PRINSES DER NEDERLANDEN, kapt. D.A. Florijn), 15 september alhier lek en met andere schade binnengelopen (opm: zie NRC 311058), is, dewijl de reparatiekosten te hoog zouden zijn, afgekeurd.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Mauritius, 3 december 1858. Het alhier in averij binnen geweest zijnde schip BIJENKORF, kapt. T. Vogelensang, van Alblasserdam, van Java naar Schiedam, dat 25 november na geëindigde reparatie onze haven verliet, heeft een bodemerij van $ 13.200 à 7,96% gesloten, betaalbaar 26 dagen na behouden arrivement te Schiedam.


24 januari 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 23 januari. Door de directie der Nederlandsche Handel-Maatschappij is dezer dagen de volgende circulaire aan heren reders gericht:
Bij onze op 1 februari a.p. aan de Nederlandse rederijen gerichte circulaire, werd ons voornemen aangekondigd om, na enig tijdverloop, verdere uitbreiding te geven aan de maatregel om van de officieren op door ons bevrachte schepen de overlegging van een bewijs van afgelegd voldoend examen te vorderen.
Na rijpe overweging en raadpleging van deskundigen, hebben wij het raadzaam geacht de thans vigerende bepaling dat, naar gelang de schepen twee of drie stuurlieden voeren, door de tweede stuurman, of door de jongste officier in rang, voldoend examen moet zijn afgelegd, door de navolgende tweeledige maatregel te doen vervangen.
De door ons bevrachte schepen, beneden de 278 lasten groot, zullen een eerste en tweede stuurman moeten voeren, waarvan de eerste in zijn rang voldoende examen heeft afgelegd; terwijl de laatste, hetzij als tweede, hetzij als derde stuurman, zal moeten geëxamineerd zijn.
Schepen van 278 lasten of groter charter zullen drie stuurlieden moeten voeren, waarvan de derde in ieder geval voldoend examen zal moeten hebben afgelegd; terwijl voorts, hetzij de eerste, hetzij de tweede stuurman, mits elk in zijn rang, zal moeten geëxamineerd zijn.
Al de bedoelde examens zullen moeten zijn afgelegd voor de grote vaart. Ten einde aan deze maatregel een behoorlijke werking te verzekeren, wensen wij, dat de aan de stuurlieden afgegeven diploma’s aan ons vertoond worden, wanneer de charterpartijen ter tekening worden aangeboden. Met opzicht tot de voor uitreis vertrokken schepen zal echter onzerzijds genoegen worden genomen met de overlegging van een afschrift van bedoeld stuk, mits door de rederij ten blijke van echtheid gewaarmerkt, dan wel van een daartoe betrekkelijke verklaring der commissie, voor welke het examen hier te lande is afgelegd. Het is onze bedoeling, de boven omschreven nieuwe bepalingen eerst na verloop van een half jaar in werking te brengen, en alzo voor het eerst toe te passen op de schepen, die in onze bevrachting van de maand juli e.k. zullen worden opgenomen, terwijl tot zolang de bestaande van kracht blijven. Voor zoveel in onze bevrachtingen van juli e.k. en later schepen worden opgenomen, die na ultimo februari e.k. op vooruitreis vertrokken zijn, zullen ook deze in onze maatregel worden begrepen, en wij nemen de vrijheid, belanghebbenden hierop met de meeste nadruk te wijzen, ten einde zij zich voor het vertrek der schepen in staat stellen, later, bij eventuele bevrachting, de verlangde bewijsstukken te over leggen.


25 januari 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlissingen, 22 januari. Hedenmorgen is alhier in zinkende staat binnengekomen de Nederlandse tjalk DRIE GEZUSTERS, kapt. Van der Meulen, van Brussel naar Bremen, geladen met stroop en glas, ten gevolge van aanzeiling op de rivier.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. De griffier bij het Kantongerecht Hindelopen gedenkt op maandag 7 februari 1859 te veilen en 14 dagen later finaal te verkopen, telkens des namiddag om 2 uur, in de herberg de Pauw te Koudum: een welbezeild goed onderhouden Tjalkschip, genaamd HOOP OP ZEGEN, groot 38 ton, met deszelfs complete inventaris; bevaren door wijlen de eigenaar Abe Johannes Feenstra, thans liggende aan Simkowal te Koudum.
Breder bij biljetten omschreven; dagelijks te bezichtigen, op aanvrage bij Durk Berends Stegenga, schipper te Koudum, en condities te vernemen bij de griffier te Hindelopen.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Op gemakkelijke voorwaarden te koop: een hecht en overdekt Tjalkschip, nieuw gewegerd, genaamd de HERSTELLING, groot 80 tonnen, met daarbij behorende zeer goede inventaris, liggende te Heerenveen. Te bevragen bij Cats, scheepstimmerman aldaar.


26 januari 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 9 december 1858. Op de 9e oktober j.l. arriveerde te Nagasaki de voor de keizer van Japan bestemde schroefstomer JEDO.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 8 december 1858. Over vrachten valt heden niets van verblijdende aard te melden. De staat van zaken alhier is nagenoeg onveranderd, terwijl de berichten van de naburige vreemde havens steeds ongunstiger luiden. Te Calcutta wordt zwaar goed van 5/- à 10/- en te Singapore à 17/6 naar het Kanaal verscheept. Voor de expeditie naar Boni zijn reeds vier schepen opgenomen, terwijl het gouvernement dezer dagen weer aanbiedingen van schepen voor de overvoer der troepen, ammunitie en proviand derwaarts gevraagd heeft.
De ophanden zijnde suiker- en koffijveilingen zullen ook emplooi aan enige schepen geven, doch zal dit geen verbetering der vrachten te weeg brengen, daar het getal der disponibele schepen steeds toeneemt en de van de markt genomen scheepsruimte door nieuwe arrivementen uit Singapore, China en Holland ruim geremplaceerd wordt.
Sedert onze laatste berichten werden de volgende schepen opgenomen:
Naar Nederland: Ned. ZEEVAART à NLG 37,50 voor suiker te Passaroeang naar Amsterdam; Ned. HENRIËTTE à NLG 40 en NLG 45 voor suiker te Soerabaija en Passaroeang, mede naar Amsterdam te laden; Ned. EMILIE à NLG 36 voor suiker te Tagal naar Holland;
Naar Sydney: Ned.-Ind. GENERAAL MICHIELS, 389 ton bij de roes (opm: voor bedrag ineens, onafhankelijk van het gewicht of de hoeveelheid van de ingenomen lading) voor NLG 6.000 voor een reis daarheen.
Naar Boni: Ned. ACADIA, als ziekenschip en Ned. ELECTRA, SUSANNE ELISABETH en PRESIDENT VAN RIJCKEVORSEL, voor het transport der cavalerie en artillerie, à 35 cts. per last en per dag, door het gouvernement voor de gewapende expeditie tegen de weerspannige vorsten van dat rijk.
Naar Bali: Ned. LOURENS KOSTER, à 32 cts; JHR. MR. VAN DE WALL VAN PUTTERSHOEK, à 28 cts. en Ned. LOUISA à 40 cts. per last en per dag, mede voor een gewapende expeditie.
Kustreizen doen: Ned. CHRISTIAAN LOUIS, JOAN JACOB, WELVAART, JAVA’S WELVAREN en VALPARAISO.
Voor rederij rekening laadt Nederlands schip COPERNICUS.
Verkocht werd: ALICE MARTIN, 89 ton voor NLG 7.500.
Te koop zijn: Engelse schepen VERNON en SYDNEY; Frans MAURITUS en Amerikaans ROBERT PATTEN.
Diversen. Nederlands ZWALUW is naar Japan bestemd.
In reparatie zijn: Nederlands LOUISA JACOBA JOHANNA en BIESBOSCH.
Disponibel zijn: Ned. NEPTUNUS, WILHELMINA LUCIA, WATERLOO, DELFSHAVEN, SCHOONDERLOO, JAN SCHOUTEN, PRINS FREDERIK DER NEDERLANDEN, ARDJOENO, ALLEGONDA JACOBA, BEATRIX, ELISABETH, DELFT, WILLEM DE EERSTE, STAD SCHIEDAM, EVERDINA ELISABETH, ODILIA MARGARETHA, TAGAL, ABEL TASMAN, CORNELIS SMIT, JACOB, ALBLASSERDAM, CHERIBON, DRIE VRIENDEN, VOORWAARTS, SOUBURG, JOHANNA CHRISTINA, NOORD BRABANT, LOUIS MEIJER, PRESIDENT PLATE, ALMELO, ZAANSTROOM, STAD NIJMEGEN, VIJF GEBROEDERS, FERDINANDINA EMMA, TERNATE, BALTIMORE, LANDBOUW, EERSTELING, REGINA MARIS, CATHARINA MARIA, STAD MIDDELBURG, OOST INDIA PACKET, PANTALON, SUSANNA, NIEUWLAND, ANNA PAULOWNA, JOHANNA MARIA CHRISTINA, EVA JOHANNA, EENSGEZINDHEID, CONSTANTIA, HAAMSTEDE, IDA ELISABETH, CONSTANCE, OUWERKERK AAN DE AMSTEL, PHILIPS VAN MARNIX, BEURS VAN ROTTERDAM, JEDO, KOERIER, CORNELIA HENDRIKA, WILLEM III, JAN VAN GALEN, TWEE CORNELISSEN, ARGO, CORNELIS EN GEERTRUIDA, ZEELANDIA, BEZOEKIE, ARY SCHEFFER, JEANNETTE EN AGATHA en PRINS VAN ORANJE.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Publieke verkopingen in de zaal op de hoek der Scheepmakershaven en Bierstraat, te Rotterdam op dinsdag, 25 januari:
- Het Nederlandse brigantijnschip DE GIER, groot 145 tonnen, met al deszelfs staand en lopend want, zeilen, ankers, kettingen en verdere scheepsgereedschappen, bij opbod NLG 7.300, daarboven NLG100; opgehouden. (opm: naderhand alsnog voor de sloop verkocht)
- 1/32 Aandeel in het Nederlandse barkschip SAMUEL HENDRICUS, groot 323 lasten, varende onder directie van de heren G.H. Stoltenberg & Zoon; bij opbod NLG 1.300, daarboven NLG 400; opgehouden.
- 5/30 Aandelen in het Nederlandse barkschip HUYDECOPER, groot 755 tonnen, varende onder directie van de heren van Zeijlen & Decker; niet geveild.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 9 december 1858. Het op 23 november van hier naar Rotterdam vertrokken schip TWEE ANTHONY’S, kapt. van Rhijn, is op de hoogte van Prinsen-eiland in aanzeiling geweest en dientengevolge de 3e dezer met enige schade aan de boeg geretourneerd.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 9 december 1858. De Rotterdamse bark LOUISA JACOBA JOHANNA (opm: kapt. D. Baumgartner) is afgekeurd (opm: te Soerabaija en 18 juli 1859 verkocht).


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 9 december. Het te Dordrecht te huis behorende schip BIESBOSCH, kapt. Mugge, heeft schade en moet timmeren.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Cargalijsten.
Te Dordrecht arriveerde het schip MARIA ANNA, kapt. P. Verschuur, van Batavia en Samarang, met 3655 picols koffij, 3791 picols suiker, 600 picols tin en 100 picols rotting. Adres: Nederlandsche Handel-Maatschappij.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Shields, 23 januari. De Nederlandse kof AFINA, kapt. Goosens, van hier met spoorijzer naar Sevilla bestemd, is met overgeslagen lading uit zee geretourneerd.


  JB - Javabode

Advertentie. Op een nader te bepalen dag zal door ondergetekenden op publieke vendutie worden verkocht het alhier (opm: vermoedelijk Batavia) ter rede liggende schip ROBERT PATTEN, groot 376 gemeten tonnen, met een laadruimte van 9 à 10.000 picols. Het schip is gebouwd in 1845 van eikenhout, kopervast en is een jaar geleden met geel metaal gekoperd.
John Pryce en Co


  JB - Javabode

Indramaijoe, 22 januari. De 17e dezer is het Nederlandse schip HILLEGONDA MARIA, zeilende om de Oost, op de hoek van Indramaijoe aan de grond vastgeraakt.
Men besteedde die dag met het aanwenden van pogingen om weder vlot te geraken, welke echter niet gelukten. De volgende dag gaf het schip noodseinen aan twee in de nabijheid liggende Nederlandse schepen en een Nederlands Indische bark, welke echter niet opgemerkt schenen te worden. De 19e deed het schip noodschoten, maar nog kwam geen hulp van de genoemde vaartuigen opdagen.
Door het schieten werd echter het hoofd van het plaatselijk bestuur te Indramaijoe met het ongeval van de HILLEGONDA MARIA bekend en onmiddellijk begaf Z.E.d.G. zich, in weerwil van een zware branding naar zee, ten einde zodra mogelijk hulp te verlenen. Z.E.d.G. mocht dan ook de voldoening smaken dat het schip weldra in zeilende staat verkeerde.
Het is wel zeer te betreuren dat in deze eeuw van beschaving, nog onder de gezaghebbers van onze koopvaardijvloot lieden worden gevonden, die zulke bekrompene denkbeelden omtrent hulp verlenen koesteren. Wij mogen ons echter verheugen dat zulke voorbeelden hoogst zeldzaam zijn.


27 januari 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 26 januari. Gisteren is aan de fabriek van de heren Van Vlissingen en Dudok van Heel afgelopen de eerste der drie in aanbouw zijnde sleepboten, voor het Groot Noord-Hollandsch Kanaal bestemd, voor rekening van de sleepboot-maatschappij te Amsterdam onder directie van de heren J. Boelen J.Rzn en J.A. de Haas.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 26 januari. Het schip ST. WILLEBRORDUS, kapt. Boekhout, van Livorno naar Amsterdam, is de 23e januari in het Noord-Hollandsch Kanaal bij het Koegras, door het schip AALBORG, kapt. Folkman, van Amsterdam naar Londen, aangevaren, en heeft de grote mast verloren en schade aan de boeg bekomen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlissingen, 24 januari. De tonnenlegger, alhier in dienst van het loodswezen, zich gisteren in het Oostgat bevindende om tonnen uit te leggen, werd bij het terugkeren zodanig door de hevige wind overvallen, dat het gehele tuig over boord sloeg. Na het vaartuig als toen voor anker gelegd te hebben, heeft de equipage zich in de boot begeven, en is daarmee, na veel inspanning gelukkig op de hoogte van Zoutelande aangekomen. Men zou heden met een stoomboot naar de plaats waar het vaartuig ligt, vertrekken om het naar hier te slepen, wanneer het tenminste niet in de gewoed hebbende storm verloren is gegaan.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Christiansand, 14 januari. De alhier in averij binnengelopen schepen JACOB JUNIOR, kapt. Bakker, en CAROLINA, kapt. Tanke – zie NRC van 20 dezer – zijn lek en hebben de pompen verstopt. De ladingen moeten gelost worden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 9 december 1858. Het schip AMSTERDAM, kapt. Herderschee, van Hongkong naar Melbourne, is alhier de 6e dezer met schade aan tuigage binnengelopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Het schip ANNA PALOWNA (opm: fregat ANNA PAULOWNA), kapt. W. Bek Wz. van Hongkong alhier aangekomen (opm: van Hong Kong te Batavia 21 november 1858), heeft zware schade boven water en zal vermoedelijk geabandonneerd worden. (opm: zie NRC 270259)


28 januari 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 27 januari. Volgens een dépèche uit Portsmouth van gisteren namiddag 4 uur, is aldaar zwaar lek binnengelopen het alhier te huis behorende fregatschip VRIENDSCHAP, kapt. Buys, van Batavia met een lading voor de Nederlandsche Handel-Maatschappij naar Rotterdam bestemd. Het schip bekwam dit lek in een orkaan op 6 dezer, en was genoodzaakt om 400 balen koffij over boord te werpen. De Nederlandse consul te Portsmouth had onmiddellijk een stoomboot afgezonden om het schip in de haven te slepen, benevens een dertigtal manschappen om de equipage, die door het langdurige pompen geheel uitgeput was, behulpzaam te zijn.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Ramsgate, 24 januari. De Belgische sloep RAPIDE, kapt. Fournay, van Ostende naar Sevilla, is alhier met enige schade binnengelopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Portsmouth, 25 januari. Het alhier gestrande schip DIANA, kapt. Bronhold (opm: buitenlander), is afgekeurd en zal verkocht worden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Cargalijsten.
Te Rotterdam arriveerde het schip KORTENAER, kapt. A. Glazener, van Batavia en Panaroekan, met 8670 balen koffij, 2136 kranjangs suiker, 206 vaten notenmuscaat, 126 vaten foelie, 1354 blokken tin en 5295 bossen rotting. Adres: Nederlandsche Handel-Maatschappij.
Te Amsterdam arriveerde het schip JOHANNA CHRISTINA, kapt. Ter Wiesen q.q, van Suriname, met 137 vaten suiker, 41 balen koffij, 36 balen katoen en 595 stuks hout. Adres: diversen.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Uit de hand te koop: een Veerschip, groot 23 ton, met een beste inventaris.
Te bevragen bij de eigenaar G. de Boer te Kuinre.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Uit de hand te koop: een Hektjalk, met volle inventaris, ankers, kettingen enz, groot 50 ton. Te bevragen bij Brouwer, Schippershuis op ’t Vliet te Leeuwarden.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Te koop: een nieuw Schuiteschip, lang 13½ ellen (of 48 voet), wijd 3½ ellen (of 11½ voet), hol 1 el 32 duimen (of 4-2/3 voet), bij B. van der Kolk, scheepstimmerbaas te Wartena.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Uit de hand te koop: een goed onderhouden overdekte Praam, groot 17 ton, met zeilen, touwen en verder toebehoren; te bevragen bij H.S. de Bruin te Bolsward. Brieven franco.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Te koop: een overdekt Praamschip, groot 22 ton, in zeer beste staat en tot veel dienst geschikt; te bevragen bij Arjen van Balen, scheepstimmerman te Irnsum.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Uit de hand te koop: een overdekt Tjalkschip, groot 21 ton, met deszelfs inventaris, zeer geschikt tot velerlei gebruik, liggende bij de Hieming van Willem Baukes van der Meer in de Weeren onder Wons en aldaar te bevragen.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. De notaris T.A. Alma te Menaldum zal op maandag den 7 februari 1859, in de herberg bij F. de Wit te Deinum, provisioneel, en op dan te bepalen tijd, in de herberg bij Van Kammen aldaar, finaal, telkens ten 4 ure na de middag, presenteren te verkopen:
1: Een hecht huis, nos. 33 en 33A (opm: niet relevant, bekort)
2: Een overdekt Snikje, de JONGE ANTJE genaamd, met het daarbij behorend veer, varende van Leeuwarden op Deinum vice versa; mede eigen aan G.G. Koster.
Beide percelen te aanvaarden 12 mei 1859.
(opm: LC 110259 meldt dat op kavel 2 NLG 705 is geboden)


29 januari 1859


  JB - Javabode

Advertentie. Verkoop van een schip. Op een nader te bepalen dag zal door de ondergetekenden aan de meest biedende op publieke vendutie worden verkocht voor rekening van belanghebbenden, het gekoperd Nederlands bark-schip AMBOINA, groot 387 lasten, laatst gevoerd door kapt. W.H. Rusman, thans liggende ter rede Batavia.
Informatiën te bekomen bij de heren Reijnst & Vinju en bij John Pryce en Co.


  JB - Javabode

Macasser,14 januari. Op de 5e januari j.l. is door de gezagvoerder Juchey van het fregat-schip GUINEA, alhier de tijding aangebracht dat hij in de voormiddag van die dag, de Brilbank passerende, daarop een vol driemastschip heeft zien zitten, zonder nog te kunnen opgeven welk schip het was en of er zich nog opvarenden aan boord bevonden; dat vervolgens Zr.Ms. stoomschip MERAPI werd bestemd om de volgende dag naar de plaats van het ongeval te stomen; dat aldaar aankomende, de commandant van genoemd oorlogsvaartuig het niet raadzaam oordeelde de Brilbank met het stoomschip te naderen en dientengevolge besloot liever naar Macassar terug te keren, ten einde de hulp van het bestuur voor de nodige prauwen en een kruisboot in te roepen, met het doel de nog aan boord zijnde goederen en wat meer aangetroffen mocht worden te bergen. Vervolgens is de kruisboot no. 18, met de havenmeester als strandvonder, vergezeld van enige prauwen, gesleept door Zr.Ms. stoomschip MERAPI, andermaal naar de Brilbank vertrokken, ten einde de havenmeester over te brengen en onderzoek in te stellen waarheen zich de opvarenden hadden begeven.
Na een uitblijven van 5 dagen, is gemeld stoomschip de 11e januari, van Bonthain ter rede teruggekeerd, medebrengende de gezagvoerder J.C. Brarends van het gestrande Belgisch driemastschip MACASSAR (opm: bouwjaar 1856) met nog 25 koppen der equipage. Genoemde gezagvoerder had met de MACASSAR, in de nacht van de 26 december 1858, omstreeks 2 uren, met buiig weder op de Brilbank gestoten; en had zich nadat het schip voor een gedeelte gebroken en vol water gelopen was, met de zijnen in de barkas, giek en sloep geborgen en is toen daarmede op Boelecomba aangeland, doch later opmerkende dat aldaar geen Europeanen aanwezig en ook geen mondbehoeften te verkrijgen waren, zo heeft hij verder koers gesteld naar Bonthain, alwaar de gezagvoerder met de zijnen, op de gastvrije wijze door de civiele gezaghebber en verdere opgezetenen dier plaats is opgenomen geworden.
Het wrak der MACASSAR zou aan de meestbiedende op zaterdag de 15e dezer verkocht worden, met uitzondering van de goederen welke door tussenkomst van den lande zijn geborgen.


  JB - Javabode

De Nederlands-Indische bark VERNON, kapt. Van Nooijen, ligt te Batavia in lading naar Soerabaija en Koetei. (opm: zie NRC 270259, het Engelse schip VERNON ligt te koop)


30 januari 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 29 januari. Volgens particulier bericht is het schoenerschip SPECULANT, kapt. Van Wagtendonk, na veel storm weer doorgestaan te hebben, de 23e december te Fernambucq gearriveerd. Aan boord alles wel.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Brielle, 29 januari. Aan de Noordzijde van de Ribben, daar waar vroeger de stoomboot PETREL is gebleven, is heden gestrand de Franse brik LA SULLY, kapt. Durand, van Bordeaux met een lading wijn naar Rotterdam bestemd. De equipage is hier aangekomen. Het schip is weg.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 29 januari. Het schip (opm: bark) ADOLF VAN NASSAU, kapt. T. Meester, van Batavia te Soerabaija aangekomen, is, volgens brief van daar van de 4e december 1858, nagezien, afgekeurd en zou de 16e dito verkocht worden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Portsmouth, 27 januari. Het alhier in averij binnengelopen Nederlandse schip VRIENDSCHAP, kapt. Buys – zie ons nommer van eergisteren – is heden in de haven gebracht.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Cardiff, 27 januari. De Belgische bark ALIDA, kapt. Zellien, van Alexandrië naar Cork, is alhier met onklare pompen en overgeslagen lading binnengelopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Malta, 21 januari. Het op de 6e dezer van hier naar Falmouth vertrokken Nederlandse schip EENDRAGT, kapt. Hölscher, is heden met averij geretourneerd.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Siboga, 9 november. De Nederlandse schoener JOHANNA LOUISA, kapt. Popken, heeft gepasseerde nacht op een rif tussen het eiland Nias en de kust van Sumatra vastgezeten, doch is na enige lading over boord geworpen te hebben, vlot gekomen en hier ter rede geankerd. Het schip is dicht gebleven. Dit rif en nog andere, die kapt. Popken met de dag passeerde, vond hij niet op zijn kaarten aangeduid.


31 januari 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Brielle, 30 januari. Heden morgen zijn alhier aangebracht 7 oxhoofden wijn en een gedeelte van de inventaris van de gestrande brik LE SULLY en heden avond nog 23 vaten wijn. Bij gunstige gelegenheid zal er nog veel geborgen worden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Harlingen, 28 januari. De stoomboot BURGEMEESTER ZIJLSTRA, van Amsterdam komende, is hier heden avond met gebroken schroef binnengelopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Falmouth, 28 januari. Het alhier in averij geretourneerde Nederlandse schip (opm: brik) MACHTILDA BARBARA, kapt. D. Kat is lek en zal moeten lossen om te repareren.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Malta, 21 januari. Het schip EENDRAGT, kapt. Hölscher, van Odessa naar Falmouth, alhier uit zee teruggekomen, is zwaar lek, heeft de kluiverboom en de voorsteng verloren en meer andere schade bekomen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Triëst, 24 januari. Het alhier van Amsterdam gearriveerde Nederlandse schip PIETER BENTUM, kapt. W.J. Schaap, heeft zeilen en tuigage verloren.


01 februari 1859


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Uit de hand te koop: een nieuwgebouwd schip, groot plm. 22 ton, van binnen beschoten; liggende aan de werf te Deinum.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Uit de hand te koop: een buitengewoon hecht en sterk snelzeilend schip, groot 20 ton, met zeer uitmuntende en volledige inventaris. Te bevragen bij J.S. van Dijk te Makkum; liggende aldaar ter bezichtiging.


02 februari 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 2 februari 1859. Pro Deo
Op heden de 31e januari 1859, heb ik ondergetekende, Jan Hendrik Braakman, deurwaarder bij het kantongerecht nummer twee, te Rotterdam, aldaar wonende aan de Coolsingel, Wijk 15, No.314.
Ten verzoeke van Helena Wilhelmina Krijgsman Labee, echtgenote van Cornelis Reneman, in der tijd gezagvoerder op het Nederlandse barkschip EDOUARD MARIE (opm: zie NRC 090757), wonende aan de Glashaven, Wijk 1, No. 340, te Rotterdam.
Ten deze domicilie kiezende ten kantore van de procureur Mr. H.J.J. van Convent ten Oever, in den Oppert, Wijk 6, No. 5, te Rotterdam, die als zodanig voor haar in rechten zal optreden; alsmede uit kracht ener beschikking van de arrondissementsrechtbank te Rotterdam, d.d. vier augustus 1800 acht en vijftig, op de expeditie behoorlijk geregistreerd.
Voor de derde maal gedagvaard: Cornelis Reneman, laatst gezagvoerder op het Nederlandse barkschip EDOUARD MARIE, en gewoond hebbende te Rotterdam, doch wiens tegenwoordige woonplaats is onbekend, mijn exploot doende bij aanplakking van een afschrift dezes, aan de hoofddeur van de gehoorzaal der arrondissementsrechtbank te Rotterdam en aan het huis der gemeente te Rotterdam, alsmede bij overgifte van een gelijk afschrift aan de ambtenaar van het openbaar ministerie bij de gezegde rechtbank, aan het parket en aldaar sprekende met de edel achtbare heer Mr. J.H.W. Swellengrebel, officier van justitie, die het oorspronkelijke dezes met gezien heeft getekend, zullende wijders het exploot in voege als bij voorzegde beschikking is voorgeschreven, worden aangekondigd in de Staats en Nieuwe Rotterdamsche Couranten.
Om op een termijn van drie maanden en alzo op woensdag de 11e mei 1859, des voormiddags ten elf ure, te verschijnen of iemand voor hem te doen opkomen ter terechtzitting van de arrondissementsrechtbank te Rotterdam, zitting houdende in het gerechtsgebouw aan het Haagsche Veer aldaar, om alsdan vanwege de eiseres te horen concluderen.
Aangezien de eiseres met genoemden haren man op de 10e december 1845 is gehuwd. Aangezien hij met de onder zijn gezag staande bodem, genaamd EDOUARD MARIE, in december 1849 is vertrokken, welk schip de 29e maart 1850 van Liverpool naar Java is op reis gegaan en zeer kort daarop met man en muis vergaan is.
Aangezien ook de echtgenoot der eiseres bij die gelegenheid, en dus bijna negen jaar geleden, zijn graf in de golven moet hebben gevonden, zijnde althans na het vergaan der EDOUARD MARIE, geen tijding van zijn leven of dood ingekomen.
Aangezien van dat overlijden tot heden geen inschrijving in de registers van de burgerlijke stand heeft kunnen plaats hebben.
Aangezien de eiseres een ander huwelijk wenst aan te gaan en dus belang heeft te procederen tot verklaring van het vermoedelijk overlijden van de gedaagde, haar echtgenoot.
Alsnog van zijn aanwezen te doen blijken, zullende bij gebreke van dien door de eiseres gehandeld worden, als zij ingevolge de wet zal vermeend te behoren.
De kosten zijn gratis. J.H. Braakman.


03 februari 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De Staatscourant bevat 1º de volgende vergelijkende staat der Nederlandse Koopvaardijvloot op de 31e december 1857 en de 31e december 1858:
Soort der schepen Verongelukt, Verschil in de meting Nieuw gebouwde Schepen die na Totaal der op
gesloopt enz, der schepen die in Schepen die in 1858 Afschrijving in 1858 31 dec.1858
blijkens de in 1858 1858 hermeten zijn zeebrieven bekomen weder in de vaart aanwezige schepen
ingekomen berichten hebben zijn gekomen
Minder Meer
Lasten Schepen Lasten Lasten Lasten Schepen Lasten Schepen Lasten Schepen Lasten

Klipperschepen 1567 - - - - - - - - 4 1.567
Fregatten 66..870 11 4.230 - - 6 2.202 - - 162 64.842
Barken 126.196 21 5.330 - - 12 3.679 - - 422 124.545
Brikken 16.104 7 769 - - 12 1.380 - - 138 16.715
Schoeners 25.520 18 1.314 - - 44 3.782 1 72 337 28.060
Brigantijnen en Barkentijnen 208 - - - - 45 - - - 2 208
Galjoten en galjassen 14.794 16 908 5 - 18 3.176 1 62 278 17.119
Koffen 39.679 39 2.283 - - 13 939 1 51 641 38.386
Tjalken 8.161 21 620 - - 1 435 1 29 266 8.005
Smakken 982 1 31 - - - 33 - - 29 984
Gaffel- en kaagschepen 54 - - - - - - - - 1 54
Kotter-, sloep- en jacht- dito 213 3 49 - - - - - - 5 164
Paviljoen- en pleit- dito 48 - - - - - - - - 1 48
Praam-, ever- en rinkelaar- dito 74 1 14 - - - - - - 3 60
Schokker- dito 17 - - - - - - - - 1 17
Hoeker- dito 2.097 8 422 - - - - - - 30 1.675
Bun- dito 399 - - - - - - - - 13 399
Bom- en pink- dito 843 - - - - 2 31 - - 61 874
Vis-snikken 74 2 27 - - - - - - 3 47
Stoomboten 6.651 1 258 - 42 2 449 - - 41 6.884
310.551 149 16.255 5 42 155 16.106 4 214 2.438 310.653


Een der in de laatste kolom opgenomen fregatten, groot 410 lasten, thans als barkschip ingericht zijnde, zal voortaan onder de barkschepen worden opgenomen.
In verband met de vroegere ophelderingen omtrent de samenstelling der opgaven wegens de Nederlandse koopvaardijvloot, valt ten opzichte van kolom 3 aan te merken, dat onder de daarin begrepen 149 schepen er een aantal zijn, waarvan de in 1854 verleende zeebrieven niet zijn terug ontvangen of vernieuwd geworden, en waarvan bij een opzettelijk onderzoek gebleken is, dat dezelfde schepen reeds vroeger afgeschreven hadden kunnen worden, indien door de betrokken reders, boekhouders of schippers, het bericht wegens het verongelukken, slopen enz. ware ingezonden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Landscrona, 27 januari. Het schip CATHARINA, kapt. Johansson, van Cadix naar Kopenhagen, 12 januari, alhier gestrand, is totaal wrak geworden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Tonsberg, 24 januari. Het schip CATHARINA, kapt. Kieviet, van Elseneur naar Londen, is eergisteren lek en met verlies van zeilen te Krageroe binnengelopen.


04 februari 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Alhier ligt in lading naar Batavia en Soerabaija voor goederen en passagiers, waartoe hetzelve uitmuntend is ingericht, het op zeilage gebouwd nieuw Nederl. gekoperd fregatschip BILDERDIJK, kapt. M. Löschen, voerende een geëxamineerde scheepsdokter.
Adres bij Fauchey & de Vletter.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Vier á vijf Scheepstimmerknechten, hun werk verstaande, kunnen dadelijk vast werk bekomen bij B.P. Cats, scheepstimmerbaas te Nijehaske bij Heerenveen. Brieven franco.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Te koop: een nog hecht Tjalkschip, groot 44 ton, met complete inventaris, bij S. Zwat te Grouw.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Uit de hand te koop: een nieuw Schip, lang 12 ellen 750 strepen (of 45 voet), wijd 2 ellen 975 strepen (of 10 voet 6 duim), hol 1 el 182 strepen (of 4 voet).
Te bevragen bij W.T. Kamp, scheepstimmerbaas op Schildkampen bij Leeuwarden.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Uit de hand te koop: een overdekt en gewegerd Schuiteschip, groot 16 tonnen, met complete inventaris, liggende te Veenwouden.
Te bevragen bij de eigenaar Tjipke J. Steensma, schipper aldaar.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. De notaris A. Binnerts te Heerenveen zal op vrijdagen den 11 en 18 februari 1859, telkens des avond 5 uur, ten huize van T.P. de Vries, in het Schipperhuis te Heerenveen, veilen en finaal verkopen: een overdekt en gewegerd Veerschip, de JONGE ANNA genaamd, groot 20 tonnen, met staand en lopend want, één zeil, twee fokken, haken, bomen en verdere inventaris; benevens het recht van veer van Heerenveen op Joure en Workum vice versa. Dadelijk te aanvaarden.
(opm: LC 150259 meldt dat is NLG 650 geboden)


05 februari 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 4 februari. Het alhier te huis behorende kofschip RIGA, kapt. Kramer (opm: J.V. Kramer), de 17e november Aº.Pº. (opm: verleden jaar), van Curaçao naar Mexico en Rotterdam vertrokken, is de 13e december (opm: 1858) voor de baai van Tuspan (opm: Tuxpan, 20º59’ N.B. 97º15’ W.L.) gebleven. Aangaande dit ongeluk meldt kapt. Kramer, d.d. Tuspan,17 december, het volgende:
Nadat ik op 5 december, van Curaçao te Tampico aangekomen en van daar de volgende dag vertrokken was, arriveerde ik 13 december voor deze baai. Daar op mijn herhaalde seinen geen loodsen naar buiten kwamen en ik bevreesd was door de harde noorden wind benedengaats gedreven te worden, besloot ik om naar binnen te zeilen, doch had het ongeluk, enige tijd daarna, waarschijnlijk door verleiding (opm: verlijering) van stroom, aan de grond te raken. Onze poging om door manoeuvreren met de zeilen vlot te komen was vruchteloos. Ook was het ons onmogelijk een werpanker uit te brengen en van de wal kwam niet de minste hulp opdagen. Inmiddels liep het tegen de nacht. Wind en branding begonnen heviger te worden. Het schip stootte verschrikkelijk en had daardoor een zwaar lek bekomen. Om het leven te behouden waren wij genoodzaakt het schip te verlaten en kwamen met levensgevaar door de branding op een in de baai ten anker liggende Deense schoener aan boord, niets hebbende kunnen meenemen dan de voornaamste scheepspapieren. De volgende dag scheen ons de branding minder hoog en wij beproefden om het schip weder te bereiken, doch werden tot driemaal teruggeslagen, zodat wij dit moesten opgeven. Ook de vaste wal was niet te bereiken. In de namiddag zagen wij van boord van de schoener een vaartuig van wal steken en naar de RIGA stevenen, waarvan men, zoals later bleek, het een en ander afhaalde. Wij trachtten nogmaals aan boord te komen, maar tevergeefs. De 15e gelukte het ons met levensgevaar de wal te bereiken en wij gingen nu, met assistentie van boten en volk, bergen wat van het schip te redden viel. De inventaris gelukte het ons eraf te halen, doch het schip is zo goed als weg. Een en ander zal alhier verkocht worden en dan hoop ik met mijn equipage gelegenheid te vinden, om met een naar Bordeaux bestemde Franse bark over te komen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. De makelaars F.N. Montauban van Swijndregt, W. van Dam H.Hz, W.H. Montauban van Swijndregt en B.C.D. Hanegraaff, te Rotterdam, zijn van mening, als lasthebbende van hunne meester, op dinsdag de 8e maart 1859, des middags ten 12 ure, in de zaal op de Scheepmakershaven, Wijk 1, No. 499, publiek te verkopen het extra snelzeilend, gekoperd en kopervast Nederlands brikschip BOREAS, laatst gevoerd door kapt. W.G.J. Schiedges, volgens meetbrief lang 27 el 60 duim, wijd 5 el 20 duim, hol 3 el 70 duim, en alzo groot 237 tonnen, met al deszelfs staand en lopend want, zeilen, ankers, kettingen, touwen, geschut en verdere scheepsgereedschappen, zo als hetzelve thans is liggende in de Zalmhaven aan de werf van de heren Gebr. Visser alhier. Gemeld schip is in 1852 het laatst voor de Nederlandsche Handel-Maatschappij bevracht, van Java te huis gekomen.
Nog zullen worden verkocht:
No.1. Een chronometer, No.644, van en thans onder berusting van de heer A. Hohwu, te Amsterdam.
No. 2. Een dito, No 803, van de heren Arnold & Dent, te Londen.
No. 3. Een dito, No.985, van de heren Brockbank & Atkins, te Londen.
De beide laatste zijn ter bezichtiging bij de heer P.J. Dupont, alhier.


07 februari 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 6 februari. De 3e dezer werden te Vlissingen op ’s Rijks werf de stoomwerktuigen beproefd van Zr.Ms. fregat ZEELAND, welke te Fijenoord vervaardigd en door de heer Stormebrink in gemeld vaartuig geplaatst zijn. In het bijzijn van ingenieurs en officieren der zeemacht zette zich de reusachtige machine in beweging en overtrof de stoutste verwachtingen, zo wat de machine als wat het schip aangaat, dat bleek zo goed te zijn, dat het bij de zware werking der machine geheel vrij bleef van de trillingen, die men op alle andere schoefschepen ontwaart.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 6 februari. De eervol ontslagen 2e stuurman der Nederlandse marine C.C.L. Neyts is thans gezagvoerder van het Nederlands-Indische particuliere stoomschip BATAVIA.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 6 februari. Volgens heden avond ontvangen telegram is het Nederlandse brikschip GOUVERNEUR ELSEVIER, kapt. H. Specht Grijp, van hier naar de kust van Guinea, met verlies van fokkemast, boegspriet, anker en ketting en meer andere schade te Ramsgate binnengebracht. Het schip bekwam deze averij door aandrijving (opm: zie NRC 090259) terwijl het op de rede van Duins ten anker lag. Het schip maakte maar weinig water.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 6 februari. In ons nommer van 5 dezer deelden wij in een bericht, gedagtekend Plymouth 2 februari, mede, dat aldaar door het Nederlandse stoomschip CORNELIA, kapt. Muntendam, was aangebracht kapt. Jenkins, 3 passagiers en de verdere bemanning van de Engelse stoomboot SCAMANDER.
Wij ontlenen thans aan de Shipping and Mercantile Gazette van 4 februari het volgende aan de redactie van dat blad gericht schrijven van even genoemde kapt. Jenkins:
“Plymouth, 3 februari. Mijnheer! Het zal mij aangenaam zijn, wanneer gij door middel van uw courant mijn hartelijke dank, zo ook die van mijn passagiers en verdere equipage, wilt overbrengen aan kapt. Muntendam, voerende het te Rotterdam te huis behorende stoomschip CORNELIA, voor onze redding uit de open boot, waarin wij ons in een hemelhoge zee bevonden, nadat wij de 31e januari, op 47º N.B. en 07º W.L, genoodzaakt waren om ons schip in zinkende staat te verlaten.
De Nederlandse kapitein nam ons allen, 40 in getal, met vele moeite aan boord en voorzag op de vriendelijkste wijze, naar zijn beste vermogen, in onze behoeften. Zijn schip had in de laatste stormen ook veel geleden en zijn boten, kombuis enz. waren van dek geslagen, zodat hij zelf geen gelegenheid had voor zijn volk te koken, maar wat hij had, deelde hij gul met ons.
Ik heb de eer te zijn, Thomas Jenkins, laatst gezagvoerder van het stoomschip SCAMANDER.
“P.S. Tot mijn spijt moet ik u melden, dat, toen wij voor deze haven kwamen, de loodsboot No. 8 die langs zijde kwam, weigerde om ons aan land te zetten, en kapt. Muntendam daardoor dwong om òf naar binnen te gaan òf ons mede te nemen naar Rotterdam. Hij verkoos het eerste en offerde daarvoor geld en tijd op”.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 6 februari. De Shipping and Mercantile Gazette van 3 februari behelst het volgende rapport van kapt. J. Stasse, gevoerd hebbende de Nederlandse schoener DANKBAARHEID, van Newcastle met kolen naar Vlissingen bestemd.
De 17e januari bevonden wij ons op de kust van Norfolk, toen er een storm uit het Z.Z.O. opstak. Ons schip bekwam een lek, zodat wij genoodzaakt waren terug te keren en te trachten de Humber binnen te lopen. De 20e, de wind Z.Z.W, met storm en zeer dik weer, waren wij nog op de kust van Norfolk, niet in staat om de Humber te bereiken. Er was ongeveer vijf à zes voet water in het ruim, en de bemanning uitgeput zijnde door twee dagen en nachten achtereen aan de pompen te werken, was het voor behoud van leven, schip en lading, raadzaam de schoener op strand te zetten, hetwelk wij dan ook deden op de hoogte van Cromer. Kort daarop kwamen twee boten en boden hun diensten aan om het schip af en in een veilige haven te brengen, doch wilden geen akkoord maken. Het volk van de boten ging ankers uitbrengen, en omtrent 3 ure 30 minuten des namiddags brachten zij de schoener in diep water, zetten zeil en stevenden naar Winterton, waar zij het schip tot de volgende ochtend ten anker brachten en toen naar Yarmouth koers zetten. Ten 10 ure des morgens ankerden wij binnen het Cockle-gat, maar door een opstekende storm uit het Z.Z.O. werden wij genoodzaakt de schoener te verlaten en gingen met alle man in de boten over, waarmee wij des namiddags te Palling aankwamen. Des avonds Yarmouth bereikende, bevonden wij dat de schoener door de sloeplieden van Caïstor als wrak aldaar in de haven binnengebracht, en onder opzicht van de strandvonder gesteld was. (opm: het schip bleef desondanks behouden)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 6 februari. De Nederlandse kof THEODORA HENRIETTE, kapt. J.J. de Vries, van Newcastle, laatst van Lowestoft, herwaarts gedestineerd, is de 31e januari bij Borkum gestrand en wrak gestrand en wrak geworden, doch het volk gered en te Borkum aangekomen. Men was bezig de tuigage te bergen. (opm: zie NRC 170260)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 6 februari. Het schip PROVINCIE DRENTHE, kapt. Beckering, van hier naar de Kaap de Goede Hoop, was de 4e dezer op de hoogte van Dover; alles wel aan boord.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 6 februari. Het schip KOOPHANDEL, kapt. De Boer, van Batavia alhier aangekomen, heeft veel storm doorgestaan, lekkage bekomen, verschansingen en een gedeelte van hetgeen zich op het dek bevond verloren, en de grote mast vermoedelijk gekraakt.


08 februari 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 7 februari. Volgens heden alhier ontvangen particulier bericht uit Portsmouth, is aldaar, met verlies van boegspriet, ten gevolge van aanzeiling, binnengelopen het alhier te huis behorende fregatschip d’ELMINA, kapt. Teengs, van Java naar Rotterdam bestemd.
Een ander schrijven van dezelfde plaats deelt mede, dat het aldaar in averij binnengelopen Ned. schip VRIENDSCHAP, kapt. Buijs, van Java naar Rotterdam bestemd, de schade had hersteld en gereed was, om gisteren of heden de reis, met de volle lading voort te zetten. De lekkage schijnt zich alleen tot de stevennaad bepaald te hebben.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Het op 4 dezer van Batavia te Brouwershaven aangekomen klipper fregatschip NOACH, kapt. Wieriks, groot 472 lasten, gebouwd op de werf van en toebehorende aan de heer Fop Smit aan de Kinderdijk, heeft met volle lading deze eerste reis van Batavia naar Nederland in de buitengewoon korte tijd van 82 dagen volbracht. Dit schip was het eerste in Nederland, dat geheel met staand ijzeren want uit de fabriek van de heren Newall en Co in Engeland werd opgetuigd.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Brielle, 5 februari. Van de lading uit het schip SULLY, kapt. Durand, van Bordeaux naar Rotterdam, op de Ribben gestrand, zijn nog 48 vaten wijn, zo gezond als beschadigd, benevens een gedeelte van de inventaris, geborgen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 7 februari. Het schip DECIMA, kapt. J. Janse, van Oud Calabar herwaarts gedestineerd, is, volgens telegrafisch bericht, gisteren met verlies van verschansing, boten, watervaten en zeilen, te Grimsby binnengelopen.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Stoomvaart van Harlingen naar Hull.
Het 1e klasse Engelse Stoomschip SECRET, kapitein James Storr, vertrekt van Harlingen naar Hull op zaterdag den 12 februari 1859.
Adres voor passagiers, goederen en vee bij J. Foekens.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Stoomboot genaamd HARLINGEN.
Hervatting der dienst tussen Amsterdam, Enkhuizen en Harlingen, op donderdag 10 februari 1859.
Vertrek van Amsterdam, zondags, woensdags en vrijdags ’s morgens 7 uur.
Vertrek van Harlingen, maandags, donderdags en zaterdags ’s morgens 8 uur.
In verband met eigen Diligence-dienst tussen Harlingen, Leeuwarden en Groningen, waarvan de eerste afrit van Groningen zal plaats hebben op woensdag 9 februari, ’s avonds 11 uur, en vervolgens op de gewone dagen en uren.


09 februari 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 8 februari. Aangaande het, met schade te Portsmouth binnengelopen Nederlandse schip d’ELMINA, kapt. Teengs, van Java naar Amsterdam bestemd – zie NRC van gisteren – vernemen wij heden, dat het de boegspriet en voorsteng verloren heeft en in aanzeiling is geweest met het in ballast van Londen komende Spaanse barkschip VIZCAYA, kapt. Urquiola. De Spaanse bark werd door de aanzeiling zodanig ontramponeerd, dat alleen de boegspriet en een stomp van de grote mast staan bleef en de equipage in allerijl op de d’ELMINA oversprong, waarmee zij te Portsmouth is aangekomen. De VIZCAYA werd later drijvende gevonden en te Newhaven binnengesleept.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Ramsgate, 6 februari. Het Nederlandse brikschip GOUVERNEUR ELSEVIER, kapt. Specht Grijp, van Rotterdam naar St. George d’Elmina, heeft door aanvaring van de Engelse oorlogsstoomboot VIRAGO, terwijl het schip onder Duins ten anker lag, boegspriet en fokkemast verloren, grote mast gekraakt en schade aan de verschansingen bekomen.(NB. gedeeltelijk per telegraaf gemeld.)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Mandal, 5 februari. Het stoomschip JONGE MARIE, kapt. Nanninga, van Landscrona naar Amsterdam, is hier heden ten gevolge van stormweer binnengelopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Cargalijsten:
Te Rotterdam arriveerden:
- Het schip HOLLANDS TROUW, kapt. N.H. Keuker, van Batavia, Soerabaija en Probolinggo, met 5.800 picols koffij, 8.000 picols suiker, 48 picols tin en 140 picols rotting. Adres: Nederlandsche Handel-Maatschappij.
- Het schip VRIENDSCHAP, kapt. T. Buis Jzn, van Batavia, Samarang, Soerabaija en Probolinggo, met 5.382 picols koffij, 7.001 picols suiker, 500 picols tin en 160 picols rotting. Adres: Nederlandsche Handel-Maatschappij.
- Het schip HOLLANDSCH ACRA, kapt. H.W. Maas, van de kust van Guinea, met 422 vaten (47.064 gallons) palmolie, 83 olijphantstanden en 3.000 cocosnoten. Adres niet vermeld.
Te Amsterdam arriveerden:
- MADURA, kapt. J.A.N. Schagen van Leeuwen, van Tjilatjap (opm: Cilacap), met 7830 balen koffij, 332 kisten indigo, 788 schuitjes tin en 1.305 bossen bindrotting. Adres: Nederlandsche Handel-Maatschappij.
- CUBA, kapt. G. Eylers, van Suriname, met 317 vaten suiker. Adres: J.J. Poncelet & Zoon.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 9 februari. Door de Nederlandsche Handel-Maatschappij zijn bevracht de navolgende 32 schepen:
Voor Rotterdam: HENDRIKA, kapt. W. van Aalborg; HOOP VAN CAPELLE, kapt. J.R. Bok; COLUMBINE, kapt. C.A. Malbrone; ALBLASSERWAARD, kapt. E. von Lindern; LOUIS, kapt. P.A. Hövig; AUSTRALIE, kapt. F.A. Janzen; PORNO, kapt. N.N; MARIA ADRIANA, kapt. S. van der Held; ADMIRAAL DE WINTER, kapt. J.C. Jansen.
Voor Amsterdam: CELERITAS, kapt. G.A. Wagner; ADMIRAAL PIET HEIN, kapt. L. Hazewinkel; ANNA DIGNA, kapt. C. Ouman; JOHANNA CATHARINA, kapt. J.L. Besseling;
DRIE VRIENDEN, kapt. D.E. Nolting; WAALSTROOM, kapt. P.B.W. Millink; SIRIUS, kapt. H. Mulder; STAATSRAAD BAUD, kapt. T. de Jong; ZEELAND, kapt. H.P. Hazewinkel; HOLLAND, kapt. B. Auffmorth; ANTONIA PETRONELLA, kapt. A. Voorendijk; STAD GOUDA, kapt. K.D. Breuning; EUGENIE, kapt. E.J. Bargman, de 3 laatste van Rotterdam.
Voor Dordrecht: EERSTELING, kapt. A.P. Armstrong; CORNELIS GIPS, kapt. M. van Rijn van Alkemade.
Voor Schiedam: H. WILLEBRORDUS, kapt. J.D. Boer; PIETER CORNELISZ HOOFT, kapt. N. Koens; CORNELIS WERNARD EDOURD, kapt. D. Bakker; OTTO, kapt. W.G. Rotgans; MACAO, kapt. J. Krol, de 3 laatste van Rotterdam.
Voor Middelburg: TWEE CORNELISSEN, kapt. J.C. Kreije; BROUWERSHAVEN, kapt. P. Jansen; MARIA ELISABETH MARGARETHA, kapt. F.C. Bauditz.


10 februari 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 9 februari. Men verwacht spoedig de in dienst stelling van drie nieuwe schroefstoomschepen, zijnde HET LOO, REINIER CLAESZEN, en CORNELIS DIRKSZ. Tot commandanten daarvan zijn benoemd de luits. ter zee 1ste klasse J. van Gogh, Jhr. J.E.W.F. van Raders en J.F. Koopman.
Volgens een telegrafisch bericht is Zr.Ms. fregat DE RUYTER, onder bevel van de kapitein ter zee J.C. du Cloux, ter rede van Batavia aangekomen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Harlingen, 7 februari. Het Nederlandse fregatschip NOORDPOOL, kapt. K. Helmers, is heden van hier uitgezeild naar Tonsberg in Noorwegen, waar het bemand zal worden voor een reis ter Groenlandvaart. Dit onder directie der heren Zeilmaker en Co zeer solide uitgeruste, fraai en gemakkelijk ingerichte sterke vaartuig, wordt door deskundigen zeer geroemd, zodat men op het welslagen dezer gewichtige onderneming hoopt.
De inzender van het bericht in dit blad van 6 dezer omtrent deze nieuwe Groenlandvaarder, heeft dus verkeerd opgegeven, dat de heer C. Teves de directie ter uitrusting van dit schip had. Dit moest zijn de heren Zeilmaker & Co. Ook verwart hij de robbenvangst met de walvisvangst, want de NOORDPOOL is alleen ter robbenvangst uitgezonden. Wat de bemanning aangaat, ook de DIRKJE ADAMA had vroeger en heeft ook thans nog een vreemde commandeur of gezagvoerder en gedeeltelijk zodanige bemanning, omdat die meer geschikt schenen. ’t Is dus geen gebrek aan nationaliteit, dat men zo handelt, en ter voorkoming van onaangename indrukken moet de correspondent deze terechtwijzing er bij voegen, opdat men hem de schuld daarvan niet toerekene. (opm: de krant van 6 februari, waarnaar verwezen wordt, ontbreekt)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 9 februari. Het in averij te Portsmouth binnengelopen Nederlandse schip d´ELMINA, kapt. Teengs – zie ons nommer van gisteren – heeft behalve de reeds genoemde averij ook zware schade in de bakboordsboeg bekomen en anker en ketting verloren.


11 februari 1859


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Te huur op mei, een Scheepstimmerwerf, met huizing, grote timmerschuur en drie sleephellingen, en te koop: een nieuw Schuitje, scheepshol met roef en luiken, groot ongeveer zestien ton, bij de scheepsbouwmeester R.D. Noorderwerf te Woudsend.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Te koop, voor een zeer billijken prijs: een bevaren Tjalkschip, groot veertig tonnen, zeer geschikt om aan fabriek turf te varen, met of zonder de daarbij behorende inventaris; thans ter bezichtiging aan de scheepstimmerwerf aan de Engelenvaart bij Heerenveen.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Naar de Kaap de Goede Hoop op Algoa Baai ligt te Amsterdam in lading, om 20 maart te vertrekken, het snelzeilend gekoperd schoonerschip MARIA JOHANNA, kapt. D.L. Geerling, hebbende ruime inrichtingen ter overvoering van passagiers, zowel eerste als tweede klasse.
Adres bij de reder, de heer M.C. Lapidoth, tevens agent der Nederlandsche Landbouw Emigratie Maatschappij, of bij cargadoors Hoijman en Schuurman te Amsterdam.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. De griffier bij het kantongerecht te Hindelopen gedenkt vrijdag den 18 februari 1859, des avond 6 uur, in de herberg het Wapen van Amsterdam te Workum, publiek te verkopen: een wel onderhouden overdekt Praamschip, de HOOP, groot 16 ton, met zeil en treil, bevaren door schipper Sijbolt Stegenga te Workum; breder bij biljetten omschreven; dagelijks te bezichtigen, op aanvraag bij de eigenaar, terwijl intussen de condities te vernemen zijn bij de griffier te Hindelopen.


12 februari 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Antwerpen, 10 februari. Het schip DE VREDE, kapt. Van Rijn, van Scalanova (opm: Kuşadasi, Turkije) herwaarts gedestineerd, heeft bij het in de haven halen wegens aandrijving enige onbeduidende schade bekomen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Shields, 9 februari. Het alhier met schade geretourneerde Nederlandse schip HILLEGONDA, kapt. Van der Laan, naar Oporto bestemd, heeft de reparatie geëindigd, de lading weer aan boord genomen, en is nu gereed de reis weder te aanvaarden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Malaga, 9 februari. De Nederlandse schoener WELMOET, kapt. L.D. Kramer, van Livorno komende, is op de hoogte van Marbella in aanzeiling geweest en dien tengevolge gezonken. Het volk is gered.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Matanzas, 12 januari. De Belgische brik RUBENS, kapt. Niedahl, van Coatzacoalcos komende en alhier, na op Punta Arenas gestoten te hebben, met averij binnengelopen, is afgekeurd en zal binnen enige dagen verkocht worden.


  JB - Javabode

Soerabaija. In de avond van de 30e januari j.l, werd hier het bericht onvangen, dat de Nederlands-Indische brik RISGIL CHAIB, gevoerd door kapt. Sech Achmad bin Joesoef Ganam, en beladen met 115 koijangs gouvernementszout, bestemd voor Banjermassing, tussen Madura en Bawean, door zwaar weer en het slingeren van het vaartuig, en grote mast had verloren, waardoor het geen zeil meer kon voeren en daarom aan de Noordkust van Madura, bij de dessa Klambi, ten anker gekomen was. Het bericht van dit ongeval, dat reeds op de 27e tevoren moest hebben plaatsgehad, was overgebracht door een Arabische stuurmans-leerling en twee matrozen, die bij het aan wal gaan met sampang omgeslagen, doch door vissers geholpen waren. Het plaatselijk bestuur te Soerabaija, overtuigd dat er tot behoud van schip en lading geen tijd te verliezen was, heeft dadelijk de hulp ingeroepen van de oudst aanwezende officier der marine te Soerabaija, door wie Zr.Ms. stoomschip SAMARANG tot redding van het verongelukte vaartuig werd afgezonden. Dit vaartuig vertrok reeds de volgende morgen zeer vroegtijdig en had het geluk, de brik de 2e dezer behouden voor Soerabaija ten anker te brengen.


13 februari 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 24 december. De 6e dezer kwam alhier ter rede het Nederlandse fregatschip AMSTERDAM, gezagvoerder B. Herderschee, komende van Hongkong en naar Melbourne bestemd. De 27e juli van Hongkong vertrokken, had dit vaartuig bijna voortdurend met slecht weder te kampen en besloot ten laatste, na verlies van zeilen en rondhouten, te Batavia binnen te lopen om de geleden schade te herstellen. Genoemde gezagvoerder heeft alhier aangebracht twaalf personen, naar men verneemt bewoners van het Wolia eiland. Deze lieden bestonden uit 10 mannen en 2 vrouwen en werden op de 30e oktober l.l. door kapt. Herderschee in de stille Atlantische Oceaan (opm: Stille Oceaan), op 90 Duitse mijlen (opm: à 4 zeemijlen) afstand van de Pellen-Eilanden (opm: waarschijnlijk Pelleluhu eilanden, 1º6’ Z.B. 144º24’ O.L.), aan boord van zijn bodem opgenomen.
Uit het journaal van genoemde kapitein namen wij het volgende dienaangaande over:
In de namiddag van de 30e oktober zagen wij een zeil, zich voordoende als van een klein vaartuig te zijn, en 90 mijlen van het naaste land verwijderd zijnde (opm: positie bij benadering 4º0’ N.B. 147º0’ O.L.), veronderstelden wij, dat het een boot van een verongelukt schip zou wezen. Wij hielden op dit vaartuigje aan en bespeurden dat het een geheel reddeloze kano was. Wij wenkten de opvarenden naar ons toe te komen, lieten een tros zakken en maakten de kano achter ons schip vast. Daarin bevonden zich tien mannen en twee vrouwen, wie wij dadelijk enig brood gaven, waar zij gulzig op aan vielen. Zij wenkten ons, of zij bij ons aan boord mochten overkomen en hun kano laten varen, hetgeen ik als mens en Christen niet mocht weigeren, daar de schepsels er geheel uitgeteerd en als geraamtes uitzagen, en te meer, daar de barometer en het luchtgestel naar slecht weder uitzagen. Wij waren genoodzaakt, hen uit de kano te halen, daar het lopen hun door zwakte onmogelijk was. Hierop lieten wij de kano afdrijven en verzorgden de arme lieden op de best mogelijke wijze, terwijl wij eenparig besloten, de rations levensmiddelen te verminderen.
Tot zover het journaal. Wij kunnen er nog bijvoegen, dat de door hen gesproken taal door niemand hier verstaan wordt en zij waarschijnlijk van het Wolia eiland afkomstig zijn. Het schijnt, dat zij van daar naar de Marianne (opm: Marianen) of Caroline (opm: Carolinen) eilanden gezeild zijn, om aldaar voedsel te zoeken, welke tocht jaarlijks door hen gemaakt wordt. Zij zetten alsdan hun zeil naar de stand der zon en komen doorgaans op de gewenste plaats aan. De geredden schijnen door stroom of storm de eilanden te hebben gemist en moeten ruim honderd dagen in hun kano hebben rondgezworven. Zij zagen er allerellendigst uit, vol wonden en ongedierte. Na aankomst hier zijn bijna allen ziek geworden. Drie hunner zijn eergisteren overleden, zeven liggen er in het stadsverband en de twee overigen bevinden zich in gezonde toestand ten huize van de onderschout aan de werf. Door het plaatselijk bestuur is aan de regering voorgesteld deze lieden op de best mogelijke wijze naar hun geboorteplaats terug te zenden, na vooraf enige noodzakelijke inkopen voor hen te hebben gedaan.
Het Wolia eiland moet, volgens opgave van kapt. Herderschee, ten noorden der Caroline of Marianne eilanden gelegen zijn en, iets beneden deze, moet zich een Engelse bezitting bevinden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 12 februari. Volgens de Shipping and Mercantile Gazette is op het Nederlandse schip d’ELMINA, kapt. Teengs, van Batavia naar Amsterdam, dat de 7e dezer, na in aanzeiling geweest te zijn met de Spaanse bark VISCAYA, te Portsmouth binnengebracht is, door de kapitein van de Spaanse bark voor een bedrag van GBP 7.000 beslag gelegd.


14 februari 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 13 februari. De Stoompost (opm: een tijdschrift) meldt het volgende:
De 4e februari l.l. is te Brouwershaven binnengekomen het klipperfregatschip NOACH, kapt. P. Wieriks, groot 472 lasten. Dat schip, gebouwd op de werf van en toebehorende aan de heer Fop Smit, aan de Kinderdijk, heeft met volle lading de eerste reis van Batavia naar Nederland in de buitengewoon korte tijd van 82 dagen volbracht; spoediger, zo wij zeker menen, werd nimmer de reis gemaakt.
Dit bericht, waarvan de zakelijke inhoud in ons nommer van 8 dezer onder der rubriek scheepstijdingen voorkwam, zegt de Stoompost verder, levert weder het beste bewijs op, hoe zeer onze scheepsbouw op een hoog standpunt staat en hoezeer de grijze scheepsbouwer Fop Smit nog met zijn tijd mee is gegaan. De schoonheid van vorm, gepaard aan soliditeit en geschiktheid om veel te laden, heeft zich geheel in dit schip NOACH verenigd. Het doet tegenover het buitenland de Nederlanders eer aan en toont opnieuw, dat men omtrent de scheepsbouw niet bij de vreemde behoeft in de leer te gaan.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Holyhead, 11 februari. De Nederlandse schoener HENDRIKA MARGARETHA, kapt. J.A. Spijkman, van Liverpool naar Rotterdam bestemd, is alhier in zinkende staat binnengelopen. (opm: zie NRC 160259 en 050559)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Shields, 11 februari. De HENDRIKA WILKENS, kapt. R.H. Mulder, is ten gevolge van ongunstig weder met verlies van grote boom geretourneerd.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rio de Janeiro, 23 december. Het Nederlandse schip FROUWINA, kapt. Bakker, de 1e dezer naar het Kanaal vertrokken, is alhier lek teruggekeerd. De lading is in beschadigde toestand gelost.


15 februari 1859


  LC - Leeuwarder Courant

Batavia, 25 december. Sedert enige tijd werd in het landschap Boeleleng, op het eiland Bali, veel tegenstreving ondervonden van zeker hoofd, genaamd Njoman Gempol, die geen gelegenheid liet voorbij gaan om het landsbestuur tegen te werken en te trotseren. Zijn overmoedige handelingen werden van dien aard, dat het gouvernement het nodig achtte, hem deswege ter verantwoording naar Batavia op te roepen. Toen hij weigerde aan deze last te voldoen, werd besloten zich met geweld van hem meester te maken, waartoe het 13e bataljon infanterie, met Zr.Ms. stoomschepen ARDJOENO, PRINSES AMALIA en SAMARANG, benevens enige transportschepen, onder leiding van de kapitein luitenant ter zee J.A.K. van Hasselt, werden bestemd. Nadat de troepen den 11 dezer te Boeleleng waren gedebarkeerd, werd de kampong Bandjar Djawa, waarin Njoman Gempol zich ophield, spoedig, zonder verlies, vermeesterd. Hij wist echter met zijn aanhang te ontkomen, waarop hen een termijn van drie dagen werd gegeven om in onderwerping te komen. Toen die termijn verstreken en niet aan den eis voldaan was, werd hij door de de troepen vervolgd, die in enige kampongs van zijn aanhang tegenstand ondervonden. Daar echter de hoofden en het gros der bevolking volstrekt niet op zijn hand waren, kon hij zich niet lang staande houden, maar werd op den 18e dezer door de bevolking uitgeleverd en is reeds naar Batavia gezonden.
In deze zaak hebben de bevolking en de voornaamste hoofden vele blijken van goede gezindheid gegeven.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Men verlangt te kopen: een Tjalkschip, geschikt voor beurtschip, ter grote van ongeveer 70 ton.
Opgave van ouderdom en prijs met franco brieven aan J. de Boer te Medemblik.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Uit de hand te koop: een grotendeels vernieuwd Tjalkje, zonder tuigage, groot 17 ton, liggende op de Heerenwal bij Heerenveen.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Gouda en Rotterdam. Stoomboot d’IJSSEL.
Dagelijkse dienst, begonnen op maandag 14 februari 1859.
Van Gouda, maandag en dinsdag ’s morgens ten 6 ure, overige dagen ten 7 ure.
Van Rotterdam, ’s namiddags ten 3 ure.
In correspondentie met de IJzeren Barges van en naar Amsterdam, welke des avond ten 7 ure van Amsterdam naar Gouda vertrekken.


16 februari 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 15 februari. Aangaande de Nederlandse schoener WILHELMINA MARIA, gevoerd geweest door kapt. J. Stasse, van Lissabon met zout naar Vlaardingen vertrokken, reeds vroeger als vermist opgegeven (opm: zie NRC 010159), wordt volgens brief van de kapitein, in dato Bahia 9 januari, het volgende gemeld: Na de 26 oktober l.l. van Lissabon vertrokken te zijn, was hij de 29e dito door een storm uit het O.Z.O. belopen, waarin het schip lekkagie bekwam, doch had hij het onder voortdurend pompen en onder dicht gereefde marszeilen nog tot de 7e november drijvende kunnen houden. Alstoen begon het hevig te stormen, de 10e werd door een stortzee de grote boot stuk en de verschansing met 9 stutten weggeslagen, het lek nam toe, het zout begon te smelten, het voordek was opgeslagen en men dacht ieder ogenblik het schip te zullen zien zinken, toen de volgende dag, op 47º N.B. en 15º40’ W.L, zij opgemerkt werden door kapt. Wallis, voerende de Engelse bark LINDA, van Liverpool naar Bahia gedestineerd, die hen overnam, menslievend verpleegde en aangezien men geen te huis varend schip ontmoette, waar zij op over konden gaan, de 25e december te Bahia aanbracht, vanwaar zij met een Nederlands schip naar Nederland hoopten terug te keren.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Holyhead, 12 februari. De Nederlandse brigantijn HENDRIKA MARGARETHA, kapt. Spijkman, van Liverpool naar Rotterdam, alhier in zinkende staat binnengelopen, heeft op de kust van Ierland op strand gezeten (opm: zie NRC 140259 en 050559).


 ZZC - Zierikzeesche Courant

Zeetijdingen. Volgens particulier bericht van kapt. H.W. Boon, voerende het kofschip WESTERSCHOUWEN, was hij den 27 december j.l. te Sulina gearriveerd, doch werd door het vele drijfijs op de Donau verhinderd zijn reis naar Galatz voort te zetten. Alles wel aan boord.


17 februari 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Te Rotterdam ligt in lading naar Singapore en Hongkong, voor goederen en passagiers, het nieuw en geheel op de zeilage gebouwd, gekoperd Nederlands driemast schoenerschip SOPHIA AMALIA, kapt. H. van Veen, om bepaald medio april te vertrekken, zijnde het grootste gedeelte van de lading reeds aangenomen. Adres bij de cargadoors P. A. van Es & Co. (opm: eerste reis)


18 februari 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Slikkerveer, 16 februari. Heden is van de scheepstimmerwerf van de heer J. Smit alhier met het beste gevolg te water gelaten de ijzeren stoomboot de VALK, bestemd voor de dienst tussen Nijmegen en Deventer, onder directie van de heer W. van Duuren Jz.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Mandal, 8 februari. De Nederlandse stoomboot JONGE MARIE, kapt. Nannings, van Landscrona met gerst naar Amsterdam bestemd, is hier zeer lek binnengelopen.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Uit de hand te koop: het gerenommeerde Beurtschip van Sneek op Meppel vice versa, groot 33 ton, met deszelfs uitmuntende inventaris; thans bevaren wordende door de eigenaar Nanne Wagenaar en te bevragen bij de deurwaarder H.B. van der Wal te Sneek.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. S.A. Nieuwland te Deinum vraagt met maart e.k. 2 á 3 Scheepstimmerknechten, hun werk verstaande.
Bij bovengenoemde is te koop een nieuw Schip, groot plm. 22 ton, van binnen beschoten.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. De notaris P. Boltjes te Grouw zal op dinsdag den 1 maart 1859, des avond 6 uur, ten huize van J. van Stralen, kastelein te Grouw, publiek, onder uitloving van strijk en verhoog geld, provisioneel verkopen: het wel onderhouden Kofschip ZWAANTJE CORNELIA, liggende te Rotterdam, nieuw gebouwd op de werf van S. Zwat te Grouw in 1851, groot 81 zeetonnen of 43 lasten, en zulks met deszelfs tuigage en verdere complete inventaris, laatst bevaren geweest bij kapitein D. Boersma. Zijnde de verkoopvoorwaarden te vernemen ten kantore van bovengenoemde notaris.
(opm: LC 010359 meldt een bod van NLG 4.427)


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. De notaris Mann zal, ten verzoeke van de heer Verwer, maandag 28 februari 1859, ’s namiddags 2 ure, in de Zwaan te Makkum, in het openbaar verkopen: een tot velerlei gebruik zeer geschikt overdekt Tjalkschip, genaamd de WELVAART, groot 21 ton, met deszelfs volledige scheepsinventaris, gelijk hetzelve zal zijn liggende aan de scheepstimmerwerf van J.H. Alkema te Makkum.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Te huur op mei: een Scheepstimmerwerf, met huis, grote timmerschuur en drie sleephellingen. En te koop: Een nieuw Schuitje, Scheepshol met roef en luiken, groot ongeveer zestien ton, bij de scheepsbouwmeester R.D. Noorderwerf te Woudsend.


19 februari 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 18 februari. Ten gevolge van Zr.Ms. besluit van de 17e dezer No. 71, wordt het te Hellevoetsluis liggende transportschip DE HELDIN met de 11e maart aanstaande in dienst gesteld en het bevel daarover, met een bemanning van 75 koppen, opgedragen aan de luit.t.zee 1e klasse P. Toutenhoofd.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 18 februari. Op verzoek van de firma Fop Smit Jr & Co te Nieuw Lekkerland is de concessie voor een stoombootdienst tussen Rotterdam, Antwerpen en Mannheim, haar verleend bij beschikking van de minister van binnenlandse zaken van 6 november 1858, ingetrokken en buiten werking gesteld.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 18 februari. Het met een lading voor de Nederlandsche Handel-Maatschappij van Java naar Middelburg bestemde Nederlandse barkschip LUCTOR ET EMERGO, kapt. J. Hakker, is, volgens telegrafisch bericht uit Portsmouth, d.d. gisteren op de Owers gestrand, zit vol water en is op zijde geslagen. De equipage had ogenschijnlijk het schip in de boten verlaten, doch zekere berichten dienaangaande ontbreken nog.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 18 februari. Het schip MARIA, kapt. Bakker, van Triëst naar Rotterdam, is, volgens brief van St. Ubes van de 5e februari, aldaar met verlies van boot, watervaten en andere schade binnengelopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Holyhead, 16 februari. Het alhier in averij binnengelopen Nederlands schip HENDRIKA MARGARETHA, kapt. Spijkman, is begonnen met de lading te lossen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Papenburg, 12 februari. Het schip ANNA, kapt. Hövelmann, van Elseneur naar België, is de 19e januari wegens storm te Närste, 2 mijlen van Arendal, in goede staat binnengelopen.


  JB - Javabode

Volgens telegrafische berichten van Anjer, heeft het Engelse schip LORHIEL, groot 853 ton, gevoerd door kapt.Thomas, op de stroomklip gestoten en is in de nacht van de 15e op de 16e dezer geheel gezonken, zijnde echter de équipage behouden aan wal gekomen. In de morgen van de 16e, is de LORHIEL echter weder opgekomen, omstreeks een halve mijl zuidelijker dan haar ligging van de vorige dag. Hieruit blijkt alzo, dat het schip weder drijvende is geworden en hoogstwaarschijnlijk op zijde ligt, waardoor de mogelijkheid bestaat om, nu het in een zuidelijke richting drijvende is, hetzelve op de Java wal of op een der in die richting liggende eilanden te doen stranden.


20 februari 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 19 december. Volgens berichten uit West-Indië wordt Zr.Ms. stoomschip SINDORO, liggende te Paramaribo, in gereedheid gebracht om te repatriëren.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 19 februari. Het alhier te huis behorende barkschip HENDRIK JAN, kapt. Van der Meijden, 26 november van Cadix te Buenos Aires gearriveerd, heeft een lek bekomen. Men had het echter reeds gestopt en was bezig voor Antwerpen te laden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlissingen, 18 februari. Het Nederlands schip COMMERCIE COMPAGNIE, kapt. Barkey, en de Engelse brik JACKSON, kapt. Elliott, zijn gisterenavond ter rede van Rammekens in aanzeiling geweest. Men zegt dat de beide schepen op de Calloot aan de grond zijn geraakt; de COMMERCIE COMPAGNIE moet aldaar verloren, doch de JACKSON zwaar lek weer vlot gekomen zijn. (Volgens het Handels en Effecten Blad zou de COMMERCIE COMPAGNIE slechts de kluiverboom verloren en enige schade aan het koper bekomen hebben.)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlissingen,18 februari. De Engelse sloep BREEZE, kapt. Kent, geladen met steen en olie, van Antwerpen naar Cork bestemd, is op de Schelde gezonken. De equipage is gered.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Portsmouth, 17 februari. De te Middelburg te huis behorende bark LUCTOR ET EMERGO, kapt. J. Hakker, van Batavia met een lading koffie en suiker voor de Nederlandsche Handel Maatschappij naar Rotterdam bestemd, is gisterenavond ten 5 ure door dikte (opm: wegens beperkt zicht) op de Owers (binnen het vuurschip) gestrand. Onmiddellijk nadat het schip raakte, sloeg het roer weg, het schip werd geheel op zijde geworpen en liep op hetzelfde ogenblik vol water, zodat de equipage ternauwernood de tijd had om zich in de boten te werpen, niets kunnende meenemen, dan de kleren die ze aan hadden. De bemanning trachtte het vuurschip te bereiken, doch werd door wind en stroom daarin verhinderd en dreven tot 4 uren hedenmorgen rond, toen zij door de te Littlehampton te huis behorende schoener HANNIBAL werden opgemerkt, die hen opnam en ten 11 ure hedenmorgen te Littlehampton landde. Vandaar zijn zij naar Portsmouth vertrokken en aan de zorgen van de Nederlandse consul aldaar toevertrouwd, die ook dadelijk iemand naar Selsey heeft afgezonden, om een waakzaam oog te houden over hetgeen eventueel van het schip geborgen wordt. Heden namiddag is een loodsboot voorbij de LUCTOR ET EMERGO gevaren en deze rapporteert dat de grote en kruismast reeds overboord lagen en dat het schip waarschijnlijk hedennacht zou opbreken. (red: gedeeltelijk reeds gemeld.)


21 februari 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 20 februari. Het bericht, alsof het schip COMMERCIE COMPAGNIE, kapt. Barkey (opm: Braker), op de Calloot zou zijn verongelukt, is, volgens telegrafisch bericht uit Middelburg van heden, geheel onjuist.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Chichester, 19 februari. Het op de Owers gestrande Nederlandse schip LUCTOR ET EMERGO, kapt. Hakker, van Java naar Rotterdam – zie NRC van gisteren – is uit elkander geslagen. Men heeft niets gered.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hull, 17 februari. Het schip DIANA, kapt. Meijer (opm: waarschijnlijk buitenlander), van Newcastle naar Brake, is 14 februari ten gevolge van aanzeiling gezonken.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Verkoop bij rechterlijk gezag van het Engels schoenerschip genaamd VULCAN, liggende binnen deze stad in de Leuvehaven, lang volgens meetbrief 20 el 50 duim, wijd 4 el 95 duim, hol 2 el 8 duim, en alzo groot 94 tonnen, met al deszelfs staand en lopend want, ankers, kettingen, touwen, zeilen en verdere scheepsgereedschappen, ingevolge inventaris, gevoerd geweest door schipper Robert Gooding, ten verzoeke van de heer Phillippus van Ommeren, cargadoor te Rotterdam, ten deze domicilie kiezende ten kantore van de voor hem occuperende procureur Willem Simon Burger junior, aan de Haringvliet, Wijk 12 nummer 47 aldaar, requirant uit krachte van een vonnis gewezen door de Arrondissements Rechtbank te Rotterdam de 9e februari 1859, behoorlijk geregistreerd ten kantore van de heer ontvanger Van Berkel, de 12e februari daaraanvolgende, in zake van de requirant, als eiser tegen voornoemde schipper Robert Gooding, als gedaagde, bij hetwelk deze is veroordeeld om aan de eiser een som van vier duizend zeven honderd veertig gulden tien cents wegens bodemerijschuld, met de interessen en kosten en daarvoor onder anderen hetzelve schip en toebehoren speciaal verbonden en executabel en daarna arrestant op hetzelve schip en toebehoren. De executant heeft het voorschreven schip en toebehoren ingezet voor een som van een duizend gulden. De verkoop zal plaats hebben ter rechtzitting van de Arrondissements Rechtbank te Rotterdam, op woensdag de 16e maart 1859, des voormiddags ten elf ure precies. De memorie van lasten is gedeponeerd ter griffie van meergemelde rechtbank en copie daarvan ligt ter visie ten kantore van voornoemde procureur Willem Simon Burger junior, bij wie nadere inlichtingen te bekomen zijn. Rotterdam, 21 februari 1859 W.S. Burger Jr, Procureur


22 februari 1859


  LC - Leeuwarder Courant

Harlingen, 20 februari. De beide Groenlandsvaarders hebben onze haven verlaten. Op maandag den 7 dezer vertrok de NOORDPOOL, onder bevel van de scheepskapitein R. Helmers, naar Tonsberg, die aldaar het vaartuig heeft overgeleverd aan de commandeur C. Koch, om met 60 man Noordse equipage ter robbenvangst te gaan.
Heden morgen zeilde de DIRKJE ADEMA uit met 56 man equipage, onder bevel van de commandeur C. Brinkman, om mede aan de visserij deel te nemen.
Onze beste wensen voor het welslagen der onderneming vergezellen beide vaartuigen, daar die tak van nijverheid zo bevorderlijk kan zijn voor de bloei dier stad.


23 februari 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 22 februari. In ons nommer van 20 februari deelden wij uit Vlissingen een (door ons uit een Belgisch blad overgenomen) bericht mede, betreffende een aandrijving tussen het Nederlandse schip COMMERCIE COMPAGNIE en de Engelse brik JACKSON, ter rede van Rammekens. In dat bericht werd als gerucht gemeld, dat de schepen na de aandrijving op de Calloot waren gestrand en dat het Nederlandse schip aldaar verongelukt zou zijn, hetgeen echter later tegengesproken is. Wij ontvangen heden van een geachte hand het volgende verhaal van de ware toedracht van de zaak:
Op donderdag de 17e februari lag de Engelse brik JACKSON, kapt. Elliot, ter zijde van de COMMERCIE COMPAGNIE, kapt. G.J. Braker, kolen overladende bij tamelijk goed weer. In de namiddag van die dag stak de wind op tot storm en bij de zware deining was het schier onmogelijk het werk voort te zetten. Kapt. Braker, vrezende voor averij, verlangde de staking van het werk. De kapitein van de brik verzette zich daartegen. Eerstgenoemde liet daarop een deel van zijn equipage op de Engelse brik overgaan, om de kapitein te dwingen van het schip af te houden. Midden in de opschudding die ontstond en die in een vechtpartij dreigde over te gaan, brak de achtertros, waardoor de brik rondzwaaide en voor de boeg van het grote schip kwam, brekende de kluiverboom en beschadigende enige bladen koper. De brik had enige averij aan het want, doch kwam overigens zonder letsel ten anker. Om in dit stormachtige seizoen verdere belemmering of oponthoud voor te komen, is de COMMERCIE COMPAGNIE in de Marinehaven gehaald, alwaar de inlading verder geregeld plaats heeft en vanwaar het schip eerlang naar zee zal gaan.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Katwijk aan Zee, 21 februari. Alhier is aangespoeld een gedeelte van de zijde van een groot schip, vermoedelijk afkomstig van het in de maand november van het vorige jaar (opm: 17 december 1857, zie o.a. NRC 070158) te Noordwijk aan Zee gestrande en daarna gezonken schip AMPHITRITE.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Katwijk aan Zee, 21 februari. Het bomschip GEERTRUIDA JEANETTA, schipper Guyt, alhier aankomende, is op een anker van een alhier liggend bomschip gevaren, waardoor het enige gaten in de huid heeft bekomen. Men is bezig met het bergen van de inventaris.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Cowes, 19 februari. Het Nederlandse galjootschip NEPTUNUS, kapt. A.D. de Jong, van Maroim met suiker naar Londen bestemd, dat alhier 30 december A°.P° (opm: vorig jaar), in averij binnenliep, is afgekeurd en voor GBP 170 verkocht. De lading zal in een ander schip vervoerd worden.


  JB - Javabode

Zo even ontvangen wij van Soerabaija een telegrafisch bericht, mededelende, dat het Nederlandse schip SOUBURG, kapt. Von Lindern (opm: bark, kapt. H.B.L. Evers, rederij F.H. von Lindern), op reis naar China, bij Probolingo op een blinde klip gestoten heeft en onmiddellijk gezonken is. De equipage is gelukkig gered geworden. De SOUBURG was de 19e dezer van Soerabaija vertrokken. (opm: zie JB 090359 en NRC 280459)


  JB - Javabode

Men deelt ons mede, dat het Engelse schip MARIAN MAC ENTYRE (opm: MARION MACINTYRE), gezagvoerder Joseph Little, van Hongkong naar Sydney met een lading thee, op een koraalrif, 10 Engelse mijlen ten noord-oosten van Bawean, is gestrand. Van de lading heeft men hoop het grootste deel te kunnen redden, doch het schip zelve is geheel verloren. Ter berging der lading is het Nederlandse schip (opm: bark) ZAANSTROOM, gezagvoerder R.L. Schaap, gisteren van hier vertrokken. Genoemde bodem is daartoe ingehuurd voor een som van NLG 3.000 voor één maand, en daarna voor NLG 80 daags.


24 februari 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 23 februari. Het l.l. zaterdag (opm: 19 februari) van Buenos Ayres te Antwerpen binnengekomen Nederlandse clipper-barkschip IDA MARIA DE RAADT, kapt. J. de Boer, heeft de reis in de korte tijd van 54 dagen afgelegd. Verleden jaar deed dit vaartuig dezelfde reis in 55 dagen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 23 februari. Van Ellewoutsdijk wordt gemeld dat een Engels schip in het vaarwater tussen die gemeente en de Hoofdplaat is gezonken. De bemanning heeft zich in de sloep gered. Bijzonderheden ontbreken ons nog, alleen schijnt het geladen met zeer zware marmeren stenen, die door verschuiving met de scherpe kanten lek hebben veroorzaakt, tengevolge waarvan het schip gezonken is.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Christiaansand, 6 februari. De kof ALBERDINA, kapt. Backband, van Emden met tarwe enz. naar Hull bestemd, is lek te Farsund binnengelopen en zal moeten lossen om te repareren.


25 februari 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 24 februari. De schepen ALIDA FOLKERS, kapt. H.J. Mooi, en WILHELMINA KLASINA, kapt. H.G. de Jonge, beide met rijstmeel van Bremen naar Amsterdam, zijn de 21e februari ter rede van Delfzijl binnengelopen, het eerste met ingeslagen boot en het laatste met gebroken zwaard, zijnde 12 etmalen in zee geweest en hebbende veel slecht weder doorgestaan.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Mandal, 5 februari. Het stoomschip JONGE MARIE, kapt. Nannings, van Landscrona naar Amsterdam gedestineerd, alhier met schade binnengelopen, is bezig de lading te lossen.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Te koop: een nieuw schip, van binnen met eiken wegering, liggende te water, lang 13 el 1 palm 4 duim (46 voet), wijd 3 el 1 palm 4 duim (11 voet), hol 1 el 1 palm 4 duim (4 voet); benevens een beste somp (opm: platboomde schuit met rechte voor en achtersteven voor kleine rivieren en kanalen) en een praam, 6 à 7 ton, bij Eeltje T. van der Wal te Grouw.


26 februari 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Portsmouth, 23 februari. Het Nederlandse schip ALBERTINA, kapt. Zwaal, naar Sevilla bestemd, heeft heden onze haven verlaten en is bij Spithead geankerd.


 ZZC - Zierikzeesche Courant

Zierikzee, 25 februari. Uit Vlissingen meldt men dat j.l. dinsdagavond (opm: 22 februari) omstreeks half zeven, van Antwerpen komende aldaar ter rede is gearriveerd de Engelse ijzeren schroefstoomboot NORTHMAN, gezagvoerder Ansdel, met tarwe en appelen geladen, voor Hull bestemd, terwijl op hetzelfde ogenblik wegens tegenwind uit zee terug kwam het Amerikaanse schip UNION. Beide schepen zijn tegen elkaar gedreven, waardoor het eerstgemelde een zware lekkage bekwam en reeds te zeven uur gezonken was. Vier matrozen en een jongen waren op de UNION overgesprongen, terwijl later vijf overige manschappen door de schipper Lambert van Dilst en de loods John Bowbyes met een sloep van het Belgisch Loodswezen werden gered. De gezagvoerder van de stoomboot, die niet spoedig genoeg zijn schip had willen verlaten, is de enige persoon, die daarbij is omgekomen.


27 februari 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 7 januari. Vrachten. Over vrachten valt niets nieuws te berichten. De belangrijke bevrachting voor een expeditie naar Boni heeft tot op heden nog geen verandering in onze markt te weeg gebracht en zal wel buiten invloed op de loop van de vrachten blijven. Sedert onze vorige werden de volgende bevrachtingen afgesloten:
Naar Nederland: Nederlands MARGARETHA SIMONETTA bij de roes (opm: voor bedrag ineens, onafhankelijk van het gewicht of de hoeveelheid van de ingenomen lading) voor NLG 12.500 voor een reis naar Amsterdam via Padang.
Diversen. Nederlands CATHARINA MARIA krijgt NLG 2.500 's maands voor een reis van hier naar Pondicherry via Padang en terug. Nederlands PRINSES AMALIA laadt gedeeltelijk voor eigen rekening en neemt bijlading aan.
Voor rederij rekening laden Nederlands BEZOEKIE en JAN VAN GALEN.
Kustreizen doen: Nederlands VALPARAISO, KOERIER, CORNELIA EN GEERTRUIDA, WELVAART en JAVA'S WELVAREN.
In reparatie zijn: Nederlands BIESBOSCH, TWEE ANTHONYS, AMBOINA, en KINDERDIJK.
Te koop zijn: Bremer OCEAN, Engels VERNON en Nederlands ADOLF VAN NASSAU. Afgekeurd werd Nederlands ANNA PAULOWNA.
Disponibel zijn: Nederlands DELFSHAVEN, SCHOONDERLOO, JAN SCHOUTEN, PRINS FREDERIK DER NEDERLANDEN, ALLEGONDA JACOBA, BEATRIX, DELFT, WILLEM DE EERSTE, STAD SCHIEDAM, EVERDINA ELISABETH, ODILIA MARGARETHA, JACOB, DRIE VRIENDEN, VOORWAARTS, SOUBURG, JOHANNA CHRISTINA, LOUIS MEIJER, PRESIDENT PLATE, ZAANSTROOM, STAD NIJMEGEN, VIJF GEBROEDERS, BALTIMORE, EERSTELING, REGINA MARIS, OOST INDIA PACKET, PANTALON, NIEUWLAND, JOHANNA MARIA CHRISTINA, EVA JOHANNA, EENSGEZINDHEID, CONSTANTIA, HAAMSTEDE, IDA ELISABETH, CONSTANCE, PHILIPS VAN MARNIX, BEURS VAN ROTTERDAM, TWEE CORNELISSEN, ZEELANDIA, ARY SCHEFFER, JEANETTE EN AGATHA, PRINS VAN ORANJE, HENRIETTE, DEN ELSHOUT, FORTUNA, CHRISTIAAN LOUIS, HEBE, JACOBUS, VRIJHANDEL, JOAN JACOB, JHR. MR. VAN DER WAL VAN PUTTERSHOEK, LOURENS KOSTER, KAREL AUGUST, LOUISE, ADÈLE, FERDINAND EN LOUIS, ZEPHIR, ALMONDE, HELMERS, COLUMBINE, WALCHEREN, THETIS, E.W. VAN DAM VAN ISSELT en JUPITER.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 26 februari. Betreffende het vergaan van het Nederlandse schip LUCTOR ET EMERGO, kapt. J. Hakker, dat wij in ons nommer van 20 dezer mededeelden, behelst de Shipping and Mercantile Gazette, het volgende rapport van die gezagvoerder:
De 15e februari, 's avonds ten 7 ure, kregen wij het vuur van Goudstaart (opm: Start Point, 50º13’ N.B. 3º39’ W.L.) op 12 mijlen afstand te zien, met de wind van het W.Z.W. De volgende dag was het weer zeer dik en mistig met een hard aannemende wind; wij staken 2 reven in het groot marszeil, reefden het voormarszeil dicht en maakten bezaan, grootzeil, fok en kluiver vast. Op de middag was de wind altijd uit het W.Z.W, tot storm toegenomen en het werd zo dik van mist, dat wij geen kabellengte vooruit konden zien. Wij vervolgden onze koers van O.t.Z. en geloofden dat wij 's namiddags ten 4 uur circa 20 mijlen uit de wal stonden en dus veilig het Kanaal opzeilden. Tot onze grote verwondering stiet het schip echter ten 5 uur op de grond en toen het een weinig opklaarde, ontdekten wij het vuurschip van de Owers en bevonden dat de bark op de buitenzijde van de Owers zat (opm: plm. 50º40’ N.B. 0º47’ W.L.). Onmiddellijk was alles in de weer om zeil te zetten, hopende het schip daardoor over de rotsen heen in vlot water te krijgen, maar spoedig werd het roer afgestoten; het schip begon vol water te lopen en een uur later was het een wrak. Er viel nu aan niets anders meer te denken dan om het lijf te bergen en dit ging, door de hevige branding, die over het gehele schip heensloeg, met grote inspanning gepaard; het mocht ons echter allen gelukken, met de grote boot van boord te komen, maar wij hadden niets hoegenaamd kunnen medenemen, dan de klederen die wij aanhadden. Wij zetten koers naar het vuurschip van de Owers, doch konden dit niet bereiken. De volgende morgen ten 4 uur werden wij door de schoener HANNIBAL opgenomen en 7 uren later te Littlehampton geland.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 25 februari. Aangaande het schip DIANA, kapt. Behrens (opm: buitenlander, in november van Fraserburgh naar Harburg vertrokken, heeft men sedert niets vernomen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Weymouth, 23 februari. De Oostenrijkse bark GIUSEPPE II, van Havre naar Triëst, is met schade te Portland binnengelopen, zijnde met een, naar men zegt, Nederlandse bark in aanzeiling geweest (opm: schoener CLARA WILHELMINA, zie NRC 280259).


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 8 januari. Het Amsterdamse schip ANNA PAULOWNA, kapt. W. Bek, 21 november A°.P° (opm: verleden jaar), alhier van China gearriveerd is afgekeurd (opm: fregat, zie NRC 270159 en 300359).


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. De makelaars F.N. Montauban van Swijndrecht, W. van Dam H.H.zn, W.H. Montauban van Swijndrecht en B.C.D. Hanegraaff, te Rotterdam, zullen, als last hebbende van hun meester, op de 15e maart 1859, des middags ten 12 ure, in de zaal op de Scheepmakershaven, Wijk 1, no. 499, publiek verkopen het extra snelzeilend gezinkt Nederlands schoenerschip de ZEVEN STERREN, laatst gevoerd door kapt. H.G. Borchers, volgens meetbrief lang 29 el 10 duim, wijd 4 el 71 duim, hol 3 el 6 duim, en alzo groot 186 tonnen of 98 lasten, hebbende een certificaat van Veritas 3/3 GG ll tot mei 1863, met al deszelfs rondhouten, staand en lopend want, zeilen, ankers, kettingen, touwen en verdere scheepsgereedschappen, zo als hetzelve is liggende in de Scheepmakershaven, voor de Jufferstraat binnen deze stad.
Verder zal afzonderlijk worden verkocht: een chronometer, no. 1991, van Widenham & Adams, te Londen; ter bezichtiging bij de heren P.J. Dupont & Zoon, Groote Zeevischmarkt.


28 februari 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hamburg, 23 februari. Het schip (opm: schoener) CLARA WILHELMINA, kapt. J. Zuiderduin, van hier naar Rio de la Plata vertrokken doch uit zee teruggekomen, heeft schade wegens aanzeiling (opm: zie NRC 270259).


01 maart 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 28 februari. Z.M. heeft de zilveren medaille en een loffelijk getuigschrift verleend aan kapt. Bette, gezagvoerder van het Hannoverse koopvaardijschip ALWINA, voor de redding in de Spaanse Zee op 19 oktober 1858 (opm: 1857, zie NRC 041157) bij zware storm van de bemanning van het Nederlandse koopvaardijschip HELENA BRONS.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 28 februari. Het schip HERMINE MARIE ELISABETH, kapt. Bonjer, van Amsterdam naar Batavia, heeft volgens telegrafisch bericht van de 27e februari ter rede van Margate een anker en ketting laten slippen, doch is daarvan weder voorzien geworden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Brouwershaven, 28 februari. Gisteren namiddag is op de Zeehondenplaat gestrand de Engelse brik JOHN BERRY, kapt. Dixon, geladen met kolen en bestemd naar Rotterdam. De equipage, bestaande uit negen man, is behouden op de kust van Schouwen aangekomen. Het schip zal vermoedelijk geheel weg zijn.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. J. Corver, H.J. Rietveld, G.J. Boelen, A. Rocquette, H.J. Gallenkamp en W. IJ. van Reinouts, makelaars, zullen op maandag de 14e maart 1859, des avonds ten zes ure precies, in de Nieuwe Stads Herberg aan het IJ, ten overstaan van een daartoe bevoegd beambte, in publieke veiling aan de meestbiedende of hoogstmijnende verkopen:
- Een extra ordinair welbezeild, gekoperd en kopervast fregatschip, varende onder Nederlandse vlag, genaamd STAD UTRECHT, gevoerd door kapt. F.P.J. Jaski en gemeten op 671 tonnen of 354 lasten, met al deszelfs rondhouten, opstaand en lopend want, ankers, touwen zeilen, kettingen en andere scheepsbehoeften, zoals bij de inventaris breder is vermeld. Gemeld schip ligt aan de werf De Zwarte Raaf. (opm: verkocht voor de sloop, zie NRC 240260)
- Vier aandelen in de Reederij tot het Slepen van Schepen in en uit het Nieuwediep, no. 105-108.
Iemand nader onderricht begerende, spreke met bovengemelde makelaars of met de cargadoors Hoyman & Schuurman.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Te koop: Een Veerschip, met zeil en treil, groot 15 ton, alles nog hecht en sterk, bij O.L. Lantinga, Scheepsbouwmeester te IJlst.


02 maart 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Brouwershaven, 1 maart. De Engels brik JOHN BERRY, op de Zeehondenplaat gestrand, gisteren gemeld, ligt geheel over zijde. Van de inventaris is, zover men verneemt, niets gered.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 1 maart. Het schip HELENA FLORENTINA, kapt. Rosenbeek, van Varberg met haver naar Londen, is, volgens brief van Delfzijl van de 27e februari, aldaar met verlies van boorden en met zware slagzijde binnengelopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Oporto, 23 februari. Het bij Aveiro gestrande schip META CATHARINA, kapt. Fock, is zonder schade vlot en hier binnengekomen.


 ZZC - Zierikzeesche Courant

Brouwershaven, 28 februari. Gisteren namiddag is op de Banjaard gestrand en verbrijzeld de Engelse brik JOHN BARRY, kapt. C. Dixon, van Shields, met een lading steenkolen naar Rotterdam. De equipage, bestaande uit 9 man, heeft zich met de boot gered en is heden alhier aangebracht.


03 maart 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 2 maart. Gisteren werd aan de werf en fabriek van stoom- en andere werktuigen van de heren D. Christie & Zoon te Schoonderloo bij Delfshaven met goed gevolg te water gelaten het ijzeren stoomraderjacht ZAANSTROOM No. 2, gebouwd voor rekening van de heren C. & J. Avis te Westzaan, bestemd voor de dienst tussen Zaandam en het Nieuwediep, en onmiddellijk daarna de kiel gelegd voor een ijzeren stoomraderjacht STAD SNEEK, bestemd voor de dienst tussen de Lemmer en Amsterdam.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 2 maart. Het schip AMSTERDAM, kapt. Herderschee, van Hongkong, laatst van Batavia, naar Melbourne, heeft volgens brief van de kapitein, in dato Serang 6 januari, na het vertrek van Batavia, aan de grond gezeten doch was zonder de aangevraagde assistentie weder in vlot water gekomen en zou de reis voortzetten.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Falmouth, 1 maart. Het schip BATO, kapt. Meijer, van Cardiff naar Torrevecchia, is alhier lek binnengelopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hamburg, 28 februari. Het Nederlandse schip ROELFINA ROELINA, kapt. J.J. Lula, eergisteren van hier naar Swansea vertrokken, is met schade geretourneerd.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Kopenhagen, 26 februari. De Nederlandse kof VOLLENHOVEN, kapt. Te Velde, van Bergen naar Pillau (opm: Baltiysk) bestemd, is hier met schade aan het roer binnengelopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. H.J. Rietveld, G.J. Boelen en J.R. Bos Janszen, makelaars, zullen ten overstaan van de notarissen Commelin & Amija Esser, op maandag de 11e april 1859, des avonds ten zes ure, te Amsterdam, in de Nieuwe Stads Herberg te Amsterdam aan het IJ in publieke veiling verkopen: twee extra ordinair welbezeilde, gekoperde en kopervaste fregatschepen, varende onder Nederlandse vlag, genaamd:
- HET SCHOON VERBOND, gevoerd door kapt. D. Doornbos Borchers, volgens meetbrief lang 40 ellen 60 duimen, wijd 7 ellen 79 duimen, hol 6 ellen 15 duimen, en alzo gemeten op 864 tonnen of 457 lasten.
(opm: het schip werd in deze vrijwillige veiling voor NLG 19.000 aangekocht door firma Gebr. Goedkoop, Amsterdam, 4/8e part en G. Schalk, Buiksloot, 4/8e part; kapitein werd D. Doornbos Borchers)
- ELISABETH ANTHONIA, gevoerd door kapt. J. Jansen, volgens meetbrief lang 41 ellen 60 duimen, wijd 7 ellen 89 duimen, hol 5 ellen 91 duimen, en alzo gemeten op 862 tonnen of 455 lasten. (opm: verkocht voor de sloop, zie NRC 240260)
- Wijders nog 6 aandelen à NLG 250 in de Reederij tot het Slepen van Schepen in en uit het Nieuwediep en 4 bewijzen van eigendom in voorzegde rederij.
Voornoemde fregatschepen liggen aan de werf Het Wapen van Harlingen, in de Groote Wittenburgerstraat en is het schip HET SCHOON VERBOND in gewone beurtbevrachting voor de Nederlandsche Handel-Maatschappij laatstelijk binnengekomen op de 9e mei 1857. Iemand nader onderricht begerende, spreke met bovengemelde makelaars of met de cargadoors d'Arnaud & Co.


04 maart 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Portsmouth, 2 maart. Het Nederlandse schip SUMATRA, kapt. Grivel, van Amsterdam naar Batavia vertrokken, is gisteren avond bij Seaford gestrand. De stoomboot Lyons werd onmiddellijk ter adsistentie afgezonden en het gelukte haar het schip vlot en heden morgen onder Spithead ten anker te brengen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. P.H. Craandijk, makelaar, zal op maandag de 21e maart 1859, des avonds ten 6 ure precies, in de Nieuwe Stads Herberg aan het IJ, ten overstaan van een daartoe bevoegd beambte, in publieke veiling aan de meestbiedende of hoogst mijnende verkopen een extra ordinair snelvarend ijzeren stoomschip, varende onder Nederlandse vlag, genaamd TEXELAAR, gevoerd door kapt. C. Dalmeijer, gemeten op 109 tonnen, diepgang 3½ à 4 voet, dienstdoende van Texel, via Wieringen, Medemblik en Enkhuizen naar Amsterdam, vice versa. Met deszelfs uitmuntende machinerieën van 50 paardenkrachten en scheepsbehoeften zoals bij inventaris breder is vermeld, benevens de concessie voor bovengemelde dienst. Het gemelde stoomschip ligt van af de 12e maart aan de Nieuwe Stads Herberg te Amsterdam.
Iemand nader onderricht begerende, spreke met bovengemelde makelaar.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Te koop een ijzeren schroefstoomboot, metende 1542 tonnen inhoud en 925 tonnen netto. Dezelve is gebouwd in 1854, is ingericht met direct werkende machines, gezamenlijk vermogen van omstreeks 420 nominale paardenkracht, tubulaire ketels en twee donkey machines. Dezelve voert 2.000 tonnen ongeladen of doodgewicht en heeft gelegenheid voor 65 passagiers eerste klasse en 67 passagiers tweede klasse. Lengte 270, breedte 38 en diepte 23 voeten Engelse maat.
N.B. Wanneer de machinerieën uit deze schroefstoomboot genomen zijn, dan zou daarvan een goed zeilschip van grote laadruimte kunnen gemaakt worden.
Verdere informatien zijn op franco aanvragen te bekomen bij de H.H. Keyser en Swertz, commissionairs in stoom- en andere werktuigen te Amsterdam.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Een schip te koop, groot 24 ton, liggende aan de werf bij Pieter Willems Boorsma te Oostermeer.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Twee Scheepstimmerknechten kunnen dadelijk vast werk bekomen bij K.F. Prins, Scheepstimmerbaas te Woudsend.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. De notaris J.C. Mann zal, ten verzoeken van de heer I.J. Verwer, kandidaat notaris te Makkum, maandag den 14 maart 1859, ’s namiddag 2 ure, in het logement de Zwaan aldaar, in het openbaar verkopen:
1: Een uitmuntend, sterk en goed onderhouden overdekt Tjalkschip, genaamd de JONGE IDA, groot 27 ton, met deszelfs complete scheepsinventaris, benevens ankerketting, Drentse fok met kleine giek, zeer geschikt tot de buitenvaart, alsmede voor de schelpenvisserij; laatst bevaren door Sijbolt Hibma en liggende in het Vallaat te Makkum.
(opm: LC 180359 meldt dat inmiddels is geboden NLG 785)
2: Een tot velerlei gebruik zeer geschikt overdekt Tjalkschip, genaamd HOOP OP ZEGEN, groot 21 ton, met deszelfs volledige scheepsinventaris, liggende aan de scheepstimmerwerf van J.H. Alkema te Makkum; waarop geboden is de zeer geringe som van NLG 186.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. De notaris Tromp te Bergum zal op maandag 14 maart 1859, des namiddag te 3 uur, in de herberg van F.S. Antonides te Veenwouden, ten verzoeke van R.T. van der Veen, publiek verkopen: een overdekte Praam, de JONGE TJALLING genaamd, gemeten op 11 ton, met best zeil en treil en verder toebehoren, liggende gedurende 8 dagen voor de verkoping vóór het huis van de verkoper te Veenwoudsterwal.


05 maart 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Bolnes, onder Ridderkerk, 4 maart. Heden werd alhier van de werf van de weduwe A. Pot met het beste gevolg te water gelaten het driemast schoenerschip, genaamd SOPHIE AMALDA (opm: SOPHIE AMALIA), groot ongeveer 170 lasten, voor rekening der rederij onder directie van de heren Batenburg & Co te Rotterdam, gevoerd zullende worden door kapt. C. van Veen en bestemd voor de grote vaart.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Portsmouth, 2 maart. Heden is alhier, na bij Bevezier (opm: Beachy Head) op strand gezeten te hebben, binnengebracht het schip SUMATRA, kapt. Grivel, van Amsterdam naar Batavia, zie ons nommer van gisteren.


 ZZC - Zierikzeesche Courant

Advertentie. Bij onderhandse acte van 23 februari 1859, is tussen Louis Nardten, werktuigkundige te Zierikzee, en Gerrit Jan Luckerhof, werktuigkundige te Delfshaven, aangegaan een Vennootschap, onder de firma Van Nardten & Luckerhof, tot het fabriceren van en handeldrijven in stoom- en andere werktuigen en daaraan verwante artikelen.
Dezelve zal duren 10 jaren behoudens verlenging. De contractanten hebben beide het recht van tekening voor de firma. Tot het aangaan van geldleningen, enz. wordt de ondertekening van beide vereist.


  JB - Javabode

In de nacht van de 11e en de 12e januari is nabij het eiland Seboong (Bintang) gestrand het te Rembang te huis behorende Nederlands-Indische barkschip OEN GOAN.
De kruisboot No. 31 stevende ogenblikkelijk met een sampan-pandjang (opm: lange, scherpe boot met mast en zeil) naar de plaats des ongevals, teneinde met nog een door de gezagvoerder van die brik gehuurde wankang (opm: een klein type jonk) de nodige hulp te verlenen. De 14e daaraanvolgende kwam de bark, hoewel met schade aan het roer, behouden ter rede aan.


  JB - Javabode

Volgens bericht van de te Riouw aangekomen Chinees A-oeij, zou zijn praauw-pinis (opm: gewapende sloep [vgl: Engelse pinnace]), PENELOPE, van Singapore en bestemd voor Pontianak, ter Oostkust van Bintang gestrand en totaal verbrijzeld zijn.


  JB - Javabode

Volgens bericht van Anjer is het wrak van het in Straat Sunda vergane Engels schip LOCHIEL het laatst gezien tussen de eilanden Krakatouw en Siebessi en droeg het de blijken van begin van uiteenwerking. De gezagvoerder Thomas en de equipage zijn de 18e februari met de scheepssloepen van Anjer naar herwaarts vertrokken.


06 maart 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 4 maart. Heden is van de werf het Wapen van Harlingen in de Groote Wittenburgerstraat alhier met het beste gevolg te water gelaten een barkschip, groot 300 lasten, waarvan de naam later zal worden bepaald. (opm: als HERCULES in februari 1860 voor eigen rekening door scheepsbouwmeester F. Haverkamp in de vaart gebracht)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 5 maart. Met de Braziliaanse mail zijn berichten uit Rio Janeiro medegebracht tot 20 januari, doch ook deze melden nog niets van de Nederlandse schoener ANNA GEERTRUIDA, kapt. F.H.K. van Ingen, welke op 22 september van Vlissingen naar Rio vertrokken, en dus op die datum reeds 120 dagen reis had.


07 maart 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. G.J. Boelen, makelaar, zal op maandag de 21e maart 1859, des avonds ten 6 ure, te Amsterdam in de Nieuwe Stads Herberg aan het IJ, verkopen: een extra ordinair welbezeild, gekoperd en kopervast barkschip genaamd CONSTANTIA EN ELIZABETH, varende onder Nederlandse vlag, gevoerd door kapt. A. Legel q.q, volgens meetbrief lang 34 ellen 50 duimen, wijd 6 ellen 52 duimen, hol 4 ellen 22 duimen, en alzo gemeten op 422 tonnen of 223 lasten, liggende aan de werf Casimirus op de hoogte van de Kadijk. Breder volgens inventaris en bericht bij bovengemelde makelaar of de cargadoors De Vries & Co.


08 maart 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Texel, 7 maart. Het alhier van Batavia gearriveerde Nederlandse schip TRITON, kapt. Olie, heeft bij de Uiterton aan de grond gezeten en daardoor anker en ketting verloren.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Terschelling, 8 maart. Heden is alhier gestrand de Engelse bark ELDORADO, kapt. Hatfield, van Falmouth naar Hamburg, met koper en zilvererts. Schip en lading zijn weg. De bemanning, uitgezonderd de Engelse loods, is gered (opm: zie NRC 180160 en LC 280592).


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Portsmouth, 6 maart. Het alhier in averij binnengelopen Nederlandse schip SUMATRA, kapt. Grivel, van Java naar Amsterdam – zie NRC van 4 en 5 maart – is heden in de haven gebracht.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Emden, 2 maart. Het Nederlandse schip HELENA FLORENTINA, kapt. Rozenbeek, van Wardburg (opm: Varberg, zie NRC 020359) naar Londen, is eergisteren met zware slagzijde en enige andere schade te Delfzijl binnengelopen. Het schip is dicht gebleven en men zal trachten het zonder lossen te repareren.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. De notaris Oosterbaan te Dokkum zal woensdagen den 16 maart 1859, ten huize van Donker, in het logement de Posthoorn aldaar, provisioneel, en den 23 dier maand, op nader te bepalen plaats, finaal, telkens des avond precies ten 6 uur, tegen genot van strijk en verhoog geld, verkopen: het wel onderhouden en bijzonder sterk gebouwd Nederlands Galjootschip CATHARINA WILHELMINA, groot 98 zeetonnen, met deszelfs staand en lopend want, zeilen, ankers, kettingen, touwen en verdere complete scheepsinventaris, zoals hetzelve is liggende binnen Dokkum.
Verkoopvoorwaarden en inlichtingen te bekomen ten kantore van de notaris.
(opm: LC 180359 meldt dat inmiddels is geboden NLG 4.180)


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Te koop: een nieuwe Snik, groot 14 ton.
Te bevragen bij Klaas P. Schuitemaker te Menaldum.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Stoomboot dienst tussen Leeuwarden en Dokkum v.v.
Het uitmuntend ingerichte snelvarend Stoomschip FIVEL vertrekt geregeld van:
Dokkum naar Leeuwarden iedere maandag, dinsdag, woensdag, donderdag en vrijdag des morgens 7 uur en des namiddag 2 uur. Zondag des morgen 7 uur.
Leeuwarden naar Dokkum iedere maandag, dinsdag, woensdag, donderdag en vrijdag des morgens 10 uur en des namiddag 5 uur. Zondag des namiddag 5 uur.
Het tarief voor het vervoer van vrachtgoederen is zeer billijk gesteld en kunnen deze afgegeven worden te Leeuwarden bij de heer D.B. Schaap, op Camstraburen en te Dokkum bij de heer H.W. Donker, logement de Posthoorn, die dezelve zonder berekening van bergloon in ontvangst zullen nemen.
Passagiers worden beleefd verzocht zich van plaatsbiljetten te voorzien, die mede bij boven genoemde heren te verkrijgen zijn.


09 maart 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Publieke verkoping in de zaal op de hoek van de Scheepsmakershaven en Bierstraat op dinsdag 8 maart: een extra snelzeilend, gekoperd en kopervast Nederlands brikschip BOREAS, kapt. W.G.J. Schiedges: NLG 5.400.


  JB - Javabode

Soerabaija, 25 februari. Wij ontvingen gisteren het bericht, dat het schip SOUBURG, kapt. H.H. von Lindern, met een lading diversen naar China bestemd, in straat Madura op de Wolfsklip geheel is verongelukt (opm: zie JB 230259). De klip ligt onder water en is nergens op de bestaande zeekaarten aangewezen. Het schip stootte zo hevig, dat het binnen 10 minuten in de diepte wegzonk, zodat alleen de toppen der masten zichtbaar bleven. De kapitein en equipage hebben zich, alleen van enige kledingstukken voorzien, met de middelboot gered, waarmede zij behouden op Krabbeneiland zijn aangekomen. Van inventaris of scheepspapieren heeft men niets kunnen bergen.


  JB - Javabode

Advertentie. Op de vendutie van woensdag, de 9e maart 1859, zullen de ondergetekenden verkopen, voor rekening van belanghebbenden: een nieuwe barkas, een sloep, twee goede reddingsboten met masten, zeilen en verder toebehoren, een stel signalen, divers zeildoek en touwwerk, een anker, enz. enz, alles afkomstig van het verongelukte schip LOCHIEL. John Pryce & Co


11 maart 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Plymouth, 7 maart. Het schip CLARA LOUISA, kapt. Ellis, van Smirna (opm: Izmir) alhier om order binnen, heeft schade.


  LC - Leeuwarder Courant

Harlingen, 9 maart. De stormen, die sedert l.l. maandag zich telkens, en gisteren zelfs met donder en bliksem herhaalden, schijnen op onze kusten al weder ongelukken veroorzaakt te hebben. Van onze havenhoofden toch ziet men gedurig veel drijfhout in zee, een grote mast is hier aangespoeld en geborgen en de stoomboot HARLINGEN, die heden aankwam, ontmoette veel drijfhout, alsmede een grote kist of iets dergelijks. Om de holle zee kon er geen poging in het werk gesteld worden, om die op te vissen. Misschien is dit alles van het op l.l. maandag bij Terschelling gestrande brikschip ELDORADO, kapt. Hatfield, ’t laatst van Falmouth en bestemd naar Hamburg, geladen met koper en zilvererts. Ofschoon, naar wij vernemen, de equipage is gered, werd toen reeds het schip en lading als verloren beschouwd, en zal nu, door de herhaalde stormen, gewis geheel uit elkander geslagen zijn.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Een fraai IJsschuitje, met toebehoren uit de hand te koop, aan de werf van C.D. van der Werf te Dokkum.


12 maart 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Te koop een op stapel staand, nagenoeg geheel afgetimmerd schoenerschip, groot plm. 110 gem. lasten, kopervast en onder toezicht van de experts van Veritas gebouwd. Informatiën op franco aanvrage te bekomen bij de bouwmeesters Tinkelenberg en Zonen te Medemblik.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 11 maart. De voor de robbenvangst uitgeruste Nederlandse schepen MARIA, kapt. Bull en NOORDPOOL, kapt. Koch, zouden, volgens bericht van Tonsberg van 23 februari, in de loop van die week de reis aanvaarden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 11 maart. Het stoomschip JONGE PAUL, kapt. de Jong, van Stockholm naar Amsterdam gedestineerd, is de 9e dezer wegens stormweer te Mandahl binnengelopen. Alles wel aan boord.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 11 maart. Aangaande het schip SUMATRA, kapt. Grivel, van Amsterdam naar Batavia, te Portsmouth binnen, na aan de grond gezeten te hebben, wordt van Portsmouth van de 9e maart gemeld, dat het schip door een gouvernementsduiker onder water geïnspecteerd was en bevonden schade aan de loze kiel en aan het koper geleden te hebben, weshalve het gedeeltelijk zou moeten lossen om de schade te herstellen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Lissabon, 2 maart. Het alhier in averij binnengelopen schip ANTOINETTE, kapt. Dickman, van Newcastle naar Rio deJaneiro, is afgekeurd en zal verkocht worden. (opm: vermoedelijk buitenlander)


  JB - Javabode

Omtrent het verongelukken van het Nederlandse schip SOUBURG, gezagvoerder kapt. von Lindern, waarvan wij in ons vorig nommer melding maakten, vernemen wij nog, dat het schip gestoten heeft op de Eendragtsklip, die wel op oudere zeekaarten, maar niet op die, welke thans in gebruik zijn, vermeld staat. De stoot moet zo onmerkbaar geweest zijn, dat een gedeelte der equipage die niet eens gevoeld heeft. Op dat ogenblik werd er voor en achter het schip 16 voet water gepeild. Het schip is met zulk een snelheid gezonken, dat men nauwelijks tijd had om de grote boot te strijken. De gezagvoerder en de equipage zijn te Probolingo aangekomen, waar zij vanwege het bestuur en de ingezetenen de meeste hulp en belangstelling hebben ondervonden.


  JB - Javabode

Advertentie. Verkoop van een schip. Op een nader te bepalen dag, vóór het einde dezer maand, zullen de ondergetekenden met toestemming van de Britse Consul, publiek verkopen voor rekening van de belanghebbenden het Engelse barkschip COURSER, groot 227,81 tonnen, in 1857 gebouwd en in december j.l. gekoperd. Het schip zal verkocht worden met staand en lopend tuig, zeilen en verdere inventaris, zoals het thans ter rede alhier ligt.
Batavia, 12 maart 1859.
John Pryce en Co


13 maart 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 12 maart. Door de Nederlandsche Handel-Maatschappij zijn bevracht de navolgende 23 schepen:
Voor Rotterdam: MARIA MAGDALENA, kapt. J.H. Willenbrink; GOUVERNEUR-GENERAAL DUYMAER VAN TWIST, kapt. C.E. Hoeksma; SAMARANG, kapt. C.M. Van Dijcke; JOAN, kapt. C. Laseur; TERNATE, kapt. T. Cars T.Zn; HELENA EN ANNA, kapt. J.C.F. Lupcke Jr; VESTA, kapt. J.P.C. Gerrebrands; WILLEM KROONPRINS DER NEDERLANDEN, kapt. W.J. de Bourchelles Zetteler, en KRIMPENERWAARD, kapt. J. Speenhoff.
Voor Schiedam: MARY GODDARD, kapt. N.N.
Voor Amsterdam: REGINA, kapt. J. Lelyveldt; BELLATRIX, kapt. A.P. Sandberg; JAVA KOERIER, kapt. G. Diepering; CHINA, kapt. G.G. Luttenberg; GELDERLAND, kapt. D. Crap Hellingman; NEPTUNUS, kapt. P. Schuurman; ALDEBARAN, kapt. B.G. Meyboom; EQUATOR, kapt. J.G. Appel; JAVA, kapt. S. Stikkel van Dam; DOCTRINA ET AMICITIA, kapt. J.C. Strootman; HERMAN DE RUITER, kapt. P.J. Feynt; BUITENZORG, kapt. H.H. Ruhaak; LUITENANT ADMIRAAL TJERK HIDDES, kapt. O.S. Parma.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Openbare vrijwillige verkoping. De notarissen Schadee, Kleij en Burger te Rotterdam zijn voornemens op dinsdag de 22e maart 1859, des namiddags ten 2 ure in het notarishuis aldaar te verkopen:
- Drie aandelen in de Rotterdamsche Stoomvaart-Vereeniging, directeur de heer James Smith, ieder groot NLG 2500, vol gefourneerd.
- Twee 1/64e aandelen in het Nederlands barkschip BILLITON, boekhouder de heer W.G. Ledeboer te Rotterdam, thans op reis van Manilla naar Australië.
- Een 64e aandeel in het Nederlands barkschip MACAO, boekhouder de heer W.C. Versluijs te Rotterdam, op reis van Rotterdam naar Java bevracht door de Nederlandsche Handel-Maatschappij.
- Een 16e aandeel in de Nederlands barkschip FORMOSA, boekhouders de heren Pistorius en Bicker Caarten te Rotterdam, thans liggende te Bremen.
- Een 64e aandeel in het Nederlands barkschip JAN VAN BRAKEL, boekhouders als boven, thans op een reis van Java naar Japan.
- Een 44e aandeel in het Nederlands brikschip PRINCES CHARLOTTE, boekhouder de heer H.H. Roelofs Heijermans te Rotterdam; thans op een reis van Java naar Japan.
Nadere inlichtingen zijn te bekomen ten kantore van voornoemde notarissen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hellevoetsluis, 12 maart. Het schip DE VLIJT, kapt. B. Heddes, van Belfast, is op de Dam op de Noordwal aan de grond gekomen en heeft assistentie van sloepen bij zich. Het schip was reeds lek ten gevolge van stormweer op zee en door aanzeiling van een schoener te Kingstown.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 12 maart. Volgens brief van Delfzijl, van de 8e dezer was bij het Koperzand op de Eems gestrand een bark, beladen met steenkolen en bestemd naar Hamburg. Het volk zou gered zijn.


14 maart 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Portsmouth, 11 maart. Het Belgische schip MARIA, kapt. Norman, van Antwerpen naar Avilez, is alhier met schade wegens aanzeiling binnengelopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Cowes, 11 maart. Het alhier voor contrariewind binnengelopen Nederlands schip HERMINE MARIA ELISABETH, kapt. Bonjer, van Amsterdam naar Samarang, is op de rede aangedreven door het schip MARY ANN, kapt. Booth, van Sunderland naar Oporto bestemd. De aandrijving werd veroorzaakt doordien de MARY ANN weigerde in de wending. Even genoemd schip bekwam vrij belangrijke schade, doch het Nederlandse schip liep slechts enige lichte schade op aan de boeg.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Lemvig, 12 maart. Het schip WILHELMINE, kapt. Schulz, van Memel (opm: Klaipeda) naar Shields is bij deze plaats verongelukt.


15 maart 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 14 maart. Het schip BOUWINA, kapt. Middel, in ballast van Delfzijl naar Noorwegen, is volgens brief van Delfzijl in dato 12 maart, met verlies van een anker en ketting aldaar uit zee teruggekomen.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. De deurwaarder J.P. Oostingh te Buitenpost zal op woensdagen den 23 en 30 maart 1859, telkens des avond precies ten 6 ure, ten huize van de kastelein Jonker, in de Benthem te Dokkum, provisioneel veilen en finaal verkopen: een zo goed als nieuw hecht en sterk Schuiteschip, overdekt en gewegerd, genaamd de DRIE GEBROEDERS, groot 25 tonnen, met daarbij behorende uitmuntende inventaris; bevaren wordende door Andries Feenstra, thans liggende binnen Dokkum.
Condities en inlichtingen te bekomen bij gemelde deurwaarder, die alle woensdagen is te spreken te Dokkum, bij genoemde kastelein, namiddags van 1 tot 8 uur.
(opm: LC 250359 meldt dat is geboden NLG 1.022)


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. R. de Haan Sz, deurwaarder te Leeuwarden, zal op maandag den 21 maart aanstaande, des namiddags te drie ure, ten huize van F. Boermans, bij de Hoeksterpoort aldaar, verkopen: een overdekt goed onderhouden Roefscheepje, met mast, zeil, fok, staand en lopend want enz, groot dertien gemeten tonnen.
Op de dag van den verkoop liggende bij gezegde herberg.


16 maart 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 15 maart. Naar men verneemt is Zr.Ms. transportschip DE HELDIN onder bevel van de luit.t.zee 1e kl. Toutenhoofd, bestemd voor een reis over Curaçao naar Suriname.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Publieke verkopingen in de zaal op de Scheepsmakershaven te Rotterdam op dinsdag 15 maart. Het extra snelzeilend gezinkt schoenerschip de ZEVEN STERREN, kapt. H.G. Borchers, groot 186 tonnen of 98 lasten. In trekgeld NLG 7.300, bij afslag NLG 6.600 daarboven gemijnd.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hellevoetsluis, 15 maart. Het schip EPAMINONDAS, alhier van New York gearriveerd, zit dwars in het Kanaal en heeft dus de passage verstopt. Het stoomschip TRIËST, van Triëst naar Rotterdam, alhier binnen, was dien ten gevolge genoodzaakt om rond te stomen en had het ongeluk in de Noordgeul vast en hoog op de kant te geraken. De sleepboot KLOK is er bij tot assistentie.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Brielle, 15 maart. Hedennacht strandde op de punt Ouddorp in het baken de Engelse schoener ONE, kapt. Pennock, van Sunderland naar Rotterdam. Vijf man der equipage zijn met een jol op de Brielse heuvel aangekomen. Nadere bijzonderheden ontbreken nog.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Antwerpen, 14 maart. Het alhier te huis behorende clipperschip MACASSER, kapt. Brarends, is op het rif bij Macasser verongelukt (opm: zie JB 290159). De equipage is gered en te Soerabaja geland. Het wrak is voor NLG 1.500 verkocht.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Falmouth, 14 maart. Het Nederlandse schip ANNA AGATHA, kapt. Klingen, van Ancona komende, is alhier lek binnengelopen.


17 maart 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 23 januari. Men verneemt, dat een vaartuig der Bonische expeditie, de LANDBOUW, bij de Boompjes-eilanden is vastgeraakt.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 23 januari. Vrachten. Zoals men het voorzien had, zijn de vrachten niet verbeterd; integendeel heeft men heden een nieuwe, echter niet zeer belangrijke daling derzelve te melden. De berichten van alle havens beoosten de Kaap blijven bij voortduring zeer ongunstig en voorziet men aldaar geen verbetering voor een lange tijd even als hier.
Heden heeft men de volgende bevrachtingen mede te delen:
Naar Nederland: Nederlands DELFT, VALPARAISO en ALLEGONDA JACOBA à NLG 35 voor suiker naar Rotterdam; Nederlands JOHANNA CHRISTINA à NLG 35 per gemeten last naar Amsterdam; Nederlands JHR.MR. VAN DE WALL VAN PUTTERSHOEK (328 last) voor NLG 10,00 en Nederlands PANTALON (176 last) voor NLG 7.000 bij de roes (opm: voor bedrag ineens, onafhankelijk van het gewicht of de hoeveelheid van de ingenomen lading) naar Amsterdam, allen op de kust te laden; Nederlands NIEUWLAND à NLG 35 voor suiker op de kust en NLG 30 voor rijst hier naar Amsterdam te laden; Nederlands CONSTANTIA, NLG 35 voor suiker op de kust naar Amsterdam en eindelijk Nederlands IDA ELISABETH à NLG 40 per last op de kust naar Rotterdam; dit schip laadt echter gedeeltelijk voor rederij-rekening.
Naar China: Nederlands BEURS VAN ROTTERDAM en SOUBURG à $ 0,27 per picol voor rijst naar Amoy en Nederlands KOOPHANDEL à $ 0,27 per picol van Samarang naar Hongkong.
Naar Japan: Nederlands THETIS (168 last) bij de roest voor NLG 5.000 voor de uitreis. Naar Melbourne: Nederlands JACOBUS (155 last) voor NLG 5.000 voor een volle lading. Kustreizen: Nederlands KOERIER, VALPARAISO, ALMELO, WELVAART, CORNELIA EN GEERTRUIDA en STAD NIJMEGEN.
Te koop zijn: Amerikaans ROBBERT PATTEN (waarvan wij d.d. 24 december de bevrachting naar Pondicherry abusievelijk mededeelden) en Nederlands JAVA'S WELVAREN.
Diversen. Nederlands HENRIETTE naar Rotterdam aangelegd. Nederlands ADÈLE en PRINCES CHARLOTTE verzeilden naar Japan en DEN ELSHOUT is naar Akyab vertrokken. Nederlands ODILIA MARGARETHA is als transportschip door het gouvernement naar Nederland opgenomen.
Disponibel zijn: Nederlands DELFSHAVEN, SCHOONDERLOO, JAN SCHOUTEN, PRINS FREDERIK DER NEDERLANDEN, BEATRIX, WILLEM DE EERSTE, STAD SCHIEDAM, EVERDINA ELISABETH, JACOB, DRIE VRIENDEN, VOORWAARTS, LOUIS MEIJER, PRESIDENT PLATE, ZAANSTROOM, VIJF GEBROEDERS, BALTIMORE, EERSTELING, REGINA MARIS, OOST- INDIA PACKET, EVA JOHANNA, EENSGEZINDHEID, HAAMSTEDE, CONSTANCE, PHILIPS VAN MARNIX, TWEE CORNELISSEN, ZEELANDIA, ARY SCHEFFER, JEANNETTE EN AGATHA, PRINS VAN ORANJE, FORTUNA, CHRISTIAAN LOUIS, HEBE, JOAN JACOB, LOURENS KOSTER, KAREL AUGUST, LOUISE, FERDINAND EN LOUIS, ZEPHIR, ALMONDE, HELMERS, COLUMBINE, WALCHEREN, E.W. VAN DAM VAN ISSELT, JUPITER, JOHANNA EN LOUISA, ZEENIMPH, NEDERLAND, VAN OLDENBARNEVELD, GEBROEDERS HOUTMAN, WILLEM EGGERTS, HOLLANDIA, DERKINA TITIA, TRITON, EDOUARD MARIE, REINHARDT, METALEN KRUIS, CANTON en JOHANNES ANTONIUS.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Soerabaija, 20 januari. Vrachten blijven onveranderd even gedrukt, de voorraad van producten neemt dagelijks merkelijk af en het aantal vrachtzoekende schepen vermindert niet in verhouding.. De PANTALON werd bevracht voor een te huis reis voor NLG 7.010 in full en de JHR. MR. VAN DER WALL VAN PUTTERSHOEK NLG 10.000 in full voor rijst, tabak en rotting, hetgeen nagenoeg gelijk staat met NLG 32,50 per last.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 16 maart. Gaarne nemen wij het volgende uit de Amsterdamse Courant over:
In de nabijheid van het eiland Terschelling is dezer dagen een redding volbracht die alleszins openlijke vermelding verdient. In de morgen van de 6e dezer verviel in de buitengronden van dit eiland het Engelse barkschip EL DORADO, kapt. S.J. Hartfield, komende van Caldora met bestemming naar Hamburg. Elf man der equipage hadden zich reeds met hun sloepen gered, doch er bleven nog zeven man aan boord over die zich in de bezaanmast begaven tot zo veel mogelijk beveiliging tegen de over het schip heen lopende brandingen. De loodsboot no. 1 van Terschelling, het schip omstreeks 7 ure in de morgen bespeurende, begaf zich met de meeste spoed derwaarts, zag dat er nog volk aan boord was, liet zo na mogelijk van het schip het anker vallen en de ketting op 60 vademen uitlopen. Dadelijk gingen vier man in de sloep, na zich zoveel mogelijk van hun klederen te hebben ontdaan namen een tros mede, met het doel deze aan het schip te verbinden om hierdoor nader er bij te komen, dat hun dan ook na veel moeite en inspanning gelukte, niettegenstaande zij door een branding werden overvallen en hierdoor de sloep vol water kregen; men moest weder zonder een man gered te hebben bij de loodsboot aan boord komen. Men ondernam daarna nog twee tochten tot redding der equipage, doch werd telkens tot grote teleurstelling en zeker niet minder van die der equipage met de boot vol water teruggeslagen. Men zag dat het achterschip begon te breken en de bezaanmast, waarin de zeven manschappen in het want hadden begeven, begon te waggelen. Nu was goede raad duur, men waagde nogmaals een proeve; de brandingen sloegen met een verschrikkelijke kracht tegen en over het schip heen en men zag de sloep dan boven en dan weder in zee verdwijnen. Was het een benauwde tocht voor hen die dit schouwspel met angst en vrees aanschouwden, zeker niet minder voor hen die hun leven waagden voor dat hunner medemensen; men naderde nu met alle krachtsinspanning het schip en met een snelheid die een mens anders zo niet bezit, mocht het aan zes der in het want gevluchte schepelingen gelukken in de boot te komen, doch vond de zevende de dood in de golven door een branding die hem ook in het want gedurig had geteisterd. Men stak met gevaar van het schip af, doordien men ook nu de sloep vol water had en niet anders dacht of men zou nu met de zes overgenomen manschappen zinken; dan, God zij gedankt! De sloep behield haar evenwicht en gelukte het hun allen behouden bij de loodsboot aan boord te komen.
De geredden vonden allen een menslievende verzorging aan boord. Zij waren allen vol innig dankgevoel voor de ondervondene, zelden geëvenaarde en zeker niet overtroffen menslievendheid. Zij gaven dan ook een certificaat van het voorgevallene af als enige blijk van dank aan de schipper G.G. Molenaar en de vier stoutmoedige redders die het gewaagd hebben de schepelingen aan een wisse dood te ontrukken; deze vier personen zijn: Klaas Ree, Ietse F. Koop, Jouke J. Klijn en Willem G. Molenaar.
Zonder enig eigenbelang dus hebben deze edele en stoutmoedige mannen hun menslievend werk volbracht. Moge aan hunne handelwijze die blijken van openlijke erkenning en waardering ten deel vallen, die zij gewis niet ter aansporing voor het vervolg behoeven, daarvan is ieder Terschellinger ten volle overtuigd, maar die zij evenwel in zo hoge mate verdienen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Publieke verkopingen in het notarishuis aan de Geldersche Kade alhier, op woensdag 16 maart. Het Engelse schoenerschip VULCAN, groot 94 tonnen, met al deszelfs staand en lopend want, ankers, kettingen, touwen, zeilen en verdere scheepsgereedschappen: in trekgeld NLG 1.100, daarenboven NLG 1.000. Verkocht.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Cuxhaven, 14 maart. De Nederlandse kof ANNA SOPHIA, kapt. G.L. Visser, van Middlesbro naar Altona, is ten noorden van Medemsand (opm: plaat beoosten Cuxhaven in de Elbemonding) verongelukt. De equipage is gered.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Pillau (opm: Baltiysk), 10 maart. Het op de 1e dezer van hier vertrokken kofschip REGINA HILLECHINA, kapt. Scholtens, is heden met verlies van anker geretourneerd.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Thisted, 11 maart. Het te Groningen te huis behorende kofschip JOHANNA CHRISTINA, kapt. K.L. Jonker, van Londen in ballast naar Carlscrona bestemd, is alhier met man en muis gebleven.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 23 januari. Het alhier op 17 november in averij geretourneerde Rotterdamse bark-schip AMBOINA, kapt. W.H. Rusman (opm: zie NRC 130159), van hier naar Rotterdam bestemd, is afgekeurd.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 23 januari. De Nederlandse schepen BIESBOSCH, kapt. Mugge, en TWEE ANTHONY’S, kapt. Van Rijn, liggen op Onrust in reparatie. De KINDERDIJK, kapt. Zwanenburg te Soerabaija en de JOHANNA LOUISE, kapt. Popken, en JOHANNA MARIA CHRISTINA, kapt. Gorter zijn 14 en 16 dezer van hier naar evengenoemde plaats vertrokken, om ook aldaar te timmeren.
Het Engelse schip VERNON (230 ton) werd voor NLG 11.000 en het Bremer schip OCEAN (209 ton) voor NLG 17.000 verkocht.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 23 januari. Het Nederlandse schip VALPARAISO, kapt. Ellerman, de 21e december l.l. van hier naar Padang vertrokken, is 17 dezer uit zee geretourneerd. De gezagvoerder en zijn echtgenote zijn de 8e dezer overleden en de 1e stuurman en enigen der bemanning zijn ernstig ongesteld.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Cargalijsten:
Te Rotterdam arriveerde het schip ELSINA GEERTRUIDA, kapt. A.B. Mulder, van Bordeaux, met 435 oxhoofden wijn en 2 fusten brandewijn. Adres: diversen.
Te Amsterdam arriveerde het schip MARTINA ADRIANA, kapt. L. van ’t Hoff, van Suriname, met 240 vaten suiker en 9 balen katoen. Adres: diversen.


18 maart 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 17 maart. Heden morgen is op ’s Rijks werf te Amsterdam met het beste gevolg te water gelaten het fregat der 4e klasse HET LOO.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 23 januari. De Javasche Courant deelt de voorwaarden mede voor de uitbesteding der stoompaketvaart in de Oost-Indische archipel, te houden op de 8e juli 1859 door de directeur der producten en civiele magazijnen. Er zijn zes percelen, welke ieder een afzonderlijke dienst vormen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 23 januari. Zr.Ms. fregat DE RUYTER, commandant kapt. Ducloux, is heden van hier naar Nederland vertrokken.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 17 maart. Kapt. G. Manoury, voerende het schip AFRIKA, van Amsterdam naar Batavia aangekomen, meldt van daar van de 24e januari l.l. dat bij de lossing gebleken is dat het schip zoveel koper heeft verloren dat hetzelve moet worden vernieuwd, waartoe hij naar Soerabaija zou verzeilen. Hij schrijft dit verlies toe aan een zware storm bij de aanvang van de reis.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlissingen, 15 maart. De Nederlandse brik ELIZABETH CATHARINA, kapt. Claassen, heeft op de rede van Rammekens met nog verscheidene andere schepen ankers verloren, doch is van een en ander weder voorzien geworden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Deal, 16 maart. De Belgische brik FLANDRE, kapt. Weyers, van Laguna naar Antwerpen, is alhier met verlies van anker en ketting binnengelopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Scilly, 11 maart. Men zegt dat een der ondermasten van het alhier, van Minatitlan (18º0’ N.B. 94º33’ W.L.) gearriveerde Nederlandse schip (opm: brik) CATHARINA EN ELISABETH, kapt. J. Zuiderduin, gekraakt is.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Newburgh, 14 maart. Het Nederlandse schip ANNA BERENDINA, kapt. Kwint, met een lading guano van Londen komende, hedenmorgen alhier binnen gesleept wordende, had het ongeluk bij het opzwaaien op het anker te lopen en bekwam daardoor zulk een hevig lek dat het schip onmiddellijk vol liep. Men heeft dadelijk alle pogingen in het werk gesteld om de lading te bergen, doch men had nog geen 30 balen bekomen of het schip zat tot aan het dek onder water. De rest kan dus alleen met laag water gelost worden en daarmede is men heden middag reeds begonnen. (opm: zie NRC 120459)


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Te koop of te huur: een nieuwe Praam, groot 8 ton, voor overdekt, bijzonder geschikt tot moddervaren. Te bevragen bij A. van Balen, scheepstimmerbaas te Irnsum.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Te koop: een Praamschip groot 17 ton, met zeil en treil, hecht en goed, bij O.L. Lantinga, scheepsbouwmeester te IJlst.


19 maart 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 18 maart. Volgens op heden ontvangen bericht uit Gemna (Brazilië) is het Nederlands schip ANNA GEERTRUIDA, kapt. Van Ingen, van Antwerpen naar Rio-Janeiro bestemd, aldaar binnengelopen. Alles wel aan boord. Men was omtrent dit vaartuig zeer ongerust, daar het bij het vertrek der laatste mail van Rio reeds 120 dagen reis had.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 18 maart. Het schip HENDRIKA, kapt. Drewes, met stukgoederen, van hier naar Stettin (opm: Szczeccin), is de 16e maart met verlies van een anker en ketting te Harlingen binnengelopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Darmouth, 16 maart. De Nederlandse brik CUBA PACKET, kapt. Harken, van Amsterdam naar Havanna is alhier met gescheurde zeilen binnengelopen.


 ZZC - Zierikzeesche Courant

Zierikzee, 16 maart. Volgens particulier bericht is het alhier thuis behorend kofschip WESTERSCHOUWEN, kapt. H.W. Boon, 4 maart j.l. te Galatz gearriveerd. Aan boord was alles wel.


  JB - Javabode

Advertentie. De verkoop te Soerabaija van het wrak van het Nederlandse schip DELFT, kapt. L. van Geelkerken, is uitgesteld op woensdag de 30e maart.
Fraser, Eaton & Co.


20 maart 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Cuxhaven, 17 maart. De Nederlandse tjalk JACOBA GESINA, kapt. Rink, van Hjerting (opm: benoorden Esbjerg) naar Amsterdam, welke hier 31 december binnenliep, lost de lading boekweit.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Falmouth, 17 maart. De Nederlandse kof BOUCHINA, kapt. Koster, van Amsterdam naar Genua, is alhier met verlies van zijn verschansingen binnengelopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Patras, 8 maart. De Nederlandse schoener HELENA JACOBA, kapt. Boomgaard, welke 7 februari van Zante naar hier vertrok, is nog niet gearriveerd. Men vreest zeer dat dit schip een ongeluk overkomen zal zijn. (opm: schip komt later behouden aan)


21 maart 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Harwich, 18 maart. De alhier afgekeurde Nederlandse tjalk ZWAANTINA (opm: kapt. G.O. Bakker, zie NRC 240260) werd heden met staand en lopend tuig voor GBP 130 verkocht.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Liverpool, 19 maart. Een naar Batavia bestemde Nederlandse bark, welke heden morgen naar beneden gesleept werd, is in brand geraakt en bij de Magazijnen op strand gezet. Nadere bijzonderheden ontbreken. (De Nederlandse bark EQUATOR, kapt. J.G. Appel, vertrok volgens een vroeger bericht uit de Engelse bladen, 12 maart van Liverpool naar Batavia, doch de Lloyds List voegt als noot bij het bovenstaande bericht: de EQUATOR naar Batavia is niet zo als vroeger gemeld de 12e maart gezeild).


22 maart 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 21 maart. Een op heden bij ons ontvangen telegram deelt mede dat de gisteren bedoelde bark, die op de rivier van Liverpool in brand geraakt is – zie NRC van gisteren – is zoals wij veronderstelden de EQUATOR, kapt. Appel, van Liverpool naar Batavia bestemd, dat het schip totaal afgebrand is en dat van de lading, die op een waarde van GBP 60.000 geschat wordt, maar weinig gered is.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 21 maart. Volgens particulier bericht van kapt. Sterkenburg, voerende het schoenerschip ST. HELENA, in dato 16/17 dezer, was gemeld schip na eerst van 2 ankers ter rede van Dungarvan (Ierland) te zijn afgeslagen, op strand geraakt. Daarna, hoewel zeer lek, met hoogwater weer in vlot water gebracht zijnde, is hetzelve opnieuw door een vliegende storm overvallen en van 3 ankers weggeslagen en op een zandbank geraakt, waar het schip zeer gevaarlijk zat, zodat men vreesde het een wrak zou worden. De lading was nog grotendeels aan boord maar het schip had zeer veel geleden. Er zaten verschillende schepen bij op strand en de rede lag vol schepen die men vreesde dat ieder ogenblik tegen elkander zouden komen, daar de storm steeds aanhield. (opm: zie NRC 250359)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 21 maart. Het bericht omtrent het schip ANNA AGATHA, kapt. Klingen, de 14e te Falmouth van Ancona gearriveerd, als zoude hetzelve lek zijn, in ons nommer van 16 dezer voorkomende, blijkt volgens nadere inlichtingen onjuist te zijn, zijnde daar slechts om orders aangegaan en onmiddellijk na het bekomen van deze doorgezeild terwijl schip en lading in de beste orde waren.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 21 maart. Het schip AREND, kapt. Gultzau (opm: waarschijnlijk buitenlander), van Marseille naar Cette, is de 8e maart bij Frontignan gestrand, doch het volk gered. Men hoopte het schip af te brengen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Terschelling, 19 maart. Het in de nabijheid van dit eiland gestrande schip EL DORADO is, buiten de lading, verkocht voor NLG 5.995 aan de heer Van Gelder te Nieuwediep, met het recht om de lading te mogen vissen tegen vergoeding van bergloon.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Nieuwediep, 20 maart. Het lang aanhouden, of liever telkens terugkeren der W. en Z.W. winden, wanneer die slechts even een noordelijke richting hebben genomen, is geheel ongunstig voor de hier onlangs en gisteren uitgaande schepen. Als een bewijs daarvan delen wij mede, dat het schip GESINA LOUISA, kapt. Bakker, de 28e februari uit Texel uitgezeild, bestemd naar Laguayra, de 16e dezer is gepraaid op 14 mijl O.Z.O. van Texel door het op laatst gemelde datum hier binnengevallen schip PETRUS JACOBUS, komende van Venetië.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. De notaris W. van Riesen te Dantumawoude zal met H.J. Oosterhoff, zaakwaarnemer te Rauwerd, op donderdag den 31 maart 1859, des namiddag ten 3 ure, ten huize van de kastelein Steenhuizen te Birdaard, provisioneel veilen en ten verkoop aanbieden:
1: Een hechte en sterk huis en erf, staande en gelegen te Birdaard, sectie B no. 331, groot 1 roede 55 ellen.
2: Een schip met toebehoren, varende in de vaste beurt van Birdaard op Leeuwarden en Dokkum en terug; in twee gedeelten met recht van samenvoeging.
Alles in gebruik bij de eigenaren Bokke J. Hollander en vrouw aldaar, en te aanvaarden den 12 mei 1859.
(opm: LC 080459 meldt dat is geboden NLG 1.629)


23 maart 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Publieke verkopingen in het notarishuis aan de Geldersche Kade alhier op dinsdag 22 maart:
- Twee aandelen in de Stoomvaart-Vereniging de Maas te Rotterdam, directeuren de heren G. Schuurmans & Zoon, groot ieder NLG 7.500 vol gefourneerd. Laatste uitdeling NLG 300. Opgehouden.
- Een dito aandeel om 53 pct. verkocht.
- Een aandeel in de Rotterdamsche Stoomvaart-Vereeniging, directeur de heer James Smith, groot NLG 2.500; vol gefourneerd. Om 49 pct. verkocht.
- Een dito aandeel, om 49½ pct. verkocht.
- Een dito aandeel, om 49-7/8 pct. verkocht
- 1/64e aandeel in het Nederlandse barkschip BILLITON, boekhouder de heer W.G. Ledeboer te Rotterdam, thans op reis van Manilla naar Australië. Om NLG 700 verkocht.
- Een dito aandeel, om NLG 755 verkocht.
- 1/64e Aandeel in het Nederlandse barkschip MACAO, boekhouder de heer W.C. Versluijs te Rotterdam, op reis van Rotterdam naar Java bevracht door de Nederlandsche Handel-Maatschappij. Om NLG 215 verkocht.
- 1/16e Aandeel in het Nederlands barkschip FORMOSA, boekhouders de heren Pistorius en Bicker Caarten te Rotterdam, thans liggende te Bremen. Opgehouden.
- 1/64e Aandeel in het Nederlandse barkschip JAN VAN BRAKEL, boekhouders als boven; thans op een reis van Java naar Japan. Opgehouden.
- 1/44e Aandeel in het Nederlands brikschip PRINCES CHARLOTTE, boekhouder de heer H.H. Roelofs Heijermans te Rotterdam, thans op een reis van Java naar Japan. Om NLG 100 verkocht.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 22 maart. Aangaande het schip EQUATOR, kapt. Appel, van Liverpool naar Batavia, te Liverpool in brand geraakt, wordt volgens telegrafisch bericht van daar in dato 21 maart gemeld dat het geheel vernield was. De grote en de fokkemast waren over boord geslagen en spoelde de lading uit het wrak. Men was bezig zoveel mogelijk te bergen. De oorzaak van de brand was onbekend, doch veronderstelde men dat die ontstaan is in de lading.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Jamaïca, 26 februari. De Nederlandse schoener FENNA, kapt. Caspers, van Rio-Janeiro met een lading koffij naar New Orleans bestemd, is alhier lek binnengelopen.


 ZZC - Zierikzeesche Courant

Brouwershaven, 18 maart. Binnengekomen: CORNELIS WERNARD EDUARD, kapt. D. Bakker, van Rotterdam naar Batavia, teruggekeerd uit zee met zware schade, zijnde met een Bremer schip in aanzeiling geweest, waarvan de naam onbekend.


24 maart 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 23 maart. Volgens een heden ontvangen schrijven heeft het ongeluk aan de EQUATOR, kapt. Appel, van Liverpool naar Batavia bestemd, waarvan wij vroeger melding maakten, zich volgender wijze toegedragen. Het schip lag de 19e dezer op de rivier aan de zuidzijde van Liverpool ten anker, toen, het weder goed zijnde, de kapitein besloot zee te kiezen. Met een loods aan boord nam hij een sleepboot aan en aanvaardde ten 12 ure de reis. Nauwelijks tegenover de noordzijde der stad gesleept, steeg er plotseling een zware rook uit het kabelgat, terwijl een ogenblik later uit het achterluik en de kettingkokers de vlammen uitbraken. In het achterschip namen deze dadelijk de overhand, zodat de kajuit en kerk weldra geheel ongenaakbaar waren. Niettegenstaande de onvermoeide pogingen der equipage bleek het alras dat zonder assistentie van de wal geen redding mogelijk was en werd besloten het schip zo na mogelijk aan het land vast te zetten en er gaten in te kappen ten einde het daardoor instromende water de brand zou kunnen blussen. Door het vallen van het water bleef dit echter zonder effect terwijl het schip en sleepboot droog vielen. Intussen werden door de agenten, de heren Vos Browne en Co, de nodige maatregelen genomen en ten spoedigste twee sleepboten met vier brandspuiten en brandpolitie naar het schip afgezonden. Geen moeite werd gespaard, geen gevaar ontzien, maar alle pogingen bleven vruchteloos. Onder deze omstandigheden hielden genoemde heren met de kapitein en de autoriteiten der “Underwriters Room” (opm: verzekeraars) een consult en werden ogenblikkelijk experts benoemd, die order gaven voor nog twee stoomboten met een drietal brandspuiten. Door het aanwakkeren van de wind nam de brand niettegenstaande de grote massa ingeworpen water zodanig toe, dat de equipage het schip moest verlaten. Des avonds ten 7 ure was het dek geheel weggebrand, terwijl in de daarop volgende nacht de masten vielen. Slechts op de middag van de 20e werd de brand door het wassende water geblust. Enig touwwerk en weinige zeilen zijn geborgen en de lading is geheel vernield. Niemand der equipage heeft enig letsel bekomen en voor hun huisvesting is gezorgd; echter is een Engelse bootsman door het vallen van de mast gedood, terwijl een politiedienaar in het tussendek is gevallen en erge brandwonden heeft bekomen. Omtrent de oorzaak schijnt volstrekt geen vermoeden te bestaan: men gelooft dat die onder de lading in het tussendek moet gezocht worden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 23 maart. Het schip MARIA JOHANNA, kapt. Geerling, van Amsterdam naar Kaap de Goede Hoop is de 23e maart in het Groot Noord-Hollandsch Kanaal bij Purmerend door het schip JAVA KOERIER, kapt. Diepering, aangevaren en heeft zware schade aan het tuig bekomen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Mauritius, 12 februari. Het Nederlandse fregat-schip HESTER ADRIANA, kapt. van Hees, van Java naar Schiedam, is hier de 18e januari met gebroken grote mast binnengelopen, hebbende op 25º Z.B. en 64º O.L. een hevige storm doorgestaan. Een gedeelte der lading heeft men gelost.


25 maart 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 24 maart. Het te Dungarvan gestrande Nederlandse schip ST. HELENA, kapt. Sterkenburg – zie NRC van 22 dezer – is vlot gekomen en weder begonnen de lossen. Het koper heeft veel geleden, de verschansing is gedeeltelijk weg en het lek nog toegenomen.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Uit de hand te koop, door verandering van affaire: de helft in een Kofscheepje, varende in de beurt van Kollumer Oudzijl over Dokkum naar Leeuwarden v.v, groot 21 tonnen, met zeil, treil, ongeveer 300 zakken etc.
Te bevragen bij de eigenares de weduwe F. Hacquebord te Dokkum en A. Hacquebord te Kollum.


26 maart 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 25 maart. De schoener MARIA JOHANNA, kapt. Geerling, heeft bij de aanzeiling met het schip JAVA KOERIER – zie NRC van 24 maart – de fokkemast verloren, de bezaansteng gebroken en meer andere belangrijke schade bekomen. De JAVA KOERIER heeft geen schade bekomen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Leeuwarden, 24 maart. De 21e dezer is te Schiermonnikoog gestrand het galjoot-schip JOHAN, kapt. Remmerts Martens (opm: waarschijnlijk buitenlander), beladen met ijzer, komende van Schotland en bestemd naar Leer in Oost-Friesland. De equipage, bestaande uit vijf man, had zich reeds met eigen sloep gered, toen de reddingboot, die terstond nadat men van de stranding bericht had ontvangen was uitgezonden, de plaats bereikte. Het schip verkeerde in zinkende staat, zodat de gezagvoerder, die geen mogelijkheid meer zag om nog, zoals hij had gehoopt, de Eems binnen te lopen, genoodzaakt was te Schiermonnikoog het strand te kiezen. Enige zeilen en wat touwwerk zijn geborgen, doch wegens de harde noorden wind en de zeer hoge zee denkt men niet dat er nog veel meer van zal terecht komen. Het schip en lading althans zijn geheel verloren.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Antwerpen, 24 maart. De Nederlandse bark VREDE, kapt. van Rijn, gisteren van hier naar Venetië, vertrokken, is bij de Boerinnensluis aan de grond geraakt. Het is echter onmiddellijk weder vlot gekomen en heeft de reis vervolgd.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Kaap de Goede Hoop, 29 januari. De te Amsterdam te huis behorende bark ATLAS, kapt. B. Bakker, van Java naar Nederland bestemd, is 19 dezer op het rif van Lagullas gestrand. Een gedeelte der lading is beschadigd geborgen en zal overmorgen met het wrak publiek verkocht worden.


 ZZC - Zierikzeesche Courant

Brouwershaven, 22 maart. Het schip CORNELIS WERNARD EDUARD, kapt. D. Bakker, is gisteren alhier in averij binnengelopen en is heden binnendoor opgesleept naar Hellevoetsluis, ten einde de schade te herstellen.


  JB - Javabode

Advertentie. Door de directie der Nederlands-Indische Stoomboot Maatschappij wordt bekend gemaakt, dat in de heden gehouden algemene jaarlijkse vergadering van deelhebbers besloten is, dat voor het jaar 1858 een dividend van 50% of van NLG 500 per aandeel aan de aandeelhouders zal worden uitgekeerd.
Batavia, 21 maart 1859 De directie voornoemd,
MacLaine, Watson & Co


  JB - Javabode

De 23e dezer is het Nederland-Indische barkschip LIONG GOAN ZEPHYR, kapt. Tjoa Tjin Tjoan, van Batavia naar Cheribon en Samarang vertrokken.


27 maart 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 26 maart. Heden is van de fabriekwerf der heren Gebr. Schutte op de hoogte van de Kadijk te Amsterdam met goed gevolg te water gelaten de ijzeren sleepboot ZUIDERZEE voor de bestaande sleepdienst op het IJ en over Pampus, varende onder directie van de heren J.B. Boelen en Zoonen, P. Kraay c.s.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Rotterdam-Harburg-Hamburg-Stettin. De directies der Rotterdamsche Stoomvaart-Vereeniging en der Amsterdamsche en Amsterdam-Harburger Stoomboot-Maatschapijen geven hiermede kennis dat van af 1e april de vracht van koffij met hare stoomschepen is vastgesteld als volgt:
Naar Harburg en Hamburg: koffij in balen NLG 18, koffij in vaten NLG 22 en 10% per last van 2000 kilo.
Naar Stettin (opm: Szczeccin): koffij in balen NLG 25, koffij in vaten NLG 28, en 15% per last van 2000 kilo.
De directiën voornoemd: James Smith, directeur
Paul van Vlissingen, directeur


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Antwerpen, 25 maart. De Nederlandse kof ZWAANTINA, kapt. D.B. Schuur, te Requejada (opm: Noord Spanje; 43º23’ N.B. 4º2’ W.L.) voor Antwerpen ladende, is aldaar verongelukt. De equipage is gered.


28 maart 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 27 maart. Uit Liverpool wordt in dato 24 dezer gemeld, dat de lading van het barkschip EQUATOR, kapt. Appel, van Liverpool naar Batavia, in brand geraakt en nabij de magazijnen op strand gezet, tot de onderste laag aan bakboordzijde is verbrand.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Op vrijdag de 15e april 1859, des avonds ten zeven ure, zal in de bovenzaal van de Sociëteit de Vergenoeging, op de Markt te Middelburg in publieke veiling worden gepresenteerd: het hecht en sterk stoomschip PRINCES MARIANNE, groot 118 gemeten tonnen, buiten de machinekamer, hebbende 4 voet diepgang, voorzien van tubulaire ketel en twee sterke machines van 70 paardekracht nominaal, koperen stoom- en voedingspijpen, een stoom- en een uitmuntende hand-voedingspomp. Dit vaartuig is zeer geschikt om, behalve tot vervoer van passagiers, ook tot sleepboot te worden gebezigd, waarvoor het is ingericht met boog, sleepketting, sleephaak, ijzeren overloop, stuurtoestel tot sturing voor en achter de raderkast, enz; zijnde het verder voorzien van een volledige inventaris, bestaande uit ankerrol en kettingen, gaffelzeil, fok- en mastwant met toebehoren, loopplank met ijzeren hek van de ene raderkast op de andere, sloep en riemen, enz.
Gemeld stoomschip is van heden af in de Westerhaven te Vlissingen ter bezichtiging en is inmiddels uit de hand te koop. Informatie bij de heer G. de Haas aldaar. (opm: volgens J.W. Lodder bij de verkoop op 15 april 1859 voor NLG 5.000 opgehouden)


29 maart 1859


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. H.F.A. van Lingen, J.A. van den Broek, A.Q.J. van Kempen, H. Baarsma en H.S. Haverman, makelaars, presenteren als last hebbende van hunnen Meester, op dinsdag den 29ste maart 1859, des avonds ten zes ure, ten huize van A. van Es, in de Brakke Grond, in de Nes, ten overstaan van een daartoe bevoegd beambte, aan de meestbiedenden of hoogstmijnenden te verkopen: Ene partij van ca. 16/1, 24/2, 20/4 booten, aangevoerd per DON QUICHOTTE (opm: Belgische schoenerkof), kapitein C. DesweIgh, van Cadix via Oostende.
En ca. 15/1 booten, aangevoerd per ANNA CATHARINA, kapitein Huges, van Cadix via Rotterdam.
Puike puike Xeres wijn (opm: sherry).
Benevens: 4 okshoofden witte Bergerac wijn, premier cru Monbazillac, gewas 1857, en ca. 540 flessen puike rode wijn Port à Port wijn.
Liggende en te zien als bij notitie zal worden aangegeven.


30 maart 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 7 februari. Japan. Berichten van Decima, lopende van 2 november tot en met de 18e december l.l. behelzen o.a. het volgende: De 8e november 1858 is het schroefstoomschip JEDO aan de Japanse regering afgeleverd en de 10e december het de 14e november aangekomen stoomschip NAGASAKI aan de landheer van Fizen. Diezelfde dag vertrok de JEDO zonder adsistentie van het Nederlandse marine-detachement naar Amaksa


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 7 februari. Vrachten. Sedert ons laatste bericht zijn de vrachten niet verbeterd, integendeel heeft men wederom een nieuwe, ofschoon niet belangrijke, achteruitgang te rapporteren. Naar de Chinese havens werden verscheidene schepen bevracht, doch verwacht men daarvan geen opmerkelijke verbetering op onze markt. De daarheen gezeilde schepen namelijk, zullen er geen emplooi vinden en zich voor een goed gedeelte genoodzaakt zien op hier terug te keren, waardoor onze markt, op het moment waarop men met grond een rijzing tegemoet kan zien, opnieuw gedrukt zal worden.
Sedert onze laatste opgave werden de volgende schepen bevracht:
Naar Nederland: Nederlands SCHOONDERLOO à NLG 27,50 voor rijst naar Rotterdam als bijlading. Nederlands BEATRIX à NLG 35 voor suiker en arak te Soerabaija naar Amsterdam. Nederlands FORTUNA en WILLEM EGGERTS à NLG 35 per gemeten last, de eerste te Passaroeang en Soerabaija naar Dordrecht en de tweede te Dadep (Indramayoe) naar Amsterdam te laden. Nederlandse JACOB (312 last) voor NLG 9.750 in eens te Soerabaija naar Amsterdam. Nederlands HEBE à NLG 35 voor suiker, NLG 30 voor koffij en NLG 20 voor tin, van hier naar Rotterdam. Nederlands HAAMSTEDE à NLG 30 voor rijst te Indramayoe en NLG 32 voor suiker op de kust naar Rotterdam te laden. Nederlands KINDERDIJK à NLG 27,50 voor rijst te Soerabaija naar Rotterdam en eindelijk Nederlands NEDERLAND à NLG 35 per gemeten last naar Amsterdam.
Naar China: Nederlands JOHANNES ANTONIUS à $ 0,25 voor rijst hier naar Hongkong te laden en Nederlands EDUARD MARIE à $ 0,27 voor rijst te Cheribon en Samarang naar Amoy te laden.
Naar Sydney: Nederlands JOAN JACOB voor NLG 3.800 in eens.
Naar Boni: Nederlands EVERDINA ELISABETH (317 last) à NLG 5.000 en Nederlands STAD SCHIEDAM (411 last) à NLG 4.000 in eens voor het transport van koelies, ten dienste der expeditie tegen dat rijk.
Kustreizen doen: Nederlands KAREL AUGUST, TWEE CORNELISSEN, REINHART, COLUMBINE en CHRISTIAAN LOUIS.
Voor rederij-rekening laden: Nederlands TRITON en ZEPHIR.
Diversen: Nederlands HELMERS, verzeilde naar Japan en Bremen en de AUGUSTE EN MELINE naar Akyab.
Disponibel zijn: Nederlands DELFSHAVEN, JAN SCHOUTEN, WILLEM DE EERSTE, DRIE VRIENDEN, LOUIS MEYER, PRESIDENT PLATE, ZAANSTROOM, VIJF GEBROEDERS, BALTIMORE, EERSTELING, REGINA MARIS, OOST INDIA PACKET, EVA JOHANNA, EENSGEZINDHEID, CONSTANCE, PHILIPS VAN MARNIX, ZEELANDIA, ARY SCHEFFER, JEANNETTE EN AGATHA, PRINS VAN ORANJE, LAURENS KOSTER, LOUISE, FERDINAND EN LOUIS, WALCHEREN, ZEENIMPH, VAN OLDENBARNEVELD, GEBROEDERS HOUTMAN, HOLLANDIA, DERKINA TITIA, METALEN KRUIS, CANTON, JUPITER, KONING WILLEM II, ADMIRAAL PIET HEIN, AMERIKA, ADMIRAAL DE WINTER, STAD NIJMEGEN, PATRIARCH SAMHIRI en BROEDERTROUW.
.
NRC 300359
Soerabaija, 28 januari. Scheepsvrachten. De KINDERDIJK bedong NLG 27,50 voor rijst en NLG 35 voor tabak naar Amsterdam.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 29 maart. Z.M. heeft als een blijvend aandenken voor de Nederlandse zeemacht aan de roemrijke expeditie tegen Reteh bepaald, dat de naam van het schroefstoomschip de SPRINKHAAN, in aanbouw op de werf te Amsterdam, zal veranderd worden in die van RETEH.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 29 maart. Morgen zal van de werf de Nagtegaal alhier worden te water gelaten de ijzeren topzeil-schoener WILLEM VAN DER VOORT.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 29 maart. Het stoomschip KROONPRINSES LOUISE is de 14e maart van hier te Alexandrië gearriveerd.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 29 maart. De equipage van het schip ATLAS, kapt. Bakker Gzn, van Batavia herwaarts gedestineerd, op Lagullas verongelukt – zie NRC van 26 maart – is gered.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rome, 18 maart. Een Romeins vaartuig, dat met suiker uit het Nederlandse schip WIJBRANDUS UDO, kapt. Kiers, beladen was en van Civita-Vecchia, waar bovengenoemd schip ter rede ligt, op hier bestemd was, heeft averij bekomen en daardoor is de suiker beschadigd. Er bevonden zich 27 vaten aan boord gemerkt VT in een ruit.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Fernambucq, 17 februari. Het schip (opm: schoener) BACKENHAGEN, kapt. Hakker qq, van Acajutla naar Antwerpen, is alhier wegens gebrek aan proviand en ziekte van het volk binnengelopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 5 februari. Het alhier afgekeurde Nederlandse schip ANNA PAULOWNA bracht met de inventaris in vendutie NLG 17.000 op (opm: zie ook NRC 240260).
De Nederlandse schepen AMBOINA, JAVA’S WELVAREN en PRINS FREDERIK DER NEDERLANDEN en het Amerikaanse schip ROBERT PATTEN worden ter verkoop aangeboden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Sydney, 27 januari. Het Nederlandse schip (opm: brik) ST. MICHAEL, van Batavia gearriveerd, kwam alhier aan onder bevel van de stuurman, zijnde kapitein L.D. Boswijk op 6 dezer in een vlaag van krankzinnigheid over boord gesprongen en verdronken.


  JB - Javabode

Advertentie. Vendutie. Op woensdag de 6e april a.s. zal alhier (opm: Soerabaija) door D.D. van Boeckholtz voor rekening van belanghebbenden publiek worden verkocht: het Engelse klipperbarkschip MARION MACINTYRE, kapt. J. Little, ladende circa 400 tonnen, in 1851 te Liverpool gebouwd, met deszelfs masten, stengen, ra’s, staand en lopend want, een compleet stel zeilen, twee ankers, kettingen, enz, zoals hetzelfde alhier ter rede ligt.
Daarna: De overcomplete inventaris van bovengenoemd schip, bestaande uit: enige zeilen, touwwerk, scheepsgereedschap, enz.
Nadere informatie te bekomen bij kapt. J. Little aan boord en bij de agenten: Fraser, Eaton en Co, Soerabaija.


  JB - Javabode

Advertentie. Verkoop van een schip. Op woensdag de 27e april 1859, zullen de ondergetekenden in een der recherche pakhuizen aan de Kleine Boom, voor rekening van belanghebbenden aan de meest biedende publiek verkopen: het alhier (opm: Batavia) ter rede liggende Nederlandse barkschip ZEEVAART, metende 254 lasten, gevoerd door kapt. H.G. Biesthorst. Het schip zal worden verkocht met deszelfs masten, stengen, ra’s en verder rondhouten, staand en lopend want. Een stel zeilen, twee zware ankers, kettingen, enz. (opm: schip afgekeurd, zie o.a. NRC 170559)
Vervolgens en detail de overcomplete inventaris van gemelde bodem.
Het schip is van heden af voor een ieder te bezichtigen, terwijl informatiën te bekomen zijn ten kantore van de agenten de heren Haager en Schuurman. Gebrs. Roselje en Co.


  JB - Javabode

Men meldt ons van Anjer: De gezagvoerder Piesce van het Amerikaanse schip ROSETTE, van Macao naar New York, heeft aan de havenmeester alhier medegedeeld, dat hij op de 26e dezer, in de nabijheid van het Noorder-eiland, het Amerikaanse schip AUDUBON, gezagvoerder Kindsman, in brandende staat heeft ontmoet. Laatstgenoemd vaartuig trachtte de Javawal te bereiken om zoveel mogelijk te redden.
Van Anjer deelt men ons nog mede, dat het Engelse schip SMALLWOOD, van Australië, bij de vuurtoren te dier plaatse gestrand is. (opm: het schip SMALLWOOD is vlotgekomen en op 1 april 1859 te Batavia aangekomen)


31 maart 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 30 maart. Het eerste handelsschip dat na de openstelling van Japan voor de algemene handel, krachtens het traktaat met Nederland gesloten, aldaar is aangekomen is de CORNELIA HENDRIKA (opm: brik), kapt. C.J. Jaski, dat met een rijke lading diverse goederen van Amsterdam en Rotterdam vertrok en reeds de 3e september a˚p˚ (opm: anno passato, verleden jaar) te Decima is gearriveerd en zich thans met een volle lading op de terugreis naar Amsterdam bevindt. Dit schip werd onmiddellijk naar Japan gevolgd door het schip (opm: brik) JACOB EN ANNA, kapt. Petersen, van dezelfde rederij, dat volgens berichten van heden mede aldaar met een volle lading van Amsterdam en Rotterdam is gearriveerd en na gelost te hebben met een lading Japanse producten van Decima naar Shanghai is vertrokken om aldaar verkocht te worden, hebbende dit tweede vrije handelschip de reis van Decima naar Shanghay in de buitengewone korte tijd van vier dagen volbracht.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 30 maart. Naar men verneemt is de zeildag van Zr.Ms. transportschip DE HELDIN, onder bevel van de luit. ter zee 1ste klas P. Toutenhoofd, van Hellevoetsluis naar Suriname en Curaçao, bepaald op 11 april e.k.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 30 maart. Op de werf de Nachtegaal van de heren W. en A.H. Meursing alhier is heden met goed gevolg van stapel gelopen het ijzeren topzeil-schoenerschip WILLEM VAN DER VOORT, groot circa 120 lasten, gebouwd voor rekening ener rederij onder directie van de heer Jaski, waarover het bevel zal worden gevoerd door kapt. B.G. Carst. Dit is het eerste aldaar gebouwde ijzeren vaartuig.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 30 maart. Het aan de Kaap de Goede Hoop verschijnende Volksblad van 19 februari behelst enige bijzonderheden omtrent het in de nabijheid van Struijs-baai verongelukte Nederlandse schip ATLAS, kapt. B. Bakker Gzn, met een lading suiker, rijst enz. van Java naar Rotterdam bestemd, waarvan wij in ons nommer van 26 maart melding maakten. Wij laten de inhoud hier woordelijk volgen:
Het gestrande schip ATLAS. Zo als onze lezers weten is dit Nederlandse vaartuig op de 18e januari ten oosten van Kaap Agulhas gestrand. De regering heeft een commissie benoemd om onderzoek te doen naar de omstandigheden die deze schipbreuk hebben vergezeld, bestaande uit de heren H. Wilson (havenkapitein), voorzitter; Thos. Tinlay; C.S. Poppe en J.C. Juta. Gisteren is het rapport van deze commissie in de Gouvernements Courant gepubliceerd, luidende als volgt:
Na een nauwkeurig onderzoek en overweging van het door de kapitein en zijn officieren afgelegde getuigenis, zijn wij van gevoelen dat het verlies van het vaartuig toe te schrijven is aan het verzuim van de gezagvoerder, in het niet gebruik maken van zijn lood, na zich voorgenomen te hebben zo dicht aan de wal te blijven. Ook moet hij geblameerd worden dat hij zich verlaten heeft op de diepten zo als die opgegeven zijn in een onvolledige kaart.
De verklaring van de kapitein houdt in dat op de 14e januari te vier uur het schip zestien mijlen van wal was. De wind woei uit het ZW. en het schip stond NW½ W. Te half zeven stiet het op wat men vermoedde een zandbank te zijn omtrent 6 of 7 mijlen van wal, trachtte over stag te gaan maar kon niet; er was een voet water in het ruim. Naderhand raakte het over en kwam tot binnen twee mijlen van wal, waar het op de rotsen vast raakte. Geen de minste branding kon worden bespeurd. Beide loodsen waren op het dek, maar dachten het onnodig te peilen omdat naar Norrie’s Algemene Kaart van de Kust er 26 vademen water zijn moest. De zon was nog op toen het schip stiet. De verklaring van de eerste stuurman K. Stobbe komt hoofdzakelijk op hetzelfde neer. De tweede stuurman S.J. Bakker had de wacht onder en wist er niets van. De derde stuurman B. Hoeghuyt Zijlstra had met de eerste stuurman de kaart geraadpleegd, had de kleur van het water niet zien veranderen, geen branding gezien en gedacht dat zij ver genoeg van wal waren en er geen gevaar was.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 30 maart. Het schip MARIA JOHANNA, kapt. Geerling, van hier naar de Kaap de Goede Hoop, in het Groot Noord-Hollandsch Kanaal aangevaren, is gisteren in het Oosterdok teruggekomen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 5 februari. Het schip KONING WILLEM II, kapt. van Eyk Menkman, van Melbourne alhier aangekomen, is met het Hamburger schip FRANKLIN in aanzeiling geweest.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 5 februari. Het schip ANNA, kapt. Van der Valk, van Samarang naar Nederland, is op de 1e alhier met schade aan tuigage en aan de lading binnengelopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 5 februari. Het schip MINISTER THORBECKE, kapt. Van Duin, is te Samarang in aanzeiling geweest met het schip ABEL TASMAN en de 27e januari te Soerabaija aangekomen om te repareren.


01 april 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Cuxhaven, 29 maart. De Nederlandse kof VRIENDSCHAP, kapt. Sterrenberg, van Terra Nova alhier binnen, is lek, heeft het roer gebroken en nog andere schade.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Stoomvaart van Harlingen naar Hull.
Het stoomschip BURGERMEESTER HUIDEKOPER, Kapitein J.A. Takes, vertrekt van Harlingen naar Hull op woensdag den 6 april 1859.
Adres voor passagiers, goederen en vee bij J. Foekes.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Uit de hand te koop: een wel onderhouden Veerscheepje, groot 4 ton, met toebehoren tegen zeer billijke prijs. Te bevragen bij G. Landstra te Wieuwerd.


02 april 1859


  JB - Javabode

In lading ligt te Samarang de Nederlands-Indische stoomboot LADY MARY WOOD, kapt. Van Hulstijn. De LADY MARY WOOD, kapt. S. van Hulstijn, was op 13 februari 1859 van Hongkong te Samarang gearriveerd. (opm: verdoopt in OENARANG, zie volgend bericht)


  JB - Javabode

Advertentie. Nieuwe stoombootdienst tussen Samarang en Batavia.
Het Nederlands-Indische stoomschip OENARANG van 260 paardenkracht, gevoerd door kapitein S. van Hulsteijn, van Samarang alhier verwacht wordende, vertrekt weder naar Samarang op dinsdag 5 april e.k. des morgens ten 8 ure. Genoemd stoomschip heeft een laadruimte voor 300 koijangs en ruimte en luchtige inrichtingen tot de overvoer van 25 passagiers 1ste klasse, etc.
Voor nadere informatiën vervoege men zich bij de agenten Landberg, Bezoet de Bie & Co.
Batavia, 2 april 1859.


  JB - Javabode

Het Amerikaanse schip AUDUBON, gezagvoerder Kinmands, waarvan wij in ons vorig nommer hebben gesproken, is gisteren alhier ter rede in brandende staat aangekomen. Nadere bijzonderheden, omtrent de oorzaak van de brand, enz, zijn tot nog toe onbekend.


  JB - Javabode

In ons nommer van woensdag ll, hebben wij bericht, dat bij de vuurtoren te Anjer het Engels schip SMALLWOOD gestrand is. Thans vernemen wij daaromtrent, dat genoemd vaartuig op ca. ½ Duitse mijl (opm: 3,7 km) afstand bezuiden het 4e punt in Straat Sunda, met een bui uit het Noordwesten op strand gedreven, doch weder vlot geraakt is. Het was echter genoodzaakt, twee zijner masten te kappen.


03 april 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Uit de hand te koop, een kofschip, groot ongeveer 70 last, met complete inventaris, geschikt om dadelijk zee te kiezen. Te bevragen onder letter A, aan het bureau van de Nieuwe Dordrechtsche Courant bij de boekhandelaar H.R. van Elk te Dordrecht. Brieven franco.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Brielle, 2 april. Op de Westplaat, in de nabijheid van de EARL DOUGLAS, zit een inkomende schoener aan de grond, niet buiten gevaar. Assistentie is van hier derwaarts gezonden.


04 april 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 3 april. De op de Westplaat gebleven schoener – zie ons nommer van gisteren, art. Brielle – is gebleken te zijn de Engelse schoener BARON MARTIN, kapt. Colverson, van Goole met pek en koolteer naar Antwerpen bestemd. De equipage, bestaande uit de kapitein en twee man, zijn door de heden van Londen gearriveerde Engelse stoomboot LEO, kapt. Hart, gered. Van deze geredden vernemen wij dat zij sedert vrijdag in het fokkewant hadden gezeten en dat een van hun lotgenoten door koude was omgekomen. Het schip zit geheel onder water en is totaal weg. Enige goederen, touwwerk en rondhouten zijn te Brielle aangebracht.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Harlingen, 2 april. Het Noorse kofschip CONCORDIA, kapt. Hendriksen, van Oudsoen naar hier bestemd, is door het breken van de beide kettingen, een half uur (opm: gaans, dus ca. 2,5 km) benoorden deze stad op een zandbank geraakt. Assistentie is derwaarts gezonden en door het lossen van de lading hoopt men het schip af te brengen, zijnde het dicht gebleven.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Liverpool, 2 april. Het Nederlandse schip EQUATOR, kapt. Appel, dat vroeger gemeld, ten gevolge van brand in de rivier op strand en vol water gezet werd, is heden vlot gekomen en wordt naar het Prins Basin gebracht.


  LL - Lloyd's List

Danzig, 3 april. De BERTHA (opm: thuishaven Stettin, ex-Nederlandse kof JONGE JOHANNES, bouwjaar 1842), kapt. Haubuss, is bij Falsterbo gestrand; het schip is lek en er zijn geen vooruitzichten het te kunnen bergen.


05 april 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Uit de bij het Departement van Kolonien, laatstelijk ontvangen berichten van de Nederlandse commissaris in Japan, blijkt het volgende omtrent de te Nagasaki aangekomen en van daar vertrokken Nederlandse schepen:
28 November aankomst van het Nederlandse koopvaardijschip OLDENBARNEVELD (opm: fregat VAN OLDENBARNEVELDT), gezagvoerder N.F. Hoek, van Batavia met een lading diverse artikelen.
20 December vertrek van de OLDENBARNEVELD naar Batavia, uitvoerende vloerstenen, staaf koper, was, zijden stoffen enz.
10 Januari aankomst van het Nederlands koopvaardijschip (opm: bark) GELDERLAND, gezagvoerder D. Crap Hellingman, van Batavia, lading diverse artikelen, en aankomst van de Nederlandse schoener ANNA EN JACOB (opm: schoenerbrik JACOB EN ANNA), gezagvoerder J.F.D. Petersen, van Amsterdam 5 mei, laatst van Hongkong, lading diverse artikelen.


06 april 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Peterhead, 1 april. De Nederlandse kof HERMANNA, kapt. H.G. Eefting, van Dordrecht met beenderen naar Macduff, is deze morgen op Scotstown Head, vijf mijlen ten noorden van deze plaats, gestrand. De bemanning en inventaris is gered, doch men vreest, dat schip en lading weg zullen zijn.


 ZZC - Zierikzeesche Courant

Brouwershaven, 1 april. Binnengekomen: LEONTINE, kapt. C.Z. Deetjen, van Mauritius naar Rotterdam, met een gedeelte van de ladingen van de afgekeurde Nederlandse schepen LOUISE PRINSES DER NEDERLANDEN en ADMIRAAL JAN EVERTSEN.


  JB - Javabode

Advertentie. Stoomboot OENARANG. Geregelde stoomvaart tussen Samarang en Batavia vice-versa. De stoomboot OENARANG van 260 paardenkracht, metende 600 tonnen, gezagvoerder S. van Hulstijn, zal gedurende de maand april van Samarang vertrekken de 2e, 10e en 30e des morgens ten 8 ure precies, en van Batavia naar Samarang, de 5e, 15e en 25e des morgens ten 8 ure precies. De stoomboot biedt een ruimte en doelmatige inrichting voor passagiers 1ste klasse aan, terwijl voor passagiers 2e en 3e klasse een grote en afgezonderde lokaliteit is aangebracht. De disponibele laadruimte is geschikt voor 300 koyangs. De directie zal door geregeld vertrek en zorgvolle behandeling voor passagiers en goederen alles aanwenden om de reizigers en inladers tevreden te stellen.
Namens de rederij der stoomboot OENARANG: E.C. Wermuth en C.S. van Heekeren.
Agenten te Batavia: Landberg, Bezoet de Bie & Co.


  JB - Javabode

Op het hier ter rede liggend Amerikaanse schip AUDUBON, gezagvoerder Kindsman, waarvan in onze beide laatste nommers sprake was, zijn in de vroege morgen van heden de vlammen uitgebarsten, waardoor dat vaartuig met algehele ondergang bedreigd wordt.


07 april 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlaardingen, 5 april. Op heden is van de werf van de scheepsbouwmeester L. van Dam met het beste gevolg van stapel gelopen het voor de haringvisserij bestemde sloepschip de TWEELINGEN, gevoerd zullende worden door schipper Arij Jongejan voor rekening der heren Wed. C. Kolff & Zoon te Middelharnis.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Portsmouth, 5 april. Het Nederlandse schip SAMARANG, kapt. Van Dijcke, hetwelk de 1e december Aº.Pº. (opm: verleden jaar) alhier met zware averij van Montevideo arriveerde, is heden na geëindigde reparatie van de patent-slip te water gelaten. Het schip heeft een belangrijke timmering ondergaan en is nieuw gekoperd.


08 april 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

St. Mary’s (Scilly), 2 april. Het Nederlandse schip JONGE BOLL, kapt. Kolk; van Newcastle naar Sevilla, is alhier met gebroken bezaansmast binnengelopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Shields, 5 april. De tweede stuurman Jan Koolhaalder van het alhier van Amsterdam gearriveerde Nederlandse schip BORNEO, kapt. De Best, had het ongeluk de 2e dezer in een storm van de grote marszeilra te vallen en te verdrinken.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Peterhead, 4 april. Het alhier in de nabijheid gestrande Nederlandse schip HARMANNA, kapt. Eefting – zie NRC van 6 april – is geheel uit elkander geslagen. Het wrak wordt morgen verkocht.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Christiaansand, 31 maart. De galjas HERTHA, kapt. Hansen (opm: buitenlander), van Nyekiobing met haver naar Londen bestemd, is in zinkende staat bij Hanstholm door de equipage geabandonneerd (opm: verlaten).


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Te koop: een grote nieuwe Praam, voor overdekt, geschikt tot moddervaren, aan de werf te Langweer; en een beste halfsleten Boot, van 57 palm (18 voet).


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Uit de hand te koop te Deinum: en nieuw gemaakt schip, lang 13,70 el, wijd 3,16 el en 1,17 el hol, liggend aan de scheepswerf aldaar.


09 april 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Brouwershaven, 8 april. Het gisteren van Hellevoetsluis naar Samarang vertrokken Nederlands barkschip VIJF VRIENDEN, kapt. C. Johan, is hier heden ten gevolge van aanzeiling met het schroefstoomschip FIJENOORD, van Londen te Brielle gearriveerd, geretourneerd. Beide schepen bekwamen daarbij belangrijke schade. De VIJF VRIENDEN zal waarschijnlijk worden opgesleept om te repareren.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Aalborg, 4 april. De te Wildervank te huis behorende kof ANNA ELISABETH, kapt. J.G. Leffers, van Harlingen in ballast naar Frederikstad bestemd, is zaterdagavond (opm: 2 april) in een storm op Rodhuus (opm: Rødhus, 57º13’ N.B. 9º32’ O.L.; Jammerbocht) gestrand en in de daaropvolgende nacht geheel verbrijzeld. De opvarenden, waaronder zich de familie van de kapitein bevond, zijn allen gered.


  JB - Javabode

Advertentie. De gezagvoerder van het Amerikaanse schip AUDUBON brengt bij deze zijn openlijke dank toe aan al degenen, die hem zo bereidwillig en hulpvaardig hun bijstand verleenden in de nacht van de 31e l.l. Tevens verzoekt hij de gezagvoerders dier schepen op de rede, naar welke enige goederen van de AUDUBON toenmaals mochten zijn overgebracht om in bewaring te nemen, hem daarvan kennis te willen geven ten kantore van zijn agenten, de heren Paine Stricker en Co, opdat hij dezelve zal kunnen doen afhalen.
Batavia, de 6e april 1859.


10 april 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 9 april. Men schrijft ons van Den Helder, dat de EVERTSEN en VERSUVIUS, beide stoomschepen tot het de 7e dezer teruggekeerde exercitie-eskader behorende, naar Vlissingen zullen vertrekken om te timmeren.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlissingen, 8 april. De Nederlandse tjalk DRIE GEZUSTERS, kapt. M. v.d. Meulen, eergisteren naar Bremen vertrokken, is gisteren op de Calloot (opm: bij Westkapelle) gezonken. Het volk is gered.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Folkestone, 6 april. Het Nederlandse kofschip HILLEGONDA, kapt. B.P. v.d. Laan , van Newcastle naar Oporto, is alhier wegens ziekte van de gezagvoerder, binnengelopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Dantzig (opm: Gdansk), 5 april. Het schip HARMONIE, kapt. Lever, van Koningsbergen (opm: Kaliningrad) naar Altona, is alhier met verlies van anker en touw en wegens ziekte van de kapitein en van de stuurman binnengelopen.


11 april 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Carolinerzijl (opm: Carolinensiel), 6 april. Het schip VROUW MARIA, kapt. Puister, van Amsterdam naar Hamburg, is hier lek op de rede gekomen. Het moet lichten om in de haven te komen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Glückstad, 7 april. De Nederlandse kof WIA GESINA, kapt. Bossinga, van Hamburg naar St. Petersburg bestemd, is hier gisteren met schade wegens aanzeiling binnengelopen.


12 april 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 11 april. Het schip ANNA BERENDINA, kapt. Kwint, voor enige tijd in de haven van Newburgh gezonken (opm: zie NRC 180359), is weder boven water gebracht en 7 april te North Shields aangekomen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 11 april. Het schip LABBERDAAN, kapt. Ohlmann, van Amsterdam op de kabeljauwvangst, is in de nabijheid van het Nieuwediep in aanzeiling geweest met het schip ISAAC DA COSTA, kapt. Löschen, van Batavia naar Amsterdam.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 11 april. De schepen BELLAMY, kapt. Van Driesten, van Hamburg naar Petersburg, en ELISABETH, mede van Hamburg komende, hebben de 8e april op de Elve (opm: Elbe) bij Bösch door aanzeiling schade bekomen en zijn de Elve weder opgevaren.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. De notaris Brandsma te Dronrijp zal, ten verzoeke van de heer Burgermeester te Schiermonnikoog, q.q, bij het pakhuis voor Strandgoederen aldaar, op dinsdag 19 april 1859, in het openbaar, tegen genot van strijk en verhoog geld, á contant verkopen, navolgende goederen, geborgen van het gestrande Galjootschip JOHAN, gevoerd geweest door kapitein J.R. Martens, bestaande in: 11 stuks zeilen van verschillende grote, enige stukken oud en nieuw zeildoek, enig touwwerk, waaronder stag en want, ene partij rondhout, als: masten, ra’s, gieken enz, 1 end ankerketting, een boot met daarbij behorende zeilen, koksgereedschappen, en al hetgeen verder van dat schip zal kunnen worden geborgen en ten dage des verkoop zal worden aangeboden.
Voorts het voornoemde Galjootschip, met het daartoe behorende, in zodanige staat als waarin het zich, tijdens de verkoop, op het strand te Schiermonnikoog, zal bevinden.
N.B. Op de verkoop dag bestaat er te Oostmahorn, bij vaarbaar weder, tot des middag 12 ure, gelegenheid om met geschikt vaartuig over te komen.


13 april 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 23 februari. Uit Bangil meldt men, dat de 5e februari des middags omstreeks zes uren de bliksem ingeslagen is in de voorbramsteng van het aldaar ter rede liggende Nederlandse schip EVA JOHANNA, gezagvoerder S. van Bochove, die geheel verbrijzeld heeft, en zich langs de ankerketting door de kluis in zee uitgedoofd zonder andere schade aan te richten. Een matroos, die zich op circa 2 voet afstand van daar bevond, is bewusteloos neder gevallen. Toen hij twee uren daarna weder bij kwam, was hij zijn spraak kwijt en heeft die eerst gisteren morgen terug gekregen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 23 februari. Vrachten. Ten gevolge van de schaarste van de artikelen van uitvoer op onze markten, werden sedert onze laatste slechts weinige bevrachtingen tot stand gebracht, terwijl het getal van de disponibele vaartuigen steeds alhier alleraanzienlijkst blijft. Deze staat van zaken bevestigt ons geuit gevoelen, dat voor enige maanden geen verbetering te verwachten is, te meer daar de berichten van de naburige vreemde havens steeds zeer ongunstig luiden. Heden heeft men slechts de volgende bevrachtingen mede te delen:
Naar Nederland: Nederlands JAVA'S WELVAREN à NLG 35 voor suiker en NLG 40 voor arak te Indramayoe en Pekalongan naar Amsterdam; Nederlands EERSTELING à NLG 35 voor suiker, NLG 32 voor tabak en rijst en NLG 50 voor arak te Soerabaja te laden. Kustreizen doen: KAREL AUGUST, TWEE CORNELISSEN, REINHARDT, COLUMBINE, CHRISTIAAN LOUIS, ZEELANDIA, VALPARAISO, WELVAART, ALMELO, ZEENIMPH, JOHANNA LOUISA en PHILIPS VAN MARNIX.
Verkocht werd: Amerikaans ROBERT PATTEN (600 ton) tot geheime conditiën, nadat deze bodem op vendutie à NLG 15.000 opgehouden was.
Te koop zijn: Nederlands PRINS FREDERIK DER NEDERLANDEN en AMBOINA.
In reparatie zijn: Nederlands BIESBOSCH, TWEE ANTHONIJS en JOHANNA MARIA CHRISTINA.
Diversen. Nederlands KOERIER laadt naar Macao à $ 0,25 per picol rijst. Nederlands NASSAU heeft naar Japan aangelegd.
Disponibel zijn: Nederlands DELFSHAVEN, JAN SCHOUTEN, WILLEM DE EERSTE, DRIE VRIENDEN, LOUIS MEIJER, PRESIDENT PLATE, ZAANSTROOM, VIJF GEBROEDERS, BALTIMORE, REGINA MARIS, OOST INDIA PACKET, EVA JOHANNA, EENSGEZINDHEID, CONSTANCE, ARY SCHEFFER, JEANNETTE EN AGATHE, PRINS VAN ORANJE, LAURENS KOSTER, FERDINAND EN LOUIS, WALCHEREN, JUPITER, VAN OLDENBARNEVELDT, GEBROEDERS HOUTMAN, HOLLANDIA, DERKINA TITIA, METALEN KRUIS, CANTON, ADMIRAAL PIET HEIN, ADMIRAAL DE WINTER, AMERIKA, STAD NIJMEGEN, BROEDERTROUW, PATRIACH SAMHIRI, STAD GOUDA, JACOBA CORNELIA CLASINA, WILHELMINA, JAN DANIEL en CORNELIA EN GEERTRUIDA.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 12 april. Het alhier te huis behorende schip EUROPA, kapt. J.G. Tromp, van Batavia op hier bestemd, is in de Noordzee verongelukt (opm: op de Atlantic, bij de Azoren, zie NRC 140459). De equipage en passagiers zijn door de Hamburgse stoomboot (waarschijnlijk de ELVE [opm: onjuist, kapt. W.G.D. Kreutzfeldt en bemanning van de Hamburger brik LAGUNA, zie NRC 180160]) gered en behouden te Hamburg aangebracht. De EUROPA was een fregat van 1154 tonnen en in 1840 gebouwd.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Stornoway, 6 april. Het alhier voor enige tijd in averij binnengelopen Nederlands schip AFINA VAN LINGE, kapt. Maathuis, van Venetië naar Liverpool bestemd, heeft de reparatie geëindigd en is nu bezig met de lading weder aan boord te nemen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Egersund, 10 april. Het Nederlandse schip (opm: kof) MARTINUS HEERE, kapt. Mulder, van Antwerpen naar Rostock, is alhier met zware schade binnengelopen (opm: zie NRC 210459).


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 22 februari. Volgens een op heden alhier ontvangen dépêche heeft het te Alblasserdam te huis behorende schip SOUBURG, kapt. Von Lindern q.q, van Soerabaija naar China bestemd, bij Probolingo op een blinde klip gestoten en is onmiddellijk daarna gezonken. Het volk is gered. De SOUBURG was een bark van 690 tonnen en in 1851 gebouwd.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 22 februari. Het Engelse schip MARION MACINTYRE is bij Bawean op een koraalrif gestand en van Soerabaija uit worden pogingen gedaan om de rijke lading van dit schip te bergen.


 ZZC - Zierikzeesche Courant

Brouwershaven, 10 april. Het schip VIJF VRIENDEN is heden opgesleept om de geleden schade te herstellen.


 ZZC - Zierikzeesche Courant

Brouwershaven, 9 april. Binnengekomen: CANTON (opm: Franse vlag), kapt. J. Bolibo, van Mauritius naar Rotterdam, met de lading van het afgekeurde schip CLAUDIUS CIVILIS, kapt. W.J. Lourens, van Colombo naar Rotterdam.


  JB - Javabode

Advertentie. For sale. The clipper schooner NINA, 95 tons, built at Cowes in 1852, and classed AE for 12 years. Apply to Wilson & Co – Agents.
Batavia, 8 april 1859.


14 april 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 23 februari. Het Engelse schip LOCHIEL, kapt. Thomas, van Manilla naar Queenstown, is de 15e dezer (opm: februari) bij Anjer, na gestoten te hebben, gezonken, doch het volk gered.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 23 februari. Volgens telegrafische berichten van Anjer heeft het Engels schip LOCHIEL, groot 853 ton, op de stroomklip gestoten en is in de nacht van de 15e op de 16e dezer geheel gezonken, zijnde echter de equipage behouden aan wal gekomen.
In de morgen van de 16e is de LOCHIEL echter weer opgekomen, omstreeks een halve mijl zuidelijker dan haar ligging van de vorige dag. Hieruit blijkt alzo, dat het schip weder drijvende is geworden en hoogst waarschijnlijk op zijde ligt, waardoor de mogelijkheid bestaat om, nu het in een zuidelijke richting drijvende is, hetzelve op de Javawal of op een van de in die richting liggende eilanden te doen stranden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 13 april. Aangaande het verongelukken van het alhier te huis behorende fregatschip EUROPA, kapt. Tromp, van Batavia herwaarts bestemd, vernemen wij nader, dat het de 28e maart des avonds ten 8 ure, op de hoogte van de Wester-eilanden (opm: Azoren) door het volk in zinkende staat verlaten is. De equipage en passagiers zijn door de Hamburgse brik LAGUNA, kapt. Kreutzfeld gered en behouden te Hamburg aangebracht.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 13 april. De aan de Kaapstad verschijnende Monitor van 26 februari 1859 bevat het volgende nopens het verongelukte schip ATLAS, kapt. Bakker (opm: zie NRC 260359):
Kapt. Douglas, voerende het schip BESSIE SEARIGHT, uitgezonden om te redden wat van het wrak van de ATLAS was af te brengen, rapporteert dat hij ongeveer 1½ mijl buiten het wrak de waterdiepte gepeild en slechts 14 à 15 voeten water gevonden heeft. Hij dacht genoegzame diepgang te zullen vinden, want op deze plek is geen bank op de kaart aangeduid. Niets was er, dat hem kon doen onderstellen, dat hij zich in zulk ondiep water bevond en het mag een toeval genoemd worden, dat de BESSIE SEARIGHT niet het lot van de ATLAS heeft gedeeld.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Cuxhaven, 10 april. De heden alhier van Havana aangekomen Nederlandse schoener CONCORDIA, kapt. A. van Zanten, heeft 30 maart in een aanzeiling met een onbekende brik boegspriet en kluiverboom verloren en nog andere schade bekomen. De brik verloor daarbij de fokkemast.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Cuxhaven, 11 april. De Nederlandse tjalk VAN DIJKEN VAN LANGWIJK, kapt. B.S. Wiencke, 6 dezer van hier naar Harlingen vertrokken, is zwaar lek uit zee terug en hier in de haven gekomen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 23 februari. Het schip ZEEVAART, kapt. Biesthorst, van Soerabaija naar Nederland, is alhier lek binnengelopen. (opm: zie JB 300359)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Soerabaja, 14 februari. Het Engelse schip MARY ANN McENTYRE, kapt. Little, van Hongkong met thee naar Sydney, is op een koraalrif, 10 mijl. N.O. van Bawean, gestrand en zal weg zijn. Men hoopt het grootste gedeelte van de lading te kunnen bergen, waarvoor het schip ZAANSTROOM, kapt. Schaap, is ingehuurd voor NLG 3000 voor één maand en daarna voor NLG 80 daags. Genoemd schip is gisteren derwaarts vertrokken.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. In aanbouw wordt te koop gepresenteerd een solied kopervast gebouwd schoenerschip, plus minus 90 gemeten of 120 roggelasten, gereed om te water te brengen, te leveren met een complete inventaris met of zonder koperen huid. Informatiën te Groningen bij K. Kater (opm: op de Noorderwerf).


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Konstantinopel (opm: Istanbul), 1 april. Het Nederlandse schip MARIA SPES MEA, kapt. C.H. Vaalman, is alhier voor Engeland bevracht om te Salonica te laden (opm: het vertrok op 28 maart van Konstantinopel naar Salonica).


15 april 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 14 april. De 11e februari heeft een Japanse stoomjonk de NYPHON, ter rede van Macao het anker geworpen en aldaar de algemene belangstelling gewekt. Het stoomwerktuig was van de Amerikanen gekocht en in de haven van Hakodadi (opm: Hakodate) in orde gebracht. Dit stoomvaartuig heeft de afmetingen van een grote korvet, is stevig en goed gebouwd en uitnemend in de vaart, heeft een voor- en een achtermast en kan ook even goed als zeilschip gebezigd worden. De equipage bestaat, met uitzondering van de eerste machinist, die een Amerikaan is, geheel uit Japanezen. Aan boord van de jonk bevindt zich een jonge prins, bloedverwant van de nieuwe keizer, die zich aan de marine wijden wil. Een zeer opmerkelijk verschijnsel van vooruitgang, hetwelk te meer bewijst dat deze strekking zich onder de jeugdige vorsten over de hele wereld vertoont.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Falmouth, 13 april. Het Nederlandse schip JANTINA KOBINA, kapt. J.F. de Jonge, van Corunna naar Liverpool, is alhier lek binnengelopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hookzijl (opm: Hooksiel), 8 april. De Nederlandse tjalk VROUW ANTJE, kapt. Drost, van Hamburg naar Amsterdam, is alhier met zware schade binnengelopen. Het schip moet lossen om te repareren.


  JB - Javabode

Het Nederlandse stoomschip ATTALANTE, kapt. W.L. Hartmans, van Falmouth naar Japan, en de 5e januari 1859 van Falmouth vertrokken, passeerde de 14e dezer Straat Sunda.


  PA - Particulier Archief

De Duitse kof ALIDA, kapt. C. Ricke, met een lading rails, is 15 april gezonken bij Hollum op Ameland; er zijn 3 man gered, 1 is verdronken. (wraknummer 457 der Hydrografische Dienst)


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Mr. G. Schot, notaris te Franeker, zal op woensdag den 20 april 1859, des namiddag om 1 uur precies, ten huize van Wijngaarden, in de Aardappelbeurs te Harlingen, in eens af, finaal te verkopen: een overdekt Kofscheepje, genaamd de JONGE SIKKE, groot 17 tonnen, met zeil en treil, en verdere scheepsgoederen en gereedschappen; dadelijk te aanvaarden.
’s Morgens vóór de verkoop ter bezichtiging liggende in de Stads Gracht te Harlingen.
(opm: zie ook LC 290459)


16 april 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 15 april. Door de Nederlandsche Handel-Maatschappij zijn bevracht de navolgende 32 schepen:
Voor Rotterdam: REIJERWAARD, kapt. L.W. E. Bruigom; KAREL AUGUST, kapt. A. Huyzer; MAARTEN VAN ROSSEM, kapt. B.F. Rijken; HENDRIKA, kapt. U.H. Bonn; KAAP HOORN, kapt. L.J. Dik; JOHANNA MARIA (opm: J.R. Veder), kapt. L.J. Wilhelmie; BENGALEN, kapt. H.F. Planter; NEERLANDS KONINGIN, kapt. G. Geerling.
Voor Amsterdam: ARGO, kapt. B.J. Scherpbier; ZEENIMPH, kapt. I.W.J. Witsen Elias; KOOPHANDEL, kapt. S. de Vries; WILHELMINA LUCIA, kapt. G. Poolman; BARON VAN HARDENBROEK, kapt. H.C.A. Henny; HENRIËTTE MARIA, kapt. N.D. de Boer; MINISTER VAN HALL, kapt. O. de Haas; VAN GALEN, kapt. J.R. Smit; JOAN MELCHIOR KEMPER, kapt. J.K, Salm; AMALIA AUGUSTA, kapt. H.A. van Marle; DILIGENCE, kapt. L. Smit; REINHARDT, kapt. J.W. Berkelbach van de Sprenckel; WILHELMINA, kapt. D. van Dale; JOHANNES CHRISTIAAN, kapt. C van Heemstede Obelt, WILHELMINA ELISA, kapt. M. Pribee; KOOPHANDEL, kapt. L. Crevecoeur, van Rotterdam; OSIRIS, kapt. W.H. Cramer, van Dordt.
Voor Dordrecht: BOMMELERWAARD, kapt. F.H. A. Loos; ARY SCHEFFER, kapt. J.G. Kunst; KEMANGLEN, kapt. J.W. Möller.
Voor Schiedam: GENERAAL MICHIELS, kapt. P.G. Visser.
Voor Middelburg: TAGAL, kapt. J.F. H. Göbel; MINISTER PAHUD, kapt. F. Kievit; PRINS VELDMAARSCHALK, kapt. D.L. Immink.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Wijk aan Zee, 14 april. Van de gestrande bark HALTIA is het merendeel van de inventaris geborgen.


17 april 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 16 april. Bij beschikking van 14 april is de vergunning voor een stoombootdienst tussen de Lemmer en Amsterdam, aan de heer H.C. Wouda te Sneek verleend, overgeschreven ten name van de Lemster Stoombootreederij aldaar en tevens tot de 1e september 1859 uitstel verleend voor het in werking brengen van deze stoombootdienst.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. H.L.M. Van Kruijne, notaris te Brielle, als lasthebbende van zijn principaal, is voornemens op woensdag de 27e april 1859, des namiddags ten 1 ure, binnen Hellevoetsluis, aan de Westzijde van de haven, om contant geld te verkopen het Nederlands kofschip DE VLIJT, groot 67 tonnen, gevoerd door kapt. B.P. Heddes, liggende in de Kanaalhaven, nabij Hellevoetsluis, met deszelfs volledige inventaris, eerst in kavelingen en daarna bij combinatie. Informatiën te bekomen bij de heer P. Gallas te Hellevoetsluis en bij voornoemde notaris.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Brouwershaven, 16 april. Het schip LOUISE KROONPRINSES VAN ZWEDEN, kapt. Van der Linden, is bij het onder zeil gaan door het invallen van een bui verkeerd gevallen en bij de Hoek van Bommenede (Schouwen) aan de grond geraakt.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam,16 april. Men verneemt uit Scheveningen het stranden van een marineschip, onbekend nog van welke vlag.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Nieuwediep,15 april. Een hevige N.W. wind verhief zich eensklaps hedenmiddag, zodat men terecht voor zeerampen beducht was. Het duurde dan ook niet lang of men vernam, dat een Nederlandse kof was gestrand; dezelve bleek later te zijn de te Rotterdam te huis behorende kof PETRONELLA, kapt. W. Addens, met een lading wijn van Benicarlo naar Amsterdam bestemd. De equipage werd gered. Het schip zit bij Maarsduinen en men zal trachten zoveel mogelijk van schip en lading te bergen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Nieuwediep,15 april. Een alhier te huis behorende vissersschuit is tegen de Steenendam verbrijzeld; met moeite heeft men de opvarenden kunnen redden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Beverwijk, 15 april. De gestrande bark HALTIA, is door de storm van heden met verlies van masten en verschansing zo ver op het strand geworpen, dat men dit schip bij laag water geheel zal kunnen omwandelen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Kopenhagen, 13 april. De Nederlandse schepen ANNECHINA GESINA, kapt. Smit, en GESINA PRONK, kapt. Pronk, zijn alhier bevracht. De eerste moet te Marstrand voor Londen en de laatste te Hadsund (opm: 56º43’ N.B. 10º7’ O.L.) voor Nederland laden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam,16 april. Volgens een alhier ontvangen particulier bericht uit Makkum, dato 15 dezer, zijn aldaar aangebracht 12 Spaanse schepelingen, vermoedelijk afkomstig van een verongelukt Spaans schip (opm: zie NRC 180459).


18 april 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Nieuwediep,16 april. Gisteren namiddag is op Texel gestrand de Nederlandse brik NATHALIE, kapt. Neess (opm: NATALIE, bouwjaar vermoedelijk 1812; kapt. J. Naess; wanneer de vertuiging van bark [voormalig fregat] naar brik heeft plaatsgevonden is niet bekend), in ballast van hier naar Frederikstad; het schip zit hoog op strand en de inventaris wordt geborgen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Harlingen,16 april. Het tjalkschip (opm: smak) VERTROUWEN, kapt. J.G. Ploeg, gisteren van hier vertrokken met tarwe naar Leith, is, uit zee terug komende, nabij de Grienderwal gezonken. Kapt. Ploeg had kort tevoren gered de equipage van de Spaanse brik JOSEPHA Y AMALIA, van Gibara met tabak naar Bremen, welke bodem na gestoten te hebben bij Terschelling, gezonken is. Wij vernemen dat die Spanjaarden benevens de lichtmatroos en stuurman van kapt. Ploeg te Makkum zijn aangekomen – zie ons nommer van gisteren. Kapt. Ploeg is ook gered en alhier aangebracht (opm: zie LC 190459 en NRC 210459).


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Nieuwediep,16 april. Gisteren namiddag is op Texel gestrand de Nederlandse brik NATHALIE, kapt. Neess (opm: bouwjaar ca. 1812, ex bark, kapt. J. Naess), in ballast van hier naar Frederikstad; het schip zit hoog op strand en de inventaris wordt geborgen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Harlingen,16 april. De stoomboot AMSTERDAM, kapt. G. Wigman, komende van Hamburg, is gisterenavond 6 uur op Terschelling gestrand. De passagiers en equipage zijn gered. Men was volgens het bericht van heden bezig de lading te bergen en hoopte het schip, dat dicht is gebleven, weder af te brengen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Falmouth, 13 april. Het Nederlandse schip SUSANNA, kapt. Moesker, van Livorno naar Antwerpen, is alhier met verlies van boot en verschansingen binnengelopen.


19 april 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Middelburg, 18 april. Het alhier te huis behorende schoener-kofschip de ZWAAN, liggende te Liverpool, is door de kapitein Jan Rinks Dobbenga, geboren te Schiermonnikoog, op 6 dezer schandelijk verlaten, met medeneming van de vrachtpenningen, voor zover die reeds niet door hem verbruikt waren, en een gedeelte van de scheepspapieren en boeken. Door de ijverige nasporingen van de heren H.S. van Santen & Co, geholpen door de geheime politie, is men te weten gekomen dat de voortvluchtige, in gezelschap van zekere Van de Grampel en twee vrouwen, naar Galway was vertrokken om vandaar met de stoomboot PRINCE ALBERT naar New York over te steken. Deze boot met een lek uit zee moetende terugstomen, is het aan deze omstandigheid te danken, dat men er in geslaagd is de ontrouwe kapitein nog in Ierland te arresteren met het bij zich hebbende. In deze zaak komt de grootste lof toe aan de heren H.S. van Santen & Co, die zich door de gepastheid en vlugheid van hun maatregelen jegens de rederij zeer verdienstelijk hebben gemaakt.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Brouwershaven, 18 april. Het schip LOUISE KROONPRINSES VAN ZWEDEN is hedenmorgen met assistentie van de stoomboot KINDERDIJK, in vlot water gekomen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 18 april. In de Vliegronden is een kof gestrand, de naam nog onbekend.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 18 april. Volgens brief van Delfzijl van 16 april, had aldaar een hevige storm gewoed, ten gevolge waarvan onderscheidene kleine schepen op de kust en in de nabijheid gestrand waren. In de Eems dreef veel wrakhout. Te Delfzijl was een gedeelte van een tjalkmast aangebracht, waarvan aan de kraag boekweit zat.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 18 april. De Spaanse brik PEPILLO, kapt. Travieso, van Gibara naar Bremen, is, volgens brief van 16 april, op de Robbenplaat gestrand. Twee man van de equipage waren gered en men had een stoomboot afgezonden om hulp te verlenen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 18 april. Het stoomschip SEINE, van Rotterdam te Hamburg aangekomen, is de 13e april door het breken van de kettingen driftig geworden, doch heeft geen belangrijke schade bekomen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 18 april. Het schip MARIA EDINA, kapt. Stamhuis, van Delfzijl naar Noorwegen is de 16e april te Cuxhaven binnengelopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Elseneur, 15 april. De Nederlandse smak HILLECHINA ALIDA, kapt. Meijer, van Bremen met rijst naar Koningsbergen (opm: Kaliningrad) bestemd, is alhier lek en met schade aan het roer binnengelopen.


  LC - Leeuwarder Courant

Harlingen, 17 april. Onze kusten getuigen weder, welke zeerampen laatstleden vrijdag (opm: 15 april) hebben plaats gehad. De storm, die, bij Z.W. wind, in de namiddag plotseling uit het N.W. losbrak en in ’t hevigste aan een orkaan grensde, joeg enige menigte schepen op lager wal, en deed vele stranden. Bij Texel, Vlieland en Terschelling telt men verscheidene en daaronder grote schepen gezonken of gestrand. De stoomboot STAD AMSTERDAM, van Hamburg komende, kon niet meer tegen het woedende element inwerken en joeg met volle stoomkracht te Terschelling op het strand. De equipage en de passagiers werden gered en de laatsten hier gisteren avond behouden aangebracht. Men hoopt dat de stoomboot ook nog gered kan worden.
De Noordse brik JOSEPHINE, kapt. Andersen, van Amsterdam naar Noorwegen, is hier gisteren door twee loodschuiten mastenloos binnen gebracht. Van de hier te huis behorende ballastschepen, die bij de Ballastplaat lagen, sloegen twee voor het anker weg; het ene schip verloor het roer, doch is behouden binnen gekomen, maar het andere zonk met schipper en knecht, die beide omkwamen.
Gedurig wordt hier geborgen of gevonden tuigage aangebracht. Heden morgen vond een vissersschuit in het Vlie drie masten, met al het zeil en touwwerk, aan elkander verenigd. Met behulp van een ander schuit werd de vondst op sleeptouw genomen en in de late avond hier binnen gebracht.
Het hier thuishorende kofschip de HOUTHANDEL, kapt. J. de Jong, van Noorwegen komende, is letterlijk over klippen en banken heen gestormd en na een reis van ruim anderhalve dag binnen gekomen.
Onder de voorbeelden van bijzondere bewaring moeten wij eindelijk nog wel melden de redding der equipage van de hier thuis behorende hektjalk HET VERTROUWEN, kapt. H. Ploeg. Vrijdag morgen verliet dat vaartuig met nog zes andere schepen (waarvan men tot nu tot niets weet) de rede van ‘t Vlie. Toen de storm opstak keerde hij terug om, zo mogelijk, weder binnen te komen, hetgeen gelukte. Een Spaanse schoener (opm: schoenerbrik JOSEPHA Y AMALIA, zie o.a. NRC 180459) volgde zijn voorbeeld, maar geraakte aan de grond. Kapt. Ploeg zag dit, keerde terug en had het geluk de equipage, bestaande uit 10 man, te redden. Niet lang daarna geraakte hij echter zelf aan de grond, en nauwelijks hadden de Spanjaarden bemerkt, dat het schip in zinkende toestand verkeerde, of zij sprongen in hun eigen boot, gevolgd door een der beide scheepsjongens van kapt. Ploeg. Zij sneden, misschien in de verwarring, ook de vanglijn los der boot, die bij het schip behoorde, en waarin zich de stuurman bevond, om die tot vertrek gereed te maken. Beide boten werden nu door de golfslag voort gezweept en waren weldra aan het VERTROUWEN, waarop zich nog kapt. Ploeg, een matroos, een jongen en de Engelse loods van het Spaanse schip zich bevonden, uit het oog.
De Spanjaarden ontmoetten weldra een ledige boot, die zij aanhielden. Hun kapitein wilde nu enige manschappen daarin doen overgaan, maar zij verklaarden allen bij hun bevelhebber te willen blijven. Daarop ging de scheepsjongen van kapt. Ploeg er alleen over en verdween weldra uit hun oog. Zijn moed werd echter beloond. Achter Makkum sloeg hij over een haard; bij de tweede haard sprong hij uit de sloep en kwam behouden op de zeedijk en vervolgens te Makkum, waar ook de Spanjaarden aankwamen. Gisteren morgen werd kapt. Ploeg met zijn bij hebbenden door de Vlielander loodsschuit no. 6 gered en hier aangebracht. Zij hadden de gehele nacht in de mast gezeten. Nu werd alleen nog de stuurman vermist, over wiens lot men zeer bezorgd was; maar gisteren avond keerde ook die hier gezond terug. Hij was, nog vrijdag avond, behouden te Workum aangekomen. Allen mogen zich dus in hun behoud verheugen, en groot is de blijde deelneming, die hunne, bijna wonderdadige redding, hier heeft verwekt.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. De notaris E. Meijer te Holwerd gedenkt op donderdag 21 april 1859, des morgen 9 uur, bij het pakhuis van Strandvonderijgoederen te Hollum op Ameland, tegen gerede betaling, te verkopen: plus minus 40 last door zeewater beschadigde Boekweit, geborgen van de lading van het op 15 dezer op de reis van Delve (opm: 54º18’ N.B. 9º15’ O.L, aan de Eider) naar Rotterdam te Hollum gestrand Nederlands tjalkschip PETRONELLA RINZINA), kapt. J.G. Kramer (opm: PETRONELLA RENSINA, mogelijk kapt. J.W. Kramer [NRC 190459]; zie verder LC 220459).
Het postschip vertrekt van Holwerd des daags van de verkoop, des morgen ten elf uur.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Een of twee Scheepstimmerknechten, ongehuwd, kunnen voor een jaar dadelijk vast werk bekomen bij H.K. Slager te Tjallebert.


20 april 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Nieuwediep, 18 april. Van het bij Kijkduin gestrande schip PETRONELLA, kapt. Addens, van Benicarlo naar Amsterdam, zijn reeds 180 vaten wijn geborgen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Delfzijl, 16 april. Het schip JACOBA MARGRETHA, kapt. Van Kampen, van Amsterdam naar Stettin (opm: Szczeccin) met stukgoederen en zoete olie, is alhier lek en met verlies van zeilen, trossen, weggeslagen boorden en slagzijde binnengelopen. Het moet lossen om te repareren.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Delfzijl, 17 april. Het kofschip AGATHA JACOBINA, kapt. R.J. Kramer, van Colding (opm: Kolding) met gerst naar Schiedam, is alhier met verlies van anker en ketting binnengelopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Delfzijl, 16 april. Op het Tilsummerwad (opm: bedoeld is: Pilsumerwad, bewesten Greetsiel) is gestrand de Nederlandse kof HILLECHINA, kapt. Schuitema, met hout van Noorwegen herwaarts bestemd. (opm: vermoedelijk is de scheepsnaam WILMINA, zie NRC 210459)


 ZZC - Zierikzeesche Courant

Brouwershaven, 18 april. Het schip LOUISE KROONPRINSES VAN ZWEDEN (opm: Ned. bark KROONPRINSES VAN ZWEDEN) is heden nacht met adsistentie van de stoomboot KINDERDIJK, zonder meer gelost te hebben, in vlot water gebracht. Het schip werd heden opgesleept naar Dordrecht.


21 april 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 20 april. Het schip (opm: kof) WILMINA, kapt. Schuitema, met steen, van Noorwegen naar Delfzijl, is, volgens brief van Delfzijl van de 17e april, op het Pilsumerwad gestrand, doch het volk gered. (opm: vermoedelijk is dit de juiste naam, zie echter ook het bericht NRC 200459 over de kof HILLECHINA, kapt. Schuitema.)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. H.J. Rietveld, A. Roos, C.A. Schröder, J.J. van der Meulen, A. Roland Holst en P.F.A. Luijtjes, makelaars, zullen op maandag de 2e mei 1839, des avonds ten 6 ure, in de Nieuwe Stads Herberg aan het IJ te Amsterdam, ten overstaan van de notarissen Louwerse en Biesman Simons, verkopen: een extra ordinair welbezeild gekoperd en kopervast Barkschip, varende onder Nederlandse vlag, genaamd TRITON, gevoerd door kapt. H. Olie; volgens meetbrief lang 38 ellen 40 duimen, wijd 7 ellen 4 duimen, hol 5 ellen 86 duimen en alzo gemeten op 704 tonnen of 372 lasten, liggende in het Westerdok.
Breder volgens inventaris en bericht bij bovengemelde makelaars of bij de cargadoors Floris der Kinderen & Zoon.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 20 april. Het schip (opm: tjalk) PETRONELLA RENSINA, kapt. J.W. Kramer (opm: mogelijk J.G. Kramer, zie LC 190459), met boekweit, van Delve naar Rotterdam, is in de nacht van de 15e op de 16e april in de buitengronden van Ameland, benoorden Hollum gestrand, doch de bemanning, benevens des kapiteins vrouw en kind, gered; waarvan echter de kok later door uitputting is overleden.
Tegenover Nes zat nog een brik op strand, waarvan de naam onbekend is gebleven (opm: zie NRC 270459).


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 20 april. Het schip ANDREAS, kapt. Huisman, van Bremen naar Amsterdam, de 15e april te Ameland binnen, is, volgens brief van daar van de 17e dito, na van de ankers geslagen te zijn, op de Kikkert ten anker gekomen, en heeft aldaar de beide visiteurs, benevens de schipper en matroos der klareringspost Ameland gered, welke met hun vaartuig, dat reeds voor twee ankers was weggeslagen, in de storm gedurende 12 uren reddeloos rondgedreven hadden; gemelde personen waren vervolgens door de reddingsboot van Nes van boord van de ANDREAS gehaald, welk schip zich als toen in veiligheid bevond.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 20 april. Volgens brief van Ameland van de 17e april, was de 15e dito op Schiermonnikoog gestrand het schip (opm: kof) de LANDMAN, kapt. A.H. Karsijns, in ballast, van Amsterdam naar de Oostzee, doch de equipage gered.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 20 april. Het schip (opm: kof) FREDERIK HENDRIK, kapt. H.A. Meyboom, met stukgoederen, van Amsterdam naar Riga, is, volgens brief van Ameland van de 17e april, op de Engelsmanplaat verongelukt en de equipage daarbij omgekomen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 20 april. Het schip (opm: kof) JONGE WICHER, kapt. R.H. Zoutman, in ballast naar Noorwegen, is volgens brief van Delfzijl van de 18e april, de 16e dito op het Pilsumerwad gestrand, doch de equipage gered.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Harlingen, 19 april. Aan de Oosthoek van Terschelling zijn in de laatste stormen nog twee schepen vergaan. Van een derzelve is een boot op het strand geworpen, doch zonder enig herkenningsteken. Van de bemanningen heeft men nog niets vernomen, zodat men al te zeer vreest dat allen zijn omgekomen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Harlingen, 19 april. Het kofschip GESIENA, kapt. Schortinghuis, met gerst van Nyborg naar Schiedam gedestineerd, is wegens lekkage in de haven van Terschelling binnengekomen. Het schip moet lossen om te repareren.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlissingen, 19 april. De Nederlandse kof CATHARINA, kapt. Thaden, van Antwerpen naar Koningsbergen (opm: Kaliningrad), is op de rivier in aanzeiling geweest en heeft daar door enige schade aan verschansingen en bovenwerk bekomen. Het schip moet retourneren om een en ander te herstellen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Bremerhaven, 16 april. De Spaanse brik PEPILLO, kapt. Travieso, van Gibara (opm: 21º7’ N.B. 76º8’ WL, op Cuba) naar Bremen, op de Robbenplaat gestrand, is vol water gelopen en diep in het zand gewoeld, doch het volk gered.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Elseneur (opm: Helsingör), 16 april. De Nederlandse kof HILLECHIENA ALIDA, kapt. H.H. Meijer, alhier in averij binnen – zie NRC van 19 dezer – is nagezien en zal moeten lossen om te repareren.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Stavanger, 12 april. De lading suiker enz. van de in averij te Egersund binnengelopen Nederlandse kof MARTINUS HEERE, kapt. Mulder, van Antwerpen naar Rostock – zie NRC van 13 dezer - is voor de helft beschadigd.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 20 april. Van het bij Kijkduin gestrande schip PETRONELLA, kapt. Addens, van Benicarlo naar Amsterdam, was de 19e april het grootste gedeelte der lading geborgen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 20 april. Het schip JANTINA GESINA, kapt. de Haan, van Amsterdam naar Tonningen (opm: Tönning), is de 18e april met verlies van ankers en kettingen te Harlingen binnengelopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 20 april. Aangaande het stranden van het schip VERTROUWEN, kapt. Ploeg (opm: zie NRC 180459 en LC 190459), van Harlingen naar Leith, wordt van Harlingen van de 19e april gemeld, dat, toen de VERTROUWEN strandde, de door kapt. Ploeg geredde equipage van de JOSEFITA Y AMALIA (opm: JOSEPHA Y AMALIA), hem meedogenloos in hun eigen sloep verliet, waarmede zij in Makkum zijn aangeland, en moest alzo kapt. Ploeg met twee jongens en de Engelse loods van de JOSEFITA Y AMALIA een zorgelijke nacht op het wrak doorbrengen, terwijl de stuurman ook met de sloep vol water door hen is afgesneden, welke in Workum behouden aan land is gekomen. Van de lading van het schip VERTROUWEN zijn reeds een paar vissersschuiten met tarwe en bonen aangekomen, zo mede enige stengen en ra’s van over boord gekapte tuigages.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Konstantinopel (opm: Istanbul), 6 april. Het Nederlandse schip CATHARINA CORNELIA, kapt. Feyes, van Amsterdam met een lading suiker naar Konstantinopel bestemd, is 3 dezer bij Roonskale gestrand. Onmiddellijk is assistentie derwaarts afgezonden. (In een vorig bericht was abusief, in plaats van het bovengenoemde schip, gemeld het Hanoverse schip CORNELIA, kapt. Albers)


22 april 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 21 april. Het schip (opm: tjalk) JACOBA GEZIENA, kapt. J. Rinks, voor wijlen kapt. H.H. Schuur, van Fanoe met boekweit herwaarts of naar de Zaan gedestineerd, is ter rede van Delfzijl binnengelopen en heeft in de storm van de 15e op de 16e dezer zware lekkage bekomen. Het moet lossen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 21 april. Het schip MARIA, kapt. Tent, van Odense naar Schiedam, is wegens tegenwind te Delfzijl binnengelopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 21 april. Aangaande het schip AMALIA EN EMMA, kapt. Hansen, de 23e december van Doverodde (opm: 56º43’ N.B. 8º28’ O.L.) naar de Maas vertrokken, heeft men sedert niets vernomen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 21 april. Aangaande het bij Ameland gestrande Nederlandse tjalkschip PETRONELLA RENSINA, kapt. Kramer, van Holstein naar Rotterdam – zie ons nommer van gisteren – vernemen wij heden, dat de tuigage, de scheeps- en volksgoederen geborgen zijn, zo ook een gedeelte der lading boekweit, die nochtans zwaar beschadigd is; met de berging waarvan wordt voortgegaan. Het schip is totaal verloren.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 21 april. Het schip JACOBA MARGARETHA, kapt. Van Kampen, van Amsterdam naar Stettin (opm: Szczeccin), is de 16e dezer lek en met andere zware schade te Delfzijl binnengelopen. Het moest lossen om te repareren.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Nieuwe Diep, 20 april. Het wrak van het bij Kijkduin gestrande, te Rotterdam te huis behorende, schoenerschip PETRONELLA, kapt. Addens, van Benicarlo naar Amsterdam bestemd, is aan het strand verkocht en heeft opgebracht NLG 120. Hetgeen van de inventaris is geborgen, zal in de volgende week mede publiek worden verkocht. Van de lading wijn is ruim 47 last geborgen en naar Den Helder getransporteerd.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. De notaris E. Meijer te Holwerd zal op dinsdag den 26 april 1859, des morgen 9 uur, bij het pakhuis van Strandvonderijgoederen te Hollum, tegen gereed geld, verkopen: de compleet geborgen tuigage van het op den 15 dezer te Hollum gestrande Tjalkschip PETRONELLA RENSINA, kapt. J.G. Kramer, bestaande hoofdzakelijk in 13 zeilen, 3 ankers, 1 ankerketting, 1 end dito touwtros, staag, want, staand en lopend touwwerk, mast, roer, zwaard, spil en verdere goederen.
Des daags vóór de verkoop vertrekt het postschip te Holwerd des namiddag ten 1½ uur.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. De notaris Brandsma te Dronrijp zal op donderdag 28 april 1859, des avond ten 6 ure, ten huize van P. Keuning, kastelein in de Krim te St. Jacobi Parochie, provisioneel verkopen: een overdekt Snikschip, genaamd de HOOP, gemeten op 7 tonnen, met zeilen, kleden, touwen, haken, bomen en verdere goederen daarbij aanwezig, zodanig wordt bevaren en in eigendom bezeten door Hessel en Jans Dirks de Jong, schippers te St. Jacobi Parochie. Aanvaarding 12 mei 1859.


23 april 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Schiermonnikoog, 16 april. Van het schip de LANDMAN, kapt. Karsijns, van Amsterdam naar de Oostzee, alhier in de nabijheid gestrand – zie NRC van 21 april – is, daar het hoog op strand zit, het grootste gedeelte van de inventaris geborgen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Antwerpen, 21 april. Het schip AURORA, kapt. Schmelzer, van Brussel naar Memel (opm: Klaipeda), is bij zijn bestemmingsplaats verongelukt.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Falmouth, 21 april. Het Nederlandse schip CONCORDIA, kapt. Tunteler, van Cardiff naar Rotterdam, is alhier lek binnengelopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Yarmouth, 20 april. Het schip JULIANA, kapt. Dirksen, van Hamburg naar Leuven, is alhier lek binnengelopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hull, 29 april. Het schip HELENA CATHARINA, kapt. Lotes, van Rusterzijl (opm: Rüstersiel) op hier bestemd, is 15 dezer in de Noordzee gezonken. Equipage gered.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Emden, 18 april. Het schip (opm: tjalk) VROUW ANTJE, kapt. K.F. Drent, van Hamburg naar Amsterdam, is tegen een bergloon van NLG 1175 te Hoekzijl (opm: Hooksiel) binnengebracht.


24 april 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 23 april. Ten aanzien van het verongelukken van het kofschip FREDERIK HENDRIK, kapt. Meyboom, op de buitengronden ten westen van de Engelsmanplaat, verneemt men, dat de scholvissers van het Moddergat vruchteloos alle pogingen tot redding der (uit 8 man bestaande) bemanning hadden in het werk gesteld. Daags na de stranding werden nog twee matrozen in de mast gezien, doch de ter redding toegesnelde vissers hadden zodanig met de woedende golven te worstelen, dat zij eindelijk, van krachten uitgeput, hun edelmoedige pogingen moesten staken. Kort daarna vielen de masten en de beide ongelukkigen vonden de dood in het bruisende element. Het schip is geheel stuk geslagen en de Engelsmanplaat schier bezaaid met wrakhout en beschadigde stukgoederen der lading; slechts een geringe hoeveelheid der lading is geborgen. Maandag j.l. zijn drie lijken te Holwerd aan wal gebracht.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Harlingen, 20 april. De lading en de inventaris van het schip VERTROUWEN, kapt. J.G. Ploeg, van hier naar Londen, op Terschelling gestrand – zie NRC van 18 april – is geborgen, alhier aangebracht en verkocht.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Ameland, 17 april. De inventaris en een gedeelte der lading van het schip PETRONELLA RENSINA, kapt. Kramer, van Delve naar Rotterdam, op Hollum gestrand – zie NRC van 21 april – is, het laatste zwaar beschadigd, geborgen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Verkoping te Wijk aan Zee. De burgemeester van Heemskerk zal, als lasthebbende van de kapt. C.A. Lindquist, gevoerd hebbende het Finse driemast barkschip HALTIA, van Odessa met rogge bestemd voor Amsterdam, ten overstaan van de te Beverwijk standplaats hebbende notaris C.Jz. Prins, op dinsdag de 3e mei 1859 en zonodig de volgende dag, aan de meestbiedende om contant geld presenteren te verkopen: het hol of casco van voormeld in 1855 nieuw gebouwd schip, een barkas en een sloep, alsmede deszelfs zo goed als complete inventaris, in 1856 daar aangebracht, bestaande in 30 stuks zeilen, een grote hoeveelheid staand en lopend want, masten, stengen, ra’s en verdere rondhouten, ankers, kettingen, twee kanonnen, een grote partij ijzer, koper, vaatwerk, enige vaten victualie en sterke drank, instrumenten en al wat verder tot de uitrusting van dergelijk schip behoort of daarvan is kunnen geborgen worden. Zijnde intussen de lading door de storm van de 15e dezer geheel verloren geraakt.
N.B. De verkoping zal aanvangen des voormiddags om 10 uur, met het hol of casco, de barkas en sloep en de twee grote ankers, op het strand ¼ uur (opm: gaans, dus ca. 1.250 m.) benoorden Wijk aan Zee.


26 april 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 10 maart. Het Rotterdamse fregat DELFT, kapt. L. van Geelkerken, is met de lading, bestaande in 12.000 picol suiker en 400 picol tin, ter rede van Batavia verbrand (opm: te Surabaija rede, zie NRC 280459).


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 25 april. Zaterdag (opm: 23 april) op de middag is het alhier aan de Westerkade liggende barkschip ALCOR, kapt. F.J. van Oppen, op zijde gevallen, doch was tegen de avond weder gerecht.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Brouwershaven, 24 april. Door de schokker van Ouddorp zijn heden alhier aangebracht 160 schuitjes tin, door deze gevist uit het wrak van het op de Banjaard verongelukte Nederlandse schip WITTE CORNELISZOON DE WITH (opm: zie NRC 281158).


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 24 april. De Nederlandse kof CATHARINA CORNELIA, kapt. Feijes, van hier naar Konstantinopel (opm: Istanbul), bij Koomkale gestrand, is volgens brief van de kapitein, in dato 13 april, met assistentie weer af en in een veilige haven in de Dardanellen gebracht. Het schip was dicht gebleven.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Yarmouth, 21 april. Het schip JULIANA, kapt. Dirksen, van Hamburg naar Vlissingen, is alhier lek binnengelopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. H.J. Rietveld, P. Blom, J.F.L. Meijjes en W.Y. van Reinouts, makelaars, zullen op maandag, zijnde de 30e mei 1859, des avonds ten 6 ure precies, in de Nieuwe Stads Herberg aan het IJ aan de meestbiedende of hoogst mijnende, ten overstaan aan de deurwaarder B.D. Beets, in publieke veiling verkopen: een extra ordinair welbezeild, gekoperd en kopervast fregatschip, varende onder Nederlandse vlag, genaamd: LOUISE WILHELMINE, laatst gevoerd door kapt. H.G. van Campen (opm: kapt. Frederik Gerard van Campen), en gemeten op 600 tonnen of 317 lasten. Alles breder bij biljetten omschreven. Het voorzegde fregatschip ligt aan de werf het Witte Kruis. Iemand nader onderricht begerende, spreke met bovengemelde makelaars of met de cargadoors Hoijman en Schuurman. (opm: verkocht voor de sloop, zie NRC 240260)


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. R. de Haan Sz, deurwaarder te Leeuwarden, zal op donderdag den 28 april 1859, ‘s namiddag te drie ure, in het Schippershuis, bij den kastelein Brouwer, op het Noordvliet te Leeuwarden, verkopen:
Ten eersten: een geheel nieuw pas afgetimmerd overdekt Kofscheepje, groot 20 gemeten tonnen; en
Ten tweeden: een als boven, geheel nieuwe overdekte Praam, groot 7 gemeten tonnen, zeer geschikt en ingericht tot klei en modder vervoer.
Op de dag van de verkoop ter bezichtiging liggende voor bovengenoemd Schipperhuis.
(opm: volgens LC 030559 was op kavel 1 geboden NLG 700 en op kavel 2 NLG 200)


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Uit de hand te koop: een nieuw Schip, lang 12 ellen 750 strepen (of 45 voet), wijd 2 ellen 972 strepen (of 10 voet 6 duim), hol 1 el 130 strepen (of 4 voet); alsmede 2 nieuwe Pramen, van 7 en 10 ton.
Te bevragen bij W.T. Kamp, op Schilkampen bij Leeuwarden.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Stoomboot TEXEL.
Hervatting der dienst op Harlingen.
Begonnen op woensdag den 20 april 1859 en vervolgens op alle woensdagen.
Van het N. Diep, ‘s morgens 7¾ uur.
Van Texel, ’s morgens 8¾ uur.
Van Harlingen ’s namiddag 1 uur.
Bovendien op zondag 1 mei een extra reis, op de gewone uren.
De vracht van Nieuwe Diep naar Harlingen en omgekeerd:
Groot kajuit NLG 3,00 Voorkajuit NLG 2,00
Van Texel naar Harlingen en omgekeerd:
Groot kajuit NLG 2,50 Voorkajuit NLG 1,50


27 april 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 26 april. Volgens brief van Ameland van 22 april, was de aan de oostzijde van Ameland gestrande brik – zie NRC van 21 april – gebleken te zijn beladen geweest met rum en suiker, en gevoerd door kapt. van der Mey (opm: FREDERIK HENDRIK, zie NRC 300459).


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 26 april. In het zeegat aan de westzijde van Ameland, is door vissers de top van een mast bemerkt, vermoedelijk van een tjalk, die de 15e april in het gat gezien was.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlie, 24 april. Kapt. P.D.H.B. de Haan, met het stoomschip REMBRANDT alhier van Koningsbergen (opm: Kaliningrad) gearriveerd, rapporteert, dat hij gisteren op 55º 44’ N.B. en 6º55’ O.L. gepasseerd is een door het volk verlaten schoener, welke bij nader onderzoek bleek te zijn het schip INGER CLAUSINE, van Drammen. Het schip was vol water en dreef op de houtlading. De masten waren gekapt en van de inventaris bevond zich niets meer aan boord dan 2 ankers met de kettingen; ook de scheepspapieren waren niet meer aanwezig.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Harlingen, 25 april. Het wrak van het schip VERTROUWEN, gevoerd geweest door kapt. Ploeg, van hier naar Londen, op Terschelling gestrand, is de 23e dezer voor NLG 277 verkocht.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Yarmouth, 25 april. Het alhier lek binnengelopen schip JULIANA, kapt. Dirksen, van Hamburg naar Leuven, moet lossen om te repareren.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. J. Corver, H.J. Rietveld, C.A. Schröder, B.D. Bosscher en P. Blom, makelaars, zullen op maandag, zijnde de 16e mei 1859, des avonds ten zes ure precies, in de Nieuwe Stads Herberg aan het IJ te Amsterdam, ten overstaan van de deurwaarder B.D. Beets, aan de meestbiedende of hoogst mijnende in publieke veiling verkopen: een extra ordinair welbezeild gekoperd kopervast Fregatschip, varende onder Nederlandse vlag, genaamd GEZINA, laatst gevoerd door kapt. P. Burggraaff, en gemeten op 633 tonnen of 328 lasten. Alles breder bij biljetten omschreven. Het voorzegde fregatschip ligt aan de werf Hollandia. Iemand nader onderricht begerende, spreke met bovengemelde makelaars of met de cargadoors Hoijman & Schuurman te Amsterdam. (opm: verkocht voor de sloop, zie NRC 240260)


  JB - Javabode

Het Nederlands-Indische barkschip SALMA, thans genaamd TAIP, kapt. Abdullatip, is de 22e dezer van Batavia naar Samarang en Banjermassin vertrokken.


  JB - Javabode

Advertentie. Publieke verkoping van een barkschip. De ondergetekenden zullen in de eerste helft der volgende maand voor rekening van belanghebbende op vendutie verkopen: het Nederlands gekoperd en kopervast barkschip PRINCES SOPHIA, groot 321 gemeten lasten, gevoerd door kapt. A.L. Hoffman, zoals hetzelve alsdan ter rede zal liggen, voorts deszelfs inventaris als rondhouten, zeilen, ankers, kettingen, staand en lopend want, watervaten, sloepen, scheepsprovisiën, enz, enz.
Abeelen, Dennison & Co


  JB - Javabode

Advertentie. Verkoop van een brikschip. De ondergetekenden zullen in het begin der volgende maand voor rekening van belanghebbende op vendutie verkopen het Amerikaans brikschip SMALLWOOD, kapt. Martin, zo als hetzelve alhier ter rede is liggende.
Abeelen, Dennison & Co


28 april 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 10 maart. Vrachten blijven voortdurend laag en geen verandering is waarschijnlijk voor de nieuwe oogst. Op dit ogenblik zijn de producten schaars. De enige transacties in deze maand gedaan, zijn de volgende:
NEDERLAND gecharterd naar Holland tot NLG 35 per gemeten last te Soerabaija te laden; JAVA’S WELVAREN tot NLG 35 voor suiker en NLG 40 voor arak naar Amsterdam te Indramaijoe en Pekslongan te laden; EERSTELING te Soerabaija gecharterd tot NLG 35 voor suiker, NLG 32 voor tabak, NLG 50 voor arak en verder met rijst op te vullen, tot GBP 1 per ton hier en te Passaroeang te laden naar Amsterdam; AMERIKA tot NLG 35 per last voor suiker naar Holland te Samarang te laden; PRESIDENT PLATE NLG 27,50 voor rijst, NLG 32 voor suiker, NLG 45 voor arak en NLG 50 voor was en lichte goederen, hier te laden naar Amsterdam; NASSAU ligt in lading voor Japan; KOERIER laadt rijst te Soerabaija voor Macao tot 25 dollarcents; CONSTANCE, 744 ton, bevracht voor een reis naar Banka en terug tot NLG 7.500 en METALEN KRUIS, 344 ton, voor NLG 3.600 voor een lading kolen van Bandjermassing naar Timor; STAD NIJMEGEN te Soerabaija gecharterd tot NLG 35 per last naar Amsterdam.
De RESIDENT VAN SON werd bevracht voor NLG 12.000 naar Rotterdam, het Nederlandse OLDENBARNEVELD (opm: VAN OLDENBARNEVELDT) naar Rangoon.
Het Nederlandse schip PRINS FREDERIK DER NEDERLANDEN en het Engelse schip REGINA worden verkocht.
De Nederlandse schepen BIESBOSCH, KINDERDIJK en JOHANNA MARIA CHRISTINA worden gerepareerd.
Het Amerikaanse schip ROBERT PATTEN was in publieke veiling gebracht en ingezet voor NLG 15.000, doch later uit de hand verkocht tot geheime prijs. De AMBOINA werd verkocht voor NLG 7.000.
De volgende Nederlandse schepen zijn nog onbevracht: BALTIMORE, DELFSHAVEN, VIJF GEBROEDERS, EENSGEZINDHEID, BIESBOSCH, EVA JOHANNA, JUPITER, WILLEM I, PRINS VAN ORANJE, GEBROEDERS HOUTMAN, WALCHEREN, HOLLANDIA, DRIE VRIENDEN, REGINA MARIS, LOUIS MEIJER, JEANNETTE EN AGATHA, ARY SCHEFFER, JOHANNA MARIA CHRISTINA, OOST INDIA PACKET, CANTON, ADMIRAAL DE WINTER, BROEDERTROUW, PATRIARCH SAMHIRI, PRINS FREDERIK DER NEDERLANDEN, STAD GOUDA, CORNELIA EN GEERTRUIDA, JAN DANIEL, MARIA ELISABETH MARGARETHA, VRIJHANDEL, CORNELIS SMIT, AEGIDIA EN PAULINA en CAROLINA.
De WELVAART, ALMELO, JOHANNA EN LOUISA, PHILIP VAN MARNIX, ZEELANDIA, VALPARAISO, KAREL AUGUST, TWEE CORNELISSEN, CHRISTIAAN LOUIS, ZEENIMPH, EERSTELING, JAN SCHOUTEN, JEANNETTE, ADMIRAAL PIET HEIN, FERDINAND EN LOUIS, DERKINA TITIA, ZAANSTROOM, JACOBA, CORNELIA CLASINA doen kustreizen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Portsmouth, 25 april. Het Nederlandse barkschip SIRIUS, kapt. Mulder, van Amsterdam naar Batavia, is alhier lek binnengelopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Wivenhoe, 25 april. De Amsterdamse schoener MARIA, kapt. De Boer, van Londen naar St. Petersburg, heeft gisteren in de Sroin (opm: niet gevonden) anker en ketting verloren, en is alhier gevlucht.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Shields, 25 april. De Nederlandse kof JANSJE, kapt. Meijer, alhier van Amsterdam gearriveerd, heeft 20 dezer op Doggersbank opgevist een kist met laden, inhoudende papieren, afkomstig van de te Groningen te huis behorende kof GESINA ELSINA, kapt. Deen, welke bodem 15 dezer van Newcastle naar Groningen is vertrokken. Het is maar al te zeer te vrezen, dat dit schip gebleven is. (opm: kapt. A.U. Deen bleef tot circa 1868 met zijn schip in de vaart)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Nakskov, 23 april. De Nederlandse kof PIETERDINA, kapt. G. van Dalen, van Antwerpen met stukgoed naar Rostock bestemd, is alhier gestrand. Men is bezig met lossen en hoopt minstens een gedeelte der lading te bergen. Misschien is ook het schip nog vlot te brengen (opm: zie NRC 050559).


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 10 maart. Het alhier afgekeurde Rotterdamse barkschip AMBOINA, bedong in veiling NLG 14.000.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Soerabaija, 28 februari. Gisterenavond omstreeks half tien ure is er brand ontstaan aan boord van het Nederlandse schip DELFT, gezagvoerder L. van Geelkerken, hier ter rede liggende, om binnen weinige dagen te vertrekken. Het schip werd naar de Madura wal gesleept en op strand gezet, doch ondanks alle tot redding aangewende pogingen is het niet mogen gelukken de brand te blussen, zijnde het tot op het koper totaal afgebrand. Aanvankelijk heeft men nog het een en ander van de inventaris kunnen redden, doch de brand, die tussendeks is ontstaan, nam spoedig zodanig in hevigheid toe, dat de lading, welke uit 12.000 pikol suiker en 400 pikol tin bestond, benevens het schip totaal verloren is.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Probolingo, 25 februari. De 20e dezer is het Nederlandse barkschip SOUBURG, gezagvoerder von Lindern, van Soerabaija bestemd naar Amoy (China) met een lading rijst, katjangboontjes (opm: pinda’s) en katjangkoeken op een op de kaarten niet aangewezen blinde klip nabij het eilandje Mendangi, ten zuiden van Madura, geraakt en binnen weinige minuten gezonken (opm: zie o.a. JB 230259). De equipage, bestaande uit de gezagvoerder en 22 man, had slechts de tijd zich, met achterlating van bijna alles, in een sloep te redden en bereikten nog dezelfde dag het Krabbeneiland, waar allen door het dessabestuur werden opgenomen en van daar door de hulp der bevolking overgebracht naar Probolingo.


29 april 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 28 april. Het schip MARIA, kapt. Molenaar, van Amsterdam naar Brest, is de 20e april in zinkende staat te Abrevach binnengelopen, hebbende op een rots gestoten.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Nagasaki, 11 februari. Met het Nederlandse schip JAN VAN BRAKEL, kapt. Verheij, 27 januari van Batavia gearriveerd, is alhier aangebracht een matroos van de bemanning van het Belgische schip CONSTANT, kapt. Uytenhoven, welke bodem, als vroeger gemeld (opm: zie NRC 251158), op de reis van Sydney naar Manilla verongelukt is. Volgens het verhaal van deze matroos, Jan Alting, is het schip 12 juni 1858 op een rots, genaamd Bordelaise, geraakt en aldaar onmiddellijk wrak geworden. De gezagvoerder, diens broeder en nog vijf man, waaronder hij was, verlieten het schip in een der boten en de rest der equipage in een andere. Zij landden daarmee op verscheidene eilanden, doch werden telkens door de inlanders verdreven van wie zij niets anders dan enig vers water konden bekomen. Op een der eilanden, door de inboorlingen Angol genaamd, bleef hij met nog enige andere achter, maar de kapitein en de overigen waren bevreesd om aan wal te komen en verlieten hen. Een der inlanders had hen gedurende 2 maanden gevoed en verzorgd, ja zelfs voor de moordaanslagen zijner stamgenoten beveiligd. Na die tijd waren al zijn kameraden op de Amerikaanse walvisvaarder MARY, kapt. Walker, aan boord gegaan, terwijl hij eindelijk door de JAN VAN BRAKEL, was opgenomen. Van de kapitein of zijn tochtgenoten had hij later niets vernomen. Bordelaise is een door gevaarlijke riffen omgeven eiland van de Carolina groep, in de Stille Oceaan, gelegen op 07º38’ N.B. 155º20’ O.L. (opm: zie o.a. ook ZZC 010659 en NRC 150959)


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. R. Bloembergen Santee te Leeuwarden zal op donderdag den 5 mei 1859, des avond 7 uur provisioneel en 8 uur finaal, ten huize van R.J. Brouwer, in het Schipperhuis aldaar, verkopen: een overdekt Kofscheepje, genaamd de JONGE SIKKE, groot 17 tonnen, met zeil, fok en verdere scheepsgoederen en gereedschappen zoals het vooraf en op de verkoop dag bij Brouwer is te bezichtigen. (opm: zie ook LC 150459)


  LC - Leeuwarder Courant

Hellevoetsluis, april 1859. Onze gemeente werd in de laatste tijd weder zeer beproefd. In den vroege morgen van de 2e dezer maand zond de in het Engels kanaal posthebbende loodskotter no. 7, van het loodswezen Goeree en Maas, de met vier personen bemande jol, om het Amerikaanse schip CASILDA, gezagvoerder W.J. Stafford, van een zeeloods te voorzien. Door de hoge zee sloeg de jol om en drie der vier personen vonden hun dood in de golven. Slechts één werd na veel inspanning gered. De namen der verdronken zijn; Egbert Edelenbos, zeeloods, nalatende een vrouw en twee jonge kinderen; Willem Meuldijk, nalatende een hoogzwangere vrouw en een jong kind, en G. van der Sluis, achterlatende zijn bejaarde ouders, wier steun hij was.
Een tweede niet minder treffend ongeluk had reeds vroeger plaats, bij hetwelk de zeeloods Cornelis de Neef, nalatende een zwangere weduwe en vijf jeugdigen, omkwam. Deze man is mede het offer zijner ijverige plichtsbetrachting geworden. Hij ging als loods over op het in zinkende staat verkerende Hanoverse kofschip ANTJE SCHOON, en, terwijl een gedeelte der bemanning, die zich had kunnen bergen in de mast, na een angstige nacht, de volgende dag gered werd, moest hij met de stuurman verdrinken. Al de nagelaten betrekkingen van de genoemde verongelukte personen zijn in hulpbehoevende omstandigheden achter gebleven.
De ondergetekenden hebben zich daarom verenigd, om hun toestand openbaar bekend te maken en hen aan de liefdadigheid dringend aan te bevelen. Zij doen dit te geruster omdat de overledenen, in de dadelijke uitvoering van hun moeitevol en gevaarlijk dienstwerk omgekomen, alleszins er recht op hebben, dat een ieder zich het lot hunner onverzorgd achtergebleven betrekkingen aantrekken en omdat deze ondersteuningen bovendien waardig zijn. Zich hiervan verzekerd hebbende, wagen de ondergetekenden het, met bescheidenheid een beroep te doen op uw liefdadigheid en met aandrang te verzoeken om iets bij te dragen tot leniging van het lijden dier ongelukkigen. Zij stellen zich voor om de inkomende gelden zo te besteden, als, naar hun oordeel, het meest overeenkomstig is met de behoeften der verschillende belanghebbenden.
A. Bruch, A. Dolk, J.E. Gallas, Scheepsagenten; P. Galles, Scheepsagent en Wethouder; D. Miar en A. Mes & Zoon, Scheepsagenten; T. Pan, Inspecteur Loodswezen; W.A. Tenckinck, Burgemeester; W. Vermaes, Wethouder.
[Tot de ontvangst en overmaking van elke liefdegift, die mensenvrienden voor bovengenoemde hulpbehoevenden zouden willen schenken, is men ten kantore dezer Courant gaarne bereid]


30 april 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 29 april. De Staats Courant deelt nog het volgende mede uit de laatstelijk van de Nederlandse commissaris in Japan ontvangen berichten aangaande de te Nagasaki aangekomen en van daar vertrokken Nederlandse schepen:
23 januari 1859 Aankomst van het Nederlandse koopvaardijschip ALIDA MARIA, gezagvoerder J. de Vries, van Batavia, aanvoerende sapanhout, eisgoederen (opm: opeisbare goederen, op cognossement op naam of toonder), en medicijnen.
26 januari. Vertrek van de Nederlandse schoener ANNA EN JACOB, gezagvoerder Petersen, naar Shanghai, uitvoerende steenkolen, was en andere Japanse goederen.
27 januari. Aankomst van het Nederlandse schip JAN VAN BRAKEL, gezagvoerder Verhey, vertrokken van Batavia de 17e november 1858 met een lading diverse artikelen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 29 april. Het schip MARIA, kapt. Molenaar, van Amsterdam naar Brest, in zinkende staat te Abrevach binnengelopen – zie ons nommer van gisteren – heeft volgens later bericht van daar maar weinig geleden. De lading kaas is echter geheel bedorven.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 29 april. Volgens brief van Ameland van 23 april, was het gebleken, dat met de brik, beladen met suiker en rum en volgens opgave gevoerd door kapt. van der Meij – zie NRC van 27 april – bedoeld is geworden het vroeger op de Engelsmanplaat verongelukte schip (opm: kof) FREDERIK HENDRIK, gevoerd geweest door kapt. H.A. Meijboom. Wijders scheen de boven water uitstekende mast – zie mede dit nommer – van een schoener, niet van een tjalk te zijn. Het bericht wegens het stranden van een brik tegenover Nes – zie NRC van 21 april – heeft zich niet bevestigd.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Warffum, 25 april. De 19e dezer is op het eiland Rottum aangespoeld een scheepsnaambord, waarop een blauwe grond met vergulde letters “van Amsterdam” benevens een buitenboord naambord, waarop op een blauwe grond met vergulde letters “FREDERIK “ (Een en ander vermoedelijk afkomstig van het schip FREDERIK HENDRIK, van Amsterdam naar Riga, op de Engelsmanplaat verongelukt, zie NRC van de 21e dezer.)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Beaumaris, 27 april. De Nederlandse kof MARGARETHA ANTINA, kapt. Jager, van Nantes naar Liverpool, is alhier met verlies van zeilen binnengelopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Dundee, 26 april. Het alhier van Memel (opm: Klaipeda) gearriveerde Nederlandse schip HEERENVEEN, kapt. Prins, heeft op Abertay-Sands aan de grond gezeten doch is ogenschijnlijk zonder schade vlot gekomen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hull, 26 april. Het Nederlandse stoomschip MINISTER THORBECKE, 23 dezer van hier naar Amsterdam vertrokken, is heden met schade aan de machine geretourneerd.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

St. Ives, 27 april. De schepen CONSTANCE MARGARETHE (van Porsgrun) en JUNO (van Skien) beiden met hout beladen, zijn alhier gestrand. Het eerste is zwaar beschadigd en het laatste zal wel totaal weg zijn.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Gibraltar, 18 april. Het Nederlandse schip NOACH LOTINGA, kapt. H.H. Bakker, van Rio de Janeiro naar Konstantinopel (opm: Istanbul), dat alhier 10 dezer binnenliep, heeft onklare pompen en schade aan de lading. Het schip moet gedeeltelijk lossen om te repareren.


  JB - Javabode

De Nederlands-Indische schoener SA-ADET, kapt. Moh. Alie, voorheen genaamd ATIAT ULMANLAH, is de 29e dezer van Batavia naar Samarang en Bandjermassin vertrokken.


01 mei 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Texel, 30 april. Het schip VAN DIJCKE VAN LANGWIJCK, kapt. Wiencke, is hier heden van Hamburg aangekomen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 30 april. In de Shipping and Mercantile Gazette vinden wij zonder vermelding van plaats of datum het volgende bericht: Het Nederlandse schip JUFFROUW HILLEGONDA, kapt. Douwes, van Liverpool naar Pernau (opm: Pärnu), is in aanzeiling geweest met een Engelse schoener. Het schip is dicht gebleven en men heeft de schade genoegzaam hersteld, om de reis voort te kunnen zetten. Overigens alles wel aan boord.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Wijck auf Föhr, 26 april. De Nederlandse tjalk ABELDINA, kapt. H.J. Olthoff, van Bremen naar Kiel bestemd, is op Süderoog gestrand. Het schip zit gevaarlijk en het zal moeite kosten het vlot te brengen. De bemanning is nog aan boord.


02 mei 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Dublin, 29 april. Het Nederlandse kofschip ANTJE (opm: bouwjaar 1829), kapt. R.J. Schuring, van Antwerpen naar Liverpool, is gepasseerde nacht bij Postrane gestrand. Het volk is gered.


03 mei 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 2 mei. Laatstleden zaterdag (opm: 30 april) is te Amsterdam van de werf van de scheepsbouwmeester van der Hoog, Koning William, te water gelaten een vaartuig van geheel bijzondere constructie, aan hetwelk de naam is gegeven van HOLLANDSCHE DUIKER, en welks hoofdbestemming schijnt te zijn om in de wateren van Terschelling de visserij op de LUTINE op een meer doeltreffende wijze dan tot dusver is geschied, te doen plaats hebben (opm: zie o.a. LC 080658). Zaakkundigen, in grote getale opzettelijk tegenwoordig en onder welke men verscheidene hoogst verdienstelijke officieren van de Nederlandse marine opmerkte, hebben aan de ontwerpers van de HOLLANDSCHE DUIKER de eenparige verklaring afgelegd dat, op het gebied van de onderzeese arbeid, tot dusver geen beter middel bekend is, om het gewenste doel te bereiken. Wie zal het dan bevreemden te vernemen, dat men in een naburig land reeds bezig is om, naar de aangewezen beginselen, een dergelijk toestel te vervaardigen?


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 2 mei. Het schip WESSELINA ENGELINA, kapt. Tappe, van hier naar Bremen vertrokken, is 30 april met schade in het Oosterdok teruggekomen.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Uit de hand te koop: een voor weinig jaren nieuw uitgehaald en best onderhouden Snikschip, gemeten op 10 ton, met zeil en treil; te bevragen bij Klaas P. Schuitemaker te Menaldum en bij de eigenaar Hidde Wijtzes de Vries te Sneek.


04 mei 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

’s-Gravenhage, 3 mei. Aan het voornemen om de aanbouw van stoom-flotille- en verdedigingsvaartuigen met enige spoed door te zetten, nadat de HECTOR en VULKAAN zullen zijn beproefd, gelijk met de PRO PATRIA reeds is geschied, kan geen gevolg worden gegeven, tenzij de houtstapel vermeerderd worde met zodanige houtsoorten, als daarvoor bijzonder geschikt zijn. Wordt die verhoging eerst voor de volgende begroting aangevraagd, dan komt eerst in het najaar van 1860 het benodigde hout beschikbaar. Men rekent voor eikenhout NLG 100.000, voor masthout NLG 30.000 en voor ander hout NLG 70.000.
Voor de aanbouw van nog 10 à 12 stoom-flotille-vaartuiigen en enige verdedigings- vaartuigen, na publieke uitbesteding op particuliere werven, voor tuig en uitrusting en alle behoeften, behalve artillerie, wordt de hier gestelde som van NLG 1.200.000 geraamd. Voor het benodigd artillerie-materiaal ten dienst van de gemelde vaartuigen en het aanschaffen van meerdere juistheidswapenen is NLG 150.000 nodig geacht. De verhoging van de post voor het stoomwezen is geraamd naar hetgeen de stoommachines van de HECTOR en VULKAAN kosten, ten einde daaruit de benodigde werktuigen en al wat daartoe behoort, voor de gemelde stoom-flotillevaartuigen aan te schaffen.
Niet alleen omdat de behoefte aan een droog dok, voor onze grootste oorlogsschepen geschikt (opm: dok te Willemsoord), hoe langer hoe dringender wordt, maar ook om met de meeste spoed en met de uiterste inspanning in het belang van het werk zelf de afbouw te verhaasten, wordt een som gelds aangevraagd. Aan de goede uitslag bestaat geen twijfel, maar vertraging en meerdere arbeid worden door de voortdurende werking van de grond te weeg gebracht.
Ook is een verhoging van de post voor arbeidsloon nodig voor uitrusting, toetuiging en meerdere aanbouw van stoomflottilje- en verdedigingsvaartuigen op ’s Rijks werven.
(opm: uit de toelichting op de begroting van Marine, bekort)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 3 mei. Gisteren had alhier de jaarlijkse algemene vergadering plaats der Koninklijke Nederlandsche Stoomboot-Maatschappij. Daarin is medegedeeld, dat het belangrijke proces tegen de Franse compagnie wegens het verlies van het grote stoomschip WILLEM DE DERDE is gewonnen en die compagnie tot betaling van schades en interessen is veroordeeld. Intussen was de maatschappij gedurende het afgelopen jaar van het gebruik van dat schip verstoken geweest. Dit en de lage stand der vrachten maken, dat de verkregen resultaten minder gunstig zijn dan men had verwacht. Intussen heeft men 6% van het kapitaal voor depreciatie (opm: geldontwaarding) kunnen afschrijven, en een uitdeling over 1858 uitgeschreven van 3½%. Twee aftredende commissarissen werden op nieuw benoemd.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Nederlandsche Stoomboot-Maatschappij. De directie maakt bekend, dat in de vergadering der commissie van rekening, gehouden in de maand april 1859, besloten is, dat over het boekjaar 1858, een dividend van drie procent over de gewone aandelen zal uitgedeeld worden, betaalbaar na de 21e mei 1859 ten kantore van de Nederlandsche Stoomboot-Maatschappij in de Boompjes, te Rotterdam.
Rotterdam, 3 mei. 1859


  JB - Javabode

Advertentie. Te koop de Hamburger bark ESPERANZA, ladende plm. 4300 pikols zwaar goed, gekoperd en kopervast, in 1852 van beukenhout in Baltimore gebouwd, voorzien van een zeer ruime inventaris, zo als dezelve thans hier ter rede is liggende.
Te bevragen bij de agenten C. Bahre & G. Kinder.


05 mei 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 2 mei. Aangaande het schip VIJF GEBROEDERS, kapt. Hartman, 7 december 1858 van Dantzig (opm: Gdansk) vertrokken, heeft men sedert niets vernomen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Holyhead, 1 mei. De Nederlandse schoener HENDRIKA MARGARETHA (opm: kapt. J.A. Spijkman, zie o.a. NRC 160259), welke hier 11 februari in zinkende staat werd binnengebracht, is voor GBP 410 in publieke veiling verkocht.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Nakskov, 26 april. Het alhier op strand geraakte Nederlandse schip PIETERDINA, kapt. G. van Dalen (opm: zie NRC 280459), van Antwerpen met suiker, glaswaren enz, naar Rostock bestemd, is vlot gekomen en naar een veilige plaats in Fjord gebracht om met gunstige wind aldaar in de haven gebracht te worden, ten einde te repareren. Het schip heeft een lek in de bodem en de suiker is gedeeltelijk verloren (opm: vermoedelijk afgekeurd, zie NRC 240260).


06 mei 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Harlingen, 4 mei. De van hier uitgezonden Groenlandsvaarder NOORDPOOL, commandant Koch, had volgens ontvangen tijding, de 1e april ongeveer 800 robben geslagen, en alles bevond zich in goede staat.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Dublin, 30 april. Het alhier gestrande Nederlandse schip ANTJE, kapt. R.J. Schuring, van Antwerpen naar Liverpool, zal geheel weg zijn (opm: onjuist, 4 mei te Dublin gearriveerd, zie NRC 090559). Men hoopt echter de lading te bergen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Publieke verkoping in het Notarishuis aan de Geldersche Kade te Rotterdam op donderdag 5 mei: 1/250e aandeel in het Nederlandse fregatschip PIETER CORNELISZOON HOOFT, voor NLG 93 verkocht.


07 mei 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Falmouth, 5 mei. Het Nederlandse schip ALIDA SINNIGE, kapt. Dik, van Liverpool naar St. Petersburg, is alhier met verlies van anker en ketting binnengelopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Queenstown, 4 mei. Het schip EUROPE, van Kooria Mooria (opm: Koeria Moeria eilanden, 17º32’ N.B. 56º0’ O.L, voor de kust van Oman) naar Liverpool, is 17 april in zinkende staat door het volk verlaten. De bemanning is door de Nederlandse schoener TWEE VRIENDEN, kapt. N. Meijer, de 1e dezer te Crookhaven (opm: 34º54’ Z.B. 150º46’ OL, bezuiden Sydney) aangekomen, gered.


08 mei 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Wyck auf Föhr, 3 mei. De alhier gestrande Nederlandse kof ABELDINA, kapt. Olthoff, is na de helft der lading gelost te hebben, vlot en behouden in de haven gekomen. Men zal de lading weer aan boord nemen en dan de reis voortzetten.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Lissabon, 5 mei. Het alhier van Rotterdam gearriveerde Nederlandse schip (opm: hoeker) WILHELMINA, kapt. A. Koster, heeft de mast gebroken.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Montevideo, 31 maart. De Nederlandse bark CESAR, kapt. Nevels, 17 februari van hier naar de kust van Patagonia vertrokken om guano voor Falmouth te laden, is 17 dezer lek met verlies van fokkemast en andere schade geretourneerd. Het schip zal vrij belangrijk moet timmeren.


09 mei 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 8 mei. Naar wij vernemen zal Zr.Ms. stoomschip VICE ADMIRAAL KOOPMAN ten gevolge van een lek van Den Helder naar ’s Rijks marinewerf te Amsterdam vertrekken om in het dok aldaar te worden nagezien.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 8 mei. In onze nommers van 2 en 6 dezer deelden wij een uit de Engelse bladen overgenomen bericht mede aangaande het stranden van het Nederlandse schip ANTJE, kapt. R.J. Schuring (opm: kapt. Reinder Jans Schuring), van Antwerpen naar Liverpool, en er werd toen in het laatste bericht gemeld, dat het schip totaal weg zoude zijn (opm: zie NRC 060559). De heden ontvangen Lloyd’s List behelst het arrivement van dit schip te Dublin op de 4e dezer. (opm: op 3 juni werd de zeebrief van de ANTJE geroyeerd onder vermelding ‘schip verongelukt’; de kof, bouwjaar 1829, zal zijn afgekeurd en ter plaatse verkocht)


10 mei 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 9 mei. Volgens brief van kapt. J.G. Appel, in dato Liverpool de 6e dezer, is het wrak van het aldaar verbrande barkschip EQUATOR in publieke veiling verkocht voor GBP 290, terwijl de afgesloopte koperen huid en geredde inventaris GBP 530 hebben opgebracht.


11 mei 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Heden overleed tot mijn diepe droefheid, na een kortstondige doch hevige ziekte mijn lieve echtgenoot J.L. van Waning, in leven gezagvoerder van het barkschip BREDERODE, mij in zwangere toestand met nog twee jeugdige kinderen achterlatende, te jong om hun verlies te beseffen.
Rotterdam, 9 mei 1859 B.S. Buurman, weduwe van Waning
Enige kennisgeving


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 10 mei. De 5e dezer, des morgens, werd door enige vissers in het East Swin, nabij de noordoostelijke Gunfleet-boei, gepasseerd een wrakstuk van een groot schip met geschilderde poorten, en met een koperhuid van geel metaal en de volgende dag werden te Harwich enige spieren, dekbalken, planken en een steng aangebracht, een en ander afkomstig van een schip, dat 4 dezer in een storm uit het N.O. op het Shipwash Sand geraakt en in de daarop volgende nacht is vergaan. Uit een gevonden naambordje en het rapport van de vissers blijkt, dat het verongelukte schip de Nederlandse bark AUSTRALIE is, van Shields met een lading kolen naar Cadix bestemd. Bij het wrak vond men ten onderste boven drijven een sloep en giek en in de nabijheid daarvan verschillende riemen en mutsen, zoals die door zeelieden gedragen worden, terwijl men aldaar opviste een door een vrouw geschreven brief, getekend G. Meijer, gedateerd Rotterdam 15 maart 1859 en geadresseerd aan A. Meijer, op het barkschip AUSTRALIE, kapt. T.J. Jansen, te Hellevoetsluis.
N.B. Het valt niet te betwijfelen of het boven bedoelde schip is de AUSTRALIE, kapt. Jansen, welke 2 mei van Shields naar Cadix vertrok, daar ons bij onderzoek gebleken is, dat de persoon van A. Meijer, waarvoor bovengemelde brief bestemd was, gemonsterd is als 2e timmerman aan boord van die bodem. (opm: zie o.a. NRC 031165)
Uit de onderste boven drijvende boten met de riemen er bij, moet men opmaken dat de equipage zich in die vaartuigen heeft willen redden, maar dat helaas allen omgekomen zijn.
De AUSTRALIE was een in het jaar 1847 alhier (opm: J. Otto, Krimpen aan den IJssel) gebouwde bark van 321 last, toebehorende aan de rederij van de heren Hoogewerff en Chabot.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Bij Harwich zijn aangedreven twee documenten respectievelijk gedateerd 8 en 14 februari 1859, No. 41 en 64, inhoudende de benoeming van de luit. ter zee R.J.A. Bouricius tot ridder der Militaire Willemsorde, 4de klas. (De luit. ter zee R.J.A. Bouricius, die zich thans, voor zover wij weten, in Indië bevindt, werd bij gelegenheid van de expeditie van Djambi, tot ridder der militaire Willemsorde, 4e klas benoemd.)


 ZZC - Zierikzeesche Courant

Brouwershaven, 7 mei. Uitgezeild: Het schip DOVRE, kapt. P.C. Olsen, van Arendal naar Antwerpen bestemd, alhier als bijlegger zwaar lek binnen, is heden per stoomboot OSCAR, kapt. F. Maas, buitenom naar Antwerpen gesleept.


12 mei 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 11 mei. Aangaande het verongelukte Nederlandse schip AUSTRALIE, kapt. Jansen, van Shields naar Batavia, en niet naar Cadix, als gisteren abusief gemeld, delen de Engelse bladen heden nog mede, dat te Woodbridgehaven enige scheepspapieren zijn aangebracht, waaronder zich bevonden een manifest over een lading suiker, koffij, indigo, tabak enz, per het schip BORNEO (#), kapt. Jansen, gedagtekend 21 januari 1858 en een onkostenboekje van het schip AUSTRALIE, kapt. Jansen, lopende van oktober 1858 tot maart 1859, benevens nog verschillende andere in de Nederlandse taal beschreven papieren en nog enige wrakstukken, terwijl te Harwich nog zijn aangebracht meerdere wrakstukken, enige einden ketting, een Nederlandse kaart van de Goeree en een Engelse kaart van de kusten van Spanje en Portugal, benevens een nieuw marszeil, gemerkt AUSTRALIE.
#) De BORNEO, thans kapt. De Best, was op de datum van dat manifest onder bevel van kapt. Jansen, liggende ter rede van Samarang en gereed om naar Amsterdam te vertrekken.
In ons nummer van gisteren deelden wij mede, dat te Harwich waren aangedreven twee documenten respectievelijk gedateerd 8 en 14 februari 1859, No.41 en 64, inhoudende de benoeming van de luit. ter zee R.J.A. Bouricius tot ridder der Militaire Willemsorde, 4de klas.
Een onderzoek, dat wij heden bij het ministerie van marine instelden nopens de gelegenheid, waarmede dit brevet verzonden is, heeft ons tot de kennis gebracht, dat dit stuk en nog een veertiental dergelijke met het schip AUSTRALIE, kapt. Jansen, verzonden zijn.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Aanvraag voor scheepsruimte. Ter bevrachting wordt verlangd, om einde der maand september e.k, van Amsterdam of Rotterdam te worden geëxpedieerd:
- Naar Japan, een eerste klasse Nederlands schip, ladende 200 à 250 lasten.
- Naar Batavia, een Nederlands schip, mede 200 à 250 lasten ladende.
Aanbiedingen met opgave van vracht en condities worden ingewacht vóór 1 juni e.k, ten kantore van de cargadoors Oolgaardt & Bruinier, te Amsterdam.


13 mei 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 12 mei. Kapt. Felleul, van Londen te Dunbar aangekomen, heeft op de hoogte van Harwich opgevist een lederen portefeuille met verschillende brieven, geadresseerd aan F.G. Kuypers, aan boord van de Nederlandse bark AUSTRALIE, kapt. Jansen. Kapt. Felleul was ook nog verschillende wrakstukken gepasseerd en had een stuk van een mast opgevist.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 12 mei. Het stoomschip ANNA PALOWNA, kapt. Swart, van hier naar St. Petersburg, is met gebroken schroef, doch overigens in goede staat, te Aspo binnengelopen. Het zou naar Kroonstad opgesleept worden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Nerva, 2 mei. De scheepvaart is heden op nieuw geopend (opm: na de winterperiode) door de Nederlandse kof DRIE GEZUSTERS, kapt. Bart, die alhier gearriveerd is om een lading spoorijzer in te nemen.


  LC - Leeuwarder Courant

Uit het wrak van de LUTINE is zaterdag j.l. door middel der helmduikers geborgen een staaf zilver en 2 Spaanse matten.


14 mei 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 13 mei. Het Admiraliteitshof te Londen heeft gisteren uitspraak gedaan in de eis van het stoomschip DON ter bekoming van betaling voor verleende assistentie aan het fregatschip d’ELMINA op 6 februari jongstleden. De d’ELMINA werd veroordeeld tot betaling van een bergloon van GBP 1000 en de kosten.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 13 mei. Het schip FIDES, kapt. Walker, met cement van Rotterdam naar Geestemünde, is de 26e april in de Noordzee, op 54º11’ N.B. en 05º03’ O.L, gezonken, doch het volk gered en te Leer aangebracht.


15 mei 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Falmouth, 12 mei. Het alhier van Rio de Janeiro gearriveerde Nederlandse schip FROUWINA, kapt. Bakker, heeft stengen, ra’s en zeilen verloren.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Dantzig (opm: Gdansk), 12 mei. Het schip TASMANIA, kapt. Small, met een lading tarwe van Koningsbergen (opm: Kaliningrad) komende, is bij Rixhöft gestrand.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Wyck auf Föhr, 10 mei. Het Nederlandse schip ABELDINA, kapt. Olthoff, van Bremen naar Leith, alhier in averij binnengelopen, heeft heden na geëindigde reparaties onze haven weder verlaten.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vigo, 8 mei. Het op 29 april alhier binnengelopen Nederlandse schip ADRIANA SOPHIA, kapt. Bakker, van Cardiff met een lading spoorijzer naar Triëst bestemd, is lek en moet lossen om te repareren.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Lissabon, 6 mei. Het Ned. schip VRIJHANDEL, kapt. Lupkes, van de Clyde naar Buenos-Ayres, is hier 1 dezer met verlies van stengen en andere schade binnengelopen


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. De ondergetekende boekhouders van het op de 5e dezer op het Ship Wash Sand met man en muis verongelukte schip AUSTRALIE, diep getroffen door het lot van de nagelaten betrekkingen der equipage van dat schip, doen mits deze een beroep op de bekende menslievendheid hunner stad en landgenoten, om hen behulpzaam te zijn, ten einde door een geldelijke ondersteuning de ramp van zovele weduwen en wezen enigszins te lenigen.
Tot ontvangst der giften zijn bussen geplaatst ten hunne kantore aan de Glashaven, en bij de boekhandelaren M. Wijt & Zonen, Beursbrug en aan het bureau dezer courant.
Hoogewerf & Chabot.


16 mei 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 24 maart. Zr.Ms. adviesbrik PYLADES is tot opnemingsvaartuig bestemd.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 24 maart. Nog steeds in een uiterst gedrukte toestand verkerende vonden er weinig afdoeningen in de afgelopen veertien dagen plaats. Zij waren de volgende:
De EVA JOHANNA, neemt de lading over van het afgekeurde schip ZEEVAART à NLG 55 voor suiker naar Amsterdam; de JUPITER, 970 tonnen, wordt door de factorij der Nederlandsche Handel-Maatschappij bevracht voor NLG 17.500 in eens; de PRINS FREDERIK DER NEDERLANDEN, 650 ton, voor NLG 15.000 in eens van Padang naar Amsterdam; de WALCHEREN, 442 ton, bedong $ 2.500 in eens van Soerabaija naar Amoy; de LOUIS MEIJER, 756 ton, is door het gouvernement opgenomen voor NLG 3.400 om troepen naar Palembang over te brengen; de TWEE CORNELISSEN krijgt $ 0,30 voor rijst van Tagal en Samarang naar Amoy; de JOHANNA MARIA CHRISTINA, 1017 ton, is door de Nederlandsche Handel-Maatschappij opgenomen voor NLG 19.500 in eens, om op Soerabaija en Passoeroean te laden voor Amsterdam; de PRINSES SOPHIA kwam hier vercharterd aan en laadt voor Nederland.
De BIESBOSCH en KINDERDIJK zijn aan het repareren.
De E.W. VAN DAM ISSELT is te koop.
De volgende Nederlandse schepen zijn nog disponibel: BALTIMORE, DELFSHAVEN, VIJF GEBROEDERS, EENSGEZINDHEID, BIESBOSCH, WILLEM DE EERSTE, PRINS VAN ORANJE, GEBROEDERS HOUTMAN, HOLLANDIA, DRIE VRIENDEN, REGINA MARIS, ARY SCHEFFER, OOST INDIA PACKET, ADMIRAAL DE WINTER, BROEDERTROUW, PATRIARCH SAMHIRI, STAD GOUDA, JAN DANIEL, MARIA ELISABETH MARGARETHA, CORNELIS SMIT, AEGIDIA EN PAULINA, ELISABETH EN ANTOINETTE, MARIA VERONICA, JOHANNES HENDRIKUS FERDINAND, WHAMPOA, WILHELMINA, COMMISSARIS DES KONINGS VAN DER HEIM, HOLLAND, IJSSEL, ALMELO, AMALIA AUGUSTA en LOURENS KOSTER.
De WELVAART, JOHANNA EN LOUISA, PHILIPS VAN MARNIX, ZEELANDIA, VALPARAISO, KAREL AUGUST, CHRISTIAAN LOUIS, ZEENIMPH, EERSTELING, JAN SCHOUTEN, JEANNETTE, ADMIRAAL PIET HEIN, FERDINAND EN LOUIS, DERKINA TITIA, ZAANSTROOM, JACOBA CORNELIA CLASINA, JEANNETTE EN AGATHA, CORNELIA EN GEERTRUIDA, CAROLINE, CANTON en GOUVERNEUR-GENERAAL DUYMAER VAN TWIST doen kustreizen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Elseneur, 12 mei. De bark PAX, kapt. Witt (opm: buitenlander), van Libau (opm: Liepaja) naar de Maas, is alhier met verlies van boegspriet binnengelopen, zijnde in aanzeiling geweest.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 26 maart. Aangaande het verbranden van het Nederlandse schip DELFT, kapt. L. van Geelkerken – zie NRC van 28 april – meldt men van Soerabaija nog de volgende bijzonderheden:
De brand ontstond onder het dek in de lading nabij het schot der kerk, en was, toen de kapt. ter zee Du Cloux, oudst aanwezend officier, die zich op het luiden der brandklok onmiddellijk aan boord begaf, het schip bereikte, reeds zo hevig, dat aan geen blussen meer te denken viel.
Intussen gelukte het van de beschikbare sloepen der hier ter rede liggende oorlogs- en particuliere schepen, het schip op de buitenrede te slepen en op 4 vadem aan de grond te zetten, alwaar het tot op het water afbrandde. Het kan als een groot geluk beschouwd worden dat door de zo spoedig en krachtig aangebrachte hulp het schip bijtijds naar buiten gesleept en het dreigende gevaar daardoor van de andere in de nabijheid liggende schepen afgeweerd is. Het schip had een volle lading particuliere suiker en 250 pikols gouvernements-tin in. Van de suiker is niets gered. Maatregelen zijn echter genomen om van het tin, dat onder in het schip lag zoveel mogelijk te bergen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie.Verkoop bij rechterlijk gezag van het Russische schoenerschip, genaamd CONSTANTIN, liggende binnen deze stad in de Scheepmakershaven, lang volgens meetbrief 30 el 50 duim, wijd 5 el 85 duim, hol 2 el 62 duim en alzo groot 208 tonnen, met al deszelfs staand en lopend want, ankers,kettingen, touwen, zeilen en verdere scheepsgereedschappen, ingevolge inventaris, gevoerd geweest door schipper Gustav Johanson, ten verzoeke van de heren Kuijper Van Dam & Smeer, cargadoors te Rotterdam, ten deze domicilie kiezende ten kantore van de voor hen occuperende procureur Mr. Gerardus Combertus Burger, aan de Haringvliet, wijk 12, nommer 47 aldaar, requiranten uit krachte van een vonnis, gewezen door de arrondissements rechtbank te Rotterdam, de tweede mei 1859, behoorlijk geregistreerd ten kantore van de heer ontvanger Van Berkel de zesde mei daaraanvolgende, in zake van de requiranten als eisers tegen voornoemde schipper Gustav Johanson als gedaagde, bij hetwelk deze is veroordeeld, om aan de eisers te betalen een som van negen duizend acht honderd vijf en negentig gulden acht en twintig centen, wegens bodemerijschuld, met de interessen en kosten, en daarvoor onder andere hetzelve schip en toebehoren speciaal verbonden en executabel en daarna arrestanten op hetzelve schip en toebehoren.
De executanten hebben het voorschreven schip en toebehoren ingezet voor een som van een duizend gulden. De verkoop zal plaats hebben ter terechtzitting van de arrondissements rechtbank te Rotterdam, op woensdag de achtste juni 1859, des voormiddags ten elf ure precies.
De memorie van lasten is gedeponeerd ter griffie van meergemelde rechtbank en kopie daarvan ligt ter visie ten kantore van voornoemde procureur Mr. Gerardus Combertus Burger, bij wie nadere inlichtingen te bekomen zijn.
Rotterdam, 16 mei 1859 G.C. Burger, procureur


17 mei 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 16 mei. Het schip ZEEVAART, kapt. H.G. Bieshorst, van Soerabaija naar Amsterdam, ter rede van Batavia lek binnen, is afgekeurd (opm: zie o.a. JB 300359). De lading zou overgeladen worden in het schip EVA JOHANNA, kapt. De Boer.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 16 mei. Door de Nederlandsche Handel-Maatschappij zijn bevracht de navolgende 30 schepen:
Voor Rotterdam: JAPAN, kapt. J. Muller; PADANG, kapt. M.W. Zwart; STAATSRAAD VAN DER HOUVEN, kapt. T. Heymeriks; MACASSAR, kapt. N.N.; OTTOLINA, kapt. J.J. Prange; ALCOR, kapt. F.J. van Oppen; SCHEVENINGEN, kapt. J.K, Anokkee; DELFSHAVEN, kapt. C. Schaap; HONINGBIJ, kapt. J. van der Valk; DEN ELSHOUT, kapt. E.T. Bonjer; BATAVIER, kapt. A. de Voogt.
Voor Amsterdam: QUATRE BRAS, kapt. F.B. Bondix; PHOEBUS, kapt. J.G. de Roever; OOST INDIE PAKKET, kapt. W. Postma; MARIA ADOLFINA, kapt. A. Blom; STAATSRAAD VAN EWIJCK, kapt. F. de Winter; STAD LEIJDEN, kapt. A. Dekker qq; VIER GEBROEDERS, kapt. C. ter Marsch; NICOLAAS WITSEN, kapt. B.T. Stoffels; JEANNETTE AGATHA, kapt. A. Cleyndert; ALEXANDER, kapt. A. Dekker; DOGGERSBANK, kapt. P.J. Kerkhoven; CORNELIA, kapt. G. de Vries van Rotterdam; GEBROEDERS HOUTMAN, kapt. C.J. Bax.
Voor Schiedam: JOHANNES ANTHONIUS, kapt. Metz qq. van Rotterdam.
Voor Dordrecht: JAN SCHOUTEN, kapt. J. Coening Meijer.
Voor Middelburg: SUSANNA ELISABETH, kapt. C. Ouwehand; CATHARINA MARIA, kapt. J.A. Ballot; REGINA MARIS, kapt. S. Ouwehand; GRONDWET, kapt. T.C. Kamminga.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Brouwershaven, 13 mei. Alhier zijn nog aangebracht 141 blokken tin, gevist uit het wrak van het op de Banjaard gestrande schip WITTE CORNELISZOON DE WITH (opm: zie NRC 281158), van Batavia naar Rotterdam.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Middelburg, 16 mei. Volgens gisteren ontvangen rapport van een te Vlissingen binnengekomen loodsboot is bij Dungeness van een loods voorzien het alhier te huis behorende barkschip MINERVA, kapt. Van Boven, van Java naar Middelburg vertrokken de 27e november 1858, hebbende alzo ongeveer 170 dagen reis.


18 mei 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. J. Corver, H.J. Rietveld, G.J. Boelen, A. Rocquette, H.J. Gallenkamp en W.IJ. van Reinouts, makelaars, zullen op maandag de 30e mei 1859, des avonds ten 6 ure precies, in de Nieuwe Stads Herberg aan het IJ te Amsterdam, ten overstaan van de deurwaarder Bastiaan Farret, in publieke veiling aan de meestbiedende of hoogstmijnende verkopen: een extra ordinair, welbezeild, gekoperd, kopervast Barkschip, varende onder Nederlandse vlag, genaamd DECIMA, gevoerd door kapt. J. Janse en gemeten op 457 tonnen of 241 lasten, liggende aan de werf De Zwarte Raaf. Alles breder bij inventaris beschreven.
Iemand nader onderricht begerende, spreke met bovengemelde makelaars of met de cargadoors Hoyman en Schuurman.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 17 mei. Het ondergedeelte van het voormalige linieschip de KONING DER NEDERLANDEN zal binnen enige tijd gesloopt worden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Delfzijl, 14 mei. Het schip de HOOP, kapt. Bakker, van Bremerhaven naar Amsterdam, is alhier zwaar lek binnengelopen. Het moet lossen om te repareren.


19 mei 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Slikkerveer, 18 mei. Gisteren avond ten 6 ure is van de werf van de scheepsbouwmeester M. v.d. Kuyl met goed gevolg te water gelaten de ijzeren schroefstoomboot STAD HAARLEM, bestemd voor de beurtvaart tussen Haarlem en Amsterdam. Onmiddellijk daarna werd de kiel gelegd voor een ijzeren lichterschip.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Sydney, 11 maart. Het op 20 februari van hier naar Batavia vertrokken Nederlandse schoenerschip ST. MICHAEL, kapt. Johnson q.q, is uit zee geretourneerd.


20 mei 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 19 mei. Het Admiraliteitshof te Londen heeft heden uitspraak gedaan in de zaak van de aanzeiling van het alhier te huis behorende fregatschip d'ELMINA en de Spaanse bark VISCAYA. Het vonnis is ten gunste van d'ELMINA geslagen en de VISCAYA in de kosten veroordeeld.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Passaroeang, 19 maart. Het te Alblasserdam te huis behorende barkschip MINISTER THORBECKE, kapt. Van Duijn, de 7e maart van Soerabaja naar Nederland vertrokken, is de 10e dezer door stroomverleiding op Meindertsdroogte (bij Straat Bali) aan de grond geraakt. Het schip heeft aldaar een gehele nacht vastgezeten en men heeft het behoud alleen aan het stille weer en de kalme zee te danken. De volgende dag kwam het schip vlot en alhoewel dicht gebleven, heeft het toch zoveel geleden dat het naar Soerabaija moet retourneren om aldaar te lossen en te repareren.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Pro Deo. Ingevolge vonnis van de Arrondissements-rechtbank van Rotterdam, d.d. 2 mei 1859. In de jare achtien honderd negen en vijftig, de zestiende mei, ten verzoeke van Alida Wapenaar, huisvrouw van Leendert Ydoo Don, zonder beroep, wonende te Vlaardingen, ten deze woonplaats kiezende ten kantore van Jan Dirk Castanien, procureur bij de Arrondissements-rechtbank van Rotterdam, aldaar gehouden wordende aan de Mosseltrap, wijk 11, no. 23, als zodanig aan haar toegevoegd, die voor haar rechten zal optreden.
Heb ik, Johan Coenraad Lach, deurwaarder bij de Arrondissements-rechtbank voornoemd, wonende te Rotterdam in wijk 2, no 371. Uit krachte van het verlof, ontleend door de Arrondissements-rechtbank van Rotterdam, dd. 2 mei 1859, geregistreerd voor gratis door de ontvanger Van Berkel, te Rotterdam, gedagvaard: Leendert Ydoo Don, zeevarende te Vlaardingen woonachtig geweest, wiens tegenwoordig verblijf is onbekend, doende te zijnen behoeve mijn exploit op de wijze voorgeschreven in artikel 4, no. 7, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, sprekende in het parket van de edelachtbare heer officier van Justitie bij gemelde rechtbank met de edelachtbare heer Mr. J.H.W. Swellengrebel, officier van Justitie; die het oorspronkelijk met gezien heeft getekend, terwijl ik tevens copien van dit exploit heb doen aanplakken, ter plaatse bij de wet bevolen en hetzelve heb doen vermelden in de Staats- en Nieuwe Rotterdamse Courant, als zijnde aangewezene nieuwsbladen, om te verschijnen op maandag de vijfde van de maand september 1800 negen en vijftig, des voormiddags ten elf ure, ter audientie van de Arrondissements-rechtbank van Rotterdam, gehouden wordende in het Paleis van Justitie aan het Haagsche Veer te Rotterdam: ten einde: aangezien de gedaagde als stuurman aan boord van het schip DE JONGE ALIDA, kapt. Jan van Gelderen één reis van Vlaardingen naar Lissabon heeft ondernomen zonder volmacht achter te laten tot het waarnemen van zijn zaken of order op het beheer daarvan gesteld te hebben, met dat vaartuig op de 15e maart 1836 naar (opm: van) Lissabon weer is uitgezeild met bestemming naar Vlaardingen. Aangezien sedert die tijd er niets meer van die bodem vernomen is en zij met haar bemanning, waaronder Leendert Ydoo Don, een prooi van de golven is geworden. Aangezien er circa drie en twintig jaren sedert het vertrek van de gedaagde verlopen zijn, zijnde het laatste bericht geweest van 15 maart 1836 en er dus sedert die tijd onzekerheid bestaat omtrent zijn aanzijn of overlijden.
Aangezien de eiseres tegen de gedaagde is procederende tot verklaring van zijn vermoedelijk overlijden en tot het bekomen van verlof om een ander huwelijk aan te gaan. Mitsdien aan gemelde rechtbank als nog van zijn aanzijn te doen blijken, hem tevens aanzeggende dat ingeval noch hij, noch iemand anders voor hem op deze dagvaarding mocht opkomen en alzo niet behoorlijk van zijn aanzijn mocht blijken door de requirante zal worden geconcludeerd dat haar daarvan tot het doen van een tweede openbare dagvaarding met reserve van kosten tot het eindvonnis.
De kosten van dit exploit zijn in debet een gulden negentig cents. (was getekend) J.C. Lach, deurwaarder. Gezien door ons officier van Justitie, heden de zestiende mei 1800 negen en vijftig. (was getekend) Swellengrebel.
Geregistreerd te Rotterdam de zestiende mei 1800 negen en vijftig, deel 80, folio 62, recto vak 7, een blad twee renvooijen. Debet voor recht NLG 0,80 voor 38 opcenten NLG 0,30½, tezamen een gulden tien en een halve cent, NLG 1,10½.
De ontvanger, Voor copie conform,
Van Berkel Castanien, procureur


  LC - Leeuwarder Courant

Voor de betrekkingen der verongelukte zeelieden van het Kofschip FREDRIK HENDRIK, kapt. H.H. Meiboom (opm: zie NRC 210459), is bij W. Middelveld, predikant aan de Lemmer, ontvangen: van een inzameling door 2 stuurlieden in de gemeente Lemsterland NLG 273,02; van N.N. te Joure een muntbiljet á NLG 10; van de heren Bontekoning en Aukes te Amsterdam een bankbiljet groot NLG 200; bij het bureau der Amsterdamsche Courant van diverse gevers ontvangen NLG 29,82, en bij G. Weverink Wesselink aldaar, volgens aankondiging in de Amsterdamse Courant van 1 mei, reeds NLG 113.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Te koop: twee snelzeilende schepen met zeil en treil, alles volledig en in beste staat, zijnde een Jagt of Veerschip, groot 23 ton, een Jagt of Boot, groot 5 ton, bij O.L. Lantinga, scheepsbouwmeester te IJlst.
Alsmede een hecht en sterk veerschip, met zeil en treil, groot 15 ton; te bevragen bij dezelve.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Uit de hand te koop: een overdekt Tjalkschip, de HOOP genaamd, groot 70 tonnen, lang 11 ellen 55 dm, wijd 3 ellen 43 dm. en hol 1 el 79 dm, met staand en lopend want, zeil en touwwerk, haken, bomen en complete inventaris, thans in uitmuntende staat; liggende in de Rien aan de Vissersburen in de Lemmer en aldaar te bevragen bij de notaris Waubert de Puiseau.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Uit de hand te koop: een Tjalkschiphol met mast, groot 61 tonnen, liggende aan de scheepstimmerwerf van T.A. Visser te Workum. Brieven franco.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. De notaris H.B. Klaasesz te Ternaard zal op woensdag den 25 mei 1859, des namiddag ten 5 uur, in de herberg Altena, op de Streek bij Dokkum, in het openbaar verkopen: een gewegerd Kofschip, groot 19 tonnen, liggende aan de werf van H. Vink aldaar; door J.J. Wieringa jr. als eigenaar bevaren. Twee dagen na toewijzing te aanvaarden.


21 mei 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 20 mei. Zr.Ms. fregat DE RUYTER onder bevel van de kapt.luit.t.zee G. Fabius, komende uit Oost-Indië, is de 20e dezer ter rede van Vlissingen geankerd. De vice-admiraal Bouricius, gewezen directeur en commandant van de marine in Nederlands Oost-Indië, is op zijn retour naar het vaderland aan boord van dit schip overleden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 20 mei. Het stoomflotillevaartuig VULKAAN, in aanbouw op ’s Rijks werf te Amsterdam, is in de morgen van de 20e dezer met goed gevolg te water gelaten.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Gibraltar, 3 mei. Het Nederlandse schip HENDRIKA WILKENS, kapt. R.H. Mulder, van Newcastle naar Triëst, alhier binnengelopen, heeft de verschansing verloren en andere schade bekomen.


  JB - Javabode

Het Gouvernements stoomschip KAPITEIN VAN OS, kapt. W. Glazer, is onlangs van Soerabaija naar Bandjermassin vertrokken.


  JB - Javabode

Advertentie. Maandag 30 mei 1859, zal te Cheribon publiek worden verkocht de Nederlands Indische bark HAIROL BARIL, ladende 120 lasten, met inventaris, zoals dezelfve thans ter rede van Cheribon is liggende. Voorts zullen worden verkocht de tot de boedel van wijlen Sech Mohamad bin Oemar Sewet behorende meubelen en koopmans goederen.
De executeuren in genoemde boedel en speciale gemachtigden van Sech Mohamad bin Oemar Arfaan, mede-eigenaar van gemeld schip:
Sech Awood bin Salim Sewet.
Sech Achmad Salim Megat.
Sech Oemar Basarefan.
Sech Salim Gosan.
Sech Mohamad Hadat.


22 mei 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 20 mei. Het Nederlandse schip HENRIETTE, kapt. Vinke, met suiker van Amsterdam naar Konstantinopel (opm: Istanbul), is zwaar lek te Gallipoli binnengelopen. Het moet lossen om te repareren.


23 mei 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 22 mei. Zr.Ms. schepen JUNO en SINDORO zijn de 15e april van Suriname vertrokken met bestemming naar Curaçao. Laatst bedoelde bodem zal na een kort verblijf te Curaçao naar het vaderland retourneren.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De aanzeiling van het Nederlandse schip d'ELMINA en het Spaanse schip VISCAYA. Herhaaldelijk werd onder de scheepstijdingen in deze courant melding gemaakt van de aanzeiling van het alhier tehuis behorende fregatschip d'ELMINA met het Spaanse schip VISCAYA en het proces dat daardoor ontstaan was, terwijl wij eindelijk in ons nommer van 20 dezer het telegrafisch bericht mededeelden, dat de uitspraak van het Admiraliteitshof ten gunste van de d'ELMINA was uitgevallen. Getrouw aan onze belofte laten wij hieronder enige bijzonderheden omtrent dit rechtsgeding volgen, zoals dat in de Engelse bladen voorkomt.
Door de eigenaren van het Spaanse schip VISCAYA werd een actie ingesteld tegen het fregatschip d'ELMINA en zulks wegens schade, die laatstgenoemd schip aan het eerstgenoemde in een aanzeiling in de avond van 5 februari op de hoogte van Bevezier (opm: Beachy Head) berokkend had, terwijl van de zijde van de d'ELMINA een contra-actie tegen de VISCAYA werd ingesteld. De Spaanse bark verklaarde dat zij in ballast van Londen naar Bordeaux bestemd, met de wind uit het Z.Z.W. met bakboordshalzen dicht bij de wind om de west koerste, lopende het schip 4 à 5 knopen vaart. Het was duister en zij had een groen licht aan stuur- en een rood licht aan bakboordszijde. Het licht van de d'ELMINA zag men op circa een mijl afstands vooruit een weinig aan stuurboordszijde, doch dit verdween onmiddellijk daarna. De bark hield haar koers, veronderstellende dat de d'ELMINA vrij van haar zou lopen, maar het roer van de d'ELMINA werd eerst aan bakboord gebracht, toen de schepen te na bij elkander waren en daardoor werd een aanzeiling onvermijdelijk. Het roer van de VISCAYA werd nu ook bakboord gelegd, maar voor dat het schip luisterde, liep de d'ELMINA het in de stuurboordzijde tussen de fokkemast en kraanbalk en veroorzaakte zeer belangrijke schade, zijnde de schepen vier uren aan elkander vast geweest. De VISCAYA beweerde dat het ongeluk alleen aan de d'ELMINA te wijten was, doordien dit schip te laat het roer aan bakboord bracht. De d'ELMINA verklaarde dat zij met een lading suiker, arak en rijst van Java naar Amsterdam bestemd, op het tijdstip in kwestie onder kleinzeil met een vaart van 5 knopen stuurboordshalzen toe om de O.t.Z. stuurde, hebbende een helder licht onder het ezelshoofd van haar boegspriet. Dat men de VISCAYA op een halve mijl afstands vooruit, circa 1½ streek aan bakboord zag, waarop men het roer onmiddellijk bakboord en het schip dicht aan de wind bracht. De aanzeiling was volgens haar verklaring alleen veroorzaakt doordien de VISCAYA het roer stuurboord bracht.
Nadat bovenstaande verklaringen door partijen waren afgelegd en de zaak door de respectieve verdedigers was bepleit, nam de president het woord en zich tot de Elder Brethren wendende, zei hij: “Mijne heren, het is mijn plicht om uw aandacht op een paar vragen te vestigen, die in het onderhavige geval oprijzen en waaromtrent het hof verlangend is uw advies en overwegingen te vernemen. Gij moet in het oog houden dat hier twee gedingen in één beraadslaging moeten beslist worden; dat beide partijen vreemdelingen zijn; dat wij dientengevolge geheel ontslagen zijn van de bepalingen die voor Engelse schepen geldig zijn, in overweging te nemen, en dat dit geval beslist moet worden naar de gewone en algemene gebruiken van de scheepvaart. De wijze, waarop de aanzeiling heeft plaats gehad, is door beide partijen toegestemd. De gevolgtrekking van het feit laat ik dus aan u over. De voorlopige verklaring van de VISCAYA zegt dat de d'ELMINA dat schip voor in de stuurboordzijde liep, tussen de fokkemast en de kraanbalk. Dit is een feit. De VISCAYA beweert verder in het pleidooi, dat de schuld geheel aan de d'ELMINA ligt, doordien dat schip niet bijtijds het roer aan bakboord heeft gebracht, hetzij dat dit toe te schrijven is aan slechte uitkijk of andere redenen aan boord van dat schip, en dat het niet te wijten is aan iemand aan boord van de VISCAYA, terwijl op dat schip alles is gedaan om een aanzeiling te voorkomen. Wij hebben alleen te onderzoeken of de aanzeiling veroorzaakt is door de schuld van de d'ELMINA, hetzij door dat het schip niet in tijds het roer bakboord bracht of geen goede uitkijk hield. Er is veel gesproken of de d'ELMINA ruim zeilde of niet; dit geval hangt geheel van de gelegenheid af. Volgens het pleidooi van de verdediger van dit schip was de wind Z.t.W. en stuurde het O.t.Z, dus een verschil van acht streken. Volgens de eigen verklaring had het schip dus een streek ruimte, toen de VISCAYA in 't gezicht kwam en als dat zo is, dan meen ik (vast stellende dat de VISCAYA met bakboordshalzen te dicht bij de wind zeilde), dat het de plicht van de d'ELMINA was geweest om te wijken. Heeft men op de d'ELMINA het Spaanse schip wel zo spoedig gezien als dit geschieden kon en heeft men op de d'ELMINA het roer wel genoeg en spoedig genoeg aan bakboord gebracht? Van de zijde van de d'ELMINA wordt verklaard, dat men de VISCAYA vijf minuten voor de aanzeiling zag en het roer onmiddellijk bakboord bracht, zodat het schip O.Z.O. voorlag. Uit deze feiten en overwegingen zult gij te beslissen hebben of de d'ELMINA schuldig is of niet. Door een van de verdedigers van de d'ELMINA is de vraag geopperd, of de VISCAYA dicht bij de wind zeilde of niet. Volgens de verklaring van dat schip was zulks zo, daar het W. voorlag met de wind uit het Z.Z.W. Of de wind Z.Z.W. of Z.t.W. is geweest, kan niet uitgemaakt worden. De d'ELMINA legt de Spaanse bark ten laste, dat de aanzeiling door haar schuld veroorzaakt is, doordien zij in stede van koers te blijven sturen of het roer aan bakboord te brengen, dit stuurboord bracht en daardoor het schip recht voor de boeg van de d'ELMINA wierp. In tegenspraak met de verklaring van de VISCAY voert men van de d'ELMINA aan, dat men op het Spaanse schip, nadat men elkander gezien had, volstrekt het roer niet aan bakboord gebracht heeft. Gij zult dus moeten beslissen of er op die bodem goede uitkijk gehouden werd.”
Nadat het hof een en ander in overweging genomen had, bracht het de 19e mei bij monde van dr. Lushington, zijn gevoelen uit, en dit was dat er omtrent een gedeelte van de zaak geen twijfel kon bestaan, namelijk dat de d'ELMINA in alle dele onschuldig was. De enige moeilijkheid bestond nu nog ten opzichte van de VISCAYA. Nadat men tijd tot nadere overweging genomen had, hadden de Trinity Masters hun gevoelen uitgebracht, en dit was dat de VISCAYA schuldig was, doordien zij niet beter uitkijk gehouden en haar roer niet in tijds bakboord gebracht had, om daardoor de aanzeiling te voorkomen. Het Hof stemde hiermede volkomen in, temeer omdat in vier vroegere gevallen van die aard het advies van de Trinity Masters volkomen overeenstemde met het thans gegevene. Het beginsel is dat, wanneer een met bakboordshalzen bij de wind zeilend schip een ander schip tegenkomt, hetwelk met stuurboordshalzen ligt, zelfs al heeft dat schip de wind 2 of 3 streken ruim, het niettemin de plicht is van het schip met bakboordshalzen, om het roer aan bakboord te brengen, ten einde de mogelijkheid van een aanzeiling te voorkomen. Op grond hiervan werde VISCAYA schuldig verklaard.


24 mei 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlissingen, 21 mei. Gisterenmiddag ten 1 ure kwam Zr.Ms. Fregat ADMIRAAL DE RUITER te rede van deze stad ten anker, zonder het gewoon saluut uit het geschut, de admiraliteitsvlag halfstok waaiende en aldus de treurige tijding bevestigende van het overlijden van de vice-admiraal Bouricius. Ook de dochter van de waardige overleden vlootvoogd, mevrouw Fabius die zich aan boord bevond, heeft op die reis het smartelijke verlies van een harer kinderen te betreuren. Het lijk van de vice-admiraal – zoveel mogelijk gebalsemd – is nog aan boord, maar zal spoedig aan wal worden gebracht.


25 mei 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 24 mei. Gisteren had te Amsterdam de aanbesteding plaats, namens de directeur van de Amsterdamsche Stoomboot-Maatschappij, van het af- en in vlot water brengen van het op het oosteinde van Terschelling gestrande stoomschip AMSTERDAM. Er waren slechts twee biljetten ingekomen en wel van G. de Groot, J. Konijn en F. Plantijn te Egmond aan Zee à NLG 14.540 en van P. Kwant te Amsterdam à NLG 14.000. De gunning zal later plaats hebben.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 24 mei. Volgens rapport van kapt. Sissingh, uit Brouwershaven binnen, is de CORTGENE, kapt. Dunlop, zondag door sterke tegenwind weer naar het Engels Kanaal teruggezeild.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hellevoetsluis, 24 mei. Het Nederlandse brikschip ST. GEORGE DE LA MINA, kapt. H.M. v.d. Velde (opm: H.W. van der Velden), gisterenavond in de Goeree binnengekomen en bij de Kwade Hoek geankerd, is heden morgen onder het opwerken ten circa 8½ uur, bij het Noorder Pampus aan de grond geraakt doch een uur later vlot gekomen en voor het Pampus geankerd.
(opm: het schip kwam van de kust van Guinea en de lading bestond uit 469 vaten [51.289 gallons] palmolie, 52 olijphantstanden en 85 stuks camwood)


  JB - Javabode

De 24e dezer arriveerde te Batavia het Engelse stoomschip BURRA BURRA, kapt. W. Buxey, van Adelaide, van waar het de 1e mei was vertrokken.
(opm: de BURRA BURRA, kapt. Buxey, vertrok 26 juni van Batavia naar Soerabaija, arriveerde daar op 28 juni en was op 18 juli weer terug te Batavia van Soerabaija; nog steeds als Engels stoomschip onder kapt. W. Buxey, vertrok het op 22 juli van Batavia richting noord-west om een gestrand schip te assisteren, maar was 31 juli weer te Batavia gearriveerd)


27 mei 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Elseneur, 24 mei. Het Nederlandse schip (opm: tjalk) PIETERDINA MARCHINA, kapt. J. Klein, van Stettin (opm: Szczeccin) naar Leith, is ten gevolge van aanzeiling gezonken. Het volk is gered.


28 mei 1859


 ZZC - Zierikzeesche Courant

Brouwershaven, 27 mei. Heden is alhier aangebracht door schipper A. van der Linden, van Ouddorp, 26 schuitjes tin, gevist met een duiker uit het wrak WITTE CORNELISZOON DE WITH.


  JB - Javabode

Het Amerikaanse schip JOSEPH PENBODY, van Manila naar Boston bestemd, heeft op de kust van Borneo de passagiers, de gezagvoerder en de equipage van het Engelse barkschip SABINA, dat aldaar verongelukt was, opgevist en aan boord genomen en verzorgd.


29 mei 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 28 mei. Aangaande de Nederlandse schoener GEERTRUIDA JOHANNA, kapt. P.G. Karst, van St. Petersburg herwaarts gedestineerd, de 9e november 1858 van Croonstad, heeft men sedert niets vernomen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Soerabaija, 30 maart. Het Nederlandse schip MINISTER THORBECKE, kapt. van Duyn, de 7e maart van hier naar Rotterdam vertrokken, is de 21e dezer (opm: maart) met schade uit zee geretourneerd – zie NRC van 20 mei – hebbende op Meinderts Droogte (opm: in Straat Bali) aan de grond gezeten.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 9 april. Vrachten blijven voortdurend laag en sedert de laatste berichten hebben de volgende afdoeningen plaats gehad:
EVA JOHANNA neemt de lading in van het afgekeurde schip ZEEVAART, zijnde NLG 35 voor suiker naar Amsterdam; JUPITER 950 ton door de Factorij bevracht voor NLG 17.500 in eens; PRINS FREDERIK DER NEDERLANDEN 650 ton voor NLG 13.000 van Padang naar Amsterdam; JOHANNA MARIA CHRISTINA 1.017 ton door de Factorij bevracht voor NLG 19.500 ineens, te Soerabaja en Passaroeang voor Amsterdam te laden; BALTIMORE ligt te Soerabaja in lading voor Amsterdam; CORNELIS SMIT door de Factorij bevracht tot NLG 35 per gemeten last naar Rotterdam, te Cheribon en Samarang te laden; AMELAND bevracht tot GBP 2.5 naar San Francisco.
HEBE is gecharterd in Europa en laadt te Soerabaja naar Falmouth om orders; Nederlands REGINA MARIS 756 ton en ZEELANDIA 594 ton zijn gecharterd voor een lading kolen van New-Castle (Australie) en terug naar Java tot NLG 0,80 per pic; EENSGEZINDHEID naar Ternate; OOST INDIA PACKET NLG 32 voor suiker, NLG 40 voor arak en huiden en NLG 32 voor tabak van Soerabaja naar Amsterdam; Nederlands LOUIS MEIJER 756 ton is door het gouvernement aangenomen voor de overvoer van troepen naar Palembang tot NLG 3.400. TWEE CORNELISSEN laadt rijst te Tagal en Samarang naar Amoy tot 30 dollar ct; Nederlands LOURENS KOSTER te Soerabaja naar China gecharterd met rijst tot 0,30 dollarcents.
Nederlands VRIJHANDEL verzeilde naar Singapore, ten einde vracht te zoeken.
Engels COURIER, 230 ton, op vendutie verkocht voor NLG 6.000.
Bremer GENERAL JACOBI, Engels NINA worden verkocht.
Amerikaans AUBADAN van Singapore naar New York bestemd, is hier binnengelopen wegens brand in de lading en na een paar dagen was het schip uitgebrand.
MINISTER THORBECKE met averij te Soerabaja terug uit zee en de PRINSES SOPHIA moet dokken.
De volgende schepen zijn nog onbevracht: Nederlands DELFSHAVEN, VIJF GEBROEDERS, BIESBOSCH, WILLEM DE EERSTE, PRINS VAN ORANJE, GEBROEDERS HOUTMAN, HOLLANDIA, ARY SCHEFFER, BROEDERTROUW, PATRIACH SAMHIRI, STAD GOUDA, JAN DANIEL, MARIA ELISABETH MARGARETHA, AEGIDIA EN PAULINA, ELISABETH EN ANTOINETTE, MARIA VERONICA, JOHANNES HENDRIKUS FERDINAND, WHAMPOA, WILHELMINA, COMMISARIS DES KONINGS VAN DER HEIM, IJSSEL, ALMELO, AMALIA AUGUSTA, GELDERLAND, BULGERSTEIJN.
De WELVAART, JOHANNA EN LOUISA, PHILIPS VAN MARNIX, VALPARAISO, KAREL AUGUST, CHRISTIAAN LOUIS, ZEENIMPH, FERDINAND EN LOUIS, DERKINA TITIA, ZAANSTROOM, JACOBA CORNELIA CLASINA, JEANNETTE EN AGATHA, CORNÉLIA EN GEERTRUIDA, CAROLINA en GOUVERNEUR GENERAAL DUIJMAER VAN TWIST doen kustreizen.


30 mei 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 29 mei. Ten vervolge van het voorkomende in de Nederlandsche Staatscourant van de 30e april 1859, kan weder het volgende worden medegedeeld uit de laatstelijk van de Nederlandse commissaris in Japan ontvangen berichten aangaande de te Nagasaki aangekomen en van daar vertrokken Nederlandse koopvaardijschepen:
- 11 Februari aankomst van het koopvaardijschip JAN VAN GALEN, kapt. Smit, van Hongkong, aanvoerende sapanhout, wijn, bier, glasruiten, Chinese medicijnen en diversen.
- 23 Februari aankomst van de Nederlandse schoener JACOB EN ANNA, van Shanghai, aanvoerende suiker, blik, medicijnen en diversen.
- 2 Maart aankomst van het Nederlands-Indische koopvaardijschip SCHILLER, kapt. Salzkroon, van Shanghai met een lading diversen.
- 12 Maart vertrek van het Nederlandse koopvaardijschip GELDERLAND, naar Batavia.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 29 mei. Volgens telegrafisch bericht is het stoomschip TRIEST, kapt. A. Hoogendijk, de 25e dezer te Triëst aangekomen, na voor Venetië door het Frans eskader afgewezen te zijn. De bevelhebber van het eskader heeft het scheepsjournaal getekend om de afwijzing te constateren (opm: oorlog tussen Frankrijk en Oostenrijk in Italië).


31 mei 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 30 mei. Heden is van de werf en fabriek van stoom- en andere werktuigen van de heren D. Christie & Zoon te Schoonderloo bij Delfshaven met goed gevolg te water gelaten het voor rekening van de Lemster Stoombootreederij nieuw gebouwde stoomrader-jacht STAD SNEEK, bestemd voor de dienst tussen Lemmer en Amsterdam.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 30 mei. Men schrijft, dat het linieschip DE ZEEUW, liggende op 's Rijks marinewerf te Willemsoord, eerstdaags naar Vlissingen zal worden gesleept om tot blokschip te worden ingericht en aldaar gestationeerd te worden. Het fregat PRINS HENDRIK zou met gelijk doel aan 's Rijks werf te Amsterdam worden gereed gemaakt met bestemming voor de rede van Texel, terwijl het fregatschip CERES, alsmede op eerstbedoelde werf liggende, spoedig gereed gemaakt en in dienst gesteld zou worden. Een groot deel van de kanonneer- boten zijn van Willemsoord naar Hellevoetsluis en Vlissingen gezonden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 30 mei. Wij vernemen dat het barkschip VISCAYA appèl heeft aangetekend van het vonnis door het Admiraliteitshof gewezen in de zaak van dat schip contra het Nederlandse schip d'ELMINA.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Antwerpen, 29 mei. Het Belgische schip ROSALIE (opm: driemaster, thuishaven Antwerpen), kapt. Arends, van Londen naar Kurrachee (opm: Karachi), is 18 maart bij de Maldivische Eilanden (Indische Zee) (opm: Malediven [Indische Oceaan]) verongelukt.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. R. Bloembergen Santee te Leeuwarden zal op donderdagen den 9 juni 1859, provisioneel, en den 16 juni daaraanvolgend finaal, telkens des avond 7 uur, ten huize van R.J. Brouwer, in het Schippershuis aldaar, verkopen:
1. Een overdekt Tjalkschip, genaamd de JONGE ANNA, groot 33 tonnen, met mast, zeil, gaffel, giek, stagfok, spreng (opm: mogelijk spring), reep, blokken en verdere scheepsgoederen, zoals het vooraf en op de verkoop dagen bij Brouwer is te bezichtigen.
2. Een wel onderhouden Jagt, met vaste tent, lang ongeveer 5,624 ellen(19 voet), met zeil, 2 fokken enz, zoals het op de verkoop dag voor het huis van Brouwer ter bezichtiging is liggende.
(opm: LC 100659 meldt dat op kavel 1 NLG 646 is geboden en LC 140659 dat NLG 671 is geboden)


01 juni 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 31 mei. Volgens heden ontvangen telegram van Lissabon, dato 30 mei, is het Nederlandse barkschip ANTOINETTE, kapt. J.M. de Winter, dat 2 februari van Cadix naar Montevideo en Buenos Aires vertrok, de 1e april in de monding van de Plata-Rivier verongelukt. De equipage is gered. De kapitein bevindt zich aan boord van de te Lissabon gearriveerde pakketboot.
(De bark ANTOINETTE, groot 684 tonnen, werd in het jaar 1852 gebouwd en behoorde aan de rederij van de heren A.F. Ebeling & Co)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 31 mei. Het Admiraliteitshof te Londen heeft de 27e dezer aan de bemanning van de smak SUPERIOR een beloning van GBP 800 toegekend voor assistentie verleend aan het Nederlandse schip DECIMA, kapt. Janse, welke bodem zij op de reis van Old-Calabar naar Amsterdam de 27e januari j.l. in lekke staat in de Noordzee ontmoette en tot de 6e februari assistentie verleende, op welke laatste datum de DECIMA te Grimsby werd binnengebracht. Uit het proces blijkt, dat de waarde van schip en lading werd geschat op een som van GBP 22.000 en dat men te Hull een overeenkomst had gemaakt om aan de SUPERIOR een bergloon van GBP 700 te betalen, waarmee deze tevreden was; doch voor dat dit afgedaan werd, kwam er een order, dat niet betaald mocht worden, en alstoen werd de zaak voor het Admiraliteitshof gebracht.
Het Hof heeft de vele en goede diensten in overweging genomen, welke door de SUPERIOR aan de DECIMA bewezen zijn, op grond daarvan de bovengenoemde GBP 700 met nog GBP 100 vermeerderd en alzo de DECIMA veroordeeld tot betaling van een som van GBP 800 en de kosten.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Brouwershaven, 31 mei. Uit het wrak van het op de Banjaard verongelukte Nederlandse schip WITTE CORNELISZOON DE WITH zijn nog gevist en hier aangebracht 26 schuitjes tin.


 ZZC - Zierikzeesche Courant

Zierikzee, 30 mei. De 29e september j.l. (opm: 1858) zijn te Doreh (opm: Geelvinkbaai), Nieuw Guinea, aangeland 11 schipbreukelingen, waaronder de gezagvoerder Utenhoven, van het Belgische schip CONSTANCE (opm: kapt. Petrus Ed Uyttenhoven, driemast bark CONSTANT) van Antwerpen, welke bodem zeilende van Sydney naar Manilla op een onbekende klip nabij de Carolina Eilanden (opm: Carolinen, 8º0’ N.B. 145º0’ O.L, in de nacht van 9 op 10 juli 1858, op haar eerste uitreis) is gestrand. Na 89 dagen, bijna van alles ontbloot, in zee te hebben rondgezworven, werden deze ongelukkigen nabij de kust van Amberbakin door mensen van dat landschap ontmoet en naar de Nederlandse zendelingpost gebracht. Een sloep met 5 manschappen, die met hen het wrak had verlaten, was in een donkere nacht uit het gezicht verloren en sedert niet weer gezien. (opm: zie o.a. NRC 290459 en 150959)


02 juni 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 1 juni. Volgens brief van kapt. B. Sikkens, voerende het schip (opm: brik) JACQUELINE EN ELIZE, van Liverpool te Batavia aangekomen, in dato 9 april had hij op de reis vele en hevige stormen doorgestaan en daardoor de voorstreng, kluiverboom, spaanse ruiter (opm: stampstok, d.w.z. spreider in het waterstag) gebroken, een lekkage in de piek bekomen, het stormbrikzeil verloren en waren de bovenverschansing, het kombuis enz. weggeslagen. Nog rapporteert kapt. Sikkens, dat hij met een vloot van 10 schepen 14 dagen wegens stilte voor Straat Sunda had moeten kruisen.


03 juni 1859


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Uit de hand te koop: een wel doortimmerd en onderhouden Beurtschip, groot volgens meetbrief 26 ton, met bijna complete inventaris.
Adres franco brieven aan de boekhandelaar E.H. van Rijgersma te Lemmer.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Uit de hand te koop: Twee hechte overdekte schepen, het ene groot 25 ton en het ander 13 ton, met zeil en treil, bij H. de Jong, scheepstimmerman te Heeg.


04 juni 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 3 juni. Volgens een op heden alhier en op eergisteren te Liverpool ontvangen telegram is het van deze plaats met troepen naar Batavia bestemde schip ALCOR, kapt. van Oppen, hetwelk 18 mei van Brouwershaven vertrok, de ... 160 mijlen ten westen van Lissabon in aanzeiling geweest met het van Liverpool naar Bombay bestemde schip ANNE ARMSTRONG. Beide schepen bekwamen daarbij schade. Van de ANNE ARMSTRONG schijnt het echter maar onbeduidend te zijn geweest, dewijl dit schip zijn reis heeft vervolgd. De ALCOR was echter genoodzaakt een noodhaven te zoeken en naar de Taag af te houden, alwaar het schip dan ook gelukkig aangekomen is en van waar de kapitein d.d. Lissabon 2 juni telegrafeert dat hij zware schade had bekomen en die aldaar zou repareren. Kort na zijn aankomst aldaar was er muiterij onder de vreemde soldaten uitgebarsten, die evenwel door de vereende krachten van de andere passagiers, officieren, onder-officieren en equipage was gesmoord. Overigens waren er geen onheilen voorgevallen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 3 juni. De Engelse regering heeft aan kapt. M. Kwakkelstein van de Nederlandse schoener WOUTER (opm: hoeker de JONGE WOUTER) een kijker vereerd als bewijs van erkentelijkheid voor de door die kapitein aan de bemanning van de brik FLIRT, van South-Shields, betoonde menslievendheid, toen dat schip de 13e april l.l. in zee zonk en voor het behouden aan wal brengen van de bemanning te Lissabon (opm: zie ook NRC 180160), en aan kapt. S.F. van der Hoef, van de Nederlandse bark SOPHIA ELISABETH, mede een kijker voor zijn menslievende diensten aan de kapitein en bemanning van de bark JEANNIE JOKASTEN (opm: JEANNIE JOHNSON, zie NRC 180160 en 161261), van North Shields, op 31 oktober l.l. bewezen (opm: zie voor een eerdere redding NRC 190659).


05 juni 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 4 juni. Zr.Ms. fregat ADMIRAAL DE RUYTER, kapt.-luitenant ter zee Fabius, is de 1e juni in 's Rijks dok te Vlissingen gehaald. Deze bodem zal spoedig, van masten en want ontdaan, naar Hellevoetsluis worden gesleept, om aldaar verlengd en tot een schroefstoomfregat van 400 paardekracht te worden ingericht.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Roptterdam, 4 juni. Men verneemt, dat Zr.Ms. stoomfregat EVERTSEN en de korvet CITADEL VAN ANTWERPEN bij de aanstaande ontbinding van het eskader naar Vlissingen zullen vertrekken.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 4 juni. Zr.Ms. transportschip DE MERWEDE, onder bevel van de kapitein-luitenant ter zee J. van der Meersch, op reis naar Oost-Indië, is de 16e april j.l. ter rede van de Simonsbaai (Kaap de Goede Hoop) ten anker gekomen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 4 juni. Aangaande het in averij te Gallipoli binnengelopen Nederlandse schip HENRIETTE, kapt. Vinke, van Amsterdam met suiker naar Konstantinopel (opm: Istanbul) bestemd – zie N.R.C. van 22 mei – meldt men, in dato Gallipoli 19 mei, dat het schip reeds tot Kamaris (Zee van Marmora) gevorderd was, doch dat men, ten gevolge van een zwaar lek, genoodzaakt was geweest terug te keren. Het schip was nagezien en de lading zou onverwijld gelost en opgeslagen worden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Portsmouth, 2 juni. Hen Nederlandse schip SUMATRA, kapt. Grivel, van Amsterdam naar Batavia, dat 1 maart alhier, na bij Seaford op strand gezeten te hebben, lek binnenliep, doch nu de schade hersteld had en gereed was om de lading weer aan boord te nemen, is gisterenavond in een zware donderbui op zijde gevallen. Het schip heeft vijf van de inhouten (opm: spanten) gebroken en nog andere schade bekomen, zodat het opnieuw op de slip zal moeten om te repareren.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 4 juni. Het Admiraliteitshof te Londen heeft gisteren de zaak behandeld van het Nederlandse stoomschip SOPHIE, contra het Engelse stoomschip WILLIAM HUTT. Nadere bijzonderheden ontbreken.
(Voor zover nodig, herinneren wij onze lezers, dat het Nederlandse stoomschip SOPHIE, kapt. Van Knapen, van Rotterdam naar Bristol, in de morgen van 11 september 1857 in aanvaring kwam met het Engelse stoomschip WILLIAM HUTT, en dat eerstgenoemd vaartuig onmiddellijk daarna gezonken is [opm: zie o.a. NRC 120957].)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Men verneemt, dat Zr.Ms. stoomfregat EVERTSEN en de korvet CITADEL VAN ANTWERPEN, bij de aanstaande ontbinding van het eskader, naar Vlissingen zullen vertrekken.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Zr.Ms. transportschip DE MERWEDE, onder bevel van de kapitein-luitenant ter zee J. van der Meersch, op reis naar Oost-Indië, is de 16e april j.l. ter rede van de Simonsbaai (Kaap de Goede Hoop) ten anker gekomen.


06 juni 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 5 juni. Zo als wij gisteren mededeelden, is de zaak der aanvaring van het Nederlandse stoomschip SOPHIE met het Engelse stoomschip WILLIAM HUTT eergisteren voor het Admiraliteitshof behandeld. De uitspraak is ten gunste van het Nederlandse stoomschip gevallen, en de WILLIAM HUTT veroordeeld tot schadeloosstelling voor het totale verlies van het schip SOPHIE.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 5 juni. Volgens brief van kapt. Esink, voerende het schip CHRISTINA AGATHA, van Probolingo in Texel binnen, is hij in de nacht van de 28e mei in aanzeiling geweest met het schip WINROTH, kapt. Salvesen, van Duinkerken naar Liverpool – als vroeger gemeld – en heeft hij daardoor belangrijke schade bekomen. Het schip is echter dicht gebleven.


07 juni 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Nieuwediep, 5 juni. Als een bijzonderheid delen wij mede, dat jl. donderdag de 2e dezer, door de stoomboot TEXEL in onze haven is binnen gesleept het fregatschip FRIESLAND. Het leverde een fraai gezicht te zien, hoe zulk een groot vaartuig door een zeer kleine boot met vlugheid werd voortgesleept. Naar wij vernemen, is dit schip door de stoomboot TEXEL in de korte tijd van 6 uren van Harlingen naar hier overgebracht. Dit is te meer opmerkelijk, als men weet, dat op de Ruggen, buiten Harlingen, bij die gelegenheid slechts 34 palmen water stond, terwijl het schip een diepgang had van 33½ palm.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 6 juni. Aangaande de aanzeiling van het Nederlandse schip ALCOR, kapt. Van Oppen – zie N.R.C. van 4 dezer – deelt de Shipping and Mercantile Gazette het volgende mede:
Lissabon, 30 mei. De Nederlandse bark ALCOR, kapt. Van Oppen, van Rotterdam naar Batavia, is alhier hedenmorgen binnengelopen, zijnde in aanzeiling geweest met het Engelse schip ANNE ARMSTRONG, van Liverpool naar Bombay. De ALCOR is lek, heeft de boegspriet gebroken en zware schade aan de boeg bekomen en zal moeten lossen om te repareren. De ANNE ARMSTRONG heeft naar men zegt ook zware schade en zou mede hier komen om dit te herstellen. Twee man van de equipage van het Engelse schip zijn op de ALCOR overgesprongen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 6 juni. Van een geachte zijde ontvangen wij heden enige bijzonderheden nopens het vergaan van het alhier te huis behorende barkschip ANTOINETTE, kapt. J.M. de Winter, van Cadix (opm: Cadiz) naar Montevideo, waarvan wij in ons nommer van 1 dezer melding maakten. Daaruit blijkt, dat de ANTOINETTE, de 1e april j.l. ten gevolge van dik weer en stroomverleiding met volle vaart op de Engelse bank, in de monding van de Plata Rivier, gelopen is. Alle pogingen die men in het werk stelde om het schip af te brengen, bleven vruchteloos en dewijl de minste verandering van wind het leven van de bemanning in het grootste gevaar kon brengen, was men genoodzaakt het schip te verlaten. Dit werd in drie boten bewerkstelligd en met deze vaartuigen dreef de equipage rond tot de volgende dag, als wanneer zij opgenomen werden door het Engelse schip JOHN FIELDEN, kapt. Wm. Broadley. Aan boord van deze bodem vonden zij een menslievende verpleging en arriveerden de 4e april te Montevideo.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Portsmouth, 3 juni. Het Nederlandse schip SUMATRA, kapt. Grivel – zie NRC van 5 dezer – is heden weer op de Patent-Slip gehaald.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Warnemünde, 3 juni. Het Nederlandse schip CAMPEGIUS WILLEM, kapt. Koster, van Hamburg met stukgoederen naar Stettin (opm: Szczeccin) bestemd, is hier lek binnengelopen.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Ene bekwame Scheepstimmerknecht kan vast werk bekomen bij B.S. van der Werf te Birdaard. Men vervoege zich in persoon of met franco brieven.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Een Zeilmakersknecht, geheel of ten dele zijn werk verstaande, kan dadelijk werk bekomen bij T.J. Zandstra, Mr. Zeilmaker te Sneek.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. De deurwaarder H.B. van der Wal te Sneek zal op dinsdag 14 juni 1859, ’s namiddag 3 uur, bij Geert de Ruiter aldaar, publiek á contant verkopen: een overdekt en wel onderhouden Tjalkschip, groot 18 tonnen, met inventaris, bestaande hoofdzakelijk uit: mast met grotendeels gegoten loden wigt, benevens giek, zeil, fok, touwwerk, haken, bomen enz. enz, zodanig hetzelve thans wordt bevaren door Wijtze J. Haagsma en is liggende bij de Jousterpijp te Sneek.
Te aanvaarden op de dag van verkoop en inmiddels uit de hand te koop: te bevragen bij voornoemde deurwaarder.


08 juni 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 7 juni. Het Nederlandse schip JUFVROUW HILLEGONDA, kapt. Douwes, van Liverpool naar Pernau (opm: Pärnu), is de 5e dezer met verlies van bezaansmast, zeilen en andere schade, wegens aanzeiling, te Delfzijl binnengelopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlaardingen, 7 juni. Volgens particulier bericht was het barkschip KONING EN VADERLAND, kapt. Van Bruggen, van Tjilatjap naar Rotterdam, de 1e juni in goede staat kruisende bij Goudstaart (opm: Start Point).


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Savannah, 17 mei. Het alhier van de Algoa-baai gearriveerde Nederlandse barkschip ZEEMANSHOOP, kapt. J. Hansens, heeft bij de Warsaw-eilanden (opm: Wassaw island, 31º53’ N.b. 81º0’ W.l, beZUIDEN de monding van de Savannah River) op strand gezeten en zwaar gestoten voor het vlot kwam. Het schip is in het droge dok gehaald en bij onderzoek is gebleken, dat het zeer veel geleden heeft.


09 juni 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Publieke verkoping in het Notarishuis aan de Geldersche Kade te Rotterdam op woensdag 8 juni. Het Russische schoenerschip CONSTANTIN, met al deszelfs staand en lopend want, heeft NLG 5.200 opgebracht.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 8 juni. Het stoomschip KROONPRINSES LOUISE, kapt. D.G. Piejeers, van Alexandrië, laatst van Gibraltar, naar Liverpool, is de 28e mei lek en met schade aan de machine te Oporto binnengelopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 8 juni. Het schip SIEBERLINA, kapt. J.L. Jonker, van Amsterdam naar Nyekjöbing, is volgens brief van Harlingen van heden, aldaar lek binnengelopen, hebbende in het Amelander Gat gestoten.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 8 juni. De arrondissements-rechtbank alhier heeft in de zaak van de heer W.R, boekhouder van de rederij der JACOBA HELENA, contra de Zuid-Hollandsche Zee- en Brandverzekering-Maatschappij het volgende vonnis gewezen:
Overwegende dat het tussen partijen buiten geschil is, dat de eiser in zijn vermelde hoedanigheid, bij polis van 12 augustus 1857, met de gedaagde maatschappij en andere assuradeurs een contract van assurantie heeft gesloten, krachtens welk tot een bedrag van NLG 40.000 aan hem verzekerd is het casco van het fregatschip JACOBA HELENA, onderling op een waarde begroot van NLG 60.000 tegen zeegevaar op een reis van Java en Sumatra tot enige havens of plaats tussen Hâvre en Hamburg.
Voorts dat het genoemde schip, na de 10e september 1857 Soerabaja verlaten te hebben en te Passaroeang en Batavia lading te hebben ingenomen, van Batavia de 20e oktober de terugreis met bestemming naar Rotterdam heeft ondernomen, en de reis voortgezet tot de 26e november, wanneer het, ten gevolge van bekomen lek en beschadigde toestand, te Port-Louis op het eiland Mauritius, als noodhaven is binnengelopen; dat het aldaar op de 5e december door een orkaan is overvallen en door een aldaar liggend schip, GISELBERT CESAR, aangevaren, op nieuw schade bekomen heeft; dat te Port-Louis, waar de gezagvoerder L.J. Wilhelmie de 26e november dadelijk bij aankomst protest bij de consul der Nederlanden had aangetekend, en de 18e januari voor deze een scheepsverklaring is afgelegd, op 27 november, 7 december, 29 december, 25 en 26 januari door bevoegde assurantie-experts schadeopnemingen en de 12e januari reparatie begrotingen hebben plaats gehad, tengevolge van welke bevonden is, dat de kosten van herstel zo aanzienlijk geraamd waren en de waarde van het schip dermate overtroffen, dat de gezagvoerder schip en inventaris heeft geabandonneerd aan de assuradeuren. (opm: zie NRC 010458)
Overwegende, dat evenmin als betrekkelijk deze omstandigheden, op welke de eiser zijn vordering tot vergoeding grondt, tussen partijen verschil bestaat, evenmin de schade berekeningen, die de eiser ten grondslag legt van de cijfer der gevraagde vergoeding en van het aandeel daarin van de gedaagde maatschappij, onderwerpen van geschil in dit rechtsgeding uitmaken.
Overwegende, dat, zo desniettemin de gedaagde maatschappij de gedane vordering bestrijdt en tot ontzegging harer zijds heeft eis gedaan, het blijkbaar is dat het te beslissen geschilpunt zich geheel bepaalt bij de vraag, of de erkende schade door de JACOBA HELENA op de terugreis naar Rotterdam ondervonden, en die tot het niet voortzetten der reis en het binnenlopen te Port-Louis heeft aanleiding gegeven, is te beschouwen als een schade, voor welke de verzekeraars aansprakelijk zijn, en tot welke vergoeding zij krachtens verzekeringscontract verbonden zijn?
Overwegende, namelijk, dat volgens de eiser, de schade in casu aan niets anders is toe te schrijven dan aan een zeeramp of zee-evenement, voor welke gevolgen de assuradeurs, zo wel krachtens de wet (art. 637 wetboek van koophandel) als volgens het bij de overeenkomst bedongen aansprakelijk zijn, terwijl, volgens de gedaagde maatschappij in casu eigen gebrek en onzeewaardigheid van het schip als oorzaken der geleden schade zouden te beschouwen zijn, de verzekering tegen hoedanige schade zij niet op zich genomen had, en voor welke, zonder uitdrukkelijk beding de verzekeraar volgens de wet (art. 249 wetboek van koophandel) nimmer gehouden is.
Overwegende, dat in die stand des gedings de beslissing tussen deze verschillende beweringen aan rechters oordeel en uitspraak onderworpen is.
Overwegende, dat op de eiser, die zijn vordering op zeeramp of zee-evenement grondt, het bewijs drukt, dat de schade het gevolg is van zeeramp of zoals de wet dat uitdrukt, door van buiten aangekomen onheilen is veroorzaakt.
Overwegende, dat de eiser dat bewijs meent gevonden te hebben:
Vooreerst, in de omstandigheid dat zijn schip op de 29e oktober 1857 de reis van Batavia naar Rotterdam heeft ondernomen met een volle lading; ten andere in de verklaringen van zeewaardigheid van het schip de 6e maart 1857 door de experts der assurantie-maatschappij Veritas te Rotterdam afgegeven, voor zegel geviseerd en geregistreerd als volgt: "geregistreerd te Rotterdam enz." en in een gelijke verklaring van zeewaardigheid de 1e augustus 1857 door de scheepsinspecteur der Oost-Indische en Batavische zee- en brandassurantie-maatschappij en Nederlandsche Lloyd afgegeven, voor zegel geviseerd en "geregistreerd te Rotterdam enz." en eindelijk in de door de schipper en het scheepsvolk op de 18e januari 1858 voor de Ned. consul te Port-Louis op het eiland Mauritius, afgelegde en beëdigde scheepsverklaring "voor zegel geviseerd en geregistreerd te Rotterdam enz." in verband met de door bevoegde assurantie experts gedane schade opnemingen.
Overwegende, nu ten dien opzichte dat bij art. 347 wetboek van koophandel aan ieder belanghebbende, waaronder zowel inladers, als assuradeuren geacht moeten worden begrepen te zijn, het recht is toegekend om het schip, alvorens het tot een buitenlandse reis lading inneemt, te laten nazien of het in staat geoordeeld wordt de reis te kunnen ondernemen; en mitsdien uit het feit dat een schip voor een buitenlandse reis geheel beladen is en de reis heeft ondernomen, het vermoeden ontstaat dat het schip hetzij na, hetzij zonder zodanig onderzoek, volkomen zeewaardig is geacht.
Overwegende, dat dit vermoeden in casu wordt bevestigd door de door de eiser aan partij medegedeelde en ten processe overgelegde verklaringen van zeewaardigheid, getekend en afgegeven door personen wier handtekeningen, evenmin als wier bevoegdheid om de zeewaardigheid van een schip te beoordelen door de gedaagde is in twijfel getrokken of tegengesproken, en waarvan de een d.d. 6 maart 1857, inhoudt:
"Dat de JACOBA HELENA verklaard wordt te zijn in goede staat om zee te bouwen, en geschikt tot het vervoer van allerhande soort van koopmanschappen (qu'il à été reconnu, être en bon état de navigabilité, et propre au transport de toutes espèces de marchandises), terwijl in de andere gelezen wordt, dat de JACOBA HELENA zich thans (1 augustus 1857) volkomen in staat bevindt, een droge lading van Java naar Nederland over te voeren, en vermag derhalve als een goede risico aan belanghebbenden worden aanbevolen."
Overwegende, voorts, dat uit de zoëven gemelde scheepsverklaring, en het daarbij gevoegd translaat blijkt, dat het schip, na op de 7e november 1857 in een hoge en moeilijke zee gekomen te zijn, vreselijk is beginnen te stampen en te werken, waardoor het belangrijk meer water dan gewoonlijk maakte; dat die moeilijke zee enige achtereenvolgende dagen is blijven aanhouden, en het schip door dientengevolge aanhoudend stampen en werken is ontzet, dat lijf- en deknaden zijn gesprongen, zodat het zelfs bij handzaam weer zoveel water maakte dat men, na scheepsraad gelegd te hebben, tot het besluit is gekomen dat het tot behoud van schip en lading noodzakelijk moest worden geacht een noodhaven binnen te lopen; dat men op de 26e november 1857 de haven van Port-Louis op het eiland Mauritius is binnengelopen, en aldaar op de 5e december daaraanvolgende door een orkaan is overvallen, waarin het door een mede aldaar liggend schip is aangedreven en belangrijke schade heeft bekomen.
Overwegende nu, dat scheepsverklaringen, mits voor de bevoegde macht afgelegd, en door schipper, officieren en scheepsvolk beëdigd door het wetboek van koophandel als wettig bewijs van geledene schade worden erkend, behoudens vrijlating aan belanghebbenden, om tegenbewijs te leveren.
Overwegende, dat de beëdiging heeft plaats gehad en de consul te Port-Louis het bevoegd gezag is, voor het welk zodanige verklaring en beëdiging moet geschieden
Overwegende, dat uit het voorafgaande dus volgt, dat de eiser het bewijs geleverd heeft dat het schip de reis in goede staat van zeewaardigheid heeft ondernomen, doch door van buiten aangekomen onheilen (de hoge en moeilijke zee waarin het schip door zwaar werken, slingeren en stampen is ontzet en waardoor lijf- en deknaden zijn opengesprongen, en voorts door de orkaan, die als oorzaak der aandrijving is aan te merken) zodanige schade heeft bekomen dat het is afgekeurd: en welke schade mitsdien, krachtens de overeenkomst van verzekering en de wet voor rekening van de gedaagde is.
Overwegende, dat de gedaagde daartegen echter heeft aangevoerd:
Vooreerst dat de scheepsverklaring in deze niet als bewijs kon aangenomen worden, dewijl die niet binnen de 24 uren na de aankomst op de 26e november in de noodhaven, maar eerst op de 16e januari daaraanvolgende was afgelegd; en ten andere, dat werken, stampen en slingeren van een schip in een hoge en moeilijke zee onder omstandigheden als hier, blijkens het scheepsjournaal hadden plaats gehad, niet konden geacht worden oorzaak van afkeuring van een overigens goed zeewaardig schip te zijn en die afkeuring mitsdien moest gezocht worden in eigen gebrek van het schip, ouderdom en niet behoorlijke reparatie, waarvoor verzekeraars niet gehouden waren.
Overwegende, ten opzichte van het gebrek aan bewijskracht der scheepsverklaring:
Dat inderdaad bij art. 383 wetboek van koophandel is bepaald, dat de schipper, ingeval van het inlopen in een noodhaven of van schade gehouden is, met alle tegenwoordig zijnde officieren en scheepsgezellen binnen 24 uren verklaring af te leggen op de eerste plaats hunner aankomst: en de bedoeling des wetgevers met het voorschrijven van zo korte termijn wel geen andere kan geweest zijn dan om te voorkomen dat de verklaring zou afgelegd worden nadat de schade volledig bekend zou zijn en overeenkomstig de dan met meerdere zekerheid te vermoeden oorzaken dier schade, hetgeen tot misbruiken aanleiding zou kunnen geven; doch dat vooreerst het in acht nemen van die termijn niet op straffe van nietigheid is voorschreven, en daarenboven uit de scheepsverklaring blijkt, dat, wel is waar, die meer omstandige verklaring eerst op de 18e januari 1858 is afgelegd, doch dat de schipper reeds op de eigen dag van zijn aankomst in de noodhaven bij de Nederlandse consul aldaar protest had doen aantekenen ter zake van de op de reis van Batavia tot in de noodhaven plaats gehad hebbende omstandigheden en de daardoor veroorzaakte schade.
Terwijl hij nog daarenboven op de volgende dag en dus binnen 24 uren na de aankomst in de noodhaven het op die reis gehouden scheepsjournaal aan gezegde consul had vertoond en dit, ten blijke daarvan, door deze was getekend.
Overwegende nu, dat het scheepsjournaal "geregistreerd te Rotterdam enz." voor zover het voorgevallene tussen de 7e en 26e november 1857 betreft, ofschoon meer beknopt in hoofdzaak, echter overeenstemt met hetgeen omtrent die dagen in de scheepsverklaringen wordt gevonden; immers, dat in dat journaal evenzeer melding gemaakt wordt van de hoge en moeilijke zee, waarin het schip zwaar en hevig werkte, stampte en slingerde, zodat het ontzette, lijfnaden opensprongen en het belangrijk veel water maakte, zo zelfs dat het met handzaam weer zo veel water bleef maken, dat men tot behoud van schip en lading nodig oordeelde een noodhaven op te zoeken.
Overwegende, dat onder die omstandigheden en nu uit de vertoning van het journaal binnen 24 uren na de aankomst in de noodhaven, aan de Nederlandse consul aldaar en de overeenstemming tussen dat journaal en de later afgelegde scheepsverklaring blijkt, dat de meerdere kennis van de omvang der schade en van de oorzaken die daartoe aanleiding gegeven hebben van geen invloed geweest zijn op de afgelegde scheepsverklaring, het verzuimen van de voorgeschreven korte termijn geacht mag worden aan die verklaring haar bewijskracht niet te ontnemen.
Overwegende, ten opzichte van de andere bewering van de gedaagde:
Dat een hoge moeilijke zee, die een schip doet werken, stampen, slingeren en ontzetten, een van buiten aankomend onheil is en de daardoor veroorzaakte schade geacht moet worden voor rekening van de verzekeraar te zijn.
Overwegende, dat de verzekeraar daarentegen wel het recht heeft, om het bewijs te leveren dat niet de zee, maar eigen gebrek van het schip, hetzij dat voortspruit uit ouderdom van het schip, hetzij uit niet voldoende reparatie oorzaak der schade is, doch dat in casu zodanig bewijs door de gedaagde niet geleverd is.
Overwegende, immers, dat zij zich alleen beroept op vermoedens uit het journaal geput, maar daardoor het hierboven aangenomen door de eiser geleverd bewijs, dat het schip zeewaardig was bij het ondernemen der reis en de schade aan van buiten aangekomen onheilen moeten toegeschreven worden, niet ontzenuwd wordt.
Overwegende, dat nu is aangenomen dat niet eigen gebrek, maar zee-evenement de schipper genoodzaakt heeft, een noodhaven op te zoeken de schade door aandrijving in die noodhaven ontstaan, mede voor rekening van de verzekeraar.
Gezien wetboek van koophandel art. 246, 592, 637, 249, 347, 380, 383 en 384; burgerlijk wetboek art. 1902, 1952 en 1959; wetboek van burg. rechtsv. art. 52, 56.
Wijst de eiser zijn vordering toe en veroordeelt mitsdien de gedaagde om aan de eiser, tegen bewijs van kwijting te betalen de som van NLG 817,30, voor haar aandeel in de vergoeding der schade volgens contract van verzekering aan het fregatschip JACOBA HELENA op de reis van Java naar Rotterdam geleden, met de wettelijke intressen van die sedert de dag der dagvaarding tot aan de voldoening.
Verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad en zonder borgtocht.
Veroordeelt eindelijk de gedaagde in de kosten van het proces.


10 juni 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 9 juni. Volgens een op heden alhier ontvangen telegram uit Londen, is het appèl, dat het Spaanse barkschip VISCAYA had aangetekend van het vonnis, door het Admiraliteitshof gewezen in de zaak van dat schip contra het Nederlandse schip d’ELMINA, van de hand gewezen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 9 juni. Volgens brief van kapt. Grivel, voerende het schip SUMATRA, van Amsterdam naar Batavia, in dato Portsmouth 5 juni, was de laatste bekomen schade na gehouden inspectie bevonden van weinig belang te zijn, zodat hij dacht met het volgende springtij de helling te kunnen verlaten om de lading weder in te nemen.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Uit de hand te koop: een best oud Tjalkscheepje, groot 19 ton. Ligt ter bezichtiging in de Sneeker Vaart, bij de Poldermolen, en is te bevragen bij S. Nieuwland te Deinum.


  LC - Leeuwarder Courant

Faillissement. Krachtens bevelschrift van de Edelachtbare heer Rechter Commissaris in het faillissement van Binnert Spoelstra, scheepstimmerman, te Nijehaske, worden alle schuldeisers (de bevoorrechte en de pand- en hypotheekhebbende daaronder begrepen) opgeroepen, om op donderdag den zestiende juni 1859, des voormiddag te tien ure, in persoon, of bij gemachtigde te verschijnen in de Raadskamer der Rechtbank te Heerenveen, ten einde tot de verificatie hunner schuldvordering over te gaan.
J.C. Bergsma, Curator


11 juni 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 22 april. Vrachten steeds flauw, en de markt vrij van alle producten. De gedane transacties hebben geen invloed op prijzen gehad.
DELFSHAVEN (Ned.), bevracht naar Melbourne, vertrekt na ontlossing naar Newcastle, om een lading steenkolen voor Java bestemd; prijs geheim.
In stede van de ZEELANDIA gaat de HOLLANDIA naar Newcastle (Australië) steenkolen laden à 80 cents per picol voor Java bestemd.
ALMELO (Ned.) bedong NLG 7,50 per ton voor steenkolen van Banjermassing naar Batavia.
De BIESBOSCH en JANNETJE (Ned.) zijn onder reparatie.
De navolgende schepen zijn nog ter bevrachting: Ned. WILLEM DE EERSTE, PRINS VAN ORANJE, GEBROEDERS HOUTMAN, ARY SCHEFFER, BROEDERTROUW, JAN DANIEL, BIESBOSCH, AEGIDIA EN PAULINE, MARIA VERONICA, JOHANNES HENDRIKUS FERDINAND, WHAMPOA, WILHELMINA, COMMISSARIS DES KONINGS VAN DER HEIM, AMALIA AUGUSTA, GELDERLAND, BULGERSTEYN, JACQUELINE EN ELIZE, ZEELANDIA, DRIE VRIENDEN, LAMINA ELISABETH, ADMIRAAL TROMP, ZEEPLOEG, JULIE CLAIRE, BARON VAN HARDENBROEK, FOP SMIT, JAN VAN BRAKEL, E.W. VAN DAM VAN ISSELT, PHOEBUS, BOMMELERWAARD.
De WELVAART, JOHANNA EN LOUISA, PHILIPS VAN MARNIX, VALPARAISO, KAREL AUGUST, CHRISTIAAN LOUIS, ZEENIMPH, JAN SCHOUTEN, FERDINAND EN LOUIS, DERKINA TITIA, ZAANSTROOM, JACOBA CORNELIA CLASINA, JEANNETTE EN AGATHA, CORNÉLIA EN GEERTRUIDA, CAROLINA, CANTON, GOUV.-GEN. DUYMAER VAN TWIST, VIJF GEBROEDERS, ELISABETH EN ANTOINETTE en IJSSEL doen kustreizen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Singapore, 28 april. Heden arriveerde alhier het Nederlandse stoomschip ATTALANTE, kapt. W.L. Hartmans, van Falmouth naar Japan.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Torbay, 7 juni. Het Nederlandse schip JASON, kapt. Lourens, van Batavia naar Rotterdam, is heden nacht in aanzeiling geweest met de visserssmak SALEM, ten gevolge waarvan laatstgenoemd vaartuig zeer beduidende schade heeft bekomen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Harlingen, 9 juni. Het schip SIEBERLINA, kapt. Jonker, van Amsterdam naar Nyekjöbing, alhier lek binnengelopen – zie NRC van 9 juni – lost om te repareren.


12 juni 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hull, 9 juni. Het Nederlandse schip GRIETJE HUISMAN, kapt. Kuypers, gisteren van hier naar Wyburg vertrokken, is met verlies van boegspriet en andere schade wegens aanzeiling geretourneerd.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 23 april. De schepen JANNETJE, kapt. Lupcke, en BIESBOSCH, kapt. Mugge, hebben schade bekomen en worden gerepareerd.


14 juni 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 13 juni. Het schip MINISTER THORBECKE, kapt. Van Duin, van Soerabaja naar Rotterdam, aldaar met schade uit zee teruggekomen, was de 8e april weder gereed de reis voort te zetten.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Libau, 3 juni. Aangekomen EEFKE MARIA, kapt. Bart, van Amsterdam.
(opm: op 12 juni vertrokken met bestemming Schiedam is de schoener EEFKA MARIA, bouwjaar 1850, kapt. Jan Tiddes Bart, volgens getuigenverklaring bij ‘de uitgang van het Kattegat’ met man en muis gezonken, zonder dat de mogelijkheid tot het verlenen van hulp bestond)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Falmouth, 11 juni. De Nederlandse brik JACOBA CAROLINA, kapt. Snoek, van Liverpool naar Rio de Janeiro bestemd, is hier zeer lek binnengelopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

San Franciscis, 3 mei. (opm: vermoedelijk San Francisco) Het Nederlandse schip KEMANGLEN, kapt. Moller, is alhier bevracht met een lading rijst naar Australië.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Door bijzondere omstandigheden wordt te koop aangeboden: een zo goed als nieuwe ijzeren Schroef Stoomboot met complete inventaris, machine van 25 paarden-krachten, weinig diepgang en behoorlijke ruimte tot vervoer van passagiers en goederen; geschikt voor de vaart op binnenwateren.
Verdere inlichtingen te bekomen per franco brieven, onder letter H, bij de boekhandelaar H.W. Weijtingh, Warmoesstraat over de Vissteeg te Amsterdam.


15 juni 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Falmouth, 12 juni. Het alhier lek binnengelopen Nederlandse schip JACOBA CAROLINA, kapt. Snoek, van Liverpool naar Rio-Janeiro, is nagezien en zal de lading lossen om te repareren.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Oporto, 6 juni. Het alhier met schade aan de machine binnengelopen Nederlandse stoomschip KROONPRINSES LOUISE, kapt. Piejeers, van Alexandrië naar Liverpool – zie NRC van 9 dezer – is nagezien en heeft order bekomen om de lading te lossen.


  JB - Javabode

Advertentie. Te koop het Nederlandse fregatschip VIJF GEBROEDERS, kapt. G.J. Teensma, groot volgens meetbrief 468 lasten, en dat met al deszelfs rondhouten, opstaand en lopend want, ankers, kabelkettingen, touw en zeilen en andere scheepsbehoeften, zo als hetzelve thans ter rede is liggende. Het schip is dagelijks, behalve zon- en feestdagen te bezichtigen van 7 tot 11 uur 's morgens en van 3 tot 6 ure na de middag.
Informatiën te bekomen te Samarang, Soerabaija en hier bij de agenten, B. Kopersmit & Co.
Batavia, 15 juni 1859


16 juni 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Antwerpen, 14 juni. De Belgische schoener MARIA, kapt. A.H. Norman, van Requejada naar Antwerpen, is bij Dover gezonken.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Havre, 12 juni. Een op heden alhier van Caen gearriveerde stoomboot rapporteert, dat er ten Noorden van Dives (opm: Dives-sur-Mer, westelijk van Deauville), op 6 vadem water (eb-tij) een Nederlandse schoenerbrik gezonken ligt.
Men zag dit schip zaterdag namiddag en veronderstelt, dat het in de nacht van vrijdag op zaterdag gezonken is. De stoomboot bleef er een geruime tijd bij, doch niets van de equipage ontdekkende, verliet zij het schip, na enige zeilen, spieren, een stuk ketting en de vlag die in sjouw gehesen was geborgen te hebben. Het tuig scheen nieuw te zijn en op een der zeilen was met zwarte letters Amsterdam geschilderd. (opm: zie volgend bericht)


17 juni 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 16 juni. Het te Veendam te huis behorende schip FROUWINA, kapt. J.G. Bakker, van Rio Janeiro, laatst van Falmouth, naar Havre bestemd, is 10 dezer op de kust van Cabourg (Calvados) gezonken. Het volk is gered. (NB. Hoogstwaarschijnlijk het schip in ons nommer van gisteren art. Havre bedoeld). (opm: zie o.a. NRC 170759 en 220759)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 16 juni. Het Nederlandse schip (opm: schoener) WESTERKWARTIER, kapt. E. de Lange, van Brazilie naar Falmouth, is 12 mei gepraaid op 32º N.B. en 39º W.L. Drie man der equipage waren aan de gele koorts gestorven.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Cuxhaven, 12 juni. De Deense kof GESINA, kapt. Hagen, van Bremen naar Kroonstad, is bij Helgoland gebleven. (opm: gelet op de naam mogelijk ex-Nederlands schip)


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Uit de hand te koop: een overdekte en gewegerde Praam, groot 13 ton, met mast en zeilen, zoals het tot heden bevaren wordt door de eigenaar G.S. Veldhuis; liggende bij de werf van M.T. Boontje te Oldeboorn.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Uit de hand te koop: een in 1856 nieuw gebouwde Praam, met roef en platte luiken, groot 9 ton, met de inventaris; liggende aan de scheepstimmerwerf van Jan H. Alkema te Makkum.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. De notaris Mann zal, ten verzoeke van de heer Verwer te Makkum, maandag 27 juni 1859, namiddag 2 ure, in de Zwaan te Makkum aldaar verkopen:
1: Een hecht, sterk en goed onderhouden overdekt Tjalkschip (genaamd de JONGE JANNA), groot 19 ton, met deszelfs volledige inventaris, gelijk hetzelve zal zijn liggende in het Vallaat te Makkum en bevaren en gebruikt werd door Oepke Sipkes Saekles. Dadelijk te aanvaarden. Inmiddels ook uit de hand te koop en alsdan te bevragen ten kantore van de heer Verwer.
2: Een in voortreffelijke staat zijnde sterke, uitmuntend onderhouden en snelzeilende Praam (genaamd de TWEE GEZUSTERS), groot 20 tonnen, met derzelver complete en beste inventaris, gelijk hetzelve is liggende aan de Krommesloot te Makkum, en laatst is bevaren door S.J. van Dijk.
Dadelijk te aanvaarden.
(opm: LC 010759 meldt dat op kavel 1 is geboden NLG 500 en op punt 2 NLG 450)


18 juni 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 17 juni. Door de Nederlandsche Handel-Maatschappij zijn bevracht de navolgende 16 schepen, als:
Terug op Rotterdam: HENDRIK JAN, kapt. J. v.d. Meyden; COPERNICUS, kapt. L. Visser; PER ASPERA AD ASTRA, kapt. J. Admiraal; PIETER SCHOENMAKERS, kapt. J.J. van Varelen; JOHANNES HENDRIKUS FERDINAND, kapt. G.H. Lodewijks; SAMUEL HENDRIKUS, kapt. A.G. Bouten, en HENRIETTE WILHELMINE, kapt. J.H. Bock qq.
Terug op Amsterdam: SARA ALIDA MARIA, kapt. S. Stapert; NEDERLAND EN ORANJE, kapt. P.C. Rosier; E.W. VAN DAM VAN ISSELT, kapt. J.C. Kolm; GOEDE VERWACHTING, kapt. W.N. van Lindonk; DIRK ARNOLD, kapt. K.C. de Veer; HOLLANDIA, kapt. C.C. Ruige; FERDINAND EN LOUIS, J.K. de Weerd; MALEIJER, kapt. P.R. Bok, NIEUW-LEKKERLAND, kapt. M.B. Hoffman, de beide laatsten van Rotterdam.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 17 juni. Aan de Moniteur de la Flotte wordt uit Lissabon het volgende geschreven betreffende het voorgevallene aan boord van het Nederlandse schip ALCOR, kapt. Van Oppen, van Rotterdam naar Batavia bestemd, wegens schade te Lissabon binnengelopen en waarvan wij bereids in ons nommer van 4 dezer hebben melding gemaakt:
In deze haven (Lissabon) heeft een betreurenswaardig voorval plaats gehad aan boord van het Nederlandse schip ALCOR. Dit schip kwam van Rotterdam met ruim 100 soldaten voor het Indische leger aan boord. Deze soldaten waren Fransen, Belgen, Duitsers en Nederlanders. Het schip was lek en kwam te Lissabon om te repareren.
Op het ogenblik dat verscheidene der soldaten aten, beval de kapitein hun op te staan om te gaan pompen of enige andere dienst te verrichten. De soldaten antwoordden echter dat zij, zich thans in de haven bevindende, niet verplicht waren de van hen verlangde dienst te verrichten. Het geschil werd al heviger. De kapitein riep de Nederlanders te hulp en als toen ontstond een betreurenswaardig conflict. Een Fransman werd door een schot gedood, terwijl vier of vijf anderen min of meer zwaar gekwetst werden. Enige der strijdenden sprongen in het water om zo doende te ontvluchten.
Het schip lag voor La Jonquière ten anker, de twist werd gehoord en de dienstdoende officier aan boord van de brik SENHORA DEL PILAR liet als maatregel van voorzorg een sloep met gewapenden in gereedheid brengen. Kort daarna hoorde men geweerschoten aan boord van de ALCOR lossen, welk schip de noodvlag hees.
De Portugese officier vroeg als nu of hij hulp kon verlenen, waarop de kapitein van de ALCOR hem verzocht dertien manschappen te laten halen, die tegen hem in opstand waren gekomen en die hij reeds gebonden had. Men zegt dat twee of drie van hen, die in het water zijn gesprongen, verdronken zijn.


19 juni 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Leeuwarden, 17 juni. De 31e oktober des vorigen jaars mocht het aan kapitein S.F. van der Hoef, van Harlingen, varende het Nederlandse vaartuig SOPHIE ELISABETH (opm: bark SOPHIA ELISABETH), niet zonder levensgevaar gelukken, in volle zee de schipbreukelingen te redden van het Engelse vaartuig JEANIE JOHNSTON, waarna deze met de meest mogelijke liefderijkheid op de verdere reis naar New-York door hem werden verpleegd en verzorgd. De New-Yorkse reddingmaatschappij, van de edele daad kennis hebbende bekomen, vereerde kapt. Van der Hoef met een gouden medaille ter waarde van NLG 100, terwijl de Britse regering, na hem reeds vroeger een getuigschrift te hebben doen toekomen, oordelende, dat hij wegens zijn verdienstelijk en menslievend gedrag zich een verder blijk harer erkentenis heeft waardig gemaakt, hem dezer dagen, door tussenkomst van het Nederlandse gouvernement, een kostbare verrekijker ten geschenke heeft doen komen. (opm: zie voor een tweede redding door kapitein Van der Hoef NRC 040659)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Schiermonnikoog, 14 juni. Het kofschip LANDMAN, kapt. Karsijns, de 19e april laatstleden alhier gestrand, is in de vorige week zoveel mogelijk naar beneden gebracht. Men hoopt dat het nu spoedig vlot zal worden en in zee geraken, om, zo als de gelegenheid zijn zal, in het Friesche gat of de Eems binnen te lopen.


21 juni 1859


  LC - Leeuwarder Courant

Leeuwarden, 20 juni. Den 31 oktober des vorig jaar mocht het aan kapitein S.F. van der Hoef, van Harlingen, varende het Nederlands vaartuig SOPHIE ELISABETH (opm: bark SOPHIA ELISABETH), niet zonder levensgevaar, gelukken, in volle zee de schipbreukelingen te redden van het Engelse vaartuig JENNIE JOHNSTON, waarna zij met de meest mogelijke liefderijkheid op de verdere reis naar New York door hem verpleegd en verzorgd.
De New Yorkse reddingmaatschappij, van de edele daad kennis hebbende bekomen, vereerde kapitein van der Hoef met een gouden medaille, ter waarde van NLG 100, terwijl de Britse regering, na hem reeds vroeger een getuigschrift te hebben doen toekomen, oordelende, dat hij wegens zijn verdienstelijkheid en menslievend gedrag zich een verder blijk van harer erkentenis heeft waardig gemaakt, hem dezer dagen, door tussenkomst van het Nederlands Gouvernement, een kostbare verrekijker ten geschenke heeft doen toekomen.


  LC - Leeuwarder Courant

Leeuwarden, 20 juni. Van Christiana (opm: Oslo) wordt d.d. 9 dezer gemeld, dat het schip NOORDPOOL, commandeur C. Koch, van Harlingen, volgens bericht van Tønsberg, 3000 robben had geslagen.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Uit de hand te koop, wegens overlijden van de schipper: een voor vier jaar nieuw uitgehaald Schip, met zeil en treil en verder toebehoren, zijnde een Praam met overdekte roef en bollestal (opm: stuurkuip [Fries] op kleinere binnenschepen), metende 15 ton. Te bevragen bij IJde Sakes Agricola te Sint Nicolaasga.


22 juni 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 21 juni. Heden is van de werf der Nederlandsche Stoomboot Maatschappij te Fijenoord met goed gevolg te water gelaten een nieuwe ijzeren sleepboot, sterk 280 paardekrachten, gebouwd voor rekening van de Ruhrorter Stoomsleepvaart-Maatschappij.


  JB - Javabode

Soerabaija, 15 juni. Men meldt on het volgende: Op de 25e mei j.l. is op de hoogte van Bali Ampenan gezonken het Engelse schip KIM WOEAN SING, thuis behorende te Singapore, komende van Sumbawa met een lading van 168 paarden, bestemd voor Soerabaija. Van schip en lading heeft men niets gered. De equipage is behouden op Bali aangekomen.


23 juni 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 22 juni. Naar men verneemt, wordt Zr.Ms. stoomschip BROMO met spoed te Hellevoetsluis in gereedheid gebracht om naar Oost-Indië te vertrekken.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Nagasaki, 08 april. Alhier liggen ter rede de Nederlandse schepen QUATRE-BRAS, kapt. Bendix; POSTILLON, kapt. J.C. v.d. Poll; PRINSES CHARLOTTE, kapt. Hille; ELSHOUT, kapt. Bonjer en ADÈLE, kapt. Jaski. Eerstgenoemde ligt in reparatie, en zal daarna waarschijnlijk in de vaart op China gebracht worden om in september naar Batavia terug te keren; de laatste neemt lading in voor Batavia en zal eerdaags derwaarts vertrekken; de drie overigen wachten op lading en zullen wel niet voor september de reis naar Java kunnen aanvaarden.


24 juni 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 23 juni. Het stoomflottiljevaartuig HECTOR, in aanbouw op ’s Rijks werf te Amsterdam, is in de morgen van de 22e dezer met goed gevolg te water gelaten.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 22 juni. Het Nederlandse schip SUMATRA, kapt. Grivel, is heden door het Admiraliteitshof veroordeeld om een som van GBP 350 te betalen aan de stoomboot LYONS voor het binnenslepen van dat schip ter rede van Cowes op 1 maart j.l.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Te koop: 2 Veerschepen, een 23 en een 15 tonnen, volledig met zeil en treil enz, alles in beste staat, bij O. Lantinga, scheepsbouwmeester te IJlst.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. De deurwaarder L.A. Bargsma zal op zaterdag den 2 juli 1859, ’s namiddag 4 uur, ten huize van logementhouder K.W. Feenstra te Heerenveen, publiek verkopen: een in den jare 1858 nieuw uitgehaald Praamschip, genaamd de VIER GEBROEDERS, groot 13 tonnen; laatst bevaren door Wiebren Holtrop, liggende aan de werf van J.B. Cats te Echtenerbrug, alwaar dagelijks is te bezichtigen en op de verkoop dag te Heerenveen aan de Konijnepolle. Inmiddels uit de hand te koop, te bevragen bij gemelde Cats.


25 juni 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 23 juni. Naar wij van een goede zijde vernemen, zal het fregatschip BILDERDIJK, kapt. Löschen, in het begin van de aanstaande maand van hier naar Lissabon vertrekken, om aldaar van het barkschip ALCOR, kapt. Van Oppen, over te nemen het detachement troepen, dat zich aan boord van die bodem bevindt en welke als dan met de BILDERDIJK verder naar hun bestemming Batavia zullen vervoerd worden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Fayal, 17 juni. Het Nederlandse schip (opm: bark) LOUISA CHRISTINA, kapt. Ten Harmsen, van Suriname naar Amsterdam, is alhier de 30e mei lek binnengelopen. Het grootste gedeelte der lading is gelost zonder dat het lek minderde. Het schip zal geheel ledig moeten lossen om te repareren.


26 juni 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 25 juni. Door de arrondissements-rechtbank te Middelburg is rechtsingang met bevel tot gevangenneming verleend tegen J.R. Dobbenga, geboren te Schiermonnikoog, laatst gezagvoerder van het Nederlands schoenerkofschip DE ZWAAN, en wel ter zake van het verduisteren van ruim NLG 3.000, die hem als schipper toevertrouwd waren en ter zake van desertie van boord gedurende de reis te Liverpool.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 25 juni. De minister van financiën gelezen hebbende een missive van een der heren provinciale directeurs der directe belastingen enz, ten geleide strekkende der verantwoording van de ontvanger te Z, wegens het aantekenen op de zeebrief van het schip genaamd B, dat de in die zeebrief oorspronkelijk aangewezen kapt. PLM. door de kapt. J.S.P. is vervangen. (opm: galjoot BURGEMEESTER VAN SETTEN, kapt. P. Meeter resp. kapt. J.S. Pik)
Heeft bij resolutie van 9 juni j.l, no. 51, de provincialen directeur te kennen gegeven, dat de minister voor ditmaal in de verantwoording berust; wordende hij directeur voorts uitgenodigd, om de betrokken ambtenaren voor zo veel nodig, aan te schrijven, dat zij geen aantekeningen wegens het veranderen van scheepskapitein, op de zeebrieven mogen stellen, wanneer onder geheel gewone omstandigheden een ander kapitein wordt aangesteld, aangezien in dat geval een nieuwe zeebrief moet worden gelicht, en dat het alleen in spoedeisende gevallen, wanneer de op een zeebrief aangewezen scheepskapitein, door ziekte of andere dringende omstandigheden, verhinderd wordt een voorgenomen reis te ondernemen en er geen genoegzame tijd overblijft tot het vragen van een nieuwe zeebrief, vergund is, om op de zeebrief een andere kapitein, tot het doen van een enkele reis, aan te wijzen.


27 juni 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 26 juni. Het schip JACOBA CAROLINA, kapt. Snoek, van Liverpool naar Rio Janeiro, lek te Falmouth binnengelopen, moet, volgens brief van de 21e dezer, het koper afnemen om te repareren.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 26 juni. De schepen ALBERDINA, kapt. Scherpbier, van Triëst naar Fernambuck (opm: Recife), MARCHIENA ROSETTA, kapt. Koning, van dito naar Falmouth, PROFESSOR KAISER, kapt. Lever, van dito naar Hamburg, MARGRIETHA GESINA, kapt. De Grooth, van Cette (opm: Sète) en MARCHIENA BENTUM, kapt. Sap, van Tarragona, waren, volgens brief van de 10e dezer, op de rede van Puerto Molinos, bij Malaga liggende, kunnende wegens tegenwind en stroom de Straat van Gibraltar niet passeren.


28 juni 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. H. Vriesendorp, J.PLM. Boonen, E. Mauritz, A.C. van Wageningen Jr, P.J. de Kanter Jr, H. Boonen, D. de Jongh Wz, J. Vriesendorp en B. de Witt, makelaars te Dordrecht, presenteren, als last hebbende van hun meesters, ten overstaan van een daartoe bevoegd beambte, bij openbare veiling te verkopen:
- Een extra ordinair welbezeild gezinkt schoenerschip, genaamd DE LEVANT, varende onder Nederlandse vlag, en laatst gevoerd door kapt. M.D. Noordhoek. Gebouwd in het jaar 1851. Volgens Nederlandse meetbrief lang 26,60 ellen, wijd 4,50 ellen, hol 2,50 ellen, en alzo gemeten op 133 ton of 70 lasten. Volgens het laatste certificaat afgegeven door het Bureau Veritas geclassificeerd 3. T.A. 1.1. Met al deszelfs rondhouten, staand en lopend want, ankers, kettingen, touwen, zeilen en verdere scheepsbehoeften.
- Een overdekt gaffelschip, genaamd DORTENAAR, varende onder Nederlandse vlag, groot volgens meetbrief 120 ton. Met al deszelfs rondhouten, staand en lopend want, ankers, kettingen, touwen, zeilen en verder toebehoren.
Beide schepen zo als dezelve zijn liggende in de Nieuwe Haven te Dordrecht, alwaar dezelve zullen kunnen worden bezichtigd. De verkoping zal plaats hebben ten huize van J. Zahn, in het Nederlandsch Koffijhuis, over het Marktplein, te Dordrecht, op zaterdag de 9e juli 1859, des namiddags ten twaalf ure precies.
Nadere onderrichting te bekomen bij bovengenoemde makelaars of bij de Cargadoors Visser & Van der Sande, te Dordrecht en Rotterdam.


29 juni 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 28juni. Zr.Ms. stoomschip SINDORO, onder bevel van de luit.t.zee 1e klasse J.M.I. Brutel de la Rivière, is in de morgen van de 28e dezer uit West-Indië ter rede van Vlissingen aangekomen. Alles wel aan boord.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Nieuwediep, 27 juni. Door Zr.Ms. stoomschepen CITADEL VAN ANTWERPEN en VICE-ADMIRAAL KOOPMAN worden heden van hier naar Vlissingen gesleept de fregatten PRINS HENDRIK en CERES, om op ’s Rijks werf aldaar tot blokschepen te worden ingericht.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Thisted, 25 juni. Het Nederlandse schip (opm: galjoot) DRIE GEBROEDERS, kapt. E.P. Mooi, van Schiedam naar Koningsbergen (opm: Kaliningrad), is bij Lemvig gebleven.


30 juni 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Harwich, 27 juni. Het Nederlandse schip VRIESLAND (opm: fregat FRIESLAND, kapt. M. Mispelblom Beijer, van Amsterdam naar Batavia met troepen en een lading stukgoed, is gisteravond op het Long Sand aan de grond geraakt. Een gedeelte der lading is over boord geworpen, doch het schip is vast blijven zitten. Er wordt van hier een stoomschip ter assistentie afgezonden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 29 juni. Tussen Pernis en Schiedam werd heden namiddag een Beijerlands vaartuig, met spoeling geladen, geroeid door twee man, door de van Rotterdam op Duinkerken varende stoomboot PRINS VAN ORANJE zodanig aangevaren, dat zonder de hulp van de stoomboot MAASSTROOM, juist van Maassluis naar Rotterdam opvarende, beide mensen zouden verdronken zijn. Het geheel ontredderde en zinkende vaartuig, door de MAASSTROOM langszijde op sleep genomen, is zodoende in de haven van Schiedam gebracht.


01 juli 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlissingen, 28 juni. Heden morgen is alhier ter rede geankerd Zr.Ms. stoomschip SINDORO, commandant de kapt. luit. ter zee J.M.J. Brutel de la Rivière, komende van de West-Indië ; en enige uren later de schroefstoomschepen VICE ADMIRAAL KOOPMANS, gecommandeerd door de kapt. luit. ter zee J.J. van der Moore, en CITADEL VAN ANTWERPEN, gecommandeerd door de kapt. luit. ter zee B.A. de Gelder, komende van Willemsoord; hebbende deze laatste schepen op sleeptouw de fregatten PRINS HENDRIK DER NEDERLANDEN en CERES, welke alhier tot drijvende batterijen zullen worden ingericht.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Schiermonnikoog, 27 juni. Het schip LANDMAN, kapt. Karsijns, met veel moeite en kosten hier van het strand gebracht (opm: zie NRC 210459), is later bij hevige wind uit het noorden teruggeslagen, zwaar lek geworden, heeft op het anker gestoten en is nu als wrak te beschouwen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Deal, 29 juli. Het Amsterdamse barkschip JAN HENDRIK, kapt. De Jonge, van Amsterdam naar Genua, heeft op het Goodwin Sand aan de grond gezeten, doch is spoedig vlot gekomen en heeft de reis vervolgd.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Harwich, 28 juni. Het Nederlandse schip FRIESLAND, kapt. Mispelblom Beijer, van Amsterdam naar Batavia, is alhier met assistentie van een stoomboot en enige andere vaartuigen binnengebracht. (opm: zie NRC 300959)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. De makelaars F.N. Montauban van Swijndregt, W. van Dam H.Hzn, W.H. Montauban van Swijndregt en B.C.D. Hanegraaff te Rotterdam zijn van mening, als lasthebbende van hun meesters, op dinsdag de 26e juli 1859, des middags ten 12 ure, in de zaal op de Scheepmakershaven, Wijk 1, No. 499, publiek te verkopen het extra snelzeilend, gekoperd en kopervast Nederlands Fregatschip ADMIRAAL VAN KINSBERGEN, laatst gevoerd door kapt. L.F.L. van de Putten, volgens meetbrief lang 41 el 60 duim, wijd 7 el 20 duim, hol 5 el 66 duim, en alzo groot 753 tonnen, met al deszelfs staand en lopend want, ankers, kettingen, touwen, zeilen, geschut en verdere scheepsgereedschappen, zoals hetzelve thans is liggende in de Berghaven binnen deze stad.
Nog zal afzonderlijk worden verkocht: een chronometer, van Parkington & Frodsham, No.1005, te bezichtigen bij de heer P.J. Dupont, alhier.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 30 juni. Zr.Ms. transportschip HELDIN, commandant kapt.luit.t.zee 1e kl. P. Toutenhoofd, is de 1e juni van Hellevoetsluis te Suriname gearriveerd.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Door verandering van woonplaats wordt uit de hand te koop aangeboden, op aannemelijke voorwaarden: Het gerenommeerde Beurtschip van Sneek op Meppel vice-versa, groot 33 ton, met deszelfs uitmuntende inventaris; thans nog bevaren wordende door den eigenaar Nanne Wagenaar en te bevragen bij den deurwaarder H.B. van der Wal te Sneek.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Verkoop van Bouwland onder Arum (opm: kavels A, B en C, niet opgenomen) en van 1/5 in de Veerschepen en het Veer van Arum op Harlingen, Franeker en Bolsward.
De notaris E.T. Kuiper zal, zo veel nodig, op rechterlijke machtiging, openlijk, met uitloving van strijk en verhoog gelden, aan de meestbiedende presenteren te verkopen:
D. Een vijfde gedeelte in twee Veerschepen van van Arum op Harlingen, Franeker en Bolsward vice-versa, met gelijk aandeel in alle rechten en privileges van het Veer; den 12 mei 1860 vrij te aanvaarden.
Wie hieraan gading maken, komen op zaterdagen den 9 juli 1859, bij de beschrijving, in de herberg de Zwaan te Arum, en den 23 dito, bij de finale toewijzing, in ’s Lands Welvaren aldaar, telkens des namiddag 3 uur.
Condities te vernemen en biljetten te bekomen bij de notaris.
(opm: LC 150759 meldt dat op kavel D is geboden NLG 1.485)


02 juli 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 30 juni. Kapt. H.J. Scholtens, voerende het Nederlandse schip (opm: galjoot) WILHELMINA PETRONELLA, de 24e juni van Newcastle te Triëst aangekomen met bestemming naar Venetië, is de 20e bij zonsondergang, op 1 mijl van Lido, aangehouden door een klein Frans stoomschip. De commandant van dit vaartuig nodigde kapt. Scholtens uit om terug te keren, en schreef een declaratie van het gebeurde in zijn journaal. Bij Malamocco (45º21’ N.B. 12º20’ O.L.) kreeg hij de Franse vloot in het gezicht; zij bestond uit 7 grote oorlogsschepen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Triëst, 25 juni. De Nederlandse schoener COLLEGIE VOORZORG, kapt. Hyberts, alhier voor Marseille beladen en klaar om te zeilen, is gisteren in een bui onklaar van een Napolitaanse brik gedreven en heeft daardoor schade bekomen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Openbare verkoping, op vrijdag de 15e juli 1859, des voor middags ten 10 ure, aan de Haven te Vlaardingen van het gekoperd en kopervast Hoekerschip BOREAS, kapt. F. van der Tas, groot 85 roggelasten met deszelfs complete inventaris en enige losse scheepsgoederen. Informatie bij de notaris Mr. J.H. Knottebelt.


04 juli 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Harwich, 1 juli. Het alhier in averij binnengelopen schip FRIESLAND, kapt. Mispelblom Beijer – zie NRC van 30 juni en 1 dezer – heeft een gedeelte der loze kiel verloren. Zodra het schip genoegzaam gelost is, zal het verder nagezien worden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Constantinopel (opm: Istanbul), 22 juni. De Nederlandse schoener ADELAIDE (?) (opm: ADELEIDA, kapt. K.K. de Haan), alhier met een lading suiker van Amsterdam gearriveerd, heeft 15 dezer bij Namaziah aan de grond gezeten, doch is de volgende dag zonder assistentie vlot gekomen. (opm: het vraagteken achter de naam van het schip is door de redactie van de NRC geplaatst)


05 juli 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Ringkiobing, 30 juni. Het bij Fjaltring (opm: 56º28’ N.B. 8º7 O.L.) gestrande Nederlandse schip DRIE GEBROEDERS, kapt. E.P. Mooi, van Schiedam met spoorijzer naar Koningsbergen (opm: Kaliningrad) bestemd – zie NRC van 29 juni – begint op te breken, evenwel hoopt men de lading te bergen. De equipage is op een matroos na gered.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Konstantinopel (opm: Kaliningrad), 18 juni. Het Nederlandse schip CATHARINA CORNELIA, kapt. Feijes, beladen met suiker, van Amsterdam alhier gearriveerd, heeft op de overtocht belangrijke schade bekomen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Konstantinopel, 18 juni. Het Nederlandse schip HENRIETTE, kapt. Vinke, van Amsterdam met suiker naar Galatz, heeft op de hoogte van Gallipoli en in de Dardanellen veel slecht weder gehad.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Stoomvaart van Harlingen op Hull.
Het stoomschip ALERT, kapitein James Forth, vertrekt van Harlingen naar Hull op aanstaande zaterdag 9 juli.
Adres voor passagiers, goederen en vee bij I.& S. Wiarda.
Harlingen, den 3 juli 1859


06 juli 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 7 mei. Vrachten. Scheepsruimte is steeds overvloedig en de markt geheel zonder producten. De volgende bevrachtingen tonen aan, dat daarin nog geen verbetering heeft plaats gevonden.
De DELFSHAVEN is te Melbourne gecharterd voor een lading kolen naar Java, vracht onbekend. PRINS VAN ORANJE gecharterd tot NLG 35 per last voor tabak, en NLG 32 voor suiker naar Rotterdam. BROEDERTROUW NLG 32 voor suiker en tabak naar Amsterdam. ZEELANDIA NLG 35 voor suiker en NLG 32 voor tabak naar Amsterdam, op de kust te laden. HOLLANDIA bevracht voor NLG 0,80 per pikol voor kolen van Newcastle (Australië) naar Java. ALMELO NLG 7,50 per ton voor kolen van Banjermassing naar Batavia. AMICITIA 30 cents dollar voor rijst naar Amoy.
STRAAT BALI, JAN DANIEL en WHAMPOA laden voor reders rekening. EVERDINA ELISABETH 29½ dollar cents naar China via Singapore, JEDO NLG 35 naar Rotterdam. GOUV. GEN. DUIJMAER VAN TWIST NLG 42,50 voor koffij van Padang naar Amsterdam. Per schip SOPHIA (500 ton) 370 dollar cents naar Hamburg in eens.
Nederlands schip HERMAN gecharterd tot $ 3.400 naar Amoy.
De Nederlandse PRINSES SOPHIA, Amerikaanse SMALLWOOD en de Engelse stoomboot LEICHARDT worden verkocht.
De JANNETJE wordt gerepareerd.
De volgende schepen zijn nog onbevracht: Holl. WILLEM DE EERSTE, GEBROEDERS HOUTMAN, ARY SCHEFFER, BIESBOSCH, AEGIDIA EN PAULINA, MARIA VERONICA, JOHANNES HENDRIKUS FERDINAND, WILHELMINA, COMMISSARIS DES KONINGS VAN DER HEIM, AMALIA AUGUSTA, GELDERLAND, BULGERSTEYN, JACQUELINE EN ELISE, DRIE VRIENDEN, LAMINA ELISABETH, ADMIRAAL TROMP, JULIE CLAIRE, BARON VAN HARDENBROEK, FOP SMIT, JAN VAN BRAKEL, E.W. VAN DAM VAN ISSELT, PHOEBUS, BOMMELERWAARD, PHILIPS VAN MARNIX, ALIDA MARIA, KAREL AUGUST, NICOT, MARIA ADOLPHINE, DRIE GEBROEDERS, ELECTRA, STAD MIDDELBURG, SUSANNA EN ELISABETH, LOUIS MEIJER, NOORDBRABANT, ALDEBARAN, VAN GALEN, JOHANNA CATHARINA, ST. MICHAEL, ACADIA, LOUISA, RULOFFINA, PRINS MAURITS, ELISABETH EN ANTOINETTA.
De WELVAART, JOHANNA EN LOUISA, VALPARAISO, ZEENIMPH, JAN SCHOUTEN, FERDINAND EN LOUIS, DERKINA TITIA, ZAANSTROOM, JACOBA CORNELIA CLASINA, JEANNETTE EN AGATHA, CORNELIA EN GEERTRUIDA, CAROLINA, CANTON, VIJF GEBROEDERS, IJSSEL en ZEEPLOEG doen kustreizen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. De makelaars F.N. Montauban van Swijndregt, W. van Dam H.Hzoon, W.H. Montauban van Swijndregt en B.C.D. Hanegraaff te Rotterdam zijn van mening, als lasthebbende van hunne meesters, op dinsdag de 26e julij 1859, des middags ten twaalf en een kwart ure, in de zaal op de hoek der Scheepmakershaven en Bierstraat, Wijk 1, No.499, publiek te veilen het snelzeilend, gekoperd en kopervast Nederlandse barkschip, VICE-ADMIRAAL GOBIUS, gevoerd door kapt. A.A. van der Linde, volgens meetbrief lang 37 el 30 duim, wijd 6 el 63 duim, hol 5 el 41 duim, en alzo groot 595 tonnen, met al deszelfs rondhout, staand en lopend want, geschut, ankers, kettingen, touwen, zeilen, zoals hetzelve is liggende aan de Haringvliet, zuidzijde, te Rotterdam.
Nog zal afzonderlijk worden geveild: een chronometer.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

St. Ubes (opm: Setubal), 25 juni. Het te Pekel-A te huis behorende schip NOORDSTER, kapt. Brouwer, de 16e dezer van hier met een lading zout naar Texel vertrokken, is heden lek uit zee teruggekomen. Het schip zal zonder te lossen op het droge gebracht worden.


07 juli 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 6 juli. Kapt. Dekker, voerende het schip STAD LEYDEN, de 2e mei van Amsterdam te Singapore aangekomen, rapporteert dat hij, na op de gronden (opm: het ondiepe gedeelte van de Atlantische Oceaan voor de ingang van Het Kanaal; ruwweg het gebied binnen de 100 vademlijn) veel slecht weer doorgestaan te hebben, waardoor de fokkera, enige zeilen enz. verloren gingen, de 13e maart op 46º Z.B. en 76º O.L. door een orkaan werd belopen, die aan schip, tuig, zeilen en koper veel schade had toegebracht; het schip moest na ontlossing der lading dokken, om te worden nagezien.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 7 mei. Het Nederlandse schip (opm: bark) PRINSES SOPHIA, kapt. Hoefman (opm: A.L. Hofman), 12 maart alhier van Padang gearriveerd, is afgekeurd en zal verkocht worden. (opm: zie JB 160759 en 140160)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Soerabaija, 30 april. Het op 24 dezer alhier van Melbourne gearriveerd Nederlandse schip SAMUEL HENDRICUS, kapt. Bonten, heeft op de reis schade bekomen. Het schip zal in het drijvend dok nagezien worden.


08 juli 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 7 juli. De noodzakelijkheid van het nemen van grote voorzorgen aan boord der schepen, met betrekking tot het vaatwerk waarin de spijzen worden bereid, is, gelijk wij vernemen, dezer dagen op nieuw ten duidelijkste gebleken door een ernstige ongesteldheid van twee stuurlieden, behorende tot de equipage van het onlangs uit Java teruggekeerde schip KAREL HENDRICUS. Beiden worden thans in het ziekenhuis aan de Coolsingel verpleegd en verkeerden bij de opname in dat gesticht in een toestand, die wel tot bezorgdheid mocht aanleiding geven, en die meer dan waarschijnlijk uitsluitend moet worden toegeschreven aan de slechte staat der koperen kookketels, die men aan boord gebruikte en waarin, althans in de laatste dagen, uitsluitend voor de stuurlieden was gekookt.
Het is bekend dat door de plaatselijke commissie van geneeskundig toezicht alhier nog onlangs, naar aanleiding van een rapport van de geneesheer van het ziekenhuis, de aandacht der reders op dit belangrijk punt is gevestigd en wij menen ook daarom deze gelegenheid niet te mogen laten voorbijgaan zonder nogmaals met ernst te wijzen op het gevaarlijke der onachtzaamheid bij de spijsbereiding aan boord onzer schepen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Verkoping uit de hand van het Hamburgse half clipper-barkschip MARTHA ALLEN, op 16 april 1859 met averij en gekapte mast te Terschelling binnengebracht, groot 282 br. ton, 10 jaar oud, uit Amerikaans eikenhout getimmerd, dicht kopervast en buitengewoon sterk. In juli 1857 werd het door Veritas in Frankrijk A I 5 6 voor twee jaren geclassificeerd. Door experts werd het in mei 1859 op NLG 7.000, zonder de koperen huid geschat. Sedert die tijd heeft de reder aan reparatie van het schip betaald NLG 1.200. Met inbegrip van het zich nog daarin bevindende koper en de koperen huid heeft het circa NLG 4.000 waarde aan koper (yellow-metal). Best nieuw yellow-metal uit Amsterdam is reeds op Terschelling aangevoerd; masten en zeilen zijn te Harlingen besteld. De werkzaamheden zullen zo worden geregeld, dat het schip binnen vijf weken weer zee kan kiezen, indien de koper een spoedige reparatie wenst. De MARTHA ALLEN ligt in de haven van Terschelling en is daar ten allen tijde te bezichtigen.
Nadere informatie is te verkrijgen bij de kapitein N. Ingwersen, die tot deze verkoop de volmacht heeft, en bij de heren C. Köhding & Co te Terschelling.
(opm: het schip werd door Nederlandse reders gekocht en verdoopt in MARNIX)


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. R. Bloembergen Santee te Leeuwarden zal op donderdag den 14 juli 1859, des avond 7 uur, in eens, ten huize van R.J. Brouwer in het Schippershuis aldaar, verkopen: een overdekte Praam, groot 10 tonnen, met mast, zeil, fok en verdere aanbehoren, zoals die op de verkoop dag voor het huis van Brouwer is liggende.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Drie vaartuigen uit de hand te koop: een Turfschip, groot 23 ton; een Praam met luiken, groot 11 ton, en een oud Veerschip; te bevragen bij E. Holtrop van der Zee te Joure.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Twee schepen te koop, zijnde: een zeer net Praamschip, met roef, bollestal en tuigage, groot 16 ton, en een dito Praamschipshol, met roef en bollestal, nog sterk en goed, bij J.J. Croles, scheepsbouwmeester te Ylst.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Lemster Stoomboot Rederij.
Op nader te bepalen dag in de maand juli zal het Stoomjacht de STAD SNEEK tussen Amsterdam en Lemmer, in verband met een wel ingerichte dilligencedienst van Teitsma en G. Ruiter, over Sneek naar Leeuwarden, en een dito van P. Hijlkema, over Joure naar Heerenveen, in werking worden gebracht.
Uren van afvaart:
Van Amsterdam, ’s morgens te 8½ ure.
Van Lemmer, ’s namiddag te 2 ure.
Iedere dag, met uitzondering van zondag, heen en terug.


09 juli 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 8 julij. Het Nederlandse stoomschip AMSTERDAM, kapt. Ingerman, van Hamburg herwaarts gedestineerd, dat enige tijd geleden op Terschelling op strand raakte, is de 6e dezer weder in vlot water gebracht. Schip en machine waren in de beste orde.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Lerwick, 4 juli. Gisteren zijn 9 Nederlandse vissers van hier naar de visserij vertrokken. De hoekers DANKBAARHEID, stuurman L. Schouten, van Vlaardingen, de 27e juni, en VROUW NEELTJE, stuurman W. Admiraal, de 28e dito alhier binnengelopen, liggende nog in de haven. De jager ZWAMMERDAM, stuurman De Graaff, heeft deze kust de 1e dezer verlaten met 30 vaten haring. De vissers melden, dat het water een goede kleur heeft voor de haring, doch dat de koude die naar de diepte drijft. Op de kust van IJsland zouden verscheiden Franse kabeljauwvissers verongelukt zijn.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Montevideo, 31 mei. Alhier heerst heden een hevige storm. De Nederlandse schepen COMPACT GOEDE TROUW, kapt. De Vries, en HENDRIK WILLEM KAREL, kapt. Van Ingen, die op de rede zijn liggende, hebben daarvan veel te verduren.


  JB - Javabode

Volgens alhier ontvangen bericht lag het Nederlandse stoomschip ATTALANTE, kapt. Hartmans, ter rede van Nagasaki.


  JB - Javabode

Advertentie. Op een nader te bepalen dag zal alhier (opm: Batavia) publiek worden verkocht het Nederlandse schip VIJF GEBROEDERS, groot 486 gemeten lasten, met deszelfs staand en lopend tuig, inventaris, enz, zoals hetzelve thans is liggende ter rede alhier.
Nadere informatiën zijn te bekomen te Soerabaija, Samarang en alhier bij de agenten B. Kopersmit en Co.


11 juli 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Publieke verkopingen. In het Nederlandsch Koffijhuis van J. Zahn, te Dordrecht op zaterdag 9 juli:
- Het gezinkt Schoenerschip LEVANT; trekgeld NLG 50, in veiling NLG 6.800, inslag voor NLG 7.000; opgehouden.
- Een overdekt Gaffelschip, genaamd DORTENAAR; trekgeld NLG 20, in veiling NLG 950, inslag voor NLG 1.000; opgehouden.


12 juli 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 24 mei. De Nederlandse schoener JACOBA EN ANNA, kapt. Petersen, en de Nederlands-Indische brik SCHILLER zullen in de vaart tussen Japan en China blijven, welke vaart door enige Engelse en Amerikaanse schepen geregeld wordt gemaakt. Misschien zal nog een derde, en wel het Nederlandse schip QUATRE BRAS, kapt. Bondix, die in Japan in reparatie ligt, daarbij komen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Singapore, 26 mei. Het Nederlandse schip STAD LEYDEN, kapt. Dekker, ligt alhier te repareren en de ANTH. SERAPHINE wordt te koop of ter bevrachting aangeboden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. De vennootschap tot uitoefening ener scheepsbouwerij tussen C. en A. van der Giessen, te Stormpolder, gemeente Krimpen op den IJssel, is ontbonden bij akte op de 25e juni 1859 voor notaris D.C. Kley te Cappelle op den IJssel gepasseerd, en zijn beide gewezen vennoten tot de ontvang en afrekening van de nog openstaande pretensiën dezer vennootschap geauthoriseerd, terwijl door elk hunner in privé de zaak van scheepsbouwerij op hunne thans gesepareerde scheepstimmerwerven wordt gecontinueerd. (opm: in september 1906 werden beide werven door koop weer samengevoegd)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 24 mei. Vrachten. Het getal disponibele schepen is steeds aanzienlijk, en met weinig vooruitzicht van verbetering in vrachtprijzen. In de laatste dagen zijn de volgende transacties gesloten.
De NICOT, MARIA VERONICA en ARGO laden voor eigen rekening.
STAD MIDDELBURG, NLG 40 per last voor suiker, en NLG 50 voor licht goed alhier; en NLG 42,50 voor koffij en andere goederen te Padang, naar Rotterdam. ACADIA NLG 32 voor suiker en tabak, en NLG 30 voor koffij, te Soerabaija te laden voor Amsterdam.
De SMALLWOOD (Amerikaans) van 400 ton, en PRINSES SOPHIA (Nederlands) 607 ton, werden op vendutie verkocht; de eerste voor NLG 7.100, en de laatste voor NLG 5.010 buiten inventarissen.
De ESPERANZA (Hamburg) en de Engelse stomer LEICHARDT zijn te koop.
De volgende schepen zijn steeds disponibel: Ned. WILLEM DE EERSTE, GEBROEDERS HOUTMAN, ARY SCHEFFER, BIESBOSCH, AEGIDIA EN PAULINA, JOHANNES HENDRIKUS FERDINAND, WILHELMINA, COMM. DES KONINGS V.D. HEIM, AMALIA AUGUSTA, JACQUELINE EN ELISE, DRIE VRIENDEN, LAMINA ELISABETH, ADMIRAAL TROMP, JULIE CLAIRE, BARON VAN HARDENBROEK, FOP SMIT, JAN VAN BRAKEL, E.W. VAN DAM VAN ISSELT, PHOEBUS, BOMMELERWAARD, PHILIPS VAN MARNIX, ALIDA MARIA, KAREL AUGUST, MARIA ADOLPHINE, JANNETJE, ELECTRA, SUZANNE EN ELISABETH, LOUIS MEIJER, NOORDBRABANT, VAN GALEN, JOHANNA CATHARINA, ST.MICHAEL, LOUISA RULOFFINA, PRINS MAURITS, ELISABETH EN ANTOINETTA, WILHELMINA LUCIA, CHRISTINA HELENA, FERDINANDINA EMMA, DOROTHEA HENRIETTE, MINISTER VAN HALL, CHERIBON, WILLEM III, CORNELIA EN HENRIETTE, GRAAF VAN HEIDEN REINESTEIN, REINHARDT, TAGAL, SAMUEL HENDRICUS, OSIRIS, MINISTER PAHUD.
De WELVAART, JOHANNA EN LOUISA, VALPARAISO, ZEENIMPH, JAN SCHOUTEN, FERDINAND EN LOUIS, DERKINA TITIA, ZAANSTROOM, JACOBA CORNELIA CLASINA, JEANNETTE EN AGATHA, CORNELIA EN GEERTRUIDA, CAROLINA, CANTON, VIJF GEBROEDERS, ZEEPLOEG, BULGERSTEYN, DRIE GEBROEDERS en IJSSEL zijn nog kustreizende.


13 juli 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 12 juli. Volgens brief van kapt. Sikkens, voerende het schip JACQUELINE EN ELISE, in dato Batavia 24 mei, was de geleden schade hersteld, en dacht hij de volgende dag naar Soerabaija te vertrekken.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Dover, 9 juli. Uit het wrak van de bij Dungeness gezonken Nederlandse stoomboot SOPHIE (opm: zie NRC 120957) zijn opgevist en alhier aangebracht 200 blokken tin, 50 bladen koper, enige ijzeren knieën en dekplaten.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Liverpool, 9 juli. Het Belgische schip ISABELLA, kapt. Beekman (opm: kof ISABELLE, thuishaven Brussel, kapt. J.H.F. Beeckman), van hier naar Antwerpen, is op de rivier in aanzeiling geweest en dien ten gevolge met verlies van kluiverboom, marszeil- raas enz. geretourneerd.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 13 juli. Door de Nederlandsche Handel-Maatschappij zijn bevracht de volgende 10 schepen, als:
voor Amsterdam: DECIMA, kapt. E. Akkerman; JOHANNA HENDRIKA, kapt. L. van der Weyden; SIR ROBERT PEEL, kapt. J.J. Lange; FRIESLAND, kapt. M.C.E. Mispelblom Beijer; BILDERDIJK, kapt. M.C. Löschen (de laatste van Rotterdam).
Voor Rotterdam: CERES, kapt. T. Mammes; LOUISA JACOBA JOHANNA, kapt. D. Baumgartner; RIDDERKERK, kapt. H. Teerlink.
Voor Schiedam: ALBRECHT BEYLING, kapt. G.L. Muller.
Voor Dordrecht: MARIA ELIZABETH, kapt. W. van der Valk (van Rotterdam).


  JB - Javabode

Advertentie. De geannonceerde veiling te Soerabaija van het schip LOUISE JACOBA JOHANNA en deszelfs inventaris is een dag vervroegd en zal plaats vinden op de 18e juli.
Fraser Eaton & Co. (opm: eerdere advertentie niet gevonden)


14 juli 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 13 juli. Volgens schrijven van kapt. Van Os, voerende het schip LIBRA, d.d Nuevitas (Cuba) 9 juni l.l, was hij aldaar de vorige dag, na een reis van 48 dagen, van Newcastle gearriveerd. Alles wel aan boord.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 12 juli. Het op de 10e juni bij Caen gezonken Nederlandse schip FROUWINA, kapt. Bakker, van Rio de Janeiro naar Havre bestemd – zie NRC van 17 juni – is tot op een mijl afstand van het strand gesleept. Men veronderstelt dat het met het volgend tij droog zal komen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

St. Ubes, 5 juli. Men heeft het lek van het Nederlandse schip NOORDSTAR, kapt. Brouwer – zie NRC van 6 dezer – zonder dat het schip gelost heeft, gevonden. Het was spoedig hersteld en het schip heeft 29 juni de reis op nieuw aanvaard.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Oporto, 6 juli. De Nederlandse kof EENDRAGT, kapt. Hölscher (opm: J.G. Holscher), van Alexandrië naar Falmouth, is op de hoogte van onze haven gezonken. Het volk is door een Spaanse schoener gered, later op de stoomboot LINCE overgegaan en alhier aangebracht.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 24 mei. Het schip JANNETJE, kapt. Lupcke, alhier met schade binnengelopen, moet koperen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 24 mei. Het schip GELDERLAND, kapt. D. Crap Hellingman, van Japan alhier aangekomen, heeft op de reis water gemaakt en zal naar Onrust verzeilen om te repareren.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 24 mei. Het schip NOORD-BRABANT, kapt. Bok, van Boni alhier aangekomen, moet dokken en enig nieuw koper aanzetten.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 24 mei. Het schip CORNELIS GIPS, kapt. Van Rijn van Alkemade, van Adelaide alhier aangekomen, is naar Soerabaija vertrokken om te dokken, hebbende aan de grond gezeten.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. De makelaars F.N. Montauban van Swijndregt, W. van Dam H.Hzn, W.H. Montauban van Swijndregt en B.C.D. Hanegraaff te Rotterdam zijn van mening, op last van hunne meesters, op dinsdag de 2e augustus 1859, des middags ten 12 ure, in de zaal op de Scheepmakershaven, Wijk 1, No. 499, te Rotterdam, publiek te verkopen: het extra snelzeilend, gekoperd en kopervast Nederlands Barkschip TRIJNTJE FENNA, laatst gevoerd door kapt. J. des Ruelles, volgens meetbrief lang 36 el 40 duim, wijd 7 el 32 duim, hol 4 el 94 duim, en alzo groot 585 tonnen, met al deszelfs rondhouten, staand en lopend want, ankers, kettingen, touwen, zeilen en verdere scheepsgereedschappen, zoals hetzelve thans is liggende in de Zalmhaven binnen deze stad.
Nog zal afzonderlijk worden verkocht: een chronometer, van Charles Frodsham, No. 2527. Te bezichtigen bij de heren W.E.D. Krap & van Duijm alhier.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Cargalijsten. Te Rotterdam zijn gearriveerd de schepen:
- JOHANNA, kapt. D.B. Brouwer, van Bremen met 4.142 stuks blauwhout, adres: F.A. Voigt & Co.
- GOEDE HOOP, kapt. T.H. Greven, van Bremen met 2.612 stuks blauwhout, adres F.A. Voigt & Co; drie ledige jeneverpijpen, adres J.H. Henkes, en twee ledige jeneverpijpen, adres S. Rijnbende & Zn.


15 juli 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 14 juli. Bij beschikking van de minister van binnenlandse zaken van 12 dezer zijn op naam van de heren Fop Smit Junior en Cie, aan de Kinderdijk onder Nieuwlekkerland overgeschreven de concessies, vroeger verleend aan de heer Louis de Wilde, voor een stoombootdienst tussen Amsterdam, Rotterdam, Antwerpen en Brussel.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. De makelaars F.N. Montauban van Swijndregt, W. van Dam H.Hzn, W.H. Montauban van Swijndregt en B.C.D. Hanegraaff te Rotterdam zijn van mening, op last van hunne meester, op dinsdag de 2e augustus 1859, des middags ten half één ure, in de zaal op de Scheepmakershaven, Wijk 1, No. 499, publiek te verkopen: het extra snelzeilend, gekoperd en kopervast Nederlands Barkschip, de JONGE JAN, laatst gevoerd door kapt. E.H. Pfeiffer, volgens meetbrief lang 36 el 40 duim, wijd 6 el 30 duim, hol 4 el 77 duim en alzo groot 486 tonnen, met al deszelfs rondhout, staand en lopend want, ankers, kettingen, touwen, zeilen, geschut en verdere scheepsgereedschappen, zoals hetzelve thans is liggende in de haven van het Rijks-Entrepôt aan het Rhijn-spoorwegstation binnen deze stad. Het schip is inmiddels uit de hand te koop.
Nog zullen afzonderlijk worden verkocht: een chronometer, van Brockbands & Atkins, No. 974.
Een dito, van dezelfde, No. 2026, beiden te bezichtigen bij de heer P.J. Dupont, alhier.


16 juli 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 15 juli. Volgens brief van kapt. Hellingman, voerende het barkschip GELDERLAND, in dato Batavia 24 mei, had het schip op de reis van Japan een lek bekomen (zie NRC courant van 14 julij), doch was bij onderzoek bevonden dat het bij de achtersteven was, veroorzaakt door de worm, hetwelk met weinig moeite te verhelpen was; de koperen huid was in de beste staat en zou het schip in 3 à 4 dagen gereed zou zijn tot laden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Kopenhagen, 12 juli. Het Nederlandse schip VOLLENHOVEN, kapt. E.G. te Velde, van Rostock, naar Hull is alhier binnengelopen. Het schip heeft 2 dagen in de Drogden (opm: droogten nabij Kopenhagen) aan de grond gezeten en heeft assistentie van lichters en een stoomboot gehad om weer vlot te komen. Het vaartuig is dicht gebleven en heeft na de geloste lading weer aan boord genomen te hebben de reis voortgezet.


  JB - Javabode

Advertentie. Vendutie. Op woensdag 10 augustus 1859 zullen de ondergetekenden voor rekening van belanghebbenden aan de meestbiedende publiek verkopen het alhier ter rede liggende Nederlandse schip VIJF GEBROEDERS, groot 465 gemeten lasten. Het schip met deszelfs masten, stengen, en verdere rondhouten, zeilen, staand en lopend tuig, ankers, kettingen en verdere inventaris zal in één koop worden opgeveild.
Dagelijks kan het schip bezichtigd worden. Nauwkeurig gespecificeerde inventarissen zijn op aanvraag bij de ondergetekenden verkrijgbaar, terwijl nadere informatiën te bekomen zijn bij de agenten de heren B. Kopersmit & Co alhier, te Samarang en te Soerabaija.
Gebrs. Roselje en Co.


  JB - Javabode

Advertentie. Te koop: 2 ijzeren scheepsmasten, zijnde grote mast en fokkemast, met de marsen, ezelhoofden, mast en rakbanden, afkomstig van het Nederlandse barkschip PRINSES SOPHIA (opm: zie NRC 070759 en JB 140160), benevens een nieuwe bazaan-mast en boegspriet.
Abeelen, Dennison en Co

NRC 170759
Rotterdam, 16 juli. Aangaande het bij Caen gezonken Nederlandse schip FROUWINA, kapt. Bakker, van Rio de Janeiro naar Havre – zie onze nommers van 17 juni en 14 dezer – meldt men uit Dives, d.d. 13 dezer, het volgende:
Sedert tien dagen arbeidt men met kracht aan de redding van het bij Caen gezonken Nederlandse schip FROUWINA, met 2.024 zakken koffie van Rio de Janeiro naar Havre bestemd. Het werk ondervond vele moeilijkheden, dewijl het schip zes mijlen van het land gezonken was en wel zo diep, dat slechts de masten even boven water kwamen; evenwel mag men hopen, dank zij de uitmuntende maatregelen die genomen zijn, dat de arbeid met een goede uitslag bekroond zal worden. Na enige dagen arbeid had men het schip zo ver naar de wal gebracht, dat men de romp kon onderzoeken en het lek stoppen, maar men heeft toen met leedwezen bemerkt, dat het verlies van het schip ogenschijnlijk aan schelmerij te wijten is, daar er verscheidene gaten in gemaakt waren. Nadat men een en ander zo goed doenlijk gestopt had, heeft men het vaartuig, gesteund door twee lichters, op sleeptouw genomen, en bevond het zich heden morgen voor onze rivier. Daar had men echter het ongeluk dat een der werktuigen zich begaf, waardoor het schip opzij viel en weer volliep in welke positie het nu nog ligt. Bij laag water staat er rondom het schip maar 60 à 70 duim en men zal morgen ochtend beginnen met de romp leeg te pompen en een gedeelte der lading te lossen. Wanneer het weer gunstig blijft, dan hoopt men het schip morgen hier aan de wal te brengen. Na enige voorlopige reparatie zal de FROUWINA naar haar destinatie (Havre) gebracht worden.


17 juli 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 16 juli. Het schip ELISABETH JOHANNA, kapt. Teensma, van hier naar Old-Calabar, was 30 juni op 48º30’ N.B. en 7º W.L, na door een bark aangezeild te zijn en daardoor de kluiverboom verloren te hebben; overigens alles wel aan boord.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Harwich, 14 juli. Uit het wrak van het op 5 mei op het Shipwash Sand verongelukte Nederlandse schip AUSTRALIA, kapt. Jansen, van Newcastle naar Batavia, zijn gered en alhier aangebracht, 2 einden ketting van 30 en 55 vadem, en enige kookgereedschappen.


18 juli 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Caen, 16 juli. Het Nederlandse schip FROUWINA is heden in de haven van Dives gebracht – zie NRC van gisteren.


19 juli 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Texel, 17 juli. Het op heden alhier van Batavia gearriveerde Nederlandse schip NIEUWLAND, kapt. Pot, heeft de 26e maart op 28º30’ Z.B. en 30º30’ O.L. een hevige orkaan doorgestaan.


20 juli 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Dover, 16 juli. Het Belgische schip JEANNETTE MÉLANIE, kapt. Vanhuyze (opm: brik, kapt. F. van Huysse), van Newcastle naar Lissabon, is alhier lek binnengelopen, hebbende aan de grond gezeten.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. H.J. Rietveld, G.J. Boelen en W.IJ. van Reinouts, makelaars, zullen op maandag 1 augustus 1859, des avonds ten 6 ure precies, te Amsterdam, in de Nieuwe Stads Herberg aan het IJ, ten overstaan van een daartoe bevoegd beambte, verkopen: een extra ordinair welbezeild gekoperd en kopervast Fregatschip, genaamd LOUISA MARIA, gevoerd door kapt. P. Tjebbes, volgens Nederlandse meetbrief lang 39 ellen 90 duimen, wijd 7 ellen 60 duimen, hol 5 ellen 67 duimen, en alzo gemeten op 764 tonnen of 404 lasten.
Breder bij inventaris en bericht bij bovengenoemde makelaars of bij de cargadoors De Vries & Co. (opm: verkocht voor de sloop, zie NRC 240260)


21 juli 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 20 juli. Ondanks de ongelofelijke krachtsaanwending om het fregat met stoomvermogen ZEELAND verder van de helling der Marinewerf te Vlissingen te water te brengen, is dit tot hiertoe niet mogen gelukken. Men is nu bezig het voorschip door twee schepen te steunen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Havre, 18 juli. Het alhier van Rio-Janeiro gearriveerde Nederlandse kofschip FROUWINA, kapt. Bakker, dat, zoals vroeger gemeld, bij Caen gezonken is geweest – zie NRC van 17 juli – maakt, nu de gaten, die er in geboord waren, gestopt zijn, hoegenaamd geen water meer.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Voor NLG 6.000 te koop een gezinkt schoenerschip 5/6, Nederlandse vlag, groot ca. 70 rogge lasten, met deszelfs complete inventaris, bijzonder snelzeilend en vlot gaande, in 1846 gebouwd en sedert goed onderhouden. Adres met franco brieven, onder letters. D.W.P, bij de kantoorboekverkoper R.C. Lepper, Rokin, No.169, te Amsterdam.


22 juli 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 21 juli. In de laatste tijd hebben wij herhaaldelijk in onze kolommen melding gemaakt van een averijzaak van het Nederlandse schip FROUWINA,kapt. J.G. Bakker, van Rio de Janeiro met een lading koffie naar Havre bestemd en de vermoedens van schelmerij, die er omtrent dit ongeluk bestonden. Wij zijn thans in staat gesteld onze lezers het volgende extract uit de verklaring van de gevolmachtigde van Lloyds mede te delen:
De Nederlandse schoener FROUWINA, van Veendam, kapt. J.G. Bakker, die hier tevens reder was, vertrok 4 juni van Falmouth, waar hij van Rio de Janeiro om orders gearriveerd was, naar Havre. Voor het vertrek van Falmouth had kapt. Bakker aan zijn makelaar te Londen order gegeven om een som van GBP 1.500 op zijn schip te verzekeren in geval van totaal verlies op de reis van Falmouth naar Havre, welke assurantie bij Lloyd’s gesloten werd. Dezelfde maatschappij had reeds GBP 9.300 op de lading en GBP 465 op een bodemerijbrief van de FROUWINA verzekerd en liep dus een risico van GBP 11.265. Behalve deze verzekering waren er nog enige gedeeltelijke assuranties op behouden varen, te Havre en in Holland gesloten. Tot 14 julij, dus een tijdsverloop van 10 dagen bleef men zonder naricht (opm: bericht) van het schip maar op die dag ontving de makelaar van de kapitein, te Londen, een brief van dezen, waarin hij hem schreef, dat hij ten 3 uur in de morgen van de 10e bevonden had, dat er vijf voeten water in het ruim van de FROUWINA was, dat hij onmiddellijk de pompen aan het werk had gesteld doch dat het schip niettegenstaande men al het mogelijke had gedaan, ten 9 uur op 5 mijlen afstand van de rede van Dewis (opm: Dives-sur-Mer) gezonken was. Kapitein Bakker besloot zijn brief met te zeggen, dat het schip totaal verloren was en verzocht zijn makelaar om de assurantie te ontvangen en hem dat geld over te maken.
Bij Lloyd’s had men echter enig vermoeden en bovendien veronderstellende dat het schip wellicht te behouden was, zond de maatschappij iemand naar de plaats van het ongeluk om daar een en ander te onderzoeken. Deze afgevaardigde (zekere M. Barter) kwam 16 juni te Havre aan en zijn eerste bezigheid was om een nauwkeurig onderzoek bij de kapitein en zijn equipage in te stellen nopens het ongeluk, doch hij kon van deze niet de minste opheldering bekomen. Bij de timmerman vond hij echter twee boren, welke deze zei van de kapitein bekomen te hebben toen zij het schip verlieten. Dit was een feit dat bij de heer Barter argwaan verwekte en zijn vermoeden, dat het schip wel eens door schelmerij kon verloren zijn gegaan, voedsel gaf. Hij trad onmiddellijk met verscheidene lieden in onderhandeling ten einde een overeenkomst te sluiten, om de FROUWINA vlot te brengen, maar vruchteloos; want allen geloofden, dat zulks onmogelijk was. Hierop besloot hij zelf het werk te ondernemen en voorzag zich tot dat einde van duikers uit Engeland en met deze en de hulp van een bouwmeester uit Honfleur, slaagde hij erin om het schip boven water en te Havre binnen te brengen. De vermoedens omtrent het slechte gedrag van de kapitein hebben zich maar al te zeer bevestigd, want men bevond, toen het schip droog kwam, dat er van uit de kajuit niet minder dan 8 gaten van circa een duim diameter door het schip geboord waren, bovendien was aan de laadpoort geweld gepleegd en deze bijkans 2 duim naar buiten gedrongen, hetgeen een en ander noodwendig het verlies van het schip tengevolge moest hebben. De reder-kapitein is naar Nederland gevlucht, doch de assuradeuren hebben besloten om hem met al de hun ten dienste staande middelen te vervolgen en de misdaad te straffen.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Publieke verkoop van het Stoomschip TJERK HIDDES, strijkgeld NLG 50.
De notaris Goslings te Harlingen zal aldaar op woensdag 27 juli 1859, des middag 12 uur, provisioneel, en des namiddag 4 uur, finaal, telkens ten huize van Minnema, in het Heren Logement, publiek verkopen: het ijzeren stoomschip, genaamd TJERK HIDDES, met deszelfs geheel complete inventaris, zoals hetzelve is liggende in de Zuiderhaven te Harlingen, voor de fabriek van de heren Harmens en Pennink, zijnde gereed om dadelijk in de vaart te kunnen worden gebracht; hebbende vroeger gevaren tussen Lemmer, Stroobos en Groningen.
Te bezichtigen voor den verkoop. Te aanvaarden binnen 14 dagen na toewijzing.


23 juli 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 22 juli. Het schip de JONGE NICOLAAS, kapt. van Assen, van Archangel naar de Maas, is lek en met slagzijde te Christiansand binnengelopen. Het moet lossen om te repareren.


24 juli 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 23 juli. Volgens particulier bericht zou Zr.Ms. brik DE ZEEHOND, de 15e dezer van Suriname naar Curaçao vertrekken. De brik DE SPERWER, die eerstgenoemde brik zou komen aflossen, had in de Caraïbische zee gestoten en moest repareren.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 23 juli. Ingevolge Zr.Ms. besluit van de 21e dezer, wordt het te Willemsoord liggende schroefstoomschip der 4e klasse, HET LOO, met de 1e augustus aanstaande in dienst gesteld, met bestemming naar Oost-Indië, en het bevel daarover opgedragen aan de luitenant ter zee der 1e klas J. van Gogh.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Kinderdijk, 21 juli. Heden voormiddag is van de werf van de heren J. & K. Smit alhier, met goed gevolg te water gelaten de ijzeren stoomboot GORINCHEM, bestemd tot veerstoomboot tussen Gorinchem en Sleeuwijk.
De machines voor dit vaartuig worden vervaardigd in de fabriek van de heren Diepeveen, Lels en Smit alhier.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Harlingen, 22 juli. Het hier te huis behorende kofschip SOPHIA MARIA, kapt. J.A. van Slooten, in ballast van Hull naar Uleaborg gedestineerd, is, volgens hier aangekomen telegram, nabij laatstgemelde plaats geheel verongelukt. Bijzonderheden zijn nog niet bekend, alleen weet men dat de equipage gered is (opm: zie OWS 221059).


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Harlingen, 22 juli. Van de Groenlandvaarder DE NOORDPOOL is bericht ontvangen. De lading robben zal hier eerlang door een Noors schip worden aangevoerd, terwijl het schip zelf te Tönsberg blijft.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Penzance, 22 juli. Het schip JOHANNA, kapt. Best (opm: mogelijk buitenlander), van Swansea naar Algiers, is 20 mijlen bewesten de Sorlings (opm: Scilly Isles) gezonken. Het volk is gered.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Fayal, 2 juli. Het Nederlandse schip LOUISA CHRISTINA, kapt. Harmsen, van Suriname naar Amsterdam, de 30e mei alhier lek binnengelopen, heeft de reparatie geëindigd en is heden begonnen de lading weer aan boord te nemen.


25 juli 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 24 juli. Gisteren voormiddag heeft men te Vlissingen weder beproefd om het fregat met stoomvermogen ZEELAND te water te brengen, en wel door te trachten met het stoomschip CYCLOOP daaraan zodanige schok toe te brengen, dat de ZEELAND, ondanks de belemmeringen die aanwezig zijn, van de helling zou aflopen. De poging was echter vruchteloos. Nadat de vaartuigen door een sterke kabel goed aan elkander bevestigd waren, begon de CYCLOOP vooruit te stomen, doch de kabel brak reeds bij de eerste schok. Naar men verneemt is ten gevolge daarvan een man licht gewond, en aan het stoomschip een weinig belangrijke schade toegebracht.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Verkoop bij rechterlijk gezag van het Pruissische schoenerschip, genaamd GRAF VON SCHWERIN, liggende te Vlaardingen, in de haven, lang volgens meetbrief 23 el 8 palm, wijd 4 el 8 palm, hol 2 el 94 duim, en alzo groot 160 tonnen,met al deszelfs staand en lopend want, ankers, kettingen, touwen, zeilen en verdere scheepsgereedschappen, ingevolge inventaris, gevoerd geweest door schipper Robbert Dennert, ten verzoeke van de heer Arij Hoogendijk Jzoon, koopman, wonende te Vlaardingen, ten deze domicilie kiezende aldaar ten huize van de deurwaarder Cornelis van der Berg, aan de Achterweg, Wijk P, No. 145 en te Rotterdam, ten kantore van de voor hem occuperende procureur Mr. Gerardus Combertus Burger, aan de Haringvliet, Wijk 12, No. 47, rekwirant uit krachte van een vonnis, gewezen door de arrondissementsrechtbank te Rotterdam, Kamer van Vacantie, de 6e juli achttien honderd negen en vijftig, behoorlijk geregistreerd ten kantore van de heer ontvanger van Berkel, de 11e juli daaraanvolgende, in zake van de rekwirant, als eiser, tegen voornoemde schipper Robbert Dennert, als gedaagde, bij hetwelk deze is veroordeeld, om aan de eiser te betalen een som van vijftien duizend acht honderd negentig gulden twee en zestig en een halve cent, wegens bodemerijschuld, met de interesten en kosten en daarvoor onder andere hetzelve schip en toebehoren speciaal verbonden en executabel, en daarna arrestant op hetzelve schip en toebehoren. De executant heeft het voorschreven schip en toebehoren ingezet voor een som van een duizend gulden.
De verkoop zal plaats hebben ter terechtzitting van de arrondissementsrechtbank te Rotterdam, Kamer van Vacantie, op woensdag de zeventiende augustus 1859, des voormiddags ten elf ure precies. De memorie van lasten is gedeponeerd ter griffie van meergemelde rechtbank en kopie daarvan ligt ter visie ten kantore van voornoemden procureur Mr. Gerardus Combertus Burger, bij wie nadere inlichtingen te bekomen zijn.
Rotterdam, 25 juli 1859 C.C. Burger
(opm: gekocht door H.& L. Schouten & Co., Dordrecht en verdoopt CERES)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Plymouth, 22 juli. Het Nederlandse schip HENDRIKA JANTINA, kapt. Leeuwen, van Malaga naar Glasgow, is hier gisteren avond lek binnengelopen.


  OP - Oostpost

Advertentie. Vracht en Passage naar Batavia wordt aangeboden met het Nederlands schip (opm: clipper-fregat) METALEN KRUIS, kapt. J.P. Zuurdeeg, om maandag 25 juli e.k. te vertrekken.
Informatiën te bekomen bij Schimmelpenninck & Co.


27 juli 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 26 juli. Gisteren namiddag is te Nieuwe Diep een verschrikkelijk ongeluk aan boord van de exercitie kanonneerboot PRO PATRIA, bij de schietoefeningen voorgevallen en heeft de gehele gemeente met schrik en rouw vervuld. Een stuk geschut, een tachtig ponder, sprong bij het afvuren en doodde zeven personen, waaronder de commandant, terwijl vijf zwaar gekwetst werden. Een man werd over boord geslingerd.
IJzingwekkend zijn de omstandigheden die men omtrent deze ramp verneemt. De kanonneerboot is des avonds van de rede in de haven gesleept, ten einde de lijken en gekwetsten in het hospitaal op te nemen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Publieke verkopingen in de zaal op de hoek der Scheepmakershaven en Bierstraat, te Rotterdam:
- Nederlands fregatschip ADMIRAAL VAN KINSBERGEN, groot 753 tonnen. Verkocht voor NLG 17.700.
- Nederlands barkschip VICE ADMIRAAL GOBIUS, groot 595 tonnen. In slag NLG 14.800; daarboven NLG 200; opgehouden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Dungeness, 25 juli. Uit de alhier gezonken Nederlandse stoomboot SOPHIA zijn opgevist en alhier aangebracht 179 blokken tin.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Pro Deo. Op de twee en twintigste juli 1800 negen en vijftig, ten verzoeke van Gerritje Knin, zonder beroep, wonende in de Oppert Wijk 6, nummer 157 te Rotterdam, huisvrouw van Pieter Vermeulen, ten deze domicilie kiezende ten kantore van de haar toegevoegde procureur Willem Simon Burger Junior, aan de Haringvliet, Wijk 12, No.47 aldaar, die voor haar is occuperende: heb ik ondergetekende Jacob Voorrips, deurwaarder bij de arrondissement rechtbank te Rotterdam, wonende aldaar, Wijk 6, nummer 341, krachtens verlof van genoemde rechtbank van de zesde juni 1800 negen en vijftig gratis geregistreerd de twintigste juni daaraanvolgende ten kantore van de heer ontvanger Van Berkel, mijn exploot doende bij aanplakking aan de voorname deur der vergaderplaats der gezegde rechtbank, alsmede aan het huis der gemeente alhier, bij overgifte van een afschrift van de heer ambtenaar van het Openbaar Ministerie bij dezelfde rechtbank, die het oorspronkelijke met gezien heeft getekend en bij plaatsing van de afschriften in de Nederlandsche Staats-Courant en in de Nieuwe Rotterdamsche Courant.
Voor de eerste maal gedagvaard: voornoemde Pieter Vermeulen: van beroep zeevarende, om na verloop van drie maanden en alzo op maandag de een en dertigste oktober 1800 negen en vijftig, des voormiddags ten elf ure precies, te verschijnen ter terechtzitting van de arrondissementrechtbank te Rotterdam, gehouden worden in het paleis van justitie, aan het Haagsche Veer aldaar, ten einde:
Aangezien de gedaagde als matroos was behorende tot de equipage van het in de nacht van de derde op de vierde januari 1800 vier en vijftig op het Goodwin Sand totaal verongelukte kofschip de VROUW NEELTJE, gevoerd door kapt. C. de Goede (opm: zie NRC 080154);
Aangezien er geen twijfel kan bestaan of dit schip is met man en muis vergaan.
Aangezien dan ook sedert voornoemde nacht niets meer van de gedaagde is gehoord en reeds meer dan drie jaren zijn verlopen na het vergaan van het schip, tot welke bemanning hij behoorde.
Aangezien de eiseres zich op grond van die feiten tot voornoemde rechtbank heeft gewend met het eerbiedig verzoek, dat het haar moge behagen, de eiseres verlof te verlenen om de gedaagde bij drie opeenvolgende dagvaardingen, te plaatsen in zodanige dagbladen als de rechtbank zou aanwijzen, voor haar op te roepen, op de wijze in artikel 523 Burgerlijk Wetboek omschreven, opdat zij daarna vergunning bekome tot het aangaan van een ander huwelijk; hetzij in persoon, hetzij door iemand van zijnentwege van zijn aanwezen te doen blijken, bij gebreke waarvan door de eiseres zal worden geconcludeerd, dat haar van de niet verschijning van de gedaagde zal worden verleend akte en tevens verlof tot het doen van een tweede dagvaarding als bij de wet voorgeschreven met veroordeling van de gedaagde in de kosten.
De kosten van dit exploot zijn in debet twee gulden vijf en zeventig cents.
J. Voorrips, deurwaarder.


  JB - Javabode

Advertentie. Op een nader te bepalen dag zullen ondergetekenden publiek verkopen voor rekening van belanghebbenden de Engelse brik ENTERPRIZE, groot 228 tonnen, gevoerd door kapitein Heigho. Nadere informatiën te bekomen bij de heren Maclaine, Watson & Co of bij John Pryce en Co.


  JB - Javabode

Pasoeroean, 20 juli. De 18e dezer is de stoomboot AMBON, kapitein Vogel, op de reis van Macassar naar Soerabaija, in de nabijheid dezer hoofdplaats, op de hoogte van het district Redjassa, vastgeraakt. Onder andere passagiers bevond zich aan boord de heer W.A.C. Ardesch, majoor der infanterie, ridder der Militaire Willemsorde, die zich wegens ernstige ongesteldheid met zijn familie naar Malang wenste te begeven, ten einde zich aldaar onder geneeskundige behandeling te stellen. De Voorzienigheid had echter anders beschikt en heeft hem diezelfde dag tot zich genomen.
Daar het zich niet liet aanzien, dat het stoomschip in de eerste dagen vlot zou raken, is besloten geworden, het lijk te dezer plaatse ter aarde te bestellen en heeft gisteren middag de begrafenis, met de meest mogelijke plechtigheid en militaire honneurs, alhier plaats gehad. De lijkstoet was samengesteld uit het Corps Schutterij, het detachement militairen en de Pradjoerits; ook volgden verscheidene ingezetenen, waaronder het hoofd des bestuurs zich bevond, terwijl de heer Ds. Marnstra bij het graf een toepasselijke lijkrede hield. De overledene laat een bedroefde weduwe en één kind na, nog te jong om het geleden verlies te beseffen. Het leger verliest in hem een verdienstelijk, braaf en ijverig hoofdofficier en velen zijner wapenbroeders een trouw kameraad.
Gisteren is het stoomschip door de hulp van de nieuwe stoomboot de JAVAAN en enige praauwen vlot geraakt en heeft zijn reis naar Soerabaija voortgezet.


28 juli 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 27 juli. Omtrent de ramp aan boord van Zr.Ms. kanonneerboot PRO PATRIA te Nieuwe Diep voorgevallen, waarvan gisteren melding is gemaakt, verneemt men nader dat een van de vijf gewonden heden morgen in het hospitaal is overleden. IJzingwekkend is het verhaal van ooggetuigen over de verminkingen door het springen van het kanon teweeg gebracht. Naar men verzekert is de ramp niet te wijten aan onvoorzichtigheid van de zijde van de manschappen die het stuk bedienden, maar moet de oorzaak gezocht worden in de mindere deugdzaamheid van het stuk. Immers zouden de stukken onlangs in Oost-Indië op de MEDUSA en aan boord van de AMSTERDAM gesprongen, evenals dat van de PRO PATRIA, van hetzelfde jaartal en van dezelfde fabriek te Luik zijn; ook moeten brokstukken van het gisteren gesprongen kanon aan kenners de mindere deugdzaamheid van het ijzer in het oog vallend hebben bewezen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Harlingen, 26 juli. Heden is hier aangekomen de Harlinger Groenlandsvaarder DIRKJE ADAMA, kapt. Brinkman, met een vangst van omstreeks 2600 robben.
De NOORDPOOL, hier te huis behorende, heeft laatstleden zondag (opm: 24 juli) zijn vangst, bestaande in 2.400 robben, met een Noors vaartuig hier doen afleveren. Het schip blijft in Tønsberg overwinteren om met de heropening der visserij spoedig op het terrein te kunnen wezen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 27 juli. Het schip (opm: tjalk) ALBERDINA, kapt. A.J. Lever, van Liverpool naar Nerva, is de 24e juli met schade en gebrek aan water te Delfzijl binnengelopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Havana, 29 juni. Met het op eergisteren uit China gearriveerde Nederlandse schip (opm: clipper) BELLONA, kapt. J.O. Kluin, zijn alhier aangebracht 427 emigranten. Gedurende de overtocht zijn 73 overleden.


29 juli 1859


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Lemster Stoomboot Rederij.
Opening van de dienst maandag 1 augustus e.k.
Dienst tussen Amsterdam en Lemmer, voor het vervoer van reizigers en goederen.


30 juli 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Dungeness, 26 juli. Uit het op de hoogte van deze plaats gezonken Nederlandse stoomschip SOPHIA zijn nog gevist en heden alhier aangebracht 224 blokken tin.


  JB - Javabode

Bantam. Het stoomschip BARA-BARA (opm: bedoeld is de BURRA BURRA) is met enige laadboten van Batavia ter assistentie van het schip (opm: bark) HOOP VAN CAPELLE gezonden. Een gedeelte der lading is in de laadprauwen overgescheept en het schip op de 25e dezer weer vlot geraakt zijnde, is door gemelde stoomboot op sleeptouw genomen en naar Batavia vervoerd.


31 juli 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 30 juli. Krachtens Zijner Majesteits besluit van de 29e dezer, no. 40, wordt het schroefstoomschip van de 4e klasse REINIER CLAESZEN, liggende te Hellevoetsluis, met de 16e augustus aanstaande in dienst gesteld, onder bevel van de luitenant ter zee van de 1e klasse jhr. J.E.W.F. van Raders, met bestemming naar Oost-Indië.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 30 juli. Zr.Ms. schroeffregat ZEELAND, is heden namiddag ten half vier ure van de werf te Vlissingen te water gelopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Uit de hand te koop: het extra snelzeilend gekoperd en kopervast Nederlands fregatschip VRIENDSCHAP, gevoerd door kapt. Ths. Buijs Jz, groot volgens meetbrief 400 lasten of 754 tonnen, met al deszelfs rondhout, staand en lopend want, geschut, ankers, kettingen, touwen, zeilen, chronometer etc, zo als hetzelve thans is liggende in de Berghaven binnen deze stad.
Nadere informatiën te bekomen ten kantore van Hoogewerff & Chabot.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Pro Deo. Op heden de acht en twintigste juli 1800 negen en vijftig, ten verzoeke van 1e. Jan Zoet, zonder beroep, wonende te Hilligersberg; 2e. Jan Kruijt, arbeider, wonende te Sluipwijk en 3e Adriana Gijsberta Duret, weduwe van Arij Hollander, schoonmaakster, wonende te Haastrecht, kiezende de requiranten ten deze domicilie ten kantore van de procureur Mr. Jan Barthold Ludolf Wentholt, wonende te Rotterdam, aan de Glashaven wijk, 1 no.364, die in deze voor de requiranten in rechten is occuperende, hebbende de requiranten vergunning bekomen om te dezer zake gratis te procederen bij vonnis van de Arrondissements-rechtbank te Rotterdam, (Kamer van Vacantie) in dato vijf en twintig augustus 1800 acht en vijftig. Heb ik ondergetekende Johan Coenraad Lach, deurwaarder bij de Arrondissements-rechtbank te Rotterdam, wonende aldaar aan de Groote Zeevischmarkt Wijk 2, no. 371. Uit krachte van een vonnis door genoemde rechtbank de vijf en twintigste mei 1800 negen en vijftig gewezen op de expeditie behoorlijk geregistreerd. Voor de derde maal gedagvaard: Jacobus Zoet, in der tijd scheepstimmerman aan 's lands werf te Rotterdam, doch wiens tegenwoordig verblijf is onbekend, gevolgelijk mijn exploit doende op de wijze voorgeschreven bij art. 4, no 7 wetboek van Burgelijke Rechtsvordering, sprekende in het parket van de Edel Achtbare Heer Officier van Justitie bij bovengenoemde rechtbank met de Edel Achtbare Heer Mr. D. Fockema, substituut-officier, die het origineel voor gezien heeft getekend. Om:
Aangezien de gedaagde, in der tijd scheepstimmerman aan 's lands werf te Rotterdam, in het jaar 1824 met het schip HYPERION naar Suriname is vertrokken zonder volmacht tot het waarnemen van zijn zaken achter te laten.
Aangezien hij aldaar is aangekomen, en in het laatst van de maand oktober weer van daar de terugreis naar het vaderland heeft ondernomen.
Aangezien gezegd vaartuig op de terugreis is vergaan en men na die tijd niets meer van de gedaagde heeft vernomen. Aangezien hij dus vermoedelijk is verongelukt.
Aangezien bovengenoemde daadzaken blijken uit een akte van bekendheid de 20e augustus 1858 voor de te Haastrecht residerende notaris J.G. Brouwer Nijhoff gepasseerd, deugdelijk geregistreerd.
Aangezien er dus meer dan vijf jaren zijn verlopen sedert de laatste tijding van de gedaagde is ingekomen.
Aangezien op grond daarvan de eisers naar aanleiding van art. 523 Burg. Wetboek verlof hebben gevraagd en bekomen om de gedaagde bij openbare dagvaardingen op te roepen ten einde daarna bij zijn niet verschijning, van de rechter te verzoeken dat deze zal verklaren dat er rechtsvermoeden van de gedaagdes overlijden bestaat sedert de eerste november 1824.
Aangezien de gedaagde evenmin op de eerste als op de tweede openbare dagvaarding is verschenen.
Aangezien de eisers daarna bij vonnis van Arrondissements-rechtbank te Rotterdam, van de vijf en twintigste mei 1800 negen en vijftig verlof hebben bekomen tot het doen van deze derde openbare dagvaarding,
Op maandag de zevende november 1800 negen en vijftig, des voormiddags ten tien ure, te compareren ter terechtzitting van de arrondissements-rechtbank te Rotterdam, zitting houdende in het paleis van Justitie op het Haagsche Veer aldaar; ten einde hetzij in persoon, hetzij door iemand van zijnentwege van zijn aanwezen te doen blijken, zullen de eisers ingeval noch hij noch iemand zijnentwege op deze dagvaarding mocht opkomen en alzo van zijn aanwezen niet mocht blijken, concluderen dat bij vonnis van deze rechtbank wordt verklaard, dat er rechtsvermoeden van deszelfs overlijden bestaat sedert een november 1824, met veroordeling van de gedaagde in de proceskosten. En heb ik deurwaarder een afschrift van dit exploit aangeplakt aan de voorname deur van de Vergaderplaats van genoemde rechtbank en aan het gemeentehuis van Rotterdam en een afschrift daarvan overhandigd aan de bovengemelde ambtenaar van het Openbaar Ministerie, zullende dit exploit voorts worden geplaatst in de Nederlandsche Staats en Nieuwe Rotterdamsche Couranten. De kosten zijn in debet twee guldens vijf en zeventig cents.
(get.) J. C. Lach, deurwaarder.


01 augustus 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 7 juni. Volgens berichten, door Zr.Ms. stoomschip PRINSES AMALIA de 12e j.l. te Macasser aangebracht, had Zr.Ms. stoomschip GRONINGEN het ongeluk gehad, in de nabijheid van Signy, dicht bij de wal, aan de grond te raken. Zodra de vijand dit had opgemerkt, wierp hij met de meeste spoed recht tegenover het schip een batterij op, plaatste daarop een stuk geschut en vuurde daaruit geruime tijd op de GRONINGEN. Het stuk was gelukkig te hoog gepointeerd, zodat de kogels ver boven het schip heen vlogen. De positie van de GRONINGEN, veroorloofde hem niet, dit vuur te beantwoorden. Hierop nog stouter gemaakt, naderde de vijand tegen de avond met een groot aantal praauwen het oorlogsschip en opende daarop een vrij levendig vuur, dat echter gelukkig ook geen schade aanrichtte. Een paar schoten met schroot uit de dertig ponders dreven de vijand voorgoed op de vlucht. De GRONINGEN bracht de volgende morgen een anker uit en geraakte met hoog water vlot, zonder schade geleden te hebben.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 7 juni. In vrachten is sedert onze laatste berichten geen verbetering gekomen. MARIA VERONICA, NICOL en ARGO laden voor eigen rekening; STAD MIDDELBURG bekwam NLG 40 voor een klein partijtje suiker en NLG 50 voor lichte goederen hier en NLG 42½ voor koffij en andere goederen te Padang te laden naar Rotterdam; ACADIA NLG 32 voor suiker en tabak en NLG 30 voor koffij, te Soerabaja te laden naar Amsterdam; LAMINA ELIZABETH NLG 35 voor suiker en thee naar Amsterdam; SUSANNA laadt gedeeltelijk voor eigen rekening en arak tot NLG 45 naar Rotterdam; ook de FERDINANDINA EMMA, MINISTER PAHUD en FOP SMIT laden voor Nederland.
De DRIE VRIENDEN werd door het gouvernement gecharterd voor transport van troepen naar Bandjermassin tot 30 c. per last per dag.
De volgende schepen doen kustreizen: WELVAART, JACOBA EN LOUISA, VALPARAISO, ZEENIMPH, JAN SCHOUTEN, FERDINAND EN LOUIS, DERKINA TITIA, ZAANSTROOM, CANTON, JACOBA CORNELIA CLASINA, JEANNETTE EN AGATHA, CORNELIA EN GEERTRUIDA, CAROLINA, VIJF GEBROEDERS, ZEEPLOEG, BULGERSTEIJN, DRIE GEBROEDERS, LOUIZA ROELOFFINE (opm: LOUISE ROELOFFIENA), MARIA ADOLPHINE, BOMMELERWAARD, REINHARDT, KAREL AUGUST, CHRISTIANA HELENA en JAN VAN BRAKEL.
De PRINCES SOPHIA (607 ton), werd zonder inventaris verkocht voor NLG 5.010; SMALLWOOD (Amerikaans) (400 ton), bracht NLG 7.100 op; de Engelse stoomboot LEICHARDT werd door het gouvernement gekocht voor GBP 7.000.
ESPERANZA (Hamburg), ARGO (Zweeds) en het Engelse stoomschip BURRA BURRA zijn te koop aangeboden.
De nu nog disponibele schepen zijn: WILLEM DE EERSTE, GEBROEDERS HOUTMAN, BIESBOSCH, AEGIDIA EN PAULINA, JOHANNES HENDRIKUS FERDINAND, COMMISSARIS DES KONINGS VAN DER HEIM, JACQUELINE EN ELISE, ADMIRAAL TROMP, JULIE CLAIRE, E.W. VAN DAM VAN ISSELT, PHOEBUS, PHILIPS VAN MARNIX, ALIDA MARIA, JANNETJE, ELECTRA, SUSANNA EN ELISABETH, LOUIS MEIJER, NOORDBRABANT, ST. MICHAEL, JOHANNA CATHARINA, PRINS MAURITS, ELISABETH EN ANTOINETTA, DOROTHEA HENRIETTE, CHERIBON, WILLEM III, CORNELIA HENRIETTE, GRAAF VAN HEIDEN REINESTEIN, SAMUEL HENRICUS, OSIRIS en VRIENDENTROUW.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlissingen, 30 juli. Het schroefstoomfregat ZEELAND, hetwelk de 13e van deze maand te water moest gebracht worden en die dag over een lengte van 10 ellen was heengeschoven, is heden middag, na verschillenden malen aan een zeer grote krachtsontwikkeling weerstand te hebben geboden, met behulp van twee fregatten, die voor het schip waren gebracht om het te lichten, door het stoomschip CYCLOOP van de helling gesleept, terwijl men van de wal aan weerszijden van het dok kaapstanders in het werk had; die gevaarlijke manoeuvre, waarbij zowel de bevelvoerenden als de ondergeschikten met zorg en bekwaamheid zijn te werk gegaan, is zonder enig ongeluk afgelopen. De oorzaak van het niet aflopen van de ZEELAND schijnt daarin te liggen, dat de helling, die voor minder lange schepen is daargesteld, te vlak ligt. Algemeen was de vreugde, toen het schip, na zo lang wachten, eindelijk te water was.


02 augustus 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 1 augustus. Volgens bericht uit Kopenhagen van de 28e juli was kapt. Pomper (opm: kapt. Jesajas Jans Pomper, * 25.11.1823, uit Veendam), voerende het schip (opm: kof) FENNECHINA CATHARINA, van Memel (opm: Klaipeda) naar Schotland, bij het naar boord varen aldaar, door het omslaan van de boot, met een man van zijn equipage verdronken.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Harlingen, 31 juli. Het kofschip MARIA, kapt. De Jong, van Dantzig (opm: Gdansk) met pijpstaven naar Bordeaux bestemd, is alhier heden lek en met verlies van fokkemast binnengelopen. Het zal moeten lossen om te repareren.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 1 augustus. De schepen VIER GEBROEDERS, kapt. Bunk, van Banjoewangie naar Rotterdam, en JAVA'S WELVAREN, kapt. Doornbos, van Batavia naar Amsterdam, zijn te Mauritius met schade binnengelopen, het eerste met overgeworpen lading.


03 augustus 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Mauritius, 1 juli. Het Nederlandse schip VIER GEBROEDERS, kapt. Bunk, van Java naar Rotterdam, is de 2e juni op 33º Z.B. en 22º O.L. in een hevige storm van het NNW.-ZW. lek gesprongen. Men was dien tengevolge genoodzaakt 900 zakken koffij en 6 kanasters suiker over boord te werpen om de 21e juni alhier binnen te lopen. (Gisteren minder juist gemeld.)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Mauritius, 1 juli. Het Nederlandse schip JAVA'S WELVAREN, kapt. Doornbos, van Java naar Amsterdam, is alhier 22 juni lek binnengelopen. Het schip werd de 5e juni op 32º Z.B. en 38º O.L. door een orkaan belopen, sprong daarin lek en maakte van dat ogenblik af 32 duimen water in het uur. (opm: zie NRC 170959)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Publieke verkopingen in de zaal op de hoek van de Scheepsmakershaven en Bierstraat te Rotterdam op dinsdag 2 augustus.
- Nederlands barkschip TRIJNTJE FENNA, groot 585 tonnen, voor NLG 30.000 opgehouden.
- Nederlands barkschip de JONGE JAN, groot 486 tonnen, voor NLG 8.100 verkocht.


 ZZC - Zierikzeesche Courant

Brouwershaven, 30 juli. Door de stoomboot HOLLANDER, kapt. Van Putten, van Havre komend, is op de hoogte van Belboei OZO op ½ mijl afstand, heden morgen 4 uur op sleeptouw genomen het Amerikaans fregatschip GLANCE, kapt. Eytinge, van New York bestemd naar Bremen, welke bodem in een brandende staat verkeerde. Dit schip is 30 dezer alhier binnengesleept en tussen Dwars in de Weg (opm: zandplaat tegenover Brouwershaven) aan de grond gezet, alwaar gaten in het schip gehakt zijn en alles beproefd is om de brand te stuiten. De brand is heden namiddag zodanig toegenomen, dat het schip tot op het water is afgebrand, hebbende nu circa 18 voeten water in het ruim; alle assistentie werd verleend. De lading bestond uit katoen, tabak, harst, terpentijn, enz. Van de inventaris is een groot gedeelte geborgen.


  JB - Javabode

Het Nederlandse schip HOOP VAN CAPELLE heeft, in de middag van de 19e juli, op een koraalbank gestoten (opm: in Straat Sunda, plm. 10 km zuidwest van Anjer). Deze bank ligt in de volgende peilingen, naar opnamen van kapt. Z.R. Bok en de gezagvoerder Upton van het Amerikaanse schip DRAGOON: Java's 4de punt ZW, Brabands Hoedje Noord 61˚ West, alles per miswijzend kompas. Op deze bank staat 16 voet water, terwijl tussen deze en de Javawal een veilige doorvaart van omtrent een halve Eng. mijl bestaat; rondom de bank werd van 7 tot 12 vadem gepeild.
Voor het ogenblik is op de bank een boei geplaatst. Hoewel niet ver van de Java wal, is deze bank voor diepgaande schepen zeer gevaarlijk, dewijl van Brabands Hoedje tot St. Nicolaas punt, op grotere afstand van de kust, nergens geschikte ankergrond wordt gevonden en de schepen, door de felle stroom in Straat Sunda, dagelijks genoodzaakt zijn in deze vaart te ankeren. Hedenochtend is dit vaartuig, met een gedeelte der lading, benevens want, rondhouten, enz. publiek verkocht voor NLG 4.100.

JB 030859
Bantam. Des morgens van de 28e juli 1859 is het Franse schip JULES CÉZARD, gezagvoerder Berthier, geladen met steenkolen, op het koraalrif van Tandjong Kloewoeng tussen Tadjoer en Tjiloera (afdeling Tjiringin) gestrand. Van Tjiringin uit is zoveel mogelijk adsistentie verleend. Men was begonnen de lading over boord te werpen.
(opm: zie JB 060859, waar als naam wordt gebruikt: JACQUES CEZARD, kapt. Bertier)


04 augustus 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Liverpool, 1 augustus. Het Nederlandse schip VIER GEBROEDERS, kapt. C. ter Marsch, van de Clyde naar Batavia, is lek te Rio Janeiro binnengelopen (opm: zie NRC 081059).


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Reval (opm: Tallinn), 2 augustus. Het Nederlandse schip (opm: kof) MARIA REIFFINA, kapt. C.O. de Groot, van St. Petersburg met tarwe en hennep naar Leith bestemd, is gisteren bij Nargo (opm: Naissaar, 59º34’ N.B. 24º31’ O.L.) gestrand en zit vol water. Een klein gedeelte van de lading is droog geborgen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Melbourne, 9 mei. Het alhier van Mauritius gearriveerd Nederlandse schip ARLEQUIN, kapt. van Megchelen, heeft 3 april op 38º Z.B. en 67º O.L. in een zware storm de grote en voorsteng verloren.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. De makelaars F.N. Montauban van Swijndregt, W. van Dam H.Hzn, W.H. Montauban van Swijndregt en B.C.D. Hanegraaff te Rotterdam zijn van mening, als last hebbende van hun meester, op dinsdag de 16e augustus 1859, des middags ten 12 ure, in de zaal op de Scheepmakershaven, wijk 1, no. 499, publiek te verkopen: het in 1858 nieuw van stapel gelopen, extra snelzeilend, gekoperd en kopervast Nederlands clipper-schoenerschip CORNELIA ALETTA, laatst gevoerd door kapt. J.H. Bleckingh, volgens meetbrief lang 31 el 40 duimen, wijd 4 el 75 duimen, hol 3 el 42 duimen, en alzo groot 220 tonnen met al deszelfs rondhout, staand en lopend want, ankers, kettingen, touwen, zeilen en verdere scheepsgereedschappen, zoals hetzelve thans is liggende aan de Wolfshoek, voor de Luthersche kerk, binnen deze stad. Nadere informatien bij gemelde makelaars.


05 augustus 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Zierikzee, 31 juli. Volgens particulier bericht is het schoenerkofschip WESTERSCHOUWEN, kapt. Boon, de 9e juli j.l. te Konstantinopel (opm: Istanbul) gearriveerd, na in de Zwarte Zee zware stormen te hebben doorgestaan, waardoor enige schade aan tuigage enz. was toegebracht. Overigens was alles wel aan boord.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Harwich, 2 augustus. Het alhier in averij binnengelopen Nederlands schip FRIESLAND, kapt. Mispelblom Beijer, van Amsterdam naar Batavia, heeft de reparatie in zoverre geëindigd, dat het schip heden van de patentslip is gelaten.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Shields, 2 augustus. Het alhier van Malaga gearriveerde Nederlands schip (opm: schoenergaljoot) PROVINCIE DRENTHE, kapt. W. Beekman, is op het Herd Sand aan de grond geraakt, doch kwam ogenschijnlijk zonder schade vlot.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Kopenhagen, 1 augustus. Het alhier van Bordeaux gearriveerde Nederlands schip JOHANNA, kapt. Oldenburg, lost hier een gedeelte van de lading en vertrekt dan met het andere naar Riga.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Cargalijsten:
BURGEMEESTER HOFFMAN, kapt. N.A. Dijkama, van Batavia te Rotterdam gearriveerd met 5.090 balen koffij, 2.222 kranjangs suiker, 862 schuitjes tin en 2.309 bossen rotting. Adres: Nederlandsche Handel-Maatschappij
CATHARINA GROENEWOLD, kapt. H.O. Velvis, van Bremen te Rotterdam gearriveerd met 3.741 stuks verfhout. Adres: F.A. Voigt & Co.
LIVORNO PACKET, kapt. G.J. Melenberg, van Catania te Dordrecht gearriveerd met 2.500 cantares ruwe zwavel. Adres: diverse.
ELISABETH LOLLINA, kapt. G.H. Carst, van St. Petersburg te Amsterdam gearriveerd met 1.228 tzetwert (opm: oude Russische inhoudsmaat, ca, 2,24 hl.) rogge. Adres: Wed. J. d’Arrippe & Co.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. De makelaars F.N. Montauban van Swijndregt, W. van Dam H.Hzoon, W.H. Montauban van Swijndregt en B.C.D. Hanegraaff te Rotterdam zijn van mening, als last hebbende van hun meester, op dinsdag de 23e augustus 1859, des middags ten 12 ure, in de zaal op de Scheepmakershaven, wijk 1, no. 499, publiek te veilen bij opbod en afslag: het snelzeilend, gekoperd en kopervast, in den jare 1855 kapitaal vertimmerde Nederlands Barkschip ORION, gevoerd door kapt. C.M. Borghorst. Volgens meetbrief lang 43 el, wijd 8 el 45 duim, hol 5 el 72 duim, en alzo groot 924 tonnen of 488 lasten, met al deszelfs rondhout, staand en lopend want, geschut, ankers, kettingen, touwen, zeilen en verdere scheeps-gereedschappen, zoals hetzelve is liggende in de Nieuwe Berghaven te Rotterdam.
Nog zal afzonderlijk worden geveild: een chronometer van J.J. Drielsma, Liverpool, no. 503, een dito van Norris, Liverpool, no. 220, zijnde de eerste aan boord en de laatste bij de Wed. Krap en Van Duym te bezichtigen en een kistje, inhoudende diverse kaarten. (opm: verkocht voor de sloop, zie NRC 240260)


06 augustus 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 5 augustus. Het stoomschip GOUVERNEUR VAN EWIJCK, van hier naar Hull vertrokken, is met schade in het Oosterdok uit zee teruggekomen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 5 augustus. Het schip SIEBERLINA, kapt. Jonker, van hier naar Nykjöbing, te Harlingen binnen, heeft de 2e augustus na volbrachte reparatie de reis voortgezet.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Cardiff, 2 augustus. De Belgische brik PROVIDENTIA, kapt. G. Zellien, 23 juli van hier naar Cadix vertrokken, is lek uit zee geretourneerd en moet lossen om te repareren.


 ZZC - Zierikzeesche Courant

Brouwershaven, 4 augustus. Aangaande het verbrande Amerikaanse fregatschip GLANCE, kapt. Eytinge, is men druk bezig het restant van de lading te lossen.


  JB - Javabode

Van Batavia is de 4e dezer vertrokken de Nederlands-Indische bark ESPERANZA, kapt. Tan Kiang Soen, voorheen het Hamburger schip ESPERANZA, naar Tagal en Pekalongan.


  JB - Javabode

Advertentie. Verkoop van een schip en lading. Met referentie aan de advertentie, No. 890 van de kanselier van het Generale Consulaat van Frankrijk, voorkomende in de Javasche Courant van heden, zullen de ondergetekenden op maandag de 8e dezer, precies ten 11 ure, publiek aan de meestbiedende verkopen voor rekening van wie zulks zal mogen aangaan:
1e Het nieuwe Franse schip JACQUES CEZARD, kapt. Bertier, kopervast en gekoperd, groot 314 tonnen, gestrand op westkust van Java bij Tjeringien, bezuiden Anjer, zo als het voornoemd schip aldaar is liggende of niet liggende voor een anker voor 100 kilo's met een tros van 3½ d, een anker voor 400 kilo's met een tros van 5 d, een anker voor 700 kilo's met een ketting lang 90 vadem en een anker voor 800 kilo's met een ketting lang 90 vadem.
Behalve dan nog binnenboords, nog een anker voor 800 kilo's met een ketting van 90 vadem
en verder een barkas met tuig.
2e de daarin zich bevindende, circa 400 tonnen steenkolen.
Batavia, 9 augustus 1859.
John Price & Co


  JB - Javabode

Banjoemaas. In de nacht van 25 op 26 juli j.l, is het Nederlands-Indische barkschip ERNST WILLEM, gezagvoerder M. Paulino, op de bank nabij Karang Bolong aan de grond geraakt, terwijl de gezagvoerder op eigen risico naar de Wijnkopersbaai wilde stevenen, omdat de lading van het schip, uit 240 koijangs gouvernementszout bestaande, door gebrek aan bergruimte te Tjilatjap, voor welke plaats dit zout bestemd was, niet gelost is. (opm: zie JB 200859)
De havenmeester van Tjilatjap heeft zich onmiddellijk bij het vernemen van de ramp naar boord van genoemd schip begeven, en alle maatregelen zijn genomen om de gezagvoerder hulp te bieden en zo mogelijk het zout te redden. Doch weldra was de ERNST WILLEM op twee plaatsen gebroken en moest als verloren worden beschouwd. Ook van de lading is niets kunnen gered worden, vermits bij aankomst der prauwen, die ter adsistentie waren uitgezonden, het zeewater bereids het tussendek had bereikt. Door het bestuur en de gezagvoerders van de ter rede van Tjilatjap liggende schepen is de meest mogelijke hulp verleend en heeft men getracht, om van de inventaris van het schip nog zoveel te redden, als in de gegeven omstandigheden doenlijk was.


07 augustus 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlissingen, 5 augustus. De Belgische schoener CONFIANCE (opm: thuishaven Oostende, kapt. Theo Dermul), van Hyeres naar Antwerpen, is bij Terneuzen aan de grond gevaren en zit zeer gevaarlijk.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Cuxhaven, 4 augustus. De Nederlandse stoomboot JONGE MARIE, van Stettin (opm: Szczeccin) naar Amsterdam, is met schade aan de machine alhier op de rede ten anker gekomen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Montevideo, 28 juni. De Nederlandse schoener SOPHIA, kapt. Kruise (opm: kapt. J.A. Kruize), van hier naar Rio Janeiro, is bij het verlaten van de haven met de Franse bark MIGNONE in aanzeiling geweest en heeft daarbij belangrijke schade bekomen. Het schip is geretourneerd om te repareren.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. De makelaars F.N. Montauban van Swijndregt, W. van Dam H.Hzn, W.H. Montauban van Swijndregt en B.C.D. Hanegraaff te Rotterdam zijn van mening, als last hebbende van hun meesters, op dinsdag de 23e augustus 1859, des middags ten 12¼ ure, in de zaal op de Scheepsmakershaven, Wijk 1, no. 499, publiek te veilen op opbod en afslag: een ijzeren Schroefstoomboot, volgens meetbrief lang 17 el 60 duim, wijd 2 el 53 duim, hol 1 el 54 duim, en alzo groot een en vijftig tonnen, met complete machine van lage drukking en 24 paardenkracht, en verdere inventaris, zo als dezelve ligt aan de fabriek van de heren D. Christie & Zoon, te Schoonderloo, nabij Rotterdam.


08 augustus 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 7 augustus. Naar men ons mededeelt, stelt de Nederlandsche Handel-Maatschappij thans een onderzoek in naar beschikbare scheepsruimte, te Rotterdam te huis behorende, voor haar bevrachting van Java of Sumatra terug naar Nederland tot de gewone vracht en bekende voorwaarden. Dit onderzoek strekt zich uit over de schepen, laatstelijk vóór of op ultimo december 1856 in gewone beurtbevrachting aan de maatschappij beladen, hier te lande teruggekomen en over de nieuw gebouwde schepen, voor de eerste maal voor zodanige bevrachting in aanmerking komende die vóór of op ultimo september 1858 zijn te water gebracht. De schepen, die rechtstreeks uit een van de Nederlandse havens naar Java zullen vertrekken, moeten vóór of omstreeks de 10e september aanstaande, in de zeehaven tot vertrek kunnen zeilklaar liggen. Voor de schepen, reeds op vooruitreis vertrokken, of die in een buitenlandse haven liggen om van dáár de reis rechtstreeks naar Java te ondernemen, verlangt de maatschappij de verbintenis van de rederijen, dat die schepen vóór of op de 10e januari 1860 ter beschikking van de Factorij der Nederlandsche Handel-Maatschappij te Batavia zullen worden gesteld. De schriftelijke aanbieding van scheepsruimte, in antwoord op deze aanvraag, die van de zijde van de maatschappij geen verbintenis tot bevrachting in zich sluit, wordt vóór op op de 10e augustus e.k, ten kantore van de Nederlandsche Handel-Maatschappij ingewacht.


09 augustus 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 8 augustus. Het stoomschip GOUVERNEUR VAN EWIJCK, van hier naar Hull, de 4e augustus uit de Zuiderzee met schade in het Oosterdok teruggekomen, heeft de 7e dezer de reis hervat.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Kopenhagen, 4 augustus. Het Belgische schip PEARL (opm: geen Belg), kapt. Lemesurier, is hier masteloos binnengesleept en zal een gedeelte der lading moeten lossen om te repareren.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. De Notaris A. Binnerts te Heerenveen zal, ten verzoeken van de wel edel gestrenge heer Mr. J.C. Bergsma, procureur, aldaar, als curator in het faillissement van B. Spoelstra te Nijehaske, op donderdag den 18 augustus 1859, ’s avonds precies 7 uur, ten huize van den logementhouder J.P. Fonk, in de Zon te Heerenveen, in het openbaar, provisioneel verkopen:
1: Een wel ingerichte Burgerhuizinge en daaraan verbonden woningen, met Stede, grond en tuin c.a, staande en liggende aan de Heerenwal te Nijehaske bij Heerenveen, door genoemde Spoelstra en anderen bewoond. Te aanvaarden: het voorste gedeelte op den 12 november 1859 en de woningen op den 12 mei 1860.
2: Een ruime Scheepstimmerwerf met twee geheel vernieuwde schuren, sleephelling en verdere toebehoren, staande en liggende bij het vorige perceel te Nijehaske, laatst bij genoemde Spoelstra in gebruik.
Te aanvaarden: de noordelijkste Schuur een maand en al het overige acht dagen na de eindelijke toewijzing, welke is bepaald op 1 september e.k.
Nadere inlichtingen en opgave der verkoop voorwaarden zijn te bekomen bij bovengenoemde notaris.
(opm: LC 260859 meldt dat is geboden op perceel 1 NLG 2.400, en op perceel 2 NLG 1.700)


10 augustus 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. De makelaars F.N. Montauban van Swijndregt, W. van Dam H.Hzn, W.H. Montauban van Swijndregt en B.C.D. Hanegraaff te Rotterdam zijn van mening, als last hebbende van hun meesters, op dinsdag de 23e augustus 1859, des middags ten half een ure, in de zaal op de Scheepsmakershaven, Wijk 1, no. 499, publiek te verkopen: het extra snelzeilend kopervast Nederlands Fregatschip VRIENDSCHAP, laatst gevoerd door kapt. Ths. Buijs Jzn, volgens meetbrief lang 39 el 80 duim, wijd 7 el 11 duim, hol 6 el 3 duim, en alzo groot 758 tonnen, met al deszelfs rondhout, staande en lopend want, ankers, kettingen, touwen, zeilen, geschut en verdere scheepsgereedschappen, zoals hetzelve thans is liggende in de Berghaven binnen deze stad.
Nog zal afzonderlijk worden verkocht: 3 chronometers, benevens 2 gegalvaniseerde ankers en 2 dito kettingen.


 ZZC - Zierikzeesche Courant

Advertentie. Strandvonderij.
Oproeping voor de eerste maal. De burgemeester van Bruinisse roept ter reclame op, de rechthebbende op een mast, afkomstig van het verbrande schip GLANCE, kapt. Eytinge, van New York naar Bremen bestemd.
Bruinisse, 6 augustus 1859 C. van de Stolpe Mz,
burgemeester


11 augustus 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Christiansand, 5 augustus. Het Nederlandse schip ALBERTINA (opm: kof ALBERDINA), kapt. Wortel, van Dantzig (opm: Gdansk) naar Antwerpen, is alhier lek binnengelopen en moet lossen om te repareren.


12 augustus 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 11 augustus. Naar wij vernemen is het fregatschip BILDERDIJK, kapt. Löschen, 13 juli van Brouwershaven via Lissabon naar Batavia vertrokken, na een reis van 15 dagen op eerstgenoemde plaats gearriveerd en zou, na de troepen van het aldaar in averij liggend schip ALCOR, kapt. Van Oppen, overgenomen hebben, spoedig de reis naar zijn verdere bestemming aanvaarden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlissingen, 10 augustus. Heden morgen werd door een sleepboot in de haven gesleept, drijvende op de last (opm: lading) de Nederlandse tjalk VIJF GEBROEDERS, geladen met vlas.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Melbourne, 17 juni. Het alhier van Londen gearriveerde Nederlandse schip STAATSRAAD VAN EWIJCK, kapt. de Winter, heeft veel slecht weer ondervonden en daarin boten, zeilen en andere zaken van dek verloren.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Adelaide, 18 juni. Het Nederlandse schip HELENA CONSTANTIA, kapt. Donema, 29 mei alhier van Sundsvall gearriveerd, heeft door een stortzee een gedeelte van de verschansing en enige spieren van dek verloren.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 23 juni. Vrachten. Scheepsruimte nog steeds overvloedig met zeer weinig levendigheid. In de laatste dagen zijn de volgende transacties gesloten:
ALIDA MARIA laadt voor reders rekening; ELECTRA in lading naar Amsterdam; CHERIBON bedong NLG 6,25 per ton voor 800 ton kolen van Soerabaja naar Macasser; CORNELIA EN HENRIETTE neemt 800 picols rijst à NLG 22,50 per last en vult op met licht goed naar Amsterdam.
De ESPERANZA (Hamburg), ARGO (Zweeds) en BURRA BURRA (Engelse stoomboot) zijn te koop. De BIESBOSCH en JANNETJE zijn in reparatie.
De volgende Nederlandse schepen doen kustreizen: DE WELVAART, JOHANNA EN LOUISA, JAN SCHOUTEN, FERDINAND EN LOUIS, DERKINA TITIA, ZAANSTROOM, JACOBA CORNELIA CLASINA, JEANNETTE EN AGATHA, CORNELIA EN GEERTRUIDA, CAROLINA, CANTON, VIJF GEBROEDERS, ZEEPLOEG, BULGERSTEIJN, DRIE GEBROEDERS, LOUISE ROELOFFIENA, MARIA ADOLPHINE, CHRISTINA HELENA en JAN VAN BRAKEL.
De nu nog disponibele schepen zijn: WILLEM DE EERSTE, GEBROEDERS HOUTMAN, AEGIDIA EN PAULINA, JOHANNES HENDRIKUS FERDINAND, COMMISSARIS DES KONINGS VAN DER HEIM, JACQUELINE EN ELISE, ADMIRAAL TROMP, JULIE CLAIRE, E.W. VAN DAM VAN ISSELT, PHOEBUS, PHILIPS VAN MARNIX, SUSANNA EN ELISABETH, LOUIS MEIJER, NOORD-BRABANT, JOHANNA CATHARINA, ST. MICHAEL, PRINS MAURITS, ELISABETH EN ANTOINETTA, DOROTHEA HENRIETTE, WILLEM III, GRAAF VAN HEIDEN REINESTEIN, SAMUEL HENRICUS, VRIENDENTROUW, VALPARAISO, HENRIETTE, WILHELMINA, HELMERS, ST. JAN en CONSTANCE.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Uit de hand te koop: een overdekt Jagtschip, met roef, twee stel zeilen en verdere complete inventaris, zijnde alles in goed onderhouden staat.
Te bevragen bij Sjoerd Brattinga te Westhem.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. De notaris E.J. Attema zal op dinsdag 16 augustus 1859, ’s namiddags 4 uur, in het logement bij L. de Jong te Drachten, verkopen: een overdekt gewegerd Schip, groot 22 ton, met mast, zeil, fokken en verdere complete inventaris, zoals het laatst is bevaren door Johs. Welles, en thans is liggende te Drachten.


13 augustus 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 12 augustus. Het schip FERNANDINA EMMA, kapt. Tange, van Samarang naar Soerabaja is, volgens telegram van Soerabaja, van de 22e juni te Batavia ontvangen, door de loods op de klip bij Grisée gezet doch na gelicht te hebben weer in vlot water en ter rede van Soerabaja gekomen. Het moet lossen om nagezien en gerepareerd te worden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Holtenau, 9 augustus. Het Nederlandse kofschip LIBRA, kapt. Wagenaar, met rogge van Koningsbergen (opm: Kaliningrad) naar Groningen, is gisteren lek en met overgeworpen lading alhier binnengelopen. De kapitein denkt evenwel de reis voort te zetten.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Akyab, 24 juni. Het Belgische schip (opm: driemaster, thuishaven Antwerpen) DUC DE BRABANT, kapt. J.A. Thaysen, van Calcutta naar Colombo, is hier lek binnengelopen. Het schip heeft een gedeelte van de lading over boord moeten werpen en zal moeten lossen om te repareren.


  RS - Rigasche Stadtblätter

Bolderaa, 10 augustus. Volgens officiële berichten uit Domesnees (opm: Kolkasrags, 57º46’ N.B. 22º37’ O.L.) is de op 27 juli van hier met een lading hout vertrokken kof ANNA SIEBERDINA, kapt. B. Pietersen, op 29 juli, niet ver van daar bij de Gute Sidraggen gestrand. De bemanning is gered; ook is reeds een deel der lading geborgen.


  JB - Javabode

Advertentie. Vendutie op donderdag de 25e augustus 1859 voor een der recherche pakhuizen aan de Kleine Boom (opm: een straat in Batavia) door Cassalette & Co, voor rekening van wien zulks aangaat, van de geredde goederen van het Nederlandse schip HOOP VAN CAPELLE (opm: bark HOOP VAN CAPPELLE), als:
25 zeilen, 1 anker plm. 1300 Ned. pond, I ketting plm. 13/4 Eng. duim 75 vadem, 1 anker plm. 800 Ned. pond, 1 ketting 1½ Eng. duim 75 vadem, 1 chronometer, 1 barometer en thermometer, 3 kompassen, 2 bussen met kaarten, 1 stuurrad, 1 nachthuis, 2 koperen lenspompen, 1 kabeltros, 7 kookketels, 1 scheepsklok, 8 schootkettingen, 1 stel seinvlaggen van Marryat, 3 vlaggen, 1 horsburgh, 3 rollen zeildoek, enz, enz, enz;
verder: staand- en lopend tuig, benevens 15 stuks waarloze spieren, van diverse dimensiën, onderwanten van de drie masten, voorstengen, pardoens en barkstenge-want (opm: mogelijk is bedoeld want geschikt voor de stengen van deze bark).
In ontvangst te nemen bij de Regent van Serang.


14 augustus 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 13 augustus. Door de Nederlandsche Handel-Maatschappij zijn de navolgende 7 schepen bevracht:
Voor Rotterdam: d'ELMINA, kapt. P.C. Teengs; TWEE ANTHONY'S, kapt. C. van Rijn van Alkemade.
Voor Amsterdam: NIEUW-HOLLAND, kapt. L. Tuk; JACOBA HELENA, kapt. J.J. Swart en HUIJDECOPER, kapt. C.J.N. Blok, beide van Rotterdam.
Voor Dordrecht: JAN DE WITT, kapt. F. Guijt Jr, van Rotterdam.
Voor Middelburg: STAD ZIERIKZEE, kapt. Klein.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Mr. J.C. Van Slooten, notaris te Veendam, zal, ten verzoeke van zijne principalen, op donderdag de 1e september 1859, des avonds ten 5 ure, ten huize van de logementshouder Everts, te Veendam, publiek veilen en verkopen: het Nederlands Schoonerschip WILMINA, in 1858 nieuw uitgehaald, groot 157 tonnen, met al deszelfs opgoederen en toebehoren, zoals hetzelve indertijd door nu wijlen kapt. Sjoert Vosman (opm: Sjoerd Jacobs Vosman) is bevaren en thans te Amsterdam bij de werf Het Witte Kruis, is liggende.
Het gedrukte inventaris van de opgoederen is ten kantore van de notaris en ten huize van verkoop verkrijgbaar. De betaling van de kooppenningen zal moeten geschieden binnen vier weken na de toeslag. Nadere informatiën zijn te bekomen bij de heren Dade & Comp, te Amsterdam.


15 augustus 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Norden, 11 augustus. Het schip (opm: kof) de HOOP, kapt. A. Bakker, van Oldenburg naar Delfzijl, is de 9e dezer op het Zuiderrif bij Langeoog gestrand, doch het volk gered en de lading geborgen.


  JB - Javabode

Onlangs vertrok van hier over Rembang tot het afhalen van nieuwe kruisboten naar Batavia de ijzeren schroefschoener de DRAAK, ten einde van daar als gewapend Gouvernements vaartuig in station naar een der buitenbezittingen te worden bestemd.
De ijzeren romp, de werktuigen en stoomketels van hoge druk, de houten betimmering, de uitrusting, ijzeren koperwerken (opm: merkwaardig!) en verdere toebehoren zijn in de fabriek voor de marine en het stoomwezen vervaardigd naar in 1856 vastgestelde plans, door Javanen onder het opzicht van Europeanen: het mastgestel, de zeilen en enige bijzaken werden door het marine-établissement alhier verstrekt.
Dit is het eerste gewapend schip van enige grootte voor de dienst van de lande, dat geheel in deze gewesten werd bewerkt, zodat alleen de materialen uit het moederland zijn ontvangen.
Terwijl de machinerie reeds onder handen was, werd in het midden van 1857 de kiel gelegd; in juli 1858 is het hol te water gelaten, en in maart van het lopende jaar had de indienststelling plaats, nadat de voltooiing door verschillende omstandigheden nog enigszins was vertraagd.
De lengte is 110, de breedte ruim 20, de gemiddelde diepgang 8¾ voet. Zij is volledig getuigd en toegerust als zeilschoener en bergt voor acht etmalen brandstof voor de machinerie, wier vermogen tot de aanwending als hulp voortstuwingsmiddel bestemd is.
De wapening bestaat uit een lang kanon à 12 pond op draaislede, 4 korte drieponders en 6 metalen kanonnen à 1 pond.
Vóór het vertrek heeft een deskundige commissie van de staat het vaartuig opgenomen en de eigenschappen onderzocht door proefvaarten in Straat Madura onder stoom en onder zeil. Volgens haar eenparig oordeel liet de uitvoering van een en ander niet te wensen over, en stond de vervaardiging, stelling en werking der machinerie gelijk met hetgeen men had kunnen verwachten bij een levering uit de beste inrichting in Europa.
Door het aanbrengen van een gewijzigde schroef-voortstuwer van groter oppervlakte zal later de snelheid onder stoom worden vermeerderd.


16 augustus 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Mr. J.H. Van Roijen, notaris te Zwolle, zal op dinsdag de 6e september 1859, des middags ten 12 ure, in het Odéon te Zwolle, publiek verkopen:
1e. De ijzeren schroefstoomboot MINISTER THORBECKE, voor enige jaren nieuw gebouwd te Hull en voorzien van een geheel nieuwe ketel, gebruikt door de Zwolsche Reederij Maatschappij voor de vaart tussen Zwolle en Hull en daarvoor alleszins geschikt, metende in het geheel 286 tonnen, laadbare ruimte 213 tonnen, thans liggende te Zwolle, met deszelfs complete inventaris.
2e. Het lichterschip WILLEM III, eveneens met complete inventaris, groot 99 tonnen, liggende eveneens in Zwolle.
3e. Zes aandelen, ieder nominaal NLG 500, in de Naamloze Maatschappij tot Verbetering van den Handelsweg over het Zwolsche Diep.
Nadere informaties ten kantore van de notaris en ten kantore van de Zwolsche Reederij Maatschappij; terwijl de schepen dagelijks kunnen gezien worden.


17 augustus 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hellevoetsluis, 14 augustus. Men verwacht hier het fregat DE RUYTER om aan ’s Rijks werf met stoomvermogen te worden voorzien, en zal de mede alhier in conservatie liggende schoenerbrik TERNATE in dienst worden gesteld en bestemd tot oefenvaartuig voor jeugdige matrozen op de Zuiderzee.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Heden morgen is de Harderwijkse stoomboot, die gisteren namiddag van Amsterdam vertrokken is, op de hoogte van Muiderberg lek geworden en gezonken. De visser P. Pooyer heeft de passagiers en bagage opgenomen en behouden naar Harderwijk gebracht.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Publieke verkoping in de zaal op de hoek der Scheepsmakershaven en Bierstraat te Rotterdam op dinsdag 16 augustus: het clipper-schoenerschip CORNELIA ALETTA, groot 220 ton, voor NLG 17.900 verkocht.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rendsburg, 11 augustus. Het schip LIBRA, kapt. Wagenaar, met rogge van Koningsbergen (opm: Kaliningrad) naar Groningen, lek te Holtenau aangekomen, bereikte heden deze stad. De kapitein rapporteerde het lek gevonden te hebben en zette zonder verder oponthoud de reis voort.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

New York, 5 augustus. De te Galveston in averij binnengelopen Belgische bark CLARA, kapt. P.J. Ocket, van Antwerpen naar Vera Cruz, zal 24 dezer weder klaar zijn om te zeilen. De reparatiekosten zullen USD 3.000 niet te boven gaan.


  JB - Javabode

Advertentie. De ondergetekenden, dezer dagen met familie van Nederland teruggekeerd per Nederlands schip (opm: fregat) ZEELAND, kapt. H.P. Hazewinkel, waarschuwen ieder geen passage aan boord van dat schip naar Nederland te nemen, op grond der behandeling door hen en de familie van de eerst ondergetekende gedurende gemelde reis ondervonden, waaromtrent zij bereid zijn aan ieder die zulks verlangen mocht, omstandige inlichtingen te geven.
A. Kocken, R. van Mourik
(opm: zie voor reacties 2 x JB 240859)


18 augustus 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Publieke verkoping op woensdag 17 augustus in het Paleis van Justitie te Rotterdam: Pruisisch schoenerschip GRAF VON SCHWERIN, groot 160 tonnen: voor NLG 8.150. verkocht (opm: zie NRC 250759).


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Texel, 17 augustus. Zr.Ms. fregat ADMIRAAL VAN WASSENAAR, commandant de Vynes van Brakel, is heden van hier naar Lissabon vertrokken.


19 augustus 1859


  LC - Leeuwarder Courant

’s Gravenhage, 17 augustus. Naar men verneemt, zijn de schroefschepen VICE-ADMIRAAL KOOPMAN, CITADEL VAN ANTWERPEN, REINIER CLAASSEN, en HET LOO, benevens de korvet JUNO, bestemd om binnen kort naar Oost-Indië te worden gezonden. De regering schijnt niet alleen in staat te zullen worden gesteld om dit jaar het gewone aantal troepen naar Indië te zenden, maar zelfs dit aantal nog te vermeerderen.


  LC - Leeuwarder Courant

Leeuwarden, 18 augustus. Van Terschelling wordt gemeld, dat door helmduikers uit het wrak van the LUTINE weder zijn opgevist: 420 Spaanse matten, 1 gouden dubloen, 1 gouden staaf, wegende 10 Nederlandse ponden.


20 augustus 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Harlingen, 18 augustus. Het tjalkschip EENDRAGT, kapt. K.H. Roozeboom, met stukgoederen van Amsterdam naar Hamburg gedestineerd, is alhier met adsistentie van twee schepen binnengebracht, hebbende twee etmalen geheel onder water gezeten. Het is thans bezig met lossen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Thisted, 17 augustus. Het schip PHILOMELE, kapt. Bartels (opm: mogelijk buitenlander), van Gothenburg naar Londen, is heden morgen bij Wangrave verongelukt.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Falmouth, 17 augustus. Het Belgische schip STANISLAUS, kapt. Gombeer (opm: STANISLAS, kapt. J.B. Gombeer sr; voormalige brik, in 1856 verlengd en tot bark vertuigd), van Antwerpen naar Havana, is hier wegens ziekte der equipage binnengelopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Reval (Tallinn), 9 augustus. Het op 1 dezer bij Nargo gestrande Nederlandse schip MARIA REIFFINA, kapt. C.O. de Groot (opm: zie NRC 040859), van St. Petersburg naar Leith, is in de laatst gewoed hebbende storm opgebroken. Een gedeelte der lading is gered.


  JB - Javabode

Ingezonden stukken. Tjilatjap, de 10e augustus 1839. Aan de heer redacteur van de Java-Bode.
Tot mijn bevreemding las ik in uw blad van 6 augustus j.l. no. 63, dat ik als gezagvoerder van het schip ERNST WILLEM, hetwelk op de bank voor Tjilatjap aan de grond geraakt en verongelukt is (opm: zie JB 060859), op eigen risico naar de Wijnskoopsbaai wilde stevenen, alsmede dat de havenmeester van Tjilatjap zich, onmiddellijk bij het vernemen van de ramp, naar boord van genoemd schip heeft begeven.
Tot opheldering van dit niet geheel juist bericht dient, dat ik op eigen risico niets gedaan, maar wel opgevolgd heb, de door mijn rederij gegeven bevelen, om van Tjilatjap naar Wijnkoopsbaai te vertrekken, en dat ik een loods bij mij aan boord had.
Daar ik echter niets te kort wil doen aan de verdiensten van de havenmeester voormeld, vermeen ik toch te mogen bekend stellen, dat Zijn Ed, na dat door mij, in de avond van de 23e juli omstreeks 7 uren, het eerste noodschot is gelost, getracht heeft zich naar boord van het in nood zijnde schip te begeven, dat toen niet is mogen gelukken, uit hoofde van de hevige wind en hoge zee, en Zijn Ed, eerst in de morgen van 26 juli omstreeks 3½ ure zijn doel bereikte.
Aan de heer Armstrong, gezagvoerder van het Nederlandse barkschip EERSTELING, worde bij deze mijn warme dank toegebracht voor de goede hulp, welke ik in mijn benarde toestand mocht ondervinden, daar hij, reeds des avonds van de 23e omstreeks 8 uren met een groot gedeelte zijner equipage bij mij aan boord kwam, medebrengende een zware werptros, die, niettegenstaande de hevige wind en daardoor veroorzaakte hoge zee, onmiddellijk is uitgebracht. Ook de heren Mooi en Lelyvelt, gezagvoerders der Nederlandse schepen WELVAART en REGINA, betuig ik bij deze mijn openlijke dank voor de welgemeende hulp van hen ruimschoots ondervonden.
M. Paulino


23 augustus 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Harlingen, 22 augustus. Door de harde wind zag men heden morgen op verre afstand voor onze haven een boot omslaan, waarin zich drie onzer stadgenoten bevonden. Ieder dacht, dat zij reddeloos verloren waren, toen juist te goeder uur het kofschip VERWACHTING, kapt. C. Ruiten, komende van Newcastle, kwam opdagen en met zulk een schoon gevolg hulp bood, dat alle drie gered en behouden aangebracht werden.


  LC - Leeuwarder Courant

Harlingen, 21 augustus. Heden morgen verlieten drie personen in een jol de haven, om op zee te zeilen. Door onvoorzichtige behandeling sloeg het vaartuig om, en allen zouden gewis omgekomen zijn, zo niet het kofschip de VERWACHTING, op dat ogenblik de plaats des ongeluk ware genaderd. Door de ijverige pogingen des kapitein, C. Ruiter, en de equipage werden zij nog tijdig gered en behouden hier binnen gebracht.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. R. de Haan Sz, deurwaarder te Leeuwarden, zal op donderdag den 25 augustus1859, des avond te 5 ure, ten huize van F. Boermans, herbergier bij de Gaz-fabriek aldaar, verkopen:
1: Een overdekt Tjalkschip, groot 25 gemeten tonnen, met mast en ijzeren gewicht, zeil, fok, twee bomen en een haak.
2: Een overdekt Schuitje, groot 16 tonnen, met complete tuigage, twee watervaten, kachel, tafel, twee spitten en anker, bomen, haken, enz.
3: Een overdekt Snikschip, groot 13 tonnen, alsmede met zeil en treil, loden mastgewicht, twee kleden, bomen, haken, enz.
Alles uitmuntend onderhouden en op de dag des verkoop ter bezichtiging liggende voor genoemde herberg.
(opm: Volgens LC 060959 was geboden op kavel 1 NLG 199, 2 is niet opgenomen, op kavel 3 NLG 249)


24 augustus 1859


  JB - Javabode

Advertentie. De gezagvoerder van het Nederlandse schip ZEELAND, kapt. H.P. Hazewinkel, acht het beneden zich om op de advertentiën, geplaatst in de Java-Bode en het Bataviaasch Handelsblad d.d. de 17e dezer no. 66, door soortgelijke passagiers als de heer A. Kocken en de 17-jarige heer R. van Mourik, met een dergelijke aanbeveling aan belanghebbende gezagvoerders te beantwoorden. Verder verwijst hij het beschaafd en geëerd publiek van Nederl.-Indië aan onderstaande:
De ondergetekende verklaart, in het jaar 1856, met zijn familie de reis te hebben gemaakt naar Java met het schip ZEELAND, kapt. H.P. Hazewinkel en aan boord van dat schip van de zijde van die kapitein een zeer goede behandeling te hebben genoten.
J.J. Scheuer – Predikant te Batavia

JB 240859
Advertentie. Met verwondering zag de ondergetekende in de Java-Bode van l.l. woensdag, een advertentie van de passagiers der ZEELAND, tegen de gezagvoerder van die bodem, kapt. H.P. Hazewinkel.
Sedert 19 jaren gezagvoerder op de Indische vaart, ben ik in de gelegenheid geweest genoemde gezagvoerder te leren kennen en zal een ieder mij gaarne bereid vinden, om al het kwetsende voor de heer Hazewinkel, in bedoelde advertentie voorkomende, in ieder opzicht te logenstraffen.
R.A. Tange, gezagvoerder van het O.-I. schip FERDINANDINA EMMA


  JB - Javabode

De 12e augustus is van Soerabaija naar Bali vertrokken de Nederlands-Indische bark BANKA, thans genaamd BABOEL HAER, kapt. Sech Abdulla bin Mohamed.


25 augustus 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Uit de hand te koop het extra snel zeilende Zweeds schoenerschip PRINCESSAN CHARLOTTE, thans gevoerd door kapt. G.A. Haggstrom, liggende Leuvehaven Westzijde. Te bevragen bij Kuyper, Van Dam & Smeer.


26 augustus 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Portsmouth, 24 augustus. Het schip SUMATRA, kapt. Grivel, van Amsterdam naar Batavia, is hier heden na geëindigde timmering vertrokken.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Stettin (opm: Szczeccin), 23 augustus. Het schip ANGOLA, kapt. Pekeler (opm: buitenlander) van Dantzig (opm: Gdansk) naar Leer, is bij Jershöft (opm: Jarostawiec, 54º32’ N.B. 16º33’ O.L.) gestrand. De lading is beschadigd.


27 augustus 1859


  JB - Javabode

Advertentie. Te koop de Bremer bark FIDES, klasse A.I, gebouwd in 1853 te Brake van eikenhout en kopervast en in 1858 op nieuw beslagen met geel metaal. Het schip is gemeten 680 tonnen register, maar laadt plm. duizend tonnen, heeft twee dekken en twee ruime houtpoorten, is voorzien van een zeer volledige inventaris en van proviand voor nog 1 jaar.
Adres bij de agenten, C. Bahre en G. Kinder. (opm: de Bremer bark FIDES, kapt. Arfmann, lag op 2 november 1859 niet meer ter rede van Batavia)


28 augustus 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 7 julij. Vrachten. De betreurenswaardige toestand der vrachten onderging sedert ons vorig bericht, zoals te voorzien was, niet de minste verbetering. Het aantal particuliere bodems, die hier op onze rede en op de kust ter bekoming van enige vracht vertoeven, is inderdaad groot, terwijl er bijna geen producten te verschepen vallen. Tot bewijs daarvan mag strekken, dat het Hamburger schip NECKAR in ballast de retourreis aanvaard heeft.
Het is waar, dat binnen kort de oogst ruim ter markt komen zal, doch een vraag blijft het, of bij de bestaande verwikkelingen in Europa er wel spoedig aanleiding wezen zal, alle de diverse producten te verschepen. In gewone rustige tijden zou men daarvan verzekerd kunnen zijn, thans echter niet.
De navolgende charters werden sedert ons vorig bericht afgesloten, als:
naar Nederland: (Ned.) CORNELIA HENRIETTE, wordt beladen met 8000 pikols rijst à NLG 22,50 per last en verder met lichte goederen opgevuld voor Amsterdam. (Ned.) CAROLINE is naar Amsterdam gecharterd à NLG 35 per last voor suiker en NLG 40 per last voor licht goed.
Naar Macassar: (Ned.) CHERIBON krijgt van Soerabaija daarheen 800 ton steenkolen à NLG 6,25 per ton.
Voor rederijrekening laadt (Ned.) ALIDA MARIA.
In reparatie zijn: (Ned.) BIESBOSCH en JANNETJE.
Verkocht werd (Hamb.) ESPERANZA tot geheime prijs.
Te koop zijn: (Zweed) ARGO en de Eng. stoomboot BURRA BURRA.
Kustreizen doen: de WELVAART, JOHANNA EN LOUISA, JAN SCHOUTEN, FERDINAND EN LOUIS, DERKINA TITIA, JACOBA CORNELIA CLASINA, CAROLINE, CANTON, VIJF GEBROEDERS, ZEEPLOEG, BULGERSTEIJN, DRIE GEBROEDERS, LOUISE ROELOFFIENA, MARIA ADOLPHINE, JAN VAN BRAKEL, MINISTER PAHUD en CHRISTINA HELENA.
Disponibel zijn: WILLEM DE EERSTE, GEBROEDERS HOUTMAN, AEGIDIA EN PAULINA, JOHANNES HENDRIKUS FERDINAND, COMM. DES KONINGS V.D. HEIM, JACQUELINE EN ELISE, ADM. TROMP, JULIE CLAIRE, E.W. VAN DAM VAN ISSELT, PHOEBUS, PHILIPS VAN MARNIX, SUSANNA EN ELISABETH, LOUIS MEIJER, NOORDBRABANT, ST. MICHAEL, PRINS MAURITS, ELISABETH EN ANTOINETTA, DOROTHEA HENRIETTE, WILLEM III, GRAAF V. HEIDEN REINESTEIN, SAMUEL HENRICUS, VRIENDENTROUW, VALPARAISO, HENRIETTE WILHELMINA, HELMERS, ST.JAN, CONSTANCE, JOHANNA, GOEDE VERWACHTING, MALEIJER, ZAANSTROOM, JEANNETTE EN AGATHA en CORNELIA EN GEERTRUIDA.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

New-York, 13 augustus. De Nederlandse brik WAARDEN, kapt. Agtion (opm: G. Agtien), van Triëst op hier bestemd, is 4 dezer bij Bermuda op strand geraakt, doch zonder veel schade vlot gebracht. Het schip zou, nadat het bergloon geregeld was, de reis voortzetten.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 6 juli. De 3e dezer arriveerde van Rotterdam het Nederlandse schip PRESIDENT RAM, gezagvoerder Ulrich, aan boord hebbende een detachement suppletie troepen, sterk 125 onderofficieren en manschappen, onder bevel van de van verlof naar Nederland terugkerende kapitein der infanterie Wiggers van Kerchem, medegeleiders de 2e luit. der artillerie D.J.A.C. Ponse en de officieren van gezondheid 3e kl. Mioulet en Van der Velde. Enige dagen na het vertrek van dit schip uit Nederland werd de détachements-commandant door een soldaat het bestaan bericht van een complot, ‘t welk ten doel had, het vaartuig af te lopen en daarmede naar Amerika te gaan. De commandant handelde zeer wijselijk: enige onderofficieren kregen geheim bevel om te trachten de hoofdaanleggers op te sporen, en deze hebben zich zo wel van de hun opgedragen last gekweten, dat weldra zes der vermoedelijke belhamels gearresteerd werden. Deze, allen Belgen, zijn tot hun aankomst te deze rede, in de boeien gezet en gisteren door een gewapend detachement van boord gehaald en naar de gevangenis gebracht. Gedurende de verdere reis was er strenge surveillance, maar men heeft zich geen ogenblik over de troepen te beklagen gehad, en de behandeling en voeding lieten niets te wensen over.


29 augustus 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Wisby, 26 augustus. De Nederlandse schepen HENDRIKA (opm: kof), kapt. E.H. Boswijk, van Newcastle naar St. Petersburg, en DRIE GEBROEDERS SIKKENS (opm: galjoot), kapt. K.C. Kamminga, van St. Petersburg naar Nederland bestemd, zijn gisteren op Gotland gestrand (opm: zie NRC 050959 en 190959).


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Swatow (opm: Shantou, 23º21’ N.B. 116º41’ O.L.), … juli. Het van Shanghai op hier bestemde Nederlandse schip MERCATOR, kapt. Van der Woude, heeft op de Joachim-bank aan de grond gezeten en daarbij een gedeelte der loze kiel verloren en een lek bekomen.


30 augustus 1859


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. De notaris A.R. van Voorst te Heerenveen zal, ten verzoeke van de heer Mr. J.C. Bergsma, procureur aldaar, als curator in het faillissement van Binnert Spoelstra, vrijdag den 2 september 1859, des morgen 9 uren, nadat de vorige avond de woonhuizinge en Scheepstimmerwerf met schuren, zullen zijn verkocht geworden, ten huize no. 27, van gemelde Spoelstra, op de Heerenwal, te Nijenhaske, tegen gerede betaling, verkopen:
1: Meubelen en huisraden, waaronder: 2 bedden met toebehoren, 1 mahonie houten garderobe, staande klok, pendule, tafels, stoelen, spiegels, 2 kachels, porselein, glas-, aarde-, koper-, tin-, blik-, en ijzerwerk.
2: Veel goud- en zilver werk waaronder 2 breed gouden oorijzers, 2 paren dito mutsenspelden, dito horologie, vingerringen en halssloten met git en bloedkoralen, colliers, zilveren vorken en lepels, breitopjes, dito dames beugeltassen, kerkboek met dito beslag, pepermunt doosjes, breid en beugel schaarhaken met dito kettingen, enz.
3: Scheepsbouwmeesters gereedschappen, als grote en kleine steven, 6 ijzeren en 12 houten schammels, 10 dommekrachten, 10 vijzels, 7 takels, hamers, beitels, bijlen, zagen, boren, 4 hellinghaken, 3 hellingtouwen, enz.
4: Nieuwe houtwaren, als: mooie partij eiken, grenen, vuren hout, eiken en andere planken, kromhouten, dekbalken, overlangers, schroten, woudbomen, enz.
5: Een in aanbouw zijnde Tjalk, 3 Pramen, groot 7, 6 en 3 tonnen, 2 Bokvaartuigen, 1 Schouw en hetgeen meer te voorschijn zal worden gebracht.


01 september 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 31 augustus. Men verneemt, dat door de minister van koloniën vier gewapende, weinig diepgaande stoomvaartuigen voor de dienst in Nederlands-Indië zijn besteld in de fabriek van de heren Van Vlissingen & Van Heel te Amsterdam en in die der Nederlandsche Stoomboot Maatschappij te Fijenoord.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Kiel, 26 augustus. Het schip DIRKJE, kapt. Poort, van Hohewacht (opm: Hohwacht, 54º19’ N.B. 10º40’ O.L.) naar Nederland, is alhier met zeeschade binnengelopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Brielle, 31 augustus. Gisteren avond is op de hoogte van Oudorp, in het baken, gebleven de Engelse brik REBECCA AND ELISABETH, van Newcastle naar Rotterdam. Van de equipage of loods, die aan boord was, is niets bekend.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 31 augustus. Het Nederlandse schip (opm: fregat) IMMAGONDA SARA CLASINA, kapt. Van Gijzel (opm: M. van Gijsel), van Banjoewangie naar Amsterdam, de 7e juli te St. Helena gearriveerd, is op de hoogte van de Kaap de Goede Hoop door een orkaan belopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 31 augustus. Het schip MARIE EN PAULINE, kapt. Van Thiel Berghuys, van Newcastle naar Alesund en Namsos, was volgens brief van de kapitein,van de 12e dezer, na gedurende 3 dagen wegens ruw weer voor twee ankers te hebben gelegen, door stormweer met ankers en al weggeslagen en bij de rivier van Namsos op lager wal geraakt, hebbende daarbij zwaar gestoten. Het roer, de achtersteven en de loze kiel hadden mede veel geleden. Hetzelve is, na vergeefs aangewende moeite, echter bij opkomende vloed af- en te Namsos binnengekomen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 31 augustus. Het schip (opm: tjalk) SIEBERLINA, kapt. J.L. Jonker, van Amsterdam, laatst van Harlingen naar Aalborg enz, is de 12e augustus op 55º40’ N.B. en 07º18’ O.L. in zinkende staat door het volk verlaten, dat, na 3 sloeplengtes van hetzelve verwijderd zijnde, het schip zag zinken. Na 3 uren aldus in de boot te hebben rondgezwalkt, zijn de kapitein en de equipage door schipper Ketvig opgenomen en te Stadthille, bij Brevig, aangebracht.


02 september 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hellevoetsluis, 1 september. Heden is door de bemanning van de Loodsboot Nº. 1, schipper A. van der Schie, behorende tot het loodswezen van Goedereede, Maas en Brouwershaven, alhier aangebracht de bemanning en loods van het op de 30e augustus op de Hinder gebleven Engels brikschip REBECCA AND ELISABETH, kapt. Dawson, van Newcastle naar Rotterdam bestemd – zie NRC van gisteren. Nadat de schipbreukelingen zich twee etmalen in het want vastgeklemd hadden en aldaar aan wind en weder waren blootgesteld geweest, werden zij door de loodsboot opgemerkt en de bemanning van dat vaartuig mocht het genoegen smaken, om met eigen levensgevaar hun medemensen van een bijna zekere dood te redden (opm: zie NRC 180160). De jol van de loodsboot werd bij de redding verbrijzeld. De REBECCA AND ELISABETH zal wel totaal verloren zijn.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Maassluis, 31 augustus. Gisteren is abuis naar zee en terug gemeld het schip ALBERDINA TJETSKINA, kapt. Van de Bos, dit had behoren te zijn FENNECHINA HENDRIKA, kapt. Groenewold, zijnde eerst gemeld schip bereids de 27e in zee gezeild en toen abusief als de FENNECHINA HENDRIKA gerapporteerd.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Beaumaris, 30 augustus. Het Nederlandse schip DRIE AURELIA’S, kapt. Okkes, van Liverpool naar Riga, is alhier met gebroken boegspriet en verlies van zeilen binnengelopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Jamaica, 8 augustus. De Nederlandse (?, misschien van de West-Indische kolonie) schoener HENRIETTE, kapt. Gravenhorst, van New-Orleans naar Cuba, is 30 juni op een klip aan de zuidkust van dat eiland gebleven. De bemanning is gered.
(opm: het vraagteken en de opmerking tussen haakjes waren in 1859 door de redactie van de NRC geplaatst)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 1 september. Zr.Ms. transportschip HELDIN, onder bevel van de luit.t.zee der 1e klasse P. Toutenhoofd, is de 31e augustus j.l. uit de West-Indiën ter rede van Hellevoetsluis aangekomen. Alles was wel aan boord.


03 september 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Texel, 1 september. Zr.Ms. korvet JUNO, commandant schout bij nacht A. Baron Collot d’Escury, is alhier heden van Curaçao gearriveerd.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

’s-Gravesande, 1 september. Heden is aan de Hoek van Holland aangespoeld en geborgen de boot van het op de Hinder verongelukte Engelse schip REBECCA AND ELISABETH, kapt. Dawson.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Ronne, 30 augustus. De Nederlandse kof JULIANA, kapt. Dirksen, van Antwerpen naar St. Petersburg, is in de Oostzee gezonken.


04 september 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Valparaiso, 15 juli. Kapt. Brouwer, voerende het schip BERNARDINA, van Amsterdam alhier aangekomen, rapporteert dat hij de 9e mei op 36º15’ Z.B. en 43º20’ W.L. door een storm uit het westen en west-zuid-westen is belopen, die tot 12 dito aanhield en waarin het schip geheel op zijde werd geworpen en hij genoodzaakt was het brikzeil en schoenerzeil, waarvoor het schip bijlag, weg te kappen, alsmede bramsteng en ra, waarmede de kluiver en buitenkluiverboom verloren gingen.


05 september 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlissingen, 3 september. De instructie brik DE WESP, commandant de luit. ter zee 1e kl. Binkers, is gisteren middag ter rede en in de dokhaven gebracht door Zr.Ms. stoomschip CYCLOOP, commandant kapt.-luit. Muller, die, naar men verneemt, eerdaags met de drijvende batterij NEPTUNUS, naar ’t Nieuwe Diep zal stomen.
Heden zal het fregat ZEELAND naar de uitrustingswerf worden gehaald en zijn vier ketels worden ingezet.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Wisby, 28 augustus. Aangaande de gestrande Nederlandse schepen HENDRIKA, kapt. Boswijk, van Newcastle met stenen naar St. Petersburg, en DRIE GEBROEDERS SIKKENS, kapt. Kamminga, van Kroonstad met hennep naar Rotterdam – zie NRC van 29 augustus – kunnen wij thans mededelen, dat de eerste bij Furille en de laatste bij Misloper-rif op strand zitten. De bemanningen zijn gered.
De HENDRIKA was reeds op zee lek gesprongen en dientengevolge was men genoodzaakt het schip op strand te zetten, waar het nu evenals de DRIE GEBROEDERS SIKKENS, die bereids vol water gelopen is, op een rotsachtige grond zit, zodat beide schepen weg zullen zijn. De lading der HENDRIKA zal ook wel verloren zijn, doch van de henneplading der DRIE GEBROEDERS SIKKENS hoopt men een gedeelte beschadigd te bergen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

New-York, 19 augustus. Volgens een alhier ontvangen bericht van Halifax is het Nederlandse schip (opm: schoener) GRAAF ADOLF, kapt. G.S. Prange, van Boston naar Richibucto, bij Nova Scotia gebleven (opm: zie NRC 070959).


06 september 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 5 september. Uit een door Zr.Ms. gezant te St. Petersburg onder dagtekening van 20 augustus medegedeeld overzicht der scheepvaart onder Nederlandse vlag in die haven, blijkt, dat van de 13e april tot de 3e augustus dezes jaars 306 Nederlandse schepen aldaar en te Kronstadt zijn aangekomen, waarvan 184 weder vertrokken zijn. De vrachten der graansoorten naar Nederland zijn op gemiddeld NLG 15 per roggelast gevallen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 5 september. De Engelse schoener REVAL, kapt. Edwards, van Port Madoc, met leien, naar Hamburg, is, volgens brief van Texel van 3 dezer, die morgen in het Eijerland gestrand, vol water gelopen en zal weg zijn. Het volk heeft zich met de sloep gered en is op Cocksdorp aangekomen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Het schip DE HOOP, kapt. Kok (opm: brik, kapt. Willem Kiers Kok), van Rotterdam naar Napels, is de 3e september wegens ziekte van de kapitein te Carthagena binnengelopen, die aldaar overleden is.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Triëst, 29 augustus. Heden is van hier naar Cephalonia vertrokken het te Rotterdam te huis behorende stoomschip RHONE, kapt. Wilkens. Het schip zal aldaar krenten laden en dan op orders wachten om de lading naar Rotterdam, Antwerpen of Hamburg te brengen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

St. Helena, 1 augustus. Het op gisteren alhier gearriveerde Nederlandse schip JUPITER, kapt. P. Burggraaf, van Java naar Amsterdam bestemd, is lek en heeft meer andere schade.


07 september 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Gouda, 5 september. Heden werd alhier op de werf Het Kromhout van de scheepsbouwmeester D. Borkus de kiel gelegd voor Zr.Ms. schroefstoom-flotille-vaartuig DE VECHT, waarbij het naambord eigenhandig door de echtgenote van de heer Borkus werd aangeslagen. Eerlang zal op dezelfde timmerwerf nog de kiel van een tweede gelijksoortig vaartuig gelegd worden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 6 september. Het Nederlandse barkschip LOOPUYT, kapt. Van der Hedden (opm: LOOPUIJT, kapt. M. van der Hidde), 16 juli van Hellevoetsluis vertrokken, is de 11e augustus te Onega (63º55’ N.B. 38º6’ O.L.) gearriveerd; aan boord was alles wel.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 6 september. Aangaande de schade van het schip JUPITER, kapt. Burggraaf, – zie ons vorig nommer – verneemt men uit een brief van de kapitein d.d. 1 augustus, dat door stormweder aan de Kaap de Goede Hoop, het galjoen weggeslagen en de scheg ontzet was en het schip een lek bekomen had. De kapitein geloofde echter dat zich dit lek alleen tot de stevennaden bepaalde en hoopte dit binnen een paar dagen zover te herstellen, dat hij zijn reis kon vervolgen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Ostende, 4 september. De Belgische bark DUCHESSE DE BRABANT, kapt. M. van der Have, van Antwerpen naar de Zwarte Zee, is alhier wegens ziekte der equipage binnengelopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Deal, 4 september. Het schip MAXIM, kapt. Clest (opm: buitenlander), van Shields naar Bordeaux, is lek gesprongen en gezonken. De bemanning is door het Nederlandse schip ZAANSTROOM, kapt. Visser, gered en alhier aangebracht.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Bremerhaven, 5 september. Het op heden alhier van Laguayra gearriveerde Nederlandse schip CORNELIA, kapt. Doijen, heeft de fokkemast en voorsteng verloren en meer andere schade bekomen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Boston, 24 augustus. De Nederlandse schoener GRAAF ADOLF, kapt. G.S. Prange, van Boston naar Pugwash (opm: 45º52’ N.B. 63º41’ W.L.), is in de nacht van 12 dezer bij Bowline (opm: Nova Scotia) verongelukt (opm: zie NRC 050959). Het volk is gered en de inventaris geborgen. (opm: de GRAAF ADOLF, bouwjaar 1855, werd geborgen en werd als EMILY STEWART onder Canadese vlag gebracht; het schip werd pas in oktober 1897 afgekeurd en te Londen gesloopt)


08 september 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 7 september. Door de Nederlandsche Handel-Maatschappij is wederom haar gewone aanvraag naar scheepsruimte gedaan voor de bevrachting in deze maand. De schepen, welke daarvoor in aanmerking kunnen komen zijn:
1º. Die laatstelijk vóór of op 15 december 1856 in gewone beurtbevrachting aan de maatschappij beladen zijn teruggekomen.
2º. De nieuw gebouwde voor het eerst ter bevrachting in aanmerking komende, die vóór of op ult. september 1858 zijn te water gebracht.
De schepen, die uit een Nederlandse haven vertrekken, moeten vóór of op 10 oktober zeilklaar liggen. De schepen, op vooruitreis vertrokken, moeten vóór of op 10 februari 1860 ter beschikking van de Nederlandsche Handel-Maatschappij worden gesteld.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 7 september. De Nederlandse kof VOLLENHOVEN, kapt. Te Velden (opm: E.G. te Velde), van Newcastle met steenkolen naar Zwolle, is in de nacht van 2 op 3 dezer, op 54º N.B. en 7º 10’ O.L. gezonken, doch het volk door kapt. B.J. Tromp, voerende het schip TROMP EN DE RUYTER, gered en te Zoltkamp (opm: Zoutkamp) aangebracht.


09 september 1859


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Stoomvaart van Harlingen naar Hull.
Mede voor goederen naar Newcastle, Leith, Leeds, Manchester en omliggende plaatsen.
De stoomschepen GOUVERNEUR VAN EWIJCK en BURGEMEESTER HUIDECOPER, vertrekken beurtelings van Harlingen naar Hull iedere woensdag.
Adres voor passagiers, goederen en vee bij de agent J. Foekens.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 8 september. De schepen IMMAGONDA SARA CLASINA, kapt. Van Gijzel (opm: kapt. M. van Gijsel), AFRIKA, kapt. G. Mannoury, en WILLEM DE CLERCQ, kapt. P. Ouwehand, allen met een lading voor de Nederlandsche Handel-Maatschappij, van Java in Texel gearriveerd, hebben op de reis veel slecht weder ondervonden en men vreest voor schade aan de ladingen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Buenos-Ayres, 28 julij. Het schip (opm: brik) JOAN, kapt. A. Rink Fijn, van Rotterdam alhier aangekomen, heeft op de Plata rivier aan de grond gezeten, doch ogenschijnlijk slechts onbeduidende schade bekomen. De lading is in goede staat gelost.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Publieke verkoop te Liverpool van het Nederlandse schoenerschip, AFINA VAN LINGE, gevoerd door kapt. P.J. Maathuis, gebouwd te Veendam in 1855, en geclassificeerd 3/3. l. l. Veritas, volgens meetbrief lang 25 ellen 17 duimen, wijd 4 ellen 32 duimen, hol 2 ellen 57 duimen en alzo groot 124 tonnen of 66 lasten, met een ruime inventaris, al deszelfs rondhout, staand en lopend want, ankers, kettingen en verdere scheepsgereedschappen, zoals hetzelve is liggende in het Kings Dock te Liverpool.
Nadere onderrichting bij de cargadoors Vos Browne & Co, 17 Canning Chambers, Canning Place, Liverpool.
(opm: het schip werd door kapitein Pieter Jans Maathuis aan onbekende kopers verkocht)


10 september 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 9 september. Het ijzeren stoomschip MINISTER THORBECKE, l.l. dinsdag (opm: 6 september) te Zwolle in veiling gebracht, is thans gegund aan de heren C.L. Ringrose & Co alhier voor de som van NLG 26.300. Men verneemt dat het tussen Zwolle en Hull zal blijven varen.


  JB - Javabode

Advertentie. Op woensdag de 21e september 1859 zullen de ondergetekenden verkopen, voor rekening van belangstellenden, in een der Recherche Pakhuizen bij de Kleine Boom (opm: straat te Batavia), met toestemming van de Britse consul: het Engels Clipperschip SPIRIT OF THE AGE, kapt. W. Billing, groot 736,80 ton, kopervast en gekoperd, gebouwd in 1854, thans liggende ter rede alhier, zomede deszelfs gehele inventaris en restant provisiën.
Het schip zal worden verkocht ten negen ure en daarna de inventaris en restant provisiën.
Hetzelve is van heden af voor een ieder te bezichtigen.
Batavia, 10 september 1859.
John Pryce & Co
(opm: De SPIRIT OF THE AGE was met averij te Batavia binnengelopen en afgekeurd. Ook de inventaris werd verkocht, zie JB 280959. Op 21 september lag de SPIRIT OF THE AGE nog op de rede van Batavia, op 27 september 1859 niet meer.)


  JB - Javabode

Advertentie. Op de 11e oktober e.k. zal door de heren Van Slooten, Morgan & Co te Batavia het onverdeelde met hypotheek bezwaarde 2/4 aandeel in het Nederlands-Indische schip FATHUL MOBARAK, en in deszelfs inventaris, toebehorende aan de gefailleerde Arabieren Said Abdul Gadir bin Achmat Assegaf en Said Abdul bin Rachman Alle Assegaf, worden verkocht.
Namens de hypotheekhouder, Sech Said Bin Salim Naoem.


  JB - Javabode

Advertentie. Op een nader te bepalen dag, in het begin der maand oktober, zullen de ondergetekenden publiek verkopen:
- Het ijzeren stoomschip KRATON, lang 107 voeten, breed 12 voeten 9 duimen, diep 6 voeten 9 duimen, diepgang 2 voeten 6 duimen, alles Engelse maat; voorzien van twee uitmuntende oscillaire machines, te samen 25 paardenkrachten. Het zelve heeft binnenkort aanzienlijke reparatiën ondergaan.
- Het ijzeren stoomschip FAIRY, zeer geschikt om op rivieren gebruikt te worden; lang 69 voeten 6 duimen, breed 8 voeten, diep 3 voeten, diepgang 1 voet 6 duimen, alles Engelse maat; voorzien van twee oscillaire stoommachines van 16 paardenkrachten en tubulaire ketel.
- De snelzeilende gekoperde eikenhouten clipper-schoener COQUETTE, groot 100 register tonnen, zeer geschikt voor de kustvaart en transport van paarden.
Bovenstaande vaartuigen zijn te Soerabaija liggende.
Voor verdere informatiën vervoege men zich bij Major, Matzen en Co.
Soerabaija, de 1e september 1859.


12 september 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 11 september. Naar men verneemt, is door het gemeentebestuur der gemeente Oude Pekela aan de stad Groningen het voorstel gedaan de eigendom en het onderhoud van de Pekeler-Aa over te nemen om een einde te kunnen maken aan de slechte toestand van dat kanaal door de nodige verbeteringen aan te brengen, in gevolge het algemene plan van kanalisatie voor deze provincie. De kosten dezer verbetering zouden vergoed worden door een belasting te leggen op de nieuw gebouwde schepen, ten behoeve waarvan die verbetering grotendeels zou plaats hebben.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Gibraltar, 4 september. De Belgische brik CHARLES HENRY, kapt. J.J. Rickmers, alhier om order van Rio-Janeiro gearriveerd, heeft op een rots bij Tarifa gestoten en aldaar zes uur vastgezeten. Het schip is onderzocht en bekwaam gevonden om de reis naar Triëst voort te zetten.


13 september 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 25 juli. De bark HOOP VAN CAPELLE (opm: HOOP VAN CAPPELLE), kapt. J.R. Bok, welke ten gevolge van het stoten op een klip een zwaar lek bekomen had (opm: zie NRC 070759), is in Batavia geretourneerd en moet lossen om te repareren.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Nieuwe Diep, 12 september. Heden is van de rede naar zee vertrokken met bestemming Batavia Zr.Ms. stoomschip ’t LOO, commandant luit. 1e kl. J. van Gogh. Naar wij vernenen, zal deze bodem de reis naar Oost-Indië nemen over Plymouth, Teneriffe, de kust van Guinea, Brazilië en Kaap de Goede Hoop.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 13 september. Volgens brief van kapt. Gorter, voerende het schip JOHANNA MARIA CHRISTINA, van Batavia herwaarts gedestineerd, in Texel binnen, had hij op de reis veel storm doorgestaan en daardoor schade aan de grote mast en aan tuigage bekomen en veel zeilen verloren.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Lowestoff, 10 september. Het Nederlandse schip THOMAS EN WILLEM, kapt. v.d. Wal, van Newcastle naar Oporto bestemd, is alhier binnengelopen om een lek te stoppen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Salcombe, 11 september. De Nederlandse kof HENDRIKA JANTINA, kapt. Leeuwes (opm: E.T. Leeuw), van Malaga met lood, wijn en olie naar Glasgow bestemd, is gisteren op de hoogte van Goudstaart (opm: Start Point) gezonken. De equipage, zomede de vijfjarige dochter van de kapitein, zijn gered en met een loodsboot alhier geland. De HENDRIKA JANTINA was in averij te Plymouth binnen geweest en verliet die plaats 6 dezer. Bij Falmouth werd zij door een zware storm belopen, die haar het Kanaal indreef en waardoor zij in de morgen van 10 dezer op de hoogte van Goudstaart zijnde een lek bekwam dat zodanig toenam, dat men het schip niet meer boven water kon houden en genoodzaakt was het te verlaten. De HENDRIKA JANTINA was een in het jaar 1849 te Delfzijl gebouwde kof, metende 98 tonnen. Het schip is in Nederland verzekerd.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Reval (opm: Tallinn), 2 september. Het Nederlandse schip (opm: kof) HENDRIKA, kapt. R.H. Waterborg, van Kroonstad naar Londen, heeft op de kust van Finland aan de grond gezeten en daarbij enige schade aan het roer bekomen. Het schip is te Baltishport binnengelopen om deze schade te herstellen.


14 september 1859


  JB - Javabode

Tot commandant op de gouvernements schroefschoener JAVA is aangesteld H.F. Bernoster. De JAVA is op 6 september 1859 van Batavia naar Samarang en Soerabaja vertrokken. (opm: aanstelling vond begin september 1859 plaats; dit is waarschijnlijk het aangekochte stoomschip BURRA BURRA, ze NRC 311059)


15 september 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Portsmouth, 12 september. Het Nederlandse schip FRIESLAND, kapt. Mispelblom Beijer, van Amsterdam, laatst van Harwich, naar Batavia bestemd, is alhier met gekraakte grote mast binnengelopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Shields, 12 september. Door de bemanning van het Nederlandse schip GESINA ALVINA, kapt. Botje, is gered en alhier aangebracht de equipage van het gezonken Engelse schip CATHARINA, van Hartlepool naar Dundee.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Norden, 10 september. Het Nederlandse schip HENDRIKA, kapt. Heins, van Kiel met raapzaad naar Koogerpolder, heeft op een zandbank gezeten en is dientengevolge zeer lek te Nieuw-Harlingerzijl (opm: Neuharlingersiel) binnengebracht.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 25 julij. Het Nederlandse schip HOOP VAN CAPELLE, kapt. Bok, van hier gezeild de 16e dezer, bestemd naar Rotterdam, heeft op de 19e dezer op een klip gestoten in Straat Sunda en zit vol water bewesten St. Nicolaas Punt op strand. De lading was van de Nederlandsche Handel-Maatschappij, zijnde 5000 pikols koffie, 5300 pikols suiker, en 100 pikols rotting.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Mauritius, 8 augustus. Het Nederlandse schip DRIE VRIENDEN, kapt. Nolting, van Batavia naar Amsterdam, is op 27 juli te Port Louis binnengelopen om een lek te stoppen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Cargalijsten. Te Rotterdam is gearriveerd het stoomschip BALMORAL (opm: Nederlands), kapt. D. Lovius, van Cardiff met 5.226 platen, 44 bossen en 61 staven ijzer.
Adres: E.S. de Jonge.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Openbare vrijwillige verkoping in het gebouw Musis Sacrum te Schiedam van het snelzeilend Brikschip genaamd ANNA.
De makelaar J. Bakker te Schiedam is voornemens als daartoe last en order hebbende van zijn principalen, op dinsdag de 27e september 1859, des namiddags ten 4 ure, te veilen en op dinsdag de 4e oktober daaraanvolgende, mede des namiddags ten 4 ure, te verkopen het snelzeilend, gekoperd en kopervast Brikschip, genaamd ANNA, laatstelijk gevoerd door kapt. P. v.d. Valk, volgens meetbrief lang 32 el 60 duim, wijd 5 el en 68 duim, hol 3 el en 99 duim, en alzo groot 331 ton, met al deszelfs rondhouten, staand en lopend want, geschut, ankers, kettingen, touwen, zeilen en verdere scheepsgereedschappen, zodanig als hetzelve is liggende in de buitenhaven te Schiedam.
Nadere inlichtingen zijn te bekomen zowel ten kantore van bovengenoemde makelaar als van de boekhouder van gemeld schip, de heer M. Kerdel en de notaris Lechner, beide mede te Schiedam.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 25 juli. Men beweert, dat het cijfer der subsidie, waarvoor de heer W. Cores de Vries op de 8e juli heeft ingeschreven als voorwaarde der aanneming van de stoom- pakketvaart in Nederlands-Indië, een uur na de aanbieding der biljetten op het paleis reeds algemeen bekend was. Wij achten dusdanige bekendwording van inschrijvingen, waarbij niet gemijnd is, ongeoorloofd, omdat de regering zich bij de uitbesteding de bevoegdheid heeft voorbehouden, de inschrijving niet te gunnen, dan wel een heruitbesteding te houden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 25 juli. Vrachten. Steeds even laag met grote voorraad van schepen. Sedert de vorige mail vond daarin het volgende plaats. ADMIRAAL TROMP werd bevracht à NLG 24 per last voor rijst en NLG 30 voor suiker en arak, hier op de kust te laden naar Amsterdam; ELISABETH EN ANTOINETTE werd ook opgenomen à NLG 25 voor rijst en NLG 30 voor suiker, op de kust te laden naar Amsterdam; CONSTANCE NLG 25 voor rijst te Indramaijoe, NLG 35 voor suiker te Samarang en NLG 35 voor koffij te Padang, naar Rotterdam; JACOBUS verkreeg NLG 6 per ton voor kolen van Onrust naar Banjermassing; GRAAF VAN HEIDEN REINESTEIN en METALEN KRUIS zijn beiden opgenomen om kolen van Newcastle (Australie) naar Java à 80 c. de pikol te laden; ARGONAUT (Ned.) is bestemd naar Japan.
De BURRA BURRA (Eng. stoomboot) is te koop; de JANNETJE en de BIESBOSCH zijn nog in reparatie.
Disponibel zijn: (Nederl.) AEGIDIA EN PAULINA, PHILIPS VAN MARNIX, VRIENDENTROUW, PRINS MAURITS, JULIE CLAIRE, VALPARAISO, JOHANNA, DOROTHEA HENRIETTE, WILLEM DE EERSTE, JOHANNES HENDRIKUS FERDINAND. HELMERS, ST. JAN, HENRIETTE WILHELMINA, JACQUELINE EN ELISE, MALEIJER, COMM. DES KONINGS V.D. HEIM, E.W. VAN DAM VAN ISSELT, LOUIS MEIJER, NOORD BRABANT, WILLEM III, ST. MICHAEL, ZAANSTROOM, en CORNELIA EN GEERTRUIDA.
De WELVAART, JOHANNA EN LOUISA, FERDINAND EN LOUIS, DERKINA TITIA, JACOBA CORNELIA CLASINA, CANTON, ZEEPLOEG, BULGERSTEIN, DRIE GEBROEDERS, LOUISE ROELOFFIENA, CHRISTINA HELENA, JAN VAN BRAKEL maken kustreizen.
De VIJF GEBROEDERS zal in veiling gebracht worden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 25 julij. In de Oostpost kwam onder de ingezonden stukken een brief van de heer P. Kervel, Belgisch consul alhier, waarbij een beschrijving gegeven wordt van het ongelukkig lot van de gezagvoerder en de equipage van het Belgische schip (opm: driemaster, thuishaven Antwerpen) CONSTANT, die verleden jaar in de nacht van de 9e en 10e juli op de hoogte der Carolina-eilanden (opm: Carolinen) hun schip verloren (opm: zie NRC 290459), en na 81 dagen zwerven eindelijk te Doreh, Geelvinkbaai, aankwamen, nadat zij reeds tot het verschrikkelijk besluit hadden moeten komen, twee hunner makkers te doden om hun tot spijs te verstrekken.
Voorts wordt in dat bericht melding gemaakt, dat een boot met vijf man in dezelfde nacht het wrak verlieten, en dat van deze ongelukkige sedert niets was vernomen.
Het Bataviaasch Handelsblad zegt thans in antwoord daarop door de welwillendheid van de gezagvoerder van het Nederlandse schip JAN VAN BRAKEL, de heer C. Verheij, komende van Japan, omtrent het lot dezer vijf manschappen enig nader bericht te kunnen mede delen.
Op woensdag 22 december 1858, ongeveer 3 uur in de namiddag, kwamen er namelijk twee boten van het eiland Angaur (Pelew-eilanden) (opm: Palau, 7º29’ N.B. 134º33’ O.) aan boord. In een derzelve bevond zich onder de inlanders een Europeaan, zich noemende Johan Alting, die verklaarde schipbreuk te hebben geleden met het Belgische schip CONSTANT, gezagvoerder Uittenhove (opm: P.E. Uyttenhoven), vijf maanden geleden op het Bordelaise eiland.
De gehele equipage had het schip verlaten en na 45 dagen in twee boten op de open zee te zijn geweest, besloten vijf man, waaronder deze Alting, hun makkers te verlaten, en na drie dagen zwerven kwamen zij op het eiland Angaur aan, waar zij wel ontvangen werden. Vier hunner werden na enige tijd daar te hebben vertoefd, door een Engels schip opgenomen en verlieten aldus het eiland, waar Alting door ziekte verplicht werd achter te blijven. Hij was nog twee maanden aldaar, toen de JAN VAN BRAKEL hem opnam, en hem naar Japan meenam, waar hij voor het Nederlandse opperhoofd, de heer Mr. J.H. Donker Curtius, bovengemelde verklaring aflegde. (opm: zie o.a. ook ZZC 010659 en NRC 260959)


16 september 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 15 september. Door de Nederlandsche Handel-Maatschappij zijn bevracht de navolgende vier schepen:
Voor Rotterdam: GUINEA, kapt. A.F. Nidschelm.
Voor Amsterdam: WILLEM CAREL, kapt. N.D. Steenveld; SAGITTA, kapt. W.J. Bakker.
Voor Schiedam: TRITON, kapt. H.G.T. Adriaans (van Rotterdam).

NRC 160959
Advertentie. De makelaars F.N. Montauban van Swijndregt, W. van Dam H.H. Zn, W.H. Montauban van Swijndregt en B.C.D. Hanegraaff te Rotterdam, zijn van mening, als lasthebbende van hun meester, op dinsdag de 27e september 1859, des middags ten 12 ure, in de zaal aan de Scheepmakershaven, wijk 1, no. 499, te verkopen: het snelzeilend Nederlands Tjalkschip FRANCIENA ELIZABETH (opm: FRANCINA ELISABETH), laatst gevoerd door kapt. F. Wunderlich, volgens meetbrief lang 17 el 30 duim, wijd 3 el 37 duim, hol 1 el 65 duim, en alzo groot 43 tonnen, (voor de binnenvaart op 58 tonnen), met al deszelfs staand en lopend want, ankers, kettingen, zeilen en verdere scheeps-gereedschappen, zoals hetzelve thans is liggende aan de Wolfshoek. Gemeld schip blijft uit de hand te koop.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 23 juli. Het schip ADMIRAAL VAN HEEMSKERK, kapt. Koning, van Rotterdam alhier aangekomen, is lek en gisteren naar Soerabaja vertrokken om te repareren.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Soerabaja, 15 juli. Het op heden alhier van Amsterdam gearriveerde Nederlandse schip CHINA, kapt. Luttenberg, heeft in de Indische Zee hevige stormen doorgestaan en daarin schade aan romp, tuig en zeilen bekomen. Men gelooft niet dat de lading veel geleden heeft.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Passaroeang, 12 juli. Het Nederlandse schip HENRIETTE MARIA, kapt. de Boer, eergisteren alhier van Melbourne gearriveerd, heeft de 21e juni op 20º Z.B. en 15º O.L. in een zware storm een lek en andere schade bekomen. Het schip moet dokken of kielen om te repareren.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 15 september. Volgens een op heden alhier ontvangen particulier bericht is het schip HOOP VAN CAPPELLE, kapt. Bok – zie NRC van gisteren – de 25e juli op de rede van Batavia teruggekomen.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Uit de hand te koop: een sterk gebouwd en goed onderhouden Snikschip, groot 17 ton, met zeil, fokken, kleden, koksgereedschappen en verder complete inventaris, varende om de 14 dagen, als beurtschip, van Drachten op Groningen vice versa.
Te bevragen bij F.R. Kooistra te Drachten.


17 september 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlissingen, 15 september. Heden namiddag ten 3 ure is van deze rede naar zee gestoomd, met bestemming naar Willemsoord, Zr.Ms. stoomschip CYCLOOP, commandant de kapt. luitenant ter zee J.P.G. Muller, op sleeptouw hebbende de drijvende batterij NEPTUNUS, tijdelijk gecommandeerd wordende door de luitenant ter zee 1e klasse R.B.G. Arendsen de Wolff. Genoemd stoomschip zal van Willemsoord naar Hellevoetsluis vertrekken, ten einde aldaar een detachement matrozen af te halen en daarna hier ter rede te komen. Het fregat PRINS HENDRIK DER NEDERLANDEN, hetwelk tot drijvende batterij ingericht zou worden, is daartoe afgekeurd en diensvolgens uit het droge dok gehaald.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De gevolgen der doorgraving van de landengte van Suez.
Buiten een kort historisch overzicht als inleiding, telt het verslag drie hoofdstukken, waarvan ieder over een der punten loopt, door de minister van binnenlandse zaken ter overweging voorgesteld. Het eerste bevat dus het onderzoek naar de gevolgen van de doorsnijding voor de handel en de scheepvaart in het algemeen en voor die van Nederland in het bijzonder. Dit is weer gesplitst in twee afdelingen, waarvan de eerste de vraag beantwoordt, in hoever zal de vaart door het kanaal van Suez voor Nederland de weg verkorten naar zijn Oost-Indische bezittingen? En de tweede, de meer algemene overweging inhoudt, welke gevolgen van de doorgraving van de landengte van Suez zijn zullen, 1° met betrekking tot de landen, welke aan gene zijde, 2° ten aanzien van die, welke aan deze zijde van die landengte liggen. Bij de beantwoording van de eerste vraag, zegt de commissie, dat zij veel te danken heeft aan de inlichtingen omtrent de afstanden langs beide routes, zo voor zeilschepen, als voor schepen met hulp en met vol stoomvermogen, haar op haar verzoek welwillend medegedeeld door de heer J. van Gogh, luitenant ter zee 1e klasse van de Nederlandse marine, directeur van de afdeling Zeevaart van het Koninklijk Nederlandsch Meteorologisch Instituut te Utrecht. Zij komt tot het resultaat, dat voor schepen met vol stoomvermogen de weg langs Suez het voordeligst is, maar dat deze slechts zullen kunnen dienen voor overvoer van brieven, passagiers en goederen, waarvoor hoge vracht kan betaald worden; dat voor zeilschepen de vaart door de doorgegraven landengte naar Java veel nadeel zal opleveren en dat die vaart slechts voordelig zal zijn voor zeilschepen met hulpstoomvermogen. Ten aanzien van schepen met vol stoomvermogen zegt het verslag het volgende: “De heer Van Gogh berekent de reis naar Java van een schroefstoomschip met vol stoomvermogen van 600 paardenkracht en 2400 ton inhoud om de Kaap, op 53,4 etmaal, met een verbruik van 2770 ton steenkolen en langs Suez op 40,5 etmaal en 2151 ton steenkolen. Ofschoon dus de vaart naar Java door het kanaal de voorkeur schijnt te zullen verdienen voor schepen met vol stoomvermogen, zullen die nochtans alleen kunnen aangewend worden tot de doorvoer van brieven, passagiers en goederen, waarvoor een hoge vracht kan worden betaald. Voor de overvoer van gewone stapelproducten uit onze Oost-Indische bezittingen zullen zij niet kunnen dienen, uit hoofde van de kostbaarheid van de brandstof en de ruimte welke deze inneemt. Omtrent de zeilschepen komt de commissie tot het resultaat: “Volgens het verslag van de heer Van Gogh vinden wij de duur van de reizen langs Suez voor zeilschepen bepaald als volgt:
Van Lezard naar Straat Sunda:
In de maanden maart – oktober ..................81 dagen.
In de maanden oktober – maart ................100 dagen.
Van Straat Sunda naar Lezard:
In de maanden maart – oktober.................103,7 dagen.
In de maanden oktober – maart ................116,2 dagen,
of voor 4 reizen 400,9 dagen.
Waarbij voor het doorvaren van het Suez-kanaal slechts aangenomen is een oponthoud van twee dagen voor iedere reis. Hiermede vergelijkende reizen van zeilschepen om de Kaap de Goede Hoop, volgens de vroeger gevolgde en langste route, vinden wij:
Van Lezard naar Straat Sunda: voor iedere reis 101,4 dagen, voor twee reizen 202,8 dagen.
Van Straat Sunda naar Lezard: voor iedere reis 110,3 dagen, voor twee reizen 220.6 dagen
of voor vier 423,4 dagen. Verschil in vier reizen 22,5 dagen of gemiddeld 5,6 dagen voor iedere reis in het voordeel van Suez. Bij de bovenstaande vergelijking hebben wij gemeend, om de reeds vroeger opgegeven reden, de hoogst in het verslag van de heer Van Gogh voorkomende cijfers, voor de duur van de reis om de Kaap de Goede Hoop te moeten aannemen; hadden wij daarentegen die aangenomen, volgens de nieuwe zeilaanwijzing verkregen en wel voor zeilclipperschepen, dan zou het verschil worden in het nadeel van Suez, als volgt:
Van Lezard naar Straat Sunda ...................11 dagen.
Van Straat Sunda naar Lezard ...................20,5 dagen,
of totaal 31,5 dagen, of gemiddeld voor iedere reis in het nadeel van Suez 15,7 dagen. Doch wij vermenen deze schepen, noch ook de nieuwe route, in onze vergelijking te moeten opnemen. Omtrent die nieuwe zeilaanwijzing verwijzen wij daarom naar het verslag en naar de kaart, waarop door de heer Van Gogh de in zijn verslag gemelde courslijnen zijn aangewezen. Ofschoon nu de snijpunten van de nieuwe route nog niet vergeleken konden worden met latere reizen, geheel volgens de nieuwe zeilaanwijzing volbracht, verdient deze echter vertrouwen, daar zij afgeleid is uit de waarnemingen van de Nederlandse zeelieden en gegrond op kennis van de heersende winden voor ieder vak van de oceaan van vijf graden in het vierkant. Wij vinden ons daarin bevestigd door de reizen van de 25 snelste schepen, die de afstand van Lezard tot Java-hoofd aflegden in slechts 81,4 dagen terwijl diezelfde reis, volgens de nieuwe zeilaanwijzing gemiddeld zal kunnen volbracht worden in 84,4 dagen en kunnen wij niet nalaten hierbij de woorden van de heer Van Gogh aan te halen. “Te meer mag men aannemen, dat deze raming (84,4 dagen) niet te voordelig gesteld is, als men nagaat, hoezeer de bouw van de schepen nog verbeterd is en reeds verscheidene reizen in 85 en 80 dagen, ja nog in het jaar 1856 één zelfs in 76 dagen van Hellevoetsluis naar Batavia (gelijk aan 72 dagen van Lezard naar Batavia ) is gezeild.”
Eindelijk mogen wij hier niet onopgemerkt laten dat, volgens het gevoelen van deskundigen, bevestigd door dat van de heer Van Gogh, het voordeel van op snelzeilen gebouwde clipperschepen meer verkregen wordt in open zee en bij bestendige harde winden en lange rolling van de oceaan dan op de route langs Suez te verwachten is. Wij aarzelen dus niet tot het besluit te komen, dat voor zeilschepen, bestemd van Nederland naar Java of van daar terug naar Nederland, de route langs Suez nadelen oplevert, die nog vermeerderd worden, door de moeilijkheden bij het passeren van de straten van Gibraltar en Bab-el-Mandeb, waar vooral bij het uitzeilen van de eerstgenoemde, de schepen dikwerf zeer lang worden opgehouden, en in de Rode Zee door stilte en tegenwinden. Het daardoor te vrezen oponthoud kan niet worden voorkomen door het daartoe aangegeven middel van slepen door stoomboten in open zee; dit middel toch is, volgens de door ons van bevoegde beoordeelaars ingewonnen berichten, bevestigd door dat van de heer Van Gogh, slechts bij uitzondering en bij stil weer aanwendbaar.”
Eindelijk hebben uitvoerige berekeningen ten aanzien van schepen met hulpstoom-vermogen, tot de volgende uitkomsten geleid:
1°. Dat de vaart met het gewone zeilschip om de Kaap de Goede Hoop, voor zover de kosten betreft, een nadelige uitkomst levert tegen die met een clipperzeilschip met hulpstoomvermogen langs dezelfde route, het verschil in assurantiepremie en interest op de retourlading in aanmerking genomen en dat de retourlading met het laatste 36 dagen vroeger in het bezit van de ontvangers komt. Indien de reis van de zeilschepen door het gebruik maken van de nieuwe zeilaanwijzingen nog kan worden bekort, zullen de kosten van die schepen natuurlijk verminderen;
2°. Dat voor het clipperzeilschip met hulpstoomvermogen de route om de Kaap de Goede Hoop met de minste kosten gepaard gaat en dat, indien door zodanig schip gebruik gemaakt wordt, voor de uitreis van de route om de Kaap de Goede Hoop, en voor de terugreis van het kanaal van Suez, gedurende de maanden maart – oktober, de overvoer van de goederen van Java naar Nederland met nog 18 dagen zou worden bespoedigd, zodat die 54 dagen vroeger in Nederland zouden aankomen dan met het gewone zeilschip, bij een vermeerdering van de kosten met NLG 1,44 per last;
3°. Dat de kosten voor het clipperzeilschip met hulpstoomvermogen, uitgaande om de Kaap de Goede Hoop en terug door het kanaal van Suez, na aftrek van het verschil in interest op de retourlading, NLG 12,60 per last meer bedragen dan voor hetzelfde schip, heen en terug om de Kaap de Goede Hoop, terwijl de lading in het eerste geval 18 dagen vroeger wordt ontvangen;
4°. Dat de vermeerdering van de kosten voor het clipperzeilschip met hulpstoomvermogen, wanneer het heen en terug van het kanaal van Suez gebruik maakt, tegen hetzelfde schip, de reis heen en terug om de Kaap de Goede Hoop doende, na aftrek van het verschil in interest op de retourlading, bedraagt: a. onder de gunstigste omstandigheden NLG 21,28 per last, bij een bespoediging van de terugreis met 18 dagen; b. onder min gunstige omstandigheden NLG 28,90 per last, bij een bespoediging van de terugreis met 7 dagen;
5°. Dat indien het clipperzeilschip met hulpstoomvermogen de uitreis doet om de Kaap de Goede Hoop en alleen voor de terugreis gebruik maakt van het kanaal van Suez, een besparing in de kosten ontstaat van NLG 8,68 per last, tegen de reis lang Suez heen en terug, wordende de retourlading even spoedig overgebracht.”
In de tweede afdeling worden in de eerste plaats de gevolgen van de doorgraving onderzocht voor de landen aan gene zijde van de landengte. Uit China zal naar het oordeel van de commissie de uitvoer van thee en ruwe zijde naar de havens van de Middellandse Zee, waar zij goedkoper aangevoerd zullen kunnen worden, toenemen, terwijl de consumptie van thee in Zuid-Europa, door de betere koop waarschijnlijk zal vermeerderen. Ten aanzien van Japan onthoudt zij zich van enige gissing, omdat het door zijn ligging altijd van de Europese handel meer of minder afgezonderd zal blijven, de naaste toegang derwaarts steeds langs de kronkelwegen van onze Indische Archipel zal zijn, en niet het Kanaal van Suez, maar een kanaal door een van de landengten van Centraal Amerika het nader aan Europa zal kunnen brengen; terwijl eindelijk de vraag zelf, in hoeverre de Europese handel op Java voor ontwikkeling vatbaar zal zijn, nog een raadsel is, waarvan de oplossing in de toekomst verborgen ligt.
Na China en Japan komen de bezittingen van de Europese Staten in aanmerking en daaronder in de eerste plaats de Nederlandse. “In de eerste plaats”, zegt het verslag, “noemen wij hier Nederlands Oost-Indië, waarvan de uitvoer voornamelijk bestaat uit vruchten van de bodem, grotendeels toebehorende aan de Nederlandse staat en die voor het merendeel onmiddellijk naar het moederland worden vervoerd, om daar in het openbaar te worden verkocht; terwijl slechts een geringer deel van de producten overblijft, om aan de vraag op de plaats zelf te kunnen voldoen. Ten aanzien van deze laatste producten zal, naar onze mening, de invloed kunnen blijken van de kortere weg, die althans voor velen naar onze bezittingen zal worden geopend. Nu reeds kopen er de vreemden een deel van de particuliere suiker, koffie, indigo, rijst, specerijen, enz, en die hoeveelheid zal vermeerderd kunnen worden met hetgeen thans nog voor particuliere rekening naar Nederland gaat, indien zij er in mogen slagen om op de bekorte weg zo veel voordelen te behalen, dat zij daardoor in staat worden gesteld hogere prijzen dan de Nederlanders op de vrije markten van Indië te bieden, hetgeen zeker het geval zou wezen, indien het overbrengen van die waren naar Nederland niet daartegenover het voordeel bleef aanbieden, dat daar – als een van de grote markten – te vinden is. Ofschoon thans in onze Oost-Indische bezittingen, de invoer uit Nederland door differentiële rechten wordt voorgestaan, belet dit nu reeds de vreemdeling niet om met aanzienlijke invoeren de door hem aldaar volbrachte aankopen te betalen, zoals bij voorbeeld, bijna de helft van de aangevoerde katoenen stoffen vruchten zijn van vreemde, vooral Engelse, nijverheid. Die invoer uit de vreemde zal na de doorgraving noodwendig vermeerderen met al die artikelen, die thans door omwegen van de plaatsen van herkomst worden aangebracht, maar dan van plaatsen als Triëst of Marseille, meer rechtstreeks en met minder vracht bezwaard, goedkoper zullen kunnen worden geleverd. Een zaak moeten we echter hierbij niet uit het oog verliezen, dat namelijk, van de bezittingen van de Europeanen in Azië, onze eilanden hemelsbreed bijna het verst van Europa afgelegen zijn; een nadeel, dat door het maken van de omweg om de Kaap werd veronzijdigd, ja tot ons voordeel gekeerd door de verplichting voor anderen om, ter bereiking van de Engelse Oost, de linie tweemaal te passeren. Thans zal er in die toestand verandering komen. Het is waar, zowel onze als de Engelse Oost zullen veel dichter bij de Middellandse Zee-staten gebracht worden, maar de Engelse Oost zal dan ook veel dichter bij Europa zijn dan de onze, hetgeen sommige van onze producten, althans bij die van de Engelsen, zou kunnen doen achterliggen. Het nadeel, dat hieruit voor onze bezittingen zou kunnen voortvloeien, kan echter vergoed worden door haar meer zuidelijke ligging, waardoor zij gemakkelijker te naderen blijven voor hen, die voortdurend om de Kaap zullen varen, zowel als door haar nabuurschap aan andere meer verwijderde streken, waardoor onze eilanden, als gelegen tussen China en Indië, Australië en Amerika, zo veel middelpunten van verkeer kunnen worden. Die gelukkige plaatsing toch zal niet nalaten, bij een ontwijfelbaar vermeerderend verkeer in het Oosten, de aandacht van de zeevaarders steeds tot zich te trekken. De reusachtige ontwikkeling van de Engelse Australische koloniën is een omstandigheid die in later dagen aan onze Oost-Indische havens nog meer gewicht is komen bijzetten. Voegt men hier nu nog bij de toenemende bedrijvigheid van de Amerikanen, die door het bezit van Californië zoveel nader aan de Oost-Indien en aan onze bezittingen gebracht zijn en ons nu reeds de concurrentie in de aankoop van de koffie bemoeilijken, dan mag men verwachten, dat zij trachten zullen ook de vermeerderende mededinging ten onzent het hoofd te bieden. Overwegen wij dit alles, dan zou het minstens onvoorzichtig zijn, te trachten zich en anderen diets te maken, dat de aanstaande grote gebeurtenissen geen hoogst gewichtige betekenis hadden, ook voor onze Oost-Indiën en dat van de zijde van het moederland niet een grote vastberadenheid en een kloeke krachtsinspanning vereist zullen worden om een rechtmatig aandeel in de beweging van de Indische archipel te behouden. (opm: bekort)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 16 september. Het schip (opm: bark) JAVA’S WELVAREN, kapt. G.E. Doornbos, van Batavia naar Amsterdam, te Mauritius met schade binnen (opm: zie NRC 030859), is aldaar afgekeurd en zal verkocht worden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Antwerpen, 15 september. Het alhier te huis behorende schip DUC DE BRABANT, kapt. Thaysen, met schade te Akyab (opm: Sittwe) binnen (opm: zie NRC 130859), is aldaar afgekeurd.


  JB - Javabode

Advertentie. NLG 50.000 à NLG 70.000, wordt gevraagd, onder verband van schip- en vrachtloon (opm: op bodemerij), voor het Nederlandse barkschip SAMUEL HENDRICUS, gezagvoerder A.G. Bouten, zijnde deze bodem bevracht door de Nederlandsche Handel-Maatschappij. Aanbiedingen kunnen worden gedaan tot en met de 30e september e.k. des voormiddags ten 12 ure, ten kantore van de waarnemend notaris Mr. T.N. Klinkhamer te Soerabaija.


18 september 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 17 september. Vanwege de Nederlandsche Handel-Maatschappij is bij de rederijen een onderzoek ingesteld naar scheepsgelegenheid ter overbrenging naar Java van een detachement militairen, sterk 125 man, te embarkeren te Rotterdam of aan het Nieuwe Diep, omstreeks de helft van de volgende maand. De aanbiedingen moeten ingeleverd worden vóór of op 19 september a.s.
Voorts heeft voornoemde maatschappij aan belangstellenden bekend gemaakt, dat vanaf 14 dezer, de schepen die hier te lande zijn of later mochten binnenkomen en voor haar bevrachtingen verlangen in aanmerking te komen, tot wederopzeggens toe ter harer dispositie moeten worden gesteld, om te kunnen worden beladen met steenkolen, of wel met andere gouvernements-goederen ter harer keuze. De vracht voor de steenkolen te Newcastle of voor redersrekening hier te lande in te nemen, is bepaald op NLG 30 en voor de goederen NLG 25 per last zonder meer. De schepen welke vroeger bevracht zijn en voor haar op of na 1 januari 1858 beladen zijn teruggekomen, zijn voorlopig van deze bepaling uitgezonderd. Voor de schepen die aan deze bepaling niet voldoen, zal de beurt van bevrachting voorbij worden gegaan en eerst in aanmerking komen, wanneer aan de behoefte voor uitgaande ruimte is voldaan.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 17 september. Heden is aan de fabriek van de Nederlandse Stoomboot Maatschappij te Fijenoord met goed gevolg te water gelaten de ijzeren transportschoener met stoomvermogen FRANS NAEREBOUT, gebouwd voor rekening van het departement van Marine ten dienste van het loodswezen.
Daags te voren had de aan diezelfde fabriek vervaardigde sleepboot voor de Ruhrorter Stoomsleepvaart-Maatschappij haar eerste proefvaart gedaan, welke volkomen aan de verwachting heeft beantwoord.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Elseneur, 12 september. Het Papenburger schip VIER GEBROEDERS, kapt. Kramer, met spoorijzer van Grimsby naar Riga, is bij Calmar gezonken. (opm: zie ook NRC 021059; wellicht voormalig Nederlandse tjalk VIER GEBROEDERS van kapt. P.R. Kramer)


19 september 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 18 september. De stoomboot STAD DORDRECHT, gisterenmiddag naar zee gegaan, is des avonds weer op de rede teruggekeerd door harde wind en hoge zee, doch heeft hedenmorgen ten 7 ure de reis opnieuw aanvaard.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Wisby, 11 september. De alhier gestrande Nederlandse schepen HENDRIKA, gevoerd geweest door kapt. Boswijk, van Newcastle naar St. Petersburg en DRIE GEBROEDERS SIKKENS, kapt. Kamminga, van St. Petersburg naar Holland, zijn voor wrak verkocht. Van de lading stenen van de HENDRIKA kon niets geborgen worden. De lading hennep van het andere schip is doornat geborgen en te Kylley publiek verkocht.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Varna, 5 september. Het Nederlandse schip (opm: kof) HILLEGINA ANNEGINA (opm: ook: wel HILLECHIENA ANNECHIENA), kapt. D.O. de Vries, van Ibrail met een lading mais naar Londen, heeft bij het uitzeilen van de Donau, circa 40 mijlen van Sulina, op een blinde klip gestoten en is daarna gezonken. De equipage heeft zich in haar eigen boot gered.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Cargalijsten. Te Amsterdam zijn gearriveerd de schepen
PETRONELLA, kapt. J.B. Wirtjes, van Archangel met 1.290 tschetwert rogge, adres C. & J. van Rossum & Co;
CASTOR, kapt. R.R. de Jonge, van St. Petersburg met 950 tschetwert rogge, adres: order.


  AH - Algemeen Handelsblad

Zoltkamp (opm: Zoutkamp) 15 september. Binnengekomen de VIER GEZUSTERS, kapt. W.H. Mugge, van Koningsbergen (opm: Kaliningrad).


20 september 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Dartmouth, 14 september. Het alhier binnengelopen Nederlands schip MARTINA ADRIANA, kapt. L. van ’t Hoff, van Girgenti naar Rotterdam bestemd, heeft schade aan tuig en zeilen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Curaçao, 23 augustus. Het schip ZEESTER, kapt. Zoetelief, de 10e dezer naar Amsterdam vertrokken, is de 14e dezer, na tot 15º N.B. gevorderd te zijn, met gebroken fokkemast alhier uit zee teruggekomen. Het neemt een nieuwe mast in en zal waarschijnlijk nog deze maand weder uitzeilen.


21 september 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 20 september. Volgens particulier schrijven uit Oost-Indië zou Zr.Ms. stoomschip AMSTERDAM, commandant kapt.luit.t.zee A.C.S. Clarkson, de 23e juli van Batavia zijn vertrokken met bestemming naar Nederland.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Texel, 19 september. Heden arriveerde alhier van Lissabon Zr.Ms. stoomfregat ADMIRAAL VAN WASSENAAR, kapt.luit.t.zee De Vaynes van Brakell.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Door Zr.Ms. consul te Christiania, is de toezegging verkregen van de terugbetaling van zekere leges bekend onder de naam van expeditie-gelden, die sedert 1 november 1845 tot 30 april j.l, door de waterschout te Moss wederrechtelijk van Nederlandse schippers, die de haven van Oudsoen in Noorwegen bezocht hebben, mochten gevorderd zijn.
Belanghebbenden zullen mitsdien onder overlegging van de nodige bewijzen door rechtstreekse tussenkomst van voornoemde consul de teruggave van die gelden kunnen bekomen. Volgens opgave van meergemelde consul is gedurende opgemeld tijdstip de haven van Oudsoen bezocht door de navolgende Nederlandse schepen, te Amsterdam thuis behorende: CONCORDIA, kapt. Carst; EENSGEZINDHEID, kapt. Visser; GEZUSTERS, kapt. De Vries; HARMONIE, kapt. Roelfsema; STAD HASSELT, kapt. Feenstra; TRINETTE, kapt. Nieland; VRIENDSCHAP, kapt. Visser; VROUW MARGARETHA, kapt. Steffen; benevens door 203 schepen, thuis behorende te Groningen, Lemmer, Pekela, Veendam, Slochteren, Delfshaven, Farmsum, Wildervank, Harlingen, Appingedam, Drachten, Hindelopen, Grouw, Sappemeer, Zaandam, Edam, Termunterzijl, Zwolle, Alkmaar en te Goor.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. De makelaars F.N. Montauban van Swijndregt, W. van Dam H.Hzn, W.H. Montauban van Swijndregt en B.C.D. Hanegraaff te Rotterdam zijn van mening, als lasthebbende van hun meester, op dinsdag de 11e oktober 1859, des middags ten twaalf ure, in de Zaal op de Scheepmakershaven, Wijk 1, no. 499, publiek te veilen bij opbod en afslag: het Nederlands snelzeilend, gezinkt en kopervast Schoenerschip TWEE VRIENDEN, gevoerd door kapt. N. Meijer, volgens meetbrief lang 28 el 95 duim, wijd 4 el 44 duim, hol 2 el 98 duim, en alzo groot 170 tonnen, met al deszelfs rondhout, staand en lopend want, ankers, kettingen, touwen, zeilen en verdere scheepsgereedschappen, zoals hetzelve is liggende in de Scheepmakershaven. Voorts zal nog geveild worden een chronometer van Krille te Altena.


 ZZC - Zierikzeesche Courant

Brouwershaven, 18 september. Binnengekomen: HAIDEE, kapt. J. Wilkinson, van Newcastle naar Rotterdam. Deze bodem (opm: brik) is gisteren door verkeerde wending op de hoogte van Renesse tegen de vaste wal aan de grond geraakt. Hetzelve is lek en heeft daarbij het roer verloren en is hedenmorgen per stoomboot ZUID-HOLLAND alhier op de rede gesleept.


22 september 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 21 september. Het Handelsblad deelt heden een dezer dagen gewezen arbitrale uitspraak mede, waarbij een zeer gewichtige en moeilijke vraag van assurantie-recht is beslist, de vraag namelijk in hoe verre de verzekeraars op het casco zijn gehouden de schade te vergoeden die de verzekerden hebben moeten betalen aan de eigenaars van een ander schip, dat door het hunne, ten gevolge van schuld of nalatigheid van hun schipper of van hun scheepsvolk, is aangezeild of aangevaren. Deze uitspraak had plaats in de zaak van de heren Louis Bienfait & Soon, eisers, en E.C. Scharff a.s, alle assuradeurs te Amsterdam, verweerders. Het clipperschip ECLIPSE had namelijk door aanzeiling schade toegebracht aan twee bodems, de WINSLOW en de VULCAN; bij rechtelijk vonnis was de ECLIPSE veroordeeld tot vergoeding van de aan de WINSLOW toegebrachte schade, en met de VULCAN werd een minnelijke schikking getroffen, van welk een en ander de eisers nu vergoeding vorderen van de verweerders. Op grond van verschillende beschouwingen, welke plaatsgebrek ons belet thans mede te delen, is de eis toegewezen voor zover betreft de schade aan de WINSLOW toegebracht, en de verdere schade aan de VULCAN betaald, ontzegd, terwijl de verweerders zijn veroordeeld in vijf zesde en de eisers in een zesde van de kosten.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 21 september. Het schip ANNA HELENE, kapt. Deters (opm: buitenlander), met koolzaad van Uetersen naar Dordrecht, is volgens brief van Ameland van de 18e september de vorige dag op het rif van Hollum gestrand, doch de equipage gered; de lading werd gedeeltelijk geborgen (opm: zie LC 230959).


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 21 september. Volgens brief van Batavia van de 25 juli, was het schip HOOP VAN CAPPELLE, kapt. Bok van Batavia naar Rotterdam bij St. Nicolaas Punt aan de grond gezet, lens gepompt en ter rede van Batavia aangekomen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Harlingen, 19 september. Heden bracht kapt. H.H. Kok, voerende het kofschip NEWA, hier behouden aan kapt. Allen en de verdere bemanning van het brikschip ACHSAH, met steenkolen gedestineerd van Hartlepool naar Kroonstad, door eerstgenoemde juist ter goeder ure ontmoet op 56º 50' N.B. en 5º30' O.L, en wel in zodanige zinkende toestand, dat de op de NEWA geredden, na verloop van een kwartier reeds hun schip in de diepte zagen wegzinken.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 21 september. Z.M. heeft bewilliging verleend tot wijziging der statuten van de Amsterdam-Harburger Stoomboot Maatschappij.


23 september 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 22 september. Naar men verneemt, is de zeildag van Zr.Ms. schroefstoomschip REINIER CLAESEN, onder bevel van Jhr. Van Raders, bepaald op 1 oktober, met bestemming naar Batavia.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Brielle, 22 september. Bij de lage Hoek van Holland is een brik gestrand, naam onbekend. Het schip is totaal weg.


  LC - Leeuwarder Courant

Leeuwarden, 22 september. In de namiddag van den 16 dezer is in de buitengronden van het eiland Ameland gestrand het Oldenburger Tjalkschip ANNA HELENA, schipper G. Deters, komende met een lading koolzaad van Uetersen en bestemd naar Dordrecht. De schepelingen, slechts twee in getal, zijn door de onder bestuur des burgermeester zijnde reddingboot de Noord- en Zuid-Hollandsche redding maatschappij, bij bergenhoge branding en vreselijke storm, gelukkig gered. De volgende nacht is het schip over de banken op het strand geworpen, waardoor daags daarop de tuigage en het grootste gedeelte der lading, ofschoon zwaar beschadigd, is kunnen worden geborgen. Het schip is echter zo beschadigd, dat het verloren moet worden geacht.


24 september 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 23 september. Eergisteren is te Hellevoetsluis in dienst gesteld Zr.Ms. schroefstoomschip CORNELIS DIRKS. Het zal de 20e oktober naar de Westkust van Afrika, Brazilië en Rio de la Plata vertrekken.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 23 september. Aangaande de bij de Hoek van Holland verongelukte brik waarvan wij in ons nommer van gisteren melding maakten, vernemen wij heden uit een particulier schrijven dato 's Gravensande 22 juli, dat dezelve die morgen ten circa 8 uur op de Westplaat is gestrand en onmiddellijk verbrijzeld zodat de equipage hoogstwaarschijnlijk omgekomen is. Uit enige aan de Hoek van Holland aangespoelde papieren en wrakhout, vermoedt men dat het is de te Shields te huis behorende brik ANN, gevoerd geweest door kapt. Robert Tomlinson en bestemd geweest naar Rotterdam. Ook te Brielle zijn heden enige stukken van rondhouten, zeilen en touwwerk van het wrak aangebracht.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 23 september. Het schip TRITON, kapt. Duinker, van hier naar Suriname, is de 22e dezer in het Groot Noord-Hollandsch Kanaal, op de hoogte van Westgraftdijk, door het Pruisische barkschip CONFIDENCE, kapt. Lammert, van Memel (opm: Klaipeda) alhier aangekomen en toen door een stoomboot gesleept wordende, aangevaren. De CONFIDENCE was schijnbaar uit het roer geraakt en de TRITON dwars in de zijde gelopen, waardoor het potdeksel ontzet, de reling gesprongen, de voorsteng pardoens stuk, de verschansingen beschadigd, de rusten ontzet, het brikzeil gescheurd en meerdere schade geleden werd.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 23 september. Het schip HARMONIE, kapt. Brahms, met vlas van Koningsbergen (opm: Kaliningrad) naar Leer, is, volgens brief van Norden van de 21e september, de 17 dito op Borkum gestrand, doch de vleet (opm: zeilage) geborgen en de equipage gered. Men was bezig met het bergen van de lading, doch het schip zou weg zijn.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Norden, 19 september. Het schip HENDRIKA, kapt. Deddens (opm: buitenlander), met stenen van de Eems naar Geestemünde, is op het Baltrumer Watt gestrand. De bemanning en inventaris is geborgen, het schip is weg.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. P. de Bruijne, makelaar, zal op zaterdag de 8e oktober e.k, des avonds ten 8 ure, op de Bovenzaal van de Sociëteit de Vergenoeging, op de Groote Markt te Middelburg, publiek bij opbod en afslag veilen: het extra ordinair welbezeild Nederlands fregatschip PHOENIX, te Middelburg op de werf van de Commercie Compagnie gebouwd. Genoemd schip, kopervast en gunstig bekend om deszelfs rijkdom van rood boutkoper en in het najaar van 1858 nieuw gekoperd, gemeten 854 tonnen of 451 lasten, wordt verkocht met deszelfs complete en in de beste toestand onderhouden inventaris, met inbegrip van chronometer en kaarten, alles breder bij billet omschreven. Het schip ligt aan de werf De Volharding te Middelburg en is dagelijks te bezichtigen. (opm: het schip werd gesloopt, zie JB 180160)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Jan Corver, H.J. Rietveld, C.A. Schröder, B.D. Bosscher, C. Ament, P. Blom, G.J. Boelen, A. Roland Holst, C.S. Oolgaardt, E.G. Bosscher, W.IJ. van Reinouts, J.F.L. Meijjes, P. Reineke, G. Luber en J.W.B. Zur Muhlen, makelaars, zullen op maandag, zijnde de 3e oktober 1859, des avonds ten zes ure precies, in de Nieuwe Stads Herberg aan het IJ te Amsterdam, ten overstaan van de deurwaarder J. Dupont Noordbeek, in publieke veiling verkopen: het gekoperd Barkschips-hol, genaamd NOORD HOLLAND, gemeten op 347 tonnen, benevens een aanzienlijke partij scheepsgereedschappen. Het voornoemde schip ligt aan de werf De Haan in de Groote Bikkerstraat, aldaar. Alles breder bij notitie te vermelden. Iemand nader onderricht begerende, spreke met bovengemelde makelaars of met de cargadoors Hoyman & Schuurman, te Amsterdam. (opm: verkocht voor de sloop, zie NRC 240260)


  DC - Dordtsche Courant

De 19e dezer is te Vlissingen in het droge dok gezet Zr.Ms. fregat CERES, bestemd om tot drijvende batterij te worden ingericht.


  JB - Javabode

Advertentie. Op de 3e september j.l. is op de reis van Nederland herwaarts (opm: Batavia) aan boord van het Nederlandse schip (opm: bark) REIJERWAARD overleden de heer L.W.E. Bruijgom, in leven gezagvoerder van die bodem.


  JB - Javabode

Advertentie. Op heden overleed in het Militaire Hospitaal te Weltevreden de heer B.T. Stoffels (opm: Binze Tjitte Stoffels), in leven gezagvoerder van het Nederlandse schip NICOLAAS WITSEN.
Batavia, 18 september.


  JB - Javabode

Advertentie. Vendutie op vrijdag de 7e oktober aanstaande in de pakhuizen van de ondergetekenden, van diverse koopmanschappen, als: Engelse reiswagens, suiker in kleine kanassers, teer, enz, en precies ten 10 uur van de stoomboten KRATON en FAIRY, zomede
de schoener COQUETTE, breder omschreven in advertentie dato 1e dezer.
Soerabaija, 19 september 1859,
Major Matzen & Co


25 september 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Brouwershaven, 24 september. De Engelse brik HAIDEE is heden nacht gebroken. De werkzaamheden zijn voorlopig gestaakt. Het lopend want en de zeilen zijn geborgen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Harlingen, 23 september. Gisteren is op Terschelling gestrand het Russische schoenerschip CARL NICOLAI, kapt. Bients, van Riga met lijnzaad naar Amsterdam bestemd. De bemanning is gered.


26 september 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Brussel, 24 september. Enige tijd geleden is er melding gemaakt van het vergaan van het Belgische schip CONSTANT, kapt. van Uijttenhoven (opm: zie o.a. NRC 290459), welk vaartuig na op een koraalrif in de wateren der Carolingen eilanden (opm: Carolinen) te zijn gestoten, door de equipage was verlaten. Omtrent het ongelukkig lot dezer bemanning zijn thans de navolgende bijzonderheden bekend geworden:
De CONSTANT, de 14e juni 1858 uit Sydney naar Manilla vertrokken, had in de vroege morgen van 12 julij, op 70º05’ Z.B. en 155º25’ L (opm: 7º5’ Z.B. 155º25’ O.L.), het ongeluk van op een onbekend koraalrif te stoten, waarbij het schip zulk een aanmerkelijke schade bekwam, dat het binnen de tijd van een uur totaal verbrijzeld was. Ogenblikkelijk werden de twee boten (sloep en gig) te water gelaten en nadat deze van het nodige proviand waren voorzien, begaf zich de kapitein met 12 man in het eerstgenoemde vaartuig, terwijl de zes overige manschappen zich in de gig plaatsten en men gezamenlijk koers zette naar Manilla. Op de tweede dag van deze moeilijke tocht liet de kapitein op het eiland Bartholomeus aanleggen, om vers water in te nemen, doch daar dit, wegens de vijandige gezindheid die de eilanders aan de dag legden, niet zonder gevaar werd geacht, besloot hij daartoe een ander eiland aan te doen; toen men dit evenwel 48 uur later gelukkig had bereikt, bleek tot aller teleurstelling, dat daar geen drinkwater te vinden was, en er dus voor het ogenblik niets anders overbleef, dan de tocht naar Manilla voort te zetten. Nadat beide vaartuigen daartoe reeds 45 dagen op zee hadden omgezworven, zonder in al die tijd een enkel schip te hebben ontmoet, was de voorraad levensmiddelen zodanig uitgeput, dat vijf van de zes manschappen der gig verzochten, zich van de sloep te mogen scheiden, omdat hun vaartuig een snellere gang had en er dus voor hen vooruitzicht bestond, spoediger land te bereiken. Terwijl de kapitein dit toestond en hun een evenredige voorraad beschuit en water, benevens een paar sabels, bajonetten, een dieplood en een schriftelijke verklaring zijn toestemming mede gaf, verzocht de zesde, zijnde de tweede stuurman Douwes, bij de kapitein op de sloep te mogen overgaan, ten einde met deze in het lot der achterblijvende te delen. Nadat ook aan dit verzoek was voldaan, nam de bemanning der gig een hartbrekend afscheid van de overigen en stevende voorwaarts.
Het kleine vaartuig had reeds twee dagen later een der Pelew-eilanden (opm: Palau, 7º29’ N.B. 134º33’ O.L.) bereikt, waar vier man aan wal gingen, terwijl de vijfde, de matroos Voet, aan boord bleef. Nadat deze laatste een geruime tijd op de terugkomst zijner lotgenoten had gewacht, zag hij hen eindelijk opdagen in gezelschap van een neger, die, naar zijn uiterlijk te oordelen, het opperhoofd der eilanders moest zijn en hem uitnodigde, om insgelijks aan wal te komen. Voet deed dit en vernam nu, dat zijn vier metgezellen, op ongeveer een uur gaans van de aanlegplaats, bij een hut, de neger, met twee zijner landslieden en twee grote honden bij zich, hadden aangetroffen en dat de zwarte wel terstond zijn geweer op hem had aangelegd, maar op een door hen gegeven teken dat zij geen vijandige bedoelingen koesterden, hen terstond vriendelijk was tegemoet gekomen. Een der matrozen, Juchter, had hem daarop in het Spaans aangesproken en hun schipbreuk verhaald, hetwelk door het negerhoofd in gebroken Engels werd beantwoord, met de toezegging, dat hij bereid was hen in zijn bescherming te nemen. Naar zijn zeggen had hij op zijn herhaalde reizen naar Singapore het Engels een weinig aangeleerd en strekte het hem tot een bijzonder genoegen, thans ook eens blanken op zijn eiland te zien, hetwelk hem nog nooit gebeurd was. Toen hij daarop vernam, dat zij nog een vijfde makker hadden meegebracht, bood hij aan deze af te halen en waarschuwde hen van zich vooral niet te diep landwaarts in te begeven, omdat hij er niet aan twijfelde, of zij zouden alsdan door de eilanders vermoord worden. Intussen stond hij erop, dat zij hem hun wapens en messen als ook hun geld zouden afgeven, daar hij dit dan in bewaring wilde houden, zolang zij onder zijn bescherming waren. Nadat zij hierin hadden toegestemd en Juchter hem ook de hem nog overgeblevene vier schellingen had ter hand gesteld, gingen zij met hem landinwaarts. Weldra waren zij nu omringd door een aantal wilden, die zich allen wel even begerig toonden om het een en of het ander van hen te kunnen kapen, doch door hun opperhoofd genoegzaam in ontzag werden gehouden, om daaraan geen gevolg aan te geven. Een uit de volkshoop poogde nog wel zich van Juchters overjas meester te maken en zwaaide reeds de bijl, om hem, wegens zijn verzet daartegen, de hersens in te slaan, toen de negerkoning dadelijk toeschoot en Juchter een geladen geweer ter hand stelde, waarbij hij hem, ten aan horen van al zijn onderdanen, verzocht de eerste die het zou wagen slechts een hand naar de matrozen uit te steken, onverwijld een kogel door de kop te jagen.
Nadat zij zo enige dagen op het eiland hadden doorgebracht en de koning zich van hun goede gezindheid ten opzichte zijner onderdanen ten volle overtuigd had, liet hij hun de messen teruggeven en verschaft hen een hut. Wat overigens hun onderhoud betrof, daarin moesten zij zelf voorzien, door langs de kust krabben te vissen, waarin zij, met een soort van aardappelen welke het eiland opleverde, een niet onsmakelijk voedsel vonden, ofschoon zij bij die bezigheid inzonderheid van de ratten en muskieten, niet minder dan van de onuitstaanbare hitte hadden te lijden. Zo waren zij daar reeds 51 dagen geweest, toen de Amerikaanse walvisvaarder ELISA J.R. JENNY, van Fairhaven in Massachusets, het eiland passeerde. Na op een door hen gegeven teken aldaar te hebben aangelegd, verklaarde de kapt. William Marsch, zich terstond bereid hen aan boord te nemen. Door vier hunner werd dit volgaarne aangenomen, doch de matroos Alting, die zich enige dagen te voren bij de negerkoning in dienst had begeven, verklaarde liever op het eiland te willen blijven, om bij een nadere gelegenheid een heenkomen naar China te zoeken en te beproeven, of hij aldaar fortuin zou kunnen maken. Na een hartelijk afscheid zowel van hem als van de negerkoning, waarbij van hun vaartuig en de hem in bewaring gegeven voorwerpen natuurlijk niet eens gesproken werd, gingen de vier overigen scheep en kwamen de 28e februari daaraanvolgende behouden op Nieuw-Zeeland aan. Een maand later, 28 maart, bevonden zij zich te Auckland, alwaar zij voor de Belgische consul, de heer Charles de Witte, de nodige verklaringen aflegden. Juchter, die enige dagen na zijn aankomst het ongeluk had gehad van in een put te vallen en daarbij een rib te breken, kon bij deze formaliteit niet aanwezig zijn.
Tot zover loopt het rapport ten aanzien van de bemanning der gig, waarvan er drie, namelijk Juchter, Voet en van Houteghem, dezer dagen behouden te Antwerpen zijn aangekomen, terwijl de vierde, zekere Vidal, in het hospitaal te Sydney is achtergebleven.
Omtrent de overige schipbreukelingen, die in de sloep waren achtergebleven, wordt het volgende medegedeeld: na het bovenvermelde afscheid ontving iedere man per dag een ration beschuit, benevens een pint water, hetwelk na verloop van veertien dagen, tot op ¾ en later tot op de helft verminderd werd, terwijl zij bij dit ongemak te gelijkertijd veel van het ongunstig weer hadden te lijden. In de hoop van op het Philippijnse eiland Mindanao te kunnen landen, had de kapitein daarop laten aanhouden, doch was door wind en weer uit de koers geraakt, terwijl inmiddels de proviand was verbruikt en de ongelukkige, die reeds met hun kledingstukken de honger zochten te stillen eindelijk in hun wanhoop besloten, om door het lot te doen beslissen, wie hunner de overige tot voedsel zou verstrekken. De meeste waren hierbij van oordeel, dat de kapitein, als niet aan boord kunnende gemist worden, aan die loting geen deel zou nemen, terwijl anderen zich daartegen bleven verzetten en zich om verschillende andere redenen insgelijks van de loting onthielden. In dit hachelijke ogenblik vraagt een neger die te Sidney op het schip geëngageerd was, het woord: “Mannen!”, riep hij, “ieder van u heeft de een of andere reden om zijn leven liever te behouden; die redenen bestaan voor mij evenwel niet! Gij hebt allen uw betrekkingen en ik sta geheel alleen op de wereld. Welaan, ik geef mijn leven. De enige gunst, die ik nog van de goede God heb te vragen, is, dat het u nuttig moge zijn.“ Met deze uitroep stootte hij zich een dolk in het hart en stortte levenloos neer.
En toch was dit ene slachtoffer niet voldoende. Nadat dit afschuwelijk voedsel, hoe ook met de verdeling werd gerekt, verteerd was, moest er een tweede vallen. Thans werd er evenwel zonder tegenkanting geloot, waarna een tweede neger, door het lot aangewezen, door een pistoolschot van het leven beroofd en werkelijk tot voedsel gebruikt werd.
Onder zulke hachelijke omstandigheden zijn de schipbreukelingen eerst na 81 dagen omzwerven te Doreh, in de Geelvinksbaai aangekomen, alwaar door de heer P. Kervel, Belgisch consul op Java, ingevolge de door hen afgelegde verklaringen, het officieel rapport van hun wedervaren is opgemaakt. Omtrent de genoemde matroos Alting is later nog vernomen, dat hij twee maanden na het afscheid van zijn vier metgezellen, door de JAN VAN BRAKEL naar Japan aan boord genomen is, alwaar hij voor het Nederlandse opperhoofd, mr. J.H. Donker Curtius, de nodige verklaringen heeft afgelegd.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Falmouth, 23 september. Kapt. Jansonius, voerende het alhier van Alexandrië gearriveerde Nederlandse schip PELIKAAN, rapporteert, dat men bij het passeren van Tarifa op zijn schip geschoten en daarbij twee man zijner equipage gedood heeft.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 25 september. Uit Keulen meldt men, dat het stoomjacht van Z.M. de koning op zijn terugreis van Mainz, waarheen het Z.K.H. de Prins van Oranje had overgebracht, in de nabijheid van Mülheim een lek heeft bekomen en dien tengevolge gezonken is, namelijk met het achterschip. Het voorschip zit op de wal. De vertegenwoordiger der Nederlandse rederij aldaar snelde onmiddellijk met de nodige pompen en overige tot lichting van het vaartuig vereiste werktuigen naar de plaats des onheils, ten gevolge waarvan men hoopt het schip weder vlot te krijgen. (opm: DC 270959 meldt dat het schip is vlot geworden en zaterdag: 24 september naar Rotterdam is gestoomd)


27 september 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Het gisteren door ons medegedeelde bericht uit Keulen, betreffende het ongeluk dat aan het koninklijk stoomjacht overkomen is op de terugreis van Mainz, waarheen het Z.K.H. de prins van Oranje had overgebracht, was voor zo ver de daarbij gemelde bijzonderheden aanbelangt, onjuist. Wij zijn thans door een vriendelijke hand in staat gesteld daaromtrent het volgende te kunnen mededelen: het stoomjacht heeft namelijk in de nabijheid van Müllheim op de grond gestoten, of liever het schuurde aldaar dermate langs de grond, dat in het voorschip een lek ontstond. Daar evenwel het vaartuig in waterdichte schotten is afgedeeld, kon het water niet verder doordringen dan in het eerste compartiment, namelijk het vooronder. Zodra men het lek bespeurde, heeft men het jacht met de kop op de wal gezet, het einde het lek te stoppen met de in zulk een geval gebruikelijke middelen, namelijk door het aanbrengen van een zeil om de buitenwand van de opening en door het plaatsen van een stuk spek aan de binnenzijde, dat dan natuurlijk door een stijl of stempel wordt in bedwang gehouden. Op die wijs zat het jacht met de voorsteven op de wal en lag daardoor het achterste gedeelte van het vaartuig van zelf veel dieper dan gewoonlijk te water, een omstandigheid, die de voorbijvarende kapiteins in de waan heeft gebracht, dat het lek zich in het achterschip geopenbaard had. Men is er overigens spoedig in geslaagd het jacht weer vlot te krijgen, en het is dan ook in de namiddag van eergisteren te dezer stede teruggekeerd.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Uit de hand te koop: een best Kofscheepje met volledige inventaris, groot 16 ton, bij Dirk J. de Boer, scheepsbouwmeester te Bolsward.


28 september 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Op vrijdag de 30e september 1859, des morgens ten 9 ure, zal te Brouwershaven publiek worden verkocht de Engelse brik HAIDÉE, met deszelfs lading, bestaande uit steenkolen en Engelse brandstenen, zittende op Dwars-in-de-Weg, benevens geborgen inventaris als zeilen, touwwerk, ankers, enz.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Elseneur, 20 september. Het schip (opm: kof) GIJSBERTHA WILHELMINA, kapt. P.L. Priebé, van St. Petersburg naar Gainsborough, is alhier gisteren met omvergeworpen lading binnengelopen, na een hevige storm doorgestaan te hebben, waarin het een stortzee had overgekregen, waardoor de relingstutten en de verschansing waren gebroken en de boot over boord sloeg. Een en ander was echter weder gerepareerd om de reis te kunnen vervolgen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 8 augustus. Het te Rotterdam te huis behorende barkschip HOOP VAN CAPELLE, kapt. J.R. Bok, van hier naar Rotterdam bestemd, heeft 19 juli op een onbekend rif bij Brabandshoedje gestoten (opm: zie o.a. JB 030859) en is, weer los rakende, uit vrees voor zinken op strand gezet. Het schip is met assistentie van een stoomboot af en hier op de rede gesleept, waar men onmiddellijk is begonnen met de ontlossing der lading, doch voordat men dit geëindigd had, is het schip in diep water gezonken. Het vaartuig is met de nog in hebbende lading voor NLG 4.100 verkocht.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Het Ned.-Indisch barkschip ERNST WILLEM, kapt. M. Paulino, met een lading zout naar de Wijnkoopersbaai bestemd, is in de nacht van 25 op 26 juli, bij Karong Balong aan de grond geraakt en onmiddellijk gebroken, zodat schip en lading weg zijn (opm: zie o.a. JB 060859).


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 8 augustus. Het Franse schip JACQUES CEZARD, bestemd voor Singapore met een lading steenkolen, is de 28e juli ’s morgens ten 4 ure, 5 Engelse mijlen benoorden Tjiriengien gestrand. In de vroege morgen van 30 juli vertrok het stoomschip BANDA van de onderneming van de heer Cores de Vries naar het gestrande schip en keerde de 2e augustus, ’s morgens ten 11 ure van daar terug, het bericht medebrengende dat het schip reddeloos verloren is. Met genoemd stoomschip werd alhier aangebracht de gezagvoerder en enkele van de equipage, benevens een groot gedeelte van de inventaris.
De opperstuurman en enkele matrozen bleven op het schip achter, om nog rondhouten, staand tuig, enz. te bergen, waarbij de nodige hulp door het gewestelijk bestuur werd verleend. Bij deze schipbreuk zijn geen mensenlevens te betreuren.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 8 augustus. Het rif, waarop de Engelse brik EMELIE ANNINA in Straat Makassar is verongelukt, ligt volgens de opgave van de gezagvoerder op 02º04’ Z.B. en 117º02’ O.L, hebbende slechts 8 à 9 voet water.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 8 augustus. Het Nederlandse barkschip HOOP VAN CAPELLE (opm: HOOP VAN CAPPELLE), gezagvoerder Bok, is gestrand op een rif met 16 voet water in de peiling 4e Punt Java Z.W. Brabands Hoedje NW.t.W½W. Tussen het rif en de wal werd nog een diepte van 8 vadem gevonden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 8 augustus. De regering zal geen gebruik maken van de inschrijving van de heer Cores de Vries bij de uitbesteding der stoompaketvaart in de Oost-Indische archipel.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 8 augustus. Uit Passaroean meldt men: de 18e juli is de stoomboot AMBON, kapt. Vogel, op de reis van Makassar naar Soerabaija, in de nabijheid dezer hoofdplaats op de hoogte van het district Redjassa vastgeraakt.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Publieke verkoping op dinsdag 27 september in de zaal op de hoek der Scheepsmakers- haven en Bierstraat te Rotterdam: het Nederlandse tjalkschip FRANCIENA ELIZABETH (opm: FRANCINA ELISABETH) met al deszelfs staand en lopend want, ankers, kettingen, zeilen en verdere scheepsgereedschappen: om NLG 1.000 opgehouden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 8 augustus. Scheepsvrachten. De ADMIRAAL TROMP laadt hier en op de kust rijst à NLG 24 en suiker en arak à NLG 30 per last naar Amsterdam.
De ELISABETH EN ANTOINETTE accepteerde naar Amsterdam NLG 25 voor rijst en NLG 30 voor suiker per last, op de kust te laden. De CONSTANCE laadt rijst te Indramajoe à NLG 25 en koffij te Samarang en Padang à NLG 35 naar Rotterdam. De VALPARAISO neemt hier suiker à NLG 35 en arak à NLG 47,50 en te Indramajoe rijst à NLG 30 per last naar Amsterdam. De WILLEM III laadt te Samarang suiker à NLG 32 en NLG 35 per last, koffij à NLG 30, tabak à NLG 32 en indigo en huiden à NLG 40 per last naar Holland. De JOAN JACOB werd tot NLG 35 per last suiker en NLG 30 voor koffij naar Holland gecharterd. De LANDBOUW werd opgenomen tot NLG 40 all round voor een lading suiker en koffij op de kust naar Holland te laden. De JACOBUS laadt kolen van Onrust naar Banjermassing à NLG 6 per ton. De GRAAF V.D. HEIDEN REINESTEIN en METALEN KRUIS accepteerden NLG 0,80 per pikol steenkolen van Australië herwaarts. De JACQUELINE EN ELISE werd naar Australië gecharterd. De HENRIETTE WILHELMINA (367 ton) accepteerde NLG 7.500 in full naar Sidney en terug. De MARIANNE laadt te Soerabaija naar Macassar. De ARGONAUT verzeilde naar Japan.
Te koop: de Engelse stoomboot BURRA-BURRA.
In reparatie: alhier de JEANNETJE en BIESBOSCH, en te Soerabaija de SAMUEL HENDRICUS. De DOCTRINA EN AMICITIA moet alhier en de STAATSRAAD BAUD te Soerabaija dokken, om nagezien te worden.
Disponibel zijn de Nederlandse schepen AEGIDIA EN PAULINA, PHILIPS VAN MARNIX, VRIENDENTROUW, PRINS MAURITS, JULIE CLAIRE, JOHANNA, DOROTHEA HENRIETTE, WILLEM DE EERSTE, HELMERS, ST. JAN, IDA WILHELMINA, COMM. DES KONINGS V.D. HEIM, LOUIS MEIJER, NOORD-BRABANT, ST. MICHAEL, ZAANSTROOM, CORNELIA EN GEERTRUIDA, en DOLFIJN.
De Nederlandse schepen WELVAART, JOHANNA EN LOUISA, DERKINA TITIA, JACOBA CORNELIA CLASINA, CANTON, ZEEPLOEG, BULGERSTEYN, DRIE GEBROEDERS, LOUISE ROELOFFIENA, CHRISTINA HELENA, JAN VAN BRAKEL, maken kustreizen.
Het Nederlandse schip VIJF GEBROEDERS en het Engelse schip ENTERPRISE zullen in veiling worden verkocht.


 ZZC - Zierikzeesche Courant

Brouwershaven, 23 september. De Engelse brik HAIDEE, kapt. J. Wilkinson, welke op de hoogte van Renesse op het strand heeft gezeten, alhier binnen was gesleept en op de rede ten anker lag, is gisteren door het onstuimige weer zwaar lek geworden en genoodzaakt geweest, hetzelve met adsistentie op Dwars in Weg aan de grond te zetten. Heden zit het schip tot aan het dek in het water en is wrak; van tuigage is een gedeelte geborgen.


  JB - Javabode

Advertentie. Vendutie op maandag de 5e oktober 1859 in een der recherche pakhuizen aan de Kleine Boom door John Pryce & Co, à 4 pct. vendusalaris, van het nog onverkocht gedeelte van de inventaris van het Engelse schip SPIRIT OF THE AGE, bestaande uit: een grote partij touwwerk en blokken, diverse kajuitmeubelen, ankers en kettingen, 40 à 50 ton ijzerballast, een partij steenkolen, enz. enz.


29 september 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. De makelaars F.N. Montauban van Swijndregt, W. van Dam H.H.zn, W.H. Montauban van Swijndregt en B.C.D. Hanegraaff, te Rotterdam, zijn van mening, op last van hun meesters, op dinsdag de 11e oktober 1859, des namiddags ten half één ure, in de zaal op de Scheepmakershaven Wijk 1, No. 499 publiek te verkopen: het extra snelzeilend, gekoperd en kopervast Nederlands Barkschip JAN VAN SCHAFFELAAR, laatst gevoerd door kapt. L.G. Verbeek, volgens meetbrief lang 37 el 20 duim, wijd 7 el 39 duim, hol 5 el 42 duim; en alzo groot 662 tonnen, met al deszelfs staand en lopend want, ankers, kettingen, touwen, zeilen en verdere scheepsgereedschappen, zoals hetzelve thans is liggende te Amsterdam, aan de werf Concordia, van de heren Meursing en Co.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. De makelaars F.N. Montauban van Swijndregt, W. van dam H.H. Zoon, W.H. Montauban van Swijndregt en B.C.D. Hanegraaff, te Rotterdam, zijn van mening, op last van hun meesters, op dinsdag de 11e oktober 1859, dadelijk na afloop der veiling van de JAN VAN SCHAFFELAAR, in de zaal op de Scheepmakershaven Wijk 1 No. 499, publiek te verkopen: het extra snelzeilend Nederlands schoener galjootschip, NIESSINA GEPKA (opm: NIJSSIENA GEPKA), laatst gevoerd door kapt. D.H. Mulder, volgens meetbrief lang 25 el 80 duim, wijd 4 el 29 duim, hol 2 el 71 duim; en alzo groot 133 ton, met al deszelfs staand en lopend want, ankers, kettingen, touwen, zeilen en verdere scheepsgereedschappen, zoals hetzelve thans is liggende in de Scheepmakershaven, binnen deze stad.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 28 september. Volgens brief van Bangkok in dato 4 augustus was het schip ANTOINETTE SERAPHINE, kapt. Viëtor, de 13e juli op de rivier in aanzeiling geweest met een Siamese oorlogsbrik, had daardoor schade bekomen, die hersteld is, en dacht de kapitein binnen een paar dagen de reis naar Singapore te vervolgen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Delfzijl, 25 september. Het schip WIBRANDINA REINA (opm: WYBRANDINA REINA), kapt. P.J. Brons, van Newcastle naar Barcelona, is hier heden zwaar lek binnengelopen. Het zou moeten lossen om te repareren.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Sunderland, 26 september. Het kofschip ANNA CATHARINA, kapt. Poulsen (opm: buitenlander), van Hartlepool naar Hamburg, is ten gevolge van aanzeiling gezonken.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Kaap de Goede Hoop, 20 augustus. De Nederlandse bark JAN DANIEL, kapt. Hagers, van Batavia naar Rotterdam, is 26 juli lek, makende10 duim water per uur, in de Simonsbaai binnengelopen. Het schip ondervond op reis aanhoudende stormen uit het N.W.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 8 augustus. Het schip VEREENIGING, kapt. De Jongh, van Amsterdam alhier aangekomen, heeft aan de grond gezeten, en moet naar Soerabaija verzeilen om te dokken.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 8 augustus. Het schip COMMERCIE COMPAGNIE, kapt. Brukes (opm: G.J. Braker), van Middelburg alhier aangekomen heeft de grote mast gebroken en meer andere schade bekomen, Het is de 1e dezer naar Onrust vertrokken om te repareren.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 8 augustus. Het schip DOCTRINA ET AMICITIA, kapt. Strootman, van Amsterdam alhier aangekomen, heeft schade aan de romp, en zal naar Onrust verzeilen om te repareren.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 8 augustus. Het schip STAATSRAAD BAUD, kapt. T. de Jong, van hier naar Soerabaija vertrokken, moet aldaar dokken, om nagezien te worden.


30 september 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. P. de Bruijne, makelaar, zal op zaterdag de 8e oktober e.k, des avonds ten 8 ure, op de bovenzaal der sociëteit de Vergenoeging, op de Groote Markt te Middelburg, publiek bij opbod en afslag veilen het extra ordinair welbezeild Nederlands Fregatschip, PHOENIX, te Middelburg op de werf der Commercie Compagnie gebouwd. Genoemd schip, kopervast en gunstig bekend om deszelfs rijkdom van rood boutkoper, en in het najaar van 1858 nieuw gekoperd, gemeten 834 tonnen of 451 lasten, wordt verkocht met deszelfs complete en in de beste toestand onderhouden inventaris, met inbegrip van chronometer en kaarten; alles breder bij biljet omschreven.
Het schip ligt aan de werf de Volharding te Middelburg, en is dagelijks te bezichtigen.
(opm: bij de tonnemaat is het verschil tussen 3 en 5 niet goed leesbaar, dus ook 854 tonnen of 431 lasten is mogelijk)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 29 september. Uit een particuliere bron vernemen wij, dat van de lading van het schip HOOP VAN CAPPELLE, ter rede van Batavia gezonken – zie NRC van 28 dezer – geborgen zijn: 2.000 balen koffij en 280 kranjangs suiker (zo gezond als beschadigd), benevens 230 schuitjes tin. De gehele lading bestond, als vroeger gemeld, uit: 5.000 pikols koffij, 5.300 pikols suiker, een partij tin en bindrotting.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 29 september. Volgens brief van kapt. T.C. de Boer, voerende het ijzeren barkschip HENRIETTE GEERTRUIDA, in dato St. Helena 30 augustus, was hij die dag aldaar van Batavia aangekomen, hebbende om de Kaap met storm en tegenwind te kampen gehad, waarbij hij 3 schepelingen had verloren, die over boord zijn geslagen, zijnde twee matrozen en een licht matroos. Overigens was schip en equipage in de beste staat.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Dardanellen, 27 september. Het Nederlandse schip (opm: galjoot) JAN ZIJLKER, kapt. A.C. van Driesten, van Ibrail met raapzaad naar Queenstown bestemd, is bij Sestos gestrand, doch ogenschijnlijk zonder schade weder vlot gebracht. De daardoor veroorzaakte onkosten bedragen circa GBP 100.


01 oktober 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Het schip JAN ZYLKER, kapt. Van Driesten, van Ibrail naar het Kanaal, is, volgens bericht van de Dardanellen van de 27e september, in de banken bij Sestos vastgeraakt, doch ogenschijnlijk zonder schade afgebracht; echter was daarbij één man van het volk omgekomen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 30 september. Het schip TRITON, kapt. Duinker, van Amsterdam naar Suriname, in het Noord-Hollandsch kanaal in aanzeiling geweest, heeft in het Nieuwe Diep een gedeelte der lading gelost, die onbeschadigd bevonden is.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Delfzijl, 27 september. Alhier is ter rede gekomen het schip (opm: smak) ANNA, kapt. J.J. Lodewijks, van St. Petersburg naar Londen, wegens tegenwind en gebrek aan water, hebbende 64 dagen reis.


02 oktober 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hellevoetsluis, 1 oktober. Heden is van hier vertrokken Zr.Ms. stoomschip REINIER CLAASSEN, commandant luit.t.zee 1e klasse Jhr. J.E.W.F. Raders, via Plymouth en Kaap de Goede Hoop naar Batavia.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Texel, 30 september. Heden zijn van hier vertrokken Zr.Ms. korvet VICE-ADMIRAAL KOOPMAN, commandant Zwaanshals, naar Batavia, en Zr.Ms. schroefschoener VESUVIUS, commandant luit. Arntzenius, naar Suriname.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 1 oktober. Het schip (opm: ever) PIETRONELLA, kapt. J. Brouwer, van Amsterdam naar St. Petersburg, is volgens brief van de kapitein in dato Wisby 24 september, de vorige dag onder Gotland gezonken, doch het volk gered.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Kroonstad, 22 september. De Nederlandse kof VIER GEBROEDERS, kapt. Kramer, is de 7e september in zinkende staat en door het volk verlaten bij Christiansoe gepasseerd. Zie omtrent dit schip de NRC van 18 september.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Portsmouth, 28 september. Kapt. Murphy, voerende het schip GIPSY BRIDE, van de Simonsbaai alhier binnen, rapporteert dat, toen hij 7 augustus uit de Simonsbaai vertrok, het Nederlandse schip JAN DANIEL, kapt. Hagers, van Batavia naar Rotterdam, met schade aldaar binnen – zie NRC aan 29 september – bezig was met lossen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Norden, 26 september. Het schip TRITON, kapt. De Vries, van Nieuw-Harlingerzijl (opm: Neuharlingersiel) met raapzaad naar Leer bestemd, is zwaar lek uit zee geretourneerd.


03 oktober 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 7 augustus. Het Nederlandse schip ZWARTE ZWAAN, kapt. Stikkel, van Sydney naar Soerabaya, is de 21e juni in Torres-straat vergaan. De equipage is gered en te Soerabaya aangekomen (opm: zie NRC 011058 en 081058).


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Falmouth, 1 oktober. Heden werd alhier met het schip ANNA, kapt. Bourkis, aangebracht: kapt. J.H. Engelsman en de verdere bemanning van de te Wildervank te huis behorende schoener ZWAANTJE, welke bodem op de reis van Girgenti naar Hamburg de 18e september op 38º N.B. en 11º W.L. in zinkende staat door het volk verlaten werd.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Wisby, 24 september. Het everschip PIETRONELLA, kapt. Brouwer, van Amsterdam naar St. Petersburg, is gisteren morgen lek gesprongen en gezonken. De bemanning heeft zich in de boot gered en is daarmede gelukkig te Hallshuk geland. (Gedeeltelijk gisteren gemeld)


04 oktober 1859


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Heden morgen overleed na een korte maar hevige ziekte, mijn geliefde Echtgenoot en der Kinderen zorgdragende Vader Cornelis Poppes Bakker, scheepsbouwmeester alhier, in de ouderdom van 47 en na een allergenoegelijkste echtvereeniging van ruim 21 jaren.
Lemmer, 29 september 1859 D.S. Visser, Wed. C.P. Bakker


05 oktober 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Frederikshaven, 1 oktober. De Nederlandse kof IDA JACOBA, kapt. Bosker, in ballast van Rotterdam komende, heeft bij Laesoe op strand gezeten en is hier dien tengevolge lek binnengelopen.


06 oktober 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Marseille, 2 oktober. Heden is het stoomschip WILLEM III, kapt. Swart, van hier naar Amsterdam vertrokken. (opm: eerste reis van dit in Frankrijk aangekochte en te Marseille overgenomen schip)


07 oktober 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Delfzijl, 2 oktober. Het Nederlandse schip WILLEMTINA, kapt. H.W. Glim, de 21e april van Hamburg naar Brazilië vertrokken, is hier lek binnengelopen.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. De notaris Albarda te Hallum zal op donderdag den 20 oktober 1859, des avond 6 uur, in de herberg aan de Hoogeburen te Hallum, provisioneel verkopen:
A: 1/6 Gedeelte onverdeeld door en door in een huis, no. 107, met stalling, grond en erf en verder aanbehoren, staande en gelegen aan den Achterwal te Hallum.
B: 1/6 In het recht van octrooi tot het trekveer van Hallum op Leeuwarden en Dokkum en terug.
C: De helft in een daartoe behorende overdekte Trekschepen (HET GEDULD genaamd), met kwoteel aandeel in het daarbij behorend inventaris.
D: 1/6 In het altoos durend huurrecht van 4 b. 16 r. 30 el best greidland onder Hallum.
E: 1/6 In het recht tot het plaatsen van paarden, bij dit trekveer behorende, in ene stalling, aanwezig in een houtschuur op Camstraburen bij Leeuwarden; verhuurd aan Jan Sipkes de Boer tot 12 mei 1861 voor NLG 116 in het jaar boven het onderhoud en alle lasten.


08 oktober 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Staatsbegroting voor 1860. Ontwerp der sterkte van de actieve zeemacht voor het jaar 1860.
Voor Oost-Indië: 1 korvet 2e kl. PALLAS, à 150 koppen; 2 brikken 1e kl. DE HAAI en DE CACHELOT, ieder à 100 koppen; 4 schoenerbrikken: REMBANG, LANSIER, PADANG en MAKASSAR, ieder à 50 koppen; 1 opnemingsvaartuig PYLADES, à 28 koppen; 2 korvetten met stoomvermogen: PRINSES AMELIA en MEDUSA, ieder à 150 p.k. en 200 koppen; 3 schroefstoomschepen 2e kl. GRONINGEN, VICE-ADMIRAAL KOOPMAN en CITADEL VAN ANTWERPEN, ieder à 250 p.k, de eerste à 150 en de twee laatste à 175 koppen; 4 schroefstoomschepen 4e kl. BALI, SOEMBING, HET LOO en REINIER CLAESZEN, de 2 eerste à 100 p.k. en 85 koppen en de 2 laatste à 119 p.k. en 100 koppen; 1 schroefschip 4e kl. SAMARANG, à 100 p.k. en 50 koppen; 2 raderstoomschepen 1e kl. ARDJOENO en GEDEH, ieder à 30 p.k. en 125 koppen; 1 raderstoomschip 2e kl. MERAPI, à 220 p.k. en 100 koppen; 2 raderstoomschepen 3 kl. ETNA en PHOENIX, de eerste à 170 p.k. en 90 koppen, en de tweede à 140 p.k. en 85 koppen (verminderde equipage); 5 raderstoomschepen 4e kl. SURINAME, à 110 p.k. en 70 koppen, CELEBES, à 150 p.k. en 41 koppen, MADURA, à 100 p.k. en 41 koppen; ADMIRAAL VAN KINSBERGEN, à 70 p.k. en 37 koppen, ONRUST, à 70 p.k. en 37 koppen; 1 wachtschip ter rede Batavia fregat 2e kl. PALEMBANG, à 115 koppen; 1 wachtschip ter rede Soerabaija, korvet 1e kl. JUNO, à 115 koppen; 1 roeikanonneerboot No.14, à -- koppen; te samen 2.879 koppen.
In de West-Indië: 1 schroefstoomschip 4e kl. VESUVIUS, met 119 p.k, à 100 koppen; 1 raderstoomschip 3e kl. SINDORO, met 150 p.k, à 85 koppen; 1 stoomflotillevaartuig HECTOR, met 60 p.k, à 50 koppen; 2 schoeners: DE ADDER en DE SCHORPIOEN, ieder à 36 koppen; 1 kanonneerboot, à 19 koppen; te samen 326 koppen.
Oefenings-eskader: 1 fregat met stoomvermogen EVERTSEN, met 400 p.k, à 500 koppen; 1 fregat met stoomvermogen ADMIRAAL VAN WASSENAER, met 300 p.k, à 460 koppen; 1 fregat met stoomvermogen ZEELAND, met 400 p.k, à 500 koppen, te samen 1.460 koppen.
Binnenlandse dienst: 4 wachtschepen: te Willemsoord, à 375 koppen; te Hellevoetsluis, à 300 koppen; te Vlissingen, à 300 koppen; te Amsterdam, 60 koppen en 1 korvet DE AREND, te samen: 1.035 koppen; waar dit ook bemand: 1 schoener DE WESP, voor opleiding der bootsmansleerlingen, à -- koppen ; 1 instructievaartuig voor adelborsten URANIA, à – koppen; 5 kanonneerboten, à 80 koppen; 1 voor opleiding van kanonniers PRO PATRIA, à 50 koppen: te samen 1.165 koppen.
Buitenlandse dienst en verwisseling: 2 raderstoomschepen 2e kl, BROMO en CYCLOOP, ieder met 220 p.k, à 125 en 100 koppen; 2 schroefstoomschepen 4e kl, CORNELIS DIRKS en RETEH, ieder met 119 p.k, en elk 100 koppen; 1 stoomflotillevaartuig VULKAAN, met 60 p.k, à 50 koppen; 1 schoener ATALANTA, à 25 koppen; 1 transportschip DE HELDIN, à 75 koppen; totaal 60 schepen met 6.380 koppen; inlandse zeevarenden 825 koppen; totaal generaal 7.205 koppen; en 648 vuurmonden, waaronder 410 zware en 238 lichte, buiten en behalve de houwitsers, koehoornmortieren en kanonnen van 3 3n 1 pond. (opm: afkorting onbekend)
2º. Opgave der sterkte van ’s Rijks Zeemacht op de 1e augustus 1859
Bepaalde Tegenwoordige Overcompleet Tekort
sterkte sterkte
Binnenlands 994 1347 353 - -
Voor verwisseling en
Kruistochten 1645 1765 120 - -
In Oost-Indië 2701 2682 - - 19
In West-Indië 471 464 - - 7
Totaal 5811 6258 473 26
Volgens de bemanningslijsten van de in activiteit zijnde schepen zou de bemanning moeten zijn 5811 koppen; nu zijn werkelijk aan boord 6258 koppen; dus een meerderheid van 447.
koppen. Volgens de begroting voor 1860 is gerekend op een sterkte van 6380 koppen; nu zijn werkelijk aan boord 6258 koppen; alzo te kort 122 koppen. Bovendien zijn nog in Oost-Indië 745 inlandse matrozen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 7 oktober. Het schip (opm: bark) VIER GEBROEDERS, kapt. C. ter Marsch, van Glasgow naar Batavia, te Rio Janeiro met schade binnen (opm: zie NRC 040859), is volgens brief van daar van de 7e september afgekeurd en zou verkocht worden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rio Janeiro, 9 september. Het Nederlandse schip (opm: schoener) SOPHIA, kapt. Kruise (opm: J. Kruize), van Montevideo op hier bestemd, is bij Fernambucq (opm: Recife) verongelukt. De loods alleen heeft zich kunnen redden (opm: de stuurman, zie NRC 091059).


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Toelichting op de begroting voor Marine 1860.
Op grond van diverse overwegingen is na rijp beraad het stoomfregat met auxiliair vermogen de EVERTSEN als het type aangenomen der aan te bouwen stoomfregatten, met het doel om dit type, naar mate ondervinding en kennis zullen toenemen, meer en meer te verbeteren. Dit heeft reeds met de ZEELAND en met de HERTOG ADOLF VAN NASSAU plaats gehad. Van laatstgenoemd fregat werd in december 1858 te Vlissingen de kiel gelegd en de ZEELAND werd aldaar in juli j.l. te water gelaten.
Aan het voornemen om het fregat DE RUYTER tot stoomfregat in te richten is uitvoering gegeven. Dit fregat is na volbrachte reis naar Java buiten dienst gesteld en naar Hellevoetsluis overgebracht, om aldaar de voorgenomen verandering te ondergaan. Bijgevolg zal in het volgende jaar te Vlissingen de HERTOG ADOLF VAN NASSAU aangebouwd en de DE RUYTER te Hellevoetsluis veranderd worden.
Het tweede type van oorlogsschepen, dat, vooral met het oog op de Oost-Indische bezittingen, voor ‘s lands dienst nodig geacht wordt, zijn de stoomschepen 2e klasse, zo als de GRONINGEN, de CITADEL VAN ANTWERPEN en de VICE-ADMIRAAL KOOPMAN. Zij behoren goed zeil- en goed stoomschip te zijn, in staat om Java te bezeilen zonder onderweg een haven aan te doen; zij moeten in staat zijn, bij expedities in Oost-Indië een schip tegen de mousson te slepen en een batterij te kunnen voeren, die aan de eisen van de dienst voldoet. De ondervinding, met de VICE-ADMIRAAL KOOPMAN verkregen, doet verwachten, dat dit schip het best aan al de opgenoemde voorwaarden zal voldoen; daarom is hetzelve tot type der stoomschepen 2e klasse aangenomen, hetwelk men, naar mate ondervinding en kennis zullen toenemen, zal trachten te verbeteren.
Men vleit zich dat de DJAMBI, welke te Amsterdam op stapel gezet is, en de verder aan te bouwen stoomschepen 2e klasse nog beter zullen voldoen. Uit hoofde het voornemen bestaat om kleinere vaartuigen bij voorkeur niet op de landswerven te bouwen, en er voor de dienst in Oost-Indië behoefte aan stoomschepen 2e klasse bestaat, zo zal dit jaar nog te Amsterdam de kiel gelegd worden van een schip van dit type, en wenste men in het volgend jaar te Vlissingen en Amsterdam een stoomschip 2e klasse op stapel te zetten; er zullen dan te Amsterdam drie en te Vlissingen één stoomschip 2e klasse op stapel staan.
Het derde type van nieuwe oorlogsschepen is het meest aan wisselingen onderhevig geweest. Aanvankelijk werden de stoomschepen 4e klasse uitsluitend voor de dienst in de overzeese bezittingen bestemd en door de onbepaaldheid en grote verscheidenheid der diensten van de zeemacht in Oost-Indië, liepen de gevoelens van deskundigen over de eisen waaraan deze vaartuigen moesten voldoen zeer uit elkaar, zo zelfs, dat elk zeeofficier daaromtrent zijn eigen denkwijze bezat, gegrond op de zeer onderscheidene diensten welke elk in het bijzonder in Indië gepresteerd had.
Er werd dan ook onderzocht, of men geen stoomflottille-vaartuig kon ontwerpen, geschikt voor de landsverdediging en voor de dienst in de overzeese bezittingen. Gelijktijdig werden er pogingen aangewend om de marine van de transportdienst, waaronder zij zoveel geleden heeft, te ontheffen. Intussen werden de HECTOR en VULKAAN, de vruchten van het boven bedoeld onderzoek, aangebouwd. Ook deze zijn beide in de loop van dit jaar te Amsterdam te water gelaten. Ofschoon van aanzienlijk mindere afmetingen dan de vroeger genoemde stoomschepen 4e klasse, dragen zij een gelijke bewapening. In navolging van hetgeen in Engeland en Frankrijk geschied was, verkregen deze vaartuigen werktuigen van hoge druk.
De HECTOR en VULKAAN zijn teruggebracht tot stoomkanonneerboten, geschikt voor binnenlandse dienst en voor diensten op de rivieren tussen de keerkringen en in de West-Indié. Het was nu nodig een ander vaartuig te ontwerpen, geschikt voor de tweeledige bestemming. Slaagde men hierin niet, dan zou een zeker aantal kostbare vaartuigen moeten daargesteld worden, waarvan men alleen gebruik zou kunnen maken voor de verdediging van het vaderland, maar die in tijd van vrede in conservatie, steeds in goede staat onderhouden, gereed zouden zijn om elk ogenblik gebruikt te kunnen worden.
Het gevolg hiervan zou zijn, dat de Indische dienst een andere soort van nog kostbaarder vaartuigen, de stoomschepen 4e klasse, vorderde, waarvan het aantal uit de aard der zaak zoveel groter dan de dadelijke behoefte zou moeten zijn, als nodig was om behoorlijk in de aflossing en in de vervanging te kunnen voorzien. Het eindresultaat van dit alles zou zijn, dat het passieve materieel der zeemacht (de vloot in reserve) door de kostbaarheid van daarstelling en onderhoud van een aantal schepen, welke in tijd van vrede niet of hoogst zeldzaam gebruikt konden worden en die voor Indië niet geschikt waren, op de actieve marine een blijvende financiële druk zouden leggen, die niet dan noodlottig voor de ontwikkeling onzer zeemacht kon zijn. De eisen van de landsverdediging zouden dan de ontwikkeling der marine en het belang onzer overzeese bezittingen in de weg staan.
Deze overtuiging spoorde er toe aan om andermaal de eisen van de beide diensten, waarvoor de stoomflotillevaartuigen bestemd waren, grondig te onderzoeken, en te trachten, een stoomvaartuig van lage druk te ontwerpen, hetwelk aan die eisen voldeed.
Men vleit zich daarin niet ongelukkig geslaagd te zijn en vertrouwt dat deze vaartuigen voor de Indische dienst uitmuntend zullen voldoen. Om de dienst der marine in Indië te regelen en de wijze te beramen, waarop in de vervolge de transportdienst verricht zal worden zonder de marine te zeer te bezwaren, zijn de departementen van marine en van koloniën in overleg getreden.
Men heeft alle reden om te vertrouwen dat het nieuw ontworpen stoomflotillevaartuig, zoals er nu acht bij particulieren aanbesteed zijn en een op de rijkswerf te Vlissingen tot model voor de andere aangebouwd wordt, aan de verwachting zal beantwoorden. De stoomflotillevaartuigen zijn het derde type van stoomschepen waaruit de Nederlandse zeemacht wordt samengesteld, hetwelk men ook, naar mate ondervinding en kennis zullen toenemen, zal trachten te verbeteren.
De RETEH zal in het volgend jaar te Amsterdam te water lopen en de bouw van de PRINSES MARIE zal te Willemsoord worden voortgezet. Wanneer de ondervinding van het bouwen der flotillevaartuigen bij particulieren aan de verwachting beantwoordt, zullen de kleine vaartuigen in den vervolge bij voorkeur op particuliere werven gebouwd worden. De prijzen, welke dit jaar bij particulieren voor verdedigingsvaartuigen besteed zijn, hebben van het voornemen doen afzien om in het volgend jaar enige dier vaartuigen op de landswerven op stapel te zetten.
Zodra er door de suppletoire begroting in de aanvang van het jaar meerdere fondsen beschikbaar werden gesteld en de proef om het linieschip DE KONING DER NEDERLANDEN in drijvende batterij NEPTUNUS, te veranderen, volkomen was gelukt, en daardoor de gelegenheid werd verkregen om een zware batterij van lange kanonnen van 60 pond als tegemoetkomende batterij op onze stromen daar te stellen, werd de machtiging des konings gevraagd om enige zeilschepen tot drijvende batterijen in te richten, ten einde deze in de toegangen tot onze grote koopsteden te kunnen doen post vatten, met het oogmerk om door de zware tegemoetkomende batterij, in verband met geprojecteerde kustbatterijen, zo al niet die toegangen te sluiten, dan toch dit doel door de meer achterwaarts geposteerde flottille te doen bereiken.
Door de hogere eisen van onze tijd zijn de zeilschepen als oorlogsschepen op de achtergrond geraakt, uit hoofde hunne kracht tegenover een vijand onder stoom in vele opzichten verlamd wordt.
De zeilschepen en reserve hadden dus betrekkelijk zeer veel van hunne waarde verloren.
Het heeft Z.M. behaagd, Hds. toestemming te geven om de linieschepen de KONINGIN en DE ZEEUW, en de fregatten PRINS HENDRIK, PRINS FREDERIK, PRINSES SOPHIA en CERES tot drijvende batterijen in te richten. Hieraan is gevolg gegeven.
Alhoewel het gemis van diepe droge dokken dit werk zeer bemoeilijkt en vertraagt, zo worden DE ZEEUW, PRINS HENDRIK en CERES te Vlissingen en de PRINS FREDERIK en PRINSES SOPHIA te Amsterdam afgezaagd, met het voornemen om ze daarna gedeeltelijk te Willemsoord te doen aftimmeren en voor de dienst gereed te maken.
Op het einde van het dienstjaar 1860 zal het doel, om onze binnenlandse maritieme verdedigingsmiddelen op zodanige voet te brengen als door het Comité van Defensie is gevorderd, grotendeels zijn bereikt.
Het schijnt echter noodzakelijk dat er meerdere permanente kustwerken worden aangelegd, in het bijzonder ook om de zeegaten van Texel enz. te kunnen sluiten.
Deze mededelingen mogen strekken om de overtuiging te bevorderen, dat stelselmatig aan het herstel der zeemacht wordt voortgewerkt.
Stoomvaartdienst. Sedert de laatste begroting aan de kamer werd ingediend, zijn aan boord der navolgende schepen de machinerieën opgesteld en gedeeltelijk ook reeds beproefd:
VICE ADMIRAAL KOOPMAN, VESUVIUS, CORNELIS DIRKS, REINIER CLAESZEN, HET LOO, DE VULKAAN, DE HECTOR, gezamenlijk een totaal van 850 paardenkracht uitmakende. Voor zover die beproevingen geschied zijn, hebben al deze werktuigen in alle delen aan de verwachting beantwoord. Dit laatste kan ook gezegd worden van de werktuigen der overige schepen, die het exercitie-eskader hebben uitgemaakt.
Men gaat steeds voort met ook bij alles wat op de werktuigen betrekking heeft, zich die uitvindingen en verbeteren ten nutte te maken, welke buiten ’s lands goede uitkomsten geven. De toepassing der zoutwater distilleertoestellen aan boord der oorlogsschepen blijft voortdurend goede resultaten geven.
Zo als reeds gezegd is, heeft de ondervinding geleerd, dat het niet raadzaam is om in de Indische zeeën werktuigen van hoge stoomdruk te gebruiken. Dit noodzaakte om in de nieuw ontworpen stoomflotillevaartuigen werktuigen van lage druk te plaatsen. Acht dezer werktuigen zijn bij de fabrikanten Paul van Vlissingen en Dudok van Heel en bij de Nederlandsche Stoomboot-Maatschappij in aanmaak. (opm: bekort)


09 oktober 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. R.D. Bosscher en E.G. Bosscher, makelaars presenteren op maandag de 31e oktober 1859 in de Nieuwe Stads Herberg aan het IJ te Amsterdam, des avonds ten zes ure, te verkopen: een extra-ordinair, welbezeild, gekoperd en kopervast Fregatschip, varende onder Nederlandse vlag, genaamd AGNETA, gevoerd door kapt. R. Grivel, lang volgens Nederlandse meetbrief 38 el 55 duim, wijd 6 el 73 duim, hol 5 el 93 duim, en alzo gemeten op 684 tonnen of 361 lasten en dat verder met al deszelfs rondhouten, opstaand en lopend want, ankers, touwen, zeilen en andere scheepsbehoeften, als breder bij de inventaris is vermeld. Voorzegd fregatschip ligt te Amsterdam, in het Oosterdok aan de Dijk. Iemand nader onderricht begerende, spreke met bovengenoemde makelaars.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 8 oktober. In het bericht dat wij gisteren uit de Belgische bladen overnamen, nopens het verongelukken van het schip SOPHIA, kapt. Kruize, (art. Rio Janeiro) was een abuis. Het is niet de loods maar de stuurman die gered is.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 8 oktober. Het schip WILLEMTINA, kapt. Glim, van Hamburg naar Porto Allegro, zwaar lek te Delfzijl binnengelopen – zie ons nommer van 7 dezer – moet, volgens brief van daar van de 6e dezer, lossen om te repareren.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Port-Louis (Mauritius), 10 september. Het te Rotterdam tehuis behorende barkschip JEANNETTE, kapt. T. Visser, van Batavia naar Rotterdam bestemd, is alhier de 2e dezer zwaar lek en met gekraakte grote mast binnengelopen. De JEANNETTE was nog maar 3 dagen buiten Straat Sunda, toen men door zwaar stormweer belopen werd en daarin de bovengenoemde schade bekwam. Het schip moet lossen om te repareren.


10 oktober 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 9 oktober. Te Schiedam is gisteren de eerste der op particuliere werven aanbestede kanonneerboten van stapel gelopen, de naam daarvan is ACHILLES. Zij voldoet goed en is ook geschikt om mortieren te dragen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 9 oktober. Gisteren namiddag is te Dordrecht van de werf der heren C. Gips & Zonen met het beste gevolg te water gelaten een der vier houten verdedigingsvaartuigen, door voornoemde firma van het Gouvernement aangenomen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 9 oktober. De haven van Nagasaki is gedurende de werking van de additionele artikelen tot het tractaat tussen Nederland en Japan van 16 oktober 1857, tot 4 juli 1859 bezocht door 149 vreemde schepen, waarvan 30 koopvaardijschepen onder Nedelandse vlag, de aan de Japanse regering geleverde stoomschroefschoeners JEDO en NAGASAKI medegerekend.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 9 oktober. Kapt. L. de Boer, voerende het alhier van Havre gearriveerde stoomschip ADMIRAAL VERHUELL, rapporteert, dat hij heden in het Noordergat tussen Goeree en Brielle een Noorse bark aan de grond zittende vond, die sein voor assistentie deed. Onmiddellijk werd de ADMIRAAL VERHUELL derwaarts gestuurd en ook het stoomschip FIJENOORD, van Rotterdam naar Londen, was inmiddels op de plaats van het ongeluk aangekomen en met behulp van deze beide boten werd de bark in vlot water gebracht. Het schip heet MARIA SOPHIA en was naar Rotterdam bestemd.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Mauritius, 10 september. Het alhier afgekeurde Nederlandse schip JAVA'S WELVAREN is voor USD 1.226 verkocht.


11 oktober 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 10 oktober. Het Nederlandse schip PHOENIX, te Middelburg dezer dagen voor NLG 22.700 geveild, is j.l. zaterdag (opm: 8 oktober) bij de afslag voor NLG 23.500 opgehouden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Liverpool, 8 oktober. Heden is alhier aangekomen het Nederlandse stoomschip KROONPRINSES LOUISE, van Alexandrië, laatst van Portsmouth. (opm: zie NRC 090659)


12 oktober 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 11 oktober. Het veer tussen Gorinchem en Sleeuwijk zal voortaan door een daartoe opzettelijk op de scheepstimmerwerf van de heren J. & K. Smit aan de Kinderdijk gebouwde stoomboot worden onderhouden (opm: zie NRC 210759). De 8e dezer is de eerste tocht gedaan en de boot door de burgemeester van Gorinchem op een plechtige wijze aan haar bestemming overgegeven.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Wiborg, 10 oktober. Het Nederlandse schip MARGARETHA, kapt. …, van … met stukgoederen naar …, is op Rodskaer gestrand. (opm: kof MARGARETHA ANTINA, kapt.-eigenaar W.H. de Boer, Pekela, zie NRC 211059)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Publieke verkopingen in de zaal op de hoek van de Scheepmakershaven en Bierstraat te Rotterdam op dinsdag 11 oktober:
- Nederlandse schoener TWEE VRIENDEN, met al deszelfs rondhout, want, ankers, kettingen, touwen, zeilen en verdere scheepsgereedschappen, à NLG 13.800 opgehouden.
- Nederlandse bark JAN VAN SCHAFFELAAR, met deszelfs want, ankers, kettingen, touwen, zeilen en verdere scheepsgereedschappen, à NLG 42.000 opgehouden.
- Nederlandse schoener-galjoot NIESSINA GEPKA, met als deszelfs want, ankers, kettingen, touwen, zeilen en verdere scheepsgereedschappen, à NLG 8.000 opgehouden.


  JB - Javabode

Advertentie. Op een nader te bepalen dag zullen de ondergetekenden wederom verkopen, het bij Kampong Kali gestrande schip HOOP VAN CAPELLE, met deszelfs masten, rondhouten, ankers, enz.
Gebr. Roselje en Co


13 oktober 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 12 oktober. Volgens een alhier ontvangen particulier bericht, heeft het te Melbourne gearriveerde Nederlandse schip ZUID BEVELAND, kapt. Van der Meulen, gedurende de reis beduidende schade aan rondhout en verschansing bekomen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 12 oktober. Het schip DRIE VRIENDEN, kapt. Nolting, van Batavia naar Amsterdam, te Mauritius binnen, was, volgens brief van Port Louis van de 8e september, van de geleden schade hersteld en zou weldra een aanvang maken met het weer innemen van de lading.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Emden, 8 oktober. Het Nederlandse schip WILLEMTINA, kapt. Glim, van Hamburg met stukgoederen naar Porto Alegre, de 2e oktober lek ter rede van Delfzijl binnengelopen, is in de rivier (opm: Eems) aan de grond gezet, om het lek te stoppen, doch daar men bevond dat de reparatiën aldus niet konden bewerkstelligd worden, is een gedeelte van de lading gelost en te Delfzijl aangebracht, alwaar het schip denkelijk in de haven zal komen om te repareren.


14 oktober 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 13 oktober. Door de Nederlandse Handel-Maatschappij is aan de rederijen kennis gegeven, dat de bepalingen van 15 september l.l. betrekkelijk het ter harer dispositie stellen van de uitgaande scheepsruimte, voor het tegenwoordige is buiten werking gesteld, waardoor dus de rederijen voor het ogenblik weer vrijelijk over hun schepen kunnen beschikken.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 13 oktober. Het schip VIER GEBROEDERS, kapt. Bunk, van Java naar Rotterdam, te Port Louis (Mauritius) binnen, zou volgens particulier bericht d.d. 9 september na volbrachte reparatie vermoedelijk de 15e september de reis voortzetten.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Fowey, 11 oktober. Het Nederlandse schip UNION, kapt. Oostra, van Cardiff naar Pillau (opm: Baltiysk), is alhier lek binnengelopen.


  RC - Rotterdamsche Courant

Agger Kanaal, 3 oktober. Aangekomen de VIER GEZUSTERS, kapt. Mugge, van Dokkum naar Nykjöbing.


15 oktober 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 14 oktober. Het Antwerpse dagblad De Grondwet deelt als reden waarom de stoomboten TELEGRAAF III en IV gisteren zo feestelijk opgetooid en gevlagd de haven van Antwerpen binnenliepen, het volgende mede: De heer Fop Smit, ridder van de orde van de Eikenkroon, de bekende grote reder van de Kinderdijk, de steun van scheepsbouw, nijverheid, handel en zeevaart van Zuid-Holland en bouwmeester van de genoemde stoomboten, vierde op die dag het 82e jaar van zijn ouderdom, tot vreugde van allen die hem kennen. Het blad voegt er het volgende, op de eerwaardige grijsaard vervaardigde gedichtje bij:
“De hemel zegene u, heer Smit,
“Met schat en hooge levensdagen;
“De tijd heeft u zijn achtbaar wit,
“Als een krans om 't hoofd geslagen,
“Dien ge als een vorst, zoo fier moogt dragen,
“En voor wiens lang behoud zo menig harte bidt.
“Reeds twee en tachtig zomers oud;
“En onbezorgd in gouden staven woelen!....
“'t Is schoon, maar stellig duizendvoud
“Zo eervol, als 't publiek op 't goud niet hoeft te doelen
“Bij 't zeggen: die Fop Smit dat is een man van goud!”


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hellevoetsluis, 14 oktober. Door kapt. Jensen, voerende het heden alhier gearriveerde schip ELISA & ANNA, is bij Texel uit de boot overgenomen de equipage van het kofschip TWEE GEZUSTERS, kapt. H.R. Giezen, van Rotterdam naar Libau (opm: Liepaja) bestemd, welke bodem aldaar verongelukt is.


16 oktober 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Scheveningen, 15 oktober. Deze morgen zijn alhier met de haringschuit DE JONGE ALBERT, stuurman Dirk den Heijer, reder de heer A. Pronk, aangekomen twee schipbreukelingen, zijnde de stuurman en de kok van het kofschip DE TWEE GEZUSTERS, kapt. Giesen, dat j.l. maandag (opm: 10 oktober) voor Goedereede is gezonken. De bemanning, die uit vijf koppen bestond, werd door de Deense schoener ELINE ANNE, bestemd naar Schiedam, overgenomen, doch gebrek aan leeftocht noodzaakte de kapitein, wiens reis door tegenwind zeer vertraagd was, twee van de schipbreukelingen te doen overgaan op de Scheveningse bom, alwaar zij door onze vissers op de meest menslievende wijze werden behandeld. Later zijn deze schipbreukelingen voor de burgemeester te 's Gravenhage gebracht, die, na zich een geruime tijd met hen te hebben onderhouden, hen, door het verstrekken van het nodige reisgeld, in staat heeft gesteld hun reis te kunnen vervolgen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Texel, 15 oktober. Aangekomen JOHANNA WILHELMINA, kapt. N. Lange, van Frederikstad.


17 oktober 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De Curaçaose kranten tot de 27e augustus delen mede het vergaan van de Nederlandse schoener HENRIETTE, kapt. Gravenhorst, op de 30e juni op een rif bij de zuidkust van Cuba. De manschap is gered. (opm: zie NRC 020959)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Nieuwe Diep, 15 oktober. Hedenmorgen is het van Amsterdam komende barkschip WILLEMINA CLARA in het Noord-Hollandsch Kanaal aangelopen met het Noorse barkschip FEM SOSTRE, waardoor de laatste een belangrijke schade aan het tuig heeft belopen, die voorhands op NLG 4.000 is geschat.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Harlingen, 15 oktober. Het schip JOHANNA SOPHIA, kapt. Niemann, van Koningsbergen (opm: Kaliningrad) naar Zwolle, is gisteren alhier lek en met verstopte pompen binnengelopen. Het moet lossen om te repareren.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Plymouth, 14 oktober. Het Nederlandse schip (opm: kof) ZWAANTJE ELISABETH, kapt. Zuidbroek, van Porthcawl naar Rotterdam, is alhier lek binnengelopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Nakskov, 12 oktober. Het te Groningen te huis behorende schip (opm: hektjalk) GEERTINA, kapt. C.J. Meijer, van Stege met erwten naar Rotterdam bestemd, is gisteren op onze kust verongelukt. Het volk is gered, doch het schip en lading zullen totaal weg zijn.


18 oktober 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 24 augustus. Soerabaja. Onlangs vertrok van hier over Rembang, tot het afhalen van nieuwe kruisboten, naar Batavia de ijzeren schroefschoener DE DRAAK, ten einde vandaar als gewapend gouvernements-vaartuig in het station naar een van de buitenbezittingen te worden bestemd. De ijzeren romp, de werktuigen en stoomketels van hoge drukking, de houten betimmering, de uitrusting, ijzer- en koperwerken en verdere toebehoren zijn in de fabriek voor de marine en het stoomwezen vervaardigd, naar in 1856 vastgestelde plannen, door Javanen onder het opzicht van Europeanen; het mastgestel, de zeilen en enige bijzaken werden door het marine etablissement alhier verstrekt. Dit is het eerste gewapende schip van enige grootte voor de dienst van den lande, dat geheel in deze gewesten werd bewerkt, zodat alleen de materialen uit het moederland zijn ontvangen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 23 augustus. Vrachten, Ofschoon men van vrachtverhoging spreekt, is die werkelijk nog niet te bespeuren. De Nederlandse MARIA ANNA werd bevracht naar Nederland. DOLFIJN, 300 ton, werd te Soerabaja opgenomen voor NLG 17,50 de koyang zout, van Sumanap naar Wijnkopersbaay. De A.R. FALCK is bestemd naar Japan.
DE VIJF GEBROEDERS, 887 ton, werd in veiling verkocht voor NLG 16.000 met inventaris en de ENTREPRISE (Engels) 228 ton, voor NLG 4.010 en de inventaris NLG 3.000. De BURRA BURRA (Engelse stoomboot) is te koop.
Disponibel zijn de Nederlands schepen AEGIDIA EN PAULINA, PHILIPS VAN MARNIX, JULIE CLAIRE, DOROTHEA HENRIETTE, WILLEM DE EERSTE, HELMERS, ST. JAN, IDA WILHELMINA, COMMISSARIS DES KONINGS VAN DER HEIM, LOUIS MEIJER, NOORD-BRABANT, ST. MICHAEL, ZAANSTROOM, CORNELIA EN GEERTRUIDA, BIESBOSCH, JACOBA HELENA, VRIENDENTROUW, PIETER, AGATHA EN MARIA, EDOUARD MARIE, MARIA CATHARINA, ARLEQUIN, STAD DOCKUM, HENRIETTE ELISABETH SUSANNE, en OUDERKERK AAN DE AMSTEL.
De Nederlandse schepen WELVAART, JOHANNA EN LOUISA, DERKINA TITIA, CANTON, ZEEPLOEG, BURGERSTEYN, DRIE GEBROEDERS, LOUISE ROELOFFIENA (opm: ook LOUISE ROELOFFIENE), CHRISTINA HELENA, JAN VAN BRAKEL en JOHANNA maken kustreizen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Ingezonden mededeling. Enige passagiers aan boord van het stoomschip STAD DORDRECHT, toebehorende aan de Hollandsch-Belgische Spoorwegmaatschappij, achten zich verplicht het gedrag van kapt. De Haan, voerende het stoomschip STAD MIDDELBURG no. 2 bij dezen openlijk bekend te maken. Genoemd schip STAD DORDRECHT werd door belangrijke averij aan zijn schepraderen in het Mallegat verplicht zijn doorvaart te staken. Onmiddellijk werd door kapt. Van Engelen de noodvlag gehesen, teneinde het achtervolgende stoomschip STAD MIDDELBURG tot assistentie uit te nodigen. In plaats van hieraan, zoals men van ieder rechtschapen varensman zou verwachten, gehoor te geven, zette hij onverwijld zijn koers voor, zonder zelfs te onderzoeken of het ongeval van ernstige aard ware. In hoeverre de directie van een dusdanige onderneming het gedrag van genoemde kapt. De Haan, na het ter kennis brengen van deze regels, kan of mag goedkeuren, behoort niet tot ons onderzoek. Wij zouden zulks echter zeer betwijfelen, vermits zij zich zou blootstellen, ingeval van ongeval aan een van haar bodems, met dezelfde munt door andere ondernemingen betaald te worden. De directie van de Nieuwe Rotterdamse Courant zal de ondergetekenden zeer met de plaatsing van de bovenstaande regels verplichten. Aan boord van de stoomboot STAD DORDRECHT, 16 oktober 1859.
J.S. Bauduin, koopman en fabrikant te Dordrecht,
G.M van der Made, civ. ing.
(opm: zie voor reactie NRC 231059)


19 oktober 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 18 oktober. Heden is van de werf De Onderneming van de scheepsbouwmeester H. de Hoog te Delfshaven met goed gevolg te water gelaten het voor het rijk bestemde verdedigingsvaartuig MARS.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Nieuwe Diep, 17 oktober. Gisteren is op de Noorder Haaks gestrand de Engelse sloep SCOTIA, kapt. Stephen, met een lading haring van Fraserburg naar Harburg bestemd. Na een bange nacht is de equipage, uit vijf man bestaande, hedenmiddag door de loodsschippers Griek en Dijker gered en behouden alhier aangebracht.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Dartmouth, 16 oktober. De Nederlandse stoomboot WILLEM III, kapt. Zwart, van Marseille naar Amsterdam, is alhier met schade aan de machinerie binnengelopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Jheringsfehn, 10 oktober. Het schip FENNA CATHARINA, kapt. Bodewein, is 22 september verongelukt. (opm: vermoedelijk buitenlander)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Lissabon, 7 oktober. Heden is alhier in averij binnengelopen het Nederlands schip ANTILOPE, kapt. Gnodde, van Amsterdam naar Trinidad bestemd.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 22 augustus. Het schip IDA WILLEMINA, kapt. B.P. van Weijland, van Singapore alhier aangekomen, heeft in Straat Banka aan de grond gezeten en is naar Soerabaja verzeild om te repareren.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 22 augustus. Het schip (opm: bark) JOHANNES CHRISTIAAN, kapt. C. van Heemstede Obelt, van Amsterdam alhier aangekomen, heeft enige schade aan tuigage bekomen en zal vermoedelijk moeten dokken.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 22 augustus. Het schip SAMARANG, kapt. Swarts, van Portsmouth alhier aangekomen, heeft schade aan de romp, is lek en zal naar Soerabaja vertrekken om te repareren, na alhier gelost te hebben.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 22 augustus. Het schip AGATHA EN MARIA, kapt. W.B. van Zijp, van Liverpool alhier aangekomen, heeft aan de grond gezeten en moet dokken.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Macao, 19 augustus. Onze rede werd in de laatste dagen door een zware storm bezocht, die enige schade aan sommige van de hier ter rede liggende schepen veroorzaakt heeft. Onder deze bevindt zich ook de Nederlandse bark TWEE JEANNES, kapt. Van der Windt.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Akyab, 4 september. Het Belgische driemastschip DUC DE BRABANT, kapt. Thaysen, alhier met schade binnen, is afgekeurd.


  JB - Javabode

Het Nederlands-Indische barkschip MOOSTARIE, thans hernaamd NOOR, kapt. Sech Aliamanie, is op de 2e oktober van Soerabaija naar Sumbawa vertrokken.


  JB - Javabode

Advertentie. Verkoop van een schip. Op de 8e november aanstaande zal op publieke vendutie te Samarang worden verkocht het Nederlands-Indische barkschip ZEEVAART, thans hernaamd CRINOLINE, groot 280 lasten, met inventaris, sloepen, enz.
Informatiën te bekomen bij de heer R. Smith te Samarang en bij van Slooten, Morgan en Co. (opm: de CRINOLINE, kapt. W.K.E.A. Paré, lag op 10 november 1859 niet meer ter rede van Samarang)


20 oktober 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 23 augustus. De Engelse clipper SPIRIT OF THE AGE, met manufacturen, is alhier met zware schade en na een gedeelte van de lading overboord geworpen te hebben, binnengelopen en zal waarschijnlijk, met de nog inhebbende lading, verkocht worden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 23 augustus. Het Nederlandse schip (opm: fregat) VIJF GEBROEDERS, gevoerd geweest door kapt. G.J. Teensma, is met de inventaris in veiling verkocht voor NLG 16.000.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Malaga, 10 oktober. De Nederlandse kof STAD GENEMUIDEN, kapt. Gorter, van Alexandrië naar Falmouth, is de 5e dezer alhier lek binnengelopen. Het schip moet vijf dagen quarantaine houden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Liverpool, 17 oktober. Alhier ligt in lading naar Amsterdam het stoomschip KROONPRINSES LOUISE.


21 oktober 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 20 oktober. De Nederlandse galjoot MARGARETHA ANTINA, kapt. W.H. de Boer, van hier naar St. Petersburg, is volgens telegram van St. Petersburg van 19 dezer, op Rothscar (opm: mogelijk Rodskaer) gestrand (opm: zie NRC 121059). De lading is gedeeltelijk te Frederikshamn (opm: Hamina) geborgen.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. R. Bloembergen Santee te Leeuwarden zal op heden vrijdag 21 oktober, des voormiddag 10 uur, bij B.M. Oosterhof, kastelein buiten de voormalige Vrouwenpoort aldaar, verkopen: twee pramen, waarbij 1 met zeil en fok.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. J.O. Terguin te Leeuwarden zal op donderdag den 3 november 1859, des namiddag ten 4 uur, bij J.H. Hoekstein, in het Rotterdams Veerhuis, op de Grachtswal te Leeuwarden, publiek, tegen dadelijke betaling, verkopen: een in de laatste tijd veel verbeterd en vertimmerd overdekt Snikje, genaamd de JONGE JAN, groot 8 ton, met al derzelver toe- en aanbehoren als: staand en lopend want, zeilen, touwen, bomen, haak, kachel, etc, alles volgens daarvan aan boord zijnde inventaris; zijnde dit vaartuig zeer geschikt voor een potschip, of om mede naar kermissen te reizen, daar de roef geheel is ingericht tot woning; zullende op de dag van de verkoop aan de wal voor gemeld veerhuis voor een ieder ter bezichtiging liggen.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Uit de hand te koop: een derde gedeelte van een geoctroijeerd Veer en Beurtschip, varende van Oostermeer op Leeuwarden vice versa, met complete inventaris.
Te bevragen bij Arijn van der Meulen te Oostermeer, liggende vrijdags op de Tuinen te Leeuwarden.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Uit de hand te koop: een Beurtschip, varende in het vaste Veer van Rien en Lutkewierum op Leeuwarden en Sneek; dadelijk of met januari 1860 te aanvaarden.
Te bevragen bij den eigenaar P.F. Vlietstra, beurtschipper te Rien.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. J. Damen, deurwaarder te Harlingen, zal aldaar, op dinsdag den 27 oktober e.k, ’s namiddag te 4 uren, in de Aardappelbeurs, publiek verkopen: het Tjalkschip, genaamd de EENDRAGT, groot 60 binnenlandse tonnen, met mast, roer, zwaarden, luiken, staand en lopend touwwerk, zeil en treil, haken en bomen, met alle toe en aanbehoren, zoals het thans in de Noorderhaven bij de Vismarkt te Harlingen voor een ieder ligt ter bezichtiging.


22 oktober 1859


 OWS - Oulun Wikko-Sanomia (Oulu, Finland)

Advertentie. Middels een openbare verkoping, welke a.s. vrijdag 11 november om 11 uur voormiddag alhier bij het douanekantoor zal worden gehouden, wordt het volgende in verkoop gebracht van de in de nabijheid van de gemeente Karlö in de maand juli jongstleden verongelukte Nederlandse kof SOPHIA MARIA (opm: zie RC 240759), als het geborgen tweede kompas en een grote bijboot (scheepsboot), alsmede de romp van het genoemde vaartuig met de daarin aanwezige inventaris, waarover potentiële kopers informatie kunnen inwinnen.
Uleåborg, zee-douanekantoor, den 15 oktober 1859 Zachr. Krook


23 oktober 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Ingezonden mededeling. Mijnheer de redacteur ! In Ued. veelgelezen blad en wel van 18 oktober vond ik een artikel geplaatst onder de ingezonden stukken, getekend: aan boord van de stoomboot STAD DORDRECHT 16 oktober 1859 door J.S. Bauduin, koopman en fabrikant en G.M. Van der Made, civ. ingenieur, waarin mijn naam en gedrag, volgens mijn gevoelen op zeer onbescheiden wijze voor het met mij onbekende publiek, wordt beledigd en in een verkeerd daglicht geplaatst, weshalve ik mij genoopt zie, het door bovengenoemde heren geschrevene met enige regels (waarvoor ik u edele welwillendheid ter plaatsing inroep) toe te lichten.
Op de 16e oktober op mijn reis van Rotterdam naar Middelburg, met het stoomschip STAD MIDDELBURG No. 2, ontwaarde ik in het zogenaamde Mallegat het stoomschip STAD DORDRECHT, toebehorende aan de Nederlandsch-Belgische spoorwegmaatschappij en veronderstelde al dadelijk, dat aan genoemd stoomschip aan schip of machines enige averij of enig onvoorzien voorval plaats had, waarvoor gemeld stoomschip gestopt lag, waarop ik aan mijn onderhebbende equipage last gaf, met te zeggen: “jongens maakt een tros klaar; dat kan wel een sleepreis geven”; waarna ik de DORDRECHT genaderd zijnde verplicht was om tot twee malen achteruit te werken, om reden er geen voldoende ruimte was om te passeren. Bij het naderen en langs zijde varen ontwaarde ik dat er een defect in een van de raderen van de DORDRECHT plaats had, iets dat niet ongewoon is en bij mij meermalen heeft plaats gehad en gemeenlijk met een kort oponthoud verholpen is; terwijl ik ook in die ogenblikken met kapt. Van Engelen heb gesproken en het bovenstaande vernam, en mij niet het minste gevaar gebleken is, noch mij werd te kennen gegeven, waarop ik aan mijn tijd voor de reis bepaald zijnde, om nodeloos oponthoud te voorkomen, mijn reis heb vervolgd. Wat verder het aangehaalde noodsein betreft, heb ik wel gezien een seinvlaggetje, dat op alle stoomboten gebezigd wordt voor sein aan tussenliggende plaatsen, waar met roeiboten wordt af- en aangezet, doch hetwelk bij mij als noodsein niet bekend is en waarschijnlijk reeds was gehesen voor 's Gravendeel, terwijl, bijaldien er werkelijk gevaar bestond, hetwelk al spoedig gebleken is niet te zijn, het door kapt. Van Engelen aan mij moest zijn te kennen gegeven, als zijnde hij verantwoordelijk voor zijn schip en passagiers.
Ik vind het echter ongerijmd voor onbekenden in het vak van varen, en onbeschaamd en zeer beledigend, om door middel van de openbare bladen door dergelijk opstel mij altijd in ondergeschikte betrekking mijn gedrag en misschien bekwaamheid voor het met mij onbekende publiek in een verkeerd daglicht, ja zelfs aan de kaak te stellen, latende ik aan ieder onpartijdig lezer over te oordelen, aan wie plichtverzuim of onverschilligheid, zo die al bestaan hebben, te wijten is, beroepende ik mij op diegenen, die mij in mijn betrekking als gezagvoerder met kennis van zaken kunnen beoordelen. Verder dient tot naricht, dat ik in 1849 door de Franse republiek met de gouden medaille gedecoreerd ben ter zake van het redden van schipbreukelingen (opm: zie NRC 200949), met vergunning van het Nederlands gouvernement deze medaille, zo ik wil, te dragen en hoop waar mijn plicht het gebiedt, dit eermetaal waardig te blijven, zodat ik vooralsnog verheven ben boven de aantijging van de personen, die misschien om hun naam in een dagblad geplaatst te zien, zich niet ontzien hebben om de mijnen te willen bevlekken. Met de plaatsing van het bovenstaande, zult Ued. zeer verplichten.
Ued. dw. dienaar J. den Haan, kapitein van de STAD MIDDELBURG No. 2.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Dover, 20 oktober. Heden is alhier lek binnengelopen het Nederlandse schip MARCHIENA CATHARINA, kapt. J.D. Mulder, van Cardiff naar Koningsbergen (opm: Kaliningrad) bestemd.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Dartmouth, 20 oktober. De Nederlandse kof GEERTJE, kapt. Van den Borg, van Galatz naar Falmouth om order (140 dagen reis), is alhier met verlies van zeilen, verschansingen en andere schade binnengelopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Lissabon, 13 oktober. Het alhier in averij binnengelopen Nederlandse schip ANTILOPE, kapt. Eefting qq, van Amsterdam naar Trinidad – zie NRC van 19 dezer – is lek en lost de lading om te repareren.


24 oktober 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Brielle, 23 oktober. Kapt. Visser, voerende het alhier van Duinkerken gearriveerde stoomschip PRINS VAN ORANJE, rapporteert dat hij heden morgen ten 3¾ ure Goeree in peiling ZO, in aanvaring is geweest met een hem onbekende stoomboot. Eerstgenoemde stoomboot heeft hierdoor belangrijke schade bekomen aan de bakboordzijde en boeg, terwijl het voortuig daarbij overboord is geraakt. Een man van de equipage is op het andere schip overgesprongen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 23 oktober. Volgens brief van kapt. Vinke, voerende het ijzeren schoenerschip HENRIËTTE, van Galatz naar Falmouth, was hij de 13e dezer te Konstantinopel (opm: Istanbul) gearriveerd, na voor de ingang van de Bosporus hevige stormen doorgestaan te hebben, waarin acht zich in de nabijheid bevindende schepen waren verongelukt. Kapt. Vinke had veel zeilen verloren, doch was door het aanslaan van andere en door zwaar zeilen, het gevaar te boven gekomen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Antwerpen, 22 oktober. De Belgische kof FANNY, kapt. H.P. Seidel, 18 dezer van hier naar Rio Grande vertrokken, is bij Bath op strand geraakt en moet retourneren om nagezien te worden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Liverpool, 21 oktober. Kapt. Jansonius, voerende het alhier van Alexandrië gearriveerde Nederlandse schip PELIKAAN, rapporteert dat men van uit het fort Tarifa, toen hij op de tehuisreis met schip aldaar passeerde, op hem gevuurd heeft en dat daardoor twee man van zijn equipage gedood en één gevaarlijk gewond is geworden.


25 oktober 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 24 oktober. Kapt. Muntendam, met het stoomschip CORNELIA in Hellevoetsluis binnen, rapporteert gepraaid te hebben de ...., op 49º2' N.B. en 7º20' W.L, het schoenerschip WILLEM, kapt. J. Molenaar, van Amsterdam naar Napels. Het schip had de voorsteng en kluiverboom gebroken. Overigens was alles wel aan boord.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Openbare verkoping te Rotterdam, in het notarishuis, op de 7e november 1859, des middags ten 12 ure, van het snelvarend ijzeren Schroefstoomschip SCHIEDAM, met deszelfs stoomwerktuig van zestig paardenkracht, varende tussen Rotterdam en Londen, laatst gevoerd door kapt. G.S. Zeeman, volgens Nederlandse meetbrief lang 47 el, wijd 5 el 11 duim, hol 3 el 61 duim, groot 299 tonnen, na aftrek van 86 tonnen voor de machinekamer, met deszelfs masten, staand en lopend want, sloepen, veestallingen, kaasstellingen en verdere goederen, zoals hetzelve is liggende in Rotterdam.
Informatie bij de makelaars F.N. Montauban van Swijndregt, W.H. Montauban van Swijndregt te Rotterdam; H.C. Rijnbende, H.P. Nolet te Schiedam en de cargadoors Seeuwen & Co te Rotterdam en Schiedam.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Uit de hand te koop: een Tjalkschip, groot 23 tonnen, met zeil en treil, haken en bomen, anker en tros, staand en lopend wand, en verder aanbehoren, liggende bij de scheepstimmerwerf aan de Buren te Heeg; te bevragen bij den notaris G.S. Zijlstra aldaar.


26 oktober 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Dartmouth, 22 oktober. Het stoomschip WILLEM III is heden van hier naar Amsterdam vertrokken.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Antwerpen, 25 oktober. De Belgische brik HORTENSE, kapt. Dievoort, van hier naar Cadix (opm: Cadiz), is bij Gibraltar gestrand. (opm: bericht is onjuist, zie NRC 271056)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Norden, 22 oktober. De te Groningen te huis behorende kof VROUW RENSKE, kapt. H.J. Konterman, van Newcastle naar Lübeck, is op Norderney gestrand. Het volk is gered, doch schip en lading zijn weg.


  JB - Javabode

Men verzoekt ons de plaatsing van het volgende:
Aangenaam zou het mij zijn, indien, in UEd. geacht en veelgelezen blad, het hieronder volgende kon geplaatst worden: het is langs deze weg, dat ik de gelegenheid waarneem, om mijn familie, vele vrienden en kennissen, met het verongelukken van mijn onderhebbend schip (opm: bark), de LAURENS KOSTER, bekend te maken.
Nadat ik voor enige maanden van Java naar China vertrokken was, en thans de laatste plaats mijner bestemming Amoy bereikt had, moest ik hier ook al weder, even als op Java mijn lot geweest was, door de ziekelijke handelstoestand werkeloos blijven liggen; toen ik eindelijk een vrachtje veroverd had, dat, al verdiende ik er geen schatten bij, mij toch weder gaande zoude houden, had ik dientengevolge mijn schip beladen, en was klaar om zee te kiezen, om naar de haven van Shanghai, de eerste plaats van mijn contract, te stevenen, toen ik, in de morgen van de 28e augustus 1859, de loods aan boord nam, om mij naar buiten of in zee te brengen. Met het aanbreken van de dag hadden wij goed weer, een stijve N.O. koelte, en voorspelden mijn weerglazen geenszins de verschrikkelijke storm, die weinige uren later zulke vreselijke verwoestingen zou aanrichten.
Ik begon met de dag anker te winden en had, omstreeks 8 uur, stuurboordanker gelicht, en zou nu ook eveneens bakboordanker lichten, toen ik daarmede niet kon voortgaan, daar de al meer en meer aanwakkerende koelte en het doorkomende ebtij mij belette onder zeil te gaan, aangezien het schip door de vele om hetzelve ten anker liggende schepen niet kon slaags vallen. Ik verwachtte dus tot des achtermiddag, toen daar de wind enigszins oostelijker gelopen was en het schip door stroom slaags lag, de loods beval anker te lichten en onder zeil te gaan. Ik liet daarop ankerwinden, doch de meer aanwakkerende koelte en zware stroom waren oorzaak, dat het schip niet slaags vallende, ik het anker winden moest staken en de zeilen weder vastmaken. Ik acht mij verplicht te zeggen, dat de haven van Amoy, hoewel een zeer goede ankerplaats, echter zeer beperkt is, en wanneer men er ook de beste ankerplaats uit de haven heeft, men nauwelijks zeven of acht scheepslengten van de rotsen en klippen verwijderd ligt. Des avonds te 7 ure van de 28e, was de wind hard toenemende en heb ik mijn onderhebbend schip daarop wederom vertuid, of liever, meer verstaanbaar, het tweede of zware anker laten vallen, en vermeende nu gerust te kunnen zijn, daar de deugdelijkheid mijner ankers en kettingen mij reeds vroeger gebleken was. Te 10 uren van de 28e des avonds woei het reeds een storm; zodanig waren wind en weer in kort toegenomen, en thans mijn weerglazen hard dalende of slecht weder voorspellende.
Het weder, dat verschrikkelijk toenam, deed mij te 12˚30' verschrikt opspringen, toen ik, met een zware invallende bui, dacht, dat de ankerkettingen sprongen. Ik begaf mij onmiddellijk vooruit, doch zag daar, dat het schip achter zijn beide ankers drijvende was, en ik recht naar de klippen toezette, die zich achter het schip in korte nabijheid bevonden.
Ik beval onmiddellijk, en zo was ook des loodsman gevoelen, die zich nog bij mij aan boord bevond, om zoveel doenlijk ketting te steken, doch nu bespeurde ik, dat het schip reeds zodanig was doorgegaan, dat het geheel door klippen omringd was, waarop het onherroepelijk zou verbrijzeld worden, indien niet een spoedig bedaren van weder volgde en onmiddellijke assistentie verleend werd. De nacht was echter donker en het weder thans tot een typhoon geklommen, zodat niemand mij te hulp kon komen. Ik had evenwel door noodschoten het mij dreigende gevaar zoveel mogelijk kenbaar gemaakt.
Mijn toestand wezenlijk benard zijnde, zette ik met de dag onmiddellijk noodsein op; nog steeds was het weder toenemende, en had ik mijn equipage bevolen, om bramstengen en raas neer te nemen, waarmede zij dan ook werkzaam waren en hetgeen volvoerd werd. Te 7 uur in de morgen van de 29e augustus, op mijn noodsein afkomende, zond een alhier ter rede liggend Engels oorlogschip een boot ter assistentie, bemand met 1 officier en 54 man, aan wie ik een anker gaf om uit te brengen, ten einde het schip van de klippen zodoenlijk vrij te winden, want sedert 5˚50' had het schip onophoudelijk liggen stoten, doch door wassend water bleef het nog niet vastzitten en wederstond de zwaarste stoten, die ons van het dek deden opspringen, zonder lek te worden. Genoemde boot, waaraan ik anker en tros gegeven had, ging nu van zijde, doch kon alleen het anker niet uitbrengen, maar stormde onmiddellijk zodanig weg, dat zij een spoedig heenkomen naar land zocht, want zelfs mijn schip kon zij niet meer bereiken. Ik was nu bedacht, om de noodzakelijkste artikelen tot berging voor de hand te krijgen, want ik zag maar al te wel in, dat het lot van mijn onderhebbend schip hier beslist was; steeds stootte het zwaar en, daar het nu een verschrikkelijke typhoon woei, was ik niet instaat, de minste poging aan te wenden tot redding van schip en lading. Daar het schip tussen de klippen zat, die als het ware op de rede liggen, was ik in staat een gezicht over de rede te hebben en kan gerust zeggen, dat er bijna geen schip op de rede lag, dat niet in nood verkeerde. Hier en daar zag men verscheidene schepen, wier ankers doorgegaan zijnde, op elkander gedreven waren en dreigden ieder ogenblik naar de klippen te stormen. Dit gevaar werd nog aanmerkelijk vergroot door de Chinese jonken, die meest allen van hun ankers geslagen, hulpeloos en geheel verlaten tussen, tegen en voor de schepen heen en weer stormden, totdat even als mijn ongelukkig schip de zeeën ze tegen de klippen sloegen en deden zinken.
Met het doorkomende ebtij te 2 uren van de 29e augustus, begon het weer te bedaren, en deed de tot mijn assistentie gekomen boot van het oorlogschip, die inmiddels van het land was gekomen, nog een poging, om het door mij aan haar afgegeven anker uit te brengen, doch was door wind en zee niet in staat, het in een behoorlijke richting te plaatsen en was ook nu het schip, door het spoedig wegvallen van het water, reeds over het geheel op de klippen vastgeraakt. Ik heb daarop al het mogelijke geborgen, en moest mij zelven daarmede haasten, want te 5½ uur viel het schip bijna plat op zijde en brak ongeveer op de hoogte van de voorspanten doormidden.
Het water, dat bij het buitengewoon springtij 6 voet hoger dan gewoonlijk was opgevloeid, liet het schip met laagwater 8 voet boven waterpas droog liggen. Zodanig was het verongelukken der LAURENS KOSTER, die weinige uren van te voren nog klaar lag om in zee te lopen, en nu slechts een wrak kon geheten worden. Ik heb al het mogelijke van het wrak geborgen, doch, daar mijn lading hoofdzakelijk uit suiker bestond, zo ging deze geheel en al verloren.
Men kan zich ook geen denkbeeld vormen van de behendigheid in het stelen van de Chinezen in zulk een geval, en alleen door vuurwapenen en vuistrecht, want moed of onverschrokkenheid is juist geen hoofdtrek in het Chinese karakter, kon ik die lastige brutale rovers enigszins van mij afhouden. Ik eindig hier mede en zal alleen nog zeggen, dat het naar Java bestemde Franse schip JEAN BART mede achter zijn ankers op het strand is weggeslagen, en dat de averijen aan de in de haven liggende schepen aanmerkelijk zijn; hier ontvingen wij het bericht, dat zeven schepen in Swatow verongelukt zijn; dagelijks komen hier schepen, geheel of gedeeltelijk masteloos binnen, en ik wil daarvan alleen het te Samarang te huis behorende Nederlands-Indische schip BINTANG ANAN, kapt. De Gee noemen, dat geheel ontredderd en masteloos hier voor enige dagen binnen kwam en bovendien nog de equipage aan boord had van het Engelse schip CHIEFTAIN, dat in het Formosa Kanaal in deze zelfde thyphoon was gezonken. Vele schepen worden nog vermist, doch daar ik mij niet gaarne met gissingen ophoud, zo heb ik alleen daadzaken vermeld; het is evenwel waar, dat er voor vele schepen mag gevreesd worden, want de dagelijks ontredderd binnenkomende schepen doen maar al te zeer zien, dat de thyphoon mede op zee vreselijk gewoed heeft. De wind was in de thyphoon N.O. en N.N.O. en liep door het oosten naar het zuiden; laagste stand van mijn barometer 2920, thermometer 84. Ook de schade, door deze vreselijke thyphoon aan de kooplieden alhier berokkend, is aanmerkelijk daar door het bijzonder hoge tij dat er begroot is plusminus 10.000 dollar schade aan de koopmansgoederen te zijn veroorzaakt.
Ik heb de eer mij met achting te noemen UEds. Dw. dienaar, M. Koenen, gezagvoerder van de LAURENS KOSTER.
Rede Amoy, 19 september 1859


27 oktober 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Texel, 25 oktober. Heden is alhier van Marseille gearriveerd het stoomschip WILLEM III.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 25 oktober. Volgens brief van kapt. Karst, voerende het schip MARTHA ALIDA van Alicante naar Rotterdam, in dato Nieuwe Diep 23 dezer, was hij in de morgen van de 23e voor het zeegat van Brielle geweest, met de loodsvlag in top. Daar een loodsvaartuig, mede met de vlag in top, niet ver van hem verwijderd was, twijfelde de kapitein niet of hij zou een loods bekomen, doch te vergeefs, het loodsvaartuig ging naar binnen, zonder zich om de MARTHA ALIDA te bekommeren, waarna de kapitein naar Texel koers zette en aldaar de 24e aankwam.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Antwerpen, 25 oktober. Het bericht aangaande het stranden van het Belgische schip HORTENSE – zie N.R.C. van gisteren – was onjuist.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Openbare verkoping. De notaris Van Wageninge, gevestigd te Alblasserdam, als lasthebbende van zijn principalen, is voornemens in het openbaar te veilen en te verkopen: het hol of casco van het Nederlands gekoperd Barkschip BEIJENKORF, groot 381 lasten, liggende te Alblasserdam. Voorts: vijf ijzeren scheepslieren, twee kelderwinden, twee lange visijzers, een partij Amerikaans hout, zes ankers van verschillende grootte en zwaarte, een partij patent- en Engels ijzer en meer andere goederen. Zullende deze verkoping geschieden op woensdag de 2e november 1859, des voormiddags ten 11 ure te Alblasserdam, in het Raadhuis, zijnde inmiddels nadere inlichtingen te bekomen ten kantore van voornoemde notaris. (opm: verkocht voor de sloop, zie NRC 240260)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Brielle, 25 oktober. Bij de lage Hoek van Holland zit een brik (vermoedelijk Franse [opm: Engelse brik LILYDALE, zie volgend bericht en NRC 180160) aan de grond. Zij heeft twee noodseinen op en een loodsvlag aan de voortop. Er is hulp derwaarts gezonden, doch door de harde wind kan men geen assistentie geven en zal het schip wel totaal weg zijn. Nadere bijzonderheden ontbreken nog.


28 oktober 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Brielle, 27 oktober. Op het bericht dat er gisteren namiddag een brik aan de Hoek van Holland in nood was, zijn dadelijk de bootsgasten van de alhier gestationeerde reddingsboot uitgerukt; doch op het punt van te water gelaten te worden, verhief de wind in zee zodanig, dat er geen vooruitzicht was om bij het schip te komen. Men bleef alzo de gehele namiddag en avond in onrust over de schipbreukelingen; waarop schipper P. Weltevreden met zijn bemanning besloot in de vroege morgen heden met zijn sloep, ofschoon het nog hevig woei en de zee hoog was, naar het schip te zeilen, om, ware het mogelijk, de bemanning, welke zich in het want kon geborgen hebben, te redden, hetgeen hem dan ook met grote inspanning en niet zonder gevaar gelukte, zijnde het schip bij zijn nadering reeds zodanig op zijde gevallen, dat slechts de top van de voormast boven water stak, waaraan zich de bemanning had vastgeklampt. Gelijktijdig met hem wendde de reddingsboot van hier mede pogingen aan om het wrak te naderen, gelijk er ook van de Hoek van Holland twee boten zichtbaar waren, waarvan er een te water werd gebracht. Hoogst gelukkig was het voor de bemanning, bestaande uit zeven personen, dat schipper Pieter Weltevreden, het geluk had bij het wrak te komen, daar de bemanning door de uitgestane angsten en vermoeienis zodanig was uitgeput, dat zij naderhand verklaarde het niet langer te hebben kunnen uithouden, terwijl het nog niet zeker was of de reddingsboot, tot hulp vroeg genoeg had kunnen aankomen, zodat menselijkerwijs het behoud van zoveel mensenlevens aan gemelde schipper en zijn bemanning is te danken (opm: zie NRC 180160). De bemanning met de sloep alhier aangebracht, is dadelijk zoveel mogelijk verzorgd en van het nodige voorzien. Het schip was een Engels brik, gevoerd geweest door kapt. George Bradle (opm: Briddle), beladen met klipzout, komende van Liverpool en bestemd naar Dordrecht. (opm: zie volgend bericht)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Brielle, 27 oktober. Het gisteren bij de lage Hoek van Holland gestrande schip is gebleken te zijn de Engelse brik LILY DALE, kapt. Briddle, van Liverpool met zout naar Dordrecht bestemd. Het schip is heden nacht op zij gevallen. De equipage is gered en alhier aangebracht.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hellevoetsluis, 27 oktober. Het stoomschip SCHIEDAM ligt met averij onder de Goeree te anker, doch zal de schade zover kunnen herstellen om morgen de reis naar Londen te vervolgen.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. De notaris P. Boltjes te Grouw zal op woensdag den 9 november 1859, ten huize van de kastelein te Britswerd, onder uitloving van strijk- en verhoog geld, provisioneel verkopen: een hechte, sterke, voor weinig jaren nieuw gebouwde Huizinge te Britswerd, Kad. No. 223, groot 8 roede 10 el; in 2 percelen; alsmede een wel onderhouden Snikschip, dienende tot Veerschip tussen Britswerd, Leeuwarden en Sneek vice versa, groot 7 ton, en een overdekt Kofschip, genaamd IT IS NET OOS (opm: IT IS NET OARS, Fries voor HET IS NIET ANDERS), groot 16 tonnen, dienende tot vervoer van vee, met zeil en tuigage; alles breder bij biljetten omschreven. Laatst bevaren door Jan K. Fopma.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Uit de hand te koop: een Kofscheepje, groot 17 ton, met deszelfs complete inventaris; alles nieuw uitgehaald in den jare 1858.
Te bevragen bij de weduwe Hendrik E. van der Werf, winkelierster te Joure.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. De notaris Lederboer te Bolsward zal aldaar, mede ten verzoeke van de heer M. Weersma, op zaterdag den 12 november 1859, bij J.H. Mulder, in het Hof van Holland, provisioneel, en den 26 november daaraan volgend, bij H.P. Hilarides, in de Nieuwe Stads Herberg, finaal, telkens des avond 7 uur, publiek verkopen:
1: Een goed onderhouden ruim huis te Bolsward, bewoond door de weduwe wijlen P. Oosterbaan (opm: bekort). Aanvaarding mei 1860.
2: De gerechte helft in het trekveerschip, varende van Bolsward op Leeuwarden vice versa; waarvan de wederhelft behoort aan H. Keilman.
Aanvaarding 1 januari 1860.
(opm: LC 221159 meldt dat op kavel 1 is geboden NLG 746 en op 2 NLG 1.435)


29 oktober 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 28 oktober. Zr.Ms. schroefstoomschip CITADEL VAN ANTWERPEN, onder bevel van de kapitein-luitenant ter zee G.P.J. Mossel, is de 28e dezer van de rede van Texel naar zee vertrokken, ter opvolging van zijn bestemming naar Oost-Indië.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 28 oktober. Op de 28e dezer is van de rede van Hellevoetsluis naar zee vertrokken Zr.Ms. schroefstoomschip CORNELIS DIRKS, onder bevel van de luitenant ter zee van de 1e klas J.F. Koopman bestemd naar de Westkust van Afrika en de Oostkust van Zuid-Amerika.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Ramsgate, 26 oktober. Het Nederlandse schip HENRIETTE, kapt. Stam, van Marseille naar Eu (opm: haventje aan de noordwestkust van Frankrijk) is hier lek en met verlies van zeilen binnengelopen.


30 oktober 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Ramsgate, 29 oktober. Het alhier lek binnengelopen Nederlandse schip HENRIETTE, kapt. Stam, van Marseille naar Clay, - zie ons nommer van gisteren – moet de lading raapkoeken lossen om te repareren.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 29 oktober. Het vertrek van Zr.Ms. korvet JUNO en van Zr.Ms. stoomschip CYCLOOP, zal tengevolge van de averij, die het gemelde stoomschip gisterenmiddag heeft belopen, op morgen niet geschieden, zijnde de gehele raderkast aan stuurboord-zijde door een ander binnenkomend vaartuig afgelopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Plymouth, 28 oktober. Het Nederlandse schip STRAAT BALY, kapt. Scholl qq (opm: kapt. J.S. Schol, als opvolger van de overleden kapt. C.C.B. Fullbrun), van Batavia naar Amsterdam, is alhier met verlies van zeilen en rondhout en nog andere schade binnengelopen.


31 oktober 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 7 september. Scheepsvrachten. Hoewel gedurende deze maand weinig bevrachtingen plaats hadden, begint men nu toch enige verbetering te bespeuren.
De PIETER bekwam NLG 45 voor suiker en NLG 55 voor arak op de kust. De MARIA ANNA, OUDERKERK AAN DEN AMSTEL en het Belgische schip PHILOTAXE (opm: kapt. Louis Weysen), laden voor eigen rekening; de PHOEBUS laadt voor Holland. De DOLFIJN werd te Soerabaija gecharterd voor een zoutvracht van Sumanap naar Wijnkoopsbaai tot NLG 17,50 per koijang. De COMMISSARIS DES KONINGS VAN DER HEIM (662 ton) bekwam NLG 17.800. De A.R. FALCK is naar Japan vertrokken.
De VIJF GEBROEDERS (887 ton) werd met deszelfs inventaris op publieke veiling voor NLG 16.000 verkocht en het Eng. schip ENTERPRISE (228 ton) voor NLG 4.010 en deszelfs inventaris voor NLG 3.000. Het Engelse stoomschip BURRA-BURRA is door het gouvernement aangekocht voor NLG 110.000; het Bremer schip FIDES is te koop aangeboden.
De WELVAART, JOHANNA EN LOUISA, DERKINA TITIA, CANTON, ZEEPLOEG, BULGERSTEIN, DRIE GEBROEDERS, CHRISTINA HELENA, JAN VAN BRAKEL, JOHANNA CORNELIA en GEERTRUIDA doen kustreizen.
De nu nog disponibele Nederlandse schepen zijn: AEGIDIA EN PAULINA, PHILIIPS VAN MARNIX, JULIE CLAIRE, DOROTHEA HENRIETTE, WILLEM DE EERSTE, HELMERS, ST. JAN, IDA WILHELMINA, LOUIS MEIJER, ST. MICHAEL, NOORD-BRABANT, ZAANSTROOM, BIESBOSCH, JACOBA HELENA, VRIENDENTROUW, AGATHA EN MARIA, EDOUARD MARIE, MARIA CATHARINA, ARLEQUIN, STAD DOCKUM, HENR. ELIS, SUSANNE, PAULINE, IJSSEL, PRINS MAURITS, HENRIETTE, LOUISE ROELOFFIENA, MARIA AGNES en LOEVESTEYN.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Andros, 15 oktober. De bark AGATHA, met een lading lijnzaad van de Zee van Azov komende, is bij Kaap Oro gestrand. Er is assistentie derwaarts afgezonden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Soerabaija, 27 augustus. Het op de 24e dezer van hier via Panaroekan naar Nederland vertrekkende schip OSIRIS, kapt. W.H. Cramer, is heden uit zee teruggekomen. Het schip is met een loods aan boord op de Oostbank buiten de bakens aan de grond geraakt en heeft daar zodanig gestoten, dat de gezagvoerder het nodig oordeelde terug te keren en zal waarschijnlijk moeten lossen om nagezien te worden (opm: zie JB 021159).


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amoy (opm: Xiamen, Fujian), 10 september. Het Nederlandse barkschip LAURENS KOSTER, kapt. Koene (opm: bouwjaar 1842; kapt. M. Koenen), met een lading suiker van hier naar Shanghai bestemd, is in een typhoon alhier bij Kolongson op de rotsen gedreven en totaal verbrijzeld (opm: zie JB 261059).


01 november 1859


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Heden overleed, in den ouderdom van ruim 55 jaren, mijn dierbaren echtgenoot T.P. Teensma (opm: Teunis Pieter Teensma), in leven koopvaardijkapitein, diep betreurt door mij, mijne kinderen en verdere betrekkingen.
Amsterdam, 30 oktober, D.Y. Teensma, geb. Post


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Nieuwediep, 28 oktober. De Franse stoomboot NORD, van St. Petersburg naar Duinkerken als bijlegger, heden middag in averij, is bij het binnenkomen tegen Zr.Ms. stoomschip CYCLOOP en vervolgens tegen de DINA en een andere Zweedse bark opgelopen, waardoor vooral aan het eerste en laatste schip vrij grote averij is gemaakt.


  LC - Leeuwarder Courant

Londen, 29 oktober. Verschrikkelijk was de uitwerking van de hevige orkaan die dinsdag nacht en woensdag morgen woedde. Zowel alhier als elders heeft de storm grote schade aangericht, muren zijn omgewaaid, bomen ontworteld, schoorstenen afgeworpen en zelfs is een vrouw door de wind in het water gedreven en verdronken. Droevig zijn de berichten uit de verschillende havens en behalve het treffend verlies van THE ROYAL CHARLES worden uit Hartlepool alleen 45 strandingen gemeld; 5 volkomen wrakken werden daar gevonden. De loodsboot no. 12 van Liverpool schijnt met manschappen omgekomen. Een gedeelte der sporen in de Menaistraits zijn weg gespoeld en de telegraaf palen omgewaaid. Uit Dover, Plymouth, Portland, Brighton en Portsmouth worden insgelijke ongunstige berichten gemeld; ook daar heeft men het verlies van mensen levens te betreuren. De storm woedde hevig langs de gehele kust van Sussex; tussen St. Leonards en Bixhiel zijn 250 ellen van de spoorlijn weg gespoeld. Op sommige zeeplaatsen zijn de bewoners der huizen des nacht met levensgevaar gevlucht. Te Exeter en in andere steden vielen stromen regen, en in het noorden van Engeland schijnt veel sneeuw gevallen te zijn. De stoomboot ADMIRAAL CATOR, kapitein Paxton, van Rotterdam, sloeg tegen de steiger te West Hartlepool en raakte dadelijk vol water en terwijl de boot terugstoomde zonk zij.


02 november 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Frederikshaven, 30 oktober. Het stoomschip KÖNIGIN MARIE, kapt. Topp, van Dantzig (opm: Gdansk) naar Amsterdam, is alhier lek en met andere schade binnengelopen.


  JB - Javabode

Uit Madura ontvangen wij het volgende bericht. Het Nederlandse koopvaardijschip (opm: fregat) OSIRIS, gezagvoerder W.H. Cramer, is op de 7e oktober nabij het eiland Manok, ten noorden van Raäs, gestrand (opm: zie ook NRC 311059). Op het vernemen van dat ongeluk zijn terstond praauwen en kruisboten afgezonden en is mededeling gedaan van een en ander aan de resident van Soerabaija.
De kruisboten en praauwen schijnen, door stroom en wind verhinderd, het schip niet te hebben kunnen bereiken, en zijn onverrichter zake teruggekeerd. De laatste berichten luidden, dat het schip zou verlaten worden, zijnde er geen tijding van het verlies van mensenlevens ingekomen. De grote afstand tussen Sumanap en de plaats, alwaar het ongeluk heeft plaats gevonden, geven weinig hoop, dat er veel van de lading zal kunnen gered worden. (opm: zie volgend bericht en NRC 290160)

JB 021159
Advertentie. Op een nader te bepalen dag zal door ondergetekenden voor rekening van belanghebbenden op publieke vendutie worden verkocht het gestrande schip OSIRIS zoals het is liggende of niet liggende op de klippen van het eiland Manok, benoorden Poeloe Raäs, met de eventueel nog inhebbende lading die bestaan heeft uit circa 8.000 picols koffij en 9000 picols suiker, waarvan volgens opgave is geborgen circa 2.500 picols koffij, en 700 picols suiker.
Soerabaija, 21 oktober 1859, Schimmelpenninck & Co
(opm: volgens later bericht vond de verkoping plaats op 18 november 1859)


03 november 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Tonningen (opm: Tönning), 30 oktober. De Nederlandse schoener kof MARGARETHA JANTINA, kapt. Jager, van Assen, met gerst naar Amsterdam, is alhier lek en met verstopte pompen binnengelopen. De lading zal onmiddellijk gelost worden doch men vreest dat zij door zeewater beschadigd zal zijn.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Helder, 1 november. Op de Noorderhaaks is een onbekende schoener gestrand, waaraan men van hier geen assistentie kon verlenen. Na enkele stoten was het schip uit elkander geslagen en men vreest dat de equipage daarbij is omgekomen, tenzij men van Texel hulp heeft kunnen bieden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Helsingfors (opm: Helsinki), 30 oktober. De Nederlandse kof DE HAVEN, kapt. J.G. Koning, met een lading hennep van St. Petersburg komende, is bij Stammoe gestrand. (opm: zie volgend bericht)


 MOP - Morning Post, Londen

Shields, 2 november. De NIJVERHEID, een brik uit Brugge, kapt. J.F. Meseure, in ballast, is gisteravond op het Heid Sand gedreven en wrak geworden (opm: zie NRC 061159 en NDC 081159), nadat bij het naar de haven slepen de sleeplijn was gebroken; de bemanning is gered.
(opm: uit aantekeningen verzameld door de heer André Delporte, Luik komt een andere toedracht naar voren:
De NIJVERHEID was op 27 oktober van Oostende naar Newcastle vertrokken. Als gevolg van de kracht van de wind liep de brik op 1 november op de bar (drempel) bij de ingang van de rivier Tyne aan de grond, waardoor ze zich in een gevaarlijke situatie bevond.
Teneinde de rivier te kunnen bereiken liet kapitein Meseure zich om 2 uur ’s middags door een stoomschip naar binnen slepen. Eenmaal bij de monding aangekomen had de kapitein van de sleepboot de lafhartigheid de NIJVERHEID te verlaten (abandonner, mogelijk is hier losgooien bedoeld) en alleen met zijn boot naar binnen te gaan. Doordat het schip zich dicht bij de vaste wal bevond en er een stevige wind stond is het gestrand. Nog dezelfde avond bereikte de kapitein een akkoord om zijn schip weer vlot te krijgen, maar de volgende dag was de situatie gekanteld en bleek het schip vol water.
De brik was tegen totaal verlies verzekerd.)


04 november 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Wyborg, 31 oktober. De bemanning van het bij Stammoe gestrande Nederlandse schip DE HAVEN, kapt. J.G. Koning – zie ons nommer van gisteren – is gered. Het schip zit onder water.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Nieuwe Diep, 2 november. Het schip, gisteren op de Noorderhaaks gestrand, is de Engelse brik EMILY, kapt. Bird. De equipage is omgekomen en het schip verbrijzeld.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 3 november. Het op de 31e oktober j.l. van Brouwershaven naar Batavia vertrokken fregatschip TRITON, kapt. Adriaans, is heden middag ten gevolge van stormweder te Brouwershaven uit zee teruggekomen. Het schip heeft geen averij en alles is wel aan boord.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Het schip KOERIER, kapt. Rotgans, van Macao te Samarang aangekomen, heeft op de reis veel slecht weder doorgestaan, waardoor de mast gekraakt en vele zeilen verloren en gescheurd zijn geraakt. Het zou naar Batavia verzeilen om nagezien te worden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Nieuwe Diep, 2 november. Door het geweldige stormweder is gisterenavond Zr.Ms. fregat WASSENAAR van een van deszelfs ankerkettingen los gestormd en toen op Zr.Ms. korvet JUNO gelopen, waardoor deszelfs voormaststeng en ander tuig verbroken is en het anker van eerstgenoemd schip door de verschansingen van de JUNO is gedrongen. Laatstgenoemd schip zal nu voor eerst nog niet kunnen vertrekken.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Nieuwe Diep, 2 november. Op Texel is heden weder een schip gestrand.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Nieuwe Diep, 3 november. De Nederlandse schoener MARIA, kapt. J.J. de Boer, van Amsterdam met stukgoed naar Triëst, is in de Eijerlandsche gronden gestrand, doch het volk gered.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Elseneur, 1 november. De te Pekela tehuis behorende kof ANNEGINA, kapt. Schuring, van St. Petersburg naar Firth of Forth, is gisteren morgen om 4 uur bij Kullen in aanzeiling geweest met de galjas ARGO, kapt. Spiegelberg, van Newcastle naar Stettin (opm: Szczeccin). Het eerste schip bekwam daarbij een lek en verloor de fokkemast en boegspriet en daar de manschap vreesde dat het schip zou zinken, verlieten zij het en gingen op de ARGO over, waarmede zij gisteren namiddag hier aankwamen. De ANNEGINA werd later door de Pruisische schepen PATRIOT en SIDONIA opgemerkt en op sleeptouw genomen. Door windstilte waren deze echter genoodzaakt de hulp van het stoomschip MARIE in te roepen en gesleept door deze boot werd de kof gisteren avond alhier ter rede gebracht. De ARGO heeft schade in de bakboordboeg bekomen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Elseneur, 1 november De kof HARMINA ANNEGINA, kapt. Jenssen (opm: ook Jessen, zie ook NRC 111159), van Hartlepool naar Malmoe, is tengevolge van aanzeiling gezonken.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Demerary, 12 oktober. Het Nederlandse stoomschip VICE-ADMIRAAL RIJK, is 24 september in aanzeiling geweest met de schoener CONSERVATION. Laatstgemeld schip is dientengevolge gezonken.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Nieuwe Diep, 3 november. De Engelse brik HOMER, van Newcastle, is op Terschelling gestrand, doch het volk gered.


  LC - Leeuwarder Courant

Harlingen, 2 november. In de storm van j.l. zondag avond, den 30 dezer, is bij Terschelling gestrand het Engelse brikschip HOMER, kapitein Edward Hunter, te huis behorende te South Shields, met steenkool van Newcastle naar ’t Nieuwediep. Het mocht aan de loodsboot no. 1 gelukken de equipage, bestaande uit 9 man, te redden, zonder dat zij echter iets van hun bezittingen konden medenemen; het schip is totaal vergaan. Heden werd de bemanning hier aangebracht om op aanstaande zaterdag met de Londense boot naar Engeland terug te keren.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Bij exploit van de deurwaarder Reitze Bloembergen Santee te Leeuwarden, van den 28 oktober 1859, gedaan overeenkomstig art. 4 no. 7 al. 2 van het Wetboek van Burg. Rechtsvord, is, ten verzoeke van de regenten over de inrichting voor Stads Bestedelingen te Amsterdam, als de voogdij uitoefenende over de in hun gesticht opgenomen minderjarigen Geertruida Post, Jozef Johan Post en Cornelis Post, met domicilie kiezing bij de procureur Mr. S.W. Tromp, te Leeuwarden, aan Berend Cornelis Post, laatst gezagvoerder van het schip de ONDERNEMING, gedomiciliëerd te Harlingen, doch thans zonder bekende woon- of verblijfplaats in het Koningrijk, betekend een request, door de requiranten aan de Arrondissement Rechtbank te Leeuwarden ingediend, houdende verzoek om kosteloos tegen de geïnsinueerde te mogen procederen, benevens de daarop gegeven Ordonnantie der Rechtbank d.d. 20 september 1859; en is de geïnsinueerde tevens bij dat exploit opgeroepen, om op dinsdag den 17 januari 1860, des voormiddag te half tien uur, ter raadkamer van gemelde Rechtbank, in het paleis van Justitie te Leeuwarden, te compareren, ten einde door twee daartoe benoemde Rechter Commissarissen over gemeld request is worden volstaan.
Geschiedende deze aankondiging ter voldoening aan de aangehaalde wetsbepaling.
S.W. Tromp.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Uit de hand te koop: een wel onderhouden Hek Tjalkschip met complete inventaris, groot volgens meetbrief 64 ton, alsmede een nieuw op stapel staand Tjalkschip, groot ongeveer 30 ton. Beide te bezichtigen en te bevragen bij de scheepsbouwmeester Johs. C. Sjollema te Woudsend. Brieven franco.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. De notaris Jorritsma zal publiek veilen:
3: Een proper Huis met afzonderlijke woonkamer, grote Scheepstimmerschuur, ruime Helling en uitgestrekt erf, zeer geschikt gelegen aan het Zomerrak, nabij de Ondvaart, te Sneek; thans nog gebezigd door Douwe D. van der Werf c.s.
Dit pand te veilen in percelen, met recht van samenvoeging; kunnende de gereedschappen worden overgenomen op taxatie. Alles te aanvaarden 12 mei 1860.
Wie gading maakt, komt op woensdag 9 november e.k, ’s avonds 7 uur, bij den sociëteithouder Slager te Sneek.
(opm: kavels 1, 2, 4 en 5 [woningen] niet relevant; LC 151159 meldt dat op kavel 3 NLG 283 was geboden)


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. De notaris E.T. Kuiper te Bolsward zal publiek, bij strijk- en verhoog geld, presenteren te verkopen:
3: De gerechte helft in een goed onderhouden Snik Veerschip, groot 10 ton, met opstaand en lopend want, zeilen en verder toebehoren, varende in het Veer Franeker op Bolsward v.v; benevens de helft in voormeld voor dezen geoctroijeerd en later steeds geadmitteerd Veer en de rechten daaraan verbonden; zodanig en in voege hetzelve door de eigenaar O.H. Oppenhuizen wordt gebruikt en waargenomen; den 1 januari 1860 of vroeger te aanvaarden.
Wie gading maken, komt op zaterdagen den 19 november 1859, ten huize van S. Hiemstra, in het Hert te Bolsward, bij de voorlopige, en den 3 december 1859, bij de finale toewijzing, telkens des avond 7 uur.
(opm: kavels 1 en 2 [huizen] niet relevant; LC 291159 meldt op kavel 3 een bod van NLG 1.000)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Marine. Openbare aanbesteding bij inschrijving op ’s Rijks werf te Hellevoetsluis, vrijdag de 16e december 1859, des middags ten 12 ure, voor de levering van machinekamer-behoeften voor negen stoomflotille-vaartuigen, volgens bestek en voorwaarden, welke ter lezing liggen bij de directie der marine te Amsterdam, het kantoor van aanneming der marine te Rotterdam en de ingenieur der stoomvaartdienst op voorschreven werf, bij wie tevens alle verdere inlichtingen kunnen verkregen worden.
De inschrijvingsbiljetten zullen op zegel, met vermelding van de aannemingssom in schrijfletters en de namen der borgen, uiterlijk op bovengemelde dag en uur, ter secretarie van ’s Rijks werf, te Hellevoetsluis, behoren te zijn ingeleverd, wordende na die tijd geen meer aangenomen.
Hellevoetsluis, 2 december 1859 De directeur en commandant der marine
B.G. Escher


05 november 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Texel, 3 november. Op de 30e oktober is in zee, op de hoogte van Terschelling, gezonken de te Shields te huis behorende brik HOMER, kapt. Hunter, van Newcastle met steenkolen naar het Nieuwediep bestemd. De gehele equipage, bestaande uit 9 personen, is door de loodsboot No. 1, schipper G.G. Molenaar, op heden te Terschelling aangebracht. Deze equipage is met de sloep van gemelde loodsboot in drie malen met het grootste levensgevaar gered en nauwelijks waren zij van het schip geborgen, toen het in de diepte verdween.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De Utrechtsche Courant heeft brieven van Curaçao van de 5e oktober en couranten van 24 september ontvangen, waaraan zij het volgende ontleent:
De burgeroorlog, die in Venezuela voortduurt, geeft onze maritieme macht veel drukte om af en aan te varen, ten einde de Nederlandse onderdanen bescherming te verlenen. Zr.Ms. schoener, comm. Van Moorsel, (opm: scheepsnaam wordt niet genoemd) is de 14e september te Porto Cabello aangekomen. De 12e september is Zr.Ms. brik DE ZEEHOND, comm. Gregory, naar Coro vertrokken.
De 12e dezer is de Nederlandse schoener FRANKLIN, kapt. C.O. Rojer, van Puerto Cabello aangekomen. De Nederlandse brik ADELICIA lag nog in de haven van Puerto Cabello buiten gemeenschap met de wal. De kapitein van de FRANKLIN heeft protest aangetekend tegen de wederrechtelijke aanhouding van zijn vaartuig en de ruwe behandeling, welke hij en zijn volk ondervonden hebben.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 4 november. Aangaande het schip MARIA, kapt. J.J. de Boer, van hier naar Triëst, in de Eeijerlandsche gronden gestrand – zie ons vorig nommer – wordt volgens brief van Texel van de 2e dezer, gemeld, dat bij stil weder de lading en de tuigage waarschijnlijk geborgen zouden kunnen worden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Antwerpen, 3 november. De bij Oesel (opm: Kuressaare) gestrande Belgische bark LAURENCE, kapt. Boeteman, van Antwerpen naar Kroonstad, is totaal verloren.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Kopenhagen, 2 november. Kapt. Hazewinkel, met het stoomschip WILLEM I alhier gearriveerd, rapporteert dat hij 31 oktober op 57º32’ N.B. en 7º O.L. gepasseerd is een van de equipage verlaten Franse schoener, welke bij onderzoek bleek te zijn het schip MARGUERITE, kapt. Allain, met steenkolen van Sunderland komende.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Frederikshaven, 31 oktober. Het alhier lek binnengelopen stoomschip KÖNIGIN MARIE, kapt. Top, van Dantzig (opm: Gdansk) met tarwe naar Amsterdam, moet lossen om te repareren.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Oporto, 26 oktober. In de nacht van 24 dezer heeft alhier een zware storm uit het zuiden gewoed. Er waren verschillende schepen voor de wal, waaronder zich ook bevonden de van Newcastle komende Nederlandse schepen BETJE PRONK, kapt. Vos en INDUSTRIE, kapt. Kuiper.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Openbare verkoping te Rotterdam in het Notarishuis op de 21e november 1859 in plaats van op de 7e november, zo als vroeger geannonceerd, des middags ten 12 ure, van het snelvarend ijzeren Schroefstoomschip SCHIEDAM, met deszelfs stoomwerktuig van 60 paardekracht, varende tussen Rotterdam en Londen, laatst gevoerd door kapt. G.S. Zeeman, volgens Nederlandse meetbrief lang 47 el, wijd 5 el 11 duim, hol 3 el 61 duim, groot 299 tonnen na aftrek van 86 tonnen voor de machinekamer, met deszelfs masten, staand en lopend want, sloepen, veestallingen, kaasstellingen, en verdere goederen, zoals hetzelve is liggende te Rotterdam.
Informatiën bij de makelaars F.N. Montauban van Swijndregt, W.H. Montauban van Swijndregt, te Rotterdam, H.C. Rijnbende, H.P. Nolet, te Schiedam en de cargadoors Seeuwen & Co, te Rotterdam en Schiedam.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. De makelaars F.N. Montauban van Swijndregt, W. van Dam H.H.Zn, W.H. Montauban van Swijndregt, en B.C.D. Hanegraaff, te Rotterdam, zullen op last van hunne meesters, op de 22e november 1859, des middags ten 12 ure, in de zaal op de Scheepmakershaven, Wijk 1, No. 499, publiek verkopen het extra snelzeilend, gekoperd en kopervast Nederlands Barkschip, DUIVELAND, laatst gevoerd door kapt. J.C. Viersma, volgens meetbrief lang 37 el 60 duim, wijd 6 el 70 duim, hol 5 el 55 duim en alzo groot 621 tonnen, met al deszelfs rondhout, staand en lopend want, ankers, kettingen, touwen, zeilen en verdere scheepsgereedschappen, zoals hetzelve thans is liggende in de Haringvliet, binnen deze stad.


  JB - Javabode

Het Nederlandse schip JAVA, kapt. S.S. van Dam, de 26e oktober van Pangool naar Batavia vertrokken en de 31e oktober Straat Sunda doorgezeild, is de 3e november zwaar lek te Batavia aangekomen.


06 november 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Antwerpen, 4 november. Het Belgische schip LOUIS, kapt. Matthijs, van de Zwarte Zee komende, is met schade te Carthagena binnengelopen en moet lossen om te repareren.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Yarmouth, 2 november. Heden is alhier met verlies van verschansing, zeilen en rondhout binnengelopen, het Nederlandse schip HENDRIKA, kapt. de Jonge, van Newcastle naar Oporto. Het schip is tot twee maal toe bij Ouessant geweest, doch telkens teruggestormd.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Yarmouth 3 november. Heden is alhier lek en door het volk verlaten binnengebracht het schip MAYOR, kapt. Atkinson, van Sunderland naar ’t Nieuwe diep bestemd.
(Het bericht aangaande dit schip, gisteren door ons uit de Engelse bladen overgenomen, was, blijkens het bovenstaande, onwaar)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Shields, 3 november. Het grootste gedeelte van de inventaris van het alhier gestrande Belgische schip NIJVERHEID (opm: stranding 1 november, zie MOP 031159 en NDC 081159, brik, bouwjaar 1819, thuishaven Brugge, kapt. J.F. Meseure) is geborgen. Het schip is wrak.


07 november 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlissingen, 5 november. Heden is alhier met gebroken roerpen en verlies van kluiverboom binnengelopen het te Schiedam te huis behorende barkschip H. LUIDINA, kapt. ten Brink (opm: H. LIDUNA, kapt. A. v.d. Brink), van Newcastle naar Shanghay bestemd.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlissingen, 5 november. Het Nederlandse schip ZEVEN STERREN, kapt. Hulsinga, van Amsterdam naar Triëst, is alhier als bijlegger binnengelopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlissingen, 5 november. Eergisteravond is in deze haven binnengekomen de Belgische sloep RAPIDE, kapt. Tourney (opm: Hector Fourny), van Ostende naar Yarmouth bestemd, en geladen met zout; genoemd schip heeft in de laatste storm zware averij bekomen. Volgens verklaring des kapiteins is de zee als bezaaid met wrakken en masten. Ook de schipper van de Nederlandse loodskotter No. 6, heeft in zee drijvende gevonden een sloep met drie man, heeft de ongelukkige aan boord genomen en aan de Franse kust aan wal gezet.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Helsingfors (opm: Helsinki), 3 november. De Nederlandse schepen WIEBE JACOB (opm: galjoot, mogelijk WIEBE JACOBS, zie NRC 240260), kapt. J.W. Visser en REMADA ROMINA, kapt. Wiebes (opm: kof RIMADA ROMINA, kapt M. Wybes), beide van St. Petersburg komende, zijn op Sommaroe gestrand.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

La Flotte, 2 november. De te Veendam te huis behorende kof GEERDINA, kapt. A.E. Doewes, van Engeland in ballast naar Bayonne bestemd, was gisteren morgen ten gevolge van slecht weder verplicht om 3 à 4 mijlen ten zuiden van Côte du Bois te ankeren, doch had het ongeluk dat de kettingen braken en dreef dientengevolge bij Pas des Boeufs op strand. Men hoopt het schip weer af te brengen en is daar sedert deze morgen mede bezig. (opm: zie NRC 061259 en 071259)


08 november 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 7 november. De 5e dezer is op ’s Rijks werf te Amsterdam de kiel gelegd voor het aldaar aan te bouwen schroefstoomschip der 2e klasse ZOUTMAN.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 7 november. Het schip (opm: kof) GESINA, kapt. W.W.Schortinghuis, van Amsterdam naar Rouaan, is de 5e november bij Egmond gestrand, doch het volk gered.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 7 november. Het schip ALIDA MARIA, kapt. J.H. de Vries, van Batavia naar Amsterdam, is de 10e september te Port Louis (Mauritius) lek binnengelopen, doch was de 10e oktober van de geleden schade hersteld en gereed om de reis voort te zetten. Van de lading waren 278 balen rijst wegens beschadigdheid verkocht.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Deal, 5 november. Het Nederlandse oorlogsschip CITADEL VAN ANTWERPEN, commandant Mossel, van Texel naar Batavia, is alhier lek en met gebrek aan kolen binnengelopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. De makelaars F.N. Montauban van Swijndregt, W. van Dam H.H.zn, W.H. Montauban van Swijndregt en B.C.D. Hanegraaff, te Rotterdam, zijn van mening, op last van hunne meester, op dinsdag de 22e november 1859, des middags ten twaalf en een kwart ure, in de zaal op de Scheepmakershaven, Wijk 1, No. 499, publiek te veilen: het Nederlands snelzeilend, gekoperd en kopervast Barkschip, KOOPHANDEL, laatst gevoerd door kapt. Visser, volgens meetbrief lang 31 el 90 duim, wijd 5 el 61 duim, hol 3 el 36 duim en alzo groot 267 tonnen of 141 lasten, met al deszelfs rondhout, staand en lopend want, ankers, kettingen, touwen, zeilen en verdere scheepsgereedschappen, zoals hetzelve is liggende bij de Houtbrug te Rotterdam.
Voorts zal nog geveild worden een chronometer.


  LC - Leeuwarder Courant

Op den 29 oktober 1859 overleed, aan verval van krachten, mijn geliefde Broeder R.D. Noorderwerf, in den ouderdom van c.a. 74 jaren, in leven scheepstimmerbaas te Woudsend. De wed. R.T.Nolles


 NDC - Newcastle Daily Chronical, Newcastle upon Tyne

Newcastle. Het casco van de NIJVERHEID, een Belgische (opm: voormalige Zuid-Nederlandse) brik die op het Herd Sand, aan de zuidzijde van de mond van de Tyne, was gestrand (opm: zie MOP 031159 en NRC 061159), is door de heer Glover, veilingmeester, voor GBP 72.-.- verkocht. De partij die het wrak heeft gekocht heeft ezels onder haar aangebracht, en wanneer het weer zich goed houdt hoopt men haar af te brengen.


09 november 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Kinderdijk, 7 november. Van de scheepstimmerwerf der heren J. & K. Smit alhier is met goed gevolg te water gelaten een ijzeren schroefstoomboot, waarvan de machine à 12 paardekracht is vervaardigd in de fabriek van de heren Diepeveen, Lels & Smit alhier.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Konstantinopel, 27 oktober. Het Nederlandse schip HILLEGINA ANNECHINA (opm: kof, ook andere schrijfwijzen, zoals HILLECHIEN ANNECHIENA en HILLEGIENA ANNEGIENA), kapt. D.O. de Vries, van Ibraïl met een lading mais naar Cork om order bestemd, is bij het uitzeilen uit de rivier van Sulina op ongeveer 40 mijlen afstand van die plaats op een gezonken wrak gezeild en bekwam daardoor zulk een zwaar lek, dat het onmiddellijk zonk. De equipage heeft zich in de boot kunnen redden en is daarmede te Kargaboich (bij Kaap Media) geland, van waar zij met een Turkse stoomboot naar hier is gekomen.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Uit de hand te koop: Het snelzeilend kopervaste barkschip JOHANNA WILHELMINA, groot 249 tonnen, liggende te Nieuwe Diep. Te bevragen bij de makelaars Boekhout Vincke aldaar en te Amsterdam, alsmede bij de reders Sandberg & Van Der Slik, Dordrecht. (opm: voor de bark, in 1828 als brik gebouwd, werd op 21 februari 1860 t.n.v. kapt. A. Sandberg nog wel een nieuwe zeebrief afgegeven, maar het schip ging niet weer naar zee en werd voorjaar 1860 verkocht voor de sloop, zie ook JB 080960)


10 november 1859


  DC - Dordtsche Courant

Amsterdam, 8 november. Volgens brief van kapt. L. Tuk, voerende het schip NIEUW-HOLLAND, van hier naar Batavia, in dato 10 oktober, bevond hij zich toen in goede staat zeilende in de Atlantische Oceaan op 08º13' Z.B. en 33º30' W.L; die dag waren door hem uit een boot opgenomen kapt. T. Owens, de 2e stuurman en 12 man, behoord hebbende tot de equipage van het schip JESSICA, van Londen met stukgoederen naar Bombay gedestineerd, welk schip de 5e oktober lekkage bekomen had en gezonken was; van een andere boot, waarin de 1e stuurman en 7 man zich bevonden, had men niets vernomen. Daar men slechts 20 mijlen van Fernambuck (opm: Recife) was verwijderd, zou kapt. Tuk de geredde personen aldaar aan wal zetten.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 9 november. Per telegraaf ontvangen wij heden het onderstaande bericht. Het Nederlandse schip (opm: kof) CATHARINA, kapt. De Jonge, van Palermo naar Londen bestemd, is in zee gezonken. De bemanning is gered en te Dartmouth aangebracht.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 9 november. Het Nederlandse schip ETTJE BERG, kapt. Post, van de Zwarte Zee om order naar Falmouth bestemd, is 29 oktober lek te Cagliari binnengelopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 9 november. Het schip ANNA, kapt. Leiss, van hier naar Benzerzijl (opm: Bensersiel), is, volgens brief van Esens van de 6e november, op Langeoog gestrand (opm: buitenlander). Uit hoofde van de harde storm was het onzeker of er iets geborgen zou kunnen worden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 9 november. Het schip (opm: kof) FRISO, 20 oktober van Cardiff naar Rotterdam vertrokken, is te Cardiff met schade en wegens verlies van kapt. D.H. Duintjer, uit zee teruggekomen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 9 november. Het schip BERNARDUS, kapt. Püncke, van Barbados te Liverpool aangekomen, is lek en heeft zware schade aan schip en tuig.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Harlingen, 7 november. Het alhier te huis behorende kofschip HARLINGEN, kapt. Hannema, heden van Newcastle gearriveerd, heeft door het stormachtig weer van gisteren, in de Blaauwe Slenk zijn anker verloren.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Ramsgate, 5 november. Heden is alhier met verlies van zeilen, kluiverboom en verschansingen, binnengelopen het Nederlandse schip ANNA ARNOLDINA, kapt. Van Wijk, van Amsterdam naar Triëst bestemd.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Frederikshaven, 7 november. De Nederlandse schepen GEZINA PRONK, kapt. Pronk (opm: schoener, mogelijk kapt. J.J. Walvisch), van Dantzig (opm: Gdansk) met tarwe naar Rotterdam en KOOGERPOLDER (opm: ewer), kapt. S.C.T. Teensma, van Newcastle met kolen naar Neustadt (opm: in Schleswig-Holstein), zijn gepasseerde nacht bij Skagen gestrand en zullen weg zijn. De lading van het eerstgenoemde schip hoopt men te bergen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. J. Corver, H.J. Rietveld, G.J. Boelen en W. Bakker B.zn, makelaars, zullen op maandag 21 november 1859, des avonds ten 6 ure, te Amsterdam, in de Nieuwe Stads Herberg, aan het IJ, ten overstaan van de notaris J.B. van Houten, verkopen: een extra ordinair, welbezeild, gekoperd en kopervast Barkschip, genaamd WILLEM DE CLERCQ, varende onder Nederlandse vlag en gevoerd door kapt. P. Ouwehand, volgens Nederlandse meetbrief lang 37 el 20 duim, wijd 6 el 72 duim, hol 5 el 49 duim en alzo gemeten op 610 tonnen of 322 lasten. Breder bij inventaris en bericht bij bovengemelde makelaars en de cargadoors Floris der Kinderen en Zoon en Jan Corver en Co.


11 november 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 10 november. Het grootste gedeelte der lading uit het schip GESINA, kapt. Schortinghuis, van hier naar Rouaan, bij Egmond gestrand – zie NRC van 8 dezer – is geborgen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Reval, 28 oktober. De lading uit het schip LAURENCE, kapt. Boeteman, van Antwerpen naar St. Petersburg, op Oesel (opm: Kuressaare) gestrand, is geborgen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Gothenburg, 7 november. Heden werd alhier geheel ontramponeerd en door het volk verlaten binnengebracht de Nederlandse kof HARMINA ANNEGINA, gevoerd geweest door kapt. Jessen. (Zie omtrent dit schip ons nommer van 4 dezer, art. Elseneur.)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Cuxhaven, 9 november. De Nederlandse stoomboot JONGE PAUL, van Stettin (opm: Szczeccin) naar Amsterdam bestemd, is alhier met schade aan de machine binnengelopen.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. De notaris J. de Wal te Leeuwarden zal op donderdag den 17 november 1859, ’s avonds 5 uur, bij R.J. Brouwer, in het Schippershuis op het Vliet aldaar, tegen gerede betaling, publiek in één zitting verkopen: een overdekt Potschip, genaamd HOOP OP ZEGEN, lang 5 ellen 53 duimen, wijd 2 ellen 5 duimen en hol 96 duimen, gemeten op 10 tonnen, met de daarbij behorende goederen, zoals hetzelve thans is liggende voor de verkoopplaats op het Vliet.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Door sterfgeval wordt te huur gepresenteerd: een Huizinge, met erf en grond, met een bijna nieuwe Scheepstimmerschuur en twee hellingen, alles staande en gelegen in het Meer, aan de zogenaamde Veersluis nabij Heerenveen. Te aanvaarden, wat betreft de schuur en hellingen, op den 5 maart a.s. of, des verkiezende, dadelijk, en de Huizinge op 12 mei 1860. Ook kunnen de gereedschappen, des verkiezend, op getaxeerde waarde worden overgenomen. Nadere informatie te bekomen bij T.T. de Jong, deurwaarder te Heerenveen.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Aan de Scheepswerf te Deinum worden verlangd een of twee Scheepstimmerknechten, en is uit de hand te koop een best oud Tjalkschip, groot 19 tonnen. Brieven franco.


12 november 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 23 september. Vrachten. Het aantal schepen enigszins verminderende en de producten langzamerhand disponibel wordende, was er enige vrachtverbetering merkbaar, maar is het raadselachtig hoe lang die zal aanhouden, met het oog op de vele zonder emplooi te Singapore en in China liggende schepen.
De volgende bevrachtingen vonden sedert de vorige mail plaats:
MARIA AGNES en MARIA CATHARINA laden voor eigen rekening. HELMERS, naar Macassar gezeild. NOORD BRABANT NLG 45 per last voor rijst te Indramayo; en NLG 45 voor suiker en NLG 40 voor thee alhier naar Holland. ST. MICHAEL, NLG 50, voor suiker en NLG 45 voor rijst op de kust, naar Holland. ARLEQUIN, 624 ton, verkreeg NLG 10.000 in eens naar de Golf van Perzië en terug. BEURS VAN ROTTERDAM, NLG 50, voor suiker te Soerabaija, en NLG 45 voor rijst te Indramayo, naar Rotterdam. VRIENDENTROUW, door de Nederlandsche Handel-Maatschappij opgenomen, à NLG 55 voor thee en suiker, te Cheribon en Pekalongan te laden naar Amsterdam. HENRIETTE ELISABETH SUSANNE, NLG 55, voor suiker te Passaroeang, en NLG 70 voor arak alhier naar Rotterdam. DOROTHEA HENRIETTE, is door het gouvernement opgenomen om troepen naar Banjermassing over te voeren.
De SPIRIT OF AGE (Engels) werd in publieke veiling voor NLG 12.000 verkocht, met inventaris daarbij. De FIDES (Bremen) en HERSCHEL (Hamburg) zijn te koop.
De volgende Nederlandse schepen zijn nog disponibel: AEGIDIA EN PAULINA, PHILIPS VAN MARNIX, JULIE CLAIRE, WILLEM DE EERSTE, SINT JAN, IDA WILHELMINA, LOUIS MEIJER, ZAANSTROOM, BIESBOSCH, JACOBA HELENA, AGATHA EN MARIA, EDOUARD MARIE, STAD DOCKUM, PAULINE, IJSSEL, PRINS MAURITS, HENRIETTE, TONIA, KOSMOPOLIET, COSMOPOLIET, ADÈLE, JOHANNA, KOERIER, EUTERPE, BULGERSTEYN, JACOBUS, WALCHEREN.
De WELVAART, JOHANNA EN LOUISA, DERKINA TITIA, CANTON, ZEEPLOEG, DRIE GEBROEDERS, CHRISTINA HELENA, JAN VAN BRAKEL, CORNELIA EN GEERTRUIDA, IJSSEL, LOUISA ROELOFFINA (opm: brik LOUISE ROELOFFIENA), DOLFIJN, doen kustreizen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 11 november. Heden morgen vertrok van het Nieuwediep met bestemming naar Batavia Zr.Ms. korvet JUNO, commandant kapt.luit.t.zee Sloos. Gemelde korvet werd naar zee gesleept door Zr.Ms. stoomschip CYCLOOP, waarna de laatste bodem naar Cherbourg doorgaat om een cylinder van de zoetwatermachine van Zr.Ms. fregat EVERTSEN, aldaar liggende, over te brengen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlissingen, 10 november. Het Nederlandse schip VRIENDSCHAP, kapt. Holsteyn, van Newcastle naar Harlingen, is alhier met schade binnengelopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Ramsgate, 8 november. Het van Shields naar Malaga bestemde Nederlandse schip HERMANUS WILMINK, kapt. Wilmink, is hier met verlies van ankers binnengelopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Dantzig, 7 november. Het van hier naar Amsterdam vertrokken Nederlandse schip GARONNE, kapt. Smit, is met schade geretourneerd.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Arendal, 29 oktober. De kof SUSANNA, kapt. Keppelhoff, van Emden in ballast naar Krageroe bestemd, is 22 dezer bij Torangen door de bliksem getroffen, die zodanige zware averij aan het schip heeft toegebracht dat men genoodzaakt was het bij Skarekillen op strand te zetten, waar het spoedig daarna zonk (opm: buitenlander).


 ZZC - Zierikzeesche Courant

Brouwershaven, 10 november. Gisteravond circa 7 uur is gestrand ter hoogte van Renesse, op het vaste strand, de Engelse brik DORUS (opm: DORIS), kapt. Richard Heme, komende van Newcastle, bestemd naar Rotterdam, geladen met steenkolen. Genoemde bodem ligt geheel overzijde, en welt in het zand; men tracht zo veel mogelijk een gedeelte van de inventaris te redden. De equipage is behouden alhier aangebracht; het schip en lading zal denkelijk geheel verloren zijn. (opm: zie volgend bericht)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Verkoping op dinsdag aanstaande (opm: 15 november) te Brouwershaven van wrak en lading steenkolen en inventaris, bestaande in ankers, ketting, touwwerk, enz, van het gestrande schip DORIS, zittende op het vaste strand bij Renesse.


13 november 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 12 november. Kapt. Kolk, voerende het schip GRATITUDE, van St. Petersburg alhier in het Oosterdok aangekomen, rapporteert de 9e dezer in het Val van Urk gepraaid te hebben het schip NIJVERHEID, kapt. Kemper, van hier naar Genua, met onklaar spil, en voornemens zijnde herwaarts terug te keren.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Texel, 11 oktober. Het Nederlandse kofschip REYNA, kapt. De Jonge, van Galata naar Groningen, is alhier met verlies van zeilen en meer andere schade binnengelopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 23 september. Het Engelse schip SPIRIT OF THE AGE, van Liverpool naar China, alhier met schade binnengelopen, is voor NLG 12.000 verkocht.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Akyab (opm: Sittwe), 2 oktober. Het alhier lek binnengelopen Belgische schip DUC DE BRABANT, kapt. J.A. Thaysen, is afgekeurd en voor RP 10.000 verkocht. (opm: RP is waarschijnlijk rupee)


15 november 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 14 november. Het stoomschip GIRONDE, van Reval (opm: Tallinn) naar Rotterdam, is van de hoogte van Odesholm naar Baltishport teruggekeerd, daar de kapitein bemerkte, dat in de lading in het achterruim brand ontstaan was. De brand is aldaar dadelijk geblust. Het schip heeft geen schade bekomen en zou eind dezer week de reis voortzetten.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 14 november. Het schip SCHEVENINGEN, kapt. Annokkee, van Tourron, laatst van Singapore, te Batavia gearriveerd, heeft in Straat Riouw gestoten, en zal dokken om nagezien te worden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlissingen, 11 november. De Nederlandse bark H. LIDUINA is op de haven gekomen en wordt in ’s Rijks dok gehaald.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Uit de hand te koop: een Beurtschip, varende in de beurt van Stavoren op Sneek en Leeuwarden. Te bevragen bij de eigenaar te Stavoren.


16 november 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 15 november. Volgens een particulier schrijven is gedurende het jaar 1859 uit THE LUTINE, door helm en klokduikers het volgende geborgen: 5 gouden staven, wegende te samen 26.895 Ned. pond, 2 zilveren staven, wegende te samen 5.665 Ned. pond, 4.397/1, 23/2, 25/4, 5/8 Spaanse matten, 2 Franse kronen, 4/1, 1/4, 1/8 gouden doublons; 2 Louis d’or en 4 guineas, benevens 55 Ned. pond koperen hoepels, spijkers, enz, 56 Ned. pond bladkoper, 156 Ned. pond lood, 1 metalen vingerling en een stuk van 1 dito.
In genoemd schrijven wordt gewezen op het moeilijke van de berging der lading uit het op de 9e februari l.l. op een half uur van de LUTINE verongelukte Engelse barkschip ELDORADO, op reis van Caldora naar Hamburg en geladen met zilver en kopererts. Tot dus verre heeft het niet mogen gelukken er iets van belang van boven te brengen.
De masten van het Spaanse schip JOSEFA Y AMALIA (opm: JOSEPHA Y AMALIA), van Gibara naar Bremen met tabak, op de hoogte van Terschelling de 19e april l.l. verongelukt, zijn door helmduikers op een diepte van 50 voeten, omdat het schip het vaarwater belemmerde, gekapt geworden en naar het Vlie overgebracht.


17 november 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 16 november. Het schip SIENKE WIERSEMA, kapt. Borst, van Grangemouth naar Brake, is de 14e dezer zwaar lek ter rede van Delfzijl gekomen. Hetzelve zou in de haven moeten komen om te lossen.


18 november 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Brouwershaven, 17 november. Schipper W. de Neef, voerende de Loodskotter No. 6, rapporteert, dat hij in de namiddag van gisteren, ten 4 ure 30 minuten, in de droogste branding van de Ooster totaal heeft zien verongelukken een tjalk, langs Goeree zeilende met de koers naar de Hoek van Schouwen. Het vaartuig was dadelijk in de zee verzwolgen (opm: tjalk IDA, zie NRC 201159).


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Brielle, 17 november. Het schip ACORN, kapt. Essen, van Shields, is op de lage Hoek van Holland gestrand en verlaten. De equipage is gered en alhier met enige ankers, kettingen en goederen aangebracht.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Varde, 7 november. Zondag nacht (opm: 6 november) is bij Blaavandshuk (opm: noordelijk van Esbjerg) gestrand de Nederlandse kof (opm: smak) CATHARINA CORNELIA, kapt. H. Marinus, met een lading haring naar Hamburg bestemd. Het volk is gered.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Christiansand, 10 november. De Nederlandse kof CATHARINA CHARLOTTE, kapt. Eisinga, van Bandholm naar Londen, is met overgeslagen lading en onklare pompen alhier binnengelopen. Het schip lost de lading om te repareren.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Christiansand, 10 november. De kof HENRIETTE, kapt. Meijer, van de Oostzee naar Engeland, is lek te Flekkeroe binnengelopen en zal hier komen om te repareren.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Frederikshaven, 11 november. De alhier gestrande Nederlandse schepen GESINA PRONK (opm: ook wel GEZIENA PRONK), kapt. Pronk, van Dantzig (opm: Gdansk) naar Rotterdam, en KOOGERPOLDER, kapt. Teensma, van Newcastle naar Neustadt (opm: in Schleswig-Holstein) – zie NRC van 10 dezer – zijn wrak, maar de inventaris en tuigen zijn geland. Van de lading is nog niets geborgen.


 OHC - Opregte Haarlemsche Courant

Amsterdam, den 17 november. Den 15de dezer in Texel binnengekomen JACOBUS ANTHONIE, kapt. Mellema, van Christiansand.
(opm: ex-NICOLAAS WITSEN, galjoot, bouwjaar 1830, kapt. Hayke Haykes Teunis Mellema; ging na lossing niet meer in de vaart en werd in 1860 gesloopt)


19 november 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 18 november. Het schip JANTINA MAGRIETHA, kapt. Net (opm: tjalk JANTINA MAGRITHA, kapt. G.E. de Net), van Londen naar Antwerpen, is de 16e november zwaar lek en met andere schade te Delfzijl binnengelopen. Het moet lossen om te repareren. (opm: zie ook NRC 131259)

NRC 201159
Rotterdam, 19 november. Luidens een bij het departement van marine ingekomen bericht, is het de gezagvoerder Noordzij, van ’s rijks werkvaartuig DE VLINDER, mogen gelukken, in de avond van de 16e dezer, na veel moeite en inspanning, de bemanning van het Nederlandse tjalkschip IDA, gezagvoerder F.G. Lukje, op de hoogte van de Goedereede, te redden, na vooraf vruchteloos te hebben beproefd, het in zinkende staat verkerende vaartuig van uit zee te Brouwershaven binnen te brengen (opm: zie NRC 221159).


20 november 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Helsingfors (opm: Helsinki), 17 november. Het Nederlandse schip WILLEM CORNELIS, kapt. Kouter (opm: Y.P.G. Konter), met potas en rogge van Kroonstad naar Amsterdam, is op Narvö gestrand, omgeslagen en zit vol water.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Mandal, 7 november. Het Nederlandse stoomschip JONGE MARIE, kapt. J. Nannings, van Stettin (opm: Szczeccin) naar Amsterdam bestemd, is hier gisteren met schade binnengelopen. De machinekamer en kajuit zijn door stortzeeën vol water geslagen en daardoor is ook de lading nat geworden. Het vaartuig heeft buitendien zo zware slagzijde, dat het dek aan de ene zijde bijna in het water ligt. Het schip moet lossen om te repareren.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. De makelaars F.N. Montauban van Swijndregt, W. van Dam H.H.zn, W.H. Montauban van Swijndregt en B.C.D. Hanegraaff, te Rotterdam, zijn van mening, op last van hunne meesters, op dinsdag de 29e november 1859, des middags ten 12 ure, in de zaal op de Scheepmakershaven, Wijk 1, No.499, publiek te verkopen: het extra snelzeilend, nu onlangs nieuw gekoperd en kopervast Nederlands Barkschip JAN VAN SCHAFFELAAR,
laatst gevoerd door kapt. L.G. Verbeek, volgens meetbrief lang 37 el 20 duim, wijd 7 el 39 duim, hol 5 el 42 duim, en alzo groot 662 tonnen, met al deszelfs staand en lopend want, ankers, kettingen, touwen, zeilen en verdere scheepsgereedschappen, zoals hetzelve thans is liggende te Amsterdam aan de werf Concordia, van de heren Meursing en Co.


22 november 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Publieke verkoping in het Notarishuis aan de Geldersche Kade te Rotterdam op maandag 21 november: het ijzeren schroefstoomschip SCHIEDAM met stoomwerktuigen van 60 paardekracht: voor NLG 37.800 verkocht.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 20 november. De Nederlandse kof IDA, kapt. Lukje, van hier naar Belfast, is in de avond van de 16e dezer op de hoogte van Goedereede gezonken, doch het volk door stuurman Noordzij, voerende de Nederlandse oorlogskotter DE VLINDER, de 18e dezer van Hellevoetsluis te Texel aangekomen, gered. Stuurman Noordzij had nog beproefd de IDA in Brouwershaven binnen te slepen, doch tevergeefs. (Zijnde dit schip in ons nommer van 18e dezer gemeld).


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 21 november. Volgens telegrafisch bericht is het stoomschip GIRONDE, kapt. Van Emmerik, van Reval (opm: Tallinn) op hier bestemd, deze morgen te Kopenhagen gearriveerd en zou deze avond weder van laatstgenoemde plaats vertrekken.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Antwerpen, 20 november. De Belgische bark ISIDORE, kapt. Léopold Stappers, is met nog verschillende andere schepen in de Zwarte Zee verongelukt.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. De makelaars F.N. Montauban van Swijndregt, W. van Dam H.H.zn, W.H. Montauban van Swijndregt en B.C.D. Hanegraaff, te Rotterdam, zijn van mening, als last hebbende van hunne meesters, op dinsdag de 6e december 1859, des middags ten 12 ure, in de zaal op de Scheepmakershaven, Wijk 1, No. 499, publiek te verkopen het extra snelzeilend, gekoperd en kopervast Nederlands Fregatschip HEBE, laatst gevoerd door kapt. A.H. Kiehl, volgens meetbrief lang 41 el 70 duim, wijd 6 el 94 duim, hol 5 el 5 duim, en alzo groot 650 tonnen, met al deszelfs rondhout, staand en lopend want, ankers, kettingen, touwen, zeilen en verdere scheepsgereedschappen, zoals hetzelve thans is liggende in de Berghaven binnen deze stad.
Voormeld schip zal vermoedelijk in het begin van het volgende jaar in de bevrachting voor de Nederlandsche Handel-Maatschappij worden opgenomen.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Door sterfgeval uit de hand te huur: een nieuwe Behuizing met een Scheepstimmerwerf, staande en gelegen te Stroobos. Nadere inlichtingen hierover te bekomen bij Ids Klazes Woudstra te Stroobos. Brieven franco.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. De deurwaarder H.B. van der Wal te Sneek zal op maandag den 28 november a.s, ’s avonds 7 uur, ten huize van G. de Ruiter aldaar, provisioneel presenteren te verkopen: het geadmitteerd Beurtveer van Sneek op Meppel vice versa, met daarin het gebruikt worden wel onderhouden en in 1853 op de werf van J. Croles te IJlst, net gebouwd Kajuitschip, de DRIE GEZUSTERS genaamd, groot 33 tonnen, met deszelfs uitmuntende inventaris, zodanig hetzelve wordt bevaren door de eigenaar Nanne Wagenaar. Te aanvaarden 8 dagen na de toewijzing. Inmiddels op aannemelijke voorwaarden uit de hand te koop. Informatie bij voornoemde deurwaarder.
(opm: LC 061259 meldt dat is geboden NLG 2651)


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Te Heeg Scheepstimmerwerf te huur, op mei e.k, en ook terstond te aanvaarden, liggende aan de Heegumervaart. De gereedschappen kunnen op taxatie overgenomen worden. Dezelve is ook zeer geschikt voor zeilmakerij en taanderij.
Te bevragen bij E.G. Vlink te Sneek.


23 november 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 22 november. Door de Nederlandsche Handel-Maatschappij was aanvraag gedaan om scheepsruimte tot verzending van de volgende hoeveelheden steenkolen: 1º. 2000 ton naar Makassar of Soerabaija; 2º. 1500 ton naar Amboina of Soerabaija; 3º. 1000 ton naar Kema, welke uiterlijk ultº. december geladen moeten zijn; 4º. 500 ton naar Anjer of Onrust en 5º. 1000 ton naar Padang, welke uiterlijk ultimo januari 1860 scheep moeten zijn.
Heden is bekend geworden dat door de maatschappij zijn bevracht:
Voor Makassar de schepen ALBLASSERWAARD voor 825 ton tot NLG 66 per last en ULYSSES voor 1000 ton tot NLG 65 per last.
Voor Anjer ZES GEZUSTERS voor 680 ton tot NLG 58 per last.
Voor Amboina ERASMUS voor 750 ton tot NLG 69½ per last en ALLEGONDA JACOBA mede voor 750 ton tot NLG 70 per last.
Voor Kema JACOB ROGGEVEEN voor 750 ton tot NLG 75 per last.
Voor Padang ZEELANDIA voor 550 ton tot NLG 68 per last.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 22 november. Het Nederlands schroefstoomschip CITADEL VAN ANTWERPEN, commandant kapt.-luit. ter zee G.P.J. Mossel, van het Nieuwe Diep naar Oost-Indië bestemd, dat in Duins met schade was binnengelopen, zal te Sheerness gerepareerd worden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Nieuwediep, 21 november. Zr.Ms. fregat met stoomvermogen ADMIRAAL VAN WASSENAAR is uithoofde van een gebrek aan de machine uit zee teruggekomen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Sorlings (opm: Scilly Isles), 19 november. Eergisteren is alhier met verlies van verschansing binnengelopen het van Hamburg komende schip SUSANNA, kapt. Kramer.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Wisby, 13 november. De Nederlandse kof DANKBAARHEID, kapt. E.J. Kuiper, van Libau (opm: Liepaja) met gerst naar de Maas bestemd, is de 10e dezer bij Hamra gestrand. Het volk is gered en ook de lading hoopt men te bergen, doch het schip is zwaar lek en zal weg zijn.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Wyck auf Föhr, 19 november. Van de lading van het bij Blaavandshuk (opm: noordwest van Esbjerg) gestrande Nederlandse schip CATHARINA CORNELIA, kapt. Marinus, met een lading haring naar Hamburg bestemd – zie NRC van 18 november – zijn ca. 300 vaten geborgen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Carthagena, 13 november. Het Nederlandse schoenerschip AGATHA, kapt. Van Slooten, van Messina naar Antwerpen, is met de Spaanse stoomboot MADRID in aanzeiling geweest en heeft daarbij zeilen en tuig verloren en meer andere schade bekomen. Het schip is hier dientengevolge eergisteren in averij binnengelopen en men is nu bezig de schade te herstellen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Publieke verkopingen in het notarishuis, aan de Geldersche Kade, te Rotterdam op dinsdag 22 november 1859:
- Nederlands barkschip DUIVELAND, voor NLG 23.600 verkocht.
- Nederlands barkschip KOOPHANDEL, voor NLG 19.850 verkocht (opm: NLG 9.850, zie volgend bericht)
- 2/64 Aandelen in het Nederlands barkschip ANTHONIA GEERTRUIDA, tot NLG 1.000 per 1/64 aandeel opgehouden.
- 1/32 Aandeel in het gezegde schip, tot NLG 1.500 opgehouden.


24 november 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Correctie. De KOOPHANDEL is voor NLG 9.850 verkocht (gisteren abusievelijk gemeld).


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Nieuwe Diep, 22 november. Heden morgen is door de Texelse loodsboot No. 4, schipper Duinker, hier aangebracht de equipage van het in de vroege morgen op de Noorder Haaks verzeilde Groninger kofschip GREETINA HILLECHINA (opm: GRIETINA HILLECHINA), kapt. R.J. Sprik, van Nantes met verfhout naar Hamburg bestemd. Het schip zal weg zijn.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Harwich, 21 november. Heden is alhier lek binnengebracht het Nederlandse schip MARGARETHA ELISABETH, kapt. Boomgaard, van Shields naar Barcelona bestemd. Het schip heeft op het Long Sand gestoten.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Skagen, 16 november. Uit de alhier gestrande Nederlandse schoener GESINA PRONK, kapt. Pronk, van Dantzig (opm: Gdansk) naar Rotterdam – zie NRC van 10 november – is slechts een onbeduidende hoeveelheid der lading rogge geborgen, en het schip is reeds zo diep in het zand geweld, dat het zeer twijfelachtig is, of er nog meer zal geborgen worden.


25 november 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Kinderdijk, 24 november. Aan de scheepstimmerwerf van de heer F. Smit alhier is de kiel gelegd van een ijzeren schroefstoomboot voor rekening der beurtschippers Tegel & Belzee te Gorinchem, bestemd tot vervoer passagiers en goederen tussen Gorinchem en Amsterdam.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. De notaris A. Witholt te Sexbierum zal op maandagen den 5 december 1859, bij de beschrijving, ten huize van de kastelein Zaagsma, en den 19 daaraan volgend, bij de finale palmslag, ten huize van den kastelein Barends, telkens des avond ten 5 uur, publiek, bij strijk- en verhoog geld, verkopen: de helft in een geoctroijeerd Veerschip, genaamd de JOHANNES WILHELM, varende als beurtschip van Sexbierum op Harlingen en Franeker, met alle derzelve toebehoren; bij Pieter S. Douma als huurder in gebruik; den 1 mei 1860 te aanvaarden.
(opm: volgens LC 091259 is geboden NLG 1409)


26 november 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 25 november. Volgens brief van kapt. Van Wijk Jz, voerende het schip WILLEM EDUARD, van Suriname in Texel binnen, had hij op de reis zware stormen doorgestaan en daardoor zeilen, verschansingen enz. verloren.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 24 november. Kapt. Woolcock, voerende het schip LIONESS, gisteren van Xabes te Fresh Wharf aangekomen, rapporteert dat hij op 14 dezer gezien heeft de Nederlandse schoener ZEVEN STERREN, kapt. Huizinga, van Amsterdam naar Triëst, en de daarop volgende dag gepasseerd is een op zijde drijvende Nederlandse kof, waarvan men evenwel door het slechte weer geen bijzonderheden kon opnemen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Dublin, 22 november. De Belgische kof PHILOMENE, kapt. De Vries (opm: PHILOMÈNE, bouwjaar 1816! kapt. Theo de Vries), beladen met klipzout, is in Straat Britta gestrand. De bemanning is gered.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Openbare verkoping op dinsdag de 6e december 1859, des middags ten twaalf ure, aan de Leuvehaven te Rotterdam, ten overstaan van de deurwaarders Stoeller en Braakman, van een goed onderhouden overdekt Gaffelschip, DE HOOP EN WELVAART, genaamd, thans liggende aan de westzijde der Leuvehaven, bij de Leuvebrug, te Rotterdam, geschikt om als lichter te worden gebruikt, groot 98 ton.
Van heden af dagelijks te zien en inmiddels uit de hand te koop. Te bevragen ten kantore van genoemde deurwaarders in de Houttuin, Wijk 11, No. 209, te Rotterdam.


27 november 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hellevoetsluis, 26 november. Het Nederlandse schip SUSANNA, kapt. Vonck, van Batavia naar Rotterdam bestemd, zit sedert eergisteren avond op de bank der Kanaalhaven met een diepgang van 53 palmen aan de grond, waardoor de doorvaart niet weinig bemoeilijkt wordt.
De stoomboot CORNELIA ligt geschut, doch kan dien tengevolge de Kanaalhaven niet uitkomen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Dantzig (opm: Gdansk), 24 november. De Nederlandse schroefstoomboot ANNA PAULOWNA, kapt. P.D.H.B. de Haan, van Pillau (opm: Baltiysk) met granen naar Amsterdam, is gisteren met schade aan de machine bij Hela geankerd. De stoomsleper HECLA is heden weggegaan om het schip naar hier te brengen, en wij hopen het nog heden hier te zien.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. De deurwaarder A. Bosman, te Schiedam, is van voornemen, op woensdag de 30e november a.s. des voormiddags ten elf ure, op de scheepstimmerwerf de Hoop, aan het Nieuwe Werk aldaar, in het openbaar te veilen en te verkopen: het goed onderhouden Tjalkschip FRANCINA ELISABETH (opm: kapt. F. Wunderlich), groot acht en vijftig tonnen, alsmede een mast, zeilen, zwaarden, ankers, kettingen, touwwerk, blokken, enz. enz.
Alles op de dag der verkoping aldaar te bezichtigen.


28 november 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 8 oktober. Volgens een telegram uit Samarang van de 5e oktober, is Goenoeng Lawak door kapitein Schiff en 80 man genomen; verlies van de vijand 30, van de onzen 6 man. De TJIPANNAS is gezonken door het springen van de ketel; 4 gekwetsten. De resident Rosch is naar Batavia vertrokken. (opm: zie ook NRC 291259)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 8 oktober. De stoomboot OENARANG, gezagvoerder S. van Hulsteijn, heeft bij haar vertrek van Soerabaija acht ijzeren praauwen mede op sleeptouw genomen, bestemd voor het praauwenveer te Batavia. Nauwelijks buiten zijnde, zijn vier daarvan los geraakt, waarvan twee nabij Rembang zijn aangekomen, terwijl van de andere twee nog niets bekend is. Men veronderstelt dat dezelve gezonken zijn, de overige vier zijn door de OENARANG te Samarang achtergelaten.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 8 oktober. Vrachten. Sedert de laatste berichten hebben weinig bevrachtingen plaats gehad, doch was echter enige verbetering te bespeuren.
NOORD-BRABANT bekwam NLG 45 voor rijst en suiker en NLG 40 voor thee, te Indramaijoe en hier te laden. ST. MICHAËL NLG 50 voor suiker en NLG 45 voor koffij en NLG 45 voor rijst op de kust te laden. BEURS VAN ROTTERDAM NLG 50 voor suiker en NLG 45 voor rijst op de kust te laden voor Rotterdam. Door de Factorij der Nederlandsche Handel-Maatschappij werd gecharterd VRIENDENTROUW tot NLG 55 voor thee en suiker op de kust te laden voor Amsterdam; HENRIETTE ELISABETH SUSANNE NLG 55 voor suiker te Passaroean en NLG 70 voor arak hier te laden voor Rotterdam; KOSMOPOLIET NLG 60 voor suiker en NLG 55 voor koffij en thee te Soerabaija en Passaroeang te laden. JACOBUS NLG 60 voor suiker op de kust en NLG 55 voor thee hier te laden en CATHARINA MARIA NLG 60 voor suiker en NLG 55 voor koffij op de kust te laden. COSMOPOLIET bekwam NLG 55 voor suiker en koffij te Samarang en op de kust te laden. ARLEQUIN (324 ton) bekwam NLG 10.000 voor een reis naar de Golf van Perzië en terug. HELMERS vertrok naar Makassar, MARIA CATHARINA, MARIA AGNES en ADÈLE laden voor eigen rekening. DOROTHEA HENRIETTE werd door het gouvernement ingehuurd voor transport van troepen naar Banjermassing, terwijl de 17 volgende schepen voor de tweede Bonische expeditie zijn ingehuurd, als:
PHILIPS VAN MARNIX, WILLEM DE EERSTE, JOHANNA, ZAANSTROOM, BULGERSTEIN, LOEVESTEIN, SINT JAN, AEGIDIA EN PAULINE, LOUIS MEIJER, IDA WILHELMINA, GEERTRUIDA MARIA, STAATSRAAD COMM. VAN EWIJCK, STAD DOKKUM, CANTON, JACOBA HELENA, BIESBOSCH en ROBERTUS HENDRIKUS.
De WELVAART, JOHANNA EN LOUISA, DERKINA TITIA, ZEEPLOEG, DRIE GEBROEDERS, CHRISTINA HELENA, JAN VAN BRAKEL, IJSSEL, CORNELIA EN GEERTRUIDA. LOUISA ROELOFFINE (opm: LOUISE ROELOFFIENA), DOLFIJN en HENRIETTE doen kustreizen.
Het Engelse schip SPIRIT OF THE AGE met averij alhier binnengelopen is afgekeurd en met deszelfs inventaris op vendutie verkocht voor NLG 12.000. Het Bremer schip FIDES en het Hamburger schip HERSCHEL zijn te koop aangeboden.
De nu nog disponibele schepen zijn: JULIE CLAIRE, AGATHA EN MARIA, PAULINE, EDOUARD MARIE, PRINS MAURITS, TONIA, KOERIER, EUTERPE, WALCHEREN, DOELWIJK, MINISTER PAHUD, ELIZABETH, ANNA EN ELISE, en SOPHIA KONINGIN DER NEDERLANDEN.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hellevoetsluis, 27 november. Het schip SUSANNA, kapt. Vonck, is eindelijk, na een aantal trossen aan stukken getrokken of beschadigd te hebben, vlot en voor de sluizen gekomen. De Kanaalhaven is tegewoordig zeer droog en dit veroorzaakt veel oponthoud aan de scheepvaart.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Brielle, 26 november. Het stoomschip SCHIEDAM is heden van hier naar Londen vertrokken. (opm: na verkoop en nog niet verdoopt)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Konstantinopel (opm: Istanbul), 16 november. De Zwarte Zee is dezer dagen door zware stormen geteisterd, die veel schade aan de scheepvaart berokkend hebben. Men verneemt het totale verlies van het Nederlandse schip (opm: kof) SIEBERLINA, kapt. L.F. Ringeling, van Odessa naar Engeland, bij Aghzelli. Alleen de kapitein is gered.
Wijders is alhier in averij binnengelopen het Nederlandse schip AMICITIA, kapt. Wijgers, van Galatz naar het vasteland.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Norden, 24 november. Het schip MARIA MARGARETHA, kapt. Deters, met suiker van Amsterdam naar Itzehoe, is eergisteren lek te Benserzijl (opm: Bensersiel) binnengebracht. De schade aan de lading is nog niet bekend.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Dantzig (opm: Gdansk), 24 november. De stoomboot ANNA PAULOWNA, is gisteren avond hier in de haven gekomen. (Zie NRC van gisteren.)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Christiaansand (opm: Kristiansand), 20 november. De Nederlandse kof ALIDA, kapt. Veen, van Riga met gerst en lijnzaad naar Rotterdam bestemd, is alhier lek binnen gelopen en moet lossen om te repareren.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Triëst, 23 november. De alhier van Amsterdam gearriveerde Nederlandse schepen MARIA, kapt. Bakker, en MAIKE JACOBA, kapt. Wielema, hebben in de laatste dagen hunner reizen zware stormen doorgestaan en daarin enige zeilen verloren. Bovendien werd de MARIA de 13e ten gevolge van het hevige weer op de kust van Albany (opm: Albanië) gedreven en men was genoodzaakt enige lading en scheepsbenodigdheden overboord te werpen om het schip vlot te brengen.


29 november 1859


  LC - Leeuwarder Courant

Harlingen, 27 november. De stoomboot FRIESLAND kwam gister namiddag, zeer tegen de gewoonte, laat van Amsterdam hier aan wal; doch de reden van oponthoud was niet alleen verschoonbaar, maar zeer te billijken. Voorbij Enkhuizen gekomen, ontdekte men op de boot een tjalkschip – naderhand blijkende te zijn de TITIA JACOBA, kapt. A.G. de Vries, van Hoogkerk – dat een wit sein had gehesen, ten teken van behoefte aan hulp. Na eerst behoorlijke toestemming van de passagiers gevraagd en bekomen te hebben om gemelde schipper te helpen, heeft de kapitein der boot K.R. de Vries de tjalk op sleeptouw genomen en te Stavoren in de haven gebracht. Daar het schip de mast had verloren en zwaar geladen was met aardappelen, is de dienst door die boot aan die bodem bewezen in dit onzekere jaargetijde niet onbetekenend.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Publieke verkoping op Texel.
Zunderdorp & Co, scheepsmakelaars te Texel, als daarbij behoorlijk geautoriseerd, zijn van mening, op vrijdag 2 december 1859, ’s avonds 7 ure, in het logement de Vergulde Kikker, aan Den Burg, ten overstaan van de notaris Mr. Willem Bok, publiek te verkopen: de van het den 2 november j.l. in de Eijerlandsche gronden gestrand Nederlands schoonerschip MARIA, kapt. J.J. de Boer, van Amsterdam naar Triëst gedestineerd, gedeeltelijk geborgen lading suiker, bestaande in: 92 hele, halve en vierde vaten; allen min of meer door zeewater beschadigd, zoals die thans liggende in het Pakhuis op de Dijk nevens de Cocksdorp op Texel, en één dag vóór en op de verkoopdag, behoorlijk gekaveld voor een ieder zullen te bezichtigen zijn.
Nadere inlichtingen op franco aanvraag te bekomen ten kantore van genoemde scheepsmakelaars, alsmede bij de notaris Mr. Willen Bok voornoemd.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Uit de hand te koop: een snelzeilend Hek Tjalkschip, met deszelfs zeil, treil, staand en lopend wand en verdere inventaris, groot 62 ton, gebouwd in den jare 1851.
Te bevragen bij den eigenaar J.G. Schubert te Enkhuizen. Brieven franco.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 28 november. Volgens een op heden door ons ontvangen telegram is het te Amsterdam te huis behorende barkschip FERDINANDINA EMMA, kapt. Tange, van Java naar Amsterdam bestemd, heden morgen bij Kamperduin gestrand. Van de equipage worden nog enige vermist. Volgens een andere dépêche zijn 6 personen bij de schipbreuk omgekomen en was men bezig met lossen. (opm: de FERDINANDINA EMMA was op 21 augustus 1859 van Batavia naar Nederland vertrokken; zie ook volgende berichten in de kroniek en NRC 210260)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Ramsgate, 28 november. Het Nederlandse schip (opm: bark) VREDE, kapt. J.L. Terbrugge, van Rotterdam naar Australië bestemd, is alhier met zware schade wegens aanzeiling binnen gebracht.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Ostende, 27 november. De Belgische bark JOSEPH, kapt. Helsmoortel, van Sint Ubes (opm: Setubal) met een lading zout op hier bestemd, is bij het binnenkomen door een zware bui, ten oosten van de haven op strand gedreven en onmiddellijk vol water gelopen. De equipage is gered.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Dantzig (opm: Gdansk), 24 november. Het stoomschip ANNA PAULOWNA, van Pillau (opm: Baltiysk) naar Amsterdam, alhier binnengebracht – zie ons nommer van 28 dezer – is nagezien en bevonden dat de as en de cilinder gebroken zijn en de reparatie wel vier weken zou aanhouden. De lading is onbeschadigd gebleven, doch moet gedeeltelijk gelost worden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Kaap de Goede Hoop, 21 oktober. Het Nederlandse schip MARIA JOHANNA, kapt. Geerling gisteren uit de Tafelbaai naar Ichaboe (opm: eilandje 48 km benoorden de Lüderitzbocht) vertrokken, zal aldaar een lading voor Mauritius innemen. De JAN VAN BRAKEL, kapt. De Roever, zal morgen in ballast uit de Tafelbaai naar Nederland vertrekken (opm: dat toont de staat van de vrachtenmarkt in het Verre Oosten aan!).


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 8 oktober. Het schip JOHANNES ANTHONIUS, kapt. Metz, van Macao alhier aangekomen, heeft in de Chinese Zee een typhoon doorgestaan en daardoor de bezaanmast gebroken en zeilen verloren. Het maakt enig water, moet dokken en zal vermoedelijk moeten koperen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. De veiling van het barkschip JAN VAN SCHAFFELAAR zal op de 29e dezer geen voortgang hebben.


30 november 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

New-York. 15 november. De Nederlandse brik ADRIAAN GEORG, kapt. W.H. Bontekoe, van Savanilla met een lading tabak enz. naar Londen bestemd, is 15 oktober ten noorden van de Caicos (opm: 21º56’ N.B. 71º58’ W.L.) gezonken. Het schip werd 2 dagen bevorens in een hevige storm plat op zijde geworpen, en toen men de masten over boord kapte om het schip te richten brak de boegspriet en daarop stootte het schip zo zwaar lek, dat de equipage slechts even de tijd had zich in de boten te redden, waarna de ADRIAAN GEORG onmiddellijk zonk. De schipbreukelingen landden met hun vaartuig op Noord-Caicos en kwamen van daar de 24e oktober geheel uitgeput hier aan. Zij zullen nu met een Deense schoener naar Sint Thomas vervoerd worden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 8 oktober. Het Engelse schip SPIRIT OF THE AGE, van Liverpool naar Shanghai, alhier met schade binnengelopen, is afgekeurd en met de inventaris voor NLG 12.000 verkocht. De lading zal met het Amerikaanse schip GAME COCK naar de bestemming vervoerd worden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Banjoewangie, 29 september. Het schip HOLLANDIA, kapt. Ruige, van Newcastle (N.Z.W.) alhier aangekomen, heeft op de reis schade aan de romp en aan tuigage bekomen en in Straat Bali aan de grond gezeten.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Kanagawa, 4 september. Het schip NASSAU, kapt. Hüffnagel van Nagasaki alhier aangekomen, heeft in de haven van Jedo (opm: Tokio) aan de grond gezeten en daardoor lekkage bekomen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 29 november. Aangaande het schip FERDINANDINA EMMA, kapt. Tange, van Batavia naar Amsterdam gedestineerd, bij Egmond gestrand – zie ons vorig nommer – wordt volgens brief van Egmond van de 28e dezer gemeld, dat men wegens de harde wind en de hoge zee het niet had kunnen bereiken en er waarschijnlijk weinig geborgen zou kunnen worden. Van een sloep, waarin zich 6 man en een dame bevonden, die zich daarmee had willen redden, had men nog niets vernomen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Ramsgate, 26 november. De te Rotterdam te huis behorende bark VREDE, kapt. J.L. ter Bruggen, van Rotterdam naar Australié, en het te Stockholm te huis behorende schip VICTOR, kapt. Prehn, van Java naar Stockholm, zijn met elkander in aanzeiling geweest en dientengevolge alhier in averij binnengebracht. De VREDE is zeer lek (5 à 6 voet water in het ruim), heeft de bakboordsloep geheel aan stuk, de boegspriet verloren en nog meer andere schade bekomen. De VICTOR heeft mede een zwaar lek, de boeg aan stuk, de boegspriet gebroken en meer andere schade. Beide schepen moeten lossen om te repareren. (opm: zie NRC 110360 en 200561)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Ostende, 28 november. De alhier gestrande Belgische bark JOSEPH, kapt. Helsmortel, van St. Ubes (opm: Setubal) op hier bestemd – zie ons nommer van gisteren – zal weg zijn. Van de lading, die uit zout en 368 kisten China’s appelen (opm: sinaasappelen) bestond, is slechts een gedeelte van de laatstgenoemde geborgen kunnen worden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Napels, 21 november. Het schip WILLEM, kapt. Molenaar, van Amsterdam alhier aangekomen, heeft op de reis veel stormen doorgestaan, daardoor de voorsteng, kluiver en kluiverboom verloren. De kapitein vreest voor schade aan de lading. Het schip moet 10 dagen quarantaine houden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Konstantinopel (opm: Istanbul), 16 november. Het Nederlandse schip JOHANNES, kapt. A.J. Dublinga, van Galatz naar Amsterdam, is op de Europese kust van de Bosphorus verongelukt. Eén man der equipage is omgekomen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Het Nederlandse schip AMICITIA, kapt. Wygers, van Galatz naar Amsterdam, alhier in averij binnen – zie NRC van 28 november – heeft in de Zwarte Zee hevige stormen doorgestaan en een stortzee overgekregen, die het schip plat op zijde en de kajuit vol water sloeg, waardoor de pompen verstopt geraakten en het de kapitein onmogelijk was het schip lens te krijgen. Het had toen het hier binnenkwam, 4 voeten water in het ruim, gescheurde zeilen enz., en zal vermoedelijk moeten lossen.


  JB - Javabode

Advertentie. Verkoop van een schip. In de tweede helft der maand december zal op publieke vendutie te Soerabaija ten verkoop worden aangeboden het thans alhier ter rede liggende Nederlandse barkschip OOSTERLING, groot volgens meetbrief 363 tonnen, gevoerd door kapt. J.H. Walter, met daarbij behorende complete inventaris.
Nadere informatiën zijn te bekomen bij de factorij der Nederlandsche Handel Maatschappij en haar agent te Soerabaija.

NRC 011259
Ramsgate, 28 november. Het alhier in averij binnengebrachte schip VREDE, kapt. Terbrugge, van Rotterdam naar Melbourne – zie NRC van gisteren – is heden, na op de bank het lek voorlopig gestopt te hebben, in de Gully gehaald.
Het schip VICTOR heeft zware schade. Men heeft arak (opm: rijstwijn) opgepompt.


01 december 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 30 november. Omtrent het bij Egmond gestrande schip FERDINANDINA EMMA, kapt. R.A. Tange, van Batavia naar Amsterdam gedestineerd, vernemen wij, na het vroeger gemelde, dat het geladen was met rijst, arak, specerijen, en 25 kistjes, ieder met vijf duizend gulden geld, aan boord had. Toen het schip strandde, werd aan de equipage verboden het te verlaten, daar het ver op strand zat en men spoedig hulp van de reddingboot verwachtte. Desniettegenstaande begaven vijf matrozen, twee passagiers en een Indische dame, weduwe van een op de reis overleden officier, zich in een boot. Zij zijn zeewaarts gedreven en tot nog toe heeft men niets van hen vernomen. De verdere equipage werd spoedig gered en te Egmond aangebracht. Men was bezig de lading te bergen. Volgens een ander bericht is het de 2e stuurman, dokter, hofmeester, twee mannelijke en een vrouwelijke passagier, die met de sloep gevlucht zijn en er is een lijk van het vrouwelijk geslacht te Petten aangespoeld. (opm: zie NRC 031259)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 30 november. Het schip (opm: kof) SOPHIA, kapt. B.L. Brongers, met rogge en weedas van Dantzig (opm: Gdansk) naar Amsterdam, is 29 dezer bij Petten gestrand en zal vermoedelijk met de lading weg zijn. Nadat de jongen overboord geslagen was, is de overige equipage door de reddingboot geborgen, doch de kapitein naderhand overleden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Yarmouth, 28 november. Het schip ANNA, kapt. Muller, met gerst en rogge van Libau (opm: Liepaja) naar Schiedam bestemd, is alhier lek, met verstopte pompen en verlies van anker en ketting binnengelopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Ostende, 29 november. De Belgische brik AMPHITRITE, kapt. Pharamond Deswelgh, van Hyères op hier bestemd, is bij onze haven gestrand. Het volk is gered en men hoopt ook het schip te behouden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Triëst, 26 november. Kapt. Bakker, met het Nederlandse schip HARBERDINA alhier van Cardiff gearriveerd, rapporteert, dat hij de 25e oktober in een zware storm de bramsteng verloren en schade aan de zeilen bekomen heeft.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 30 november. Wij ontvangen heden per telegraaf het bericht, dat de Nederlandse kof (opm: schoener galjoot) GRIETJE BOS, kapt. F.H. Hoff (opm: F.A. Hoff), van Memel (opm: Klaipeda) naar Antwerpen, op Gothland gestrand en totaal verloren is. De bemanning is gered. (opm: zie volgende bericht)


02 december 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 1 december. Het op Gothland verongelukte schip GRIETJE BOS, kapt. Hof (opm: F.A. Hoff), waarvan wij het bericht gisteren mededeelden, was niet van Memel naar Antwerpen, maar van Riga met een lading vlas naar Duinkerken bestemd.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Wyburg, 18 november. De bemanning van het op Narvo (opm: Narvö) gestrande Nederlandse schip WILLEM CORNELIS – zie NRC van 20 november – is gered.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Ostende, 29 november. Het schip JOSEPH, kapt. Jan Helsmoortel, van St. Ubes (opm: Setubal) herwaarts gedestineerd, bij de haven gestrand – zie ons vorig nommer – is verbrijzeld. De inventaris wordt geborgen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Boulogne, 27 november. Heden is alhier voor contrariewind binnengelopen het Nederlandse schip JETSKALINA WIJA, kapt. Doornbosch, van Amsterdam naar Suriname. Alles wel aan boord.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. De notaris Tromp te Bergum zal op zaterdag 8 december 1859, des namiddag te 4 uur, in de herberg van A.K. van der Meulen te Oostermeer, tegen gereed geld, presenteren te verkopen: een overdekte Schuit, de JONGE MINKE genaamd, gemeten op 23 ton, met zeil, treil en verder toebehoren, zodanig liggende bij de brug te Oostermeer, en in eigendom behorende aan de erven van Aliert Errits Postma.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. De notaris Alma te Bergum zal op zaterdagen den 10 en 24 december 1859, telkens te 4 ure na den middag, in de herberg van Jacob Atsma te Suameer, provisioneel en finaal presenteren te verkopen:
2: De helft in het Veerschip met toe- en aanbehoren, varende van Suameer op Leeuwarden en terug; behorende tot de nalatenschap van Cornelis Foppes Smedes; bij de finale toewijzing te aanvaarden.
NB. Enige meubelen dezer nalatenschap zullen op den 2de zitdag worden verkocht.
(opm: kavel 1 [huizinge en wagenmakerij] niet opgenomen; LC 201259 meldt dat op kavel 2 is geboden NLG 1.600)


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Een ieder die iets te vorderen heeft van of verschuldigd is aan de boedel van Cornelis Foppes Smedes, in het leven Veerschipper te Suameer, wordt verzocht daarvan opgave of betaling te doen ten kantore van de notaris A. Alma te Bergum, voor den 20 december 1859.


03 december 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 2 december. Het schip JAVA, kapt. Sikkel van Dam, was de 26e september te Pangool bezig een lading voor Amsterdam in te nemen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 2 december. De 28e november is achter Callandsoog op strand aangespoeld het lijk ener vrouw, een ledige scheepsboot en vier lakense manspetten, een en ander erkend voor afkomstig te zijn van het schip FERDINANDINA EMMA, kapt. Tange, van Batavia naar Amsterdam, bij Egmond gestrand - zie NRC van 1 december en vroeger – zijnde die dag van boord afgegaan een sloep, waarin zich bevonden een vrouw (dames passagier) de tweede stuurman, de bootsman, de scheepsdokter, drie matrozen en de eerste hofmeester, die getracht hadden, zich daarmede te redden. Aangaande bovengemeld schip wordt van Egmond gemeld, dat men druk bezig was met lossen, ofschoon zulks zeer bemoeilijkt werd door de hoge zee. Verscheidene kisten indigo waren bereids geborgen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 2 december. Volgens brief van Oostmahorn was alhier van Schiermonnikoog bericht ontvangen, dat in de nacht van de 28e op 29e november op Schiermonnikoog op een wrak aangedreven was de equipage van het schip (opm: kof) HENDRIKA GEERTRUIDA, kapt. H.C. Janknegt, van Newcastle naar Groningen, waarvan een man overleden was. (opm: zie LC 061259)

NRC 031259
Rotterdam, 2 december. Het schip (opm: kof) STAD STAVOREN, kapt. H. Hoekstra, van Genua naar Suriname, is de 11e november wegens ziekte van de kapitein te Madeira binnengelopen, doch na het overlijden van dezelve de reis voortgezet.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Texel, 1 december. Kapt. Gnodde van Frederikshaven alhier binnen, rapporteert dat er omstreeks het laatst van oktober zware stormen in de Finsche Golf hebben gewoed, waardoor vele schepen averij hadden gekregen. Ook had hij veel wrakhout zien drijven.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Ramsgate, 30 november. De alhier in averij binnengelopen schepen VREDE en VICTOR – zie NRC van 30 november en 1 december – zijn begonnen te lossen.


  JB - Javabode

Gisteren zijn alhier (opm: Batavia) aangekomen de timmerman en vijf matrozen van het Engelse schip ELISABETH AND ANNE, kapt. Blanck, welk vaartuig, van Foochow naar Melbourne bestemd, de 29e november l.l. in de Lampongbaai met volle lading is gezonken. De kapitein en de overige equipage zijn per Hamburgs schip NANCY naar St. Helena vertrokken.


04 december 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 2 december. Het Nederlandse schip EVERARDUS (opm: schoener EVERHARDUS), kapt. De Boer, is te Montevideo voor Antwerpen bevracht.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Yarmouth, 29 november. Het alhier lek binnengelopen schip ANNA, kapt. Muller, van Libau (opm: Liepaja) naar Schiedam – zie NRC van 1 december – moet lossen om te repareren.


05 december 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 4 december. Volgens particuliere berichten uit Venezuela was de Nederlandse brik ADDICIA wegens het forceren der blokkade tijdens de insurgenten (opm: opstandelingen) zich te Laguayra bevonden, als goede buit verklaard.


06 december 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 3 december. Aangaande de Veendammer kof GEERDINA, kapt. Doewes, in dato 7 november l.l. vermeld als zijnde bij Pas de Boeuf gestrand, en dat men hoopte haar weder af te brengen, wordt nader gerapporteerd, dat dit schip de 11e november als wrak is verkocht, en de inventaris later insgelijks in veiling zou worden gebracht.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Ostende, 3 december. De gestrande schepen JOSEPH en AMPHITRITE, zijn heden op de strandingsplaats verkocht. Eerstgenoemde bedong BFR 2400 en laatstgenoemde BFR 550.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Tampico, 18 oktober. De Franse schoener PETRONELLA, kapt. Phélipot, van hier uit zee teruggekomen, is afgekeurd en zal overmorgen verkocht worden. (opm: gezien de naam mogelijk een ex-Belgisch of ex-Nederlands schip)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Triëst, 29 november. Het alhier van Hull gearriveerde Nederlandse schip BACCHUS, kapt Zuidema, heeft 12 november in een zware storm bij Kaap Bon belangrijke schade bekomen.


  LC - Leeuwarder Courant

Leeuwarden, 2 december. In de nacht tussen 28 en 29 november j.l. is, bij hevige storm uit het noordwesten, bij Schiermonnikoog gestrand het schip HENDRIKA GEERTRUIDA, kapitein H.C. Janknecht, te huis behorende te Groningen, aldaar bestemming hebbende en komende van Newcastle, beladen met steenkool en soda (opm: zie NRC 031259). De bemanning, bestaande uit vijf personen, benevens een aan boord zijnde passagier, hebben zich gered en met een gedeelte van het schip, dat overigens geheel verbrijzeld was, het strand kunnen bereiken. Een der manschappen, zijnde de kok, Gerrit Woltha genaamd, is echter ten gevolge van geleden vermoeienissen en koude, kort daarna op het strand bezweken. Schip en lading zijn geheel verloren; van de tuigage heeft slechts een klein gedeelte geborgen kunnen worden.


07 december 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 6 december. De Nederlandse brik WEMELTJE, kapt. C. Kok Houwink, van Newcastle naar Harlingen, is volgens telegram van Harlingen van gisteren, aldaar op de Zuidplaat aan de grond vastgeraakt. Men zou trachten het schip af te brengen. (opm: zie NRC 091259)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlissingen, 5 december. De Belgische kof JOHANNA, kapt. E. Speckens, van Glasgow naar Antwerpen is bij Rammekens gestrand en zijn zeer gevaarlijk. (opm: zie NRC 270160)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Emden, 5 december. De schepen MARGARETHA, kapt. Mulder, van Hamburg naar Amsterdam, en UNTERNEHMUNG, kapt. Tonkens, van dito naar Sappemeer, zijn te ……. in het ijs bezet geraakt. Er is hulp derwaarts gezonden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Ramsgate, 4 december. Gisteren is alhier lek en met verlies van anker en ketting binnengebracht het Nederlandse schip CHRISTINA ALIDA, kapt. Welger, van Galatz naar Vlissingen bestemd. Het schip heeft bij Dungeness op strand gezeten en aldaar die schade opgedaan.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Wyck auf Föhr, 3 december. De 9e aanstaande zal alhier openlijk verkocht worden ruim 500 tonnen haring, geborgen uit het bij Blaavandshuk (opm: noordwest van Esbjerg) gestrande Nederlandse schip CATHARINA CORNELIA, kapt. H. Marinus.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 6 december. Volgens bericht uit West-Indië zal Zr.Ms. korvet PEGASUS, liggende te Suriname, naar Curaçao vertrekken om Zr.Ms. brik DE ZEEHOND aldaar af te lossen, welke laatste bodem naar Suriname terugkeert en door Zr.Ms. korvet HELDIN, zeilkaar liggende te Hellevoetsluis, zal worden afgelost, wordende alsdan Zr.Ms. brik DE ZEEHOND omstreeks de maand mei van het volgende jaar in het Nieuwe Diep terugverwacht.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 6 december. De met 1 januari 1860 in de vaart komende schroefstoomboot (opm: binnenvaarder) van Sluis naar Brugge zal de naam JACOB VAN MAERLANT voeren.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Publieke verkoping in het Notarishuis aan de Geldersche Kade te Rotterdam op dinsdag 6 december: het Nederlandse fregatschip HEBE: voor NLG 48.500 verkocht.


  JB - Javabode

Soerabaija, 5 december. Het schip AGATHA MARIA is op Duiven-eiland vastgeraakt. De PALEMBANG is ter adsistentie derwaarts gezonden.


  JB - Javabode

Soerabaija, 28 november. Zaterdag namiddag (opm: 23 november) j.l. sloeg de bliksem in de voorbramsteng van het Nederlandse schip JOHANNA MARIA (opm: kapt. L.J. Wilhelmie), en nam er de top van weg zonder echter enige andere schade aan te richten. Op het zelfde ogenblik zag men twee ballen vuur uit de grote mast vallen, en hoewel beneden in het ruim een sterke zwavellucht verspreid was, heeft men bij onderzoek niets kunnen bespeuren.


08 december 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 7 december. Zr.Ms stoomschip AMSTERDAM, onder bevel van de kapt.luit.t.zee A.D.S. Clarkson, komende uit Oost-Indië, is de 7e dezer ter rede van Texel geankerd.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hellevoetsluis, 7 december. Kapt. T.W. Stuit, voerende het schip (opm: schoener) BEERTA HENDRIKA, van New-York alhier binnengelopen, rapporteert, dat hij de 10e november op 37º24’ N.B. en 45º58’ W.L. heeft ontmoet de Engelse bark EAGLE, kapt. Nelson Chanbros, in zinkende staat verkerende. Hij heeft de equipage, 16 man, aan boord genomen, en hen de 16e daaraan volgende op Flores (Azoren Eilanden) aan wal gezet.


09 december 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 8 december. De schepen MARGARETHA, kapt. Mulder, van Hamburg naar Amsterdam, en ONDERNEMING, kapt. Tonkens, van Hamburg naar Sappemeer, bij Norddeich in het ijs bezet geraakt, zijn, volgens bericht van 6 december weder in de ruimte gebracht.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hellevoetsluis, 8 december. Het schip CATHARINA WILHELMINA, kapt. Popken, van hier, binnendoor, naar Brouwershaven vertrokken, is in het Hillegat aan de grond gevaren.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 8 december. Het schip WEMELTJE, kapt. Kok Houwink, van Newcastle naar Harlingen, op de Zuidplaat bij Harlingen aan de grond vastgeraakt – zie NRC van 7 dezer – is, volgens brief van daar van de 7e dezer, weder af en lek in de haven gekomen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Delfzijl, 3 december. Het schip HENRIETTE, kapt. Damm, van Leer naar Amsterdam, is alhier lek binnengelopen en moet lossen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Antwerpen, 7 december. Het klipperschip LOUISE, kapt. Buys, is door het Franse gouvernement bevracht om drijvende batterijen van Toulon naar China over te voeren.
(In ons nommer van 6 dezer deelden wij, volgens de Spaanse bladen, mede dat dit schip 30 november van Santander naar Antwerpen was vertrokken).


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rio Grande, 31 oktober. De te Winschoterzijl te huis behorende schoenerbrik KROONPOLDER, kapt. Boekhold (opm: schoener, kapt. B.J. Boekholt), met een lading zout van Lissabon komende, is de 5e oktober ten zuiden van de baar alhier totaal verongelukt. De bemanning is gered.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Buenos-Ayres, 28 oktober. De te Rotterdam te huis behorende schoenerbrik (opm: schoener) DIANA, kapt. J.F.H. Pille, is 25 september in een hevige storm te Laguna de Los Padres van de ankers geslagen en op strand gedreven, alwaar het schip onmiddellijk verbrijzeld is. De equipage is gered.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. H. Vriessendorp, J.PLM. Boonen, E. Mauritz, A.C. van Wageningen Jr, P.J. de Kanter Jr, H. Boonen, D. de Jongh Wz, J. Vriesendorp en B. de Witt, makelaars, presenteren als lasthebbende van hun meesters, ten overstaan van een daartoe bevoegd beambte, bij openbare veiling, te verkopen: een extra ordinair welbezeild Kofschip, genaamd ONRUST, varende onder Nederlandse vlag en laatst gevoerd door kapt. F.K. Brouwer, gebouwd in het jaar 1837. Volgens Nederlandse meetbrief lang 25,39 ellen, wijd 4,99 ellen, hol 2,47 ellen, en alzo gemeten op 139 tonnen of 73 lasten. Volgens het laatste certificaat, afgegeven door het bureau Veritas, geclassificeerd 3. Q. G. 2. 1. Met al deszelfs rondhouten, staand en lopend want, ankers, kettingen, touwen, zeilen en verdere scheepsbehoeften, zoals het is liggende in de Nieuwe haven, te Dordrecht, alwaar hetzelve zal kunnen worden bezichtigd.
De verkoping zal plaats hebben ten huize van J. Zahn, in het Nederlandsch Koffijhuis over het Marktplein te Dordrecht, op zaterdag de 24e december 1859, des middags ten twaalf ure precies. Nadere onderrichting te bekomen bij bovengenoemde makelaars of bij de cargadoors Visser en Van der Sande, te Dordrecht en Rotterdam.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Uit de hand te koop: het geadmitteerde Veer en Schip, varende in de vaste beurt van Britswerd op Leeuwarden en Sneek et vice versa.
Nadere informatie te bekomen bij K.J. Fopma te Britswerd en F.J. Fopma te Wommels.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. De notaris Brandsma te Dronrijp zal op donderdag den 15 december 1859, des namiddag ten 1 ure, bij het pakhuis voor Strandgoederen te Schiermonnikoog, publiek, á contant, verkopen: enige zeilen, stag en want, lopend touwwerk, enige stukken of gedeelten lichte ketting, 2 watervaten, 1 mast; benevens ander rondhout en een partij wrakhout, een en ander geborgen van het gestrande kofschip HENDRIKA GEERTRUIDA, kapitein H.C. Janknecht.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Men presenteert uit de hand te verkopen een half Trekveer, van Leeuwarden op Sneek; laatst bevaren door Haring Kragt. Te bevragen bij de weduwe Kragt, op Vijversbuurt.


10 december 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 9 december. Zr.Ms. transportschip DE HELDIN, onder bevel van de luit. ter zee 1e klasse P. Toutenhoofd, is de 8e dezer van de rede van Hellevoetsluis naar zee vertrokken, ter opvolging zijner bestemming naar Lissabon en West- Indië.
Te Vlissingen is de 6e dezer op ’s Rijks werf op plechtige wijze de kiel gelegd van een nieuw te bouwen schroefstoom-korvet 2e klasse, dat de naam zal voeren LEEUWARDEN.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Openbare verkoop. De notaris Cazaux van Staphorst, residerende te Rotterdam, is voornemens op dinsdag de 20e december 1859, des middags ten 12 ure, in het huis der notarissen, aan de Geldersche Kade, te Rotterdam, in het openbaar te veilen en onmiddellijk daarna aan de meestbiedende of eerst mijnende te verkopen: het snelvarend Nederlands ijzeren stoomschip ERASMUS, liggende te Rotterdam, in de Scheepmakers- haven, nabij de Wijnbrugstraat, lang over dek 34 el 40 duim, wijd gemiddeld 3 el 43 duim, hol 1 el 68 duim, en alzo gemeten op 129 ton met stoomwerktuig van 45 paardenkracht en inventaris; breder bij aanplakbiljetten omschreven, zijnde gemeld stoomschip laatstelijk gebezigd, ingevolge concessie, tot het slepen van schepen en vervoer van goederen en op de rivieren de Maas, Lek, Rijn, IJssel, en Waal, vroeger tot vervoer van personen en goederen tussen Vreeswijk en Rotterdam.
Nadere informaties zijn intussen te bekomen ten kantore van gemelde notaris Cazaux van Staphorst, te Rotterdam, en van de notaris De Wall Janssen, te Vianen, alsmede aan boord van bovengenoemd stoomschip bij de kapitein G. Genis.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Triëst, 5 december. De alhier gearriveerde Nederlandse schepen DRIE GEBROEDERS AMERIKA en JOHANNA BEERTA hebben op hun reizen veel slecht weder gehad en daarin zeilen verloren en enige andere schade bekomen.


  JB - Javabode

Advertentie. Te koop het nieuw gekoperde Bremer brikschip ARMINIUS, groot 131 Bremer lasten, voorzien van volledige inventaris en dubbel stel zeilen.
Nadere informatiën bij de agenten, Pandel & Stiehaus.

NRC 111259
Rotterdam, 10 december. Het schip BEERTA HENDRIKA, kapt. Stuit, van New-York in de Goeree binnen, heeft op de reis vele stormen doorgestaan, en belangrijke schade aan zeilen en tuigage bekomen.


11 december 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 10 december. Van het Nederlandse kofschip HINDERIKA GEERTRUIDA, kapt. Janknecht, van Newcastle naar Groningen, in de nacht van 28 op 29 november op Schiermonnikoog verongelukt – zie NRC van 3 dezer – zijn in de afgelopen week geborgen: enige zeilen, stag en want, lopend touwwerk, enige stukken lichte ketting, twee watervaten, een mast, benevens ander rondhout en een partij wrakhout.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Brixham, 8 december. Heden is alhier met schade aan het roer binnengelopen de stoomboot BALMORAL, van Rotterdam naar St. Nazaire bestemd.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Elseneur, 8 december. De stoomboot JONGE PAUL, kapt. H.B. de Jong, van Amsterdam naar Kopenhagen, is heden morgen ten gevolge van mistig weer, alhier in de nabijheid aan de grond geraakt, doch spoedig vlot gekomen en ten noorden van onze rede geankerd, waar het vaartuig heden middag nog lag, daar het wegens de mist de reis niet kan vervolgen.


12 december 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Aanbestedingen. Op 14 december, des middags ten 12 ure, zal door de Minister van Marine aan het lokaal van zijn departement worden aanbesteed het bouwen van vier houten verdedigingsvaartuigen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Gothenburg, 7 december. De Nederlandse kof PIETER BENTUM, kapt. W.J. Schaap, van Dantzig (opm: Gdansk) met granen naar Engeland, is hier in averij binnengelopen.


13 december 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 12 december. De 1e dezer vertrok het oorlogsstoomschip PATINO van Cadix naar Fernando-Po. Aan boord van genoemd schip bevond zich de zoon van een der kleine koningen van Midden Afrika. Deze jongeling werd voor omstreeks twee jaren aan de zorgen van de kapitein van een Nederlandse brik, die te Luango ankerde, toevertrouwd, welke hem tegen betaling ener aanzienlijke som zou overvoeren en hem de voornaamste steden van Europa zou doen bezoeken. De kapitein, misbruik makende van het in hem gestelde vertrouwen, deed de prins, toen men enige dagen in zee was gestoken, in boeien slaan en verkocht hem als slaaf op Cuba. Het gelukte de ongelukkige jongeling zich te doen herkennen, en de Spaanse autoriteiten kochten hem vrij en zonden hem naar Spanje. Een proces is, naar men wil, sinds die tijd tegen de Nederlandse kapitein aangevangen, maar het is nog steeds hangende.
(Voor de eer van de Nederlandse vlag hopen wij, dat de regering naar dit feit streng onderzoek zal doen en het resultaat daarvan openbaar maken, en dit te meer, daar wij menen te weten, dat in geen twaalf jaren een Nederlands schip van Afrika naar Cuba is vertrokken. De redactie.)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De aanzeiling van het Nederlandse schip VREDE met het Zweeds schip VICTOR.
In enige onzer nommers maakten wij melding van een aanzeiling tussen de Nederlandse bark VREDE, kapt. Ter Bruggen, van Rotterdam naar Australië, en de Zweedse bark VICTOR, kapt. Prehn, van Java naar Stockholm bestemd.
De Shipping and Mercantile Gazette behelst daaromtrent rapporten van de respectieve gezagvoerders, waaraan wij het volgende ontlenen: kapt. Ter Bruggen rapporteert, dat hij in de morgen van de 27e november met zijn lantaarns helder brandende (hetgeen door de loods die nog aan boord was, geconstateerd wordt) zich bevond op de hoogte van het Zuid-Voorland (opm: South Foreland), hebbende het vuur daaraan in peiling W½ N. op circa 8 mijlen afstand.
De VREDE, over bakboordzijde liggende, stuurde W.Z.W. en men was juist bezig om het voor bramzeil vast te maken, toen de loods en de uitkijk een rood licht, ongeveer een streek aan stuurboord vooruit zagen. Onmiddellijk toen kapt. Ter Bruggen dit vernam, liet hij het roer bakboord brengen, zodat de zeilen ten laatste tegenvielen. In deze positie liggende, kwam het andere schip, dat een grote bark bleek te zijn, nader en liep de VREDE in de bakboordsboeg, welke zij geheel ontzette. De beide schepen kwamen spoedig vrij en de VREDE werd met de stuurboordhalzen toegelegd.
Toen men de pompen peilde, bevond men dat het schip een lek bekomen had en onmiddellijk werd door een gedeelte der equipage de pomp bemand, terwijl een ander gedeelte de fokkemast verzekerde, daar men ook de boegspriet verloren had, en een zeil voorover de boeg spande, om het indringen van het water zoveel mogelijk te beletten. Men besloot nu naar Londen te gaan om aldaar te repareren.
Twee uur later, ten ca. 7½ ure, kwam het stoomschip RESOLUTE opdagen. Dit werd aangenomen, om het schip naar Londen te slepen; doch weldra bemerkte men dat het lek meer en meer toenam. Men besloot dus om de eerste de beste haven te nemen en kwam ten 12 uur 30 minuten met vijf voet water in het ruim te Ramsgate aan. Hier werd het schip op de oostbank aan de grond gezet en na het lek aldaar voorlopig gestopt te hebben, is het schip naar bekwamer plaats gebracht om te lossen en te repareren.
Kapt. Prehn rapporteert dat hij op de bedoelde morgen met een frisse koelte uit het N. ten W. en vrij klare lucht, N.O. ten O. voorlag, toen de uitkijk een vuur ontdekte. De stuurman ging hierop naar het voordek en zag een groen licht vooruit, dat voor de VICTOR over scheen te gaan. De kapitein, die aan lij op het halfdek over boord keek, niets dan een groen licht aan lij vooruit ziende, geloofde dat het schip, dat volgens zijn mening Z.W. stuurde, vrij zou gaan en beval de man aan het roer, om bij de wind te houden. Toen de beide schepen elkander echter naderden, scheen het hem toe, dat de vreemdeling zijn roer bakboord bracht, terwijl ook het rode licht zichtbaar werd. Het was toen echter te laat, om het roer bakboord te leggen, Om dus de schok minder hevig te doen zijn, bracht hij, daar een aanzeiling onvermijdelijk was, het roer hard aan lij en liet de VICTOR in de wind lopen.
Op dat ogenblik liep de vreemdeling met de bakboordboeg de VICTOR in stuurboordboeg.
Tussen het zien van het rode licht en de aanzeiling, was nauwelijks een minuut verlopen.
De schepen kwamen spoedig vrij en vielen over verschillende boegen. De VICTOR had een zwaar lek (was echter niet zinkende), de boegspriet verloren en de boeg geheel aan stuk.
Met behulp van een stoomschip zette zij koers naar Ramsgate en arriveerde aldaar op hetzelfde ogenblik met het andere schip, dat toen bleek te zijn de Nederlandse bark VREDE.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 12 december. Het schip MARGARETHA, kapt. Mulder, van Hamburg herwaarts gedestineerd, is, volgens brief van Groningen van de 10e dezer, zwaar lek en met verlies van zeilen, anker en ketting, te Delfzijl gebracht.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Delfzijl, 6 december. De lading van het Nederlandse schip JANTINA MARGRIETHA, kapt. Net (opm: JANTINA MAGRITHA, kapt. G.E. de Net, zie NRC 191159), van Londen naar Antwerpen, de 17e november zwaar lek alhier binnengelopen, is gelost en met lichters naar Groningen vervoerd.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. De notaris Z.S. de Haan te Leeuwarden zal op woensdag den 21december 1859, des namiddag 6 uur, ten huize van Langhout, kastelein te Wartena, ten verzoeke van de heer Mr. W.W. Kutsch, advocaat te Leeuwarden, qq, provisioneel verkopen: een huis, no. 58, Scheepstimmerschuur en Helling en erf, staande en gelegen aan het vaarwater aan de Buren te Wartena, sectie B no. 271, groot 21 roede 90 el, en no. 272, groot 8 roede 50 el; bij Bote H. van der Kolk in eigen gebruik; den 12 mei 1860 te aanvaarden.
(opm: LC 301259 meldt dat verkoop is uitgesteld tot woensdag 11 januari 1860)


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Mr. H.P. Wichers, notaris te Leek, gedenkt op maandag den 19 december 1859, des avond te 6 uur, ten huize van de kastelein L. Casemier te Leek, publiek te verkopen: een nieuw fiks gebouwd overdekt Tjalkschip met toebehoren, gemeten op 45 tonnen, en twee bevaren overdekte Pramen.
Alle drie liggende in het Leekster Hoofddiep, bij de werf van B. Beereboom.


14 december 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Shields, 12 december. Het Nederlandse schip ANNA MARIA, kapt. Siegers, van hier naar Triest bestemd, heeft buiten de baar de grote marsra verloren en is alhier teruggekomen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Palermo, 4 december. Het schip MARINUS EN GEERTRUIDA, kapt. Van Duin, van Konstantinopel (opm: Istanbul) naar Falmouth is alhier lek, met onklare pompen en overgeslagen lading binnengelopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Triëst, 6 december. Het alhier van Cardiff gearriveerde Nederlandse schip SJOUKINA, kapt. De Jonge, heeft veel stormweer gehad en daarin de kluiverboom verloren en schade aan tuigage en zeilen bekomen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Lowestoff, 11 december. Het Nederlandse schip THEODORA HENRIETTE, kapt. De Vries, van Sunderland naar Amsterdam, is alhier lek binnengebracht.


  JB - Javabode

Het schip VIER GEBROEDERS, kapt. Ter Marsch, van Glasgow naar Batavia, is te Rio Janeiro, alwaar het met schade was binnengelopen, afgekeurd (opm: zie NRC 081059).


  JB - Javabode

Soerabaija, 8 december. Bij het ter perse leggen vernemen wij, dat de PALEMBANG is aangekomen met de AGATHA MARIA in lekke staat op sleeptouw.


15 december 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Lowestoff, 11 december. Het Nederlandse schip THEODORA HENRIETTE, kapt. J.J. de Vries, van Sunderland naar Amsterdam, alhier lek binnengelopen – zie NRC van gisteren – moet GBP 100 betalen aan de visserman die het schip met zijn vaartuig en volk geassisteerd heeft.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Norden, 11 december. De Nederlandse tjalk GOEDE VERWACHTING, kapt. G.H. Mulder, van Amsterdam naar Hamburg, is lek te Nieuw-Harlingerzijl (opm: Neuharlingersiel) binnengelopen. Men zal morgen beginnen met de lading te lossen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Lilla Ränsö, 9 december. In de morgen van 6 dezer ontdekte men bij Wrango (Z-W kust van ons eiland) dicht bij de klippen ten anker leggen (opm: liggende) een Nederlandse kof, die de beide masten verloren had. Onmiddellijk werden enige boten afgezonden, die het schip op sleeptouw namen en in de loop van de dag naar Gothenburg brachten. Het schip is gebleken te zijn de Veendammer kof PIETER BENTUM, kapt. W.J. Schaap, van Dantzig (opm: Gdansk) naar Grangemouth bestemd en had de vorige dag in een storm bij Anholt de masten verloren (zie ons nommer van 12 december)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Openbare verkoping te Egmond aan Zee, in de herberg Zeezigt, op dinsdag de 20e december 1859, na de middag ten twee ure, van het Nederlandse Barkschip FERDINANDINA EMMA, gevoerd door kapt. R.A. Tange, komende van Batavia en bestemd naar Amsterdam, doch op zondag de 27e november 1859 tussen Egmond aan Zee en Kamperduin gestrand, met al de daartoe behorende tuigage, voor zo ver die nog op het schip aanwezig is, mitsgaders dat gedeelte van de lading, hetwelk zich nog aan boord van het schip bevindt, bestaande in ongeveer 377 kranjangs suiker, 330 balen of pakken tabak, 3.500 balen rijst, 5.340 bossen bindrotting, 200 stukken gutta percha, enige kisten diverse goederen, 9 kisten gom dammer, 1.998 koehuiden en 439 buffelhuiden. Zodanig als hetzelve schip, met het tuig en daarin zijnde gedeelte van de lading tussen Egmond aan Zee en Kamperduin aan strand van de Noordzee ligt, met al hetgeen zich verder in of op het schip mocht bevinden, hoe ook genaamd en van wat aard ook, zonder enige uitzondering. Zullende op dezelfde dag, te beginnen voor de middag ten tien ure, ook worden verkocht: de geborgen tuigage van het schip en enige beschadigde goederen van de lading. Nadere inlichting op franco aanvrage te bekomen bij de kapt. R.A. Tange, in de herberg Zeezigt, te Egmond aan Zee, en de notaris S.A. de Lange, te Alkmaar.


16 december 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 15 december. Volgens brief van kapt. Steffens, voerende het Nederlandse galjootschip DE JONGE ANDRIES, van Baltishport naar Schiedam bestemd, is hij na twee maal in zee geweest te zijn door contrariewind genoodzaakt geweest aldaar weder binnen te lopen en door de vorst in de haven te halen, alwaar hij de 5e dezer in goede staat was liggende.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Frederikshaven, 12 december. Het schip MARIA, kapt. Richter, van Memel (opm: Klaipeda) naar Antwerpen – zie NRC van 12 dezer – is na ontlossing van de deklast vlot gebracht en heeft de reis vervolgd.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Oostende, 13 december. De bij Middelkerke gestrande Pruisische bark MAGELLAN is heden met de inventaris publiek verkocht.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 24 oktober. Het Nederlandse schip OSIRIS, kapt. Kramer (opm: fregat, kapt. W.H. Cramer), van Panaroekan met een lading koffie en suiker voor de Nederlandsche Handel-Maatschappij naar Dordrecht bestemd, is op de kust van Madura gestrand (opm: 10 oktober, zie ook JB 021159) en wrak geworden. Van de lading zijn 2.800 balen koffij en 200 kranjangs suiker geborgen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 24 oktober. De Nederlands-Indische bark CAROLINA SOPHIA, kapt. Van der Beek, is in de nacht van de 20e op de 21e augustus j.l. op ongeveer 50 Engelse mijlen ten Z.O. van het eiland Amblauw onder Boero gezonken. De equipage is gered. Van schip, lading of inventaris is niets geborgen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 24 oktober. Volgens hier ontvangen bericht is op 10 oktober j.l. op de 1e punt in Straat Banka aan de grond geraakt het Engels schip JACATRA, van Glasgow naar Singapore bestemd, en zat het de 11e nog onbeweeglijk vast.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 24 oktober. In de nacht van de 13e op de 14e oktober jl. is te Pamanoekan binnengelopen een sloep, bemand met drie matrozen, welke volgens hun verklaring afkomstig zijn van het Amerikaanse schip THE RHINE, gezagvoerder Wilson, dat op de 3e juni j.l. uit New York is gezeild met een lading steenkolen voor Soerabaja bestemd en welke bodem in de nacht van de 4e op de 5e oktober j.l. na Anjer te zijn gepasseerd, door broeiing van de lading in brand geraakt en totaal is vernield. Zoveel de drie geredde manschappen in de duisternis en tijdens de aan boord door de brand ontstane verwarring hebben kunnen nagaan, moet de gehele bemanning, uit 17 koppen bestaande, zich in vier sloepen hebben verdeeld, koers nemende naar Samarang, van welke vier sloepen alsnu één te Pamanoekan is terecht gekomen. De drie bedoelde zeelieden, twee Nederlanders en een Amerikaan, hebben, van slechts zeer weinig levensmiddelen voorzien, vijf etmalen op zee in hun sloep rond gezworven. Omtrent het lot van de drie overige sloepen kunnen zij niet de minste inlichtingen geven.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 24 oktober. Vrachten. De rijzing in de vrachten tengevolge van de opname van de Bonische schepen, heeft geheel opgehouden en plaats gemaakt voor een zeer flauwe en aanvankelijke teruggang. Dit is het gevolg van de stilte in de uitvoer-handel, waardoor weinig product ter verscheping wordt aangeboden. Sedert de laatste mail zijn de volgende transacties gesloten: PRINS MAURITS NLG 50 per last voor suiker en NLG 45 voor rijst om te Samarang en Cheribon te laden naar Amsterdam. ZEEPLOEG NLG 55 per last naar Nederland, ladende te Tagal. MENTOR laadt voor reders rekening. DOELWIJK, bevracht door de Nederlandsche Handel-Maatschappij à NLG 65 voor koffij, te Padang naar Rotterdam. KOERIER NLG 55 voor suiker en NLG 50 voor rijst en koffij, op de kust te laden naar Amsterdam. AGATHA EN MARIA in lading naar Nederland. De ELISABETH werd door de Nederlandsche Handel-Maatschappij opgenomen à NLG 60 voor suiker op Pekalongan en Cheribon te laden. ANNA EN ELISE NLG 55 voor koffij te Padang te laden naar Amsterdam. EDOUARD MARIE opgenomen voor een lading rijst à 22½ USDcents de picol naar Hongkong, 30 naar Amoy of 40 naar Shanghai. SOPHIA KONINGIN DER NEDERLANDEN NLG 48 voor rijst, NLG 55 voor suiker, NLG 67,50 voor huiden en NLG 70 voor arak naar Rotterdam. JOACHIM CHRISTIAN (Hamburg ) GBP 1.12.6 voor rijst en GBP 2 voor arak naar Hamburg en hier op de kust te laden. CROUCH BROTHERS (Engels) bevracht à GBP 2.5/- voor suiker naar Engeland; met 10/- naar het continent, te Samarang is door het gouvernement opgenomen voor de Bonische expeditie à 38 cents per last per dag. De FIDES (Bremen) en HERSCHEL (Hamburg) zijn te koop.
De volgende Nederlandse schepen zijn nog disponibel: JULIE CLAIRE, IJSEL, TONIA, EUTERPE, DOLFIJN, WELVAART, JOHANNA EN GEERTRUIDA, ALBLASSERDAM, ROTTERDAM en HUGO GROTIUS.
De JOHANNA EN LOUISE, DERKINA TITIA, DRIE GEBROEDERS, CHRISTINA HELENA, JAN VAN BRAKEL, CORNELIA EN GEERTRUIDA, LOUISE ROELOFFIENA en HENRIETTE doen kustreizen.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Te koop: een wel onderhouden Tjalkschip, groot 38 tonnen, met of zonder inventaris, liggende en te bevragen bij H.W. Eppenga te Gorredijk.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. De notaris Mann zal, ten verzoeke van de heer Verwer, maandag 19 december 1859, na de middag 2 ure, in de Prins aldaar, in veiling brengen, en de schepen dadelijk verkopen:
1: Een nette hechte en sterke Huizing, met ruim bleekveld en erf, uitkomende aan het Vallaat, in de nabijheid van de Waag aan de Riga te Makkum, waarin sedert vele jaren zeilmakerij wordt uitgeoefend, zeer geschikt tot velerlei gebruik; door Ruurd Kuipers bewoond. Mei 1869 te aanvaarden.
2: Een wel onderhouden Snikschip, de JONGE KORNELES, groot 37 tonnen, met deszelfs complete inventaris en Snik, geheel ingericht tot de schelpenvisserij; door Lolke Draaijer bevaren en liggende in het Vallaat.
3: Een overdekt Schilschip, genaamd ONVERWACHT, groot 14 tonnen, met deszelfs volledige en uitmuntende inventaris en Snik, geheel ingericht tot de schelpenvisserij, liggende aan de Scheepstimmerwerf van Bakker en Van der Veen.


17 december 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 24 oktober. Het Engelse schip JACATRA, van Glasgow naar Singapore, is de 20e dezer in Straat Banka gestrand.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam,15 december. Het schip AFIENA, kapt. Goosens, van Dundee naar Zwolle, is, na gedeeltelijk tussen Urk en Schokland gelost te hebben, wegens ijsgang van daar moeten vluchten en alhier in het dok gekomen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Het schip CORNELIA, kapt. Hazewinkel Muntendam, was de 12e oktober te Bahia bevracht naar Triëst.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Antwerpen, 15 december. Het Amerikaanse schip PLUTARCH, kapt. Barker, van New York naar Antwerpen, is in 4 vadem water op de hoogte van Oostende gezonken.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Sligo, 14 december. Het Nederlandse schip ALIDA IKINA, kapt. Scholtens (opm: brik, kapt. J.J. Scholten), van Galatz naar Ballina, is bij laatstgenoemde plaats gestrand en zal totaal weg zijn (opm: zie NRC 241259 en 110460).


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Whitby, 14 december. De te Delfzijl te huis behorende schoener (opm: smak) ANNA, kapt. J.J. Lodewijks, van Newcastle naar Harlingen, is deze namiddag in Robin Hoods-Bay gestrand en zal totaal weg zijn (opm: zie NRC 301259). Het scheepsvolk is gered.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hamburg, 15 december. Het ijs in de Elve (opm: Elbe) vermeerdert. Evenwel zijn hedenmorgen nog enige schepen van de stad naar beneden gesleept.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Triëst, 14 december. De Nederlandse schoener MARIA, kapt. H.J. Mooi, met vis van Wadsoe naar Venetië bestemd, is bij Grado (opm: vermoedelijk Gradac [Porto Gradaz], 44º58’ N.B. 14º6’ O.L.) gestrand en zal moeilijk af te brengen zijn (opm: zie NRC 201259).


  JB - Javabode

Advertentie. Te koop de geheel op spoed ingerichte stoomboot SHANDON, metende 186 ton, thans liggende ter rede Batavia.
Deze boot, die weinig diepgang bij veel stoomvermogen heeft, is bijzonder geschikt voor de riviervaart, terwijl zij gedurende haar reis van Engeland naar Australië en daarna herwaarts bewezen heeft evenzeer geschikt te zijn om zee te bouwen.
De nieuwe en uitmuntend geconstrueerde ketels kunnen als een bijzondere aanbeveling dienen. Bijzonderheden zullen worden medegedeeld door de gezagvoerder Anderson aan boord van gemelde bodem, en ten kantore der agenten, Pitcairn, Syme en Co.

NRC 181259
Texel, 16 december. Het schip PAULINE CONSTANTIA ELEONORE, kapt. Pijbes, heden van Abo (opm: Åbo, thans Pori) alhier binnengekomen, heeft een gedeelte zijner deklast verloren en meer andere schade bekomen.


19 december 1859


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Brouwershavenm 18 december. Het Nederlandse kofschip JONKVROUW MARIA, kapt. Menzes, van Riga naar Schiedam, in Zierikzee binnen, is heden, opzeilend naar Schiedam, wegens ijsgang alhier op de rede gevlucht.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hellevoetsluis, 18 december. De alhier ter rede liggende uitgaande schoener THETIS is door door ijsgang op de plaat aan de g