Inloggen
Zoek in kronieken
Aanwezige jaargangen:
Start - 0 - 189 - 191 - 1813 - 1814 - 1815 - 1816 - 1817 - 1818 - 1819 - 1820 - 1821 - 1822 - 1823 - 1824 - 1825 - 1826 - 1827 - 1828 - 1829 - 1830 - 1831 - 1832 - 1833 - 1834 - 1835 - 1836 - 1837 - 1838 - 1839 - 1840 - 1841 - 1842 - 1843 - 1844 - 1845 - 1846 - 1847 - 1848 - 1849 - 1850 - 1851 - 1852 - 1853 - 1854 - 1855 - 1856 - 1857 - 1858 - 1859 - 1860 - 1861 - 1862 - 1863 - 1864 - 1865 - 1866 - 1867 - 1868 - 1869 - 1870 - 1871 - 1872 - 1873 - 1874 - 1875 - 1876 - 1877 - 1878 - 1879 - 1880 - 1881 - 1882 - 1883 - 1884 - 1885 - 1886 - 1887 - 1888 - 1889 - 1890 - 1891 - 1892 - 1893 - 1894 - 1895 - 1896 - 1897 - 1898 - 1899 - 1900 - 1901 - 1902 - 1903 - 1904 - 1905 - 1906 - 1907 - 1908 - 1909 - 1910 - 1911 - 1912 - 1913 - 1914 - 1915 - 1916 - 1917 - 1918 - 1919 - 1950 - 1995 - 2019


Bevat   Exact
 

Kronieken uit 1918


01 januari 1918


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van de firma Gebr. Fikkers te Martenshoek is te water gelaten een stalen 3-mast motorschoener, groot ca. 400 ton, gebouwd onder speciaal toezicht van de Germ. Lloyd en Scheepvaartinspectie. De kiel werd gelegd voor een dito schip, groot ca. 425 ton. (opm: zie ook AH 030118)


02 januari 1918


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Het stoomschip MERWEDE, gebouwd aan de werf van de firma J. & A. van der Schuyt te Papendrecht, voor de Hollandsche Algemeene Atlantische Scheepvaart Maatschappij, heeft met goed gevolg proef gestoomd. Er werd een gemiddelde vaarsnelheid bereikt van 91/2 mijl.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart.
Vrijdag 4 januari, ‘s namiddags 2 uur, onderzoek naar het op een klip lopen op de kust van Noorwegen van het stoomschip URANUS op 9 november 1917. Rederij Koninklijke Nederlandsche Stoomboot Maatschappij, gezagvoerder S. Kuiper, beiden te Amsterdam. Des namiddags 2.30 uur, onderzoek naar het stranden nabij de Scheveningse haven op 10 december 1917 van het zeilvissersvaartuig HUIBERTJE (SCH-402), rederij Firma Jacob den Dulk & Zonen te Scheveningen. Schipper A. de Graaf te ’s-Gravenhage.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart.
Maandag 4 februari, ‘s namiddags 1.30 uur, onderzoek naar het op 12 januari 1918 op de Noordzee door een ontploffing getroffen worden van het stoomschip CALEDONIA. Rederij: Wm. H. Müller & Co’s Algemeene Scheepvaart Maatschappij; gezagvoerder: D. Roos, beiden te Rotterdam.


03 januari 1918


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Nederlandse scheepsbouw in 1917.
In het afgelopen jaar werden van de gezamenlijke Nederlandse scheepsbouwwerven voor binnen- en buitenlandse rekening te water gelaten voor de zeevaart (handelsvaart) 87 stoomschepen en 28 motorschoeners, metende totaal ca. 167.000 brt., tegen 71 stoomschepen en 1 motorschoener, met 144.000 brt. in 1916.
Aan het einde van 1917 waren op de Nederlandse werven voor binnen- en buitenlandse rekening in aanbouw of in aanbouw gegeven voor de zeevaart (handelsvaart) 119 stoomschepen en 21 motorschoeners met ca. 220.000 brt., tegen 119 stoom- en 4 motorschepen met ca. 265.000 brt. aan het einde van 1916.
Nederlandsche Scheepsbouw Maatschappij, te Amsterdam, 6 s.s. met ca. 41.000 ton; Verschure & Co's Scheepswerf en Machinefabriek, te Amsterdam, 3 s.s. met ca. 4.300 ton; Werf Conrad, te Haarlem: 2 s.s. met 5.300 ton;
Haarlemsche Scheepsbouw Maatschappij, te Haarlem, 4 s.s. met ca. 3.600 ton;
Werf Hubertina, te Haarlem, 1 s.s. met ca. 445 ton;
Werf Hollandia, te Haarlem, 1 s.s. met ca. 300 ton;
Werf Nicolaas Witsen, te Alkmaar, 2 m.sch. met ca. 400 ton;
Werf Vooruit, te Enkhuizen, 1 s.s. met ca. 750 ton;
Mij. voor Scheeps- en Werktuigbouw Fijenoord, te Rotterdam, 4 s.s. met ca. 18.700 ton; Bonn & Mees, te Rotterdam, 2 s.s. met ca. 14.000 ton;
Werf v/h Rijkée & Co., te Rotterdam, 3 s.s. met ca. 10.000 ton;
Van der Kuy & Van der Ree's Machinefabriek en Scheepswerf, te Rotterdam, 8 s.s. met ca. 5.300 ton;
Burgerhout’s Machinefabriek en Scheepswerf, te Rotterdam, 2 s.s. met ca. 4.700 ton;
Werf Gusto, te Schiedam, 3 s.s. met ca. 11.000 ton;
A. de Jong, te Vlaardingen, 1 motorsch. met ca. 300 ton;
J.S. Figée, te Vlaardingen, 1 s.s. en 1 m. sch. met ca. 575 ton;
W. Richter Uitdenbogaardt, te Maassluis, 1 m.sch. met ca.. 200 ton;
Boele's Scheepswerven en Machinefabriek, te Bolnes, 6 s.s. met ca. 17.000 ton;
L. Smit & Zn., te Kinderdijk, 3 s.s. met ca. 4.100 ton;
Gebr. Jonker, te Kinderdijk, 1 s.s. met ca. 1.000 ton;
J. & K. Smit's Scheepswerven, te Kinderdijk en Krimpen a/d Lek, 3 s.s. met ca. 8.400 ton; Boele's Scheepswerven en Machinefabriek, te Slikkerveer, 2 s.s. met ca. 2.450 t.;
Wed. C. Boele & Zonen, te Slikkerveer, 2 s.s. met ca. 1.500 ton;
De Groot & Van Vliet, te Slikkerveer, 2 s.s. met ca. 1.600 ton;
Werf ‘De Noord’, te Alblasserdam, 3 s.s. met ca. 8,300 ton;
Jonker & Stans, te Hendrik-Ido-Ambacht, 2 s.s. met ca. 2.700 ton;
J. & A. v.d. Schuyt, te Papendrecht, 3 s.s. met ca. 6.900 ton;
Werf Juliana, te Papendrecht, 1 s.s. met ca. 1.300 ton;
Werf ‘Huis de Merwede’, te Papendrecht, 2 s.s. met ca. 4.200 ton;
Werf ‘Dordrecht’, te Dordrecht, 4 s.s. met ca. 14.800 ton;
Huiskens & Van Dijk, te Dordrecht, 3 s.s. met ca. 3.750 ton;
Werf ‘De Klop’, te Dordrecht, 2 s.s met ca. 1.400 ton;
Werf Baanhoek, te Sliedrecht, 4 s.s. met ca. 6.950 ton;
Werf ‘De Merwede’, te Hardinxveld, 2 s.s. met ca. 2.000 ton;
T. van Duyvendijk, te Lekkerkerk, 3 s.s. met ca. 2.700 ton;
C. van der Giessen & Zonen, te Krimpen a/d IJssel, 3 s.s. met ca. 6.700 ton;
Werf ‘De Hoop’, te Leiderdorp, 3 s.s. en 2 m.sch. met ca. 2.000 ton;
Kon. Maatsch. ‘De Schelde’, te Vlissingen, 3 s.s met ca. 15.700 ton;
Werf ‘Zeeland’, te Hansweert, 2 s.s. met ca. 3.200 ton;
De Haan & Oerlemans, te Heusden, 3 s.s. met ca. 3.050 ton;
J.J. Bodewes, te Pannerden, 2 m. sch. met ca, 300 ton;
Werf ‘De Vondeling’, te Raamsdonkveer, 1 s.s. met ca. 530 ton;
Werf ‘De Donge’, te Raamsdonkveer, 1 s.s. met ca. 700 ton;
P. & A. Ruytenberg, te Waspik, 2 m. sch. met ca. 850 ton;
Gebrs. Bodewes, te Lobith, 1 s.s. met ca. 1.750 ton;
H.H. Bodewes, te Millingen, 3 s.s. met ca. 1.500 ton;
P. & A. van Gelder, te Deest, 1 s.s. met ca. 1.000 ton;
J. van Aller, te Hasselt, Ov. 2 s.s. met ca. 980 ton;
Van Goor & Spiekman, te Zwartsluis, 1 m. sch. met ca. 250 ton;
E.J. Smit & Zn., te Hoogezand, 2 s.s. met ca. 1.700 ton;
G.J. v.d. Werff, te Hoogezand, 2 m. sch. met ca. 700 ton;
Gebr. E. & M. Coops, te Hoogezand, 1 s.s. met ca. 300 ton;
J.W. Boerma, te Martenshoek, 1 s.s. met ca. 500 ton;
Gebr. Niestern, te Delfzijl, 1 s.s. met ca. 700 ton;
Werf v/h Botje Ensing & Co., te Groningen, 2 m. sch. met ca. 700 ton;
J. Vos & Zn., te Groningen, 1 m. sch. met ca. 300 ton;
J.Th. Wilmink & Co., te Groningen, 1 s.s. en 2 m. soh. met ca. 1.000 ton;
Gebr. Fikkers, te Muntendam, 1 s.s. en 1 m. sch. met ca. 600 ton;
Gebr. Zwolsman, te IJlst, 1 s.s. met ca. 335 ton;
U. Zwolsman & Zn., te Workum, 1 s.s. met ca. 300 ton;
Werf Conrad, te Haarlem, 1 s.s. met ca. 1.300 ton;
Haarlemsche Scheepsbouw Maatschappij, te Haarlem, 1 s.s. met ca. 725 ton;
Werf Hollandia, te Spaandam, 1 s.s. met ca. 300 ton;
Werf Nicolaas Witsen, te Alkmaar, 1 s.s. met ca. 1.000 ton.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. De te Martenshoek te water gelaten motorschoener (zie Ochtendblad 1 dezer) is genaamd FRIEDA en gebouwd voor rekening van de Vrachtvaart Maatschappij Neerlandia te Rotterdam.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepvaartbeweging.
Te IJmuiden zijn in 1917 binnengekomen: 482 stoomschepen, metende 2.028.083 m3 bruto; en 69 zeilschepen, metende 25.660 m3 bruto; totaal 551 schepen metende 2.053.743 m3 bruto. Vertrokken: 467 stoomschepen, metende 2.028.782 m3 bruto en 32 zeilschepen, metende 17.068 m3 bruto; totaal 499 schepen, metende 2.045.850 m3 bruto. Totaal in en uit in 1917: 1.050 schepen, metende 4.099.593 m3 bruto, tegen in 1916: 2.672 schepen, metende 11.069.790 m3 bruto.
Te Rotterdam zijn volgens de N.R.C. in 1917 aangekomen 1.442 schepen met 1.319.225 nrt., tegen 3.047 schepen met 3.239.454 nrt. in 1916.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Maassluis, 2 januari. Uit het schip BETSY (zie Avondblad 31 dec.) zijn 1.100 kisten vensterglas geborgen. De deklast ijzeren hoepels is voor de stranding verloren gegaan. Het schip is twee scheepslengten naar dieper water gebracht.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepvaartbeweging. Te Zaandam zijn in 1917 aangekomen 37 stoom- en zeilschepen, tegen 52 in 1916.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Rotterdam, 3 januari. De Nederlandse motorschoener TWEE-AMBT, 25 augustus 1917 van Batavia naar Rotterdam vertrokken, is met schade te Sierra Leone binnengelopen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepvaartbeweging. In 1917 zijn te Delfzijl ingeklaard 221 zeeschepen met een netto inhoud van 345.772 m3 en uitgeklaard 86 zeeschepen met een netto inhoud van 112.576 m3. De cijfers voor de rivierschepen waren: Ingeklaard 155, met 57.961 ton laadvermogen, uitgeklaard 261 met 172.145 ton laadvermogen.


04 januari 1918


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Amsterdam, 3 januari. Volgens alhier ontvangen bericht is het Nederlandse stoomschip LUNA, van hier via Kopenhagen naar Gotenburg bestemd, naar Swinemünde opgebracht.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Verkochte schepen. De van Hernösand te Amsterdam aangekomen schoener VELOX, van de reder, tevens kapitein E. Brouwer, uit Wildervank, is onderhands verkocht aan een binnenlandse rederij.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

De Nederlandsche grote scheepvaart in 1917. (Deel I)
De algemene toestand van de wereldscheepvaart stond in 1917 nog meer dan in de beide vorige oorlogsjaren onder de invloed van de maatregelen, die door de oorlogvoerende mogendheden voor aanval en verdediging werden genomen. Aan de ene zijde de pogingen van de geallieerden om de aanvoeren van zee op peil te houden tegenover de ontzaglijke eisen op militair en economisch gebied, aan de andere zijde de maatregelen van Duitsland om de blokkade van de centrale mogendheden door vermindering van het scheepvaartverkeer met een blokkade van de Entente landen te beantwoorden.
Het neutrale scheepvaartbedrijf in het algemeen en dat van Nederland in het bijzonder stond het gehele jaar onder de druk van de pogingen van Engeland en vervolgens mede van Amerika om zich de neutrale scheepsruimte zoveel mogelijk ten nutte te maken. En de opvolgende handelingen van de Nederlandse Regering ten behoeve van de voorziening van het land met levensmiddelen, landbouw- en industriebenodigdheden waren doorlopend het gevolg van de houding, die door de oorlogvoerenden ten opzichte van ons land werd aangenomen. Kon in 1915 en in 1916 het scheepvaartverkeer op ons land, behoudens enkele periodes van stopzetting, nog tamelijk in stand worden gehouden, in de loop van 1917 kwam de scheepvaart ten gevolge van de onveiligheid ter zee en de allengs toenemende eisen tegenover de Nederlandse handelsvloot nagenoeg tot stilstand en kan thans van weinig andere verbinding meer sprake zijn dan die met de Scandinavische landen. Het zou ons voor de beperkte ruimte, die ons ter beschikking staat, te ver voeren de opvolgende gebeurtenissen en omstandigheden die zich gedurende het afgelopen veelbewogen jaar ten opzichte van de Nederlandse scheepvaart voordeden, uitvoerig te bespreken en moeten ons derhalve bepalen tot de voornaamste bijzonderheden, die van overwegende invloed waren op de gang van het bedrijf. In de aanvang van het jaar lag een deel de Nederlandse scheepvaart nog stil ten gevolge van de staking van de machinisten, waaraan op 14 januari een einde kwam doordat de Bond van Machinisten ter Koopvaardij zich bereid verklaarde op door de Minister van L., H. en N. te bepalen voorwaarden naar zee te gaan, en welke nieuwe loonregeling gerekend werd in te gaan op 13 januari voor machinisten, in dienst bij rederijen, aangesloten bij de Scheepvaartvereniging te Amsterdam. Door deze staking, ongeveer 1.000 personen omvattende, werd ons land ernstig bedreigd met gebrek aan graan en kolen. Nauwelijks waren door de rederijen maatregelen genomen om de schepen in grote getale naar Amerika te doen uitvaren, of de Duitse regering kwam met de verklaring dat de beperkte duikbootoorlog, zoals deze sedert 4 mei 1916 gevoerd werd in overeenstemming met de Amerikaanse nota van 20 april d.a.v., werd opgeheven en met ingang van 1 febr. de „rücksichtslose" duikbootoorlog geopend werd verklaard in alle zeegebieden rondom Gr. Brittannië en Ierland, langs de Franse en de Portugese kust en in de Middellandse Zee (behoudens een vrij gebied langs de Oost-Spaanse kust en doorvaarten naar Griekenland en naar het Suezkanaal voor de neutrale vlag) en wel voor alle vlaggen, neutrale zowel als vijandelijke, die voortaan in de zogenaamde versperde gebieden door de duikboten zouden worden aangetroffen.
Deze verklaring deed in handels-, industriële scheepvaart en beurskringen een paniek ontstaan, zoals wellicht sedert het uitbreken van de oorlog niet had plaats gehad. Men begreep dat deze verscherping van de oorlogsmiddelen van onberekenbare terugslag zou zijn op het economische leven. Van de Nederlandse scheepvaart om de noord werd slechts een smal vaarwater open gelaten. Het gevaar was des te groter geworden doordat de Engelse marine in de laatste dagen van januari in de Duitse Bocht een mijnenveld had gelegd. Sedert, op 3 april, werd dit veld nog aanmerkelijk uitgebreid. Van Duitse zijde werd de oorlog ter zee met ingang van 22 nov. nog verscherpt door uitbreiding van het versperde gebied, waardoor langs de Nederlandse kust de vrije vaargeul werd versmald, vanaf Texel daarentegen verwijding onderging. De Middellandse Zee werd over het gehele gebied gevaarlijk verklaard. Met de opening van de onbeperkte duikbootoorlog, die zo weinig ruimte overliet voor de Nederlandse handelsvaart, waren Nederlandse gezagvoerders en stuurlieden van oordeel dat de vaart door de „vrije route" niet kon worden ondernomen, alvorens deze voldoende door vuurschepen zou zijn afgebakend. Eerst medio maart, nadat hieraan door de Regering gevolg was gegeven, voorts deze strook door de Duitse autoriteiten absoluut veilig was verklaard en de Engelse regering had veroorloofd voor onderzoek Halifax aan te doen in plaats van een Engelse haven, kon van Amsterdam en Rotterdam een aantal stoomschepen de reis naar Amerika aanvaarden. Bracht Duitsland de Nederlandse scheepvaart voor een groot deel tot stilstand, tevens werd de voorziening van ons land bemoeilijkt door de Engelse regering, die nog steeds was voortgegaan Nederlandse schepen in Engelse havens alsmede in de haven van Halifax vast te houden. Gedreven door het nijpend geworden gebrek aan scheepsruimte, weigerde Engeland aan de Nederlandse schepen bunkerkolen te verschaffen dan onder voorwaarde dat door Nederland tegendienst zou worden bewezen in de vorm van ter beschikking te stellen 30% van de laadruimte. Voorts werden Nederlandse schepen, waarbij Engelse geldelijke belangen waren betrokken, door de Engelse regering eenvoudig gerekwireerd. Op 1 februari lagen niet minder dan 25 Nederlandse vrachtschepen met veevoeder en kunstmeststoffen in Engelse havens te wachten. Hoewel de Duitse regering bij de opening van de onbeperkte duikbootoorlog verklaard had enige dagen consideratie te zullen betonen voor in Engeland ter vertrek gereed liggende neutrale schepen, konden de Nederlandse daarvan wegens de weigering door Engeland van bunkerkolen geen gebruik maken. Op 21 februari verbond Engeland aan het verschaffen van kolen de voorwaarde dat de schepen met volle ladingen, in hoofdzaak landbouwproducten en margarine, derwaarts zouden terugkeren en dat alsof er geen gevaarlijke zone bestond. Mocht voor de verkrijging van zodanige lading geen zekerheid bestaan, dan zou het schip zich moeten verbinden twee reizen te maken met kolen van Engeland naar een Franse Kanaalhaven of één reis naar de Golf van Biscaye en terug met erts naar Engeland. Op bovengenoemde datum lagen 21 Nederlandse stoomschepen in Engelse kolenhavens, daarheen vertrokken om kolen te halen en niet in staat naar Nederland terug te keren dan door te voldoen aan een van de gestelde voorwaarden. Daar tegenover stond het streven van de Nederlandse regering over steeds groter deel van de Nederlandse handelsvloot de volle beschikking te krijgen en de schepen, waarover zij zou beschikken, niet op de geallieerde landen te laten varen, zelfs niet voor een deel van de lading. Medio februari was het aantal door de Britse autoriteiten vastgehouden Nederlandse schepen tot een veertigtal toegenomen en begonnen hier te lande de voorraden tarwe en voederartikelen onrustbarend te verminderen. Na moeilijke onderhandelingen tussen de N.O.T. en de Engelse regering werd 15 maart het verbod van het uitvaren van de graanschepen opgeheven. Echter werd van Duitse zijde eerst, op 24 april zekerheid toegezegd voor veilige vaart naar Nederland op 1 mei, waarvan het merendeel gebruik maakte. De overige, werden 15 mei in de gelegenheid gesteld zonder gevaar de Noordzee over te steken. In het verder verloop van het jaar moesten voor de Nederlandse scheepvaart over de Atlantische Oceaan ten behoeve van ieder schip onderhandelingen worden gevoerd.
Moeilijker zou echter nog de toestand voor Nederland worden, nadat op 3 april de Ver. Staten van Noord-Amerika de oorlog aan Duitsland had verklaard. De houding van de Amerikaanse regering tegenover de neutrale scheepvaart gaf in de loop van het jaar getuigenis van steeds toenemende gestrengheid. Aan de regeringen van de neutrale landen worden besliste waarborgen geëist dat van de voor uitvoer ter beschikking te stellen ladingen niets zal doorgaan naar Duitsland. Voorts tracht Amerika zich op niet onduidelijke wijze de neutrale ruimte ten eigen bate ten nutte te maken. Het vasthouden van de ruim 80 beladen Nederlandse schepen in Amerikaanse havens is een lange lijdensgeschiedenis, die nog steeds voortduurt. De bedorven ladingen zijn intussen gelost. Op 11 oktober gaf de Amerikaanse regering officieel kennis, dat geen bunkerkolen zouden worden verstrekt aan schepen op weg naar een neutraal land in Europa, aan Duitsland grenzend. Nederlandse schepen, van Indië en Zuid-Amerika komend, konden geen Amerikaanse haven meer aanlopen om te bunkeren, tenzij de Amerikaanse uitvoerraad zou goedkeuren dat de ladingen van die schepen naar Nederland werden vervoerd. Dientengevolge is sedert de scheepvaartverbinding tussen Nederland en Indië verbroken. De geduchte duikbootoorlog heeft ook aan de Nederlandse handelsvloot zware slagen toegebracht. Reeds onmiddellijk in het begin van februari hadden een paar gevoelige verliezen plaats. De grootste slag werd echter toegebracht door de bekende torpedering op 22 febr. van de die dag tezamen van Falmouth vertrokken zeven schepen, waarvan één nog naar deze haven kon worden teruggesleept. Alleen in februari ging ruim 38.000 bruto ton scheepsruimte voor de Nederlandse vloot verloren. In opvolgende tempo's werden daarna nog verscheidene schepen getorpedeerd, tot van 24 juli—29 oktober geen enkel Nederlands schip tot zinken werd gebracht. Sedert werden nog drie voor kolen naar Engeland bestemde stoomschepen in de grond geboord. Gedurende het afgelopen jaar gingen ten gevolge van torpedering en door het lopen op mijnen 38 stoomschepen en 4 motorschoeners met een bruto inhoud van 105.662 ton, dit is ongeveer evenveel als in de vorige oorlogsjaren tezamen, voor de Nederlandse handelsvloot verloren. Sedert het begin van de oorlog bedroeg het verlies ten gevolge van molest 78 stoomschepen en 4 motorschoeners met een inhoud van 212.052 bruto ton, benevens enige zeilschepen. Voor de torpedering van sommige schepen verklaarde de Duitse regering zich bereid tot schadevergoeding.
Met de opening van de onbeperkte duikbootoorlog achtte de Nederlandse regering het ogenblik gekomen tot toepassing van de Schepenvorderingswet van 1915, volgens welke de Regering het recht verkreeg elk Nederlands zeeschip van meer dan 400 bruto ton in 's lands belang te rekwireren tegen aanmerkelijk lagere vrachtprijzen dan in de vrije markt geldende waren. Deze wet trad 9 februari in werking en onderging sedert in overeenstemming met veranderde omstandigheden enige wijzigingen. Het verzet tegen de dwang door deze wet, van de zijde van de rederijen getoond, mag als algemeen bekend worden geacht. Niet gelijk de Noorse reders waren de meeste Nederlandse het afgelopen jaar in de gelegenheid te profiteren van de hoog opgedreven vrachtprijzen, welke voor neutrale schepen werden geboden. Tegenover het voordeel dat de Regering de beschikking had over de nodig geachte scheepsruimte stond het nadeel dat grote sommen aan oorlogswinsten voor het land verloren gingen. Naar verhouding van de tijdsomstandigheden lage vrachten, benevens herhaaldelijk en langdurig stilliggen van de schepen gedurende het gehele afgelopen jaar zullen tot heel wat minder bedrijfsresultaten hebben geleid dan die welke de beide vorige boekjaren te zien gaven. Wij geven hier een overzicht van de dividenden, door onderstaande rederijen uitgekeerd over de drie vorige jaren: 1916 1915 1914
Holland-Amerika-Lijn ………………… 55 50 71/2
Holland-Gulf Stoomvaart Mij. ………………… 40 10 81/2
Java-China-Japan Lijn ………………… 9 7 6
Koninklijke Hollandsche Lloyd ………………… 25 12 3
Koninklijke Nederl. Stoomboot Mij. ………………… 20 15 6
Koninklijke Paketvaart Mij. ………………… 12 10 5
Koninklijke West-Ind. Maildienst ………………… 12 12 51/2
Maatschappij Zeevaart ………………… 50 50 10
V.Nievelt, Goudriaan & Co.'s St.Mij. ………………… 100 100 16
Rotterdamsche Lloyd ………………… 15 10 71/2
Scheepvaart Maatsch. Noordzee ………………… 100 50 20
Solleveld, v.d. Meer & v. Hattum's
Stoomvaart Mij. ………………… 100 100 20
Stoomboot Mij. Hillegersberg ………………… 60 140 71/2
Stoomvaart Maatschappij Leonora ………………… 30 40 50
Stoomvaart Mij. De Maas ………………… 100 75 15
Stoomvaart Mij. Nederland ………………… 15 10 6
Stoomvaart Mij. Oostzee ………………… 60 60 71/2
Stoomvaart Mij. Triton ………………… 100 40 15
Vrachtvaart Mij. Bothnia ………………… 50 60 30
Van buitengewone invloed is de oorlog eveneens geweest op handel en scheepvaart van de Nederlands-Indische koloniën. Door de afsnijding van het verkeer met het moederland geraakte de Indische export in hoogst benarde omstandigheden. De onzekerheid van het verkrijgen van bunkerkolen in Amerika was oorzaak dat na 22 september geen schepen uit ons land naar Indië vertrokken. Onder de invloed van de oorlogsomstandigheden kwam het directe scheepvaartverkeer tussen Nederlands-Indië en de Ver. Staten tot grote ontwikkeling, zodat de Nederlandse vlag thans de tweede plaats inneemt op de Grote Oceaan. Voor de Java-Nederland maildienst, die op 22 febr. werd opgeheven, openden de Stoomvaart Maatschappij Nederland en de Rotterdamsche Lloyd 1 maart de 14-daagse Java-Pacific-Maildienst van Java op San Francisco. Tevens trad een levendig vrachtverkeer in met New York. Mag het vinden van dit afzetgebied voor de Indische export in deze moeilijke tijden als een heugelijk feit worden beschouwd, het is niet onwaarschijnlijk dat deze verlegging van de handelsweg blijvend ten nadele zal zijn voor de scheepvaart op Nederland. Verscheidene belangrijke Indische artikelen, die vroeger via ons land naar Amerika werden verscheept, zullen voortaan per directe diensten derwaarts worden verzonden. Met de scheepvaart beleeft ook de Nederlandse scheepsbouw een buitengewone tijd. In verband met het feit dat schepen beneden 400 bruto ton inhoud niet door de Regering zullen worden gerekwireerd, was de aanbouw van motorschoeners alsmede van kleine stoomschepen, minder geschikt voor de Oceaanvaart, bijzonder levendig. Verscheidene nieuwe rederijen met klinkende namen, beschikkende over een aantal zeeschepen, van wie het gezamenlijk draagvermogen niet meer dan dat van één behoorlijke moderne vrachtboot vertegenwoordigt, werden het afgelopen jaar opgericht. Terecht vraagt men zich af wat van deze dure scheepjes terecht moet komen, indien spoediger dan bij de bouw of de aankoop verwacht werd de wedstrijd tussen meer vervoer tegenover minder exploitatiekosten door de grote schepen zal worden heropend. Behalve motorschoeners werd een groot aantal vissersvaartuigen door ombouw in vrachtvaart gebracht. De scheepsbouw hier te lande zou nog veel uitgebreider zijn geweest, indien de moeilijkheid in de voorziening van de materialen uit het buitenland niet zo belemmerend had gewerkt op het bedrijf. Talrijke schepen, die reeds maanden geleden te water werden gelaten, konden dientengevolge nog steeds niet worden afgeleverd. (Wordt vervolgd.)


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

De Nederlandse grote scheepvaart in 1917. (Deel II)
Wij laten hier volgen, voor zover de gegevens beschikbaar waren, een overzicht van in 1917 opgerichte rederijen alsmede van de wijzigingen, die in diverse rederijen hebben plaats gehad. Opgericht werden o.m.:
Algemeene Nederlandsche Scheepvaart Maatschappij, dir. W.H. van Dam, te Rotterdam, met twee nieuwe stoomschepen, elk van ca. 1.000 ton *) en een stoomschip van ca. 1.000 ton, in aanbouw;
Amsterdamsche Combinatie, dir. F. Hoynk van Papendrecht, te Amsterdam, met de nieuw gebouwde stoomschepen BREDERODE en OEDENRODE (resp. 1.324 en 3.151 ton);
Burgerhout & Zoon, te Rotterdam, met het stoomschip PAPENDRECHT (2.000 t.), in aanbouw;
Louis Burghout, te Rotterdam, met de stoomschepen STAD AMSTERDAM (4.000 t.), STAD DORDRECHT (4.000 t.) en STAD KAMPEN (1.000 t.) ;
Van der Eb & Dresselhuys' Scheepvaart Maatschappij te Rotterdam, met 3 stoomschepen en 1 motorschip, tezamen 3.185 t. dw., en 2 stoomschepen, tezamen 2.050 t. dw., in aanbouw;
Hollandsche Algemeene Atlantische Scheepvaart Maatschappij te Amsterdam, dir. N. Haas, te Rotterdam en J.F. Spliethoff, te Amsterdam, met het stoomschip MACEDONIA (6.075 t.), benevens 7 kleinere stoomschepen. en 4 motorschoeners in de vaart of te water gelaten. In aanbouw zijn of werden gegeven 7 stoomschepen en 1 motorschoener, alle tezamen ca. 30.000 ton dw.;
Hollandsche Vrachtvaart Maatschappij, dir. P.C.A. van Krieken, te Rotterdam, met 2 nieuwe stoomschepen van resp. 2.200 t. dw. en 370 t., 4 nieuwe motorschoeners en 4 motorkotters. Voorts is een stoomschip van 730 t. bijna gereed voor aflevering en werden enige in aanbouw zijnde motorschoeners aangekocht, aflevering in de loop van 1918;
Rotterdamsche Algemeene Scheepvaart Maatschappij, dir. R. Schelling en P.F. van Wijngaarden te Rotterdam, met 3 stoomschepen van 700 ton en 1 stoomschip van 2.200 t. dw., alle in aanbouw, de 3 eerste op te leveren begin 1918, het laatste tegen het einde van het jaar;
Scheepsexploitatie Maatschappij Navis, dir. H.K. Nederlof, te Rotterdam, met het nieuw gebouwde stoomschip MERWEDE (750 t.);
Scheepvaart Maatschappij Flevo, dir. J.W. Lensen, te Rotterdam, met 1 stoomschip en 9 zeilschepen, totaal 1.630 ton.
Scheepvaart Maatschappij Amsterdam, dir. Transatlantische Handelsvereeniging, te Amsterdam, met de motorschoener CARLITO (414 ton).
Scheepvaart Maatschappij Oranje Nassau, dir. T. van Slooten, te Rotterdam, met 2 stoomschepen van elk 1.800 t. en stoomschip van 1.000 t. dw., in aanbouw;
Scheepvaart Maatschappij Transatlanta, dir. B. de Booy en L.A. Jansen, te Rotterdam, met 4 stoomschepen van tezamen 5.100 t. dw. en 3 motorschoeners van totaal 900 t. dw., in aanbouw;
Scheepsexploitatie Maatschappij Navis, te Sliedrecht, met het stoomschip MERWEDE (1.500 ton);
Stoomvaart Maatschappij Hoorn, dir. J.F. van Hengel, te Amsterdam, met de nieuw gebouwde stoomschepen HELDER en HOORN (elk 1.600 t.), aangekocht van de Holl. Stoomboot Maatschappij;
Stoomvaart Maatschappij Neutraal, dir. Dijkhuis en Loots, te Rotterdam, met het nieuw gebouwde stoomschip NEUTRAAL (1.079 t.);
Stoomvaart Maatschappij Princenhage, dir. C.J. Dijkhuis, te Rotterdam, met 4 stoomschepen en 2 motorschoeners van totaal 3.710 t. dw., grotendeels in aanbouw;
J.H. v.d. Vlugt, te Rotterdam, met het stoomschip ENERGIE (1.950 t.), te water gelaten; Vrachtvaart Maatschappij Neerlandia, dir. C. Hetzel, te Rotterdam, met 4 motorschoeners in de vaart benevens een stoomschip en 5 motorschoeners in aanbouw;
Vrachtvaart Maatschappij Thalatta I, dir. Vereenigd Cargadoors Kantoor, te Amsterdam, met de motorschoener THALATTA I (358 t.);
Zeevaart Maatschappij Groningen, te Groningen, met de stoomschepen AMSTERDAM en ROTTERDAM (elk 280 t.) en 5 motorschoeners, gedeeltelijk in aanbouw;
Zeevaart Maatschappij Mercedes, dir. H.H. Dresselhuis, te Rotterdam, met het stoomschip MERCEDES (757 t.);
Voorts werden opgericht nog een aantal rederijen, wiens bezit van één schip in een Naamloze Vennootschap werd ondergebracht.
Van de veranderingen, die in diverse Nederlandse rederijen plaats hadden, brengen wij in alfabetische volgorde de volgende in herinnering:
De American Petroleum Company, te Rotterdam, verloor het stoomschip LA CAMPINE (2.595 t.), dat getorpedeerd werd, en het stoomschip CHARLOIS (2.944 t.), dat vermist wordt;
De Algemeene Stoomvaart Maatschappij, te Rotterdam, verkocht de stoomschepen VAN DER DUYN en VAN HOGENDORP (beide 3.299 t.) naar Amerika;
het Bureau Wijsmuller, te 's-Gravenhage, heeft een stoomschip van ca. 1.000 t. in aanbouw; van W. van Driel’s Stoomboot- en Transportondernemingen, te Rotterdam, kwamen gereed de stoomschepen ANTON VAN DRIEL (2.522 t.), GOUWZEE (731 t.), OOSTZEE (1.360 t.), en WITTE ZEE (741 t.). In aanbouw werden gegeven het stoomschip ZWARTE ZEE (750 t.) en een stoomschip van 6.000 ton dw.
de rederij M,J. van der Eb, te Rotterdam, kwam in het bezit van de nieuwe stoomschepen HARLINGEN (800 t.), SCHEVENINGEN (500 t.), WAGENINGEN (350 t.), BORNEO (350 t.), de aangekochte stoomschepen LEERDAM (155 t.) en MOORDRECHT (999 t.). De motorschoeners ANNETTA (177 t.), KRALINGEN (107 t.) en VLAARDINGEN (198 t.) werden getorpedeerd;
Algemeen plan van het s.s. HARLINGEN. (coll. onbekend)
de firma P. A. van Es & Co., te Rotterdam, kreeg het nieuw gebouwde stoomschip AMSTEL (816 t.) in de vaart. Het stoomschip ELVE (899 t.) werd getorpedeerd. Twee stoomschepen een van 3.100 en een van 2.000 ton dw. werden in aanbouw gegeven;
van Furness Scheepvaart en Agentuur Maatschappij, te Rotterdam, werd het stoomschip DRIEBERGEN (1.884 t.) getorpedeerd. Drie stoomschepen van ca. 4.000 t. zijn nog in aanbouw;
voor de Groninger-Rotterdammer Stoomboot Maatschappij, te Groningen, kwam het nieuw gebouwde stoomschip HUNZE IX (445 t.) in de vaart;
van de Handels- en Transport Maatschappij ‘Vulcaan’, te Rotterdam, werd het stoomschip HAMBORN (1.229 t.) door het prijzenhof te Londen verbeurd verklaard;
de Holland Amerika Lijn, te Rotterdam, verloor de stoomschepen NOORDERDIJK (7.166 t.) en ZAANDIJK (5.417 t.), die beide werden getorpedeerd. Het stoomschip SCHIEDIJK (7.026 t.) kwam in de vaart. Het stoomschip STATENDAM is tot na de oorlog door de Engelse regering gerekwireerd;
de Holland Gulf Stoomvaart Maatschappij, te Rotterdam, kreeg het nieuwgebouwde stoomschip THEODORA (1.250 t.) in de vaart;
de Hollandsche Stoomboot Maatschappij, te Amsterdam, verkocht het nieuwgebouwde stoomschip TEXELSTROOM (1.600 t.) benevens een van de in aanbouw zijnde stoomschepen van gelijke grootte. Het stoomschip LINGESTROOM (1.600 t.), kwam gereed. Het stoomschip AMSTELSTROOM werd getorpedeerd. In aanbouw zijn de stoomschepen BERKELSTROOM (1.600 t.), DRECHTSTROOM (1.600 t.), GOUWESTROOM (730 t.) en ZAANSTROOM (1.500 t.); (opm: zie ook RN 260218)
de Java-China-Japan Lijn, te Amsterdam, kreeg het nieuw gebouwde stoomschip TJISALAK (5.787 t.) in de vaart. Het nieuwe stoomschip TJILEBOET (5.800 t.), werd te water gelaten. Een stoomschip van ca. 5.800 t. werd in aanbouw gegeven;
voor de firma A. Jordens Jr., te Rotterdam, werd het stoomschip NAUTILUS (450 t.) te water gelaten. Het motorschip NEREUS werd getorpedeerd;
de Koninklijke Hollandsche Lloyd, te Amsterdam, verloor de stoomschepen AMSTELLAND (5.404 t.), EEMLAND (3.770 t.) en GAASTERLAND (3.917 t.), die alle werden getorpedeerd, benevens het stoomschip SALLAND (3.550 t.) dat ten gevolge van een ontploffing zonk;
de Koninklijke Nederlandsche Stoomboot Maatschappij, te Amsterdam, kwam in het bezit van de nieuw gebouwde stoomschepen GANYMEDES (2.500 t.), IRENE (1.200 t.), RHEA (1.308 t.) en THALIA (1.310 t.). Het stoomschip NIOBE (654 t.) werd verbeurd verklaard. Het stoomschip LEDA (1.140 t.) is op een mijn gelopen en gezonken. De stoomschepen ALMELO (6.300 t.), MEROPE (1.140 t.) en ORESTES (2.500 t.) werden te water gelaten. Voorts zijn nog in aanbouw de stoomschepen ALKMAAR (6.500 t.), AMAZONE (1.750 t.), ARIADNE (1.250 t.), BERENICE (1.150 t.), CERES (2.500 t.), FLORA (2.200 t.), GRONINGEN (4.300 t.), HERMES (2.500 t.) en ULYSSES (3.000 t.);
de Kon. Paketvaart Maatschappij, te Amsterdam, heeft de Nederlands-Indische Gouvernement-schepen AREND en BROMO aangekocht;
voor de Koninklijke West-Indische Maildienst, te Amsterdam, zijn de stoomschepen PRINS MAURITS, PRINS WILLEM III en PRINS WILLEM V, (alle ca. 4.300 t.) nog in aanbouw;
de Maatschappij Houtvaart, te Rotterdam, heeft drie stoomschepen van resp. 4.200, 3.300 en 2.200 ton dw. in aanbouw, waarvan een nagenoeg gereed voor aflevering.
de Maatschappij Zeevaart, te Rotterdam, heeft de stoomschepen CALLISTO (4.700 t.) en HAGNO (4.200 t.) in aanbouw;
voor de rederij J.J.A. van Meel, te Rotterdam, kwamen de stoomschepen SOESTERBERG (481 t.) en UTRECHT (257 t.) gereed. Aangekocht werden het barkschip ALBERTINE BEATRICE (1.379 t.) en het schip NEST (1.275 t.). Eerstgenoemd zeilschip alsmede het stoomschip BREDA (257 t.) werden getorpedeerd;
voor de Nederlandsch Indische Tank Stoomboot Maatschappij, te 's-Gravenhage, werd het stoomschip IRIS (2.500 t.) te water gelaten. Het stoomschip HESTIA (958 t.) werd getorpedeerd;
van de Nederlandsche Stoomboot Maatschappij, te Rotterdam, werd het stoomschip BATAVIER II (1.327 t.), in 1916 naar Zeebrugge opgebracht, prijs verklaard;
voor de Nederlandsche Vrachtvaart Maatschappij, te Rotterdam, kwam het stoomschip HERMINA (870 t.) in de vaart. Het werd sedert naar Engeland opgebracht;
de firma Van Nievelt, Goudriaan & Co., te Rotterdam, verloor het stoomschip MEGREZ (2.695 t.) dat werd getorpedeerd. Het stoomschip MIRACH (3.530 t.) kwam in de vaart, het stoomschip SIRRAH (3.550 t.) werd te water gelaten;
De Nederlandsche Stoomvaart Maatschappij Bestevaer, te Amsterdam, kreeg het stoomschip ALDEGONDE (727 t.) en de 3/m. motorschoener DE DOLLART (243 t.) in de vaart, welke laatste sedert werd getorpedeerd. Voorts werden te water gelaten de 3/m. motorschoeners DE LAUWERS en DE WADDEN (elk 250 t.), terwijl in aanbouw is het stoomschip INDUSTRIA (550 t.);
de Overzeesche Vrachtvaart Maatschappij, te Rotterdam, kreeg het nieuw gebouwde stoomschip ZEERAAF (705 t.) in de vaart;
de firma Ph. van Ommeren, te Rotterdam, verloor het stoomschip BESTEVAER (1.044 t.), dat werd getorpedeerd. Het nieuw gebouwde stoomschip LOOSDRECHT (1.504 t.) kwam in de vaart;
de Petroleum Maatschappij La Corona, te 's-Gravenhage, verloor de stoomschepen ARES (3.783 t.) en J. B. AUG. KESSLER (5.104 t.), die beide werden getorpedeerd;
voor de firma Jacq. Pierot Jr., te Rotterdam, werd het stoomschip EVA (1.000 t.), te water gelaten;
de rederij Jos de Poorter, te Rotterdam, kreeg het nieuw gebouwde stoomschip JOHANNA (2.076 t.) in de vaart;
de Rotterdamsche Lloyd, te Rotterdam, verloor de stoomschepen BANDOENG (5.851 t.) en JACATRA (5.373 t.), die beide werden getorpedeerd. De nieuw gebouwde stoomschepen GAROET (7.113 f.) en PATRIA (9.700 t.) werden afgeleverd. Het stoomschip TOSARI (8.000 t.) werd te water gelaten. Het stoomschip DJAMBI (7.000 t.) is nog in aanbouw;
voor de Scheepvaart Maatschappij Groningen, te Rotterdam, werd het stoomschip VIER-AMBT (640 t.) te water gelaten. Het stoomschip OLDAMBT (470 t.) werd prijs verklaard, de schoener CORNELIA getorpedeerd;
de Scheepvaart- en Steenkolen Maatschappij, te Rotterdam, verloor het stoomschip WESTLAND (1.283 t.), dat op een mijn liep. Het stoomschip MIDSLAND (1.091 t.), het vorige jaar naar Zeebrugge opgebracht, werd prijs verklaard;
de firma Seeuwen en Co., te Rotterdam, kwam door aankoop in het bezit van de motorschoener MEEUW (127 t.);
de firma J.F. & F. Schellen, te Rotterdam, heeft een stoomschip van 1.500 t. in aanbouw; van de rederij Soetermeer, Fekkes & Co., te Rotterdam, werd de motorschoener SIRRA (223 t.) getorpedeerd;
Solleveld, v.d. Meer & Van Hattum's Stoomvaart Maatschappij, te Rotterdam, verloor het stoomschip EEMDIJK (3.048 t.), dat werd getorpedeerd. Vier stoomschepen, waaronder de ELLEWOUTSDIJK en de KINDERDIJK, (elk ca. 3.700 t.) zijn in aanbouw;
aan J. van Steen’s Rijnreederij, te Rotterdam, werd het nieuw gebouwde stoomschip AUG. BORREMANS (756 t.) afgeleverd. Twee dergelijke stoomschepen, de FRANS BORREMANS en JAN BORREMANS, zijn nog in aanbouw. De motorschoener AUGUSTE MARIE (400 t.) kwam gereed;
de Stoomboot Maatschappij Hillegersberg, te Rotterdam, verloor het stoomschip TROMPENBERG (1.607 t.) dat tot zinken werd gebracht;
de Stoomvaart Maatschappij Friesland, te Amsterdam, verloor het stoomschip Min. Tak van Poortvliet (1.106 t.) door torpedering;
de Stoomvaart Maatschappij Leonora te Rotterdam, kreeg het stoomschip AGNETA (1.162 t.) in de vaart. Het stoomschip LEONORA (1.155 t.) werd naar Harwich opgebracht;
de Stoomvaart Maatschappij De Maas, te Rotterdam, verkocht het stoomschip MOORDRECHT (999 t.) aan M.J. v.d. Eb, aldaar;
de Stoomvaart Maatschappij Nederland, te Amsterdam, kwam in het bezit van de nieuw gebouwde vrachtboten BALI (6.694 t.) en BATOE (6.535 t.). De vrachtboot BENGKALIS (6/550 t.) werd te water gelaten. Het stoomschip JOHAN DE WITT (9.700 t.) en twee vrachtboten van 6.550 ton zijn nog in aanbouw. Voorts werd opdracht gegeven voor de aanbouw van een mailboot van ca. 10.000 t.;
de Stoomvaart Maatschappij Nederlandsche Lloyd, te Rotterdam, verloor het stoomschip NEDERLAND (1.832 t.) door torpedering;
de Stoomvaart Maatschappij Noordzee, te Amsterdam, kwam door aankoop in het bezit van het nieuw gebouwde stoomschip MARKELO (736 t.). Naar gemeld werd had de rederij plannen in voorbereiding voor de aankoop van schepen van groter kaliber, bestemd voor de wilde vaart;
de Stoomvaart Maatschappij Oostzee, te Amsterdam, verloor de stoomschepen HILVERSUM (1.505 t.) en OOTMARSUM (2.313 t.), waarvan het ene op een mijn liep, het andere werd getorpedeerd. Het nieuw gebouwde stoomschip BUSSUM (3.683 t.) kwam in de vaart. Een stoomschip van 6.200 ton dw. is nog in aanbouw;
voor de Stoomvaart Maatschappij Triton, te Rotterdam, werden de stoomschepen MARKEN (4.100 t.) en WALCHEREN (4.100 t.) te water gelaten;
de Stoomvaart Maatschappij Zeeland, te Vlissingen, heeft twee stoomschepen van 3.000 t. in aanbouw;
de reder F. Swarttouw, te Rotterdam, heeft twee stoomschepen van resp. 3.200 en 4.000 t. in aanbouw;
Gebr. van Uden, te Rotterdam, kreeg de nieuw gebouwde stoomschepen SASSENHEIM (2.158 t.) en IJSELMONDE (1.357 t.) in de vaart. Het stoomschip GRONINGEN (828 t.), kwam gereed. De stoomschepen FEYENOORD (700 t.) KAPELLE (1.400 t.), KEILEHAVEN (3.000 t.) en WASSENAAR (2.170 t.) werden te water gelaten. Het stoomschip PARKHAVEN (2.651 t.) werd getorpedeerd. In aanbouw de stoomschepen DELFSHAVEN (3.550 t.), DELFZIJL (700 t.) en LEEUWARDEN (700 t.);
van de Vrachtvaart Maatschappij Bothnia, te Amsterdam, werden de stoomschepen EPSILON (3.211 t.), GAMMA (2.198 t.) en ZETA (3.053 t.) tot zinken gebracht;
de Vrachtvaart Onderneming Telegraaf XVIII, te Rotterdam, verloor het stoomschip TELEGRAAF XVIII (306 t.) door torpedering.
Toegevoegd werden in 1917 aan de Nederlandse vloot door aanbouw 59 stoomschepen en 15 motorschoeners met een inhoud van 109.400 bruto tonnen; waarvan voor:
s.s. motorschoener br. ton.
Amsterdam . . . . 19 5 41,821
Rotterdam . . . . . 38 10 66.854
Groningen . . . . . 2 725
Daar tegenover verminderde de vloot met 38 stoomschepen en 4 motorschoeners, metende 105.662 bruto tonnen, waarvan voor:
s.s. m. soh. br.ton.
Amsterdam . . . . 14 39.723
Rotterdam 21 4 56.094
's-Gravenhage ... 3 9.845
Behalve 2 stoomschepen,. waarvan de verkoop naar het buitenland door de Regering werd goedgekeurd; ging deze gehele ruimte verloren ten gevolge van molest.
De gehele Nederlandse koopvaardijvloot telde ultimo dec. 1917, 486 stoomschepen (incl. motorboten) en 12 motorschoeners, metende totaal 1.368.574 br. ton, waarvan thuis behoren te: s.s. m. sch. br. ton.
Amsterdam . . . . . 259 5 678.243
Rotterdam . . . . . . 200 6 643.387
's-Gravenhage . . . 21 38.144
Vlissingen . . . . . . . 4 8.075
Groningen . . . . . . . 2 725
Ultimo december 1917 waren, voor zover gerapporteerd, voor de Nederlandse vloot in aanbouw en in aanbouw gegeven 98 stoomschepen en 27 motorschoeners met een inhoud van ca. 290.000 ton, en wel voor:
s.s. m. sch. br. ton.
Amsterdam . . . . . 36 4 120.000
Rotterdam . . . . . . 57 18 127.000
's-Gravenhage. . . . 2 35.000
Vlissingen . . . . . . . 2 6.000
Groningen . . . . . . 1 5 2.000
Voor de toekomst van het Nederlandse scheepvaarbedrijf dient thans meer dan ooit nauwlettend te worden toegezien op hetgeen in andere landen wordt gedaan tot steun van de nationale handelsvloten. Frankrijk en Duitsland stellen in de vorm van voorschot en subsidie aanzienlijke bedragen ter beschikking om hun rederijen te steunen in de economische strijd, die na de oorlog kan worden verwacht. Voor de bloei van het Nederlands rederijbedrijf is het noodzakelijk dat zo spoedig als enigszins mogelijk is de belemmering wordt opgeheven, waardoor het thans van regeringswege aan banden wordt gelegd.
•) Voor zover niet nader aangeduid, betreffen de inhoudsopgaven bruto reg. tonnen.


05 januari 1918


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

N.V. Werf Zeeland.
In de donderdag te Vlissingen gehouden aandeelhoudersvergadering van de N.V. Werf Zeeland te Hansweert werden de balans en de winst- en verliesrekening vastgesteld en werd het dividend bepaald op 5%. De heren mr. P. Dieleman en D.H. van Zuijen werden herkozen als commissaris. Uit het verslag kan worden meegedeeld, dat het stoomschip SKJOLDBORG, gebouwd voor de firma Chr. Christoffersen & Co. te Stothelle (Noorwegen), groot 1.000 ton dw., werd afgeleverd, terwijl het stoomschip FALKAAS voor dezelfde rederij, op 30 september 1917 nagenoeg gereed was en het stoomschip FALKUM in de platen stond. Aan het stoomschip LOMBARDIA, groot 2.500 ton, in aanbouw voor de Zweedse Lloyd te Gotenberg, kon wegens gebrek aan materiaal het werk niet worden voortgezet. De onderhanden orders bedroegen NLG 682.953.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Groningen, 4 januari. Het bericht aangaande het vermoedelijk vergaan van de tjalk NEDERLAND is bevestigd. Het betrof de hier thuis behorende tjalk NEDERLAND, kapt. Hylkema. De bemanning is te Stockholm aangekomen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart.
Naar aanleiding van de ramp, door een carbidontploffing de 17e november te Rotterdam overkomen aan het vaartuig de CORNELIA CLAZINA, was bij de Raad een schrijven ingekomen van de heer H.J. Franse, monteur, wonende te Leiden. Deze geeft thans enige technische inlichtingen aangaande de vermoedelijke oorzaak van de ontploffing.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. De Raad behandelde het ongeval overkomen aan het stoomschip URANUS, dat de 9e november bij de Noorse kust op een klip is gelopen.
Als getuige wordt gehoord de kapitein van de URANUS, S. Kuiper. Deze verklaart o.m., dat men de 8e november uit Kopenhagen vertrok, met 23 man en 3 passagiers aan boord. De kapitein was onbekend met het dreigende gevaar; in de zeilaanwijzer, die men aan boord had, stond de bewuste klip niet aangegeven. De volgende dag in het Skagerrak gekomen, sloeg het weer om en kwamen er regenbuien opzetten. Men zag toen de lichten van Svenoër en Stavoernsö. In de vroege avond van dezelfde dag had de stranding op de Ramsholm plaats. Hierna is in Lourvik expertise gehouden en is de URANUS in Moss gerepareerd. De Raad zal later uitspraak doen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 4 januari. De motorschoener CARPE DIEM, 1 december van Rotterdam naar Gotenburg vertrokken en 8 dec. met schade re Nieuwediep binnengelopen, heeft 3 januari de reis voortgezet.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Maassluis, 3 januari. Twee Nederlandse schepen, de motortjalk AMBULANT II en het zeilschip ONDERNEMING, beide van Noorwegen en bestemd voor Rotterdam, zijn in het gezicht van de Waterweg door een onderzoeker aangehouden. De schepen zijn later weer vrij gelaten.


06 januari 1918


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

IJmuiden. 5 januari. De heden binnengekomen, van Sundsvall naar Leiden bestemde gaffelschoener JANTJE heeft een deel van de deklast gezaagd hout verloren.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van Gebr. Tak te Geertruidenberg is te water gelaten de motorschoener ANNA, gebouwd voor de Zeevaart Maatschappij ‘Thetys’ te Rotterdam, onder toezicht van het Bureau Veritas en de Nederlandse Scheepvaartinspectie. De afmetingen van het schip zijn: 32 x 6,70 x 3,05 meter. Het wordt voorzien van een Brons-motor van 85 ipk. Onmiddellijk daarna werd de kiel gelegd voor een motorschoener van 560 ton.


07 januari 1918


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Gebr. Stork & Co. te Hengelo (O.)
De inschrijving op NLG 1.500.000 certificaten aan toonder van aandelen, ieder groot NLG 1.000 in de commanditaire vennootschap onder de firma Gebr. Stork & Co. te Hengelo (O.), uitgegeven door de Twentsche Trust Maatschappij, recht hebbende op het halve dividend over het jaar 1 juli 1917—30 juni 1918, wordt opengesteld ten kantore van de Twentsche Bank te Amsterdam en de heren R. Mees & Zoonen te Rotterdam op maandag 14 januari 1918. De koers van uitgifte bedraagt 127%. Besturende en commanditaire vennoten hebben de voorkeur om voor iedere NLG 4.000 waarvan zij deelhebbers zijn, op de inschrijvingsvoorwaarden NLG 1.000 certificaat te ontvangen. Voor zover door de preferente inschrijvers niet van hun recht van voorkeur is gebruik gemaakt, worden voor het resterende gedeelte vrije inschrijvingen op dezelfde voorwaarden aangenomen. De volstorting moet plaats hebben op maandag 21 januari 1918. Aan het prospectus ontlenen wij het volgende: Tot de uitbreiding van het commanditair kapitaal met NLG 1.500.000 is door besturende vennoten besloten ingevolge het recht hun door de algemene vergadering van commanditaire vennoten verleend. Het op deze uitgifte te verkrijgen agio komt, ten goede aan de algemene en buitengewone reserves. Tot deze vergroting van kapitaal wordt overgegaan op grond van de belangrijke vermeerdering, welke het bedrijf van de firma in zijn verschillende onderdelen sinds de vorige emissie in juli 1917 heeft ondergaan, alsmede voor het aanzienlijk groter bedrag dat in grondstoffen en in onder handen zijnde werken is vastgelegd. Als de voortekenen niet bedriegen, zal ook het vergrote kapitaal ruimschoots emplooi vinden en een behoorlijke winst kunnen afwerpen. De resultaten over het afgelopen boekjaar 1 juli 1916—30 juni 1917 waren zeer bevredigend. Over dit jaar werd na ruime reservering een dividend van 9% uitbetaald. Het aandeel van het kapitaal in het onverdeeld winstsaldo en in de oorlogsreserve komt eventueel ook aan het nieuwe kapitaal ten goede. Aan het prospectus is een uitvoerige staat met cijfermateriaal toegevoegd.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Groningen, 4 januari. Het schip NEDERLAND, dat verleden week te Saland is verongelukt, was een Groninger tjalk, kapt. Hijlkema. De bemanning is thans te Stockholm.
De bemanning van de zeetjalk NEDERLAND.
Op 25 oktober 1917 vertrok de zeetjalk NEDERLAND, groot 82 reg ton, reder de heer G.A. Spliethoff alhier, van Vestervik naar Gefle, op deze reis is het schip gezonken. Daar men omtrent het lot van de bemanning, bestaande uit 4 koppen in het onzekere verkeerde, deelt de heer Spliethoff ons thans de inhoud mee van een telegram, onder dagtekening van 3 januari 1918 ontvangen van de Hollandse consul-generaal te Stockholm. „Kapitein Eilkema met drie zeelieden hier aangekomen. Daar zij zonder middelen zijn en de reis naar Holland vermoedelijk vier weken duren zal, verzoek ik u telegrafisch 3.000 Kronen te willen overmaken." Vermoed wordt nu, dat de bemanning na het zinken van het schip in Rusland geland is en vandaar thans behouden te Stockholm is aangekomen. (opm: zie ook RN 100118)


08 januari 1918


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. Donderdag 10 januari a.s., ‘s namiddags 2 uur:
a. onderzoek naar de klacht, ingesteld door W. Schelling, gewezen stuurman op het zeilschip ZEESTER, wonende te Rotterdam, tegen J.H. Bul, schipper-eigenaar van de ZEESTER, wonende te Wildervank;
b. onderzoek naar het lek worden tijdens stormachtig weer op 13 oktober 1917 van het zeilschip SPECULANT, schipper-eigenaar Cornelis Eeftingh te Gasselternijveen;
c. onderzoek naar het in zinkende toestand aandrijven op de kust van Denemarken in september 1917 van het zeilschip HEIDEBLOEM, terwijl de gehele bemanning omkwam. Gewezen schipper-eigenaar J. Boekhoud te Nieuw-Buinen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 7 januari. Te IJmuiden is binnengekomen als bijlegger de schoener ENGELINA, kapt. Dost, van Drammen naar Rotterdam met een lading houtstof.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 7 januari. De zeetjalk SEMPER SPERA, kapt. Bootman, van Londen, is te IJmuiden binnengekomen met, een lading pek, nadat het schip ongeveer een jaar lang in Engeland is opgehouden.


09 januari 1918


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Verkochte schepen. De stalen 2-mast schoener VADERLAND, met een laadvermogen van 285 ton, in 1916 te Groningen gebouwd en aldaar thuis behorend, thans op reis van Noorwegen naar hier, is door de firma J. Sydzes & Co. alhier voor geheime prijs aan een Amsterdamse combinatie verkocht.


10 januari 1918


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart.
De zitting van de Raad voor de Scheepvaart, oorspronkelijk vastgesteld op donderdag 10 januari, is nader vastgesteld op vrijdag 11 januari a.s., ‘s namiddags 2 uur.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Fredriksstad, 5 januari. Aan het strand bij Vesteroen is aangespoeld een gekenterde, wit geschilderde reddingsboot, gemerkt JEANNETTE — Rotterdam No. 1. De boot was zwaar beschadigd.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 9 januari. De werf De Noord te Alblasserdam heeft aan de N.V. Houtvaart alhier afgeleverd het nieuwe stoomschip NOORD, groot ongeveer 4.200 ton laadvermogen. De afmetingen van dit schip zijn: 285' x 45' x 23'-11", die van de machine 22’,5 x 37' x 62’, slag 39’, terwijl de stoom wordt geleverd door 2 ketels van 15' x 10’-6”. Het schip voldoet geheel aan de nieuwste eisen. Het is o.a. voorzien van 6 laadbomen voor het laden en lossen, 7 stoomwinches, stoomankerspil, stoomstuurinrichting, terwijl het gehele schip elektrisch is verlicht. Op de onlangs gehouden proeftocht werd een vaarsnelheid bereikt van 111/2 mijl, terwijl het schip in alle opzichten voldeed aan de gestelde eisen.
Verder werd door de N.V. Houtvaart nog aangekocht een nieuw gebouwd en hier geheel gereed liggend stoomschip van ca. 3.300 ton laadvermogen, hetwelk in de vaart zal worden gebracht onder de naam van VECHT. Dit stoomschip, gebouwd door de firma A. Vuyk & Zonen te Capelle a/d IJssel, is geheel gelijk aan en dus een zusterschip van het stoomschip RIJN, hetwelk in 1916 door de firma Vuyk aan de vennootschap werd afgeleverd. Ook dit stoomschip heeft 6 laadbomen. 7 stoomwinches, stoomankerspil en stoomstuurinrichting en is geheel, elektrisch verlicht. Beide stoomschepen zijn gebouwd naar de hoogste klasse Engelse Lloyd en voldoen aan alle eisen van de Nederlandse Scheepvaartinspectie. Ook zullen beide een certificaat voor de houtvaart verkrijgen.
In de loop van de maand wordt verwacht het te water laten van het stoomschip ZAAN, groot ca. 2.200 ton, in aanbouw bij de firma Jonker & Stans te Hendrik Ido Ambacht, eveneens voor de N.V. Houtvaart.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 9 januari. De te Vlaardingen opgerichte nieuwe Vrachtvaart Maatschappij Wilhelmina heeft de logger VOORLICHTER (MD-13) aangekocht. Het vaartuig wordt op de werf van Gebr. v. d. Windt tot vrachtvaarder verbouwd.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 9 januari. Met het Zweedse stoomschip MIRA is, naar de Dagens Nyheter meedeelt, naar Stockholm gebracht de bemanning van de Nederlandse schoener NEDERLAND, die de 18e december in het Aalandse Skaegaerd verging. Het was de mannen gelukt, zich te redden op een onbewoond eiland, waarvan zij eerst drie dagen later door een Finse reddingboot naar Mariahamn werden gebracht. De verongelukte schoener mat 76 ton.


11 januari 1918


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Verkochte schepen. De schoener RENSINA II, van de heer R. Eppinga te Groningen, is onderhands verkocht aan de N.V. Zeevrachtvaart Maatschappij Zuid-Holland te Vlaardingen.


12 januari 1918


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 12 januari. De schoener CATHARINA van kapitein-eigenaar J. Brouwer te Groningen is onderhands verkocht aan de Zeevrachtvaart Maatschappij Zuid-Holland te Vlaardingen. (opm: is de CATRIENA – gebouwd in 1901)


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Door de reder A. Jordens Jr. te Rotterdam, is aan de scheepswerf van de firma Gebr. Van der Windt te Vlaardingen, de bouw opgedragen van een stalen vrachtschip hetwelk met 2 motoren zal worden uitgerust.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Het aan de werf van de firma Gebr. Van der Windt te Vlaardingen in aanbouw gegeven motorvrachtschip is bestemd voor de nieuw opgerichte Vrachtbouw Maatschappij ‘Nereus’, dir. A. Jordens Jr., en zal NEREUS worden genaamd.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van de heer T. van Duyvendijk te Lekkerkerk is te water gelaten het stalen vrachtstoomschip KLOVEN, groot 2.200 ton dw., in aanbouw voor Noorse rekening. De machine installatie wordt geleverd door de firma Penn & Bauduin te Dordrecht.
(opm: Volgens RN 120118 is de naam KLEVEN, ook volgens register)


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart.
Dinsdag 15 januari a.s., ‘s namiddags 1.30 uur, onderzoek naar het door een ontploffing getroffen worden op 6 december 1917 van het stoomschip LEDA op de Noordzee, bij welke ramp zeven leden van de bemanning omkwamen. Rederij Koninklijke Nederlandsche Stoomboot Maatschappij te Amsterdam; gezagvoerder H. Grilles te Schoten.
Woensdag 16 januari a.s., ‘s namiddags 1.30 uur, onderzoek naar de klacht, ingesteld door C.P.J. Staal, eerste machinist van het stoomschip MILLY, tegen A.F. van Keulen, gezagvoerder van genoemd schip, wonende te Rotterdam. Rederij N.V. Reederij Maatschappij ‘Candia’, directeur H. van Krieken te Rotterdam,


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. De Raad wees de volgende uitspraak: In zake het op een klip lopen van het stoomschip URANUS is de Raad van oordeel, dat de oorzaak van het ongeval is te wijten aan het slechte weer, ten gevolge waarvan het vuur van Oteröen uit het oog is verloren. Waarschijnlijk zal de sterke ZZO wind zijn invloed op het langzaam stomende en in ballast varende schip hebben geoefend en het iets westelijk hebben ingezet; misschien ook is er iets te westelijk gestuurd, hetgeen alleszins verklaarbaar is in verband met de hoge kust in het oosten. Het is gebleken, dat de kapitein alleen de zeilaanwijzingen van Imray, Laurie, Norie en Wilson Ltd. had en niet de officiële zeilaanwijzingen uitgegeven op order van Lords Commissioners of the Admiralty. Hoewel deze omstandigheid geen invloed op het ongeval heeft gehad, wenst de Raad toch op te merken, dat de laatste aan boord hadden moeten zijn, dat althans pogingen moesten zijn aangewend ze te verkrijgen, hetgeen niet is geschied.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart.
De Raad deed gistermiddag onderzoek inzake het lek worden, tijdens stormachtig weer, op 13 oktober jl., van het zeilschip SPECULANT. Als getuige wordt gehoord de eigenaar van de SPECULANT Cornelis Eeftingh. Deze deelt o.m. mee, dat men de 15e september van Skoghol vertrok met een lading hout met bestemming naar Leerdam. In de Noordzee begon de ellende. Dit was omstreeks de 8e oktober. Het weer, oorspronkelijk gunstig, sloeg weldra om en de storm stak op. De 11e oktober merkte men water in het ruim. Er is toen met beide pompen gepompt, totdat een van beide defect raakte. Er is niet geworpen omdat de schipper meende, dat het schip eerder zonder, dan met het hout zou zijn gezonken. Hoewel er geen enkele dringende reden was om het schip te verlaten, is men hier toch toe overgegaan bij gebrek aan drinkwater, waarvan nog maar een kleine voorraad aanwezig was. Het schip, dat van voren onder water zat, luisterde niet meer naar het roer. De president merkt op, dat men z.i. wel wat vroeg het schip heeft verlaten, daar de hoofdzaak van het vertrek lag in de aanwezigheid van een geringe hoeveelheid drinkwater. Getuige ontkent dit; ook in de scheepsraad was men de mening toegedaan dat het beter was het schip te verlaten. De bemanning heeft toen 32 uur in een open boot doorgebracht en is geland op het eiland Juist. Het schip, dat was verzekerd, is later aangedreven. De inspecteur van de Raad merkt op, dat z.i. niet genoeg is gedaan om het te behouden. Noch gebrek aan drinkwater, noch het feit dat het voorschip gedeeltelijk onder water stond, rechtvaardigen de genomen maatregelen. Getuige voert nog ter verdediging aan, dat het hem veiliger scheen in de boot te gaan — al was die dan ook open — dan op het drijvende schip te blijven.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. De Raad deed onderzoek naar de klacht, ingesteld door W. Schelling, gewezen stuurman op het zeilschip ZEESTER, wonende te Rotterdam, tegen J.H. Bul, schipper/eigenaar van de ZEESTER, wonende te Wildervank. Als getuige wordt gehoord Jan Hendrik Bul. De klacht tegen getuige ingebracht bevat o.m., dat door de schipper als stuurman in april is gemonsterd W. Schelling. Deze deelt mee door de schipper gruwelijk mishandeld te zijn; hij is bijv. op 6 mei zo geslagen, dat hij achter het roer neer is gevallen. De schipper ontkent dit. Wel is de stuurman neergevallen, maar volgens de schipper niet door slagen of stompen. Getuige zegt, dat hij de stuurman, van wie hij de indruk kreeg dat hij onwillig was, alleen maar „achter het roer heeft weggeduwd". Maar deze mishandelingen kwamen meer voor. Immers eind mei en begin juni heeft de schipper wederom op hardhandige wijze zijn ongenoegen over het gedrag van zijn stuurman getoond. De schipper herinnerde zich wel enige ‘’onaangenaamheden", maar zo erg als de stuurman het voorstelt, is het zeer zeker niet geweest. Het optreden van de schipper ging evenwel gestadig crescendo; de 3e juni heeft hij gedreigd de stuurman over boord te zullen smijten en hem in zee te zullen verdrinken. Dit is evenwel niet gebeurd. Vervolgens wordt de schipper beschuldigd zijn slachtoffer zo te hebben afgeranseld, dat deze er stram en stijf van zou zijn geworden. Ook dit acht de schipper grovelijk overdreven. Tot slot en sluiting heeft de schipper — bij wijze van geneesmiddel — zijn stuurman ingesmeerd met een mengsel van vet en zwartsel. De schipper geeft aan deze beschuldiging een filantropische draai en beweert dit te hebben gedaan, omdat “de stuurman zo stijf was". Een van de matrozen betitelt deze behandeling van de schipper als „massage". Getuige zegt, dat de stuurman zelf niets tegen dit geneesmiddel had en de behandeling uitstekend vond, doch de president meent te mogen twijfelen aan de waarheid van deze verklaring. Maar nadat de schipper de gezwartselde stuurman had ingesmeerd, heeft hij hem in zakken gewikkeld en die met touw zo vastgemaakt, dat het beklagenswaardige slachtoffer zich niet kon verroeren. In letterlijke zin „gepakt en gezakt" is hij toen in de kooi gelegd. Ook zou de schipper toen de stuurman 2 dagen voedsel hebben onthouden, hetgeen deze evenwel ontkent, althans zich niet meer herinnert. Ten slotte is de stuurman afgemonsterd en gedeeltelijk betaald. Tegen de matrozen was de schipper lang niet zo ruw; hij was nu eenmaal wel eens „wat driftig". Getuige zegt nog, dat de stuurman lui was en liever „een goed leventje wou leiden en geld verdienen" dan wat uitvoeren. De inspecteur merkt nog op, dat de gages, die de schipper betaalde, niet van die aard zijn, dat men daarvoor een goede en bekwame stuurman kan verlangen en zegt dat er hier wel degelijk sprake is van misdraging. De schipper moet hierover ernstig worden onderhouden. De Raad zal later uitspraak doen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. De Raad wees de volgende uitspraak: In zake de ontploffing aan boord van het motorzeilschip CORNELIA CLAZINA in de haven van Rotterdam is de Raad van oordeel, dat er water bij het calcium-carbid gekomen is, zich dientengevolge gas heeft ontwikkeld en dit is ontploft door vuur, dat er mee in aanraking is gebracht. Vermoedelijk heeft het zich aldus toegedragen, dat bij een van de bussen welke zich in het reepruim bevonden, zowel het houten omhulsel als het blik beschadigt was - wellicht door het inslaan van een haak bij het inladen — en dat het water, dat op 16 of 17 november in het ruim is gekomen zich met het in de bus bevindend calcium carbid heeft vermengd, waardoor het gas is ontwikkeld. Niet onwaarschijnlijk is, toen de kok in de kleine motorkamer afgedaald was, een licht, misschien bovengemeld olielampje of wel een brandende lucifer, gebracht bij het schot tussen reepruim en kleine motorkamer en heeft op die wijze het gas vuur gevat, zodat de ontploffing volgde. Op welke wijze het water in het reepruim is gekomen, is niet met zekerheid te zeggen, misschien was er, gelijk door de bemanning vermoed werd, een lek in het schip - meer aannemelijk is echter, dat of water, dat in de grote motorkamer stond; in het reepruim doorgedrongen of, wat nog waarschijnlijker is, dat buitenboordwater zich door de bovenbeschreven leiding in het reepruim had ontlast, hetgeen mogelijk was, indien de buitenboordkraan van die leiding was geopend en de plugkraan, welke het eind pijp, dat naar het reepruim liep, afsloot, niet behoorlijk gesloten was. De sluiting van de bussen, welke het carbid bevatten, was voldoende, ook de verpakking in het houten omhulsel. Het zal echter steeds zaak zijn, zoals ook het voorschrift van de Scheepvaartinspectie te Christiania van 23 juni 1913 zegt bij de inlading van bussen carbid de grootste zorg in acht te nemen, opdat de bussen niet beschadigen. Bovendien zal het nodig wezen te verhinderen, dat de bussen met het water in aanraking komen. De in het schip bestaande leidingen en de omstandigheid, dat het schot tussen grote motorkamer en reepruim niet volkomen waterdicht schijnt te zijn geweest, maakten het vaartuig weinig geschikt voor het vervoer van een lading carbid. Het is verder gewenst, dat bussen carbid niet dadelijk op de buikdenning worden geladen, maar dat een garnering van ten minste 15 cm. in de laadruimen wordt aangebracht. Ventilering is wijders aanbevelenswaardig, maar zal, op zee althans, bij kleine schepen bezwaarlijk toegepast kunnen worden.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 11 januari. Op de Nieuwe Waterweg heeft met gunstig gevolg proef gestoomd het stoomschip MEROPE, gebouwd voor rekening van de Koninklijke Nederlandsche Stoomboot Maatschappij door de N.V. C. van der Giessen & Zonen's Scheepswerven te Krimpen a/d IJssel. Het schip en de werktuigen werden gebouwd volgens Bureau Veritas hoogste klasse, met ijsversterking en onder toezicht van de Nederlandse Scheepvaartinspectie. De hoofdafmetingen van schip (type shelterdeck met kruiserhek en ijsbrekersteven. zijn de volgende: Lengte tussen de loodlijnen 250'-0”, breedte 36'-6", holte tot shelterdeck 23'-0". Draagvermogen op zomervrijboord 1.850 ton van 1.016 kg. Het schip is voorzien van 2 stalen masten en 5 paalmasten, waaraan in totaal 9 stalen laadbomen met bijbehorende stoomlaadlieren, alles ingericht voor vlug laden en lossen. De verblijven van de bemanning bevinden zich in het achterschip onder het shelterdeck, die van de officieren en de gezagvoerder in dekhuizen in de midscheeps. Alle verblijven worden door stoom verwarmd en elektrisch verlicht. De gehele machine installatie van 900 ipk werd geleverd door de Alblasserdamsche Machinefabriek te Alblasserdam.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Lekkerkerk, 11 januari. Gistermiddag is met goed gevolg van de scheepstimmerwerf van de heer T. Van Duyvendyk. alhier, te water gelaten het stalen vrachtstoomschip KLEVEN, groot 2.200 ton dw., in aanbouw voor Noorse rekening. De machine-installatie voor dit stoomschip wordt geleverd door de firma Penn & Bauduin te Dordrecht.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Vlaardingen, 11 januari. De maatschappij ‘Proefneming’ alhier heeft van de rederlj Alb. Pronk te Scheveningen aangekocht de zeillogger CLARA MARIA (SCH-390). Het schip wordt na het ombouwen onder de naam PROEFNEMING I in de vrachtvaart gebracht.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 10 januari. Volgens een hier ontvangen particulier bericht is de Nederlandse gaffelschoener REMKE, kapt. Kielema, op reis van Gotenburg naar Rotterdam met aanmerkelijke stormschade te Skagen binnengelopen. De belopen averij zal aldaar worden hersteld.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Scheepvaartbeweging. In de haven van Harlingen kwamen in 1917 slechts 13 stoomschepen binnen.


13 januari 1918


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

De KENNEMERLAND opgehouden.
Naar wij vernemen, is het stoomschip KENNEMERLAND op weg van Amerika naar Nederland met een lading mais in de eerste dagen van november te St. Vincent (Kaapverdische Eilanden) aangehouden door de Portugese autoriteiten. Het schip werd onder militaire bewaking gesteld en de bemanning aan land gebracht, omdat men de opvarenden verdacht seinen te hebben gewisseld met een Britse duikboot, die omstreeks november twee Braziliaanse schepen had getorpedeerd. Ofschoon een onderzoek, dat ter plaatse werd ingesteld, niets aan het licht heeft gebracht, dat het vermoeden Van de Portugese autoriteiten bevestigde, is het schip tot dusver niet mogen vertrekken. De autoriteiten hebben nu, na bijna twee maanden, meegedeeld, dat zij de lading mais willen rekwireren, omdat te St. Vincent behoefte bestaat aan mais. De Nederlandse Regering richtte een krachtig vertoog tot het Portugese gouvernement, maar tot dusver zonder resultaat. Van Nederlandse zijde is betoogd, dat men óf de schuld van de opvarenden moet bewijzen, óf de KENNEMERLAND onmiddellijk moet laten vertrekken, vooral ook in verband met de uitbreiding van de Duitse onveilige zone, waardoor het schip bij vertrek na 18 januari zou bloot staan aan de aanvallen van Duitse oorlogsbodems.


14 januari 1918


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

De CALEDONIA op een mijn gelopen.
Het Nederlandse stoomschip CALEDONIA van Methil naar Rotterdam met steenkolen, is de Waterweg binnengekomen en rapporteert op een mijn gelopen te zijn. Een gat bevindt zich in het achterschip, doch het schip bleef toch drijven. De bemanning die eerst in de boten was gegaan, kon naar het schip terugkeren, met uitzondering echter van een boot, waarin zich de stuurman met twee matrozen bevonden. De CALEDONIA heeft daarop de reis naar Rotterdam zonder assistentie volbracht. (De CALEDONIA is een boot van 863 ton, van Wm.H. Müller & Co’s Alg. Scheepvaart Mij. te Rotterdam. Het schip is 43 jaar oud).
Nader wordt ons gemeld, dat de drie inzittenden van de binnengebrachte boot van het stoomschip CALEDONIA te Hoek van Holland zijn geland en het goed maken. Ze zijn per trein naar Rotterdam vertrokken. De stoomreddingboot van Hoek van Holland, welke naar buiten vertrok is in de Waterweg teruggekeerd.


15 januari 1918


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Hamburg, 14 januari. De Nederlandse 3-mast schoener ANNA, van Rotterdam, ligt bij Degerhamn in het ijs. Het schip toont noodseinen. De sleepboot ALTE ligt in Bergkvara, in afwachting van beter weer, gereed om hulp te verlenen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Hamburg, 14 januari. De Nederlandse koftjalk ZWERVER, van Rotterdam naar Gotenburg, is door de motorreddingsboot WILH. K. LUNDGREN lek en met gescheurd zeil te Kalvsund binnengesleept.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

IJmuiden, 15 januari. De te Fredrikshavn binnengebrachte tjalk HEIDEBLOEM (zie Ochtendblad 10 nov.) zal, volgens alhier ontvangen bericht, publiek worden verkocht. De toestemming van de Nederlandse Regering is daartoe verkregen, mits de koper een onderdaan is van een neutraal land. (opm: zie ook AH 220118)


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 14 januari. Het op een scheepswerf te Krimpen aan de IJssel voor rekening van de Koninklijke Nederlandsche Stoomboot Maatschappij te Amsterdam nieuw gebouwde vrachtstoomschip MEROPE, arriveerde gisteren buitenom van Rotterdam te lJmuiden en stoomde dadelijk naar Amsterdam op.


Krant:

 TEL - De Telegraaf

Schip in het ijs bekneld.
De Dagener Nyheter deelt mee, dat bij Degerhamn, bij Karlskrona, woensdag ll. een schoener om hulp heeft geseind. Het schip verkeert in een gevaarlijke toestand, het zit in het ijs vast en drijft daarmee voort. Men heeft van het land uit getracht, over het ijs lopend, zich in verbinding te stellen, doch het ijs was echter te zwak. Wel kon men zo ver komen, dat men de naam van het schip kon lezen. Het schip bleek te zijn de Nederlandse schoener ANNA van Rotterdam. De reddingboten liggen onder stoom, om het schip te hulp te komen. Tot nog toe konden ze echter door het ijs nog niet uitvaren.


16 januari 1918


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Rotterdam, 15 januari. Volgens bij de rederij ontvangen telegram is de koftjalk ZWERVER (zie vorig Ochtendblad) gisteren met alles wel te Gotenburg aangekomen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

De NIEUW AMSTERDAM.
Het stoomschip NIEUW AMSTERDAM van de Holland Amerika Lijn, dat vannacht onder bevel van kapitein W. Croll naar New York vertrokken is, heeft aan boord 625 passagiers eerste klasse, 610 tweede klasse en 265 derde klasse. De sleepboot THAMES zal het schip tot Doggersbank uitgeleide doen. (opm: zie ook AH 180118, AH 200118 en AH 220118)


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

De ATLAS getorpedeerd.
Reuter seint uit Las Palmas: De Nederlandse stoomboot ATLAS is getorpedeerd op een afstand van 25 mijl van het eiland Fuerteventura (Canarische eilanden). De bemanning van 29 koppen is gered. De directie van de Koninklijke Nederlandsche Stoomboot Maatschappij heeft van het Departement van Buitenlandse Zaken bericht ontvangen, dat het stoomschip ATLAS met een volle lading grondnoten op weg van West Afrika naar Rotterdam, op 20 mijl ten zuiden van Cabras (Canarische Eilanden) door een Duitse onderzeeër in de grond is geboord. De gehele bemanning is gered en te Cabras aangekomen. Het schip is buiten de geblokkeerde zone tot zinken gebracht. (De ATLAS was groot 1.813 bruto ton en werd gebouwd in 1906. Red.)


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Stoomschip WESTPOLDER gezonken.
De motorreddingboot Jhr. RUTGERS VAN ROZENBURG van de Noord- en Zuid-Hollandsche Redding Maatschappij is gistermiddag te ruim twee uur de Scheveningse haven uitgegaan, omdat van de vuurtoren gerapporteerd werd, dat er een boot met mensen op zee drijvende was. Te half vier is de reddingboot terug gekeerd in de haven met 10 man ongewond, 2 man zwaar gewond en één dode, vormende tezamen de uit 13 personen bestaande equipage van het stoomschip WESTPOLDER van Rotterdam. Bij aankomst waren de aangebrachten te zeer overstuur om iets over hun wedervaren te kunnen zeggen. Alleen wisten zij mee te delen, dat hun schip in een ommezien van tijd gezonken was. Voorlopig zijn de mensen ondergebracht in het boothuis en in het seinhuis aan de Visschershaven. Nader wordt uit Scheveningen gemeld, dat de WESTPOLDER 15 mijl NW van Scheveningen gezonken is. Of dit geschied is ten gevolge van het lopen op een mijn of door torpedering, weet men niet. De bemanning bestond uit 18 personen. Bij de ramp zijn 5 van hen verdronken. De WESTPOLDER bevond zich op weg van Rotterdam naar Engeland.
Naar wij vernemen bestond de bemanning van de WESTPOLDER uit 18 man.
Gered zijn de kapitein Joh. Witte, de timmerman J.D. Stolz, de matrozen F. Rodenrijs, A. Oversier, H.W. v.d. Lijst, P. de Groot, de lichtmatroos M.W. van Veen, de 1e machinist B. van Velthuysen, de 2e mach. M.A. Sigmon, de donkeyman L. Verhagen en de stokers G. Timmermans en Ph. Starrenburg. Van deze twaalf liggen V. d. Lijst, Verhagen en Starrenburg op het ogenblik in het ziekenhuis te Scheveningen. In de te Scheveningen aangekomen boot werd het lijk meegebracht van de 1e stuurman L.J.F. Benckhuizen. Vermist worden de 2e stuurman C.W. Zethoven, de lichtmatroos D. Wildenboer, de kok H. Coumouw, de bediende A.P.H. van Elswijk en de stoker L. de Groot.
De directie deelde ons mee, dat de WESTPOLDER, die eigendom is van de gelijknamige maatschappij, zijn tweede reis maakte. Maandagavond 9 uur was het uitgevaren om kolen te halen voor de Regering. Volgens berichten door de directie uit Scheveningen ontvangen, had men aan boord van de WESTPOLDER 's nachts plotseling een knal gehoord, waarna het schip onmiddellijk was gezonken. De bemanning was overboord gesprongen en twaalf van de drenkelingen hadden een boot weten te bereiken, die door de ontploffing waarschijnlijk over boord was geslagen. Stuurman Benckhuizen was in de boot gestorven. De geredden verblijven nog te Scheveningen, waar ze uitgeput en van koude verkleumd in een hotel zijn ondergebracht.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Te Harlingen werd gisteren te water gelaten het stalen motorschip ROTTERDAM, gebouwd voor rekening van een Rotterdamse firma, onder toezicht van de Germ. Lloyd en de Nederlandse Scheepvaartinspectie. Het schip heeft een laadvermogen van 325 ton en zal van een Kromhout-motor van 75 pk worden voorzien.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

In Denemarken verkochte Nederlandse zeilschepen.
De Nationaltidende schrijft: Zoals bekend is, lag gedurende de oorlog een groot aantal Nederlandsche zeilschepen in Deense havens. De Deense reders klaagden dientengevolge over de concurrentie, welke door de Hollanders aan de Deense zeelieden werd aangedaan. Thans schijnt aan deze klachten te zijn tegemoet gekomen. Een groot aantal van de aanwezige schepen n.l. werd aangekocht door Deense firma's en rederijen, die ze onder Deense vlag laten varen. Hierdoor is de Deense zeilvloot aanmerkelijk vergroot.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. De Raad deed gistermiddag onderzoek inzake het door een ontploffing getroffen worden op 6 december 1917 van het stoomschip LEDA op de Noordzee, bij welke ramp zeven leden van de bemanning omkwamen. Als 1e getuige wordt gehoord de kapitein van de LEDA, Hendrik Grillis.
Deze deelde o.m. mee, dat men de 5e december met een lading kolen voor de Regering uit Methyl vertrok met bestemming naar Rotterdam. Plotseling hoorde men een ontploffing in de buurt van de machinekamer aan stuurboordzijde. De reddingboten werden direct door de schok verbrijzeld. Tijdens het ongeluk stonden de kapitein en de 2e stuurman op de brug, terwijl de bootsman zich aan het roer bevond. Ook was er nauwkeurig wacht gehouden. Men ontdekte geen onderzeeërs, zodat de mening gerechtvaardigd is dat men hier in aanraking is gekomen met een mijn. Toen het ongeluk plaats greep en de reddingboten waren stukgeslagen door de ontploffing, beval de kapitein de mannen zich op de 2 vlotten te begeven, die zich aan boord bevonden. Binnen een paar minuten is de LEDA gezonken. Door een paar Engelse patrouillevaartuigen is het grootste gedeelte van de schipbreukelingen opgepikt en te Grimsby aan land gezet. De anderen, ten getale van zeven zijn bij het in zee springen verdronken. Getuige deelde nog mee dat een dag tevoren, even benoorden de plek waar de LEDA verongelukte, eveneens een schip op een mijn was gestoten. Hierna, wordt gehoord de 1e stuurman van de LEDA, D.D. Grevengoed. Deze verklaard in de kooi te hebben gelegen toen het schip op de mijn liep. Dadelijk sprong getuige uit bed, maar van de machine was al niets meer te zien. Het was alsof de LEDA omhoog gesmeten werd; Getuige is op weg naar de vlotten op het achterschip, door de zeeën van boord gespoeld en zag boven water gekomen, het achter-vlot omgekeerd drijven. Hij is daar heen gezwommen en er op geklommen. Daar getuige op het vlot betrekkelijk veilig zat, heeft hij de boot van het Engelse schip eerst daarheen gestuurd, waar hij de meeste mensen met de golven zag worstelen en is later met andere schipbreukelingen opgenomen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. De Raad deed onderzoek inzake de aanvaring op de Theems op 20 oktober 1917 van het stoomschip BETSY ANNA met een Engels stoomschip. Als getuige wordt gehoord de kapitein van de BETSY ANNA, H. Ebes. Deze deelt o.a. mee, dat men de 20e oktober met een lading rijst en zemelen voor het Belgische Reliefcomité uit Londen vertrok. Voor de BETSY ANNA voer een ander schip. De BETSY ANNA is toen met een Engels schip in botsing gekomen, doordat zoals uit het onderzoek blijkt, de Engelsman er niet aan heeft gedacht dat de Theems op de plaats van de aanvaring een bocht maakt, waardoor een vergissing heeft plaats gehad in de kleur van de verschillende lichten. De 1e stuurman IJ. Vos, onderschrijft de mededelingen van de kapitein. Hij kan evenwel geen verklaring geven over de oorzaak van de aanvaring en zegt, dat het Hollandse schip voortdurend de goede zijde van het vaarwater heeft gehouden.
De Raad zal later uitspraak doen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 15 januari. De houten zeillogger ANNIE EN ADRI (VL-27), van de Zeevisscherij Maatschappij Holland te Vlaardingen zal in de vrachtvaart worden gebracht. Voor hetzelfde doel zal ook de stalen zeillogger MENTOR (SCH-418), van de heer A. van der Toorn Tzn. te Scheveningen worden vertimmerd.
Nyhavn – Kopenhagen. Anno 1918. Met veel opgelegde Nederlandse schepen.


17 januari 1918


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

De WESTPOLDER.
Geen van de negen geredde mannen heeft enig vermoeden omtrent de oorzaak van de ramp. Midscheeps had een hevige ontploffing plaats en het vaartuig zonk binnen een paar minuten. Op het water was vóór het ongeluk niets bespeurd; en ook na de ramp was niets te zien. Dat de vijf vermisten nog in een boot zouden ronddrijven werd door hun kameraden hoogst onwaarschijnlijk geacht. Vier van de vijf werden slapende door het ongeluk verrast en hun slaapplaats was in het gedeelte van het schip, waar de ontploffing plaats had.
Als een bijzonderheid kan nog worden meegedeeld dat de kapitein J. Witte, die gisteren met nog elf andere overlevenden van het verongelukte stoomschip WESTPOLDER te Scheveningen werd aangebracht, verleden jaar 24 juni ook reeds aldaar werd aangebracht. Toen ter tijde voer hij als kapitein op het stoomschip TELEGRAAF 18 van Rotterdam, dat op 36 mijlen ZW van Hoek van Holland door een Duitse onderzeeboot werd getorpedeerd. Kapitein Witte wist zich toen met de overige leden van de bemanning in een boot te redden. Ongeveer 10 mijlen uit de kust werden zij toen opgepikt door de PETRONELLA (SCH-60) en in de Scheveningse haven aangebracht.
Onder bedoelde aangebrachte bemanning van de TELEGRAAF 18 bevonden zich toen ook de bootsman Stols, die gisteren ook is aangebracht en de matroos Wildeboer, die thans tot de 5 vermiste opvarenden van de WESTPOLDER behoort.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Nederland en de Oorlog. Reders van kleine vrachtschepen.
In een van de bovenzalen van café Suisse aan het Beursplein te Rotterdam heeft gistermiddag, naar de NRC meldt, een bijeenkomst plaats gehad van reders van kleine vrachtschepen ter bespreking van hun belangen. De voorzitter van de vergadering, de heer Woudstra uit Vlaardingen deelde mee, dat deze z.i. slechts een voorlopig karakter kon dragen en uit de besprekingen zou moeten blijken, of het wenselijk was een vereniging te vormen, die de belangen van de reders van kleine vrachtschepen behartigen zou. Het meest aanbevelenswaardig was naar de mening van de voorzitter, een commissie samen te stellen, welke een plan van werkzaamheden zou ontwerpen en in een volgende vergadering ter tafel brengen. De voornaamste punten, over welke eerst de commissie en later de te stichten vereniging haar aandacht zou moeten uitstrekken, waren de vrachtprijzen; de gages van kapiteins, stuurlieden, machinisten en minder scheepspersoneel; en in de derde, maar niet de minste plaats, de assurantie. Door gebrek aan samenwerking van en concurrentie onder de reders waren de vrachtprijzen tot op de helft verminderd. Overeenstemming ten opzichte van de gages was zeer wenselijk, daar de reders tot dusver eigenlijk de speelbal waren van hun personeel en in de derde plaats zou men vooral het vraagstuk van de assurantie ernstig in behandeling moeten nemen, om een einde te maken aan de voortdurende verhoging van de premies. Overwogen kon worden, of men zich door gezamenlijke of coöperatieve verzekering daartegen in het vervolg zou kunnen vrijwaren. De heer Van der Eb wees er op, dat de huidige slechte toestand van de vrachtvaart voor zeilschepen voornamelijk te wijten was aan de gebreken in de kolendistributie. Volgens deze spreker was het enige firma's — o.a. de firma Jos. de Poorter — gelukt kolen te bekomen, die men anderen onthield en werden deze firma's zonder enige aannemelijke reden boven anderen bevoorrecht, waardoor zij die achtergestelde firma’s een fnuikende concurrentie konden aandoen. Spreker bracht in herinnering, dat Jos. de Poorter schepen op Scandinavië (Gotenburg) liet varen, die daar dan soms vier weken lang in lading bleven liggen en vrachten aannamen voor prijzen, waar minder bevoorrechten niet tegen concurreren konden. Immers, waar een stoomschip in de vaart was, zou geen verlader van een zeilschip gebruik maken. In het belang van de zeilscheepvaart en de met deze verband houdende werkverschaffing was dus een betere kolenvoorziening noodzakelijk. Een alleenstaand man had evenwel niet de macht om zulk een verbetering te verkrijgen. Oprichting van een vereniging was dus zeer gewenst. Een van de aanwezigen merkte op, dat de beschouwing van de heer Van der Eb eenzijdig was en dat er toch ook wel personen ter vergadering zouden zijn, die belang hadden bij de vaart van stoomschepen. De heer Van der Eb antwoordde, dat hij niet eenzijdig had willen zijn en dit ook niet van hem verwacht kon worden, daar mede zijn eigen belangen bij de vaart van stoomschepen waren gemoeid. Iemand vroeg hoe gedacht werd over motorschoeners, waaronder er toch waren van 600 ton. Geantwoord werd, dat deze ook op zeilen waren ingericht en dus met zeilschepen werden gelijkgesteld. Een ander aanwezige was van mening, dat men een grens moest trekken tussen zeilvaarders, motorschoeners en stoomschepen, daar de belangen van de verschillende reders van deze niet dezelfde waren. Ten opzichte van assurantie en gages kan men wellicht samengaan; met betrekking tot de vrachtprijzen niet. Deze spreker achtte het wenselijk, dat de reders van zeil-vrachtvaartuigen zich afzonderlijk zouden verenigen. Er ontspon zich daarop een gedachtewisseling over de vraag, of het wenselijk was reders van (kleine) stoomschepen in de vereniging op te nemen. Verschillende aanwezigen voerden het woord. De heer De Korver merkte op, dat het voornamelijk ging om de belangen van Vlaardingse en Scheveningse reders, die haringloggers hadden doen ombouwen om — tijdelijk — aan de vrachtvaart deel te nemen. Deze reders was het volstrekt onmogelijk te concurreren met die van stoomschepen en spreker stelde daarom voor, de laatsten van de op te richten vereniging uit te sluiten. Nadat nog eerst een voorstel was in behandeling genomen, strekkende tot het benoemen van een commissie, die de verschillende vraagstukken onderzoeken zou om op een volgende vergadering een omlijnd plan van werkzaamheden ter tafel te brengen — dit voorstel werd verworpen — bracht de voorzitter het voorstel De Korver in stemming. Met grote meerderheid werd dit aangenomen. Besloten is derhalve, dat de te stichten vereniging uitsluitend uit reders van zeilschepen en motorschoeners zal bestaan. Er werd een commissie van zeven leden benoemd — gevormd door twee reders van hier, twee van Scheveningen, twee van Vlaardingen en een van Groningen — welke de oprichting van die vereniging zal voorbereiden.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

De scheepvaart.
De firma Jos. de Poorter te Rotterdam heeft van haar agent te Gotenburg het volgende bericht ontvangen betreffende haar stoomschepen MARIA, THEODORA en ALWINA, die van daar met ladingen stukgoederen naar Nederland bestemd zijn:
Het Duitse consulaat-generaal heeft mededelingen gedaan, dat de stoomschepen, welke voortaan van Zweden naar Nederland stukgoederen varen, een vergunning (Freies Geleit) van de Duitse autoriteiten moeten hebben, ten einde aanhouding en opbrenging te voorkomen. Om een vergunning (Geleitschein) te bekomen, worden de volgende documenten door de Duitse autoriteiten vereist, welke het schip buiten de gewone scheepspapieren aan boord zal moeten hebben:
1. een beëdigde en gelegaliseerde verklaring door de reder, dat het schip werkelijk zal varen naar de plaats van bestemming, welke in het connossement is vermeld, en aldaar zijn lading zal lossen;
2. een verklaring van de douaneautoriteiten in Zweden, dat het schip buiten de in het connossement vermelde lading geen andere goederen heeft geladen, welke door de Duitsers als contrabande zijn verklaard;
3. de connossementen;
4. een beëdigde, gelegaliseerde verklaring van de ontvangers van de lading over het verblijf van de goederen, n.l. dat deze zijn voor Nederland en voor uitsluitend gebruik in dit land, en dat de goederen niet zullen worden uitgevoerd, hetzij in natura of in verwerkte vorm.
Deze documenten moeten bij het Duitse consulaat-generaal (Geleitscheinstelle) worden overgelegd vóór afvaart van het stoomschip, om een “Geleitsehein" te kunnen verkrijgen. Indien een boot zonder deze “Geleitschein” ter zee door de Duitse strijdkrachten zou worden aangehouden, stelt het schip zich bloot aan opbrenging en confiscatie van de lading.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Een conflict.
Men meldt ons uit Rotterdam: Van de Scheepvaart- en Steenkolen Maatschappij kwamen de vorige week vijf schepen zonder konvooi te Rotterdam binnengelopen. Naar men ons van de zijde van de directie meedeelt, waren deze schepen uitgevaren uit Engelse havens, met het doel zich bij het naar Nederland varende konvooi te voegen. Toen de kapiteins dit niet zagen — het konvooi was nl. in de Engelse havens teruggekeerd — zijn ze op eigen gelegenheid doorgevaren, het beste wat ze in de gegeven omstandigheden doen konden. De bemanningen van deze schepen protesteren tegen dit varen op eigen gelegenheid. Ze stellen de eis, dat altijd in konvooi zal worden gevaren, zeer bijzondere omstandigheden uitgezonderd. En in dit laatste geval niet dan na overleg met de equipage. Op de vijf schepen is nu door het volk geweigerd te monsteren. De directie van de S.S.M. heeft daarop aan de vijf maal twaalf man equipage ontslag gegeven. De zeemansvereniging Volharding heeft voor het scheepsvolk de zaak in handen. Ze zou gisteravond een huishoudelijke vergadering houden ter bespreking van de kwestie.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. De Raad deed gistermiddag onderzoek naar de klacht, ingesteld door C.P.J. Staal, 1e machinist van het stoomschip MILLY, tegen A.F. van Keulen, gezagvoerder van genoemd stoomschip.
Niet minder dan acht getuigen zijn in deze zaak gedagvaard. Als 1e getuige wordt gehoord de gezagvoerder A.F. van Keulen. Deze zegt o.m., dat deze zaak een grote voorgeschiedenis heeft. Ze is al begonnen toen men de 10e oktober 1917 uit Rotterdam vertrok met een lading stukgoederen met bestemming naar Havre. De gezagvoerder had nog niet eerder met de 1e machinist gevaren. Deze bleef, zonder enige waarschuwing en terwijl hij aan boord nodig was om te helpen bij het kolen laden, ongemotiveerd weg. Dit duurde twee dagen en daarmee begon de ellende. De gezagvoerder weet niet zeker of de 1e machinist toen al aangemonsterd was; deze ontkent dit evenwel.
Woorden vielen, en van beide kanten ging het hard tegen hard. De onaangenaamheden gingen door en toen de MILLY bij de Hoek van Holland was, bevond de 1e machinist zich weer niet aan boord. De derde moeilijkheid had plaats de 16e oktober. Er was toen een gebrek in de machinekamer, over de oorzaak waarvan ook onaangenaamheden ontstonden. Later gaf de machinist van dit gebrek een foutieve verklaring, terwijl de kapitein meende dat dit door tijdig optreden van de machinist voorkomen had kunnen worden. De strubbelingen groeiden gestadig aan en op de reis van Londen naar Havre waren er weer onaangenaamheden. In november gelastte de kapitein de machinist te pompen, daar deze meedeelde dat er water in de voorpiek stond.
Aan het bevel van de kapitein gaf de machinist geen gehoor, doch droeg het hem opgedragen werk over op een ander. Gevolg dat de machinist telkens de schuld op anderen schoof en de verhouding aan boord hoe langer hoe slechter werd. Maar in december begon de machinist de kapitein en 1e stuurman te bekladden. Deze zouden zich bedrinken en slapen als zij de wacht moesten houden. Toen is een woordenwisseling ontstaan en is de machinist begonnen de kapitein uit te schelden. Ten slotte heeft de kapitein de machinist voor de keus gesteld of dat hij weg zou gaan, of dat de kapitein zelf het schip zou verlaten. Het eerste is gebeurd. De 1e machinist C.P.J. Staal haalt eveneens van onderaf de historie op. Hij deelt o.m. mee dat hij, tijdens de aanmonstering op de MILLY, op een ander schip diende. Hij was dus gebonden. Maar ten slotte is hij toch bij kapt. Van Keulen gekomen, daar hij van zijn vorige verbintenis was ontslagen. Getuige meent in de behandeling van kapt. Van Keulen te hebben gemerkt, dat deze hem beschouwde ais een “bandeloos persoon". Het ene woord haalde het andere uit en getuige heeft toen gezegd dat van kapt. Van Keulen bekend was, dat hij wel eens dronken aan boord kwam. Getuige kan de zegsman van dit bericht aanwijzen. Verder is hij niet “zo maar" weggebleven, doch heeft de 2e machinist opdracht gegeven de zaken, zolang hij weg moest, te behartigen. De president merkt op, dat de 1e machinist niet goed deed, de kapitein niet persoonlijk te waarschuwen, maar dit over te laten aan de 2e machinist. In Rotterdam teruggekomen, is door een expert een onderzoek ingesteld in zake het ongeval aan de machinekamer overkomen en deze keurde — volgens de machinist — diens optreden volkomen goed. Hoewel de kapitein wist, dat er aan boord hard gewerkt is, heeft hij geen woord van goedkeuring tegen de machinisten gezegd. En wat betreft de beschuldiging van de kapitein, dat getuige ontijdig praatjes maakte met de 2e machinist en deze van het werkt afhield, merkt getuige op, dat hij de 2e machinist slechts enige nodige inlichtingen heeft gegeven. Getuige zegt door de 1e stuurman uitgescholden te zijn, terwijl de kapitein erbij stond. Deze heeft, toen de stuurman schold, tegen getuige gezegd „Dat is je eigen schuld” en niets gedaan deze herrie bij te leggen. Getuige had gewild dat de kapitein de stuurman zou hebben bevolen zijn woorden terug te trekken, omdat hij op deze manier zijn prestige zag verdwijnen. Getuige verwacht door middel van zijn klacht herstel van recht, daar de kapitein en 1e stuurman misbruik maakten van hun machtspositie. De kapitein verklaart niets van onaangenaamheden tussen de stuurman en 1e machinist te hebben bemerkt. De president merkt op dat de 1e machinist zich gegriefd voelt, doordat hij meent achteruit gezet te zijn, terwijl hij recht had op waardering. Maar of de Raad wel het geschikte lichaam is voor rehabilitatie, meent de president te mogen betwijfelen. De kapitein zoekt de cardo questionis in afgunst tussen stuurman en machinist en zegt dat de laatste maar betrekkelijk weinig aan boord was. Hij wilde wel naast, maar niet onder de kapitein staan. A.H. Schot, 1e stuurman aan boord van de MILLY, verklaart op reis nooit woorden met de machinist te hebben gehad. Later aan wal echter wel. Maar het ging alles met “huiselijke woorden”. Tussen kapitein en 1e machinist waren wel minder aangename momenten voorgekomen. Ook deze getuige verklaart dat de 1e machinist weinig aan boord was en dan nog niets deed. Vervolgens overhandigde getuige de president het journaal van de 1e machinist. Tot grote verwondering van de Raad staat er evenwel niets in. De 1e machinist erkent hierop, dat hij de zaak slordig heeft behandeld en dat zijn boeken, waarin wel iets stond, in het water zijn gevallen. Hij heeft wel een kladjournaal gehouden, maar erkent niet het machine-journaal te hebben gefraudeerd. De verklaring van de volgende getuigen wettigen het vermoeden dat de 1e machinist de zaken niet naar waarheid voordraagt. De kapitein merkt na afloop van de getuigenverhoren nog op, dat hij de 1e machinist voortdurend op zijn plicht moest wijzen. De geïncrimineerde woorden zegt de gezaghebber niet te hebben gebruikt. De president wijst tenslotte de 1e machinist nog op het ernstige feit van het frauderen van het journaal. De Raad zal later uitspraak doen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. De Raad deed gistermiddag uitspraak betreffende het lek worden en door de bemanning verlaten van het zeilschip SPECULANT. De Raad is van oordeel, dat de schipper het schip te vroeg heeft verlaten. Welke de oorzaak is van het lek worden van de SPECULANT is niet gebleken. Gevaar voor zinken was er niet, gelijk de schipper erkende en de redenen, welke hij opgaf waarom hij het schip verliet, kunnen als zodanig niet gelden. Immers er was nog 20 à 25 liter drinkwater voorhanden, hetwelk bij zuinig gebruik voor meerdere dagen kon strekken. De vrees voor het wegslaan van de scheepsboot behoefde niet te bestaan, aangezien men deze behoorlijk had kunnen vast sjorren. En wat het naderen van het mijnenveld betreft, men had moeten trachten naar de vaste wal te zeilen, hetgeen, nu het in de morgen van de 13e oktober kalmer was geworden, zeer goed had kunnen gelukken, gelijk het ook gelukte met de scheepsboot. Wel is waar beweerde de schipper, dat de SPECULANT onbestuurbaar was, omdat ze vóór, drie voet onder water lag, maar de Raad neemt niet aan dat dit het geval was, omdat het schip dan al een zeer abnormaal schuine stand zou hebben gehad. Daarenboven had de schipper door het werpen van de deklast het voorschip kunnen lichten; de schipper voerde hiertegen aan, dat de deklast van voren reeds gedeeltelijk was weggeslagen en dat het overgeblevene dus juist het achterschip naar beneden en daardoor het voorschip naar boven drukte, zodat bij het werpen het voorschip nog meer zou zakken, maar deze voorstelling van zaken kan reeds hierom niet juist zijn, omdat de schipper tevens toegaf, dat de mast nog in de lading zat en dat de lieren wegens de lading niet bereikt konden worden, en mast en lieren zich op het voorste deel van het schip bevinden. In ieder geval en wat hiervan zij, had de schipper voor hij het schip verliet, de proef moeten nemen, of, nadat de lading geworpen was, het schip, indien het onbestuurbaar was, niet weer bestuurbaar zou zijn geworden. De schipper heeft derhalve zijn plicht niet gedaan en het is op grond hiervan dat de Raad hem straft door hem de bevoegdheid te ontnemen als schipper te varen op een schip, als bedoeld bij artikel 2 van de Schepenwet, voor de tijd van zes maanden.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. De Raad deed gistermiddag uitspraak betreffende de stranding van het zeilschip HEIDEBLOEM. De Raad is van oordeel, dat de HEIDEBLOEM vermoedelijk ten gevolge van slecht weer lek is geworden en vervolgens gestrand; nu de gehele bemanning is omgekomen, is omtrent een en ander geen zekerheid te verkrijgen. Het is niet gebleken, dat de ramp verband houdt met de oorlogsomstandigheden, de plaats van de stranding geeft ook geen aanleiding daaraan te denken. De uitrusting van het schip voldeed blijkens de overgelegde rapporten aan de eisen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. Gistermiddag werd uitspraak gedaan betreffende de klacht tegen J.H. Bul, schipper van het zeilschip ZEESTER. De Raad acht de ten laste gelegde feiten niet bewezen en vindt derhalve geen termen een tuchtmaatregel op de schipper toe te passen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De motorreddingboot JHR. RUTGERS VAN ROZENBURG van de Noord en Zuid-Hollandsche Redding Maatschappij is gistermiddag ruim 2 uur de Scheveningse haven uitgegaan, nadat van de vuurtoren gerapporteerd was dat er een boot met mensen op zee drijvende was. Om half vier is de boot teruggekeerd met 10 man ongedeerd, 2 man zwaar gewond en een dode, vormende een deel van de uit 18 koppen bestaande bemanning van het stoomschip WESTPOLDER van Rotterdam.
Vijf opvarenden zijn bij de ramp die het schip trof verdronken. Bij aankomst waren de geredden niet in een toestand dat zij volledige inlichtingen konden geven. Alleen wisten zij te zeggen dat hun schip in korte tijd gezonken was, 15 mijlen NW van Scheveningen. Voorlopig zijn de mensen ondergebracht in het boothuis en het seinhuis van de Visschershaven, waar hun voor zover nodig heelkundige hulp is verleend.
De WESTPOLDER, kapt. J. de Wit, behoort aan de Algemeene Nederlandsche Scheepvaart Maatschappij, agent de firma Cornelder & Zonen. Zij is groot 749 ton en was verleden jaar gebouwd door J. & A. van der Schuijt te Papendrecht, 18 augustus had de proefvaart plaats. Het schip was maandag van hier naar Engeland vertrokken. Of het schip op een mijn gelopen of getorpedeerd is wisten de te Scheveningen aangebrachte mannen niet te zeggen.
Nader meldt men ons uit Scheveningen:
De drie naar het Gemeente Ziekenhuis door de Eerste-hulp-dienst overgebrachte opvarenden zijn allen uit Rotterdam afkomstig, n.l. een 29-jarige donkeyman met gekneusd rechteronderbeen, een 20-jarige matroos met een fractuur aan de rechter knieschijf en een 41-jarige stoker, die wegens uitputting in het ziekenhuis moest worden opgenomen.
De opvarenden die vermist worden zijn: D. Wildeboer, 18 jaar, lichtmatroos; Zethoven, 2e stuurman; Kemon, 30 jaar; kok; Elswijk, 23 jaar, steward; L. de Groot, 40 jaar, stoker; allen uit Rotterdam. De hier aangebrachte 1e stuurman, die na een uur in het water met de dood te hebben geworsteld nog levend in de boot werd opgenomen, maar overleed vóór Scheveningen was bereikt, was genaamd Frans Benckhuizen uit Vlissingen. (opm: de naam is Frank Benckhuysen)
Volgens berichten door de directie uit Scheveningen ontvangen had men aan boord van de WESTPOLDER ’s nachts plotseling een knal gehoord, waarna het schip onmiddellijk was gezonken. De bemanning was overboord gesprongen en twaalf van de drenkelingen hadden de boot weten te bereiken, die door de ontploffing waarschijnlijk over boord was geslagen.
De namen van de zeelieden die behouden te Scheveningen werden aangebracht zijn: kapitein J. Witte, J.D. Stolz, F. Rodenrijs, A.J. Oversier, H.W. van den Leist, P. de Groot, M.W. van Veen, B. van Veldhuyzen, M.A. Sigmund, G. Timmermans, P. Starrenburg, L. Verhagen. Als een bijzonderheid kan nog worden meegedeeld, dat kapitein Witte verleden jaar 24 juni ook reeds aldaar werd aangebracht. Toen ten tijde voer hij als kapitein op het stoomschip TELEGRAAF 18 van Rotterdam, dat op 36 mijl ZW van de Hoek van Holland door een Duitse onderzeeboot werd getorpedeerd. Kapitein Witte wist zich toen met de overige leden van de bemanning in een boot te redden. Ongeveer 10 mijlen uit de kust werden zij toen opgepikt door de PETRONELLA (SCH-60) en in de Scheveningse haven aangebracht. Onder de bemanning van de TELEGRAAF 18 bevonden zich toen ook de bootsman Stols, die gisteren ook is aangebracht, en de matroos Wildeboer, die thans tot de vermisten behoort. De 9 niet ernstig gewonden van het eergisteravond verongelukte stoomschip WESTPOLDER hebben in het hotel van de Wed. Bürger, Amsterdamschestraat aldaar, een rustige nacht doorgebracht. Hun voornemen is heden naar Rotterdam te vertrekken. De kapitein is vrij ernstig gekneusd aan de benen, zodat hij niet in staat is te lopen. Geen van de 9 mannen heeft enig vermoeden omtrent de oorzaak van de ramp. Op het water was vóór het ongeluk niets bespeurd, en ook na de ramp was niets te zien.
Dat de vijf vermisten nog in een boot zouden ronddrijven werd door hun kameraden hoogst onwaarschijnlijk geacht. Vier van de vijf werden slapende door het ongeluk verrast en hun slaapplaats was in het gedeelte van het schip waar de ontploffing plaats had.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 16 januari. In de Staatscourant komt de staat voor de hier te lande gebouwde en van het buitenland ingevoerde schepen, voor welke in het jaar 1917 voor de eerste maal Nederlandse zeebrieven zijn uitgereikt. Daaruit blijkt, dat in 1917 in het binnenland werden gebouwd 106 schepen, tezamen metende 138.740,17 m3 netto, verdeeld als volgt: 1 schoener, 1 galjoot, 1 tjalk, 23 andere soorten zeilschepen, 24 motorschepen en 56 stoomschepen.
In het buitenland werden gebouwd 6 schepen met een inhoud van 10.365,23 m3, verdeeld als volgt: 1 schoener, 4 andere zeilschepen en 1 stoomschip. Het totaal is dus 112 schepen met een inhoud van 149.103,40 m3, tegen 67 schepen, tezamen groot 185.210,83 m3 in 1916.
Verder komt er in de Staatscourant voor een vergelijkende staat van de Nederlandse koopvaardijvloot op 31 dec. 1916 en 31 dec. 1917. Op 31 dec. 1916 bestond de vloot uit 786 schepen met een inhoud van 2.152.681,49 m3 en op 31 dec. 1917 uit 800 schepen, metende 2.126.718,81 m3.
De onderverdeling op 31 dec. 1917 is als volgt: Stoomschepen 362, sleepboten 60, motorboten 31, schoeners 40, tjalken 186, koffen 3, galjoot 1 en andere soorten zeilschepen 117.
Volgens de ingekomen berichten zijn in 1917 verongelukt, gesloopt enz. 38 stoomschepen. 3 sleepboten, 9 motorboten, 13 schoeners, 23 tjalken en 12 andere soorten zeilschepen.


18 januari 1918


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

IJmuiden, 17 januari. De vrachtlogger WOUTER uit Scheveningen, welke bij het binnenkomen op de strekdam tussen de pieren stiet, is in het visserijdok alhier onderzocht en bleek lek te zijn. Het vaartuig is naar Amsterdam gesleept om aldaar de schade te doen herstellen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Naamloze Vennootschappen. Staatscourant No. 14.
N.V. Motorschoener ‘Harlingen’, te Rotterdam. Kapitaal NLG 10.000. Directeur C. van Dijk.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Nederland en de Oorlog. De NIEUW AMSTERDAM.
Het stoomschip NIEUW AMSTERDAM is nog steeds niet vertrokken. De oorzaak van het oponthoud heet thans, dat het schip een partij gemunt zilver voor Nederlands-Indië aan boord heeft gekregen, waarvan voor het vervoer, de benodigde formaliteiten nog niet zijn vervuld. De passagiers mogen niet van boord. (opm: de passagierslijsten zijn niet opgenomen in deze kroniek). (opm: zie ook AH 200118 en AH 220118)


19 januari 1918


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Het stoomschip ATLAS.
Bij de Koninklijke Nederlandsche Stoomboot Maatschappij is omtrent het stoomschip ATLAS nader bericht ingekomen, luidende, dat de commandant van de Duitse duikboot het schip de 10e januari, 6 uur 's namiddags, in beslag nam, omdat de lading niet aan de Nederlandse Regering geadresseerd, noch door een verklaring van die regering gedekt was. De bemanning verliet het schip om elf uur 's avonds, doch hoorde geen schoten of ontploffing. De equipage, 28 man, landde de 11e januari, 12 uur 's middags, op Fuerteventura, een van de Canarische Eilanden, in goede welstand. Het stoomschip ATLAS had een lading grondnoten voor Rotterdam geladen, die geadresseerd was aan de Nederlandsche Overzee Trust Maatschappij en bestemd voor een Nederlandse fabriek.
Het schip werd aangehouden ver buiten een van de z.g. versperde zones.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

De ELVE en de BERNISSE.
Reuter seint uit Londen d.d. 18 januari: De officiële correspondentie tussen de Britse en de Nederlandse regering betreffende het doen zinken door een Duitse duikboot van de Nederlandse stoomboot ELVE en het beschadigen van de Nederlandse stoomboot BERNISSE, op haar reis van West-Afrika naar Rotterdam, is heden gepubliceerd. Alleen het geval met de BERNISSE wordt volledig beschreven. De BERNISSE verliet Rufisque (West- Afrika) op 2 mei 1917, werd op 20 mei door een Britse hulpkruiser aangehouden en kreeg order om naar Kirkwall te stomen. Toen zij het gebied passeerde, dat door Duitsland wordt geblokkeerd, werd zij op 23 mei aangevallen door een duikboot en beschadigd. Zij werd door Britse trawlers naar Kirkwall gesleept en op het strand gehaald om zinken te voorkomen. Op 26 oktober verklaarde de Nederlandse Minister van Buitenlandse Zaken, dat alle verantwoordelijkheid voor de schade, neerkomt op de Britse regering, onafhankelijk van de oorzaak van het verlies, daar er geen reden was, schepen naar Britse havens te brengen en hen te noodzaken door de gevaarlijke zone te varen.
In zijn antwoord, gedateerd 16 november 1917, zegt Balfour: De Britse regering had verwacht te vernemen, dat door de Nederlandse regering een krachtig protest tot de Duitse was gericht tegen het onwettig en onmenselijk optreden van de duikboten en dat tegen die regering een eis was ingesteld wegens het door dat optreden veroorzaakte verlies. Het recht van de oorlogvoerenden om neutrale schepen te onderzoeken, kan niet twijfelachtig zijn. Het feit, dat zulk een onderzoek onder de tegenwoordige omstandigheden niet op zee kan plaats vinden, kan niet worden betwist en de wettigheid van het zenden van schepen naar een haven om onderzocht te worden is in de praktijk gedurende de gehele tegenwoordige oorlog erkend. De vraag, of het nodig was, het schip naar een haven te brengen, is hier niet op haar plaats, daar dit aan het oordeel van de officieren moet worden overgelaten. De schade werd rechtstreeks veroorzaakt door onwettige daden, van Duitse duikboten en de Britse regering kan daarvoor niet verantwoordelijk worden gesteld. Ofschoon zij niet betwist, dat het optreden van Duitsland door de afkondiging van het “versperde gebied", waar neutrale schepen zonder waarschuwing in de grond geboord zouden worden, volkomen onwettig is, heeft de Britse regering met enig ongerief voor zichzelf schikkingen getroffen, volgens welke neutrale schepen, waarvan de reders bereid zijn zekere redelijke voorwaarden te aanvaarden, kunnen worden onderzocht op enkele punten buiten de “gevaarlijke zone". De schepen in kwestie hadden niet gepoogd, deze faciliteiten te verkrijgen, maar gaven er de voorkeur aan de gevaren te lopen, die dreigen wanneer zij in een Britse haven moeten worden onderzocht.
In het antwoord van Nederland, d.d. 17 dec. 1917, wordt de zienswijze bestreden, dat de oorlogvoerende onder alle omstandigheden het recht heeft, neutrale schepen naar een haven te brengen en dat, in geval hij dat recht niet uitoefent, dit alleen een welwillendheid is.
In een kort antwoord op 31 dec. 1917 zegt Balfour: De te berde gebrachte overwegingen raken de feitelijke zaak niet, welke is, dat, terwijl de schepen resp. in de grond geboord en beschadigd zijn door een erkende, onwettige daad van Duitse duikboten, de Nederlandse Regering een eis indient bij de Britse en niet bij de Duitse regering, aldus de Britse regering verantwoordelijk pogende te maken voor het onwettig optreden van haar vijanden, terwijl zij geen stappen doet om van de laatste vergoeding te verkrijgen. De Britse regering kan een eis van die aard niet in overweging nemen, welke, als reeds is opgemerkt, door de eiseres kan worden ingediend bij het prijzenhof.


Krant:

 MCO - Middelburgsche Courant

Op de algemene begraafplaats te Vlissingen had hedenmiddag de ter aarde bestelling plaats van het stoffelijk overschot van wijlen de heer F. Benckhuijzen, in leven eerste officier op het stoomschip WESTPOLDER, dat verleden week, toen het uitvoer om kolen uit Engeland te halen, gezonken is. (opm: naam is Frank Benckhuysen)


20 januari 1918


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart.
Woensdag 23 januari a.s., ’s namiddags te 2 uur zal de Raad een onderzoek instellen naar het stranden op de kust van Terschelling van het zeilschip BETSY op 26 december 1917. Rederij N.V. Zeevracht Mij. Zuid-Holland, gezagvoerder P. Smits, beiden te Vlaardingen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Nederland en de oorlog. De NIEUW AMSTERDAM.
Omtrent de reden van het niet-vertrekken van de NIEUW AMSTERDAM lopen allerlei geruchten. Van de directie van de Maatschappij en van de consuls van de verschillende mogendheden kan onze Rotterdamse correspondent geen inlichtingen verkrijgen. Vast staat alleen dit dat het stoomschip niet is vertrokken, omdat geen uitvaarvergunning van de Nederlandse Regering is verkregen. Het ligt voor de hand, dat dit in verband wordt gebracht met de eigenaardige positie, waarin het stoomschip verkeert. Zoals bekend, kreeg het indertijd alleen permissie om van New York te vertrekken als de Maatschappij zich verbond dat het derwaarts zou terugkeren. Het was dus als het ware een geïnterneerde, die enige tijd op parool werd vrijgelaten. Of dit invloed kan hebben op de vertraging van het vertrek? In aansluiting op de mededeling van onze Rotterdamse correspondent omtrent het niet vertrekken van de NIEUW AMSTERDAM vernemen wij van doorgaans goed ingelichte zijde dat de bezwaren tegen het vertrekken komen van Duitse kant. Men heeft in Duitsland bezwaar tegen het uitvaren van het schip tenzij de directie van de Holland Amerika Lijn de toezegging doet dat de boot in ons land zal terugkeren. Van Duitse zijde is men van oordeel dat het laten uitvaren van het schip zonder de verlangde bepaling betekent de verschaffing van laadruimte aan de vijanden van de centrale mogendheden. (opm: zie ook AH 220118)


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

De ELVE en de BERNISSE.
Onze berichtgever te Londen seint d.d. 19 januari: Alle bladen publiceren het ‘White Paper’ betreffende het verzoek van de Nederlandse aan de Engelse regering, om vergoeding voor de schepen ELVE en BERNISSE, die in mei 1917 door een Duitse duikboot zijn getorpedeerd, toen zij genoodzaakt werden voor een onderzoek naar KirkwaIl te varen.
Zij noemen het een merkwaardige en wonderlijke eis.
De Manchester Guardian, die er in zijn hoofdartikel kolommen melding van maakt, verklaart, dat het uitsluitend affectatie is van de Nederlandse Regering, wanneer zij beweert, dat een dergelijke aanval wellicht niet zou hebben plaats gehad wanneer de Nederlandse schepen niet naar Kirkwall waren gezonden. Balfour uit zijn verwondering dat Holland niet bij Duitsland heeft geprotesteerd en dat land vergoeding heeft gevraagd, zegt het blad, maar zo iets moeten we niet verwachten, want de neutralen, die zich het dichtst bij Duitsland bevinden, laten zich zijn onwettige handelingen het meest welgevallen. Wij kunnen die vrees begrijpen, maar wij verwachten toch zeker niet, dat zij ons de verliezen zullen aanrekenen, waarvoor zij, indien zij in een toestand waren om hun volkomen neutraliteit te handhaven, Duitsland ter verantwoording zouden roepen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

De BATAVIER IV. Gistermiddag is op de rede van Vlissingen aangekomen de BATAVIER IV, die door de sleepboot LAUWERZEE van de Duitsers is overgenomen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Rotterdam, 19 januari. Het stoomschip CALEDONIA (zie Ochtendblad d.d. 13 dezer) heeft heden het gemeentedroogdok, waarin het voor onderzoek geplaatst was, verlaten. De schade bepaalt zich tot het achterschip en is niet zo ernstig als verwacht was. Het stoomschip is naar Wilton's Machinefabriek en Scheepswerf gesleept om te repareren.


21 januari 1918


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

IJmuiden, 19 januari. De in Rotterdam thuis behorende vrachtlogger JOHANNES CORNELIS, kapt. Poldervaart: welke met een lading stukgoederen van Christiania naar Rotterdam bestemd is, werd hedenmiddag hier met stormschade en verlies van een deel van de deklast (houtstof) binnengebracht door de sleepboottrawler ZEEPAARDJE (SCH-412). Het vaartuig werd nabij vuurschip Terschellingerbank op sleeptouw genomen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 19 januari. De Rotterdamse schoener ANNA, die bij Kalmar in het ijs is vastgeraakt, is nog niet gered. Maandag raakte het ijs los en de ANNA dreef naar de Smaalandslandet. De Nederlandse consul in Karlskrona vroeg hulp aan de Zweedse marine, die dadelijk de torpedoboot SKULD uitzond. Door de ijsgang en de duisternis moest de SKULD echter onverrichterzake terugkeren. De toestand van de ANNA is gevaarlijk, maar de SKULD ligt onder stoom om een nieuwe poging tot redding te wagen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 19 januari. In het Polytechnisch Weekblad van deze week geeft de scheepsbouwkundig ingenieur Ir. J.C. Arkenbout Schokker, aan de hand van enige tekeningen, een beschrijving van een van de kleinste Nederlandse vrachtschepen, het motorvrachtschip WAGENINGEN. Dit scheepje is door de heer Schippers te Rotterdam ontworpen en op de werf De Toekomst te Vrijenban gebouwd. De WAGENINGEN is tussen de loodlijnen lang 55 m., op de buitenkant van de spanten breed 6,85 m. en in de zijde hol 8,25 m. Bij een diepgang van 2,90 m. heeft het een waterverplaatsing van 552 ton (van 1.000 kg) en een draagvermogen van 364 ton. Het schip is gebouwd voor de grote kustvaart. Vermelding verdient dat de voortstuwing geschiedt door een zuiggasmotor die 151 pk of 132 as-paardenkrachten ontwikkelt. De schrijver geeft enige cijfers, waaruit het voordeel van een zuiggasmotor boven een stoommachine blijkt voor dit schip.


22 januari 1918


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

De NIEUW AMSTERDAM.
Zondag en gisteren hebben gedeelten van de equipage van het stoomschip NIEUW AMSTERDAM. gelegenheid gekregen hun gezinnen te bezoeken. Gisteren kregen ook de passagiers vergunning om, voor zover zij dit wilden, zich enigszins aan land te kunnen vertreden. Zij moesten evenwel gisteravond 6 uur aan boord terug zijn. Of er dan gevaren zal worden, is niet bekend.
Er zijn reeds enkele passagiers, die hun koffers hebben gepakt en voorgoed vertrokken zijn, in de overtuiging dat het schip niet varen zou. Intussen is dit maar een kleine minderheid. De rest hoopt nog met de Maatschappij. Definitieve plannen bestaan er zeker nog niet, als men hoort dat zondag aan boord werd geannonceerd dat de boot maandagmorgen 7 uur vertrekken zou. Toch ligt ze nog aan de Wilhelminakade.
Wij vernemen voorts dat het reeds was uitgemaakt dat het schip na aankomst te New York voor de tijd van 8 maanden door het Amerikaanse gouvernement gecharterd zou worden. Hiertegen verzetten zich de Duitsers. (opm: zie ook AH 290118)


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

De ZEELAND. Blijkens bij het Departement van Marine ingekomen bericht is het pantserdekschip ZEELAND onder bevel van de kapitein ter zee F.L. Rambonnet, ter voortzetting van de reis naar Nederland van Honolulu naar San Francisco vertrokken. Het oorspronkelijk plan om in stede van San Francisco de haven van San Diego aan te doen, is opgegeven in verband met moeilijkheden in de kolenvoorziening op laatstgenoemde plaats.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Naamloze Vennootschappen.
De Staats Courant No. 17 bevat de akten van oprichting van:
- Mij. tot Exploitatie van het Motorschoenerschip ‘Siegfried’, te Rotterdam.
- Mij. tot Exploitatie van het Schoenerschip ‘Bertha’, te Rotterdam.
- Vrachtvaart Mij. ‘Neerlandia’, te Rotterdam.
- Mij. tot Expl. van het Motorschoenerschip ‘Hermanos’, te Rotterdam.
- Mij. tot Expl. van het Schoenerschip ‘Anna’, te Rotterdam.
- Mij. tot Expl. van het Motorschoenerschip ‘Jacob’, te Rotterdam.
- Mij. tot Expl. van het Schoenerschip ‘Rebecca’, te Rotterdam.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Indië en de Nederlandse stoomvaartmaatschappijen.
Wij ontvingen van het N.I.P.A. de volgende mededeling: Naar uit Batavia wordt gemeld, overweegt de Engelse regering voorstellen van de Nederlandse scheepvaartmaatschappijen teneinde tegemoet te komen aan het tekort aan scheepsruimte in Brits-Indië op voorwaarde dat de rijstexport uit Rangoon weer wordt opengesteld. In verband met dit telegram vernam het N.I.P.A. nog van de zijde van de scheepvaartmaatschappijen te Amsterdam het volgende: Zoals bekend is, heeft door gebrek aan scheepsruimte een grote ophoping van suiker in Indië plaats gehad. Voornamelijk op Java was dit het geval. De Engelse lijnen die in normale tijden voor het transport van de Javasuiker naar Brits-Indië, de voornaamste afnemer van dit product, zorg droegen, zagen haar schepen gerekwireerd door de Britse regering. Onze Nederlandse maatschappijen, in het bijzonder de Paketvaart, traden toen in overleg met de grote suikerexporteurs en als resultaat volgde een regeling, waarbij bijv. de Kon. Paketvaart suiker naar de Brits-Indische havens bracht en op de terugreis rijst uit Rangoon ten behoeve van Nederlands-Indië meenam. Op hetzelfde tijdstip dat de moeilijkheden in het telegrafisch verkeer over de Britse kabels ontstonden, werd de rijstuitvoer vanuit Rangoon stopgezet. Sedert ongeveer half oktober heeft de invoer van dit voor Indië zo hoogst belangrijk volksvoedsel dus zo goed als in het geheel niet plaats gevonden, hetgeen, indien deze toestand zou voortduren, tot ernstige moeilijkheden zou kunnen leiden. Men noemde het dan ook een verblijdend verschijnsel, dat op deze wijze naar een oplossing voor dit probleem van de Indische voedselvoorziening getracht wordt.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

De schepen in Amerika.
Wij vernemen, dat de Amerikaanse regering, in afwachting van het tot stand komen van een overeenkomst betreffende de scheepvaart en andere economische aangelegenheden, toestemming heeft verleend, dat de in de Amerikaanse havens liggende Nederlandse schepen een korte reis zullen maken buiten de gevaarlijke zone, terwijl een gedeelte van deze schepen voor de Belgische Reliefcommissie zal worden bevracht. Voorts zullen enkele van deze schepen, die thans met een lading voor Indië en Nederland bevracht in de Amerikaanse havens liggen, de reis naar hun bestemming kunnen vervolgen, terwijl ook de ZEELANDIA haar reis naar Nederland zal kunnen voortzetten. Bijzonderheden van deze schikking moeten worden geregeld door de betrokken reders.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Fredrikshavn, 17 januari. De alhier binnengebrachte Nederlandse tjalk HEIDEBLOEM (zie Avondblad 15 dezer) is in publieke veiling verkocht. Koopster werd de firma Janus Anderson & Co. te Aalborg, voor Kr. 13.400.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 20 januari. 10 Jan. Het van Delfzijl naar Bergen bestemde stoomschip PROSPERO is met machineschade alhier binnengelopen. (opm: nieuw schip gebouwd bij de Gebr. Niestern).


23 januari 1918


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

De NIEUW AMSTERDAM.
Uit beste bron verneemt het Haagse Correspondentiebureau, dat een bericht, dat te 's-Gravenhage werd gebullitineerd, volgens hetwelk de Nederlandse Regering 3 miljoen gulden borgtocht zou hebben gestort voor de terugkeer van de NIEUW AMSTERDAM, welk schip in verband hiermee wellicht nog heden zou vertrekken, absoluut uit de lucht is gegrepen. Ook gisteren waren passagiers van de permissie tot hedenavond 9 uur. Blijkbaar permissie tot 's avonds 9 uur. Het Haagse Correspondentiebureau meldde gisteravond 11 uur: Volgens laatste berichten was het vrij zeker, dat de NIEUW AMSTERDAM niet voor heden (woensdag) zou kunnen uitvaren.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Reders van zeil- en motorschepen voor de zeevrachtvaart.
Te Rotterdam is gisteren de vervolgvergadering gehouden op de bijeenkomst van woensdag 16 januari om te komen tot de oprichting van een vereniging van reders van zeil- en motorschepen voor de zeevrachtvaart. De heer M.J. v.d. Eb uit Rotterdam presideerde de bijeenkomst en zette uiteen, dat het in de vorige vergadering benoemde bestuur, bestaande uit de heren C. Pronk en J. v.d. Toorn Az. uit Scheveningen, P. Borst en H. de Korver uit Vlaardingen, W.A. Soetermeer en M.J. v.d. Eb uit Rotterdam en L. de Lange uit Dordrecht, zich had voorgesteld te bespreken: De stappen bij de Regering te doen inzake de bevoorrechting van stoombootrederijen bij de kolenvoorziening, de vrachtenregeling, de gages, de kwesties van de victualiën, van de assurantie, terwijl tenslotte een definitief bestuur zou worden gekozen. Alvorens tot oprichting van de vereniging werd overgegaan, werd de vraag besproken, welke reders zullen kunnen toetreden. De wenselijkheid werd naar voren gebracht eerst een programma op te stellen. De heer De Korver bracht daarop een uitgewerkt plan voor een beurtbevrachting ter tafel, dat echter als van later orde werd uitgesteld. Ook werd de vraag besproken of het wenselijk zou zijn, vooral nu te Vlaardingen de reders van omgebouwde loggers afzonderlijk hadden vergaderd, de reders van zeil- en motorschepen in één vereniging te doen samengaan. Na enige discussie werd de vereniging opgericht. Haar naam zal zijn: Vereeniging van reeders van zeil- en motorschepen voor de zeevrachtvaart.
De eigenaars van de kleine stoomschepen verlieten na dit besluit de bijeenkomst. Omtrent de steenkolenkwestie werd aan het te kiezen bestuur opgedragen, stappen te doen aansluitende bij de reeds bij de regeringsbureaus gedane pogingen. Inzake de regeling van de vrachtprijzen werd besloten, dat het bestuur met uitgewerkte plannen zal komen in een binnen 14 dagen te houden nieuwe bijeenkomst. Voor de regeling van de gages was door de heer De Korver een schema uitgewerkt, dat neerkwam op NLG 150 gage per maand met 1% van de bruto en 1½% van de netto besomming voor de schipper, NLG 110 met ½% voor de stuurman, NLG 75 voor een matroos, NLG 45 voor de lichtmatroos en de kok. Het werken aan boord om het schip klaar te maken voor het zeilen wilde de voorsteller betalen met NLG 18 per week voor de schipper, NLG 16 voor de stuurman, NLG 14 voor de matroos en NLG 9 voor lichtmatroos en kok. Gemonsterd zou dan eerst worden na het laden, terwijl het kostgeld zou moeten worden bepaald voor dezelfde categorieën op NLG 1,50, NLG 1,50, NLG 1,25 en NLG 1,25. Ook omtrent de gageregeling, waarbij nog opgemerkt werd, dat men zal moeten zorgen niet in conflict te komen met de bonden van zeelieden, werd besloten, dat het bestuur met nader uitgewerkte plannen voor de volgende vergadering zal komen. Dezelfde weg gingen de voorstellen omtrent de op reis mee te geven victualiën, het aan de bemanning uit te keren gedeelte van de voor eventuele passagiers te betalen overtocht gelden en omtrent de assurantiën. Tenslotte werd het voorlopig bestuur herkozen. Het bestuur zal de functies onderling verdelen. Tot de vereniging traden staande de vergadering toe 30 reders, eigenaars van 43 schepen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Naamloze Vennootschappen.
De Staats Courant No. 18 bevat de akte van oprichting van:
- Algemeene Scheepvaart Mij. ‘Flevo’, te Lemmer. Kap. NLG 200.000. Directeur J. Kokje, pres.-comm. A. Brouwer, comm. J.P. van Baasbank, J. Steenborg en W.M. Waal.


24 januari 1918


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Nederland en de Oorlog. Het stoomschip ALWINA.
Reuter seinde d.d. gisteren uit Londen: De rechterlijke afdeling van de „Private Council" deed heden uitspraak in de zaak van het Nederlandse stoomschip ALWINA. Men voerde aan, dat de ALWINA die de 26e oktober 1914 de haven van Newport Monmouth had verlaten met bestemming naar Buenos Aires uitgevaren was om de Duitse vloot van kolen te voorzien en dat alleen het feit, dat die vloot ter hoogte van de Falklandeilanden vernietigd werd, de ALWINA belet had haar plan ten uitvoer te brengen. Het schip werd, toen het te Falmouth terugkwam, in beslag genomen. Het prijsgerecht was van oordeel, dat het neutrale stoomschip smokkelwaar voor de vijand had vervoerd met valse papieren, een verdachte supercargo en een dubbelzinnige bestemming. De ALWINA werd op wettige gronden vrijgelaten, maar de reder werd tot het betalen van de kosten veroordeeld.
De Kroon en de reder beiden gingen in hoger beroep, dat echter werd verworpen. Gisteren verklaarde de „Private Council", dat de ALWINA nooit contrabande aan de vijand geleverd heeft en dat het schip nooit een vijandelijke haven aandeed, zodat men hier met een zeer bijzonder geval te doen heeft, waarin niet werd voorzien. Over de ALWINA kan dientengevolge geen vonnis worden uitgesproken.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. De Raad deed gistermiddag onderzoek inzake het stranden op de kust van Terschelling van het zeilschip BETSY, op 26 december jl. Allereerst wordt gehoord de schipper van de BETSY, P. Smits. Deze verklaart nog nimmer als schipper te hebben gevaren, maar wel bij de visserij als stuurman op zeilloggers te hebben gediend. De 20e december vertrok men met een lading glaswerk uit Rotterdam naar Kopenhagen. De bemanning bestond uit 4 man. De 23e december passeerde men op 1 mijl afstand aan bakboord het vuurschip Haaks. Van de 23e tot de 26e december is er geen verkenning gehouden. In de avond van de 24e december heeft er een ongeluk plaats gehad en bleek, tijdens een zware bui, het stuurboordzwaard weggeslagen en de boom gebroken te zijn. Tevens sloegen aan bakboord zware zeeën over het schip. De schipper was tijdens dit ongeluk niet aan dek en werd door de stuurman van het gebeurde op de hoogte gesteld. De zeilen waren gescheurd, de deklast werd van de ene kant naar de andere geslingerd en vervolgens geworpen. De schipper vatte toen het plan op naar huis terug te keren om bij Nieuwediep of IJmuiden binnen te lopen. Er is niet gelood; volgens de schipper was dit onmogelijk. De 26e dec. is de BETSY gestrand op West-Terschelling. De schipper dacht ergens anders te zijn. Vuren heeft hij niet gezien, de lucht was zeer buiig. De motorreddingboot BRANDARIS heeft nog getracht de schipbreukelingen te redden, maar daar dit niet gelukte, is de bemanning met een lijn van boord gehaald. De Raad vraagt of het niet mogelijk zou zijn geweest een drijfanker uit te gooien, maar de schipper zegt, dat alles over boord was geslagen. De stuurman van de BETSY, W.J. Riemeyer, deelt mee, reeds langer als stuurman gevaren te hebben. Hij had de bui niet zien aankomen, maar daar het de ganse dag al buiig was geweest, had men uit voorzorg twee reven in het grootzeil gelegd. Ook deze getuige heeft geen lichten gezien.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. - Uitspraak. De Raad deed verder de volgende uitspraak:
Betreffende het vergaan van het stoomschip LEDA is de Raad van oordeel, dat het niet mogelijk is met zekerheid de oorzaak van de ondergang van het stoomschip LEDA vast te stellen; vermoedelijk is het schip door de ontploffing van een zich onder water bevindende mijn in de midscheeps getroffen en dientengevolge bijna onmiddellijk daarop gezonken. Het is gebleken, dat de reddingmiddelen behoorlijk in orde waren; dat de boten onklaar werden, is een gevolg van de ontploffing, terwijl het aan het buitengewoon snelle zinken van het schip te wijten is, dat de vlotten niet tot hun recht kwamen. De kapitein is tot het laatst op zijn post gebleven en heeft gedaan, wat hij kon.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. - Uitspraak. De Raad deed de volgende uitspraak:
Betreffende de klacht tegen A.F. van Keulen, kapitein van het stoomschip MILLY, is de Raad op grond van het gehouden onderzoek van oordeel, dat de juistheid van de klacht, door de eerste machinist tegen de kapitein ingediend, niet is bewezen, zodat er geen reden is enige tuchtmaatregel op deze toe te passen. Intussen heeft het verhoor twee zaken aan het licht gebracht, waaromtrent de Raad enige opmerkingen wenst te maken. In de eerste plaats is gebleken, dat de eerste machinist de tweede machinist verlof had gegeven om, indien deze in de machinekamer de wacht had, maar zijn verblijf daar niet dringend nodig was, aan dek te gaan, omdat, gelijk de eerste machinist zei, het in verband met de gevaren op zee ten gevolge van de tijdsomstandigheden veiliger was aan dek te zijn dan in de machinekamer. De Raad acht deze opvatting van de plichten van de wachthebbende machinist ten enenmale onjuist. De machinist, die de wacht heeft, behoort in de machinekamer te zijn, ook al is op een bepaald ogenblik zijn aanwezigheid daar niet dringend nodig; vooral is dit een vereiste met het oog op de bijzondere gevaren van tegenwoordig, daar het thans meer dan anders, elk ogenblik en geheel onverwacht, ook in volle zee kan voorkomen, dat een plotselinge manoeuvre met de machine moet geschieden.
In de tweede plaats is gebleken, dat de eerste machinist het machinekamerjournaal niet heeft bijgehouden, daarin zelfs niets geschreven heeft. Hoewel de wet het bijhouden van een machinekamerjournaal niet uitdrukkelijk verplichtend stelt, wordt dit bijhouden toch verondersteld door artikel 32 van de Schepenwet. Bovendien had de eerste machinist van zijn rederij een machinekamerjournaal ontvangen om het bij te houden en heeft hij dus aan deze opdracht niet voldaan. En de Raad acht het bijhouden van een machinekamerjournaal ook zeer noodzakelijk, omdat hieruit tal van gegevens kunnen worden geput, welke niet voorkomen in het scheepsjournaal en welke van groot belang kunnen zijn, o.a. ter beoordeling van de vragen, of het schip juist heeft gemanoeuvreerd, het machinepersoneel zijn plicht deed en de machines behoorlijk werkten.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. - Uitspraak. De Raad deed de volgende uitspraak:
Betreffende de aanvaring van het stoomschip BETSY ANNA met het Engelse stoomschip WENDY, is de Raad, die de kapitein van de WENDY niet persoonlijk kon horen, doch slechts kon afgaan op diens verklaring afgelegd voor de Board of Trade te Londen, van oordeel, dat de oorzaak van de aanvaring is te wijten aan het stoomschip WENDY. Immers, toen men aan boord van de WENDY het groene licht van de tegenkomende BETSY ANNA zag, had men moeten denken, dat dit zijn oorzaak kon vinden in de ter plaatse, waar men elkaar tegenkwam, bestaande bocht in de Theems bij Lower Hope Point en dat dus het zien van het groene licht allerminst een bewijs was, dat de BETSY ANNA de verkeerde zijde, de noordwal, van het vaarwater hield. Blijkbaar heeft men dit op de WENDY niet overwogen en is men maar dadelijk naar de zuidwal overgestoken, niettegenstaande men tot tweemaal toe hoorde, dat de BETSY ANNA één stoot op.de fluit gaf en hoewel men, na even het groene licht te hebben gezien, het rode licht van dit vaartuig, dat kennelijk steeds de goede zijde van het vaarwater heeft gehouden, waarnam.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Aan de scheepswerf van de Gebr. v.d. Windt te Vlaardingen is door de reder A. Jordens te Rotterdam de bouw opgedragen van een stalen vrachtschip, hetwelk met 2 motoren zal worden uitgerust.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

De ELVE en de BERNISSE.
Het Nederlandsche Correspondentiebureau in Den Haag meldt, dat het van gezaghebbende zijde de volgende beschouwing heeft ontvangen: Een uitvoerig Reuter-telegram verraste dezer dagen het Nederlandse publiek met de mededeling, dat onze Regering zich had verstout, een vordering tot schadevergoeding te richten tot de Engelse regering, op grond dat Duitse onderzeeboten zonder enige waarschuwing twee Nederlandse handelsschepen, de ELVE en de BERNISSE, hadden getorpedeerd. De strekking van dit telegram was blijkbaar om „stemming te maken, ons publiek de handen te doen ineenslaan over zo dwaas ondernemen van de Regering: Engeland vergoeding te laten betalen voor de onmenselijkheden van Duitsland!”
Nu het Nederlandse Witboek over de zaak is uitgekomen en men kan lezen, waar het om gaat, blijkt duidelijk, dat onze Regering volkomen in haar recht was en de verontwaardiging van de Engelse regering, die trouwens in de latere brief van 31 december reeds geluwd schijnt, zonder enige grond is. Reuter had gemakshalve nagelaten, het gewichtigste mee te delen: De schepen, waar het om ging, zijn door de Engelse marine zonder enig recht of reden uit de veilige zone in de versperde zone gebracht en toen getorpedeerd; daarom is Engeland naast Duitsland voor de schade aansprakelijk. De schepen waren uit een Franse koloniale haven uitgeklaard; door de gouverneur van de kolonie was, na onderzoek van papieren en lading, schriftelijk verlof voor de reis naar Rotterdam gegeven, de eigenaren van schepen en lading waren in Nederland gevestigde Nederlanders; de inladende maatschappij was een Franse; de bemanning bestond geheel uit Nederlanders, de schepen stonden onder N.O.T. verband, de lading was aan de N.O.T. geconsigneerd, zij bestond uit grondnoten, relativa contrabande, bestemd voor een Nederlandse fabriek, uitvoer van het product naar Duitsland was door de N.O.T.-consignatie uitgesloten. Alle papieren, waaruit dit alles bleek, waren aan boord en in de meest volmaakte orde. Daar was dus geen enkel recht noch reden, de schepen, met welke bedoeling dan ook, naar Engeland op te brengen. Toch is dat geschied. Waarom? De Engelse regering zegt het niet, een van de schepen, de BERNISSE, is niet gezonken, maar naar Engeland gesleept en daar zonder enig onderzoek door de Engelse autoriteiten aan belanghebbende gelaten. Duidelijker bewijs, dat er niets te onderzoeken viel, kan zeker niet worden geleverd.
Onbetwistbare regel van volkenrecht nu is, dat een opbrenging, die niet alleen achteraf blijkt onrechtmatig te zijn geweest, maar waarvan duidelijk blijkt, dat ze zonder enige reden, „without probable cause", zoals de Engelsman zegt, is geschied, de opbrenger voor alle schade, hoe ook ontstaan, aansprakelijk stelt. Dit is geen stelling, door onze Regering bedacht, maar onbetwist volkenrecht, door alle schrijvers aanvaard, door de Londense Conventie uitdrukkelijk erkend, en, wat in deze nog meer zegt, door de Engelse prijsrechter in hoogste instantie bij herhaling uitgesproken. De House of Lords, de Judicial Committee of the Privy Council, de hoogste Engelse prijsrechters, aan wier uitspraken de Engelse regering en de Engelse prijsrechter gebonden zijn, hebben het bij herhaling erkend, dat het in zodanig geval er niet toe doet, hoe de schade.is ontstaan, door overmacht of schuld van een ander; de opbrenger is er voor aansprakelijk, omdat hij, zoals de House of Lords het uitdrukte, moet worden beschouwd als een bezitter te kwader trouw van het schip, die naar algemeen rechtsbeginsel voor alle schade aansprakelijk is, ook die, welke niet aan zijn schuld is te wijten (vergel. art. 634 3o van ons Burgerlijk Wetboek). De Duitse regering is natuurlijk even zeer aansprakelijk; in geval van schade door onrechtmatige daad, door meer dan één persoon veroorzaakt, zijn alle daders voor het geheel aansprakelijk, met dien verstande natuurlijk, dat de benadeelde slechts eenmaal de vergoeding kan ontvangen. „Waarom heeft men zich niet tot Duitsland gewend?”, zo vraagt de Engelse regering op verontwaardigde toon. Engeland behoeft daarover niet verontwaardigd zijn, integendeel. Onze Regering heeft bij herhaling krachtig geprotesteerd tegen de Duitse duikbotenoorlog en Duitsland voor alle schade verantwoordelijk gesteld, welke Nederlanders daardoor lijden; maar zij weet, dat, zo lang de oorlog duurt, Duitsland deze schade niet zal betalen; zij weet ook, dat een actie bij de Duitse prijsrechter tot niets kan leiden, omdat deze zich onderwerpt aan de door de Duitse regering gegeven voorschriften. De Engelse regering daarentegen heeft nimmer verklaard, dat alle schepen moeten worden opgebracht, ook als daartoe geen enkel motief bestaat, ja zelfs de zekerheid aanwezig is, dat er geen contrabande aan boord is; nog minder heeft zij ooit verklaard, dat zij zich niet meer bekommert om het door haar eigen prijsrechter erkende recht, terwijl bovendien de prijsrechters hebben doen zien, dat zij dat recht desnoods zullen handhaven, ooit waar de regering van zins zou zijn, daarvan af te wijken. Wat was dus redelijker dan dat men zich, onder voorbehoud van alle rechten tegenover de Duitse regering, wendde tot de Engelse regering met de vraag: ,,Wilt gij overeenkomstig het volkenrecht en uw eigen prijsrecht vergoeden, wat gij verschuldigd zijt?" Op deze vraag is een weigerend antwoord gekomen; welnu, partijen wenden zich thans, zoals blijkt, tot de prijsrechter om voldoening van hun rechten te verkrijgen.
Dat de vordering gericht wordt tegen Engeland, behoeft dus daar geen reden van toorn te zijn; er ligt in opgesloten, dat men van Engeland verwacht, dat men daar zal doen datgeen waartoe men rechtens verplicht is; tot Duitsland wendt men zich voorlopig niet, omdat men met zekerheid weet, dat men daar thans op een rechtsweigering zal stuiten. Wij begrijpen zeer goed, dat het de Engelsman moeite kost, te erkennen, dat hij voor schade als deze aansprakelijk is. Hij herinnert zich, dat hij altijd, en met reden, trots is geweest op het hoge karakter en de zelfstandigheid van zijn prijsrecht; wil hij deze handhaven, dan moet hij zich over zijn eerste opwelling van ergernis heen zetten en begrijpen, dat, wat Duitsland ook doet, Engeland de neutraal niet mag onthouden, wat hem naar Engels prijsrecht toekomt, onder voorbehoud straks, als de oorlog zal zijn geëindigd, de eindafrekening met Duitsland ook in zaken als deze te maken.
De Engelse regering heeft alleen gehoor gegeven aan hare eerste opwelling; zij heeft het rechtspunt zelfs niet onderzocht. Zij verwijt zelfs aan belanghebbenden, dat zij niet evenals andere rederijen gebruik hebben gemaakt van de welwillendheid van de Engelse regering, om onder bepaalde voorwaarden de schepen buiten de gevaarlijke zone te doen onderzoeken. Zij vergeet daarbij drieërlei: 1e. dat met betrekking tot de besproken schepen, hoe streng standpunt de oorlogvoerenden ook mogen innemen, niets meer te onderzoeken viel; 2e. dat ten tijde van hun opbrenging, 20 mei 1917, er nog geen „arrangements" waren tot het onderzoeken van Nederlandse schepen buiten de gevaarlijke zone; 3e. dat ook nu nog zodanig „arrangement" ontbreekt voor onderzoek van schepen als de ELVE en de BERNISSE, die van Afrika naar Nederland varen.
De Engelse prijsrechter zal over de zaak wel wat rustiger oordelen dan de Engelse regering deed en de rechtsvraag nauwkeurig onderzoeken. Laat hij zich niet van de beproefde weg van het recht door politieke overwegingen afdringen, dan behoort hij de ingestelde vordering toe te wijzen. In afwachting spaar ons Reuter van tendentieuze telegrammen als onlangs uit Londen werden toegezonden.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Op het Noordzee Kanaal heeft gisteren met gunstig gevolg de proeftocht plaats gehad van het onlangs door de Hollandsche Vrachtvaart Mij. te Rotterdam aangekochte stoomschip HOLLANDSCH DIEP. Het schip en de machinerie, gebouwd door de N.V. Verschure & Co's Scheepswerf en Machinefabriek te Amsterdam, bleken volkomen aan de gestelde eisen te voldoen. Het schip heeft de volgende hoofdafmetingen: Lengte 72,28 m., breedte 11,13 m. en holte 5,49 m. Het laadvermogen is ca. 2.200 ton. De triple-compound machine kan een vermogen ontwikkelen van ca. 850 ipk.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Delfzijl, 21 januari. De klipperaak MEMENTO MORI, toebehorende aan schipper Huiting, is voor NLG 13.000 verkocht aan K. Eefting te Gasselternijveen.


25 januari 1918


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

IJmuiden, 24 januari. Volgens particulier bericht heeft de schoener THALATTA I de schade in Gotenburg hersteld en de terugreis naar Amsterdam aanvaard.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

IJmuiden, 24 januari. De motorschoener THALATTA I (Zie Ochtendblad 29 nov.) is na volbrachte reparatie van Gotenburg naar Amsterdam vertrokken.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

De NIEUW AMSTERDAM. De NIEUW AMSTERDAM is te 12.55 van de Wilhelminakade te Rotterdam vertrokken.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart.
Woensdag 30 januari a.s., ’s namiddags 2 uur, onderzoek naar het aan de grond lopen op 1 augustus, 17 september en 2 december 1917 van het motorzeilschip AMBULANT II.
Rederij Naaml. Venn. Lefèbure & Co. te Amsterdam; schipper S. Bouman te Groningen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Naamloze Vennootschappen.
De Staats Courant No. 20 bevat de akten van oprichting van:
- Zeevaart Mij. Tethijs te Rotterdam, Kapitaal NLG 125.000. Directie J. Verheul. Commissarissen Boel en jonkhr. De Villeneuve.
- Stoomschip Graaf Adolf, te Rotterdam. Kapitaal NLG 250.000.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Kalmar, 19 januari. De meergemelde Nederlandse schoener ANNA ligt nog steeds ten Noorden van Degerhamn in het ijs. De bemanning was donderdag op Öland aan land gegaan, teneinde zich van proviand te voorzien. De kanonneerboot SVENSKSUND en de pantserboot TOR hebben gisteren getracht tot het zeilschip door te dringen, doch toen de duisternis intrad hebben zij hun arbeid moeten staken. Heden zou andermaal geprobeerd worden.


26 januari 1918


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

De KENNEMERLAND.
Uit een telegram van Harer Majesteit‘s gezant te Lissabon aan de Minister van Buitenlandse Zaken blijkt dat de Portugese autoriteiten vergunning hebben gegeven tot het vertrek van het stoomschip KENNEMERLAND, dat op weg van Amerika maar Nederland werd opgehouden te St. Vincent (Kaapverdische Eilanden). De Portugese regering deelt mee dat er ernstige vermoedens zijn gerezen van verstandhouding (coöperatie) met een duikboot. Niettemin is het schip vrijgelaten uit consideratie voor de Nederlandse Regering. Wat aangaat de lading zo maakte het nijpend gebrek te St. Vincent het noodzakelijk over te gaan tot opeising van de mais, die in goede staat verkeert.


27 januari 1918


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

IJmuiden 26 januari. De Nederlandse tjalk ALBATROS, schipper Bol, van Sundsvall naar Vlaardingen, is hier binnengelopen met lekkage, schade aan de voorsteven, verlies van een gedeelte deklast en meer andere averij.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Vrachtvaart. Het loggerschip VL-148 dat is ingericht voor de vrachtvaart, zal varen onder de naam SCANDINAVIË I.


28 januari 1918


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Stoomschip FOLMINA gezonken.
Volgens door de rederij Jos. de Poorter te Rotterdam ontvangen telegram, is het stoomschip FOLMINA gezonken. Elf man, waaronder de kapitein, zijn te Sunderland geland. De donkeyman Sturm werd gedood. De volgende personen ontbreken: De 1e stuurman Baltom, de kok Van Loon, de matrozen Visser, Van der Windt en Faber, en de stokers Schouten en Kumser. Volgens ontvangen particulier telegram werd de FOLMINA op reis van Rotterdam naar Methil getorpedeerd. Wij vernemen nog dat dit schip bij het onlangs uitgevaren konvooi behoorde en naar Engeland uitvoer om kolen te halen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Rotterdam, 26 januari. Volgens een bij de rederij alhier ontvangen bericht van de kapitein van de in de Kalmargrunden zittende motorboot ANNA, bevinden alle opvarenden zich wel en wacht men gunstig weer af om te trachten het schip vlot te brengen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van de heer Y. de Jong te Gouderak, is te water gelaten de zeelichter HENNY, groot 641 m3, gebouwd voor rekening van de N.V. Frank Rijsdijk's Industr. Onderneming te Hendrik-Ido-Ambacht, onder toezicht van de Nederlandse Scheepvaartinspectie.
AH 280118
Naar wij vernemen betreft de statutenwijziging van de Hollandsche Algemeene Atlantische Scheepvaart Maatschappij te behandelen in de op 6 februari te houden buitengewone vergadering van aandeelhouders, in hoofdzaak een voorstel tot het bewaren van de nationaliteit van de maatschappij. De leden van de raad van beheer zullen voortaan alleen Nederlanders mogen zijn. Verder zal worden voorgesteld het aantal leden van de raad van beheer met vier uit te breiden. (opm: zie AH 060218)


29 januari 1918


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

De FOLMINA. Men meldt aan de N.R.C., dat de eerste stuurman Balkom aan zijn echtgenote heeft geseind, dat ook hij te Sunderland is geland. Het stoomschip was voor NLG 500 per ton d.w. bij de regering verzekerd. (opm: dit bericht blijkt onjuist te zijn, de stuurman is omgekomen, zie ook TEL 160218)


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Nederland en de oorlog. De NIEUW AMSTERDAM.
Het stoomschip NIEUW AMSTERDAM is zaterdagavond 9 uur het vuurschip Doggersbank Noord gepasseerd. De sleepboten ZEELAND en DRENTHE, die het stoomschip begeleid hebben, zijn van het vuurschip in de Nieuwe Waterweg teruggekeerd.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Het opgebrachte Nederlandse stoomschip LUNA.
Door de Zweedse regering worden bij de Duitse autoriteiten pogingen aangewend tot het verkrijgen van de lading suiker uit het naar Swinemünde opgebrachte Nederlandse stoomschip LUNA van de Koninklijke Nederlandsche Stoomboot Mij. te Amsterdam.
Bedoeld stoomschip vertrok 21 december jl. van Amsterdam naar Kopenhagen en werd op deze reis enige dagen later door een Duits oorlogsvaartuig aangehouden en naar genoemde haven opgebracht.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Maassluis, 23 januari. De Nederlandse tjalk BETSY (zie Avondblad 2 jan.) is, na lossing van de lading van 1.700 kisten vensterglas, zaterdag jl. door het bergingsvaartuig HAAI, van de Nieuwe Bergingsmaatschappij, vlot en te Terschelling binnengebracht.. Het schip zal naar Harlingen worden gesleept om de schade, die van weinig betekenis is, te herstellen. De lading is op Terschelling opgeslagen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. De reder A Jordens te Rotterdam, heeft aan de scheepsbouwmeesters Gebr. V.d. Windt te Vlaardingen, de bouw opgedragen van een stalen vrachtschip.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Naamloze Vennootschappen.
De Staatscourant No. 23 bevat de akte van oprichting van:
- Stoomvaart Mij. Noord te Rotterdam. Kapitaal: NLG 50.000, geheel geplaatst. Directeur: J.U. Smit.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Vaart op Scandinavië.
Naar wij vernemen is de vaart van Nederlandse schepen op de Scandinavische landen tijdelijk stop gezet. Het Haagse correspondentiebureau meent te weten dat deze maatregel verband houdt met de omstandigheid, dat gevreesd wordt voor aanhouding door de Duitse marine van schepen, waarvan de lading aan de N.O.T. is geadresseerd. Gelijk bekend, besliste niet lang geleden een Duits prijsgerecht dat het adres van die maatschappij geen voldoende waarborgen bood voor een Nederlandse bestemming van de goederen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Een boycot van Nederlandsche schepen.
De Deense bladen bevatten een mededeling dat de vereniging van reders van kleine vaartuigen op hare algemene vergadering besloten heeft een boycot uit te spreken over de Nederlandse koffen, welke in grote getale in de Deense wateren vrachten vervoeren. Eveneens zullen de firma's, welke haar goederen met deze vaartuigen verladen, worden geboycot. De vereniging van reders van grotere vaartuigen moet een zelfde plan hebben, dat nader besproken zal worden op haar a.s. vergadering.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Vrachtvaart Mij. ‘Nereus’ te Rotterdam.
Marx & Co's Bank te Rotterdam en de firma Kerkhoven & Co. te Amsterdam berichten, dat zij namens hun lastgevers, op 30 januari a.s., een beperkt bedrag aandelen in de N.V. Vrachtvaartmaatschappij ‘Nereus’ zullen ter markt brengen, aanvankelijk tot de koers van 109%. Bij aanmelding op 30 januari a.s., ‘s voormiddags vóór halfeen zal zoveel doenlijk toewijzing tot de openingskoers plaats vinden. De aandelen maken deel uit van het reeds uitgegeven bedrag en delen ten volle in de resultaten van het op 1 januari jl. aangevangen boekjaar. Aan de toelichting van het prospectus ontlenen wij het volgende: Door aankoop van schepen alsmede overdracht van aandelen van Scheepvaartmaatschappijen en overneming van contracten van in aanbouw zijnde schepen, beschikt de N.V. 'Nereus’ thans over een totale tonnage van 5.295 dw. Gereed en in de vaart zijn: Een stoomschip laadvermogen 500 ton dw., koopsom NLG 250.000; een stoomschip laadvermogen 320 ton dw., koopsom NLG162.000; een motorschoener laadvermogen 240 ton dw., koopsom NLG 106.000. Voor deze schepen werden reeds voordelige vrachten naar Scandinavië afgesloten. Alle materialen voor de in aanbouw zijnde schepen zijn aanwezig. De totale aanschaffingsprijs bedraagt NLG 2.423.000, of in doorsnee NLG 456 per ton dw. Het maatschappelijk kapitaal bedraagt NLG 1.500.000, terwijl maatregelen zijn getroffen om hypotheken te sluiten tot een bedrag van NLG 925.000.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

De Nederlandse zeetjalk BETSY, die eind december op Terschelling strandde, is zaterdag jl. door het bergingsvaartuig HAAI van de Nieuwe Berging Mij. vlot en te Terschellinghaven binnengesleept. De gehele lading; ongeveer 1.700 kisten vensterglas, moest eerst uit het zeilschip worden gelost om het te lichten. Door de storm van de vorige weken konden door de hoge zee en de hoge branding geen bergingswerkzaamheden worden verricht. De uitgezette ankers hielden zich goed en voorkwamen, dat de BETSY hoger op het strand is geslagen. Door de ZO winden van de vorige week kwam er geen water genoeg om de BETSY vlot te brengen. De geborgen lading is te Terschelling opgeslagen. De BETSY zal naar Harlingen worden gesleept ter reparatie, welke echter niet belangrijk zal zijn, daar het schip niet noemenswaardig heeft geleden.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Amsterdam, 26 januari. Het stoomschip MARS van de Kon. Nederlandsche Stoomboot Mij. gisteravond van hier naar Kopenhagen vertrokken, heeft order gekregen, onverwijld naar IJmuiden terug te keren.


30 januari 1918


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Hollandsche Algemeene Atlantische Stoomvaart Mij.
In aansluiting met het maandag gepubliceerde bericht omtrent de voorstellen van de buitengewone algemene vergadering van de Hollandsche Algemeene Atlantische Stoomvaart Mij., ontlenen wij nog het volgende aan het Fin. Weekblad:
Naar wij vernemen, zal in de buitengewone algemene vergadering van deze Maatschappij, te houden op woensdag 6 februari a.s. te Rotterdam, worden voorgesteld tot leden van de Raad van Beheer te benoemen de heren H.J. Knottebelt Azn., agent van de Ned. Handel Mij. te Rotterdam, mr. D. Fock, voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal, oud-minister van Koloniën, oud-gouverneur van West-Indië, te ’s-Gravenhage; mr. H.C. Dresselhuys, lid van de Tweede Kamer der Staten-Generaal, oud-secretaris-generaal aan het Ministerie van Justitie, te 's-Gravenhage en J.F. Spliethoff, lid van de firma Spliethoff, Haas & Co., reders en cargadoors te Amsterdam. Voorts zal een statutenwijziging worden voorgesteld, waardoor de winstverdeling enige verandering ondergaat. Op het ogenblik ontvangen de aandeelhouders eerst 5% en van de overwinst 75%; dit zal worden eerst 6% en vervolgens 76½% van de rest. Daarentegen zullen de gedelegeerde leden van de raad van beheer gezamenlijk 10% in stede van 2½% van de overwinst genieten.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

De ATLAS. Blijkens aan het Departement van Buitenlandse Zaken ontvangen bericht is de bemanning van het Nederlandse stoomschip ATLAS, dat dezer dagen is getorpedeerd, behouden te Cádiz geland.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 28 januari. Het Nederlandse stoomschip MARS, 25 dezer van hier naar Kopenhagen vertrokken, hetwelk door de rederij teruggeroepen is, is tot op heden nog niet hier aangekomen. Vermoedelijk wordt het door de dikke mist opgehouden of is door het lichtschip Doggersbank-Zuid niet gepraaid kunnen worden.


31 januari 1918


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

IJmuiden, 30 januari. De van Gotenburg met stukgoederen naar Rotterdam bestemde motortjalk FREDRIK is hedenmiddag hier binnengelopen wegens gebrek aan motorolie. Door het breken van de zeilboom en het scheuren van de zeilen was het onmogelijk de reis zeilend voort te zetten. Verder had het schip nog schade over dek en aan de tuigage.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De Raad voor de Scheepvaart heeft gisteren een onderzoek ingesteld naar het aan de grond lopen op 1 augustus, 17 september en 2 december jl. van het motorzeilschip AMBULANT II (eigenares: de Naamlooze Vennootschap Lefébure & Co. te Amsterdam, schipper S. Bouman te Groningen).
De schipper, die als getuige was gedagvaard, was niet verschenen, zodat verstek tegen hem verleend werd.
De eerste stuurman, de heer T. Schuitema, werd als eerste getuige gehoord. Hij deelde mee, dat het schip zonder ongeval van Amsterdam naar Stavanger was gevaren. Op weg van Stavanger naar Vestervik moest op 1 augustus jl. wegens het slechte weer in de haven van Malmö binnengelopen worden. Ten gevolge van de storm liet het anker los en sleepte.
De kapitein beval de motor aan te zetten om het schip af te draaien, wat evenwel niet lukte. Met een sleepboot kwam het schip daarop vrij, maar bij die gelegenheid is een schroef gebroken.
Intussen ging de gezagvoerder zich voortdurend aan sterke drank te buiten, zodat toen men van Malmö naar Kopenhagen was gevaren en aldaar was aangekomen, deswege bij de consul geklaagd is. Deze nam de schipper onder handen en bewerkte, dat een zestal van de equipage, dat had afgemonsterd willen worden, bereid bleef de reis voort te zetten. Bij Asinö raakte men opnieuw vast, ten gevolge van verkeerde bevelen. Getuige heeft zijn uiterste best gedaan om het schip vlot te krijgen. De schipper lag dronken in zijn kooi. In Kalmar waar geland werd, is getuige door de consul met het commando over het schip belast. Te Vestervik kwam een nieuwe kapitein aan boord en schipper Bouman, die zei ziek te zijn, bleef daar achter. Bouman had in twee dagen tijds ongeveer 7 liter brandewijn gedronken. Ook vond men in zijn kooi nog 5 lege cognacflessen. Later is de AMBULANT II nogmaals gestrand voor de Halsbaai als een gevolg van een zware sneeuwstorm. Het schip bleef toen een dag vastzitten, zonder dat er evenwel schade was ontstaan. De verklaringen van deze getuige werden door de machinist (opm: J.K. Otto) en een matroos bevestigd.
Het onderzoek in deze zaak werd daarop gesloten. De Raad zal later uitspraak doen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. De Raad deed gisteren ook uitspraak betreffende de stranding van het zeilschip BETSY. Hij is van oordeel, dat het verloren gaan van het zwaard niet kon worden voorkomen en een gevolg is van de plotseling invallende bui. Nadat het zwaard verloren was en het schip vrijwel onbestuurbaar was geworden, kon de schipper ook in verband, met het onstuimige weer niet veel anders doen, dan voor de wind te gaan en trachten een Hollandse haven te bereiken. Zo ging men, daar de storm uit het noorden kwam, zuid op, waarvan de stranding een onvermijdelijk gevolg was, te meer nu de schipper door het wegslaan van de trossen niets had om als drijfanker te gebruiken, ten einde te trachten het schip met de kop op de zee te houden, toen men naar berekening het strand naderde. De schipper heeft blijkbaar alles in het werk gesteld om het schip te behouden en hem treft dan ook geen enkele blaam.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. De voor de Vrachtvaart Maatschappij ‘Neerlandia’ te Rotterdam nieuw gebouwde 3-mast motorschoener MARTHA (zie Avondblad 17 nov.) heeft op de Maas met goed gevolg proef gestoomd (opm: op 30 januari). Er werd een gemiddelde vaarsnelheid bereikt van ruim 7,25 mijl.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Amsterdam, 30 januari. De directie van de Kon. Ned. Stoomboot Maatschappij heeft gisteren een telegram ontvangen, meldende, dat het stoomschip MARS te Kopenhagen is aangekomen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 30 januari. Gisteren heeft het eerste op de werf Furness te Schiedam gebouwde schip, een proefvaart naar Hoek van Holland en terug gemaakt. Het schip, dat onder Engelse vlag zal komen te varen (voor de Furness maatschappij te Londen) en SIDLOW RANGE is gedoopt, liep 12 mijl.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Het Departement van Buitenlandse Zaken ontving uit Londen bericht, dat het Nederlandse stoomschip MERWEDE van Sliedrecht, gezonken is. De gehele bemanning is gered en te Newcastle geland.


01 februari 1918


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Naamloze Vennootschappen.
De Staatscourant No. 26 bevat de akte van oprichting van:
Van der Eb en Dresselhuys' Scheepvaart Mij., te Rotterdam. Kapitaal NLG 6 miljoen, gedeeltelijk geplaatst. Directeuren: M.J. van der Eb en H.H. Dresselhuys.
Commissarissen: J.W. van der Eb, A.C.L. Ficq, mr. B. Limburg, J.T. Vervloet en H. Vles.


02 februari 1918


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de Werf ‘Vooruit’ te Enkhuizen is te water gelaten een nieuw gebouwde stalen 2-mast gaffelschoener met een laadvermogen van 250 ton. Het vaartuig is gebouwd onder toezicht en naar de voorschriften van de Nederlandse Scheepvaartinspectie en de Germanischer Lloyd.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

De MERWEDE. Nader is nog gebleken dat het stoomschip MERWEDE, van Sliedrecht, welks zinken dezer dagen gemeld is, van Leith op weg was naar Nederland met steenkolen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Amsterdam, 1 februari. De Kon. Nederlandsche Stoomboot Mij. deelt mee, dat de uitvaart-vergunning voor het stoomschip MEDEA voor de reis naar Spanje is ingetrokken, zodat het voorgenomen vertrek niet kan plaats vinden.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Amsterdam, 1 februari. Het voor rekening van de Koninklijke Nederlandsche Stoomboot Maatschappij op de scheepswerf van de firma A. Vuyk & Zn. te Capelle a/d IJssel nieuw gebouwde vrachtstoomschip ULYSSES, groot 8.000 ton, is gisteren van de werf alhier gearriveerd.


03 februari 1918


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Nederland en de oorlog. Nederlandse schepen in Amerika.
Naar wij vernemen, heeft de Regering bij de dezer dagen tot stand gekomen overeenkomst met de Nederlandse reders inzake de voorwaarden, waarop de in Amerikaanse havens liggende Nederlandse schepen van de vordering voor de thuisreis zullen worden ontheven, bedongen dat de reders met derden geen bevrachtingsovereenkomst zullen mogen afsluiten voor de bedoelde schepen zonder voorafgaande toestemming van de Regering. Het Haags Correspondentiebureau meent te weten, dat de bedoeling hiervan zou zijn dat de Regering de beschikking houdt over die schepen, opdat zij niet plotseling voor het feit kan worden gesteld dat, als zij die schepen nodig heeft voor de aanvoer van de voor ons land noodzakelijke levensbehoeften, de schepen niet meer beschikbaar zouden zijn.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Nederland en de oorlog. Vaart op Scandinavië.
Van betrouwbare zijde verneemt het Haags Correspondentiebureau, dat het tijdelijk verbod van uitvaren voor Nederlandse schepen naar Scandinavië is opgeheven, uitsluitend voor schepen beneden 500 ton. Verschillende kleine scheepjes hebben van die opheffing gebruik gemaakt om naar die landen te vertrekken. Voor de grotere schepen blijft het verbod nog van kracht.


04 februari 1918


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Vlaardingen, 31 januari. De vrachtvaartmaatschappij Argo (dir. de Gebrs. Borst Hzns. alhier) kocht van de rederij Ph.J. van Gelderen voor geheime prijs de logger BERTHA (VL-204). Het schip wordt ingericht voor de vrachtvaart.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Vlaardingen, 31 januari. De rederij Gebr. Bolderheij alhier kocht voor de vrachtvaart aan het loggerschip PAUL KRUGER (MD-14) van de rederij Wed. C. Kolff en Zoon te Middelharnis.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 1 februari. De tot herstel van de bodemschade naar Amsterdam gesleepte logger WOUTER is hier weer teruggekeerd. Het schip ligt nu klaar om de reis naar Noorwegen voort te zetten. (De WOUTER, kapt. Borgman, vertrok 13 jan. van Rotterdam naar Stavanger en liep dezelfde dag te IJmuiden binnen.)


05 februari 1918


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. De Raad deed gistermiddag onderzoek inzake het op 12 januari 1918 op de Noordzee door een ontploffing getroffen worden van het stoomschip CALEDONIA, rederij Wm. H. Müller & Co. te Rotterdam.
Allereerst wordt gehoord de gezagvoerder van de CALEDONIA, D. Roos. Deze verklaart o.m., dat men de 5e januari uit Methyl vertrok, met een lading steenkool voor de Regering. Aan boord waren 18 man. Alles ging voorspoedig tot men de 12e januari kwam op 18 mijl NNW van Scheveningen en zich dus bevond in het versperde gebied. Reddingboten, zwemvesten, gordels, kortom alle reddingsmiddelen waren in orde. Toen het ongeluk de 12e jan. om 10 uur 's avonds plaats greep, bevonden zich de kapitein, 1e en 2e stuurman, benevens de uitkijk op de brug. De lucht was bewolkt en in de verte waren de vuren van Scheveningen te zien. Van een bellenbaan, het spoor verradend van een torpedo, heeft de gezagvoerder niets bemerkt. De ontploffing had in het achterschip plaats; men voelde plotseling een heftige schok en men zette de telegraaf direct op stop. Bij het uitzetten van de boten schepten deze water, vermoedelijk door de vaart van het schip. Hoewel de kapitein, bij het vertrek uit Engeland bevel had gegeven bij naderend gevaar direct de boten uit te zetten, en dit ook is gebeurd, schijnt er toch iets aan dit uitzetten te hebben gehaperd en alles niet precies geschied te zijn volgens de bevelen van de kapitein. De bemanning van de stuurboordboot wilde de vanglijn doorsnijden doch de gezagvoerder wist dit te verhinderen. Toen evenwel bleek dat het schip niet zonk kwam de bemanning aan boord terug en de 2e stuurman is naar beneden gezonden om de toestand daar op te nemen. De tunnel stond onder water, maar de ruimen waren droog gebleven. Later is de machine weer op gang gezet en is de bemanning naar Rotterdam gestoomd. J. P. Zimmerman, 1e stuurman, verklaart geen schok te hebben gevoeld, maar wel een sissend geluid te hebben gehoord. Ook heeft hij een vuurstraal in de buurt van het achterschip gezien en zwavellucht geroken. L. Hendriks, 1e machinist, deelt o.m. mee, dat men de vanglijn van de boot, waarin hij was gezeten, wilde doorsnijden. Getuige meent een „rinkelende" klank gehoord te hebben, als van een torpedo. Een andere getuige heeft een waterzuil gezien en kruitlucht geroken, maar van onderzeeërs was niets te bemerken. Uit het verhoor van de 2e stuurman, H. Fokkens blijkt, dat deze de werkboot met twee matrozen op eigen houtje heeft gevierd. Neergelaten sloegen de zeeën er in, zodat het nodig was de boot leeg te scheppen. Toen men daarmee klaar was, was de CALEDONIA al een eind weg gestoomd. Plotseling ontdekte de werkboot een groot zoeklicht, dat men meende het licht van een onderzeeër te zijn. Ondertussen was men de CALEDONIA kwijt geraakt en is de volgende dag in Hoek van Holland geland. De matroos F. Pauw verklaart door de 2e stuurman geroepen te zijn om in de werkboot te komen. Getuige deed dit, omdat beide andere boten vol water waren. Ook hij zag een licht, binnen welks cirkel men zich bevond en achtte eveneens de mogelijkheid niet uitgesloten, dit het licht van een onderzeeër zou zijn geweest. Ook de matroos J. Segers zegt uit eigen beweging in de werkboot te zijn gegaan. Zijn plaats was in de stuurboordboot maar deze was vol gelopen en hij had een idee dat, als hij niet in de werkboot ging, het wel eens mis kon gaan. De Inspecteur van de Raad merkt op, dat uit de schade niet op te maken is, of een mijn of torpedo schuld aan het ongeval heeft gehad. De Raad zal later uitspraak doen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Het stoomschip PRINCENHAGE II, gebouwd door de N.V. Van der Kuy & van der Ree's Machinefabriek te Rotterdam voor de Stoomvaart Maatschappij Princenhage, aldaar, heeft op de Maas proef gestoomd en in alle opzichten aan de gestelde eisen voldaan. Het behaalde een gemiddelde snelheid van 9 Eng. mijlen. De afmetingen van het stoomschip zijn: Lengte 40,35 m., breedte 7,04 m. en holte 3,50 m. tot het opperdek. Het schip werd gebouwd onder speciaal toezicht van Bureau Veritas en Scheepvaartinspectie en is ingericht volgens de eisen van het extra certificaat voor de houtvaart.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Aangekochte schepen. De door de Vrachtvaartmaatschappij ‘Argo’ te Vlaardingen aangekochte drie loggerschepen, die voor de vrachtvaart zijn aangebouwd. zullen genaamd worden ARGO I, ARGO II EN ARGO III.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Naamloze Vennootschappen.
De Staatscourant No. 29 bevat de akten van oprichting van:
- Motorschoener ‘Rotterdam’, te Rotterdam. Kapitaal NLG 10.000.
- Stoomvaart Mij. ‘Excelsior’, te Rotterdam. Kapitaal NLG 250.000. Dir. B. Wilton.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 4 februari. De Tel. verneemt, dat de Koninklijke West-Indische Maildienst heeft meegedeeld, dat de uitvaartpermissie van de COMMEWYNE is ingetrokken, zodat de voorgenomen afvaart voor de West voorlopig niet zal plaats hebben. Aangezien niet kan worden bepaald, wanneer een afvaart kan plaats hebben, wordt de bagage weer ter beschikking van de passagiers gesteld.


06 februari 1918


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Pannerden, 5 februari. Heden is te water gelaten bij de Scheepswerf De Hoop (directeur J.J. Bodewes) alhier de motorschoener ADRIANA, 400 ton draagvermogen, voor de Vrachtvaart Maatschappij Neerlandia te Rotterdam. Afmetingen 33,50 x 7,40 x 3,30 meter. Zij wordt uitgerust met een ruwoliemotor van 120 epk, fabricaat firma Boot, Motorenfabriek ‘De Industrie’ te Alphen aan de Rijn. Ze is geclassificeerd bij Germanischer Lloyd.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. In de Vissershaven te IJmuiden is gisteren gearriveerd de voor rekening van de rederij M.B. Osendarp aldaar op de scheepswerf van de firma A. Baars & Zonen te Sliedrecht gebouwde stalen stoomlogger en trawler DERIKA VIII. Het schip zal door de Industrieele Maatschappij ‘Hera’ te IJmuiden van machines en ketel worden voorzien.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Naamloze Vennootschappen.
De Staatscourant No. 30 bevat de akten van oprichting van:
- Scheepvaart Mij. ‘Oranje-Nassau’, te Rotterdam. Kap. NLG 11/2 miljoen; geplaatst en volgestort NLG 300.000. Dir. de firma Soetermeer, Fekkes en Compagnie, Rotterdam. Comm. G. Voorhoeve, H.W A. van Oordt, mr.dr. J.E. Herse en E.C.W. Hoyer, te Dordrecht.
- Mij. Stoomschip ‘Kinheim’, te Amsterdam. Kap. NLG 100.000. Dir. G.A.M. Endal.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

H.A.A.S. In de heden te Rotterdam gehouden buitengewone algemene vergadering van aandeelhouders werden nog tot leden van de raad van beheer gekozen de heren mr. H.C. Dresselhuys, mr. D. Fock en H.J. Knottenbelt Azn. als gewoon lid en de heer J.F. Spliethoff als gedelegeerd lid. Aangezien geen voldoende kapitaal was vertegenwoordigd werd de behandeling van het voorstel tot statutenwijziging tot 14 febr. verdaagd. Door een van de aandeelhouders werd gevraagd of het gerucht waar was dat de MACEDONIA voor NLG 6.000.000 naar het buitenland was verkocht. De voorzitter antwoordde dat op bedoeld schip een bod was ingekomen van NLG 6.000.000, waarop echter niet was ingegaan, evenmin als op een ander bod van NLG 6.400.000, aangezien aan de MACEDONIA als passagiersschip een beduidend hogere waarde wordt toegekend. Het schip bevindt zich thans weer aan de werf van Wilton, waar het weer geheel als passagiersschip zal kunnen worden ingericht.


07 februari 1918


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De Raad voor de Scheepvaart heeft gisteren uitspraak gedaan betreffende het stranden van het motorzeilschip AMBULANT II op de rede van Mandal, op het eiland Aspö bij de ingang van de Limfjord. In zijn uitspraak zegt de Raad:
Wat de strandingen op de rede van Mandal en bij de Halsbaai betreft, is de Raad van oordeel, dat deze een gevolg zijn van natuurverschijnselen; bij de eerste was het de plotseling opkomende rukwind, waardoor hel anker los raakte, bij de tweede was het een sneeuwbui, welke het gezicht benam, zodat de lijn van de bakens, verloren ging en een uit de koers raken gemakkelijk kon voorkomen. Voorzichtiger ware het zeker geweest, indien men voor anker was gegaan, totdat de sneeuwbui voorbijgedreven was. Ernstiger is de strandlng bij Aspö, niet zozeer om de gevolgen, als wel om de oorzaak. Naar 's Raads oordeel toch vindt dit ongeval zijn oorzaak in de ongeschiktheid van de kapitein, bestaande in het misbruik maken van sterke drank, iets dat blijkens het boven medegedeelde herhaaldelijk bij de kapitein aan boord voorkwam. De vaart om de zuidkant van Zweden langs Øland naar Westervik leverde niet de minste bezwaren op, het weer was goed, de lichten waren duidelijk zichtbaar; dat men desniettegenstaande op een heel verkeerde plaats terecht kwam, te midden van klippen en ondiepten, kan slechts zijn reden vinden in een volkomen onjuist opgeven door de kapitein, die de wacht had, van de te sturen koersen en dit laatste was een gevolg, zoals uit de getuigenverklaringen voortvloeit van het feit, dat hij overvloedig sterke drank had gedronken en volkomen beneveld was. Het is dan ook niet verantwoord dat aan deze kapitein de levens van opvarenden en het behoud van het schip worden toevertrouwd. Op deze gronden verklaart de Raad de kapitein onbevoegd om als schipper en stuurman dienst te doen op een schip als bedoeld bij Art. 2 van de Schepenwet.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Naamloze Vennootschappen.
De Staatscourant No. 31 bevat de akten van oprichting van:
- Nederlandsche Scheepvaart Mij. ‘Transatlanta’, te Rotterdam. Kap. NLG 10.000.000, verdeeld in 30 pref. en 9970 gewone aandelen. Van dit kapitaal zijn bij oprichters, voor zich en anderen, geplaatst twee miljoen gulden aandelen, welke worden volgestort door inbreng van contanten, a pari. Houders van preferente aandelen moeten zijn Nederlanders. Er worden uitgegeven 150 oprichtersbewijzen. Directie en commissarissen moeten zijn Nederlanders. Dir. B. de Booy en L. Aryjansen, te Rotterdam; comm. J. Drewes, te Groningen; C.G. van Dusseldorp, te ‘s-Gravenhage; mr. P.H. Lammers, te Rotterdam; J.H. Smid, te Groningen; G.J. Smit te Groningen; jhr. A.H.P.R. van Suchtelen van de Haare, te Sloten; J.H. Swarte, te Groningen; A.G. van Thiel, te Helmond; P.W.K. van der Touw, te Rotterdam, en mr. M.M. van Velzen, te Schiedam. (Het bevreemdt ons onder de namen van commissarissen wederom die te vinden van jhr Van Suchtelen van de Haare, daar genoemde heer ons destijds verzocht te willen mededelen (zie Avondblad van 7 nov.), dat hij nimmer een zodanige benoeming heeft aanvaard. Red. Hbld.)
- Mij. Zeevaart Dordrecht, te Dordrecht. Kap. NLG 75.000. Dir. Van Sprang; commissarissen Vriesendorp en Bouvy.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Het mijnengevaar. In de maand januari jl. zijn op de Nederlandse kust aangetroffen 239 mijnen, n.l. 215 van Engelse, 19 van Duitse en 5 van onbekende oorsprong. In het geheel zijn daardoor sedert augustus 1914 aangetroffen 4.392 mijnen, waarvan 3.540 Engelse, 80 Franse, 320 Duitse, terwijl van 452 de oorsprong onbekend bleef.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

De HERTOG HENDRIK. Behoudens onvoorziene omstandigheden zal het pantserschip HERTOG HENDRIK zaterdag 16 dezer onder bevel van kapitein ter zee A.C. de Joncheere de reis naar Nederlands-Indië aanvaarden.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Staking bij de Nederlandsche Scheepsbouw Maatschappij.
Bij de Nederlandsche Scheepsbouw Maatschappij hebben 250 arbeiders (klinkers en boorders, waaronder een groot aantal jongens) het werk gestaakt, omdat zij weigeren in dezelfde ploegen te arbeiden met werklieden, die jl. maandag niet gestaakt hebben. Een verzoek om de ploegen te wijzigen, zodat aan hun bezwaren wordt tegemoet gekomen, is door de directie afgewezen ook nadat dit verzoek door de Landelijke Federatie van metaalbewerkers was herhaald. De directie heeft te kennen gegeven, dat de stakers maandag op de oude voorwaarden aan het werk kunnen gaan.
Nader vernemen wij, dat de stakers besloten hebben hun eis te laten vallen. Heden wordt het werk hervat.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Veenkoloniale Bank te Sappemeer.
Aan het verslag van de Veenkoloniale Bank te Sappemeer, uitgebracht in de algemene vergadering van aandeelhouders ontlenen wij het volgende:
De omstandigheid dat het gehele jaar door ruime beleggingsmiddelen aanwezig waren door de grote afneming van pandbrieven en door de buitengewone aflossingen ten gevolge van de schitterende uitkomsten van het scheepvaartbedrijf, terwijl zich steeds goede gelegenheid voordeed deze gelden te beleggen, heeft een zodanige invloed op het gehele bedrijf uitgeoefend, dat de resultaten over 1917 zeer gunstig zijn.
Het maatschappelijk kapitaal bedraagt NLG 2.000.000, waarvan NLG 1.500.000 is geplaatst, verdeeld over 237 aandeelhouders.
Op 31 december 1917 waren in omloop aan diverse rentegevende pandbrieven voor een bedrag van NLG 5.991.000, een vermeerdering over 1917 van NLG 1.003.450.
Vanaf de oprichting tot 31 december 1917 werd geplaatst onder Hypothecair- en Scheepsverband NLG 10.903.335, waarvan tot vermelde datum NLG 5.187.826 werd afgelost, zodat op 31 december 1917 uitstonden 645 leningen samen groot NLG 5.715.509. In het verstreken boekjaar had geen executie plaats. Verliezen werden niet geleden.
De winst- en verliesrekening vermeld, aan de creditzijde een bedrag van NLG 365.416, waaruit moet worden voldaan de rente van de pandbrieven ad NLG 261.964; van het overblijvende ad NLG 103.452 moet o.a. worden afgeschreven het gehele bedrag van de onkostenrekening NLG 11.687, op zegelkosten, koersrekening, gebouwen en meubilair NLG 13.529, in te houden voor de inkomstenbelasting NLG 1.666, terwijl aan aandeelhouders 15% dividend wordt uitgekeerd, en aan houders van oprichtersbewijzen NLG 25 per aandeel.
De reserve wordt versterkt met NLG 26.869, zodat de gezamenlijke reserves zullen stijgen tot NLG 197.560, welke geheel in binnenlandse fondsen zijn belegd. Deze waarden berusten in open bewaargeving bij de Nederlandsche Bank. De administratie werd ook in het afgelopen jaar door de heer H.C. Derksen, dir. R.H.B.S. Coevorden gecontroleerd.
Als commissarissen werden herkozen, de heren E. Smit en J. Berg.


09 februari 1918


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De hospitaalschepen.
De stoomschepen SINDORO, KONINGIN WILHELMINA en ZEELAND, gisteravond van Rotterdam te Nieuwediep aangekomen op reis naar Engeland, zijn hedenmorgen niet vertrokken, daar de ZEELAND een anker met ketting heeft verloren. Heden zal de ZEELAND van een nieuw anker worden voorzien, waarna de stoomschepen vermoedelijk zondagmorgen (opm: 10 februari) hun reis zullen vervolgen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Scheepsstoommachine, ± 450 pk. met ketel 150 m² verwarmend oppervlak gevraagd, te leveren binnen één jaar. Brieven onder nummer.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

De BERTHA. Onze berichtgever te Hamburg seint d.d. 8 februari: Het Nederlandse zeilschip BERTHA, dat op 17 oktober is vrijgelaten, eiste heden voor het Prijzenhof een schadevergoeding van NLG 8.670 met 5% rente. Een bedrag van Mk. 6.000 met 4% rente werd als schadevergoeding toegestaan, terwijl de BERTHA de helft van de kosten moet dragen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf ‘De Noord’ te Alblasserdam is met goed gevolg te water gelaten het stalen vrachtstoomschip IBIS, in aanbouw voor Noorse rekening. Het heeft een draagvermogen van ongeveer 2.200 ton en de volgende afmetingen: Lengte 72,60 m., breedte 10,98 m., hol 5,79 m. Het is gebouwd onder toezicht van Det Norske Veritas. Machine en ketel zullen geleverd worden door de N.V. Alblasserdamsche Machinefabriek te Alblasserdam. De kiel werd gelegd voor een soortgelijk stoomschip, te bouwen voor Nederlandse rekening. (opm: IBIS is Bouwnr. 122)


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Behouden aangekomen. De vrachtlogger EENDRACHT VIII, van de Maatschappij ‘Eendracht’ (directie H. de Korver) te Vlaardingen, waarover men zich ongerust maakte, is volgens ontvangen telegrafisch bericht van de Hollandse consul te Stavanger, behouden aldaar aangekomen.


10 februari 1918


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Blijkens heden bij het Departement van Marine ontvangen bericht is Hr.Ms. ZEELAND onder bevel van de kapitein-ter-zee F.L. Rambonnet van San Francisco vertrokken ter voortzetting van de reis naar Nederland.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Gisteren werd van de werf van de N.V. Verschure & Co's Scheepswerf & Machinefabriek alhier met goed gevolg te water gelaten het stoomschip KINHEIM, in aanbouw voor de Maatschappij Stoomschip ‘Kinheim’ te Amsterdam. Het schip heeft de volgende afmetingen: Lengte 237'-0", breedte 36'-6", holte 18'-0" en een laadvermogen van 2.200 ton. De machine installatie 900 ipk en ketels worden aan dezelfde inrichting vervaardigd. (opm: zie ook AH 060218)


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Nederland en de oorlog. De NIEUW AMSTERDAM.
Reuter seint uit Parijs, dat, volgens een bericht aan de Matin, na een streng onderzoek 33 mannelijke en 7 vrouwelijke passagiers van de NIEUW AMSTERDAM door de Amerikaanse autoriteiten zijn aangehouden.


11 februari 1918


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 9 februari. Ter vervanging van haar zeillogger EENDRACHT II, welke voor de vrachtvaart bestemd is, heeft de Visscherij Maatschappij De Eendracht te Vlaardingen, de stalen zeillogger EENDRACHT I (SCH-227) van de heren P. Dijkhuizen Pzn. en C. Vrolijk Jzn. te Scheveningen aangekocht. Het schip is weer in de vaart gebracht met de naam EENDRACHT X (VL-169).


12 februari 1918


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De algemene vergadering van aandeelhouders van de Algemeene Groninger Scheepshypotheekbank heeft het dividend over het afgelopen boekjaar op 14% (als v.j.) vastgesteld, en heeft tot commissarissen de heren P.H. Bos, W.J. Engelbrecht en mr. C.J. den Tex Bondt herkozen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. 115 Tons Zeescheepje te koop, leverbaar in ca. 5 à 6 weken, nieuw gebouwd, met volledige inventaris, certificaat voor Noord-Oostzeevaart Nederlandse Scheepvaart Inspectie, bij Luc. Mulder, Scheepsbouw, Martenshoek bij Groningen.


13 februari 1918


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 12 februari. In Humfeld's Financier is o.a. het volgende te lezen over de Nederlandsche Scheepvaart Mij. Transatlanta: Na aflevering van de stoomschepen TILBURG (2.200 ton laadvermogen) en ZEEBURG (975 ton), welke de volgende week plaats vindt, zijn nog vier stoomschepen in aanbouw met een laadvermogen van 5.200 ton. De maatschappij beschikte tot nu toe over 8.825 ton scheepsruimte, t.w. over 7.915 ton stoomschipruimte en 910 ton motorschoener-ruimte. Intussen zijn bedoelde motorschoeners met een aanzienlijke winst voor de Maatschappij verkocht en is de bedoeling de exploitatie te beperken tot die van uitsluitend stoomschepen. De Maatschappij beschikt dus behalve over de stoomschepen TILBURG en ZEEBURG nog over 4 stoomschepen, waarvan 2 ad totaal 2.450 ton medio 1918 en 2 ad totaal 2.790 ton najaar 1918 gereed zullen zijn. De kostprijs zal komen op NLG 520 per ton.


14 februari 1918


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. De Raad deed gisteren onderzoek inzake het door een ontploffing getroffen worden van het stoomschip WESTPOLDER op 14 januari 1918 op de Noordzee, waarbij het schip zonk en zes leden van de bemanning omkwamen.
Allereerst wordt gehoord de kapitein van de WESTPOLDER, J. Witte. Deze verklaart o.m. dat men de 13e januari van Rotterdam vertrok en de dag daarop zee koos, met bestemming naar Methyl, om kolen te halen. Het weer was donker en buiig, men kon geen vuren onderscheiden. Aan boord waren 18 man, waarvoor twee reddingboten en andere reddingmiddelen voorhanden waren. Ook waren er aan boord nog twee vlotten, zodat men op voldoende mate op mogelijk gevaar was voorbereid. In zee gekomen, ontdekte men, even buiten de Waterweg, op plm. 11/2 mijl afstand, aan stuurboord plotseling een rood licht, waarvan de herkomst de kapitein niet bekend was. Naderhand ontdekte men een groen licht. Ook meent men een zeil gezien te hebben, waaruit de president de gevolgtrekking meent te mogen maken, dat hier van geen onderzeeër sprake kan zijn. Ook was men nog in de territoriale wateren.
Plotseling, omstreeks halfelf 's avonds, hoorde de kapitein plotseling een knal en zag een vlam. Door de schok werd hij tegen de brug geslagen. Hij gaf toen aan de bemanning, die gedeeltelijk aan dek was, de raad in zee te springen, daar het schip binnen de twee minuten zonk. Na een twintig minuten in het water gelegen te hebben, ontdekte de kapitein een lichtje, dat van een van de reddingboten bleek te zijn, die men nog tijdig had weten te vieren. Niet de gehele bemanning had zwemvesten aan, toen de ramp plaats vond; wel had de kapitein hierop enige malen gewezen, maar niet ieder had aan deze goede raad gehoor gegeven. De stuurman, die ook in zee was gesprongen, is evenals de kapitein gered, maar door uitputting spoedig gestorven. De kapitein weet niet waaraan de ontploffing geweten moet worden; wel herinnert hij zich dat de vlammen uitsloegen aan bakboord, voor de brug. De 1e machinist B. van Velthuizen, verklaart op het ogenblik van de ramp in de machinekamer te zijn geweest. Na tien seconden begon het voorschip te zinken; getuige rende naar boven, zag wat gebeurd was, en daalde daarna weer in de machinekamer af, om de machines stop te zetten. Toen hij daarop weer aan dek kwam, zag getuige nog een van de beide reddingboten hangen en vierde deze. Maar toen ze te water was gelaten en hij er in springen wou, is hij in zee gevallen. De inzittenden van de sloep hebben hem later in de boot getrokken. Het was stikdonker; men zag niets, maar roeide af op het hulpgeroep van de drenkelingen, waarvan men nog een drietal heeft weten te redden en is de volgende dag te Scheveningen geland. Uit het getuigenverhoor blijkt, dat de bemanning van de reddingboot de mast overboord heeft gegooid, omdat deze in de weg lag en de bemanning hinderde bij het roeien. De uitspraak volgt later. (zie ook AH 060318)


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. De Raad deed uitspraak in zake de ontploffing van het stoomschip CALEDONIA. Hij is van oordeel, dat de CALEDONIA met een mijn in aanraking is gekomen en acht het niet waarschijnlijk, dat de CALEDONIA is getorpedeerd, niet alleen omdat het schip, dat geen uitschijnende lichten had, in de zeer donkere nacht niet gemakkelijk zou zijn ontdekt, maar vooral omdat men, bemerkende dat de CALEDONIA na het eerste schot niet zonk, nog wel meer torpedo's op haar zou hebben afgeschoten, althans haar niet ongemoeid had laten wegvaren. De Raad hecht in dit verband geen waarde aan het zien van het licht door de inzittenden van de werkboot; immers, aan boord van de CALEDONIA, waar het licht veel eerder moest zijn opgemerkt, is daarvan niets waargenomen. Het licht, dat men in de werkboot zag, was vermoedelijk het schijnsel van een kustlicht of van een van de seinen van de CALEDONIA. De kapitein heeft in alle opzichten zijn plicht gedaan. De 2e stuurman had niet zonder overleg met de kapitein en zonder diens goedkeuring de werkboot te water mogen laten en zich daarin met de beide matrozen van boord begeven, vooral niet, daar hem was gebleken, dat de reddingboten gevaar liepen verloren te gaan.


15 februari 1918


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Hollandsche Algemeene Atlantische Scheepvaart Maatschappij. (H.A.A.S.)
In de heden te Rotterdam gehouden verdaagde algemene vergadering van de Holl. Alg. Atlant. Scheepvaart Maatschappij werd de (reeds vermelde) voorgestelde statutenwijziging met algemene stemmen goedgekeurd. De voorzitter deed mededeling dat de in de vorige vergadering gekozen heren, nl. Mr. H.C. Dresselhuys, Mr. D. Fock, H.J. Knottenbelt Azn. als gewone leden en J.P. Spliethoff als gedelegeerd lid hun benoeming hebben aangenomen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. Maandag 18 februari a.s., ‘s namiddags 1.30 uur:
a. onderzoek naar het stranden nabij de mond van de Nieuwe Waterweg van het stoomvissersvaartuig GOEREE (RO-33) op 30 januari 1918.
Rederij: N.V. Nederlandsche Stoomsleepdienst v/h van P. Smit Jr. te Rotterdam; schipper: B. Roeleveld te Scheveningen;
b. onderzoek naar de klacht van de hoofdinspecteur voor de Scheepvaart tegen Bastiaan Roeleveld, schipper van de GOEREE (RO-33).
c. onderzoek naar het op de klippen stranden in de Finse Scheren op l8 december 1917 van het zeilschip NEDERLAND. Reder: G.A. Spliethoff te Hillegersberg; gezagvoerder J. Hylkema te Groningen;
d. onderzoek naar het zonder bemanning aandrijven in de nabijheid van het Pillauer-diep (bocht van Danzig) van het zeilschip SCHOUWEN II omstreeks december 1917.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 14 februari. Van de werf van de firma Gebr. de Boer te Lemmer is voor rekening van de Zeevaart Maatschappij ‘Groningen’ te Groningen te water gelaten de stalen 3-mast motorschoener IJMUIDEN groot ca. 400 ton dw. Het schip is gebouwd onder hoogste klasse van de Germanischer Loyd en Scheepvaartinspectie en zal worden voorzien van een Steyaard ruwoliemotor van 180 pk.


Krant:

 VCO - Vlissingsche Courant

Vlissingen, 15 februari. Een droevige mijnontploffing.
Hedenmorgen kreeg het vissersvaartuig ARM 16, dat vissende was in het Oostgat, een mijn in het net. Daar de opvarenden van het vaartuig bevreesd waren voor een mijnontploffing werd het net losgemaakt en ter plaatse verankerd. Inmiddels werd aan een passerende torpedoboot kennis gegeven van dit feit, met het verzoek de mijn uit het net te laten halen. De torpedoboot keerde naar hier terug en werd door de commandant kennis gegeven dat bovenbedoelde mijn verankerd was.
Een luitenant ter zee vertrok daarop met het stoomloodsvaartuig No. 14 van hier teneinde de mijn onschadelijk te maken.
Het loodsvaartuig had in het geheel een equipage van 20 man aan boord.
Toen de No. 14 ter hoogte van Westkapelle was gekomen werd de verankerde mijn nog niet waargenomen, waarna de ARM 16, welke intussen op sleeptouw was genomen, werd losgelaten en slaagde de visser erin de mijn te ontdekken. De ARM 16 kwam daarop weer langszij en begaf de luitenant ter zee zich weer aan boord van het vissersvaartuig. Hij was juist aan boord van het scheepje toen het loodsvaartuig op een mijn liep en ongeveer midscheeps werd getroffen. De explosie was buitengewoon hevig en de commandant van het loodsvaartuig werd op slag gedood.
Van de andere zijde zijn helaas nog twee loodsen en twee loodskwekelingen verdronken, terwijl nog een van de andere opvarenden, tot de Marine behorende, eveneens in de golven verdween. Van het vissersvaartuig dat behalve de luitenant ter zee, die daar aan boord was, 4 opvarende telde, zijn 3 verdronken. De luitenant ter zee en een van de opvarenden werden gered. Van de andere opvarenden van het loodsvaartuig bekwamen enkele lichte verwondingen. In twee sloepen namen deze geredden plaats en werden spoedig daarop opgepikt door een torpedoboot. Er werd nog naar de lijken van de slachtoffers van deze treurige ramp gezocht, doch deze werden niet gevonden.


16 februari 1918


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van de N.V. Scheveningsche Scheepsbouw Mij. is met goed gevolg te water gelaten de 2-mast motorschoener PRINCENHAGE VI, gebouwd voor rekening van N.V. Stoomvaart Mij. Princenhage te Rotterdam. Het schip is gebouwd voor de trans-Atlantische vaart onder speciaal toezicht van de Germanischer Lloyd + 100 A/4 en de Nederlandse Scheepvaartinspectie. Het is lang tussen de loodlijnen 31,50 m. en hol 3,25 m. De motor, een ruwoliemotor van Steyaard & Jannette Walen, sterk 90 pk, is reeds geheel in het schip gemonteerd, zodat na opzetting van het tuig, het schip over twee weken aan de rederij zal worden afgeleverd.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 15 februari. De hospitaalschepen SINDORO, KONINGIN REGENTES en ZEELAND zijn 13 februari van Rotterdam te Boston aangekomen. Ze zullen vermoedelijk 15 febr. weer van daar vertrokken en 16 febr. ‘s avonds te Rotterdam aankomen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 15 februari. Het vrachtloggerschip SCANDINAVIË I vertrok 14 februari van Vlaardingen naar Malmö (Zweden) geladen met hoepen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Amsterdam, 15 februari. Het voor rekening van de Koninklijke Nederlandsche Stoomboot Maatschappij alhier op de werf van de N.V. v/h Rijkée & Co. te Rotterdam nieuw gebouwde stalen vrachtstoomschip ORESTES arriveerde gisteren van de werf te IJmuiden. Na doorschutting aldaar stoomde het nieuwe vrachtschip van ongeveer 2.500 ton inhoud naar Amsterdam op.


Krant:

 TEL - De Telegraaf

De ondergang van de FOLMINA.
Rotterdam, 16 februari. De gezagvoerder van het stoomschip FOLMINA, kapt. H.A. Prins, is met zeven man van de bemanning per stoomschip VERVAULX ABBEY uit Engeland hier aangekomen. Daar nog steeds de berichten over het al of niet vermissen van een boot met 7 man niet bevestigd waren, wendden wij ons thans direct tot de gezagvoerder die meedeelde, dat bij de torpedering van de FOLMINA 8 Nederlandse zeelieden het leven verloren, namelijk A. van Balkom, te Zaandam, 1e stuurman; A. van Loon, Kok; G. Faber, matroos; G. Visser, matroos; E. Schouten, stoker; D. Kulsen, stoker en C. van de Wind, lichtmatroos, allen van Rotterdam, terwijl de donkeyman L. Storm, die aanvankelijk gered was, ten gevolge van uitputting is overleden.
Over de ramp zelf vernamen wij het volgende van kapt. Prins: De FOLMINA van de firma Jos. de Poorter was naar Methil vertrokken om kolen te halen voor de Nederlandse Regering. Tot aan de Theems was men onder geleide geweest van de Engelse torpedojagers. De bedoeling van de gezagvoerder was, van de Theems onder de kust naar de Tyne te varen en daar op te lopen, ten einde te vragen, wanneer er een konvooi naar Methil vertrok. De FOLMINA heeft echter de Tyne niet meer bereikt. Toen men 25 januari jl. ’s namiddags te 2.45 uur met volle kracht stomende, ter hoogte van Roker Point en op 2 mijl van Sunderland was gekomen, werd het vaartuig plotseling door een torpedo getroffen tussen de brug en de machinekamer, bij de grote mast. De lichtmatroos C. van de Wind was door de ontploffing gedood. Aan het uitzetten van de boten viel niet te denken, Men voelde de FOLMINA onder de voeten wegzinken. In twee, hoogstens drie minuten ging het schip onder. Van de drie reddingboten vloog er een in de lucht, een raakte onklaar, terwijl een derde over de kop ging. Men had ook te veel vaart om een boot buiten boord te kunnen laten. Zo bleef er niets anders over dan dat men zich zwemmende probeerde te redden. Al zwemmende bereikten de kapitein en zeven man de kust, waar onmiddellijk alle hulp werd geboden. Men ziet hieruit hoe dicht men onder de kust was. De FOLMINA voer dan ook binnen de boeienlijn in een zogenaamd veilig vaarwater. De duikboot schijnt vlak bij de Engelse wal te hebben gelegen, want een van de opvarenden had duidelijk de bellenbaan van de torpedo gezien en waargenomen dat deze vanuit de walzijde kwam. Een drietal Engelse patrouillevaartuigen begon onmiddellijk jacht te maken op de zeerover, maar slaagde er niet in hem te vinden. Op het kantoor van de firma Jos. de Poorter kon men heden weer getuige zijn van een stukje oorlogsleed. Daar kwamen de familieleden van de opvarenden, die drie weken nog in hoop en vrees hadden geleefd, om thans te moeten vernemen, dat hun nabestaanden gevallen waren als het zoveelste weerloze slachtoffer van de misdadige duikbootoorlog.


18 februari 1918


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De bemanning van de FOLMINA.
Rotterdam, 16 februari. Met het stoomschip VERVAULX ABBEY zijn hier ter stede aangekomen de kapitein en 10 leden van de bemanning van het stoomschip FOLMINA, toebehorende aan de firma Jos. de Poorter alhier en op 25 januari jl. ter hoogte van Roker Point bij Sunderland getorpedeerd. De namen van de aangekomenen zijn:
H A. Prins, kapitein; M.J. Poots, 2e stuurman; S. Poth, 1e machinist; A. Geudeke, 2e machinist; G.J. Eertink, hofmeester; A.G. Sörensen, bediende; D.W. Pieters en J.W.A. Iversen, matrozen; M. Lorier, lichtmatroos; Th. Rasingh en L. Verbeek, stokers.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 16 februari. De motorlogger ZEELAND vertrok 15 februari van IJmuiden naar Kopenhagen. De motor HENDRIKA vertrok 13 febr. van Gotenburg naar Rotterdam.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 16 februari. Bij de N.V. Visscherij & Vrachtvaart Mij. Onderneming, directie H. & A. v.d. Valk Dzns. te Vlaardingen is telegrafisch bericht ontvangen, dat het vrachtschip LICHTSTRAAL, 8 februari vertrokken van Rotterdam. 14 febr. te Kopenhagen is aangekomen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 16 februari. Nadat men zich lange tijd had ongerust gemaakt over het uitblijven van de Nederlandse gaffelschoener SCHOUWEN II uit Groningen, welke met hout van Zweden naar IJsselmonde was vertrokken, heeft men thans zekerheid gekregen dat dit schip op de Duitse kust is verongelukt. Deze schoener werd gevoerd door kapitein B. de Vries uit Groningen en vertrok 11 augustus van Rotterdam naar Stockholm. Na aldaar op 11 september te zijn aangekomen, werd de lading gelost en onmiddellijk naar Sundsvall verder gezeild om een lading gezaagd hout in te nemen. In het laatst van november werd de schoener op reis naar Nederland door een Duits marinevaartuig voor de ingang van de Sont aangehouden en ter onderzoek naar Swinemünde opgebracht. Nadat gebleken was dat alle scheepspapieren en documenten betreffende de lading in orde waren en voldoende zekerheid was verschaft dat het hout niet naar het Duits spergebied zou worden uitgevoerd, kwam van de autoriteiten de beslissing, dat het schip zou worden vrijgelaten en onmiddellijk de reis kon voortzetten.
De 14e november verliet het schip weer de haven van opbrenging. Sedert vernam men niets meer omtrent schip en bemanning, totdat de ouders van de gezagvoerder dezer dagen kennis kregen van het feit, dat het schip met de kiel naar boven in de bocht van Pillau was aangetroffen. Van de opvarenden ontbrak elk spoor, zodat het omkomen van hen niet aan twijfel onderhevig kan zijn. De SCHOUWEN II werd in 1898 van staal gebouwd, had een bruto inhoud van 122 ton en behoorde pas twee reizen aan de tegenwoordige gezagvoerder.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Bergen, 10 februari. De bemanning van de Nederlandse motorschoener WAGENINGEN heeft gisteren voor het zeegerecht alhier verklaring afgelegd.
Het schip vertrok 19 januari van Rotterdam naar Bergen doch kreeg toen het van koers veranderde zulke sterke slagzijde, dat het naar Rotterdam terugkeren en een gedeelte deklast lossen moest. Het schip had 5.000 bundels hoepen aan dek geladen die voor Haugesund en Bergen bestemd waren, waarvan 2.500 bundels, het naar Bergen bestemde gedeelte, gelost werden. De kapitein verklaarde dat het schip geheel nieuw was, zijn tweede reis maakte en nog geen deklast gevaren had, zodat men nog niet wist, hoeveel deklast het verdragen kon. Het schip is 161 netto reg. ton groot en had niet meer lading aan dek, dan schepen van deze afmeting gewoonlijk meenemen. 21 januari werd de reis weer voortgezet.


Krant:

 VCO - Vlissingsche Courant

Vlissingen, 18 februari. De loodsboot 14 op een mijn gelopen.
In ons bericht betreffende de ramp met het stoomloodsvaartuig No. 14 werd gemeld dat loods B. Spuij is verdronken; dit moet evenwel zijn G. Spuij.
Van de bemanning van het vissersvaartuig ARM 16 werd alleen de matroos W. van Belzen gered. De schipper L. van Belzen en zijn zoon C. van Belzen, benevens de matroos H. Marijs zijn verdronken.
De begrafenis van de loodsschipper 1e klasse en reserve-luitenant ter zee 3e klasse, de heer W. Vader Jr., zal morgenmiddag met militaire eer plaats hebben.
Vanaf de woning van de overledene op de Boulevard Bankert zal de stoet gaan langs de Coosje Buskensstraat, de Spuistraat, het Bellamypark, de Nieuwendijk (langs het kantoor van het Nederlandse Loodswezen), de Walstraat en de Badhuisstraat naar de begraafplaats.


19 februari 1918


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 17 februari. Volgens een alhier ontvangen particulier telegram, heeft de Nederlandse motorschoener THALATTA I, van Gotenburg naar Amsterdam bestemd, schipbreuk geleden. De passagiers en de bemanning zijn gered en te Mandal geland.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Het stoomschip GRAAF LODEWIJK, aangekocht door de Scheepvaart Maatschappij ‘Oranje Nassau’ te Rotterdam, van Wilton’s Machinefabriek en Scheepswerf, die het aanvankelijk bouwde onder de naam EIGEN HULP, heeft in de Nieuwe Waterweg met goed gevolg proef gestoomd, waarbij een vaarsnelheid werd behaald van ruim 9 mijl. Het stoomschip heeft een draagvermogen van 1.800 ton dw. De afmetingen zijn: 240 voet lang, 34 voet breed en 16 voet hol. De machines werden eveneens aan genoemde fabriek vervaardigd.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. - De Raad stelde een onderzoek in naar het op de klippen stranden in de Finsche Scheren op 18 december 1917 van het zeilschip NEDERLAND, reder G.A. Spliethoff, te Hillegersberg. De gezagvoerder J. Hylkema te Groningen, als eerste getuige gehoord, deelde mee, dat het certificaat van de NEDERLAND op 11 november was afgelopen. Het ongeval had plaats op reis van Lysekil bij Gotenburg naar Gefle. De NEDERLAND, die in 1897 was gebouwd en stenen in lading had, moest wegens averij op 29 september de haven van Westervik binnenlopen. Daar werd het schip geheel gerestaureerd, waarna men de reis op 25 oktober naar Gefle voortzette. De bedoeling was, om binnen de scheren door naar Landsort te gaan. Stormweer en slecht zicht maakten het echter onmogelijk dit plan ten uitvoer te brengen. Getuige heeft de loodsvlag opgezet, echter zonder resultaat. Besloten werd toen buitenom te gaan. Het licht van Svenska Högarna werd W ten N gezien, naar schatting op zeven mijl afstand. De zee was zeer hoog. Eerst werd N ten O gestuurd, toen N. Getuige wist, dat hij Söderhamn in zicht moest krijgen. Dit gebeurde pas te half drie 's nachts. Toen werden de lichten even gezien en bleek het, dat men zich op grote afstand bevond. De gehele nacht werd rondgezwalkt. Tegen half zes des ochtends brak het bakboordszwaard. De NEDERLAND had de stagfok, het groot zeil en de kluiver op. De bedoeling was naar Mariehamn te zeilen, maar voor men dat bereikt had werd het schip door een Russisch fort zwaar beschoten. Ten overvloede kwamen ook nog twee torpedoboten aanzetten, die het Nederlandse schip voor een Duitse onderzeeër aanzagen en daarom ook vuurden. Bij de pogingen om de sloep te vieren, raakte de boot verloren. Nadat men verbinding gekregen had met de torpedoboten en het misverstand was opgehelderd, werd het schip naar Mariehamnn gesleept. Zes weken bleef de NEDERLAND in de haven van Mariehamn wachten op orders van het revolutionair comité. Verlof om het vaartuig gedurende die tijd te repareren werd niet verleend, wel echter zag getuige kans een sloep te kopen. Het schip werd naar buiten gesleept. De wind was eerst ZO, later stil, toen WZW. De storm stak op en men zag zich, toen nog 7 vaam gelood werden, genoodzaakt terug te keren naar Mariehamn. De ankers werden geworpen, maar bleken niet te houden. Het schip liep ten slotte op een klip.
De boot werd uitgezet, en men koerste naar een naburig eiland. De temperatuur was 22 gr. beneden nul. Nadat men de nacht op het eiland had doorgebracht, kwam de volgende ochtend dezelfde sleepboot, die de NEDERLAND naar buiten had gebracht, de bemanning van het eiland halen. Van het schip was toen niets meer te zien. De schepelingen werden naar Mariehamn gebracht en van daar verder naar Helsingfors en Stockholm.
Een matroos, als tweede getuige gehoord, bevestigde de verklaringen van de schipper.
De Raad zal later in deze zaak uitspraak doen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. - Ook behandelde de Raad het zonder bemanning aandrijven in de nabijheid van het Pillauerdiep (bocht van Danzig) van het zeilschip SCHOUWEN II, omstreeks december 1917. Véél kan aangaande het vaartuig niet worden meegedeeld. De Duitse regering zond bericht van het aandrijven. Uit verklaringen van de vroegere schipper De Vries, mede-eigenaar van de NEDERLAND, (Opm.: moet zijn SCHOUWEN II) bleek, dat de schoener de 21ste november jl. onder de Deense kust werd aangehouden en opgebracht naar Swinemünde, vanwaar het schip de 25ste november werd vrijgelaten.
Na die tijd werd van het vaartuig niets meer gehoord. Naar de inspecteur van de scheepvaart pas gisteren vernam, zijn de papieren van de SCHOUWEN II, door een grove nalatigheid van de Duitse officier, belast met het onderzoek van dit vaartuig, verloren geraakt. In deze zaak zal later uitspraak worden gedaan.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Naamloze Vennootschappen.
De Staats Courant No. 41 bevat de akte van oprichting van:
- Stoomschip ‘Graaf Lodewijk’, te Rotterdam. Kap. NLG 250.000. Dir. B. Wilton.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 18 februari. Hr.Ms. pantserschip HERTOG HENDRIK vertrok 16 februari van Nieuwediep naar Oost-Indië, tot de Faeröer vergezeld door de sleepboot WITTE ZEE.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Scheepsbouw. Rotterdam, 18 februari. Het stoomschip PRIMULA, met een laadvermogen van 1.590 ton, gebouwd op de werf van de firma De Haan & Oerlemans te Heusden, voor rekening van de Rederi Aktiebolaget ‘Activ’ te Helsingborg, heeft met goed gevolg in de Nieuwe Waterweg proef gestoomd. Er werd een vaarsnelheid bereikt van ruim 91/2 mijl. De triple-expansie machine van 600 ipk werd geleverd door de N.V. Verschure & Co's Scheepswerf en Machinefabriek te Amsterdam.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Amsterdam, 18 februari. Volgens een alhier ontvangen particulier telegram, heeft de Nederlandse motorschoener THALATTA I, van Gotenburg naar Amsterdam bestemd, schipbreuk geleden. De passagiers en bemanning zijn gered en te Mandal geland.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Amsterdam, 16 februari. Gisteravond werd brand ontdekt in het matrozenlogies van het bovendek van het stoomschip TITAN, toebehorende aan de Kon. Nederlandsche Stoomboot Mij. en liggende aan de Sumatrakade. Door de brandweer, die met twee koolzuurspuiten en de JASON uitgerukt was, werd het vuur overmeesterd. Het logies brandde geheel uit en enige kledingstukken en wat beddengoed werden vernield. Oorzaak is het vlamvatten van kleding, die bij een kachel hing te drogen. (opm: Volgens AH brand op do. 14 febr.)


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 16 februari. De koftjalk ESPERANCE, kapt. Wortel, welke vrijdag van Rotterdam naar Malmö was afgezeild, kwam heden hier binnen met verlies van scheepsboot en deklast hoepels. De grote zeilboom was gebroken.


20 februari 1918


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Hollandsche Stoomboot Maatschappij.
Aan het verslag over het boekjaar 1917 ontlenen wij het volgende: De blijkens ons vorig verslag gevreesde moeilijkheden zijn in het afgelopen jaar niet uitgebleven. Nadat de vaart op de Engelse havens tot ongeveer eind maart met 8 schepen zo goed mogelijk was onderhouden, werd ons stoomschip AMSTELSTROOM, het grootste van de bestaande vloot, op reis van Amsterdam naar Londen, in de nacht van 23 maart, door enige Duitse torpedojagers achterhaald en zonder onderzoek in de grond geschoten.
De omstandigheden, waaronder dit stoomschip tot zinken werd gebracht en de gevolgen daaraan verbonden, gaven ons aanleiding de diensten te staken, totdat de vooruitzichten waren verbeterd. Inmiddels behield de Maatschappij het vaste personeel zowel aan boord als aan de wal in haar dienst.
Alle schepen zijn tegen molest verzekerd. De kosten van deze verzekering, die gestegen zijn tot 5% per reis, de hoge kosten van exploitatie, een gemiddelde reisduur van langer dan een maand en het herhaaldelijk voorkomend gebrek aan lading zo uit- als thuis varend, zijn allen factoren, die invloed op de resultaten hebben gehad. Met de bouw van de schepen in onze vorige verslagen vermeld, ondervonden wij allerlei moeilijkheden.
Het stoomschip LINGESTROOM kwam in juli eindelijk gereed, terwijl met het stoomschip TEXELSTROOM goede vordering gemaakt is. De bezwaren, ondervonden bij de bouw van andere schepen, waren oorzaak, dat geen uitzicht op aflevering op een enigermate berekenbaar tijdstip kon worden verkregen en gaven aanleiding, dat de daarop betrekking hebbende bouwcontracten door de bouwers na overleg met ons werden geannuleerd.
De op deze schepen in vorige jaren gemaakte afschrijvingen zijn bij de reserve voor nieuwbouw gevoegd. Door een samengaan van belangen met een andere onderneming, hetwelk na de oorlog in werking treedt, zal de Maatschappij de beschikking hebben over een vloot van ongeveer 24.000 ton. Ten gevolge daarvan zullen op dat tijdstip de door de Maatschappij voor de oorlog onderhouden diensten onmiddellijk weer allen volledig kunnen worden hervat, terwijl aan het bedrijf bovendien uitbreiding zal kunnen worden gegeven.
Het saldo van de exploitatierekening geeft een cijfer van NLG 1.179.205 (v.j. NLG 1.299.368). De reserve in vorige jaren gekweekt voor diverse belangen is ruimschoots voldoende gebleken, zodat op dit hoofd niet verder behoeft te worden gereserveerd.
Na afschrijving en reservering voor nieuwbouw laat de winst- en verliesrekening een saldo van NLG 1.054.816 (NLG 977.498), als volgt te verdelen: 5% dividend op preferente aandelen NLG 1.300, 15% dividend op gewone aandelen NLG 600.000, reservefonds NLG 200.000, uitkeringen NLG 200.000, Rijksinkomstenbelasting NLG 39.979, saldo op nieuwe rekening NLG 13.537. Blijkens de winst- en verliesrekening bedroeg het saldo van vorige rekening NLG 10.208, buitengewone ontvangsten NLG 25.570 (v. j. 30.659), interestrekening NLG 72.464 (119.529), agio op uitgifte gewone aandelen NLG 896.189 (313.879), exploitatierekening NLG 1.179.205 (1.299.368), totaal NLG 2.183.638 (1.764.318). Hiervan werd bestemd voor afschrijvingen NLG 127.021 (185.020) reserve voor ongevallen NLG 1.800 (onv.), idem voor nieuwbouw NLG 1.000.000 (400.000), saldo NLG 1.054.816 (977.498).
De balans vermeldt o.a. de volgende posten. Activa: Onuitgegeven gewone aandelen NLG 2.000.000 (NLG 3.000.000), onuitgegeven preferente aandelen NLG 24.000 (onv.), stoomschepen NLG 1.325.000 (NLG 770.000), idem in aanbouw NLG 392,708 (NLG 1.025.631), deelname in andere ondernemingen NLG 2.936.996 (—), kas en kassiers NLG 932.047 (NLG 1.538.105), diverse debiteuren NLG 1.147.939 (NLG 531.830), belegd reservefonds NLG 149.498 (529.515), prolongaties en effecten NLG 871.282 (NLG 1.226.885), totaal NLG 10.070.445 (NLG 9.014.874).
Passiva: Kapitaalrekening NLG 6.050.000 (onv.), reservefonds NLG 756.500 (NLG 556.500), diverse crediteuren NLG 231.012 (NLG 369.553), reserve voor nieuwbouw NLG 1.798.000 (NLG 400.000), reserve voor diverse belangen NLG 125.059 (NLG 200.000), winst- en verliesrekening NLG 1.054.816 (997.498).


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Amsterdam, 18 februari. De verongelukte motorschoener THALATTA I (zie vorig No.) behoorde aan de Vrachtvaart Mij. ‘Thalatta I’, Vereenigd Cargadoors Kantoor B.J. van Hengel en de Wed. Jan Salm en Meijer te Amsterdam.


21 februari 1918


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Volgens uit Noorwegen ontvangen berichten is de nieuwe Nederlandse motorschoener THALATTA I het slachtoffer van een duikbootaanval geweest. De schoener bevond zich op 14 februari nabij Doggersbank Noord, toen hij plotseling aangevallen werd door een duikboot, die op een afstand van ongeveer 1 Engelse mijl 80 schoten op het schip afvuurde, waarvan 6 troffen. Ofschoon het stormweer was met hoge zee, gingen de kapitein en alle opvarenden in de reddingsboot en roeiden naar de onderzeeër met de papieren. Ondertussen ging de onderzeeboot voort met de schoener te beschieten, totdat de scheepsboot bij de onderzeeër kwam. Na de papieren doorzien te hebben, gaf de commandant van de duikboot vergunning om de reis te vervolgen. Toen de kapitein, na een oponthoud van 2½ uur aan boord terugkwam, was het voortuig met zeilen neergeschoten, het volkslogies beschadigd en veel averij op het dek, verschansing en aan de romp, die alle sporen van granaten vertoonden. Aan boord van de schoener waren behalve 9 man equipage ook 4 passagiers. Niemand werd gekwetst. De THALATTA I, op reis van Gotenburg naar Rotterdam, is daarop 18 dezer te Mandal in Noorwegen binnengelopen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Nieuwe Werf. Hoogezand, 21 februari.
De constructiefabrikant J. Koster Hzn. te Stadskanaal (Gr.) heeft gisteren te Groningen een terrein aangekocht om aldaar een scheepstimmerwerf te bouwen, in te richten voor de bouw van grote zeeschepen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlissingen, 21 februari. De Marine heeft gisteren weer twee drijvende mijnen onschadelijk gemaakt.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Naamloze Vennootschappen.
De Staats Courant No. 43 bevat de akte van oprichting van:
- Stoomvaart Mij. ‘Eigen Hulp II’, te Rotterdam. Kapitaal NLG 50.000. Dir. B. Wilton.
- Scheepvaart Mij. ‘Piet Heyn’, te Rotterdam. Kap. NLG 1.000.000, gepl. 400.000,
Dir. G.W. Speulman.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Batavia, 8 februari. Het stoomschip RINDJANI blijft te San Francisco wachten op passagiers van de NIEUW AMSTERDAM voor het vervoer naar Batavia.


Krant:

 DMB - De Maasbode

Stockholm, 15 februari. De Nederlandse motorschoener ANNA (reeds meer gemeld) die, op weg van Sundsvall naar Rotterdam, sedert nieuwjaar in het Kalmarsund in het ijs vastgevroren zit, is donderdag, bij stijve noordelijke bries met het ijs zuidwaarts verdreven. De kapitein en de 1e machinist waren te Mörbylanga aan de wal gegaan en hebben sedertdien vergeefs getracht weer aan boord van het schip te komen. Van Karlskrona uit zal zodra het ijs het toelaat, een marinevaartuig de nodige assistentie verlenen.


22 februari 1918


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Ontploffing aan boord van de VALK.
(Officieel.) Blijkens een door de gouverneur-generaal van Nederlands-Indië ontvangen telegram van 19 dezer, heeft zondag jl. een ontploffing plaats gehad aan het gouvernements-stoomschip VALK te Ambon. Het schip is waarschijnlijk verloren. De machinist Morbeck is daarbij gedood, terwijl nog 3 Europese en 10 inlandse schepelingen brandwonden opliepen. Naar de oorzaken van het ongeval wordt door een commissie een onderzoek ingesteld. Het stoomschip VALK, dat in 1903 te Amsterdam is gebouwd, had een bemanning van 6 Europeanen en 34 inlanders.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Naamloze Vennootschappen.
De Staats Courant No. 44 bevat de akte van oprichting van:
- Zeevrachtvaart Mij. ‘Zuid-Holland’, te Vlaardingen. Kap. NLG 500.000.
Dir. J.L. van Belkum en H. de Groot.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Stoomvaart Maatschappij SOPHIE H.
In de heden gehouden algemene vergadering van aandeelhouders van de Stoomvaart Maatschappij ‘Sophie H’ te Rotterdam, werden de commissarissen herkozen en de balans goedgekeurd. Ten gevolge van het voortduren van de oorlogstoestand bleef de positie van de Maatschappij geheel onveranderd.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Transatlanta. Naar wij vernemen, heeft de Nederlandsche Scheepvaart Mij. ‘Transatlanta’ de drie in haar bezit zijnde motorschoeners onlangs met een niet onbelangrijke winst verkocht. De Maatschappij zal haar bedrijf thans voortzetten met 6 stoomschepen, waarvan het eerste, de TILBURG, een stoomschip van ca. 2.200 ton, dezer dagen een goed geslaagde proeftocht heeft gemaakt.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 21 februari. Het zeilschip WOUTER, kapt. Borgman, is 10 februari van Rotterdam te Stavanger aangekomen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 21 februari. Het bergen van de in het Oostgat gezonken loodsboot No. 14 is door de Marine aan de Nieuwe Bergingsmaatschappij te Maassluis opgedragen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 21 februari. Van de Scheepswerf & Machinefabriek J. & A. v. d. Schuyt te Papendrecht is gisteren met goed gevolg te water gelaten het voor eigen rekening gebouwde vrachtstoomschip JAN VAN ARKEL hetwelk van het single deck type is en de volgende afmetingen heeft: Lang over stevens 267', breed 42' en hol 20’-6". De machine, sterk ongeveer 1.000 ipk, wordt eveneens aan bovengenoemde inrichting vervaardigd, terwijl de ketels geleverd worden door de Koninklijke Maatschappij ‘De Schelde’ te Vlissingen. Het geheel is gebouwd onder speciaal toezicht en volgens de voorschriften van Bureau Veritas, alsmede van de Scheepvaartinspectie. De kiel zal worden gelegd voor een soortgelijk schip genaamd STAD ROTTERDAM. (opm: is verkocht aan Van Nievelt, Goudriaan & Co. en herdoopt ALAMAK).


23 februari 1918


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Door de scheepsbouwmeester G.J. van der Werff te Hoogezand werd dezer dagen aan de N.V. Stoomvaartmaatschappij ‘Princenhage’ te Rotterdam afgeleverd de 2-mast motorschoener PRINCENHAGE V. Dit schip, gebouwd voor de Transatlantische vaart, onder toezicht van de Germ. Lloyd en de Nederlandse Scheepvaartinspectie, is lang tussen de loodlijnen 35,05 m., breed 6,90 m. en hol 3,25 m. De motorschoener is voorzien van een ruw-olie Rennesmotor van 90 pk.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 22 februari. Bij de directie van de Vrachtvaartmaatschappij ‘Neerlandia’ zijn twee telegrammen ingekomen, meldende, dat de motorschoener ANNA — die, gelijk men weet geruime tijd in het ijs van de Kalmar Sund bekneld heeft gezeten — zaterdag, vermoedelijk onbeschadigd te Karlskrona is binnengesleept. Blijkens het telegram verkeert de bemanning in goede welstand.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 22 februari. Het stoomschip BATAVIER IV arriveerde 21 februari van Rotterdam te Hellevoetsluis om mijnen te knippen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 22 februari. Het Departement van Marine deelt mee, dat Hr.Ms. pantserschip HERTOG HENDRIK, onder bevel van de kapitein ter zee De Joncheere, in de avond van 20 februari in Tórshavn is aangekomen. Alles wel.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 22 februari. Van de werf van Gebr. Van der Meer te Vlaardingen is te water gelaten een stalen motorvrachtschip met houten wand, groot 750 netto ton, gebouwd voor Noorse rekening. De hoofdafmetingen van het schip zijn: Lengte 45 m., breedte 8 m., holte 4,25 m. Het schip, dat van binnen geheel vertind is, is gebouwd volgens de eerste klasse Germanischer Lloyd. Het vaartuig wordt naar Noorwegen gesleept en aldaar zal de motor in het schip worden geplaatst.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Vlissingen, 21 februari. Het. bergingsvaartuig HAAI is hedenmiddag van Maassluis alhier aangekomen voor duikeronderzoek bij het loodsvaartuig No. 14.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Nieuwediep, 22 februari. De geladen zeetjalk NORMALITEIT is hedennacht op Onrust gestrand doch zit voorlopig niet gevaarlijk. Sleepboot en reddingsboot zijn aanwezig.
Later bericht. De NORMALITEIT is met houtpulp van Drammen naar Rotterdam bestemd. De schipper werd door de reddingvlet van boord gehaald; 8 man bleven aan boord. Het schip zit bijna geheel droog.


24 februari 1918


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Nederland en de oorlog. De NIEUW AMSTERDAM.
Van Hr.Ms. gezant te Washington is per telegraaf bericht ontvangen dat, zoals vanzelf spreekt, aan het onmiddellijk vertrek van het stoomschip NIEUW AMSTERDAM geen bezwaren in de weg zullen worden gelegd, maar dat wegens grote binnenlandse transportmoeilijkheden op het ogenblik geen lading beschikbaar is. De reis in ballast te aanvaarden zou, met het oog op de huidige weersomstandigheden gevaar kunnen opleveren. Intussen wordt getracht zo spoedig mogelijk de benodigde lading voor het schip te verkrijgen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Onze scheepvaart en de oorlog.
De invloed van de oorlog ten opzichte van het scheepvaartverkeer op het Noordzeekanaal is maar al te goed merkbaar. In de afgelopen week passeerden slechts vijf stoomschepen, n.l. twee uit zee en drie naar zee, de Noordzeesluizen te IJmuiden. Dit aantal bedroeg in de daaraan voorafgaande week totaal negen schepen, t.w. vijf uit zee en vier naar zee. In de laatste vier dagen passeerde aldaar geen enkel schip uit zee komend. Het is dan ook nog niet voorgekomen, dat zulk een gering aantal schepen de sluizen te IJmuiden passeerde.


25 februari 1918


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 23 februari. Volgens nadere berichten is de Nederlandse motorschoener ANNA (zie vorig No.) door het bergingsstoomschip HERAKLES uit zijn netelige positie bevrijd en te Karlskrona binnengesleept. Zodra het ijs het toelaat zal het schip de reis naar hier voortzetten.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 23 februari. De hospitaalschepen SINDORO, KONINGIN REGENTES en ZEELAND zijn 22 februari ‘s namiddags 3 uur van Rotterdam te Boston (Engeland) aangekomen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 23 februari. Door de firma F. en C. de Meijer alhier is aan de scheepswerf ‘Nimmerrust’ te Lekkerkerk de bouw opgedragen van een stalen stoomtrawler. Dit schip wordt zodanig Ingericht, dat het ook dienst zal kunnen doen als sleepboot en bergingsvaartuig.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Amsterdam, 23 februari. Van J. & K. Smits' Scheepswerven te Kinderdijk is gisteren te water gelaten het schroefstoomschip CERES, in aanbouw voor de Koninklijke Nederlandsche Stoomboot Mij. alhier. Het schip is geheel van staal, voldoet aan de hoogste eisen van Bureau Veritas, de Scheepvaartinspectie en de Houtvaart en is gebouwd onder speciaal toezicht. De hoofdafmetingen zijn: Lengte tussen de loodlijnen 103,65 m., breedte op spanten 14,64 m., holte tot shelterdeck 8,70 m., het laadvermogen is ruim 4.400 ton bij een diepgang van 5,80 m. De machine installatie wordt geleverd door de Machinefabriek Kinderdijk te Kinderdijk. De machine zal aan het- schip een snelheid geven van 111/2 knoop.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Nieuwediep, 23 februari. Gistermiddag heeft men tevergeefs getracht de gestrande tjalk NORMALITEIT (zie vorig No.) vlot te brengen. De bemanning is van boord gehaald. Gisteravond zat het schip reeds geheel onder water, het is als verloren te beschouwen.


26 februari 1918


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Koninklijke Paketvaart Mij.
In de heden gehouden buitengewone algemene vergadering van aandeelhouders werd met algemene stemmen gekozen tot lid van de raad van bestuur, de heer H. Colijn.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

De NAVIGATOR. Uit een ambtelijk bericht is gebleken, dat de bemanning van de op reis van Zweden naar Zaandam beoosten IJmuiden (opm: niet juist, moet zijn op Schiermonnikoog) gestrande Nederlandse zeilboot NAVIGATOR in een roeiboot te Borkum is aangedreven en geborgen. De namen van de geredden zijn: Kapitein Douwe Steenstra, stuurman Abraham Smaal, matrozen Schma (?) en V.d. Bergh. De reder is H. Jonker te Wildervank. (opm: zie ook RN 260218 en verslag van de Raad v.d. Scheepvaart).
Dit bericht slaat dus klaarblijkelijk op een van de tjalken, waarvan gisteren de stranding bekend werd en waarvan de bemanningen intussen weer hier te lande terug zijn.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Amsterdam, 23 februari. In opdracht van de Hollandsche Stoomboot Maatschappij alhier staan op 3 verschillende werven in ons land 4 stoomschepen op stapel. Het zijn de BERKELSTROOM, DRECHTSTROOM, GOUWESTROOM en ZAANSTROOM. met een bruto laadvermogen van resp. 1.600, 1.600, 730 en 1.500 ton, Na overleg met de bouwers, zijn de contracten voor deze schepen geannuleerd, daar geen uitzicht van aflevering op een enigermate berekenbaar tijdstip kan worden verkregen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Martenshoek, 23 februari. Bij de N.V. Scheepswerven v/h Gebr. G. & H. Bodewes alhier is heden met goed gevolg te water gelaten een stalen drie-mast schoener, groot 450 ton, werfnummer 625, terwijl de kiel is gelegd voor een dergelijk schip, dat wordt voorzien van een 180 pk Steyaard-motor. (opm: later de schoener RAP)


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Schiermonnikoog, 25 februari. Bij dit eiland zijn twee tjalken gestrand. De ene is de EBENHAEZER, kapt. Houten(?), bestemd van Zweden naar Grouw met hout. De uit 3 man bestaande equipage is hier geland. De tweede gestrande tjalk is de NAVIGATOR, kapt. Jonker(?), bestemd van Zweden naar Zaandam met hout. De uit 4 man bestaande equipage heeft het schip verlaten en is op Borkum geland. De NAVIGATOR zit hoog op het strand en kan gelost worden. (opm: kapt. is Douwe Stienstra)


27 februari 1918


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 24 februari. De heden van Tvedestrand naar Zaandijk alhier binnengekomen vrachtlogger ETNA, kapt. Verschoor, rapporteert door de storm een deel van de deklast balken verloren en schade over dek bekomen te hebben.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 26 februari. De motorschoener HERMINA, van Christiania alhier aangekomen, heeft lekkage, machine- en dek schade.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Groningen, 25 februari. Naar de Tel. van welingelichte zijde verneemt, is de ramp, die aan de zee-schoener SCHOUWEN II (thuis behorende te Groningen) op de Oostzee overkwam en die, zonder dat iets van de bemanning bekend is, aan het Duitse zeestrand aangedreven is, middellijk te wijten aan een misverstand van een Duits oorlogsschip, De SCHOUWEN II toch bevond zich in het laatst van november in de nabijheid van de Zweedse kust aan de Sont. Op last van een Duits oorlogsschip moest men daar ankeren, opdat de Duitsers de oorlogspapieren van de Nederlandse zee-schoener zouden kunnen controleren. Nadat deze formaliteiten verricht waren, wilde men in de namiddag weer onder zeil gaan. De nodige vlaggenseinen werden gegeven. Door een vergissing van de zijde van de gezagvoerder van het Duitse oorlogsschip werden de papieren van de SCHOUWEN II op een Nederlandsche tjalk, die met de zee-schoener was uitgevaren, geworpen. Dit werd door de gezagvoerder van tjalk ontdekt, toen hij met zijn schip de rede van Elseneur reeds bereikt had. De papieren van de SCHOUWEN II deponeerde hij daar ter plaatse bij het Duitse consulaat. Intussen was aan boord van de Nederlandse schepen ALBATROS, VELOS (opm: waarschijnlijk VELOX) en MUTATIO, die met de SCHOUWEN II waren uitgevaren, het vermoeden gerezen, omdat deze schoener hen niet volgde, dat het schip door de Duitsers was opgebracht. Dit vermoeden bleek juist te zijn. Een Duits oorlogsschip had de SCHOUWEN II, toen deze geen papieren kon tonen, naar Swinemünde opgebracht. Toen na enige dagen het misverstand uit de weg was geruimd kon de zee-schoener de reis vervolgen met het bekende droevig gevolg. In gezaghebbende kringen is men ten zeerste ontstemd over de vrij willekeurige wijze, waarop men van Duitse zijde de papieren van de SCHOUWEN II aan boord van de Nederlandse tjalk heeft geworpen. De achteloosheid waarmee dit geschiedde, is een onmiddellijke oorzaak van het droevig lot, dat thans het deel van de schoener is geworden. De kapitein, de heer B. de Vries, vertoeft thans te Groningen. Nader verneemt de Tel. dat ook kapt. (Bouwe) De Vries in de Oostzee in de golven is omgekomen. Zijn vader, de heer De Vries te Groningen, is door de bevoegde autoriteiten reeds gehoord.


28 februari 1918


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 27 februari. Blijkens bij het Departement van Marine ontvangen bericht is Hr.Ms. pantserdekschip ZEELAND, onder bevel van de kapitein ter zee F.L. Rambonnet te Colon aangekomen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 27 februari. Op 8 februari vertrok van hier met bestemming naar Noorwegen de Nederlandse zeillogger BOREAS, kapt. Van Selm. Sedert het, vertrek van het schip heeft men niets meer vernomen, zodat men zich over schip en bemanning ernstig ongerust maakt. De BOREAS is 89 bruto en 73 netto ton groot en hoort te Hilversum thuis.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 27 februari. De nieuwe stalen drie-mast motorschoener HERMINA, van de Vrachtvaart Mij. ‘Neerlandia’ alhier, welke in november van het vorig jaar voor de eerste reis van hier naar Kristiania in zee stak, keerde eerst dinsdagmorgen vandaar te IJmuiden terug. De uitreis ging zeer naar wens, want reeds vijf dagen na het vertrek uit Rotterdam arriveerde het schip te Kristiania. Na in deze haven gelost te hebben, werd aldaar een lading houtstof ingenomen met bestemming naar Velsen. Op de achtste december aanvaardde men wederom de thuisreis, doch al heel spoedig werd het schip op de Noordzee door een hevige storm overvallen, zodat men gedwongen werd een Deense haven binnen te vluchten, teneinde de belopen averij te doen herstellen. De reparatie nam nogal enige tijd in beslag. Verschillende pogingen uit de Deense kust te komen faalden herhaaldelijk door hevige stormen. Tenslotte mocht men er toch in slagen van de rede van Skagen weg te komen. De uitreis, met lossen en laden te Kristiania inbegrepen, eiste slechts 14 dagen tijd, terwijl men voor de thuisreis door genoemde tegenspoeden alleen 45 dagen nodig had. De schoener ligt thans te lossen aan de papierfabriek te Velsen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 27 februari. Het van staal gebouwde aakschip NIEUWE ZORG, groot 499 ton, te Wildervank thuis behorend en te Delfzijl een lading cokes gelost hebbende in een stoomschip, is door de eigenaar/schipper D. Loorbach onderhands verkocht aan de heer J. Klugkist te Groningen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Scheepsbouw. Kampen, 26 februari. Heden werd met goed gevolg te water gelaten van de N.V. IJsselwerf het stoomschip de STAD UTRECHT, zusterschip van de STAD KAMPEN, verleden jaar te water gelaten. Op de vrijgekomen helling wordt de kiel gelegd voor een krachtige zeesleepboot, te bouwen voor eigen rekening.


01 maart 1918


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Kapitein Smit van het Rotterdamse stoomschip MERWEDE, die evenals de overige bemanning van de MERWEDE, rederij M.J. van der Eb, met het Engelse konvooi gisteren is aangekomen, verklaarde dat zijn schip op 26 januari om zes uur 's morgens, op een mijn is gelopen of getorpedeerd, 5 mijl oost van Long Stone, terwijl het met 850 ton Regeringskolen van Leith naar Rotterdam op reis was. Het schip, getroffen aan stuurboordzijde bij ruim één, zonk in vijf à zes minuten. De ontploffing vernielde één scheepsboot, zodat in de enig overgebleven sloep de bemanning moest worden gered, die nu niets kon meenemen van kleren of goederen. Een Engelse treiler pikte de mannen, na uren rondvaren, op en bracht ze in North Shields.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Scheepsbouw. Het te Kampen te water gelaten stoomschip STAD UTRECHT (zie vorig No.) bestemd voor de algemene vrachtvaart, is gebouwd onder speciaal toezicht en wordt ingeschreven onder de hoogste klasse Germanischer Lloyd en Scheepvaart Inspectie. De lengte bedraagt 227', breedte 32' en holte 16’-9”. Het schip is gebouwd volgens het raised-quarterdeck type met lange brug en bak met dubbele bodem voor waterballast, volgens het cellulair systeem.
De verblijven voor de officieren zijn ondergebracht op het brugdek. De waterverplaatsing bedraagt 2.815 ton en het laadvermogen 1.540 ton.
De hoofdmachine is een triple-expansie machine. De afmetingen van de cilinders zijn: H.D. 14", M.D. 23” en L.D. 38". De twee stoomketels hebben elk een verwarmend oppervlak van 100 vierkante meter en zijn voorzien van originele Schmidt patent oververhitters van 82 vierkante meters verhittend oppervlak. Op het dek zijn geplaatst drie hijslieren en een verhaallier elk met een hijsvermogen van drie ton, een stoom ankerwinch en stoom- en handstuurmachines. De hulpwerktuigen werken met een gereduceerde stoomdruk van zeven atm.
De complete machine- en koelinstallatie, alsmede alle hulpwerktuigen, zijn gebouwd door de N.V. Machinefabriek ‘Utrecht’, dir. J. Brouwer te Utrecht.


02 maart 1918


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Hollandsche Stoomboot Maatschappij.
In de heden gehouden algemene vergadering van aandeelhouders waren vertegenwoordigd 83 aandelen, recht gevende tot het uitbrengen van 83 stemmen. De voorzitter, de heer G.A. Baron Tindal, stelde als eerste punt aan de orde de uitbrenging van het jaarverslag over 1917. Alvorens daartoe werd overgegaan, vroeg mr. Duynstee het woord over een punt van orde, nl. het niet toelaten van mr. Biederlack als aandeelhouder tot de vergadering van de Maatschappij. Door mr. B. werden acht dagen vóór de vergadering zes aandelen ter deponering aangeboden ‘s middags te kwart voor één. Op grond van art. 10 van de statuten werd de deponering geweigerd met de bewering dat volgens dat art. ‘s morgens vóór elf uur moest worden gedeponeerd. In de namiddag van diezelfde dag zijn dezelfde zes aandelen opnieuw ter deponering aangeboden en weer met de mededeling geweigerd dat deponering voor elf uur moest plaats hebben. Hedenmorgen heeft mr. B. met een deurwaarder gesommeerd om toegang tot de vergadering, hetgeen opnieuw werd geweigerd. Daar het nooit de bedoeling kan zijn geweest om op grond van de statuten aan aandeelhouders toegang tot de vergadering te weigeren, stelde mr. D. de behandeling van een motie voor om mr. B. alsnog ter vergadering toe te laten. Van de bestuurstafel werd geantwoord dat het in stemming brengen van een dergelijke motie onjuist schijnt. De heer Van Aalst was echter van mening dat er geen bezwaar bestaat om de motie in stemming te brengen. Mr. Van Gigh verklaarde het eens te zijn met deze motie van orde en gaf in overweging, gezien de feiten, om de vergadering uit te steIlen, daar het anders waarschijnlijk toch tot een proces zou komen en de besluiten van de vergadering nietig zullen worden volgens de tegenwoordige jurisprudentie van de Hoge Raad. Na nog enige discussie tussen de voorsteller van de motie en het bestuur werd de motie in stemming gebracht en verworpen met 72 stemmen tegen, 2 voor en 10 blanco.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Scheepsbouw. Aan de N.V. Vrachtvaart Mij. ‘Flandria’ te Rotterdam zijn door de N.V. Scheepswerf ‘De Merwede’ te Hardinxveld afgeleverd het stoomschip FLEVO IV en het stoomschip FLEVO III, resp. 100 en 150 ton. Beide schepen zijn gebracht onder klasse Scheepvaartinspectie.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 28 februari. De vrachtlogger JOHANNES FRANCISCUS, tien dagen geleden van Rotterdam naar Gotenburg vertrokken, is hedenmiddag met verlies van bijna alle zeilen en een deel van de deklast hoepels hier binnen gelopen. Het vaartuig was reeds bij Doggersbank-Noord, toen het door een storm werd overvallen en wegens de belopen schade moest terugkeren.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 28 februari. De belopen stormschade van de koftjalk ESPERANCE is thans hersteld, zodat het schip bij gunstig weer de reis kan voortzetten.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Schiermonnikoog, 1 maart. De lading hout van het hier gestrande tjalkschip NAVIGATOR is door de strandvonder geborgen. Het schip is als verloren te beschouwen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Schiermonnikoog, 1 maart. De berging van het gestrande tjalkschip EBEN HAËZER is opgedragen aan de Nieuwe Berging Mij. te Maassluis.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Visby, 20 februari. Een kranig stuk werk heeft de bergingsstomer HERAKLES volbracht toen hij de sedert ongeveer zes weken in de zuidelijke Kalmarsund ingevroren Nederlandse schoener ANNA uit het ijs bevrijdde en in veiligheid bracht. De bergingsstomer was zaterdagmorgen van Karlskrona vertrokken, achter de Oelands Södra Udde kreeg men de ongeveer 800 meter van het vuurschip Utgrunden liggende schoener in het zicht. Trots het pakijs gelukte het de HERAKLES de schoener tot op 1.000 meter afstand te naderen, waar het ijs 14 – 15 duim dik was. Na lange onafgebroken inspanning gelukte het echter ook dit ijs te breken en nadat de schoener uit het ijs was gezaagd, kon de thuisvaart beginnen. Intussen was echter de door de HERAKLES gebroken geul weer vol ijs gedreven en men moest dit laten springen om open water te bereiken. Zondagmorgen 2 uur kwam de stomer met de schoener behouden te Karlskrona aan.


04 maart 1918


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart.
Dinsdag 5 maart a.s., ’s namiddags 1.30 uur, onderzoek ter zake van het torpederen op 25 januari 1918 van het stoomschip FOLMINA, bij welke ramp 8 personen om het leven kwamen. Rederij: Holland-Gulf Maatschappij, directeur Jos. de Poorter; gezagvoerder H.A. Prins, beiden te Rotterdam.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De hospitaalschepen. Wegens het niet aankomen van de trein uit Duitsland met Engelse krijgsgevangenen, zullen de hospitaalschepen KONINGIN REGENTES, ZEELAND en SINDORO vannacht om 3 uur ledig naar Engeland vertrekken.
De KONINGIN REGENTES als hospitaalschip. (foto Ned. Zeewezen)


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Opgebrachte schepen in de vaart gebracht door Engeland.
Ofschoon in de procedure over de schepen LEONORA en HERMINA van de firma Jos. de Poorter alhier, die gelijk men weet in augustus 1917 naar Engeland opgebracht werden, toen zij van Rotterdam met kolen naar Stockholm op weg waren, nog geen beslissing is genomen, zijn deze beide schepen intussen door de Engelse regering gerekwireerd en onder de namen POLEON EN POLMINA in de vaart gebracht voor Engeland en varen zij onder Engelse vlag. De ongeveer terzelfdertijd opgebrachte Zweedse schepen JAMES J. DICKSON, BERGVIK, TELLON EN OLAF WIJCK, zijn eveneens, naar men ons meedeelde, in de vaart gebracht door de Engelse regering en wel onder de namen POLJAMES, POLBERG, POLSTELL en POLWICK.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Onze schepen in Amerika. Te Rotterdam is, gelijk wij reeds melden, bij verschillende rederijen uit Amerika bericht ontvangen, dat hun schepen in de vaart gekomen zijn voor Zuid-Amerika, de West-Indische eilanden enz. Het betreft hier, naar het HbI. verneemt, de bij de onderhandelingen met Amerika voorziene zogenaamde short trips, die echter onder omstandigheden wel 90 dagen kunnen duren. Eerst na het uitvoeren van die reizen kan er sprake zijn dat de schepen weer naar Nederland komen. Er zijn echter nog Hollandse schepen genoeg in Amerika over zonder emplooi om thans eventueel uitvoering te gaan geven aan het tweede deel van de overeenkomst, dat voorziet in de voorziening met levensmiddelen van ons land.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 2 maart. Het zeilschip NOOIT VOLMAAKT, schipper Pronk, van Rotterdam naar Kristiania, is 1 maart te IJmuiden binnengelopen als bijlegger wegens tegenwind.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 2 maart. Aangezien de toestand van de loodsboot No. 14 door de laatste storm veel slechter is geworden, hebben Marine autoriteiten in overleg met de Nieuwe Bergings Mij. besloten geen verdere pogingen tot berging te doen. Het schip is diep in het zand weggezakt en blijkbaar geheel opgebroken. Veel wrakhout en inventaris spoelen op de kust aan. Het bergingsvaartuig HAAI is naar de Waterweg vertrokken.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De HERTOG HENDRIK door een storm belopen. Blijkens bij het Departement van Marine ingekomen telegram is Hr.Ms. HERTOG HENDRIK, onder bevel van de kapitein ter zee A.C. de Joncheere, welke bodem 23 februari uit Thorshavn was vertrokken, ter voortzetting van de reis naar Oost-Indië, de 1e maart met averij in genoemde haven binnengelopen. Het schip is op 25 februari bewesten de Far Oer door een zware storm belopen, waarbij de roerbeweging zodanig werd beschadigd, dat het schip stuurloos geraakte. Vijf sloepen zijn weggeslagen, davits verbogen en waarschijnlijk averij aan de schroeven. Het Deense oorlogsschip De ISLAND FALK, draadloos gewaarschuwd, verleende assistentie. De HERTOG HENDRIK zal waarschijnlijk naar Nederland moeten terugkeren voor herstelling, daar Thorshavn geen voldoende hulpmiddelen heeft. In dat geval zullen sleepboten gezonden worden om het schip te halen. Geen persoonlijke ongelukken. Alles wel aan boord.


05 maart 1918


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

De HEENVLIET getorpedeerd.
Bij het Departement van Buitenlandse Zaken is van de Nederlandse gezant te Londen bericht ontvangen, dat het stoomschip HEENVLIET, eigenaar de Nationale Stoomvaartmaatschappij te Rotterdam, jl. donderdag is getorpedeerd. De helft van de bemanning, waaronder de eerste stuurman, is veilig geland; de andere helft, waarbij zich de kapitein bevindt, wordt nog vermist.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 4 maart. Blijkens bij het Departement van Marine ontvangen bericht is Hr.Ms. pantserdekschip ZEELAND, onder bevel van de kapitein ter zee F.L. Rambonnet, van Colon naar New York vertrokken, ter voortzetting van de reis naar Nederland.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Scheepsbouw. Zaterdagmiddag heeft de proeftocht plaats gehad met een tweede stoomschip voor de Scheepvaartmaatschappij ‘Oranje Nassau’: De GRAAF HENDRIK, aangekocht van de werf W.F. Stoel & Zoon te Alkmaar, waar het gebouwd is naar de plannen van de N.V. Burgerhout's Machinefabriek en Scheepswerf. Dit eerste zee-stoomschip door de werf te Alkmaar afgeleverd, is van het raised-quarterdeck type en heeft afmetingen van 180' x 28' x 14’-6".
De triple-expansie machine met cilinders van 400, 650 en 1.050 mm. bij 700 mm. slag deden het schip op de heen- en terugreis op de gemeten mijl een snelheid behouden van 10,8 mijl. De GRAAF HENDRIK is voor de algemene vrachtvaart bestemd en kan ook voor de houtvaart worden gebezigd, waarvoor het schip een certificaat heeft gekregen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 4 maart. De logger JOHANNA MARIA, schipper Vink, 28 februari van Rotterdam naar Kopenhagen vertrokken, is 3 maart te IJmuiden aangekomen als bijlegger.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Amsterdam, 4 maart. Het stoomschip LUNA van de Kon. Nederlandsche Stoomboot Maatschappij, dat 21 december van IJmuiden via Kopenhagen naar Gotenburg vertrok met een lading suiker voor laatstgenoemde haven, werd enige dagen later door Duitse strijdkrachten in de Sont aangehouden en voor onderzoek naar Swinemünde meegevoerd. Toen na onderhandelingen met de Zweedse regering voldoende zekerheid verkregen was, werd de lading vrijgegeven en mocht het schip, na enige weken oponthoud, de onderbroken reis voortzetten. De LUNA arriveerde hedenmorgen van Gotenburg te Amsterdam met een lading stukgoederen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Nieuwediep, 4 maart. Heden vertrokken de sleepboten THAMES en WITTE ZEE om Hr.Ms. pantserschip HERTOG HENDRIK van Thorshaven naar Nieuwediep te slepen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Bergen, 27 februari. De Nederlandse schoener BELLANDE uit Groningen, kapt. Salornons, 117 bruto reg. ton groot, is gisteravond bij Arolden, (nabij de Gzeila vuurtoren) gestrand en in de loop van de nacht gebroken. De bemanning werd gered en wordt heden hier verwacht om verklaring at te leggen.


Krant:

  DT - De Tijd

Scheepsbouw. Het tweede nieuwe stoomschip van de Scheepvaart Mij. Transatlanta te Rotterdam, de vrachtboot ZEEBURG, heeft maandag (opm: 4 maart) met gunstig gevolg proef gevaren. Een snelheid werd bereikt van 8,2 mijl per uur. De ZEEBURG meet 475 ton bruto en werd gebouwd door de Groningse scheepsbouwfirma Botje Ensing & Co.
Voor rekening van Transatlanta staan thans nog vier stomers op stapel.


06 maart 1918


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Nederland en de oorlog. De HEENVLIET.
Uit nadere inlichtingen, van de consul-generaal te Londen, de heer Maas, bij het Departement van Buitenlandse Zaken ontvangen omtrent de vernieling van het Nederlandse stoomschip HEENVLIET, blijkt, dat het tot zinken is gebracht door kanonvuur van een Duitse onderzeeboot, op 28 februari jl., te 10 uur voormiddags, op 15 mijlen ten zuiden van Swarte Bank. Een lichte scheepsboot met 7 man werd, nadat de inzittenden 50 uren lang aan weer en wind hadden blootgestaan, te Southend geland; een andere boot met kapitein Roos, de 2e stuurman Dierendonk, de machinist V.d. Velde, de matrozen Kroegman en Van der Plas, de kok Gerla en de donkeyman Cassa worden vermist; er bestaat weinig hoop op hun behoud. Ook de scheepspapieren gingen verloren. De messroom bediende ligt met een gezwollen voet in het hospitaal te Southend.
De bemanning bestond uit de volgende personen: kapitein A. Roos; 1e stuurman J.C.P.A. v.d. Garde, Den Haag; 2e stuurman J.A. v. Dierendonck, Vlissingen; matrozen C.J. Kroegman, Rotterdam, en A.C. Pons, Maassluis; lichtmatrozen J. v d. Plas, Maassluis, en M. van Leeuwen, id.: kok L. Gerla, Rotterdam; bediende H.C. Smol. id.; 1e machinist J. v.d. Velde, Delft; 2e machinist C.A. Kienstra, Rotterdam; stokers C. Wagenaar en F.M. v.d. Gaag, beiden Maassluis; donkeyman C. Cassa, Rotterdam.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. De Raad stelde gisteren een onderzoek in naar het torpederen op 25 januari 1918 van het stoomschip FOLMINA, bij welke ramp acht personen om het leven kwamen. De FOLMINA was het eigendom van de rederij Holland Gulf Maatschappij, directeur Jos. de Poorter te Rotterdam. Gezagvoerder was H.A. Prins aldaar, die als eerste getuige werd gehoord. Hij deelde mee, dat de FOLMINA de 20e januari in ballast op weg was naar Engeland om voor de Regering olie te halen. De bemanning bestond uit 19 personen. De FOLMINA was de 22e januari uit Nederland in konvooi vertrokken. De ontploffing had ter hoogte van Robert Point plaats. Het weer was heiig. Getuige bevond zich met de eerste stuurman op de brug toen omstreeks drie uur het ongeval plaats had. De uitkijk stond aan de bak. Getuige zag op betrekkelijk korte afstand aan stuurboord drie patrouillevaartuigen. Ook andere schepen bevonden zich in de buurt. De bemanning lag gedeeltelijk te kooi, anderen bevonden zich op het dek. Aan een ongeval dacht niemand. Op een gegeven ogenblik voelde getuige een zware schok. Hij werd tegen de grond geworpen. Toen hij weer opgekrabbeld was, zag hij, dat het kaartenhuis ineengestort was. Aan stuurboordzijde was een grote verwoesting aangericht. De telegraaf was weggeslagen en in het schip was een groot gat. Het schip begon dadelijk te zinken. Onmiddellijk liet getuige de boten vieren, de bakboordsloep bleef hangen, waarschijnlijk omdat het schip aan stuurboord slagzij kreeg. Getuige en de mannen die in de sloep zaten begaven zich toen naar de stuurboordsloep. Deze viel om en verschillende leden van de bemanning geraakten daardoor in het water, waaronder ook getuige. Toen hij zich in de sloep begaf, waren er nog enige mannen aan boord, waaronder de kok, een stoker en de tweede stuurman, die later gered werd. De anderen durfden klaarblijkelijk niet in de sloep te springen, hoewel zij zwemvesten aan hadden. De werkboot was door de ontploffing verloren gaan, evenals een van de vlotten. Het andere vlot geraakte later in het ongerede. Het schip had zijn vaart behouden en ging nog steeds vooruit, tot het na korte tijd verdween. Een sleepboot bracht de bemanning uit de stuurboordsloep, na enige omzwervingen, aan land. Getuige had geen gelegenheid de papieren of andere dingen van waarde te redden. De eerste machinist S. Poth, daarna als getuige gehoord, verklaarde, dat hij tijdens de ontploffing te kooi lag. Volgens afspraak met de gezagvoerder had hij last gegeven om mocht ooit een ontploffing plaats vinden, dadelijk te stoppen. Dit is echter niet geschied. De tweede machinist zou juist naar beneden gaan om de wacht te betrekken, toen hij de schok gevoelde. Aan de hem gegeven instructie om dadelijk te stoppen wanneer er iets gebeurde, kon hij niet voldoen, omdat hij met een smak tegen de grond werd geworpen en de machinekamer in minder dan geen tijd onder water stond. Getuige heeft zich toen onmiddellijk naar de sloep begeven en getracht zijn leven te redden. Hij behoorde tot degenen die met de sloep omsloegen en door een patrouillevaartuig werden opgepikt. De laatste getuige, de roerganger, verklaarde een bellebaan gezien te hebben. Van een onderzeeër had hij echter niets ontdekt. De kapitein verklaarde in dit verband nog aan een van de patrouillevaartuigen het sein gezien te hebben, dat een onderzeeër in de buurt moest zijn. Uitspraak in deze zaak volgt later.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. De Raad deed tevens uitspraak betreffende het zinken van het stoomschip WESTPOLDER. Uit het onderzoek bleek, dat een ontploffing de oorzaak is van de ramp. Zekerheid, of de ontploffing een gevolg is van het stoten op een mijn, dan wel van torpedering bestaat er niet. Er is geen enkele reden om de lichten, welke bij het verlaten van de Nieuwe Waterweg, nog in de territoriale wateren, werden gezien, in verband te brengen met een oorlogsvaartuig, gelijk aan boord van de WESTPOLDER een ogenblik werd gedaan; vermoedelijk waren het de lichten van een vissersvaartuig. De kapitein en de opvarenden hebben hun plicht gedaan, in het bijzonder de eerste machinist en de donkeyman.


07 maart 1918


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart.
Zaterdag 9 maart a.s., ’s namiddags 1.30 uur, onderzoek naar het stranden op 21 sept. 1917 in de Kalmar Sund van het zeilschip EBEN HAËZER. Schipper-eigenaar: S. Karssies te Groningen. Daarna onderzoek naar het vermoedelijk met man en muis vergaan op of na 5 mei 1917 van het zeilschip MARCHIENA.
Maandag 11 maart a.s., ’s namiddags 1.30 uur, onderzoek:
1. Naar het op de Noordzee tijdens stormachtig weer lek slaan op 3 januari 1918 van het zeilschip MUTATIO, waar het schip als wrak werd verlaten. Reder: H. Schuur; schipper F.J. (Franciscus Johannes) Bonninga, beiden te Groningen.
2. Naar het lek worden tijdens stormweer op 22 februari 1918 van het zeilschip NAVIGATOR, waardoor het schip moest worden verlaten en dit zwaar lek te Schiermonnikoog is aangedreven. Reder: H. Jonker te Wildervank; schipper D. Stienstra te Groningen.
3. Naar het stranden in de Haaksgronden op 22 februari 1918 van het zeilschip NORMALITEIT. Rederij: N.V. Zeetjalk Normaliteit, directeur J. Vink te Bilthoven; gezagvoerder G. van Veen te Rotterdam.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. De Raad deed gisteren uitspraak betreffende het vergaan van het zeilschip SCHOUWEN II. De Raad is van oordeel, dat het bij het Pillauerdiep gestrande wrak, dat is van de SCHOUWEN II. Het is niet met zekerheid te zeggen welke de oorzaak is van de ramp, welke dit vaartuig heeft getroffen nu alle opvarenden blijkbaar zijn omgekomen. Volgens gemeld bericht van de Königliche Regierungspräsident werd ter plaatse, waar het wrak is aangespoeld, vermoed dat het schip is omgeslagen en door de in het begin van december heersende hevige stormen uit het westen op het strand van de Frische Nehrung geworpen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De bemanning van de HEENVLIET.
Nader vernemen wij nog dat de sloep, waarover de 1e stuurman J.C.P.A. v.d. Garde het bevel voerde, 50 uren heeft rond gedobberd, vooraleer zij werd opgemerkt. De bediende H.C. Snool, afkomstig uit Rotterdam is met gezwollen voeten opgenomen in het hospitaal te Southend, waar de geredden geland zijn.
De namen van de vermisten zijn: kapt. A. Roos; 2e stuurman J.A. van Dierendonck, Vlissingen; matroos C.J. Kroegman, Rotterdam; lichtmatroos J. v.d. Plas, Maassluis; kok L. Gerla, Rotterdam; 1e machinist J. v.d. Velde, Delft en donkeyman C. Cassa, Rotterdam. Omtrent het lot van deze mannen verkeert men nog in het onzekere. Uit nadere inlichtingen van de consul-generaal te Londen, de heer Maas, bij het Departement van Buitenlandse Zaken ontvangen omtrent de vernietiging van het stoomschip HEENVLIET, blijkt, dat het tot zinken is gebracht door kanonvuur van een Duitse onderzeeboot op 28 februari jl. te 10 uur 's voormiddags, op 15 mijlen ten zuiden van Swarte Bank. Er bestaat weinig hoop op het behoud van de boot met de vermisten. Ook de scheepspapieren gingen verloren.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Vlaardingen, 6 maart. hedenmorgen arriveerde van Helsingborg te IJmuiden het vrachtschip LICHTSTRAAL, kapt. G. van Noort, van de N.V. Visscherij en Vrachtvaartmaatschappij Onderneming, dir. H.A. v.d. Valk Dzn. alhier. Het schip had slechts 4 dagen reis en heeft de heen- en terugreis gemaakt in 26 dagen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 5 maart. De hier binnengelopen van Rotterdam naar Gotenburg bestemde vrachtlogger JOHANNES FRANCISCUS blijkt lek te zijn en zal, na de lading te hebben
gelost, voor onderzoek in het dok worden opgenomen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 5 maart. De gisteren binnengekomen koftjalken VOORWAARTS, kapt. Salomons en JANTJE, kapt. Zorge, respectievelijk van Arnsviken en Hernösand met gezaagd hout, rapporteren enige weken in het ijs te hebben vast gezeten bij Laxtör (Denemarken). Eerst na het intreden van de dooi konden de schepen worden bevrijd, doch ze werden nadien nog lange tijd wegens voortdurende tegenwind in Aalborg opgehouden.


08 maart 1918


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

HEENVLIET. Door ziekte gered. Op wonderbaarlijke wijze is de heer P.C. Zindel, wonende Gouvernestraat 82 alhier, die geregeld voer als kok op het stoomschip HEENVLIET het droevig lot ontkomen, dat naar alle waarschijnlijkheid een deel van de bemanning heeft getroffen van genoemd schip, hetwelk 28 februari jl. door een Duitse onderzeeboot door kanonvuur tot zinken werd gebracht, De heer Zindel voornoemd heeft destijds het schip van de scheepswerf te Arnhem gehaald en nadien geregeld als kok de verschillende reizen meegemaakt. Ongeveer 3 weken geleden kwam hij echter ziek terug van een reis met dat schip en op het ogenblik is hij nog bedlegerig. Ware dit niet het geval, hij zou ongetwijfeld weer met de HEENVLIET zijn uitgevaren en dat hij niet om het leven is gekomen, althans aan het gevaar ontsnapt is, dankt hij aan zijn ziekte. Wel mag hier dus van een wonderbaarlijk toeval gesproken worden.


09 maart 1918


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart. De Raad voor de Scheepvaart te Amsterdam heeft heden uitspraak gedaan betreffende de ontploffing, waardoor het stoomschip FOLMINA verloren is gegaan. Het is de Raad niet met voldoende zekerheid gebleken, of de oorzaak van de ontploffing moet worden geweten aan het stoten op een mijn, dan wel aan een torpedo door een duikboot op haar afgeschoten. Voor het laatste zou kunnen pleiten de verklaring van getuige van Iversen, dat hij een bellenbaan heeft waargenomen en de omstandigheid, dat een duikboot ‘s morgens in de omgeving was gesignaleerd. De reddingsmiddelen waren aan boord van de FOLMINA behoorlijk in orde en de kapitein heeft zijn plicht gedaan. Voldoende overleg bij het te water laten van de boten is er intussen niet geweest, hetgeen wel hieruit blijkt, dat men verzuimde de sjorrings van bakboordboot los te maken en dat men de stuurboordboot vóór de achtertalie de voortalie kapte.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Mijnen. In februari zijn op onze kust aangetroffen 52 mijnen, waarvan 43 Engelse, 4 Duitse en 5 van onbekende oorsprong. In het geheel sinds het begin van de oorlog zijn op onze kust aangespoeld 4.444 mijnen, namelijk 3.583 van Engelse, 80 van Franse, 324 van Duitse en 457 van onbekende oorsprong.


10 maart 1918


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. De Raad deed gisteren onderzoek inzake het stranden op 21 september 1917 in de Kalmar Sund van het zeilschip EBEN HAËZER, schipper-eigenaar S. Karssies te Groningen. Als eerste getuige wordt gehoord S. Karssies, schipper van de EBEN HAËZER. Deze deelt mee, dat men de 20e september 1917 uit Kalmar was vertrokken. De bemanning van de EBEN HAËZER bestond uit 3 koppen. De Raad vraagt, of het niet beter zou zijn geweest, als de bemanning uit 4 personen zou bestaan. Z. i. had de ramp dan misschien voorkomen kunnen worden. Het ongeluk had plaats de volgende dag, ’s morgens te ongeveer 3 uur. De wind was erg wispelturig en 's nachts om twaalf uur, tijdens mistig weer, bevond de EBEN HAËZER, zich bij het vuurschip Ut Grunden. De stuurman had toen de wacht en was alleen aan dek. De schipper had hem opgedragen hem bij naderend gevaar te roepen. De schipper is evenwel in slaap gevallen en is, toen de toestand kritiek werd, door de stuurman gewekt. Dit is evenwel eerst geschied om half vier, terwijl afgesproken was, het om half twee te doen. Het schip was aan de grond geraakt, maar is door eigen kracht weer vlot gekomen. De bemanning heeft weer koers naar Kalmar gezet en heeft daar het zwaar beschadigde schip laten repareren. Op de vraag van de Raad, of de schipper er meer last van gehad heeft, dat de stuurman zijn bevelen niet juist en tijdig uitvoerde, zegt deze, hierover nimmer te klagen te hebben gehad. Vervolgens wordt gehoord S. van der Plaat, stuurman op de EBEN HAËZER, deze verklaarde o.m., dat de schipper gezegd had, hem over een paar uur te roepen. Het was voortdurend dik van mist en getuige heeft geen lichten gezien, zoals de schipper heeft meegedeeld. De Raad merkt op dat getuige de kapitein eerder had moeten roepen. Hij deed het niet om de schipper de nodige rust te gunnen. Getuige heeft aan de mogelijkheid van loden wel gedacht, maar dit ging moeilijk, omdat getuige alleen aan dek was. Zoals de Raad opmerkt, had dit, door tijdig de kapitein te waarschuwen, wel kunnen geschieden. Ook gaf getuige geen mistseinen, omdat hij van andere schepen ook niets hoorde en niet “voor gek wou staan blazen”. De Raad maakt getuige op dit enigszins vreemde argument opmerkzaam en vraagt de schipper of deze de stuurman gezegd had de misthoorn te gebruiken. Deze zegt dit te hebben gedaan. De matroos Mullens onderschrijft de verklaringen van de vorige getuigen en deelt mee, dat het zijn eerste reis op de EBEN HAËZER was. Het was niet zo mistig, of men kon het rode licht zien en hoorde tevens signalen. De inspecteur van de Raad merkte nog op, dat het wenselijk mag worden genoemd, een schip als de EBEN HAËZER met een bemanning van minstens 4 koppen uit te rusten. Het ongeluk ligt volgens spreker in onvoldoende bemanning en in een nalatigheid van de stuurman, waarvan de schipper het slachtoffer is geworden. De Raad zal later uitspraak doen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. De Raad deed gisteren onderzoek naar het vermoedelijk met man en muis vergaan zijn van het zeilschip MARCHIENA, op of na 5 mei 1917.
De voorzitter van de Raad deelt mee, dat, volgens ingekomen berichten van het Ministerie van Buitenlandse Zaken, noch de Franse, noch de Duitse, noch de Engelse marine iets van de MARCHIENA afweet. Als getuige wordt gehoord M.J. Muller, eigenaar van het schip. Deze kreeg als laatste nieuws een briefkaart, gedateerd 11 februari 1918, waarin stond dat de MARCHIENA vergaan was. De voorzitter vraagt, of het niet mogelijk is, dat het schip aan de een of andere vreemde mogenheid verkocht is. Getuige zegt van niet. Het schip was volkomen in orde, toen het in zee stak. Verder weet getuige er niets van.


11 maart 1918


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 9 maart. De beide sleepboten, die afgezonden zijn om de HERTOG HENDRIK naar ons land terug te brengen, zijn te Thorshavn aangekomen. Alles wel aan boord.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 9 maart. Het op de werf van Gebr. Kooiman te Zwijndrecht, voor de Nieuwe Bergingsmaatschappij te Maassluis nieuw gebouwde bergingsvaartuig URSUS, heeft met goed gevolg proef gestoomd. Het vaartuig, geheel van staal gebouwd, volgens de voorschriften van het Bureau Veritas en de Nederlandse Schepenwet, is ingericht voor het verrichten van zwaar sleepwerk op volle zee. De machines van het triple-expansie systeem, sterk 230 ipk, werden geleverd door de firma Penn & Bauduin te Dordrecht. Het wordt te Hoek van Holland gestationeerd.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 8 maart, De motorschoener VLAARDINGEN, hedenmiddag van hier naar Gotenburg vertrokken, moest enige uren later uit zee terugkeren wegens een defect aan de motor. De schade zal hier worden hersteld.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Hamburg, 8 maart. Het Prijzenhof behandelde heden de zaak van het Nederlandse stoomschip GAMMA, de 1e februari 1917, op reis van New York met lijnkoeken naar Amsterdam, bij Falmouth aangehouden en in de grond geboord. Het Hof oordeelde dat niet bewezen kan worden als zou het voornemen hebben bestaan de lading in een Engelse haven te lossen. Zonder rekening te houden met de vracht, werd aan de Regering opgelegd een schadeloosstelling te betalen van Mk. 1.318.800, daar niet ontkend kan worden dat het schip tot zinken was gebracht. De kosten van het proces komen ten laste van beide partijen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Bergen, 28 februari. Door de opvarenden van de Nederlandse schoener BOREAS, kapt. Van Zelm, die hier met verlies van een gedeelte van de deklast en schade aan de zeilen is binnengelopen, is hier heden voor het Zeegevecht een verklaring afgelegd. De schoener had een lading aan boord van 4.450 bundels hoepels, waarvan 3.620 bundels aan dek gestuwd waren. Onder de Noorse kust werd men door hevig stormweer overvallen, zodat de schoener bijdraaien moest en weer ver in zee teruggedreven werd. De deklast werd door enkele zware zeeën over boord gespoeld terwijl verscheidene zeilen ten gevolge van de hevige storm scheurden.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Bergen, 1 maart. Door de bemanning van het met verlies van een gedeelte deklast hier aangekomen Nederlandse zeilschip CLARA II, kapt. Zwaan, is heden voor het Zeegerecht een verklaring afgelegd. Het zeilschip was 20 februari van Rotterdam naar Bergen vertrokken. Als deklast had het een partij hoepels, die goed gestuwd en vastgemaakt was. Enige dagen na het vertrek van Rotterdam, werd het door hevig stormweer overvallen, zodat men spoedig gedwongen was bij te draaien en de zeilen te reven. Tijdens het uitvoeren van deze manoeuvre werden ca. 70 bundels hoepels door een zware zee over boord gespoeld. Het 26 februari hier aangekomen schip zelf heeft geen schade bekomen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Kopenhagen, 5 maart. De Deense motorschoener CARL, in 1914 in Nederland gebouwd, is ten Noorden van Bergen gestrand en spoedig daarop gezonken. De bemanning is gered.


12 maart 1918


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. De Raad deed gistermiddag onderzoek inzake het op de Noordzee, tijdens stormachtig weer lek slaan op 2 januari 1918 van het zeilschip MUTATIO, waarna het schip als wrak werd verlaten. Als 1e getuige werd gehoord de schipper van de MUTATIO, F.J. Bonninga. Deze deelde o.a. mee, dat men met een lading hout uit Zweden kwam en koers zette naar Doggerbank Zuid. De zee stond hoog, waardoor een van de zwaarden ging werken en het schip lek werd. De pompen konden het instromende water niet verwerken, zodat men dit later opgaf. De reddingboten waren overboord geslagen en zeilen en levensmiddelen door de golven van het schip gespoeld. Na een paar dagen is een Duitse patrouilleboot gekomen en heeft de bemanning gered. Eerst werden de schipbreukelingen gebracht naar Helgoland om tenslotte in Cuxhaven aan te komen.
Het wrak van de MUTATIO is daar verkocht, in overleg met de Nederlandse consul.
De Inspecteur van de Scheepvaartinspectie merkt op, dat soort van schepen als de MUTATIO dikwijls onvoldoende bemand zijn. Ook is de bouw van grote overzeese schepen niet hecht genoeg.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. Door de Raad werd gistermiddag de zaak voortgezet van de MARCHIENA, waarvan wij in ons avondblad van zaterdag reeds melding maakten. Als getuige wordt gehoord de vroegere eigenaar van de MARCHIENA, A. van der Laan. Deze verkocht het schip in 1916 aan een zekere Mulder te Dordrecht. Het laatste dat Van der Laan van het schip weet, is dat hij het bevracht heeft naar Havre. De verkoop van het schip aan Mulder geschiedde op wens van een zekere Seugaart. Wanneer precies de overschrijving van de koopakte heeft plaats gehad, is niet duidelijk. Mulder heeft een ander tijdstip genoemd dan Van der Laan. De koopprijs bedroeg NLG 29.700. Ook zijn de getuigen het oneens wanneer de MARCHIENA in zee is gestoken. Noch van de bemanning, noch van het schip, is getuige Van der Laan iets bekend. Hij acht het niet waarschijnlijk, dat de MARCHIENA naar het buitenland is verkocht.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. De Raad deed gistermiddag onderzoek inzake het stranden in de Haaksgronden, op 22 februari 1918, van het zeilschip NORMALITEIT.
Als eerste getuige wordt gehoord G. van Veen, schipper van de NORMALITEIT. Deze verklaart o.m., dat er een bemanning van 4 koppen aan boord was. Op 20 oktober 1917 vertrok men met een lading houtpap uit Noorwegen, met bestemming naar Rotterdam. De reis was niet voorspoedig, De laatste verkenning was geweest het Terschellinger lichtschip, in de avond van de 21e februari. De wind was toen WNW en er stond een harde bries. De schipper was toen in de kooi gegaan en had twee man op het dek achter gelaten, met bevel hem bij naderend onheil direct te roepen, omdat hij de mogelijkheid van stranding niet uitgesloten achtte. De stuurman heeft ook om een uur of half drie de schipper geroepen, die, zodra hij boven was gekomen, een schok voelde. Noodseinen zijn toen gegeven, waarop de reddingboot is verschenen. Men heeft toen het schip verlaten, dat nog als wrak op de Haaksgronden zit. De andere getuigen bevestigden de verklaring van de schipper.
De Raad zal later uitspraak doen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. De Raad deed de volgende uitspraak:
Betreffende het stranden en vervolgens verloren gaan van het zeilschip NEDERLAND is de Raad van oordeel, dat de oorzaak van de ramp is te wijten aan de hevige storm in verband met de omstandigheid, dat de tjalk welke haar zwaarden had verloren, zo goed als onbestuurbaar was. Het was zeker gevaarlijk zonder zwaarden uit Mariehamn te vertrekken en weer zee te kiezen, maar de bijzondere omstandigheden noopten hiertoe. Intussen is wederom gebleken, dat het volstrekt noodzakelijk is, dat bij een schip als het onderhavige de zwaarden sterk en goed bevestigd zijn, omdat indien deze verloren gaan, het vaartuig onbestuurbaar is.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Uitgewisselde krijgsgevangenen. De ZEELAND en de KONINGIN-REGENTES zijn zaterdagavond aan de Lloydkade gekomen, de SINDORO moest door mist overvallen, voor Maassluis ankeren en kwam pas zondagochtend voor de wal. De drie schepen brachten, zoals wij reeds meldden 814 Duitsers mee. Zij bleven aan boord tot vanmorgen en zijn met drie treinen, om negen uur, halfelf en een uur vertrokken; 152 burgers, 24 doctoren en 40 man van het Rode Kruis naar Duitsland, de 588 overige burgers naar Hattum en Wolfhezen om geïnterneerd te worden. Uit de loods worden de Engelsen, die zich daar zeer wel gevoelen en de verpleging door dr. Bosman en zijn staf hartelijk roemen, vanmiddag of morgenochtend aan boord gebracht, waarna de drie schepen om een nieuw konvooi Duitsers te halen, vermoedelijk dinsdag in de voormiddag zullen vertrekken.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Vaart op Scandinavië. Het verbod tot uitvaren van Nederlandse schepen naar de Scandinavische landen, dat 29 januari werd uitgevaardigd, maar inmiddels werd opgeheven voor schepen beneden de 500 ton, is van heden af ingetrokken voor alle Nederlandse schepen die op Scandinavië willen varen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Schoener naar Borkum opgebracht.
Bij het Departement van Buitenlandse Zaken is bericht ontvangen dat de Nederlandse schoener ANNY op 23 februari door de Duitsers naar Borkum is opgebracht. Het schip was bevracht met een lading ijzer naar IJmuiden en kwam vermoedelijk van Zweden.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 11 maart. De motorschoener HARLINGEN, van hier naar Gotenburg is met machineschade te Stavanger aangekomen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 11 maart. De stalen 2-mast zeetjalk ENGEIINA is door Halverhout & Zwarts Scheepsagentuur te IJmuiden voor geheime prijs aan een Amsterdamse combinatie verkocht.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 9 maart, De motorschoener VLAARDINGEN heeft de motorschade hersteld en heden de reis voortgezet.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Bergen, 9 maart. Heden is alhier door de bemanning van de Nederlandse schoener BELLANDE die bij Araldsö gestrand is, voor het zeegerecht een verklaring afgelegd. Het schip had te Hommelvick bij Drontheim een lading cellulose ingenomen voor Rotterdam. De 21e februari moest de schoener wegens een hevige sneeuwstorm bij Araldsö voor anker gaan. Het lag voor bakboordanker met 45 vaam ketting op 7 vaam water. De volgende dag liep de wind om van Zuid naar West en de 23e februari 's morgens begon de schoener in de richting van de kust te drijven. Men liet nu ook stuurboordanker vallen, doch nadat ca. 12 vaam ketting uitgelopen was, raakte een schakel in de kluis vast. Het schip dreef steeds dichter naar de kust en stootte in de namiddag op stenen, waarbij het roer verloren ging. Later bleef het op de stenen zitten en stond al spoedig vol water. Door boten van land werd de bemanning van het tot aan het dek onder water liggende vaartuig gered. Of het schip geborgen zal kunnen worden staat nog te bezien. Er zijn reeds onderhandelingen aangeknoopt met de Norsk Bjergningskompagni om te trachten het schip vlot te brengen. Het dek is op twee plaatsen gebroken, de achtersteven is gebroken en in de bodem bevindt zich een groot gat.


13 maart 1918


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 12 maart. Blijkens bij het Departement van Marine ontvangen bericht, is Hr.Ms. pantserdekschip ZEELAND, onder bevel van de kapitein-ter-zee F.L. Rambonnet, op reis naar Nederland, te New York aangekomen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 12 maart. De machineschade aan de motorschoener HARLINGEN (zie vorig No.) is veroorzaakt door het zware stormweer in de Noordzee.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Soerabaja, 4 maart. Aan boord van het stoomschip BINTANG van de Stoomvaart Mij. Nederland te Amsterdam is hier ter rede brand uitgebroken, die spoedig werd geblust. De lading heeft echter veel waterschade bekomen. Het vertrek van het stoomschip is uitgesteld.


14 maart 1918


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Rotterdam, 13 maart. Naar men ons meedeelt zal Hr.Ms. HERTOG HENDRIK, die thans in verband met het belopen van de bekende stormschade te Thorshavn ligt, zich bij de eerste gunstige gelegenheid met hulp van de sleepboten SIMSON en WITTE ZEE naar Bergen begeven ten einde na te gaan of reparatie aldaar dan wel te Sandefjord mogelijk is.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Rotterdam, 13 maart. De Nederlandse schoener ANNY, van Zweden naar Rotterdam bestemd, is naar Borkum opgebracht.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Rotterdam, 13 maart. Volgens mededeling van de Duitse regering zal de onzijdige scheepvaart in het zeegebied bij de Duitse Bocht, dat krachtens achtereenvolgende bekendmakingen van de Britse regering als gevaarlijk gebied moet worden beschouwd, zich voortaan ook aan gevaren blootstellen ten gevolge van maatregelen door de Duitse regering aldaar tegen haar vijanden te nemen. Het bevaren van dit gebied zal slechts dan zonder gevaar zijn, indien de aanwijzingen worden opgevolgd, die bij de Duitse marineautoriteiten worden gevraagd.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

IJmuiden, 12 maart. De heden van Sundsvall met gezaagd hout voor Krimpen a/d Lek hier aangekomen zeetjalk SPES MEA, kapt. Blaak, rapporteert gedurende enige weken onder de Deense kust nabij Aalborg in het ijs te hebben vastgezeten. Eerst bij het invallen van de dooi kon het schip bevrijd en in Aalborg binnengebracht worden. Nog geruime tijd daarna werd het vaartuig door stormweer in deze haven opgehouden. De SPES MEA is inmiddels via Amsterdam en Vreeswijk naar de losplaats vertrokken.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

IJmuiden, 12 maart. De hier ter reparatie van de lekkage in het visserijdok opgenomen vrachtlogger JOHANNES FRANCISCUS uit Rotterdam heeft dit thans wederom verlaten. Heden werd het schip binnen de sluizen gebracht om de aldaar geloste lading in te nemen, waarna de onderbroken reis naar Gotenburg zal worden voortgezet.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

IJmuiden, 12 maart. Na de stormschade te hebben hersteld vertrok de hier binnengelopen koftjalk ESPERANCE wederom naar Malmö.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Kopenhagen, 12 maart. De Nederlandse vrachtlogger GEVAERTS VAN SIMONSHAVEN is in de Nordre Flint, op de Deense kust gestrand. (De GEVAERTS VAN SIMONSHAVEN vertrok15 febr. van Rotterdam naar Noorwegen. Red.)


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Uitgewisselde krijgsgevangenen. De SINDORO, ZEELAND en KONINGIN REGENTES zijn vannacht om drie uur naar Boston vertrokken. Aan boord bevonden zich de 120 Engelse uitgewisselde burger gevangenen uit Ruhleben. Te halfzes waren de schepen in zee.


15 maart 1918


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart.
Maandag 18 maart a.s., ‘s namiddags 1.30 uur, onderzoek ter zake van het in brand schieten van de motorschoener DE DOLLART bij de haven van Vigo op 15 november 1917, waarbij drie van de opvarenden om het leven kwamen. Rederij: N.V. Maatschappij Bestevaer te Amsterdam.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Met het Engelse konvooi meegekomen.
Het gisteren alhier aangekomen Engelse konvooi van 9 schepen, alle geladen met stukgoed, is behalve door Engelse torpedoboten, ook door Engelse en Franse vliegtuigen begeleid. Ongeveer 70, uit Duitse krijgsgevangenschap ontvluchte Fransen en een 130-tal uitgeweken Belgen, staken met het van hier vertrekkende konvooi naar Engeland over.
Het tot het binnenkomend konvooi behorende stoomschip ELLA, bracht mee de gehele bemanning, 26 koppen, van het stoomchip ATLAS van de Kon. Nederlandsche Stoomboot Maatschappij te Amsterdam, benevens de kapitein, de heer Schenk uit Bussum. Met grondnoten op weg naar Rotterdam was het schip 10 januari jl. bij de Canarische Eilanden door een Duitse duikboot in de grond geschoten. In 2 sloepen had de bemanning de Canarische Eilanden bereikt, waar zij de eerste nacht doorbrachten in een kamelenstal. Op kamelen was zij daarna verder getrokken en enige dagen later met een bootje naar Las Palmas gevaren. Twee weken later bereikten zij per stoomschip Cádiz, vanwaar zij zich per trein, via Madrid, naar Parijs en vervolgens naar Havre begaf, waarna zij naar Southampton overstak en per spoor Londen bereikte, een reis die verscheidene weken duurde.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 14 maart. Blijkens gisteren bij het Departement van Marine ontvangen bericht, is Hr.Ms. HERTOG HENDRIK onder bevel van kapitein ter zee De Joncheere, 13 maart van Kongshavn (opm: Thorshavn) vertrokken naar Bergen, gesleept door de sleepboten WITTE ZEE en THAMES,
Uit een brief van een van de opvarenden van de HERTOG HENDRIK blijkt, dat het schip veel hinder heeft gehad van de stapels steenkool aan dek, die naar de lage zij rolden en de waterloosgaten verstopten. Er moesten kolen naar beneden worden gestort. De sloepen sloegen los en stuk. Menigeen liep kneuzingen op. 't Ergste was evenwel het breken van het roer, dat niet hersteld kon worden. Toen zijn er kolen overboord geworpen. Er werd een drijfanker gemaakt, van een reddingvlot en zeildoek, maar dat bleek niet voldoende. Daarna echter minderde de storm. Het schip, met de twee machines zo goed als het ging gestuurd, is toen teruggekeerd, zachtjes aan, opdat het roer geen lek zou slaan en de schroeven, die telkens uit het water kwamen, niet zouden breken. Van dinsdagmiddag 1 uur tot zaterdagochtend duurde de terugreis. Al die tijd bleef de wind gunstig voor het schip. Van vrijdagochtend af bleef een Deens oorlogsschip, met de draadloze telegrafie opgeroepen, in de buurt van de HERTOG HENDRIK. Een moeilijkheid was nog, van koers te veranderen om bij de Far-Oer te komen, maar ook dat lukte tenslotte.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 14 maart. Het Nederlandse zeilschip NOOIT VOLMAAKT, kapt. Pronk, 28 februari van Rotterdam en 4 maart van IJmuiden naar Christiania vertrokken met stukgoed, is naar Swinemünde opgebracht.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 14 maart. Het zeilschip WOUTER, kapt. Borgman, vertrok 11 maart van Tvedestrand naar Zaandam.
Het zeilschip PROEFNEMING, schipper Van der Zwan, arriveerde 8 maart van Rotterdam te Bergen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

's-Gravenhage, 14 maart. De Nederlandse zeesleepboot ZEELAND, 8 dezer met 3 lichters op sleeptouw van Rotterdam naar Skien vertrokken, arriveerde 11 dezer ter plaatse van bestemming; alles wel. De ZEELAND vertrekt nu naar Mandal om vandaar de Nederlandse motorschoener THALATTA I naar Amsterdam te slepen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Amsterdam, 14 maart. Gisteren werd van de werf van de Nederlandsche Scheepsbouw Maatschappij met goed gevolg te water gelaten het stalen vracht- en passagiers- stoomschip, werfnummer 151, in aanbouw voor de Koninklijke West-Indische Maildienst. De hoofdafmetingen zijn: Lengte tussen de loodlijnen 342’-0", grootste breedte 47’-6", holte tot opperdek 26'-9". Deplacement bij een gemiddelde diepgang van 20’-6" is 6.650 ton à 1.016 kg. Het schip is gebouwd volgens de voorschriften van de hoogste klasse van Bureau Veritas en tevens volgens het “Internationaal Verdrag voor beveiliging van Mensenlevens op Zee". Overigens karakteriseert het uiterlijk van het schip zich door kampanje-, brug-, bak-, promenade- en sloependek. Voor het behandelen van de lading, waarvoor aanwezig zijn 4 laadruimen, dienen 8 stoomlieren. De passagiersinrichting biedt ruimte voor 50 1e klasse en 20 2e klasse passagiers. Zes grote reddingboten bieden voldoende ruimte, om in geval van nood, alle opvarenden te kunnen opnemen. Het schip is voorzien van een inrichting voor draadloze telegrafie; verder bevindt zich op het sloependek een motorinstallatie voor noodverlichting. De voortbeweging geschiedt door een triple-expansie stoommachine van 2.415 ipk, die het schip een snelheid zal geven van 12 knopen. Stoom wordt geleverd door drie Schotse ketels elk met drie vuren. De kolenbunkers kunnen ingericht worden voor het meevoeren van vloeibare brandstof. De gehele machine installatie wordt vervaardigd door de Nederlandsche Fabriek van Werktuigen & Spoorwegmaterieel, alhier. Het schip wordt elektrisch verlicht, welke installatie wordt uitgevoerd door de firma Groeneveld, V. d. Pol & Co, alhier. De versiering van de passagiersverblijven zal worden uitgevoerd gedeeltelijk door de firma Mutters & Zn. te 's-Gravenhage en gedeeltelijk door de werf zelf. Het schip is gebouwd naar de plannen en onder toezicht van de heer M.A. Cornelissen, scheepsbouwkundig-ingenieur alhier; de machines worden gebouwd onder toezicht van de heer J.A. Lambrechtsen, werktuigkundig-ingenieur van de Koninklijke West-Indische Maildienst.

Werfnummer 151 te water bij de N.S.M. (coll. onbekend)


16 maart 1918


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 15 maart. De stalen zeillogger GOEDE HOOP I (IJM-295) van de IJmuidensche Visscherij Exploitatie Mij. te IJmuiden is uit de visserij genomen ten einde voor de algemene vrachtvaart te worden ingericht. Daarna zal het schip te Amsterdam laden voor een Scandinavische haven.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 15 maart. Het zeilschip WOUTER, kapt. Borgman, arriveerde 15 maart van Tvedestrand te Zaandam.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 14 maart. De met een lading gezaagd hout, van Karlskrona voor Amsterdam, binnengekomen koftjalk REHOBOTH, kapt. De Jonge, rapporteert nabij Aalborg aan de grond te hebben gezeten. Een deel van de lading werd aldaar gelost en nadat het schip onderzocht was, mocht het de reis wederom voortzetten. Het werd echter nog gedurende twee maanden door ijsgang voor genoemde haven opgehouden. Van de deklast ging een gedeelte verloren.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 14 maart. De in een binnenschip geloste lading uit de vrachtlogger JOHANNES FRANCISCUS wordt thans wederom ingenomen. Als de gelegenheid gunstig is denkt men binnen enkele dagen te kunnen vertrekken.


18 maart 1918


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Onze vaart op Engeland stopgezet.
Men deelt ons mee, dat de vaart van Nederlandse schepen op Engeland is stopgezet.
Uit Hoek van Holland wordt ons bericht, dat geen Nederlandse schepen naar Engelse havens mogen uitvaren. Naar uit IJmuiden wordt gemeld is daar bericht ontvangen, dat geen schepen geschut mogen worden, waarvan moet worden verondersteld, dat zij voor Engelse havens zijn bestemd.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De vaart op Engeland stop gezet.
De mededeling betreffende het stopzetten van de vaart van Nederlandse schepen op Engeland wordt in scheepvaartkringen beschouwd als een voorzichtigheidsmaatregel in verband met de door de geassocieerde regeringen aangekondigde ingebruikneming van Nederlandse scheepsruimte. Door het stopzetten zou men dan in ieder geval voorkomen dat nog meerdere Nederlandse schepen in het bezit van de geassocieerden zouden geraken.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 16 maart. Volgens ontvangen bericht is het Nederlandse stoomschip MILLY, 8 maart van Amsterdam naar Gotenburg vertrokken met stukgoed, naar Kiel opgebracht. Aan boord bevonden zich enige passagiers.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 16 maart. Het opbrengen naar Swinemünde van het Nederlandse vaartuig NOOIT VOLMAAKT, dat met stukgoederen onderweg was van Rotterdam naar Gotenburg, zou, naar verluidt, hebben plaats gehad, omdat de kapitein niet in het bezit was van een schriftelijk bewijs, dat de voor Scandinavië bestemde lading niet weer vandaar zou worden uitgevoerd naar een land met Duitsland in oorlog.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 16 maart. De te Groningen thuis behorende koftjalk HENDRIKA van kapt. Schrage, welk vaartuig onlangs op de Deense kust schipbreuk leed en als wrak verkocht werd, is door de nieuwe eigenaar weer gerepareerd en thans onder Deense vlag in de kustvaart gebracht.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 16 maart. De aan de Maatschappij Bestevaer te IJmuiden toebehorende stalen zeillogger ROSA (IJM-174) is onderhands verkocht aan de firma Gebr. Borst te Vlaardingen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 16 maart. Het vracht loggerschip HOOP DOET LEVEN, kapt. P. Groeneveld, is 13 maart van Fredrikstad te Gotenburg aangekomen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Amsterdam, 16 maart. Het nieuw gebouwde stoomschip voor de Koninklijke West-Indische Maildienst dat zoals gemeld, van de werf van de Nederlandsche Scheepsbouw Maatschappij alhier te water werd gelaten, droeg aanvankelijk de naam van PRINS WILLEM II. Deze naam is echter verwijderd en zal het schip nog gedoopt moeten worden. Voor rekening van de Kon. West-Indische Maildienst staan nog twee stomers van dergelijke grootte op stapel, namelijk de PRINS WILLEM III bij bovengenoemde werf en de PRINS MAURITS bij Fijenoord te Rotterdam.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Zaandam, 15 maart. Na de lading gezaagd hout alhier te hebben gelost, is het Nederlandse kofschip JANTJE, kapt. J.K. Zorge, 6 maart van Hernösand hier aangekomen met schade door invriezing in Denemarken, naar Vreeswijk vertrokken, teneinde aldaar op een scheepswerf onderzocht te worden en eventueel te repareren.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Hamburg, 16 maart. De Nederlandse aak ARIAANTJE, begin december bij Lyngvig gestrand, is door een stoomtrawler vlot gesleept en wordt voor reparatie naar Aalborg gebracht.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De WILIS. Het N.I.P.A. seint uit Batavia, dat er bevel is gegeven, dat het stoomschip WILIS van de Rotterdamsche Lloyd, thans te Batavia liggend, niet mag uitvaren.
De WILIS zou naar San Francisco gaan. Vermoedelijk is het bevel een daad van voorzorg, om te voorkomen, dat het schip in een van de havens van de geassocieerde mogendheden vastgehouden wordt.


19 maart 1918


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart.
De Raad voor de Scheepvaart stelde hedenmiddag een onderzoek in naar het in brand schieten van de motorschoener DE DOLLART bij de haven van Vigo op 15 november jl. Bij deze ramp zijn drie van de opvarenden om het leven gekomen. DE DOLLART was het eigendom van de Naamloze Vennootschap Maatschappij ‘Bestevaer’ te Amsterdam.
Als getuige werd in deze zaak gehoord de machinist Jacobus Schut. Hij deelde mee, dat DE DOLLART aan beide zijden met de Nederlandse kleuren beschilderd was en dat de nationale driekleur voortdurend in top woei. De lading van het schip, dat voor Lissabon bestemd was, bestond uit stukgoederen. De equipage bestond uit negen man. Nadat men zes weken te Brest was vastgehouden, vertrok DE DOLLART omstreeks half november naar Vigo. Op ongeveer 10 mijl afstand van die haven had het ongeval plaats. Getuige bevond zich met de gezagvoerder die bij de ramp is omgekomen en met het grootste deel van de bemanning aan dek.
Op ongeveer 500 meter afstand ontdekte men ‘s middags tegen zes uur, het was toen al vrij donker, aan bakboord een onderzeeër.
Zonder dat enig sein werd gegeven begon de onderzeeër te schieten. De bakboordsloep werd weggeschoten; in de stuurboordsloep redden zich zes leden van de bemanning. De gezagvoerder en twee matrozen waren om het leven gekomen. Het bombardement bleef intussen voortduren. Door hetgeen de bemanning van de onderzeeër deed en zei, kreeg getuige de indruk, dat men op DE DOLLART loerde. In deze gedachte is getuige versterkt door het volgende: Toen de stuurman indertijd in het postkantoor te IJmuiden een telegram schreef aan de kapitein om hem mee te delen, dat DE DOLLART verlof tot uitvaren had gekregen, gluurden twee personen over zijn schouder. Een kameraad maakte de stuurman daarop attent met de woorden: „Denk er om, dat zijn spionnen."
De stuurman werd, naar getuige meedeelde, bij de ramp zwaar gewond. Hij kon zich echter nog in de sloep bergen.
Toen men de onderzeeër zag had DE DOLLART zo goed als geen vaart. De motor was trouwens defect en men moest zich met de zeilen behelpen.
‘s Nachts te twaalf uur ongeveer werd de sloep opgepikt door een Spaanse vissersschuit, die de opvarenden naar Vigo bracht.
Van de onderzeeër werd met twee kanonnen en een machinegeweer geschoten. De Raad zal later in deze zaak uitspraak doen, doch hoopt eerst de stuurman, die thans nog niet hersteld is, te kunnen horen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Onze zeelieden in Amerika.
Men schrijft ons van Duitse zijde: Alle zeelieden aan boord van de in Noord Amerikaanse havens liggende Nederlandse en andere neutrale schepen worden door de Amerikaanse regering voor de keuze gesteld, dienst te nemen op schepen in de Amerikaanse kustvaart of in Amerikaanse fabrieken te gaan werken. Wie dit weigert, wordt na zekere tijd, ongeveer na drie maanden, het verblijf in de Verenigde Staten ontzegd, of ingedeeld in een soort van vreemdelingenlegioen. Zij, die zich bereid verklaren, voor de Amerikaanse scheepvaart aan te monsteren, moeten zich schriftelijk verplichten:
1. op neutrale of Amerikaanse schepen te blijven tot na het einde van de oorlog;
2. zich te onderwerpen aan de Amerikaanse scheepvaartwetten;
3. tegen een gage van 85 dollar (ongeveer NLG 200) voor matrozen (de andere gages konden wij niet te weten komen) en 50 (Amerikaanse) cents voor overwerk aan boord dienst te nemen;
4. slechts in een Noord-Amerikaanse haven af te monsteren en mocht dit geschieden voor het sluiten van de vrede, afstand te doen van de helft van de gage;
5. bij vaarten naar de oorlogszone wordt een toeslag van 10 dollar per maand toegekend.
Bovendien zijn in de contracten nog paragrafen over landverraad, enz. opgenomen. Het contract is onafscheidelijk aan het zeemansboekje of de pas verbonden; op het contract zijn fotografieën, die iedere drie maanden vernieuwd moeten worden, en vingerafdrukken aangebracht.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 18 maart. Hr.Ms. HERTOG HENDRIK is door Nederlandse sleepboten in Bergen binnengesleept. Het schip, waarvan het stuur is beschadigd, wordt gerepareerd.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 18 maart. Het zeilschip CLARA, kapt. Van Rijn, arriveerde 15 maart van Rotterdam te Christiansand.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 18 maart. Het zeilschip GOOILAND, kapt. Man in ‘t Veld, 16 maart van Rotterdam naar Flekkefjord vertrokken, is 17 maart te IJmuiden binnengelopen als bijlegger met defect kompas.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 18 maart. Door een combinatie te Haarlem is onderhands aangekocht de zeillogger HOOP OP ZEGEN (VL-109), laatstelijk toebehorend aan de heren Gebr. Borst te Vlaardingen. Dezen hadden het schip eerst kortelings aangekocht van de reder M. Kwakkelstein aldaar.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 18 maart. Door de schippers E. Zegel en W. de Graaf te IJmuiden is onderhands aangekocht het zeilvissersvaartuig HW-96 van schipper S. Foppe te Harderwijk. Het schip komt nu in de kustvaart onder het nummer IJM-429.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 18 maart. De door de firma Gebroeders Borst te Vlaardingen aangekochte zeillogger ROSA (IJM-174) Rosa niet meer ter visserij gaan, doch in de algemene vrachtvaart worden gebracht. Het schip is door de sleepboot KATWIJK van IJmuiden naar Vlaardingen versleept om op de werf van de firma Gebr. Van de Windt aldaar te worden vertimmerd.


20 maart 1918


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

’s-Gravenhage, 19 maart. Volgens ontvangen draadloos bericht, passeerde de sleepboot ZEELAND met de schoeners THALATTA I en de SIEKA 2 op sleeptouw hedenavond 6 uur Terschellingerbank vuurschip. Alles wel.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Uitgewisselde krijgsgevangenen. Gistermiddag zijn wederom de SINDORO, de KONINGIN REGENTES en de ZEELAND uit Boston hier weergekeerd. Op de SINDORO waren 359 burgers waarvan 115 voor Duitsland bestemd, onder wie 4 zwaar zieken en 10 krankzinnigen. De overige 244 worden te Hattum of Wolfheze geïnterneerd. Op de KONINGIN REGENTES bevonden zich 151 burgers, van wie 13 voor Duitsland en 138 voor internering bestemd. Op de ZEELAND tenslotte 200 burgers met 147 voor Duitsland en 53 voor internering. Gelijk te doen gebruikelijk bij de laatste aankomsten, bleven de passagiers tot hedenmorgen aan boord. Toen werden zij in de loods Holland ondergebracht, terwijl de schepen werden schoongemaakt. Heden zijn, in een afzonderlijke afdeling, een vijftiental Engelsen, behorende tot het hospitaalpersoneel daar gehuisvest. Morgen zullen de Duitsers met de extra-treinen vertrekken en in de nacht van woensdag op donderdag varen de drie schepen weer uit naar Boston, om nieuwe uitgewisselde Duitsers te gaan afhalen. Zij nemen de vijftien Engelsen mee.
De SINDORO als hospitaalschip. (Collectie onbekend)


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Inbeslagneming van de schepen uitgesteld.
De inbeslagneming van de Nederlandse schepen in Amerika, welke op 18 maart zou plaats hebben, is uitgesteld, daar men dinsdag (heden) de officiële inwilliging van de Nederlandse Regering verwacht.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 19 maart. volgens particulier ontvangen schrijven van een van de opvarenden van Hr.Ms. HERTOG HENDRIK, welk schip thans in Bergen ter reparatie ligt, zal het ongeveer drie maanden duren, alvorens het de reis naar Indië kan voortzetten. Aan boord is alles wel.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 19 maart. Het aantal vissersschepen, hetwelk in de algemene vrachtvaart wordt gebracht, wordt elke dag groter. Hoorden we vroeger alleen, dat loggers voor genoemd doel werden uitgerust, thans is dit ook het geval met een beugsloep uit Maassluis. Het betreft hier het vaartuig MINISTER KEUCHENIUS van de rederij P. Brouwer Pzn. te Maassluis, hetwelk onlangs door een nieuw opgerichte maatschappij te Vlaardingen aangekocht en aan de scheepsbouwwerf van de firma Gebr. v.d. Windt aldaar voor de vrachtvaart werd ingericht. Het schip is nu als gaffelschoener met de naam GOOILAND in de vaart gebracht.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

's-Gravenhage, 18 maart. Het Bureau Wijsmuller seint ons: Volgens ontvangen draadloos bericht passeerde de Nederlandse zeesleepboot ZEELAND hedenmiddag 4 uur het vuurschip Doggersbank Noord met de Nederlandse schoeners THALATTA I en SIEKA 2 op sleeptouw, van respectievelijk Mandal (Noorwegen) Lemvig (Denemarken), bestemd naar Amsterdam. Alles wel.


21 maart 1918


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 20 maart. Blijkens bij het Departement van Marine ontvangen bericht is Hr.Ms. ZEELAND, onder bevel van de kapitein-ter-zee F.L. Rambonnet, 16 dezer van New York vertrokken ter voortzetting van de reis naar Nederland.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 20 maart. Het zeilschip VRIENDSCHAP, kapt. Fekkes, van Kopenhagen naar Amsterdam, vertrok 18 maart van Thyborøn.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De haven. Alleen het nieuwe stoomschip ZEEBURG, dat in 1917 te Groningen van stapel liep, is sedert de vorige opgaaf te Rotterdam aangekomen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 20 maart. Het nieuwe stoomschip ZEEBURG van de Maatschappij Transatlanta is hier aangekomen en heeft ligplaats genomen aan loods Canada, Maashaven Nz.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 20 maart. Het nieuwe stoomschip BENGKALIS van de Stoomvaart Maatschappij Nederland, dat 16 mei 1917 te water werd gelaten, vertrok heden van hier naar Amsterdam.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 20 maart. Van de werf van de N.V. Jouret & Speltinckx te Krimpen a/d Lek werd gisteren met goed gevolg te water gelaten het eerste lichterschip, uitgevoerd in gewapend beton, waarvan de afmetingen zijn: 38,50 x 5,05 x 2,42 meter en met een bruto waterverplaatsing van 480 ton. Het vaartuig krijgt de naam EVELINA. Onder de aanwezigen waren de heren Muller, hoofd inspecteur en Bouman, inspecteur van de Scheepvaartinspectie en de heer Van der Hegge Spies, adviseur voor scheepszaken van Rijksijzer.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 20 maart. Het naar Kiel opgebrachte stoomschip MILLY was beladen met tabak. Het schip meet ongeveer 400 bruto ton en behoort aan de Hollandsche Vrachtvaart Mij., dir. P.C.A. van Krieken, alhier.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

’s-Gravenhage, 19 maart. Volgens ontvangen draadloos bericht passeerde de sleepboot ZEELAND met de schoeners THALATTA I en SIEKA 2 op sleeptouw, hedenavond 6 uur het Terschellingerbank vuurschip; alles wel. (Bureau Wijsmuller).
20 maart. De ZEELAND, met de THALATTA I en SIEKA 2 is heden te Amsterdam aangekomen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 20 maart. Men is thans bezig een gedeelte van de helmstok van het roer van de hier liggende schoener GOOILAND af te nemen. Waarschijnlijk zal hierdoor de belangrijke afwijking van het kompas verholpen zijn, daar het staal nu door hout wordt vervangen.


22 maart 1918


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Scheepsbouw. Na een goed geslaagde proeftocht op de Noordzee en in de Waterweg is de voor rekening van de N.V. Stoomvaartmaatschappij ‘Princenhage’ op de werf van de Scheveningsche Scheepsbouw Maatschappij gebouwde stalen twee-mast motorschoener PRINCENHAGE VI door de stoomvaartmaatschappij overgenomen. De schoener, die evenals de motor, gebouwd is onder speciaal toezicht van de Germ. Lloyd en de Nederlandse Scheepvaartinspectie, is lang tussen de loodlijnen 31,50, breed 6,86 en hol 3,25 meter, terwijl de motor, die vervaardigd is door de firma Steyaard en Jannette Walen, 90 pk sterk is.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Aanhouding van onze schepen.
Volgens een Nipa-bericht uit Batavia van 11 dezer werden ook te Hongkong twee van onze schepen aangehouden, maar te Penang, Calcutta en Colombo werd die maatregel niet getroffen. De passagiers van het aangehouden stoomschip MELCHIOR TREUB zijn met stoomsloepen naar Poeloe Samboe gegaan, van waar de RUMPHIUS hen heeft afgehaald. (Poeloe Samboe is een eilandje aan de ingang van de Boelangstraat in de Riouw Archipel en niet ver van Singapore gelegen).


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 21 maart. De zeilbeuger BURGEMEESTER DOMISSE (MA-148) heeft de visserij beëindigd omdat het schip door een combinatie te Vlaardingen is aangekocht. Deze heeft het vaartuig tot vrachtschip doen ombouwen en met de naam WIBO in de vaart gebracht.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 21 maart. Volgens bij de rederij te Vlaardingen ontvangen draadloos bericht is het vrachtloggerschip ZEUS, kapt. J. Bos, komende van Gotenburg, gistermiddag het lichtschip Doggersbank Zuid gepasseerd.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 21 maart. In de Binnenhaven te IJmuiden is aangekomen de nieuwe stalen stoomdrifter SCHIELAND (IJM-336), welke gebouwd werd op de werf van de firma Gebroeders Boot te Leiderdorp voor rekening van de Noordzee Exploitatie Maatschappij te IJmuiden.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 20 maart. Heden arriveerde hier de Nederlandse zeesleepboot ZEELAND, van de firma Wijsmuller, met de motorschoeners THALATTA I en SIEKA II, beide schepen kwamen van Gotenburg en waren bestemd respectievelijk voor Amsterdam en Zaandam.
Van de THALATTA I, die een zeer emotievolle reis had gehad, vernamen wij het volgende: Nadat het schip op de uitreis op een mijn was gelopen, waarbij een van de passagiers om het leven kwam, vertrok men, na de Gotenburger lading te hebben gelost en aldaar te hebben gerepareerd, 11 februari met een lading stukgoed naar Amsterdam, voorzien van een Duitse vrijgeleide. 14 februari, toen men zich op ongeveer 40 mijl van Doggersbank Noord bevond, werd het schip plotseling door een onderzeeër beschoten en gingen een paar schoten rakelings langs de zich aan dek bevindende bemanning. Onmiddellijk begaf de kapitein zich met de opvarenden in de boten en roeide naar de onderzeeër, die steeds op het schip bleef schieten. Toen de kapitein met de scheepspapieren aan boord van de onderzeeër wilde overspringen, geraakte hij te water, doch werd aan boord geholpen. De commandant, naar gissing 20 à 21 jaar, behandelde de mensen niet heel vriendelijk, doch veranderde geheel, toen hij het vrijgeleide zag. Hij gaf de bemanning permissie aan boord terug te keren. Er waren ongeveer 30 schoten op de THALATTA I afgevuurd en aan boord was heel wat verwoesting aangericht. Men oordeelde het raadzaam om naar de dichtstbijzijnde haven Mandal te gaan, waar men 16 febr. aankwam en de schade voorlopig repareerde. De aan boord zijnde passagiers verlieten daar het schip om op een andere wijze naar Nederland te komen. Aangezien de reparatie daar niet afdoende kon geschieden, werd de sleepboot ZEELAND, die toevallig in een Noorse haven lag, aangenomen, om het schip naar Amsterdam te slepen. Op de reis liep men ook nog de haven in van Lemvig, om de motorschoener SIEKA II, die aldaar lag zonder olie en met verlies van zeilen, te halen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 20 maart. De van Rotterdam naar Kopenhagen bestemde zeetjalk BETA, kapt. W. Salomons, is heden wegens voortdurende tegenwind hier binnengelopen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 20 maart. Het op de scheepswerf Fijenoord nieuw gebouwde vrachtstoomschip BENGKALIS voor de Maatschappij Nederland heeft op de reis van de Nieuwe Waterweg proef gestoomd en werd daarna door de opdrachtgevers overgenomen. Het stoomschip vervolgde onmiddellijk na doorschutting de reis naar Amsterdam.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Vrijenban, 20 maart. Hedenochtend werd van de werf van de firma H. Boot & Zonen te Vrijenban met goed gevolg de stalen motorschoener werfnummer 314, groot 198 registerton, met een laadvermogen van ongeveer 300 ton, gebouwd voor eigen rekening en bestemd voor de algemene vrachtvaart, te water gelaten. Dit schip, gebouwd onder toezicht van de Germanischer Lloyd en Nederlandse Scheepvaartinspectie, heeft de volgende afmetingen: 30,50 x 6,50 x 3,15 meter. Het kreeg het merk 100 A/4 K. Het wordt gesleept naar de Motorenfabriek Industrie te Alphen a/d Rijn, om aldaar van een 2-cilinder ruwoliemotor van 90 pk te worden voorzien.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Harlingen, 20 maart. Met het oog op de overgrote drukte die er heerst in de haven van Delfzijl, zullen hier Duitse stoomschepen komen om gietcokes en steenkolen voor Zweden te laden, welke goederen hier met Rijnaken worden aangevoerd. Reeds is hier heden het eerste Duitse stoomschip gearriveerd, om een lading gietcokes in te nemen. Indien dit vervoer zal kunnen plaats vinden, zal er weer enige levendigheid in de sedert geruime tijd verlaten haven terugkeren.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Londen, 20 maart. Het admiraliteitshof kende een beloning van 9.450 pond sterling toe voor het verlenen van hulp aan het Nederlandse stoomschip AMBON, dat in februari van het vorig jaar in de buurt van Start Point werd aangevallen door een vijandelijke onderzeeër, toen het met een lading stukgoed op reis was naar Nederlands Oost-Indië. De rechter oordeelde, dat zonder die hulp schip en lading verloren zouden zijn geraakt. Door trawlers en sleepboten werd het schip naar Devonport gebracht. De lading had een waarde van 332.403 pond sterling.


23 maart 1918


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Nederland en de oorlog. De schepenroof voltooid.
(Officieel). Blijkens op 21 dezer, ‘s avonds aan het Ministerie van Buitenlandse Zaken, ontvangen telegram van Hr.Ms. gezant te Londen, heeft de Britse regering in antwoord op de mededeling van de Nederlandse Regering, houdende de voorwaarden waaronder zij bereid is aan de Nederlandse schepen vergunning ie verlenen om ten behoeve van de geassocieerde landen te varen in de gevaar-zone te kennen gegeven, dat de verbonden regeringen onmiddellijk zullen beginnen met de inbeslagneming van de schepen. Van Hr.Ms. gezant te Washington is nog geen bericht ter zake ontvangen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De verklaring van Wilson.
In verband met zijn proclamatie „waar bij het Departement van Marine wordt gemachtigd de Nederlandse schepen in de Amerikaanse territoriale wateren in bezit te nemen, om deze gedurende de oorlog te gebruiken, voor zover nodig ook voor de belangrijke doeleinden in verband met de oorlogvoering tegen de Duitsers", heeft Wilson de volgende verklaring uitgevaardigd:
„Sedert enige maanden voeren de Verenigde Staten en de geallieerden onderhandelingen met de Nederlandse Regering met het doel een algemene handelsovereenkomst te sluiten. Een zeer duidelijke uiteenzetting van de aard van deze onderhandelingen werd 12 maart door de Nederlandse Minister van Buitenlandse Zaken in het Nederlandse parlement voorgelezen. Zoals uit de verklaring blijkt, werd een discussie geopend omtrent de grondslag van de twee voornaamste voorstellen, n.l. dat de Verenigde Staten en de geallieerden de invoer naar Nederland zouden vergemakkelijken van voedingsmiddelen en andere artikelen, nodig voor de instandhouding van zijn economisch leven en dat Nederland zijn koopvaardijvloot zou terugbrengen tot de normale toestand van activiteit.
De onderhandelaars hadden tot taak, een bepaalde toepassing van de voorstellen uit te werken, welke aannemelijk zou kunnen zijn voor de betrokken regeringen.
In het begin van januari 1918 kwamen de onderhandelaars tot een vergelijk, hetwelk, belichaamd in een conceptovereenkomst, werd voorgelegd aan de belanghebbende regeringen, opdat het, indien het aannemelijk was, zou kunnen worden bekrachtigd en dat, zo het onaannemelijk mocht zijn, een tegenvoorstel kon worden gedaan.
Daar de onderhandelingen geruime tijd duurden, stelden de Nederlandse gedelegeerden voor, opdat hun schepen spoediger voor de doeleinden zouden kunnen worden gebruikt, dat de Nederlandse schepen, stilliggende in de Amerikaanse wateren, op zekere uitzonderingen na, onmiddellijk door de V.S. zouden worden gecharterd voor periodes niet langer dan 90 dagen.
Dit voorstel door de regering van de V.S. aanvaard en 25 januari 1918 overhandigde de Nederlandse gezant te Washington aan de staatssecretaris van de Verenigde Staten voor buitenlandse zaken een nota, die de voorwaarden van het tijdelijk huurcontract en goedkeuring van zijn regering bevatte.
Deze overeenkomst bepaalde o.a. dat 150.000 ton Nederlandse scheepsruimte overeenkomstig de wil van de Verenigde Staten gedeeltelijk gebruikt zou worden ten bate van de Belgische Relief-commission, gedeeltelijk voor Zwitserland, onder vrijgeleide tot Cette (Frankrijk) en dat voor elk schip, dat in dienst van de Belgische Relief-commission naar Nederland werd gezonden, ook een schip voor Nederland zelf de Verenigde Staten zou verlaten.
Twee van de Nederlandse schepen in de havens van de Verenigde Staten zouden met levensmiddelen naar Nederland vertrekken; doch in ruil daarvoor zou een even grote scheepsruimte uit Nederland naar de Verenigde Staten gaan om op dezelfde voorwaarden als de daar reeds liggende schepen gecharterd te worden.
De overeenkomst was, zo werd nadrukkelijk bepaald, van tijdelijke aard om tegemoet te komen aan de eisen van de ogenblikkelijke toestand. Een nauwgezette uitvoering was de hoofdzaak. De Nederlandse Regering gaf echter plotseling te kennen, dat zij niet bereid of niet in staat was dit huurverdrag, dat zij zelf had voorgesteld, na te komen. De eerste gedachte van de Verenigde Staten was, zich terstond van de schepen te verzekeren voor het vervoer van de voor Zwitserland zo nodige levensmiddelen, zoals in de regeling was bepaald. De ene moeilijkheid na de andere verhoogde het charteren van de Nederlandse schepen ten bate van Zwitserland. Hoewel de reden nooit officieel werd meegedeeld, was het algemeen bekend, dat de Nederlandse reders er tenslotte bang voor waren, dat hun schepen door de Duitse duikboten getorpedeerd zouden worden, al was hun een vrijgeleide toegezegd en al zouden de schepen buiten de zogenaamde gevaarlijke zone varen.
Dat deze vrees niet geheel ongerechtvaardigd was, is pas nog weer gebleken uit de torpedering van het Spaanse schip SARDINERO buiten de gevaarlijke zone, dat graan voor Zwitserland voerde, van welk feit de duikbootcommandant door een onderzoek van de papieren kennis droeg.
Wat de Belgische Relief-commission betreft, verklaarde de Nederlandse Regering de overeenkomst niet te kunnen uitvoeren, omdat de Duitse regering te verstaan had gegeven, dat zij zou beletten, dat in ruil voor de voor de Relief-commission varende schepen andere uit Nederland naar Amerika zouden vertrekken.
De Nederlandse Regering voelde zichzelf niet in staat om de twee ladingen levensmiddelen, die haar volgens de overeenkomst waren toegezegd te vervoeren, daar Duitsland ook in dit geval hetzelfde dreigement had doen horen. Sedert het opstellen van het tijdelijk huurcontract waren bijna twee maanden verlopen; de voorgestelde algemene regeling was zelfs langer blijven liggen zonder antwoord van de zijde van Nederland.
Intussen werden de Duitse dreigementen steeds krachtiger om het sluiten van een definitieve overeenkomst te beletten en ten einde Nederland te dwingen om elke tijdelijke regeling te schenden.
De 7e maart werd door Groot-Brittannië een laatste voorstel aan Nederland gedaan, dat 12 maart vervallen zou zijn. Er werd een antwoord ontvangen, dat, hoewel op zichzelf on-aanneembaar, onder andere omstandigheden een basis voor verdere besprekingen had kunnen vormen. De feiten, waarop ik heb gezinspeeld, dienen om aan te tonen, dat wij hebben getracht te onderhandelen, waar de voornaamste basis voor besprekingen, namelijk de vrije wil, ontbreekt. Zelfs waar een regeling tot stand kwam, ontbrak de macht, om deze zelfstandig uit te voeren. Ik zeg dit niet als aanmerking op de Nederlandse Regering, ik voel met haar mee in haar moeilijke positie onder de bedreiging van een militaire mogendheid, die op alle mogelijke manieren getoond heeft de rechten van anderen te verachten.
Doch daar hier dwang in het spel is blijft ons geen andere keus dan door de uitoefening van onze onbetwistbare rechten als soevereine natie stappen te doen, die zo billijk zijn, dat onder andere omstandigheden hetzelfde door overeenkomst bereikt kon worden. Derhalve zijn maatregelen genomen om de Nederlandse schepen, die in onze territoriale wateren liggen, in onze dienst te stellen.
Deze handeling van onze kant en dezelfde maatregel, welke door de met ons geassocieerde regeringen zal worden genomen, laat aan Holland nog ruime tonnage over, want zijn binnenlandse handel en die met de koloniën zal worden vergemakkelijkt, terwijl het onmiddellijk vanuit Nederland schepen kan uitzenden om zich het broodkoren te verschaffen, dat zijn volk behoeft. Deze schepen zullen vrij mogen bunkeren en zullen door ons niet in beslag genomen worden.
Het stoomschip NIEUW AMSTERDAM, dat binnen onze jurisdictie kwam ingevolge een overeenkomst betreffende zijn terugkeer zal natuurlijk vergunning krijgen onmiddellijk naar Nederland terug te keren. En dat niet alleen, het zal ook machtiging verkrijgen de twee ladingen levensmiddelen mee te nemen, die Holland zou hebben verkregen bij de tijdelijke charter overeenkomst, indien Duitsland dit niet had belet.
Een ruime vergoeding zal worden betaald aan de reders van de Nederlandse schepen, welke in onze dienst zullen worden gesteld en billijke bepalingen zullen worden
gemaakt, om de mogelijkheid onder het oog te zien, dat schepen door de actie van de vijanden verloren zullen gaan.
Het is onze ernstige wens, de belangen van Nederland en zijn onderdanen in de volste omvang te behartigen. Door in deze crisis onze erkende rechten uit te oefenen, om ons recht te laten gelden op alle eigendommen, welke zich binnen ons gebied bevinden, doen wij Nederland geen onrecht.
De wijze, waarop wij deze rechten uitoefenen en onze voorstellen, in overeenstemming daarmee aan Nederland gedaan, moeten naar ik geloof, voor dat land het bewijs zijn van de oprechtheid van onze vriendschap jegens Nederland."
(Getekend) Woodrow Wilson.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Reuter seint uit Washington:
De secretaris van Marine Daniëls deelde mee, dat het bevel tot overneming van de Nederlandse schepen te 7 uur woensdagavond in kracht was getreden. Enkele Nederlandse zeelieden zullen in dienst worden gesteld, anderen zullen, zo zij dit wensen, in Amerika worden gehouden. De regering betaald hun gages.
Zij, die naar Nederland wensen terug te keren, zullen zo spoedig mogelijk worden overgebracht.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Reuter seint uit Washington: De kapiteins van de Hollandse schepen, die in beslag werden genomen — aanvankelijk 38 — volgden allen dezelfde handelswijze door er de reserve-zee-officieren, die op de schepen kwamen, erop te wijzen, dat zij het bevel onder protest overgaven. Dit moet beschouwd worden als een persoonlijke daad. Van ieder geval afzonderlijk zijn aan het Marine Departement rapporten gezonden, die aantonen, dat de schepen zonder verzet werden genomen.
Reuter verneemt verder, dat, nu de Verenigde Staten machtiging verleend hebben tot de inbeslagneming van de Nederlandse schepen in de Amerikaanse havens, de Engelse regering onmiddellijk overeenkomstige stappen zal doen met betrekking tot de Nederlandse scheepsruimte, die in havens van het Britse keizerrijk (opm: ??) ligt. In weerwil van de uit Nederland vernomen geruchten omtrent besluiten, die zouden zijn genomen door de Nederlandse Regering naar aanleiding van de nota van de geallieerden, blijft het een feit, dat de Engelse regering generlei mededeling heeft ontvangen, die zou kunnen worden beschouwd, hetzij als een feitelijke aanneming, dan wel als een afwijzing van de nota van de geallieerden. Enige opmerkingen, die in de Nederlandse Kamer gemaakt zijn, hebben tot enig misverstand aanleiding gegeven op dit punt. Dinsdag heeft de Nederlandse Minister van Buitenlandse Zaken meegedeeld, dat de voorgestelde maatregelen van de geallieerden, de vaart van Nederland op de koloniën onmogelijk zouden maken. Dit is zeer zeker niet het geval en een dergelijke veronderstelling is geheel ongegrond. Er bestaat niet het minste voornemen, enige stap te doen, waardoor de Nederlandse handel met de koloniën onmogelijk zou worden en er is geen reden te veronderstellen, dat de regelingen, die ten aanzien van deze handel getroffen zijn in de voorstellen, die ongeveer twee maanden geleden aan de Nederlandse Regering gedaan zijn, een ingrijpende wijziging zouden ondergaan. De voortzetting van die handel is van wederzijds belang, zowel voor de geallieerden als voor de Nederlanders.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De houding van Engeland.
Lord Cecil heeft in het Engelse Lagerhuis mededeling gedaan van het besluit van de Engelse en geallieerde regeringen, om de Nederlandse schepen, die in haar havens liggen, in beslag te nemen en heeft de voorwaarden uiteengezet waarop deze schepen zullen worden overgenomen.
Cecil heeft gezegd, dat men zou trachten met de eigenaars tot overeenstemming te geraken, omtrent de betaling van de verzekeringssommen; dat men de schepen zou teruggeven of verloren gegane schepen door andere vervangen, na beëindiging van de oorlog en dat men de eigenaren zou schadeloos stellen ingeval van verliezen, veroorzaakt door het optreden van de vijand. Verder werd meegedeeld, dat de bemanningen naar het vaderland zouden kunnen terugkeren en dat men zich verplichtte, dat schepen, die na deze datum uit Nederlandse havens zouden uitvaren, niet zonder toestemming in dienst van de geallieerden zouden kunnen worden gesteld.
Bovendien deelde Lord Cecil mee, dat voor Nederland zo spoedig mogelijk 50.000 ton tarwe of een overeenkomstige. hoeveelheid meel zou worden beschikbaar gesteld in een Noord-Amerikaanse haven en eenzelfde hoeveelheid in een Zuid-Amerikaanse haven.
Over onze voorwaarde, dat geen Nederlands schip gebruikt mocht worden om oorlogsmateriaal te vervoeren zei Cecil, dat het duidelijk is, dat in de tegenwoordige omstandigheden een schip, dat geen oorlogsmateriaal kan vervoeren voor iedereen van zeer weinig waarde is, omdat bijna alles min of meer oorlogsmateriaal is.
Hij zei verder, dat als een oorlogvoerende mogendheid neutrale schepen, die in haar havens liggen in beslag neemt, zij natuurlijk verplicht is, er zorg voor te dragen, dat geen particuliere belangen geschaad worden.
Ofschoon wij geloven – verklaarde hij – dat Nederland nog genoeg scheepsruimte in eigen havens en in de kolonies heeft om het volk te voorzien, doch als blijkt dat dit niet het geval is, willen wij schikkingen treffen om geheel in de behoefte van Nederland te voorzien.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 22 maart. Het stalen vrachtloggerschip WILHELMINA, kapt, P. v.d. Zwan, van de N.V. Vrachtvaart en Visscherij Maatschappij ‘Wilhelmina’ te Vlaardingen, directie W. van Heyst en T. van Yperen, arriveerde 29 maart te Florö (Noorwegen). Alles wel. Het schip vertrok 18 maart van Rotterdam.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Hoek van Holland, 22 maart. De stoomloodsboot 8 (onderzoekingsdienst) en de zandzuiger SLIEDRECHT zijn tijdens mist voor de Waterweg met elkander in aanvaring geweest, beide bekwamen ernstige schade. De loodsboot maakt enigszins water en de voorsteven van de SLIEDRECHT is verbogen. Onder de loodsboot is een zeil gespannen, het vaartuig stoomt op naar Maassluis.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 21 maart. De vrachtlogger JOHANNES FRANCISCUS, kapt. Poldervaart, heeft na de schade aan het schip en de zeilen te hebben hersteld, hedenmiddag de reis naar Gotenburg voortgezet.


24 maart 1918


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. Gisteren deed de Raad uitspraken in de volgende vroeger behandelde zaken: Betreffende ten 1e het lek worden van het zeilschip MUTATIO en ten 2e het lek worden en stranden van het zeilschip NAVIGATOR.
De Raad is van oordeel, dat het lek worden van de NAVIGATOR en van de MUTATIO is te wijten aan het zware weer. Bij deze rampen is gebleken, gelijk de inspecteur voor de scheepvaart terecht ter zitting van de Raad opmerkte, dat een-mast tjalken als de onderhavige niet geschikt zijn, althans gedurende het slechte jaargetijde, reizen ver over de Noordzee te maken. Vroeger gingen dergelijke schepen dicht langs de Nederlandse, Duitse en Deense kusten en konden zij bij slecht weer spoedig een haven bereiken. Thans echter, nu zij door de oorlogsomstandigheden de zogenaamde vrije vaargeul dienen te gebruiken en dus de hoge zee bevaren, wordt er te veel van hen gevergd, méér dan hun zeewaardigheid toelaat. In het bijzonder levert het slaan van de zwaarden bij stormweer tegen de romp van het schip groot gevaar op voor het ontstaan van een lek, terwijl bovendien veel kans is, dat de zwaarden hierdoor verloren raken, waardoor het schip vrijwel hulpeloos wordt. De MUTATIO was daarenboven niet genoeg bemand, een bemanning bestaande uit een schipper, met een stuurman van 19 en een matroos van 16 jaar is volstrekt onvoldoende. Gelijk de Raad reeds meer gezegd heeft, behoren de schepen als de MUTATIO, althans buiten het gebied van de kleine kustvaart, ten minste met vier man bemand te zijn.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. Gisteren deed de Raad uitspraak in de volgende vroeger behandelde zaak: Betreffende het stranden en vervolgens verloren gaan van het zeilschip NORMALITEIT. De Raad is van oordeel dat ten gevolge van de harde westelijke wind en de stroom de NORMALITEIT uit haar koers is geraakt en aldus op de Haaksgronden is terecht gekomen. Gelijk uit het bovenstaande blijkt, beweert de schipper, dat hij om 9 uur Terschellinger lichtschip heeft gezien in het ONO op een afstand van ongeveer 4 mijl en daar het schip ongeveer half drie op de Haaksgronden strandde, zou het in de tijd van ongeveer 51/2 uur niet minder dan 25 mijl zijn ingezet, hetgeen wel zeer belangrijk is, zodat bij de Raad twijfel is gerezen of het licht, dat de schipper zag, inderdaad van Terschellinger lichtschip was.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. Gisteren deed de Raad uitspraak in de volgende vroeger behandelde zaak: Betreffende het aan de grond lopen van het zeilschip EBEN-HAËZER. De Raad is van oordeel, dat het aan de grond lopen van de EBEN-HAËZER is veroorzaakt door de nalatigheid van de stuurman, die verzuimde de order van de schipper, hem te roepen als er iets bijzonders was, in ieder geval om half twee of twee uur, op te volgen. Was dit gebeurd, dan was de schipper tijdig overstag gegaan, gelijk zijn voornemen was en had men de kust gemeden.
De stuurman, die eigenlijk niets anders was dan een gewoon matroos, al voerde hij op de EBEN-HAËZER de stuurman titel, had niet in strijd met de hem verstrekte orders op eigen kennis, welke hij blijkbaar niet bezat, mogen steunen. Feitelijk had hij trouwens de schipper moeten roepen zodra het dik van mist werd.
De Raad voegt hier aan toe, dat de EBEN-HAËZER onvoldoende bemand was; gelijk de Raad reeds meer heeft gezegd, behoren op dergelijke schepen ten minste vier man te zijn, dan wordt ook voorkomen dat, gelijk in het onderhavige geval is geschied, de dekdienst ‘s nachts wordt waargenomen door een man, hetgeen — al is de schipper ook bij de hand — afkeurenswaardig is, vooral in nauwe vaarwaters als de Kalmar Sund.


25 maart 1918


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Nederland en de oorlog. Nederlandse schepen onder Amerikaanse vlag.
Aan de Times, wordt uit New York gemeld. Thans varen 77 Nederlandse schepen, metende 640.000 ton onder Amerikaanse vlag.
Een groot deel van de bemanning van de schepen verklaarde zich bereid onder bevel van Amerikaanse officieren van de marine-reserve te varen.
De bladen drukken hun grote voldoening er over uit, dat president Wilson een eind heeft gemaakt aan het werkloos liggen van de Nederlandse handelsschepen, die een groot deel van de ruimte in de Amerikaanse havens in beslag nemen en door hun niets doen feitelijk het slachtoffer zijn van het Duitse terrorisme. Complicaties met de Nederlandse Regering worden niet verwacht als gevolg van de inbeslagneming, die geschied is met alle mogelijke consideratie voor de Nederlandse belangen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 23 maart. De loodsboot No. 8 (zie vorig No.) heeft een gat nabij de brug. Hedenmiddag gaat het vaartuig in een van de dokken van de Rotterdamsche Droogdok Maatschappij om aldaar te worden gerepareerd.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 23 maart. De tot heden onder de naam ONDERNEMING gevaren hebbende zeetjalk van wijlen kapitein en reder G. Salomons te Gasselternijveen is aangekocht door de heer J. Holwerda in Groningen en verdoopt in BETA.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 22 maart. De vrachtlogger AEOLUS uit Hilversum, gisteren van Rotterdam naar Stavanger vertrokken, is heden alhier binnengekomen als bijlegger en moet de deklast hoepels herstuwen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 22 maart. Na het defect aan het kompas te hebben hersteld, vertrok de schoener GOOILAND, kapt. Man in 't Veld, gistermiddag weer van hier naar de bestemmingsplaats.


26 maart 1918


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Koninklijke West-Indische Maildienst.
Naar wij vernemen zal in de jaarlijkse algemene vergadering van aandeelhouders in de Koninklijke West-Indische Maildienst over het boekjaar 1917 een dividend van 10% worden voorgesteld (v.j. 12%).


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Koninklijke Nederlandsche Stoomboot Mij.
Naar wij vernemen werd het dividend van de Koninklijke Nederlandsche Stoomboot Maatschappij over het afgelopen boekjaar vastgesteld op 10% (v.j. 20%).


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart.
Woensdag 27 maart a.s., ’s namiddags 1.30 uur, onderzoek ter zake van het tot zinken brengen in de Noordzee op 11 januari 1918 van het stoomschip ATLAS. Rederij: Kon. Nederlandsche Stoomboot Maatschappij te Amsterdam; gezagvoerder Th.G. Schenk te Bussum. Dezelfde dag, ‘s namiddags 2 uur, onderzoek naar het nabij Schiermonnikoog stranden van het zeilschip EBEN HAËZER op 23 februari 1918. Schipper-eigenaar R. Houtstra te Groningen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Alg. Ned. Scheepvaartmaatschappij. De Staatscourant No. 68 bevat de Koninklijke bewilliging op de acte van oprichting van de N.V. Algemeene Nederlandsche Scheepvaart Maatschappij te Rotterdam. Kapitaal NLG 2.500.000, verdeeld in 50 preferente en 2.500 gewone aandelen van NLG 1.000; voorlopig worden uitgegeven 50 preferente en 800 gewone aandelen, geheel geplaatst en volgestort. Directeur de heer C.W.H. van Dam. Commissarissen de heren H.H. van Dam A.Cz., L.A. Van Gunsteren Jr., H.J. Knijp, J. Noordam, A.A.W. van Wulfften Palthe.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Scheepsbouw. Van de werf van de firma W. De Jong te Groningen is zaterdag met goed gevolg te water gelaten het voor de algemene vrachtvaart bestemde motorschip BRANDARIS, in aanbouw voor de heer A. Jordens Jr. te Rotterdam. Het vaartuig is gebouwd volgens klasse grote kustvaart Germ. Lloyd en onder toezicht van de Scheepvaartinspectie, met certificaat houtvaart. Het schip is 450 ton groot en heeft de volgende afmetingen: Lengte 39,40 m., breedte 6,80 m. en holte 3,60 m. Het wordt naar Utrecht gesleept, om aldaar van de motor te worden voorzien.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Nederland en de oorlog. De schepenroof.
Volgens telegrafisch bericht van onze consul-generaal te Londen, hadden de kapiteins van de verschillende Nederlandse in Engeland liggende schepen order ontvangen om hun ladingen te lossen en de schepen ter beschikking te stellen in de ochtend van 25 maart. Op zijn desbetreffend verzoek is door het Departement van Buitenlandse Zaken aan de consul-generaal order gegeven de scheepspapieren achter te houden. Verder is hem meegedeeld dat, waar de schepen op arbitraire wijze zijn in beslag genomen, zij natuurlijk niet verder de Nederlandse vlag kunnen blijven voeren; dat de bemanningen vrij zijn te kiezen of zij aan boord willen blijven dan wel het schip verlaten. Volgens bij het Departement van Buitenlandse Zaken ontvangen telegram uit Washington behoren de stoomschepen ZEELANDIA en ADONIS tot de in beslag genomen schepen. De NIEUW AMSTERDAM zal blijkens het zelfde bericht, vermoedelijk alleen beladen met de lading rijst uit de SAMARINDA hier te lande aankomen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De TASMAN aangehouden.
Een telegram uit Melbourne bij het Departement van Buitenlandse Zaken ontvangen, meldt dat de stoomboot TASMAN (van de Koninklijke Paketvaart Mij. te Amsterdam) te Brisbane wordt aangehouden.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 23 maart. De vrachtlogger AEOLUS (zie vorig No.) is, na de deklading hoepels te hebben herstuwd, naar Stavanger vertrokken.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 23 maart. Het kustzeilvissersvaartuig EH-25 van schipper W. Zult te Enkhuizen, is onderhands verkocht aan de heer J. Drijver alhier. Het schip zal onder het nummer IJM-432 wederom in de kustvaart worden gebracht.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Schiermonnikoog, 23 maart. Een lichter uit Maassluis heeft de lading gelost uit de tjalk EBEN HAËZER, die onlangs hier strandde. Zo mogelijk zal het schip worden afgesleept.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Schiermonnikoog, 23 maart. De lading battinghout van het zeilschip NAVIGATOR, dat hier eveneens strandde, is direct gelost kunnen worden en op de opslagplaats geborgen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Groningen, 23 maart. De motorschoener HARLINGEN, van de Zeevaart Maatschappij Groningen, alhier, van Rotterdam naar Gotenburg, is aan de Noorse kust op de rotsen gelopen, doch weer vlot gekomen en te Egersund binnengesleept.


27 maart 1918


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 26 maart. In de jaarlijkse algemene vergadering van de N.V. Koninklijke West-Indische Maildienst te Amsterdam zal worden voorgesteld het dividend over het boekjaar 1917 te bepalen op 10 (v.j. 12) procent.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 26 maart. Hollandsche Scheepsverband Mij.
Aan het Jaarverslag over 1917 wordt het volgende ontleend: In het afgelopen jaar heeft de bouw van schepen voor de binnenvaart nagenoeg stilgestaan. Levendig daarentegen was de handel in binnenschepen waarvan vele aflossingen enerzijds en een groot aantal aanvragen anderzijds, het gevolg waren. Tal van kleine werven, die tot dusverre uitsluitend voor de binnenvaart gebouwd hadden, wierpen het roer om en aanvaardden de aanbouw van zeeschepen. Totaal verlies ten gevolge van molest bleef ditmaal tot 3 kleine stoomschepen beperkt. De uitbetaling van de assurantiepenningen geschiedde vlot en zonder enige moeilijkheid. Verscheidene zee-rederijen maakten ook thans weer gebruik van de gelegenheid om door grote aflossingen haar verplichtingen te verminderen. De binnenvaart vermocht bevredigender resultaten dan in het vorige jaar te behalen. De uitkomsten van het jaar 1917 zijn, gezien dat zij in het derde oorlogsjaar behaald werden, zeer gunstig. Wij slaagden er o.a. in het belangrijk kassaldo, waarmee op 1 jan. 1917 werd overgegaan, in nieuwe leningen om te zetten. Executies hebben niet plaats gevonden. De achterstand van onze buitenlandse debiteuren is in het afgelopen jaar niet onaanzienlijk verminderd. Gesloten werden 125 leningen of voor NLG 2.889.775. Het saldo op 31 dec. 1917 bedraagt NLG 6.829.460 (v.j. NLG 5.255.852). Het eindcijfer van de in omloop zijnde pandbrieven bedroeg NLG 7.078.100 (6.671.900).
(opm: het vervolg van dit verslag niet weergegeven)


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Maassluis, 25 maart Het zeilschip EBENHAEZER, dat enige tijd geleden op Schiermonnikoog strandde (zie vorig No.), is door de Nieuwe Berging Mij. alhier vlot- en te Zoutkamp binnengebracht.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Onze schepen in Singapore.
Tot dusver is bekend dat te Singapore worden vastgehouden de volgend schepen:
De MADIOEN, de GOENTOER, de VAN HEEMSKERCK, de ’s JACOB, de PIJNACKER HORDIJK, de ROCHUSSEN, de MELCHIOR TREUB, de SCHOUTEN, de DAENDELS, de SPEELMAN en de KHON FOENG. De MADIOEN is een vrachtboot van de Rotterdamsche Lloyd, groot 6.803 ton. Het schip is van het jaar 1913. De GOENTOER is een dubbelschroef passagiersschip van dezelfde Maatschappij, groot 5.894 ton.
Behalve de KHON FOENG, een klein Chinees bootje, behoren alle andere aan de Koninklijke Paketvaart Maatschappij te Amsterdam.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De Nederlandse schepen in Amerika.
Reuter seint uit Atlantic, d.d. 24 maart: Het eerste van de Nederlandse stoomschepen, die donderdag door de Verenigde Staten zijn overgenomen om onder Amerikaanse vlag zee te kiezen, is naar een andere haven vertrokken, om te worden geladen en voor de kusthandel te worden gebruikt. Het schip werd met een Amerikaanse equipage bemand.
Dit vaartuig en circa 20 kleinere zullen worden gebruikt voor de vaart op Cuba en Zuid-Amerika. De andere Nederlandse schepen zullen waarschijnlijk bij de overzeedienst worden ingedeeld.


28 maart 1918


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. Gistermiddag deed de Raad onderzoek inzake het tot zinken brengen in de Noordzee op 11 januari 1918 van het stoomschip ATLAS van de Koninklijke Nederlandsche Stoomboot Maatschappij. Als getuige wordt gehoord de gezagvoerder van de ATLAS — Th.G. (Thomas Geert) Schenk. Deze deelde o.m. mee, dat de ATLAS de 3e januari uit de Portugese haven Bissao kwam, met bestemming naar Rotterdam. Aan boord waren reddingmiddelen in voldoende hoeveelheid aanwezig; de nationaliteit was duidelijk kenbaar gemaakt. Men bevond zich in het vrije gebied, op 38º-21' NB en 12º-32’ WL, toen plotseling een schot werd gehoord. Dit was de 10e januari in de buurt van de Canarische eilanden. Het schip stopte onmiddellijk en men ontdekte in de nabijheid een Duitse onderzeeër. Getuige begaf zich met de scheepspapieren daar heen, waarna een deel van de bemanning van de onderzeeër naar de ATLAS roeide. Hoewel de verzekering werd gegeven, dat de lading was bestemd voor een Nederlandse firma, baatte dit niet.
Getuige deelde nog mee, dat hij gesproken had met Groningers die op de duikboot waren, maar hoe zij daarop waren gekomen wist hij niet. Toen er op de duikboot was beraadslaagd wat men met de ATLAS zou doen, kwam een officier aan boord van de ATLAS, nam het bevel op zich en stuurde in westelijke richting. De duikboot lag intussen op een paar honderd meter afstand. De bedoeling was, zoveel mogelijk land te naderen, opdat de Hollanders, bij mogelijke torpedering dichter bij de kust zouden zijn. Dicht bij de Canarische eilanden werd gestopt. De Duitsers waren van mening, dat de Hollandse firma, voor wie de lading bestemd was, de goederen naar het buitenland zou uitvoeren en besloten derhalve het schip te laten zinken. Dit is gebeurd. De Hollandse bemanning was intussen in een sloep gegaan en heeft behouden de haven Fuente Ventura op de Canarische eilanden bereikt.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. De Raad deed verder de volgende uitspraak:
Betreffende het ongeval, overkomen aan het zeilschip MARCHIENA, neemt de Raad aan dat de MARCHIENA met alle opvarenden is vergaan; de oorzaak van de ramp ligt in het duister.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 26 maart. De met gezaagd hout van Hernösand hier aangekomen zeetjalk MODERATIE, kapt. Mulder, heeft op de Deense kust in het ijs bekneld gezeten, waardoor enige schade belopen werd. Deze is te Lemvig weer hersteld. Door stormweer op de Noordzee brak de giek en werd schade aan tuigage geleden. Uit- en thuisreis van dit schip duurden niet minder dan acht maanden.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De vloot van Van Nievelt, Goudriaan & Co. uitgebreid.
Naar wij vernemen is de scheepswerf van de firma Van der Schuijt aan de Noord overgegaan in handen van de firma Van Nievelt, Goudriaan & Co. cargadoors en expediteurs alhier, met alle op deze werf in aanbouw zijnde schepen. Op deze werf zijn in aanbouw, naar men ons meedeelde, één schip van circa 5.500 ton, één van circa 3.500 ton, één van circa 30.00 ton en diverse kleinere schepen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Nederlandse koopvaardijschepen. De rederij van het stoomschip MERCATOR heeft een telegram ontvangen, dat dit in Engeland liggende stoomschip onder Engelse vlag is gebracht. De gezagvoerder en de officieren moeten het schip verlaten; de bemanning mag, indien zij het wil, het stoomschip blijven bevaren.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Vrijgelaten schepen. Bij het Departement van Buitenlandse Zaken is bericht ontvangen uit Singapore, dat daar vastgehouden Nederlandse schepen (DAENDELS, SPEELMAN en SCHOUTEN) vergunning hebben gekregen om te vertrekken. Het zijn slechts kleine schepen en behoren alle aan de Kon. Paketvaart Maatschappij, die daarmee in onze koloniën de inter-koloniale vaart onderhield, d.w.z. uitsluitend de vaart tussen de eilanden van onze Oost-Indische Archipel, waarbij Singapore slechts in het voorbijgaan wordt aangedaan.


29 maart 1918


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Koninklijke Hollandsche Lloyd.
Naar wij vernemen za] aan de op 17 april te houden algemene vergadering van aandeelhouders van de Koninklijke Hollandsche Lloyd worden voorgesteld over het afgelopen boekjaar een dividend uit te keren van 10% (v.j. 25%).


30 maart 1918


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Aanvaring. De zeillogger DE NOORD (VL-217) is eergisteravond dwars van Scheveningen aangevaren door de Nederlandse motorschoener ANNA, van Rotterdam naar Gotenburg. De bemanning van zeven koppen kon zich op de schoener redden. Deze is te IJmuiden binnengelopen met verlies van de scheepsboten. De logger is vermoedelijk gezonken.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Een dronken bemanning. Donderdagnacht kwam, naar reeds werd gemeld, te IJmuiden onder vreemde omstandigheden binnen de motorschoener ANNA, kapitein B.H. Visser, van de Maatschappij ‘Atlanta’ te Rotterdam. Het schip stond namelijk onder stuur van de bemanning van de logger DE NOORD (VL-217), welke logger de avond te voren ter hoogte van Scheveningen door de motorschoener was overvaren en bij welk ongeval de opvarenden van de logger nauwelijks gelegenheid hadden op de schoener over te springen. Wat bleek hun daar? Dat alle opvarenden van de schoener onder de invloed van sterke drank waren, de kapitein wel het ergst, zodat niemand in staat was de schoener behoorlijk te sturen, waardoor de aanvaring onvermijdelijk werd. De schoener, die op reis was van Rotterdam naar Gotenburg, liep kort na de aanvaring aan de grond en de schipper van de logger W. Pronk, vond het toen maar geraden het stuur op de schoener over te nemen. Door snel het roer te wenden, wist hij de schoener weer op zee te krijgen en bracht het vaartuig daarop te IJmuiden binnen.


31 maart 1918


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Rotterdamsche Droogdok Maatschappij.
In de woensdag gehouden bestuursvergadering van de Rotterdamsche Droogdok Maatschappij werd o.m. besloten, aan de a.s. jaarlijkse algemene vergadering van aandeelhouders voor te stellen, het dividend over 1917 te bepalen op 15% (als v.j.)


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

N.V. Zuid-Nederlandsche Stoomvaart Maatschappij.
Aan het verslag over 1917 van de N.V. Zuid-Nederlandsche Stoomvaart Maatschappij te Terneuzen, is het volgende ontleend: De uitkomsten van het bedrijf bleven dit jaar ver onder die van de twee voorafgaande jaren. Voorgesteld wordt van de gemaakte winst ad NLG 53.305 af te schrijven op het stoomschip ELISABETH NLG 30.000 en een dividend van 9% of NLG 13.500 uit te keren. Het stoomschip ELISABETH staat voor NLG 200.000 op de balans.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

N.V. A.C. Lensen’s Stoomvaart Maatschappij.
Aan het verslag over 1917 van de N.V. A.C. Lensen’s Stoomvaart Maatschappij te Terneuzen, ontlenen wij het volgende: De uitkomsten van het bedrijf bleven over 1917 ver onder die van de twee voorafgaande jaren. De assurantiepenningen van het stoomschip HELENA, dat in het laatst van 1916 door het stoten op mijnen verloren ging, werden in de loop van 1917 betaald en blijven voor nieuwbouw gereserveerd. Voor de bouw van een nieuw stoomschip werd gecontracteerd. Aflevering daarvan zal eerst na de oorlog plaats hebben. Gedurende 1917 volbracht het stoomschip MAGDALENA twee rondreizen, het stoomschip CORNELIS slechts één. Beide liggen nog sedert begin juli 1917 te New York. Voorgesteld wordt de behaalde winst ad NLG 259.338 als volgt te verdelen: Afschrijvingsrekening NLG 120.000; reserveren voor diverse belastingen NLG 74.000; dividend 18% (v.j. 100%) NLG 45.000; reservefonds NLG 5.000; tantièmes NLG 12.500 en als onverdeeld winstsaldo NLG 2.838 op nieuwe rekening te plaatsen. De stoomschepen MAGDALENA en CORNELIS staan resp. voor NLG 200.000 en NLG 350.000 op de balans.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

De zeillogger DE NOORD.
De gistermorgen te IJmuiden binnengekomen zeillogger NOORDHOLLAND (IJM-306) rapporteert vrijdagavond zeven uur op circa vijf mijlen ten noordwesten van de gasboei voor Egmond de na aanvaring met de motorschoener ANNA verlaten zeillogger DE NOORD (VL-217) te zijn gepasseerd. Door ruwe zee was men niet in staat het schip op sleeptouw te nemen. Zover men van de NOORDHOLLAND kon constateren, waren de verschansing en het want beschadigd, doch was overigens het vaartuig nog in goede staat. Vermoedelijk is de logger thans In de Haaksgronden terecht gekomen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

IJmuiden, 30 Maart. De motorschoener ANNA (Zie vorig Ochtendblad) is in het Visserijdok alhier opgenomen, ten einde een reparatie aan het voorschip te ondergaan.


02 april 1918


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

IJmuiden, 1 april. Op de motorschoener ANNA werd heden namens de rederij van de logger DE NOORD voor NLG 50.000 beslag gelegd.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De te Gibraltar aangehouden schepen.
Bij de Kon. Nederlandsche Stoomboot Mij. te Amsterdam is bericht ingekomen, dat thans ook haar te Gibraltar liggende stoomschepen VENUS, DANAE, RHEA, AGAMEMNON, TELLUS en THALIA ten behoeve van het Britse gouvernement zijn gerekwireerd. De stoomschepen, die in de loop van het vorige jaar achtereenvolgens in de lijndienst van de K.N.S.M., of gevorderd door de Regering, naar Spanje en Portugal waren vertrokken en aldaar verschillende ladingen hadden ingenomen voor Nederland, in overeenstemming met de tussen Engeland en de N.O.T. bestaande regelingen, werden niettegenstaande protest van de rederij en van de N.O.T. maanden achtereen te Gibraltar vastgehouden door de Britse autoriteiten, die zonder geldige reden weigerden de ladingen goed te keuren. Het is aan de rederij nog niet bekend wat thans met deze voor Nederland zo waardevolle ladingen, waaronder cacao en koffie zal gebeuren.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De NIEUW AMSTERDAM en andere schepen.
Blijkens telegrafisch bericht van de Nederlandse gezant te Washington is de NIEUW AMSTERDAM vertrokken met 1.857 passagiers, waaronder 58 kapiteins, 534 stuurlieden en machinisten en 1.047 leden van de bemanningen van door Amerika gerekwireerde Nederlandse schepen. Voorts bevat het schip alleen de lading rijst, overgeladen uit de SAMARINDA. Verder is bericht ontvangen dat de Nederlandse schepen NOORDIJK en YILDUM, die te Halifax lagen met ladingen salpeter eveneens gerekwireerd zijn. De NIEUW AMSTERDAM bevat alleen de lading rijst van de SAMARINDA. Door de directies van de Koninklijke Nederlandsche Stoomboot Mij. en de Kon. West-Indische Maildienst is heden telegrafisch bericht uit New York ontvangen, dat de gezagvoerders en de bemanningen van de volgende in Noord-Amerika in beslag genomen stoomschepen met het stoomschip NIEUW AMSTERDAM naar Nederland vertrekken: ADONIS, BACHUS, HERCULES, MERCURIUS, NEPTUNIS, POSEIDON, TRITON, VESTA, NICKERIE, PRINS DER NEDERLANDEN, FRED. HENDRIK, PRINS WILLEM I.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Nederlandse torpedoboot op een mijn gelopen.
Hr.Ms. torpedoboot G 11 is hedenmorgen ter hoogte van Vlieland op een mijn gelopen. Het achterschip werd er afgeslagen en is gezonken. Bij de pogingen, aangewend om het voorschip te bergen, werd de reserve-machinist Duhen vermist. De overige opvarenden zijn behouden.
(Officieel). Hedenmorgen is de Nederlandse torpedoboot G 11 ongeveer 1.000 meter bewesten de uiterton van het Stortemelk binnen de territoriale wateren vermoedelijk op een mijn van onbekende nationaliteit gelopen. De bemanning is door de torpedoboot TANGKA overgenomen. Vermist wordt de machinist van de Marine reserve P.B. Du Hen Pz. Overigens heeft niemand letsel bekomen. Het achterschip van Hr.Ms. G 11 is afgebroken. Hr.Ms. TANGKA heeft nog getracht de G 11 op te slepen, maar laatstgenoemde torpedoboot zit nu aan de grond op de drempel. Pogingen worden aangewend om de G 11 te bergen. Men deelt ons nog mee dat de torpedoboot thans geheel gezonken is.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 30 maart. Hr.Ms. HERTOG HENDRIK, onder bevel van de kapitein ter zee De Joncheere, is gisterochtend vroeg uit Bergen te Nieuwediep aangekomen, geconvoyeerd door de sleepboten WITTE ZEE en THAMES. Het pantserschip is direct in het droge dok opgenomen. Door de eigen bemanning was de stuurinrichting zoveel mogelijk te Bergen hersteld, zodat het door eigen kracht naar Nieuwediep kon stomen. Van Faeröer tot Bergen is het schip gesleept. De belopen schade betreft de stuurinrichting, terwijl het ook belangrijke dekschade had en tevens verlies van sloepen.
De WITTE ZEE bracht uit Noorwegen aan 4 leden van de bemanning van de Nederlandse schoener BELLANDE, welk schip begin maart jl. bij Aralden gestrand was en verloren ging. De THAMES had aan boord drie Rotterdammers, die deel uitmaakten van de bemanning van het Relief-stoomschip CAMILLA, verleden jaar in de Noordzee getorpedeerd. Deze mensen hadden met anderen zes dagen in een open boot te midden van sneeuwstormen op zee rondgedobberd. waarna ze werden opgepikt.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 30 maart. Het zeilschip EBENHAËZER II, kapt. Bonninga. is 28 maart van Rotterdam te Flekkefjord aangekomen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 30 maart. Volgens particulier bericht is het stoomschip TJISALAK, van de Java-China-Japan Lijn, 2 december van Port-Said met een lading zout naar Sabang vertrokken.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Frederikshaven, 25 maart. De Nederlandse tjalk ROTTERDAM, 19 maart van Rotterdam naar Malmö vertrokken met een lading hoepels, dreef gisteren met gebroken masten ter hoogte van Oerehage naar land. De reddingsboot van Klitmöller nam een passagier van boord; de bemanning weigerde het schip te verlaten. Later nam deze motorboot de tjalk op sleeptouw, maar ten gevolge van de zware westelijke storm liep de ROTTERDAM bij Oerehage op strand. De uit 4 koppen bestaande bemanning werd gered. Men heeft nog hoop, het schip te kunnen bergen. De ROTTERDAM is een nieuw schip, 146 bruto en 125 netto ton groot en behoort aan de firma M.J. van der Eb te Rotterdam.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Stavanger, 23 maart. Het hedennacht hier aangekomen poststoomschip AUSTRI heeft in de nabijheid van Egersund de aan de grond geraakte Nederlandse motorschoener HARLINGEN vlot gesleept en te Egersund binnengebracht.
Over de berging wordt door de bemanning van de AUSTRI het volgende gemeld:
De AUSTRI vertrok gistermiddag van Egersund en stuurde door de Nysund. In open water gekomen zag men de HARLINGEN dicht onder land tussen de schären. Van de schoener seinde men: “Ben beschadigd, heb hulp nodig". Het was in elk opzicht een moeilijke taak de schoener hulp te brengen, daar het 6 à 7 voet diep gaande schip slechts één zeemijl van land af lag en de AUSTRI 14½ diep ging. Toch werd het waagstuk ondernomen en het gelukte. Van de boeg van de AUSTRI werd een lijn naar het hek van de schoener geworpen, die in dat ogenblik op een klip stootte en slagzij kreeg. Aan de werplijn werd nu een stalen tros aan boord getrokken en met achteruit werkende machine gelukte het de AUSTRI, de schoener van de grond af te brengen. Nadat men van de klippen vrijgekomen was werd de staaltros voor de sleeptocht ingericht en de schoener tegen 5 uur te Egersund binnen gebracht. Het weer was goed maar er stond een hoge deining tussen de schären, zodat de schoener ongetwijfeld zou zijn opgebroken, ais de AUSTRI hem niet te hulp gekomen was; een kwartier later zou de berging reeds onmogelijk geweest zijn. Aan boord van de schoener bevonden zich 10 opvarenden, die bereids de reddingboot hadden uitgezet. Het ongeval was het gevolg van motorschade. De schoener bevond zich op de reis van Rotterdam naar Gotenburg met stukgoed en was reeds te Stavanger binnen geweest om enige schade, op de reis over de Noordzee opgelopen, te repareren. De motorschade zal nu te Egersund hersteld worden. Overigens schijnt het schip geen schade te hebben.


03 april 1918


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Koninklijke Nederlandsche Stoomboot Maatschappij.
Aan het verslag over 1917 ontlenen wij het volgende: De weinig opgewekte verwachting, welke wij in de algemene vergadering van 2 april 1917 ten aanzien van de gang van zaken in het nog niet verlopen deel van het jaar uitspraken, heeft zich helaas verwezenlijkt. Ettelijke van onze schepen, welke naar Noord Amerika gezonden waren om daar graan te laden, werden daar sedert het begin van de zomer vastgehouden en een ander groot gedeelte van onze vloot lag, onder uitvaarverbod en in afwachting van de ontwikkeling van zaken in Noord Amerika, hier stil. Onderwijl stegen de kosten van onderhoud, reparatie en uitrusting voortdurend, terwijl de last van lonen en gages enz. zeer zwaar drukte. Een belangrijk minder gunstig resultaat dan verleden jaar moest wel het gevolg van een en ander zijn. Dat dit resultaat niettemin onder de omstandigheden niet onbevredigend is, moet voornamelijk aan de uitkomsten van het eerste halfjaar toegeschreven worden, waarin nog vrij geregeld gevaren werd. Wij namen het oorlogsrisico op onze schepen grotendeels voor eigen rekening en boekten hiervoor de op de markt gevorderde premies ten laste van de exploitatierekening, welke daardoor een saldo liet, onvoldoende om de nodige afschrijvingen en reserves te dekken. Zoals uit de winst- en verliesrekening blijkt, leverde het eigen risico echter een belangrijke bate op. Wij leiden hieruit af, dat de tegenwoordige hoogte van de vrachten voor een groot gedeelte toegeschreven moet worden aan de hier te lande gevorderde molestpremies, en dat het deel van de vrachten, hetwelk als inkomsten tegenover de aan ons bedrijf verbonden uitgaven staat, eerder te laag dan te hoog geacht moet worden. De beslissing van het ‘Oberprisengericht' inzake ons stoomschip NIOBE, waarvan de opbrenging in ons vorig jaarverslag vermeld werd, was ons ongunstig. Het schip werd verbeurd verklaard. Op 22 juni werd ons stoomschip POMANA, met een lading hout en stukgoed aan de N.O.T. geadresseerd, van Scandinavië naar Nederland onderweg zijnde, door een Duits marinevaartuig naar Swinemünde opgebracht en in eerste instantie door het Duitse prijzenhof veroordeeld. Wij verloren in het afgelopen jaar ons stoomschip LEDA, dat wij beschikbaar gesteld hadden om voor de Nederlandse Regering kolen uit Engeland te gaan halen en dat op 6 december 1917 onder de Engelse kust op een mijn en met een verlies van 7 opvarenden zonk. Op 10 januari van het lopende jaar werd ons stoomschip ATLAS ter hoogte van de Canarische Eilanden, onderweg zijnde van de westkust van Afrika naar Rotterdam met een lading grondnoten, aan de N.O.T. geadresseerd, door een Duitse onderzeeboot buit gemaakt. De bemanning werd behouden. De stoomschepen: RHEA groot 2.100 ton, THALIA groot 2.100 ton, GANYMEDES 4.200 ton werden ons in de loop van het afgelopen jaar opgeleverd. De bouw van de thans nog op de werven zijnde schepen wordt bij voortduring door de gebrekkige aanvoer van materialen vertraagd.
De beide loodsen, welke wij aan de Lekhaven te Rotterdam bouwden, werden voltooid. Nadat wij vier jaar op afdoening van ons betrekkelijk verzoek gewacht hebben, is ons dezer dagen door de gemeente Amsterdam een terrein aan de overzijde van het IJ ten behoeve van de bouw van arbeiderswoningen afgestaan. In verband met de ongekende stijging van de prijzen van de bouwmaterialen hebben wij het in overleg met Commissarissen gewenst geoordeeld aan de reserve op dit hoofd een bedrag van NLG 300.000 toe te voegen.
De stijging van lonen gaf ons voorts aanleiding de Reserve voor pensioenen met een gelijk bedrag te vermeerderen, terwijl wij in verband met deelneming in enige andere ondernemingen de Reserve voor diverse belangen eveneens met NLG 300.000 meenden te moeten vergroten.
De buitengewone stijging van kosten van aanbouw verklaart de aanzienlijke vergroting van onze Reserve voor afschrijving op schepen. Wij boekten het bedrag van de Liquidatierekening Stoomschepen op dit hoofd over. De ernstige tijdsomstandigheden bewegen ons de Reserve voor molest met NLG 1.000.000 te verhogen.
De brutowinst (vóór aftrek van tantièmes en koersverlies) bedroeg NLG 12.316.918 (v.j. 21.021.557), samengesteld als volgt: Per saldo vorig jaar NLG 13.014, exploitatierekening NLG 2.605.866 (17.491.607), dividend K.W.I.M., vermeerderd met terug storting tantième NLG 406.576 (500.780), interestrekening NLG 594.488 (315.861), assurantie eigen risico (zee en molest) NLG 5.425.939 (351.825), reserve voor koersverlies op effecten NLG 170.000 (—), reserve voor loodsenbouw te Rotterdam 575.000 (—-), liquidatierekening stoomschepen NLG 2.496.033 (—), diverse kleine reserves NLG 30.000 (—).
Hiervan komt in mindering voor tantièmes personeel NLG 330.000, koersverlies op effecten en valuta NLG 370.942 (182.987), saldo bruto winst NLG 11.615.975, afschrijvingen op de stoom- en lichterschepen NLG 899.434, afschrijvingen op de overige eigendommen NLG 707.386, totaal NLG 1.606.821 (2.939.526), saldo netto winst NLG 10.009.154 (16.154.108). Hiervan komt aan de preferente aandeelhouders 4% over NLG 50.000 NLG 2.000, en aan de gewone aandeelhouders 5% over NLG 15.000.000 NLG 750.000. Overwinst als volgt te verdelen: Reserve voor afschrijving op schepen NLG 2.569.000, reserve voor
oorlogswinstbelasting NLG 3.669.450, reserve voor huizenbouw overzijde van het IJ NLG 300.000, reserve voor pensioenen NLG 300.000, reserve voor diverse belangen NLG 300.000, reserve voor molest NLG 1.000.000, van het resterende ad NLG 1.118.704,62 komt: 73% aan de gewone aandeelhouders, zijnde 5% dividend, totaal 10% (v.j. 20% NLG 750.000, tantièmes volgens § 26 van de statuten NLG 277.397, inkomstenbelasting NLG 76.689, saldo op nieuwe rekening NLG 14.617.
Op de balans staan de stoomschepen en lichters te boek met NLG 6.619.016 (6.786.626), betaling stoomschip in aanbouw NLG 6.063.210 (1.668.252), kassa NLG 1.690.738 (18.746.361), schatkistpapier NLG 14.905.000 (11.050.000), debiteuren NLG 8.119.202) (4.565.006) en onder de passiva: Crediteuren NLG 5.330.925 (10.146.283).
‘Nationaal bezit’ aandelen Kon. Ned. Stoomboot Mij.
De balans per 1 december 1917 luidt als volgt: Activa: Koninklijke Nederlandsche Stoomboot Maatschappij NLG 369.025; beleggingen NLG 50,000; aandelen Kon. Nederlandsche Stoomboot Maatschappij NLG 3.600.000; totaal 4.019.025.
Passiva: Kapitaal NLG 3.650.000; dividendrekening 1915 NLG 525; idem 1916 NLG 6.500; idem 1917 NLG 362.000.
Het dividend bedraagt voor gewone aandelen 10% (20%), preferente aandelen 4%, waarvoor NLG 362.000 werd ontvangen en betaald.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Koninklijke West-Indische Maildienst.
Aan het verslag over 1917 ontlenen wij het volgende: In het afgelopen jaar werden de reizen tussen Nederland en West-Indië, ais gevolg van de maatregelen door oorlogvoerenden genomen, tot zeer enkele teruggebracht, hetgeen een aanzienlijke achteruitgang in onze inkomsten uit het vrachtbedrijf ten gevolge had. Wel is waar konden wij bijkans onze gehele vloot in de vaart tussen New York en West-Indië bezig houden, hetgeen voor de Nederlandse koloniën in Amerika, bij het algemeen heersend gebrek aan scheepsruimte, het beantwoorden aan een levensbehoefte was, doch het netto rendement van deze vaart is niet bijzonder gunstig, enerzijds wegens de betrekkelijk lage vrachten, anderzijds uit hoofde van de ongehoorde kosten, op de exploitatie in Noord Amerika drukkende. Sedert de Verenigde Staten in de oorlog getreden zijn, stijgen deze kosten snel, terwijl het oponthoud in de havens en de moeilijkheden, om voldoende lading te bekomen, ten gevolge van beperkingen van in- en uitvoer, steeds groter worden. De Holland—Zuid Pacific Lijn, welke wij in samenwerking met de Koninklijke Nederlandsche Stoomboot Maatschappij onderhielden, kwam ten gevolge van de oorlogstoestand geheel tot stilstand. Ons vrachtschip JAN VAN NASSAU, dat door de Regering voor graanvervoer van Noord Amerika gevorderd was, lag de tweede helft van het jaar, wegens de bekende moeilijkheden in de graantoevoer, in een Noord Amerikaanse haven stil. Verliezen van schepen hadden wij niet te betreuren. De bouw van onze nieuwe mailschepen ondervindt grote vertraging, terwijl wij ten gevolge van de oorlogsconjunctuur gedwongen waren een aanzienlijke verhoging van de oorspronkelijke gecontracteerde bouwprijzen in te willigen. Wij verklaarden ons bereid deel te nemen in een Cultuurbank voor Suriname en eveneens in een te Curaçao te vestigen bankinstelling, van de oprichting van welke ondernemingen aanzienlijk nut voor de beiden koloniën te wachten is. De geldelijke uitkomsten van ons bedrijf zijn in verband met de hiervoor vermelde omstandigheden minder bevredigend dan het vorige jaar, terwijl de wijze, waarop de oorlogswinstbelasting wordt toegepast, ons doet voorstellen de daarvoor gemaakte reserve aanzienlijk te verhogen en buitendien een gedeelte van de „Reserve voor diverse belangen” daarvoor te bestemmen. In verband met de verhoging van de kosten van de nieuwe mailschepen achten wij voorts een toevoeging aan de „Reserve voor afschrijving op schepen" nodig.
De br.winst bedraagt NLG 3.566.033 (4.969.010), samengesteld als volgt: Saldo vorig jaar NLG 41.715, exploitatierekening NLG 1.871.720 (2.629.209), koerswinst op effecten NLG 26.256 (—), interestrekening NLG 101.065 (20.120), assurantie eigen risico (zee en molest) NLG 531.203 (39.815), liquidatierekening stoomschepen NLG 494.042 (v.j. winst verkoop s.s. NLG 2.244.042), reserve voor diverse belangen NLG 500.000 ( --).
Hiervan komt in mindering: Aan tantièmes personeel NLG 110.910 (324.758), koersverlies valuta NLG 99.369 (22.337), diverse kleine reserves NLG 38.000 (112.000), afschrijvingen NLG 237.568 (673.171), reserve voor afschrijving op schepen NLG 250.000 (—), idem oorlogswinstbelasting NLG 1.800.000 (600.000), idem molest NLG 500.000. Saldo zuivere winst NLG 530.156 (680.075). Hiervan komt aan aandeelhouders 5% over NLG 3.500.000 (175.000). Overwinst als volgt te verdelen: Reservefonds NLG 63.636, tantièmes volgens § 18 van de statuten NLG 79.545, aandeelhouders 5% dividend, totaal 10% (v.j. 12%) NLG 175.000, inkomstenbelasting NLG 22.257, saldo op nieuwe rekening NLG 14.716. Op de balans staan stoomschepen en lichters te boek met NLG 1.440.002 (1.663.002), kassa NLG 3.437.129 (6.024.544), saldi buitenlandse bankiers NLG 2.871.353), debiteuren NLG 1.519.940 (315.833) en onder de passiva: Crediteuren NLG 1.286.384 (1.030.345).


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Nederland en de oorlog. De schepenroof voortgezet.
Bij het Departement van Buitenlandse Zaken zijn berichten ontvangen volgens welke:
De te Singapore vastgehouden schepen MELCHIOR TREUB en KONG FOE weer losgelaten zijn;
te Washington nog zijn genomen: de BACCHUS, de BATJAN en de DUBHE;
te Londen zijn genomen: de LOOSDRECHT, de VLIESTROOM, de IJSTROOM, de KIELDRECHT, de SINT PHILIPSLAND, de ST. ANNALAND, de HOOGLAND en de BOEKELO; te Hull: de SCHELDESTROOM, de SCHOKLAND, de OOSTERLAND, de FRIESLAND, de GAASTERLAND, de OTIS TETRAX, de PROFESSOR BUYS;
te Leith: de NOORD-HOLLAND; te Liverpool: de BEIJERLAND, de SUNDERLAND en de WAAL; te Goole: de HENGELO, te Middlesbrough; de MERCATOR.
Voorts is de stoomboot ROSSUM naar Bristol gezonden om te lossen en daarna te worden in beslag genomen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Te Rotterdam is binnengekomen de vrachtlogger CLARA II, reder. A. v.d. Toorn, kapt. T. v.d. Zwan, beiden te Scheveningen, die voor rekening van de vereniging ‘Handelsbelang’ te Scheveningen, uit Bergen in Noorwegen, heeft aangebracht een lading sloeharing, welke door de bokkingrokers, leden van die vereniging, tot spekbokking zal worden bereid. De lading was 880 ton groot.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Stoomschip BEIJERLAND naar Rotterdam. Blijkens hij het Departement van Buitenlandse Zaken ontvangen bericht van de Nederlandse consul-generaal te Londen, heeft laatstbedoelde van onze consul te Liverpool mededeling ontvangen, dat het stoomschip BEIJERLAND, waarvan de opvordering jl. zaterdag is gemeld, weer vrijgelaten is, dat de reeds ontslagen bemanning weer aan boord is gebracht en het schip dezer dagen naar Rotterdam zou vertrekken. De BEIJERLAND behoort, aan de Scheepvaart- en Steenkolen Maatschappij te Rotterdam.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Nog 5 van onze schepen genomen.
De directie van de Java-China-Japan Lijn te Amsterdam ontving telegrafisch bericht, dat op de volgende schepen beslag is gelegd. Te San Francisco op de TJISALAK, te Hongkong op de TJIBODAS en TJITAROEM en te Manilla op TJIKEMBANG en TJISONDARI. Officieren en machinisten zullen naar huis worden gezonden. De andere schepen liggen op Java.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Vrijgelaten schepen. N.I.P.A. seint ons uit Batavia d.d. 26 maart, dat te Singapore zeven schepen van de Bataafsche Petroleum Maatschappij en de Nederlandsch Indische Tankstoomboot Maatschappij zijn vrij gelaten. Een telegram van 22 maart meldde, dat van de Paketvaart Maatschappij te Singapore zijn vrijgelaten de stoomschepen SINGKEP, SINGAREDJA, BROUWER, VAN HOGENDORP en VAN DER PARRA.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 2 april. Op het eerste gezicht leek de schade aan dek van Hr.Ms. HERTOG HENDRIK (zie vorig No.) niet zo groot, doch bij nadere beschouwing bleken alle davits, de een meer, de ander minder, verbogen te zijn. In de enige overgebleven sloep, behalve een kleine roeiboot, was een groot gat geslagen. De grootste schade echter was aan de stuurinrichting toegebracht. Tot goed begrip dient het volgende: De zich in het achterschip bevindende stuurmachine doet een verticaal staande as, waaraan een kamrad is bevestigd, draaien. De tanden van dit kamrad grijpen in de tanden van een kwadrant, hetwelk aan een juk is bevestigd. Door middel van trekstangen wordt deze beweging overgebracht op een juk, dat aangebracht is op de as, waarom het roer draait. De verticale as met het kamwiel (koning) wordt door een gietstuk in zijn stand gehouden. Dit gietstuk nu is plotseling gescheurd, waardoor de as uit haar stand geraakte en de tanden van het kamwiel niet meer in die van het kwadrant grepen. Hierdoor werd het roer vrij in zijn bewegingen. Deze bewegingen werden door de bovengenoemde trekstangen overgebracht op het kwadrant hetwelk hierdoor de wanden van de stuurkamer beukte, zo erg, dat men vreesde, dat het hierin een gat zou slaan. Met staaldraad trachtte men daarop het kwadrant vast te zetten, doch het staaldraad knapte af. Door aan weerszijden kolenzakken op te stapelen, maakte men toen de ruimte, waarin het kwadrant zich kon bewegen, steeds kleiner, zodat men het tenslotte kon vastzetten. In die tijd waren ook de trekstangen geheel kromgebogen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Amsterdam, 2 april. Op de werf van de Nederlandsche Scheepsbouw Maatschappij is de kiel gelegd voor een vrachtboot van de Stoomvaart Maatschappij Nederland, werfnummer 152. Het nieuwe schip wordt een triplicaat van de BORNEO, van dezelfde Maatschappij.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Amsterdam, 2 april. Het voor rekening van een alhier nieuw opgerichte scheepvaartmaatschappij op de scheepswerf van de N.V. Van der Giessen & Zonen te Krimpen a/d IJssel nieuw gebouwde stalen vrachtstoomschip OEDENRODE is zaterdag (opm: 30 april) alhier aangekomen. Het zal voorlopig worden stilgelegd.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Texel, 25 maart. Te Workum werd voor rekening van de heer C. Drijver alhier, te water gelaten het nieuw gebouwde blazerschip DE POOLSTER. Dit vaartuig is voorzien van een nieuwe Kromhoutmotor, die evenwel door gebrek aan olie voorlopig niet gebruikt kan worden. Het schip zal voorlopig alleen met zeilvermogen de kustvisserij in de Noordzee uitoefenen. Deze schuit is voor Texel de eerste, die van een motor voorzien is.


04 april 1918


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Amsterdamsche Droogdok Maatschappij.
Naar wij vernemen, zal aan de algemene lering vergadering van aandeelhouders van de Amsterdamsche Droogdok Mij. worden voorgesteld het dividend over 1917 te bepalen op 6% (v.j. 12%).


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Koninklijke Hollandsche Lloyd.
Aan het verslag over het jaar 1917 ontlenen wij het volgende: Naast het reeds in het vorig jaarverslag vermelde verlies van onze stoomschepen SALLAND, GAASTERLAND en EEMLAND, valt het verlies door oorlogsmolest van het stoomschip AMSTELLAND te vermelden. Mensenlevens gingen hierbij gelukkig niet verloren. Al deze schepen waren verzekerd. Over de vervanging van de stoomschepen GAASTERLAND en EEMLAND vinden nog steeds onderhandelingen plaats, die naar wij redenen hebben aan te nemen, nu wel spoedig hun beslag zullen krijgen.
Onze schepen maakten gedurende het boekjaar 13 rondreizen, waarvan 3 met de passagiers- en 10 met de vrachtschepen. Vergeleken met het in de voorafgaande 4 jaren gemaakte aantal reizen, te weten 50 in 1913, 51 in 1914, 68 in 1915 en 50 in 1916, is het vermelden van deze cijfers voldoende om het grote verschil tussen de resultaten van 1917 en van de vorige jaren te verklaren.
Deze stagnatie is het gevolg van de nog steeds aanhoudende oorlogstoestand en van de maatregelen door de verschillende regeringen in verband daarmee genomen, waardoor onze schepen, deels in hun bewegingen sterk werden belemmerd, deels geheel moesten stilliggen. Zo liggen de stoomschepen FRISIA, MAASLAND en DELFLAND nu reeds sinds respectievelijk augustus, september en oktober werkeloos hier in de haven en ligt de HOLLANDIA sinds half november te Buenos Aires en de KENNEMERLAND sinds begin van diezelfde maand te Sint Vincent. De stoomschepen GOOILAND, ZAANLAND, RIJNLAND en DRECHTERLAND, welke zich op hun uitreis naar Zuid-Amerika bevonden, alsmede het stoomschip ZEELANDIA, dat zich op de thuisreis bevond, zijn, na alle omstreeks een half jaar in Noord Amerika te zijn opgehouden, door de regering van de Verenigde Staten in gebruik genomen. De GELRIA bleef ook gedurende het jaar l1917 opgelegd.
De exploitatierekening sluit, met inbegrip van de van de Staat ontvangen gelden ad NLG 200.000 met een voordelig van NLG 2.493.392 (v.j. NLG 10.907.465). Na toevoeging daaraan van het voordelig saldo van de interestrekening ad NLG 297.416 en van het onverdeeld saldo AoPo groot NLG 11.908, is een bedrag van NLG 2.802.716 (11.047.898) beschikbaar.
Wij stellen voor hieraan de volgende bestemming te geven: Afschrijving op stoomschepen NLG 1.140.300 (2.045.619), toevoeging aan het reservefonds NLG 164.074 (498.382), rente aan de Staat over tot 31 december 1916 ontvangen voorschotten NLG 21.341 (38.265), uitkering aan de Staat uit de overwinst NLG 200.000 (1.067.052), dividend op basis van 10% (25) over NLG 15.000.000 (10.000.000) NLG 1.500.000 Rijksinkomstenbelasting NLG 99.750, totaal NLG 1.599.750, hiervan te bestrijden uit Agio NLG 533.250, blijft NLG 1.066.500, uitkeringen volgens art. 28 van de statuten: NLG 283.250, onder aftrek, wegens teruggestorte tantièmes in verband met het dividend op NLG 5.000.000 nieuw uitgegeven aandelen, van NLG 94.416, blijft NLG 188.833, en het saldo groot NLG 21.667 op nieuwe rekening over te brengen.
Het agio op de jongste emissie werd na aftrek van de daaraan verbonden onkosten ad NLG 304.617, en na aftrek van NLG 533.250 voor betaling van dividend op de nieuwe aandelen en hierover verschuldigde Rijksinkomstenbelasting, met een bedrag van NLG 2.412.132 aan de reserve voor diverse belangen toegevoegd. De totale obligatieschuld is per 31 december 1917 tot op NLG 6.231.000 verminderd. De statutaire reserve bereikt met de voorgestelde toevoeging een totaal van NLG 1.113.629. Na toevoeging aan deze reserve van NLG 3.525.319 uit boven de boekwaarde van verloren gegane schepen ontvangen assurantiepenningen en NLG 2.412.132 uit agio en na aftrek van NLG 2.509.440 voor oorlogswinstbelasting 1915, bedraagt de reserve voor diverse belangen op 31 december 1917 NLG 9.428.011. Het assurantiefonds bleef vrijwel onveranderd en beloopt per 31 december 1917: NLG 678.128. Het fonds tot ondersteuning van het personeel steeg door rentevermeerdering, na betaling van verschillende ondersteuningen, tot NLG 1.061.292.
De zeer belangrijke bedragen vereist voor steun aan dat gedeelte van ons personeel aan boord en aan de wal, dat door de abnormale omstandigheden tot werkeloosheid werd gedwongen, werden ten laste van de exploitatierekening gebracht.
Het reparatiefonds blijft op NLG 1.000.000 gehandhaafd. Aflossing van Rijksvoorschotten. De in het afgelopen boekjaar ingevolge de overeenkomst met de Staat der Nederlanden van deze ontvangen gelden ad. NLG 200.000 worden uit de overwinst weer terugbetaald. De beproevingen, waaraan de Nederlandse handelsvloot in deze buitengewone tijden is blootgesteld, zijn juist dezer dagen weer op zó drastische wijze onder de algemene aandacht gebracht, dat het overbodig mag schijnen daarover in dit jaarverslag nader uit te weiden. Dat wij reeds aan het einde van die beproevingen zouden zijn, mogen wij nauwelijks verwachten. In elk geval zal het goed zijn met de mogelijkheid van verdere teleurstellingen te rekenen.
De balans vermeldt o.a. de volgende posten: Activa: aan ongeplaatste aandelen NLG 15.000.000 (10.000.000), stoomschepen NLG 7.351.300 (9.753.114), kantoorgebouwen en etablissementen NLG 758.262, debiteuren NLG 1.817.561 (3.473.738), onkosten lopende reizen NLG 2.732.800 (1.511.923), kassa en kassiers NLG 15.803.334 (13.750.312), effecten rekening NLG 7.539.252 (2.789.301), belegd ondersteuningsfonds NLG 1.061.292 (1.028.611). Totaal NLG 52.811.189 (43.026.490). Passiva: Aandelenkapitaal NLG 30.000.000 (20.000.000), 4½% obligatieleningen NLG 6.231.000 (6.403.000), reservefonds NLG 1.113.629 (451.052), reserve voor diverse belangen NLG 9.428.011 (NLG 3.000.000), assurantiefonds NLG 678.128 (669.654), fonds personeel NLG 1.061.292 (NLG 528.611), reparatiefonds NLG 1.000.000, reserve ongevallenverzekering NLG 133.645 (88.605), crediteuren NLG 491.111 (1.382.220), vracht- en passagegelden lopende reizen NLG 390.786 (787.424).


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. De Raad deed uitspraak betreffende het tot zinken brengen van het stoomschip ATLAS. Uit de verklaring van de kapitein blijkt, dat de ATLAS, bestemd voor een Nederlandse haven, met een lading grondnoten voor een Nederlandse oliefabriek, op de Atlantische Oceaan buiten het zogenaamde versperde gebied door een Duitse duikboot buit gemaakt en vervolgens, nadat de bemanning gelast was het schip te verlaten, tot zinken gebracht is.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden 2 april. Het beslag op de motorschoener ANNA is na borgstelling opgeheven. Dinsdagavond heeft de schoener de reis naar Gotenburg voortgezet.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Uitwisseling van krijgsgevangenen.
Vanmiddag zijn de drie hospitaalschepen uit Boston weer aan de Lloydkade voor de wal gekomen. De SINDORO bracht 400 Duitse militairen mee, die in onze stad worden geïnterneerd; de KONINGIN REGENTES 100 voor internering bestemde militairen en 50 leden van het medisch personeel, die naar Duitsland gaan en de ZEELAND zes ter internering uitgeleverde burgers en 24 burgers, die naar het vaderland terug mogen. Allen zijn gezond. Zij zullen morgen, in de loop van de dag, naar hun bestemmingen vertrekken.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De door Duitsland afgestane schepen.
Het zestal schepen dat door Duitsland is afgestaan ter vergoeding van de getorpedeerde, n.l. LINDEN, GERNIN, WESTMARK, CASTELL, PELESCH, UHENFELS en SCANDIA, liggende in Indische havens, zal, naar wij uit zeer bevoegde bron vernemen, weldra onder Nederlandse vlag worden gebracht. Een kleine moeilijkheid, betreffende de vergoeding, door Nederlandse assuradeuren te betalen, behoeft nog oplossing. Ook na de oorlog blijven deze schepen onder Nederlandse vlag varen. De Entente heeft aan deze transactie, als bekend, haar goedkeuring verleend, met afwijking van het standpunt, dat tijdens de oorlog geen enkele overdracht van schepen van de oorlogvoerende naties aan de neutralen kan worden erkend.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Scheepsbouw. Gisteren is door de N.V. Scheepsbouwwerf ‘De Merwede’ te Hardinxveld afgeleverd aan de Scheepvaart Mij. Flandria te Rotterdam het zeilschip FLEVO VII, groot plm. 150 ton, gebouwd onder S.I.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Weer een Nederlands schip in beslag genomen.
De directie van de Stoomvaart Maatschappij Nederland te Amsterdam, ontving van de gezagvoerder telegrafisch bericht d.d. 28 maart, dat het stoomschip LOMBOK, dat zich sedert begin januari te Freetown bevindt, door de Engelse regering in beslag is genomen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 3 april. De Minister van Buitenlandse Zaken brengt ter kennis van belanghebbenden, dat bij het Prjjzenhof in Sierra Leone een eis is ingediend tot verbeurdverklaring van het aldaar liggende Nederlandse schoenerschip TWEE AMBT met de daarin aanwezige lading. Indien de belanghebbenden zich tegen deze eis willen verzetten zullen zij daartoe ten spoedigste de vereiste maatregelen moeten nemen.


05 april 1918


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. Maandag 8 april a.s., ‘s namiddags 2 uur, onderzoek naar het stranden op de kust van Denemarken op 23 november 1917 van het zeilschip ZWALUW. Reder J. Westers; schipper L. Stienstra, beiden te Groningen.
’s Namiddags 3 uur, onderzoek naar het op de Noordzee door een ontploffing getroffen worden op 21 november 1917 van het motorzeilschip THALATTA I, ten gevolge waarvan één van de opvarenden overleed en het door een duikboot beschoten worden op 15 februari 1918 van dit schip, waardoor het zwaar beschadigd werd. Rederij Naamloze Vennootschap Vrachtvaart Maatschappij ‘THALATTA I’; gezagvoerder J. Barf, beiden te Amsterdam.


06 april 1918


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

De ANNA beschoten. De Nederlandse motorschoener ANNA, kapt. B. Visser, van de Maatschappij ‘Thetys’ te Rotterdam, welk schip na reparatie van de schade, ten gevolge van de aanvaring met de zeillogger DE NOORD uit Vlaardingen jl. dinsdagavond 11 uur van IJmuiden naar Gotenburg vertrok met een lading stukgoederen, is hedenmiddag weer uit zee te IJmuiden teruggekeerd. Het schip was woensdagmiddag circa 3 uur in de vrije vaargeul tussen de vuurschepen Doggersbank-Zuid en Terschellingerbank door een viertal Duitse watervliegtuigen met machinegeweren beschoten. Een aantal gaatjes zijn aan de rand van het schip, vooral aan bakboordzijde, te bespeuren. Het voorschip staat vol water, zodat het schip in de kop ligt. Ook aan dek ziet men een tiental kogelgaatjes; zelfs zijn enige schoten in de kapiteinshut doorgedrongen. Wonderwel genoeg werd niemand van de opvarenden gewond. Waarom deze beschieting van de ANNA, komende van en bestemd voor een neutrale haven, in de vrije vaargeul geschiedde, kon onze berichtgever te IJmuiden nog niet vernemen, daar de bemanning eerst door de militaire autoriteiten moest worden gehoord.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Nederlandse schepen in beslag genomen.
N.I.P.A. seint uit Batavia aan de Tel.: De Engelsen hebben 9 schepen van de Koninklijke Paketvaart Maatschappij te Singapore in beslag genomen, waarop de Engelse vlag werd gehesen. De N.I.P.A. te Amsterdam voegt hier aan toe: Aanvankelijk waren 12 te Singapore liggende van de Paketvaart in beslag genomen, later werden drie kleinere schepen en de MELCHIOR TREUB vrijgegeven. De rest gaat nu onder Britse vlag varen. De bemanningen van de in beslag genomen schepen worden door de Kon. Paketvaart Maatschappij van het Nederlandse eiland Poeloe Samboe afgehaald.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 5 april. De tanklichter UTRECHT is in de Middellandse Zee tot zinken gebracht. De UTRECHT was 1.397 bruto en 1.084 netto ton groot, in 1909 bij de Nederlandsche Scheepsbouw Mij. te Amsterdam gebouwd en behoorde vroeger aan de Nederlandsch-Indische Tankstoomboot Mij. te Batavia, maar voer nu onder Italiaanse vlag.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 5 april. Stoomvaart Maatschappij Oostzee.
Naar men verneemt zal aan de algemene vergadering van aandeelhouders worden voorgesteld het dividend over het afgelopen boekjaar te bepalen op 30% (v.j. 60%)


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Gistermiddag is met goed gevolg in Leeuwarden bij de scheepsbouwer A.T. Van der Werff te water gelaten de eerste klasse motorschoener CATO, behorende aan de N.V. Scheepvaart Maatschappij Caland, directie Van Leeuwen & Spronk, Rotterdam. Het schip is gebouwd onder Germanischer Lloyd en is geclassificeerd 100 A.K. dus hoogste klasse grote kustvaart. Het wordt voorzien van een 90 epk ruwolie-motor van de Machinefabriek Drakenburg te Utrecht. Het heeft een laadvermogen van ongeveer 325 ton.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Terugkerende bemanningen. Naar een bij de rederijen ontvangen bericht meldt, bevinden zich de kapitein en de overige bemanning van het stoomschip WOUDRICHEM en de bemanningen van de stoomschepen ARUNDO en THEMISTO aan boord van de NIEUW AMSTERDAM.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Nederland en de oorlog. Vrijgelaten schepen.
Ter bevoegder plaatse is uit Londen bericht ontvangen, dat de Nederlandse stoomschepen CALCUTTA (geladen met rijst) en OMBILIN (welk schip vermoedelijk ook een lading rijst in heeft) zijn vrijgelaten. Verder vernemen wij, dat de schepen begrepen in het dusgenaamde rijst-agreement, d.i. de tussen de Gouverneur-Generaal van Nederlands-Indië en de Brits-Indische autoriteiten getroffen overeenkomst betreffende de rijstvoorziening van Indië niet zullen worden opgevorderd.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Opgevorderde schepen. Naar men ons meedeelt is het stoomschip SUMATRA van de Stoomvaart Maatschappij Nederland de 29e maart te Bombay gerekwireerd.
Ook vernemen wij, dat het Nederlands-Indische stoomschip MARAS, dat te Aden ligt met averij, en vermoedelijk een lading tabak voor Frankrijk in heeft, te Aden is opgevorderd.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Ladingen van opgevorderde schepen. Deelden wij gisteren mee, dat hier te lande bericht was ontvangen, dat, wat Amerika betreft, de ladingen uit de daar te lande gerekwireerde Nederlandse schepen voor rekening van de eigenaren van de ladingen zullen worden opgeslagen, heden vernamen wij, dat wat betreft de ladingen uit de schepen, welke gerekwireerd zijn in Engelse havens en te Gibraltar, Freetown, enz., nog geen beslissing is genomen, op welke wijze met die ladingen zal worden gehandeld.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Door vliegtuigen beschoten. De gisteren namiddag in IJmuiden uit zee teruggekeerde motorschoener ANNA, dezelfde schoener die IJmuiden was binnengelopen om te repareren, na aanvaring met de Vlaardinger logger DE NOORD (VL-217) en dinsdagavond de reis naar Gotenburg vervolgde, rapporteert bij de terugkomst, dat de schoener donderdagmiddag op 56º-58’ NB en 03º-54’ OL door 4 Duitse watervliegtuigen, waaronder de 1600 en de 1746, werd aangehouden, die de bemanning gelastten de scheepspapieren en het journaal ter inzage te geven en het schip te verlaten. Aan dit bevel werd voldaan en de watervliegtuigen begonnen de schoener te beschieten met mitrailleurs. Nadat de bemanning twee uur in de boot had rondgedreven, verdwenen de watervliegtuigen met medeneming van het journaal, na eerst nog een aantal bommen naar de ANNA te hebben geworpen, die alle rond het schip in het water neerkwamen. De scheepspapieren werden teruggegeven. Nadat de vliegmachines verdwenen waren, keerde de bemanning aan boord van de schoener terug, waar zij tot de ontdekking kwam, dat het schip was lek geschoten en de voorpiek vol water stond. Daarna werd de terugreis naar IJmuiden aanvaard. Het schip is zowel boven als onder de waterlijn zwaar beschadigd.


Krant:

 NVC - Nieuwe Vlaardingsche Courant

Vlaardingen, 6 april. Donderdag (opm. 4 april) had onder veel belangstelling en aanwezigheid van de experts van de Scheepvaartinspectie en van de Germanischer Lloyd de proeftocht plaats van de door de firma A. de Jong alhier gebouwde stalen 3-mast motorschoener BETSY. Deze proefvaart en de gunstige afloop daarvan waren voor de scheepsbouwer van zeer overwegend belang. Voorheen had die firma zich alleen toegelegd op het bouwen van voor de visserij bestemde vaartuigen. De BETSY is nml. het eerste afgeleverde zeeschip van grotere afmetingen. In aanbouw is er nu nog een motorschoener van geheel dezelfde afmetingen en binnenkort zal de kiel worden gelegd voor een zeevrachtboot van 500 ton, die gebouwd zal worden onder klasse Veritas. Over deze tocht kunnen wij mededelen, dat hij uitmuntend is geslaagd. Het schip liep goed en stuurde keurig (dank zij de kiel, welke nog na het te water laten in een droogdok onder het schip is vervaardigd) en de motor, sterk 130 pk, van de firma Steyaard en Jannette Walen te Rotterdam, functioneerde volkomen naar wens en de verbranding van de ruwe olie, waarmee deze motor wordt gevoed, was correct. Er is, zoals gebruikelijk is, gevaren 3 maal langs de gemeten mijl, daarna met volle kracht naar de Hoek van Holland en terug en onderwijl is er met het ankerspil en de reddingsboten gemanoevreerd. De certificaten van de scheepvaartinspectie en Germanischer Lloyd werden zonder aanmerkingen uitgereikt en onmiddellijk daarop werd het schip door de eigenaar, de heer M. Cohn, overgenomen. Over het schip zelf kunnen wij het volgende meedelen. De BETSY is bestemd voor de algemene vrachtvaart met certificaat houtvaart, geplaatst in de hoogste klasse Germanischer Lloyd, Atlantische vaart. De gezagvoerder en officieren hebben hun verblijf onder de campagne met een toegang onder een kajuitstrap. De salon en hut van de gezagvoerder zijn in licht eikenhout uitgevoerd, niet groot, maar zeer netjes ingericht. De eerste stuurman heeft een hut apart, de machinist en kok logeren tezamen. Verder zijn nog onder die campagne vele kastjes, de kombuis, pantry, W.C., zeilkooi, proviandbergplaats, enz., alles geriefelijk bijeen. De bemanning logeert onder de bak. Dit logies heeft twee ingangen: Een vanaf het dek en een door een kajuitskap boven op de bak (Deze ingang is gemaakt met het oog op houtlading). Onder dit logies bevindt zich nog een aparte kettingbak. Het redding materiaal is geheel volgens de eisen des tijds, met twee reddingsboten, geschikt voor 14 en 12 personen. Dus meer dan voldoende. Over het geheel genomen, kan men zeggen, dat het een mooi afgewerkt modern type, bak- en campagneschip is.


08 april 1918


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 6 april. De Nederlandse zeilschepen DINA JOHANNA (150 ton), AMBULANT (145 ton) en ANNECHIENA (140 ton) zijn, behoudens uitvoervergunning, aan de scheepsmakelaar H.E. Rasmussen te Nakskov verkocht. De schepen zullen, zodra de Nederlandse Regering consent tot uitvoer gegeven heeft, door de nieuwe eigenaar In de Oostzeevaart gebracht worden. Voorts zijn de zeilschepen HOOP OP ZEGEN (200 ton) en JEZELINA (150 ton) door dezelfde makelaar naar Rudkjöbing verkocht.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 6 april. Het aakschip NEDERLAND, eigenaar schipper Welleman te Delfzijl, is verkocht aan schipper Bakker te Groningen. Prijs geheim.
Het lichterschip AMICITIA, eigenaar schipper Bolhuis, te Delfzijl is voor geheime prijs verkocht aan Gebr. Niestern te Farmsum.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 5 april. Na een grondig onderzoek moet gebleken zijn, dat op het moment van de aanvaring tussen de ANNA en DE NOORD de bemanning van de motorschoener ANNA niet onder de invloed van sterke drank was. Eerst daarna heeft de gezagvoerder, die een uitstekende staat van dienst heeft en als een oppassend huisvader bekend staat, uit teleurstelling over het ongeluk zijn schip overkomen, uit balorigheid drank gedronken, waardoor de indruk gewekt was geworden bij aankomst te IJmuiden. dat hij onbekwaam moet geweest zijn het schip te besturen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 5 april. Van hier vertrokken hedenmiddag naar Gotenburg de voor Zweedse rekening op de werf van de firma Gebroeders Drewes te Groningen nieuw gebouwde stalen sleepboot GEORGE IV en zeelichter GEORGINE, Deze laatste is zodanig ingericht, dat na aankomst in Zweden een motor kan worden geplaatst ten einde het vaartuig voor de kustvaart te kunnen gebruiken.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Advertentie. Openbare Schepenveiling.
Makelaar Jacq. Pierot zal op nader bekend te maken dag in april te Rotterdam in veiling brengen: Motorschoener 520 ton, voorzien van Kromhoutmotor 180 pk.
Motorschoener 200 ton, voorzien van Kromhoutmotor 45 pk,
Een motorjacht, lang ± 13 m, zeer gerieflijk ingericht, motor 60 pk.
Motor-vrachtboot 122 ton, gebouwd in 1910, Heeze-motor 24/28 pk.
Schroefsleepboot 20 pk. Schroefsleepbootje 10 pk.
Alsmede enige bakken van 40 en 60 ton.
2 Klapschuiten van 63 m3.
Meerdere vaartuigen kunnen aan deze veiling worden toegevoegd.
Nadere inlichtingen verstrekt:
Jacq. Pierot Jr. Beëdigd makelaar in schepen.
Witte Huis, Rotterdam.


09 april 1918


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

IJmuiden, 7 april. De motorschoener ANNA (zie Avondblad 6 april) loste de lading stukgoederen in een lichter om te kunnen repareren.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. In de Nieuwe Waterweg heeft met goed gevolg proef gestoomd het van Wilton's Machinefabriek en Scheepswerf voor rekening van de N.V. Scheepvaart Mij. ‘Oranje Nassau' nieuw gebouwde stoomschip GRAAF ADOLF. Langs de gemeten mijl werd een behouden snelheid verkregen van 10,78 mijl. Dit volgens de hoogste klasse Lloyds 100 A 1. en Scheepvaartinspectie met certificaat voor de houtvaart gebouwde en voor de algemene vrachtvaart bestemde stoomschip heeft een lengte van 230', een breedte van 34' en een holte van 16’. Het laadvermogen is ruim 1.880 ton, bij een diepgang van 14'-10". De Maatschappij heeft thans drie stoomschepen in haar bezit met een gezamenlijk laadvermogen van 4.600 ton.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Het door Wilton' s Machinefabriek en Scheepswerf te Rotterdam voor de Scheepvaart Maatschappij ‘Oranje-Nassau’, aldaar, nieuw gebouwde stoomschip GRAAF ADOLF heeft zaterdag (opm: 6 april) op de N. Waterweg de proeftocht afgelegd en in alle opzichten aan de gestelde eisen voldaan.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. Gisteren deed de Raad uitspraak in de volgende vroeger behandelde zaak: Betreffende het stranden van het zeilschip EBEN-HAËZER.
De Raad is van oordeel, dat het lek worden van de EBEN-HAËZER is te wijten aan het zware weer. Evenals bij de ongevallen overkomen aan de NAVIGATOR en de MUTATIO, is ook bij deze ramp gebleken, dat één-mast tjalken als de onderhavige niet geschikt zijn, om gedurende het slechte jaargetijde reizen ver over de Noordzee te maken. Zij zijn daartoe niet volkomen zeewaardig. De bemanning van de EBEN-HAËZER, die naast de kapitein bestond uit twee personen, van wie de een nog nooit en de ander slechts eenmaal als tremmer een zeereis had gemaakt, was volstrekt onvoldoende. Ook hierover heeft de Raad zich reeds meermalen uitgesproken.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. Gisteren stelde de Raad een onderzoek in naar de stranding op de kust van Denemarken van het zeilschip ZWALUW, reder J. Westers, schipper L. Stienstra, beiden te Groningen. De schipper, die geen diploma maar dispensatie heeft, had een bemanning van drie man aan boord, die, zoals het uitgedrukt werd, van toeten noch blazen wist. Speciaal had de stuurman van navigeren geen verstand. Op 17 november vertrok de ZWALUW van Rotterdam met een lading groenten, appelen en uien, met bestemming naar Gotenburg. De eerste drie dagen ging het goed, maar daarna stak een storm op, die aanhield. Er werd gepeild zonder dat men verkenning had gehad en nu en dan werd er gelood, maar daar men slechts één lood aan boord had, kon de schipper — aldus drukte hij zich uit — de juiste diepte niet bepalen. Op 21 november had men 9 vaam gelood, Op 23 november moest men volgens bestek en log Skagen gepasseerd zijn. Het was voortdurend slecht zicht met motregen. In de nacht van 23 november brak bij het overstag gaan “de boel". De deklast begon los te werken en het schip vloog op de kust aan. De schipper liet nog een anker vallen, maar vruchteloos; het hield niet en het schip strandde. Het gestrande schip werd door de schipper, met toestemming van de rederij, als wrak verkocht. Het was voor NLG 20.000 verzekerd. De stuurman, die als getuige gehoord werd, verklaarde vijf jaren gevaren te hebben als matroos en als kok. Op de kaart kan hij niet lezen en als de schipper bijv. ziek was geworden, zou hij, volgens zijn verklaring, geen kans gezien hebben, het schip in veilige haven te brengen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. Gisteren werd door de Raad een onderzoek ingesteld naar de ontploffing op en de beschieting door een duikboot van het motorzeilschip THALATTA I, rederij N.V. Vrachtvaart Maatschappij ‘Thalatta I’, gezagvoerder J. Barf, beiden te Amsterdam. De gezagvoerder Barf, die op de ZETA gevaren heeft en dit schip door torpedering verloor, verhaalde eerst van zijn uitreis naar Denemarken, van Rotterdam met stukgoederen, uien, tabak, appelen en waarschijnlijk ook met cacao. De THALATTA I had negen man equipage aan boord, benevens twee passagiers. Het schip zelf had de Hollandse vlag op en was overigens voorzien van alle kentekenen ter aanduiding van de nationaliteit. Op 21 november ’s nachts halfeen — men bevond zich toen bij Vingar — werd plotseling een ontploffing vernomen, die achter op het schip plaats vond. Alle opvarenden snelden naar boven, op de twee passagiers na. De kapitein redde hen, maar tijdens die redding overleed een hunner, vermoedelijk ten gevolge van de schrik. De dokter constateerde een hartverlamming. Daar het schip was vrij gebleven, werd de reis met het schip voortgezet. Een stuk koper werd op het vaartuig gevonden en daaruit leidt men af, dat het door een mijn werd getroffen. Te Gotenburg werd de THALATTA I hersteld en nam men stukgoederen in, geen levensmiddelen, met bestemming naar Amsterdam. Op deze thuisreis had het schip een nieuwe wederwaardigheid. Op 15 februari, 's voormiddags halfelf, ontmoette het op 56º-38' NB en 05º-07' OL — in het vrije gebied dus — een onderzeeër, die de THALATTA I voortdurend beschoot, zelfs nadat de machine gestopt was, totdat de bemanning en de vier passagiers die het schip thans telde, in de boten waren gegaan. De gezagvoerder roeide naar de onderzeeër, waar hij de commandant, een ruim 20-jarige jongeman, de Beweisscheine van de Duitse Regering, dat de lading voor Nederland bestemd was, vertoonde. De commandant zag de papieren in en verbleekte toen volgens de gezagvoerder. Daarna gaf hij vergunning aan de gehele bemanning om weer naar boord terug te keren. Dit geschiedde. Het schip bleek erg gehavend te zijn, doch werd zo goed en zo kwaad het ging weer zeewaardig gemaakt. Een Noorse haven werd hierop aangedaan en van daar werd het schip naar Nederland gesleept. De inspecteur van de Scheepvaart bracht de gezagvoerder Barf een woord van lof voor de kranige wijze, waarop hij onder beide omstandigheden zich gedragen heeft. President, mr. Kirberger betuigde namens de Raad met dit woord van lof zijn instemming.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Holland Amerika Lijn.
Het verslag over 1917 memoreert, dat het toetreden tot de oorlog door de Verenigde Staten aan het bedrijf de genadeslag toebracht en dit gedurende het 2e halfjaar feitelijk geheel verlamde. Het herinnert aan het vasthouden van het grootste deel van de vloot in Amerikaanse havens en aan de inbeslagname van de graanladingen. Bij het intreden van 1918 lagen nog 10 schepen van de H.A.L. geheel werkeloos in verschillende Amerikaanse havens opgesloten. Dat onze Regering onder deze omstandigheden geen verdere uitvaartvergunningen gaf, ligt — zegt het verslag — voor de hand. Het bedrijf bleef daardoor beperkt tot enkele stomers in de vaart tussen Java en Noord-Amerika terwijl, tegen het einde van het jaar, in het belang van de kolenvoorziening, door een van de kleinste stoomschepen van de rederij twee reizen naar Engeland werden gedaan. Met uitzondering van enige artikelen van Nederlandse oorsprong werd dan ook geen uitgaande lading vervoerd; de retourlading gedurende het eerste halfjaar bleef beperkt tot graan en munitie voor de Nederlandse Regering benevens artikelen ten behoeve van de Nederlandse nijverheid en daarna tot één lading voor het Belgische Steuncomité. In dit boekjaar werden slechts 7 reizen met passagiers volbracht tegen 46 à 48 in normale jaren. Door de toetreding van Amerika tot de oorlog werd de rederij gedwongen haar kantoren en agentschappen in de centrale rijken te sluiten. De ramp, aan onze stoomschepen NOORDENDIJK en ZAANDIJK overkomen werd — gaat het verslag voort — reeds in ons vorig jaarverslag gememoreerd. Krachtige vertogen van onze Regering bij die van het Duitse rijk hadden ten gevolge, dat de laatste bereid gevonden werd, op grond van goede nabuurschap, een gelijke tonnenmaat als die van de op 22 februari getorpedeerde schepen ter beschikking te stellen van de Nederlandse Regering tegen betaling van een bedrag gelijk aan de op die schepen bij assuradeuren verzekerde sommen. Daartoe werden Duitse stoomschepen in Nederlands-Indië liggende, aangewezen waarvan de levering binnenkort tegemoet kan worden gezien.
De betaling van de overeengekomen vergoeding voor het in oktober 1916 getorpedeerde stoomschip BLOMMERSDIJK vond inmiddels plaats. Het stoomschip STATENDAM, door de Britse regering opgevorderd, werd in de vaart gebracht tussen Noord-Amerika en Europa. De bedongen huur wordt geregeld betaald. De hoop, dat wij in 1917 van verdere rampen verschoond zouden blijven, bleek ijdel. De NOORDAM, op de thuisreis van New York, stiet 3 augustus ter hoogte van Texel op een mijn die het schip ernstig beschadigde, ofschoon ten slotte gevaar voor zinken niet bleek te dreigen. De passagiers werden door de convoyerende sleepboot THAMES te Nieuwediep geland en gelukte het de NOORDAM, na gelicht te hebben, met assistentie binnen te brengen. De schade, die inmiddels hersteld is, wordt door verzekering gedekt. Met goedkeuring van commissarissen werd een overeenkomst gemaakt met de N.V. Wilton’s Machinefabriek en Scheepswerf, om, zodra de mogelijkheid daartoe geopend zal zijn, verzekerd te zijn van de gelegenheid voor de aanbouw van nieuwe schepen. Ter verruiming van de geldmiddelen stelde de directie zich voor het kapitaal met NLG 3.000.000 uit te breiden, toen de geldmarkt en ook de beurswaarden van de aandelen van de H.A.L. haar daartoe gunstig schenen. De emissie was een volkomen succes en stelde de directie in staat een agio van NLG 5.357.590 op een speciale reserve te boeken. Het doel, waarvan de emissie tevens dienstbaar werd gemaakt, de onvervreemdbaarheid van de Maatschappij kon nog verder worden bereikt, toen door een Nederlands consortium, tegen het eind van het jaar, het Amerikaanse bezit van aandelen in deze Maatschappij werd overgenomen, waartegen in januari 1918 aandelen in de N.V. Gemeenschappelijk Eigendom van Aandeelen Holland Amerika Lijn werden uitgegeven. Met toestemming van commissarissen werd deelgenomen in ondernemingen en instellingen in het belang van de Maatschappij o.a. in de bijdrage van de gemeente voor de Waterweg en in de Mij. ter Expl. van een Hoogoven en Walswerk. In het afgelopen jaar konden door deze passagiersschepen op New York en door de vrachtschepen naar verschillende havens slechts 46 reizen worden gemaakt; bij het geringe emplooi voor deze eigen stoomschepen kon uit de aard der zaak, geen aanleiding zijn tot charteren. Blijkens de winst- en verliesrekening bedraagt de winst uit exploitatie en andere hoofde NLG 9.946.469,73. De blijvende onzekerheid — zegt het verslag — ten aanzien van de toekomst behoeft ditmaal geen aanleiding te geven tot buitengewone afschrijvingen, omdat scheepsbezit, ook wanneer wij de fantastische prijzen van heden buiten beschouwing laten, naar het ons voorkomt, nog vele jaren na het sluiten van de vrede, een object van hoge waarde zal blijven. De directie stelt derhalve voor de gezamenlijke afschrijvingen te bepalen op NLG 4.685.774,43, het fonds ten behoeve van het personeel te doteren met NLG 50.000 en tenslotte NLG 1.000.000 te reserveren voor diverse belangen en oorlogswinstbelasting.
De overblijvende winst laat dan toe een dividend uit te keren van 25%. Nu de bekende handelwijze van de geassocieerde regeringen —zo besluit het verslag — de kans op vernietiging van onze schepen belangrijk verhoogt en derhalve de omvang van onze vloot na het sluiten van de vrede hoogst twijfelachtig is, lijkt het ons doelloos ons in bespiegelingen over de toekomst te begeven. Commissarissen voegen aan het verslag van de directie hun verslag aan aandeelhouders toe. Zij schetsen daarin het zware verlies dat de Maatschappij leed door het overlijden van de heer J.V. Wierdsma. Zij stellen voor om de vacature, ontstaan door het overlijden van de heer Wierdsma, voorlopig onvervuld te laten. In dat geval is thans de heer W. Westerman aan de beurt van aftreding, doch herkiesbaar. Ook wat het verslag van de directie bevat omtrent de zorgvolle tijden, welke de Maatschappij doormaakt en tegemoet gaat, onderschrijven commissarissen ten volle.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Zaterdag (opm: 6 april) heeft het stoomschip GRAAF ADOLF, het derde stoomschip van de maatschappij Oranje Nassau, met vele genodigden en hun dames, een proeftocht gehouden, die in vele opzichten, ook wat de snelheid betreft, aan de gestelde verwachtingen heeft beantwoord, zodat onderweg zonder bezwaar, de kantoorvlag kon gehesen worden. Het schip is gebouwd door de N.V. Wilton’s Machinefabriek en Scheepswerf en geheel gelijk aan het van dezelfde werf aangekochte stoomschip GRAAF LODEWIJK.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Alle krachten aan onze voedselvermeerdering.
De Scheepvaartvereniging alhier, heeft aan het Koninklijk Nationaal Steuncomité een uitvoerig schrijven gericht, waarin zij meedeelt op welke gronden zij de havenreserve slechts tot eind april wenst te continueren, en niet tot eind juni:
De scheepvaart staat nagenoeg geheel stil, wat er met de in beslag genomen vloot gebeuren zal, weet men niet en tenslotte hebben sinds juni 1917 de Rotterdamse werkgevers belangrijke sommen betaald, die eigenlijk voor rekening hadden moeten komen van buitenlandse werkgevers.
Om deze drie redenen, en omdat zij geen prijs stelt op de voortdurende aanwezigheid van een zo groot korps bootwerkers in deze haven, noch voor het heden, noch met het oog op de toekomst, acht zij het onbillijk dat op de Nederlandse rederijen een zo belangrijk deel van de kosten van de oorlogswerkloosheid van deze lieden, wordt afgewenteld. Bovendien komen weldra 1.500 scheepsofficieren en zeelieden in ons land aan — wellicht door meerderen gevolgd — ten wier opzichte de verhouding tot hun werkgevers een geheel andere is en wier ondersteuning gedurende hun gedwongen werkeloosheid opnieuw zware offers zal vorderen.
Ongeacht het bovenstaande zou de vereniging aanleiding kunnen vinden haar medewerking te verlenen aan een regeling, waarbij de tegenwoordige Havenreserve bijv. tot ultimo september zou worden gecontinueerd, met dien verstande, dat de door de vereniging op te brengen bijdrage in de kosten tot 20% werd gereduceerd, ware het niet, dat zij van oordeel is, dat thans onder geen voorwaarde met deze inproductieve wijze van bestrijding van oorlogswerkloosheid mag worden voortgegaan en alleen reeds op grond hiervan wenst het bestuur op te komen tegen het beschikbaar stellen van verdere gelden, zolang niet op doeltreffende wijze, hetzij door het Steuncomité, hetzij door de Regering uitvoering is gegeven aan het denkbeeld, dat op 14 september 1917 reeds door de vereniging is aangegeven, n.l.: Een centrale werkverschaffing aan werklozen.
Wat nu de Scheepvaartvereniging uitvoerig van haar denkbeeld vertelt, heeft onze volle instemming. Met haar zijn wij van mening, dat alle beschikbare werkkrachten in den lande onder centrale leiding dienstbaar behoren te worden gemaakt aan de productie van voedingsmiddelen. Van april tot en met oktober kunnen duizendtallen arbeiders, die nu in geestdodende lediggang hun dagen doorkniezen, voor hun land en hun volk goed werk doen. Een bevoegde (de heer P.H. Burger) heeft deze week in de Groene uitgerekend, dat — mits er maar voldoende gebouwd wordt — onze gehele voedselbenodigdheid royaal op onze eigen bodem kan worden gekweekt. Verleden jaar is er meer haver en zijn er meer peulvruchten verbouwd dan voorheen. Was hetzelfde voor tarwe en graan gebeurd, dan hadden we 100.000 ton graan meer verkregen, juist wat we nu zo dringend nodig hebben. Er dreigt hongersnood, als niet de volop aanwezige werkkrachten naar het land worden gezonden. Deskundige leiding is er gemakkelijk te krijgen en als, wat de Scheepvaartvereniging voorstelt, het Ministerie van Oorlog meewerkt met eventuele tentenkampen, zal ook de huisvesting geen bezwaren opleveren. Voor Rotterdam is dit alles nog gemakkelijker. Ettelijke duizenden Rotterdamse havenarbeiders hebben vroeger op het land gewerkt, de overigen kunnen goeddeels onder leiding aan het werk worden gezet. Ook uit andere vakken kan dat. Er liggen rondom Rotterdam ten noorden van de Maas en op IJsselmonde honderden hectaren grasland, die gescheurd en voor bouwterrein kunnen worden omgewerkt. De medewerking van de boeren zal, in 's lands belang, kunnen worden verkregen. Desnoods zouden wij tegen ogenblikkelijke staatsdwang niet opzien.
Ons volk moet gered worden van de hongersnood.
Erger dan in vele streken van Duitsland is hier het voedselgebrek. Steden als Berlijn hebben in haar omgeving landarbeid tot voedselvoorziening ondernomen, en dat nog wel terwijl in die steden nagenoeg alle goede werkkrachten voor het front en voor de munitiefabrieken zijn opgevorderd.
Hier is overvloed van werkkrachten. Onze bodem is vruchtbaar en eist voor aardappelen, bruine en witte bonen geen bezwaarlijke en ingrijpende bewerking. Hij eist alleen de spade en de ploeg. Hij eist arbeid. Voor het eigen gezin óók zouden de duizenden, die nu werkloos ronddolen aan de arbeid kunnen gaan. Strijd voeren tegen hongersnood op krachtig, sympathieke en het karakter sterkende wijze. Wij veronderstellen dat ook zij niets liever zouden willen. En waar er volop akkers ter bebouwing braak liggen staat dus niets dit plan in de weg. Akkers in de nabijheid van onze stad.
Aardappelen en bonen kunnen er dit najaar volop wezen en tot zolang kunnen zonder meer de aanwezige voorraden worden aangesproken.
Ons volk zou gered zijn.
Dat echter dit alles nu ook onmiddellijk worde aangepakt. Geen “rustige overweging", geen “bekwame spoed", maar doorzetten! Van ons gemeentebestuur reeds kan het initiatief uitgaan. Dat het daartoe gezind is, dadelijk en krachtig, hopen wij spoedig met blijdschap te kunnen meedelen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Akkerarbeid voor de H.A.L. werklieden.
Bij proclamatie heeft de directie van de H.A.L. aan haar werklieden kennis gegeven, dat zij beslag heeft gelegd op 60 ha. akkers (tussen Schiedam en Schiebroek) met de bedoeling daarop haar werkloze arbeiders en eventueel de zeelieden, die met de NIEUW AMSTERDAM aankomen, te werk te stellen. Voorlopig zal het uurloon voor werk 40 cts. bedragen. In verband met hetgeen hierboven over werk tot voedselvoorziening in dit blad werd geschreven, vestigen wij op deze daad, van de H.A.L. met warme sympathie de aandacht.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdamsche Droogdok Maatschappij.
Blijkens het jaarverslag van de directie van de Rotterdamsche Droogdok Maatschappij alhier, zijn de door deze Maatschappij verkregen resultaten betrekkelijk bevredigend te noemen. Dit is — zo zegt de directie — te danken:
1e aan het feit dat wij, al zij het met grote moeite, de bouw van enige schepen althans te hebben kunnen voltooien en
2e aan het feit, dat het reparatiebedrijf, hoewel reeds belangrijk ingekrompen, gedurende de eerste 8 maanden van 1917 nog vrijwel regelmatig kon worden voortgezet. Van die tijd af kwam de gehele scheepvaart en daarmee ook het reparatiebedrijf nagenoeg tot stilstand. Verder bespreekt het verslag de tot stand gekomen ‘Reserve voor de werklieden’ in het scheepsbouwbedrijf waarin 400 man van de Maatschappij zijn opgenomen, terwijl de overige slechts 42 uur per week arbeiden. Gedurende 1917 kwamen ter aflevering gereed de stoomschepen: BALI, LINGESTROOM, MIRACH en SIRRAH, tezamen met circa 23.500 ton laadvermogen en 9.000 ipk machine-capaciteit.
In 1917 werd van de dokken gebruik gemaakt door 72 schepen, metende 173.966 bruto registerton, met 349 dokdagen; zondagen, nachtwerk en rivierboten, als gewoonlijk buiten beschouwing gelaten. Sinds de oprichting werden door de Maatschappij gedokt 2.397 zeeschepen, metende 6.160.859 registerton. De bouw van de vele nieuwe ontworpen werkplaatsen moest voorlopig worden uitgesteld, ook de aanbouw van arbeiderswoningen kon niet langer worden voortgezet in verband met de buitengewone bouwprijzen en de onzekerheid betreffende het verkrijgen van materialen. Een nieuwe bewaarschool werd echter in 1917 geopend en de gereed gekomen woningen werden wederom aan de Bouwmaatschappij Heyplaat overgedragen, die dus thans beschikt over 311 woningen. Blijkens de verlies- en winstrekening bedroeg het voordelig saldo van de exploitatie NLG 1.280.823,44½, te verdelen als volgt: Diverse afschrijvingen NLG 624.931,20 en te verdelen winst NLG 655.892,24½. De directie stelt voor, hiervan voor fonds belangen Personeel NLG 70.000 en voor gratificaties NLG 10.000 beschikbaar te stellen, waarna aan aandeelhouders kan worden uitgekeerd 15% dividend en aan houders van oprichtersbewijzen NLG 320 per bewijs, terwijl een saldo van respectievelijk NLG 8.149,57½ en NLG 208,58 op nieuwe rekening overgaat.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Terug naar het vaderland,
Met het stoomschip NIEUW AMSTERDAM keren naar het vaderland ook terug de kapitein en de bemanning van het stoomschip BIESBOSCH van de Hollandsche Algemeene Atlantische Scheepvaart Maatschappij.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Nederland en de oorlog. De POELDIJK en de MAASDIJK.
Thans kunnen wij meedelen, dat zaterdagmiddag jl. bij het Departement van Buitenlandse Zaken telegrafisch bericht is ingekomen van de Nederlandse gezant te Washington, dat, indien de POELDIJK en de MAASDIJK met hun ladingen tabak naar Amerika vertrekken, de War-Trade-Board garandeert, dat aan de Nederlandse Regering de gelegenheid zal gegeven worden om voor deze schepen bij hun aankomst in de Verenigde Staten als retourlading graan aan te kopen. (In verband met het bovenstaande is ons — als bevestiging van vorig bericht — gebleken, dat de ladingen welke de POELDIJK en de MAASDIJK hier te lande hadden ingenomen, slechts voor een gedeelte uit tabak bestonden. Deze ladingen zijn intussen reeds enige weken geleden gelost en ter beschikking gesteld van de afladers).


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 8 april. Het zeilschip WOUTER, kapt. Van der Zwan, arriveerde 6 april van Amsterdam te Bergen. (opm: zie ook AH 180118, RN 040218 en 160318)


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 8 april. Op het Hollandsch Diep werd op 4 dezer een welgeslaagde proeftocht gehouden met het motorschip LIBRA, gebouwd door de N.V. Scheepsbouwwerven v/h P. & A. Ruytenberg te Raamsdonksveer voor rekening van de N.V. Mij. Vrachtvaart, gevestigd te Middelburg. Het schip is lang 41,50 m., breed 8,30 m. en hol 4 m.; is getuigd met 1 drie stalen topmasten; heeft één groot laadruim, twee laadhoofden, een stalen hoofddek met bak- en volledig campagnedek. Onder de bak zijn de volkslogiezen en onder het campagnedek de verblijven van kapitein en officieren. Het schip is voorzien van twee Steywal gloeikopmotoren elk van 90 pk. De laadlieren worden eveneens door motoren gedreven, terwijl het schip volledig en modern is uitgerust, in het bijzonder ook voor houtvaart. Dit eerste zeeschip door de N.V. Scheepsbouwwerven voorheen P. & A. Ruytenberg te Raamsdonksveer afgeleverd, werd gebouwd voor de klasse Germanischer Lloyd, Atlantische vaart en volgens de voorschriften van de Rijks Scheepvaartinspectie.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 8 april. Van de scheepswerf van de firma Wortelboer & Co. te Westerbroek is zaterdagmiddag met goed gevolg van stapel gelopen een 3-mast schoener van circa 700 ton, voor rekening van een Hollandse rederij. Het schip wordt voorzien van een 180 pk ruw-olie motor van de N.V. Appingedammer Bronsmotorenfabriek. Een gelijk schip voor dezelfde rederij zal de volgende maand te water worden gelaten.
In aanbouw is een 4-mast motorschoener, groot circa 900 ton, voor eigen rekening.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 8 april. Amsterdamsche Droogdok Maatschappij.
Aan het verslag ontlenen wij het volgende: In het afgelopen jaar werd van onze dokken gebruik gemaakt door 351 schepen, metende tezamen 406.469 ton, gedurende 1.177 dagen, tegen 558 schepen van 833.503 ton, gedurende 1.695 dagen in 1916, terwijl van het vijzeldok werd gebruik gemaakt door 82 schepen voor de binnenlandse vaart tegen 6 in 1916.
De oorlogstoestand heeft het bedrijf zeer nadelig beïnvloed. Men was genoodzaakt in de machinefabriek een heel andere tak van bedrijf in te voeren. Een bedrag van NLG 25.000 werd afgezonderd voor de rekening van ondersteuning. Verder werd gereserveerd NLG 20.000 voor ongevallen. Op het materiaal en eigendommen is afgeschreven NLG 48.292, waarna een saldo beschikbaar blijft van NLG 38.000, waaruit, zoals reeds gemeld, een dividend van 6% kon worden uitgekeerd. Het belegd ondersteuningsfonds bedraagt thans NLG 170.456. De rekening reparatie en vernieuwing blijft onveranderd NLG 100.000.


10 april 1918


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Maatschappij Zeevaart.
Aan de op de 23e dezer te houden algemene vergadering van aandeelhouders zal worden voorgesteld om het dividend over het afgelopen jaar vast te stellen op 30% (vorig jaar 50%).


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Van Nievelt Goudriaan & Co's Stoomvaart Maatschappij.
Wij vernemen dat op de aanstaande buitengewone algemene vergadering een statutenwijziging zal worden voorgesteld, waarbij o.m. het maatschappelijk kapitaal wordt verhoogd van 2,5 op 20 miljoen. Naar bekend, is van het tegenwoordige kapitaal nog slechts de helft uitgegeven. Het ligt nu in de bedoeling om het gestorte kapitaal van NLG 1¼ op 5 miljoen te brengen, door uitgifte van 3¾ miljoen. Voorts wordt in de statuten de bepaling opgenomen, dat directeur en commissarissen Nederlanders moeten zijn, waardoor het Nederlandse karakter van de onderneming wordt verzekerd.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Koninklijke Nederlandsche Stoomboot Maatschappij.
In de heden onder voorzitterschap van de heer S.P. van Eeghen gehouden algemene vergadering van de N.V. Nationaal bezit van aandelen van de Koninklijke Nederlandsche Stoomboot Maatschappij waren vertegenwoordigd 50 preferente en 10 gewone aandelen, uitbrengende twaalf stemmen. Het reeds vermelde jaarverslag werd voor kennisgeving aangenomen; de balans goedgekeurd en het dividend bepaald op NLG 50 per aandeel van NLG 500. De heer S.P. van Eeghen, ingevolge art. 27 van de statuten als Iid van de Raad van Beheer aan de beurt van aftreding, werd herkozen; daarna werd de vergadering gesloten en werd overgegaan tot de algemene vergadering van aandeelhouders in de Kon. Nederlandsche Stoomboot Maatschappij. Aanwezig waren elf aandeelhouders vertegenwoordigende 50 preferente en 91 gewone aandelen, uitbrengende 20 stemmen.
Het jaarverslag van de directie, eveneens reeds vermeld, werd voor kennisgeving aangenomen, de winst- en verliesrekening en de verkorte balans goedgekeurd en daardoor het dividend bepaald op NLG 50 per heel en NLG 25 per half aandeel.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. Zaterdag 13 april a.s.. ’s namiddags 1.30 uur, onderzoek naar de aanvaring, welke op 28 maart 1918 in de Noordzee plaats had tussen de zeillogger DE NOORD (VL-217) en het motorzeilschip ANNA. Rederij van de VL-127: Firma de Zeeuw en van Raalt te Vlaardingen; schipper W. Pronk te Scheveningen. Rederij van de ANNA: N.V. Maatschappij ‘Thetys’; gezagvoerder B.H. Visser, beiden te Rotterdam.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Nederland en de oorlog. Graan halen uit Amerika?
De Nieuwe Ct. vestigt de aandacht op het feit, dat van de Koninklijke Hollandsche Lloyd te Amsterdam de HOLLANDIA sinds half november van het vorige jaar in de neutrale haven Buenos Aires ligt en de KENNEMERLAND sinds het begin van dezelfde maand in de Portugese haven St. Vincent.
De beide schepen KENNEMERLAND en HOLLANDIA, resp. groot 4.074 en 7.291 ton zijn op dit ogenblik nog voor de Nederlandse vaart beschikbaar, alleen omtrent de HOLLANDIA kan enige twijfel bestaan.
Zij zouden het graan kunnen inladen, dat in Zuid-Amerika, volgens de uitdrukkelijke verklaring in de proclamatie van de Amerikaanse president, voor Nederland te krijgen is en met het deel van die kostbare voorraad dat zij bergen kunnen, zee kiezen. De twee schepen zullen Nederland niet kunnen bereiken zonder onderweg in een geassocieerde haven te bunkeren. Te dien aanzien is Nederland evenwel in het bezit van de officiële verzekering, zowel van president Wilson als van de Britse gezant namens de geassocieerde regeringen, dat, indien het schepen zendt om van de 100.000 ton graan (50.000. in Noord- en 50.000 in Zuid-Amerika) die voor ons beschikbaar heten te liggen, gedeelten te halen, deze zoals het woordelijk luidt, „geen vertraging zullen ondervinden, niet zullen worden vastgehouden en alle faciliteiten om te bunkeren zullen verkrijgen". Zou onze Regering nu niet met de Kon. Holl. Lloyd kunnen overeenkomen, dat de HOLLANDIA en de KENNEMERLAND, die thans werkeloos te Buenos Aires en te St. Vincent liggen, voor dit doel worden bestemd en zo spoedig mogelijk, met Argentijns graan voor Nederland geladen, hierheen varen? Voor Duitsland is er geen enkele reden om deze Nederlandse schepen, die niet door zijn vijanden genomen, gecharterd of onder enige verplichting gelegd zijn, buiten de gevaarlijk verklaarde zone of in de “vrije vaargeul" tot Amsterdam te belagen. Integendeel, zijn de twee schepen hier eenmaal aangekomen, dan zullen zij hier de buiten het bereik van Duitslands vijanden gelegen Nederlandse scheepsruimte, zijn komen vermeerderen. Men mag zelfs aannemen, dat, indien voor het niet uitzenden van een paar schepen als de MAASDIJK en de POELDIJK van hier om graan uit Noord-Amerika te halen, een van de redenen (wat wij niet weten) voor onze Regering is, dat zij twijfelt of Duitsland deze schepen in de gegeven omstandigheden ongehinderd zal willen laten, daartoe geen reden meer zal bestaan, indien eerst twee schepen van overeenkomstige (zelfs grotere) tonnenmaat hier te lande zijn binnengevallen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Het konvooi binnengekomen. Gisterennamiddag is weer eens een Engels konvooi binnengekomen, dat de Rotterdamse haven tussen 6 en 7 uur bereikte. Het was ditmaal 15 schepen sterk. Verschillende equipages van gerequireerde of vergane schepen zijn met het konvooi meegekomen, zoals: Kapitein Schaap met 12 man van het stoomschip HOOGLAND van de Scheepvaart- en Steenkolen Maatschappij; kapt. T. Visser met de 21 man van het stoomschip KIELDRECHT van de firma Phs. Van Ommeren; kapt. De Bruijn met de uit 10 personen bestaande bemanning van het stoomschip BOEKELO van de Stoomvaart Mij. Noordzee; kapt. P. Kalishoek, met de 18 man van het stoomschip IJSTROOM van de Hollandsche Stoomboot Maatschappij te Amsterdam. Al deze genoemde schepen zijn door de Engelsen in beslag genomen en geen van de mee gekomenen had lust over te gaan in Engelse dienst gedurende de oorlog. In Londen hebben op 25 maart de bemanningen van de gerequireerde schepen maar een paar uur tijd gehad, om met have en goed de schepen te verlaten, hetgeen geschiedde onder controle van Engelse militairen. Het konvooi heeft een gedeelte van de lading van enkele Nederlandse schepen meegebracht, alsmede de grote post. Dan zijn uit Londen op het stoomschip ELLA meegekomen 4 Nederlandse matrozen van het Engelse stoomschip AMULET, dat enige weken geleden voor Whitby in aanvaring kwam met een onbekend gebleven Scandinavisch schip en toen zonk. De bemanning werd in haar geheel gered. Voorts werd aangebracht de stoker E.J. Eggink, een Amsterdammer, die te Londen ziek was achtergebleven, terwijl zijn collega's van het stoomschip ATLAS reeds per konvooi naar hier werden getransporteerd. De ATLAS werd destijds bij de Canarische eilanden getorpedeerd. De MARYLEBONE had bovendien aan boord 63 uit Engeland uitgewezen Duitse mensen, zijnde 62 vrouwen en kinderen en een man; tevens 18 uitgewezen Oostenrijkers, 14 mannen en 4 vrouwen. Bij deze was ook de 1e luitenant van de Oostenrijkse infanterie Lechner, die geruime tijd te Londen werd verpleegd, aangezien de oorlogsellende 's mans zenuwgestel deerlijk heeft geschokt.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 9 april. Hr.Ms. SCHORPIOEN zal 18 dezer van Hellevoetsluis naar Vlissingen worden overgebracht om daar gestationeerd te blijven als logementsschip voor de torpedodienst.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 9 april. Aan de Vrachtvaart Mij. Flandria te Rotterdam, zijn door de N.V. Scheepsbouwwerf De Merwede te Hardinxveld afgeleverd de zeilschepen FLEVO 5 en 10. Beide schepen zijn gebouwd onder klasse Scheepvaartinspectie en Norske Veritas en hebben een laadvermogen van 180 ton.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 8 april. De motorschoener ANNA heeft hier de lading, die uit hoepels en stukgoederen bestaat, gelost en is in het droogdok opgenomen voor onderzoek naar de door de Duitse vliegtuigen aangerichte schade.


11 april 1918


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De schoener CATRIENA, 28 maart op de eerste reis voor de nieuwe eigenaren uit de Nieuwe Waterweg naar Flekkefjord (Noorwegen) vertrokken, is op de Noorse kust getorpedeerd. Het schip was voor NLG 50.000 verzekerd.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Vlaardingen, 10 april. Gisteren is hier van Haugesund (Noorwegen) binnengekomen de vrachtlogger PROEFNEMING I, kapt. D. v.d. Zwan van de Maatschappij Proefneming, directeur de heer P. van Beek Lzn., met 900 ton sloeharing voor de firma Betz & v. Heyst.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Het dubbelschroefstoomschip NIEUW AMSTERDAM, van de N.A.S.M., van New York naar Rotterdam, is woensdag 10 april, ‘s namiddags 3 uur IJmuiden gepasseerd.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Het stoomschip VONDEL vertrok 1 januari van Batavia naar Hongkong, Nagasaki, Yokohama en San Francisco.


12 april 1918


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Stoomboot Maatschappij Hilligersberg.
In de a.s. algemene vergadering van de Stoomboot Mij. Hilligersberg zal worden voorgesteld, het dividend over het afgelopen boekjaar te bepalen op 25% (v.j. 50%). Blijkens de ter visie liggende balans en winst- en verliesrekening bedroeg de nettowinst plm. NLG 272.000 (v.j. NLG 909.473) en de brutowinst plm. NLG 290.000 (NLG 940.617).


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Met het op de werf van Gebr. v.d. Windt te Vlaardingen gebouwde vrachtstoomschip NAUTILUS, eigenaresse de Vrachtvaart Mij. Nereus, directeur A. Jordens Jr., is gisteren een welgeslaagde proeftocht gehouden. Het stoomschip, dat in de vaart op Scandinavië zal worden gebracht, heeft afmetingen van 40 x 6,69 x 3,39 meter. De machines zijn vervaardigd door de Machinefabriek H. Versteeg te Hardinxveld, zij geven aan het schip een constante snelheid van 9¼ mijl. Alles functioneerde uitstekend, zodat het schip door de rederij werd overgenomen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Nederland en de oorlog. Nederlandse schoener getorpedeerd.
Bij de rederij Zeevrachtvaart Maatschappij Zuid Holland, directeuren de heren H. de Groot en L. van Beekum te Vlaardingen, is telegrafisch bericht ontvangen, dat het schoenerschip CATRIENA, kapt. A. Bos, wonende te Farmsum, 28 maart van Rotterdam naar Flekkefjord vertrokken, is getorpedeerd. De stuurman, matroos en kok zijn te Stavanger aan land gebracht. De kapitein is vermoedelijk verdronken. De CATRIENA is groot 115 ton bruto en 85 ton netto en was in 1901 gebouwd.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 11 april. De stalen gaffelschoener CATRIENA uit Vlaardingen, 28 maart van Rotterdam naar Flekkefjord vertrokken, is getorpedeerd. Kapitein Bos is verdronken, de overige opvarenden zijn gered en te Stavanger geland.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Scheepsbouw. Gistermiddag werd met goed gevolg te water gelaten van de scheepswerf van de firma Wed. C. Boele & Zonen te Slikkerveer, het stalen zeevrachtstoomschip TALITA dat besteld was door de firma J. & A. v.d. Schuyt, doch weer verkocht aan Van Nievelt, Goudriaan & Co's Stoomvaart Maatschappij. Het schip zal een draagvermogen hebben van circa 1.050 ton. De machine, groot ongeveer 600 ipk en de twee ketels zijn gebouwd en worden geïnstalleerd door de N.V. Machinefabriek De Biesbosch te Dordrecht.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Werf Fijenoord. In de heden gehouden vergadering van de permanente commissie en commissie van rekening van de Mij. voor Scheeps- en Werktuigbouw Fijenoord, is besloten over 1917 een dividend uit te keren van 7%. (v.j. 12%).


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De NIEUW AMSTERDAM. Gelijk altijd heel de Rotterdamse bevolking in spanning was, omdat er een Oost-lnje-vaarder zou binnenkomen, zo was ook nu onze populatie al een paar dagen nerveus van de afwachting naar de NIEUW AMSTERDAM. Al een paar dagen geleden werden wij telkens opgebeld of we iets wisten van de NIEUW AMSTERDAM, waar de NIEUW AMSTERDAM was, wat we van de NIEUW AMSTERDAM dachten, eindeloos gevarieerd, want, omdat zo vele kapiteins en bemanningen van de in beslag genomen schepen aan boord van ons thans grootste stoomschip als passagiers meekomen, zijn honderden families weer belangstellend naar de NIEUW AMSTERDAM. Er zijn ook van buiten ettelijke honderden mensen overgekomen om hier te wachten op de NIEUW AMSTERDAM. Gisteravond zou het schip hier zijn, toen vannacht, toen vroeg in de morgen, en men wilde de binnenkomst niet verzuimen. Zo was het in een aantal gezinnen met en zonder loges, in hotels, waar de portiers zwaar gefooid werden, om aldoor te telefoneren en dadelijk te wekken als “het schip" er was en vooral ook in de buurt van de N.A.S.M. terreinen, een al door gespannen afwachting, gisteravond, vannacht, vanmorgen. Kwam het schip, kwam het niet? Allerlei berichten liepen, spraken elkaar tegen, maar nu, terwijl wij dit schrijven, 2 uur in de namiddag, is de NIEUW AMSTERDAM er nog steeds niet.
De binnenkomst is ook wel zeer onfortuinlijk geweest. Om 1.35 uur vannacht was het schip in de Waterweg binnen. Toen viel een zware mist en de NIEUW AMSTERDAM moest naar zee terug, het varen in de Waterweg was onmogelijk. Om 3 uur vannacht was het schip weer in zee; om 3.50 uur trok de mist wat op en waagde de kapitein het weer binnen te varen. Om 4.20 passeerde het veilig Maassluis. Maar even daarop werd de mist plots weer zeer dik en geraakte de NIEUW AMSTERDAM aan de noordwal aan de grond. Nu was er tot het volgende hoge tij, 3 uur vanmiddag, geen sprake van Rotterdam te bereiken. Zo wachtten de vele belanghebbenden hier in Rotterdam weer met de wanhopige kans, dat het opnieuw uren en uren duren zou. Men wist nu het schip en de bevolking erop veilig, maar men wilde hen zelf hier hebben. Toen kwam vanochtend de mededeling. dat de directie van de N.A.S.M. haar tender, een passagiersschip van de firma Van der Schuyt en een sleepboot naar Maassluis had gestuurd, om daar de passagiers en de bagage over te nemen en naar Rotterdam te brengen. Het wachten begon opnieuw. Om 11 uur waren de gerequireerde schepen in Maassluis met de douaneambtenaren aan boord, blij begroet door de ook naar een veilige landing smachtende passagiers van de NIEUW AMSTERDAM.
Toen begonnen de douaneformaliteiten. Hoe lang zullen die duren. We wachten nu alweer. We wachten al 24 uur. Het wordt nu bijna een sport van geduld!
Rond de terreinen van de N.A.S.M. neemt in de namiddag de belangstelling aldoor toe. Er staan honderden mensen. Wij wachten ………
Om 10 minuten over half 3 zagen we dan eindelijk in de verte de COLUMBUS aankomen, prop en propvol met mensen. Voor de wal draaide langzaam de tender en we zagen nu hoe daar, lijf tegen lijf gedrukt, een paar honderdtallen passagiers van de NIEUW AMSTERDAM naar de wal te hunkeren stonden. Een paar riepen er “Hoezee", anderen trachtten het “Wien Neerlandsch Bloed" aan te heffen, maar het ging niet van harte, wat niet te verwonderen is, want bijna al deze passagiers op de COLUMBUS bleken kapiteins en manschappen van de in beslag genomen schepen. Zij moeten zich wrevelig gestemd gevoeld hebben, dit toonden zij, want toen van de wal iets geroepen werd over de Amerikanen, werd er terug geschreeuwd: ,,Praat ons nooit meer over de Amerikanen!"
Intussen was het scheepje gemeerd en werd een mooie teakhouten brug voor de wal uit geschoven. Achter ons werden nu de deuren van de loodsen voor de daar buiten wachtenden opengezet en in koortsachtig gedrang, gretig verlangend, hun bloedverwanten terug te zien, stroomden de mensen naar binnen. Thans kwamen de passagiers aan wal, we zeiden reeds, meestal gestrande bemanningen, we zagen er verscheidene kapiteins van de N.A.S.M., o.a. kapitein Van den Heuvel, van de RIJNDAM.
Wij hadden het voorrecht, een gesprek te hebben met de heer J.E. v. d. Wielen, de secretaris van de Nederlands-Amerikaanse commissie. Hij deelde ons mee, dat de reis, onder kapitein Kroll's uitnemende leiding, bijzonder voorspoedig was geweest.
Vandaag precies voor 14 dagen vertrok men van New York en volgde toen een koers, die nog nooit gevolgd is, n.l. dwars over de Atl. Oceaan tot bewesten de gevaarzone en toen rechtstandig op de Noord aan (noord-noordwest op de Far Oer-eilanden) en dan langs de Noorse kust verder de vaargeul volgend. Deze route werd gekozen met het oog op het ijs en de mist nabij Nieuw Brunswijk. In deze 14 dagen heeft men niets van oorlogsschepen bemerkt, zelfs geen duikboot is zichtbaar geworden en men is niet één keer aangehouden. Slechts één stormdag bracht een ietwat onaangename afwisseling.
Nadat aan boord per draadloze telegrafie vernomen was van het ongeluk met het Reliefschip, werd buitengewoon omzichtig, ook met het oog op de dikke mist gevaren. De stemming aan boord (er waren 300 eerste, 600 tweede, 1400 derde klasse passagiers) was aldoor alleraangenaamst. Intussen had ook de heer V.d. Wielen zijn echtgenote onder de talrijke wachtende opgemerkt en het spreekt vanzelf, dat hij, na 8 maanden afwezigheid, voor een oud-collega thans geen tijd meer had.
De ontscheping van de ruim 400 passagiers, onder wie 3 of 4 dames, was betrekkelijk spoedig geschied, toen werd door witkielen de bagage afgedragen en in de loods voor de eigenaars ter beschikking gelegd. Snel voer dan de COLUMBUS weer terug om nieuwe passagiers te gaan halen.
De spanning onder de wachtenden in de loods, die bij dit eerste detachement hun geliefden niet gevonden hadden, was nu wel zeer groot. Maar men had nu gelukkig passagierslijsten, waarop men zien kon, of hij aan boord was.
Tegen half 4 kwam de vrachtboot STAD KAMPEN met een 350-tal passagiers en toen kwam ook in de verte de Harmonie in 't gezicht, eveneens vol opvarenden. Men verwacht, dat de NIEUW AMSTERDAM nu wel ongeveer vlot zal komen en dan naar Rotterdam kan opstomen, waar men haar om 5 uur verwacht.
De drukte in de loods en buiten houdt aldoor aan. Manschappen met hun bekende grote zakken over de nek wringen zich door de aanstuwende belangstellenden heen. Keurig gepelsjaste heren maken zich meester van één van de wachtende rijtuigen. Wij hadden het voorrecht intussen kapitein Van den Heuvel van de RIJNDAM welkom in het vaderland te heten en vragen hem hoe de inbeslagneming is gebeurd.
Hij antwoordt, dat dit vrij rustig geschiedde. Men was reeds enkele dagen geprepareerd. Om 12 uur 's middags kwamen 2 officieren met 12 man aan boord.
Eén van de officieren overhandigde mij een schrijven van het Foreign Department, dat ons schip was overgenomen en in peaceful bezit genomen. Ik protesteerde en verzocht aantekening van mijn protest, vooral tegen het peace-ful had ik bezwaar.
Er zijn 3 manieren, zei ik, om een schip te krijgen, te bouwen, kopen of afnemen. Het laatste hebben jelui gedaan. Wij hadden expres geen vlag gehesen, omdat wij wisten, dat het volk in spanning was en het neerhalen allicht aanleiding tot relletjes had kunnen geven.
De Amerikanen hebben trouwens ook geen Amerikaanse vlag opgezet zolang wij in de buurt waren.
Kapitein Van den Heuvel was volstrekt niet te spreken over het gehalte mannen, die zijn schip nu voortaan zouden varen. De nieuwe gezagvoerder wist b.v. in de kaartenkamer volstrekt geen weg. „Het waren 9 maanden van ellendige spanning, die wij in Amerika geleefd hebben", zei kapt. Van den Heuvel. „Telkens kregen wij bericht van vaarplannen, die dan ingetrokken werden en vooral de hypocritische geest aan de overzijde van de Atlantische Oceaan is zo antipathiek. Recht wordt niet erkend en zo kon ik b.v. nooit een Amerikaan aan zijn verstand brengen, dat de inbeslagneming van onze schepen een onrecht was. — Ach, zeiden zij dan, jullie willen wel graag ons je schepen geven, maar je moet je een houding voorwenden tegenover Duitsland. Ontkende ik dan nogmaals, dan zeiden ze: Nu ja, je moet wel ontkennen, maar je meent het niet. Is dat niet het toppunt?
Behalve de lading rijst van de SAMARINDA, had het schip aan boord de bemanningen en officieren van de OOSTDIJK en RIJNDIJK, beide van Solleveld, Van der Meer & Van Hattem’s Stoomvaart Maatschappij, voorts van de ZEELANDIA, GOOILAND EN RIJNLAND, ZAANLAND en DRECHTERLAND, met uitzondering alleen van de kapiteins Maas en Veldkamp, van de hoofdmachinist De Rie en de magazijnmeester Boon, die voorlopig nog te New York blijven, de bemanningen en officieren van de BELLATRIX, ALKAID, DUBHE, PHECDA, MERAK en MIRACH, alle van de firma Van Nievelt, Goudriaan & Co., alhier.
Aan boord bevonden zich voorts de afgetreden Nederlandse gezant te Washington, W.L.F.C. ridder van Rappard en mr. V. d. Houven van Oordt, lid van de Nederlandse Commissie die indertijd naar Amerika werd uitgezonden in verband met onze economische belangen en de secretaris van de Nederlandse Economische Commissie in Amerika, de heer J.E. v.d. Wieler. Voorts bevonden zich aan boord de bemanningen van de volgende schepen, van de firma Gebr. van Uden alhier: JOBSHAVEN, WAALHAVEN, IJSELHAVEN, VEERHAVEN, SASSENHEIM en KRALINGEN. Alleen de kapiteins van de JOBSHAVEN en de SASSENHEIM zijn in Amerika achtergebleven. Dan de kapitein en overige bemanning van het stoomschip WOUDRICHEM en de bemanningen van de stoomschepen ARUNDO en THEMISTO, de kapiteins en de bemanningen van de stoomschepen THUBAN en PROCYON en de bemanning zonder kapitein en officieren van het stoomschip ALCOR.
Laatstgenoemden zijn te New York achtergebleven. Genoemde schepen zijn van de firma Van Nievelt, Goudriaan & Co.; de kapitein en de bemanning van het stoomschip BIESBOSCH van de Holl. Algem. Atlantische Scheepvaart Mij.; ten slotte de equipages van de stoomschepen RANDWIJK, WINTERSWIJK en RIJSWIJK.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 11 april. De vrachtlogger SCANDINAVÏE arriveerde 11 april van Drammen te IJmuiden.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Vlaardingen, 11 april. Alhier is binnengekomen van Haugesund de vrachtlogger MARIA ELISABETH, kapitein A. den Dulk, met 900 ton sloeharing voor de firma Betz & Van Heyst.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 10 april. De van Drammen te Velsen aangekomen Nederlandse vrachtlogger ARGO I, kapt. Visser, is gebleken lek te zijn. Teneinde de schade te kunnen herstellen werd het vaartuig van Velsen naar hier gesleept en in het Visscherijdok opgenomen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Nieuwediep, 10 april. De sleepboot WITTE ZEE is heden hier aangekomen met de 17 schipbreukelingen van het Relief-stoomschip MINISTER DE SMET DE NEAYER. Ze zijn naar het wachtschip geleid om de nodige verklaringen af te leggen.


13 april 1918


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De ANNA beschoten. Men meldt ons uit IJmuiden: De Nederlandse motorschoener ANNA van de Vrachtvaart Mij. Neerlandia te Rotterdam, hier hedenmiddag van Sundsvall aangekomen, werd eergisteren ten noorden van Doggersbank-Noord, door een Duitse onderzeeër aangehouden, die een schot scherp loste. Onmiddellijk werden de zeilen gestreken, terwijl de onderzeeër nog drie scherpe schoten loste, die gelukkig alle misten. Nadat een deel van de bemanning naar de onderzeeër was toegeroeid en de commandant hun Duitse vrijgeleide had getoond, werd het schip verder ongemoeid gelaten en kon de reis vervolgen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 12 april. De motorschoener ANNA van de Vrachtvaart Maatschappij Neerlandia, die ongeveer vijf maanden geleden van IJmuiden naar Malmö vertrok en eindelijk na een zeer onvoorspoedige reis — de schoener heeft o.a. lange tijd in het ijs bekneld gezeten — via Sundsvall met een lading houtstof voor de papierfabriek te Velsen binnen kwam, rapporteerde bovendien nog op de thuisreis door een duikboot beschoten te zijn. De schoener bevond zich dinsdag nabij het vuurschip Doggersbank Noord, toen onverwacht een scherp schot kort langs het schip vloog. Terwijl de motor gestopt en de zeilen gestreken werden, gingen nog drie scherpe schoten over het schip, die geen doel troffen. Men zette een boot uit en roeide naar de op grote afstand zich bevindende duikboot. Daar werden de papieren onderzocht en toen men daarbij een Duitse vrijgeleide vond, ontving men vergunning de reis te vervolgen. De gehele deklast houtstof was verloren gegaan bij de pogingen de schoener uit het ijs te bergen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 12 april. Van de werf Zeeland te Hansweert, is gisteren met goed gevolg te water gelaten de zeeboot FALKUM, gebouwd voor rekening van een Noorse maatschappij.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 12 april. Gisteren werd van de werf Hollandia te Spaarndam met goed gevolg te water gelaten het ijzeren zee-stoomschip INDUSTRIA, groot 525 ton, gebouwd voor rekening van de Maatschappij Arnaut te Amsterdam. (opm: firma d’Arnaud & Co.)


Krant:

 NVC - Nieuwe Vlaardingsche Courant

Te water gelaten. Vlaardingen. hedenmiddag is met goed gevolg te water gelaten van de werf van de firma A. de Jong alhier, de 3-mast schoener ADRI, gebouwd voor rekening van de heer J. Pot Jz. te Rijswijk. Het schip, dat van dezelfde afmetingen is als de onlangs van die werf afgelopen BETSY, wordt voorzien van een hulpmotor, systeem Steywal Standaard, groot 130 paardenkracht.


14 april 1918


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Stavanger, 9 april. Gistermiddag zijn drie van de opvarenden van de eergisteren bij Egernsund in de grond geboorde Nederlandse schoener CATRIENA alhier aangekomen. De gezagvoerder is door de ontploffing van de torpedo (??) omgekomen. De stuurman is gewond, doch het gelukte hem, na twee dagen vaart in een boot, het land te bereiken.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart.
De Raad behandelde gistermiddag de zaak van de aanvaring tussen de zeillogger DE NOORD (VL-217) en het motorzeilschip ANNA, in de Noordzee op 28 maart.
Als getuigen worden gehoord B.A. Visser en W. Pronk, respectievelijk gezagvoerders van de ANNA en DE NOORD.
Getuige Pronk deelt mee, dat men 27 maart van Vlaardingen ter visserij vertrok, om die in de buurt van Scheveningen uit te oefenen. Op 28 maart was men benoorden Scheveningen. De schipper was voortdurend aan dek geweest en betrok om 8 uur de wacht. Het weer was goed, de lucht helder, het vuurzicht vrijwel onbelemmerd.
Het schip lag west ten zuiden voor; de zijlichten waren brandende; het heklicht brandde niet. Plotseling daagde, twee streken aan bakboordboeg, de ANNA op, kenbaar aan een groen licht. Getuige was op de uitkijk, hij was tevens de enige aan dek. Het roer stond niet vast; er is beweerd, dat dit niet het geval zou zijn geweest, maar schipper Pronk volhardt in zijn beweren. Even na het zien van het groene licht, ontdekte getuige een rood. De ANNA was toen op een afstand van plm. 150 meter.
Getuige Visser deelt mee, met een lading stukgoederen op reis te zijn geweest van Rotterdam naar Gotenburg. Men vertrok 28 maart. Op het moment van aanvaring stond de motor stil. Getuige zegt een groen vuur te hebben gezien, hetgeen Pronk meent, niet mogelijk te zijn. De president vraagt, of getuige Visser dronken was. Dat wordt beweerd. Maar Visser verklaart volkomen nuchter te zijn geweest op het ogenblik van de aanvaring. Hij had slechts twee glazen port tot zich genomen. Getuige zegt verder opgehad te hebben de zij- en achterlichten. Uit het onderzoek blijkt, dat beide getuigen niet homogeen in hun verklaringen zijn, omtrent de kwestie van de lichten.
Toen de aanvaring plaats gegrepen had, sprong de bemanning van DE NOORD over op de ANNA. Er is toen beneden een bittertje gedronken en koffie geschonken, maar getuige Visser is over de gasten van de ANNA niet gesticht. Zij stoorden zich nergens aan en het gevolg van het een en ander is geweest, dat schipper Visser, niet bij machte de orde te bewaren, zich schadeloos heeft gesteld door meer te drinken dan wenselijk was. Gevolg dat de wanorde toenam.
Er ontspint zich een klein debat tussen beide schippers, verschillende punten oneens zijn. Getuige Visser schijnt niet alle pogingen te hebben aangewend, om de redding te bespoedigen. Dicht bij IJmuiden heeft Pronk toen maar het bevel op zich genomen, omdat Visser zich van de zaken weinig aantrok en bedenkelijk onbekwaam was. Dit bleek — volgens schipper Pronk — ook uit de genomen maatregelen; hij verkoos niet bij de logger te blijven; bekommerde zich niet om de mogelijkheid van berging en stak in de kajuit een vuurpijl af. Ook ontkent hij nabij IJmuiden aan de grond te hebben gezeten, hetgeen Pronk beweert het geval te zijn geweest. H. Sluimer, matroos op DE NOORD, verklaart o.m., dat schipper Visser zich weinig of niet bekommerd heeft over het feit van de aanvaring. De ontvangst op de ANNA liet niets te wensen over, brood, koffie, jenever en worst waren aanwezig. Ook deze getuige is van mening dat de ANNA bij IJmuiden gestoten of geschoven heeft. De Inspecteur maakt de opmerking, dat deze matroos, — die vrij doof is — niet aan het roer behoort. Dit noemt spreker een fout van schipper Pronk. De roerganger van de ANNA, Van der Velden, zegt dat schipper Visser wel naar drank rook, maar overigens volkomen normaal was. De loods, die op de ANNA voer, verklaarde dat hem — en hij vermoedde door de schipper — was meegedeeld, dat men gestoten had. Volgens deze getuige was schipper Visser, bij aankomst in IJmuiden, niet tot bevelvoeren in staat. De stuurman van DE NOORD legt evenmin gunstig luidende verklaringen voor de kapitein af. Hij concludeert dit uit verschillende feiten. De stuurman van de ANNA legt enige tegenstrijdige verklaringen af en deelt mee, van stoten of schuiven niet het minste vernomen te hebben. Dit laatste wordt eveneens verklaard door de motorist van de ANNA, die evenwel opmerkte, dat men zeer dicht onder de wal voer.
De inspecteur meent, dat de gezagvoerder Visser zich na de aanvaring niet zo heeft gedragen ais een goed zeeman betaamt. Hij bedronk zich en dient hiervoor gestraft met een berisping. De verdediger van Visser, mr. Rombach, legt er de nadruk op, dat z.i. de voorstellingen van beide partijen mogelijk zijn. Het is moeilijk precies de tijd van het “over stag gaan" te bepalen; in dergelijke gevallen kan men op de gissingen van partijen weinig staat maken. Mr. Rombach meent dat schipper Pronk de zaak wel wat heel mooi heeft voorgesteld; beide schepen zijn na aanvaring betrekkelijk gaaf gebleven, maar terwijl de bemanning van DE NOORD het schip in de steek liet, bleef de bemanning van de ANNA aan boord. Spreker acht hier geen grond voor berisping aanwezig.
De Raad zal later uitspraak doen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

IJmuiden, 13 april. De motorschoener ANNA (zie Ochtendblad 9 april) heeft na reparatie het dok verlaten en is naar de binnenhaven gesleept om de geloste lading weer in te nemen.


15 april 1918


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Openbare schepenveiling op dinsdag 30 april 1918, ten 2.30 uur, in de Veilingzaal der Grote Koopmansbeurs te Rotterdam, van:
De stalen 3-mast motorschoener THALATTA I, 520 ton d.w. Gebouwd in 1917. Klasse Bureau Veritas voor de Atlantische Vaart. Lang 40 m., breed 7,80 m., hol 3,60 m., diepgang geladen ± 3,25 m. Voorzien van een 180 pk Kromhout-motor.
De stalen 2-mast motorschoener SIEKA 300 ton d.w. Klasse ✚ 100 A. 4 K. Germ. Lloyd. Voorzien van een 45 pk Kromhout-motor.
Verder nog een aantal binnenvaart schroefstoom-sleepboten, een passagier-rader-stoomschip, een aantal bakken, enz.
Jacq. Pierot Jr. Beëdigd makelaar in schepen, Witte Huis, Wijnhaven 3, Rotterdam.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Scheepsbouw. Gisteren is met goed gevolg te Alphen aan de Rijn te water gelaten de aldaar, voor rekening van de N.V. Hollandsche Vrachtvaart Mij., Rotterdam, in aanbouw zijnde zeevrachtboot MARSDIEP, groot 730 ton. De machine en de ketels zullen geleverd worden door de N.V. Machinefabriek Delfshaven, alhier. Direct na de tewaterlating is de kiel gelegd van een tweede, zelfde schip voor deze rederij.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Singapore, 23 januari. Het stoomschip SINGKEP is ten noorden van Temiang eiland in 20 vadem water gezonken. De SINGKEP ex. SULTAN VAN LINGGA, was 179 bruto en 101 netto ton groot, In 1902 bij A. Vuyk te Capelle a/d IJssel gebouwd en behoorde aan de Singkep Tin My. te Dabo Riouw (Nederlands-Indië.)


16 april 1918


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De LEONORA getorpedeerd. Volgens telegrafisch particulier bericht is het stoomschip LEONORA, dat, terwijl het in Engeland lag, onlangs door de Engelse regering in gebruik genomen en onder Engelse vlag gebracht, is tijdens de vaart getorpedeerd en gezonken. Officieel heeft de rederij Stoomvaart Maatschappij Leonora te Rotterdam (directie de firma Jos. de Poorter) nog geen mededeling hiervan ontvangen. De LEONORA was in 1915 gebouwd; zij mat 1.155 ton bruto en 672 ton netto. De 16e augustus was zij van Rotterdam naar Stockholm vertrokken; op die reis werd zij door de Engelsen naar Harwich opgebracht.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Nederland en de oorlog. Vergoeding voor gerequireerde schepen.
De Engelse Legatie verstrekt volgend communiqué betreffende de regeling inzake vergoeding enz. voor de gerequireerde Nederlandse schepen:
1. Huur zal worden betaald van de datum van de opvordering af, behalve in de gevallen van de MAASHAVEN en de MARAS, in Britse havens, welke aanmerkelijke herstellingen behoeven alvorens voor de dienst geschikt te zijn. De schepen zullen aan de eigenaren worden teruggegeven in de haven, in welke zij in beslag genomen zijn of in enige andere nader overeen te komen haven, in dezelfde goede toestand, gewone slijtage uitgezonderd, bij het einde van de tegenwoordige omstandigheden, in geen geval later dan na het afleggen van de reis, waarvoor het schip in dienst is op de dag van de ondertekening van het vredesverdrag.
2. De schepen zullen onder de Britse vlag worden gesteld en bemand, van levenstocht voorzien en uitgerust door de Britse regeering. Het opnieuw voeren van de Nederlandse vlag zal in de hand gewerkt worden zodra het gebruik eindigt.
3. Een huur zal worden betaald van 35 shilling per maand per ton draagvermogen of bruto maat, berekend naar het grootste.
4. Elke buitengewone uitrusting en verandering, die noodzakelijk is om het schip voor oorlogsdienst geschikt te maken, zal geschieden voor rekening van de Britse regering. De kosten van herstelling, welke nodig mocht zijn om het schip zeewaardig te maken wanneer het gebruik aanvangt, zullen van de huursom worden afgetrokken.
5. De Britse regering neemt alle oorlogs- en zeerisico op zich naar een waardemaatstaf, welke aan de eigenaars zal worden meegedeeld, zodra een billijke grondslag voor schepen van verschillend type en leeftijd is verkregen.
Indien een schip verloren is gegaan zal de Britse regering (naar keuze van de eigenaar, binnen 30 dagen na de dag, waarop de waardemaatstaf te zijner kennis is gebracht) het schip zo spoedig mogelijk na de oorlog vervangen, terwijl inmiddels rente zal worden betaald naar rato van 6% per jaar over de waarde van het verloren gegane schip.
6. Al hetgeen verschuldigd is voor huur als anderszins zal worden betaald in ponden sterling.
7. ln het onderhoud van de Nederlandse bemanningen en officieren zal worden voorzien door de Britse regering tot dat zich een geschikte gelegenheid om naar het vaderland terug te keren heeft voorgedaan.
De Amerikaanse legatie heeft een overeenkomstige mededeling verstrekt omtrent het gebruik van Nederlandse scheepsruimte. Daarin wordt o.m. bepaald:
Huur zal betaald worden van de datum van de rekwisitie af, welke, voor zover het boten in Amerikaanse havens betreft, 20 maart, 6 uur namiddag is.
Alle gelden, welke als huur of anderszins betaalbaar zijn, zullen worden uitbetaald in gangbare munt van der Verenigde Staten, op de wisselkoers van 4,75 dollar per pond sterling.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De centrale distributiedienst van de politie heeft in bezit genomen balen koffie, kisten thee en balen rijst, door bemanningen van andere schepen uit Amerika meegebracht aan boord van het stoomschip NIEUW AMSTERDAM.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Men maakt zich zeer ongerust over het lange wegblijven van het schoenerschip RESINA (opm: RENSINA II), van de Zeevracht-maatschappij ‘Zuid-Holland’, directeuren de heren H. de Groot en J.L. van Belkum, te Vlaardingen. Het schip, geladen met carbid, houtpulp en lucifers is 7 maart van Frederikstad naar Rotterdam vertrokken.
Door de directie zijn alle mogelijke telegrafische inlichtingen ingewonnen, waaruit bleek, dat het schip noch naar Engeland noch naar Duitsland is opgebracht. Men vermoedt dat het vergaan is. De bemanning bestond uit 6 personen, van wie drie woonachtig te Vlaardingen, n.l. de gehuwde stuurman P. v.d. Vaart, de matroos P. v.d. Zwan en de kok J. Muste. De kapitein is J.J. de Winter, uit Groningen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Over het te water gelaten stoomschip FALKUM deelt men nog het volgende mee: Het schip is gebouwd voor de firma Christoffels A.G. Stafhille in Noorwegen. Het is geheel van staal, heeft ongeveer 1.000 ton laadvermogen en afmetingen 177’-7” x 30’ x 14’-6”. De geheel in gepolitoerd mahoniehout uitgevoerde verblijven van kapitein, officieren en machinisten bevinden zich in de campagne, terwijl het volkslogies in de bak is.
De N.V. firma Schipper en Van Dongen te Geertruidenberg zal de machine-installatie leveren, die achter in het schip wordt geplaatst en een vermogen van 600 ipk heeft. (opm: Een stoomschip FALKUM is onbekend. Vermoedelijk betreft het hier het stoomschip FALKAAS, gebouwd bij Werf Zeeland te Hansweert, dat in januari 1918 werd opgeleverd. Het artikel is bekort)


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Vlaardingen, 13 april. Van de scheepswerf van de firma A. de Jong te Vlaardingen is hedenmiddag half zes met gunstig gevolg te water gelaten de stalen drie-mast motorschoener ADRI, gebouwd voor rekening van de Vlaardingsche Vrachtvaart-maatschappij Vlaardingen (directeur de heer Joost Pot Jzn).
Het schip, dat voor de algemene vrachtvaart bestemd is, heeft de afmetingen 40,00 x 7,95 x 3,75 meter. Het laadvermogen is ongeveer 525 ton d.w; het laadruim is zeer groot gehouden, namelijk 800 m³.
De ADRI, die voorzien zal worden van een certificaat houtvaart, is gebouwd volgens de hoogste klasse Germanischer Lloyd, Atlantische vaart, heeft kim en kimkielen en is voorzien van een Steywal motor van 130 pk. Voor de voeding van de motor zijn grote olietanks aangebracht, terwijl de laad- en loslieren, als ook de ankerlier door afzonderlijke motoren worden aangedreven. Bovendien zijn gedeeltelijke dubbele bodems voor waterballast aangebracht, benevens voor- en achterpiek tanks.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Martenshoek, 13 april. Bij de N.V. Scheepswerven v/h Gebr. G. & H. Bodewes is te water gelaten de voor eigen rekening gebouwde 3-mast motorschoener, werfnummer 626, groot circa 450 ton, gebouwd volgens klasse Bureau Veritas en Scheepvaart Inspectie Atlantische vaart. De kiel is gelegd voor een gelijk schip van 625 ton.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 13 april. De uit zee teruggekeerde schoener ANNA heeft de schade hersteld en zal nu de geloste lading weer innemen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Stavanger, 9 april. Gistermiddag zijn drie van de opvarenden van de nabij Egersund (opm: 7 april) in de grond geboorde Nederlandse schoener CATRIENA alhier aangekomen. De gezagvoerder (opm: R. Bos) is door de ontploffing van de torpedo omgekomen. De stuurman is gewond, doch het gelukte hem, na twee dagen vaart in een boot, het land te bereiken.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Omtrent de torpedering van het Nederlandse zeilschip CATRINA (opm: CATRIENA), waarvan de kapitein verongelukte, zijn nog de volgende bijzonderheden bekend geworden:
Drie Nederlandse zeelieden kwam op het strand bij Jaederen en liepen een boerderij in de nabijheid binnen. Zij vertelden dat zij tot de schoener CATRINA behoorden, welke op reis van Rotterdam naar Egersund was met een lading hoepels en dakpannen. Zondag 7 april bevond men zich op veertig mijl afstand van Egersund toen plotseling een duikboot, welke van Duitse nationaliteit bleek te zijn, langszijde van de schoener kwam. De commandant deelde mee, dat hij het schip tot zinken moest brengen. Kapitein Bos geloofde evenwel niet dat hij dat zou doen en bleef aan boord, terwijl de stuurman en twee matrozen van boord gingen. Plotseling werd een granaat op het zeilschip afgevuurd, van welke de scherven de kapitein op slag doodden. Het schip vloog direct in brand en zonk. De drie schipbreukelingen leden veel op hun tocht naar Jaederen.
De commandant van de duikboot had hen nog meegedeeld dat hij ook nog een ander Nederlands zeilschip tot zinken zou brengen. Vermoedelijk heeft hij dat ook gedaan, want later kwam een bericht van de kustwacht te Borö, dat daar vijf mensen van een vrachtkotter waren aangekomen. Dit schip had tevoren een lading hoepels in Stavanger gelost en was nu in ballast onderweg naar Helsingborg. De gehele bemanning had zich kunnen redden, terwijl het schip op zestig mijlen uit de wal tot zinken was gebracht.
Nader wordt gemeld: Gebleken is dat de tweede tot zinken gebrachte Nederlandse schoener, waarover sprake is in bovenstaand verhaal, moet zijn de schoeneraak STERNE, kapitein en reder Schuitema te Groningen. De vijf opvarenden zijn, zoals gemeld, bij de kustwacht van Borö op Jaederen aan land gekomen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Stavanger, 9 april. Hedenvoormiddag zijn vijf man van de bemanning van de Nederlandse aak STERNE in een reddingboot op Jädern geland. Verschenen woensdag vertrok dit schip van hier en l.l. zondag (opm: 14 april) tegen namiddag 3 uur is de STERNE door een onderzeeër met geschutvuur in de grond geboord. De bemanning, welke in een boot het schip had verlaten, kon, omdat het gunstig weer was, behouden de kust van Jädern bereiken. De twee-mast aak STERNE, kapitein Schuitema, in 1910 gebouwd, groot 108 brt, was eigendom van de gezagvoerder en behoorde te Groningen thuis.
Stavanger, 10 april. Het wrak van de STERNE is nabij Udsire op strand gedreven.
Bij de alhier afgelegde scheepsverklaring is meegedeeld dat de CATRIENA buiten het gevaarlijke gebied en de STERNE in het gevaarlijke gebied in de grond is geboord.
(opm: zie ook RN 170418)


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De Engelse legatie verstrekt volgend communiqué betreffende de regeling inzake vergoeding enz. voor de gerequireerde Nederlandse schepen:
1. Huur zal worden betaald van de datum van de opvordering af, behalve in de gevallen van de MAASHAVEN en de MARAS, in Britse havens, welke aanmerkelijke herstellingen behoeven alvorens voor de dienst geschikt te zijn.
De schepen zullen aan de eigenaren worden teruggegeven in de haven in welke zij in beslag genomen zijn, of in enige andere nader overeen te komen haven, in dezelfde goede toestand, gewone slijtage uitgezonderd, bij het einde van de tegenwoordige omstandigheden, in geen geval later dan na het afleggen van de reis waarvoor het schip in dienst is op de dag van de ondertekening van het vredesverdrag.
2. De schepen zullen onder de Britse vlag worden gesteld en bemand, van levenstocht voorzien en uitgerust door de Britse regering. Het opnieuw voeren van de Nederlandse vlag zal in de hand gewerkt worden zodra het gebruik eindigt.
3. Een huur zal worden betaald van 35 shilling per maand per ton draagvermogen, of bruto maat, berekend naar het grootste. (opm: d.w.z. GBP 350 / dag voor een schip van 6.000 ton)
4. Elke buitengewone uitrusting en verandering, die noodzakelijk is om het schip voor oorlogsdienst geschikt te maken, zal geschieden voor rekening van de Britse regering. De kosten van herstelling, welke nodig mocht zijn om het schip zeewaardig te maken wanneer het gebruik aanvangt, zullen van de huursom worden afgetrokken.
5. De Britse regering neemt alle oorlogs- en zeerisico op zich naar een waardemaatstaf, welke aan de eigenaars zal worden meegedeeld zodra een billijke grondslag voor schepen van verschillend type en leeftijd is verkregen.
Indien een schip verloren is gegaan zal de Britse regering (naar keuze van de eigenaar binnen 30 dagen na de dag waarop de waardemaatstaf te zijner kennis is gebracht) het schip zo spoedig mogelijk na de oorlog vervangen, terwijl inmiddels rente zal worden betaald naar rato van 6% per jaar over de waarde van het verloren gegane schip.
6. Al hetgeen verschuldigd is voor huur als anderszins zal worden betaald in ponden sterling.
7. In het onderhoud van de Nederlandse bemanningen en officieren zal worden voorzien door de Britse regering totdat zich een geschikte gelegenheid om naar het vaderland terug te keren heeft voorgedaan.
De Amerikaanse legatie heeft een overeenkomstige mededeling verstrekt omtrent het gebruik van Nederlandse scheepsruimte. Daarin wordt o.m. bepaald:
Huur zal betaald worden van de datum van de rekwisitie af, welke, voor zover het boten in Amerikaanse havens betreft, 20 maart 6 uur namiddag is.
Alle gelden, welke als huur of anderszins betaalbaar zijn, zullen worden uitbetaald in gangbare munt van de Verenigde Staten, op de wisselkoers van 4,75 dollar per pond sterling.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Getorpedeerd. Er worden nog de volgende bijzonderheden gemeld omtrent de torpedering van het Nederlandse zeilschip CATRIENA. Drie Nederlandsche zeelieden kwamen op liet strand bij Jaederen en liepen een boerderij in de nabijheid binnen. Zij vertelden dat zij tot de schoener CATRIENA behoorden, welke op reis van Rotterdam naar Egersund was met een lading hoepels en dakpannen. Zondag 7 april bevond men zich op veertig mijl afstand van Egersund toen plotseling een duikboot bovenkwam en een scherp schot loste. Later kwam de duikboot, welke van Duitse nationaliteit bleek te zijn, langszijde van de schoener. De commandant deelde mee, dat hij het schip tot zinken moest brengen. Kapitein Bos geloofde evenwel niet dat hij dat zou doen en bleef aan boord, terwijl de stuurman en twee matrozen van boord gingen. Plotseling werd een granaat op het zeilschip afgevuurd van welke de scherven de kapitein op slag doodden. Het schip vloog in brand en zonk. De drie schipbreukelingen leden veel op hun tocht naar Jaederen. De commandant van de duikboot had nog de brutaliteit om mee te delen, dat hij ook nog een ander Nederlands zeilschip tot zinken zou brengen. Vermoedelijk heeft hij dat ook gedaan, want later kwam een bericht van de kustwacht te Borö dat daar vijf mensen van een vrachtkotter waren aangekomen. Dit schip had tevoren een lading hoepels in Slavanger gelost en was in in ballast onderweg naar Helsingborg. De gehele bemanning had zich kunnen redden, terwijl het schip op zestig mijlen uit de wal tot zinken was gebracht. Gebleken is dat de tweede, tot zinken gebrachte Nederlandse schoener, waarover sprake is in bovenstaand verhaal, moet zijn de schoener-aak STERNE, kapitein en reder Schuitema te Groningen. (opm: zie ook RN 170418)


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Verongelukt? Men maakt zich zeer ongerust over het lange wegblijven van het schoenerschip RENSIENA van de Zeevrachtvaart Maatschappij Zuid-Holland, directeuren de heren H. de Groot en J.L. van Belkum te Vlaardingen. Het schip, geladen met carbid, houtpulp en lucifers, is 7 maart van Frederikstad naar Rotterdam vertrokken.
Door de directie zijn alle mogelijke telegrafische inlichtingen ingewonnen, waaruit bleek, dat het schip noch naar Engeland, noch naar Duitsland is opgebracht, zodat ernstig gevreesd wordt dat de schoener is vergaan. De bemanning bestond uit 6 personen, van wie drie woonachtig te Vlaardingen. De kapitein is J.J. de Winter uit Groningen.


17 april 1918


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Door een duikboot aangevaren. Volgens hier te lande ontvangen bericht is de Nederlandse vrachtlogger ANNIE EN ADRI, van Rotterdam naar Noorwegen bestemd, in een Noorse haven aangekomen met schade aan de davits en verlies van een deel van de deklading. Deze schade is veroorzaakt door aanvaring met een duikboot. Het zeilschip werd door een Duitse duikboot aangehouden, omdat het zich volgens de commandant ten minste twintig mijlen in het spergebied bevond. De loggerkapitein beweerde daartegenover, dat hij zich volgens zijn berekeningen nauwelijks veertien mijlen van de Noorse kust ophield. Tenslotte gaf de duikbootcommandant verlof de reis voort te zetten. Bij het langszij komen van de logger sloeg de duikboot door de hoge zee te hard tegen het zeilschip, waardoor de davits beschadigd en de sjorringen van de deklast stukgevaren werden. De ruwe zee spoelde toen dadelijk een deel van de deklading weg.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De LEONORA en de HERMINA, enz. Voor het Prijzenhof te Londen is — seint Reuter — behandeld de zaak van het in beslag nemen van de Nederlandse schepen LEONORA en HERMINA en van 6 Zweedse schepen, die alle door Britse oorlogsschepen waren opgebracht, toen zij kolen vervoerden van Rotterdam naar Zweden. Het Hof heeft de LEONORA met lading prijs verklaard en de behandeling van de overige zaken uitgesteld. Het was, zei de de president, een van de belangrijkste zaken, sedert de dagen van Napoleon door het Hof behandeld. Wat de LEONORA betreft — de kroon eiste de veroordeling van de acht schepen en de ladingen — werd aangevoerd, dat dit schip goederen aan boord had van vijandelijke herkomst, gaande van een neutrale haven, grenzende aan het vijandelijke land, naar een andere, zodat schip en lading moesten verbeurd verklaard worden, krachtens de „Order in Council" van 16 februari 1917. Daar tegenover werd betoogd, dat de bedoelde order onwettig was en voor de neutralen niet gelden kon. Vanwege de kroon werd daar op geantwoord, dat de order bedoelde het nemen van represaillemaatregelen en beperking van de vijandelijke handel. Nog vóór de vijand zijn verklaring had openbaar gemaakt, betreffende de wateren, die zouden beschouwd worden als oorlogsgebied, had hij al getoond, hoe hij van plan was op te treden tegen de schepen van zijn tegenstanders. O.a. werd herinnerd aan het in de grond boren van een Frans passagiersschip, einde 1914, met meer dan 2.000 ongewapende vluchtelingen, onder wie vele vrouwen en kinderen en voorts, voor zoveel betreft de tijd na de bedoelde Duitse verklaring, aan de vernietiging van Nederlandse, Britse, Zweedse en andere, ook Relief-schepen, met verlies van mensenlevens en aan de LUSITANIA met welke 1.198 mannen, vrouwen en kinderen hun graf in de golven vonden. Een daad, die de president als een van duivelse wreedheid schetste daarbij in het licht stellend, dat de vijand om het feit te verheerlijken een medaille liet slaan.
De Morning Post zegt: „Het vonnis inzake de LEONORA is een van de voornaamste beslissingen, uitgesproken in de oorlog, in zoverre het bevestigt de wettigheid en de overeenstemming met de beginselen van het volkenrecht van de orders in council regelende de blokkade van de vijand. Door de president werd betwist, dat de schending van de internationale wet door de vijand niet de rechten van de neutralen aantastte. Ging dit op, dan was een gezonde oorlogvoering ter zee, bekend als blokkade, hetgeen in dit geval betekent de macht om de aanvoer over zee voor de vijand stop te zetten, gedeeltelijk onmogelijk, en zou, terwijl de vijand vrij was, in zoverre de neutrale mogendheden betrof, om alle koopvaardijschepen tot zinken te brengen, die in 't zicht kwamen, Engeland van alle middelen van vergelding beroofd zijn. De president van het Prijzenhof toonde aan, dat de vergelding, voorgeschreven in de orders in council zowel in overeen stemming was met precedenten in de Napoleontische oorlogen als met het volkenrecht. Wij verheugen ons er in dat een zo hoge autoriteit, wiens onpartijdigheid buiten kwestie is, een grondslag legt voor de leer, dat de toepassing van de vergelding gerechtvaardigd is. Behoudens het onwaarschijnlijke, dat in appèl 's presidents vonnis zou worden vernietigd, zal de zaak van de LEONORA een historisch precedent worden, aangevende, dat Groot Brittannië haar maritieme rechten herneemt".
De LEONORA is inmiddels, zoals gisteren bericht werd, getorpedeerd.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Fijenoord. Aan het verslag van de directie van de N.V. Maatschappij voor Scheeps- en Werktuigbouw ‘Fijenoord’ te Rotterdam, ontlenen wij het volgende: „Door het zo sterk inkrimpen en zelfs grotendeels opschorten van aanvoer van materialen gedurende het gehele jaar 1917, werd de aflevering van de in bewerking zijnde orders, zowel voor scheeps- als voor werktuigbouw, zeer benadeeld, terwijl door de in hoge mate oplopende prijsverhoging van alle artikelen de financiële positie van de lopende bouwcontracten zwaar werd bemoeilijkt. Wij erkennen met dank de welwillende opvatting van meerderen van hen, die de contracten met ons afsloten, dat een juiste regeling moet worden getroffen om op te heffen de door deze oorlogstijd zo ernstig thans voorkomende bezwaren voor onze industrie. Een groot nadeel is, dat het gemis aan materiaal de voortgang van het bedrijf, voornamelijk in onze scheepsbouwafdeling, zeer belemmert en deze stagnatie, in deze dure tijd, ook zeer ten nadele komt van ons arbeiders-personeel."
In 1917 werden afgeleverd een vracht stoomschip en een machine-installatie van een stoomboot, terwijl nog in aanbouw zijn: 4 vrachtstoomschepen, 4 onderzeeboten, 1 kruiser en 1 opnemingsvaartuig, benevens 5 machine installaties van stoomschepen en grote orders voor Indische suikerindustrie onderhanden zijn. „Ter uitbreiding en verbetering van onze industriële inrichting — aldus verder het verslag — werd op de buitengewone algemene vergadering van 20 december 1916 besloten het zogenaamde Buizenterrein van de gemeente Rotterdam, dat aansluit aan onze fabrieksgrond, aan te kopen, welke aankoop geschied is. De aankoop van dit terrein staat nauw in verband met het grote belang voor onze Maatschappij, dat door onze Regering wordt bespoedigd de door de zes Rijnoeverstaten goedgekeurde en door onze Regering vastgestelde ombouw van de spoorwegdraaibrug over de Koningshaven in een hoge hefbrug met brede doorvaartopening, waarvan een spoedig gereed komen zeer sterk ten goede zal komen aan alle grote scheepswerven, liggende aan de rivier bovenwaarts van bedoelde brug".
Uit de winst- en verliesrekening blijkt, dat in het jaar 1917 een netto winst van NLG 231.263,87 gemaakt is, als volgt te verdelen: Vernieuwings- en reservefonds NLG 60.000; stichting voor de werklieden NLG10.000; dividend 7% NLG 140.000; uitkering volgens art. 20 van de statuten NLG 4.110,62½; Rijksinkomstenbelasting NLG 9.310; onverdeelde winst NLG 7.843,24½.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 16 april. Het Nederlandse zeilschip ESPERANCE, kapt. Wortel, van Rotterdam naar Malmö, is met schade te Mandal (Noorwegen) binnengelopen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 16 april. Het zeilschip STERNE, getorpedeerd (zie vorig No.) behoorde aan de Scheepvaart Maatschappij ‘Piet Hein’ te Rotterdam en niet aan kapitein Schuitema te Groningen als gemeld. (opm: zie ook RN 160418)


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 16 april. Het stalen loggerschip RAPHAËL (VL-161) van de Nederlandsche Zeevisscherij, dir. de firma IJzerman & Co. te Vlaardingen, is onderhands verkocht aan de firma A. Jordens Jr. te Rotterdam, die het na ombouwing op de werf van de firma Gebr. Van der Windt te Vlaardingen, in de vrachtvaart zal brengen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Vlaardingen, 16 april. Door de Zeevaart Maatschappij ‘Zuid- Holland’ alhier, directie de heren H. de Groot en J.L. van Belkurn, zijn aangekocht de reeds voor de vrachtvaart omgebouwde loggerschepen De VRACHTZOEKER en CORNELIS, van de heer Hub. Dirkzwager te Scheveningen. Beide schepen liggen te Rotterdam, zijn reeds geladen en zullen deze week nog naar Noorwegen vertrekken.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Amsterdam, 15 april. Gisteren is op het Reitdiep een goed geslaagde proeftocht gehouden met de nieuwe vrachtboot HEERENGRACHT, groot 500 ton, gebouwd op de werf van de heer J. Boerma te Martenshoek, voor rekening van de Amsterdamsche Vrachtvaart Mij. De ketel en de machine-installatie zijn geleverd door de N.V. Machinefabriek Fulton, eveneens te Martenshoek. De machine ontwikkelt een vermogen van 300 ipk. De boot wordt over de Wadden gesleept naar Amsterdam.


18 april 1918


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Koninklijke Hollandsche Lloyd.
In de heden gehouden algemene vergadering van aandeelhouders werden het jaarverslag, de balans en de winst- en verliesrekening goedgekeurd en werd het dividend bepaald op 10%.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Koninklijke Maatschappij ‘De Schelde’ te Vlissingen.
In de vergadering van aandeelhouders waren vertegenwoordigd 370 aandelen, uitbrengende 81 stemmen. Bij de opening van de vergadering werden door de president-commissaris enige woorden van grote waardering gewijd aan de nagedachtenis van de overleden hoofdingenieur W.H. Martin, terwijl het overlijden van de heer Jan Smit van Nieuw Lekkerland, een van de oudste commissarissen van de Maatschappij, eveneens met groot leedwezen door hem werd herdacht.
De balans en de winst- en verliesrekening werden goedgekeurd en het dividend werd vastgesteld op 6%. In plaats van de overleden heer Jan Smit van Nieuw Lekkerland werd tot commissaris gekozen de heer L.J. Smit te Kinderdijk. De heer C.R.C. Wibaut, die aan de beurt van aftreding als commissaris was, werd herkozen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Het tot zinken brengen van de CATRIENA.
Het tot zinken brengen van de schoener CATRIENA van de Zeevrachtvaart Maatschappij Zuid-Holland te Vlaardingen, directie de heren H. de Groot en J.L. van Belkum, heeft zich volgens een schrijven van de stuurman Van der Wal, wonend te Delfzijl, gedateerd Stavanger,10 april 1918 en door de heer Van Belkum te Vlaardingen ontvangen dinsdag 16 april, als volgt toegedragen. In betrekkelijk korte tijd had de schoener de reis van Rotterdam naar Egersund gemaakt, doch door zwaar stormweer kon de haven van Egersund niet binnengelopen worden. Het schip was zo dicht onder de kust, dat de loodsvlag gehesen werd, maar door het ruwe weer kwam er geen loods. De CATRIENA dreef dan ook weer verder van de kust af.
Op 8 april ‘s middags 2 uur, werd de bemanning opgeschrikt door een kanonschot, direct gevolgd door een tweede. Dadelijk werden de zeilen neergehaald en werd getracht de boot over boord te zetten. Gedurende al die tijd bleef de duikboot doorschieten. Toen de boot zowat half buiten boord was, werd het schip, benevens de kajuit, waar bovenop kapt. R. Bos stond om de scheepsboot bij het te water laten te helpen vieren, geraakt. De kapitein werd dodelijk getroffen, terwijl de stuurman aan de linkerhand gewond werd. Door hetzelfde schot geraakte ook het schip in brand. Gelukkig kreeg de bemanning de boot buiten boord en sprong er onmiddellijk in. Daarna kwam de Duitse duikboot (in het schrijven wordt geen nummer hiervan opgegeven) naderbij en vroeg vanwaar de schoener kwam. Na beantwoording van de vraag werden 2 matrozen van de duikboot, voorzien van bommen, in de scheepsboot van de CATRIENA gezet en naar de schoener geroeid. Ze plaatsten de bommen langszij van het schip; na 10 minuten ontploften ze en verdween de CATRIENA in de diepte. Nadat de matrozen weer naar de duikboot waren gebracht werd de bemanning aan haar lot overgelaten. De scheepsboot zette koers naar de Noorse kust en kwam te Randeberg (ongeveer 10 km van Stavanger) aan wal. Per boerenwagen ging het toen naar Stavanger. Volgens ontvangen telegrafisch bericht van de Hollandse consul aldaar, is de bemanning reeds op de thuisreis.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 17 april. Volgens rapport van de te IJmuiden aangekomen zeillogger JUNO was de door de motorschoener ANNA aangevaren zeillogger DE NOORD uit Vlaardingen op 4 april ‘s avonds 7 uur nabij gasboei 5 nog drijvende aangetroffen. Een boot werd uitgezet om te trachten de logger op sleeptouw te nemen. Door de invallende duisternis werd men daarin verhinderd. Volgens het oordeel van de vissers was de logger nog in zeewaardige toestand en ogenschijnlijk niet lek gestoten, want het vaartuig dreef hoog op het water.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 17 april. Het Nederlandse stoomschip CALEDONIA kwam 31 oktober 1916, terwijl het op reis was van Hull naar Rotterdam met kolen en stukgoed, in aanvaring met de lichter MARSHALLS en kreeg aanzienlijke schade.
Het Admiraliteitshof te Londen heeft onlangs deze zaak behandeld en de schuld van de aanvaring toegeschreven aan de bergingsstomer DISPERSER, die gesleept werd door de sleepboot SWIFT. Door verkeerd manoeuvreren van de DISPERSER werd de CALEDONIA gedwongen om zware schade te voorkomen, tegen de MARSHALLS te lopen. De DISPERSER werd veroordeeld tot betaling van schadevergoeding aan de rederij van de CALEDONIA. (opm: zie ook RN 301116)


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 17 april. Aan het verslag over 1917 van de N.V. A.C. Lensen's Stoomvaart Maatschappij ontlenen wij het volgende: De uitkomsten van het bedrijf bleven over 1917 ver onder die van de twee voorafgaande jaren.
De assurantiepenningen van het stoomschip HELENA, dat in het laatst van 1916 door het stoten op mijnen verloren ging, werden in de loop van 1917 betaald en blijven voor nieuwbouw gereserveerd.
Voor de bouw van een nieuw stoomschip is gecontracteerd. Aflevering daarvan zal eerst na de oorlog plaats hebben. Gedurende 1917 volbracht het stoomschip MAGDALENA twee rondreizen, het stoomschip CORNELIS slechts één.
Beide schepen werden door staking van zeelieden te Rotterdam en door verbod van de Regering tot uitvaren enige maanden opgehouden en beide liggen nog sedert het begin juli 1917 te New York.
Voorgesteld wordt de behaalde winst ad NLG 259.338 als volgt te verdelen:
Afschrijvingsrekening NLG 120.000; reserveren voor diverse belastingen NLG 74.000; dividend 18 (v.j. 100) procent, NLG 45.000; reservefonds NLG 5.000; tantièmes NLG 12.500; en als onverdeeld winstsaldo NLG 2.838 op nieuwe rekening te plaatsen.
De stoomschepen MAGDALENA en CORNELIS staan resp. voor NLG 200.000 en NLG 350.000 op de balans.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Maassluis, 17 april. Alhier is binnengekomen de vrachtlogger ADRI & ANNIE van Rotterdam wegens slecht weer. Het scheepje moet naar Noorwegen en is geladen met hoepels.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Groningen, 16 april. van de werf van de heer H. v.d. Werf te Stadskanaal is met goed gevolg te water gelaten een motorkotter groot plm. 200 ton d.w., gebouwd onder speciaal toezicht van Bureau Veritas en Scheepvaartinspectie, voorzien van een Steyaard motor. Er is weer begonnen met de bouw van een motorschoener, groot plm. 850 ton d.w., welke wordt voorzien van een Kromhout-motor.


19 april 1918


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

De Raad voor de Scheepvaart zal maandag 22 april a.s., ‘s namiddags 1.30 uur, een onderzoek instellen naar de aanvaring op 22 maart 1918 in de mond van de Nieuwe Waterweg tussen het stoomschip (zandzuiger) SLIEDRECHT en de LOODSBOOT 6. Rederij: Internationale Maatschappij tot aannemen van Werken te Arnhem; gezagvoerder: H. de Gelder te Hoek van Holland.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Scheepsbouw. Gisteren is met goed gevolg van de werf van de N.V. Scheepswerf v/h Wed. A. van Duyvendijk te Papendrecht te water gelaten het stoomschip LAUWERZEE, groot 1.000 ton, aldaar in aanbouw voor de N.V. W. van Driel’s Stoomboot- en Transportonderneming te Rotterdam.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Aan het verslag over 1917 van de N.V. Zuid-Nederlandsche Stoomvaart Maatschappij ontlenen wij het volgende: De uitkomsten van het bedrijf bleven dit jaar ver onder die van de twee voorafgaande jaren, Van einde december 1916 af tot einde maart 1917 werd het stoomschip ELISABETH te Rotterdam opgehouden, door de staking van de zeelieden, daarna door verbod van de Regering tot uitvaren.
Daarna werd een reis naar Noord Amerika en terug gemaakt voor rekening van de Nederlandse Regering. Na afloop van deze reis vertrok de ELISABETH weer naar New York op vordering van de Regering. Heden ligt het stoomschip nog te New York.
Voorgesteld wordt de gemaakte winst ad NLG 53.305 als volgt te verdelen:
Afschrijving stoomschip ELISABETH NLG 30.000; dividend 9 pct. NLG 13.500; reservefonds NLG 923; tantièmes NLG 2.307; diverse belastingen NLG 5.000; en als onverdeeld winstsaldo NLG 1.575 op nieuwe rekening te boeken.
Het stoomschip ELISABETH staat voor NLG 200.000 op de balans.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Amsterdam, 17 april. Voor rekening van de Koninklijke West-Indische Maildienst staat bij de Nederlandsche Scheepsbouw Maatschappij alhier op stapel het vrachten passagiersstoomschip PRINS WILLEM III, van bruto 4.100 ton.
Aan dit schip kan niet worden voortgewerkt wegens gebrek aan materiaal.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Amsterdam, 17 april. Het voor de Koninklijke West-Indische Maildienst nieuw gebouwde stalen vracht- en passagiersstoomschip, 13 maart jl. onder werfnummer 151 van de werf van de Nederlandsche Scheepsbouw Mij. alhier te water gelaten, zal de naam van STUYVESANT dragen. (opm: ex. PRINS WILLEM III)


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Bergen, 10 april. Blijkens verklaring van de kapitein, zijn er van de deklading van de ANNIE & ADRIE circa 100 bundels hoepels verloren gegaan. Bij het ophijsen van de boot, dat met de ankerdavit geschiedde, is de davit gebroken.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Bergen, 11 april. Het Nederlandse zeilschip LICHTSTRAAL, van Nederland bestemd naar Dimmelsvik, heeft tijdens slecht weer een gedeelte van de deklast verloren. Uit de verklaring van de kapitein blijkt, dat eind maart veel slecht weer doorstaan werd. Op 28 maart braken, door het zware slingeren, de boomstoppen en gingen 708 bundels hoepels verloren. Behalve de verloren hoepels zijn van de lading een 100-tal dakpannen gebroken. Te Dimmelsvik werd een gedeelte van de lading gelost, waarna het schip herwaarts kwam.


Krant:

 DMB - De Maasbode

Scheepsbouw. Onder werfnummer 115 is van de werf van de fa. Huiskens & Van Dijk te Dordrecht te water gelaten een stalen stoomschip van 2.200 ton, gebouwd onder de hoogste eisen en voor Nederlandse rekening. Machine, ketel en hulpmachines zijn eveneens aan genoemde fabriek vervaardigd. Het nu afgelopen vaartuig is een zusterschip van de 1 mei jl. afgelopen NESTON.


20 april 1918


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Nederlandsche Scheepsbouw Maatschappij.
Naar wij vernemen, zal in de algemene vergadering van de Nederlandsche Scheepsbouw Maatschappij worden voorgesteld, het dividend over het afgelopen boekjaar te bepalen op 7% (v.j. 10 %).


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 19 april. Van de werf van Gebr. Coops te Hoogezand is vertrokken met bestemming naar Amsterdam het nieuw gebouwde stoomschip WATERWEG, groot 458 ton, gebouwd voor de Hollandsche Algem. Atlant. Scheepvaartmaatschappij. Het schip is voorzien van een triple machine van 300 ipk, geleverd door de firma Boon, Molema & De Cock te Hoogezand.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 19 april. Hr.Ms. SCHORPIOEN vertrok 18 april van Hellevoetsluis naar Vlissingen, binnendoor per sleepboten ATLAS en MARS.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 19 april. Donderdagmorgen zou een zeeschip voor een Deense reder van de scheepswerf van de Gebroeders Van Duyvendijk aan de Gouderaksedijk te water worden gelaten. Het gevaarte gleed tot halverwege de helling af, toen bleef het onwrikbaar staan. Vergeefs trachtte men het schip te lichten, ook de pogingen door een drietal sleepboten aangewend om het schip verder de helling af te slepen bleven vruchteloos, enige kabels werden daarbij verspeeld. Het schip zal wel opnieuw opgetakeld moeten worden voor een tweede tewaterlating.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Bergen, 13 april. Het door de bemanning verlaten op de kust van Jaederen gestrand Nederlands zeilschip STERNE is na gehouden expertise door de Norsk Bjergnings Kompani zo ernstig beschadigd bevonden, dat berging van het schip schijnt uitgesloten.


22 april 1918


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Naar de directie van de Rotterdamsche Lloyd ons meedeelt zijn de stoomschepen KAWI en RINDJANI een dezer dagen te Batavia gearriveerd.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Vlaardingen, 19 april De stoomlogger STELLA MATUTINA, (VL-171), van de rederij Maatschappij Stella (dir. G. Vriens) is voor geheime prijs verkocht aan de Scheepsbouwwerf De Merwede v/h G. van Vliet te Neder-Hardinxveld. Het schip wordt na ombouwing in de vrachtvaart gebracht.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Amsterdam, 19 april. Volgens de Nederlandsche Scheepsbouw Mij. is het bericht omtrent het op stapel staande stoomschip PRINS WILLEM III, waaraan wegens gebrek aan materiaal niet zou kunnen worden voortgewerkt, onjuist. Verder deelt voornoemde maatschappij mee, dat zij voor de Koninklijke West-Indische Maildienst een schip op stapel heeft staan, dat genaamd zal worden VAN RENSSELAER en dat dit schip waarschijnlijk geheel zal kunnen worden afgebouwd.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Zaltbommel, 20 april. Heden werd van de werf van J. Meijer’s Scheepsbouw Mij. de grootste zeeboot welke tot nog toe hier werd gebouwd, van stapel gelaten. De boot heeft 3.300 tonnen maat en heet STAD ZALTBOMMEL.


23 april 1918


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. De Raad deed gistermiddag onderzoek inzake de aanvaring op 22 maart 1918 in de mond van de Nieuwe Waterweg, tussen het stoomschip (zandzuiger) SLIEDRECHT en de LOODSBOOT 6. Als getuige wordt gehoord de schipper van de SLIEDRECHT, H. de Gelder. Deze deelt o.m. mee, dat de SLIEDRECHT, met acht man aan boord, de Waterweg was uitgevaren, toen terzelfder tijd, de LOODSBOOT 6 de Waterweg binnenkwam. Het zicht was tamelijk goed. De SLIEDRECHT hield de noordelijke wal, toen de loodsboot plotseling aan bakboordzijde, op plm. 400 meter afstand, kwam opdagen. Aan dek van de SLIEDRECHT waren meerdere mannen; er is door de uitkijk niet geroepen, toen de loodsboot in het gezicht kwam. Gevaar was er volgens getuige niet. De SLIEDRECHT is toen stuurboordzij gegaan, doch gaf — hoewel dit nodig is — geen sein. Volgens getuige was hiervoor geen tijd, hetgeen de president meent te mogen betwijfelen. De loodsboot gaf 2 stoten op de fluit, als teken dat zij naar bakboord uithaalde. De SLIEDRECHT sloeg toen achteruit; even daarna had de aanvaring plaats, waarbij de loodsboot de zandzuiger aan bakboordzijde heeft getroffen. Hoewel de schade groot was, bleven beide schepen drijven. De kapitein van de loodsboot geeft een enigszins andere lezing van de zaak. Ook hij hield de noorderwal, dit was gemakkelijker. Het blijkt evenwel dat de loodsboot een verkeerde richting nam, om eerder op de plaats van bestemming te kunnen komen. De kapitein deelt vervolgens nog mee, de SLIEDRECHT reeds op een 1.000 meter te hebben zien aankomen. Nader blijkt nog, dat de afstand tussen beide boten ongeveer 100 meter bedroeg, toen de SLIEDRECHT naar stuurboord uitweek. Een van de leden van de Raad acht deze afstand groot genoeg, om elkaar ongehinderd te kunnen passeren; beter ware geweest, dat de loodsboot ook naar stuurboordzijde was uitgeweken. Ook had de loodsboot nog beter kunnen stoppen of achteruitslaan. Uit het verhoor blijkt verder, dat de kapitein van de loodsboot verstandiger had gedaan, als hij de zuiderwal had gehouden. Dit was — volgens de kapitein — evenwel onmogelijk. De stuurman op de zandzuiger, Th. de Gelder, was op het moment van aanvaring aan dek. Hij zag de loodsboot niet aankomen, maar hoorde alleen twee fluitseinen. Het ware beter geweest — volgens getuige — als de loodsboot naar stuurboordzijde was uitgeweken. De inspecteur merkt op, dat het hem wenselijk voorkomt, de schipper van de zandzuiger te wijzen op zijn daad van nalatigheid. De Raad besluit evenwel hieraan geen gevolg te geven, waarop de inspecteur nog zegt, dat in elk geval de schipper van de SLIEDRECHT een teken op de fluit had moeten geven. Had de zandzuiger zijn vaart en koers behouden, dan was het ongeluk niet geschied. De schipper van de loodsboot gaat in deze zaak vrij uit. De Raad zal later uitspraak doen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Motorschoener BERTHA. Vannacht om ruim 12 uur heeft aan Boei 25 op stroom ligplaats genomen de motorschoener BERTHA, van de Vrachtvaart Maatschappij Neerlandia, geladen met carbid uit Sarpsborg. De kapitein heeft gerapporteerd, ter hoogte van Terschelling door Duitse vliegtuigen te zijn bestookt; de bemanning begaf zich in de boten, doch ging weer aan boord terug, toen de beschieting ophield.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Maassluis, 22 april. De hedennacht binnengekomen motorboot BERTHA rapporteert op de Noordzee door een vliegmachine te zijn beschoten waardoor het schip gaten in dek en zeilen beliep. Tweemaal was de bemanning genoodzaakt het schip te verlaten.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 22 april. Gisteren had op de rivier de Maas de proeftocht plaats van het bij de firma J. & A. v.d. Schuyt te Papendrecht gebouwde stoomschip MEGREZ van Van Nievelt, Goudriaan & Co's Stoomvaart Mij. De proeftocht voldeed in alle opzichten. Het schip kan 3.150 ton d.w. laden.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 20 april. Het Nederlandse stoomschip RIJN, dat na de lading in Velsen gelost te hebben, gedurende de wintermaanden alhier, is opgelegd geweest, zal dezer dagen weer in de vaart gebracht worden. Het volk is gemonsterd en de kolen zijn gebunkerd.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 20 april. Het gisteren van Engeland aangekomen stoomschip LAURA heeft door storm een gedeelte van de deklast houtstof verloren.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 20 april. Na de lading stukgoederen wederom te hebben ingenomen, heeft de motorschoener ANNA de reis naar Gotenburg voortgezet.


24 april 1918


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdamsche Scheepvaart Maatschappij. In de heden gehouden jaarlijkse algemene vergadering van aandeelhouders in de N.V. Rotterdamsche Scheepvaart Maatschappij, zijn het verslag van directie en commissarissen en de verlies- en winstrekening, zomede de balans goedgekeurd. Besloten werd over het afgelopen boekjaar geen dividend uit te keren, doch de winst voor afschrijving en reserve te bestemmen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 23 april. De motorschoener CARPE DIEM, 2 april van Rotterdam vertrokken, is 22 april te Gotenburg aangekomen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Met toestemming van onze Regering is de te Groningen thuis behorende schoener HENDERIKA door de reder M. Pronk aan de firma Olzen te Stockholm verkocht. De HENDERIKA meet 114 netto ton en werd in 1910 gebouwd.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 21 april. Het motorschip OVERVEEN, van Rotterdam naar Bergen bestemd, is hier binnengelopen wegens stormweer en tegenwind.


25 april 1918


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De Raad voor de Scheepvaart heeft gisteren een uitspraak gedaan betreffende de ontploffing, waardoor het motorzeilschip THALATTA I is getroffen en de beschieting, waaraan dit vaartuig heeft blootgestaan. Uit gehouden onderzoek blijkt, dat de THALATTA I op 21 november 1917 op ongeveer 57°-43’ NB en 11°-23’ OL in de buurt van het vuur van Vinga op een mijn is gestoten, welke is ontploft en dientengevolge het schip heeft beschadigd en dat de THALATTA I op 15 februari 1918 op 56°-38’ NB en 05°-17’ OL, derhalve in het zogenaamde vrije gebied en niettegenstaande het vaartuig alle kenmerken van Nederlandse nationaliteit vertoonde, door een Duitse duikboot is beschoten en ernstig beschadigd.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Scheepsbouw. Rotterdam, 25 april. Van de Scheepswerf De Maas te Slikkerveer is met goed gevolg voor rekening van de N.V. Rotterdamsche Algemeene Scheepvaart Maatschappij te water gelaten het stoomschip LEKSVEER, groot ongeveer 650 ton d.w., een zusterschip van de reeds vroeger te water gelaten stoomschepen SLIKKERVEER en KRALINGSCHEVEER. Het stoomschip SLIKKERVEER zal over ongeveer drie weken een proeftocht maken, terwijl men bezig is in het stoomschip KRALINGSCHEVEER machines en ketels te plaatsen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. De Raad deed de volgende uitspraak: Betreffende de stranding van het zeilschip ZWALUW is de Raad van oordeel, dat de oorzaak van de stranding is te wijten aan het slechte weer. Eenmaal dicht bij de kust gekomen, kon de schipper — te meer, waar hij door de mijnen niet vrij was in zijn bewegingen — er niet veel aan doen, dat hij op het strand werd gezet. En waar hij dagen achtereen geen verkenning had gehad en ongunstig weer, kon het licht gebeuren, dat hij de kust meer was genaderd dan wel wenselijk was. Een fout was, dat hij het lood niet heeft verzwaard, daar hij alsdan steeds de juiste diepte had verkregen, waardoor hij wellicht zijn bestek beter had kunnen gissen, dan hij heeft gedaan.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Tot zinken gebracht. De motorboot MEEUW, op weg van Londen naar Rotterdam is in de morgen van zondag 21 april, door een Duits vliegtuig, tot zinken gebracht. De bemanning is gered en geland te Great Yarmouth. De motorboot, behorende aan de N.V. Motorkotterschip Meeuw, directie Seeuwen & Co. te Rotterdam, mat 200 ton bruto, 109 ton netto en was in 1908 gebouwd. Nader vernemen wij dat de bemanning 5 koppen telde en op weg is van Yarmouth naar Londen om met het volgend konvooi naar hier te komen. Het schip was voor NLG 70.000 verzekerd en was in 1916 van tjalk in motor omgebouwd.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 24 april. In de Binnenhaven te IJmuiden ligt tot vertrek naar Denemarken gereed de nieuwe stalen motorschoener MERWESTEIN, welke voor rekening van de rederij Gerard Mauritz te Dordrecht in Vierverlaten gebouwd werd.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 24 april. De Algemeene Visscherij Mij. te IJmuiden heeft haar stoomtrawler STRATHAVON (IJM-89) aan een binnenlandse firma verkocht. Genoemd vaartuig zal niet meer voor visserij doeleinden worden gebezigd, maar geheel tot vrachtschip worden omgebouwd.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 24 april. De zeillogger NICO EN WILLEM (KW-132), van de firma Gebr. Taat te Katwijk aan Zee, reeds geruime tijd uit de visserij, is thans tot vrachtschip ingericht en onder de naam VERTROUWEN voor de eerste reis van IJmuiden naar Bergen vertrokken.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 24 april. Op de werf van J. Meyer's Scheepsbouw Mij. te Zaltbommel, waarvan zaterdag jl. het stoomschip STAD ZALTBOMMEL te water werd gelaten, zal de kiel worden gelegd voor een dergelijk schip, mede voor rekening van de N.V. Maatschappij Stad Zaltbommel, alhier.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Maassluis, 24 april. Reeds bij de aanvang van de werkzaamheden van de Nieuwe Bergingsmaatschappij op de in de ingang van het Stortemelk gezonken torpedoboot G 11, was door duikers geconstateerd dat het schip in drie stukken is gebroken. Door ongunstige wind en daardoor ruwe zee ondervond het uitbrengen van zware stalen kettingen veel oponthoud en ook pogingen om te lichten werden dientengevolge zeer bemoeilijkt. Gisteren is het aan het bergingsvaartuig STIER gelukt het achterschip te lichten en met behulp van de bergingsstoomboot URANUS te Terschelling binnen te brengen.


26 april 1918


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Werkspoor.
Naar wij vernemen, zal aan de algemene vergadering van aandeelhouders van de Nederlandsche Fabriek van Werktuigen en Spoorwegmaterieel (Werkspoor) worden voorgesteld het dividend over het afgelopen boekjaar te bepalen op 7 % (evenals v.j.).


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 25 april. Van de werf van de N.V. Scheepsbouw Mij. De IJssel, v/h Wed. A. van Duijvendijk te Gouderak, is met goed gevolg te water gelaten een voor Deense rekening gebouwd vrachtschip, met een laadvermogen van 900 ton d.w. Het schip, gebouwd onder speciaal toezicht van Bureau Veritas en de Noorse Scheepvaart-controle, zal worden voorzien van een verticale triple-expansie machine van ongeveer 800 ipk, welke geleverd zal worden door de N.V. Van der Kuy & Van der Ree's Machinefabriek en Scheepswerf te Rotterdam.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 25 april. Het van Gotenburg alhier aangekomen motorschip WILHELMINA passeerde in de Noordzee veel wrakgoed, o.a. een ra van een zeilschip, een messroomtafel, enz. In de vrije vaargeul ontmoette men veel drijvende mijnen, eens acht op één dag.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 25 april. Volgens de Hamb. Börsen Halle heeft de firma Lars Jörgensen te Aalborg het Nederlandse zeilschip CHRISTINA aangekocht.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Amsterdam, 25 april. Naar men verneemt, zal op de a.s. algemene vergadering van de Stoomvaart Maatschappij Nederland aan de aandeelhouders worden voorgesteld over 1917 20% (v.j. 15%) dividend uit te keren.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 24 april. De zondag als bijlegger binnengekomen motorschoener OVERVEEN bleek lek te zijn. Ter reparatie van de schade is het schip in het droogdok alhier opgenomen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 24 april. De zeesleepboot NEUTRAAL, thuis behorende te Delfzijl en ingericht als stoomkusttrawler. is aangekocht door de heer J. Hoogerduin, alhier, voor de kustvisserij.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Nederlandsch-Amerikaansche Stoomvaart Mij. In de hedenmiddag onder voorzitterschap van de heer W. Westerman gehouden vergadering van aandeelhouders van de H.A.L. is het jaarverslag goedgekeurd evenals de balans en de winst- en verliesrekening. Tot commissaris werd de heer W. Westerman herkozen met 96 van de 102 uitgebrachte stemmen (6 in blanco). De voorzitter bracht hulde aan de heer mr. L.A.E. Suermondt, zijn voorganger in het presidium, die lange tijd de vergaderingen van commissarissen heeft geleid. Hij hoopt dat ook als commissaris de heer Suermondt nog geruime tijd werkzaam mag blijven.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Vrachtvaart Maatschappij ‘Neerlandia’ te Rotterdam.
Aan het verslag over 1917 (het eerste boekjaar) ontlenen wij het volgende:
Het behoeft geen betoog dat ook ons bedrijf ten gevolge van de oorlogstoestand met allerlei moeilijkheden te kampen had. De vrachten, die wij voor onze schepen gemaakt hebben, waren zeer bevredigend en die reizen, welke vlug zijn afgelopen, hebben ondanks de hoge molestpremie zeer goede resultaten opgeleverd; waar echter door niet te vermijden omstandigheden enkele reizen lang geduurd hebben, werd het resultaat van de exploitatierekening daardoor minder gunstig. Wel heeft onze vennootschap een flink agio behaald, doch wij menen deze gelden niet tot uitkering van dividend te mogen aanwenden. Terwijl de olievoorziening tot november 1917 vrij bevredigend was, werden wij begin december verrast door het onaangename bericht van de Toewijzingscommissie voor Gasolie, dat de toch reeds kleine voorraad gasolie dermate geslonken was dat het haar niet langer meer toelaatbaar voorkwam om voor motorschoeners gasolie beschikbaar te stellen. Daarmee werd de levering van gasolie geheel stopgezet en het is ons ondanks al onze pogingen niet mogen gelukken in deze toestand verandering te brengen. Ook onze stappen om olie direct uit het buitenland te verkrijgen bleven tot nu zonder succes; wij blijven in die richting diligent.
Met goedkeuring van Commissarissen werd door de dochtermaatschappijen, waartoe de verbonden schepen behoren, met de Vrachtvaart Maatschappij ‘Neerlandia’ als borg, op de schepen BERTHA en REBECCA een lening van tezamen NLG 140.000 en op de schepen ANNA en JEANNETTE een lening van tezamen eveneens NLG 140.000 met de Rotterdamsche Scheepshypotheekbank gesloten, waarop in 1917 reeds NLG 14.000 werd afgelost. Daar intussen verdere schepen gereed gekomen zijn, werden deze leningen in febr. 1918 eenvoudigheidshalve door een nieuwe hypothecaire lening van tezamen NLG 500.000 op 8 schepen vervangen. Zover deze gelden niet nodig waren tot afbetaling van de afgeleverde vaartuigen, werden zij gebruikt tot verdere termijnbetalingen voor de in aanbouw zijnde schepen. Ofschoon dit eigenlijk het lopende boekjaar betreft, maken wij hiervan volledigheidshalve reeds thans melding.
De post Aandelenbezit is het bezit van onze vennootschap aan aandelen in de bovengenoemde dochtermaatschappijen. De post Oprichtingskosten sluit de zegel- resp. registratierechten in; deze rechten bedragen volgens de met 1 juni 1917 in werking getreden nieuwe Registratiewet 2½%, zodat voor de sedert uitgegeven aandelen de rechten van 2½% moesten worden betaald. Wij hebben met goedvinden van Commissarissen om praktische redenen met de dochtermaatschappijen een overeenkomst aangegaan, waarbij alle bruto winsten van die naamloze vennootschappen door de ‘Neerlandia’ worden genoten, eventuele verliezen door haar gedragen. Terwijl de dochtermaatschappij Bertha, waartoe de BERTHA en de JEANNETTE behoren, een behoorlijke winst heeft opgeleverd, hebben andere dochtermaatschappijen, door de kosten gedurende de bouw en andere uitgaven en ten gevolge van lange reisduur, verlies veroorzaakt. Ten slotte paraisseert een overschot van NLG 3.477 op de Winst- en Verliesrekening van de ‘Neerlandia’.
Voorgesteld wordt het bedrag van de rekening Oprichtingskosten ad NLG 107.512 op de Agiorekening over te brengen en het saldo Winst- en Verliesrekening op nieuwe rekening over te dragen. De Agio-rekening zal daarna een saldo van NLG 281.487 aanwijzen, hetgeen wij menen te moeten benutten ter versterking van de financiële positie van onze Maatschappij, zodat wij niet tot uitkering van enig dividend kunnen adviseren. Wij achten het de beste en meest gezonde politiek om van het begin af vooral de innerlijke versterking van onze vennootschap in het oog te houden. Onze vennootschap heeft als ‘holding company’ de beschikking over de volgende vloot, waarvan 11 motorschoeners geheel gereed zijn; voorts zijn 5 schepen van stapel gelopen en de andere alle in aanbouw: 21 motor-schoeners tezamen 10.745 ton laadvermogen, aankoopprijs NLG 4.234.000 = NLG 394 per ton; 3 stoomboten tezamen 1.390 ton; 1 stoomboot van circa 1.000 ton; 1 stoomboot van circa 4.200 ton, tezamen 6.590 ton laadvermogen. Aankoopprijs NLG 2.928.900 = NLG 444 per ton.
De scheepsprijzen zijn thans belangrijk hoger zodat de kostprijs van onze vloot niet onaanzienlijk minder is dan haar huidige waarde. Het kan natuurlijk niet uitblijven, dat ook onze rederij de terugslag van de thans heersende algemene malaise ondervindt, temeer daar de uitvoer uit Nederland naar Scandinavië sedert enige maanden uiterst miniem is, doch menen wij, al kan er onder de tegenwoordige moeilijke omstandigheden geen grote bedrijfswinst worden behaald, de toekomst vol vertrouwen te kunnen tegemoet gaan. Daar de oorlogswoede nog steeds aanhoudt en zich het einde van de oorlog nog niet laat voorzien, willen wij ons omtrent de vooruitzichten van het lopende jaar niet aan voorspellingen wagen, doch is het zeer zeker aan geen twijfel onderhevig, dat zodra er vrede komt, voor de rederijen een nieuw tijdperk van bloei zal aanbreken en daar onze vloot dan vermoedelijk gereed zal zijn en in Nederlandse havens ter beschikking ligt, vertrouwen wij van die bloeitijd ten volle te kunnen profiteren.
Op de balans per 31 december 1917 komen o.a. voor aan de debetzijde: Aandelenbezit NLG 754.000, schepen in aanbouw NLG 714.705, 4.200 ton stoomboot in aanbouw NLG 1.442.850, BERTHA NLG 337.690, REBECCA NLG 364.120, ANNA NLG 452.638, JACOB NLG 510.455, HERMANOS NLG 270.400, SIEGFRIED NLG 720.400, ongeplaatste aandelen NLG 290.000, kas NLG 1.589, oprichtingskosten NLG107.512, verlies NLG 11.736 en aan de creditzijde: Aandelenkapitaal NLG 5.000.000, agio op aandelen NLG 389.000, crediteuren NLG 597.528 en algemene onkosten NLG 3.000, totaal NLG 5.989.528. Winst- en verliesrekening: Credit: winst dochtermaatschappijen NLG 3.477, koersverschillen NLG 92 en saldo verlies NLG 11.736. Debet: Algemene onkosten NLG 14.927, interest NLG 379, tezamen NLG 15.306.


27 april 1918


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Het motorschip WAGENINGEN, uit Christiania alhier aangekomen, heeft aangebracht de stuurman H. van der Wal uit Delfzijl, de kok A. van Elten en de matroos H. Overwijk, beiden alhier woonachtig, behoord hebbende tot de bemanning van de Nederlandse twee-mast schoener CATHARINA (opm: CATRIENA), die de 7e april in het versperde gebied op reis van Rotterdam naar Högesund door een Duitse duikboot tot zinken is gebracht. Bij de beschieting, welke het tot zinken brengen vooraf ging, is de kapitein (Renger Bos) van de CATHARINA (opm: CATRIENA) gedood.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Stoomvaart Maatschappij Triton te Rotterdam.
Aan de algemene vergadering van aandeelhouders zal worden voorgesteld om het dividend over het afgelopen jaar te bepalen op 50 procent.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. Maandag 29 april a.s., ‘s namiddags 1.30 uur, onderzoek ter zake van het beschieten en tot zinken gebracht worden van het stoomschip HEENVLIET op 28 februari 1918 in de Noordzee, waarbij zeven opvarenden zijn omgekomen. Rederij Nationale Stoomboot Maatschappij, directie Soetermeer, Fekkes & Co. te Rotterdam.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

N.V. Maatschappij Zeevaart. Het in de dinsdag door de directie, de heren W.C. Hudig en J.C. Veder, uitgebrachte verslag deelt mee, dat in de 2e helft van het jaar de schepen nagenoeg stil hebben gelegen. De CELAENO is na lang oponthoud te Vigo de 15e juni van haar reis naar Zuid-Amerika behouden hier teruggekeerd, doch is sedertdien genoodzaakt geweest hier te blijven liggen. Het schip heeft op deze, zijn eerste reis, In alle opzichten voldoening gegeven. De ARUNDO EN THEMISTO hebben ieder een rondreis naar Noord-Amerika gemaakt; vervolgens zijn zij, gevorderd door de Nederlandse Regering, weer daarheen vertrokken, doch door de bekende omstandigheden hebben zij de terugreis niet kunnen aanvaarden. Het oponthoud te Vigo, zowel als dat in de Amerikaanse havens, wordt door de Nederlandse Regering vergoed. Met het oog op uitbreiding van de vloot is de directie in december overgegaan tot de uitgifte van de nog in portefeuille gehouden 865 aandelen; het daardoor verkregen netto-agio is op de reserve geboekt. Door aankoop werd de Maatschappij eigenaresse van het nieuwgebouwde stoomschip TYRO, groot 1.000 ton draagvermogen, terwijl zij een gelijksoortig stoomschip bij een Nederlandse werf heeft besteld. Gehoopt wordt, dat de levering hiervan nog In 1918 zal plaats hebben. In de beide vorige jaarverslagen is melding gemaakt van de twee stoomschepen, die bij de Rotterdamsche Droogdok Maatschappij besteld zijn. „Zoals wij — zegt de directie — reeds vreesden, is de bouw van deze schepen aanmerkelijk vertraagd; die van de HAGNO begint goed te vorderen, ofschoon de tijd van aflevering nog geheel onzeker is; van het stoomschip CALLISTO is nog slechts de kiel gelegd. Tegen onze verwachting zijn wij aangeslagen in de oorlogswinstbelasting over de winst, gemaakt door de verkoop van het stoomschip CALLISTO. Op grond van een sedert verschenen beschikking van de Minister van Financiën, zijn wij in onderhandeling met de betrokken inspecteur en wij vertrouwen, dat wij binnen korte tijd restitutie zullen verkrijgen."
De exploitatierekening sluit met een saldo van NLG 757.119,53 en de interestrekening wijst een batig saldo aan van NLG 74.128,57½. De directie stelt voor hiervan een bedrag van NLG 106.008,75 voor afschrijving op de stoomschepen af te zonderen en bovendien NLG 550.000 voor hetzelfde doel over te schrijven van de reserve aanbouw stoomschepen.
Ten gevolge van de in mei plaats gehad hebbende vierjaarlijkse survey van het stoomschip THEMISTO, werd het reparatiefonds teruggebracht tot NLG 93.695,55. De directie stelt voor door een dotatie van NLG 56.304,45 dit fonds te brengen op NLG 150.000. Na afschrijving van NLG 2.603,59 op materialen en NLG 26.264,19 koersverschil op effecten, kan dan een dividend worden uitgekeerd van NLG 300 per aandeel. Tenslotte wordt nog vermeld, dat de stoomschepen ARUNDO en THEMISTO bij het opmaken van dit verslag door de Amerikaanse regering in beslag zijn genomen. De vergadering hechtte haar goedkeuring aan verslag, balans en winst- en verliesrekening en bepaalde derhalve het dividend op 30%.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De sleepboot SEINE beschoten.
Naar men te Vlissingen verneemt zou de sleepboot SEINE hedennacht door een onderzeeër zijn beschoten. Men vreest, dat er doden te betreuren zijn.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 26 april. Van de werf van de firma De Haan & Oerlemans te Heusden werd woensdag met goed gevolg te water gelaten het stalen schroefstoomschip LIFLAND, gebouwd voor rekening van de rederij A.N. Petersen te Kopenhagen. De afmetingen van het schip zijn: Lengte 215 voet, breedte 34 voet 4 duim en hol 15 voet 6 duim. Het heeft een laadvermogen van circa 1.600 ton en werd gebouwd onder de hoogste klasse van Bureau Veritas en de Deense schepenwet. Het schip wordt voorzien van een triple-expansie machine van 600 ipk, afmetingen 15 x 25/27 x 40, terwijl de stoom wordt geleverd door twee ketels, werkende onder een druk van 180 lbs. Voorts zijn voor het vlugge lossen en laden twee stalen masten aan dek geplaatst benevens vier stoomwinches. Verder is het schip voorzien van stoomankerspil en gecombineerde hand- en stoomstuurmachine. De verblijven voor kapitein en officieren zijn zeer comfortabel ingericht.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 26 april. Het ijzeren aakschip AMBULANT, groot 111 ton, toebehorende aan schipper F. de Vries te Wildervank is verkocht voor NLG 7.800, zonder tuig aan de heer R.P. Roos te Groningen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Vlaardingen, 24 april. De Zeevisscherij Maatschappij De Hoop te Vlaardingen heeft voor geheime prijs het loggerschip IDA MARIA DE RAADT verkocht aan een Rotterdamse combinatie. Het schip wordt na verbouwing te Vlaardingen in de vrachtvaart gebracht.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 25 april. De hier in het dok opgenomen motorschoener OVERVEEN heeft een reparatie aan de achtersteven uitgevoerd, waarbij bleek dat het schip geen lekkage had.


29 april 1918


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Vrachtvaart Mij. ‘Neerlandia’ te Rotterdam.
De balans en winstrekening over 1917 geven een nadelig saldo aan van NLG 11.736,17½, nadat in het credit van de winstrekening is gebracht NLG 3.477,74, zijnde het gezamenlijk exploitatieresultaat, buiten afschrijving van de dochtermaatschappijen: Mij. tot Expl. van het schoenerschip ‘Bertha’, Mij. tot Expl. van het schoenerschip ‘Rebecca’, Mij. tot Expl. van het schoenerschip ‘Anna’, Mij. tot Expl. van het motorschoenerschip ‘Jacob’. Voorgesteld wordt het bedrag van de rekening oprichtingskosten ad NLG 107.512,80 op de agio-rekening over te brengen en het saldo van de winst- en verliesrekening op nieuwe rekening over te dragen. De agio rekening zal daarna een saldo van NLG 281.487,20 aanwijzen, hetgeen de directie meent te moeten benutten ter versterking van de financiële positie van de Maatschappij, zodat zij niet tot uitkering van enig dividend adviseren.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 26 april. De koftjalk COSMOPOLIET, kapt. Engelsman, gisteren van de Waterweg naar Kopenhagen en Helsingborg vertrokken keerde hedenmiddag naar hier terug wegens voortdurende tegenwind.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Batavia, 18 april. De Indische Financier wijst erop dat de vrachttarieven die Engeland aan de Nederlandse schepen toestaat een vierde deel zullen opleveren van wat vóór het rekwireren werd ontvangen, ofschoon de vrachten hoger zijn dan Engeland voor gecharterde schepen pleegt te betalen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Batavia, 18 april. In Nederlands-Indië is de volgende tonnenmaat beschikbaar: Paketvaart 18.000 ton, Rotterdamsche Lloyd 23.000 ton, Java-China-Japan Lijn 18.000 ton. Mij. Nederland 60.000 ton, Java-Bengalen Lijn 15.000 ton.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Openbare schepenveiling op dinsdag 30 april 1918, ten 2.30 uur, in de Veilingzaal der Grote Koopmansbeurs te Rotterdam, van:
Behalve de reeds aangekondigde
stalen 3-mast motorschoener THALATTA I, 520 ton d.w.
De stalen 2-mast motorkotter SIEKA 200 ton d.w., thans THALATTA II
Rijksmotorjacht ROSALIE.
Motor-zeetjalk STELLA, 140 ton d.w.
Nieuwe stalen galjoot JOHANNA, 110 ton d.w.
Dit vaartuig is clausul vrij en voorzien van een uitvoervergunning naar Zweden.
Motorvrachtboot MARIA, 122 ton.
Motorvrachtboot MARIA, ex. ALBERDINA, 80 ton.
Verder nog een aantal binnenvaart schroefstoom-sleepboten, een passagier-rader-stoomschip, een aantal bakken, lichters, enz.
Jacq. Pierot Jr. Beëdigd Makelaar in Schepen, Witte Huis, Rotterdam.
(opm: Aanvulling op vorige advertentie - zie ook RN 150418)


30 april 1918


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. De Raad stelde heden (opm: 29 april) een onderzoek in naar de omstandigheden waaronder op 28 februari 1918 heeft plaats gehad het beschieten en tot zinken brengen op de Noordzee van het stoomschip HEENVLIET van de Nationale Stoombootmaatschappij te Rotterdam, bij welke ramp zeven van de opvarenden zijn omgekomen. Als getuigen werden gehoord de 1e stuurman J.P.C.A. van der Garde, de 2e machinist C.A. Kienstra en de matroos A.C. Pons.
Getuige Van der Garde deelt mee, dat het schip op weg was van Rotterdam naar Leith met stukgoederen, twee sloepen aan boord had, benevens de nodige reddingsmiddelen en de nationaliteitskenmerken droeg. Woensdagmiddag was de HEENVLIET uit de Waterweg uitgevaren en tot 's avonds 8 uur, toen zij 15 mijlen ZW van het Zwarte-Bank lichtschip waren, Daar verscheen een onderzeeër, die wij, omdat hij licht van kleur was, voor een Engelsman aanzagen. Hij bleek later een Duitser te zijn. Wij waren in het versperde gebied. Na even in gelijke richting met ons te zijn gevaren, begon hij te schieten. Wij hadden direct toen wij de onderzeeër zagen, alle hens aan dek geroepen en zetten de de boten uit. De boot waarin de kapitein was begaf zich naar de onderzeeër, waarvan de commandant vroeg waar het schip heen ging, wat het in had en wat de bedoelingen waren van de kapitein. Deze verzocht de commandant de beide boten te slepen, maar hij antwoordde dat niet te kunnen doen omdat hij op weg was naar de Humber. Na ’s nachts geroeid te hebben, werden de zeilen opgezet 's morgens om tien uur. De bedoeling was bij elkaar te blijven, maar de kapiteinsboot voer harder zodat men tegen de avond elkaar niet meer zag. Om 12 uur 's nachts strak er een NO storm op met zware buien, die de mannen koud en nat maakten. Getuige heeft toen order gegeven op drijfanker te gaan liggen. Er was voldoende proviand aan boord, maar de bemanning heeft er weinig van gebruikt. De volgende dag was het weer zo dat men weer kon zeilen en men bleef zeilen tot 's nacht 3 uur. Toen gooide een roller de boot op zij en bracht veel water naar binnen. Het werd een kwestie van erop of er onder. Getuige wilde het erop toeleggen om de Engelse kust te halen, wijl dit beter uitkwam met de wind. Nog een dag en een nacht later kregen zij eindelijk de kust in zicht en eindelijk kwam er een schip, dat bleek een Engels kolenschip te zijn, dat de bemanning oppikte en naar Engeland bracht. De stemming aan boord van de boot was steeds zo goed geweest als onder de omstandigheden maar mogelijk was. Men hield voortdurend de moed erin niettegenstaande vreselijk geleden werd van het water en van de kou en een jongen ten gevolge van de ellende bewusteloos geraakte.
Van de sloep van de kapitein, — in beide boten waren zeven man — heeft getuige niets meer gezien. In die sloep was eveneens voldoende proviand aanwezig. Getuige deelt nog mee dat de duikboot, nadat de commandant met de kapitein had gesproken, is doorgegaan met schieten op de HEENVLIET, eerst aan stuurboord, daarna aan bakboord. Na ongeveer 20 schoten te hebben gehad, zonk de HEENVLIET. De beide andere getuigen bevestigden deze verklaring. De Raad zal later uitspraak doen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. De Raad deed uitspraak betreffende de aanvaring van het zeilvissersvaartuig DE NOORD (VL-217) door het motorzeilschip ANNA en besliste dat de oorzaak van de aanvaring is te wijten aan een daad van de kapitein van de ANNA. Daarbij overwoog de Raad o.a. dat deze kapitein, die vóór de aanvaring reeds een paar glazen port gedronken had, zeer zenuwachtig was, hetgeen nadelige invloed kan hebben gehad op zijn waarnemingsvermogen, gelijk de dronkenschap, waaraan hij zich na de aanvaring heeft schuldig gemaakt, een nadelige invloed kan hebben gehad op zijn herinneringsvermogen. De kapitein behoort derhalve te worden gestraft en de Raad ontneemt hem mitsdien de bevoegdheid om als schipper te varen op een schip als bedoeld bij artikel 2 van de Schepenwet, voor de tijd van veertien dagen.
Deze zaak geeft de Raad nog aanleiding het volgende op te merken:
1. de bemanning van DE NOORD heeft onverantwoordelijk gehandeld door dit schip zonder commando van de schipper te verlaten en op de ANNA over te springen, terwijl uit niets gebleken was, dat DE NOORD gevaar liep te zinken. De schipper kan men niet euvel duiden dat hij, toen zijn gehele bemanning weg was, zelf ook is overgegaan;
2. kapitein Visser had na de aanvaring moeten trachten DE NOORD op sleeptouw te nemen en had zijn boten behoren te hijsen, terwijl hij zich verder aan ernstig plichtverzuim schuldig maakte door zich te bedrinken, zodat hij onbekwaam werd het commando op zijn schip te voeren;
3. de stuurman van de ANNA, Jan Broos, heeft in strijd met zijn verplichtingen gehandeld, door niet, toen hij zag dat zijn kapitein beschonken was, het commando van dit schip op zich te nemen; trouwens bij de Raad is enige twijfel gerezen, of Broos door zijn moeilijk spreken wel geheel geschikt geacht kan worden, al is hij lichamelijk goedgekeurd, als stuurman op een schip op te treden. Daar tegen kapitein Visser ter zake van het zich bedrinken na de aanvaring geen klacht is ingediend, kan de Raad deswege geen disciplinaire straf opleggen. De Raad heeft tenslotte niet de overtuiging gekregen, dat de ANNA in de nabijheid van IJmuiden op het strand is gestoten.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Hamburg, 28 april. De voor enige tijd op het Hade Sand gestrande Nederlandse tjalk SEMPER SPERA is door het bergingsstoomschip ALFA, van de Dansk Bergungsgesellschaft, vlot- en naar Hoegsloer gebracht. Aldaar zal het schip worden onderzocht en gerepareerd.


01 mei 1918


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 30 april. Door notaris H. Sanders te Groningen, werd vrijdagavond in publieke veiling gebracht:
1. het ijzeren tjalkschip BERENDINA FENNEGINA, groot 160 netto ton en in 1890 gebouwd. Opgehouden.
2. het motorvrachtschip NEPTUNUS in 1911 gebouwd, 27,60 x 5 x 1,80 m. groot. Opgehouden.
3. de staal-ijzeren sleepkaan TWEE GEBROEDERS gebouwd in 1903, laadvermogen 333 ton, koper W. Wubbols te Hoogezand, voor NLG 16.100.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Hamburg, 29 april. De Nederlandsche tjalk HENDRIKA (uit Groningen), groot bruto 86 netto 68 reg. ton, werd door kapitein L.S. Espensen te Aerosköbing voor 20.000 Kronen gekocht. Dit schip, dat thans de naam voert van FAMILIENS MINDE, is weer aan een combinatie te Elseneur verkocht en zal ook weer verdoopt worden.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Amsterdam, 30 april. Het stoomschip KENNEMERLAND, van de Kon. Hollandsche Lloyd, dat, naar wij geruime tijd geleden gemeld hebben, door de Portugese autoriteiten te St. Vincent werd vastgehouden, is thans, volgens een hier te lande ontvangen bericht, dezer dagen van St. Vincent naar Halifax kunnen vertrekken met het grootste gedeelte van de lading mais, enz., die aan boord is.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Amsterdam, 30 april. Aan het verslag van de Nederlandsche Scheepsbouw Maatschappij over 1917 ontlenen wij het volgende: Hoewel ruim voorzien van bouwcontracten, is de hoeveelheid afgeleverd werk niet belangrijk, voornamelijk doordat de aanvoer van materiaal uit het buitenland zeer gering en bovendien zeer onregelmatig was. Verder doordat bestellingen in het buitenland van bewerkte onderdelen voor schepen niet geleverd werden. Het gelukte ons, door middel van dikwijls grote financiële opofferingen, daarbij in vele gevallen door onze werkgevers gesteund, een hoeveelheid bouwmateriaal te verkrijgen, waardoor wij in staat werden gesteld, hoewel met veel moeite en zorgen, met het door mobilisatie en andere oorzaken verminderd aantal werklieden, ongeveer de normale werktijd, werkzaam te blijven. Hoewel dit ook voorlopig nog het geval zal kunnen zijn, zien wij in dit opzicht, de toekomst niet zonder bezwaar tegemoet. Het feit, dat voor de thans nog in aanbouw zijnde schepen, reeds door ons gecontracteerd was op tijdstippen, toen alle benodigdheden voor de bouw tot zeer veel gunstiger voorwaarden te verkrijgen waren, maakt, dat de financiële uitkomst van die werken ongunstig zal moeten zijn, wanneer de besteders ons in die teleurstellingen niet krachtig tegemoet komen. Het is ons echter reeds nu mogelijk te constateren, dat wij van enkelen hunner in dit opzicht grote welwillendheid hebben mogen ondervinden De laatste bouwcontracten zijn gesloten op een basis, waarbij de nadelige gevolgen, van prijsstijgingen van materialen en anderszins, niet te onze laste komen. Het gereedmaken van een nieuwe werfinrichting aan de overzijde van het IJ, gaat ten gevolge van gebrekkige aanvoer van ijzer en cement, niet met de gewenste spoed, terwijl de abnormale prijzen van alles wat verder nodig is ter voltooiing van werkplaatsen en gereedschappen, de aanschaffing daarvan thans beletten.
Van het bruto winstcijfer à NLG 392.804 (v.j. 398.503) wordt een versterking van het ondersteuningsfonds voorgesteld van NLG 35.000 en NLG 97.167 bestemd voor afschrijving op gebouwen, werfinrichtingen, werktuigen en gereedschappen. Het dividend bedraagt 7% (v.j. 10%).


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Stoomschip HOLLANDIA I. Het stoomschip HOLLANDIA I, groot 1.000 ton en toebehorende aan de Stoomvaart Maatschappij Hollandia te Rotterdam, dat dinsdag j.l. van hier naar Aalesund vertrok met hoepels geladen, is naar Swinemünde opgebracht.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De NOORDAM naar lndië? Gelijk bekend, zijn reeds lang onderhandelingen gaande over het uitzenden van een schip naar Nederlands-Indië met passagiers — voornamelijk regeringsambtenaren — welk schip dan weer met passagiers uit Indië zou terugkeren. Naar wij vernemen gaan de onderhandelingen over het uitzenden van het stoomschip NOORDAM van de Holland Amerika Lijn. Gelijk met dit schip zou ook de HERTOG HENDRIK naar Indië vertrekken.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

In de heden gehouden vergadering van aandeelhouders in de N.V. Nationale Stoomvaartmaatschappij, directie de firma Soetermeer, Fekkes & Co., zijn de balans en de winst- en verliesrekening goedgekeurd. Het dividend werd bepaald op 15%, terwijl de heer W. van Dam als commissaris herkozen werd.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Nationale Stoomvaart Maatschappij. Aan het eerste jaarverslag van de N.V. Nationale Stoomvaart Maatschappij, directie de firma Soetermeer, Fekkes & Co. alhier, ontlenen wij het volgende: Het voordelig saldo van de exploitatierekening bedraagt NLG 200.601,28, latende na aftrek van onkosten, afschrijvingen, etc., een netto winstcijfer van NLG 155.325,41. Hierdoor is het mogelijk aan aandeelhouders een dividend van 15% uit te keren. De Maatschappij beschikt thans over 2.100 ton aan stoomschipruimte, die binnen enige maanden op 3.300 ton zal zijn gebracht De boekwaarde van de schepen bedraagt per 1 januari 1918 NLG 460 per ton draagvermogen. De directie besluit haar verslag aldus:
„Tot ons groot leedwezen dienen wij echter melding te maken van het bedroevend feit dat ons, juist voor het definitief afdrukken van dit verslag, het bericht bereikt heeft van het in de grond boren van het stoomschip HEENVLIET. Helaas is daarbij het verlies van mensenlevens (kapitein en zes leden van de equipage) te betreuren, wat deze gebeurtenis tot een ramp stempelt. Direct financieel verlies lijdt de Maatschappij niet, aangezien de assurantiepenningen de boekwaarde en ook de koopprijs overtreffen.
Wat het nieuwe boekjaar aangaat, willen wij ons, met het oog op het nog steeds voortwoeden van de oorlog, niet aan voorspellingen wagen.
Wel kunnen wij meedelen, dat de ons ter beschikking zijnde stoomschipruimte regelmatig haar aandeel heeft in de aanvoeren van grondstoffen enz., welke in ons land dringend nodig zijn. Verder is het niet van belang ontbloot, erop te wijzen, dat bij een eventueel spoedig sluiten van de vrede, waarop iedereen hoopt, de Maatschappij met het haar ten dienste staande nieuwe materieel zeer zeker zal profiteren van de te verwachten belangrijke transporten, welke zullen moeten plaats vinden. Het ligt niet in de bedoeling de vloot door motorschepen uit te breiden".


Krant:

 DMB - De Maasbode

Vlaardingen, 30 april. De directie van de Zeevisscherijmaatschappij Zuid Holland te Vlaardingen heeft door bemiddeling van de Minister van Buitenlandse Zaken bericht ontvangen, dat haar 3-mast schoener RENSIENA II zich niet in een Duitse haven bevindt, het schip, dat reeds 7 maart van Frederiksstad naar Rotterdam vertrok, is dus als verloren te beschouwen. De bemanning bestond uit: J.J. de Winter uit Groningen, kapitein; P. van der Vaart, stuurman, P. van der Zwan en J. Muste, lichtmatrozen, uit Vlaardingen; de lading bestond uit hout, carbid en houtpulp. (opm: kapitein was Geert Gerrit de Winter – oud 22 jaar zie krant NNO 03-07-1918)


02 mei 1918


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Openbare schepenveiling. Door bemiddeling van de heer Jacq. Pierot Jr., beëdigd makelaar voor de koop en verkoop van schepen, werd gisteren in de veilingzaal van de Grote Koopmansbeurs, de aangekondigde openbare schepenveiling gehouden.
Wegens de bezwarende bepalingen, die op de schepenveiling rusten, bestond er geen animo en zijn slechts enige vaartuigen toegewezen. (opm: zie ook RN 080418, RN 150418 en RN 290418)


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Wilton’s Machinefabriek en Scheepswerf.
Het jaarverslag over 1917 van Wilton’s industrie blijkt weinig optimistisch gestemd.
Indien niet spoedig een verbetering intreedt zal weldra nagenoeg het gehele bedrijf moeten worden stopgezet, wegens gebrek aan grondstoffen en materialen. Reeds sinds oktober zijn de werklieden in twee ploegen verdeeld, die om de andere week hun arbeid verrichten, om zodoende een massaontslag zolang mogelijk uit te stellen. Door een met het Steuncomité getroffen regeling is het mogelijk geworden om voorlopig de werklieden, gedurende de tijd, dat zij geen arbeid verrichten, voldoende in hun levensonderhoud tegemoet te komen. Het financiële resultaat werd in hoofdzaak bereikt in de eerste 8 maanden van 1917, gedurende welke periode het gebrek aan materialen zich nog niet zo klemmend deed gevoelen als nu het geval is. Het dokbedrijf ondervond vanzelf de ongunstige invloed van het steeds geringer wordend scheepvaartverkeer met Rotterdam. In 1917 bedroeg het aantal gedokte schepen 146, metende 543.008 ton met 653 dok dagen. Op de hellingen kwamen 9 zeeschepen. metende 5811 ton, met 39 hellingdagen. Totaal werden dus 155 zeeschepen, metende 548.819 ton, gedokt en gehellingd. Bovendien werden 4 zeeschepen, metende 37.782 ton in de dokken van de gemeente Rotterdam behandeld. Verder werden nog 74 rivierschepen gehellingd met een totaal van 262 hellingdagen. De afdeling scheepsbouw leverde af: 2 vrachtboten met een gezamenlijk draagvermogen van 7.260 ton. De afdelingen machinebouw en ketelmakerij leverden af: 5 nieuwe machines, met een totaal van 4.700 ipk, 8 nieuwe ketels, met een totaal verwarmd oppervlak van 1.474 m2.
Op 31 december 1917 waren nog onder handen of in bestelling in de afdeling scheepsbouw 4 vrachtboten voor Nederlandse rekening en een drijvende bok voor eigen gebruik. In de afdelingen machinebouw en ketelmakerij zijn nog onder handen of in bestelling 4 machines en 10 ketels voor bovengenoemde en andere vaartuigen, benevens 7 donkeyketels.
Aan arbeidsloon werd in 1917 uitbetaald NLG 1.987.902,72 tegen NLG 2.370.466,53 in 1916. Op het nieuwe terrein onder de gemeente Schiedam werd met die werkzaamheden aangevangen, welke in verband met de omstandigheden reeds nu konden worden uitgevoerd. Deze bestonden hoofdzakelijk in het maken van een haven en de voorbereidende grondwerken voor een bouwdok. De haven is gereed en heeft een grootte van 14 ha. De werkzaamheden voor een bouwdok, geschikt voor het gelijktijdig maken van twee schepen van grote afmetingen, vorderen goed. Voorgesteld wordt uit het winstsaldo à NLG 2.910.333 een dividend van 7½% uit te keren en NLG 1.746.863 over te brengen op nieuwe rekening.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Furness' Scheepvaart- en Agentuurmaatschappij.
Blijkens het verslag van de N.V. Furness' Scheepvaart- en Agentuurmaatschappij, uitgebracht in de vergadering van aandeelhouders de resultaten in het afgelopen boekjaar in bijna elk opzicht ongunstiger geweest dan die van de beide voorgaande jaren, als gevolg van het feit, dat de oorlogstoestand thans aan vrijwel alle onderdelen van het bedrijf alleen nog maar nadelen berokkent.
Wat het rederijbedrijf betreft, zo gaat het verslag verder, zij vermeld, dat het stoomschip DRIEBERGEN op de 16e februari verloren ging door torpedering; gelukkig werd de bemanning gered. In de loop van het jaar werden de verzekerde bedragen op dit schip, zowel als van de op het eind van 1916 verloren TENBERGEN, ontvangen; aangezien het in de bedoeling ligt ook deze schepen zo spoedig mogelijk te vervangen, is het gunstige verschil tussen verzekeringssommen en boekwaarden wederom niet als winst beschouwd, doch gereserveerd; deze post komt op de balans voor onder de benaming „Reserve voor Nieuwbouw". De overige vijf schepen van de vloot werden, na de eerste maanden voor het Nederlandse Gouvernement te hebben gevaren, in mei door de Britse regering gerekwireerd, onder Engelse vlag gebracht en ter beschikking gesteld van Furness, Withy & Co. Ltd. Londen, toen houdster van welhaast het gehele aandelenkapitaal van de vennootschap.
Van de ter vervanging van de verloren en verkochte tonnage bestelde nieuwe stoomschepen kwam als gevolg van de schaarste aan materialen, geen enkel gereed.
De andere afdelingen van het bedrijf, zowel als de verschillende dochtermaatschappijen, leden bij voortduring onder de steeds moeilijker wordende economische toestand.
De winst over 1917 heeft bedragen NLG 617.619,37, makende tezamen met het onverdeelde saldo 1916 ad NLG 327.420,47, een totaal van NLG 945.039,84. De directie stelt voor hieruit allereerst een bedrag van NLG 538.950,10 toe te voegen aan het algemene reservefonds, waardoor dit tot het vorige cijfer van 3½ miljoen wordt aangevuld; voor afschrijving wordt bestemd een bedrag van NLG 16.623,09, terwijl een ongewijzigd dividend van 5% op beide soorten aandelen zal uitgekeerd kunnen worden. Een bedrag van NLG 89.466,65 wordt op nieuwe rekening overgebracht.
De vergadering hechtte haar goedkeuring aan verslag, balans en winst- en verliesrekening.
Voorts bleek uit de gehouden besprekingen, dat niettegenstaande de thans heersende crisis de vooruitzichten voor de Vennootschap om vele redenen zeer gunstig zijn, o.a. ook omdat een belangrijk gedeelte van de aandelen is overgegaan in het bezit van R.S. Stokvis en Zonen Ltd., waardoor in de toekomst twee grote en invloedrijke groepen achter de onderneming zullen staan.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 1 mei. Wegens de vele mijnen in de vrije vaargeul is de vrachtlogger FLEVO I, kapt. Van Gelderen, van Rotterdam. naar Limhamn bestemd, als bijlegger alhier binnengelopen.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden


Eén van de vele slachtoffers van deze Eerste Wereldoorlog. (opm: zie ook NRC 270418)


03 mei 1918


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Stoomvaart Maatschappij Triton.
Aan het verslag over 1917 ontlenen wij het volgende: In het verslagjaar 1917 hebben onze stoomschepen slechts drie rondreizen volbracht, terwijl twee reizen daarin beëindigd werden, waaraan wij het gunstige resultaat van het boekjaar danken. De stoomschepen AMELAND en TEXEL, door de Nederlandse Regering gevorderd voor een lading graan, vertrokken in juni naar New York, alwaar zij door de bekende maatregelen van de Amerikaanse regering opgehouden werden. De Nederlandse Regering betaalde voor het oponthoud een matige vergoeding, welke de onkosten niet dekte. Beide stoomschepen werden op 20 maart 1918 in beslag genomen. Het stoomschip TERSCHELLING ligt sedert mei 1917 in onze haven op. Het proces betreffende ons vroegere stoomschip AMELAND, in eerste instantie door ons gewonnen, is sedert afgewikkeld. Het netto saldo van onze vordering is mede opgenomen in de exploitatierekening. Het stoomschip WALCHEREN bevindt zich nog steeds in aanbouw; de aflevering wordt door gebrek aan materiaal vertraagd.
Het voordelig saldo van de exploitatierekening bedraagt NLG 759.754 (1.318.174), waarbij komt: Batig saldo interest en restitutie teveel betaalde O.-W. belasting NLG 48.203, totaal NLG 807.957, terwijl in mindering moet worden gebracht: Onkosten NLG 8.180 (9.509), koersverlies effecten NLG 15.304 (—), blijft NLG 784.473 (1.331.580), waarvan wij voorstellen NLG 220.000 te bestemmen tot afschrijving op de stoomschepen, terwijl na statutaire en verdere in overleg met Commissarissen vastgestelde reserves en dotaties een dividend kan worden uitgekeerd van 50% (v.j. 100%), waarna een dividend-saldo ad NLG 56.651 op nieuwe rekening kan worden overgebracht. De stoomschepen staan op de balans te boek voor NLG 180.000.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Stoomvaart Maatschappij Triton.
Het jaarverslag van de Stoomvaart Mij. Triton over 1917 vermeldt, dat de drie schepen de TERSCHELLING, TEXEL en AMELAND, slechts drie rondreizen volbrachten, terwijl twee reizen daarin beëindigd werden, waaraan het gunstige resultaat van het boekjaar — 50% dividend — te danken is.
De stoomschepen AMELAND en TEXEL, door de Nederlandse Regering gevorderd voor een lading graan, vertrokken in juni naar New York, waar zij door de bekende maatregelen van de Amerikaanse regering opgehouden worden. De Nederlandse Regering betaalde voor het oponthoud een matige vergoeding, welke de onkosten niet dekte. Beide stoomschepen werden op 20 maart 1918 in beslag genomen.
Het stoomschip TERSCHELLING ligt sedert mei 1917 in onze haven op.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 2 mei. Het wordt ook in het buitenland voor rederijen, die in het bezit zijn van motorvaartuigen, moeilijk, om de nodige olie te krijgen voor het drijven van de motoren en er wordt dan ook gezocht, naar een of ander fabricaat, dat de olie zou kunnen vervangen. Zo is een motorenfabriek te Kopenhagen er in geslaagd om voor gloeikopmotoren een inrichting te construeren, met behulp waarvan het mogelijk is, de motor met traan te drijven in plaats van met petroleum of met ruwe olie. Verschillende vissersvaartuigen op de westkust van Jutland moeten reeds reizen gedaan hebben met traan als brandstof.
Zo’n verandering kan ook na de oorlog nog van belang zijn, want dan blijft toch de vraag, welke brandstof met de minste kosten te verkrijgen is en voor motoren is dat, vooral het geval nu de toepassing in verschillende landen zich zo uitbreidt bij de kustvaart en bij de visserij. Daarbij is niet alleen op Europa te letten, maar ook in het Russische verre oosten en op de Oost-Siberische rivieren is het gebruik van motorboten en van zeilboten met hulpmotoren toegenomen. Het zijn voornamelijk motoren van Zweeds fabricaat, die daar gebruikt worden, terwijl als brandstof meest kerosine wordt genomen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Amsterdam, 1 mei. De vrachtlogger GOEDE HOOP I, kapt. Spanjersberg, 25 april van IJmuiden naar Gotenburg vertrokken, is aldaar uit zee teruggekeerd wegens averij.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Bergen, 25 april. Het Nederlandse zeilschip WOUTER, kapt. Borgman, heeft op reis van Amsterdam naar hier, gedurende stormweer een gedeelte van de deklast verloren. Het vaartuig was 28 maart van Amsterdam naar Bergen, Sundven, Florö en Hardanger vertrokken, het was geladen met 8.600 bundels hoepels, waarvan 3.285 bundels als deklast. Op 1 april tijdens stormweer braken de sjorrings van de deklast en gingen 18 bundels hoepels verloren. Op 5 april arriveerde het schip te Bergen. (De WOUTER arriveerde 1 mei weer van Bergen te Rotterdam. Red.)


04 mei 1918


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Nederland en de oorlog. Mijnenvisser in de lucht gevlogen.
Vijf doden en 5 vermisten. Donderdagmiddag is een vaartuig, de mijnenvisser FRANS NAEREBOUT, op een mijn gelopen en gezonken bij de buiten drempel van het Stortemelk, ongeveer ter plaatse waar enige tijd geleden de torpedoboot G 11 op een mijn liep en zonk. Bij het ongeluk zijn omgekomen: De matroos 1e klas M. Hoek (stamboek nr. 907), de matroos 1e klas C. Schenk (st.no. 323 T.), de zee milicien-hofmeester G.J. Havekost (st.no. 1187), de zee milicien-stoker M. Erkelens (st.no. 1545) en de stoker-landstormplichtige J.G. Verharen (st.no. 972). De lijken van de omgekomenen zijn op Terschelling binnengebracht. Vijf opvarenden worden vermist: De korporaal-kok J.W. Ridderikhof (st.no. 952), de matroos 2e klas P.J. Kortlevers (st.no. 1517), de matroos 1e klas R. Broer (st.no. 4838), de milicien-landstormplichtige A. Arends (st.no. 1006) en de stoker 1e klas P.J. Grootveld (st.no.- 32988). Onder de geredden behoort de luitenant ter zee 2e klas Van Waasdijk.
Voorts werden gered: De opperschipper Gavaard, de matroos-machinedrijver H. Hablus, de korporaal-machinedrijver De Wijn, de milicien-matroos Rechtsteiner, de stoker-landstormer Aldus, de matroos 1e klasse Bakker en de zee milicien-machinedrijver Vervark.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

B & W. hebben verdaagd het nemen van een beslissing op het verzoek van de N.V. Van der Kuy en Van der Ree's Machinefabriek en Scheepswerf om vergunning tot het uitbreiden van de machinefabriek en scheepswerf aan de Keileweg nos. 6 en 8 door het vergroten van de scheepsbouwloods en het bouwen van een scheepssmederij, het maken van een scheepshelling en het bijplaatsen van 2 smidszaalblokken, 2 boormachines, 2 buigmachines. 1 pons-, 2 pons- en schaarmachines, 1 souvereinstelling, 1 slijpsteen, 1 pomp, 2 enkele- en 2 dubbele vuren, een en ander te drijven door de twee bestaande zuiggasmotoren, elk van 60 pk, twee bestaande dynamo's van 220 volt, en 200 amp. en verschillende tussenmotoren.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Wachtgeldregeling zeelieden.
De Scheepvaartvereniging alhier heeft, evenals voor de kapiteins, stuurlieden en machinisten is geschied, een wachtgeldregeling vastgesteld voor de mindere schepelingen, die uit Amerika teruggekeerd zijn, geldig voorlopig tot 1 juli 1918, op de grondslag van gage plus kostgeld. De uitkeringen per week bedragen voor de ongehuwden: Matroos NLG 9, matroos-lampenist NLG 9, hofmeester NLG 9, stoker NLG 9, tremmer NLG 9, bootsman, timmerman, donkeyman, stoker-olieman en kok NLG 10, lichtmatrozen, bedienden, jongens e.d. tot NLG 30 maandgage, NLG 6 per week.
Voor gehuwden zonder kinderen: matroos NLG 14, matroos-lampenist NLG 14,50, hofmeester NLG 14, stoker NLG 14,50, tremmer NLG 12,50, bootsman, timmerman, donkeyman, stoker-olieman en kok NLG 15 per week. Voor gehuwden met kinderen met NLG 1 toeslag voor ieder kind tot 14 jaar, met een maximum van 3 kinderen: matroos NLG 17, matroos-lampenist NLG 17,50, hofmeester NLG 17, stoker NLG 17,50, tremmer NLG 15,50, bootsman, timmerman, donkeyman, stoker, olieman en kok NLG 18 per week.
Over deze regeling zal hedenmiddag 4 uur de vakgroep zeelieden van de Centrale Bond van Transportarbeiders vergaderen in het Verenigingsgebouw,


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Bij de N.V. Werf Vooruit te Enkhuizen, is in aanbouw een zeevrachtstoomboot voor de Algemeene Scheepvaart Maatschappij te Rotterdam. Het schip zal varen onder de naam BOSCHPOLDER, heeft de volgende afmetingen: 165'-0" x 26’-5" x 13'-3" met een laadvermogen van 760 ton d.w. en krijgt een triple-compound machine van 450 ipk, geleverd door de Machinefabriek Avontuur, van firma De Man & Te Veldhuis te Dordrecht. Het schip was eerst voor eigen rekening op stapel gezet, doch werd later verkocht aan de Algemeene Scheepvaart Maatschappij. (opm: eigenaar is: Algemeene Nederlandsche Scheepvaart Maatschappij N.V. te Rotterdam)


06 mei 1918


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. De Raad zal woensdag te 2 uur nm. behandelen een onderzoek naar het stranden en daardoor totaal wrak worden op de Noorse kust op 23
Februari 1918 van het kofschip BELLANDE. (Schipper-eigenaar: J. Salomons te Zwolle)
en te 2.30 uur onderzoek naar het vermoedelijk met man en muis vergaan op de reis van Gotenburg naar Nederland op of na 13 februari 1918 van het zeilschip HENDERIKA. (Boekhouder: Firma Diederik te Amsterdam).


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

N.V. Van der Kuy & Van der Ree's Machinefabriek en Scheepswerf.
In de hedennamiddag gehouden gewone algemene vergadering van aandeelhouders zijn verslag over het 4e boekjaar (1917 —'18) en balans en verlies- en winstrekening goedgekeurd. Deze laatste wijst een bruto winst aan van NLG 296.510,47, waarvan in de eerste plaats wordt bestemd een bedrag van NLG 86.890,88 voor afschrijvingen op die activa, welke daarvoor in aanmerking komen, zodat een nettowinst overblijft van NLG 209.619,59, waarvan aan de houders van de gewone aandelen een dividend wordt uitgekeerd van 15% of NLG 75 per aandeel en aan de houders van preferente aandelen een dividend van 8¼% of NLG 41,25 per aandeel, terwijl aan houders van oprichtersbewijzen NLG 56,25 per stuk wordt uitgekeerd. De heer W.A. van Berkel werd tot commissaris herkozen en de heer W.D.M. König als commissaris benoemd, ter vervanging van de heer A.M. Schippers, die als zodanig had bedankt.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 3 mei. De op reis van Rotterdam naar Bergen hier binnengelopen motorschoener OVERVEEN heeft heden de reis wederom voortgezet.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 3 mei. De vrachtlogger GOEDE HOOP I, welke naar hier terugkeerde, vertrok hedenmiddag andermaal naar Gotenburg.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Kopenhagen, 26 april. De Nederlandse tjalk HEIDEBLOEM, in oktober 1917 op Laesö Nordic Rönner gestrand, is door een firma te Aalborg aangekocht en zal onder de naam ELLEN weer in de vaart gebracht worden. (De HEIDEBLOEM, kapt. Nieveen, 17 sept. 1917 van Rotterdam naar Kopenhagen vertrokken, strandde volgens bericht van 10 okt. in het Kattegat, doch werd later geborgen en te Fredrikshavn binnengebracht. Bij deze ramp verloren de vier opvarenden het leven. Red.)


07 mei 1918


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 6 mei. Door de Scheepsbouwwerf De Merwede te Hardinxveld is aan de N.V. Scheepvaart Maatschappij Flandria afgeleverd het zeilschip FLEVO 6, groot 150 ton, gebouwd onder toezicht van de Scheepvaartinspectie.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 6 mei. Van de scheepswerven van de firma E. J. Smit & Zn. te Hoogezand, is van hun werf te Westerbroek met goed gevolg van stapel gelopen het stalen vrachtstoomschip TORLAND, gebouwd naar de hoogste klasse van Lloyds Register of Shipping en de Svenske Fartygsinspectionen, voor rekening van de heren Hugo Persson & Co. te Landskrona, Zweden. Het schip heeft een lengte van 58,65 m., een breedte van 9,75 m. en een holte van 4,42 m., terwijl het laadvermogen circa 1.150 ton bedraagt. Het stoomschip is voorzien van een triple-expansie machine van 550 ipk, welke eveneens bij de firma Smit gemaakt is. De beide ketels voor dit stoomschip hebben een gezamenlijk verwarmend oppervlak van 180 m2 en zijn door dezelfde firma vervaardigd. De snelheid van het schip zal 8½ knoop bedragen. Nog is bij de firma in bewerking een stoomschip van dezelfde afmeting en tonneninhoud. Eerstdaags wordt afgeleverd een gelijk stoomschip dat 1 december 1917 te water is gelaten.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 6 mei. Ter ombouwing voor vrachtvaart zijn door de N.V. Scheepswerf De Merwede te Hardinxveld aangekocht twee stoomtrawlers, genaamd STRATHAVON (lJM-89) en STELLA MATUTINA (VL-171)


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 6 mei. Het zeilschip FLEVO 1, kapt. Van Gelder, 25 april van Rotterdam naar Limhamn vertrokken en hier als bijlegger binnen, heeft gisteren de reis voortgezet.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 6 mei. Van Arnhem, waar het schip door de Arnhemsche Sleephelling Maatschappij gebouwd werd voor de Visscherij Maatschappij Praxis alhier, kwam zaterdag in de haven binnen de stoomtrawler PLEJADEN (IJM-44), welke een ander schip met dezelfde naam van de rederij, dat verongelukte, vervangt. Met zijn lengte van 42,74 m., breedte van 7,25 m. en holte van 3,89 m. en een bruto inhoud van 880 m3 mag het schip zeker wel één van de grootste vaartuigen van de stoomvissersvloot worden gerekend. Het is van een geheel modern type met grote bak en sloependek met twee scheepsboten. Het schip is zowel voor de Noordzee- als voor de IJsland- en Witte Zee-visserij ingericht.


08 mei 1918


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Nederlandsche Fabriek van Werktuigen en Spoorwegmaterieel (Werkspoor).
Aan het verslag over het boekjaar 1917, uit te brengen in de algemene vergadering op 16 dezer, ontlenen wij het volgende: De in het vorige jaarverslag uitgesproken verwachting, als zou het gelukken, nog gedurende geruime tijd te kunnen doorwerken, zij het dan ook niet gedurende de volle werktijd, heeft zich tijdens het gehele verslagjaar verwezenlijkt. Deze toestand duurt tot op heden voort, maar de omstandigheden, waaronder sedert het verschijnen van het vorige verslag het bedrijf moest worden uitgeoefend, worden ten gevolge van de door de oorlogvoerende mogendheden genomen maatregelen, schier met de dag moeilijker, steeds bezwaarlijker. De aanvoer van materialen, halffabricaten, grondstoffen en verdere benodigdheden voor de uitoefening van het bedrijf ondervindt grote stagnatie, terwijl de export van de fabricaten, voornamelijk machinerieën voor de suikerindustrie naar Indië en rollend materieel voor de spoorwegen daar te lande, sedert geheel is stop gezet. Ten gevolge van de voortdurende stijging van de prijzen van vrijwel alles, is de directie genoodzaakt geweest, het aannemen van leveringen tegen vooraf vastgestelde prijzen, waar het opdrachten betreft waarvan de aanmaak geruime tijd duurt, te weigeren. Ook in dit verslagjaar zijn de meeste bestellers bereid bevonden, de onvoorziene kosten, door de buitengewone omstandigheden ontstaan, boven de aannemingssom te vergoeden.
De totale omzet van het bedrijf in het afgelopen jaar was bevredigend, niettegenstaande gedurende het gehele tijdperk het bedrijf in de wagonfabriek te Zuilen beperkt moest blijven, ten gevolge van de onvoldoende aanvoer van materialen en andere benodigdheden. Voor werkgebrek wegens een niet voldoend aantal ingekomen orders behoefde nimmer vrees te bestaan en ook thans zijn deze nog ruim voldoende. Op het einde van het verslagjaar waren in het geheel 2.762 werklieden in dienst van de fabriek hetgeen 73 man minder is dan het per ultimo 1916 werkzame aantal. De gedurende 1917 uitgevoerde werken hebben in hoofdzaak bestaan uit de volgende:
Door de machinefabriek: A. De complete machine- en ketel-installaties voor de nieuwe stoomschepen: TJISALAK van de Java-China-Japan Lijn, alhier, BATOE van de Stoomvaart Maatschappij Nederland, RHEA en GANYMEDES van de Koninklijke Nederlandsche Stoomboot Maatschappij te Amsterdam. In aanbouw of in bestelling bevonden zich op het einde van het verslagjaar de installaties voor nog 15 stoomschepen, waaronder een kruiser en 4 torpedoboten voor onze Marine, benevens de Dieselmotor-installaties voor 7 nieuwe motorschepen, alle voor Noorse rekening in aanbouw bij verschillende scheepsbouwmeesters hier te lande.
B. Stationaire Dieselmotoren, met een gezamenlijk vermogen van meer dan 3.500 epk, waaronder die voor de bemaling van de polders Hasselt en Zwartsluis, voor het Vliegkamp van de Marine op Texel, voor de centrale op 's Rijks Werf te Willemsoord, voor cultures in Indië en elders. Voorts nog een aantal stoommachines en stoomketels voor verschillende bedrijven, apparaten voor de suikerindustrie, verspermijnen en torpedokanonnen voor de Marine, affuiten, munitiewagens, werktuigen en projectielen voor de artillerie-inrichtingen, een aanzienlijke hoeveelheid kookketels en andere toestellen voor de centrale keukens in verschillende gemeenten, enz.
C. 14 Locomotieven, ten dienste van de Hollandsche IJzeren Spoorwegmaatschappij hier te lande en in de koloniën en voor de Staatsmijnen in Limburg, 20 bijwagens voor de Amsterdamsche Gemeentetram, enz. en voorts enige ijzeren brug- en kapconstructies.
De balans van Werkspoor vermeldt de volgende posten onder het debet:
Aandelen in portefeuille NLG 3.500.000 (NLG 4.600.000); terreinen NLG 504.000 (NLG 492.000); gebouwen en werktuigen Amsterdam NLG 1.754.000 (NLG 1.737.000); terreinen Zuilen NLG 481.250 (NLG 481.250); gebouwen en werktuigen Zuilen NLG 1.633.000 (NLG 1.633.000); gehouwen en werktuigen in aanbouw NLG 402.779 (—); onder aandelen NLG 4.000 (NLG 4.400); kassa en bankiers NLG 226.642 (NLG 7.386); effectenrekening NLG 276.510 (NLG 314.006); pandrekening NLG 235.812 (NLG 154.102); magazijnen NLG 2.610.416 (NLG 2.279.021); debiteuren NLG 1.659.173 (NLG 1.5014.766); exploitatie-rekening NLG 3.459.244 (NLG 2.950.226); totaal NLG 16.746.828 (NLG 16.188.659).
Aan de creditzijde paraisseren: kapitaalrekening: Serie A. NLG 9.693.000 (NLG 9.660.000). Serie B NLG 307.000 ( NLG 340.000). Obligaties NLG 1.500.000 (als v.j.). Reserve-rekening NLG 922.125 (NLG 895.125). Reserve voor afschrijving NLG 315.375 (NLG 193.000). Res. voor crisisuitgaven NLG 200.000 (—). Reserve Ongevallen NLG 200.000 (als v.j.). Actions de Jouissance NLG 6.000 (NLG 6.600). Onbetaalde coupons en dividenden NLG 16.021 (NLG 16.643). Personeel fonds NLG 912.000 (NLG 824.300). Crediteuren NLG 1.783.091 (NLG 1.231.138). Renterekening NLG 27.500 (NLG 28.416). Centrale Werkgevers-Risicobank NLG 275.145 (NLG 277.163). Winstsaldo NLG 589.570 (NLG 492.920). Blijkens de winst- en verliesrekening bedroeg de brutowinst met inbegrip van saldo AoPo ad NLG 17.783 over het boekjaar 1917 NLG 1.509.844 (NLG 151.520). Hiervan komt op rekening van de exploitatie NLG 1.446.394 (NLG 1.145.293) en van agio op uitgifte NLG 25.666 (--).
Hiervan gaat af: Voor rente NLG 47.497 (NLG 73.768); onkosten ongevallenverzekering NLG 88.273 (NLG 87.130); afschrijvingen NLG 440.354 (NLG 401.847); uitkeringen NLG 144.147 (NLG 95.854); reserve voor crisisuitgaven NLG 200.000 (--); latende een saldowinst van NLG 589.370 (NLG 492.920), waaruit een dividend zal worden uitgekeerd van 7% op aandelen A (als v.j.) en 5½% (als v.j.) op aandelen B.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De ALBERDINA. Uit een hier te lande ontvangen bericht valt af te leiden, dat aan de Nederlandse zeillogger ALBERDINA, vermoedelijk te Rotterdam thuis behorende, een ongeval op zee is overkomen. In elk geval is de gehele bemanning behouden te Harwich geland. Het is mogelijk, dat dit vaartuig het schip is dat door Duitse vliegers is beschoten met machinegeweren en waarvan de bemanning in een kleine roeiboot weg roeide, totdat zij door een Engels vaartuig aan boord werd genomen, terwijl het beschoten schip, doorzeefd van kogels een Engelse haven werd binnengebracht door een Engelse torpedojager.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

N.V. Van der Kuy en Van der Ree's Machinefabriek en Scheepswerf. Aan het verslag over het 4e boekjaar van de N.V. Van der Kuy en Van der Ree's Machinefabriek en Scheepswerf alhier, uitgebracht in de zaterdag jl. gehouden algemene vergadering van aandeelhouders, ontlenen wij nog het volgende: Gedurende het afgelopen boekjaar kwamen de volgende werken in de afdeling scheepsbouw en stoommachines gereed: 4 vrachtboten van plm. 500 ton met machine en ketel; 1 vrachtboot van plm. 300 ton met machine en ketel; 1 zeesleepboot (1e klasse Veritas) van 400 ipk; 1 stoommachine met 2 ketels van plm. 900 ipk (Norske Veritas) en 2 stoommachines met ketels van plm. 270 ipk. Ook andere afdelingen van het bedrijf, zoals tandraderen-fabricatie, enz. beschikten over vele orders en hebben voor de vennootschap goede winsten opgeleverd. In totaal werd gedurende het afgelopen boekjaar 1917/18 verwerkt een bedrag van NLG 1.369.673,09. In de loop van het afgesloten boekjaar kwam de vennootschap in het bezit van het erfpachtrecht op een terrein in de nabijheid van de reeds bestaande werf. Met grote spoed is op dit terrein een geheel nieuwe afdeling in gereedheid gebracht, hoewel daarbij vertraging ondervonden werd door slechte aanvoeren van bouwmaterialen. De werf en de hellingen zijn gereed, de gebouwen naderen haar voltooiing, de bedrijfsmachines zijn reeds gesteld en de elektrische aansluiting voor drijfkracht en verlichting is tot stand gekomen. Op de nieuwe werf is bereids de kiel gelegd van een stoomschip van plm. 1.100 ton, het eerste van een serie van 4 stoomschepen. De materialen voor de bouw zijn voor het grootste deel op de werf aanwezig, zodat het zich laat aanzien, dat de werkzaamheden aan deze schepen een geregeld verloop zullen kunnen hebben.
De constructie van deze werf is zodanig, dat zij geschikt is voor zeer grote schepen; de hellinglengte bedraagt 150 meter, hetgeen met het oog op de toekomstige behoefte aan grote schepen niet weinig zal kunnen bijdragen aan de bloei van de vennootschap. Hoewel de tijden er niet naar zijn om zich aan voorspellingen te wagen met betrekking tot de verwachtingen van het bedrijf in de toekomst, toch mogen wij zeggen — aldus de directie — dat wij met vertrouwen het aangebroken exploitatiejaar zijn ingetreden, aangezien wij over ruime voorraden materiaal beschikken en verwachten dat wij in staat zullen zijn de ons opgedragen orders te kunnen afwerken.
Blijkens het preadvies van commissarissen, dat ongewijzigd aangenomen is — worden o.a. de volgende bedragen afgeschreven: Op fabrieksgebouwen NLG 8.454,63, op krachtstation NLG 3.770, op bedrijfsmachines NLG 18.969, op elektrische installatie NLG 2.400 en op diverse gereedschappen NLG 37.868,52.
De netto winst bedraagt, na deze afschrijvingen tot een totaal van NLG 86.890,88, NLG 209.619,59. De bedrijfsonkosten bedroegen volgens de winst- en verliesrekening NLG 48.041,17, terwijl een bedrag van NLG 82.572,19 als algemene onkosten vermeld staat. De materiaalvoorraden en onderhoudswerken paraisseren op de balans met NLG 1.690.760,45, de fabrieksgebouwen met NLG 218.500 en de machinerieën met NLG 238.560. Het reservefonds bedraagt NLG 24.592,60.
Zoals gemeld is het dividend vastgesteld op 8¼% of NLG 41,25 per aandeel en wordt aan houders van oprichtersbewijzen 8¼% NLG 56,25 per stuk uitgekeerd.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Delfzijl, 6 mei. Het zeilschip AMICITIA, schipper L. Bolhuis, is verkocht aan Gebr. Niestern, scheepsbouwers te Farmsum. Genoemde L. Bolhuis is door aankoop eigenaar geworden van de sleepboot GEERTRUIDA, toebehorende aan Van Vliet te Amsterdam.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Delfzijl, 6 mei. Onderstaande Duitse stoomschepen zijn hier aanwezig om steenkolen en cokes te laden voor Zweden, enz. In de haven liggen: ANNE LIESE, MECKLENBURG, PREGEL, FALKENBURG, OTTO HUGO STINNES 9, AMICISIA, WERNER, AEOLUS, CARL CORDS, HANS FISCHER, OTTO LEONARDT, GUSTAV SALLING, HERMAN SAUBER, BADEDIA, ELISABETH, BARMEN (EX CONSUL CORDS) en AMRUM; waarvan enige half, of gedeeltelijk beladen en enkele nog ledig zijn, zij worden opgehouden wegens de werkstaking, welke echter heden geëindigd is, zodat de werkzaamheden wederom zijn aangevangen. Bovendien liggen nog ter rede wachtende op te bekomen ruimte in de haven, de stoomschepen PRUTAN en MERCUR, dewelke te Emden bunkerkolen hebben geladen, alzo tezamen 19 stoomschepen, met een massa sleepkanen en tjalken, beladen met steenkolen en cokes of ledig, zodat de haven geheel bezet en vol is.


09 mei 1918


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. De Raad voor de Scheepvaart stelde gisteren een onderzoek in naar het stranden en daardoor totaal wrak worden op de Noorse kust op 23 februari 1918 van het kofschip BELLANDE. De schipper-eigenaar J. Salomons te Zwolle, als eerste getuige gehoord, deelde mee, dat de BELLANDE die 117 bruto registerton groot was, van Drontheim naar Amsterdam was vertrokken met een lading cellulose. Men had bijna voortdurend met slecht weer en tegenwind te kampen, zodat herhaaldelijk een noodhaven moest worden binnengelopen. De 21e februari bevond de BELLANDE zich in de nabijheid van het eiland Aralden. Tussen de rotsen daar ter plaatse vond het schip een betrekkelijk veilige schuilplaats tegen de hevige wind. De BELLANDE lag voor bakboordanker op 45 vaam ketting en 7 vaam water op kleigrond. Getuige achtte één anker voldoende. De wind was eerst ZZO toen Z en daarna W. In de nacht van 24 op 25 februari werd geen ankerwacht gelopen, omdat men zich op een veilige ligplaats waande. Toen getuige ’s ochtends om vijf uur aan dek kwam zag hij dat het schip dwars was gaan liggen. Het stuurboordanker liet men vallen en de ketting werd omgestoken, doch desniettegenstaande stootte het schip op een klip en al spoedig bleek de positie zo gevaarlijk. Dat de bemanning, vier in aantal, het schip moest verlaten, hetgeen met behulp van een visserman geschiedde. Tijdens het verhoor van de schipper-eigenaar werd de zitting enige ogenblikken geschorst. Bij heropening deelde de voorzitter schipper Salomons mee, dat het onderzoek in deze ook zou lopen over de vraag of het gebeurde te wijten is aan een nalatigheid zijnerzijds, in casu het niet houden van ankerwacht, waardoor het ongeval wellicht voorkomen had kunnen worden. Nadat nog een tweede getuige was gehoord wiens verklaringen geen nieuw licht op de zaak wierpen, werd het onderzoek voor geëindigd verklaard.
De Raad zal later in deze uitspraak doen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. De Raad voor de Scheepvaart stelde gisteren een onderzoek in naar het vermoedelijk met man en muis vergaan op de reis van Gotenburg naar Nederland op of na 13 februari 1918 van het zeilschip HENDERIKA. De boekhouder van de rederij, als getuige gehoord, deelde mee, dat de HENDERIKA voldoende met reddingsmiddelen uitgerust was en dat er ook overigens niets aan het vaartuig haperde. De Raad zal later uitspraak doen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. Inzake de aanvaring van het stoomschip (zandzuiger) SLIEDRECHT met het stoomloodsvaartuig No. 8 is de Raad van oordeel, dat de oorzaak van het ongeval niet gezocht moet worden bij de SLIEDRECHT. Bij een vroegere uitspraak heeft de Raad uitgemaakt, dat de Nieuwe Waterweg behoort tot de nauwe vaarwaters, bedoeld in artikel 1 van het Binnen-aanvaringsreglement, welk reglement ten deze toepasselijk is. De schipper van de SLIEDRECHT hield de stuurboordzijde van het vaarwater; krachtens artikel 26 van gemeld reglement moest de schipper van het Loodsvaartuig No. 8 zich mitsdien zorgvuldig wachten tussen de SLIEDRECHT en de noord wal te komen. Hij moest derhalve de SLIEDRECHT aan bakboord passeren, hetgeen ten allen overvloede ook uit artikel 22 van het reglement volgt, nu de beide vaartuigen ,elkander tegemoet gingen in tegenover gestelde koersen, zodat zij gevaar liepen elkaar aan te varen, al meende de schipper van het loodsvaartuig, dat de koersen van elkaar vrij liepen. In plaats van tijdig stuurboord op te gaan, heeft de schipper van het loodsvaartuig integendeel zijn koers behouden, om, toen het te laat was een manoeuvre te maken, welke de aanvaring niet kon verhoeden en waarmee hij met gemeld artikel 26 in strijd kwam. Dee schipper van de SLIEDRECHT treft dus geen blaam, alleen had hij goed gedaan, toen hij stuurboord uitweek, één stoot op de fluit te geven, imperatief voorgeschreven is dit echter bij artikel 16 van het reglement niet, volstrekt nodig was het evenmin, daar het loodsvaartuig, die trouwens de manoeuvre zag, haar ook mocht verwachten.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. Wat het beschieten en tot zinken brengen van het stoomschip HEENVLIET door een Duitse duikboot en de daarop gevolgde vermissing van een van de scheepsboten met 7 opvarenden betreft blijkt uit het gehouden onderzoek, dat de HEENVLIET, hoewel voorzien van alle kentekenen van Nederlandse nationaliteit, zonder waarschuwing en onderzoek, door een Duitse duikboot is beschoten en in de grond geboord, en dat de opvarenden door de commandant van die duikboot in volle zee in open boten aan hun lot zijn overgelaten. De boot van de kapitein, welke goed was uitgerust en van het nodige voorzien, is blijkbaar bij de hevige storm, welke in de nacht van 28 februari op 1 maart heeft gewoed, vergaan, waarbij de inzittenden het leven verloren.


10 mei 1918


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Wm. H. Muller & Co's Algemeene Scheepvaart Maatschappij.
In de gisteren gehouden vergadering van de Raad van Commissarissen van deze vennootschap, is besloten aan de algemene vergadering van aandeelhouders voor te stellen over het afgelopen jaar een dividend van 6% uit te keren.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Vlaardingen, 7 mei. Door de heer W. van der Heyst te Vlaardingen is voor geheime prijs aangekocht het stalen loggerschip JAN, van de rederij M.C. Verboon. Op de werf van Gebr. van der Windt zal het schip voor de vrachtvaart worden omgebouwd.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Nieuwediep, 7 mei. De Nederlandse motorlogger OVERVEEN, met hoepels van Rotterdam naar Bergen bestemd, is hier binnengekomen met een defect aan de motor, na maandagmorgen aan de Razende Bol aan de grond te hebben gezeten. Het schip kwam met eigen kracht weer vlot. De bemanning weigert thans, wegens geconstateerde defecten aan het vaartuig, de reis daarmee te vervolgen en is van boord gegaan.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Hoogezand, 6 mei. Hedenmiddag is met goed gevolg van stapel gelopen aan de scheepswerf van Gebr. Wolthuis, voor rekening van de firma E.J. Smit & Zoon alhier, de sleepboot DOCKYARD XI. De boot heeft een lengte van 21,80 meter, een breedte van 4,99 m. en een holte van 2,80 m. Aan de machinefabriek van de firma Smit & Zoon krijgt deze sleepboot hare compound machine van 250 ipk en haar ketel, beide aldaar vervaardigd. Nadat de boot gereed is, zal zij afgeleverd worden aan de Rotterdamsche Droogdok Maatschappij te Rotterdam, waarvoor zij bestemd is.


11 mei 1918


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. Dinsdag 14 mei a.s., ‘s namiddags 1.30 uur, zal de Raad voor de Scheepvaart een onderzoek instellen naar het beschoten worden op 20 april 1918 door Duitse vliegtuigen van het motorzeilschip BERTHA, waardoor het schip belangrijk beschadigd werd. Rederij: Vrachtvaart Maatschappij ‘Neerlandia’ te Rotterdam; gezagvoerder: J.H. Baas te Schiedam.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Mijnen. In april werden op onze kust aangetroffen: 42 mijnen, waarvan 34 Engelse, 6 Duitse en 2 van onbekende oorsprong. In het geheel zijn sinds het begin van de oorlog op onze kust aangetroffen 4.476 mijnen, n.l. 3.609 Engelse, 80 Franse, 328 Duitse en 459 van onbekende oorsprong.
Een marinevaartuig heeft de mijn die nabij Oudeschild (op Texel), tegen de zeedijk was gedreven, weggesleept en door schieten, ver uit de kust, tot zinken gebracht. Deze mijn was vermoedelijk van Engelse afkomst.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Graan halen. De Regering heeft de ZIJLDIJK van de H.A.L., de HECTOR van de Kon. Nederlandsche Stoomvaart Mij. en de DELFLAND van de Kon. Hollandsche Lloyd gevorderd om met spoed gereed gemaakt te worden voor de uitvaart om graan te gaan halen in Amerika. Het Rotterdamse schip kan 5 à 6.000 ton, de beide Amsterdamse 4.000 en 6.000 ton graan laden. Bij het uitvaren van Nederland zullen uit Amerika de door de Verenigde Staten in beslag genomen schepen HOLLANDIA, JURA en STELLA vertrekken, geladen met graan voor Nederland. Het vertrek is op zaterdag of maandag a.s. bepaald. De bedoeling is de drie laatst genoemde schepen na lossing weer terug te zenden naar Amerika, waarna de drie Hollandse met hun graanlading huistoe varen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 11 mei. De belangen in de Stoomvaart Maatschappij Woudrichem zijn overgegaan aan de N.V. Furness Scheepvaart- en Agentuur Maatschappij.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Uitwisseling van krijgsgevangenen. De drie hospitaalschepen zijn woensdag met de door ons genoemde uitgewisselde Duitsers hier gekomen. Aan boord van de SINDORO bevond zich de oud-minister Colijn die van een zakenreis — volstrekt niet met enige vredeszending, naar hij beslist verzekerde — uit Engeland terugkeerde. De Duitsers zijn heden naar hun land of ter internering vertrokken.
Vanavond gaan de 32 Engelse krijgsgevangenen, die in de loods wachten aan boord en dan zullen vannacht de drie hospitaalschepen weer uitvaren naar Boston.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Scheepsbouw. Van de werf van de N.V. Scheepswerven v/h H.H. Bodewes te Millingen is met goed gevolg te water gelaten het aldaar voor rekening van de Rotterdam-Londen Stoomvaart Maatschappij alhier gebouwde stalen stoomvrachtschip EXPORT, lang 180 voet, breed 28 voet en diep 14½ voet, groot ca. 1.000 ton. Het schip zal door de N.V. Burgerhout's Machinefabriek en Scheepswerf alhier van machine en ketels worden voorzien.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 10 mei. Volgens een nadere mededeling is het bericht in zake de motorschoener OVERVEEN onjuist. Ook is de OVERVEEN niet op eigen kracht, doch door hulpverlening van vletterlui vlot gekomen en te Nieuwediep door de sleepboot ASSISTENT binnengebracht.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 10 mei. Gedurende de maand april is met de Staat der Nederlanden gesloten een verzekeringsovereenkomst voor de JOHANNA MARIA, Vinke & Co., voor een reis van Rotterdam naar Gotenburg en per gelegenheid terug naar Nederland.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

‘s-Gravenhage, 8 mei. Nader vernemen wij, dat de zeelogger ALBERDINA, waarvan de bemanning te Harwich is geland, nadat dit vaartuig op de Noordzee blijkbaar iets is overkomen, behoort aan de rederij Piet Hein te Rotterdam.


12 mei 1918


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Wm. H. Müller & Co’s Algemeene Scheepvaart Maatschappij.
Aan het verslag over het jaar 1917 ontlenen wij het volgende:
Het stoomschip ADMIRAAL DE RUIJTER, in augustus 1916 door de Russische regering gerekwireerd, bevindt zich nog steeds in de Zwarte Zee. Genoemde regering bleef in gebreke de ons verschuldigde gelden te voldoen.
De dienst op Londen werd gedurende het 1e, 2e en 3e kwartaal, alhoewel van geregelde afvaarten geen sprake meer kon zijn, met gehuurde boten onderhouden. In september zagen wij ons genoodzaakt de dienst op Londen te staken. Het stoomschip BATAVIER II werd door het Oberprisengericht verbeurd verklaard. Daarentegen werd het stoomschip BATAVIER VI door genoemd Prijzenhof vrijgesproken en omstreeks half januari 1918 aan ons teruggegeven.
Het stoomschip CALEDONIA werd in het laatst van mei wederom in ons bezit gesteld. In oktober werd dit stoomschip aan onze Regering verhuurd voor het vervoer van kolen van Engeland naar Nederland.
De dienst op Middlesbrough en Aberdeen lag gedurende het gehele jaar stil.
Naar Hamburg vonden ook dit jaar geen afvaarten plaats, terwijl de dienst op Noord-Spanje moest worden gestaakt.
Het stoomschip BATAVIER I maakte slecht een reis op Bordeaux.
De resultaten van onze deelneming bij derden waren bevredigend.
Voorgesteld wordt op de bezittingen van de vennootschap NLG 144.190 af te schrijven. Deze komen dan met NLG 3.800.000 te boek te staan.
Het reservefonds bedroeg per 1 januari 1917 NLG 850.000 hierbij komt de gekweekte rente na aftrek van koersverlies NLG 1.315 wordt NLG 851.315, te verhogen met NLG 23.684, waardoor dit fonds stijgt tot NLG 875.000. Het buitengewoon reservefonds bedroeg per 1 jan. 1917 NLG 200.000, hierbij komt de rente ad NLG 8.000 wordt NLG 208.000. Uit dit fonds zijn te bestrijden de buitengewone reparaties ten bedrage van NLG 28.961, zodat een saldo blijft van NLG 179.038. Hieraan toe te voegen NLG 20.961, zodat dit fonds dan wederom komt op NLG 200.000. Het assurantiefonds bedroeg per 1 jan. 1917 NLG 500.000, hierbij komen premies en rente NLG 22.188 wordt NLG 522.188. Hieraan toe te voegen NLG 2.811, zodat dit fonds stijgt tot NLG 525.000.
Van het totale winstcijfer NLG 799.569 (v.j. 6.292.387) komen in mindering saldo onkostenrekening NLG 14.479, aand. omslag oorlogs-zeeongevallen NLG 4.454, directe afschrijving op de bezittingen NLG 144.190, toevoeging van de reserves als boven gemeld, waarna als beschikbaar winstsaldo overblijft NLG 588.987.
Voorgesteld wordt het dividend over het jaar 1917 te bepalen op 6% (v.j. 15%). Voor de voorgestelde uitkering en Rijksinkomstenbelasting zijn nodig NLG 249.642. Er blijft alsdan een onverdeeld winstsaldo, op rekening van 1918 over te dragen, van NLG 339.345.
Vaartuigen en deelneming bij derden staan op de balans te boek voor NLG 3.800.000 (3.900.000).


13 mei 1918


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Wm. H. Müller & Co’s Algemeene Scheepvaart Maatschappij.
Het jaarverslag 1917 van Müller’s Algemeene Scheepvaartmaatschappij vermeldt veel lotgevallen, doch concludeert: De resultaten van onze deelneming bij derden waren, evenals het vorige jaar, bevredigend. Alhoewel onze geldmiddelen ons in staat stellen tot aanbouw of aankoop van nieuwe schepen over te gaan, hebben wij gemeend, met het oog op de buitensporig hoge prijzen van de materialen, alsmede de volslagen onzekerheid van levering, u thans hiertoe nog geen voorstellen te moeten doen.
Omtrent de vooruitzichten voor 1918 wagen wij ons niet aan voorspellingen. Tot op heden zijn er echter geen kentekenen, die op een spoedige verbetering van de thans heersende toestand wijzen.
Het totale winstcijfer bedraagt NLG 799.569, waarvan 6% dividend zal worden betaald en NLG 339.345 op nieuwe rekening wordt overgebracht.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 11 mei. De rederij H.T. Wolden in Grimstad (Noorwegen), heeft voor 630.000 Kronen een in Vlaardingen gebouwde schoener aangekocht, welke met een in Stockholm vervaardigde Dieselmotor van 250 pk zal worden uitgerust. Van onze Regering is toestemming tot uitvoer verkregen; het schip moet in juli a.s. worden afgeleverd.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 11 mei. Van de werf van de N.V. Weerter Scheepsbouw Mij. te Weert, werd onder grote belangstelling te water gelaten de stalen stoomdrifter genaamd DERIKA I, IJmuiden, afmetingen 32 x 6,20 x 3,20 meter. Dit vaartuig, bestemd voor de zeevisserij, trok door de soliede bouw en fraaie afwerking ieders aandacht.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Amsterdam, 10 mei. Het stoomschip van ongeveer 4.300 ton, dat voor rekening van de Koninklijke West-Indische Maildienst te Amsterdam op stapel staat bij de Maatschappij voor Scheeps- en Werktuigbouw Fijenoord te Rotterdam, zal in plaats van PRINS MAURITS, als aanvankelijk bedoeld, de naam CRYNSSEN dragen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 10 mei. De hier binnengelopen koftjalk COSMOPOLIET, kapt. Engelsman, heeft de reis naar Kopenhagen voortgezet.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 10 mei. De sleepboot DRECHT, onlangs door de heren Jac. List en N. Hol alhier van de firma Van Ommeren te Rotterdam aangekocht, wordt als stoomtrawler in de vaart gebracht met de naam NOORDSTER II (IJM-450).


14 mei 1918


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

N.V. Van der Kuy en Van der Ree’s Machinefabriek en Scheepswerf.
De N.V. Van der Kuy en Van der Ree’s Machinefabriek en Scheepswerf te Rotterdam gaat over tot de uitgifte van NLG 500.000 gewone aandelen, verdeeld in 1.000 aandelen à NLG 500 nominaal, waarop door houders van gewone aandelen recht van voorkeur kan worden uitgeoefend en van NLG 500.000 6¼ cum. pref. winstd.-aandelen met aandeel in de overwinst, verdeeld in 1.000 aandelen à NLG 500 nominaal, waarop door de houders van cum. pref. aandelen recht van voorkeur kan worden uitgeoefend. De nieuw uit te geven aandelen delen in het dividend over het lopende boekjaar, eindigende 28 februari 1919. De uitgifte van deze lening dient ter voorziening in de middelen voor de uitbreiding van de scheepswerf etc. De machinefabriek met kleine scheepswerf bevindt zich n.l. aan de Keileweg alhier en een van de gemeente voor 100 jaar in huur genomen terrein, groot 8.000 m2, terwijl in de loop van 1917 in de nabijheid een terrein voor een grotere scheepswerf in erfpacht is verkregen ter grootte van ca. 2 ha met gelegenheid tot uitbreiding met verdere 3 ha. De daarop gestichte fabriek met helling is nagenoeg gereed; reeds werd de kiel gelegd voor een stoomschip ter grootte van 1.100 ton.
De inschrijving is opengesteld op 10 mei. De uitgifte van de gewone aandelen vindt plaats tot de koers van 125%, van de preferente aandelen à 100%.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 13 mei. Het zeilschip MENTOR, kapt. Smits, arriveerde 11 mei van Rotterdam te Bergen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 13 mei. Het indertijd door de Engelse regering in beslag genomen Nederlandse stoomschip SOESTERBERG is herdoopt in KRISTOFA.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Vlaardingen, 13 mei. De vrachtlogger WILHELMINA, kapt. P. v.d. Zwan, van de Vrachtvaart Maatschappij Wilhelmina, directie de heren W. van Heijst en T. van Yperen, is zondag 12 mei te Florö (Noorwegen) aangekomen. Alles wel aan boord. Het schip vertrok 1 mei van Rotterdam.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Bericht is ontvangen, dat de bemanning van de HOLLANDIA I, bestaande uit 17 koppen en welk schip onlangs door de Duitsers naar Swinemünde werd opgebracht, over land huiswaarts is vertrokken. De kapitein, de heer W.K. de Wit, vertrekt enige dagen later van Swinemünde.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De motorschoener MEEUW.
Per stoomschip MARYLEBONE is alhier aangekomen de kapitein van de motorschoener MEEUW, de heer B.C. Weltevreden, wonende te Hillegersberg; deze schoener directie Leeuwen & Co., werd zondag 21 april ‘s namiddags 8 uur 12 mijl oost ten zuiden van het lichtschip Noord Hinder door een vijftal Duitse vliegtuigen tot zinken gebracht. De schoener was van Londen naar Rotterdam op weg met een lading pek. Stuurman en machinist van de MEEUW zijn nog te Londen; de beide matrozen hebben overgemonsterd op het stoomschip LEERDAM. De 5 opvarenden werden destijds te Great Yarmouth aan land gebracht.


15 mei 1918


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Stoomvaartmaatschappij Bestevaer.
Op de algemene vergadering van de Stoomvaartmaatschappij Bestevaer zal worden voorgesteld, over het afgelopen boekjaar geen dividend uit te keren.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. De Raad voor de Scheepvaart stelde gisteren een onderzoek in ter zake van het beschoten worden op 20 april jl. door Duitse vliegtuigen van het motorzeilschip BERTHA, waardoor het schip belangrijk beschadigd werd. Rederij van de BERTHA is de Vrachtvaart Maatschappij ‘Neerlandia’ te Rotterdam, gezagvoerder J.H. Baas te Schiedam. De gezagvoerder, als getuige gehoord, verklaarde dat de BERTHA van Noorwegen kwam, van een kleine haven nabij Frederikstadt, op weg naar Rotterdam, geladen met carbid. Het Duitse gezantschap te Christiania had getuige een vrijgeleide gegeven, daar de lading bestemd was om in Holland te blijven. In de nacht van 19 op 20 april was de BERTHA boei 1 gepasseerd. De koers was ZZW magnetisch. 's Nachts van 12 tot 4 uur was getuige aan dek; hij zag niets bijzonders. Toen hij naar kooi was gegaan, werd hij gewekt door schoten. Het was reeds dag en helder weer. In de nabijheid zag getuige twee Duitse vliegmachines en een Zeppelin. De kogels, die van de vliegtuigen kwamen, vielen als hagel op het dek. Getuige constateerde dat de vliegtuigen genummerd waren 1770 en 1781. Getuige gaf onmiddellijk last de bakboordboot te strijken en de opvarenden verwijderden zich daarmee zo spoedig mogelijk van het schip. Toen zij een halve scheepslengte van het schip waren, viel er vlak hij de boot een bom, welke evenwel niet trof. Een van de vliegtuigen daalde nabij de boot, de inzittende officier zwaaide met een witte vlag. Hij scheen zeer zenuwachtig. Hij nam het vrijgeleide dat getuige hem toonde, in ontvangst, gaf het niet terug, en zei: ,,Nu kunt u rustig verder varen”. Toen echter de boot weer naar de BERTHA terug roeide, werd zij weer vanuit de vliegtuigen beschoten. Kort daarop verscheen de SIMSON, die de opvarenden aan boord nam en de BERTHA naar Nieuwediep sleepte. Uit de verklaringen van getuige bleek voorts, dat men niet zeker was van het bestek. Volgens gegist bestek gebeurde het incident op 55º-35’ NB. en 05º-14’ OL. Men had getuige aan het Duitse gezantschap te Christiania gezegd dat het goed was een “Gleitschein" aan boord te hebben ter voorkoming van overlast door Duitse zeestrijdkrachten.
De stuurman H. Nieboer bevestigde de verklaringen van de kapitein. Ook uit zijn mededelingen bleek dat men niet zeker geweest is van het bestek. Men is echter van mening dat men in de vrije vaargeul was. Toen getuige's wacht had gelood, had hij opgemerkt dat het schip in de koerslijn bleef. Nog werd als getuige gehoord B. Kuiper, gezagvoerder van de sleepboot SIMSON, die met grote zekerheid inlichtingen gaf omtrent de koers welke hij gelopen had en omtrent de plaatselijke omstandigheden. Naar de mening van deze getuige was de BERTHA, hoewel zij drift maakte om de west, voortdurend in de vrije vaargeul geweest. De Raad zal later uitspraak doen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. De Raad deed gisteren uitspraak betreffende het op de klippen drijven en tot wrak slaan van het zeilschip BELLANDE.
De Raad is van oordeel, dat de oorzaak van de ramp is te wijten aan de nalatigheid van de schipper van de BELLANDE, hierin bestaande, dat hij in de nacht van 22 op 23 februari geen ankerwacht heeft doen lopen. Op grond hiervan straft de Raad de schipper door hem de bevoegdheid te ontnemen als schipper dienst te doen op een schip, als bedoeld bij artikel 2 van de Schepenwet, voor de tijd van twee maanden.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 14 mei. Het zeilschip HARMINA, kapt. Schrage, is 10 mei van Rotterdam te Kopenhagen aangekomen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 14 mei. De Norske Russland Linje, oktober 1917 opgericht, heeft bij de Werkspoor Amsterdam twee dieselmotorschepen in aanbouw gegeven. Op de jaarvergadering werd o.a. gezegd dat de toestanden in Rusland geen invloed hadden op de overeenkomst met de Comp. Runé de Navigation à Vapeur et de Commerce aangegaan.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Amsterdam, 13 mei. De tankboot SABINE RICKMERS, van de Nederlandsch-Indische Tankstoomboot Maatschappij, is herdoopt in SUMATRA.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Amsterdam, 13 mei. Het reeds gemelde stoomschip SOESTERBERG, thans KRISTOFA genaamd, blijkt te behoren aan Rederi Bowman & Co. te Bergen en vaart onder Noorse vlag. Het schip, dat bruto 482 ton meet, werd in maart van het vorig jaar te water gelaten van de werf van de firma E.J. Smit & Zn. te Hoogezand, voor rekening van de rederij J.J.A. van Meel te Rotterdam.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Nieuwediep, 13 mei. Het meergemelde motorschip OVERVEEN is naar Amsterdam vertrokken om te dokken.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De VOORWAARTS door vliegtuigen aangevallen,
Gisteravond is te Nieuwediep binnengekomen het tjalkschip VOORWAARTS, dat met hoepels geladen op reis was van Rotterdam naar Zweden en dat op zee aangevallen was door twee vliegtuigen. De zeilen en de roef waren met gaten doorzeefd. Ook het schip zelf werd onder de waterlijn verscheidene malen getroffen.
De bemanning, die in de sloep was gegaan, kon na verdwijning van de vliegtuigen weer aan boord komen en slaagde er in de gaten voorlopig met houten pennen dicht te maken. Het gelukte de bemanning, het schip te Nieuwediep binnen te brengen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De TABANAN van de Rotterdamsche Lloyd, die, zoals men weet tot hulpkruiser wordt ingericht, zal over een paar weken naar Nieuwediep vertrekken, waar dan de stukken geschut worden ingenomen. Kapitein ter zee A.F. Goossen zal over deze hulpkruiser het bevel voeren. Het konvooi gaat half juni naar Indië.


16 mei 1918


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Stoomvaart Maatschappij Bestevaer.
Blijkens de winst- en verliesrekening bedroegen de baten uit scheepvaartmaatschappijen NLG 50.751, wat bestemd werd voor afschrijving op oprichtingskosten NLG 3.332, op kantoor-inventaris NLG 901, op magazijn inventaris NLG 225. De onkosten bedroegen NLG 17.395. Aan interest werd betaald NLG 1.313, zodat het saldo bedroeg NLG 27.581.
Op de balans staat o.a. te boek: Kas en kassiers NLG 49.932, materialen NLG 10.315, deelname in scheepvaartmaatschappijen NLG 2.160.111. Onder de passiva: Kapitaal NLG 2 miljoen, reservefonds NLG 184.966, crediteuren NLG 6.591.
Aan het verslag over het eerste boekjaar (1917) ontlenen wij het volgende: Van het maatschappelijk kapitaal, aanvankelijk bedragende NLG 500.000, was NLG 260.000 bij de oprichting geplaatst, terwijl, toen in januari 1917 tot uitbreiding van de vloot werd overgegaan, nog NLG 140.000 werd ondergebracht, zodat in totaal NLG 400.000 geplaatst was. In verband met de wenselijkheid om tot aanschaffing van grotere scheepstypen over te gaan, werd door het bestuur overwogen het kapitaal van de Vennootschap van NLG 500.000 op NLG 2.000.000 te brengen. Toen in de loop van september de hand kon worden gelegd op meerdere tonnenmaat werd de wenselijkheid overwogen, om door een publieke emissie de nog ongeplaatste aandelen onder te brengen. De emissie, welke op 11 oktober 1917 werd opengesteld en liep over de resterende uitgiften van 1.200 aandelen, had plaats tegen de koers van 130% en het uit de beide uitgiften voortvloeiende agio werd, na aftrek van de kosten in het reservefonds gestort. Als gevolg daarvan komt op de balans een bedrag van NLG 184.966 voor. Op 19 november 1917 werd besloten het maatschappelijk kapitaal op NLG 10.000.000 te brengen. Het jaar 1917 is grotendeels verstreken met de aanbouw van de schepen; de oplevering daarvan is zodanig vertraagd, dat slechts het stoomschip ALDEGONDE en het motorschip DE DOLLART togen het einde van het jaar in de vaart kwamen. Uit de aard der zaak zullen voor de gelden, uit de in oktober 1917 gehouden omissie verkregen, eerst in 1918 resultaten kunnen worden verwacht. De motorschoener DE DOLLART werd 15 november ter hoogte van Vigo getorpedeerd door een Duitse onderzeeboot in het vrije gebied. Het schip was op de beurs te Amsterdam en de Londense Beurs tegen molest verzekerd resp. tegen een bedrag van NLG 100.000 en GBP 11.000. De assurantiepenningen werden door assuradeuren prompt betaald.
Hoewel niet tot het boekjaar 1917 behorende, kan thans reeds meegedeeld worden, dat het bedrijf op lonende voet in 1918 begonnen is. Charters zijn voor achtereenvolgende reizen afgesloten. Niettegenstaande de zeer korte tijd, die de ALDEGONDE en DE DOLLART in 1917 gevaren hebben, kunnen de door deze schepen behaalde resultaten over 1917 bevredigend genoemd worden. De baten, verkregen uit de dochtermaatschappijen, laten na afschrijving van NLG 119.833 op het stoomschip ALDEGONDE en na afschrijving van alle kosten van oprichting van de dochtermaatschappijen en van de moedermaatschappij, een saldo over van NLG 27.581, welk bedrag voorgesteld wordt af te schrijven op deelname in de dochtermaatschappijen. De directie wees ons er als toelichting op het voorstel om geen dividend uit te keren, nog op, dat de Maatschappij het grootste gedeelte van het jaar met een kapitaal van NLG 800.000 heeft gewerkt en dat de in oktober uitgegeven NLG 1.200.000 aandelen in het volle dividend zouden hebben moeten delen. Ware dit niet het geval geweest, dan zou de Maatschappij een bevredigend dividend hebben kunnen uitkeren. Tevens deelde de directie ons mee, dat sedert de aanschaffing van de nieuwe tonnage, de vloot thans ongeveer 7.000 ton groot is.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Stoomvaart Maatschappij Triton. In de heden gehouden algemene vergadering van aandeelhouders van de Stoomvaart Maatschappij Triton is de balans en winst- en verliesrekening goedgekeurd en het dividend mitsdien vastgesteld op 50%. Als commissaris is herkozen de heer C.W.F.P. Baron Sweerts de Landas Wyborgh.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Holland-Gulf Stoomvaart Maatschappij.
Deze Maatschappij hield gisteren haar algemene vergadering van aandeelhouders. Blijkens het daarin uitgebrachte jaarverslag 1917 zag de Maatschappij haar bedrijf belemmerd door velerlei maatregelen van onze eigen Regering en op zee dreigde voortdurend het ruw geweld van de oorlogvoerende partijen.
Toch is zoveel mogelijk gevaren, al moesten de reizen herhaaldelijk door langdurig oponthoud worden onderbroken.
De vaart ging evenals in het vorig jaar uitsluitend op Scandinavië met hout en stukgoed, totdat in december twee schepen verhuurd werden aan de Regering voor de vaart op Engeland. Helaas werd een van deze schepen, het stoomschip FOLMINA op 25 januari 1918 door een Duitse duikboot getorpedeerd, bij welke ramp acht leden van de bemanning het leven verloren. Het verslag brengt weemoedige hulde aan de nagedachtenis van deze slachtoffers.
Het stoomschip HERMINA werd in september 1917 naar Engeland opgebracht en komt daar voor het prijshof. Het schip was behoorlijk verzekerd.
In de balans is een vordering op het Duitse rijk wegens het in de grond boren door de KARLSRUHE van het stoomschip MARIA uitgetrokken „pro memori”, om hiertoe te geraken is afgeboekt de buitengewone reserve van NLG 365.000 en NLG 142.600 ontleend aan de rekening van afschrijving. De maatschappij blijft intussen aandringen op herstel van het begane onrecht.
Voorgesteld wordt van het bruto winstcijfer, na betaling van de onkosten en na afboeking van enige niet inbare posten, op de schepen een bedrag van NLG 72.900 af te schrijven en het ketel- en reparatiefonds en het survey-fonds met NLG 20.000 te doteren; daarenboven een bedrag van NLG 300.000 af te zonderen als reserve voor diverse belangen. Het dan overblijvende saldo stelt in staat een dividend van 20%, uit te keren, waartoe NLG 277.037 vereist wordt; een onverdeeld saldo groot NLG 3.449 gaat op nieuwe rekening over. De vergadering keurde verslag, balans en winst- en verliesrekening goed, bepaalde mitsdien het dividend op 20% en herkoos de heer Herman Kolff als commissaris.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De VOORWAARTS door vliegtuigen aangevallen.
Omtrent de te Nieuwediep binnengekomen schoener VOORWAARTS, die met hoepels geladen op reis van Rotterdam naar Zweden op zee werd aangevallen door twee vliegtuigen, vernam het H.bl. van één van de opvarenden de volgende bijzonderheden. Toen men zich in de vrije vaargeul, boven het lichtschip Doggersbank-Zuid bevond, werd het schip door twee Duitse watervliegtuigen aangevallen. Niettegenstaande de Hollandse vlag zichtbaar was, begonnen de Duitsers het vaartuig met mitrailleurvuur te bestoken. Ook werden bommen naar de schoener geworpen, doch deze kwamen alle in het water terecht.
Toen de Duitsers het schip begonnen te beschieten, werden direct de zeilen gestreken en begaf de uit 4 koppen bestaande bemanning zich in de boot. Terwijl men zich op 200 meter afstand van het schip bevond, kwam een bom op slechts 10 meter afstand van de boot terecht. De zeelieden die het projectiel zagen aankomen, meenden zeker dat hun laatste uur geslagen had.
Nadat de vliegtuigen de schoener geruime tijd beschoten hadden, vertrokken zij weer. De bemanning keerde daarop aan boord terug om wat kleren te bergen. Eenmaal weer op het schip, bemerkte men dat het bleef drijven, niettegenstaande het vaartuig als het ware doorzeefd was door de mitrailleurkogels, en het schip tal van kogelgaten onder water bekomen had. Terwijl natuurlijk scherp uitgekeken werd, in verband met een mogelijke terugkeer van de vliegtuigen, slaagde men erin door het inslaan van houten pennen de gaten onder de waterlijn zoveel mogelijk dicht te maken, waarna het schip lens gepompt werd. Vervolgens werd de terugtocht aanvaard en kwam men zonder verdere ongevallen te Nieuwediep binnen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 15 mei. Men maakt zich te Vlaardingen ernstig ongerust over het vracht loggerschip LICHTSTRAAL II, Van de Vrachtvaart Maatschappij Lichtstraal, directie de heren H. & A. v.d. Valk. Het schip was 9 april van Rotterdam naar Gotenburg vertrokken, doch is tot heden niet op de plaats van bestemming aangekomen.


17 mei 1918


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

N.V. Nederlandsche Fabriek van Werktuigen en Spoorwegmateriaal, genaamd Werkspoor.
In de heden gehouden algemene vergadering van aandeelhouders werd de aan de beurt van aftreding zijnde commissaris de heer C.J.K. van Aalst herkozen. Besloten werd van de winst groot NLG 589.570 (v.j. NLG 492.020) aan de aandeelhouders 7% uit te keren van het geplaatste kapitaal, voor reservefonds en tantièmes te bestemmen NLG 86.666, voor inkomstenbelasting NLG 30.257 en op nieuwe rekening over te brengen NLG 17.646.
Aan houders van aandelen van de serie A zal derhalve 7% dividend worden uitgekeerd (als v.j.) en op de aandelen van de serie B, in verband met de door de H.IJ.S.M. en de Mij. tot Expl. van S.S. verleende rentegarantie op deze aandelen 5½% dividend (als v.j.).
Voor verslag zie 8 mei Avondblad.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

N.V. Van der Kuy & Van der Ree’s Machinefabriek & Scheepswerf.
Bij de gisteren gehouden inschrijving op 1.000 gewone en 1.000 cu. pref. winstdelende aandelen in de N.V. Van der Kuy & Van der Ree’s Machinefabriek & Scheepswerf te Rotterdam werd het aangeboden bedrag geheel voltekend.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

N.V. Houtvaart te Rotterdam.
De gisteren gehouden algemene vergadering van aandeelhouders van de N.V. Houtvaart te Rotterdam, heeft de balans en de winst- en verliesrekening over het afgelopen boekjaar goedgekeurd en het dividend op 50% (als v.j.) vastgesteld. Aan het verslag ontlenen wij het volgende: Het agio van de aandelenuitgifte bedraagt NLG 1.856.178. Aangekocht werden de stoomschepen VECHT en NOORD, van resp. 3.300 en 4.300 ton draagvermogen. De vaart van de stoomschepen is door de oorlog zeer belemmerd. Het stoomschip RIJN ging in het begin van het jaar, daartoe gevorderd door de Nederlandse regering, uit op een rondreis naar Noord Amerika. Eerst omstreeks half juni kwam het stoomschip hier terug. Er werden nog 2 rondreizen naar de Oostzee volbracht, welke zeer belangrijk bijdroegen tot het gunstige resultaat.
Het stoomschip WAAL voer sedert 20 december 1916 in time-charter voor de Scheepvaart- en Steenkolen-Maatschappij in de kolenvaart tussen Engeland en Nederland, doch werd sedert eind januari 1917 door de Engelse regering te Sunderland opgehouden. Met de time-charteraars had men over het betalen van de huur gedurende dit oponthoud een geschil, hetwelk onlangs door arbitrage in het voordeel van de Mij. werd beslecht. Het aan de Mij. toegekende bedrag, groot NLG 333.482, is inmiddels geïncasseerd, waardoor de balanspost lopende reizen sedertdien in verhouding is verminderd. Dit schip is d.d. 26 maart jl. door de Engelse regering te Sunderland gerekwireerd en daarop is de Engelse vlag gehesen. Het stoomschip IJSSEL maakte in het begin van het verslagjaar nog een Oostzeereis, welke echter weinig of geen winst opleverde. Na terugkeer in het vaderland moest het zijn eerste vierjaarlijkse survey passeren, waarvan de kosten op de exploitatierekening werden afgeschreven en werd daarna door de Nederlandse regering opgevorderd om in Huelva (Spanje) een lading pyriet te halen voor Nederland. De boot was hiermede beladen in juli, doch daar de Britse regering toen bezwaren maakte om haar met deze lading door te laten, ligt zij nog steeds te Huelva. De directie geeft er de voorkeur aan, deze reis bij het opmaken van de balans geheel buiten beschouwing te laten, aangezien het resultaat onder zulke omstandigheden nog niet is vast te stellen. Meegedeeld wordt, dat het nieuwe stoomschip ZAAN met een draagvermogen van 2.200 ton dw., thans zijn voltooiing nadert en de aflevering daarvan nog in de loop van deze maand mag worden tegemoet gezien. Ook met de bouw van het nieuwe stoomschip MAAS wordt geregeld voortgegaan. De winst op exploitatie is NLG 449.218, makende met saldo Ao. Po. ad NLG 4.544, een bruto winst van NLG 453.763. Onder aftrek van onkosten en interest, is de netto winst NLG 427.015, waarvan wordt afgeschreven op stoomschepen NLG 60.000, terwijl in het vernieuwingsfonds NLG 81.821 wordt gestort en voor oorlogswinstbelasting NLG 85.000 wordt gereserveerd. Na tantièmes, belasting en uitkering van 50% dividend, gaat een onverdeeld saldo van NLG 6.941 naar nieuwe rekening over. De stoomschepen staan voor NLG 2.236.000, het belang bij Stoomvaart Mij. Noord voor NLG 2.300.000 en stoomschepen in aanbouw voor NLG 684.169 op de balans. Het vernieuwingsfonds paraisseert op de balans met NLG 2.168.178.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 16 mei. De zeilschepen ZAANDAM, kapt. Van Dijk en AMSTERDAM, kapt. Hoogewerf arriveerden 15 mei van Rotterdam te Bergen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 16 mei. Het Nederlandse stoomschip SINDORO, dat op 6 maart 1917 te Gibraltar voor anker lag, sloeg die dag tijdens hevige storm los en strandde bij Punta Mala (baai van Gibraltar), op de rotsen. Op 29 maart d.a.v. werd de SINDORO vlot gebracht.
Het Admiraliteitshof te Londen wees aan de bergers een bergloon toe van 27.000 P.St. (NLG 324.000). De waarde van de SINDORO met de lading werd geschat op 364.400 P.St. (NLG 4.372.800).


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 15 mei. Hedenavond zijn hier twee opvarenden van het Nederlandse zeilschip STERNE (uit Rotterdam) met de van Christiania komende vrachtlogger ZEELAND gearriveerd. Dit zeilschip was in de eerste helft van de vorige maand op reis van Stavanger naar Helsingborg door een Duitse duikboot op de Noorse kust wrak geschoten, waarna het verlaten strandde. (zie ook RN 180518)


18 mei 1918


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. De Raad zal woensdag 22 mei a.s., ‘s namiddags te 2 uur, een onderzoek instellen naar het op 3 december 1917 stranden en wrak slaan op de kust van Jutland van het zeilschip MARIA. Rederij N.V. Zee- en Riviervaartmaatschappij; gezagvoerder K.E. Seven, beiden te Rotterdam.
Des namiddags 2.30 uur, zal een onderzoek ingesteld worden ter zake van het door een duikboot beschoten worden op 7 april 1918 van het zeilschip CATRIENA, waarbij de schipper gedood werd. Rederij N.V. Zeevrachtvaart Maatschappij ‘Zuid-Holland’ te Vlaardingen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Een reis met hindernissen. Hedenmorgen is de ELSA, een tot stoomschip omgebouwde logger, eigenares de firma Phs. van Ommeren, de Waterweg binnengekomen. Enige maanden geleden was dit schip naar Havre vertrokken om champagne te halen. Na enige weken te Havre gelegen te hebben en champagne te hebben ingenomen, werd het schip vrijgegeven door de Franse regering. Buitengaats werd het evenwel opgepikt door Engelse torpedoboten, die het naar de Duins opbrachten. Daar werd het enige weken opgehouden en ten laatste vrijgegeven. Even na het vrijgeven werd het schip opnieuw ingepikt door Engelse torpedoboten en nu naar Londen opgebracht. Daar werd het schip weer enige weken opgehouden om eindelijk gisteren weer vrijgegeven te worden, waarna het ongestoord de reis naar hier kon voortzetten.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Zeilschip STERNE. Met de vrachtlogger ZEELAND kwamen gisteren te IJmuiden aan twee opvarenden van het Nederlandse zeilschip STERNE uit Rotterdam, dat op de Noorse kust door een Duitse duikboot beschoten en daarna door de opvarenden verlaten werd. Na een lading hoepels te Stavanger te hebben gelost was het zeilschip STERNE in ballast op weg naar Helsingborg. Nog dicht onder de kust werd het onverwacht aangevallen door een duikboot, die het schip zodanig onder vuur nam, dat de opvarenden hun heil zochten in de vlucht. Het gelukte hun met eigen kracht nabij Jaederen (Noorwegen) aan land te komen. Later is het wrak van het zeilschip aangespoeld; het bleek evenwel zodanig te zijn gehavend dat een berging wegens de hoge kosten niet raadzaam was.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De ZAANLAND gezonken.
Lloyds bericht dat de ZAANLAND door aanvaring met een ander stoomschip gezonken is. De ZAANLAND van de Kon. Hollandsche Lloyd te Amsterdam, had een inhoud van 5.417 ton. Zij werd in 1900 te Glasgow gebouwd. De ZAANLAND was een van de vele schepen op welke in Amerika beslag is gelegd. Waar de aanvaring is gebeurd, valt niet na te gaan. Zonder er meer van te weten, denkt men hierbij direct aan een Amerikaanse bemanning en onvoldoende zeemanschap. Nederlandse zeelieden waren er stellig niet aan boord.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Amsterdam, 16 mei. Volgens alhier ontvangen particulier bericht is aan boord van het te New York liggende Nederlandse stoomschip ROEPAT zondagnacht brand uitgebroken. Het stoomschip was donderdag jl. te New York aangekomen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Londen, 16 mei. Een Lloyds bericht meldt, dat het stoomschip ZAANLAND, ten gevolge van een botsing met een ander stoomschip is gezonken. Eigenaresse van de ZAANLAND is de Koninklijke Hollandsche Lloyd. Het schip meet 5.417 ton bruto en vertoefde in het midden van maart, toen Amerika overging tot de rekwisitie van onze in Amerikaanse havens liggende schepen, in Amerika. In 1900 liep de ZAANLAND van stapel.


21 mei 1918


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 18 mei. De te Groningen thuis behorende schoener VADERLAND, schipper-eigenaar J. Klugkist, metende 285 ton dw., is naar Amsterdam verkocht. Het schip zal herdoopt worden in DE RUYTER.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Nieuwediep, 16 mei. De zeetjalk VOORWAARTS, alhier met schade aan schip en zeilen binnengelopen, zal lossen en repareren. Na herstelling zal de lading hoepels weer worden ingenomen en zal het schip zijn reis vervolgen.


22 mei 1918


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Het konvooi naar Nederlands-Indië. Naar wij vernemen is het vertrek van het Nederlandse konvooi, bestaande uit Hr.Ms. HERTOG HENDRIK, de hulpkruiser TABANAN, de NOORDAM van de H.A.L. - waarmee gelijk men weet regeringsambtenaren etc. naar Indië overgebracht zullen worden - en een nog nader aan te wijzen schip, op 5 juni a.s. vastgesteld.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Een uitvaarverbod voor Nederlandsche schepen.
Naar wij vernemen is in verband met het nieuwe art. 55 van de nieuwe Duitse ‘Prisenordnung’ — waarin bepaald wordt, dat alle schepen, welke onder Nederlandse vlag varen, zullen worden beschouwd als voor de Entente te varen, waarom zij dan prijs zullen worden verklaard — door de Nederlandse Regering een uitvaarverbod voor alle schepen onder Nederlandsche vlag uitgevaardigd.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De nieuwe ‘Prisenordnung’ in praktijk gebracht.
Men meldt uit Rotterdam aan het Hbl.: Volgens een bij de rederij ontvangen telegram van het. Nederlands consulaat te Swinemünde is het Nederlandse stoomschip AGNETA op de reis van Sundsvall naar Rotterdam met een lading hout, door Duitse strijdkrachten naar Swinemünde opgebracht. De rederij had voor de vaart naar Rotterdam bij het Duitse gezantschap te Stockholm een vrijgeleide aangevraagd, dat evenwel werd geweigerd, daar, in opdracht van de marinestaf te Berlijn afgifte van vrijgeleiden was ingetrokken, in verband met de onderhandelingen, die thans gaande zijn tussen de Nederlandse en de Duitse regering. Het schip was voor deze reis gevorderd door de Nederlandse Regering, waarvan de Duitse regering, in opdracht van de onze, door bemiddeling van de Nederlandse gezant te Berlijn was in kennis gesteld. Alle formaliteiten, vereist tot het verkrijgen van een vrijgeleide, waren door de rederij en de ontvanger van de lading in alle opzichten vervuld. Daar de bijzonderheden omtrent reis, bestemming en lading aan de Duitse regering bekend waren, is het schip dus blijkbaar niet opgebracht voor onderzoek doch wellicht, in verband met de nieuwe ‘Prisenordnung’, waardoor elk Nederlands vaartuig, zonder vrijgeleide varend, vogelvrij en prijs wordt verklaard. Dat een schip door de Nederlandse Regering voor de reis gevorderd is schijnt dus ook al geen waarborg te geven!


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Scheepsbouw. Zaterdagmiddag (opm: 18 mei) is van de werf van de firma Ronda (opm: A. Roorda) te Sliedrecht met goed gevolg te water gelaten het aldaar voor rekening van de Stoomvaartmaatschappij Princenhage alhier gebouwde stoomschip PRINCENHAGE 3, groot 560 ton dw. Het schip zal aan de werf Gusto te Schiedam van machines voorzien worden; de machines zullen 325 ipk ontwikkelen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De HOLLANDIA. Het Vaderland vernam van Duitse zijde over het opbrengen naar Swinemünde van het Nederlandse stoomschip HOLLANDIA, dat op reis was van Rotterdam naar Aalesund en Kristiansund het volgende: Het schip was geladen met 250 ton hoepels. Deze lading is contrabande. Geleibrief en verblijfsaanwijzing van de ontvangers ontbraken. Tegen het schip bestaat verdenking krachtens no. 55c van de Prijsverordening. Schip en lading zullen voor het prijsgerecht worden gebracht aangezien het grootste deel van de lading, die uit absolute contrabande bestaat, aan onbekende ontvangers gericht is.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De MEGREZ en de AGNETA opgebracht.
Het nieuwe stoomschip MEGREZ van de firma Van Nievelt, Goudriaan & Co. en de AGNETA van de firma Jos. de Poorter zijn beide naar Swinemünde opgebracht.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 21 mei. De MIRFAK, van de firma Van Nievelt Goudriaan & Co., ligt met machineschade te Helsingborg.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 21 mei. Volgens Lloyds Register is het stoomschip HUNZE IX van de Groninger-Rotterdammer Stoomboot Mij., thans genaamd INCA, verkocht en behoort het aan de Soc. Dinamarquesa Comercial te Valparaiso. Het schip, groot 415 bruto ton, werd in 1917 te water gelaten.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 21 mei. De op 5 januari jl. van Westervik te Amsterdam aangekomen motorschoener AMBULANT 2, 97 netto reg. ton groot, van de rederij Lefsbure & Co. te Amsterdam, is aan een binnenlandse rederij verkocht.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 21 mei. Zaterdagmiddag 12 uur is met gunstig gevolg het stoomschip PRINCENHAGE III, in aanbouw voor de N.V. Stoomvaart Maatschappij Princenhage te Rotterdam, van de werf van de bouwmeester Roorda te Sliedrecht te water gelaten.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Hamburg, 19 mei. De in november jl. bij Ringkjöbing gestrande Nederlandse kof MARIA is thans vlot gebracht en te Esbjerg binnengesleept.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Kristiansand, 13 mei. De naar Zweden bestemde Nederlandse kof EBENHAEZER is na op de Noordzee te zijn beschoten alhier binnengelopen. De bemanning had bereids hun schip verlaten, maar is, toen het beschieten ophield, weer aan boord teruggekeerd.


23 mei 1918


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. De stranding van de MARIA.
De Raad voor de Scheepvaart stelde gisteren onderzoek in naar het stranden en wrak slaan op de kust van Jutland van het zeilschip MARIA, rederij N.V. Zee- en Riviermaatschappij, gezagvoerder K.E. Seven, beiden te Rotterdam. Gehoord werd de kapitein Seven. Het schip was groot 139.99 ton bruto en 116 ton netto; het voerde 4 man equipage en had een reddingsboot. De 30e november was de MARIA van Maassluis naar Gotenburg vertrokken met een lading vruchten. Het schip was licht beladen. Enige dagen na het vertrek werd het slecht weer. Met zekerheid kan de gezagvoerder niet zeggen of hij Doggersbank-Noord gezien heeft en de boeien daar ter plaatse. Door de storm was n.l. niet te onderscheiden of het de lichten van een schip dan wel die van een vuurschip waren. Op 2 en 3 december — het stormde uit NW richting — werd koers gezet in NO richting; men was gekomen in de buurt van de kust van Jutland. Afhouden van de kust ging niet, omdat men dan gevaar liep in het mijnenveld te komen. Wegens de hoge zee kon bij dit platboomde vaartuig geen gebruik worden gemaakt van de zwaarden en kon ook het anker niet worden uitgebracht. De kapitein had zelf erkend, dat stranden onvermijdelijk was. Met de reddingboot was de bemanning veilig van het schip afgegaan. De stranding had plaats bij Blavandshuk. Het schip is verkocht voor 27.000 Kronen; het was verzekerd voor NLG 45.000. Om stranding te voorkomen had de kapitein nog enige malen over bakboord gehalsd, naar hij thans verklaarde. In het journaal was hieromtrent evenwel niets vermeld. De kapitein schreef dit toe aan de toestand, waarin het schip zich bevond bij de stranding. De zaak werd aangehouden wegens niet-verschijning van een getuige.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. Het in de grond boren van de CATRIENA.
De Raad stelde gisteren een onderzoek in ter zake van het door een duikboot beschoten worden op 7 april 1918 van het zeilschip CATRIENA, waarbij de schipper gedood werd. Rederij N.V. Zeevrachtvaart Maatschappij ‘Zuid-Holland’ te Vlaardingen. Als eerste getuige werd gehoord de stuurman H. van der Wal. De CATRIENA was op weg van Rotterdam naar Egersund en Christiania. Er waren vier man aan boord; er was een reddingsboot en voor iedere man een reddingsgordel. De nationaliteit was zeer duidelijk zichtbaar. Kapitein was R. Bos uit Delfzijl. De CATRIENA was op 23 maart met een lading pannen en hoepels vertrokken. Het schip was 114 ton bruto en 95 netto groot. Op 2 april begon het te stormen en kreeg men tegenwind. Het schip kwam door de vrije vaargeul. Op zaterdag 6 april zag men Egersund liggen op 11/2 mijl uit de kust. Pogingen om een loods te krijgen, mislukten. De volgende middag te 2 uur werd het schip beschoten. Toen een onderzeeër verscheen, werden dadelijk de zeilen neergegooid en werd de boot uitgezet. Er werd dadelijk geschoten, waarvan het eerste schot het voorschip raakte en een volgende de kapitein trof, die op de kajuit stond en op slag gedood werd. De stuurman werd aan de hand gewond. De onderzeeër voerde een Duitse vlag. Er werd ongeveer tien maal geschoten. Met de boot van de CATRIENA werden matrozen van de duikboot met bommen naar het zeilschip gebracht, dat daarop zonk. Er kon niets worden gered; men zette met de reddingsboot koers naar de Noorse kust en landde in een plaatsje bij Stavanger na 23 uur gezeild te hebben (van 3 uur tot de volgende middag 2 uur). Het enige wat de duikbootcommandant had gezegd, was, dat het schip daar niet mocht komen. En onder elkaar lachte de bemanning van de duikboot, toen de stuurman vertelde, dat de kapitein was doodgeschoten. De matroos H. Overwijk bevestigde de verklaring van de eerste getuige. De inspecteur voor de Scheepvaart, de heer Bouman zei, dat de Duitse zeestrijdkrachten hoe langer hoe brutaler optreden. In plaats van een waarschuwingsschot te lossen wordt de kapitein maar dadelijk doodgeschoten. Dit gaat alle grenzen te buiten. Het lijkt wel of de mensen buiten hun zinnen zijn. Het is te verwonderen dat er nog zeelieden zijn, die naar zee willen gaan.
De Raad zal later uitspraak doen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Nederland en de oorlog. Graan op komst.
De HOLLANDIA van de Koninklijke Hollandsche Lloyd vertrok zaterdag van Buenos Aires met 4.500 ton (4.500.000 kg) graan en meel naar Amsterdam.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Onze scheepvaart.
Te IJmuiden werd reeds dinsdagmorgen het officieel bericht ontvangen, dat sedert maandagmorgen door onze Regering het uitvaren van stoomtreilers is verboden. Alleen de zeilloggers en kustvissersvaartuigen (waaronder ook de sleepboottreilers) mogen ter visserij uitvaren. Deze maatregel is vermoedelijk genomen in verband met het opbrengen van enige stoomtreilers naar Britse havens.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Schiedam. Hier zijn binnengekomen de vrachtloggers CLARA, kapt. T. v.d. Zwan, met 920 vaten haring van Bergen en EMMA, kapt. D. Taal, met 890 vaten haring, eveneens van Bergen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

LICHTSTRAAL II verloren.
Betreffende de vrachtlogger LICHTSTRAAL II uit Vlaardingen, kunnen we melden, dat nog geen berichten hierover zijn ontvangen, zodat aangenomen mag worden, dat dit schip verloren is. De bemanning bestaat uit: Arie van Noordt (37), gehuwd, schipper; Daniel van Os (45), gehuwd, stuurman; Pieter de Ligt (34), gehuwd, matroos; Pieter Poot (46), gehuwd, matroos; Jan Plokhaar (25), ongehuwd, lichtmatroos; Gerrit Eijgenraam (15), ongehuwd, lichtmatroos, allen te Vlaardingen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Amsterdam, 22 mei. De directie van de Stoomvaart Maatschappij Nederland ontving gisteren van haar agenten te New York het volgende telegrafisch bericht, dato 17 dezer, omtrent de lading van het stoomschip CELEBES: De Shipping Board maakt bekend, dat in verband met de toestand van de lading van de CELEBES, de beschadigde hoeveelheid op advies van deskundigen zal worden verkocht. De opbrengst, welke aan een zeker pandrecht is onderworpen, zal aan de rechthebbenden worden uitgekeerd.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 21 mei. De schoener ZWALUW, welke in november jl. bij Husby (Denemarken) strandde en overzij viel, is dezer dagen wederom vlot gebracht. Onder eigen zeil vertrok het schip naar de haven van Esbjerg.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Batavia, 14 mei. De Koninklijke Paketvaart Maatschappij heeft haar dienst van Java op Japan hervat en worden schepen naar Hongkong gezonden. De Stoomvaart Maatschappij Nederland hervatte de dienst op Bombay en Calcutta, de Rottamsche Lloyd die op Rangoon en Saigon.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De ZEEBURG opgebracht. Het stoomschip ZEEBURG van de Nederlandsche Scheepvaartmaatschappij Transatlanta, alhier, op weg van Ronneby naar Amsterdam met een lading ijzer en hout, is naar Swinemünde opgebracht.


24 mei 1918


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 23 mei. Volgens bij de Nederlandsche Scheepvaart Mij. Transatlanta ontvangen telegrafisch bericht uit Skanoer, is haar stoomschip ZEEBURG op weg van Ronneby naar Amsterdam geladen met 100 ton ijzerdraad en 100 standaard hout naar Swinemünde opgebracht.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 23 mei. Het zeilschip NEERLANDIA, kapt. De Vries, arriveerde 21 mei van Rotterdam te Kopenhagen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 23 mei. Op het Noordzeekanaal heeft een proeftocht plaats gehad met het door de Werf Conrad te Haarlem, voor de Hollandsche Algemeene Atlantische Scheepvaart Maatschappij te Amsterdam, gebouwde stoomschip OUDE MAAS, groot ongeveer 2.140 ton dw., bestemd voor de algemene vrachtvaart. De machines, geleverd door Gebr. Stork & Co. te Hengelo, gaven aan het schip een snelheid van 10 mijl.


25 mei 1918


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Wm. H. Müller & Co's Algemeene Scheepvaart Maatschappij.
In de heden gehouden jaarlijkse algemene vergadering van aandeelhouders van de Naamloze Vennootschap Wm. H. Müller & Co's Algemeene Scheepvaart Maatschappij werden de balans en winst- en verliesrekening goedgekeurd en het dividend over 1917 vastgesteld op 6%. (Voor verslag zie 12 mei Ochtendblad).


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 24 mei. Van de Scheepswerf Nicolaas Witsen, firma W.F. Stoel & Zoon te Alkmaar, is met goed gevolg te water gelaten een stalen twee-mast motorschoener, lang 98 voet, breed 28 voet hol 10 voet. Het schip is gebouwd onder Germ. Lloyd, Klasse A.K., grote kustvaart.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 24 mei. Door de firma Boon, Molema en De Cock te Hoogezand is afgeleverd de op haar scheepswerf gebouwde sleepboot STER, voor rekening van kapitein S. Kliphuis te Dordrecht. De boot heeft de volgende afmetingen: lengte 8,05 m., breedte 4 m. en holte 2 m. en is voorzien van een verticale compound machine met oppervlak condensatie, sterk 100 ipk.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Alblasserdam, 23 mei. Hedenmiddag is van de N.V. Scheepswerf v/h Jan Smit Czn. alhier met goed gevolg te water gelaten het Deense stoomschip AMALIENBORG. Het schip zal dezer dagen naar de Kon. Mij. De Schelde te Vlissingen vertrekken om aldaar van machines en ketels te worden voorzien.


26 mei 1918


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Nederlandsche Stoomvaart Mij. Bestevaer te Amsterdam.
In de heden gehouden Algemene Vergadering van aandeelhouders werd het jaarverslag met de bijbehorende Balans en Verlies- en Winstrekening (zie Avondblad van 16 mei) goedgekeurd en aan het bestuur decharge verleend voor het gevoerd beheer.
Het voordelig saldo ad NLG 27.581, werd overeenkomstig het voorstel van het bestuur voor afschrijving bestemd. De heer T.H. Veenstra, volgens daarvoor opgemaakt rooster aan de beurt van aftreding, werd als commissaris herkozen.
AH 260518
Zeevaart Maatschappij Groningen.
Men seint ons: In de heden gehouden vergadering van aandeelhouders van de Zeevaart Maatschappij Groningen werd het jaarverslag over het eerste boekjaar, lopende over ongeveer acht maanden, uitgebracht. Het deelt mee, dat in deze periode de werkzaamheden hoofdzakelijk bleven bepaald tot het in gereedheid brengen van de in aanbouw zijnde schepen. De moeilijkheden door de oorlogvoerende mogendheden meer en meer aan de scheepvaart in de weg gelegd, maakten het onmogelijk de gereed liggende schepen lonend te exploiteren. De successievelijk opgeleverde schepen werden voorlopig opgelegd. De winst- en verliesrekening sluit dit jaar met een nadelig saldo van NLG 4.515. Het geplaatst aandelenkapitaal bedraagt thans 1 miljoen. De kostprijs van de vloot van de Maatschappij bedraagt NLG 998.485, waarop NLG 766.465 is betaald. De balans en de winst- en verliesrekening werden goedgekeurd.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. De Raad voor de Scheepvaart houdt woensdag 29 mei a.s., te 2 uur nm., zitting ter onderzoek naar het aan de grond lopen op de Razende Bol op 6 mei 1918 van het motorzeilschip OVERVEEN. Reder: P.W.K. van der Touw; gezagvoerder: J. Mulder, beiden te Rotterdam.


27 mei 1918


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Aan de algemene vergadering van aandeelhouders van de Stoomvaart Maatschappij Rotterdamsche Lloyd zal worden voorgesteld het dividend over het afgelopen boekjaar, evenals vorig jaar, te bepalen op 15%.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Scheepsbouw. Te Sliedrecht is met goed gevolg van een van de hellingen van de N.V. Scheepsbouwwerf en Machinefabriek De Klop te water gelaten het vrachtstoomschip PRINCENHAGE I bestemd voor de N.V. Stoomvaart Maatschappij Princenhage te Rotterdam en gebouwd met certificaat hoogste klasse British Corporation for the Survey and Registry of Shipping en Certificaat Scheepvaartinspectie en Houtvaartcertificaat. Het schip voldoet tevens aan de voorschriften van de Stuwadoorswet. Afmetingen zijn: Lengte 56 m., breedte 8,05 m., hol op hoofddek in de zijde 4,40 m., hol op raised-quarterdeck in de zijde 5,47 m., deadweight capaciteit circa 1.100 ton. In het schip wordt geplaatst een triple-expansie machine met oppervlak condensatie, sterk plm. 500 ipk, waarbij twee stoomketels met een v.o. van plm. 180 m2 en 13 kg stoomdruk.
Als bijzonderheid kan nog worden meegedeeld, dat niet alleen het schip, machine en ketels door de N.V. De Klop zijn vervaardigd, doch ook alle hulpwerktuigen, als stoomlaadlieren, stoomankerwinch, stoomkaapstand, ketelvoeding, ballastpompen, enz.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

NIEUW AMSTERDAM en ZIJLDIJK.
De onderhandelingen over het vertrek van de NIEUW AMSTERDAM zijn geregeld, het stoomschip zal op de vastgestelde datum, 29 mei, mogen afvaren. Het vaart onder bevel van kapt. P. van den Heuvel en vertrekt in de nacht van dinsdag op woensdag om 3 uur met 553 eerste en 589 tweede-klasse passagiers.
De ZIJLDIJK, die graan gaat halen, zal naar Amerika gaan, wanneer hier bericht is ontvangen, dat het ruilschip de JAVA Van New York naar hier is vertrokken.
De heren J.E. Inckel, directeur van het Technisch Bureau van het Departement van Koloniën en H. Freijdanck Oesinger, ingenieur van dit bureau, zullen met de NIEUW AMSTERDAM naar Amerika vertrekken, in verband met bestellingen ten behoeve van de Indische Regering. De heren zullen daarna de reis naar Indië voortzetten voor een kort verblijf daar te lande.


28 mei 1918


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. Morgen, woensdag, te 2.30 uur nm., dient voor de Raad van de Scheepvaart het onderzoek naar het vermoedelijk met man en muis vergaan op de reis van Zweden naar Rotterdam op of na 7 maart 1918 van het zeilschip RENSIENA II, rederij N.V. Zeevrachtvaart Mij. ‘Zuid-Holland’ te Vlaardingen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Nederland en de oorlog. De ZAANLAND gezonken.
Blijkens thans hier te lande ontvangen nader bericht is het Nederlandse stoomschip ZAANLAND 13 mei op 30º W.L. gezonken. Het, schip had een Amerikaanse marine bemanning.


29 mei 1918


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Nationaal Scheepsverband.
In de heden alhier gehouden algemene vergadering van aandeelhouders werd het verslag over het boekjaar 1917 uitgebracht, waaraan wij het volgende ontlenen:
In 1917 werden geen nieuwe leningen afgesloten, daar besloten was om met het oog op de momenteel abnormale hoge prijzen van schepen en de tijdsomsatandigheden in het algemeen het sluiten van nieuwe leningen zoveel mogelijk te beperken. Afgelost werd NLG 92.910, waaronder 26 leningen geheel, zodat op 31 december 1917 uitstonden 72 leningen ad NLG 246.010. Op 31 december waren slechts weinig debiteuren met hun aflossing achterstallig en slechts één ook met de betaling van rente. Onze vorderingen zijn echter door de betreffende onderpanden ruim gedekt. In het afgelopen boekjaar werden geen 4½% pandbrieven geplaatst, terwijl aan het besluit om tot het 5% type over te gaan nog geen gevolg werd gegeven. Op 31 december 1916 stonden uit NLG 910.600 aan pandbrieven; opgenomen werd NLG 49.800 zodat op 31 december 1917 uitstand voor NLG 860.800.
De winst- en verliesrekening sluit met een nadelig saldo van NLG 5.624, terwijl de aftredende commissaris F. Meyerdirck werd herkozen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Erhardt & Dekkers te Rotterdam.
De verschillende rederijen onder directie van de firma Erhardt & Dekkers zullen over het afgelopen jaar 30 pct. dividend uitkeren.
Het verslag deelt mee, dat alleen gedurende de eerste maanden van 1917 de schepen hun reizen voorspoedig hebben volbracht. Van de schepen die daarna naar Amerika vertrokken om graan voor de Regering te halen, is slechts de BRUNSWIJK teruggekeerd met graan voor de Belgian Relief. Het op 20 juni van verleden jaar gereed liggende opgevorderde stoomschip NOORDWIJK is niet uitgevaren. Het verslag wijst er voorts op, dat de in de haven hier liggende schepen hun volle equipages aan boord hebben, zodat, indien dit gedwongen havenverblijf nog lang mocht duren, met belangrijke uitgaven rekening zal moeten gehouden worden, temeer daar ook de uit Amerika teruggekomen bemanningen financieel worden gesteund. Dienovereenkomstig zijn de reserves versterkt. De in vorige jaren gebezigde bedragen voor extra afschrijving zijn overgebracht op reserve nieuwbouw, waaruit bij terugkeer van enigszins normale tijden de kosten van uitbreiding van de vloot bestreden kunnen worden. De gemiddelde boekwaarde van de schepen is op NLG 46 per ton teruggebracht.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

In de hedenmiddag gehouden vergadering van de Maatschappijen s.s. Katwijk, s.s. Noordwijk, s.s. Rijswijk, s.s. Brunswijk, s.s. Randwijk en s.s. Winterswijk, onder directie van de firma Erhardt & Dekkers, is het verslag over het afgelopen boekjaar goedgekeurd. Het dividend van de maatschappij s.s. Katwijk is bepaald op 6%, dat van de Noordwijk op 25% en van de overige stoomschepen op 30%.


30 mei 1918


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. De Raad voor de Scheepvaart deed gisteren uitspraak betreffende het beschieten en tot zinken brengen van het zeilschip CATRIENA. Uit het gehouden onderzoek blijkt, dat de CATRIENA, hoewel duidelijk voorzien van de kentekens van Nederlandse nationaliteit, zonder enige waarschuwing door een Duitse duikboot op enige afstand van de Noorse kust in de buurt van Egersund is beschoten, ten gevolge waarvan de kapitein is gedood en de stuurman is gewond. Vervolgens is de CATRIENA op last van de commandant van de duikboot door middel van bommen tot zinken gebracht. De opvarenden van de CATRIENA zijn in een open boot aan hun lot overgelaten. De juiste plaats des onheils kan niet met zekerheid worden aangegeven.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. De Raad voor de Scheepvaart stelde gistermiddag een onderzoek in naar het aan de grond lopen op de Razende Bol op 6 mei jl. van het motorzeilschip OVERVEEN, reder P.W.K. van der Touw, gezagvoerder J. Mulder, beiden te Rotterdam. Deze laatste, als getuige gehoord, verklaarde, dat het de eerste reis van de OVERVEEN was geweest. Al dadelijk bleek de motor slecht te werken, hetgeen getuige aan de minderwaardige teerolie wijt. Ook stuurde het schip slecht. Dit alles was oorzaak, dat men de reis naar Bergen onderbrak en het schip gedurende enige dagen te IJmuiden dokte. De vierde mei werd de haven van die plaats weer verlaten. De wind was NO tot en met O. Het weer werd steeds onstuimiger en het bleek, dat het schip zonder motor niet bestuurbaar was. En telkens bleek de motor ook nu weer defect te zijn. Op de ochtend van de zesde mei besloot men naar IJmuiden terug keren. Er was toen nog geen reden om de ankers klaar te maken. Met een mooie bries zeilde men langs de kust. Op een gegeven ogenblik brak de kluiver, met het gevolg, dat het schip geregeld oploefde. Er werd tenslotte drie vaam gelood. Men besloot toen de ankers gereed te maken, doch vóór men daarmee klaar was, liep de OVERVEEN op de Razende Bol, waar zij door een botter werd afgehaald. De stuurman van de OVERVEEN verklaarde tijdens het verhoor, dat alle leden van de bemanning ontslag genomen hebben, omdat zij het schip niet behoorlijk zeewaardig achtten. De inspecteur voor de scheepvaart meende er de Raad nog eens nadrukkelijk op te moeten wijzen, dat de OVERVEEN, naar o. a. ook uit het certificaat blijkt, als zeilschip niet zeewaardig is. Uitspraak in deze zaak volgt later.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. De Raad deed gistermiddag uitspraak betreffende de beschieting van het motorzeilschip BERTHA door vliegtuigen op de Noordzee. Uit het gehouden onderzoek blijkt, dat de BERTHA zonder voorafgaande waarschuwing door twee Duitse vliegtuigen met mitrailleurs is beschoten, niettegenstaande het schip, wiens kapitein in het bezit was van een door de vertegenwoordiger van het Duitse Rijk te Christiania afgegeven ‘Geleitschein’, duidelijk de kentekenen van Nederlandse nationaliteit had en de vlag zelfs over de roef van het vaartuig was uitgespreid. De beschieting heeft plaats gehad in de zogenaamde vrije vaargeul, en wel in de onmiddellijke nabijheid van 55º-23’ NB en 04º-15’ OL. De verklaring van de in dit opzicht volkomen deskundige kapitein van de SIMSON, die geregeld de vaargeul bevaart en nauwkeurig zijn opgaven deed, laten hieromtrent geen twijfel. Trouwens ook volgens de opgaven van kapitein en stuurman van de BERTHA was men in gemelde vaargeul.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Stoomschip Katwijk e.a. Aan het. jaarverslag van de Maatschappijen s.s. Katwijk, s.s. Noordwijk, s.s. Rijswijk, s.s. Brunswijk, s.s. Randwijk en s.s. Winterswijk, onder directie van de firma Erhardt en Dekkers alhier, ontlenen wij het volgende: Gedurende de eerste maanden van 1917 hebben de schepen hun reizen, evenwel met onderbreking in februari, na de afkondiging van de onbeperkte duikbootoorlog, voorspoedig volbracht. Aan de in het laatste verslag besproken klacht betreffende de vrachtvergoeding voor kleinere schepen in de Trans-Atlantische vaart is tegemoet gekomen. Eind mei vertrok het stoomschip Winterswijk en in juni vertrokken de stoomschepen RIJSWIJK, RANDWIJK en BRUNSWIJK naar Amerika, om graan te halen voor de Regering, van deze schepen is slechts het laatstgenoemde hier teruggekeerd en wel met graan voor de Belgian Relief. Het stoomschip NOORDWIJK, hetwelk eveneens was opgevorderd en op 20 juni gereed tot vertrek, is echter sedert nog niet uitgevaren; het stoomschip BRUNSWIJK ligt sinds 23 augustus, de dag waarop het na zijn laatste reis gelost was, eveneens hier op.
Omtrent de vooruitzichten laat zich niets met zekerheid zeggen; daar evenwel de hier liggende schepen hun volle equipages aan boord hebben, zal, indien het gedwongen havenverblijf dit jaar mocht voortduren, met belangrijke uitgaven moeten worden rekening gehouden. Ook de uit Amerika teruggekeerde en nog terug te keren bemanningen worden financieel gesteund. In verband hiermee, en tot eventuele dekking van de uitgaven op lopende reizen, waarvan de verrekening in geval die schepen verloren mochten gaan, alsnog onzeker is, zijn de reserves overeenkomstig versterkt.
De volgende winsten werden per stoomschip behaald: NOORDWIJK NLG 66.437,31, RIJSWIJK NLG 101.591,72, BRUNSWIJK NLG 114.757,48, RANDWIJK NLG 212.455,07 en WINTERSWIJK NLG 189.772,49.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Stoomvaart Maatschappij Nederlandsche Lloyd.
In de heden alhier gehouden jaarlijkse algemene vergadering van aandeelhouders werd tot mededirecteur benoemd de heer A.P. van der Voren en werd tot commissaris gekozen de heer mr. J. van Hoboken.
Aan het in deze vergadering goedgekeurde verslag over het 16e boekjaar, eindigend 31 december 1917, is het volgende ontleend:
Het stoomschip GELDERLAND werd in juli, nadat het ten gevolge van de maatregelen, in verband met de verscherpte duikbootoorlog, sedert februari in Engeland had stilgelegen en eindelijk was vrijgelaten, op de reis van Engeland naar Rotterdam met een lading steenkolen, voor de Waterweg door Duitse watervliegtuigen aangehouden en naar Zeebrugge opgebracht; onze Regering heeft niet kunnen voorkomen, dat deze
onrechtmatige daad door spoedige vrijgave werd hersteld en het kon niet verhinderd worden, dat de zaak bij het Prijsgerecht aanhangig werd gemaakt ten gevolge waarvan het schip zelfs nu nog niet vrij is en bij de volkomen onzekerheid, welke de beslissingen van het ‘Prisengericht’ kenmerken, met de mogelijkheid moet worden gerekend, dat het schip niet terugkomt. Het stoomschip NEDERLAND werd in november op de uitreis naar Engeland, om kolen te halen, getorpedeerd; de boekwaarde van deze boot werd door de timecharteraars, volgens overeenkomst, vergoed.
De winst, na afschrijving op de stoomschepen à 6%, bedraagt NLG 101.823,83½, waarbij komt het saldo van het vorig jaar ad NLG 109.461,58, is totaal NLG 211.285,41½.
Hiervan wordt, overeenkomstig voorstel van de directie, allereerst een gelijk bedrag als aan Oorlogswinstbelasting betaald, doch teruggevorderd, zijnde NLG 130.440,05 terzijde gesteld, waarna een saldo overblijft van NLG 80.845.36½ dat als volgt verdeeld wordt: 5% dividend aan aandeelhouders NLG 62.500, 10% aan het reservefonds NLG 3.084,53, 20% tantièmes aan directie en commissarissen NLG 6.169,07, belasting NLG 4.156,25, waarna onverdeeld saldo ad NLG 4.935,51½ op de nieuwe rekening wordt overgebracht.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 29 mei. Volgens het Nieuwsblad van het Noorden te Groningen passeerden aan de Hooge der A aldaar, de plaats waar de vaart is verwijd ten behoeve van de zeeschepen die gebouwd worden aan het Winschoterdiep, voor het eerst een drietal nieuwe zeeschepen (motorboten), elk van 500 ton, nl. de VOLKERAK, HOLLANDSCH DIEP en REBECCA.
De eerste is gebouwd op de werf van de firma Wilmink en de beide andere op de werf van de firma Mulder te Martenshoek. Deze schepen, alle bestemd voor de Hollandsche Algemeene Atlantische Scheepvaartmaatschappij, Rotterdam, zouden 28 mei met springtij over de Friese Wadden en de Zuiderzee naar Amsterdam vertrekken.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 29 mei. Te Foxhol is met gunstig gevolg van de scheepswerf van de firma J. Smit & Zn. te water gelaten een 3-mast schoener ongeveer 600 ton groot; er wordt een Kromhout ruwe oliemotor van 130 pk in geplaatst. Een gelijk vaartuig is weer in aanbouw.


31 mei 1918


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De NIEUW AMSTERDAM.
Vanochtend om vier uur is de NIEUW AMSTERDAM van de Wilhelminakade los gemaakt en om kwart over zevenen was zij in zee. Om 08.40 passeerde de NIEUW AMSTERDAM Scheveningen. Het schip wordt tot Den Helder begeleid door de sleepboot ZWARTE ZEE en tot Doggersbank-Noord mede door de sleepboot Witte Zee. Er waren aan boord 349 passagiers eerste klasse, 274 tweede en 26 derde klasse, grotendeels voor Indië bestemde rijksambtenaren. Te Rotterdam bleven achter ettelijke honderden, meest tweede en derde klasse passagiers, van wie de passen nog niet in orde waren. Het is met die passen een onbillijke, laatdunkende plagerij geweest, die weleens openlijk mag worden besproken. Voorheen was het verkrijgen van een buitenlandse pas — eigenlijk alleen voor Rusland nodig — feitelijk een formaliteit, die met een bezoek aan het stadhuis, afdeling passen, en aan een consulaat was afgelopen. Sinds de oorlog uitbrak, levert het bekomen van een pas tal van bezwaren; de consulaire ambtenaren, die met het viseren er van belast zijn, stellen allerlei voorwaarden en eisen de beantwoording van vele vaak zeer intieme vragen. Om kleinigheden wordt een pas geweigerd. Zo is naar de Ententelanden een pas in de regel niet te krijgen voor wie gedurende de oorlog ook maar even over de Duitse grens is geweest. Doch de moeilijkheden van Amerikaanse zijde in de passen kwestie gesteld, overtreffen alles, wat op dit stuk tot nu is gedaan.
Alle aanvragen gaan via het consulaat naar het gezantschap in Den Haag en dit moet telegrafisch machtiging voor het visum in Washington vragen bij het War Department. Dit behandelt elke aanvraag stuk voor stuk en heeft daar dagenlang voor nodig. Alleen voor hen, die het geld beschikbaar hebben voor herhaalde dringende telegrafische aanvragen, is soms wel op tijd de pas gereed gekomen. Maar van de tweede en vooral de derde klasse passagiers zijn thans een groot aantal het slachtoffer geworden. De directie van de N.A.S.M. heeft te hunner gerief het vertrek een dag uitgesteld, doch in verband met de door Duitsland gemaakte bepalingen omtrent de vrije doorvaart, kon niet langer dan tot vanochtend gewacht worden. Zonder voldoende pas kon niemand meegenomen worden, want ongerekend het gevaar en de moeilijkheden, waaraan de betrokkene zich blootstelde, zouden voor de N.A.S.M. zelf van zulk vervoer ernstige bezwaren en grote kosten het gevolg kunnen zijn. Als bewijs van de willekeurige passenregeling voor persoon na persoon dient, dat soms van een gezin vader en moeder ieder wel een pas visum verkregen, de kinderen niet. Er was een vrouw, die, om de overtocht voor haar en haar kinderen te betalen, al wat zij bezat heeft verkocht. Zij kon niet op tijd passen krijgen en blijft nu hulpeloos achter. Dinsdag kwamen er nog tien, gisteren nog 5 van de ruim zeshonderd langverbeide passen los. Men begrijpt de vreugde van de gelukkigen en de teleurstelling van de niet fortuinlijken, van wie er al vóór weken hun eerste aanvraag waren begonnen. Plagerijen van anderen aard kwamen voor. Zo maakten de Amerikanen bezwaar tegen het meereizen van de eerste officier met een Duitse naam en de Duitsers van hun zijde tegen de Amerikaanse dokter, wiens landaard en gezag bij de autoriteiten in New York voor de passagiers van zo groot nut zouden zijn geweest. Zowel de officier als de dokter moesten vervangen worden. Ook de Duitsers hebben, tegenover de door hen toegestane vrije doorvaart, kritiek over de passagierslijst verlangd en alle Amerikanen, beneden 50 jaar het meevaren geweigerd. Zulke moeilijkheden worden aan de Nederlandse scheepvaart, voor het enige schip dat in een tijdperk van vele weken vertrekken mocht, bereid …. Voor ‘note gaie’ in al deze misère, zorgde het distributiebedrijf. Dat heeft, toen bekend werd dat een kleine zeshonderd passagiers niet mee mochten, onmiddellijk beslag gelegd op het voor deze mensen berekende vlees, drie à vierduizend kilogram en dit zal nu in de eenheidsworst worden verwerkt.
Hoe de NIEUW AMSTERDAM tussen de versperde gebieden moet heen koersen, om de Atlantische Oceaan te bereiken


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Nederland en de oorlog. Onze scheepvaart.
Er is nog geen overeenstemming bereikt inzake de regeling van de verstrekking van vrijgeleide aan Nederlandse zeeschepen. Hangende de onderhandelingen zijn pogingen aangewend om van de drie tot uitvaren gereed liggende vaartuigen, die in ruil voor onze graanschepen naar de Verenigde Staten zouden vertrekken, vrijgeleide te doen uitreiken, doch de Duitse regering stelt zich op het standpunt, dat, nu voorstellen voor een algemene regeling zijn gedaan, geen uitzonderings-vrijgeleide kunnen worden verstrekt. De NIEUW AMSTERDAM valt buiten het z.g. Marine-Abkommen. Het oponthoud van dat schip had met deze kwestie niets uitstaande.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Amsterdam, 29 mei. Volgens alhier ontvangen particulier bericht is het Nederlandsche zeilscheepje NOOIT VOLMAAKT, kapt. Pronk, op reis van Rotterdam naar Zweden, 15 maart naar Swinemünde opgebracht, vrijgegeven en behouden te Gotenburg aangekomen. Alles wel aan boord. Het schip deed zijn eerste reis als vrachtlogger.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Bergen, 22 mei. De bemanning van de Nederlandse schoener ZAANDAM heeft hedenvoormiddag een scheepsverklaring afgelegd. Uit deze verklaring blijkt, dat het schip 5 mei van Rotterdam vertrok en te Hoek van Holland door aanvaring een deel van de deklast verloor en schade leed aan de verschansing; dat het 11 mei te Korsfjord was aangekomen, 12 mei anker op ging, na zeil gezet te hebben niet vlug genoeg voor de wind afviel en daardoor met het achterschip de grond raakte, hoewel men het anker weer had laten vallen. Bij het later gevolgde duikeronderzoek bleek, dat het schip geen noemenswaardige schade had geleden en dat de bodem slechts licht geschuurd was.


01 juni 1918


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De NIEUW AMSTERDAM. Gistermorgen te negen uur is de NIEUW AMSTERDAM Katwijk aan Zee gepasseerd. Drie vliegmachines van onbekende nationaliteit bevonden zich volgens het Hbl. tussen Katwijk en Noordwijk in de onmiddellijke omgeving van het schip. Een draadloos bericht uit Scheveningen meldde gistermiddag, dat de NIEUW AMSTERDAM te 11.15 uur vm. boei Egmond was gepasseerd. Het schip passeerde gistermiddag 4.15 uur het lichtschip Haaks. De NIEUW AMSTERDAM is hedenmorgen 9 uur Doggersbank-Zuid gepasseerd.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Etablissement Fijenoord.
In de heden gehouden gewone jaarlijkse algemene vergadering van stemhebbende aandeelhouders van de Mij. voor Scheeps- en Werktuigbouw Fijenoord werden de heren D. Croll en Th.P. Löhnis tot leden van de permanente commissie herkozen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

In de algemene vergadering van Van Nievelt, Goudriaan & Co’s Stoomvaart Maatschappij zal een dividend worden voorgesteld van 50% (v.j. 100%).


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

In de gisteren gehouden vergadering van aandeelhouders in de Scheepvaartmaatschappij Holland—Friesland te Rotterdam, zijn balans en de winst- en verliesrekening goedgekeurd, terwijl het dividend werd bepaald op 9% (v.j. 7%). De heer J. Koopman werd als commissaris herkozen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 31 mei. De firma Van Goor & Spiekman te Zwartsluis, heeft onder grote belangstelling met goed gevolg te water gelaten een 2-mast stalen motorschoener van de volgende afmetingen: Lengte 31,40 m., breedte 6,99 m., holte 3,20 m. Het schip heeft een laadvermogen van 320 ton en wordt voorzien van een Kromhout 2 cil. ruwolie motor van 90 pk. Het schip is gebouwd voor de Atlantische vaart onder Klasse Germanischer Lloyd en Scheepvaartinspectie.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Uit Washington verneemt het persbureau Vas Diaz: De Amerikaanse regering heeft vergunning gegeven tot de reis van het stoomschip VULCANUS van Curaçao naar de La Platarivier en terug naar Paramaribo en er in toegestemd, dat het alle nodige bunkerfaciliteiten zullen worden verleend. Het schip zal te Buenos Aires het nodige graan innemen, ten behoeve van de Nederlandse West-Indische koloniën.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Stockholm, 26 mei. De alhier residerende Nederlandse gezant heeft een onderzoek ingesteld naar het verblijf van het in maart van Noorwegen naar Rotterdam vertrokken schip RENSIENA II. De onderzoekingen zijn echter vruchteloos gebleven.


03 juni 1918


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Na een geslaagde proeftocht is op 31 mei door de Rotterdamsche Algemeene Scheepvaart Maatschappij van de Scheepsbouwwerf ‘De Maas’ te Slikkerveer het stoomschip SLIKKERVEER overgenomen. De hoofdafmetingen van dit stoomschip zijn: Lengte tussen de stevens 47 meter, grootste breedte 7,60 meter, hol in de zijde 3,85 meter; het schip heeft een dubbele bodem over de gehele lengte van laadruim, machine- en ketelruim, benevens een voor- en een achterpiektank. De driecilinder triple-expansie machine met oppervlakcondensatie, gebouwd door de firma Gebr. Stork & Co. te Hengelo, ontwikkelt 450 ipk. Het schip heeft de hoogste klasse van de Germanischer Loyd Atlantische vaart.
De beide zusterschepen, voor de R.A.S.M. bij dezelfde werf in aanbouw, zullen in de loop van juni kunnen proefstomen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Prijzenhof te Hamburg.
De correspondent van het Hbl. te Hamburg seint: In de gisteren gehouden zitting van het Prijzenhof werden de volgende zaken behandeld:
Het Nederlandse stoomschip GELDERLAND, 23 juli 1917 op reis van Newcastle op terugweg met kolen naar Rotterdam aangehouden en naar Zeebrugge opgebracht, werd met de lading verbeurd verklaard. De eisen van de Stoomvaart Maatschappij Nederlandsche Lloyd en de Scheepvaart- en Steenkolen Maatschappij werden afgewezen. Appellanten werden veroordeeld lot het dragen van de kosten.
De lading van het stoomschip KONINGIN REGENTES werd gedeeltelijk verbeurd verklaard. Voor sommige goederen werd schadevergoeding toegestaan.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Hamburg, 30 mei. Het Nederlandse schip SEMPER SPERA is door de reder C.A. Söergaard te Aalborg aangekocht.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Hamburg, 30 mei. De in 1917 te Kristiania gevestigde Noord-Russische stoomvaartmaatschappij heeft bij de Werkspoor te Amsterdam twee motorboten, ieder groot 6.500 ton dw. besteld. Voor andere Noorse rederijen zijn nog twee boten van dat soort in Nederland in aanbouw.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Hamburg, 30 mei. Sedert het uitbreken van de oorlog heeft de Noorse koopvaardij door oorlogstoestanden 759 schepen met een inhoud van 1.228.541 register ton verloren; nl. 592 stoom- en 167 zeil- en motorschepen. Met het verongelukken van die schepen lieten 964 personen het leven en worden er 2 vermist.


04 juni 1918


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De Haven van Rotterdam – dinsdag 4 juni.
Sedert de opgaaf van zaterdagmiddag zijn twee zeilschepen te Rotterdam aangekomen:
De VERTROUWEN, van Stavanger met haring en de PALLAS van Drammen met houtstof.
Sedert 1 januari kwamen de Nieuwe Waterweg binnen 421 schepen, metende 354.160 netto reg. ton tegen 703 schepen, metende 637.198 netto reg. ton in dezelfde periode van verleden jaar, dus een vermindering van 252 schepen en 283.038 netto reg. ton.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Hr.Ms. TABANAN. Ingevolge Kon. Besluit van 23 mei is Hr.Ms. TABANAN zaterdag jl. te Rotterdam in dienst gesteld. Het bevel over die bodem is opgedragen aan de kapitein ter zee A.F. Gooszen. Bij gelegenheid van de in dienststelling had zaterdagmiddag 4 uur aan boord van de TABANAN een kleine plechtigheid plaats. Op dat uur werd het schip hulpkruiser en de commandant hield naar aanleiding daar van tot het marinepersoneel een korte toespraak, allen aanmoedigende om de vaderlandse driekleur op zee hoog te houden en goed en bloed, als het nodig mocht zijn, veil te hebben voor Koningin en Vaderland. Daarna werd de Marine vlag gehesen en was het schip overgegaan van de Rotterdamsche Lloyd in handen van de Nederlandse Regering. Aan boord worden geplaatst: (opm: deze namen niet vermeldt in de Kroniek – zie RN 040618 blz. 6).


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Amsterdam, 1 juni. De nieuw gebouwde motorschepen HOLLANDSCH DIEP, REBEKKA en VOLKERAK van de Hollandsche Algemeene Atlantische Scheepvaart Maatschappij zijn gisteren hier aangekomen en hebben ligplaats genomen in het Westerdok.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Delfzijl, 1 Juni. Met gunstig gevolg is van de scheepswerf Eems van de firma Joh. Berg te Farmsum te water gelaten het vrachtstoomschip DEGRADO, groot 650 ton dw. Het is gebouwd voor Noorse rekening en heeft een machine van 300 ipk. De kiel is gelegd voor een dergelijk vaartuig.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Batavia, 22 mei. De stoomschepen CEYLON van de Rotterdamsche Lloyd, de TJISALAK van de Java-China-Japan Lijn en de BINTANG, BILLITON en NIAS van de Stoomvaart Mij. Nederland zullen in de dienst van Batavia op San Francisco worden geplaatst.


05 juni 1918


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Amsterdam, 4 juni. De op de werf van J.Th. Wilmink te Groningen nieuw gebouwde 3-mast motorschoener VOLKERAK (800 brt.), de bij L. Mulder te Martenshoek gebouwde 3-mast motorschoeners HOLLANDSCH DIEP en REBEKKA (elk 500 br. ton) en het bij H. Zwolsman & Zn. te Workum gebouwde stoomschip WESTERSCHELDE {450 brt.), alle van de Hollandsche Algemeene Atlantische Scheepvaart Maatschappij, zijn via de Zuiderzee hier aangekomen en hebben ligplaats genomen in het Westerdok. Deze schepen, benevens de reeds vroeger hier aangekomen aan dezelfde rederij behorende nieuwe stoomschepen OUDE MAAS (2.200 brt.), LILIAN SPLIETHOFF en WATERWEG (elk 300 brt.) liggen alle gereed om uit te varen, zodra de economische onderhandelingen met Duitsland tot een goed resultaat hebben geleid.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Nederland en de oorlog. Vrachtlogger op een mijn gelopen. Eén man gedood.
Bij de Zeevisscherij-Maatschappij Holland te Vlaardingen, directeur de heer D. Kwakkelstein, is gisteravond telegrafisch bericht ontvangen, dat het vrachtloggerschip ANNIE EN ADRI, op weg van Noorwegen naar Rotterdam met een lading sloeharing, op een mijn is gelopen en gezonken. Bij de ontploffing werd een van de opvarenden, de 25-jarige C. de Ligt, ongehuwd, wonende te Vlaardingen, gedood. De kapitein en stuurman zijn gewond en met de overige bemanning te Harwich aan land gebracht.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Amerikaans graan voor ons land en de Koloniën.
Reuter seint uit Washington, d.d. 1 juni: De Nederlandse stoomschepen STELLA en JAVA, aan welke reeds enige tijd geleden werd toegestaan graan voor Nederland in te nemen, zijn vol geladen en tot uitvaren gereed, maar de reders hebben om de een of andere reden de boten gelast niet te vertrekken.
Deze handeling voert tot een ongewenste vertraging van de maatregelen, welke de Amerikaanse regering heeft genomen om te voorzien in de onmiddellijke voedselnood in Nederland en waartoe die regering broodkoren liet aanvoeren in voor de uitvoer geschikte havens zodat de verscheping zonder uitstel kon geschieden. Behalve de ladingen voor de STELLA en de JAVA liggen reeds tien dagen nog 15.000 ton in Amerikaanse havens in afwachting van verscheping naar Nederland en het is zo geregeld, dat een gelijke hoeveelheid gereed zal zijn, wanneer ook de stoomschepen aankomen om dat graan te laden. De War Trade Board heeft vandaag het Nederlandse stoomschip CEYLON, dat volgens contract van Nederlands-Indië naar de Verenigde Staten terugkeert, gemachtigd om alvorens die overeenkomst uit te voeren, een reis heen en weer van Java naar Saigon te maken om rijst voor Java te halen. Deze concessie is gedaan op verzoek van de Nederlandse zaakgelastigde De Beaufort in verband met het gebrek aan voedingsmiddelen op Java. De War Trade Board heeft voorts de belangen overwogen van andere Nederlandse koloniën door het verschepen te vergemakkelijken van een lading meel van Argentinië naar Suriname. Zulks ter aanvulling van de ladingen meel, welke de Verenigde Staten reeds hebben toegestaan aan Suriname en Curaçao. Het bericht, dat aan 2 Nederlandse schepen vrijgeleiden voor een reis naar Amerika zijn uitgereikt, kan - naar het Hbl. zegt - slechts worden beschouwd als een aanwijzing, dat het z.g. Marine-Abkommen binnen enkele dagen zal worden afgesloten. In een vorig stadium van de besprekingen heeft de Duitse regering bezwaar gemaakt tegen het uitreiken van uitzonderings-vrijgeleiden; thans zijn de onderhandelingen blijkbaar zo ver gevorderd, dat men alleen van een vooruitlopen op de uitvoering van de algemene tonnage-overeenkomst kan spreken. Er is reden te geloven, dat deze overeenkomst voor de verstrekking van de vrijgeleiden gunstiger voorwaarden zal bevatten, dan aanvankelijk bedongen schenen te kunnen worden. Men heeft n.l. bij deze onderhandelingen van Duitse zijde opnieuw een poging gedaan, ons te betrekken in de economische oorlog, die na de krijg met de blanke wapenen dreigt uit te breken.
Nederlandse schepen die met Duits materiaal hier te lande gebouwd worden zouden gedurende een bepaald tijdvak niet mogen varen voor staten, die thans met de centralen in oorlog zijn. Deze eis schijnt men thans te hebben laten vallen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Het vertrek van de FRISIA.
Naar de Tel. verneemt, zal het vertrek van het stoomschip FRISIA van de Kon. Holl. Lloyd, wegens verschillende formaliteiten die nog vervuld moeten worden, vertraging ondervinden.
De passagiers werd gemeld, dat indien hun passen zaterdag 8 juni, voor 's middags 12 uur, niet behoorlijk door de Amerikaanse consul geviseerd en ten kantore van de Maatschappij getoond zijn, hun recht op passage vervalt. De passagiers van de NIEUW AMSTERDAM, die achtergebleven zijn en van wie de pas thans in orde is, zullen de open gekomen plaatsen bezetten.


06 juni 1918


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 5 juni. Hr.Ms. hulpkruiser TABANAN vertrok 5 juni van Rotterdam naar Java via Nieuwediep en was ‘s voormiddags 7.55 uur in zee.


07 juni 1918


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Van Nievelt, Goudriaan en Co's Stoomvaart Mij. te Rotterdam.
Het heden verschenen verslag constateert dat de ontwikkeling van de gebeurtenissen nog ongunstiger is geweest dan het vorige jaar reeds werd gevreesd. De deelneming van de Verenigde Staten aan de oorlog is daarvan wel de voornaamste oorzaak. De weigering van dit land om de schepen in Amerika te voorzien van bunkerkolen en het verbod van uitvoer van granen en andere goederen maakten feitelijk een einde aan de mogelijkheid tot uitoefening van het bedrijf. Twaalf van de schepen van de Maatschappij, waarvan een elftal door de Nederlandse Regering gevorderd voor de aanvoer van graan en veevoeder, kwamen in juni in Noord Amerikaanse havens aan, doch hebben de thuisreis niet kunnen aanvaarden. De meeste zijn beladen geweest, doch moesten de lading weer lossen. AI deze schepen werden inmiddels door de geassocieerde regeringen in beslag genomen. Een drietal schepen eveneens door de Nederlandse Regering gevorderd voor de aanvoer van graan lag sedert juni in Nederland tot vertrek naar Amerika gereed, doch mocht als gevolg van de gerezen moeilijkheden niet uitvaren. Toegevende aan begrijpelijke drang door de gemachtigde van de regering uitgeoefend, stelden wij 21 oktober een van deze schepen, n.l. het stoomschip MEGREZ, beschikbaar voor de aanvoer van kolen van Engeland. Reeds op de tweede uitreis werd dit schip in ballast door een Duitse duikboot in de grond geboord. Persoonlijke ongevallen kwamen daarbij niet voor. Door de Staat werd ter zake van het verlies van dit schip een bedrag vergoed overeenkomende met ca. 75% van de vervangingskosten. Nieuw in de vaart kwamen de MIRACH en de SIRRAH, beide schepen van 6.290 ton draagvermogen, die onderscheidenlijk 6 juni en 11 november door de Rotterdamsche Droogdok Maatschappij werden opgeleverd, waarvan eerstgenoemde behoort tot de in Amerika in beslag genomen schepen. Het verslag maakt dan melding van de met de Regering gesloten regelingen ten aanzien van een aantal schepen uitgevaren naar Noord- en Zuid-Amerika in de periode van augustus 1916 tot maart 1917 voor rekening van de Nederlandse Staat en waarvoor bij het aanvaarden van de reis de vracht voorwaardelijk werd bepaald, gelukte het na langdurige onderhandelingen met de Regering overeen te komen dat ter zake van door deze schepen ondervonden buitengewoon oponthoud schadeloosstelling alsmede voor zover het de kleine schepen betreft een vrachttoeslag zou worden gegeven. De deswege aan de vennootschap ten goede komende bedragen zijn onder de resultaten van het verslagjaar opgenomen, evenals de uitkomsten van de vijftien gemaakte rondreizen. Voorts werd met de Regering een regeling getroffen ten aanzien van de krachtens vordering naar Noord-Amerika vertrokken schepen, welke de thuisreis niet hebben kunnen aanvaarden. Op grond van de hier bedoelde regeling wordt voor het in Amerika ondervonden oponthoud van de schepen een schadeloosstelling gegeven van ca. 40 cent per netto reg. ton per dag, benevens vergoeding van de kosten in verband met de lading ontstaan voor de aanzienlijke kosten aan de uitreis verbonden. Voor gages, voeding, uitrusting, onderhoud, steenkolen, verzekering tegen molest en gewoon zeegevaar werd daarentegen generlei schadeloosstelling toegekend.
De vergoeding voor bovenbedoeld oponthoud, berekend tot 31 december werd eveneens onder de uitkomsten van het verslagjaar verantwoord. Voor het oponthoud ondervonden door de gevorderde in Nederland opgehouden schepen werd nog geen schadeloosstelling toegekend. Hierover worden nog besprekingen gevoerd.
Niettegenstaande de vloot wederom in grote toenam, moesten onder de geschetste omstandigheden de uitkomsten van het bedrijf bij die van de jaren 1915 en 1916 verre ten achter blijven. Dat de exploitatierekening toch nog een bevredigend overschot laat, is te danken aan de omstandigheid dat ten laste van die rekening slechts werd geboekt een premie voor verzekering tegen zeegevaar en molest, berekend over een waarde van de schepen van 250 gulden per ton draagvermogen, zijnde minder dan de helft van de tegenwoordige vervangingskosten. Ware de verzekeringspremie berekend over een som evenredig aan de tegenwoordige waarde van schepen dan zou de exploitatie verlies hebben opgeleverd. Bovendien werd in overleg met de raad van commissarissen grotendeels in eigen beheer verzekerd. Het resultaat daarvan blijkt uit het winstsaldo ‘Verzekering eigen risico’. De winst- en verliesrekening geeft als bruto overschot van de exploitatie NLG 2.047.027 en als voordelig saldo van de rekening eigen risico NLG 862.682. Laatstgenoemd bedrag wordt geheel gebezigd voor de vorming van een reserveverzekering eigen risico. Van de exploitatie winst wordt NLG 515.506 gebezigd voor afschrijving op de vloot NLG 118.862 voor storting in het reparatiefonds en NLG 355.000 als reserve oorlogswinstbelasting 1917. Uit een restant is de uitdeling van een dividend van 50% mogelijk. De overige NLG 369.001 worden naar nieuwe rekening overgebracht. De directie noemt deze verdeling gunstig in verhouding tot de behaalde exploitatiewinst, wijl deze per 1.000 ton draagvermogen slechts NLG 1.693 bijdraagt tegen NLG 17,79 in de aan het oorlogsjaar 1914 onmiddellijk voorafgaande driejarige periode. De uitkering van een hoog percentage is slechts te danken aan het steeds toegepaste stelsel van zonder kapitaaluitbreiding van uit behaalde winst de vloot te vergroten. Over het nieuwe boekjaar valt nog weinig te zeggen. De vergoeding van 35 schepen per maand door Amerika toegezegd voor het gebruik van de 12 in beslag genomen schepen is op zich zelf niet ongunstig en zal wel van de wisselkoers afhangen en voornamelijk van de vraag in welke toestand de schepen worden teruggegeven of bij verloren gaan vergoed worden. De directie is er in geslaagd een 9-tal schepen met ca. 22.500 ton draagvermogen te verwerven. Hiervoor is uitgifte van verdere aandelen nodig.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. De Raad zal maandag 10 juni a.s. te 1.30 uur namiddag behandelen het onderzoek naar:
a. Het stranden nabij Slettestrand (Jutlandse kust) op 25 maart 1918 van het zeilschip ROTTERDAM. Reder: M.J. van der Eb; gezagvoerder: G.R. Bok, beiden te Rotterdam.
b. Het door twee vliegtuigen met bommen bestookt en beschoten worden op de Noordzee op 9 mei 1918 van het koftjalk-schip VOORWAARTS. Reder: J. Engelsman; gezagvoerder: R. Houtstra, beiden te Groningen.
c. Het stranden op de kust van Jutland op 6 december 1917 van het zeilschip ARIAANTJE. Rederij: N.V. Zeevrachtvaart Mij. ‘Zuid-Holland’ te Vlaardingen; gezagvoerder C. Bosma, te Groningen.
d. het vermoedelijk met man en muis vergaan op de reis van Frederikstad naar Rotterdam op of na 22 oktober 1917 van het zeilschip CONCORDIA CONSTANS. Reder W. den Dulk Jaczn. te Scheveningen.
Op dinsdag 11 juni a.s., 1.30 uur ‘s namiddags het onderzoek naar de plaats gehad hebbende broeiing en ontploffing in de kolenbunkers van het stoomschip GORONTALO op 30 april 1917. Rederij: Stoomvaart Maatschappij Rotterdamsche Lloyd, te Rotterdam; gezagvoerder: G.H. Ruhaak te Schiedam.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Gisteravond is te Vlissingen uit Zeebrugge aangekomen het Nederlandse stoomschip IMPORT, dat door het Prijzenhof te Hamburg is vrijgelaten. Het schip komt heden binnendoor naar Rotterdam. De IMPORT behoort aan de Rotterdam - Londen Stoomvaart Maatschappij, directeur J.O. Staab.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De TEXEL tot zinken gebracht.
Reuter seint uit London. dat een van de stoomschepen, welke door een Duitse duikboot, opererende onder de Amerikaanse kust, ter hoogte van New England en New Jersey, in de grond zijn geboord, is het vroegere Nederlandse stoomschip TEXEL.
De TEXEL behoort tot de door het Amerikaanse gouvernement opgevorderde Nederlandse schepen, die voor dat gouvernement varen. Zij is eigendom van de Stoomvaart Maatschappij Triton te Rotterdam, directeur Wm. Ruys & Zonen, in 1913 gebouwd en mat 3.210 ton bruto en 1.986 ton netto.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Uitwisseling van krijgsgevangenen.
De KONINGIN-REGENTES op een mijn geloop en gezonken.
Morgen in de namiddag worden de drie hospitaalschepen uit Boston weer hier aan de Lloydkade verwacht. De SINDORO heeft aan boord 17 officieren en 25 onderofficieren en 6 krankzinnigen; de KONINGIN REGENTES geen enkele passagier en de ZEELAND 19 burgers. Voor deze 67 passagiers wordt de kostbare reis echter niet alleen gemaakt. Aan boord van de SINDORO is n.l. ook de commissie van Engelse autoriteiten, die hun regering vertegenwoordigen zullen bij de te 's-Gravenhage met Duitse gevolmachtigden te houden conferentie over de verdere uitwisseling van krijgsgevangenen, bestaande uit de heren Sir George Cave, minister van binnenlandse zaken, Lord Newton en generaal Belfield. Er moest op deze heren met het vertrek uit Boston enkele dagen gewacht worden. De bedoeling is dat de Duitse uitgewisselden dadelijk worden opgenomen in het hospitaal op de kade en zaterdagmorgen voor zover zij niet geïnterneerd worden naar Duitsland vertrekken. En reeds zaterdagmorgen varen de drie schepen weer uit voor Boston.
Tot zover het bericht, dat ons in de morgen gewerd. Later in de middag kwam de schokkende mededeling, dat om 1.15 uur, 20 mijlen beoosten Leemansbank onder de Engelse kust, de KONINGIN REGENTES op een mijn gelopen en gezonken is. De SINDORO was onmiddellijk nabij ter hulpverlening aan de drenkelingen, zo werd ons draadloos verder geseind. Ongelukkigerwijze is niet de gehele bemanning van het rampspoedige schip gered geworden. Vier stokers zijn verdronken, zij worden althans vermist en de administrateur, de heer Smit is wel levend aan boord van de SINDORO gebracht, doch daar overleden. Het konvooi deed een aantal welgeslaagde reizen en de vaart leek zo veilig en verzekerd. Het ongeval is wel diep te betreuren. Het verloren schip — een raderboot — is in 1895 gebouwd, 1.970 bruto ton groot (814 netto) en eigendom van de Maatschappij Zeeland te Vlissingen. Een gelukkig toeval wilde, dat er geen gewonde Duitse uitgewisselden aan boord van het schip waren. Wel voeren de zusters Doorenbos, Kuhlemeijer en Vermaas en de geneesheer dr. De Rook mee. De Engelse delegatie die volgens het door ons ontvangen telegram aan boord van het verongelukte schip was, bevond zich, naar de Lloyd-directie ons verzekerde, op de SINDORO.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Naar Swinemünde opgebracht.
Blijkens hier te lande ontvangen ambtelijk bericht zijn de Nederlandse tjalken ZEESTER van Wildervank geladen met hoepels op weg van Rotterdam naar Stockholm en ROELFINA van Gasselternijveen, geladen met hout en op weg van Karlskrona naar Leerdam naar Swinemünde opgebracht. (opm: zie ook RN 080618)


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Vlissingen, 5 juni. Het hedenavond alhier uit Zeebrugge aangekomen Nederlandse stoomschip IMPORT, dat 6 januari 1917 naar Zeebrugge werd opgebracht en nu door het Prijzenhof te Hamburg is vrijgegeven, vertrekt morgen binnendoor naar Rotterdam.
Vlissingen, 6 juni. Het stoomschip IMPORT is hedenmorgen 6.30 binnendoor naar Rotterdam vertrokken.


08 juni 1918


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Het konvooi naar Indië. De burgerlijke gouvernementspassagiers die met het stoomschip NOORDAM op 15 juni a.s. met het konvooi naar Indië zullen vertrekken, hebben van Regeringswege een aanschrijving gekregen, dat zij er op hebben te rekenen, dat aan boord van de NOORDAM geen gelegenheid bestaat om gedurende de reis te wassen. Bovendien is hun meegedeeld, dat eerste klasse passagiers alleen dan de hulp mogen inroepen voor het geven van onderwijs aan hun kinderen door een tweede klasse passagier, wanneer daartegen aan boord van het schip zelf geen bezwaar wordt gemaakt. Juffrouwen van gezelschap en gouvernantes mogen niet worden meegenomen, baboes echter wel, maar deze zijn in Nederland niet te bekomen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De FRISIA. In aansluiting op haar vorig bericht, verneemt de Tel. dat de FRISIA eerst in Newport News (Verenigde Staten) zal bunkeren. Daarna stoomt het schip naar New York om de rest van de graanlading te gaan halen. Het is zo goed als zeker, dat de FRISIA niet naar Halifax behoeft te stomen voor een nader onderzoek, maar direct van New York naar Nederland vertrekken zal.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De vaart van Indië op Amerika hersteld.
Het passagiersschip REMBRANDT van de Stoomvaart Maatschappij Nederland, is 23 mei van Batavia en 28 mei van Singapore naar San Francisco vertrokken. De Lloyd-boot WILIS zou eveneens op 29 mei uit Indië naar Amerika vertrekken, hoofdzakelijk om de met het stoomschip NIEUW AMSTERDAM verwachte passagiers af te halen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De WATERPLOEG opgebracht.
Volgens te IJmuiden ontvangen bericht is de koftjalk WATERPLOEG, kapt. Boerma, welke met haring van Bergen naar Vlaardingen onderweg is, door Duitse strijdkrachten aangehouden en naar Cuxhaven opgebracht.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De ZEESTER niet opgebracht.
Wij ontvingen gisteren een officieel bericht, dat de Nederlandse tjalken ZEESTER, op weg van Rotterdam naar Stockholm en ROELFINA naar Swinemünde waren opgebracht.
Voor zover de ZEESTER betreft, kan dit niet juist zijn, daar ons een brief van één van de opvarenden werd getoond, die te Stockholm werd afgestempeld 29 mei jl. Uit die brief bleek, dat de tjalk behouden in Stockholm is aangekomen. (opm: zie ook RN 070618)


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Stoomvaart Maatschappij Rotterdamsche Lloyd.
Het jaarverslag 1917 van de Stoomvaart Maatschappij Rotterdamsche Lloyd rept van toenemende ernstige moeilijkheden. De hier liggende schepen niet meegerekend, werden onze schepen in totaal niet minder dan 2.984 dagen opgehouden door de maatregelen van ‘bevriende’ regeringen, zegt het verslag.
Gedurende het verslagjaar kwamen slechts 2 na 1 januari afgescheepte ladingen binnen: Per stoomschip SINDORO via het Suez-kanaal en per stoomschip KAWI via de Panama-route. Van hier vertrokken 4 mailschepen: 1 via Suez en 3 via Panama, waarvan 1 uitsluitend met passagiers.
In 1917 werden gedaan: 3 reizen in de maildienst naar Java en terug; 7 reizen in de maildienst Java - San Francisco en terug; 3 reizen met de cargaboten naar Java en terug; 6 reizen met de cargaboten New York - Java -vice versa; 3 reizen met Regeringsgraan: benevens reizen op andere routes.
De vrachtschepen, welke op 1 februari 1917 te Falmouth met tal van andere Nederlandse schepen opgehouden werden, konden in mei, na verkregen vrijgeleide door het Engels
Kanaal de reis naar Holland voortzetten. De stoomschepen DELI en TERNATE, welke te Suez opgehouden werden (onderscheidenlijk van Rangoon en Java naar hier bestemd), verkregen geen vrijgeleide. In overleg met de eigenaren van de lading werd die van het eerstgenoemde schip te Suez gelost; het vertrok vervolgens naar Calcutta om daar in dwanghuur te gaan varen voor Engelse rekening. Het mocht na lange onderhandelingen bij het aangaan van die dwangverhuur gelukken tot een regeling te komen betreffende de levering van steenkolen aan het stoomschip TERNATE, voor de reis van Suez terug naar Padang. Aldaar nam het kolen in; na te Soerabaja gedokt te hebben, zette het de reis via Panama voort, doch kon zijn eindbestemming niet bereiken.
Van hier vertrok in september het vrachtschip CEYLON via Panama, na maanden lang te zijn opgehouden. Thans liggen nog in onze haven beladen de stoomschepen MEDAN, MENADO en GAROET, resp. sedert juli, augustus en september. Onder de huidige omstandigheden is het nog geheel onzeker, wanneer deze schepen zee kunnen kiezen.
Omtrent het krijgsgevangenentransport vertelt het verslag: Op verzoek van Zijne Excellentie de Minister van Buitenlandse Zaken traden de Stoomvaart Mij. Zeeland en wij in juli in onderhandeling met de oorlogvoerenden, betrokken bij de Haagse overeenkomst d.d. 2 juli regelende het uitwisselen van krijgsgevangenen en burgers.
Na langdurige onderhandelingen kwam ultimo december een overeenkomst tot stand, welke thans tot grote tevredenheid van partijen wordt uitgevoerd. Wij stelden ons stoomschip SINDORO voor die dienst beschikbaar, de Stoomvaart Mij. Zeeland de raderboten ZEELAND en KONINGIN REGENTES. In verband met de aard van het transport bedongen wij, behalve de exploitatiekosten, een normale rente en afschrijving over de waarde van ons schip. Wij stelden onze loods Holland kosteloos ter beschikking van het Nederlandse Rode Kruis. De exploitatierekening over 1917 laat een voordelig saldo van NLG 19.065.382; interest NLG 682.060; saldo van de vorige rekening NLG 15.010; tezamen dus NLG 19.762.458. Daarvan moet worden afgetrokken o.a. voor afschrijving op de stoomschepen NLG 3.265.141; assurantie-reserverekening NLG 1.000.000; reserve nieuwe aanbouw NLG 3.500.000; reserve diverse belangen NLG 7.487.520,05; reservefonds NLG 2.000.000, enz., tezamen NLG 17.511.682: blijft dus een saldo van NLG 2.250.776, waarvan wordt voorgesteld een uitdeling van 15 pct. over het kapitaal te doen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De ramp van de KONINGIN REGENTES. Zeven slachtoffers, acht gewonden.
Na 12 uur vannacht zijn de SINDORO en de ZEELAND hier voor de Lloydkade aangekomen met de vlaggen halfstok als rouwbetoon om het droef verloren gaan van de KONINGIN REGENTES. Aan boord van de SINDORO was het lijk van de administrateur, de heer W. Smit, meegebracht. Omtrent het gebeurde vernamen we dat de ramp zich in enkele ogenblikken voltrok, doch dat dadelijk drie boten buiten waren en de opvarenden daarin, behalve zes vermisten, die vermoedelijk in hun kooien verdronken zijn. De mijn — anderen spraken van een groot voorwerp dat snel het schip naderde — trof de KONINGIN REGENTES aan het voorschip en richtte daar een geweldige verwoesting aan. Veel opvarenden werden door de rondgeslingerde stukken hout en ijzer getroffen en gewond. De meesten sprongen in de onmiddellijk uitgezette boten, anderen raakten te water en moesten zich zwemmend trachten te redden. Onder hen was de heer Smit, die gewond door dr. De Roock werd gegrepen, doch in de boot reeds overleden bleek.
Passagiers had, behalve de dokter en de vier pleegzusters de KONINGIN REGENTES niet aan boord, de Engelse commissie was op de SINDORO. Naast kapitein Redeker stond de directeur van de Maatschappij Zeeland, de heer De Meester, die reeds enkele malen de reis meemaakte op de brug. Hij werd licht aan de hand gewond.
Met de KONINGIN REGENTES verliest de Maatschappij Zeeland gedurende de oorlog haar vierde stoomschip. Op 1 februari 1916 liep de PRINSES JULIANA bij het Sunk-vuurschip op een mijn, de MECKLENBURG 28 februari daaraanvolgende eveneens, terwijl in hetzelfde jaar op 31 juli eenzelfde ongeval aan de KONINGIN WILHELMINA overkwam.
De Maatschappij houdt nu nog drie schepen over en wel het schroefstoomschip ORANJE NASSAU en de raderboten PRINS HENDRIK en ZEELAND.
Het Nederlandse Rode Kruis had gistermiddag van de arts-leider van de 3 hospitaalschepen, dr. Vinkhuijzen, bericht ontvangen, dat het Rode Kruis-personeel hetwelk zich aan boord van het gezonken stoomschip KONINGIN REGENTES bevond, ongedeerd aan boord van het stoomschip SINDORO was gekomen. Op dit stoomschip waren ook de leden van de Britse delegatie ter conferentie met de Duitse delegatie over krijgsgevangenzaken van het hospitaalschip KONINGIN REGENTES.
Het bericht van het vergaan van het hospitaalschip KONINGIN REGENTES is te Vlissingen met grote ontsteltenis vernomen, daar alle opvarenden in de naaste omgeving wonen. Vooral zolang het aantal slachtoffers nog niet bekend was. verkeerden velen over hun naastbestaanden in grote angst. De meesten konden echter spoedig gerust gesteld worden. De omgekomen administrateur Smit was de oudste van de Maatschappij.
De namen van de omgekomenen zijn, behalve de administrateur W. Smit: scheepskok D. Smit, olieman W. Leuvema (opm: Wijnandus Luwema) en stoker G. van Offenbeek, allen uit Vlissingen, olieman J. Westdorp uit Middelburg en de stokers M. v.d. Endt en P. Wissekerke uit Souburg, die alle in de golven de dood vonden.
Verder zijn gewond de 1e stuurman B. Koens, de 2e machinist J.J. van den Broeke, de 4e machinist H.R. van Rooseveld, de marconist C. Tegelaar, de stokers B. Schuurbiers en J. Goedhart, de koksjongen C. v.d. Star en de Engelse loods D. Sutherland. Het merendeel van de gewonden heeft hoofdwonden, verder hebben enkelen lichte kneuzingen bekomen. De 4e machinist Van Rooseveld is er het slechtste aan toe, deze is aan hoofd en gelaat gewond. Het konvooi blijkt gevaren te hebben in deze volgorde: ZEELAND, SINDORO, KONINGIN REGENTES. De ramp gebeurde, als gemeld, 20 mijl ten oosten van het Lemansbank licht en dadelijk wendde de SINDORO de steven naar de KONINGIN REGENTES, die twee minuten later zonk. Aan boord van de SINDORO, die sloepen uitzette, welke naar de plaats des onheils roeiden, die 400 meter van haar af was, werden 47 opvarenden van het verongelukte schip geteld. Zij hadden zich in de sloepen van de KONINGIN REGENTES weten te redden. Wij hadden een onderhoud met de kapitein van de KONINGIN REGENTES, de heer W. Redeker. Deze sprak als zijn vaste overtuiging uit en hij herhaalde dit later in ons onderhoud nog eens nadrukkelijk, dat zijn schip getorpedeerd was. Hij was tot deze overtuiging gekomen uit de stellige verklaringen van de uitkijk, de kwartiermeester Wareman, van de scheepstimmerman Baan en van de matroos Van der Est. De eerste twee hebben aan de marineofficier, die het onderzoek naar de oorzaak van de ramp leidt, verklaard, dat zij de bellenbaan van een torpedo gezien hebben, terwijl de matroos V.d. Est de torpedo zelfs beweert gezien te hebben. Over de mening of nader onderzoek van het wrak misschien enig licht zou kunnen, werpen op de oorzaak van de ramp, waren de bevoegde personen het oneens. Waar kapitein Redeker van mening is, dat zijn schip in diepzee gezonken en doorgebroken is, waren anderen, o.w. Duitse officieren, van gedachte, dat het schip in ondiep water ligt en dus onderzoek wel mogelijk zou zijn. Op het ogenblik van de ramp bevond de kapitein zich met de heer De Meester, de directeur van de Maatschappij Zeeland, op de brug. Direct werden de sloepen buiten boord gezet, wat met twee gelukte. Een derde, waarin zich de kapitein, de chef-hofmeester en een matroos bevonden, sloeg om. Nadat de kapitein zich onder de boot vandaan had gewerkt, werd hij nog tweemaal naar de diepte gezogen, doch telkens gelukte het hem weer de oppervlakte te bereiken. Ten laatste had hij het geluk het ronddrijvende dak van de deksalon te pakken te krijgen en daar op te kunnen klimmen. Hier is hij door een boot van de SINDORO later afgehaald en aan boord van de ZEELAND gebracht. De omgekomen administrateur Smit heeft niet in zijn boot plaats genomen, deze moet van het dek zijn gespoeld op het ogenblik van de ramp en in het water letsel hebben bekomen, aan welk letsel hij overleden is. Gewond was hij niet. De kapitein is een weinig aan de knie en aan het hoofd gewond.
De KONINGIN REGENTES als hospitaalschip. (Coll. onbekend)


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 7 juni. Het stoomschip IMPORT is gisteravond hier aangekomen en heeft in de Boompjes ligplaats genomen. Het schip ziet er verwaarloosd uit.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 7 juni. De heer J. van Vrede te IJmuiden zal het voorbeeld van een andere rederij aldaar volgen en zijn drie trawlloggers ter zoutvaart zenden. Wanneer de reis goed slaagt is een behoorlijk resultaat met de exploitatie te verwachten.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 7 juni. De te Maassluis thuis behorende zeilloggers MAESLANT, SLUIS en WISSELVALLIGHEID hebben de visserij beëindigd en zullen door de heer A.M. Doelman, aldaar, in de algemene vrachtvaart worden gebracht.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 7 juni. Door een Rotterdamse firma is dezer dagen de zeillogger DRIE GEBROEDERS uit Scheveningen aangekocht, teneinde deze eveneens tot vrachtschip te doen ombouwen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

‘s-Gravenhage, 6 juni. Bij het Departement van Buitenlandse Zaken is bericht ontvangen, dat de stoomschepen JAVA en STELLA gistermorgen uit Amerika de reis naar Nederland hebben aanvaard. De STELLA komt naar Rotterdam en de JAVA naar Amsterdam.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 8 juni. Volgens een hier ontvangen particulier telegram is de Nederlandse koftjalk WATERPLOEG, kapt. J. Boerma, naar Cuxhaven opgebracht. Deze tjalk is van Bergen (Noorwegen) met haring naar Vlaardingen bestemd.


11 juni 1918


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart. Op 6 december is het zeilschip ARIAANTJE, van de N.V. Zeevrachtvaart Maatschappij Zuid-Holland te Vlaardingen, gestrand op de kust van Jutland. De Raad heeft gistermiddag ter zake gehoord de schipper O. Bosma uit Groningen. Deze verklaarde, dat het schip 11/2 mast had en altijd zeeschip geweest is. De lading bestond uit appels. Van 1 december af had het gestormd; toen de ARIAANTJE in de buurt van Doggersbank-Noord was, is de voorsteng gebroken en neergekomen op de bazaan, welke eveneens brak, doch niet viel. De volgende dag stond er een orkaan; het zwaard ging verloren. De volgende dag zag men het vuur van Lyngvig op goed 3 mijl afstand. Getuige liet de ankers werpen, doch spoedig brak de bakboordketting. Op de noodsignalen verscheen geen sleepboot, getuige vermoedt wegens het mijnengevaar. Wel kwam de reddingboot, maar getuige achtte het niet nodig het schip te verlaten. Des avonds is een orkaan opgestoken, waardoor het stuurboordanker geslipt is. Toen, het was midden in de nacht, is het schip in de branding geraakt en gestrand. De stuurman en de kok hebben het verlaten, getuige en de anderen zijn er op gebleven, doch zijn later ook naar de kust gelopen. Het schip is later vlot gesleept, gerepareerd en met toestemming van de Nederlandse Regering verkocht. De Raad zal later uitspraak doen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. De Raad voor de Scheepvaart stelde gisteren een onderzoek in naar het stranden nabij Slettestrand aan de Jutlandse kust van het zeilschip ROTTERDAM. Het ongeval geschiedde op 25 maart jl. Reder van de ROTTERDAM is M.J. van der Eb te Rotterdam, gezagvoerder G.R. Bok, aldaar. De schipper, als eerste getuige gehoord, verklaarde dat er in het geheel 5 personen, waaronder één passagier aan boord waren. De ROTTERDAM was met een lading hoepels op weg van Hoek van Holland naar Malmö. De 23e maart was men ‘s avonds te half zeven op ongeveer 7 mijl afstand van Hamsholm. Het weer was toen nog vrij goed. Alle zeilen, behalve één stonden bij, het lag echter in de bedoeling deze te minderen en terwijl de stuurman bezig was de buitenkluiver te strijken, brak de mast, 2 meter onder het want. Het schip lag stuurboord NO voor. Men liet beide ankers vallen. Het schip bevond zich toen op ongeveer één mijl afstand uit de kust, met de kop op zee. Veiligheidshalve kapte men het want. Een reddingboot naderde, maar getuige weigerde hulp omdat hij dacht het schip te kunnen behouden. De passagier die met de reddingboot was meegegaan, had om een sleepboot geseind. Intussen kwam de volgende dag de BERTHA, een zeilschip met motor langs, die hulp bood. Men besloot deze hulp te aanvaarden. Met een staaldraad kwam ‘s middags te ongeveer vier uur de verbinding tot stand. ‘s Middags te half zes brak de tros. De ROTTERDAM had toen geen verbinding meer en dreef hulpeloos rond. Terwijl men onder de kust voer werd geflambouwd en ook gaf men mistsignalen, doch dit alles mocht niet baten. Het schip liep op het strand en werd later door een reddingboot naar Aalborg gesleept. De ROTTERDAM bleek niet wrak te zijn, doch alleen maar lek. Zij maakte ongeveer 9 centimeter water. Te Aalborg werd het vaartuig door een makelaar aan een combinatie van vijf Denen verkocht. Getuige verklaard in de mast geen breuk ontdekt te hebben. Hoe het kwam dat de mast stuk sloeg, weet hij niet te verklaren. Nadat ook de stuurman van de ROTTERDAM was gehoord, werd de uitspraak tot later uitgesteld.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. De Raad behandelde gisteren het vermoedelijk met man en muis vergaan op de reis van Frederikstad naar Rotterdam op of na 22 oktober jl. van het zeilschip CONCORDIA CONSTANS, reder W. den Dulk Jac.z. te Scheveningen.
Uit informaties, ingewonnen bij het Ministerie van Buitenlandse Zaken, aldus deelde de voorzitter mee, is gebleken, dat noch in Scandinavië, noch in Duitsland iets van de CONCORDIA CONSTANS bekend was. Alleen wist men dat het schip de 15e oktober uit Frederikstad is vertrokken en een certificaat van deugdelijkheid bezat. De inspecteur voor de scheepvaart voegde hieraan nog toe, dat de CONCORDIA CONSTANS een nog betrekkelijk nieuw schip was en alleszins voor haar taak berekend. Uitspraak in deze zaak volgt later.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. Door de Raad werd gisteren een onderzoek ingesteld naar het gebeurde met het koftjalkschip VOORWAARTS, welk vaartuig 9 mei jl. op de Noordzee door twee vliegtuigen met bommen werd bestookt en beschoten. De VOORWAARTS is het eigendom van J. Engelsman te Groningen. R. Houtstra aldaar fungeerde als schipper. Hij verklaarde, dat de VOORWAARTS met hoepels en zandballast geladen op weg was naar Visby. De nationaliteitskleuren waren duidelijk zichtbaar. De 9e mei ‘s nachts te drie uur peilde men de Doggersbank N. in het ZW op een gegiste afstand van 10 mijl. Daarop werd tot 4 uur behouden koers genomen N ten O met een verheid van 11/2 mijl; van 4 tot 8 uur behouden koers NO ten N, waarbij gerekend werd 2 streken drift met verheid van 15 mijl, van 8 tot 9 uur zelfde koers gegiste afstand 4 mijl per uur. Om 9 uur ongeveer begon de beschieting zonder voorafgaande waarschuwing. De vier zeelieden, die de bemanning vormden, zijn toen van boord en in de sloep gegaan. Zij veronderstelden, dat dan het schieten wel zou ophouden, maar dit bleek niet het geval te zijn. De vliegtuigen gingen door met schieten en bommen gooien, tot zij eindelijk, getuige vermoedt wegens gebrek aan munitie, wegvlogen. De schipper zag achter op de vleugels van de vliegtuigen zwarte kruisen. Een lichtmatroos nam het nummer 1171 waar. Toen de vliegtuigen verdwenen waren, keerde men naar boord terug. De verwoesting bleek groot te zijn. Men slaagde er echter in het schip lens te houden en is naar Nieuwediep teruggekeerd. De stuurman legde een ongeveer gelijkluidende verklaring af. Uitspraak in deze VOORWAARTS zaak volgt later.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De KONINGIN REGENTES.
Officieel wordt van Duitse zijde de mogelijkheid van een torpedering van de KONINGIN REGENTES tegengesproken. Een Wolff-telegram n.l. zegt: Volgens berichten uit Nederland zouden verschillende leden van de bemanning van de KONINGIN REGENTES beweerd hebben, dat het schip getorpedeerd is. Na de door de Duitse regering met Nederland getroffen overeenkomst betreffende een veilige overtocht en de dienovereenkomstig aan de onderzeeboten gegeven orders, is het volkomen uitgesloten, dat de KONINGIN REGENTES door een Duitse duikboot beschoten is. Daarom moet de, overigens in tegenspraak met uitlatingen van andere waarnemers staande, verdachtmaking in een deel van de Nederlandse pers, alsof een Duitse duikboot schuld zou hebben aan het verlies van het stoomschip en verscheiden mensenlevens, ten sterkste afgewezen worden.
Ook van ambtelijke zijde uit de Duitse marine wordt een tegenspraak verzonden: De Duitse zeestrijdkrachten hebben de strengste orders de schepen, welke bij de uitwisseling van de gevangenen dienst doen, geheel ongehinderd te laten. In enige Hollandse bladen is het vermoeden geuit, dat de KONINGIN REGENTES opzettelijk door de torpedo van een Duitse duikboot vernietigd zou zijn, waar hij bovendien een aanslag op de zich aan boord bevindende Engelse commissie in het voornemen zou hebben gelegen. Deze onderstelling is onhoudbaar. Het is buitengesloten, dat het een Duitse duikboot bekend zou hebben kunnen zijn, dat de Engelse commissie op een hospitaalschip en wel juist op de KONINGIN REGENTES de overtocht maakte. Het vermoeden van een torpedering is te meer onwaarschijnlijk, waar Duitse zeestrijdkrachten onmogelijk van te voren weten konden, of niet uitgewisselde gevangenen van Duitse nationaliteit met de schepen meekwamen, respectievelijk op welk schip zich Duitsers bevonden. Duitse zeestrijdkrachten moesten het veeleer als zeker aannemen, dat zich op al de hospitaalschepen bij alle tochten van Engeland naar Nederland een aantal Duitse uitgewisselde gevangenen, waaronder zwaar verminkten, zouden bevinden. Een aanslag op die hospitaalschepen op hun weg van Engeland naar Holland zou derhalve slechts Duitse belangen en geen Engelse benadeeld hebben, waarmee de onhoudbaarheid van de vorengenoemde merkwaardige onderstelling als voldoende aangetoond kan worden geacht.
Wij vernemen dat de masten van de KONINGIN REGENTES voor een klein gedeelte boven water steken, zodat wellicht een onderzoek mogelijk is naar de oorzaken van de ramp.
Het Vaderland betoogd in een hoofdartikel dat het plicht is om de uitkomst van het onderzoek af te wachten voor en aleer met dat marine bestuur of zelfs de Duitse regering van een wandaad beschuldigt, als die het opzettelijk torpederen van de KONINGIN REGENTES zou zijn. Terecht. Maar dat dit onderzoek dan ook spoedig plaats heeft.
Het stoffelijk overschot van de overleden administrateur W. Smit is naar Vlissingen overgebracht. Ook de acht gewonden zijn daarheen vervoerd. De toestand van de stoker B. Schuurbiers was nog van die aard, dat hij de reis niet kon maken. Hij blijft voorlopig hier in het ziekenhuis Coolsingel.
Door H.M. de Koningin is aan de directie van de Maatschappij Zeeland een telegram gezonden met de betuiging van haar deelneming in het geleden verlies en met verzoek, haar deelneming te willen overbrengen aan de nabestaanden van de slachtoffers.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De TABANAN. Het stoomschip TABANAN, door onze Regering van de Rotterdamsche Lloyd overgenomen en als hulpkruiser ingericht, en welk schip woensdag naar Den Helder vertrok, zal 20 dezer uitvaren naar Indië. Het schip is geheel geschilderd in oorlogskleur en is met de daarop geplaatste kanonnen van een oorlogsschip bijna niet te onderscheiden. Aan boord zijn, behalve de bemanning, 40 Javanen, die als bedienend personeel de reis zullen meemaken.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De haven van Rotterdam.
Sedert de opgaaf van zaterdagmiddag zijn vier schepen te Rotterdam aangekomen: Het zeilschip ARIE CORNELIS van Drammen met papier; het stoomschip SIDNEY, van Christiania met houtstof; het zeilschip SKANDINAVIËN I van Helsingborg met hout en het zeilschip PROEFNEMING I van Gotenburg met houtstof.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Stoomvaartberichten. Het stoomschip HECTOR van de Kon. Nederlandsche Stoomboot Mij., van Amsterdam naar Sandy Hook, vertrok 8 juni van Korsfjord.
Het stoomschip STELLA, van de K.N.S.M., vertrok 4 juni van New York naar Rotterdam.
Het stoomschip VULCANUS, van de K.N.S.M., vertrok 2 juni van Trinidad naar Buenos Aires.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Delfzijl, 8 juni. Heden is van hier, gesleept door 2 sleepboten binnendoor over Groningen-Friese Wadden naar Amsterdam, vertrokken het in de maand maart 1917 van de scheepswerf van de firma E.J. Smit & Zn. te Hoogezand te water gelaten stoomschip SOESTERBERG, 752 netto m3, destijds voor rekening van de heer J.J.A. van Meel te Rotterdam, later verkocht aan de heren Bouma & Co. te Bergen (Noorwegen). Het heet thans KRISTOFEN, wordt bevaren door kapt. A.L. Toenissen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Westerbroek, 8 juni. Heden is van de werf van Gebr. Wortelboer & Co. te water gelaten een 3-mast motorschoener, groot 700 ton, voor rekening van de Vrachtvaart Mij. Neerlandia te Rotterdam. De motor voor dit schip is gebouwd door de Brons Motorenfabriek te Appingedam en 180 ipk sterk. De kiel is gelegd voor een 4-mast motorschoener, groot 900 ton, voor eigen rekening.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Bergen, 30 mei. Inzake het verlies van deklast en de schade aan het Nederlandse schip AMSTERDAM, op de reis van Nederland herwaarts, is een scheepsverklaring afgelegd. Volgens deze verklaring heeft het schip zeer slecht weer doorstaan, waardoor de grote mast brak. Bij lossing bleek, dat er 37 bundels hoepels waren weggespoeld.
Toen het schip alhier in de haven lag, geraakte het door storm op drift en werd wel veel ketting gestoken, maar het schip stopte niet. Bij het anker hieuwen brak het spil, waardoor anker en ketting verloren gingen.


12 juni 1918


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. De Raad voor de Scheepvaart stelde gistermiddag een onderzoek in naar de plaats gehad hebbende broeiing en ontploffing in de kolenbunkers van het stoomschip GORONTALO op 30 april 1917. Rederij: Stoomvaart Mij. Rotterdamsche Lloyd te Rotterdam; gezagvoerder G.H. Ruhaak te Schiedam. De kapitein, die als eerste getuige werd gehoord, deelde mee, dat hij zich tijdens de ontploffing, welke op de rede van Soerabaja plaats vond, aan boord bevond. Reeds de dag tevoren viel een eigenaardige gaslucht waar te nemen. De gehele lading is toen nagezien en ook werd met de machinist over de bunkers gesproken. Deze verklaarde, dat alles in orde was. Op de ochtend van de 30e april hoorde getuige ‘s ochtends te zes uur ongeveer schoffelen op de bunker. Te half elf kwam de machinist in de salon. Getuige vroeg hem hoe ver hij nog van de brand af was. „Een heel eind", luidde het antwoord. Onmiddellijk daarop had de ontploffing plaats, die een grote verwoesting in de bunkers veroorzaakte. Luiken werden stukgeslagen, dekdelen ontzet. Gedurende enige uren is er nog in de kolen gewerkt, toen moesten de pompen gebruikt worden.
De oorzaak van de ontploffing is getuige onbekend. Het is mogelijk, dat er zich dynamiet tussen de kolen bevond. Naar collega's de gezagvoerder meedeelden, komt dit inderdaad nu en dan voor. De Ombiliën-kolen waren de 29e januari geladen. Zij zijn na het gebeurde gelost en aan de wal verkocht. De schade aan boord veroorzaakt werd te Soerabaja hersteld. De eerste machinist, F.G. Fortanier, verklaarde, dat ‘s ochtends te zes uur de wand van de bunker enigszins warm aanvoelde. Getuige heeft de zaak toen aanvankelijk met de eerste stuurman behandeld en daarna de gezagvoerder van het gebeurde verwittigd. Vuur heeft men niet kunnen ontdekken. Nadat ook nog de eerste officier was gehoord, die verklaarde tijdens de ontploffing een gele vlam gezien te hebben, werd het onderzoek gesloten. De uitspraak zal later plaats hebben.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. De Raad deed gisteren uitspraak betreffende de stranding van het motorzeilschip OVERVEEN.
Hij is van oordeel, dat de oorzaak van de ramp grotendeels is te wijten aan de omstandigheid, dat met de OVERVEEN, althans indien de motor niet werkt, vrijwel niet gemanoeuvreerd kan worden. De motor is goed, maar dient te worden gestookt met gasolie, welke niet te verkrijgen is, zodat teerolie moet worden gebruikt, welk verbrandingsmiddel ernstige bezwaren oplevert, doordien zich op de verbrandingsplaat dikwijls een hard residu afzet en er vaak verstopping in de sproeier komt, door welk een en ander de kop van de motoren menigmaal te heet wordt of de geregelde toevoer van olie door verstopping wordt verhinderd. In deze tijd dus, dat met de motor niet behoorlijk kan worden gewerkt en het schip feitelijk geheel op het zeiltuig is aangewezen, is de OVERVEEN geheel onzeewaardig; maar zelfs in een tijd, dat de voor de motor vereiste brandstof is te verkrijgen, is het schip van dien aard, dat het ondeugdelijk moet worden genoemd, omdat men nimmer geheel op een motor kan vertrouwen en derhalve ook een motorzeilschip de hoedanigheden van een goed zeilschip behoort te hebben, welke de OVERVEEN echter mist. In het onderhavige geval was het schip daarenboven in ongunstige conditie door de vrij hoge deklast. Hoewel dus de onzeewaardigheid van het schip, waardoor het niet naar het roer luisterde, als gezegd, grotendeels de ramp heeft veroorzaakt, had de kapitein allicht de stranding kunnen voorkomen, indien hij tijdig gezorgd had de ankers gereed te hebben en deze had geworpen. Toen de kapitein bemerkte, dat hij het land naderde had hij, juist omdat hij dat zijn schip slecht stuurde, hiervoor moeten zorgen. Het scheuren van de kluiver is vermoedelijk te wijten, gelijk de stuurman aangaf, aan broei van het zeil, een waarloze kluiver had niet mogen ontbreken.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. De Raad deed gisteren uitspraak betreffende het in brand schieten van de motorschoener DE DOLLART.
Uit het gehouden onderzoek blijkt, dat het Nederlandse motorzeilschip DE DOLLART, hoewel voorzien van alle kentekenen van de Nederlandse nationaliteit, door een Duitse duikboot op een afstand van nog geen 5 mijl van de Spaanse kust ter hoogte van Vigo, buiten het als onveilig aangegeven gebied, zonder voorafgaande waarschuwing is beschoten, waardoor de kapitein en 2 manschappen zijn gedood en het schip tenslotte vernield is.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Onderzoek op het stoomschip KONINGIN REGENTES.
Zijn wij wel ingelicht, dan worden van Regeringswege stappen gedaan, om in verband met de nog in het duister liggende juiste oorzaak van de ramp van de KONINGIN REGENTES, een deskundig onderzoek te doen instellen op het gezonken hospitaalschip, indien de mogelijkheid daar toe blijkt.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 11 juni. De houten zeillogger MARTINA (VL-120), van de heer D. v.d. Valk Mzn. te Vlaardingen is uit de visserij genomen en zal tot vrachtschip worden omgebouwd.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Bergen, 30 mei. Het Nederlandse zeilschip KORNELIS, hier van Rotterdam aangekomen, heeft door stormweer een gedeelte van de deklast verloren.


13 juni 1918


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Wassen aan boord van de NOORDAM.
Een paar dagen geleden heeft het bericht, dat aan boord van de NOORDAM, het passagiersschip van het konvooi naar Indië, niet gewassen zou worden, grote verontrusting veroorzaakt onder de toekomstige passagiers, die vreesden, dat het nodig zou zijn goed voor de gehele duur van de reis mee te nemen. We kunnen hen gelukkig gerust stellen. Er zal aan boord wel degelijk gelegenheid bestaan om te wassen; alleen zal dit een beetje primitief gaan, omdat de boot niet ingericht is op een verblijf in de tropen. Meer dan een gewone hoeveelheid wit goed zullen de passagiers echter niet behoeven mee te nemen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 12 juni. De motorschoener MARIA JACOBA is maandag van Rotterdam te Stockholm aangekomen.


14 juni 1918


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. De Raad zal maandag 17 juni a.s., ‘s namiddags 1.30 uur voortzetten het op 22 mei jl. geschorst onderzoek naar het stranden op de kust van Jutland op 3 december 1917 van het zeilschip MARIA, waardoor het schip is wrak geworden. Rederij: N.V. Zee- en Riviervaart Mij. te Rotterdam.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Het konvooi naar Indië.
Het nieuwe vrachtschip BENKALIS van de Stoomvaart Maatschappij Nederland is voor een reis naar Indië en terug verzekerd voor NLG 5.000.000. Met de reeds genoemde bedragen voor de NOORDAM en TABANAN beloopt de verzekering een totaal bedrag van NLG 18.000.000.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Graan uit Amerika.
Met het uit Amerika naar Amsterdam vertrokken stoomschip JAVA worden verwacht 2.600 ton tarwe, 2.000 ton meel en 1.500 ton mais, terwijl de STELLA naar Rotterdam op weg is met 2.000 ton tarwe en 1.600 ton meel.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 13 juni. De Nederlandse tjalk ANNECHIENA is door Henriksen te Nakskov aangekocht en herdoopt in GRETHE. De ANNECHIENA is groot 82 bruto en 87 netto ton en hoorde thuis te Groningen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Oude Pekela, 11 juni. Van de werf Wortelboer is te water gelaten het zeilschip WIENTJE, 300 ton groot, met bestemming naar Rotterdam.


15 juni 1918


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Voor rekening van de Vrachtvaart Maatschappij Neerlandia te Rotterdam is van de werf van de firma Wortelboer & Co. te Westerbroek, (Gr.) met goed gevolg te water gelaten een 3-mast schoener groot 700 ton. De motor, gebouwd op de Brons Motorenfabriek te Appingedam, is 180 ipk sterk.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Van Nievelt, Goudriaan & Co’s Stoomvaart Maatschappij.
In de heden gehouden algemene vergadering van aandeelhouders werden de balans en winst- en verliesrekening goedgekeurd en het dividend bepaald op 50%.
De heer Jhr. A.R. Schuurbeque Boeye werd als commissaris herkozen en de heer A. van der Schuyt Jzn. werd tot commissaris benoemd.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Stoomloodsvaartuig op een mijn gelopen.
Het Ministerie van Buitenlandse Zaken deelt mee, van Hr.Ms. gezant te Londen bericht ontvangen te hebben, dat de Britse regering als feit erkend heeft, dat de mijn, welker ontploffing op 5 februari jl. de ondergang van het STOOMLOODSVAARTUIG 14 ten gevolge had en waarbij enige van de opvarenden omkwamen, door de Britse marine was gelegd op een afstand van 3 mijlen buiten een door haar in 1916 aangekondigd mijnenveld. De Britse regering kan de plaatsing van de mijn slechts toeschrijven aan een fout in de navigatie bij het leggen van mijnen en heeft haar oprecht leedwezen daarover betuigd en zich bereid verklaard schadevergoeding te betalen voor het verlies van het loodsvaartuig en tevens de betrekkingen van de slachtoffers schadeloos stellen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De ANNIE EN ADRI tot zinken gebracht.
Blijkens een bij het Departement van Buitenlandse Zaken ontvangen bericht gaat de toestand van de kapitein van de logger ANNIE EN ADRI (onlangs, gelijk gemeld, tot zinken gebracht) en die opgenomen is in het hospitaal te Harwich, goed vooruit. De stuurman, die mede in dat hospitaal ligt, is bijna geheel hersteld.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Op de Noordzee.
Een oud-Kamper, die aan boord van de HOLLANDIA was geplaatst -— zij was op weg naar Christiaansund en Alesund — vertelt leukjes in een particulier briefje van wat er tegenwoordig al zo te beleven is op de “vrije" Noordzee. In die paar dagen heeft hij wel van alles meegemaakt. Wij laten hem hier zelf zijn avonturen vertellen: „Na een uurtje, terwijl we nog in de Waterweg waren, moesten we terugkeren wegens de slechte kolen, waarna we maandagavond 9 uur opnieuw vertrokken en om 12 uur in zee waren. Zes uren daarna werden we al aangehouden en onderzocht door een Engelse torpedojager. Een uurtje later mochten we doorgaan. De volgende dag in de z.g. “vrije vaargeul" veel mijnen gezien, griezelige beestjes hoor! Woensdagavond 11 uur was het een Duitse torpedo, welke ons aanhield en onderzocht; we konden om 12 uur doorgaan, na een verklaring getekend te hebben. Om 1 uur van hetzelfde laken een pak! Donderdagmorgen na 8 uur toen ik me eens even had uitgekleed, aangezien ik na zondag geen kleren had uitgedaan -- we waren toen buiten de geul -- lag ik juist een half uur in de kooi toen de 2e stuurman komt binnenstormen, met het bericht dat er een onderzeeër op ons te vuren lag: Kom er uit! Die uitnodiging liet ik me geen tweemaal zeggen, ik sprong mijn kooi uit, wat met een krachtterm gepaard ging, vloog naar de brug en daar zag ik dat kr.... op ons vuren op grote afstand, het laatste schot was plm. 500 meter van ons af. Daarna heb ik me met de reddingboot naar de onderzeeër laten roeien, wel een half uur lang en dat in volle zee, ben aan boord gekomen en liet de scheepspapieren zien. Eén “Schein” mankeerde volgens de commandant en dus moesten we opgebracht worden. Ik bleef aan boord en de sloep werd op sleeptouw genomen, richting HOLLANDIA. Toen we dichtbij waren ging ik weer in de sloep en kreeg een prijsbemanning mee, gewapend met revolver, brandbommen en meer van dat speelgoed.
In plaats van om de Noord gingen we nu om de Zuid, doch om 7 uur van die zelfde dag komt me weer zo'n „Kultur" boven en begint ook te paffen, het 2e schot rakelings over de deklast heen, voor er over en achter er af, terwijl het net een kanarievogeltje leek, zo zong dat projectiel. „Bücke!”, schreeuwt Herr Oberleutnant (van de prijsbemanning), die bijna dubbel sloeg van schrik, net of dat wat helpen kon; zo'n ding gaat wel door een ijzeren schip heen, wat wil dan zo'n houten schot bij de brug helpen? Ik had weer de twijfelachtige eer naar de duikboot te mogen roeien met de papieren, waarna we verder mochten. Na drie en een half etmaal stomen, kwamen we in onze nieuwe haven Swinemünde aan. Kwamen te liggen aan een eiland, mochten niet aan de wal en kregen bewaking bij ons net of we gevangenen waren. Om na twee weken later te horen dat we “prijsverklaard" waren. Vervolgens is de bemanning, waaronder ik, onder geleide van twee militairen - de kapitein is een paar dagen later gekomen - naar huis „getrend".
Na 2 dagen „zitten" waren we gelukkig weer in Holland. En vervolgens een en ander vertellende over hoe hij het in Duitsland vond - heel treurig alles wat voeding betreft, veel rouw, veel militairen en veel zwarte gezichten! — besluit hij met zijn indruk dat het nog altijd heilig Holland is. Daarbij vergeleken hebben wij het hier nog heilig! (Kamper Courant).


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Indische scheepvaart.
N.I.P.A. seint uit Batavia, aan de Tel.: Kooplieden te Sydney, die handel drijven in Javaproducten beklaagden zich bij de secretaris voor de scheepvaart over het aanhouden van Nederlandse schepen, waardoor de handel tussen Australië en Java onmogelijk wordt. De secretaris antwoordde, dat daarover reeds in Londen onderhandeld wordt. De regering van Australië doet wat zij kan om aan de klachten tegemoet te komen. Er zijn tekenen, die er op wijzen, dat de hoop gerechtvaardigd is, dat Nederlandse schepen, die te Singapore zijn aangehouden, vrijgelaten zullen worden, omdat de aanhouding in strijd is met de overeenkomst.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 14 juni. De 3-mast motorschoener MASTGAT, gebouwd op de werf van P. & A. van Gelder te Deest voor de Hollandsche Algemeene Atlantische Scheepvaart Maatschappij, heeft langs de Noord en op de Lek proef gestoomd en in alle opzichten aan de gestelde eisen voldaan. De van staal gebouwde schoener, groot 500 ton dw., gebouwd volgens klasse Bureau Veritas plus 1 3/3 A 1/1, heeft de volgende afmetingen: Lengte 38 m., breedte 8 m., holte 3 m., en is voorzien van een Steywal ruwoliemotor van 130 ipk.
De verblijven voor de bemanning, met kombuis, enz., zijn in het voorschip. Kok en jongen tezamen in een hut achter de kombuis en de matrozen in het andere gedeelte. Alles is betimmerd volgens de Schepelingenwet en voorzien van verschillende kastjes en bergplaatsen. De gezagvoerder en stuurman hebben hun verblijven achter onder dek. Bij deze verblijven bevinden zich de kaartenhut en eetkamer officieren.
De motor, geplaatst in een ruime motorkamer, kenmerkte zich gedurende deze tocht door zijn rustige gang en bedrijfszekerheid. Het ruwe olie verbruik is ongeveer 600 liter per 24 uur. Verder zijn er nog motoren op dek, waarmee men de lieren kan bedienen. De tankcapaciteit voor de ruwe olie is ongeveer 7.500 liter.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Vlaardingen, 13 juni. De firma Gebr. Van der Wind alhier kocht de zeillogger ELIZABETH (MA-111), om die op haar scheepswerf voor de vrachtvaart in te richten.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Vlaardingen, 13 juni. De directie van de rederij Proefneming (J. van Beek Lzn.) heeft besloten haar laatste zeillogger PROEFNEMING II (VL-105) in te richten voor de vrachtvaart.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Terschelling, 13 juni. De kustwacht van Ameland meldt: Een Hollandse tjalk kruist noordoost van Post 1 en heeft het noodsein waaien. De reddingboot van Nes vertrok derwaarts.
Later bericht. De hedenmorgen gemelde tjalk verlangt een sleepboot om door het mijnenveld gesleept te worden, zij kruist westwaarts. (opm: zie ook RN 170618)


16 juni 1918


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Stoomvaartmaatschappij Zeeland.
In de heden (zaterdag) te Vlissingen gehouden vergadering van aandeelhouders van de Stoomvaart Maatschappij ‘Zeeland’, Koninklijke Nederlandsche Postvaart, werd het verslag over het 43ste boekjaar uitgebracht door commissarissen.
De voorzitter, mr. E. Fokker, herdacht de ramp van de KONINGIN REGENTES. Spreker bracht hulde aan de omgekomenen en sprak een woord van troost voor de nabestaanden. Hij herinnerde eraan, dat commandant Reedeker reeds drie schepen onder zich zag verdwijnen. Over de oorzaak van de ramp treedt spreker niet in beschouwingen, nu het Regeringsonderzoek gaande is. Noch directie noch commissarissen denken er aan, met varen te stoppen. Zij vertrouwen, dat de Regering zal waarderen wat de Maatschappij in de laatste twee jaar deed. Het verslag werd voor kennisgeving aangenomen en de winst- en verliesrekening en balans werden goedgekeurd.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Van Nievelt, Goudriaan en Co's Stoomvaart Mij. te Rotterdam.
Over een bij Nievelt Goudriaan & Co's St. Mij. voorgenomen kapitaalsuitbreiding verneemt de Telegraaf het volgende: Het maatschappelijk kapitaal van de Maatschappij bedraagt NLG 2.500.000 waarvan NLG 1.250.000 geplaatst. Besloten is thans tot uitgifte van NLG 3.750.000 aandelen, waardoor het kapitaal dus op NLG 5.000.000 wordt gebracht. Het recht van voorkeur is zodanig geregeld, dat 5 oude aandelen recht geven op 14 nieuwe aandelen, waarbij de koers van uitgifte 100% bedraagt, zodat aandeelhouders een zeer aanzienlijke claim ontvangen. De resterende 250 aandelen zullen voor vrije inschrijvingen beschikbaar worden gesteld.


17 juni 1918


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De KONINGIN REGENTES. Nader kan worden meegedeeld, dat voor het door de Nederlandse Marine uit te voeren onderzoek op het in ongeveer 20 vadem water gezonken stoomschip KONINGIN REGENTES de zeesleepboot ZEELAND van Bureau Wijsmuller's Scheepvaart Transport- en Zeesleepvaartmaatschappij in gereedheid wordt gebracht. De ZEELAND is voorzien van een draadloze telegrafie installatie van 2 kilowatt, de sterkste tot nu toe op de Nederlandse koopvaardijvloot is gebruik. De benodigde duikers en duikerapparaten worden door de Nieuwe Bergingsmaatschappij, directie Dirkzwager te Maassluis geleverd. Het vertrek kan binnen enkele dagen worden tegemoet gezien.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Terschelling, 14 juni. De kustwacht van Ameland meldt: De Nederlandse tjalk heeft sein waaien voor een sleepboot; men komt met een boot naar de wal. (Zie vorig No.) Later bericht. Volgens mededeling van de twee aan wal gekomen manschappen van de reeds gemelde tjalk, is de naam daarvan VIER GEBROEDERS, kapt. Eefting, met een lading hout van Frederikstad bestemd voor Haarlem. Het schip is bij Doggersbank Noord op een mijn gelopen, is lek en wenst een sleepboot. Het ligt nog steeds NO ten N van de lichttoren ten anker met nog 2 man aan boord. (opm: VIER GEBROEDERS - bouwjaar 1901 – 96 brt).

RN 170618
Nederland en de oorlog. Op een mijn gelopen.
Vrijdagavond liep noordelijk van Ameland de schoener VIER GEBROEDERS, kapt. Eefting, met een lading hout van Frederiksstad naar Haarlem, op een mijn.
De stuurman en een matroos trachtten met een boot de wal te bereiken, om telegrafisch hulp van een sleepboot te vragen. De boot sloeg echter om en de drenkelingen bereikten zwemmende de kust. Het schip drijft op de lading. De kapitein wil niet van boord.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Opgebrachte schepen.
Volgens opgaaf van de viceconsul te Swinemünde zijn daar in de loop van 1918 de volgende Nederlandse schepen opgebracht:
De LUNA, Amsterdam, van de Kon. Nederlandsche Stoomboot Mij;
de NOOIT VOLMAAKT, Scheveningen, van de rederij Jac. den Dulk & Zonen;
de TJAKIENA, Stadskanaal, van M. Meinen:
de MILLY, Rotterdam, van H. van Krieken, Boompjes 70;
de HOLLANDIA I, Rotterdam, van de N.V. Scheepvaart Maatschappij Hollandia;
de AGNETA, Rotterdam, van de Hollandsche Gulf Stoomvaart Mij. Jos. De Poorter;
de MEGREZ, Rotterdam, van Van Nievelt, Goudriaan & Co., Parklaan 4;
de ZEEBURG, R’dam, van de Nederlandsche Scheepvaart Mij. Transatlanta, Boompje 65; de MARIA JAKOBA, Vlaardingen, van V. d. Burg, Schiedamscheweg 101;
de GEZIENA, Groningen, van Jan Koopman. Piet Heinstraat 5;
de JANTJE, Groningen, van Jacob Koopman, Piet Heinstraat 52;
de VRIJHEID, Haren, van kapt. Wildervank, van kapt. De Groot (führt selbst sein Schiff);
de ROELFINA, Gasselternijveen, van H. Holwerda;
de ZEESTER, Rotterdam, van Soetermeer & Fekkes en Co., Westerstraat 38.

RN 170618
Rotterdam, 15 juni. Blijkens het verslag van de Scheepsexploitatie Maatschappij Navis te Sliedrecht, over het eerste boekjaar, uitgebracht in de jaarlijkse vergadering van aandeelhouders op 22 mei 1918, gelukte het reeds kort na de oprichting van de vennootschap aan te kopen een stoomschip, in aanbouw bij de werf De Groot & Van Vliet te Slikkerveer, van circa 1.000 ton, waarvoor een leveringstijd werd geconditioneerd van 15 augustus daaraanvolgende. De prijs bedroeg NLG 450.000. Ofschoon door de bouwers met alle energie aan het werk is gegaan om dit op de bepaalde tijd gereed te krijgen, is dit door verschillende oorzaken, voortspruitende uit de tijdsomstandigheden, niet gelukt en kon het schip eerst half sept. worden geleverd. Het schip heeft ten volle voldaan aan de gestelde eisen. De MERWEDE is op 10 oktober 1917 haar eerste reis begonnen en heeft tot 1 jan. 1918 drie reizen kunnen volbrengen, waarvan twee naar Engeland en een naar Noorwegen. Het exploitatie resultaat van deze drie reizen bedroeg NLG 42.284, hetwelk, na aftrek van onkosten, interest en een afschrijving van 31/2 pct. op het stoomschip groot NLG15.750 en een afschrijving van 20 pct. op de oprichtingskosten groot NLG 1.328, een netto winst van NLG 11.463 geeft. Voorgesteld wordt 8 pct. dividend uit te keren, waarna, na betaling van de rijksinkomstenbelasting, een onverdeeld winstsaldo van NLG 718 overblijft.


18 juni 1918


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. De Raad hervatte gisteren het op 22 mei jl. geschorste onderzoek naar het stranden van het zeilschip MARIA, dat de 22e mei jl. wrak was geworden doordat het op de kust van Jutland liep. De MARIA is eigendom van de rederij N.V. Zee- en Riviermaatschappij te Rotterdam. De gezagvoerder H.E. Stever (opm: Seven), in eerste instantie gehoord, had verklaard, dat de stranding een onvermijdelijk gevolg was van het slechte weer. Hedenmiddag werd in deze zaak gehoord de matroos W. de Groot. Hij verklaarde ook, dat het weer op de datum van de stranding zeer slecht was. Een poging om te halzen mislukte. Overigens zegt getuige, dat hij zich van het gebeurde niet veel meer herinnert. De president wees de gezagvoerder die bij dit verhoor aanwezig was op de tegenstrijdigheid tussen zijn verklaring, dat hij wel gehalsd heeft en die van de getuige. De schipper bleef echter bij zijn bewering, dat hij enige malen over bakboord heeft gehalsd.
Het onderzoek in deze zaak werd thans gesloten, uitspraak volgt later.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 17 juni. Zaterdagochtend werd van de werf van de N.V. Boele's Scheepswerven en Machinefabriek te Bolnes, met gunstig gevolg te water gelaten de romp van een voor eigen rekening gebouwde drie-mast schoener. Het schip, gebouwd onder speciaal toezicht, volgens de hoogste klasse Germanischer Lloyd Oceaanvaart, wordt volledig getuigd als drie-mast schoener en wordt voorzien van een Bolnes motor van 125 effectieve paardenkrachten. De deadweight zal 430 ton bedragen. In een maand zal het schip geheel gereed zijn.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 17 juni. De Nederlandse tjalk CONFIANCE is verkocht aan P. Utzon Buch te Kopenhagen voor de som van 70.000 Kronen. De CONFIANCE groot 99 bruto en 78 netto ton, werd in 1906 gebouwd en hoorde thuis te Groningen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Terschelling, 15 juni. De kustwacht van Ameland meldt: De meergemelde tjalk ligt nog steeds ten anker NO ten N van de lichttoren van Ameland, ruim 1 mijl uit de wal en heeft nog steeds noodsein en sein voor sleepboot waaien. Sleepboten willen of kunnen niet komen. De reddingboot van Hollum gaat naar buiten, maar kan geen seingemeenschap krijgen, daar zij geen seinmiddelen aan boord heeft.
16 juni. De reddingboot is gisteravond wegens mijnengevaar niet naar buiten gegaan. Hedenmorgen 2 uur is zij echter naar de tjalk vertrokken, doch later teruggekeerd, daar de manschappen het schip niet wilden verlaten. Dit heeft noodsein en sein neergehaald. Later bericht. Meergemelde tjalk is door 3 blazers gesleept om de oost vertrokken.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Stoomvaartberichten. Het dubbelschroef stoomschip NIEUW AMSTERDAM, van de Holland Amerika Lijn, is van Rotterdam te New York aangekomen. Datum niet gemeld.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Nederland en de oorlog. Onze geroofde schepen.
Reuter seint uit Washington: De Amerikaanse gezant in Den Haag zegt, dat er in Nederland berichten in omloop zijn, dat de door Amerika opgeëiste schepen dermate behandeld worden, dat zij na de oorlog niets meer waard zullen zijn, aan de eigenaars te worden teruggeven. De autoriteiten van de Shipping Board stellen echter vast, dat de schepen thans in betere toestand verkeren dan toen zij overgenomen werden, dat grote sommen uitgegeven zijn voor nieuw scheepsmateriaal en dat een liberale politiek gevolgd wordt tegenover de eigenaars en de bemanning. Het charteren heeft plaats gehad onder voorwaarden, waardoor de eigenaren er ruim voor betaald worden.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De HOLLANDIA. Naar aanleiding van de verschillende berichten die gaan omtrent het verblijf van het graanschip HOLLANDIA dat uit Buenos Aires te Amsterdam wordt verwacht, kunnen wij meedelen, dat de boot thans in de haven van New York vertoeft. Wanneer zij zal vertrekken, is niet met zekerheid bekend; vermoedelijk in de tweede helft van de volgende week.


19 juni 1918


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 18 juni. De twee-mast koftjalk AMBULANT, kapt. T. Eppinga, welke 12 april van Rotterdam naar Christiansand (Noorwegen) vertrok, is nog niet op de plaats van bestemming aangekomen. Men maakt zich ernstig ongerust over het schip en de bemanning. De AMBULANT is 119 bruto en 104 netto ton groot, in 1909 gebouwd en behoort aan de heer Tammes te Groningen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Almeria, 12 juni. Het Franse transportschip ABDA, dat op weg was naar Marseille, is op de Spaanse kust bij Kaap Sabinal gestrand. De Italiaanse sleepboot ESTELLA is ter assistentie derwaarts vertrokken. Het stoomschip ABDA (ex. KONING WILLEM I, is groot 4.413 bruto en 2.760 netto ton, werd in 1898 gebouwd en behoort aan de Cie. De Nav. Maroc en Arménienne (N. Paquet & Co.) te Marseille.


20 juni 1918


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De KONINGIN REGENTES. De zeesleepboot ZEELAND van Bureau Wijsmuller’s Scheepvaart, Transport en Zeesleepvaart Maatschappij, is gisteren namiddag van Maassluis naar zee vertrokken, in verband met het onderzoek van het wrak van de KONINGIN REGENTES. Gezagvoerder is kapt. L. Hemmes. Behalve de luit. ter zee 1e klasse van de Nederlandse Marine Vink, onder wiens leiding het geheel staat, gingen o.m. mee kapitein luit. ter zee Fargus, van de Engelse marine, kapitein luit. ter zee Gadow van de Duitse marine en de 2e stuurman van de KONINGIN REGENTES evenals het duikerpersoneel van de Nieuwe Berging Mij., directie Dirkzwager te Maassluis, onder leiding van J. Nieman en twee van haar duikers, de Gebr. Sperling.
De ZEELAND is weer naar Nieuwediep teruggekeerd, wegens defect aan de draadloze telegrafie inrichting.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Gisteravond zou het stoomschip NOORDAM van de N.A.S.M., dat in konvooi meevaart naar Nederlands-Indië, vertrekken. Vele honderden wensten het vertrek bij te wonen en hadden zich aan beide Maasoevers opgesteld, terwijl vele beladen roeiboten. rond het schip voeren. Van de bemanning waren verscheidene op het voordek geklauterd en wuifden met mutsen en zakdoeken, doch de NOORDAM vertrok niet. Er was sprake van 24 uur uitstel, doch velen bleven nog lang naar het schip, dat geheel verlicht was, kijken. Het schip vertrekt nu vanavond.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

N.V. Van Nievelt, Goudriaan & Co's Stoomvaart Maatschappij.
De 27e dezer wordt, uitsluitend voor houders van de vroeger uitgegeven NLG 1.250.000 aandelen, de inschrijving opengesteld op NLG 3.500.000 aandelen in genoemde N.V. tot de koers van 100%. Deze 3.500 aandelen à NLG 1.000 delen ten volle in de winst over 1918.
In het onlangs verschenen jaarverslag werd reeds meegedeeld, dat in verband met de aankoop van 9 schepen met een gezamenlijk draagvermogen van circa 22.500 ton, uitgifte van nieuwe aandelen nodig zou zijn.
Als gedeeltelijke betaling van de koopsom van de bovenbedoelde schepen — zo vermeld het prospectus — worden NLG 250.000 aandelen aan de verkopers afgestaan, terwijl een aanzienlijk deel van de koopprijs door de vennootschap uit eigen, middelen wordt betaald en het restant wordt gevonden uit het provenu van de uitgifte van NLG 3.500.000 aandelen.
Nadat de nieuw aangekochte schepen afgeleverd zullen zijn, zal de vennootschap een vloot bezitten van 24 schepen, met een gezamenlijk draagvermogen van meer dan 100.000 ton.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Oostmahorn, 17 juni. De meergemelde tjalk VIER GEBROEDERS is hier binnengebracht. Het schip zal de reis naar Haarlem binnendoor voortzetten.


21 juni 1918


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. De Raad houdt maandag 24 juni te 1.30 uur nm., zitting ter onderzoek naar het bij herhaling defect raken van de motor op 27 februari 1918 en het stoten op de klippen bij Egerö op 22 maart 1918 van het motorzeilschip HARLINGEN. Reder: H. Anerbach te Rotterdam; gezagvoerder: L. Teensma te Schiermonnikoog. Daarna onderzoek naar het stranden in de Christianiafjord op 11 mei 1918 van het motorzeilschip CARPE DIEM. Rederij: N.V. Maatschappij ‘Carpe Diem’, directie Peulen en Klip te Rotterdam; gezagvoerder: F. Stam te Vlaardingen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De ALCOR gestrand. Het stoomschip ALCOR, van de rederij Van Nievelt, Goudriaan & Co. is te Halifax gestrand. De ALCOR is een van de door de Verenigde Staten in beslag genomen Nederlandse schepen, meet bruto 3.551 en netto 2.171 registerton en is in 1915 te Rotterdam gebouwd.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De vrachtlogger ANNIE EN ADRI.
Uit ontvangen brieven van de geredden van het vrachtloggerschip ANNIE EN ADRI van de maatschappij Holland te Vlaardingen, directeur de heer D. Kwakkelstein, blijkt, dat dit schip ter hoogte van het vuurschip Doggersbank-Noord op een verankerde mijn is gestoten, welke het achterschip trof, waardoor dit gedeelte terstond zonk. Tijdens de ontploffing bevonden de kapitein J. Hoogerwerf en de matroos C. de Ligt zich aan dek. Laatstgenoemde verdween met het achterschip in de diepte en is niet meer gezien.
De kapitein, die door de ontploffing een been had gebroken en de andere bemanning, waarvan de stuurman ook licht aan de armen en schouders was gewond, wisten zich op een stuk dekhout 20 uren drijvende te houden, alvorens ze door een Engelse onderzeeboot werden opgemerkt en aan boord genomen, waar ze direct van droge kleren en voedsel werden voorzien. Twee dagen werd nog aan boord van de duikboot doorgebracht waarna men behouden te Shotley aan wal kwam. De kapitein en stuurman werden in het hospitaal opgenomen. Allen zijn zeer voldaan over de liefderijke behandeling, die zij ondervinden.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 20 juni. Het door de Amerikaanse regering in beslag genomen stoomschip ALCOR van Van Nievelt, Goudriaan & Co’s Stoomvaart Mij. alhier, 3.551 bruto 2.171 netto ton groot en in 1915 door de Rotterdamsche Droogdok Mij. gebouwd, heeft op de kust van Nieuw Schotland schipbreuk geleden en zal vermoedelijk totaal verloren zijn.
(opm: Bij Seal Island vergaan op 12 juni 1918. Op weg van Boston (Mass.) naar Bordeaux. Geregistreerd te New York – U.S.A.)


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Hoek van Holland, 20 juni. Van der Tak's Berging Mij. heeft uit het op 4 juli in de Noordzee tot zinken gebrachte stoomschip BESTEVAER hier aangebracht een partij manufacturen benevens enige balen katoenen garens en jute.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 19 juni. De dezer dagen door een trawllogger aangebrachte scheepsboot met het naammerk van een Groningse scheepsbouwer is, naar men vrijwel als zeker aanneemt, afkomstig van de sedert enige maanden vermiste schoener RENSIENA II uit Vlaardingen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 19 juni. Het stoomschip BENGKALIS passeerde op zijn eerste reis het Noordzeekanaal uitgaand met een diepgang van 8,80 meter.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Hamburg, 19 juni. De Nederlandse motorschoener MARIA JACOBA, welke op de 10e mei te Swinemünde werd opgebracht, is nu met motorschade te Dalarö (ten zuiden van Stockholm) binnen gelopen. Het schip wordt naar Stockholm gesleept. De MARIA JACOBA vertrok 8 mei van Rotterdam naar Stockholm.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Het stoomschip KIELDRECHT, één van de door Engeland gerequireerde Nederlandse schepen, is op een mijn gelopen en gezonken. Nadere bijzonderheden ontbreken.
Indertijd keerde de bemanning hier terug uit Londen. Het schip behoorde aan de Stoomvaart Maatschappij ‘De Maas’, directie de firma Phs. Van Ommeren, en was groot 1.284 ton bruto en 746 ton netto. Het was in 1916 gebouwd.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Op de werf De Hoop van de firma Gebr. Boot te Leiderdorp is voor rekening van de N.V. Vrachtmaatschappij Katwijk te Rotterdam in aanbouw, het stalen schroefstoomschip POELDIEP.


22 juni 1918


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Nederland en de oorlog. De LOMBOK op een mijn gelopen en gezonken?
Te Amsterdam en te Rotterdam gaat het gerucht, dat het stoomschip LOMBOK van de Stoomvaart Mij. Nederland te Amsterdam op een mijn zou zijn gelopen en gezonken.
Bij de rederij is hieromtrent geen bericht ingekomen.
De LOMBOK is een van de schepen, die door Engeland in beslag werden genomen.
Het schip was geladen met Indische producten, bestemd voor Nederland. Engeland had toestemming tot overlading gegeven. Het schip is groot 5.934 bruto ton, gebouwd in 1907.
(opm: zie ook 270618)


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 21 juni. Het Nederlandse zeilschip ZWERVER, kapt. K.C. Koster, hetwelk naar Swinemünde werd opgebracht, is volgens ontvangen bericht weer vrijgegeven. De ZWERVER, 23 april van Rotterdam naar Limhamn vertrokken, vertrok 4 mei van IJmuiden.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 21 juni. De Nederlandse tjalk ESPÉRANCE, kapt. E. Wortel, van Karlskrona naar Leerdam, is 18 juni te Trelleborg aangekomen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 21 juni. Aan de bergers van het Rotterdamse dubbelschroefstoomschip SINDORO van de Rott. Lloyd, dat 6 maart 1917 in de baai van Gibraltar strandde, werd, zoals door ons reeds is gemeld, door het Admiraliteitshof te London een bergloon toegekend van 27.000 P.St. De reders van de SINDORO zijn in hoger beroep gegaan van dit vonnis en het Hof van Appel, dat 13 juni jl. uitspraak deed, heeft het bergloon verminderd en vastgesteld op 18.000 P.St.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 21 juni. De graanschepen JAVA en STELLA respectievelijk naar Amsterdam en Rotterdam bestemd, worden circa 24 dezer binnen verwacht. De zeesleepboot WITTE ZEE is van Nieuwediep naar Doggersbank vertrokken om de beide graanschepen te convoyeren.


24 juni 1918


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De KENNEMERLAND. Naar wij van de N.O T. vernemen, heeft het stoomschip KENNEMERLAND van de Kon. Holl. Lloyd, met maïs en stukgoederen geladen, dat geruimen tijd te St. Vincent door de Portugese autoriteiten was vastgehouden en enige tijd geleden van daar naar Halifax was vertrokken, thans van de Engelse regering vergunning bekomen de reis naar Nederland voort te zetten.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

ROTTERDAM, 22 juni. Volgens bericht van Buitenlandse Zaken aan de Maatschappij Trans Atlanta alhier, wordt het naar Swinemünde opgebrachte stoomschip ZEEBURG vrijgelaten. De ZEEBURG kwam van Rönneby en was bestemd voor Amsterdam met een lading hout en ijzerdraad.


25 juni 1918


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. De Raad zal woensdag 26 juni a.s., ’s namiddags 1.30 uur, een onderzoek instellen naar het zinken in de haven van IJmuiden tijdens kolenladen op 10 juni 1918 van het stoomvissersvaartuig DEMOCRAAT II (RO-35). Reder: A. de Jonge, te Rotterdam; schipper A.A. Koster, te IJmuiden.
Daarna wordt een onderzoek ingesteld ter zake van het beschoten worden door een duikboot op 7 april 1918 van het zeilschip STERNE, waardoor het schip vermoedelijk verloren is geraakt. Rederij N.V. Scheepvaart Mij. ‘Piet Hein’, te Rotterdam; gezagvoerder J. Jonk, te Groningen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. De Raad deed gistermiddag onderzoek inzake het bij herhaling defect raken van de motor op 27 februari 1918 en het stoten op de klippen bij Egerö op 22 maart 1918, van het motorzeilschip HARLINGEN. Gehoord werd als getuige de kapitein van de HARLINGEN, L. Teensma. Deze deelde o.m. mee, dat het schip was gebouwd in 1917. Het manoeuvreerde slecht; als men een ander schip tegen kwam, kon men, als de motor stil stond en gezeild werd, het schip slechts met de grootste moeite in de goede koers houden. Aan boord waren 8 man. Op 27 februari vertrok men met uien, sigaren en tabak van Rotterdam naar Gotenburg. De deklading bestond uit hoepels. Dadelijk werd het weer slecht. Toen men de Haaks passeerde, moest al een deel van deze lading worden geworpen. leder ogenblik weigerde de motor. Omdat men het Skagerrak niet binnen kon komen, zette men koers naar Stavanger, waar de motor werd gerepareerd. Vandaar werd de reis voortgezet naar Gotenburg, terwijl het voortdurend zeer mistig was. Vooral in de nabijheid van Egerö was dit het geval. In noordelijke richting werd dan ook een mistsein gehoord. De motor was weer op gang gemaakt, maar het vliegwiel is kort daarop uit elkaar gevlogen, zodat men naar de wal dreef en het schip enige malen stootte. Er is tenslotte een sleepboot gekomen, die het schip, dat geen schade had bekomen, behouden in Egerö bracht. De stuurman, Th. Das, onderschrijft de verklaringen van de kapitein en verklaart tevens, dat de teerolie, die aan boord was, niet in staat was de motor voldoende op gang te houden. Ook zegt getuige nog, dat het wegens het slechte luisteren van het schip naar het stuur, o.m. onmogelijk was overstag te gaan. De Raad zal later uitspraak doen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. De Raad behandelde de stranding in de Christiania fjord op 11 mei 1918 van het motorzeilschip CARPE DIEM. Als getuige wordt gehoord de kapitein Fr. Stam. Deze deelde o.m. mee, dat zijn schip, evenzo als de HARLINGEN gebouwd, even moeilijk te sturen viel. Men was de 8e mei uit Christiania vertrokken, met bestemming naar Rotterdam. De kapitein schrijft het stoten toe aan het moeilijk manoeuvreren van zijn schip. Een matroos, Van der Hoek, merkt nog op, dat de kapitein op het ogenblik van het stoten, niet aan dek was en dat ook de uitkijk er op het bewuste ogenblik niet was. De kapitein zegt, niet beneden geweest te zijn op het moment van het stoten. Ook zegt hij, door de matroos niet op de klip gewezen te zijn. Later evenwel erkent de kapitein, dat hij door de matroos is gewaarschuwd. De president maakt er de kapitein op opmerkzaam, dat het niet met zijn plicht strookt in de kajuit te zijn, als er gevaar dreigende is. Hij had tevens moeten zorgen, dat de uitkijk op zijn plaats was. De kapitein zegt ter verontschuldiging, dat hij af en toe op de kaart moest kijken en dat hij hoogstens een minuut of twee is weg geweest.
De uitkijk, als getuige gehoord, zegt bij het roer op de uitkijk gestaan te hebben. Hij is inderdaad even voor het stoten naar beneden gegaan, om voor de koffie te zorgen, hoewel de kapitein hem gewaarschuwd had, extra-oplettend te zijn.
Nadat de inspecteur de uitkijk nog eens op zijn nalatigheid heeft gewezen, zal de Raad later uitspraak doen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. De Raad wees de volgende uitspraak:
Betreffende het met man en muis vergaan van het zeilschip CONCORDIA CONSTANS is de Raad van oordeel, dat het zeilschip CONCORDIA CONSTANS op de reis van Frederikstad naar Amsterdam op of na 15 oktober 1917 met man en muis is vergaan. De oorzaak kan niet met zekerheid worden vastgesteld; de Raad acht het niet onmogelijk, dat deze verband houdt met de oorlogsomstandigheden.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. De Raad wees de volgende uitspraak:
Betreffende de stranding van het zeilschip ARIAANTJE is de Raad van oordeel, dat de
ARIAANTJE op de kust van Jutland is gestrand ten gevolge van het breken van het bakboord- en het slippen van het stuurboordanker. Nu door stormschade aan het tuig en het ruwe weer niet meer behoorlijk met het schip kon worden gemanoeuvreerd, was de schipper op zijn ankers aangewezen en heeft hij, door deze aanstonds te gebruiken, nog bijna drie dagen lang de stranding weten te voorkomen. Men had echter er voor moeten zorg dragen, dat de stuurboordankerketting was vastgezet, waardoor het slippen zou voorkomen zijn.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. De Raad wees de volgende uitspraak:
Betreffende stranding van het zeilschip ROTTERDAM is de Raad van oordeel, dat de oorzaak van de ramp is gelegen in het verlies van de masten en daarna van de ankers, waardoor de ROTTERDAM geheel hulpeloos werd. Wat de oorzaak is van het breken van de grote mast, is niet gebleken; het is mogelijk dat de mast, die niet van Amerikaans pitchpine, maar van grenenhout was, niet sterk genoeg was om weerstand te bieden aan het zwiepen van de steng bij het neerhalen van de kluiver. Het laten slippen van ankers en kettingen was bij het op sleeptouw nemen door de motorschoener inderdaad niet te vermijden. Misschien was het beter geweest, de hulp van de BERTHA niet aan te nemen, daar toch een motorschoener een slecht sleepschip is: intussen is de schipper, die met zijn bemanning alles gedaan heeft om het schip te behouden, hiervan geen verwijt te maken, omdat hij met zijn schip in ongunstige conditie verkerende, niet wist of hij betere hulp zou krijgen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. De Raad wees de volgende uitspraak:
Betreffende de beschieting van het koftjalk-schip VOORWAARTS, blijkt uit het gehouden onderzoek, dat het Nederlandse zeilschip VOORWAARTS, dat duidelijk de kentekenen van Nederlandse nationaliteit droeg, door Duitse vliegtuigen is beschoten en dat, te oordelen naar de gegevens door de opvarenden verstrekt, deze beschieting heeft plaats gehad op 56º-20’ NB en 05º-30’ OL, dus in de zogenaamde vrije vaargeul.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Hamburg, 25 juni. Het Seegericht te Egersund heeft aan de rederij van het stoomschip AUSTRI voor het bergen van de Nederlandse motorschoener HARLINGEN (Zie Avondbl. 28 mrt.) een bedrag van 75.000 Kr. toegewezen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De FRISIA. De FRISIA is van Amsterdam naar IJmuiden opgestoomd met de bedoeling daar op het sein van vertrek te wachten, dat van ambtelijke zijde zal worden gegeven, zodra het bericht ontvangen zal zijn — dat elk ogenblik kan inkomen — dat de HOLLANDIA Halifax verlaten heeft. Van enig voornemen tot uitstel is nooit sprake geweest. (opm: zie ook RN 270618)


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De KENNEMERLAND. Het Nederlandse stoomschip KENNEMERLAND, dat, gelijk bericht werd, door de Engelse autoriteiten vrijgelaten is, heeft thans Halifax verlaten.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De graanschepen. De stoomschepen JAVA en STELLA zijn hedennacht vier uur Terschellinger vuurschip gepasseerd en kunnen resp. te 5 uur en te 8 uur te IJmuiden en Rotterdam verwacht worden.
Nog meldt men ons: Het stoomschip JAVA met graan uit Amerika, heeft hedenochtend 5 uur van Doggersbank-Noord de reis naar Nederland vervolgd.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 24 juni. Het stoomschip MEGREZ, van Van Nievelt, Goudriaan & Co's Stoomvaartmaatschappij alhier, op de reis van Rotterdam in ballast naar Zweden om daar hout te laden, naar Swinemünde opgebracht, is weer vrijgegeven en heeft de reis naar de bestemmingshaven voortgezet.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 24 juni. Het Nederlandse stoomschip HOLLANDIA I, op reis van Rotterdam naar Zweden met een lading hoepels, door de Duitsers opgebracht, zal voor het Prijsgerecht te Hamburg worden gebracht.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 24 juni. Het Nederlandse stoomschip SITOEBONDO, dat eerst door de Amerikaanse regering in New York vastgehouden was maar later de reis naar Nederlands-Indië mocht voortzetten, heeft een moeilijke tocht over de Stille Oceaan volbracht. Het schip had vier maanden te New York gelegen toen het eindelijk naar San Francisco afvaren kon, maar was door het lange stilliggen zo sterk aangegroeid dat het slechts langzaam varen en met de aan boord zijnde kolenvoorraad de naast bijziende Japanse haven niet bereiken kon.
Gelukkig was een grote hoeveelheid petroleum aan boord en op zee werd nu de machine ingericht voor vloeibare brandstof. Van alle aan boord aanwezige pijpleidingen, zelfs die van de waterleiding uit de badkamers, werd een pijpgeleiding voor vloeibare brandstof samengesteld en 25 december kon onder één ketel met drie vlammen gestookt worden. Een oude olietank werd als bedrijfstank gebruikt en over de machinekamer aangebracht, zodat voldoende druk voorhanden was. Dit gaf een besparing van 11 ton kolen per dag. Toch bleek deze besparing nog onvoldoende. Nog een tweede ketel moest voor vloeibare brandstof geschikt worden gemaakt en toen gelukte het op 4 januari Yokohama te bereiken. Er waren nog slechts 10 ton kolen over.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Bergen, 13 juni. De gezagvoerder van het schip AMSTERDAM, met een lading, blikafval, groot 215 ton, van hier naar Gotenburg, heeft gisteren een scheepsverklaring afgelegd. Op 7 dezer moest men wegens de toenemende ZO wind een rif in het zeil steken. Tijdens dit werk werd het op de wind liggende schip door een zware zee met bakboord boeg door de wind gedraaid, hierbij brak de grote boom, omdat men geen tijd meer had de gei los te maken. Ten gevolge van deze schade en ook omdat het voordek lek was geworden, moest men naar Bergen terugkeren.


26 juni 1918


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De graanschepen. Hedenmorgen halftien is de JAVA van de Mij. Nederland te Amsterdam met graan van New York te IJmuiden binnen gekomen. Het schip brengt, mee: 1.500 ton mais, 2.000 ton tarwemeel en 2.600 ton tarwe.
De STELLA, die naar Rotterdam gaat, heeft aan boord: 1.600 ton tarwemeel en 2.000 ton tarwe. (opm: zie ook RN 270618)


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 25 juni. Het stoomschip MEGREZ arriveerde voor 24 juni van Rotterdam, laatst van Swinemünde, te Hernösand.
Het stoomschip AGNETA, enige tijd geleden op de reis van Zweden naar Rotterdam opgebracht naar Swinemünde, is vrijgegeven en zondag Elseneur gepasseerd.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 25 juni. Het schip ARGO III, kapt. Zevenhuizen, van Bergen naar Rotterdam, is 24 juni te IJmuiden binnengelopen als bijlegger.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 24 juni. Het Zweedse stoomschip GUNLÖG, dat sedert oktober van 1917 in de binnenhaven alhier opgelegd, is thans naar Amsterdam vertrokken. Het zal aldaar in een droogdok worden opgenomen, waarna het zeer waarschijnlijk de reis naar Zweden zal aanvaarden. (opm: zie ook AH 230617 en AH 180717)


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Delfzijl, 24 juni. De N.V. Stoomsleepdienst v/h Frater Smid & Zn. heeft de sleepboot WUTA thuis behorende te Dordrecht aangekocht.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Delfzijl, 24 juni. Het Nederlandse 2-mast schoenerschip ANNY, kapt. Kruizinga, in het vorige jaar van Gotenburg met blokken staal, staalijzer en papier naar Rotterdam vertrokken, doch met averij te Skagen binnengelopen, heeft na aldaar te hebben gerepareerd, de reis vervolgd, tot nabij de Eems, waar het andermaal wegens stormweer enige schade bekwam en aldaar binnenliep. De 23/24 februari jl. werd het op de rivier de Eems door Duitse beambten aangehouden en opgebracht naar Emden, waar het de blokken staal moest lossen. Na ongeveer 4 maanden te zijn opgehouden, is het thans na ontvangen verlof alhier aangekomen en zal de reis van hier binnendoor naar de bestemming gesleept vervolgen.


27 juni 1918


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. Door de Raad werd een onderzoek ingesteld ter zake van het beschoten worden door een duikboot op 7 april jl. van het zeilschip STERNE, waardoor het schip vermoedelijk verloren is geraakt.
De STERNE was eigendom van de N.V. Scheepvaart Mij. ‘Piet Hein’, gezagvoerder was J. Jonk te Groningen, die het eerst als getuige werd gehoord. Hij deelde mee, de 3e april jl. met zandballast van Stavanger te zijn vertrokken. Er waren vijf man aan boord. De nationaliteit van het schip viel duidelijk te herkennen. De 7e april hoorde getuige ’s avonds te kwart voor zeven, terwijl hij aan dek stond, plotseling een schot. Het was helder weer.
De bemanning van de STERNE streek de zeilen en begaf zich in de sloep, om de duikboot te bereiken. Aanvankelijk gelukte dat niet, daar de ander bleef schieten. Daarna werd niets meer van de duikboot gezien. Men begaf zich weer naar het eigen schip, dat ten tweede male bestookt werd. Men ging opnieuw in de sloep en kon deze keer inderdaad de duikboot bereiken. De commandant sprak Duits en droeg een Duits uniform. Hij zei tot de schipper: ,,Das Schiff muss sinken.” Op de bewering van getuige, dat het toch een Hollands vaartuig was, zei hij: ,,Halten Sie Ihr Schnabel." Later gaf hij toe, te ver te zijn gegaan, maar, voegde hij erbij, men kan niet weten wat voor schip het is. In de loop van het gesprek vernam men nog, dat de duikboot op weg naar Edinburgh was, om de Schotse kust te beschieten. Van de STERNE viel intussen niets meer te bekennen. De gehele nacht bleef men langszij van de duikboot liggen. Af en toe moesten de Hollandse zeelui overkomen. Om half zeven ‘s ochtends verklaarde de duikbootcommandant, dat hij zich verder niet met de schipbreukelingen kon bemoeien. Hij zei nog, dat men zich op 44 mijlen ten ZW van Lister bevond. Er werd gezeild en tegen half elf die ochtend bereikte men de kust. De STERNE werd later vol gaten, op de klippen terug gevonden. De stuurman legde een verklaring in gelijken geest af. Uitspraak in deze zaak zal later volgen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. De Raad heeft gistermiddag uitspraak gedaan betreffende de ontploffing aan boord van het stoomschip GORONTALO. De Raad is van oordeel, dat er broeiing in de kolen is geweest, waardoor zich gassen hebben ontwikkeld en dat deze gassen zijn ontploft, toen door de toetreding van zuurstof bij het verwerken van de kolen, deze laatsten gloeiend zijn geworden.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. Betreffende de stranding van het zeilschip MARIA is de Raad van oordeel, dat het onderzoek niet voldoende bewijs heeft opgeleverd om te mogen aannemen, dat de stranding is te wijten aan een daad of nalatigheid van de schipper. Toen de MARIA in de hoek was gekomen, welke wordt gevormd door de Jutlandse kust en het Hornrif, was met het oog op wind en weer de stranding moeilijk te vermijden, nu het niet mogelijk was, zoals de Raad aannemelijk acht, de ankers klaar te maken en te laten vallen. De Raad gelooft intussen niet, dat de schipper, gelijk hij beweert, nog gehalsd heeft, omdat het journaal het niet vermeldt en de getuige er niets van bemerkt heeft, maar erkend moet worden, dat het halzen vermoedelijk toch niet gebaat zou hebben. Allicht was de ramp voorkomen, indien de schipper de dag tevoren met de MARIA over bakboord had gezeild, daar hij dan niet zo na aan de kust was gekomen, hoewel hij in dat geval meer gevaar in verband met de mijnenvelden gelopen had.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De STELLA. Naar wij vernemen heeft de gezagvoerder van het stoomschip JAVA meegedeeld, dat de STELLA in de Atlantische Oceaan een andere route dan de JAVA heeft genomen, zodat dit stoomschip eerst 1½ dag later dan de JAVA kan worden binnen verwacht. Naar wij vernemen is de STELLA gisterenavond 10 uur Doggersbank Noord gepasseerd en stoomt het schip met de sleepboot WITTE ZEE om de zuid.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Nederland en de oorlog. De LOMBOK.
Het stoomschip LOMBOK van de Maatschappij Nederland te Amsterdam, waarover verleden week geruchten liepen dat het getorpedeerd of op een mijn gelopen zou zijn, is behouden te Londen aangekomen. De goederen, die vrijgegeven zijn, kunnen naar Rotterdam worden vervoerd, mits uit Nederland scheepsruimte wordt gezonden om ze te halen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Stoomvaartberichten. Het stoomschip FRISIA, van de Kon. Hollandsche Lloyd, vertrek 25 juni 11.10 uur nm. van IJmuiden via New York naar Buenos Aires. Hieruit mag worden opgemaakt dat hier te lande bericht is ontvangen, dat het stoomschip HOLLANDIA Halifax verlaten heeft met bestemming naar Nederland.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 23 juni. Het stoomschip AGNETA, van Sundsvall, laatst van Swinemünde naar Rotterdam, passeerde 24 juni Skagen.
Het Rotterdamse zeilschip ZWERVER, kapt. K.C. Koster, arriveerde 25 juni van Rotterdam, laatst van Swinemünde te Hernösand.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 23 juni. Het wachtschip ADOLF VAN NASSAU, een reeds heel oud marinevaartuig, is in het natte dok op de werf te Nieuwediep gezonken. Het schip diende in de laatste tijd tot onderdak van een gedeelte manschappen van de landmacht.
Ongelukken zijn er niet bij voorgevallen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Bergen, 21 juni. Het stoomschip STRYN, ex. LOUISE, 2.147 bruto en 1.846 netto ton groot, in 1901 bij Bonn & Mees te Rotterdam gebouwd en toebehorend aan Karl A. Dahl te Bergen, is getorpedeerd. Het schip was door de Engelse regering gerekwireerd en voer nu onder directie van Constantin Docking & Co. te Middlesbro.


28 juni 1918


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Het graan en meel uit Amerika aangekomen.
Hedenmorgen 5.40 uur is de STELLA van de Kon. Nederlandsche Stoomboot Maatschappij te Amsterdam de Waterweg binnengekomen. Gelijk wij reeds meedeelden, brengt de STELLA mee: 1.875 ton tarwe, 44 ton roggemeel en 1.631 ton Amerikaans meel. Om 8 uur kwam de STELLA de Lekhaven binnen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Nederland en de oorlog. Logger in de lucht gevlogen.
De kapitein van de hedennacht te IJmuiden binnengekomen vrachtlogger GOEDE HOOP I, van Gotenburg naar Zaandam, rapporteert dat in de nacht van maandag op dinsdag tijdens stormweer een vrachtlogger op een mijn gelopen en in de lucht gevlogen is op 55º-50' NB en 05º-35' OL. Deze logger was de gehele dag in de nabijheid geweest en een ogenblik tevoren had men het heklicht op ongeveer een mijl vooruit gezien. Direct na de ontploffing was het licht verdwenen en heeft men van het vaartuig niets meer gezien. Het schip was van onderen grijs en van boven zwart geschilderd, doch de naam heeft men niet kunnen onderscheiden.


29 juni 1918


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Onze scheepvaart om de noord. De firma's A. Jordens Jr., Maatschappij Flandria, B. Kurpershoek en Zoon, de Hollandsche Vrachtvaart Maatschappij en G.A. van Veen, alle gevestigd te Rotterdam, hebben zich tot de Minister gewend met een telegram waarin zij zeggen: Verscheidene schepen, die buitengaats waren, zijn hier veilig aangekomen. Andere schepen, ofschoon eerst naar Swinemünde opgebracht, zijn weer vrij gegeven, zodat de vaart om de noord blijkbaar vrij is. Afnemers van ladingen, welke thans in hier liggende schepen ingeladen zijn en welke door het oponthoud van kwaliteit verminderen, dringen op afzenden van de schepen aan en verzoeken dringend het uitvaren toe te staan.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 28 juni. Op de Nieuwe Waterweg heeft de proeftocht plaats gehad van het aan de Haarlemsche Scheepsbouw Maatschappij gebouwde stoomschip ENERGIE II.
De hoofdafmetingen van het schip zijn: Lengte 61 meter, breedte 9,15 meter, holte 4,57 meter met raised-quarterdeck van 1,06 meter. Laadvermogen 1.250 ton.
De machine installatie van 650 ipk, waarmee een snelheid werd bereikt van 11 knoop, werd vervaardigd door de firma Burgerhout alhier. Het schip is gebouwd volgens voorschriften van de Germ. Lloyd, klasse 100 A/4 en onder toezicht van de Scheepvaartinspectie.
Na afloop van de tocht, welke tot volle tevredenheid van de belanghebbenden plaats had, werd het schip door de rederij, de firma J. & A. van der Schuyt aanvaard.
Met de ENERGIE II werd het tweede van de 3 voor voornoemde rederij in aanbouw zijnde schepen afgeleverd.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Den Helder, 27 juni. De ADOLF VAN NASSAU, het wachtschip, dat voor een paar dagen onder water liep, is thans weer geheel in orde, drijft hoger dan ooit het geval was. Druk zijn de mannen aan het zwabberen en schoonmaken geweest en thans is het schip weer bruikbaar.


01 juli 1918


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Stoomvaartberichten.
Het stoomschip ZIJLDIJK, van de Holland Amerika Lijn, arriveerde vrijdag 21 juni van Rotterdam te New York.
Het stoomschip HOLLANDIA, van de Kon. Holl. Lloyd, van Buenos Aires en New York naar Amsterdam, vertrok 27 juni van Halifax met passagiers en ongeveer 6.000 ton meel.
Het stoomschip FRISIA, van de Kon. Holl. Lloyd, van Amsterdam via New York naar Buenos Aires, arriveerde 28 juni ‘s morgens 4 uur te Bergen. Het schip zal order krijgen de reis voort te zetten.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 29 juni. Het zeilschip JANTJE, kapt. Arbeider, is 23 juni van Rotterdam, laatst van Swinemünde, te Stockholm aangekomen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Amsterdam, 29 juni. Tijdens het tippen van een wagon steenkolen is donderdagavond een zee-tjalkschip, liggende aan het terrein nabij de Plantage Doklaan, gezonken. De opvarenden konden zich bijtijds redden. Een vijftal kippen die aan boord waren moesten het ongeval met de dood bekopen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 28 juni. Een reddingboei van het hoefijzermodel, welke in de Noordzee was opgevist, is door een zeillogger alhier aangebracht. Hoewel de naam die op de boei voorkwam er niet al te duidelijk opstond, denkt men toch voldoende aanwijzingen te hebben om te veronderstellen, dat deze afkomstig is van het vracht-loggerschip LICHTSTRAAL II, kapt. Van Noort uit Vlaardingen. Dit schip vertrok 9 april van Rotterdam naar Scandinavië en sinds die tijd heeft men niets meer ervan vernomen. Een onderzoek naar de juistheid hiervan wordt nu bij de rederij Ingesteld.


02 juli 1918


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 1 juli. De sleepboot ZEELAND is zaterdagmiddag half drie weer uitgevaren voor het onderzoek naar het wrak van de KONINGIN REGENTES.
Later bericht. De ZEELAND is voorlopig uit zee te Nieuwediep teruggekeerd, omdat men van het wrak van de KONINGIN REGENTES niets meer heeft kunnen ontdekken.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 1 juli. Aan een door de Scheepsagentuur te Batavia gegeven overzicht over de scheepvaart van Java, Makassar en Padang in 1917, vergeleken met voorafgaande jaren, ontlenen wij het volgende: Ten gevolge van de nog voortdurende oorlogsomstandigheden werden geen Duitse schepen beladen, noch werd lading naar Duitse havens vervoerd. Door uitbreiding van het spergebied in de Middellandse Zee werden de Hollandse maatschappijen genoodzaakt de vaart op Marseille stop te zetten. De handel op Amerika breidde zich echter uit en daardoor vermeerderde de naar New York en San Francisco aangeboden scheepsruimte van 113.686 nrt. in 1916 tot 206.977 in 1917. De bij de Batavia Vrachten Conferentie aangesloten lijnen boden naar Europa en New York in 1917 slechts 175.212 nrt. aan, tegen 458.202 nrt. in 1916, hetgeen het gevolg was van de verscherpte duikbootactie, welke in februari 1917 begon, terwijl bovendien vele stomers maanden lang in New York werden vastgehouden. Naast het productenvervoer door de lijnen bij de B.V.C., had wederom suikervervoer per gecharterde schepen naar Europa plaats, doch beduidend minder dan in 1916.
De Stoomvaart Maatschappij Oceaan vervoerde 20.000 ton suiker naar Engeland. Met gecharterde schepen ging 120.896 nrt. naar Engeland, 29.057 nrt. naar het vasteland en 11.396 nrt. naar Port-Said v.o. Ook Australië betrok minder voedingsmiddelen van Java, waardoor het aantal nrt. daarheen verminderde tot 97.356 in 1917 van 131.338 in 1916. Naar Brits-Indië en Oost-Azië werd in het afgelopen jaar meer verscheept dan in 1916.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Het Hamburgse Prijsgerecht heeft enige zaken behandeld in verband met het opbrengen van het Rotterdamse stoomschip IMPORT. Het ging om aanspraken tot schadevergoeding voor verschillende goederen als gloeilampballons, foezelolie, lege flessen, zaad, enz. Zij werden, op enkele uitzonderingen na, toegewezen met een rente van 4 pct., de kosten deels te dragen door het Duitse rijk, deels door de reclamanten.
De uitspraak inzake het geval van het Nederlandsche mailstoomschip PRINS HENDRIK werd tot de volgende zitting verdaagd. Dit tussen Vlissingen en Gravesend varende schip werd 19 jan. 1917 aangehouden, naar Zeebrugge opgebracht en na inbeslagneming van de aangetekende en pakketpost de volgende dag weer vrijgegeven, waarop het met de gewone post de reis kon vervolgen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Vaart op Engeland.
De vaart met schepen onder Nederlandse vlag naar en van Engeland zal worden hervat. De stoomschepen EEMSTROOM en IJSTROOM van de Hollandsche Stoomboot Mij. te Amsterdam, liggen reeds in lading. Naar wij vernemen, heeft de Duitse regering de vaart toegestaan.


03 juli 1918


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 2 juli. Naar men verneemt, zal de directie van de Java-China-Japan Lijn aan aandeelhouders voorstellen over het jaar 1917 een dividend van 20 procent uit te keren.
(vorig jaar 9 pct.).


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 2 juli. Volgens een alhier ontvangen consulair bericht, zou het stoomschip ZEEBURG gistermiddag, na kolen te hebben geladen, van Swinemünde naar Amsterdam vertrekken. Nadat het stoomschip aldaar de lading hout heeft gelost, komt het naar Rotterdam om de lading ijzerdraad te ontschepen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Amsterdam, 1 juli. Het lichten van de zeetjalk BERENDINA FENNECHIENA, tijdens het laden van kolen aan de tip aan de Plantage Doklaan gezonken, is opgedragen aan de firma Gebroeders Goedkoop.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Amsterdam, 1 juli. Het graanschip HOLLANDIA, op reis van Buenos Aires en New York naar Amsterdam, wordt de 10e dezer te IJmuiden verwacht.


04 juli 1918


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Hamburg, 2 juli. De te Groningen thuis behorende tjalk JEZELINA is aan de Schifffahrtsgesellschaft Gerda te Rudkjöbing verkocht.


05 juli 1918


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De NOORDAM. Gisteravond klokslag 10 uur is de NOORDAM van de Holland Amerika Lijn, van de wal aan de Wilhelminakade naar zee vertrokken ten einde zich bij het konvooi voor Nederlands-Indië te voegen. Aan boord bevinden zich 257 passagiers eerste, 241 passagiers tweede, 271 passagiers derde en 205 passagiers vierde klasse. Daaronder een detachement koloniale suppletietroepen, onder bevel van luit.-kolonel H. Bakker.
Het schip was om halftwaalf in zee, doch is op order van de marinestaf toen buitengaats geankerd om nadere orders af te wachten.
Uit Nieuwediep, van waar het konvooi zou uitvaren, meldde men ons vannacht, dat het schip order had ter rede aldaar te blijven liggen, evenals de TABANAN, het schip van de Rotterdamsche Lloyd, dat tot hulpkruiser is gemetamorfoseerd en dat daar reeds lag.
De H.A.L. berichtte ons vanmorgen op onze aanvraag, dat de NOORDAM nog ‘buiten’ was. Het vertrek van de NOORDAM gisteravond van hier had duizenden op de been gebracht, op de Bult en aan het Park. Het was een schoon schouwspel dit schip te zien uitvaren. In het halfduister straalden de lichten over het water in feestelijke glans. Aan beide zijden van het schip waren de naam en de Nederlandse driekleur elektrisch verlicht. En een dichte mensen massa wuifde het vertrekkende schip, ook van de overkant, een hartelijk vaarwel en behouden wederkomst toe. (opm: zie ook RN 060718)


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Haarlemsche Scheepsbouw Maatschappij.
Aan het verslag van de N.V. Haarlemsche Scheepsbouw Maatschappij te Rotterdam(opm:?) (Haarlem), over het eerste boekjaar 1917, is het volgende ontleend:
De twee zeeschepen (ieder plm. 1.250 ton laadvermogen) welke begin 1917 op stapel werden gezet, werden in de loop van het verslagjaar tot zeer lonende prijzen verkocht; door vertraging in de aanbouw van de voor deze schepen benodigde machine-installatie werd de aflevering vertraagd. Het eerste schip werd sedert afgeleverd. Het tweede was in december 1917 voor ruim ⅔ gereed.
Aan nieuwe orders werd genoteerd de bouw van 3 casco's, totaal 4.500 ton laadvermogen. Voor het eerste casco kwam een belangrijk gedeelte van het materiaal in begin 1918 in bezit van de Mij. Aan het tweede casco is nog niet begonnen. Voor het derde, hetwelk een zusterschip van de twee eerstgenoemden zal worden, is een tijdelijke derde helling gebouwd en reeds in het afgelopen jaar een begin met de bouw in de werkplaats gemaakt, aangezien het allergrootste gedeelte van het materiaal in voorraad is.
De casco's worden gecontracteerd zonder bij-levering van of bemoeiing met de betreffende machine-installaties. De contractvoorwaarden zijn dusdanig, dat op deze 3 casco's een goede winst tegemoet mag worden gezien. De vooruitzichten voor 1918 voor de vennootschap zijn niet ongunstig. Het bruto winstsaldo bedraagt NLG 139.300, de door de raad van commissarissen vastgestelde afschrijvingen op de bezittingen van de vennootschap NLG 53.513, benevens NLG 4.897 op de vordering op de vereniging voor de regeling van het ijzervervoer en het totaal van de oprichtingskosten ad NLG 1.230, totaal NLG 39.640, terwijl voor directie en personeel en voor ondersteuningsfonds resp. NLG 6.000 en NLG 2.000 werd bestemd en voor oorlogswinst- en andere belastingen en diverse belangen werd gereserveerd NLG 23.000, zodat ter beschikking overbleef NLG 48.661.
Voorgesteld wordt een dividend uit te keren van 10 procent en in het reservefonds te storten NLG 21.000. Voor oprichtersbewijzen is NLG 3.666 beschikbaar, hetgeen een uitkering toelaat van NLG 18,33 per bewijs.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Nieuwe Afrikaansche Handelsvennootschap.
Het verslag over het afgelopen boekjaar 1917 vermeldt dat, ondanks de bezwaren, waarmee het bedrijf ten gevolge van de oorlogstoestand ook in het laatste jaar te kampen heeft gehad, toch, na voldoende afschrijving hier en in Afrika en na overdracht van een bedrag van NLG 12.560,53 op de reserverekening, een winstcijfer beschikbaar blijft, dat ruimte laat voor een dividend van 4% over het uitgegeven kapitaal.
Dit dividend wordt echter pas later uitbetaald door de moeilijkheid, verbonden aan de afscheep van producten, waaronder, evenals alle koloniale landen, ook de Congo lijdt.
Ten gevolge van deze omstandigheid bevindt de vennootschap zich in de onmogelijkheid de in Afrika aangekochte producten geregeld te gelde te maken en gevoelen wij ons, zegt de directie, waar de betaling van de geleidelijk tot uitvoering komende bestellingen reeds noodzaakt een beroep op ons krediet te doen, hetgeen tot hoge rentelast aanleiding geeft, verplicht, alle niet onvermijdelijke uitschotten voorlopig op te schorten. Het is niet te voorzien hoe lang deze toestand zal voortduren.
Behalve tot machtiging tot voorlopige opschorting van de uitbetaling van het dividend, zal de aanstaande algemene vergadering het verzoek bereiken de bevoegdheid te verlenen om het nog onuitgegeven kapitaal te plaatsen, het overlatende aan de directie om, in overleg met de commissie, bedoeld bij art. 18 van de statuten, de wijze en de tijd waarop dit zal geschieden, te bepalen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 3 juli. De 2-mast schoener ZAANDAM, hedenmiddag van Gotenburg hier binnengekomen met bestemming naar Velsen, heeft tijdens zwaar stormweer een deel van de deklast houtstof verloren. Eveneens werd enige schade over dek belopen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Bergen, 28 juni. Volgens berichten van alhier aangekomen gezagvoerders drijven er veel wrakken op de Noordzee, vnl. van zeilschepen. Vermoedelijk zijn het wrakken van in brand geschoten zeilschepen, die nu nog op de lading drijven.


06 juli 1918


Krant:
 DMB - De Maasbode

CLARA vermist. De omgebouwde vrachtlogger CLARA, kapitein M. van Rijn, 18 juni van Drammen naar Rotterdam vertrokken, is nog niet aangekomen. Men vreest voor het behoud van het schip en zijn bemanning. Deze bestaat uit zes man, allen te Vlaardingen woonachtig. De CLARA is een in 1917 voor de vrachtvaart omgebouwde logger, 103 bruto en 88 netto ton groot en behoort aan de N.V. Zeevaart Mij. Baltica (directeuren B. Kurpershoek & Zonen te Rotterdam en C. den Dulk Jr. te Zeist)
NVC 060718
Proeftocht. Met de 3-mast motorschoener ADRI, voor rekening van de firma Joost Pot Jr. te Vlaardingen op de werf van de firma A. de Jong aldaar gebouwd, is donderdag vanaf Vlaardingen tot bijna aan Maassluis en terug een proeftocht gehouden. Het schip, bestemd voor de algemene vrachtvaart met certiflcaat houtvaart, geplaatst in de hoogste klasse Germanischer Lloyd Atlantische vaart, is feitelijk een zusterschip van de BETSY, onlangs door voornoemde werf afgeleverd, doch aan de hand van de ervaringen zijn er vele verbeteringen, niet alleen wat het schip betreft, maar ook aan de verblijven in het achterschip aangebracht. Van de toegangen tot de verblijven van de gezagvoerder is iets afgenomen en dit is ten goede gekomen aan de verblijven zelf. In het achterschip onder de campagne hebben de gezagvoerder, 1e en 2e officier, machinist en kok hun hutten, eetzalen, kombuis, grote proviandbergplaats en meerdere geriefelijkheden. Op de campagne is een zeer ruime opbouw; door die opbouw heeft men toegang naar voornoemde verblijven, tevens is die opbouw geschikt voor het verblijf van de wachthebbende officier. Voor dit scheepsgedeelte bevinden zich de ingang van de rnotorkamer, welke zeer ruim is gehouden, de schijnlichten enz. en daarachter is de commandobrug met stuurinrichting. Juist voor de bak staat de kromhoutmotor, sterk ongeveer 12 epk, die het ankerspil en de winch voor zware lasten moet bedienen en buiten deze motor bevindt zich nog op het middenschip een benzinemotor voor de bediening van laadboom twee. Het ruim van dit motorschip, groot 381 bruto, netto 274 met een dw. van ongeveer 525 ton, is zeer ruim gehouden, en wel 800 m3. De waterballast wordt in de dubbele bodem, waarvan het schip gedeeltelijk is voorzien, en tevens in de voor en achterpiektanks meegevoerd. Het reddingsmateriaal is ruim voldoende, er zijn twee reddingsboten aan boord, ieder geschikt voor 12 personen. Aan de gehele afwerking van het schip is de meeste zorg besteed. De voortstuwende kracht wordt door een Steywalmotor van 130 epk geleverd. Het ingang stellen van de motor gaat door het eenvoudig bewegen van twee hefbomen van de machine. Eenmaal in gang loopt ze rustig en zacht.


Krant:

 NVC - Nieuwe Vlaardingsche Courant

De Staatscourant No. 151 bevat de statuten van de naamloze vennootschap Vlaardingsche Vrachtvaart Maatschappij V.V.M. te Vlaardingen.
Doel: De exploitatie van vrachtschepen, welke haar eigendom zijn of over welke zij door een huurovereenkomst de beschikking heeft verkregen en voorts de uitoefening van het redersbedrjjf, met alles wat daarmee in dn ruimste zin verband houdt.
Duur: 25 jaar. Kapitaal: NLG 150.000, verdeeld in aandelen van NLG 1.000, welke alle zijn geplaatst en volgestort. Oprichters: De heer Joost Pot Jz., reder te Rijswijk, mevrouw Wed. J. Pot—Moerman te Rijswijk, de heren M. Pot Fz, scheepsbouw- en werktuigkundig ingenieur te Vlaardingen en C. Post Wz., oud-gezagvoerder te Vlaardingen.


08 juli 1918


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Met het stoomschip PRINCENHAGE I, gebouwd op de N.V. Scheepsbouwwerf en Machinefabriek De Klop te Sliedrecht, voor rekening van de rederij Princenhage te Rotterdam, is gisteren een wel geslaagde proeftocht gehouden.


09 juli 1918


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Vrachtlogger CLARA.
De namen van de opvarenden van de vrachtlogger CLARA van de Zeevaart Maatschappij Baltica te Rotterdam, over het lot van welk schip men in grote ongerustheid verkeert, zijn: kapt. M. van Rijn, gehuwd; diens zoon W. van Rijn, matroos, ongehuwd; stuurman; J. v.d. Lugt, gehuwd; matroos; P. van der Zwan Az., ongehuwd; matroos K. van der Windt; H. van Houwelingen, scheepsjongen, allen zijn te Vlaardingen woonachtig.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 8 juli. Volgens bericht van Hr.Ms. HERTOG HENDRIK is het konvooi de 7e dezer vm. 3 uur overeenkomstig het reisplan het Skudenaesfjord binnengelopen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 8 juli. Hedenochtend-om 4 uur is op de werf van de firma N.V. Jouret & Speltinckx te Krimpen a/d Lek, het tweede in gewapend beton gebouwd schip, met vol succes, te water gelaten. De afmetingen zijn: 38,50 m. x 5,05 m. x 2,32 m.
De vorm van het schip is in niets afwijkend van die van de ijzeren schepen en het verlies in tonnenmaat in vergelijking met de tonnenmaat van een stalen schip van dezelfde afmetingen is op minder dan 10 pct. gebracht.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 8 juli. Op de Werf Zeeland te Hansweert is de kiel gelegd voor een stalen schroefstoomschip met ongeveer 600 ton laadvermogen, te bouwen voor eigen rekening. Het zal worden voorzien van een triple-expansie machine van 350 pk en heeft de volgende afmetingen: Lang 46,20 m., breed 7,90, hol tot hoofddek 3.95 m. en tot verhoogd achterdek 5,10 m. Het wordt gebouwd volgens de voorschriften van de Germanischer Lloyd, klasse grote kustvaart en onder toezicht van de Nederlandse Scheepvaartinspectie.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Kalmar, 5 juli. De tjalk MARTHA, 27 december op de zuidpunt van Öland aan de grond gezet en later gezonken, is door het bergingsstoomschip ARGO gelicht en te Karlshamn binnengebracht.


10 juli 1918


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De HOLLANDIA.
Het stoomschip HOLLANDIA is maandagmiddag 5 uur te IJmuiden binnengekomen. De 15e juni had de HOLLANDIA, die zoals men weet, 4.600 ton meel aanbrengt, New York verlaten en twee dagen later bevond men zich in de haven van Halifax, waar het schip tot de 27e juni voor anker bleef. Over de behandeling aan boord was men buitengewoon tevreden. Er werd gesproken van zuiver wittebrood, van kip en vlees, van sinaasappelen en tal van andere lekkernijen die wij ons alleen nog maar uit lang vervlogen tijd herinneren. Onder de passagiers van de HOLLANDIA, bevonden zich 7 gezagvoerders, 57 officieren en 20 onderofficieren van inbeslaggenomen Nederlandse schepen. De NIEUW AMSTERDAM brengt nog 700 opvarenden van in Amerika achtergebleven schepen mee.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De Staats Courant No. 157 bevat de Koninklijke bewilligde akte van oprichting van de naamloze vennootschap: N.V. Reederij Scandinavië te Rotterdam.
Kapitaal NLG 35.000 in aandelen van NLG 1.000, alle geplaatst en volgestort.
Dir. J. van Breen, commissaris J.A.Th. van Geyn, beiden koopman te Rotterdam.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Nederland en de oorlog. De KENNEMERLAND.
Het stoomschip KENNEMERLAND is hedenmorgen te IJmuiden binnengekomen.
Men zal zich herinneren dat het schip, dat een gemengde lading bevat waaronder 3.000 ton mais, na eerst door de Portugese autoriteiten vrij geruime tijd te zijn vastgehouden, tenslotte de reis naar Nederland heeft kunnen voortzetten.


11 juli 1918


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De FREDERIKA in brand geschoten.
Gistermiddag te 7.05 uur is binnengebracht in de Scheveningse haven door schokker SCH-114 de bemanning van de Nederlandse koftjalk FREDERIKA. De tjalk, bestemd naar Havre, via Yarmouth is gisteren WNW 21 mijl van de Waterweg door een Duitse duikboot in brand geschoten. De bemanning, bestaande uit: kapt. J. Londema, van Rotterdam, stuurman D. Londema, kok J. Burgerhoudt, en matroos A. Van der Zwaan, allen zijn ongedeerd aangekomen. De FREDERIKA was gistermorgen om 11 uur uit Rotterdam vertrokken met een lading glas en mat. De bemanning is door de goede zorgen van de Scheveningse politie om 10.10 uur gisteravond naar Rotterdam vertrokken.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Onze in beslag genomen vloot. De Engelse regering heeft aan de British India Steam Navigation Co. te Londen de volgende gerequireerde Rotterdamse stoomschepen ten gebruike toegewezen: DELI, 6.799 bruto ton; GOENTOER, 5.891 bruto ton en MADIOEN 6.803 bruto ton, alle van de Rotterdamsche Lloyd.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Wisselschepen. De stoomschepen SIRRAH van Van Nievelt, Goudriaan & Co. en TERSCHELLING, van de Mij. Triton, zijn door de Nederlandse Regering aangewezen als wisselschepen voor de HECTOR en ZIJLDIJK, die naar Nederland komen met graan. Zodra de HECTOR en de ZIJLDIJK hier aankomen vertrekken de SIRRAH en de TERSCHELLING naar Amerika.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Gaffelschoener CLARAVEER.
Na een geslaagde proeftocht werd gisteren door de Rotterdamsche Algemeene Scheepvaart Maatschappij het door de scheepswerf De Maas te Slikkerveer gebouwde 3-mast gaffelschoenerschip met hulpmotor CLARAVEER aanvaard. De afmetingen van het schip zijn: 41,50 x 7,99 x 3,99 meter, 565 ton dw., hoogste klasse Germanischer Lloyd. Het is voorzien van een 130 epk 2-cilinder ruw-olie motor van de Machinefabriek Bolnes, voorheen J.H. van Cappelen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Nederland en de oorlog. Gerekwireerd schip gezonken.
Blijkens hier te lande ontvangen bericht, is het stoomschip RHEA van de Koninklijke Nederlandsche Stoomboot Mij. te Amsterdam - een van de indertijd door Engeland gerekwireerde schepen - gezonken.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 10 juli. Volgens alhier ontvangen bericht heeft het Nederlandse stoomschip MENKAR (ex. EIGEN HULP IV), op de laadplaats Alno (Zweden) liggende, zware slagzijde gekregen. Er is nogal veel water in de machinekamer gedrongen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 10 juli. Het voor de Stoomvaart Maatschappij Princenhage, alhier, door de Scheepsbouwwerf en Machinefabriek De Klop te Sliedrecht gebouwde stoomschip PRINCENHAGE I heeft op de Maas met goed gevolg proef gestoomd. Bij een krachtsontwikkeling van ruim 525 ipk werd een behouden snelheid bereikt van 9,75 mijl.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

’s-Gravenhage, 9 juli. Van Hr.Ms. HERTOG HENDRIK is bericht ingekomen, dat het konvooi heden te Thorshavn (Faeröer Eilanden) is aangekomen. Alles was wel aan boord.


12 juli 1918


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 11 juli. Omtrent het konvooi worden uit Thorshavn de volgende bijzonderheden over de reis gemeld. De TABANAN arriveerde te Thorshavn. Acht mijlen verder ankerden de HERTOG HENDRIK en de BENGKALIS om bunkerkolen in te nemen. Tegen de avond werd aan de passagiers vergunning verleend om aan land te gaan, wat hun stemming wat opvrolijkte. Daar alle klassen klaagden over het onvoldoende eten, kwam de bekende commissie in actie. De eerste dagen was het aan boord beter gesteld met de voedselvoorziening. Thorshavn leverde ons verse vis; de vis die wij uit Nederland meenamen, is bedorven. Tot nu toe was het weer uitstekend. De reis langs de kust van Noorwegen was zeer prachtig. De gouverneur van Thorshavn heeft de officieren van de TABANAN tot een feestmaal uitgenodigd. De gezondheidstoestand aan boord van de NOORDAM is goed.
Later bericht. Naar wij vernemen heeft het konvooi gisteren in de namiddag Thorshavn verlaten ter voortzetting van de reis naar Nederlands-Indië.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 11 juli. Men verneemt, dat de Engelse regering aan de British India Steam Navigation Co. te Londen de volgende 5 gerequireerde Nederlandse stoomschepen voor gebruik heeft toegewezen: SUMATRA (Stoomv. Mij. Nederland), 5.850 bruto ton: 's JACOB, 2.988, VAN HEEMSKERK, 2.996, ROCHUSSEN, 2.777 en PIJNACKER HORDIJK, 2.982 bruto ton, (allen Kon. Paketvaart Mij.); DELI, 6.799, GOENTOER, 5.891 en MADIOEN, 6.803 bruto ton, (allen Rotterdamsche Lloyd), totaal 8 schepen met 37.086 bruto ton, en aan de Federal Steam Nav. Co. te Londen het stoomschip TASMAN (Kon. Paketvaart Mij.), 5.023 bruto ton.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Vlaardingen, 10 juli. De firma Gebr. Van der Windt, alhier, kocht van de firma C. v.d. Burg & Zn., eveneens alhier, de logger VOLHARDING (SCH-384). Het schip wordt op de werf van eerstgenoemde firma tot vrachtvaarder omgebouwd.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Nederland en de oorlog. Onze zeelieden en de oorlog.
De heer P. v. Huizen berekent in In- en Uitvoer, dat alleen in 1917 niet minder dan 61 koopvaardijschepen met een gezamenlijke inhoud van 91.017 reg. tonnen en 50 vissersvaartuigen, dus in het geheel 111 Nederlandse zeeschepen, ten gevolge van het oorlogsgeweld verloren zijn gegaan.
In 1917 hebben 104 opvarenden van de koopvaardij- en 142 van de vissersvloot, dus tezamen 246 Nederlandse zeelieden, een ontijdige dood ter zee gevonden.
Sinds het begin van de oorlog zijn 217 schepen verloren gegaan, waarbij 693 mensen zijn omgekomen.
Achtergebleven zijn tot einde 1917 386 weduwen en 1.602 kinderen van Nederlandse zeelieden, als slachtoffers van de oorlogstoestand.
De schrijver bepleit op grond van deze jammerlijke cijfers krachtige steun aan het Nationaal Zeemansfonds.


13 juli 1918


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Het tot zinken brengen van de koftjalk FREDERIKA.
Wij hebben gemeld, dat de Nederlandse koftjalk FREDERIKA, die maandagmorgen van Rotterdam vertrok met een lading glas en mat, bestemd naar Havre via Yarmouth, WNW 21 mijlen van de Waterweg door een Duitse duikboot in brand is geschoten en de bemanning in de Scheveningse haven werd aangebracht door de schokker SCH-114.
Hoe de koftjalk FREDERIKA tot zinken werd gebracht, vertelt ons de kapitein, de heer J. Londema, van hier, als volgt:
Zodra door ons een schot werd gehoord dat ons schip niet raakte, gingen wij, gezamenlijk, dus met ons vieren, in de reddingboot en roeiden naar de U-boot heen.
Daar aangekomen kreeg ik op alles wat ik aan de duikbootcommandant wilde zeggen het stereotype antwoord: „Halten Sie Ihren Schnabel" Wij kregen vier man van de duikboot mee en moesten naar de FREDERIKA terug roeien, de vier Duitsers waren allen van een geladen revolver voorzien, zeker om ons ‘weerlozen’, het nodige ontzag in te boezemen! Niet zodra waren die vier mensen aan boord, of er begon een wilde plundering, alles wat los en vast was, hebben zij meegenomen: Schoenen, laarzen, kleding, waaronder de oliejassen van de bemanning, alles, wat maar enigszins bruikbaar was, werd weggehaald, tot zelfs het touwwerk werd bij de nagelbanken afgesneden en als ‘oorlogs’-buit meegevoerd, ja zelfs het zilveren horloge van onze stuurman werd uit de kajuit weggenomen en zo ons hele schip in het kort leeggeroofd!
Toen werd de FREDERIKA met bommen tot zinken gebracht en wij aan ons lot overgelaten, moesten nog circa 3 uur ronddobberen, voor de SCH-114 ons opmerkte en behouden te Scheveningen aan land bracht. De kapitein merkte nog op, dat hij door dit optreden nu niet bepaald een vriend van de Duitsers was geworden. Bovenstaande verklaring werd ook door de kapitein voor de militaire autoriteiten te Scheveningen afgelegd en aldaar door hem beëdigd.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 11 juli. Het stoomschip ZEEBURG, van Ronneby naar Amsterdam bestemd, hetwelk 1 dezer van Swinemünde, waarheen het opgebracht was, zou zijn vertrokken, is hier nog niet aangekomen. Waar het stoomschip zich thans ophoudt is niet bekend. De ZEEBURG, een nieuw schip van 475 bruto ton, eerst dit jaar te water gelaten, is het eigendom van de Nederlandse Scheepvaart Mij. Transatlanta te Rotterdam.
Later bericht. Het stoomschip ZEEBURG is geladen met gezaagd hout en ijzerdraad, resp. voor Amsterdam en Rotterdam. Vermoedelijk wordt het wederom in de een of andere haven opgehouden.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 11 juli. Het stoomschip FLEVO IV, met glas van Rotterdam naar Kopenhagen, is heden naar hier teruggekeerd wegens stormweer.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Kristiania, 9 juli. De Nederlandse motor HARLINGEN, met motorschade door het stoomschip AUSTRI bij Jaederen opgepikt en te Egersund binnen gesleept, werd door het Seegericht aldaar veroordeeld tot betaling van een bergloon van 75.000 Kronen. Van dat bedrag, dat thans betaald is, komen 25.000 Kronen aan de bemanning van de AUSTRI. Kapitein Jacobsen krijgt daarvan 12.500 Kronen.


15 juli 1918


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 13 juli. Van de werf 's Lands Welvaren te Vlaardingen is te water gelaten de stalen vrachtboot R No, 143, gebouwd voor rekening van een Rotterdamse rederij. De hoofdafmetingen zijn: Lengte 40 m., breedte 7 m., holte 3.40 m. Het laadvermogen bedraagt ca. 450 ton dw. De machine van 350 ipk is geleverd door de Machinefabriek Jaffa te Utrecht.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 13 juli. In aansluiting op een vroeger bericht wordt uit Ornskjöldsvik gemeld, dat het achterschip van het stoomschip MENKAR in 25 voet water ligt. Gevaar voor zinken bestaat er niet. Met het lossen van de lading is men reeds begonnen. (opm: zie ook RN 110718, AH 011018 en AH 161018)


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Hamburg, 12 juli. Het Prijzenhof heeft het geval van het Nederlandse stoomschip PRINS HENDRIK behandeld, dat 19 januari 1917 naar Zeebrugge is opgebracht en, nadat de papieren van waarde en de pakketpost er uitgehaald waren, vrijgelaten werd. Het hof besloot de betwistbare goederen deels in beslag te nemen, deels vrij te laten en er deels een schadevergoeding voor toe te staan.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De KONINGIN REGENTES.
(Officieel). Na het bekend worden van het ongeval aan het stoomschip KONINGIN REGENTES overkomen tijdens de overtocht van Engeland naar Nederland op 6 juni jl. werd door het Departement van Marine een sleepboot ingehuurd om te trachten de plaats van het wrak te vinden en daar uit de getuigenverhoren, door de Marine autoriteiten afgenomen, de overtuiging werd gevestigd, dat het schip door een torpedo werd getroffen, zo mogelijk een onderzoek naar de herkomst daarvan in te stellen. De leiding werd opgedragen aan een Nederlands zeeofficier, terwijl vergunning was verleend dat bij het onderzoek een Britse en een Duitse zeeofficier tegenwoordig zouden zijn. Na het aan boord nemen van bekwame duikers en duikermateriaal en verdere uitrusting, en na de 24e juni bericht te hebben ontvangen dat de Duitse regering voor de veiligheid van het schip kon instaan, vertrok het naar zee, maar werd door stormweer geruime tijd opgehouden en zelfs genoodzaakt terug te keren. De 30e juni bij fraai weer vertrok de sleepboot wederom naar de vermoedelijke plaats des onheils, maar kon niettegenstaande een uitgebreid onderzoek, geen spoor van het wrak vinden. Van verdere pogingen, welke nog zouden kunnen worden ingesteld, is afgezien in verband met de omvangrijke tijdrovende en kostbare maatregelen, welke daarmee gepaard zouden gaan en de zeer geringe kans om thans nog op het wrak, indien het gevonden werd, overtuigingsstukken te zullen vinden, waardoor de herkomst van de torpedo zou kunnen worden vastgesteld.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De NIEUW AMSTERDAM.
Naar de N.Ct. verneemt bevindt zich onder de passagiers van de a.s. maandag of dinsdag verwacht wordende NIEUW AMSTERDAM de gehele bemanning van het in Hongkong in beslag genomen stoomschip PRINSES JULIANA van de Stoomvaart Mij. Nederland.


16 juli 1918


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart. De ondergang van het stoomschip KONINGIN REGENTES.
Heden heeft de Raad voor de Scheepvaart te Amsterdam een onderzoek ingesteld naar de ondergang van het stoomschip KONINGIN REGENTES. Zoals bekend, is dit stoomschip van de Stoomvaart Mij. Zeeland, 6 juni jl. op de reis van Boston naar Rotterdam door een ontploffing getroffen, waardoor dit hospitaalschip is gezonken en zeven leden van de bemanning zijn omgekomen.
Als eerste getuige werd gehoord de gezagvoerder, de heer W. Reedeker. Deze verklaarde, dat het schip van alle Rode Kruis- nationaliteitskenmerken voorzien was. Een vertegenwoordiger van de Maatschappij had getuige te Boston voor het vertrek meegedeeld, dat de Engelse commissie aan boord zou komen en dat hij nog 160 gewonde Duitsers als passagiers mee zou krijgen. Zonder verdere mededeling en zonder passagiers aan boord te krijgen, heeft getuige echter order gekregen te vertrekken. Voor het vertrek heeft getuige een brief ontvangen, houdende de vraag of hij ook bijzondere instructies voor deze reis uit Rotterdam had. Van wie hij deze brief ontvangen had, bleek, althans aanvankelijk niet uit het verhoor. Getuige heeft geantwoord, dat hij voor deze reis geen bijzondere instructies had en opgegeven welke route hij zou volgen, n.l. over het vuurschip Lehmansbank en het Haaks vuurschip. Dit was getuige's 10e reis langs deze route. Bij vorige gelegenheden heeft hij nooit iets op die route gezien. De bemanning bestond uit 61 personen; de directeur van de Maatschappij, de heer De Meester, was ook aan boord; verder vier dames en een geneesheer van het Rode Kruis. Op de morgen van de 6e juni is de KONINGIN REGENTES met de andere hospitaalschepen SINDORO en ZEELAND gezamenlijk vertrokken. De tussenruimte bedroeg ongeveer 400 meter. Als gewoonlijk zouden de drie schepen tot voor Scheveningen bijeen blijven. Er was een Engelse loods aan boord, die tot aan Lehmansbank het commando voerde. Te 1.40 ‘s middags kwam men hier aan. Er was een man op de uitkijk. Getuige heeft enige Engelse oorlogsschepen bij Lehman gezien, van welke een met een kabelballon. Ze zijn echter spoedig uit het gezicht verdwenen. Ook zijn ongeveer 25 mijl ten oosten van de Lehman enige Hollandse botters gezien, waarvan getuige hier gehoord heeft, dat ze gemerkt waren met de letters Z.K. (Zoutkamp). Anders werden op deze route nooit visserlieden gezien. Hun aanwezigheid heeft bevreemding gewekt.
Deze visserlieden zijn kort voor de ontploffing gezien. Getuige deed verder mededeling over de ontploffing, waardoor het schip onmiddellijk doorgesneden moet zijn. De schok was betrekkelijk licht; lichter dan bij een ontploffing door een mijn veroorzaakt. Getuige herinnert zich de eerste officier te hebben horen schreeuwen naar de boten. Bij een boot aangekomen, trof hij daar een matroos aan, die hij een mes uit de hand rukte om een talie los te snijden. Maar voor dat dit gebeurd was, is hij door een zee weggespoeld. Op het ogenblik van de ontploffing waren verschillende leden van de bemanning in het logies. Drie personen waren in de machinekamer, doch ze zijn er alle drie uitgekomen. Getuige heeft er niets van gezien of de sloepen goed te water kwamen. Hij is opgepikt door de SINDORO. Getuige verklaarde nog, dat hij uit de te Boston ontvangen brief, die van de commandant van Boston was, de indruk kreeg, dat er iets niet in orde was. De volgorde van de drie in konvooi varende schepen was ZEELAND, SINDORO, KONINGIN REGENTES. De tweede stuurman, de heer Hintertür, verklaarde dat hij op het ogenblik van de ontploffing de wacht had met de kapitein. De loods was juist weg. Achteruit en dwars is van de brug af niets te zien. Getuige is in de stuurboordboot gegaan, waarin nog verscheidene drenkelingen zijn opgepikt. Het was helder zicht, kalme zee en klaarlichte dag, zodat men alles wat zich in zee bevond, had moeten zien. Op een vraag van kapt-luit. ter zee C.J. Carsers, die de zitting als deskundige bijwoonde, antwoordde de kapitein nog, dat de drie schepen geheel vrij van elkaar voeren.
De heer Buskop, gezagvoerder van de ZEELAND, verklaarde als volgt: Voor het vertrek uit Boston kreeg hij de mondelinge mededeling van de Naval commandeer, dat hij 100 passagiers te vervoeren zou krijgen. Hij heeft er slechts 10 gekregen. Dit vond hij vreemd, maar omdat iets dergelijks meer gebeurde, trok het niet zo sterk de aandacht. Of hij de Engelse commissie aan boord zou krijgen, wist getuige niet. Ook hij heeft een schriftelijke vraag gekregen, welke route zou worden gevolgd. Dit bevreemdde hem en hij heeft er schriftelijk op geantwoord. Kort voordat de ontploffing plaats vond heeft de uitkijk drie stoten op de hoorn gegeven. Later heeft getuige eerst gehoord wat de uitkijk gezien had. Getuige heeft later een Engelse vliegmachine om het zinkende wrak van de KONINGIN REGENTES zien cirkelen.
De heer V.d. Eem, gezagvoerder van de SINDORO, verklaart te Boston de mededeling te hebben ontvangen, dat hij het gewone aantal passagiers benevens de commissie mee zou krijgen. Ook getuige heeft een vraag aangaande de te volgen route ontvangen, welke vraag hem bevreemd heeft. Ter hoogte van de Lehman zijnde, heeft getuige heel ver weg aan bakboord achteruit een onderzeeër gezien, welke volgens de loods een Engelse was.
De heer Th.H. de Meester, directeur van de Maatschappij Zeeland, verklaart de reis op de KONINGIN REGENTES te hebben meegemaakt, met geen andere bedoeling, dan om er zich van te overtuigen, dat het vervoer van de uit te wisselen gevangenen goed in zijn werk ging. Getuige dacht niet anders of de Engelse commissie zou met de SINDORO meegaan, waarop daarvoor dan ook speciale toebereidselen gemaakt waren. Waarschijnlijk bestond voor het vervoer een speciale overeenkomst tussen de Engelse regering en de Rotterdamsche Lloyd. Voor het gewone vervoer waren er contracten tussen de Duitse en Engelse regering enerzijds en de betrokken maatschappijen, welke contracten ongeveer gelijkluidend waren. De route en de kentekenen waren door de Engelse en de Duitse regering vastgesteld. Hoeveel personen zouden meegaan was van te voren nooit bekend. Getuige is in een sloep aan boord van de ZEELAND gekomen. Een van de visserbotters die gezien zijn, moet de ZK 17 geweest zijn. (Wordt vervolg).


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 15 juli. De N.V. Wilton's Machinefabriek & Scheepswerf te Rotterdam heeft haar sleepboot DRYDOCK tot stoomtrawler doen ombouwen, teneinde daarmee vanuit IJmuiden de kustvisserij uit te oefenen. Het schip is in het visserijregister ingeschreven onder het nummer RO-51.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Amsterdam, 13 juli. Aan de aandeelhouders van de Koninklijke Paketvaart Maatschappij zal worden voorgesteld over het afgelopen boekjaar een dividend uit te keren van 15% (v.j. 12%).
— Aan de aandeelhouders van de Nederlandsche Scheepvaart Unie zal worden voorgesteld over het afgelopen boekjaar een dividend uit te keren van 17,3% (v.j. 14,4%).


17 juli 1918


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart.
De ondergang van het stoomschip KONINGIN REGENTES. (Vervolg)
De heer Van Vollenhoven, adjunct inspecteur van de Rotterdamsche Lloyd, verklaart dat een sloep van de KONINGIN REGENTES door de SINDORO te Rotterdam is aangebracht. Deze sloep is nauwkeurig onderzocht, doch er zijn geen ijzerdelen in gevonden. De scheepstimmerman van de KONINGIN REGENTES, C. Baan, heeft vlak voor de ontploffing, terwijl hij met de matroos V.d. Est aan bakboordzijde van het sloependek was, eerst een vreemd blazend geluid als van een vis gehoord en onmiddellijk daarop een vreemd verschijnsel gezien in het water, dal op 100 meter afstand een witte streep vertoonde. Een voorwerp kwam snel met een hoek van 45 graden op het schip toe; getuige dacht dat het een vis was en vond het niet de moeite waard om te roepen. Hij zag de witte streep zich in het water verlengen in de richting van het schip en zover als de raderkast hem het gezicht niet belemmerde. Toen had de ontploffing plaats. Ph. v.d. Est, matroos, verklaart achterlijker dan dwars een witte streep, afgebroken door donker, op het schip te hebben zien afkomen. Hij hoorde een fluitend geluid en dacht onmiddellijk aan een torpedo. Meermalen heeft hij bij manoeuvres torpedo's zien afschieten. De torpedo kwam zo schuin op het schip af, dat getuige meende dat ze voor het schip langs zou gaan. P. de Klerk, kwartiermeester, verklaart een blinkend voorwerp in snelle vaart op het schip te hebben zien afkomen. Even was het boven water, dan weer onder water. Getuige heeft duidelijk een bellenbaan gezien. De richting was meer naar het voor- dan naar het achterschip. Onmiddellijk begreep hij, dat het een torpedo was; nog voor de ontploffing is hij naar stuurboordzijde, naar zijn boot gevlucht. Hij heeft we! eens een torpedo gezien, er nooit een zien afschieten. Getuige heeft, toen het voorwerp boven water kwam, het geluid van een vliegmachine gehoord, maar niet zo sterk. Getuige kan begrijpen dat het geluid op de brug niet gehoord is (hij bevond zich achter de raderkast) omdat op de brug het gedreun van de machine te sterk is. De kwartiermeester Wareman had uitkijk voorop de bak. Hij had een goed uitzicht in alle richtingen. Hij lette niet alleen op schepen, maar op alles wat hij op het water zou zien. Hij heeft wel eens een torpedo zien afschieten, een witte streep op het water waarnemend, welke hij herkende als een bellenbaan, begreep hij onmiddellijk dat het een torpedo was. Een ogenblik daarna ging het voorschip na een ontploffing naar de diepte. Dit alles geschiedde in zo weinig tijd, dat hij niets heeft kunnen uitroepen. Een geluid heeft hij niet gehoord en hij heeft niets anders dan een bellenbaan gezien. Achter de plaats, waarvan hij de torpedo heeft zien komen, heeft getuige een lichtgrijs mastje boven het water zien uitsteken; hij heeft er eerst later aan gedacht, dat dit de periscoop van een onderzeeër kan zijn geweest. Niemand van de andere tot dusver gehoorde getuigen heeft van dit mastje iets gezien. De stoker Leijdekker beschrijft eveneens een door hem in het water waargenomen verschijnsel, hetwelk doet denken aan een bellenbaan, welke hij ongeveer tot aan het schip heeft kunnen volgen. Hij heeft een ronkend geluid gehoord. De stoker Lippens bevond zich met 11 anderen in het logies, voor onder in het schip. Onmiddellijk voor de ontploffing heeft hij iets gehoord dat het geronk van een vliegmachine had. Van de 12 mensen, die in het logies waren, zijn slechts 3 met moeite boven kunnen komen. Twee oliemannen en twee stokers zijn hier omgekomen. De trap was versperd door het binnenstromende water.
Een van ons, zo verklaarde deze getuige, werd bij het naar boven klimmen door een ander bij het been vastgegrepen; hij trapte hem van zich af en geraakte zo weer vrij. De matroos Lambrechts was in het matrozenlogies; hij meende even voor de ontploffing een
vliegmachine te horen en heeft nog gezegd: „Wat vliegt die laag." De matroos Van de Klooster, van de ZEELAND, had op dit schip uitkijk. Op grote afstand heeft hij in het water een stilliggend voorwerp gezien, waarvan hij niet begreep wat het was. Hij riep de timmerman erbij, en deze zei dat het een onderzeeër was. „Dat dunkt me ook", zei getuige, gaf drie stoten op zijn hoorn, draaide zich om in de richting van de brug en wees de kapitein naar bovenbedoeld voorwerp. Toen hij zich weer omkeerde, was het voorwerp verdwenen. Het was te groot voor een mijn en had de vorm van een cilinder. De ondergang van de KONINGIN REGENTES heeft ongeveer 20 minuten daarna plaats gevonden. De scheepstimmerman van de ZEELAND verklaarde dienovereenkomstig. Hij schat de afstand, waarop hij het voorwerp gezien heeft, op 1.000 à 1.500 meter. De afstand was te groot om te kunnen onderscheiden, of er een mastje op was. De olieman Ventevogel bevond zich op de ZEELAND vooruit; hlj heeft ook iets gezien, dat hem deed denken aan een duikboot. Het leek niet op een drijvende mijn en bleef op een hoogte. Getuige is er attent op gemaakt door het blazen van de uitkijk. Aangezien de afstand niet kleiner werd, dacht getuige dat hetgeen hij voor een onderzeeër aanzag zich met het schip mee voortbewoog. Toen hij weer eens keek, was het voorwerp van de waterspiegel verdwenen. Ongeveer een half uur daarna heeft de ontploffing aan boord van de KONINGIN REGENTES plaats gevonden. De heer Canters zei, dat uit de getuigenverklaringen met zekerheid moet vastgesteld worden, dat de KONINGIN REGENTES in het onderschip door een torpedo is getroffen. Dit wordt waarschijnlijker gemaakt, doordat een van de getuigen het voorwerp enige ogenblikken boven water heeft gezien. Het is geen uitzondering, dat een torpedo, onmiddellijk na het verlaten van de lanceerbuis, even zich boven water beweegt. Men noemt dit „richting zoeken". Volgens deskundige is het niet uitgesloten, dat het voorwerp, door de laatst gehoorde getuigen gezien, een onderzeeër is geweest. Het mastje, door een van de getuigen gezien, moet de periscoop zijn geweest. Minder goed verklaarbaar is voor deskundige het geronk, dat verschillende getuigen, die zich aan dek bevonden, gehoord hebben. Deskundige wijst er nog op, dat de hevigheid van de ontploffing even groot is bij een mijn als bij een torpedo; het verschil kan slechts gemaakt worden door de plaats waar het schip getroffen wordt. De Raad zal later uitspraak doen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Stoomvaartberichten. Het dubbelschroefstoomschip NIEUW AMSTERDAM van de Holland Amerika Lijn, van New York naar Rotterdam, passeerde maandag 15 juli ’s nam. 7 uur Doggersbank Zuid, begeleid door de sleepboot THAMES, en was dinsdag 16 juli ‘s voorm. 10 uur 30 min. in het gezicht van de Nieuwe Waterweg. Het schip kan hedenavond ongeveer 7 uur binnenkomen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 16 juli. Men maakt zich thans ernstig ongerust over het uitblijven van het reeds gemelde stoomschip ZEEBURG, dat volgens officiële berichten 1 dezer van Swinemünde naar Amsterdam en Rotterdam is vertrokken en ook de Sont is gepasseerd. Sedertdien is er niets van dit stoomschip vernomen. De ZEEBURG, groot bruto 476 registerton, in 1917 gebouwd en dit jaar in de vaart gebracht, behoort aan de Nederlandsche Scheepvaart Maatschappij Transatlanta, alhier.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Batavia, 29 juni. Er hebben zich nieuwe moeilijkheden voorgedaan bij het laden van de TJIKEMBANG, omdat het gecharterde schip als ex-Duits, niet bevoegd is de neutrale wateren te bevaren.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Ruys & Co. Gisteren was het 50 jaar geleden dat de firma Ruys & Co. werd opgericht. De Scheepv. schrijft naar aanleiding van dat jubileum, dat door de tijdsomstandigheden dit niet feestelijk is herdacht. De oprichter van de firma is nog niet zo heel lang geleden overleden. Het was de heer D.T. Ruys, in onze beurskringen meer familiaar bekend onder de naam van Daan Ruys. Reeds te voren had deze, die zich op het gebied van de Rotterdamse rederij grote verdienste heeft verworven zich aan de scheepvaart gewijd onder de firma Ruys & Kellar. Trouwens men weet ook dat de Rotterdamsche Lloyd is voortgekomen uit een poging om de vaart op Indië met schepen onder Engelse vlag te onderhouden. Op 15 juli 1868 evenwel werd de firma Ruys en Co. onder leiding van de heer Daan Ruys zuiver Nederlands en zij is in de loop van de jaren door hem met behulp van zijn broeder, de heer Willem Ruys en nu al weer door een jonger geslacht voortgezet, bij wie zich ook de heer F. van Hasselt heeft gevoegd, evenals ook in de firma Wm. Ruys & Zonen, die zich uitsluitend op de rederij toelegt, de heer H.L. Bekker is gekomen. De firma Ruys & Co., die zich uitsluitend met cargadoorszaken in de ruimste zin en dus ook met de vertegenwoordiging van vreemde rederijen met expeditie en ertszaken bezighoudt, heeft zich in de loop van de achter ons liggende 50 jaren tot aanzienlijke hoogte opgewerkt. De internationale vlaggen die wij vroeger in onze haven zagen, maakten gaarne van haar bemiddeling gebruik en men mag aannemen, dat deze toestand na het tot stand komen van de vrede zich zal bestendigen, niet alleen, doch ook deze firma wederom zich een groot deel zal weten te verwerven van het verkeer, dat dan ongetwijfeld Rotterdam wacht. Bij het opnieuw organiseren van een aantal lijnen welke tot 1914 Rotterdam in het wereldverkeer een plaats van betekenis deden innemen, zal op de oude beproefde krachten zeer zeker een ernstig beroep moeten worden gedaan en dan zal Ruys & Co. zeker weer in oude luister zijn hersteld. Dit mag te eerder worden aangenomen, wijl de firma natuurlijk in de afgelopen jaren niet heeft stilgezeten en zich volkomen ingericht zal bevinden op de taak die haar dan wacht.


18 juli 1918


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdamsche Droogdok Maatschappij.
Aan de vergadering van aandeelhouders van de Rotterdamsche Droogdok Maatschappij zal worden voorgesteld een statutenwijziging, waardoor in plaats van één directeur, twee directeuren zullen kunnen worden benoemd. Naar verluidt zullen, als deze statutenwijziging haar beslag krijgt, in de plaats van de overleden directeur, wijlen de heer M.G. de Gelder, als directeuren aan de aandeelhoudersvergadering worden voorgedragen de heren A.F.J. Dijkgraaf, thans procuratiehouder en D.C. Endert Jr., thans hoofdingenieur bij genoemde Maatschappij.


20 juli 1918


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart. De Raad deed de volgende uitspraak: Betreffende de
beschieting en stranding van het zeilschip STERNE. Uit het gehouden onderzoek blijkt, dat het Nederlandse zeilschip STERNE, hoewel voorzien van alle kentekenen van haar nationaliteit, door een Duitse duikboot is beschoten, zodat de bemanning zich van boord moest verwijderen; dat deze vervolgens in een open boot aan haar lot is overgelaten en dat de STERNE, onbeheerd weggedreven, op de klippen bij Udsire is gelopen en tot wrak geworden. De beschieting heeft plaats gehad in het zogenaamde vrije gebied, hetgeen afdoende blijkt uit de verklaringen van de duikbootcommandant zelf, dat men zich bevond op een afstond van 44 mijl ZW van het vuur van Lister.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart. De Raad deed de volgende uitspraak: Betreffende het stoten van het motorzeilschip HARLINGEN op de klippen.
De Raad is van oordeel, dat de oorzaak van het ongeval niet gelegen is in de omstandigheid, dat de HARLINGEN in het algemeen slecht manoeuvreerbaar is, maar in de heersende windstilte in verband met het defect zijn van de motor, zodat het schip geen vaart maakte en als elk ander vaartuig, in dergelijk geval, niet naar het roer luisterde, doch door de stroom afdreef. Mogelijkheid tot ankeren was er, met het oog op de grote diepte ter plaatse waar het ongeval gebeurde, niet. Naar de mening van de Raad had de schipper echter verstandiger gedaan, toen hij wegens de oostelijke wind het Skagerrak niet kon inzeilen, om niet naar Stavanger te gaan, maar om bij de Jutse kust het schip gaande te houden of daar te ankeren. Intussen is uit deze zaak gebleken, dat de bouw van de HARLINGEN te wensen laat. Het schip is, als gezegd, bakvormig en deze vorm is voor een zeilschip allerminst geschikt, daar de manoeuvreerbaarheid er ernstig door benadeeld wordt. Het zal dus noodzakelijk wezen, dat ook bij het bouwen van motor-zeilschepen — welke, daar de motor vaak buiten werking is, aan de eisen van een zeilschip moeten voldoen — op een juiste vorm van het vaartuig gelet wordt.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart. De Raad deed de volgende uitspraak: Betreffende het op een klip lopen van het motorzeilschip CARPE DIEM. De Raad is van oordeel, dat de oorzaak van het ongeval moet gezocht in de omstandigheid, dat het baken te laat bemerkt is, zodat men niet tijdig genoeg afhield. Wanneer goed opgelet was, had men het baken, dat immers 2 meter boven het watervlak uitsteekt, terwijl het nog zeer voldoende daglicht was, vroeger moeten waarnemen. De uitkijk echter heeft zijn plicht verzuimd, door in plaats van uit te kijken naar beneden te gaan, zonder daartoe eerst verlof te vragen aan de schipper. Wat de laatste betreft, was het beter geweest, indien deze, die wist dat men nog een baken moest passeren, niet juist op dat ogenblik in de kaart was gaan zien, hoewel hij natuurlijk mocht vertrouwen, dat de uitkijk op zijn post zou blijven. Men kan dus niet zeggen, dat het ongeval bepaald te wijten is aan de slechte manoeuvreerbaarheid van de CARPE DIEM in het algemeen, waarover de opvarenden klagen. Intussen is deze klacht ongetwijfeld juist en kan men nauwelijks zeggen, dat de CARPE DIEM als zeilschip een zeewaardig schip is. Immers de CARPE DIEM is, als gezegd bakvormig en deze vorm is voor een zeilschip allerminst geschikt, daar de manoeuvreerbaarheid er ernstig door benadeeld wordt. Het heeft in deze zaak nog de aandacht van de Raad getrokken, dat aan boord ontbrak deel V van de Zeemansgidsen voor de kleine vaart en de visserij. De Noordzee op last van het Departement van Landbouw, Nijverheid en Handel bewerkt naar de Pilots van Imray, Laurie, Norio en Wilson door de gepensioneerde luitenant ter zee G. Duyckink Sander, hoewel de schipper moeite heeft gedaan het te verkrijgen en het ook aan boord behoorde te zijn. Naar de Raad werd meegedeeld is dit boek uitverkocht; het is zeker gewenst dat een nieuwe druk zo spoedig mogelijk verschijnt.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart. De Raad deed de volgende uitspraak: Betreffende het met man en muis vergaan van het zeilschip RENSIENA II.
De Raad is van oordeel, dat het zeilschip RENSIENA II, op reis van Zweden naar Holland op of na 7 maart 1918 met man en muis is vergaan; de oorzaak kan niet met zekerheid worden vastgesteld, maar de Raad acht het niet onwaarschijnlijk, dat deze verband houdt met de oorlogsomstandigheden.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart. De Raad deed de volgende uitspraak: Betreffende het met man en muis vergaan van het zeilschip HENDERIKA.
De Raad is van oordeel, dat het zeilschip HENDERIKA, op reis van Gotenburg naar Holland op of na 13 februari 1918 met man en muis is vergaan; de oorzaak kan niet met zekerheid worden vastgesteld, maar de Raad acht het niet onwaarschijnlijk, dat deze verband houdt met de oorlogsomstandigheden.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Sundsvall, 12 juli. De deklading van het bij Oernskoldsvik gekenterde Nederlandse stoomschip MENKAR is thans gelost. De bergerboot HELIOS, van de Neptun Berging Mij., is ter plaatse aangekomen om bij het bergen van het stoomschip te assisteren. Aangaande de oorzaak van het ongeval is nog niets bekend.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Batavia, 3 juli. Zij, die geïnteresseerd zijn bij de lading van het stoomschip TJIKEMBANG, zullen hun goederen per stoomschip KARIMATA ontvangen.


22 juli 1918


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Het stoomschip OOSTERDIJK gezonken.
Reuter seint uit Londen, dat volgens een Lloyds bericht uit New York het stoomschip OOSTERDIJK, ten gevolge van een aanvaring in de Atlantische Oceaan is gezonken. Voor zover bekend, waren geen Nederlanders aan boord.
De OOSTERDIJK behoorde aan de Holland Amerika Lijn en was een van de Nederlandse schepen die 18 maart van dit jaar door het gouvernement van de Verenigde Staten werden in beslag genomen. Het schip was in 1913 gebouwd en mat bruto 8.251, netto 5.225 ton.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 20 juli. Het bij Alnö gekenterde stoomschip MENKAR is weer geheel overeind gebracht. De machinekamer is lens gepompt.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 20 juli. Een hervatting van de vaart op Scandinavië is nu weldra te verwachten, daar de Duitse onderhandelaars zich hebben neergelegd bij het consigneren van de Zweedse ladingen aan de N.O.T. Gewacht wordt nog slechts op de ondertekening van de overeenkomst.


23 juli 1918


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 22 juli. Zaterdag (opm: 20 juli) werd met goed gevolg van de scheepswerf van de firma D. Boot te Alphen a/d Rijn te water gelaten, de stalen motorschoener OOSTERDIEP, metende 450 ton, gebouwd voor rekening van de Hollandsche Vrachtvaart Maatschappij te Rotterdam.


24 juli 1918


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Leeuwen (bij Tiel), 20 juli. Van de werf van J. Meijers' Scheepsbouwmaatschappij is voor rekening van de firma Van Dam & Co. te Rotterdam van stapel gelopen de vrachtboot ORANJEPOLDER, metende 1.100 ton. De machine en ketels zijn geleverd door Gebr. Stork te Hengelo.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Londen, 19 juli. Het bergen van het Noorse stoomschip MATTI, dat in november 1917 getorpedeerd werd, is 15 dezer door het Admiraliteitshof behandeld. De MATTI, die een waarde had van 80.000 P.St, word op een reis in ballast aan de Noordoostkust van Engeland getorpedeerd en door de bemanning verlaten. Het getorpedeerde schip werd door het Engelse oorlogsschip CORNET aangetroffen en later aan de Engelse sleepboten NUNTHORPE en GEORGE PEABODY overgegeven, die het binnenbrachten.
Het stoomschip MATTI (ex. POOLSTER), 2.139 ton groot en in 1907 te Capelle a/d IJssel gebouwd, is het eigendom van Carl Bech & Co. te Tvedestrand.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Londen, 19 juli. Het stoomschip LYNDIANE is in de nacht van 15 op 16 Juli ten noorden van Spanje tot zinken gebracht. De LYNDIANE, ex. ARMIDA ex. GREENDIJKE ex. ELLEWOUTSDIJK ex. TUNISIE ex. ROBINA, was groot 1.564 bruto en 967 netto ton, werd in 1883 gebouwd en behoorde aan de Chanaud & Cie. te Le Havre.


25 juli 1918


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Stoomschip KEDIRI te water gelaten.
Gisterennamiddag te 5.15 uur werd met goed gevolg te water gelaten door de Rotterdamsche Droogdok Maatschappij het stalen schroefstoomschip KEDIRI in aanbouw voor de firma Wm. Ruys & Zonen, directie van de Rotterdamsche Lloyd te Rotterdam. Het heeft 6.300 ton laadvermogen bij hoofdafmetingen van 359' x 50' x 24'6" en wordt door de R.D.M. voorzien van een machine-installatie waarmee een beladen snelheid van 10 knopen bereikt zal kunnen worden.
De gebruikelijke ceremoniën werden verricht door mrs. M. Brough, echtgenote van de scheepsbouwkundige hoofdingenieur.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Droogdok Maatschappij Soerabaja.
Aan het jaarverslag over 1917 ontlenen wij: In 1917 was de onderneming te Soerabaja voor het eerst gedurende een geheel jaar in volledig bedrijf. Echter lagen de dokken nog niet op de daarvoor bestemde ligplaatsen, omdat de door de regering te stellen meerstoelen nog niet aanwezig waren. Onze onderneming bleef, door het aanhouden van de oorlogstoestand, de ongunstige invloed ondervinden van het beperkte scheepvaartverkeer op Nederlands-Indië onder vreemde vlag. Daartegenover kwam het gewijzigde verkeer onder Nederlandse vlag ten goede aan ons dok- en reparatiebedrijf.
De in 1916 geleidelijk toegenomen bedrijvigheid in onze werkplaatsen bleef in 1917 aanhouden, zodat, vooral in de tweede helft van het verslagjaar, de werkplaatsen somtijds vol belast waren. Ook de dokken waren nagenoeg doorlopend op bevredigende wijze bezet.
Om met de te verwachten behoeften van de scheepvaart gelijke tred te houden, zijn wij bedacht op uitbreiding van de capaciteit van de onderneming, waartoe de voorbereidende maatregelen zijn en worden getroffen.
Gedurende het jaar 1917 werden in het 3.500-ton dok opgenomen 65 schepen en vaartuigen, in 54 dokkingen, met totaal 308 dokdagen. In het 14.000-ton dok werden gedurende het verslagjaar opgenomen 96 schepen en vaartuigen, in 89 dokkingen, met totaal 283 dokdagen. De totale in onze dokken opgenomen tonnage bedroeg, voor de handelsvloot, in 1917 ruim 440.000 bruto ton.
De algemene exploitatierekening laat een voordelig saldo van NLG 339.248, welk bedrag naar de winst- en verliesrekening wordt overgebracht. Voor afschrijving op de activa wordt, met inbegrip van de afschrijving op de magazijnvoorraad, een bedrag van NLG 77.736 vereist. Ter verrekening, in verband met de exploitatie in 1917 van het 14.000-ton dok, wordt een bedrag van NLG 20.000 gereserveerd, terwijl voor de dotatie aan het dok- en vernieuwingsfonds NLG13.000 wordt bestemd.
Het komt gewenst voor aan dit laatste fonds bovendien een extra dotatie van NLG 19.000 te verlenen, waardoor het op NLG 70.000 wordt gebracht. Ten slotte moet voor diverse verplichtingen, o.m. voor eventueel te betalen oorlogswinstbelasting, inkomstenbelasting, in Nederland en in Indië, enz., een bedrag van NLG 100.000 worden gereserveerd. Voorgesteld wordt een dividend van 10% uit te keren. Houders van winstbewijzen ontvangen NLG 20,35 per stuk, terwijl aan de reserve een bedrag van NLG 5.660 wordt toegevoegd.
Na de bij art. 19 van de statuten vastgestelde uitkeringen, laat de voor aandeelhouders beschikbare overwinst, vermeerderd met het onverdeeld winstsaldo over het boekjaar 1916, toe, een uitkering van 10% dividend voor te stellen en per winstbewijs NLG 20,35.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Stoomvaartberichten. Bij de Kon. Hollandsche Lloyd is 24 juli bericht ontvangen, dat het stoomschip FRISIA, van Amsterdam naar Buenos Aires, te New York is aangekomen.


26 juli 1918


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 25 juli. Het in 1917 in de vaart gekomen stoomschip STATENDAM van de Holland Amerika Lijn, is 20 dezer op de Noordkust van Ierland getorpedeerd en gezonken. Het schip was door de Engelse regering opgevorderd en voer nu onder de naam JUSTITIA als passagiersschip tussen Liverpool en New York, onder directie van de White Star lijn. Het schip had een bemanning van 600 à 700 koppen aan boord, waarvan er elf gedood werden. Geen passagiers zijn bij de torpedering omgekomen. De STATENDAM was 32.234 bruto en 19.801 netto ton groot en werd in 1917 bij Harland & Wolff te Belfast gebouwd.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Londen, 20 juli. Het stoomschip DWINSK is tot zinken gebracht. De DWINSK (ex. C.F. TIETGEN, ex. ROTTERDAM van de Holland Amerika Lijn) was 8.173 bruto en 5.089 netto ton groot, in 1897 te Belfast gebouwd en behoorde aan de Russian East Asiatic S.S. Co. Ltd. te Libau. Het schip was door de Engelse regering gerekwireerd en voer nu onder directie van de Cunard Lijn te Liverpool.


27 juli 1918


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 26 juli. Van de werf van A. C. van Dam te Vlaardingen is te water gelaten een eikenhouten 2-mast motorgaffel-schoener. De afmetingen van het schip zijn: Lengte 32 m., breedte 6,50 m., diepte 3,35 m. De aanbouw geschiedde onder toezicht van de Scheepvaartinspectie en de Germanischer Lloyd, door welk laatste bureau een certificaat voor hoogste klasse Atlantische vaart wordt uitgereikt.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 26 juli. Van de werf De Hoop van de firma Gebroeders Boot te Leiderdorp is te water gelaten het stalen schroefstoomschip POELDIEP, in aanbouw voor rekening van de Vrachtvaart Maatschappij Katwijk alhier. Het schip, met afmetingen van 50 m. lengte, 7,80 m. breedte en 3,90 m. holte, werd gebouwd volgens de hoogste klasse van het Bureau Veritas en zal worden voorzien van een stoommachine-installatie van 450 ipk, te leveren door de Koninklijke Nederlandsche Grofsmederij te Leiden. Op gemelde scheepswerf zullen nog een tweetal dergelijke stoomschepen worden gebouwd, respectievelijk voor rekening van de Vrachtvaart Maatschappij Rijswijk en de Vrachtvaart Maatschappij Vreeswijk, beiden alhier, welke schepen eveneens voorzien zullen worden van een stoommachine installatie van 450 ipk, eveneens te leveren door de Koninklijke Nederlandsche Grofsmederij.
Met de bouw van deze twee schepen kan echter geen aanvang worden gemaakt wegens het niet ontvangen van het hiervoor sedert geruime tijd in Duitsland in bestelling zijnde materiaal, hetgeen een eerlang algehele stopzetting van deze werf onvermijdelijk ten gevolge zal hebben.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 26 juli. In de algemene vergadering van aandeelhouders van de Java-China-Japan Lijn te Amsterdam werd de balans en de winst- en verliesrekening goedgekeurd en het dividend bepaald op 20 (v.j. 9) procent.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Een belangrijke combinatie.
Naar wij vernemen is de samenvoeging tot één geheel verkregen van Wilton's Machinefabriek en Scheepswerf en de Rotterdamsche Droogdok Maatschappij.
De overeenkomst, die beide belangrijke industrieën verenigt, is bereids getekend.


29 juli 1918


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De Staats-Courant No. 172 bevat de Koninklijke bewilligde akte van oprichting van de Naamloze Vennootschap Zeevrachtvaart Maatschappij De Merwestad te Rotterdam.
Kapitaal NLG 300.000 in aandelen van NLG 1.000. alle geplaatst en volgestort.
Directie J.H. van Bommel, handelsbediende, Rotterdam.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdamsche Droogdok Maatschappij. Op de heden gehouden buitengewone vergadering van aandeelhouders van de Rotterdamsche Droogdok Maatschappij is de voorgestelde statutenwijziging goedgekeurd en zijn benoemd tot directeur van de vennootschap de heren A.F.J. Dijkgraaf en D.C. Endert Jr., tot heden resp. procuratiehouder en hoofdingenieur bij de Rotterdamsche Droogdok Maatschappij, welke benoeming wij reeds, als aanstaande, berichtten.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 27 juli. De reeds voor enige dagen gemelde, te Alphen a/d Rijn te water gelaten 3-mast stalen motorschoener OOSTERDIEP, gebouwd voor rekening van de N.V. Hollandsche Vrachtvaart Mij., Rotterdam, heeft de volgende hoofdafmetingen: Lengte 36,60 m., breedte 7,45 m. en diepte 3,45 m. Het schip zal worden voorzien van een 2-cilinder Industrie ruw-olie motor van 130 epk van de firma Joh. Boot te Alphen a/d Rijn, met voldoende grote tanken enz. voor de Atlantische vaart. Schip en motor worden gebouwd onder speciaal toezicht Germ. Lloyd en Hollandse Scheepvaartinspectie.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 27 juli. Het loggerschip JOHAN (VL-104) van de Zeevisscherij Maatschappij Volharding te Vlaardingen, is voor een geheime prijs verkocht aan de Zeevrachtvaart Maatschappij Zuid-Holland, directie De Groot en Van Belkum, aldaar. Het schip wordt omgebouwd voor de vrachtvaart.


30 juli 1918


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 29 juli. Aan het verslag van de Nederlandsche Scheepvaart Unie ontlenen wij, dat de gelegenheid tot ruil van aandelen in de drie Maatschappijen tegen gewone aandelen van de Vennootschap de 27e juli 1917 weer geopend werd, terwijl door de niet gelijktijdige betaalbaarstelling van de dividenden op de aandelen van de Naamloze Vennootschappen Stoomvaart Maatschappijen Nederland, Rotterdamsche Lloyd en Koninklijke Paketvaart Maatschappij, op 1 april 1918 weer tot sluiting van de ruil werd overgegaan. Sedert de hernieuwde openstelling van de ruil werd een nominaal bedrag van NLG 2.000 aandelen in ieder van de drie Maatschappijen ingeleverd, waardoor het aandelenbezit per 31 december 1917 steeg tot NLG 7.824.000 in de Stoomvaart Maatschappij Rotterdamsche Lloyd en NLG 10.824.000 in ieder van de Naamloze Vennootschappen Stoomvaart Maatschappij Nederland en Koninklijke Paketvaart Maatschappij. De op de balans onder de activa opgenomen te ontvangen dividenden zijn de navolgende:
Dividend over NLG 10.824.000 nominaal aandelen in de Stoomvaart Maatschappij Nederland, over 1917, betaalbaar gesteld à 20% NLG 2.164.800. Dividend over NLG 7.824.000 nominaal aandelen in de Stoomvaart Maatschappij Rotterdamsche Lloyd over 1917, betaalbaar gesteld à 15% NLG 1.173.600. Dividend over NLG 10.824.000 nominaal aandelen in de Koninklijke Paketvaart Maatschappij over 1917, betaalbaar gesteld à 15% NLG 1.623.600. Totaal NLG 4.962.000 welk bedrag op de winst- en verliesrekening als bate is verantwoord.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

's-Gravenhage, 29 juli. Blijkens bij het Departement van Marine ontvangen bericht, is het konvooi zaterdagnamiddag van Las Palmas vertrokken, tot voortzetting van de reis naar Indië.


31 juli 1918


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De Staatscourant No. 175 bevat de Koninklijk bewilligde akte van oprichting van de Naamloze Vennootschap: Vrachtvaartmaatschappij Neptunus te Rotterdam.
Kapitaal NLG 75.000, in 75 aandelen van NLG 1.000, waarvan 45 geplaatst en volgestort. Directie J. Otto, scheepsbouwkundige alhier; commissarissen C. Pannevis Azn., scheepsbouwkundig ingenieur, Alphen a/d Rijn en J.H. van Merkesteyn Jr., koopman te Rotterdam.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Geplakte schepen.
Het eerste stalen schip, gebouwd zonder klinknagels, is op de Zuidkust van Engeland te water gelaten. In plaats van de platen met bouten aaneen te klinken, zijn zij door een elektrisch welproces samengevoegd.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Amsterdam, 29 juli. Koninklijke Paketvaart Maatschappij.
In de heden alhier gehouden algemene vergadering van aandeelhouders werd het jaarverslag voor kennisgeving aangenomen en werden de balans en de winst- en verliesrekening goedgekeurd. Het dividend werd mitsdien vastgesteld op 15% en NLG 388,65 per winstaandeel.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Amsterdam, 29 juli. Nederlandsche Scheepvaart Unie.
In de heden alhier gehouden jaarlijkse vergadering van aandeelhouders werd het jaarverslag voor kennisgeving aangenomen en werden de balans en de winst- en verliesrekening goedgekeurd. Het dividend werd bepaald op 17,3%.


03 augustus 1918


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

's-Gravenhage, 1 augustus. Het ligt in de bedoeling, dat wanneer de HECTOR met graan voor Nederland uit Amerika zal vertrekken, de DJEBRES van de Rotterdamsche Lloyd van Rotterdam naar Amerika zal gaan om graan te halen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Naar wij vernemen heeft de Engelse regering toezegging gedaan een bedrag van 32 miljoen gulden als schadevergoeding voor het verloren gegane stoomschip STATENDAM van de H.A.L. te zullen betalen.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

De ZWAANTJE CORNELIA.
Kopenhagen, 3 augustus. (Wolffbureau). Het Nederlandse schip ZWAANTJE CORNELIA is op weg van Brevik naar Hartlepool met een lading mijnhout op 40 zeemijlen van de Noorse kust door een Duitse duikboot in brand geschoten. Het schip werd heden te Christiansund binnengesleept. De bemanning is geland.


05 augustus 1918


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Zeeliedenreserve en lonen,
De zeeliedenvereniging Eendracht, afd. van de Ned. Federatie van Transportarbeiders, zond aan de directie van de Holland Amerika Lijn, Rotterdamsche Lloyd, Scheepvaart Vereniging en Scheepvaart- en Steenkolen Maatschappij een schrijven van de volgende inhoud:
Met het oog op de ellendige toestand waarin honderden zeelieden verkeren, veroorloven wij ons nogmaals de vrijheid, in opdracht van een druk bezochte h.h. vergadering, u te verzoeken, dat de gesteunden, door Steuncomité en Armbestuur hun steun in het vervolg op een andere manier zullen deelachtig worden en dat tevens de normen aanmerkelijk zullen worden verhoogd.
Wij kregen opdracht u nogmaals voor te stellen het daarheen te leiden, dat voor de zeelieden een reserve in het leven wordt geroepen, waarbij de gehuwden wordt gegarandeerd, dat zij een wekelijkse uitkering zullen genieten van NLG 16 en NLG 0,75 voor elk kind beneden de 16-jarige leeftijd en de ongehuwden NLG 12 per week. Tevens moeten wij u ook verzoeken, daar de levensbehoeften steeds in prijs blijven stijgen, de weeklonen van de bemanningen aan boord van uw schepen en van hen, die op het land werkzaam zijn, voor ieder met NLG 5 te verhogen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Graan uit Amerika. De HECTOR is thans van New York vertrokken met een lading grondstoffen voor de broodbereiding.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 3 augustus. In de afgelopen maand kwamen te IJmuiden binnen 7 stoomschepen met 60.754 m3 en 2 zeilschepen niet 673 m3, tezamen 9 schepen met 61.427 m3. In die maand vertrokken 7 stoomschepen met 47.572 m3.


Krant:

 MCO - Middelburgsche Courant

Nederlands stoomschip in brand gestoken.
Wolff seint d.d. 2 dezer uit Kopenhagen: Het Nederlandse stoomschip ZWANTZE CORNELIS (?) is op reis van Brevik naar Hartlepool met een lading mijnhout op 70 mijl van de Noorse kust door een Duitse duikboot in brand gestoken. Het schip is vandaag te Christiansand binnengesleept. De bemanning is geland.
(De N.R.C. tekent hierbij aan dat dit bericht waarschijnlijk betrekking heeft op de gaffelschoener ZWAANTJE CORNELIA van de firma Van der Eb & Dresselhuys te Rotterdam).


06 augustus 1918


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Kopenhagen, 2 augustus. De Nederlandse gaffelschoener ZWAANTJE CORNELIA is op reis van Brevik naar Hartlepool met een lading mijnhout op 70 mijl van de Noorse kust door een Duitse duikboot in brand gestoken. Het schip is vandaag te Christiansand binnengesleept. De bemanning is geland.
Van Bengt Pettersson op Facebook. (opm: 24/11/2017)
Swedish fishermen rescued Dutch schooner, which had a fire on board.
foto from Henry Janssons archive Kristiansand, 1918 August. The crew of the MD 246 Windy-Dyrön and the MD 259 Blixt-Åstol on the deck of the Dutch schooner who was towed ashore. The schooner had been burned by a German submarine in the North Sea, the fishing boats as seen from the distance saw the fire, came and extinguished the fire bogged landing the hull, the Dutch crew managed to get ashore.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Door een Duitse duikboot in brand geschoten.
Een aantal kleine gaffelschoenertjes, ongeveer 150 ton netto veelal, waagt zich sinds de vrachten zo hoog zijn gelopen, aan moeilijke zeereizen, door mijnen en duikboten gevaarlijk óók. Eén van die dappere kleine scheepjes, de ZWAANTJE CORNELIA, is thans aan het gevaar ten offer gevallen. Het is op reis van Brevik naar West-Hartlepool met een lading mijnhout veertig mijl van de Noorse kust, door een Duitse duikboot in brand geschoten. Intussen is de brand beperkt gebleven, want, naar wij vernemen, is het scheepje half afgebrand, gesleept door een Zweedse vissersboot, te Christiansand binnengekomen. De bemanning was aan boord en in veiligheid. De gaffelschoener ZWAANTJE CORNELIA was 149 ton bruto en 125 netto, gebouwd in 1898, eigenaar de heer M.J. van der Eb te Rotterdam.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Twee Rotterdamse zeilschepen getorpedeerd.
Zaterdag zijn de Rotterdamse zeilschepen FLEVO X en REMKE, beiden gecharterd door de firma Furness en beide met een lading Philips lampen op weg van Rotterdam naar Londen, getorpedeerd. Volgens een telegram van de Nederlandse consul te Londen zijn de bemanningen van beide schepen aan de Engelse kust geland. De casco's waren ter beurze van Amsterdam tegen 14% voor heen en terug verzekerd. De ladingen waren elk voor 2 ton verzekerd, gedeeltelijk te Amsterdam en te Rotterdam.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Nederland en de oorlog. De gerequireerde schepen.
De Amerikaanse gezant heeft 30 juli de volgende nota tot de Minister van Buitenlandse Zaken gericht: Den Haag, 30 juli 1918. Excellentie!
Met verwijzing van mijn nota aan Uwe Excellentie van de 6e juni 1918 en de voorafgaande briefwisseling, heeft mijn regering mij opdracht gegeven u mee te delen, dat de Verenigde Staten bereid zijn de volgende voorstellen te doen aan de Nederlandse Regering, verruimende en verbeterende de aanbiedingen, welke reeds gedaan zijn met betrekking tot de vergoeding voor gerequireerde schepen in geval van verlies of naar keuze de vervanging in natura:
A. Waarde. Ingeval één schip is verloren gegaan, is de Amerikaanse regering bereid een ander schip ervoor in de plaats te geven met inachtneming van onderstaande voorwaarden of ervoor te betalen in dollars.
De grondslag voor de betaling in geld zal in hoofdzaak op het volgende neerkomen:
De helft van het geld moet gedurende twee jaren in Amerika blijven liggen, hetzij in deposito bij bankiers zoals nader zal worden overeengekomen door de beleggers, hetzij door belegging in de Verenigde Staten in effecten, naar de keuze van de Nederlandse eigenaar.
2. De andere helft zal worden betaald in dollars.
Onder deze financiële voorwaarden is de Amerikaanse regering bereid de volgende waarden toe te kennen aan de Nederlandse schepen, te weten: Schepen tot tien jaar oud 75 pond sterling per ton bruto; schepen tot 30 jaar oud 60 pond sterling per ton bruto; schepen tot 39 jaar oud 52 pond sterling 10 shillings per ton bruto.
B. Vervanging. De regering van de Verenigde Staten biedt de volgende verbeteringen aan in het reeds door haar gedaan aanbod betreffende vervanging;
1. De keuze tussen betaling in geld en vervanging zal aan de eigenaar worden gelaten, 30 dagen nadat hij bericht zal hebben gekregen van het verlies van zijn schip of 30 dagen nadat deze voorwaarden zullen zijn aangenomen ingeval het schepen betreft, die vroeger verloren zijn gegaan.
2. De interest op de waarden vanaf de datum van het verlies tot de datum van de vervanging zal 10% per jaar bedragen.
3. De regering van de Verenigde Staten verbindt zich om wilde boten te vervangen binnen 12 maanden na het sluiten van de vrede en van lijnboten binnen 18 maanden te vervangen.
4. Daar de kwestie van de vervanging door de Nederlandse Regering kan worden beschouwd als te zijn van nationaal belang, afgescheiden van het belang van de particuliere eigenaar, moet de regering van de Ver. Staten bedingen, dat eigenaars, die betaling in geld verkiezen, zich van de toestemming van de Nederlandse Regering moeten verzekeren.
Het zou mij aangenaam zijn, indien Uwe Excellentie bovenstaande voorstellen in overweging zou willen nemen en mij ten spoedigste mededeling zou willen doen van het inzicht van de Nederlandse Regering ten aanzien daarvan.
Ik maak van deze gelegenheid gebruik om Uwe Excellentie opnieuw van mijn hoogachting te verzekeren.
(w. get.) JOHN W. GABRETT. Aan Zijne Exc. Jhr. Dr. J. Loudon, Minister van Buitenlandse Zaken, enz., enz. 's-Gravenhage,
Volgens bericht aan de Amerikaanse regering inzake de vergoeding van de gerequireerde schepen, heeft dezelfde dag de Britse gezant, namens zijn regering, vrijwel hetzelfde voorstel gedaan.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 5 augustus. De voor Zweedse rekening op een scheepswerf te Muntendam nieuw gebouwde motorschoener JUPITER is in ballast van hier naar Gotenburg in zee gegaan.


07 augustus 1918


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Lading van gerequireerde schepen.
De Zondag hier te lande uit Engeland aangekomen MARKELO en EEMSTROOM hebben hoofdzakelijk de ladingen van de door Engeland gerequireerde RHEA en TELLUS meegebracht. De lading van de MARKELO bestaat voornamelijk uit koffie, wijnen, amandelen, kurkafval enz., terwijl de EEMSTROOM wijn, hars, terpentijn, kurkafval, kurkpapier en stukgoederen, waaronder textielgoederen, aan boord heeft.
Al deze goederen zijn geadresseerd aan de firma Hudig, Veder & Co. te Amsterdam.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 6 augustus. De voor een rederij in Stockholm op de scheepswerf van de firma Gebr. Fikkers te Muntendam nieuw gebouwde motorschoener JUPITER is onder bevel van kapt. Edvall in ballast van Amsterdam naar Gotenburg vertrokken.


08 augustus 1918


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 7 augustus. De N.V. Werf Vooruit te Enkhuizen heeft de werf Hollandia te Spaarndam aangekocht en geheel in haar bedrijf opgenomen, hetwelk hierdoor belangrijk is uitgebreid. De vennootschap is nu in de gelegenheid zeeschepen te bouwen van 3.000 ton deadweight.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Kristiansand, 1 augustus. De Nederlandse schoener ZWAANTJE CORNELIA, met mijnhout van Brevik naar Hartlepool, is 40 mijl zuid van Lindesnaes door een Duitse U-boot in brand geschoten. De reddingboot met de uit 5 man bestaande bemanning is hedenochtend door een Noorse motorboot hier aangebracht. Gisteren namiddag is de op de lading drijvende, in brand staande schoener, die tot aan de reling in het water lag, door de Noorse viskotter CANTOR aangetroffen en met behulp van twee Zweedse motorboten hier binnengesleept.


09 augustus 1918


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De Raad voor de Scheepvaart te Amsterdam deed gisteren uitspraak betreffende het op 16 juni 1918 ten gevolge van een ontploffing in de Noordzee zinken van het stoomschip KONINGIN REGENTES. De Raad is van oordeel, dat de KONINGIN REGENTES op ongeveer 21 mijl beoosten het Leman-lichtschip door een torpedoschot is getroffen en ten gevolge daarvan binnen enkele minuten gezonken. De verklaringen van de getuigen laten daaromtrent geen twijfel. Men heeft de torpedo en de bellenbaan op het schip zien aankomen in de richting en naar dat gedeelte van het schip, waar onmiddellijk daarna de ontploffing heeft plaats gehad. Eén van de getuigen heeft bovendien op korte afstand achter de plek waar hij de torpedo zag, de periscoop van een duikboot waargenomen en het is bekend, dat een torpedo, nadat zij is gelanceerd, vaak even aan de oppervlakte verschijnt alvorens zij haar diepte gevonden heeft. Daar geen delen van de torpedo gevonden zijn, ontbreekt het onomstotelijk bewijs van welke nationaliteit de duikboot was, waardoor het fatale schot is gelost. Dat bij deze ramp zeven mensen zijn omgekomen, is te wijten aan de hevigheid van de ontploffing en de snelheid waarmee de KONINGIN REGENTES is gezonken. Van enig verzuim in het nemen van de nodige maatregelen tot redding is allerminst gebleken.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Op de scheepsbouwwerf van de firma Marckmann & Faassen te Kralingscheveer is gebouwd de sleepboot SALLANDIA voor de firma J. Everts te Rotterdam.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Amsterdam, 8 augustus. Naar de directie van de Koninklijke Nederlandsche Stoomboot Maatschappij meedeelt, is een van de gerequireerde schepen, de POSEIDON bij Virginia met een ander schip in aanvaring gekomen en gezonken. De POSEIDON, die in 1914 gebouwd werd, meet 1.908 bruto ton. Volgens het jongste aanbod van de geassocieerden heeft de Maatschappij, wanneer zij aanspraak maakt op geldelijke schadeloosstelling, aanspraak op NLG 1.717.200.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 7 augustus. Volgens hier ontvangen bericht is de Nederlandse schoener STERNE afgekeurd. Het schip zal nu met de inventaris publiek worden verkocht. Dit schip werd destijds door een duikboot beschoten doch zonk niet. Later is het toen verlaten op de Noorse kust aangedreven.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Terschelling, 8 augustus. Het bergingsvaartuig HAAI, van de Nieuwe Bergingsmaatschappij te Maassluis heeft de inventaris van de FRANS NAEREBOUT geborgen en te Willemsoord afgegeven. Het schip zelf is geheel verloren en in het zand weggezakt.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Delfzijl, 7 augustus. Het hier in de haven liggende Nederlandse klipperschip genaamd ZES GEBROEDERS, kapt. Eltshoff, van Bergen-op-Zoom, groot 260 ton, is ondershands voor NLG 18.000 verkocht aan kapt. R. Landstra te Groningen, die het voortaan onder de naam LUTGERDINA zal bevaren.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Delfzijl, 7 augustus. Het alhier thuis behorende Nederlandse tjalkschip AMBULANT, schipper en eigenaar H. Houwerzijl, thans te Svendborg (Denemarken) Iiggende, is voor een geheime prijs verkocht aan de heer A. Steenbergen te Meppel


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Hoogezand, 6 augustus. Hedenmiddag werd van de werf van de scheepsbouwmeester G.J. van der Werff met goed gevolg te water gelaten een 3-mast motorschoener, groot 380 ton dw. voor eigen rekening. Het schip is gebouwd volgens voorschrift Germ. Lloyd grote kustvaart en de Nederlandse Scheepvaartinspectie en wordt voorzien van een 4-cilinder ruw-olie motor van 120 pk.
De kiel wordt gelegd voor een dito schip, eveneens voor eigen rekening.


10 augustus 1918


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Terschelling, 9 augustus. Gistermiddag liep de Rotterdamse gaffelschoener HORIZON, van Trelleborg met hout naar Rotterdam, bij Terschelling op een mijn. De bemanning, bestaande uit acht personen, begaf zich in twee sloepen en werd opgenomen door het vissersvaartuig UK-60 en te Terschelling aangebracht. Het wrak drijft nog op zijn lading. De HORIZON is 215 ton groot en in 1918 gebouwd.
— De kustwacht meldt: Een drie-mast schoener NW ten W van Post 4 met gebroken fokke- en grote mast, drijft op 3 mijl uit de kust.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Amsterdam, 9 augustus. Het stoomschip MAASLAND, van de Koninklijke Hollandsche Lloyd wordt in gereedheid gebracht om uit te varen. Het schip ligt thans te bunkeren.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De Haven. Het stoomschip ZIJLDIJK, van de Holland Amerika Lijn, komende van New York met 2.476 ton gerstebloem, 392 ton maisbloem en 2.055 ton roggebloem, is hedenmorgen behouden te Rotterdam aangekomen. Voorts zijn nog binnengekomen de motorschoener MARIA JACOBA, met hout van Hernösand en een stoomschip van Liverpool met stukgoed, totaal sedert de opgave van gisteren drie schepen.


12 augustus 1918


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Vlissingen, 8 augustus. Het hier van Rotterdam aangekomen stoomschip TURBINIA wordt aan de scheepswerf De Schelde van nieuwe ketels voorzien.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Terschelling, 9 augustus. De schoener HORIZON (zie vorig No.) is door de sleepboot NEPTUNUS hier voor de haven aan de Noordwal aan de grond gezet.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Hamburg, 10 augustus. Het prijzengerecht heeft behandeld de zaak van de Nederlandse viskotters KATWIJK I en KATWIJK ll, die vissende waren aangetroffen op de Doggersbank, de eerste op 14, de tweede op 22 februari jl., in het door Duitsland tot verboden water verklaarde gebied en die onder verdenking van lading en vis voor Engeland aan boord te hebben, naar Zeebrugge waren opgebracht. De vangst en de netten waren in beslag genomen. De rederijen hadden een eis ingesteld tot vrijlating van de kotters en tot schadeloosstelling voor lading, netten en verlies aan winst. Het prijzengerecht wees de eis als ongerechtvaardigd van de hand en besloot tot verbeurdverklaring van de schepen met toebehoren en ladingen.
Het opbrengen van de met 200 balen lompen geladen Nederlandse tjalk DE HOOP, van Amsterdam op weg naar Engeland, werd door het gerecht goedgekeurd, de daartegen ingebrachte eis werd afgewezen.
In de zaak van het op 18 okt. 1916 in de grond geboorde Nederlandse stoomschip BLOMMERSDIJK, dat zich op weg had bevonden van New York naar Rotterdam, besloot het gerecht, nadat de zaak verscheiden malen in onderzoek was geweest bij het Hamburgse en bij het opperste Prijzenhof, dat de eisen no. 16 en no. 18 zullen worden toegestaan. Het betreft machines waarvoor onderscheidenlijk USD 4.997 en 1.113 gulden worden uitgekeerd, benevens 4 pct. rente, gerekend van 1 november 1916.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Vergoeding voor opgevorderde schepen.
Met het thans gezonken stoomschip POSEIDON van de Kon. Ned. Stoomboot Mij., zijn van door de geassocieerde regeringen in beslag genomen Nederlandse schepen sedert april reeds 9 stomers, metende totaal 58.205 bruto ton, als verloren te beschouwen.
Het zijn de STATENDAM en OOSTERDIJK, samen 40.371 ton, van de Holland Amerïka Lijn; de RHEA en de genoemde POSEIDON, 3.217 ton, van de Kon. Ned. Stoomboot Mij.; de ZAANLAND, 5.417 ton, van de Kon. Holl. Lloyd; de TEXEL, 3210 ton, van de Stoomvaart Mij. Triton; de ALCOR, 3.551 ton, van Van Nievelt, Goudriaan & Co; de KIELDRECHT, 1.284 ton, van Phs. van Ommeren en de LEONORA, 1.150 ton, van Jos. de Poorter. Acht van deze schepen waren van een tot acht jaar oud, waardoor ze volgens de jongste nota van de Amerikaanse en Engelse regering in aanmerking komen met 75 pond sterling per bruto ton te worden vergoed. De ZAANLAND telde 18 jaren en wordt voor een dergelijk schip 60 pond sterling per bruto ton toegekend. Totaal vormt een en ander een bedrag van NLG 4.284.120, of ongeveer 48 miljoen gulden, waarvan op de Amerikaanse rekening komt GBP 1.594.095 voor vijf schepen, terwijl Engeland GBP 2.690.025 zal hebben te voldoen voor vier schepen, w.o. de STATENDAM. Indien de betrokken rederijen de keuze stellen op betaling in geld, dan zal de Holland Amerika Lijn een bedrag hebben te vorderen van GBP 3.027.825; de Kon. Ned. Stoomboot Mij. GBP 241.275; Kon. Hollandsche Lloyd GBP 325.020; Mij. Triton GBP 240.750; Van Nievelt, Goudriaan & Co. GBP 266.235; Phs. van Ommeren GBP 96.300 en Jos. de Poorter GBP 86.625.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Gezagvoerders e.a. van gerekwireerde schepen.
Te Utrecht is een vergadering gehouden van gezagvoerders, officieren, machinisten, administrateurs, geneesheren, enz. van gerekwireerde schepen, ter bespreking van de belangen van het personeel van de gerekwireerde schepen. De voorzitter de heer N. v. Wijk Jurriaanse gelooft dat ten hoogste twee derde van de gerequireerde schepen terug zullen komen. Er zijn nu reeds een 10-tal weg. Het gevolg hiervan zal zijn, dat velen zonder middel van bestaan zullen komen. In verband hiermee zal het nodig zijn een actie te beginnen om van de Amerikaanse en Engelse regeringen een billijke schadeloosstelling te verwerven.
Besloten wordt een actie tot schadevergoeding in te stellen tegen de regeringen, die de schepen hebben gerekwireerd.


13 augustus 1918


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Terschelling, 10 augustus. Inzake het Nederlandse schip HORIZON, dat voor een paar dagen op een mijn is gelopen, drijvende door de sleepboot NEPTUNUS uit het mijnenveld is gehaald en op de Noordwal nabij Terschelling is gezet, wordt nog het volgende gemeld: Aan stuurboord is door de mijn een groot gat geslagen, het voorgedeelte zit onder water en de tuigage is overboord. Men heeft het schip, nadat de deklast was gelost, van voornoemde Noordwal gehaald en naar een plaat in de Zuiderzee gebracht en aldaar omhoog gezet. Later heeft men getracht het schip naar Harlingen te slepen, maar wegens de te grote diepgang is de HORIZON hedenavond om zes uur, in de Oostmeep aan de grond gevaren en blijven zitten.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De MAASSTROOM binnen. Het stoomschip MAASSTROOM van de Hollandsche Stoomboot Mij. is hedenmorgen 9 uur te Amsterdam aangekomen. Het schip heeft de volgende lading aan boord van de volgende door Engeland gerequireerde schepen: Kurkhout en wijn van de DANAE; wijnen, amandelen en koffie van de THALIA; koffie, kurk en textielgoederen van de RHEA en kurk van de AGAMENNON.


14 augustus 1918


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 13 augustus. Het schip HORIZON (zie vorig No.) is te Harlingen binnen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Gotenburg, 7 augustus. De Nederlandse consul-generaal doet nasporingen naar het verblijf van de Nederlandse schepen ZEEAREND en ZEEBURG. De ZEEAREND is 11 juli tussen de boeien 3 en 4 in de vrije vaargeul gezien en de ZEEBURG vertrok 30 juni van Swinemünde naar Amsterdam. Beide schepen hebben hun bestemming nog niet bereikt.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Schoener op een mijn gelopen. Te Harlingen is gisteravond binnengebracht door de sleepboot NEPTUNUS van de firma Zur Mühlen, de bij Terschelling op een mijn gelopen drie-mast schoener HORIZON, kapt. W. van der Veen, behorende aan de rederij Piet Hein te Rotterdam. Het schip heeft zeer geleden, een mast is overboord geslagen en het heeft een groot gat aan bakboordzijde. Het is geladen met hout en ijzerdraad en was op weg van Trelleborg naar Rotterdam.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Uitwisseling van krijgsgevangenen.
Naar wij vernemen zullen de SINDORO en de ZEELAND in de nacht van vrijdag op zaterdag naar Boston vertrekken. De bedoeling is alleen de krijgsgevangenen wederzijds over te brengen, die achtergebleven zijn, toen door het ongeluk met de KONINGIN REGENTES de vaart is gestaakt. Nieuwe gegadigden komen dus thans niet in aanmerking.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De Duitse regering heeft verlof gegeven dat enige stoomschepen, geladen met hout in Zweden, naar Delfzijl vertrekken.
Volgens Het Nieuws zullen nog zeer veel ladingen met hout uit Noorwegen in de zeehaven te Delfzijl aankomen, waar door de slapte in het grote scheepvaartbedrijf opgeheven zal worden.


15 augustus 1918


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Reliefschip gestrand.
Uit Wemeldinge wordt gemeld dat het Reliefschip VLISSINGEN, dat van Rotterdam, in verband met de staking onder de havenarbeiders, naar Vlissingen was gedirigeerd, gestrand is en gevaarlijk zit. Een later bericht meldt dat de sleepboten VENUS en KIL het schip hebben afgebracht.


16 augustus 1918


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart. De Raad voor de Scheepvaart te Amsterdam heeft gisteren de volgende uitspraak gedaan in de volgende zaken: Betreffende het met man en muis vergaan van de zeilvissersvaartuigen MARS (VL-51), CATHARLNUS (VL-24), ZEENIMPH (MA- 170), de zeilschepen LICHTSTRAAL II en AMBULANT als volgt: Op grond van de gehouden onderzoeken neemt de Raad aan, dat deze schepen onderscheidenlijk op of na 19 juni 1918, 19 juni 1918, 14 april 1918, 9 april 1918 en 13 april 1918 op de Noordzee met man en muis zijn vergaan; de oorzaak is niet met zekerheid vast te stellen, doch de Raad acht het waarschijnlijk dat deze verband houdt met de oorlogsomstandigheden.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 15 augustus. Hoewel de materialen moeilijk verkrijgbaar en schaars zijn, is het aan de scheepsbouwmeesters Gebr. Kooiman, te Zwijndrecht en aan de Machinef