Inloggen
Zoek in kronieken
Aanwezige jaargangen:
Start - 0 - 189 - 191 - 1813 - 1814 - 1815 - 1816 - 1817 - 1818 - 1819 - 1820 - 1821 - 1822 - 1823 - 1824 - 1825 - 1826 - 1827 - 1828 - 1829 - 1830 - 1831 - 1832 - 1833 - 1834 - 1835 - 1836 - 1837 - 1838 - 1839 - 1840 - 1841 - 1842 - 1843 - 1844 - 1845 - 1846 - 1847 - 1848 - 1849 - 1850 - 1851 - 1852 - 1853 - 1854 - 1855 - 1856 - 1857 - 1858 - 1859 - 1860 - 1861 - 1862 - 1863 - 1864 - 1865 - 1866 - 1867 - 1868 - 1869 - 1870 - 1871 - 1872 - 1873 - 1874 - 1875 - 1876 - 1877 - 1878 - 1879 - 1880 - 1881 - 1882 - 1883 - 1884 - 1885 - 1886 - 1887 - 1888 - 1889 - 1890 - 1891 - 1892 - 1893 - 1894 - 1895 - 1896 - 1897 - 1898 - 1899 - 1900 - 1901 - 1902 - 1903 - 1904 - 1905 - 1906 - 1907 - 1908 - 1909 - 1910 - 1911 - 1912 - 1913 - 1914 - 1915 - 1916 - 1917 - 1918 - 1919 - 1950 - 1995 - 2019 - 2020


Bevat   Exact
 

Kronieken uit 1911


01 januari 1911


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Terschelling, 31 december (1910). De in het Avondblad D van 31 december gemelde schoener is de Nederlandse gaffelschoener BERENDINA (van Groningen), kapt. Wijnstok, met gerst van Samsö (Denemarken) naar Rotterdam bestemd. Het heeft zware slagzijde en overgewerkte lading. Het kon niet manoeuvreren. Het schip is door de gemelde boten opgepikt en via het Stortemelk naar hier gebracht.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart
Bij Koninklijk Besluit, van 31 december zijn met ingang van 1 januari benoemd in de Raad voor de Scheepvaart, voor de tijd van 4 jaren, tot voorzitter, mr. Th. B. Pleyte, te Amsterdam; tot plaatsvervangend voorzitter, mr. G. van der Zweep, raadsheer in het gerechtshof te Amsterdam; tot secretaris, mr. R.R.W. Janssen, advocaat en procureur te Amsterdam; tot plaatsvervangend secretaris, mr. C. Henny, advocaat te Amsterdam;
tot vaste leden:
a. W. Allirol, gepensioneerd kapitein ter zee, te ‘s-Gravenhage en L. Roosenburg, gewezen luitenant ter zee der tweede klasse, directeur van de filiaal inrichting van het Koninklijk Nederlandsch Meteorologisch Instituut te Amsterdam;
b. H.C. Haacke, expert te Amsterdam, en C.L.J. Kotting, oud-scheepsgezagvoerder, gemeente-havenmeester te Amsterdam;
tot plaatsvervangende leden voor de vaste leden:
a. H. de Booy, gepensioneerd luitenant ter zee 1ste klasse, te Amsterdam, en R. Posthumus Meyjes, gepensioneerd luitenant ter zee 1ste klasse te ‘s-Gravenhage;
b. J.S. Brouwer, inspecteur van de Stoomvaartmaatschappij „Rotterdamsche Lloyd", te Rotterdam. en D.H. Hinlopen, inspecteur van de Koninklijke Nederlandsche Stoomboot Maatschappij, te Amsterdam;
tot buitengewone leden:
a. als reder van de grote vaart, C.M. van Rijn, directeur van de Koninklijke West-lndische Maildienst, te Amsterdam;
b. als schipper van de grote vaart, E. Deddes, oud-gezagvoerder van de Holland-Amerika-Lijn, te Rotterdam;
c. als reder van de kleine vaart, G.H. Bakker, directeur van het compact „Eendracht", te Wildervank;
d. als schipper van de kleine vaart, Jan Mooi, te Groningen;
e. als reder van de zeevisserij, J.G.T. Broekmeijer, te IJmuiden;
f. als schipper van de zeevisserij, G.Z. Jol, ts Scheveningen ;
g. als werktuigkundige, W. Fenenga, werktuigkundige van de Amsterdamsche Droogdok Maatschappij, te Amsterdam;
h. als elektrotechnicus, G.J. Knlphorst, elektrotechnicus van de Marine, te Amsterdam;
i. als scheepsbouwkundige voor de grote vaart, J.T.J. de Bruyn Kops, scheepsbouwkundig ingenieur te Amsterdam;
k. als scheepsbouwkundige voor de kleine vaart, P.H. Bos, lid van de firma Gebr. Bos, scheepsbouwmeesters te Groningen;
I. als scheepsbouwkundige voor de zeevisserij, J. Verwey, te Vlaardingen;
m. als machinist, J. Maandag, gepensioneerd officier-machinist te Amsterdam;
tot plaatsvervangende leden voor de buitengewone leden:
a. als reder van de grote vaart: Z.W.C. Dekkers, lid van de firma Erhardt en Dekkers, te Rotterdam; H. de Jongh, lid van de firma Phs. van Ommeren te Rotterdam, en jhr. L.P.D. Op ten Noort, directeur van de Stoomvaart Maatschappij „Nederland", te Amsterdam;
b. als schipper van de grote vaart: P. de Boer, oud-gezagvoerder van de Rotterdamsche Lloyd en A. Smits, oud-gezagvoerder van de Koninklijke Paketvaart Maatschappij;
c. als reder van de kleine vaart, E. Balk, te Groningen;
d. als schipper van de kleine vaart, B. Jonker, te Wildervank en H. Mulder, te Groningen;
c. als reder van de zeevisserij, Jac. den Dulk Wzn., te Scheveningen, en Jan Schippers te Vlaardingen;
f. als schipper voor de zeevisserij, J. Prins, walschipper bij de heren Bakker en Dijksen, te IJmuiden;
g. als werktuigkundige, C.J.A. Haakman, gepensioneerd officier-machinist-titulair, te Warmond, en H. van Helden, hoofdinspecteur van de Holland-Amerika-Lijn, te Rotterdam;
h. als elektrotechnicus, A.J. Roelofsz, hoofdingenieur bij de firma Siemens en Halske, te ‘s-Gravenhage;
i. als scheepsbouwkundige voor de grote vaart, A. van Gelder, scheepsbouwkundige bij de maatschappij „Fijenoord", te Rotterdam» en M.A. Cornelissen, scheepsbouwkundige ingenieur, te Amsterdam;
k. als scheepsbouwkundige voor de kleine vaart, F. Smit, lid van de firma E.J. Smit en Zoon, te Hoogezand, en J.Th. Wilmink te Groningen:
l. als scheepsbouwkundige voor de zeevisserij D. Taat, scheepsbouwkundige te Katwijk aan Zee, en W. Sebbelee, scheepsbouwkundige te Amsterdam.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Advertentie. Wegens omstandigheden uit de hand te koop:
De eerste klas staal-ijzeren zeetjalk URANIA I, oud 10 jaar, groot 67,02 rt. of 167 binnen tonnen, met complete inventaris, zoals het thans in de Westerhaven ligt te Groningen.
Te bevragen bij de eigenaar aan boord, P. Klugkist of de Havenmeester aldaar.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Advertentie. Te koop: Het goed onderhouden staal-ijzeren tjalkschip MORGENSTER, groot 80 last, met volledige inventaris en nieuwe boot. Liggende in de Westerhaven te Groningen.
Inlichtingen te bekomen bij de havenmeester Klugkist en bij de eigenaar J. Salomons Jzn.
te Gasselternijveen.


02 januari 1911


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Southampton, 31 december 1910. Volgens rapport van het stoomschip KINFAUNS CASTLE heeft dit schip het stoomschip BOGOR gepraaid op 45º N en 08º W. Het deelde per morsesignalen mede, dat het 5 man van een wrak geslagen schoener had opgepikt en aan boord had. (De BOGOR arriveerde 1 januari te Rotterdam en had toen aan boord vijf man van de Spaanse schoener AVILES, die ter hoogte van Oporto waren gered. De AVILES, die mastloos was, dreef gevaarlijk voor de scheepvaart)


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Livorno, 30 december. Op reis van Barry naar hier werd tijdens zeer slecht weer in de ruimen 2 en 3 bij de bakboords kimmen van het stoomschip ELLEWOUTSDIJK ontdekt, dat er aldaar ongeveer 10 duim water per dag werd gemaakt. Bij het lossen verminderde het water maken, waarschijnlijk doordat er minder drukking was. De gezagvoerder is van mening dat er enige klinknagels, onlangs vernieuwd, zijn geknapt. Wanneer de lading is gelost zal er een onderzoek plaatshebben en zal men de schade door cement voorlopig repareren. Het wordt onnodig geoordeeld om te dokken en verondersteld wordt, dat een certificaat van zeewaardigheid zal worden uitgereikt om erts voor Rotterdam te laden.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Livorno, 30 december. Aan boord van het Nederlandse stoomschip ELLEWOUTSDIJK werd op de reis van Barry naar hier enige lekkage ontdekt in de ruimen 2 en 3, die hier met het lossen van de lading echter nagenoeg heeft opgehouden. Na lossing van de lading zal voorlopig worden gerepareerd. De gezagvoerder oordeelt dat het schip hier niet behoeft te dokken en dat het na reparatie een certificaat van zeewaardigheid zal ontvangen om erts te laden voor Rotterdam.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

In de Zalmhaven brak gisteravond halfnegen brand uit op de sleepboot HELENA van de firma Wm. H. Müller & Co. De drijvende stoomspuit RIJNHAVEN dadelijk gealarmeerd, spoedde zich derwaarts en bluste in drie kwartier tijds het vuur. De ketelbekleding en een partijtje brandhout hadden vlam gevat.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Amsterdam, 30 december. Volgens een draadloos telegram via Fernando Noronha is aan boord van het stoomschip HOLLANDIA op 27 december 1910 in de machinekamer de evaporator gesprongen, ten gevolge waarvan de tweede machinist zo ernstig geketst werd dat hij spoedig daarna overleed. Op de reis van het stoomschip is het ongeval niet van verdere invloed. Het wordt 2 januari te Rio de Janeiro verwacht.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Londen, 30 december. Volgens telegram uit Gibraltar is het Nederlandse stoomschip TELLUS, van Rotterdam naar Genua bestemd, aldaar in aanvaring geraakt met de kolenhulk No. 20, die schade bekwam aan de achtersteven. Of de TELLUS averij beliep is niet bekend.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 31 december. De Nederlandse sleepboot ROODE ZEE vertrok 29 december van hier naar Toulon om het oude Franse oorlogsschip RICHELIEU, lang 323 Eng. voet 6 duim, breed 57 voet 10 duim en groot 9.100 ton, van daar naar Hendrik-Ido-Ambacht te slepen. Aan de werf van de N.V. Scheepsslooperij Holland aldaar zal het worden gesloopt.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Vlissingen, 30 december. De rederij van het gezonken stoomschip BALTIQUE heeft last gegeven om met behulp van een duiker te trachten de lijken van de 6 slachtoffers op te halen; zodra het weer gunstig is zal hiermee begonnen worden.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Rotterdam, 2 januari. Door het stoomschip BOGOR van de Rotterdamsche Lloyd zijn heden aangebracht vijf schipbreukelingen, Spanjaarden, die 28 december op het wrak van het schoenerscheepje JAVIER bij kaap Finisterre ronddreven. Met moeite gered, zijn zij hier naar het Spaanse consulaat gebracht.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Zea, 29 december. Het stoomschip CHARLOIS is door duikers onderzocht en de bodem ernstig beschadigd bevonden. De expert heeft een bewijs van zeewaardigheid geweigerd en beveelt aan naar Piraeus te vertrekken om aldaar voorlopig of afdoende te repareren. (Zie ons no. van 28 december)


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 2 januari. Onze vroegere plaatsgenoot H. Leeuw, thans kapitein op het
Rotterdamse stoomschip JOHANNA, van de firma Joost de Poorter, welk schip voor enige
dagen te Brugge (België) in de nieuwe haven aldaar binnenkwam, was het duizendste vaartuig, dat deze haven binnenliep.
Naar aanleiding hiervan werd kapitein H. Leeuw ten stadhuize uitgenodigd en met muziek ontvangen en hem met de andere aanwezige kapiteins een feestmaal aangeboden.
Ter herinnering werd hem tevens een zilveren eetschaal met gouden medaille vereerd.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 2 januari. Het zeilschip NIEUWE ZORG, vroegere eigenaar en kapitein K. Salomons van Gasselternijveen, is verkocht aan en wordt bevaren door W. Folkers van Groningen. Koopprijs NLG 6.000.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Groningen, 2 januari. Zaterdagmorgen ongeveer half vier werd er in de Gronden bij Terschelling geflambouwd. Een paar sleepboten en de reddingsboot vertrokken ter assistentie. Zij troffen in de Gronden aan de gaffelschoener BERENDINA van Groningen, kapitein Wijnstok. Het schip was geladen met 240 ton gerst en was op weg van Samsöe naar Rotterdam. Door de overgewerkte lading en de water zware slagzij was niet te manoeuvreren. Het vaartuig is te West-Terschelling binnengesleept


Krant:

 VCO - Vlissingsche Courant

Vlissingen, 31 december. Wij vernemen dat de volgende week de officiële proeftochten met de aan de fabriek “De Schelde” in aanbouw zijnde torpedobootjagers WOLF en FRET zullen beginnen. Volgens de beschrijving, welke wij in ons blad van 17 september jl. gaven, moet een vaarsnelheid van 30 Engelse zeemijlen per uur worden behaald.
Als men nu bedenkt dat een Engelse zeemijl 20 minuten gaans is of 1,85 km., dan moeten deze torpedobootjagers met een snelheid van 55,5 km. per uur door het water gaan, een snelheid, die de vaart van een spoortrein evenaart.
Wanneer de volle krachtsproef dus plaats heeft, loont het de moeite deze eens te gaan zien, want het komt niet elke dag voor een schip met een dergelijke vaart het water te zien doorklieven.


03 januari 1911


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Delfzijl, 2 januari. Gedurende 1910 zijn hier ingeklaard 814 zeeschepen en 2.709 rivierschepen; uitgeklaard 905 zeeschepen en 2.575 rivierschepen. In 1909 bedroegen deze getallen respectievelijk 618, 2.446, 674 en 2.384.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van de heer J.W. Boerma te Martenshoek is (opm: op 30 december) te water gelaten de schoener-aak WELDAAD, groot 230 ton, gebouwd voor schipper B. Bosma te Groningen. Nog een dergelijk vaartuig is op deze werf in aanbouw voor Duitse rekening.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Verkochte schepen. De tjalk NIEUWE ZORG, van schipper Salomons te Gasselternijveen, is voor NLG 6.000 verkocht aan schipper Folkers te Groningen.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Groningen, 3 januari. Gisteren werd door ons medegedeeld, dat de gaffelschoener BERENDINA van Groningen, kapitein Wijnstok, in de Gronden bij Terschelling een ongeval was overkomen wegens overgewerkte lading en het vaartuig te West-Terschelling was binnengesleept. Wij vernemen omtrent dit ongeval nog het volgende:
Toen het schip te zwaar in Samsoë werd geladen, maakte de stuurman de kapitein daarop opmerkzaam door te zeggen, dat de overlangse beschotting niet sterk genoeg was. De kapitein stoorde zich daaraan niet en wenste in de toestand geen verandering te brengen. De stuurman liep daarop weg en met hem het andere scheepsvolk.
Men ging naar de consul, doch moest daarvoor eerst uren lopen. Deze voorzag de stuurman en die bij hem waren van geld om bij een andere consul te kunnen komen. Op deze wijze kwam men woensdag vóór Kerstmis in Nederland terug. Zaterdagmorgen nu kwam bericht, dat de kapitein met zijn schip bij Terschelling aan de grond was geraakt. Uit bovenstaand verhaal blijkt dus wel, dat de stuurman gelijk had en dat het schip met de lading zo niet was te besturen.


04 januari 1911


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 3 januari. In 1910 zijn 23 schepen (10 stoom- en 13 zeilschepen) als vermist genoteerd, waaronder het Nederlandse stoomschip PRINS WILLEM II en de Nederlandse schoener JANTJE. (opm: bekort)


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Verkochte schepen. De stalen zeil-aak VERWISSELING, groot 317 ton, heden te Rotterdam in veiling opgehouden, werd daarna uit de hand verkocht aan de heer T. Verwerf.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Piraeus, 31 december. Het stoomschip CHARLOIS (zie Avondblad 31 december) is gisteren hier aangekomen. De bodem schijnt belangrijk beschadigd te zijn. Het zal hier waarschijnlijk voorlopig repareren.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

De redding van de BERENDINA.
Men schrijft van Terschelling aan „L. en V.": 't Is half vier in de nacht van 30 op 31 december 1910. De lucht buiig, nu en dan sterhelder, dus goed vuurgezicht. Alles is in rust op Terschelling, behalve de uitkijk op de sleepboten in en buiten de haven en de lichtwachters op de Brandaris.
Daar in eens wordt die stilte verbroken, een vuurpijl gaat van af de toren de lucht in en voort daarop, begint men aan de zware stoomfluiten van de sleepboten te trekken en maakt alles wat slaapt wakker en is het met de rust voor honderden voor goed afgelopen. 't Is een lopen en draven, naar familieleden en vrienden; men klopt op de ramen en roept: “guusjen, tis guusjen" en voort gaat het, meerdere mannen porren. Allen spoeden zich naar de haven, om een plaatsje op één van de sleepboten van Zurmühlen te krijgen. Enkele anderen gaan naar de LYONS, kapitein Gardener. Deze laatste neemt een tiental roeiers mee voor de reddingsvlet. Zwart is de straat van het toekijkende volk, zwart ook de lucht van rook en damp der boten. SIMSON van Zurmühlen, schiet vooruit. TEXEL, NEPTUNUS en TERSCHELLING volgen allengs, maar de LYONS heeft geen stoom op. De vuren uitgehaald; afgewerkte stoom; slechte kolen; telegraaf stuk; ja, wat hoort men dan al niet! De stem van kapitein Gardener klinkt luid en is duidelijk verstaanbaar, boven alle rumoer. Eindelijk met slakkengang gaat de LYONS voorwaarts en zal zeker te laat komen.
Wij gaan naar het strand, bij paal 7 en zien dan in zee, voor de wal, de vuren van de zoekende stoomboten, maar geen in nood verkerend schip. Vermoedelijk reeds vernield en men loopt mijlen ver langs het strand, maar vindt niets. Terug naar paal 7, naar de reddingsboot, waarbij men in het huis de telefoon hoort bellen, in verbinding met de vuurtoren. Steeds beweren de lichtwachters dat er een schip in nood moet zijn, liggende in zee maar wij zien van de wal niets, dan heel ver in zee ,een enkel klein licht als van een passerende stoomboot. De nieuwe motorreddingsboot kruist langs de gronden en kan ook al niets vinden. Eindelijk is het dag geworden en keren de sleepboten naar de haven terug, maar worden nu beter ingelicht, door de lichtwachters, die verder in zee, een vaartuig met twee masten ontdekt hebben, liggende voor anker. Nu is het stomen, stomen, om eerst te zijn. Wie wint, verdient. De LYONS, hoewel eerst op goed nummer liggende, moet het afleggen tegen de Hollandse stoomschepen en komt laatst en te laat om iets te verdienen. De SIMSON heeft reeds op sleeptouw genomen: de Groninger gaffelschoener BERENDINA kapitein Wijnstok, geladen met 240 ton gerst bestemd voor Rotterdam en komende van Samsö in Denemarken. De bemanning beweerde reeds twee dagen zonder zoet water te zijn geweest, doordat de watertanks lek geslagen waren. Het vaartuig, lag zoveel op zij, door overlopen van de lading, dat de luiken aan bakboord te water kwamen, en verder zeilen gevaar opleverde, waarop men ten anker ging. Het vaartuig, dat in 1910 is gebouwd, was dicht gebleven. De aankomst in de haven gaf weer veel bekijks. „Swal buit" zegt men al, d.w.z. een kleine verdienste voor de sjouwerlieden. Men kent ze blijkbaar beter.


Krant:

 VCO - Vlissingsche Courant

In het afgelopen jaar 1910 werd van de verschillende scheepsbouwwerven in Nederland te water gelaten 191.000 ton scheepsruimte, waarvan 50.170 ton bestemd voor de zeevaart tegenover resp. 283.000 en 65.700 ton in 1909.
Van de voor de zeevaart bestemde schepen werden gebouwd aan de werf:
Ned. Scheepsbouw Mij., Amsterdam - 4 stoomschepen met 15.183 ton.
Kon. Mij. “De Schelde”, Vlissingen - 1 stoomschip met 2.930 ton.
Mij. voor Scheeps- en Werktuigbouw Fijenoord, Rotterdam – 4 stoomsch. met 6.802 ton.
Bonn & Mees, Rotterdam – 1 stoomschip met 5.900 ton.
N.V. Wilton’s Machinefabr. en Scheepswerf, R’dam – 1 stoomsch. en 1 sleepb. met 800 ton.
N.V. werf Rijkee & Co., Rotterdam – 1 stoomschip met 2.900 ton.
Rotterdamsche Droogdok Mij., Rotterdam - 4 stoomschepen met 10.125 ton.
N.V. Scheepswerf v/h Jan Smit Czn., Alblasserdam - 1 stoomschip met 2.800 ton.
Scheepsbouwwerf De Merwede, Van Vliet & Co., Hardinxveld – 2 stoomsch. met 1.300 ton.
E.J. Smit & Zn, Hoogezand – 1 stoomschip, 1 schoener en 1 lichter met 1.160 ton.
Gebr. Niestern, Delfzijl – 1 motorschoener met 270 ton.
Voor de binnenvaart was bestemd ca. 141.000 ton.
Aan het einde van 1910 was op verschillende Nederlandse werven nog in aanbouw 120.000 ton scheepsruimte, waarvan voor de zeevaart bestemd 46.135 (v.j. 59.330 ton) en wel op de werf: Ned. Scheepsbouw Mij., Amsterdam - 2 stoomschepen met 10.100 ton.
Kon. Mij. “De Schelde”, Vlissingen - 2 stoomschepen met 10.150 ton.
Mij. voor Scheeps- en Werktuigbouw Fijenoord, Rotterdam – met 6.500 ton.
Bonn & Mees, Rotterdam – 1 stoomschip met 7.000 ton.
N.V. Wilton’s Machinefabriek en Scheepswerf, Rotterdam – met 500 ton.
N.V. werf Rijkee & Co., Rotterdam – 2 stoomschepen met 3.300 ton.
Rotterdamsche Droogdok Mij., Rotterdam - 1 stoomschip met 7.500 ton.
Scheepsbouwwerf De Merwede, Van Vliet & Co., Hardinxveld – 1 stoomschip met 600 ton.
Gebr. Niestern, Delfzijl – 1 stoomschip en 1 motorschoener met 585 ton.
Voor de binnenvaart stond nog op stapel ca. 71.000 ton.


05 januari 1911


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Kallundborg, 3 januari. De met rogge van Hamburg naar Nykøbing bestemde Nederlandse tjalk LAMMEGIENA is met diverse schade alhier aangekomen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 5 januari. Hedenochtend arriveerde de Nederlandse sleepboot ZUIDERZEE met de baggermolen No. 1 van Fishguard te Cardiff.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Washington, 4 januari. (Reuter.) De regering van de Verenigde Staten heeft bij het Bondsgerechtshof een klacht aanhangig gemaakt tegen dertien stoomvaartmaatschappijen, waaronder de Holland-Amerika Lijn, bijna alle grote Atlantische maatschappijen. Zij worden beschuldigd in strijd met antitrustwet pogingen in het werk te hebben gesteld om het vervoer van tussendekspassagiers tussen de Verenigde Staten en vreemde landen te monopoliseren.
De District-Attorney verklaart dat deze maatschappijen te Londen een contract hebben gesloten, waarbij het vervoer evenredig wordt verdeeld en boeten zijn vastgesteld, die zullen worden opgelegd aan maatschappijen die boven het vastgestelde percentage gaan.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

New York, 24 december. Het hier van Amsterdam aangekomen Rotterdamse tankstoomschip ROTTERDAM heeft slecht weer gehad. De stoomstuurmachine is gebroken, een deel van de brug vernield, de trap naar de brug weggeslagen en een reddingboot verbrijzeld.


Krant:

 VCO - Vlissingsche Courant

Vlissingen, 4 januari. Aan de werf van de Kon. Mij. “De Schelde” is opgedragen het vervaardigen van machines en ketels voor het stoomschip BRUNSWIJK, te bouwen op de werf van de N.V. Scheepswerf v/h Jan Smit Czn. te Alblasserdam.


06 januari 1911


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 5 januari. Het stoomschip ALIOTH vertrok heden van Boucau naar Bilbao om voor Rotterdam te laden.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hamburg, 4 januari. Het van Amsterdam aangekomen Nederlandse stoomschip ALSTER heeft in de Strandhaven een anker en 16 vaam ketting verloren. Een duiker tracht het anker op te vissen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlieland, 6 januari. De Nederlandse gaffelschoener CITO, kapt Salomons, is met gebroken voormaststeng van Wllhelmsburg hier aangekomen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 6 januari. Volgens een telegram uit Perim is het van Java naar Rotterdam bestemde Nederlandse stoomschip SINDORO Perim gepasseerd. Het signaleerde, dat op de 31e december een as was gebroken en dat daardoor een schroef wat verloren gegaan.
Tevens werd geseind, dat de stuurboord machine defect geraakt en dat alleen met de bakboord machine werkende de reis werd voortgezet.
De directie van de Rotterdamsche Lloyd deelt ons het volgende mee: Het dubbelschroef stoomschip SINDORO, van Java naar Rotterdam, passeerde hedenmorgen Perim met verlies van de stuurboordschroef. De reis wordt met bakboordschroef voortgezet.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart
De Raad voor de Scheepvaart heeft verder heden uitspraak gedaan in de zaak van het tankstoomschip OCEAN, van de American Petroleum Company te Rotterdam, kapitein H. Bange, uit Oldenburg, welk schip bij de East Goodwin zandbank op de Noordzee in aanvaring is geweest met het Noorse stoomschip HURDA. Bij de behandeling van de zaak had kapitein Bange, terwijl hij bij de duisternis en een mistbank vooruit niets onderscheidde, de telegraaf op attentie had laten zetten, onmiddellijk daarna halve kracht en, toen het schip in de mist liep, langzaam stomen had gecommandeerd.
Er werd toen weer een stoot vernomen, waarop de OCEAN stopte en volle kracht achteruit sloeg, doch te laat om de aanvaring te voorkomen. Het onderzoek heeft de Raad tot de overtuiging gebracht, dat de aanvaring te wijten is geweest aan de mist.
Dat een der schepen niet de nodige voorzorgsmaatregelen heeft genomen, is niet gebleken.
(opm: OCEAN [PNGK], stalen 3-mast stoomschip, gebouwd in 1888 bij Russell & Co., U.K.)


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart, aanvaring ARY SCHEFFER
Het onderzoek inzake de aanvaring tussen het stoomschip ARY SCHEFFER, van de Havre-Stoomvaart-Maatschappij te Rotterdam, kapitein S. Schol, en de Scheveningse logger ZORG EN VLIJT - Sch. 274, rederij A. de Jong, schipper S. de Graaf, is heden hervat.
De aanvaring heeft plaats gehad aan de ingang van de Nieuwe Waterweg, voor Hoek van Holland, op de avond van 17 september jl. Het vissersvaartuig is tegen een van de pieren geslagen en daarna gezonken. Volgens de lezing van kapitein Schol van de ARY SCHEFFER, die op de uitreis was, voer zijn schip ongeveer ten noorden van de geleidelichten. toen men tussen de eerste en de tweede zwarte ton één streek over stuurboord een binnenkomend zeilvaartuig zag, dat groen licht toonde, en toen, op een afstand van 100 meter plotseling van koers veranderend, rood licht liet zien, waarop de ARY SCHEFFER stuurboord roer nieuw commando gaf en dus naar de Noordpier stuurde. De tegenligger maakte toen een manoeuvre, waardoor de vaartuigen pal op elkaar ingingen; fluitseinen en achteruitslaan van de ARY SCHEFFER mochten niet meer baten; de aanvaring had plaats met het bekende gevolg. Schipper De Graaf, van de ZORG EN VLIJT, heeft in de vorige zitting een andere voorstelling van het geval gegeven. Hij was langs de Noorderpier binnen de zwarte tonnenlijn de Maas mond ingegaan en heeft, 1¼ streek op ZO. ¼ O. stuurboord een groen boord- en een wit toplicht gezien en geen lichten van andere schepen. Wel heeft hij ¼ streek afgehouden om niet tegen de pier te komen, maar buiten de tonnenlijn is hij niet geweest. De ARY SCHEFFER veranderde toen van koers, zodat schipper De Graaf alleen haar rode licht zag. Fluitsignalen heeft hij niet gehoord; dat de ARY SCHEFFER volle kracht achteruit heeft gegeven, noemt hij onmogelijk, want daarvoor was haar vaart te groot.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart
De Raad voor de Scheepvaart te Amsterdam heeft heden uitspraak gedaan in de zaak van het stoomschip PANAMA, van de Vrachtvaart Maatschappij Bothnia te Amsterdam, welk schip met een grote deklast hout op 25 oktober van Archangel was vertrokken en in een geweldige storm bijna de gehele deklast verloren heeft en zodanige averij bekomen, dat het hulpeloos ronddreef en door een ander schip in veilige haven moest worden gebracht.
De Raad is van oordeel, dat het voeren van een, in verband met het jaargetijde, te hoge deklast de oorzaak van het gebeurde is geweest. Het breken van het roer is het gevolg geweest van het dwarszee vallen van het schip en dit werd veroorzaakt door te hoge deklast. Gewezen wordt erop, dat kapitein Visser het schip in zeer hachelijke omstandigheden in behouden haven heeft gebracht, maar dat ook hij het gevaar van het voeren van een hoge deklast in de Noordelijke IJszee, laat in het jaargetijde onderschat heeft.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Terschelling, 6 januari. De Nederlandse schoener BERENDINA is van hier binnendoor naar Rotterdam vertrokken, op sleeptouw van de sleepboot VOORWAARTS van Harlingen.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Scheepstijdingen. Vlieland, 6 januari. Vertrokken: BERENDINA, kapt. Wijnstok, per sleepboot VOORWAARTS naar Rotterdam, binnendoor.


07 januari 1911


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Delfzijl, 6 januari. De tjalk MARGIENA ANNETTE, schipper S. Meijer, is hier binnengekomen van Itzehoe met verlies van een zwaard. (ouwdgeb. in 1895 – PKJD)


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Trans-Atlantische lijnen.
Het stoomschip REMBRANDT, van Batavia naar Amsterdam, vertrok 6 januari van Colombo.
Het stoomschip PRINS WILLEM I, van Paramaribo naar Amsterdam, vertrok 6 januari van Havre.
Het stoomschip ZAANLAND, van Buenos Aires naar Amsterdam, vertrok 6 januari van R’dam.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hamburg, 5 januari. De anker en ketting van het stoomschip ALSTER zijn gevist (zie Ochtendblad A 6 januari) en werden aan boord gebracht.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 6 januari. Volgens een telegram uit Almeria is het Nederlandse stoomschip CLIO nabij Sabinal gestrand. (Volgens een bericht van de directie der K.N.S.M., onder Laatste Berichten in ons Avondblad C 6 januari opgenomen, vertrok het st. CLIO 5 januari van Algiers).


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 7 januari. Volgens een telegram uit Gibraltar is het Nederlandse stoomschip CLIO (zie Ochtendblad 7 januari) nadat het was vlot gekomen te Sabinal binnengelopen. Het stoomschip maakte geen water. Een gedeelte van de lading, 100 ton, is geworpen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart, aanvaring ARY SCHEFFER
In de zaak van de aanvaring tussen het stoomschip ARY SCHEFFER en de Scheveningse logger ZORG EN VLIJT SCH. 274, waarvan in het Avondblad een uiteenzetting is gegeven, werd gisteren het eerst als getuige gehoord de loods van het Duitse stoomschip VESTA, dat tegelijk met de ARY SCHEFFER de Maas mond uitvoer, en bij de aanlegplaats van de Harwich boten door dit schip werd ingehaald. De bemanning van dit schip heeft dus het gehele verloop van de aanvaring kunnen gadeslaan en heeft ten opzichte van de logger in vrijwel dezelfde positie als de ARY SCHEFFER gelegen. Deze loods heeft, evenals de kapitein en de stuurman van de VESTA, eerst groen, daarna rood, dan weer groen licht van de logger gezien; daarna verdween hij achter de ARY SCHEFFER. De logger moet dus bakboord hebben afgehouden. Toen getuige hem voor het eerst zag, was deze ongeveer 80 meter van de pier af. Hij is naar schatting twee streken van zijn koers afgegaan. De afstand tussen de pier en de plaats van de aanvaring was groter dan 14 meter.
De schipper van de ZORG EN VLIJT houdt vol niet noemenswaard te hebben afgehouden. De uitkijk van de ZORG EN VLIJT verklaarde, dat deze soms 14 meter, soms iets verder van de Noorderpier voer, welke meer nabij was dan de tonnen. Toen de ARY SCHEFFER haar rode vuur toonde, hield de logger bakboord af. Getuige zegt niet dat men tijdens de aanvaring slechts 14 meter van de Noorderpier af was, soms hield men 1 of 1½ streek stuurboord af. Het is mogelijk, dat de logger zover afgeweken is, dat de ARY SCHEFFER een ogenblik zijn rode vuur heeft gezien, maar zijn groene vuur moet zij steeds gezien hebben. De tweede uitkijk verklaarde eveneens dat de schipper af en toe zuidelijk afhield om de pier te ontwijken, mogelijk zoveel dat de ARY SCHEFFER het rode vuur heeft gezien. De bootsman van de ARY SCHEFFER verklaart, dat deze rood op rood getoond heeft, daarna een stoot op de fluit gegeven en weer groen getoond heeft vlak voor de aanvaring.
De Raad zal in deze zaak later uitspraak doen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart
Bij de uitspraak inzake de aanvaring van het tankstoomschip OCEAN en het stoomschip BURDA, welke in ons Avondblad is medegedeeld, heeft de Raad nog verklaard, dat de kapitein van de OCEAN in overeenstemming met het reglement zou hebben gehandeld, als hij terstond de machine had gestopt. Dat aan dit verzuim de aanvaring te wijten is, is echter niet bewezen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart
De Raad voor de Scheepvaart deed gistermiddag uitspraak in de zaak van het stoomschip GAMMA, toebehorende aan de vrachtvaartmaatschappij Bothnia, dat op reis van Archangel naar ons land door een storm op 27 oktober onklaar raakte, een deel van de deklading verloor en naar Vardö moest worden gesleept. De Raad is van oordeel, dat het schip in verband met het jaargetijde een te hoge deklast voerde. De kapitein, F. Visser, die aanvankelijk het gevaar dus had onderschat, wist zijn schip onder benarde omstandigheden nog in behouden haven te brengen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart
Inzake de aanvaring van het stoomschip OCEAN, toebehorende aan de N.V. American Petroleum Company en een Noors stoomschip is naar 's Raads oordeel de aanvaring te wijten aan de mist. Niet bewezen is, dat door een van de boten niet met beleid is gevaren. Echter komt het de Raad voor, dat het beter geweest ware, indien op het geluidsignaal (volgens art. 16 van het reglement) de machine van de OCEAN stop ware gezet.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart
Daarna werd voortgezet de behandeling van de scheepsramp op 17 september overkomen aan het stoomschip ARY SCHEFFER en de logger ZORG EN VLIJT op de Nieuwe Waterweg. De vorige week waren gehoord de kapitein van de ARY SCHEFFER, de heer S. Schol, en de schipper van de ZORG EN VLIJT, S. de Graaf. Thans werd het getuigenverhoor voortgezet. De ZORG EN VLIJT kwam van Doggersbank; de ARY SCHEFFER begaf zich van Rotterdam vaar zee. Bij de Noorderpier had de aanvaring plaats. waarbij de ZORG EN VLIJT bijna onmiddellijk zonk. De bemanning van do ZORG EN VLIJT had de ARY SCHEFFER niet horen fluiten. Van de ARY SCHEFFER had men achtereenvolgens gezien een groen vuur, even een rood en toen weer een groen. Schipper De Graaf legde nog over een brief van de werf waar het schip hersteld was, tot staving van zijn verklaring. De uitspraak wordt vastgesteld op een nader te bepalen datum.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 6 januari. De lichter SCHEEPVAART II vertrok 5 januari van Vlissingen naar Newcastle, gesleept door het stoomschip BEIJERLAND.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Stoomschip „PRINS WILLEM V”. Naar aanleiding van een vraag, waarom in de scheepsberichten nog niets gemeld is van het stoomschip PRINS WILLEM V van de Koninklijke West-Indische Maildienst, op 23 december van Amsterdam naar Paramaribo vertrokken, wendde het „N. v.d. D.” zich om inlichtingen tot de directie van de Maatschappij.
Men deelde mee, dat er op het ogenblik nog in het geheel geen reden voor ongerustheid
behoeft te zijn. Volgens berekening moet het schip Ouessant en de Azoren gepasseerd
zijn, doch het gebeurt zeer dikwijls, dat schepen deze plaatsen passeren en niet gemeld
worden. Mist is dan veelal de oorzaak, dat zij niet opgemerkt worden. Thans wordt vóór 13 januari geen bericht over de PRINS WILLEM V door de directie verwacht.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Advertentie. Wegens verandering van affaire te koop:
Het goed onderhouden staal ijzeren tjalkschip MORGENSTER, groot 80 last, met volledige
inventaris en nieuwe boot, liggende in de Westerhaven te Groningen.
Inlichtingen te bekomen bij de Havenmeester Klugkist en bij de eigenaar J. Salomons Jzn. te Gasselternijveen.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Advertentie. Te koop:
Een in aanbouw zijnde koftjalk, groot plm. 230 ton, onder klasse Bureau Veritas, I 3/3 P 11, op de werf van de Weduwe IJ. de Jong te Ruischerbrug.


09 januari 1911


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

IJmuiden, 9 januari. Alhier is bericht ontvangen dat nabij Petten de stoomtrawler ERICA (IJM 21) gestrand is. Sleepboten zijn er aanwezig. Van hier zijn de SIMSON en ASSISTENT naar de strandingsplaats vertrokken.
Zes man, waaronder de kapitein, hebben het schip verlaten, 4 man zijn aan boord gebleven. Uit Nieuwediep wordt nog gemeld, dat de gisteravond bij Petten gestrande stoomtrawler ERICA - IJM 21, door de sleepboten ATLAS en HERCULES wordt geassisteerd. Zij zijn bezig met te trachten het schip af te slepen. De eerste poging om de stoomtrawler af te brengen is echter mislukt. De bolders en kluizen werden van het schip getrokken. Toch hebben de sleepboten opnieuw vastgemaakt.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 9 januari. Volgens een alhier uit Toulon ontvangen telegram Is de Nederlandse sleepboot ROODE ZEE aldaar aan de grond gevaren.
Uit Toulon werd gisteren nog geseind, dat de Nederlandse sleepboot ROODE ZEE gisteren tegen de middag, terwijl ze de nauwe doorgang, die de grote havendam van het oude fort „de la Grosse Tour” van Toulon scheidt wilde passeren, aan de grond is gevaren.
Nadat eerst door de sleepboot zelf was getracht zich vlot te brengen werd de hulp ingeroepen van de Gouvernement sleepboot TRAVAILLEUR. Ook de pogingen een paar uur door die sleepboot gedaan bleven vruchteloos. Het schip schijnt nog niets te hebben geleden en geen enkel lek is ontdekt.
De toestand van de sleepboot, die in de modder zit, wekt nog geen enkele ongerustheid. Morgen (maandag) zouden de bergingswerkzaamheden worden hervat. Verder werd er nog gemeld, dat de ROODE ZEE 12 mijl liep toen het aan de grond liep.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 9 januari. De Nederlandse sleepboot MAAS arriveerde te Gibraltar en rapporteerde dat tijdens een hevige storm de baggermolen die ze sleepten naar Tunis, op 10 mijl ZW van Europa Point is gezonken. De bemanning werd gered.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Goole, 6 januari. Heden kwam hier van Terneuzen binnen de nieuwgebouwde Nederlandse motorschoener ANGELINA, kapt. J. van der Lip. Het scheepje had een zware storm doorstaan, gedurende welke de Kromhoutmotor zijn uitstekende hoedanigheden toonde.


10 januari 1911


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 10 januari. Volgens een bericht uit Toulon van de gezagvoerder van de Nederlandse sleepboot ROODE ZEE, is deze sleepboot bij het binnenlopen van Toulon, met halve kracht werkende machine, aan de grond gelopen. Na lichting van een kleine hoeveelheid steenkolen en water, is de sleepboot hedenochtend met eigen middelen en zonder schade vlot gekomen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Nieuwediep, 10 januari. De nabij Petten gestrande stoomtrawler ERICA is gisteravond halftwaalf door de sleepboten HERCULES, ATLAS en VISCHPLOEG, benevens de stoomtrawler OLIVIA, vlot gebracht. De sleepboot ATLAS bracht het vaartuig naar IJmuiden.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

IJmuiden, 10 januari. De stoomtrawler ERICA (IJM - 21) is heden naar Amsterdam opgesleept om te repareren.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Oost-Indië. De gouvernementsstomer HAVIK zal ingericht worden voor ballonschip. (Java-Bode)


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 10 januari. De gezagvoerder van het van San Nicolas alhier aangekomen Engelse stoomschip DON DIEGO deelt mede, dat hij 4 januari het wrak van het te Aviles thuis behorende tweemastschip JAVIER is gepasseerd. De fokkemast was bij het dek afgebroken; een stuk van de grote mast stond nog. Er bleek niemand meer aan boord te zijn.
De juiste positie van dit wrak, dat zeer gevaarlijk juist in de trek der schepen van Finisterre tot Las Palmas drijft, was 40º01’NB en 10º52’WL. De JAVIER, waarvan de bemanning door het Nederlandse stoomschip BOGOR werd gered en alhier geland, was ter hoogte van Oporto verlaten en werd reeds meerdere malen gerapporteerd. (opm: bekort)


11 januari 1911


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Delfzijl, 10 januari. Gisteravond werd het elektrisch licht langs deze haven voor het eerst ontstoken. Langs haven en kade branden 36 lampen, ieder van 100 kaarsen sterkte, benevens vier grote booglampen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Swansea, 7 januari. Het Nederlandse stoomschip LEONORA is gisteren binnenkomend in aanvaring gekomen met het aan de kade gemeerd liggende Franse stoomschip GERMAINE. Laatstgenoemd stoomschip werd tegen het Engelse stoomschip SEGONTIAN gedreven. Van de GERMAINE werden verscheidene platen ingedrukt. De LEONORA en de SEGONTIAN zijn licht beschadigd.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 11 januari. Het heden van Java te Suez aangekomen stoomschip SINDORO wordt door het kanaal gesleept.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart
De Raad voor de Scheepvaart houdt vrijdag 13 januari te 2 uur een openbare vergadering tot het instellen van een onderzoek inzake de scheepsramp op 18 november 1910 overkomen aan het schoenerschip DINA, schipper, tevens eigenaar, G. Duut, Groningen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 10 januari. Hr.Ms. pantserschip DE ZEVEN PROVINCIËN, van Nieuwediep naar Oost-Indië, arriveerde 8 januari te Kaapstad.
Hr.Ms. pantserschip HEEMSKERK, onder bevel van de kapitein ter zee G.L. Goedhart, is 9 dezer van Nieuwediep vertrokken ter aanvaarding van de oefentocht in de Noord-Atlantische Oceaan en de Middellandse Zee.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Delfzijl, 7 januari. Het stoomschip HAARLEM, van Bremen alhier aangekomen, heeft op de reis de uit olie bestaande deklast verloren.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Van de werf van de heer A.C. van Dam is hedenmorgen met goed gevolg te water gelaten het loggerschip VL 177 – JAN HENDRIK, gebouwd voor rekening van de firma H. van der Burg. Op genoemde werf is de kiel gelegd voor een nieuw schip, dat genaamd zal worden VISCHHAL.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Stadskanaal, 10 januari. Met goed gevolg werd heden van de werf van scheepsbouwmeester W. Mulder alhier te water gelaten een 80 last grote piektjalk voor rekening van kapt. Oltmanns van Duitsland.
Hierna werd de kiel gelegd voor een dito tjalk, groot 70 ton, voor Duitse rekening.


12 januari 1911


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Delfzijl, 11 januari. De koftjalk HENDERIKA, schipper B. Buisman, is hier gisteren binnen gekomen als bijlegger, van Rostock naar Duinkerken, met gescheurd grootzeil.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 12 januari. Tijdens een hevige sneeuwstorm is het van Hull naar hier bestemde Engelse stoomschip SELBY ABBEY, van de Hull and Netherlands S.S. Co. Ltd. J.H.N. Ringrose te Hull, hedenochtend op de Hinderribben ten NW van Goeree, gestrand.
Volgens een heden namiddag om 3 uur ontvangen bericht waren de sleepboten WODAN, OCEAAN en ZUIDERZEE van de firma. L. Smit en Co. alhier, bij de strandingsplaats, doch konden door de NNO storm en hoge zee geen verbinding krijgen. Het stoomschip zit zeer hoog. De 2e stuurman met 4 andere opvarenden (waarschijnlijk de passagiers, er waren 4 passagiers aan boord) zijn reeds te Goeree geland en tevens werd bij het afzenden van dit bericht vernomen, dat de reddingsboot met nog andere opvarenden naar binnen kwam. Volgens nadere berichten liep de SELBY ABBEY omhoog toen er 112 dm. water stond.
In normale omstandigheden staat er aldaar 108 dm.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 12 januari. Het van Java naar Rotterdam bestemde stoomschip SINDORO zit volgens een telegram uit Port Said sinds gisteren namiddag 01 uur 45 in het Suezkanaal aan de grond en verspert het scheepvaartverkeer.
Volgens een telegram van hedenochtend uit Port Said zit de SINDORO nog steeds vast. Met het lossen van de lading, waarmee men reeds gisteren een aanvang had gemaakt, wordt voortgegaan. Alle schepen worden opgehouden. Volgens een mededeling van de Rotterdamsche Lloyd van hedenmiddag 03.30 was de SINDORO nog niet vlot. Het stoomschip liep niet des middags aan de grond, maar het was reeds avond toen het gebeurde.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Advertentie. Te Koop: Een in aanbouw zijnde koftjalk, groot plm. 230 ton, onder klasse Bureau Veritas, I 3/3 P 1.1., op de werf van de Weduwe IJ. De Jong te Ruischerbrug.


13 januari 1911


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Omtrent de redding van de opvarenden van het stoomschip SELBY ABBEY wordt ons nog nader uit Maassluis gemeld: Met de stoomreddingboot PRINS DER NEDERLANDEN zijn van het gestrande stoomschip SELBY ABBEY 12 man geland (1 bootsman, 5 stokers, 1 stewardess, 1 hofmeester en 4 passagiers.) Door de reddingboot te Hellevoetsluis is 1 stoker geland. Er bleven toen nog acht man aan boord, onder wie de kapitein. Zij werden later door de stoomreddingboot PRESIDENT VAN HEEL afgehaald en te Hoek van Holland geland. De geredden zijn te Hoek van Holland in het hotel Amerika ondergebracht. De eerste hulp bij ongelukken en zeerampen was bij aankomst van de schipbreukelingen aanwezig, om zo nodig hulp te verlenen. Het schip is nog dicht en zit in goede toestand. Met L. Smit en Co.'s sleepdienst is contract gemaakt voor berging van schip en lading.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Maassluis, 13 januari namiddag 1 uur. De ter assistentie aanwezige sleepboten hebben nog geen verbinding met het stoomschip SELBY ABBEY kunnen krijgen, daar het schip hoger op de Hinder is geslagen. De sleepboot WODAN met een aantal blazers, waaronder een bergingsblazer zijn in de nabijheid om als de gelegenheid gunstig is met het lossen van de lading te beginnen. De kapitein met een gedeelte van de bemanning begeven zich met de sleepboot ROZENBURG weer naar hun schip, terwijl het overige gedeelte van de equipage zich nog aan de Hoek van Holland bevindt Het schip schijnt nog niet geleden te hebben. Er bevindt zich aan boord 500 ton lading, welke bestaat uit stukgoed, steenkolen en machinerieën. Uit Hellevoetsluis werd om 2 uur geseind, dat er aldaar een blazer was aangekomen met 15 vaten olie ex het stoomschip SELBY ABBEY.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart
De Raad heeft heden uitspraak gedaan in de zaak van de aanvaring tussen het stoomschip ARY SCHEFFER van de Havre-Stoomvaart Mij. te Rotterdam (kapitein Schol) en de Scheveningse vislogger ZORG EN VLIJT, schipper L. de Graaf, welke aanvaring in de avond van 17 september plaats heeft gehad In de mond van de Nieuwe Waterweg. De ZORG EN VLIJT is tegen de Noorderpier geslagen en gezonken; zij kon later gelicht worden.
Ook de ARY SCHEFFER is op de Noorderpier gelopen, doch weer spoedig vrijgekomen. De Raad geeft in zijn uitspraak als zijn oordeel, dat de ARY SCHEFFER geen schuld heeft aan het ongeval, dat te wijten is aan het tonen van het rode licht door de ZORG EN VLIJT.
Dit bracht voor de ARY SCHEFFER de verplichting mee om stuurboord af te houden. Toen de logger daarna groen licht heeft getoond, heeft de ARY SCHEFFER al het mogelijke gedaan om de aanvaring te voorkomen, de voorgeschreven fluitsignalen gegeven en achteruit geslagen. Dat de ZORG EN VLIJT op 14 meter afstand van de pier heeft gevaren, neemt de Raad niet aan, omdat die afstand zo gering is, dat vastlopen dan elk ogenblik te vrezen was geweest; omdat er voor de matroos De Jong dan geen reden waren geweest om mat achterlating van zijn kind op het aanvarende schip over te springen, en omdat er door de ARY SCHEFFER niet de minste reden was om noordelijk van de tonnenlinie te varen.
De Raad heeft niet kunnen vaststellen of het tonen van rood licht door de ZORG EN VLIJT een gevolg is geweest van opzettelijk roer geven door de schipper, dan wel van het gieren van het schip door het getij.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Athene, 2 januari. De bodemschade van het Rotterdamse tankstoomschip CARLOIS, dat op het strand heeft gezeten, is zeer ernstig en waarschijnlijk zal de lading petroleum in een ander stoomschip moeten worden overgeladen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Delfzijl, 11 januari. Het Nederlandse schip AGDA ELEONORA, kapt. Bosselaar, van Hamburg naar Exeter, is met gescheurde zeilen alhier binnengelopen.
De koftjalk HENDRIKA, schipper B. Buisman, is hier gisteren binnengekomen als bijlegger, van Rostock naar Duinkerken, met gescheurd grootzeil.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Londen, 12 januari. Het stoomschip SINDORO is vlot gekomen, zodat de vaart door het Suezkanaal weer vrij Is.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Raad voor de Scheepvaart
Amsterdam, 13 januari. De Raad voor de Scheepvaart behandelde hedenmiddag de zaak van de scheepsramp op 18 november 1910 aan de schoener DINA, eigenaar en schipper G. Duut, overkomen. Het schip geladen met kop- of straatstenen op drie plaatsen in het district Karlshamn, stootte op genoemde datum bij mooi handzaam weer op een blinde klip bij Karlshamn, met het gevolg, dat het schip daarop gedurende 5 uur, van 10 tot 3 uur, vastzat. Een loodsmotor op het noodsein aangekomen, rekwireerde van wal twee stomers en een lichter. Met vereende krachten werd het schip, na gedeeltelijk gelicht te zijn, achteruit los gesleept. Het schip had in de voorpiek een klein lek, dat met cement werd gedicht en na expertise te Karlshamn naar Hamburg gesleept. De DINA had vijf man aan boord, benevens de schippersvrouw als passagier. Het ligt thans opgelegd te Harburg. Deze verklaring van de schipper werd door de getuige, stuurman H.J. Brust, bevestigd. De uitspraak is later.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 12 januari. Heden namiddag kwam alhier binnen schipper T. Tammes met zijn schip genaamd OOSTZEE. Zijn ligplaats willende kiezen naast schipper Bosselaar van de AGDA ELEONORA wierp hij tot dat einde een tros kabeltouw over naar laatstgenoemd schip, opdat
de daarop aanwezige stuurlui en matrozen hetzelve konden vastbinden. Het touw viel echter buiten boord, zodat de OOSTZEE onvermijdelijk op enkele daarvoor liggende lichters zou zijn gelopen, ware de stuurman van de HENDERIKA, schipper Buisman, die zich aan boord bevond van de AGDA ELEONORA, niet zo kordaat geweest overboord te springen, het touw te grijpen en over te geven aan de mannen van even genoemd schip.


14 januari 1911


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart
De Raad heeft gisteren behandeld het ongeval, overkomen aan het ijzeren schoenerschip DINA, schipper G. Duut te Groningen, op 18 november 1910. Dit schip was in ballast gegaan naar het Karlshamn district (Zuid-Zweden), waarheen het was bevracht om op enige plaatsen straatstenen te laden en naar Hamburg te brengen. Toen het schip van een van die landingsplaatsen ter hoogte van de haven van Karlshamn was gekomen, is het daar op een blinde klip gelopen, waarop het 5 uur heeft vastgezeten. Op de noodsignalen kwamen enige sleepboten ter assistentie en een lichter, waarin de lading gedeeltelijk gelost werd. Met een lek in de piek werd de DINA In de haven gesleept en daarna naar Hamburg ter reparatie. Kapitein Duut, door de Raad gehoord, deelde mede dat hij tevens eigenaar van de DINA Is, die hij voor NLG 16.000 heeft verzekerd, Hij had geen loods aan boord en heeft niet het lood gebruikt. Langs de oostkant was het vaarwater op de plaats van de stranding niet betond. Het schip is van Karlshamn, nadat daar het lek met cement gedicht wat, naar Hamburg gesleept zonder hernieuwd attest van zeewaardigheid, alleen op advies van de assuradeurs, omdat in Zweden de reparatie duurder zou zijn. De kapitein werd op het roekeloze hiervan gewezen. Op een desbetreffende vraag antwoordde hij dat hij aan de wal geen inlichtingen omtrent het vaarwater heeft ingewonnen. De stuurman, H.J. Drust, werd daarna gehoord, hij kan niet op de kaart lezen. Later heeft hij van de kapitein gehoord, dat het vaarwater om de west beter ware geweest. Wat hij doen moet als de kapitein in volle zee b.v. plotseling ziek wordt, weet hij niet. De kapitein zei hierop dat de stuurman zich dommer houdt dan hij is. Op de vraag van de president of hij misschien deze winter wat zeevaartkunde gaat studeren antwoordde de stuurman ontkennend; hij gaat maar een betrekking aan de wal zoeken. De kapitein zei nog, dat het bijna een onmogelijkheid is in het noorden van het land, een goede stuurman op de kleine zeilvaart te krijgen. De uitspraak volgt later.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Brunsbuttel, 12 januari. Het naar Nederland verkochte oude Duitse oorlogsschip DEUTSCHLAND geraakte heden voormiddag tijdens een sneeuwstorm in het Nord-Ostsee kanaal bij km. 20 aan de grond, doch werd door sleepboten weer vlot gebracht en naar hier gesleept. Het schip bevindt zich sedert zaterdag (opm: 7 januari) in het kanaal; het maakt thans in de binnenhaven alhier vast.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Maassluis, 13 januari. De sleepboot WODAN is langs het Nieuwe Gat aan de binnenkant het stoomschip SELBY ABBEY tot op ongeveer 400 meter genaderd, doch kon geen verbinding krijgen wegens de hoge zee. Morgen zullen meerdere sleepboten trachten verbinding te krijgen en zullen ankers uitgebracht worden.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart
De Raad voor de Scheepvaart deed gistermiddag uitspraak in de zaak van het stoomschip ARY SCHEFFER van de Havre Stoomboot Mij. te Rotterdam en de logger ZORG EN VLIJT, Scheveningen 274, die op de Nieuwe Waterweg 17 september 1910 met elkander in botsing kwamen. De ARY SCHEFFER begaf zich van Rotterdam naar zee, de ZORG EN VLIJT kwam terug van Doggersbank en bij de Noorderpier vond de aanvaring plaats, waarbij de ZORG EN VLIJT bijna onmiddellijk zonk. De Raad is van oordeel, dat de ARY SCHEFFER geen schuld heeft, daar de ZORG EN VLIJT haar rode licht vertoonde. De ARY SCHEFFER heeft toen naar stuurboord afgehouden, toen het licht weer groen werd. De kapitein van de ARY SCHEFFER heeft alles gedaan, om de ZORG EN VLIJT niet aan te varen en maatregelen genomen om hulp te bieden. De mededelingen van de schipper van de ZORG EN VLIJT acht de Raad om tal van redenen niet geloofwaardig. Of de ZORG EN VLIJT opzettelijk haar rode licht vertoonde of dat zulks door het gieren van het schip gebeurde, kan niet worden vastgesteld.
- Vervolgens werd behandeld de scheepsramp 18 november 1910 overkomen aan het schoenerschip DINA van Groningen, schipper en eigenaar G. Duut. De 18e november had dit ijzeren schoenerschip ter hoogte van Karlshamn onder de Zweedse kust, toen het op weg was van Koningsbergen naar Hamburg, bij mooi weer op een blinde klip gestoten, met het gevolg dat het van 10 tot 4 uur op de klip bleef zitten. Een loods-motorboot werd met behulp van vlagsignalen ontboden. Deze verliet weer de DINA om een lichter te halen en een andere motorboot, eveneens van 10 pk. Een gedeelte van de vracht werd in de lichter overgeladen. De beide boten trokken de DINA los, die met de lichter naar Karlshamn gesleept werd. De DINA had een lek in de voorpiek gekregen, dat te Karlshamn met cement werd gedicht. Na expertise te Karlshamn werd het schip naar Hamburg gesleept. Thans bevindt het zich te Harburg aan de Elbe, waar het is „opgelegd". De kapitein bezit geen diploma. Aan boord van de DINA hadden zich bevonden 5 man en de vrouw van de schipper. Op de klip bevond zich een baken aan de westzijde, terwijl de DINA aan de andere zijde passeerde. De voorzitter wees er de kapitein-eigenaar op, dat het op zijn weg had gelegen aan de westzijde te passeren, ook al scheen hem dat niet het voordeligst. De schipper verklaarde zich naar Hamburg te hebben doen slepen, omdat hij vreesde, dat reparatie in Zweden te kostbaar zou uitkomen.
Een van de leden van de Raad achtte het wei wat onachtzaam het daar ter plaatse zonder loods te willen stellen.
Een ander lid wees er de kapitein op dat hij niet had gelood en niets geen aanwijzing had, hoe ver hij van de klip moest blijven. Nog werd de kapitein de vraag gesteld, of hij niet inlichtingen had ingewonnen, hoe hij zijn weg moest kiezen, hetgeen deze ontkennend beantwoordde, daar hij zulks overbodig geacht had. De kapitein had reeds 5 jaar op de DINA gevaren. Hij had aan boord 240.000 kg steen. De kapitein verklaarde, dat de Duitse kaart, waarop hij gevaren had, en zijn journaal zich aan boord bevonden. Deze zou hij dus eerst later kunnen overleggen. De stuurman H.J. Brust bleek niet op de kaart te kunnen kijken. „Als de kapitein nu eens ziek is", merkte da voorzitter op, „moet het schip dan maar naar de kelder ?”
De stuurman verklaarde zijn vak op zee in de praktijk te hebben geleerd: als jongen was hij naar zee gegaan.
De kapitein had de stuurman geraadpleegd. „Dus u heeft de raad ingeroepen van iemand, die niet op de kaart kan kijken?” vroeg de voorzitter.
„Och mijnheer, de stuurman houdt zich nu wat dommer dan hij is. Ik raadpleeg hem steeds voor de „leerzaamheid". „Dan zou ik hem maar liever eens een winter naar de zeevaartschool zenden." Aan de stuurman vroeg de voorzitter, of hij weer met de kapitein gaat varen. Deze vraag werd ontkennend beantwoord. „Ga je naar een zeevaartschool deze winter ?'' „Neen mijnheer." „Dat zou je geen kwaad doen". „Ik zoek een betrekking aan de wal, mijnheer." Nog vroeg een van de leden van de Raad, hoe de kapitein nog wel met zijn vrouw aan boord het durfde wagen met deze stuurman een dergelijke reis te aanvaarden. De kapitein antwoordde, dat hij in het voorjaar een betere stuurman had, doch dat het zeer moeilijk voor hem is, een goede stuurman te krijgen. De datum van de uitspraak wordt later vastgesteld. De Raad voor de Scheepvaart zal op dinsdag 17 januari n.m. 2 uur, een onderzoek instellen in zake de scheepsramp op 31 december 1910 overkomen aan het schoenerschip BERENDINA, schipper en eigenaar N.H. Wijnstok, te Groningen.


16 januari 1911


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Maassluis, 16 januari. Men gaat voort met lossen uit het gestrande stoomschip SELBY ABBEY. Tien blazers, welke de lading uit het stoomschip hebben overgenomen, brengen deze naar de Hoek van Holland, waar het in een lichter wordt overgeladen. Gisteren hebben sleepboten verbinding met het stoomschip kunnen krijgen.
- Hellevoetsluis, 16 januari. Gisteren zijn alhier vier blazers met lading uit het stoomschip SELBY ABBEY aangekomen.
- Goedereede, 15 januari. Schipper Lokker Czn. alhier, bevarende de blazerschuit GO 24, had bij het verlenen van assistentie tot inneming van lading uit het gestrande stoomschip SELBY ABBEY het ongeluk, met zijn vaartuig zodanig met het schip in aanraking te komen, dat de achtersteven van de blazerschuit ernstig beschadigd werd en het roer met de helmstok verloren ging. Slechts met veel moeite kon hij met zijn ontredderd vaartuig de haven alhier bereiken.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlissingen, 16 januari. Het reserve lichtschip NOORD HINDER is gelegd bij het wrak van het op de rede van Vlissingen door aanvaring gezonken Belgische stoomschip BALTIQUE.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 14 januari. Naar aanleiding van de geruchten welke de ronde doen omtrent de PRINS WILLEM V, kunnen wij meedelen dat de directie van de K.W.I.M. op het ogenblik niet de minste vrees koestert. De boot had de 11e te Paramaribo moeten aankomen, doch het komt herhaaldelijk voor, vooral in deze maanden van het jaar, dat de boten niet op juiste datum arriveren. Tevens voegen wij hieraan toe dat de telegraafkabel op Paramaribo gestoord is, zodat alle telegrammen van en naar Paramaribo over Martinique verzonden worden en deze wijze van verzending grote vertraging ondervindt. Op deze boot bevinden zich 2 passagiers, de heren H.W. Dahlberg en H. Yzelendoorn. De gezagvoerder van de PRINS WILLEM V is de heer J. Aarnts.


17 januari 1911


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Maassluis, 16 januari. Hedenmiddag met hoog water is het op de Hinder gestrande stoomschip SELBY ABBEY, na ongeveer 420 ton gelost te hebben, door de sleepboten WODAN, ROZENBURG, ROTTERDAM en MAASSLUIS vlot gesleept en onder eigen stoom de Nieuwe Waterweg binnengekomen en naar Rotterdam opgestoomd. Het schip schijnt geen schade geleden te hebben.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van de firma J. van Goor & Zoon te Zwartsluis is te water gelaten een stalen klipper-aak van 140 ton, waarna de kielen werden gelegd voor een dergelijk schip en voor een stalen motorboot.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Perim, 15 januari. Het van Amsterdam naar Batavia bestemde Ned. stoomschip GROTIUS is met lekke vlampijpen hier binnengelopen. Na gerepareerd te hebben heeft het de reis voortgezet.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 17 januari. De sleepboten NOORDZEE en ZWARTE ZEE, met het Engelse stoomschip LINEAIRN op sleeptouw, vertrokken gisteren van Livorno naar Engeland.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Engeland heeft in 1910 weer een overwegend aandeel gehad in de scheepsbouw van de gehele wereld. Gelijk uit Lloyd's Register blijkt, zijn van de in 1910 te water gelaten schepen 47 pct. in Engeland gebouwd; rekent men de oorlogsschepen niet mee, 59 pct., en telt men enkel de stoomschepen van tenminste 3.000 ton waterverplaatsing, 73,5 pct.
Oorlogsschepen uitgezonderd zijn er in 1910, 500 schepen met 1.143.163 ton (waarvan 27 zeilschepen van 5.431 ton) in Engeland van stapel gelopen.
Oorlogsschepen waren er 45 met 134.645 ton.
Voor de koopvaardij is er 152.103 ton meer gebouwd dan in 1909; aan oorlogsschepen 8.415 ton meer.
Aan het buitenland is er 513.618 ton verkocht (ook oude schepen). In de vreemde gekocht of voor Engeland gebouwd is er 58.744 ton.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart
De Raad voor de Scheepvaart heeft heden uitspraak gedaan in de zaak van het schoenerschip DINA, schipper en eigenaar G. Duut te Groningen, welk schip op 18 november jl. aan de zuidkust van Zweden op een blinde klip gelopen is en met een lek in de haven van Karlshamn werd binnengesleept.
De Raad is van oordeel, dat het ongeval hieraan te wijten is, dat de schipper het westelijke, in plaats van het oostelijke vaarwater gekozen heeft, hoewel hij wist, dat alleen het westelijke vaarwater betond was, en hij zich niet eerst bij een loods vergewist heeft, welk vaarwater veilig was. Meerdere voorzorg van de zijde van de schipper had het ongeval kunnen voorkomen. (wordt vervolgd)


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 14 januari. Het stoomschip PRINS WILLEM V, waarover men ongerust was en waarop te Londen herverzekering werd gesloten tot 5 procent, is 10 januari behouden van Amsterdam te Paramaribo aangekomen.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

De Raad voor de Scheepvaart
Amsterdam, 17 januari. De Raad voor de Scheepvaart deed heden uitspraak in het ongeval, de schoener DINA overkomen bij Karlshamn, waar het op een blinde klip liep. De Raad oordeelde, dat de schipper verkeerd vaarwater koos en op goed geluk in zee stak zonder loods, zonder eerst te onderzoeken, waar hij het best kon varen. Meer voorzichtigheid zijnerzijds had het ongeluk kunnen voorkomen.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

De Raad voor de Scheepvaart
Amsterdam, 17 januari. De Raad behandelde daarna het ongeval op 31 december aan de schoener BERENDINA overkomen, schipper-eigenaar N.H. Wijnstok uit Groningen. Op 16 december vertrok het schip van Selvig met 120 last graan, bestemd naar Rotterdam. Ter hoogte van Terschelling werd het schip door een zware hagelbui overvallen en door zware stortzeeën op zijde geworpen, met het gevolg dat de lading op zijde sloeg. Het anker werd uitgeworpen. Des morgens werd het schip door een sleepboot naar Terschelling gesleept, waar de lading in orde werd gebracht. Daarop ging men binnenwateren langs naar Rotterdam. Tegen de schipper was een aanklacht ingediend wegens overlading, terwijl de bemanning klaagde over mishandeling.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

De aan de Hoek van Holland gestrande Hull-boot SELBY ABBEY is maandagnamiddag (opm: 16 januari) door L. Smit & Co. vlot gesleept, nadat het stukgoed was gelost en 100 ton steenkolen in zee was geworpen. Het schip is bestemd om te Rotterdam te dokken, doch
moest wegens de mist nog voor de Waterweg blijven.


18 januari 1911


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart, BERENDINA
De Raad heeft gisteren nog behandeld de zaak van het schoenerschip BERENDINA, schipper en eigenaar N.H. Wijnstok te Groningen. Dit schip, dat met een lading gerst op reis was van Selvig naar Rotterdam, heeft op de hoogte van Terschelling op 31 december 1910 slagzij gemaakt door het levendig worden van de lading. Op voorstel van de hoofdinspecteur voor de scheepvaart te Groningen zal de Raad onderzoeken of het voorgevallene een gevolg is van een daad of nalatigheid van de schipper, en tevens een onderzoek instellen naar een aanklacht van genoemde hoofdinspecteur tegen de schipper wegens misdraging van de onder hem dienende bemanning, die hij zou hebben mishandeld.
Gebleken is dat het schip 5 cm. dieper geladen is geweest dan het uitwatering certificaat toeliet. Wijl er ernstige twijfel is gerezen of schipper Wijnstok wel de nodige eigenschappen bezit om als schipper of stuurman op een Nederlands zeeschip te varen, heeft de Raad hem reeds in deze bevoegdheid tijdens de duur van het onderzoek geschorst. Schipper Wijnstok werd het eerst door de Raad gehoord. Hij verklaarde 24 jaar oud te zijn en op zijn 18de jaar een diploma grote zeilvaart te hebben behaald.
De voorzitter van de Raad, mr. Pleyte, wees er onmiddellijk op, dat het journaal beschadigd is op een manier die te denken geeft. Pagina 1 is goed geconserveerd, maar pagina 2, waar het juist op aankomt, is op een zodanige wijze beschadigd, dat hier mensenhanden bezig moeten zijn geweest; dat kan het zeewater niet gedaan hebben. Ook in het rivierjournaal ontbraken 4 pagina's, waarvan de inhoud voor het onderzoek van het grootste belang was. „Een en ander wekt", zei de voorzitter tot de schipper, „tegen u zeer ernstige vermoedens. Die bladen zijn eruit gescheurd". De schipper, die zei niet te weten dat tegen een dergelijke daad NLG 800 boete bedreigd wordt, zei het niet gedaan te hebben. Aan het verhoor, waaraan de schipper werd onderworpen, ontlenen wij het volgende:
Na de reis, aan deze voorafgegaan, was de eerste stuurman weggegaan, omdat hij het met de schipper niet kon vinden. Deze wist dat hij in een lading schotten moest plaatsen, maar heeft dit niet gedaan. De 15e december, toen het schip in lading lag, is de stuurman dronken geweest. De kok heeft de schipper wel eens geslagen; van de jongens (waarmede het schip hoofdzakelijk bemand was) alleen Bos. Op 16 december, voordat het schip Selvig zou verlaten, waren allen verdwenen, zodat de schipper voorlopig vissers heeft aangemonsterd. Te Holtenau heeft hij nieuwe bemanning gekregen. Voor Terschelling heeft het schip, dat enige centimeters te diep geladen was, bij slecht weer tweemaal slagzij gemaakt, zodat het niet meer kon manoeuvreren. Het is in Terschelling binnengesleept. De schipper zei nooit iemand zo geslagen te hebben, dat er armen of benen gebroken waren, waarop de president zei: „Dat ontbreekt er nog maar aan". Hij ontkent tot de stuurman gezegd te hebben, dat die schotten in de lading wel achterwege konden blijven, omdat men er in Hamburg niet naar vroeg en de inspectie er te Rotterdam toch geen tijd voor zou hebben ernaar te onderzoeken.
Gehoord werden daarna twee Duitsers, die te Holtenau aan boord zijn gekomen. Volgens hen was de behandeling op de BERENDINA goed. Toen het schip over stuurboord slagzij had gemaakt, werd het voor de wind gelegd, waarna het weer over bakboord overging. Toen deze getuigen te Holtenau aan boord kwamen, lag het schip recht op het water. De stuurman Smit deelt mee, dat hij eerst als matroos aan de BERENDINA diende. Hij is zekere Hoogeboom als stuurman opgevolgd. De laatste dag heeft de kapitein deze nog een trap gegeven. Dit erkent de kapitein. Smit vertelde dat er zeer dikwijls ruzie aan boord was. De drie jongens, die slechts 5 of 10 gulden in de maand verdienden, kenden hun werk niet, en kregen hierom telkens slaag, dikwijls zo erg, dat het bloed over het dek liep. De schipper sloeg getuige niet omdat hij hem niet aandurfde. Ook trapte hij de jongens dikwijls in de ribben. Getuige wilde met hen te Selvlg naar de consul, maar de jongens durfden niet. Toch zijn zij gezamenlijk gegaan op de dag dat het schip zou vertrekken. De vorige dag is getuige dronken geweest maar hij was volmaakt nuchter toen hij de schipper erop wees, dat het schip met zijn te grote diepgang niet zeewaardig was. Er waren schotten in de midscheeps in de lading aangebracht maar niet zoals de wet voorschrijft, zodat ze nagenoeg niet aan het doel beantwoordden. Op de dag van afvaart lag het schip scheef, en lekte het een weinig. Reeds bij vroegere gelegenheden heeft getuige gedreigd met het indienen van een klacht bij de consul te Flensburg. De kapitein heeft dit toen voorkomen door hem NLG 10 verhoging van gage te beloven. Het is ook wel eens gebeurd dat de kapitein getuige met een revolver dreigde, doch niet in tegenwoordigheid van derden. Het is niet getuige's bedoeling geweest met de jongens niet meer naar het schip terug te keren; maar van de consul teruggekomen, hoorden zij, dat de BERENDINA weg was. Getuige heeft nog ongeveer NLG 60 gage bij de kapitein staan; hij heeft hiervan nog geen werk gemaakt omdat hij niet weet in hoeverre hij recht heeft. De 16-jarige Palin, een van de matrozen, deelde, als getuige gehoord, mee, dat hij op de BERENDINA was meegevaren eerst zonder te worden betaald, omdat hij examen als stuurmansleerling wilde doen, waarvoor hij eerst enige tijd moest varen. Later voer hij als matroos tegen een gage van NLG 5 in de maand. Hij bevestigde dat de kapitein er dikwijls op sloeg, en antwoordde op een desbetreffende vraag dat de man daarin blijkbaar plezier had. De stuurman sloeg wel eens, maar zelden. Ook deze getuige heeft wel eens bijgewoond dat de kapitein met een revolver dreigde. Reddingsmiddelen waren er niet aan boord. Later zegt getuige, dat hij alleen in het begin slaag heeft gekregen. Hij is niet door de stuurman opgestookt om bij de consul te gaan klagen.
R. Breemhaar, oud 17 jaar, verklaarde meer uitgebreid lager onderwijs te hebben genoten. Daarna heeft hij ais kok op de BERENDINA gemonsterd. Hij vond dat hij nogal schappelijk kon koken. Volgens hem sloeg de kapitein in het begin niet maar later wel. Het dreigen met een revolver is spelerij geweest De jongens kregen eenmaal daags van de kapitein een glas jenever. Eens, toen deze er niet was, hebben zij jenever aan boord gehaald en zich bedronken. De derde jongen is 15 jaar oud. Deze zegt het ergst mishandeld te zijn geweest. De stuurman heeft hem erop opmerkzaam gemaakt, dat het schip te diep lag.
De president bracht daarna de jongens het afkeurenswaardige onder het oog van de dronkenschap, waaraan zij zich hebben schuldig gemaakt. De stuurman werd een ernstige terechtwijzing gegeven, omdat hij, toen hij vroeger over de mishandelingen bij de consul te Flensburg wilde klagen, zich voor geld heeft laten omkopen om dit niet te doen. Daarna werd de kapitein weer voor geroepen, en werd hem op het schandelijke van zijn gedrag gewezen tegenover jonge jongens van goeden huize, die zich aan hem hebben toevertrouwd om het zeemanschap te leren, en die als honden zijn afgeranseld. De Raad zal in deze zaak nader uitspraak doen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 18 januari. Door Solleveld en Van der Meer en T.H. van Hattum’s Stoomvaart Maatschappij is bij de Rotterdamsche Droogdok Mij. een stoomschip besteld van ca. 5.200 ton, bestemd voor de algemene vrachtvaart. Het stoomschip zal OOSTDIJK genaamd worden.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Raad voor de Scheepvaart, BERENDINA
Omtrent de behandeling van de ramp-zaak van de BERENDINA voor de Raad voor de Scheepvaart te Amsterdam delen we nog het volgende mede: Als eerste getuige werd gehoord de gezagvoerder Wijnstok. Getuige heeft diploma grote vaart, verkregen wegens dienstverrichting. Hij verklaart dat zijn schip bruto 170 register ton en 137 ton laadruimte heeft. De laatste reis was naar Flensburg, daar werd gecharterd naar Selvig. Gevraagd naar de diepligging van het schip, verwees getuige naar het journaal, waaruit enige pagina's zijn verwijderd. Naar deze informaliteit werd een gestreng onderzoek ingesteld. Het zee journaal mist juist de pagina's die voor de beoordeling van de wijze van laden en het diep liggen van het schip nodig zijn. De schipper weet niet hoe deze pagina's verdwenen of geschonden zijn. Niettemin werd hem een ernstige berisping toegediend over het niet in orde hebben van het journaal, waarbij hem gewezen wordt op de straf, gesteld op het niet in gerede houden van de scheepsboeken. Zijn verklaringen voortzettend zei getuige 15 december het schip geheel te hebben volgeladen. Hij had toen 2½ dag in lading gelegen. De stuurman was de laatste dag kooiziek van dronkenschap. ‘s Avonds toen men op de ree lag is de stuurman boven gekomen; hij heeft daarbij de andere jongens drank gegeven, zodat het volk dronken werd en drukte ging maken over de koffie. De kok heeft wel eens een draai om zijn oren gehad van de schipper. Ook zekere Bos, een matroos, die volgens de schipper zeer leugenachtig was. Met het schip, dat te diep lag en een weinig slagzij lag, zou zee gekozen worden, doch de volgende ochtend was het scheepsvolk met de boot weggegaan. Het schip lag in open zee. Er was de schipper niets van bekend, dat het volk naar de politie zou gaan. Dezelfde dag is de schipper met twee vissers, die hij had aangenomen, naar Holtenau gestevend. Daar werd getracht nieuw volk te krijgen. Op 27 december is men te Cuxhaven aangekomen. Twee dagen later was men tegenover Ameland, doch daar verkeerde de ZW wind tot storm. 30 december Werd het weer zo slecht, dat 's morgens 4 uur de lading over stuurboord overging. Het schip had zoveel slagzij, dat de luiken onder water waren. Hij durfde niet de Dollard binnenlopen. Bij de wind gaand kreeg het schip opnieuw slagzij. Ook toen gelukte het hem weer de luiken vrij te krijgen. De volgende dag 's middags te 8 uur ging de lading opnieuw slagzij maken, doch nu aan bakboord. Toen was er niets meer aan te doen, daar men te dicht onder de kust was. Te 12 uur kreeg men Terschelling in 't zicht, te 3 uur, tegenover de Brandaris, heeft men het anker geworpen. De TEXEL en de NEPTUNUS hebben hulp geboden en het vaartuig naar Terschelling gesleept. Op een vraag van een van de leden van de Raad verklaarde de schipper niet te hebben geweten, dat zijn bemanning naar de consul wilde gaan. Hij ontkende dat de verstandhouding te wensen liet. Nog de vorige dag hadden de jongens een stuk chocolade voor de schippersvrouw meegebracht. Eveneens werd nauwkeurig geïnformeerd naar de wijze van laden, die niet geschiedde met inachtneming van de door de wet gevorderde voorzorgen.
Terugkomend op de behandeling van de schepelingen, zei de schipper “met 'n driftige kop” wel eens een klap te hebben gegeven, „maar niet zo, dat de armen of benen er bij hingen." Een van de leden van de Raad wees op het bestaan van de monsterrol, die de schipper de verplichting oplegt, het scheepsvolk goed te verzorgen.
Als 2e getuige werd gehoord de knecht Hinst uit Holtenau, die na het weglopen van de bemanning is aangenomen. Naar de lading heeft hij niet omgekeken, 45 jaren vaart hij reeds, hij kan dus wel wachtdienst verrichten. Hij verklaarde, dat te Ameland het weer zeer slecht werd en gaf een relaas van het slagzij bekomen van het schip. Het schip kwam in gevaarlijke positie, alles was van dek geslagen en het drinkwater was ook weg. Men is toen naar Terschelling gesleept.
De derde getuige Muller, matroos uit Kiel, was ook te Holtenau gemonsterd. Hij legde gelijke verklaring af als de vorige getuige. De volgende getuige, stuurman Smit, uit Leens, heeft nooit zeevaartkundig onderwijs genoten. Hij werd in juli gemonsterd op Hollandse haven terug. Lezen van de kaart kan hij niet. Eens ging de reis naar Helgoland van daar naar Hull. De stuurman ging daar weg; hij kreeg de laatste dag een trap van de kapitein. Toen werd Smit stuurman. De eerste reis daarna ging naar Zweden. Aan boord was veel ruzie. De kapitein was driftig. De jongens kregen slechts NLG 10 per maand en deed een van de drie het werk niet goed, dan kregen zij slaag, dat het bloed over dek liep.
De schipper: „Dat is niet Waar, Een enkelen draai om de oren."
De stuurman: „Elke dag. Ook kregen de jongens trappen onder de ribben."
De voorzitter: „Dikwijls?" De stuurman: “Vele keren. Bijna dag aan dag."
De schipper: „Mooi!"
De stuurman: „Te Flensburg zouden wij om die „klopperij" naar de consul gaan. De jongens durfden niet, maar daar spr. het niet wilde aanzien, zou hij meegaan. De schipper beloofde NLG 10 opslag te geven per maand, indien de stuurman niet naar de consul ging”.
Voor de gerst werd ingenomen, waren natte lijnkoeken gelost, een bewijs, dat het schip lek was. Bij het gerst laden waarschuwde de stuurman reeds dat de gevelingen onvoldoende waren. Bij het afvaren helde het schip. De avond van 14 december was spr. dronken, doch de 15e, toen hij nuchter was, waarschuwde de stuurman, dat het zo geen zee kiezen was. De 16e is men des ochtends 6 uur naar de wal geroeid.
Men wilde van de consul gedaan krijgen om af te monsteren. Spr. was ook wel met een revolver bedreigd. Over Kopenhagen is hij met de jongens naar Holland teruggekomen.
De kapitein ontkende het schieten met de revolver. Dat is slechts uit „gekheid" gebeurd, tot vermaak op het dek. Getuige de lichtmatroos Paul Rudolf Palm is te Zwolle op de H.B.S. geweest en zou tot officier worden opgeleid. Hij ging liever varen en is in de grote vakantie naar de schoener gegaan. Eerst zou hij niets verdienen, doch later kreeg hij NLG 5 per maand. De voorzitter: „Hoe was 't aan boord?" Getuige: „We werden dikwijls geslagen. Met de hand in het gezicht, zodat de neus bloedde. Vijf maanden lang heeft hij het volgehouden. Hij sliep in de roef. De ligging was goed, het eten vaak niet. Palm was te Groningen aan boord gekomen; eerst was 't een pleziervaart. Later niet meer. In 't laatst van de reis werden de jongens ook met de revolver bedreigd. Dronken was de schipper nooit, maar hij mocht wel gaarne iemand afranselen."
Er waren geen reddingsmiddelen. Op een desbetreffende vraag van een van de leden van de Raad verklaarde getuige dat het in de laatste tijd met het slaan beter ging, vooral toen de jongens eenmaal konden sturen.
Een van de leden van de Raad: “Is u opgestookt door de stuurman?" Getuige: „Niemand." De lichtmatroos Bremhahr uit Musselkanaal, 17 jaar oud, heeft ook 5 maand gevaren om later stuurman te worden. Hij had zich laten aanmonsteren als kok. Koken ging wel. Van de schipperderij wist hij niet veel. Hij verklaarde overeenkomstig lichtmatroos Palm, met dien verstande dat hij het revolverschieten nooit ernstig had genomen. Het voornemen weg te lopen werd door de stuurman opgevat.
Om 11 uur 's ochtends en om 5 uur 's middags kregen ook de jongens drank aan boord. Thuis had getuige nooit drank ontvangen, doch door het oorlam 's ochtends en 's middags was hij aan drank gewoon geraakt. De voorzitter en ook een van de leden van de Raad dienden de kapitein over het verstrekken van drank aan jongens van 16 en 17 jaar een ernstige vermaning toe. Harms Bos, 15 jaren oud en uit Dorkwerd afkomstig, heeft ook vijf maanden gevaren. Zijn ervaringen waren dezelfde als die van de beide andere jongens. Hij kwam te Londen aan boord. Ook deze jongen kreeg thuis nooit drank, doch leerde drinken door den dagelijkse borrel. De voorzitter, mr. Pleyte, gaf de drie jongens een geduchte vermaning en bond hun op 't hart nimmer, van wie ook, een borrel aan te nemen. Spr. noemde het een groot schandaal, dat deze jongens in het buitenland dronken langs de weg hadden gelopen. Als de jongens vertrokken zijn, vroeg mr. Pleyte de stuurman: „Heb je dat potje niet op 't vuur gezet en als getuige dit bleef ontkennen, wees spr.; hem op de lelijke rol in deze gespeeld. Hij heeft niet op zijn stuk gestaan en niet royaal weg de kapitein het onmenselijke van zijn handelwijze onder het oog gebracht, doch voor NLG 10 verhoging zich het zwijgen laten opleggen. Tegen de schipper voerde spr. aan, dat kwade trouw de journaalbladen heeft weggemaakt. Het schip heeft te diep gelegen. Spr. meende, dat de kapitein ernstig in zijn plicht te kort is geschoten. Een van de raadsleden wees hem op het onverantwoordelijke om zee te kiezen met één stuurman, die zijn vak slecht kent, en drie onbevaren jongens. De zitting werd vervolgens gesloten en de uitspraak op later bepaald.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Op het Etablissement „Fijenoord', Maatschappij voor Scheeps- en Werktuigbouw, gelegen
aan de rivier, brak gisteravond ruim 9 uur een zware brand uit in de voormalige ketelmakerij, een houten gebouw van circa 150 meter lengte, waaraan grenst de modelmakerij en waarnaast het administratiegebouw van de fabriek staat, waar 1600 man werkzaam zijn. Gisteravond werkten nog 50 man, die dadelijk met eigen brandslangen aanvingen, het vuur te bestrijden. Weldra was het een vuurzee; de ketelmakerij was spoedig over de volle lengte een en al vlammen, terwijl de modelkamer mede aangetast werd. Alle stralen van de brandweer, die werkte met 8 handspuiten en 8 stoomspuiten waren gericht op het kantoorgebouw, alwaar de boeken en brandkast reeds uit gered waren. Te 11 uur waren de modelkamer en de ketelmakerij uitgebrand en was de brandweer het vuur meester.
De stoomschepen TJIMANOEK van de Java-China-Japan-Lijn en de KEMBENGAN, van de
Kon. Mij. tot Expl. van Petroleum-Bronnen in Ned.-Indië, beide op stapel staande, bleven
gespaard. De opstallen en de inventaris zijn zonder de schepen verzekerd voor NLG 1.066.000, bij de makelaar J. Havelaar en Zn., op Rotterdamse beurspolis.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Genua, 11 januari. Het hier 3 januari van Hull aangekomen Nederlandse stoomschip JENNY heeft gedurende de reis schade bekomen. Gisteren is het schip onderzocht.


19 januari 1911


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 18 januari. Het stoomschip HAARLEM, van Bremen met een lading honing naar hier bestemd, is door twee klipperschepen met gebroken schroef op de Zuiderzee aangetroffen en te Enkhuizen binnengebracht, vanwaar het door de sleepboot BURGEMEESTER VAN LEEUWARDEN (opm: van de sleepdienst Bergman) naar hier werd gesleept.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Bremen, 18 januari. De Nederlandse schoener OSCAR, met hout van Stockholm hier aangekomen, heeft nabij Gotland aan de grond gezeten. De bodem van het schip is hier door duikers onderzocht. Verscheidene bodemplaten zijn gedeukt en beschadigd. Het schip zal naar Fünfhausen gebracht worden om aldaar te repareren.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart
Vrijdagavond half acht houdt de Raad voor de Scheepvaart een openbare vergadering tot het instellen van een onderzoek naar de scheepsramp op 5 januari 1911 overkomen aan het stoomschip CLIO van de Kon. Ned. Stoomboot Mij., kapitein J. Boerhave, Watergraafsmeer.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Bremen, 18 januari. De motortjalk ALBERTA, schipper Bogeholt, is hier met machineschade teruggekeerd en zal blijven liggen tot de nodige machinedelen van de Nederlandse werf hier zijn aangekomen en geplaatst.


20 januari 1911


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 19 januari. Het Nederlandse stoomschip VOORBURG van de Stoomvaart Mij. Amsterdam te Amsterdam, groot 3.056 ton bruto en 1.956 ton netto, in 1901 te Amsterdam gebouwd, thans liggende te Liverpool, is voor GBP 17.500 naar Frankrijk verkocht.
(opm: kennelijk niet doorgegaan, want het schip werd naar Engeland verkocht; zie verder bij RN 060211)


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Amsterdam, 20 januari. De Raad voor de Scheepvaart gaf heden beslissing inzake de ramp van het schoenerschip BERENDINA, schipper-eigenaar N.H. Wijnstok te Groningen, dat, met een lading gerst van Selvig naar Rotterdam op 31 december bij Terschelling door boos weer werd overvallen en slagzij maakte door levendig worden van de lading.
De Raad, die ook onderzocht de aanklacht van mishandeling van het personeel oordeelde dat de ramp te wijten was aan nalatigheid van de schipper en dat de schipper het personeel had mishandeld. De Raad ontnam hem gedurende 6 maanden de bevoegdheid om als schipper te varen.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Amsterdam, 20 januari. De Raad voor de Scheepvaart behandelde heden de aanvaring
van de stomer NOORDDAM van de Holland-Amerika-Lijn met het schoenerschip ALIDA,
kapt. Buisman, in de avond van 23 november jl. op 30 mijlen van Scilly en Londen.
Van de ALIDA was de boegspriet stukgeslagen en het schip was aan de boeg beschadigd.
Verschillende getuigen worden gehoord, o.a. beide gezagvoerders. De ALIDA behoort aan
de heer Z.J. Koning te Groningen.


21 januari 1911


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart, onderzoek CLIO
In haar zitting van gisteravond heeft de Raad voor de Scheepvaart In behandeling genomen de zaak van het ongeval, overkomen aan het stoomschip CLIO, kapitein J. Boerhave, van de Kon. Ned. Stoomboot Maatschappij te Amsterdam. Komende van Odessa met een lading gerst of graan is de CLIO, na Algiers te hebben aangedaan, bij de vuurteren van Sabinal aan de Spaanse kust vastgelopen in de avond van 6 januari. Zonder assistentie is zij echter weer vrijgekomen. Na een gedeelte van de lading en een hoeveelheld steenkolen te hebben overboord gezet. Averij heeft het schip niet belopen. Kapitein Boerhave bevond zich, volgens zijn verklaring, voor de Raad afgelegd, in zijn hut toen men hem meedeelde dat men het vuur dwars had. Hij heeft toen onmiddellijk bakboord roer nieuw commando gegeven, omdat de koerslijn 2 mijlen buiten Sabinal liep. Na de stranding werd noordoost kwart oost per kompas gepeild. Attentie-zeilen zijn opgezet, doch zonder resultaat, zodat men tenslotte zijn toevlucht heeft moeten nemen tot het laatst overblijvend middel: het prijsgeven van een gedeelte van de lading. De stuurman J. Bakker, daarna gehoord, verklaarde van stroom niets te hebben bemerkt. Hem was bekend, dat zich op die plaats een halve mijl buiten de kust een ondiepte bevindt, doch men was ver genoeg daarvan verwijderd. De 1e machinist, daarna gehoord, deelde mee dat men in de machinekamer niets van het vastlopen heeft bemerkt dan dat de machine wat langzamer heeft gelopen. Van schuren is niets waargenomen. Nadat nog enige getuigen waren gehoord, wier verklaring niets nieuw brachten, werd het onderzoek gesloten.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart
De Raad voor de Scheepvaart heeft gisteren nog behandeld de aanvaring welke op 23 november jl. des avonds in het Engels Kanaal heeft plaatsgehad op 30 mijl van de Scilly-eilanden tussen het stoomschip NOORDAM van de N.A.S.M. (Holland-Amerika Lijn), kapitein J. Baron, en de schoener ALIDA, schipper Sj. Buisman, eigenaar L.J. Koning te Groningen.
Namens assuradeuren van de ALIDA trad mr. Abr. Lindt op, advocaat te Amsterdam.
Kapitein Baron verklaarde o.a.: De NOORDAM was op reis van New York naar Rotterdam. Tijdens de aanvaring was het dik van mist en een sterke noordwestelijke wind. De gemiddelde vaart was ongeveer 10 mijl, die wegens mistvlagen vijf minuten vóór de aanvaring is verminderd tot 8 à 9 mijl. Toen daarna op zeer geringe afstand over bakboord boeg een mistsignaal gehoord werd de machine gestopt en bakboord roer oud-commando gegeven. Tevoren was het aantal slagen van de machine van 75 op 50 teruggebracht. Wordt de machine gestopt dan loopt het schip naar schatting nog ongeveer vijf minuten door.
De ALIDA is voor de NOORDAM over komen te liggen, heeft haar ter hoogte van de machinekamer aangevaren en is daarna naar achteren geslierd. De schoener heeft haar boegspriet verloren, maar zijn reis kunnen vervolgen. De NOORDAM kreeg geen averij.
Van de ALIDA heeft getuige het groene licht eerst gezien toen zij bijna tegen hem aanlag. Een heklicht heeft hij niet gezien. Hij gistte de ALIDA te dichtbij om de aanvaring door achteruitslaan te voorkomen. Met een 4-mijls vaart kan de NOORDAM niet meer manoeuvreren en zou getuige bovendien het bestek kwijtraken. Er zijn voortdurend mistsignalen gegeven.
De schipper van de ALIDA, Sj. Buisman, heeft ook voortdurend mistseinen gegeven. Hij zag eerst het toplicht van de NOORDAM, 5 minuten vóór de aanvaring, en heeft geen koers veranderd; de ALIDA lag over bakboord (opm: en had daarmee als zeilschip het recht van de weg). Na het toplicht heeft getuige de bakboord lantaarn van de NOORDAM gezien, vervolgens de stuurboord lantaarn. De positie van de beide toplichten heeft hij niet zien veranderen. Getuige zag de NOORDAM over stuurboord; zij was mee liggende. De positie van de NOORDAM kan getuige alleen verklaren wanneer de bedoeling is geweest hem te praaien. Dit ontkende kapitein Baron. De mistseinen van de NOORDAM heeft getuige telkens beantwoord.
Een van de leden van de Raad merkte op dat hij dan niet om de minuut, gelijk voor zeilschepen is voorgeschreven, maar om de 2 minuten mistsignalen heeft gegeven. Schipper Buisman heeft geen attentie-seinen gegeven.
De heer Bijl, eerste officier van de NOORDAM, verklaart gelijkluidend met kapitein Baron. Hij is na de aanvaring met een sloep naar de ALIDA gevaren om assistentie aan te bieden. Op een vraag van mr. Lindt antwoordt getuige, dat hij de schipper gevraagd heeft, of hij de Wolfrots heeft gezien. De gezagvoerder had getuige opgedragen de schipper ook het bestek te vragen. De Raad zal nader uitspraak doen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart
De Raad voor de Scheepvaart deed gistermiddag uitspraak in de zaak van de BERENDINA. Uit het onderzoek was gebleken, dat met een ondergedompelde diepgangslijn de reis moet zijn aanvaard in strijd met do wettelijke voorschriften. Jongens, die als matroos moesten dienst doen, werden met slagen en trappen tot bloedens toe mishandeld en op jenever onthaald. Het schip was geladen met graan zonder gevelingen. Do jongens verlieten wegens mishandeling het schip, werden door een consul naar Nederland teruggezonden en ander personeel werd aangenomen. Bij de Brandaris (Terschelling) kwam het schip in de nacht van 30/31 December 1910 door het overslaan van de lading in nood, en werd vervolgens door een sleepboot veilig binnen gebracht. Het zee-journaal was niet bijgehouden. De Raad acht de ramp te wijten aan de nalatigheid van den schipper en de te zware lading, waardoor gevaar is ontstaan voor bemanning en schip. De mishandeling acht de Raad bewezen. De Raad keurt af, dat aan knapen sterke drank werd verstrekt. Schipper N.H. Wijnstok wordt gestraft met de bepaling, dat hij 6 maanden niet als schipper zal mogen varen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart
Voor de Raad werd vervolgens behandeld de aanvaring van het stoomschip NOORDAM (Holland Amerika Lijn) kapt. J. Baron, met het schoenerschip ALIDA, schipper Sj. Buisman, eigenaar de heer L.J. Koning te Groningen. Deze aanvaring had plaats gehad op 23 november te 11 u. 35 min. in het Engelse Kanaal 30 mijl van de Scilly-eilanden. Van de ALIDA werd de boegspriet stuk geslagen. De kapitein van de NOORDAM verklaarde, dat hij met zijn schip op weg was naar Rotterdam. Het blijkt, dat de kapitein en de schipper een aanmerkelijk verschillende plaats hadden opgegeven. De kapitein houdt vol en betoogt dat zijn opgaaf de juiste is. Het was die dag heiig en mistig, en het schip liep 8 à 9 mijl per uur. Om de minuut werd er 8 sec. gefloten. Een minuut of zes zeven voor de aanvaring werd de vaart tot de bovengenoemde 8 à 9 mijl verminderd. Op het ogenblik van de aanvaring was het dik van mist.
De voorzitter: Dan komt die vaart mij toch nog al hoog voor. De kapitein: Dat kan ik niet zeggen, mijnheer. De kapitein verklaarde, dat hij gehoord had het signaal van een misthoorn, van zo dichtbij, dat hij er al bijna boven op zat. „Waarom hebt u niet dadelijk gestopt, kapitein?" „Ik heb gestopt." „Maar niet achteruitgeslagen. „Neen, het schip was zo dichtbij, dat daardoor geen aanvaring kon worden voorkomen." De lantarens waren behoorlijk in orde. Van de ALIDA had de kapitein het groene licht gezien. Door „hard-bakboord-roer" (oud commando) te geven, was het met een schamper afgelopen. De ALIDA had zijn schip aangevaren ter hoogte van de machinekamer. De kapitein had gevraagd of de ALIDA assistentie nodig had, doch deze vraag werd ontkennend beantwoord. Op een vraag welke schade de ALIDA had bekomen, werd geantwoord, dat deze zijn ”voorboel" kwijt was. Een klein uur had de NOORDAM vertraging gehad door dit ongeval. De eerste officier had zich met een boot naar de ALIDA begeven. De kapitein verklaart, desgevraagd, dat zijn schip een minimum-vaart van 4 mijl kan lopen. Echter is een vaart van 8 à 9 mijl de beste snelheid om te manoeuvreren. De NOORDAM had geen schade gekregen.
Mr. Lind trad op voor de verzekeraars van de ALIDA. Daarna werd gehoord de schipper van de ALIDA. Uit zijn journaal bleek, dat men een mistsignaal hoorde en telkens een sein terug gaf. Men werd aangevaren met verlies van een kabelboom. De ALIDA liep naar gissing 8 mijlen. Te loevert en te lij stond een man op de uitkijk. Volgens de beide journalen verschilt de tijd van de aanvaring een ½ uur; verscheidene dagen had men nl. geen zon gezien. Het eerst zag men van de ALIDA toplichten. Deze getuige had de NOORDAM vijf minuten gezien, doch meende, dat dit schip gelijk opstoomde. Nog werd als getuige gehoord de 1ste officier van de NOORDAM, wiens verklaringen in hoofdzaak met die van de kapitein overeenkwamen. De schipper van de ALIDA rectificeerde zijn verklaring en deelde mee, dat hij voer met een snelheid van 2 mijl. De uitspraak wordt bepaald op een nader bekend te maken dag.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart
Na de middagzitting behandelde de Raad voor de Scheepvaart vrijdagavond de scheepsramp op 5 januari overkomen het stoomschip CLIO, van de Kon. Ned. Stoomboot Maatschappij alhier, kapitein J. Boerhave, te Watergraafsmeer. Te Odessa werd een lading gestort graan ingenomen voor Amsterdam. Het schip was voorzien van overlangse grevelingen (opm: hier zijn gevelingschotten bedoeld) en was niet geheel gevuld. Te Algiers kreeg men nieuwe lading en enige deklading, zodat het schip toen vol was. Van Algiers werd koers gezet naar Gibraltar. De kapitein koos een Noordelijke route, o.a. omdat er een harde noordelijke wind stond. Reeds bij het uitvaren was het vrij stormachtig. De 4de januari vertrok men uit Algiers en de 5de kreeg men de Spaanse kust in het gezicht. De kapitein werd per fluit steeds onmiddellijk gewaarschuwd, indien er zich iets bijzonders voordeed. Op een gegeven ogenblik, toen hij juist van plan was naar de brug te gaan, kreeg hij bericht, dat het vuur dwars was, en toen hij aan dek kwam zat het schip reeds aan de grond. Dit geschiedde bij de vuurtoren van Sabinal. De koerslijn loopt 2 mijl van Sabinal en het schip kwam vast te zitten, ¾ mijl van de kust. Door eigen middelen kwam het schip weer los, n.l. door werpen en draaien, 's Avonds tegen zes uur liep het schip vast en de volgende dag tegen vier uur kwam het vrij, ten koste van een deel van de lading. Het schip had ogenschijnlijk niet geleden, en ook de experts maakten uit, dat het de reis naar Amsterdam kon vervolgen. De kapitein, als getuige gehoord, gaf de bovenstaande lezing van het geval. De stuurman J. Bakker alhier had reeds 14 reizen over de Middellandse zee achter den rug. Vier jaar voer hij als eerste stuurman. De kapitein, aan het dek gekomen, deed een streek uit sturen, zo verklaart de stuurman. Zodra men bemerkte, dat het schip vast zat, deed men de machine achteruit werken. De stuurman verklaart kruispeilingen te hebben doen verrichten. Hij wist dat zich aan de kust een ondiepte bevond. De 1e machinist, A. Karsdorp, te Watergraafsmeer, verklaarde, dat hij met de kapitein in gesprek was, toen er werd gefloten. De kapitein leek ontstemd, en de machinist snelde naar beneden. Nog voor hij beneden kwam was het sein gegeven: „achteruitstomen". De dienstdoende 3e machinist had verklaard, dat eerst even de machine wat langzamer begon te draaien. Nog een drietal andere getuigen werd gehoord. Nog verklaarde de kapitein, dat hij over de navigatie van de stuurman niet had te klagen gehad.
De uitspraak zal geschieden op nader te bepalen datum.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Aan de scheepswerf en machinefabriek J. en A. van der Schuyt te Papendrecht, is met goed gevolg te water gelaten een stoomschip lang 30 m., breed 5,60 m. en diep 2,70 m.
Ook dit stoomschip is voor rekening van een firma in Turkije.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 21 januari. Het te Wildervank thuis behorende ijzeren tjalkschip ANNA, tot dusver bevaren door schipper L. de Groot, is onderhands verkocht aan K. Stelleman te West-Rhauderfehn (Pruissen) voor de som van 9.000 Mark.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 21 december (1910). Ten verzoeke van de heer M. Kuiper werd gisteravond door de heer Kolk, notaris, in het hotel De Noordooster publiek verkocht:
Het stalen sleepaakschip Wilhelmina, groot 245 ton, thans bevaren wordende door D. Leertouwer. Koper de heer J. Koops alhier voor NLG 6.055.


23 januari 1911


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Vlissingen, 20 januari. De van Antwerpen afkomende Harwich-boot VIENNA is hedennacht bij Terneuzen in aanvaring geweest met het stoomschip PATROCLUS van Amsterdam naar Antwerpen, welke laatste zwaar beschadigd werd, doch de reis zal voortzetten naar Antwerpen. Ook de VIENNA zette de reis voort.
Later bericht. Het stoomschip VIENNA is met beschadigde boeg te Harwich aangekomen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 21 januari. Hr.Ms. pantserschip UTRECHT, commandant De Booy, zal 21 januari van Bermuda naar Curaçao vertrekken.
Hr.Ms. pantserschip NOORD-BRABANT, commandant Hoven, vertrok 21 januari van Port Said naar Nederland.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Westerbroek, 21 januari. Van de werf van de firma Wortelboer en Co. werd te water gelaten de stalen sleepkaan ORANIA, groot 875 ton. Op deze werf zullen de kielen worden gelegd van twee kanen, ieder groot 875 ton en van twee, ieder groot 1.000 ton, alle voor Duitse rekening.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Advertentie. Te koop: Een best onderhouden zeetjalk met volledige inventaris, gebouwd in 1889, klasse 100 A/4 K Germanische Lloyd, groot 68,13 reg. ton of 130 ton laadvermogen over zee. Te bevragen bij J. Holwerda, Oosterhaven, bij de sluis, Groningen, of bij de eigenaar H. Holwerda, Gasselternijveen. (opm: tjalk VIER GEBROEDERS)


24 januari 1911


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlissingen, 23 januari. Het gastransportvaartuig Vlissingen vertrekt hedenavond naar Dover om, indien de LOODSSCHOENER No 3 zeewaardig is, deze naar Vlissingen over te brengen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Maassluis, 22 januari. Het hedenmorgen naar Kings Lynn vertrokken stoomschip HERMINA keerde uit zee terug met gesprongen vlampijpen, gesleept door de sleepboot ROTTERDAM. Het schip zal aan de Handelsinrichtingen te Poortershaven repareren.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Antwerpen, 21 januari. Het Duitse stoomschip SANTA LUCIA is gister namiddag, na het vertrek van hier naar Hamburg, bij Krankeloon in aanvaring gekomen met het van Varna komende Engelse stoomschip TREVILLEY, waarbij laatstgenoemd stoomschip ter hoogte van de machinekamer werd getroffen en kort daarop zonk. De kapitein had nog de tijd het schip zo dicht mogelijk bij de wal te brengen. Bij hoogwater staat het tot op drievierde vol water. De equipage is door een sleepboot afgehaald en naar hier gebracht. De SANTA LUCIA werd eveneens zwaar beschadigd en ligt thans ter rede van Austruweel voor anker. De kombuis staat vol water. Het stoomschip zal geheel of gedeeltelijk moeten lossen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

CATRIENA MAGRIETHA. Overgenomen uit de Database van MARHISDATA.
24-10-1911: Vertrokken van Kragerö naar Oldersum (Eems) geladen met juffers waarvan 9 standaard aan dek. Deklast van 1.20 m geladen tegen de houten verschansing van 70 cm hoog waren aan stuurboord en bakboord een tiental stutten ter dikte van 2,5 duim vastgespijkerd. De deklading die tussen deze stutten was gestuwd en met planken afgedekt was vastgesjord met 5 dwarskettingen en 1 talie, welke einden waren vastgemaakt aan op het schip zelf bevestigde ringen. Deze kettingen en talie waren weer onderling met sjorrings vast gezekerd. De diepgang was 5,5 voet, terwijl het schip een aanmerkelijk grotere diepgang was toegelaten volgens het certificaat voor de houtvaart, aan de schipper uitgereikt. Vanaf de plaats aan het roer, dat met een rad werd bewogen werd, had men vrije uitzicht over de deklast. Het schip kon een grootzeil, fok, stagfok, kluiver en een jager voeren. Onderweg op de Noordzee wakkerden wind en zee die aanvankelijk matig waren, langzamerhand aan. Van 24 oktober tot 5 november had men met korte tussenpozen voortdurend met westelijke stormen en hoge zeeën te verduren. Op de laatst genoemde dag stond er een hevige storm W. t. Z. met een zeer hoge en wilde zee, het schip slingerde hevig en kreeg veel water aan dek. Omdat de kop van het schip te diep in het water stak en de zee niet minderde, besloot men, (opm: omdat dat 's nachts niet kon plaatsvinden) een deel van de 9 standaards hout aan dek te werpen, teneinde beter te kunnen zeilen. In de namiddag werd ongeveer 3 standaard geworpen. De overgebleven rest van de deklast werd weer met kettingen goed gesjord. Om middernacht kwam er een zware breker over, die de deklast door elkaar sloeg. Meteen werd begonnen deze weer vast te sjorren, daarmee was men om 02.00 uur nog mee bezig. Het schip lag over stuurboord bijgedraaid en kreeg de wind dwars in, er stond alleen het grootzeil met drie reven bij, het roer stond vast. De schipper stond voor de boot die met de achterkant tegen de roef was gesjord, de stuurman bevond zich op het voorschip bij de lier, de matroos bij de mast, de kok was beneden. De pos. was 55°02’ NB en 06°10’ OL op gegist bestek. Van bakboord kwam een toen een geweldige breker over, die het hele schip overstelpte. De mast brak een aanzienlijk deel boven de deklast af en kwam met zeil en al naar beneden. Het staand en lopend want sloeg met boot en bijna de nog overige deklast overboord. Het zeil was neergekomen op degenen die aan dek stonden. De stuurman kroop er als eerste er onderuit. Hij merkte al gauw dat de matroos Ernst Badhausen een jonge man van 16 à 17 jaar aan stuurboord buiten boord onder het zeil lag. De stuurman haastte zich naar hem toe en pakte hem bij de hand om hem binnenboord te trekken. Dit bleek echter onmogelijk, doordat de matroos met één arm tussen deklast en verschansing bekneld zat. De stuurman snelde naar achteren om hamer en beitel te halen om hem uit deze positie te bevrijden. Daarmee terugkomend hoorde hij de schipper onder het zeil kermen. Mede om diens hulp te hebben bij het binnenhalen van de matroos kapte de stuurman de ketting van de deklast, waartussen de schipper bekneld zat, stuk. Deze kwam vrij, doch bleek niet in staat bij de redding van de matroos de hulpzame hand te bieden. Hij sleepte zich naar de roef, waar hij in een toestand van verdoving gebleven is tot het schip in behouden haven was gekomen. Onmiddellijk zette de stuurman zich weer aan de redding van Badhausen. Hij kapte nog een sjorring waardoor deze vrijkwam en ongeveer 3 meter van het schip wegspoelde. De stuurman wierp hem en stuk touw toe. Badhausen greep die en was door de stuurman reeds op weer 1 meter van het schip toegetrokken, toen hij het weer losliet. Nog heeft de stuurman die geen haak bij zich had, getracht een lus om de bewusteloze man drijvende man te werpen. Het mocht niet baten, Badhausen verdween in de diepte. Daar de stuurman geen hulp had aan de onbevaren kok, heeft hij mast, het tuig en de zeilen alleen moeten kappen, ten einde te voorkomen dat het schip lek zou stoten. Daarna dreef men hulpeloos rond ten prooi aan wind en golven. Eerst 's avonds kwam een stoomschip in zicht. Dit nadert het ontredderde vaartuig dat zich in de nabijheid van Hornriff bevond. Het bood aan de CATRIENA MAGRIETHA op sleep te nemen. Dit aanbod nam stuurman Swiers aan, het stoomvisserschip STUTTGART bood ook aan hem aan boord te nemen hetgeen hij heeft afgeslagen. Om 23.00 uur had men de verbinding tot stand gebracht gereed en begon de STUTTGART te slepen. Tot 3 keer toe is de verbinding gebroken en weer hersteld, daarna hield de verbinding het. Men stuurde achter de trawler aan die naar de Weser koerste. Tijdens deze sleeptocht gunde de stuurman zich enige rust. In de vroege morgen van 8 november kwam men te Nordenham (Weser) aan, de thuishaven van de STUTTGART. Te Elburen is voor de bevoegde rechter een scheepsverklaring afgelegd. Door de inspecteur voor de scheepvaart in het 3de district is op 3 januari 1912 een voorlopig onderzoek naar het gebeurde ingesteld. Naar 's Raads oordeel is het breken van de mast veroorzaakt door de zware breker, die op 6 november te 14.00 overkwam, en in het zeil is gelopen. Ernst Badhausen verdronken is, ondanks de ernstige pogingen van de stuurman Swiers om hem te redden. Dat het schip in behouden haven is gekomen, is grotendeels te danken aan de flinkheid van de 23-jarige stuurman Juriën Swiers die eerst een hele dag lang alleen het hulpeloze schip heeft bestuurd en ten slotte het aanbod van de STUTTGART om hem van boord te halen afsloeg, omdat hij zei: dat zijn schip nog dicht was.


25 januari 1911


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 25 januari. Het Nederlandse stoomschip CHARLOIS (zie avondblad 23 januari) heeft gisteren, na voorlopig gerepareerd te hebben, de reis van Piraeus naar Antwerpen voortgezet.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Maassluis, 23 januari. Het stoomschip HERMINA heeft gerepareerd en is weer vertrokken.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Blackwall, 20 januari. Het van Rotterdam komende stoomschip BATAVIER IV is bij Barge House Causeway, Woolwich, met de barge VIOLET, die rivier afwaarts gesleept werd, in aanvaring geweest. De barge werd aan stuurboordzijde geraakt, liep vol water en moest bij Victoria Gardens op het droge gezet worden. Omtrent schade aan het stoomschip is niets bekend.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Antwerpen, 21 januari. Er is 500 ton graan van de lading van het stoomschip TREVILLEY in twee lichters geborgen. Men heeft het gat nog niet nauwkeurig kunnen opnemen. Men hoopt het schip te kunnen behouden.


26 januari 1911


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 26 januari. De rivierlichter ANNA MARIA, gesleept door de sleepboot ZUIDERZEE, van Zeebrugge naar Havre en dinsdagmorgen (opm: 24 januari) vandaar vertrokken, is dinsdagavond omstreeks 11 uur, ter hoogte van Gris Nez, door midden gebroken. Beide delen bleven echter op de waterdichte schotten drijven.
De ZUIDERZEE hield het voorste deel op sleeptouw en bleef bij het achterstuk; doch het was te donker om ook dit tweede stuk weer vast te maken. Tot ’s morgens 4 uur bleef men er bij; toen echter was men zo kort aan de kust, dat de ZUIDERZEE, voor eigen behoud, moest afhouden.
Voornoemde sleepboot, met het voorstuk op sleeptouw, arriveerde heden in de Nieuwe Waterweg, en het achterschip is, naar wij vernemen, te Calais aangedreven en aldaar binnengebracht.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Helder, 25 januari. De hedennacht op ‘de Razende Bol’ gestrande Duitse 3-mast schoener ELFRIEDE blijkt reeds bijna vol water te zijn. Het schip wordt algemeen als verloren aangemerkt.
26 Januari. De hierboven gemelde schoener zakt steeds dieper in het zand.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Antwerpen, 25 januari. De reders van het Engelse stoomschip TREVILLEY, dat vrijdagnacht in de Schelde zonk, hebben op het Duitse stoomschip SANTA LUCIA beslag doen leggen voor een schade eis van GBP 50.000 voor het verlies van de lading en GBP 30.000 voor het schip.


27 januari 1911


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 27 januari. De Nederl. tjalk JANTINA MARIA, kapt. Fekkes, van Flensburg herwaarts, is met gebroken zwaarden van Enkhuizen naar Amsterdam gesleept door de sleepboot Zuiderzee van de sleepdienst J.H. Bergman.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Flensburg, 26 januari. Het eertijds Nederlandse stoomschip RENSIENA, later herdoopt in HERMANN, is aan kapitein Bösel voor 40.000 mark verkocht In den vervolge zal het de naam LOUISE dragen. Na reparatie aan machine en ketels gaat het stoomschip naar Hamburg om graan te laden.
(De LOUISE ex. HERMANN ex. RENSIENA is een in 1908 te Groningen gebouwd klein bootje groot bruto 152 en netto 87 reg. ton met een laadvermogen van ongeveer 200 ton).


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Delfzijl, 26 januari. De ijzeren tjalk EBENHAEZER II, voorheen bevaren door schipper J. Kunst, is voor plm. NLG 8.000 verkocht naar Denemarken.
(opm: mogelijk niet doorgegaan ??)


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 26 januari. Het in 1904 te Hardinxveld door de firma Langeveld en Van Vliet van staal gebouwde stoomschip HURRICANE, groot bruto 276 reg. ton, van de Shipping Investments (Ltd) alhier, is aan the London and Channel Islands Steamship Company alhier verkocht.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Hoogezand, 26 januari. Heden is met goed gevolg te water gelaten van de werf van de
heer H. Kroeze een ewerschip, groot 120 ton, voor rekening van kapitein H. Breuër te
Warstade.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Advertentie. Een zo goed als nieuw ijzeren tjalkschip, 20,51 bij 4,84 bij 1,42 meter;
85.272 kg. laadvermogen. Gebouwd in 1904.
Inlichtingen bij H. Wagenborg, Veendam, of E. Wagenborg, Delfzijl.


Krant:

 VCO - Vlissingsche Courant

Vlissingen, 26 januari. De snelheidsproeven van de torpedobootjagers WOLF en FRET , gebouwd op de werf van de Kon. Mij. “De Schelde” alhier, zijn met succes beëindigd. De voorgeschreven snelheid van 30 knopen per uur werd overschreden.


28 januari 1911


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

New York, 11 januari. Het Nederlandse stoomschip COPPENAME, hier van West Indië aangekomen, heeft 8 januari een van de schroefbladen verloren. De COPPENAME vertrok 16 januari weer van New York naar Demerara.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Martenshoek, 27 januari. Men deelt ons mede, dat er langzamerhand weer enige drukte op de scheepstimmerwerven begint te komen. Na maanden van grote slapte komt er meer en meer bedrijvigheid. Volgens geruchten zullen een paar nieuwe hellingen worden aangelegd.


29 januari 1911


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart
De Raad voor de Scheepvaart te Amsterdam heeft gisteren uitspraak gedaan in de zaak van het stoomschip CLIO, van de Kon. Ned. Stoombootmaatschappij, dat met een graanlading, te Odessa ingenomen, op de thuisreis op 4 januari van Algiers is vertrokken en daarna op een ondiepte ter hoogte van Sabinal in de Middellandse Zee is vastgelopen. Gezagvoerder was de heer J. Boerhave.
In zijn uitspraak wijt de Raad de stranding aan het onbekend zijn van de ondiepte, waarop het schip gelopen is. Ze komt niet voor op de kaarten en in de Berichten aan Zeevarenden wordt er niet tegen gewaarschuwd. Een minder juiste gissing van de stuurman kan niet als bijkomende oorzaak van de stranding worden aangemerkt.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart
Inzake de aanklacht van de hoofdinspecteur voor de scheepvaart tegen de heer R. de Jonge, gezagvoerder van het stoomschip POELDIJK van de firma Sonneveld, v.d. Meer en van Hattum te Rotterdam, wegens overtreding van art. 48 van de Schepenwet, besliste de Raad dat hier sprake is van een misdraging, bedoeld In dit artikel. De gezagvoerder heeft nl. het omtrent de stuwage van graanladingen voorgeschrevene niet nagekomen, daar hij in een te Galatz ingenomen lading geen langsscheepse gevelingen had aangebracht. Hierdoor heeft de mogelijkheid van gevaar voor schip en opvarenden bestaan daar de lading had kunnen overgaan. Deswege wordt op de gezagvoerder de tuchtmaatregel van berisping toegepast.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart
De Raad deed vervolgens uitspraak In de zaak van de aanvaring tussen de NOORDAM van de Holland-Amerika-Lijn, kapitein J. Baron, en de Groningse schoener ALIDA, (opm: kapt. Sj. Buisman) op 15 november 1910 op 30 mijlen afstand van de Scilly-eilanden.
De Raad maakt uit, dat de schipper van de ALIDA terecht, toen hij een mistsein hoorde, koers en vaart heeft behouden; op het laatste ogenblik had hij echter kunnen afhouden, al is het te betwijfelen of dit, gezien de vaart die de NOORDAM liep, nog zou hebben geholpen. Bedenkelijk is hetgeen de gezagvoerder van de NOORDAM gedaan heeft. Wetende dat hij door achteruitslaan bij een 8 à 9 mijl ‘s vaart de gang aan zijn schip niet onmiddellijk kan ontnemen, of in een achterwaartse gang veranderen, had bij een matige vaart moeten lopen. Al is het waar, dat hij met een 3 à 4 mijl ‘s vaart niet kan manoeuvreren, dan had hij toch moeten bedenken dat hij daarom niet ontheven is van de verplichting om de veiligheid van andere schepen te verzekeren.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf Gusto te Schiedam is gisteren met goed gevolg te water gelaten de stalen romp van een zee-sleepboot voor de haven van Rotterdam. Het schip heeft de volgende hoofdafmetingen: lengte op de loodlijnen 22,50 m, breedte 6 m en holte 2,95 m.


30 januari 1911


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlissingen, 29 januari. Het Belgische stoomschip WILLY ALEXANDER, die de 21e december nabij de Nieuwe Haven aan de grond heeft gezeten en te Middelburg in het droogdok werd opgenomen voor onderzoek, zal morgen met assistentie van twee sleepboten naar Antwerpen vertrekken, om aldaar de bekomen schade te doen herstellen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlissingen, 30 januari. De Nederlandse LOODSSCHOENER No. 3 van hier, die op zondag 22 januari in Het Kanaal in aanvaring is geweest met het Engelse stoomschip DOT, en die te Dover voorlopig hersteld was, is thans door het transportvaartuig VLISSINGEN naar hier gesleept. Gebleken is, dat de schoener een gedeelte van de verschansing verloor en een gat boven de waterlijn bekwam, doordat het van achter werd aangevaren.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

(Geen plaats of datum) De schippersvereniging te Gasselternijveen (Dr.) heeft zich tot de Minister van Oorlog en van Marine gewend met een adres, waarin verzocht wordt het daarheen te willen leiden, dat zeevarende milicien-verlofgangers, zo zulks enigszins mogelijk is, slechts gedurende de maanden januari en februari worden opgeroepen tot het houden van de herhalingsoefeningen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlissingen, 30 januari. Van de werf van de Kon. Mij. “De Schelde” te Vlissingen is heden de tweede onderzeese torpedoboot (opm: de O 2) te water gelaten. Ze is voorzien van een oliemotor met omkeerbare beweging, waarmede aan de oppervlakte een vaart van 11½ mijl kan worden behaald; onder water kan een elektromotor haar een snelheid van 8½ mijl geven. Aan de oppervlakte kan de boot een afstand afleggen van ongeveer 600, onder water van 40 mijl. Vier Whitehead-torpedo’s van 45 centimeter kunnen achtereenvolgens door de boegbuizen gelanceerd worden. De boot is van de nodige stuurinrichtingen voorzien om zowel in het horizontale als in het verticale vlak te kunnen sturen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Cardiff, 27 januari. Het naar Frankrijk verkochte Nederlandse stoomschip VOORBURG is met schade aan bakboord boeg van Manchester alhier aangekomen en in het Roath Dock geplaatst.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Hoogezand, 28 januari. Heden is met goed gevolg te water gelaten van de werf van de heer H. Kroeze een schoener-aak, groot 135 ton, voor rekening van kapitein J. Buck te Brobergen (Duitsland), terwijl opnieuw de kiel is gelegd van een schoener, groot plm. 140 ton, voor rekening van de heer Joh. Hagena te Warstade (Duitsland).


31 januari 1911


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 30 januari. Het stoomschip AMSTEL is bevracht met 950 standaards (opm: ongetwijfeld hout) van de Gulf timber ports (USA, Golf van Mexico) naar Nederland en Emden tot Sh.81/3. Verscheping maart.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 30 januari. Het stalen 4/mast barkschip JEANNETTE FRANÇOISE is 28 januari van Rotterdam te Batavia aangekomen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Flensburg, 27 januari. De Nederlandse sleepboot THAMES, heden alhier aangekomen, heeft in opdracht om de eerste helft van het dezer dagen van de werf van de firma H.C. Stulcker & Sohn alhier te water gelaten droogdok naar Hamburg te slepen. De reis gaat rond Skagen en zal acht dagen vorderen.
28 januari. Heden is de THAMES met de eerste helft vertrokken.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Bayonne, 25 januari. Het Nederlandse stoomschip HILVERSUM, heden van Sunderland alhier aangekomen, rapporteert nabij Hull in aanvaring te zijn geweest met de Engelse schoener PHANTON, naar Hartlepool bestemd.
De schoener PHANTON uit South Shields, van Lowestoft in ballast naar Hartlepool, werd 20 dezer met verlies van boegspriet en beschadigde voorsteven door de Engelse sleepboot ROMAN te Yarmouth binnengebracht.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Van de werf van de firma Jonker-Stans te H.I.-Ambacht is met goed gevolg te water gelaten de goederenstoomboot WM. EGAN en Co. No. 34.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 31 januari. De ijzeren tjalk AMBULANT, tot dusver bevaren door schipper H.T. de Groot, is voor geheime prijs verkocht naar Duitsland.
Het tjalkschip DOLFIJN, tot dusver bevaren door schipper T. Bakker, is voor geheime prijs verkocht aan P. Veling te Groningen.


01 februari 1911


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 31 januari. Wij vernemen dat de Holland Amerika Lijn en de firma Hudig & Veder gezamenlijk de dienst tussen Rotterdam en Savannah zullen voortzetten, die tot nog toe onder de naam van “Burg Lijn” door de Stoomvaart Mij Amsterdam onderhouden is. De vertrekken zullen eens in de maand plaats hebben, te beginnen met de THEMISTO, 9 maart van hier, welk stoomschip gevolgd zal worden door de ZAANDIJK, ongeveer 1 april.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Londen, 30 januari. Op de Theems was het gisteren dik van mist. De ORANJE NASSAU met passagiers, Nederlandse en Duitse mails, kon met grote moeite Sheerness bereiken. De boot bereikte 2½ uur over tijd de Queenborough pier.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Vlieland, 1 februari. Door het bergingsstoomschip LYONS zijn uit het wrak van de LUTINE opgehaald enige kogels van kleine kanonnen, benevens 7 ijzeren bouten, gemerkt 2, 3, 4, 5, 6, 7 en 8.


02 februari 1911


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Bij het plaatselijk bestuur in Den Helder van de Noord- en Zuid-Hollandsche Redding-Maatschappij, dat een som verzamelt om een kleine lijfrente te verzekeren aan Dorus Rijkers, de bekende schipper van de reddingboot, die medewerkte aan 40 reddingen en de redding van 500 mensenlevens en nu zijn betrekking wegens ouderdom moet neerleggen, is ingekomen voor dat doel een gift van H.M. de Koningin van NLG 100, van H.M. de Koningin-Moeder NLG 100 en van Z.K.H. de Prins der Nederlanden NLG 40. Er ontbreekt nog ongeveer NLG 700 om het doel (een lijfrente van NLG 3 ’s weeks) te bereiken.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Gisteren werd van de werf “Hubertina” te Haarlem met goed gevolg te water gelaten de voor rekening van de “Stoomboot Reederij v/h Sleepen van Schepen aan het Nieuwediep en te IJmuiden van en naar Zee” gevestigd te Amsterdam, boekhouders de heren C.E. Zur Mühlen en A.J. de Graaf, nieuw gebouwde zee-sleepboot ACHILLES, bestemd voor de sleepdienst te IJmuiden.
Van de scheepswerf “Nicolaas Witsen” van de firma W.F. Stoel & Zoon te Alkmaar is met goed gevolg te water gelaten een nieuwe stalen passagiers schroefstoomboot, gebouwd voor rekening van de N.V. Havenstoombootdienst te Amsterdam. De boot is lang 33,50 meter, breed 5,15 meter en ingericht voor vervoer van 400 passagiers. Het vaartuig, dat uiterst sterk en solide gebouwd is, voldoet aan de meest moderne eisen van het hedendaags passagiersvervoer, wordt elektrisch verlicht en is voorzien van stoomverwarming.


03 februari 1911


Krant:
 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Groningen, 3 februari. Gisteren is in de ouderdom van 52 jaar hier ter stede overleden de heer A. Potjer, in leven havenmeester van de Gemeente en oud-commandant van de brandweer. De overledene had, vóór hij zich hier ter plaatse vestigde, de Nederlandsch-Amerikaansche Stoomvaartmaatschappij als gezagvoerder gediend en was tot reserveofficier bij de Marine benoemd, een onderscheiding, die door hem en de directie van de maatschappij zeer op prijs werd gesteld.
Toen hij het zeevaren moe was, zocht hij rust aan de wal in Groningen, vanwaar hij geboortig was, maar al spoedig legde dc gemeente beslag op zijn werkkracht door hem te benoemen tot havenmeester en later tot commandant van de brandweer. Onder zijn beheer kwam de bij de academiebrand noodzakelijk gebleken reorganisatie van de brandweer tot stand. In de heer Potjer verliest de maatschappij een werkzaam burger.
De teraardebestelling is maandagmorgen half 11 op de Zuiderbegraafplaats.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Hamburg, 2 februari. Het Duitse vice-consulaat te Groningen gaf een zeebrief af aan het voormalige Nederlandse ijzeren zeilschip ANNA uit Wildervank, dat aangekocht werd door de reder Kriene Stellemans in West-Rhauderfehn. Het schip heet thans JANTJE.


04 februari 1911


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 3 februari. In ons vorig avondblad C hebben wij onder Laatste Berichten in het kort nog kunnen mededelen dat het Nederlandse stoomschip VAN IMHOFF was verongelukt.
Blijkens een bij de Koninklijke Paketvaart Maatschappij uit Batavia ontvangen telegrafisch bericht is voornoemd stoomschip in de Straat Sapé (tussen Soembawa en Flores) vergaan. De passagiers en bemanning werden gered en aan land gebracht. De tijding van het ongeluk werd door het stoomschip VAN OUTHOORN, van dezelfde rederij, te Ampenan aangebracht en vandaar naar Batavia geseind.
Het stoomschip VAN IMHOFF, in 1898 te Amsterdam door de Nederlandsche Scheepsbouw-Maatschappij gebouwd, was een schroefstoomboot van het tentdek type, groot bruto 1.944 en netto 1.219 reg. ton. Het had 7 waterdichte afdelingen en waterballast. De hoofdafmetingen waren 290.4 x 38.2 x 18.1 ft. De machines, die een kracht van 1300 I.P.K. konden ontwikkelen, hadden cilinders met een middellijn van 22, 34 en 57 Eng. duim.
Hoe en waardoor het stoomschip is verongelukt is nog niet bekend.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 3 februari. De Stoomvaart Maatschappij Nederland heeft, volgens de Scheepvaart, naast de drie lading-stoomschepen van 430’ x 55’ x 29’6” afmetingen, in november van het vorig jaar in opdracht gegeven, nog twee van dergelijke stoomschepen besteld, waarvan een bij Northumberland Shipbuilding Co te Howdon on Tyne en een bij de Maatschappij voor Scheeps- en Werktuigbouw Fijenoord te Rotterdam. De machines van eerstgenoemd stoomschip worden vervaardigd door de North Eastern Marine Engineering Co. De schepen zullen elk 8.500 tons dwt. moeten vervoeren en de gegarandeerde snelheid moeten hebben van 12½ mijl. Voorts zullen zij speciale inrichtingen krijgen voor het transport van Mekkagangers. Naar verluidt is de gecontracteerde prijs met de Northumberland Co. ca.
GBP 84000.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Op advies van dr. Van Leeuwen is gisterenavond per brancard naar het Ziekenhuis gebracht en aldaar ter verpleging opgenomen de 14-jarige ketelbikker J.B., die aan boord van het stoomschip GORREDIJK van de N.A.S.M. een brandende petroleumlamp op zijn lichaam had gekregen, waardoor zijn kleren in brand geraakten en hij ernstige brandwonden bekwam.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

De Vulcanus. In een drietal in januari verschenen op elkaar volgende nummers van het Engelse technisch weekblad The Engineer zijn uitvoerige besprekingen gewijd aan het zee-motortankschip VULCANUS en aan de ondernemingen; wier samenwerking dit schip van stapel deed lopen. Wel geteld zijn dat drie ondernemingen geweest, t.w. de Koninklijke Nederlandsche Maatschappij tot exploitatie van Petroleumbronnen in Nederlandsch-lndië, die de bestelling deed, en voorts de Scheepsbouwmaatschappij, die in collaboratie met de Nederlandsche Fabriek van Werktuigen en Spoorwegmateriaal de order uitvoerde.
Wat er gebeurd is voordat het zover kwam, heeft men in ons Avondblad van 20 augustus 1910 in een stuk over Dieselmotoren in schepen kunnen lezen. Voor het geval dit artikel de lezer niet meer voldoende mocht heugen, zij hier herinnerd aan meer recente mededelingen aangaande de VULCANUS in het Ochtendblad van 16 december gedaan na de proeftocht van dat schip, die de vorige dag onder belangstelling van vele zijden geschied was. Daarbij was o.a. Engeland's marine vertegenwoordigd door de heer Edwards en deze interesse d'outre-mer schijnt nog steeds levendig te zijn gebleven. Ziehier wat The Engineer ongeveer schrijft: Wij hadden onlangs het voorrecht de VULCANUS op degelijke wijze te kunnen bestuderen. Ofschoon Nederland tot nog toe niet bekend stond als een land, dat een belangrijk aandeel heeft genomen in pogingen om de verbrandingsmotor meer volmaakt te doen worden, is toch, niet alleen het schip, maar zijn ook zijn machines daar te lande ontworpen en vervaardigd. Vergelijkt men deze motor met hetgeen op dit gebied door Duitse firma’s gepresteerd is, die toch zeker met de Dieselmotoren de meeste ondervinding hebben opgedaan, dan wint de Nederlandse machine het in menig opzicht. Het weekblad geeft dan verder in woord en beeld aan hoe de motor er uit ziet en hoe hij werkt en het heeft daarbij, met uitzondering van een verschil van mening met betrekking tot een enkel technisch onderdeel, slechts woorden van lof voor dit werk van de Nederlandsche Fabriek en de Nederlandsche Scheepsbouwmaatschappij, dat ook proefondervindelijk — de schrijver maakte een tocht mee van IJmuiden naar Rotterdam over de Noordzee — bewezen had uitstekend te voldoen. Ten slotte wordt in dat stuk gezegd, dat men overtuigd mag zijn, dat met deze machine een waarlijk serieuze stap is gedaan in een richting, die heenleidt naar de vervanging van de stoomketel op schepen door de verbrandingsmotor. Dit zijn, van wat hier dienen kan, wel de hoofdzaken van hetgeen te lezen is in de nummers van 6 en 13 januari van het Engelse weekblad. Een week later, 20 januari, vroeg het blad met klaar besef, dat Engeland de ogen niet behoort te sluiten voor het goede, dat elders op te merken valt, in een opstel getiteld: An historic Yard, waarbij voor een groot deel oude prenten ter verluchting hebben gediend, ten derde male de aandacht voor de Nederlandse scheeps- en machinebouw. De omstandigheid, dat op de plek waar thans de bouwers van de VULCANUS hun bedrijf hebben, de werf van de Oost-Indische Compagnie gelegen was, gaf er aanleiding toe Amsterdam’s scheepsbouw sinds de 17de eeuw in het kort te overzien. Daarnevens wordt in het artikel gehandeld over de Nederlandsche Fabriek en over de werken, die deze onderneming in haar veelzijdigheid en omvangrijkheid bij machte is uit te voeren.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Een boot van de Paketvaart vergaan.
Volgens een uit Londen ontvangen telegram is het stoomschip VAN IMHOFF van de Koninklijke Paketvaart Mij. op 119º OL en 08º ZB verongelukt, doch werden passagiers en bemanning gered.
De VAN IMHOFF was een schroefstoomschip van 1.300 ipk en mat 1.944 ton. Zij werd in 1898 gebouwd en was bestemd voor het vervoer van goederen en passagiers.
Volgens een informatie bij de directie van de Kon. Paketvaart Mij. te Amsterdam heeft de ramp plaats gehad in Straat Alas, tussen Lombok en Soembawa; behorende tot de groep van de Kleine Soenda-eilanden. Soembawa is zeer onregelmatig gevormd; de kusten vertonen als het ware één aaneenschakeling van inhammen en vooruitspringende punten.
De bodem is er zeer vulkanisch.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Volgens een bericht uit Flensburg is het stoomschip HERMANN, thuis behorend te
Groningen, voor 14 dagen verkocht naar Flensburg voor 50.000 Mark en op reis van
Hamburg met een lading gerst naar Anklamp, bij Barhoft gestrand. Vier man van de equipage zijn door de reddingsboot gered, van de andere 2 man is niets bekend.
(opm: gebouwd in 1908 als RENSIENA bij Gebr. Bos te Groningen)


06 februari 1911


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van de scheepsbouwmeesters Gebr. Fikkers te Muntendam is met goed gevolg te water gelaten een ijzeren tjalk, groot 55 ton, voor schipper De Koe te Groningen en een bolpraam, eveneens voor De Koe, van 76 ton.
De kielen werden gelegd van drie pramen, groot 40, 75 en 50 ton.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Verkochte schepen. Het stoomschip RHIPEUS van de Stoomvaart Maatschappij Oceaan is naar Genua verkocht en verdoopt in GINOLIA.
Het stoomschip VOORBURG werd verkocht aan de Franco Ottoman Steamship Comp. te Londen en verdoopt in BOLDWELL.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Corcubion, 2 februari. Het Franse schip RICHELIEU, op sleeptouw van de Nederlandse sleepboot ROODE ZEE naar Brest, is tijdens slecht weer 165 mijl WZW van Ouessant van de sleepboot losgebroken. De ROODE ZEE liep hier binnen om kolen in te nemen en zal dan weer op zoek uitgaan.


07 februari 1911


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 7 februari. Blijkens nader bij de K.P.M. ingekomen bericht, is het stoomschip VAN IMHOFF door zware stroom uit zijn roer gelopen en dientengevolge op de Barsoe Panda (rots gelegen ten westen van de Mapinka-eilanden) gestrand. Drie ruimen liepen vol water. Dit gebeurde op de 28e januari te 1 uur ’s nachts. De volgende nacht werd het schip door de zware stroom meegesleurd, het sloeg om en zonk in 20 vaam water.
De 140 passagiers benevens de equipage en de post werden de 28e januari op de Barsoe Panda geland en de 1e februari aan boord van het stoomschip VAN OUTHOORN opgenomen.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 7 februari. Het uitgaande tjalkschip LES AMIS FIDELES, kapt. Everhardus, kwam hedenmorgen in aanvaring met het tjalkschip LUTSKE, schipper Ridders, hetwelk lichte averij bekwam.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Oude Pekela, 7 februari. Van de werf van de heer Kuiper werd heden met goed gevolg te water gelaten een tjalkschip, groot 70 ton, bevaren door schipper P. Meter van Buitenpost. Tevens werd de kiel gelegd voor een bolpraam, groot 60 ton van schipper E. Wils van Stadskanaal.


08 februari 1911


Krant:
 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Raad voor de Scheepvaart
De Raad voor de Scheepvaart te Amsterdam behandelde gisteren de „scheepsramp" op 14 januari 1911 overkomen aan het sleepschip (opm: een sleepboot) ATHLEET, kapitein P. Weltevreden, Den Helder, rederij Zwart en Frater Smit te Groningen dat op de Oostzee op een onbekend .gebleven voorwerp was gestoten. Als getuige werd gehoord de kapitein. In het journaal stond vermeld, dat het sleepschip enige modderschuiten, die bemand waren, overbracht naar Zweden. Deze schuiten waren niet bestemd om op zee dienst te doen, doch moesten over zee vervoerd worden.
Op de terugreis vertrok het schip de 13e januari van Gotenburg naar Delfzijl. De 14e januari was het nevelig weer. Om half acht 's morgens was het schip bij Hesselö. Om half negen stootte het op een voorwerp. Men loodde 5 vaam water en ogenblikkelijk daarna 8 vaam. De schroef bleek ernstig beschadigd Men dacht dat het schip, dat 26 meter lang was, bij de machinekamer op het onbekende voorwerp had gestoten. Het schip was ongeveer twee jaar oud. Aan de huid was niets te zien. Het scheepsjournaal bleek niet in orde. De kapitein beloofde voortaan het nauwkeurig bij te houden.
De uitspraak wordt bepaald op een later te noemen datum.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Coruña, 6 februari. De Nederlandse sleepboot ROODE ZEE, hier aangekomen, rapporteert de kruiser RICHELIEU nabij Kaap Finisterre wegens hoge zeeën te hebben moeten laten slippen. Het lot van de RICHELIEU en de bemanning is onbekend.


09 februari 1911


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Achtste jaarverslag Algemeene Groninger Scheepshypotheekbank (opm: sterk bekort).
Het dure geld werkte ongunstig op de koers van uitgifte van pandbrieven. De lage vrachten – hoewel in de laatste helft van 1910 stijgende – en de slechte verdiensten der sleepboten waren oorzaak dat bijna geen extra aflossing plaats hadden.
Dat wij, met name bij ons te lande, in een periode van overbouw zijn terechtgekomen valt niet te betwijfelen. Het verminderen en uitblijven van orders voor nieuwbouw aan onze werven bewijst dit ten volle.
In 1910 werd aan leningen afgesloten voor NLG 2.148.627 en aan aflossingen ontvangen NLG 777.885. Op 31 december stond uit NLG 5.792.347 (v.j. 4.421.605). Twee van de schepen waarop door de bank een verband was genomen, een Duitse schoener en een Groninger koftjalk, vergingen door zee-evenementen. Van het recht van executie moest in 1910 zeven maal gebruik worden gemaakt. Verliezen werden daarbij niet geleden.
De netto winst over 1910 bedraagt NLG 53.985 (48.000). Er wordt 9% dividend uitgekeerd.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 8 februari. Volgens een rapport van de geredde gezagvoerder Bihan van de motorschoener LOWINSKI was het een in Nederland nieuw gebouwd vaartuig dat zijn eerste reis deed. Nadat de reis van Dover naar Swansea was aanvaard weigerde donderdagavond (opm: 6 februari) de motor. Er werd toen zeil gezet, van koers veranderd en naar Dover teruggekeerd. Op ongeveer twee mijlen van het Zuider breekwater van Dover gekomen – allen waren aan dek – helde het schip over en zonk daarop onmiddellijk. Van de overige bemanning heeft hij later niets meer gezien.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Liverpool, 8 februari. De Harrison-lijner ARTIST landde gisteren namiddag alhier de uit tien koppen bestaande bemanning van het oude Franse oorlogsschip RICHELIEU, die in de Atlantische Oceaan werden gered.
De RICHELIEU, verkocht om gesloopt te worden, was van machines en ketels ontdaan en werd door de Nederlandse sleepboot ROODE ZEE van Toulon naar een Nederlandse haven gesleept, toen de sleep door zwaar weer werd belopen. Na enige dagen met vele moeilijkheden gekampt te hebben brak de sleeptros, ongeveer 165 mijlen WZW van Ouesssant, De sleepboot kreeg gebrek aan kolen en ging na te Carcubion een nieuwe voorraad te hebben opgedaan, wederom op zoek naar de RICHELIEU. Middelerwijl was de oude oorlogsbodem hulpeloos westwaarts gedreven en daar water en proviand op raakten, werden noodseinen gehesen. Deze werden gezien door de Harrison-lijner, die een boot te water bracht en een mooie, moedige redding volbracht. Wegens de ruwe zee moest men de RICHELIEU aan haar lot overlaten. De geredde lieden zijn Hollanders.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Londen, 8 februari. Het te Groningen thuis behorende zeilschip LEENTJE, kapt. Koopman, van Figueira naar Cardiff bestemd, is met roerschade te Baltimore (Ierland) binnengelopen.


10 februari 1911


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 9 februari. Het stalen rader-stoomschip LORD WARDEN, groot bruto 1.000 en netto 364 reg. ton, in 1896 door de firma Wm. Denny and Bros. te Dumbarton gebouwd, is naar Nederland verkocht. De machines van dit stoomschip hebben cilinders met middellijn van 85½, 52½ en 76 Engelse duim. De slag is 72 Eng. duim. Voornoemd stoomschip behoorde voorheen aan de South Eastern and Chatham Railways Company’s Managing Committee.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

In verband met de voorgenomen wijziging van de Schepenwet heeft de Rotterdamse Zeemans-Vereeniging Volharding verzocht bepalingen in die wet te willen opnemen, die kunnen leiden:
a. Om de aanmonstering op een Nederland schip slechts toe te laten personen, die voor de ambtenaar met de aanmonstering belast, het bewijs hebben geleverd de Nederlandse taal voldoende te kunnen verstaan.
b. Om het minimum aantal volslagen matrozen vast te stellen, die op een schip aanwezig moeten zijn.
Aan dit verzoek is een uitvoerige motivering, feitenmaterieel bevattende, verbonden, en tevens wordt verwezen naar art. 12 van de Merchant Shipping Act.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hamburg, 9 februari. De Nederlandse motorschoener SCANDINAVIA is in het Kaiser Wilhelmkanaal in aanvaring geweest. Aan de werf van H.C. Stülcken Sohn zal een expertise plaats hebben.
Volgens nadere berichten was de SCANDINAVIA met een stoomschip in aanvaring en werd er schade aan de huid veroorzaakt.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 9 februari. De belangrijke reparaties, die het stoomschip ALKAID te Marseille ondergaat, zijn bijna gereed. Nog heden gaat het stoomschip uit het dok om a.s. maandag zee te kiezen naar Parracuela om aldaar voor Rotterdam te laden.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Gistermiddag werd van de werf van Gebr. V.d. Windt met goed gevolg te water gelaten het loggerschip FRANCINA – KW 36, gebouwd voor de heer W. Tom te Katwijk aan Zee.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Baltimore, Ierland, 8 februari. Het zeilschip LEENTJE heeft de roerkop verloren door het stoten op een wrakstuk, 70 mijl ten ZW van Fastnet. (zie ons vorig no.)


11 februari 1911


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Liverpool, 9 februari. De geredde 10 Hollanders van het oude Franse oorlogsschip RICHELIEU, dat van Toulon naar Nederland werd gesleept om aldaar te worden gesloopt, doch wegens slecht weer van de sleeptros losbrak, zijn gisteren van hier huiswaarts vertrokken. De RICHELIEU verkeerde, toen zij werd verlaten, in zinkende toestand. Het oude schip was voor de overtocht in Londen en Nederland verzekerd voor 10.500 pond sterling (NLG 126.000).


13 februari 1911


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 11 februari. De sleepboot THAMES is gisteren van Hamburg te Flensburg aangekomen om het tweede gedeelte van het droogdok van daar naar Hamburg te slepen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Antwerpen, 9 februari. Het van Duinkerken alhier aangekomen lichterschip FRISIA, heeft enige schade aan de bak door aanvaring tegen een stenen brugpijler, welke schade hier voorlopig gerepareerd zal worden, om later te Rotterdam grondig te worden hersteld.


14 februari 1911


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van de scheepsbouwmeester Figee te Vlaardingen, is te water gelaten het stalen loggerschip NORA, gebouwd voor rekening van een rederij te IJmuiden.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Door de heer P. van Warendorp te Dordrecht is aan de werf Zeeland te Hansweert de bouw opgedragen voor een twee-mast gaffelschoener voor de kleine kustvaart.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 13 februari. De Nederlandse sleepboot THAMES vertrok zaterdagochtend van Flensburg via Skagen naar Hamburg met het tweede gedeelte van het voor de firma Stulcken en Sohn te Hamburg bestemde droogdok.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Londen, 12 februari. Volgens een telegram uit Singapore is het Nederlandse stoomschip PRINS WILLEM III bij vertrek van daar aan de grond gelopen, doch later vlot gekomen. Het heeft de reis voortgezet na te zijn onderzocht door duikers, die het ogenschijnlijk onbeschadigd bevonden.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Antwerpen, 11 februari. Het stoomschip TREVILLY dat 20 januari na aanvaring nabij Krankeloon aan de grond werd gezet, is heden vlot gebracht.


15 februari 1911


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 14 februari. Hr.Ms. pantserschip KONINGIN REGENTES arriveerde 13 februari van Oost-Indië te Nieuwediep.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Hamburg, 11 februari. De Nederlandse motorschoener SCANDINAVIA is gerepareerd en weer in lading gelegd.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Examens. Geslaagd zijn voor de grote stoomvaart als eerste stuurman G.A. de Haak en N.P. Haremaker; als tweede stuurman P.W.K.F. de Herder; als derde stuurman W.K.L. Hes, W. van der Heul en J. Hildernisse.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Raad voor de Scheepvaart
De Raad voor de Scheepvaart heeft gisteren uitspraak gedaan in de zaak van het sleepschip ATHLEET, kapitein P. Weltevreden, Den Helder, rederij Zwart en Frater Smit te Groningen. Op reis van Zweden naar ons land stiet de ATHLEET de 14e januari in de Oostzee op een onbekend voorwerp, waardoor de schroef zware averij bekwam. De Raad neemt de mening van de gezagvoerder, dat het schip op een drijvend voorwerp onder water stootte, als waarschijnlijk aan. Betreurd werd, dat met een defecte log gevaren werd.


16 februari 1911


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf “Zeeland” te Hansweert is te water gelaten het stalen zeilschip PIETERNELLA, metende circa 400 ton, gebouwd voor rekening van de heer M. Verhagen te Ouddorp.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Nieuwediep, 14 februari. Het wrak van de 3-mast schoener ELFRIEDE met de inhebbende lading pijpaarde, werd heden in veiling verkocht. Het wrak bracht NLG 15, de lading NLG 2 en de geborgen inventaris als zeilen, touwwerk en blokken NLG 397,20 op.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 15 februari. Het afgekeurde Franse oorlogsschip ANNAMITE, 13 februari gesleept door de sleepboot OCEAAN van Toulon naar Brest vertrokken, is blijkens telegram van de gezagvoerder op 30 mijl afstand van Toulon gezonken. Volk gered.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 15 februari. Het vroeger onder Nederlandse vlag, maar voor Chinese rekening (Samarang Stoomvaart Maatschappij) varende stoomschip MERAPI is aan een Engelse firma in Eng.-Indië verkocht.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 16 februari. De zeetjalken RENSINA, kapt. Eppinga en AVONTUUR, kapt. Wijbrands, zijn onderhands voor een geheime prijs naar Duitsland verkocht.


17 februari 1911


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 16 februari. Volgens alhier ontvangen telegram is de sleepboot ROODE ZEE gisteren te Plymouth binnengelopen na 12 dagen vruchteloos naar het stoomschip RICHELIEU te hebben gezocht.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 16 februari. De Nederlandse sleepboten MAAS en SEINE van de Int. Sleepdienst te Rotterdam, liggen te Stettin zo goed als gereed om respectievelijk met een zuiger en bak en een baggermolen benevens een bak naar Rio de Janeiro te vertrekken. Deze slepen zijn een gedeelte van een 5-tal sleepwerken, die voor de firma Gebr. Goedhardt te Düsseldorf zullen worden uitgevoerd. Dit baggermateriaal heeft aan de Stettiner Oberwerke een grote verbouwing en reparatie ondergaan. De volgende sleep van daar naar Rio de Janeiro zal door de sleepboot SCHELDE worden verricht.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Groningen, 17 februari. Woensdagnamiddag omstreeks 5 uur heeft er in de Amsterdamse haven een aanvaring plaats gehad tussen het stoomschip HUNZE 2 en het stoomschip NIJVERHEID. De HUNZE 2 bekwam een lek in het voorschip. Om zinken op diep water te voorkomen, werd het schip onder de noordwal aan de grond gezet. Het ligt thans geankerd aan de steiger van de tweede Noord-Hollandsche Tramwegmaatschappij. Het schip zit geheel onder water.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Uit Delfzijl seint men ons: Het zeilschip GEERTJE, schipper Bos, is op de zandbank de Paap in de Eems gezonken. Het volk is gered. (opm: niet gezonken, zie NRC 180211)


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Examens. Geslaagd voor de grote stoomvaart als eerste stuurman: D.H. v.d. Hiel Kromwijk; als derde stuurman: W.L. Jelsma, en G. Joosse.


18 februari 1911


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Delfzijl, 17 februari. De tjalk GEERTJE, schipper L. Bos, die door slecht weer op de Eems overvallen werd, is hier met verlies van roer en gebroken boegspriet door de sleepboot ENGELINA binnengesleept.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 18 februari. Wij vernemen, dat de op de werf van de firma Rijkee & Co. alhier in aanbouw zijnde collier genaamd zal worden NOORD-HOLLAND en voor de Scheepvaart en Steenkolen Maatschappij zal gaan varen. Voornoemde Maatschappij heeft ook een boot van 3.000 ton bij de firma Jan Smit Czn. te Alblasserdam besteld en verder komt voor die firma binnenkort een lichter genaamd CARLTON in de vaart groot 600 last. De bouwers van die lichter zijn Gebroeders Pot te Bolnes.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Groningen, 18 februari. Het zeilschip GEERTJE, schipper L. Bos, waarvan gisteren melding werd gemaakt was met zijn knecht en drie arbeiders naar de Paap gevaren om zand te halen. Door de harde wind en het opkomende water sloegen de golven over het schip, dat geweldig slingerde en stampte. Hierdoor brak het roer en werd eveneens een scheepsboot stuk geslagen. De toestand voor de mensen werd levensgevaarlijk, waarop door hen een noodsein werd gegeven, dat alhier dadelijk werd opgemerkt. Kapitein J. Zwart, ook onder de
toeschouwers en zijn eigen sleepboot niet zo spoedig bij de hand hebbende, spoedde zich
aan boord van de sleepboot VOORUITGANG II, waarvan de kapitein even afwezig was, trok
er dadelijk op uit en mocht dan ook het genoegen smaken de mensen te redden en hieraan
land te brengen. Eerst was men algemeen van gedachte, dat de GEERTJE totaal verloren
was. Kapitein Zwart mocht het nu met zijn eigen sleepboot ENGELINE echter met veel
moeite gelukken het schip op sleeptouw te krijgen en alhier binnen te brengen.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Rotterdam, 17 februari. Het stoomschip SCHIELAND Is in de afgelopen nacht tijdens stormweer met de sluis te Boulogne in aanvaring geraakt en bekwam daardoor een gat van ongeveer 20 vierkante voet in stuurboord boeg. De scheepsinspecteur Is van hier derwaarts
vertrokken voor onderzoek.


19 februari 1911


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 19 februari. Het Belgische stoomschip LYS, geladen met 200 ton erts en 160 ton stukgoed, is hedenmorgen voor de haven van Smyrna gestrand. De bergingsboot BERTHILDE is ter assistentie vertrokken. Men hoopt het stoomschip vlot te brengen.


20 februari 1911


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart
(Geen datum) De Raad voor de Scheepvaart heeft heden uitspraak gedaan inzake de ramp, die op 27 december 1910 heeft plaats gehad aan boord van het stoomschip HOLLANDIA van de Kon. Hollandsche Lloyd in de Atlantische Oceaan. Door het springen van de evaporator is de 2e machinist J.J. Licht gedood en de 4e machinist licht gewond. De HOLLANDIA was op reis van Amsterdam naar Buenos-Aires.
Het springen van de evaporator was de oorzaak van de dood van de 2e machinist. Dat het toestel sprong is niet aan ondeugdelijkheid toe te schrijven, maar is met grote waarschijnlijk hierdoor veroorzaakt, dat de stoomtoevoerklep geopend is toen de afvoerklep nog dicht stond. Daardoor heeft de stoom geen uitweg gevonden en is tweemaal waterslag en (ten gevolge daarvan) tweemaal de explosie ontstaan. Het is de Raad gebleken, dat de bediening der hulpwerktuigen in de machinekamers aan boord van stoomschepen vaak door de grote haast, die bij het overgeven van de wacht wordt gemaakt, niet tot haar recht komt.
(opm: bekort weergegeven)


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De Java-Bode van 21 januari meldt: De 15e januari, zo lezen wij in de Sumatra-Bode, vielen te Emmahaven (opm: thans Padang) drie schepen binnen, welke pelgrims van Djeddah naar Indië terugbrengen. Aan boord van een dezer stomers, de BANDOENG, is het met de gezondheidstoestand zeer treurig gesteld, want op reis hierheen (plm. 14 dagen) overleden meer dan 60 der passagiers, wier lijken aan de golven werden toevertrouwd. Bij Poelau Pisang moesten gisteren weer 5 lijken overboord gezet worden. Na het binnenkomen in de Emmahaven overleed gisteren een persoon en heden vier personen, die daar begraven werden. Een persoon lag hedennamiddag op sterven.
Hier ter plaatse hoorden wij heden herhaaldelijk van cholera gewagen, die aan boord van genoemd schip zou heersen; te Emmahaven sprak men ook over dysenterie en beri-beri. Op gezag van de medische faculteit, tot welke wij ons wendden, kunnen wij mededelen, dat geen gevallen van cholera zijn geconstateerd, en dat aan boord van de BANDOENG vele dysenteriegevallen voorkomen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Alblasserdam, 18 februari. Heden werd op de scheepswerf Voorheen Jan Smit Czn. de kiel gelegd voor een zeeboot lang 272 voet, breed 39’10” en hol 20’6’. Deze boot wordt gebouwd voor de Scheepvaart en Steenkolen Mij. te Rotterdam


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 19 februari. Het van Odessa naar Amsterdam bestemde stoomschip MINERVA ankerde na aanvaring bij Dungeness. Waarschijnlijk zal het na voorlopige reparaties de reis vervolgen.
(Volgens berichten uit Amsterdam is het stoomschip MINERVA met het stoomschip ARGUS in aanvaring geweest en is inmiddels de reis naar Amsterdam voortgezet.)


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 20 februari. De met stukgoed geladen Nederlandse stalen aak PRINSES JULIANA is volgens een telegram uit Rostock bij Darsser Ort gestrand.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 20 februari. Blijkens een draadloos bericht van het stoomschip NARRAGANSETT is het verlaten oude Franse oorlogsschip RICHELIEU zondagochtend (19 februari) op 49º18’N en 09º04’W gepraaid. Op dit bericht vertrokken de sleepboten POOLZEE van Falmouth en ZWARTE ZEE van Hoek van Holland ter opsporing. Buitendien is dit vaartuig hedenochtend nog gezien op 49º18’N en 08º40’W, dus nog meer westelijk.
Uit Havre wordt gemeld dat het stoomschip MARONI, van West-Indië aldaar binnen, 16 februari de RICHELIEU gezien heeft op 48ºN en 13ºW. Het schip dreef toen NO. De gezagvoerder van de MARONI zegt, dat het gevaarlijk voor de scheepvaart dreef.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 20 februari. Volgens een telegram uit Dyssart is de Nederlandse lichter SCHEEPVAART I van Vlissingen met schade alhier aangekomen. Volgens rapport heeft het vaartuig aan de grond gezeten. Het zal echter een lading steenkool innemen en dan naar Rotterdam worden gesleept.
Wij vernemen verder dat de SCHEEPVAART I op rotsen heeft gezeten en dat er een onderzoek heeft plaats gehad, waarbij bleek dat het vaartuig geen water maakte. Het zal op de gewone wijze, nadat er weer geladen is, naar Rotterdam worden gesleept.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 18 februari. Volgens alhier ontvangen telegram is het stoomschip SCHIELAND gisternacht tijdens vliegend stormweer te Boulogne tegen de sluis gevaren en heeft een gat bekomen in de stuurboord boeg ter grote van 20 voet. De scheepsinspecteur is derwaarts vertrokken om een onderzoek in te stellen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 18 februari. Het oude oorlogsschip ANNANITE is niet van de sleepboot OCEAAN losgebroken en daardoor verloren gegaan, doch gezonken, doordat het op zee zwaar lek is geworden. De sleeptros is toen moeten gekapt worden.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Examens. Geslaagd zijn te Den Haag voor de grote stoomvaart als eerste stuurman: J. Lap en G.H. Leurs; als tweede stuurman: L.A. Kalt; als derde stuurman M.B.M. Cornelis en J.J.
Meurs, voor de grote zeilvaart als derde stuurman: M.B.M. Cornelis.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Waterhuizen, 19 februari. Van de werf van de heren J.J. Pattje en Zonen alhier, werd gisteren te water gelaten een staal ijzeren zeetjalk, groot plm. 70 ton, voorzien van een
4-cilinder motor 32 pk. en een staal ijzeren schoenertje plm. 125 ton, terwijl de kielen
werden gelegd voor twee staal ijzeren schoenerscheepjes resp. 120 en 160 ton, allen voor
Duitse rekening.


21 februari 1911


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hamburg, 20 februari. Volgens een telegram van Svitzer zit het stoomschip PRINSES JULIANA nabij Vordarse Long op het strand en gevaarlijk. De bergingsboot FREDERIKSHAVN is ter plaatse, doch de kapitein weigert de aangeboden hulp.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 21 februari. Het zeilschip WESER, reder de heer Groenewold te Appingedam,
is voor een geheime prijs naar Duitsland verkocht.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Londen, 20 februari. De Nederlandse stalen aak PRINSES JULIANA, geladen met stukgoed, is volgens telegram uit Rostock nabij Darserort (opm: Darsser Ort) gestrand.


22 februari 1911


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Hamburg, 20 februari. De Nederlandse tjalk BELLANDI, kapt. Salomons, is opkomend bij Köhlbrand in aanvaring geweest met het uitgaande zeilschip MÖWE, dat de kluiverboom brak en schade bekwam aan het voortuig. De BELLANDI kreeg slechts lichte schade.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Dover, 19 februari. Het stoomschip ARGUS dat in aanvaring is geweest met het Nederlandse stoomschip MINERVA, is hier binnengelopen met schade aan de bakboords boeg boven de waterlijn.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Londen, 20 februari. Het Nederlandse stoomschip SLOTERDYK is van Rotterdam te Newport News aangekomen met brand in de lading. Het vuur is thans geblust. Het stoomschip zal op tijd weer vertrekken.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Londen, 20 februari. Volgens telegram uit Dysart is de Nederlandse lichter SCHEEPVAART I, van Vlissingen komend, aldaar binnengesleept met schade, hebbende op Rock Heads, 100 yards ten westen van Dysart Harbour vast gezeten. Het vaartuig werd vlot gesleept na lossing van de waterballast. De lichter zal, na kolen te hebben geladen, naar Rotterdam worden gesleept.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Londen, 20 februari. Volgens telegram uit Cuxhaven, zijn aldaar op de rivier met elkaar in aanvaring geweest het Russisch stoomschip RUSSLAND, van Windau naar Rotterdam bestemd en het van Hamburg komende Nederlandse stoomschip ALSTER. De RUSSLAND kwam te Cuxhaven op de rede terug met verscheiden platen verbogen of gebroken. De ALSTER zette de reis voort, schade werd niet gerapporteerd.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 21 februari. Blijkens een draadloos bericht van het stoomschip NARRAGANSETT is het verlaten oude Franse oorlogsschip RICHELIEU zondagochtend (19 febr.) op 49º18’N en 09º04’W gepraaid. Op dit bericht vertrokken de sleepboten POOKZEE van Falmouth en de ZWARTE ZEE van Hoek van Holland ter opsporing.
Buitendien is dit vaartuig gisterochtend nog gezien op 49º18’N en 08º40’W. Dus nog meer westelijk.
Uit Havre wordt gemeld dat het stoomschip MARONI, van West-Indië aldaar binnen, 16 februari de RICHELIEU gezien heeft op 48ºN en 13ºW. Het schip dreef toen NO. De gezagvoerder van de MARONI zegt, dat het gevaarlijk voor de scheepvaart dreef.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Raad voor de scheepvaart
De Raad voor de Scheepvaart te Amsterdam stelde gisteren een onderzoek in naar het ongeval, overkomen aan het tjalkschip NOORDSTER, kapitein G. Veen alhier. Op weg van Londen naar Kopenhagen met een lading lijnkoeken aan boord, strandde de NOORDSTER op 30 Maart 1910, tijdens stormweer, bij het eiland Moen, aan de ingang van de Grote Belt. Het schip maakte veel water. Met een loodsboot werd de bemanning afgehaald, het schip liet men naar Kopenhagen slepen. Kapitein, Veen, als eerste getuige gehoord wist, hetzij uit onkunde, hetzij uit zenuwachtigheid, op geen van de vragen betreffende de navigatie een voldoend antwoord te geven. Tijdens het verhoor werd de zitting gedurende enigen tijd geschorst. Na heropening van de openbare zitting deelde de voorzitter de schipper mee, dat bij de Raad ernstige twijfel bestaat of hij wel bevoegd is als kapitein op een zeeschip dienst te doen en dat de Raad deze vraag zal onderzoeken. Hem werd daarom verboden gedurende de tijd, dat het onderzoek aanhangig is als gezagvoerder op te treden. De NOORDSTER ligt thans te Hamburg en zou maandag moeten vertrekken. De schipper deelde nog mee dat het journaal niet door hem, maar door de stuurman werd bijgehouden en dat hij daarvoor geen verantwoordelijkheid op zich wenste te nemen. De tweede getuige A. Schutte, was tijdens het ongeval matroos aan boord. Sinds die is hij tot stuurman bevorderd, zonder echter examen te hebben gedaan. Zeevaartkundig onderwijs heeft hij niet genoten. De streken van het kompas bleek hij behoorlijk te kennen. Als oorzaak van het ongeval gaf Schutte op, dat wind en zee het onmogelijk maakten boven Stevensklip te komen waarom een veilige rede werd opgezocht, die men in Bögeström hoopte te vinden. Het onderzoek in deze zaak was hiermede afgelopen. Uitspraak volgt later.
De Inspecteur van de Scheepvaart, die deze zaak had geïnstrueerd, verzocht de Raad de schipper een nog jongen man, de bevoegdheid om als gezagvoerder op te treden, niet voor al te lange tijd te ontnemen. De voorzitter, mr. Pleyte wees de inspecteur er op, dat volgens de Schepenwet, de minister, wanneer de schipper voldoende bewijzen van bevoegdheid kan geven, om een schip over zee te brengen, ten allen tijde het recht heeft, het verbod weer in te trekken.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Raad voor de scheepvaart, schoenerschip NELLY
De Raad behandelde vervolgens het ongeval overkomen aan het schoenerschip NELLY, kapitein en eigenaar Jan Kruize te Groningen. De NELLY op weg van Greenock naar Tynemouth, geladen met kolen stiet op 2 december jl., te 10 uur, bij de Blackwaterbank, gelegen aan de Oostkust van Ierland, tegen de grond, waardoor het roer onklaar, werd en het schip dekschade bekwam. Kapitein Kruize, als eerste getuige gehoord, verklaarde, dat men, terwijl het potdicht van motregen was, een onbekend vuur in zicht kreeg. Om kennis te krijgen, koerste men in de richting van het vuur, zag toen in de onmiddellijke nabijheid branding, en stootte vast. Er kwamen brekers over boord, die het schip eerst gedeeltelijk, later geheel vlot maakten. Volgens getuige moeten stroommisleiding, of miswijzing van het kompas, het ongeval veroorzaakt hebben. De verklaringen van de stuurman, Roelof Dost en van de matroos J. Harkema, komen met die van de kapitein overeen. Het onderzoek in deze zaak werd hiermede gesloten. Uitspraak volgt later.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Hamburg, 20 februari. Het stoomschip PRINSES JULIANA, geladen met salpeter, strandde bij Vordarss en zit hoog op strand in moeilijke positie. De bergingsstomer FREDRIKSHAVN is ter plaatse, doch hulp wordt geweigerd.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Volgens heden ontvangen bericht uit Gibraltar ligt het Nederlands driemast-schoenerschip DINA HENDERIKA, kapt. Eggens, op reis van Lissabon naar Napels, wegens stormweer uit het oosten, daar geankerd. Alles wel aan boord.


23 februari 1911


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie: Openbare Vrijwillige Verkoping ten overstaan van notaris H.M. de Vos te Capelle aan de IJssel bij veiling op donderdag 16 maart en bij toewijzing op 23 maart 1911 in het Koffiehuis van de heer J. van den Akker aan het Kralingsche Veer te Rotterdam van
1. Een huis met erf en open grond buitendijks gelegen nabij het Kralingsche Veer te Capelle aan de IJssel.
2. Een scheepswerf met dwarshelling, lang ± 90 meters, zeer gunstig gelegen aan de IJssel naast perceel 1.
3-4-5. Enkele percelen binnendijks gelegen grond, huizen en schuren.
Bij de afslag worden met de Scheepswerf gecombineerd de daarop aanwezige machinerieën, werktuigen en gereedschappen welke op 22 maart provisioneel zullen worden verkocht.
(opm: sterk bekort. Het betreft hier de voormalige scheepswerf van de Firma A. Kalkman & Zoon die bij deze veiling zou worden toegewezen aan Wouter Schram uit Bolnes. In maart 1912 werd de werf voortgezet door Marckmann en Faasen en van 1946 tot 2001 was hier de Ysselwerf gevestigd)


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Aan de firma E.J. Smit en Zoon te Hoogezand is de bouw opgedragen van een stalen 3-mast motorschoener, groot 200 bruto registerton, waarin geplaatst zal worden een 2 cilinder ruw olie motor van 75 epk voor het drijven van de schroef, en een 5 epk motor voor het bedienen van de hijslieren. Als merkwaardigheid kan vermeld worden, dat ook deze motoren door de bouwers van het schip zullen vervaardigd worden.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 22 februari. De Nederlandse sleepboot DONAU met twee elevatorbakken op sleeptouw van Rotterdam naar Rio de Janeiro, arriveerde gisteravond welbehouden te Las Palmas.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Londen, 21 februari. Volgens telegram uit Frederikshavn is de Nederlandse sleepboot THAMES, met het tweede gedeelte van het droogdok, van Flensburg naar Hamburg bestemd, te Hanstholm uit zee terg gekeerd wegens gebrek aan kolen en rapporteerde dat de sleeptros was gebroken. Nader verneemt men dat de sleepboot THAMES door zwaar stormweer een 15-duims manillatros verloor, waardoor het gesleepte gedeelte dok op drift geraakte. Blijkbaar met grote moeite heeft men het dok weer vast kunnen maken. Welbehouden is het te Frederikshavn binnengebracht.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJMUIDEN, 21 februari. Het Duitse stoomschip HENRY HORN, dat hedennacht van Duinkerken naar Amsterdam passeerde, werd in de eerstgenoemde haven liggend aangevaren door het Nederlandse stoomschip RIJNLAND, waardoor de bakboord verschansing werd ingedrukt.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Een gewaagde tocht.
In de wateren van Suriname zal een nieuw lichtschip worden gelegd, de SURINAMERIVIER. Dit schip zal thans naar dat land worden overgebracht en is daartoe van IJmuiden vertrokken. Het „Handelsblad." deelt daaromtrent het volgende mede:
De SURINAMERIVIER heeft 7 man aan boord, terwijl de heer J.F. Wijsmuller, kapitein is. Het doel van de reis is Suriname. Het van buiten vuurrood geschilderde schip heeft een inhoud van 102,7 registered ton bruto en 41 ton netto en kan de reis bij gunstig weer in 60 dagen volbrengen. Aan boord bevindt zich proviand en water voor ongeveer 3 maanden. Het lichtschip werd op de werf „Conrad" te Haarlem gebouwd voor rekening van het Departement van Marine en onder toezicht van het Departement van Koloniën. Door de Minister van Koloniën werd de heer Wijsmuller opgedragen het schip te Amsterdam te demonteren en als zeilschip op te tuigen om het zeilende naar West-Indië over te brengen en om het aldaar weer geheel als lichtschip voor de kolonie in te richten. De heer Wijsmulier vertelde, dat hij zich de laatste 5 jaren uitsluitend toegelegd heeft op het overbrengen van schepen en dat hij reeds met dergelijke scheepjes 3 maal de reis naar Zuid-Amerika, 2 maal naar de Oost, 1 maal naar West-Indië en meerdere keren om de Noord naar Kopenhagen en Petersburg enz. heeft gemaakt. De sleepboot WILSON zal de SURINAMERIVIER tot voorbij Ouessant slepen, waarna het zeilende Suriname hoopt te bereiken.


24 februari 1911


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf “Vooruit” te Enkhuizen is gisteren met goed gevolg van stapel gelopen de ijzeren sleepkaan WILLY, groot 550 ton, gebouwd voor de heer J. Noëls te Dordrecht.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 23 februari. Van de werf “De Merwede” van de firma Van Vliet & Co. te Hardinxveld, is te water gelaten een zeestoomschip No. 89 van het welldeck type, lang 170’0” x 28’0” x 12’7” voor Engelse rekening gebouwd onder special survey 100 A1 Lloyds.
De kielen werden gelegd voor een stalen tweedek stoomschip No. 91, van het Swing type, lang 175’0” x 29’0” x 12’6” x 7’6”, onder Lloyds 100 A 1, voor rekening van een Engelse firma, benevens voor twee elevatorbakken No. 92 en 93 van plm. 300 kub. meter inhoud, voor rekening van de heren Van Hattem & Co. te Sliedrecht.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Martenshoek, 24 februari. Dinsdag werd van de werf van Gebr. J. & G. Verstockt met goed gevolg te water gelaten een ijzeren tjalkscheepje, groot 70 ton, voor rekening van en zullende bevaren worden door schipper H. Zuidinga van Hoogezand. Voorts werd de kiel gelegd voor een zelfde soort schip voor Duitse rekening.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Groningen, 24 februari. Kapitein Woudsma van de HUNZE IX, gisteren van Hamburg te Delfzijl binnengekomen, rapporteert zeer slecht weer op zee te hebben gehad. Hoewel vier dagen over de gewone tijd arriverende, had de kapitein nochtans niet gedacht binnen te komen. Volgens zijn mededeling zitten op de Elbe drie grote zeilschepen, waarvan één een viermastschip, geladen met salpeter, aan de grond. Ze zitten zo hoog op het strand geslagen, dat het aan talrijke aanwezige sleepboten niet gelukken zal ze af te brengen.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Prerow, 20 februari. Door de hoge zee is het stoomschip PRINSES JULIANA zo hoog op strand geworpen, dat het slechts een scheepslengte van de wal af zit. De kapitein tracht met de „Fischerverein" een contract te sluiten voor berging van schip en lading. De bergingsboot ligt, wegens de hevige storm, nog in de Prerow bocht voor anker. (Zie ons no. van 22 febr.)


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Noordhorn, 22 februari. Gisteren werd van de werf van Gebr. Barkmeijer met goed gevolg
te water gelaten de twee-mast stalen schoener RENZINA, groot plm. 240 ton, voor
rekening van kapt. P. Eppinga van Zuidhorn. (opm: RENSINA II)


25 februari 1911


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Zingst, 22 februari. Volgens rapport van de gezagvoerder van het stoomschip PRINSES JULIANA moet de stranding aan mist en stroommisleiding worden toegeschreven. De bergingsboot RÜGEN heeft het nog niet vlot kunnen brengen en moet wegens storm het werk staken. Aangezien het schip nog dicht is en de lading nog gezond, zal men het lossen en de lading salpeter aan de wal brengen. Met wassend water hoopt men het dan vlot te kunnen brengen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 25 februari. Het stoomschip SCHIELAND, dat te Boulogne schade beliep, wordt door de Rotterdamsche Droogdok Mij alhier afdoende gerepareerd.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 25 februari. Na vier dagen tegen een orkaanachtige storm te hebben gekampt is het stoomschip ZEELAND wegens gebrek aan kolen op de Elbe teruggekeerd. Te Cuxhaven zal gebunkerd worden om daarna de reis naar Engeland weer te aanvaarden.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Konstantinopel, 24 februari. De voorlopige reparaties aan het Belgische stoomschip DERBENT, dat door aanvaring met het Franse stoomschip DANULE schade beliep, zijn afgelopen. Waarschijnlijk zal nog heden de reis naar Hamburg worden aanvaard.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Wij hebben er dezer dagen melding van gemaakt, dat er bij Barclay, Curle & Co., aan de Clyde, een schip in aanbouw is van 5.000 ton gross, dat met olie gestookt zou worden. Volgens een Engels blad zal dat het grootste motorschip ter wereld zijn. Men meldt ons nu, dat er bij Burmeister en Wain te Kopenhagen twee schepen gebouwd worden die Dieselmotoren krijgen van 2.500 pk, met nog twee hulpmachines van 200 pk het stuk. Schepen nu met 2.900 pk zullen niet veel kleiner zijn, zo al, dan 5.000 ton.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hamburg, 23 februari. De Nederlandse schoener PIETRONELLA is met het zeilschip MÖWE in aanvaring geweest, bekwam daardoor schade aan de tuigage, en is naar hier teruggekeerd om te repareren.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Op de werf van de scheepsbouwmeesters Gebr. Van der Meer te Vlaardingen zal een stalen loggerschip gebouwd worden voor rekening van de heer P.J. van Gelderen te Brussel, bestemd voor de haringvisserij.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Kalmar, 22 februari. De Nederlandse schoener ELZINA HELENA is van Londen hier aangekomen met verlies van een anker met 59 vadem ketting alsmede twee zeilen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Londen, 28 februari. Heden is een groot schip op de Scilly Eilanden gestrand. Aanvankelijk dacht men dat het een Leyland-liner met passagiers was, doch de uitgevaren reddingboten bevonden dat het het verlaten afgekeurde Franse oorlogsschip RICHELIEU was.
Volgens een later bericht is de RICHELIEU weer van de rotsen los gekomen en drijft nu drie mijl ten oosten van de Scilly Eilanden.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Raad voor de Scheepvaart
De Raad voor de Scheepvaart te Amsterdam deed gisteren uitspraak in het ongeval overkomen aan het tjalkschip NOORDSTER, kapitein G. Veen alhier.
De NOORDSTER met een lading lijnkoeken, op weg van Londen naar Kopenhagen, strandde op 30 Maart 1910 tijdens stormweer bij het eiland Moen, aan een ingang van de Grote Belt. Het schip maakte veel water. Met een loodsboot werd de bemanning afgehaald, het schip liet men naar Kopenhagen slepen.
Tijdens het onderzoek in deze zaak rees bij de Raad ernstige twijfel of de schipper wel op de hoogte is van de allereerste beginselen van de zeevaartkunde. De Raad zou dit onderzoeken en verbood derhalve de schipper gedurende de tijd van het onderzoek als gezagvoerder op te treden.
Het onderzoek heeft de Raad de overtuiging opgeleverd dat de stranding van de NOORDSTER uitsluitend geweten moet worden aan het volstrekte gemis van zeevaartkundige kennis bij de schipper en als gevolg daarvan aan de ten enenmale verkeerde maatregelen, welke genomen zijn.
De Raad vindt in de plaats gehad hebbende ramp dan ook aanleiding te besluiten, dat
schipper G. Veen, oud 29 jaar, in het bezit zijnde van een dienstdiploma kleine vaart, onbevoegd zal worden verklaard om als schipper op een zeeschip te varen.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 25 februari. De uitvoer van nieuwe ijzeren schepen naar Duitsland blijft, trots de
grote tegenwerking van de Duitse scheepsbouwers maar aanhouden. Het voorgaande jaar bedroeg hij 68 stuks. Ook dit jaar werden tot nu toe een vijftal, nl. 2 lichters, 2 sleepboten en een koftjalk uitgevoerd Bovendien gingen ook vele in de vaart zijnde Hollandse tjalken bij onderhandse verkoop naar onze overburen over.
Uit het bovenstaande blijkt niet alleen dat de Nederlandse scheepsbouw in Duitsland een goede naam heeft, maar ook dat de Duitse schippers nog een goede dosis ondernemings- geest bezitten. Ook moet dit gezegd worden van onze Groninger schippers. Het vorige jaar toch brachten zij ter zeevaart uit vijftien nieuwe schoeners en tjalken, terwijl dit jaar weer twee schepen gereed kwamen, beide gaffelschoeners, een voor rekening van H. de Groot en een voor kapt. H. Kramer, beiden van Groningen. Op verschillende werven staan thans nog soortgelijke schepen op stapel.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Martenshoek, 24 februari. Van de werf van Gebr. G. & H. Bodewes, scheepsbouwers, werd met goed gevolg te water gelaten een stalen sleepboot van 300 ipk. en werd de kiel gelegd voor een dito sleepboot, groot 250 ipk. beide voor rekening van de heren Dormien en Paap te Hamburg, waarvoor ook nog een zee lichter van 400 ton in aanbouw is en voor een
sleepboot van 200 ipk. voor rekening van de heer Frater Smit te Groningen. Machines en ketels werden vervaardigd aan de machinefabriek „Fulton" alhier.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Londen, 24 februari. Het in ballast zijnde Nederlandse kofschip VOORWAARTS is gestrand bij Stege. Het schip maakt veel water, doch assistentie werd nog niet verlangd.


27 februari 1911


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Neuharlingersiel, 24 februari. De Nederlandse 3-mast schoener ZEEMEEUW, kapt. Jonker, in ballast van Delfzijl naar Hamburg, is maandag ll. op het wad beneden Langeroog in aanvaring geraakt met het Nederlandse tjalkschip NEERLANDIA, schipper Karssies, dat daarbij het voortuig verloor. Beide schepen liggen thans hier op beter weer te wachten. De ZEEMEEUW wordt naar Hamburg gesleept om aldaar stukgoed voor Maracaïbo te laden.
(opm: de NEERLANDIA was op weg naar Flensburg met een lading rijstmeel).


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van de firma E.J. Smit en Zoon te Hoogezand werden te water gelaten een stalen sleepboot van 180 ipk, voer Hamburgse rekening, en een stalen tjalk voor Hollandse rekening. Op dezelfde werf zijn voor Duitse rekening nog in aanbouw 2 sleepboten van 200 ipk en 1 zee-sleepboot van 350 ipk. Op haar werf te Westerbroek heeft dezelfde firma nog in aanbouw 2 lichters elk van 750 ton dwt. en 1 lichter van 250 ton dwt., alle voor voor Duitse rekening; benevens een motorschoener van 325 ton dwt. en 75 ipk en een schoener-aak van 200 ton dwt. In de fabriek te Hoogezand worden machines, ketels en motoren voor 4 sleepboten en 4 motorschepen vervaardigd.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 25 februari. Blijkens alhier ontvangen telegram van Lizard signal-station passeerde aldaar gisteren te 05.40 uur nm. de RICHELIEU gesleept om de oost door de sleepboten ZWARTE ZEE en POOLZEE met bestemming Rotterdam.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Raad voor de Scheepvaart
In de Raad voor de Scheepvaart hebben zitting als buitengewone leden:
als reder van de kleine vaart, G.H. Bakker, dir. van het compact “Eendracht”, Wildervank; als schipper van de kleine vaart, Jan Mooi, Groningen; als scheepsbouwkundige voor de kleine vaart P.H. Bos, lid van de firma Gebr. Bos, scheepsbouwmeester, Groningen;
als plaatsvervangende leden voor de buitengewone leden: als reder van de kleine vaart, E. Balk, Groningen; als schipper kleine vaart, B.J. Jonker, Wildervank en H. Mulder, Groningen; als scheepsbouwkundige voor de kleine vaart, F. Smit, lid van de firma E.J. Smit en Zoon, Hoogezand en J.Th. Wilmink, Groningen.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Examens. Te 's-Gravenhage zijn geslaagd voor de grote stoomvaart:
3e stuurman J.J. Vuyk, G. Vlam, P.S.J. de Vries en W.M. Roosekrans;
sleepvaart: stuurman W. M. Roosekrans.
Het s.s. PRINSES JULIANA gestrand op de Deense kust


28 februari 1911


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 28 februari. Het stoomschip PRINSES JULIANA (zie ochtendblad A, 28 febr.) vertrekt naar Straalsund, geassisteerd door een bergingsstoomschip.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 26 februari. Door de hevige storm kon hedenmorgen de lichter SCHEEPVAART II niet uitgesleept worden, weshalve het stoomschip WESTLAND, dat zich voorgaats bevond om het op sleeptouw te nemen, alleen de reis moest voortzetten.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Londen, 26 februari. Volgens een telegram uit Esbjerg is het Nederlandse stoomschip FLORA van Danzig naar Amsterdam, aldaar binnengelopen met defecte machine.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Aan de scheepswerf van de firma J. en A. van der Schuyt ter Papendrecht is met goed gevolg te water gelaten een stalen passagiersboot lang 36 m., breed 6,25 en hol 2,80 m., gebouwd voor rekening van een Turkse rederij. Deze boot zal voorzien worden van een tweede dek over de gehele lengte van het schip; de machine zal zijn triple compound met oppervlak-condensator sterk 275 ipk. met een daarbij passende ketel van 13 atmosfeer. Het vaartuig wordt elektrisch verlicht. De kielen zijn daarna gelegd van 2 dergelijke passagiersboten voor Italiaanse rekening.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 28 februari. Gisteren is bij vertrek naar Hamburg het zeilschip RIVAL, schipper A. Voorzee, ter hoogte van het Doekegat aan de grond gelopen. Bijzonderheden ontbreken.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Neuharlingersiel, 24 februari. De 3-mast schoener ZEEMEEUW, kapt. Jonker en de tjalk NEERLANDIA, kapt. Karssies, respectievelijk bestemd voor Hamburg en Flensburg, zijn nabij Langeroog met elkaar in aanvaring geweest, waardoor het voortuig en de verschansing van de tjalk werden beschadigd. Beide schepen zijn hier binnengelopen, doch zullen morgen de reis voortzetten.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Londen, 25 februari. Volgens bericht uit Esbjerg is het Nederlandse stoomschip FLORA, bestemd van Danzig naar Amsterdam, aldaar met machineschade binnengesleept.


01 maart 1911


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 25 februari. Volgens een telegram uit Kopenhagen is het vroeger gemelde Nederlandse schip VOORWAARTS, zwaar beschadigd, vlot en te Stege binnengebracht om te repareren.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Delfzijl, 28 februari. De hier thuis behorende sleepboot ANTONIA FRATER, toebehorende aan de heren Zwart en Frater Smid, is onderhands naar Denemarken verkocht.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Leerort, 27 februari. De Oost-Friese tjalk TURKEI, geladen met metselstenen, is op de Eems met de ijzeren Nederlandse tjalk CONCURRENT in aanvaring geweest. De TURKEI beliep ernstige schade en zeilde voor reparatie naar Oldersum.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van de scheepsbouwmeesters Gebr. Barkmeijer te Noordhorn, is te water gelaten een van ijzer en staal gebouwde 2-mast gaffelschoener, genaamd RENSINA, plm. 240 reg. ton, voor rekening en zullende bevaren worden door schipper P. Eppinga van Zuidhorn. (opm: RENSINA II)


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 28 februari. Het oude Franse oorlogsschip RICHELIEU, gesleept door de Nederlandse sleepboten ZWARTE ZEE en POOLZEE, met bestemming Rotterdam, arriveerde heden voorgaats van de Nieuwe Waterweg.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Londen, 27 februari. Het Nederlandse stoomschip FLORA werd te Esbjerg binnengesleept door het Engelse stoomschip BERLIN, van Kopenhagen naar Goole.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Antwerpen, 26 februari. Het van Pensacola alhier aangekomen stoomschip DORDRECHT heeft slecht weer doorstaan. De gezagvoerder gelooft een gedeelte deklast te hebben verloren.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Londen, 27 februari. Volgens telegram uit Kopenhagen kwam het stoomschip PRINSES JULIANA na een deel van de lading te hebben gelost, met assistentie van een Svitzer bergingsstomer weer vlot, waarna het te Gedser werd binnengebracht. Het werd aldaar door duikers onderzocht en onbeschadigd bevonden. Na de geloste lading weer te hebben ingenomen, is het naar Stralsund vertrokken.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Examens. Te 's-Gravenhage zijn geslaagd voor de grote stoomvaart, eerste stuurman: G. Wouters, tweede stuurman: M. Meinsma, H. van Riessen, P.F. Smit, derde stuurman: D. Wierstra en P.L. Zeeman.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Groningen, 1 maart. Het thans op stapel staande kofschip, groot plm. 230 ton, op de werf van de wed. IJ. de Jong te Ruischerbrug, is verkocht aan de heer J.J. Onnes, scheepsreder alhier. Het vaartuig wordt bevaren door schipper G. v. d. Laan van Nieuw Scheemda.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 1 maart. Het tjalkschip GRUNO, schipper A. v.d. Laan, is op reis van hier met een lading graan naar Rheine, bij Weener, op de Eems gezonken. Bijzonderheden ontbreken.


02 maart 1911


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Nieuwediep, 1 maart. De voor het district Rotterdam bestemde STOOMLOODSBOOT No. 9 heeft bij de heden gehouden proeftocht uitstekend voldaan. Er werd een vaarsnelheid van ruim 11 mijl behaald.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Bremen, 1 maart. De in 1896 te Martenshoek van ijzer gebouwde Nederlandse tjalk AMBULANT is naar Barsselermoor verkocht.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 2 maart. Volgens een heden uit Perim ontvangen telegram, heeft het van Java naar Rotterdam bestemde stoomschip GOENTOER, heden van daar de reis voortgezet. Twee stuurboord schroefbladen waren gebroken. (Door de rederij werd ons meegedeeld dat er slechts een schroefblad was gebroken en dat dit ongeval reeds voor Colombo had plaats gehad).


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van de firma J. en A. van der Schuijt te Papendrecht is te water gelaten een stalen passagiersboot, in aanbouw voor Turkse rekening. Het stoomschip krijgt machines van 275 ipk, wordt geheel elektrisch verlicht en heeft de volgende afmetingen: lang 36, breed 6,25 en diep 2.80 meter.


Krant:

 VCO - Vlissingsche Courant

Vlissingen, 1 maart. De Rotterdamsche Lloyd te Rotterdam heeft aan de Koninklijke Maatschappij “De Schelde” alhier de bouw opgedragen van een vrachtboot van 8.600 ton laadvermogen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad



03 maart 1911


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 3 maart. De Nederlandse sleepboten SEINE en MAAS, met baggermateriaal op sleeptouw van Stettin naar Rio de Janeiro, passeerden respectievelijk gisteravond om 10 uur en hedenochtend 7 uur Brunsbüttel.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Raad voor de Scheepvaart, scheepsramp NELLY
Amsterdam, 3 maart. De Raad voor de Scheepvaart deed heden uitspraak inzake de scheepsramp van de schoener NELLY kapitein-eigenaar J. Kruize te Groningen, die 2 december aan de oostkust van Ierland aan de grond voer. Het schip had steenkool aan boord, voer 5½ mijl. De ramp greep plaats tussen Blackwater en Lucifer vuurschip. De Raad is met de schipper van oordeel, dat de ramp te wijten is aan stroomverandering en kompasfouten. Daardoor geraakte het schip uit de koers, doch de kompasfouten had de schipper behoren te weten. kompastoezicht is noodzakelijk. De Raad oordeelt dat de schippers van de kleine vaart afwijkingen van het kompas moeten opnemen en in het journaal vermelden. Tenslotte had de schipper moeten loden, toen hij de kust niet vlug genoeg in het zicht kreeg en niet van koers moeten veranderen.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Oude Pekela, 2 maart. Van de werf van de heer Wortelboer werd heden met goed gevolg te water gelaten het beurtschip van schipper Van der Veen, varende van hier naar Groningen v.v. Een nieuwe motor is in het vaartuig geplaatst en na gehouden proefstoming, zal de dienst vervolgens per motorschip plaats hebben.


Krant:

 VCO - Vlissingsche Courant

Vlissingen, 2 maart. De gisteravond binnengekomen dag mailboot KONINGIN REGENTES raakte met de kastbalk tegen de hoek van de zuidelijke ponton. Ten gevolge hiervan brak een van de kettingen, welke de ponton met de wal verbinden. Door de krachtige stoot werd de brug naar voren gedrukt en van alle kanten vlogen de stukken ijzer en hout van de ponton af. De zich op het ponton bevindende mensen verlieten zo snel mogelijk de ponton. De brug welke meer dan een meter in de hoogte werd geduwd, werd ook gedeeltelijk op het bordes geschoven, waaraan de brug bevestigd is. Het ongeluk bepaalde zich alleen tot materiële schade, welke zeer aanzienlijk is. De KONINGIN REGENTES bekwam in het geheel geen averij en is hedenmorgen dan ook weer van hier vertrokken. De boot is evenwel niet van de zuidelijke ponton kunnen afvaren, doch van de nachtponton vertrokken. Omtrent de omvang van de schade is nog niets met zekerheid te zeggen en zal vanwege de Waterstaat daar omtrent eerst een nauwkeurig onderzoek moeten worden ingesteld.


04 maart 1911


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Esbjerg, 2 maart. Het stoomschip FLORA is voorlopig gerepareerd en zeeklaar.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 4 maart. Het stoomschip FLORA vertrok heden van Bremen naar Rotterdam.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad



Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart
De Raad voor de Scheepvaart heeft uitspraak gedaan in de zaak van het stalen schoenerschip NELLY, kapt. Kruysen, van Groningen. De Raad is, met de schipper van oordeel, dat de ramp te wijten is aan stroomverandering en kompasfouten. Hierdoor is het schip uit de koers geraakt. De kompasfouten had de schipper echter behoren te weten. Kompastoezicht is noodzakelijk en de Raad sprak als haar oordeel uit, dat ook schippers van de kleine vaart afwijkingen van het kompas moeten opnemen en in het journaal vermelden. Tenslotte had de schipper moeten loden, toen hij de kust niet spoedig genoeg in zicht kreeg en niet van koers moeien veranderen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart
Tenslotte nam de Raad voor de Scheepvaart in behandeling de aanvaring op 29 januari 1910 en de stranding op 27 augustus 1910 van het stoomschip MARIA, gezagvoerder L. Dobbinga, van de Rederij Holland Gulf-Maatschappij.
Gehoord werd de gezagvoerder. Deze verklaarde, dat op 29 januari 1910 het schip van Duinkerken vertrok naar Newcastle on Tyne bij zwaar weer. Bij het vertrek was de wind ZW, doch buiten de pier liep de wind naar het NW. Als ik dit geweten had, zo zei de kapitein, dan zou ik binnen gebleven zijn. De MARIA kwam in aanvaring met een lichtschip, nochtans zonder dat, voor zover de kapitein bekend is, averij werd gemaakt aan het lichtschip. De MARIA lekte na de aanvaring. Te Newcastle werd scheepsverklaring afgelegd. De president deelde mede, dat de Raad dit onderzoek had ingesteld om te weten of er wel aanleiding bestond met zulk slecht weer te vertrekken, temeer daar het schip slechts ballast in had en hoog op het water lag.
In hetzelfde stormweer is de PRINS WILLEM I van de West Indische Maildienst gebleven. De kapitein deelde mee dat hij tien jaar op hetzelfde schip vaart, meermalen zulk slecht weer er mee heeft doorgemaakt en dat hij alvorens te vertrekken het weerbericht, dat op de sluis aanwezig was, niet heeft geraadpleegd.
Vervolgens werd de gezagvoerder gehoord omtrent de stranding op 27 augustus. Het schip was vertrokken op 8 augustus van Port Tampa (in Florida) met bestemming naar Rotterdam, met een lading stukgoed en hout als deklast. Het schip heeft een inhoud van 6.200 ton en had 600 ton hout op dek, dus meer dan 5 procent, het maximum dat zonder speciaal certificaat voor de houtvaart bij K.B. is toegestaan.
De kapitein verklaarde dat hij niet in Holland was geweest sedert de inwerkingtreding van de Schepenwet en dus van die wet niets wist. De MARIA liep op 27 augustus op een bank bij het verlaten van de haven van Pensacola, doch was vlot gesleept.
In deze haven was drinkwater ingenomen, dat er goed uitzag. Op reis overleed een stoker, terwijl ook de 2e machinist aan tyfus leed, doch herstelde.
Uit de verklaring van de kapitein bleek dat de stranding plaats had onmiddellijk nadat 21 à 22 voet water was gepeild. In het droogdok was aan het schip niets te zien. Voorts verklaarde hij dat onder de 29 man equipage geen andere ziektegevallen voorkwamen en dat aan de
stokers steeds thee werd verstrekt die echter vaak ongebruikt bleef.
De raad zal nader uitspraak doen.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

De Duitse stoomtrawler BREMA uit Bremerhaven, heeft op de kust van IJsland schipbreuk geleden en is totaal verloren gegaan. Van de uit twaalf personen bestaande bemanning
werden slechts vijf gered, terwijl zeven personen verdronken. Tot de geredden behoort ook de Nederlandse tweede stuurman Fokke van der Wal.


06 maart 1911


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 6 maart. Naar aanleiding van nader ontvangen telegrammen omtrent de ramp, aan het stoomschip VAN IMHOFF overkomen, deelt de K.P.M. nog het volgende aan de gisteren door ons ontvangen Java Bode mee: In de nacht van zaterdag 28 januari te 1 uur v.m. luisterde de VAN IMHOFF, stomende in Straat Sapeh, door de buitengewoon sterke stroom, niet meer naar zijn roer, sloeg daardoor tegen het eiland Barsoepanda en werd zodanig lek, dat 3 ruimen vol water liepen. Met het oog op de gevaarlijke ligging van het schip oordeelde de gezagvoerder het raadzaam de VAN IMHOFF te verlaten; alle 140 passagiers, waaronder 3 in de 1e klasse, en de plm. 70 opvarenden, landden op
Barsoepanda, terwijl tevens de post en nog enige colli specie konden worden gered.
De juistheid van het oordeel van de gezagvoerder bleek, toen de volgende nacht het schip door het sterke getij werd meegesleurd, omsloeg en in 20 vadem water tussen Barsoepanda en Tokomaplnka zonk en totaal verloren ging.
Woensdag de 1e februari, des morgens, werden passagiers en opvarenden door de VAN OUTHOORN afgehaald en naar Soerabaja gebracht.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 2 maart. Volgens een te Port Said ontvangen draadloos telegram zou het van Batavia naar Rotterdam bestemde stoomschip GOENTOER, dat twee bladen van de stuurboord schroef heeft verloren, hedenochtend om 1 uur in het Suezkanaal aankomen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 5 maart. Volgens een telegram uit Brunsbüttelkoog zijn het Duitse stoomschip DORTMUND en het Nederlandse stoomschip DIANA in het Kaiser Wilhelmkanaal met elkaar in aanvaring geweest, waardoor beide stoomschepen licht werden beschadigd.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

IJmuiden, 6 maart. De Nederlandse motorschoener ANGELINA, kapt. Spanjer, van Antwerpen naar Sunderland, geladen met zilverzand, is door de stoomtrawler OCEAAN II (IJM 92) en de vissloep ZEENIMF (MA 170) alhier binnengesleept. Van de schoener waren de zeilen vernield en de motor defect geraakt, waarom assistentie was gevraagd.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 6 maart. Naar aanleiding van nader ontvangen telegrammen omtrent de ramp, aan het stoomschip VAN IMHOFF overkomen, deelt de K.P.M. nog het volgende aan de gisteren door ons ontvangen Java Bode mee: In de nacht van zaterdag 28 januari te 1 uur vm. luisterde de VAN IMHOFF, stomende in Straat Sapeh, door de buitengewoon sterke stroom, niet meer naar zijn roer, sloeg daardoor tegen bet eiland Barsoepanda en werd zodanig lek, dat 3 ruimen vol water liepen. Met het oog op de gevaarlijke ligging van het schip oordeelde de gezagvoerder het raadzaam de VAN IMHOFF te verlaten; alle 140 passagiers, waaronder 2 in de 1e klasse, en de plm. 70 opvarenden, landden op Barsoepanda, terwijl tevens de post en nog enige colli specie konden worden gered.
De juistheid van het oordeel van de gezagvoerder bleek, toen de volgende nacht het schip door het sterke getijde werd meegesleurd, omsloeg en in 20 vadem water tussen Barsoepanda en Tokomaplnka zonk en totaal verloren ging. Woensdag de 1e februari, ‘s morgens, werden passagiers en opvarenden door de VAN OUTHOORN afgehaald en naar Soerabaja gebracht.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De aanvaring HOLLANDIA — SPARTA voor het Seeamt te Hamburg. De aanvaring van het Nederlandse stoomschip HOLLANDIA, van de Koninklijke Hollandsche Lloyd met het Duitse stoomschip SPARTA, die 12 augustus 1910 bij de Casquets heeft plaats gehad en ten gevolge waarvan beide schepen zo zwaar beschadigd werden, dat de HOLLANDIA te Southampton en de SPARTA te Portland voor noodhaven moest binnenlopen, is door het Seeamt te Hamburg behandeld. De aanvaring wordt aan de heersende mist toegeschreven, doch was naar het oordeel van het Seeamt misschien voorkomen kunnen worden, indien er op de HOLLANDIA een betere uitkijk was geweest. De SPARTA heeft geen schuld aan de aanvaring. Zoals bekend heeft deze zaak ook reeds gediend voor de Raad voor de Scheepvaart, te Amsterdam, met tot uitslag, dat beide schepen schuldig werden verklaard. Bij de behandeling te Amsterdam zijn geen getuigen van de SPARTA en te Hamburg zijn evenmin getuigen van de HOLLANDIA gehoord. Door beide schepen is in de aangelopen noodhavens scheepsverklaring afgelegd en voorts werd bij de behandeling volstaan met de ingeleverde schriftelijke stukken.
RN 060311
Rotterdam, 4 maart. De Nederlandse sleepboot THAMES, met het tweede gedeelte van het voor Hamburg bestemde droogdok op sleeptouw, vertrok gisterochtend 10 uur van Frederikshavn.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

IJmuiden, 6 maart. De motorschoener ANGELINA, kapt. Spanjer, van Antwerpen naar Sunderland bestemd, is na een veertiendaagse reis door een beugsloep en een stoomtrawler hier binnengesleept. De machine is defect en de zeilen zijn gescheurd.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Examens. Groningen, 6 maart. Aan de zeevaartschool alhier werd zaterdag door de heren G. Speelman en J.J. Balk met goed gevolg examen afgelegd voor stuurman bij de kleine zeilvaart.


Krant:

 VCO - Vlissingsche Courant

Vlissingen, 4 maart. Het Rijks-stoomloodsvaartuig, gebouwd op ’s Rijks Marinewerf te Amsterdam, waarvan de machines en ketels vervaardigd zijn door de Koninklijke Maatschappij “De Schelde” alhier, heeft dezer dagen met volledig succes op de rede van Nieuwediep proef gestoomd. (opm: zie ook NRC 020311)


07 maart 1911


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

IJmuiden, 6 maart. Omtrent het hulpeloos worden van de Nederlandse motorschoener ANGELINA vernemen we nader, dat het schip 16 februari van Antwerpen was vertrokken en de reis op 5 à 6 dagen was berekend.
Voortdurend heeft de schoener met zwaar stormweer te kampen gehad, waardoor de zeilen scheurden en de motor defect raakte. Door het zware stampen was het schip bovendien lek gestoten en begon water te maken. In deze hulpbehoevende toestand dreef het schip
geheel uit de koers en werd door de sloep ZEENIMF (MA-170) nabij Denemarken aangetroffen. Reeds ontstond gebrek aan proviand toen de sloep de schoener hulp kwam bieden en proviand verstrekte. Het was de sloep evenwel niet mogelijk de diepgaande schoener in veilige haven te brengen, waarom in de morgen van zaterdag 4 maart te 11 uur op 56°31' NB en 04°51' OL de aangeboden hulp werd aanvaard van de nabij gekomen stoomtrawler OCEAAN II (IJM-92). De schipper van de sloep gedoogde evenwel niet dat de trawler de schoener op sleeptouw nam, doch stond toe, dat deze verbinding nam op zijn sloep. Zo is men sukkelend naar IJmuiden afgezakt, nadat nog enkele malen de verbindingslijn van de sloep en de schoener afbrak. Persoonlijke ongelukken zijn niet voorgekomen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Delfzijl, 6 maart. De ijzeren tjalk NAJADE, voorheen bevaren door P. de Vries, is voor geheime prijs verkocht aan H. Groen te Groningen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

In het verslag over 1910 (9e boekjaar) deelt de directie van de Rotterdamsche Droogdok Maatschappij alhier, o.m. het volgende mede:
De winst op orders overtrof wederom die van de voorgaande jaren, zodat na aftrek van de erfpacht en van de rente van de obligatielening voor afschrijvingen en dividend een voordelig saldo overblijft van NLG 281.359 tegen NLG 260.466 over 1909 en NLG 237.295 over 1908. Aangezien de statutaire reserve het vastgestelde maximum van NLG 100.000 bereikt heeft, is na afschrijvingen de diverse bezittingen, in totaal bedragende NLG 131.178, voor winstverdeling beschikbaar NLG 150.181. Voorgesteld wordt hiervan aan buitengewone reserve wederom NLG 15.000 toe te voegen en voor gratificaties NLG 3.000 te bestemmen, zodat ten slotte aan aandeelhouders kon worden uitgekeerd NLG 100.000, (v. j. NLG 70.000) zijnde NLG 100 per aandeel van NLG 1.000 of 10 (7½) pct. dividend, aan bewijzen van oprichtersrecht NLG 11.250, zijnde NLG 46 (NLG 11) per bewijs. Na aftrek van de bedrijfsbelasting en tantièmes wordt dan als onverdeeld dividend voor aandeelhouders NLG 1280 en voor oprichtersbewijzen NLG 253 op nieuwe rekening overgebracht.
Gedurende het jaar 1910 werd niet alleen het reparatiebedrijf regelmatig voortgezet doch bovendien de nieuwbouw gestadig uitgebreid. De afdeling scheepsbouw leverde af de stoomschepen MOORDRECHT, ALKAID, MEGREZ en EEMDIJK, met een totaal draagvermogen van ruim 17.000 ton. De afdeling werktuigbouw leverde af al de werktuigen voor genoemde schepen met een totaal vermogen van 4.200 ipk., terwijl de ketelmakerij behalve de 11 ketels voor genoemde schepen, tevens 8 ketels voor rekening van derden afleverde. Voor de bijna gelijktijdige voltooiing van die schepen moest opnieuw een helling worden bijgebouwd, die wederom groter ontworpen werd dan de 3 bestaande hellingen. Nauwelijks was op deze vierde helling een schip in wording, of de opdracht tot een vrachtboot van 8.650 ton draagvermogen, met een machinevermogen van 4.150 ipk., maakte de bouw van een vijfde helling, geschikt voor schepen van 150 meter lengte, noodzakelijk. De bouw van steeds in afmetingen stijgende schepen, dwong bovendien tot aanschaffing van diverse krachtige fabriekswerktuigen en o.a. werd mede ten dienste van het reparatiebedrijf een drijvende bok van moderne constructie en 55 ton lichtvermogen aangebouwd, waardoor het hoofd “vaartuigen” steeg tot NLG 84.124, door afschrijving thans tot NLG 60.000 verminderd. De balanswaarde van de hoofden losse gereedschappen en kantoorameublement is door afschrijvingen in totaal NLG 101.208 bedragende, resp. tot NLG 40.000 en NLG 1 gedaald. De aanschaffingswaarde van de terreinen, gebouwen, vaste gereedschappen en dokken op 31 december 1909, NLG 2.088.321 bedragende, is door uitbreidingen gestegen tot NLG 2.141.294, op welk bedrag thans in totaal is afgeschreven NLG 861.204. De obligatielening verminderde door uitloting tot NLG 893.000. Op 1 januari 1911 waren de 4 voornoemde schepen juist voltooid (de ditmaal vrij aanzienlijke balanspost „wissels" NLG 54.842 heeft bijna geheel betrekking op de laatste betalingstermijn van één van die schepen) terwijl de bouw van de grote vrachtboot, waarvan hierboven sprake is, juist aangevangen was, waardoor het betrekkelijk geringe bedrag — NLG 96.063 — van het hoofd “onder handen werk” verklaard wordt. In de aanvang van 1911 werd tevens de opdracht verkregen tot de bouw van 2 schepen van 5.250 ton laadvermogen, zodat het nieuwe boekjaar begonnen wordt met veel werk in het vooruitzicht, hoewel de prijzen die konden worden bedongen, nog zeer gedrukt bleven. Tenslotte wordt meegedeeld, dat van de beide dokken gebruik gemaakt werd door 193 schepen, metende 519.710 register tonnen, met 540 dokdagen. Zondagen, nachtwerk en rivierboten buiten beschouwing gelaten. Sinds de oprichting van de Maatschappij werden dus gedokt 1.159 schepen, metende 2.699.814 register ton.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 7 maart. Het tweemast kofschip MARTHA, eigenaar en tot nu toe bevaren door
kapitein H. Wijnstok, thuis behorende te Groningen, is voor geheime prijs verkocht aan G. Mulder, tot nu toe kapitein op het te Groningen thuis behorende schoenerschip VELOX.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 6 maart. Heden werd proef gevaren met de nieuwe, alhier gestationeerde, stalen schroefsleepboot GEBR. BODEWES, kapt. Koops. Deze proefvaart heeft in alle opzichten ten zeerste voldaan. De boot, machine en ketel, zijn respect. vervaardigd aan de scheepsbouwwerf van Gebr. G. & H. Bodewes en de N.V. Machinefabriek „Fulton" directeur de heer E. Gorter te Martenshoek. De machine is van het triple-expansie systeem en ontwikkelde bij een stoomdruk van 13 atmosfeer een vermogen van 140 ipk., bij een kolenverbruik van 0.75 kg. per pk. per uur.


08 maart 1911


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De Staats Courant No. 57 bevat de statuten van de Naamlooze Vennootschap:
Indische Lloyd, te Rotterdam. Doel: De vrachtvaart met en de exploitatie van eigen of gehuurde zeeschepen, met al hetgeen daarmede in verband staat. Duur: 20 jaren.
Kapitaal: NLG 4.000.000, verdeeld in 4.000 aandelen van NLG 1.000, waarvan 1250 geplaatst. De vennootschap wordt bestuurd door een directeur, onder toezicht van commissarissen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 8 maart Het gisteren van hier vertrokken stoomschip BEEKBERGEN (ex. LANGDALE) gaat als eerste stoomschip van de op 20 februari met 4 stoomschepen alhier opgerichte N.V. Indische Lloyds te Cardiff voor Aden laden, vandaar gaat het stoomschip naar Engels-Indië om voor Rotterdam te laden.
In den loop dezer maand worden voor bovengenoemde N.V. alhier verwacht de GRAMSBERGEN (ex. ACARA) en de STEENBERGEN (ex. WENSLEYDALE). In het begin van de volgende maand zal de gehele vloot voltallig zijn. Alsdan zal de RIJNSBERGEN (ex. SWALEDALE) alhier worden afgeleverd.
Het ligt in de bedoeling van de Indische Lloyd om voornoemde boten geregeld van Engels-Indië op Rotterdam en terug te doen varen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Amsterdam, 6 maart. Het bergloon aan de Duitse stoomtrawler SCHLESWIG verschuldigd voor het binnenbrengen te Vardö op 3 november 1910 van het stoomschip GAMMA, is bij minnelijke schikking afgemaakt voor 55.000 Mark.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Groningen, 8 maart. Examens. Aan de zeevaartschool te Delfzijl zijn geslaagd voor het examen van stuurman kleine vaart: P. Wagenborg voor stoomvaart, P. Tamminga van Farmsum, W. Houtstra en R. Houtstra van Groningen, J. Smit en H. Sloots van Gasselternijveen voor zeilvaart.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Drie stokers en een donkeyman werden op 1 oktober 1908 te Delfzijl, ten overstaan van de Waterschout aldaar, aangemonsterd voor een reis naar Engelse havens en terug met het stoomschip BETSY ANNA, waarvan de rederij te Amsterdam gevestigd is. Op 24 oktober en volgende dagen zouden zij gezamenlijk geweigerd hebben de werkzaamheden te verrichten, waartoe zij zich verbonden hadden. Althans daarvan beklaagd, waren zij gisteren voor de rechtbank te Amsterdam gedagvaard.
De beklaagden erkenden aangemonsterd te zijn, doch zij ontkenden op de reis van
Zeebrugge naar Hull de dienst geweigerd te hebben. Twee dagen en twee nachten hadden
zij in de donkey gewerkt, toen het schip een aanvaring had in het kanaal van Brugge,
ten gevolge waarvan het logies vernield werd. Dadelijk daarop en terwijl men voor anker lag, hebben zij de gezagvoerder F. van der Laan herhaaldelijk er op gewezen, dat men zonder behoorlijke ligplaatsen niet naar zee kon, doch telkens kregen zij onheuse antwoorden. Eindelijk voegde hij hun toe: Pak jelui je zak maar, ik zal jelui uitbetalen”. De mannen gaven toen te kennen dat zij als passagier naar huis wilden, en terwijl zij bezig waren hun goed te pakken, kwam de loods aan boord en stoomde het door experts zeewaardig gekeurde schip weg. De kapitein kwam daarop naar de mannen toe en vroeg: „wie heeft van jelui de wacht?" Maar dat was volgens de woordvoerder van het viertal een lage truc van de kapitein. Immers, men behoeft geen wacht meer te doen als men bedankt is. Van dienstweigering kon dus geen sprake zijn. Dezelfde woordvoerder betuigde er zijn spijt over, dat de kapitein niet verschenen was, hoewel het schip binnen is. Hij zag in de afwezigheid van de gezagvoerder een bewijs dat deze zich schaamt te verschijnen. Waar geen van de getuigen was verschenen, werd de verdere behandeling van de zaak geschorst tot dinsdag 28 maart, met last aan de drie getuigen om te verschijnen.


09 maart 1911


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Norfolk, VA., 22 februari. Op het stoomschip SLOTERDYK, van Rotterdam via Newport News hier aangekomen, is beslag gelegd voor 50.000 dollars door de Chesapeake and Ohio Railroad, welke beweert dat de brand in het ruim van het stoomschip werd geblust door zijn sleepboten te Newport News. De sleepboot DAUNTLESS eist eveneens hulploon van het stoomschip, welks lading zwaar beschadigd schijnt ter zijn door vuur en water.
(De SLOTERDYK is 1 maart van Baltimore naar Rotterdam vertrokken. Red.)


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 8 maart. Volgens telegram uit Goole is het Nederlandse stoomschip MOORDRECHT aldaar uitgaande aan de grond geraakt, doch kwam weer vlot en keerde in de haven terug. Of het stoomschip schade bekwam is nog niet bekend.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 8 maart. Het lichtschip SURINAME RIVIER, van Amsterdam naar Suriname, bevond zich heden op 48° NB en 10° WL, tot waar het werd gesleept door de Nederlandse sleepboot SIMSON, die het vaartuig toen heeft verlaten. Alles was wel aan boord.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Van de werf van de Mij. voor Scheeps- en Werktuigbouw „Fijenoord" wordt zaterdag 11 maart ‘s namiddags omstreeks 13.30 uur te water gelaten het stoomschip TJIMANOEK, in aanbouw voor de Java-China-Japan-Lijn te Amsterdam.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Martenshoek, 8 maart. Heden is alhier van de werf van de heer J.W. Boerma te water gelaten een stalen gaffelschoener, genaamd AUGUSTE, groot plm. 190 m³, voor
rekening van en bevaren zullende worden door P. Kühlcke van Glückstadt.


10 maart 1911


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Scheepsbouw. Uit Delfzijl schrijft men aan de Schv.:
De uitvoer van nieuwe ijzeren schepen van hier naar Duitsland blijft, trots de grote tegenwerking van Duitse scheepsbouwers, steeds aanhouden. Over het vorige jaar 1910 bedroeg hij 68 stuks; ook zijn dit jaar reeds 2 lichterschepen, 2 sleepboten en een koftjalk uitgevoerd, bovendien zijn ook verscheidene in de vaart zijnde Groninger tjalken verkocht en geleverd naar onze overburen. Uit het bovenstaande blijkt niet alleen dat de Groningse scheepsbouw in Duitsland een goede naam heeft, maar ook dat de Duitse schippers nog goede ondernemingsgeest bezitten. Zulks moet ook gezegd worden van de Groningse schippers. Het vorige jaar brachten zij in de vaart 15 nieuwe gaffelschoeners voor rekening van H. de Groot en H. Kramer, beiden van Groningen, in de vaart werden gebracht.
Op verschillende scheepswerven zijn nog dergelijke schepen in aanbouw.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De verplichte loods alleen schuldig verklaard.
Zoals destijds gemeld, had enige maanden geleden in Goole Reach op de Ouse rivier een aanvaring plaats tussen het Rotterdamse stoomschip ZEELAND en de lichter JOHN RICHARD, ten gevolge waarvan de lichter zonk. Het Admiraliteitshof besliste dat de verplichte loods van het stoomschip ZEELAND alleen schuld had aan de aanvaring. De zaak werd hogerop gebracht en thans is door het Hof van Appèl de uitspraak van het Admiraliteitshof in alle opzichten bevestigd, zodat de verplichte loods de enige schuldige blijft.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 9 maart. De Nederlandse sleepboot THAMES arriveerde 9 maart te Hamburg met het tweede gedeelte van het droogdok. Alles wel.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Londen, 8 maart. Volgens telegram uit Goole is het Nederlandse stoomschip MOORDRECHT aldaar uitgaande aan de grond geraakt, doch kwam weer vlot en keerde het in de haven terug. Aangaande schade is nog niets bekend.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 10 maart. Te Norddeich is door vissers binnengebracht het alhier thuis behorende ijzeren tjalkschip CONFIANCE, schipper S. Wijnhold, met beschadigde bodem, hetgeen is verkregen door het stoten tegen een bazaltdam.


Krant:

 VCO - Vlissingsche Courant

Vlissingen, 9 maart. De schade aan de zuidelijke ponton in de Buitenhaven alhier, veroorzaakt door de aanvaring op 1 maart van de dag mailboot KONINGIN REGENTES, is door de Rijkswaterstaat getaxeerd op ongeveer NLG 3.000.


11 maart 1911


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hedenmiddag ongeveer 01.30 werd van de werf van de Maatschappij voor Scheeps- en Werktuigbouw "Fijenoord" alhier te water gelaten het aldaar voor de Java-China-Japan Lijn, ter Amsterdam, in aanbouw zijnde stoomschip TJIMANOEK. Voornoemd stoomschip, waarvan de kiel werd gelegd in augustus 1910, is gebouwd volgens het "Isherwood" systeem, onder toezicht van Lloyds. Het wordt ingericht voor vracht- en personenvervoer.
De lengte, breedte en holte bedragen respectievelijk 420', 54' en 30', terwijl de waterverplaatsing bij een diepgang van 24'-6'' 12.150 ton, van 1.016 kg., zal bedragen.
Het schip zal voorzien worden van machines van het triple-expansie systeem, welke 2.800 ipk. zullen ontwikkelen, waarmede een snelheid moet bereikt worden van 11,5 mijl per uur.
In de maand juni zal het stoomschip aan de Java-China-Japan Lijn afgeleverd worden.
De doopceremonie werd verricht door een dochtertje van de heer J.H. Hummel, administrateur van de Java-China-Japan Lijn te Amsterdam.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Vlissingen, 11 maart. Op de werf van de Kon. Maatschappij “De Schelde” zullen binnenkort
twee nieuwe torpedojagers, de III en IV op stapel worden gezet.
Ook zal een grote onderzeeboot voor de koloniën op “De Schelde” worden gebouwd.


13 maart 1911


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hamburg, 11 maart. Het stoomschip MOORDRECHT, dat bij Goole aan de grond heeft gezeten, is alhier aangekomen. Het stoomschip schijnt geen schade te hebben geleden.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 12 maart. Het van Rotterdam naar Konstantinopel bestemde nieuwe stoomschip gemerkt No. 4, is met een lek nabij de roersteven te Plymouth binnengelopen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 11 maart. De zeelichter SCHEEPVAART I, kapt. K. Kubauchs, vertrok heden van Dysart naar Schiedam gesleept door het stoomschip ZUID HOLLAND van Middlesbrough naar Rotterdam.


14 maart 1911


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de scheepswerf „Nicolaas Witsen" van de firma W.F. Stoel & Zoon te Alkmaar is met goed gevolg te water gelaten een stalen motorklipper, ingericht voor het vervoer van kaas, groot 82 ton, voorzien van een 24 pk motor, gebouwd voor rekening van de firma T. Kroon & Zonen te Hoorn.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 14 maart. Zaterdag (opm: 11 maart) is van de werf van de Gebr. Niestern alhier met gunstig gevolg te water gelaten een ijzeren stoomschip, genaamd HELGOLAND, gebouwd voor rekening van de heer P. Wagenborg te Wildervank.
Dit schip, lang 42, breed 6½ en hol 2½ m., geclassificeerd volgens Bureau Veritas, zal in de algemene grote vrachtvaart worden gebezigd. De machines met triple expansie en toebehoren worden geleverd door de machinefabriek Fulton te Hoogezand. Met het in de vaart komen van dit vaartuig is de Groninger vloot weer met een sierlijk schip vermeerderd waarvoor de heren scheepsbouwers alle eer toekomt.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Scheepsbouw. De 11e maart werd aan de werf van de N.V. Burgerhout's Machinefabriek en Scheepswerf te Rotterdam met goed gevolg te water gelaten de stalen romp van de sleepboot ADRI in aanbouw voor Hollandse rekening. Lengte over dek 21,20 m., breedte 4,40 m. en holte 2,30 m. Zij wordt voorzien van een verticale triple expansiemachine met injectiecondensatie van 150 ipk, werkend met hoog-oververhitten stoom. De benodigde stoom wordt geleverd door een scheepsketel van 46 m² verwarmingsoppervlak met een overdruk van 15 kg per m² en voorzien van een oververhitter.
Machine en ketel worden eveneens door de bovengenoemde firma vervaardigd.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Scheepsbouw. Zaterdagmiddag (opm: 11 maart) te halftwee precies, is van de werf "Fijenoord" met goed gevolg te water gelaten het stoomschip TJIMANOEK in aanbouw voor de Java-China-Japan-lijn te Amsterdam.
De doopceremonies werden verricht door het dochtertje van de heer J.H. Hummel, administrateur van die lijn.
Voor de TJIMANOEK is in augustus 1910 de kiel gelegd, de aanbouw geschiedde volgens het Isherwood-systeem onder toezicht van Lloyds. Het schip is ingericht voor vracht- en personenvervoer. De lengte, breedte en hoogte bedragen respectievelijk 420, 54 en 30 voet, de waterverplaatsing bedraagt bij een diepgang van 24 voet 6 duim 12.160 ton van 1.016 kg. Het schip wordt voorzien van een triple expansiemachine met 2.800 indicateur paardenkracht, die een snelheid kunnen ontwikkelen van 11½ mijl per uur.
In juni a.s. wordt de TJIMANOEK afgeleverd. Vele belangstellenden aan beide rivieroevers waren van de tewaterlating getuige.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Scheepsbouw. Van de werf van de firma Gebr. Pot, scheepsbouwmeesters te Bolnes, is zaterdag (opm: 11 maart) met goed gevolg te water gelaten een stalen Rijnschip, lang 80 m., breed 10 m. en hoog 2,15 m. Dit schip is gebouwd voor rekening van de Scheepvaart en Steenkolen-Maatschappij te Rotterdam.


15 maart 1911


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Scheepsbouw. Hedenmiddag werd van helling No. 1 van de werf van de Nederlandsche Scheepsbouw Maatschappij te Amsterdam met goed gevolg te water gelaten het dubbelschroef-mailstoomschip KONINGIN DER NEDERLANDEN, in aanbouw voor de Stoomvaart Maatschappij Nederland en bestemd voor haar passagiers-, mail en goederendienst tussen Nederland en Ned. Oost-Indië.
Het schip is in hoofdzaak gelijk aan het de 1e juni 1910 van dezelfde helling te water gelaten stoomschip PRINSES JULIANA, terwijl in de inrichtingen bestemd voor passagiers en bemanning weer die verbeteringen zijn aangebracht, die sedert wenselijk zijn gebleken.
De hoofdafmetingen zijn: Lengte over alles 473'-0'' Eng., lengte tussen de loodlijnen 455'-0'' Eng., breedte op buitenkant spanten 55'-0'' Eng. en holte tot kuildek 20'-3'' Eng.
De waterverplaatsing, op 24'-0'' diepgang, is 12.190 Eng. tonnen.
De bouw heeft plaats volgens de hoogste klasse van Lloyds + 100 A.1. naar het shelterdeck type, onder toezicht van de heer J.B. Slebe.
De passagiersinrichtingen bieden plaats voor: 115 passagiers 1e klasse, 83 passagiers 2e klasse, 34 passagiers 3e klasse en 40 passagiers 4e klasse. De totale bemanning en personeel bedraagt plm. 160.
Ten gerieve van de passagiers zijn aangebracht op het promenadedek een deksalon 1e klasse met daaronder gelegen eetsalon en rooksalons 1e en 2e klasse, op het opperdek een kinderkamer, op het kuildek een eetsalon 2e klasse, terwijl voorts een kajuit en een rooksalon 3e klasse aanwezig zijn.
De machinerie bestaat uit twee quadruple expansie hoofdwerktuigen, uitgebalanceerd volgens het Yarrow-Tweedy Schlick systeem, tezamen ontwikkelend 6.600 ipk. bij 86 omwentelingen per minuut. Zij zullen het schip een snelheid van plm. 16 knopen kunnen geven. De ketel-installatie omvat 3 dubbele en 2 enkele ketels, tezamen met 24 vuren, 16.316 vierk. voet verwarmend oppervlak, met een stoomdruk van 210 lbs. en voorzien van Howden's forced-draught. Een en ander, alsmede de hulpwerktuigen, werden geleverd door de Nederlandsche Fabriek van Werktuigen en Spoorweg-materieel.
Het schip is uitgerust met een complete elektrische inrichting voor verlichting, verwarming en voor het drijven van ventilators en diverse huishoudelijke werktuigen; verder is het schip voorzien van koud- en warmwater-leidingen; brandblus- en ontsmettingsinrichting, systeem Marot; Lloyd-Stone's hydraulisch-pneumatische schotdeur-sluitinrichting, telefoon, spreekbuizen, schellen, draadloze telegrafie, enz., zoals op moderne mailschepen gebruikelijk is. Een volledige Linde's koelinstallatie is aanwezig.
De stuurmachine wordt vanaf de brug behandeld met telemotor.
De tien reddingboten op het sloependek zijn opgesteld onder Welln's kwadrant davits.
De bouw geschiedt onder toezicht van de heer M.A. Cornelissen wat het schip en van de heer S.G. Visker wat de stoomwerktuigen betreft.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart
De Raad voor de Scheepvaart heeft uitspraak gedaan in de zaak van het stoomschip MARIA van de Holland-Gulf-Company, hetwelk op 29 januari 1910, van Duinkerken vertrokken zijnde naar Newcastle on Tyne, buiten de pieren bij zwaar weer op het Snow lichtschip is gelopen, en op 27 augustus jl., op reis van Port Tampa (Florida) naar Rotterdam met een deklast, bij de haven van Pensacola op een bank is gestoten. Bovendien zijn op deze reis aan boord twee tyfus-gevallen voorgekomen, waarvan één met dodelijke afloop. Uit onderzoek inzake de aanvaring met het lichtschip heeft de Raad tot de overtuiging gebracht, dat zij te wijten is geweest aan het plotseling uitschieten van de wind naar het NW, zodat de gezagvoerder L. Dobbinga, hierom geen blaam treft, al ware het voor hem raadzaam geweest alvorens zee te kiezen de weerberichten te raadplegen. Uit het onderzoek naar de oorzaken van de stranding is gebleken, dat het schip meer deklast had dan de Schepenwet in verband met de tonnenmaat toelaat; de Raad neemt echter genoegen met het door de gezagvoerder ter verontschuldiging aangevoerde, nl. dat, toen hij het laatst in Nederland was geweest, de Schepenwet nog niet bestond.
Het is de Raad ook niet gebleken, dat de tyfus gevallen aan boord moeten worden toegeschreven aan slecht drinkwater. De gezagvoerder wordt echter voorgehouden, dat het raadzaam is filters mee te nemen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart
De Raad voor de Scheepvaart heeft uitspraak gedaan in de zaak van het voor afbraak door het Franse gouvernement aan de scheepssloperij Holland te Hendrik-Ido-Ambacht verkochte oude Franse oorlogsschip RICHELIEU.
L. Smit on Co's Sleepdienst te Rotterdam had met bovengenoemde scheepssloperij gecontracteerd om het afgetakelde schip te slepen van Toulon naar Hendrik-Ido-Ambacht, en dit opgedragen aan de kapitein Koenes, gezagvoerder van de sleepboot ROODE ZEE.
In de Golf van Biscaye, op 130 mijlen afstand van Puissant, is de RICHELIEU losgeraakt bij slecht weer, en enige weken drijvende gebleven. Zij werd door de ZWARTE ZEE en de POOLZEE, sleepboten van L. Smit en Co., bij Kaap Lizzard gevonden zonder bemanning; deze had het schip verlaten en was opgenomen door het Engelse stoomschip ARTIST.
In zijn uitspraak constateert de Raad, dat aan de uitrusting van de RICHELIEU veel ontbroken heeft. De omstandigheden waaronder de bemanning verkeerde (zij was zonder proviand) waren voldoende aanleiding om het schip te verlaten. Het had door twee sleepboten gesleept moeten worden, en zó uitgerust moeten zijn dat het de voorgeschreven seinen had kunnen geven, ook toen het verband met de sleepboot verbroken was.
Verder had er een reddingboot aan boord moeten zijn.
De RICHELIEU heeft geruimen tijd groot gevaar voor de scheepvaart opgeleverd, en de opvarenden zijn in levensgevaar geweest. De gezagvoerder van de ROODE ZEE kan echter geen verwijt treffen, aangezien hij pogingen heeft aangewend om de RICHELIEU zoveel mogelijk zeeklaar te maken. De toestand van de sleep mocht voor hem geen aanleiding zijn om niet te vertrekken. Bij de wet worden de gezagvoerders van sleepboten niet uitdrukkelijk verantwoordelijk gesteld voor de schepen welke zij over zee slepen, en voor de veiligheid van de runners. Het is echter wenselijk, dat de wetgever vaststelt bij wie de verantwoordelijkheid berust voor schepen, waarvan de nationaliteit moeilijk te bepalen is, maar die veelal met Nederlanders bemand zijn. Waarborgen zijn in dezen zeer noodzakelijk; ongewenst is het echter voor de vaderlandse sleepvaart dat er buitenlandse certificaten van zeewaardigheid worden gegeven. Als de verantwoordelijkheid van de gezagvoerders van de sleepboten wordt vastgesteld, zal hierdoor aanzienlijke verbetering in een slecht geregelde toestand komen.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Amsterdam, 15 maart. Van de werf van de Nederlandsche Scheepsbouw Maatschappij werd heden in tegenwoordigheid van vele genodigden te water gelaten het nieuwe mailschip KONINGIN DER NEDERLANDEN, gebouwd voor rekening van de Stoomvaart Maatschappij Nederland, Het is van dezelfde type als de PRINSES JULIANA, die verleden jaar 30 mei door H.M. de Koningin van stapel werd gelaten. Het heeft dezelfde afmetingen, nl. 473 voet lang en 55 voet breed. Er is plaats voor 100 passagiers 1e, 75 van de 2e, 34 van de 3e en 140 van de 4e klasse.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De Nederlandse schoener SPECULANT, kapt. Muller, van Hamburg naar Antwerpen, is hier lek binnengelopen.


16 maart 1911


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Door de werf Hubertina te Haarlem werd gisteren afgeleverd de sleepboot ACHILLES, aldaar gebouwd voor rekening van de Stoombootreederij voor het Slepen van Schepen aan het Nieuwediep en te IJmuiden van en naar zee. Boekhouders de heren C.E. Zur Mühlen en A.J. de Graaf te Amsterdam.
De sleepboot ACHILLES, (300 pk.) voldeed uitstekend aan alle gestelde eisen. De ketel is voorzien van Howdon's patent forced draught. De vaarsnelheid is 11 mijlen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Met gunstig gevolg is gistermiddag van de werf van de heer A. de Jong te water gelaten het stalen loggerschip ARIE ZUURMOND, gebouwd voor rekening van de heer W. Zuurmond te Scheveningen. Het schip is bestemd voor de haringvisserij.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Scheepsbouw. Van de werf ’t Kromhout, firma D. Goedkoop Jr. te Amsterdam, is met goed gevolg te water gelaten een stalen dubbelschroef motorschip, gebouwd voor de Dienst van de Belastingen te Hellevoetsluis. De afmetingen van het vaartuig zijn: Lengte over alles 24 m., breedte 4,20 m. en holte 2,40 m., terwijl het zal worden voortbewogen door 2 stuks tweecilinder Kromhout petroleum motoren elk 70 ipk ontwikkelend, welke machines het vaartuig een snelheid zullen geven van ongeveer 18,7 km per uur.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 15 maart. Het 11 dezer van hier naar Llanelly vertrokken Engelse stoomschip JASON geraakte 18 maart op de rotsen nabij Portland Bill vast. De Nederlandse sleepboot POOLZEE bracht het met twee plaatselijke sleepboten weer vlot en vervolgens op de rede van Portland. Bij onderzoek is gebleken dat de voortank van het stoomschip JASON vol water staat. De machines en het roer zijn ontredderd en men gelooft dat ook de bodem van het schip beschadigd is.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Examens. Te 's-Gravenhage zijn bij het stuurlieden examen geslaagd grote stoomvaart eerste stuurman: J.J. Bert, derde stuurman: J. Baron, A. van den Berg (de tweede leerling van de zeevaartschool te Groningen), J.D. de Bruyn, J.W.E.J. Dambrink, C.P. Dekker.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Westerbroek, 15 maart. Van de werf van de firma Wortelboer en Co. werd heden met goed gevolg te water gelaten een stalen sleepkaan, groot 900 ton, voor Duitse rekening. De kiel van een dito kaan werd op deze werf gelegd, ook voor Duitse rekening.


17 maart 1911


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Motorvaart. - De Vereeniging voor de Zeevaart, de Amsterdamsche Vereeniging van Machinisten Het Stoomwerktuig, de Vereeniging van Machinisten ter koopvaardij en de
Scheepsmachinisten Vereeniging, vakgroep van de Bond van Technici te Amsterdam, zeggen in een adres aan de Minister van Binnenlandse Zaken:
- dat het gebruik van de motor zeer onvoorzien een bijzonder grote vlucht nam bij de koopvaardij;
- dat bij de vele ongevallen, welke zijn onderzocht bij de Raad voor de Scheepvaart, een ergerlijk gebrek gebleken is aan de meest elementaire kennis van de behandeling van een schip bij de kleine vaart;
- dat de gelegenheid om zich voor te bereiden op een zelfs eenvoudig, doch noodzakelijk examen maar al te veel ontbreekt in beide opzichten, vooral in het Noorden van ons land, wat op die bedrijven hoogst nadelig werkt;
- redenen waarom zij zich tot de Minister wenden met het verzoek, met de hoognodige spoed het daartoe benodigde en eenvoudige vakonderwijs in het leven te roepen en te ondersteunen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Rotterdam, 16 maart. Op het stoomschip JASON, door de Nederlandse sleepboot POOLZEE van de rotsen te Portland Bill gesleept en later te Portland op de rede gebracht, is beslag gelegd.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf „Gusto" te Schiedam, is met goed gevolg te water gelaten de stalen romp van een zeewaardige zuiger met snijkop en persinrichting, bestemd voor de regering van Zuid-Australië. De hoofdafmetingen van het schip zijn: Lengte 42 m., breedte 9 m., holte 3,50 m. De hoofdmachine voor het drijven van de zandpomp bij het baggeren en van de schroef onder het varen is van het triple expansie systeem en kan ruimschoots 725 ipk ontwikkelen. Het schip, dat onder speciaal toezicht van Lloyds gebouwd wordt, heeft een zuigdiepte van 13 meters, een opbrengst van ongeveer 1.500 ton per uur bij het baggeren in vaste klei, en een vaarsnelheid van 9 knopen. De gebaggerde grond kan weggeperst worden tot op een afstand van 1.500 voet bij een hoogte van 20 voet boven de waterlijn. Deze zuiger zal de reis naar Adelaide onder eigen stoom ondernemen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van de scheepsbouwmeester J. de Boer te Oude Pekela is te water gelaten een stalen klipper aak, groot plm. 130 ton, terwijl de kiel gelegd werd voor een dito schip, groot plm. 120 ton.


Krant:

 VCO - Vlissingsche Courant

Vlissingen, 16 maart. Dezer dagen werd op de werf van de Koninklijke Maatschappij “De Schelde” alhier, de kiel gelegd voor twee torpedobootjagers, bestemd voor de Nederlandse Marine.


18 maart 1911


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart
De Raad voor de Scheepvaart te Amsterdam heeft gisteren in behandeling genomen de klacht ingediend tegen de kapitein W. v. d. S. d. B., van het stoomschip VOORBURG, dat sindsdien door de rederij, de thans opgeheven Burglijn, te Rotterdam, verkocht is. De klacht is ingediend door zes man van de bemanning en betreft het op de, in oktober aanvaarde reis van Savannah naar Rotterdam, verstrekken van bedorven voedsel, benevens onvoldoende uitrusting van de reddingboten en herhaalde dronkenschap van de gezagvoerder. Volgens de klacht werd de proviand in de voorpiek bewaard, waar zij aan bederf en verrotting onderhevig was. Het hard brood zou beschimmeld zijn geweest, de bonen eveneens, en het spek onfris; vers brood zou de kok niet hebben kunnen bakken, omdat het meel vochtig en klonterig was. Bovendien zou er gebrek aan gist zijn geweest.
De kapitein, het eerst gehoord, noemde al de klachten ongegrond en een wraakneming van de bemanning wegens een straf, aan een donkeyman te Havannah opgelegd. Deze straf: Inhouding van gage, werd door de kantonrechter te Rotterdam gehandhaafd. Op de reis heeft de kapitein de hofmeester gedegradeerd wegens slordigheid en oneerlijkheid. De officier en machinisten hebben allen verklaard, dat het vlees in goede toestand was. De bemanning zei dat het vlees uit het vaatje voor de kapitein niet bedorven was; toen hun echter daarvan werd voorgezet zonder dat zij het wisten, bleven zij opmerkingen maken. Een van de matrozen heeft een stuk beschimmeld hard brood getoond; hierop heeft de kapitein een vaatje opengebroken in bijzijn van een van de officieren en de voorraad goed bevonden. De kapitein geeft toe, dat de bonen op het laatst een aanslag van schimmel hebben vertoond; ze waren echter in gekookte staat best bruikbaar. Zo spoedig mogelijk is niettemin nieuwe voorraad ingeslagen. De kapitein, voor wie er een aparte keuken was, heeft er ook van gegeten en ze goed bevonden.
De bemanning had in verschillende havens bij de consuls kunnen klagen en heeft dit niet gedaan. De kapitein vermoedt juist daarom, dat het denkbeeld om de klacht in te dienen, eerst is opgekomen, toen de kantonrechter te Rotterdam de aan de donkeyman wegens brutaliteit opgelegde straf had gehandhaafd. Een van de klagers is door de kapitein op diefstal van jenever betrapt. De klachten betreffende de onvoldoende staat van de reddingboten, dronkenschap van de gezagvoerder en niet toereikende kolenvoorraad wees de kapitein eveneens beslist af. De kapitein verklaarde voorts nog, dat hij gewoon was het schip te foerageren zonder controle van de rederij, en evenmin van de bemanning, welke bij hem in de kost was. De hele klacht is z.i. het werk van de secretaris van de Zeeliedenvereniging te Rotterdam. De matroos Kriele, na de gezagvoerder gehoord, trekt de klacht aangaande de staat van de reddingboten in, omdat hij er niets van gezien heeft. De klachten in zake de proviand hield hij vol. Onder de invloed van sterke drank heeft hij de kapitein nooit gezien; hij heeft hem nooit zien drinken, noch ooit waargenomen, dat hij naar de drank rook. In Amerika heeft getuige echter eens gehoord, dat de kapitein wat raar sprak met een shipchandler. Dit gesprek werd in het Engels gevoerd, welke taal getuige niet verstaat. De klacht zegt hij geheel uit vrije wil te hebben getekend. De volgende getuige, A. 't Hart, is de gestrafte donkeyman. Deze zegt de dronkenschap van de kapitein hieruit te hebben afgeleid, dat de man erg driftig kon uitvallen. Toen getuige de kapitein te Savannah eens tegengesproken en deze zich daarover opgewonden had, zei de eerste stuurman sussend: „je moet wat voorzichtig met de ouwe zijn, als hij dronken is". De getuige werd daarop de beëdigde verklaring van de 1ste stuurman voorgehouden, volgens welke de kapitein nimmer misbruik maakte van sterke drank. De kapitein kon volgens getuige zeer ruw uitvallen. Deze zei hierop dat hij dat vroeger misschien wel deed maar later zich ervoor gehoed heeft. De Raad zal beraadslagen of er in deze zaak nog meer getuigen gehoord moeten worden.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 18 maart. De bouw van twee schroefstoomboten voor de dienst Middelburg-Zierikzee is door Gedeputeerde Staten van Zeeland opgedragen aan J. & K. Smit’s Scheepswerf en Machinefabriek te Kinderdijk.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Verkochte schepen. De te Groningen thuis behorende klipper-aak TIJDGEEST, schipper Kuvel, die 11 april 1910 onbemand te Sassnitz is binnengesleept en 23 november jl. van daar te Groningen slepende is aangekomen onder commando van schipper Muller is onderhands verkocht naar Duitsland en reeds daarheen vertrokken.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Geslaagd zijn voor de grote stoomvaart, 2e stuurman: S. Groenewold, L.S. van Griethuijsen,
P. de Haan; derde stuurman: K. Dontje (leerling van de zeevaartschool alhier.)


19 maart 1911


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 18 maart. De zeewaardige emmerbaggermolen met persinrichting ALDOSIVI, op de werf Gusto van de firma A.F. Smulders alhier voor buitenlandse rekening gebouwd, heeft heden deze werf verlaten, om de reis naar Talcahuano, voor welke haven het werktuig bestemd is, onder eigen stoom te ondernemen. Het schip is geheel elektrisch verlicht.
(opm: verkort weergegeven)


20 maart 1911


Krant:
 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

IJmuiden, 19 maart. Heden kwam hier van Hamburg binnen met bestemming naar Luik (België) de Nederlandse zeetjalk ONDERNEMING, uit Stadskanaal. Pogingen om het Vlie binnen te lopen waren door de harde oosterstorm mislukt. De Terschellinger loods, die daar reeds aan boord was genomen, werd hier geland.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep van KI. Toxopeus, sleepbootkapitein te Delfzijl,
door het hof te Leeuwarden veroordeeld tot twee geldboeten van 13 of 1 dag hechtenis voor
elke boete, wegens het met de sleepboot NORDERNEY stomen naar Wilhemshaven, zonder zich aan uiterste wacht te Delfzijl te hebben doen uitklaren.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Londen, 18 maart. Volgens bericht uit Hamburg is het Nederlandse stoomschip GERRITTINA, kapt. Alberts, bestemd naar Trouville, aldaar met defecte machine in de haven teruggesleept.


Krant:

 VCO - Vlissingsche Courant

Vlissingen, 18 maart. Op zaterdag 15 april a.s. zal van de werf van de Koninklijke Maatschappij “De Schelde” alhier te water worden gelaten het stoomschip ORANJE NASSAU, gebouwd voor rekening van de Koninklijke West Indische Maildienst te Amsterdam.


21 maart 1911


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Wilton's Machinefabriek en Scheepswerf te Rotterdam.
Aan het verslag over 1910 wordt het volgende ontleend: De werkzaamheden, die gedurende vorige jaren geregeld toenamen, vertoonden over 1910 wederom een sterke uitbreiding. Het dokbedrijf was in 1910 wederom druk. Er werden 240 zeeschepen gedokt, metende 807.742 register tonnen, met 391 dokdagen. Van de hellingen werd gebruik gemaakt door 132 zeeschepen. metende 162.472 register tonnen, met 317 hellingdagen. Totaal werden dus 372 zeeschepen, metende 970.214 register tonnen gedokt en gehellingd, zijnde 205.091 register tonnen of bijna 27 % meer dan in 1909. Bovendien werden 49 zeeschepen, metende 154.032 register tonnen in de dokken van de gemeente Rotterdam behandeld. Verder werden 240 rivierschepen gehellingd met een totaal van 654 hellingdagen.
In verband met het steeds toenemend dokbedrijf werd een tweede dok besteld met een draagvermogen van 4.500 ton. Dit dok wordt vervaardigd door de firma Swan, Hunter & Wigham Richardson, te Wallsend on Tyne, en zal in juni van dit jaar in gebruik genomen worden. De afdeling Scheepsbouw leverde af de profiel- en bakkenzuiger WÜRTEMBERG, de zee sleepboot DONAU, 6 pontons voor graanelevators, het stoomschip PRINSES JULIANA voor de inter-koloniale dienst van Curaçao, de baggermolen SUBWORKER, twee sterke sleepboten en twee motorboten voor eigen gebruik, alsmede de verlenging en verbouw van het stoomschip BATAVIER III. De afdelingen machinebouw en ketelmakerij leverden af de 9 machines en 14 ketels voor bovengenoemde schepen. Verder 1 machine en 1 ketel voor een Rijnsleepboot, een en ander met een totaal van 3.000 ipk. Bovendien werden door de ketelmakerij nog 7 nieuwe ketels afgeleverd. Op 31 december 1910 waren nog onder handen of in bestelling in de afdeling scheepsbouw de stoomschepen SAMPIT en KOEMAI, een drijvende bok met een lichtvermogen van 120 ton, voor eigen gebruik, en twee pontons voor graanelevators. Vóór het uitbrengen van dit verslag werd nog opdracht ontvangen voor een stoomschip voor de Koninklijke Paketvaart-Maatschappij, een zeewaardige baggermolen voor Australië, en nog twee pontons voor graanelevators. In de afdelingen machinebouw en ketelmakerij zijn nog onder handen of in bestelling de 6 machines met een totaal vermogen van 1.550 ipk. en de 10 ketels voor bovengenoemde vaartuigen en 3 machines van gezamenlijk 1.100 ipk. En 8 ketels voor andere vaartuigen. Aan arbeidsloon werd in 1910 uitbetaald NLG 1.138.466 tegen NLG 945.928 in 1909. Het overschot van de bedrijfsrekening bedraagt NLG 787.633 (v. j. NLG 686.754). Hieruit allereerst te bestrijden de debetsaldi van de rekeningen: Steenkolen, algemene onkosten, interest, salarissen directie en personeel NLG 266.046. Er blijft dus een winst over van NLG 531.586. Voorgesteld wordt van dit winstsaldo voor afschrijving op de daarvoor in aanmerking komende rekeningen te bestemmen een bedrag van NLG 180.689 (v. j. NLG 162.873). Blijft dus een beschikbare winst van NLG 340.897. Voorgesteld wordt een dividend uit te keren van 5 % (evenals v. j.) en het saldo over te brengen in het credit van de reserve-rekening, welke alsdan tot NLG 739.250 stijgt.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Schiedam, 18 maart. De zeewaardige emmerbaggermolen met persinrichting ALDOSIVI, op de werf Gusto voor buitenlandse rekening gebouwd, is heden vandaar vertrokken om de reis naar Talcahuano, voor welke haven het werktuig bestemd is, onder eigen stoom te ondernemen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Van de scheepswerf “Dordrecht” te Dordrecht is met goed gevolg te water gelaten een van de hopper barges van 350 kub.meters, in aanbouw voor de heer A. Bos Pzn. en werd daarop de kiel gelegd voor een motorvrachtboot voor het vervoer van basalt.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Terschelling, 19 maart. De schoener NOORDSTAR bestemming Kampen, loods J. Zeilmaker, is zaterdagmorgen bij Swanenbalg aan de grond gevaren. Bijzonderheden ontbreken.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Londen, 18 maart. Volgens een telegram uit Hamburg is het Nederlandse motorvaartuig GERRITTINA, vandaar naar Trouville bestemd, teruggekeerd met een defect aan de machine.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Brunsbüttelkoog, 18 maart. De Nederlandse tjalk CONFID met 180 ton mais van Bremerhaven naar Flensburg is bij Brunsbüttel hoog op een bank geraakt.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Brunsbüttel, 18 maart. Het met mais geladen Nederlandse tjalkschip CONFID, van Bremerhaven naar Flensburg bestemd, is in het Kaiser Wilhelmkanaal aan de grond geraakt.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Oude-Pekela, 20 maart. De van ouds bekende scheepstimmerwerf van de heer J. Kuiper, waar reeds tal van schepen zijn gebouwd of hersteld, zal de volgende maand worden opgeheven. Tegen die tijd worden de daaraan verbonden werklieden ontslagen.


22 maart 1911


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

IJmuiden, 22 maart. Bij het binnenkomen is het (opm: Engelse) stoomschip STENTOR binnen de pieren in aanvaring gekomen met de baggermolen „Noordzeehaven", die daardoor zonk. De bemanning is gered. De STENTOR beliep enige boegschade. Op de plaats van de gezonken baggermolen is een botter gelegd die als wrakschip zal dienst doen en de nodige seinen zal tonen. Volgens nadere berichten werden de 7 opvarenden van de „Noordzeehaven" gered door de sleepboot WERKENDAM. Buiten het zinken van de „Noordzeehaven" hebben de stoomhoppers AMSTERDAM 3 en MAASMOND 10 schade bekomen. Van de STENTOR scheurde een boegplaat en ging het stuurboord anker verloren.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlissingen, 22 maart. De dag-mailboot ENGELAND, waaruit enkele machinedelen zijn overgebracht in de reserveboot DUITSCHLAND, is naar Hendrik-Ido-Ambacht vertrokken om daar gesloopt te worden.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart ongeval FLORA
De Raad voor de Scheepvaart heeft gisteren in behandeling genomen het ongeval, op 24 februari, in de Oostzee, op de reis van Koningsbergen naar Danzig overkomen aan het stoomschip FLORA, van de Koninklijke Nederlandsche Stoomboot Maatschappij te Amsterdam, kapitein D. Klok. Deze werd door de Raad gehoord. Uit zijn verklaring bleek het volgende: In de haven van Neufahrwasser is het schip met kracht door een sleepboot aangevaren, in het midden voorluik, waardoor echter niet zodanige averij is ontstaan, dat de reis niet vervolgd kon worden. Het werd slecht weer, met hevige windvlagen, het schip begon zwaar te slingeren. Op de 24e februari 's middag, kwam de 1e machinist de kapitein mededelen, dat er een groot gat in de uitlaat-circulatie was, waardoor een brede straal water met kracht naar binnen stroomde. De kapitein liet onmiddellijk overal roepen en stelde zich op de hoogte van de toestand. In de stookplaats liepen de mensen tot in de borst in het water, de vuren waren geblust, en werd een voorlopige voorziening voor het gat gemaakt, waarna de pompen het water konden bijhouden. Het schip had 18 of 20 graden slagzij stuurboord gemaakt; noodseinen werden gehesen, daar het hulpeloze schip strandwaarts dreef. Een Duits schip, de BERLIN, nam de FLORA op sleeptouw en sleepte haar binnen in de haven van Esbjerg. De kapitein schreef het ontstaan van het gat toe aan de krachtige zeeën, waardoor de tuit van de uitlaat-circulatie bezweken is. Bij het vertrek van Koningsbergen vroor het 23 graden; er was veel ijs in zee. De kapitein schrijft het ongeval niet toe aan de aanvaring te Neufahrwasser; de plaats waar de sleepboot de FLORA geraakt heeft, was 10 meter van de uitlaat-circulatie. Op 24 februari was het dooiweer. Het schip werd in 1394 gebouwd en heeft zijn 4e survey ondergaan. De machinist Visscher verklaarde gelijkluidend. Hij schreef het gat niet toe aan de strenge vorst, daar de invloed van de koude op de ijzeren platen door de warmte van de machinekamer opgeheven werd.
De uitspraak volgt later.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Londen, 20 maart. Volgens bij Lloyd's ontvangen telegram had het Nederlandse stoomschip GROTIUS van Batavia naar Amsterdam, voor aankomst te Genua op 18 dezer, een schroefblad verloren, ten gevolge waarvan het te Genua moest dokken om een nieuw schroefblad aan te brengen. Het kon echter dezelfde dag de reis voortzetten.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

IJmuiden, 21 maart. De met stormschade en defecte motor alhier binnen gesleepte motorschoener ANGELINA zal hier gerepareerd worden, waarna de reis naar Sunderland zal worden voortgezet. (opm: zie ook NRC 060311 en 070311)


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Brunsbüttel, 20 maart. Het tjalkschip CONFID is gisteren door de sleepboot VULCAN vlot gebracht, na, 60 ton mais te hebben gelost. Het schip wordt door duikers onderzocht.
(opm: zie NNO 210311)


23 maart 1911


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 22 maart. Het stoomschip DARDANUS, groot bruto 4.654 en netto 2.992 reg. ton, van de Ocean Steamship Co. Ltd. Te Liverpool, is onder Nederlandse vlag gebracht.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Door Van Nievelt Goudriaan & Co’s Stoomvaartmaatschappij te Rotterdam, werden bij de Rotterdamsche Droogdok Maatschappij wederom twee stoomschepen besteld voor de algemene vrachtvaart, elk groot 5.500 ton.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Vlissingen, 22 maart. De dagmailboot ENGELAND, waaruit enkele machinedelen zijn overgebracht in de reserveboot DUITSCHLAND, is naar Hendrik-Ido-Ambacht vertrokken om daar te worden gesloopt.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Voor IJmuiden heeft gisteren het binnenkomende stoomschip STENTOR de baggermolen
„Noordzeehaven", van de firma Volker en Bos, in de grond gevaren. De baggermolen had twee stoomhoppers langszij; de STENTOR liep achter op de baggermolen. Vijf man van de „Noordzeehaven" werden zwemmende gered. De zesde man was op een van de hoppers overgesprongen.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Bij het stuurliedenexamen zijn geslaagd voor de grote stoomvaart als eerste stuurman de
heer W. Salomons; als derde stuurman de heren F. van Harmelen, P.J. van Genk en J.B.A. Jagt.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Niet vertonen van een zeebrief.
De schipper Reinder H., van het tjalkschip JANTINA, varende onder Nederlandse vlag, is door de kantonrechter veroordeeld tot NLG 1,50 boete subs. 2 dagen hechtenis, omdat hij de 26ste februari met zijn schip Altona is binnengelopen en zich daar niet bij de Nederlandse consul hoeft vervoegd om de zeebrief te tonen.
Het O.M. vroeg eveneens NLG 1,50 boete, subs. 2 dagen hechtenis.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Geen zeebrief.
Jilling Z., kapitein-eigenaar van de sleepboot ENGELIENA te Delfzijl, heeft op 13 en 14
april met die sleepboot een reis gemaakt van Delfzijl naar het eiland Baltrum vice-versa
en tussen 17 en 19 april een van Nordenham—Bremerhaven—Bremen v.v. De reis is gegaan over de Oost-Friese Wadden en de kapitein heeft beide keren geen zeebrief gehad.
Het O.M. achtte bewezen dat hier zeereizen zijn gedaan en dat dus een zeebrief aanwezig
moest zijn. Het O.M. zei, dat op het eerste ten laste gelegde, n.l. het niet vertonen van een
zeebrief, vrijspraak en ontslag van rechtsvervolging moest volgen, omdat er geen zeebrief
aanwezig was en eens niet vertoond kon worden.
Wat het tweede ten laste gelegde betreft, het niet hebben van een zeebrief, hiervoor vroeg het O.M. veroordeling tot NLG 1 boete, subs. 1 dag hechtenis.
Beklaagde beweerde, dat zijn boot geen zeeschip is, doch wel de Nederlandse vlag aan
boord had.
Voor het zelfde feit stond ook terecht Jan de B., kaptein op de sleepboot DELFZIJL, die op 25 april een reis maakte van Delfzijl naar Norderney v.v. Beklaagde had geen zeebrief, doch wel de Nederlandse vlag aan boord. Eis NLG 1, subs. 1 dag hechtenis.
Beklaagde zei geen zeeschip te hebben, waarom hij van oordeel was geen zeebrief nodig
te hebben.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Hamburg, 21 maart. Het stoomschip PRINSES JULIANA is nagezien. Er moeten 40 à 50 bodemplaten worden gesterkt of vernieuwd en een aantal spanten hersteld.


24 maart 1911


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

IJmuiden, 24 maart. De nieuwe sleepboot ACHILLES van de sleepdienst Zur Mühlen, is voorgaats in aanvaring geweest met het binnenkomende tankstoomschip PURELIGHT.
De sleepboot bekwam vrij ernstige averij aan steven, berghout en verschansing.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van de heer W. Mulder te Stadskanaal is met goed gevolg te water gelaten een stalen schuit, groot 80 ton, genaamd SCHWALBE, voor rekening van K. Bielenberg te Holstein (Duitsland). De kiel werd gelegd van een piektjalk, groot 80 last, eveneens voor Duitse rekening.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 22 maart. Volgens alhier ontvangen telegrafisch bericht is het vuurschip SURINAMERIVIER, op reis van Amsterdam naar Paramaribo, behouden op de Canarische Eilanden aangekomen. Aan boord alles wel.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Hamburg, 22 maart. Het stoomschip PRINSES JULIANA heeft een bewijs van zeewaardigheid ontvangen om in Nederland te gaan repareren.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Het stoomschip GERRITTINA, kapt. Alberts, is hedenmorgen naar Trouville vertrokken, na de machineschade hersteld te hebben. (opm: zie ook NNO 200311)


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Groningen, 24 maart. Geslaagd zijn bij het stuurliedenexamen voor de grote stoomvaart als 2de stuurman de heren H. Koeman en P. Lagaay.
Bij het machinistenexamen slaagden voor het voorlopig diploma de heren H. de Raay,
J. Faber, P. Focke, S. de Haan en J. Kastelein.


Krant:

 VCO - Vlissingsche Courant

Vlissingen, 23 maart. De vroegere dag mailboot ENGELAND, welke naar Hendrik-Ido-Ambacht is gesleept om daar gesloopt te worden is, naar ons wordt gemeld, voor NLG 42.000 verkocht aan de scheepssloperij aldaar.


Krant:

 VCO - Vlissingsche Courant

Vlissingen, 23 maart. De tweede, door de Rotterdamsche Lloyd aan de Koninklijke Maatschappij “De Schelde” alhier in opdracht gegeven vrachtboot, zal de naam dragen van PONTIANAK.


25 maart 1911


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart
De Raad voor de Scheepvaart deed uitspraak inzake het ongeval, op 21 februari jl. overkomen aan het stoomschip FLORA, van de Kon. Ned. Stoomboot Maatschappij te Amsterdam. Op weg van Koningsbergen naar Danzig werd, terwijl er een zeer hoge zee stond, in de uitlaat-circulatie een groot gat gevonden, waardoor een brede straal water naar binnen stroomde, die de ruimen onder water zette en een van de vuren bluste. Het schip maakte sterk slagzij over stuurboord en kreeg averij, terwijl een gedeelte van de deklast wegspoelde.
De Raad is niet kunnen komen tot vaststelling van de oorzaak van de ramp. Met de middelen, die daartoe ten dienste stonden, is gewoekerd om het schip te behouden en daaraan is het behoud van het schip ook te danken.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart
Inzake de bekende klacht van enige leden van de bemanning van het stoomschip VOORBURG, van de, sindsdien opgeheven Burglijn te Rotterdam, tegen de kapitein, Van der S. de B., werd gehoord de heer Dik, die tot 1906 als stuurman onder hem gevaren heeft. Deze verklaarde bij de kapitein nooit iets van dronkenschap te hebben bemerkt.
Het onderzoek werd daarna gesloten.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart, stranding van het stoomschip ALKAID
Op 5 november 1910 is het stoomschip ALKAID, rederij Van Nievelt Goudriaan en Co. te Rotterdam, kapitein J. Datema, op reis van Rotterdam naar Constantinopel, na vertrek van Marseille met een 5-mijls vaart gestrand op de rotsen van het eiland Sourdaras, bij het
Canabière vuur. Het schip heeft 9 dagen geboeid gezeten en werd zo zwaar beschadigd, dat de bemanning toestemming kreeg om het te verlaten. Alleen de kapitein en de officieren bleven aan boord.
De eerste stuurman, de heer Dik, werd als getuige gehoord. Deze deelde mee dat de kapitein hardhorend was, wat na de stranding erger is geworden. De kapitein was een consciëntieus zeeman; hij was zeer gesloten. Nooit is getuige iets opgevallen, waardoor hij vermoedde dat de geestvermogens van de kapitein gestoord waren. Thans wordt hij in een ziekenhuis verpleegd.
Toen getuige op de brug kwam, maakte hij de kapitein er op attent dat men in de witte sector van het Canabière-vuur was, terwijl men in de rode zijn moest. De kapitein was daar vroeger nooit geweest. Hij heeft eerst de machine doen stoppen en daarna bakboord roer nieuw commando, en volle kracht vooruit gecommandeerd. Getuige is daarna naar de bak gegaan; toen hij op de brug terugkwam bemerkte hij dat het schip N. ten O. voorlag, en dat het op de klippen zou lopen. De kapitein had, voordat getuige de brug had verlaten, gezegd dat er wel weer ZW ten W. ¾W gestuurd kon worden. Getuige poogde nog het roer om te gooien, maar de stranding was niet meer te voorkomen. Nadat het schip 8 dagen bad vastgezeten (er waren bergingsboten bijgekomen) en zware averij, vooral aan de bodem, had bekomen, is het de negenden dag vanzelf vlot gekomen en in de haven van Frioul gesleept.
De reparatie heeft ruim 2 maanden geduurd. De kapitein is na het ongeval naar Holland vertrokken, en vervangen. Getuige heeft voor het ongeval aan de navigatie part noch deel gehad. De tweede stuurman, de heer J. v. d. Berg, deelt mee dat hij reeds enige reizen met kapitein Datema gemaakt had. Getuige was in die buurt goed bekend. Hij had de kapitein gezegd dat de koers N ten W ¾ ten W was, en dat op die koers geen deviatie was. Dat
kapitein D. daar niet bekend was, wist getuige niet. Er is niets vreemds in, dat de gezagvoerder van een vrachtschip bij het verlaten van een haven zonder stuurman op de brug staat. Dat de stranding aan opzet moet worden toegeschreven is ondenkbaar; voor getuige ligt de oorzaak in het duister. Door de stranding was de kapitein zeer geschoktober
De matroos, die bij het vertrek uit Marseille roerganger was, verklaarde dat de kapitein geen order gegeven had om twee vuren, die bakboord werden gezien, stuurboord te nemen. Toen later de eerste stuurman erbij kwam, gooide hij plotseling het roer om, en ging de kapitein naar beneden.
De voorzitter, mr. Pleyte, deelde daarna mee, dat het verder onderzoek ook zal lopen over de vraag, of de stranding te wijten is aan ongeschiktheid, of aan een daad of nalatigheid van de kapitein. Verschillende omstandigheden, die thans zijn gebleken, doen het de Raad wenselijk voorkomen, het onderzoek In die richting voort te zetten.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Indische Lloyd. – De onlangs hier ter stede opgerichte naamloze vennootschap Indische Lloyd, waarvan het kapitaal op NLG 4 miljoen is vastgesteld, kondigt de uitgifte aan van 800 aandelen à NLG 1.000 à pari, waarvan er 600 reeds geplaatst zijn. Aandelen worden verkrijgbaar gesteld bij de heren J. de Bouter & Zn. en Milders & Gleichman te Rotterdam.
Aan de toelichting tot het prospectus ontlenen wij nog het volgende: De N.V. „Indische Lloyd", opgericht te Rotterdam, l.l. 20 februari 1911 is gevormd met de bedoeling een stoomvaart verbinding te onderhouden, tussen Rotterdam en andere havens van het vaste land van Europa en Engels-Indië. Voor dit doel zijn aangekocht vier Engelse stoomschepen, speciaal gebouwd voor de vaart op Indië, voorzien van elektrisch licht en ingericht voor vervoer van 1e klas passagiers. Deze stoomschepen worden te Rotterdam afgeleverd gedurende de eerstvolgende drie maanden, alwaar zij onder Nederlandse vlag zullen worden gebracht. Het zijn de GRAMSBERGEN, inhoud 8.000. ton dw., de BEEKBERGEN, inhoud 6.300 ton dw., de STEENBERGEN, inhoud 6.300 ton dw. en de RIJSBERGEN, inhoud 5.900 ton dw. Deze vloot is inclusief alle toebehoren aangekocht voor de som van GBP 120.000, terwijl de kosten voor het brengen van de schepen in de conditie, welke vereist wordt volgens de voorschriften van Lloyds, voor rekening van de verkopers zijn. De kosten voor het doen brengen van de ketels enz. in overeenstemming met de voorschriften van het stoomwezen, zijn voor rekening van de „Indische Lloyd", en worden geschat op circa NLG 20.000. Voor oprichtingskosten wordt 1 procent van de kostprijs van de stoomschepen aan de maatschappij in rekening gebracht, welk bedrag betaalbaar is in gewone aandelen van de maatschappij. De Eerste Nederlandsche «Scheepsverband Mij. te Dordrecht heeft een hypothecair-verband van NLG 760.000 op de schepen gegeven, tegen een jaarlijkse rente van 5¼ procent en een jaarlijkse aflossing van 8 procent van het bedrag van de lening.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 24 maart. De stoomlichters KOEMAI en SAMPIT, van Rotterdam naar Java, passeerden 23 maart Ouessant.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Bij het machinistenexamen zijn geslaagd voor het voorlopig diploma de heren C. Kramer,
J.H. van den Berg, W.P.F. Verhoeven, J. Kuiken, O. Kriens en D. Kortlang.
Geslaagd zijn als stuurman bij de grote stoomvaart, derde stuurman, de heren A. Kruiten, J. Kooyman, H. Kortenbout, J.W. Korthagen en J.D. Maarleveld.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Vlissingen, 25 maart. Naar wij vernemen staat het thans vast, dat met 1 mei a.s. nachtboten
van de maatschappij Zeeland van en naar Folkestone zullen varen.


27 maart 1911


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Kopenhagen, 25 maart. Het Nederlandse zeilschip EBBA, met cement, liep tijdens een sneeuwstorm bij Gjedser op het strand. De toestand is gevaarlijk.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Stadskanaal (Bonnermond), 25 maart. Liep voor enige tijd van de werf van de scheepsbouw-meester H. v. d. Werf met goed gevolg te water het prachtige tweemast schoenerschip, genaamd EMMA, groot 150 ton, voor rekening van de heer J. Stehrenberg van Hamburg, heden werd te water gelaten een stalen zuiger voor rekening van de heer J. v. d. Wal te Middelstum. Daarna werden de kielen gelegd voor een dito schoenerschip en een zeetjalk, beide voor Duitse rekening. Er is dus vooreerst werk aan de winkel.
Ook gleed deze week een schuit te water van de werf van W. Mulder, en ook daar werd de kiel gelegd voor een schip voor Duitse rekening.


28 maart 1911


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Leerort, 25 maart. Het Rotterdamse stoomschip WATERLAND, met balen van Burnt eiland naar Papenburg, geraakte op de Eems beneden Weener aan de grond doch kwam, na een deel van de lading gelicht te hebben, weer vlot en zette de reis voort.


29 maart 1911


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Londen, 27 maart. Het Nederlandse schip METEOR, schipper Schuitema, van Rotterdam naar Koningsbergen bestemd, is lek en met overgeworpen lading te Folkestone binnengebracht.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Londen, 27 maart. Volgens nader telegram uit Kopenhagen is de Nederlandse koftjalk JEDA, schipper Westers, (niet de EBBA, zoals eerst gemeld) bij Gjedser gestrand. Het vaartuig werd door de bergingsstomer RUEGEN vlot gesleept en te Gjedser binnengebracht. Bij duikersonderzoek is gebleken dat het schip geen schade heeft bekomen, zodat het de reis kan voortzetten.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Bremerhaven, 26 maart. Het Nederlandse tankstoomschip (opm: tankmotorschip) VULCANUS, van Rotterdam naar Blexen, kreeg bij het binnenlopen in de Weser machineschade en moest bij Hohenweg ankeren. Het werd vervolgens door twee sleepboten naar Blexen gesleept.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 28 maart. De Nederlandse sleepboot DONAU van Rotterdam naar Rio de Janeiro met twee bakken op sleeptouw, arriveerde gistermiddag te Bahia.


30 maart 1911


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Londen, 28 maart. Volgens telegram uit New York is aan boord van het aldaar van Rotterdam aangekomen Nederlandse stoomschip ANDIJK brand uitgebroken, maar is het vuur sedert geblust.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Gistermiddag is van de werf van de scheepsbouwmeester J. Verweij met goed gevolg te water gelaten een nieuwe logger gebouwd voor rekening van de heer J. den Dulk Gz. te Scheveningen.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 30 maart. Het tjalkschip ZEEMEEUW, tot dusver bevaren door de eigenaar H. Engelsman, is verkocht en zal voortaan bevaren worden door J. Wijnhold van Appingedam.


31 maart 1911


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Marseille, 26 maart. Het Franse stoomschip GERGOVIA is gisteravond bij het vertrek naar Senegal in aanvaring geweest met het van Java naar Rotterdam bestemde Nederlandse stoomschip OPHIR, beliep schade en keerde terug om te repareren.
(De OPHIR passeerde 29 maart Sagres).


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Vlissingen, 30 maart. Hedennacht is uit zee teruggekeerd de motorschoener CORNELIS, met een defect aan de machine. Men wacht op orders.


01 april 1911


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Londen, 30 maart. Het van Danzig naar Liverpool bestemde nieuw gebouwde, onder Nederlandse vlag varende, stoomschip KHOEN FOENG is volgens telegram uit Fredrikshavn aldaar binnengelopen met defecte machine, om te repareren.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Le Havre, 28 maart. Men is ongerust over de Nederlandse schoener JANTINE FENNEGINE, kapt. Kramer, welke 9 maart met haver van Delfzijl naar Trouville vertrok. Het schip is het laatst gemeld als 14 maart bij Deal. - Havre Eclair.
(De 2-mast gaffelschoener JANTINE FENNEGINE is 164 ton groot en werd in 1900 gebouwd. Kapitein Kramer, van Groningen, is tevens reder).


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 31 maart. De Nederlandse sleepboot SCHELDE, met baggermateriaal van Rotterdam naar Rio de Janeiro op sleeptouw, arriveerde gistermiddag te Las Palmas.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 31 maart. De sleepboot LAUWERSZEE, van Rotterdam naar Konstantinopel met een baggermachine op sleeptouw, passeerde 30 maart Sagres.


03 april 1911


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Frederikshavn, 30 maart. De krukasmetalen van het stoomschip KHOEN FOENG zijn warm gelopen. (opm: zie RN 010411)


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Vlissingen, 1 april. De motorschoener CORNELIS vertrok heden van hier naar Sunderland, na gerepareerd te hebben.


04 april 1911


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. In de afgelopen week ontving de Nederlandsche Scheepsbouw Maatschappij de opdracht van de Anglo-Saxon Petroleum Company te Londen, tot de bouw van een petroleum-tankzeeschip van 2.675 ton deadweight, dat voorzien zal worden van een vóór- en achteruitwerkende 4-takt 6-cilinder Diesel motor van 1.100 eff. paardenkrachten, direct werkende op de schroefas, waarmee het schip een snelheid zal verkrijgen van 10,25 Eng. zeemijlen per uur.
Verder ontving zij nog de bestelling van de Societé Anonyme d’Armement, d’Industrie et de Commerce te Antwerpen voor de bouw van een dubbelschroef olietankschip van 6.250 ton deadweight, dat eveneens voorzien zal worden van vóór- en achteruitwerkende 4-takt 6-cilinder Diesel motoren, elk direct werkende op de schroefas en tezamen een vermogen hebbende van 2.200 eff. paardenkrachten, dat aan het schip een snelheid zal kunnen geven van 11 Eng. zeemijlen per uur.
De complete motor-installaties voor beide schepen zullen vervaardigd worden door de Nederlandsche Fabriek van Werktuigen en Spoorwegmaterieel alhier.
Bovengenoemde bestellingen zijn voornamelijk te danken aan de gunstige resultaten verkregen met het in het afgelopen najaar nieuw in de vaart gebrachte tank-motorschip VULCANUS. Tevens is onder meer nog in aanbouw een motor-zeeboot van 300 ton deadweight, voorzien van een Dieselmotor van plm. 200 epk, voor rekening van de Koninklijke Paketvaart Maatschappij alhier.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Londen, 1 april. Het Nederlandse stoomschip PRINS FREDERIK HENDRIK, van Amsterdam naar Suriname, is te Dover aangekomen met schade aan de boeg, zijnde in aanvaring geweest met een onbekend gebleven schip.
Later bericht. Het stoomschip PRINS FREDERIK HENDRIK heeft de voorpiek vol water. Volgens duikers-rapport is de voorsteven beneden de waterlijn zwaar beschadigd.
Londen, 2 april. Het stoomschip PRINS FREDERIK HENDRIK is naar Tilbury vertrokken.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Aanvaring van de PRINS FREDERIK HENDRIK.
Het stoomschip PRINS FREDERIK HENDRIK van Amsterdam naar Suriname, is zaterdag
te Dover aangekomen met schade aan de boeg, zijnde in aanvaring geweest met een
onbekend gebleven schip.
De Londense correspondent van het Handelsblad heeft een bezoek gebracht aan de PRINS FREDERIK HENDRIK, die te Gravesend ligt. Kapitein Van der Borde vertelde over de aanvaring het volgende:
Zaterdagmorgen omstreeks 04.50 uur kwamen wij in aanvaring met een stoomschip, dat ik gezien en gehoord had en dat ik herhaaldelijk de gewone signalen had gegeven. Wij stoomden zachtjes, het weer was mistig maar niet zo dik, wij liepen op het vreemde stoomschip achter de brug aan stuurboord. Wij voelden slechts een lichte schok; na de aanvaring zette het vreemde stoomschip zijn reis voort en wij verloren het uit het gezicht. Ik wierp het anker uit en bleef, waar wij waren tot 10 uur. Toen bemerkte ik, dat mijn schip
niet te ernstig beschadigd was en liep ik naar Dover, waar de passagiers en de bemanning
van het Noorse stoomschip NERVION, dat gezonken was, in boten waren aangekomen,
waaruit ik opmaakte, dat dit het schip was, waarmede wij in botsing waren gekomen.
Aan boord van mijn schip was niet de minste paniek geweest. Nadat het schip door duikers was onderzocht en tijdelijk hersteld, verlieten wij zondagmiddag om 4 uur Dover en kwamen maandagmorgen te twee uur te Tilbury aan, waar wij nu verdere bevelen wachten.
Alle passagiers, twee 1e klasse, en vijf 2e klasse, zijn nog aan boord. De bemanning is 42 koppen sterk.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Vlissingen, 4 april. In verband met de verlegging van de nachtdienst van de Mij. „Zeeland" naar Folkestone, werd heden met de mailboot MECKLENBURG een proeftocht naar Folkestone gemaakt, waarbij behalve de directie en commissarissen van de Mij. „Zeeland”
tegenwoordig waren de Directeur-Generaal der Staatsspoor, de Directeur der Brabantsch—
Duitsche spoor en enige post-autoriteiten.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Men seint ons uit Amsterdam:
De Raad voor de Scheepvaart behandelde heden het onderzoek van het aan de grond varen van de stomer PRINSES JULIANA, schipper en mede-eigenaar, T. Albers te Groningen. Het schip vertrok 15 februari van Hamburg, beladen met salpeter naar Anklam, nabij Stettin. Op 18 febr. geraakte het schip bij Dasserort op de kust van Pommeren aan de grond, waar het 8 dagen bleef vastzitten. Toen de lading was gelost werd het schip met 2 sleepboten vlot gemaakt; een deel van de bodem bleek ingedrukt. Het schip maakte enigszins water, de lading ondervond schade. Het schip werd naar Geesteren gesleept en daar door een duiker onderzocht. Deze meende, dat de lading kon worden ingenomen, wat te Geesterhaven geschiedde. Te Straalsund werd de lading geheel gelost en het schip ligt thans te Groningen aan de werf. Drie getuigen worden gehoord.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 4 april. Gisterennamiddag tijdens hevige buien, gepaard gaande met een krachtige wind, welke een hoge golfslag veroorzaakte, is het alhier thuis behorende tjalkschip DRIE GEBROEDERS, schipper A. Hoven, hetwelk aan de zeedijk nabij Heveskes met steenpuin in lossing lag, tegen de steenglooiing lek geslagen en gezonken. Het volk is gered. Het schip is verzekerd bij de maatschappij “Risico”.


05 april 1911


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 4 april. De Nederlandse sleepboot SEINE, met baggermateriaal van Stettin via de Nieuwe Waterweg naar Rio de Janeiro, arriveerde 2 april ’s ochtends te Las Palmas.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Stolp, 4 april. Tijdens een sneeuwstorm is bij Leba een Nederlands zeilschip gestrand, geladen met cement, bestemd naar Koningsbergen. Volk gered.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Een schipbreuk.
De schipper van de maandag te Lowestoft binnengekomen smak LILY heeft gerapporteerd, dat hij zondag een Nederlandsche bark in ontredderde toestand heeft gezien op 70 mijlen ten ZO van Lowestoft: Er waren acht man aan boord. De LILY hield op het schip aan, maar kon ten gevolge van de woeste zee en hevige wind geen contact krijgen. Tegen het vallen van de avond verloor de LILY het schip uit het gezicht en de volgende morgen was er niets meer van te bespeuren. Men vreest, dat het ’s nachts is vergaan.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Tijdens een sneeuwstorm is zondagnacht in de omtrek van het dorpje Stolp bij Leba in Pommeren gestrand het Groningse zeilschip RES NOVA, kapitein H. v. d. Laan, geladen met cement, bestemd voor Danzig. De zes man van de equipage zijn gered.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Rotterdam, 4 april. Volgens een Reuter telegram is het Nederlandse zeilschip RES NOVA, kapt. H. van der Laan, met een lading cement van Hamburg naar Danzig bestemd, in de afgelopen nacht bij Leba tijdens een sneeuwstorm gestrand. Er zijn zes opvarenden gered. (Zie ons eerste gedeelte zeetijdingen in dit no.)


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Raad voor de Scheepvaart
Bij het verhoor gisteren voor de Raad voor de Scheepvaart omtrent het aan de grond varen van het stoomschip PRINSES JULIANA op 18 februari jl. op de Pommerse kust, wees de voorzitter de kapitein J. Albers van Groningen, er op, dat hij geen gebruik had gemaakt van loodslog, terwijl er aan boord geen zeilaanwijzingen waren.
De kapitein schatte meestal de plaats, waar hij zich bevond. De zitting werd enige tijd geschorst, waarna de president de gezagvoerder meedeelde, dat het onderzoek ook zou lopen over de vraag, of het ongeluk te wijten was aan ongeschiktheid of aan een nalatigheid van de gezagvoerder.
De heer P. Bul, mede-eigenaar, die ongeveer zijn gehele leven gevaren had en zich als
passagier aan boord van de PRINSES JULIANA bevond, werd vervolgens als getuige gehoord. De heer Bul verklaarde nog, dat men op de stromingen aan de Pommerse kust niet
aan kon. Het schip was NLG 41.000 waard. Na het verhoor van zijn zoon, die als stuurman
dienst deed, werd de zitting gesloten. Later volgt uitspraak.


06 april 1911


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Groningen, 3 april. Het schip JANTINE FENNEGINE, waarover men ongerust was, is heden te Trouville aangekomen. Alles wel.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Van de werf van Irvines' Scheepsbouw en Droogdokmaatschappij te West Hartlepool is te water gelaten het stalen schroefstoomschip ZEVENBERGEN, gebouwd voor de Stoomvaart Maatschappij „Hollandia", alhier. De afmetingen van het schip zijn: lengte over alles: 340 vt.; breedte 47 vt.; en holte 24 vt. 10 d. Het schip is gebouwd voor Lloyd 's hoogste klasse; het wordt voorzien van triple expansie machines met cilinders van 23½, 38 en 64 duim diameter, bij 42-duims slag. De doop geschiedde door mevr. J. J. A. van Meel.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 6 april. - Op de Eemshorn is hedenmorgen een uitgaande driemastschoener gestrand, naam en nationaliteit onbekend. Sleepboten zijn derwaarts vertrokken ter assistentie.
- De tjalk BALTIC is 4 april bij Katthammarsvik gestrand.
- De kans op berging van de RES NOVA, kapt. Van der Laan, die 4 april bij Leba gestrand is, is gering. (Zie ons vorig no.)


Krant:

 VCO - Vlissingsche Courant

Vlissingen, 5 april. De torpedobootjagers WOLF en FRET, gebouwd op de werf van de Koninklijke Maatschappij “De Schelde” alhier, worden de 11e april in dienst gesteld en zullen dan naar Nieuwediep vertrekken.


Krant:

 VCO - Vlissingsche Courant

Vlissingen, 5 april. De gisteren met de mailboot MECKLENBURG gehouden proeftocht naar Folkestone is uitstekend geslaagd. De MECKLENBURG welke om 11.40 van Vlissingen vertrokken was, kwam precies op de vastgestelde tijd, te 04.30 uur, te Folkestone binnen. Er was grote belangstelling te Folkestone.


07 april 1911


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Amsterdam, 5 april. Het stoomschip PRINS FREDERIK HENDRIK is met de lading aan boord te Londen in het dok geplaatst. Na afloop van de reparatie zal het van daar naar West-Indië vertrekken.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 5 april. De Nederlandse zeesleepboot DONAU, met twee bakken van Rotterdam naar Rio de Janeiro, arriveerde gistermiddag ter bestemming. Alles wel.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Cuxhaven, 5 april. De Nederlandse schoener VOORWAARTS, kapt. Van Veen, van Rotterdam naar Stockholm met stenen, is bij het 4de vuurschip in aanvaring geweest met een onbekend gebleven stoomschip. De schoener werd zwaar beschadigd. Assistentie werd echter geweigerd en de reis naar Brunsbüttel voortgezet,


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Zoals we medegedeeld hebben, is zondagnacht tijdens een sneeuwstorm in de omtrek van het dorpje Stolp bij Leba in Pommeren gestrand het alhier thuis behorende zeilschip RES NOVA, kapitein H. v. d. Laan. De opvarenden hebben een zware strijd moeten voeren om hun leven te redden. Buiten de gezagvoerder waren aan boord zijn vrouw met twee kinderen en drie zeelieden. Door de hoge zee was de lading overgeworpen en daardoor had het schip slagzijde gekregen. Spoedig lag het op zijde en diep in het water. Het water liep de kajuit binnen en meerdere uren stonden de opvarenden met het gehele onderlichaam in het water. Door Het pijltoestel werden zij na vele bange uren te hebben doorgebracht gered. De gezagvoerder was door de doorstane ontberingen zwaar ziek geworden en moest direct te Leba in het ziekenhuis worden gebracht. Volgens nadere berichten, zal de RES NOVA met de lading (oliekoeken) totaal verloren gaan. (De RES NOVA is een tjalk van 81 ton).


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Raad voor de Scheepvaart, stranding van de PRINSES JULIANA
Amsterdam, 7 april. De Raad voor de Scheepvaart deed heden uitspraak inzake de stranding van het stoomschip PRINSES JULIANA, kapitein J. Albers, eigenaren J. Albers en P. Bul Groningen. Het stoomschip was op reis van Hamburg naar Anclam en geraakte op 18 februari bij storm nabij Dasserort aan de Pommerse kust aan de grond, waar men 8 dagen bleef vastzitten.
De Raad is van oordeel dat het ongeval geweten moet worden aan het geen rekening houden met de stroom ter plaatse. Er is geen lood gebruikt. Men ging af op gissingen. Wegens verzuim om lood te gebruiken wordt de gezagvoerder Albers bestraft met een berisping.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 7 april. Nadat de lading steenpuin uit het tjalkschip DRIE GEBROEDERS, schipper Hoven, hetwelk maandag ll. bij Heveskes aan de zeedijk zonk, bij laag water gelost werd, is het vaartuig gisteren vlot- en heden alhier binnengebracht. De bodem is beschadigd en het dek zeer ontzet, door het stoten tegen de steenglooiing.


08 april 1911


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart
Gisteren heeft de Raad voor de Scheepvaart te Amsterdam een onderzoek ingesteld naar de ongevallen in februari en maart 1911 op de Noordzee overkomen aan het motor-schoenerschip ANGELINA, gezagvoerder J. Spanjer te Amsterdam, reder J. van Rompu te Terneuzen.
Uit het verhoor van de kapitein bleek het volgende: Deze reis met een motorboot over de Noordzee was zoveel als een proefneming. De kapitein, die eersterangs stuurman diploma bezit, doch tevens nog nooit het commando over een schip had gevoerd, had aan boord wel het journaal van de vorige kapitein, doch had dit niet ingezien. Van de werking van de motor, een twee cilinder Kromhoutmotor, heeft hij geen verstand. Er was echter een bekwame, doch niet bevaren motordrijver aan boord.
Op 19 februari verliet de ANGELINA Antwerpen en koos op 20 februari te Vlissingen zee. Spoedig werd het zwaar weer en bleek het schip alleen bestuurbaar met gecombineerd motor- en zeilvermogen. Het schip werkte zwaar, er kwam schade aan het tuig en een lek in de petroleumtank, zodat de petroleum weg liep. Het gat kon niet gedicht worden. De ANGELINA heeft toen gedurende 10 dagen hulpeloos rondgedreven. Door een logger en een trawler is de ANGELINA IJmuiden binnen gesleept.
Door een expert van de scheepvaartinspectie, die gister het schip heeft onderzocht, wordt geconstateerd dat de motor van een zeeschip wel degelijk toezicht vereist. De bewering van de fabrikanten, als zou dit niet het geval zijn, is oorzaak, dat er alleen op gelet wordt bij het smeren. Bovendien had een bevaren machinist het lek in de tank gemakkelijk kunnen dichten. De stuurman bevestigde de verklaringen van de kapitein, waarna het openbaar onderzoek gesloten en de uitspraak op later bepaald werd.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Te Sliedrecht is van de scheepswerf Baanhoek met goed gevolg te water gelaten een stoomboot, genaamd HAVENDIENST I, ten behoeve van den havendienst voor de gemeente Rotterdam. Het vaartuig wordt voorzien van een machine sterk 240 ipk., met 2 hoge- en een lagedruk-cilinder en een ketel van 55 m² verwarmend oppervlak, welke het schip een snelheid zullen geven van 10,8 Engelse mijl.
Bij het in dienst nemen van bovengenoemde „HAVENDIENST I" wordt de thans nog in gebruik zijnde „HAVENDIENST I" uit de vaart genomen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Londen, 6 april. Volgens telegram uit West Hartlepool, heeft het aldaar van Brest aangekomen Nederlandse stoomschip BETA stormschade.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 7 april. Het stoomschip WESTLAND, van Blyth naar kilometer 1 met de van Newcastle naar Holtenau bestemde lichter SCHEEPVAART I, passeerde 8 april Brunsbüttel.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Hamburg, 6 april. Op de Nederlandse sleepboot ATHLEET is hier gerechtelijk beslag gelegd.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

De schipbreuk van de RES NOVA.
Uit Leba kregen we vandaag van de kapitein H. v. d. Laan omtrent de stranding van bovengenoemd schip, waarover wij reeds berichtten, de volgende beschrijving:
In het vroege morgenuur werd dinsdag van de vuurtorenwacht Stilo bij Leba telegrafisch de stranding van de schoener MIRANDIO, op een mijl afstand van Leba gemeld en om hulp gevraagd van een vuurpijlapparaat. Het apparaat was in korten tijd met de nodige redding manschappen onder weg. Door het afschieten van een vuurpijl werd verbinding met het schip verkregen en drie mannen konden gered worden. De lieden waren geheel verstijfd, slechts met moeite van het schip te krijgen en in het leven te behouden De kapitein van het schip Jock was tevoren door een stortzee overboord geslagen, hij greep nog een hem toegeworpen touw met de woorden: „laat me niet los". Doch een stortzee sleurde hem mee in de diepte. Onder deze redding arbeid kwam om 9 uur het zeilschip RES NOVA uit het westen in het gezicht en dreef een kilometer westelijk zonder stuur met overgeslagen lading, terwijl voortdurend huizenhoge zeeën er overheen sloegen, op het strand. De reddingsbrigade te Leba deed ook hier haar plicht. In stormpas ging het een kilometer terug, om de bemanning (drie mannen, een vrouw en twee kinderen) het leven te redden. Om twaalf uur 's nachts was de lading overgeslagen, waarbij het schip water in kreeg. Tot aan het lijf in de kajuit in het water staand hielden kapitein v. d. Laan afwisselend met de stuurman en de vrouw de beide kinderen op de arm. Na het afschieten van een vuurpijl, werd met veel moeite ook hier verbinding gekregen, doch de lieden waren door de steeds over het dek slaande golven zo verstijfd, dat ze nauwelijks de touwen konden vastmaken. Een voor een werden de van het water drijvende, bijna levenloze mensen met de reddingskorf aan land getrokken. Roerend was de redding van een poedelhond. Zij werd door een man, die aan boord was gegaan, om haar te redden, daar zij niet in de reddingskorf wilde, in het water geworpen, om zwemmend het strand te bereiken. De hond zwom echter steeds naar het schip terug, omdat daar haar 10 jongen waren, die zij niet verlaten wilde. Een stortzee wierp haar echter tenslotte op het strand waar zij door hulp biedende handen werd gegrepen. Twee toevallig aanwezige wagens met dekens reden zo snel mogelijk naar het een mijl verwijderde Leba, waar ze bijna als lijken aankwamen. Hier gelukte het de opofferende moeite van dr. Weidmann en andere hulp biedende personen, de schepelingen weer op het verhaal te doen komen. Een derde schip, een schoener, verging het nog treuriger. Het schip bleef tot ‘s morgens 8 uur met laatstgenoemd gestrand schip. Op de hoogte van Leba, voor de ogen van de bevolking, verdween het plotseling met man en muis in de diepte. Elk nader bericht over naam en herkomst van dit schip ontbreekt nog maar men vreest in Danzig, dat het het zeilschip MARTHA LOUISE is, met cement van Aalborg voor Danzig bestemd, dat vermist wordt. Ook de plaats Leba zelf, leed veel. Het naast het Kurhaus staande paviljoen is half omvergeworpen, een deel van de duinen is weggeslagen en van het Kurhaus zijn de vensters en een deel van het dak vernield. Nog een paar zulke stormen en het ¼ miljoen kostende Kurhaus is een puinhoop als niet allen, hierbij geïnteresseerd, ook zij die moeten zorgen voor de instandhouding van de kust, waarvan een heel brok is weggeslagen, alle mogelijke maatregel treffen.


10 april 1911


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart
De Raad voor de Scheepvaart heeft heden uitspraak gedaan in de zaak van het motorschip ANGELINA, gezagvoerder Jan Spanjer, toebehorende aan J.A.C. van Rompu te Terneuzen; op 6 maart te IJmuiden binnen gelopen, nadat op 22 februari bij slecht weer de verbindingsbuis van de petroleumhouders met de motor was gebroken. Dit gevoegd bij het slechte weer was, naar het oordeel van de Raad, de oorzaak, dat het schip althans voor deze gezagvoerder onhoudbaar werd. Naar in het vonnis werd opgemerkt verdient het aanbeveling, dat de petroleumhouders zeevast worden gemaakt, zodat het niet mogelijk is, dat de verbindingsbuis breekt en dientengevolge alle brandstof wegloopt.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Hamburg, 6 april. Het beslag op de Nederlandse sleepboot ATHLEET is opgeheven en zij is met de lichter FRISIA naar Brunsbüttelkoog vertrokken. (Zie vorig No.)


11 april 1911


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Stoomvaart Maatschappij Nederland.
Aan het verslag van de bovengenoemde maatschappij over 1910 ontlenen wij het volgende: Het boekjaar 1910 kenmerkte zich door een toenemend vervoer zowel van passagiers als van goederen. In de maildienst werden gemaakt 26 rondreizen, en met de vrachtschepen 28 reizen naar en 29 reizen van Ned.lndië, alsmede, in de Java-Bengalen Lijn, 13 reizen Java- Calcutta en 11 reizen Calcutta-Java.
De bate op de reizen van de stoomschepen bedraagt NLG 2.480.190 (v.j. NLG 2.180.793); de bate op de interestrekening NLG 169.258 (NLG 117.831); de bate op de assurantie eigen risico NLG 216.393 (NLG 150.179); saldo vorige rekening NLG 534 (NLG 50.902); zodat de creditzijde van de winst- en verliesrekening stijgt tot NLG 2.866.376 (NLG 2.499.706). Waarvan te bestemmen: Voor afschrijving op de stoomschepen NLG 1.435.000 (NLG 1.377.675); voor afschrijving op de huizen en erven NLG 10,000; voor afschrijving op de etablissementen IJkade NLG 26.111 (NLG 8.000); voor afschrijving op de machinedelen in magazijn NLG 3.869 (NLG 3.329); het verlies in wisselkoers bedraagt NLG 9.594 (NLG 523): reserve voor pensioenregeling NLG 50.000 (NLG 100.000); voor betaalde premies ingevolge de Ongevallenwet moet worden geboekt een verlies van NLG 24.862 (NLG 22.381) en voor versterking van de reparatierekening NLG 80.000 (v.j. nihil).
Voorgesteld wordt een dividend uit te keren van 8% (6¾ %).) De resultaten van de in vereniging met de Rotterdamsche Lloyd bevaren Java-Bengalen Lijn waren dit jaar bevredigend. Er werden 20 reizen Java-Rangoon-Calcutta en 17 reizen Calcutta-Rangoon-Java gemaakt. De kostprijs van de stoomschepen is NLG 25.804.906, hierop werd tot ultimo december 1910 afgeschreven NLG 10.812.335, zodat zij thans op de balans voorkomen met NLG 14.992.571. De in aanbouw zijnde schepen komen op de balans voor met NLG 1.250.344. Het dubbelschroefmailschip PRINSES JULIANA aanvaardde zijn eerste reis op de 1e oktober jl.; het voldoet uitmuntend. Een tweede mailschip van hetzelfde type, genaamd KONINGIN DER NEDERLANDEN, eveneens gebouwd bij de Nederlandsche Scheepsbouw Maatschappij alhier, is de 15e maart jl. te water gelaten en zal zijn eerste reis aanvangen in juli a.s. De andere mailschepen ondergingen dit jaar enige verbouwing ten behoeve van de nieuwe klasse-indeling van Gouvernementspassagiers, en van de installatie voor draadloze telegrafie. In aanbouw zijn vijf vrachtboten, die ongeveer 1.000 ton groter zijn dan het laatst gebouwde type “Nias” en met grotere snelheid.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 10 april. De sleepboot LAUWERZEE met een baggermolen op sleeptouw van Rotterdam naar Constantinopel arriveerde 9 april te Malta.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 10 april. De stoomlichter KOEMAI, van Rotterdam naar Batavia, arriveerde 7/8 april te Port Said. De stoomlichter SAMPIT arriveerde een dag later, op 9 april te Port Said.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 10 april. Het stoomschip SANTA BARBARA, de 29e maart met een gebroken roersteven te Vigo binnengelopen, vertrok 8 april gesleept door de sleepboten RODE ZEE en OOSTZEE, vandaar naar Hamburg.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 10 april. De sleepboot MAAS, met baggermateriaal van Stettin naar Rio de Janeiro, arriveerde 7 april des avonds, te Las Palmas.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Amsterdam, 10 april. Volgens bij de Koninklijke Hollandsche Lloyd ontvangen telegram, is het stoomschip HOLLANDIA door het Admiraliteitshof te Londen vrijgesproken van alle schuld aan de aanvaring met het stoomschip SPARTA, op 12 augustus laatstleden bij de Casquets.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Fredrikshavn, 7 april. Het stoomschip KHOEN FOENG is gerepareerd en via Liverpool naar China vertrokken.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 10 april. Het lichtschip SURINAME RIVIER is behouden te Paramaribo aangekomen.


12 april 1911


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 11 april. De Nederlandse sleepboot SEINE, met baggermateriaal van Stettin naar Rio de Janeiro, arriveerde gisterochtend te St. Vincent, Kaap Verde.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 11 april. De aan de werf Gusto gebouwde emmerbaggermolen ALDOSIVI, 18 maart van Schiedam naar Talcahuano vertrokken is wel behouden te Las Palmas aangekomen.


Krant:

 VCO - Vlissingsche Courant

Vlissingen, 11 april. Het stoomschip ORANJE NASSAU op de werf “De Schelde” in aanbouw voor de Kon. West-Indische Maildienst komt onder bevel van de gezagvoerder G.E. Nieman.


Krant:

 VCO - Vlissingsche Courant

Vlissingen, 11 april. Het lichten van de baggermolen, welke de 3e april in de Buitenhaven alhier is gezonken, doordat de mailboot ORANJE NASSAU er tegenaan dreef, is opgedragen aan de firma W.A. Van der Tak ter Rotterdam voor NLG 3.600.


Krant:

 VCO - Vlissingsche Courant

Vlissingen, 11 april. Men schrijft ons uit Middelburg: Aan het jaarverslag van de Kamer van Koophandel en Fabrieken alhier ontlenen wij het volgende:
Het afgelopen jaar was over het algemeen gunstig voor handel en nijverheid.
Betreffende de scheepvaart wordt meegedeeld dat behalve de passagiersboten en pleziervaartuigen in 1910 2.326 binnenschepen met een gezamenlijke scheepsinhoud van 201.817 m³ hier aankwamen.
In het geheel kwamen 17 zeeschepen, waaronder 5 zeil- en 12 stoomschepen binnen met een inhoud van 32.215 m³.
In het droogdok van de Maatschappij “De Schelde” werden in 1910 opgenomen 3 stoomschepen en 3 zeilschepen.


13 april 1911


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 12 april. De Nederlandse sleepboot DONAU vertrok gisteren met de Italiaanse bark AUSILIATRICE op sleeptouw van Rio de Janeiro naar Genua.
Voornoemde bark arriveerde 28 februari met verlies van fokkesteng te Rio de Janeiro.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 12 april. De motorschoener SCANDINAVIA arriveerde 12 april des voormiddags van Koningsbergen te Hamburg.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Londen, 12 april. Volgens telegrafisch bericht uit Gibraltar is de Nederlandse schoener PRIMA, kapt. Dijkstra, aldaar op drift geraakt en in aanvaring geraakt met het Engelse stoomschip MAGNUS. De PRIMA kreeg schade aan het achterschip. De MAGNUS bleef ogenschijnlijk onbeschadigd.


Krant:

 VCO - Vlissingsche Courant

Vlissingen, 12 april. Ingevolge machtiging van H.M. de Koningin zijn aan de beide torpedobootjagers in aanbouw bij de Koninklijke Maatschappij “De Schelde” te Vlissingen, de namen gegeven van BULHOND en JAKHALS.


14 april 1911


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Bij de Rotterdamsche Droogdok Maatschappij is voor Franse rekening een tankschip besteld van 4.500 ton en machines van 1.400 ipk.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

De Nederlandse sleeplichter SCHEEPVAART I, in 1896 van staal te Middlesbrough gebouwd, groot bruto 679 en netto 654 reg.ton, die gedurende 15 jaar voor de Scheepvaart- en Steenkolen Maatschappij te Rotterdam, op de Noordzee heeft dienst gedaan, is naar Kiel verkocht en zal aldaar als bunkerdepot dienst doen.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 14 april. Met verlies van zeilen, gebroken zwaard en andere schade kwam gisteren uit zee terug de Groninger zeetjalk LUTGERDINA, kapt. R. Landstra. De schade wordt hier gerepareerd.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 14 april. Van Emden kwam gisteren binnen met gebroken mastkoker, gescheurd dek en verlies van de scheepsboot, de tjalk JONGE FOKKE, schipper J. van Komen.


15 april 1911


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart
De Raad voor de Scheepvaart te Amsterdam heeft gisteren de behandeling hervat van de klacht, Ingediend tegen de kapitein W. van der Schoor de Boer van het stoomschip VOORBURG van de sedert enige tijd niet meer bestaande Burglijn te Rotterdam.
De klacht Ingediend door een drietal matrozen, betrof o.a. het misbruik maken van sterke drank.
Ter zitting werd voorlezing gedaan van verklaringen van verschillende personen, die als leden van de equipage, of als passagiers met de kapitein hebben gevaren, en allen het erover eens zijn dat hij een in alle opzichten achtenswaardig man is.
Daarna deed de Raad onmiddellijk uitspraak, en wel een zodanige, dat zij geheel in het voordeel van de kapitein is. De Raad is niet gebleken van enige tekortkoming, noch ten opzichte van de verplichting des gezagvoerders om te zorgen dat de bemanning goed en voldoende voedsel heeft, noch ten opzichte van de uitrusting van de boten of van de beschikbare voorraad brandstoffen. Tenslotte constateert de Raad dat de bewering als zou de kapitein op reis herhaaldelijk zich aan sterke drank te buiten hebben gegaan, zonder enige grond en mitsdien vals is.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart, anvaring OPHIR
Op 25 maart 1911 heeft in de haven van Marseille een aanvaring plaats gehad tussen het stoomschip OPHIR van de Rotterdamsche Lloyd, kapitein H.M.L. Oudendijk, en het Franse stoomschip GERGOVIA. De OPHIR was op haar thuisreis; de gezagvoerder was ongesteld en lag te kooi. De schade, welke de OPHIR belopen heeft was slechts licht, in elk geval niet van dien aard dat ze haar reis niet kon vervolgen. De zaak is gisteren behandeld. Uit de verklaring van de tweede stuurman, die tijdens het ongeval plaatsvervangend gezagvoerder was, bleek, dat voorbij Chateau d’If de machine halve kracht draaide. Op een Engelse mijl afstand van de pier ontdekte men plotseling een rood en een wit toplicht op zes streken aan stuurboord. Om nog achterom te lopen was de afstand, ongeveer 100 meter, tekort. De OPHIR gaf twee stoten op de fluit, en stuurboordroer oud commando. De andere boot beantwoordde het sein met één stoot en hield stuurboord af. Daarop zwaaiden beide schepen en raakten elkaar aan de bakken. In de haven van Marseille is het de gewoonte dat uitvarende schepen stuurboord houden. Onmiddellijk vóór de aanvaring heeft de OPHIR nog tweemaal twee, en de GERGOVIA nog tweemaal één stoot op de fluit kunnen geven. De lichten van het Franse stoomschip waren niet helder. De derde stuurman bevestigde deze verklaringen. Tussen het eerste fluitsignaal en de aanvaring Is slechts 1½ minuut verlopen. De Raad zal later in deze zaak uitspraak doen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 14 april. Het stoomschip SANTA BARBARA, van Vigo naar Hamburg gesleept door de sleepboten ROODE ZEE en OOSTZEE, passeerde 12 april St. Catharine’s Point.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Vlissingen, 15 april. Van de werf van de Kon. Maatschappij „De Schelde" te Vlissingen werd hedenmiddag te water gelaten het stoomschip ORANJE NASSAU, gebouwd voor de Kon. West-Indische Maildienst te Amsterdam. Het schip heeft een laadvermogen van 3.000 ton en de hoofdafmetingen zijn 336.44 en 20 voet.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 15 april. De alhier thuis behorende ijzeren tjalkschip CONFIANCE, toebehorende aan de scheepsmakelaar A. Houwing, alhier, is verkocht aan G. Klinker te Ezinge.
Koopprijs plm. NLG 4.500.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Advertentie. Groningen Rotterdam Stoomboot Mij.
Geregelde stoomvaart verbindingen per stoomschip HUNZE IX, iedere dinsdag van Groningen naar Hamburg.
Dinsdag om de 14 dagen van Groningen naar Bremen.
Eerstvolgende afvaart op 18 april 1911.
Iedere vrijdag van Hamburg naar Groningen.
Zaterdag om de 13 dagen van Bremen naar Groningen.
Eerstvolgende afvaart op 22 april 1911.
Voor vracht en inlichtingen wende men zich tot de Gron. Rott. Stbt. Mij., Groningen en de agenten Heinrich Söder te Hamburg, Hermann Kimme, Bremen.


16 april 1911


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart, uitspraak OPHIR
In zijn uitspraak ten aanzien van de aanvaring voor Marseille op 25 maart tussen het stoomschip OPHIR, van de Rotterdamsche Lloyd en het Franse stoomschip GERGOVIA merkt de Raad op dat volgens het internationale verkeersrecht op zee de OPHIR, die de GERGOVIA aan stuurboord had, dat vaartuig had moeten mijden door te stoppen en achteruit te slaan, en niet had moeten pogen om achterom te komen. De redenen, om niet aldus te doen, zoal die door de waarnemend gezagvoerder, de heer De Boer, zijn opgegeven, waren in de gegeven omstandigheden volkomen juist; de GERGOVIA lag te dicht op de OPHIR, die niet beter had kunnen manoeuvreren dan hij gedaan heeft. Aan een goede uitkijk heeft het op de OPHIR niet ontbroken. De talloze lichten van de haven te Marseille, en het minder helder branden van de lichten van de GERGOVIA waren de oorzaak, dat dit schip niet herkend werd als een met kruisende koers.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart aanvaring GELDERLAND
Op 18 juli 1910 had op de Elbe een aanvaring plaats tussen het stoomschip GELDERLAND van de Ned. Lloyd te Rotterdam, kapitein J. te Piscaar, en het Engelse stoomschip CITO van Hull. Inzake deze aanvaring deed de Raad voor de Scheepvaart heden uitspraak. Zij constateert dat het onderzoek niet dan onvolledig heeft kunnen zijn doordat noch de Britse overheid, noch de rederij van de CITO afschrift heeft willen geven van de verklaringen, door de bemanning van de CITO afgelegd. Ook dit onvolledige onderzoek echter heeft de Raad de overtuiging geschonken, dat de gezagvoerder van de GELDERLAND geen blaam kan treffen.


17 april 1911


Krant:
 VCO - Vlissingsche Courant

Vlissingen, 15 april. Hedenmiddag werd van de werf van de Kon. Maatschappij „De Schelde" alhier met goed gevolg te water gelaten het schroefstoomschip ORANJE NASSAU, in aanbouw voor de Kon. West-Indische Maildienst te Amsterdam en bestemd voor haar passagiers-, mail- en goederendienst tussen Nederland en Nederlands West-Indië.
De laatste beletselen werden weggenomen door mejuffrouw L. van Raalte.
De hoofdafmetingen van het schip zijn: lengte over alles 350 voet; lengte tussen de loodlijnen 336 voet; breedte op de buitenkant spanten 44 voet; holte tot opperdek 26 voet; de waterverplaatsing op 19 voet bedraagt 5.470 ton; de vaart zal bedragen 13 knopen.
De bouw heeft plaats volgens de hoogste klasse 100 A1 van Lloyds onder speciaal toezicht. De passagiersinrichtingen bieden plaats voor 46 passagiers 1e klasse en 16 2e klasse. Ten gerieve van de passagiers zijn aangebracht op het bovendek een salon eerste klasse, plaats biedende voor 54 personen; op het brugdek een social hall en op het promenadedek een rookkamer eerste klasse. De salon 2e klasse bevindt zich aan bakboordzijde in de midscheeps. Op het achterdek bevindt zich de rookkamer tweede klasse.
De stoommachine is van het triple expansie systeem en ontwikkelt 2.600 ipk. bij 85 omwentelingen per minuut. De ketelinstallatie omvat drie ketels met tezamen 9 vuren en 7.800 vierkante voet verwarmend oppervlak met een stoomdruk van 180 lbs. Howdens forced draught is toegepast. Het schip is uitgerust met een complete inrichting voor elektrische verlichting. De Hall’s ijsmachine dient tot het koelhouden van het proviand. De vier teakhouten reddingboten zijn op het zonnedek geplaatst onder Welin’s quadrant davids en de kapiteinssloep op het achterdek. De stoomstuurmachine wordt vanaf de brug behandeld. Het stoomschip komt onder bevel van de heer G.D. Nieman.


18 april 1911


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Londen, 13 april. De stoomlichter SAMPIT, van Rotterdam naar Batavia bestemd, is te Suez aangekomen op sleeptouw, hebbende in het Suezkanaal op een bank gestoten, waardoor alle schroefbladen gebroken zijn. De lichter is in het droogdok gegaan om een nieuwe schroef te doen aanbrengen, welke zich aan boord bevindt en morgen zal worden geplaatst.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Dover, 12 april. De Nederlandse tjalk METEOOR is heden na volbrachte reparatie van Folkestone naar Koningsbergen vertrokken.


19 april 1911


Krant:
 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Londen, 18 april. Het Engelse stoomschip DAWLISH, bestemd van Kurrachee naar Antwerpen, signaleerde bij het passeren van Dover in aanvaring te zijn geweest met het Nederlandse stoomschip CALLISTO, bestemd van Rotterdam naar Port Said, dat zwaar beschadigd werd en inmiddels weer te Maassluis binnenliep.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Londen, 15 april. Het Nederlandse stoomschip HANSWEERT II, van Amsterdam naar Hodeidah, is na te zijn lek gesprongen bij Eddystone gezonken. De equipage is te Plymouth geland.


20 april 1911


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Bremerhaven, 18 april. Het van Kampen naar Glückstad bestemde Nederlandse tjalkschip ALBATROS, schipper Veen, is wegens het overgaan van de lading hier binnengelopen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Hamburg, 18 april. Het Rotterdamse stoomschip GELDERLAND, naar Hartlepool uitgaand, kreeg schade aan het stoom-stuurtoestel en moest door de sleepboot FAIRPLAY III tot aan de mond van de Elbe geassisteerd worden, waar het schip het handroer in gebruik nam.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 15 april. Het Nederlandse stoomschip AMSTEL, dat heden van Gulfport naar Zaandam passeerde, zal aldaar slechts de deklast lossen en met het restant lading naar Emden verstrekken.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Hamburg, 15 april. Het stoomschip SANTA BARBARA is heden, gesleept door de sleepboten OOSTZEE en ROODE ZEE, van Vigo hier aangekomen. Het stoomschip zal, na gelost te hebben, in het dok gaan om onderzocht en gerepareerd te worden.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Gistermiddag is van de werf ,,'s Lands Welvaren" te Vlaardingen, van de scheepsbouwmeester I.S. Figee, met goed gevolg ter water gelaten het stalen vislogger-schip SCH 378, ENERGIE, gebouwd voor rekening van de reder J.J. de Niet te Scheveningen. Het schip zal gevoerd worden door schipper Teunis Lagas.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Groningen, 20 april. Te 's-Gravenhage zijn geslaagd voor de grote stoomvaart als eerste stuurman: de heren S. de Boer en B. Bernhard; als tweede stuurman: de heer M. Glashouwer; als derde stuurman: de heren P. de Bie en C.J. de Breuk.
Geslaagd is te Utrecht voor diploma C (machinist) de heer J.M. de Lange.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Buenos Aires, 19 april. Kapitein Nilsen van het poolschip de FRAM verklaarde, dat
hij de poolreiziger Amundsen in de poolstreek heeft achtergelaten. Amundsen zet met 8 man
en 115 honden de tocht over het ijs en over land naar de Zuidpool voort. In oktober zal de FRAM weer naar het zuiden terugkeren om Amundsen, die alsdan van zijn pooltocht weer terug verwacht wordt, weer aan boord te nemen. Nilsen verklaarde, dat de FRAM een breedte bereikte van 78 graden 41 min. zuiderbreedte.


22 april 1911


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Door de firma J. van Steen is aan de heren C. van der Giessen & Zonen (Stormpolder) en aan de firma de Wed. C. Boele & Zonen de bouw opgedragen van 3 Rijnschepen, elk metende 2.025 ton.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Londen, 20 april. Volgens telegram uit Stockholm, is de Nederlandse koftjalk BALTIC, schipper Kramer, aldaar van Wisby aangekomen met lekkage, hebbende bij Gotland op strand gezeten, waardoor twee platen werden beschadigd.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Antwerpen, 18 april. Het naar West-Afrika vertrekkende Duitse stoomschip WALBURG is in aanvaring geweest met het van Rotterdam naar Java bestemde Nederlandse stoomschip SOLO dat op de rede ten anker lag en schade kreeg aan enige steven-platen. De WALBURG bleef onbeschadigd en zette de reis voort.
(De SOLO is 20 april Vlissingen gepasseerd op de reis naar Java).


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Pera, Constantinopel, 19 april. Het Rotterdamse stoomschip FOLMINA en een gouvernements-jacht zijn in aanvaring geweest; het jacht kreeg lichte schade, de FOLMNIA bleef onbeschadigd.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Op de werf "De Noord" te Alblasserdam, directeur de heer J.U. Smit, is met goed gevolg te water gelaten, het Rijnschip AMELAND, groot ongeveer 900 tonnen, en gebouwd voor Nederlandse rekening.
Onmiddellijk daarop werd de kiel gelegd voor een dito schip, dat ook voor Nederlandse rekening gebouwd zal worden.


24 april 1911


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Wisby, 20 april. Het schip BALTIC werd vlot gebracht en naar Stockholm gesleept door de bergingsstomer NEPTUN. (Zie vorig No.)


26 april 1911


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart
De Raad voor de Scheepvaart te Amsterdam heeft gisteren een onderzoek ingesteld in zake de klacht tegen K. Knop, gezagvoerder van het stoomschip ADMIRAAL DE RUYTER te Rotterdam, door zes ex-schepelingen van dat schip ingediend wegens misdragingen tegen hen gepleegd, bestaande in toediening van bedorven en slecht voedsel. Toen het schip op weg was van Rotterdam naar Cardiff, bleek, volgens de klagers, dat de aardappelen oneetbaar waren, zoutvlees en spek waren dikwijls bedorven, erwten en bonen konden niet week koken, het brood was niet gaar en zuur, hetgeen de kok weet aan de bedorven gist, die hij er in moest gebruiken. Twee vaten andijvie, waarvan de bemanning herhaaldelijk gegeten had, werden ten slotte over boord gegooid, omdat de groente beschimmeld was. De tanks, waarin men het zoetwater bewaarde, werden onvoldoende gereinigd, zodat het water brak smaakte. Deze feiten hadden ten gevolge dat de bemanning veel last had van krampen.
Te Triest werden door de Nederlandse consul op hun verzoek 2 lieden van de bemanning gemonsterd. In een brief, ter zitting voorgelezen, verklaarde de consul te Triest, dat de kapitein in tegenwoordigheid van getuigen toegegeven had, dat de aardappelen slecht waren, het vlees was te vers in de pekel gelegd, de groene erwten wilden niet gaar worden. De gezagvoerder beloofde de consul in een en ander verandering te zullen brengen.
De inspecteur voor de scheepvaart heeft de klagers gehoord. Zij verklaarden, dat ook na het vertrek van Triest de voeding onvoldoende bleek. De kapitein legde voor de inspecteur een verklaring af, waaruit bleek, dat de kok niet koken kon en alles slecht toebereidde. In Cardiff werd een andere kok aangemonsterd, wiens kookkunst echter ook al veel te wensen liet. Volgens de kapitein was het rundvlees van een goed merk, door de warmte echter was de pekel bedorven. Toen men merkte dat de andijvie bitter smaakte, werd ze door een andere groente vervangen. Het drinkwater was niet bedorven, maar hard. Onder de bemanning heerste een slechte geest, blijkbaar was er iemand, die opstookte; wie dat deed, is niet gebleken. Uit verklaringen, door de eersten stuurman en de eerste machinist afgelegd, blijkt, dat dezen de klachten inzake de voeding overdreven achtten. Als hoofdoorzaak van het onsmakelijke eten noemen zij de onbekwaamheid van de kok. Volgens deze getuigen deed de kapitein wat in zijn vermogen was om de toestand te verbeteren. In Cardiff was geen keus in koks. Het onderzoek werd daarna geschorst. De uitspraak zal worden vastgesteld op een later te bepalen datum.


Krant:

 VCO - Vlissingsche Courant

Vlissingen, 25 april. Op zaterdag 13 mei a.s. zal van de werf van de Kon. Maatschappij „De Schelde" alhier te water worden gelaten het Gouvernementsstoomschip ZWALUW, gebouwd voor rekening van het Departement van Koloniën.


28 april 1911


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Te Vlaardingen is woensdag van de werf van Gebr. Van der Windt te water gelaten het stalen loggerschip ARBEID ADELT (SCH 379), gebouwd voor rekening van de reder M. de Mos te Scheveningen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. De Maatschappij tot Beheer van Stoomtrawlers en andere Vaartuigen te IJmuiden liet bij de werf van J.S. Figee te Vlaardingen de stalen logger NORA bouwen, welke door de sleepboot VISCHPLOEG van daar naar IJmuiden gebracht werd om voor de haringvisserij te worden uitgerust.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Londen, 26 april. Het onder Nederlandse vlag varende, nieuwgebouwde stoomschip KHOEN FOENG, van Danzig naar Singapore bestemd, is volgens telegram uit Gibraltar aldaar binnengelopen met lekke ketels.


29 april 1911


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de scheepswerf „Nicolaas Witsen", van de firma W.F. Stoel & Zn. te Alkmaar, is met goed gevolg te water gelaten een nieuwe stalen zee-sleepboot, lang 60 en breed ruim 13 voet, met motor van 170 pk. De brandstoftanks hebben een inhoud van 8.000 liter. De boot is bestemd voor Soerabaja.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Het Nederlandse stoomschip ZUID HOLLAND van de Scheepvaart- en Steenkolen Maatschappij te Rotterdam, is naar Noorwegen verkocht.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van de firma Gebr. Pot te Bolnes werd gisteren met goed gevolg te water gelaten het motortankschip KONING ALBERT, gebouwd voor rekening van de American Petroleum Company te Antwerpen. De hoofdafmetingen van het schip zijn: lengte over alles 48 m, breedte over de spanten 6,34 m en holte tot het dek 2 m. Het laadvermogen op 1,80 meter bedraagt ongeveer 32.000 kg. De voortstuwing zal geschieden door een dubbel- cilinder petroleummotor met verstelbare elektrische ontsteking van ongeveer 56 pk, geleverd door de firma D. Goedkoop Jr. te Amsterdam. Het schip is hoofdzakelijk bestemd voor het transport van petroleum op de Belgische kanalen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 28 april. De lichter SCHEEPVAART II, van Grangemouth naar Amsterdam, passeerde 26 april St. Abb's Head, gesleept door het van Leith naar Rotterdam bestemde stoomschip BEIJERLAND.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 28 april. Hr.Ms pantserdekschip GELDERLAND, onder bevel van de kapt. ter zee J. Albarda, is 26 dezer van Cádiz vertrokken en Hr.Ms. pantserdekschip UTRECHT, onder bevel van de kapt. ter zee W.T. de Booy, is 26 dezer te Paramaribo aangekomen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 28 april. De sleepboot NOORDZEE van Schiedam naar Para, met een sleepboot op sleeptouw, arriveerde 27 april te Madeira.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Groningen, 29 april. Te 's-Gravenhage zijn geslaagd voor de grote stoomvaart 3e stuurman: de heren J. Ring en J. Sieben.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Donderdagmiddag werd van de werf van de firma Gebr. B. Pot, te Elshout, met goed gevolg te water gelaten de stalen sleepkaan WILHELMINA, groot 450 ton, gebouwd voor rekening van de heer M. v. Gameren te Gorinchem.
Daarna werd de kiel gelegd voor een dergelijk schip.


01 mei 1911


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Antwerpen, 28 april. Het Rotterdamse tankstoomschip AMERICAN is gisteren met het schip LUCIE, van Rotterdam komende, in aanvaring geweest. De LUCIE werd beschadigd.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 29 april. De emmerbaggermolen ALDOSIVI, die de 18e maart jl. van Schiedam naar Talcahuano vertrok, is welbehouden te Bahia (Brazilië) aangekomen.
(opm: zie NRC 190311)


02 mei 1911


Krant:
 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 2 mei. Het te Groningen thuis behorend ijzeren schoenerschip AFIENA, tot dusver bevaren door kapt. J. Brouwer, is verkocht aan de heer K. Gorter te Amsterdam.
Koopprijs NLG 6.300.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Londen, 1 mei. Het Nederlandse stoomschip VLUG, van Rotterdam met rails naar Ornskjoldsvik, is nabij Kastrup gestrand. Assistentie is aanwezig.


03 mei 1911


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart
De Raad heeft heden een onderzoek ingesteld inzake de aanvaring, welke op 17 april in het Engelse Kanaal plaats had tussen het stoomschip CALLISTO, gezagvoerder J. Wiebes, rederij Hudig & Veder's Stoomvaartmij. te Rotterdam en een Engels stoomschip. De gezagvoerder van de CALLISTO verklaarde, dat hij op 16 april van Rotterdam vertrok. In Het Kanaal kwamen dikke mistvlagen opzetten. Des namlddags te 3 uur op 17 april werden twee lange stoten aan stuurboord vooruit gehoord. Daaruit maakte men aan boord van de CALLISTO op, dat de tegenligger in de mist gestopt lag. Getuige liet toen de machine zacht draaien en gaf bakboord roer, nieuw commando, ten einde de ander aan stuurboord om te kunnen lopen. Men stuurde verder 3¼ streek uit, zodat het stuurkompas W ¼ Z op ZW ½ W. wees. Met matige vaart werd voort gestoomd onder het geven van de voorgeschreven mistsignalen. Te 4 uur meende men de tegenligger nagenoeg recht vooruit te horen, gaf hard stuurboordroer, stopte de machine en sloeg onmiddellijk daarna volle kracht achteruit.
Bijna op hetzelfde ogenblik zag men de Engelsman uit de mist te voorschijn komen en werd de CALLISTO, die toen W. ten Z voorlag, in de boeg aangevaren. De schepen waren onmiddellijk vrij van elkander. Belde kregen de piek vol water. Van de CALLISTO waren verscheiden platen stukgeslagen. Na gehouden scheepsraad werd naar Rotterdam teruggekeerd. De schade beloopt ongeveer NLG 14.000. De kapitein meent, dat het Engelse schip tamelijk vaart heeft gelopen, welke mening door de deskundigen wordt gedeeld.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. De heer A. de Niet te Scheveningen liet bij Gebroeders Boot te Leiderdorp een stalen logger bouwen. Dit vaartuig vaart onder de naam SCH-213 (A. DE NIET) en is gisteren te IJmuiden aangekomen om voor de haringvisserij te worden uitgerust.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 2 mei. De Nederlandse sleepboot MAAS van Stettin naar Rio de Janeiro met sleep, passeerde 30 april Fernando Noronha.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Londen, 1 mei. Volgens bij Lloyds ontvangen telegram uit Southampton zijn het Engelse stoomschip ALBANIA en het Nederlandse stoomschip KONING WILLEM III met elkaar in aanvaring geweest. De omvang van de schade is nog niet bekend. (Volgens bij de Mij. Nederland ontvangen bericht is de ALBANIA in botsing geweest met het aan de kade gemeerd liggende stoomschip KONING WILLEM III, dat echter geen schade van enige betekenis beliep).


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Londen, 1 mei. Volgens telegram uit Kopenhagen is het Nederlandse stoomschip VLUG, van Rotterdam met rails naar Ornskjoldsvik, nabij Kastrup gestrand. Een bergingsstomer is ter plaatse en tracht het stoomschip vlot te brengen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Londen, 1 mei. Volgens een bericht uit Constantinopel d.d. 25 april zijn de van Rotterdam gekomen nieuwe stoomschepen No. 4 en No. 5 in de Gouden Hoorn in dienst gesteld.
NNO 030511
Raad voor de Scheepvaart
De Raad voor de Scheepvaart stelde gistermiddag een onderzoek in naar de stranding bij Leba op 4 april ll. van het tjalkschip RES NOVA, schipper en eigenaar H. van der Laan uit Groningen. Uit het verhoor van de schipper bleek, dat het vaartuig voor NLG 6.000 geassureerd was. Schipper Van der Laan is in het bezit van een dienstdiploma stuurman grote zeilvaart. Hij heeft echter nooit dienst gedaan op een groot zeilschip. De RES NOVA was met een lading lijnkoeken op weg van Neuss naar Danzig, toen een geweldige sneeuwstorm, 5 zeemijlen ten oosten van Leba, de stranding veroorzaakte. De equipage bestond uit drie man; verder bevonden zich de vrouw en de beide kinderen van de schipper aan boord. Door de hevige zeeën was de lading overgegaan. Het schip werd plat op zijde geworpen en diep in het water gedrukt. Na een bange strijd om het leven werden tenslotte alle opvarenden van de wal af met schietlijnen gered. De lading en alles wat zich aan boord bevond ging echter met het schip verloren. Vóór de stranding was de wind west, koers oost magnetisch. Het schip maakte ongeveer 6 mijl. De storm werd zó hevig, dat geruime tijd vóór de stranding reeds geen zeilen meer gebruikt konden worden, en men zich dus moest laten drijven. Tegelijk met de RES NOVA zijn In de buurt van Leba nog vier andere zeilschepen gestrand. De inspecteur van de scheepvaart maakte de opmerking, dat z.i. de lading te weinig midscheeps opgewerkt was. De schipper antwoordde hierop, te voren nimmer gehoord te hebben, dat lijnkoeken overgingen. Na het horen van de schipper werd het onderzoek in deze zaak gesloten. Uitspraak volgt later.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Van de werf van de heer J. Vos, scheepsbouwer, Winschoterdiep alhier, is met goed
gevolg te water gelaten een ijzeren motorschip, groot plm. 30 ton, voor rekening van de heer H.W. Holwerda te Anjum.


Krant:

 VCO - Vlissingsche Courant

Vlissingen, 2 mei. Zaterdag (opm: 29 april) werd op de werf van de Koninklijke Maatschappij “De Schelde” alhier de kiel gelegd voor het stoomschip MERAUKE, een vrachtboot in aanbouw voor de Rotterdamsche Lloyd.


04 mei 1911


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart
Bij het voortgezette onderzoek in zake de aanvaring, welke op 17 april in het Engelse Kanaal plaats had tussen het stoomschip CALLISTO, gezagvoerder J. Wiebes, rederij Hudig & Veder’s Stoomvaartmij. te Rotterdam en een Engels stoomschip, heeft gezagvoerder van de CALLISTO nog geopperd, dat het horen van een dubbele stoot kan veroorzaakt zijn door de echo van het land, zodat inderdaad slechts een stoot gegeven kan zijn, waaruit dan zou moeten volgen, dat de Engelsman varende was.
De eerste stuurman D. Sparrius, daarna als getuige gehoord, deelde mede, dat hij met de kapitein en de derde stuurman op de brug was op het ogenblik van de aanvaring. Zijn verklaring week niet af van die van de gezagvoerder. Voor de aanvaring is niet sneller, meestal langzamer dan halve kracht gevaren.
De Raad zal op nader te bepalen datum uitspraak doen.

RN 040511
IJmuiden, 2 mei. De sleepboten GOUWZEE en LAUWERSZEE brachten hier heden van Rotterdam twee bokken aan, welke zullen helpen bij het bergen van de na aanvaring gezonken baggermolen NOORDZEEHAVEN.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Rotterdam, 3 mei. Het stoomschip VLUG is vlot en te Kopenhagen binnen.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Men schrijft uit Vlissingen aan „het Volk”: Op de werf „De Schelde" te Vlissingen zijn voor onze Marine een drietal onderzeeboten in aanbouw. Eén ervan is voor enige tijd van stapel gelopen en heeft kort daarna proef gestoomd. Alles voldeed aan de gestelde eisen, doch.... het schip was 15.000 kg te zwaar. De boot wordt nu weer grotendeels gesloopt en van lichtere materialen opnieuw gebouwd. In het droogdok van de werf is een grote loods
gebouwd, waarin het vaartuig in behandeling wordt genomen. Dit werkje zal maanden
duren en naar vernemen een 70.000 gulden kosten.


05 mei 1911


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Nederlandsche Scheepsbouw Maatschappij. – Jaarverslag.
Aan het verslag over 1910 van de bovengenoemde maatschappij ontlenen wij het volgende: Hoewel het gehele jaar zich gekenmerkt heeft door vele werkzaamheden en de waarde van uitgevoerd werk belangrijk groter was dan die van enig jaar, sedert de oprichting van de vennootschap, is de financiële uitkomst zeer ongunstig geweest. Scherpe concurrentie van binnen- en buitenlandse werven was oorzaak dat bouwcontracten slechts afgesloten konden worden tot prijzen, die dikwijls belangrijk beneden de begroting van de kostprijs waren. De maatschappij deelt in dit opzicht in het lot van vele grote buitenlandse scheepswerven. Waar het verkregen saldo van de exploitatie in 1910 geen winstuitkering toelaat en zelfs nog geheel onvoldoende is voor behoorlijke afschrijving wordt dit saldo, groot NLG 11.572,62 + NLG 407,70 saldo van 1909, bestemd voor afschrijving en wordt daaraan voor hetzelfde doel nog toegevoegd NLG 65.000, te onttrekken aan het extra afschrijvingsfonds. Die afschrijving, aldus totaal NLG 76.889, is bepaald nodig nu aan de werf voor uitbreiding van hellingen, gebouwen en gereedschappen ruim NLG 900.000 ten koste is gelegd.
Waar thans de werf geschikt is voor de bouw van grote schepen en de vraag daarnaar meer en moer toeneemt, geeft de slechts 18 meter wijde doorvaart tussen de pijlers van de spoorbrug gelegen onmiddellijk buiten de thans 25 meter brede doorvaart van de vroegere Oosterdoksluis, meer en meer bezorgdheid en is het hoogst wenselijk, waar voor het verbeteren van die zeer onvoldoende toestand geruime tijd nodig zal zijn, dat tot het doen van de daarvoor nodige stappen spoedig wordt overgegaan. In 1910 werden afgeleverd schepen van tezamen 18.187 ton bruto, zomede een brugponton voor eigen rekening, terwijl aan 5 mailschepen van de Stoomvaart Maatschappij „Nederland" belangrijke vertimmeringen werden uitgevoerd, en bleven in aanbouw op 31 december 1910: No. 103, ss. KONINGIN DER NEDERLANDEN, plm. 8.300 ton bruto voor de Stoomvaart Maatsch. „Nederland"; No. 110, drijvend droogdok 12.000 ton lichtvermogen voor de Amst. Droogdok Maatschappij; No. 111, ss. CALYPSO, plm. 2.500 ton bruto voor de Kon. Ned. Stoomboot Maatschappij; No. 112, ss. VAN CLOON, plm. 4.000 ton bruto voor de Kon. Paketvaart-Maatschappij; terwijl sedert opgedragen werd de bouw van: No. 113, zee-sleepboot plm. 150 ton bruto voor Argentinië; No. 114, motorvrachtboot, plm. 330 ton bruto voor de Kon. Paketvaart Maatschappij ; No. 115, motortankboot plm. 2.200 ton bruto voor de Ned.-Ind. Tank-Stoomboot Mij.; No. 116, dubbelschroef motortankboot plm. 5.000 ton bruto voor de Soc. Anon. d'Armement, d'lndustrie et de Commerce te Antwerpen.
Het verdient vermelding, dat de bestellingen van de schepen No. 114, 115 en 116, die alle door één of twee Dieselmotoren gedreven zullen worden, het gevolg zijn van de goede resultaten, verkregen met het motortankschip VULCANUS, het eerste zeeschip voortbewogen door middel van een voor- en achteruitwerkende Dieselmotor. Tevens wordt er de aandacht op gevestigd, dat de afgeleverde schepen No. 106 TJITAROEM en No. 107 PRINS HENDRIK volgens het Isherwood-systeem gebouwd zijn en voor het in december 1910 bestelde stoomschip No. 111 CALYPSO ook dit systeem is voorgeschreven.
Blijkens de winst -en verliesrekening bedroeg de brutowinst NLG 76.980 (v.j. NLG 144.091), w. o. overschrijving van het extra afschrijvingsfonds NLG 65.000 (v.j. nihil), winst op werken (v.j. plus interest) NLG 11.572 (v.j. NLG 143.062). Zoals hierboven gezegd wordt NLG 76.889 afgeschreven.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Rotterdam, 4 mei. Aan het stoomschip VLUG is, na onderzoek, een attest van zeewaardigheid verstrekt om naar Ornskjoldsvik en terug naar Rotterdam te vertrekken.


06 mei 1911


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 5 mei. Het stoomschip VLUG is door experts nagezien. Een attest van zeewaardigheid is verstrekt om naar de bestemming Ornskjoldsvik te vertrekken en van daar terug naar Rotterdam te gaan.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 5 mei. De Nederlandse sleepboot SCHELDE, met baggermateriaal op sleeptouw, van Rotterdam naar Rio de Janeiro, arriveerde gistermiddag welbehouden ter bestemming.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 5 mei. De Nederlandse sleepboot SEINE, met baggermateriaal op sleeptouw, van Stettin naar Rio de Janeiro, arriveerde gistermiddag welbehouden ter bestemming.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Hamburg, 3 mei. Het Nederlandse schip ANNA uit Groningen, met mais naar de Oostzee, heeft in de monding van de Köhlbrand op de boei gestoten en bekwam lekkage. De lading wordt overgeladen in het Nederlandse schip ESPERANCE.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Newport Mons, 3 mei. Het hier van Rotterdam aangekomen Rotterdamse stoomschip TROMP ontmoette gisteren in het Kanaal van Bristol de loodskotter BONITO, uit Barry, die mast en tuig had verloren en lek was. Er waren drie man aan boord en men toonde noodseinen. De TROMP nam de kotter op sleeptouw en bracht hem op de rede van Barry in veiligheid.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

New York, 26 april. De Holland-Amerika lijner POTSDAM, hier van Rotterdam aangekomen, passeerde 21 en 22 april verschillende ijsbergen en 25 april een gezonken schip, waarvan de deklast boven water uitkwam.


08 mei 1911


Krant:
 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Met goed gevolg is te water gelaten van de werf van de scheepsbouwer J. Vos alhier aan
het Winschoterdiep het staal-ijzeren motorschip ALPHA, groot 160 ton, gebouwd voor rekening van kapitein C. Breedveld van Hoogezand, terwijl de kiel gelegd is voor een dito motorschip groot plm. 185 ton.


09 mei 1911


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Kopenhagen, 4 mei. Uit het stoomschip VLUG werd, voor het vlot brengen, 350 ton lading gelost.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 8 mei. De Nederlandse sleepboot MAAS met een zuiger en bak van Stettin naar Rio de Janeiro, arriveerde 7 mei te Bahia.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 8 mei. De sleepboot COR van Rotterdam naar de Rode Zee, arriveerde 7 mei te Brest.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Hamburg, 5 mei. De ANNA heeft de lading gelost en is naar de werf in Kohlbrand gegaan om te repareren. Het Nederlandse zeilvaartuig ESPERANCE heeft de lading overgenomen en is naar de Oostzee vertrokken.
bestemd voor het transport van petroleum op de Belgische kanalen.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Ruischerbrug, 8 mei. Zaterdag liep met goed gevolg te water, van de werf van de wed IJ. de Jong, het 2-mast kofschip voor rekening van de heer J.J. Onnes, scheepsreder te Groningen. Het schip zal worden bevaren door de kapitein G. v. d. Laan.
Binnenkort zal ook te water worden gelaten een motor-zandzuiger, onderlosser, en tevens
dekschuit voor rekening van een Arnhemse firma.


Krant:

 MCO - Middelburgsche Courant

Door het Departement van Koloniën werd heden, na gehouden inschrijving, aan de Nederlandsche Scheepsbouw Maatschappij de bouw en de levering opgedragen van een stalen drijvend droogdok van 14.000 ton lichtvermogen, ten dienste van de haven van Soerabaja. Het voornemen is dit dok via het Suezkanaal van hier naar zijn bestemming te slepen.


10 mei 1911


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 9 mei. De stoomlichters KOEMAI en SANPIT, van Rotterdam naar Java, arriveerden 7 mei te Sabang.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Gibraltar, 7 mei. Het stoomschip KHOEN FOENG heeft 6 mei, na reparatie, de reis voortgezet.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 10 mei. Dezer dagen werd alhier proef gestoomd met de nieuwe stalen zee sleepboot AGNES, gebouwd op de scheepswerf van Gebr. G. & H. Bodewes te Martenshoek. Ketel en machine, welke vervaardigd zijn door de N.V. Machinefabriek „Fulton” aldaar ontwikkelde bij 13 atm. stoomdruk 300 ipk, terwijl aan de verdere eisen eveneens ruimschoots voldaan werd. De boot vertrok dan ook onmiddellijk na de goed geslaagde proeftocht, met de zeelichter VORWÄRTS, groot 600 ton, en eveneens vervaardigd op de werf van bovengenoemde firma, naar Hamburg, om aldaar aan de firma Dormien & Paap te worden afgeleverd. Naar wij vernemen, bevindt zich nog voor dezelfde firma in bouw, een sleepboot met compoundmachine van 225 ipk, welke eind van dit jaar zal moeten worden afgeleverd.


11 mei 1911


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Koninklijke Maatschappij “De Schelde”. – Jaarverslag.
Blijkens het jaarverslag van de Koninklijke Maatschappij “De Schelde" te Vlissingen, had men in de aanvang van het jaar met grote slapte te kampen en niet dan met veel moeite – en dan nog tegen slechte lonende prijzen - gelukte het enige opdrachten te bekomen. Spoedig kwam hierin echter verandering en werden verschillende werken ter uitvoering opgedragen, waardoor het jaar eindigde in grote bedrijvigheid in alle afdelingen. Het gemiddeld aantal werklieden bedroeg 1.349. De onderhandelingen met de Regering betreffende uitbreiding en wijzigingen van het erfpachtcontract zijn thans in een stadium, dat spoedige beëindiging mag worden tegemoet gezien. Op 1 januari 1911 bedroeg de waarde van de nog niet afgeleverde orders plm. NLG 4.500.000, terwijl in 1911 tot heden voor een bedrag van plm. NLG 1.000.000 aan nieuwe orders werd geboekt.
De rekening gebouwen, getimmerten en vaste inrichtingen werd vermeerderd door uitbreiding met NLG 31.930, terwijl ze door afschrijving verminderde met NLG 126.695.
De fondsen van het belegd assurantiereserve fonds en de belegde reserve assurantie eigen risico worden in het verslag gespecificeerd. De obligatielening werd wegens uitloting weer verminderd met NLG 38.000 en bedraagt per saldo NLG 1.120.000. Op 21 april 1911 werden opnieuw 38 obligaties ad NLG 1.000 uitgeloot. De werkelijk betaalde kosten, voortspruitende uit de Ongevallenwet, zijn thans voor het jaar 1909 te overzien. Het dragen van eigen risico blijkt voor de Mij. zeer voordelig te zijn, daar zij over 1909 slechts 52 % betaald heeft van wat de Rijks Verzekering Bank-premie zou hebben bedragen. De brutowinst bedraagt NLG 294.293. Hiervan werd bestemd voor afschrijving NLG 204.533. De nettowinst bedraagt dus NLG 89.760. Aan de debetzijde van de winst- en verliesrekening komen o.a. de volgende posten voor: Salarissen en algemene onkosten NLG 172.096, kosten ongevallenwet en arbeidscontract NLG 38.658; terwijl de bovengenoemde netto winst van NLG 89.760 als volgt verdeeld wordt: aandeelhouders 8% NLG 64.000; bedrijfsbelasting NLG 1.760; reserve NLG 4.800 en tantièmes NLG 19.200.
De voornaamste post aan de creditzijde is die van de uitkomst van diverse werken ad NLG 587.957. Door de vergadering werd als lid van de commissie, bedoeld in art. 34 van de statuten, benoemd de heer J.P. Fokker te Middelburg en zulks in de plaats van de heer A.W.L. de Raat te Rotterdam, die zich niet meer beschikbaar had gesteld. Als plaatsvervangend lid werd gekozen Jhr. A.A. van Teylingen te Middelburg.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 10 mei. De emmerbaggermolen ALDOSIVI, van Schiedam naar Talcahuano, arriveerde 9 mei te Montevideo. Alles wel.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Vlaardingen, geen datum. Van de werf van de scheepsbouwmeester A.C. van Dam zal vrijdag a.s. (opm: 12 mei) te water worden gelaten het loggerschip PRINSES JULIANA, gebouwd voor rekening van de rederij L. van Dam, bestemd voor de haringvisserij.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Londen, 9 mei. Volgens telegram uit Bahia heeft de bak, welke de Nederlandse sleepboot MAAS op sleeptouw heeft, en welke op reis van Stettin naar Rio de Janeiro 7 dezer aldaar arriveerde lichte lekkage. De bak is onderzocht en moet repareren. De reparatiekosten zijn gering.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Groningen, 11 mei. Te 's-Gravenhage zijn gisteren geslaagd voor de grote stoomvaart eerste stuurman: J.J. Bulsing en P.W.K.F. de Herder; tweede stuurman: D. Bakker en H.J. van Luipen; derde stuurman: B.C. Akkerman.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Londen, 10 Mei. De Nederlandse schoener JANNA, kapt. Dost, bestemd van Faxö naar Sundsvall, is met schade te Kopenhagen binnengelopen, zijnde in aanvaring geweest met de Russische schoener WALPAS. De JANNA zal repareren.


Krant:

 VCO - Vlissingsche Courant

Vlissingen, 10 mei. Op de heden ten kantore van de Koninklijke Maatschappij “De Schelde” alhier gehouden jaarlijkse algemene vergadering van aandeelhouders waren vertegenwoordigd 288 aandelen, uitbrengende 59 stemmen.
Door de directie werd verslag uitgebracht over het boekjaar 1910. De balans en winst en verliesrekening werden goedgekeurd en het dividend vastgesteld op 8 procent. Als commissaris werd herkozen de heer Bernard E. Ruys.


Krant:

 VCO - Vlissingsche Courant

Vlissingen, 10 mei. De baggermolen, welke de 3e april in de Buitenhaven is gezonken ten gevolge van een aanvaring door de mailboot ORANJE NASSAU, is heden gelicht en heeft thans ligplaats genomen in de Tweede Binnenhaven.


12 mei 1911


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart
De Raad voor de Scheepvaart te Amsterdam heeft heden uitspraak gedaan in zake de brand, die op 19 februari jl. in de haven van Newport News gewoed heeft aan boord van het stoomschip SLOTERDYK, van de Holland-Amerika-Lijn te Rotterdam, gezagvoerder J. Metz. De brand was ontstaan In een partij kunstmest afkomstig van Mannheim en te Rotterdam in gonjezakken van slechte kwaliteit geladen.
De Raad is door het onderzoek tot de slotsom gekomen, dat zelfontbranding van de kunstmest de oorzaak van het ongeval is geweest. Bij de belading zijn de nodige voorzorgen genomen om het ontstaan van gevaar te voorkomen. Toen er niettemin gevaar wat ontstaan, is dit op oordeelkundige wijze bestreden.
De Raad knoopt hieraan de opmerking vast, dat het innemen van kunstmest als lading tot grote voorzichtigheid maant, die reeds te betrachten is door het niet te hoog opstapelen van de lading.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart
De Raad heeft daarna uitspraak gedaan in zake de stranding en het vergaan van het ijzeren tjalkschip RES NOVA, schipper en eigenaar Van der Laan, te Groningen, op 4 april op de kust van Pommeren, bij welke ramp alle opvarenden werden gered. De Raad houdt rekening met het feit dat kort tevoren op dezelfde plaats twee andere schoeners vergaan zijn, en komt tot de conclusie, dat het schip zonder tekortkomingen aan zeemanschap over zee is gebracht; averij, ten gevolge van slecht weer, heeft het vaartuig onhandelbaar gemaakt; het overgaan van de lading is niet van invloed geweest op de stranding. Opgemerkt wordt, dat het aanbeveling verdient, meerdere ladingen lijnkoeken, liggende op de kant te stuwen.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Raad voor de Scheepvaart
De Raad voor de Scheepvaart te Amsterdam deed heden uitspraak inzake de stranding in een sneeuwstorm op 4 april bij Leba in Pommeren van het tjalkschip RESNOVA, schipper H. van der Laan van Groningen. Het schip was op reis van Neuss naar Danzig. De Raad is van oordeel dat er geen tekortkoming van de gezagvoerder bestaat. Hij bestuurde het schip met zeemanschap. De storm veroorzaakte de ramp. De lijnkoekenlading had geen invloed op de ondergang, toch maant de Raad tot voorzichtigheid om meerdere lagen lijnkoeken liggende op de kant te stuwen.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Amsterdam, 12 mei. Van de werf van de Nederlandsche Scheepsbouw Mij. aan de overzijde
van het IJ is heden te water gelaten het grote Julianadok, bestemd voor de Amsterdamsche
Droogdok Maatschappij. Drie hydraulische kranen moesten bij het glijden van het gevaarte hulp verlenen. Bij het aflopen stuwde het een geweldige watergolf op, wat een prachtig gezicht opleverde. Vier sleepboten sleepten daarna het dok ter bestemder plaatse.


13 mei 1911


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart, aanvaring CALLISTO
Uitspraak doende inzake de aanvaring op 18 april jl. bij Dover tussen het stoomschip CALLISTO van Hudig & Veder's Stoomvaart-Maatschappij te Rotterdam, dat op reis was van Rotterdam naar Port Said, en het Engelse stoomschip DAWLISH, waarbij de CALLISTO ernstige schade heeft geleden aan de voorpiek, heeft de Raad voor de Scheepvaart gisteren op de voorgrond gesteld, dat de scheepsverklaring, door de bemanning van de DAWLISH afgelegd, niet ter kennis van de Raad is gekomen ondanks de daartoe aangewende pogingen. Hierdoor is niet vastgesteld kunnen worden wie aan de aanvaring schuldig is geweest, wel is gebleken dat aan boord van de CALLISTO niet is gehandeld in overeenstemming met art. 16, 2e lid van de bepalingen ter voorkoming van aanvaringen op zee. Kapitein Wiebes had op het horen van een mistsein voorlijker dan dwars, dadelijk moeten stoppen, in plaats van nog 20 minuten door te varen, ook al vermeende hij twee stoten te horen.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Groningen, 13 mei. Te 's-Gravenhage zijn gisteren geslaagd voor de grote stoomvaart eerste stuurman: J. Hansen, L.A. Kalt; derde stuurman: J. Berg; A. van Harten, J. Kreumer, C. Duynker, A. van Erp; grote zeilvaart derde stuurman: J. Berg; A. van Harten en J. Kreumer.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 13 mei. Met zeer gunstig gevolg werd gisteren een proeftocht gehouden met een door de firma Joh. Berg gebouwde vracht- en sleepboot HANS HEMSOTH, bestemd voor
de rederij Westfalen te Dortmund.
De boot groot 325 ton, lang over het dek 46,35 meter, breed 7 meter en hol 2,60 meter,
voorzien van triple expansie machine van 350 ipk, munt uit door sierlijke bouw, soliditeit en uitstekende geschiktheid voor de dienst die ze zal moeten doen voor de vaart op het Dortmund-Emskanaal, zowel als ter zee.


14 mei 1911


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de scheepswerf en machinefabriek “'t Hondsbosch" te Alkmaar is met goed gevolg te water gelaten een nieuwe stalen vrachtmotorboot, lang 31,50 m, breed 4,80 m, hol 1,70 m, gebouwd voor rekening van de Stoombootonderneming H. Janssen te Lith, voor de dienst Lith—Rotterdam—Venlo. Het vaartuig zal worden voortbewogen door een grote Kromhout-petroleummotor, terwijl het voor het snelle laden en lossen is uitgerust met machinale hijsinrichting.


15 mei 1911


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 13 mei. De sleepboot POOLZEE, van Gravesend naar Las Palmas met de vaartuigen MARY en RETURN op sleeptouw, passeerde 11 mei Lizard.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Westerbroek, 13 mei. Van de werf van de firma Wortelboer & Co. is met goed gevolg te water gelaten een stalen sleepkaan, groot plm. 980 ton, voor Duitse rekening. Deze firma zal hier nog een tweede grote werf aanleggen.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Hoogezand, 13 mei. Van de werf van de firma Boon, Molema & De Cock is met goed gevolg te water gelaten de schroefstoomboot STAD OMMELANDEN, bestemd tot vervoer van passagiers, goederen en vee tussen Uithuizen en Groningen v.v., voor rekening van de heer C.J. Kamp te Uithuizen.


Krant:

 VCO - Vlissingsche Courant

Vlissingen, 13 mei. Heden namiddag te drie uur werd van de werf van de Koninklijke Maatschappij “De Schelde” alhier met goed gevolg te water gelaten Hr.Ms. ZWALUW, in aanbouw voor de Gouvernements Marine in Nederl. Indië.
Op dezelfde helling is nog in aanbouw het stoomschip ALBATROS, een zusterschip van de ZWALUW. Beide schepen vertrekken na gereed making gezamenlijk naar Indië.
(opm: verkort weergegeven)


Krant:

 MCO - Middelburgsche Courant

Op de werf Zeeland te Hansweert werd vrijdag met gunstig gevolg te water gelaten het voor rekening van de heer H.S. Steenstra te Dordrecht te Dordrecht gebouwde sleepschip voor het Eemskanaal, genaamd CONDOTTA, groot ong. 250 last.
Daarna werd de kiel gelegd voor een dito sleepschip voor de heer P. Manraaij te Rumpst (België) en voor een twee-mast gaffelschoener voor de grote kustvaart voor de heer P. van Warendorp te Dordrecht.
Verder is de werf opgedragen de levering van een sleepschip van ong. 250 last voor Hollandse rekening.


16 mei 1911


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Van de werf van de Scheepsbouwmaatschappij voorheen firma H. Schouten, te Muiden, zijn te water gelaten 3 stalen motor-inspectieboten, gebouwd voor rekening van het Departement van Financiën.
De ene boot LYNX, met een afmeting van 18 x 3,50 m., voorzien van 75 pk.
Gardner-motor, is bestemd voor de douanedienst op de Nieuwe Waterweg en zal ressorteren onder de inspectie Vlaardingen.
De andere twee boten RECHERCHE I en RECHERCHE II, elk met een afmeting van 14,40 x 2,40 m. voorzien van een Gardner-motor van 55 pk, zijn bestemd voor de douanedienst op de Maas van Rotterdam tot Maassluis, en zullen ressorten onder de directie Rotterdam.
In de machinekamer van elk dezer drie boten is een speciale Gardner-motor met dynamo gesteld ten behoeve van de elektrische verlichting aan boord, welke dynamo tevens de stroom levert voor een sterk zoeklicht, dat op het torpedodek is geplaatst. De boot LYNX wordt bovendien voorzien van een achterlaad-kanon van 3,7 cm.
Al deze vaartuigen zijn gebouwd onder oppertoezicht van de inspecteur voor de scheepvaart te Amsterdam.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 16 mei. Een artikel, welks invoer we hier tot voor betrekkelijke korte tijd geleden niet kenden, is de kunstmest Dit voorjaar is de invoer ervan wel bijzonder groot. Van Chili arriveerden hier 5 grote zeilschepen met plm. 12.500.000 kg. salpeter en thans liggen
er weer twee grote stoomschepen geladen met 8.000.000 kg. fosfaat. De lossing van
deze schepen brengt heel wat handen in beweging; temeer is dit plezierig, daar zich alles
afdoet in een tijdperk, dat hier anders geen havenwerkzaamheden zijn.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Kopenhagen, 12 mei. Het Nederlandse zeilschip JANNA, kapt. Dost, is in Christianshavn in het droogdok geplaatst. (zie ons no. van 11 mei)


17 mei 1911


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Gisteravond kwam te IJmuiden binnen de sleepboot IJMUIDEN, welke voor de sleepdienst Vischploeg 3 aldaar, gebouwd werd op de werf van H.J. Koopman te Dordrecht. De lengte bedraagt 23,35 en de breedte 5,40 meter. De machines hebben een sterkte van 275 paardenkrachten. Het vaartuig werd onder toezicht van Bureau Veritas gebouwd en zal zowel voor sleepdienst in de haven als over zee gebruikt worden.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Met gunstig gevolg is gisterennamiddag van de scheepstimmerwerf van de heer A. de Jong te water gelaten het stalen loggerschip SCH 99 – MERCURIUS, gebouwd voor rekening van de heer A. v.d. Toorn Jzn. te Scheveningen. Het schip is bestemd voor de haringvisserij.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 17 mei. Door den heer E. Wagenborg is een stalen jacht aangekocht, waarin een motor zal worden geplaatst. Het voornemen bestaat om hiermede gedurende de zomermaanden pleziertochtjes op de Eems te maken, iets waaraan de behoefte in de laatste
jaren dikwijls is gebleken. Dat bovengenoemde heer in andere opzichten ook bezield is met
de wil om aan de eisen van het publiek tegemoet te komen, kon weer blijken uit het feit, dat de passagiersboot waarvan hij directeur is, weer een aanmerkelijke vertimmering heeft ondergaan. De boot is voorzien van een geheel nieuw dek, terwijl tevens het salon geheel nieuw geplafonneerd is.


18 mei 1911


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Lowestoft, 16 mei. Het hier aangekomen stoomschip FRIENDLY STAR rapporteert zondagavond door het stoomschip RIJNDAM, uit Rotterdam, aangevaren en beschadigd te zijn. (Het dubbel-schroefstoomschip RIJNDAM, van de Holland-Amerika Lijn, van Rotterdam naar New York, vertrok zaterdagnamiddag 3 uur van Boulogne).


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 17 mei. Hr.Ms. pantserdekschip UTRECHT, onder bevel van de kapt. ter zee W.T. de Booy, is 15 dezer van Paramaribo vertrokken.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 17 mei. De tjalk TWEE BROEDERS, schipper Jonker, van Hamburg naar Rotterdam, arriveerde 16 mei te Delfzijl.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 17 mei. De tjalk NAJADE, schipper Groen, van Hamburg naar Rotterdam, arriveerde 15 mei te Delfzijl.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Groningen, 18 mei. Te 's-Gravenhage zijn gisteren geslaagd voor de grote stoomvaart als eerste stuurman: G.J. Pasteuning; als derde stuurman D. Roos, P. Geervliet, P.A. Hasselaar, J.W. Hensen; voor de sleepvaart: A. Weltevreden.


19 mei 1911


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 18 mei. Het stoomschip PERLAK, van de Bataafsche Petroleum Maatschappij te ’s-Gravenhage, is aan een Brits-Indische firma verkocht.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

West-Hartlepool, 16 mei. Het Nederlandse stoomschip BETA is met lichte schade in Gray's droogdok gegaan, hebbende aan de grond gezeten.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 17 mei. Gisteravond vertrok per sleepboot ZUIDERZEE van hier naar Tunis de baggermolen STELLA, welke voor Franse rekening op de werf Conrad te Haarlem werd gebouwd.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Groningen, 18 mei. Te 's-Gravenhage zijn gisteren geslaagd voor de grote stoomvaart als
tweede stuurman: de heren J.H. Hoogendijk en A.B. Kers.


20 mei 1911


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Norderney, 16 mei. De met lading rijst van Amsterdam naar Flensburg bestemde tjalk AMICITIA bevond zich 12 mei beneden deze plaats in de nabijheid van de vuurtoren en wilde in diep water ankeren.
Plotseling werd het vaartuig door een donderbui met zware wind belopen. Bij het zeilen-bergen brak de fokkestag, waardoor het schip volkomen onbestuurbaar werd.
Op de volgende dag hees men de noodvlag en daarop werd het schip door het stoomschip NORDDEICH in deze haven gesleept.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 19 mei. Hr.Ms. pantserdekschip GELDERLAND, onder bevel van de kapt. ter zee J. Alberda, is 18 dezer van Las Palmas vertrokken.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 19 mei. De Nederlandse sleepboot DONAU, van Rio de Janeiro naar Genua, passeerde 18 mei de Kaap Verdische Eilanden.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Raad voor de Scheepvaart, uitspraak RES NOVA
De Raad voor de Scheepvaart te Amsterdam heeft uitspraak gedaan in de zaak van het tjalkschip RES NOVA, (schipper H. v.d. Laan). Dit schip strandde op 4 april ten oosten van Leba (Pommeren) en verging. Even te voren strandden nog een tweetal schepen.
De Raad was van oordeel, dat het ongeval niet ter wijten was aan een tekortkoming van de schipper. Het schip werd met zeemanschap overzee gebracht.
Het bijzonder slechte weer en de daardoor veroorzaakte averij zijn de oorzaken van het ongeval geweest.
Het vergaan van de RES NOVA is ook behandeld door het Seeamt te Stettin, waaruit o.a. nog bleek, dat het verongelukte schip was verzekerd voor 10.000, en de inhebbende lading voor 13.000 mark.
Ook het Seeamt schreef het ongeluk toe aan het slechte weer, sprak de schipper vrij van schuld en bracht een woord van lof aan de moedige redders, die met groot gevaar voor hun eigen leven de opvarenden van de RES NOVA aan de dood hadden ontrukt.


22 mei 1911


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De naam verborgen en gescholden.
Het Seeamt te Flensburg heeft behandeld de aanvaring tussen de Hollandse tjalk ESPERANCE, schipper Dost en het jacht JOHANNE MARIE uit Ekensund op 22 maart, des middags, tussen Kalkgrund en Höruphaff in de Flensburger buitenföhrde.
De tjalk was op reis van Flensburg naar Hamburg, de JOHANNE MARIE was naar Ekensund bestemd. De tjalk lag over bakboordhalzen bij de wind.
Schipper Paulsen van het jacht hield zijn koers tot kort voor de aanvaring, toen loefde hij iets aan om de aanvaring te verzwakken. De botsing was niet heel ernstig. Schipper Paulsen kreeg, toen hij vroeg naar de naam en de thuishaven van de tjalk, geen antwoord.
Zodra de schepen van voren vrij kwamen en de boeg van de Hollander omdraaide, las hij de naam ESPERANCE. Hij ging in de kajuit om de naam onmiddellijk op te schrijven en bij zijn terugkomst zag hij, dat over de naam twee jassen hingen. Volgens verklaring van zijn stuurman hadden de schipper en stuurman van de ESPERANCE direct na de botsing hun jassen uitgetrokken en ze zo over de reling gehangen, dat de scheepsnaam er door verborgen werd. Schipper Paulsen kruiste nu nog lange tijd rond om ook de plaats waar de tjalk thuis behoorde vast te stellen, wat hem echter niet gelukte. Op verdere vragen kwamen van de Hollander slechts scheldwoorden terug.
Schipper Dost verklaarde bij de behandeling dat het toedekken van de naam alleen aan een toevallige omstandigheid te danken was: Zijn vrouw had namelijk die dag aan boord "grote was". Met opzet was het niet geschiedt.
Schipper Paulsen was er te Ekensund in geslaagd vast te stellen, dat de ESPERANCE te Groningen thuis behoorde.
Het Seeamt sprak als zijn oordeel uit, dat de aanvaring was te wijten aan de ESPERANCE, die over bakboordshalzen bij de wind zeilde en voor het over stuurboord liggende jacht niet is uitgeweken. Het Duitse schip werd van alle schuld vrijgesproken.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 20 mei. De zee sleepboot MAAS, met baggermateriaal van Stettin naar Rio de Janeiro, arriveerde 19 mei ter bestemming. Alles wel.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 20 mei. De sleepboot COR, van Rotterdam naar Hodeidah, passeerde 19 mei Gibraltar.


23 mei 1911


Krant:
 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 23 mei. Terwijl hedenmorgen een schip van de werf van de firma Gebr. Niestern alhier door de brug van de binnenhaven zou worden gehaald, geraakte het vaartuig door het breken van de takelage geheel in de brug bekneld en gedeeltelijk vol water. Hierdoor is de passage daar ter plaatse geheel gestremd. Door de nauwe doorvaartruimte moeten
betrekkelijk grote schepen altoos op zijde worden gehaald om de brug te kunnen passeren.
(het betreft hier de romp van de tweemast schoener HEIKA HARMANNA)


24 mei 1911


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

De Staats Courant No. 121 bevat de akte van oprichting van de volgende Naamloze Vennootschap: Zeemotortankschip Vulcanus, te 's-Gravenhage.
Doel is het exploiteren van motortankschepen en het te dien einde aanschaffen en in de vaart brengen, huren en verhuren, bevrachten en vervrachten, verzekeren, kopen en verkopen van motortankschepen, het verrichten van alle verdere tot de exploitatie van zodanige schepen behorende werkzaamheden en het verkrijgen en vervreemden van alle zaken, welke met zodanige exploitatie in verband staan. Duur tot 31 December 1997. Kapitaal NLG 200.000, verdeeld in 40 aandelen, elk groot NLG 5.000. Voor de eerste maal directeur de heer E. Waterman.


26 mei 1911


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Heden is met goed gevolg van de werf van Gebr. Van der Meer te Vlaardingen, aan de Maaskant te water gelaten het loggerschip BERTHA - VL 204, gebouwd voor rekening van de heer P.J. van Gelderen te Brussel. Het schip zal varen onder boekhouderschap van de heer J. Katan en gevoerd worden door schipper I. Paalvast.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Van de werf van Gebr. Van der Windt zal zaterdagmiddag (opm: 27 mei) te 02.30 uur te water worden gelaten de stoomlogger VL 203 - DINA, gebouwd voor rekening van de Visscherij-Maatschappij "Vlaardingen", directeur L.J. van Gelderen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Gisteren werd op de Naamloze Vennootschap werf De Noord, te Alblasserdam, directeur de heer J.U. Smit, met goed gevolg te water gelaten, het Rijnschip genaamd ZEELAND, metende ongeveer 1.000 ton en gebouwd voor Nederlandse rekening.
Onmiddellijk daarop werd de kiel gelegd voor een dito schip, hetwelk ook voor Nederlandse rekening gebouwd zal worden.


27 mei 1911


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 25 mei. De zeelichter SCHEEPVAART II, welke heden naar Newcastle vertrok, is onderhands verkocht aan de firma Mumm & Matthiessen in Kiel, waarheen het schip van Newcastle met een lading steenkolen zal vertrekken.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Antwerpen, 24 mei. Het stoomschip HEELSUM, van Frey Bentos via Londen hier aangekomen, heeft gedurende de reis zwaar weer doorstaan, waardoor de luiken van ruim No. 1 werden weggeslagen en water in dat ruim drong.


29 mei 1911


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Kopenhagen, 25 mei. Het Nederlandse stoomschip FLORA werd op de reis van Neufahrwasser met stukgoed naar Amsterdam, 24 februari met machineschade te Esbjerg binnengesleept door het stoomschip BERLIN, uit Goole.
Het “Seegericht” heeft daarvoor heden aan de BERLIN een bergloon toegekend van 30.000 Kronen, waarbij werd aangenomen dat de FLORA 89.000, de lading van de FLORA 133.000 en de BERLIN met lading 334.000 Kronen waard was.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 27 mei. De emmerbaggermolen ALDOSIVI, 18 maart jl. van de werf Gusto naar Talcahuano vertrokken, is 26 mei welbehouden Punta Arenas gepasseerd.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Koninklijke Hollandsche Lloyd.
Aan het verslag over 1910, uit te brengen in de algemene vergadering van aandeelhouders
op 31 mei a.s., is het volgende ontleend:
De schepen maakten gedurende het boekjaar 33 rondreizen, waarvan 13 met de nieuwgebouwde passagiers- en 20 met de overige stoomschepen.
Nadat het derde nieuwe stoomschip de ZEELANDIA, op 21 juli in de vaart was gebracht, kon met de in het vorig verslag beoogden 3-wekelijkse passagiersdienst een aanvang worden gemaakt. De directie zou het daarmede tot dusverre behaalde resultaat, de omstandigheden in aanmerking genomen, bevredigend kunnen noemen, had de aanvaring tussen de stoomschepen HOLLANDIA en SPARTA, de 13e augustus in het Engelse Kanaal niet, door de storing in de pas geregelde passagiersdienst, een gevoelig geldelijk verlies berokkend, dat uit de exploitatierekening moest worden gedekt. Een proces over deze aanvaring is nog in Engeland hangende. De uitspraak kan eerst over enige maanden worden verwacht.
Het afgelopen jaar was, wat de financiële uitkomsten betreft, hoewel beter dan het voorgaande, nog niet gunstig te noemen. De exploitatie-rekening wijst met inbegrip van de Staat ontvangen gelden, ten bedrage van NLG 300.000, een avans aan van NLG 448.775. Na aftrek van het nadelig saldo van de interestrekening à NLG 156.863 blijft een avans van NLG 291.912. Ofschoon dit bedrag voor gelijke afschrijving op materieel als de beide vorige jaren (1908 NLG 280.500; 1909 NLG 283.948) voldoende zou zijn, meent de directie te moeten aanraden, ook op de nieuwe stoomschepen thans reeds flink af te schrijven, wat de onderneming in de toekomst niet anders dan ten goede kan komen. Voorgesteld wordt daarom het bedrag van de afschrijvingen over 1910 te bepalen op NLG 521.093, en het daardoor ontstane saldo-verlies over het boekjaar (NLG 229.181), met dat van het voorafgaande jaar (NLG 259.275), te samen NLG 448.456, op nieuwe rekening over te brengen.
Hoewel vracht- zowel als passagiersvervoer zich in beide richtingen belangrijk kon ontwikkelen, bleven de ontvangsten per eenheid voor het vrachtvervoer weer beneden het normale. Sedert het begin van 1911 is daarin voor de uitgaande vrachten een belangrijke verbetering gekomen, die aan het lopende dienstjaar ongetwijfeld ten goede zal komen.
Mocht enige maanden geleden ook op een belangrijke verbetering in de thuiskomende vrachten van Argentinië worden gehoopt, aan deze verwachting werd door groot aanbod van tonnage en verminderde oogst, ten gevolge van de langdurige droogte, de bodem ingeslagen. Na een zeer korte periode van stijging zijn de thuisvrachten van de La Plata-rivier dan ook weer tot een minimum gedaald en mag niet voor de volgende oogst op verbetering worden gerekend.
Het lange oponthoud, dat de vrachtschepen opnieuw in de haven van Buenos Aires ondervinden, had ook dit jaar weer een zeer nadelige invloed op de exploitatie. De directie heeft echter reden aan te nemen, dat de weer ingestelde havencommissie, die ook reeds vroeger in dit opzicht goede diensten heeft bewezen, langzamerhand verbetering in de haventoestanden zal weten te brengen.
Een verblijdend verschijnsel in de grote toename van vervoer van Braziliaanse producten naar Nederlandse havens, waaraan de Maatschappij in het afgelopen jaar in veel ruimer mate deelnam dan tot dusverre. De directie heeft alle hoop het passagiersvervoer ook dit jaar verder te zien toenemen.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 26 mei. Heden werd op de Eems alhier proef gevaren met de nieuwe stalen
schroefsleepboot MARTHA, voor rekening van de heren Gebrs. Colns te Hamburg.
Het fraaie schip is gebouwd op de scheepswerf J.T. Wilmink te Gideon, bij Groningen.
De ketel en machine installatie zijn vervaardigd aan de machinefabriek „Fulton" te Martenshoek. Na aan de hoogst gestelde eisen voldaan te hebben, vertrok de boot naar zijn Heimatshafen.


30 mei 1911


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Zaterdagmiddag is van J. & K. Smit's Scheepswerven te Krimpen a/d. Lek met goed gevolg te water gelaten de goederenstoomboot AMSTERDAM VI voor rekening van een buitenlandse firma.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Scheepsbouw. Van de scheepswerf van Gebr. De Graaf te Waspik is te water gelaten een ijzeren zeilschip groot 50 last, genaamd ALTIJD WAT, gebouwd voor rekening van de heer Dorrenheim te Rotterdam.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 29 mei. De sleepboot OCEAAN, met een sternwheeler op sleeptouw, van Birkenhead naar Madeira, arriveerde 26 mei ter plaatse van bestemming.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 29 mei. De Nederlandse sleepboot COR, van Rotterdam naar Hodeidah, is 22 mei uitgeklaard van Gibraltar.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Zaterdag (27 mei) werd op de werf "De Noord", te Alblasserdam, (directeur de heer J.U. Smit), met goed gevolg te water gelaten de stalen dubbelschroef zee motorvrachtboot ZEEMEEUW, groot 45 x 7,75 x 3,30 m. Draagvermogen 550.000 kg. Deze boot is gebouwd voor Nederlandse rekening.
Onmiddellijk daarop werd de kiel gelegd voor een Rijnschip, groot ongeveer 1.000 ton, eveneens voor Nederlandse rekening te bouwen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Zaterdagmiddag is met goed gevolg te water gelaten het op de werf van Gebr. Van der Windt gebouwde stalen stoomlogger-schip DINA, gebouwd voor rekening van de Visscherij-Maatschappij Vlaardingen, directeur de heer L.J. van Gelderen.
Het schip is bestemd voor de haring- en beugvisserij en zal worden gevoerd door schipper D. van Haren.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Staats Courant. No. 125 bevat de statuten van de Naamloze Vennootschap Maatschappij zeilschip „Voorwaarts" te Groningen.
Doel het uitoefenen van vrachtvaart met zeilschepen, met dien verstande evenwel, dat de vennootschap nimmer meer dan één schip in eigendom zal hebben. Duur 30 jaren. Kapitaal
NLG 6.000, verdeeld in 12 aandelen, elk groot NLG 500. Voor de eerste maal directeur de heer J.J. Onnes.


31 mei 1911


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Hong Kong, 5 mei. Het stoomschip TJILIWONG heeft ongeveer 15 mijl van Macassar gestoten. Het lost nu hier en wordt 9 mei nagezien. Men verwacht geen schade, maar het schip heeft 2,5 voet slagzijde.


01 juni 1911


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 31 mei. De sleepboot SEINE van Rio de Janeiro naar Rotterdam arriveerde 28 mei te St. Michael.


02 juni 1911


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. De scheepswerf Gebroeders Boot te Leiderdorp bouwde voor de N.V. Maatschappij “Holland” te Katwijk aan Zee de stalen logger KW-65 (HOLLAND VI), welke te IJmuiden voor de haringvisserij wordt uitgerust.
Heden is te IJMUIDEN aangekomen de stalen logger KW-155 (HOLLAND II) welke voor rekening van de N.V. Maatschappij “Holland” te Katwijk aan Zee op de werf van de Gebroeders Boot te Leiderdorp werd gebouwd.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van Gebr. Fikkers te Muntendam is met goed gevolg te water gelaten een staal-ijzeren lichter, groot 250 ton, gebouwd voor Duitse rekening.
De kielen werden gelegd voor twee ijzeren lichters, ieder groot 250 ton en van een bolpraam.
In de loop van de week zullen nog van stapel lopen een stalen zeetjalk voor schipper J. Leeuwerke te Nieuweschans en een ijzeren bolschip voor H. v.d. Hoek te Uithuizen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Cuxhaven, 30 mei. De Nederlandse schoener HEIKINA, van Söderhamn naar Varel, is in de mond van de Elbe in aanvaring gekomen met een binnenkomend stoomschip, vermoedelijk de MARIE MENZELL. De HEIKINA werd met zware schade aan de boeg hier binnen gesleept. De MARIE MENZELL is het Kaiser Wilhelm Kanaal ingestoomd.
Later bericht. De schoener HEIKINA lag op de rede van Brunsbüttel voor anker, toen het hedenochtend door het stoomschip MARIE MENZELL werd aangevaren. Van de schoener werd de boegspriet weggerukt, de steven gebroken, terwijl hij bovendien dekschade bekwam. Heden zal een expertise gehouden worden. De MARIE MENZELL is slechts licht beschadigd.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 1 juni. De sleepboot NOORDZEE arriveerde 30 mei te St. Michaels met een baggermolen.
De sleepboot ZUIDERZEE van IJmuiden naar Tunis met sleep passeerde 30 mei Sagres.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Belfast, 31 mei. Het reuzenstoomschip TITANIC, metende 45.000 ton, in aanbouw voor de White Star Line, is heden met goed gevolg van de werf van de heren Harland & Wolff te water gelaten.


03 juni 1911


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 2 juni. De Nederlandse sleepboot SEINE vertrok 1 juni met een baggermolen van de Azoren naar Québec.


06 juni 1911


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Te Leeuwen is van stapel gelopen een kustvaartuig van 1.000 ton, gebouwd voor Duitse rekening en bestemd voor Bremen, met certificaten voor de hoogste klasse van de Germanischer Lloyd. Een tweede vaartuig van dit type is nog in aanbouw.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Londen, 2 juni. Het Nederlandse schip NEPTUNUS (ex. ALIDA KATHARINA), groot 195 reg.ton met een draagvermogen van 325 ton, in 1905 gebouwd door de firma J. & G. Verstockt te Martenshoek, is naar Frankrijk verkocht en herdoopt in CHARLES HENRY.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Cuxhaven, 1 juni. De Nederlandse schoener HEIKINA is hedenochtend door de sleepboot NORDERNEY naar de bestemming Varel gesleept, zonder hier gerepareerd te hebben.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Hong Kong, 13 mei. Het stoomschip TJILIWONG is nagezien en onbeschadigd bevonden.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 3 juni. De Nederlandse sleepboot SCHELDE, van de Internationale Sleepdienst, arriveerde 2 juni met het naar Genua bestemd zeilschip AUSILATRICE op sleeptouw, te St. Vincent.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Van de werf van de heer A. de Jong te Vlaardingen zal donderdag a.s. (opm: 8 juni) te water worden gelaten het stalen loggerschip WOUTER VERHEIJ – SCH-142, gebouwd voor rekening van de heer W. Verheij te Scheveningen.


07 juni 1911


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Op de scheepswerf van de heren L. Smit & Zonen te Kinderdijk is de kiel gelegd voor een zeezandlichter, bestemd voor Zuid Amerika.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Zee- en Landmacht.
Aan het Departement van Marine had gisteren de onderhandse aanbesteding plaats van de bouw en de levering van vier torpedoboten, type “Fret", ten dienste van de Nederlandse zeemacht. De Nederl. fabriek van Scheepsbouw te Amsterdam had voor levering van slechts twee schepen ingeschreven tot een ook evenredig hoger bedrag dan de beide andere werven, die van Fijenoord en de Kon. Mij. “De Schelde” te Vlissingen. De laatste schreef in voor NLG 648.500 per schip of voor de vier ten bedrage van NLG 2.594.00.
De Scheepsbouw Maatschappij Fijenoord bood een schip aan voor NLG 642.000, twee schepen voor NLG 1.263.000, drie voor NLG 1.881.000 en vier voor NLG 2.500.000. Was deze inschrijving lager dan die van “De Schelde”, de termijnen van levering, waaromtrent de mededinging eveneens was geopend, gaf aan de Vlissingse onderneming de voorsprong. Zij stelde de termijnen van oplevering op resp.: 18, 19, 20 en 21 maanden, terwijl Fijenoord de oplevering aanbood in onderscheidenlijk 19, 20, 23 en 24 maanden Onder die omstandigheden had de gunning niet terstond plaats en zal de Minister van Marine deswege nader beslissen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Scheepsbouw. Van de scheepsbouwwerf No. 2 van de firma A. Vuyk & Zonen te Capelle a/d. IJssel is met het meest gunstige gevolg te water gelaten het nieuw gebouwde schroefstoomschip ZENA (opm: bouwnummer 375). Deze boot is gebouwd voor rekening van de rederij Glen & Co. te Glasgow en bestemd om dienst te doen in haar vaste lijn Belfast, Glasgow, Gotenburg. (opm: op 2 juni te water gelaten)
Het schip heeft een draagvermogen van plm. 2.000 ton en wel bij de volgende afmetingen: lengte 240', breedte 36' en holte tot maindeck van 17'6". Het is van het raised-quarterdeck type en gebouwd onder Lloyds speciaal toezicht voor haar klasse 100 A1. Het schip wordt voorzien van triple expansie machines en wel door de Holborn Engineering Works George T. Grey te South Shields. De machines worden verwacht plm. 800 ihp. te zullen ontwikkelen om het schip in beladen toestand een snelheid van omtrent 9,5 mijl te verzekeren. De ketels worden vervaardigd aan de ketelmakerij van de heren G.T. Eltringham & Co. mede te South Shields en voorts zullen geplaatst worden 5 stoomlieren, een stoomankerlier, stoomstuurmachine elektrisch licht en verder alles wat nodig is om aan de nieuwste eisen des tijds te voldoen.
Op de plaats waar het stoomschip ZENA werd gebouwd, zal nu de kiel gelegd worden van het stoomschip LUNA, te bouwen voor rekening van de Koninklijke Nederlandsche Stoomboot Maatschappij te Amsterdam. Dit schip zal de volgende afmetingen verkrijgen: Lengte 250 voet, breedte 36 voet, holte 18 voet 3 duim tot maindeck en 25 voet 3 duim tot shelterdeck. Bij deze levering behoort mede de plaatsing van 6 stoomlieren, een stoomankerlier, een stoomstuurwerk en een volledige elektrische verlichting. De machines en ketels zullen worden vervaardigd door bovengenoemde Holborn Engineering Works met de firma Eltringham als ketel-leveranciers.
Voorts zullen nog in aanbouw komen een driemast-zeilschoener met motorvermogen voor Engelse rekening en een stoomboot mede van plm. 2.000 ton voor Rotterdamse rekening.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Van de werf "Gusto" is met goed gevolg te water gelaten de stalen romp van een drijvende kraan met een hefvermogen van 150 ton. Lengte 39 m., breedte 19 m., holte voor 4,70 m., holte achter 2,30 m.
De kraan kan hijsen tot op een hoogte van 60 meter boven de oppervlakte van het water, de grootste uitlading is 45,50 m., het grootste hefvermogen 150 ton.
Ook wanneer de last aan de haak is opgehangen kan de kraan zwenken en daarbij blijft het kraanschip dwarsscheeps geheel horizontaal liggen, dus zonder enige slagzij.
Dit is de tweede van drie geheel gelijke kranen, welke de werf voor Italië in aanbouw heeft. De drie werktuigen zijn bestemd voor het opstellen van zware stukken geschut en affuiten aan boord van slagschepen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Londen, 5 juni. Er heeft bij Beachy Head een aanvaring plaats gehad tussen het Spaanse stoomschip HERCULES van Pensacola naar Rotterdam en het Nederlandse stoomschip ARIADNE van Seaham naar Cette, waardoor beide zwaar werden beschadigd. Eerstgenoemd schip is te Dover binnengesleept met schade aan stuurboord en water in het voorruim, laatstgenoemde is daar aangekomen.
Later bericht. Het stoomschip ARIADNE heeft vernielde boeg. De aanvaring met de HERCULES had tijdens dikke mist plaats. De HERCULES is eerst aan de grond gezet, doch later vlot gebracht en te Dover binnen gesleept.


08 juni 1911


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Van de scheepsbouwwerf van de firma Gebr. Boot te Leiderdorp, is gisteren met goed gevolg te water gelaten een vaartuig lang 50 meter, breed 8 meter, bestemd om ingericht te worden als drijvend bioscooptheater; de afdeling van dit schip bestemd voor theater is zo groot, dat er voldoende ruimte is voor 430 zitplaatsen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Te IJmuiden ligt zeilklaar, om naar de visserij te vertrekken, de nieuwe stalen logger KW 35 (HOLLAND VII), die voor rekening van de N.V. Maatschappij Holland bij Gebr. Boot te Leiderdorp gebouwd werd.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Londen, 6 juni. Volgens een telegram uit St. Catharine's Point passeerde daar het Nederlandse stoomschip JOSEPHINA, komende van St. Nazaire, gesleept wordende naar Southampton, met zware schade aan beide boegen, ogenschijnlijk ten gevolge van een aanvaring. Volgens een telegram uit Southampton is het aldaar binnen gebrachte zwaar beschadigde Nederlandse stoomschip JOSEPHINA in aanvaring geweest met het van Rotterdam komende Roemeense stoomschip DOBROGEA. Dit laatste schip heeft de reis voortgezet. Van schade daaraan is niets bekend.
Bij dit ongeval verloor de matroos Steinvonke, een van de opvarenden van de JOSEPHINA, het leven. Een van de reders is van Rotterdam naar Southampton vertrokken tot regeling van de reparaties.


09 juni 1911


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Londen, 7 juni. Tijdens de aanvaring van de stoomschepen JOSEPHINA en DOBROGEA sliep een gedeelte van de bemanning van de JOSEPHINA. De steven van de JOSEPHINA is zo sterk naar binnen gedrukt, dat als het ware de bak werd afgesloten. Buiten de matroos, die is overleden, beliepen nog twee andere opvarenden ernstige verwondingen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Dover, 7 juni. Het stoomschip ARIADNE is nagezien en de experts rapporteren dat het schip tijdelijk gerepareerd kan worden om naar Toulon te vertrekken, daar te lossen en dan in ballast terug te keren om volledig te repareren. De kosten van tijdelijke reparatie worden geschat op 90 pond sterling.
Aangezien het bijna onmogelijk is de schade van het stoomschip HERCULES tijdelijk te voorzien zonder het schip op strand te zetten, overweegt men een deel van de deklading hout van het voorschip naar het achterschip te brengen, om het voorschip aldus te doen rijzen en het de HERCULES mogelijk te maken, zonder tijdelijke reparatie naar Rotterdam te stomen.


10 juni 1911


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. De scheepswerf van Gebroeders Boot te Leiderdorp leverden de stalen logger KW 69 (DE VROUW JANNETJE) af, welke voor rekening van de heren Gebroeders Schoonenberg te Katwijk aan Zee gebouwd werd en voor zijn eerste reis van IJmuiden uitzeilde.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Southampton, 6 juni. Het Nederlandse dubbelschroef stoomschip SINDORO, van Rotterdam naar Java, raakte 4 juni vast op een modderbank bij Netley Black Buoy, doch kwam twee uur later zonder assistentie vlot. (De SINDORO passeerde 7 juni Ouessant. - Red.)


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Van J. & K. Smit's Scheepswerven te Krimpen a/d. Lek ligt ter afvaart gereed de schroefstoomboot VICE ADMIRAAL TENBERGEN I, gebouwd voor rekening van de N.V. Stoombootmaatschappij Vice Admiraal Tenbergen, te Amsterdam.
Deze boot, welke naar de laatste eisen des tijds is ingericht, zal een geregelde goederendienst onderhouden tussen Doesburg - Amsterdam en heeft een laadvermogen van 200 ton.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 9 juni. Gisterochtend 11 uur vertrok het Nederlandse stoomschip JOSEPHINA, gesleept wordende, van Southampton naar hier om de nodige reparaties te ondergaan.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 9 juni. De sleepboot SCHELDE vertrok 8 juni van St. Vincent (Kaap Verde) naar Genua met het schip AUSILATRICE.


12 juni 1911


Krant:
 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Groningen, 12 juni. Aan de zeevaartschool alhier werd het eindexamen voor stuurman Kleine Zeilvaart met gunstig gevolg afgelegd door de heren K. Schuitema, H. Groen, F.J. Bonninga en L. Beck.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Maassluis, 10 juni. Het 7 juni van hier naar Gefle vertrokken zeilschip PRIMA, kapt. Dijkstra, is hedenmorgen met stormschade alhier uit zee teruggekeerd.


13 juni 1911


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Op de werf van de N.V. “De Noord” te Alblasserdam is te water gelaten voor de Rijnsleepkaan Maatschappij “Zeeland” te Rotterdam, het stalen Rijnschip ZEELAND.


14 juni 1911


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Alkmaar 13 juni. Van de scheepswerf “Nicolaas Witsen” te Alkmaar is met goed gevolg te water gelaten een stalen motorklipper, ingericht voor het vervoer van kaas, groot 85 ton, gebouwd voor rekening van de N.V. Hoornsche Binnenlandsche Vaartonderneming “De Batavier”.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Raad voor de Scheepvaart stoomschip ANDIJK
De Raad voor de Scheepvaart te Amsterdam heeft een onderzoek ingesteld, inzake de brand van het stoomschip ANDIJK van de Nederlandsche Amerikaansche Stoomvaart Maatschappij te Rotterdam. De brand brak uit ongeveer kwart voor twaalven in de haven van New York op 25 maart 1911, toen de gezagvoerder te kooi lag en de derde stuurman de wacht had. Hij ontstond in het onderruim, stuurboordzijde aan de voorkant en is waarschijnlijk ontstaan door het omvallen van een petroleumlamp. Het gehele schip, dat o.a. met kurk geladen was, is elektrisch verlicht, maar de slang van de reflector was niet lang genoeg om ook het onderruim te verlichten en daarom bediende men zich daar van de zogenaamde veiligheidslampen. Tegen een van deze is gestoten, zodat zij omviel. De Raad meende, dat de slang van de reflectors dan verlengd zou moeten worden, zodat het onderruim behoorlijke verlichting hebben zou. De gezagvoerder, de heer W. Krol, die eerst gehoord werd, meende, dat dit ook wel zou kunnen. Hij dacht, dat er iets aan de veiligheidslamp gemankeerd heeft, zodat zij niet uitging, toen zij omviel. Hoogstens vijf minuten, nadat de brand uitgebroken was, ging men over tot blussen. De hele nacht werd gespoten; daar de brandende lading boven kwam drijven en het vuur telkens weer oplaaide, daar de pit van de kurk brandde. Zaterdag is de brand uitgebroken en maandag was men weer aan het lossen. Men kreeg veel brand- en waterschade. Vervolgens werd de derde stuurman A. Smit gehoord, die verklaarde, dat hij zich van te voren niet overtuigd had, dat de lampen volkomen in orde waren. De inspecteur van scheepvaart constateerde, dat goed toezicht bij het lossen ontbroken heeft. Later volgt de uitspraak.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Uit Schiedam: De zeewaardige kleizuiger SOUTH AUSTRALIAN, welke op de werf "Gusto" voor de regering van Zuid-Australië gebouwd is, heeft heden deze werf verlaten om de reis naar Adelaide onder eigen stoom te ondernemen.
Het schip is lang 42 m., breed 9 m. en diep 3,50 m. Het is voorzien van een triple expansie machine van 725 ipk, welke gevoed wordt door twee stoomketels, elk met een verwarmend oppervlak van 120 vierkante meter en een stoomdruk van 13 atmosferen. Deze zuiger is bestemd om doormiddel van een snij-inrichting aan de mond van de zuigbuis zware klei los te werken en op te zuigen, tot op een diepte van 13 m.
Het contract schreef voor, dat in klei een opbrengst van 1.300 ton per uur bereikt moest worden, terwijl bij de officiële beproeving 1.550 ton klei per uur werden opgezogen. In zandgrond bereikte de zuiger een opbrengst van 2.600 ton per uur.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Dover, 11 juni. Men heeft nu besloten het stoomschip ARIADNE tijdelijk te repareren en het naar Rotterdam te laten vertrekken, vergezeld door een sleepboot.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 13 juni. De onlangs voor sleepvaarten over zee nieuw gebouwde sleepboot IJMUIDEN zal heden voor de eerste maal een buitenlandse reis maken en met de Deense 3-mast schoener MARACAIBO naar Hamburg vertrekken.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Schiedam, 12 juni. De emmerbaggermolen ALDOSIVI, 18 maart jl. van de werf van Gusto alhier naar Talcahuano vertrokken, is 10 juni wel behouden aldaar aangekomen.


15 juni 1911


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Abo, 9 juni. De bark WOLFE, kapt. Eriksson, uit Lumperland, werd op 17 mei, toen het schip na volbrachte reparatie bij het droogdok te Riga lag, aangevaren door het Nederlandse MARKEN en aan bakboord beschadigd. Bij minnelijke schikking werd door de rederij van het stoomschip 2.500 roebel schadevergoeding betaald.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Wapping, 13 juni. Het stoomschip BATAVIER II is heden bij Butler's Wharf, achteruit stomend om een lichter te mijden, in aanvaring gekomen met de sleepboot WASP, die midscheeps aan de bakboordzijde werd getroffen en te South Devon op strand werd gezet, waar ze nu is gezonken. Het stoomschip heeft blijkbaar geen schade.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

De internationale zeeliedenstaking.
Veel stagnatie zal de uitgebroken staking voorlopig niet ten gevolge hebben. Zo verklaarde de directie van de Stoomvaart Maatschappij „Nederland", dat de reis van de KONINGIN WILHELMINA naar Spithead ter bijwoning van de Engelse vlootrevue beslist doorgaat. Vrijdag a.s. is het monsteren, maar als het oude zeevolk weigert, zich te doen aanmonsteren, is de directie reeds zeker van een andere voltallige bemanning om te kunnen uitvaren. Een andere kwestie, welke zich bij de „Nederland" voordoet, maar evenmin veel beduidt is deze: Tussen af- en aanmonsteren van de zeelieden verloopt dikwijls vrij veel tijd. Een thuiskomend schip gaat soms eerst na weken weer naar zee. Op verzoek van het bestuur van de Zeemansbond stond de directie destijds de afgemonsterde zeelieden toe, om tijdens het binnen liggen van het schip in uren-geld aan boord te komen werken. Dit werk geldt dan voornamelijk het onderhoud van het schip, het doen van herstellingen enz., en het bracht de zeelieden bezigheid en bijverdienste. Thans hebben zij, die in uren-geld werkten op de KONING WILLEM I en op de LOMBOK evenals op de KONINGIN WILHELMINA de arbeid neergelegd. Men bedenke hierbij, dat de bootwerkers niets met de zeeliedenstrijd te maken hebben, zodat de lading en lossing van deze schepen gewoon haar gang gaan. De KONING WILLEM I is een passagiersschip, dat 24 dezer naar Indië vertrekken moet, waarvoor 20 dezer gemonsterd worden zal. De directie gelooft niet aan enige vertraging in de uitreis.
De LOMBOK is een vrachtboot, die pas de volgende maand naar Indië vertrekken moet. Voor de bekende drie booten van de Kon. Ned. Stoomboot Maatschappij bleef het oude volk ook gisteren weigeren zich te doen aanmonsteren. De oude equipages zijn ontslagen. De Koninklijke, die de volgende week met haar boten varen moet, zal deze met nieuwe equipages bemannen.
De RIJNLAND van de Kon. Lloyd moet a.s. maandag vertrekken, daarna vertrekt voorlopig geen ander schip van deze lijn. In de haven heerst volkomen orde. Overal ziet men op de gewone wijze op de schepen werken, omdat de bootwerkers-arbeid op ononderbroken wijze voortgezet wordt. Van de zeeliedenstaking was gisteren te Rotterdam nog niets merkbaar. Alleen werden bij de aanwervingskantoren de zeelieden door leden van Engelse en Hollandse zeeliedenverenigingen aangespoord niet te monsteren.
In het verenigingsgebouw te Rotterdam Werd gisteravond een talrijk bezochte vergadering van zeelieden gehouden, belegd door het bestuur van de vereniging „Volharding". Met algemene stemmen werd het besluit tot staking genomen. Verder werd besloten, dat de schepen, die reeds bemonsterd zijn, kunnen varen dat de BARENDRECHT, die nog geen volledige bemanning heeft, niet mag gecompleteerd worden, dat in strijd met het besluit van Amsterdam, dat ook niet aan boord gewerkt mag worden, dit hier wèl toegestaan zal zijn tot het tijdstip van aanmonsteren, en dat vanaf heden niemand zich meer mag presenteren.
Te Vlissingen is tot heden van de internationale zeeliedenstaking niets te bemerken.
In Antwerpen is gisteren de staking ook uitgebroken. Men heeft aan het Engelse consulaat echter medegedeeld, dat men over voldoende mannen beschikt om alle Engelse schepen van bemanning te voorzien. Aan boord van de Engelse schepen LIP en SYRENIAN is het werk neergelegd.
Te Liverpool is gisteren de staking eveneens begonnen 600 man, die thuis hoorden aan boord van de TEUTONIC van de White Star en de EMPRESS OF IRELAND, weigerden te monsteren tenzij de gestelde eisen werden ingewilligd, hetgeen is geweigerd. Het heet, dat de toestand te Southampton en in de andere voornaamste Engelse havens ernstig is. De OLYMPIC van de White Star is heden vertrokken, maar nadat de directie de eisen van de bemanning inzake loonsverhoging had ingewilligd. De bemanning van verschillende stoomschepen te Southampton hebben eveneens eisen tot loonsverhoging gesteld en weigeren te varen, wanneer deze niet worden ingewilligd. De reders te Liverpool nemen de staking kalm op. Zij verklaren geen vrees te hebben over het aanwerven van bemanning. De staking is gisterenavond officieel afgekondigd te Glasgow en in andere havens. Blijkens berichten uit Dublin, Newcastle, Sunderiand en Grimsby zal de staking zich daar vermoedelijk slechts weinig doen gevoelen.


Krant:

 VCO - Vlissingsche Courant

Vlissingen, 14 juni. Het stoomschip ORANJE NASSAU in aanbouw voor de Koninklijke West-Indische Maildienst op de werf van de Koninklijke Maatschappij “De Schelde” alhier, zal woensdag 28 juni van hier naar Amsterdam vertrekken voor het houden van de proeftocht.
Het schip komt onder bevel van de gezagvoerder G.J. Nieman en zal tegen juli de eerste reis naar West-Indië doen.


16 juni 1911


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Het stoomschip WESTLAND is vanmorgen om halfvijf vertrokken, met een bemanning bestaande uit Scandinaviërs, Grieken en Spanjaarden. Omtrent de staking valt heden nog weinig bijzonders te vermelden. De zeelieden, die nog niet gemonsterd hebben, melden zich aan op het kantoor van de zeemansvereniging "Volharding". Vanwege de stakers wordt gepost aan de stations, voor de aanwervingsbureaus en voor de huizen van de huurbazen. Voor zover bekend, heeft zich op de aanwervingsbureaus of bij de waterschout nog niemand aangemeld om te monsteren. Op het stoomschip RIJNDAM van de H.A.L. ontbreken nog 2 stakers. Dit schip moet zaterdag vertrekken.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Vanwege de Brouwershavense Berging-Maatschappij is aan de bemanning van de Goereese vissersvaartuigen, die door het innemen van lading hun medewerking hebben verleend tot het afbrengen van het op 12 januari tegen de zandbank "Hinder" gestrande stoomschip SELBY ABBEY, komende van Hull met bestemming naar Rotterdam, NLG 57 bergloon per deel uitgekeerd.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Londen, 14 juni. Het barkschip WILLEM EGGERTS, (vroeger behorende aan de rederij Brantjes te Purmerend) ligt nu te Natal, afgetuigd, en wordt als kolenlichter gebruikt.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 15 juni. De Nederlandse sleepboot THAMES met het barkschip SYDENHAM en een bak op sleeptouw van Wilhelmshaven naar Rio de Janeiro arriveerde 14 juni te St. Vincent (Cabo Verde). Alles wel.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 15 juni. De sleepboot COR van Rotterdam naar Hodeida, arriveerde 13 juni te Port Said.


17 juni 1911


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf “Vooruit" te Enkhuizen is van stapel gelopen de ijzeren klipper NOUVELLE ENTREPRISE, gebouwd voor de heer Kamperman te Groningen. Daarna werd de kiel gelegd voor een sleepkraan voor rekening van de heer E. Vijt te Duisburg.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 16 juni. De sleepboot GOUWZEE arriveerde 14 juni van Antwerpen te Le Havre met de lichters A. en V. No. 39 en 37. De GOUWZEE vertrok weer naar Rotterdam.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 15 juni. De Nederlandse sleepboot SIMSON zal heden naar Rochefort vertrekken om een oud Frans oorlogsschip, dat voor sloper verkocht werd, naar Hendrik-Ido-Ambacht over te brengen.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Advertentie. Verkoping van een aakschip te Harlingen.
Mr. A.H. van Kleffens, notaris te Harlingen, zal ten verzoeke van zijn ambtgenoot, de heer mr. J.F. de Jong Posthumus te Drachten, op woensdag 28 juni 1911, 's namiddags 2.30 uur precies, in de Korenbeurs te Harlingen, verkopen:
Het in 1910 aan de werf van B.T. Roorda te Drachten gebouwde stalen aakschip AMBULANT, groot 92 ton, met toebehoren, het laatst bevaren door J. de Boer, thans liggende bij de werf "Welgelegen" in de Zuiderhaven te Harlingen en aldaar te bezichtigen.


19 juni 1911


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 18 juni. De sleepboot NOORDZEE arriveerde 15 juni van Rio Grande te Altona met de schoener Wm. PRITCHARD.


20 juni 1911


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De zeelieden staking. Het stoomschip POTSDAM van de Holland-Amerika-Lijn, dat met zoveel belangstelling wordt tegemoet gezien in verband met de vraag of het zal gelukken daarvoor opnieuw een bemanning aan te monsteren nu de zeelieden in staking zijn, was zaterdag nog niet aangekomen, doch werd tegen die avond 6 uur voor de wal verwacht. De RIJNDAM vertrok zaterdagmiddag met volledige bemanning die, zoals bekend is, reeds voor het uitbreken van de staking was gemonsterd.
Ook de Java-boot WILIS heeft zaterdag de reis aanvaard, nadat om 11 uur nog 3 schepelingen onder persoonlijk geleide van de waterschout jhr. Ortt, aan boord gebracht waren. De 26 Chinezen, die 's morgens met de Batavierboot hier aankwamen en die men meende dat voor aanvulling van de bemanning van de WILIS bestemd waren, zijn niet op dat schip gegaan, maar ondergebracht in de "kampong", waar reeds een 70-tal van deze langstaarten vertoefden.
Voor de BEYERLAND, het schip van de Steenkolen Handelsvereeniging alhier, dat te IJmuiden gelost is en daar moest blijven liggen, omdat een deel van de bemanning weigerde, opnieuw te monsteren, tracht men thans manschappen aan te werven tegen een loon van NLG 40 voor 5 dagen, plus kost en vrije terugreis hierheen. Op 3 na had men zaterdagmorgen de daarvoor nodige mannen bijeen. Het stoomschip TELLUS, waarvoor men te Amsterdam vruchteloos poogde een bemanning aan te werven, wordt hierheen gebracht, waar men zal beproeven er een bemanning voor te vinden.
(verkort weergegeven).


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Londen, 17 juni. Volgens telegram uit Port-Said, wordt de sleepboot COR, van Rotterdam naar Hodeidah bestemd, aldaar opgehouden door een defect aan de circulatiepomp, welke schade men bezig is te repareren.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 19 juni. De Nederlandse sleepboot SEINE met een baggermolen op sleeptouw van Québec arriveerde 17 juni te Sydney (C.B.). Alles wel. Hiermee is voor het eerst met gunstig gevolg baggermaterieel dwars over de Noord-Atlantische Oceaan over gesleept.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Zeeliedenstaking. Van de Kon. Ned. Stoomboot Mij. zijn gisteren te Amsterdam binnengevallen de stoomschepen NEREUS, DIANA, NIOBE, IRIS en AURORA; van de Holl. Stoomboot Mij. de IJSTROOM en de AMSTELSTROOM; van de Maatschappij Oostzee de HILVERSUM. Het merendeel van de bemanningen van al deze schepen heeft zich, voor zover de monsterrol dit toelaat, bij de stakers aangesloten.
Hoewel zaterdag jl. door het stakingscomité de staking van de zeelieden officieel door aanplakbiljetten werd kenbaar gemaakt, heeft dit te Delfzijl op de gang van zaken geen invloed gehad. Alleen van het Nederlandse stoomschip NOORD-HOLLAND weigerden drie matrozen, welke nog voor 9 reizen gemonsterd waren, mee te gaan. Direct zijn deze door andere vervangen. De boot vertrok dan ook zonder oponthoud gisteren naar Hull. Noch bij de andere schepen, noch bij het transportbedrijf bestaat neiging aan de staking mee te doen.
De bond der zeelieden constateert, dat meer dan 180 Engelse schepen in verschillende havens van het Verenigd Koninkrijk stilliggen.


21 juni 1911


Krant:
 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Zeeliedenstaking. Gisteravond om tien uur zijn te Amsterdam met een vissersboot vijf werkwilligen aangebracht, voor de Kon. Ned. Stoomboot-Mij en in een boot van die maatschappij ondergebracht.
Gisteren arriveerden aan het Maasstation te Rotterdam vijf Groningers ter aanmonstering voor het stoomschip TELLUS van de Ned, Stoombootmij. Twee van dezen lieten zich ompraten en keerden terug. Verschillende Hollandse zeelieden monsterden bij de Engelse consul voor Engelse schepen tegen nieuwe verhoogde gage.
De stand van zaken is te Antwerpen nog onveranderd. De stakers worden onmiddellijk vervangen door werkwilligen. Alles is rustig. In bevoegde kringen van de zeelieden wordt verklaard, dat men niets afweet omtrent twee pas gepubliceerde mededelingen, volgens welke de dokwerkers uit solidariteit ook tot staking zouden overgaan, die dan binnen acht of veertien dagen zou uitbreken. Een shipping master, die voor verschillende maatschappijen werkt, heelt aan het stakingsbureau verklaard, dat drie maatschappijen hem gemachtigd hebben met de stakers te onderhandelen.
De beslissing van de directeuren van de Union Castle Line, die besloten hebben, dat hun schepen, die naar de vlootschouw te Spithead zouden gaan, zullen thuisblijven, heeft te Southampton sensatie gemaakt. (verkort weergegeven)


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Zeeliedenstaking. Amsterdam, 21 juni. Aangaande de zeeliedenstaking kan worden gemeld dat de HOLLANDIA van de Holl. Lloyd ongehinderd gelost wordt en dat 80 werkwilligen zich bij de waterschout aanmeldden. De zeelieden vertellen, dat van de gisteren binnengelopen vonder van de Stoomvaart Mij. „Nederland" zich 50 manschappen bij de staking zullen aansluiten, doch de directie vreest geen moeilijkheden, zij heeft nog 27 Duitsers in reserve, bereid om aan te monsteren. Dc bootwerkersvereniging „Recht en Plicht" is van oordeel, dat de staking gunstig is en daadwerkelijke steun harerzijds niet geboden.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Stoomvaart Maatschappij Zeeland. Vlissingen, 21 juni. Uit het in de hedenmiddag gehouden aandeelhoudersvergadering van de bovengenoemde Maatschappij uitgebracht verslag over 1910 blijkt ,dat de financiële resultaten wederom reden tot tevredenheid gaven. Gedurende het jaar 1910 werden 730 reizen afgelegd of evenveel als verleden jaar.
De ontvangsten uit de exploitatie bedroegen NLG 2.603.847.00½ tegen NLG 2.409.223.37½ in 1909.
De exploitatiekosten bedroegen in 1910 NLG 1.545.452.11½ of gemiddeld per reis NLG 2.117.06, tegen NLG 1.354.457.931½ of gemiddeld per reis NLG 1.855.42 in 1909.
In 1910 werden vervoerd 148.842 reizigers, tegen 128.715 in 1909.
Het aantal tonnen goederen à 1.000 kg. dat vervoerd werd bedroeg in 1910 57.277, tegen 56.342 in 1909.
De opbrengst van het personenvervoer vermeerderde met NLG 161.395.21½ en dat van het goederenvervoer verminderde met NLG 41.339.08½.
Voor postvervoer werd in totaal netto ontvangen NLG 556.098.78½.
Commissarissen stelden aan aandeelhouders voor om met de Maatschappij tot Exploitatie van Staatsspoorwegen een obligatielening aan te gaan van NLG 1.000.000, ter uitbreiding van het maatschappelijk kapitaal, terwijl bovendien de maatschappij NLG 80.000 zal lenen, welke gebruikt zullen worden tot het afbetalen van de drie nieuwe schepen en van achterlijke schuld. Daartoe werd besloten.


22 juni 1911


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Londen 20 juni. De reders van de thans te Duinkerken liggende Noorse bark MACCA delen mede dat hun schip aan een firma te Dordrecht is verkocht, om gesloopt te worden.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Zeeliedenstaking. Met de Duitse trein, die te 11.47 uur aan het Centraal Station te Amsterdam arriveert, kwam gisteravond een dertigtal werkwilligen voor de „Koninklijke Stoombootmaatschappij" aldaar aan. De politie had uitgebreide ordemaatregelen genomen. Niet alleen dat in de trein een aantal politiebeambten had plaats genomen, om de vertegenwoordigers van de stakers, die meereisden, te verhinderen contact met de Duitsers te verkrijgen, maar ook was de toegang tot het tweede perron door een cordon van agenten afgesloten, en bovendien was het Stationsplein door politie te voet en te paard afgezet. Buiten de afzetting hadden zich honderden stakers met hun vrouwen verzameld en zodra de werkwilligen uit het station kwamen, steeg aan alle zijden geschreeuw uit de menigte op. De Duitsers werden geleid naar de aan de steiger van de Noord-Holl. tram liggende sleepboten van de Koninklijke, de „Kievit" en de „Musch", die onmiddellijk naar de Handelskade vertrokken, voorafgegaan door de havenpolitie. Een vrouw brak door de afzetting heen, maar werd gegrepen, en op de Prins Hendrikkade vóór de St. Nicolaaskerk moest de bereden politie chargeren om de aandringende stakers terug te drijven. Overlast ondervonden de Duitsers niet, daar zowel de brug voor de Schreierstoren, als die voor het Oostelijk Viaduct waren afgezet. Op het Centraal Station werd een man in arrest genomen. En buiten vielen hier en daar zware klappen.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Zeeliedenstaking. Amsterdam, 22 juni. De NEREUS en THEMIS van de Kon. Ned. Stoomboot Mij., zijn hedennacht met volle bemanning op tijd vertrokken. De directie van de Stoomvaart Mij. „Nederland" deelt mede, dat de KONINGIN WILHELMINA vanmiddag uitvaart.


23 juni 1911


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Gisteren werd door de Naamloze Vennootschap „Werf de Noord" te Alblasserdam, met goed gevolg te water gelaten het Rijnschip genaamd GELDERLAND, groot ongeveer duizend ton en gebouwd voor Nederlandsche rekening. Onmiddellijk daarop werden de kielen gelegd voor een dito schip, en van drie lichters, welke laatste elk ongeveer 120 ton zullen meten. Alle vier zijn voor binnenlandse rekening te bouwen.
RN 230611
Abo, 18 juni. Het Rotterdamse stoomschip AMELAND, te Hamnholm hout ladend, heeft buiten Kayankari enige uren rondgedreven met defecte machine.
(De AMELAND van Rafsoe naar Rotterdam, passeerde 19 juni Elseneur. Red.)


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De zeeliedenstaking te Amsterdam (woensdag, 21 juni).
De bootwerkers te Amsterdam hebben zich thans daadwerkelijk in het conflict van de zeelieden gemengd en met toepassing van hun "besmettings"-theorie geweigerd werk te verrichten.
Dinsdagmorgen moest met de lossing van de HOLLANDIA van de Hollandsche Lloyd door bootwerkers begonnen worden. De donkey-ketel, die de stoom voor de winchen levert, was in plaats van door zeelieden door een machinist gestooktober De bootwerkers weigerden met die besmette stoom ter werken en geen man liet zich voor de HOLLANDIA besteken. Alleen de vaste z.g. contractarbeiders zijn thans aan boord bezig.
Ook de RIJNLAND van de Lloyd heeft nog geen zee gekozen.
De HILVERSUM van de Maatschappij Oostzee kwam binnen. De bemanning van deze houtboot sloot zich dadelijk bij de stakers aan. De ROTTERDAM van de Am. Petr. Co. kan wegens gebrek aan zeelieden niet naar Amerika vertrekken.
De posten van de zeelieden vangen telkens mensen van buiten op, die komen monsteren. Zij worden dan naar het kantoor van de zeeliedenbond gebracht en vervolgens naar hun woonplaatsen teruggezonden. Ook de vier mensen van de "Koninklijke", die zaterdagavond aangehouden zijn, gingen "huis toe". Onder hen bevond zich een timmerman, wie NLG 78 gage per maand geboden was.
Het aantal stakende zeelieden bedroeg dinsdagmorgen 365.
Van bootwerkerszijde wordt bericht, dat de HOLLANDIA van de Hollandsche-Lloyd (Zuid-Amerika-Lijn) gelost wordt. De bootwerkers-vereniging "Recht en Plicht" is van mening, dat de actie van de zeelieden er zo gunstig voor staat, dat steunen voor daadwerkelijk ingrijpen van de bootwerkers nog niet geboden is. "Recht een Plicht", als organisatie houdt daarom vast aan het besluit van zondag om vooralsnog de bootwerkers buiten de strijd te houden. Wat gisteren intussen gebeurd is, moet derhalve als een daad van directe actie, buiten de organisatie om, beschouwd worden.
De zeelieden delen mede, dat ongeveer 50 zeelieden van het gisteren binnengelopen stoomschip VONDEL van de Maatschappij "Nederland" toegezegd hebben, zich bij de staking te zullen aansluiten.
Van de zijde van de directie worden echter geen moeilijkheden gevreesd. Men heeft nl. aan de "Nederland" nog 27 Duitsers in reserve, die bereid zijn te monsteren.
Hiertoe wordt echter niet overgegaan, voordat de "Nederland" behoefte aan scheepsvolk heeft.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 22 juni. De sleepboot MAAS arriveerde 20 juni van Rio de Janeiro te Glasgow.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Zeeliedenstaking. In een gisteravond door meer dan 2.000 bootwerkers bezochte vergadering te Amsterdam werd met algemene stemmen een motie aangenomen, waarbij het bestuur van „Recht en Plicht" volmacht werd gegeven de bootwerkers tot daadwerkelijk handelen op te roepen, wanneer dit bestuur het nodig vindt. De bedoeling is dat de bootwerkers bereid zijn op het eerste teken te staken. Het stoomschip TABANAN is gisterenavond met een volledige bemanning en zonder een enkele Chinees aan boord van Rotterdam naar Spithead vertrokken. Maandag wordt het stoomschip te Rotterdam terug verwacht. De stoomschepen MAASHAVEN en ALWINA zijn gisterennamiddag met voltallige bemanning naar zee vertrokken. De bemanning van het stoomschip BATAVIER IV is afgemonsterd en vermeerdert de rijen van de stakers. Drie shipping masters van de voornaamste Engelse lijnen, die de Antwerpse haven bezoeken, hebben de burgemeester doen weten, dat zij afstand doen van elke korting op het salaris van de zeelieden en dat hun bevrachters hen hebben gemachtigd toe te stemmen in een verhoging van 10 shilling per maand. De leiders van de zeeliedenverenigingen hebben hierop verklaard, dat zij voldaan waren met de nieuwe voorwaarden. Als gevolg hiervan gelooft men dat de Belgische bevrachters hetzelfde besluit zullen nemen en dat het einde van de werkstaking nadert. De Union Castle Co. te Southampton deelt mede, dat de werkstaking van haar zeelieden stokers en stewards is geëindigd. De mannen hebben de voorwaarden aangenomen, welke jl. maandag door hen waren verworpen.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Zeeliedenstaking. Amsterdam, 23 juni. Door 17 Chinezen, uit Engeland aangekomen, kon de Mij. „Nederland" de bemanning voor de KONING WILLEM I voltallig maken. Het schip vertrekt morgen. Van de „Koninklijke" vertrokken twee boten, waarvan de bemanning zich niet bij de stakers kon voegen.


Krant:

 VCO - Vlissingsche Courant

Vlissingen, 22 juni. Het Duitse stoomschip RHEINFELS van Hamburg naar Antwerpen is hedennacht binnenkomende bij de gasboei tegenover de Boulevard de Ruyter in aanvaring geweest met het van Antwerpen naar Newcastle bestemde Engelse stoomschip REDWOOD. De REDWOOD werd midscheeps aangevaren en ligt met het voorschip bij de gasboei gezonken, terwijl het achterschip nog droog is. Het schip was in ballast en de positie is momenteel van dien aard dat er wel kans bestaat de REDWOOD te behouden. De gehele equipage, bestaande uit 18 man benevens de vrouw van de kapitein en drie kinderen, werden gered door de motorboot van het Belgische loodswezen en hier geland.
De RHEINFELS is naar Antwerpen opgevaren met vermoedelijk averij aan de boeg.
De kapitein met zijn vrouw en kinderen werd gastvrijheid verleend in de woning van de Belgische loods Lenaers, terwijl de equipage werd opgenomen in het hotel Cosmopolitain.


24 juni 1911


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Koninklijke Petroleum Maatschappij. – Jaarverslag.
In het zoeven verschenen jaarverslag van de “Koninklijke" wordt herinnerd aan de uitgifte van NLG 4.038.000 die in 1909 à 225% heeft plaats gevonden, doch waarop de stortingen eerst in 1910 hebben plaatsgevonden. Overigens kwam in het verslagjaar geen verandering in het aandelenkapitaal.
Het bedrijf van de Bataafsche Petroleum Mij. in Nederlands-Indië onderging in het afgelopen jaar een uitbreiding door een overeenkomst met de Maatschappij tot Mijn-, Bosch- en Landbouw Exploitatie in Langkat, volgens welke de raffinaderij van die Maatschappij aan de Bataafsche Petroleum Maatschappij verkocht en door deze verwerkt wordt.
De productie van de olieterreinen van de Bataafsche Petroleum Maatschappij bedroeg 1.141.917 tonnen van 1.000 kg. Daarbij verwerkte deze Maatschappij tevens de opbrengst van de Zuid Perlak Petroleum Maatschappij, bedragende 39.900 tonnen en vanaf 1 juli 1910 ook die van de bovengenoemde Maatschappij tot Mijn-, Bosch- en Landbouw Exploitatie in Langkat, welke productie gedurende de 2de helft van 1910 58.133 tonnen bedroeg.
Het bedrijf in Roemenië, waarin de Koninklijke door tussenkomst van de Geconsolideerde Hollandsche Petroleum Compagnie geïnteresseerd is, onderging in het afgelopen jaar een belangrijke uitbreiding door de inbreng van de in het Moreni-district gelegen terreinen van de „Astra" met die van de in hetzelfde district gelegen terreinen van de “Regatul Roman", in een nieuwe Maatschappij, de “Astra Romana”. De productie van ruwe olie van de laatste Maatschappij heeft over het afgelopen jaar bedragen 286.236 tonnen van 1000 kg. Sedert de aanvang van het lopende jaar is de productie in Roemenië belangrijk gestegen, zowel door aanboring van een zeer rijk vloeiende bron in Moreni, als door aanboring van de eerste productieve bronnen in de velden Bana en Filipesti.
Met ingang van 1 maart 1910 verkreeg bovendien de Geconsolideerde Hollandsche Petroleum Compagnie door aankoop de terreinen van het „Kasbek Syndicate Ltd.", gelegen in het belangrijke olieveld van Grosny, ten noorden van de Kaukasus. Van deze terreinen werd in de maanden maart—december van het afgelopen jaar een productie verkregen van ongeveer 220.000 tonnen.
De totale productie aan ruwe olie van de door de Koninklijke gecontroleerde Maatschappijen bedroeg dus in het afgelopen jaar ongeveer 1.750.000 tonnen (v.j. 1.245.359 ton). Aangaande de verschillende terreinen in Nederlandsch-Indië kan nog het volgende worden vermeld.
Borneo. Op het terrein Sambodja, gelegen ongeveer halverwege tussen het Sanga-Sanga olieveld (Louise-concessie), waarvan tot nog toe voornamelijk de productie verkregen werd, en Balik Pappan, werd in het afgelopen jaar voor het eerst de olielaag aangeboord op 520 m. diepte, met een aanvankelijk geringe productie, die intussen sedert het einde van ons verslagjaar belangrijk gestegen is. Deze aanboring mag als een zeer verblijdend verschijnsel worden aangemerkt, daar zij het bewijs levert, dat de zeer gunstige verwachtingen, die onze geologen van het bedoelde terrein hadden, verwezenlijkt zullen worden.
Sedert de aanvang van het lopende jaar gaf ook het Sanga-Sangaveld blijk van zeer grote productiviteit. Ongeveer 600 voet onder de laag, waaruit tot nu toe de olie in dit veld werd gewonnen, werd een nieuwe olielaag aangeboord, terwijl voorts een spuitende bron werd verkregen, die thans bijna 1.000 ton olie per dag oplevert.
In het vorige jaarverslag werd vermeld dat de jarenlang voortgezette exploratie van de concessies op het eiland Tarakan eindelijk met succes bekroond werd. De productie van dit veld heeft zich in het afgelopen jaar gehandhaafd en is nog steeds toenemende. In het geheel werden er in 1910 209.000 tonnen gewonnen. In de maand maart van het lopende jaar werd bovendien, op een diepte van 1.000 voet onder de laag, waaruit de bedoelde hoeveelheid olie gewonnen werd, een bron aangeboord die ongeveer 300 ton olie per dag oplevert. Door de Regering werd concessie verleend voor het aanleggen van een draadloze telegrafische verbinding tussen dit eiland en Balik Pappan. De nodige bestellingen voor deze installatie werden in het afgelopen jaar gedaan.
Sumatra. De productie in het Palembangse heeft zich zeer goed gehandhaafd. De productie van Perlak ging in het afgelopen jaar enigszins achteruit, en hoewel deze zich sedert heeft geredresseerd, maakt toch de toestand van dit veld ontsluiting van nieuwe olievelden in Atjeh gewenst. Deze ontsluiting echter wacht op een beslissing van de Regering in verband met het bij de wet van 26 september 1910 (Nederlandsch Staatsblad No. 293) nieuw ingelaste artikel 5a van de Indische Mijnwet.
Verwerking van de producten. Aangaande de verwerking van de producten kan het volgende worden medegedeeld. De nieuwe grote paraffinefabriek te Balik Pappan kwam in het begin van 1910 geheel gereed en op 23 januari werd de eerste geraffineerde paraffine verkregen. De productie, die in februari 153 tonnen bedroeg, steeg geleidelijk tot 1.000 tonnen in december. Van het voor vermelde terrein Sambodja werd een pijplijn naar Balik Pappan gelegd, die in het afgelopen jaar geheel gereed kwam. Sedert is een aanvang gemaakt met de verlenging van deze pijplijn tot Sanga-Sanga, waardoor het vervoer per lichter van de ruwe olie van laatstgenoemde terreinen naar Balik Pappan overbodig zal worden. Een nieuw waterpompstation ter voorziening van het etablissement Balik Pappan werd te Klandasan gebouwd. De zwavelzuurfabriek te Balik Pappan, waarvan in het vorig verslag werd melding gemaakt, kwam in het afgelopen jaar nagenoeg geheel gereed, terwijl de nieuwe kaarsenfabriek in het einde van december voltooid werd.
Bij de verwerking van de ruwe olie in de raffinaderij te Pangkalan Brandan werd een belangrijke besparing in het gebruik van brandstof verkregen door gebruikmaking van het door sommige bronnen in Perlak geleverde gas, hetwelk door een pijpleiding naar de raffinaderij wordt gevoerd.
Vloot. De vloot onderging in 1910 een niet onbelangrijke uitbreiding door de overname van de acht stoomschepen van de Maatschappij tot Mijn-, Bosch- en Landbouw Exploitatie in Langkat. Deze stoomschepen, alle ingericht voor het vervoer van verpakte olie, hebben een gezamenlijke inhoud van ruim 5.000 netto-registertonnen en een laadvermogen van ongeveer 300.000 units (van 36 liter elk). De door een Dieselmotor gedreven tankboot van ongeveer 1.000 ton laadvermogen, waarvan de aanbouw in het vorig verslag werd vermeld, kwam in het afgelopen jaar gereed, ontving de naam VULCANUS, en deed op de 15e december haar proeftocht tussen Amsterdam en IJmuiden in het bijzijn van een groot aantal belangstellende Nederlanders en vreemdelingen. Het gunstige resultaat van deze op de werf van de Nederlandsche Scheepsbouw Maatschappij te Amsterdam gebouwde boot, waarvan de machines geleverd werden door de Nederlandsche Fabriek van Werktuigen en Spoorwegmaterieel met toepassing van verscheidene nieuwe constructies, heeft aanleiding gegeven , dat bij dezelfde leveranciers een tweede motortankschip is besteld geworden van ruim 2.600 ton laadvermogen. (opm: verkort weergegeven)


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Amsterdam, 23 juni. Het door de Holland-Frieslandlijn naar Turkije verkochte stoomschip HEERENVEEN, ligt te IJmuiden gereed, om bij gunstig weer naar Constantinopel te vertrekken.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Door de firma F.J. Stülemeijer & Co. te Breda, werkzaam zijnde aan een groot werk te Deventer, is nabij de fabriek van Noury en Van der Lande daar te water gelaten het eerste schip van gewapend beton, inhoudende 60 ton. Het schip bleek aan alle eisen te voldoen.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Zeeliedenstaking. Gisterochtend had te Amsterdam een onderhoud plaats tussen het stakingscomité en de heer J.H.G. van Deijnse, hoofdinspecteur van de arbeid aldaar die — naar aan het stakingscomité bleek — sprak namens de reders daar ter stede. De heer Van Deijnse deed in deze conferentie enige mededelingen, waarvan het comité thans schriftelijke bevestiging wacht. De inhoud van deze mededelingen kan men ons nog niet vertellen. Het stoomschip ROTTERDAM van de American Petroleum Comp., is, naar het stakingscomité ons mededeelde, gisteren met een bemanning van arbeid willigen uitgevaren.
Gisteren arriveerden te Rotterdam 70 Duitse zeelieden hoofdzakelijk bestemd voor de POTSDAM en de ZAANDIJK van de Holland-Amerika Lijn. Voorts kwamen een aantal mannen uit Oud-Beierland. bestemd voor de BATAVIER IV. De boot wordt bewaakt door politie met karabijnen gewapend. De Londonboot BATAVIER IV is gistermiddag vijf uur met haar nieuwe equipage naar zee vertrokken. Ruim een honderdtal stakende zeelieden moesten aan de wal door de talrijke politie op een afstand worden gehouden. Het scheepsvolk van het stoomschip VOLTURNO van de Uranium Steamship Company, dat vrijdag afgemonsterd was, weigerde op de oude voorwaarden aan te monsteren.
De Whitestar Company te Southampton is het met de stakers eens geworden over de voorwaarden. Het gehele geschil is feitelijk geregeld. De grote stoomvaartmaatschappijen te Liverpool hebben de zeelieden verhoging van loon toegezegd. Er hebben zich verder geen moeilijkheden voorgedaan. De stand van de staking van de zeelieden te Hull wordt ernstig. De meerderheid van de dokwerkers heeft zich gevoegd bij de stakers. Vele schepen kunnen niet naar zee.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Zeeliedenstaking. Amsterdam, 24 juni. Het stakingscomité deelt mede, dat de bemanning van het stoomschip MARS van de Koninklijke Ned. St. Mij. zich bij de stakers aansloot Volgens directie vertrok de DIANA met een bemanning van elders.
NNO 240611
Zeeliedenstaking. Vlissingen, 24 juni. De stomer DAGHIRTON van Antwerpen naar Batoum, vertrok gisteren met 15 man tekort. Bij Austruweel zijn vijf, in Vlissingen zijn 10 aangemonsterd. De pogingen om hen tot staking over te halen, mislukten.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Waterhuizen, 23 juni. De 21e dezer werd van de werf van de heren Pattje en Zonen met gunstig gevolg te water gelaten een staal ijzeren gaffelschoener, groot plm. 165 ton, gebouwd voor Duitse rekening, terwijl de kiel werd gelegd voor een dito drie-mast jachtschoener, groot ruim 200 ton, eveneens voor Duitse rekening.
(opm: 2-mast schoener WILHELM voor W. Sievers te Breizholz)


Krant:

 VCO - Vlissingsche Courant

Vlissingen, 23 juni. Het Engelse stoomschip REDWOOD is gisteren geleidelijk meer gezakt en des avonds was ook het gehele achterschip gezonken. Het schip zit nu geheel onder water, alleen de schoorsteen en masten steken nog boven water uit. De REDWOOD kan nu waarschijnlijk wel als verloren worden beschouwd.


25 juni 1911


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de scheepswerf van de heren L. Smit & Zonen te Kinderdijk is te water gelaten een zeelichter, bestemd voor Rosario, (Zuid-Amerika).


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Te Dordrecht is van de scheepswerf “Dordrecht" te water gelaten een voor de heer J.W. Roeloffs te Papendrecht gebouwde motorboot, groot ongeveer 200 ton.
De kielen zullen gelegd worden voor een stalen schroefstoomschip van 39 x 5,80 x 2,15 meter voor het vervoer van goederen hier ten lande; voor twee stalen Rijnschepen van ongeveer 2.000 ton voor Nederlandse rekening en eerlang nog van twee stalen passagiersboten voor Duitse rekening.


26 juni 1911


Krant:
 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Amsterdam, 26 juni. Het Handelsblad meldt uit Oldenzaal, dat dagelijks vele personen aankomen, meestal Duitsers, die aanmonsteren voor onze zeevaart. Gisterenavond arriveerden er 27, met bestemming naar Rotterdam. De staking in de haven neemt een ernstig karakter aan. Na mislukking van de conferentie met de inspecteur van de arbeid is heden door de bootwerkersvereniging “Recht en Plicht” de werkstaking geproclameerd, zodat 2.000 bootwerkers het werk neerlegden. De zeeliedenstaking neemt mee toe. Het getal wordt op ruim 500 begroot.


27 juni 1911


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 26 juni. De sleepboot SEINE met een baggermolen op sleeptouw, arriveerde 24 juni op de bestemmingsplaats Québec. Alles wel.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 26 juni. De sleepboot DONAU met twee lichters op sleeptouw van Rotterdam naar Senegal, arriveerde 24 juni te Las Palmas. Alles wel.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De sleepboot SCHELDE arriveerde 28 juni van Bahia te Gibraltar.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Hamburg, 24 juni. Op het Nederlandse schip NOOITGEDACHT, kapt. Koerts is ten derde maal beslag gelegd.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Vlissingen, 24 juni. Het op de werf van de Kon. Mij. “De Schelde” alhier in aanbouw zijnde stoomschip ORANJE NASSAU, bestemd voor de Kon. West-Indische Maildienst, heeft gisteren gemeerd proef gestoomd en zal donderdag naar Amsterdam vertrekken en dan tevens de proeftocht houden.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Londen, 24 juni. Volgens telegram uit Port-Said, is het Nederlandse stoomschip STEENBERGEN aldaar bij het binnenkomen van de haven in aanvaring geraakt met een baggermachine van de Suez-Kanaal Mij. en heeft het schade bekomen aan de boeg. Verscheiden platen zijn verbogen en één plaat gebroken. Men is bezig de schade te repareren.
Volgens te Rotterdam ontvangen telegram is de schade aan het stoomschip STEENBERGEN zeer gering en zal het maandag a.s., na gerepareerd ter hebben, van Port-Said naar Bombay vertrekken.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Zeeliedenstaking. Zoals gisteren gemeld is, staken de havenarbeiders, leden van „Recht en Plicht", te Amsterdam thans ook. De onmiddellijke aanleiding tot deze staking is de noodzakelijkheid om op boten te werken, die in verband met de zeeliedenstaking „besmet" zijn. De staking loopt echter ook om de volgende eisen:
1e. verhoging van het uurloon van 25 tot 30 cts.;
2e. verhoging van het loon voor nacht- en zondagsarbeid in verhouding daarmede;
3e. bepaling van het vast minimumloon van NLG 16,50 per week.
De cargadoors hebben destijds hierop geen antwoord gezonden, omdat zij zijn aangesloten bij de Vereeniging van Werkgevers op Scheepvaartgebied en gezamenlijk wilden blijven optreden. Deze vereniging antwoordde niet, omdat zij alle betrekkingen met „Recht en Plicht" verbroken heeft.
Ook de contract-werklieden hebben de arbeid gestaakt; zij verspelen hierdoor een bedrag, dat varieert van 30 tot 40 gulden. Alleen aan de Kon. West Ind. Maildienst en aan de Holl. Stoomboot Mij. werd gisteren door contractwerklieden gewerkt. Naar schatting werken er ongeveer 3.000 bootwerkers in de Amsterdamse haven, volgens het bestuur van „Recht en Plicht" kan veilig worden aangenomen, dat er thans 2.500 in staking zijn. Door een vergadering van Amsterdamse voerlieden is een motie aangenomen, waarin wordt besloten dat, indien mocht blijken dat de medewerking van de kant van de voerlieden noodzakelijk is, zij aan de zeeliedenstaking niet zal worden onthouden, zodra het bestuur het sein geeft.
Aan de Holl. Stoomboot Mij. wordt gewerkt door niet tot „Recht en Plicht" behorende werklieden. De directie deelde mede, dat de geregelde Vaart voor de gehele week verzekerd is. Heden vertrok de AMSTELSTROOM naar Hull en woensdag de IJSTROOM naar Londen, vrijdag de EEMSTROOM naar Leeds en de SCHELDESTROOM naar Glasgow en zaterdag de MAASSTROOM naar Londen. Volgens het „Hbld." bestaat het voornemen bij de directeuren om, indien niet spoedig een oplossing van het conflict verkregen wordt, een algemene uitsluiting te proclameren.
De stand van zaken was gisteren beter te Glasgow, maar elders, met name te Liverpool, Hull, Goole en Grangemouth, slechter. Drie schepen van Ellerman Line zijn door de bemanningen verlaten en moeten in de dokken te Liverpool blijven liggen, terwijl de bootwerkers weigeren ze te laden. Het werk in de dokken te Grangemouth staat eveneens stil, verschillende schepen liggen er zonder bemanning. De toestand is het slechtst aan de Humber, waar 13 stoomschepen ongelost liggen. Tenminste 70.000 zakken met aardappelen en kisten met fruit zijn niet gelost kunnen worden. De spoorboot DOUGLAS is te Hull aangekomen met een grote lading boter uit Kopenhagen voor Manchester, die men niet van boord kan krijgen. De grootste opwinding heerst te Hull, waar duizenden stakers de straten vullen en honderden stakers de dokken posten en ook de nacht daar hebben doorgebracht. De politie is belangrijk versterkt.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Amsterdam, 27 juni. Het bericht, als zouden de werkgevers in het havenbedrijf een algemene uitsluiting proclameren, wordt tegengesproken. De toestand van de staking is stationair. De kraandrijvers van de Kon. Nederl. Stoomboot-Mij. legden het werk neer.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Amsterdam, 27 juni. In verband met de staking van de havenarbeiders is een detachement infanterie onder bevel van een luitenant gedetacheerd op de Ertskade ter bewaking van de terreinen van de stoomvaartmaatschappijen. De soldaten zijn van scherpe patronen voorzien.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Vlissingen, 27 juni. Ongeveer op dezelfde hoogte, waar de vorige week het Engelse stoomschip REDWOOD werd aangevaren, had hedennacht weer een scheepsramp plaats. De Belgische loodskotter No. 15, welke naar binnenkwam om de loodsen af te halen, werd aangevaren door het Zweedse stoomschip LUDWIG PEYRON. De loodskotter zonk zeer spoedig, de schipper en vijf matrozen konden overspringen op het stoomschip. De schipper kreeg evenwel een neervallenden mast van de kotter tegen de borst met het gevolg, dat hij overboord sloeg en verdronk. De schipper, P.J. Decoster, alhier wonende, laat een weduwe met 11 kinderen achter.


28 juni 1911


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 27 juni. De sleepboot LAUWERZEE, van Rotterdam naar Bahia, met een drijvende kraan, zocht 25 juni te Spithead bescherming wegens slecht weer.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 27 juni. De sleepboot SCHELDE met het zeilschip AUSILIATRISE, dat in enigszins ontredderde staat is op sleeptouw, van Bahia naar Genua, arriveerde 23 juni te Gibraltar.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Londen, 26 juni. De te Rotterdam thuis behorende aak L'ESPOIR DE L'AVENIR, schipper Karsies, van Newcastle naar Woolwich bestemd met baksteen, is zondagmorgen 1 uur 30 min., tijdens ZW storm, in de Hallesby Bay aan de grond geraakt, doch kwam met assistentie van de reddingsboot ANN FAWCETT van Harwich weer vlot. akkoord werd niet gemaakt. Het schip werd vervolgens met verlies van roer te Harwich binnengesleept.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Zeeliedenstaking. Gisteravond zijn er met de Duitse trein van 7 u. 58 min. aan het Weesperpoort station te Amsterdam 25 werkwilligen, allen Duitse zeelieden, aangekomen. Zij waren bestemd voor de Stoomvaart Mij. „Nederland". In een gereserveerde wagon, waarin ook een politie-inspecteur en enige agenten plaatsnamen, en waarin geen andere reizigers werden toegelaten, werden zij verder vervoerd naar het Centraal station. Het perron, waarvoor de trein binnenkwam, was afgezet, zodat de stakers, die bij het station hadden post gevat, met de werkwilligen geen contact konden krijgen. Hetzelfde was het geval aan het Centraal station. Hier waren uitgebreide politiemaatregelen genomen, evenals op de De Ruyterkade, waar een grote mensenmenigte zich had verzameld, die op een eerbiedige afstand werd gehouden, toen de werkwilligen zich onder sterk escorte naar het sleepbootje begaven, dat aan een van de steigers gemeerd lag. Van hier voeren zij onmiddellijk naar de emplacementen van de Maatschappij „Nederland" aan de IJkade, waar zij voorlopig gelogeerd worden. Te 5 uur gisterennamiddag is het stoomschip BATAVIER V met een nieuwe bemanning van de wal aan de Boompjes te Rotterdam naar Londen vertrokken. Van die bemanning was aan dek niets te bespeuren. De stuurlieden haalden de trossen in en de kapitein stond op de brug. Heel rustig had een groot aantal stakers al een uur tevoren post gevat op de trottoirs tegenover het op vertrek liggende stoomschip. Van de bemanning van de BATAVIER II, gisteren binnengekomen, is de monsterrol afgelopen. Zij heeft het stoomschip verlaten en wenst niet opnieuw te monsteren. Het stoomschip CARL LEHNKERING is gisterennamiddag met een voltallige bemanning naar zee vertrokken. Van de Duitsers, die gistermorgen uit Hamburg te Rotterdam zijn aangekomen om op verschillende schepen te monsteren, zijn er zestien gebracht op het stoomschip TEUTONIA. Zij dachten te monsteren tegen een gage van NLG 42 tot NLG 45 per maand, doch toen het gisterennamiddag op monsteren aankwam, bleek hun, dat de gage NLG 33 was. Vijftien van deze Duitsers hebben daarop de TEUTONIA verlaten en zijn gegaan naar het kantoor van de zeemansvereniging „Volharding". Het stoomschip TEUTONIA moest heden naar zee vertrekken. Het bestuur van de Zeeliedenbond te Antwerpen heeft te 12 uur gistermiddag een onderhoud gehad met de minister van Arbeid in verband met de staking, teneinde een herziening te verzoeken van de wetgeving op het arbeidscontract van de zeelieden. De minister heeft medegedeeld, dat hij zeer spoedig een wetsontwerp zal indienen.
In de vergadering van gisteravond te Antwerpen werd besloten dat het comité van verweer van de zeelieden zich heden naar de reders zou begeven. Indien zij geen verhoging van loon krijgen, zal de algemene staking worden verklaard. De dokwerkers zijn solidair met de zeelieden.
De stakers te Hull dreigen, dat zij, tenzij vandaag een regeling wordt getroffen, het spoorwegpersoneel in de beweging zullen betrekken. De politie is versterkt in de stad, waar een buitengewone opwinding heerst. De stakers belemmeren de scheepvaart en weigeren toestemming te geven tot lossen van de ladingen. Al de voornaamste treinen van de havens zijn ingetrokken. Blijkens een bericht uit Sunderland heeft de staking van de TEUTONIA bootwerkers daar de scheepvaart volkomen stil gelegd. 300 arbeiders in de houtloodsen hebben, uit solidariteit met de stakers, het werk neergelegd.


29 juni 1911


Krant:
 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Zeeliedenstaking. Het aantal stakende zeelieden te Amsterdam bedroeg gisteren 668. Tot dusver is, volgens de „Tel.", de stagnatie door de staking in het scheepvaartbedrijf van de Amsterdamse haven gebracht, van niet veel betekenis geweest. Dc maatschappijen zijn er tenminste over het algemeen in geslaagd hun schepen te doen uitvaren. Gistermiddag om zes uur heeft het grote stoomschip HOLLANDIA van de Kon Holl. Lloyd de reis aanvaard en eergisteren reeds is de AMSTELSTROOM van de Hollandsche Stoomboot Maatschappij vertrokken, althans naar IJmuiden. De CLIO van de Maatschappij “Oceaan" is hier gisteren gearriveerd. Het scheepsvolk sloot zich bij de stakers aan. Daardoor is deze maatschappij thans ook daadwerkelijk in de zeeliedenstaking betrokken. In een gecombineerde vergadering van besturen van de bij de federatieve bond van gemeentewerklieden aangesloten organisaties in Amsterdam is besloten, dat het dagelijks bestuur van de bond een spoedonderhoud zou aanvragen bij het college van B. en W., ten einde een bespreking te hebben over de gevolgen van de bootwerkersstaking, waarbij de mannen van de Hydraulische Inrichting direct en die van andere gemeentebedrijven indirect worden betrokken. Het onderhoud werd gistermorgen aangevraagd. De vergadering was van oordeel dat bij lange duur conflicten bij de gemeentewerken of bedrijven niet onmogelijk zullen zijn. Het plan is om, na het onderhoud met B. en W., de federatie andermaal te doen vergaderen ter bespreking van verdere maatregelen. De HOLLANDIA van de Hollandsche Lloyd is te 6 uur gistermiddag afgevaren. De 15 Duitsers, die dinsdag voor de TEUTONIA te Rotterdam aangeworven waren, doch op een gage van NLG 33 niet wilden monsteren zijn, nadat hun gisternacht vanwege de vereniging „Volharding" logies was verschaft, gisteren op kosten van die vereniging naar Hamburg teruggekeerd. De TEUTONIA kon nog niet vertrekken. Een vergadering van 100 reders uit het Verenigd Koninkrijk, welke gisteren te Londen is gehouden, heeft besloten dat een matige loonsverhoging kan worden gegeven. Met het oog op de tegenwoordige toestand werd de Shipowners Association aanbevolen een vast loontarief vast te stellen in de verschillende districten. Ook werd aangeraden dat de Shipping Federation zijn bevoegdheid zou uitstrekken tot de oplossing van loongeschillen. Eenparig werd besloten zich te verzetten tegen de eis van erkenning van de organisaties van de zeelieden en stokers.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Zeeliedenstaking. Amsterdam, 29 juni. Naar verluid, confereerde de burgemeester met de leiders van de staking in verband met het bezoek van president Fallières om te voorkomen, dat het conflict een al te scherp karakter aanneemt. De werkgevers zeggen geen stappen tot toenadering te zullen doen. Op de LOMBOK van de Mij. Nederland wordt met eigen volk gewerkt. Voor haar zijn weer uit Londen 21 Chinese werkwilligen aangekomen.
NNO 290611
Stadskanaal (Bonnermond), 28 juni. Heden liep van de werf van scheepsbouwmeester W. Mulder met goed gevolg te water een stalen piektjalk, groot plm. 200 ton, genaamd „7 GESCHWISTERN", voor rekening van kapt. Joh. Koch van Duitsland, en werd de kiel gelegd van een dito tjalk voor rekening van kapt. Addicks van Duitsland.


Krant:

 VCO - Vlissingsche Courant

Vlissingen, 28 juni. Volgens mededeling van het loodswezen is het stoomschip REDWOOD gezonken bij de rood/zwart horizontaal gestreepte lichtboei No. 3 van de Sardijngeul, op ongeveer 51º26,5’ NB en 01º19,1’ WL. De masten en de schoorsteen steken boven water uit. De lichtboei is 25 meter om de OZO verlegd, het wrak ligt thans buiten het betonde vaarwater.


Krant:

 VCO - Vlissingsche Courant

Vlissingen, 28 juni. Het stoomschip ORANJE NASSAU, gebouwd op de werf van de Koninklijke Maatschappij “De Schelde” is na de heden gehouden proeftocht niet, zoals aanvankelijk het voornemen was, naar Amsterdam vertrokken, doch hier teruggekeerd.


30 juni 1911


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Amsterdam, 30 juni. Volgens uit Kopenhagen ontvangen telegram is het nieuwe stalen schoenerschip (opm: kofschip) VOORWAARTS, kapt. Van der Laan, van Delfzijl naar Norrköping, te Kullen in 11 vadem water gezonken.
(opm: stalen kofschip VOORWAARTS [PWSH] – eig.: N.V. Zeilschip “Voorwaarts”, directeur J.J. Onnes, Groningen – kapt. G. van der Laan, Nieuw Scheemda; zie ook NNO 300511, NRC 030711, NRC 230711)


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. De firma E.J. Smit & Zoon te Hoogezand ontving opdracht voor de bouw van een vrachtstoomboot van plm. 250 ton voor Groninger rekening; voor een sleepboot van 250 pk voor Hamburg en een motorbootje van 12 epk voor Holland.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 29 juni. De sleepboot COR, 240 ipk, in 1910 aan de machinefabriek van de heer De Ridder te Delfshaven gebouwd (klasse Veritas), onlangs door de makelaar Martini Buys naar Turkije verkocht, is 28 dezer in goede staat op de plaats van bestemming (Hodeidah) aangekomen. Deze boot werd door Hollandse bemanning onder bevel van kapt. Van der Lip getransporteerd.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Londen, 28 juni. Het oude Franse oorlogschip PALLAS gesleept wordende van Rochefort naar Rotterdam door de Nederlandse sleepboot SIMSON, is bij St. Nazaire in zinkende toestand omhoog gezet. Het is voor GBP 10.000 gedekt in Londen en op het vasteland. Het is wel vreemd dat deze Franse oorlogsschepen, die verkocht worden om gesloopt te worden, schade krijgen zodra zij naar hun bestemming worden gebracht.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Zeeliedenstaking. De burgemeester van Amsterdam heeft gisteren een onderhoud gehad met het bestuur van de afd. ”Amsterdam” van de Ned. Fed. Bond van Gemeentewerklieden.
Het bestuur vroeg, of van de werklieden van de hydraulische inrichting geëist zal worden, dat zij „onderkruiperswerk" verrichten bv. door aan het werk van de bootwerkers op de schepen gezet te worden, en dat zij met arbeid willigen moeten samen werken. Een bepaalde toezegging deed de burgemeester niet. Alleen gaf hij vrijwel de verzekering, dat aan gemeentewerklieden niet het werk van stakers zal worden opgedragen, ten minste zolang die stakers geen gemeentewerklieden zijn.
In de bootwerkersstaking is weinig veranderd. De bazen en voorlieden van de K.N.S.M. kunnen als gevolg van de omstandigheden geen werk meer verrichten en hebben zich bij de stakers aangesloten. Het aantal bootwerkers, dat door de directies wegens contractbreuk is ontslagen, wordt op een goede vijfhonderd geschat. Het totaal aantal van de bij de beweging betrokken bootwerkers is veel groter natuurlijk en bedraagt tweeduizend a vijfentwintig honderd. In een hoofdartikel wijst het „Hbld" er op, dat de toestand in de Amsterdamse haven wederom zeer bedenkelijk is. Ernstig natuurlijk ook omdat grote verliezen geleden worden, zowel door loontrekkenden als door ondernemers; omdat het havenbedrijf voor een groot deel stilstaat, de goede naam van de haven schade lijdt en verschepers wellicht hun aandacht vestigen op havens, waar meer zekerheid bestaat dat verschepingscontracten worden uitgevoerd dan zij zullen gaan menen dat in Amsterdam het geval is. Maar bovenal vindt het blad de toestand door het terrorisme, dat door stakenden wordt uitgeoefend om hen, die geen medestanders zijn, te dwingen mede voor dezelfde zaak te strijden, terrorisme, dat in het bijzonder door de half-anarchistische — z.g. „vrije" — vakvereniging van de bootwerkers wordt toegepast, hoogst bedenkelijk. Het blad betoogt dan, dat de reders in hun recht zijn goede trouw en nakoming van hun verplichtingen van de contractarbeiders te eisen, zoals ook zij zelven hun overeenkomsten gestand doen. De vaste werklieden aan de stoomvaartlijnen hebben echter allen hun contract verbroken, hebben zonder inachtneming van enige opzeggingstermijn het werk neergelegd en de werkgever, aan wie zij wel aan zijn verplichtingen bonden, aldus verhinderd zijn verplichtingen jegens anderen na te komen. De oorzaak van die algemene contractbreuk is: het terrorisme.
Een employé van een van de stoomvaartlijnen deelde aan het blad mee dat velen van de „stakende" contractarbeiders de tranen in de ogen hadden, toen mededeelden, niet meer aan het werk te durven gaan, omdat de staking geproclameerd was. „Meneer, ze slaan bij ons de ruiten in". — Wij zullen de schade vergoeden". — „Meneer, ze ranselen onze vrouw, onze kinderen af en het helpt niet of zij het huis die tijd niet uitgaan." Het is natuurlijk zeer moeilijk juiste gegevens te krijgen. De mensen, die door de terroristen gedwongen werden te staken, denken er niet aan zich te beklagen over de mishandelingen, die zij of hun vrouw of kinderen ondervonden. Een dergelijk beklag, een dergelijke openlijke getuigenis zou gelijk staan aan een verzoek aan die terroristen om vrouw en kinderen nog erger te mishandelen, een dergelijke getuige zou zeker zijn niet lang in het bezit van ongebroken ledematen te zullen blijven. De staking is in de eerste plaats een staking van vaste contractarbeiders. Doch het besluit tot de staking is niet in hoofdzaak door de contractarbeiders genomen, maar door de “boekjes"-mensen en de losse werklieden. De vaste werklieden hebben, naar het blad uit zeer betrouwbare bron weet, in meerderheid niet aan de stemming deelgenomen. Het blad meent ten slotte, dat zij, die onder deze moeilijke omstandigheden voor de handhaving van recht en orde hebben op te komen, alle steun en waardering verdienen, en hoopt, dat wanneer duizenden in den lande, onder de door hen geboden arbeidsvoorwaarden, het werk dat gedaan moet worden willen uitvoeren, het recht van de werkgevers om te laten werken, van de werkwilligen om te werken gehandhaafd zal worden, voor zover dit maar enigszins mogelijk is. De Cunard en de Canadian Pacificmaatschappijen erkennen de zeeliedenbonden en willigen de eisen van de dokwerkers en zeelieden in. De gevolgen van de staking schijnen zich vooral in het Noorden te laten gevoelen. Te Hull liggen 200.000 quarters graan en de meeste grote pakhuizen zijn leeg. De districten, die hun levensmiddelen van het vasteland en elders over Hull betrekken, zitten zo karig in hun voorraden, dat men vreest, dat deze aan het einde van deze week volkomen uitgeput zullen zijn. De kamer van koophandel en de bond van kruideniers te Bradford hebben het ministerie van handel telegrafisch verzocht, tussenbeide te komen en te zorgen, dat de ladingen, die in de haven blijven liggen, onverwijld aan land gebracht en verzonden zullen worden. In Zuid-Yorkshire heeft men in vier grote kolenmijnen, die 12.000 mijnwerkers in dienst hebben, het werk moeten stopzetten. Houdt de staking aan, dan zal hetzelfde in verschillende andere grote kolenmijnen moeten geschieden. Te Liverpool hebben de Pacific Steam Navigation Company, Nelsons, Lamport and Holts en de Gulf Transport Company reeds woensdag alle eisen van de slakende bootwerkers ingewilligd, zodat de schepen van deze firma's geladen konden worden en gereed gemaakt voor vertrek. Te Hull zijn de stakers erin geslaagd het personeel van grote korenmolens tot solidariteit te bewegen, hetgeen een onmiddellijke stijging van de meelprijzen veroorzaakte. Te Antwerpen heeft de algemene vergadering van de Bond van reders een motie aangenomen, waarin gezegd wordt, dat de Bond volhoudt, dat er geen aanleiding is te Antwerpen hogere lonen aan de zeelieden te betalen, dan die, welke in andere concurrerende havens van het vasteland gebruikelijk zijn en zijn leden uitnodigt de lonen, ingeval zij lager mochten zijn, volgens de maatstaf van Hamburg, te regelen.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Zeeliedenstaking. Londen, 30 juni. Twee treinen met 500 politieagenten vertrokken vanmorgen van Londen naar Hull.
De wanordelijkheden te Hull duurden tot hedenmorgen 4 uur voort. De bereden politie verstrooide de manifestanten.
Amsterdam, 30 juni. De toestand met betrekking tot de zeeliedenstaking is onveranderd. Telkens arriveren aan het Centraal station flinke jonge mannen uit het binnen- en buitenland.


01 juli 1911


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Quebec, 29 juni. Het alhier thuis behorende stoomschip GENERAL WOLFE (ex. Ned. MINISTER TAK VAN POORTVLIET) is na aanvaring met het stoomschip ARANMORE in de Murray Bay gezonken. De ARRANMORE is met schade hier binnengelopen. Er zijn geen mensen bij omgekomen. (opm: RN 030711 vermeldt ARANMORE)


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 30 juni. De Nederlandse zee sleepboot MAAS, slepende een hekwielstoomboot, vertrok hedenmiddag van Glasgow naar Burutu (Nigeria).


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 1 juli. Verkochte schepen.
Door de Directie van de Marine te Hellevoetsluis zijn in het openbaar verkocht:
De voormalige schroefstoomboot 4e klasse SURINAME; de oude torpedoboot GOENTOER; de oude torpedoboot LAMANGAN. Het hoogst werd geboden door de Maatschappij Scheepsslooperij Holland te Hendrik-Ido-Ambacht, respectievelijk voor NLG 15.781,50,
NLG 2.426 en NLG 3.476.


03 juli 1911


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De Internationale staking aan de havens.
Rotterdam - Op het met stukgoederen geladen stoomschip IXION, van de Ned. Stoomboot Maatschappij Oceaan te Amsterdam, welk stoomschip in de Rijnhaven alhier aangekomen is, begaf zich hedenmorgen een 70-tal bootwerkers, in dienst van de stuwadoorsfirma C. Swartouw, om dit schip te lossen. Aan boord gekomen, werden er besprekingen gehouden, waarvan het gevolg was, dat de meerderheid van de bootwerkers de IXION verliet en het werk weigerde, als zijnde dit stoomschip „besmet". Enige tijd later verlieten ook de nog aan boord gebleven bootwerkers, op zeven na, het schip. Van de lossing is vanmorgen niets gekomen. Heden namiddag vertrekt het stoomschip IXION naar Amsterdam.
Te Amsterdam.
De NICOLAAS, een lege kolenboot van de firma Berghuvs, is hedenmorgen vertrokken met een bemanning van 8 man werkwilligen. Voorts vertrok gisteren van de Maatschappij Bothnia de ALPHA.
Het bestuur van de zeemansbond heeft ons medegedeeld, dat hedenmorgen een Duitse werkwillige ,,gevlucht" was van de emplacementen van de Hollandsche Stoomboot Maatschappij, waar hij met 30 kameraden uit Essen was heengebracht. Het zou hem met het oog op de sterke bewaking van politie en soldaten, zeer moeilijk geweest zijn om weg te komen. Te Essen waren zij geworven om naar Antwerpen te gaan, waar zij veel geld zouden kunnen verdienen; doch In Antwerpen heette het, dat het werk daar voor hen niet geschikt was. Zij werden nu weer in de trein gezet en meenden naar Essen terug te zullen reizen, doch kwamen te Amsterdam aan. Zij hadden niet geweten, dat zij voor „onderkruiperswerk" bestemd waren. Bij het vertrek uit Essen was hun voorgespiegeld, dat zij 7 Mark zouden verdienen; thans word hun in de loods van de H.S.M. meegedeeld, dat zij slechts 4 Mark zouden verdienen.
Het bestuur van de Zeemansbond deelde verder nog mee, dat het met de steunbeweging naar wens gaat. Een concert, gisteravond in het Paleis voor Volksvlijt gegeven, heeft NLG 400 opgebracht. Ten slotte kunnen wij nog melden, dat de Oranje-Nassau kazerne geheel vol soldaten ligt, zodat er zelfs voertuigenloodsen moesten worden ontruimd om in de behoefte naar logies te voorzien.
Een vijftigtal stakers, op fietsen gezeten, reed hedenmorgen door de stad, op de rug dragende borden, waarop stond vermeld, dat zij lotsverbetering verlangen.
De afd. Amsterdam van de Zeemansbond heeft er bij de stakers ernstig op aangedrongen, bij het aanstaande bezoek van President Fallières aan de hoofdstad zich van elke betoging te onthouden.
In Engeland.
Onze Londense correspondent seint: Gisterenavond seinde de Hullse correspondent van de Daily Telegraph, dat de staat van zaken bemoedigender was geworden. Vandaag wordt er een nieuwe samenspreking tussen patroons en werklui onder voorzitting van Askwith gehouden. De leiders van de staking hopen, dat een bevredigende regeling er het gevolg van zal zijn en het werk dan vanavond of morgenochtend hervat kan worden. Daarentegen is de toestand te Liverpool onveranderd slecht, omdat de bootwerkers blijven weigeren, om de voorgestelde regeling die de leiders van de staking met de rederijen gemaakt hebben, te aanvaarden. Dientengevolge liggen nog ettelijke mailboten, onder welke de CARMANIA en EMPRESS OF BRITAIN vast. Gisterenavond hadden zij nog geen bemanning kunnen krijgen. Beide schepen hebben brieven-mail aan boord.
Volgens de Daily Telegraph, zullen de reders hun plan om schepen in grote getale stil te laten liggen, in Noord-Engeland onmiddellijk volvoeren.
Reuter seint nader uit Liverpool: Tom Mann, de leider van de stakingsveldtocht in Liverpool, heeft vandaag verklaard, dat de staking zo goed als gedaan was. De mannen zijn bij de meeste maatschappijen weer aan het werk gegaan. Ofschoon er nog moeilijkheden zijn met betrekking tot de uitlegging van de bepalingen nopens de erkenning van de vakvereniging door de White Star-Line, hoopt men, dat deze moeilijkheden reeds vandaag in orde zullen komen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 3 juli. Te Zaltbommel is van Meyer’s Werf zaterdag van stapel gelopen een stalen hopperbarge, groot 700 m³, gebouwd voor rekening van de Braziliaanse regering.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Helsingborg, 30 juni. De met cokes van Emden naar Norrköping bestemde Nederlandse schoener VOORWAARTS, kapt. Van der Laan, sprong op zee lek en sloeg ter hoogte van Torekov om. De opvarenden, bestaande uit kapitein, zijn vrouw en drie man, redden zich in de eigen boot. Later werd deze boot door een douane vaartuig van Torekov op sleeptouw genomen en in laatstgenoemde haven binnen gebracht. De door de bemanning verlaten schoener dreef naar Ramjö en zonk aldaar in 11 vadem water.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Helsingborg, 30 juni. Het nabij Torekov, aan de Zweedse kust, gezonken Nederlandse schip VOORWAARTS (zie Avondblad 30 juni) was op zee lek gesprongen en vervolgens gekenterd. De bemanning wist zich in de scheepsboot te redden, die later door de douaneboot uit Torekov op sleeptouw werd genomen en aldaar binnengebracht. Het gekenterde schip dreef naar Ramjö, alwaar het zonk.


Krant:

 HND - Het Nieuws van den Dag

Het nieuw gebouwde kofschip VOORWAARTS, kapitein Van der Laan te Groningen, is op zijn eerste reis van Emden naar Norrköping aan de zuidkust van Zweden ter hoogte van Torekov gezonken. Het schip ligt 66 voet onder water en is totaal verloren. De bemanning is gered.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Hamburg, 29 juni. De reder E,B, Aaby te Drammen heeft aan een Nederlandse scheepsbouwwerf een stoomschip besteld van ca. 1.100 ton.


Krant:

 VCO - Vlissingsche Courant

Vlissingen, 1 juli. Hedenmiddag werd aanbesteed het opruimen van het in de Sardijnkil gezonken stoomschip REDWOOD.


Krant:

 VCO - Vlissingsche Courant

Laatste berichten. Het opruimen van het wrak van het gezonken Engelse stoomschip REDWOOD is opgedragen aan de firma W.A. van der Tak & Co. te Rotterdam.


04 juli 1911


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De Internationale staking aan de havens.
België. Reuter seint uit Antwerpen: De staking zal zeker nog tot donderdag duren, omdat de reders te Hamburg inlichtingen hebben verzocht en niet voor donderdag bijeenkomen. De bemanningen van alle binnenvarende Belgische schepen sluiten zich bij de stakers aan.
Engeland.
Reuter seint uit Liverpool: De staking is hier geëindigd. De directie van de White Star Line heeft een misverstand opgehelderd, dat de stakers tot dusver belet had, het werk weer op te nemen.
Reuter seint uit Hull: Het geschil is bijgelegd. De stakers zullen weer aan het werk gaan. Onze correspondent te Londen seint: Gunstig nieuws is heden uit Londen ontvangen, waar het arbeidsconflict, dat de staking van het zeevolk heeft veroorzaakt, is bijgelegd. Het werk is er onmiddellijk hervat, zodat de CARMANIA en de EMPRESS OF BRITAIN vanmiddag konden vertrekken, hetgeen onder grote geestdrift geschiedde. Ook te Hull is laat in de middag een eervolle vrede gesloten, nadat de conferentie, waarover ik u seinde, met goed succes was verlopen. Ook te Grimsby en te Belfast zijn regelingen getroffen, die een einde maken aan de staking.
Te Manchester, Swansea en Avonmouth duurt de staking echter voort. Te Swansea weigerden de bootwerkers heden twee stoomschepen te lossen, omdat de bemanning voor een gedeelte uit vrijwilligers bestond. De bootwerkers te Avonmouth weigerden de PACTIARE te lossen, die met 54.000 trossen bananen aan boord uit Manchester was gekomen. De bananen zullen nu vermoedelijk bederven.
Reuter seint uit Londen: Op een vergadering van de nationale bond van transportarbeiders is een motie aangenomen, die het bestuur opdraagt, de uitnodiging te aanvaarden van de Kamer van Scheepvaart, om met haar te beraadslagen over het hangende geschil in het scheepvaartbedrijf.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De Internationale staking aan de havens.
Rotterdam – De stoomvaartdienst van hier op Hull is heropend. Het stoomschip KIRKHAM ABBEY zal hedenavond van hier naar Hull vertrekken.
Te Amsterdam – Hedenmorgen viel er omtrent de staking niets bijzonders te vermelden. Heden zijn naar zee vertrokken de ZEELAND naar Newcastle en het Duitse stoomschip ISERLOHN naar Hamburg.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 4 juli. De zeeliedenstaking doet ook hier zijn nadelige gevolgen gelden. Gedurende de laatste drie weken is geen enkele meer van de geregelde stoomschepen hier gearriveerd. Alleen zijn vanwege de staking vastgelegd, zelfs van een van de Engelse boten, waarvan de bemanning grotendeels uit plaatsgenoten bestond, is deze uit Engeland teruggekomen.


05 juli 1911


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De Internationale staking aan de havens.
België. Onze correspondent te Antwerpen meldt: Te vroeg gejubeld. Zoals hier te verstaan werd gegeven, mocht nog wel enige wrijving verwacht worden eer we de verzoening van de partijen mogen bevestigen. Zaterdag verluidde, dat de twee voornaamste Belgische rederijen de Hamburgse voorwaarden hadden aangenomen en ook op het stuk van de overuren, op dezelfde voet berekend, hadden toegegeven. Nu blijkt dat zij daarin door de andere firma's niet voetstoots gevolgd worden. Deze hebben inlichtingen ingewonnen te Hamburg, en hebben hun antwoord daarop uitgesteld. Men verwacht uitkomst, voor donderdag. De staking is ondertussen niet geheel opgeheven. Engelse stomers werven volk aan onder de nieuwe voorwaarden. De bemanning van de drie Belgische, gisteren aangekomen stomers LA HESBAYE, FLANDRE en HENRI GERLINGER heeft zich bij de stakers aangesloten.
Reuter seint uit Antwerpen:
De bemanning van de VADERLAND van de Red Star Line is tot staking overgegaan.
Reuter seint uit Londen:
Er hebben enige stakingsopstootjes te Manchester plaats gehad. Politie te paard en te voet, die wagens begeleidde, is aangevallen en met stenen geworpen door stakers. Verschillende politieagenten zijn gewond. De handel staat stil en aan bederf onderhevige goederen van allerlei aard dreigen verloren te gaan.
Onze correspondent te Londen seint:
Te Hull en Liverpool moeten nog ondergeschikte geschillen geregeld worden, maar men verwachtte, dat dit nog heden zou plaats vinden.
De toestand te Manchester is echter zeer ernstig. Duizenden karrevoerders hebben zich aangesloten bij de stakende bootwerkers en spoormannen, zodat bijna het gehele verkeer stil ligt. De stakers zijn heden tot allerlei gewelddadigheden overgegaan, die de politie niet dan met de steun van de troepen kon onderdrukken. Niettemin zijn de onderhandelingen tussen werkgevers en werknemers voortgezet, maar zijn hedenavond op een mislukking uitgelopen, zodat de staking te Manchester zal voortduren.
Te Londen hebben zich in de Surreyhaven nieuwe moeilijkheden voorgedaan. Ongeveer 300 man staakten, zodat het werk in de haven stilstond.
Hetzelfde is te Fishguard geschied, waar de bootwerkers loonsverhoging eisten.
Te Hartlepool is de staking geëindigd en het werk hervat.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De Internationale staking aan de havens.
Te Rotterdam. In de haven alhier blijft alles geregeld zijn gang gaan. Merkbaar groter wordt het aantal stakers, dat zich overal langs de kaden en in de zeemansbuurten beweegt, in kalme afwachting.
Vandaag zijn er weer ongeveer 100 Duitsers aangekomen, die over elf schepen verdeeld zijn. Heden vertrekken de stoomschepen KATWIJK, GELDERLAND, GRANGESBERG, SCHIELAND, BATAVIER VI, IBERIA, IMPORT en BATAVIER III.
De op Londen varende stoomschepen van de Batavierlijn zijn nu alle door de oude bemanning verlaten. Geheel of gedeeltelijk is dit ook geschied op een aantal andere uit deze haven varende Hollandse stoomschepen. Die oude bemanningen zijn voor een groot deel door Duitsers vervangen.
Te Amsterdam. Gisteravond zijn uit Amsterdam vertrokken de AMSTELSTROOM, naar Hull, de SIXTY SIX, naar Londen, de CALDER, naar Goole, de GLANMIRE, naar Leith, en heden de STARLING naar Londen en de NORLAND naar Methil. Aan de NIOBE van de Kon. Ned. Stoomboot Mij, die vrijdag naar Bordeaux vertrekt, wordt gewerkt.
Hedenmorgen heeft te Amsterdam een onderhoud plaats gevonden tussen het bestuur van de bootwerkersvereniging Recht en Plicht en enige cargadoors en vertegenwoordigers van directies van maatschappijen. Tot een resultaat is men nog niet gekomen. Er zal een tweede conferentie moeten volgen. Van de aard van de bespreking kon men ons niets meedelen.
Te Delfzijl. De zeeliedenstaking doet zich, zo meldt de N.Gr.Ct. ook te Delfzijl gevoelen. De wekelijkse boten op Engeland en Schotland komen niet meer, n.l. de NOORDHOLLAND, de ALTONA en de PERTH. Het Eemskanaal ligt van de sluis tot brug 15 vol met lichter schepen, die geen lading kunnen krijgen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 5 juli. De Nederlandse sleepboot DONAU, met 2 lichters van Rotterdam naar Saint Louis (Senegal) arriveerde gisteren, met alles wel, ter bestemming.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 5 juli. De Nederlandse sleepboot SCHELDE, met de Italiaanse bark AUSILIATRICE op sleeptouw, van Rio de Janeiro naar Genua, arriveerde 1 juli ter bestemming.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Te Zaltbommel is van Meyer’s werf zaterdag (opm: 1 juli) van stapel gelopen een stalen hopperbarge, groot 700 m³ gebouwd voor rekening van de Braziliaanse regering.


06 juli 1911


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

IJmuiden, 5 juli. De Nederlandse sleeploot SIMSON, die het oude Franse oorlogsschip PALLAS van Rochefort naar Hendrik-Ido-Ambacht zou slepen om gesloopt te worden, doch het schip in zinkende toestand bij St. Nazaire aan de grond zette, is heden hier teruggekeerd en deelt mee, dat de PALLAS ter plaatse zal worden gesloopt om in gedeelten naar Holland te worden verscheept.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 6 juli. Van de werf “De Merwede” te Hardinxveld is een stalen zeeschip (Awningdeck type), lang 175’ x 29’ x 12’6” en 7’6”, te water gelaten. Het is voor Engelse rekening gebouwd onder Lloyds toezicht en wordt geklasseerd 100 A1.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De Internationale staking aan de havens.
In het partijbestuur van de S.D.A.P. had de heer Wibaut blijkens het verslag in Het Volk het voorstel ingediend, dat de partij een oproep zou doen om steun voor de zeeliedenstaking en de ingekomen gelden te bestemmen voor alle stakende zeelieden zonder onderscheid van organisatie; in afwijking dus van het besluit van het Ned. Verbond van Vakverenigingen om alleen de leden van Volharding, de organisatie van zeelieden, die aangesloten is bij het N.V.V., te steunen.
Dit voorstel stond op de agenda voor de vergadering van zaterdag laatstleden; doch een beslissing er over werd toen niet genomen, omdat het partijbestuur alvorens dit te doen eerst het advies van het N.V.V. wilde kennen.
Dinsdag nu had een bijeenkomst plaats van het P.B. en het D.B. van het N.V.V. aanwezig waren alle leden, zowel van het D.B. van het N.V.V. als van het P.B. met uitzondering van Troelstra, die door ongesteldheid verhinderd was.
Nadat de leden van het Vakverbond vertrokken waren, werd het voorstel-Wibaut door het P.B. verworpen. Het P.B. wenst met deze verwerping niet uit te spreken, dat het b.v. de staking van de zeelieden te Amsterdam minder gemotiveerd zou achten dan die te Rotterdam; het P.B. heeft voor de strijd van de zeelieden, al dan niet georganiseerd in "De Volharding", de meest mogelijke sympathie en hoopt dat het hun gelukken zal de strijd met succes te voeren.
De verdeeldheid in de vakbeweging omtrent de te volgen tactiek en de vorm, waarin de vakstrijd gestreden moet worden, dwingt het P.B. een keuze te doen en wel door zich te scharen aan de zijde van het N.V.V. De positie in deze strijd wordt dan zo: De zeelieden te Amsterdam worden gesteund door de voorstanders van de zogenaamde onafhankelijke vakbeweging, belichaamd in het N.A.S., die te Rotterdam door die van de vakbeweging, belichaamd in het N.V.V.
Een andere keuze zou volgens het P.B. betekenen ook een erkenning van de juistheid van de strijdwijze van de z.g. onafhankelijke vakbeweging en zou noodzakelijk met zich brengen, dat ook de staking van de bootwerkers en eventuele andere stakingen, hieruit voortvloeiende, gesteund zouden moeten worden. Die consequenties wenste het P.B. niet te aanvaarden.
Iedere organisatie krijgt door deze wijze van doen een eigen taak, waarvoor ieder in eigen kring de middelen tracht te vinden om die taak te volvoeren.
Het P.B. kan niet anders dan het betreuren, dat het door de verdeeldheid in de vakbeweging verplicht was die keuze te doen en hoopt, dat de tijd niet ver zal zijn, dat de vakbeweging één zal zijn, en haar strijd daardoor steeds in zijn geheel gesteund zal kunnen worden door de sociaaldemocratie.
Engeland.
Onze correspondent te Londen seint:
De bootwerkers te Londen zijn heden opnieuw tot staking overgegaan, hoewel zij loonsverhoging hebben gekregen. Dientengevolge staat het verkeer op de Clyde weer stil. De schepen, die maandag zijn aangekomen liggen nog ongelost, terwijl het weer onzeker is, of de mailboten zaterdag kunnen vertrekken en dat te meer, omdat de hofmeester en de koks uit solidariteit met de bootwerkers, zich bij hen hebben aangesloten. De reders te Glasgow zijn zeer verbitterd en verklaren, dat de bemanningen geen eergevoel hebben en hun verbintenissen schandelijk verbreken.
De onlusten te Manchester hebben zich heden op kleiner schaal herhaald. Askurth is vandaag te Manchester aangekomen, om met de partijen over een regeling van de plaatselijke geschillen te onderhandelen.
De staking te Fishguard is heden geëindigd.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De Internationale staking aan de havens. Te Amsterdam. Ernstige ongeregeldheden.
In de afgelopen nacht is het te Amsterdam op Kattenburg tot ernstige ongeregeldheden gekomen. Een voorman van de Kon. Ned. Stoombootmaatschappij, Heldering genaamd, werd, onder sterk politiegeleide, naar zijn woning gebracht. Het was halftwaalf in de avond, maar blijkbaar was een vijandig gezinde menigte, zo op straat als in de huizen, nauwkeurig ingelicht van de komst van de "onderkruiper", althans de lantaarns waren uitgedraaid, en het escorte werd met geschreeuw, later met stenen, bloempotten, enz. begroet. De militaire macht is daarop de politie te hulp gekomen, en er had een treffen plaats, eerst op het Mariniersplein, later in de kleine Kattenburgerstraat, de Kattenburgergracht en omgeving. De soldaten maakten daarbij gebruik van hun geweer, en uit de huizen werd hier en daar teruggeschoten met revolvers. In verband hiermede drong de infanterie, enkele woningen binnen en werden de bewoners gearresteerd. Acht personen, onder wie twee vrouwen, zijn gewond. Van de mannen is er een in de buik geschoten. Een politieagent werd aan kaak en neus verwond door een revolverschot. De gewonden werden per automobiel van de geneeskundige-dienst naar het Binnen-Gasthuis vervoerd. De onlusten duurden tot halfvijf in de morgen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Bij akte van de 30e juni 1911 voor Th. Ruys Gz., notaris te Amsterdam, verleden, is tussen de heren Gerrit Warnderink Vinke, cargadoor, wonende te Amsterdam, Egbert Hendrik Vinke, cargadoor wonende te Rotterdam, Nicolaas Vinke, cargadoor, wonende te Santpoort en Jacob Christiaan de Wys, procuratiehouder, wonende te Bloemendaal, opgericht een vennootschap van koophandel, onder de firma Vinke & Co., ten doel hebbende het uitoefenen van het vak van cargadoor, expediteur, konvooiloper, reder en bestuurder van scheepvaartondernemingen en alles wat daarmede samenhangt.
De vennootschap is gevestigd te Amsterdam, te Rotterdam, te Zaandam en te Westzaan en op zodanige andere plaatsen als de vennoten zullen goedvinden.
Zij is aangegaan voor de tijd van 5½ jaar, aanvangende de 1e juli 1911, met stilzwijgende verlenging van 5 tot 5 jaar, zonder opzegging 6 maanden te voren.
Tot het tekenen van de firma en het daarvoor verbinden van de vennootschap zijn alle firmanten bevoegd, doch alleen voor handelingen het doel van de vennootschap direct betreffende, dat is het doen van scheepszaken als tussenpersoon tussen derden of als agent van derden, doch niet voor speculaties of handelingen voor eigen rekening in goederen, effecten, bevrachtingen of welke andere ook, noch het geven van blancokrediet, het opnemen van gelden of het geven van borgtochten, ook al betreffen die het doel van de vennootschap direct. Deze handelingen zijn echter bindend voor de vennootschap, wanneer zij zijn verricht door twee van de vennoten of door een van hun met algemene volmacht van alle anderen.
Tenslotte is nog bepaald dat voor het nemen van aandelen in andere handelsondernemingen, het oprichten van kantoren in andere plaatsen en het verlenen van procuraties, de goedkeuring van al de vennoten nodig is.
Namens partijen, Ruys, notaris.


07 juli 1911


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De internationale staking van zeevolk.
Te Amsterdam. Kattenburg bood in de vooravond hetzelfde beeld als overdag. Het geregeld tramverkeer was nog niet hersteld, en de troepen kampeerden nog altijd In de open lucht. Op het Kattenburgerplein stonden de eetketels op straat; de soldaten hadden hun middagmaal op straat gebruikt. Honderden nieuwsgierigen drentelden in de omgeving op en neer, maar tot het brandpunt van het verzet kregen zij geen toegang. Alleen voor de bewoners was het verkeer opengesteld.
Ook in de na-avond bleef het ogenschijnlijk rustig In de buurt. In de loop van de avond hadden wij een onderhoud met een van de bestuurders van de Alg. Ned. Zeeliedenbond, Markman genaamd, op het kantoor van die bond in do Kattenburger voorstraat. Dit kantoor wordt nog altijd door de marechaussee bewaakt. Wie er in zijn mogen er wel uit, maar de toegang tot het kantoor Is verboden.
Markman beklaagde er zich over dat de gewapende macht hem aldus belet voeling te houden met zijn medebestuurders, zodat het organisatorisch werk onmogelijk Is geworden. En zelf het kantoor verlaten durfde hij niet, omdat hij verantwoordelijkheid heeft voor de inventaris. Vanmiddag hadden in verband hiermede een drietal raadsleden o.a. de heer Van den Tempel een onderhoud gehad met de burgemeester, die toezegde te zullen overwegen, of er termen bestaan om de blokkade van het kantoor van de zeemansbond op te heffen. Wat aangaat het gebeurde in de nacht van woensdag op donderdag gaf Markman als zijn mening te kennen, dat het conflict opzettelijk door de gestelde wachten is uitgelokt, zien heeft, zei hij, een aanleiding gezocht om de stakers te isoleren. Naar de mening van deze bestuurder van de Zeeliedenbond zullen zich heden niet vele werkwilligen bij de directies van de «stoomvaarlijnen aanmelden. Daarentegen zullen alle categorieën, die, zoals hij het uitdrukte, buiten uren en contract werken, en nog niet in staking waren (hij noemde speciaal het personeel van de lastboten) het werk neerleggen. Daardoor zal het getal stakers met enige honderden worden uitgebreid.
Voorts toonde Markman ons een telegram van een van de bondscorrespondenten, volgens hetwelk gisteravond met de sleepboot KLARA 200 zogenaamde onderkruipers per rijnaak langs het Merwedekanaal over Vreeswijk worden aangevoeld. Bij informatie werd ons meegedeeld, dat de toestand van de ernstig gewonden naar omstandigheden redelijk is. Nader: Tot het ontvangen van het laatste van ons blad was op de Eilanden alles rustig. De Kattenburgerstraten waren afgezet en op de banken onder de bomen van het Kattenburger plein zaten de marechaussee en infanteristen. evenals voor de politie en brandweer-posthuis aan de Wittenburgergracht en aan de kazerne op het Mariniersplein. Hier stationeerden drie auto-ziekenwagens en personeel van de gemeentelijke geneeskundige dienst, gelukkig zonder dat deze dienst behoefden te doen. Omtrent middernacht is aan de Zeeburgerdijk een schot gelost.
Omstreeks 8 uur rukten uit de Oranje Nassau kazerne een detachement van het 5de regiment infanterie aan; ter versterking van de aanwezige troepen; het werd ingekwartierd in de Marinierskazerne.
Naar wij vernomen hebben de troepen woensdagavond 500 patronen verschoten.
- Wij vervoegden ons aan het Binnen-gasthuis en vernamen daar tot onze niet geringe verbazing van de portier, die angstvallig geheimzinnig was, dat wij niet voor morgen tussen 1 en 2 uur, zijnde het gewone spreekuur van de directeur omtrent de toestand van de gekwetsten Inlichtingen konden bekomen. Zodat wij hieromtrent thans nog niets kunnen meedelen.
De voornaamste rederijen te Amsterdam: de Stoomvaart Maatschappij Nederland, de Kon. Ned. Stoomboot Maatschappij, de Kon. Hollandsche Lloyd, de Kon. West Indische Maildienst, de Hollandsche Stoomboot Maatschappij en de Nieuwe Rijnvaart Maatschappij hebben thans, in een advertentie in de bladen, de arbeidswillige zeelieden en bootwerkers opgeroepen om de arbeid aan haar schepen en etablissementen te verrichten. Hieruit blijkt dus, dat waar is het gerucht, dat reeds sinds enige dagen liep en volgens hetwelk de rederijen dadelijk na het vertrek van president Fallères en de Koninklijke familie, ernstige pogingen zouden in het werk stellen om de voortgang van haar bedrijf te verzekeren.
De scheeps- en bootwerkersvereniging Recht en Plicht, afdeling Amsterdam, heeft gisteravond op grote schaal in de stad een kennisgeving doen verspreiden, waarin er op wordt gewezen, dat niemand zich mag aanbieden voor en aleer daartoe het sein van het bestuur komt. Aan het slot van de kennisgeving schrijft het bestuur: Vanaf morgenochtend wordt niets geen werk meer verricht in de Amsterdamse haven en moet dus ook al het particulier werk stil staan.
Gisteren Is binnengelopen de PRINS WILLEM V van de Kon. West-Indische Maildienst. Heden zal het volk afmonsteren; men verwacht dat het zich bij de stakers zal aansluiten. Het vertrek van de boot zou voor onbepaalde tijd zijn uitgesteld. Gistermiddag was men met lossen bezig. Nog is binnengekomen de SATURNUS van de K.N.S.M. die gemeerd ligt aan de kop van de Handelskade. Er werd door werkwilligen gelost.
Van de Holl. Stoomboot Maatschappij zijn weer 30 man aan het werk gegaan, en bij de K.N.S.M. weer 70 man.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De internationale staking aan de havens.
Te Rotterdam. Het merendeel van het stokers- en dekpersoneel van het stoomschip ROTTERDAM van de Holland-Amerlka Lijn, heden hier aangekomen, heeft geweigerd, opnieuw te monsteren.
De waterschout alhier heeft te kennen gegeven, voortaan als regel niet meer te zullen monsteren aan boord van schepen. Hij zal dit alleen nog doen bij wijze van uitzondering in zeer urgente gevallen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Gisteren is te Nieuwediep aangekomen een bergingsvaartuig voor de Marine, gebouwd bij F. Smit te Rotterdam. Het vaartuig heeft op het voorschip een inrichting om onderzeeboten enz. te kunnen lichten, welke inrichting beproefd is op een lichtvermogen van 185 ton. Dit lichten geschiedt door twee acht-schijfs jijns en twee winches door stoom gedreven. Het schip is tevens voorzien van een centrifugaalpomp, beproefd op 1.000 kub. m. per uur. Het heeft een lichtinstallatie. Het schip kan zichzelf niet voortbewegen en moet dus gesleept worden; voor meerdere stabiliteit is het van ballasttanks voorzien.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Te Lekkerkerk is van de werf van de scheepsbouwmeester T. Van Duivendijk te water gelaten het van staal gebouwde Rijnschip L. BÖRKER & CIE. No. 9, groot ongeveer 1.700 ton, gebouwd voor rekening van de firma van die naam te Rotterdam. De kiel is gelegd voor een dergelijk Rijnschip voor rekening van dezelfde firma.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Van de werf van J. J. Meijer’s Scheepsbouw Mij. te Zaltbommel, werd met goed gevolg te water gelaten een zeewaardige hopperzuiger van 425 m³ capaciteit per uur en genaamd MARANTIAS, gebouwd voor rekening van het Braziliaanse Gouvernement.


08 juli 1911


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De Internationale staking aan de havens. Te Rotterdam.
Hedenmorgen zijn alhier 70 Duitsers aangekomen om te monsteren en de plaatsen van de stakers in te nemen op de Hollandse stoomschepen, die vandaag zee kozen.
Voor de Holland-Amerika-Lijn zijn uit Nieuwediep 9 bevaren mannen aangekomen.
De bemanning van het stoomschip CAMPANELLO heeft geweigerd, voor de oude gage te monsteren.
Te Amsterdam. Ten opzichte van de zeeliedenstaking was hedenmorgen te Amsterdam de toestand geheel onveranderd. Er komen geregeld schepen binnen en er vertrekken er even geregeld. Heden zou van de Maatschappij Nederland de VONDEL vertrekken, en vanavond zal de MAASSTROOM naar Londen en de SCHELDESTROOM naar Plymouth uitvaren. Beide schepen zijn van de Hollandsche Stoombootmaatschappij, van welke de RIJNSTROOM, de EEMSTROOM en de VECHTSTROOM maandag resp. naar Hull, Schotland en Bristol vertrekken.
Men wenst regelmatige aanvoer van werkwilligen uit het buitenland.
Op Kattenburg blijft het intussen rustig. Wel zijn er nog troepen gelegen, maar in de kazerne is nog slechts één compagnie met drie officieren geconsigneerd.
Ook in de Houthaven, waar slechts enkelen doorwerken, is alles kalm.
De drie bewoners van Kattenburg, die gearresteerd werden, verdacht van het lossen van revolverschoten op politie en militairen, zijn naar het huis van bewaring overgebracht. Er is bovendien een vierde verdachte gearresteerd.
De Amsterdamse bestuurdersbond heeft heden besloten, met de S.D.A.P. een protestbeweging op touw te zetten tegen het optreden van politie en militairen op Kattenburg in de nacht van woensdag op donderdag. Dinsdagavond wordt dientengevolge in het Paleis voor Volksvlijt een grote openbare protestvergadering gehouden.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hedenmiddag te half drie werd van de werf van de Maatschappij voor Scheeps- en Werktuigbouw Fijenoord met goed gevolg te water gelaten het stalen schroefstoomschip BACCHUS, in aanbouw voor rekening van de Kon. Ned. Stoomboot Maatschappij te Amsterdam.
Dit vrachtstoomschip, waarvan omstreeks medio februari jl. de kiel gelegd werd, zal in het begin van de maand augustus opgeleverd worden. De bouw geschiedt volgens het Isherwood-systeem, onder bijzonder toezicht van Bureau Veritas. De lengte, breedte en holte zijn resp. 313', 42' en 19'-3''. Het laadvermogen bedraagt 3.000 ton van 1.016 kg.
Het schip zal voorzien worden van machines van het triple-expansie systeem, welke 1.200 ipk. zullen ontwikkelen waarmede een snelheid van 11 mijl per uur moet bereikt worden.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Gravesend, 5 juli. De Rotterdamse zeilaak L'ESPOIR DE L'AVENIR, kapt. Karsies, die op reis van Newcastle naar Woolwich met schade te Harwich binnenliep, is heden hier aangekomen gesleept door een sleepboot van Watkin.


09 juli 1911


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De internationale staking aan de havens.
Te Rotterdam. Ten kantore van de waterschout is gisteren gemonsterd de bemanning van het stoomschip DUIVELAND. Die van de BLÖTBERG is aan boord gemonsterd. Sommige schepen zijn met een niet gemonsterde bemanning vertrokken.
Te Amsterdam. De zaterdagavond is kalm voorbij gegaan.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. De hopper zandzuiger ESPANA, gebouwd op de werf van de firma L. Smit & Zonen te Kinderdijk voor rekening van de heer K. Kalis te Sliedrecht, heeft met goed gevolg op de rivier van Krimpen a/d. Lek proef gestoomd. Daarna werd naar de werf opgestoomd, waar de zandzuiger zal worden voorzien van zeil tuig, om vervolgens de reis naar Zuid-Amerika te aanvaarden.


10 juli 1911


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 10 juli. Het Engelse stoomschip LEEUWARDEN, de Theems afvarende en het Nederlandse stoomschip BATAVIER IV voornoemde rivier opvarende, zijn in aanvaring geweest, waardoor de LEEUWARDEN ernstige schade aan bakboords boeg beliep en de BATAVIER IV licht aan stuurboord boeg werd beschadigd.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 10 juli. De schade aan het stoomschip BATAVIER IV (zie ook elders in dit blad) is, naar wij verder vernemen, gering. Het stoomschip zal op vastgestelde tijd van Londen weer naar hier vertrekken.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 9 juli. Volgens een telegram uit Nantes is het Nederlandse stoomschip KATWIJK in de rivier aan de grond gevaren.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 10 juli. Het stoomschip KATWIJK is vlot en veilig in de haven van Nantes aangekomen. Volgens een rederijbericht heeft het aan de grond varen van het stoomschip KATWIJK niets te betekenen. Het stoomschip is gisteren te Chantenay aangekomen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 10 juli. Het stoomschip ELLEWOUTSDIJK vertrok heden van Russilluota naar Toften.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Internationale staking aan de haven. Te Rotterdam. De toestand in de haven hier is onveranderd.
Te Amsterdam. Toen gisterochtend omstreeks half vijf de ALSTER de haven wilde verlaten, met bestemming naar Hamburg, werd de kapitein, toen hij tegenover de Handelskade het stoomschip RIJNSTROOM passeerde, van daar af plotseling gesommeerd te stoppen, waaraan onmiddellijk voldaan werd. De soldaat, die de sommatie had gedaan, verzocht de kapitein aan wal te komen. Deze antwoordde, dat zulks onmogelijk was, waarop de soldaat enige malen met scherp vuurde. Niemand werd gewond. De ALSTER zette haar tocht voort.
Hedenmorgen hebben de directie van de scheepvaartmaatschappijen met het bestuur van de Vereniging van Werkgevers op scheepvaartgebied vergaderd naar aanleiding van de door Minister Talma aangeboden bemiddeling.
Het resultaat van de bijeenkomst is, naar wij vernemen, dat een conferentie van partijen, om door tussenkomst van de Minister overleg te plegen, niet uitgesloten.
Heden zijn van Amsterdam vertrokken de EEMSTROOM en de RIJNSTROOM van de Hollandsche Stoombootmaatschappij.
Bij de Kon. Ned. Stoombootmaatschappij werken thans 250 man.
Hedenmorgen is de Newcastle-boot GRANIT van de firma Hudig en Veder te Amsterdam aangekomen. De vaste 26 man was door de stakers verboden het schip te lossen.
Recht en Plicht stond wel toe, dat de contractarbeiders aan het werk gingen aan de GLANMIRE, hedenmorgen van Schotland aangekomen aan het adres van de firma D. Burger en Zoon. Dit schip wordt dan ook gelost. De firma D. Burger en Zoon is niet lid van de Vereniging van Werkgevers op scheepvaartgebied en de werklieden, die tot dusver werkten voor 25 cent per uur, doet dit thans voor 34 cent per ton, ofschoon laatstgenoemd tarief minder voordelig is. Zij voldoen hierdoor echter aan de gestelde looneisen.
Op de GRAIGVAR, een boot van Bombay, die door de firma Ruys en Co. gelost moet worden, hebben een tiental Chinese zeelieden geweigerd in de lading te werken, terwijl de stokers bij het lossen geen stoom wilden geven.
Zaterdag en zondag zijn nog binnengekomen de stoomboten CARINA, voor de firma Scheuer, PETERSEN voor Sincke en Co. en BESTEVAER voor Van Es en Van Ommeren. Op de boten wordt niet gewerkt.
De schuitenvoerderstaking is geheel een solidariteitsstaking; zij gaat niet om bepaald geformuleerde eisen. Er zijn ongeveer 4.000 schuitenvoerders die staken; alleen aan de Wester-suikerraffinaderij, de suikerraffinaderij van Spakler en aan het Vriesseveem werken er nog gezamenlijk een veertigtal.


Krant:

 VCO - Vlissingsche Courant

Advertentie. De notaris J.C. Paap zal op woensdag 12 juli 1911, ’s voormiddags 11 uur, op het De Ruyterplein te Vlissingen, in het openbaar verkopen: 2 scheepssloepen, een grote partij houten scheepsluiken en houtwaren, 2 loopbruggen, olie, touwwerk, blokken, olievaten, en wat verder ten verkoop wordt aangeboden, alles afkomstig van het gezonken stoomschip REDWOOD. Te bezichtigen ’s morgens voor de verkoop.


11 juli 1911


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 11 juli. De Nederlandse sleepboot MAAS met een hekwieler op sleeptouw, van Glasgow naar Burutu, arriveerde met alles wel te Funchal.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van J. Meyers Scheepsbouw Maatschappij te Zaltbommel is te water gelaten een zeewaardige hopperzuiger. Deze zuiger, die een capaciteit heeft van 425 kub. meter per uur, zal genaamd worden MARANTIAS en is gebouwd voor rekening van het Braziliaanse Gouvernement,


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Londen, 9 juli. Volgens een telegram uit Gran Canaria is de Nederlandse sleepboot LAUWERSZEE aldaar aangekomen met de drijvende kraan No. 75, welke volgens rapport water maakt.


12 juli 1911


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 8 juli. Van de werf van de Maatschappij voor Scheeps- en Werktuigbouw "Fijenoord" is met goed gevolg te water gelaten het stalen schroefstoomschip BACCHUS, aanbouw voor rekening van de Koninklijke Nederlandsche Stoombootmaatschappij, Amsterdam. Dit vrachtstoomschip, waarvan omstreeks medio februari jl. de kiel gelegd werd, zal in het begin van de maand augustus opgeleverd worden. De bouw geschiedt volgens het Isherwood-systeem, onder bijzonder toezicht van Bureau Veritas.
De lengte, breedte en holte zijn resp. 313', 42' en 19'-2''. Het laadvermogen bedraagt 3.000 ton van 1.016 kg. Het schip zal voorzien worden van machines van het triple-expansie systeem, welke 1.200 ipk. zullen ontwikkelen, waarmede de snelheid van 11 mijl per uur moet worden bereikt.


Krant:

 VCO - Vlissingsche Courant

Vlissingen, 11 juli. Het stoomschip ORANJE NASSAU, voor de Koninklijke West-Indische Maildienst, gebouwd op de werf van de Koninklijke Maatschappij “De Schelde” alhier, is hedenmorgen naar Amsterdam vertrokken om in het dok aldaar te worden geschilderd, alvorens de reis naar West-Indië te aanvaarden.


13 juli 1911


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Volgens heden door het Bureau Wijsmuller, voor uitrusting en uitbrenging van schepen te Baarn ontvangen telegrafisch bericht, is het door haar voor een Franse firma uitgebrachte stoomschip HEERENVEEN, ex. Holland-Friesland-Lijn, hedenmorgen, na een reis van 18 dagen, in goede orde en zonder averij te Constantinopel aangekomen.
In de loop van de volgende maanden zullen door genoemd Bureau nog worden uitgebracht: het stoomschip BOLSWARD, van dezelfde lijn, naar Constantinopel, de sleepboot HERCULES voor de Nederlandsche Scheepsbouw Mij. te Amsterdam naar Montevideo en een klein stoomscheepje voor het Departement van Koloniën naar Soerabaja.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 12 juli. Het stoomschip ORANJE NASSAU, dat voor rekening van de Koninklijke West-Indische Maildienst, op de werf van de Koninklijke Maatschappij “De Schelde” te Vlissingen gebouwd werd, is hier gisteravond aangekomen en naar Amsterdam opgevaren.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De Nederlandse sleepboot LAUWERSZEE arriveerde volgens een rederijbericht te Las Palmas, bunkerde aldaar en zette de reis voort.
Het bericht uit Gran Canaria dat de kraan, op sleeptouw door de LAUWERSZEE water maakt, schijnt onjuist te zijn.


14 juli 1911


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 12 juli. Het nieuwe stoomschip KONINGIN DER NEDERLANDEN, zusterschip van de PRINSES JULIANA, heeft bij de heden op de Noordzee gehouden proeftocht aan alle gestelde eisen voldaan en is door de Maatschappij Nederland, voor wie het gebouwd werd, overgenomen. De directie deelde mee, dat het schip 15 mijl behaald heeft.


15 juli 1911


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Te Krimpen a/d Lek is van de scheepswerf van de firma J. & K. Smit te water gelaten een motor goederenboot lang 30 meter, breed 5,30 meter en hol 2,20 meter, met een laadvermogen van 150 ton. De boot, die gebouwd is voor een Rotterdamse firma, wordt voorzien van een direct omkeerbare Dieselmotor Polar en een motorwinch voor het laden en lossen van goederen.


17 juli 1911


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Helsingborg, 14 juli. De berging van het nabij Kullen gezonken schip VOORWAARTS is aan de Moss bergingsmaatschappij opgedragen. De werkzaamheden zullen op 1 augustus beginnen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Londen, 14 juli. Het Nederlandse stoomschip HOLLANDIA, van Amsterdam naar Buenos Aires, is heden Fernando Noronha gepasseerd met verlies van een schroefblad.


18 juli 1911


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Vlieland, 15 juli. De Nederlandse tjalk JANNA, schipper Gaumare, van Altona, is met verlies van kluiverboom alhier binnengelopen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Kopenhagen, 14 juli. Het Nederlandse schip MARGRETHE, met mais van Hamburg naar Nykjöbing, is in de Issefjord in de nabijheid van Nakke, gestrand. Vissers losten de lading in een lichter en proberen het schip weer vlot te krijgen. (opm: NRC zegt MARGARETHA)


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Shoreham, 14 juli. De Nederlandse galjoot HILLECHIENA, dreef hier in de haven tegen de lichter YARANA en beschadigde daarvan het roer. De HILLECHIENA is later vertrokken.


19 juli 1911


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 18 juli. De Nederlandse zeesleepboot MAAS, alepend een hekwieler van Glasgow naar Burutu, arriveerde heden te Dakar.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Londen, 17 juli. Het Nederlandse stoomschip HARALD is van St. Petersburg op de Tyne aangekomen met verlies van de grote mast en een gedeelte van de deklast, hebbende met stormweer te kampen gehad. (opm: zie ook NRC 290811 en NRC 120911)


20 juli 1911


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Vlissingen, 17 juli. Donderdag a.s. zal een aanvang worden gemaakt met het opruimen door zwakke springladingen van de beide in de Sardijngeul liggende wrakken. De werkzaamheden, die voorlopig van 2 uur vóór tot 2 uur na laag water van het daggetij zullen geschieden, worden voor de scheepvaart aangeduid door het hijsen van de Internationale seinvlag B van de ijzeren vuurtoren op de Westkapelsedijk en op de dijkhoek bij het fort de Noelen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 19 juli. De baggermolen SIMSON, welke op de werf Conrad te Haarlem voor de Kölnische Tiefbau Gesellschaft gebouwd werd, is gisteravond naar Hamburg vertrokken, gesleept door de Nederlandse sleepboot OOSTZEE.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Londen, 18 juli. Volgens bij Lloyd ontvangen telegram werd te Rio de Janeiro een draadloos telegram van het reeds vermelde stoomschip HOLLANDIA ontvangen, waarin werd vermeld, dat men een schroefblad had verloren, doch verwachtte hedenavond 18 juli, 7 uur te Rio de Janeiro te zullen aankomen.

RN 200711
Londen, 18 juli. Berichten van de Baar van Archangel ontvangen, gedateerd 9 juli, melden dat het stoomschip DORDRECHT uit Rotterdam, op de Mudjuya Baar vastraakte, maar met assistentie van sleepboten vlot kwam en buiten de Baar voor anker ging. Het schip is nagezien en zeewaardig bevonden.


Krant:

 VCO - Vlissingsche Courant

Vlissingen, 19 juli. Het stoomschip ZWALUW voor de Gouvernements Marine, gebouwd door de Koninklijke Maatschappij “De Schelde” alhier, heeft gisteren (opm: 18 juli) met goed gevolg proef gevaren.


21 juli 1911


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Scheepsbouw. Gisteren is van de N.V. Werf voorheen Rijkée & Co. te Rotterdam met goed gevolg te water gelaten het stalen schroefstoomschip AMOR, in aanbouw voor de Kon. Ned. Stoomboot-Mij. te Amsterdam. Dit schip dat gebouwd is volgens Isherwood-systeem, heeft een lengte van 300' tussen de loodlijnen, een breedte van 42' en een holte van 19'3'', met een laadvermogen van 3.000 tonnen.
De machine en ketels worden vervaardigd door de Mij. Fijenoord te Rotterdam en zullen aan het schip een snelheid geven van 11 mijlen per uur. Schip en machinerie worden opgenomen in het bureau Veritas volgens de hoogste klasse.


23 juli 1911


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart
Op 9 juli jl. (opm: juiste datum is 29 juni) is het kofschip VOORWAARTS van de heer J.J. Onnes te Groningen, kapitein de heer G. van der Laan, op reis van Emden naar Norrköping, nabij Kullen op de Zweedse kust vergaan. Het was een stalen tweemast kofschip, gebouwd onder toezicht van het Bureau Veritas voor de grote kustvaart. De kapitein, door de Raad gehoord, verklaarde, dat het schip, oorspronkelijk bestemd voor de kleine kustvaart, later verschillende veranderingen heeft ondergaan en versterkt is voor de grote kustvaart. Klaar om uit te varen werd het schip door de scheepvaartinspectie onderzocht, en werd een certificaat van deugdelijkheid afgegeven. In het Eemskanaal is de VOORWAARTS tegen het remmingswerk van een brug gelopen, waaraan voor NLG 100 schade werd toegebracht; ogenschijnlijk had het schip geen averij. Op 23 juni werd reeds bemerkt, dat het schip water maakte. Het was een hooglopende zee; er is niet bemerkt, dat het schip gestoten heeft, maar mogelijk is, dat dit het geval is geweest, doch dat het door de woeste zee niet bemerkt is.
Er werd elke wacht gepompt; in den beginne kon men het water bijhouden. Het lekken nam echter gestadig toe, zonder dat men het lek heeft kunnen vinden. Boven de Vladebank heeft het schip bij vliegend stormweer slagzij gemaakt over bakboord. De 9e juli (opm: juiste datum is 29 juni) was het water niet meer bij te houden, en kon niet meer gestuurd worden. Men besloot een noodhaven binnen te lopen, maar voordat deze bereikt was bleek het noodzakelijk het vaartuig te verlaten, hetwelk zeer kort daarop is gezonken. Behalve de kapitein en dlens vrouw waren 4 personen aan boord. Het was de eerste reis van het schip, bij welks bouwen, getuige toezicht heeft geoefend. Het was getuige's eerste reis als schipper. Daarna werd gehoord de matroos W. Wolters, die de verklaringen van de kapitein bevestigde. Hij is ook bij het bouwen tegenwoordig geweest, en weet niet, dat hierbij iets is voorgekomen, waardoor het schip minder weerstandsvermogen gehad zou kunnen hebben.
De uitspraak werd op later bepaald. (opm: ook in de officiële Nederlandse verlieslijst staat de datum van het zinken van dit schip als 29 juni 1911)


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart
De Raad voor de Scheepvaart deed gister uitspraak in de vroeger behandelde aanvaring tussen het Nederlandse stoomschip ARIADNE, gezagvoerder H.J. de Jonge, reders Willem Ruys & Zoon te Rotterdam, en het Spaanse stoomschip HERCULES thuishorende te Bilbao, gezagvoerder I. Pallin. De aanvaring had, tijdens hevige mist en bij stil weder, in de namiddag van 3 juni in het Engelse Kanaal plaats, op vier mijlen afstand van Bevezier. De ARIADNE kreeg zware schade, terwijl ook de HERCULES grote averij beliep. De Raad aanvaardde de verklaringen, die wederzijds gegeven zijn, als ter goeder trouw, In dat geval is op de navigatie van beide schepen dan ook geen aanmerking te maken. De oorzaak van de aanvaring moet uitsluitend aan de mist worden toegeschreven. De ARIADNE heeft correct gehandeld. Wel heeft de HERCULES art. 16, 2e lid, van het International Reglement overtreden door bij het horen van het fluitsignaal vooruit, in stede van het stoppen, „stuurboord" nieuw commando te geven, doch deze overtreding van het verbod heeft geen oorzakelijk verband met de ramp, want ook bij onmiddellijk stoppen zou de aanvaring onvermijdelijk geweest zijn. Opmerkelijk acht de Raad het dat op beide schepen wel mistsignalen aan stuurboord, bakboord en achteruit gehoord werden, doch niet vooruit. De Raad weet daarvoor geen andere verklaring te geven dan dat de laatste fluitseinen door beide schepen tegelijkertijd zijn gegeven.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart
Behandeld werd daarna het vergaan bij Kullen (Zweden) op 9 juli jl. (opm: 29 juni jl.) van het Nederlandsche stalen kofschip VOORWAARTS, gezagvoerder G. van der Laan, rederij de Naaml. Vennootschap „Voorwaarts", directeur J.J. Onnes te Groningen. De VOORWAARTS was een nieuw gebouwd schip, 113 registerton groot. Oorspronkelijk was het voor de kleine kustvaart bestemd; later is het aanmerkelijk versterkt voor de grote kustvaart. De gezagvoerder was drie maanden tegenwoordig bij de bouw, die onder Bureau Veritas plaats had. Volgens hem is het goed en deugdelijk gebouwd. De schipper zelf, 28 jaar oud, is sedert zes jaren in het bezit van een dienstdiploma en heeft drie jaren geleden gedurende tien maanden als wegwijzer en vervolgens als stuurman gevaren. Het was zijn eerste reis als schipper. Op 1 juni werd van de werf vertrokken met bestemming naar Emden, waar een lading cokes werd ingenomen voor Norrköping. Op de Eems (opm: het Eemskanaal) werd tegen het remmingwerk van brug no. 9 aangevaren, waardoor een schade van NLG 100 ontstond. 25 juni werd 3 à 4 cm. water in het schip aangetroffen, hoewel het niet gestoten had, voor zover bekend.
26 juni ontstond er stormweer en moest er zwaar gezeild worden om het schip van de kust te houden. Het lekken nam sedert gestadig toe en wel in die mate, dat niet meer te pompen en te sturen was. Juist nadat men het schip op circa 10 zeemijlen van de lichttoren van Kullen verlaten had, zonk het. Alles is verloren gegaan. Het schip zal gelicht worden. De waarde van het schip met inventaris is NLG 15.000. De kapitein bevestigde de scheepsverklaring. Het schip heeft niet gestoten, althans hij heeft het niet gevoeld. De op schrift gebrachte verklaring van de stuurman werd voorgelezen. Er blijkt uit, dat hij geen andere verklaring van de oorzaak van het lekken geven kan dan het zwaar werken van het schip. Zijns inziens is het door het zwaar zeilen en de hoge zee lek gesprongen. De matroos, die aan de bouw van het schip zelf meewerkte en het als een deugdelijk schip beschouwt, schreef het lek worden van de VOORWAARTS ook toe aan het zware zeilen.


24 juli 1911


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Maassluis, 22 juli. De inkomende stoomschepen ISKRA van Poti en POTSDAM van New York, zijn gisteravond met elkaar in aanvaring geweest, waardoor de ISKRA een lek bekwam, de POTSDAM bleef onbeschadigd. Beide stoomschepen zijn daarna bij Maassluis aan de grond gevaren. De ISKRA kwam heden met behulp van de sleepboot ROTTERDAM vlot en de POTSDAM is heden zonder assistentie vlot gekomen. Het stoomschip ISKRA is later echter weer aan de grond gevaren.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Londen, 20 juli. Het Franse slagschip FORMIDABLE, groot 12.150 ton, in 1888 in dienst gesteld, is door Frank Rijsdijk’s Scheepslooperij te Hendrik-Ido-Ambacht aangekocht om te worden gesloopt.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Martenshoek, 23 juli. Gisteren werd van een van de scheepswerven van de firma Gebr. G. & H. Bodewes, met goed gevolg te water gelaten een twee-mast gaffelschoener groot 130 ton voor Duitse rekening, onmiddellijk daarna zijn de kielen gelegd voor een dito gaffelschoener van dezelfde grootte, voor een sleepboot met compound machine van 250 ipk. en voor twee ewerschepen van 100 ton ieder, allen voor Duitse rekening. Binnenkort zullen te water worden gelaten een sleepkaan groot 500 ton voor Belgische rekening en een motorvrachtboot voor de N.V. 't Damsterveer te Appingedam.


25 juli 1911


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Zaterdag voormiddag werd van de werf van de scheepsbouwmeester I.S. Figée ter water gelaten de stalen motorschuit ARIE, groot 55 ton, gebouwd voor rekening van de heer Ph. Borst te Maassluis. De motor wordt geleverd door de heer J.H. van Capellen te Bolnes.


26 juli 1911


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De Internationale staking aan de havens, te Amsterdam.
Bij een van de stoomvaartmaatschappijen is gisteren een 40-tal Duitse werkwilligen ontslagen. Zij hadden een hoogwoord gevoerd, deden alsof zij onmisbaar waren en toonden geen al te grote werklust. De politie heeft hen naar de trein gebracht.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Amsterdam, 26 juli. Heden werd door de Nederlandsche Scheepsbouw Maatschappij van haar helling No. 3 met het beste gevolg te water gelaten het schroefstoomschip CALYPSO, gebouwd voor de Koninklijke Nederlandsche Stoomboot Maatschappij.
Dit schip is gebouwd volgens het Isherwood systeem en heeft de volgende hoofdafmetingen: Lengte tussen loodlijnen 300 Eng. vt., breedte op grootspant 42 Eng. vt., holte 19 Eng. vt. 3 duim en heeft een draagvermogen van 3.000 Eng. ton op 17’-3" diepgang.
De stoom werktuigen van het triplo expansie systeem worden vervaardigd door de Nederlandsche Fabriek van Werktuigen en Spoorwegmaterieel en zullen het schip beladen een snelheid geven van 11 Eng. mijlen per uur langs de gemeten mijl. De gehele verlichting zal elektrisch zijn en wordt aangebracht door de firma Groeneveld, Van der Poll & Co., alhier. Begin september a.s. zal de CALYPSO in de vaart worden gebracht.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De aanvaring ARIADNE - HERCULES voor het Admiraliteitshof.
Het Admiraliteitshof te Londen heeft de aanvaring behandeld, welke 3 juni tijdens dikke mist in het Engels Kanaal , op de hoogte van het Owers vuurschip plaats had tussen het Engelse 4.229 ton grote stoomschip HERCULES en het te Rotterdam thuis behorende 1.281 ton grote stoomschip ARIADNE.
De HERCULES was op reis van Pensacola naar Rotterdam met een lading fosfaat steen en de ARIADNE van Seaham naar Toulon met kolen. Beide schepen werden zwaar beschadigd. De reders van de HERCULES erkenden, dat hun schip schuld had door niet te stoppen, toen de stoomfluit van de ARIADNE werd gehoord, maar verklaarden, dat ook de ARIADNE te laken was voor te grote snelheid.
Het hof verklaarde beide schepen schuldig. Daar de HERCULES haar schuld toegaf, had rechter Bargrave Deane, bijgestaan door "Elder Brethren" van het Trinity House, alleen de vraag te overwegen of ook de ARIADNE schuldig was. Het bleek, dat de ARIADNE in 6 uur en 40 minuten 59 mijlen had afgelegd, wat ongeveer 9 mijlen per uur was en de rechter vond zulk een snelheid bij dikke mist onvergeeflijk. Het stond wel niet vast, dat met dezelfde snelheid was doorgevaren, maar er was geen reden om een andere veronderstelling aan te nemen. Het dagboek verkeerde in zo'n staat van verwarring, dat het onmogelijk was er op te vertrouwen. De kapitein beroept zich op de 1e machinist en de 1e machinist beroept zich op de kapitein en er blijft zo'n verwarde boel over, dat het niet doenlijk is uit te maken waar de waarheid ligt en alleen afgegaan kan worden op de afstand, in een bepaalde tijd afgelegd. Ook de schade van beide schepen bewijst, dat de schepen tamelijk veel snelheid hadden, toen de botsing gebeurde en daarbij komt, dat op beide schepen het roerbakboord werd gelegd, toen dit niet moest geschieden. Daarom hebben beide schepen schuld aan de aanvaring.
De Raad voor de Scheepvaart te Amsterdam heeft zaterdag (22 juli) ook uitspraak gedaan in deze aanvaring zaak en was van oordeel, dat op de navigatie van beide schepen niets viel aan te merken, maar de aanvaring alleen te wijten was aan de dikke mist.


27 juli 1911


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Door alle werkgevers op scheepvaartgebied zijn aan personen, die zich gedurende de werkstaking der bootwerkers, voor de arbeid beschikbaar hebben gesteld, werkboekjes uitgereikt. Een gelijk aantal der oude werkboekjes zal worden ingetrokken. De houders daarvan zijn stakers, die dus van de arbeid vervallen worden verklaard.
De 170 werkwilligen, maandagavond aangekomen aan de Hembrug en vandaar verder naar de IJkade vervoerd, waren, naar ons van de zijde van de Kon. Ned. Stoombootmaatschappij wordt medegedeeld, voor deze maatschappij bestemd. De Kon. Ned. Stoomboot Mij. zet nu met een 600-tal werklieden aan de IJkade haar bedrijf geregeld voort.
Van die Duitsers, die ter vervanging van de stakende bootwerkers op het terrein van de Kon. Ned. Stoomboot Mij. werken, hebben er gisteren een 150-tal op hun beurt het werk gestaakt.
Zij wilden hun dagloon van 4 op 6 Mark (NLG 2,40 op NLG 3,60) gebracht zien en weigerden
met Hollanders te werken. Nadat hun was toegezegd, dat zij a.s. zaterdag het antwoord op die eisen zouden vernemen, hebben zij de arbeid hervat.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Cuxhaven, 24 juli. Het (opm: Duitse) tjalkschip MARIA, schipper Hinrichs, is door aanvaring tegen het voor anker liggende Nederlandse tjalkschip MEMENTO MORI, gezonken. Of dit laatste schip schade heeft is niet bekend. De opvarenden van de MARIA werden door de Nederlandse tjalk gered. Volgens nadere berichten is de MEMENTO MORI slechts licht aan het zwaard beschadigd.
Een rode wrak ton is boven de gezonken MARIA geplaatst, waarvan nog een mast en een gedeelte achterschip bij laag water boven water uitsteekt.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Antwerpen, 24 juli. Het van Bombay hier aangekomen Nederlandse stoomschip GRAMSBERGEN heeft op de reis zwaar weer gehad en enige dekschade bekomen. Op de rede alhier geraakte het schip aan de grond, doch kwam spoedig onbeschadigd weer vlot.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Plymouth, 24 juli. De Nederlandse motor GERRITTINA, kapt. Alberts, van Frederikstad naar Cardigan met planken, rapporteert dat zondagmorgen drie mijl van Eddystone de stookhaarden gesmolten zijn.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Vlissingen, 26 juli. Het Duitse stoomschip SENEGAMBIA van Antwerpen naar Hamburg is
in de Sardijngeul tegen het wrak van het stoomschip REDWOOD en de daarbij liggende gasboei gevaren, waardoor de mast van de REDWOOD is gebroken en de gasboei op drift is
gegaan. De SENEGAMBIA heeft de reis voortgezet, omtrent schade daaraan is niets bekend.


Krant:

 VCO - Vlissingsche Courant

Vlissingen, 26 juli. Het Duitse stoomschip SENEGAMBIA van Antwerpen naar Hamburg bestemd, is hedenmorgen over het wrak van het gezonken Engelse stoomschip REDWOOD gevaren, waarvan de achtermast werd afgevaren. De gasboei werd eveneens afgevaren en ging op drift, doch werd later door een sleepboot hier binnengebracht. De SENEGAMBIA is naar Hamburg doorgevaren. Of dit schip schade heeft is niet bekend.


28 juli 1911


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De Internationale staking aan de havens, te Amsterdam.
De werkwillige bootwerkers, die niet aan de arbeid kunnen gaan, mogen na zich te hebben aangemeld niet op de kaden blijven. Aan de werklieden, die zijn aangenomen, is een toegangskaart uitgereikt.
Heden vertrekt reeds een groot deel van de Duitse arbeiders, het aantal stakende zeelieden bedraagt omstreeks 1.200.
Het standpunt van de reders. Naar aanleiding van het besluit van de zeelieden om de staking voort te zetten heeft het Hbl. gisteren inlichtingen gevraagd bij de directies van de K.N.S.M. en de Stoomvaart Mij. Nederland, die verklaarden dat haar dit besluit absoluut koud liet daar de zeeliedenstaking haar in 't geheel niet in verlegenheid brengt. Misschien dat voor de eerste booten er enig moeite : bestaan heeft, doch op het ogenblik gaan alle schepen met complete bemanning, die tot grote voldoening van de gezagvoerders werkt, in zee. Men zal dus gewoon doorgaan met het aannemen van andere werkkrachten en ziet een lange duur van de staking onverschillig tegemoet.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Flensburg, 25 juli. De Nederlandse tjalk EBENHAËZER, schipper Dories, met graan van Flensburg naar Augustenburg, is op de Westerhaken in de Sonderburger Föhrde aan de grond geraakt, maar later door de sleepboot HAY weer vlot gebracht. Het schip is dicht gebleven.


29 juli 1911


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De Internationale staking aan de havens, te Amsterdam.
Het conflict met de bootwerkers van de Kon. Ned. Stoombootmaatschappij kan als opgelost worden beschouwd. Hedenmorgen althans werden ongeveer 300 werklieden aangenomen, onder wie een aantal ex-contractwerklieden. Naar het bestuur van Recht en Plicht ons verzekerde, is het aan deze maatschappij nog wel niet zoals het zijn moet, doch hebben de bootwerkers maar met de toestand genoegen genomen.
Bij de Kon. Hollandsche Lloyd werkten hedenmorgen 160 man, er zouden nog meer worden aangenomen. Met de lossing van het stoomschip EEMLAND van deze Mij. was nog niet begonnen. Bij de Hollandsche Lloyd zijn de Duitsers vertrokken.
Aangaande de staking van de zeelieden kan worden gemeld, dat zij, wat betreft de Maatschappij Oceaan, zal worden opgeheven. Tijdens de bootwerkersstaking toch werd een motie aangenomen, waarin genoegen genomen werd met een aangeboden verhoging van NLG 6 per maand, en met de toezegging, dat omtrent de andere eisen nader In overleg zou worden getreden. Deze motie heeft toen geen uitwerking gehad; omdat de directie te kennen had gegeven over de bootwerkers niets te zeggen te hebben, daar dit de cargadoors aanging en de zeelieden aan de staking geen einde wilden maken, als ook de bootwerkers niet tegemoet gekomen werd. Nu de bootwerkersstaking echter afgelopen is, is deze motie van kracht geworden.
Officieel is aan de directie nog geen mededeling gedaan van de opheffing van de staking. Wel werd echter hedenmorgen namens de directie aan de Zeemansbond medegedeeld, dat zij zich aan de onlangs gedane toezegging zou houden, zodat te verwachten is, dat een betrekkelijk groot aantal zeelieden spoedig weer zal aanrnonsteren.
Overigens is in de stand van de zeeliedenstaking geen wijziging gekomen. De Zeemansbond staat nog steeds op hetzelfde standpunt; dit is bemiddeling zal gaarne worden aanvaard, doch daar van de reders op een verzoek om bemiddeling geen of een afwijzend antwoord verwacht, zal er hun niet meer om worden gevraagd.
De bemanning van het s.s. EEMLAND van de Kon. Holl. Lloyd, had heden nog niet afgemonsterd, zodat nog niet bekend is, of zij staken. Men verwacht het echter wel. Maandag komt de ZEELANDIA van dezelfde maatschappij binnen.
Gisteravond en heden zijn te Amsterdam aangekomen de volgende stoomschepen: GRANIT van Newcastle, AMSTELSTROOM van Hull, PLOVER van Londen, LEDA van Frederikshaven, EEMLAND van Zuid Amerika, TENTON van Fleetwood, FLORA van Hamburg, THEMIS van de Middellandse Zee. Vertrokken zijn de stoomschepen BETSY ANNA naar Warkworth, MASCOTTE naar Leith en WESTLAND naar Newcastle,
In Engeland. Onze Londense correspondent seint: In hoeverre de stakers van de andere havens in Zuid Wales de regeling te Cardiff zullen aanvaarden, heeft de stakingscommissie te Newport gisteravond besloten de staking voort te zetten totdat zij een eigen regeling verkregen zouden hebben.
De correspondent van de Times te Cardiff seinde gisteravond, dat de kolentremmers te Cardiff en Barry de regeling afgewezen hebben. De correspondent voegt erbij, dat de algemene hervatting van het werk niet voor maandag zal beginnen, maar dat de regeling veelomvattend en bevredigend genoeg is, om het terugtrekken van de extra politie en de soldaten onmiddellijk mogelijk te maken.
De te Londen tot stand gekomen regeling is gisteravond aan het oordeel van een grote vergadering van Londense bootwerkers onderworpen. De leiders van de stakers waren vóór aanneming, ofschoon zij erkenden, dat de regeling niet geheel bevredigde. Crookes verklaarde, dat de Londense bootwerkers daardoor jaarlijks, honderdvijftigduizend pond loon meer zullen ontvangen. De meerderheid van de vergadering stemde voor aanneming van de regeling, maar velen onthielden zich, terwijl anderen luidkeels hun afkeer te kennen gaven.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Londen, 26 juli. Het Nederlandse schip ARNOLDINA, kapt. Wildeman, van Saxkjöbing naar Goole, is ter rede van Hull in aanvaring geweest met een zeilschip en heeft daaraan schade toegebracht tot een bedrag van ca. GBP 300.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Hull, 27 juli. Het Nederlandse zeilschip ARNOLDINA, van Saxkoping naar Goole met hout, is 14 juli hier ter rede in aanvaring geweest met een zeilschip en veroorzaakte een schade van ongeveer 300 pond sterling.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Vlissingen, 27 juli. De opruimwerken aan de gezonken Belgische loodsschoener No. 15 zijn geëindigd.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Falmouth, 27 juli. De Nederlandse drie-mast schoener ALIDA, kapt. Buisman Jr., met kopererts van Huelva, arriveerde hier gisteren met verlies van zeilen, steng en mars ra’s. Het schip vertrok naar Penryn om te lossen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De Nederlandse kof EBENHAEZER, schipper Meeder, is volgens telegram uit Gefle aldaar aangekomen van Stralsund na op reis zeer slecht weer te hebben gehad. Het vaartuig is lek beneden de waterlijn en zal op de marine-helling worden gehaald om te repareren.


30 juli 1911


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De Internationale staking aan de havens, te Amsterdam.
Waar is het einde ?
Aan alle oorlogen komt een einde en ook die, welke thans in onze haven wordt gevoerd, zal niet eeuwig duren. Dit spreekt zo vanzelf, dat het de moeite van het opschrijven niet waard schijnt. Nochtans is de waarheid, die er mee wordt verkondigd van zo grote betekenis, dat zij niet ernstig genoeg kan worden overwogen, omdat elke dag, die de strijd voortduurt, het einde, waar toch niet aan te ontkomen is, moeilijker maakt. Het is maar de vraag: wie van de partijen zich de zwakste voelt. Want aan deze is het, de wapens neer te leggen.
Is thans niet Inderdaad het ogenblik ingetreden, waarop voor wie niet ziende blind zijn, in het conflict duidelijk zich aftekent, ten bate van welke partij het einde zich vooral heeft te verhaasten?
Om de strijd te winnen, hebben de arbeiders hun toevlucht genomen tot het middel van uitbreiding van de staking, volgens de solidariteits- en besmettingsmethode, zodat allengs alle havenbedrijven in de beweging werden meegesleurd. Een gevaarlijk middel, dat ook deze maal hen, die het toepasten, van de wal in de sloot heeft geholpen. Ten eerste heeft het de positie van de arbeidersgroep, om wie de actie werd ingezet, verzwakt, doordien het materieel haar weerstandskracht verminderde: het aantal monden dat gedurende de strijd moest worden opengehouden werd er door vermenigvuldigd — m.a.w. de toch reeds niet sterke krijgskas werd er te eer door uitgeput, maar ten tweede was een gevolg: verzwakking van de krijgsvoering, die haar beleid had te verdelen over allerlei groepen, zodat de gestie nodeloos ingewikkeld werd. Waarbij, o.m. nog dit komt, dat de tegenweer van de in de strijd betrokken werkgeversgroepen, waarvan de meeste op motieven buiten het bedrijf om, zich voelden getroffen, er scherper door werd daar toegeven of bereidverklaring tot overleg, gelijk zou staan met het voetgeven aan een wijze van oorlog voeren, welke de totale ondergang van ons bedrijfsleven in zijn schoot voert. Waar één groep ontevredenen heel het raderwerk kan stop zetten, is aan de willekeur geen einde!
De omstandigheid, dat de arbeiders, na heel hun macht in 't vuur te hebben gebracht, gaandeweg door opheffing van de stakingen van verschillende groepen, deze strijdwijze moesten verlaten — tekent dan ook een terugval, die de positie van de partij van de werknemers ernstig benadeeld heeft. Het kwaad was eens bedreven. De straf bleef niet uit. Het conflict is thans - sinds ook de bootwerkers hun actie hebben opgegeven - teruggebracht binnen de grenzen, welke het in de Rotterdamse haven niet heeft overschreden en 't zijn thans alleen de zeelieden om wie de strijd zich concentreert. Maar dat ook voor dezen - na hetgeen sinds 14 juni (de datum dat de zeeliedenstaking werd geproclameerd) gebeurd is - de kansen om met voordeel uit de strijd te komen er niet op verbeterd zijn, ligt in de rede. Waar reeds voor weken te Rotterdam de strijd voor de zeelieden niet bleek vol te houden -dewijl de stoomvaartmaatschappijen zich van elders van de nodige krachten wisten te voorzien om de vaart gaande te houden en de voormannen tot de erkenning werden gedwongen, dat het aldus aangeworven personeel zich weldra volkomen opgewassen tonen voor de vervulling van zijn taak - kan er geen twijfel zijn, dat wij te Amsterdam ten dezen in zeker niet mindere conditie verkeren. Er is dan ook verluid, dat de leiders van de zeeliedenstaking met angst de verdere loop van zaken gadeslaan.
De zeeliedenstaking is thans teruggebracht tot haar uitgangspunt. Wie nog eens nagaat in welke richting de beweging is geleid - zal moeilijk anders kunnen, dan de leiding ernstig wraken. Voor zover de gestelde eisen zich tot loonsverhoging bepaalden, van voor de hoogste categorie NLG 6 per maand, is daarin voor twee derde deel, door de voornaamste maatschappijen, nog vóór de staking bewilligd. Het ging dus toen nog om NLG 2.
Maar er is meer. In „De Nederlandsche Zeeman" - maandblad van de Alg. Ned. Zeemansbond van 1 juli 1911 - is te vinden een schrijven van de heer I.H.L. van Deinse, die als bemiddelaar in het conflict is werkzaam geweest, waaruit blijkt, dat hij gemachtigd was aan het bestuur van de Bond te verklaren: ”dat de reders aan de looneis zouden voldoen, indien de bond blijk wilde geven, dat het geschil zich tot een loonactie zou bepalen. De bond zou dan moeten uitkomen met de verklaring, dat de andere eisen thans niet langer worden gesteld." Deze brief is van 23 juni, dus 9 dagen nadat de staking was ingegaan.
En welke was nu tegenover deze concessie van werkgeverszijde, de houding van het bestuur van de Bond? Het antwoordde - volgens het schrijven van de heer Van Deinse - niet ongenegen te zijn - nu het ziet, dat de reders voor schikking vatbaar zijn, toenadering hunnerzijds te betonen. In de opzet is de loonkwestie (echter) niet het hoofdpunt geweest; met voordacht is die verhoging laag gehouden om de andere eisen met meer kracht te kunnen doen gelden. Laat men deze eisen vallen, dan zou het bestuur zijn leden niet kunnen ontmoeten, zonder in de eis van het loon een grotere verbetering te kunnen meedelen en verzekeren. Dit meerdere zou het bestuur in het ogenblikkelijk verband óók kunnen erkennen in het gelijktijdig verbeteren van de lonen van de bootwerkers, met wie zij thans een gezamenlijke actie hebben...
Voldoening aan de looneisen, gelijk hij gesteld was, bleek dus thans niet meer voldoende, De betoonde toenadering deed het bestuur van de Bond blijkbaar verwachten, dat de werkgevers, in hun angst voor aanhouden en uitbreiden van de staking, wel tot meer bereid zouden zijn ....
Toen hebben de werkgevers de onderhandelingen afgebroken en gaven zij hiervan per advertentie in de dagbladen van 24 juni bericht. Deze loop van zaken Is zeer te betreuren geweest. Wij zouden niet durven ontkennen dat in de eisen, door de zeelieden — naast de looneis — gesteld, geen wensen worden geformuleerd, die bij onderzoek gerechtvaardigd zullen blijken. Maar eveneens weet ieder, hoe moeilijk het hervormen, het opheffen zelfs van misbruiken, gaat en hoe in deze niet zonder gezet onderzoek op verbetering te hopen is. Goed en vooral een krachtig beleid zou op de inwilliging van de looneis zeker een andere houding hebben aangenomen, dan het bestuur van de Alg. Ned. Zeemansbond deed, blijkens zijn antwoord aan de rederijen. Maar in het schrijven van deze laatste is dan toch met zoveel woorden erkend, dat de gestelde looneis niet te hoog en voor inwilliging vatbaar is; een erkenning, die haar waarde behoudt. Ons dunkt, de weg voor de zeelieden is aangewezen. Een oorlog, als thans gevoerd wordt, is geen kinderspel. leder van de partijen mag geacht worden zich bewust geweest te zijn van wat zij als inzet van de strijd op het spel zette. Ook is er de verzekering van de reders, in verband met de niet aanvaarde bemiddeling van minister Talma gegeven, dat zij na beëindiging van de strijd bereid zijn een loonsverhoging opnieuw te overwegen.
Aan deze verzekering — die zoveel steun vindt in de verklaring, welke het schrijven van de heer Van Deinse heeft vastgelegd — zullen de reders gehouden worden. En zij behoren hun woord in te lossen, om als na opheffing van de staking de rust in onze haven is weergekeerd, die rust te bevestigen. Hier staat het publiek, op welks hulp de «arbeiders- besturen, in manifesten, meer dan eens een beroep is gedaan, ongetwijfeld aan hun zijde en het zal zich ook zeker niet onttrekken aan een beweging om het zeemansbestaan aan boord, waar dit thans, wat verblijven en voeding betreft, wordt bepaald door verouderde inzichten, aan betere voorwaarden te doen beantwoorden. Gewonnen zal in elk geval met de staking zijn, dat in brede kring de aandacht gevraagd is voor misstanden op sommige van onze schepen, welke misstanden tot heden niet algemeen bekend waren.
De Stoomvaart Maatschappij Nederland, de Koninklijke Nederlandsche Stoomboot Mij., de Koninklijke Hollandsche Lloyd, de Koninklijke West-Indische Maildienst, de Hollandsche Stoomboot Maatschappij en de Vereeniging van werkgevers op scheepvaartgebied in Noord-Holland brengen bij advertentie in de dagbladen ter kennis van de havenarbeiders te Amsterdam, dat indien de terugkeer van de normale toestand in de haven duurzaam blijkt te zijn, met ingang van 1 oktober het uurloon van bootwerkers wordt verhoogd tot 27½ cent en tot 40 cent voor nacht- en zondagswerk. (opm: verkort weergegeven)


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf Vredenhof te Amsterdam werd gisteren met goed gevolg te water gelaten een stalen motorvaartuig lang 22 meter, breed 4,30 meter en hol 1,65 meter, gebouwd voor rekening van de fa. D. Goedkoop Jr. alhier. Het vaartuig zal worden voorzien van een Kromhout ruwoliemotor van 45 epk. Het bootje is bestemd voor Ned.-Indië.


31 juli 1911


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam – Staking in de haven.
Het aantal stakende zeelieden heeft zich weer aanzienlijk uitgebreid, doordien het stoomschip ZEELANDIA van de Kon. Holl. Lloyd. met een bemanning van omstreeks 150 koppen is binnengevallen, en ook deze bemanning besloten was zich bij de stakers aan te sluiten. Heden in de namiddag zou zij met het (bestuur van de Zeemansbond een vergadering houden, doch dit bestuur twijfelde er niet aan, of ook deze mannen zouden weigeren opnieuw te monsteren. In het laatst van de vorige week is de bemanning van de FRISIA, ongeveer 100 man, van dezelfde maatschappij, de gelederen van de stakers komen versterken, zodat hun aantal nog altijd groter wordt. Sinds de opheffing van de bootwerkersstaking en andere stakingen, wordt van militaire maatregelen minder gemerkt. De meeste detachementen zijn naar hun garnizoenen terug (vandaag vertrok dat van het 1ste reg. infanterie). Alleen de aanwezigheid van de marechaussee herinnert er nog aan, dat alles in de haven nog niet zijn normale gang gaat.
De vertrekken van stoomschepen van de verschillende maatschappijen hebben met volkomen regelmaat plaats. Als bewijs, dat de scheepvaart geen feitelijke storing ondervindt, kan dienen, dat gisteren en heden een groot aantal schepen zijn binnengevallen, nl. de JUNO van de Kon. Ned. Stoomboot Mij., de SCHELDESTROOM, van de Holl. Stoomb. Mij., de CALDER (Goole), de FLORES (Maatschappij Nederland); de NIOBE (K.N.S.M.), de GRANGEMOUTH, de IJSTROOM (Holl. Stoomb. Mij.). Vertrokken zijn de GRANIT naar Newcastle, de MAASSTROOM naar Londen, de ARIE naar Goole, de HARALD naar West Hartlepool, de EEMSTROOM naar Leith en de NEREUS naar Esbjerg. Het besteken van de bootwerkers verliep overal normaal.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf “Kromhout" van de firma H. van Vlaardingen te Gouda, is met goed gevolg te water gelaten een motorboot voor de Stoomzeepfabriek “De Hamer" aldaar en een kanaalschip, groot 500 ton, voor de lieer G. Bekkers te Druten. Daarna worden de kielen gelegd voor twee dergelijke schepen, elk groot 500 ton, voor verschillende rekening.


01 augustus 1911


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De sleepboot ZUIDERZEE, van Rotterdam naar Port Said met sleep, passeerde 29 juli Gibraltar.
De sleepboot MAAS arriveerde 29 juli van Burutu te Las Palmas.


03 augustus 1911


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Staking aan de haven. – Amsterdam.
De stakende zeelieden hebben dinsdag in de Rietlanden op verschillende punten werkwilligen lastig gevallen.
Er bevonden zich troepjes stakers daar, die trachtten alle arbeid willigen, die zich naar de schepen begaven, aan te houden. Er is zelfs weer van een paar gevallen van mishandeling bij de politie aangifte gedaan, nl. door twee schilders, van zekeren J. v. d. R. en diens schoonzoon J. K., beiden wonende in de Van Ostadestraat, en van M.M. uit Den Helder, welke zich naar de terreinen van de Kon. Hollandsche Lloyd begaven en door stakers zijn aangevallen. Voorts zijn door de politie uit trapportalen, alwaar zij werkwilligen opwachtten, enige stakers verwijderd. Dit geschiedde o.m. in de Wagenaarstraat 86 en Celebesstraat 15. De magazijnmeester van de Kon. Holl. Lloyd werd de bedreiging toegevoegd, dat wanneer hij woensdagmorgen enige werkwilligen zou begeleiden, men hem zulks wel onmogelijk zou maken.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 3 augustus. Volgens een telegram uit Singapore, is het Nederlandse stoomschip SRI BLITONG geladen met tin, nabij het eiland Billiton gezonken. De waarde van de lading wordt geschat op GBP 4.500.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Hamburg, 31 juli. Het in Nederland gebouwde Duitse stoomschip LOUISE is aan de reder J.A. Gresstad te Christiaansand verkocht. (De LOUISE is in 1908 te Groningen door Gebr. Bos gebouwd, groot bruto 152 reg.ton, behoorde aan de firma P.P. Schmidt Nachf. te Flensburg).


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Hamburg, 31 juli. Het Nederlandse stoomschip HUNZE IX heeft alhier 2 platen vernieuwd en is naar Groningen vertrokken.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Raad voor de Scheepvaart
De Raad v.d. Scheepvaart te Amsterdam, deed heden uitspraak inzake het kofschip VOORWAARTS, kapitein G. van der Laan. directeur de heer J.J. Onnes alhier. Het schip is, na lek te zijn geraakt door onbekende oorzaak bij Kulle gezonken. De Raad kon de oorzaak in het lek worden niet vinden, is niet overtuigd, dat daarbij aan minder degelijke constructie moet worden gedacht en is van mening, dat de navigatie van het schip niet in strijd was met een goede zeemanschap.


04 augustus 1911


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart
Gisteren heeft de Raad voor de Scheepvaart uitspraak gedaan inzake het vergaan van het kofschip VOORWAARTS, kapitein G. v.d. Laan, welk vaartuig op 29 juni. op reis zijnde van Delfzijl naar Nordköping, onder de Zweedse kust gezonken is. In het Eemskanaal was de VOORWAARTS, terwijl zij door twee paarden gejaagd werd, tegen het remmingswerk van de brug gelopen en daarna naar Delfzijl teruggegaan om te repareren. Vervolgens werd weer zee gekozen. Men had onophoudelijk zwaar weer en last van lekken. Dit werd ten slotte zo erg. dat besloten werd het schip te verlaten, hetwelk kort daarna is gezonken. In zijn uitspraak zegt de Raad de oorzaak van het lekken niet te hebben kunnen bepalen. Aangaande de wijze, waarop de bepalingen in acht zijn genomen, zijn geen opmerkingen te maken.
De Raad constateerde slechts, dat de VOORWAARTS een nieuw schip was, dat op zijn eerste reis zeilende is gezonken.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart, uitspraak kofschip VOORWAARTS
Gistermiddag deed de Raad voor de Scheepvaart uitspraak in de zaak van het stalen kofschip VOORWAARTS, gezagvoerder G. van der Laan, rederij de Naaml. Vennootschap „Voorwaarts" te Groningen.
Dit schip verging op 29 juli (opm: 29 juni) bij Kullen (Zweden), tijdens stormweer. In het schip was n.l. een lek ontstaan en er kwam steeds meer water in het ruim, met het gevolg, dat het schip ten slotte zonk. De Raad uitspraak doende, was tot de overtuiging gekomen, dat het lek worden van het schip veroorzaakt was door de hoge zee en het zwaar zeilen. De Raad vond geen aanleiding om het ongeval te wijten aan minder deugdelijkheid van het materiaal.
(opm: ook in de officiële Nederlandse verlieslijst staat de datum van het zinken van dit schip als 29 juni 1911)


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Staking aan de haven – Amsterdam
Nu de reders te kennen hebben gegeven, dat zij geen bemiddeling wensen, zou er hedennamiddag een bijeenkomst plaats hebben van de samenstellers van het bemiddeling comité en het bestuur van de Zeemansbond, om te overleggen, welke stappen er thans moeten worden gedaan om tot een beëindiging van het conflict te geraken. Aldus werd ons meegedeeld door de heer D. Beerends, van wie de laatste poging tot het tot stand brengen van bemiddeling is uitgegaan.
De bemiddelingscommissie, tot welke heden de heer Wibaut, soc.-dem. lid van de gemeenteraad nog is toegetreden, heeft nog steeds geen contact met de reders gehad, aangezien zij nog niet definitief geconstitueerd is. Ondanks de in de bladen verschenen mededelingen van de directies, dat geen bemiddeling van deze zijde gewenst wordt, zal zij toch de voorgenomen poging niet achterwege laten. Zij stelt zich ook voor, zich tot de commissarissen van de grote maatschappijen te wenden.
Heden is het stoomschip KONING WILLEM III van de Maatschappij Nederland uit Oost Indië teruggekomen. Ook van de bemanning van dit stoomschip verwachtte het bestuur van de Zeemansbond, dat ze niet meer zou monsteren.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart, aanvaring PRINS FREDERIK HENDRIK
Vervolgens stelde de Raad een onderzoek in naar de aanvaring van het stoomschip PRINS FREDERIK HENDRIK van de Kon. West-Indische Maildienst met het Noorse stoomschip NERVION op 1 april in het Engelse Kanaal. Gezagvoerder was kapitein J.P. van den Borden.
Het schip was op weg van Amsterdam naar Suriname en kwam in Het Kanaal bij mistig weer in aanvaring met een vreemd schip, waarop de PRINS FREDERIK HENDRIK achter de brug aan stuurboord liep. Later werd bemerkt, dat van de PRINS FREDERIK HENDRIK de boeg verbogen was, terwijl een aantal platen ontzet werd.
Aan boord van het Nederlandsche schip was geen paniek ontstaan. Te Dover aangekomen, hoorde men dat het Noorse schip gezonken was, de equipage en passagiers waren in boten naar Dover gegaan. De gezagvoerder J.P. van den Borden, die één jaar als gezagvoerder dienst deed, verklaarde, dat het weer op 31 maart licht heiig was. De volgende dag werd de mist dikker. Er werd met een 3 mijl vaart gestoomd.
Tegen 04 uur 50 minuten werden 2 lange stoten op een trompethoorn vernomen. Men stopte de machine, Spoedig verscheen het witte licht van een vreemd schip recht vooruit, terwijl opnieuw signalen op een trompet vernomen werden. Onmiddellijk werd volle kracht achteruit gestoomd, terwijl ook het roer omgezet werd, ten einde nog vrij te lopen, een aanvaring was echter onvermijdelijk...
Er bestaat verschil van mening tussen de gezagvoerder van de NERVION, die beweerd heeft stil gelegen te hebben en de kapitein van de PRINS FREDERIK HENDRIK, die verklaarde dat het Noorse schip bij de aanvaring enige vaart liep. De 2e stuurman M.A.G. Drijver verklaarde, dat de vaart nagenoeg uit de PRINS FREDERIK HENDRIK was, toen de aanvaring plaats had. Vervolgens werden nog gehoord de 1e machinist A. Kleyndorp, en een tweetal matrozen. De uitspraak volgt, later.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Kopenhagen, 31 juli. Door het Seegericht te Nykjöbing is de bergers van het Nederlandse koftjalkschip JEDA, dat 25 maart jl. bij Gjedser op het strand was geraakt, een bergloon van 3.000 Kr. Toegekend, benevens 5% rente, gerekend vanaf de dag van de vordering.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De Nederlandse sleepboot MAAS, met een hekwieler op sleeptouw van Glasgow naar Burutu, is 1 augustus ter bestemming aangekomen.


07 augustus 1911


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 7 augustus. Van de 60 stoomschepen, die tijdens de zeeliedenstaking in de haven alhier, geheel of gedeeltelijk met Duitsers bemand zee kozen, zijn er na het eindigen van deze staking reeds 37 in de haven teruggekeerd. De op deze 37 stoomschepen ten getale van 297 gemonsterde Duitsers zijn onder toezicht van de politie naar hun vaderland teruggekeerd. Geen hunner heeft zich hier blijvend gevestigd.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Staking aan de haven. – Amsterdam.
Er komen nog herhaaldelijk op de zgn. Eilanden, het bootwerkers- en zeeliedenkwartier, ongeregeldheden voor, die niet in onmiddellijk verband staan met de staking, maar haar oorzaak vinden in een zekere driestheid van de lastige elementen in die buurt, die het de politie in verband met de gebeurtenissen op Kattenburg zo lastig mogelijk willen maken.
De opbrenging van een dronken man veroorzaakte zaterdagnacht in de Czaar Peterstraat zo ernstig verzet tegen de politie, dat deze het opdringende en met stenen werpende publiek met de sabel uiteen moest drijven. Later in de nacht, werd naar enige agenten uit de huizen met allerlei projectielen geworpen. De schuldigen konden niet worden- gevonden.
Dat de staking van de bootwerkers te Londen ook in de Amsterdamse haven haar nadelige invloed doet gevoelen, blijkt uit het volgende. Een boot van de Oceaan-Maatschappij, welke binnenkort van Amsterdam vertrekken moest, en reeds een grote lading voor Londen had ingenomen, moest deze weer geheel lossen, omdat dit te Londen toch niet geschieden zou. De boot is nu nog niet vertrokken.
De zgn. Slijm- of verhaalploeg van de Kon. Ned. Stoomboot Mij. is heden in overleg met het bestuur van de Zeemansbond weer aan het werk gegaan, omdat de daartoe behorende mannen niet als zeelui zijn te beschouwen. Hetzelfde geldt voor de schilders van de Kon. Holl. Lloyd.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Londen, 4 augustus. Volgens telegram uit Rio de Janeiro, is aldaar een draadloos bericht ontvangen uit Santos van de kapitein van het Nederlandse stoomschip HOLLANDIA, van Buenos Aires via Brazilië naar Amsterdam bestemd, meldende dat het stoomschip machineschade heeft en hij heden bij aankomst te Rio de Janeiro hoopte te kunnen dokken.


08 augustus 1911


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Staking aan de haven. – Amsterdam.
Pogingen tot bemiddeling. De heer Dirk Beerends deelt ons mee, dat morgenmiddag te 4 uur In het Americain Hotel te Amsterdam, naar aanleiding van enige belangrijke brieven, een bespreking zal worden gehouden welke stappen door het comité van verzoening dienen te worden gedaan, om zo spoedig mogelijk tot een vergelijk te komen, tussen werkgevers en werknemers in het havenbedrijf.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart
De Raad voor de Scheepvaart te Amsterdam heeft gisteren uitspraak gedaan in zake de aanvaring op 1 april jl. ter hoogte van Dover tussen het stoomschip van de Kon. West-Indische Maildienst PRINS FREDERIK HENDRIK en het Noorse stoomschip NERVION, dat gezonken is, nadat de opvarenden zich in de boten in veiligheid hebben gesteld.
De Raad stelt op de voorgrond, dat tussen de overlegde bescheiden en de verklaringen van de opvarenden van de PRINS FREDERIK HENDRIK niet de overeenstemming bestaat, welke behoorde te bestaan om een juist inzicht van het gebeurde mogelijk te maken.
Des morgens kwart voor vijf is volgens de verklaringen van de kapitein en de stuurman de telegraaf op stop gezet. De tweede stuurman zegt daarna, de telegraaf op langzaam te hebben gezet; inderdaad is er halve kracht gestoomd. Ook aangaande de duur van het langzaam stomen kloppen de verklaringen niet met de bescheiden en niet zeker is het, of een trompethoorn, dan wel stoten op de stoomfluit van de tegenligger zijn gehoord.
Deze tegenstrijdigheden behoeven niet te worden aangemerkt als een poging om het voorgevallene te verbloemen, maar wel als een bewijs van gemis van inzicht in het grote belang van het goed bijhouden van de journalen. Vast staat dat er na 4 uur halve kracht is gestoomd; dat er op het horen van een fluitsein gestopt en eerst bij het tweede fluitsein volle kracht achteruit geslagen is.
Drie minuten daarna had de aanvaring plaats, doch de machine heeft toen nog 5 minuten achteruit geslagen. Toch was de voorwaartse beweging toen nog niet uit het schip. Dat de gezagvoerder hiermee geen rekening heeft gehouden, kon voor hem bedenkelijke gevolgen hebben. Hij heeft niet met die matige vaart gestoomd, welke bij dikke mist is voorgeschreven. Terecht heeft hij gestopt, maar daar het schip nog vaart had, had onmiddellijk volle kracht achteruit geslagen moeten worden en had men daarmee niet moeten wachten, totdat een tweede waarschuwingssein gehoord werd.
De door het stoomschip NERVION genomen maatregelen zijn doeltreffend gebleken. De aanvaring is dan ook uitsluitend te wijten aan de te grote vaart, die de PRINS FREDERIK HENDRIK in de dikke mist gelopen heeft.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart
Op 28 juni is tussen Genua en Napels brand ontstaan in ruim 2 van het stoomschip NEPTUNUS, van de Kon. Ned. Stoomboot Mij. Hiernaar heeft de Raad voor de Scheepvaart gisteren een onderzoek ingesteld.
Aan de verklaringen van de heer D. Kat ontlenen wij het volgende: Het gehele schip is elektrisch verlicht; in de ruimen bevinden zich stopcontacten. De belading was ook nu te Amsterdam zowel als te Lissabon en te Oneira geschied onder toezicht van de 1e officier. De brand werd opgemerkt door het slaan van rook uit de kokers, waarop de kapitein de luiken liet openen om de verstikkende rook een uitweg te geven. Met spuiten en het spreiden van natte kleden over de lading is de brand geblust. Het bleek dat de eigenlijke vuurhaard dicht bij het achterschot van ruim 2 was, waartegen vaten vetzuur stonden, hetwelk bestaat uit plantaardige oliën, waaruit de glycerine getrokken is en dat niet voor zelfontbranding vatbaar is. Achter het houten schot staat, met een tussenruimte van 2 dm., een ijzeren schot, dat 1 meter van de ketel staat. De ruimte tussen het ijzeren en het houten schot met slakkenwol opgevuld. Later is er een nieuw houten schot geplaatst op grotere afstand van het ijzeren. Het roken in de ruimen is streng verboden.
De oorzaak van de brand kan getuige niet aangeven. Een deskundige acht het niet ondenkbaar, dat gedacht moet worden aan zelfontbranding van het houten schot in verband met de onmiddellijke nabijheid van de ketel. Brand en waterschade zijn niet groot geweest.
De Raad zal nader uitspraak doen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De Nederlandse sleepboot LAUWERSZEE met een hijsbok op sleeptouw van Rotterdam naar Bahia, arriveerde 4 augustus op de plaats van bestemming.


09 augustus 1911


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Staking aan de haven – Amsterdam.
Gisteren is het laatste schip de MINERVA van de Kon. Ned. Stoomboot Mij. te Amsterdam binnengekomen. Omtrent de houding van de bemanning ten opzichte van de staking, is nog niets bekend.
Poging lot bemiddeling. Gistermiddag, heeft de commissie, inzake de zeeliedenstaking vergaderd. Zij heeft zich geconstitueerd, met mr. J.A. Levy als voorzitter en prof. K. Fruyn als secretaris. Verdere mededelingen had de commissie vooralsnog niet te doen.
Het Hbl. verneemt opnieuw van de directies van de bij de zeeliedenstaking betrokken stoomvaartmaatschappijen, dat van de bemiddelingspogingen niets kan komen; hoe zij ook de goede bedoelingen van de commissieleden en van de samensteller van de commissie waarderen, zij zijn niet bereid op enige bemiddeling in te gaan.
Morgen zal het laatste detachement marechaussees, sterk 21 man, de stad verlaten. Alleen blijven dan nog een aantal veldwachters over, die echter ook wel spoedig naar hun respectievelijke woonplaatsen zullen vertrekken.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Voor Nederlandse rekening is van de werf van de heren L. Smit & Zonen te Kinderdijk te water gelaten een grote baggermolen. De machines enz. worden door dezelfde firma vervaardigd.
Te Raamsdonkveer is van de werf van de firma Wed. D. van Suylekom een voor Belgische rekening gebouwde sleepboot, genaamd RICHARD, van 100 ipk te water gelaten.
De kiel werd gelegd voor een sleepboot van 180 ipk eveneens voor Belgische rekening. De ketels en machines voor deze boten worden geleverd door de N.V. Machinefabriek v/h Schipper & Van Dongen te Geertruidenberg.


10 augustus 1911


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam – De zeeliedenstaking opgeheven.
In een gisteravond gehouden vergadering van de afdeling Amsterdam van de Alg. Ned. Zeemansbond is besloten tot opheffing van de staking en dientengevolge de volgende motie aangenomen:
De vergadering enz. kennis genomen hebbende van het bestaan van een commissie uit de burgerij, welke het verlangen koestert zo mogelijk de beëindiging te bevorderen van de ongeregelde toestand, waarin het zeemansbedrijf te Amsterdam verkeert;
Overwegende, dat het nog enige tijd kan duren voor genoemde commissie een resultaat zou kunnen bereiken;
Overwegende, dat het aantal zeelieden, hetwelk zich bij de staking aansluit steeds groter wordt en daardoor steeds meer geld voor steun nodig is;
Van mening zijnde, dat genoemde commissie nu opheffing van de staking nuttig werk kan verrichten in het belang van de zeelieden;
Besluit de staking op te heffen en hiervan mededeling te doen aan de betrokken stoomvaart maatschappijen.
Vóór de voortzetting van de staking verklaarden zich 234 stemmen en voor opheffing 409, blanco stemmen 39.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam – Na de zeeliedenstaking.
Er valt tot dusverre nog weinig van te zeggen, in hoeverre en hoe lang de staking van de zeelieden, welke twee maanden geduurd heeft, haar nawerking zal doen gevoelen op hen zelven: voor de rederijen brengt de opheffing niet de minste wijziging in de toestand.
De directie van de Kon. Ned. Stoomboot Mij. deelde ons mee, dat vermoedelijk bij haar de zeelieden, die gestaakt hebben, geleidelijk we! weer hun plaat, terug zullen krijgen. Zij achtte het niet waarschijnlijk, dat de meerderheid van de vreemdelingen, de hun plaatsen hebben ingenomen, hier zal blijven. Natuurlijk zullen er enkelen blijven hangen, en zijn er tijdens de staking werkwilligen aangemonsterd, die zich nu blijven opgeven. Ons werd echter verzekerd, dat bij het monsteren niemand de voorkeur zal worden gegeven.
Anders is het bij de Hollandsche Stoomboot Mij. Daar wordt voor ten minste 3 maanden aangemonsterd; de aangenomen werkwilligen voldoen goed, zodat er vermoedelijk wel enige tijd overheen zal gaan, voordat hier alle zeelieden van vroeger weer dienstgenomen zullen hebben. Ook de Maatschappij Nederland en de Kon. Holl. Lloyd zijn voor de eerstvolgende vertrekken voldoende van scheepsvolk voorzien.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Te Bolnes zijn op de werf van Gebr. Pot de kielen gelegd voor drie ijzeren bakken bestemd voor de haven te Port-Said.
Te Lekkerkerk is bij de scheepsbouwmeester de heer T. van Duivendijk te water gelaten een voor Hollandse rekening van staal gebouwde graanlichter, groot ongeveer 500 ton. De kiel werd gelegd voor een dito vaartuig voor dezelfde maatschappij.


11 augustus 1911


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam – De zeeliedenstaking opgeheven.
Het Volk schrijft: Zo is dan gisteren in de namiddag de staking van de Amsterdamse zeelieden opgeheven. Opgeheven op de enige wijze die na het echec van de bootwerkersstaking nog maar mogelijk was: met een volledig verlies voor de arbeiders. Terwijl te Rotterdam en Antwerpen, in Engeland en Amerika de zeeliedenstaking alle geëindigd zijn met vergelijk tussen reders en vakbonden, een vergelijk waarbij de laatsten belangrijke voordelen wisten te bedingen, is daarvan te Amsterdam geen sprake. Er is nog enige hoop, dat het de „verzoeningskommissie", samengesteld op initiatief van de heer Dirk Beerends, gelukken zal iets los te krijgen. Mogelijk zullen de reders, nu de stakers het hoofd in de schoot hebben gelegd, uit eigen beweging het loon wat verhogen. Mogelijk ook niet. Dat moet afgewacht worden. Maar zeker is het wel, dat reeds in de tweede week van de staking minstens zoveel te krijgen was geweest.
De leiders meenden dat toen niet te moeten aanvaarden. Zij hebben eerst heel de anarchistische mikmak: de sympathie-stakingen, de besmetverklaringen, de sabotage, de vossenjacht in werking willen stellen. Het droevig gevolg is het besluit dat gistermiddag genomen moest worden.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Plymouth, 9 augustus. De Nederlandse motor GERRITTINA, kapt. Alberts, van Frederikstad naar Cardigan, die hier 24 juli met schade binnenliep, vertrok heden op sleeptouw van de sleepboot BOARHOUND naar de bestemming, na de schroef ontscheept te hebben.


14 augustus 1911


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Amsterdam, 11 augustus. Volgens alhier particulier ontvangen telegram is het Nederlandse stoomschip ZEESTER nabij Bragerne gestrand. Nadere bijzonderheden ontbreken.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Londen, 11 augustus. Volgens telegram uit Calcutta heeft het aldaar van Java aangekomen Nederlandse stoomschip SOEMBAWA door stormweer diverse schades belopen, de reparatie waarvan op ca. 3.000 roepijen wordt geschat.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Londen, 11 augustus. Het Franse stoomschip FERDINAND DE LESSEPS (ex. STAD HAARLEM) in 1875 te Glasgow gebouwd, is aan Franse scheepsslopers verkocht. Dit stoomschip is bruto 2.742 en netto 1.660 reg. ton groot.


15 augustus 1911


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Calcutta, 11 augustus. Het met suiker geladen Nederlandse stoomschip SOEMBAWA, van Java alhier aangekomen, heeft slecht weer doorstaan, waardoor het dek werd beschadigd. De reparatiekosten worden op 3.000 rupees geschat.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de scheepswerf Zeeland te Hansweert is te water gelaten een stalen kanaalschip, groot circa 700 ton, gebouwd voor rekening van de heer Joz. Mampay te Rumpt (België).


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Te Martenshoek is bij de firma Gebr. G. & H. Bodewes te water gelaten een twee-mast gaffelschoener groot 150 ton voor Duitse rekening. De kielen werden gelegd voor een dito schoener, een sleepboot en twee ewerschepen, alle voor Duitse rekening.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De Nederlandse motorschoener GERRITTINA, met hout van Fredrikstadt, is 10 augustus gesleept te Cardigan aangekomen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Ringkjöbing, 10 augustus. De Svitzer bergingsboot AEGIR is naar het gestrande stoomschip ZEESTER (zie vorig no.) vertrokken.


Krant:

 VCO - Vlissingsche Courant

Vlissingen, 14 augustus. Aan de Koninklijke Maatschappij “De Schelde” alhier is opgedragen de levering van machines en ketels voor het stoomschip ZUID-HOLLAND, welk schip is te water gelaten van de N.V. Scheepswerf v/h J. Smit Czn. te Alblasserdam. De ZUID-HOLLAND zal naar hier worden overgebracht.


16 augustus 1911


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Maassluis, 13 augustus. Het naar Hendrik-Ido-Ambacht bestemde oude oorlogsschip FORMIDABLE, gesleept door de sleepboten ZWARTE ZEE en ROODE ZEE, is beneden deze plaats op de strekdam bij Rozenburg aan de grond gevaren. Sleepboten hebben vergeefs getracht het schip vlot te slepen.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Volgens particulier bericht uit Stralsund is de tjalk ONDERNEMING uit Wildervank, van Stettin met briketten naar Augustenburg bestemd, aldaar binnengesleept met brandende lading, die sedert geblust is. De lading zal vermoedelijk moeten worden gelost.


17 augustus 1911


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De 14e augustus is aan de werf van de N.V. Burgerhout's Machinefabriek en Scheepswerf met goed gevolg te water gelaten de stalen motorboot SPAR XV, in aanbouw voor Hollandse rekening, lengte 25 meter, breedte 4,30 meter, holte 2,60 meter.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Amsterdam, 15 augustus. Het meergemelde stoomschip ZEESTER is vlot gebracht, nadat men 80 ton van de lading gelost had. Schip en machine zijn onbeschadigd.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Maassluis, 15 augustus. De aan de grond zittende sloper FORMIDABLE (zie vorig no.) zal hier gedeeltelijk worden gesloopt om later, als de gelegenheid gunstig is, te worden vlot gesleept. Het schip zit buiten het vaarwater en levert geen gevaar op voor de scheepvaart.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Hr.Ms. torpedojagers WOLF en FRET vertrokken 15 augustus van Nieuwediep naar Oost-Indië.


18 augustus 1911


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Nieuwediep, 16 augustus. Heden heeft met goed gevolg op de rede alhier proef gestoomd het stoomschip BACCHUS, van de Kon. Ned. Stoomboot Mij. te Amsterdam. De behaalde vaarsnelheid bedroeg 11 mijl.


Krant:

 VCO - Vlissingsche Courant

Vlissingen, 17 augustus. Door de Commissaris van de Koningin in Zeeland is vergunning verleend aan de firma F.V. de Groof te Hansweert, tot het vervoer van bruto 1.300 kg dynamiet in patronen, in te voeren van België met het schip ZWALUW, schipper Santifort, en bestemd naar Ritthem. Dit dynamiet dient ter opruiming van het wrak REDWOOD op de rede alhier.


19 augustus 1911


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Delfzijl, 17 augustus. De ijzeren tjalk VERTROUWEN, schipper Smit, van Hamburg naar Munster bestemd, is bij Wangeroog aan de grond geraakt. Volgens rapport heeft het schip belangrijke schade. De lading wordt door een lichter overgenomen.
(opm: zie ook NRC 060911 en NNO 060911)


21 augustus 1911


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

- De Nederlandse sleepboot POOLZEE arriveerde 18 augustus van Rotterdam te Port Said met een baggermolen en een bak op sleeptouw.
- De Nederlandse sleepboot LAUWERSZEE, van Rotterdam naar Bahia, arriveerde 17 augustus te St. Vincent.
- De Nederlandse sleepboot SCHELDE, van Rotterdam naar La Spezia, passeerde 18 augustus Gibraltar.
- De Nederlandse sleepboot ZUIDERZEE vertrok 10 augustus van Malta naar Port Said met twee lichters.


22 augustus 1911


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. De firma Gebr. Pot te Bolnes heeft een steenkolenlichter afgeleverd, genaamd IJMUIDEN, bestemd voor IJmuiden. Deze lichter is 85 meter lang, 10,40 meter breed en heeft een laadvermogen van 850 last.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Van de scheepswerf van de heren Gebr. Jonker te Kinderdijk, is met goed gevolg te water gelaten een sleepkaan, groot plm. 500 ton, genaamd CLASINA MARIA, voor rekening van de heren Verweij en Baelde te Rotterdam.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Hamburg, 18 augustus. Op het Nederlandse zeilschip VOORWAARTS is hier beslag gelegd.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

- De Nederlandse sleepboot NOORDZEE, met een zuiger op sleeptouw, van Rotterdam naar Port Said, arriveerde 10 augustus ter plaatse van bestemming.
- De Nederlandse sleepboot DONAU met twee lichters van Vigo naar Pernambuco, arriveerde 19 augustus te St. Vincent (Kaap Verde). Alles wel.


23 augustus 1911


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de scheepswerf Nicolaas Witsen, van de firma W.F. Stoel & Zoon te Alkmaar, is met goed gevolg te water gelaten een stalen motorsleepboot genaamd MADJOE, lang 51 voet en breed 12 voet en voorzien van een 32 pk motor. De boot is bestemd voor Oost-Indië.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Brake, 18 augustus. Op 23 juli is op de rede van Cuxhaven het Duitse zeilschip MARIE, na aanvaring met het voor anker liggende Nederlandse schip MEMENTO MORI, gezonken. Het Seeamt deze zaak behandelende, kwam tot de overtuiging dat nadat het grootzeil was gezet, het schip door de ebbe en door het uitschieten van de noordenwind niet vrij kon blijven van de MEMENTO MORI. (opm: zie ook RN 270711)


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Volgens een telegram uit Kalmar is de van Harburg met lijnkoeken derwaarts bestemde Nederlandse tjalk HARMINA bij Öland in diep water gezonken. De bemanning werd gered.
(opm: zie ook NRC 130911, AH 130911 en NRC 290911)


24 augustus 1911


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Antwerpen, 20 augustus. Het alhier van St. Petersburg aangekomen Nederlandse stoomschip LEERSUM heeft door slecht weer dekschade belopen, terwijl een gedeelte van de deklast geworpen moest worden.


25 augustus 1911


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Vlissingen, 23 augustus. De Nederlandse petroleumtankboot NEW-YORK, heden namiddag uitgaande, keerde terug en ankerde op de rede met averij aan de ketel; de machinist heeft zich aan het been bezeerd. Het stoomschip wacht op orders van de rederij.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De Nederlandse kotter VOORUIT is binnenkomende nabij de Nieuwehaven aan de grond gevaren, doch zal met wassend water wel weer vlot komen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De Nederlandse sleepboten ZWARTE ZEE en WODAN vertrokken 23 augustus van Barrow in Furness naar Aberdeen, met een droogdok op sleeptouw van 5.000 ton lichtvermogen.


Krant:

 VCO - Vlissingsche Courant

Vlissingen, 24 augustus. Gistermiddag werd met goed gevolg het stoomschip PALEMBANG, in aanbouw voor de Rotterdamsche Lloyd te Rotterdam, van de werf van de scheepsbouwmeesters Bonn & Mees aldaar te water gelaten.
Het schip heeft een lengte van 430 Eng. voeten, een breedte van 54 ft en een holte van 37 ft tot het bovendek. Het heeft drie doorlopende stalen dekken, waarvan het bovenste met teakhout is bekleed. De kajuit bevindt zich in de grote dekhut in de midscheeps, waarop de kapiteinskamer met brug en daarboven de kaartenkamer met tweede commando brug zijn gebouwd. In de zijden, midscheeps achter de dekhut, bevinden zich de hutten voor officieren en machinisten. Het logies voor de matrozen en stokers enz. bevinden zich in het voorschip onder het bovendek. Het schip wordt getuigd met twee stalen paalmasten, die elk van drie laadbomen zijn voorzien, terwijl er nog 6 laadmasten aan boord worden geplaatst met laadbomen waarvan er 1 wordt ingericht tot het lichten van zware stukken.
Op het schip worden nog geplaatst: ankerspil, 13 stoomlieren en 2 kaapstanders. Verder wordt het schip voorzien van een brandblusmachine, van elektrisch licht, enz.
De machines worden vervaardigd door de Koninklijke Maatschappij “De Schelde” te Vlissingen. Het schip en machines worden geclassificeerd in de hoogste klasse van Bureau Veritas.


26 augustus 1911


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Gisteren vertrok van de werf van de N.V. Machinefabriek „Delftshaven" te Rotterdam, de nieuwgebouwde schroef-sleepboot VICTORIA naar Petersburg. De boot is uitgerust met een turbine-stoompomp van 300 kub. meter per uur wateropbrengst, om langs boord liggende schepen te kunnen lenzen, welke pomp tevens kan dienen als brandspuit met ononderbroken straalhoogten tot 50 meter. Als een bijzonderheid dient aangemerkt, dat door een bijzondere bouw van het achterschip het vaartuig op een diepgang van slechts 1 meter, niettegenstaande de middellijn van de stuwschroef 1 meter 40 bedraagt, de machine de volle kracht nuttig kan uitoefenen. Het schip wordt onder Nederlandse vlag, onder eigen stoom naar Petersburg overgebracht.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Hamburg, 24 augustus. Het beslag op de Nederlandse schoener VOORWAARTS gelegd, is opgeheven.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Londen, 25 augustus. Volgens telegram uit Hamburg is de Nederlandse tjalk HENDERIKA met het Engelse stoomschip CREWE HALL in aanvaring geraakt waardoor de HENDERIKA zodanig beschadigd werd, dat het om zinken te voorkomen, aan de grond gezet moest worden.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Christiania, 22 augustus. De Nederlandse schoener VOORWAARTS, kapt. Van der Laan, bij Kullen in 11 vadem water gezonken, is door de bergingsmaatschappij te Moss gelicht en naar Elseneur gebracht.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Vlissingen, 24 augustus. De schade aan de ketel van het stoomschip NEW-YORK wordt door de Maatschappij “De Schelde” op de rede hersteld.


28 augustus 1911


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Helsingborg, 23 augustus. De Nederlandse schoener VOORWAARTS is hier binnengesleept (niet te Helsingör, als gemeld). Het schip zal na lossing dokken.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Amsterdam, 26 augustus. Het Nederlandse stoomschip KONINGIN REGENTES, in 1894 te Greenock gebouwd voor de Stoomvaart Maatschappij Nederland, is volgens Fairplay naar Bombay verkocht, naar verluidt voor ca. GBP 17.000. (opm: zie ook NRC 171011)


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Het tankstoomschip NEW-YORK vertrok 26 augustus van Vlissingen naar New York na volbrachte reparatie.


29 augustus 1911


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart
De Raad voor de Scheepvaart heeft heden uitspraak gedaan inzake de brand aan boord van het stoomschip NEPTUNUS van de Kon. Ned. Stoomboot Mij., midden op de Middellandse Zee op 29 juni jl. De brand, die in ruim 2 ontstaan was, werd met slangen geblust. De Raad is tot de overtuiging gekomen, dat de brand moet worden geweten aan zelfontbranding van het houten schot tussen de stoomketel en het ruim, of van vaten vetzuur, die in dat ruim stonden. Geconstateerd wordt, dat de gezagvoerder Dirk Kat krachtig en oordeelkundig is opgetreden.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De Raad voor de Scheepvaart heeft heden een onderzoek ingesteld inzake het gedeeltelijk verliezen van de deklast door het stoomschip HARALD, kapt. Lucas Veldman, rederij A.C. Lensen, beiden te Terneuzen.
Blijkens door de kapitein voor de Raad afgelegde verklaring, had hij te St. Petersburg hout met deklast geladen voor Newcastle. Het laden was geschied door Russisch werkvolk. Aan dek waren gegoten ijzeren potten, waarin de stutten konden worden geplaatst. De deklast was achter 12½ en voor 12 voet hoog. Het schip had een certificaat voor de houtvaart.
De 10e juli werd St. Petersburg verlaten; alles was behoorlijk gestuwd. Spoedig nadat men in de Noordzee was gekomen, stak een krachtige wind op, die toenam tot een hoge, moeilijke zee, waardoor het schip veel water overboord kreeg.
De 16e juli kwam in de namiddag een zware zee opzetten, waardoor het schip slagzij maakte aan stuurboord, een deel van de achter lading sloeg weg. Een van de masten knapte af en bleef schuin hangen; een gedeelte van de reling en van de kajuit ging mee overboord. De machine werd onmiddellijk stopgezet om op te klaren. Met de overhangende mast is de Tyne in gevaren.
Verschillende leden van de Raad betwijfelden of de lading en stuwage wel in orde geweest zijn, nu gebleken is, dat ze niet tegen het ruwe weer hebben gekund. Uit de officiële cijfers blijkt, dat de windkracht 7 en niet, gelijk de kapitein opgeeft, 8 of 9 is geweest.
De Raad zal later uitspraak doen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van de firma Boele & Pot te Bolnes is te water gelaten de lichter FRED. DRUGHORN 43, lang 100 meter, groot circa 2.300 ton, voor rekening van de firma Fred. Drughorn te Londen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Hamburg, 26 augustus. De Nederlandse tjalk HENDRIKA is voorlopig gedicht en vlot gebracht. Na lossing van de lading zal het vaartuig gerepareerd worden.
(opm: zie ook NNO 260811, daar vermeld als HENDERIKA)


30 augustus 1911


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De sleepboot SCHELDE met een drijvende kraan op sleeptouw arriveerde 28 augustus van
Schiedam te Spezzia. Alles wel.
- De lichter EUROPA arriveerde 28 augustus van Rotterdam te Port Said, gesleept door de sleepboot POOLZEE.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Het alhier te Rotterdam liggende Russische stoomschip ILMARI (ex. Nederl. stoomschip DORDRECHT), groot bruto 1.860 en netto 1.066 reg.ton, in 1891 bij Wood, Skinner & Co. te Newcastle gebouwd, is aan de rederij A.G. Philis te Helsingborg verkocht en zal onder Zweedse vlag PARTOS genoemd worden.


31 augustus 1911


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepstijdingen: Glasgow, vertrokken 29 augustus, KARIMOEN naar Amsterdam.
(opm: eerste reis, aankomst Amsterdam op 1 september)


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Singapore, 3 augustus. Volgens rapport stootte het Nederlandse stoomschip SRI BLITONG, geladen met tin, aan de noordzijde van Billiton op een klip op 24 juli en zonk. Tot 1 augustus was de juiste plaats nog niet gevonden.


01 september 1911


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart
De Raad voor de Scheepvaart behandelde gisteren de aanvaring van het stoomschip RIJNDAM van de Holland-Amerika Lijn met het Engelse stoomvissersvaartuig „Lowestoft 30", op 14 mei ll. in de Noordzee. De gezagvoerder van de RIJNDAM, de heer P. van den Heuvel te Rotterdam, als getuige gehoord, verklaarde dat zijn schip zaterdagochtend 13 mei uit Rotterdam was vertrokken met bestemming naar New-York. De 14e mei, 's namiddags 12.25 uur, kwam de RIJNDAM te Boulogne sur Mer aan, om van daar 's namiddags 03.15 de reis te vervolgen. De gestuurde koers was W. ½ N. magnetisch. 13 mijl werd op deze wijze gevaren. Het weer was helder, 's Avonds te 11.30 werd het echter plotseling dik van mist. Onmiddellijk daarop werd vaart verminderd. Zelfs werd van 11.50 tot 12.07 stop gelegen. Toen het vervolgens geheel opklaarde, werd volle kracht gelopen, terwijl even na twaalven meer westelijk gekoerst werd, teneinde meer uit de wal te geraken. Tot 02.39 werd volle kracht gestoomd. Daarna werd tot 03.50 halve kracht gelopen, omdat het opnieuw mistig was geworden. Te 03.57 werd ineens stop gecommandeerd, wijl een streek of twee aan stuurboord het geluid van een stoomfluit zeer duidelijk werd gehoord. 7 a 8 minuten bleef de RIJNDAM gestopt liggen. Het schip dat met volle kracht 15½ mijl loopt, had toen, naar de schatting van getuige, nog slechts een mijl vaart. Het andere schip gaf voortdurend signalen en ook op de RIJNDAM werd aanhoudend gefloten. Het geluid van het andere schip bleef voortdurend aan stuurboord, een streek of vijf naar stuurboord. Toen het geluid sterker werd en zakken bleef, besloot men op de RIJNDAM van het gevaar af, dus naar bakboord op te gaan. Aan boord van de RIJNDAM, waar scherpe uitkijk werd gehouden, zag men te 04.05, op 300 meter afstand, een schip met wit toplicht en een rood zijlicht. Er werd onmiddellijk „hard stuurboord" gegeven en dadelijk daarop, omdat de RIJNDAM door de verminderde vaart niet draaide, „hard bakboord", wat niet verhinderde dat het andere vaartuig de RIJNDAM aanvoer. Slechts een lichte schok werd gevoeld. De aanvaring had plaats op 50°13½ NB. en 03°10½' WL. Kort na de aanvaring werd het aanvarende schip gepraald. Het bleek de „Lowestoft 30" te wezen. De gezagvoerder van dat vaartuig verklaarde enige averij aan de voorsteven, boven water, te hebben gekregen en stoomde vervolgens weg. De RIJNDAM bekwam geen averij. Namens de „Lowestoft 30" is een plainte bij de Holland-Amerika Lijn ingediend, doch door deze rederij geweigerd. De getuige zegt dat de „Lowestoft 30" niet vissende was, ze liep hard vooruit en had boegwater voor zich uit. Waar zij reeds op 300 meter afstand op de RIJNDAM waargenomen was, heeft zij voldoenden tijd gehad om zodanig te manoeuvreren, dat zij de RIJNDAM vrij liep. Getuige vermoedt dat er tijdens de aanvaring geen volk aan dek van de „Lowestoft 30" is geweest. Als getuigen werden gehoord de tweede machinist, de kwartiermeester en de uitkijk. Nieuwe gezichtspunten leverde dit getuigenverhoor niet op. De Raad zal later uitspraak doen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Schiedam, 30 augustus. De zeewaardige zuiger SOUTH AUSTRALIAN, van de werf Gusto alhier naar Adelaide, is heden van Aden vertrokken.


02 september 1911


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 1 september. Volgens hier ontvangen particulier bericht is de lading briketten van de met brand in Stralsund binnengesleepte tjalk ONDERNEMING gelost en verkocht. Het schip heeft geen schade geleden.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Hamburg, 31 augustus. Het meergemelde Nederlandse zeilschip HENDRIKA, kapt. Schragen, heeft de lading gelost en is ter reparatie naar de Körnische Werft in de Kohlbrand gebracht.


04 september 1911


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Hamburg, 1 september. Het heden hier van Rotterdam binnenkomende Rotterdamse stoomschip BATAVIER VI is in aanvaring geweest met een langszij van het stoomschip GEMMA liggende kaan, die daardoor beschadigd werd. Het stoomschip schijnt geen schade van enig belang geleden te hebben.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Londen, 2 september. Het stoomschip EUTERPE van Marianopel naar Rotterdam, heeft op 30 augustus te Almeria het Franse stoomschip DRUENTLA binnen gesleept. De boot was ontredderd.


06 september 1911


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart
De Raad voor de Scheepvaart heeft gisteren nog in behandeling genomen het ongeval, overkomen aan het tjalkschip MEMENTO MORI, sindsdien verdoopt in VERTROUWEN, schipper en eigenaar H. Smit te Groningen.
Blijkens verklaring van de schipper had hij geen diploma, en had het schip geen door de inspectie afgegeven certificaat, zodat het niet buiten de tonnen mocht varen. Alleen had het een certificaat van de Germanischer Lloyd.
De reis ging met een lading rogge van Hamburg naar Munster en wel over de Elbe, langs het Roode Zand (opm: Roter Sand) en het Elbe vuurschip over de Wadden. Koers werd niet genomen; er werd gestuurd van de ene ton naar de ander naar het noordwesten. De president merkte op, dat deze route niet overal betond is. Op een van de Wadden is het schip gestoten en middendoor gebroken. Volgens de schipper kon deze route niet als zeevaart, doch slechts als binnenvaart beschouwd worden.
De voorzitter gelooft, dat de verdoping van het schip juist heeft plaats gehad om de ambtenaren te misleiden, daar zij de MEMENTO MORI wel kenden en wisten, dat deze geen certificaat van zeewaardigheid had.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Raad voor de Scheepvaart
Voor de Raad v.d. Scheepvaart te Amsterdam werd gisteren behandeld de zaak van het op de Wadden lopen van het tjalkschip VERTROUWEN, de vroegere MEMENTO MORI, schipper H. Smit uit Groningen, op 9 augustus. Dit schip heeft geen certificaat voor de zeevaart en bevond zich met een lading rogge tussen Hamburg en Munster bij de Blauwe Balken, toen het schip op een wad stootte en brak. Deze zeeweg wordt door de assurantiemaatschappijen toegestaan en de schipper vindt, in tegenstelling met de voorzitter, dit een bewijs, dat deze reis nog binnenvaart genoemd kan worden. De voorzitter gelooft, dat de omdoping van het schip juist heeft plaats gehad om de ambtenaren te misleiden, daar zij de MEMENTO MORI wel kenden en wisten, dat deze geen certificaat voor zeevaart bezat. De inspecteur verzocht genade voor recht te doen gelden, daar de schipper beloofd heeft niet meer buiten te zullen varen.


07 september 1911


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart
De Raad voor de Scheepvaart heeft gisteren in behandeling genomen de zaak van de aanvaring op 22 juni op de Nieuwe Waterweg tussen de binnenkomende stoomschepen POTSDAM van de Holland-Amerika-Lijn, kapt. B.C. van Walraven, en de ISKRA, een Italiaanse boot. Dit laatste schip kreeg averij.
Beide liepen vast, doch kwamen spoedig weer vrij.
Het eerste hoorde de Raad gisteren kapt. Van Walraven. Deze verklaarde te 11.40 uur des avonds het lichtschip MAAS ter zijn gepasseerd en te 12.42 uur de Nieuwe Waterweg te zijn binnengestoomd in de lijn van de geleidelichten, welke ineen lagen. Als de machines volle kracht slaan, loopt de POTSDAM 14½ à 15 mijl, halve kracht loopt het schip 10, langzaam 7 mijl. Worden de machines van volle kracht op stop gezet, dan loopt het schip nog 8 à 10 min. vaart.
In de Nieuwe Waterweg werd gestoomd met afwisselende kracht. Het was eb-tij, zware eb. reeds buiten de pieren werd vooruit het heklicht van een ander schip gezien. Er werd toen nog volle kracht gestoomd, doch binnen de pieren werd de vaart verminderd. De diepgang van de POTSDAM was 86 dm.
Zodra getuige zag, dat hij op het schip inliep, nam hij zich voor het voorbij te varen in overleg met de loods. De loods is volgens get. adviseur van de kapitein, doch de kapitein behoudt de verantwoordelijkheid voor de roer-commando's. De ISKRA lag aan de zuidzijde.
De president hield aan kapt. Van Walraven de artikelen 27 en 28 van het reglement voor de Nieuwe Waterweg voor, welke handelen over het voorkomen van aanvaringen. In eerstgenoemd artikel staat, dat een stoomschip, hetwelk een ander stoom- of zeilschip oploopt en voorbij wil varen, dit andere schip aan bakboord moet houden, zodat het langs stuurboord van dit andere schip gaat. In het onderhavige geval had de ISKRA gelegenheid moeten geven om haar voorbij te varen. Het voornemen om voorbij te varen moet het achterste schip kenbaar maken door praaien, roepen, of een aangehouden stoot op de stoomfluit. De POTSDAM heeft twee stoten gegeven.
De kapitein zei, dat dit het gewone signaal van de loodsen is, die trouwens, volgens hem, voor de seinen verantwoordelijk zijn.
Art. 28 schrijft voor, dat indien het voorste schip niet de gelegenheid tot voorbijvaren kan geven, doordat het kan uithalen, het dit te kennen moet geven door herhaalde twee korte
fluitstoten.
De kapitein verklaarde verder, besloten te zijn geweest de ISKRA aan bakboord te passeren, omdat zij de zuidwal bleef houden. Antwoord op de seinen werd niet gegeven. Toen heeft getuige eerst: Stop, daarna: Volle kracht achteruit gecommandeerd, twee fluitstoten gegeven, vervolgens weer volle kracht doorgeslagen en weer twee stoten gegeven, die alle onbeantwoord bleven. Toen besloot getuige aan stuurboord voorbij te varen, daar de andere naar de noordwal opging.
De POTSDAM ging dus naar de zuidwal, waarheen nu de ISKRA ook eensklaps overscheerde, terwijl ze één stoot op de fluit deed horen.
Daar de stoot niet lang was, werd hij gehouden voor een sein, waarmede de instemming werd betuigd met het voorbijvaren aan de zuidwal. Om de aanvaring te voorkomen deed getuige de stuurboord-machine eerst volle kracht achteruit slaan teneinde met de ISKRA mede te draaien, daarna ook de bakboord-machine om de nu onvermijdelijke schok zo licht mogelijk te maken.
Het fluitsein van de ISKRA kan volgens de kapitein, niet anders zijn dan een teken van instemming met het voorbijvaren. Zij had wel een tegenligger, maar deze was nog te ver weg dan dat het sein daarvoor bestemd kon zijn.
Volgens de kapitein bestaat er steeds zekere animositeit tussen de loodsen, wanneer zij elkander willen voorbijlopen.
Voorlezing werd daarna gedaan van de verklaring, afgelegd door de kapitein van de ISKRA. Volgens deze lezing kon de ISKRA niet stuurboord uitwijken, omdat dit door de ondiepte verhinderd werd. Toen de POTSDAM twee opeenvolgende stoten op de fluit gaf, zette de loods de telegraaf op langzaam en werd met één korte stoot het afkomende schip te kennen gegeven, dat de ISKRA dit aan stuurboord zou passeren.
De heer W. Wilton heeft de ISKRA hersteld. Hij verklaarde, dat de kosten NLG 8.500 zijn geweest.
De tweede stuurman van de POTSDAM verklaarde gelijkluidend met de kapitein.
De loods van de ISKRA, de heer Verhagen, heeft uit de twee korte stoten van de POTSDAM opgemaakt, dat zij aan de noordwal wilde passeren. Het uitblijven van antwoord betekent dan, dat voorbijlopen onmogelijk is. Toen de POTSDAM later met een korte fluitstoot seinde, dat zij aan de zuidzijde wilde passeren, antwoordde getuige met twee stoten, dat hij het begreep en bakboord uitging. Toen zag hij recht vooruit een afkomende stomer, waarvoor get. één stoot op de fluit gaf en waarvoor hij stuurboord uitweek, en dat, na gepasseerd te zijn, een korte stoot op de fluit gaf om de POTSDAM te waarschuwen.
Daar ten aanzien van het beantwoorden van de fluitseinen van de POTSDAM door de ISKRA tegenspraak bestaat tussen de verklaring van het commandement van de POTSDAM enerzijds en de loods van de ISKRA anderzijds, werd het onderzoek opgeschort tot vrijdag, wanneer meerdere getuigen van de zijde van de POTSDAM gehoord zullen worden.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Hamburg, 5 september. Het Nederlandse stoomschip ZEESTER is hier lek van Altona aangekomen en op de werf van Wichhorst genomen om nagezien en gerepareerd te worden.


08 september 1911


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De Nederlandse zee sleepboot DONAU, met 2 lichters van Vigo naar Pernambuco, arriveerde 5 september ’s namiddags ter bestemming. Alles wel.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 7 september. Gisteren vertrok van hier naar Montevideo de sleepboot, tevens bergingsstomer HERCULES. Deze werd door de Nederlandsche Scheepsbouw Maatschappij te Amsterdam voor Argentijnse rekening gebouwd.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Buenos Aires, 30 augustus. Volgens alhier ontvangen telegram is de Noorse bark RONA (ex. Nederlandse DE RUYTER), thuis behorende te Mandal, 28 augustus bij Coletta Olivia totaal door brand vernield. De bemanning is gered.


09 september 1911


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Waspik, 8 september. Van de werf van de firma P. & A. Ruitenberg alhier is met goed gevolg te water gelaten het stalen zeilschip EILAND, groot 250 ton, gebouwd voor rekening van schipper E. Hazewindus, alhier.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De sleepboot SEINE, van Rotterdam naar Soerabaja met sleep, passeerde 7 september Gibraltar.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Hamburg, 7 september. Het Nederlandse stoomschip ZEESTER heeft slechts enige klinksels vernieuwd en is gisteravond naar Altona vertrokken om te laden. De volledige reparatie zal later volgen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Antwerpen, 7 september. Het bekende Nederlandse stalen tank-fregat HAINAUT, toebehorende aan de American Petroleum Company te Rotterdam, is aan een Engelse rederij verkocht. Alhoewel het vaartuig de Hollandse vlag voerde, werd het toch als een Belgische bodem beschouwd. Dit schip was een echte kweekschool voor de Belgische varenslui en het getal zeeofficieren die op de HAINAUT hun leertijd hebben gedaan, is zeer groot. Voornoemd schip, dat steeds met petroleum van New York op Antwerpen voer, werd in 1887 te Barrow gebouwd en is groot bruto 1.783 en netto 1.734 reg.ton.


10 september 1911


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Nieuwediep, 9 september. Ter rede van Texel heeft het nieuwe stoomschip AMOR van de Kon. Ned. Stoomboot Mij. heden proef gestoomd. Het schip heeft zeer goed voldaan en liep, geheel geladen, ca. 11 mijl. De reis werd daarna dadelijk voortgezet naar de Middellandse Zee.


12 september 1911


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart
De Raad voor de Scheepvaart heeft heden uitspraak gedaan in de zaak van het stoomschip HARALD van de Maatschappij Stoomschip Harald, gezagvoerder L. Feldmann.
(opm: kapt. Lucas Veldman).
Van dit stoomschip is op de reis van St. Petersburg naar Grimsby op de Noordzee een gedeelte van de deklast overboord gegaan, waardoor de mast is afgebroken, een gedeelte van de reling vernield en verschillende scheepsbenodigdheden verloren zijn gegaan. Het onderzoek heeft ingevolge de tijdens het onderzoek van de Raad gegeven beschikking ook gelopen over de vraag of het ongeval is te wijten aan een daad of nalatigheid van de kapitein. Het vermoeden van de Raad als zouden het ballasten en stuwage te wensen hebben gelaten, is door het onderzoek niet bevestigd. De Raad heeft geen verklaring kunnen vinden van het feit, dat op 15 en 16 juli het schip zware slagzijde te loevert heeft gemaakt en zichzelf weer opgericht heeft. De schuld hiervan kan daarom niet aan de kapitein worden gegeven, hoewel het voor deze aanbevelingswaardig is gebleken zich meerdere kennis omtrent de inrichting van een schip eigen te maken en maatregelen te nemen, waardoor hij in de toekomst beter kan weten hoe in moeilijke omstandigheden te handelen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart
Voorts heeft de Raad uitspraak gedaan inzake het ongeval overkomen aan de zeilaak L'ESPOIR DE L'AVENIR, schipper en eigenaar A. Karssies te Rotterdam. Op verschillende reizen heeft dit schip min of meer zware averij belopen; op 4 december braken in de Oostzee beide zwaarden en op 24 januari ter hoogte van Norderney het roer. Op een volgende reis had het schip zware averij aan zeilen en tuigage.
Het is de Raad gebleken, dat de gezagvoerder de eerste beginselen van theoretische zeevaartkunde vreemd zijn; o.a. heeft hij geen begrip van het bijhouden van het journaal.
Niet gebleken is echter, dat de ongevallen het gevolg zijn van onkunde in praktische zin.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Zaterdag (opm: 9 september) is van de werf Gusto alhier met goed gevolg te water gelaten de stalen romp van een zelfstomend zuigbaggervaartuig met persinrichting van de Nederlandse Regering. Het vaartuig zal geheel elektrisch verlicht worden en de naam dragen van JAVA. Na voltooiing zal het schip onder eigen stoom de reis naar zijn bestemming (Soerabaja) ondernemen.


13 september 1911


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart
De Raad voor de Scheepvaart heeft gisteren uitspraak gedaan inzake het vergaan in het Engelse Kanaal op 14 april jl. van het sleepschip HANSWEERT II, kapt. J. v.d. Lip te Oostzaan, rederij N.V. Hansweert II, directeur C. Noels te Hansweert.
Op reis van Rotterdam naar Hodeida, waarheen het schip verkocht was, is het schip ter hoogte van Eddystone op een onbekend gebleven voorwerp gestoten, waardoor de privaatbuis buitenboord is afgebroken, en daarna gezonken.
Het onderzoek heeft ook gelopen over de vraag, of het zinken het gevolg is geweest van een opzettelijke daad, of van een nalatigheid van de kapitein en de machinist, gezamenlijk of afzonderlijk, en is deze, hangende het onderzoek, hun bevoegdheid ontnomen om als gezagvoerder, resp. machinist, op enig Nederlands zeeschip te varen.
Het onderzoek heeft de Raad niet in staat gesteld zich een oordeel over de oorzaak van het zinken van het schip te vormen. Niemand heeft het gat gezien, vermoedelijk omdat allen het hoofd kwijt zijn geweest, en de meest voor de hand liggende maatregelen tot behoud van het schip verzuimd zijn.
Vaststaat dat de "waterdichte" schotten niet waterdicht zijn geweest: Waren zij dit wel geweest, dan was het schip drijvende gebleven. Nu moge de inspecteur van het Bureau Veritas terecht beweren dat schepen, niet gebouwd onder speciaal toezicht van dit bureau, onmogelijk aan alle gestelde eisen kunnen voldoen, toch dient vast te staan, wil men enige waarde aan het classificeren hechten, dat geklasseerde schepen inderdaad zeewaardig zijn. Het feit, dat de HANSWEERT II geklasseerd is voor de kleine kustvaart, brengt hierin geen verandering.
Waar de ambtenaar van de Scheepvaartinspectie wist dat het Bureau Veritas de waterdichte schotten niet had beproefd, lag het op zijn weg dit wel te doen, wat niet is geschied.
De wijze waarop de privaatbuis buitenhuids bevestigd was, verdient geen aanbeveling. In het algemeen moet de ramp worden toegeschreven aan mindere zeewaardigheid. Enig opzet is niet aan het licht gekomen; evenmin enig opzettelijk verzuim. De machinist heeft tekort geschoten in zijn plicht.
De kapitein blijft echter het verwijt, dat hij de machine niet onmiddellijk heeft doen stoppen en niet getracht heeft het gat aan de buitenzijde te stoppen; voorts dat er na die stoot van gezag aan boord geen sprake is geweest; van een en ander is het zinken het gevolg geweest.
Deswege wordt de kapitein zijn bevoegdheid om als schipper op enig Nederlands schip als bedoeld in art. 2 van de schepenwet te varen, voor de tijd van 6 maanden ontnomen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart
De Raad heeft gisteren een onderzoek ingesteld inzake het vergaan op 20 augustus bij de lichttoren Öland van het tjalkschip HERMINA (opm: HARMINA), schipper en eigenaar G. Bakker te Wildervank. Deze verklaarde dat hij, behalve zijn vrouw en kinderen, 4 man aan boord had, van wie te Holtenau één gedeserteerd is. De reis ging met een lading sojabonen van Harburg naar Kalmar. Bij Sannhammer is geen vierstreeks peiling genomen, omdat het goed weer was; de kapitein kon het trouwens niet. Daarna heeft hij oost-half-oost kompas gekoerst, wind noord. Het schip stootte op een naar het gevoel te oordelen vast voorwerp midscheeps. De kapitein was toen alleen aan dek. Voor en achter waren geen lekken, doch het schip maakte water, getuige weet niet waardoor. Het ruim is eerst 1 uur na het stoten onderzocht. De pompen konden het water niet bijhouden; de noodvlag werd gehesen, doch er kwam geen hulp, zodat het schip verlaten werd met achterlating van de papieren. Een noodhaven kon niet bezeild worden, ten gevolge van windstilte.
Op een vraag van de inspecteur, de heer Schaap, verklaarde de kapitein, dat zijn schip verzekerd was voor NLG 8.000. Dit heeft hij ook bij het voorlopig onderzoek verklaard. De inspecteur zei daarna dat hem bij onderzoek gebleken is dat het schip voor NLG 8.700 verzekerd is, waarop de kapitein zei dat hij gesproken over groot NLG 8.000.
De Raad zal nader uitspraak doen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart
De Raad onderzocht vervolgens de scheepsramp overkomen aan het stalen tjalkschip HARMINA, gebouwd bij Van der Werff te Stadskanaal en vergaan op 20 augustus jl. nabij de lichttoren van Öland. Schipper-eigenaar is Geert Bakker te Wildervank. De schipper, als eerste getuige gehoord, verklaart met de HARMINA reeds tien jaren te hebben gevaren. Het schip had een lading van 100.000 kg. lijnkoeken weggevoerd en daarna te Harburg sojabonen ingenomen. Te 9 augustus vertrok men met de nieuwe lading uit Harburg naar Kalmar in Zweden. De equipage bestond uit drie volwassenen en een jongen. Ook waren 's schippers vrouw en twee kinderen aan boord. Zondagochtend 20 augustus omstreeks 3 uur, toen de HARMINA in zicht van de vuurtoren van Öland koerste, werd een stoot gevoeld. Na die stoot bleek het schip water te maken. Men kon echter het lek niet vinden. Men hees de noodvlag en eerst in de namiddag werd de sloep gestreken. Even nadat het schip verlaten was zonk het in de diepte weg. Scheepspapieren werden niet gered. Het schip was volgens de verklaring van de eigenaar verzekerd voor NLG 8.000, volgens verklaring van assuradeuren voor NLG 8.700. De scheepsjongen Addeke Joost, als getuige gehoord, is 15 jaar oud en reeds anderhalf jaar lang is hij op de HARMINA. Zijn verklaringen komen overeen met wat de gezagvoerder heeft meegedeeld. De uitspraak zal later plaats hebben.


14 september 1911


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Raad voor de Scheepvaart
De Raad voor de Scheepvaart te Amsterdam, heeft uitspraak gedaan in de reeks van ongevallen overkomen aan de zeil-aak L'ESPOIR DE L'AVENIR, schipper-eigenaar A. Karssies uit Rotterdam.
Het schip verloor op 4 december jl. onder de Zweedse kust beide zwaarden, 24 januari bij Norderney brak het stuurwerk, 5 april gingen de stagfok en de kluiver alsmede een zwaard verloren en 25 juni kwam bij Woolwich het roer aan de grond.
De Raad is van oordeel dat het de gezagvoerder niet ontbreekt aan praktische zeevaartkunde, doch dat hem alle kennis omtrent richting, bijhouden van het journaal evenzeer als de elementaire theoretische zeevaartkunde ontbreken. De voorgekomen ongevallen zijn niet te wijten aan daden of nalatigheden van de gezagvoerder.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De sleepboot OOSTZEE met één en de sleepboot POOLZEE met twee oude Portugese oorlogsschepen vertrokken 11 september van Lissabon naar de Theems.


15 september 1911


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De sleepboot OCEAAN met een lichter en twee ferry bootjes op sleeptouw van Rotterdam naar Santos, arriveerde 12 september te Las Palmas.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Hr.Ms. torpedobootjagers WOLF en FRET, onder bevel van de luitenant ter zee 1ste klasse A.J. Breda Kleynenberg, zijn 13 dezer van Malta vertrokken.
Het lag in het voornemen van genoemde commanderende officier om als eerstvolgende bestemmingsplaats Suez aan te doen.


Krant:

 VCO - Vlissingsche Courant

Vlissingen, 14 september. Het nieuw gebouwde stoomschip ZUID-HOLLAND, gebouwd voor de Scheepvaart- en Steenkolen Maatschappij te Rotterdam, dat aan de werf van de Koninklijke Maatschappij “De Schelde” alhier machines en ketels heeft ingebouwd, heeft hedenmorgen de kompassen gesteld en is daarna de proeftocht gaan houden, waarna het schip naar Newcastle vertrekt.


16 september 1911


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de scheepswerf Nicolaas Witsen, van de firma W.F. Stoel & Zoon te Alkmaar, is met goed gevolg te water gelaten een stalen inspectiemotorboot genaamd BOVEN-MAAS. De boot is lang 53 voet, voorzien van een 42 pk 4-cilinder motor en gebouwd voor rekening van de Rijkswaterstaat ten behoeve van de dienst op de rivier de Maas in de provincie Limburg.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Voor rekening van de firma Wm. H. Müller & Co. te Rotterdam, is met goed gevolg op de werf van Gebr. Pot te Bolnes te water gelaten een stalen motorboot LUIK No. 2.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De Nederlandse stalen schoener ATLANTIC, gevoerd door kapt. Kramer, groot 181 bruto, 147 netto ton, in 1904 gebouwd, is naar Rusland verkocht.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Te Kinderdijk is woensdag (opm: 13 september) overleden de heer Jan Smit Jzn., opzichter van de N.V. J. & K. Smit’s Scheepswerven en president commissaris van L. Smit & Co’s Sleepdienst.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Jan Smit Jzn. †
Woensdagmiddag is te Kinderdijk, op 87 jarige leeftijd, overleden de heer Jan Smit Jzn., een van de meest waardige vertegenwoordigers van het geslacht der Smitten, dat voor ons land op industrieel en scheepvaartgebied steeds van zo grote betekenis is geweest. Er zou een hele reeks van ondernemingen en verenigingen te geven zijn waarvan de overledene, die nog op het laatst van zijn leven verstandelijk even fris bleef en een onvermoeide belangstelling voor alles bleef behouden, zijn krachten heeft gewijd. Volstaan wij dus met de mededeling dat hij de grondlegger is geweest van het bekende scheepsbouw etablissement van J. en K. Smit aan de Kinderdijk en als zodanig een revolutie op scheepsbouwgebied heeft meegemaakt, waaraan hij zich steeds heeft weten aan te passen, zodat als b.v. ons land thans in de lande een wereldreputatie heeft op het gebied van baggermateriaal, dit ook niet in het minst aan zijn arbeid is te danken. Aan zijn werf werden ook de bekende sleepboten van L. Smit & Co. vervaardigd. Ook deze onderneming had hij aan zijn hart gesloten, daar hij het was die met de andere vertegenwoordigers van de familie Smit indertijd de sleepbootonderneming, waarvan Fop Smit de grondslag had gelegd, overnam. Hij bleef daarbij, toen de onderneming zich zo uitbreidde dat er een naamloze vennootschap van gemaakt moest worden, commissaris, sinds 1903 president-commissaris.
Evenzeer was hij tot voor kort president-commissaris van de Nederlandsche Stoombootrederij, de bekende passagiersdienst op de Rijn. Ook de schepen van deze dienst werden aan zijn werf vervaardigd.
Herhaaldelijk voorzitter van de Vereniging tot Behartiging der Stoomvaartbelangen in Nederland heeft hij als zodanig besliste invloed geoefend op de wetgeving met betrekking tot de binnenvaart. Ook als mens stond de overledene al hoog; hij steunde alles wat naar zijn mening steun behoefde, was een werkgever, die bij zijn personeel hoog gewaardeerd werd. Vooral onder dezen en onder de velen, die hij steunde met middelen, moet zijn heengaan ontzaglijk worden gevoeld.
De Regering eerde zijn verdiensten door hem achtereenvolgens te benoemen tot Ridder in de Oranje Nassau Orde en tot Ridder van de Nederlandse Leeuw.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Amsterdam, 16 september. De Raad voor de Scheepvaart behandelt 19 september. het stranden op 18 augustus. nabij Mensenerland van een tjalkschip HOOP OP ZEGEN, schipper-eigenaar H. Pilon van Appingedam. Als dan wordt tevens uitspraak gedaan inzake de MEMENTO MORI.


Krant:

 VCO - Vlissingsche Courant

Vlissingen, 15 september. Het stoomschip ZUID-HOLLAND, hetwelk aan de werf van de Koninklijke Maatschappij “De Schelde” alhier van machines en ketels is voorzien, heeft gisteren (opm: 14 september) op de rede alhier met goed gevolg proef gestoomd.


19 september 1911


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Cuxhaven, 18 september. Zondagnacht is het Nederlandse stoomschip HEBE in aanvaring geweest met de voor anker liggende Deense schoener CLIO, waardoor laatst genoemd schip de boegspriet verloor. (opm: zie ook NRC 200911, Deense LYØ met thuishaven Thurø)


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Aan de Rotterdamsche Droogdok Maatschappij wordt woensdagnamiddag (opm: 20 september) te 02.30 uur te water gelaten het schroefstoomschip KAMBANGAN, in aanbouw voor de Stoomvaart Maatschappij Nederland.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Van de werf van de Gebr. Van der Windt is de vorige week met goed gevolg te water gelaten een sleepboot, gebouwd voor rekening van de Naamloze Vennootschap Antwerpsche Sleepdienst, president de heer Armand Grisar te Antwerpen. De machines worden geleverd door de Alblasserdamsche Machinefabriek.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Nieuwediep, 16 september. Het Nederlandse stoomschip CALYPSO, gezagvoerder L. Posthumus, van de Kon. Ned. Stoomboot Mij. te Amsterdam, gebouwd door de Nederlandsche Scheepsbouw Mij. te Amsterdam, heeft heden ter rede van Texel proef gestoomd en zeer goed voldaan. De behaalde vaart bedroeg ruim 11 mijl. Na afloop van de proeftocht heeft het schip zijn eerste reis aanvaard naar de Middellandse Zee, met eerste bestemming Tunis.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De sleepboot NOORDZEE, met twee oude Portugese oorlogsschepen op sleeptouw, vertrok 16 september van Lissabon naar de Theems.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Raad voor de Scheepvaart
De Raad voor de Scheepvaart te Amsterdam behandelde de zaak van het tjalkschip HOOP VAN ZEGEN, schipper-eigenaar H. Pilon te Appingedam. Het schip vertrok 10 augustus met dakpannen van Makkum naar Idsehoe (opm: Itzehoe), 18 augustus kwam het bij Mensinger Oltooy aan de grond. Pogingen van een sleepboot om het schip af te trekken, mislukten. Nadat 8.000 pannen overboord waren geworpen, gelukte de wegsleping. Twee getuigen werden gehoord. De schipper en zijn broer, de stuurman.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

De Raad van Tucht deed heden uitspraak in zake van het schip HERMINA, schipper-eigenaar Geert Bakker van Wildervank, dat vergaan is op de 20e augustus bij de lichttoren op Öland. De Raad besliste, dat het ongeval niet aan onbekwaamheid van de schipper is toe te schrijven, maar dat het waken van twee man 's nachts noodzakelijk is.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 19 september. De zeetjalken AVONTUUR, kapt. Sloots, bestemd van Harburg naar Utrecht en HENRIËTTE, kapt. S. Balk, van Apenrade naar Rotterdam, alhier binnen gekomen, zullen door zee hun verdere reis vervolgen vanwege de lage waterstand
binnenlands.


Krant:

 VCO - Vlissingsche Courant

Vlissingen, 18 september. De Commissaris van de Koningin in Zeeland brengt ter kennis van belanghebbenden, dat de wrakken van de Belgische loodsschoener No. 15 en van het Engelse stoomschip REDWOOD, welke in de Sardijngeul voor Vlissingen gezonken waren, zijn opgeruimd, zodat de vaart door die geul thans weer ongehinderd kan plaats vinden.


20 september 1911


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Brunsbüttelkoog, 18 september. De met oliekoeken van Zaandam naar Neufahrwasser bestemde Deense schoener LYØ is met een Nederlands stoomschip (Zie HEBE, avondblad C, 19 september) in aanvaring geweest, waardoor het voortuig van de schoener werd beschadigd. Het schip werd alhier binnengesleept.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Londen, 18 september. Volgens telegram uit Lynn heeft het Nederlandse stoomschip HERMINA, heden van Rotterdam aldaar aangekomen, in de nacht van 16 op 17 september op de hoogte van de Nieuwe Waterweg lichte schade belopen aan bakboordzijde door aanvaring met een onbekend gebleven schip.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De sleepboot DONAU vertrok 9 september van Pernambuco naar de Kaap Verdische Eilanden.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De sleepboot LAUWERSZEE, van Spanje naar Bahia met sleep, arriveerde 17 september te St. Vincent (K.V.).


21 september 1911


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De Nederlandse tjalk HENDERIKA heeft gerepareerd en is van hier vertrokken. (opm: zie ook NNO 260811, is daar ook vermeld als HENDERIKA, zie ook RN 290811 en RN 020911)


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Aan Wilton’s Machinefabriek en Scheepswerf is aangekomen het nieuwe voor deze naamloze vennootschap gebouwde droogdok. Het is een zelfdokkend droogdok, 4.500 ton lichtvermogen, lengte 420 voet, breedte 81 voet, gebouwd uit drie delen, waarvan elk deel door 1 van de beide andere gedokt kan worden. Elke afdeling wordt elektrisch gedreven, terwijl de pompen in staat zijn het dok met schip in ruim 1 uur op te pompen.
Het dok is zaterdagmiddag van de Tyne vertrokken en arriveerde hedenmorgen aan Wilton’s werf, waar direct is begonnen met vastmeren, terwijl het plan bestaat er de volgende dag het stoomschip BELFAD in te dokken en de beproeving met dit stoomschip te doen plaats hebben. Het dok werd gesleept door de firma L. Smit & Co. met de sleepboten ZWARTE ZEE en WODAN.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Hr.Ms. torpedobootjagers WOLF en FRET, onder bevel van de luitenant ter zee 1ste klasse A.J. Breda Kleynenberg, zijn 19 dezer te Suez aangekomen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Hr.Ms. ZWALUW van Vlissingen naar Ned.-Indië arriveerde 19 september te Port Said.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Antwerpen, 19 september. Het van Riga alhier aangekomen Nederlandse stoomschip EUGENIE heeft volgens rapport in de Dwina aan de grond gezeten en is met assistentie vlot gekomen. Op reis naar hier heeft het stoomschip door stortzeeën schade aan de brug belopen en men vreest dat er enige deklading overboord is gespoeld.


22 september 1911


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 22 september. Het stoomschip TEUTONIA van Wm. H. Müller & Co’s Algemeene Scheepvaart Maatschappij te Rotterdam, in 1892 door de firma Ropner & Son te Stockton gebouwd, groot bruto 3.199 en netto 2.066 reg.ton is, naar wij vernemen, naar Italië verkocht. Heden is dit stoomschip onder Italiaanse vlag en de naam MATELOT naar Swansea vertrokken.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Eergistermiddag (opm: 20 september) om tien minuten voor drie uur werd aan de Rotterdamsche Droogdok Maatschappij met goed gevolg te water gelaten het schroefstoomschip KAMBANGANG, in aanbouw voor de Stoomvaart Maatschappij Nederland te Amsterdam.
De afmetingen van het schip zijn 430 voet bij 55 bij 29.6. Het laadvermogen bedraagt 8.650 ton. Het schip is voorzien van een doorlopend shelterdeck en hoofdzakelijk ingericht voor de vrachtvaart. Het zal worden voorzien van triple expansie stoomwerktuigen, eveneens in aanbouw bij de Droogdok Maatschappij met een vermogen van 4.150 ipk, waarmee een snelheid bereikt zal worden van 12¾ mijl.
De stoom wordt geleverd door twee dubbele en twee enkele ketels. Voorts wordt het schip voorzien van alle moderne inrichtingen, tegenwoordig voor een vrachtschip van deze grootte wenselijk. Het schip wordt gebouwd voor Lloyds hoogste klasse en onder toezicht van de heer M.A. Cornelissen, ingenieur te Amsterdam.
De gebruikelijke ceremonies bij de tewaterlating werden vervuld door mevrouw Cornelissen.
Onmiddellijk na de tewaterlating werd de kiel gelegd van het tankstoomschip MIJDRECHT.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De schade aan het stoomschip HERMINA wordt te Kings Lynn hersteld. Hedenavond keert het stoomschip naar Rotterdam terug.


23 september 1911


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

St. Nazaire, 20 september. Het Nederlandse stoomschip LAURA, van Rotterdam alhier aangekomen, is bij het ingaan van de haven tegen een van de sluisdeuren gevaren; meerdere platen van het stoomschip zijn verbogen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Delfzijl, 23 september. De sleepboot VOORUITGANG II (voorheen ANNA MEIKA) alhier is voor een geheime prijs naar Hamburg verkocht, om verder te San Paulo in Zuid Afrika in dienst te worden gesteld.


24 september 1911


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Wellington (N.Z.), 22 september. De Deense schoener CARLA (groot ruim 300 ton) is te Wanganui gestrand en zal waarschijnlijk totaal wrak worden.
(opm: ex-VOORLICHTER, gebouwd in 1902, later vlot gebracht en weer in de vaart)


25 september 1911


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Cuxhaven, 23 september. Aan boord van de Nederlandse tjalk ALBERTINA is de bemanning aan het muiten geslagen. Zij dreigden de kapitein in de Elbe te zullen werpen. De gezagvoerder kon de hulp van een juist passerende douanekotter inroepen, die direct hulp bood. Twee beambten van die kotter begaven zich aan boord en namen de raddraaier gevangen. De gezagvoerder had zich inmiddels in zijn hut gebarricadeerd.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlissingen, 25 september. De nachtboot MECKLENBURG van de Stoomvaart Maatschappij Zeeland, zaterdagnacht van hier vertrokken, is gisterochtend op de pier te Folkestone gelopen en werd daardoor ernstig aan de voorsteven boven de waterlijn beschadigd. De boot is hier hedenochtend toch nog aangekomen, doch zal voor enige tijd uit de vaart worden genomen ter reparatie.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de scheepswerf van Gebr. G. & H. Bodewes te Martenshoek, werden met goed gevolg te water gelaten een stalen sleepkaan, groot 600 ton voor Belgische rekening en twee ewerschepen voor Duitse rekening.
De kielen werden gelegd voor een zee-sleepboot met compoundmachine van 250 ipk en een gaffelschoener, groot 150 ton, beide voor Duitse rekening, terwijl de kiel zal worden gelegd voor een 3-mast schoener voor rekening van de heer J. Mulder te Groningen.
Tevens werd aan bovengenoemde firma de bouw opgedragen van een stalen 3-mast motorschoener voor Deense rekening. De R.O. (opm: ruw olie) motor van 80 pk zal geleverd worden door de motorenfabriek Kromhout te Amsterdam, terwijl de motorhijsinrichting geleverd zal worden door de N.V. Machinefabriek Fulton te Sappemeer.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Zaterdag jl. werd van de werf “De Merwede” van de firma Van Vliet & Co. te Hardinxveld, met zeer goed gevolg te water gelaten de stalen sleepkaan No. 96, lang 80, breed 10,30 en hol 2,50 meter, groot plm. 1.500 ton, gebouwd voor rekening van de firma L. Backer & Co. te Rotterdam. De kiel werd gelegd voor een dito sleepkaan, No. 98, voor rekening van dezelfde firma; alsmede de kiel voor een zeestoomschip No. 97, lang 17’2” x 28’0” x 13’5” van het well deck type, voor rekening van een Engelse firma.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Raad voor de Scheepvaart
Daarna ging de Raad over tot het onderzoek in de zaak van het tjalkschip HOOP OP ZEGEN (schipper en eigenaar H. Pilon te Appingedam), dat op 18 augustus strandde nabij Meusener Oldoog.
Op 1 augustus vertrok de HOOP OP ZEGEN met een lading dakpannen van Makkum naar Itzehoe aan de Elbemond. Ter hoogte van Wangeroog werd het weer zo onstuimig, dat het schip op het strand liep. De volgende dag trachtte de schipper om de noord weg te komen, doch de wind maakte dit onmogelijk, zodat men om de zuidwest moest gaan.
Langzamerhand werd het zo heiig, dat men de bakens niet meer zien kon; na enige tijd kwamen zij echter weer aan bakboord in het zicht. Later bleek dat die bakens maar tijdelijk waren neergezet, ten behoeve van sleepboten, die takkenbossen aanbrachten voor reparatie van de kribben. omdat het water steeds dieper werd, achtte de schipper het raadzaam op die bakens af te sturen. In de nabijheid daarvan werd het water plotseling veel minder diep. De schipper trachtte het schip overstag te krijgen, maar dit luisterde niet meer. Het stiet met het achterschip tegen de grond en maakte dadelijk water. Er stond een hoge zee bij NW wind, waarom de nood vlag gehesen werd. Een sleepboot kwam te hulp, maar de trosketting brak. Men wierp toen 8.000 dakpannen over boord en eerst daarna gelukte het aan de sleepboot de HOOP OP ZEGEN in behouden haven te brengen.
De schipper weet het ongeval aan slecht zicht en aan onbekendheid met de tijdelijke bakens. Bovendien achtte hij het niet onmogelijk dat de bakens, die anders de goede weg aangaven, door het zware weer waren weggeslagen. De HOOP OP ZEGEN was voor NLG 4.000 verzekerd en niet geklasseerd. Uitspraak volgt later.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De sleepboot OOSTZEE arriveerde 21 september van Lissabon te Londen met een oud oorlogsschip.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

St. Nazaire, 20 september. Het van Rotterdam komende Nederlandse stoomschip LAURA is tegen een sluisdeur gelopen en heeft daardoor schade bekomen aan verscheidene platen.


26 september 1911


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Het stoomschip TROMPENBERG, dat heden van Mesen naar Amsterdam passeerde, heeft door storm een deel van de deklast gezaagd hout verloren.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Londen, 24 september. De Nederlandse sleepboot SCHELDE, 12 september van Schiedam met de drijvende kraan No. 415 op sleeptouw naar Spezia vertrokken, is te Falmouth uit zee teruggekeerd, rapporterende dat de kraan op 46° NB en 06° WL (Golf van Biscaye) was omgeslagen en gezonken. De bemanning is gered.


27 september 1911


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Londen, 25 september. Volgens telegram uit Singapore, is het Nederlandse stoomschip JAPARA van de Kon. Paketvaart Mij., aldaar aangekomen met lekkage in het voorschip en vermoedelijk schade aan de lading, hebbende aan de grond gezeten in de Soegistraat. Het schip zal in het dok worden nagezien.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De sleepboot H.A.M. 7 van Dordrecht naar Soerabaja vertrok 19 september van Algiers.


28 september 1911


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

New York, 25 september. Het Engelse stoomschip MISTER heeft schade belopen door aanvaring met het Nederlandse stoomschip COPPENAME. (van de K.W.I.M.)


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De Nederlandse sleepboot THAMES, met een baggermolen en een bak op sleeptouw, van Rotterdam naar Soerabaja, arriveerde 26 september te Port Said. Alles wel.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De drijvende kraan No. 415, van Rotterdam naar Spezia, die 21 dezer is omgeslagen en gezonken, gesleept wordende door de Nederlandse sleepboot SCHELDE was voor GBP 27.000 verzekerd, gedeeltelijk in Londen.


29 september 1911


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart
De Raad voor de Scheepvaart heeft gisteren een onderzoek ingesteld in de zaak van de aanvaring op 5 juni van het stoomschip JOSEPHINA, gezagvoerder W. Catlender, rederij Jos. de Poorter te Rotterdam, met het Roemeense stoomschip DOBROTIA.
De aanvaring had plaats nabij het eiland Guernsey, op 5 juni, bij dikke mist. Een van de matrozen van de JOSEPHINA, die de wacht te kooi had, werd door de aanvaring gedood.
Blijkens de scheepsverklaring van de kapitein en de bemanning van de JOSEPHINA, afgelegd te Southampton, was dit schip op reis van St. Nazaire naar Rotterdam met een lading ijzererts. In de morgen van 5 juni werd het dik van mist; er werd toen eerst halve kracht, daarna langzaam gestoomd, en eindelijk gestopt. Tijdens het langzaam stomen werd op 2 streken aan stuurboord voorlijk een stoot op een fluit gehoord.
Kort daarop hoorde men het zelfde signaal op 1 streek, waarop het stoppen van de machine plaats had. Bijna onmiddellijk daarna werd het ruisen van boegwater gehoord; met de machine werd achteruitgeslagen, doch even later werd de JOSEPHINA door de DOBROTIA tegen het voorschip aangevaren, hetwelk nagenoeg geheel werd verbrijzeld. De tanks liepen lek; één van de matrozen werd gedood.
Na gehouden scheepsraad werd koers gezet naar Portland als noodhaven; later bleek het raadzaam Southampton te belopen, waarheen de JOSEPHINA gesleept moest worden. Alle opvarenden verklaren het ruisen van het boegwater van de DOBROTIA gehoord te hebben, zodat deze een grote vaart moet hebben gehad. Als enige getuige werd de tweede stuurman van de JOSEPHINA gehoord, die de scheepsverklaring bevestigde.
Uitspraak volgt later.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart
De raad heeft heden uitspraak gedaan in de zaak van het tjalkschip HARMINA, schipper en eigenaar G. Bakker te Wildervank. Op reis van Harburg aan de Elbe naar Halmar in Zweden werd op de morgen van 20 augustus ter hoogte van de vuurtoren van Öland een stoot gevoeld, alsof het schip midscheeps op een vast voorwerp was gelopen. Het vaartuig is kort daarna gezonken.
De Raad schrijft het ongeval niet toe aan onbekwaamheid van de schipper. Als oorzaak moet worden aangenomen het stoten op een onbekend voorwerp. Gebleken is evenwel, dat de wacht onvoldoende bezet was, omdat een verdeling van de wacht tussen de schipper, een matroos en een jongen zeer wel mogelijk was geweest.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart
De Raad heeft gisteren een onderzoek ingesteld naar het stranden op 18 augustus nabij Minsener Oldoog (opm: nabij Wangeroog op de Duitse Wadden) van het tjalkschip HOOP OP ZEGEN, schipper en eigenaar H. Pilon, te Appingedam.
Deze als getuige gehoord, deelde mede, dat het schip, hoewel niet geklasseerd, voor NLG 4.000 verzekerd was. Op 1 augustus is het van Makkum vertrokken met een lading dakpannen voor Itzehoe aan de Elbe. Bij Wangeroog kon de schipper niet om de noord door de harde wind; ging hij om de zuidwest. Hier had hij grote moeite om de bakens te vinden. Na enige tijd kreeg hij aan bakboord bakens in zicht; later heeft hij pas bemerkt dat het tijdelijke waren, welke daar waren geplaatst voor sleepboten, die er schepen met takkenbossen heenbrachten voor een krib, die daar ter plaatse gemaakt werd. Aangezien steeds dieper water gepeild werd, is doorgevaren, steeds met uitgestoken plechthaak. Bij een poging om het schip overstag te krijgen schuurde het aan de achterzijde over de grond en bleef vastzitten. Er stond een hoge zee, bij NW wind. Het schip stootte zwaar, waarop de nood vlag gehesen werd. Een sleepboot, die te hulp kwam, deed aanvankelijk vergeefse pogingen om de gestrande tjalk af te brengen; dit gelukte eerst de volgende dag, nadat 8.000 pannen overboord waren gezet.
De schipper schrijft de stranding toe aan slecht zicht, en onbekendheid met de tijdelijke bakens, alsmede de omstandigheid dat de gewone bakens, vermoedelijk door stormweer, waren weggeslagen. Een broeder van de schipper, die de reis als stuurman heeft meegemaakt, legde eenzelfde verklaring af.
Uitspraak volgt later.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Nieuwe schepen. Papendrecht, 29 september. Door de N.V. W. van Driel’s Sleepboot- en Transportondernemingen te Rotterdam is aan de N.V. Scheepswerf v/h Wed. A. van Duyvendijk te Papendrecht de bouw opgedragen van twee casco's voor dubbelschroef Rijnsleepboten met een zeer geringe diepgang, de schepen hebben een lengte van 28 meter over de stevens, een breedte van 7.50 m. en een holte van 2.00 m. Ieder casco zal voorzien worden van 2 machines eIk 350 ipk, met 2 ketels van elk 110 vierkante meter verwarmd oppervlak, welke vervaardigd worden aan de N.V. Wilton’s Machinefabriek en Scheepswerf te Rotterdam.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De sleepboot NOORDZEE arriveerde 27 september van Lissabon te Londen met twee oude oorlogsschepen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Cuxhaven, 26 september. De Nederlandse schoener JOHANNA, schipper Westers, van Memel met hout naar Oldenburg, werd bij Brunsbüttel voor anker liggend, aangevaren door een onbekend gebleven stoomvissersvaartuig en verloor daarbij de boegspriet. Het schip is hier aangekomen.


30 september 1911


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Door de scheepsbouwmeesters Gebr. Pot te Bolnes zijn afgeleverd twee Theemsbarges, genaamd GALWAY en DURBOISE, welke voor een Engelse maatschappij werden gebouwd.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

New York, 26 september. De aanvaring tussen de stoomschepen COPPENAME en MISTOR had plaats bij het verhalen hier in de haven.


01 oktober 1911


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van Gebr. Fikkers te Muntendam zijn te water gelaten twee staalijzeren lichterschepen, elk van 225 ton voor een Duitse firma; de kiel werd gelegd voor een ander lichterschip.


02 oktober 1911


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Maassluis, 2 oktober. Het heden binnengekomen stoomschip CAWDOR CASTLE heeft de bemanning gered van het Nederlandse stoomschip WILLY. Laatstgenoemd stoomschip was bestemd van Newcastle naar Rotterdam en is later gezonken. (Het Ned. stoomschip WILLY van de N.V. Mij. tot Exploitatie van het Stoomschip Willy te Amsterdam, werd in 1891 te Newcastle gebouwd en was groot bruto 862 en netto 528 reg.ton)


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsramp bij Westkapelle.
Men seint ons uit Vlissingen: Het noodweer van zaterdagavond en zondagnacht heeft een scheepsramp veroorzaakt dicht bij Westkapelle, waar reeds zo dikwijls bij stormweer dergelijke rampen te betreuren zijn geweest. De Russische bark CITY OF BENARES, van Queenstown bestemd naar Sundsvall, werd door de hevige branding tegen de dijk geslagen. Omstreeks zeven uur gistermorgen werden na een bange nacht, waarin elk ogenblik de bemanning het ergste had te vrezen, niet minder dan 13 man overboord geslagen. Van deze schipbreukelingen zijn helaas niet minder dan 10 verdronken. De andere drenkelingen konden met de grootste inspanning gered worden, dank zij snel en manmoedig optreden van de verschillende Westkappellaars, die langs de dijk het in nood verkeerde schip, dat elk ogenblik reddeloos verloren zou gaan, zagen zitten. Ook de overige opvarenden konden gered worden, hoewel verschillende schipbreukelingen min of meer gewond werden en te Westkapelle onmiddellijk hulp moest worden ingeroepen. Het gestrande schip is totaal verloren.
Wrak van de CITY OF BENARES


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Het Engelse stoomschip EDWARD DAWSON, geladen met petroleum, dat bij de Rassen tussen Vlissingen en Zoutelande is gestrand, zat gistermorgen in de branding. Nadere bijzonderheden ontbreken nog.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Amsterdam, Volgens een bij de Mij. Nederland ontvangen telegram uit Colombo zijn onder de militairen van het stoomschip KONINGIN DER NEDERLANDEN van Batavia naar Amsterdam, enige gevallen van cholera voorgekomen. Twee militairen zijn overleden en vijf werden aldaar gedebarkeerd. De overige passagiers en de bemanning zijn gezond.


03 oktober 1911


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 30 september. Van de schoeneraak L’ESPOIR DE L’AVENIR, kapt. Karssies, welke hedennacht hier van Hull binnenkwam met bestemming naar Zwolle, is door de storm op zee de zeilboom gebroken.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 1 oktober. Het Nederlandse stoomschip AMSTEL is van Archangel hier aangekomen met verlies van achtermast en het grootste gedeelte van de deklast, ingeslagen verschansing en defecte winches.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Van de scheepstimmerwerf van de Gebr. Van der Windt te Vlaardingen, is zaterdagmorgen te water gelaten het stalen Rijnschip CORNELIA, gebouwd voor rekening van de heer Roelofs, expediteur te Rotterdam.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De schipbreuk van de „SOLO".
Het vreselijke noodweer van zaterdagavond heeft voor de Rotterdamsche Lloyd het vermoedelijk verlies van één van zijn vrachtboten ten gevolge gehad: de SOLO, gebouwd in 1899, groot bruto 3.553 ton, netto 2.275 ton, is in de zware storm gestrand. De barre storm was, toen het schip uitvoer, juist opgestoken.
Een oude visser vertelde: — Ik. zag de SOLO te halfvier uitvaren. Tegen mijn kameraad zei ik nog: „Hoe moet die boot het lappen om buiten te komen". Er stond een geweldige noordwester storm. Een uur later kwam ik met een kameraad aan het strand en daar riep ik uit: „Daar zit de SOLO boot!" Wij liepen naar het buitenstrand en dachten dat de boot op de tweede krib zat van de Delftse dammen ten noorden van de pier. Het bleek echter, dat de SOLO niet gestrand was, maar nog een kwartier gaans van de krib verwijderd. — Hoe kwam het schip ten noorden van de pier terecht? — Bij mooi weer is de koers zuidwest. Maar als de loodsboot noordwest ligt, dan varen de schepen alle in die richting de Waterweg in. Zo deed de SOLO ook, maar het schip schijnt in de branding te zijn geraakt. De ankers werden uitgegooid en met de kop voor de wind liggende, werkte het schip met volle stoom om de wind te houden. Op de noodseinen, die van boord gegeven worden, trachtten sleepboten en de reddingsboot PRESIDENT VAN HEEL vergeefs het schip te naderen. Evenmin gelukte dat aan de reddingsboot uit 's Gravenzande. Bij de hevige storm vreest men ieder ogenblik, dat het schip van zijn ankers zal slaan en tegen de pier verbrijzeld zal worden. Om acht uur was de toestand nog onveranderd. Toch bleek toen, dat de SOLO niet in direct gevaar verkeerde. Immers stond vast, dat het schip niet op het strand zat, maar in vlot water. Hielden de ankers het uit, dan meende men, dat het schip nog wel te redden zou wezen. Er zijn 32 man equipage aan boord. De storm woedde intussen met steeds heftiger kracht, zwaarder dan bij de BERLIN-ramp. Want toen, in februari 1907. was de kracht van de wind 7 en de noordwester van deze nacht mat reeds 11 in kracht. Toen de zondagmorgen, bleek wat de toestand was. Het schip was afgedreven en zat nabij Terheide op het strand, waar het door de hoge zeeën steeds hogerop werd gegooid. De Monsterse reddingsbrigade probeerde nog in de nacht de bemanning, die in nood verkeerde, van boord te halen, maar zij moest tot de morgenstond dit pogen opgeven. Dadelijk echter toen het licht was pakten die brave kerels aan. De SOLO was door het enorme hoge water en de buitengewone kracht van deze storm zó hoog op het strand gezet, dat het schip niet veel verder dan ruim 200 meter uit de zeewering verwijderd zat. Zwaar beukten de waterbergen tegen het parallel met het strand liggende schip, hoge zeeën liepen er over heen en dreigden het te breken.
Toen kwam de redding. Te zeven uur zondagochtend wordt de reddingboot „SECRETARIS SOHUMACHER" naar buiten gebracht. En alle hulpmiddelen gaan mee naar het strand. De heer A.L.T. van Luik neemt de leiding. Eerst moet communicatie met de SOLO verkregen worden. Een lijn wordt naar boord geschoten, maar het schot mist. Dan volgt even later een tweede schot en de gewenste verbinding is verkregen. Elf stoere kerels met de schipper Tuk, allen in oliepakken gestoken, bemannen nu de reddingsloep. Daar gaan ze! De schipper stuurt langs de lijn naar midscheeps aan stuurboordzijde, waar de noodladder uithangt en de equipage te hoop gelopen is. Met beleid wordt gemanoeuvreerd. De reddingboot werkt nu en dan geweldig, maar het gestrande schip zelf beschermd haar nu tegen overvallen. Zo wordt de SOLO bereikt en na enkele minuten reeds kan met een deel van de equipage de terugtocht aanvaard worden. Rappe handen voldoende in aantal, staan aan het strand tot helpen gereed. En zo zet tegen acht uur de eerste ploeg geredden vaste voet aan wal. Twee tochten nog heeft de „SECRETARIS SCHUMACHER" te doen, maar het aflopend water verkleint nu de afstand en vergemakkelijkt het reddingswerk. Zover loopt gelukkig alles goed. De tweede ploeg komt binnen en te negen uur de derde en laatste ploeg met de kapitein. Allen zijn behouden; de gehele equipage, uit 39 man bestaande, onder wie vier Javanen. Onder die 39 man bevinden zich de kapitein van de SOLO, J. Werkhoven, vier officieren, vier machinisten, een kok, een bakker en een hofmeester, voorts zeelieden en stokers. De geredden, allen doorweekt en rillend van koude en doorgestane spanning van een afschuwelijke nacht, spoedden zich naar het café „Overheyde" in Monster, waar hun lafenis en verzorging wachtten.
De kapitein vertelt. Na aankomst van de geredden in het café „Overheyde" was het eerste woord geweest aan dr. Y.A. van den Brink, geneesheer te Monster. Er waren namelijk gewonden. De kapitein was zaterdagavond van de onderbrug geslagen tegen een lichter, die aan dek stond. Een vrij ernstige hoofdwond en lichte kwetsuren aan de benen waren er 't gevolg van. Een stoker geraakte met een been tussen twee deuren bekneld en liep evenals een andere stoker verwondingen op, alles gevolg van het gooien van het schip. Maar toen kapitein Werkhoven in het verband zat, heeft een reporter hem gepraaid. Korte, breedgeschouderde, stoere zeerob, open, blauwe ogen, rossig baardje onder een brede mond. Een vijftiger.
— Zaterdagmiddag, vertelde hij. gingen wij naar zee. De SOLO, 5.000 tons vrachtschip van de Rotterdamsche Lloyd, was via Southampton en La Palice (Golf van Biscaye) voor Java bestemd. Passagiers waren niet aan boord. Toen we uitvoeren in de namiddag, stond er in de Waterweg weinig zee, maar even buiten de pier gekomen, werden we door twee zware buien overvallen, die het schip uit de koers zetten. Geweldige grondzeeën liepen over het schip heen, dat weldra niet meer te regeren viel. Ik gooide nu beide ankers uit maar reeds te zes uur brak het bakboord anker. En in de nacht werden wij ook van ons stuurboord anker afgeslagen. De machines werkten toen nog vrij goed, maar zware stort- en grondzeeën zetten het schip op lager wal, ten gevolge waarvan de machines niet meer werken konden. De storm was te machtig geweest om de SOLO met de kop op zee te krijgen. Zo stootte het schip, dat 22 voet diepgang had, meer en meer op de grond en 's nachts sloeg het roer weg en werd de SOLO, speelbal nu van wind en golven, op het strand bij Monster geworpen.
De kapitein, verplicht natuurlijk tot breedvoerig rapporteren aan zijn Maatschappij, meende het bij dit sobere relaas te moeten laten, kon ook de vraag of hij het schip geheel verloren achtte, niet beantwoorden. Maar een leek kon al heel moeilijk aan het afbrengen van een zó hoog op het strand geworpen schip geloven. De kapitein en zijn stuurlieden gaven toe, dat gevaar voor het breken van de SOLO bestond en de laatsten wezen op de gelukkige omstandigheid, dat het schip, gelijk bij het aanbreken van de dag te constateren was, juist tussen twee bazaltstenen pieren op het strand gezet was. Immers zou de SOLO op zulk een pier geworpen, allicht uit elkaar geslagen zijn, gelijk met de BERLIN gebeurd is.
Nog voor het middaguur vertrok de geredde equipage van de SOLO van Hoek van Holland naar Rotterdam. Een enkele had slechte een luttel stuk plunje van boord kunnen meenemen. De stuurlieden hadden onze driekleur en de Maatschappij vlag met de scheepsjournalen in veiligheid gebracht. Overigens niets. De berging van het schip is opgedragen aan de „Nieuwe Berging-Maatschappij" te Maassluis, directie G. Dirkzwager Mzn. Men hoopt, dat bij rustig weer en afgelopen water het schip geheel droog zal komen te liggen, wat de berging van de lading vergemakkelijken kan. Aan het station Hoek van Holland heerste gisteren een enorme drukte, vooral van Rotterdam waren honderden gekomen om het schouwspel van de gestrande SOLO gade te slaan. Doch de meesten hebben daarvan weinig gezien, daar het schip als gezegd bij Terheide lag en men anderhalf uur langs het strand moest om de SOLO te bereiken. Zeer weinigen maakten deze tocht, daar men op het strand moeite had staande te blijven en een sterke boddy nodig was, om tegen de wind in te komen. Bij laag water kon men de SOLO tot op korte afstand naderen en de verwoesting op het schip in ogenschouw nemen. Op het strand was reeds veel aangespoeld, vooral dekstukken. De meesten, die de reis naar Terheide maakten, moesten het gezicht met een nat pak betalen.
De SOLO na stranding


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Ook een schip uit onze provincie is zondagmorgen in de storm met man en muis vergaan. De tjalk (opm: schoeneraak) OSCAR van Zuidbroek, die zondagmorgen met klein zeil in de gronden van Terschelling kruiste, werd plotseling door een hoge zee belopen en sloeg om op het ogenblik, dat de sleepboten NEPTUNUS en SIMSON, benevens de BRANDARIS op weg waren, assistentie te verlenen. De BRANDARIS vond daar ter plaatse een sloep half vol water en een reddingsboei met de naam OSCAR. Tegen de middag spoelden nog verschillende voorwerpen aan. Schipper van genoemde tjalk was Schothorst, die met stuurman, matroos, vrouw en vier kinderen zijn verdronken


Krant:

 MCO - Middelburgsche Courant

Tussen Koudekerke en Valkenisse is zondagmiddag te twee uur aan boord van de petroleumtankboot EDWARD DAWSON brand uitgebroken. De boot werd op een bank gezet, buiten het vaarwater. Zware rookwolken en vlammen stegen uit het middendeel op. De bemanning bevond zich op voor- en achterplecht. Passerende schepen maakten hun boten klaar, maar het was door de branding onmogelijk het schip te naderen. Aan een sleepboot, die steeds bij het brandende vaartuig bleef, lukte het eindelijk een lijn uit te brengen naar de voorplecht en daarlangs 12 personen te redden. Een Grimsby boot redde 6 opvarenden. Ons eerste bericht over het verbranden van vier personen, dient gewijzigd te worden. De feiten blijven echter droef, want er zijn er zeker 3 omgekomen. Twee worden er nog vermist en een is er verdronken. Het lijk van deze laatste is naar Vlissingen gebracht. Voorts is er nog een stoker, die zware brandwonden heeft opgedaan, naar het ziekenhuis in Vlissingen vervoerd. Het indrukwekkend schouwspel trok tal van kijkers uit omliggende plaatsen, die tot ’s avonds laat zich op het strand bewogen. In Middelburg was de gloed aan de hemel zichtbaar.
De EDWARD DAWSON in brand


04 oktober 1911


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Helgoland, 3 oktober. De afgelopen zondag op de noordoost klippen gestrande Nederlandse tjalk AMBULANT is, na een gedeelte van de cementlading te hebben gelost, vlot gebracht.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 4 oktober. Volgens een alhier ontvangen particuliere mededeling is de schoener OSCAR, kapt. Schothorst, thuis behorende te Zuidbroek, verschenen zondag omgeslagen. Alle opvarenden, waaronder de vrouw en kinderen, zijn verdronken.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlissingen, 4 oktober. Het Engelse stoomschip EDWARD DAWSON, dat zondag in brand geraakte, is nog steeds niet uitgebrand. Aanhoudend stijgen nog dikke rookwolken op en gisteren was de rosse gloed nog mijlen ver zichtbaar.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Hr.Ms. torpedobootjagers WOLF en FRET, onder bevel van de luitenant ter zee 1ste klasse A.J. Breda Kleynenberg, zijn 1 dezer te Aden aangekomen.


05 oktober 1911


Krant:
 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Ofschoon bijzonderheden aangaande de scheepsramp met het schip OSCAR van Zuidbroek, (schipper Schothorst, die met zijn gehele gezin voer), in de buitengronden van Terschelling voorgevallen wel nooit bekend zullen worden, mag men als zeker veronderstellen dat aan de noodlottige ontknoping van dit drama ontzettende tonelen zijn voorafgegaan: een gans gezin heeft hier de dood in de golven gevonden. Om 11 uur 's morgens kreeg de kustwacht op de vuurtoren, een schoener in 't gezicht die blijkbaar aan lager wal was geraakt. Onmiddellijk vertrok de stoomreddingboot BRANDARIS, alsmede de stoomboten van de sleepdienst Zur Mühlen, om koers te zetten naar het noordooster gat, waar het vaartuig gezien was. Nog hadden zij de volle zee niet bereikt toen zij van de vuurtoren het sein ontvingen, dat hulp niet meer kon baten. De kustwacht had gezien, hoe met een enkele grondzee het vaartuig was omgeslagen en niet meer boven kwam. De reddingboot zette toch nog de tocht voort, maar kon niets meer ontdekken.
Reeds zijn een paar kinderklompjes aangedreven. Lijken zijn nog niet gevonden.


Krant:

 VCO - Vlissingsche Courant

Vlissingen, 4 oktober. Gisteren heeft de aan de werf van de Koninklijke Maatschappij “De Schelde” gebouwde onderzeeboot No. 2 de volle kracht proef gehouden, welke zeer goed geslaagd is.


Krant:

 VCO - Vlissingsche Courant

Vlissingen, 4 oktober. Hedenmorgen is hier binnengekomen het stoomschip PALEMBANG voor de Rotterdamsche Lloyd gebouwd op de werf van de firma Bonn & Mees te Rotterdam. Dit schip werd naar de werf van de Koninklijke Maatschappij “De Schelde” overgebracht tot het innemen van machines.


06 oktober 1911


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Amsterdam, 5 oktober. Het stoomschip IXION van de Mij. Oceaan is op weg van Batavia naar Amsterdam, op 25 mijl van Eugano totaal door brand vernield. Van de equipage worden 24 man, die het stoomschip in boten verlieten, vermist.
De Mij. Oceaan kreeg nader bericht, dat de kapitein en een gedeelte van de bemanning in Benkoelen zijn geland. De 3e stuurman, 6 matrozen en 17 Chinese stokers zijn nog in een van de vermiste sloepen. Schepen van de Paket- en van de Gouv.vaart zijn bezig ze te zoeken. De IXION is een van de vrachtschepen van de Nederlandsche Stoomvaart Mij. Oceaan. Het schip is groot ongeveer 2.200 reg.ton en 18 jaar geleden in Engeland gebouwd. Het schip was geladen met Java-producten en vertrok 30 september jl. van Batavia naar Amsterdam. Het schip is op 25 mijl van Eugano een prooi van de vlammen geworden. Op grond van de afgelegde afstand neemt men aan, dat het onheil op 1 oktober heeft plaats gehad. De equipage van de IXION bestond uit 47 man, onder wie 18 Chinezen. De 3e officier, 6 Europese en 17 Chinese leden van de bemanning worden vermist. De overigen zijn volgens een telegram uit Benkoelen geland. Van de oorzaak van de brand is nog niets bekend.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Maassluis, 6 oktober. De werkzaamheden aan de SOLO zijn begonnen. Ankers zijn uitgezet. Goed weer.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Londen, 4 oktober. Volgens telegram uit Rouen, is het van Rotterdam komende Nederlandse stoomschip TEXEL aldaar op de rivier aan de grond geraakt.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Londen, 4 oktober. De Nederlandse tjalk CONFIANCE van Hamburg naar Fosdyke Bridge, is met verlies van zeilen te Lowestoft binnengesleept.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Omtrent de ramp, aan de schoener OSCAR, van Zuidbroek, bij Terschelling overkomen, meldt men ons nader dat niet het gehele gezin is verongelukt doch voor zover bekend zijn met de OSCAR omgekomen de eigenaar G. Schothorst, diens halfbroer Derk Schothorst, oud 17 jaar, en de knecht Klaas Bartelds, oud 19 jaar, allen van Zuidbroek. De vrouw van de schipper G. Schothorst vertoefde tijdelijk met haar kind te Amsterdam. Het echtpaar had één kind.


07 oktober 1911


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Baarn, 6 oktober. Volgens heden ontvangen telegrafisch bericht is het stoomschip BOLSWARD, 27 september van Amsterdam naar Konstantinopel vertrokken, hedenmorgen te Oran aangekomen. Alles wel.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Londen, 5 oktober. Volgens telegram uit Rouen is het stoomschip TEXEL (zie vorig no.) vlot gebracht en heden aldaar aangekomen. Doordat het stoomschip aan de grond voer, werd het aangevaren door het opstomende Franse stoomschip ALICE. De schade is niet belangrijk.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Amsterdam, 6 oktober. Van de vermiste sloep van de IXION is nog geen enkel bericht bij de Stoomvaart Mij. Oceaan ingekomen. De directie van de Maatschappij maakt zich echter daarover niet ongerust. De uitgestrekte kustlijn en het ontbreken van de moderne communicatiemiddelen langs de uitgestrekte gedeelten van de kuststrook doet verwachten dat het nog wel enige dagen duren zal, voor enige tijding omtrent de schipbreukelingen binnenkomt. De vermiste Europeanen zijn: B.J. Fuit, timmerman; J.J. Helwig, 1e kok; C. v.d. Bent, J. v.d. Bent, G. Bal en Kugawinsky, matrozen.


08 oktober 1911


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 7 oktober. Volgens een telegram uit New York is het Nederlandse stoomschip SARAMACCA door op een gezonken wrak te stoten, beschadigd van West Indië aldaar aangekomen.


09 oktober 1911


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Maassluis, 9 oktober. Het gestrande schip de SOLO moest van zaterdag tot zondagnacht door ruw weer verlaten worden. De toestand is onveranderd. Het schip is niet lek en de lading is droog. De steiger tot lossing van de lading over land, komt morgen gereed.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 9 oktober. De Nederlandse sleepboot ZWARTE ZEE vertrok afgelopen zaterdag met een sluisdeur op sleeptouw van Toulon naar Diègo Suarez. (opm: nu Antseranana, ligt op noordpunt eiland Madagaskar).


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Londen, 6 oktober. Het Nederlandse kofschip MARTHA, schipper Mulder, van Goole naar Bornholm bestemd met steenkolen, is te Mandal binnengelopen met schade aan het bovenschip.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Het hier te Rotterdam van Aberdeen en Middlesbrough aangekomen Nederlandse stoomschip CALEDONIA is op de Tees aangevaren door het Engelse stoomschip ONYX, waardoor het houtwerk om de bak van de CALEDONIA vernield werd.


10 oktober 1911


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart
De Raad voor de Scheepvaart te Amsterdam heeft gisteren uitspraak gedaan in de zaak van het tjalkschip OP HOOP VAN ZEGEN, schipper en eigenaar H. Pilon te Appingedam, welk schip op 1 augustus met een lading dakpannen op reis van Makkum naar Itzehoe, bij Minsemer Oldoog, gestrand is.
De Raad constateert in zijn uitspraak, dat met de nodige omzichtigheid is gevaren. De stranding is hieraan toe te schrijven, dat er op die plaats bakens waren geplaatst met andere doeleinden dan waarvoor zij bestemd zijn.
Vervolgens uitspraak doende in de zaak van het tjalkschip MEMENTO MORI, schipper H. Smit, te Groningen, welk schip op reis van Hamburg naar Munster op de Wadden gestrand en gebroken is, wijst de Raad erop, dat het bevaren van de Wadden een groot waagstuk is voor een ieder, die niet over grote kennis van het vaarwater beschikt. Onbekendheid hiermede heeft de schipper er toegebracht te dicht langs andere schepen te varen.
Van deze uitspraak, die nagenoeg onverstaanbaar werd voorgelezen, in een zo vlug tempo, dat zo onmogelijk te volgen was, meenden wij ook nog op te vangen, dat het de Raad bevreemd heeft, dat de bevoegde autoriteiten te Delfzijl dit, voor de grote vaart niet bestemde schip hebben doorgelaten.
Op 21 september jl. is in de Golf van Biscaye het kraanschip No. 415, gesleept door de SCHELDE, schipper W. Verschoor te Vlaardingen, rederij Internationale Sleepdienst Mij. te Rotterdam, gezonken. Men had met zwaar weer te kampen, waardoor de kraan is gekapseisd. Gehoord werd de expert, de heer Landmann, die het kraanschip onderzocht heeft vóór het vertrek en hij de bouw heeft geïnspecteerd. Getuige zei dat dergelijke schepen in het algemeen weinig weerstand kunnen bieden tegen zwaar weer; als er water in komt, vallen zij omver. Er is daarom grote zorg besteed aan de voorziening van de luiken met beugels en pakking. Vermoed wordt, dat het water door de schoorsteen naar binnen is gekomen.
Voorlezing werd gedaan van de vroeger afgelegde verklaringen van de kapitein en de machinist van de Schelde, waaruit bleek, dat de kabel eerst gekapt is, nadat de kraan geheel was omgeslagen.
De heer Bouman, expert van de scheepvaartinspectie te Rotterdam, heeft toezicht gehouden bij de bouw, omdat hij wist, dat het schip over zee zou worden gesleept. Het schip was hecht gebouwd; een zeewaardigheid eis, welke aan dergelijke schepen gesteld wordt, is in de eerste plaats, dat zij stabiel zijn. Daarom zijn er lichtproeven genomen; er is 115 ton gelicht.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Maassluis, 7 oktober. Het uitgaande naar Java bestemde Nederlandse stoomschip WILIS is even boven Vlaardingen in aanvaring geraakt met het inkomende Duitse stoomschip AUGUSTUS, dat aan de Vondelingenplaat zou bunkeren. De WILIS bekwam geringe schade aan de stuurboord-kluis en verloor het stuurboord-anker, doch zette de reis voort. De AUGUSTUS bekwam lekkage in de voorpiek en stoomde op naar Rotterdam.
Maassluis, 8 oktober. Het stoomschip WILIS lag verschenen nacht ongeveer 9 mijl west van Schouwenbank geankerd en seinde om sleepboothulp. Hedenochtend vertrok de sleepboot POOLZEE ter assistentie, doch keerde hedenavond terug zonder iets van de WILIS gezien te hebben. De loods van het binnengekomen stoomschip FERNANDO rapporteerde de WILIS 10 mijl bewesten de Noord Hinder gezien te hebben, full speed stomend.
(De WILIS arriveerde 9 oktober te Southampton) Red.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Amsterdam, 7 oktober. Volgens een door de Stoomvaart Mij. Oceaan ontvangen telegram van Batavia, behoort alleen Cornelis van der Bent tot de vermiste manschappen. Het zoeken heeft nog plaats en de boten zijn nog niet teruggekeerd.
Het grootste deel van de voor Nederland bestemde lading bestond uit: 2.400 balen kinabast, 250 huiden, 325 balen meel, 6.500 pakken tabak en 7.500 balen kopra, alsmede 2.250 kisten thee voor Amsterdam en 1.650 kisten thee voor Londen.
Tevens werd bericht ontvangen, dat de IXION uitgebrand en nog rokende gezien is 32 mijlen ZW van Kroë. Het gouvernement heeft een schip uitgezonden om te trachten de IXION ergens binnen te brengen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Londen, 8 oktober. Het Nederlandse stoomschip FOLMINA, van Sundsvall naar Alexandrië, is te Malta binnengelopen om de kapitein, die ziek was, te landen. Het stoomschip heeft onder commando van de eerste officier de reis voortgezet.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Londen, 8 oktober. Volgens een telegram uit Hamburg is aldaar aan boord van het Nederlandse stoomschip BANDOENG brand ontstaan door het ontploffen van een kist met vuurwerk. De brand is geblust. Omtrent schade worden geen nadere bijzonderheden meegedeeld.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Londen, 8 oktober. Volgens een telegram uit New York heeft het aldaar van West Indië aangekomen Nederlandse stoomschip SARRAMACCA schade door het stoten op een onder water drijvend wrak.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Kopenhagen, 6 oktober. Het Nederlandse stoomschip EUTERPE, gisteren met stukgoed van Amsterdam hier aangekomen, heeft tijdens zwaar weer diverse schade boven water bekomen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Kopenhagen, 6 oktober. Het Nederlandse stoomschip MARS, gisterochtend met stukgoed van Amsterdam hier aangekomen, heeft zeer zwaar weer doorstaan waardoor het ernstige schade boven water bekwam, o.a. is een boot verbrijzeld.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Raad voor de Scheepvaart
De Raad voor de Scheepvaart te Amsterdam deed — een telegram daaromtrent bereikte ons te laat — gisteren namiddag uitspraak in de zaak van het tjalkschip HOOP OP ZEGEN, schipper en eigenaar H. Pilon te Appingedam, welk schip op 1 augustus jl. met een lading dakpannen van Makkum naar Idschoe (opm: Itzehoe) vertrok, en op 18 augustus nabij Meusenar Oldoog strandde. Uit de behandeling van de zaak bleek, dat de schipper het ongeval weet aan slecht licht en onbekendheid met de tijdelijke bakens. Hij achtte het niet onmogelijk, dat de bakens, die anders de goeden weg aangaven, door het zware weer waren weggeslagen. De Raad is van oordeel, dat het ongeval is te wijten aan het verplaatsen van de bakens en dus de gezagvoerder geen blaam kan treffen.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Raad voor de Scheepvaart
Nog deed de Raad voor de Scheepvaart uitspraak in het ongeval met het tjalkschip MEMENTO MORI, schipper H. Smit, te Groningen. Met een lading rogge op reis van Hamburg naar Munster in Westfalen, strandde de MEMENTO MORI op een van de wadden, ten gevolge waarvan het brak. De schipper verklaarde desgevraagd de route langs het Elbe-zandschip en het Roode Zand naar de Wadden niet als buitenvaart te beschouwen.
Wat de uitspraak van de Raad betreft, deze meende, dat het ongeval geweten moest worden, aan onbekendheid van de schipper met het vaarwater en zijn onbekendheid met de hulpmiddelen van de navigatie. Bovendien bevreemdde het de Raad, dat de autoriteiten te Delfzijl het schip lieten passeren, hoewel het geen bewijs van zeewaardigheid had. Toch is mindere zeewaardigheid van het schip uit het onderzoek naar ’s Raads oordeel niet gebleken.


Krant:

 MCO - Middelburgsche Courant

Advertentie. Openbare verkoping te Westkapelle,
van het wrak van het ijzeren driemastschip CITY OF BENARES, op vrijdag de 13e oktober 1911, des namiddags te half twee ten gemeentehuize. Inlichtingen en voorwaarden te verkrijgen bij de burgemeester te Westkapelle.


11 oktober 1911


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart
Vervolgens hervatte de Raad het onderzoek inzake de aanvaring tussen het stoomschip POTSDAM, van de Nederlandsche-Amerikaansche Stoomvaart-Mij. te Rotterdam, gezagvoerder B.C. van Walraven, en het Oostenrijkse stoomschip ISKRA. De aanvaring heeft plaats gehad in de nacht van 21 op 22 juli, toen de POTSDAM de ISKRA voorbij wilde stomen. Beide schepen kwamen uit zee. Volgens kapt. Walraven en diens loods had de ISKRA niet geantwoord op de twee lange fluitstoten die de POTSDAM gaf ten teken dat ze voorbij wilden, en was in de Noordwal gegaan. Toen de POTSDAM daarna met één stoot waarschuwde dat zij aan stuurboord wilde passeren, gaf de ISKRA één lange stoot terug, waarop de POTSDAM, menend dat haar sein begrepen was, naar stuurboord uithaalde. De ISKRA deed dit ook, en de aanvaring volgde.
De loods Verhagen, van de ISKRA, heeft verklaard uit de twee stoten van de POTSDAM te hebben opgemaakt, dat deze bakboord voorbij wilde. Met het niet beantwoorden van dit signaal wilde hij doen begrijpen, dat hem het voorbijvaren niet gewenst voorkwam. Uit het signaal één stoot op de fluit van de POTSDAM heeft de loods Verhagen volgens zijn verklaring toen opgemaakt, dat dit schip stuurboord wilde passeren, en hierop met twee korte stoten geantwoord ten teken dat hij de Noordwal wilde houden. Enige minuten later, toen de POTSDAM nog niet gepasseerd was, heeft getuige voor een afvarend schip vooruit het sein gegeven: ,,Ik wijk stuurboord" (een korte stoot).
Toen gisteren nogmaals de kapitein van de POTSDAM Van Walraven en de loods Verhagen werden gehoord, bleken zij het omtrek de betekenis van de signalen oneens.
Daarna werd gehoord de heer Burger, die de POTSDAM heeft geloodst. Hij zegt met twee lange stoten te hebben willen mededelen dat hij aan bakboord zou voorbijgaan. Dit is een onder loodsen gebruikelijk signaal.
De voorzitter merkte daarna op, dat wet en gebruik dan met elkander in strijd zijn.
De loods Verhagen zei met onderonsjes niet te maken te hebben. Het beantwoorden van één stoot, met één stoot betekent niet: Je kunt voorbij gaan; het is althans geen regel. Zijn fluitsignaal was eenvoudig bestemd voor een afkomende boot.
een volgende getuige, de loods Braam? die op hetzelfde tijdstip de ROTTERDAM de Waterweg uitloodste, heeft eerst de POTSDAM met beide topvuren, later de ISKRA met topvuur en groen vuur zien naderen. Voor het tegemoet varende schip heeft hij twee fluitstoten gegeven; dat betekent dat hij stuurboord wilde uithalen.
De Raad zal later uitspraak doen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart
De Raad voor de Scheepvaart te Amsterdam heeft gisteren uitspraak gedaan inzake de klacht van enige schepelingen van het stoomschip ADMIRAAL DE RUIJTER, rederij Müller & Co. te Rotterdam, tegen de kapitein van dat schip K. Krop.
De klacht liep hoofdzakelijk over bedorven en niet goed toebereid voedsel.
Het onderzoek heeft de Raad tot de overtuiging gebracht dat de klachten omtrent bedorven vlees niet gegrond waren. De getuigen hebben verklaard, dat de vaten met vlees, dat niet goed meer was, in zee zijn geworpen. Ook omtrent bedorven drinkwater is niets bewezen. Alleen is gebleken, dat er slechte aardappelen en ongare bonen en erwten zijn opgediend, maar dit was niet te wijten aan de gezagvoerder, doch aan de onbekwaamheid van de koks. De Raad verklaarde de klacht in haar geheel ongegrond.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Een schipper kwam ons hedenmorgen vertellen, dat zijn zoontje, de 14-jarige Willem Malta, ook tot de bemanning van het vergane schip OSCAR behoorde. Het jongetje was tenminste verhuurd tot 1 januari en toen de kapiteins-vrouw voor de laatste reis van boord ging, was Willem nog in dienst op dat schip. Nu blijkt de vader, dat zijn zoon niet in de couranten is opgegeven als zijnde te behoren tot de vermiste bemanning en ook op de monsterrollen komt hij niet voor. De vader heeft geen redenen te denken, dat Willem voor de laatste reis van boord is gelopen, want in een brief, die hij van Hull naar huis schreef in 't laatst van augustus, beweerde hij, dat het varen op de OSCAR hem best beviel.


12 oktober 1911


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart, de stormnacht
De Raad voor de Scheepvaart te Amsterdam heeft heden een onderzoek ingesteld naar het vergaan van het stoomschip WILLY van de Maatschappij tot Exploitatie van het Stoomschip Willy te Amsterdam, kapt. L. Kolmer.
In de geweldige storm, die over West Europa gewoed heeft in de nacht van 30 september op 1 oktober is de WILLY, die met steenkolen op weg was van Newcastle naar Amsterdam op de Noordzee gezonken.
De Raad hoorde eerst kapt. Kolmer. Deze heeft het diploma stuurman grote vaart. Dit was zijn eerste reis als kapitein; vroeger had hij als stuurman bij dezelfde Mij. gevaren.
Hij verklaarde nog nooit zo zwaar weer te hebben gehad. Nog kort vóór het vertrek van Amsterdam is de WILLY aan een survey onderworpen geweest; te Newcastle was 1.180 ton kolen ingenomen. Het schip maakte geen slagzij.
Bij het vertrek was het prachtig weer; er werd onmiddellijk koers gezet naar IJmuiden. De volgende morgen 30 september kwam er storm opzetten. Het schip draaide bij en werd met de kop op de golven gezet met langzaam werkende machine.
De WILLY dreef sterk af naar de Engelse kust; te half een 's middags kwam een breker over het voorschip, waardoor het luik werd ingeslagen. Alle hens werden aan dek geroepen. Men kon niet bij de pijlkokers komen door het vele watert, maar men kon duidelijk bemerken, dat het schip water had gemaakt.
Het schip kon niet meer met de kop op de golven worden gezet; er werd nu zoveel mogelijk voor de wind gevaren, maar het schip toch hoog opgehouden. Aan het luik werd een noodvoorziening getroffen met kleden, planken en sjorrings. Er werd nu ZO half Z gekoerst; lichten werden niet gezien. In de geweldige orkaan was alle berekening onmogelijk.
Na enige tijd pakte een breker de werkboot. Alle volk was met zwemvesten aan op de brug om naar lichten uit te kijken. 's Avonds 9 uur zat de WILLY plotseling midden in de branding, werd opgenomen en met stuurboord aan de grond gezet. Dit moet zijn geweest op de Lehman.
Onmiddellijk was het schip echter weer vrij en werd gedurende drie kwartier ZO ten O doorgestoomd om uit de branding te geraken. De bedoeling was om onder de Engelse kust langs te lopen, ten einde Het Kanaal te bereiken. Daarna is ZW gekoerst. 's Morgens om 9 uur hielden zij scheepsraad en besloten noodsignalen te geven, waarop het Engelse stoomschip CAWDOR CASTLE te hulp kwam.
Op de vraag, of de bemanning van de WILLY het schip wilde verlaten werd bevestigend geantwoord. De CAWDOR CASTLE zette toen een boot overboord, waarvan de stuurman riep slechts acht man te kunnen hebben. De WILLY had een bemanning van 16 koppen. De stuurman van de WILLY sprong toen in wanhoop overboord met het journaal, dat hij onder zijn arm had.
De man werd door de WILLY weer opgepakt. Van een strijd om in de boot te komen is geen sprake geweest; alles ging volkomen ordelijk. De kapitein bleef met 7 man achter; tot het laatste ogenblik is de machinist Montijn beneden gebleven.
Plotseling geraakte het schip dwars op de golven, werd het grote luik door een breker ingedrukt en toen zonk het schip snel. De stuurman van de reddingsboot van de CAWDOR CASTLE stond nu ook de achtergeblevenen toe in de boot te komen. Met grote moeite is de redding geslaagd. De bemanning is vol lof voor de moed van de bemanning van de CAWDOR CASTLE.
Vóór de CAWDOR CASTLE was een ander schip gepasseerd, dat geen hulp heeft willen bieden. Een expert van de scheepvaartinspectie, die de WILLY onder zijn toezicht heeft gehad, verklaarde daarna, dat de luiken aan alle eisen voldeden en het schip in behoorlijke toestand was. De Raad zal later uitspraak doen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Het sleepboot HAM 7, van Dordrecht naar Soerabaja met de kleppenbak HAM XII, arriveerde 9 oktober te Port Said.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Brouwershaven, 11 oktober. De op de Banjaard bij de MARIA gestrande schoener is de Deense CARL MORK, geladen met gerst, van Svendborg naar Antwerpen; het schip is op zijde gevallen en wrak, de kapt. Mortensen en de equipage zijn te Burghsluis door de reddingsboot aangebracht.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Schiermonnikoog, 10 oktober. Noordwest van hier is een logger uit Nordenham gestrand, schipper en twee man zijn met eigen boot te Wierum geland, de overige bemanning is door de reddingboot afgehaald.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Er bestond hier ongerustheid omtrent het lot van de CONFIANCE III die 26 september jl. uit Hull vertrokken was en van welk schip men sedert niets meer vernomen had. Gelukkig is er thans tijding ontvangen van de kapitein, de heer N. Wijnstok, dat het schip gisteren 11 oktober behouden te Brunsbüttel is aangekomen. Men had wel wat ruw weer onderweg gehad, doch averij was niet belopen. Met de noordelijke winden was het Skagerrak niet bereikt kunnen worden.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Advertentie. Na 8 dagen tussen hoop en vrees geleefd te hebben, kregen wij heden de treurige zekerheid, dat onze zeer geliefde zoon en broeder, Klaas, bij het vergaan van het schoenerschip OSCAR, waarop hij als stuurman voer, in de bloeiende leeftijd van 19 jaar en 8 maanden, bij Terschelling de dood in de golven heeft gevonden Door hoop en vrees gekweld, of wij hem nog eens weer mochten zien, werden de dagen ons tot jaren, tot wij eindelijk het bericht ontvingen, dat zijn lijk bij Terschelling was aangespoeld. Naar hier overgevoerd, mogen wij de treurige voldoening smaken, hem hier ter aarde te bestellen. Zuidbroek, 12 oktober 1911. H. Bartelds / A. Bartelds-Ten Berge, kinderen en behuwd-kinderen.


13 oktober 1911


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Maassluis, 13 oktober. Twee blazerschuiten met lading ex. SOLO zijn gisteren naar hier gesleept. De lossing over de gemaakte steiger geschiedt regelmatig. Een grote hoeveelheid cement en guano is reeds gelost en in drie wagens verladen, die te Hoek van Holland in lichters worden gelost om naar Rotterdam te worden verscheept. De thans geloste lading is in volmaakt gezonde toestand.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Te Kinderdijk is van de werf van de Gebr. B. Pot te water gelaten de stalen sleepkaan DRIE GEBROEDERS, gebouwd voor de heer J.A. Zeyten te Rotterdam en groot 325 ton.
Op de werf van de firma Gebr. Pot te Bolnes zijn de kielen gelegd voor 4 Thames barges voor Engelse rekening.
De aan de werf van L. Smit & Zn. te Kinderdijk voor buitenlandse rekening gebouwde baggermolen heeft te Krimpen a/d Lek proef gestoomd.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf “Vooruit” te Enkhuizen liep gisteren van stapel de ijzeren sleepkaan LITORAL, groot 575 ton, gebouwd voor de heer E. Vijt te Duisburg-Ruhrort. Daarna werd de kiel gelegd voor een gelijksoortig vaartuig voor rekening van de heer W. Kempken te Boppard am Rhein.
Nog is aan de werf opgedragen de bouw van 2 sleepkanen van 750 ton.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De Nederlandse sleepboot THAMES van Rotterdam naar Soerabaja met een baggermolen en een elevatorbak op sleeptouw, die 28 september van Port Said vertrok, arriveerde eerst geisteren, dus 3 dagen over tijd, behouden te Aden. Dit belangrijk oponthoud was het gevolg van het blussen van alle vuren in de Rode Zee in verband met de Italiaans-Turkse oorlog.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De Nederlandse sleepboot MAAS met de beide hekwielers FAADJI en ADJAME op sleeptouw, passeerde zondag jl. 7 uur voormiddag Prawle Point met alles wel.
Volgens telegrafisch bericht van de kapitein werden de schepen maandag na het passeren van Ouessant in de Golf van Biscaye op 48°07’N en 05°37’W door zwaar weer belopen. De FAADJI kwam hierdoor te zinken; de kapitein zette toen koers naar Brest, alwaar de ADJAME met enige schade werd binnengebracht. De bemanning van de FAADJI kon nog tijdig van boord gehaald worden.


14 oktober 1911


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlissingen, 13 oktober. Het Engelse stoomschip EDWARD DAWSON, dat de 1e oktober op het bankje van Zoutelande strandde en daar in brand raakte, is thans geheel uitgebrand.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlissingen, 14 oktober. Gisteren werd te Westkapelle het wrak van het aldaar gestrand ijzeren driemastschip CITY OF BENARES verkocht. Het wrak bracht NLG 1.133 op.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Delfzijl, 13 oktober. Het ijzeren tjalkschip ANTHINA, toebehorende aan de heer H. Koopman te Nieuwolda, is heden onderhands verkocht aan de heer H. Wichers te Gauensieck (Pruisen) en heden nog onder de naam ANNA naar Hamburg vertrokken.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De sleepboot LAUWERSZEE, met 2 bakken op sleeptouw van Rotterdam naar Bahia, Arriveerde 11 oktober ter plaatse van bestemming.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Colombo, 12 oktober. Het heden hier aangekomen stoomschip VAUXHALL passeerde het stoomschip IXION op 3 oktober op 05° ZB en 102° OL, 25 mijl NO van Engano eiland, geheel vernield, maar nog brandend. Van de bemanning werd niets gezien.


15 oktober 1911


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Op de werf van Gebr. Pot te Elshout is de kiel gelegd voor een Rijnschip metende 500 ton.
- Van de werf “De Noord” te Alblasserdam is te water gelaten het stalen Rijnschip BEVELAND, groot 1.000 ton. De kielen werden gelegd voor twee kolenlichters.
- Te Slikkerveer is van de werf van de Wed. C. Boele & Zonen te water gelaten het Rijnschip JOHANNA, gebouwd voor Nederlandse rekening.


16 oktober 1911


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 15 oktober. Volgens een telegram uit Cherbourg is het Nederlandse stoomschip JOSEPHINA met defecte machine aldaar binnengesleept. De stoomleibuis is beschadigd. De reparaties, die reeds in gang zijn, zullen enkele dagen in beslag nemen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De hekwieler FAADJI, die 9 oktober op 48°07’N en 53°07’W, op sleeptouw van de sleepboot MAAS is gezonken, vertegenwoordigde een waarde van GBP 6.800.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Londen, 12 oktober. Volgens een telegram van Reuter heeft de gezagvoerder van het te Colombo aangekomen stoomschip GOOD HOPE gerapporteerd, dat het stoomschip IXION in de Straat Soenda totaal door brand is vernield. Zeven Europeanen en 13 Chinezen verdronken. Er werd nog verder gerapporteerd, dat de gezagvoerder van de IXION zeker was dat de boot waarin bovengenoemde personen zaten was gezonken. Des nachts had hij kreten gehoord en toen het dag werd was de boot verdwenen. De overlevenden van de IXION werden door de GOOD HOPE ter hoogte van de Poelo Fikus vuurtoren geland.


17 oktober 1911


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart
De Raad voor de Scheepvaart heeft heden een onderzoek ingesteld naar de oorzaak van het verloren gaan van de deklast van het stoomschip AMSTEL in de Noordzee op 30 september. Rederij van dit schip is de firma Hoyman en Schuurman te Amsterdam.
De kapt. J.E. Spanjer verklaarde, dat het schip op reis was van Archangel naar Amsterdam. Het is op houtvervoer ingericht en heeft een hout-certificaat. Het had circa 6.000 balken lading in de ruimen en 3.700 balken deklast. Deze was door Russisch werkvolk met sjorrings gesjord. Het schip heeft een dubbele bodem en is voorzien van tanks, die men kon laten oplopen en die ook opgelopen zijn.
In de hevige storm van 30 september is de achtermast afgeslagen, een gedeelte van de deklast overboord gegaan en zijn de winches onklaar geraakt. Het schip is niet bepaald in nood geweest. De AMSTEL is in IJmuiden binnengelopen, nog enige leden van de bemanning verklaarden in gelijke zin.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 16 oktober. Het stoomschip KOWEIT (ex. KONINGIN REGENTES), is heden onder Engelse vlag van hier naar Newcastle vertrokken om steenkolen te laden voor Bombay.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Hamburg, 13 oktober. De gesleept wordende Nederlandse tjalk NIEUWE ZORG geraakte door het knappen van de sleeptros aan de grond en werd daardoor lek. Doordat de tjalk nog meerdere schade had belopen, moest de lading in een ander vaartuig worden gescheept.


18 oktober 1911


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart, aanvaring WILIS - AUGUSTUS
Op 7 oktober had in de Nieuwe Waterweg een aanvaring plaats tussen het Duitse stoomschip AUGUSTUS van Stettin en het stoomschip WILIS, van de Rotterdamsche Lloyd. De Raad voor de Scheepvaart heeft daarnaar gisteren een onderzoek ingesteld.
Kapitein Jochemsen van de AUGUSTUS, werd als eerste getuige gehoord. Hij verklaarde, dat hij kwam van Nordenham en de Nieuwe Waterweg was binnengegaan om bij de Vondelingenplaat kolen te bunkeren. Toen getuige, die op de brug stond met een aantal andere personen, op twee streken over bakboord de kruitboeien zag, bemerkte hij gelijktijdig op één streek over bakboord de WILIS, die van Rotterdam kwam. De AUGUSTUS voer aan de zuidzijde, er stond een sterke vloed. Om bij de Vondelingenplaat te komen moest getuige bakboord geven, om naar de Noordwal te gaan. De matroos op de brug gaf twee korte stoten op de fluit en herhaalde dit toen er van de WILIS geen antwoord kwam. De machine werd daarna gestopt om langzaam langs de kruitboeien te komen. Weer werden twee korte fluitstoten gegeven, die evenmin als de vorige beantwoord zijn, toen liet getuige hard bakboord geven. De WILIS deed daarna 1 stoot horen en gaf stuurboord roer.
De AUGUSTUS gaf daarop twee, de WILIS drie stoten op de fluit. De WILIS en de AUGUSTUS waren toen niet meer dan twee scheepslengten van elkaar af. Getuige liet toen de machine achteruit slaan en het stuurboord anker vallen; de tegenligger sloeg achteruit en ankerde bakboord, doch de aanvaring was niet meer te voorkomen.
Getuige had van het vuurschip Maas tot Maassluis een zeeloods aan boord gehad en kreeg daarna een rivierloods aan boord.
De loods A. Koster, die de WILIS naar zee bracht, verklaart dat hij de AUGUSTUS naar de Noordwal heeft zien gaan; dat hij toen stuurboord heeft gegeven, dus ook de Noordwal heeft opgezocht. Als waarschuwingssein gaf hij één stoot op de fluit, welke door de AUGUSTUS met twee stoten beantwoord werd. Toen gaf de WILIS drie stoten en sloeg achteruit. De gewoonte en het voorschrift is, dat in de Nieuwe Waterweg afvarende schepen de Zuidwal houden. Toen getuige één stoot op de fluit gaf, kwam de andere van de kruisboei en draaide min of meer naar de Noordwal, welke koers ook door de WILIS gevolgd werd. Getuige kent het op de Nieuwe Waterweg geldende voorschrift dat, als twee vaartuigen met elkander in aanvaring dreigen te komen, dat vaartuig moet wijken, hetwelk het andere aan stuurboord heeft. Vóórdat de schepen vlak bij elkaar waren, heeft getuige van de AUGUSTUS geen seinen gehoord, noch zelf gegeven. Hij gelooft, dat de fluit van de AUGUSTUS slecht was; dat heeft hij trouwens ook gehoord van een andere loods, die de WILIS vroeger gepasseerd was. De rivierloods R. Swolsman heeft de AUGUSTUS van Maassluis af geloodst. Hij wist dat naar de Vondelingenplaat moest om kolen te bunkeren. Als men in de Nieuwe Waterweg ergens ankeren wil, geeft men dit aan de tegenligger te kennen met de gewone uitwijkseinen. Wil de loods van een oplopend schip een ander schip aan bakboord laten passeren, dan geeft hij twee korte stoten op de fluit.
Toen getuige de WILIS voor het eerst zag, had hij haar over bakboord boeg. Onmiddellijk zag hij, dat de twee schepen bij de Vondelingenplaat elkander zouden hebben bereikt. Getuige ried de Duitse kapitein toen om bakboord uit te halen, om ten noorden van de WILIS voorbij te kunnen komen. Hij liet de machine halve kracht slaan en gaf bakboord roer en twee stoten op de fluit. Zijn richting nam hij op de middelste kruisboei, om de WILLIS vroegtijdig te doen zien, dat hij naar de Noordwal wilde. Daarna heeft hij de machine op langzaam gezet, in afwachting of de WILIS het gegeven sein zou beantwoorden. Twee volgende korte stoten bleven wederom onbeantwoord. Toen de AUGUSTUS dwars van de bovenste kruisboei was (zij had de WILIS toen twee streken aan stuurboord boeg, op een afstand van ongeveer 150 meter), heeft hij de machine gestopt, en ten derde male 2 korte stoten gegeven, welke eindelijk door de WILIS met één stoot beantwoord werden. Het was voor de AUGUSTUS echter onmogelijk stuurboord te wijken; de AUGUSTUS gaf nog twee, daarna de WILIS drie stoten; beiden ankerden, doch de WILIS zwaaide tegen de AUGUSTUS aan.
De verdere behandeling van de zaak werd voor onbepaalde tijd uitgesteld, omdat nog andere getuigen, o.a. de kapitein van de WILIS, gehoord moeten worden.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart
De Raad voor de Scheepvaart te Amsterdam heeft gisteren uitspraak gedaan inzake het vergaan van het stoomschip WILLY, van de Maatschappij tot Exploitatie van het Stoomschip Willy te Amsterdam, op de Noordzee onder de Engelse kust, in de stormnacht van 30 september op 1 oktober. De bemanning werd gered door het Engelse stoomschip CAWDOR CASTLE. De Raad is tot de slotsom gekomen, dat het vergaan van de WILLY moet worden toegeschreven aan het binnendringen van buitenboord water door het lek stoten en het wegslaan van de luiken, één en ander ten gevolge van de hevige storm die in die nacht gewoed heeft. De kapitein Kolmer heeft zich als een kloek en beleidvol zeeman gedragen; de bemanning heeft in alles haar plicht gedaan. Loffelijke vermelding verdient het optreden van de machinist Monteijn en van de stoker Hudepool en de donkeyman Mol. Hulde wordt voorts gebracht aan de voorbeeldige moed, de onversaagdheid en de zelfopoffering van de leden van de bemanning van het Engelse stoomschip CAWDOR CASTLE, die de schipbreukelingen in een sloep van een wisse dood hebben gered.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Door de scheepsbouwmeesters Gebr. Pot te Bolnes is aan de firma Wm.H. Müller & Co. te Rotterdam afgeleverd een motorboot met machines van 40 paardenkrachten. Dit vaartuig, dat bestemd is voor de dienst Rotterdam – Luik, heeft een laadvermogen van 365 ton.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Bremerhaven, 15 oktober. De Nederlandse tjalk ONDERNEMING, kapt. Heidema, met tarwe van Karolinenkoog (opm: aan de Eider rivier) naar Bremerhaven bestemd, werd gisteren bij Hohenweg door de stoomtrawler MAGDEBURG aangevaren, waardoor de boegspriet werd weggeslagen en nog andere schade veroorzaakt werd. De trawler trachtte de ONDERNEMING op sleeptouw te nemen, wat echter mislukte, waarop de trawler naar zee vertrok. Een sleepboot heeft hedenmiddag de ONDERNEMING in de Geestemünder haven gesleept. Of de MAGDEBURG schade bekwam, is niet bekend.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Scheepsbouw. Op 6 oktober jl. is van de werf No. 2 van de firma A. Vuyk & Zonen te Capelle aan de IJssel met het meest gunstige gevolg te water gelaten de stalen driemast-motorschoener NETHERTON, in aanbouw voor de heren Job Brothers te Liverpool en St. Johns-Newfoundland. Het vaartuig, dat een laadvermogen zal hebben van plm. 600 ton, is lang 160', breed 30' en hol 13' en is voorzien van een lang gerezen achterdek en getuigd als driemast-gaffelschoener met stengmasten. Het hulpwerktuig bestaat uit een tweetakt dieselmotor met 4 cilinders, ontwikkelende plm. 150 ipk bij 275 omwentelingen per minuut en wordt geleverd door de firma John Thornycroft & Co. te Southampton naar ontwerpen, voorgelegd door de Diesel Engine Co. Ltd. Het schip is gebouwd onder speciaal toezicht van Lloyds Register voor haar klasse 100 A 1 en zal worden geregistreerd te St. Johns Newfoundland.
Onmiddellijk na het te water laten werden toebereidselen gemaakt voor de kiellegging van een stalen schroefstoomschip van circa 2.000 ton draagvermogen voor de Mij. Houtvaart te Rotterdam, terwijl een dergelijk schip voor de Kon. Ned. Stoomboot-Mij. te Amsterdam reeds sedert enige tijd in aanbouw is.
Motorschoener NETHERTON liggend voor de werf.


19 oktober 1911


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart
De Raad voor de Scheepvaart heeft gisteren uitspraak gedaan in de zaak van het stoomschip AMSTEL, rederij Hoyman en Schuurman te Amsterdam, welk schip in een stormnacht van 30 september op de Noordzee, komende van Archangel, averij heeft opgelopen en een groot gedeelte van de deklast (houten balken) heeft verloren. De grote mast is afgeknapt; schip en machines hebben veel te lijden gehad.
De Raad is van oordeel, dat de schade die het schip heeft bekomen, uitsluitend op rekening van het slechte weer moet worden gesteld.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 19 oktober. Volgens een telegram uit Makassar is het Nederlandse stoomschip VAN NEK in de haven aldaar in brand geraakt en totaal vernield. Een gedeelte van de uitgaande lading was aan boord.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Amsterdam, 17 oktober. Volgens uit Batavia ontvangen telegram van de agenten van de Stoomvaart-Mij. Oceaan zijn de stoomschepen, uitgezonden ter opsporing van de vermiste boot van het stoomschip IXION onverrichterzake teruggekeerd en is het zeer waarschijnlijk ook naar de mening van de gezagvoerder van de IXION, dat de boot met allen die zich daarin bevonden, is verongelukt.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Cherbourg, 15 oktober. Het stoomschip JOSEPHINA werd hier binnengesleept door het Franse stoomschip GAULOIS.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Bremerhaven, 16 oktober. De Nederlandse tjalk ONDERNEMING is door de veerboot LANDRAT DYES aangevaren en heeft daardoor nog meerdere schade belopen.


20 oktober 1911


Krant:
 MCO - Middelburgsche Courant

De CITY OF BENARES. De Raad voor de Scheepvaart te Amsterdam heeft woensdag uitgemaakt dat de ramp van het Russische fregatschip CITY OF BENARES, hetwelk op 1 oktober bij Westkapelle is gestrand, waarbij 9 man verdronken, moet worden toegeschreven aan onbekendheid van de gezagvoerder met de lichten van de Nederlandse kust, waardoor hij het licht van Westkapelle voor dat van de brulboei van Walcheren heeft aangezien. Ware de gezagvoerder voldoende bekend geweest met de lichten, dan zou hij, zoals hij zelf verklaard had, de CITY OF BENARES wel hebben kunnen afbrengen. De Raad vestigt voorts de aandacht op de verklaring van de gezagvoerder, volgens welke, wanneer er aan boord van het schip of te Westkapelle een vuurpijltoestel was geweest, de gehele equipage gered had kunnen worden.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Stranding van de SOLO.
Hedenmiddag heeft de Raad voor de Scheepvaart te Amsterdam een onderzoek ingesteld inzake de stranding van het stoomschip SOLO van de Rotterdamsche Lloyd op 30 september ter hoogte van Monster. Er was een groot aantal toehoorders.
Aan de scheepsverklaring, voor de kantonrechter afgelegd, ontlenen wij het volgende:
De 30e september in de middag vertrok de SOLO van Rotterdam naar Tandjong Priok met een lading stukgoederen. Alles was aan boord goed zeevast gemaakt en de deklast behoorlijk gesjord. Bij het vertrek was er een buiige lucht. Er woei een harde ongestadige wind. Toen omstreeks 4 uur de Maasmond werd uitgevaren, kwam er een hevige storm met orkaanvlagen opzetten. Op 11/2 scheepslengte voorbij de Noorderpier werd het schip door een grondzee uit het roer geslagen.
Er werd stuurboord roer gegeven, doch bijna onmiddellijk daarna werd het schip noordwaarts door een tweede grondzee naar lager wal gedreven. Beide ankers werden gepresenteerd, de machines op volle kracht gezet en noodsignalen gegeven. Niet lang duurde het, of de bakboord ankerketting brak. Te voorzien was, dat de stuurboord ankerketting het ook niet houden zou. Weldra begon het schip dan ook te stoten, kreeg veel breek-zeeën over, waardoor de boten stukgeslagen en dekschade veroorzaakt werd. De pompen konden niet meer gepeild worden. Alle leden van de bemanning waren midscheeps, vanwaar met het voorschip geen gemeenschap meer kon worden verkregen. Het schip stootte vreselijk, waaruit werd opgemaakt dat de SOLO bij Monster op 1/4 Eng. mijl uit de kust was gestrand.
Na gehouden scheepsraad werd besloten het schip te verlaten. Op de onophoudelijk gegeven noodseinen waren reddingboten gekomen, waarop de bemanning zich in veiligheid stelde. Men zag toen dat het roer was gebroken.
Het eerst werd gehoord de gezagvoerder, de heer J. Werkhoven. De voorzitter mr. Th. Pleyte wees deze er onmiddellijk op, dat het gebleken is, dat een zware barometrische depressie reeds voor het vertrek was begonnen. Blijkens het officiële weerbericht in de Nieuwe Rott. Courant stond de barometer 's nachts tevoren om 2 uur op 770, des middags 12 uur op 748, om 4 uur op739.6. Op de vraag van de president aan getuige of hij, als hij op de hoogte was geweest van deze ontzettende curve, toch vertrokken zou zijn, antwoordde hij bevestigend. Hij meende, dat hij met zijn zwaar geladen schip, hetwelk hij kende, daar hij er vroeger reeds op had gevaren, gerust kon vertrekken. Het uitwateringsmerk lag niet aan, het lag nog 2 voet boven de middenlijn. Barometrische waarnemingen zijn de nacht voor het vertrek niet gedaan. Er was geen barograaf aan boord. Te Rotterdam heeft getuige niet naar de stormsignalen gekeken.
De voorzitter wees er op, dat de stormwaarschuwingsdienst van het Kon. Ned. Meteorologisch Instituut 's morgens 8 uur heeft gewaarschuwd: “Weest op Uw hoede”, om 3 uur: Storm met ZW wind, om 03.57 uur: Zware storm met NW wind.
De kapitein zei aan de waarschuwingen wel gewicht te hechten, maar ze zijn van de ligplaats van de Lloyd boten niet te zien. In de gegeven omstandigheden, gezien weer en wind en zee, was er echter voor getuige geen aanleiding geweest om niet te vertrekken. Iets anders ware het geweest, als hij een ballast schip had gehad. Met het oog op de diepgang (het schip stak 22 voet) meende getuige te kunnen varen.
Waar de plotselinge grondzeeën vandaan zijn gekomen, waardoor het schip uit zijn roer is geslagen, weet getuige niet. Hij vermoedt, dat ze door de geweldige orkaan voor de golven uit werden gejaagd. De wind regeerde met evenveel kracht als de zee. Op een gegeven ogenblik werd het uitkijkhuisje van de bakboord brug weggeslagen, waardoor getuige, die zich halverwege op de brug bevond, werd meegesleurd over het brugdek tot in de ijzeren lichters en een vrij diepe hoofdwonde bekwam.
Omstreeks 8 of 9 uur is het schip gestrand. De machinist is zolang mogelijk beneden gebleven, teneinde het elektrisch licht aan te houden.
De gehele bemanning heeft 's nachts in een gang in de midscheeps doorgebracht, waar zij het veiligst was, hoewel ze tot de borst in het water stond.
Getuige deelde daarna de bekende bijzonderheden omtrent de redding mee.


21 oktober 1911


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Stranding van de SOLO. (vervolg)
De heer W. Das, agent van de Nieuwe Bergingmaatschappij, directeur G. Dirkzwager Mzn., heeft om 4 uur de SOLO in zee gemeld. Zij was toen juist buiten de pier, koers NW half N. Getuige zag, dat het schip uit de koers geworpen werd en later voor zijn ankers lag. Hij heeft toen gemeld, dat de positie van het schip gevaarlijk was. Getuige weet, dat de sleepboten niet in zee konden tegen de vloed in; dat kon de grote stoomreddingboot ook niet. Te 12 uur woei er een sterke ZW wind, om 2 uur was de wind naar het westen overgegaan; om 4 uur woei er een orkaan uit het noordwesten.
De eerste machinist, daarna gehoord, verklaart dat de machine zich tot het laatste ogenblik goed heeft gehouden. Tot 8 uur heeft ze gewerkt. Reeds voor het stoten werkte de schroef, die af en toe doorsloeg, moeilijker ten gevolge van de zware zeeën. De ondervuren zijn op het laatst door het invloeiende water gedoofd; de bovenvuren werden aangehouden om het elektrisch licht aan te houden.
Getuige A. Tuk, schipper van de reddingboot bij Terheyde, deelt mee, hoe de redding in haar werk is gegaan. Men heeft de dag moeten afwachten, omdat men met de vuurpijlen het schip niet kon bereiken. Het eerste bericht, dat er een schip in nood verkeerde, kwam van de Hoek van Holland, omstreeks 6 uur. Er waren toen 6 mensen van de vaste bemanning thuis, doch er is steeds genoeg reservevolk, dat ook geregeld geoefend wordt, beschikbaar. De paarden voor de reddingboot moesten uit Monster komen; ze waren moeilijk te regeren. Het was vóór de volgende morgen volslagen onmogelijk, de boot in zee te krijgen.
De eerste stuurman, J.C. Bender doet daarna mededelingen omtrent de inspectie, waaraan hij het schip voor het vertrek heeft onderworpen. De stuurinrichting aan het dek (de stoomstuurinrichting wordt door de machinist nagezien) was goed in orde; de stuurrepen zaten goed in het kwadrant, de schalmen van de ketting konden niet vastraken. Voor 's morgens 12 uur heeft getuige geen barometrische opnemingen gedaan. Om 12 uur stond de barometer op 753 mm. Stormsignalen heeft getuige te Rotterdam niet gezien. Het vuurpijltoestel was nat geworden en is daarom niet gebruikt kunnen worden.
De kapitein verklaarde nog, dat na het breken van de bakboord ankerketting het weer inlopen van de Maasmond noodlottig zou zijn geweest; het schip zou dan zeker op de Noordpier geworpen zijn.
Het openbaar onderzoek werd hierna gesloten. De Raad zal later uitspraak doen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Aan de Maatschappij voor Scheeps- en werktuigbouw Fijenoord is, na gehouden inschrijving, de levering gegund van een dubbelschroef mailstoomschip voor de Stoomvaart Maatschappij “Nederland” te Amsterdam.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Maassluis, 19 oktober. Het Spaanse stoomschip PENA CABARGA en het Nederlandse stoomschip SOPHIE H, zijn hedennacht binnenkomend tijdens mist, bij Maassluis bij het ten anker komen, met elkaar in aanraking geweest. De PENA CABARGA bleef onbeschadigd. De SOPHIE H bekwam lichte averij. Beide stoomschepen stoomden op naar Rotterdam.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Amsterdam, 20 oktober. De Koninklijke Paketvaart Mij. deelt omtrent de brand op het stoomschip VAN NEK nog het volgende mede:
Bij het uitbreken van de brand, die in de vuurhaard ontstond, lag het stoomschip aan de steiger te Makassar, maar werd onmiddellijk voor mogelijk gevaar voor andere schepen in open vaarwater gesleept. De gehele lading alsmede de inventaris en goederen van de passagiers en bemanning werden een prooi van de vlammen. Persoonlijke ongelukken kwamen niet voor.
Het stoomschip VAN NEK, in 1907 door de Maatschappij van Scheeps- en Werktuigbouw Feyenoord te Rotterdam gebouwd, is groot bruto 2.878 en netto 1.834 registerton.
VAN NEK


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De Nederlandse sleepboot SEINE, met twee bakken op sleeptouw van Rotterdam naar Soerabaja, arriveerde 19 oktober te Colombo.


22 oktober 1911


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Gisteren is van de werf van de Maatschappij voor Scheeps- en Werktuigbouw “Fijenoord"' met goed gevolg te water gelaten het stalen schroefstoomschip VAN OVERSTRATEN, in aanbouw voor rekening van de Koninklijke Paketvaart Maatschappij te Amsterdam.
Dit stoomschip, ingericht voor vracht- en passagiersvervoer, wordt gebouwd volgens de hoogste klasse en onder bijzonder toezicht van Bureau Veritas. Lengte, breedte en holte bedragen respectievelijk 383’-6”, 48’-6" en 29’-11", terwijl de waterverplaatsing bij een diepgang van 20' zal bedragen 7.650 ton van 1.016 kg.
Het schip wordt voorzien van machines van het triple expansie-systeem, welke 3.150 ipk zullen ontwikkelen, waarmee een snelheid van 13 mijl per uur moet bereikt worden.
Van de werf van de firma Boele & Pot te Bolnes is te water gelaten de gemeente-stoomboot AMSTERDAM, bestemd voor de vaart De Ruyterkade -Tolhuis te Amsterdam.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Te Bolnes is van de werf van de firma Gebr. Pot te water gelaten de barge TIRONE groot 130 ton, voor rekening van een Engelse maatschappij.


23 oktober 1911


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

De SLOTERDYK. Men seint ons uit Rotterdam: Volgens een draadloos telegram bij de Holland-Amerika-Lijn ontvangen van het uitgaande stoomschip NIEUW AMSTERDAM, heeft dit de SLOTERDIJK gepraaid op 50.9 Noord en 13.8 W., rapporterende, dat de collaras voor zeven achtste was gescheurd. Het stoomschip liep intussen met eigen kracht nog een zes mijls vaart en zou trachten terugkerende Southampton te bereiken.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Londen, 20 oktober. Het stoomschip VAN NEK van de Koninklijke Paketvaart Mij. dat in de haven van Makassar is verbrand, vertegenwoordigde een waarde van GBP 44.000, waarvan een deel in Londen is gedekt.


24 oktober 1911


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Volgens draadloos ontvangen bericht via Brow Head, is het stoomschip SLOTERDYK, van Rotterdam naar Philadelphia, gisterochtend door het stoomschip KAISERIN AUGUSTE VICTORIA gepraaid op 50º15'N en 16ºW met gebroken krukas. Het verlangde assistentie.
Volgens een Reuter-telegram uit Queenstown verlangde het stoomschip SLOTERDYK onmiddellijk assistentie en waren verscheidene schepen ter assistentie vertrokken.
Later bericht. Door de Holland-Amerika Lijn is reeds hedennacht de krachtige sleepboot ROODE ZEE, die zich in de ingang van de Ierse Zee bevond, uitgezonden ter assistentie van het stoomschip SLOTERDYK. Buitendien zijn verschillende stoomschepen bekend gemaakt met de plaats waar het stoomschip zich bevindt.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Het Gouvernementsvaartuig ZWALUW, van Vlissingen naar Batavia, arriveerde 21 oktober te Sabang. Alles wel.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Hr.Ms. pantserdekschip GELDERLAND vertrok 21 oktober van Nieuwediep naar de Atlantische Oceaan.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De sleepboot ZWARTE ZEE met een dokdeur op sleeptouw van Toulon naar Madagaskar, arriveerde 21 oktober te Port Said.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De Nederlandse sleepboot SCHELDE, met twee lichters van het Bristol Kanaal naar Dakar, vertrok 20 oktober van Barry.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Kopenhagen, 21 oktober. Het Nederlandse stoomschip VEERHAVEN, van Rotterdam naar St. Petersburg bestemd, is op Anholt gestrand. Een bergingsstomer is ter plaatse. De toestand van het schip is, wegens de slechte weersgesteldheid zeer kritiek. De bemanning bevindt zich nog aan boord.


Krant:

 VCO - Vlissingsche Courant

Vlissingen, 23 oktober. Op het ogenblik zijn op de werf van de Koninklijke Maatschappij “De Schelde” in aanbouw de fundaties voor een reuzenkraan tot het aanbrengen en plaatsen van zware machinedelen. Het maximum hefvermogen bedraagt 150.000 kg op een afstand van 26,50 meter uit het voorste steunpunt en 75.000 kg op een afstand van 46,50 meter.
De hoogte van de horizontale arm van de kraan is 42 meter boven de waterspiegel. De totale hoogte is 50 meter boven de begane grond. Het totale gewicht is 700.000 kg. De beweegkracht is elektriciteit en voor het maximum hefvermogen zijn 110 pk nodig.


25 oktober 1911


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Heden namiddag te 02.30 uur werd te Amsterdam met het beste gevolg van helling II van de werf van de Nederlandsche Scheepsbouw Maatschappij te water gelaten het stalen schroefstoomschip VAN CLOON, in aanbouw voor de Koninklijke Paketvaart Maatschappij.
Dit schip, gebouwd volgens de voorschriften van Bureau Veritas, heeft de volgende hoofdafmetingen: Lengte tussen de loodlijnen 385' 0", breedte op buitenkant spanten 48' 6", holte tot bovendek 29' 11". Voorzien van stoomwerktuigen van het triple expansie systeem van 3.150 ipk zal de VAN CLOON in beladen toestand een snelheid verkrijgen van 14 Eng. zeemijlen langs de gemeten mijl.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Elseneur, 23 oktober. Het stoomschip VEERHAVEN heeft, om vlot te komen, 25 ton lading geworpen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Te Dordrecht is van de werf van de firma Huiskens en Van Dijk te water gelaten de stalen schroefsleepboot RIJSWIJK, voor zien van een ketel en machine met een vermogen van 150 ipk, welke eveneens in de werkplaatsen van genoemde firma vervaardigd werden. De boot is gebouwd voor rekening van de heer A. Prins Thz. te Sliedrecht.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Bij de Rotterdamsche Droogdok Mij. is door de firma Solleveld, Van der Meer & Van Hattum een nieuw stoomschip besteld van ca. 5.200 ton.
Voorts zal na het te water laten op het einde van het jaar van het stoomschip BRUNSWIJK van de Scheepsbouwwerf voorheen Jan Smit Czn. te Alblasserdam, aldaar de kiel worden gelegd voor het stoomschip RANDWIJK, groot 4.000 ton, evenals de BRUNSWIJK bestemd voor de firma Erhardt & Dekkers te Rotterdam.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Londen, 23 oktober. Het stoomschip VEERHAVEN is met assistentie van een Svitzer-stomer vlot en te Kopenhagen aangekomen. Duikers zijn aangenomen om de bodem van het stoomschip te onderzoeken.
Londen, 24 oktober. Het stoomschip VEERHAVEN vertrok 24 oktober in de voormiddag van Kopenhagen naar St. Petersburg.


Krant:

 HND - Het Nieuws van den Dag

Hedenochtend te 6 uur is de SLOTERDYK Kaap Lizard gepasseerd. Het schip was stomende naar Southampton. Aan boord was alles wel. Het schip heeft dus blijkbaar geen assistentie nodig gehad.


26 oktober 1911


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Vlissingen, 24 oktober. De opruiming van het wrak van het verbrande stoomschip EDWARD DAWSON is opgedragen aan de heer J.W. van den Heuvel te Breskens.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Maandagavond kwart over toen werd brand ontdekt in de kolenbunkers van het stoomschip ORANJE NASSAU van de K.W.I.M. aan De Ruyterkade te Amsterdam. De brandweer was binnen vrij korte tijd de brand meester. Vermoedelijk is de brand door broeiing ontstaan.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Te Waterhuizen is van de werf van de heren J.J. Pattje & Zonen te water gelaten een van ijzer en staal gebouwde 3-mast schoener, groot plm. 225 ton. Daarna werd de kiel gelegd voor een dito 3-mast gaffelschoener van plm. 350 ton, beide voor Duitse rekening. (opm: tewaterlating. 20 oktober, bouwnummer 96 – schoener LUCIE voor Duitse rekening)


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Aan de firma Jonker & Stans te Hendrik-Ido-Ambacht is de bouw opgedragen van twee luxe boten van 70 m. lang en 12 m. breed, bestemd voor de dienst op de Seine.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Kapitein Verschoor, van de sleepboot OCEAAN, met een lichter en twee bootjes op sleeptouw van Rotterdam naar Santos bestemd, seint uit Rio de Janeiro, dat hij woensdag jl. aldaar met de lichter en één bootje is aangekomen. Het bootje PAQUETA is tijdens stormweer voor Santos van de sleepboot losgebroken en uit het gezicht verloren.
Tot behoud van de rest van de sleep, liep hij Rio binnen en vertrok onmiddellijk ter opsporing van de PAQUETA. Na 4 dagen vruchteloos gezocht te hebben is hij te Rio teruggekeerd zonder iets van de PAQUETA te hebben gezien.
Blijkens een nader uit Rio de Janeiro ontvangen telegram is de bemanning van de PAQUETA te Santos geland. Het stoombootje was 19 dezer gezonken.
(opm: zie ook RN 301011, RN 011111 en RN 251111)


27 oktober 1911


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Het stoomschip SLOTERDYK van de Holland-Amerika-Lijn is gisteren behouden te Southampton aangekomen.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

De 23e dezer vertrok van Terschelling het stoomschip (schelpenzuiger) WILLEM BARENDSZ met nog een tjalk op sleeptouw en ankerde de 24e onder Ballum (Ameland). De bemanning, bestaande uit zeven personen, begaf zich op de gewone tijd ter ruste en werd ‘s nachts opgeschrikt door enig gerinkel. Men kwam tot de vreselijke ontdekking, dat het schip door een onbekende oorzaak een groot lek had gekregen. Direct stelde de kapitein de heer Doeksen, van Harlingen, de stoomfluit als noodsein in werking, wat werd opgemerkt door het personeel op het stoomschip LIONS, dat niet ver af lag. Doch zo snel begon het schip te zinken, dat de bemanning, nog voor dat er hulp kon komen, reeds naar een middel moest omzien, om zich te redden. Vier man klommen in de mast, terwijl de andere drie zwemmende de sloep nog konden grijpen. Eindelijk kwam het stoomschip LIONS hen uit hun benarde toestand verlossen. Was er direct geen hulp komen opdagen, dan waren allen in de golven omgekomen, daar ook de sloep reeds begon te zinken. Van de kleding van de bemanning is niets gered.


28 oktober 1911


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Van de werf van de scheepsbouwmeester W. Mulder te Buinermond, werd te water gelaten de stalen tjalk GLÜCK AUF, groot 180 ton, gebouwd voor rekening van de heer H. Addiks te Brake. In aanbouw werden gegeven drie motorschepen, eveneens voor Duitse rekening.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Londen, 26 oktober. Volgens telegram uit Cuxhaven is de Nederlandse sleepboot ATHLEET in aanvaring geraakt met de aldaar ter rede liggende torpedoboot S 167. Beide liepen de haven binnen, de eerste met ingedrukte bakboord-boeg, de laatste met zware schade in de midscheeps aan stuurboord.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Hr.Ms. torpedojagers WOLF en FRET, onder bevel van de luitenant ter zee 1ste klasse A.J. Breda Kleynenberg, zijn 26 dezer te Sabang aangekomen.


30 oktober 1911


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 28 oktober. Op 25 oktober liep te Port Glasgow het stalen stoomschip KARRAMATTA (opm: KARIMATA) met goed gevolg te water. Dit voor de Stoomvaart Maatschappij Nederland te Amsterdam in aanbouw zijnde stoomschip, lang 445 voet 6 duim, breed 55 voet 3 duim en hol tot het shelterdeck 37 voet 3 duim, wordt voor de vracht- en hadjivaart bestemd.
Nadat het te water gelaten was is het vaartuig naar Glasgow gesleept waar de triple expansie machines, met cilinders van 271/2 - 47 en 821/2 Eng. duim diameter, zullen worden geplaatst. De slag is 53 Eng. duim.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Het stoomschip SLOTERDYK zal te Southampton repareren.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Het bootje PAQUETA, dat door de sleepboot OCEAAN bij Rio de Janeiro werd verloren, was in Londen voor GBP 5.250 verzekerd. Er worden dit jaar door assuradeurs nogal verliezen geleden op de slepen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Schiedam, 27 oktober. De zuiger SOUTH AUSTRALIAN, die de 13e juni van de werf Gusto naar Adelaide vertrok, is volgens telegrafisch bericht, heden behouden ter plaatse van bestemming aangekomen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 28 oktober. Het Nederlandse stoomschip OOTMARSUM, dat hedennacht van Archangel naar Amsterdam passeerde, heeft door storm een deel van de deklast rondhout verloren.


31 oktober 1911


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Het voor rekening van het Dept. van Koloniën te Vlissingen in aanbouw zijnde Gouvernementsstoomschip ALBATROS zal 6 november van de werf van de Koninklijke Maatschappij “De Schelde” te Vlissingen worden te water gelaten.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Het in verband met de opstand in China naar Shanghai uitgezonden pantserdekschip HOLLAND, van de Indische zeemacht staat onder bevel van de kapitein-luitenant ter zee J.J. Oudemans.


01 november 1911


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 31 oktober. Het Nederlandse stoomschip BATAVIER II heeft op de Theems
met de schroef tegen een steiger geslagen. De schade is onbekend.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De sleepboot OCEAAN, 27 oktober van Rotterdam met een lichter en een ferrybootje te Santos aangekomen, zal met de lichter de reis naar Paranagua voortzetten.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Gisteren werden op de Naamloze Vennootschap “Werf de Noord" te Alblasserdam te water gelaten twee stalen kolenlichters, elk groot ongeveer 125 tonnen en gebouwd voor Nederlandse rekening. Onmiddellijk daarop werd de kiel gelegd voor een lichter, te bouwen voor buitenlandse rekening, welke lichter voorzien zal worden van een Van Rennes-petroleummotor.


02 november 1911


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De stranding van de SOLO.
De Raad voor de Scheepvaart heeft heden uitspraak gedaan in zake de stranding van het stoomschip SOLO van de Rotterdamsche Lloyd op 30 september.
De Raad is, op grond van het ingestelde onderzoek, tot de slotsom gekomen, dat de SOLO, toen zij op 30 september 1911 te 12.30 uur namiddag te Rotterdam de reis naar Java over Southampton en La Pallice aanvaarde, zeewaardig was, behoorlijk bemand, uitgerust en geschikt tot het volbrengen van de voorgenomen reis.
De bedekking van de ingang tot de stookplaats met ijzeren roosters, waarover een persenning is geschalkt, acht hij echter niet in overeenstemming met het voorschrift van artikel 2 alinea 7 van het K.B. van 22 september 1909, no. 315.
De stranding van het stoomschip in de avond van die dag op de Nederlandse kust, nabij Ter Heijde, moet worden toegeschreven aan de hevige orkaan, die te ongeveer 4 uur 's namiddags is losgebroken en welke het schip uit het roer heeft geworpen en de kettingen van de ankers, waarmee het van de kust moest worden gehouden, deed breken.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Delfzijl, 30 oktober. Volgens alhier ontvangen telegrafisch bericht is de sleepboot ANTONIA FRATER, die 24 dezer van hier vertrok met de lichter ERNST en een kleine baggermachine naar Bremen op sleeptouw, bij het eiland Wangeroog gestrand. De bemanning van de sleepboot en eveneens die van de lichter zijn met de reddingsboot van Wangeroog gered. De sleepboot ENGELINA is reeds naar de stranding plaats vertrokken.


03 november 1911


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Delfzijl, 31 oktober. De sleepboot ANTONINA FRATER (zie vorig No.) is vlot gesleept door de sleepboot ENGELINA, welke met de ANTONINA FRATER reeds naar hier is vertrokken. Een gedeelte van de sleep, nl. de lichter, zit nog op strand, maar de baggermolen ligt veilig in vlot water nabij Wangeroog.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Goole, 1 november. Het Rotterdamse stoomschip FRIESLAND, met kolen van hier naar Brunsbüttel, geraakte gisteren op de rivier de Ouse aan de grond, doch kwam hedenmorgen vlot en zette de reis voort. Schade, zo die er is, onbekend.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Hr.Ms. pantserdekschip GELDERLAND, onder bevel van de kapitein ter zee J. Albarda, is 31 oktober te Algiers aangekomen.


04 november 1911


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Aan een Scheveningse rederij is het stalen loggerschip verkocht, dat bij de firma Gebr. Van der Meer te Vlaardingen in aanbouw is, terwijl voor dezelfde rederij op die werf nog een tweede logger gebouwd zal worden.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Te Millingen is te water gelaten van de werf van de heer H.H. Bodewes een Rijn-sleepkaan, genaamd BURG SOEBACH, groot 900 ton; terwijl de kiel werd gelegd van een dergelijk vaartuig, beide schepen zijn voor Duitse rekening.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Hr.Ms. Gouvernementsschip ZWALUW is 29 oktober te Tandjong Priok aangekomen.


06 november 1911


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Scheepsbouw. met het beste gevolg is van helling II van de werf van de Nederlandsche Scheepsbouw Maatschappij te Amsterdam te water gelaten (opm: 25 oktober) het stalen schroefstoomschip VAN CLOON, in aanbouw voor de Koninklijke Paketvaart Maatschappij.
Dit schip, gebouwd volgens de voorschriften van Bureau Veritas heeft de volgende hoofdafmetingen: lengte tussen de loodlijnen 383' 6"; breedte op buitenkant spanten 48' 6"; holte tot bovendek 29' 11". Voorzien van stoomwerktuigen van het triple expansie systeem van 3.150 pik., zal de VAN CLOON in beladen toestand een snelheid verkrijgen van 13 Eng. zeemijlen langs de gemeten mijl.
Gedurende de laatste week werd aan de Nederlandsche Scheepsbouw Mij. na gehouden inschrijving, waartoe ook verschillende buitenlandse firma's uitgenodigd waren, de bouw opgedragen van een dubbelschroef mailschip voor de Stoomvaart Mij. Nederland en van een schroefstoomschip voor de Java Australië Lijn voor de Koninklijke Paketvaart Mij.
Al deze schepen worden gebouwd volgens de plannen en onder toezicht van de heer M.A. Cornelissen, Bureau voor Scheepsbouw te Amsterdam, terwijl de stoomwerktuigen voor deze drie schepen worden vervaardigd door de Nederlandsche Fabriek van Werktuigen en Spoorwegmaterieel.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Van de scheepswerf van De Haan & Oerlemans te Heusden is met goed gevolg te water gelaten een sleepboot, lang 17,20 m., breed 3 m., hol 2 m., voor de heer Roelofs te Rotterdam. Deze boot wordt voorzien van een triple compound machine van 125 ipk.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Te Zwijndrecht is van de werf van Gebr. Kooiman te water gelaten een stalen schroefsleepboot gebouwd voor de N.V. Burgerhout te Rotterdam.
Vervolgens werd de kiel gelegd van een schroefsleepboot voor rekening van de heer J. van der Graaf te Rotterdam.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Nederlandse concurrentie in de scheepsbouw.
Men schrijft aan de Algemeinen Anzeiger für Ostfriesland: Terwijl de scheepswerven in Oost-Friesland nog steeds gebrek aan opdrachten hebben, zijn de grotere werven in Holland goed voorzien. Eén van de grootste en best ingerichte werven in Holland, die van de heren E.J. Smit en Zoon te Hoogezand (prov. Groningen) is met werk voorzien als haast nooit te voren. Op het ogenblik zijn bij genoemde firma in aanbouw: Een driemast schoener, welke van een oliemotor van 70 pk wordt voorzien, die eveneens door genoemde firma wordt vervaardigd; een sleepboot van 350 pk.; een sleepboot van 250 pk.; een sleepboot van 160 pk.; een vrachtboot van 350 ton.
Afgeleverd zijn reeds dit jaar: Een sleepkaan voor Bremer rekening; een sleepkaan voor Duitse rekening; een zeelichter voor Hamburg; een tjalk voor Nederlandse rekening; een sleepboot van 180 pk voor Hamburg; een sleepboot van 140 pk, eveneens voor Hamburg en een motorboot van 18 pk.
Bewonderenswaard is, hoe deze werf van een klein begin tot deze grootte gekomen is. In 1892 werd als eerste schip de thans nog varende stoomboot DR. VON STEPHAN van Emden en op de toen aangelegde werf te Westerbroek als eerste schip de driemast schoener FRISIA voor de heer G. Sweers te Neermoor gebouwd.
De gehele werf-aanleg bestond in 1892 uit een houten loods.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Weener, 2 november. Het Nederlandse stoomschip CONSTANCE CATHARINA is tegen de geleidewerken van de spoorbrug gevaren, waardoor deze zwaar beschadigd werden. Het stoomschip bleef blijkbaar onbeschadigd.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Londen, 8 november. Volgens telegram uit Colombo is het Nederlandse stoomschip INDRAGIRI van Rotterdam naar Java, aldaar binnengelopen met verlies van twee schroefbladen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Delfzijl, 2 november. De houten tjalk GEERTJE, schipper Visscher, beladen met 100 ton lijnkoeken, is in de Bansbalg bij het eiland Juist, gezonken.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Holtenau, 1 november. Het Deense stoomschip ESBEM SNARE, van Hamburg met stukgoed naar Veile, is in het Kaiser-Wilhelm Kanaal in aanvaring geweest met het van Danzig naar Amsterdam bestemde Nederlandse stoomschip APOLLO. Beide stoomschepen bekwamen schade boven de waterlijn, doch konden de reis voortzetten.


07 november 1911


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Schiedam, 6 november. Drijvende kraan. Verschenen zaterdagmiddag is van de werf Gusto alhier met goed gevolg van stapel gelopen de stalen romp van een drijvende kraan met een hefvermogen van 150 ton. De hoofdafmetingen zijn: lengte 39 meter, breedte 19 meter, holte voor 4,70 meter, en holte achter 2,30 meter.
De kraan kan hijsen tot op een hoogte van 60 meter boven de oppervlakte van het water, de grootste uitlading is 45,50 meter, het grootste hefvermogen 150 ton. Ook wanneer de last aan de haak is opgehangen kan de kraan zwenken en derricken en blijft daarbij het kraanschip dwarsscheeps geheel horizontaal liggen, dus zonder enige slagzij.
Dit is de derde van vier geheel gelijke kranen, welke voor Italië in aanbouw of afgeleverd zijn. De vier werktuigen zijn bestemd voor het opstellen van zware stukken geschut en affuiten aan boord van slagschepen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Maassluis, 6 november. Door de hevige NW wind is het stoomschip SOLO opnieuw ca. 10 meter naar de wal geslagen en ruim 2 meter achterwaarts. Het schip zelf is onbeschadigd gebleven, doch de beide steigers, gemaakt voor lossing over land, alsmede de machineloods, opgesteld op de zeedijk, zijn vernield. Hedenmiddag 5 uur sloegen de zeeën nog over het schip. Alle gemeenschap, ook de speciaal gemaakte telefonische verbinding met het schip, is verbroken. De bergers bleven echter aan boord.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Emden, 6 november. De gedeeltelijk met steenkool geladen Nederlandse tjalk ANTJE, met bestemming naar Groningen, is met een lichter in aanvaring geweest en daardoor beschadigd.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Delfzijl, 7 november. De Nederlandse tjalk DELFZIJL, kapt. De Boer, is nabij Wangeroog gestrand. De bemanning is gered. Verder wordt nog gemeld dat het schip, dat niet verzekerd was, is gezonken.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Bremen, 6 november. Uit Wangeroog wordt gemeld dat er heden van het aldaar gestrande Nederlandse schip ENTERPRISE, kapt. De Boer, 9 personen door de reddingboot FURSTIN VON BISMARCK zijn gered. De ENTERPRISE was met stenen geladen en bestemd van Varna naar Wangeroog. De ENTERPRISE is bij de Onderlinge Verzekering Vriendschap te Groningen verzekerd.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De nieuwe stoomvaartlijn Rotterdam – Boston. Cargadoors Joh. Otten & Zoon.
Nader vernemen wij uit Boston: De nieuwe 14-daagse geregelde stoomvaartlijn van Rotterdam op Boston wordt in hoofdzaak gefinancierd door de Canadian Pacific Railway, die verder medewerking heeft verkregen van een Rotterdamse en een Franse bankinstelling. Als cargadoor zal optreden de firma Joh. Otten en Zoon, doch de exploitatie van de lijn zal onder een aparte directie geschieden.
Het zal een stoomvaartlijn zijn buiten de zgn. “Pool”, dus in scherpe concurrentie met de H.A.L. en andere aangesloten lijnen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Londen, 4 november. Het Nederlandse stoomschip BETSY ANNA, van Amble naar Amsterdam bestemd, is te Yarmouth binnengesleept met gebroken krukas.


08 november 1911


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 7 november. Het Nederlandse stoomschip ZEELANDIA van Amsterdam naar Buenos Aires, is volgens telegram uit Rio de Janeiro, met verlies van een schroefblad heden aldaar aangekomen. Het stoomschip is door een Lloyds expert onderzocht. Het zal te Buenos Aires in het droogdok gaan.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Maassluis, 7 november. De positie van het stoomschip SOLO is onveranderd. De beide steigers zijn weer hersteld en de lossing wordt met kracht hervat. De zee blijft ruw.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Cuxhaven, 6 november. De Nederlandse aak PAX, kapt. Huizer, met hout van Danzig naar Wilhelmshaven bestemd, hier voor anker liggende geraakt heden tijdens de zware ZW storm op drift en kwam in gevaarlijke positie nabij Krautsand. De sleepboot TERSCHELLING heeft het schip naderhand weer naar de rede teruggesleept.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Van de werf van de scheepsbouwmeester T. Schepman te Kampen, is met goed gevolg te water gelaten een nieuw gebouwde motorboot, groot plm. 60 last, genaamd STAD KAMPEN, voor rekening van schipper L. Bakker aldaar. De boot zal voorzien worden van een zuiggasmotor van 63 pk van de Machinefabriek “Utrecht” te Utrecht. De boot zal dienst doen in het beurtveer Kampen – Amsterdam v.v.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Delfzijl, 7 november. Op het eiland Wangeroog zijn gestrand de alhier thuis behorende houten tjalken ROELFINA, kapt. B. de Boer, komende van Varel en DELFZIJL, kapt. G. de Boer, komende van Carolinensiel beladen met stenen en bestemd naar Wangeroog. De schepen zitten vol water. Het volk is gered.


09 november 1911


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 8 november. Volgens een telegram uit Reval is de van St. Petersburg naar Nykjöbing bestemde Nederlandse schoener METEOOR, kapt. Oldenburg, op Öland gestrand en zit gevaarlijk.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Reval, 6 november. Het op Ösel gestrande schip METEOOR heeft het roer verloren. Een bergingsstoomschip is naar de strandingsplaats vertrokken.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Op de werf van de scheepsbouwmeester P. Boele Pzn. te Slikkerveer is gebouwd de schroefboot BAARDWIJK, bestemd voor de Nieuwe Rijnvaart Maatschappij te Amsterdam.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Door Solleveld, Van der Meer & T.H. van Hattum’s Stoomvaart Maatschappij is aan de Rotterdamsche Droogdok Maatschappij de bouw opgedragen van een stoomschip, waarvan de afmetingen zijn: lang 331 voet, breed 48 voet en hol 24 voet 6 duim, met een draagvermogen van 5.500 ton, geclassificeerd in de hoogste klasse van Lloyds en bestemd voor de algemene vrachtvaart. Het zal onder de naam WESTERDIJK in de vaart worden gebracht.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Het stoomschip TEXEL van de Stoomvaart Maatschappij “Triton” te Rotterdam, is naar het buitenland verkocht.


Krant:

 VCO - Vlissingsche Courant

Vlissingen, 8 november. Hedenmorgen werd van de werf van de Koninklijke Maatschappij “De Schelde” alhier met goed gevolg te water gelaten het Gouvernements-stoomschip ALBATROS, in aanbouw voor het Departement van Koloniën. De ALBATROS is een zusterschip van de ZWALUW, die op 13 mei jl. werd te water gelaten en waarvan destijds een beschrijving gegeven is.


11 november 1911


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Bremen, 10 november. Het in 1890 te Oude Pekela van staal gebouwde Nederlandse schip ANTJE is onder Duitse vlag gebracht en zal in het vervolg de naam ANNA dragen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hamburg, 9 november. De Nederlandse sleepboot ATHLEET is onderzocht. Gebleken is dat aan stuurboord voorschip twee platen en 4 spanten moeten worden vernieuwd. Buitendien moeten enige platen worden gestrekt.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Maassluis, 10 november. Men heeft heden getracht ankers op staaldraden uit te zetten op de SOLO. Het bergingsvaartuig STIER en de sleepboten DONAU en TITAN zijn hiermee de gehele dag bezig geweest, doch door de nog steeds onstuimige zee mislukten alle pogingen. Met het lossen van de lading gaat men nog steeds voort. De positie van het schip is onveranderd.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 11 november. Voor enige tijd heeft de Scheepssloperij Frank Rijsdijk te Hendrik-Ido-Ambacht het oude oorlogsschip FORMIDABLE voor de sloop aangekocht. Het gevaarte kon onmogelijk, wegens de grote breedte door de Koningshaven alhier en het was ook te hoog boven water om onder de Maasbrug door te varen. Men heeft het vaartuig op de Maas eerst zover gesloopt en plat gemaakt dat het onder de Maasbrug door kon. Heden heeft het gevaarte, dat nog 10.000 ton waterverplaatsing had, onder de brug door gesleept. De eerste rijks-havenmeester Jhr. Orth bevond zich tijdens het slepen aan boord.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Delfzijl, 10 november. Het hier thuis behorend tjalkschip OMEGA, schipper Zoutman, hetwelk dinsdag van hier beladen met aardappelen naar Bremerhaven vertrok is gisteren lek geslagen en te Norddeich (Oost Friesland) binnengesleept.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Delfzijl, 10 november. Het tjalkschip TWEE GEBROEDERS, groot 94 ton, bevaren door schipper M. Minkema, is naar Duitsland verkocht.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Delfzijl, 10 november. Het nieuwe Nederlandse schip VRIJHEID, kapt. Schaap, dat gisteren van hier naar Yarmouth vertrok, is vannacht met gebroken roer hier terug gesleept door de sleepboot ALERT.


13 november 1911


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hamburg, 11 november. De reparaties aan de Nederlandse sleepboot ATHLEET zijn afgelopen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 11 november. Op de 1e april ll. is het stoomschip PRINS FREDERIK HENDRIK met het stoomschip NERVION in aanvaring geweest. Op 27 juli jl. is de uitspraak van het daarop gevolgde geding ongunstig voor de PRINS FREDERIK HENDRIK afgelopen. De schuld werd toen aan laatstgenoemd stoomschip geweten.
Thans is er een gerechtelijke uitspraak gedaan dat de schade vanwege de PRINS FREDERIK HENDRIK te dragen, gelimiteerd is op GBP 16.469 en 12 Sh., berekent tegen GBP 8 per ton. (Volgens de Merchant Shipping Acts meet de PRINS FREDERIK HENDRIK 2.058,70 ton).


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Warwick Harbour, 9 november. Het Nederlandse stoomschip NICOLAAS, is hier van Amsterdam aangekomen, lek en met water in het achterruim.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Hr.Ms. pantserdekschip UTRECHT, onder bevel van de kapitein ter zee W.T. de Booy, is 8 dezer te Curaçao aangekomen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De sleepboot ATLAS vertrok 6 november van Shields naar Angra (Azoren) om de Franse bark MARGUERITE MOLINES, aldaar masteloos binnengesleept, naar Hamburg te slepen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De sleepboot OOSTZEE, met een baggermolen, een bak en een bootje op sleeptouw, 3 dezer van Swinemünde vertrokken, arriveerde 10 november behouden te Holtenau.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De sleepboot POOLZEE vertrok gisterochtend met een baggermolen en een bak van Cuxhaven naar IJmuiden.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Gisteren vertrok de sleepboot NOORDZEE, met een zuiger en een bak van Grimsby naar Rotterdam.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De sleepboot SCHELDE vertrok 10 november van Falmouth naar Dahm met de hoppers D1 en D2.


14 november 1911


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Aan de Mij. voor Scheeps- en Werktuigbouw Fijenoord te Rotterdam is door de Koninklijke Paketvaart Mij. de bouw opgedragen van een dubbelschroef passagiers- en vrachtstoomschip, type RUMPHIUS.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De Nederlandse sleepboot SEINE met 2 bakken op sleeptouw arriveerde 10 november ’s avonds van Rotterdam te Soerabaja. Alles wel.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Kopenhagen, 10 november. Het gisteren met stukgoed van Amsterdam alhier aangekomen Nederlandse stoomschip APOLLO had bij aankomst water in het ruim. Men vreest dat de lading beschadigd is.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Volgens een telegram uit Antwerpen is de stoomboot TELEGRAAF omhoog gezet moeten worden met zware schade door aanvaring. (opm: zie ook RN 151111 en 201111)


15 november 1911


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hamburg, 14 november. Op de 26e oktober zijn de Nederlandse sleepboot ATHLEET en de Duitse torpedoboot S 167 nabij Cuxhaven in aanvaring geweest. Het Seeamt deze zaak behandelende sprak, na getuigen verhoor, de ATHLEET van alle schuld vrij.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Great Yarmouth, 13 november. De schoener EXCELSIOR uit Groningen, van Grimsby naar Oostende met haring in vaten, is hier binnengesleept met verlies van zeilen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Antwerpen, 12 november. Het stoomschip TELEGRAAF was in aanvaring met het naar Goole bestemde Engelse stoomschip LIBERTY, dat met schade naar hier is teruggekeerd.
(opm: TELEGRAAF V, zie ook RN 141111 en RN 201111)


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Bremerhaven, 12 november. De te Groningen thuis behorende motortjalk ALBERTA II, schipper Bogenholt, heeft op reis van Dortmund naar het Kaiser Wilhelmkanaal met een lading briketten, op zee de mast benevens tuigage verloren en is te Geestemünde binnengelopen.


Krant:

 VCO - Vlissingsche Courant

Vlissingen, 14 november. Hedenmorgen vertrok van hier het vrachtstoomschip PALEMBANG, gebouwd aan de werf van de firma Bonn & Mees te Rotterdam voor rekening van de Rotterdamsche Lloyd en aan de werf “De Schelde” voorzien van werktuigen en ketels, naar Rotterdam voor het houden van de proeftocht.


16 november 1911


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Hamburg, 14 november. Op 16 oktober had, zoals wij meldden bij Cuxhaven een aanvaring plaats tussen de te Groningen thuis behorende sleepboot ATHLEET en de Duitse torpedoboot S 167, waardoor beide schepen ernstige schade bekwamen.
Het Seeamt te Hamburg heeft deze zaak behandeld en de S 167 alleen schuldig verklaard, op grond dat dit vaartuig naar de verkeerde zijde uitweek.


Krant:

 VCO - Vlissingsche Courant

Vlissingen, 15 november. Bij de gisteren op de Noordzee gehouden proeftocht met het stoomschip PALEMBANG, gebouwd bij de firma Bonn & Mees, met machines en ketels van de Koninklijke Maatschappij “De Schelde”, werd ruimschoots aan de eisen voldaan. Het schip is onmiddellijk doorgestoomd naar Rotterdam om in de dienst van de Rotterdamsche Lloyd te worden opgenomen.


17 november 1911


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart
Bij de behandeling van de zaak van het stoomschip ALPHA, kapt. D. Boezema te Delfzijl, rederij Vrachtvaart Maatschappij Bothnia te Amsterdam, van welk schip bij lossing te Zaandam de machinekamer vol water bleek te staan, besliste de Raad op verzoek van de inspecteur voor de scheepvaart Stuyter, dat het onderzoek zich ook zal uitstrekken over de vraag, of het ongeval het gevolg is van de schuld of nalatigheid van de 1e machinist A. de Mey.
Deze getuige gaf een overzicht van het gebeurde. Hij deelde mee, dat de instroming van water geschiedde door de buitenboordklep aan bakboord zijde. Het schip helde naar die zijde over. Echter zou de machinekamer niet vol zijn gelopen, wanneer de 3e machinist zijn plicht had gedaan en aan boord was gebleven, in plaats van, zonder verlof naar de wal te gaan. Een paar leden van de Raad merkten daartegen op, dat er niets had kunnen gebeuren, wanneer de 1e machinist er voor gezorgd had, dat de afgenomen deksels weer op de circulatiepomp waren gezet.
Als deskundige getuigen werden gehoord de heren Vierhout en Van den Andel, werktuigkundige en scheepsbouwkundige experts, die een onderzoek hebben ingesteld namens de belanghebbenden.
Tenslotte werd ook kapitein Boezema gehoord. De uitspraak volgt later.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De Nederlandse sleepboot MADOERA van het Departement van Koloniën, van Rotterdam naar Soerabaja bestemd, is 15 november te Malta aangekomen.


18 november 1911


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Maassluis, 18 november. In de afgelopen week is het gelukt de door de storm in de nacht van 21/22 oktober afgeknapte staaldraden, waaraan de SOLO gemeerd lag, door geheel nieuwe te vervangen. Het stoomschip ligt nu gemeerd aan 4 ankers, uitgebracht op draden van 5 en 7 Eng. duim.
Met de lossing uit het voorruim, waarmee men was opgehouden om te voorkomen dat het schip nog hoger op zou gaan, is weer een aanvang gemaakt. De lossing van de lading uit het achterruim wordt dag en nacht voortgezet. De positie van het schip is onveranderd en het maakt geen water.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Aan de N.V. “Werd De Noord” te Alblasserdam werd, na gehouden inschrijving, door de N.V. Handels & Transport Maatschappij “Vulcaan” te Rotterdam, de bouw opgedragen van 2 Rijnschepen, elk van circa 3.000 ton inhoud. Deze schepen zijn hoofdzakelijk bestemd voor erts- en ijzertransport naar en van de fabrieken van de Gewerkschaft Deutscher Kaiser te Hamborn-Bruckhausen in Duitsland.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Gisteren werd met goed gevolg van de werf van de scheepsbouwmeester W. van Goor te Kampen te water gelaten een nieuw gebouwde hevelaak, groot ongeveer 86 ton, voor rekening van de schipper A. Hutten aldaar. Tevens werd op genoemde werf de kiel gelegd voor een zeilkastje, groot plm. 250 ton, voor rekening van schipper H.J. Bloemberg te Heukelom.


20 november 1911


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Blackwall, 17 november. Het de rivier afvarende stoomschip BATAVIER III geraakte hedennamiddag 04.55 uur aan de grond, doch kwam met het getij weer vlot en zette de reis voort. Of het stoomschip schade bekwam is niet bekend.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 20 november. Naar wij vernemen heeft de Holland- Amerika Lijn met de firma Furness, Witby & Co. Ltd. Te West Hartlepool gecontracteerd voor de bouw van twee vrachtstoomschepen van 10.000 ton.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Het stoomschip TELEGRAAF V, dat nabij Antwerpen in aanvaring is geweest, is na voorlopig gerepareerd te zijn te Krimpen aan de Lek aangekomen om aldaar afdoende reparaties te ondergaan. (opm: zie ook RN 141111 en 151111)


22 november 1911


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 21 november. Volgens telegram uit Singapore is aan boord van het Nederlandse stoomschip OPHIR, eigenaar Tong Piang te Palembang, in de haven van Singapore brand uitgebroken, welke echter geblust werd. Een gedeelte van de lading bestaat uit kerosine.


23 november 1911


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 21 november. Op de 16e dezer werd te Dumbarton het voor rekening van de Stoomvaart Mij. Nederland (Java-Bengalen Lijn) gebouwde stoomschip CALCUTTA te water gelaten. Het stoomschip dat een draagvermogen heeft van 9.400 ton, heeft de volgende hoofdafmetingen: Lang tussen de loodlijnen 415 voet, breed 56 voet en hol 30 voet 9 duim. Het is gebouwd met grote ruimen, met grote ballast capaciteit in de cellulaire dubbele bodem, achterpiek en in de dieptank in de midscheeps. De machines voor het verwerken van de lading zijn van de nieuwste vindingen. Schip en machines zijn onder speciaal toezicht van Lloyds en voor de hoogste klasse gebouwd.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf Van Gebr. Jonker te Kinderdijk, is te water gelaten het Rijnschip NORRE, groot ongeveer 800 ton, gebouwd voor Nederlandse rekening.
Van de werf van de scheepsbouwmeester A. de Jong te Vlaardingen is te water gelaten een stalen loggerschip, bestemd voor de haringvisserij.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Brest, 20 november. De sleepboot MAAS met de hekwieler FAADJI op sleeptouw, vertrok hedenmiddag van hier naar Grand Bassam.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Londen, 21 november. Volgens telegram uit Singapore is aan boord van de Ned. Indische rivierboot OPHIR aldaar in de haven, brand ontstaan in een deel van de lading kerosine. Het vuur werd echter geblust.


24 november 1911


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Londen, 22 november. De motortankboot VULCANUS, gisteren van Rotterdam naar Barrow vertrokken, is op de Goodwin Sands aan de grond gelopen, maar kwam zonder assistentie vlot na ca. 300 ton lading overboord te hebben gepompt en is naar Rotterdam teruggekeerd.
(De VULCANUS is 23 november te Rotterdam aangekomen. Red.)


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Singapore, 22 november. Het Nederlandse stoomschip BUCEPHALUS is hier aangekomen om te repareren. De volledige reparatiekosten worden geschat op GBP 4.000 (NLG 48.000).


25 november 1911


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Groningen, 25 november. Na bij de gisteren gehouden gerechtelijke verkoping van de HOLLANDIA is dit overdekt ijzeren schoenerschip verkocht voor NLG 5.600.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Londen, 23 november. Volgens telegram uit Calais is de Nederlandse motorschoener SIRRA, kapt. Hammerstein, 4 mijlen van daar gestrand. Harde wind met hoge zee. De toestand van de SIRRA is ernstig, de bemanning is in veiligheid, maar nog in de nabijheid van het schip.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 23 november. De uitgaande stoomschepen BETA en AMSTELDAM zijn in het Noordzeekanaal met elkaar in aanvaring geweest. De BETA maakte met enige schade hier vast, de AMSTELDAM zette onbeschadigd de reis naar Sunderland voort.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 24 november. Volgens alhier ontvangen telegram blijkt het bericht, als zou het in de vorige maand van de sleepboot OCEAAN losgebroken stoombootje PAQUETA gezonken zijn, onjuist te zijn geweest. Het bootje werd dezer dagen door het Braziliaanse stoomschip ANNA op 180 mijl van Santos aangetroffen en in goede staat aldaar binnengebracht.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 24 november. De tankboot VULCANUS, alhier uit zee teruggekeerd, is onderzocht en bleek geen schade te hebben bekomen. Na de lading te hebben aangevuld, zal zij weer naar Barrow vertrekken.


Krant:

  EB - De Eemsbode

Delfzijl, 23 november. Heden heeft de proefvaart plaats gehad van de stalen sleepboot CONSUL, gebouwd op de werf van Th. Wilmink te Gideon bij Groningen. Gebouwd voor Reederei Schlichting te Hamburg, kapitein Petersen. De machine is een triple-compound stoommachine van 280 ipk, vervaardigd door de firma Fulton in Hoogezand, die het schip een snelheid geeft van 10 mijl.


26 november 1911


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 25 november. De Nederlandse schoener VRIJHEID, kapt. Schaap, is terwijl het door een sleepboot geassisteerd werd, met de pier in aanvaring geweest waardoor de boegspriet werd weggerukt. Het schip maakt water.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 25 november. Volgens telegram uit Piraeus is het Nederlandse stoomschip FOLMINA met gescheurde vuurhaarden van de hoofdketel aldaar binnengelopen. Een expertise zal gehouden worden.


27 november 1911


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 27 november. Wij vernemen, dat de Nederlandse motorschoener SIRRA, bij Calais gestrand, ruim een uur gaans uit de kust op zandige bodem zit. Met laagwater is het schip te voet te bereiken. Afgelopen zaterdag was er reeds 100 ton lading gelost. Er is nu een contract gemaakt om het schip vlot en te Calais binnen te brengen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Maassluis, 27 november. Met uitzondering van twee ketels en 12 zware colli is de gehele lading uit het gestrande stoomschip SOLO gelost en naar Rotterdam vervoerd. Staaltrossen van 7 en 5 Eng. duim met zware ankers zijn uitgezet om bij gunstige getijden te trachten de kop van de SOLO om de NW te hieuwen. De toestand van het stoomschip is onveranderd.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 27 november. Het te Groningen thuis behorende stoomschip PRINSES JULIANA is, volgens een telegram uit Rostock te Dasserort gestrand.


Krant:

 VCO - Vlissingsche Courant

Vlissingen, 25 november. Hedenmiddag werd van de werf van de Koninklijke Maatschappij “De Schelde” alhier met goed gevolg te water gelaten het stoomschip MERAUKE, gebouwd voor de stoomvaart maatschappij Rotterdamsche Lloyd te Rotterdam en bestemd voor de vrachtvaart op Nederlands-Indië.
De laatste beletselen werden weggenomen door de jongejuffrouw Van Waveren.
De hoofdafmetingen van het schip zijn: Lengte tussen de hoofdlijnen 430 Eng. voet, holte in de zijde 37 ft., laadvermogen 8.500 ton. Het schip is voorzien van een dieptank, is van het shelterdek type en hoofdzakelijk bestemd voor de vrachtvaart, doch tevens ingericht voor het vervoer van een groot aantal tussendek passagiers.
De officieren hebben hun hutten en verblijven op het shelterdek; boven die hutten bevindt zich het sloependek. Het brugdek strekt zich uit boven de salon, waarop zich ook bevindt de kapiteinskamer en daarboven de kaartenkamer en commandobrug. Het logies van de bemanning bevindt zich voor onder het shelterdek. Aan boord zijn opgesteld 13 stoomlieren, die de lading kunnen verwerken door middel van laadbomen aan de 2 paalmasten en 6 laadbomen, die bevestigd zijn aan speciaal daarvoor aangebrachte stalen kokers, die tevens als luchtkokers dienst doen. Bovendien is er een zware laadboom tot het hijsen van lasten van 30 ton. Het schip is voorzien van een brandblus- en ontsmettingsapparaat, systeem Halley. De verlichting geschiedt elektrisch.
De Brown’s stoomstuurmachine wordt van de brug af behandeld door middel van een telemotor. Het schip is gebouwd onder toezicht en volgens de Rules van Bureau Veritas en in de hoogste klasse geclassificeerd.
De voortstuwingsmachine zal zijn van het triple compound systeem met cilinders van 28”, 47” en 81” bij 52” slag en in staat om 3.500 ipk te ontwikkelen. De stoomketels zijn 4 in getal, single ended, 15’ 0” diameter bij 11” 0” lang met een gezamenlijk verwarmingsoppervlak van 10.250 vierkante Engelse voet en voorzien van Howden’s forced draught. De stoomdruk is 200 lbs. De schroef heeft 4 bladen van 8 ton Martin brons vervaardigd. De snelheid van het schip zal 12½ mijl zijn bij een diepgang van 23 voet. In de machinekamer worden verder opgesteld: Een centrifugaal circulatiepomp, met 2 machines, 2 aparte voeding pompen, verdamper, ballastpomp, dekpomp, zoetwaterpomp en in de stookplaats 2 hydraulische as-ejectors van het Schelde-type.


28 november 1911


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Volgens te Rotterdam ontvangen bericht, is de motorschoener SIRRA een weinig water gaan maken. De berging hangt geheel van het weer af. Een expert is van hier vertrokken.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Zeetijdingen. Men schrijft ons: Omtrent het Groningse schip CONFID, kapt. Schuitema, dat reeds de 22e september met een lading hout van Kotka naar Oldersum (Oostfr.) was vertrokken en waarvan men sedert niets had vernomen, zodat men het als verloren beschouwde, is thans te Oldersum bericht ontvangen, dat het op de rede van Kalmar (Zweden) geankerd lag.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Rotterdam, 28 november. De bij Calais gestrande motorschoener SIRRA, kapt. Hammerstein, zit ruim een uur gaans uit de kust op zandige bodem. Bij laag water is het schip te voet te bereiken. Zaterdag was reeds 100 ton lading gelost. Er is contract
gemaakt om het schip vlot- en te Calais binnen te brengen.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 28 november. Alhier is gisteren aangekomen het tjalkschip OMEGA, kapt. Zoutman, waarvan wij reeds vroeger melding maakten. De kapitein vertelde ons, dat het schip achter het Koperzand ten anker lag. Door de geweldige zee ging het anker door (nader bleek echter dat de hele vloei recht getrokken was) waardoor zij onvermijdelijk op het Hamburgerzand
sloegen en het schip lek werd. De zeeën beukten het schip zodanig, dat alle losse
voorwerpen van het dek sloegen en met moeite ieder zich zelf moest vasthouden. Even later (het was 's ochtends drie uur) kwam de in Hamburg thuis behorende Wasserboot 2, die hem met veel moeite op sleeptouw kreeg en het schip te Norddeich half vol water binnenbracht.
De bekomen averij is tamelijk groot, o.a. het roer, de kiel, de boot en het ijzerwerk van de zwaarden zijn alle stuk. De bakstag gebroken en de presennings alle gescheurd. De OMEGA is verzekerd bij de Onderlinge Verzekering “Vriendschap” te Groningen.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Wat betreft het stranden van de PRINSES JULIANA, kapitein-eigenaar de heer P. Bul, alhier, kunnen we nog meedelen, dat het schip, door zware oosterstorm belopen, te midden van hevige sneeuwbuien hoog op het strand is geworpen te Darsserort, bij Prerow, gelegen aan de Noordkust van Duitsland bij Stralsund. Verdere bijzonderheden ontbreken nog. De bemanning gaat het best. Men hoopt het schip nog weer vlot te krijgen.


29 november 1911


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart
De Raad voor de Scheepvaart te Amsterdam heeft gisteren uitspraak gedaan in de zaak van het stoomschip ALPHA, dat op 21 september jl. te Zaandam vol water liep.
Gezagvoerder was D. Beeteman (opm: in vorig verslag genoemd D. Boezema !) te Delfzijl,
rederij Vrachtvaart Maatschappij Bothnia te Amsterdam.
De ALPHA had te Onega een lading hout ingenomen. De dag na aankomst te Zaandam werd bemerkt, dat er water in de machinekamer en in de ruimen liep. Bij het onderzoek bleek dat het schip, hetwelk eerst over stuurboord lag, 's nachts over bakboord is gegaan, waardoor de uitmonding van de circulatie onder water is gekomen. Door afwezigheid van de wachthebbende machinist werd dit niet bijtijds bemerkt. Het onderzoek heeft mede gelopen over de vraag of het ongeval is te wijten aan een daad of nalatigheid van derden en de eerste machinist.
De oorzaak van de ramp schrijft de Raad toe aan de omstandigheid, dat de uitlaatklep van de circulatie niet gesloten is geweest, waardoor het water toegang kreeg tot het schip. De eerste machinist had niet moeten toestaan, dat de pomp open bleef en zich moeten overtuigen of last moeten geven, dat de pomp gesloten werd. Tussen het van boord gaan van de derde machinist en het vollopen van het schip bestaat geen oorzakelijk verband. Het ongeval moet in het algemeen geweten worden aan de te weinig zorg van de machinisten voor de hun toevertrouwde toestellen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart
De Raad heeft gisteren behandeld de zaak van de stranding op 26 oktober op de Lillegrunden in de Grote Belt van het tjalkschip NEPTUNUS, schipper en eigenaar M. Westers te Groningen. Deze verklaarde dat hij met een lading mais op reis was van Bremen
naar Aarhus. Het schip stak 1,90 meter. Toen de NEPTUNUS in de Grote Belt gekomen was, werd het dik van mist en regen. De schipper heeft aangestuurd op een rood licht, hetwelk volgens de Nachrichter een andere betekenis had gekregen. Hem werd er op gewezen, dat hij beter had gedaan het grote vaarwater te houden en niet zo dicht onder de kust te varen; dan had hij meer lichten gehad. Thans heeft hij het licht van de Lillegrunden verkeerd voor dat van Samsö aangezien. Zeilaanwijzingen had de schipper niet aan boord.
De Raad zal later uitspraak doen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Gisteren werd op de Naamloze Vennootschap “Werf de Noord" te Alblasserdam met goed gevolg te water gelaten het Rijnschip genaamd DUIVELAND, afmetingen plm. 66 x 8 x 2,50 meter, draagvermogen ruim 1.000.000 kg, gebouwd voor Nederlandse rekening. Onmiddellijk daarop werd de kiel gelegd voor een dergelijk Rijnschip, ook voor binnenlandse rekening.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Londen, 27 november. Volgens telegram uit Rostock is het Nederlandse stoomschip PRINSES JULIANA bij Darsserort gestrand en moet lossen. Assistentie vertrok derwaarts.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Raad voor de Scheepvaart, stranding NEPTUNUS
De Raad behandelde de stranding van het tjalkschip NEPTUNUS, op 22 oktober ll., op de Lilli-gronden. Het vaartuig was op weg van Bremen naar Aarhus. De schipper en eigenaar is M. Westers, te Groningen. Deze had volgens het Vurenboek 1911, aangestuurd op een rood vuur, dat, volgens de „Nachrichten” een andere betekenis had gekregen. Daardoor had de stranding plaats van het met mais geladen schip. Door eigen kracht raakte men los en koerste vervolgens naar Aarhus. Daar was de gelegenheid voor gehele herstelling niet al te best, zodat dit nu in Holland plaats vond. Men wees hem er op, dat hij beter gedaan had, het grote vaarwater te houden en niet zo dicht onder de kust te varen, dan had hij meer lichten gehad. Thans heeft hij het licht van de Lilli-gronden verkeerdelijk voor dat van Samsö aangezien. Uitspraak volgt later.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 27 november. De Nederlandse sleepboot THAMES arriveerde met een baggermolen en bak op 27 november voormiddags van Rotterdam te Soerabaja.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Raad voor de Scheepvaart
De Raad voor de Scheepvaart te Amsterdam deed gistermiddag uitspraak in de zaak van het stoomschip ALPHA, dat op 21 september jl. te Zaandam vol water liep. Gezagvoerder was D. Boereman te Delfzijl, rederij Vrachtvaart Maatschappij „Bothnia" te Amsterdam. De ALPHA had te Onega een lading hout ingenomen en kwam 20 september voor IJmuiden en dezelfde dag te Zaandam aan. Op de 21e werd bemerkt, dat er water in de machinekamer en in de ruimen van het schip stond. Uit het onderzoek was destijds gebleken, dat het schip, dat over stuurboord lag des nachts naar bakboord was gegaan, waardoor de uitmonding van de circulatieklep onder water kwam. Door afwezigheid van de wachthebbende machinist werd dit niet bemerkt. Ook aan de machine-inventaris werd schade toegebracht.
De Raad is van oordeel, dat het vollopen van het schip tot oorzaak had, het niet sluiten van de uitlaatklep van de circulatie, waardoor buitenboordwater toegang tot het schip kon krijgen door de open pomp. De eerste machinist had niet moeten toestaan, dat de pomp open bleef, doch behoren last te geven, deze te sluiten. De derde machinist had het schip niet behoren te verlaten, doch het is de vraag of, al ware hij aan boord gebleven, het vollopen eerder ontdekt zou zijn. De Raad wijdt dit ongeval aan de te weinige toewijding door de machinisten, betoond voor de aan hun zorg toevertrouwde toestellen.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Staats Courant 280 bevat de statuten van de stoomsleepdienst Jac. Frater te Delfzijl.
Doel is het aankopen en exploiteren van stoomsleepboten, met dien verstande evenwel, dat de vennootschap nimmer meer dan één boot tegelijk in eigendom zal hebben. Duur 30
jaren. Kapitaal NLG 6.000, verdeeld in 6 aandelen, elk groot NLG 1.000, welke alle geplaatst en volgestort zijn. Voor de eerste maal directeur de heer J. Frater Smid, en commissarissen de heren E. Frater Smid en J. Zwart Wzn.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 28 december. Volgens het Handelsblad is het stoomschip KONINGIN WILHELMINA van de Stoomvaat Maatschappij Nederland, verkocht aan een Franse rederij. Het komt vermoedelijk in de vaart op de Middellandse Zee.


30 november 1911


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Schiedam, 29 november. Van de werf Gusto van de firma A.F. Smulders alhier is gisteren met goed gevolg van stapel gelopen de stalen romp van een zee-sleepboot. Het schip heeft de volgende hoofdafmetingen: Lengte op de loodlijnen 30 meter, breedte 6,50 meter, holte 3,75 meter en is voorzien van een verticale triple expansie machine, welke 450 ipk kan ontwikkelen. Deze machine wordt gevoed door een ketel met een verwarmd oppervlak van 130 vierkante meter en een stoomspanning van 12¼ kg. Het vaartuig is voorzien van een krachtige centrifugaalpomp, gedreven door een afzonderlijke compound machine, welke pomp in het bijzonder voor bergingsdoeleinden is bestemd. De vaarsnelheid is 10 knopen. Deze sleepboot is bestemd voor een Zuid-Amerikaanse haven en zal de reis daarheen onder eigen stoom volbrengen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Nakskov, 27 november. De te Groningen thuis behorende koftjalk NEËZARTIE, kapt. Moesker, met aardappelen van Hobro naar Warnemünde, is heden op Albuen gestrand. Op assistentie van Svitzer wordt gewacht.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 30 november. Volgens een telegram uit Rostock is het stoomschip PRINSES JULIANA met de hulp van een Svitzer stomer vlot gekomen en alhier binnengebracht. Het stoomschip zal de reis naar Flensburg voortzetten.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Terschelling, 27 november. Drie sleepboten van de firma Zur Mühlen hebben getracht de bij paal 9 gestrande stoomtrawler MÖVE af te brengen, hetgeen niet gelukt is wegens te lage waterstand. Wel is het schip een weinig noordwaarts getrokken, doch het heeft nogal wat geleden. De lading, bestaande uit kabeljauw, schelvis en heilbot, is verkocht aan een Harlinger, die alles nu laat lossen en naar West-Terschelling rijden. Hedenmorgen heeft de eerste verkoping plaats gehad.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Delfzijl, 27 november. Het tjalkschip OMEGA, dat bij de jongste storm voor Norddeich op het Hamburgerzand geslagen werd, kwam heden alhier binnen. Er was belangrijke averij aan boot, roer, kiel, zwaarden, bakstag en presennings.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Delfzijl, 28 november. De in 1908 van ijzer gebouwde 2-mast gaffelschoener HOLLANDIA, thuis behorende te Meppel, die sedert februari 1907 wegens kwestie in averijzaken alhier gelegen heeft is gerechtelijk verkocht voor plm. NLG 6.000 naar Duitsland, en vertrokken naar een scheepswerf te Groningen ter onderzoek en reparatie.


01 december 1911


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 30 november. De sleepboot ZWARTE ZEE, met een dokdeur op sleeptouw van Toulon naar Diego Suarez, arriveerde heden ter plaatse van bestemming.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 1 december. De sleepboot ZUIDERZEE met een bak op sleeptouw, van Portsmouth naar Ferrol, arriveerde gisteren ter plaatse van bestemming.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hamburg, 29 november. De voorsteven van het stoomschip LOKE, dat met het stoomschip JUNO in aanvaring is geweest, is gebroken en de boeg is totaal ingedrukt. Op orders wordt gewacht.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Warnemünde, 29 november. Het stoomschip PRINSES JULIANA heeft door het stranden geen schade geleden.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 1 december. De sleepboot ZUIDERZEE met een bak op sleeptouw, van Portsmouth naar Ferrol, arriveerde gisteren ter plaatse van bestemming.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Londen, 30 november. Het stoomschip PRINSES JULIANA, kapt./eig. Bul, is met assistentie van een Svitzer-stomer vlot- en te Rostock binnengebracht Het zal de reis naar Rendsburg voortzetten. (Zie ons no. van 28 november)


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Nakskov, 27 november. De van Hobrö naar Warnemünde bestemde koftjalk NEËZARTIE, kapt. Moesker, is heden op Albnen gestrand en verwacht assistentie van Svitzer.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Examens. Geslaagd zijn voor de grote stoomvaart als eerste stuurman de heren W. van den Stoop en E.J. Tuininga; als derde stuurman de heren P.J.W. Zaalberg, H. Zander, J.M.M.
van Zuet en J. Weber.
Geslaagd voor diploma A (machinist) de heren K.H. de Vries, A.J. Vink, J.B.F.G. Puinbroek,
P.J. van der Want en H.T. Fenenga.


02 december 1911


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 1 december. De Nederlandse koftjalk, METEOOR, kapt. Oldenburg, met een lading, oliezaadkoeken, van St. Petersburg naar Nykjöblng, is, volgens telegram uit Windau, na gestrand geweest te zijn, aldaar binnen gesleept. De lading is beschadigd, doch de omvang van de schade is nog niet bekend. (Zie Avondblad B 9 november)


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Terschelling, 2 december. De stoomtrawler MOEWE is lens gepompt; er bestaat nu meerder kans het schip af te brengen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Warnemünde, 30 november. Het stoomschip PRINSES JULIANA zal, nadat de geloste deklading weer is herscheept, morgen de reis naar Rendsburg voortzetten.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Warnemünde, 30 november. Het stoomschip PRINSES JULIANA, kapt./eig. Bul, geassisteerd door 2 bergingsstomers, kwam hier binnen. Het schip had geen schade. (Zie ons vorig no.)


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Kopenhagen, 27 november. De koftjalk NEËZARTIE, schipper Moesker, is zonder assistentie weer vlot gekomen. (Zie ons vorig no.)


03 december 1911


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 2 december. Volgens een telegram uit Hamburg zijn het Noorse stoomschip ALTE JARL en het Nederlandse stoomschip NIAS op de Beneden Elbe in aanvaring geweest, waardoor beide schepen werden beschadigd.


04 december 1911


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Maassluis, 4 december. Men is er in geslaagd de twee zware ketels en nog 12 colli zwaar goed over zee uit het stoomschip SOLO te lossen. Het stoomschip is hedennacht 3 meter met de kop zeewaarts gehieuwd. Nu heeft het stoomschip geen slagzij meer.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Raad voor de Scheepvaart
De Raad voor de Scheepvaart heeft uitspraak gedaan inzake het zinken van de schelpenzuiger WILLEM BARENDSZ op 25 oktober in het zeegat van Ameland.
Schipper was J. Doeksen te West Terschelling; rederij G. Doeksen & Zn.
De schipper had vier jaar gevaren. Het schelpenvissen geschiedde op de Wadden. In mei was de WILLEM BARENDSZ na een aanvaring bij Terschelling op de helling in Leeuwarden geweest. De buis waarmee de schelpen gezogen worden was plm. 15 meter lang, er konden echter enige stukken aangekoppeld worden, waardoor de lengte 20 meter werd. Het schip had 4 waterdichte schotten. De bemanning telde zeven man.
De schelpenzuiger was 's avonds van de 25e langszij van de LYONS, die bij Ameland lag, wegens het ruwe weer. Op honderd vaam afstand werd geankerd. Ieder ging aan boord van de zuiger slapen. In de Wadden was, aldus verklaarde de schipper, geen vaart.
's Nachts om 12 uur hoorde hij een bons en bemerkte, dat het schip zware slagzij naar bakboord had, terwijl in zijn hut, welke op het dek was, het water liep. Door de druk van het water kon hij de deur niet open krijgen en moest deze open trappen. Het was stormweer. De bemanning werd gewaarschuwd en kon zich in de boot redden; enigen ervan moesten eerst in de mast vluchten. De schipper zelf werd door een stuk zee over boord geslagen, doch werd later ook opgepikt.
In de uitspraak werd erop gewezen, dat er 's nachts geen man op wacht op de schelpenzuiger was geweest. Was dit wel het geval geweest, dan had men wellicht het lek worden kunnen bemerken. De oorzaak van de ramp kon de Raad niet vaststellen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Dieselmotoren. De heer H.J. Zwaan schrijft ons: Naar aanleiding van uw artikeltje "Dieselmotoren, de eerste", heb ik de eer u te doen opmerken, dat de SEMKILAU lang niet het eerste schip is, dat met dieselmotoren is uitgerust voor de koopvaardij onder Nederlandse vlag.
Reeds in 1908 werd het schoenerschip SAN ANTONIO van de firma Hammerstein te Rotterdam van een dergelijke machine voorzien. Daarna volgt het motorschip CORNELIS, eigenaar de heer J. Rompu te Terneuzen, een boot van 650 netto ton, zonder zeilvermogen, waarop ik persoonlijk vijf maanden als machinist dienst deed in geregelde Noordzeevaart.
Na deze komt de VULCANUS, een tankschip van 1.000 ton van de Kon. Nederlandse Mij. tot Expl. van Petroleumbronnen in Nederlands-Indië.
Al deze machines werden geleverd door de Nederlandsche Fabriek van Werktuigen en Spoorwegmaterieel en ik kan u tevens meedelen, dat de heer Kloos reeds zoveel verbeteringen van de dieselmachine heeft toegepast dat ons Nederlands fabricaat alle buitenlandse in de schaduw stelt.
Ik hoop hierdoor de Nederlandse industrie op de plaats te zien, die haar ten volle toekomt, daar de VULCANUS eens het grootste motorschip ter wereld was met machines, die 60 epk ontwikkelen.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Raad voor de Scheepvaart
De Raad voor de scheepvaart te Amsterdam deed heden uitspraak inzake de aanvaring op
de Zuiderzee op 16 oktober van het tjalkschip AMICITIA, schipper en eigenaar G. Kaspers te Groningen en de sleepboot VIKING, schipper J. Kalk, te Amsterdam.
De Raad oordeelde dat de aanvaring te wijten was aan de VIKING, die voor de AMICITIA had moeten uitwijken.
De Raad besliste vervolgens inzake de stranding op de Lille-gronden op 22 oktober 1910 van het tjalkschip NEPTUNUS, schipper en eigenaar Westers te Groningen.
De Raad oordeelde dat indien de schipper niet zeker wist welk licht hij had waargenomen, hij niet in de gestuurde richting had moeten doorgaan en de ankers had moeten werpen.
Het ongeval is aldus de Raad te wijten aan het slechte zeemanschap van Westers.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

De Kon. Hollandsche Lloyd laat weer twee nieuwe mailboten bouwen in Glasgow. Blijkens
een bericht, klaarblijkelijk van de directie afkomstig, hebben de Nederlandsche werven, die gevraagd zijn, verklaard niet in de gelegenheid te zijn naar de bouw mee te dingen. De
afmetingen van de nieuwe schepen worden: 560 x 66 x 49 voet, de bruto inhoud ongeveer 14.000 ton; de snelheid 17 mijlen bij 11.000 paardenkrachten. De schepen zullen ongeveer 500 kajuits- en 1.350 derde klasse passagiers kunnen vervoeren.
Er staat niet bij waarom de Nederlandse werven deze schepen niet konden bouwen. Voor
de maatschappij Nederland en de Rotterdamsche Lloyd worden ze wel hier te lande gebouwd.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Groningen, 4 december. Uit Oldersum in Oost-Friesland wordt bericht dat de Groninger tjalk CATHARIENA MARGRIETHA, kapt. Pinkster, waarvan wij vrijdag de aankomst van Kragerö te Emden berichtten, daar is aangekomen. Het schip heeft een zware storm doorstaan, waardoor zeilen, de mast en een gedeelte deklast over boord sloegen. De stuurman sloeg over boord en verdronk.
Eerst werd het schip door de stoomtrawler STUTTGART naar de Weser en van daar is het
schip door de sleepboot WILLI door het Ems-Jade-Kanaal naar Oldersum gesleept. Na lossing gaat het schip naar Nederland om te repareren.


05 december 1911


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de scheepvaart
De Raad voor de Scheepvaart te Amsterdam heeft gisteren uitspraak gedaan in zake het aan de grond lopen op 22 oktober van het zeilschip NEPTUNUS, op het Hillegrund rif, in de Noordwestelijke ingang van den Grote Belt. Het schip behoort aan de wed. Westers te Groningen; schipper was haar zoon M. Westers. Deze schreef het ongeval toe aan stroomverleiding, slecht weer en verplaatsing van de vuren, de Raad echter aan slecht zeemanschap. De schipper toch veronderstelde bij Römsoe, dat hij met het vuur van Samsö te doen had, van welke plaats hij nog 17 mijl verwijderd was; toen hij het licht niet met zekerheid kon thuisbrengen, had hij niet moeten doorvaren, maar het log uitwerpen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Oostende, 4 december. Het Nederlandse schip EXCELSIOR, dat te Yarmouth enige reparaties heeft ondergaan, is gisteren alhier aangekomen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Te Vrijenban is van de werf van de firma H. Boot & Zonen te water gelaten de sleepkaan ANNA MARTIENA, groot 500 ton voor rekening van de heer A. van Pelt te Schiedam, terwijl de kiel werd gelegd voor een sleepkaan van 800 ton, eveneens voor Nederlandse rekening.
Te Waspik is van de werf van de heren P. & A. Ruytenberg een stalen sleepkaan, genaamd HORTENSE en groot 550 ton, te water gelaten, waarna de kiel werd gelegd van eenzelfde vaartuig. Beide schepen worden voor Nederlandse rekening gebouwd.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Zaterdagmiddag werd van J. & K. Smit's Scheepswerven te Krimpen a/d. Lek met goed gevolg te water gelaten het onder No. 641 gebouwde schip.
Deze boot is de tweede die voor de provinciale postdienst is gebouwd en zal een geregelde dienst onderhouden tussen Zierikzee en Middelburg.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 5 december. In de maand november werden alhier uitgevoerd naar Duitsland zes
nieuwe schepen, t.w. vijf zeilschepen en een sleepboot.
De sleepboot genaamd DORA werd gebouwd op de werf van de heer Th. Wilmink te Gideon voor rekening van Durmein en Paap te Hamburg. Eveneens werden de zeilschepen alle voor Duitse rekening gebouwd.
Totaal werden dit jaar 93 nieuwe schepen uitgevoerd.


06 december 1911


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Door dezen vervullen wij de treurige plicht U kennis te geven van het plotseling overlijden van mijn geliefde echtgenoot, onze broeder en behuwd broeder,
de heer Jan Kremer, in leven scheepsgezagvoerder, in de ouderdom van bijna 61 jaar.
Mede namens wederzijdse familie, Wed. J. Kremer geb. Pinksterboer.
Rotterdam, 4 december 1911. Duyststraat 25b.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hoogezand, 5 december. Van de werf van de firma E.J. Smit & Zn. te Westerbroek liep een stalen 3-mast motorschoener, gebouwd onder hoogste klasse Engelse Lloyd, te water. De motoren voor dit schip, Ankersmit ruwolie 2-takt motoren, worden door dezelfde firma gebouwd.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Scheepsrampen.
Rotterdam, 6 december. Volgens Bureau Veritas zijn gedurende de maand oktober 76 zeilschepen vergaan (hieronder is begrepen 1 schip waarvan nadere berichten ontbreken en als vermist beschouwd wordt). Verdeeld als volgt: 9 Amerikaanse, 4 Deense, 1 Duits, 19 Engelse, 6 Franse, 1 Grieks, 15 Noorse, 1 Portugees, 4 Russische, 1 Uruguaans en 15 Zweedse.
In hetzelfde tijdvak zijn 47 stoomschepen vergaan (hieronder is begrepen 1 schip waarvan nadere berichten ontbreken en als vermist beschouwd wordt). Verdeeld als volgt:
3 Nederlandse, 5 Amerikaanse, 1 Deens, 2 Duitse, 18 Engelse, 1 Frans, 1 Grieks, 6 Japanse, 5 Noorse, 3 Spaanse en 2 Zweedse.
De oorzaken waren voor de zeilschepen: stranden 28, aanvaren 4, brand 2, zinken 6, verlaten 6, gesloopt 20 en 1 vermist.
Van de stoomschepen: stranden 18, aanvaren 2, brand 4, zinken 11, verlaten 1, gesloopt 10 en 1 vermist.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hoogezand, 5 december. Van de werf van de firma E.J. Smit & Zn. alhier is te water gelaten een stalen zee sleepboot van 350 pk, onder klasse Germanischer Lloyd + 100 A/1 K.(E.). Deze sleepboot wordt voor Duitse rekening gebouwd.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de scheepvaart, JOSEPHINA
De Raad heeft heden uitspraak gedaan in zake de aanvaring op de 5e juli in de Golf van Biscaye tussen het stoomschip JOSEPHINA, rederij firma Jos. de Poorter te Rotterdam, kapitein Carlzender en het Roemeense stoomschip DOBROGEA. Bij de aanvaring werd een matroos van de JOSEPHINA te kooi gedood en een stoker gewond. Het voorschip werd tot het aanvaringsschot verbrijzeld en maakte water, toch slaagde men erin de JOSEPHINA te Southampton binnen te brengen.
De juiste oorzaak van de aanvaring heeft de Raad niet kunnen vaststellen, doordat gegevens van de zijde van de DOBROGEA ontbreken. De Raad heeft echter geen aanleiding gevonden om de opgaven, verstrekt van de zijde van de JOSEPHINA, als onbetrouwbaar te beschouwen en acht het voor de hand liggend, dat de aanvaring is veroorzaakt, doordat de DOBROGEA met volle kracht door de dikke mist heeft gestoomd, wat als een grove nalatigheid moet worden aangemerkt. Bij het horen van het eerste sein had de JOSEPHINA echter moeten stoppen. De kapitein zegt dit niet gedaan te hebben, omdat hij meende beter te doen, als hij vaart in zijn schip hield, teneinde te kunnen sturen. Met deze opvatting is de Raad het niet eens; hij acht het een verzuim, niet verontschuldigd door de gegeven verklaring, al staat de aanvaring er niet mee in oorzakelijk verband. Overigens heeft de kapitein van de JOSEPHINA tijdens de aanvaring zowel als bij het binnenbrengen met zeemanschap gehandeld.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de scheepvaart, stranding VEERHAVEN
Op 21 oktober is het stoomschip VEERHAVEN, rederij Gebr. van Uden te Rotterdam, kapitein O. Hoekstra te Schiermonnikoog op reis naar St. Petersburg vastgelopen bij het vuurschip Anholt in het Kattegat. Nadat 20 ton kolen overboord was gezet en het schip 30 uur had vastgezeten, werd het los gesleept zonder averij te hebben bekomen.
De gezagvoerder heden door de Raad voor de Scheepvaart gehoord, schreef de stranding toe aan stroomverzetting en het niet bijtijds horen van het mistsein van het vuurschip van Anholt. De kapitein van de Zweedse sleepboot eiste 500 Kronen voor het losslepen en 400 Kronen voor het wachten, waarvoor contract werd opgemaakt. Er is slechts eenmaal gelood. De kapitein verklaarde verder geen Thomson, maar een handlood aan boord te hebben gehad; daarom moest voor het loden telkens gestopt worden en gebeurde het niet dikwijls. De kapitein was zeker van zijn deviatie; er zou juist ten tweede male worden gelood, toen het schip vastliep. De stuurman bevestigde een en ander. De Raad zal later uitspraak doen.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Rotterdam, 5 december. De nabij Calais op het strand gelopen motorschip SIRRA, kapt. Hammerstein, is gisteren vlot- en te Calais binnengebracht. (Zie ons no. van 28 november)


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Groningen, 6 december. Van de scheepswerf Nicolaas Witsen, van de firma W.F. Stoel & Zoon te Alkmaar, is met goed gevolg te water gelaten een inspectiemotorboot voor de Prov. Waterstaat alhier.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Groningen, 6 december. Gisteren werd van de werf van de heren Vos & Zn., Winschoterdiep, alhier, te water gelaten een nieuw gebouwde staal ijzeren motorboot, voor rekening van kapitein J. Salomons en werd de kiel gelegd voor een dito motorboot.


Krant:

  DS - Dagblad Scheepvaart

Delfzijl, geen datum. De sleepboot DORA heeft op de Eems een proefvaart gemaakt, gebouwd op de werf van Th. Wilmink te Gideon bij Groningen, in opdracht van de Reederei Domein en Paap te Hamburg.


Krant:

 VCO - Vlissingsche Courant

Vlissingen, 5 december. Op de scheepswerf “De Schelde” is een aanvang gemaakt met het verlengen van de scheepshellingen. Zij krijgen nu een lengte van 600 voet.
De tonnenbrug wordt 15 december voorgoed verwijderd.


07 december 1911


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Antwerpen, 6 december. Tijdens de reis van Philadelphia naar hier, heeft het Nederlandse stoomschip LA FLANDRE veel storm doorstaan. Meerdere dekinrlchtingen raakten defect en het stuurtoestel werd onbruikbaar. Ook bemerkte men, dat er water in de machinekamer was gedrongen, welk water bij de roersteven naar binnen drong. Voor behoud van het schip heeft de gezagvoerder een hoeveelheid olie uit de tanks overboord laten pompen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hamburg, 6 december. Het Nederlandse stoomschip PRINSES JULIANA is na te Rendsburg te hebben gelost, alhier aangekomen om te repareren.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van de firma E.J. Smit & Zn. te Westerbroek is te water gelaten een stalen drie-mast motorschoener, gebouwd onder hoogste klasse van Lloyds. De motoren voor dit schip, Ankersmit ruwolie 2-takt motoren, worden door dezelfde firma gebouwd.
Van dezelfde werf is te water gelaten een stalen zeesleepboot van 350 pk, onder klasse Germ. Lloyd +100 A/4 K. (E.), in aanbouw voor Duitse rekening.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Examens. Geslaagd voor de grote stoomvaart 1ste stuurman: de heer F.J. Bakker en voor 3de stuurman de heer J. Hanstra.
Geslaagd voor diploma B (machinist): de heren F.H. van Aken, P.C. Ockers en G.F. Bollen.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 7 december. Aan boord van het op de rede liggende schoenerschip ANNECHIENA
had gistermiddag de 14-jarige kok, W. W. zich verwijderd van de etenstafel. Toen hij na enige tijd niet terugkeerde, gingen de stuurman en de matroos op het dek van het schip
een onderzoek instellen, doch zonder resultaat. Aangezien de bij het schip behorende boot niet weg is en de jongen niet is teruggekeerd, vermoedt men, dat hij overboord geslagen en
verdronken is.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Londen, 6 december. Volgens bericht uit Christiansand is de Nederlandse schoener RIVAL, van Londen naar Gotenburg bestemd, in het Ulvoesund gestrand en zal waarschijnlijk totaal wrak worden.


08 december 1911


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart, het vergaan van de IXION
De Raad voor de Scheepvaart heeft gisteravond een onderzoek ingesteld naar aanleiding van de ramp, overkomen aan het stoomschip IXION, van de Ned. Stoomvaart Mij. Oceaan, kapitein B. de Boer te Hollum. Op 1 oktober is het schip in de Indische Oceaan door brand vernield en vergaan; een groot aantal leden van de bemanning, onder wie veel Chinezen, kwam bij deze scheepsramp om. Tot de verongelukten, 24 in getal, behoren de derde stuurman en de timmerman. 23 opvarenden werden gered. Van een sloep met schipbreukelingen is nooit meer iets gehoord.
Als eerste getuige werd kapitein De Boer gehoord.
Deze deelde mede, sinds 12 jaar als gezagvoerder van de maatschappij te hebben gevaren. Hij heeft diploma 1e stuurman grote zeilvaart en dienstdiploma grote stoomvaart.
De 21e juni heeft de IXION Amsterdam verlaten, de 29e juni Liverpool, met een lading stukgoederen. Te Port Said werden kolen bijgeladen en vandaar werd onmiddellijk doorgestoomd naar Padang, waar 800 pk. rotting werd bijgeladen. Nieuwe kolen waren hier niet nodig. Eerst te Batavia werden wederom kolen ingenomen en wel Japanse, voor de kust reis. Aangedaan werden o.a. de havens Cheribon, Samarang, Tjilatjap en Soerabaja. Overal werd lading gelost, of nieuwe lading ingenomen. Te Tjilatjap kopra in zakken. Daarna werd de terugreis aanvaard.
Vier dagen oponthoud was te Priok nodig; hier werden Japanse kolen ingenomen, niet als gewoonlijk Ombiliënkolen, omdat er aan de gewone steigers geen plaats was. Het schip had een stuur- en een bakboords-, geen crossbunker.
Langdurig stond de president bij de ondervraging van deze getuige stil bij de inrichting van het schip. Op het voorschip was een opgebouwde bak, die op deze reis niet bewoond werd; midscheeps bevonden zich de brug, met stuurhuis en kaartenkamer, en rondom het maindek de passagiers- en officieren-verblijven. Op het achterschip waren de logiezen voor de bemanning. De eerste officier was belast met het toezicht op de reddingsmiddelen, de officieren gezamenlijk met het toezicht op het laden en lossen. Bij elkaar zijn er Indië 4192 zakken kopra geladen. Getuige heeft geen enkele maal een klacht bereikt, dat er bij het laden gerookt was; dit wil echter niet met zekerheid zeggen, dat het Inderdaad niet geschied is.
Er waren 4 sloepen op de midscheeps ingericht als reddingsboten; op het achterschip waren dan nog vier sloepen, waarvan er een werd gebruikt als werk boot. Tijdens de kustreis, wordt niet geregeld dek gewassen, met het oog op het telkens laden en lossen.
Namens de Chinezen was nooit enige klacht bij de kapitein ingekomen. Journaal noch monsterrol noch strafregister zijn gered; het strafregister was geheel blanco.
Ook met de Europese bemanning is nooit ernstige moeilijkheid geweest; alleen één matroos heeft eens een vrij ernstige terechtwijzing gehad.
Het schip was elektrisch verlicht; de boordlantaarns en de lichten waren echter niet elektrisch Aan bakboords zijde liep van het maindek een elektrische leiding naar beneden; de dynamo bevond zich ook aan bakboords zijde. In de ruimen waren stopcontacten aangebracht,
zodat daar nooit anders dan met elektrisch licht gewerkt werd. In de bunkers echter werd gewerkt met z.g. snotneuzen. Door daartoe aangebrachte kokers werd de temperatuur van de goed geventileerde bunkers geregeld gecontroleerd.
De 30e september vertrok de IXION op haar thuisreis van Priok. Behalve een officier waren er steeds twee minderen op de brug en voorts twee matrozen als uitkijk op de bak. De 1e oktober was de kapitein ‘s avonds 9 uur ter ruste gegaan.
Hij had nog geen half uur gelegen, toen de derde stuurman hem kwam wekken met de kreet: kapitein, er is brand in de gang ! De kapitein snelde naar de brug; hij zag onmiddellijk, dat de dekken gevaar liepen en gaf wat bakboord roer. De vlammen sloegen uit de ventilators van de machinekamer. De kapitein schreeuwde: stop het schip. Of dit onmiddellijk gebeurd Is weet getuige niet. De brand was aangekomen in de van-kamer en greep met grote snelheid om zich heen. De brandslang, die zich in de bootsman hut bevond, kon niet meer bereikt worden. Met de blusmiddelen, de pompen, de pijpleiding van het vóór- naar het achterschip
en de deklastleiding, die door een pomp in de machinekamer gevoed werden, kon de brand niet bestreden worden. Een reddingboot aan stuurboordzijde, waar getuige zich bevond, werd overboord gezet: hierin sprongen 13 man, bij wie zich later nog zes anderen, nl. getuige, de tweede stuurman, de dokter en drie matrozen voegden. De andere reddingboten op de midscheeps waren reeds door de brand aangetast. De mensen die niet in de reddingboot waren gesprongen, weken voor de woedende vlammenzee terug naar het achterschip, waar zij de boot, aan bakboord, die voor het schilderen van het schip werd gebruikt, neerlieten en erin sprongen. Spoedig hoorden de kapitein en de manschappen
in zijn boot, die van de andere boot roepen, dat deze water maakte, daar er geen prop in zat.
Hun werd een puts overgegooid; of zij die nog gebruikt hebben weet getuige niet. Ook riep hij hun toe, dat zes man (meer kon hij met het oog op de zware deining en de volte in zijn boot niet toestaan) mochten overzwemmen. De tweede kok, een lichtmatroos en een
Chinees zijn toen van de vollopende boot overboord gesprongen, naar de andere boot gezwommen en opgepikt. De derde stuurman vroeg of hij ook mocht overzwemmen, maar de kapitein verbood hem dit omdat de bemanning van die boot, allen minderen en merendeels Chinezen, dat zonder commando zou zijn. Kort daarna lag de brandende IXION tussen beide boten, en hoorden getuige en degenen, die bij hem waren een rauwe gil, en daarna niets meer. Wat met de boot gebeurd is, weet men niet; mogelijk is zij door de IXION
overvaren. De andere schipbreukelingen werden opgenomen door het stoomschip GOOD HOPE en gingen de volgende dag te Benkoelen aan land.
De matroos, die tijdens het uitbreken van de brand bakboordwacht had, een Engelsman, te Londen woonachtig, is niet gedagvaard kunnen worden. Voorgelezen werd een door hem afgelegde verklaring, die geheel overeenstemde met de mededelingen van de kapitein omtrent de ramp.
Nader ondervraagd, zei de kapitein, dat hij de brand toeschrijft noch aan broeiing in de kolen, noch aan broeiing in de lading, noch aan kwaadwilligheid.
Vervolgens werd gehoord de heer Feninga, technisch adviseur van de maatschappij. Hij verklaarde, dat de rederij steeds zeer coulant is in het doen aanbrengen van reparaties; de
kasten in de van-kamer zijn van hout, verder is er alles van ijzer, evenals bijna alles in de onmiddellijke nabijheid. Wanneer er brand is in de koker van de van naar de machinekamer moet de vlam naar beneden. De van kan niet zijn warm gelopen, kortsluiting in de buurt van de van-kamer ls uitgesloten, omdat daar geen elektrisch licht is.
Tenslotte werd gisteravond gehoord de 1e machinist J. Meeuwen.
Hij verklaarde: de lucht komt in de van-kamer van de stuurboord gang door een rooster. In de van-kamer was petroleum verlichting; de daarvoor benodigde petroleum werd uit de piek gehaald. Ook in het matrozenverblijf, in de pantry en in de bakkerij werd petroleum voor verlichting gebezigd. Er was alleen aan de stuurboord zijde van het schip petroleum verlichting tussen 9.30 en 9.45 uur.
Terwijl getuige zat te lezen in zijn hut kwam de derde machinist hem waarschuwen dat er brand was in de van-kamer; de vlammen kwamen door de koker. Getuige heeft de van stopgezet. Zelf heeft getuige toen waargenomen, dat het niet brandde in de van-kamer, maar in de van zelve. De telegraaf werd op stop gezet en de machine is onmiddellijk gestopt.
Waar het brandblusmateriaal geborgen werd wist getuige niet. Hij heeft getracht de waterleiding door de deklast van bakboord naar de stuurboord gang te brengen, maar dit ging niet meer. Getuige heeft nog gepoogd de brand in de van te blussen door water te werpen door de schijnlichtwerper; toen brandde de van-kamer ook. Getuige is toen naar boven gevlucht voor de plotseling wild uitslaande vlammen en in de reddingsboot gegaan. Het schip liep nog vaart, hoewel de schroef niet meer draaide.
De brandende IXION heeft ongeveer een cirkel beschreven; getuige vermoedt, dat zij de verongelukte boot heeft overvaren.
De behandeling van de zaak werd daarna geschorst tot hedenavond.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart
Op 22 november is het motorzeeschip VULCANUS, rederij de Ned. Indische Tankstoomboot Mij., kapitein H.J. van Hal, bij het East Goodwin vuurschip gestrand. In zijn zitting van hedenmiddag heeft de Raad hieromtrent gehoord de kapitein Van Hal Deze verklaarde, dat hij op reis van Rotterdam naar Dover was. Bij de Noord-Hinder gekomen, bemerkte hij, dat hij enigszins om de noord was gezet; hij stelde opnieuw koers langs East Goodwin op Dover, doch bij het Sandettie vuurschip was hij weer aanmerkelijk door de stroom om de noord west gezet. Er werd opnieuw koers gesteld. Te 2 uur in de voormiddag werd East Goodwin aan bakboord gepeild, en onmiddellijk daarna liep het schip vast. De kapitein heeft onmiddellijk alle vuren laten doven en daarna 300 ton van de lading benzine overboord gezet, met het volgende tij is de VULCANUS losgekomen.
De Raad zal later uitspraak doen.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Woensdagmorgen kwam te Harlingen binnen de schoeneraak WILHELMINA, kapt. Jonker,
met een lading hout van Frederikstad naar Leeuwarden bestemd. Het schip was met
gunstige wind van Noorwegen vertrokken, doch werd onder de Hollandse kust omstreeks 18 november door stormweer belopen, zodat het noch het Vliegat, noch Nieuwediep kon binnen komen. De kapitein probeerde toen IJmuiden aan te doen, doch moest, na 17 uren gekruist te hebben, deze poging opgeven. Daar het stormweer bleef voortduren, liep de schoeneraak 23 november de Nieuwe Waterweg binnen. Vandaar is zij door de Keulsche Vaart naar Amsterdam gesleept, waartoe de masten moesten worden gestreken, om de daar liggende bruggen te kunnen passeren. Te Amsterdam is het zeil tuig weer in orde gemaakt en de reis naar Harlingen zeilende door de Zuiderzee vervolgd. De gehele reis duurde bijna een maand, terwijl in normale omstandigheden de kapitein binnen vier dagen hier voor de wal had kunnen liggen.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Men schrijft ons: Te Papenburg is gisteren aangekomen, gesleept door de boot ARKONA, de ijzeren bark BERTHA, met een lading hout van Krageroe. Blijkens mededeling van de
kapitein, had men een ontzettende reis gehad. Bij slecht weer was het schip bij de Doggersbank in de Noordzee lek geslagen. Uit vrees voor kenteren, verliet de bemanning – uit zes personen bestaande - het schip in een boot. Pas had men hierin plaats genomen, of ze kantelde. De zes personen hielden zich vast aan de boot en werden met moeite opgepikt
door de ARKONA. Een ervan verdronk evenwel.
Het gelukte met moeite de bark ook nog de Weser op te slepen, waar de ARKONA het
water er uit pompte en het lek stopte, waarna men de reis naar Papenburg kon volbrengen.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 7 december. Gisteren is van de werf van Gebr. Niestern te Farmsum de stalen driemast-schoener NIXE met goed gevolg te water gelaten. Dit schip, gebouwd voor de heer J.M. Jansen te Flensburg, geclassificeerd naar Germanischer Lloyd, is bestemd voor de Europese vaart. Het laadvermogen bedraagt plm. 300 ton. De schoener wordt voorzien van een Kromhout motor met een capaciteit van 60 paardenkrachten, geleverd door de firma Goedkoop te Amsterdam. De bouw van het schip is uiterst sierlijk en zal ongetwijfeld de goede naam van de scheepsbouwers nog verhogen.
(opm: schoener NIXE, bouwnummer 119, eerste schip gebouwd op deze nieuwe locatie van de werf aan het Eemskanaal)


Krant:

 VCO - Vlissingsche Courant

Vlissingen, 7 december. Woensdag 20 december zal van de werf van de Kon. Maatschappij „De Schelde" alhier te water worden gelaten de torpedojager BULHOND, in aanbouw voor het Departement van Marine.


09 december 1911


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart, het vergaan van de IXION
De Raad voor de Scheepvaart te Amsterdam heeft gisteravond het onderzoek hervat naar de noodlottige scheepsbrand op het stoomschip IXION, van de Stoomvaart Mij. Oceaan, op de Indische Oceaan, dat geheel in de vlammen opgegaan is, nadat de bemanning in twee sloepen in zee was gegaan. Een van de sloepen is toen op tot dusverre niet met zekerheid verklaarde wijze vergaan, waarbij een twintigtal mensen de dood in de golven vonden.
Allereerst werd de kapitein in de gelegenheid gesteld zijn verklaring nog met enige mededelingen aan te vullen. Toen hij reeds in de boot was, heeft hij twee, maal een ontploffing gehoord; de eerste kan veroorzaakt zijn door de aan boord aanwezige vuurpijlen. De tweede was echter veel heviger en ging gepaard met een hoog opgaande vlam; getuige zag, dat zware voorwerpen van stuurboord naar bakboord werden geslingerd. Mogelijk is, dat die ontploffing ontstaan is in de meel- of rotting lading. S. de Graaf, derde machinist, verklaart: Ik had de wacht ongeveer een uur geleden van de 4e machinist overgenomen. Er waren twee Chinese stokers en een Chinese tremmer op de stookplaats. De namen ken ik niet; het waren nummer 2 en nummer 8. Bij het aanvaarden van de wacht was er niets bijzonders. Op een gegeven ogenblik hoorde lk de Chinezen gillen en zag op de voorplaat vlammen uit de van-koker komen. De van was op de uitreis schoongemaakt. Er slaat wel eens stof op de van neer. De machinekamer Is van de stookplaats gescheiden door een ijzeren schot met houten deuren. Ik heb op order van de eerste machinist, die ik terstond gewaarschuwd had, de van-machine gestopt. Terstond daarna werd de telegraaf op stop gezet. Ik heb de machine gestopt, maar dit ging erg in de gauwigheid. Ik weet echter, dat ik het wiel tweemaal omgedraaid heb totdat de handel naar stuurboord stond; de machine moet dus stil hebben gestaan. Ik kon het toen in de machinekamer niet langer uithouden, daar die vol rook stond ! Ik ben daarna naar boven gegaan en heb de dynamo gestopt, zodat het elektrisch licht gedoofd werd; de vlammen gaven echter genoeg licht. Op de onderbrug vond lk de eerste stuurman en de bootsman, die reeds in de buiten boord gedraaide sloep zaten. Ik ben toen ook in de sloep gegaan, er kwamen nog enige mensen bij en daarna werd de sloep gestreken. Men heeft toen de loglijn gegrepen en heeft zich zo naar het achterschip getrokken, om te zien of daar nog mensen waren. De eerste machinist is toen te water gesprongen en opgepikt. De loglijn is toen losgelaten, ten einde naar het voorschip te gaan. Ook de kapitein was inmiddels in de sloep gegaan. Volgens de sloepenrol behoorde ik thuis in de stuurboord-achtersloep. De eerste stuurman, de heer V. d. Werf, verklaart dat hij was belast met het toezicht op het laden en lossen, op de scheepsinventaris en op de reddingsmiddelen. De 4 reddingboten waren goed uitgerust. Op het achterschip stonden nog twee sloepen, die als werkboten werden gebruikt. Die aan bakboordzijde is gestreken. Elke week werd er sloepeninspectie gehouden, waarbij ieder van de bemanning bij de sloep moest staan, waarbij hij volgens de sloepenrol behoorde. Elke man had een reddingsgordel in zijn logies. In Amsterdam zijn de boten wel eens te water geweest. Getuige heeft order gegeven de sloepen klaar te maken. Eerst toen de voorste bakboord sloep in brand geraakte, heeft hij de reddingboot laten strijken. De IXION beschreef, nadat de loglijn was losgelaten, een cirkel. Toen zij weer bij de sloep terug was, sprongen van het voorschip de dokter, de kapitein en nog een drietal mannen in zee, en werden allen opgepikt. De dokter was ziek; hij is nog ternauwernood uit zijn hut gehaald.
De stuurman G. Joosten heeft eerst met de kapitein, de dokter, de 3e stuurman en enige anderen getracht van enige luiken en een tros een vlot te maken, toen het door de vlammen onmogelijk bleek de bakboord-voorboot te strijken. Men moest naar het voorschip vluchten. De anders reddingboot was inmiddels reeds te water. De kapitein, de dokter en getuige sprongen overboord en werden opgepikt. De tweede machinist, de heer Schaap, verklaart: Toen de mensen van het voorschip af waren, kwam van het achterschip de andere boot te voorschijn. In de fan-kamer werden lampenglazen met stro, en enige flesjes met terpentijn bewaard.
De 4e machinist, de heer Vlierboom, heeft eenmaal de telegraaf op langzaam zien staan. Er is driemaal getelegrafeerd. Getuige is niet meer in de reddingsboot gekomen en naar het achterdek gegaan, waar enigen bezig waren de werkboot aan bakboordzijde gereed te maken. Dit speelden de vijf man die daar waren echter niet klaar; getuige is toen overboord gesprongen en door de andere boot opgepikt.
De bootsman, daarna gehoord, heeft in de reddingboot gezeten en de loglijn gepakt. Toen zij zo achter de IXION aan werden gesleept, bemerkte getuige, dat de schroef nog draaide. Een matroos verklaart nog, dat de Chinezen niet van de reddingsboot weggejaagd zijn; zij zijn er geen ogenblik bij geweest en onmiddellijk naar het achterschip gegaan. In de reddingboot was ook geen prop; getuige heeft goed in het gat gestopt toen de boot reeds te water was. Eindelijk wordt gehoord de dekjongen Nuisser. Hij verklaart: toen de 4e machinist overboord was gesprongen, slaagden de anderen erin de bakboord werkboot op het achterschip overboord te krijgen. De prop zat er niet in. Getuige zat voor in; hij had zich langs een touw af laten zakken. De derde stuurman, de chef-kok en 2 matrozen zaten op het vlot, dat zij met de kapitein en de dokter hadden gemaakt van luiken en in zee hadden gelaten, nadat dezen overboord gesprongen en opgepikt waren door de reddingboot. De derde stuurman, de chef-kok en de vierde hebben ze toen in de boot genomen; de twee matrozen zijn op het vlotje achtergebleven en verdronken. Geroeid werd er niet; toen de kapitein riep dat enige in de reddingsloep over konden gaan, heeft getuige, dit gedaan. Ten slotte werd de kapitein door een van de leden gevraagd waarom hij niet, toen hij de doordringende kreet van de verongelukkende schipbreukelingen gehoord had, in het zog van de IXION is gaan zoeken of er ook nog mensen drijvende werden gevonden.
De kapitein antwoordde, dat de sterke deining dit onmogelijk maakte.
Het onderzoek werd daarna voorlopig gesloten. De Raad zal, op een nader te bepalen datum, hetzij het onderzoek hervatten, hetzij uitspraak doen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam. 9 december. Gisteravond 6 uur is het stoomschip VLIELAND, nadat het de kompassen had gesteld, in de mond van de Maashaven in aanvaring geweest met het Rijnschip “GOTT VERTRAUWEN”. De steven van de VLIELAND brak daardoor op twee plaatsen en de GOTT VERTRAUWEN kreeg een gat in ruim No. 4. Door twee sleepboten is het Rijnschip drijvende gehouden en naar de zuidzijde van de Maashaven gesleept.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

We hebben medegedeeld, dat bij Santpoort de Katwijkse logger 138 gestrand is. Het
schip was door een Scheveningse logger onder de Engelse kust opgepikt en op sleeptouw genomen, nadat de bemanning op de Scheveningse logger was overgenomen.
Men wilde het Katwijkse schip te IJmuiden binnenbrengen, doch kon daarin niet slagen
daar het dicht bij de Hollandse kust zinkende vast bleef zitten. Men moest het verder
slepen toen opgeven. De bemanning werd te Scheveningen aangebracht.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Examens. Geslaagd voor de grote stoomvaart: 1e stuurman de heer A. Eekema, voor 3e stuurman: de heren H.N.N. de Koning, A.J. Kof Koolhaalder en H.J. Krans.
Geslaagd voor machinist: de heren A. Vegter, P. Tuinhout en J.Ch. Cordia.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Vlissingen, 9 december. Het Departement van Marine heeft bij onderhandse inschrijving aan de werf van de Kon. Maatschappij „De Schelde" de levering opgedragen van twee onderzeeboten van het zelfde type als de laatst afgeleverde onderzeeboot, welke dezer dagen in dienst is gesteld.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Groningen, 9 december. Het stoomschip HUNZE XX, vertrokken van Harlingen naar Amsterdam is woensdagmiddag door een dikke mist op een stoompont Stavoren-Enkhuizen gelopen. De HUNZE XX is met vernielde voorsteven Enkhuizen binnengelopen.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

De kok W. W., aan boord van het schip ANNECHIENA, liggende op de rede alhier, is niet verdronken, zoals vermeld staat in het blad van eergisteren, doch had zich na het middageten in de zeilkooi te slapen gelegd en was een paar uur na de vermissing weer
present.


Krant:

 VCO - Vlissingsche Courant

Vlissingen, 8 december. Hedenmorgen is alhier aangekomen het Nederlandse stoomschip CHARLOIS, komende van New York met een lading petroleum. Het schip heeft gedurende de reis dekschade belopen.


11 december 1911


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hamburg, 9 december. Het Nederlandse stoomschip PRINSES JULIANA is onderzocht. Er moeten drie platen worden vernieuwd.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Aan de werf van Gebr. Fikkers te Muntendam is met goed gevolg te water gelaten een stalen zeelichter, groot 220 ton, voor rekening van een Duitse firma. De kielen werden gelegd van twee andere schepen, resp. groot 220 en 250 ton, eveneens voor een Duitse maatschappij.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Zaterdag (opm: 9 december) heeft een goed geslaagde proeftocht plaats gehad van het stoomschip KAMBANGAN, gebouwd door de Rotterdamsche Droogdok Maatschappij voor de Stoomvaart Maatschappij Nederland alhier.
De hoofdafmetingen van het schip zijn 430 x 55 x 37 voet. Het laadvermogen bedraagt 8.650 ton, terwijl ruim 4.250 ipk machinekracht ontwikkeld werd, overeenkomende met een snelheid van circa 13 knoop. Het schip zal te Rotterdam worden beladen en 23 dezer naar Indië vertrekken.


Krant:

 VCO - Vlissingsche Courant

Vlissingen, 9 december. Op de werf van de Kon. Maatschappij „De Schelde" alhier is de kiel gelegd voor het stoomschip PONTIANAK, te bouwen voor de Rotterdamsche Lloyd. Dit schip heeft dezelfde afmetingen als het op 25 november te water gelaten stoomschip MERAUKE.
(opm: schip is besteld op 28.02.1911, kiellegging was op 05.12.1911.)


12 december 1911


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 11 december. Volgens telegram uit Hamburg is het Nederlandse stoomschip AMSTEL bij het binnenkomen van de haven aldaar met een ponton in aanvaring geweest, waardoor deze beschadigd werd. Het stoomschip is vermoedelijk slechts licht beschadigd.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hamburg, 11 december. In het geheel zijn er 24 platen van het stoomschip PRINSES JULIANA beschadigd. Drie moeten vernieuwd, 4 ter plaatse gerepareerd en de overige losgenomen en gestrekt worden. Buitendien moeten een aantal spanten en wrangen worden gerepareerd. De reparaties zullen ongeveer 16 dagen duren.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 12 december. Van Bremen arriveerde hier de motorlichter HANZA, in 1908 te Hoogezand voor Duitse rekening geleverd. Door het niet functioneren van de motor, kon het vaartuig niet aan zijn doel beantwoorden en is het met een groot geldelijk verlies thans
verkocht naar Zuid-Amerika. Aan de machinefabriek Fulton te Hoogezand wordt de motor
vervangen door een stoommachine.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Rotterdam, 11 december. De onlangs gestrande en te Calais binnen gebrachte motorschoener SIRRA, kapt. Hammerstein, zal hier voorlopig repareren en komt dan naar hier om afdoende te repareren. De bergingskosten hebben GBP 550 bedragen. (Zie ons
no. van 6 december)


13 december 1911


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 12 december. Het Nederlandse stoomschip FOLMINA (zie ochtendblad A van 9 oktober) is gerepareerd en heeft de reis naar de Weser voortgezet.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 12 december. Uit Harlingen wordt ons gemeld, dat het Nederlandse stoomschip WATERLAND van de Scheepvaart- en Steenkolen Maatschappij alhier, naar Griekenland is verkocht.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Op de werf van de Kon. Maatschappij "De Schelde" te Vlissingen is de kiel gelegd voor het stoomschip PONTIANAK, te bouwen voor de Rotterdamsche Lloyd. Dit schip krijgt dezelfde afmetingen als het bij genoemde maatschappij gebouwde stoomschip MERAUKE, dat 25 november jl. werd te water gelaten.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Bremerhaven, 11 december. Het van Itzehoe naar Brake bestemde tjalkschip LAMMEGIENA, schipper Schling, is met verlies van anker en ketting door de sleepboot COLUMBIA in de Geestemünder haven gebracht.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Men schrijft ons, d.d. 12 december: De Groninger schoener KONFID, kapitein Schuitema uit
Hoogezand, die na de storm in november als verloren werd beschouwd, is heden te Oldersum aangekomen. De reis van Kotka (Zweden) naar Oldersum (Oost-Friesland) had 53 dagen geduurd.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

De drie-mast schoener EMMA is voor NLG 21.000 verkocht naar Portugal.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Advertentie. De 7e december 1911 ontvingen wij uit Svendsborg (Denemarken) de
treurige tijding, dat onze geliefde oudste zoon, Berend Noordhoff, stuurman aan boord van het Nederlandse zeilschip ASTREA, aldaar is overboord gevallen en verdronken, op de leeftijd van bijna 24 jaar.
Diep bedroefd geven wij hiervan kennis aan familie, vrienden en bekenden.
Groningen, december 1911. Uit aller naam: A. Noordhoff. A. Noordhoff—Albers.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Advertentie. Tot onze diepe droefheid overleed, in de ouderdom van bijna 54 jaar, te Rio de Janeiro, mijn geliefde echtgenoot en der kinderen zorgdragende vader, behuwd- en grootvader, de heer G.P.J. Visser, in leven gezagvoerder op het barkschip JEANETTE FRANCOISE.
Schiermonnikoog, 11 december 1911. Uit aller naam F. Visser-Dijk.


14 december 1911


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

IJmuiden, 14 december. Het Engelse stoomschip SARPEDON, gisteren binnengekomen, wordt voor de Nederlandse Stoomboot Mij. Oceaan te Amsterdam onder Nederlandse vlag gebracht.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Examens. Geslaagd voor de grote stoomvaart als eerste stuurman de heer W. van der Giessen; als derde stuurman de heren Y.J. Lipjes, J.J.H. Mellaart, A.H.J. Molier en J.P. Leguit.
Geslaagd voor machinist, diploma B, de heren M. Weber en B.H. Blom.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 14 december. Het te Groningen thuis behorend en heden alhier van Hooksiel binnengekomen tjalkschip ANTJE, kapt. S. de Vries, heeft op de Jade aan de grond gezeten, waardoor de scheg, achtersteven en het roer gebroken werden en de bodem lek werd. Het schip zal naar Groningen opzeilen om te repareren.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Het stoomschip WATERLAND van de Scheepvaart- en Steenkolen Mij. te Rotterdam is naar Griekenland verkocht.


15 december 1911


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 14 december. Volgens een telegram uit Falmouth is het Nederlandse schip JEANETTE FRANCOISE door aanvaring beschadigd.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 14 december. Volgens een telegram uit Colombo is het Nederlandse stoomschip SUMATRA met een gebroken schroefblad aldaar binnengelopen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Kopenhagen, 13 december. Het stoomschip VEERHAVEN liep 21 oktober op reis van Rotterdam naar St. Petersburg op het N.O. rif van het eiland Anholt vast. Het bergings-stoomschip Ln. Z. SVITZER bracht het stoomschip, nadat er 25 ton kolen geworpen waren, vlot. Het Kopenhagen Seegericht, deze zaak behandelende, stelde het bergloon op 22.500 Kronen vast, vermeerderd met 5 pct. vanaf de dag dat het geding was aanhangig gemaakt.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 15 december. Volgens een telegram uit Vigo is het van Savona naar Londen bestemde Nederlandse stoomschip MARIA met lekke ketels en dekschade aldaar binnengelopen. Verder vernemen wij dat het stoomschip MARIA met een lading sinaasappelen van Valencia (niet Savona) naar Londen is bestemd en dat de dekschade is ontstaan door het slechte weer dat op het traject Gibraltar – Vigo werd doorstaan. Gisteren liep de MARIA te Vigo binnen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart
De Raad heeft uitspraak gedaan in de zaak van de stranding van het motorschip VULCANUS, op 22 november tussen de vuurschepen van Noord- en Oost-Goodwin. Nadat men 300 ton van de lading benzine had laten weglopen, is het schip weer vlot gekomen. De Raad is van oordeel, dat het vastlopen te wijten is aan het sturen van een verkeerde koers. Het ware van de gezagvoerder verstandiger geweest om meer om de zuid te houden met het oog op het mistige weer en de daaruit voortvloeiende moeilijkheid om de lichten te onderscheiden. Het heeft de aandacht van de Raad getrokken, dat bij het laten weglopen van de benzine de vuren van het schip gedoofd zijn geweest. Dit moge een alleszins te billijken voorzichtigheidsmaatregel zijn geweest, het was in strijd met de bepalingen ter voorkoming van aanvaringen: de gezagvoerder had zich van gevaarloze lichtmiddelen moeten voorzien.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart, stranding VEERHAVEN
Tenslotte heeft de Raad uitspraak gedaan inzake het vastlopen van het stoomschip VEERHAVEN, rederij Gebr. van Uden te Rotterdam, gezagvoerder C. Hoekstra. Het onderzoek heeft de Raad tot de slotsom gebracht, dat de kapitein zijn koersen goed gesteld heeft, en de stranding het gevolg is geweest van stroomverleiding bij dikke mist. De gelopen vaart, 4 tot 5 mijl, is echter onder die omstandigheden te groot geweest, al heeft dit de aanvaring niet veroorzaakt. De gezagvoerder had meermalen het lood moeten gebruiken. Wel is veel te gevoelen voor het bezwaar, dat het gebruik van het handlood telkens stoppen noodzakelijk maakt; daarom verdient het aan boord hebben van Thomson's patentlood In het belang van de veiligheid van de navigatie, aanbeveling.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Londen, 14 december. Het Nederlandse stoomschip SUMATRA is heden te Colombo binnengelopen met verlies van een van de schroefbladen en schade aan de askoker.


16 december 1911


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Falmouth, 14 december. Tijdens het binnenkomen van het stoomschip BIRDOSWALD is dit stoomschip voor anker gaande, tegen het geankerd liggende Nederlandse schip JEANNETTE FRANCOISE gezwaaid, waardoor het voortuig van het zeilschip en bakboords achterschip van het stoomschip werden beschadigd.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Examens. Geslaagd voor de grote stoomvaart, eerste stuurman de heren R. Jonker, J. Post; derde stuurman de heren K.A. Mulder, P.J. Ouwehand en W. Post.
Geslaagd voor machinist (voorl. diploma) de heren C.P. Parent, W.P. de Kam, A. Bremer, J.M. van den Berg, F.W.J. Brouwer, C. de Rouwe, B. Groen en J.B. Auer.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Amsterdam, 15 december. Het stoomschip Sumatra zal, na reparatie, waarschijnlijk 17 december de reis kunnen voortzetten. (Zie ons vorig no.)


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Londen, 15 december. Volgens telegrafisch bericht uit Vigo is het van Valencia naar Londen bestemde stoomschip MARIA met lekke ketels en dek schade aldaar binnengelopen, door slecht weer op het traject Gibraltar naar Vigo. Het oponthoud zal hoogstens vijf dagen zijn.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Advertentie. Uit de hand te koop: Twee goed onderhouden staal-ijzeren schepen.
No. 1. Tjalkschip AMBULANT, groot 152 ton, schipper J. Joosten, gebouwd in 1904 bij W. Mulder te Stadskanaal.
No. 2. Tjalkschip EMMANUEL, groot 124 ton, schipper H. van Minnen, gebouwd in 1897 bij J.J. Pattje te Waterhuizen bij Groningen.
Beide Schepen met volledige inventaris, liggende te Wildervank en te bevragen bij genoemde eigenaars aan boord. (Zondags niet).


17 december 1911


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 16 december. Het van Neufahrwasser naar Amsterdam bestemde Nederlandse stoomschip APOLLO is bij het binnenlopen van de sluis te Brunsbüttelkoog tegen de deuren gevaren, waardoor zware schade werd aangericht.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 16 december. Het nieuwe stoomschip KARIMATA, te Glasgow voor de Maatschappij Nederland te Amsterdam gebouwd en dat 25 oktober jl. werd te water gelaten, vertrok heden van Greenock naar Hamburg. (opm: eerste reis)


18 december 1911


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Brunsbüttel, 16 december. De voorsteven van het stoomschip APOLLO is gebroken en de voorpiek is lek. (opm: zie ook NRC 171211)


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hamburg, 18 december. De voor kort in Nederland gebouwde sleepboot CONSUL is aan de rederij Steffen & Joost te Kiel verkocht. (opm: zie ook EB 251111)


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De ontwikkeling van de Nederlandse stoomvloot in de laatste 10 jaren.
Hieronder volgt een opgave, die het aantal en de bruto tonnen-inhoud vermeldt van de schepen van de voornaamste Nederlandse rederijen in 1902 en 1912, de schepen in aanbouw er onder begrepen:
Rotterdamsche Lloyd: in 1902 - 15 schepen met 49.500, in 1912 - 24 schepen met 125.500 bruto ton, vermeerdering 150 procent.
Holland-Amerika-Lijn: in 1902 - 10 schepen met 85.000, in 1912 - 13 schepen met 125.700 bruto ton, vermeerdering 50 procent.
Maatschappij Nederland: in 1902 - 17 schepen met 65.000, in 1912 - 32 schepen met 175.000 bruto ton, vermeerdering 170 procent.
Koninklijke West-Indische Maildienst: in 1902 - 9 schepen met 15.400, in 1912 - 13 schepen met 32.000 bruto ton, vermeerdering 120 procent.
Koninklijke Hollandsche Lloyd (Zuid Amerika Lijn): in 1902 - 4 schepen met 16.800, in 1912 - 9 schepen met 51.200 bruto ton, vermeerdering 208 procent.
Koninklijke Paketvaart Maatschappij: in 1902 - 41 schepen met 53.300, in 1912 - 76 schepen met 128.000 bruto ton, vermeerdering 140 procent.
Maatschappij Zeeland: in 1902 - 7 schepen met 12.400, in 1912 - 8 schepen met 21.300 bruto ton, vermeerdering 75 procent.
Müller's Algemeene Scheepvaartmaatschappij: in 1902 - 6 schepen met 25.000, in 1912 - 12 schepen met 28.800 bruto ton, vermeerdering 50 procent.
Koninklijke Nederlandsche Stoomboot Maatschappij: in 1902 - 30 schepen met 27.600, in 1912 - 39 schepen met 60.000 bruto ton, vermeerdering 118 procent.
Stoomvaartmaatschappij Oostzee: in 1902 - 6 schepen met 11.200, in 1912 - 9 schepen met 16.000 bruto ton, vermeerdering 40 procent.
De Java-China-Japan-Lijn bestond in 1902 nog niet, doch neemt nu aan de vaart deel met 8 schepen met 41.400 bruto ton.
Meer dan vele mooie woorden levert deze droge opsomming het bewijs van de schitterende vooruitgang van het rederijbedrijf in ons land.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Advertentie. Wegens verandering van affaire, zal op vrijdag 19 januari 1912, des avonds te 8 uur, in het café van de heer J.H. Kruize aan de Noorderhaven Z.Z. no. 27 te Groningen, publiek worden verkocht:
Het uitstekend, goed onderhouden staal-ijzeren tjalkschip, genaamd AMBULANT, gebouwd in april 1904, groot bruto 206,18 m³ of 72,77 tonnen van 2,83 m³ en netto 161,49 m³ of 57 tonnen van 2,83 m³, op de werf geweest in juli 1911, Geclass. Schepenwet Wadvaart, met opgoed en toebehoren, liggende bij de basculebrug, Eendrachtskanaal te Groningen.
Inmiddels uit de hand te koop.
Te bevragen bij den eigenaar A. Boerma aan boord, bij J.H. Kruize, voornoemd en bij de ondergetekende notaris W. van Bommel van Vloten, Munnekeholm 2. Groningen.


19 december 1911


Krant:
 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Rotterdam, 18 december. De Nederlandse motorschoener SCANDINAVIA is verkocht aan de British Petroleum Cy. te Londen.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Advertentie. Vrijdag 5 januari 1912, des avonds te 8 uur, zal in het café van de heer J.H. Kruize aan de Noorderhaven Z.Z. no. 27 te Groningen, publiek worden verkocht:
Het ijzeren tjalkschip, genaamd NIEUWE ZORG, groot bruto 155,91 m³ of 55,02 tonnen van 2,83 m³ en netto 123,62 m³ of 43,63 tonnen van 2,83 m³ met opgoed en toebehoren, thans liggende te Groningen bij de werf van de heer W. Rubertus.
Toebehorende aan de heer P. Pattje en kinderen.
W. van Bommel van Vloten, notaris.
(opm: gebouwd in 1895 bij scheepswerf Drent, Veendam)


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 18 december. Door de firma B.J. van Hengel te Amsterdam werd, volgens het Handelsblad, aan een van de Nederlandse scheepsbouwwerven de bouw opgedragen van een nieuw stoomschip van ca. 5.500 ton.


20 december 1911


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hamburg, 19 december. Op 23 november liep de Duitse stoomtrawler MÖWE bij Terschelling aan de grond, doch werd later met bodemschade weer vlot gebracht. Het Seeamt, deze zaak behandelende, schreef de schuld van de stranding toe aan de feiten dat de gezagvoerder het vuur van Helgoland met het vuur van Terschelling verwisselde en dat de stuurman vergeten heeft de gezagvoerder te rapporteren dat hij in de ochtend het vuur van Ameland zag en dat hem dat verdacht voorkwam.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 20 december. Naar wij vernemen heeft de Scheepvaart- en Steenkolen Maatschappij alhier met een Nederlandse werf een contract afgesloten voor het bouwen van een collier, groot ongeveer 3.000 ton. Deze collier (een self trimming) wordt met de nieuwste inrichting voor het vlug laden en lossen voorzien.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Delfzijl, 10 december. Zaterdag laatstleden en gisteren werden op de Eems met het nieuwe, op de werf van de firma Joh. Berg, te Farmsum, gebouwde stoomschip COMBO proeftochten gehouden. Met volle lading, en de bij contract gegarandeerde maximale diepgang van twee meter, werd een vaart verkregen van 91/2 mijl; terwijl ruimschoots ook aan gestelde eisen omtrent kolenverbruik werd voldaan. Het schip dat ingericht is voor passagiers en vracht-goederenboot, en tevens voor sleepboot en dienst zal doen in Midden-Afrika, is sierlijk en comfortabel ingericht en werd door de Franse reder geaccepteerd.
De afmetingen van het vaartuig zijn: lang 33,50 meter, breed 6,15 meter en hol 3 meter. De ketel heeft een verwarmingsoppervlak van 97 m2, en is gebouwd volgens de voorschriften van Lloyds. De machine is een triple compound met een capaciteit van 300 ipk. Machine en ketel zijn vervaardigd aan de machinefabriek, welke aan genoemde werf is verbonden.
Door genoemde firma Berg is de bouw van een stoomschip aangenomen, welke 53 meter lang zal zijn, en voor dezelfde reder bestemd is, terwijl er thans een schoener en een sleepboot voor Duitse rekening in aanbouw zijn.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Door de Rotterdamsche Droogdok Maatschappij te Rotterdam werd gisteren (opm: 19 december, bouwnummer 29) met goed gevolg te water gelaten het schroefstoomschip ALICE H, in aanbouw voor de Stoomvaart Maatschappij Sophie H te Rotterdam. De afmetingen van dit stoomschip zijn: lang 325, breed 47 en hol 24 voet. Het draagvermogen bedraagt 5.250 ton. Aan genoemde maatschappij werden nog 5 stoomschepen van hetzelfde type en ongeveer hetzelfde draagvermogen voor rekening van verschillende rederijen in aanbouw gegeven.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Een nieuw groot schip.
De directie van de Holland-Amerika-Lijn heeft aan de firma Harland & Wolff Ltd. te Belfast
de bouw opgedragen van een nieuw schroefstoomschip, dat de ROTTERDAM in grootte en uitrusting nog verre zal overtreffen. Het schip meet 32.500 ton en heeft de afmetingen 760 x 86 x 48 voet. Het stoomschip zal accommodatie hebben voor 700 passagiers eerste, 600 tweede en 2.300 derde klasse passagiers en zal worden voortbewogen door drie schroeven,
waarvan de middelste in beweging wordt gebracht door een turbine. De snelheid zal ruim 17 mijl bedragen. Het stoomschip krijgt drie schoorstenen.


Krant:

  EB - De Eemsbode

Op 16 en 18 december heeft de proefvaart plaats gehad van het stoomschip COMBO, gebouwd op de werf van de fa. Joh. Berg te Farmsum. De afmetingen zijn 33,50 x 6,15 x 3,00 m, met een diepgang van 2 meter. De machine is een triple compound stoommachine van 300 ipk. Ze is gebouwd in opdracht voor Franse rekening en zal als passagiers- vracht- en sleepboot dienst gaan doen in Midden Afrika.


21 december 1911


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 21 december. De stalen schoener-aak RES NOVA, met gerst van een Duitse haven naar Rotterdam bestemd, is volgens het Handelsblad, te Nes op Ameland gestrand. De opvarenden zijn gered.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlissingen, 20 december. De dagboot PRINS HENDRIK van de Stoomvaart Mij. Zeeland is hedenavond in de Noordzee in aanvaring geweest met een loodskotter, waardoor het stuurtoestel van de PRINS HENDRIK defect raakte. Het stoomschip ging in de Wielingen voor anker.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 20 december. In het ochtendblad van 19 december deelden wij mee, dat aan een van de Nederlandse scheepsbouwwerven de bouw was opgedragen van een nieuw stoomschip van ca. 5.500 ton voor rekening van de firma B.J. van Hengel te Amsterdam. Thans vernemen wij, ter aanvulling, dat dit schip gebouwd zal worden door de Rotterdamsche Droogdok Maatschappij alhier en wel voor de Maatschappij Bothnia – firma B.J. van Hengel.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 21 december. De machines en ketels van het stoomschip BRUNSWIJK, met een draagvermogen van 3.800 ton, in aanbouw voor de firma Erhardt & Dekkers alhier, dat verschenen maandag (opm: 18 december) van de scheepswerf v/h. Jan Smit Czn. te Alblasserdam (opm: bouwnummer 468) te water werd gelaten, zullen door de Koninklijke Maatschappij “De Schelde” te Vlissingen worden vervaardigd.
Direct na het te water laten werd voor rekening van de bovengenoemde firma de kiel gelegd voor het stoomschip RANDWIJK. Ook voor dit stoomschip zullen de machines en ketels te Vlissingen worden gemaakt. Het draagvermogen van laatstgenoemd stoomschip is 4.000 ton.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Voor rekening van een Franse rederij werd door de scheepsbouwmeester Joh. Berg te Farmsum gebouwd het stoomschip COMBO dat dienst zal doen in midden Afrika als passagiers- en vrachtboot en tevens als goederenboot. Bij de gehouden proeftocht heeft het schip aan de gestelde eisen voldaan. De afmetingen van het stoomschip zijn: lang 33,50 m, breed 6,75 m en hol 3 m.
Door genoemde firma Berg is de bouw van een stoomschip aangenomen, welke 53 meter lang zal zijn en voor dezelfde rederij bestemd is, terwijl er thans een schoener en een sleepboot voor Duitse rekening in aanbouw zijn.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Vlissingen, 21 december. De dag mailboot van de Maatschappij Zeeland, PRINS HENDRIK, die gisteravond in aanvaring is geweest met een Belgische loods schoener, is eerst om ruim
10 uur in de haven gekomen. De mailboot kreeg geen averij en is hedenmorgen weer naar Queenborough vertrokken. De loods schoener is ook binnengekomen.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Volgens bericht van de kustwacht van Goeree is op de Kwaden Hoek in het Goereese Gat een stoomschip gestrand. De sleepboot WODAN vertrok ter assistentie.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Groningen, 21 december. Volgens heden ontvangen telegram is het hier thuis behorende schip RESNOVA, kapt. Arbeider, op Ameland gestrand. Het volk is gered.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Examens. Voor het stuurliedenexamen zijn geslaagd, grote stoomvaart 1e stuurman: de heren K. Rab en J. Seijffert; 3e stuurman: de heren F. Rijke, J.P. van Schaik en H. van Scheijen.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Veendam, 21 december. Gisteren werd van de werf van L. Wolthuis te water gelaten een nieuw gebouwde stalen praam, groot 70 ton, voor rekening van de heer Haagsema te Sappemeer en is de kiel gelegd van een stalen klipperscheepje, groot plm. 40 ton, voor rekening van J. Werk-Huizinga van Groningen.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Een Nederlands schip aangehouden.
Een van de passagiers van het stoomschip GROTIUS van de Maatschappij „Nederland" schrijft omtrent een aanhouding van dit schip door een Italiaanse kruiser in de Middellandse Zee aan de „Nieuwe Crt." het volgende:
„Daar het niet onmogelijk is, dat er omtrent de aanhouding van de GROTIUS in Nederland overdreven verhalen de ronde zullen doen, acht ik het niet ondienstig u daarvan een kort, zakelijk verslag te geven. De elfde december tegen acht uur voormiddags kwam aan stuurboord vooruit een Italiaans oorlogsschip in 't zicht, dat voor ons over liep en aan bakboord gekomen een sein hees, dat hier aan boord en door de grote afstand en door de regen niet kon worden afgelezen. Bij het in het zicht komen werd dadelijk de Nederlandse vlag en daarna de Italiaanse postvlag gehesen. Het sein bevatte de order om te stoppen. Daar dit nu niet onmiddellijk werd gedaan, loste het schip twee losse schoten en vuurde daarna twee scherpe schoten op ons af, beide voor de boeg. Bij het eerste schot werd dadelijk gestopt. Ondertussen was het dichterbij gekomen en kon het door observatie en door seinen onze identiteit voldoe